Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

Spadel SA Interim / Quarterly Report 2018

Sep 4, 2018

4006_ir_2018-09-04_dc02e4f7-0b70-4740-af0e-ffeab403b44e.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

HALFJAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 30 juni 2018

  • IFRS geconsolideerde halfjaarrekening per 30 juni 2018 (niet geauditeerd)
  • Tussentijds jaarverlag
  • Verklaring van de verantwoordelijke personen

IFRS geconsolideerde halfjaarrekening per 30 juni 2018 (niet geauditeerd)

Inhoud

Inhoud 1
Algemene inlichtingen 2
Geconsolideerde balans ( KEUR ) 3
Geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten ( KEUR ) 5
Mutatietabel van het geconsolideerd eigen vermogen ( KEUR ) 6
Geconsolideerd overzicht van de kasstromen ( KEUR ) 7
Toelichting op de geconsolideerde halfjaarrekening 8
1. Conformiteitsverklaring 8
2. Basis van de voorstelling 11
3. Seizoensgebondenheid van de activiteiten 13
4. Significante gebeurtenissen en transacties van het eerste semester 2018 13
5. Belangrijke wijzigingen in de boekhoudkundige schattingen 13
6. Sectoriële informatie 13
7. Evolutie van de consolidatieperimeter 15
8. Materiële en immateriële vaste activa 15
9. Uitgiften, wederinkopen en terugbetalingen van schuld- of eigen
vermogeninstrumenten 15
10. Belastingen ( KEUR ) 16
11. Latente passiva en activa 16
12. Gebeurtenissen na de afsluitingsdatum 16
13. Resultaat per aandeel 17
14. Dividend per aandeel 17

Algemene inlichtingen

Spadel NV en haar dochterondernemingen (hierna « Spadel » genoemd) vormen een Europese groep met als bestaansreden het produceren en het commercialiseren van kwaliteitsproducten op basis van natuurlijk water en hierdoor de consument een meerwaarde aan te bieden. Dit met het nodige respect voor het milieu.

Spadel NV is een naamloze vennootschap met maatschappelijke zetel gevestigd aan de Gemeenschappenlaan 110 te 1200 Brussel. De vennootschap is ingeschreven in het register van de rechtspersonen van de Rechtbank van Koophandel te Brussel onder het nummer 0405.844.436 (BTW nummer : BE 405.844.436). De laatste wijziging van de statuten werd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 2 juli 2015 gepubliceerd.

De Groep staat genoteerd op Euronext te Brussel (Code ISIN BE 0003798155).

De cijfers in dit document zijn weergegeven in duizenden euro's (KEUR), tenzij uitdrukkelijk anders vermeld.

Geconsolideerde balans ( KEUR )

Toelichting
30/06/2018 31/12/2017
ACTIVA
Vaste activa
Immateriële activa 8 123.062 124.548
Materiële vaste activa 8 110.653 110.618
Handelsvorderingen en overige vorderingen 127 115
Activa van uitgestelde belastingen 544 539
234.386 235.820
Vlottende activa
Voorraden (*) 23.351 19.923
Handelsvorderingen en overige vorderingen (*) 79.726 55.035
Terug te vorderen belastingen 761 1.535
Financiële activa op korte termijn 17 17
Liquide middelen 62.463 80.744
166.318 157.254
Totaal activa ( KEUR ) 400.704 393.074

(*) De verhoging van de voorraden, handelsvorderingen en overige vorderingen vergeleken met 31/12/2017 wordt hoofdzakelijk beïnvloed door de seizoensgebondenheid van de verkoop.

Toelichting
30/06/2018 31/12/2017
EIGEN VERMOGEN
Kapitaal en reserves toerekenbaar aan de
aandeelhouders van de vennootschap
Kapitaal 5.000 5.000
Omrekeningsverschillen -482 -569
Geconsolideerde reserves 162.224 157.260
OCI-afdeling van de reserves 1.370 1.307
168.112 162.998
Minderheidsbelangen -36 -36
Totaal eigen vermogen 168.076 162.962
SCHULDEN
Schulden op lange termijn
Financiële schulden op lange termijn 9 45.500 52.500
Schulden ten gevolge van personeelsverloningen 2 7.621 7.665
Uitgestelde belastingen 2 22.850 23.150
Voorzieningen 140 140
Overige schulden 1.441 5.025
77.552 88.480
Schulden op korte termijn
Ontvangen statiegeld 45.411 42.134
Financiële schulden op korte termijn 9 14.000 14.000
Schulden ten gevolge van personeelsverloningen 954 954
Handelsschulden (*) 68.103 62.034
Ontvangen voorschotten 356 600
Sociale schulden 12.162 15.045
Belastingschulden 2 2.701 2.672
Voorzieningen 4.252 240
Overige schulden 7.137 3.953
155.076 141.632
Totaal schulden 232.628 230.112
Totaal eigen vermogen en schulden ( KEUR ) 400.704 393.074

(*) De verhoging van de handelsschulden vergeleken met 31/12/2017 wordt hoofdzakelijk beïnvloed door de seizoensgebondenheid van de verkoop.

Geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten ( KEUR )

Toelichting 2018
(6 maanden)
2017
(6 maanden)
Netto–omzet 3,6 156.659 147.047
Wijziging in de voorraad afgewerkte producten en
halffabrikaten 1.443 1.635
Geproduceerde vaste activa 40 -
Aankopen van grond - en hulpstoffen en handelsgoederen -34.853 -29.170
Diensten en diverse goederen -65.849 -61.392
Personeelslasten -31.739 -29.516
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen (*) -9.281 -7.888
Overige bedrijfsinkomsten/(kosten) 1.376 370
Bedrijfsresultaat 6 17.796 21.086
Financiële opbrengsten 60 239
Financiële lasten -655 -1.074
Aandeel resultaat deelnemingen volgens
vermogensmutatiemethode - -
Resultaat vỏỏr belastingen 17.201 20.251
Belastingen 10 -4.676 -6.404
Halfjaarlijkse Winst 12.525 13.847
Andere opbrengsten en kosten over de periode:
Bruto wisselverschillen 87 -96
Belastingen -24 24
Aandeel resultaat deelnemingen volgens
vermogensmutatiemethode - -
Andere opbrengsten en kosten na belastingen 63 -72
Volledig resultaat over de periode 12.588 13.775
Winst toerekenbaar aan:
Aandeelhouders 12.525 13.847
Minderheidsbelangen - -
Volledig resultaat over de periode toerekenbaar aan:
Aandeelhouders 12.588 13.775
Minderheidsbelangen - -
Winst per aandeel toerekenbaar aan de aandeelhouders
(in EUR per aandeel) :
- gewoon 13 3,02 3,34
- verwaterd 13 3,02 3,34

(*) Er werden geen waardeverminderingen geboekt tijdens het eerste semester van 2018.

Mutatietabel van het geconsolideerd eigen vermogen ( KEUR )

Kapitaal Omrekenings
verschillen
Groepsreserves Totaal eigen
vermogen
Saldo per 1 januari 2017 5.000 -492 138.732 143.240
Volledig resultaat van 1ste semester 2017
Winst 13.847 13.847
Omrekenigsverschillen -96 -96
Belastingen op omrekeningsverschillen 24 24
Uitgekeerde dividenden -6.643 -6.643
Saldo per 30 juni 2017 5.000 -588 145.960 150.372
Saldo per 1 januari 2018 5.000 -569 158.531 162.962
Volledig resultaat van 1ste semester 2018
Winst 12.525 12.525
Andere elemente van het globaal resultaat -24 -24
Omrekenigsverschillen 87 87
Uitgekeerde dividenden -7.474 -7.474
Saldo per 30 juni 2018 5.000 -482 163.558 168.076

Geconsolideerd overzicht van de kasstromen ( KEUR )

Toelichting 30.06.2018 30.06.2017
Winst/(verlies) van het boekjaar 12.525 13.847
Aanpassingen voor :
Belastingen 10 4.676 6.404
Afschrijvingen en waardeverminderingen op materiële vaste activa 7.654 6.167
Afschrijvingen op immateriële activa 1.627 1.721
Verlies/ (winst) op de verkoop van materiële en immateriële vaste activa -16 -177
Niet betaalde lasten van personeelsverplichtingen 712 84
Financiële (inkomsten)/kosten 343 740
Bruto kasstromen uit de bedrijfsuitoefening 27.521 28.786
Wijzigingen in de behoefte van het werkkapitaal
Voorraden -3.428 -2.851
Handelsvorderingen en overige vorderingen -24.703 -22.837
Handels, sociale en overige schulden, schulden van personeels- 9.191 -1.689
verplichtingen, ontvangen statiegeld en voorzieningen op korte termijn
Kasstromen uit de bedrijfsuitoefening 8.581 1.409
Teruggekregen /(betaalde) belastingen -4.177 624
Netto kasstroom uit de bedrijfsuitoefening 4.404 2.033
Investeringen in materiële vaste activa 8 -7.919 -3.723
Inningen uit de verkoop van materiële en immateriële vaste activa 292 177
Investeringen in immateriële activa 8 -141 -2
Bedrijfscombinatie -114.166
Afschrijvingen op kapitaalsubsidies -118 -82
Netto kasstroom uit investeringsactviteiten -7.886 -117.196
Ontvangsten(+)/terugbetalingen (-) op leningen 9 -7.000 67.412
Dividenden uitgekeerd aan de aandeelhouders 14 -7.474 -6.642
Ontvangen intresten -19 18
Betaalde intresten -324 -758
Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten -14.817 60.030
Netto(afname)/toename in liquide middelen -18.299 -55.733
Liquide middelen per 1 januari 80.744 116.054
Wisselverschillen 18 -4
Liquide middelen per 30 juni 62.463 60.317

Toelichting op de geconsolideerde halfjaarrekening

1. Conformiteitsverklaring

De tussentijdse geconsolideerde halfjaarrekening omvat zowel die van Spadel NV als die van de dochterondernemingen (hierna samen genoemd "Spadel").

De tussentijdse geconsolideerde halfjaarrekening van Spadel werd opgesteld voor de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2018 in overeenstemming met de bepalingen van de IAS 34 norm "Tussentijdse financiële informatie", zoals gepubliceerd door de IASB ("International Accounting Standards Board") en aangenomen door de Europese Unie. Deze tussentijdse geconsolideerde halfjaarrekening moet samen worden gelezen met de IFRS conforme jaarlijkse geconsolideerde jaarrekening van het boekjaar 2017.

De boekhoudkundige principes die werden gehanteerd voor de verwerking van de tussentijdse jaarrekening zijn dezelfde als die voor het volledige boekjaar dat afsluit op 31 december 2017 in overeenstemming met de IFRS-referentie zoals gepubliceerd door het IASB en aangenomen door de Europese Unie. Deze waarderingsregels zijn weergegeven in bijlage 1: "Overzicht van de belangrijkste waarderingsregels" van de geconsolideerde jaarrekening afgesloten op 31 december 2017.

De volgende wijzigingen en jaarlijkse verbeteringen aan standaarden zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2018 en zijn goedgekeurd door de EU:

  • ✓ IFRS 9, 'Financiële instrumenten' (effectief vanaf 1 januari 2018). Deze standaard, die financiële instrumenten aan zowel activa als passivazijde betreft, beschrijft de voorwaarden voor opname, classificatie, en vervreemding van dit soort instrumenten, evenals de toegelaten waarderingsmethoden.
  • ✓ IFRS 15, 'Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten' (effectief 1 januari 2018). De IASB en FASB hebben gezamenlijk een standaard gepubliceerd betreffende de opname van opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten. De standaard zal resulteren in een betere financiële verslaggeving van opbrengsten en een betere globale vergelijkbaarheid van de opbrengsten die gerapporteerd worden in de jaarrekening. Entiteiten die IFRS toepassen zijn verplicht deze standaard toe te passen voor boekjaren beginnend vanaf 1 januari 2018.
  • ✓ Wijzigingen aan IFRS 15, 'Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten' verduidelijking (effectief vanaf 1 januari 2018). Deze wijzigingen verduidelijken de identificatie van de verschillende uitvoeringsverplichtingen, het boekhoudkundig verwerken van licenties die verband houden met intellectuele eigendom en de verschillen tussen principaal en agent verhoudingen. De wijziging bevat ook verduidelijkende voorbeelden.
  • ✓ Wijzigingen aan IFRS 4: 'Toepassing van IFRS 9 Financiële Instrumenten samen met IFRS 4 Verzekeringscontracten' (effectief vanaf 1 januari 2018): Deze wijzigingen voorzien in twee mogelijke benaderingen voor entiteiten die verzekeringscontracten onderschrijven binnen het toepassingsgebied van IFRS 4: een 'overlay'-benadering en een uitgestelde benadering. De gewijzigde standaard zal:
  • o De mogelijkheid voorzien voor alle entiteiten die verzekeringscontracten onderschrijven om de volatiliteit als gevolg van de eerdere toepassing van IFRS 9 op te nemen in het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten, eerder dan in het overzicht van de gerealiseerde resultaten.
  • o De mogelijkheid voorzien om aan entiteiten waarvan de voornaamste activiteiten verband houden met verzekeringen een tijdelijke uitzondering te verlenen voor het toepassen van IFRS 9 tot 2021. De entiteiten die de toepassing van IFRS 9 uitstellen, zullen de huidige IAS 39 standaard blijven toepassen.
  • ✓ IFRIC 22, Transacties uitgedrukt in vreemde munten en vooruitbetalingen: (effectief vanaf 1 januari 2018): Deze interpretatie heeft betrekking op transacties in vreemde munten of gedeelten van transacties in vreemde munten waar er sprake is van een vooruitbetaling uitgedrukt is een vreemde munt. De interpretatie bevat bijkomende informatie wanneer er één enkele betaling/ontvangst plaatsvindt evenals wanneer er meerdere betalingen/ontvangsten plaatsvinden. De bedoeling van deze interpretatie is om de huidige diversiteit in het verwerken van deze transacties te reduceren.

  • ✓ Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS standaarden 2014-2016 toepasbaar op de standaarden waarbij de veranderingen in IFRS 1 en IAS 28 in werking treden vanaf 1 januari 2018 en de veranderingen in IFRS 12 toepasbaar zullen zijn vanaf 1 januari 2017. De verbeteringen bestaan uitverduidelijkingen aangaande het toepassingsgebied van IFRS 12 'Toelichting van belangen in andere entiteiten' Deze aanpassingen dienen retrospectief toegepast te worden voor het boekjaar startend op 1 januari 2017.

  • ✓ Wijzigingen aan IFRS 2: Op aandelen gebaseerde betalingen (effectief vanaf 1 januari 2018): De wijziging verduidelijkt de waarderingsmethode voor in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties en de boekhoudkundige verwerking van aanpassingen van de betalingstransactie van in geldmiddelen afgewikkelde naar in eigen vermogensinstrumenten op aandelen gebaseerde betalingstransacties. Tevens voorziet de wijziging in een afwijking van de IFRS 2 principes om een betalingstransactie waarbij de werkgever een gedeelte van de betaling dient in te houden voor fiscale redenen en dit te moeten uitbetalen aan de fiscale autoriteiten te beschouwen als een in eigen vermogensinstrumenten op aandelen gebaseerde betalingstransactie.
  • ✓ Wijzigingen aan IAS 40, Vastgoedbeleggingen (effectief vanaf 1 januari 2018): De aanpassing verduidelijkt er een wijziging dient te zijn in het gebruik van vastgoedbeleggingen alvorens deze kunnen opgenomen of gereclassificeerd kunnen worden. Er dient een toetsing uitgevoerd te worden om te kunnen oordelen of het gewijzigde gebruik beantwoordt aan de definitie van een vastgoedbelegging, dewelke moet worden ondersteund met bewijsmateriaal.

De volgende nieuwe standaarden en wijzigingen aan standaarden werden gepubliceerd, maar zijn nog niet voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2018 en zijn goedgekeurd door de EU:

  • ✓ IFRS 16, 'Leaseovereenkomsten' (effectief vanaf 1 januari 2019). De standaard vervangt de huidige standaard, IAS 17, en is een grote verandering in de boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten door de leasingnemer. Volgens IAS 17 moest de leasingnemer een onderscheid maken tussen een financiële leasing (op te nemen in de balans) en een operationele leasing (dient niet opgenomen te worden in de balans). IFRS 16 daarentegen verplicht de leasingnemer een schuld te erkennen op de balans gelijk aan de toekomstige leasebetalingen en een 'right-of-use asset' voor vrijwel alle leaseovereenkomsten. Voor leasinggevers blijft de boekhoudkundige verwerking bijna geheel hetzelfde. De IASB heeft echter de definitie van een lease aangepast (alsmede de artikelen betreffende de combinatie en segregatie van overeenkomsten), waardoor leasinggevers ook geïmpacteerd worden door de nieuwe standaard. Volgens IFRS 16 bezit een overeenkomst een lease als de overeenkomst een recht tot controle van een geïdentificeerd actief bezit voor een bepaalde periode in ruil voor een vergoeding.
  • ✓ Wijzigingen aan IFRS 9, 'Voorafbetalingsmogelijkheden met negatieve compensatie' (effectief vanaf 1 januari 2019 binnen de EU). Amendement dat bedrijven toelaat bepaalde vooraf betaalbare financiële activa met zogenaamde negative compensatie te waarderen aan geamortiseerde kostprijs of tegen reële waarde via niet gerealiseerde resultaten, in plaats van aan reële waarde door winst of verlies, omdat deze anders de SPPI-test niet zouden doorstaan. Daarbovenop licht dit amendement een aspect van de boekhoudkundige behandeling van een wijziging aan een financieel passief toe.

De volgende nieuwe standaarden, wijzigingen en interpretaties aan standaarden werden gepubliceerd, maar zijn nog niet voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2018 en zijn nog niet goedgekeurd door de EU:

✓ IFRS 17, 'Verzekeringscontracten' (effectief vanaf 1 januari 2021). Deze standaard vervangt IFRS 4, dewelke momenteel een grote variatie aan boekhoudkundige praktijken voor verzekeringscontracten toelaat. IFRS 17 zal de boekhoudkundige behandeling door alle entiteiten die zulke contracten onderschrijven fundamenteel veranderen alsook de behandeling van investeringscontracten met discretionaire deelnamemogelijkheden.

  • ✓ IFRIC 23, Onzekerheid over de behandeling van inkomstbelastingen (effectief vanaf 1 januari 2019). Deze interpretatie verduidelijkt de boekhoudkundige behandeling van onzekerheden met betrekking tot inkomstenbelastingen. Deze interpretatie dient toegepast te worden voor de bepaling van belastbare winsten (belastingsverliezen), de belastbare basis, niet gebruikte belastingsverliezen, niet gebruikte belastingkredieten en belastingvoeten, in het geval dat er onzekerheid bestaat over de behandeling ervan onder IAS 12.
  • ✓ Wijzigingen aan IAS 28, 'Lange termijn belangen in geassocieerde entiteiten en joint ventures' (effectief 1 januari 2019). Verduidelijking met betrekking tot de behandeling van lange termijn belangen in een geassocieerde entiteit of joint venture waarop de vermogensmutatiemethode niet wordt toegepast, onder IFRS 9. Meer in het bijzonder, of de waardering en waardevermindering van dergelijke belangen zouden moeten gebeuren met behulp van IFRS 9, IAS 28 of een combinatie van beide.
  • ✓ Wijzigingen aan IAS 19, 'Planwijziging, inperking of afwikkeling' (effectief vanaf 1 januari 2019). De wijzigingen vereisen dat een entiteit geactualiseerde veronderstellingen gebruikt om de huidige aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten en de nettorentewaarde te bepalen voor de resterende periode na een wijziging, inperking of afwikkeling van het plan. Bovendien moet een entiteit in de winst- of verliesrekening als onderdeel van de pensioenkosten van verstreken diensttijd of als een winst of verlies bij afwikkeling, elke vermindering in de opbrengst opnemen, zelfs als dat overschot niet eerder werd opgenomen vanwege de impact van het activaplafond. De wijzigingen zijn van invloed op elke entiteit die de voorwaarden of het lidmaatschap van een toegezegd-pensioenregeling zodanig wijzigt dat er pensioenkosten van verstreken diensttijd of een winst of verlies bij de afwikkeling zijn.
  • ✓ Wijzigingen aan verwijzingen naar het conceptueel raamwerk in de IFRS-standaarden (effectief 1 vanaf januari 2020). Het herziene conceptuele raamwerk bevat een nieuw hoofdstuk over waarderingsregels, begeleiding bij het rapporteren van financiële prestaties, verbeterde definities en richtlijnen (met name de definitie van een verplichting); en verduidelijkingen op belangrijke gebieden, zoals de rol van rentmeesterschap, voorzichtigheid en meetonzekerheid bij financiële verslaggeving.
  • ✓ Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS standaarden 2015-2017, toepasbaar vanaf 1 januari 2019 en betrekkening hebbende op de volgende standaarden:
  • o IFRS 3 'Bedrijfscombinaties' en IFRS 11 'Joint Arrangements'. De amendementen m.b.t. IFRS 3 verduidelijken dat wanneer een entiteit zeggenschap verwerft over een gezamenlijke bedrijfsactiviteit ("joint operation"), vorige belangen in dat bedrijf geherwaardeerd moeten worden. De amendementen m.b.t. IFRS 11 verduidelijken dat wanneer een entiteit gezamenlijke controle verwerft over een gezamenlijke bedrijfsactiviteit ("joint operation"), de entiteit de vorige belangen in dat bedrijf niet worden geherwaardeerd.
  • o IAS 12 'Winstbelastingen'. De amendementen verduidelijken dat alle gevolgen van dividenden op de inkomstenbelastingen dienen erkend te worden in de winst- en verliesrekening, ongeacht hoe deze belasting ontstaat.
  • o IAS 23 'Financieringskosten'. De amendementen verduidelijken dat als één van de leningen blijft openstaan nadat het hiermee betrokken actief klaar is voor zijn vooropgesteld gebruik of verkoop, deze lening zal behoren tot de fondsen die een entiteit normaal leent voor het berekenen van kapitalisatierentevoet op algemene leningen.

De standaarden en wijzigingen aan standaarden die nog niet verplicht van toepassing zijn in 2018 werden door Spadel niet vervroegd toegepast. De analyse van de potentiële impact van deze standaarden en wijzigingen aan standaarden op de geconsolideerde jaarrekening van Spadel wordt momenteel onderzocht.

De nieuwe standaard IFRS 14 'Wettelijke uitgestelde rekeningen', de nieuwe standaard IFRS 17 'Verzekeringscontracten', de wijzigingen aan IAS 16 en IAS 41 met betrekking tot dragende planten, de wijzigingen aan IFRS 10 en IAS 28 met betrekking tot verkoop of inbreng van activa tussen een investeerder en zijn geassocieerde deelneming of joint venture, de wijzigingen aan IAS 40 'Vastgoedbeleggingen', en de wijzigingen aan IFRS 4: 'Toepassing van IFRS 9 Financiële Instrumenten samen met IFRS 4' zijn niet van toepassing op Spadel.

2. Basis van de voorstelling

2.1. Sluitingsdatum en voorstelling van de jaarrekening

De tussentijdse geconsolideerde jaarrekening van Spadel, opgesteld voor de periode van zes maanden die afsluit op 30 juni 2018, werd opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de IAS 34 norm waarbij het mogelijk is om een selectie van toelichtingen weer te geven. De tussentijdse geconsolideerde jaarrekening bevat dus niet alle door het IFRS voor de volledige jaarrekening vereiste toelichtingen en informatie; zij dient dus samen met de volledige jaarrekening van het boekjaar 2017 te worden gelezen, onder voorbehoud van enkele bijzonderheden eigen aan de opstelling van de hierna beschreven tussentijdse rekeningen. De tussentijdse geconsolideerde jaarrekening omvat een geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, een geconsolideerde balans, een geconsolideerd kasstroomoverzicht, een geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen evenals een selectie van toelichtingen.

De Raad van Bestuur heeft de publicatie van de IFRS conforme semestriële geconsolideerde jaarrekening afgesloten en goedgekeurd op 4 september 2018.

De tussentijdse geconsolideerde jaarrekening werd niet onderworpen aan een controle noch aan een beperkt onderzoek door de commissaris.

2.2. Bijzonderheden in de boekhouding en waardering van de tussentijdse jaarrekening

Voor de voorbereiding van de jaarrekening dient gebruik te worden gemaakt van schattingen en hypotheses voor de bepaling van de waarde van de activa en de passiva op de sluitingsdatum, evenals van de opbrengsten en kosten van het boekjaar. Terwijl de waarderingen in de jaaroverzichten zowel als in de tussentijdse overzichten vaak berusten op redelijke schattingen, dient bij de voorbereiding van de tussentijdse geconsolideerde jaarrekening meer een beroep te worden gedaan op waarderingsmethoden dan bij de financiële staat van een volledig boekjaar.

De schattingen en hypothesen die voor de voorbereiding van de tussentijdse geconsolideerde jaarrekening per 30 juni 2018 werden aangewend, zijn dezelfde als bij de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2017, met uitzondering van de hierna volgende gebieden.

Personeelsverloningen

Het bedrag van de schuld voor pensioenverplichtingen op 30 juni 2018 werd berekend door het engagement op 31 december 2017 op een semester te projecteren, rekening houdend met de uitbetaalde prestaties en de bewegingen van de dekkingsactiva in loop van het eerste semester van 2018. Voor die periode werd geen enkele actuariële veronderstelling die bij de berekening van het engagement in aanmerking werd genomen, in het bijzonder de disconteringsvoet, de inflatie en de verhoging van salarissen, gewijzigd.

Omzeterkenning

Vanaf 1 januari 2018 treedt de nieuwe standaard IFRS 15 "Omzet uit contracten aangegaan met klanten" in voege. Deze standaard betekent een verbetering inzake de financiële rapportering van de opbrengsten en draagt bij tot een verbetering van de vergelijkbaarheid van de gerapporteerde verkopen in de financiële verslaggeving op wereldvlak. Deze standaard zal voor de Groep echter geen significante impact hebben.

Het bedrijf heeft besloten om de vereenvoudigde retrospectieve methode toe te passen.

Op basis van bestaande contracten op 1.1.2018 is er geen significant effect op de openingsbalans. Als de onderneming bovendien IAS 18 zou blijven toepassen in de tussentijdse geconsolideerde financiële staten per 30.06.2018, zou er geen sprake zijn geweest van een belangrijke aanpassing om in aanmerking te nemen.

Volgens de huidige raming van de jaarlijkse volumeprijsvermindering, waarvan het percentage op de omzet wordt toegepast, zal er aan het eind van het jaar geen sprake zijn van een significante omzetomkering.

Financiële instrumenten

IFRS 9 « Financiële Instrumenten », treedt in werking op 1 Januari 2018. Deze standaard behandelt de classificatie, de waardering en de uitboeking van financiële activa en financiêle passiva en voorts de boekhoudkundige verwerking van de algemene indekking.

De waardevermindering op handelsvorderingen wordt bepaalde aan de hand van het « expected credit loss model ». De impact van de toepassing hiervan is voor de Groep verwaarloosbaar.

Belasting op het resultaat

In het kader van de tussentijdse afsluitingen, worden de (huidige en uitgestelde) belastingen voor elke fiscale eenheid berekend door op het resultaat van de periode het voor het lopende jaar geschatte jaarlijkse gemiddelde effectieve belastingtarief toe te passen.

De onregelmatig voorkomende kosten en opbrengsten

De kosten en opbrengsten van de activiteiten die op ongelijke wijze over de periode van een jaar verdeeld zijn, worden vooraf voorzien of uitgesteld tot op de dag van de tussentijdse sluitingsdatum en dit alleen maar als het past om dit soort kosten vooraf te voorzien of uit te stellen tot het einde van de jaarperiode.

3. Seizoensgebondenheid van de activiteiten

De activiteiten van Spadel zijn van nature erg seizoensgebonden. De klimaatschommelingen hebben een sterke invloed op het operationeel resultaat. Bijgevolg zijn de tussentijdse resultaten op 30 juni 2018 niet noodzakelijk indicatief voor de verwachtingen voor het hele boekjaar 2018.

In dit verband worden de omzet van het 1e semester van 2018 en die van het 1e semester van 2017, evenals de omzet voor de periode van 12 maanden, eindigend op 30 juni 2018 en die van het boekjaar 2017 hierna weergegeven:

In KEUR 30 juni 2018 30 juni 2017 30 juni 2018 31 december 2017
(6 maanden) (6 maanden) (12 maanden) (12 maanden)
Omzet 156.659 147.047 298.580 288.968

4. Significante gebeurtenissen en transacties van het eerste semester 2018

Wij noteren geen enkel buitengewoon element dat op significatieve wijze de activa, passiva, eigen vermogen, het netto resultaat of de cashflow van de groep beïnvloedt.

5. Belangrijke wijzigingen in de boekhoudkundige schattingen

Het resultaat van het eerste semester 2018 wordt op geen enkele aanzienlijke wijze beïnvloed door schattingswijzigingen van de bedragen die op het einde van het boekjaar 2017 voorkomen.

6. Sectoriële informatie

Conform de norm IFRS 8 'Operationele segmenten' wordt de informatie per operationeel segment van de interne organisatie van de activiteiten van de Groep afgeleid.

De gegevens per operationeel segment zijn gebaseerd op de informatie die door de directie gebruikt wordt om beslissingen te nemen in verband met de te bestemmen middelen en om de prestaties van de segmenten te evalueren. De toewijzing van de middelen en de evaluatie van de prestaties gebeuren op de verschillende markten; meer bepaald de Belux en de Nederlandse markt. Het segment 'Andere' omvat andere markten zoals het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, die niet voldoen aan de kwantitatieve criteria voor een afzonderlijke presentatie.

Elke markt heeft een segmentmanager die verantwoordelijk is voor het nemen van de beslissingen over de toekenning van middelen en de evaluatie van de prestatie. De gegevens per segment volgen dezelfde waarderingsregels als de gegevens die gebruikt worden voor de geconsolideerde financiële staten die in de nota's bij de financiële staten samengevat en beschreven worden.

De resultaten van de geografische sectoren volgens locatie van de klanten voor de eerste semesters, afgesloten op 30 juni 2018 en 2017, worden hieronder respectievelijk weergegeven:

Eerste semester 2018
In KEUR
Belux Nederland Bulgaria Overige Intersectoriële
eliminaties
Totaal
Externe verkopen 69.516 41.253 24.389 21.501 156.659
Interne sectoriële verkopen 37.127 41 -37.168 0
Totale verkopen 106.643 41.253 24.389 21.542 -37.168 156.659
Point in time 106.643 41.253 24.389 21.542 -37.168 156.659
Over time
Sectorieel resultaat 9.183 4.060 5.269 3.178 21.690
Niet betrokken elementen -3.894
Bedrijfsresultaat 17.796

De maatstaf voor de prestaties van elk segment die door de directie gebruikt wordt, is het resultaat per segment. De resultaten van een segment (sector) omvatten alle opbrengsten en kosten die direct toewijsbaar zijn, evenals alle opbrengsten en kosten die redelijkerwijze kunnen toegewezen worden.

De transfers en de transacties tussen sectoren worden gerealiseerd aan de normale marktvoorwaarden. Deze zijn identiek aan de voorwaarden voor externe partijen.

Een beperkt aantal van onze klanten groothandelaars vertegenwoordigt een aanzienlijk deel van onze inkomsten. De totale verkoop aan de klanten die individueel meer dan 10 % van de inkomsten van de Groep in 2018 vertegenwoordigen, wordt als volgt per segment verdeeld:

Eerste semester 2018
Segment Aantal klanten Verkoop ( KEUR )
Belux 3 39.395
Nederland 3 29.979
Overige 2 5.138
Totaal 8 74.512
Eerste semester 2017
In KEUR
Belux Nederland Bulgaria Overige Intersectoriële
eliminaties
Totaal
Externe verkopen 70.522 42.161 12.923 21.441 147.047
Interne sectoriële verkopen 24.244 -24.244 0
Totale verkopen 94.766 42.161 12.923 21.441 -24.244 147.047
Sectorieel resultaat 10.831 5.432 3.456 3.357 23.076
Niet betrokken elementen -1.990
Bedrijfsresultaat 21.086

Een beperkt aantal van onze klanten groothandelaars vertegenwoordigt een aanzienlijk deel van onze inkomsten. De totale verkoop aan de klanten die individueel meer dan 10 % van de inkomsten van de Groep in 2017 vertegenwoordigen, wordt als volgt per segment verdeeld:

Eerste semester 2017
Segment Aantal klanten Verkoop ( KEUR )
Belux 3 39.475
Nederland 2 18.521
Overige 2 5.342
Totaal 7 63.338

7. Verwerving en verkoop van dochterondernemingen

In de loop van het eerste semester 2018 werd er geen wijziging aangebracht in de structuur van de Groep.

8. Materiële en immateriële vaste activa

De investeringen van het eerste semester belopen 8.060 KEUR. Ze bestaan hoofdzakelijk uit verbeteringen aan een productielijn, de aankoop van glazen flessen en kratten te Spa.

9. Uitgiften, wederinkopen en terugbetalingen van schuld- of eigenvermogeninstrumenten

De groep heeft in de eerste trimester van 2018 de nodige terugbetaling gedaan overeenkomstig het terugbetalingsplan dat in 2017 werd vastgelegd voor de aankoop van Devin AD, voor een bedrag van 7.000 KEUR.

10. Belastingen ( KEUR )

De belastingkost voor het eerste semester is als volgt samengesteld:

2018 2017
(6 maanden) (6 maanden)
Vennootschapsbelasting
Aanpassingen belastingen van voorgaande periodes
5.002 6.385
Uitgestelde belastingen -326 19
Totale belastingkost 4.676 6.404

In het kader van de tussentijdse afsluitingen worden de (huidige en uitgestelde) belastingen voor elke vennootschap berekend door op het resultaat van het betrokken semester het voor het lopende jaar geschatte gemiddelde effectieve belastingtarief toe te passen.

11. Latente passiva en activa

Er zijn geen belangrijke wijzigingen geweest in de schatting van de latente passiva en activa tijdens het betrokken semester.

12. Gebeurtenissen na de afsluitingsdatum

Er zijn geen belangrijke gebeurtenissen te melden na de afsluiting van de balans op 30 juni 2018.

13. Resultaat per aandeel

13.1. Gewoon resultaat

Het gewoon resultaat per aandeel wordt berekend door de netto-winst die aan de aandeelhouders van Spadel toekomt te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen dat tijdens het boekjaar in omloop was.

2018 2017
(6 maanden) (6 maanden)
Winst voor de aandeelhouders 12.588 13.847
Gewogen gemiddelde gewone aandelen in omloop ( in
duizenden ) 4.150 4.150
Basisresultaat per aandeel ( EUR per aandeel ) 3,02 3,34

13.2. Verwaterd resultaat

Het verwaterd resultaat per aandeel wordt berekend door het gewogen gemiddeld aantal aandelen in omloop te verhogen met het aantal aandelen, voortvloeiend uit de omzetting van alle gewone aandelen met een potentieel dilutief vermogen (met correctie indien nodig) van de teller.

Spadel heeft geen effecten uitgebracht met een potentieel dilutief vermogen. Bijgevolg is het verwaterd resultaat per aandeel gelijk aan het gewoon resultaat per aandeel.

14. Dividend per aandeel

De dividenden gestort tijdens de eerste semesters van 2018 en 2017 bedroegen respectievelijk 7.471 KEUR (1,80 EUR bruto of 1,26 EUR netto per aandeel) en 6.642 KEUR (1,60 EUR bruto of 1,12 EUR netto per aandeel).

Tussentijds jaarverslag

Over het boekjaar op eind juni 2018 – Spadel Groep

1. OPMERKINGEN BIJ DE GECONSOLIDEERDE RESULTATEN

Omzetcijfer

De geconsolideerde netto-omzet, exclusief accijnzen en ecotaksen, bedraagt 156,7 miljoen euro voor het volledige eerste semester, wat neerkomt op een stijging van 6,5 % in vergelijking met vorig jaar.

Deze groei is hoofdzakelijk te danken aan de integratie van het Bulgaarse filiaal Devin EAD op de totaliteit van de 6 eerste maanden van het jaar, terwijl deze pas werden geconsolideerd vanaf de maand april in 2017. Bij constante perimeter bedraagt de groei van het omzetcijfer 1,2 %.

Bedrijfsresultaat

Het operationeel resultaat (EBIT) bedraagt 17,8 miljoen euro, wat neerkomt op een daling van 15,6% ten opzichte van 2017 (21,1 miljoen euro).

De weerslag van de integratie van de resultaten van het Bulgaarse filiaal Devin EAD op het volledige eerste semester, tegenover drie maanden in 2017, bedraagt 1,6 miljoen euro. Op vergelijkbare basis en met uitsluiting van de resultaten van Devin, bedraagt de daling van het operationeel resultaat eind juni 26,5 %.

De resultaten van deze eerste helft van het jaar worden ook ongunstig beïnvloed door een stijging van de promotie-uitgaven, de druk op onze verkoopprijzen, evenals de ongunstige evolutie van de prijs van bepaalde grondstoffen.

Deze daling is tevens gedeeltelijk het gevolg van verschillende niet-recurrente opbrengsten van meer dan 1 miljoen euro die het resultaat van 2017 gunstig hebben beïnvloed, zoals de overdracht van niet-productieve activa en de recuperatie van bedragen die verband houden met de vorige jaren

De operationele cashflow (EBITDA) bedraagt eind juni 2018 27,1 miljoen euro, tegenover 29,0 miljoen euro in 2017 (-6,5 %).

Financieel resultaat

De financiële opbrengsten bedragen 0,1 miljoen euro, wat een lichte daling is ten opzichte van vorig jaar (0,2 miljoen euro).

Over het boekjaar op eind juni 2018 – Spadel Groep

De financiële lasten bedragen 0,7 miljoen euro, een daling ten opzichte van vorig jaar (1,1 miljoen euro in 2017) dat werd beïnvloed door niet-recurrente financiële lasten die verband hielden met de overname van het bedrijf Devin EAD.

Belastingen

De belastingen voor het eerste semester bedragen 4,7 miljoen euro, tegenover 6,4 miljoen euro eind juni 2017. Dit is het gevolg van de daling van het resultaat voor belastingen en de effecten van de hervorming van de vennootschapsbelasting in België.

Nettoresultaat

De nettowinst bedraagt op het einde van het eerste semester 12,5 miljoen euro, een daling van 9,5% ten aanzien van 2017.

2. BALANSGEGEVENS

Op 30 juni 2018 bedroeg het eigen vermogen, gevaloriseerd volgens de IFRS-normen, 168,1 miljoen euro, tegenover 163,0 miljoen euro eind 2017. Het eigen vermogen dekt 71,7 % van de vaste activa.

De solvabiliteitsratio die overeenstemt met het bedrag van het eigen vermogen toegevoegd aan het totaal van de passiva, bedraagt dan weer 41,9 %.

De vlottende activa eind juni en meer specifiek de voorraden, de handelsvorderingen en ook de handelsschulden stijgen ten opzichte van eind 2017. Deze evoluties weerspiegelen de seizoensschommelingen van de activiteit en de omvangrijkere verkoop tijdens de zomermaanden.

De operationele activiteiten genereerden een brutokaspositie voor belastingen van 27,5 miljoen euro, tegenover 28,8 miljoen euro tijdens het eerste semester van 2017.

De kaspositie van de groep bedraagt op 30 juni 2018 62,5 miljoen euro.

Over het boekjaar op eind juni 2018 – Spadel Groep

3. INVESTERINGEN

De investeringen voor het eerste semester bedragen 8,1 miljoen euro. Ze houden hoofdzakelijk verband met de voltooiing van de installatie van een nieuwe productielijn in Spa voor het bottelen van de koolzuurhoudende PET-formaten van minder dan 1 liter; de aankoop van glazen flessen en van kratten voor Spa, Bru en Carola; een nieuw scanning systeem voor de glaslijn in Bru.

4. VOORUITZICHTEN VOOR 2018

Het operationeel resultaat van 2018 is onmiskenbaar beïnvloed door de uitzonderlijk gunstige weersomstandigheden van de maand juli en van begin augustus.

In deze context voorziet de groep een operationeel resultaat voor heel het boekjaar 2018 dat meer bedraagt dan het resultaat geboekt in 2017.

De groep behoudt het vertrouwen in de positieve evolutie van de markt van het gebotteld mineraalwater tijdens de komende maanden. Die overtuiging wordt nog versterkt door de trend van de consumenten die alsmaar meer kiezen voor gezondere, natuurlijke en caloriearme dranken.

De commerciële omgeving is echter alsmaar competitiever en wordt gekenmerkt door een sterke promotionele druk en een prijzenoorlog in de sector van de grootdistributie, waardoor de verkoopprijzen onder druk komen te staan.

De groep volgt de evolutie van de prijzen van de grondstoffen wel nauwlettend op, want de prijs van sommige grondstoffen stijgt aanzienlijk. Met het oog op deze evoluties doet Spadel verdere en intensere inspanningen om haar kostenstructuur te beheersen en haar rendabiliteit te garanderen.

Spadel streeft naar een duurzame ontwikkeling die wordt uitgewerkt rond haar sterke, regionale merken, en dit door te innoveren, te investeren in deze merken en de productietools, en door ondertussen ook zijn CO²-voetafdruk te verminderen.

Over het boekjaar op eind juni 2018 – Spadel Groep

5. CONTROLE

Tussentijds financiële toestand, opgesteld in overeenstemming met de internationale boekhoudnorm IAS 34, werd niet gecontroleerd door de commissaris.

6. INTERNE CONTROLE EN RISICOBEHEER

De Raad van Bestuur superviseert de implementatie van het referentiekader inzake de interne controle en het risicobeheer.

Het Auditcomité is onder andere belast met de volgende taken:

  • opvolging van het proces inzake de verwerking van de financiële informatie;
  • opvolging van de efficiëntie van de systemen voor interne controle en risicobeheer van de onderneming;
  • opvolging van de interne audit en zijn efficiëntie;
  • opvolging van de wettelijke controle van de jaarrekeningen van Spadel N.V. en de geconsolideerde rekeningen, met inbegrip van de opvolging van de vragen en aanbevelingen geformuleerd door de commissaris belast met de controle van de geconsolideerde rekeningen.

Bovendien heeft de onderneming in 2008 een Interne Auditor in dienst genomen die instaat voor de analyse en de evaluatie, op zelfstandige basis, van het bestaan en de werking van het systeem voor interne controle, alsook voor de formulering van aanbevelingen ter verbetering van dat systeem. De Interne Auditor rapporteert op hiërarchisch niveau aan de Financieel Directeur en op functieniveau aan de Voorzitter van het Auditcomité. Hij woont de vergaderingen van het Auditcomité bij en stelt het verslag op.

Het Auditcomité herziet jaarlijks het plan van de interne audit. Deze herziening gebeurt sedert 1 januari 2012 op basis van een risicocartografie welke door het Auditcomité op zijn vergadering van 15 november 2011 goedgekeurd werd. De Interne Auditor brengt eveneens regelmatig verslag uit aan het Auditcomité wat betreft de risico's die het resultaat kunnen beïnvloeden. Het Auditcomité brengt na elke vergadering verslag uit aan de Raad van Bestuur. Een kopie van het verslag wordt in synthesevorm overhandigd aan de Bestuurders.

Over het boekjaar op eind juni 2018 – Spadel Groep

Wat het proces van financiële verslaggeving betreft, heeft Spadel een systeem voor interne controle en risicobeheer opgezet, wat ervoor zorgt dat:

  • de financiële informatie, opgesteld in overeenstemming met de Belgische boekhoudkundige normen wat betreft Spadel N.V. en de Internationale Financial Reporting Standards (IFRS) op geconsolideerd niveau, binnen de wettelijke termijnen gepubliceerd wordt en een getrouw beeld weergeeft van het vermogen, de financiële toestand en het financiële resultaat van de Vennootschap en geconsolideerd alsook die van haar dochtervennootschappen opgenomen in de consolidatie;
  • het jaarverslag een getrouwe uiteenzetting omvat over de evolutie van de zaken en over de situatie van de onderneming en de filialen opgenomen in de consolidatie en dat de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee ze geconfronteerd worden, beschreven worden.

Er werden procedures opgesteld om te verzekeren dat de investeringen en de aankopen van producten en diensten gerealiseerd worden in het kader van de budgetten bepaald door de Raad van Bestuur en onder toezicht van de leden van het Uitvoerend Management. Een controlesysteem van de facturen betreffende deze operaties werd geïmplementeerd.

Er werden prestatie-indicatoren vastgesteld voor de verschillende industriële en commerciële operaties. Voor de prestaties van de markten en de operaties wordt op het niveau van het Uitvoerend Comité en de Raad van Bestuur een trimestriële reporting opgesteld.

De risicocartografie die het Auditcomité goedkeurde, identificeert de belangrijkste risico's. De Algemene Directie heeft een Risicobeheerscomité opgericht dat ervoor moet zorgen dat:

  • de voornaamste risico's (key risks) geïdentificeerd worden, het beheer van deze risico's wordt toegewezen aan een manager die eigenaar is van het risico en de gepaste verzachtende maatregelen worden genomen;
  • in alle activiteiten van de Groep en bij het bepalen van de strategie een "risk awareness" ontstaat.

Het Risicobeheerscomité heeft aan elke manager meegedeeld voor welke risico's hij/zij verantwoordelijk is.

De voornaamste risico's en onzekerheden die op de activiteiten van de onderneming wegen, zijn in dit beheersverslag beschreven.

Over het boekjaar op eind juni 2018 – Spadel Groep

7. ELEMENTEN DIE EEN INVLOED KUNNEN HEBBEN IN GEVAL VAN OPENBAAR OVERNAMEBOD

De Raad van Bestuur is niet op de hoogte van elementen die een invloed zouden kunnen hebben in geval van een openbaar aankoopbod, zoals bepaald in artikel 34 van het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot verhandeling op een gereglementeerde markt (BS 3 december 2007).

8. INDICATIES MET BETREKKING TOT DE RELATIES TUSSEN BEDRIJVEN

Er zijn in de loop van het eerste semester 2018 geen operaties geweest met betrekking tot artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen.

9. INDICATIES MET BETREKKING TOT DE TERUGKOOP VAN EIGEN AANDELEN

Er heeft in de loop van het eerste semester 2018 geen terugkoop van eigen aandelen met betrekking tot artikel 624 van het Wetboek van Vennootschappen plaatsgevonden.

10. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA DE AFSLUITING VAN HET BOEKJAAR

De Raad van Bestuur is niet op de hoogte van gebeurtenissen, na afsluiting van het boekjaar, die een belangrijke invloed op de halfjaarrekening kunnen hebben.

11. RISICOFACTOREN

Door haar activiteiten is de groep Spadel blootgesteld aan verschillende risicofactoren:

  • Wisselrisico: Het voornaamste deel van de activiteiten van de Groep Spadel is in de Eurozone. Enkel de activiteiten van Spadel UK en Devin AD worden genoteerd in vreemde valute, zijnde respectievelijk GBP en BGN. Enkel de activiteiten uitgevoerd in GBP dragen bij aan het wisselkoersrisico gezien de BGN tot nu toe is gekoppeld aan de Euro. Deze activiteiten dragen ten belope van 5 % bij tot de omzet van de Groep. Er zijn bovendien minder andere transacties in vreemde munt. Het wisselrisico is bijgevolg zeer beperkt.

SPADEL GROUP

Over het boekjaar op eind juni 2018 – Spadel Groep

  • Interestrisico: Behoudens de klassieke handelsschulden, bestaat het voornaamste deel van de schulden van de Groep uit ontvangen statiegeld. Deze schulden zijn niet interestdragend. De Groep houdt geen materiële langlopende interestdragende activa aan. De meeste financieele schulden van de Groep hebben een vast intrestpercentage. In het algemeen zijn het resultaat en de operationele geldmiddelen van de Spadel Groep grotendeels onafhankelijk van marktinterestschommelingen.
  • Prijsrisico: De financiële activa van de groep Spadel bestaan uit beleggingen zonder noemenswaardig risico en worden beheerd volgens het "goede huisvader"- beginsel. De voornaamste risico's waaraan de Groep is blootgesteld zijn de prijs van de PET-grondstof en de prijs van energie met zijn gevolgen op de vervoerskosten.
  • Kredietrisico: Het kredietrisico vloeit voort uit de liquide middelen en kasequivalenten, beleggingen bij financiële instellingen en handelsvorderingen. Wat de financiële instellingen betreft, worden enkel tegenpartijen aanvaard die door onafhankelijke derden met een minimale A rating werden beoordeeld. De Groep investeert eveneens op zeer korte termijn in handelspapier dat door haar vertrouwde bankiers wordt aangeraden. Het kredietrisico van de Groep concentreert zich voornamelijk bij een aantal belangrijke klanten. Hiervoor wordt een regelmatige debiteurenopvolging uitgevoerd. De directie verwacht niet dat die tegenpartijen in gebreke zullen blijven.
  • Liquiditeitsrisico: Een voorzichtig beheer van het liquiditeitsrisico houdt in dat men een voldoende aantal liquide middelen en verhandelbare effecten aanhoudt. Verder beschikt men over de nodige financieringsbronnen dankzij kredietfaciliteiten en heeft men de mogelijkheid om de geldbeleggingen te mobiliseren. De nodige flexibiliteit wordt gegarandeerd door de aanwezigheid van ongebruikte kredietlijnen.
  • Risico's inzake geschillen: De groep bekijkt op regelmatige basis haar blootstelling aan klachten en geschillen die in de normale loop van haar activiteiten kunnen ontstaan en maakt hiervoor de nodige voorzieningen.
  • Risico's verbonden aan de gang van zaken: de belangrijkste risico's en onzekerheden die op de gang van zaken van de onderneming wegen, zijn:
  • o de vragen omtrent de milieu-impact van onze producten;
  • o het gebreken in of de verontreiniging van een door de Groep verhandeld product;
  • o de beschikbaarheid en de volatiliteit van de grondstof- en energieprijzen;
  • o de steeds toenemende concentratie in de distributiesector;
  • o de stijging van de distributeurs- en eersteprijsmerken;
  • o de evolutie van de taksen op de verschillende soorten van verpakking.

SPADEL GROUP

Over het boekjaar op eind juni 2018 – Spadel Groep

12. CORPORATE GOVERNANCE

Het Corporate Governance Charter van Spadel definieert de governance regels van de Groep. Het Charter werd oorspronkelijk bepaald door de Raad van Bestuur tijdens zijn vergadering van 30 maart 2006. Het werd sindsdien herhaaldelijk herzien om de geschiede wijzigingen of aanpassingen te weerspiegelen.

Het Charter kan geraadpleegd worden op de corporate website van de Groep Spadel www.spadel.com. Het Charter steunt op de bepalingen van het Belgisch Wetboek inzake Corporate Governance (Wetboek 2009, gepubliceerd op de website www.corporategovernancecommittee.be) dat de onderneming als haar referentiecode heeft aangenomen, rekening houdende met de omvang en de karakteristieken van de Groep Spadel.

De onderneming publiceert in het jaarverslag van Spadel N.V. eveneens een 'corporate governance'-verklaring in overeenstemming met artikel 96, § 2 en 3 van het Wetboek van Vennootschappen.

* * *

4 september 2017 De Raad van Bestuur

Verklaring van de verantwoordelijke personen

VERKLARING VAN DE VERANTWOORDELIJKE PERSONEN

De ondergetekenden, Marc du BOIS, Gedelegeerd bestuurder van de Groep SPADEL en Didier DE SORGHER, Financieel Directeur van de Groep SPADEL, verklaren hierbij dat, voor zover hen bekend :

  • a) de verkorte tussentijdse geconsolideerde rekeningen, die betrekking hebben op het eerste semester van het boekjaar 2018, opgesteld werden in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards ("IFRS"). Zij geven een getrouw beeld weer van het vermogen, de geconsolideerde financiële situatie en het geconsolideerde financiële resultaat van de vennootschap SPADEL N.V. en van haar geconsolideerde dochtervennootschappen;
  • b) het tussentijds verslag een getrouw beeld geeft van de belangrijke gebeurtenissen en van de voornaamste transacties met verbonden partijen tijdens het eerste semester van het boekjaar 2018, alsmede een getrouw beeld van het effect van deze gebeurtenissen en transacties op de tussentijdse geconsolideerde rekeningen. Dit tussentijds verslag geeft ook een getrouwe beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee de Groep SPADEL geconfronteerd wordt.

Brussel, 4 september 2018

Didier DE SORGHER Marc du BOIS

Financieel Directeur Gedelegeerd bestuurder