AI assistant
Nextensa SA — Annual Report 2025
Mar 27, 2026
3982_rns_2026-03-27_6847dff8-73a3-4514-8a33-0e305043104b.pdf
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
2025 JAARVERSLAG

| 1 | NEXTENSAINHETKORT6 |
|---|---|
| 1.1. | Bedrijfsprofiel 7 |
| $\sim$ | $P_{\text{P}}$ |
|---|
| 2.1. | Visie, missie en waarden11 | |
|---|---|---|
| 2.2. Onze strategie13 | ||
| 2.3. Hoe wij waarde creëren16 | ||
| 2.4. Mijlpalen van 202517 | ||
| 2.5. Activiteitenverslag18 | ||
| 2.6. Toelichting bij de geconsolideerde resultatenrekening en balans26 | ||
| 2.7. Vooruitzichten 2026 28 | ||
| 3.1. | Ons duurzaamheidstraject 33 | |
|---|---|---|
| 3.2. Over het duurzaamheidsverslag van dit jaar36 | ||
| 3.3. Nextensa' s duurzaamheidsbeleid38 | ||
| 3.4. Nextensa's dubbele materialiteitsanalyse als basis voor onze | ||
| ESG-strategie39 | ||
| 3.5. Materiële IRO's en hun interactie met de strategie en | ||
| het bedrijfsmodel46 | ||
| 3.7. | (Her)ontwikkeling van KLIMAATADAPTIEVE gebouwen52 | |
|---|---|---|
| Energie- en Emissiebeheer 52 | ||
| Circulariteit77 | ||
| Gezonde en klimaatbestendige gebouwen82 | ||
| 3.8. Duurzame samenleving89 | ||
| Levendige wijken89 | ||
| 3.9. Investeren in menselijk kapitaal97 | ||
| De mensen van Nextensa97 | ||
| 3.10. Voorbeeldig bestuur102 | ||
| 4.1. | Corporate governance verklaring105 | |
|---|---|---|
| 4.2. Diversiteitsbeleid116 | ||
| 4.3. Compliance117 | ||
| 4.4. Interne controle en risicobeheer120 | ||
| 4.5. Andere betrokken personen121 | ||
| 4.6. Remuneratieverslag122 | ||
| 4.7. | Transacties met verbonden partijen - belangenconflicten129 | |
| 4.8. Inkoop van eigen aandelen131 | ||
| 4.9. Elementen die van aard zijn een gevolg te hebben in geval van | ||
| een openbare overnamebieding131 | ||
| 4.10. Risicofactoren134 | ||
| 5.1. | Belangrijkste (her)ontwikkelingsprojecten 2025143 | |
|---|---|---|
| 5.2. Vastgoedportefeuille146 | ||
| 6 | GECONSOLIDEERDESTATEN2025156 | |
|---|---|---|
| 6.1. Geconsolideerde financiële staten en toelichtingen157 | ||
| Verslag van de commissaris227 | ||
| 6.2. Geconsolideerde duurzaamheidsverklaringen234 |
| 7BIJLAGEN248 | |
|---|---|
| Lexicon 249 | |
| Alternatieve prestatiemaatstaven256 | |
| De communicatie van nextensa met stakeholders259 |
IDENTITEITSKAART NEXTENSA ............................... 262
- De wettelijk vereiste inhoud van het jaarverslag is verwerkt in volgende secties van dit 'jaarverslag', dat daarnaast ook niet-verplichte informatie bevat:
-
- Bedrijfsrapport;
-
- Corporate governance; en
-
- Geconsolideerde staten 2026.
-
We combineren het jaarverslag over de Belgische statutaire jaarrekening van Nextensa NV met het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening van de Nextensa groep. Andere rapporten en de websites waarnaar we verwijzen in dit 'jaarverslag', maken geen deel uit van het wettelijk verplichte jaarverslag.
- Met de Nextensa groep, we of de groep bedoelen we de geconsolideerde entiteit, dus de vennootschap Nextensa NV inclusief alle in de consolidatiekring opgenomen vennootschappen. Met Nextensa of de Vennootschap bedoelen we enkel die vennootschap.
- Het jaarverslag is verkrijgbaar in een Nederlandse ESEF-versie (European Single Electronic Format), een Nederlandse PDF-versie en een Engelse PDF-versie. De Nederlandse ESEF-versie is de originele versie en de andere versies zijn officieuze versies. Indien er toch verschillen tussen de verschillende taal- en format-versies zouden zijn, dan heeft die Nederlandse ESEF-versie voorrang.
- Vanwege de technische beperkingen die inherent zijn aan de blok-tagging van de geconsolideerde jaarrekening volgens het Europese enkelvoudige elektronische formaat, kan de inhoud van bepaalde tags van de toelichtingen mogelijk niet identiek worden weergegeven aan de bijbehorende geconsolideerde jaarrekening.
PERSONEN VERANTWOORDELIJK VOOR DE INHOUD
De leden van de raad van bestuur van Nextensa verklaren, voor zover hen bekend, dat:
- de financiële staten zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Nextensa en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
- het jaarlijks financieel verslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van Nextensa en van de positie van het bedrijf en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving bevat van de voornaamste risico's en onzekerheden, conform de verordening (EU) 2017/1129, waarmee zij geconfronteerd wordt.
TOEKOMSTGERICHTE VERKLARINGEN
Voor zover dit jaarverslag toekomstgerichte verklaringen omvat, zijn deze verklaringen onderhevig aan risico's en onzekerheden die tot gevolg kunnen hebben dat de feitelijke resultaten wezenlijk kunnen verschillen van de resultaten die door dergelijke toekomstgerichte verklaringen in dit jaarverslag kunnen worden verondersteld. Belangrijke factoren die dergelijke resultaten kunnen beïnvloeden zijn met name veranderingen in de economische situatie, geopolitieke, commerciële, fiscale, regelgevende en omgevingsfactoren.
Geachte aandeelhouders,
Met bescheiden trots kunnen we vaststellen dat 2025 voor Nextensa een bijzonder vruchtbaar jaar is geweest. Wat we in 2024 hebben voorbereid en opgestart, hebben we in 2025 met succes afgerond, met onder meer de verhuur van 38.000 m² kantoorruimte aan Proximus op Lake Side en de strategische aankoop van de BEL Towers.
Het vooropgestelde doel om te komen tot een stabiele en gezonde balans was daarbij geen abstract principe, maar een duidelijke leidraad. Dankzij een reeks weloverwogen desinvesteringen – waaronder de verkoop van de shoppingcenters Knauf in Luxemburg, de DIY-winkel in Diekirch en het Montecokantoorgebouw in Brussel – konden we dit doel ook daadwerkelijk realiseren. Als kers op de taart konden we bovendien een mooie meerwaarde realiseren op de verkoop van onze participatie in Retail Estates. Deze transacties illustreren onze financiële discipline en onze focus op waardecreatie op lange termijn.
Sinds de oprichting van Nextensa in 2021 verkochten we voor meer dan 550 miljoen euro aan activa, wat onze schuldgraad vandaag terugbrengt tot 37%. Het vrijmaken van deze liquiditeiten is geen doel op zich, maar een noodzakelijke stap om onze grote en uitdagende projecten met vertrouwen tegemoet te treden. In 2026 hopen we dan ook van start te gaan met Lake Side, waar naast het nieuwe hoofdkantoor van Proximus ook 670 appartementen zullen worden gerealiseerd. Lake Side vormt het orgelpunt van Tour & Taxis, een uitzonderlijke site die voor ons symbool staat voor wat stadsontwikkeling vandaag kan en moet zijn.
Tour & Taxis, dat een aanzienlijk deel van onze activiteiten omvat, blijft ondertussen verder groeien. Het is uitgegroeid tot een plek waar verschillende werelden elkaar ontmoeten: gezinnen die er tentoonstellingen en evenementen bezoeken, bewoners, sporters, werknemers en bezoekers die er dagelijks samenkomen. Dat deze site steeds meer als een vanzelfsprekende place to be wordt ervaren, sterkt ons in de overtuiging dat een gemengde en levendige stadsontwikkeling haar waarde bewijst.
Ook de verkoop van Park Lane 2 kende een succesvol verloop, waardoor vandaag nog slechts een tiental units beschikbaar zijn. Met de officiële opening van de Parkdreef, in aanwezigheid van de burgemeester en schepenen van de Stad Brussel, konden we bovendien een belangrijke ontwikkelingsfase afronden. Zulke momenten markeren niet alleen het einde van een project, maar ook het begin van een nieuwe dynamiek voor een buurt.
Met de ontwikkeling van de BEL Towers, een gemengd project van 110.000 m², zal Nextensa in de komende jaren verder haar stempel drukken op de Brusselse Noordwijk die zonder twijfel als een toekomstwijk van Brussel mag worden beschouwd. Dit project, gelegen naast het Noordstation, sluit perfect aan bij onze ambitie om een actieve rol te spelen in grootschalige, stedelijke en duurzame transformatieprojecten.
Ook in Luxemburg bleef Nextensa niet aan de zijlijn staan. Grossfeld, waarin wij een participatie van 50% aanhouden, zette er duidelijk de toon in de markt. Verschillende built-to-suit kantoorgebouwen werden opgestart, waaronder The Terraces (4.600 m²) voor een Zwitserse private bank en Eosys (12.000 m²) voor PwC. Daarnaast werd een nieuw residentieel project van 50 wooneenheden gelanceerd, waarvan inmiddels reeds de helft werd verkocht – een bemoedigend signaal in een markt die niet vanzelfsprekend is.
Dat het huidige geopolitieke klimaat, in combinatie met een vertragende economie, geen ideale omstandigheden creëert om te ondernemen, is een understatement. De vastgoedmarkt, die al geruime tijd onder druk staat, voelt dat een heropleving niet meteen voor de deur staat. Tegelijk is dit ook een periode van herbronning: van vernieuwen en zichzelf heruitvinden, maar evenzeer van het vasthouden aan duidelijke principes.
Voor Nextensa blijft de missie dan ook onveranderd: een duurzame vastgoedspeler zijn in al zijn facetten — van technische innovatie en architectuur tot stadsvernieuwing en het creëren van meerwaarde voor de omgeving. We zijn ervan overtuigd dat we de juiste weg zijn ingeslagen. Dat vertrouwen, gebaseerd op keuzes, resultaten en overtuiging, vormt de rode draad doorheen dit jaarverslag.
Opgemaakt te Brussel op 27 maart 2026
Michel Van Geyte Gedelegeerd bestuurder
Piet Dejonghe Voorzitter van de Raad van Bestuur


"Sinds onze oprichting in 2021 heeft Nextensa voor meer dan 550 M aan activa verkocht, waardoor onze schuldgraad is teruggebracht tot 38%. Het vrijmaken van dit kapitaal geeft ons de financiële capaciteit om de ambitieuze projecten te realiseren die wij in de loop van 2026 hopen op te starten."
Michel Van Geyte, CEO Nextensa
NEXTENSA IN HET KORT
1


1.1. BEDRIJFSPROFIEL
Nextensa is een toonaangevende vastgoedinvesteerder en -ontwikkelaar die duurzame en levendige ruimtes creëert om te wonen, werken en winkelen, met een focus op het creëren van waarde voor alle stakeholders.
Het bedrijf werd opgericht als een gereglementeerde Belgische vastgoedvennootschap onder de naam Leasinvest Real Estate en werd in 2021, na een fusie met Extensa, een gemengde vastgoedinvesteerder en -ontwikkelaar.
Nextensa bekleedt een unieke marktpositie door het combineren van recurrente huurinkomsten uit vastgoedinvesteringen met het meerwaardepotentieel van ontwikkelingsactiviteiten, waarbij authenticiteit en duurzaamheid centraal staan.
Nextensa beheert een kwalitatief hoogstaande investeringsportefeuille met een focus op kantooren retailvastgoed. Daarnaast engageert het bedrijf zich voor duurzame stadsontwikkeling door innovatieve en toekomstgerichte projecten te realiseren die bijdragen aan een aangename en gemengde leefomgeving. Een van de meest toonaangevende ontwikkelingen is de herontwikkeling van de iconische site Tour & Taxis in Brussel, een ambitieus project dat wonen, werken en ontspanning samenbrengt in een dynamische en groene stedelijke omgeving.
Nextensa is een beursgenoteerde geïntegreerde vastgoedgroep, genoteerd op Euronext Brussel en actief in Luxemburg, België en Oostenrijk.
1.2. BELANGRIJKSTE BEDRIJFSRESULTATEN

| Projectontwikkeling | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| UNDER CONSTRUCTIONUNDER CONSTRUCTIONIN CONSTRUCTIE | PERMITS OBTAINEDPERMITS OBTAINEDUNDER CONSTRUCTIONVERKREGEN VERGUNNING | UNDER CONSTRUCTION | PERMITS OBTAINEDIN STUDYIN STUDYPERMITS OBTAINEDUNDER CONSTRUCTION | UNDER CONSTRUCTIONIN STUDYIN STUDIE | ||
| HOUSERESIDENTIALRESIDENTIALRESIDENTIEEL | 1.340 m21.340 m21.340 m2 | 3.259 m23.259 m23.259 m2RESIDENTIALRESIDENTIAL | 32.140 m232.140 m21.340 m21.340 m2N/A32.140 m2 | N/A3.259 m23.259 m293.000 m293.000 m2N/ARESIDENTIALRESIDENTIAL | 32.140 m232.140 m21.340 m21.340 m225.000 m225.000 m2N/A93.000 m2 | N/A3.259 m23.259 m293.000 m293.000 m232.140 m232.140 m225.000 m2 |
| APARTMENT BUILDING 1OFFICESOFFICESKANTOREN | N/AN/AN/A | 9.700 m29.700 m29.700 m2OFFICESOFFICES | 59.935 m259.935 m226.648 m2N/AN/A59.935 m2 | 26.648 m29.700 m29.700 m237.500 m237.500 m226.648 m2OFFICESOFFICES | 59.935 m259.935 m258.000 m258.000 m226.648 m2N/AN/A37.500 m2 | 26.648 m29.700 m29.700 m237.500 m237.500 m259.935 m259.935 m258.000 m2 |
| OTHEROTHEROVERIGE | N/AN/AN/A | N/AN/AN/AOTHEROTHER | 9.547 m29.547 m2N/AN/AN/A9.547 m2 | N/AN/AN/AN/AN/AN/AOTHEROTHER | 9.547 m29.547 m2N/AN/AN/AN/AN/AN/A | N/AN/AN/AN/AN/A9.547 m2N/A |
| TOTAAL1.340 m2RESIDENTIAL1.340 m23.259 m2Sociaal | 233.462 m2122.607 m23.259 m232.140 m2 | TOTALTOTAL32.140 m2N/A | 233.462 m2233.462 m2TOTALN/A93.000 m2 | € 16,5 M122.607 m2122.607 m2TOTALgeconsolideerd ontwikkelingsresultaat93.000 m225.000 m2 | 233.462 m2233.462 m225.000 m2 | 122.607 m2122.607 m2TOTALTOTAL |
| N/ATEAMOFFICESN/A9.700 m2N/AOTHERN/AN/A | 9.700 m259.935 m2N/A9.547 m2 | 59.935 m226.648 m255 teamleden9.547 m2N/A | 26.648 m237.500 m2N/AN/A | 37.500 m2GENDER DIVERSITY58.000 m2N/AN/A | 58.000 m251% vrouwN/A49% man | |
| Duurzaamheid | ||||||
| PROVIDING OPPORTUNITIESTOTAL | TOTAL47,2%233.462 m2EU Taxonomieafstemming(Omzet) | 233.462 m2 | 122.607 m2 | 122.607 m2CO2 voetafdruk Scope 1:CO2 voetafdruk Scope 2: | 43,23 ton CO2 (-63% cfr. 2021)10,27 ton CO2 (-36% cfr. 2021) | |

2
BEDRIJFSRAPPORT



2.1. VISIE, MISSIE EN WAARDEN
Visie
Missie
LEADING BY EXAMPLE IN LONG-TERM URBAN DEVELOPMENT
Nextensa gelooft dat duurzame waardecreatie in vastgoed een langetermijnengagement, verantwoord bestuur en meetbare impact vereist.
Onze ambitie is om als vertrouwde stedelijke partner het voorbeeld te geven en verantwoordelijkheid op te nemen van concept tot exploitatie.
Gedreven door een transparant ESG-kader en in lijn met de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) streven wij ernaar blijvende maatschappelijke, ecologische en economische waarde te creëren.
"Als vastgoedontwikkelaar en -verhuurder wil Nextensa toekomstige steden vormgeven door een mix van functies te integreren in grootschalige gemengde stedelijke vastgoedprojecten met ecologische en sociale meerwaarde, waarbij kansen worden geïdentificeerd en omgezet in duurzame welvaart voor alle stakeholders."
WE CREATE PLACES PEOPLE PREFER
Nextensa is een lang termijn vastgoedinvesteerder en -ontwikkelaar actief in België, het Groothertogdom Luxemburg en Oostenrijk.
Wij investeren in, ontwikkelen en beheren grootschalige gemengde stedelijke vastgoedprojecten en transformeren deze tot kwalitatieve mixed-use omgevingen die duurzaam in de stad zijn verankerd.
Door een langetermijninvesteringsvisie te combineren met ontwikkelings- en beheerexpertise over de volledige levenscyclus, creëren wij duurzame waarde voor steden, gemeenschappen en alle stakeholders.
Waarden
PASSION BUILT ON TRUST
Nextensa stimuleert een cultuur van vertrouwen, autonomie en verantwoordelijkheid. Wij bouwen op de expertise, betrokkenheid en intrinsieke motivatie van onze medewerkers, met focus op resultaat en lange termijn waarde creatie. Door te investeren in persoonlijke en professionele ontwikkeling stellen wij onze teams in staat op hoog niveau te presteren en betekenisvol bij te dragen aan onze organisatie en de samenleving.

1 - Partnershap
Duurzame stedelijke ontwikkeling vereist nauwe samenwerking. Nextensa werkt in partnerschap met overheden, gemeenschappen, investeerders en andere stakeholders, en bouwt lange termijn relaties op gebaseerd op transparantie, afstemming en gedeelde verantwoordelijkheid.
2 - Ondernemerschap
Ondernemerschap staat centraal in onze aanpak. Wij anticiperen op trends, nemen initiatief en beheren complexiteit met een langetermijnperspectief. Zo zetten wij opportuniteiten om in duurzame waarde, met een gedisciplineerde benadering van risicobeheer en kapitaalallocatie.
3 - Excellence
Wij hanteren hoge standaarden op het vlak van ontwerp, uitvoering, governance en exploitatie.
Onze focus op continue verbetering en kwaliteit resulteert in robuuste, toekomstbestendige projecten die gewaardeerd worden door gebruikers en op lange termijn positief bijdragen aan de stad.
4 - Betrouwbaarheid
Als lange termijn investeerder en -ontwikkelaar vormt betrouwbaarheid de kern van onze rol als vertrouwde partner.
Wij handelen integer, respecteren onze engagementen en bieden duidelijkheid en consistentie gedurende de volledige projectlevenscyclus.
5 - Positief verrassen
Wij streven ernaar verwachtingen te overtreffen.
Door doordachte keuzes, innovatie en aandacht voor detail creëren wij meerwaarde voor gebruikers, omwonenden en steden en versterken wij levenskwaliteit en lange termijn impact.
2.2. ONZE STRATEGIE
Nextensa opereert als een investeerder en ontwikkelaar dat stabiele huurinkomsten uit de investeringsportefeuille combineert met waarde creatie via ontwikkelingsactiviteiten. Deze dubbele rol zorgt ervoor dat elk project wordt opgevat met een langetermijnvisie. Duurzaamheid vormt een kernpijler van onze strategie. Door milieu-, sociale en governance-aspecten te integreren over de volledige vastgoedlevenscyclus creëren wij economische waarde én positieve maatschappelijke en ecologische impact voor onze stakeholders.
Deze lange termijn benadering versterkt de rol van Nextensa als trusted urban partner.
ONZE STRATEGISCHE PRIORITEITEN:
1. TOEKOMSTBESTENDIGE
DUURZAME PROJECTEN
2.
HET IN EVENWICHT HOUDEN VAN NEXTENSA'S HYBRIDE MODEL Gare Maritime - Tour & Taxis
Toekomstbestendige duurzame projecten
Nextensa creëert places you prefer, gebaseerd op drie pijlers:
1 (HER)ONTWIKKELEN VAN KLIMAATADAPTIEVE GEBOUWEN
Nextensa ontwikkelt en investeert in gebouwen die energieprestaties optimaliseren, koolstofintensiteit verlagen en operationele efficiëntie en veerkracht bevorderen over hun volledige levenscyclus.
Het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, doordachte materiaalkeuzes en efficiënt waterbeheer beperken operationele risico's en versterken de waarde van activa.
Innovatie en nieuwe technologieën worden selectief geïntegreerd om prestaties, aanpasbaarheid en lange termijn weerbaarheid te verbeteren.
2 HET CREËREN VAN DUURZAME GEMEENSCHAPPEN
Nextensa ontwikkelt levendige en gezonde wijken met een mix van functies. Deze 15-minutenwijken bevorderen nabijheid, toegankelijkheid en zachte mobiliteit, verminderen afhankelijkheid van autoverkeer en creëren ruimte voor kwalitatieve publieke ruimte, groenvoorzieningen en biodiversiteit. Culturele en sociale functies versterken het gemeenschapsleven. Voor alle ontwikkelingsprojecten streeft Nextensa naar hoge duurzaamheidsstandaarden en internationaal erkende certificeringen.
3 INVESTEREN IN MENSELIJK KAPITAAL
Mensen staan centraal in het lange termijn succes van Nextensa. De onderneming investeert in haar medewerkers en betrekt actief externe stakeholders om samenwerking, kennisdeling en co-creatie te stimuleren. Via sociale partnerschappen en duurzame initiatieven draagt Nextensa bij aan sterke en veerkrachtige gemeenschappen en creëert zij gedeelde waarde binnen haar B2B- en B2C-ecosystemen.

Meer informatie over Nextensa's ESG beleid kan teruggevonden worden in hoofdstuk 3: Duurzaamheidsverslag
Balancing Nextensa's hybrid model
Om lange termijn groei en toekomstige duurzame projecten te ondersteunen, combineert Nextensa financiële discipline met actief portefeuillebeheer.
Het hybride model — recurrente huurinkomsten aangevuld met ontwikkeling gedreven waard creatie — biedt flexibiliteit, beperkt risico's en versterkt Nextensa's rol in stedelijke transformatie.
FINANCIËLE GEZONDHEID
Nextensa focust op een sterke balans en het verlagen van de schuldgraad via actief schuldbeheer en versterking van het eigen vermogen.
De verkoop van niet-kernactiva maakt deel uit van deze strategie om schulden af te bouwen en kapitaal vrij te maken voor duurzame projecten.
ACTIEF PORTEFEUILLEBEHEER
Nextensa past een actieve portefeuillebeheerstrategie toe op haar vastgoedactiva.
Door continue evaluatie — inclusief selectieve investeringen, herontwikkelingen en desinvesteringen — wordt de portefeuille afgestemd op de strategische prioriteiten, wordt kapitaal optimaal gealloceerd en wordt lange termijn waarde creatie ondersteund.

UPSTREAM Brownfields Existing buildings Capital Materials Knownledge
UPSTREAM brownfields bestaande gebouwen
kapitaal materialen kennis
2.3. HOE WIJ WAARDE CREËREN
Nextensa's businessmodel is gebaseerd op twee kernactiviteiten: investeringen en ontwikkelingen. Binnen beide activiteiten streeft Nextensa naar lange termijn waarde creatie voor people, planet en profit over de volledige vastgoedwaardeketen — van verwerving en ontwerp tot exploitatie en desinvestering (upstream en downstream).
Nextensa identificeert en verwerft strategische upstream componenten, waaronder de acquisitie van gebouwen en brownfieldsites, het veiligstellen van kapitaal, de selectie van technologieën en materialen, energieoplossingen en het aantrekken van talent.
Elke investeringsbeslissing wordt getoetst aan financiële haalbaarheid, strategische afstemming en duurzaamheidscriteria, in lijn met de investerings- en ESG-doelstellingen.
ONTWIKKELINGSACTIVITEITEN
Ontwikkelingsactiviteiten omvatten projectontwikkeling en bouwmanagement, waarbij upstream-input wordt omgezet in kwalitatieve mixed-use projecten met blijvende meerwaarde voor steden en stakeholders. Nieuwe projecten focussen op: energie-efficiëntie, hernieuwbare energie, vermindering van embodied carbon, water-efficiëntie, gezonde binnen omgevingen, biodiversiteit, kwalitatieve publieke en groene ruimte. Innovatie in technologie en processen versterkt prestaties en toekomstbestendigheid.
INVESTERINGSACTIVITEITEN
Investeringsactiviteiten omvatten property- en assetmanagement en selectieve desinvesteringen. Via actief portefeuillebeheer optimaliseert Nextensa continu gebouwprestaties met focus op kostenbeheersing, operationele efficiëntie en ESG-verbetering. De portefeuille evolueert richting lagere emissies, betere energieprestaties en gezondere binnen- en buitenomgevingen, ondersteund door monitoringsystemen en data gedreven besluitvorming. Nextensa werkt samen met huurders en bewoners om milieu-impact te verlagen en gemeenschapsvorming te versterken. Initiatieven zoals energiegemeenschappen en strategische partnerschappen dragen bij aan veerkrachtige activa en een sterk ecosysteem rond de portefeuille.

2.4. MIJLPALEN VAN 2025
-
• Proximus selecteerde Nextensa als voorkeursbieder om exclusieve onderhandelingen te voeren over de ontwikkeling van haar Brusselse campus en de verwerving van haar torens aan het Noordstation. Q1 Q3
- • In februari verkocht Nextensa beide Knauf-shoppingcentra in Pommerloch en Schmiede voor een totaalbedrag van € 165,75 miljoen.
- • De bouwwerken voor het kantoorgebouw Stairs (9.000 m²) in Cloche d'Or (Luxemburg) gingen van start.
- • Het openbaar onderzoek voor het ontwikkelingsproject Lake Side op de site van Tour & Taxis werd opgestart.
-
• Nextensa ondertekende een lange termijn huurovereenkomst van 15 jaar met Proximus. Vanaf 2027 start de gefaseerde verhuis naar Tour & Taxis. Begin 2029 zal de volledige Proximus Brussels Campus op de site gevestigd zijn, hoofdzakelijk in een nieuw te ontwikkelen kantoorgebouwen binnen het Lake Side-project. Q2 Q4
- • In april verwierf Nextensa van Proximus de iconische kantoorgebouwen aan het Brusselse Noordstation. Daarnaast nam Nextensa de bestaande stedenbouwkundige en milieuvergunning over van Immobel.
- • Tour & Taxis kende een hernieuwde retaildynamiek met de opening van Proxy Delhaize in Gare Maritime.
- • In juni sloot Nextensa, samen met Promobe via hun joint venture Grossfeld, een belangrijke huurovereenkomst met PwC Luxembourg (9.488 m²) in het toekomstige Eosys-gebouw (12.000 m²) in Cloche d'Or.
- • Nextensa diende een nieuwe vergunningsaanvraag in voor het kantoorgebouw Treemont (2.800 m²) in Brussel en een aangepaste aanvraag voor het Lake Sideproject in Tour & Taxis.
-
• In augustus verkocht Nextensa haar volledige participatie van 8,99% in de Belgische GVV Retail Estates, goed voor een opbrengst van € 89,6 miljoen.
-
• Na de zomer verkochten Nextensa en ION 100% van hun aandelen in Monteco BV, eigenaar van het Monteco-gebouw in Brussel, aan Caisse d'Épargne et de Prévoyance Hauts de France voor een waardering van € 28 miljoen.
-
• In september verkocht Nextensa een retailpand in Ingeldorf (Luxemburg) aan de Luxemburgse Staat. De transactie vertegenwoordigde een nettobedrag van € 19,6 miljoen.
-
• Eind oktober verkreeg Nextensa een positief advies van de overlegcommissie voor het kantoorgebouw Treemont (2.800 m²) in Brussel.
-
• Het B&B Hotel Luxembourg Cloche d'Or werd midden juli 2025 opgeleverd en opende officieel de deuren op 1 september 2025.
- • In oktober ondertekenden Nextensa en Promobe, via hun joint venture Grossfeld, een negenjarige huurovereenkomst met een toonaangevende financiële instelling voor het volledige Terraces-gebouw (4.703 m²) in Cloche d'Or (Luxemburg).
- • Nextensa behaalt het Excellence-niveau in de ESG Transparency Award en wordt erkend met de Leading Status.
- • Oplevering van de residentiële ontwikkeling Park Lane op Tour & Taxis (Brussel).
- • De residentiële verkoopgraad in Park Lane Fase II bereikte 93%.
- • Naar aanleiding van het advies van de overlegcommissie diende Nextensa op het einde van het jaar een aangepaste vergunningsaanvraag in voor het Lake Side-project.
2.5. ACTIVITEITENVERSLAG
Sterke resultaten over 2025 bevestigen de strategie van Nextensa
Nextensa sloot het boekjaar 2025 af met sterke resultaten, waarmee een duidelijke stijging van de winstgevendheid werd bevestigd (+€ 33,8 M), gedreven door een hogere bijdrage van de ontwikkelingsactiviteiten (+€ 1,8 M), lagere financieringskosten (-€ 9,2 M) en een verdere versterking van de balans.
In 2024 en 2025 realiseerde Nextensa meerdere gerichte transacties voor een totaalbedrag van € 360 M. Als rechtstreeks gevolg van deze gedisciplineerde kapitaalrecyclage verlaagde Nextensa haar schuldgraad van 45,39% naar 38,80%, wat de financiële flexibiliteit aanzienlijk versterkte en de capaciteit van de Groep vergrootte om de volgende fase van haar ontwikkelingspipeline te financieren, met Lake Side en BEL Towers als kernprojecten.
Deze projecten worden in 2026 opgestart (onder voorbehoud van vergunning en commercialisatie) en zullen een bouwkost van ongeveer € 265 M met zich meebrengen voor de Proximus HQ en de residentiële toren in Lake Side en ongeveer € 300 M voor de BEL Towers, een gemengde herontwikkeling van 115.000 m².
JAARLIJKSE RENDABILITEIT ONDERSTEUND DOOR DE UITVOERING VAN DE STRATEGIE
Over het volledige boekjaar 2025 realiseerde Nextensa een nettoresultaat (aandeel van de groep) van € 33,2 M, of € 3,29 per dividendgerechtigd aandeel, tegenover -€ 10,8 M een jaar eerder.
Deze positieve evolutie van de rendabiliteit is voornamelijk toe te schrijven aan de verhoogde bijdrage van de ontwikkelingsactiviteiten, de daling van de financiële lasten en een gedisciplineerd operationeel en financieel beheer.
In een volatiele marktomgeving heeft de portefeuille vastgoedbeleggingen haar veerkracht aangetoond, met beperkte waardecorrecties over het boekjaar.
KAPITAALRECYCLAGE EN STRATEGISCHE MIJLPALEN
In de loop van 2025 zette Nextensa haar actief kapitaalrecyclagebeleid voort via meerdere gerichte transacties die haar financiële positie aanzienlijk hebben versterkt. Deze omvatten onder meer de verkoop van de Knauf-winkelcentra, het retailpand in Ingeldorf, het kantoorgebouw Monteco en de verkoop van de participatie van de groep in Retail Estates. Daarnaast bevestigde Proximus de site Tour & Taxis als locatie voor haar toekomstige hoofdzetel, met de volledige voorverhuring van het kantoorproject Lake Side (38.000 m²).
VASTGOEDBELEGGINGEN: VEERKRACHTIGE OPERATIONELE PRESTATIES
De like-for-like huurinkomsten stegen met meer dan 3% over het boekjaar, dankzij de aanhoudend sterke prestaties van Tour & Taxis en de bijdrage van grootschalige renovaties, waaronder Moonar in Luxemburg. De netto-huurinkomsten daalden evenwel in absolute waarde, in lijn met de desinvesteringsstrategie van de groep.
ONTWIKKELINGSPROJECTEN VERLOPEN VOLGENS DE DOELSTELLINGEN
Op Tour & Taxis bleef de site haar positie als referentie voor gemengde stedelijke ontwikkeling versterken, ondersteund door een toenemend aantal evenementen, permanente huurovereenkomsten en bezoekers. Op balansdatum was 96% van de appartementen van de tweede fase van het Park Lane-project verkocht of gereserveerd en waren alle residentiële gebouwen opgeleverd.
In Cloche d'Or, Luxemburg, zette Nextensa de ontwikkeling van het Grossfeld-project verder, waarin de groep een participatie van 50% aanhoudt. Verschillende built-to-suit-kantoorprojecten werden veiliggesteld, waaronder The Terraces (4.600 m²) voor de Zwitserse private bank Lombard Odier en Eosys (12.000 m²) voor PwC. Daarnaast werd een nieuw residentieel project van 50 wooneenheden gelanceerd, waarvan ongeveer de helft reeds werd verkocht.
ACTIEF FINANCIEEL BEHEER EN VERLAGING VAN DE SCHULDGRAAD
Actief financieel beheer bleef gedurende het volledige boekjaar een prioriteit. De gemiddelde financieringskost stabiliseerde zich op 2,90%, ondersteund door de afdekkingsstrategie van de groep en de geleidelijke afbouw van de financiële schuld.
Het merendeel van de kredietlijnen die vervallen in 2026 werd inmiddels verlengd. Met een beschikbare financieringsmarge van € 169 M op de kredietlijnen per einde van boekjaar 2025, verhoogd tot meer dan € 200 M na de verkoop van Gewerbepark Stadlau midden januari 2026, kan de private obligatie van € 100 M met vervaldag in november 2026 worden terugbetaald met bestaande kredietlijnen. Tegelijk blijft voldoende ruimte behouden blijft om lopende projecten te financieren, waaronder de nieuwe hoofdzetel van Proximus op Tour & Taxis.
DIVIDEND
Gelet op de sterke financiële resultaten en de versterkte balans stelt de raad van bestuur aan de gewone algemene vergadering van aandeelhouders voor om een dividend van € 1,00 per aandeel uit te keren.
VOORUITZICHTEN
Ondanks een economische omgeving die gekenmerkt blijft door onzekerheid en uitdagende marktomstandigheden, start Nextensa de volgende fase van haar strategie met een versterkte balans, gecontroleerde financieringskosten, een comfortabele financiële marge en een hoogwaardige ontwikkelingspijplijn. De groep is aldus goed gepositioneerd om op lange termijn duurzame waardcreatie voor al haar stakeholders voort te zetten, gesteund door een rigoureuze uitvoering, selectieve investeringen en een blijvende inzet voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Tour & Taxis - Brussel

Building the future and reshaping cities

Tour & Taxis verstevigt zijn groei dankzij een hoog activiteitsniveau in 2025
In 2025 bleef de site Tour & Taxis een hoog activiteitsniveau optekenen. In de Gare Maritime opende in april de nieuwe Proxy Delhaize-winkel en werd een nieuwe huurovereenkomst afgesloten met Bldr (boulderen). Als gevolg daarvan bedraagt de bezettingsgraad vandaag 88% voor de kantoren en 93% voor de retailoppervlakten op de site.
De talrijke evenementen die op de site werden georganiseerd, droegen bij tot een aanzienlijke stijging van het aantal bezoekers. Het evenementenseizoen werd succesvol geopend met de Ceramic en Affordable Art Fairs, gevolgd door de tentoonstelling Amazônia, naast andere culturele hoogtepunten. De Boekenbeurs, een vaste waarde op Tour & Taxis, kende een opmerkelijke opkomst en verwelkomde 10.000 extra bezoekers. Voor het vierde opeenvolgende jaar ontving de Gare Maritime het internationale padeltoernooi Lotto Brussels Premier Padel, onderdeel van het Premier Padel Circuit. Met 5.000 extra bezoekers dit jaar blijft het evenement jaar na jaar groeien.
In september 2025 heeft Nextensa samen met de Stad Brussel officieel de Parkdreef ingehuldigd en de voltooiing van fase II van het Park Lane-project gemarkeerd, een belangrijke mijlpaal in de verdere ontwikkeling van de site Tour & Taxis. Het residentiële project Park Lane, fases I en II, omvat ongeveer 700 appartementen. Tegen het einde van Q4 2025 waren 333 appartementen verkocht of gereserveerd van Park Lane fase II, wat overeenkomt met 96% van het totale aantal wooneenheden. Het project werd afgerond in Q4 2025.
Op 30 juni 2025 diende Nextensa een gewijzigd vergunningsaanvraag in voor het Lake Sideproject, waarin rekening werd gehouden met de opmerkingen van omwonenden en overheden. Na de overlegcommissie van 12 november 2025, die tien specifieke voorwaarden formuleerde, werd op 23 december 2025 een gewijzigd dossier ingediend om alle resterende aandachtspunten te behandelen. Het Lake Side-project vormt de laatste fase van de stedelijke ontwikkeling van de site Tour & Taxis en is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de bestaande vijvers. De vergunning wordt verwacht tegen het einde van Q1 2026.


De verdere ontwikkeling van een stadswijk in Luxemburg-stad in joint venture met de Luxemburgse ontwikkelaar Promobe.
KANTOORGEBOUWEN
| Project | Status | Details | Verhuring |
|---|---|---|---|
| Emerald | Opgeleverd Q4 2023 | Ca. 7.000 m²: 6 bovengrondse en1 ondergrondse verdieping | 100% verhuurd: Intertrust,PwC en Stibbe |
| White House | Opgeleverd Q1 2024 | Ca. 7.000 m²: 6 bovengrondse en1 ondergrondse verdieping | 100% verhuurd: Intertrust |
| Terraces(formerlyLofthouse) | In aanbouw – opleveringverwacht in Q2 2027 | Ca. 5.000 m²: 5 bovengrondse en1 ondergrondse verdieping | 100% verhuurd: Lombard Odier |
| Stairs | Oplevering verwacht in mei 2026 | Ca. 10.000 m²: 10 bovengrondseverdiepingen en 1 ondergrondseverdieping | 100% verhuurd: State Street;koopovereenkomst ondertekendbij oplevering in 2026 |
| Eosys | In aanbouw – opleveringverwacht in september 2027 | Ca. 12.355 m²: 11 bovengrondseverdiepingen en 2 ondergrondseverdiepingen | 78% verhuurd (PwC Luxembourg) –LOI ondertekend voor 11% met eengerenommeerde investeringsbank |
| The Rock | In aanbouw - oplevering verwachtmidden 2027 | Ca. 9.492 m²: 10 bovengrondse en2 ondergrondse verdiepingen | 3 bovenste verdiepingenverhuurd aan Citi (bank) |
Eind juni 2025 ondertekenden Nextensa en Promobe een belangrijke huurovereenkomst met PwC Luxembourg als hoofdhuurder (78%) voor het project Eosys, een nieuw kantoorgebouw ontworpen door architect Andrew Philips. Eosys streeft naar een BREEAM "Outstanding" certificering, het hoogste niveau op het vlak van duurzaamheid. De oplevering van het kantoorgebouw is gepland voor september 2027.
In oktober 2025 ondertekenden Nextensa en Promobe een langetermijnhuurovereenkomst met Lombard Odier, een gerenommeerde financiële instelling, voor het volledige kantoorgebouw Terraces (voorheen LoftHouse), gelegen in de wijk Cloche d'Or. Deze transactie bevestigt de aantrekkingskracht van het project op de markt.
De residentiële activiteit bleef in 2025 op peil, ondanks een voorzichtige marktomgeving. Tegen het einde van Q4 2025 bedroegen de verkoopgraden van de projecten D-Nord en D5–D10 respectievelijk 98% en 91%, waardoor nog slechts 20 appartementen beschikbaar waren. Het complex D-Tours werd geherstructureerd, met de opsplitsing van het kantoorgebouw Eosys en het residentiële project D1, dat 162 appartementen zal omvatten.
Het B&B Hotel Luxembourg Cloche d'Or werd midden juli 2025 opgeleverd en opende officieel zijn deuren op 1 september 2025. Met 150 moderne kamers, gemeenschappelijke ruimtes en duurzame kenmerken zoals groendaken en energie-efficiënte systemen versterkt het hotel het gemengde stedelijke karakter van de wijk.
RESIDENTIELE ONTWIKKELINGEN
| Project | Status | Details | Verkoop |
|---|---|---|---|
| D-Nord | Opgeleverd in Q1 2023 | 194 appartementen | 190/194 appartementengereserveerd/ verkocht |
| D5-D10 | In aanbouw, eersteopleveringen lopende | 185 appartementen | 169/185 appartementengereserveerd/ verkocht. |
| B&B HOTELS | Opgeleverd midden juli 2025 | Hotel van ca. 4.500 m²met 150 kamers | 100% verhuurd aan B&B Hotelsvoor een vaste looptijd van 20 jaar |
| D1 | In planningsfase | Ca. 162 appartementen |

Investeren in de toekomst
BEL Towers – Brussel: In de eerste helft van 2025 verwierf Nextensa het voormalige hoofdkantoor van Proximus, gelegen aan het station Brussel-Noord. Dit herontwikkelingsproject, hernoemd tot BEL Towers, omvat twee torens met een totale oppervlakte van 115.000 m². De iconische torens zullen worden getransformeerd tot een multifunctioneel stedelijk project met behoud van de bestaande structuren. De site zal een combinatie huisvesten van residentiële, kantoor-, onderwijs- en vrijetijdsfuncties, met als doel een dynamische en inclusieve stedelijke omgeving te creëren. De herontwikkeling van BEL Towers sluit volledig aan bij de stedelijke visie van de Stad Brussel om de Noordwijk te transformeren van een monofunctionele kantoorzone tot een gemengde, toegankelijke en levendige stadswijk. De vergunning werd verleend en de onderhandelingen met potentiële huurders en kopers zijn lopende.
Moonar Campus – Luxemburg: De Moonar Campus, gelegen in de nabijheid van de luchthaven van Luxemburg, bestaat uit vijf gebouwen met een totale oppervlakte van ongeveer 21.500 m². Na een volledige renovatie die eind 2024 werd afgerond, biedt de campus vandaag een uitgebreid dienstenaanbod, waaronder een bibliotheek, een ontspanningsruimte, brainstormruimtes, een coffee corner, een fitnessruimte en vergaderzalen. Vanaf april 2026 werd een nieuwe huurovereenkomst afgesloten met John Deere Bank voor een totale oppervlakte van ongeveer 1.500 m² in gebouw A. Hierdoor bedraagt de bezettingsgraad 84%, met een prime rent van € 32/m²/maand. De onderhandelingen met andere potentiële huurders verlopen gunstig.
Montree – Luxemburg: De vergunning voor het nieuwe Montree-gebouw werd verkregen in Q4 2025, met een geplande oplevering midden 2027. Het kantoorgebouw gelegen aan Avenue Monterey 20 en het gebouw dat in 2023 werd verworven aan Avenue Monterey 18 zullen worden herontwikkeld tot één nieuw kantoorgebouw in hout, dat CO₂-neutraal is. Het project is geïnspireerd op de ontwikkelingen Monteco en Treemont in Brussel en positioneert zich als zowel een ecologisch manifest als een nieuwe referentie inzake "responsible chic". De onderhandelingen met potentiële huurders en kopers zijn lopende.
Treemont – Brussel: Gelegen in de Leopoldwijk – een van de meest gegeerde kantoorlocaties van de hoofdstad – plant Nextensa de ontwikkeling van een emissievrij houten kantoorgebouw met een oppervlakte van ongeveer 2.800 m², onder de naam Treemont. Dankzij energie-efficiënte systemen, het behoud en hergebruik van een deel van de bestaande structuur en de realisatie van nieuwe delen in hout, streeft het gebouw naar een BREEAM "Excellent"-certificering bij oplevering en een volledige afstemming op de criteria van de Europese taxonomie. In juni 2025 diende Nextensa een nieuwe vergunningsaanvraag in. Na de overlegcommissie werd een aangepast dossier ingediend in Q1 2026. De definitieve vergunning wordt verwacht in Q2 2026. De onderhandelingen met potentiële huurders en kopers zijn lopende.
DRIE SIGNIFICANTE TRANSACTIES WERDEN AFGEROND IN Q3 2025:
Een eerste belangrijke transactie betrof de verkoop van de volledige participatie van 8,99% die Nextensa aanhield in de Belgische GVV Retail Estates, aan een prijs van € 66,30 per aandeel, wat resulteerde in een totale opbrengst van € 89,6 M. Deze transactie genereerde een aanzienlijke meerwaarde van € 9,5 M geboekt in de herwaarderingen van financiële activa en passiva ten opzichte van de waardering opgenomen in de halfjaarresultaten van Nextensa (€ 61,50 per aandeel) en bracht de schuldgraad onder de 40%, wat de balans aanzienlijk versterkte.
Daarnaast voltooide Nextensa de verkoop van haar retailactief gelegen in Ingeldorf, Luxemburg, aan de Staat van het Groothertogdom Luxemburg voor een nettobedrag van € 19,6 M. Het actief, dat sinds 2008 in portefeuille was, omvat een Batiself-gebouw en een afzonderlijke uitbreiding waarin Siemes Schuhcenter is gevestigd. Er werd een meerwaarde van € 1,8 M gerealiseerd.
Tot slot rondde Nextensa, in samenwerking met ION, de verkoop af van 100% van de aandelen van Monteco BV in Brussel aan Caisse d'Épargne et de Prévoyance Hauts de France. De transactie, die een vastgoedwaarde van € 28 M weerspiegelt, onderstreept de blijvende interesse van institutionele beleggers in hoogwaardige en duurzame kantoorgebouwen op toplocaties.
Naar een duurzame toekomst
Nextensa is een toonaangevende, visionaire en verantwoordelijke vastgoedspeler die projecten ontwikkelt met zowel maatschappelijke als ecologische meerwaarde. Onze ambitie is om een betrouwbare en veerkrachtige partner te zijn die complexiteit beheerst via innovatieve, hoogwaardige en onderscheidende oplossingen met een positieve impact op de lokale omgeving.
Deze inzet werd erkend met de toekenning van een ESG Transparency Award door EUPD Research tijdens de ESG Summit in Bonn, als erkenning voor onze toekomstgerichte duurzaamheidsconcepten en de transparante communicatie hierover in ons duurzaamheidsrapport.
Deze erkenning versterkt onze overtuiging dat transparantie over onze vastgoedactiviteiten essentieel is om plekken te creëren waar mensen zich echt thuis voelen. Ze weerspiegelt het collectieve engagement van onze teams en partners, die elke dag verantwoord handelen. Door onze impact transparant te delen, creëren we niet alleen betere plekken, we bouwen vertrouwen in de toekomst die we samen vormgeven.
DUURZAME ENERGIE
Duurzame energie speelt een centrale rol in de transitie naar een koolstofneutrale vastgoedportefeuille. In 2025 werd de uitbreiding van het fotovoltaïsche netwerk op de site Tour & Taxis verdergezet, waardoor het totale geïnstalleerde vermogen op de daken van de volledige site werd verhoogd tot 6.223 kWp, goed voor 17.947 zonnepanelen en een jaarlijkse productie van meer dan 5.000 MWh energie.
Parallel hieraan werd het Royal Depot onderworpen aan een grondige dakrenovatie, met als doel zowel de prestaties als de milieu-impact van het gebouw te verbeteren. De werken omvatten onder meer een verbetering van de isolatie om warmteverliezen te beperken en het comfort te verhogen, de installatie van zonnepanelen van de nieuwste generatie die groene en hernieuwbare energie produceren, de modernisering van de technische installaties met het oog op een hogere efficiëntie en duurzaamheid, evenals de heraanleg van het dakterras. Deze werken vormen een belangrijke stap in de creatie van gebouwen die zowel duurzaam als aantrekkelijk zijn.
Daarnaast bevindt de uitbreiding van de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen op Tour & Taxis zich in de afrondende fase. Eind april waren 192 laadpunten voor wisselstroom (AC) beschikbaar voor gebruikers op de site. In het Hangar gebouw van Nextensa in Antwerpen het laadnetwerk versterkt met de installatie van 20 bijkomende laadpunten, waardoor het totale aantal laadpunten op 50 werd gebracht
SLIMME EN DUURZAME MOBILITEIT
Op 14 mei, in samenwerking met de gemeente Molenbeek, opende Nextensa een nieuwe toegang tot het park van Tour & Taxis vanaf het Laekenveldplein. Deze verbetering is het resultaat van een participatief traject met de buurtbewoners, in samenwerking met de Brusselse jongerenorganisatie JES.
Dankzij deze ingreep wordt het park opengesteld naar de Maritiemwijk, gelegen op een hoger niveau in Molenbeek. Voorheen dienden bewoners van de wijk zich te verplaatsen of minstens 500 meter extra te voet af te leggen om het park te bereiken. Deze nieuwe toegang neemt deze barrière weg en biedt bijkomende groene toegang langs beide zijden.
LEVENDIGE WIJKEN
De Moonar-kantorencampus in Luxemburg is veel meer dan een klassieke werkplek. Sinds meerdere maanden biedt Moonar zijn community een reeks evenementen en initiatieven aan die gericht zijn op het stimuleren van ontmoeting, innovatie en welzijn, terwijl ze tegelijkertijd een creatieve dynamiek op de volledige site brengen. Tussen afterwork-evenementen, digitale innovaties met de lancering van de Moonar-app, zomerse ontspanningsmomenten, sociale initiatieven en artistieke ontdekkingen profileert het complex zich steeds meer als een volwaardig ecosysteem.
Nextensa is verheugd dat Proximus heeft gekozen voor Tour & Taxis en het Lake Side-project als toekomstige vestigingsplaats. Deze keuze weerspiegelt een gedeelde ambitie op het vlak van duurzame stedelijke ontwikkeling, welzijn en maatschappelijke verantwoordelijkheid. De Proximus Campus Brussels zal een toekomstgerichte werkomgeving zijn, gericht op samenwerking, innovatie en connectiviteit. Het project is opgevat als een progressief en multifunctioneel ecosysteem volgens het principe van de "kwartierstad", waarbij alle essentiële diensten zich in de onmiddellijke nabijheid bevinden. Gebouwen, voorzieningen en groenzones vervullen elk hun eigen functie en versterken elkaar onderling. Dit innovatieve project speelt in op stedelijke, sociale, ecologische en mobiliteitsuitdagingen, en Nextensa engageert zich ten volle om deze visie te realiseren.
Belangrijke gebeurtenissen na afsluiting van de periode 01/01/2025 – 31/12/2025
Op 14 januari 2026 kondigde Nextensa de verkoop aan van haar retailpark Gewerbepark Stadlau (ongeveer 11.000 m²) in Wenen aan een open gespecialiseerd vastgoedfonds beheerd door Union Investment.
De transactie, gestructureerd als een asset deal, vertegenwoordigt een nettobedrag van € 35,45 M en past binnen de strategie van Nextensa om haar vastgoedportefeuille verder te optimaliseren, terwijl zij haar duurzaamheidsdoelstellingen blijft nastreven.


Op 4 maart 2026 hebben Nextensa, in samenwerking met Promobe via hun joint venture Grossfeld, aangekondigd dat Citi een langlopende huurovereenkomst heeft ondertekend voor kantoorruimte in The Rock, een nieuw iconisch kantoorgebouw gelegen in de wijk Cloche d'Or in Luxemburg.
The Rock zal 9.492 m² hoogwaardige kantoorruimte bieden, verdeeld over tien verdiepingen en aangevuld met twee ondergrondse niveaus.
De oplevering van het gebouw is gepland voor midden 2027.
2.6. TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING EN BALANS
| KERNCIJFERS INVESTERINGSPORTEFEUILLE | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Reële waarde van de investeringsportefeuille (€ 1.000) | 1.057.981 | 1.049.325 |
| Huuropbrengst op basis van de reële waarde | 6,05% | 5,99% |
| KERNCIJFERS BALANS | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Nettoactiefwaarde – aandeel groep (€ 1.000) | 845.687 | 812.487 |
| Nettoactiefwaarde – aandeel groep per aandeel | 83,15 | 79,88 |
| Financiële schuldgraad (financiële schulden / balanstotaal) | 38,80% | 45,39% |
| Netto financiële schuldpositie | 592.814 | 763.019 |
| Gemiddelde looptijd van de kredietlijnen (jaar) – investeringsportefeuille | 2,91 | 1,98 |
| Gemiddelde financieringskost – investeringsportefeuille | 2,90% | 2,86% |
| Gemiddelde looptijd afdekkingen (jaar) | 2,95 | 2,68 |
| Hedge ratio | 100% | 61% |
| KERNCIJFERS RESULTATENREKENING | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Huurinkomsten (€ 1.000) | 56.717 | 72.179 |
| Operationeel Resultaat van ontwikkelingsprojecten (€ 1.000) | 16.532 | 14.669 |
| Nettoresultaat aandeel groep (€ 1.000) | 33.244 | -10.827 |
| Nettoresultaat aandeel groep per aandeel (aantal aandelen op balansdatum) | 3,27 | -1,06 |
Na de verkoop van verschillende gebouwen bedroeg de netto financiële schuldpositie € 593 M. Dit bedrag houdt reeds rekening met de investering in BEL Towers, inclusief de stedenbouwkundige vergunning. De gemiddelde looptijd van de kredietlijnen werd verlengd tot bijna 3 jaar, zelfs rekening houdend met de vervaldag van de private obligatie van € 100 M in november 2026.
De gemiddelde financieringskost stabiliseerde rond 2,90%, waarbij de schulden voor 100% werden afgedekt tegen renteschommelingen.
Het eigen vermogen bedroeg € 846 M, of € 83,15 per aandeel. De slotkoers van € 42,70 op 31 december 2025 impliceert bijgevolg een korting van ongeveer 49%.
De reële waarde van de vastgoedbeleggingen bleef stabiel ten opzichte van het vorige boekjaar. Deze stabiliteit maskeert evenwel de verkoop van het retailactief in Diekirch, de herclassificatie van Gewerbepark Stadlau als "voor verkoop aangehouden activa" en de opname van het terrein bestemd voor de bouw van de nieuwe hoofdzetel van Proximus onder de rubriek "vastgoedbeleggingen" (voorheen opgenomen onder de gronden in voorraad).
De huurinkomsten daalden als gevolg van de verkoop van bepaalde vastgoedbeleggingen, maar stegen desondanks 'like for like' met 3%. De ontwikkelingsactiviteiten droegen voor € 16,5 M bij aan het nettoresultaat van € 33,2 M (of € 3,27 per aandeel).
De wijzigingen in de reële waarde van financiële activa en passiva omvatten onder meer de meerwaarde van € 9,5 M die werd gerealiseerd op de verkoop van de participatie in Retail Estates.
Het nettohuurresultaat van de vastgoedbeleggingen daalde met € 15,5 M ten opzichte van het vorige boekjaar als gevolg van de verkoop van verschillende gebouwen. Like-for-like huurinkomsten stegen daarentegen met 3%, voornamelijk gedragen door Moonar, dat inmiddels volledig is opgeleverd. Daarnaast daalden de vastgoedkosten met € 1 M.
De verkoop van het retailactief in Diekirch resulteerde in een meerwaarde van € 1,8 M.
Het operationeel resultaat van de vastgoedbeleggingen bedroeg € 39,4 M, of € 26 M meer dan in het voorgaande jaar, voornamelijk als gevolg van het uitblijven van een significante negatieve herwaardering van de vastgoedbeleggingen zoals vastgesteld in 2024.
De som van de lijnen "Omzet uit ontwikkelingsprojecten" en "Kosten van ontwikkelingsprojecten" weerspiegelt de bijdrage (€ 6,2 M) van de ontwikkelingsprojecten in België. Deze hadden in 2025 voornamelijk betrekking op fase II van het Park Lane-project op Tour & Taxis. Daarnaast werden ook de laatste eenheden van fase I en van het Riva-project verkocht.
De lijnen "Andere resultaten uit ontwikkelingsprojecten" en "Winst (verlies) uit beleggingen vermogensmutatie" omvatten grotendeels de bijdrage van Cloche d'Or (circa € 10 M). Dit bedrag weerspiegelt de voortgang van de projecten Stairs (oplevering en verkoop gepland in Q2 2026), het B&B Hotel (opgeleverd in juli 2025) en het residentiële project D5–D10, waarvan alle subfasen behalve één in 2025 werden opgeleverd.
De algemene beheerskosten van de vennootschap bleven in lijn met die van het vorige boekjaar.
De financiële opbrengsten stegen met € 3,7 M ten opzichte van het vorige jaar, voornamelijk als gevolg van de verhoogde behoefte aan werkkapitaal dat ter beschikking werd gesteld aan de joint venture van Cloche d'Or in Luxemburg. Het ontvangen dividend van Retail Estates is eveneens in deze lijn opgenomen. De financiële kosten daalden met € 9,2 M ten opzichte van het vorige boekjaar, als gevolg van de lagere netto financiële positie.
De wijzigingen in de reële waarde van financiële activa en passiva bedragen een positief bedrag van € 8 M, voornamelijk als gevolg van de meerwaarde gerealiseerd op de verkoop van de participatie in Retail Estates.
Het resultaat vóór belastingen bedraagt aldus € 49,4 M. Na aftrek van een belastinglast van € 16,6 M bedraagt het nettoresultaat € 32,9 M, of € 33,2 M als nettoresultaat (aandeel van de groep). Dit stemt overeen met een winst per aandeel van € 3,27 per totaal aantal aandelen en € 3,29 per dividendgerechtigd aandeel, rekening houdend met de 65.000 eigen aandelen aangehouden door Nextensa.

Moonar - Luxemburg
27

2.7. VOORUITZICHTEN 2026
Waar 2024 een overgangsjaar was, was 2025 het jaar waarin Nextensa haar balans voorbereidde op de nieuwe projecten in de pijplijn voor de komende jaren. De verkoop van bepaalde vastgoedbeleggingen en van de participatie in Retail Estates brachten de financiële schuldgraad terug tot 38%. Deze ratio is inmiddels verder verlaagd tot 37%, rekening houdend met de verkoop van Gewerbepark Stadlau in januari 2026.
Ondertussen wordt de stedenbouwkundige vergunning voor Lake Side op Tour & Taxis, inclusief de nieuwe hoofdzetel van Proximus, verwacht tegen het einde van Q1 2026. De bouwwerkzaamheden zullen zo snel mogelijk na het verkrijgen van de vergunning worden opgestart, wat opnieuw zal leiden tot een toename van het volume aan vastgoedbeleggingen.
Nagenoeg alle bancaire kredietlijnen met vervaldag in 2026 werden inmiddels verlengd. Met een beschikbare financieringsmarge van € 169 M, die oploopt tot meer dan € 200 M na de verkoop van Gewerbepark Stadlau, is Nextensa in staat om de private obligatie van € 100 M met vervaldag in november 2026 terug te betalen. Tegelijk blijft voldoende financiële ruimte behouden voor de financiering van de bouwwerkzaamheden van Treemont, Montree en uiteraard de nieuwe hoofdzetel van Proximus
BEL Towers - Brussel
28
2.8. NEXTENSA OP DE BEURS
| 31/12/2025 | 31/12/2024 | |
|---|---|---|
| Aantal genoteerde aandelen (#) | 10.171.130 | 10.171.130 |
| Aantal uitgegeven aandelen (#) | 10.171.130 | 10.171.130 |
| Marktkapitalisatie obv slotkoers(€ miljoen) | 434 | 436 |
| Free float (%) | 15,94% | 18,43% |
| Slotkoers (€) | 42,70 | 42,85 |
| Hoogste koers (€) | 44,80 | 50,20 |
| Laagste koers (€) | 36,90 | 36,00 |
| Gemiddeld maandelijks volume(#) | 61.064 | 26.765 |
| Velociteit (%) | 7,20% | 3,16% |
| Free float velociteit (%) | 45,20% | 17,13% |
| Premie/discount op basis vanslotkoers vs NAV (reële waarde) | -49% | -46% |
| Bruto dividend (€) | 1,00 | 0 |
| Netto dividend (€) | 0,70 | 0 |
| Bruto dividendrendement | 2,34% | 0 |
| Payout ratio - geconsolideerd | 30,58% | 0 |
Kerncijfers en grafieken Agio/disagio koers Nextensa versus netto-actiefwaarde
Op 31 december 2025 sloot het aandeel Nextensa op € 42,70 (2024: € 42,85), wat resulteerde in een korting van -49% ten opzichte van de nettoactiefwaarde op basis van reële waarde (2024: -46%).
Het gemiddeld maandelijks transactievolume steeg in het afgelopen boekjaar tot 61.064 aandelen, tegenover 26.765 in 2024.

Aandelenprijs Nextensa
Analisten die het aandeel volgen
LYNN HAUTEKEETE
KBC Securities
Havenlaan 2, BE-1080 Brussel [email protected]
VINCENT KOPPMAIR
Degroof Petercam
Nijverheidsstraat 44, BE-1040 Brussel [email protected]
JON PÉREZ
Kepler Cheuvreux Rogier Tower Rogierplein 11, BE-1210 Brussel [email protected]

Financiële kalender
Met betrekking tot de praktische formaliteiten voor deelname aan de algemene vergaderingen van aandeelhouders wordt verwezen naar de website www.nextensa.eu (Investeerders – Algemene vergaderingen).


DUURZAAMHEIDS-VERSLAG 3


3.1. ONS DUURZAAMHEIDSTRAJECT
De ESG-strategie van Nextensa ondersteunt het bedrijfsmodel door duurzaamheid niet langer als iets vrijblijvends te beschouwen, maar juist als een essentieel onderdeel dat gestoeld is op data. Milieu-, sociale en governancefactoren worden direct geïntegreerd in zowel strategie als risicobeheer. Dit bevordert innovatie en levert meer waarde op: naleving verandert in een concurrentievoordeel, terwijl transparantie en langetermijnwaarde toenemen.
Nextensa ziet het Omnibus Simplification Package 2025 als een strategische kans om ons te richten op maatstaven die echt belangrijk zijn voor onze bedrijfsactiviteiten en stakeholders. Met het behalen van de ESG Transparency Award (op Excellence-niveau) laat Nextensa zien dat we verder gaan dan wat wettelijk vereist is volgens de ESRS. We streven naar duurzaamheidrapportages die transparant, kwalitatief hoogwaardig en betrouwbaar zijn, en waarmee we een voorbeeldfunctie vervullen.
"Wij feliciteren Nextensa van harte met het behalen van de 'Leading Status' bij de ESG Transparency Award, waarmee hun strategische visie wordt erkend als invloedrijke en vooruitstrevende speler in de vastgoedsector die zich inzet voor het creëren van duurzame en levendige stedelijke ruimtes. Deze prestigieuze onderscheiding bevestigt op krachtige wijze hun niet-aflatende toewijding aan transparante rapportagepraktijken, waardoor uitzonderlijke zichtbaarheid en vertrouwen worden bevorderd onder alle wereldwijde belanghebbenden met betrekking tot hun dubbele rol als investeerder en vooruitstrevende projectontwikkelaar."
Steffen Klik - COO EUPD Group

2021
Juli
Oprichting van Nextensa
Nextensa is ontstaan uit de fusie van Leasinvest Real Estate en Extensa.
Leasinvest – met zijn trackrecord als internationale investeerder in kantoren en winkels – en Extensa – met zijn bekroonde en innovatieve expertise in vastgoedontwikkelingen voor de volgende generatie.
Augustus
Nextensa's ESG-comité
Na de fusie hebben de vertegenwoordigers van beide organisaties hun krachten gebundeld om hun kennis en ervaring te delen in het ESG-comité.
Oktober
Eerste materialiteitsmatrix
De CEO en het Executief Comité komen gemeenschappelijke duurzaamheidsprioriteiten en een gezamenlijk strategisch plan overeen om de bredere uitdagingen aan te gaan in het grotere en snel evoluerende ecosysteem waarin Nextensa actief is.
2022
Maart
Eerste duurzaamheidsverslag 2021
- ° Onze duurzaamheidsstrategie gebaseerd op 3 strategische pijlers (klimaatadaptief bouwen, duurzame samenleving, investeren in menselijk kapitaal)
- ° Het traject opstarten: vaststellen van de baseline voor GHGrapportage (scope 1 en 2) en EU-taxonomie (eligibility beoordeling)
- ° Eerste stappen in GRI-rapportage
April
2022 Het nieuwe hoofdkantoor van Nextensa
Een fysieke verhuizing naar een gloednieuw kantoor in het prestigieuze Gare Maritime om alle Belgische medewerkers samen te brengen en de interne samenwerking te stimuleren, terwijl de CO2-voetafdruk in scope 1 en 2 wordt verminderd.
Mei
ESG-traject als een doorlopend proces
- ° 14 ESG-thema's georganiseerd in drie strategische prioriteiten die gekoppeld zijn aan de SDG's waaraan ze bijdragen en de impact op ecosystemen.
- ° Investeren in het gegevensverzamelingsproces en interne tools als een doorlopend traject op basis van een scope mapping-beoordeling waarin prioriteiten voor scope 3 worden geïdentificeerd
- ° In kaart brengen van de waardeketen en belanghebbenden
2023
Maart
Evolutie duurzaamheidsverslag 2022
- ° Uitgebreide rapportage volgens het GRI-framework (Global Reporting Initiative)
- ° Om afstemming te waarborgen en ter voorbereiding op de komende Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) in 2022 rapporteerde Nextensa over de materialiteitsbeoordeling vanuit het dubbele materialiteitsperspectief.
- ° Focus op EU-taxonomie (eligibility en alignment)
April
ESG-traject naar CSRD
- ° CSRD-beoordeling van dubbele materialiteit en in kaart brengen van de 11 ESG-thema's van Nextensa i.k.v. de ESRS
- ° Transitieplan voor klimaatmitigatie met een actieplan voor de korte termijn (2023-2025)
2023
Lancering van innovatieve projecten in verband met ESG
- ° Inhuldiging van de vijvers op Tour & Taxis, gevuld met grondwater afkomstig van de bouwwerkzaamheden aan Park Lane.
- ° Nextensa werkt nauw samen met een start-up en bewoners op de Tour & Taxis-site om de energiegemeenschap in Brussel na de proefperiode wettelijk te formaliseren.
- ° Het Hume-project (Hubs for Urban Mobility and Renewable Energy) lanceert een proof of concept met innovatieve oplossingen voor de integratie van multimodale e-mobiliteit met hernieuwbare energiesystemen.
- ° Tour & Taxis als smart city-hub in samenwerking met Proximus
Inhoudstafel • Nextensa in het kort • Bedrijfsrapport • Duurzaamheidsverslag • Corporate Governance • Vastgoedverslag • Geconsolideerde Staten 2025 • Bijlagen
2024
Maart
Publicatie van het eerste geconsolideerde (financieel en duurzaamheids)verslag 2023
- ° Eerste stappen in de overgang van GRI naar CSRD, met de invoering van de ESRS 2- en ESRS E1-normen
- ° Uitbreiding van de gegevensrapportage als resultaat van de inspanningen van de afgelopen jaren op het gebied van gegevensverzameling
Mei
ESG-traject naar CSRD
- ° Eerste gereedheidsbeoordeling van het voorgaande jaar door Deloitte met betrekking tot DMA-beoordeling, EU-taxonomie en GHGprotocolmethodologie
- ° Geautomatiseerde processen voor gegevensverzameling
- ° Volgens de scope-mapping (2021) afronding van de scope 3-gegevensverzameling
2024
Versnelling van de heroriëntatie van de vastgoedportefeuille
Afstappen van niet-strategische activa om zich te concentreren op grootschalige, gemengde vastgoedkansen in stedelijke centra. De strategie van Nextensa richt zich op de verkoop van nietkernactiva, met name traditionele winkelpanden, om de verschuiving te financieren naar duurzame, gemengde stedelijke ontwikkelingen op toplocaties, zoals Tour & Taxis, met als doel groei, schuldvermindering en grotere waardecreatie in gebieden met een hoog potentieel
2025
Februari
Omnibus-vereenvoudigingspakket van de EU: Stop de klok
De Europese Commissie kondigde plannen aan om de reikwijdte van de CSRD-vereisten te beperken en de nalevingsdeadline uit te stellen tot het boekjaar 2027 (met rapportage in 2028). Onder de nieuw ingevoerde drempels valt Nextensa buiten het toepassingsgebied van de CSRD-verplichtingen.
Maart
Evolutie duurzaamheidsverslag 2024
- ° Uitbreiding van de gegevensrapportage in lijn met CSRD, met focus op E1-klimaatmitigatie
- ° Doelstellingen in lijn met het Akkoord van Parijs (gebaseerd op CRREM, EU-taxonomie, SBTi-Buildingsrichtlijnen)
- ° Eerste volledige scope 3-emissierapportage
April
Visie op duurzaamheid en innovatie voor de toekomst
Nextensa verwelkomt Proximus op Tour & Taxis en verwerft de Proximus-torens in Brussel.
De beslissing van Proximus om haar nieuwe hoofdkantoor te vestigen op de locatie van Tour & Taxis is het resultaat van een zorgvuldig georganiseerd selectieproces, waarbij Nextensa als beste kandidaat naar voren kwam op basis van haar innovatieve visie, ervaring en inzet voor duurzame stadsontwikkeling.
2026
Maart
Evolutie duurzaamheidsverslag 2025
De vereenvoudiging van de
rapportagevereisten wordt door Nextensa gezien als een kans om de focus te verleggen naar de implementatie van impactvolle duurzaamheidsinitiatieven en om een meer pragmatische benadering van rapportage te hanteren, gericht op de prioriteiten die het bedrijf de afgelopen vijf jaar heeft gedefinieerd, geleid door zijn visie en ESG-strategie. In deze context rapporteert Nextensa op vrijwillige basis in overeenstemming met de (ontwerpvereenvoudigde) ESRS.
3.2. OVER HET DUURZAAMHEIDSVERSLAG VAN DIT JAAR
Grondslag van de voorbereiding
Vanaf het boekjaar 2025 zou Nextensa in eerste instantie onder het toepassingsgebied van de richtlijn inzake duurzaamheidsverslaglegging door bedrijven (CSRD) vallen. Ter voorbereiding zijn we vanaf 2023 overgestapt van de Global Reporting Initiative (GRI)-normen naar vrijwillige afstemming op de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Onze rapportagethema's volgen de uitkomst van onze dubbele materialiteitsbeoordeling en stakeholderconsultatie die in 2023 zijn uitgevoerd.
In het op 26 februari 2025 gepubliceerde omnibusvoorstel kondigde de Europese Commissie echter plannen aan om de reikwijdte van de CSRDvereisten te beperken en de nalevingstermijn uit te stellen tot het boekjaar 2027 (met rapportage in 2028). Onder de nieuw ingevoerde drempel 1 valt Nextensa buiten het toepassingsgebied van de CSRD-verplichtingen. Ondanks deze wijziging heeft de Raad van Bestuur besloten om de ESGprestaties van Nextensa nauwlettend te blijven volgen. Gezien de uitsluiting van de CSRD-vereisten heeft de Raad van Bestuur ook besloten om het proces van externe beperkte assurance op Nextensa-niveau tijdelijk op te schorten. De CO2-emissiegegevens van Nextensa maken echter deel uit van de consolidatie binnen de rapportage van Ackermans & Van Haaren, die onder de CSRD valt en door Deloitte wordt gecontroleerd.
Ons duurzaamheidsverslag 2025, dat de periode van 1 januari tot 31 december bestrijkt, markeert een nieuwe overgang. De vereenvoudiging van de rapportagevereisten wordt door Nextensa gezien als een kans om de focus te verleggen naar de implementatie van impactvolle duurzaamheidsinitiatieven en om een meer pragmatische benadering van de rapportage te hanteren, gericht op de prioriteiten die het bedrijf de afgelopen vijf jaar heeft gedefinieerd, geleid door zijn visie en ESG-strategie. In dit kader rapporteert Nextensa op vrijwillige basis in overeenstemming met de (ontwerpversie van de vereenvoudigde) ESRS. Voor organisaties die niet langer onder de CSRD vallen, bevelen Europese en marktpartijen de **VSME-norm (Voluntary Sustainability Reporting Standard for Non-Listed SMEs)**² aan als een evenredig rapportagekader. Daarom verwijzen we, waar relevant, ook naar VSME: VSME B komt overeen met rapportage op kernniveau en VSME C met rapportage op uitgebreid niveau. Deze aanpak stelt ons in staat om transparant, vergelijkbaar en toekomstbestendig te blijven, zelfs buiten de formele CSRD-perimeter.
Nextensa erkent dat de ESG-strategie niet alleen draait om compliance, maar een kernactiviteit is die risicobeheer en waardecreatie op lange termijn stimuleert.
1 Het standpunt van 16 december 2025 stelt drempels van 1.000 voltijdsequivalenten (VTE) en een netto-omzet van 450 miljoen euro voor EU-entiteiten die onder de CSRD-rapportage vallen.
²VSME (Voluntary Sustainability Reporting Standard for Non-Listed SMEs) is een vereenvoudigd, vrijwillig raamwerk, ontwikkeld door EFRAG, om kleinere, niet-beursgenoteerde bedrijven te helpen bij het openbaar maken van milieu-, sociale en governancegegevens (ESG). Het fungeert als een 'lichtere' versie van de CSRD/ESRS, waardoor mkb-bedrijven kunnen voldoen aan de eisen van investeerders en banken zonder de enorme administratieve lasten van verplichte regelgeving.
Risicobeheer en interne controles voor rapportage
In 2025 hebben we een vergelijkingsanalyse uitgevoerd tussen de VSME en de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) om de minimale rapportagevereisten te identificeren en te bepalen welke aanvullende gegevens essentieel zijn om proactief te anticiperen op de komende CSRD-vereenvoudigingen.
Sinds 2021 werken we met alle departementen intensief samen om een breed scala aan gegevens te verzamelen. Toch zijn we nog steeds bezig om onze dekking verder uit te breiden. Door te investeren in automatisering, scherpere kruiscontroles en betere gegevenskwaliteit kunnen we onze aanpak stap voor stap verbeteren. Schattingsmethoden worden intern gevalideerd, zodat de nauwkeurigheid gegarandeerd blijft. Bovendien nemen we actief de uitdagingen aan rondom het verzamelen van gegevens uit zowel de upstream- als downstream-waardeketen, zodat we steeds effectiever kunnen voldoen aan de openbaarmakingsvereisten.
De onzekerheden die het EU-Omnibuspakket met zich meebrengt ten aanzien van de rapportageverplichtingen voor Nextensa vormen een gelegenheid om de structuur van de duurzaamheidsrapportage strategisch te herzien in lijn met de bedrijfsvisie. Tegelijkertijd zijn de geconstateerde belangrijke hiaten in de beschikbaarheid en volledigheid van gegevens voor bepaalde eisen die in 2024 zijn vastgesteld opnieuw beoordeeld op relevantie binnen deze gewijzigde context. Het ESG-comité richt zich primair op het waarborgen van een optimale afstemming tussen de geldende regelgeving en de doelstellingen van de organisatie.
Het ESG-comité neemt deel aan brancheorganisaties en volgt samen met het juridisch team de voortgang van het EU-Omnibuspakket op de voet. In 2025 werden het voorbereiden van vrijwillige openbaarmakingen en het versterken van de datageloofwaardigheid als essentiële stappen aangemerkt. Wat betreft de betrokkenheid van het management bij de duurzaamheidsverslaglegging, informeert het ESG-comité het Executief Management tijdens maandelijkse vergaderingen over de voortgang van de voorbereidingen voor de verslaglegging en houdt de Raad van BestuurRaad van Bestuur toezicht op het eindresultaat voordat dit wordt gepubliceerd.
Als een geconsolideerde participatie van Ackermans & Van Haaren, die onder de reikwijdte van de CSRD valt, hecht Nextensa veel belang aan de validatie van haar duurzaamheidsinspanningen. Deze inspanningen worden aan haar aandeelhouders meegedeeld, en alle door de aandeelhouder gerapporteerde gegevens zijn gecontroleerd door Deloitte. Hun beoordeling van de gegevens van Nextensa was een controle op de plausibiliteit, die voornamelijk gericht was op grotere uitstoters.
Bovendien zijn wij toegewijd om uiterlijk in 2026 de in 2023 uitgevoerde dubbele materialiteitsanalyse opnieuw te evalueren, om de impact van de genomen acties te beoordelen en zo de betrouwbaarheid van onze duurzaamheidsverklaring verder te versterken. Door het combineren van strenge controles, samenwerking tussen verschillende afdelingen en een voortdurende focus op verbetering, zorgen wij ervoor dat onze duurzaamheidsrapportage volledig, accuraat en representatief is voor onze prestaties.

3.3. NEXTENSA' S DUURZAAMHEIDSBELEID
Onze Raad van Bestuur vertrouwt het ESG-comité de taak toe om toezicht te houden op impact, risico's en kansen (IRO's). Het comité vertaalt deze naar concrete projectvoorstellen, die vervolgens ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Executief Management. Het Executief Management, dat de Raad van Bestuur vertegenwoordigt, houdt toezicht op de dagelijkse activiteiten en keurt de budgetten voor IRO-gerelateerde projecten goed, waarbij het ervoor zorgt dat deze in overeenstemming zijn met de strategische doelstellingen van het bedrijf.
De duurzaamheidsgovernancestructuur van Nextensa wordt uitgebreid beschreven in de corporate governance verklaring in hoofdstuk 4.

Valérie Vanderveken PROJECT MANAGER ESG


Tim Van Dorpe HEAD OF ENERGY & PROJECTS
Jan Bergé HEAD OF PROPERTY


Trees Verhoogen PROJECT & SUSTAINABILITY MANAGER
3.4. NEXTENSA'S DUBBELE MATERIALITEITSANALYSE ALS BASIS VOOR ONZE ESG-STRATEGIE
De dubbele materialiteitsbeoordeling zorgt ervoor dat onze inspanningen gericht zijn op de belangrijkste economische, ecologische en sociale effecten van onze activiteiten. Nextensa heeft in 2023 voor het eerst een volledige dubbele materialiteitsbeoordeling (DMA) uitgevoerd in samenwerking met Greenfish, part of Accenture, om ervoor te zorgen dat onze duurzaamheidsinspanningen zowel transparant als strategisch zijn aansluiten bij onze langetermijndoelstellingen. Het proces voor het identificeren van de voor Nextensa relevante IRO's, haar activiteiten, waardeketen en zakelijke relaties is gestructureerd in vijf belangrijke stappen.
| 1.DE CONTEXT EN RELEVANTEESG-IMPACTEN, RISICO'S ENKANSEN DEFINIËREN | 2.BEPAAL DE FINANCIËLEMATERIALITEIT | 3.BEPAAL DEIMPACTMATERIALITEIT | 4.BETROKKENHEID VANBELANGHEBBENDEN | 5.DUBBELEMATERIALITEITSMATRIX |
|---|---|---|---|---|
| 1.1 Long-list vanduurzaamheidsthema's1.3 In kaart brengen van dewaardeketen1.3 Evaluatie van relevantie metinterne belanghebbenden1.4 Selectie van short-list | 2.1 Identificatie van actuele enpotentiële ESG-gerelateerdefinanciële risico's enopportuniteiten2.2 Evaluatie van de financiëleeffecten tijdens een workshop,waarbij gekeken wordt naar eencombinatie van de omvang vande potentiële financiële effectenen de waarschijnlijkheid dat dezezich voordoen | 3.1 Identificatie van feitelijke enpotentiële, positieve of negatieveimpacten op mens en milieu3.2 Evaluatie van de impacttijdens interviews metmateriedeskundigen, op basisvan een combinatie van deomvang van de ernst (schaal,reikwijdte, onherstelbaarheid)en de waarschijnlijkheid van deimpact | 4.1 In kaart brengen van relevantebelanghebbenden (intern enextern)4.2 Beoordeling van het belangvan materiële onderwerpenvoor belanghebbenden doormiddel van enquêtes en diepteinterviews | 5.1 De drempel voor ecosysteemen financiële effecten definiëren5.2 Identificatie van materiëleESG-impacten, risico's en kansen |
| Short-list van ESGgerelateerde onderwerpen | Lijst van ESG-gerelateerdefinanciële risico's enopportuniteiten | Lijst van positieve ennegatieve ESG-impacten | Belang van ESGonderwerpen voorstakeholder | Materiële IRO's waarop deduurzaamheidsstrategie enhet duurzaamheidsverslagmoeten worden gebaseerd |
Het proces begon met een uitgebreid onderzoek, analyse van de regelgeving en de benchmarking ten opzichte van normen zoals SASB, MSCI, GRESB, EPRA en ESRS. Op basis hiervan hebben we een gerichte shortlist van 11 potentiële materiële onderwerpen opgesteld, die zijn gevalideerd door het ESG-comité en Raad van Bestuur. Vervolgens hebben we deze onderwerpen in kaart gebracht in onze waardeketen en verschillende impacten, risico's en kansen in elke fase geïdentificeerd.
De financiële en impact materialiteitsbeoor-
deling hielp ons om prioriteit te geven aan kritieke impacten, risico's en kansen. Tijdens deze oefening hebben we gebruikgemaakt van betrouwbare bronnen en deze gecombineerd met de expertise van interne en externe specialisten om te zorgen voor een doordachte score en een robuuste consolidatie van de resultaten.


Graph legend
- Positive impact
- Negative impact of Nextensa on planet & society
Rating scale:
The score of the ESG Topic = the highest scored impact for that topic
1 = Low 3 = Medium 5 = High

Menselijk kapitaal
Deep-dive Interviews
Deep-dive Interviews
Proactieve betrokkenheid van onze stakeholders staat centraal in het duurzaamheidstraject van Nextensa. Van medewerkers en huurders tot leveranciers, investeerders en lokale gemeenschappen: we werken actief samen met diverse groepen om strategieën te ontwikkelen die gezamenlijke uitdagingen en kansen aanpakken. We gebruiken verschillende communicatiemethoden die zijn afgestemd op verschillende stakeholders, zoals beschreven in de bijlagen in Hoofdstuk 7. Elke interactie verrijkt ons inzicht en helpt ons prioriteiten te stellen voor wat het belangrijkste is.
We categoriseren stakeholders als intern, verbonden of extern en stemmen onze aanpak af op elke groep. Als onderdeel van onze dubbele materialiteitsbeoordeling hebben we onze stakeholders in kaart gebracht op een impact-versus-belangmatrix om prioriteiten te stellen voor onze selectie voor deelname aan een enquête en interviews.
Nextensa maakt gebruik van bestaande communicatiekanalen en combineert gerichte enquêtes en interviews om zowel kwalitatieve als kwantitatieve inzichten te verzamelen en een uitgebreid beeld te krijgen van de verschillende meningen over onze duurzaamheidsprestaties in onze hele waardeketen. In totaal werden 152 stakeholders benaderd om de enquête in te vullen en werden 10 belangrijke stakeholders gecontacteerd voor interviews, om hun visie op de ESG-prioriteiten voor Nextensa te begrijpen. Het ESG-comité zorgt ervoor dat alle inzichten van onze stakeholders worden meegenomen in de besluitvorming en rapporteert twee keer per jaar aan de Raad van Bestuur en het Executief Management om het management op één lijn te houden met de verwachtingen van de stakeholders.
The purpose of the deep dive interviews was to understand: The purpose of the deep dive interviews was to understand:
- (1) Which of Nextensa's ESG topics do key stakeholders consider important and why; (1) Which of Nextensa's ESG topics do key stakeholders consider important and why;
- (2) The stakeholders' perspective on how Nextensa is currently performing in ESG; (2) The stakeholders' perspective on how Nextensa is currently performing in ESG;
- (3) The stakeholders' perspective on what topics Nextensa should prioritise in the future;
- (3) The stakeholders' perspective on what topics Nextensa should prioritise in the future; (4) Nextensa's positive/negative impacts and sustainability challenges according to the (4) Nextensa's positive/negative impacts and sustainability challenges according to the
- interviewee, and how to collaboratively overcome challenges and attain sustainability goals. interviewee, and how to collaboratively overcome challenges and attain sustainability goals.

Onze stakeholders hebben energie- en emissiemanagement aangemerkt als onze hoogste prioriteit voor de toekomst, wat onze strategie heeft aangescherpt en de resultaten van onze dubbele materialiteitsbeoordeling heeft bevestigd. Conclusion – All Stakeholders Stakeholder survey results 1 2 3 4 5 Healthy & resilient buildings Energy & Water management Partnerships & co-creation in the value chain

future priority 1 2 3 4 5 Water Climate adaptive buildings Sustainable society Human capital

Vooruitkijkend zullen we, wanneer we onze dubbele materialiteitsbeoordeling in 2026 herzien, opnieuw in gesprek gaan met belangrijke stakeholders om de hiaten in onze prestaties opnieuw te beoordelen en onze strategie af te stemmen op hun veranderende prioriteiten. Hoewel er periodiek gestructureerde beoordelingen plaatsvinden, is onze betrokkenheid bij stakeholders een continu proces. Verschillende teams binnen Nextensa onderhouden een voortdurende dialoog als onderdeel van hun dagelijkse activiteiten, zodat we kunnen blijven inspelen op uiteenlopende behoeften.
De feedback van zowel externe belanghebbenden als interne evaluaties van de impact en financiële materialiteit werd geconsolideerd en geanalyseerd. Dit proces resulteerde in een dubbele materialiteitsmatrix, waarin ESGonderwerpen worden weergegeven langs de financiële materialiteit (X-as) en impactmaterialiteit (Y-as) om hun algehele materialiteit te bepalen. De grootte van elk thema weerspiegelt het belang dat belanghebbenden aan het betreffende onderwerp hebben toegekend.

1
2
3
Conclusie van de dubbele materialiteitsbeoordeling
Nextensa's Double Materiality Matrix Materiality Matrix Nextensa

Graph legend
Climate-adaptive buildings 1 Energy & Emission Management Impact on Nextensa's ecosystem Sustainable society 9 10
| 2 Water Management |
|---|
| 3 Circularity |
| 4 Innovation & Technology |
| 5 Healty & Resilient Buildings |
| 6 Biodiversity |
|---|
| 7 Lively Neighbourhoods |
| 8 Waste Stream Management |
| Human investments |
| 9 Nextensa's people |
10 Partnerships & co-creation in the Value Chain 11 Exemplary organisation
Top 4 van hoogst scorende risico's & opportuniteiten
RISK
Energie- en Emissiebeheer
Financial risk:
Designing buildings that are not energy-efficient/ have high GHG emissions will be less valuable. As sustainability becomes more significant in property valuation, Nextensa may find challenging to sell or lease properties that do not meet ESG standards. Climate-adaptive buildings 1 Energy & Emission Management Impact on Nextensa's ecosystem
Healthy & Resilient Building 4 Innovation & Technology
Financial risk: 5 Healty & Resilient Buildings
As climate change brings more extreme weather events, investing in buildings that are not designed to withstand these challenges may experience damage, leading to costly repairs and potential insurance claims. Sustainable society 6 Biodiversity 7 Lively Neighbourhoods
Nextensa's people 10 Partnerships & co-creation in the Value Chain 9 Nextensa's people
Financial risk: 11 Exemplary organisation
Bad working conditions (lack of work-life balance, well-being, adequate wages) leads to low productivity of employees and difficulties to retain employees due to dissatisfaction. Shortage in employees and loss of effectiveness and knowledge can impact Nextensa's operations.
OPPORTUNITY
Circulariteit
Financial opportunity:
Developing reusable, multifunctional and adaptable buildings can lead to financial benefits. Well-designed, aesthetically pleasing buildings can lead to an increase in the building value and are more likely to stand the test of time.
Top 4 van hoogst scorende impacten
NEGATIVE impacts

By using building materials with a high "embodied carbon" Nextensa's new construction and renovation projects cause CO2 emissions and contribute to global warming (scope 3).
Energie- en Emissiebeheer
2
3
4
1
Not investing in the renovation of buildings in the portfolio to improve energy efficiency, contributes to high emissions generated by the energy-intensive buildings.
POSITIVE impacts
Energie- en Emissiebeheer
Designing energy efficient buildings powered by renewable energy (fossil free) reduces CO2 emissions from energy consumption (gas and electricity).
Energie- en Emissiebeheer

4
Investing in renewable energy for buildings in the portfolio (solar panels, geothermal energy) reduces CO2 emissions from energy consumption.
Van de 11 geëvalueerde ESG-onderwerpen is alleen Energie- en emissiemanagement als materieel aangemerkt (IN HOOFDLETTERS EN VETGEDRUKT). Hoewel de overige onderwerpen als niet-materieel werden aangemerkt omdat hun IRO-scores onder de drempel lagen, verdienen vijf daarvan toch extra aandacht (IN HOOFDLETTERS).

Nextensa richt zich nu op het meest materiële thema, energie- en emissiemanagement. De onderwerpen die meer aandacht vereisen, worden op vrijwillige basis gerapporteerd, waardoor Nextensa proactief kan anticiperen op toekomstige verwachtingen van beleidsmakers, de markt en belanghebbenden.

ESG onderwerpen in kaart brengen met de ESRS

Voorbeeldig bestuur De mensen van Nextensa ESR G1 Bedrijfsgedrag - Bedrijfscultuur; Corruptie en omkoping; Beheer van relaties met leveranciers, inclusief betalingspraktijken; Bescherming van klokkenluiders
ESRS S1 Eigen personeel - Gelijke behandeling en kansen voor iedereen;
Dit grondige, gestructureerde proces, dat wordt beheerd door het ESG-comité en gecontroleerd door ons hoger management, wordt een belangrijk onderdeel van onze algehele risicobeheerstrategie en helpt ons om deze effecten en risico's binnen onze algehele strategie beter te beheren en te prioriteren.
Aangezien we dit jaar rapporteren op basis van de dubbele materialiteitsbeoordeling van 2023, zijn er geen significante veranderingen in de impacten, risico's en opportuniteiten ten opzichte van de vorige rapportageperiode. Alle materiële impacten, risico's en opportuniteiten vallen onder de ESRS-openbaarmakingsvereisten. Er zijn geen aanvullende entiteitsspecifieke openbaarmakingen gebruikt voor materiële impacten, risico's en opportuniteiten.

3.5. MATERIËLE IRO'S EN HUN INTERACTIE MET DE STRATEGIE EN HET BEDRIJFSMODEL
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de materiële IRO's die we hebben geïdentificeerd met betrekking tot het materiële onderwerp Energie- en Emissiebeheer (gelijk aan E1 Klimaatverandering en Energie). Het omvat het verband tussen de IRO's en de relevante activiteiten binnen ons bedrijfsmodel en hun positie binnen de waardeketen. Ons materiële risico beïnvloedt onze financiële positie door investeringen in energie-efficiënte technologieën, hernieuwbare energiesystemen en duurzame (her)ontwikkelingsprojecten. Hoewel deze initiatieven op korte termijn kosten met zich meebrengen, worden ze gezien als strategische, langetermijn waardestuwende factor die de afstemming van de portefeuille op duurzaamheidsnormen versterken. Belangrijke risico's zijn onder meer mogelijke waardeverminderingen van activa als onroerend goed niet voldoet aan energieprestatie- of wettelijke vereisten, en hogere onderhoudskosten voor activa die zijn blootgesteld aan klimaatrisico's.
| Materieelonderwerp | Beschrijving van het materiële risico | Positie in dewaardeketen | ESRSgerelateerdonderwerp | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ENERGIE- ENEMISSIEMANAGEMENT | Financieel risico: Gebouwen die niet energiezuinig zijn of hoge broeikasgasemissies hebben, zullen minder waardevol zijn.Aangezien duurzaamheid een steeds belangrijkere factor wordt bij de waardering van onroerend goed, kan Nextensa moeilijkhedenondervinden bij de verkoop of verhuur van onroerend goed dat niet voldoet aan de veranderende duurzaamheidsnormen, zoalskoolstofbelastingen, de levenscyclusimpact van Scope 3-emissies en de EU-taxonomie. | E1 Beperkingvan klimaatverandering | |||||
| Materieelonderwerp | Beschrijving van materiële impact | Uitleg over hoe onze materiële effecten vaninvloed zijn op mensen of het milieu | Activiteit inbedrijfsmodel | Positie in dewaardeketen | Reden voor positie in dewaardeketen | ESRSgerelateerdonderwerp | |
| ENERGIE- ENEMISSIEBEHEER | Negatieve impact: Door het gebruik vanbouwmaterialen met een hoge 'koolstofvoetafdruk' veroorzaken de nieuwbouw- enrenovatieprojecten van Nextensa CO2-emissies en dragen ze bij aan de opwarming vande aarde (scope 3). | De CO2 -uitstoot die door deze materialen wordt gegenereerd, draagt bij aan de opwarming van de aardeen verergert de klimaatverandering. Dit kan leiden totextremere weersomstandigheden, die een negatieveinvloed hebben op de gezondheid, het levensonderhouden de ecosystemen van de mens. | Projectontwikkeling | Upstreamactiviteiten | Aangezien projectontwikkeling, enmet name het gebruik van bouwmaterialen, een fase van ons bedrijfsmodel is die onder toezicht staatvan Nextensa maar wordt uitbesteedaan aannemers, beschouwen wijdeze negatieve impact als onderdeelvan onze upstream-activiteiten. | ||
| ENERGIE- ENEMISSIEBEHEER | Negatieve impact: Het niet investeren in derenovatie van gebouwen in de portefeuilleom de energie-efficiëntie te verbeteren (isolatie, energiezuinige installaties,) draagt bijaan hoge emissies die worden gegenereerddoor energie-intensieve gebouwen. | Niet investeren in de renovatie van energie-intensievegebouwen leidt tot een aanhoudend hoog energieverbruik en CO2-uitstoot, wat bijdraagt aan aantasting vanhet milieu en hogere operationele kosten. Bewoners enhuurders kunnen ook te maken krijgen met hogere energiekosten, wat van invloed is op hun financiële welzijn. | InvesteringEigenactiviteiten | Aangezien renovaties deel uitmakenvan de vermogensbeheerfase vanons bedrijfsmodel, beschouwen wedeze negatieve impact als onderdeelvan onze eigen activiteiten. | E1 Beperkingvan klimaatverandering | ||
| ENERGIE- ENEMISSIEBEHEER | Positieve impact: Het ontwerpen van energiezuinige gebouwen die worden aangedreven door hernieuwbare energie (fossielvrij)vermindert de CO2-uitstoot afkomstig vanhet energieverbruik (gas en elektriciteit). | Het ontwerpen van energiezuinige gebouwen die worProjectden aangedreven door hernieuwbare energie vermindertontwikkelingde CO2-uitstoot en luchtvervuiling, wat bijdraagt aan eenbetere luchtkwaliteit en het tegengaan van klimaatverandering. Dit komt zowel het milieu als de volksgezondheidten goede, terwijl het ook de energiekosten voor debewoners verlaagt. | Eigenactiviteiten | Aangezien de ontwerpfase binnende projectontwikkelingsfase van onsbedrijfsmodel valt, beschouwen wedeze positieve impact als onderdeelvan onze eigen activiteiten. | E1 Beperkingvan klimaatverandering | ||
| ENERGIE- ENEMISSIEBEHEER | Positieve impact: Investeren in hernieuwbareenergie voor gebouwen in de portefeuille(zonnepanelen, geothermische energie)vermindert de CO2-uitstoot afkomstig vanhet energieverbruik. | Investeren in hernieuwbare energie voor gebouwen inde portefeuille vermindert de afhankelijkheid van fossielebrandstoffen, waardoor de uitstoot van broeikasgassenwordt verlaagd en de lokale luchtkwaliteit wordt verbeterd. Dit heeft een positieve invloed op het milieu enbevordert duurzaam energieverbruik. | Investering | Eigenactiviteiten | Aangezien investeren in hernieuwbare energie valt onder de vermogensbeheerfase van ons bedrijfsmodel, beschouwen we deze positieveimpact als onderdeel van onze eigenactiviteiten. | E1 Beperkingvan klimaatverandering |
3.6. ONZE ESG-STRATEGIE
Als belangrijke speler in de Real Estate sector is onze bedrijfsstrategie gericht op een transparante aanpak op het gebied van Milieu, Sociale en Bestuurlijke aspecten (ESG), met als doel een substantiële positieve bijdrage te leveren aan vier Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) van de Verenigde Naties: Betaalbare en Schone Energie, Duurzame Steden en Gemeenschappen, Verantwoorde Productie en Consumptie, en Klimaatactie.

Binnen deze strategie is onze missie duidelijk omschreven in onze slogan: We create places you prefer. Klimaatbestendige gebouwen, die onze kernactiviteit vormen, staan daarbij centraal. Deze gebouwen passen in omgevingen die op hun beurt invloed hebben op duurzame samenlevingen en op de individuen (het menselijk kapitaal) die in deze gebieden actief zijn. De duurzaamheidsstrategie van Nextensa is dan ook gebaseerd op deze drie pijlers:
- (Her)ontwikkeling van klimaatbestendige gebouwen die het energieverbruik minimaliseren en gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen voor gezonde en veerkrachtige gebouwen die circulariteit bevorderen. Het creëren van duurzame samenlevingen met levendige, multifunctionele wijken die prioriteit geven aan zachte mobiliteit en groene, biodiverse ruimtes.
- Investeren in menselijk kapitaal door groei en samenwerking tussen belanghebbenden te bevorderen.
Via deze drie pijlers toont de duurzaamheidsstrategie van Nextensa de milieu-, sociale en governancefactoren aan die de organisatie van intrinsiek belang acht voor de huidige en toekomstige bedrijfsvoering van Nextensa.
CLIMATE ADAPTIVE BUILDING 1
| Klimaatadaptieve gebouwen | ||||
|---|---|---|---|---|
| MILIEU | SOCIAAL | BESTUUR | ||
| Gerapporteerd volgens ESRS E1: | Op vrijwillige basis gerapporteerd: | |||
| Energie- en emissiebeheerNextensa streeft ernaar de milieuimpact van haar activiteiten, projecten envastgoed te monitoren en te verminderen,met als doel haar ecologischevoetafdruk te minimaliseren en zo deklimaatverandering tegen te gaan. Dithoudt in dat er duurzame bouwpraktijkenworden toegepast, hernieuwbareenergiebronnen (bijv. geothermischeenergie, zonne-energie,) wordengeïmplementeerd en gebruikt, en deenergie-efficiëntie wordt verbeterd. | Gezonde en veerkrachtigegebouwenDit onderwerp omvat het vermogen vanNextensa om gebouwen te ontwikkelendie zich aanpassen aan en bestand zijntegen de risico's van klimaatverandering,zoals frequente of ingrijpende extremeweersomstandigheden.CirculariteitDe constructies van Nextensa moetenevolueren naar circulaire constructies.Naast het streven naar een efficiënten effectief gebruik van hulpbronnendoor het ontwerpen van aanpasbare enmultifunctionele gebouwen die tientallenjaren meegaan en door het toepassenvan strategieën om bouwmaterialente verminderen, hergebruiken enrecycleren, willen we ook het gebruik vanbiogebaseerde materialen standaardiseren. | Gezonde en veerkrachtigegebouwenIntegratie van gezondheid, veiligheid enwelzijn van mensen in gebouwen door tezorgen voor een gezond binnenklimaat eneen aangename en veilige leefomgeving,zowel voor niet-residentiële als residentiëlegebouwen. | ||
| ESG-onderwerpen die nog niet zijngerapporteerd: | Waterbeheer | Innovatie en technologie |
| HEALTHY & LIVEABLE ENVIRONMENTS ANDNEIGHBOURHOODSDuurzame samenleving | ||||
|---|---|---|---|---|
| MILIEU | SOCIAAL | BESTUUR | ||
| Gerapporteerd volgens ESRS E1: | Op vrijwillige basis gerapporteerd: | |||
| Levendige wijkenHet creëren van levendige en gemengdeomgevingen, zowel voor bewonersals voor de lokale gemeenschap,door verschillende complementaireprogramma's te implementeren en bijte dragen aan de onbebouwde ruimte,terwijl de toegang tot slimme en duurzamemobiliteitsopties wordt bevorderd. Ditthema omvat ook het creëren van welvaarten het bieden van kansen aan de lokalegemeenschap, waaronder betaalbaarwonen, en de integratie van cultuuren (lokale) kunst in projecten om eeninclusieve samenleving met sociale cohesiete creëren. | ||||
| ESG-onderwerpen die nog niet zijngerapporteerd: | BiodiversiteitAfvalstroombeheer | |||
| PEOPLE | Menselijk kapitaal | ||
|---|---|---|---|
| MILIEU | SOCIAAL | BESTUUR | |
| Gerapporteerd volgens ESRS E1: | Op vrijwillige basis gerapporteerd: | ||
| De mensen van NextensaHet belangrijkste kapitaal vanNextensa is haar eigen personeel.De mensen van Nextensa vormenhet hart van het bedrijf. Het bedrijfzet zich in voor het creëren van eenpositieve en inclusieve werkomgevingwaar medewerkers zich gewaardeerden gemotiveerd voelen. Nextensainvesteert in de professioneleontwikkeling van zijn personeeldoor middel van voortdurendeopleidingsmogelijkhedenen initiatieven voorloopbaanontwikkeling. Het bedrijfbevordert ook een cultuur vansamenwerking en innovatie enmoedigt medewerkers aan om hunideeën en expertise in te brengen.Door prioriteit te geven aan hetwelzijn en de betrokkenheid vanzijn medewerkers, wil Nextensaeen toegewijd en goed presterendpersoneelsbestand opbouwen dathet succes van het bedrijf stimuleert. | Voorbeeldig bestuurNextensa heeft een robuuste bestuursstructuuren een proactieve aanpak voor het beheer vanrisico's en kansen op het gebied van bedrijfsethiek,mensenrechten, belangenconflicten, cyberbeveiliging,gegevensprivacy en transparantie.Deze bestuursfilosofie is stevig verankerdin de waarden van Nextensa: partnerschap,ondernemerschap, uitmuntendheid, betrouwbaarheiden positieve verrassingen. Deze waarden vormende leidraad voor de besluitvorming binnen de heleorganisatie en worden vertaald in concrete acties.We kopen uitsluitend materialen in bij betrouwbareleveranciers die onze toewijding aan kwaliteit enduurzaamheid delen, zodat elke input aansluit bijonze langetermijnvisie. Op het gebied van menselijkkapitaal investeren we in toptalent en expertise,stimuleren we innovatie en stellen we hoge eisen aanelk project dat we uitvoeren.Het resultaat van deze geïntegreerde governanceen waardegedreven aanpak is een portefeuillevan duurzame gebouwen, zowel nieuwbouw alsgerenoveerde of beheerde panden, die voldoen aande hoogste duurzaamheidsnormen. Deze residentiële,commerciële en kantoorruimtes zijn niet alleenontworpen om aan de veranderende behoeften vanonze klanten te voldoen, maar ook om blijvendewaarde te leveren aan onze investeerders, waarmeeNextensa haar belofte van een positieve impact oplange termijn versterkt. | ||
| ESG-onderwerpen die nog niet zijngerapporteerd: | Partnerschap en co-creatie in dewaardeketen |
We erkennen de uitdagingen die gepaard gaan met het vinden van een evenwicht tussen duurzaamheidsverantwoordelijkheid en financiële veerkracht. Effectief budgetbeheer en tegelijkertijd de overgang naar decarbonisatie en energie bevorderen, vereist strategische vooruitziendheid. Daarom is de ESG-strategie een krachtig managementinstrument dat bijdraagt aan transparantie, strategisch inzicht, risicobeheer en duurzaam beleid voor ons bedrijf. Om deze uitdagingen aan te pakken, richten we ons op de volgende belangrijke gebieden :
Ontwikkelen van een op maat gemaakte ESGroadmap
Carbon footprint (koolstofvoetafdruk) verkleinen
Een robuuste duurzaamheidsstrategie begint met een dubbele materialiteitsbeoordeling. Naast naleving van de regelgeving is dit onmisbaar voor het nemen van weloverwogen beslissingen en het stimuleren van gerichte actie. We betrekken relevante stakeholders actief bij het afstemmen van prioriteiten en het verduidelijken van onze ambities. De daaruit voortvloeiende inzichten brengen de meest relevante onderwerpen in kaart, stellen ons in staat om de impact over de hele waardeketen te vergroten en sturen onze toekomstige prioriteiten. We verfijnen onze duurzaamheidsstrategie voortdurend aan de hand van deze beoordelingen om ervoor te zorgen dat we de meest impactvolle kwesties aanpakken en dat onze ontwikkelingen voldoen aan de groeiende vraag naar duurzame ruimtes die aansluiten bij de verwachtingen van regelgevers en klanten.
Om de CO₂-uitstoot te verminderen, moet Nextensa deze eerst meten. Rapportage over Scope 1-, 2- en 3-emissies is een internationale norm geworden. Het verminderen van de eigen uitstoot is niet alleen goed voor het klimaat. Door de efficiëntie van processen, voertuigen en gebouwen te verbeteren, worden de kosten verlaagd en wordt de afhankelijkheid van energieprijzen en grondstoffen verminderd. Met "Energie- en emissiebeheer" als belangrijk onderwerp richt Nextensa zich op de overgang naar hernieuwbare en fossielvrije energiesystemen, certificeringen voor groene gebouwen, innovatieve ontwerpen en energie-efficiënte voorzieningen die de impact op het milieu verminderen.
Prioritaire KPI's monitoren
Nextensa definieert duidelijke KPI's en bouwt een robuust monitoringsysteem om de voortgang op alle duurzaamheidsprioriteiten bij te houden. De resulterende gegevens worden niet alleen gebruikt om te voldoen aan de CSRD-vereisten, maar ook om sterkere en meer toekomstgerichte strategische beslissingen te nemen. Met deze aanpak wil Nextensa zich aansluiten bij de doelstellingen van het Akkoord van Parijs en ervoor zorgen dat alle ESG-gegevens coherent en vergelijkbaar zijn en concrete vooruitgang kunnen aantonen aan investeerders en belanghebbenden.
Begin met rapporteren in de geest van de CSRD
Wat de toekomstige vorm van de CSRD ook moge zijn, bedrijven die nu actie ondernemen en rekening houden met bestaande kaders zoals de EU-taxonomie, hebben een voorsprong. In dit kader rapporteert Nextensa op vrijwillige basis in overeenstemming met de (in ontwerp zijnde-vereenvoudigde) ESRS en de VSME-normen.
3.7. (HER)ONTWIKKELING VAN KLIMAATADAPTIEVE GEBOUWEN

- Energy & Emission Management • Energie- en Emissiebeheer
- Water Management • Water Management
- Circularity • Circulariteit
- Innovation & Technology • Innovatie & technologie
- Healthy & Resilient Buildings • Gezonde en klimaatbestendige gebouwen
STRATEGIE
Transitieplan voor de mitigatie van klimaatverandering
Als onderdeel van onze inzet voor de planeet en de samenleving heeft Nextensa de afgelopen jaren aanzienlijke inspanningen geleverd om haar gebouwen duurzamer en efficiënter te maken, terwijl we ook naar onze eigen organisatie hebben gekeken en onze eigen operationele uitstoot hebben verminderd. Al deze inspanningen sluiten aan bij ons hoofddoel: het bereiken van een netto-zero uitstoot voor Scope 1 en 2 in 2030 en voor Scope 3 in 2050.
In dit hoofdstuk maken we onderscheid tussen onze eigen operationele uitstoot als gevolg van onze directe activiteiten en de uitstoot van onze activa, die verder is onderverdeeld in twee categorieën:
- • INVESTEERDER/EIGENAAR: Emissies in verband met het verwerven, investeren in en beheren van vastgoed (investeringsactiviteiten).
- • ONTWIKKELAAR: Emissies in verband met de (her)ontwikkeling van vastgoed dat later wordt beheerd of verkocht (ontwikkelingsactiviteiten).

Dit onderscheid helpt ons om de uitstoot over de volledige reikwijdte van onze activiteiten en activa duidelijk op te volgen en te beheren. Het stelt ons ook in staat om voor elke activiteit gerichte decarbonisatiestrategieën te ontwikkelen, waarbij we prioriteit geven aan inspanningen waar de uitstoot het grootst is.
Energie- en Emissiebeheer
ESRS: E1 - Klimaatverandering – Mitigatie van Klimaatverandering en Energie
Nextensa wordt geconfronteerd met zowel financiële als impactgerelateerde klimaatrisico's. Gebouwen die energie-inefficiënt zijn en hoge broeikasgasemissies (inclusief Scope 3) hebben, zullen waarschijnlijk in waarde dalen en moeilijker te verkopen of te verhuren zijn naarmate de koolstofprijzen, levenscyclusemissies en EU-taxonomie-eisen strenger worden. Als we bij nieuwbouw en renovaties materialen met een hoge carbon footprint gebruiken en er niet in slagen de energieprestaties van onze meest energie-intensieve gebouwen te verbeteren, lopen we het risico dat we een locked-in effect krijgen van hoge emissies en een hoog energieverbruik. Dit zou de operationele en energiekosten voor zowel Nextensa als onze huurders verhogen.
Wanneer Nextensa daarentegen energie-efficiënte, fossielvrije gebouwen ontwerpt en investeert in ter plaatse opgewekte hernieuwbare energie (zoals zonnepanelen en geothermische systemen), verminderen we de CO2-uitstoot aanzienlijk en verlagen we de energiekosten voor de bewoners, terwijl we de bestendigheid en waarde van onze portefeuille op lange termijn versterken.


Company CO2e emissions per scope (tons)

% in total scope 1 & 2 emissions

• Scope 1
Onze belangrijkste hefboom voor decarbonisatie is gelinkt aan veranderingen in ons mobiliteitsbeleid, dat moet bijdragen aan een duurzamere, emissiearme, op vervoer gerichte strategie. Als onderdeel van dit beleid is in december 2025 aan alle werknemers een mobiliteitsbudget voorgesteld, dat in 2026 van kracht zal worden. Dit mobiliteitsbudget zal Nextensa helpen zijn CO2-uitstoot te verminderen door werknemers aan te moedigen traditionele bedrijfswagens op fossiele brandstoffen in te ruilen voor duurzame alternatieven, zoals elektrische voertuigen, openbaar vervoer of fietsen. Door een flexibel, fiscaal voordelig budget aan te bieden, kunnen werknemers kiezen voor emissiearmere vervoersopties, waardoor de CO2-voetafdruk van het bedrijf direct wordt verkleind.
• Scope 2
Voor Scope 2-emissies die worden beoordeeld aan de hand van de activiteitsgebaseerde methode, hanteert Nextensa twee primaire strategieën voor decarbonisatie. Ten eerste streven we ernaar om onze afhankelijkheid van elektriciteit uit het net te verminderen door het totale verbruik te verlagen en de opwekking van hernieuwbare energie op locatie uit te breiden. Ten tweede verbeteren we de duurzaamheid van onze elektriciteitsvoorziening door de productie van hernieuwbare elektriciteit te maximaliseren en ervoor te zorgen dat alle ingekochte elektriciteit – inclusief deze om ons elektrische wagenpark op te laden – afkomstig is uit hernieuwbare bronnen.
• Scope 3
Drie van de 15 Scope 3-categorieën werden al in voorgaande jaren gerapporteerd: aangekochte goederen en diensten, afvalbeheer en zakenreizen. Vorig jaar rapporteerden we voor het eerst een ruwe schatting voor het woonwerkverkeer van onze medewerkers. Deze schatting werd dit jaar verfijnd met nauwkeurigere gegevens.
Voor operationele scope 3-emissies in verband met aangekochte goederen en diensten heeft Nextensa een aankoopbeleid ingevoerd en is het van plan om intern beleid voor de aankoop van goederen en diensten in te voeren. In de komende jaren zal Nextensa de gegevens verder detailleren om nauwkeurigere doelstellingen voor deze categorie vast te stellen.
Emissies van activa
Onze strategie voor energie- en emissiebeheer, die gericht is op het tegengaan van de klimaatverandering en het energiebeheer, is afgestemd op elk type activiteit en bestrijkt onze hele waardeketen en dekt alle geografische gebieden:
• Ontwikkelingsactiviteiten
Voor ontwikkelingsactiviteiten geeft Nextensa prioriteit aan het ontwerpen van multifunctionele, aanpasbare gebouwen met tijdloze architectuur en materialen die de CO2-uitstoot gedurende de hele levenscyclus van het gebouw tot een minimum beperken. Door te zorgen voor een minimaal
energieverbruik en het elimineren van fossiele brandstoffen voor verwarming en koeling, maximaliseert Nextensa de operationele efficiëntie en vermindert het de uitstoot gedurende de levensduur van het gebouw.
• Investeringsactiviteiten
Voor investeringsactiviteiten zijn de inspanningen om de impact te verminderen vooral gericht op de overgang naar hernieuwbare energie, het verbeteren van de energie-efficiëntie en het aanpassen van het verbruiksgedrag van de gebruikers.

Emissies van investeringsactiviteiten
Het transitieplan van Nextensa zorgt ervoor dat de inspanningen om de CO2-uitstoot binnen onze portefeuille te beperken, in overeenstemming zijn met de EU-doelstellingen en zullen voldoen aan de toekomstige marktverwachtingen. Afhankelijk van de gerapporteerde scope 3-categorie worden verschillende kaders gebruikt:
- Het GHG Protocol voor de emissieboekhouding
- EU-taxonomie voor onze bijdrage aan de mitigatie van klimaatverandering in het kader van de activiteiten "Aankoop en eigendom van gebouwen"
- De CRREM-decarbonisatietrajecten, die een robuust, op 1,5 °C afgestemd reductietraject bieden voor emissies tijdens de gebruiksfase (in use emissions), met een focus op operationele emissie intensiteitsdoelstellingen die land en gebouwtypologiespecifiek zijn en groeionafhankelijk.
Het Carbon Risk Real Estate Monitor (CRREM)-kader biedt wetenschappelijk onderbouwde, op 1,5 °C afgestemde decarbonisatiepaden voor de Europese vastgoedsector om tegen 2050 een netto nuluitstoot te bereiken. Deze trajecten vertalen overkoepelende klimaatdoelstellingen naar specifieke, jaarlijkse, op intensiteit gebaseerde (kgCO2 e/kWh of kgCO2 e/m2 /jaar) doelstellingen die zijn afgestemd op het land, het type onroerend goed en het energieverbruik.

DOWNSTREAM LEASED ASSETS
- CRREM pathways (sector specific) are Paris-aligned
- Targets Nextensa ahead of CRREM
'Downstream geleasete activa' vormen een van de belangrijkste categorieën van de investeringsgerelateerde emissies en bieden het grootste potentieel voor impact. Daarom heeft Nextensa de afgelopen jaren aanzienlijke investeringen gedaan op dit vlak. Voor deze categorie gelden de strikte CRREM-trajecten, die de bredere EU-doelstelling ondersteunen om tegen 2030 een vermindering van ten minste 55% van de netto broeikasgasemissies te realiseren en tegen 2050 een netto-nuluitstoot te bereiken.
Emissies van ontwikkelingsactiviteiten
Beslissingen die Nextensa neemt tijdens de ontwerpfase van vastgoedprojecten hebben een langdurige impact op de CO₂-uitstoot gedurende de gehele levenscyclus van het gebouw.
- Het GHG Protocol voor de emissieboekhouding
- EU-taxonomie voor onze bijdrage aan de beperking van klimaatverandering in het kader van de activiteiten "Constructie van nieuwe gebouwen" en "Renovatie van bestaande gebouwen"
- Voor de operationele intensiteit verwijzen we naar de CRREM-decarbonisatietrajecten.
- Voor de embedded emissies volgen we het decarbonisatietraject dat is gepubliceerd door SBTi Buildings voor de regio's België, Luxemburg en Oostenrijk, waar nog geen regelgeving voor opgenomen emissies van toepassing is.
Het Science Based Targets initiative (SBTi) Buildings-project biedt een op 1,5 °C afgestemd kader om de sector koolstofarm te maken, dat zowel operationele emissies tijdens het gebruik (via CRREM) als vooraf opgenomen emissies omvat. Deze trajecten vereisen dat bedrijven wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen voor de korte termijn vaststellen, tegen 2030 stoppen met nieuwe installaties voor fossiele brandstoffen en de koolstofuitstoot in de bouw verminderen.

SBTi Buildings: upfront embodied carbon offices (capital goods) Alignment with Paris Agreement
Financiering van ons transitieplan
Eigen activiteiten
De invoering van een mobiliteitsbudget vanaf 2026 is een structureel beleid voor klimaatmitigatie waarbij financiële middelen worden omgebogen van subsidies voor fossiele brandstoffen (traditionele autoleases) naar duurzame, koolstofarme alternatieven. Naarmate het wagenpark overschakelt op elektrisch rijden, wordt brandstofverbranding (Scope 1) vervangen door elektriciteitsverbruik. Door deze verandering verschuift het emissieprofiel naar Scope 2. Het mobiliteitsbudgetkader stelt Nextensa in staat om deze transitie te beheren door slimme oplaadoplossingen te promoten die nauwgezet kunnen worden gemonitord via digitale mobiliteitsplatforms, waardoor de overschakeling naar hernieuwbare energiebronnen wordt ondersteund om de netto-nul Scope 2-doelstellingen te bereiken. Bovendien zal de tweede pijler van het mobiliteitsbudget onder werknemers zachte vervoerswijzen en alternatieven voor het openbaar vervoer promoten.
Investering
Voor de gehele portefeuille van Nextensa is het transitieplan gestructureerd in een driejarig actieplan voor de korte termijn, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende beperkingen en georganiseerd op basis van activacategorisering:
- Gebouwen die al in overeenstemming zijn met de CRREM-decarbonisatietrajecten.
- Gebouwen die beperkte verbeteringen vereisen.
- Gebouwen die aanzienlijke investeringen vereisen.
- Activa die gepland zijn voor herontwikkeling en vervolgens worden geherclassificeerd onder de ontwikkelingsactiviteiten van Nextensa.
Voor elk gebouw worden de investeringen geprioriteerd volgens de volgende hiërarchie, in overeenstemming met de volgende hefbomen voor decarbonisatie:
- Vermindering van het energieverbruik: verbetering van de isolatie, vernieuwen van de technische installaties en verbetering van de efficiëntie.
- Investeren in hernieuwbare energie en hulpbronnen: hernieuwbare verwarmings- en elektriciteitsproductiesystemen, regenwateropvang, enz.
- Optimaliseren van het energieverbruik van de gebruikers: implementeren van actief energiebeheer door middel van realtime monitoring en controle.
• Ondersteuning van bredere duurzaamheidsinspanningen: ontwikkeling van infrastructuur om belanghebbenden te helpen negatieve milieueffecten te minimaliseren, zoals uitbreiding van slimme EV-laadstations.
In overeenstemming met het actieplan 2023-2025 werden in 2025 belangrijke maatregelen uitgevoerd. Het meest opvallende initiatief was de renovatie van het 8.000 m²-grote dak van het Koninklijk Pakhuis, waarbij verbeterde isolatiematerialen konden worden geïnstalleerd. De fotovoltaïsche panelen van het dak van het Koninklijk Pakhuis zijn verplaatst naar het dak van de Sheds om de energieproductie van dat gebouw aan te vullen. De installatie van nieuwe panelen over het volledige bruikbare dakoppervlak van het Koninklijk Depot zal in 2026 worden voltooid. Het investeringsprogramma (van bijna 3,5 miljoen euro) voor het Koninklijk Pakhuis ging in 2024 van start met een nieuw fossielvrij verwarmingssysteem, waardoor dit historische Brusselse erfgoedgebouw wordt omgevormd tot een duurzamer gebouw met een geschatte jaarlijkse besparing van 500 ton CO2. De geschatte vermindering van het energieverbruik zal nauwgezet worden beheerd en gecontroleerd door een actief energiebeheersysteem.
In 2025 werd het kortetermijnactieplan bijgewerkt voor de komende 3 jaar (2026-2028):
Gebaseerd op dit plan, werd het CapExbudget 2026-2028 als volgt toegewezen

Het is belangrijk op te merken dat geen van de CapEx-investeringen van Nextensa verband hield met economische activiteiten op het gebied van steenkool, olie en gas en dat we niet zijn uitgesloten van de EU-benchmarks die zijn afgestemd op het Akkoord van Parijs.
Ontwikkeling
Het transitieplan voor ontwikkelingsactiviteiten heeft een langere looptijd (minimaal vijf jaar), rekening houdend met de duur van de ontwerpfase tot de oplevering van het project. Zo werd de bouw van het Park Lane-project in Tour & Taxis, waarvoor in 2018 een stedenbouwkundige vergunning werd verkregen, terwijl het ontwerp in 2014 van start ging, in 2025 voltooid. Het project omvat meer dan 800 appartementen, een ondergrondse parkeergarage met meer dan 900 parkeerplaatsen, openbare nutsvoorzieningen en winkelruimtes.
Hetzelfde geldt voor het Lake Side-project, een ontwikkeling van bijna 140.000 m², waarvoor het masterplan in 2020 werd voltooid en de vergunning naar verwachting begin 2026 zal worden verleend.
Nextensa integreert de duurzaamheidscriteria van de EU in haar ontwikkelingsproces om aan te sluiten bij de klimaatdoelstellingen. De EU-taxonomie wordt gebruikt als strategische benchmark, waarbij alle nieuwe ontwikkelingen en ingrijpende renovaties sinds 2023 moeten voldoen aan de criteria voor een substantiële bijdrage aan de mitigatie van de klimaatverandering, waaronder een primaire energiebehoefte (PED) van nieuwe gebouwen die ten minste 10% lager is dan de regionale NZEB-drempels (Nearly Zero Emission Building).
Nextensa verzekert zich van het vereiste eigen vermogen om haar duurzaamheidsacties te financieren via een strategisch verkoopprogramma voor nieuw ontwikkelde eenheden en een gerichte desinvesteringsstrategie. In 2025 werden volgende belangrijke transacties afgerond:
- De verkoop van de Knauf Shopping Centers op 13 februari 2025 was een belangrijke stap in de heroriëntatie van de portefeuille om de financiële kracht van Nextensa te versterken en ruimte te creëren voor gerichte investeringen. De twee Knauf Shopping Centers (Knauf Pommerloch & Knauf Schmiede) werden verkocht aan de Wereldhave-groep voor een totaalbedrag van € 165,75 miljoen.
- Verkoop van Monteco in België op 17 september 2025: 100% van de aandelen van Monteco BV werd samen met ION verkocht voor een waarde van € 28 miljoen.
• Verkoop van winkelvastgoed in Ingeldorf, Luxemburg, op 29 september 2025 aan de staat Luxemburg voor een bedrag van € 19,6 miljoen.
Deze gerichte strategische beslissingen hebben bijgedragen tot een verlaging van de schuldratio van Nextensa, een versterking van de balans en het creëren van capaciteit voor toekomstige duurzame stadsontwikkelingsprojecten.
Locked-in emissies
Bij de aankoop of verkoop van activa kunnen aanzienlijke emissies optreden, aangezien de emissies die verband houden met de bouw en exploitatie ervan effectief vastgezet worden. Dit kan leiden tot een toename van de carbon footprint van Nextensa, wat tot uiting komt in onze cijfers en van invloed is op de algemene emissiereductiedoelstellingen. Na aankoop worden nieuw verworven activa herontwikkeld om hun toekomstige bestendigheid te vergroten en hun ecologische voetafdruk zoveel mogelijk te verkleinen. Als onderdeel van onze dubbele materialiteitsbeoordeling hebben we een beter inzicht gekregen in onze belangrijkste feitelijke en potentiële positieve en negatieve effecten op klimaatverandering en emissies.
Klimaatgerelateerde risico's en scenarioanalyse
In juli 2024 heeft Nextensa zijn eerste Climate Change Risks and Opportunities (CCRO)-assessment uitgevoerd, in samenwerking met zijn meerderheidsaandeelhouder AvH en met ondersteuning van PwC. Deze beoordeling maakt deel uit van Nextensa's bredere ambitie om de bestendigheid op lange termijn te versterken, klimaatoverwegingen te integreren in strategische en financiële besluitvorming, en te rapporteren met de CSRD- en ESRS E1-vereisten in het achterhoofd.
We hebben de analyse uitgevoerd op een representatief en nieuw ontwikkelingsproject als pilot om klimaatscenarioanalyse in onze ontwikkelingsprocessen te integreren, financiële kwantificeringsmethodologieën te testen en een weloverwogen kapitaalallocatie te ondersteunen. We zullen de inzichten geleidelijk toepassen op de bredere portefeuille.
Er werden drie IPCC-conforme klimaatscenario's beoordeeld, waaronder een scenario met lage emissies (≈1,5 °C) en een scenario met hoge emissies, zoals vereist door CSRD, evenals een gematigd scenario dat de huidige beleidstrajecten weerspiegelt. De effecten werden beoordeeld op korte (2030), middellange (2040) en lange termijn (2050), in overeenstemming met de levenscyclus van vastgoedontwikkeling en activa.
De beoordeling had betrekking op zowel fysieke3 klimaatrisico's en -kansen als transitieklimaatrisico's en -kansen in de hele waardeketen.
Klimaatgerelateerde risico's en kansen werden beoordeeld op basis van inherente en resterende risico's, waardoor Nextensa de effectiviteit van bestaande mitigatie- en adaptatiemaatregelen kon evalueren. De resultaten vergroten het inzicht van Nextensa in de klimaateffecten onder verschillende toekomstscenario's en ondersteunen de prioritering van investeringen, de integratie van klimaatfactoren in de financiële planning en de voortdurende ontwikkeling van een klimaatbestendige en toekomstbestendige portefeuille.
Bovendien tonen de resultaten aan dat klimaatgerelateerde transitierisico's belangrijker waren dan fysieke klimaatgerelateerde risico's, vanwege de lagere risicoblootstelling van onze locaties in Midden- en West-Europa. Daarom is binnen onze activiteiten prioriteit gegeven aan klimaattransitieplannen.
Hoewel Nextensa niet langer onder de verplichtingen van de CSRD valt, verwachten we dat de regelgeving met betrekking tot fysieke risico's strenger zal worden, aangezien de klimaatverandering de economische activiteiten zal destabiliseren en de risico's van financiële instabiliteit zal vergroten.
Nextensa erkent het belang van vroegtijdige maatregelen en past sinds 2022 de adaptatiecriteria van de EU-taxonomie toe om klimaatgerelateerde gevaren op projectniveau te definiëren. Deze regelgeving benadrukt prioritaire risico's, zoals gevaren in verband met temperatuur, wind en water die een aanzienlijke impact hebben op gebouwen en hun gebruikers. Als volgende stap heeft Nextensa zich ertoe verbonden om vanaf dit jaar het klimaatrisico voor elk gebouw in zijn portefeuille te berekenen, te beginnen met de analyse van de blootstellingsrisico's.
De berekening van het klimaatrisico bestaat uit twee componenten: risicoanalyse (blootstelling) en maturiteitsdiagnose (kwetsbaarheid).
De risicoanalyse beoordeelt de volledige portefeuille door klimaatdreigingen te identificeren die samenhangen met verschillende gevaren, overeenkomstig het Do No Significant Harm criterium (DNSH) 1: 'Identificatie van aanpassingsrisico's' onder de EU taxonomie.
Dit proces begint met het in kaart brengen van klimaatrisico's, gevolgd door een beoordeling van de kwetsbaarheden van elk gebouw. De resultaten worden vervolgens gecombineerd om een algemene risicobeoordeling op te stellen op basis van klimaatprognoses en coherente scenario's, rekening houdend met de geschatte duur van de activiteit, zoals uiteengezet in DNSH-criterium 2: "Beoordeling van risico's en kwetsbaarheden" voor Klimaatadaptatie in de EU-taxonomie.

Aangezien de locaties Tour&Taxis (België) en Moonar (Luxemburg) samen meer dan 50% van de inkomsten uit verhuur en van onze portefeuille vertegenwoordigen, zal aan deze activa prioriteit worden gegeven.
3 Fysieke risico's hebben voornamelijk betrekking op gevaren die verband houden met wind en water, waaronder overstromingen, zeespiegelstijging en extreme weersomstandigheden. Transitiemogelijkheden en -risico's vloeien voornamelijk voort uit beleids- en regelgevingsontwikkelingen, energie- en koolstofkosten, technologische verschuivingen en marktdynamiek, terwijl kansen verband houden met de inzet van koolstofarmere energieoplossingen en klimaatbestendig ontwerp.
IMPACT-, RISICO- EN OPPORTUNITEITEN MANAGEMENT
Beleid inzake energie- en emissiebeheer in een notendop
(a) Mitigatie van de klimaatverandering
Nextensa zet zich in om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C, in overeenstemming met het Akkoord van Parijs, door de uitstoot gedurende de volledige levenscyclus van het vastgoed te verminderen.
We volgen het GHG Protocol en hebben ambitieuze netto-nuldoelstellingen vastgesteld: een vermindering van 95% van de Scope 1- en 2-emissies tegen 2030, met compensatie voor het saldo, en een netto-nuldoelstelling voor Scope 3-emissies tegen 2050.
De mitigatie-inspanningen worden gestuurd door erkende frameworks, waaronder de EU-taxonomiecriteria voor klimaatmitigatie, de CRREM 1,5 °C-decarbonisatietrajecten voor emissies tijdens het operationele gebruik en de SBTi Buildings-richtlijnen voor embedded koolstof in materialen. Investeringsactiviteiten zijn gericht op een reductie van 55% van de portefeuilleemissies tegen 2030, terwijl ontwikkelingsactiviteiten zich richten op fossielvrije gebouwen, verminderde primaire energievraag, verplichte levenscyclusanalyses (LCA's) en naleving van de Do No Significant Harm (DNSH)-principes.
(b) Adaptatie aan de klimaatverandering
Nextensa integreert klimaatadaptatie in haar ontwikkelingsactiviteiten door zowel de huidige als toekomstige fysieke klimaatrisico's in de ontwerpfase te beoordelen. Locatiegebonden klimaatrisicoscreening versterkt de klimaatbestendigheid van de portefeuille, waarborgt de gezondheid en veiligheid van de bewoners en anticipeert op de stijgende energievraag als gevolg van klimaatverandering.
Aangezien de transitierisico's als belangrijker werden beoordeeld dan de fysieke klimaatrisico's – gezien de relatief lage blootstelling van locaties in Midden- en West-Europa – is prioriteit gegeven aan de planning van de klimaattransitie. Als volgende stap heeft Nextensa zich ertoe verbonden om vanaf dit jaar het klimaatrisico voor elk gebouw in zijn portefeuille te berekenen, te beginnen met een analyse van het blootstellingsrisico.
(c) Energie-efficiëntie
Het verbeteren van de energie-efficiëntie is een belangrijke hefboom voor het verminderen van de operationele uitstoot. Nextensa geeft prioriteit aan koolstofarme materialen, vermindert de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en verbetert voortdurend de energieprestaties van gebouwen. Real-time energiebeheersystemen ondersteunen de voortdurende monitoring en optimalisatie van het energieverbruik en verbeteren tegelijkertijd het comfort van de bewoners in het merendeel van de activa.
(d) Inzet van hernieuwbare energie
Nextensa blijft het gebruik van hernieuwbare energieoplossingen uitbreiden, waaronder zonne-energie, geothermische systemen en warmtepompen, om koolstofarme verwarming en koeling mogelijk te maken. Daarnaast versnellen innovatieve initiatieven zoals energiegemeenschappen, e-mobiliteitsinfrastructuur en hubs voor hernieuwbare energie de uitrol van schone energie in de hele portefeuille.
(e) Aanpak van Embodied Carbon
Het verminderen van de carbon footprint is een kernelement van de ontwikkelingsstrategie van Nextensa. Levenscyclusanalyses (LCA's) worden gebruikt om de uitstoot van 'cradle-to-grave' te meten, prestaties te benchmarken en leveranciers te betrekken. Interne doelstellingen die zijn afgestemd op het SBTi Buildings-framework zijn van toepassing op kantoorontwikkelingen, terwijl een steeds groter deel van de residentiële projecten geleidelijk aan op deze trajecten wordt afgestemd.
Reikwijdte en governance
Het energie- en emissiemanagementbeleid is van toepassing op alle activiteiten, regio's en de waardeketen, en omvat zowel upstream-toeleveringsketens als downstream-effecten. Het toezicht wordt gewaarborgd door het Executief comité, ondersteund door het ESGcomité, terwijl de uitvoering wordt aangestuurd door operationele teams en versterkt door duurzaamheidscharters zoals het duurzame aankoopbeleid, de gedragscode voor leveranciers en de groene huurovereenkomsten4.
Acties en middelen
We hebben gerichte acties ondernomen en middelen toegewezen om klimaatverandering en de daarmee samenhangende materiële effecten, risico's en opportuniteiten aan te pakken. Deze acties maken deel uit van een gestructureerde, meerjarige aanpak die we de afgelopen jaren hebben uitgerold en die we zullen blijven prioriteren om onze langetermijndoelstellingen op het gebied van klimaat te bereiken.
Onze maatregelen gelden voor alle landen waar we actief zijn en hebben betrekking op de hele waardeketen. Maatregelen zoals het stimuleren van duurzaam gedrag van gebruikers zijn gericht op downstream-belanghebbenden, terwijl maatregelen met betrekking tot het gebruik van koolstofarme materialen gericht zijn op leveranciers en upstream-partners.
Omdat Nextensa zich ervan bewust is dat de uitvoering afhankelijk is van de beschikbaarheid en toewijzing van middelen, heeft het een kortetermijninvesteringsplan voor zijn portefeuille ontwikkeld. Dit plan geeft prioriteit aan en monetiseert duurzaamheidsinvesteringen, waarbij wordt gezorgd voor afstemming op financiële en bedrijfsdoelstellingen en tegelijkertijd de voortgang van cruciale maatregelen wordt gewaarborgd. Meer details over de toegewezen middelen zijn te vinden in het hoofdstuk "Financiering van ons transitieplan" en de CapExinformatie in het hoofdstuk EU-Taxonomie.
Hieronder koppelen we onze belangrijkste acties voor 2025 aan onze decarbonisatiehefbomen en categoriseren we ze in twee groepen: acties die tijdens het verslagjaar zijn uitgevoerd, samen met de doelstelling om de effectiviteit van de actie te volgen, en acties die in de toekomst moeten worden voortgezet met de verwachte resultaten. Hoewel deze tabel de belangrijkste acties in 2025 belicht, voeren we al jaren actief duurzaamheidsinitiatieven uit, waarvan vele vandaag de dag nog steeds een aanzienlijke impact hebben.
Eigen activiteiten
Hefbomen voor decarbonisatie
- Belangrijkste maatregelen die in het verslagjaar zijn genomen
- Maatregelen die in het verslagjaar zijn genomen en die in de toekomst moeten worden voortgezet
- Doelstelling om de doeltreffendheid van geplande maatregelen te volgen
Behaalde resultaten of verwachte uitkomsten
EIGEN ACTIVITEITEN ALS ONDERNEMING (EIGEN BEDRIJFSVOERING)
| VERBETERING VAN HET MOBILITEITSBELEID | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Mobiliteitsbudget | Overstappen opbrandstofloze bedrijfswagensof alternatieven voor zachtemobiliteit | Vermindering van de scope 1- enscope 2-voetafdruk | |||
| Bewustmakingscampagne voor hetgebruik van groene stroom EVladers op het hoofdkantoor vanNextensa | Netto-nul in 2030 voorelektrische auto's | Vermindering van de scope2-voetafdruk |
Verbetering van het mobiliteitsbeleid
Eind 2025 kondigde Nextensa de lancering aan van zijn mobiliteitsbudget, dat op 1 januari 2026 van kracht werd. Dit initiatief wordt systematisch aangeboden aan alle nieuwe medewerkers en aan medewerkers van wie de bestaande autoleaseovereenkomst afloopt.
Het mobiliteitsbudget fungeert als een belangrijke hefboom voor het verder verminderen van de CO₂-voetafdruk van ons bedrijfswagenpark in meerdere emissiescopes.
In Scope 1 (directe emissies) is 98% van de emissies afkomstig van mobiele verbranding. Dit stimuleert de overgang van voertuigen met een verbrandingsmotor (ICE) naar andere voertuigen, waardoor de directe CO₂-uitstoot door de verbranding van fossiele brandstoffen binnen het wagenpark effectief wordt geëlimineerd.
Voor Scope 2 (indirecte energie-emissies) is 97% van de emissies afkomstig van elektriciteit die wordt gebruikt om bedrijfswagens van stroom te voorzien. Wanneer werknemers kiezen voor volledig elektrische voertuigen, verschuift deze uitstoot naar het elektriciteitsverbruik. Deze verandering maakt extra reducties mogelijk door gebruik te maken van de groene stroom die beschikbaar is voor het opladen van voertuigen op ons hoofdkantoor in Tour & Taxis. In 2025 was 33% van de MWh die werd gebruikt om bedrijfswagens op te laden afkomstig van hernieuwbare bronnen.
4 Groene huurovereenkomsten: Nextensa voert geleidelijk 'groene huurovereenkomsten' in om ervoor te zorgen dat huurders zich aansluiten bij investeringen in de efficiëntie van gebouwen. Met dit doel voor ogen wil de organisatie huurders stimuleren om deel te nemen aan energie-efficiëntie, waterbesparing, afvalvermindering, recycling en het gebruik van niet-gevaarlijke schoonmaakproducten of andere duurzame acties. Om de betrokkenheid van huurders te stimuleren en te versterken, wordt een gebruikershandleiding voor gebouwen verstrekt met betrekking tot duurzaam gebouwbeheer en betrokkenheid van de lokale samenleving.
MINIMALISEREN VAN ENERGIEVERBRUIK Vervanging van isolatie en dakrenovatie inclusief technieken voor Royal Depot Intensiteitsdoelstelling en emissiedoelstelling volgens het CRREMtraject (met betrekking tot gebouwtypologie en locatie) Vermindering van operationele emissies door energieverbruik EPB-renovatie van de gevel van Hangar Verbeterde energie-efficiëntie in gebouwen met de slechtste prestaties, waardoor financiële risico's worden beperkt Implementatie van een gebouwbeheersysteem in Hangar Uitvoering van studies om Maison de la Poste om te vormen tot een emissievrij gebouw Optimaliseren van de energieprestaties door middel van efficiënte en aangepaste HVACsystemen in het Koninklijk Depot Verbeterde energie-efficiëntie LED-verlichtingsprogramma in Royal Depot en parkeergarage Implementatie van het energiebeheersysteem (Dnergy) Gebruik van een energiemonitoringplatform (Nanogrid) Verbeterde nauwkeurigheid bij het bijhouden van emissies Verbeterde nauwkeurigheid bij het bijhouden van emissies UITBREIDING VAN HET GEBRUIK VAN HERNIEUWBARE ENERGIE Installatie van zonnepanelen in het park van Tour & Taxis Procentuele toename van het aandeel van zelf opgewekte energie in het verbruik • Toename van het gebruik van hernieuwbare energie tijdens de werkzaamheden • Vermindering van Scope 2-emissies Studies uitvoeren om de ter plaatse geproduceerde elektriciteit te optimaliseren en batterijen in te zetten als opslagoplossing Optimaliseren van eigenverbruik van hernieuwbare energie ter plaatse INVESTEREN IN ONDERSTEUNENDE INFRASTRUCTUUR Onderzoeken van partnerschap voor het opzetten van een ESCO Procentuele toename van het aandeel van zelf opgewekte energie in het verbruik Toename van het gebruik van hernieuwbare energie Investeren in EV-laadstations voor gebruikers van de parkeergarages van Hangar en Tour & Taxis STIMULEREN VAN DUURZAAM GEDRAG VAN GEBRUIKERS Implementatie van innovatieve proefprojecten (bijv. Energy Community, Hume, enz.) Procentuele toename van het aandeel van zelf opgewekte energie in het verbruik Gebruikmaken van innovatieve ideeën voor nieuwe bedrijfsmodellen die duurzaam gedrag stimuleren Uitbreiding van individuele kWhmeters voor huurders om hun eigen verbruik te monitoren Monitoring van het verbruiksprofiel van huurders om de energie-intensiteit en het eigenverbruik te optimaliseren
ASSET MANAGEMENT (INVESTERING)
Investering Minimaliseren van het energieverbruik
De analyse van regelgevende vereisten en de verbetering van het databeheer voor energie en emissietracking zijn essentieel om de blootstelling van activa aan stranded assetrisico's te evalueren, waaronder het risico op veroudering of waardevermindering door klimaatverandering en veranderende regelgeving. Renovatiemaatregelen maken daarbij integraal deel uit van onze voortdurende investeringsbeslissingen, ingegeven door strengere regelgeving en de klimaatcrisis.
Het transitieplan van Nextensa werd ontwikkeld na de oprichting van het bedrijf in 2021 en begon met een uitgebreide inventarisatie van de gebouwenportefeuille, waarbij factoren zoals de leeftijd van het gebouw, het type gebruik, de technische installaties, de bezettingsgraad en de energieprestaties in kaart werden gebracht. Deze analyse vormde de basis voor het identificeren van gerichte CO₂-reductiemaatregelen en het prioriteren van de meest energieintensieve gebouwen op basis van absoluut verbruik, energie-intensiteit en emissies. Het transitieplan werd in eerste instantie vertaald in een kortetermijnactieplan voor 2023-2025, dat was ontworpen om prioriteit te geven aan investeringen door een evenwicht te vinden tussen kosten, implementatietermijnen en verwachte impact. Voortbouwend op de resultaten van deze eerste fase werd in 2025 een nieuw driejarig actieplan opgesteld.
Het doel voor 2025 is om de decarbonisatie en klimaatbestendigheid van de portefeuille te versnellen, vooruitlopend op de doelstelling voor 2030.
Dit omvat het aanpakken van de negatieve financiële risico's die gepaard gaan met slechte energieprestaties en het kwantificeren van de financiële gevolgen van klimaatverandering voor het gebouwenbestand. Om dit te ondersteunen heeft Nextensa een platform geïmplementeerd dat wetenschappelijk onderbouwde trajecten voor koolstofreductie biedt op basis van het CRREM 1,5 °C-scenario voor de gebouwenportefeuille. Het omvat ook tools voor financiële risicobeoordeling om koolstofmitigatiestrategieën op een kosteneffectieve manier te helpen beheren. Het doel is om investeringen in energie-efficiënte renovaties te optimaliseren door de daarmee samenhangende risico's transparant te maken en de daarmee samenhangende opportuniteiten te benutten.
De energiebron en de prestaties van gebouwen zijn cruciaal voor het behalen van de ambitieuze CO₂-emissiereductiedoelstellingen van Nextensa voor 2030 en 2050. Dankzij het energiebeheerplatform behoudt Nextensa een hoge datadekking ( 95%) van zijn portefeuille. Op
basis van deze dekking bedraagt de totale CO₂-uitstoot van de portefeuille van Nextensa 5.410 tCO₂eq (een vermindering van 14% i.v.m. 2024). Deze berekening omvat de uitstoot van aangekochte elektriciteit (exclusief zelf geproduceerde energie), aardgas, stookolie en stadsverwarming en -koeling, die samen goed zijn voor een totaal energieverbruik van 40.286 MWh.
Uitbreiding van investeringen in hernieuwbare energie om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen
Nextensa bevordert het gebruik van hernieuwbare energie door zonnepanelen te integreren, geothermische energieopslag te implementeren en netwerken voor energie-uitwisseling te creëren in projecten zoals Lake Side of met de Energy Community in Park Lane. Tegen het einde van 2025 is de totale oppervlakte van zonne-installaties op de activa van Nextensa met 48% toegenomen ten opzichte van 2021, tot bijna 49.000 m². De totale geïnstalleerde capaciteit steeg tot 9.610 kWp (een verdubbeling ten opzichte van 2021), waarmee 7.974 MWh aan elektriciteit werd opgewekt, wat overeenkomt met het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van bijna 2.280 huishoudens en bijdroeg aan een vermindering van 1.116 ton CO₂ uitstoot in 2025.

Gelijk aan het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van bijna 2280 huishoudens
Gelijk aan 558 retourvluchten tussen Parijs en New York voor één passagier (gebaseerd op een gemiddelde
retourvlucht)
van 2 ton per Dat komt overeen met 128 keer de omtrek van de aarde
kilometer autorijden
Gelijk aan 5.120.000 Er zouden 46.500 volgroeide bomen een heel jaar nodig hebben om deze hoeveelheid CO2 op te nemen (gebaseerd op de standaardmaatstaf van 24 kg/boom/ jaar).
Duurzaam gedrag van gebruikers stimuleren
Nextensa is ervan overtuigd dat de betrokkenheid van huurders een hoeksteen is voor het bereiken van energie-efficiëntie in de vastgoedsector, door hen in staat te stellen een actieve rol te spelen bij het verminderen van hun energieverbruik in de gehuurde panden. Deze samenwerking ondersteunt niet alleen de duurzaamheidsdoelstellingen, maar verhoogt ook de tevredenheid van de huurders en verlaagt de exploitatiekosten.
"Het geschatte potentieel voor energiebesparing door gedragsverandering is ongeveer 20%, maar sommige studies tonen aan dat de besparingen kunnen oplopen tot een derde van het elektriciteitsverbruik. Dit is niet alleen belangrijk voor de winstcijfers van vastgoedeigenaren, maar betekent ook een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en een belangrijke bijdrage aan het milieu." 5
Aangezien huurders een aanzienlijk deel van het energieverbruik voor hun rekening nemen, is het voor Nextensa belangrijk om hen bewust te maken van de impact van hun gedrag (kleine handelingen zoals het uitschakelen van verlichting in ongebruikte ruimtes, het optimaliseren van verwarming en koeling of het gebruik van energiezuinige apparaten) en om de verantwoordelijkheid te delen. Door huurders te betrekken bij het energiebesparingsproces krijgen zij een gevoel van verantwoordelijkheid en zullen zij zich beter houden aan het duurzaamheidsprogramma van Nextensa.
Daarom is het voor Nextensa van cruciaal belang om technologie in te zetten om huurders realtime feedback te geven met inzichten in hun energieverbruik, zodat zij weloverwogen beslissingen kunnen nemen.
Investeren in ondersteunende infrastructuur en innovatie:
Met innovatieve oplossingen wil Nextensa aantonen dat niet-energieprofessionals actief kunnen bijdragen aan de energietransitie door samenwerkingsverbanden te stimuleren. Een belangrijk initiatief is het proefproject Energy Community, dat in mei 2023 van start ging in Tour & Taxis. In 2024 kreeg het project een vergunning voor tien jaar van Brugel, de Brusselse regelgevende instantie die toezicht houdt op de prijzen van elektriciteit, gas en water. Sinds de start heeft
Bron: Let's Talk About Energy – How to Communicate Energy Issues with Tenants, BEEM-UP Project, EU 7th Framework Programme.
de Energy Community bijna 175 MWh aan zonne-energie, opgewekt in Gare Maritime, gedeeld met bijna 40 deelnemende bewoners van Park Lane, die zo tegen een aantrekkelijk tarief van hernieuwbare elektriciteit konden profiteren.
Dit initiatief maakt gebruik van het concept van collectieve zelfconsumptie, waardoor lokaal geproduceerde groene energie toegankelijker wordt en de CO₂-uitstoot aanzienlijk wordt verminderd.
Met de groeiende bezorgdheid over klimaatverandering en luchtvervuiling hebben elektrische voertuigen (EV's ) wereldwijd aanzienlijke populariteit gewonnen. Het succes van de acceptatie en verspreiding van elektrische voertuigen is echter sterk afhankelijk van de ontwikkeling van een robuuste laadinfrastructuur. Deze infrastructuur vormt de levensader van het EV-ecosysteem. Om EV-eigenaren te voorzien van handige en betrouwbare oplaadmogelijkheden, blijft Nextensa haar laadinfrastructuur in en rond haar portefeuille uitbreiden. In 2025 werden de 268 oplaadpunten in België veel meer gebruikt, met een gemiddelde energie-intensiteit van 5,22 MWh/ charging station/jaar, wat aangeeft dat de vraag toeneemt.
Ontwikkeling

MINIMALISEREN VAN HET ENERGIEVERBRUIK VAN GEBOUWEN EN INSTALLEREN VAN SYSTEMEN VOOR HERNIEUWBARE ENERGIE
| Prioriteit geven aan groene stroom voor nieuweprojecten | Verhoogd gebruik van hernieuwbare energie in alleprojecten |
|---|---|
| Nieuwe projecten moeten voldoen aan de materiëlecriteria van de EU-taxonomie met een primairenergieverbruik dat 10% lager ligt dan de NZEBnormen. | In overeenstemming met de EU-taxonomie |
| Integratie van fossielvrije alternatieven (bijv.geothermische opslag, warmtepompen, neutraleenergienetwerken) | Vermindering van Scope 3-emissies |
| KIEZEN VOOR MATERIALEN MET LAGERE CO2-UITSTOOT GEDURENDE DE GEHELELEVENSCYCLUS VAN HET GEBOUW | |
| Kies voor bio-based of emissiearme materialen (bijv.houten constructies in plaats van beton of staal) | Vermindering van de koolstofuitstoot in de bouwfaseen tijdens het gebruik van nieuwe gebouwen |
| Nieuwe kantoorgebouwen hebben een beperktkoolstofbudget in overeenstemming met het SBTiBuildings Pathway | |
| Incorporatie van LCA's voor CO2-emissies in nieuweconstructies |
Minimaliseren van het energieverbruik van gebouwen en installeren van hernieuwbare energiesystemen
Alle nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen aan een energieprestatiecertificaat (EPC) klasse A, in overeenstemming met de toepasselijke nationale of regionale wetgeving. Sinds 2023 hanteert Nextensa nog strengere interne eisen voor projecten die een bouwvergunning aanvragen. In overeenstemming met de EU-taxonomiecriteria voor klimaatverandering moeten deze projecten de nationale of regionale normen voor bijna-energieneutrale gebouwen (NZEB) met ten minste 10% overtreffen wat betreft het primaire energieverbruik.
Bovendien zijn nieuwe projecten ontworpen om uitsluitend op hernieuwbare energiebronnen te werken, waarbij het gebruik van fossiele brandstoffen voor verwarming en koeling uitdrukkelijk is uitgesloten, om zo een zo laag mogelijke carbon footprint te realiseren. Deze normen zijn al geïmplementeerd in verschillende nieuwe projecten, waaronder het Lake Side-project in Tour & Taxis en de herontwikkeling van de BELTowers en Treemont (beide in Brussel) en Montree (Luxemburg).
Kiezen voor materialen met een lagere koolstofuitstoot gedurende de hele levenscyclus van het gebouw
De koolstofuitstoot van materialen gedurende de levenscyclus van het gebouw wordt gemonitord met behulp van levenscyclusanalyses (LCA's). Een LCA omvat de evaluatie van de volledige levenscyclus van alle bouwcomponenten, van "wieg tot graf". Dit begint met de selectie en levering van materialen, inclusief transport, gevolgd door het bouwproces, de ingebruikname van het gebouw, onderhoud, reparatie, energie- en waterverbruik en uiteindelijk de fase aan het einde van de levensduur. In deze laatste fase worden mogelijkheden voor hergebruik of recycling van onderdelen onderzocht om bouwafval tot een minimum te beperken.
De belangrijkste onderdelen die in de LCA worden behandeld, zijn de buitenmuren (schil, structuur, afwerking), ramen, vloerafwerking, binnenmuren en dak. Daarnaast worden ook andere bouwelementen, zoals de technische installaties, geanalyseerd.
Enerzijds is het uitvoeren van een LCA een belangrijk criterium voor de beoordeling van de EUtaxonomie voor klimaatmitigatie, anderzijds gebruikt Nextensa de gegevens om de inherente emissies van haar ontwikkelingen en renovaties te benchmarken, vooral bij gebrek aan nationale regelgeving.
In de komende jaren zullen we doorgaan met het meten van aanvullende projecten en hebben we een maximale drempel voor de carbon footprintintensiteit vastgesteld voor ontwikkelingen die gebruikmaken van de SBTi Buildingsrichtlijnen. Deze inspanningen zullen toekomstige projecten verbeteren en onze milieu-impact verminderen, met als uiteindelijk doel om in 2050 nettonulontwikkelingen te realiseren. De emissies die voortvloeien uit deze activiteiten worden gerapporteerd in het jaar waarin de projecten worden opgeleverd.

DOELSTELLINGEN EN KENGETALLEN
Doelstellingen met betrekking tot klimaatverandering
Wij hebben ambitieuze doelstellingen vastgelegd om de ambities van ons beleid en transitieplan waar te maken op weg naar netto nul emissies. Nextensa engageert zich om de milieu impact van haar activiteiten, projecten en vastgoedportefeuille systematisch te monitoren en te beperken, met als doel haar koolstofvoetafdruk te verkleinen en klimaatverandering aan te pakken. De berekening van onze broeikasgasemissies (BKG) gebeurt volgens het GHG protocol en start met het afbakenen van emissiebronnen en grenzen. In 2022 stelde Nextensa een emissie inventaris op volgens de Operational Control benadering, in lijn met de klimaatwetenschap voor de bepaling van referentiewaarden. Zodra een emissiedoelstelling is vastgesteld, is een continue opvolging van de prestaties essentieel om de voortgang te garanderen.
Door zich te engageren tot netto nul emissies voor scope 1 en 2 tegen 2030 toont Nextensa leiderschap op het vlak van klimaatactie en brengt zij haar duurzaamheidsdoelstellingen in lijn met wetenschappelijk onderbouwde drempels. De scope 1 en scope 2 emissies van Nextensa zijn relatief eenvoudig af te bakenen en omvatten het energieverbruik in kantoren en op werven, evenals de emissies van het bedrijfswagenpark. Sinds de centralisatie van de Belgische kantoren in één duurzame hoofdzetel zijn gas en elektriciteitsverbruik niet langer de belangrijkste emissiebronnen. Mobiele verbranding door bedrijfsvoertuigen vormt vandaag de grootste bijdrage aan de CO₂ emissies van Nextensa.
De scope 3-emissies vormen het grootste deel van de impact van Nextensa, maar zijn ook het moeilijkst te meten. Ze omvatten de emissies van de eigen activiteiten, de investeringsportefeuille en de ontwikkelingsactiviteiten van Nextensa, wat nauwkeurige tracking en reductie-inspanningen complexer maakt.
Inhoudstafel • Nextensa in het kort • Bedrijfsrapport • Duurzaamheidsverslag • Corporate Governance • Vastgoedverslag • Geconsolideerde Staten 2025 • Bijlagen
De onderstaande tabel bevat de emissiereductiedoelstellingen van Nextensa
voor scope 1, 2 en 3 voor haar diverse activiteiten.
| BUSINESS UNIT | TARGET TYPE | PARIS ALIGNED | 2030 | 2050 | GHG PROTOCOL-CATEGORIE | DOELGRENS | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eigen activiteiten | High level Net Zero-verbintenis(absolute reducties i.v.g. met 2021) | 95% | Directe emissies en indirecte emissies uit ingekochteenergie | scope 1+2 | |||
| 95% | Ingekochte goederen & diensten | scope 3 | |||||
| Assetmanagement(investering) | CITY | Industriestandaard 1,5 °C-conformtraject CRREM-conforme emissies(absolute reductiedoelstelling tenopzichte van 2021) | 55% | 95% | Downstream leased assets | scope 3 | |
| Ontwikkelingsactiviteiten | Opgeleverde m² in lijn metSBTi-doelstelling voor dekoolstofintensiteit van gebouwen | 100%25% | 100%100% | Kapitaalgoederen (kantoren)Kapitaalgoederen (Woningen) | scope 3 | ||
| Relevante aanvullende frameworks | Relevantie | ||||||
| CITY | • Afgestemd op intensiteitsmaatstaf(kgCO2e/m²)• Specifiek per land en gebouwtype | vaststellen van normen (bijv. SBTi)• Afgestemd op sectorale praktijken | • Trajecten zijn afgestemd op 1,5 °C en worden gebruikt door andere methoden voor het | Gebouwemissies(scope 3.13) | |||
| TAXONOMY | Afstemming van CAPEX/omzet opde taxonomie: substantiële bijdrageaan klimaatmitigatie | zijn• Zowel officiële norm als geboden zekerheid | • Relevante doelstelling voor beleggers, aangezien bedrijven met taxonomie-conformeactiviteiten kunnen worden beschouwd als bedrijven die in transitie zijn of 'netto-nul'-conform | Alle in aanmerkingkomendenieuwbouw- enrenovatieprojecten | |||
| • Absoluut reductiedoel• Zowel kortetermijn- alslangetermijndoel | Netto-nuldoelstellingvoor bedrijven:Scope 1 + 2 | ||||||
| SBTi-richtlijnen | • Doelstellingen voor degebruiksfase (kg CO2e/m²)• Gebaseerd op CRREM-trajecten | op 1,5°-koolstofbudgetten)• Erkend door investeerders en ratingbureaus• Internationaal gebruikt | • Erkend door CSRD om aan te tonen dat men in lijn is met het Akkoord van Parijs (gebaseerd | Richtlijnen voorgebouwen:gebruiksfase | |||
| • Doelstellingen voor de intensiteitvan de ingebouwde koolstof(kgCO2e/m2)• Gebaseerd op gedownscaledetrajecten die aansluiten bij de1,5 °C-doelstelling | Richtlijnen voorgebouwen:Ingebouwdekoolstof |
Nextensa hanteert 2021 als referentiejaar voor de scope 1 , scope 2 en scope 3 emissies (uitsluitend voor de categorie 'Downstream Leased Assets'). Dit referentiejaar is sinds de vorige rapporteringsperiode ongewijzigd gebleven en sluit aan bij de geïntegreerde emissiereductiestrategie van de onderneming. De in de tabel opgenomen doelstellingen zijn rechtstreeks gekoppeld aan onze materiële impacten, risico's en opportuniteiten, met bijzondere aandacht voor het materiële thema 'Energy & Emissions Management'. Om deze doelstellingen te realiseren, zijn de decarbonisatiehefbomen en de daaraan verbonden acties van cruciaal belang. Stakeholders spelen hierbij een essentiële rol: via gerichte betrokkenheid van onder meer leveranciers en huurders verzamelen wij productniveau gegevens over broeikasgasemissies, wat bijdraagt aan een grotere nauwkeurigheid van onze emissieberekeningen. Deze aanpak is in lijn met Nextensa's duurzaam aankoopbeleid en stimuleert de bewustwording rond onze ESG strategie en duurzaamheid binnen de volledige toeleveringsketen.
Energieverbruik en energie mix
Voor de rapportering van het energieverbruik hanteert Nextensa hetzelfde afbakeningskader als voor de rapportering van de broeikasgasemissies (scope 1 en 2). De kwantitatieve energie gerelateerde gegevens worden uitgedrukt in MWh.
Het totale energieverbruik omvat alle energie afkomstig van brandstoffen en elektriciteit die door Nextensa wordt verbruikt binnen haar operationele activiteiten. Dit totale energieverbruik wordt opgesplitst in fossiele en hernieuwbare bronnen. Fossiele bronnen omvatten brandstoffen (aardolieproducten en aardgas gebruikt voor de verwarming van de kantoren) evenals elektriciteit afkomstig uit niet hernieuwbare bronnen. Hernieuwbare bronnen omvatten zowel de verbruikte elektriciteit opgewekt door zonnepanelen op de kantoorgebouwen van Nextensa als netstroom die wordt aangekocht onder leveranciersovereenkomsten die garanderen dat de energie wordt geproduceerd via hernieuwbare energieopwekkingsprocessen.
Energieverbruik scope 1 & 2 (in MWh)


Energieverbruik scope 1 & 2 (in MWh) 2025 vs 2024
BRUTO BROEIKASGASEMISSIES SCOPE 1, 2, 3
Om emissies doeltreffend te meten en te beheren, volgt Nextensa het Greenhouse Gas (GHG) protocol, een wereldwijd erkend kader voor koolstofboekhouding. Dit protocol onderscheidt drie emissiescopes: scope 1 (directe emissies uit eigen of gecontroleerde bronnen), scope 2 (indirecte emissies uit aangekochte elektriciteit) en scope 3 (alle overige indirecte emissies, waaronder die uit de toeleveringsketen en over de volledige levenscyclus van producten). Door deze gestandaardiseerde aanpak toe te passen, waarborgt Nextensa transparantie, consistentie en geloofwaardigheid in haar emissierapportering en reductie inspanningen.
Naast de reductie van broeikasgasemissies in scope 1 en 2 engageert Nextensa zich ook om de scope 3 emissies terug te dringen, die het grootste aandeel van onze milieu impact vertegenwoordigen. Als vastgoedonderneming worden de scope 3 emissies van Nextensa voornamelijk bepaald door de bouw van nieuwe gebouwen, evenals door de verwerving, renovatie, exploitatie en verkoop van activa—sleutelfactoren die de emissies over de volledige levenscyclus van vastgoed bepalen.
In dit verslag zijn rechtstreekse vergelijkingen mogelijk voor scope 1 en voor een selectie van categorieën binnen scope 2 en 3. Voor de overige gegevens is vergelijkbaarheid niet mogelijk door wijzigingen in rekenmethodologieën of door de toevoeging van scope 2 en scope 3 categorieën die in eerdere rapporten niet werden meegenomen. Wat de waardeketen betreft, zijn geen wezenlijke wijzigingen aangebracht in de afbakening van Nextensa's rapporteringsscope of in de upstream en downstreamwaardeketen. Nextensa blijft zich baseren op de waardeketenafbakening zoals vastgelegd in de dubbele materialiteitsanalyse van 2023.
De meest relevante scope 3-categorieën voor onze activiteiten:
• Voor onze eigen activiteiten houden we rekening met aangekochte goederen en diensten (3.1), afvalbeheer (3.5), zakenreizen (3.6) en woonwerkverkeer van werknemers (3.7).
- Voor onze investeringsactiviteiten houden we rekening met downstream geleasete activa (3.13), aangekochte goederen en diensten (3.1), kapitaalgoederen (3.2), afval van activiteiten (3.5), gebruik van verkochte producten (3.11) en behandeling van verkochte producten aan het einde van hun levensduur (3.12).
- Voor onze ontwikkelingsactiviteiten houden we rekening met kapitaalgoederen (3.2), het gebruik van verkochte producten (3.11), de behandeling van verkochte producten aan het einde van hun levensduur (3.12) en afval van bedrijfsactiviteiten (3.5).
De overige scope 3-categorieën die niet in onze inventaris zijn opgenomen, zijn niet van toepassing of vertegenwoordigen slechts een minimaal deel van onze totale indirecte uitstoot (<1% per categorie).

| NEXTENSA'S MAPPING SCOPE 1+2+3 EMISSIES 2025 (tCO2-eq) | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Lage relevantieEMISSIES VAN ACTIVITEITENGemiddelde relevantieOPERATIONELEGEBOUWONTWIKKELINGEMISSIESZeer relevant-PORTEFEUILLE(DEVELOPMENT)(BEDRIJF)Niet binnen de reikwijdte(INVESTMENT) | Lage relevantieGemiddelde relevantieZeer relevantNiet binnen de reikwijdte | OPERATIONELEEMISSIES(BEDRIJF) | GEBOUW-PORTEFEUILLE(INVESTMENT) | EMISSIES VAN ACTIVITEITENONTWIKKELING(DEVELOPMENT) | |||||
| Stationaire verbranding | 0,87 | 1. Gekochte goederen endiensten | 717,44 | 3.784,89 | |||||
| SCOPE 1 | Mobiele verbranding | 42,37 | 2. Kapitaalgoederen | 42.240 | 12.302,40 | ||||
| Vluchtige emissies | 0,00 | 3. Brandstof- en energieactiviteiten(niet opgenomen in scope 1 of 2) | 0,00 | 0,00 | |||||
| 43.23 Bruto scope 1-emissies ( tCO2-eq) | 4. Upstreamvervoer en-distributie | opgenomen incat 1. | opgenomen incat 2. | ||||||
| 5. Afval geproduceerd bijactiviteiten | 4,89 | 359,19 | 0,00 | ||||||
| SCOPE 2 | Aangekochte elektriciteit | 10,27 | 0,00 | 6. Zakelijk reisverkeer | 34,26 | ||||
| 97.90 Bruto locatiegebaseerde scope 2-emissies (tCO2-eq) | 7. Woon-werkverkeerwerknemers | 24,64 | |||||||
| 10.27 Bruto marktgebaseerde scope 2-emissies (tCO2-eq) | SCOPE 3 | 8. Upstream geleasede activa | 0,00 | ||||||
| 53.51 Totaal marktgebaseerde Scope 1 en 2 GHG emissies ( tCO2e) | 9. Downstreamvervoer | ||||||||
| 10. Verwerking vekochteproducten | |||||||||
| 11. Gebruik verkochte producten | 59.250 | 9.869,91 | |||||||
| 12. End-of-life-verwerkingverkochte producten | 5.613 | 1.423,48 | |||||||
| 13. Downstream geleasede activa | 5.410 |
141,034.10 Totaal scope 3 broeikasgasemissie (tCO2-eq)
-
Franchises
-
Investeringen
Voor de berekening van de broeikasgasemissies hanteert Nextensa een robuuste en breed toegepaste hybride aanpak, die de sterke punten van zowel activiteitsgebaseerde als uitgavengebaseerde datamethoden combineert en zo een nauwkeurigere en meer volledige beoordeling van de carbon footprint mogelijk maakt.
Scope 1
Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het verminderen van het verbruik van fossiele brandstoffen voor de verwarming van de kantoren van Nextensa. De belangrijkste uitdaging blijft echter het verminderen van de mobiliteitsgerelateerde broeikasgasemissies, die het grootste deel van onze Scope 1-emissies uitmaken. Deze emissies bedragen in totaal 42,37 ton CO₂eq op een totaal van 43,23 ton CO₂eq, wat neerkomt op 98% van de Scope 1-emissies. Het brandstof- en gasverbruik voor de verwarming van onze kantoren vertegenwoordigt slechts 0,87 ton CO₂eq (-98% reductie ten opzichte van de referentie van 2021).
Scope 2
Sinds de verhuizing van het Belgische hoofdkantoor naar het duurzame Gare Maritime-gebouw in 2022 hebben we onze doelstelling van netto nuluitstoot voor de Belgische kantoren al bereikt. In 2025 verbruikten deze kantoren 25,64 MWh zelf geproduceerde zonne-energie, goed voor 37,0% van de totale elektriciteitsverbruik van 69,36 MWh. Dankzij de verhuizing in maart 2024 van onze Luxemburgse collega's naar een kleinere locatie in Leudelange, vertegenwoordigt het Belgische hoofdkantoor in Gare Maritime 86% van de totale kantoorruimte van Nextensa. Naast het totale elektriciteitsverbruik van de kantoren in België en Luxemburg, dat samen 77,80 MWh bedraagt (-24% t.o.v. 2024), is er een elektriciteitsverbruik van 59,74 MWh voor de bedrijfswagens en een verbruik van 101,79 MWh voor de bouwplaats van Park Lane deel II.
Aangezien de aangekochte elektriciteit voor de kantoren en voor de werf op Tour & Taxis afkomstig is van hernieuwbare bronnen, heeft alleen het verbruik van het geëlektrificeerde wagenpark een impact op de totale CO2-voetafdruk van Nextensa. Aangezien de parkeergarages van Tour & Taxis worden gevoed door groene stroom, werden al alle laadbeurten door het personeel van Nextensa in deze parkeergarages, in totaal 28,80 MWh (of 33% van de totale opgeladen elektriciteit), beschouwd als emissievrij.

Ontwikkeling van de eigen bedrijfsemissies scope 1 & 2 ten opzichte van de doelstelling (tCO2e)
| Referentie | Doel | |||
|---|---|---|---|---|
| 2021 | 2025 | 2030 | ||
| scope 1 | Stationaire verbranding Kantoren | 39,84 | 0,87 | 1,99 |
| Mobiele verbranding | 78,02 | 42,37 | 3,90 | |
| scope 2 | Aangekochte elektriciteit Kantoren | 16 | 0,3 | 0,80 |

Scope 3
De Scope 3-emissies van de activiteiten van Nextensa vertegenwoordigen het grootste deel van onze milieu-impact. De screening van 2022 leidde tot een CO₂-mapping voor Nextensa, waarbij de scope 3-activiteiten met de hoogste uitstoot, het grootste reductiepotentieel en de grootste relevantie voor de bedrijfsdoelstellingen werden geïdentificeerd. Deze mapping vormt de basis van de roadmap die Nextensa volgt om de rapportage over scope 3-emissies in de loop van de tijd uit te breiden, van gegevens met een "hoge relevantie" naar gegevens met een "lage relevantie", om zo jaar na jaar te komen tot een volledige scope 3-rapportage. In 2024 hebben we in samenwerking met Climact een scope 3-sanity check uitgevoerd om de volledigheid en consistentie van de gegevens te waarborgen.
Scope 3-emissies zijn inderdaad het meest complex om te meten, omdat ze zowel operationele als activagerelateerde emissies omvatten, zowel die van onze investeringsportefeuille en ontwikkelingsactiviteiten. Bovendien kunnen niet alle categorieën in hetzelfde jaar worden gerapporteerd (tijdsgebonden grenzen van scope 3-categorieën). Bedrijfsactiviteiten binnen de waardeketen vinden continu plaats, net als emissies. Sommige categorieën dienen als voorwaarde voor andere, terwijl sommige emissies naar verwachting in de komende jaren zullen plaatsvinden als gevolg van langdurige bedrijfsgerelateerde activiteiten.
Bij de aankoop of verkoop van een gebouw worden broeikasgasemissies (GHG) volgens Scope 3 gecategoriseerd op basis van eigendom en levenscyclusfase. De aankoop van een gebouw valt onder kapitaalgoederen (categorie 2) in het jaar van aankoop. De verkoop van een gebouw omvat het gebruik van verkochte producten (categorie 11) en de behandeling aan het einde van de levensduur (categorie 12) voor de geschatte emissies gedurende de levensduur.
| TIJDSGRENS VAN DE SCOPE 3-CATEGORIEVAN NEXTENSA | DEFINITIE | AFGELOPENJAREN | VERSLAGJAAR | TOEKOMSTIGEJAREN | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1. Aangekochte goederen en diensten | ||||||
| 2. Kapitaalgoederen | Gebouwen zijnlangetermijnactiva | Aankoopvangebouwen | Wanneer een bedrijf een gebouw koopt, worden deingebouwde koolstofemissies (bouw, materialen) doorgaansgerapporteerd in het jaar van aankoop. Het betreft eeneenmalige boeking van de ingebouwde emissies, geenjaarlijkse afschrijving van emissies. Daarnaast worden onder'Kapitaalgoederen' de vooraf ingebouwde koolstofemissiesvan de ontwikkelingen verantwoord. Al deze emissies wordengerapporteerd in het jaar van oplevering | |||
| 3. Brandstof- en energieverbruik | ||||||
| 4. Transport en distributie stroomopwaarts | ||||||
| 5. Afval dat tijdens de bedrijfsvoering wordt gegenereerd | ||||||
| 6. Zakenreizen | ||||||
| 7. Woon-werkverkeer van werknemers | ||||||
| 8. Lease-activa | ||||||
| 11. Gebruik van verkochte producten | Dit omvat emissies afkomstigvan de energie die nodig isom het gebouw te exploiterennadat het is verkocht | Aankoop | Als een bedrijf een gebouw verkoopt (of een nieuw gebouwaan een klant), moet het de geschatte uitstoot rapporterenvan verwarming, koeling en elektriciteitsverbruik doortoekomstige gebruikers gedurende de verwachte levensduurvan 60 jaar | |||
| 12. Einde levensduur van verkochte producten | Deze categorie omvatemissies die verband houdenmet de sloop, afvalverwerkingen recycling van de bouwmaterialen aan het einde vande levensduur | vangebouwen | De verkoper moet de potentiële uitstoot berekenen van detoekomstige ontmanteling en verwijdering van het gebouw | |||
| 13. Lease-activa in de downstream-fase |
Dit resulteert in aanzienlijke variaties in de gerapporteerde emissies voor beide activiteiten van Nextensa, Investering en Ontwikkeling, over de gerapporteerde jaren. In 2025 verwierf Nextensa de Bel Towers (voormalige Proximus-gebouwen) in Brussel, een kantoorgebouw met oppervlakte van 110.000 m². Dit resulteert in een totale carbon footprint van 42.240 tCO2 (bijna 30% van de volledige Scope 3-emissies).
Naast deze impactvolle aankoop werd ook het desinvesteringsprogramma voortgezet met de verkoop van de beide Knauf Shopping Centers, de belangrijkste bronnen van piekemissies.
In de ontwikkelingsactiviteit levert de voltooiing van het Park Lane 2-project een belangrijke bijdrage aan de categorieën 2, 11 en 12.
Rekening houdend met deze toelichtingen rapporteren we in een afzonderlijke overzichtstabel de aankoop- en verkoopkansen in lijn met de heroriëntatiestrategie van onze activiteiten, die overeenkomen met uitzonderlijke en niet-vergelijkbare piekemissies, op basis van drie belangrijke overwegingen:
- Tijdsbestek: emissies van kapitaalgoederen worden onmiddellijk gerapporteerd, terwijl gebruik/einde levensduur worden geprojecteerd over de levensduur van het gebouw.
- Operationeel versus intrinsiek: aankoop betekent intrinsieke emissies; bij de verkoop van onroerend goed ligt de focus op operationele emissies en emissies bij afbraak.
- Verhuurd: Als het gebouw wordt verhuurd, valt het onder downstream verhuurde activa in plaats van verkochte producten.
De scope 3-emissies van Nextensa bedragen in totaal 141.034,10 ton CO₂eq, berekend volgens een hybride methode (op activiteiten en uitgaven gebaseerde methode wanneer primaire activiteitsgegevens nog niet beschikbaar zijn).
Bedrijfsgebonden emissies- Scope 3-emissies
Onze rapportage over scope 3-emissies van broeikasgassen sluit aan bij de boekhoudkundige cijfers om audits te vergemakkelijken en is daarom gebaseerd op de op uitgaven gebaseerde methode. Nextensa is van plan om de reikwijdte van niet-financiële informatie uit te breiden en ervoor te zorgen dat deze informatie consistent, relevant, vergelijkbaar, betrouwbaar en gemakkelijk toegankelijk is.
Asset emissies - Scope 3-emissies
Naast downstream geleasde assets houden we ook rekening met andere scope 3-categorieën, namelijk:
- Aangekochte goederen en diensten: een belangrijke categorie, die de CO2 voetafdruk omvat van alle CapEx- en renovatie-investeringen en diensten voor facilities. Nextensa heeft al een aankoopbeleid ingevoerd en is van plan om intern beleid voor de aankoop van goederen en diensten in te voeren om deze categorie in lijn te brengen met de belangrijkste nettonuldoelstelling voor Scope 3-emissies.
- Kapitaalgoederen: vertegenwoordigen de embodied carbon van aangekochte gebouwen. Nextensa blijft investeren in nieuwe activa, met als doel deze te herontwikkelen tot toekomstbestendige gebouwen die in lijn zijn met de algemene ESG-strategie van Nextensa. De aankoop van gebouwen betekent dat er in de jaren van aankoop piekemissies in deze categorie zullen zijn. Dit jaar heeft Nextensa de Bel Towers (voormalige Proximus-torens) aangekocht. Deze aankoop verklaart de aanzienlijke stijging van de emissies in deze categorie. Deze transactie houdt verband met de verhuizing van Proximus naar een nieuw hoofdkantoor op de site van Tour & Taxis. De torens zullen worden herontwikkeld tot een complex voor gemengd gebruik met kantoren, woningen en openbare voorzieningen. Voor de ontwikkelingsactiviteit omvat deze categorie de carbon footprint van alle opgeleverde gebouwen in Park Lane 2, voor een totaal van 12.302,40 tCO2eq.
- Afval van activiteiten: vertegenwoordigt de uitstoot die verband houdt met afval van vastgoedbeheer. In deze categorie houden we rekening met het afval dat wordt gegenereerd op Tour & Taxis en dat geen deel uitmaakt van
het privéafval van onze huurders. Samen met Ecosmart wordt het afval zoveel mogelijk in verschillende fracties ingezameld, klaar voor recycling.
- Gebruik van verkochte producten: dit betreft de resterende emissies over de levensduur van verkochte gebouwen tijdens hun gebruiksfase. Deze emissies vloeien voort uit de strategische desinvesteringsstrategie, die Nextensa in staat stelt zich te focussen op projecten waar zij een grotere impact kan realiseren. In het verslagjaar verkocht Nextensa vier gebouwen—Shopping Center Knauf Pommerloch, Shopping Center Knauf Schmiede, Retail Ingeldorf en Monteco wat resulteert in totale emissies van 59.250 tCO₂eq binnen deze categorie voor de investeringsactiviteiten. De verkoop van de ontwikkeling Park Lane 2 vertegenwoordigt daarnaast 9.869,91 tCO₂eq aan operationele emissies over de volledige levensduur van deze gebouwen.
- Behandeling aan het einde van de levensduur van verkochte producten: Dit vertegenwoordigt de verwachte emissies van de behandeling aan het einde van de levensduur van verkochte gebouwen en houdt verband met het gebruik van verkochte gebouwen. Zoals uitgelegd in de vorige paragraaf vertegenwoordigt de verkoop van activa in 2025 een totale emissie van deze categorie van 5.613 tCO2eq voor de investeringsactiviteit, terwijl de emissie aan het einde van de levensduur voor het Park Lane 2-project 1.423,48 tCO2eq vertegenwoordigt.

| ACTIVITEITEN IN 2025 WEERSPIEGELD IN PIEKEMISSIES | Categorie | Relevantie voor Scope 3 | ton CO2e |
|---|---|---|---|
| Aankoop | Kapitaalgoederen (Cat 2) | Koolstofvoetafdruk vande bouw (eenmalig) | 42.240 |
| Verkoop van residentiële activa | Kapitaalgoederen (Cat 2) | Koolstofvoetafdruk vande bouw (eenmalig) | 12.302 |
| Verkoop commerciële activa | Gebruik van verkochteproducten (Cat 11) | Emissies tijdens delevensduur (energie) | 59.250 |
| Verkoop van residentiële activa | Gebruik van verkochteproducten (Cat 11) | Emissies tijdens delevensduur (energie) | 9.870 |
| Verkoop commerciële activa | Behandeling aan het eindevan de levensduur (Cat 12) | Emissies bij sloop/afvalverwerking | 5.613 |
| Verkoop van residentiële activa | Behandeling aan het eindevan de levensduur (Cat 12) | Emissies bij sloop/afvalverwerking | 1.423 |
| Totale piekemissie (niet vergelijkbaar met voorgaande jaren) | 130.698 |
SAMENVATTENDE TABEL MET DE EMISSIES GELINKT AAN ACQUISITIE- EN VERKOOPACTIVITEITEN VAN 2025

PROJECTEN VOOR VERWIJDERING VAN BROEIKASGASSEN
Tot nu toe heeft Nextensa geen projecten voor de verwijdering of opslag van broeikasgassen geïmplementeerd binnen haar eigen activiteiten of in haar waardeketen. Bovendien omvatten de gerapporteerde broeikasgasemissies geen reducties of verwijderingen uit klimaatmitigatieprojecten buiten hun waardeketen, zoals projecten die worden gefinancierd door de aankoop van koolstofcredits.
INTERNE KOOLSTOFPRIJS
Momenteel heeft Nextensa geen intern koolstofprijsmechanisme. We zijn echter van plan om in de toekomst een dergelijk mechanisme in te voeren om de invoering van duurzaamheidsbeleid en -doelstellingen intern te stimuleren en te bevorderen. Het concept houdt in dat er een schaduwprijs voor koolstof wordt toegepast op projecten, waarbij de opbrengsten worden geherinvesteerd in andere duurzame initiatieven.
FINANCIËLE GEVOLGEN
In 2024 heeft Nextensa een eerste klimaatrisicobeoordeling uitgevoerd voor een representatief nieuw ontwikkelingsproject om de methodologieën en rapportagetools te testen die in onze bedrijfsprocessen kunnen worden geïntegreerd. Deze pilotbeoordeling leverde waardevolle inzichten op over hoe klimaatgerelateerde risico's en kansen financieel kunnen worden gekwantificeerd, zodat deze factoren kunnen worden meegenomen in de strategische besluitvorming over ontwikkeling.
Voor de activaportefeuille gebruiken we de CRREM-tool om een wetenschappelijk onderbouwde scenario-analyse van de transitie-risico's uit te voeren. De tool identificeert niet alleen de specifieke "misalignment points" voor elk activum (met een prognose van het jaar waarin ze naar verwachting "gestrand" zullen raken - met betrekking tot energie-intensiteit en CO2 emissiedoelstellingen), maar evalueert ook de financiële impact van energetische renovaties, inclusief de geschatte CapEx-vereisten en de daaruit voortvloeiende vermindering van de operationele uitgaven door energiebesparingen.
Er zijn fysieke risico's geïdentificeerd voor de gehele portefeuille in 2025 en deze zullen verder worden beoordeeld met betrekking tot de technische kenmerken van elk activum.
EU-TAXONOMIE
De EU-taxonomie is een classificatiesysteem dat economische activiteiten definieert als "ecologisch duurzaam" of niet. Dit systeem, dat in 2020 is ingevoerd, verplicht bedrijven die onder de NFRD vallen om vanaf 2023 te rapporteren of hun activiteiten in overeenstemming zijn met de taxonomie. Deze verplichting wordt uitgebreid naar alle EU-bedrijven die onder de CSRD vallen zodra de rapportagevereisten daarvan van kracht worden. Nextensa valt niet langer onder de CSRD-rapportage, maar heeft in 2023 besloten dat de criteria van deze wetgeving de minimumvereisten vormen voor alle nieuwe ontwikkelingsprojecten en ingrijpende renovaties.
De EU-taxonomie definieert een economische activiteit als "ecologisch duurzaam" als deze aan de volgende voorwaarden voldoet:
- Voldoen aan de criteria voor "substantiële bijdrage" (SC) aan een of meer milieudoelstellingen.
- Voldoen aan de criteria voor "geen significante schade" (DNSH) met betrekking tot andere milieudoelstellingen.
- Voldoen aan de "minimale sociale waarborgen" (MS).
De EU-taxonomie is een classificatie in twee stappen:
-
- Stap 1: Geschiktheid (Eligibility) In een eerste stap wordt het aandeel van de omzet bepaald dat voortvloeit uit taxonomie activiteiten, evenals het aandeel van de kapitaal en operationele uitgaven (CapEx en OpEx) dat aan de EU taxonomie is gekoppeld, om het percentage van de activiteiten vast te stellen dat als taxonomie geschikt kan worden aangemerkt.
-
- Stap 2: Afstemming (Alignment) In een tweede stap wordt vastgesteld welk percentage van dit taxonomie geschikte aandeel daadwerkelijk is afgestemd op de EU taxonomie, of met andere woorden als 'groen' kwalificeert. Dit gebeurt door het openbaar maken van informatie over de technische screeningscriteria om aan te tonen dat de activiteiten in overeenstemming zijn met de taxonomie.
In 2025 is meer dan 98% van de omzet van Nextensa en 94% van zijn CapEx 'in aanmerking komend' voor de EU-taxonomie. Deze cijfers hebben voornamelijk betrekking op vastgoedontwikkelingsactiviteiten en de verhuur van vastgoed in zijn portefeuille.
Voor de activiteit 'Constructie van nieuwe gebouwen' is 46% van de gerapporteerde omzet binnen deze activiteit in overeenstemming. Dit resultaat is grotendeels te danken aan de inkomsten van het project Park Lane Phase 2. Hoewel Park Lane Phase 2 oorspronkelijk niet werd ontwikkeld om te voldoen aan de EU-taxonomie-eisen, zullen alle latere nieuwbouwprojecten hieraan voldoen. Daarom worden alle gerapporteerde CapEx in verband met deze projecten als in overeenstemming beschouwd.
Voor de activiteit 'Aankoop en eigendom van gebouwen' is het aandeel van de omzet dat in overeenstemming is met de vereisten van de EU-taxonomie uitzonderlijk hoog voor 2025. Dit hoge percentage is voornamelijk te danken aan de verkoop van Monteco, aligned gebouw dat aanzienlijk bijdraagt aan de totale inkomsten binnen deze activiteit.
Wat de CapEx betreft, moet worden opgemerkt dat slechts 21% van het bedrag dat in deze categorie wordt gerapporteerd, wordt toegewezen aan 'groene' investeringen. Nextensa zal blijven werken aan een verhoging van dit aandeel.
OpEx zoals gedefinieerd in de taxonomieverordening is voor Nextensa verwaarloosbaar. De OpEx zoals gedefinieerd in de EU-taxonomie is beperkt en vertegenwoordigt minder dan 10% van de totale OpEx die in de jaarrekening wordt gerapporteerd (bedrijfskosten). De vrijstelling die wordt geboden door de Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie wordt toegepast, waarbij de teller van de OpEx KPI als nul wordt gerapporteerd. De totale waarde van de OpEx-noemer voor 2025 bedraagt 1.367.714 euro.
Door de criteria van de EU-taxonomie (klimaatmitigatie) op te nemen in de minimumvereisten voor (her)ontwikkelingen, streeft Nextensa ernaar om haar activiteiten op het gebied van 'nieuwbouw' en 'renovatie' in de komende jaren volledig af te stemmen op de strenge duurzaamheidsnormen van de EU.
Total turnover aligned with the Taxonomy Total CapEx aligned with the Taxonomy


| Total eligible | 98.95% |
|---|---|
| F - Construction | 27.79% |
| Aligned | 12.80% |
| Not aligned | 14.99% |
| L - Real estate activitiesAligned | 71.16%34.42% |
| Not aligned | 36.74% |
| Total eligible | 93.79% |
|---|---|
| F - Construction | 26.97% |
| Aligned | 26.97% |
| Not aligned | 0.00% |
| L - Real estate activities | 66.81% |
| Aligned | 14.29% |
| Not aligned | 52.52% |
| Non eligible | 6.21% |
VRIJWILLIGE RAPPORTERING AANVULLENDE ONDERWERPEN

CLIMATE-ADAPTIVE BUILDINGS
• Energy & Emission Management • Water Management • Circularity • Innovation & Technology • Healthy & Resilient Buildings

SUSTAINABLE SOCIETIES
• Biodiversity • Lively Neighbourhoods • Waste Stream Management

HUMAN CAPITAL
• Nextensa's people • Partnerships & co-creation in the Value Chain • Exemplary organisation
Waarom rapporteren we op vrijwillige basis over aanvullende ESG-onderwerpen?
De identiteit van Nextensa als ontwikkelaar en investeerder is als kernactiviteit gericht op het creëren van toekomstbestendige gebouwen. Niettemin beschouwen we het gebouw zelf (pijler 1: (her)ontwikkeling van klimaatbestendige gebouwen) als het epicentrum van een breder ecosysteem, dat ervoor zorgt dat het fungeert als de basis voor zijn omgeving en zijn gemeenschap (pijler 2: duurzame samenlevingen) en wordt aangestuurd door de mensen met en voor wie het is gebouwd (pijler 3: menselijk kapitaal).
De duurzaamheidsstrategie van Nextensa integreert deze drie pijlers, vanuit het besef dat vooruitgang op één pijler vooruitgang op de andere pijlers vereist. Deze aanpak ondersteunt ook verschillende SDG's. Voor Nextensa zijn de belangrijkste duurzame ontwikkelingsdoelstellingen: SDG 7 (betaalbare en schone energie), SDG 11 (duurzame steden en gemeenschappen), SDG 12 (verantwoorde consumptie en productie) en SDG 13 (klimaatactie).
Een holistische visie voorkomt dat het oplossen van het ene probleem een nieuw probleem elders veroorzaakt.
Door onderscheid te maken tussen centrale en aanvullende SDG-bijdragen kan Nextensa duidelijkere prioriteiten stellen, middelen beter toewijzen en complexe doelstellingen beheren die soms met elkaar in conflict zijn.
- Centrale (directe) bijdrage: de belangrijkste SDG-doelstellingen waaraan het initiatief een directe bijdrage levert.
- Aanvullende (indirecte) bijdrage: extra positieve neveneffecten of bijkomende voordelen die ook andere SDG's ondersteunen
Naast ons meest materiële onderwerp – energie- en emissiebeheer – is het daarom ook belangrijk om op vrijwillige basis te rapporteren over aanvullende onderwerpen. Dit helpt om de holistische ESG-strategie van Nextensa weer te geven, die rond drie pijlers is gestructureerd.
ONTWIKKELING VAN KLIMAATBESTENDIGE GEBOUWEN

- Energy & Emission Management • Energie- en Emissiebeheer
- Water Management • Water Management
- Circularity • Circulariteit
- Innovation & Technology • Innovatie & Technology
- Healthy & Resilient Buildings • Gezonde en klimaatbestendige gebouwen
Circulariteit
De constructies van Nextensa moeten evolueren naar circulaire constructies. Naast het streven naar een efficiënt en effectief gebruik van hulpbronnen door het ontwerpen van aanpasbare en multifunctionele gebouwen die tientallen jaren meegaan en het toepassen van strategieën om bouwmaterialen te verminderen, hergebruiken en recycleren, willen we ook het gebruik van biogebaseerde materialen standaardiseren.
WAAROM IS DIT BELANGRIJK?
De gebouwde omgeving in Europa wordt momenteel gekenmerkt door een aanzienlijk materiaalverbruik, broeikasgasemissies (BKG) en, als gevolg daarvan, de aantasting van de natuur. De omschakeling naar een circulaire economie, die van nature positief is voor het milieu, kan welvaart creëren en tegelijk klimaatverandering en andere mondiale uitdagingen aanpakken.
De gebouwde omgeving van Europa weerspiegelt een sterk architecturaal erfgoed en moderne innovatie, maar de bouwsector staat voor grote uitdagingen. De Ellen MacArthur Foundation (EMF) beschouwt de vastgoed- en gebouwde omgeving als een cruciale hefboom voor een circulaire economie, aangezien deze sector verantwoordelijk is voor ongeveer 40% van het wereldwijde energieverbruik en een derde van het wereldwijde verbruik van hulpbronnen. Deze zaken zijn bijzonder urgent, aangezien Europa te maken heeft met toenemende risico's als gevolg van extreme weersomstandigheden zoals hittegolven, droogtes en overstromingen.
De vastgoedsector bevindt zich op een cruciaal keerpunt om de principes van de circulaire economie te benutten voor een ingrijpende transformatie. Door een circulaire economiebenadering te omarmen, kunnen vastgoedinvesteerders en -ontwikkelaars nieuwe waarden ontdekken in hun activa en tegelijkertijd urgente milieuproblemen aanpakken.

ESRS E5: Circulaire economie - Uitstroom van hulpbronnen in verband met producten en Hoe kan 'circulariteit' waarde creëren voor planet en prosperity? diensten; instroom van hulpbronnen, inclusief hulpbronnengebruik

Do No Significant Harm (DNSH)-criteria: circulair ontwerp dat aanpasbaarheid en demontage bevordert, afval en selectieve sloop beperkt
CENTRALE BIJDRAGE: Welvaart
- Ontwerp van duurzame, aanpasbare en multifunctionele gebouwen
- Vermindering van afval in de stedelijke omgeving • Hergebruik van materialen met het oog op lokale bestendiging
Planeet
- Gebruik van gerecyclede, recyclebare en bio-gebaseerde materialen
- Optimalisatie van het gebruik van hulpbronnen
- Vermindering en terugwinning van bouwafval
- Vermindering van de CO₂-voetafdruk van materialen (scope 3)
- Gebruik van materialen met een lage milieu-impact
- Koolstofarm ontwerp door circulariteit
AANVULLENDE BIJDRAGE:
Welvaart
• Creëren van lokale banen in de sectoren hergebruik, reparatie en circulaire logistiek • Ondersteuning van kmo's die zich inzetten voor de circulaire economie
• Integratie van innovatie in circulaire bouwmaterialen en -technieken • Samenwerking met start-ups en innovatieve hergebruikssectoren
Planeet
• Hergebruik van regenwater en opgepompt grondwater tijdens de bouw • Verbeterd waterbeheer op de bouwplaats
• Verminderde winning van niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen
• Minder bodemverontreiniging door inert en gevaarlijk afval

BIJDRAGE-OVERZICHT STRATEGISCHE INZICHTEN
- Hogere vastgoedwaarden: Door zich te richten op aanpasbare, multifunctionele en esthetisch aantrekkelijke gebouwen kan Nextensa de vastgoedwaarden verhogen. Deze strategie vermindert niet alleen de milieu-impact, maar biedt ook financiële kansen.
- Beperking van risico's in de toeleveringsketen: Het implementeren van circulaire praktijken helpt de instabiliteit in de toeleveringsketen te beperken en vermindert de afhankelijkheid van schaarse mondiale hulpbronnen. Dit bevordert de efficiëntie van hulpbronnen en vermindert de risico's die gepaard gaan met schaarste aan hulpbronnen.
- Concurrentievoordeel: Duurzame ontwikkeling helpt risico's in verband met klimaatverandering, veranderende regelgeving en reputatieproblemen te beperken, wat een concurrentievoordeel oplevert in een snel veranderende markt.
- Innovatie stimuleren: Door prioriteit te geven aan duurzame ontwikkeling kan de vastgoedsector innovatie stimuleren, de transitie naar een koolstofarme economie ondersteunen en bijdragen aan een veerkrachtigere en welvarendere toekomst.
CIRCULARITEITSDOELSTELLINGEN
- Vanaf 2024 moeten alle projecten een levenscyclusanalyse (LCA) ondergaan om te voldoen aan de substantiële criteria van de EU-taxonomie.
- Alle kantoorgebouwen moeten bij oplevering voldoen aan het Science-Based Targets initiative voor gebouwen (SBTi Buildings).
- Voor woongebouwen die vanwege een meer traditionele bouwwijze met meer uitdagingen worden geconfronteerd, moet ten minste 25% (gewogen gemiddelde over drie jaar) in overeenstemming zijn met het decarbonisatietraject, en moet verder onderzoek worden gedaan om dit percentage in de toekomst te verhogen.
DE AANPAK VAN NEXTENSA MET BETREKKING TOT HET GEBRUIK VAN HULPBRONNEN EN DE CIRCULAIRE ECONOMIE
Op basis van frameworks zoals de Ellen MacArthur Foundation en de Lansink Ladder is het circulariteitsbeleid van Nextensa, dat een circulaire economie bevordert waarin afvalpreventie, hergebruik en materiaalefficiëntie voorop staan, op een meer systematische manier geëvolueerd om economische groei in overeenstemming te brengen met ecologische regeneratie en sociale voordelen, waarbij wordt overgestapt op duurzamere gebouwen en steden op basis van drie kernprincipes:
- • Principe 1 Revitaliseer bestaande grond en activa: herontwikkel brownfieldlocaties en converteer leegstaande gebouwen
- • Principe 2 Circulair ontwerp en duurzame materiaalkeuzes optimaliseren: materiaalzuinig ontwerpen en milieuvriendelijke materialen gebruiken
- • Principe 3 Maximaliseer de stedelijke natuur voor bescherming van activa: breid groene en blauwe ruimtes uit en vergroot het bladerdak van bomen waar mogelijk
Principe 1: Revitaliseer bestaande grond en activa
Bij Nextensa geloven we dat de toekomst van Europese steden ligt in de revitalisering van onze bestaande stedelijke omgevingen. Door verlaten percelen en oude gebouwen nieuw leven in te blazen, stimuleren we een nieuwe ontwikkelingsgolf die het landgebruik optimaliseert en tegelijkertijd de natuurlijke habitats strikt beschermt.
Onze kernstrategie is gericht op de herontwikkeling van brownfields en het adaptief hergebruik van leegstaande activa. Deze aanpak stelt ons in staat om de EU-doelstellingen voor 2030 op het gebied van stedelijke vergroening proactief te ondersteunen door hoogwaardige, gemengde omgevingen te creëren zonder inbreuk te doen op natuurlijke habitats.
Onze missie om 'Places you prefer' te creëren, is onlosmakelijk verbonden met het streven om verder te gaan dan de traditionele 'bouw-en-verkoop'-modellen en richt zich daarom op stedelijke revitalisering:
- Nieuw leven inblazen: we transformeren van braakliggende terreinen zoals Tour & Taxis tot bruisende, fossielvrije stedelijke hubs.
- Adaptief hergebruik: de aankoop van de Bel Towers markeert een engagement voor grootschalige circulariteit, waarbij bestaande structuren worden omgevormd tot duurzame landmarks.

DATA-INZICHT
Meer dan 35% van de portefeuille van Nextensa bestaat uit gebouwen die meer dan een eeuw oud zijn en werden herontwikkeld.
Nextensa heeft een sterke staat van dienst op het gebied van de herontwikkeling van historische en afgeleefde gebouwen, waarbij behoud naadloos wordt gecombineerd met moderne duurzaamheid. Door historische gebouwen nieuw leven in te blazen en ze om te vormen tot atypische gemengde ruimtes, zoals het Koninklijk Depot, Hôtel des Douanes, Maison de la Poste en Gare Maritime in Tour & Taxis in Brussel en Hangar 26/27 in Antwerpen, heeft Nextensa zijn expertise op het gebied van energie-efficiënte renovaties en adaptief hergebruik vergroot.
In het meest ambitieuze decarbonisatiescenario van het Internationaal Energieagentschap zou het verlengen van de levensduur van gebouwen tegen 2060 bijdragen tot meer dan 90 procent van de CO2-emissiereducties voor zowel staal als cement (IEA 2019).
Inhoudstafel • Nextensa in het kort • Bedrijfsrapport • Duurzaamheidsverslag • Corporate Governance • Vastgoedverslag • Geconsolideerde Staten 2025 • Bijlagen
Principe 2: Circulair ontwerp en materiaalinkoop optimaliseren
Een belangrijke pijler van de herontwikkelingsstrategie van Nextensa is om gebouwen aanpasbaar en multifunctioneel te houden. Dit verlengt hun levensduur, vermindert de behoefte aan nieuwe bouwmaterialen, verlaagt de koolstofuitstoot en helpt afval te minimaliseren en waardevolle hulpbronnen te behouden.
Onze focus:
- Geïntegreerd ontwerp: Prioriteit geven aan ontwerpen die vanaf de start van het project het gebruik en de levensduur van materialen maximaliseren. Voor ontwikkelingsactiviteiten betekent dit ontwerpen met het oog op aanpasbaarheid, modulariteit en demontage. Constructies moeten eenvoudig kunnen overschakelen naar een andere functie wanneer het oorspronkelijke gebruik niet langer gewenst is, door middel van demontage en herconfiguratie.
- Circulaire sourcing en koolstofarme alternatieven: Het integreren van een robuuste mix van hergebruikte, gerecycleerde en regeneratief gewonnen biogebaseerde materialen (zoals massief hout). Voor Nextensa krijgt renovatie altijd voorrang op sloop, door bestaande structuren en materialen maximaal te behouden. Wanneer dit door technische, juridische, locatiegebonden of andere beperkingen niet mogelijk is, verschuift de focus naar een doordacht gebruik van materialen, gestuurd door de Ladder
van Lansink.
Dit omvat strategieën zoals het toepassen van levenscyclusanalyses om inzicht te krijgen in materialen aan het einde van hun levensduur, en het kiezen van materialen en producten die kunnen worden hergebruikt, gerepareerd, opnieuw vervaardigd en gerecycled.

Om circulariteit te bevorderen, integreert Nextensa verschillende tools in zijn ontwikkelingsproces. Alle projectmanagers zijn verplicht om de interne "Development Fiche" te gebruiken, zodat circulaire principes in elke fase van de bouw worden geïntegreerd.
Een belangrijk instrument voor circulariteit en het bijhouden van de koolstofvoetafdruk is de levenscyclusanalyse (LCA), die de koolstofvoetafdruk van een gebouw gedurende zijn hele levensduur beoordeelt. Nextensa maakt gebruik van verschillende LCA-instrumenten, waaronder OneClick LCA en TOTEM, dat in België de referentie zal worden om de volledige milieu-impact van projecten te evalueren, waardoor in een vroeg stadium van de ontwerpfase weloverwogen materiaalkeuzes kunnen worden gemaakt.
Bij de selectie van nieuwe materialen richten we ons op efficiënte grondstoffen die gemakkelijk herbruikbaar, duurzaam en flexibel zijn. Daarom houden we rekening met de volledige milieuimpact van het materiaal, inclusief de koolstofvoetafdruk, de beschikbaarheid, de locatie en de verwerking. Hernieuwbare materialen krijgen de voorkeur boven niet-hernieuwbare materialen.
Nextensa streeft ernaar het gebruik van biogebaseerde materialen zoals hout, klei, kurk en hennep in haar projecten te bevorderen, aangezien deze een lagere milieu-impact hebben wanneer ze op duurzame wijze worden geoogst en verwerkt. Deze aanpak staat in contrast met niet-hernieuwbare materialen zoals cement en staal, die een hogere koolstofvoetafdruk hebben. Door prioriteit te geven aan bepaalde materialen kan de milieu-impact van de bouw aanzienlijk worden verminderd, hoewel een alomvattende levenscyclusbenadering essentieel is.
In Lake Side is het ontwerpteam actief op zoek naar materialen met een lage impact, waaronder gerecyclede elementen uit sloopprojecten (bijv. vloertegels, verhoogde vloeren), materialen met een hoog gehalte aan gerecyclede materialen (bijv. binnenafwerking, dakbedekking) en biogebaseerde materialen (bijv. houtconstructies, isolatie, kleiverf). Deze voortdurende aanpak zorgt voor duurzamere bouwkeuzes in elke fase van onze ontwikkelingsprojecten.

Gare Maritime is het toonaangevende voorbeeld dat de ambitie van Nextensa op het gebied van circulariteit weerspiegelt.
7.500 m² historische kasseien verwijderd en vervolgens versneden tot gladde platina straatstenen
10.000 m² flexibele en gemakkelijk te demonteren houten constructie uit FSCgecertificeerde Europese bossen
Vermijdt de uitstoot van 3.500 tCO2
200.000 ton grond afgevoerd per schip
2 regenwatertanks van 1.300 m³
3.000 m² thematische binnentuin
100 bomen geplant die fungeren als groene long en klimaatbuffer
3.300 m² vijver zorgt voor een biodiverse blauwe omgeving
Principe 3:
Maximaliseer de stedelijke natuur voor bescherming van activa
Nextensa kan de natuur op twee manieren maximaliseren:
- Strategische integratie van groen-blauwe ruimtes: dit houdt in dat in het stadsbeeld inheemse vegetatie en waterpartijen worden toegevoegd, waaronder het strategisch vergroten van het bladerdak in straatbeelden.
- Revitalisering van onderbenutte gebieden: een groot deel van deze vergroening is gericht op afgesloten en verwaarloosde stedelijke ruimtes, wat een dubbel voordeel oplevert door de esthetische waarde en cruciale ecosysteemdiensten zoals stedelijke koeling en waterinfiltratie te verbeteren.
Dit principe van een circulaire gebouwde omgeving sluit aan bij de pijler 'Duurzame samenleving' van Nextensa, die zich richt op creatieve, leefbare, boeiende en sociaal samenhangende stedelijke ruimtes. Dit sluit direct aan bij het derde economische principe van EMF door gebouwde omgevingen te transformeren in ruimtes die de biodiversiteit en het welzijn van de gemeenschap verbeteren in plaats van alleen maar in stand te houden.
Hoe Nextensa verder gaat dan het louter beperken van negatieve impact en actief bijdraagt aan het versterken van stedelijke ecosystemen, in lijn met de EMF-doelstelling om een positieve milieu-impact te realiseren, wordt toegelicht onder het vrijwillig gerapporteerde onderwerp "Duurzame samenleving".
UITDAGINGEN BINNEN HET THEMA CIRCULARITEIT VOOR DE VASTGOEDSECTOR:
In 2024 heeft het ESG-comité een diepgaande studie uitgevoerd om de verschillende resultaten van LCA's voor haar projecten en bestaande frameworks in verschillende landen te vergelijken. Uit deze analyse bleek dat er grote verschillen waren tussen de frameworks en dat het noodzakelijk was om een keuze te maken die in overeenstemming was met de doelstellingen van het bedrijf. Het door Nextensa gekozen framework is het decarbonisatietraject van SBTi Buildings, dat een intensiteitstraject voor embodied carbon voorstelt dat in overeenstemming is met de Akkoorden van Parijs.
Aanzienlijke vooruitgang in de bouwmaterialensector is essentieel om in lijn te blijven met de overeenstemmende middellange- en langetermijndoelstellingen. Innovatie alleen is niet voldoende; er is ook een systematische aanpak nodig waarbij renovatie de voorkeur krijgt boven sloop en herbouw.
Uit benchmarking blijkt dat de kantoorontwikkelingen van Nextensa voldoen aan de komende intensiteitsdoelstellingen, maar dat een langetermijnfocus nodig is om deze vooruitgang te behouden.



- Energy & Emission Management • Energie- en Emissiebeheer
- Water Management • Water Management
- Circularity • Circulariteit
- Innovation & Technology • Innovatie & Technologie
- Healthy & Resilient Buildings • Gezonde en klimaatbestendige gebouwen
Gezonde en klimaatbestendige gebouwen
Integratie van gezondheid, veiligheid en welzijn van mensen in gebouwen door te zorgen voor een gezond binnenklimaat en een aangename en veilige leefomgeving, zowel voor niet-residentiële als residentiële gebouwen. Bovendien omvat dit onderwerp het vermogen van Nextensa om gebouwen te ontwikkelen die zich aanpassen aan en bestand zijn tegen de risico's van klimaatverandering, zoals frequente of ingrijpende extreme weersomstandigheden.
WAAROM IS DIT BELANGRIJK?
De klimaatverandering vormt een aanzienlijk risico voor de gebouwde omgeving en heeft gevolgen voor gebouwen door extreme weersomstandigheden, stijgende zeespiegel en stijgende temperaturen. Dit kan leiden tot structurele schade, een hogere energiebehoefte en risico's voor de gezondheid en veiligheid van de bewoners.
Klimaatverandering en de gevolgen daarvan, zoals hittegolven, hebben een grote invloed op de gezondheid en productiviteit van mensen. Volgens Nextensa spelen projectontwikkelaars een belangrijke rol in dit verband en zijn zij verantwoordelijk voor het ontwerpen van gebouwen die hun bewoners beschermen. Daarom zijn beide concepten samengevoegd tot één onderwerp.
Als gevolg daarvan is "Gezonde en klimaatbestendige gebouwen" een belangrijk aandachtspunt geworden voor Nextensa, met de nadruk op het waarborgen dat gebouwen deze uitdagingen kunnen weerstaan en tegelijkertijd het welzijn van de bewoners en de klimaatbestendigheid bevorderen.


Hoe kunnen 'Gezonde & Veerkrachtige Gebouwen' waarde creëren voor planet, people en prosperity?
- Productiviteit verhogen: zorgen voor een gezond binnenklimaat en optimaal comfort voor de gebruikers, wat een diepgaande positieve invloed heeft op de gezondheid en professionele prestaties.
- Zorgen voor bedrijfscontinuïteit: het ontwerpen van klimaatbestendige gebouwen die bestand zijn tegen klimaatrisico's met grote impact, waardoor activa worden beschermd tegen structurele schade en operationele verstoringen.
- Verbetering van veiligheid en welzijn: het creëren van veilige en aangename woonomgevingen die voldoen aan de behoeften van consumenten en eindgebruikers, waardoor de aantrekkelijkheid van het vastgoed op lange termijn wordt gewaarborgd.
- Concurrentievoordeel: Het afstemmen van de sociale voorzieningen in het gebouw op de waarden van de bewoners draagt bij aan de differentiatie van het vastgoed.
- Van verhuurder-huurder naar partnerschap: Er is een groeiende verschuiving naar actieve samenwerking. Om netto-nul- en gezondheidsdoelen te bereiken, gaan verhuurders verder dan traditionele huurovereenkomsten en werken ze samen met huurders op het gebied van gegevensuitwisseling, energieoptimalisatie en gezamenlijke welzijnsinitiatieven
DOELSTELLINGEN VOOR GEZONDE EN KLIMAATBESTENDIGE GEBOUWEN
- Welzijn: Streven naar hoogwaardige gebouwstandaarden om te garanderen dat de fundamenten van een gezond gebouw worden gerealiseerd.
- Integratie van "natuurpositieve" elementen (groene binnenruimtes, buitenterrassen) om stress bij de gebruikers te verminderen en de cognitieve productiviteit te verbeteren.
- Ruimtes voor sociale contacten: Ontwerpen van samenwerkingshubs en 'derde plekken' in het gebouw om isolatie tegen te gaan en de betrokkenheid van medewerkers te bevorderen.
- Gebruikerservaring: ontwikkeling van geïntegreerde diensten om van het kantoor een 'bestemming' te maken.
- Klimaatbestendigheid: het aanpassingsvermogen van gebouwen vergroten om klimaatveranderingen het hoofd te bieden.
BELEID EN MAATREGELEN MET BETREKKING TOT GEZONDE EN KLIMAATBESTENDIGE GEBOUWEN
Duurzame ontwikkelingsstrategieën – zoals het optimaliseren van energieefficiëntie, het selecteren van gezonde en verantwoorde bouwmaterialen en het minimaliseren van afval – zorgen voor gebouwen die niet alleen beter zijn voor het milieu, maar ook gezonder en productiever voor de gebruikers.
Het ontwerpproces moet operationele en prestatiestrategieën omvatten en energie-efficiënte benaderingen integreren. Er bestaat een sterk verband tussen energieverbruik en het comfort van de gebruikers in duurzame bouwpraktijken, waardoor het essentieel is om een evenwicht te vinden tussen efficiëntie en het welzijn van de gebruikers van het gebouw. Park - Tour & Taxis

Klimaatbestendige gebouwen
Bij het aanpakken van klimaatrisico's en het aanpassen van gebouwen moeten eerst een aantal cruciale factoren in rekening worden gebracht, vóór oplossingen op gebouwniveau worden bepaald. Het gaat daarbij onder meer om klimaatgerelateerde gevaren zoals opgenomen in de EU taxonomie, de reductie van koolstofemissies, klimaatgevoeligheid en risicobeoordeling, toekomstige klimaateffecten en, meer specifiek voor Nextensa, aangepaste strategieën voor historische gebouwen.
Sinds 2023 gebruikt Nextensa de richtlijnen van de EU taxonomie als uitgangspunt om klimaatgerelateerde gevaren voor vastgoed te definiëren, met prioriteit voor risico's verbonden aan temperatuur, wind, water en massa-gerelateerde fysieke gevaren. Om hieraan te voldoen moeten klimaatrisicobeoordelingen risico's identificeren en evalueren, passende adaptatiemaatregelen voorstellen, een transparante methodologie volgen en gebruikmaken van klimaatprojecties met hoge resolutie (10–30 jaar). Aanpassingsmaatregelen mogen geen negatieve impact hebben op mensen, natuur of gebouwen, waarbij de voorkeur uitgaat naar blauwe en groene infrastructuur.
Adaptaties moeten een evenwicht vinden tussen structurele veerkracht en de embedded koolstofemissies over de volledige levenscyclus van een gebouw. In het licht van de evoluerende EU taxonomieregelgeving heeft Nextensa meerdere risicobeoordelingen laten uitvoeren op basis van publieke data en klimaatprognoses tot 2050. In 2024 werd voor het Lake Side project een analyse uitgevoerd van de risico's en kansen van klimaatverandering om de materiële fysieke en transitierisico's en kansen in kaart te brengen, zoals toegelicht in het hoofdstuk 'Adaptatie-analyse van energie en emissiebeheer'.
Voor nieuwe projecten en de bestaande portefeuille van Nextensa in West en Centraal Europa worden klimaatrisico's geïntegreerd in het ontwerp en in renovaties, in overeenstemming met de Europese 'Building Adaptation Hierarchy'. Gezien hun complexiteit vereisen historische gebouwen daarbij steeds maatgerichte adaptatiestrategieën.

Gezonde gebouwen
Naast klimaatbestendigheid is ook de gezondheid van de gebruikers van gebouwen een steeds groter wordende zorg. Extreme hittegolven, zoals die de afgelopen jaren in Europa hebben plaatsgevonden, worden in verband gebracht met hittestress, wat een cruciale rol speelt in de gezondheid, cognitieve prestaties en productiviteit van mensen. Studies tonen aan dat werknemers in groene, gezonde gebouwen minder vaak ziek zijn dan werknemers in conventionele gebouwen. Volgens deskundigen van de Harvard T.H. Chan School of Public Health zijn binnenmilieuomstandigheden zoals luchtkwaliteit, temperatuur, geluidsniveaus en natuurlijk licht allemaal componenten van een 'gezond' gebouw. Als verhuurder en vastgoedontwikkelaar speelt Nextensa een cruciale rol bij het helpen van huurders om een gezonde werkomgeving te creëren. Dit is een belangrijk onderscheidend vermogen voor bedrijven die werken aan het opbouwen van veerkrachtige, op gezondheid gerichte organisaties, maar ook voor bewoners, omdat hun huizen hen gezond houden.
Voor Nextensa is de overgang naar een netto zero emissie slechts een stukje van de puzzel. Deze doelstellingen moeten worden afgestemd op bredere sociale ontwikkelingsdoelstellingen, waaronder het welzijn en de tevredenheid van de gebruikers van gebouwen.
Op basis van deze elementen volgt Nextensa de fundamenten van gezond bouwen als volgt:

Hoewel bepaalde aspecten van de duurzaamheid van gebouwen voor de hand liggend lijken, verdienen ze toch speciale aandacht. Certificeringen zoals BREEAM en WELL, die zowel gezondheidscriteria als energieprestaties beoordelen, weerspiegelen deze prioriteiten al gedeeltelijk.

BREEAM Certification
Naarmate bewoners en gebruikers steeds meer op zoek zijn naar omgevingen die aansluiten bij hun waarden, wordt het prioriteren van sociaal welzijn en betrokkenheid zowel een ethische verplichting als een strategische zakelijke noodzaak. Voor Nextensa betekent deze evolutie een fundamentele verschuiving in de interpretatie van de "S" in ESG door de vastgoedsector.
Kantoren worden nu gezien als bestemmingen en woningen zijn meer dan alleen fysieke ruimtes: ze vertegenwoordigen levensstijlen.
Inzicht in welke sociale factoren bijdragen aan de differentiatie en prestaties van onroerend goed helpt ervoor te zorgen dat de meest relevante elementen prioriteit krijgen. Het effect van deze inspanningen kan worden gemeten aan de hand van factoren zoals bezettingsgraad, huurdersbehoud, huurinkomsten en algemene beoordelingen van de prestaties van gebouwen. Door middel van erkende beoordelingen zorgt Nextensa ervoor dat haar gebouwen voldoen aan de gezondheidsnormen, terwijl certificeringen ook als leidraad dienen voor voortdurende verbeteringen op het gebied van duurzaamheid.
Uit onderzoek van het Urban Land Institute (ULI) blijkt dat de relaties tussen huurders en verhuurders steeds meer op dienstverlening gericht zijn, wat leidt tot een 'vlucht naar kwaliteit', waarbij kenmerken als betere luchtkwaliteit, biofiel ontwerp en flexibele ruimtes talent aantrekken en hogere huurprijzen opleveren. De laatste bevindingen van ULI (2024- 2025) benadrukken dat gezondheid en klimaatbestendigheid nauw met elkaar verbonden zijn.6

Net zero is slechts één element van een hoogwaardig gebouw. Toekomstbestendige activa moeten ook bestand zijn tegen klimaatrisico's en de gezondheid van de bewoners bevorderen.
6 ULI, het Urban Land Institute, is een non-profit onderzoeks- en onderwijsorganisatie die wordt ondersteund door haar leden. Haar missie is om de toekomst van de gebouwde omgeving vorm te geven voor een transformatieve impact in gemeenschappen wereldwijd. Het instituut, opgericht in 1936, heeft meer dan 48.000 leden wereldwijd, die het hele spectrum van disciplines op het gebied van landgebruik en vastgoedontwikkeling vertegenwoordigen en werkzaam zijn in de particuliere sector en de publieke dienst. Als multidisciplinair vastgoedforum faciliteert ULI een open uitwisseling van ideeën, informatie en ervaringen tussen marktleiders en beleidsmakers die zich inzetten voor het creëren van betere plekken.

Concrete implementatie van de doelstellingen voor 2025 in Moonar (Luxemburg):
• Klimaatbestendigheid:
Recente renovaties van de verschillende gebouwen van Moonar hebben geleid tot energiezuinigere activa. Samen met de herinrichting van de buitenomgeving tot een groenere omgeving is de locatie beter bestand tegen verwachte gevaren van klimaatverandering.
• Welzijn:
Bij de renovatie is sterk de nadruk gelegd op actief ontwerp, met uitgebreide groene buitenruimtes die het mentale welzijn bevorderen en een alternatief bieden voor traditionele, afgesloten kantoorruimtes. Bovendien zijn de faciliteiten rijk aan voorzieningen, waaronder een fitnesscentrum met gepersonaliseerde en virtuele lessen, catering van topkwaliteit en een Micro-Market-concept (geautomatiseerde catering met gezonde snacks, drankjes of kant-enklare "huisgemaakte" maaltijden voor lunch op kantoor of diner thuis; geen plastic, met de nadruk op lokale producten), en speciale sociale ontmoetingsplaatsen, die allemaal bedoeld zijn om het gemeenschapsgevoel te stimuleren en de lichamelijke gezondheid van de gebruikers te bevorderen.
• Gebruikerservaring en sociale ontmoetingsruimtes:
Moonar maakt gebruik van slimme technologie. De "Moonar"-app voor bewoners biedt toegang tot alle diensten en de evenementenkalender die door de communitymanager wordt georganiseerd. Bovendien herdefinieert Nextensa traditioneel vastgoed door het project te positioneren als een campusecosysteem. Hier worden operationele diensten zoals conciërgeondersteuning en mobiliteitshubs evenzeer gewaardeerd als de fysieke kantoorruimte, waardoor een holistische omgeving ontstaat die zowel gemak als connectiviteit voor alle gebruikers vooropstelt:
• De ingangen van de gebouwen zijn volledig opnieuw ontworpen en twee keer zo hoog gemaakt, waardoor ze fungeren als centrale hubs voor interactie. Elke hal biedt een verschillende dienst, waaronder een café, brainstormruimtes, speelruimtes, yogaworkshops en pop-upruimtes, die spontane interactie stimuleren.
- Een centraal, aangelegd groengebied (esplanade) verbindt de kantoorgebouwen en fungeert als een "plaats voor ontmoeting en interactie" om samenwerking en welzijn buiten het kantoor te stimuleren, en als een oase van groen.
- Het project geeft prioriteit aan zachte mobiliteit en gemakkelijke toegang tot vervoer, waardoor de dagelijkse ervaring van gebruikers wordt verbeterd.
Welkom bij Moonar, een kantorenpark van een andere planeet, uniek in Luxemburg.


3.8. DUURZAME SAMENLEVING

Levendige wijken
Het creëren van levendige en gemengde omgevingen, zowel voor bewoners als voor de lokale gemeenschap, door verschillende complementaire programma's te implementeren en bij te dragen aan de onbebouwde ruimte, terwijl de toegang tot slimme en duurzame mobiliteitsopties wordt bevorderd. Dit thema omvat ook het creëren van welvaart en het bieden van kansen aan de lokale gemeenschap, waaronder betaalbaar wonen, en de integratie van cultuur en (lokale) kunst in projecten om een inclusieve samenleving met sociale cohesie te creëren.
WAAROM IS DIT BELANGRIJK?
Elk gebouw maakt deel uit van zijn omgeving en de visie van Nextensa is om inspirerende, multifunctionele ruimtes te creëren die de juiste balans bieden tussen werken, wonen, winkelen en ontspanning. We zetten ons in voor het bevorderen van een duurzame samenleving door levendige, inclusieve en toegankelijke buurten te ontwikkelen. Als vastgoedontwikkelaar is de impact op de samenleving vanaf het begin van elk project een belangrijke overweging en we werken voortdurend aan het verbeteren van de ruimtes die we in eigendom hebben.
Wij creëren 'Places you prefer'
Onze focus, die goed tot uiting komt in onze slogan, ligt op het creëren van levendige, multifunctionele wijken waar slim ruimtegebruik en groene zones zachte mobiliteit en gedeelde diensten bevorderen. Dit commitment komt duidelijk naar voren in onze materialiteitsbeoordeling, waarin inclusieve wijken hoog scoren en gewaardeerd worden door huurders, investeerders en de gemeenschap. Het succesvol creëren van dergelijke ruimtes versterkt niet alleen onze reputatie, maar trekt ook huurders en investeerders aan. Deze visie, gebaseerd op de hieronder beschreven principes en verankerd in het concept van "de groene campus", was doorslaggevend in de keuze van Proximus om zijn hoofdkantoor te verhuizen naar Tour & Taxis.
Elk project is echter anders en heeft zijn eigen specifieke potentieel. Daarom werken we, om toekomstbestendige omgevingen te bouwen, samen met lokale gemeenschappen en houden we rekening met de behoeften van huurders, bewoners en bezoekers door middel van een actieve dialoog. Dit helpt ons om een inclusieve, duurzame samenleving vorm te geven.

LEVENDIGE BUURTEN DOELSTELLINGEN
1. Gemengd gebruik en programmatische diversiteit
Bij elk grootschalig ontwikkelingsproject streven we naar een functionele mix (wonen + werken + voorzieningen + openbare ruimte) om de levendigheid van het project te waarborgen, waarbij we er rekening mee houden dat dagelijkse voorzieningen (horeca, lokale winkels, diensten) op loop- of fietsafstand liggen (het 15-minutenconcept).
2. Natuurpositieve groei
We geven prioriteit aan stedelijke vergroening om ervoor te zorgen dat onze projecten bestand blijven tegen klimaatrisico's en tegelijkertijd voldoen aan de dringende behoefte van mensen aan hoogwaardige gemengde omgevingen.
De groene zones tussen gebouwen zijn cruciaal voor een succesvol project. Deze zones creëren een aangename omgeving en hebben een positieve invloed op het welzijn van de gebruikers. De groene zones zijn ontworpen met inheemse beplanting en maatregelen ter bevordering van de biodiversiteit, en dienen ook als waterbuffers en infiltratiegebieden voor regenwater door het gebruik van doorlatende bestrating. Daardoor dragen de tussenruimtes bij aan de passieve koeling van de buurt en helpen ze het stedelijke hitte-eilandeffect te verminderen.
3. Betaalbare en inclusieve woningen
Omdat betaalbaarheid een stedelijke uitdaging blijft, streven we naar een mix van woningtypen, waarbij een deel van het project bestemd is voor gereguleerde woningen. Nieuwe gebouwen voldoen aan de hedendaagse toegankelijkheidsnormen, met barrièrevrije toegang tot de gebouwen en buitenruimtes als minimumvereisten.
4. Zachte en schone mobiliteit
In ontwikkelingsprojecten krijgen voetgangers en fietsers voorrang en streven we naar autoluwe belevingsruimtes. De infrastructuur voor voetgangers en fietsers is ruim aanwezig en ruimtelijk geïntegreerd in het project. Dankzij de programmatische mix zijn er actieve begane grondruimtes langs doorgaande straten om de sociale cohesie en veiligheid te verbeteren. Parkeren gebeurt altijd ondergronds om open ruimte voor mens en natuur te behouden. Bij grootschalige ontwikkelingsprojecten ligt de focus ook op gedeelde mobiliteit en het aanbieden van groene stroom voor het opladen van elektrische voertuigen.
5. Cultuur en placemaking
Nextensa werkt samen met lokale culturele organisaties voor grotere locaties. Elk nieuw ontwikkelingsproject omvat ten minste één permanente of meerdere tijdelijke kunstinterventies. Nextensa ondersteunt de organisatie van periodieke initiatieven en markten, waardoor lokale ondernemers zichtbaarheid krijgen.
6. Partnerschap en kansen
Op grotere locaties bevordert Nextensa de aanwezigheid van non-profitorganisaties, creatieve bedrijven, horeca en evenementenorganisatoren. Leegstaande ruimtes worden beschikbaar gesteld voor culturele of gemeenschapsinitiatieven. Nextensa ondersteunt elk jaar minstens 25 initiatieven met een positieve impact, waaronder zowel lopende als nieuwe projecten.
DE AANPAK VAN NEXTENSA MET BETREKKING TOT LEVENDIGE BUURTEN
15-minutenwijken
Het stedelijke concept van de 15-minutenbuurt zorgt ervoor dat belangrijke voorzieningen zoals werk, winkels, onderwijs, gezondheidszorg en recreatie allemaal binnen 15 minuten lopen of fietsen bereikbaar zijn, waardoor de afhankelijkheid van de auto wordt verminderd en een gezonder, duurzaam leven wordt bevorderd. Nextensa omarmt deze aanpak en integreert stedelijke functies in levendige omgevingen met infrastructuur die zachte mobiliteit, gedeelde diensten en entertainment ondersteunt.
Tour & Taxis is een van de sites van Nextensa die de meeste mogelijkheden biedt. Deze principes werden vanaf het begin van de herontwikkeling in het project verankerd en het stedelijk concept kon zelfs worden verbeterd door van 15 naar 5 minuten te gaan. Dankzij de strategische ligging, aan de oevers van het kanaal en in de nabijheid van het historische centrum van Brussel, heeft het voormalige spoorwegterrein Tour & Taxis nog steeds een enorm potentieel en beleeft het een echte stedelijke heropleving. De ontwikkeling van dit 30 ha grote terrein, omgeven door dichtbevolkte en levendige wijken, werd gepland aan de hand van een masterplan, gebaseerd op participatieve reflecties. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan groene ruimtes, zachte mobiliteit, diversiteit, de valorisatie van het erfgoed en duurzame ontwikkeling. Voor Nextensa blijft het de favoriete locatie om concepten en innovatieve ideeën uit te testen die vervolgens op andere sites worden toegepast. Tour & Taxis wordt ook zeer gewaardeerd door onze stakeholders: jaarlijks komen meer dan 1.000.000 bezoekers naar een van de evenementen, het woonproject Park Lane was ondanks de moeilijke marktomstandigheden een succes en huurders waarderen het groene campusgevoel.
Dit was ook de belangrijkste reden waarom Proximus in 2025 de Tour & Taxissite en het Lake Side-project heeft gekozen als zijn toekomstige hoofdkantoor. De beslissing van Proximus om voor deze historische maar toekomstgerichte locatie te kiezen, werd vooral ingegeven door zijn focus op duurzame stedelijke ontwikkeling en de campuservaring. De Proximus Campus Brussels zal meer zijn dan alleen een werkplek. De campus is ontworpen om samenwerking, innovatie en menselijke contacten te bevorderen. De nieuwe gebouwen in het Lake Side-project sluiten perfect aan bij de duurzame en toekomstgerichte visie van Proximus, die gericht is op het versterken van digitale ecosystemen, het maximaliseren van het welzijn van medewerkers en partners en het realiseren van positieve sociale en ecologische effecten. De campus zelf is ontworpen als een multifunctioneel en vooruitstrevend ecosysteem waar alle voorzieningen en diensten binnen handbereik zijn, gebaseerd op het principe van de 5-minutenstad. De overeenkomst met Proximus omvatte ook de aankoop van hun oude kantoortorens. Deze herontwikkeling, omgedoopt tot de BEL Towers, zal worden omgevormd tot een levendige, multifunctionele en duurzame stedelijke landmark. Met een minimale impact op de planeet en een maximale toegevoegde waarde voor de omgeving.
Smart & sustainable mobility
Als ontwikkelaar en investeerder die zich toelegt op "Places You Prefer", erkent Nextensa dat de toekomst van het stedelijk leven onlosmakelijk verbonden is met een duurzame transitie in het vervoer. Daartoe hebben we ons in maart 2025 formeel verbonden tot de Green Deal Shared Mobility and Housing. Dit initiatief heeft tot doel om gedeelde mobiliteit – waaronder het delen van elektrische auto's en fietsinfrastructuur met een hoge capaciteit – tegen 2027 tot een standaardkenmerk van residentiële ontwikkelingen te maken, waardoor de afhankelijkheid van privéauto's wordt verminderd en waardevolle stedelijke ruimte wordt teruggewonnen voor groen. Door deze oplossingen rechtstreeks in onze bouwontwerpen te integreren, verminderen we de afhankelijkheid van privéauto's, verlagen we de CO2-uitstoot en winnen we waardevolle stedelijke ruimte terug voor groen en sociale interactie.
Onze aanpak blijft geworteld in de mobiliteitspiramide die in onze strategie voor 2021 is geïntroduceerd. Dit kader geeft prioriteit aan de meest duurzame vervoerswijzen aan de basis, zodat onze projectontwerpen een duidelijke hiërarchie volgen:
Mobiliteitspyramide

Het jaar 2025 vormt een belangrijke mijlpaal voor onze vlaggenschiplocatie in Brussel met de lancering van het Mobiliteitsplan Tour & Taxis. Dit initiatief richt zich op de ontwikkeling van een samenhangende mobiliteitsvisie op het niveau van deze 350.000 m² grote mixed use site, waarbij wonen, kantoren, culturele voorzieningen, retail en logistieke stromen naadloos met elkaar worden verbonden.
Onze visie richt zich specifiek op twee belangrijke gebruikersprofielen: regelmatige gebruikers (bewoners en werknemers die behoefte hebben aan betrouwbare oplossingen voor hun dagelijkse woon-werkverkeer) en incidentele gebruikers (klanten en toeristen die onze markten, evenementen en parkfaciliteiten bezoeken). We erkennen dat een mobiliteitsstrategie een levend, evoluerend stappenplan is dat flexibel moet blijven om de innovatieve oplossingen die door de mobiliteitsmarkt worden voorgesteld te integreren en zich voortdurend aan te passen aan de veranderende gewoonten en behoeften van onze stakeholders.
Tegen eind 2026 wil Nextensa een globaal mobiliteitskader voor Tour & Taxis opleveren dat volledig in overeenstemming is met het principe van de 15-minutenwijk. Deze strategie zorgt ervoor dat alle essentiële diensten op korte loop- of fietsafstand bereikbaar zijn, waardoor een omgeving wordt gecreëerd waarin toegankelijkheid en intramodaliteit voorop staan.
Om dit te bereiken, zal een actieplan met prioriteiten worden opgesteld dat zowel de hefbomen voor verandering als de te overwinnen obstakels aanpakt. Onze aandachtsgebieden zijn onder meer:
- Zachte mobiliteit: verbetering van de infrastructuur voor voetgangers en fietsers.
- Openbaar vervoer en gedeelde systemen: versterking van de verbindingen met de stad en uitbreiding van gedeelde mobiliteitshubs ter plaatse.
- Autobeheer: implementatie van slim verkeersbeheer en versnelling van de elektrificatie van onze parkeerfaciliteiten.
- Stedelijke logistiek: optimaliseren van leveringsstromen om de impact van logistiek op de hoogwaardige openbare ruimtes op de locatie te minimaliseren.

Nextensa ondersteunt ook schoner vervoer met oplaadpunten voor elektrische auto's en fietsen. In totaal telt de Belgische portefeuille 268 oplaadpunten, wat de overstap naar elektrische mobiliteit helpt versnellen. De oplaadsessies resulteerden in een verbruik van 1.373 MWh in 2025.

Kansen bieden
Nextensa stelt bewoners, huurders en bezoekers centraal in haar duurzaamheidsambities en erkent tegelijkertijd de kracht van een sterke, ondersteunde gemeenschap. Door de leefomgeving te verbeteren en essentiële gemeenschapsvoorzieningen aan te bieden, wil Nextensa kansen creëren en een gevoel van verbondenheid bevorderen. Door middel van partnerschappen en initiatieven voor jongeren en lokale ondernemers betrekt Nextensa de gemeenschap actief bij zinvolle en inspirerende activiteiten.
In samenwerking met lokale verenigingen wordt een rijk en divers programma van sociale, culturele, sportieve en educatieve activiteiten ontwikkeld, waardoor de banden tussen de buurten worden versterkt. Nextensa ondersteunt ook projecten die gericht zijn op duurzame voeding, de circulaire economie, sociaal welzijn en cultuur, en verwelkomt deze in Tour & Taxis en op andere locaties.
Om de sociale cohesie te versterken en actieve participatie aan te moedigen, biedt Nextensa ruimte voor initiatieven die een positieve impact hebben. Het stelt ruimtes tegen lage of zonder kosten ter beschikking en maakt gebruik van zijn netwerk om gemeenschapsgerichte projecten te ondersteunen. Door te investeren in mensen en plaatsen bouwen we levendige, verbonden en bloeiende buurten.

In 2025 ondersteunde Nextensa 48 projecten

- ondersteuning verenigingen (11)
- stimuleren van duurzaamheid (4)
- promoten van rechtvaardigheid en mensenrechten (4)
- integratie van kunst, cultuur en sport (19)
- kansen bieden (10)

Enkele initiatieven die Nextensa in 2025 ondersteunt, in de kijker
Moonar (Luxemburg), een inclusieve campus die NGO AEIN verwelkomt
"De filosofie van Nextensa voor de Moonar-site is gebaseerd op de transformatie van een voormalig iconisch gebouw tot een moderne, flexibele en duurzame ruimte, aangepast aan de veranderende behoeften van de professionele en sociale wereld van vandaag". William Moulin, hoofd van Nextensa in Luxemburg.
"Onze ambitie is om een levendige en inclusieve plek te creëren waar innovatie, samenwerking en een mix van gebruik actief worden aangemoedigd."
Het doel is duidelijk: een historische locatie nieuw leven inblazen, de milieuprestaties ervan verbeteren en synergieën tussen bedrijven, start-ups, ngo's en creatieve actoren bevorderen. Vandaag de dag herbergt Moonar een grote diversiteit aan huurders, waaronder gevestigde bedrijven, dynamische start-ups, niet-gouvernementele organisaties (ngo's) en sociale initiatieven. Een van de nieuwe bewoners is de ngo Aide à l'Enfance de l'Inde et du Népal (AEIN), die zich in november 2025 bij Moonar heeft aangesloten.
Vanuit Moonar coördineert AEIN haar internationale solidariteitsprojecten in India en Nepal, terwijl ze ook bewustmakingsactiviteiten in Luxemburg ontwikkelt, waaronder workshops op scholen, jongerenuitwisselingen, conferenties en filmvertoningen.




"We hadden op zeer korte termijn nieuwe kantoorruimte nodig en het team van Nextensa reageerde zeer snel door ons tijdelijke kantoren in Moonar aan te bieden. We zijn zeer hartelijk ontvangen en voelen ons hier al helemaal thuis", aldus Françoise Binsfeld, directeur van de ngo AEIN.
Tour & Taxis viert de 10e verjaardag van het festival van de Brusselse diversiteit
Nextensa faciliteerde de 10e verjaardag van het festival "L'Afrique en Couleurs" op de Place de la Musique in Tour & Taxis. Het evenement bood een platform voor Afrikaanse artiesten en culturen door middel van gratis toegang, participatieve workshops en een authentieke, gezinsvriendelijke sfeer die de gemeenschap in het noordwijk van Brussel bevordert.
Het festival "L'Afrique en couleurs" biedt elk jaar de mogelijkheid om Afrikaanse culturen te ontdekken door middel van leuke en boeiende activiteiten. Een uniek evenement dat professionele Afrikaanse artiesten die onbekend zijn bij het Europese publiek in de schijnwerpers zet, waarbij traditionele klederdrachten en instrumenten worden gecombineerd met meer hedendaagse klanken.

Tentoonstelling over veerkracht bij kinderen en verhalen over hoop in Gare Maritime
Gare Maritime op de Tour & Taxis site in Brussel nodigde het publiek gratis uit om de tentoonstelling City Jewel te ontdekken. Deze tentoonstelling brengt een reeks kralen samen die de verhalen vertellen van kinderen, jongeren en volwassenen die in hun jeugd herhaaldelijk trauma's hebben meegemaakt. Ze toont hoe deze vaak onuitspreekbare ervaringen via kunst een uitweg kunnen vinden. Elke kraal staat symbool voor pijn, maar ook voor hoop en veerkracht.
Het kunstwerk nodigt uit om kindertrauma te benaderen als een maatschappelijk vraagstuk, het te erkennen en er ruimte voor te creëren, zodat we samen kunnen groeien en elkaar beter kunnen ondersteunen.
SOS Kinderdorpen België en vzw Espero – Ter Wende, ondersteund door talrijke experts en veldwerkers, geven mee vorm aan een beweging richting een meer trauma sensitieve wereld. In het kader van dit initiatief namen zij het voortouw in het creëren van een plek van erkenning voor iedereen die kindertrauma heeft ervaren. City Jewel, een concept van kunstenares Laura Nsengiyumva, vormt een belangrijk resultaat van deze bredere beweging die inzet op het bouwen van een trauma sensitieve samenleving. Dit initiatief volgt op de open brief uit 2021, waarin werd opgeroepen tot de creatie van een dergelijke plek van erkenning.

6.200 deelnemers 165 artiesten 63 vrijwilligers 21 landen artistiek vertegenwoordigd 6 concerten, 4 shows, 11 dj-sets 4 dansworkshops Non-stop djembéworkshops 1 gigantische speelruimte voor kinderen



Ontdek op de webpagina (https://cityjewel.org/jewel) meer dan 300 kralen die pijnlijke ervaringen uit de kindertijd, bronnen van steun en innerlijke kracht vertegenwoordigen. Meer dan 130 kinderen en volwassenen hebben elk een kraal bijgedragen en een stukje van hun persoonlijke verhaal gedeeld.
Wat als uw investering in kunst een positieve impact zou kunnen hebben?
3.9. INVESTEREN IN MENSELIJK KAPITAAL

Human investments • Nextensa's people • Partnerships & co-creation
- Human investments • De mensen van Nextensa
- Partnerschappen en
- Nextensa's people co-creatie in de waardeketen
- Partnerships & co-creation • Voorbeeldig bestuur
WAAROM IS DIT BELANGRIJK?
Het meest waardevolle bezit van Nextensa is haar personeel, hun welzijn en professionele groei als belangrijke drijfveren voor een positieve werkomgeving en duurzaam zakelijk succes op de lange termijn.
Deze prioriteit wordt versterkt door de materialiteitsanalyse, waaruit blijkt dat het welzijn van het personeel wordt beschouwd als een risico dat aandacht verdient: slechte arbeidsomstandigheden, waaronder een gebrek aan evenwicht tussen werk en privéleven, ontoereikende lonen en een lage werktevredenheid, kunnen leiden tot een verminderde productiviteit en uitdagingen op het gebied van personeelsbehoud, wat uiteindelijk van invloed is op onze activiteiten.
De mensen van Nextensa
Investeer in het welzijn van medewerkers door te zorgen voor een gezonde werkplek waarin de principes van gelijke kansen, diversiteit en inclusie centraal staan.
Zorg voor betrokken medewerkers door goede arbeidsomstandigheden, opleidingen en carrièremogelijkheden te bieden.
BIJDRAGE-OVERZICHT STRATEGISCHE INZICHTEN
Hoe kan een focus op 'de mensen van Nextensa' waarde creëren voor people en prosperity?
- Operationele continuïteit: Een proactieve focus op de mentale gezondheid vermindert ziekteverzuim. Gezonde medewerkers zijn meer betrokken, wat leidt tot hogere efficiëntie en betere projectuitvoering.
- Veerkrachtige cultuur: Programma's die de balans tussen werk en privéleven ondersteunen, bevorderen een loyale, hoogpresterende cultuur die in staat is om te gaan met de complexe spanningen van de vastgoedcyclus.
- Employer branding: Hoge welzijnsnormen maken van Nextensa een "Place You Prefer" om te werken. In een krappe arbeidsmarkt trekt deze reputatie toptalent aan zonder dat er buitensporige wervingskosten nodig zijn.
- Aantrekken en behouden van talent: Door hoogwaardige werkgelegenheid en duidelijke loopbaantrajecten aan te bieden, vermindert het bedrijf verloopkosten en behoudt het het 'institutionele geheugen', wat cruciaal is voor stedelijke langetermijnprojecten.
- Talentmanagement: Door de medewerkers van Nextensa te positioneren als een belangrijk strategisch ESG-thema, wil het bedrijf gebruikmaken van het ABC-model (Autonomie, Belonging, Competence) en samenwerkingsverbanden zoals het OPEX-team en de Q-adviesraad om een omgeving te creëren waarin innovatie en operationele uitmuntendheid kunnen gedijen.
ESRS S1: Eigen personeelsbestand - Gelijke behandeling en kansen voor iedereen; Arbeidsomstandigheden

CSRD
Minimale waarborgen
CENTRALE BIJDRAGE:
Welvaart
• Investeren in permanente bijscholing om de vaardigheden van medewerkers actueel te houden
• Het garanderen van hoogwaardige arbeidscontracten die de wettelijke minimumvereisten overtreffen en collectieve onderhandelingen respecteren.
Mensen
- Programma's implementeren om werkgerelateerde stress te beheersen in een dynamische vastgoedomgeving.
- Lichamelijke activiteit en ergonomie stimuleren door het ontwerpen van levendige werkplekken en welzijnsinitiatieven.
• Zorgen voor een gelijke vertegenwoordiging van vrouwen in het senior management
• Systematisch monitoren en wegwerken van de loonkloof tussen mannen en vrouwen op
alle niveaus van de organisatie. • Trajecten creëren voor vrouwelijk talent om toegang te krijgen tot technische en strategische functies die traditioneel door mannen worden gedomineerd in de vastgoedsector.
DE DOELSTELLING VAN NEXTENSA OP HET GEBIED VAN PERSONEEL
Aansluiting bij de rapportagefilosofie van ESRS S1:
Hoewel het onderwerp tijdens de dubbele materialiteitsbeoordeling niet als materieel werd beschouwd, wil Nextensa zich aansluiten bij de ESRS S1 doelstellingen voor eerlijke behandeling, gelijke kansen en het handhaven van hoge normen op de werkplek. Initiatieven op het gebied van welzijn zijn gericht op het verbeteren van de fysieke werkplek, het aanpakken van psychosociale risico's en het stimuleren van open communicatie en samenwerking.
Faciliteiten voor empowerment: Talentmanagement, welzijn, opleiding, evaluatie en beloningsbeleid
Nextensa blijft zich in de toekomst inzetten voor het empoweren, ontwikkelen en waarderen van zijn medewerkers, zodat zij de belangrijkste drijvende krachten achter het voortdurende succes van het bedrijf blijven.
Het evaluatie- en beloningsbeleid bevordert transparantie, stemt individuele en teamdoelen af op de doelstellingen van het bedrijf en zorgt tegelijkertijd voor gelijk loon voor gelijk werk. Hoewel er een loonkloof tussen mannen en vrouwen bestaat, houdt deze voornamelijk verband met verschillen in ervaring en functie en niet zozeer met ongelijkheid.
De volgende stappen voor talentmanagement zijn gericht op het afronden van het talentbeleid, het uitvoeren van een betrokkenheidsenquête op basis van het Autonomy, Belonging and Competence of ABC-model, het uitrollen van leiderschaps- en personeelsprogramma's en het versterken van de personeelsplanning en KPI-monitoring. Op deze manier wordt talentmanagement structureel verankerd als drijvende kracht achter duurzame organisatorische resultaten.


De mensen van Nextensa in cijfers
De verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers in de organisatie in 2025 was 49% mannen tegenover 51% vrouwen. Drie van de acht (37,5%) bestuursleden zijn vrouwen en er zitten geen vrouwen in het Executief Management van Nextensa.
Nextensa heeft een Executief Management van vier leden en telt 11 mensen in het middenkader (36% vrouwen - 64% mannen). Deze medewerkers geven leiding aan meer dan één andere collega.
Vanwege de aard van de activiteiten en de projectspecifieke context van vastgoed(her)ontwikkeling blijft Nextensa vertrouwen op zijn hechte netwerk van onafhankelijke projectmanagers en experts. Deze worden ingezet op basis van de veranderende vraag naar nieuwe projecten die moeten worden gerealiseerd of activa die moeten worden verworven. De organisatie verwacht ook in 2026 op een vergelijkbaar aantal onafhankelijke professionals te kunnen rekenen, die allemaal werken in overeenstemming met de arbeids- en sociale wetgeving van de landen waar zij gevestigd zijn.
Voor de rapportage omvat het onderwerp 'de mensen van Nextensa' zowel het eigen personeelsbestand, dat bestaat uit mensen die in een arbeidsrelatie met het bedrijf staan ('werknemers'), als niet-werknemers die een contract met het bedrijf hebben om arbeid te verrichten ('zelfstandigen'). Dit geldt ook voor de cijfers die in voorgaande jaren zijn gerapporteerd: zelfstandige collega's worden in alle cijfers meegenomen (behalve ziekte- en arbeidsongevallen.
Tijdens de verslagperiode kende Nextensa een hoog personeelsverloop, met 24 werknemers die het team van 55 tegen het einde van het jaar verlieten. Dit cijfer omvat zowel vrijwillig vertrek als vertrek op initiatief van de werkgever en is een combinatie van strategische keuzes, desinvesteringen en organisatorische optimalisaties.
In overeenstemming met ESRS S1 biedt het bedrijf transparantie over deze belangrijke verandering in de samenstelling van het personeelsbestand. Nextensa erkent dat dit verloop een impact heeft op de continuïteit van de organisatie, het behoud van kennis en het welzijn van de werknemers.
Hoewel er geen formeel actieplan is opgesteld om het personeelsverloop te verminderen, maakt Nextensa gebruik van zijn uitgebreide talentmanagementstrategie als een belangrijke oplossing om werknemers te behouden en de continuïteit van de organisatie te versterken.

Globale diversiteit (excl. raad van bestuur): 47% mannen vs. 53% vrouwen
Personeelsbestand: 65% werknemers vs. 35% zelfstandigen Personeelsbestand per regio: 91% België, 7% Luxemburg, 2% Oostenrijk
Werktijd: 91% voltijds vs. 9% deeltijds

DE AANPAK VAN NEXTENSA MET BETREKKING TOT HET PERSONEEL VAN NEXTENSA
Talentmanagement
Talentmanagement is een fundamentele pijler van de strategie van het bedrijf en ondersteunt rechtstreeks de strategische prioriteiten: innovatie, operationele uitmuntendheid en efficiëntie, en klantgerichtheid. In deze context positioneert HR zich duidelijk als een strategische partner van de organisatie, wat blijkt uit de samenwerking met het Operational Excellence Team (OPEX), de Q Advisory Board en het gebruik van een HR-dashboard dat inzicht geeft in belangrijke personeelsindicatoren.
De talentstrategie is gebaseerd op de overtuiging dat talentmanagement een strategische prioriteit is voor de organisatie. Dit komt tot uiting in gerichte initiatieven zoals ExCom Leadership Programs, het functioneren van het OPEX-team, de Q Advisory Board en initiatieven van het Culture Team. Tegelijkertijd erkent de organisatie duidelijke uitdagingen, waaronder het aantrekken van talent, het versnellen van transformatie en het duurzaam verankeren van leiderschap binnen het bedrijf.
Medewerkersbetrokkenheid is een belangrijk aandachtspunt binnen talentmanagement. De organisatie maakt gebruik van verschillende monitoring- en feedbackmechanismen, zoals de Q Advisory Board, workshops en leiderschapsprogramma's. Het ABC-model – gericht op autonomie, verbondenheid en competentie – dient als het kernkader voor het stimuleren van betrokkenheid en motivatie.
De impact van HR-initiatieven wordt zichtbaar gemaakt door middel van proefprojecten, waaronder OPEX-trajecten, de Q Advisory Board en ExCom-leiderschapsprogramma's. Deze initiatieven moeten een positief effect hebben op de productiviteit, samenwerking, afstemming en betrokkenheid binnen de hele organisatie.
Om deze impact te volgen, worden duidelijke KPI's gebruikt, zoals het behoud van cruciaal talent, deelname aan leiderschapsprogramma's, scores voor betrokkenheid en tevredenheid, resultaten van OPEX- en Q Board-initiatieven, en bredere bedrijfsindicatoren zoals productiviteit en klanttevredenheid.
Welzijn
Het Cultuurteam streeft ernaar onze organisatiecultuur tastbaar te maken en structureel te verankeren in ons dagelijks werk. Cultuur leeft niet in intenties of verklaringen, maar in wat mensen elke dag doen, hoe ze samenwerken en hoe beslissingen worden genomen.
Daarom werken we met zes onderling verbonden culturele batterijen.
- • Betekenis & Doel geeft richting en een gevoel van betekenis: waarom bestaan we, waar staan we voor en wat bindt ons samen. Zonder dit kompas wordt cultuur een leeg verhaal.
- • Leiderschap & Leiding geven door het goede voorbeeld te geven maakt cultuur tastbaar. Het is niet het beleid, maar het gedrag van leiders dat bepaalt wat als normaal wordt beschouwd. Medewerkers spiegelen wat ze zien, niet wat ze horen.
- • Systemen, structuren en processen ondersteunen of ondermijnen de cultuur. Bestuur, HR, besluitvorming en processen moeten aansluiten bij het gewenste gedrag, omdat systemen altijd prevaleren boven intenties.
- • Gedrag en dagelijkse interactie vormen de zichtbare cultuur op de werkplek: hoe mensen communiceren, samenwerken en feedback geven. Cultuur is herhaaldelijk gedrag, niet wat we van plan zijn.
- • Verbinding en relaties bepalen de kwaliteit van de samenwerking en het vertrouwen tussen teams. Zonder verbinding is er geen vertrouwen, en zonder vertrouwen is er geen duurzame prestatie.
- • Ontwikkeling, leren en groei zorgen ervoor dat de organisatie toekomstbestendig blijft. Leren, innovatie en wendbaarheid bepalen onze veerkracht in een voortdurend veranderende context.
Samen zorgen deze zes batterijen ervoor dat cultuur geen abstract concept blijft, maar een krachtig en werkbaar onderdeel wordt van hoe we elke dag samenwerken en resultaten boeken.
Training
Nextensa zet zich in om te investeren in gerichte opleidingsprogramma's die individuele ontwikkeling ondersteunen en tegelijkertijd een veerkrachtige en inclusieve bedrijfscultuur versterken.
Voortdurende bijscholing is essentieel om de vaardigheden en expertise van medewerkers up-to-date te houden in een sector die voortdurend in beweging is. Bij Nextensa heeft elke medewerker de mogelijkheid om relevante opleidingen voor te stellen, wat zorgt voor een sterk en flexibel personeelsbestand.
Een cultuur van kennisdeling is verankerd in onze organisatie via de Nextensa Academy, waar medewerkers best practices uitwisselen, successen vieren en van elkaar leren, over de afdelingen heen. Sommige opleidingsprogramma's zijn verplicht, wat de gedeelde expertise en groei versterkt. Daarnaast profiteert Nextensa van opleidingsinitiatieven onder leiding van zijn belangrijkste aandeelhouder (de beursgenoteerde holding Ackermans van Haaren), die professionals van verschillende holdings samenbrengt via speciale communities (HR, Legal, ESG, Innovation, enz.).
In 2025 volgden medewerkers meer dan 1000 uur opleiding, waarbij Nextensa meer dan € 36.000 investeerde in professionele ontwikkeling, waaronder seminars en internationale certificeringsprogramma's.
Evaluatie en beloning
Bij Nextensa krijgt elke medewerker jaarlijks een functioneringsgesprek, waardoor continue feedback en ontwikkeling worden gewaarborgd. Individuele en teamdoelstellingen worden in overleg vastgesteld, waarbij persoonlijke bijdragen worden afgestemd op de algemene bedrijfsdoelstellingen.
De bedrijfsdoelstellingen worden bepaald door het uitvoerend management en gevalideerd door de raad van bestuur, waarna elke afdeling ze vertaalt naar uitvoerbare team- en individuele doelstellingen.
De beloning bij Nextensa is gekoppeld aan prestaties, met een transparant beloningsbeleid dat beschikbaar is op op de website van het bedrijf. Voor externe consultants heeft Nextensa een functieomschrijvingskader ingevoerd dat is afgestemd op de Belgische arbeidswetgeving, waardoor duidelijke prestatiebeoordelingen en het bijhouden van doelstellingen worden gewaarborgd.
3.10. VOORBEELDIG BESTUUR
In onze dubbele materialiteitsbeoordeling werd governance behandeld onder Voorbeeldig bestuur, een belangrijk onderwerp voor Nextensa. We erkennen dat sterk bestuur van fundamenteel belang is om transparantie, verantwoordingsplicht en ethisch zakelijk gedrag te waarborgen. In hoofdstuk 4 van het managementverslag worden de cruciale aspecten van ons governancekader toegelicht, waaronder de bedrijfscultuur van Nextensa, relaties met leveranciers, corruptie en omkoping, en incidenten. Bovendien wordt governance gezien als een overkoepelend thema dat van invloed is op alle andere onderwerpen, wat ons streven naar effectief risicobeheer en het bevorderen van langdurig vertrouwen bij belanghebbenden versterkt.

CSRD TAXONOMY
ESRS G1: Bedrijfsgedrag - Bedrijfscultuur; Corruptie en omkoping; Beheer van relaties met leveranciers, inclusief betalingspraktijken; Bescherming van klokkenluiders
Voldoen aan minimale waarborgen - Strategische afstemming en toezicht op 'Do No Significant Harm' (DNSH)
CENTRALE BIJDRAGE: Welvaart
• Inclusieve en duurzame verstedelijking • Sterke nationale en regionale ontwikkelingsplanning
Mensen
- Aanzienlijke vermindering van corruptie en omkoping • Ontwikkeling van effectieve, verantwoordelijke en transparante instellingen • Zorgen voor responsieve, inclusieve en participatieve besluitvorming
- Planeet
- Duurzaam beheer en efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen • Aanzienlijke vermindering van afvalproductie
- Toepassing van duurzame praktijken en rapportage
• Versterking van veerkracht en aanpassingsvermogen • Integratie van klimaatmaatregelen in de strategie
AANVULLENDE BIJDRAGE:
Partnerschap
Versterking van mondiale (en lokale) partnerschappen met meerdere belanghebbenden
Planeet
Waardering voor ecosystemen en biodiversiteit integreren in de planning
BIJDRAGE-OVERZICHT STRATEGISCHE INZICHTEN
Hoe kan een focus op 'Voorbeeldig bestuur' waarde creëren voor planet, people, prosperity en partnerships?
- Empowerment & ethiek: via zijn ESG-comité geeft Nextensa zijn medewerkers meer zeggenschap door hen te betrekken bij de ontwikkeling en implementatie van duurzaamheidsprocessen.
- Milieubeheer: Het bestuur van Nextensa stelt de regels vast voor het bereiken van ecologische doelen, zoals koolstofneutraliteit en circulariteit. De aanstelling van specifieke functies, zoals een energiemanager, zorgt ervoor dat het bestuur verantwoordelijk is voor het verminderen van de CO2-voetafdruk van de portefeuille.
- Duurzame financiële groei: Transparante verslaglegging en strikte financiële discipline wekken vertrouwen bij investeerders, waardoor toegang tot diverse financieringsbronnen wordt vergemakkelijkt. Door in te spelen op markttrends in de richting van "toekomstbestendig" vastgoed, zet de Raad van Bestuur duurzaamheid om in een concurrentievoordeel en langetermijnwaarde van de activa.
- Gemeenschap & gezondheid: De toewijding van de Raad van Bestuur aan 'gemengde' ontwikkelingen resulteert in gezonde, inspirerende omgevingen die het welzijn verbeteren van lokale bewoners en huurders, ook buiten het directe personeelsbestand van Nextensa.
- Opbouw van een ecosysteem: Het bestuur van Nextensa bevordert co-creatieve partnerschappen met belanghebbenden, waarbij kennis wordt gedeeld om de overgang naar een duurzame economie te versnellen.
4
CORPORATE GOVERNANCE


Park Lane II - België
4.1. CORPORATE GOVERNANCE VERKLARING
Principes
Nextensa past de Belgische Corporate Governance Code 2020 (de "Code 2020") toe als referentiecode. Deze Code is beschikbaar op de website www.corporategovernancecommittee.be.
De Code 2020 gaat uit van het principe "comply or explain" (pas toe of leg uit): Belgische genoteerde vennootschappen kunnen van de bepalingen die aanbevelingen vormen afwijken op voorwaarde dat zij hiertoe een onderbouwde toelichting opgeven.
De vennootschap heeft tijdens het afgelopen boekjaar de bepalingen van de Code 2020 nageleefd, met uitzondering van de hierna volgende bepalingen:
Bepaling 7.6 van de Code 2020 stelt dat de niet-uitvoerende bestuurders een deel van hun vergoeding in de vorm van aandelen van de vennootschap dienen te ontvangen.
De niet-uitvoerende bestuurders van Nextensa ontvangen echter enkel een vergoeding in geld. In de huidige versie van het remuneratiebeleid, zoals goedgekeurd door de gewone algemene vergadering van de vennootschap van 16 mei 2022, dat van toepassing is vanaf 1 januari 2022 wordt hieromtrent het volgende voorzien: "Bestuurders worden uitgenodigd, maar zijn niet verplicht om aandelen in de Vennootschap aan te houden. Deze afwijking van principe 7.6 van de CGC 2020 wordt gerechtvaardigd door het feit dat het beleid van de Vennootschap op toereikende wijze een perspectief op lange termijn bevordert."
Daarnaast worden verscheidene bestuurders in het kader van de functies die zij in Ackermans & van Haaren uitoefenen reeds blootgesteld aan de evolutie van de waarde van de vennootschap, gelet op de aandelen(opties) in Ackermans & van Haaren die zij aanhouden en waarvan de waarde gedeeltelijk afhangt van die van de vennootschap.
Bepaling 4.14 van de Code 2020 stelt dat er een onafhankelijk auditfunctie dient te worden opgericht. De Code bepaalt echter eveneens dat, indien deze onafhankelijke auditfunctie niet wordt opgericht, minstens jaarlijks moet worden beoordeeld of daar een noodzaak toe bestaat.
Het gebrek aan een onafhankelijke auditfunctie binnen de Nextensa groep wordt jaarlijks voorgelegd aan de evaluatie van het auditcomité. Een onafhankelijke auditor wordt momenteel niet noodzakelijk geacht gezien de beperkte grootte van de groep en de andere controlesystemen die bestaan, waaronder de externe audit en de interne controle-, compliance- en risicobeheersystemen.
Het Corporate Governance Charter, zoals laatst gewijzigd op 13 november 2024, strekt ertoe de voornaamste aspecten van het governance beleid van de vennootschap toe te lichten, zoals haar governance structuur en het intern reglement van de raad van bestuur, zijn comités en het executief comité. Daarnaast geeft het een beschrijving van de verschillende preventieve beleidslijnen die de vennootschap toepast inzake
marktmisbruik, belangenconflicten en goed gedrag. Dit Charter is gebaseerd op de statuten van de vennootschap, op de Code 2020 en op de vennootschap toepasselijke reglementering, waaronder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (het "WVV"). Het Corporate Governance Charter is beschikbaar op www.nextensa.eu (Over Nextensa - Corporate Governance).
De statuten van Nextensa NV werden verschillende keren gewijzigd en voor het laatst op 12 juni 2024. Deze laatst gecoördineerde statuten zijn beschikbaar op de website www.nextensa.eu (Investeerders - Statuten).
Aandeelhouders
Onderstaande tabel geeft de aandeelhouders van Nextensa aan die eind 2025 meer dan 3% van de totaal aantal bestaande stemrechten bezaten. De kennisgevingen in het kader van de transparantiewetgeving en de controleketens zijn beschikbaar op de website.
Naast de wettelijke drempels (i.e. 5% en veelvouden van 5% van het totaal aantal bestaande stemrechten) voorziet artikel 12.2 van de statuten, overeenkomstig artikel 18, §1 van de zgn. transparantiewet (wet van 2 mei 2007), immers in een bijkomende kennisgevingsdrempel van 3%.
| DATUM VANKENNISGEVING | NAAM VAN DEAANDEELHOUDER | NOEMER | % VAN DESTEMRECHTEN | % VAN DEAANDELEN* |
|---|---|---|---|---|
| 30 oktober 2025 | Ackermans & van Haaren | 16.225.206 | 80,31% | 68,81% |
| 24 juli 2023 | AXA | 11.875.379 | 9,99% | 15,59% |
*Bepaald op basis van ontvangen transparantiekennisgevingen en de beschikbare informatie over de aangehouden aandelen op naam.

(Investeerders - Aandeelhouders & transparantie).
Aangezien de volgestorte aandelen die ten minste twee jaar ononderbroken op naam van dezelfde aandeelhouder in het register van de aandelen op naam zijn ingeschreven een dubbel stemrecht verlenen, is het bovenstaande percentage van het stemrecht van bepaalde aandeelhouders verschillend van het percentage van aandelen in Nextensa dat zij bezitten.
De controle over de vennootschap wordt uitgeoefend door Ackermans & van Haaren NV, met zetel te Begijnenvest 113, 2000 Antwerpen (meer informatie: www.avh.be). Ackermans & van Haaren NV heeft bij toepassing van artikel 74 §7 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen meegedeeld meer dan 30% van de effecten met stemrecht aan te houden van de vennootschap.

Raad van bestuur
De vennootschap is sinds 19 juli 2021 een naamloze vennootschap met (collegiale) raad van bestuur onder het WVV.
DUUR MANDAAT
De bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders voor een termijn van maximum vier jaar en zijn herbenoembaar. Ze kunnen te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen.
BEVOEGDHEDEN
De raad van bestuur bezit de meest uitgebreide bevoegdheden om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het voorwerp van de vennootschap, met uitzondering van die handelingen waarvoor krachtens de wet of de statuten alleen de algemene vergadering van aandeelhouders bevoegd is.
SAMENSTELLING
De samenstelling van de raad van bestuur van Nextensa NV waarborgt dat er in het belang van de vennootschap bestuurd wordt. De raad van bestuur, samengesteld uit getalenteerde individuen met expertise in beursgenoteerde bedrijven, vastgoed, recht, economie en engineering in België, Luxemburg en Oostenrijk, brengt een divers en veelzijdig perspectief op de activiteiten van de groep.
De raad van bestuur van Nextensa is momenteel als volgt samengesteld:
| DATUM EINDE MANDAAT | |
|---|---|
| Piet DejongheVoorzitter, niet-uitvoerend bestuurderVertegenwoordiger van Ackermans & vanHaaren | 18/05/2026 |
| Midhan BV, vast vertegenwoordigd doorMichel Van GeyteGedelegeerd bestuurderCEO Nextensa | 18/05/2026 |
| Dirk AdriaenssenNiet-uitvoerend bestuurderOnafhankelijk bestuurder | 18/05/2026 |
| Lupus AM BV, vast vertegenwoordigddoor Jo De WolfNiet-uitvoerend bestuurderOnafhankelijk bestuurder | 17/05/2027 |
| Stellar BV, vast vertegenwoordigd doorArne HermansNiet-uitvoerend bestuurderOnafhankelijk bestuurder | 17/05/2027 |
| SoHo BV, vast vertegenwoordigd doorSigrid HermansNiet-uitvoerend bestuurderOnafhankelijk bestuurder | 17/05/2027 |
| An HerremansNiet-uitvoerend bestuurderVertegenwoordiger van Ackermans & vanHaaren | 18/05/2026 |
| Hilde DelabieNiet-uitvoerend bestuurderVertegenwoordiger van Ackermans & van | 18/05/2026 |
Haaren
De raad van bestuur telt minstens drie onafhankelijke bestuurders, die voldoen aan de criteria zoals voorzien in artikel 7:87 van het WVV en in bepaling 3.5 van de Code 2020.
De raad van bestuur benoemt in zijn midden een voorzitter erkend omwille van zijn of haar professionalisme, onafhankelijkheid van geest, coachende capaciteiten, het vermogen om consensus te bouwen en communicatieve en vergadervaardigheden.
De voorzitter is verantwoordelijk voor de leiding van de vergaderingen van de raad van bestuur en voor de doeltreffendheid van de raad van bestuur in al zijn aspecten. In het bijzonder neemt hij de nodige maatregelen met het oog op de totstandkoming van een klimaat van vertrouwen binnen de raad van bestuur, waarin ruimte is voor open discussies en opbouwende kritiek.
De rol van de voorzitter is nader omschreven in het Corporate Governance Charter (artikel 2.6).
Park Lane - Tour & Taxis

HUIDIGE SAMENSTELLING RAAD VAN BESTUUR
HUIDIGE FUNCTIE:
Co-voorzitter van het executief comité van Ackermans & van Haaren.
De heer Dejonghe is master in de rechten (KU Leuven), beschikt over een postgraduaat in de bedrijfskunde (KU Leuven) en behaalde tevens een master of business administration aan INSEAD. Sinds 1995 is hij actief bij Ackermans & van Haaren NV, waar hij momenteel de functie van co-CEO en co-voorzitter van het executief comité uitoefent. Voorheen was hij achtereenvolgens advocaat bij Loeff Claeys Verbeke (Allen & Overy) en consultant bij Boston Consulting Group.
Begin mandaat LREM: 18 augustus 2016 Begin mandaat Nextensa: 19 juli 2021 Einde mandaat Nextensa: 18 mei 2026 Aantal aandelen Nextensa in bezit op 31 december 2025: 0
PIET DEJONGHE (° 1966) MICHEL VAN GEYTE (° 1966) DIRK ADRIAENSSEN (° 1970)

HUIDIGE FUNCTIE: CEO Nextensa NV.
Michel Van Geyte is master in de toegepaste economische wetenschappen (KU Leuven), postgraduaat in de vastgoedkunde (KU Leuven) en master in corporate finance (Vlerick Business School). Michel Van Geyte werkt sinds augustus 2004 voor de groep. Eerst als commercial manager (COO) en sinds 2018 als CEO. Hij heeft meer dan 25 jaar ervaring in vastgoed.
Begin mandaat LREM: 19 maart 2013 Begin mandaat Nextensa: 19 juli 2021 Einde mandaat Nextensa: 18 mei 2026 Aantal aandelen Nextensa in bezit op 31 december 2025: 685

HUIDIGE FUNCTIE: Chief Investment Officer van Helvetica Property Group.
De heer Adriaenssen is master in de rechten (Vrije Universiteit Brussel) en behaalde een postgraduaat in vastgoedkunde (KU Leuven), waarna hij een Leadership Programme volgde te Zwitserland aan de IMD te Lausanne en deelnam aan het Real Estate Programme te Oxford. Hij heeft meer dan 25 jaar ervaring in winkel-, residentieel- en kantorenvastgoed in België, Luxemburg, Zwitserland, Oostenrijk en centraal Europa (Redevco, Retail Estates, Mitiska, ProWinko en Credit Suisse – UBS).
Begin mandaat LREM: 22 mei 2018 Begin mandaat Nextensa: 19 juli 2021 Einde mandaat Nextensa: 18 mei 2026 Aantal aandelen Nextensa in bezit op 31 december 2025: 0
ARNE HERMANS (° 1984)

HUIDIGE FUNCTIE: CEO van Diggit StudentLife.
De heer Hermans is master in de rechten (Vrije Universiteit Brussel), master in marketing management (Vlerick Business School) en behaalde een postgraduaat in vastgoedkunde (Solvay Brussels School). Hij begon zijn carrière als corporate vastgoedadvocaat bij Eubelius. In 2015 startte hij bij Xior Student Housing, waar hij als Chief Investment Officer en Compliance Officer lid van het uitvoerend management was. In 2020 richtte hij Diggit StudentLife op, waarvan hij CEO is. Diggit StudentLife staat in voor het beheer van studentenkamers en levert bijstand aan diverse private en publieke stakeholders in het kader van studentenhuisvestingsprojecten.
Begin mandaat Nextensa: 15 mei 2023 Einde mandaat Nextensa: 17 mei 2027 Aantal aandelen Nextensa in bezit op 31 december 2025: 0

HUIDIGE FUNCTIE: Chief Executive Officer van Montea.
De heer De Wolf is master in de toegepaste economische wetenschappen (KU Leuven), behaalde een MBA aan de Vlerick Business School en volgde het postgraduaat in vastgoedkunde aan de KU Leuven. Hij is sinds 1997 actief in het vastgoed (Leasinvest Real Estate, Extensa Group en Brussels Airport Company). Sinds oktober 2010 is hij Chief Executive Officer bij Montea (www. montea.com), een Belgische openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap gespecialiseerd in logistiek en industrieel vastgoed in België, Nederland, Frankrijk en Duitsland.
Begin mandaat Nextensa: 15 mei 2023 Einde mandaat Nextensa: 17 mei 2027 Aantal aandelen Nextensa in bezit op 31 december 2025: 0
JO DE WOLF (° 1974) SIGRID HERMANS (° 1970) AN HERREMANS (° 1982) HILDE DELABIE (° 1968)

HUIDIGE FUNCTIE: CEO van L.I.F.E.
Mevrouw Hermans is master in de toegepaste economische wetenschappen (Universiteit van Antwerpen) en erkend bedrijfsrevisor. Zij volgde eveneens een opleiding in fiscale wetenschappen aan de Fiscale Hogeschool. Na haar audit-ervaring bij PWC, vervoegde zij in 1998 Mitiska waar zij als CFO werkzaam was, alvorens zij als CFO in 2018 de L.I.F.E. group (vastgoedvennootschap gespecialiseerd in residentiële projecten, studentenhuisvesting en co-working) heeft vervoegd. Sinds december 2023 is zij CEO van L.I.F.E.
Begin mandaat LREM: 20 mei 2019 Begin mandaat Nextensa: 19 juli 2021 Einde mandaat Nextensa: 17 mei 2027 Aantal aandelen Nextensa in bezit op 31 december 2025: 0

HUIDIGE FUNCTIE:
Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren.
Mevrouw Herremans volgde een opleiding als handelsingenieur (KU Leuven) en behaalde een master in financial management aan Vlerick Business School. Zij startte haar carrière als consultant bij Roland Berger (2006 - 2011), en werkte vervolgens als Corporate Business Development manager en Strategy Office manager bij Barco (2011 - 2014). Zij werkt sinds 2014 bij Ackermans & van Haaren en vervoegde het executief comité vanaf 1 september 2021.
Begin mandaat Nextensa: 16 mei 2022 Einde mandaat Nextensa: 18 mei 2026 Aantal aandelen Nextensa in bezit op 31 december 2025: 0

HUIDIGE FUNCTIE: Senior business controller Ackermans & van Haaren.
Mevrouw Delabie is master in de economische wetenschappen (KU Leuven) en postgraduaat in business economy (UCLouvain). Zij startte haar carrière bij Deloitte als auditor en werkt sinds 1998 bij Ackermans & van Haaren als group controller.
Begin mandaat Nextensa: 16 mei 2022 Einde mandaat Nextensa: 18 mei 2026 Aantal aandelen Nextensa in bezit op 31 december 2025: 0
AANPASSING BESTUURDERSMANDATEN GEDURENDE HET BOEKJAAR 2025
Tijdens het afgelopen boekjaar vonden er geen wijzigingen plaats aan de bestuurdersmandaten binnen Nextensa.
ACTIVITEITENVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR
De raad van bestuur streeft naar duurzame waardecreatie door de vennootschap, via de bepaling van de strategie van de vennootschap, het tot stand brengen van doeltreffend, verantwoordelijk en ethisch leiderschap en het houden van toezicht op de prestaties van de vennootschap. Om deze duurzame waardecreatie doeltreffend na te streven, ontwikkelt de raad van bestuur een inclusieve benadering die een evenwicht tot stand brengt tussen de legitieme belangen en verwachtingen van aandeelhouders en andere stakeholders.
Naast de uitoefening van de hierboven vermelde algemene activiteiten vonden 5 vergaderingen van de raad van bestuur van de vennootschap plaats tijdens het boekjaar 2025 om in essentie onderstaande punten te bespreken:
- de verdere uitwerking van de strategie van de vennootschap en diens verdere geografische uitbreiding in België, het Groothertogdom Luxemburg en Oostenrijk met de daaraan gekoppelde (des)investeringen, belangrijke renovaties en (her) ontwikkelingen;
- de monitoring van de schuldgraad en de indekkingsgraad;
- de optimalisatie van de corporate structuur;
- de bespreking en analyse van de budgetten en vooruitzichten;
- de hernieuwing en heronderhandeling van lopende bankkredieten en kredietlijnen in het kader van de financiële strategie en de controle op de daaraan gelinkte derivaten;
- het toezicht op het beleid en de werking van het executief comité, naast het toezicht op de werking van de interne controlesystemen;
- de operationele en financiële rapportering, waaronder de opmaak van het jaarlijks en halfjaarlijks financieel verslag en de opmaak van persberichten;
- het uitwerken van het duurzaamheids-beleid en strategie van de groep;
- operationele punten, geïdentificeerd door het executief comité, die de aandacht van de raad van bestuur verdienen.
De notulen van de vergaderingen geven een overzicht van de beraadslagingen, specifiëren de besluiten en maken desgevallend melding van het eventuele voorbehoud van bepaalde bestuurders. De notulen worden bijgehouden op de zetel van de vennootschap.
Gedurende het voorbije boekjaar zijn er geen bijzondere werkzaamheden verricht op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, noch door de vennootschap, noch door de vennootschappen die tot haar consolidatiekring behoren.
MEERDERHEDEN
De besluiten van de raad van bestuur worden genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde bestuurder. De besluiten van de raad van bestuur kunnen worden genomen bij eenparig schriftelijk besluit van de bestuurders.
EVALUATIE
Eenmaal om de 5 jaar evalueert de raad van bestuur of de gekozen governance structuur nog steeds geschikt is.
De evaluatie van de samenstelling en de werking van de raad van bestuur en zijn adviserende comités gebeurt om de drie jaar. Desgevallend kan hiervoor het advies van externe deskundigen worden ingewonnen. Een dergelijke evaluatie houdt ook rekening met de omvang van de raad van bestuur, de samenstelling en de werking ervan en van de adviserende comités, en de interactie met de CEO en, in voorkomend geval, het executief comité, ten einde na te gaan of alle belangrijke onderwerpen voldoende worden voorbereid en besproken. De laatste evaluatie van de samenstelling en werking van de raad van bestuur vond plaats begin 2023.
Eénmaal per jaar evalueren de niet-uitvoerende bestuurders, tevens de relatie tussen de raad van bestuur enerzijds en de CEO en, in voorkomend geval, het executief comité anderzijds.
Aan het eind van het mandaat van iedere bestuurder, vindt ook een evaluatie plaats van de betrokken bestuurder waarbij wordt rekening gehouden met de aanwezigheid in de vergaderingen en zijn of haar engagement en constructieve betrokkenheid in besprekingen en besluitvorming.
Deze evaluatieprocedure kan desgevallend leiden tot de aanpassing van de samenstelling van de raad van bestuur, voorstellen tot voordracht van nieuwe bestuurders of de niet-herbenoeming van zetelende bestuurders.
SECRETARIS
De raad van bestuur en haar comités wordt bijgestaan door de secretaris van de vennootschap. Deze functie wordt momenteel uitgeoefend door Anouk Kerkhofs, Corporate Legal Counsel.
adviserend comité dat verhinderd is een vergadering bij te wonen, kan een bijzondere volmacht verlenen aan een ander lid van dit comité. Een lid van een adviserend comité mag slechts één ander lid van het comité vertegenwoordigen.
De comités streven er steeds naar beslissingen te nemen met eenparigheid van stemmen. Indien er voor een bepaalde beslissing geen consensus mogelijk is, wordt de beslissing genomen bij gewone meerderheid.
| VoorzitterLid | AUDITCOMITÉ | BENOEMINGSEN REMUNERATIECOMITÉ |
|---|---|---|
| Piet Dejonghe | ||
| Midhan BV,vast vertegenwoordigd door Michel Van Geyte | ||
| Dirk Adriaenssen | ||
| Lupus AM BV,vast vertegenwoordigd door Jo De Wolf | ||
| Stellar BV,vast vertegenwoordigd door Arne Hermans | ||
| SoHo BV,vast vertegenwoordigd door Sigrid Hermans | ||
| An Herremans | ||
| Hilde Delabie |
Adviserende comités
De raad van bestuur heeft conform de artikelen 7:98, 7:99 en 7:100 van het WVV 2 adviserende comités die de raad van bestuur bijstaan in de uitvoering van zijn verantwoordelijkheden conform principe van de Code 2020 en zoals verder toegelicht in het Corporate Governance Charter.
De adviserende comités hebben een louter adviserende functie. Zij zijn belast met het onderzoek van specifieke kwesties en het formuleren van adviezen aan de raad van bestuur.
Mits kennisgeving aan de voorzitter kan elk adviserend comité, voor zover het dit nuttig acht, op kosten van de vennootschap, één of meer externe adviseurs of deskundigen aanstellen ter ondersteuning van de uitoefening van zijn opdracht.
Een vergadering van een adviserend comité kan slechts rechtsgeldig worden gehouden indien de meerderheid van de leden aanwezig is. Een lid van een
AUDITCOMITÉ
Het auditcomité verleent de raad van bestuur ondersteuning bij het vervullen van zijn verantwoordelijkheden inzake monitoring met het oog op controle in de ruimste zin, inclusief de risico's.
Het auditcomité ziet erop toe dat de financiële verslaggeving van de vennootschap een waarheidsgetrouw, oprecht en duidelijk beeld geeft van de situatie en de vooruitzichten van de vennootschap en controleert in het bijzonder de jaarlijkse en periodieke financiële informatie voordat deze openbaar wordt gemaakt. Het comité gaat eveneens de correcte en consequente toepassing van de boekhoudnormen en waarderingsregels van de vennootschap na.
Het auditcomité evalueert minstens éénmaal per jaar de interne controle- en risicobeheersystemen om zich ervan te vergewissen dat de voornaamste risico's behoorlijk werden geïdentificeerd, beheerd en gepubliceerd.
Het auditcomité evalueert en monitort ook de onafhankelijkheid van de commissaris en geeft aanbevelingen inzake de interne en externe audit. Het auditcomité houdt tevens toezicht op de aard en omvang van niet-controlediensten van de commissaris.
De taken van het auditcomité worden uitgeoefend in overeenstemming met artikel 7:99, §4 WVV.
De controleopdracht van het auditcomité en de daarmee verbonden rapporteringsplicht heeft betrekking op de vennootschap en haar dochterondernemingen.
Alle leden van het auditcomité beschikken over de collectieve deskundigheid inzake de activiteiten van de vennootschap en over de nodige deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit, zowel door hun opleidingsniveau als door hun ervaring in die materie.
Er vonden 4 vergaderingen van het auditcomité plaats tijdens het boekjaar 2025 waarop onder meer de volgende agendapunten werden behandeld:
- de financiële rapporteringen per kwartaal;
- risicomanagement, interne controle en regelgeving;
- opvolging, schuld- en indekkingsgraad van de vennootschap.
Behalve wanneer het auditcomité anders bepaalt, hebben de CEO en de CFO het recht om de vergaderingen van het auditcomité bij te wonen, hetgeen gedurende het afgelopen boekjaar inderdaad steeds gebeurde.
BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ
Het benoemings- en remuneratiecomité ziet toe op een objectief en professioneel verloop van het benoemingsproces, staat de raad bij inzake de vergoeding van de leden van de raad van bestuur en van het executief comité, formuleert aanbevelingen voor het remuneratiebeleid, evalueert jaarlijks de prestaties van het executief comité en de verwezenlijking van de ondernemingsstrategie. De overige taken van dit comité zijn terug te vinden in het Corporate Governance Charter (art. 3.3.2) en in artikel 7:100, §5 WVV.
Het benoemings- en remuneratiecomité bestaat uitsluitend uit niet-uitvoerende bestuurders en de meerderheid van de leden zijn onafhankelijke bestuurders, conform artikel 7:100 van het WVV en bepaling 4.19 van de Code 2020. De bestuurders in dit comité beschikken over de nodige deskundigheid op het gebied van remuneratiebeleid.
Behoudens indien het benoemings- en remuneratiecomité het anders bepaalt, heeft de CEO het recht om de vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité bij te wonen, hetgeen gedurende het afgelopen boekjaar inderdaad steeds gebeurde.
Er vonden 2 vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité plaats tijdens het boekjaar 2025 waarop onder meer de volgende agendapunten werden behandeld:
- het remuneratiebeleid;
- de evaluatie van de prestaties van het executief comité en van de CEO in het bijzonder op basis van overeengekomen prestatiemaatstaven – en doelstellingen;
- de samenstelling van de raad van bestuur en het executief comité;
- het remuneratieverslag, dat deel uitmaakt van het jaarverslag;
- HR beleid en kerncijfers;
- organisatiestructuur;
- updates actieplan HR.
Executief comité
DAGELIJKS BESTUUR
De CEO, Michel Van Geyte (via Midhan BV), is belast met het dagelijks bestuur van de vennootschap, onder de verantwoordelijkheid en het toezicht van de raad van bestuur.
EXECUTIEF COMITÉ
Het executief comité is in essentie belast is met de bespreking van de algemene leiding van de vennootschap onder leiding van de CEO. Het executief comité richt zich op het operationeel beheer van het bedrijf voert de strategie uit die is goedgekeurd door de raad van bestuur en zorgt voor de afstemming op de doelstellingen van het bedrijf. Het executief comité bestaat uit volgende personen:
De overeenkomsten tussen de vennootschap en de leden van het executief comité zijn van onbepaalde duur en bevatten de gebruikelijke bepalingen inzake niet-concurrentie en confidentialiteit.
De CEO en de overige leden van het executief comité kunnen hun respectievelijke overeenkomst eenzijdig beëindigen mits betekening van een opzegtermijn van 6 maanden. De vennootschap kan eenzijdig deze overeenkomst beëindigen mits betekening van een opzegtermijn van 12 maanden.
MICHEL VAN GEYTE

Chief Executive Officer, via Midhan BV
CV, zie hierboven.
TIM RENS

Chief Financial Officer, via Montevini BV
Tim Rens (°1981) is sinds 1 mei 2017 werkzaam als CFO bij de vennootschap. Na zijn studies handelsingenieur aan de KU Leuven deed hij meer dan 12 jaar ervaring op in audit bij Deloitte, waarvan 4 jaar als Senior Audit Manager voor o.a. gereglementeerde vastgoedvennootschappen. Tijdens zijn carrière bij Deloitte voltooide hij zijn stage tot bedrijfsrevisor in 2012.
Aantal aandelen Nextensa in bezit op 31 december 2025: 1.023
114
0
OLIVIER VUYLSTEKE

Chief Investment Officer, via Wimas BV
Olivier Vuylsteke (°1981) is sinds 12 juni 2017 actief bij Nextensa, initieel als Asset & Investment manager voor de Belgische portefeuille, en ondertussen als CIO. Hij is architect van opleiding en startte in 2007 in het capital markets team van JLL (het toenmalige King Sturge) en heeft sinds zijn overstap in 2010 naar CBRE Global Investors meer dan 15 jaar ervaring in asset & investment management.
Aantal aandelen Nextensa in bezit op 31 december 2025:
PETER DE DURPEL

Chief Operations Officer, via Durabel Consulting BV
Na zijn studies burgerlijk bouwkundig ingenieur aan de Koninklijke Militaire School, is Peter De Durpel (°1968) zijn professionele loopbaan gestart bij de dienst Infrastructuur van Defensie. Vervolgens heeft hij gedurende 15 jaar diverse leidinggevende functies bekleed bij vastgoedconsultant Bopro. Sinds 2015 is hij als COO actief bij Extensa en thans bekleedt hij dezelfde functie bij Nextensa. Aantal aandelen Nextensa in bezit op 31 december 2025: 0
Interne werking
ESG-COMITÉ
Het ESG-comité ondersteunt het executief comité bij vraagstukken rondom duurzaamheid. Het ESG-comité brengt gespecialiseerde kennis die nodig is om belangrijke impacts, risico's en opportuniteiten (IRO's) te beheren op het gebied van energie, emissiemanagement, circulariteit, veerkracht en naleving van regelgeving, en zorgt ervoor dat duurzaamheid wordt geïntegreerd in de bedrijfsactiviteiten.
Het comité vertaalt duurzaamheidsstrategieën in uitvoerbare plannen, stelt doelen en zorgt ervoor dat er gegevens worden verzameld en gemonitord door alle interne teams. Het ontwikkelt ook hulpmiddelen, zoals de "asset fiche" en documenten voor projectontwikkeling waaronder de "development fiche", om afdelingen te ondersteunen bij het behalen van duurzaamheidsdoelen.
Het ESG-comité houdt toezicht op controles en procedures die zijn afgestemd op het beheer van materiële duurzaamheidseffecten, -risico's en -kansen, passend binnen de bedrijfsstrategie en het compliance-kader.
De voortgang wordt halfjaarlijks gerapporteerd aan het executief comité en de raad van bestuur. Door trimestriële overlegmomenten blijft monitoring en afstemming met het executief comité gewaarborgd.
Het ESG-comité bestaat uit vier leden: Valérie Vanderveken (Project Manager ESG), Tim Van Dorpe (Head of Energy & Projects), Jan Bergé (Head of Property Management) en Trees Verhoogen (Project & ESG Manager).
OPERATIONEEL NIVEAU
Op een meer operationeel niveau wordt ieder departement van de groep geleid door een "Head Of" of door management dat ervoor zorgt dat de strategie van het executief comité wordt geïmplementeerd, terwijl het de belangrijkste operationele updates deelt en de feedback van de werknemers aan het management doorgeeft.
Externe vertegenwoordiging
De raad van bestuur vertegenwoordigt de vennootschap jegens derden en in rechte als eiser of als verweerder.
Nextensa zelf is lid van het Urban Land Institute (ULI), de Beroepsvereniging van de Belgische Vastgoedsector (UPSI-BVS), de Vlaamse Federatie van Beleggers (VBF), de Belgische Vereniging van Beursgenoteerde Vennootschappen (BVBV), het instituut voor bestuurders (Guberna), de Brusselse Havengemeenschap, UP 4 North en de Brusselse Kamer van Koophandel.

4.2. DIVERSITEITSBELEID
De principes van gelijke kansen, diversiteit en inclusie (DEI) zijn van wezenlijk belang voor Nextensa en zijn verankerd in de bedrijfsnormen en -waarden van de organisatie, ondermeer via haar gedragscodes en Corporate Governance Charter.
Wat diversiteit betreft, past de vennootschap de bepalingen toe van artikel 7:86 WVV inzake de vertegenwoordiging van beide geslachten in de raad van bestuur en schikt zij zich voorts naar de aanbevelingen van de Code 2020 bij het streven naar verscheidenheid en complementariteit van de profielen in haar advies- en beslissingsorganen.
Nextensa is ervan overtuigd dat het respect voor diversiteit binnen haar organen meerdere facetten behelst, hetgeen ertoe leidt dat er niet zozeer wordt gefocust op één aspect ervan, maar dat er steeds veel aandacht wordt besteed aan de nodige complementariteit inzake competenties, ervaring, persoonlijkheden en profielen in de samenstelling van die organen, naast de vereiste professionele deskundigheid en eerbaarheid voor de uitoefening van die functies. Die doelstelling wordt door de raad van bestuur en het benoemings- en remuneratiecomité in praktijk gebracht door een evaluatie van de bestaande en ontbrekende competenties, kennis en ervaring, voorafgaand aan de zoektocht naar geschikte profielen voor elke benoeming.
In dit verband ziet de raad van bestuur erop toe dat alle bestuurs- en adviesorganen zo optimaal mogelijk worden samengesteld uit leden van verschillende leeftijdscategorieën, beroepservaringen en competenties.
Nextensa is ervan overtuigd dat voormelde diversiteitsprincipes zich niet uitsluitend beperken tot haar bestuursorganen, maar doorheen de gehele organisatie moeten worden toegepast. Zo wordt er naast de vereiste professionele competenties en de door de wet vereiste diversiteitscriteria, steeds veel belang gehecht aan verscheidenheid in al haar vormen bij de keuze van haar medewerkers, zodat er een complementair team ontstaat met een goede variatie inzake gender, leeftijd, opleiding, culturele achtergrond, enz.
INFORMATIE OVER DE SAMENSTELLING VAN DE RAAD VAN BESTUUR EN HET EXECUTIEF COMITÉ
| 2025 | 2024 | 2023 | |
|---|---|---|---|
| EXECUTIEF COMITÉ | |||
| Man | 4/4 | 4/4 | 4/4 |
| Vrouw | 0/4 | 0/4 | 0/4 |
| RAAD VAN BESTUUR | |||
| Aantal uitvoerend bestuurders | 1/8 | 1/8 | 1/8 |
| Aantal niet-uitvoerende bestuurders | 7/8 | 7/8 | 7/8 |
| Aantal onafhankelijke bestuurders | 4/8 | 4/8 | 4/8 |
| Man | 5/8 | 5/8 | 5/8 |
| Vrouw | 3/8 | 3/8 | 3/8 |
4.3. COMPLIANCE
Gedragscode medewerkers
De gedragscode voor medewerkers van de Nextensa groep is opgesteld om het belang van ethisch en verantwoordelijk ondernemen te benadrukken. Deze code creëert een algemeen (gedrags)kader dat bestaat uit een aantal algemene principes en ethische richtlijnen die van toepassing zijn op elk lid van de vennootschapsorganen en op elke medewerker van de Nextensa Groep. Dit beleid omvat verschillende engagementen, zoals de naleving van weten regelgeving, het voorkomen van belangenconflicten, het voorkomen van corruptie en omkoping en het beleid rond relatiegeschenken en gastvrijheid.
De compliance officer ziet toe op de naleving van deze gedragscode en beantwoordt de vragen over de toepassing ervan.
De gedragscode medewerkers wordt vastgelegd door de raad van bestuur en alle medewerkers ontvangen en ondertekenen een kopie wanneer ze worden aangeworven. Jaarlijks dient iedere medewerker en bestuurder zijn kennisname van en akkoord met de naleving van deze gedragscode te bevestigen. Daarnaast worden regelmatig opleidingen georganiseerd voor de medewerkers (algemeen of in bepaalde rollen) m.b.t. onderwerpen die relevant zijn in het kader van deze code.
De gedragscode medewerkers werd voor het laatst geactualiseerd op 17 november 2023 en is terug te vinden op www.nextensa.eu (Over Nextensa - Corporate Governance).
Gedragscode partners
De gedragscode voor handelspartners en leveranciers bepaalt, enerzijds, de minimumnormen waartoe de Nextensa groep zichzelf en al haar medewerkers verbindt en zet, anderzijds, de verwachte gedragingen uiteen die de Nextensa groep aan haar klanten, kopers en andere gebruikers van haar vastgoed en aan haar leveranciers, aannemers en andere externe dienstverleners stelt. Nextensa wenst immers sterke partnerschappen aan te gaan met haar handelspartners en leveranciers, gebaseerd op (wederzijds) respect, eerlijkheid, billijkheid en integriteit.
De gedragscode partners wordt vastgelegd door de raad van bestuur. Deze code verwoordt de 'S' (Social) en de 'G' (Governance) van het ESG-beleid van de Nextensa groep ten aanzien van haar partners. De duurzaamheidsdoelstellingenen verplichtingen die de groep oplegt aan haar partners, zijnde de 'E' (Environmental) van haar ESG-beleid, zijn onder andere terug te vinden in de "Green lease" bepalingen die worden opgenomen in de overeenkomsten met de gebruikers (huurders, …) van haar vastgoedportefeuille of in het duurzaam aankoopbeleid dat deel uitmaakt van haar aannemingsvoorwaarden.
De gedragscode partners werd voor het laatst geactualiseerd op 17 november 2023 en is terug te vinden op www.nextensa.eu (Over Nextensa - Corporate Governance).
Gedragscode inzake financiële transacties
De raad van bestuur heeft haar gedragsregels inzake financiële transacties bekendgemaakt in haar Dealing Code. In deze Dealing Code wordt het interne beleid van Nextensa inzake de voorkoming van misbruik van voorwetenschap en andere vormen van marktmisbruik vastgelegd.
De raad van bestuur heeft deze regels opgesteld, om te vermijden dat voorwetenschap door de medewerkers op onwettelijke wijze zou worden aangewend, of dat zelfs maar een dergelijke indruk zou kunnen worden gewekt.
De Code voorziet een procedure betreffende de door de bestuurders, leden van het executief comité of door de medewerkers te verrichten transacties in financiële instrumenten van Nextensa.
De compliance officer ziet toe op de naleving van de integriteitscode en beantwoordt de vragen over de toepassing ervan.
De Dealing Code wordt vastgelegd door de raad van bestuur en alle medewerkers ontvangen en ondertekenen een kopie wanneer ze worden aangeworven. Bestaande en nieuwe medewerkers krijgen daarnaast op regelmatige basis informatiesessies over de principes uit deze code die op hen van toepassing zijn.
De Dealing Code werd voor het laatst geactualiseerd op 11 februari 2025 en is terug te vinden op www.nextensa.eu (Over Nextensa - Corporate Governance).
Innovatiebeleid
Het innovatiebeleid van de vennootschap is erop gericht een kader te creëren waarin de strategie en het proces rond innovatie binnen Nextensa wordt vastgelegd. De bedoeling van dit beleid is om innovatie en nieuwe technologieën formeel te integreren binnen Nextensa's structuur en hiermee haar processen, projectontwikkeling, asset management en klanttevredenheid te optimaliseren. Nextensa gelooft immers dat innovatie en technologie nieuwe mogelijkheden aan het licht brengt en dat deze kunnen leiden tot duurzame groei voor alle stakeholders.
Het innovatiebeleid steunt op een bottom-up strategie waarbij mogelijke initiatieven geïdentificeerd worden op operationeel niveau en doorstromen naar het uitvoerende niveau. In tegenstelling tot de top-downstrategie, die doorgaans begint met strategische doelen op het managementniveau die vervolgens worden vertaald in operationele richtlijnen, richt de innovatie bottom-up strategie zich op operationele capaciteiten en efficiëntie om strategische doelen te verwezenlijken.
De raad van bestuur zal, overeenkomstig dit beleid, jaarlijks worden geïnformeerd over de lopende initiatieven op het vlak van innovatie. Deze initiatieven zullen worden geselecteerd en opgevolgd door de leden van het executief comité.
Duurzaam aankoopbeleid
Nextensa's duurzaam aankoopbeleid stelt duidelijke duurzaamheidseisen aan de volledige toeleveringsketen – van leveranciers, dienstverleners en (onder) aannemers tot (onder)leveranciers van goederen en diensten en adviesbureaus. Ook de gebruikers van de gebouwen, zoals huurders, vruchtgebruikers en houders van andere rechten, vallen hieronder.
Voor deze gebouwgebruikers zijn de duurzaamheidseisen opgenomen in de zogenaamde "Green lease"-bepalingen van hun overeenkomsten.
Het duurzaam aankoopbeleid gaat verder dan alleen nieuwe aankopen: ook werkzaamheden aan bestaande gebouwen in de Nextensa vastgoedportefeuille, zoals onderhoud, reparatie, vervanging, renovatie en eventuele uitbreidingen, vallen eronder.
Nextensa vraagt haar partners in de toeleveringsketen bovendien om de gestelde duurzaamheidseisen door te geven aan hun eigen leveranciers, dienstverleners en medewerkers.
Voor een milieuvriendelijke keten verwacht Nextensa van zowel gebouwgebruikers als leveranciers en dienstverleners, waar mogelijk, inzicht in hun energie- en grondstoffengebruik, emissies, lozingen, CO2-voetafdruk en afvalbeheer. Samen met haar stakeholders evalueert Nextensa regelmatig de milieu-impact, met als doel deze continu verder te verduurzamen.
Bij de keuze voor samenwerkingspartners weegt Nextensa altijd de duurzaamheidscriteria mee zoals die in het duurzaam aankoopbeleid zijn vastgelegd.

Bescherming van persoonsgegevens
De algemene verordening gegevensbescherming is in 2018 in voege getreden en is bedoeld om het fundamenteel recht van personen op bescherming van hun persoonsgegevens te beschermen.
In dit kader heeft Nextensa een privacybeleid ingevoerd dat betrekking heeft op al haar activiteiten. Er zijn specifieke gegevensbeschermingsovereenkomsten gesloten met leveranciers, onderaannemers, tegenpartijen, enz. Dit privacybeleid wordt geregeld geëvalueerd met inachtneming van eventuele relevante ontwikkelingen in de activiteiten of de regelgeving.
Cyberveiligheid
Binnen Nextensa worden op regelmatige basis interne en externe audits uitgevoerd betreffende het geheel van de IT- beveiligingsrisico's. De bevindingen, aanbevelingen en het actieplan ter beperking van de risico's in dit verband worden binnen het executief comité besproken.
4.4. INTERNE CONTROLE EN RISICOBEHEER
De vennootschap heeft onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur een systeem van interne controle opgezet en wordt in dit verband bijgestaan door de commissaris en het auditcomité.
De interne controle omvat een geheel van middelen, handelingen, procedures en acties die bijdragen tot het beheersen van haar activiteiten, de doeltreffendheid van haar verrichtingen, het efficiënte gebruik van haar middelen en die haar in staat stellen op gepaste wijze rekening te houden met de belangrijke risico's. De principes van het referentiekader van het Committee of Sponsoring Organisations van de Treadway Commission ("COSO") hebben gediend als basis voor het opstellen van het risicobeheer- en controlesysteem van Nextensa.
De interne controle beoogt meer bepaald:
- de betrouwbaarheid en integriteit van de financiële rapportering;
- een goed geregeld en voorzichtig beheer, met welomlijnde doelstellingen;
- het economisch verantwoord en efficiënt gebruik van de ingezette middelen;
- de opstelling van interne algemene beleidslijnen, plannen en procedures;
- de naleving van de wetten en reglementen.
De interne controle wordt binnen de Nextensa groep georganiseerd op verschillende niveaus.
De business draagt in eerste instantie zelf de verantwoordelijkheid voor alle risico's van zijn eigen processen en dient te zorgen voor de identificatie ervan en de effectieve controles. Risicobeheer maakt integraal deel uit van de manier waarop het bedrijf wordt gerund. Dit gaat van dagelijks financieel en operationeel beheer, met inbegrip van het four eyes-principe, het formuleren van de strategie en objectieven, tot het verankeren van de strakke procedures voor de besluitvorming. Daarom is het risicobeheer de verantwoordelijkheid van de hele Nextensa Groep, i.e. over alle lagen van de organisatie heen, zij het op ieder niveau met een verschillende verantwoordelijkheid.
Daarnaast zijn er functies binnen de organisatie die ondersteuning bieden aan de business en het management door expertise aan te brengen en onafhankelijk van de business een eigen mening te formuleren aangaande de risico's waarmee Nextensa geconfronteerd wordt: namelijk de compliancefunctie, de financiële controlefunctie en de IT security-functie.
Naast de algemene organisatie van de interne controlestructuren, heeft het auditcomité een specifieke taak inzake de interne controle. Zij ondersteunt de raad van bestuur bij het vervullen van zijn verantwoordelijkheden inzake monitoring met het oog op een controle in de ruimste zin, inclusief de risico's. De verantwoordelijkheden, samenstelling, bevoegdheden en werking van dit auditcomité zijn beschreven in het Corporate Governance Charter.
De kwaliteit van de interne controlesystemen wordt ten slotte beoordeeld door de commissaris, enerzijds in het kader van de audit van de halfjaar- en jaarcijfers, anderzijds in het kader van het jaarlijks nazicht van de onderliggende processen en procedures.
Niettegenstaande de verdere professionalisering en versterking van de teams de voorbije jaren – gegeven de groei van de groep – blijft de omvang van het team beperkt, waarbij een te zware structuur en te veel formalisme inzake risicobeheer vermeden wordt.
Nextensa heeft zijn belangrijkste bedrijfsrisico's geïdentificeerd en geanalyseerd, zie hiervoor het hoofdstuk "Risicofactoren" van dit jaarverslag.
4.5. ANDERE BETROKKEN PERSONEN
Commissaris
De commissaris, benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders, controleert de statutaire en geconsolideerde jaarrekening en de jaarlijkse en halfjaarlijkse financiële verslagen.
De commissaris van de groep is op heden Deloitte Bedrijfsrevisoren BV, met zetel te Luchthaven Brussel Nationaal 1 J, 1930 Zaventem (0429.053.863 - RPR Brussel), ingeschreven bij het Instituut van de Bedrijfsrevisoren onder nummer B00025, met de heer Ben Vandeweyer als vaste vertegenwoordiger.
Het mandaat van Deloitte Bedrijfsrevisoren loopt ten einde na de gewone algemene vergadering van 2027.
De jaarlijkse vergoeding van de commissaris voor de controle van de statutaire en geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap met betrekking tot het boekjaar 2025 bedraagt € 93.000 (excl. BTW).
De vergoeding van de commissaris voor de controle van de jaarrekening met betrekking tot het boekjaar 2025 van de Belgische dochtervennootschappen van de vennootschap bedraagt in totaal € 191.200 (excl. BTW).
De vergoeding van de commissaris voor de controle van de jaarrekening met betrekking tot het boekjaar 2025 van de buitenlandse dochtervennootschappen van de vennootschap bedraagt in totaal € 151.000 (excl. BTW).
Daarnaast werden aan de commissaris een totaal van € 17.900 (excl. BTW) aan vergoedingen betaald voor bijzondere opdrachten.
Afspraken omtrent de (forfaitaire) vergoedingen voor de commissaris van de vennootschap worden contractueel vastgelegd met de commissaris en worden, wat de vergoeding voor de auditopdracht betreft, goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders.
Vastgoedexperts
Nextensa heeft beroep gedaan op CBRE voor de waardering van haar vastgoedbeleggingen per 31 december 2025. De vastgoedportefeuille van Nextensa wordt enkel geschat op 30 juni en 31 december en dit op vrijwillige basis.
4.6. REMUNERATIEVERSLAG
Inleiding
Dit remuneratieverslag bevat informatie over de remuneratie van de leden van de raad van bestuur en de leden van het executief comité van Nextensa van hun prestaties binnen de Nextensa groep gedurende het boekjaar 2025.
Het remuneratieverslag is opgesteld overeenkomstig artikel 3:6, §3 WVV en de Code 2020.
In dit verslag worden de belangrijkste uitgangspunten van het remuneratiebeleid van de vennootschap uiteengezet evenals de wijze waarop dit beleid in de loop van het jaar is toegepast. Het huidige remuneratiebeleid kan worden geraadpleegd op www.nextensa.eu (Over Nextensa - Corporate Governance).
Het huidige remuneratiebeleid van de vennootschap werd goedgekeurd door de gewone algemene vergadering van 16 mei 2022 en is van toepassing vanaf 1 januari 2022.
De raad van bestuur heeft voor wat betreft de vergoeding van de prestaties in 2025 op geen enkel punt afgeweken van het goedgekeurde remuneratiebeleid.
Het remuneratieverslag voor het boekjaar 2024 werd op de gewone algemene vergadering van 19 mei 2025 goedgekeurd met een grote meerderheid van 97,37% van de aanwezige stemmen en er waren geen specifieke opmerkingen waarmee rekening moest worden gehouden bij de bezoldiging voor het boekjaar 2025.
Vergoeding van de bestuurders van de vennootschap
De niet-uitvoerende bestuurders worden als volgt vergoed voor hun mandaat:
- Basisvergoeding voor de niet-uitvoerende bestuurders: € 22.000/jaar
- Bijkomende vergoeding voor de voorzitter van de raad van bestuur: € 23.000/jaar
- Bijkomende vergoeding voor de voorzitter van het auditcomité: € 4.000/ jaar
- Zitpenning per deelname aan een vergadering van de raad van bestuur, het auditcomité of het benoemings- en remuneratiecomité: € 2.500
Alle leden van de raad van bestuur zijn gedekt door een polis burgerlijke aansprakelijkheid bestuurders ("D&O Insurance") waarvan de premie wordt betaald door de vennootschap. De niet-uitvoerende bestuurders genieten geen andere voordelen. Zij ontvangen geen prestatiegebonden vergoedingen, zoals bonussen en aandelenopties, en ontvangen geen voordelen in natura noch voordelen die verbonden zijn aan pensioenplannen. Wel worden de bestuurders vergoed voor de normale en gerechtvaardigde uitgaven en kosten, die zij kunnen doen gelden als gedaan in de uitoefening van hun opdracht.
De uitvoerende bestuurder ontvangt geen vergoeding voor de uitoefening van het bestuursmandaat binnen Nextensa.
Overzicht van de vergoeding van de bestuurders van de vennootschap in 2025
Deze tabel geeft per bestuurder de vergoeding weer waarop zij recht hebben voor de vervulling van hun mandaat over boekjaar 2025. Deze vergoeding zal worden betaald na goedkeuring van de statutaire jaarrekening van Nextensa door de gewone algemene vergadering die gepland staat op 18 mei 2026.
| VASTE VERGOEDING | AANWEZIGHEID | ZITPENNINGEN | TOTALE VERGOEDING(EXCL. BTW) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Raad vanbestuur | Lid AC | Lid BRC | Raad vanbestuur | AC | BRC | Raad vanbestuur | Comités | ||
| Piet Dejonghe | 45.000 | - | - | 5/5 | - | 2/2 | 12.500 | 5.000 | 62.500 |
| Dirk Adriaenssen | 22.000 | - | - | 5/5 | - | 2/2 | 12.500 | 5.000 | 39.500 |
| Hilde Delabie | 22.000 | - | - | 5/5 | 4/4 | - | 12.500 | 10.000 | 44.500 |
| An Herremans | 22.000 | - | - | 5/5 | 4/4 | - | 12.500 | 10.000 | 44.500 |
| Sigrid Hermans (via SoHo BV) | 22.000 | 4.000 | - | 5/5 | 4/4 | 2/2 | 12.500 | 15.000 | 53.500 |
| Jo De Wolf (via Lupus AM BV) | 22.000 | - | - | 5/5 | - | - | 12.500 | - | 34.500 |
| Arne Hermans (via Stellar BV) | 22.000 | - | 5/5 | - | - | 12.500 | - | 34.500 | |
| Michel Van Geyte (via Midhan BV) | - | - | 5/5 | - | - | - | - | - | |
| TOTAAL | - | 313.500 |
De vergoeding van Piet Dejonghe, An Herremans en Hilde Delabie zal worden betaald aan Ackermans & van Haaren krachtens een overeenkomst tussen hen.
Vergoeding van de CEO en de overige leden van het executief comité
De vergoeding van de CEO en de overige leden van het huidige executief comité van de vennootschap bestaat uit vier componenten: (i) een vaste vergoeding in speciën, (ii) een variabele vergoeding in speciën (STI of short term incentive), (iii) aandelenopties (LTI of long term incentive) en (iv) verzekering en overige voordelen.
De raad van bestuur bepaalt de vergoeding van de leden van het executief comité, op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité. Deze vergoeding wordt bepaald met het oog op het aantrekken, motiveren en behouden van de leden van het executief comité, waarbij rekening wordt gehouden met de omvang van de groep en de individuele verantwoordelijkheden die van elk lid van het executief comité worden verwacht, de vereiste relevante ervaring en de vaardigheden naast diens anciënniteit. De analyse van de vergoeding van de leden van het executief comité door het benoemings- en remuneratiecomité gaat gepaard met een benchmarking van andere (niet-)genoteerde vastgoedvennootschappen en van andere niet-vastgoedvennootschappen van gelijke omvang en gelijk belang.
Deze componenten worden jaarlijks geëvalueerd door het benoemings- en remuneratiecomité en getoetst op hun marktconformiteit. De vennootschap streeft naar een motiverende mix tussen een marktconforme vaste vergoeding enerzijds en een combinatie van korte- en langetermijnincentives op het niveau van de variabele vergoeding anderzijds.
VASTE VERGOEDING IN SPECIËN
Eventuele verhogingen van de vaste vergoeding worden jaarlijks besproken op het benoemings- en remuneratiecomité en worden ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van bestuur.
De vaste vergoeding van de CEO en de leden van het executief comité werd in 2025 verhoogd met ca. 2,79%.
VARIABELE VERGOEDING IN SPECIËN (STI)
Deze variabele vergoeding wordt toegekend aan de leden van het executief comité en wordt discretionair bepaald door de raad van bestuur.
Het bedrag van de variabele vergoeding wordt gerelateerd aan jaardoelstellingen en is bepaald in functie van de effectieve realisatie van:
- kwantificeerbare criteria (die voor 80% doorwegen in het bepalen van deze vergoeding, zoals o.a. het behalen van financiële kerncijfers, het realiseren van op voorhand afgesproken projecten (bv. het behalen van een stedenbouwkundige vergunning, het tot een goed eind brengen van een (her)ontwikkelingsproject, het realiseren van (des)investeringsdossiers, EPS, bezettingsgraad)); en
- kwalitatieve criteria (die voor 20% doorwegen in het bepalen van deze vergoeding, o.a. de ESG doelstellingen, de interactie met de raad van bestuur en het personeel en de medewerkers van de Vennootschap, de evaluatie van en door het personeel waarvoor de leidinggevende verantwoordelijk is, het respecteren van governance en overeengekomen processen en procedures, de verbetering van interne processen, enz.).
De jaarobjectieven zijn gealigneerd met de strategie van de vennootschap. De raad van bestuur vermijdt de bepaling van criteria die de CEO en de overige leden van het executief comité kunnen aanzetten om voorrang te geven aan doelstellingen op korte termijn die hun variabele vergoeding kunnen beïnvloeden, maar die een negatieve invloed kunnen hebben op de vennootschap op middellange en lange termijn.
Het percentage van de variabele vergoeding kan variëren van jaar tot jaar en is geplafonneerd voor de CEO op een maximum van 50% van de jaarlijkse vaste vergoeding en voor de overige leden van het executief comité bedraagt dit plafond maximum 40% van de jaarlijkse vaste vergoeding.
Het benoemings- en remuneratiecomité heeft op 2 februari 2026 de realisatie van de jaardoelstellingen met betrekking tot 2025 door de CEO en de overige leden van het huidige executief comité beoordeeld. Dit voorstel werd goedgekeurd door de raad van bestuur van 9 februari 2026.
De realisatie van de kwantitatieve en kwalitatieve prestatiecriteria leiden tot de uitbetaling van volgende variabele vergoeding voor het prestatiejaar 2025:
| CEO | Prestatiecriteria | Relatief gewicht | Gemetenprestatie t.a.v.target |
|---|---|---|---|
| Financiële performantie | 40% | 102% | |
| Operationele efficiëntie | 20% | 100% | |
| Portefeuille-optimalisatie | 20% | 110% | |
| Organisatorische maturiteit | 10% | 87% | |
| ESG - leiderschap | 10% | 85% | |
| Totaal variabele vergoeding (STI) 2025(in euro) | 100% | € 232.092,63 |
| Overigeleden van hetuitvoerendmanagement | Prestatiecriteria | Relatief gewicht | Gemetenprestatie t.a.v.target | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële performantie | 40% | 102% | |||
| Operationele efficiëntie | 20% | 50% | |||
| Portefeuille optimalisatie | 20% | 110% | |||
| Organisatorische maturiteit | 10% | 45% | |||
| ESG - leiderschap | 10% | 60% | |||
| Totaal variabele vergoeding (STI) 2025(in euro) | 100% | € 219.053,71 |
Nextensa maakt de concrete prestatiecriteria niet bekend, aangezien dit een openbaarmaking van commercieel gevoelige informatie zou vereisen.


AANDELENOPTIES
Het remuneratiebeleid van de vennootschap voorziet dat als long term incentive een aandelenoptieplan kan toegekend worden aan de CEO en de overige leden van het executief comité. Het aandelenoptieplan heeft als doel de begunstigden ervan te vergoeden voor hun bijdrage aan de waardecreatie op lange termijn. De toekenning van aandelenopties is niet gebonden aan vooraf vastgelegde en objectief meetbare prestatiecriteria. De raad van bestuur beslist over de toekenning van aandelenopties aan de leden van het executief comité, op aanbeveling van het benoemings- en remuneratiecomité. De toekenning geschiedt in het kader van een aandelenoptieplan dat in oktober 2021 werd goedgekeurd door de raad van bestuur.
De belangrijkste kenmerken van dit aandelenoptieplan zijn: (i) de aandelenopties worden gratis aan de begunstigden aangeboden; (ii) elke aanvaarde optie zal aan de begunstigde het recht geven om in te tekenen op één aandeel van de vennootschap met dezelfde rechten als de andere bestaande aandelen van de vennootschap; (iii) de uitoefenprijs wordt bepaald op het moment van het aanbod en zal gelijk zijn aan het laagste van de gemiddelde slotkoers van de aandelen van de vennootschap tijdens de dertig kalenderdagen voorafgaand aan de datum van het aanbod of de laatste slotkoers die voorafgaat aan de datum van het aanbod; (iv) de aandelenopties kunnen niet uitgeoefend worden gedurende een periode van drie kalenderjaren na het jaar waarin het aanbod heeft plaatsgevonden (behoudens in geval van overlijden en het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd), noch na een periode van zes jaar na de datum van het aanbod; en (v) de aandelenopties kunnen, behoudens in geval van overlijden, niet overgedragen worden. Het optieplan is in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 26 maart 1999.
De raad van bestuur heeft op grond van dit aandelenoptieplan 65.000 aandelenopties aangeboden aan de leden van het executief comité van de vennootschap, met volgende kenmerken:
| Aantalaangeboden enaanvaarde opties | Datum aanbod | Uitoefenprijs | Uitoefenperiode | |
|---|---|---|---|---|
| Michel Van Geyte | 30.000 | 29/11/2021 | 71,50 euro | 01/01/2025 - 29/11/2027 |
| Tim Rens | 10.000 | 29/11/2021 | 71,50 euro | 01/01/2025 - 29/11/2027 |
| Olivier Vuylsteke | 10.000 | 29/11/2021 | 71,50 euro | 01/01/2025 - 29/11/2027 |
| Peter De Durpel | 15.000 | 11/08/2022 | 62,00 euro | 01/01/2026 - 10/08/2028 |
126
De CEO geniet van een groepsverzekering van het type "vaste bijdrage" (aanvullend pensioen). De overige leden van het executief comité genieten niet van dit voordeel.
De leden van het executief comité genieten niet van enig ander voordeel.
TERUGVORDERINGEN ("CLAW-BACK"-BEPALINGEN)
De overeenkomsten met de leden van het executief comité voorzien in een terugvorderingsrecht ten gunste van de vennootschap van de variabele vergoeding die werd toegekend op basis van onjuiste financiële gegevens.
Tijdens het afgelopen boekjaar diende geen toepassing te worden gemaakt van terugvorderingsrechten.
Voor het boekjaar 2025 werden volgende vergoedingen voorzien op
| in € | Vastevergoeding | Variabelevergoeding(STI) | Groepsverzekering | Totalremuneration | Verhoudingvaste vsvariabelevergoeding(STI) |
|---|---|---|---|---|---|
| CEO | |||||
| boekjaar 2025 | 464.185,25 | 232.092,63 | 22.129,60 | 718.407,48 | 67% vs 33% |
| boekjaar 2024 | 451.586,00 | 200.000,00 | 22.129,60 | 673.715,60 | 69% vs 31% |
| Overige leden van het executief comité | |||||
| boekjaar 2025 | 834.490,34 | 219.053,71 | NVT | 1.053.544,05 | 78% vs 21% |
| boekjaar 2024 | 813.800,00 | 280.000,00* | NVT | 1.093.800,00 | 74% vs 26% |
* typo in jaarverslag 2024: € 280.000 i.p.v. vermeldde € 250.000.

VERGOEDING VAN DE MEDEWERKERS
Het benoemings- en remuneratiecomité neemt kennis van de jaarlijkse voorstellen aangaande het globaal verhogingsbudget (buiten index) van de vaste vergoedingen van de personeelsleden van de Nextensa groep (dus buiten de leden van het executief comité), evenals aangaande het globaal budget van de variabele vergoedingen die aan het personeel en de medewerkers worden toegekend. Het comité interageert dienaangaande met de CEO en houdt tegelijk de raad van bestuur op de hoogte van de belangrijkste voornoemde voorstellen, op een globale en niet individuele basis.
De verhouding tussen de vaste vergoeding van de CEO en het laagste bediendeloon in 2025, uitgedrukt als voltijds equivalent, bedraagt 1 op 7,9.
JAARLIJKSE EVOLUTIE VAN DE VERGOEDING
| 2021 vs 2020 | 2022 vs 2021 | 2023 vs 2022 | 2024 vs 2023 | 2025 vs 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Totale vergoeding van de niet-uitvoerende bestuurders (in %) | +71% (1) | -27% | -16% | +14% | -10% |
| Totale vergoeding van de CEO (2) (in %) | -7% | +32% | -2% | +11% | +7% |
| Gemiddelde totale vergoeding van de overige leden van het executief comité (3) (in %) | +31% | +20% | +18% | +7% | -4% |
| Gemiddelde totale vergoeding van de werknemers op basis van voltijdse equivalenten (4) (in %) | +15%(5) | +12% | +7,5% | +4,73% | +7,66% |
| Prestatie van de Nextensa groep | 31/12/2021 | 31/12/2022 | 31/12/2023 | 31/12/2024 | 31/12/2025 |
| Netto-resultaat aandeel groep (€ 1.000) | 53.244 | 71.310 | 24.492 | -10.827 | 33.244 |
| Financiële schuldgraad (financiële schulden/balanstotaal) | 48,56% | 42,56% | 44,80% | 45,39% | 38,80% |
1 De verschillen tussen de vergoeding in 2020 en 2021 en 2021 en 2022 zijn voornamelijk te wijten aan het verhoogde aantal vergaderingen van de raad van bestuur in de loop van 2021, rekening houdend met de business combinatie met Extensa Group NV. 2 Michel Van Geyte & Midhan BV
3 Sinds boekjaar 2021: executief comité bestaande uit 3 leden (naast de CEO).
4 Dit is de gemiddelde loonkost voor Nextensa. Deze kost omvat het bruto-loon (incl. dubbel vakantiegeld en 13e maand), groeps- en hospitalisatieverzekering, laptop, GSM, bedrijfswagen, tankkaart, bonus, maaltijdcheques, forfaitaire kosten. Voor deze berekening werd de loonkost van alle werknemers van de 100% dochterondernemingen van Nextensa in aanmerking genomen.
Voor het bepalen van de totale vergoeding van de werknemers in 2021 werd rekening gehouden met de totale vergoeding van de werknemers van de Extensa groep voor het volledige boekjaar 2021, hoewel de Extensa groep pas deel uitmaakt van de Nextensa groep sinds midden 2021.

4.7. TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN - BELANGENCONFLICTEN
Artikel 7:96 WVV
Overeenkomstig artikel 7:96 van het WVV, moet een bestuurder, wanneer zij/hij een rechtstreeks of onrechtstreeks belang van vermogensrechtelijke aard heeft, dat strijdig is met het belang van de vennootschap naar aanleiding van een beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid behoort van de raad van bestuur, dit mededelen aan de andere bestuurders vóór de raad van bestuur een besluit neemt. Zijn verklaring en toelichting over de aard van dit strijdig belang worden opgenomen in de notulen van de vergadering van de raad van bestuur die de beslissing moet nemen. De raad van bestuur omschrijft in de notulen de aard van de beslissing of verrichting en de vermogensrechtelijke gevolgen ervan voor de vennootschap en verantwoordt het genomen besluit. Dit deel van de notulen wordt in zijn geheel opgenomen in het jaarverslag.
In 2025, gaf één beslissing aanleiding tot de toepassing van artikel 7:96 van het WVV:
UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR VAN 11 FEBRUARI 2025
Beraadslaging en besluiten
Michel Van Geyte (als vaste vertegenwoordiger van Midhan BV) verklaart, overeenkomstig artikel 7:96 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV), een belang van vermogensrechtelijke aard te hebben dat potentieel strijdig is met het belang van de Vennootschap in het kader van de bespreking van de remuneratie van de leden van het executief comité (agendapunt 3.3).
Agendapunt 3: remuneratie
Naar aanleiding van zijn voormelde verklaring overeenkomstig artikel 7:96 WVV verlaat Michel Van Geyte (als vaste vertegenwoordiger van Midhan BV) (en met hem de overige leden van het executief comité) de vergadering bij aanvang van de beraadslaging over het volgende agendapunt.
De voorzitter van het benoemings- en remuneratiecomité licht de voorgestelde indexatie van de vaste vergoeding van de leden van het executief comité in 2025 met 2,79% toe. Na beraadslaging keurt de raad van bestuur deze indexatie goed.
De voorzitter van het benoemings- en remuneratiecomité licht de voorgestelde variabele vergoeding van de leden van het executief comité mbt 2024 toe, op basis van de jaardoelstellingen voor de variabele vergoeding die in 2024 werden vastgelegd, namelijk:
- Michel Van Geyte (Midhan BV): EUR 200.000
- Overige leden excom: EUR 280.000
Na beraadslaging keurt de raad van bestuur deze variabele vergoeding goed.
De voorzitter van het benoemings- en remuneratiecomité licht de voorgestelde jaardoelstellingen voor de variabele vergoeding van de leden van het executief comité mbt 2025 toe, in lijn met de principes mbt de variabele vergoeding opgenomen in het remuneratiebeleid van de Vennootschap. Na beraadslaging keurt de raad van bestuur deze jaardoelstellingen goed.
Michel Van Geyte (als vaste vertegenwoordiger van Midhan BV) (en met hem de overige leden van het executief comité) vervoegt de vergadering opnieuw.
(…)
(…)
Artikel 7:97 WVV
Wanneer een genoteerde vennootschap een verrichting beoogt met een verbonden onderneming (onder voorbehoud van bepaalde uitzonderingen), legt artikel 7:97 WVV de oprichting van een ad-hoc-comité op van 3 onafhankelijke bestuurders, dat zich als het het nodig acht laat bijstaan door één of meerdere onafhankelijke experts; dit comité dient een gemotiveerd advies van de voorgestelde verrichting aan de raad van bestuur mee te delen, die zijn beslissing pas kan nemen na kennisname van dit advies. De raad van bestuur vermeldt in zijn notulen of de hiervoor omschreven procedure werd nageleefd en, in voorkomende geval, op welke gronden van het advies van het comité wordt afgeweken. Het besluit van het comité, een uittreksel uit de notulen van de raad van bestuur en het oordeel van de commissaris worden opgenomen in een persbericht dat wordt gepubliceerd op het moment dat de beslissing wordt genomen of de verrichting wordt aangegaan.
De belangenconflictenprocedure van artikel 7:97 WVV diende niet te worden toegepast tijdens het afgelopen boekjaar.
Belangenconflictprocedure in Corporate Governance Charter
In haar Corporate Governance Charter (hoofdstuk 5) heeft de vennootschap tevens een procedure voorzien m.b.t. bepaalde verrichtingen met een bestuurder of een lid van het executief comité, die niet onder de belangenconflictregeling van artikel 7:96 WVV vallen.
In het voorbije boekjaar diende deze procedure voorzien in het Corporate Governance Charter niet toegepast te worden.


4.8. INKOOP VAN EIGEN AANDELEN
Nextensa heeft in de periode december 2021 - mei 2022 65.000 eigen aandelen ingekocht. Dit inkoopprogramma heeft als doel Nextensa in staat te stellen haar verplichtingen na te komen die voortkomen uit aandelenoptieplannen ten voordele van het executief comité van Nextensa.
Per 31 december 2025 is de situatie als volgt:
- Aantal ingekochte eigen aandelen: 65.000 (0,64%)
- Fractiewaarde per aandeel (afgerond): € 11,00
- Gemiddelde prijs per aandeel (afgerond): € 70,63
- Totale aankoopwaarde: € 4.590.842,30
4.9. ELEMENTEN DIE VAN AARD ZIJN EEN GEVOLG TE HEBBEN IN GEVAL VAN EEN OPENBARE OVERNAMEBIEDING
Artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, verplicht hen in een beheersverslag tot een opsomming van en desgevallend een toelichting bij de volgende elementen, voor zover die elementen van aard zijn een gevolg te hebben in geval van een openbare overnamebieding.
KAPITAALSTRUCTUUR
De vennootschap is een naamloze vennootschap. Haar kapitaal is verdeeld in 10.171.130 stemrechtverlenende volgestorte aandelen, zonder nominale waarde, die ieder een gelijk deel van het kapitaal vertegenwoordigen. Er is slechts één soort aandelen.
Het kapitaal van de vennootschap bedraagt honderd en elf miljoen acht honderd zesenvijftig duizend zeventien euro en veertig cent (€ 111.856.017,40).
WETTELIJKE OF STATUTAIRE BEPERKINGEN OP DE OVERDRACHT VAN EFFECTEN
Er zijn geen wettelijke of statutaire beperkingen op de overdracht van effecten.
AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR
Voor de transparantiekennisgevingen verwijzen wij naar de aandeelhouders zoals opgenomen in de Corporate Governance Verklaring. Nextensa heeft geen aandeelhouders die bijzondere zeggenschapsrechten genieten.
AANDELENOPTIEPLAN VOOR WERKNEMERS
De raad van bestuur van de vennootschap heeft in oktober 2021 een aandelenoptieplan voor de leden van het executief comité goedgekeurd. Dit aandelenoptieplan voorziet in de mogelijkheid voor de raad van bestuur om tevens aandelenopties toe te kennen aan geselecteerde medewerkers. Er werd nog geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid om aandelenopties toe te kennen aan medewerkers.
Elke aanvaarde optie in het kader van dit aandelenoptieplan zal aan de begunstigde het recht geven om in te tekenen op één aandeel van de vennootschap met dezelfde rechten als de bestaande aandelen van Nextensa.
WETTELIJKE OF STATUTAIRE BEPERKINGEN VAN DE UITOEFENING VAN HET STEMRECHT
Ieder aandeel met stemrecht geeft recht op één stem op de algemene vergadering. De volgestorte aandelen die ten minste twee jaar ononderbroken op naam van dezelfde aandeelhouder in het register van de aandelen op naam zijn ingeschreven, verlenen overeenkomstig artikel 7:53 van het WVV evenwel een dubbel stemrecht. De termijn van twee jaar begint te lopen vanaf de datum van inschrijving van de aandelen in het register van de aandelen op naam.
Nextensa NV gebruikt de LIFO-methode ("last in, first out") om de periode van twee opeenvolgende jaren te berekenen. Voor dezelfde aandeelhouder op naam zijn de aandelen die deze het laatst heeft verworven de eerste aandelen die bij latere overdracht of dematerialisatie in mindering zullen worden gebracht van diens globaal bezit van nominatieve aandelen van de vennootschap, tenzij het verzoek tot dematerialisatie of de overdrachtsdocumentatie uitdrukkelijk anders bepaalt.
Er zijn geen andere stemrechtverlenende effecten uitgegeven. Er bestaan geen andere wettelijke of statutaire beperkingen van de uitoefening van het stemrecht.
AANDEELHOUDERSOVEREENKOMSTEN
Voor zover Nextensa kennis heeft, zijn er geen aandeelhoudersovereenkomsten afgesloten.
DE REGELS VOOR DE BENOEMING EN VERVANGING VAN DE LEDEN VAN HET BESTUURSORGAAN EN VOOR DE WIJZIGING VAN DE STATUTEN VAN DE EMITTENT
De procedure die wordt toegepast bij de (her)benoeming van een bestuurder, is nader omschreven in het Corporate Governance Charter (art. 2.1.4).
Voor wat betreft de bestaande afspraken inzake de samenstelling van de raad van bestuur en de geldende meerderheden binnen de raad van bestuur wordt verwezen naar de Corporate Governance Verklaring.
De algemene vergadering van de vennootschap kan over een statutenwijziging alleen dan op geldige wijze beraadslagen en besluiten, wanneer de aanwezige of vertegenwoordigde aandeelhouders ten minste de helft van het kapitaal vertegenwoordigen, onverminderd strengere wettelijke bepalingen.
Een wijziging van de statuten is alleen dan aangenomen wanneer zij drie vierden van de uitgebrachte stemmen verbonden aan de aanwezige of vertegenwoordigde aandelen heeft verkregen onverminderd strengere wettelijke bepalingen.
DE BEVOEGDHEDEN VAN HET BESTUURSORGAAN, MET NAME WAT DE MOGELIJKHEID TOT UITGIFTE OF INKOOP VAN AANDELEN BETREFT
De raad van bestuur van Nextensa beschikt over bepaalde bevoegdheden inzake het recht om aandelen uit te geven of in te kopen (zie statuten).
Voor wat betreft de machtiging verleent aan de raad van bestuur om over te gaan tot uitgifte van aandelen wordt verwezen naar artikel 6 van de statuten van de vennootschap.
De raad van bestuur is bevoegd om het kapitaal, in één of meer malen, te verhogen met een maximumbedrag (exclusief uitgiftepremie) van honderd en negen miljoen negenhonderd zevenennegentigduizend honderdachtenveertig euro en vierendertig cent (€ 109.997.148,34). De raad van bestuur kan deze bevoegdheid uitoefenen gedurende vijf jaar te rekenen van de bekendmaking van deze machtiging toegekend op 21 mei 2024 (d.i. 3 juni 2024). Zij is hernieuwbaar.
De raad van bestuur heeft nog geen gebruik gemaakt van de machtiging tot uitgifte van aandelen die werd toegekend op 21 mei 2024.
Voor wat betreft de machtiging verleend aan de raad van bestuur om over te gaan tot verkrijging (en vervreemding) van eigen effecten wordt verwezen naar artikel 11 van de statuten van de vennootschap.
Treebune, Lake Side - Tour & Taxis

BELANGRIJKE OVEREENKOMSTEN WAARBIJ DE EMITTENT PARTIJ IS EN DIE IN WERKING TREDEN, WIJZIGINGEN ONDERGAAN OF AFLOPEN IN GEVAL VAN EEN WIJZIGING VAN CONTROLE OVER DE EMITTENT NA EEN OPENBAAR OVERNAMEBOD
Het is gebruikelijk om in financieringsovereenkomsten te voorzien in een "Change of control"-clausule die de bank de gelegenheid biedt om de terugbetaling van het krediet te vragen bij een wijziging van de controle over de vennootschap. Volgende banken hebben een dergelijke clausule voor controlewijziging opgenomen: ING Belgium, ING Luxembourg, KBC Bank, BNP Paribas Fortis, BGL BNP Paribas, Banque et Caisse d'Epargne de l'Etat de Luxembourg, Belfius Bank en vdk bank. Deze clausule komt ook voor in de commercial paper (ook wel genoemd "short and medium treasury notes programme") die door de vennootschap werd aangegaan op 22 september 2021 voor € 250.000.000.
Daarnaast bevat de overeenkomst inzake de private plaatsing van obligaties die op 20 november 2019 werden uitgegeven een gelijkaardige clausule die de betrokken beleggers, onder bepaalde omstandigheden, het recht geeft om de vroegtijdige terugbetaling te vragen bij een wijziging van de controle.
OVEREENKOMSTEN TUSSEN DE VENNOOTSCHAP EN HAAR BESTUURDERS OF WERKNEMERS DIE IN VERTREKVERGOEDINGEN VOORZIEN IN GEVAL VAN EEN OPENBAAR OVERNAMEBOD
Er bestaan verder geen overeenkomsten tussen de vennootschap, haar bestuurders of werknemers die in vergoedingen voorzien wanneer, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, de bestuurders ontslag nemen of zonder geldige reden moeten afvloeien of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt.
4.10. RISICOFACTOREN
Dit deel bevat de belangrijkste geïdentificeerde risico's die de activiteiten van de Nextensa groep, zijn financiële situatie, resultaten en verdere ontwikkeling zouden kunnen beïnvloeden.
Nextensa identificeert haar voornaamste risico's door hun impact op de KPI's van de groep en hun waarschijnlijkheid in overweging te nemen (zie heat map impact/waarschijnlijkheid), rekening houdend met de door Nextensa genomen risicobeperkende maatregelen. Voor de risico's gerelateerd aan duurzaamheid verwijzen we ook naar de materialiteitsmatrix en dubbele materialiteitsbeoordeling zoals beschreven in hoofdstuk 3 'Duurzaamheidsverslag'.
De groep neemt de nodige maatregelen en zal dit in de toekomst blijven doen om deze risico's zo doeltreffend mogelijk te beheren. Zie hieromtrent eveneens het hoofdstuk 'Interne controle en risicobeheer' in hoofdstuk 4. Het risicobeheer van Nextensa groep focust op risicobewustzijn en op de beheersing en/of beperking van reële risico's of bedreigingen, maar laat tegelijk ruimte voor beheersbare risico's (in combinatie met opportuniteiten) met het oog op het genereren en beschermen van waarde voor haar aandeelhouders, klanten en andere stakeholders. De raad van bestuur bepaalt het risiconiveau dat voor Nextensa aanvaardbaar is om haar strategische doelstellingen te bereiken en herziet jaarlijks de risk appetite van de groep.
1 Strategie 2 Financieel 3 Markt 4 Vastgoed

| Inhoudstafel• | Nextensa in het kort | • | Bedrijfsrapport | • | Duurzaamheidsverslag | • | Corporate Governance | • | Vastgoedverslag | • | Geconsolideerde Staten 2025 | • | Bijlagen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ------------------- | ---------------------- | --- | ----------------- | --- | ---------------------- | --- | ---------------------- | --- | ----------------- | --- | ----------------------------- | --- | ---------- |
| RANKING | NR | RISICOCATEGORIE | RISICO |
|---|---|---|---|
| 1 | 7 | Vastgoed | Projectontwikkeling – vergunning &stedenbouw |
| 2 | 4 | Markt | Lagere vraag naar ontwikkelingsprojecten |
| 3 | 11 | Operationeel | Risico's in verband met regelgeving |
| 4 | 1 | Strategie | Klimaattransitie |
| 5 | 9 | Operationeel | Huurdersconcentratie |
| 6 | 2 | Financieel | Liquiditeit |
| 7 | 6 | Vastgoed | Daling van de reële waardeinvesteringsportefeuille |
| 8 | 5 | Markt | Lagere vraag naar investeringsportefeuille |
| 9 | 8 | Vastgoed | Projectontwikkeling - Externe factorentijdens de bouwfase |
| 10 | 3 | Financieel | Rentestijging |
| 11 | 12 | Operationeel | Menselijk kapitaal |
| 12 | 10 | Operationeel | Tegenpartijrisico |
| 5 | 9 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 4 | 2 | 4 | 7 | ||
| Impact3 | 1 | ||||
| 2 | 8 | 56 | 11 | ||
| 1 | 10 | 312 | |||
| 1 | 2 | 3Waarschijnlijkheid | 4 | 5 |
Deze matrix toont de waarschijnlijkheid en de impact van elk risico, rekening houdend met de door Nextensa genomen mitigerende maatregelen.
De groep erkent dat er andere risicofactoren kunnen bestaan die momenteel onbekend zijn, niet kunnen worden voorspeld en/of die, gezien de informatie waarover Nextensa beschikt op de publicatiedatum van dit jaarverslag, worden beschouwd als weinig waarschijnlijk of niet materieel voor de groep, haar activiteiten en/of haar financiële positie. Het onderstaande overzicht is bijgevolg niet volledig en werd opgesteld op basis van de beschikbare informatie op de publicatiedatum van dit jaarverslag.
Strategie
1. KLIMAATTRANSITIE
Beschrijving:
Overal ter wereld zien we dat het klimaatbeleid en de klimaatregelgeving worden aangescherpt om de economie minder afhankelijk te maken van fossiele brandstoffen en om over te schakelen naar een koolstofarmere economie. Dit kan ertoe leiden dat beperkingen worden opgelegd met betrekking tot ontwikkeling, verhuur of verkoop van gebouwen die niet aan minimumnormen voldoen. Hetzelfde geldt voor energetisch verouderde gebouwen, die mogelijks hogere onderhoudskosten of investeringsuitgaven vergen om te voldoen aan minimale efficiëntienormen en om moderne werktrends mogelijk te maken. De aanscherping van het klimaatbeleid en de klimaatregelgeving kan verschuivingen veroorzaken in de hele waardeketen van de groep, gaande van de eisen van investeerders tot die van klanten, aangezien het beschikbare kapitaal en de inkomsten erdoor kunnen dalen. Naarmate duurzaamheid een belangrijkere factor wordt in de waardering van onroerend goed, kan het voor Nextensa bovendien een uitdaging worden om onroerend goed te verkopen of te verhuren dat niet voldoet aan de duurzaamheidsnormen (bijv. koolstofbelasting, levenscyclusimpact van gebouw (scope 3), niet afgestemd op de criteria van de EU Taxonomie, ...).
Aangezien de klimaattransitie meer extreme weersomstandigheden met zich meebrengt, kunnen investeringen in gebouwen die niet ontworpen zijn om deze uitdagingen aan te kunnen schade oplopen, hetgeen kan leiden tot dure reparaties, het tijdelijke ongeschikt zijn van gebouwen en mogelijke verzekeringsclaims.
Mitigatie:
• Als reactie op klimaatgerelateerde risico's en veranderende ESG-normen heeft Nextensa de afgelopen jaren gewerkt aan een klimaattransitieplan, dat verder wordt toegelicht onder hoofdstuk 3 'Duurzaamheidsverslag'.
- Nextensa maakt deel uit van verschillende, gespecialiseerde sectororganisaties om voortdurend op de hoogte te blijven van ontwikkelingen in de regelgeving.
- Monitoring van energieprestaties van investeringsportefeuille en de opmaak van investeringsplannen.
- Het bepalen van minimumvereisten voor (her)ontwikkelingsprojecten, o.a. de ban op het gebruik van fossiele energiebronnen, het afgestemd zijn van deze projecten op de criteria van de EU Taxonomie.
Financieel
2. LIQUIDITEIT
Beschrijving:
Het financiële model van de groep is gebaseerd op een structurele schuldenlast. De groep financiert haar activiteiten via bankfinanciering en obligatiefinanciering.
Verschillende negatieve scenario's, zoals de verstoringen op de internationale financiële schuld- en aandelenkapitaalmarkten, een vermindering van de kredietverleningscapaciteit en/of -bereidheid van banken, een verlaging van de kredietwaardigheid van de groep, een stijging van de rentevoeten, kunnen zich voordoen, waardoor het moeilijk of zelfs onmogelijk wordt om nieuwe of (tegen gunstige voorwaarden) hernieuwde schuldfinanciering aan te trekken.
Als de groep bovendien de bepalingen (verbintenissen en convenanten) van haar financieringsovereenkomsten schendt, kunnen de kredietlijnen worden geannuleerd of vervroegd worden opgeëist, of kan de groep gedwongen worden ze per direct terug te betalen. Bovendien bestaat er een risico van vervroegde beëindiging in geval van wijziging van zeggenschap over de groep, in geval van overtreding van het verbod op nieuwe zekerheidsstellingen
of van andere convenanten en verplichtingen van de groep en in geval van wanbetaling, zoals vastgelegd in elk van de financieringsovereenkomsten.
De materialisatie van dit risico kan leiden tot (i) de onmogelijkheid om acquisities of projecten te financieren of tot verhoogde kosten, waardoor de rendabiliteit daalt, (ii) de onbeschikbaarheid van financiering voor de terugbetaling van interesten, kapitaal of operationele kosten en (iii) een verhoogde kost van de schuld door hogere bancaire marges, met als gevolg een impact op resultaat en cashflows.
Als de groep wordt blootgesteld aan een liquiditeitsprobleem, zou zij in het slechtste geval gedwongen kunnen worden om haar activa te verkopen. Door de vervroegde opeisbaarheid van de financiering zou het voorbestaan van de groep in haar huidige vorm en met haar huidige vastgoedportefeuille dan ook in het gedrang kunnen komen.
Mitigatie:
- Om dit risico te beperken, onderhoudt de groep regelmatige en transparante relaties met banken.
- Streven naar het opbouwen van langetermijnrelaties met investeerders.
- Nextensa onderhoudt een conservatieve en voorzichtige financieringsstrategie met een evenwichtige spreiding van de vervaldata van schulden.
- Nextensa waarborgt voldoende kredietlijnen om de operationele kosten en geplande investeringen te financieren.
3. RENTESTIJGING
Beschrijving:
Als gevolg van de (aanzienlijke) financiering met schulden hangt het rendement van de groep af van de evolutie van de rentevoeten. Een stijging van de rentevoeten maakt schuldfinanciering duurder voor de groep en een langdurige periode van hoge rentetarieven kan een negatief effect hebben op de winstgevendheid van de groep.
De reële waarde van de indekkingsinstrumenten is bovendien eveneens onderhevig aan de evolutie van de rentevoeten op de financiële markten. Een stijging van de rentevoeten zou een positief effect hebben op het globale resultaat en een daling van de rentevoeten zou een negatief effect hebben op het globale resultaat. Daarenboven zal het niet zeker zijn dat de groep in de toekomst de indekkingsinstrumenten vindt die ze wenst te sluiten, noch dat de voorwaarden verbonden aan de indekkingsinstrumenten aanvaardbaar zullen zijn.
Mitigatie:
- Om het risico van een rentestijging af te dekken, financiert de groep een deel van de schuld via vastrentende financiering.
- Bescherming tegen rentestijgingen door middel van afdekkingsinstrumenten.
- Indien de stijging van de rentevoeten het gevolg is van een hogere inflatie, is de indexering van de huurprijzen eveneens een mitigerende factor.
Markt
4. LAGERE VRAAG NAAR ONTWIKKELINGSPROJECTEN
Beschrijving:
De woning- en kantoormarkten hangen af van het vertrouwen van enerzijds de beleggers, zijnde de potentiële kopers van de door de groep ontwikkelde eigendommen, en anderzijds de privébedrijven, huishoudens en overheidsinstellingen, zijnde de potentiële huurders van deze eigendommen. Het residentiële vastgoedsegment hangt ook af van de financiële middelen (eigen vermogen en krediet) die de huishoudens kunnen besteden aan hun woning (koop of huur).
Een lagere vraag en risicobereidheid bij de kopers kunnen leiden tot lagere verkoopprijzen en/of meer investeringsuitgaven om projecten aan te passen, wat leidt tot lagere rendementen en marges voor de ontwikkelde projecten.
Dit risico is gekoppeld aan het risico van veranderende economische omstandigheden en kan zich evenzeer voordoen in ongunstige politieke en economische omstandigheden.
Mitigatie:
Flexibele ontwikkelingsstrategie, op basis van marktomstandigheden en vraag.
5. LAGERE VRAAG NAAR INVESTERINGSPORTEFEUILLE
Beschrijving:
De inkomsten van de groep en de waarde van haar investeringsportefeuille hangen sterk af van het type vastgoed waar haar portefeuille uit bestaat (kantoren, retail en overige (logistiek, evenementen, parkings)) en de ligging ervan (Groothertogdom Luxemburg, België en Oostenrijk).
In een context van een lagere vraag kunnen de huurinkomsten en cashflow van de investeringsportefeuille getroffen worden door een toenemende leegstand, lagere huurgelden en hogere investeringsuitgaven of andere commerciële toezeggingen, zoals huurvrije periodes om nieuwe huurders aan te trekken of bestaande huurdersrelaties in stand te houden. Dat heeft een direct negatief effect op de inkomsten van de groep en indirect op de waarde van de investeringsportefeuille van de groep.
Mitigatie:
- Investeringsstrategie gericht op gebouwen van hoge kwaliteit die stabiele langetermijn-inkomsten genereren, ingebed in een plan met welomschreven richtlijnen en rendementsverwachtingen.
- Intern property managementteam en commerciële teams.
- Gediversifieerde activaklassen met beperkte blootstelling aan één sector.
- Voorkeur voor realistische huurniveaus en langlopende huurcontracten.
Vastgoed
6. DALING VAN DE REËLE WAARDE INVESTERINGSPORTEFEUILLE
Beschrijving:
De reële waarde van de investeringsportefeuille is onderhevig aan schommelingen als gevolg van onder andere exogene factoren waar de groep geen controle over heeft, en die een negatieve impact kunnen hebben op het nettoresultaat van de groep.
De reële waarde van de investeringsportefeuille van de groep wordt jaarlijks per 30/06 en per 31/12 geschat en de eventuele schommelingen in waarde wordt verwerkt overeenkomstig IAS 40. Zie hoofdstuk 5 "vastgoedverslag" van dit jaarverslag voor een overzicht van de investeringsportefeuille van de groep per 31 december 2025 en hoofdstuk 6 "Geconsolideerde staten" met betrekking tot de waardering van de investeringsportefeuille van de groep door externe vastgoedwaarderingsexperten.
Deze schommelingen zijn het gevolg van diverse factoren. Sommige van deze factoren zijn van exogene aard en de groep heeft daar dan ook geen controle over, zoals een afnemende vraag op de submarkten waarin de groep actief is, wijzigingen in de rente en in het verwachte beleggingsrendement of een wijzigingen in de wettelijke vereisten (inzake duurzaamheid en fiscaliteit: transactiekosten en/of de toepasselijke belastingstelsels van vastgoedtransacties).
Daarnaast kan de waardering van de investeringsportefeuille ook beïnvloed worden door een aantal kwalitatieve factoren, zoals de gemiddelde ouderdom van een pand, de commerciële positionering, de vereisten inzake investeringsuitgaven en duurzaamheid.
De impact van een daling van de reële waarde is een daling van het eigen vermogen van de groep wat een negatieve impact heeft op de schuldgraad.
Mitigatie:
- Capex-strategie op lange termijn om de kwaliteit van de investeringsportefeuille op een hoog niveau te houden en te evolueren naar een portefeuille die gealigneerd is met de EU Taxonomie teneinde tegen 2050 de uitstoot van haar investeringsportefeuille tot netto-nul te reduceren.
- De vastgoedportefeuille wordt door een onafhankelijke deskundige 2 keer per jaar geëvalueerd om zo trends te identificeren en tijdig proactieve maatregelen te kunnen nemen.
Projectontwikkeling
7. VERGUNNINGEN & STEDENBOUW
Beschrijving:
De activiteiten zouden verder nadelig kunnen worden beïnvloed als de groep er niet in slaagt de nodige vergunningen te verkrijgen, te behouden of te verlengen, of als deze vergunningen bezwarende verplichtingen inhouden. Alle ontwikkelingen hangen af van het verkrijgen van de stedenbouwkundige, bouw- en milieuvergunningen en staan dus bloot aan het risico dat de vereiste vergunningen voor de bouw of omschakeling van een pand en de uitoefening van activiteiten niet worden verleend of worden betwist. Het niet of laat verkrijgen van dergelijke vergunningen tegen redelijke voorwaarden kan een nadelige impact hebben op de activiteiten van de groep. Bovendien moet de groep diverse stedenbouwkundige voorschriften naleven die door de bevoegde autoriteiten of administraties kunnen worden gewijzigd.
Daarnaast kan de groep geconfronteerd worden met diverse andere onzekerheden inzake de vergunningen in verband met haar ontwikkelingen, zoals mogelijk verzet van buurtcomités of andere derden tegen bepaalde ontwikkelingen, onduidelijke wetgeving, mogelijk moeizame samenwerking met (lokale) autoriteiten, de interpretatie van vergunningsvoorwaarden en in het algemeen de hogere complexiteit van multifunctionele stedelijke ontwikkelingen.
Mitigatie:
- Intensieve dialoog en pro-actieve samenwerking met de stakeholders (overheden, omwonenden, klanten) in zowel voorbereidende als uitvoerende fase van ontwikkelingen.
- Continue monitoring van de geldende wet- en regelgeving door inhouse specialisten, aangevuld met externe gespecialiseerde consultants waar nodig.
- Langetermijnpartnerships met architecten en bouwpartners.
8. EXTERNE FACTOREN TIJDENS DE BOUWFASE
Beschrijving:
De bouw en ontwikkeling van de ontwikkelingen kunnen vertraging oplopen of gevaar lopen door uiteenlopende factoren, zoals de extreme weersomstandigheden (bv. stormen, overstromingen, etc), ongevallen op de bouwplaats, arbeidsgeschillen of tekort aan (duurzame) bouwmaterialen. De groep kan bovendien extra kosten oplopen bij de bouw en ontwikkeling van haar projecten boven de oorspronkelijke ramingen, bijvoorbeeld in geval van hogere materiaal- en loonkosten en andere verwante kosten. Hierdoor kan er dus onzekerheid heersen over de vraag of een bepaald ontwikkelingsproject kan worden opgeleverd binnen het verwachte tijdsbestek en/of het verwachte budget, of zelfs of het überhaupt kan worden ontwikkeld.
Deze risico's gelden ook bij de herontwikkelingsprojecten in de investeringsportefeuille en zij kunnen leiden tot lagere huurinkomsten of het uitstel of verlies van verwachte huurinkomsten.
Mitigatie:
• Langetermijnpartnerships met bouwpartners, met aandacht voor solvabiliteit en kwaliteit.
- Aandacht voor deze risico's in de contractingfase.
- Invoering van controlesystemen voor kostenopvolging.
- Beroep op gespecialiseerde medewerkers.
Operationeel
9. HUURDERSCONCENTRATIE
Beschrijving:
De groep loopt een verhoogd risico doordat een significant deel van de totale investeringsportefeuille in de toekomst verhuurd zal zijn aan één enkele huurder. Deze concentratie kan leiden tot aanzienlijke financiële en operationele gevolgen wanneer deze huurder geconfronteerd wordt met betalingsproblemen, herstructureringen of een strategische beslissing om activiteiten te verplaatsen of stop te zetten. Een beëindiging of nietverlenging van het huurcontract kan resulteren in langdurige leegstand, druk op de huurprijzen en aanzienlijke bijkomende investeringen om nieuwe huurders aan te trekken.
Mitigatie:
- Proactief beheer van het contract met de betrokken huurder.
- Actieve monitoring van de financiële gezondheid, strategische beslissingen en marktpositie van de betrokken huurder.
- Aandacht voor dit risico in de contractingfase.
10. TEGENPARTIJRISICO
Beschrijving:
De groep loopt het risico dat huurders, tegenpartijen of partners hun contractuele verplichtingen niet nakomen, wat de planning, resultaten en naleving van eigen verplichtingen kan beïnvloeden.
Het risico bestaat dat, als de huurders hun financiële verplichtingen tegenover de groep niet nakomen, de huurwaarborg niet volstaat en dat de groep, ook al kan zij herstel eisen van de huurder, toch het risico loopt niet het volledige verschuldigde bedrag van de huurder te verkrijgen. Indien de betrokken huurders in gebreke blijven voor een lange termijn zullen deze overeenkomsten uiteindelijk voortijdig eindigen, waardoor er gedurende de periode waarin een nieuwe huurder dient te worden gevonden geen huurinkomsten zijn.
In het kader van haar ontwikkelings- of renovatieactiviteiten is de groep onderhevig aan het risico dat een tegenpartij, zoals een aannemer, een architect, een andere dienstverlener of een koper van een vooraf verkocht project, haar contractuele verplichtingen niet of te laat vervult. Een dergelijk onvermogen van een tegenpartij om haar contractuele verplichtingen na te komen kan een impact hebben op de planning van de groep, haar vermogen om haar eigen contractuele verplichtingen na te komen, mogelijke procesvoering en uiteindelijk ook op haar resultaten.
In het kader van haar bedrijfsstrategie streeft de groep actief naar gezamenlijke investeringen met derde partijen, en het is haar bedoeling ook in de toekomst onroerende goederen te blijven kopen en ontwikkelen in joint ventures of partnerships met andere actoren op de vastgoedmarkt aan te gaan. De gezamenlijke eigendom of ontwikkeling van onroerende goederen kan, in bepaalde omstandigheden, extra risico's met zich meebrengen, zoals (i) de mogelijkheid dat de groep verplichtingen oploopt als gevolg van acties van een dergelijke partner of mede-investeerder en (ii) het feit dat de partners of mede-investeerders in de venture van mening kunnen verschillen over de ontwikkeling of verkoop van eigendommen van de venture, zijn strategie of zijn beheer, of over hun rechten bij de beëindiging of overdracht van de venture. In het kader van deze regelingen is de groep mogelijk niet in staat om exclusieve zeggenschap over de venture uit te oefenen, en in bepaalde omstandigheden kan een meningsverschil met een partner of mede- investeerder leiden tot een impasse die een nadelige impact kan hebben op de waarde van de betrokken activa, de activiteiten en de winstgevendheid van de joint venture of het partnership en uiteindelijk ook op de financiële positie van de groep.
Mitigatie:
- Hanteren kwaliteitsnormen voor tegenpartijen (onder andere met betrekking tot solvabiliteit en betrouwbaarheid).
- Diversificatie van tegenpartijen.
- Monitoring prestaties tegenpartijen.
- Verplichting voor onze partners om zich te aligneren met minimumgedragsnormen in Gedragscode Partners van Nextensa.
- Implementatie van duurzaam aankoopbeleid leveranciers, dienstverleners en andere partners van Nextensa teneinde hen te betrekken als belangrijke stakeholders voor het bereiken van onze doelstellingen op het gebied van duurzaamheid.
- Strikte interne procedure voor facturatie en huurincasso.
- Huurstrategie gericht op langetermijncontracten met hoogwaardige, stabiele, solvabele huurders en klantendiversificatie in de gehele vastgoedportefeuille.
11. RISICO'S IN VERBAND MET REGELGEVING
Beschrijving:
De groep is actief in een zeer complex regelgevingskader, waar het blootstaat aan onzekerheid vanwege de interpretatie van de regelgeving en wijzigingen daarvan, betreffende zowel haar eigen werking als genoteerd vennootschap, haar investeringsportefeuille als haar ontwikkelingen. Nieuwe (Europese, nationale, federale, gewestelijke of lokale) regels of wijzigingen in de bestaande regelgeving of een gewijzigde toepassing en/of interpretatie van dergelijke regels door de overheid (met inbegrip van de belastingautoriteiten) of de rechtbanken, kunnen een impact hebben op de activiteiten en financiële resultaten van de groep, en op de reële waarde van haar activa.
De groep is actief in België, Groothertogdom Luxemburg en Oostenrijk, en is dan ook belastingplichtig in deze drie rechtsgebieden. De belastingdruk op de groep hangt specifiek af van de interpretatie van de lokale belastingregels in elk van deze rechtsgebieden. Wijzigingen in deze belastingstelsels, of nieuwe belastingen (zoals de (toekomstige) heffing van CO2-uitstootgerelateerde belastingen op gebouwen als deze niet aan bepaalde eisen voldoen) kunnen een impact hebben op de belastingdruk van de groep.
Mitigatie:
- Strikte interne controleprocedures, zie hoofdstuk 4.1 'Corporate Governance Verklaring'.
- Continue interne monitoring van wettelijke vereisten en de naleving ervan, bijgestaan door gespecialiseerde externe
12. MENSELIJK KAPITAAL
Beschrijving:
De prestaties, het succes en het vermogen om de strategische doelstellingen van de groep te verwezenlijken, hangen af van de aantrekking en het behoud van management en personeel met ervaring en expertise in de vastgoedactiviteiten van de groep. Rekening houdend met de relatief kleine omvang van het team, zou het verlies van slechts enkele sleutelpersonen een wezenlijk nadelig effect kunnen hebben op het vermogen van de groep om haar activiteiten effectief te beheren en haar strategie uit te voeren, en kan het aanleiding geven tot een negatieve perceptie door de markt of de sector.
Mitigatie:
- Aanbieden van concurrerende vergoedingen, opleidingen en voordelen.
- Ontwikkelen en handhaven van cultuur van emancipatie van personeel en bevordering van de ondernemingsgeest.
5
VASTGOEDVERSLAG


5.1. BELANGRIJKSTE (HER)ONTWIKKELINGSPROJECTEN 2025

Residentieel / Mixed-use

PARK LANE
- 319 eenheden
- Park Lane Parkdreef, 1000 Brussel
- Residentieel
- Voltooid


LAKE SIDE
- 140.000 m2
- Tour & Taxis, 1000 Brussel
- Mixed-use
- Vergunningsaanvraag is lopende
BEL TOWERS
- 115.000 m2
- Koning Albert II-laan 27, 1210 Sint-Joost-ten-Noode
- Mixed-use
- Vergunning verkregen

Cloche d'Or - Kantoren
PROJECTTYPE
Residentieel • Kantoren • Retail • Recreatie
LOCATIE
Boulevard Friedrich Wilhelm Raiffeisen – Boulevard Kockelscheuer
STRUCTUUR
In joint venture met de Luxemburgse projectontwikkelaar Promobe (50% Nextensa).


STAIRS
• 9.700 m²

EOSYS
• 12.355 m²
EMERALD
• 6.880 m²
WHITE HOUSE
• 6.515 m²

TERRACES
• 5.028 m²

144
Cloche d'Or - Residentieel


D-NORD (QUARTIER "WEIERBACH")
(QUARTIER "WEIERBACH")
• 153/185 appartementen gereserveerd/
- 194 appartementen
- 189/194 appartementen gereserveerd/ verkocht
LOCATIE
Boulevard de Kockelscheuer, Luxemburg
(50% Nextensa).
STRUCTUUR
In joint venture met de Luxemburgse projectontwikkelaar Promobe



D-1
D5-D10
B&B HOTEL
• 162 appartementen
• 185 appartementen
verkocht
- 4.500 m2
- 150 kamers
145
5.2. VASTGOEDPORTEFEUILLE


TREEMONT
- Montoyerstraat 24, Brussel
- 2.800 m2

MONTOYERSTRAAT 63
- Brussel
- 6.052 m2


• Tour & Taxis, Havenlaan
ROYAL DEPOT
88, Brussel • 45.204 m2 • Mixed-use
146
Kantoren Mixed-use / Evenementen

GARE MARITIME
- Tour & Taxis, Picardstraat 7-13, Brussel
- 58.085 m2
- Mixed-use

MAISON DE LA POSTE
- Tour & Taxis, Picardstraat 5-7, Brussel
- 3.000 m2
- Evenementen

- Tour & Taxis, Havenlaan 88, Brussel
- 17.000 m2
SHEDS
• Evenementen

HANGAR 26/27
- Rijnkaai 100, Antwerp
- 9.171 m2
- Mixed-use

DE MOT
- Motstraat 30, Mechelen
- 13.927 m2


• Kantoren/ Evenementen
HÔTEL DES DOUANES
Kantoren

MOONAR
- 6 Route de Trèves, Senningerberg
- 22.252 m2 (5 gebouwen)

HIGH5!
- 110-112 Route d'Arlon, Luxemburg
- 8.641 m2

MONTREE
- 18-20 Avenue Monterey, Luxemburg
- 2.846 m2
Retail

BOOMERANG SHOPPINGCENTER
- 2 Route d'Arlon, Strassen
- 22.721 m2

HORNBACH
- 31 Rue du Puits Romain, Bertrange
- 12.153 m2

DUDELANGE
- Place Schwarzenweg
- 3.759 m2

Retail

FRUNPARK ASTEN
- Handelsring 8-10, Asten
- 20.000 m2
HORNBACH STADLAU
- Stadlauerstrasse 37, Wenen
- 13.000 m2

GEWERBEPARK STADLAU
- Stadlauerstrasse 37, Wenen
- 10.977 m2

NORDRING 2-10
- Vösendorf
- 14.832 m2

NORDRING 16-18
- Vösendorf
- 11.035 m2
5.3. ANALYSE VAN DE VASTGOEDPORTEFEUILLE
Analyse van de vastgoedportefeuille o.b.v. reële waarde
EVOLUTIE VAN DE REËLE WAARDE
De reële waarde bedraagt eind 2025 € 1,06 miljard (2024: € 1,05 miljard). Nextensa is actief in 3 kernlanden, nl. het Groothertogdom Luxemburg (34%), België (52%) en Oostenrijk (14%).

2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025


AARD VAN DE ACTIVA
Kantoren vertegenwoordigen 51% van de geconsolideerde vastgoedportefeuille en retail 31%. Het deel 'overige' vertegenwoordigt 18% van de geconsolideerde vastgoedportefeuille.

GEMIDDELDE OUDERDOM
Door de herontwikkelingen in de portefeuille is het aandeel gebouwen van 0-5 jaar aanzienlijk toegenomen (betreft voornamelijk kantoren), conform de waarderingsregels van Nextensa. Dit criterium is minder van belang voor retail, aangezien retailers zelf voor hun inrichting zorgen op basis van hun retailconcept en hun keuze voornamelijk

HUURBREAKS (EERSTE OPZEGMOGELIJKHEID EN CONTRACTUEEL VERZEKERDE HUURINKOMSTEN)
locatiegebonden is. De grafiek is opgesteld op basis van de eerste opzegmogelijkheid van de huidige huurcontracten op basis van de contractuele huur. De gemiddelde resterende looptijd van de huurcontracten bedraagt 6,44 jaar (2024: 4,34 jaar). 19% van de contractuele huur op jaarbasis vervalt volgend jaar. Binnen 5 jaar vervalt 45% van de contractuele huur. Huren die te vervallen kwamen in 2025 werden grotendeels allemaal hernieuwd of ingevuld door andere huurders aan marktconforme voorwaarden. Voor meer informatie verwijzen we naar bijlage 4 bij de geconsolideerde financiële staten.


Per activaklasse en geografisch.


UITSPLITSING NAAR CATEGORIE RETAIL

TYPE HUURDERS O.B.V. HUURINKOMSTEN
Retail en diensten maken 70% van de vastgoedportefeuille uit.

Samenstelling van de vastgoedportefeuille o.b.v. reële waarde
Voor meer informatie betreffende de segmentinformatie verwijzen we naar bijlage 3 bij de geconsolideerde financiële staten.
INDELING VOLGENS GEOGRAFISCHE LIGGING
De vermelde contractuele huur verschilt van de huurinkomsten die werden erkend in de resultatenrekening aangezien de contractuele huur de huurinkomsten van de acquisities annualiseert (terwijl de effectief ontvangen huurinkomsten pas worden opgenomen in de financiële staten vanaf de verwervingsdatum) en de huurinkomsten op de verkochte gebouwen niet meer in rekening neemt.

OVERZICHT PANDEN MET EEN AANDEEL VAN MEER DAN 5% IN DE TOTALE VASTGOEDPORTEFEUILLE

INDELING VOLGENS TYPE VASTGOED
| Huurrendement | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde | Investeringswaarde | Aandeel inportefeuille | Contractulehuur | Huurrendementop reëlewaarde | op Investeringswaarde | Duur | |
| (€ mio) | (€ mio) | (% of FV) | (€ mio/Y) | FV (%) | IV (%) | y | |
| Retail | |||||||
| Retail Groothertogdom Luxemburg | 95,21 | 100,76 | 9% | 5,25 | 5,52% | 5,22% | 7,56 |
| Retail België | 55,06 | 55,77 | 5% | 3,21 | 5,82% | 5,75% | 7,43 |
| Retail Oostenrijk | 150,30 | 154,06 | 14% | 9,59 | 6,38% | 6,23% | 5,31 |
| Totaal retail | 300,57 | 310,59 | 28% | 18,05 | 6,01% | 5,81% | 6,41 |
| Kantoren | |||||||
| Kantoren Groothertogdom Luxemburg | 207,06 | 211,74 | 19% | 10,16 | 4,91% | 4,80% | 5,40 |
| Kantoren Brussel | 314,91 | 318,65 | 29% | 18,55 | 5,89% | 5,82% | 7,75 |
| Kantoren rest van België | 44,33 | 45,88 | 4% | 3,69 | 8,33% | 8,05% | 4,60 |
| Totaal kantoren | 566,31 | 576,27 | 52% | 32,41 | 5,80% | 5,62% | 6,65 |
| Overige | |||||||
| Overige België | 95,70 | 97,17 | 9% | 7,33 | 7,66% | 7,54% | 5,27 |
| Overige Groothertogdom Luxemburg | 0,72 | 0,77 | 0% | 0,03 | 3,85% | 3,60% | 4,50 |
| Totaal overige (1) | 96,41 | 97,94 | 9% | 7,35 | 7,63% | 7,51% | 5,26 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 35,45 | - | 3% | - | - | ||
| Totaal Activa aangehouden voor verkoop | 35,45 | - | 3% | ||||
| INVESTERINGSVASTGOED | 963,29 | 984,79 | 88% | 57,81 | 6,05% | 5,87% | 6,44 |
| ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP | 35,45 | - | 3% | ||||
| VASTGOED BESCHIKBAAR VOOR VERHUUR | 998,74 | 984,79 | 92% | 57,81 | 6,05% | 5,87% | 6,44 |
| Recht op gebruik IFRS 16 | 2,28 | 2,28 | |||||
| INVESTERINGSVASTGOED (INCL. IFRS 16) | 1,001,02 | 987,07 | |||||
| Projecten België | 68,02 | 68,24 | 7% | - | |||
| Projecten Groothertogdom Luxemburg | 24,39 | 24,39 | 3% | - | |||
| TOTAAL NEXTA INCLUSIEF PROJECTEN | 1.091,15 | 1.077,42 | 100% | 57,81 | |||
| TOTAAL NEXTA INCLUSIEF PROJECTEN(INCL. IFRS 16) | 1.093,43 | 1.079,71 |
(1) Overige bevat voornamelijk parking en de evenementlocatie 'The Sheds'.
Operationeel beheer van de gebouwen
ACTIEF BEHEER
De vennootschap streeft ernaar om haar vastgoed actief te ontwikkelen en te beheren wat impliceert dat zij zelf instaat voor het dagelijks beheer van de onroerende goederen. Daartoe beschikt zij over een operationeel team dat door het executief comité aangestuurd en geleid wordt overeenkomstig de beslissingen van de raad van bestuur. Op die manier onderhoudt zij rechtstreekse relaties met haar cliënten en leveranciers.
In het kader van haar actief beheer staat zij ook in voor diverse aanvullende diensten die een toegevoegde waarde vormen bij de terbeschikkingstelling van haar vastgoed of voor de gebruikers ervan. De aanvullende dienstverlening behelst – buiten het incasso van de huurgelden en de doorrekening van de gemeenschappelijke lasten aan de huurders – verschillende diensten zoals onder andere het property management (al of niet met inschakeling van een eigen helpdesk om de problemen van de klanten-huurders snel op te vangen), project management (zoals het aanwezig zijn van ingenieurs en/ of architecten om de nodige renovatie- of aanpassingswerken bij nieuwe verhuringen met aannemers en/of onderaannemers te coördineren) en facility management (zoals de terbeschikkingstelling van extra diensten bv. catering, vergaderzalen, computersystemen, telefonie, etc.).
Deze aanvullende diensten zijn een middel om haar activiteiten uit te voeren en vormen een meerwaarde voor zowel de door haar ter beschikking gestelde onroerende goederen als de gebruikers ervan. Deze diensten kaderen in de strategie van de vennootschap om in te spelen op de behoeften van haar klanten en op die manier op maat gemaakte vastgoedoplossingen op lange termijn te kunnen aanbieden.
Deze aanvullende diensten worden ofwel door eigen personeel geleverd ofwel door derde gespecialiseerde ondernemingen die dan onder de verantwoordelijkheid, controle en coördinatie van de effectieve leiding van de vennootschap staan.
De inkomsten uit de overige aanvullende diensten zijn inbegrepen in de huurinkomsten van de vennootschap.
De "aanvullende diensten" die de vennootschap in het kader van haar activiteiten aanbiedt, zijn immers inherent aan de activiteiten van de vennootschap, en kunnen niet worden afgezonderd in afzonderlijke cijfers. Deze aanvullende diensten dienen met andere woorden kwalitatief te worden bekeken, waarbij de "vergoeding" (en dus inkomsten) voor de aanvullende diensten zich vertaalt (vertalen) in de vergoeding die de vennootschap ontvangt in het kader van de uiteindelijke terbeschikkingstelling van de gebouwen.
Het volledige operationele team dat verantwoordelijk is voor het algemeen management, de commerciële contacten met de huurders en vastgoedmakelaars, de boekhouding, de juridische activiteiten, de administratie en het technisch vastgoedbeheer bestaat eind 2025 uit een 25-tal personen.
De vennootschap doet ook een beroep op onderaannemers of externe leveranciers die effectief onder de verantwoordelijkheid, de controle en de coördinatie van de effectieve leiding van de vennootschap blijven staan.
6
GECONSOLIDEERDE STATEN 2025


6.1. GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN EN TOELICHTINGEN
De geconsolideerde financiële staten van Nextensa NV werden goedgekeurd door de leden van de Raad van Bestuur op 9 februari 2026.
Geconsolideerde financiële staten 31.12.2025
| GECONSOLIDEERDE STAAT VAN GEREALISEERDE EN NIET GEREALISEERDE RESULTATEN(IN 1.000 €) | Bijlage | 31/12/2025 | 31/12/2024 | ▲ | ▲ % |
|---|---|---|---|---|---|
| Netto huuropbrengsten vastgoedbeleggingen | 4 | 56.717 | 72.179 | -15.462 | -21% |
| Vastgoedkosten | 5 | -10.753 | -11.720 | 966 | -8% |
| Resultaat verkoop vastgoedbeleggingen | 6 | 1.835 | 3.500 | -1.665 | -48% |
| Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | 7 | -8.635 | -50.786 | 42.151 | -83% |
| Overige kosten/opbrengsten vastgoedportefeuille | 200 | 367 | -167 | -46% | |
| OPERATIONEEL RESULTAAT VAN VASTGOEDBELEGGINGEN | 39.362 | 13.540 | 25.822 | 191% | |
| Omzet ontwikkelingsprojecten (1) | 8 | 63.080 | 56.372 | 6.708 | 12% |
| Kosten ontwikkelingsprojecten (1) | 8 | -56.784 | -51.257 | -5.528 | 11% |
| Andere resultaten ontwikkelingsprojecten | 8 | 2.912 | 5.189 | -2.277 | -44% |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde vennootschappen en joint ventures | 8 | 7.324 | 4.364 | 2.960 | 68% |
| OPERATIONEEL RESULTAAT VAN ONTWIKKELINGSPROJECTEN | 16.532 | 14.669 | 1.863 | 13% | |
| RESULTAAT VAN VASTGOEDBELEGGINGEN & ONTWIKKELINGSPROJECTEN | 55.894 | 28.209 | 27.685 | 98% | |
| Algemene kosten van de vennootschap | 9 | -11.508 | -11.416 | -92 | 1% |
| Andere operationele kosten en opbrengsten | -1.281 | -1.261 | -21 | 2% | |
| OPERATIONEEL RESULTAAT | 43.105 | 15.532 | 27.573 | 178% | |
| Financiële inkomsten | 10 | 17.709 | 14.021 | 3.688 | 26% |
| Financiële kosten | 11 | -19.323 | -28.544 | 9.221 | -32% |
| Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva | 12 | 7.952 | -12.524 | 20.475 | -163% |
| FINANCIEEL RESULTAAT | 6.338 | -27.047 | 33.385 | -123% | |
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN | 49.443 | -11.515 | 60.958 | -529% | |
| Uitgestelde belastingen | 13 | -5.735 | 11.751 | -17.487 | -149% |
| Vennootschapsbelasting | 14 | -10.838 | -11.381 | 543 | -5% |
| Belastingen | -16.573 | 371 | -16.944 | -4569% | |
| Netto resultaat | 32.870 | -11.144 | 44.014 | 395% | |
| Minderheidsbelangen | -375 | -317 | -58 | 18% | |
| NETTO RESULTAAT (deel van de groep) | 33.244 | -10.827 | 44.071 | -407% |
(1) een reclass werd doorgevoerd ten opzichte van de eerder gepubliceerde cijfers in het persbericht.
Andere elementen van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
| ANDERE ELEMENTEN VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 | ▲ | ▲ % |
|---|---|---|---|---|
| Variaties in het effectieve deel van de reële waarde van toegelaten indekkingsinstrumenten in eenkasstroomafdekking zoals gedefinieerd in IFRS | -41 | -3.321 | 3.279 | 99% |
| Andere elementen van de gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten | -41 | -3.321 | 3.279 | 99% |
| Minderheidsbelangen | -375 | -317 | -58 | -18% |
| Andere elementen van de gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten – aandeel Groep | -41 | -3.321 | 3.279 | 99% |
| GLOBAAL RESULTAAT | 32.828 | -14.465 | 47.293 | 327% |
| Toerekenbaar aan: | ||||
| Minderheidsbelangen | -375 | -317 | -58 | -18% |
| Globaal resultaat – aandeel Groep | 33.203 | -14.148 | 47.351 | 335% |
| NETTO RESULTAAT (DEEL VAN DE GROEP) | 33.244 | -10.827 | 44.071 | 407% |
| RESULTATEN PER AANDEEL (IN €) | ||||
| Globaal resultaat per aandeel, aandeel Groep | 3,26 | -1,39 | ||
| Globaal resultaat per deelgerechtigd aandeel, aandeel Groep | 3,29 | -1,40 | ||
| Netto resultaat per aandeel, deel Groep | 3,27 | -1,06 | ||
| Netto resultaat per deelgerechtigd aandeel, deel Groep | 3,29 | -1,07 |
Geconsolideerde balans
| ACTIVA (IN 1.000 €) | Bijlage | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|---|
| I. VASTE ACTIVA | 1.255.718 | 1.252.778 | |
| Immateriële vaste activa | 166 | 378 | |
| Vastgoedbeleggingen | 15 | 1.057.981 | 1.049.325 |
| Andere materiële vaste activa | 17 | 7.180 | 7.497 |
| Deelnemingen in geassocieerde vennootschappen enjoint ventures | 18 | 88.292 | 82.424 |
| Verb. ondernemingen: vorderingen | 19 | 80.839 | 8.500 |
| Financiële vaste activa | 20 | 11.800 | 94.717 |
| Vorderingen financiële leasing | 0 | 0 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 33 | 9.460 | 9.937 |
| II. VLOTTENDE ACTIVA | 286.843 | 447.146 | |
| Activa bestemd voor verkoop | 21 | 35.450 | 165.750 |
| Voorraden | 22 | 161.893 | 108.901 |
| Onderhanden werken in uitvoering | 23 | 19.781 | 60.891 |
| Handelsvorderingen | 24 | 17.241 | 32.805 |
| Belastingvorderingen en andere vlottende activa | 25 | 44.534 | 64.274 |
| Kas en kasequivalenten | 26 | 5.720 | 8.590 |
| Overlopende rekeningen | 2.223 | 5.934 | |
| TOTAAL ACTIVA | 1.542.561 | 1.699.924 |
| PASSIVA | Bijlage | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|---|
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN | 845.687 | 812.139 | |
| I. EIGEN VERMOGEN TOEWIJSBAAR AAN DEAANDEELHOUDERS VAN DE MOEDERVENNOOTSCHAP | 845.687 | 812.487 | |
| Kapitaal | 27 | 111.856 | 111.856 |
| Uitgiftepremies | 27 | 448.398 | 448.398 |
| Inkoop eigen aandelen | 27 | -4.608 | -4.608 |
| Reserves | 27 | 256.797 | 267.669 |
| Wisselkoersverschillen | 27 | 0 | 6 |
| Nettoresultaat van het boekjaar | 27 | 33.244 | -10.827 |
| II. MINDERHEIDSBELANGEN | 16 | 0 | -348 |
| VERPLICHTINGEN | 696.874 | 887.785 | |
| I. LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN | 418.768 | 480.816 | |
| Voorzieningen | 272 | 382 | |
| Langlopende financiële schulden | 367.390 | 432.062 | |
| Kredietinstellingen | 28 | 362.161 | 327.004 |
| Andere | 28 | 2.912 | 102.740 |
| Leasingschulden IFRS 16 | 28 | 2.318 | 2.318 |
| Andere langlopende financiële verplichtingen | 329 | 1.248 | |
| Andere langlopende verplichtingen | 0 | 0 | |
| Uitgestelde belastingen verplichtingen | 32 | 50.777 | 47.125 |
| II. KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN | 278.106 | 406.968 | |
| Voorzieningen | 350 | 350 | |
| Kortlopende financiële schulden | 231.144 | 339.548 | |
| Kredietinstellingen | 28 | 64.266 | 257.838 |
| Andere | 28 | 166.878 | 81.710 |
| Andere kortlopende financiële verplichtingen | 0 | 0 | |
| Handelsschulden en andere kortlopende schulden | 18.309 | 33.346 | |
| Handelsschulden | 29 | 14.425 | 26.745 |
| Fiscale schulden | 29 | 3.884 | 6.601 |
| Andere kortlopende verplichtingen | 30 | 12.882 | 12.496 |
| Overlopende rekeningen | 31 | 15.420 | 21.229 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 1.542.561 | 1.699.924 | |
| FINANCIËLE SCHULDGRAAD(financiële schulden / balanstotaal) | 38,80% | 45,39% |
Geconsolideerde kasstroomtabel
| GECONSOLIDEERDE KASSTROOMTABEL (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| KAS EN KASEQUIVALENTEN BEGIN BOEKJAAR | 8.590 | 11.128 |
| 1. KASSTROOM UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN | -81.256 | 2.531 |
| Netto resultaat | 32.870 | -11.144 |
| Minderheidsbelangen | ||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde vennootschappenen joint ventures | -7.324 | -4.364 |
| Aanpassing aan de winst voor niet-kas en niet aan debedrijfsacticiteit gelieerde elementen | -106.801 | 18.039 |
| Afschrijvingen, waardeverminderingen en belastingen | 1.349 | 1.281 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen op immateriëleen andere materiële vaste activa (+/-) | 1.349 | 1.281 |
| Waardeverminderingen op vlottende activa (-) | 0 | 0 |
| Belastingen | 0 | 0 |
| Andere niet-kas elementen | 684 | 63.310 |
| Variatie in de reële waarde van vastgoedbeleggingen (+/-) | 8.635 | 50.786 |
| Spreiding van gratuïteiten (+/-) | ||
| Toename (+)/ Afname (-) in de reële waarde van financiëleactiva en passiva | -7.952 | 12.524 |
| Overige transacties van niet courante aard | 0 | 0 |
| Niet aan de bedrijfsactiviteit gelieerde elementen | 16.352 | 10.652 |
| Meerwaarden bij realisatie vaste activa | -1.835 | -3.500 |
| Ontvangen dividenden | -6.892 | -6.757 |
| Terugneming financiële opbrengsten en financiële kosten | 25.079 | 20.909 |
| Variatie in de behoefte van het werkkapitaal | -112.473 | -44.909 |
| Beweging van de activa | -101.270 | -7.763 |
| Beweging van verplichtingen | -11.203 | -37.146 |
| Bewegingen in voorzieningen (+/-) | 6 | 6 |
| Betaalde belastingen | -12.720 | 12.301 |
| 2. KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN | 253.075 | 43.660 |
| Investeringen | ||
| Vastgoedbeleggingen in exploitatie | -14.411 | -15.488 |
| Projectontwikkelingen | -5.212 | -12.588 |
| Immateriële en materiële vaste activa | -1.201 | -474 |
| Financiële vaste activa | 0 | 0 |
| Desinvesteringen | ||
| Investeringsvastgoed | 186.977 | 72.211 |
| Financieel vast actief | 86.902 | 0 |
| GECONSOLIDEERDE KASSTROOMTABEL (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| 3. KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN | -174.689 | -48.730 |
| Verandering in financiële verplichtingen en financiële schulden | ||
| Toename (+) / Afname (-) van de financiële schulden | 120.324 | 79.901 |
| -293.399 | -106.241 | |
| Toename (+) / Afname (-) van de andere financiëleverplichtingen | ||
| Ontvangen financiële opbrengsten | 10.817 | 7.264 |
| Betaalde financiële kosten | -19.323 | -28.961 |
| Ontvangen dividenden | 6.892 | 6.757 |
| Verandering in andere verplichtingen | ||
| Toename (+) / Afname (-) in andere verplichtingen | 0 | 0 |
| Verandering in eigen vermogen | ||
| Wijziging van het kapitaal en uitgiftepremies (+/-) | 0 | 0 |
| Kosten kapitaalverhoging | 0 | 0 |
| Toename (+) / Afname (-) van eigen aandelen | 0 | 0 |
| Dividend van het vorige boekjaar | -7.451 | |
| Kas en kasequivalenten voor impact van koersschommelingen inkas en kasequivalenten | 5.720 | 8.590 |
| Kas en kasequivalenten bekomen door middel vanbedrijfscombinaties | 0 | 0 |
| Impact van koersschommelingen in kas en kasequivalenten | 0 | 0 |
| KAS EN KASEQUIVALENTEN EINDE BOEKJAAR | 5.720 | 8.590 |
Geconsolideerde staat van wijzigingen in kapitaal en reserves
| GECONSOLIDEERDE STAAT VAN WIJZIGINGEN IN KAPITAAL EN RESERVES (IN 1.000 €) | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kapitaal | Uitgiftepremie | Ingekochteeigen aandelen(-) | Reserves | Hedge reserves | Netto resultaatvan hetboekjaar | Eigen vermogentoewijsbaar aan deaandeelhouders van demoederonderneming | Minderheidsbelangen | Totaal eigenvermogen | |||
| BALANS VOLGENS IFRS OP 31/12/23 | 109.997 | 442.803 | -4.608 | 258.665 | 2.700 | 24.492 | 834.048 | 10.468 | 844.516 | ||
| - Uitkering slotdividend vorig boekjaar | 1.859 | 5.595 | -14.906 | -7.452 | -7.452 | ||||||
| - Onderneming in scope - out scope | 0 | -10.461 | -10.461 | ||||||||
| - Transfert netto resultaat 2023 naar reserves | 24.492 | -24.492 | 0 | 0 | |||||||
| - Globaal resultaat van het boekjaar 2024 (12maanden) | -3.321 | -10.827 | -14.148 | -317 | -14.465 | ||||||
| BALANS VOLGENS IFRS OP 31/12/24 | 111.856 | 448.398 | -4.608 | 268.289 | -620 | -10.827 | 812.487 | -348 | 812.139 | ||
| - Uitkering slotdividend vorig boekjaar | 0 | 0 | |||||||||
| - Bedrijfscombinaties- minderheidsbelangen | 0 | 0 | |||||||||
| - Bedrijfscombinaties - omrekeningsverschillen | 0 | 0 | |||||||||
| - Onderneming in scope - out scope | 0 | 723 | 723 | ||||||||
| - Aankoop eigen aandelen | 0 | 0 | |||||||||
| - Transfert netto resultaat 2024 naar reserves | -10.827 | 10.827 | 0 | 0 | |||||||
| - Globaal resultaat van het boekjaar 2025 (12maanden) | -41 | 33.244 | 33.203 | -375 | 32.828 | ||||||
| BALANS VOLGENS IFRS OP 31/12/25 | 111.856 | 448.398 | -4.608 | 257.459 | -662 | 33.244 | 845.687 | 0 | 845.687 |
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2025
BIJLAGE 1 ALGEMENE INFORMATIE
De geconsolideerde jaarrekening van Nextensa NV voor het boekjaar lopende van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 omvat Nextensa NV en haar dochterondernemingen. De geconsolideerde jaarrekening werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur, gehouden op 9 februari 2026 en zal aan de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders ter kennisname worden voorgelegd op 18 mei 2026. De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld volgens IFRS. Nextensa wordt opgenomen in de consolidatie van Ackermans & van Haaren NV.
BIJLAGE 2 BELANGRIJKE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGGEVING
IFRS-waarderingsregels geconsolideerde jaarrekening Nextensa NV
A. CONFORMITEITSVERKLARING
De geconsolideerde jaarrekening wordt opgemaakt conform de International Financial Reporting Standards en IFRICinterpretaties van kracht per 31/12/2025, zoals goedgekeurd door de Europese Commissie.
In het voorbije boekjaar zijn verschillende nieuwe of gewijzigde standaarden en interpretaties in werking getreden.
De toegepaste grondslagen van de financiële verslaggeving zijn consistent met die van het vorig boekjaar, met uitzondering van de hierna volgende wijzigingen.
De aard en impact van elk van de volgende nieuwe boekhoudregels, wijzigingen en/of interpretaties worden hieronder beschreven:
NIEUWE EN GEWIJZIGDE STANDAARDEN EN INTERPRETATIES DIE IN WERKING ZIJN GETREDEN VOOR HET BOEKJAAR DAT EEN AANVANG HEEFT GENOMEN OP 1 JANUARI 2025.
De Groep heeft bepaalde nieuwe en gewijzigde standaarden en interpretaties voor het eerst toegepast. Deze zijn van toepassing op boekjaren die aanvangen vanaf 1 januari 2025. De Groep heeft andere nieuwe en gewijzigde standaarden en interpretaties die gepubliceerd maar nog niet van toepassing zijn, niet vervroegd toegepast.
Hieronder worden de aard en het effect van de nieuwe en gewijzigde standaarden en interpretaties toegelicht:
• Aanpassingen aan IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen: Gebrek aan inwisselbaarheid
Hoewel deze nieuwe en gewijzigde standaarden en interpretaties voor het eerst zijn toegepast in 2025, hadden zij geen materiële invloed op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
STANDAARDEN EN INTERPRETATIES GEPUBLICEERD, MAAR NOG NIET VAN TOEPASSING VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2025:
- IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027)
- IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordingsplicht Toelichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
- Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Classificatie en waardering van financiële instrumenten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026)
- Jaarlijkse Verbeteringen Volume 11 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026)
- Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Contracten die verwijzen naar van de natuur afhankelijke elektriciteit (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026)
- Aanpassingen aan IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen Vertaling naar een presentatiemunteenheid van een hyperinflatoire economie (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
De Groep is van mening dat de implementatie van deze standaarden in de toekomst geen significante impact zal hebben, met uitzondering van IFRS 18.
IFRS 18
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentation and Disclosure in Financial Statements uitgegeven, ter vervanging van IAS 1. IFRS 18 introduceert voorgeschreven subtotale in de resultatenrekening en vereist dat alle opbrengsten en kosten worden gepresenteerd binnen vijf categorieën: operationeel, investeringsactiviteiten, financieringsactiviteiten, winstbelastingen en beëindigde bedrijfsactiviteiten. De standaard introduceert ook toelichtingen voor door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven en versterkt de regels rond aggregatie/disaggregatie, in lijn met de respectieve rollen van de primaire overzichten en de toelichtingen. Gelijktijdig werden beperkter-scopewijzigingen aangebracht aan IAS 7, waaronder het wijzigen van het startpunt voor de indirecte kasstroomberekening van "winst of verlies" naar "operationele winst of verlies" en het schrappen van opties voor de classificatie van interest en dividenden. Verder werden ook andere standaarden aangepast.
IFRS 18 en de gerelateerde wijzigingen zijn van toepassing op jaarlijkse verslaggevingsperiodes die beginnen op of na 1 januari 2027; vervroegde toepassing is toegestaan en moet worden vermeld. De overgang gebeurt retrospectief.
De Groep beoordeelt momenteel de impact van deze wijzigingen op de primaire overzichten en de bijbehorende toelichtingen. In dit kader heeft de Groep "investeren in activa die individueel en grotendeels onafhankelijk rendement genereren" geïdentificeerd als een gespecificeerde kernactiviteit onder IFRS 18. De Groep beschouwt "het verstrekken van financiering aan klanten" niet als een gespecificeerde kernactiviteit.
Hoewel de toepassing van IFRS 18 geen invloed heeft op de totale winst van de Groep voor de periode, worden de volgende presentatie- en classificatie-effecten momenteel verwacht:
Resultatenrekening
- Introductie van een nieuwe subtotaal: winst vóór financiering en winstbelastingen.
- Interestopbrengsten op leningen en schuldinstrumenten, en op geldmiddelen en kasequivalenten, zullen worden opgenomen in de categorie investeringsactiviteiten.
- Het groepsaandeel in het resultaat van, en winsten/verliezen op de verkoop van, geassocieerde deelnemingen zullen worden opgenomen in de categorie investeringsactiviteiten.
- Winsten en verliezen op derivaten die worden gebruikt om geïdentificeerde risico's te beheren, zullen worden opgenomen in dezelfde categorie als de opbrengsten en kosten die door die risico's worden beïnvloed, behalve wanneer dit zou leiden tot brutering of onevenredige kosten of inspanningen. Op basis van de huidige analyse worden geen wijzigingen verwacht in de bestaande presentatie van derivatenresultaten.
Kasstroomoverzicht
- Ontvangen interest zal worden gepresenteerd als kasstromen uit investeringsactiviteiten.
- Betaalde interest zal worden gepresenteerd als kasstromen uit financieringsactiviteiten.
- Onder de indirecte methode zal de reconciliatie van kasstromen uit operationele activiteiten starten vanuit de operationele winst of verlies in plaats van winst of verlies.
B. VOORSTELLINGSBASIS
De financiële staten worden uitgedrukt in euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal. Ze werden opgesteld op basis van het historische kostprincipe, met uitzondering van de vastgoedbeleggingen, afgeleide financiële instrumenten, investeringen aangehouden voor handelsdoeleinden en investeringen beschikbaar voor verkoop, die gewaardeerd worden aan hun reële waarde.
Eigen vermogen-instrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd aan kostprijs wanneer het instrument in kwestie geen marktprijs heeft op een actieve markt en wanneer andere methodes waarmee de reële waarde op een redelijke wijze bepaald kan worden, ongeschikt of onuitvoerbaar zijn.
Afgedekte activa en passiva worden gewaardeerd aan een reële waarde, rekening houdend met het afgedekte risico. De boekhoudprincipes werden consistent toegepast.
De geconsolideerde financiële staten worden opgesteld vóór winstverdeling van de moedermaatschappij Nextensa NV, zoals die ter goedkeuring voorgelegd zal worden aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
De opstelling van de financiële staten volgens de IFRS- normen vereist dat er inschattingen en veronderstellingen worden gemaakt die een invloed hebben op de bedragen die worden opgenomen in de financiële staten, namelijk:
- de waardering van vastgoedbeleggingen aan reële waarde;
- de netto realiseerbare waarde van voorraden;
- het afschrijvingsritme van de vaste activa;
- de waardering van de voorzieningen en de personeelsvoordelen;
- de weerhouden waarderingen voor de impairment tests;
- de waardering van de financiële instrumenten tegen marktwaarde.
Deze inschattingen gaan uit van een 'going-concern' en werden bepaald in functie van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De inschattingen kunnen worden herzien indien de omstandigheden op basis waarvan zij werden bepaald, ondertussen zijn geëvolueerd of indien er nieuwe informatie beschikbaar is. De reële uitkomsten kunnen bijgevolg verschillend zijn van de gemaakte inschatting.
Bij het opstellen van deze financiële staten heeft het management de wijzigingen aan IAS 1 Toelichting bij de grondslagen voor financiële verslaggeving toegepast, die van kracht zijn vanaf 1 januari 2023. Dienovereenkomstig wordt uitsluitend toelichting verstrekt over grondslagen voor financiële verslaggeving die als materieel worden beschouwd. Informatie over grondslagen voor financiële verslaggeving wordt als materieel beschouwd indien deze betrekking heeft op materiële transacties, significante oordeelsvorming vereist of noodzakelijk is om de financiële staten te kunnen begrijpen. Grondslagen voor financiële verslaggeving die betrekking hebben op niet materiële transacties werden niet opgenomen.
ANDERE BEOORDELINGEN
Hierna volgen de andere beoordelingen, behalve dewelke betrekking hebben op de waardering van het vastgoed (zie beneden), betreft de classificatie van vastgoed evenals de omzet herkenning van ontwikkelingen die de Raad van Bestuur heeft gevormd bij de toepassing van de waarderingsregels van de Groep en die het meest significante effect hebben op de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen.
Opbrengsterkenning
Wanneer een contract voor de verkoop van een eigendom na voltooiing van de bouwwerkzaamheden wordt geacht te voldoen aan de criteria voor gespreide opbrengsterkenning, worden de opbrengsten opgenomen volgens de 'percentage of completion' methode al naargelang het project vordert. De Groep houdt rekening met de bepalingen en voorwaarden van het contract, inclusief de wijze waarop het contract tot stand is gekomen en de structurele elementen die de klant specificeert bij het identificeren van individuele projecten waarvoor de opbrengsten in de tijd worden opgenomen. Het percentage van voltooiing wordt geschat aan de hand van het stadium van de projecten en de contracten, bepaald op basis van het aandeel van de tot op heden gemaakte contractkosten en de geschatte kosten voor voltooiing. Voorts wordt voor de raming van het percentage van voltooiing rekening gehouden met de verhouding van de verkochte eenheden tot de totale eenheden van het project.
Classificatie van vastgoed
De Groep bepaalt of een onroerend goed wordt geclassificeerd als vastgoedbelegging, voorraad of contractactiva:
- Vastgoedbeleggingen omvatten gebouwen (voornamelijk kantoorgebouwen en retailpanden) die niet hoofdzakelijk worden gebruikt voor gebruik door of in de activiteiten van de Groep, noch voor verkoop in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening, maar hoofdzakelijk worden aangehouden om huuropbrengsten en een waardestijging te realiseren. Deze gebouwen zijn grotendeels verhuurd aan huurders. Vastgoedbeleggingen omvatten vastgoed waarvoor een geldige vergunning is verkregen en waarvan de bouw is aangevat.
- Voorraden bestaan uit terreinen en gebouwen die worden aangehouden voor verkoop in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening en waarvoor geen bouwvergunning is verkregen, de bouw nog niet is aangevangen en, in het geval van een woningbouwproject, nog geen verkoopcontract is ondertekend.
Contractactiva omvatten woningen waarvoor een geldige vergunning is verkregen, waarvan de bouw is aangevat en waarvoor een verkoopcontract is ondertekend.
C. CONSOLIDATIE-PRINCIPES
De geconsolideerde jaarrekening bevat de jaarrekening van Nextensa NV en haar dochter– ondernemingen.
I. DOCHTERVENNOOTSCHAPPEN
Dochtervennootschappen zijn entiteiten waarover de vennootschap controle uitoefent. Er is sprake van controle wanneer de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks de macht heeft om het financiële en operationele beleid van een entiteit te sturen teneinde voordelen te verkrijgen uit diens activiteiten. De jaarrekeningen van de dochtervennootschappen zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekeningen vanaf de begindatum tot de einddatum van de controle.
Indien nodig zijn de waarderingsregels voor dochtervennootschappen aangepast om de samenhang met de door de groep aangenomen principes te waarborgen. De jaarrekeningen van de dochtervennootschappen die in de consolidatie zijn opgenomen hebben betrekking op dezelfde boekhoudperiode als die van de vennootschap.
Wijzigingen in de belangen van de groep in dochtervennootschappen die niet tot een verlies van controle leiden, worden behandeld als eigenvermogenstransacties.
De boekwaarde van de belangen van de groep of van derden in dochtervennootschappen wordt aangepast om rekening te houden met de wijzigingen van de respectievelijke belangenniveaus. Elk verschil tussen het bedrag waarmee de minderheidsbelangen worden aangepast en de reële waarde van de betaalde of ontvangen vergoeding, wordt onmiddellijk opgenomen in het eigen vermogen.
II. INVESTERINGEN IN GEASSOCIEERDE VENNOOTSCHAPPEN EN JOINT VENTURES
Een geassocieerde deelneming is een entiteit waarin de Groep een significante invloed heeft. Een significante invloed is de macht om deel te nemen aan de financiële en operationele beleidsbeslissingen van de deelneming, maar houdt geen zeggenschap of gezamenlijke zeggenschap in over het betreffende beleid. Een joint venture is een gezamenlijke regeling waarbij de partijen die gezamenlijke zeggenschap hebben over de regeling, rechten hebben op de netto activa van de gezamenlijke regeling. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel overeengekomen delen van de zeggenschap over een regeling, waarvan alleen sprake is wanneer voor beslissingen over de relevante activiteiten unanieme instemming vereist is van de partijen die de zeggenschap delen.
De resultaten en activa en passiva van geassocieerde deelnemingen of joint ventures worden in deze geconsolideerde financiële staten opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt een investering in een geassocieerde deelneming of een joint venture aanvankelijk tegen kostprijs in de geconsolideerde balans opgenomen en vervolgens aangepast om het aandeel van de Groep in de winst of het verlies en de niet-gerealiseerde resultaten van de geassocieerde deelneming of de joint venture op te nemen. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming of een joint venture groter is dan het belang van de Groep in die geassocieerde deelneming of joint venture, stopt de Groep met de opname van haar aandeel in verdere verliezen. Bijkomende verliezen worden alleen opgenomen voor zover de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht namens de geassocieerde deelneming of de joint venture.
Een investering in een geassocieerde deelneming of een joint venture wordt administratief verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de deelneming een geassocieerde deelneming of een joint venture wordt.
De vereisten van IAS 28 worden toegepast om te bepalen of het noodzakelijk is een bijzondere waardevermindering op te nemen met betrekking tot de investering van de Groep in een geassocieerde deelneming of een joint venture. Indien nodig wordt de volledige boekwaarde van de deelneming (met inbegrip van de goodwill) op bijzondere waardevermindering getoetst overeenkomstig IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa als één enkel actief, door de realiseerbare waarde (hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten) te vergelijken met de boekwaarde. Een eventueel opgenomen waardevermindering maakt deel uit van de boekwaarde van de belegging. Een terugboeking van die uitzonderlijke waardevermindering wordt overeenkomstig IAS 36 opgenomen in de mate dat de realiseerbare waarde van de investering daarna toeneemt.
De Groep maakt niet langer gebruik van de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de investering niet langer een geassocieerde deelneming of een joint venture is, of wanneer de investering wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop. Wanneer de Groep een belang behoudt in de voormalige geassocieerde deelneming of joint venture en het behouden belang een financieel actief is, waardeert de Groep het behouden belang tegen reële waarde op die datum en wordt de reële waarde beschouwd als zijn reële waarde bij eerste opname in overeenstemming met IFRS 9.
Wanneer een groepsentiteit zaken doet met een geassocieerde deelneming of een joint venture van de Groep, worden winsten en verliezen uit de transacties met de geassocieerde deelneming of joint venture alleen in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep opgenomen voor zover het gaat om belangen in de geassocieerde deelneming of joint venture die niet met de Groep zijn verbonden.
Belangen in gemeenschappelijke ondernemingen
Een gezamenlijke operatie is een gezamenlijke regeling waarbij de partijen die gezamenlijke zeggenschap over de regeling hebben, rechten hebben op de activa, en verplichtingen voor de passiva, die verband houden met de regeling. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel overeengekomen delen van de zeggenschap over een regeling, waarvan alleen sprake is wanneer voor beslissingen over de desbetreffende activiteiten unanieme instemming vereist is van de partijen die de zeggenschap delen. Wanneer een entiteit van de Groep haar activiteiten uitvoert in het kader van een gezamenlijke bedrijfsvoering, neemt de Groep als gezamenlijke exploitant met betrekking tot haar belang in een gezamenlijke bedrijfsvoering het volgende op:
- haar activa, met inbegrip van haar aandeel in eventuele activa die gezamenlijk worden gehouden;
- haar verplichtingen, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijk aangegane verplichtingen;
- zijn opbrengsten uit de verkoop van zijn aandeel in de productie die voortvloeit uit de gezamenlijke operatie;
- haar aandeel in de opbrengst van de verkoop van de productie van de gezamenlijke operatie; en
- haar kosten, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijk aangegane kosten.
De Groep verwerkt de activa, verplichtingen, opbrengsten en kosten met betrekking tot haar belang in een gezamenlijke operatie volgens de IFRS- normen die van toepassing zijn op de specifieke activa, verplichtingen, opbrengsten en kosten. Wanneer een entiteit van de Groep een transactie sluit met een joint venture waarin een entiteit van de Groep een gezamenlijke exploitant is (zoals een verkoop of een bijdrage van activa), wordt de Groep geacht de transactie uit te voeren met de andere partijen bij de joint venture, en worden winsten en verliezen uit de transacties alleen in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep opgenomen naar rato van het belang van andere partijen in de joint venture. Wanneer een entiteit van de Groep een transactie sluit met een joint venture waarin een entiteit van de Groep een gezamenlijke exploitant is (zoals een aankoop van activa), neemt de Groep haar aandeel in de winsten en verliezen niet op tot zij deze activa aan een derde partij doorverkoopt.
III. IN DE CONSOLIDATIE GEËLIMINEERDE TRANSACTIES
Er wordt bij het voorbereiden van de geconsolideerde jaarrekeningen geen rekening gehouden met intra-groep saldi en transacties, noch met winsten uit intra-groep transacties.
De winsten uit transacties met gezamenlijk gecontroleerde entiteiten worden geëlimineerd in verhouding tot het belang van de groep in die entiteiten. Verliezen worden op dezelfde manier geëlimineerd als de winsten, maar enkel voor zover er geen indicatie is van waardeverlies.
Een lijst van de vennootschappen die deel uitmaken van de groep is opgenomen in bijlage van de geconsolideerde jaarrekeningen.
De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden integraal geconsolideerd vanaf de datum van verwerving tot het einde van de controle.
IV. NIEUWE ACQUISITIES EN BEDRIJFSCOMBINATIE
Nieuwe acquisities die niet onder gemeenschappelijke controle zijn worden conform IFRS 3 verwerkt volgens de overnamemethode. De kostprijs van een bedrijfscombinatie bestaat uit de overnameprijs, de minderheidsbelangen en de reële waarde van voorheen aangehouden aandelenparticipaties in de overgenomen vennootschap. De transactiekosten worden in de winst – en verliesrekening verwerkt. Als de verworven activa geen bedrijf vormen op basis van de classificatie van de onderliggende transactie, dan wordt de transactie verwerkt als een verwerving van vastgoedbeleggingen volgens IAS 40 (en eventuele overige vaste activa conform IAS 16), en bijgevolg wordt na de initiële opname de waardering aan reële waarde (fair value) conform IAS 40 toegepast zoals verder toegelicht onder punt G. Vastgoedbeleggingen.
Combinaties waarover gemeenschappelijk controle wordt uitgeoefend, worden administratief verwerkt in overeenstemming met de uitzondering in IFRS 3, volgens de methode van samenvoeging van belangen. Volgens die methode verwerkt de overnemende partij de combinatie als volgt:
-
de activa en verplichtingen van de overgenomen partij worden geboekt tegen boekwaarde (hoewel aanpassingen moeten worden opgenomen om tot uniforme grondslagen voor financiële verslaggeving te komen);
-
immateriële activa en voorwaardelijke verplichtingen worden enkel opgenomen voor zover ze door de overgenomen partij werden opgenomen in overeenstemming met de van toepassing zijnde IFRS;
-
er wordt geen goodwill opgenomen. Het verschil tussen de kostprijs van de investering van de overnemende partij en het eigen vermogen van de overgenomen partij wordt bij consolidatie afzonderlijk gepresenteerd binnen niet-gerealiseerde resultaten;
-
elk minderheidsbelang wordt gewaardeerd als evenredig deel van de boekwaarde van de gerelateerde activa en passiva (zoals aangepast om uniforme waarderingsregels te bereiken);
-
eventuele kosten van de combinatie worden onmiddellijk afgeschreven in het overzicht van gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten;
-
vergelijkende bedragen worden aangepast alsof de combinatie had plaatsgevonden aan het begin van de vroegste gepresenteerde vergelijkende periode.
D. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA
Immateriële vaste activa met een bepaalde levensduur worden gewaardeerd aan kostprijs, verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen.
Immateriële vaste activa worden afgeschreven volgens de lineaire methode over de voorziene gebruiksduur, zijnde 3 jaar tot 5 jaar. De voorziene gebruiksduur wordt op jaarlijkse basis geëvalueerd, evenals de eventuele restwaarde.
Immateriële vaste activa met een onbepaalde levensduur, die eveneens aan kostprijs worden gewaardeerd, worden niet afgeschreven maar worden jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen en op het ogenblik waarop er zich indicaties van een eventuele waardevermindering voordoen. Oprichtingskosten worden in resultaat genomen op het moment dat ze zich voordoen.
E. ANDERE MATERIËLE VASTE ACTIVA
De andere materiële vaste activa, exclusief onroerende goederen, worden geboekt tegen aanschaffingswaarde verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en eventueel bijzondere waardeverminderingen.
Andere materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de lineaire methode over de economische levensduur. De voorziene economische levensduur wordt op jaarlijkse basis geëvalueerd, evenals de eventuele restwaarde.
Inhoudstafel • Nextensa in het kort • Bedrijfsrapport • Duurzaamheidsverslag • Corporate Governance • Vastgoedverslag • Geconsolideerde Staten 2025 • Bijlagen

De gebruiksduur van de activa bedraagt:
- 20 jaar voor zonnepanelen
- 3 tot 10 jaar voor meubilair
- 3 jaar voor informatica materiaal
- 25 tot 35 jaar voor gebouwen
- 10 tot 20 jaar voor machines
- 3 tot 10 jaar voor uitrusting
Activa die via leasing worden aangehouden, worden over hun verwachte gebruiksduur afgeschreven op dezelfde basis als activa in eigendom. Wanneer er echter geen redelijke zekerheid bestaat dat de eigendom aan het einde van de leaseperiode zal worden verkregen, worden de activa afgeschreven over de leaseperiode of over hun gebruiksduur, indien deze korter is.
Een materieel vast actief wordt niet langer in de balans opgenomen wanneer het wordt vervreemd of wanneer naar verwachting geen toekomstige economische voordelen meer zullen voortvloeien uit het voortgezette gebruik van het actief. Winsten of verliezen die voortvloeien uit de vervreemding of buitengebruikstelling van een materieel vast actief worden bepaald als het verschil tussen de verkoopopbrengst en de boekwaarde van het actief en worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
F. VASTGOEDBELEGGINGEN
Vastgoedbeleggingen zijn beleggingen in onroerende goederen die aangehouden worden om huurinkomsten op lange termijn te verwerven. De vastgoedbeleggingen omvatten zowel de gebouwen die verhuur klaar zijn (vastgoedbeleggingen in exploitatie), als de gebouwen in aanbouw of in ontwikkeling voor toekomstig gebruik als vastgoedbelegging in exploitatie (herontwikkeling van beleggingsvastgoed).
Vastgoedbeleggingen worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs, inclusief transactiekosten. Na de eerste opname worden vastgoedbeleggingen gewaardeerd tegen reële waarde, conform IAS 40.
Elke winst of verlies, na de verwerving van een gebouw, naar aanleiding van een schommeling van de reële waarde wordt in de resultatenrekening verwerkt.
Alle vastgoedbelangen van de Groep die worden aangehouden op grond van een operationele huur-overeenkomst om huuropbrengsten of een waardestijging te realiseren, worden geboekt als vastgoedbeleggingen en worden gewaardeerd volgens het reële-waardemodel.
Een externe, onafhankelijke vastgoeddeskundige, bepaalt, op vraag van het management, halfjaarlijks de investeringswaarde van het vastgoed (deze stemt overeen met het vroeger gebruikte begrip 'beleggingswaarde'), om de reële waarde te bepalen conform IFRS 13.
ACTUALISATIE VAN DE GESCHATTE HUUROPBRENGSTEN
De investeringswaarde is de resultante van het toegepast rendement op de geschatte huurwaarde (kapitalisatiemethode of marktbenadering) gecorrigeerd met de geactualiseerde waarde (NPV) van het verschil tussen de huidige actuele huur en de geschatte huurwaarde op datum van de evaluatie, en dit voor de periode tot aan de volgende opzegmogelijkheid van de lopende huurcontracten.
DISCOUNTED CASH FLOW METHODE
De DCF methode bestaat erin de huidige waarde van de toekomstige kasstromen te bepalen. De toekomstige huurinkomsten worden ingeschat op basis van de bestaande contractuele huurprijzen en de verwachtingen van de vastgoedmarkt voor elk gebouw in de daarop volgende periodes. Daarnaast worden ook de toekomstige onderhoudskosten geschat en in rekening gebracht. De gehanteerde actualisatievoet houdt rekening met de door de markt vooropgestelde risicopremie voor het object. De bekomen waarde wordt daarnaast nog getoetst aan de markt op basis van de bepaling van de residuele grondwaarde.
RESIDUELE WAARDERING
Te renoveren gebouwen, of gebouwen die reeds onder renovatie zijn, of geplande projecten, worden geëvalueerd aan de hand van de waarde na renovatie, verminderd met het bedrag van de resterende werken, inclusief kosten, interesten, leegstand en een risicopremie.
CAPITALISED CONSTRUCTION COSTS
Kosten die kunnen worden geactiveerd zijn onder andere:
- Aankoopprijs, inclusief invoerrechten en niet-restitueerbare aankoopbelastingen, na aftrek van handelskortingen en -kortingen.
- Kosten die direct toe te rekenen zijn aan het brengen van het actief naar de locatie en toestand die nodig zijn om het te laten functioneren op de manier die door het management is beoogd. Dit omvat kosten voor terreinvoorbereiding, levering en behandeling, installatie en montage.
Conform het oordeel van de werkgroep van de Belgische Vereniging van Asset Managers 'BEAMA' past Nextensa NV op de investeringswaarde de volgende principes toe om de reële waarde te bepalen:
- (i) Voor transacties die betrekking hebben op gebouwen in België gelegen, met een globale waarde lager dan € 2,5 miljoen, dient er rekening gehouden te worden met de registratierechten van 12% (Vlaams Gewest) of 12,5% (Brussels Hoofdstedelijk en Waals Gewest).
- (ii) Voor transacties die betrekking hebben op gebouwen in België gelegen, met een globale waarde hoger of gelijk aan € 2,5 miljoen, wordt, gezien de waaier aan methodes van eigendomsoverdracht die kunnen worden gebruikt, het percentage van de geschatte transactiekosten bij een hypothetische vervreemding van de vastgoedbeleggingen, forfaitair bepaald op 2,5%.
De Groep is van oordeel dat, om de reële waarde te kunnen bepalen van de onroerende goederen gelegen in het Groothertogdom Luxemburg en in Oostenrijk, met een waarde hoger dan € 2,5 miljoen, ook de forfaitaire mutatiekosten van 2,5% kunnen worden toegepast, zoals bij goederen gelegen in België.
Bij de verwerving van onroerende goederen worden de overdrachtsrechten rechtstreeks in de resultatenrekening geboekt.
Vastgoedbeleggingen worden niet langer op de balans opgenomen indien zij zijn afgestoten of indien zij permanent buiten gebruik worden gesteld en er naar verwachting geen economische voordelen worden gerealiseerd bij afstoting. Winsten of verliezen die voortkomen uit de buitengebruikstelling of de afstoting van een vastgoedbelegging, worden opgenomen in de winst- en verliesrekening in het jaar waarin dit plaatsvindt.
VASTGOEDCERTIFICATEN
De waardering van de vastgoedcertificaten hangt af van het feit of er al dan niet een aanmerkelijk belang is in de uitgegeven certificaten:
A. Bezit van geen aanmerkelijk belang in de uitgegeven certificaten (zijnde minder dan 50%)
Indien de houder van de certificaten geen aanmerkelijk belang (minder dan 50%) bezit van een vastgoedcertificaat, worden de certificaten op afsluitdatum geboekt aan de gewogen gemiddelde beurskoers van de laatste 30 dagen, onder de rubriek Financiële Vaste Activa.
Bij niet notering, of wanneer de beurskoers van deze vastgoedcertificaten zoals die blijkt uit de koerstabellen, niet als een betrouwbare referentie kan beschouwd worden, gezien de beperkte liquiditeit van dit vastgoedcertificaat, worden de certificaten op afsluitdatum geboekt onder de rubriek Financiële Vaste Activa, aan de historische uitgifteprijs, verminderd met eventuele terugbetalingen.
B. Bezit van een aanmerkelijk belang (meer dan 50%) in de uitgegeven certificaten
Bij niet notering, of wanneer de beurskoers van deze vastgoedcertificaten zoals die blijkt uit de koerstabellen, niet als een betrouwbare referentie kan beschouwd worden, gezien de beperkte liquiditeit van dit vastgoedcertificaat, wenst Nextensa NV bij elke afsluiting van haar rekeningen de waarde van haar certificaten te herwaarderen in functie van:
- a) de reële waarde van de onroerende goederen waarvan de emittent eigenaar is, en dit naar analogie met de waardering van haar eigen vastgoed; dit gebeurt op basis van een periodieke schatting door haar vastgoeddeskundige. Indien één of meerdere gebouwen door de emittent van het vastgoedcertificaat verkocht worden, zal tot op het ogenblik van de uitkering van de verkoopopbrengst, de verkoopprijs als waardering weerhouden worden;
- b) de contractuele rechten van de houder van het vastgoedcertificaat volgens het prospectus dat uitgegeven werd bij de emissie van het vastgoed-certificaat. Alhoewel Nextensa NV juridisch gezien geen eigenaar is van dit vastgoed, beschouwt zij zich als de economische begunstigde, en dit pro rata haar contractuele rechten als eigenaar van vastgoedcertificaten.
Rekening houdend met deze overwegingen worden de certificaten geboekt onder de vastgoedbeleggingen aan hun aanschaffingswaarde, met inbegrip van de bijkomende kosten. Winsten of verliezen die voortvloeien uit de variatie in de reële waarde van een vastgoedbelegging worden opgenomen in de winst- en verliesrekening in de periode waarin ze ontstaan en worden bij de winstverdeling toegewezen aan de onbeschikbare reserves.
De verwerking van de coupon wordt eveneens ingegeven door het feit of er al dan niet een aanmerkelijk belang is in de uitgegeven certificaten:
A. Bezit van geen aanmerkelijk belang in de uitgegeven certificaten (zijnde minder dan 50%)
De ontvangen vergoeding omvat een deel kapitaalaflossing en een deel rente vergoeding; deze laatste wordt voorgesteld onder het financieel resultaat op het ogenblik waarop er zekerheid bestaat dat er een vergoeding wordt uitgekeerd, en dat deze bijgevolg opeisbaar is.
B. Bezit van een aanmerkelijk belang (meer dan 50%) in de uitgegeven certificaten
Als houder van de vastgoedcertificaten heeft Nextensa NV, pro rata van de vastgoedcertificaten in haar bezit, een contractueel recht op een gedeelte van het exploitatiesaldo dat de emittent realiseert door de ontvangst van de huren en de betaling van de werkings- en onderhoudskosten.
Vermits de volledige waardevermindering of waarde-verhoging verwerkt wordt via de herschatting van de waarde van het vastgoedcertificaat, dient er geen gedeelte van de coupon m.b.t. het exploitatiesaldo beschouwd te worden als een vergoeding voor de waardevermindering van de gebouwen van de emittent.
Bijgevolg wordt de volledige coupon (pro rata) behandeld als netto huurinkomsten, en als bedrijfsopbrengst verwerkt in de omzet. Wanneer een bepaald pand uit de portefeuille van de emittent verkocht wordt, wordt dit als volgt verwerkt:
• de netto-opbrengst, na afhouding van de eventueel verschuldigde roerende voorheffing, wordt slechts als gerealiseerde meerwaarde geboekt bij Nextensa NV ten belope van het verschil tussen de boekwaarde van het vastgoedcertificaat op afsluitdatum vermeerderd met de netto liquidatiecoupon en de boekwaarde op de vorige afsluitdatum.
UITGEVOERDE WERKEN IN DE GEBOUWEN
De werken aan gebouwen in exploitatie, die ten laste zijn van de eigenaar, worden boekhoudkundig, naargelang hun aard, op twee verschillende manieren behandeld:
- De uitgaven betreffende onderhouds- en herstellingswerken die geen bijkomende functies toevoegen, noch het comfortniveau van het gebouw verhogen, worden als kosten uit de gewone bedrijfsoefening van het boekjaar geboekt, en komen dus in mindering van het operationele resultaat.
- Daarentegen worden de lasten verbonden aan renovatiewerken en verbouwingen aan gebouwen in exploitatie die wel een functie aan het gebouw toevoegen of die het comfortniveau beduidend verhogen zodat ze een verhoging van de huurprijs en bijgevolg van de geschatte huurwaarde mogelijk maken, geactiveerd en bijgevolg opgenomen in de boekwaarde van het betrokken actief in zoverre de onafhankelijke schatter een dienovereenkomstige stijging van de waarde van het gebouw erkent.
Betreffende de herontwikkelingen van beleggingsvastgoed worden alle kosten die rechtstreeks verband houden met de ontwikkeling van het gebouw, inclusief de bijkomende kosten zoals registratierechten en niet aftrekbare BTW, geactiveerd.
Interesten op leningen die werden aangegaan ter financiering van het project worden geactiveerd voor zover ze betrekking hebben op de periode die de gebruiksklaarheid van het materieel vast actief voorafgaat.
G. VOORRADEN
Terreinen en gebouwen verworven en aangehouden voor toekomstige ontwikkeling, evenals ontwikkelingsprojecten in uitvoering (andere dan Vastgoedbeleggingen) worden geclassificeerd als Voorraden. De voorraden bestaan hoofdzakelijk uit residentieel vastgoed.
De voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of, indien lager, tegen netto-opbrengstwaarde op de datum van financiële verslaggeving.
De kosten van ontwikkelingsprojecten in uitvoering omvatten het architectonisch ontwerp, ingenieursstudies, grondstoffen, andere productiematerialen, directe loonkosten, andere directe en externe financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving of bouw van de in aanmerking komende voorraden.
De netto realiseerbare waarde is de geschatte verkoopprijs in het kader van de normale bedrijfsvoering, verminderd met de geschatte kosten van voltooiing en de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren. Een waardevermindering is nodig wanneer de opbrengstwaarde op de verslagdatum lager is dan de boekwaarde. De Groep evalueert regelmatig de netto realiseerbare waarde van zijn voorraden.
H. ACTIVA BESTEMD VOOR VERKOOP
De activa bestemd voor verkoop (vastgoedbeleggingen) worden in de balans afzonderlijk voorgesteld aan een waarde die overeenstemt met de reële waarde.
IFRS 5 – Vaste activa aangehouden voor verkoop is enkel van toepassing voor de presentatie van vastgoed aangehouden voor verkoop. IAS 40 blijft van toepassing voor de waardering zoals voor de andere vastgoedbeleggingen (aan reële waarde).
Activa en groepen activa die worden afgestoten, worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. Deze voorwaarde wordt alleen geacht te zijn vervuld als het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) in zijn huidige staat onmiddellijk beschikbaar is voor verkoop onder voorwaarden die gebruikelijk zijn voor de verkoop van dergelijke activa (of groepen activa die worden afgestoten) en als de verkoop zeer waarschijnlijk is. Het management moet zich verbonden hebben tot de verkoop, die naar verwachting in aanmerking komt voor opname als een voltooide verkoop binnen één jaar na de datum van classificatie.
Wanneer de Groep zich heeft verbonden tot een plan tot verkoop waarbij de zeggenschap over een dochteronderneming ten einde komt, worden alle activa en verplichtingen van die dochteronderneming geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer aan de hierboven beschreven criteria is voldaan, ongeacht of de Groep na de verkoop een minderheidsbelang in haar voormalige dochteronderneming zal behouden. Wanneer de Groep zich heeft verbonden tot een verkoopplan dat de verkoop van een deelneming, of een deel van een deelneming, in een geassocieerde deelneming of joint venture inhoudt, wordt de deelneming, of het deel van de deelneming dat zal worden verkocht, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer aan de hierboven beschreven criteria is voldaan, en staakt de Groep de toepassing van de vermogensmutatiemethode met betrekking tot het deel dat geclassificeerd is als aangehouden voor verkoop. Elk aangehouden deel van een investering in een geassocieerde deelneming of een joint venture dat niet is geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, blijft administratief worden verwerkt volgens de "equity"-methode. De Groep past de vermogensmutatiemethode

niet langer toe op het moment van verkoop wanneer de verkoop tot gevolg heeft dat de Groep de significante invloed verliest op de geassocieerde deelneming of joint venture.
Na de verkoop verwerkt de Groep elk behouden belang in de geassocieerde deelneming of joint venture in overeenstemming met IFRS 9, tenzij het behouden belang een geassocieerde deelneming of een joint venture blijft, in welk geval de Groep de vermogensmutatiemethode toepast (zie de grondslagen voor financiële verslaggeving betreffende investeringen in geassocieerde deelnemingen of joint ventures hierboven).
Vaste activa (en groepen activa die worden verkocht), geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde minus de verkoopkosten.
I. BIJZONDERE WAARDE-VERMINDERINGEN VAN VASTE ACTIVA (EXC. VASTGOEDBELEGGINGEN)
Nextensa NV beoordeelt per verslagdatum of er aanwijzingen zijn dat een actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn; indien een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt een inschatting gemaakt van de realiseerbare waarde van het actief.
Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde wordt er een bijzondere waardevermindering geboekt om de boekwaarde van het actief terug te brengen tot de realiseerbare waarde.
De realiseerbare waarde van een actief wordt gedefinieerd als de hoogste waarde van de reële waarde min verkoopkosten (uitgaande van een niet gedwongen verkoop) of de gebruikswaarde (op basis van de actuele waarde van de geschatte toekomstige cash flows); de daaruit voortvloeiende bijzondere waardeverminderingen worden ten laste van de resultatenrekening geboekt.
De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen. Om de bedrijfswaarde te bepalen worden de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente, als de specifieke risico's met betrekking tot het actief weergeeft.
Voor activa die zelf geen kasstromen genereren wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe die activa behoren.
Eerder geboekte bijzondere waardeverminderingen, behoudens op goodwill en voor verkoop beschikbare aandelen, worden via de resultatenrekening terug-genomen indien er een wijziging is opgetreden in de schatting die wordt gebruikt voor de bepaling van de realiseerbare waarde van het actief sinds de opname van het laatste bijzondere waardeverminderingsverlies. Eerder geboekte waardeverminderingen op goodwill kunnen niet teruggenomen worden; eerder geboekte waardevermindering op voor verkoop beschikbare aandelen kunnen, afhankelijk van het soort instrument, worden teruggenomen via het eigen vermogen of resultatenrekening.
J. FINANCIËLE ACTIVA EN PASSIVA
FINANCIËLE ACTIVA EN PASSIVA GEWAARDEERD AAN REËLE WAARDE MET VERWERKING VAN DE WAARDEVERANDERINGEN IN DE WINST- EN VERLIESREKENING
Transactiekosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de verwerving of uitgifte van financiële activa en financiële verplichtingen (anders dan financiële activa en financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening) worden bij eerste opname opgeteld bij of afgetrokken van de reële waarde van de financiële activa of financiële verplichtingen, al naargelang het geval. Transactiekosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de verwerving van financiële activa of financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. De reële waarde schommelingen van de financiële activa en passiva gewaardeerd aan reële waarde via resultaat, worden in de resultatenrekening verwerkt, tenzij ze werden onderbouwd door een 'hedge accounting' documentatie (zie L).
VOOR VERKOOP BESCHIKBARE FINANCIËLE ACTIVA
Voor verkoop beschikbare aandelen en effecten worden gewaardeerd aan reële waarde. De reële waarde schommelingen worden in het eigen vermogen verwerkt, tot bij de verkoop of bijzondere waardevermindering, waarbij de gecumuleerde herwaardering in de resultatenrekening wordt opgenomen.
Wanneer een daling van de reële waarde van een voor verkoop beschikbaar financieel actief in het eigen vermogen wordt erkend, en er een objectieve duiding van een bijzondere waardevermindering aanwezig is, dan worden de cumulatieve verliezen die voorheen rechtstreeks in het eigen vermogen werden gerapporteerd, in de resultatenrekening verwerkt.
FINANCIËLE ACTIVA AANGEHOUDEN TOT EINDE LOOPTIJD
Financiële activa aangehouden tot einde looptijd worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs.
RENTEDRAGENDE SCHULDEN EN VORDERINGEN
Rentedragende schulden worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieve rentemethode waarbij het verschil tussen de aanschaffingsprijs en de terugbetalingswaarde pro rata temporis in de resultatenrekening wordt opgenomen op basis van de effectieve rentevoet.
Langlopende vorderingen worden gewaardeerd op basis van hun verdisconteerde waarde volgens de geldende marktrentevoet op het tijdstip van hun uitgifte.
HANDELSSCHULDEN EN -VORDERINGEN / OVERIGE SCHULDEN EN -VORDERINGEN
Deze rekeningen worden gewaardeerd aan nominale waarde, verminderd met eventuele waardeverminderingen voor oninbare vorderingen.
KAS EN KASEQUIVALENTEN
Kas en kasequivalenten, bestaande uit contanten en kortlopende beleggingen (< 3 maanden), worden in de balans opgenomen tegen nominale waarde.
K. AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN
Nextensa NV maakt gebruik van financiële instrumenten voor het beheer van het rente- en wisselrisico dat voortvloeit uit de operationele, financiële en investeringsactiviteiten.
Afgeleide financiële instrumenten worden initieel aan hun kostprijs erkend en worden geherwaardeerd aan hun reële waarde op de daaropvolgende rapporteringsdatum.
Veranderingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die formeel niet toegewezen zijn als indekkingsinstrument of die niet in aanmerking komen voor hedge accounting of die reële waarde afdekkingen zijn, worden opgenomen in de resultatenrekening.
IFRS 13 vermeldt een element in de waardering, namelijk de verplichting om het eigen kredietrisico én dat van de tegenpartij te verwerken in de berekening. De correctie op de fair value als gevolg van het toepassen van kredietrisico op de tegenpartij wordt Credit Valuation Adjustment (CVA) genoemd. Het kwantificeren van het eigen kredietrisico wordt Debit Valuation Adjustment of DVA genoemd.
KASSTROOM-INDEKKINGEN (CASH-FLOW HEDGE)
Het effectieve deel van de winsten of verliezen uit de reële waardeveranderingen van afgeleide financiële instrumenten (payer interest rate swaps) die als indekkingsinstrument specifiek toegewezen werden ter indekking van de variabiliteit van de kasstromen van een in de balans opgenomen actief of verplichting of een verwachte transactie, wordt opgenomen in het eigen vermogen. Het niet-effectieve deel wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen.
De reële waarde van de 'swap'-rentevoeten is de geschatte waarde die de vennootschap zou ontvangen of betalen bij uitoefening van de swap op de balansdatum, rekening houdend met de actuele rentevoeten en de verwachte rentevoeten en de solvabiliteit van de tegenpartij van de swap.
Op het moment dat de verwachte transactie wordt verricht, wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies op het indekkingsinstrument uit het eigen vermogen overgebracht naar de resultatenrekening.
Cumulatieve winsten of verliezen met betrekking tot reeds afgelopen financiële instrumenten, blijven verwerkt als onderdeel van het eigen vermogen, zolang het waarschijnlijk is dat de ingedekte relatie zich zal voordoen. Dergelijke transacties worden verwerkt zoals beschreven in de voorgaande alinea. Indien de ingedekte transactie niet langer waarschijnlijk blijkt, worden alle gecumuleerde niet-gerealiseerde winsten of verliezen op dat moment overgedragen van het eigen vermogen naar de resultatenrekening.
REËLE WAARDE-AFDEKKING
Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de winst- en-verliesrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de winst-enverliesrekening. De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met het afgedekte risico, is de boekwaarde op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum.
L. KAPITAAL EN RESERVES
AANDELEN
De kosten die verband houden met een kapitaaltransactie, of met de uitgifte van nieuwe aandelen, worden in mindering van het kapitaal gebracht.
INKOOP EIGEN AANDELEN
Ingekochte eigen aandelen worden aan aanschaffingsprijs in mindering van het eigen vermogen geboekt. Een latere verkoop of vernietiging geeft geen aanleiding tot een resultaatsimpact; winsten en verliezen met betrekking tot eigen aandelen worden rechtstreeks in het eigen vermogen geboekt.
DIVIDENDEN
Dividenden worden erkend als schuld wanneer ze goedgekeurd werden door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
M. VOORZIENINGEN
Indien Nextensa NV of een dochteronderneming een (wettelijke of indirecte) verplichting heeft ten gevolge van een gebeurtenis uit het verleden en indien het waarschijnlijk is dat de afwikkeling van deze verplichting zal gepaard gaan met een uitgave en dat het bedrag van deze verplichting tevens op betrouwbare wijze kan bepaald worden, dan wordt er op balansdatum een voorziening aangelegd.
Indien het verschil tussen de nominale en verdisconteerde waarde materieel is, dan wordt er een voorziening geboekt ten belope van de verdisconteerde waarde van de geschatte uitgaven op basis van een disconteringsvoet, waarbij rekening wordt gehouden met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van het geld en de risico's die inherent zijn aan de verplichting.
Indien Nextensa NV verwacht dat (een deel van) de voorziening wordt vergoed, bijvoorbeeld op basis van een verzekeringscontract, dan wordt de vergoeding alleen opgenomen als een afzonderlijk actief indien het vrijwel zeker is dat de vergoeding wordt uitbetaald.
De last die met een voorziening samenhangt wordt opgenomen in de resultatenrekening na aftrek van een eventuele vergoeding.
N. BELASTINGEN
VENNOOTSCHAPSBELASTING
De belastingen op het resultaat van het boekjaar omvatten de verschuldigde en verrekenbare belastingen en de uitgestelde belastingen. Beide belastingen worden in de resultatenrekening geboekt en in de balans onder de verplichtingen, behalve wanneer het bestanddelen betreft die deel uitmaken van het eigen vermogen en bijgevolg toegewezen dienen te worden aan het eigen vermogen. Het belastingbedrag voor de verschuldigde belastingen wordt berekend op basis van de bij wet vastgestelde belastingtarieven en de geldende belastingwetgeving.
Uitgestelde belastingen worden berekend volgens de balansmethode, toegepast op tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van de in de balans opgenomen activa en passiva en hun fiscale waarde. Uitgestelde belastingen worden verwerkt op basis van de verwachte belastingtarieven.
Uitgestelde belastingverplichtingen worden erkend voor alle belastbare tijdelijke verschillen:
- behalve wanneer de uitgestelde belastingverplichting voortvloeit uit de oorspronkelijke erkenning van goodwill of de initiële boeking van activa en passiva in een transactie die geen bedrijfscombinatie is en die op het moment van de transactie geen invloed had op de boekhoudkundige of belastbare winst;
- behalve met betrekking tot investeringen in dochterondernemingen, gemeenschappelijke en geassocieerde ondernemingen, waar de Groep in staat is om de datum waarop het tijdelijk verschil zal weggewerkt worden te controleren en de Groep niet verwacht dat het tijdelijk verschil in de voorzienbare toekomst zal weggewerkt worden.
Uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt voor de aftrekbare tijdelijke verschillen en op overgedragen recupereerbare belastingkredieten en fiscale verliezen, in de mate dat het waarschijnlijk is dat er in de nabije toekomst belastbare winsten zijn om van het belastingvoordeel te kunnen genieten. De boekwaarde van de uitgestelde belastingvorderingen wordt op elke balansdatum nagezien en verminderd in de mate dat het niet langer waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn om alle of een gedeelte van de uitgestelde belastingen te kunnen verrekenen. Uitgestelde belastingverplichtingen en
-vorderingen worden bepaald op basis van aanslagvoeten die verwacht worden van toepassing te zullen zijn in de jaren dat deze tijdelijke verschillen zullen gerealiseerd of afgerekend worden, gebaseerd op belastingpercentages die bekrachtigd of bevestigd zijn op de balansdatum.
O. BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN
De activa, passiva en nettoresultaten van beëindigde bedrijfsactiviteiten worden afzonderlijk in één rubriek gerapporteerd in de geconsolideerde balans en resultatenrekening; dezelfde rapportering geldt voor activa en passiva bestemd voor verkoop.
P. GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM
Er kunnen zich na balansdatum gebeurtenissen voordoen die bijkomende informatie geven over de financiële situatie van de onderneming op balansdatum (adjusting events). Deze informatie laat toe om schattingen te verbeteren en om een betere weerspiegeling te geven van de werkelijke toestand op balansdatum. Deze gebeurtenissen vereisen een aanpassing van de balans en van het resultaat. Andere gebeurtenissen na balansdatum worden in de toelichting vermeld indien ze een belangrijke impact kunnen hebben.
Q. WINST PER AANDEEL
De Groep berekent zowel de basis als de verwaterde winst per aandeel in overeenstemming met IAS 33. De basiswinst per aandeel wordt berekend op basis van het gewogen gemiddelde van het aantal uitstaande aandelen tijdens de periode. Voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel wordt de winst of het verlies dat kan worden toegerekend aan de houders van gewone aandelen en het gewogen gemiddeld van het aantal uitstaande aandelen gecorrigeerd voor de effecten van alle potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden.
R. OPBRENGSTEN
De Groep erkent opbrengsten uit de volgende belangrijke bronnen:
- Opbrengsten uit het bruto huurinkomen
- Opbrengsten uit vastgoeddiensten
- Opbrengsten uit de verkoop van grond
- Opbrengsten uit ontwikkeling
- Opbrengsten uit managementvergoedingen
Opbrengsten worden gewaardeerd op basis van de vergoeding die is gespecificeerd in een contract met een klant en omvatten geen bedragen die voor rekening van derden zijn geïnd. De Groep neemt opbrengsten op wanneer zij de zeggenschap over een product of een dienst overdraagt aan een klant.
Opbrengsten worden erkend wanneer (of naarmate) de entiteit een prestatieverplichting vervult door de beloofde goederen of diensten aan de klant over te dragen, het welke voor vastgoeddiensten gebeurd over tijd.
OPBRENGSTEN UIT HET BRUTO HUURINKOMEN
De huuropbrengsten omvatten het bruto huurinkomen. Kosten van gratuïteiten en voordelen verleend aan de huurders worden erkend in mindering van de huurinkomsten (via de rubriek 'huurkortingen') over de looptijd van het huurcontract, die gedefinieerd wordt als de periode tussen de inwerkingtreding en de eerste opzeggingsmogelijkheid.
OPBRENGSTEN VAN DE VASTGOEDDIENSTEN
De Groep verleent vastgoeddiensten aan derden. Opbrengsten worden verantwoord naarmate de diensten worden verleend. De transactieprijs is een vaste vergoeding per jaar.
OPBRENGSTEN UIT DE VERKOOP VAN TERREINEN
De Groep verkoopt percelen en de opbrengsten worden opgenomen wanneer de controle over het terrein is overgedragen, d.w.z. op het moment dat de notariële akte is ondertekend. De betaling van de transactie is onmiddellijk opeisbaar bij de ondertekening van de akte.
OPBRENGSTEN UIT ONTWIKKELING
De Groep bouwt en verkoopt woningen op basis van langetermijncontracten met klanten tegen een vaste prijs. Dergelijke contracten worden aangegaan in het vroege stadium van de bouw van de woningen. Volgens de bepalingen van de contracten is het de Groep contractueel verboden de eigendommen door te geven aan een andere klant en heeft de Groep een afdwingbaar recht op betaling voor het verrichte werk. Opbrengsten uit de bouw van woningen worden derhalve in de tijd opgenomen volgens de kostprijsmethode, d.w.z. op basis van de verhouding van de gemaakte contractkosten voor de tot op heden verrichte prestaties ten opzichte van de geraamde totale contractkosten. De Groep is van mening dat deze inputmethode een gepaste maatstaf is voor de vooruitgang naar de volledige nakoming van deze prestatieverplichtingen onder IFRS 15.
De Groep wordt gerechtigd om klanten te factureren voor de bouw van residentiële gebouwen op basis van het bereiken van een reeks prestatiegerelateerde mijlpalen. Wanneer een bepaalde mijlpaal is bereikt, wordt de klant een factuur gestuurd voor de mijlpaalbetaling, gebaseerd op een relevante werkstaat opgesteld door een derde partij. De Groep zal eerder een actief uit hoofde van onderhanden projecten hebben opgenomen voor alle verrichte werkzaamheden. Elk bedrag dat voorheen werd opgenomen als activa uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden wordt geherclassificeerd naar handelsvorderingen op het moment dat het aan de klant wordt gefactureerd. Indien de mijlpaalbetaling hoger is dan de tot dan toe volgens de kostprijsmethode opgenomen opbrengsten, dan neemt de Groep voor het verschil een contractuele verplichting op. Dit wordt niet beschouwd als een belangrijke financieringscomponent in bouwcontracten met klanten aangezien de periode tussen de erkenning van de opbrengsten volgens de kostprijs- methode en de mijlpaalbetaling altijd minder dan één jaar bedraagt.
OPBRENGSTEN UIT MANAGEMENTVERGOEDINGEN
De Groep verleent beheersdiensten aan haar geassocieerde deelnemingen en joint ventures. Opbrengsten worden in de tijd opgenomen naarmate de diensten worden verleend. De transactieprijs is een vaste vergoeding per jaar.
S. FINANCIEEL RESULTAAT
FINANCIËLE INKOMSTEN
Financiële inkomsten omvatten te ontvangen rente op beleggingen, dividenden, wisselkoersopbrengsten en opbrengsten met betrekking tot afdekkingsinstrumenten die opgenomen worden in de winst-en-verliesrekening (exclusief de reële waarde aanpassingen).
Intresten en dividenden die hun oorsprong vinden in het gebruik dat derden maken van de middelen van de onderneming, worden slechts opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen verbonden aan de transactie zullen terugvloeien naar de onderneming en wanneer de opbrengsten betrouwbaar kunnen worden geschat.
Renteopbrengsten worden opgenomen wanneer ze zijn geïnd (rekening houdend met de verstreken tijd en met het effectieve rendement van het actief), tenzij er twijfel bestaat over de inning.
Dividenden worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen op de datum van betaling of toekenning.
NETTO FINANCIERINGSKOSTEN
Volgens de effectieve rente-methode, alsook de netto verschuldigde interest op indekkingsproducten die worden geboekt in de resultatenrekening (exclusief de reële waarde aanpassingen). Rente-inkomsten worden pro rata temporis opgenomen in de resultatenrekening, rekening houdend met het effectieve rendement van het actief.
Financieringskosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de verwerving, bouw of productie van in aanmerking komende activa, dat wil zeggen activa die noodzakelijkerwijs pas na een aanzienlijke tijdsperiode klaar zijn voor hun beoogde gebruik of verkoop, worden bij de kosten van die activa opgeteld, tot het tijdstip waarop de activa in wezen klaar zijn voor hun beoogde gebruik of verkoop.
Beleggingsinkomsten uit de tijdelijke belegging van specifieke leningen in afwachting van hun besteding aan in aanmerking komende activa, worden in mindering gebracht op de financieringskosten die voor activering in aanmerking komen.
Alle andere financieringskosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen in de periode waarin zij worden gemaakt.
ANDERE FINANCIËLE KOSTEN
De andere financiële kosten omvatten voornamelijk de verschuldigde reserveringsvergoedingen op niet opgenomen geconfirmeerde kredietlijnen.
T. SEGMENT-RAPPORTERING
De gesegmenteerde informatie is voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten en de informatie die intern gebruikt wordt om beslissingen te nemen. De "chief operating decision makers" (hooggeplaatste functionarissen) zijn de leden van het executief comité van de vennootschap. De operationele segmenten zijn als zodanig bepaald dat zij op langere termijn blijk gegeven wordt van soortgelijke financiële prestaties en die vergelijkbare economische kenmerken vertonen op basis van de geschatte huurwaarde, het investeringspotentieel en de restwaarde.
De gesegmenteerde informatie omvat de resultaten, activa en passiva die ofwel rechtstreeks, ofwel op een redelijke basis aan een bepaald segment kunnen worden toegewezen.
Nextensa NV is uit drie operationele segmenten samengesteld, namelijk investering, ontwikkeling en corporate. Die segmenten zijn in subsegmenten verdeeld, namelijk België, het Groothertogdom Luxemburg en Oostenrijk voor het investering segment, en België, Luxemburg en andere voor het ontwikkeling segment.
De categorie "corporate" omvat alle niet-toegewezen vaste kosten die op groepsniveau worden gedragen, alsook de financieringskosten. Met het oog op een maximale transparantie worden de Oostenrijkse resultaten afzonderlijk gerapporteerd in de hierna vermelde gesegmenteerde informatie.
U. LEASING
DE GROEP ALS LEASINGGEVER
De Groep gaat lease-overeenkomsten aan als leasinggever met betrekking tot sommige van haar vastgoedbeleggingen. Leases waarvoor de Groep optreedt als verhuurder worden geklasseerd als financiële of operationele leases. Wanneer de bepalingen van de leaseovereenkomst nagenoeg alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen overdragen aan de lessee, wordt de overeenkomst geclassificeerd als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten worden geclassificeerd als operationele leases.
Door lessees verschuldigde bedragen uit hoofde van financiële leases worden opgenomen als vorderingen tegen het bedrag van de netto-investering van de Groep in de leases. De inkomsten uit financiële leases worden zodanig aan de boekhoudperioden toegerekend dat zij een constante periodieke rentevoet weerspiegelen op de netto-investering van de Groep in de uitstaande leases.
Wanneer een contract zowel lease- als niet- leasecomponenten bevat, past de Groep IFRS 15 toe om de vergoeding uit hoofde van het contract toe te rekenen aan elke component.
DE GROEP ALS LESSEE
De Groep beoordeelt of een contract een leaseovereenkomst is of bevat, bij het aangaan van het contract. De Groep neemt een actief op betreffende het gebruiksrecht en een overeenkomstige leaseverplichting met betrekking tot alle leaseovereenkomsten waarbij zij de lessee is, behalve voor kortetermijnleases (gedefinieerd als leases met een leaseperiode van 12 maanden of minder) en leases van activa met een lage waarde. Voor deze leases neemt de Groep de leasebetalingen op als bedrijfskosten op lineaire basis over de leaseperiode, tenzij een andere systematische wijze van toerekening meer representatief is voor het tijdspatroon waarin de economische voordelen uit de geleasde activa worden verbruikt.
De leaseverplichting wordt aanvankelijk gewaardeerd tegen de contante waarde van de leasebetalingen die op de aanvangsdatum niet zijn betaald, verdisconteerd tegen de impliciete rentevoet van de lease-overeenkomst. Indien deze rentevoet niet gemakkelijk kan worden bepaald, gebruikt de Groep haar marginale rentevoet voor leningen.
De leaseverplichting wordt als een afzonderlijke regel in de geconsolideerde balans opgenomen. De leaseverplichting wordt vervolgens gewaardeerd door de boekwaarde te verhogen om de rente op de leaseverplichting weer te geven (volgens de effectieve-rentemethode) en door de boekwaarde te verlagen om de gedane leasebetalingen weer te geven.
De activa van het gebruiksrecht omvatten de initiële waardering van de overeenkomstige leaseverplichting, de leasebetalingen die op of vóór de aanvangsdatum zijn gedaan, verminderd met eventuele ontvangen leasebonussen en eventuele initiële directe kosten. Vervolgens worden zij gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen. Activa waarop een gebruiksrecht rust, worden afgeschreven over de kortste periode van de leaseperiode en de gebruiksduur van het onderliggende actief. De afschrijving begint op de aanvangsdatum van de lease.
V. CONTRACTKOSTEN
Bijkomende kosten die worden gemaakt als gevolg van het verkrijgen van een contract worden gekapitaliseerd, indien wordt verwacht dat deze kosten zullen worden terugverdiend. Kosten die worden gemaakt ongeacht of het contract wordt verkregen, worden als kosten opgenomen wanneer zij worden gemaakt, tenzij zij voldoen aan de criteria om te worden geactiveerd als uitvoeringskosten.
Indien de kosten die worden gemaakt voor de nakoming van een contract met een klant niet binnen het toepassingsgebied van een andere standaard vallen, dient de Groep een actief op te nemen uit de kosten die worden gemaakt voor de nakoming van een contract alleen als deze kosten voldoen aan alle onderstaande criteria:
- de kosten houden rechtstreeks verband met een contract of met een verwacht contract dat de entiteit specifiek kan identificeren;
- de kosten genereren of verhogen middelen van de entiteit die gebruikt zullen worden om in de toekomst prestatieverplichtingen na te komen (of te blijven nakomen); en
- de kosten naar verwachting zullen worden goedgemaakt.
KRITISCHE GRONDSLAGEN EN SCHATTINGSONZEKERHEDEN IN DE JAARREKENING
Bij het opstellen van de jaarrekening en de waardering van bepaalde posten in de jaarrekening maakt de groep gebruik van aannames, veronderstellingen en schattingen. Deze zijn in belangrijke mate gebaseerd op ervaringen uit het verleden en op een zo betrouwbaar mogelijke schatting door het management van de specifieke omstandigheden die – naar de mening van het management – gegeven de situatie van toepassing zijn.
De voornaamste schattingen voor de groep zijn de volgende:
- de waardering van de vastgoedbeleggingen (bijlage 15) en
- de waardering van de ontwikkelingsprojecten (bijlage 23).


3.1 SEGMENTINFORMATIE - GEOGRAFISCH
3.1.1 Geconsolideerde staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
| (IN 1.000 €) | BELGIË | LUXEMBURG | OOSTENRIJK | CORPORATE | TOTAAL | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | |
| Netto huuropbrengsten vastgoedbeleggingen | 27.669 | 30.498 | 16.858 | 29.929 | 12.190 | 11.752 | 56.717 | 72.179 | ||
| Vastgoedkosten | -7.031 | -6.196 | -2.320 | -4.525 | -1.403 | -999 | -10.753 | -11.720 | ||
| Resultaat verkoop vastgoedbeleggingen | 0 | 1.917 | 1.835 | 1.583 | 1.835 | 3.500 | ||||
| Variaties in reële waarde vastgoedbeleggingen | 3.622 | -11.851 | -9.367 | -35.251 | -2.891 | -3.684 | -8.635 | -50.786 | ||
| Overige kosten/opbrengsten vastgoedportefeuille | 71 | 507 | -14 | -26 | 142 | -114 | 200 | 367 | ||
| OPERATIONEEL RESULTAAT VAN VASTGOEDBELEGGINGEN | 24.331 | 14.876 | 6.993 | -8.291 | 8.038 | 6.955 | 39.362 | 13.540 | ||
| Operationeel resultaat ontwikkelingsprojecten | 9.208 | 10.212 | -0 | 93 | 9.208 | 10.305 | ||||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde vennootschappen enjoint ventures | -1.200 | -190 | 8.524 | 4.555 | 7.324 | 4.364 | ||||
| OPERATIONEEL RESULTAAT VAN ONTWIKKELINGSPROJECTEN | 8.008 | 10.021 | 8.524 | 4.648 | 16.532 | 14.669 | ||||
| (-) Algemene kosten van de vennootschap | -10.243 | -10.525 | -851 | -526 | -414 | -365 | -11.508 | -11.416 | ||
| (+/-) Andere operationele kosten en opbrengsten | -439 | 2.441 | 564 | -2.858 | -1.406 | -844 | -1.281 | -1.261 | ||
| OPERATIONEEL RESULTAAT | 21.657 | 16.813 | 15.230 | -7.026 | 6.219 | 5.746 | 43.105 | 15.532 | ||
| (+) Financiële inkomsten | 17.709 | 14.021 | 17.709 | 14.021 | ||||||
| (-) Financiële kosten | -17.506 | -27.687 | -17.506 | -27.687 | ||||||
| (-) Andere financiële kosten | -1.817 | -857 | -1.817 | -857 | ||||||
| (+/-) Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva | 7.952 | -12.524 | 7.952 | -12.524 | ||||||
| FINANCIEEL RESULTAAT | 6.338 | -27.047 | 6.338 | -27.047 | ||||||
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN | 21.657 | 16.813 | 15.230 | -7.026 | 6.219 | 5.746 | 6.338 | -27.047 | 49.443 | -11.515 |
| (+/-) Latente belastingen | -5.735 | 11.751 | -5.735 | 11.751 | ||||||
| (+/-) Vennootschapsbelasting | -10.838 | -11.381 | -10.838 | -11.381 | ||||||
| BELASTINGEN | -16.573 | 371 | -16.573 | 371 | ||||||
| NETTO RESULTAAT | 21.657 | 16.813 | 15.230 | -7.026 | 6.219 | 5.746 | -10.235 | -26.676 | 32.870 | -11.144 |
| Minderheidsbelangen | -375 | -317 | ||||||||
| NETTO RESULTAAT (deel van de groep) | 33.244 | -10.827 |
3.1.2 Geconsolideerde balans (geografische segmentering)
| (IN 1.000 €) | BELGIË | LUXEMBURG | OOSTENRIJK | CORPORATE | TOTAAL | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | |
| ACTIVA | ||||||||||
| Immateriële vaste activa | 166 | 378 | 166 | 378 | ||||||
| Vastgoedbeleggingen (incl. herontwikkelingen vanbeleggingsvastgoed, excl. financiële leasing) | 580.303 | 513.097 | 327.378 | 347.886 | 150.300 | 188.342 | 1.057.981 | 1.049.325 | ||
| Deelneming Retail Estates | 0 | 80.133 | 0 | 80.133 | ||||||
| Deelnemingen in geassocieerde vennootschappen en joint ventures | -7.713 | -4.970 | 96.005 | 87.394 | 88.292 | 82.424 | ||||
| Activa bestemd voor verkoop | - | - | - | 165.750 | 35.450 | - | 35.450 | 165.750 | ||
| Voorraden | 161.893 | 108.924 | 0 | -23 | 161.893 | 108.901 | ||||
| Onderhanden werken in uitvoering | 19.781 | 60.891 | 0 | - | 19.781 | 60.891 | ||||
| Overige activa | 234.608 | 300.742 | -34.973 | -147.356 | -20.637 | -1.264 | 178.998 | 152.121 | ||
| ACTIVA PER SEGMENT | 988.872 | 1.058.818 | 388.410 | 453.650 | 165.113 | 187.077 | 166 | 378 | 1.542.561 | 1.699.924 |
| VERPLICHTINGEN | ||||||||||
| Langlopende financiële schulden | 367.719 | 433.310 | 367.719 | 433.310 | ||||||
| Kortlopende financiële schulden | 231.144 | 339.548 | 231.144 | 339.548 | ||||||
| Overige verplichtingen | 98.011 | 114.927 | 98.011 | 114.927 | ||||||
| VERPLICHTINGEN PER SEGMENTEIGEN VERMOGEN | 696.874 | 887.785 | 696.874845.687 | 887.785812.139 |
OVERIGE SEGMENTINFORMATIE - VASTGOEDBELEGGINGEN
De overige segmentinformatie bevat enkel informatie gerelateerd aan de vastgoedbeleggingen. Voor verdere informatie over de ontwikkelingsprojecten verwijzen we naar toelichting 8 'operationeel resultaat ontwikkelingsprojecten'. De vastgoedbeleggingen omvatten zowel het vastgoed beschikbaar voor verhuur, als de herontwikkelingen van beleggingsvastgoed.
| (€ 000s) | BELGIË | LUXEMBURG | OOSTENRIJK | TOTAAL | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | |
| VASTGOEDBELEGGINGEN | ||||||||
| investeringen | 64.836 | 9.538 | -1.522 | 2.124 | -2.591 | 1.100 | 64.323 | 12.762 |
| desinvesteringen | 0 | -39.958 | -19.595 | -32.067 | -19.595 | -72.025 | ||
| VORDERINGEN FINANCIËLE LEASING | ||||||||
| investeringen | 0 | 0 | ||||||
| desinvesteringen | 0 | 0 | ||||||
| ACTIVA BESTEMD VOOR VERKOOP | ||||||||
| investeringen | 35.450 | 35.450 | 0 | |||||
| desinvesteringen | -165.750 | 165.750 | -165.750 | 165.750 | ||||
| ANDERE MATERIËLE VASTE ACTIVA (ANDERE) | ||||||||
| investeringen | 468 | 268 | -239 | 70 | 972 | 137 | 1.201 | 474 |
| desinvesteringen | -117 | -186 | -263 | -381 | -186 | |||
| afschrijvingen | -962 | -800 | -20 | -101 | -155 | -135 | -1.137 | -1.035 |
| NETTO BOEKWAARDE EIND BOEKJAAR | 584.099 | 516.886 | 328.049 | 513.980 | 188.463 | 191.705 | 1.100.611 | 1.222.572 |
De investeringen en desinvesteringen in vastgoedbeleggingen, de activa bestemd voor verkoop en de andere materiële activa worden toegelicht in respectievelijk bijlage 15, 17 en 21.
3.1.3 Voornaamste kerncijfers
De reële waarde en de investeringswaarde van de vastgoedportefeuille omvatten zowel de gebouwen in exploitatie, zijnde de gebouwen beschikbaar voor verhuur en de vaste activa bestemd voor verkoop als de herontwikkeling van beleggingsvastgoed. Voor de berekening van de andere kerncijfers (het rendement, de totale verhuurbare oppervlakte en de gewogen gemiddelde looptijd) komen enkel de gebouwen in exploitatie in aanmerking, exclusief de herontwikkelingen van beleggingsvastgoed en de activa bestemd voor verkoop. De rendementen betreffen bruto rendementen.
| (€ 000s) | BELGIË | LUXEMBURG | OOSTENRIJK | TOTAAL | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | |
| Reële waarde van de vastgoedportefeuille (1) | 578.019 | 512.039 | 327.378 | 346.686 | 150.300 | 188.341 | 1.055.697 | 1.047.066 |
| Investeringswaarde van de vastgoedportefeuille | 585.706 | 524.960 | 337.658 | 355.380 | 154.058 | 193.050 | 1.077.421 | 1.073.391 |
| Bruto rendement (in reële waarde) van het segment | 5,10% | 5,56% | 6,25% | 7,30% | 6,38% | 6,29% | 5,64% | 6,27% |
| Bruto rendement (in investeringswaarde) van het segment | 4,93% | 5,42% | 6,17% | 7,13% | 6,23% | 6,14% | 5,50% | 6,11% |
| Totaal verhuurbare oppervlakte (m²) | 175.537 | 163.170 | 74.208 | 157.098 | 57.734 | 69.219 | 307.479 | 389.487 |
(1) De reële waarde van de investeringsportefeuille eind 2025 bestaat uit investeringsvastgoed (€ 1.057.981). De reële waarde van de investeringsportefeuille eind 2024 bestaat uit investeringsvastgoed (€ 1.049.325). De investeringsportefeuille onder leasingcontracten en enkele kleinere investeringsprojecten zijn niet opgenomen in de investeringsportefeuille per segment.
3.2 SEGMENTINFORMATIE - KERNCIJFERS PER TYPE GEBOUW - VASTGOEDBELEGGINGEN
| (€ 000s) | RETAIL | KANTOREN | ANDERE | TOTAAL | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | |
| Huurinkomsten (incl. vergoeding en leasing en excl. ontvangenverbrekingsvergoeding en incentives) | 20.466 | 35.716 | 32.580 | 30.960 | 3.671 | 5.504 | 56.717 | 72.179 |
| Reële waarde van de vastgoedportefeuille | 300.568 | 341.796 | 658.716 | 617.898 | 96.413 | 87.372 | 1.055.697 | 1.047.066 |
| Investeringswaarde van de vastgoedportefeuille | 310.586 | 350.349 | 668.897 | 631.879 | 97.938 | 91.163 | 1.077.421 | 1.073.391 |
| Huurrendement (o.b.v. reële waarde) van het segment | 6,01% | 5,94% | 5,80% | 5,80% | 7,63% | 7,00% | 6,05% | 5,99% |
| Huurrendement (o.b.v. investeringswaarde) van het segment | 5,81% | 5,92% | 5,62% | 5,94% | 7,51% | 6,71% | 5,87% | 5,76% |
| Gewogen gemiddelde looptijd tot eerste break (# jaren) | 6,41 | 4,28 | 6,65 | 5,04 | 5,26 | 0,71 | 6,44 | 4,34 |
De vastgoedbeleggingen omvatten zowel de gebouwen in exploitatie en vaste activa bestemd voor verkoop als de herontwikkelingen van vastgoedbeleggingen. Voor de berekening van het huurrendement komen enkel de gebouwen in exploitatie in aanmerking exclusief de activa bestemd voor verkoop en de herontwikkelingen van vastgoedbeleggingen. De rendementen betreffen bruto rendementen. Wat betreft de overige activa, andere dan de vastgoedportefeuille, is het irrelevant om de segmentering per type toe te passen. Nextensa NV is niet afhankelijk van belangrijke klanten die elk meer dan 10% van de huurinkomsten vertegenwoordigen.


BIJLAGE 4 NETTO HUUROPBRENGSTEN VASTGOEDBELEGGINGEN
| NETTO HUUROPBRENGSTEN VASTGOEDBELEGGINGEN | ||
|---|---|---|
| (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Huurinkomsten | 57.624 | 72.992 |
| Huur | 58.005 | 72.876 |
| Vergoedingen financiële leasing en soortgelijken | -381 | 116 |
| Met verhuur verbonden kosten | -907 | -813 |
| Waardeverminderingen op handelsvorderingen | -907 | -813 |
| NETTO HUUROPBRENGSTEN VASTGOEDBELEGGINGEN | 56.717 | 72.179 |
Onderstaande tabel geeft aan hoeveel van de toekomstige huurinkomsten op jaarbasis er potentieel zou kunnen wegvallen. Indien elke huurder die een opzegmogelijkheid heeft ook effectief het gebouw zou verlaten en er geen herverhuringen meer gebeuren dan geeft deze tabel weer wat het verlies aan huurinkomsten zou zijn.
| 31/12/2025 | 31/12/2024 | |
|---|---|---|
| Op minder dan één jaar | 13.857 | 11.817 |
| tussen één jaar en twee jaar | 8.612 | 17.573 |
| tussen twee jaar en drie jaar | 9.802 | 13.549 |
| tussen drie jaar en vier jaar | 5.154 | 8.277 |
| tussen vier jaar en vijf jaar | 2.213 | 3.693 |
| Op meer dan vijf jaar | 9.694 | 15.725 |
| TOTAAL | 49.333 | 70.634 |
De portefeuille van Nextensa NV omvat vooral spelers uit de private sector en in mindere mate uit de overheidssector; dit heeft voor gevolg dat er relatief meer huurcontracten zijn met kortere vaste looptijden (type 3/6/9 jaar).
Nextensa NV verhuurt haar vastgoedbeleggingen op grond van gewone huurovereenkomsten.
De bruto huurinkomsten bedragen € 57.624 duizend per eind 2025 in vergelijking met € 72.992 duizend per eind 2024; een bruto daling van € 15.368 duizend. Deze daling kan verklaard worden door de verkoop van enkele assets.
Kosten van gratuïteiten en voordelen verleend aan de huurders worden erkend in mindering van de huurinkomsten (via de rubriek "huurkortingen") over de looptijd van het huurcontract, die gedefinieerd wordt als de periode tussen de inwerkingtreding en de eerste opzegmogelijkheid. De huurvoordelen die nog niet werden erkend in resultaat worden in rekening (mindering) genomen in de reële waarde van de activa.
Dit impliceert dat bij het ingaan van een nieuwe huurperiode (hetzij na een opzegmogelijkheid, hetzij na een nieuwe huurovereenkomst) en indien er een huurvrije periode werd toegekend, er geen huur wordt ontvangen in die periode, maar er wel huur erkend wordt via deze rubriek. Bijgevolg kent, ceteris paribus, deze rubriek een positief saldo. In het verdere verloop van de huurperiode zal de ontvangen huur echter hoger zijn dan de met de huurvrije periode gecorrigeerde huur. Deze correctie wordt in deze rubriek voorgesteld en zal bijgevolg ceteris paribus dan een negatief saldo vertonen, tenzij er in die periode terug een huurvrije periode werd toegekend die dit saldo overschrijdt.
BIJLAGE 5 VASTGOEDKOSTEN
| OVERZICHT VAN VASTGOEDKOSTEN | ||
|---|---|---|
| (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Technische kosten | -1.327 | -1.154 |
| Commerciële kosten | -1.043 | -1.635 |
| Kosten en taksen van niet verhuurde goederen | -4.426 | -3.456 |
| Beheerskosten vastgoed | -3.624 | -4.592 |
| Andere vastgoedkosten | -334 | -883 |
| TOTAAL | -10.753 | -11.720 |
De vastgoedkosten zijn gedaald in vergelijking met vorig jaar voornamelijk door een hogere bezettingsgraad en de verkoop van onderhoudsintensieve gebouwen. Opdat de gebouwen zouden blijven voldoen aan de steeds hogere eisen inzake comfort, uitstraling en duurzaamheid worden er regelmatig een aantal onderhouds-en renovatiewerken uitgevoerd. De rubriek technische kosten omvat zowel de recurrente- als occasionele herstellingskosten aan de vastgoedportefeuille, naast de vergoedingen inzake totale waarborg en de verzekeringspremies die verband houden met het technisch onderhoud van de gebouwen.

| RESULTAAT VERKOOP VASTGOEDBELEGGINGEN(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Netto-opbrengst van vastgoedbeleggingen (verkoopprijs - transactiekosten) | 19.595 | 72.025 |
| Boekwaarde van verkocht vastgoed (reële waarde) | -17.760 | -68.525 |
| TOTAAL | 1.835 | 3.500 |
In september 2025 voltooide Nextensa de verkoop van haar retailvastgoed in Ingeldorf, in Luxemburg, aan de Staat van het Groothertogdom Luxemburg voor een nettobedrag van € 19,6 miljoen. Het actief, dat sinds 2008 in bezit was, omvat een Batiself‑gebouw en een aparte uitbreiding waarin het Siemes Schuhcenter is gevestigd. Er werd een winst van € 1,8 miljoen gerealiseerd. Vorig jaar werd ook het gebouw Brixton in België (december 2024) verkocht, evenals de gebouwen Foetz en Montimmo in Luxemburg. Dit resulteerde in een totale meerwaarde van € 3,5 miljoen.

| VARIATIE IN DE REËLE WAARDE VAN VASTGOEDBELEGGINGEN(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Positieve variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | 19.148 | 16.641 |
| Negatieve variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen | -27.783 | -67.428 |
| TOTAAL | -8.635 | -50.786 |
Het netto portefeuilleresultaat toont een totale niet-gerealiseerde minderwaarde van -€ 8,6 miljoen in 2025 dewelke 0,79% is van de totale portefeuille en dus beperkt bleef. Vorig jaar werd er een negatieve herwaardering van € 29 miljoen erkend op de KNAUF shoppingcentra. Dit verklaart hoofdzakelijk de daling ten opzichte van vorig jaar.
BIJLAGE 8 OPERATIONEEL RESULTAAT VAN ONTWIKKELINGSPROJECTEN
| RESULTAAT ONTWIKKELINGSPROJECTEN(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Omzet ontwikkelingsprojecten | 63.080 | 56.372 |
| Kosten ontwikkelingsprojecten | -56.784 | -51.257 |
| Andere resultaten ontwikkelingsprojecten | 2.912 | 5.189 |
| Aandeel in netto resultaat van investeringen vermogensmutatie | 7.324 | 4.364 |
| TOTAAL | 16.532 | 14.669 |
Het resultaat op de ontwikkelingsprojecten (omzet min kosten ontwikkelingsprojecten) bedraagt € 6,3 miljoen en dit resultaat is grotendeels gerealiseerd op de ontwikkeling van het project Park Lane Fase II dewelke gelegen is op de Tour & Taxis site. Deze ontwikkeling is begonnen in 2023 en bestaat uit 346 residentiële units waarvan reeds 328 units verkocht waren per eind december 2025.
Het overige resultaat op ontwikkelingsprojecten, zijnde € 2,9 miljoen is hoofdzakelijk gerelateerd aan de earn outs op het grondaandeel te Cloche d'Or.
De daling in vergelijking met vorig jaar is voornamelijk te wijten aan de vertraging van de verkopen in Cloche d'Or.
Het resterende bedrag van € 7,3 miljoen is gerelateerd aan de ontwikkelingen op Cloche d'Or in Luxemburg. Deze ontwikkelingen bestaan zowel uit kantoorprojecten als uit residentiële projecten.
KANTOORGEBOUWEN
| Project | Status | Details | Verhuring |
|---|---|---|---|
| Emerald | Opgeleverd Q4 2023 | Ca. 7.000 m²: 6 bovengrondse en1 ondergrondse verdieping | 100% verhuurd: Intertrust,PwC en Stibbe |
| White House | Opgeleverd Q1 2024 | Ca. 7.000 m²: 6 bovengrondse en1 ondergrondse verdieping | 100% verhuurd: Intertrust |
| Terraces(voorheenLofthouse) | In aanbouw – opleveringverwacht in Q2 2027 | Ca. 5.000 m²: 5 bovengrondse en1 ondergrondse verdieping | 100% verhuurd: Lombard Odier |
| Stairs | Oplevering verwacht in mei 2026 | Ca. 10.000 m²: 10 bovengrondseverdiepingen en 1 ondergrondseverdieping | 100% verhuurd: State Street;koopovereenkomst ondertekendbij oplevering in 2026 |
| Eosys | In aanbouw – opleveringverwacht in september 2027 | Ca. 12.355 m²: 11 bovengrondseverdiepingen en 2 ondergrondseverdiepingen | 78% verhuurd (PwC Luxembourg) –LOI ondertekend voor 11% met eengerenommeerde investeringsbank |
| The Rock | In aanbouw - oplevering verwachtmidden 2027 | Ca. 9.492 m²: 10 bovengrondse en2 ondergrondse verdiepingen | 3 bovenste verdiepingen verhuurdaan Citi (bank) |
RESIDENTIËLE ONTWIKKELINGEN
| Project | Status | Details | Verkoop |
|---|---|---|---|
| D-Nord | Opgeleverd in Q1 2023 | 194 appartementen | 190/194 appartementengereserveerd/ verkocht |
| D5-D10 | In aanbouw, eersteopleveringen lopende | 185 appartementen | 169/185 appartementengereserveerd/ verkocht. |
| B&B HOTELS | Opgeleverd midden juli 2025 | Hotel van ca. 4.500 m²met 150 kamers | 100% verhuurd aan B&B Hotelsvoor een vaste looptijd van 20 jaar |
| D1 | In planningsfase | Ca. 162 appartementen |


| ALGEMENE KOSTEN(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Erelonen | -3.420 | -2.886 |
| Loonkosten | -3.890 | -3.966 |
| Overige | -4.198 | -4.563 |
| TOTAAL | -11.508 | -11.416 |
De algemene kosten van de vennootschap groeperen de "overhead" kosten van de onderneming, die op zich niets te maken hebben met de eigenlijke activiteit, nl. huurinkomsten en opbrengsten uit ontwikkelingen te genereren. Het zijn onder meer kosten die de vennootschap dient te dragen als juridische, beursgenoteerde entiteit en die voornamelijk te maken hebben met allerlei verplichtingen/voorschriften inzake transparantie, liquiditeit van het aandeel en financiële communicatie.
De algemene kosten liggen in lijn met vorig jaar namelijk € 11,5 miljoen eind 2025 in vergelijking met € 11,4 miljoen eind 2024.
BIJLAGE 10 FINANCIËLE INKOMSTEN
| FINANCIËLE INKOMSTEN(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Ontvangen dividenden | 6.892 | 6.757 |
| Overige financiële inkomsten | 10.817 | 7.264 |
| TOTAAL | 17.709 | 14.021 |
De rubriek "ontvangen dividenden" bestaat uit het ontvangen dividend (over boekjaar 2024/2025) op de aandelen van Retail Estates opgenomen voor € 6,9 miljoen. De overige financiële inkomsten bedragen de interesten ontvangen op de leningen die worden gegeven aan de joint venture rond Cloche d'Or.
BIJLAGE 11 FINANCIËLE KOSTEN
| FINANCIËLE KOSTEN | ||
|---|---|---|
| (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Interestlasten op leningen | -20.694 | -35.947 |
| Interestkosten op langlopende financiële schulden | -16.398 | -29.261 |
| Interestkosten op obligatieleningen | -1.950 | -2.627 |
| Interestkosten op kortlopende financiële schulden | -2.305 | -4.031 |
| Interestkosten op leasing schulden | -40 | -28 |
| Inkomsten van financiële instrumenten aangehouden voor indekkingsdoeleinden | 3.413 | 8.307 |
| Andere interestkosten | -226 | -47 |
| Geactiveerde intrestkosten | -1.817 | -857 |
| TOTAAL | -19.323 | -28.544 |
De daling van de nominale interestlasten op leningen (zowel op langlopende financiële schulden als op kortlopende financiële schulden) is te verklaren door het feit dat de netto financiële positie significant gedaald is in vergelijking met vorig jaar. Van € 763 miljoen eind 2024 naar € 593 miljoen eind 2025. Het gebruik van hedging instrumenten resulteerde in een positive hedge inkomst van € 3,4 miljoen in vergelijking met € 8,3 miljoen vorig jaar.
De gemiddelde financieringskost over de vastgoedbeleggingsportefeuille (exclusief de marked-to-market van de indekkingsinstrumenten) na hedging bedraagt eind 2025 2,90% (eind 2024: 2,86%); voor de interestlasten op de hedgingportefeuille bedraagt de gemiddelde financieringskost eind 2025 3,31% (eind 2024: 3,95%).
BIJLAGE 12 VARIATIES IN DE REËLE WAARDE VAN FINANCIËLE ACTIVA EN PASSIVA
| VARIANTIE IN DE REËLE WAARDE VAN FINANCIËLE ACTIVA EN PASSIVA | ||
|---|---|---|
| (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Toegelaten afdekkingsinstrumenten die onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding zoals gedefineerd onder IFRS en niet-effectieve deel van CF hedges | 0 | 0 |
| Toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan eenafdekkingsboekhouding zoals gedefineerd onder IFRS | -1.285 | -4.910 |
| Herwaardering participatie in andere GVV's | 9.459 | -7.162 |
| IFRS 16 | -222 | -452 |
| TOTAAL | 7.952 | -12.524 |
De variaties van de toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding zoals gedefinieerd onder IFRS betreffen de schommelingen van de niet-effectieve interest reate swaps en de CAP's (-€ 1,3 miljoen eind 2025 in vergelijking met -€ 5,0 miljoen eind 2024). De wijzigingen in de reële waarde van financiële vaste activa en passiva omvatten de gerealiseerde meerwaarde van € 9,5 miljoen op de verkoop van de participatie in Retail Estates.

De kosten met betrekking tot uitgestelde belastingen bedragen -€ 5,7 miljoen. Deze zijn voornamelijk toe te wijzen aan de variatie in de reële waarde van de financiële instrumenten en vastgoedbeleggingen € 3,3 miljoen.
| VENNOOTSCHAPS EN UITGESTELDE BELASTINGEN | ||
|---|---|---|
| (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Aansluiting tussen toepasselijk en effectief belastingstarief | ||
| Winst (verlies) vóór belasting | 49.443 | -11.515 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde vennootschappen en joint ventures | -7.324 | -4.364 |
| 42.118 | -15.879 | |
| Toepasselijk belastingtarief (%) | 25% | 25% |
| Belastingen op basis van het toepasselijk belastingtarief | -10.530 | 3.970 |
| Impact van tarieven in andere rechtsgebieden | -5.011 | 416 |
| Impact van niet-belastbare inkomsten | ||
| Impact van niet-aftrekbare kosten | -423 | -501 |
| Impact van fiscale verliezen | -610 | -3.513 |
| Impact van notionele interestaftrek | 0 | |
| Impact van wijzigingen in de belastingtarieven | 0 | |
| Impact van over(onder)schattingen voorgaande perioden | 0 | |
| Impact div. ontv. niet-geconsolideerde participaties (DBI) | 0 | |
| Overige impacten | 0 | |
| BELASTING OP BASIS VAN HET EFFECTIEF BELASTINGTARIEF | -16.574 | 371 |
We verwijzen naar bijlage 32 voor de beweging op de uitgestelde belastingen.

(REËLE WAARDE METHODE)
VASTGOEDBELEGGINGEN (REËLE WAARDE METHODE)
| (IN 1.000 €) | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoed beschikbaarvoor verhuur | Herontwikkeling vanbeleggingsvastgoed | Totaal | Activa bestemdvoor verkoop | |||||
| 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | 31/12/2025 | 31/12/2024 | |
| SALDO PER EINDE VAN HET VORIGE BOEKJAAR | 911.071 | 1.157.032 | 138.254 | 131.811 | 1.049.325 | 1.288.843 | 165.750 | 0 |
| Investeringen | 12.722 | 13.187 | 5.212 | 12.588 | 17.934 | 25.775 | 189 | 9.515 |
| Desinvesteringen | -1.652 | -72.025 | -1.652 | -72.025 | -185.345 | |||
| Verwervingen | 0 | 0 | 54.836 | 54.836 | 0 | |||
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 | ||||||
| Overboekingen van/(naar) andere posten | 51.235 | -175.502 | -104.256 | -53.021 | -175.502 | 53.021 | 184.733 | |
| Gerealiseerd resultaat verkopen | 3.500 | 0 | 3.500 | 1.835 | ||||
| Huurvrij | -808 | -808 | 0 | |||||
| Stijging/(daling) van de reële waarde | -6.998 | -16.143 | -1.637 | -6.146 | -8.635 | -22.289 | -28.497 | |
| SALDO PER EINDE VAN HET BOEKJAAR | 965.572 | 911.071 | 92.409 | 138.254 | 1.057.981 | 1.049.325 | 35.450 | 165.750 |

De nettoboekwaarde van het vastgoed beschikbaar voor verhuur (incl. herontwikkeling van beleggingsvastgoed) stijgt met € 8,6 miljoen in vergelijking met vorig boekjaar. De stijging wordt voornamelijk verklaard door de waardetoevoegende investeringen ten belope van € 17,9 miljoen gecompenseerd door de variatie in de reële waarde met een impact van -€ 8,6 miljoen. Er werd per eind 2025 ook € 35,5 M overgeboekt naar de activa bestemd voor verkoop. Dit betreft het retailpark Gewerbepark Stadlau in Wenen, dewelke verkocht werd in januari 2026. Verder werden ook de gebouwen Treebune en Office Tower geherclasseerd aan de investeringsportefeuille voor een waarde van € 54,8 miljoen. Voor meer toelichting omtrent de vastgoedwaardering, verwijzen we naar het vastgoedverslag in hoofdstuk 4.
Vastgoedbeleggingen worden geboekt tegen reële waarde, gebruik makend van het model van de reële waarde overeenkomstig de norm IAS 40. Deze reële waarde is gelijk aan het bedrag waaraan een gebouw zou kunnen worden verhandeld tussen goed geïnformeerde en bereidwillige partijen die in normale mededingingsomstandigheden handelen. De reële waarde stemt overeen met de investeringswaarde zoals bepaald door een onafhankelijke vastgoeddeskundige minus transactiekosten. Voor meer toelichting hieromtrent verwijzen we ook naar de waarderingsregels. De investeringswaarde is de waarde zoals bepaald door een onafhankelijke vastgoeddeskundige, waarvan de mutatiekosten niet zijn afgetrokken. Deze waarde komt overeen met de prijs die een derde partij investeerder (of hypothetische koper) zou betalen om het goed te verwerven met als doel te genieten van de huurinkomsten en een rendement op zijn investering te genereren. De waarden werden bepaald door de onafhankelijke deskundigen.
Volgende methoden worden aangewend teneinde de reële waarde te bepalen conform IFRS 13:
ACTUALISATIE VAN DE GESCHATTE HUUROPBRENGSTEN
De investeringswaarde is de resultante van het toegepast rendement op de geschatte huurwaarde (kapitalisatie- methode of marktbenadering) gecorrigeerd met de geactualiseerde waarde (NPV) van het verschil tussen de huidige actuele huur en de geschatte huurwaarde op datum van de evaluatie, en dit voor de periode tot aan de volgende opzegmogelijkheid van de lopende huurcontracten.
DISCOUNTED CASH-FLOW METHODE
De DCF-methode bestaat erin de huidige waarde van de toekomstige kasstromen te bepalen. De toekomstige huurinkomsten worden ingeschat op basis van de bestaande contractuele huurprijzen en de verwachtingen van de vastgoedmarkt voor elk gebouw in de daaropvolgende periodes. Daarnaast worden ook de toekomstige onderhoudskosten geschat en in rekening gebracht. De gehanteerde actualisatievoet houdt rekening met de door de markt vooropgestelde risicopremie voor het object. De bekomen waarde wordt daarnaast nog getoetst aan de markt op basis van de bepaling van de residuele grondwaarde.
RESIDUELE WAARDERING
Te renoveren gebouwen of die reeds onder renovatie zijn of geplande projecten worden geëvalueerd aan de hand van de waarde na renovatie verminderd met het bedrag van de resterende werken inclusief kosten, interesten, leegstand en een risicopremie. Activa en passiva die na hun initiële boeking gewaardeerd worden aan reële waarde, kunnen worden voorgesteld onder drie niveaus (1-3) die elk met een niveau van observeerbaarheid van de reële waarde overeenkomen:
- • Niveau 1 waarderingen van de reële waarde zijn bepaald volgens de (niet- aangepaste) marktprijsnoteringen in actieve markten voor identieke activa en verplichtingen.
- • Niveau 2 waarderingen van de reële waarde worden bepaald op basis van andere gegevens dan genoteerde prijzen bedoeld in niveau 1, die observeerbaar zijn voor het actief of de verplichting, zowel rechtstreeks (d.w.z. als prijzen) als onrechtstreeks (d.w.z. afgeleid uit prijzen).
- • Niveau 3 waarderingen van de reële waarde worden bepaald op basis van waarderingstechnieken die gegevens voor het actief of de verplichting omvatten die niet gebaseerd zijn op observeerbare marktgegevens (niet- observeerbare gegevens).
De vastgoedbeleggingen ressorten onder niveau 3.
CBRE heeft op 31 december 2025 voor het geheel van de gebouwen Nextensa NV een waarde bepaald. Het patrimonium bestaat uit bedrijvenparken, kantoren en winkels verspreid over het Groothertogdom Luxemburg, België en Oostenrijk.
Voor meer detail verwijzen we ook naar bijlage Voornaamste kerncijfers - (Overige segmentinformatie).
De tabel op de volgende bladzijde geeft een overzicht van de toegepaste waarderingstechnieken per activaklasse alsook de voornaamste gebruikte variabelen.
Noteer dat in deze tabel er geen individuele melding wordt gemaakt over de leegstand, restwaarde en operationele marge.
Met GHW wordt geschatte huurwaarde bedoeld. Leegstand hypothese wordt deels op basis van locatie, huurcontract en deels in yield verwerkt. De Economische levensduur wordt niet specifiek weergegeven voor de kantoorgebouwen en retailparken omdat deze reeds vervat zit in de bepaling van de yield.
SENSITIVITEITSANALYSE VAN DE WAARDERING
De gevoeligheid van de reële waarde voor veranderingen in de belangrijkste niet‑observeerbare inputs die worden gebruikt bij de waardering van activa geclassificeerd als niveau 3 binnen de IFRS‑hiërarchie voor de reële waarde, is als volgt (ceteris paribus):
| NIET-OBSERVEERBARE INPUTS | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| IMPACT OP REËLE WAARDE BIJ: | ||||||
| Daling | Stijging | |||||
| negatief | positief | |||||
| positief | negatief | |||||
| positief | negatief | |||||
| negatief | positief | |||||
| negatief | positief | |||||
| negatief | positief | |||||
| negatief | positief | |||||
Daarnaast geldt doorgaans dat een stijging (daling) van de resterende looptijd van een huurovereenkomst leidt tot een stijging (daling) van de disconteringsvoet (en het vereiste rendement). Een stijging (daling) van de bezettingsgraad kan resulteren in een daling (stijging) van de disconteringsvoet (en het vereiste rendement).
Een daling van de verwachte huurinkomsten zal resulteren in een lagere reële waarde. Een verhoging van de verdisconteringsvoet en de kapitalisatievoet zal eveneens de reële waarde verlagen. Deze verdisconteringsvoeten en kapitalisatievoeten zijn onderling verbonden omdat ze worden bepaald door de marktomstandigheden.
Daarnaast kan de gevoeligheid van de reële waarde van de portefeuille als volgt worden geschat: een stijging (daling) van de huurinkomsten met 1% zou een stijging (daling) van de reële waarde van de portefeuille met ongeveer € 10,8 miljoen betekenen (ervan uitgaande dat alle andere variabelen constant blijven). Een stijging (daling) van de gewogen gemiddelde kapitalisatievoet met 25 basispunten zou een daling (stijging) van de reële waarde met ongeveer € 41,4 miljoen veroorzaken (ervan uitgaande dat alle andere variabelen constant blijven).
VALUATION PROCESS
Het waarderingsproces bij Nextensa volgt een gecentraliseerde aanpak, waarbij het beleid en de procedures met betrekking tot vastgoedwaarderingen worden vastgesteld door de CEO en CFO, na goedkeuring door het auditcomité. Daarnaast wordt bepaald welke onafhankelijke vastgoedexpert wordt aangesteld voor de verschillende onderdelen van de vastgoedportefeuille. Voorbeelden van selectiecriteria zijn lokale marktkennis, reputatie, onafhankelijkheid en het beschikken over een verzekering conform de hoogste professionele standaarden. De vergoedingen van de vastgoedexperts worden vastgelegd voor de duur van hun aanstelling en zijn niet gekoppeld aan de waarde van de gewaardeerde objecten.
De vastgoedportefeuille wordt tweemaal per jaar extern gewaardeerd door onafhankelijke vastgoedexperts. De waarderingsmethode wordt bepaald door de externe expert en is gebaseerd op een multicriteria‑benadering. De onafhankelijke vastgoedexpert bepaalt de reële marktwaarde op basis van een discounted‑cashflowmodel, een methode van inkomenskapitalisatie en/of vergelijkbare markttransacties. Daarnaast worden de op deze wijze bepaalde ramingen getoetst aan het aanvangsrendement en beschikbare vergelijkingspunten op basis van recente markttransacties voor vergelijkbare objecten. De gerapporteerde waarderingscyclus bestrijkt één boekjaar. Deze omvat een plaatsbezoek, waarna voor elk object een gedetailleerd waarderingsrapport wordt opgesteld.
Inhoudstafel • Nextensa in het kort • Bedrijfsrapport • Duurzaamheidsverslag • Corporate Governance • Vastgoedverslag • Geconsolideerde Staten 2025 • Bijlagen
| 31/12/2025 | 31/12/2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Activa klasse | Reële waarde | Reële waarde | Waarderingstechniek | Belangrijkste inputs | Min-Max | Min-Max |
| 2025 (€ 1000) | 2024 (€ 1000) | (gewogen gemiddelde) | (gewogen gemiddelde) | |||
| Retail | 150.267 | 153.455 Actualisatie van de geschatte | a) vork GHW | a) [10,31 €/m2- 15,36 € /m2] | a) [0,34 €/m2- 14,48 € /m2] | |
| (GroothertogdomLuxemburg & België) | huuropbrengsten | b) Gemiddelde gewogengeschatte huurwaarde | b) [13,03 €/m2] | b) [10,63 €/m2] | ||
| c) Kapitalisatievoet vork | c) [4,84% - 7,75%] | c) [1,82% - 7,00%] | ||||
| d) Gem. gewogen kap.voet | d) [5,63%] | d) [6,11%] | ||||
| e) Resterende looptijd | e) 7,52 jaar | e) 5,27 jaar | ||||
| f) Aantal m² | f) 54.131 m2 | f) 74.745 m2 | ||||
| Retail Oostenrijk | 150.300 | 188.341 DCF (discounted cash flow) | a) vork GHW | a) [12,57 €/m2- 15,64 €/m2] | a) [12,65 €/m2- 17,27 €/m2] | |
| b) Gemiddelde gewogengeschatte huurwaarde | b) [13,85 €/m2] | b) [14,20 €/m2] | ||||
| c) Kapitalisatievoet vork | c) [6,03% - 6,85%] | c) [5,52% - 6,62%] | ||||
| d) Gem. gewogen kap.voet | d) [6,38%] | d) [6,14%] | ||||
| e) Resterende looptijd | e) 5,31 jaar | e) 5,58 jaar | ||||
| f) Aantal m² | f) 57.733 m2 | f) 69.219 m2 | ||||
| Kantoren | 207.062 | 116.570 Actualisatie van de geschatte | a) vork GHW | a) [21,74 €/m2- 26,54 €/m2] | a) [27,54 €/m2- 45,50 €/m2] | |
| GroothertogdomLuxemburg | huuropbrengsten | b) Gemiddelde gewogengeschatte huurwaarde | b) [23,90 €/m2] | b) [33,89 €/m2] | ||
| c) Kapitalisatievoet vork | c) [3,97% - 6,79%] | c) [5,75% - 6,60%] | ||||
| d) Gem. gewogen kap.voet | d) [4,91%] | d) [5,37%] | ||||
| e) Resterende looptijd | e) 5,40 jaar | e) 3,94 jaar | ||||
| f) Aantal m² | f) 35.424 m2 | f) 33.768 m2 | ||||
| Kantoren België | 359.245 | 363.074 Actualisatie van de geschatte | a) vork GHW | a) [10,71 €/m2- 28,14 €/m2] | a) [12,71 €/m2- 27,45 €/m2] | |
| huuropbrengsten | b) Gemiddelde gewogengeschatte huurwaarde | b) [15,33 €/m2] | b) [16,24 €/m2] | |||
| c) Kapitalisatievoet vork | c) [5,22% - 9,36%] | c) [4,80% - 8,97%] | ||||
| d) Gem. gewogen kap.voet | d) [6,19%] | d) [5,30%] | ||||
| e) Resterende looptijd | e) 7,24 jaar | e) 5,20 jaar | ||||
| f) Aantal m² | f) 120.920 m2 | f) 110.658 m2 | ||||
| Andere* | 226.556 | 393.634 DCF | a) Economische levensduur | a) 30 jaar | a) 30 jaar | |
| (discounted cash flow of actualisatie vankasstromen tegen discontovoet) | b) Resterende looptijd | b) 0,71 jaar | b) 0,71 jaar | |||
| c) Aantal m² | c) 32.629 m2 | c) 32.629 m2 | ||||
| TOTAAL VASTGOEDBELEGGINGEN | 1.093.430 | 1.215.074 |
*In de categorie "overige" is het investeringsvastgoed opgenomen dat in herontwikkeling is € 92,4 miljoen), evenals de parkings, sheds (Tour & Taxis) en de activa aangehouden voor verkoop (samen een totaalbedrag van € 129,90 miljoen). Vorig jaar waren beide KNAUF‑shoppingcentra hier opgenomen, wat het hogere bedrag van vorig jaar verklaart.

| OVERZICHT MINDERHEIDSBELANGEN | ||
|---|---|---|
| (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Vaste activa | 0 | 0 |
| Vlottende activa | 0 | 19.758 |
| Totale activa | 0 | 19.758 |
| Langlopende verplichtingen | 0 | 18.500 |
| Kortlopende verplichtingen | 0 | 2.984 |
| Totale passiva | 0 | 21.484 |
| Netto activa | 0 | -1.726 |
| Aandeel groep in de netto activa | 0 | -1.378 |
| Aandeel in netto activa minderheidsbelangen | 0 | -348 |
| Aandeel groep in de netto activa - Overige | ||
| TOTAAL MINDERHEIDSBELANGEN | 0 | -348 |
In 2025 werd Monteco verkocht, waardoor er geen minderheidsbelang meer overblijft

BIJLAGE 17 ANDERE MATERIËLE VASTE ACTIVA
| ANDERE MATERIËLE VASTE ACTIVA | ||
|---|---|---|
| (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Installatiex, machines en uitrusting | 966 | 475 |
| Meubilair, kantoormateriaal en rollend materieel | 578 | 914 |
| Andere | 5.637 | 6.108 |
| Andere materiële vaste activa | 7.180 | 7.497 |
| Bewegingen in andere materiële vaste activa | ||
| Saldo per einde van het vorige boekjaar | 7.497 | 8.696 |
| Bruto bedrag | 12.285 | 12.503 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen (-) | -4.788 | -3.806 |
| Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen | ||
| Investeringen (+)/Desinvesteringen (-) | 820 | 289 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | ||
| Overboekingen van (naar) andere posten | -453 | |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen (-) | ||
| Overdrachten door bedrijfsafsplitsing (-) | ||
| Afschrijvingen (-) | -1.137 | -1.035 |
| Saldo per einde van het boekjaar | 7.180 | 7.497 |
| waarvan: | ||
| Materiële vaste activa voor eigen gebruik | 1.420 | 1.420 |
| Andere | 5.760 | 6.077 |
De andere materiële vaste activa worden geboekt tegen aanschaffingswaarde verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en eventueel bijzondere waardeverminderingen (conform IAS 16).
Deze worden lineair afgeschreven in functie van de economische levensduur.

BIJLAGE 18 DEELNEMINGEN IN GEASSOCIEERDE VENNOOTSCHAPPEN EN JOINT VENTURES
| DEELNEMINGEN IN GEASSOCIEERDE VENNOOTSCHAPPEN EN JOINT VENTURES | ||
|---|---|---|
| (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Saldo per einde van het vorige boekjaar | 82.424 | 69.706 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | 0 | 0 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde vennootschappen en joint ventures | 7.324 | 4.364 |
| Provisies i.v.m. beleggingen met negatief eigen vermogen | ||
| Dividenden ontvangen uit JV's | ||
| Investeringen (+)/Desinvesteringen (-) | -1.457 | 8.354 |
| Andere | ||
| TOTAAL | 88.291 | 82.424 |
De deelnemingen in geassocieerde vennootschappen en joint ventures betreffen voornamelijk de deelnemingen met betrekking tot het ontwikkelingsproject op Cloche d'Or in Luxemburg. Een overzicht van de deelnemingen werd hieronder opgenomen alsook verdere details voor de belangrijkste deelnemingen.
| Inhoudstafel | • | Nextensa in het kort | • | Bedrijfsrapport | • | Duurzaamheidsverslag | • | Corporate Governance | • | Vastgoedverslag | • | Geconsolideerde Staten 2025 | • | Bijlagen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| -------------- | --- | ---------------------- | --- | ----------------- | --- | ---------------------- | --- | ---------------------- | --- | ----------------- | --- | ----------------------------- | --- | ---------- |
| INVESTMENTS IN JOINT VENTURES | ||||
|---|---|---|---|---|
| Naam | Land | Hoofdactiviteit | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| CBS Development NV | België | Vastgoedontwikkeling | 0,00% | 50,00% |
| CBS-Invest NV | België | Vastgoedontwikkeling | 0,00% | 50,00% |
| Grossfeld Immobilière SA | Luxemburg | Vastgoedontwikkeling | 50,00% | 50,00% |
| Grossfeld PAP SICAV-RAIF SA | Luxemburg | Vastgoedontwikkeling | 50,00% | 50,00% |
| Emerald I SàRL | Luxemburg | Vastgoedontwikkeling | 50,00% | 50,00% |
| White House I SàRL | Luxemburg | Vastgoedontwikkeling | 50,00% | 50,00% |
| Niederanven I SàRL | Luxemburg | Vastgoedontwikkeling | 50,00% | 50,00% |
| Les Jardins de Oisquercq NV | België | Vastgoedontwikkeling | 50,00% | 50,00% |
| Sparkling 1 S.à.r.l | Luxemburg | Vastgoedontwikkeling | 50,00% | 50,00% |
| Stairs 1 S.à.r.l. | Luxemburg | Vastgoedontwikkeling | 50,00% | 50,00% |
| AdHocS.àr.l. | Luxemburg | Vastgoedontwikkeling | 50,00% | 50,00% |
| Grossfeld Developments S.à.r.l. (LU) | Luxemburg | Vastgoedontwikkeling | 50,00% | 50,00% |
De voornaamste participatie die volgens de vermogensmutatiemethode wordt geconsolideerd is Grossfeld PAP SICAV-RAIF SA. Eind 2025 staat er voor een totaalbedrag van 220 miljoen euro aan financiële schulden uit bij de verschillende entiteiten die verbonden zijn aan de joint venture in Cloche d'Or.
| SAMENVATTING FINANCIËLE INFORMATIE GROSSFELD PAP(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Resultaat voor intresten en belastingen | 13.656 | 12.496 |
| Belastingen | -17 | -16 |
| Winst (verlies) van het boekjaar | 13.396 | 12.271 |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan de groep | 6.698 | 6.135 |
| (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Vaste activa | 1 | 2 |
| Vlottende activa | 527.867 | 480.466 |
| Totaal activa | 527.868 | 480.467 |
| Langlopende verplichtingen | 157.330 | 55.056 |
| Kortlopende verplichtingen | 196.120 | 264.395 |
| Totaal verplichtingen | 353.449 | 319.451 |
| Netto-activa | 174.419 | 161.023 |
| Netto-activa toewijsbaar aan de groep | 77.322 | 71.122 |

De handelsvorderingen en andere vaste activa op lange termijn betreffen het werkkapitaal dat Nextensa geeft aan Cloche d'Or. Per eind 2025 bedraagt dit € 80,8 miljoen.
BIJLAGE 20 FINANCIËLE VASTE ACTIVA
| FINANCIËLE VASTE ACTIVA(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Deelnemingen in andere GVV's | 0 | 80.133 |
| Indekkingsinstrumenten | 11.569 | 14.314 |
| Andere | 231 | 264 |
| TOTAAL | 11.800 | 94.712 |
De financiële vaste activa zijn gedaald, voornamelijk door de verkoop van de participatie in Retail Estates en door de negatieve variatie in de waardering van de financiële instrumenten ten belope van € 2,7 miljoen.

| ACTIVA BESTEMD VOOR VERKOOP(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Activa bestemd voor verkoop | 35.450 | 165.750 |
| TOTAAL | 35.450 | 165.750 |
De activa bestemd voor verkoop betreffen het retailpark Gewerbepark Stadlau in Wenen, dat in januari 2026 werd gekocht. Eind vorig jaar werden de twee KNAUF shoppingcentra in Luxemburg gepresenteerd als activa bestemd voor verkoop.

| VOORRADEN(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Grondenportefeuille | 18.591 | 18.673 |
| Grondbank Tour en Taxis | 40.102 | 90.228 |
| Beltowers | 103.199 | 0 |
| TOTAAL | 161.892 | 108.901 |
De voorraden bestaan hoofdzakelijk uit de Beltowers, die in april 2025 werden verworven. Daarnaast omvatten de voorraden ook de grondbank van de site Tour & Taxis, waarop in de toekomst nog ongeveer 90.000 m² aan gemengde residentiële en publieke voorzieningen kan worden ontwikkeld. De grond waar de hoofdkantoren van Proxmius zullen ontwikkeld worden werd geherklasseerd naar investeringsvastgoed.
BIJLAGE 23 ONDERHANDEN WERKEN IN UITVOERING
| ONDERHANDEN WERKEN IN UITVOERING(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Project in aanbouw Tour & Taxis | 19.781 | 33.055 |
| Overige | 0 | 27.836 |
| TOTAAL | 19.781 | 60.891 |
De onderhanden werken in uitvoering hebben voornamelijk betrekking op de projecten Park Lane in België en Cloche d'Or in Luxemburg.
Het project in aanbouw op Tour & Taxis betreft het project Park Lane II. In juni 2022 werd er gestart met de bouw van het Park Lane fase II-project, bestaande uit 11 compacte gebouwen en 346 appartementen. Er zijn reeds meer dan 333 appartementen van dit project gereserveerd of verkocht (per eind 2024 waren er 297 appartementen verkocht of gereserveerd). In september 2025 heeft Nextensa haar participatie in Monteco verkocht wat de daling verklaart van de lijn 'overige'. Hierop werd een resultaat van € 0,7 M gerealiseerd.
| ONDERHANDEN WERKEN IN UITVOERING(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Gemaakte projectkosten plus opgenomen winsten/minus opgenomen verliezen tot op heden | 60.892 | 75.118 |
| verminderd met : | ||
| Voortgangsfacturatie | -41.110 | -14.226 |
| TOTAAL | 19.781 | 60.892 |
Onderhanden werken in uitvoering betreffen bedragen die door klanten verschuldigd zijn in het kader van onderhanden projecten. De gemaakte kosten voor onderhanden werken worden verminderd door de betalingen van klanten, ontvangen in overeenstemming met een reeks prestatiegerelateerde mijlpalen.

Nextensa NV schat dat de boekwaarde van de handelsvorderingen hun reële waarde benadert. Er werd dan ook geen correctie voorzien op de boekwaarde van de vorderingen. De daling in vergelijking met 2024 is te verklaren door het feit dat vlak voor jaareinde de akte van de bloc verkoop werd getekend en het geld pas ontvangen werd kort na jaareinde daarnaast zorgt ook de verkoop van de KNAUF shoppingcentra voor een daling van de openstaande posities.
HANDELSVORDERINGEN (IN 1.000 €)
31/12/2025
| Totaal | niet vervallen | vervallen < 30 d | vervallen < 60 d | vervallen < 120 d | vervallen > 120 d | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 15.568 | 11.515 | 676 | 304 | 1.200 | 1.873 | ||
| Op te stellen facturen | 3.295 | 3.295 | ||||||
| Dubieuze debiteuren | -1.621 | -1.621 | ||||||
| TOTAAL | 17.241 | 14.810 | 676 | 304 | 1.200 | 252 |
| 31/12/2024 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | niet vervallen | vervallen < 30 d | vervallen < 60 d | vervallen < 120 d | vervallen > 120 d | ||
| Handelsvorderingen | 28.731 | 19.363 | 5.170 | 1.030 | 1.667 | 1.500 | |
| Op te stellen facturen | 5.392 | 5.392 | |||||
| Dubieuze debiteuren | -1.318 | -1.318 | |||||
| TOTAAL | 32.805 | 24.755 | 5.170 | 1.030 | 1.667 | 183 |
| VORDERINGEN EN SCHULDEN | ||
|---|---|---|
| (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Gecumuleerde waardeverminderingen - beginsaldo | -1.318 | -845 |
| Bijzondere waardevermindering geboekt tijdens het boekjaar | -581 | -497 |
| Bijzondere waardevermindering teruggenomen tijdens het boekjaar | 277 | 25 |
| Bijzondere waardevermindering uitgeboekt tijdens het boekjaar | ||
| Gecumuleerde waardeverminderingen - eindsaldo | -1.621 | -1.318 |
Het aandeel van de vervallen handelsvorderingen waar geen voorziening voor werd aangelegd, wordt afgedekt door een bankgarantie op eerste verzoek of maakt het voorwerp uit van een afbetalingsplan.
BIJLAGE 25 BELASTINGVORDERINGEN EN ANDERE VLOTTENDE ACTIVA
| BELASTINGSVORDERINGEN EN ANDERE VLOTTENDE ACTIVA(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Belastingen | 15.580 | 12.367 |
| Andere | 28.954 | 51.907 |
| TOTAAL | 44.534 | 64.274 |
De rubriek belastingvorderingen betreft voornamelijk terug te vorderen BTW en inkomstenbelastingen. De daling in de andere vlottende activa is toe te wijzen aan de vorderingen, in het kader van ontwikkelingsprojecten, op deelnemingen die verwerkt worden volgens de vermogensmutatiemethode.

De kas en kasequivalenten bestaan uitsluitend uit zichtrekeningen bij financiële instellingen. Voor de evolutie van de kas en kasequivalenten verwijzen we naar de kasstroomtabel.

A) AANDELENCATEGORIEËN:
Nextensa NV heeft slechts één categorie van aandelen, nl. gewone aandelen. Aandelen kunnen nominatief of gedematerialiseerd zijn. Gedematerialiseerde aandelen geven recht op één stem en één dividend per aandeel. Nominatieve aandelen die minstens 2 jaar aangehouden worden, geven sinds 19 juli 2021 recht op een dubbel stemrecht. Alle aandelen zijn volstort. Voor bijkomende informatie over de aard van de aandelen verwijzen we naar de statuten. Het aantal aandelen per eind 2025 bedraagt 10.171.130, hetzelfde aantal als per eind 2024.
27.1 GEPLAATST KAPITAAL
B) TOEGESTAAN KAPITAAL:
Het kapitaal bedraagt € 111,9 miljoen per eind 2025. De raad van bestuur is gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal te verhogen op de data en tegen de voorwaarden die zij zullen vaststellen, in één of meerdere keren, ten belope van € 109.997.148,34. Deze machtiging is geldig voor een duur van vijf (5) jaar vanaf de bekendmaking van de notulen van de buitengewone algemene vergadering van 21 mei 2024. Zij is hernieuwbaar. Voor bijkomende informatie over het toegestaan kapitaal verwijzen we naar de statuten (Artikel 6).
C) KOSTEN KAPITAALVERHOGING:
Eventuele kosten die verband houden met kapitaaltransacties en bijgevolg met de uitgifte van nieuwe aandelen, worden in mindering van de reserves gebracht.
BIJLAGE 27 AANDELENKAPITAAL, UITGIFTEPREMIES, EIGEN AANDELEN EN NETTO RESULTAAT
27.2 UITGIFTEPREMIES
De uitgiftepremies bedragen per eind december 2025 € 448,4 miljoen..
27.3 RESULTAAT
Het geconsolideerd netto resultaat, aandeel groep, van afgelopen boekjaar 2025 bedroeg € 33,2 miljoen. De raad van bestuur stelt aan de gewone algemene vergadering van aandeelhouders voor om een dividend van € 1,00 per aandeel uit te keren. Wat een bruto dividend van € 10,106,130 betekent.

De netto actief waarde eind 2025 bedraagt 83,55 euro/aandeel (79,88 euro/aandeel eind 2024) ten opzichte van van een slotkoers op 31 december 2025 van 42,70 euro. Dit komt overeen met een korting van 48,65% ten opzichte van de netto actief waarde.

DE FINANCIËLE INSTRUMENTEN
28.1 OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE INSTRUMENTEN AAN BOEKWAARDE
OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE INSTRUMENTEN AAN BOEKWAARDE (IN 1.000 €) Categorieën van financiële instrumenten 31/12/2025 31/12/2024 FINANCIËLE ACTIVA Geamortiseerde kost Kas en kasequivalenten 5.720 8.590 Handelsvorderingen en andere vorderingen 142.614 105.584
| Reële waarde | ||
|---|---|---|
| Financiële vaste activa | 11.800 | 94.712 |
| 160.135 | 208.886 |
| FINANCIËLE PASSIVA | ||||
|---|---|---|---|---|
| Geamortiseerde kost | ||||
| Leningen | 596.217 | 769.292 | ||
| Handelsschulden en andere schulden | 18.309 | 33.346 | ||
| Andere kortlopende verplichtingen | 12.882 | 12.496 | ||
| Leasingschuld | 2.318 | 2.318 | ||
| Reële waarde |
| 630.054 | 818.699 | |
|---|---|---|
| LT hedging schuld | 329 | 1.248 |
28.2 TOELICHTING MET BETREKKING TOT DE FINANCIËLE SCHULDEN
| OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE SCHULDEN | ||
|---|---|---|
| (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Leningen kredietinstellingen > 1J | 362.161 | 327.004 |
| Leningen kredietinstellingen < 1J | 64.266 | 257.838 |
| Private obligaties | 100.000 | 100.000 |
| Geactiveerde kosten van private obligaties | -572 | -996 |
| Handelspapieren | 67.450 | 82.500 |
| Leases | 2.318 | 2.318 |
| Boekhoudkundige waarde financiële schulden met uitzonderingvan huurwaarborgen | 595.623 | 768.664 |
| Huurwaarborgen | 2.912 | 2.946 |
| Boekhoudkundige waarde financiële schulden inclusiefhuurwaarborgen | 598.535 | 771.610 |
| Inhoudstafel• | Nextensa in het kort | • | Bedrijfsrapport | • | Duurzaamheidsverslag | • | Corporate Governance | • | Vastgoedverslag | • | Geconsolideerde Staten 2025 | • | Bijlagen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ------------------- | ---------------------- | --- | ----------------- | --- | ---------------------- | --- | ---------------------- | --- | ----------------- | --- | ----------------------------- | --- | ---------- |
AANSLUITING VAN BEWEGINGEN OP SCHULDEN MET KASSTROMEN UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN
| (IN 1.000 €) | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Leningenkredietinstellingen | Bond > 1J | Bonds < 1J | Handelspapieren | Huurwaarborgen | Leases | Geactiveerdekosten vanBonds | Intresten | Totaal | |
| SALDO OP 01/01/2025 | 584.842 | 100.000 | 0 | 82.500 | 2.947 | 2.317 | -996 | 0 | 771.610 |
| Variaties door bedrijfscombinaties | 0 | ||||||||
| Variaties van financiële kasstromen | -158.415 | 0 | 0 | -15.050 | -35 | 0 | 424 | 0 | -173.076 |
| Afname (-) van de financiële schulden | -193.571 | -15.050 | -35 | -208.656 | |||||
| Toename (+) van de financiële schulden | 35.156 | 424 | 35.580 | ||||||
| Betaalde financiële intresten | 0 | 0 | |||||||
| Overige variaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Koers-en andere schommelingen | 0 | ||||||||
| Nieuwe contracten | 0 | ||||||||
| Intrest kosten | 0 | ||||||||
| Afschrijvingen | 0 | ||||||||
| Overboekingen van/(naar) andere posten | -100.000 | 100.000 | 0 | 0 | |||||
| SALDO OP 31/12/2025 | 426.427 | 0 | 100.000 | 67.450 | 2.912 | 2.317 | -572 | 0 | 598.534 |
Door de verkoop van Retail Estates en enkele gebouwen daalde de totale financiële schuld significant met met €173,1 miljoen. Hierdoor bedraagt de totale financiële schuld € 598.534 duizend eind 2025 in vergelijking met € 771.610 duizend eind 2024.
De rubriek Bond omvat voor € 100 miljoen de door Nextensa NV in 2019 uitgegeven obligatielening. Dit betreft een private plaatsing van € 100 miljoen uitgegeven tegen een vaste rente van 1,95% met eindvervaldag 28 november 2026.
De opnames van de bilaterale bancaire kredieten bedragen op 31 december 2025 € 362,2 miljoen op lange termijn en € 64,3 miljoen op korte termijn.
De 'andere kortlopende financiële schulden' ten belope van € 67,5 miljoen omvatten het uitgegeven commercial paper op minder dan één jaar. De opnames commercial paper worden betaald op basis van een vlottende rente en vervallen allemaal binnen het jaar. Deze opnames zijn volledig gedekt door beschikbare ruimte op bilaterale kredietlijnen zodat deze vervaldagen steeds kunnen geherfinancierd worden mocht de vraag van de markt naar nieuwe plaatsingen verminderen.
Daarnaast werd er een andere langlopende financiële schuld geboekt voor de leaseverplichting die Nextensa NV heeft voor het gebouw Hangar 26-27 in Antwerpen. Hiervoor werd een totale verplichting geboekt van € 2,3 miljoen. De incremental borrowing rate die werd gebruikt bedraagt 5,0%.
De gezamenlijke opgenomen schuldpositie op afsluitdatum bedraagt € 598.534 duizend, waarvan € 2.912 duizend ontvangen huurwaarborgen.
De obligatielening werd verwerkt tegen geamortiseerde kost.
De boekwaarde van de private obligatielening bedraagt eind 2025 € 99.897 duizend in vergelijking met € 99.004 duizend eind 2024.
Eind 2025 bedraagt het aandeel vastrentende kredieten 20% of € 122,5 miljoen van de totaal uitstaande financiële schuld, wat een lichte stijging is in vergelijking met eind 2024 (16%).
De financiële instellingen staan kredieten toe aan Nextensa NV op basis van de notoriëteit van de vennootschap en verschillende financiële en andere convenanten. Het niet respecteren van deze convenanten kan de vroegtijdige opzeg van deze kredieten tot gevolg hebben. De aangegane kredieten bevatten klassieke convenanten waarvan de volgende de voornaamste zijn:
- De loan-to-value gelijk of lager dan 60%. Deze bedroeg per eind 2025 48,07% en valt dus binnen de grens.
- De Interest cover ratio bedraagt 3,80 per eind december 2025 met een minimum van 2.
- De net yield to debt ratio bedraagt 12.10% per eind december 2025 met een minimum van 7,50%.
- De marktwaarde van één enkel investeringsvastgoed mag niet groter zijn dan 20% van de totale waarde van de investeringsportefeuille (=concentratierisico). Ook hier wordt per 31/12/2025 aan voldaan.
- Het bedrag aan uitstaand commercial dient ten allen tijden gebackt te zijn door ongebruikte bilaterale bankkredieten en voor een minimum percentage ingedekt tegen een stijgende kortetermijnrente.
- De hedge ratio moet minstens 50% zijn (100% per 31 december 2025).
Voor alle convenanten wordt verwacht dat deze in de komende 12 maanden ook niet overschreden zullen worden.
Het liquiditeitsrisico wordt nauwkeurig gemonitord door het bijhouden van continue kasstroomprognoses en het optimale beheer van werkkapitaal. Daarenboven wordt ook bekeken hoe de kredietlijnen bij de verscheidene banken evolueren en worden deze telkens bijgesteld naar de behoeften op middellange termijn. We hebben kredietlijnen bij 7 verschillende banken. De grootste bank vertegenwoordigt 35% binnen de kredietportefeuille.
In het kader van diverse ontwikkelingsprojecten, verleende de Groep garanties ten belope van € 13,0 miljoen als zekerheid (pandrechten op activa) voor lopende bankkredieten.
In het kader van de bijkomende verplichtingen die worden opgelegd door IAS 7, melden wij dat de balansbeweging op de financiële schulden, zowel voor het boekjaar 2025 als voor het boekjaar 2024, uitsluitend cash-bewegingen omvat in het kader van opname van kredietlijnen.
| TIJDSCHEMA VAN DE FINANCIËLE SCHULDEN EN KREDIETLIJNEN(IN 1.000 €) | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31/12/2025 | 31/12/2024 | |||||||
| Schulden met een resterende looptijd van | < 1 jaar | > 1 jaar <= 5 jaar | > 5 jaar | Totaal | < 1 jaar | > 1 jaar <= 5 jaar | > 5 jaar | Totaal |
| Financiële schulden - kredietinstellingen | ||||||||
| Kredietlijnen | 78.000 | 458.500 | 120.000 | 656.500 | 304.216 | 472.100 | 40.000 | 816.316 |
| Kredietopnames | 63.000 | 327.160 | 35.000 | 425.161 | 256.074 | 304.861 | 22.800 | 583.735 |
| Intresten | 3.060 | 15.893 | 1.700 | 20.653 | 15.757 | 18.759 | 1.403 | 35.919 |
| % aandeel (kredietopnames/kredietlijnen) | 64,8% | 71,5% | ||||||
| Obligatieleningen | 99.897 | 99.897 | 99.793 | 99.793 | ||||
| Commercial Paper programma | 250.000 | 250.000 | 250.000 | 250.000 | ||||
| Commercial Paper opnames | 67.450 | 67.450 | 82.500 | 82.500 | ||||
| % aandeel CP / kredietlijnen | 10,3% | 10,1% | ||||||
| % aandeel (kredietopnames & CP / kredietlijnen) | 75,0% | 81,6% | ||||||
| % overschot kredietlijnen na dekking CP | 25,0% | 18,4% | ||||||
| Lease contracten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |

€350.000
vervaldagen schulden 2024

28.3 FAIR VALUE DISCLOSURES
Activa en Passiva die na hun initiële boeking gewaardeerd worden aan reële waarde, kunnen worden voorgesteld onder drie niveaus (1-3) die elk met een niveau van observeerbaarheid van de reële waarde overeenkomen:
- • Niveau 1 waarderingen van de reële waarde zijn bepaald volgens de (niet- aangepaste) marktprijsnoteringen in actieve markten voor identieke activa en verplichtingen;
- • Niveau 2 waarderingen van de reële waarde worden bepaald op basis van andere gegevens dan genoteerde prijzen bedoeld in niveau 1, die observeerbaar zijn voor het actief of de verplichting, zowel rechtstreeks (d.w.z. als prijzen) als onrechtstreeks (d.w.z. afgeleid uit prijzen);
- • Niveau 3 waarderingen van de reële waarde worden bepaald op basis van waarderingstechnieken die gegevens voor het actief of de verplichting omvatten die niet gebaseerd zijn op observeerbare marktgegevens (nietobserveerbare gegevens).
| PER EINDE 2025(IN 1.000 €) | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Boekwaarde | Reëlewaarde |
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële vaste activa | |||||
| - Deelnemingen in andere GVV's/vastgoedcertificaten | 0 | 0 | 0 | ||
| - Deelnemingen in geassocieerde vennootschappenen joint ventures | 88.292 | 88.292 | 88.292 | ||
| - Andere afgeleide instrumenten welke nietkwalificeren onder kasstroomindekkingen | 0 | 0 | 0 | ||
| - Andere afgeleide instrumenten die kwalificerenonder reële waardeindekkingen | 11.569 | 11.569 | 11.569 | ||
| Vorderingen financiële leasing | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Vlottende activa | |||||
| Handelsvorderingen | 17.241 | 17.241 | 17.241 | ||
| Belastingsvorderingen en andere vlottende activa | 44.534 | 44.534 | 44.534 | ||
| Kas en kasequivalenten | 5.720 | 5.720 | 5.720 | ||
| Langlopende financiële schulden | |||||
| - Kredietinstellingen | 362.161 | 362.161 | 362.225 | ||
| - IFRS 16 | 2.318 | 2.318 | 2.318 | ||
| - Andere | 2.912 | 2.912 | 2.912 | ||
| Andere langlopende financiële verplichtingen | |||||
| - Andere afgeleide instrumenten viaresultatenrekening | 0 | 0 | |||
| - Andere afgeleide instrumenten via anderecomponenten van het eigen vermogen | 329 | 329 | 329 | ||
| Kortlopende financiële schulden | |||||
| - Kredietinstellingen | 64.266 | 64.266 | 64.254 | ||
| - Andere | 166.878 | 166.878 | 164.984 | ||
| Andere kortlopende financiële verplichtingen | |||||
| - Andere afgeleide instrumenten via anderecomponenten van het eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | ||
| Handelsschulden en andere kortlopende schulden | |||||
| - Handelsschulden | 14.425 | 14.425 | 14.425 | ||
| - Andere kortlopende schulden | 3.884 | 3.884 | 3.884 | ||
| Andere kortlopende verplichtingen | 12.882 | 12.882 | 12.882 | ||
| Overlopende rekeningen | 15.420 | 15.420 | 15.420 |
| PER EINDE 2024(IN 1.000 €) | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Boekwaarde | Reëlewaarde |
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële vaste activa | |||||
| - Deelnemingen in andere GVV's/vastgoedcertificaten | 80.133 | 80.133 | 80.133 | ||
| - Deelnemingen in geassocieerde vennootschappenen joint ventures | 82.424 | 82.424 | 82.424 | ||
| - Andere afgeleide instrumenten welke nietkwalificeren onder kasstroomindekkingen | 0 | 0 | 0 | ||
| - Andere afgeleide instrumenten die kwalificerenonder reële waardeindekkingen | 14.314 | 14.314 | 14.314 | ||
| Vorderingen financiële leasing | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Vlottende activa | |||||
| Handelsvorderingen | 32.805 | 32.805 | 32.805 | ||
| Belastingsvorderingen en andere vlottende activa | 64.274 | 64.274 | 64.274 | ||
| Kas en kasequivalenten | 8.590 | 8.590 | 8.590 | ||
| Langlopende financiële schulden | |||||
| - Kredietinstellingen | 327.004 | 327.004 | 326.732 | ||
| - IFRS 16 | 2.318 | 2.318 | 2.318 | ||
| - Andere | 102.740 | 102.740 | 98.352 | ||
| Andere langlopende financiële verplichtingen | |||||
| - Andere afgeleide instrumenten viaresultatenrekening | 0 | 0 | |||
| - Andere afgeleide instrumenten via anderecomponenten van het eigen vermogen | 1.248 | 1.248 | 1.248 | ||
| Kortlopende financiële schulden | |||||
| - Kredietinstellingen | 256.735 | 256.735 | 256.868 | ||
| - Andere | 82.813 | 82.813 | 82.813 | ||
| Andere kortlopende financiële verplichtingen | |||||
| - Andere afgeleide instrumenten via anderecomponenten van het eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | ||
| Handelsschulden en andere kortlopende schulden | |||||
| - Handelsschulden | 26.745 | 26.745 | 26.745 | ||
| - Andere kortlopende schulden | 6.601 | 6.601 | 6.601 | ||
| Andere kortlopende verplichtingen | 12.496 | 12.496 | 12.496 | ||
| Overlopende rekeningen | 21.229 | 21.229 | 21.229 |
In concreto doet de vennootschap voor de waardering van de kredieten beroep op vergelijkbare marktgegevens zoals een benadering van de toegepaste referentievoet en een benadering van de evolutie van de kredietmarge op basis van recente vergelijkbare observaties.
Met betrekking tot de afgeleide instrumenten werden de waarderingen van de diverse bancaire tegenpartijen overgenomen. Echter werden deze instrumenten onder niveau 2 geclassifieerd gezien we een CVA of een DVA berekenen op deze ontvangen waarderingen en dit op basis van marktgegevens die een benadering zijn van het kredietrisico. De waardering van de private obligatie is op basis van een benadering van een observeerbare CDS spread en de evolutie van de Euribor 6M.
28.4 TOELICHTING MET BETREKKING TOT DE AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN
Om de risico's van een stijging van de vlottende rentevoet te beperken, heeft Nextensa NV zich voor haar leningen gedeeltelijk ingedekt door het afsluiten van de financiële producten hieronder:
| AFDEKKING KASSTROMEN(IN 1.000 €) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| TYPE INDEKKING | Notioneel bedrag | Kwalificatie IFRS | Looptijd | RentevoetPaying leg | RentevoetReceiving leg |
| Lopende indekkingen | |||||
| SWAPS | |||||
| IRS-betaler | 50.000 | Cashflow hedges | 2026-2029 | 1.000% - 1,830% | EUR 3M |
| IRS-betaler | 384.000 | Fair Value hedge | 2026-2030 | -0,515% - 2.495% | EUR 3M |
| Totaal Notioneel bedrag | 434.000 | ||||
| CAPS | |||||
| Totaal Notioneel bedrag | Fair Value hedge | 0 | 0 | ||
| Start in de toekomst | |||||
| Totaal Notioneel bedrag | 225.000 | Fair Value hedge | 2027 - 2031 | 0,725% - 2,813% | EUR 3M |
Per einde boekjaar 2025 bedraagt het notioneel bedrag van de lopende netto payer IRScontracten € 376 miljoen en de toekomstige payer IRS € 400 miljoen voor de kredietlijnen gelinkt aan de investeringsportefeuille. Er zijn ook voor € 54 miljoen IRS contracten op de ontwikkelingsportefeuille.
De hedge ratio voor de investeringsportefeuille bedraagt eind 2025 100% (fix ratio 95%), in vergelijking met 61% (fix ratio 54%) eind 2024.
De verhouding tussen de vlot rentende schulden van € 403.111 duizend en anderzijds de vaste rentedragende schuld (€ 122.500 duizend), de corresponderende IRS- afdekking (€ 376.000 duizend) en de lopende CAPS (€ 25.000 duizend), is de hedge positie en wordt dus berekend op basis van het notioneel bedrag van de op dat moment lopende actieve afdekkingen. Bij deze berekening wordt geen rekening gehouden met toekomstige afgeleide instrumenten, daar ze ook nog geen 'bescherming' bieden tegen stijgende rente op dat betrokken moment. In volgende tabel wordt verduidelijkt hoe de hedge ratio en de fix ratio op afsluitingsdatum worden berekend. Van belang om hier nog te vermelden is dat de hedge ratio berekend werd voor het gedeelte van kredieten dat betrekking heeft op de investeringsportefeuille. Hiervoor werd een verdeelsleutel gebruikt dewelke de kredieten alloceert aan de vastgoedbeleggingen. De overige kredieten zijn dan per definitie projectinvesteringen voor dewelke het niet relevant is een hedge ratio te berekenen.
De afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd aan hun reële waarde, die overeenstemt met de marked- to-market berekend door de financiële instellingen. Met betrekking tot IRSen, wordt voor een gedeelte aan hedge accounting gedaan en werd de efficiëntie van de indekkingen aangetoond en een ander gedeelte aan non-effective hedge accounting. Het betreffen kasstroomindekkingen enerzijds, waarbij de IRS Payer swaps als dekking dienen voor uitstaande kredietlijnen aan vlottende rente, inclusief uitgegeven commercial paper aan vlottende rentevoeten, die herprijsd worden op kortetermijnintervallen (typisch drie maand of minder).
In de praktijk betekent dit dat het effectieve gedeelde door het eigen vermogen wordt geherwaardeerd en het niet-effectieve gedeelte door de resultatenrekening. Het effectief deel van de kasstroomindekkingen wordt aan de "reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding zoals gedefinieerd in IFRS" toegewezen en het niet effectief deel van de kasstroomindekkingen samen met de reële waarde indekkingen worden opgenomen in de "reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding zoals gedefinieerd in IFRS".
| BEREKENING HEDGE RATIO(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | |
|---|---|---|
| Nominaal bedrag van de uitstaande financiële verplichtingen exclusief accr. Interest in 000 € | A | 525.611 |
| Nominaal bedrag van de vastrentende schulden in 000 € | B | 122.500 |
| Nominaal bedrag van de financiële instrumenten IRS Payer in 000 € | C | 376.000 |
| Nominaal bedrag van de financiële instrumenten IRS Receiver in 000 € | D | 0 |
| Nominaal bedrag van de financiële instrumenten CAPS in 000 € | E | 25.000 |
| Fix ratio | ((B+C))/A | 95% |
| Hedge ratio | (B+C+E-D)/A | 100% |
De reële waarde van de indekkingsinstrumenten op afsluitdatum is samengesteld als volgt:
| AFGELEIDE FINANCIËLE PRODUCTEN(IN 1.000 €) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 31/12/2025 | 31/12/2024 | |||
| Activa | Verplichtingen | Activa | Verplichtingen | |
| Interest Rate Swaps, Caps | 11.569 | -329 | 14.314 | -1.248 |
Het saldo van de activa (€ 11,6 miljoen) is voorgesteld onder de "Financiële vaste activa" (bijlage 20) en het saldo van de verplichtingen (- € 0,3 miljoen) is voorgesteld in de rubrieken "Andere langlopende verplichtingen".

28.5 INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO'S
FINANCIEEL BEHEER
Het financieel beleid is gericht op het optimaliseren van de kosten van het kapitaal en het beperken van de financierings-, renteliquiditeits-, kasstroom-, tegenpartij- en convenantenrisico. Wij verwijzen voor de toelichting met betrekking tot het beheer van de financiële risico's, de mogelijke impact, de beperkende factoren en maatregelen naar de toelichting met betrekking tot de risico's zoals beschreven onder de Risicofactoren, opgenomen in hoofdstuk 4.10
SPECIFIEKE TOELICHTING LIQUIDITEITSRISICO
Per 31 december 2025 is de gewogen resterende looptijd van de kredietenportefeuille die gealloceerd werd aan het investeringsvastgoed geëvolueerd van 1,98 jaar einde 2024 naar 2,91 jaar einde 2025. Voor een meer gedetailleerde presentatie van de looptijdanalyse verwijzen we naar de toelichting met betrekking tot de financiële schulden.
De gewogen resterende looptijd van de indekkingsproducten is gestegen van 2,68 jaar einde 2024 tot 2,95 jaar einde 2025.
Het liquiditeitsrisico inherent aan het verschil in de gewogen resterende looptijden van de financiële verplichtingen en de afgeleide financiële verplichtingen wordt gemonitored in functie van de herfinancieringsverwachtingen van de kredietenportefeuille en de ingeschatte toekomstige extra financieringsbehoeftes binnen de vennootschap. Het liquiditeitsrisico schuilt in het niet beschikbaar zijn van extra financiering om de vervaldagen in de kredietenportefeuille te herfinancieren of om extra kredietbehoeftes te ondervangen. Enerzijds wordt dit risico ondervangen door een evenwichtige spreiding van de kredietvervaldagen en door een diversificatie van de financieringsbronnen.
Per eind december 2025 beschikt Nextensa over € 169 miljoen aan ongebruikte kredietlijnen. Dit bedrag is na de verkoop van Stadlau in januari 2026 verder gestegen tot € 204 miljoen. De private obligatielening van € 100 miljoen, met vervaldag in november 2026, kan worden terugbetaald door gebruik te maken van de beschikbare kredietlijnen, waarbij nog steeds voldoende financiële ruimte behouden blijft voor de geplande bouwactiviteiten, waaronder het Proximus‑hoofdkantoor op Tour & Taxis. Met uitzondering van één kredietlijn die vervalt in 2026, werden alle kredietlijnen reeds verlengd.
MARKTRISICO GEVOELIGHEIDSANALYSE
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verschillende type marktrisico's waaraan de vennootschap is blootgesteld op het einde van de verslagperiode met de potentiële invloed van veranderingen in de verschillende risicovariabelen waaraan de vennootschap is blootgesteld op het eigen vermogen van de onderneming.
Impact op het Eigen Vermogen
| WIJZIGING MARKTRISICO | DALING | STIJGING |
|---|---|---|
| Geschatte huurwaarde | negatief | positief |
| Inflatie | negatief | positief |
| Kapitalisatievoet | positief | negatief |
| Resterende looptijd huurcontract | negatief | positief |
| Bezettingsgraad | negatief | positief |
| Onderhoudskost | positief | negatief |
| Rentevoeten financieringen | positief | negatief |
| Overige Financieringskosten | positief | negatief |
De gemiddelde financieringskost voor de financieringen aangegaan voor de investeringsportefeuille (exclusief de marked-to- market van de indekkingsinstrumenten) na hedging bedraagt eind 2025 2,90% (eind 2024: 2,86%).
Gezien de hedge ratio 100% is, heeft de stijging van de variabele interstvoet geen impact op de financiële kosten.
HUURDERS- EN KREDIETRISICO
Er wordt naar gestreefd om de spreiding van de grote huurders en de sectoren waarin zij actief zijn te verbeteren, teneinde een zo gediversifieerd mogelijk huurdersrisico en huurinkomen te bekomen en daardoor de afhankelijkheid van de vennootschap t.o.v. het verdwijnen van een of meerdere belangrijke huurders, wegens bijvoorbeeld opzeg van het huurcontract of faillissement, te beperken.
De top 10 van de belangrijkste huurders bedraagt ongeveer 21%. De spreiding van de huurdersportefeuille naar sectoren blijft goed.
De kredietwaardigheid van onze huurdersportefeuille blijft nog steeds zeer goed, wat gestaafd wordt door het feit dat Nextensa zowel in België als in het Groothertogdom Luxemburg en Oostenrijk de laatste jaren geen significante waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen heeft gekend.
Voor een analyse van de openstaande klantenvorderingen verwijzen we naar bijlage 24.

BIJLAGE 29 HANDELSSCHULDEN EN ANDERE KORTLOPENDE SCHULDEN
| BELASTINGSSCHULD EN ANDERE SCHULDEN(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Leveranciers | 14.425 | 26.745 |
| Te betalen BTW | 2.040 | 3.584 |
| Belastingen, bezoldigingen en sociale lasten | 1.844 | 3.017 |
| TOTAAL | 18.309 | 33.346 |
De openstaande leveranciers zijn gedaald naar € 14,4 miljoen.
BIJLAGE 30 ANDERE KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN
De andere kortlopende verplichtingen bedragen € 12,8 miljoen (eind 2024 € 12,5 miljoen) en omvatten de nog te betalen dividenden, voorzieningen met betrekking tot huurgaranties, de in geld ontvangen huurwaarborgen en rekening couranten.
BIJLAGE 31 OVERLOPENDE REKENINGEN - PASSIVA
| OVERLOPENDE REKENINGEN PASSIVA(IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Vooraf ontvangen vastgoedopbrengsten | 7.140 | 10.860 |
| Gelopen, niet vervallen interesten en andere kosten | 8.280 | 10.369 |
| TOTAAL | 15.420 | 21.229 |
De overlopende rekeningen passiva betreffen onder andere de reeds ontvangen huren met betrekking tot 2026 en interestkosten.
BIJLAGE 32 UITGESTELDE BELASTINGEN
| UITGESTELDE BELASTING ACTIVA EN VERPLICHTINGEN IN DE BALANS | ||
|---|---|---|
| (€ 000S) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Investeringsvastgoed | -34.118 | -30.284 |
| Aanpassing voor fiscale jurisdictie | -17.111 | -17.111 |
| Aangehouden derivaten | -3.813 | -4.294 |
| Work in progress | 6.641 | -1.190 |
| Retail Estates | 0 | -714 |
| Fiscale verliezen | 5.717 | 12.740 |
| Overige | 1.327 | 3.624 |
| Leasing (IFRS 16) | 41 | 41 |
| TOTAAL | -41.317 | -37.188 |
De uitgestelde belastingen ten belope van € 41,3 miljoen (€ 50,8 M staat opgenomen als uitgestelde belastingverplichting en € 9,5 M als uitgestelde belastingsvordering) hebben voornamelijk betrekking op het erkennen van een uitgestelde belastingsverplichting op de vastgoedbeleggingen. Dit betreft het verschil tussen de nettoboekwaarde en de reële waarde. De geboekte impact in de resultatenrekening bedraagt een last van € 5,7 M per 31 december 2025.
| NIET ERKENDE UITGESTELDE BELASTING ACTIVA(€ 000S) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Niet erkende uitgestelde belasting activa gerelateerd aan fiscale verliezen | 9.832 | 6.974 |
| Niet erkende uitgestelde belasting activa - overige | 0 | 0 |
BEL Towers - Brussel

De Pillar Two-wetgeving is van kracht vanaf het huidige boekjaar dat begint op 1 januari 2024.
De Pillar Two-wetgeving is ingevoerd of substantieel ingevoerd in bepaalde rechtsgebieden waarin de Nextensagroep actief is (bijv. België). Ackermans & van Haaren NV (AvH NV) is de Ultimate Parent Entity ('UPE') voor Pillar Two-doeleinden van de entiteiten van de Nextensa-groep. Deze entiteiten vallen daarom onder de gevolgen van Pillar Two die van toepassing zijn op de AvH-groep.
Omdat de Nextensa-groep deel uitmaakt van de AvH-groep, moet de impact van Pillar Two worden beoordeeld op het niveau van de AvH-groep.
Op basis van de beoordeling door de AvH-groep heeft de AvH-groep een blootstelling aan Pillar Two-aanvullende belastingen geïdentificeerd in bepaalde rechtsgebieden. Volgens de ingevoerde wetgeving is de AvH-groep in principe verplicht om, in België of in het betreffende rechtsgebied, aanvullende belasting te betalen over de winsten van haar entiteiten die worden belast tegen een effectief belastingtarief van minder dan 15 procent. Voor 2025 bedraagt de totale impact van deze belastingen op het netto geconsolideerde inkomen van de AvH-groep 0,4 miljoen euro. Deze beoordeling is gebaseerd op de meest recente beschikbare informatie over de financiële prestaties van de entiteiten in de AvH-groep, namelijk de Country-by-Country Reporting en de geconsolideerde jaarrekeninggegevens.
De belangrijkste rechtsgebieden met blootstelling aan Pillar Two-aanvullende belastingen zijn Mexico, Verenigde Arabische Emiraten en Denemarken. Aangezien de Nextensa-groep geen entiteiten in deze rechtsgebieden heeft, ontstaat er geen aanvullende belastingverplichting in de cijfers van Nextensa per eind december 2025.
De Nextensa groep past de tijdelijke vrijstelling toe van de boekhoudkundige vereisten voor uitgestelde belastingen zoals voorzien in IAS 12. Dienovereenkomstig erkent of verstrekt de Nextensa groep geen informatie over uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen die verband houden met de Pillar Two‑inkomstenbelastingen.

Er vonden geen transacties met verbonden partijen plaats die buiten de normale marktvoorwaarden vielen.
Wat betreft de vergoeding aan de commissaris: er is een overzicht gegeven van de audit- en niet-auditdiensten geleverd tijdens het boekjaar 2025 in hoofdstuk 4.5 van dit jaarverslag.
Er wordt, zoals in het remuneratieverslag, op individuele basis enkel de remuneratie van de CEO weergegeven, en op globale basis de remuneratie van de overige leden van het executief comité.
Het executief comité wordt gevormd door de heer Michel van Geyte (via Midhan BV), CEO van Nextensa NV, de heer Tim Rens (via Montevini BV), CFO,de heer Olivier Vuylsteke (via WIMAS BV), CIO en de heer Peter De Durpel (via Durabel Consulting BV), COO.
Ze ontvingen voor het voorbije boekjaar de volgende bedragen:
| in € | Vastevergoeding | Variabelevergoeding(STI) | Groepsverzekering | Totalevergoeding | Ratio vastevs variabelevergoeding(STI) |
|---|---|---|---|---|---|
| CEO | |||||
| Financieel jaar 2025 | 464.185 | 232.092 | 22.129 | 718.407 | 67% vs 33% |
| Financieel jaar 2024 | 451.586 | 200.000 | 22.129 | 673.715 | 69% vs 31% |
| Overige leden van het executief management | |||||
| Financieel jaar 2025 | 834.490 | 219.053 | N.A. | 1.053.544 | 78% vs 21% |
| Financieel jaar 2024 | 813.800 | (*) 280.000 | N.A. | 1.093.800 | 74% vs 26% |
* Typo in jaarverslag 2024: €280.000 in plaats van €250.000.

Nevenstaande dochterondernemingen worden allemaal in de consolidatiekring opgenomen met toepassing van de integrale consolidatiemethode. Deze bestaat erin om zowel de activa als de verplichtingen, als de resultatenrekening van de dochterondernemingen integraal op te nemen. De minderheidsbelangen worden via een aparte rubriek in de balans en resultatenrekening opgenomen.
De geconsolideerde jaarrekening is opgemaakt op dezelfde datum als die waarop de dochterondernemingen hun jaarrekening opmaken.

| NAAM & ADRES VAN DE ADMINISTRATIEVE ZETEL | LAND VAN OOSPRONG/VESTIGING | RECHTSTREEKS OF ONRECHTSTREEKSDEEL VAN HET KAPITAAL IN BEZIT EN | |||
|---|---|---|---|---|---|
| STEMRECHTEN (IN%) | |||||
| 31/12/2025 | 31/12/2024 | ||||
| AE Starvilla Sieben GmbH & Co OG | Oostenrijk | 100% | 100% | ||
| Leasinvest Immo Austria GmbH | Oostenrijk | 100% | 100% | ||
| Kadmos Immobilien Leasing GmbHLeasinvest Gewerbeparkstrasse 2 Stadlau GmbH | OostenrijkOostenrijk | 100%100% | 100%100% | ||
| Vösendorf Nordring 2-10 Vermietungsgesellschaft m.b.H | Oostenrijk | 100% | 100% | ||
| Vösendorf Nordring 16 Vermietungsgesellschaft m.b.H | Oostenrijk | 100% | 100% | ||
| Leasinvest Services NV | België | 100% | 100% | ||
| Haven Invest NV | België | 100% | 100% | ||
| Extensa NV | België | 100% | 100% | ||
| Extensa Group NV | België | 100% | 100% | ||
| Extensa Development NV | België | 100% | 100% | ||
| Gare Maritime NV | België | 100% | 100% | ||
| Project T&T NV | België | 100% | 100% | ||
| T&T Douanehotel NV | België | 100% | 100% | ||
| T&T Openbaar Pakhuis NV | België | 100% | 100% | ||
| T&T Parking NV | België | 100% | 100% | ||
| T&T Tréfonds NV | België | 100% | 100% | ||
| Tour & Taxis Services NV | België | 100% | 100% | ||
| T&T Property Management BV | België | 100% | 100% | ||
| Vilvolease NV | België | 100% | 100% | ||
| Extensa Invest I NV FIIS | België | 100% | 100% | ||
| Monteco BV | België | 0% | 100% | ||
| Montoyer 24 NV | België | 100% | 100% | ||
| Treebune BV | België | 100% | 0% | ||
| T&T Office Tower BV | België | 100% | 0% | ||
| Bel Offices 1 BV | België | 100% | 0% | ||
| Bel Offices 2 BV | België | 100% | 0% | ||
| Bel Parking BVBel Residential BV | BelgiëBelgië | 100%100% | 0%0% | ||
| Bel Student Housing BV | België | 100% | 0% | ||
| Bel Living BV | België | 100% | 0% | ||
| Bel Public BV | België | 100% | 0% | ||
| Leasinvest Immo Lux SA | Groothertogdom Luxemburg | 100% | 100% | ||
| EBBC A SàRL | Groothertogdom Luxemburg | 100% | 100% | ||
| EBBC C SàRL | Groothertogdom Luxemburg | 100% | 100% | ||
| Green Offices Monterey SàRL | Groothertogdom Luxemburg | 100% | 100% | ||
| Retail South SàRL | Groothertogdom Luxemburg | 100% | 100% | ||
| Boomerang Strassen SàRL | Groothertogdom Luxemburg | 100% | 100% | ||
| RDA 110 SàRL | Groothertogdom Luxemburg | 100% | 100% | ||
| Nextensa Pommerloch SàRL | Groothertogdom Luxemburg | 0% | 100% | ||
| Nextensa Schmiede SàRL | Groothertogdom Luxemburg | 0% | 100% | ||
| Beekbaarimo SA | Groothertogdom Luxemburg | 0% | 100% | ||
| Grossfeld Developments SàRL | Groothertogdom Luxemburg | 50% | 100% |

De groep heeft een belangrijke gezamenlijke operatie met Gasperich Invest, opgericht op 26 juli 2019 en heeft een 54,05% aandeel in het resultaat uit huurinkomsten en verkoop van vastgoed van Gasperich Invest welk dient als financiering voor Grossfeld PAP SA SICAV-RAIF.

De op de verslagdatum aangegane maar nog niet gedane investeringen en andere uitgaven luiden als volgt:
| INVESTERINGSVERBINTENISSEN | ||
|---|---|---|
| (IN 1.000 €) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Cloche d'Or | 8.745 | 5.210 |
| Gare Maritime | - | - |
| Riva | - | - |
| Parking | - | - |
| Zone C | 152 | 6.350 |
| Zone AB | 451 | 291 |
| TOTAAL | 9.348 | 11.851 |
De financiële behoeften voor de verplichtingen voor de residentiële vastgoedontwikkelingen, zullen voornamelijk worden vervuld door de opbrengsten van klanten.

Op 14 januari 2026 kondigde Nextensa de verkoop aan van haar retailpark Gewerbepark Stadlau (ongeveer 11.000 m²) in Wenen aan een open gespecialiseerd vastgoedfonds beheerd door Union Investment. De transactie, gestructureerd als een asset deal, vertegenwoordigt een nettobedrag van € 35,45 miljoen en past binnen de strategie van Nextensa om haar vastgoedportefeuille verder te optimaliseren, terwijl zij haar duurzaamheidsdoelstellingen blijft nastreven.
Op 4 maart 2026 kondigden Nextensa en Promobe, via hun joint venture Grossfeld, aan dat Citi een langetermijnhuurovereenkomst heeft ondertekend voor kantoorruimte in The Rock, een nieuw, iconisch kantoorgebouw in de wijk Cloche d'Or in Luxemburg. The Rock zal 9.492 m² hoogwaardige kantoorruimte bieden, verspreid over tien verdiepingen en aangevuld met twee ondergrondse niveaus. De oplevering van het gebouw is gepland voor midden 2027.
VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN NEXTENSA NV OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2025 - GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Nextensa NV (de "vennootschap") en haar filialen (samen "de groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door weten regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 21 mei 2024, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2026. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Nextensa NV voor de eerste maal uitgevoerd gedurende de huidige verslagperiode.

Verslag over de geconsolideerde jaarrekening
OORDEEL ZONDER VOORBEHOUD
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2025 omvat, alsook de geconsolideerde staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, de andere elementen van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, de geconsolideerde staat van wijzigingen in kapitaal en reserves en de geconsolideerde kasstroomtabel over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van het geconsolideerd balanstotaal 1 542 561 (000) EUR bedraagt en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een verlies van het boekjaar van 33 244 (000) EUR.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2025 alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
BASIS VOOR HET OORDEEL ZONDER VOORBEHOUD
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

KERNPUNTEN VAN DE CONTROLE
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Kernpunten van de controle
Waardering van de vastgoedbeleggingen
De vastgoedbeleggingen vertegenwoordigen 69% van de activa van de Groep. Op 31 december 2025 zijn deze terug te vinden onder de rubriek 'vastgoedbeleggingen' van het actief van de balans voor een totaalbedrag van 1 057 981 (000) EUR.
Overeenkomstig de waarderingsregels en de IAS 40 norm "Vastgoedbeleggingen" worden deze vastgoedbeleggingen gewaardeerd tegen de reële waarde, en worden de reële waardewijzigingen opgenomen in de resultatenrekening.
De reële waarde van deze vastgoedbeleggingen wordt geclassificeerd onder niveau 3 van de reële waarde hiërarchie zoals gedefinieerd onder de IFRS 13 norm "De waardering tegen reële waarde". Bepaalde hypotheses die gebruikt worden voor de waardering zijn gebaseerd op data die slechts beperkt waarneembaar zijn (verdisconteringsvoet, toekomstige bezettingsgraad,..) en vereisen daarom een inschatting vanwege het management.
Het auditrisico ligt in de waardering van deze vastgoedbeleggingen en is daarom een kernpunt van onze controle.
Hoe onze controle de kernpunten van de controle behandelde
De Groep maakt gebruik van externe deskundigen om de reële waarde van zijn gebouwen te schatten. We hebben (met de hulp van onze eigen interne waarderingsdeskundigen) de waarderingsverslagen van deze externe deskundigen geëvalueerd.
Specifiek hebben we:
- de interne beheersmaatregelen van het management beoordeeld en het ontwerp en de implementatie van interne controles in het domein van vastgoedbeleggingen getest;
- de objectiviteit, onafhankelijkheid en competentie van de externe deskundigen geanalyseerd;
- de integriteit van de belangrijkste brongegevens (contractuele huurprijs, duur van de huurovereenkomsten, ...) die gebruikt worden in hun berekeningen nagegaan en afgestemd met onderliggende contracten voor een steekproef;
- en de modellen en hypotheses beoordeeld die in hun verslagen zijn gebruikt (verdisconteringsvoet, toekomstige bezettingsgraden, …) voor een steekproef.
Tenslotte hebben we de geschiktheid van de informatie over de reële waarde van de vastgoedbeleggingen in bijlage 15 van de Geconsolideerde Jaarrekening beoordeeld.
Omzeterkenning en boekhoudkundige verwerking van ontwikkelingsprojecten
De Groep heeft 63 080 (000) EUR aan omzet ontwikkelingsprojecten en 56 784 (000) EUR aan kosten ontwikkelingsprojecten erkend voor het boekjaar 2025. Bovendien activeert de Groep kosten van ontwikkelingsprojecten als "onderhanden werken in uitvoering" over de levensduur van de projecten. Deze "onderhanden werken in uitvoering" bedragen 19 781 (000) EUR per 31 december 2025.
De waardering van de grondposities en de gemaakte bouwkosten voor ontwikkelingsprojecten zijn gebaseerd op de historische kostprijs of lagere netto realisatiewaarde. De beoordeling van de netto realisatiewaarden omvat veronderstellingen met betrekking tot toekomstige marktontwikkelingen, beslissingen van overheidsinstanties, verdisconteringsvoeten en toekomstige veranderingen in kosten en verkoopprijzen. Deze schattingen hebben betrekking op verschillende elementen en zijn gevoelig voor gehanteerde scenario's en assumpties en houden als zodanig een significant oordeel in van het management. Het Risico bestaat dat mogelijke bijzondere waardeverminderingen van "onderhanden werken in uitvoering" niet adequaat worden verwerkt in de Geconsolideerde Jaarrekening.
Opbrengsten en resultaten worden verantwoord voor zover componenten (vastgoedeenheden) zijn verkocht en op basis van de mate waarin de ontwikkeling is afgewerkt. Omzet en marge worden aldus verantwoord op basis van schattingen met betrekking tot de verwachte totale kosten per ontwikkelingsproject.
In veel gevallen is er een hoge mate van oordeelsvorming vanwege de complexiteit van ontwikkelingsprojecten en onzekerheid over de verwachte kosten. Er is daarom een hoge mate van risico gekoppeld aan het inschatten van het bedrag van de opbrengsten en de marge die door de Groep moet worden erkend op balansdatum. Wijzigingen in deze schattingen kunnen aanleiding geven tot materiële effecten en om deze reden is de controle van de ontwikkelingsprojecten een kernpunt van onze controle.
- We hebben een steekproef van ontwikkelingsprojecten getest door de tot op heden gemaakte kosten met betrekking tot terreinen en onderhanden werken in uitvoering te verifiëren met onderliggende documentatie.
- We hebben de verkoopwaardes aangesloten met contracten voor een steekproef van ontwikkelingsprojecten.
- We hebben op basis van de verkopen en het percentage van voortschrijding der werken op balansdatum, de erkende omzet en marge nagerekend.
- We hebben de berekeningen van de netto realisatiewaarden alsook van de redelijkheid en consistentie van de door het management gehanteerde assumpties beoordeeld.
- We hebben de financiële prestaties van specifieke ontwikkelingsprojecten ten opzichte van het budget en historische trends beoordeeld, met name om de redelijkheid van de te verwachten kosten te beoordelen.
Tenslotte hebben we de geschiktheid van de informatie over de ontwikkelingsprojecten in bijlagen 8 en 23 van de Geconsolideerde Jaarrekening beoordeeld.
VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN HET BESTUURSORGAAN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS Accounting Standards) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE COMMISSARIS VOOR DE CONTROLE VAN DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de vennootschap, noch van de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
- het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
- het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de groep;
- het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
- het concluderen dat de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen.
Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de groep haar continuïteit niet langer kan handhaven;
- het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
- het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN HET BESTUURSORGAAN
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.
VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE COMMISSARIS
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
ASPECTEN BETREFFENDE HET JAARVERSLAG OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING EN ANDERE INFORMATIE OPGENOMEN IN HET JAARRAPPORT OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening, zijnde:
de vereiste onderdelen van het jaarverslag van Nextensa NV overeenkomstig artikel 3:6 en 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zoals weergegeven in
de volgende hoofdstukken van het jaarrapport: '1.2. Kerncijfers 2025', '2.2 Toelichting bij de geconsolideerde resultatenrekening', '2.4 Corporate Governance Verklaring' en '2.13 risicofactoren'.
een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.
De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werd opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. De vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op het internationaal erkende referentiemodel. Overeenkomstig artikel 3:80 § 1, 5° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met dit internationaal erkende referentiemodel.
VERMELDINGEN BETREFFENDE DE ONAFHANKELIJKHEID
- Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de groep.
- De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
EUROPEES UNIFORM ELEKTRONISCH FORMAAT (ESEF)
Wij hebben ook, overeenkomstig de ontwerpnorm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat ("ESEF"), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat en de markeertaal met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 ("Gedelegeerde Verordening").
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat ("digitale geconsolideerde financiële overzichten") opgenomen in het jaarlijks financieel verslag.
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEFvereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde financiële overzichten opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van Nextensa NV per 31 december 2025 in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
ANDERE VERMELDINGEN
• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Getekend te Antwerpen. De commissaris
Deloitte Bedrijfsrevisoren BV Vertegenwoordigd door Ben Vandeweyer
6.2. GECONSOLIDEERDE DUURZAAMHEIDSVERKLARINGEN
Rapportage-eisen
| ESRS ONDERWERPEN (ESRS 2) | UITLEG | PAGINA |
|---|---|---|
| Nextensa erkent dat de ESG-strategie niet alleen draait om compliance, maar een kernactiviteit is die risicobeheer en waardecreatie op lange termijn stimuleert | ||
| BP-1 Algemene grondslag voor het opstellen vanduurzaamheidsverklaringen | 3.2 Over het duurzaamheidsverslag van dit jaarOp grond van de onlangs ingevoerde drempels zou Nextensa worden vrijgesteld van de CSRD-verplichtingen. Ondanks dezewijziging blijven we onze activiteiten binnen het regelgevingskader nauwlettend volgen. Ondertussen blijven we ons inzettenvoor het rapporteren over onze ESG-strategie en -ambities. | 36 |
| VSME B1 Basis voor de opstelling | ||
| BP-2 Rapportage over specifieke omstandigheden | Risicobeheer en interne controles voor rapportageHet recente Omnibus-voorstel zorgt voor onzekerheid over onze rapportageverplichtingen: of we nog steeds onder hettoepassingsgebied vallen en welke normen we moeten volgen (de bijgewerkte VSME of de gewijzigde ESRS). Desondanksis Nextensa bereid om proactief het voortouw te nemen op het gebied van ESG-rapportage en blijft het bedrijf waakzaamom de voordelen van zijn rapportage te behouden, waarbij het een pragmatische aanpak hanteert om de daarmee gepaardgaande kosten te beperken en uitgaven van middelen te vermijden die mogelijk overbodig blijken te zijn. | 37 |
| GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende entoezichthoudende organen | 3.3 Nextensa's duurzaamheidsbeleidHoofdstuk 4 Beleid | 38104 |
| VSME C9 Gender diversiteit ratio bestuursorgaan | Genderdiversiteit in de Raad van Bestuur: vrouwen 37,5% t.o.v. mannen 62,5%Genderdiversiteit in de Executive Committee: vrouwen 0% t.o.v. mannen 100% | 116246 |
| GOV-2 Informatie verschaft aan en omgang metduurzaamheidsthema's door bestuurs-,leidinggevende en toezichthoudende organen vande onderneming | Door regelmatige evaluaties werd ervoor gezorgd dat we op één lijn bleven met de langetermijndoelstellingen, deverwachtingen van belanghebbenden en de regelgevingskaders, wat leidde tot effectieve besluitvorming. In 2025 hebben weons sterk gericht op het aanpakken van onze materiële IRO's via ons transitieplan voor klimaatverandering, dat een belangrijkedrijfveer werd voor het vormgeven van investeringen en ontwikkeling. | |
| GOV-3 - Integratie van duurzaamheidsprestaties inbeloningsregelingen | Volgens het beloningsbeleid van Nextensa is 20% van de variabele beloning van de CEO en de leden van het uitvoerendcomité gebaseerd op kwalitatieve criteria, waaronder het behalen van ESG-doelstellingen. | 124 |
| GOV-4 - Due-diligenceverklaring | Kernelementen van due diligence1. Due diligence integreren in het bestuur, de strategie en het bedrijfsmodel | |
| > Informatie over duurzaamheid die aan het management wordt verstrekt | 115 | |
| > Duurzaamheidsgerelateerde prestaties in beloningsregelingen | 124 | |
| > Wezenlijke effecten, risico's en kansen in verband met de strategie | 43 | |
| 2° Betrokkenheid van de betrokken belanghebbenden bij alle belangrijke stappen van het due diligence-proces | ||
| > Informatie over duurzaamheid die aan het management wordt verstrekt | 115 | |
| > Standpunten en belangen van belanghebbenden | 41 | |
| > Procedure voor de beoordeling van de materialiteit | 39 | |
| > Beleid ter beperking van klimaatverandering (Energie- en Emissiebeheer) | 59 | |
| 3° Het in kaart brengen en beoordelen van negatieve effecten | ||
| > Procedure voor de beoordeling van de materialiteit | 39 | |
| > Wezenlijke effecten, risico's en kansen in verband met de strategie | 43 |
| 4. Maatregelen nemen om die negatieve gevolgen aan te pakken | ||
|---|---|---|
| > Transitieplan voor het tegengaan van klimaatverandering | 52 | |
| > Acties en middelen | 56 | |
| 5. De doeltreffendheid van deze inspanningen bijhouden en hierover communiceren | ||
| > Doelstellingen (tabel met emissiebronnen van Nextensa) | 240 | |
| GOV-5 - Risicobeheersing en interne controlesvoor duurzaamheidsrapportage | Risicobeheer en interne controles voor rapportage | 37 |
| SBM-1 – Strategie, businessmodel en waardeketen | 2.3 Hoe wij waarde creëren3.6 Onze ESG-Strategie | 1647 |
| SBM-2 – Belangen en opvattingen vanstakeholders | Proactieve betrokkenheid van onze stakeholdersBijlage 3 De communicatie van Nextensa met belanghebbende | 41259 |
| SBM-3 - Materiële impacts, risico's en kansenen de wisselwerking daarvan met strategie enbusinessmodel | 3.5 Materiële IRO's en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel | 46 |
| IRO-1 - Beschrijving van de processen ommateriële impacts, risico's en kansen in kaartte brengen en te analyseren | 3.4 Nextensa's Dubbele materialiteitsanalyse als basis voor onze ESG-strategie | 39 |
| IRO-2 – Rapportage-eisen in ESRS opgenomen inde duurzaamheidsverklaring van de onderneming | Overzicht van de materiële onderwerpen van Nextensa en de ESRS | 45 |
| MDR-P – Beleid aangenomen voor het managenvan materiële duurzaamheidsthema's | Het beleid inzake Energie- en Emissiebeheer in een notendopHet beleid inzake energie- en emissiebeheer is van toepassing op alle activiteiten, regio's en de gehele waardeketen, enomvat zowel de toeleveringsketens als de effecten stroomafwaarts. Het toezicht wordt uitgeoefend door het uitvoerendcomité, ondersteund door de ESG-comité, terwijl de uitvoering wordt aangestuurd door de operationele teams en wordtversterkt door duurzaamheidshandvesten zoals het beleid voor duurzame inkoop, de gedragscode voor leveranciers engroene huurovereenkomsten. | 59 |
| VSME B2 Praktijken, beleid en toekomstigeinitiatieven voor de overgang naar eenduurzamere economie | OntwikkelingsactiviteitenBij ontwikkelingsactiviteiten legt Nextensa de nadruk op het ontwerpen van multifunctionele, flexibele gebouwen met eentijdloze architectuur en materialen die de CO₂-uitstoot gedurende de gehele levenscyclus van het gebouw tot een minimumbeperken. Door te zorgen voor een minimaal energieverbruik en het gebruik van fossiele brandstoffen voor verwarming enkoeling te vermijden, maximaliseert Nextensa de operationele efficiëntie en vermindert het de uitstoot gedurende de gehelelevensduur van het gebouw. | 54 |
| VSME C2 Beschrijving van werkwijzen, beleid entoekomstige initiatieven voor de overgang naareen duurzamere economie | Investeringsactiviteiten (vastgoedbeheer)Wat de investeringsactiviteiten betreft, zijn de maatregelen gericht op de overgang naar hernieuwbare energie, hetverbeteren van de energie-efficiëntie en het aanpassen van het verbruiksgedrag van de gebruikers. | 55 |
| MDR-A – Acties en hulpmiddelen voor materiële | Voor eigen activiteiten: verbetering van het mobiliteitsbeleid | 60 |
| duurzaamheidsthema's | Voor vastgoedbeheer (investeringsactiviteiten):> Het energieverbruik minimaliseren> Het gebruik van hernieuwbare energie uitbreiden> Duurzaam gedrag van gebruikers stimuleren> Investeren in ondersteunende infrastructuur | 61 |
| Voor ontwikkelingsprojecten:> Het energieverbruik van gebouwen tot een minimum beperken en systemen voor hernieuwbare energie installeren> Kiezen voor materialen met een lagere CO₂-uitstoot gedurende de gehele levenscyclus van het gebouw | 63 | |
| MDR-M – Maatstaven voor materiëleduurzaamheidsthema's | Als geconsolideerde deelneming van Ackermans & Van Haaren die onder het toepassingsgebied van de CSRD valt, hechtNextensa veel belang aan de validatie van haar inspanningen op het gebied van duurzaamheid. Deze inspanningen wordenaan haar aandeelhouders meegedeeld, en alle door de aandeelhouder gerapporteerde gegevens zijn gecontroleerd doorDeloitte. Hun beoordeling van de gegevens van Nextensa was een controle op de plausibiliteit, die voornamelijk gericht wasop grotere uitstoters. | 37 |
| MDR-T – Effectiviteit van beleid en maatregelenmonitoren aan de hand van doelen | Nextensa stelt duidelijke KPI's vast en bouwt een robuust monitoringsysteem op om de voortgang op alleduurzaamheidsprioriteiten bij te houden. De verkregen gegevens worden niet alleen gebruikt om te voldoen aanrapportageverplichtingen, maar ook om beter onderbouwde en toekomstgerichte strategische beslissingen te nemen.Met deze aanpak streeft Nextensa ernaar om aan te sluiten bij de doelstellingen van het Akkoord van Parijs en ervoorte zorgen dat alle ESG-gegevens consistent en vergelijkbaar zijn en dat ze concrete vooruitgang kunnen aantonen aaninvesteerders en belanghebbenden | 51 |
Milieuverklaring
| ENERGIE & EMISSIE BEHEER | UITLEG | VERWIJZING | PAGINA |
|---|---|---|---|
| Strategie | Hoofddoel: het bereiken van een netto-nuluitstoot voor Scope 1 en 2 tegen 2030 en voor Scope 3 tegen 2050. | ||
| E1-1 – Transitieplan voor klimaatmitigatieC3 - Doelstellingen voor de vermindering vanbroeikasgassen en de klimaattransitie | Nextensa heeft de afgelopen jaren aanzienlijke inspanningen geleverd om haar gebouwen duurzamer en grondstofefficiënterte maken, terwijl we ook naar onszelf hebben gekeken en onze eigen operationele uitstoot hebben teruggedrongen.We maken onderscheid tussen uitstoot door eigen bedrijfsvoering, die voortvloeit uit onze directe activiteiten, en uitstootdoor vastgoed, die verder wordt onderverdeeld in twee categorieën:• INVESTEERDER/EIGENAAR: Uitstoot in verband met het verwerven van, investeren in en beheren van vastgoed(investeringsactiviteiten).• ONTWIKKELAAR: Emissies die verband houden met de (her)ontwikkeling van vastgoed dat later wordt beheerd of verkocht(ontwikkelingsactiviteiten).Dit onderscheid helpt ons om de emissies binnen het volledige bereik van onze activiteiten en vastgoedportefeuille duidelijkte volgen en te beheren. Het stelt ons ook in staat om gerichte decarbonisatiestrategieën voor elke activiteit te ontwikkelen,waarbij we prioriteit geven aan inspanningen waar de emissies het grootst zijn. | ESRS E1-1VSME C3GRI 305SDG 7SDG 11SDG 12SDG 13 | 52 |
| Materiële impacts, risico's en kansen en dewisselwerking daarvan met strategie enbusinessmodel | 3.5 Materiële IRO's en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel | ESRS 2 SBM-3 | 46 |
| Impact-, risico- en kansenmanagement | |||
| Beschrijving van de processen voor hetidentificeren en beoordelen van wezenlijkeklimaatgerelateerde effecten, risico's en kansen | 3.4 De dubbele materialiteitsbeoordeling van Nextensa als basis voor onze ESG-strategie | ESRS 2 IRO-1 | 39 |
| E1-2 – Beleid ten aanzien van klimaatmitigatieB2 - Praktijken, beleidsmaatregelen entoekomstige initiatieven voor de overgang naareen duurzamere economie | Onze beleidsmaatregelen op het gebied van klimaatverandering zijn gebaseerd op verschillende kaders, met name:Ontwikkeling activiteiten• Het GHG Protocol voor berekening van emissies• EU Taxonomy - bijdrage aan de beperking van klimaatverandering in het kader van de activiteiten "Bouw van nieuwegebouwen" en "Renovatie van bestaande gebouwen"• Voor de operationele intensiteit baseren we ons op de CRREM-trajecten,• Voor de vooraf ingebouwde emissies volgen we het door SBTi Buildings gepubliceerde traject. | ESRS E1-2EU TaxonomyKPI TabelVSME B2 | 5474243 |
| C2 - Beschrijving van werkwijzen, beleid entoekomstige initiatieven voor de overgang naareen duurzamere economie | Investeringsactiviteiten• Het GHG Protocol voor de berekening van emissies;• EU Taxonomy voor onze bijdrage aan de beperking van klimaatverandering in het kader van de activiteiten "Aankoop eneigendom van gebouwen";• De CRREM-trajecten, die een robuust, op 1,5 °C afgestemd traject bieden voor emissies tijdens het gebruik, waarbij denadruk ligt op doelstellingen voor operationele intensiteit die specifiek zijn voor elk land en elke gebouwtypologie enonafhankelijk zijn van de groei. | VSME C2 | 55 |
| E1-3 – Maatregelen en middelen wat betreft beleidten aanzien van klimaatverandering | Financiering van ons transitieplanActies en middelen | ESRS E1-3 | 5660 |
| Inhoudstafel | • | Nextensa in het kort | • | Bedrijfsrapport | • | Duurzaamheidsverslag | • | Corporate Governance | • | Vastgoedverslag | • | Geconsolideerde Staten 2025 | • | Bijlagen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| -------------- | --- | ---------------------- | --- | ----------------- | --- | ---------------------- | --- | ---------------------- | --- | ----------------- | --- | ----------------------------- | --- | ---------- |
| Maatstaven en doelen | |||
|---|---|---|---|
| E1-4 – Doelen inzake klimaatmitigatie enklimaatadaptatie | Doelstellingen op het gebied van klimaatverandering, uitgesplitst naar reducties voor Scope 1, 2 en 3 binnen onzeverschillende activiteiten | ESRS E1-4VSME C3GRI 302-1SDG 13 | 65 |
| E1-5 – Energieverbruik en energiemixB3 - Energie en broeikasgasemissies | Uit hernieuwbare bronnen: 208 MWh (44,3%)Uit fossiele bronnen: 262 MWh (55,7%) | ESRS E1-5VSME B3GRI 302-1SDG 7SDG 13 | 66 |
| E1-6 – Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totalebroeikasgasemissies | Bruto Scope 1-broeikasgasemissies: 43,23 tCO2eqBruto scope 2-broeikasgasemissies: 10,27 tCO2eqBruto scope 3-broeikasgasemissies eigen activiteiten: 781,23 tCO2eqBruto scope 3-broeikasgasemissies investeringen: 116 657,08 tCO2eqBruto scope 3-broeikasgasemissies ontwikkeling: 23 595,79 tCO2eq | ESRS E1-6VSME B3GRI 305SDG 12SDG 13 | 68 |
| E1-7 – Broeikasgasverwijderingen en projectenvoor broeikasgasmitigatie gefinancierd uit carboncredits | Tot nu toe heeft Nextensa geen projecten voor de verwijdering of opslag van broeikasgassen uitgevoerd binnen haar eigenbedrijfsactiviteiten of in haar waardeketen. Bovendien zijn in de gerapporteerde broeikasgasemissies geen reducties ofverwijderingen meegenomen die voortvloeien uit klimaatmitigatieprojecten buiten haar waardeketen, zoals projecten dieworden gefinancierd door de aankoop van koolstofkredieten. | 73 | |
| E1-8 – Interne koolstofbeprijzing | Op dit moment beschikt Nextensa niet over een intern mechanisme voor koolstofbeprijzing. | 73 | |
| E1-9 – Beoogde financiële effecten van materiëlefysieke en transitierisico's en potentiëleklimaatkansen | Financiële gevolgen | 73 |
Informatieverschaffing over sociale aspecten
| MENSEN VAN NEXTENSA | UITLEG | VERWIJZING | PAGINA |
|---|---|---|---|
| Vrijwillig gerapporteerd onderwerp | |||
| Eigen personeel | 3.9 Investeren in menselijk kapitaal - De mensen van Nextensa | ESRS S1VSME B2 | 97 |
| Maatstaven en doelen | Tabel : Mensen van Nextensa | 246 | |
| Beleid ten aanzien van eigen personeel | Talentmanagement | ESRS S1-1VSME B2VSME C2SG 8 | 101 |
| Doelstellingen mbt eigen personeel | De doelstelling van Nextensa op het gebied van personeel | ESRS S1-4GRI 404_2SDG 8 | 99 |
| Kenmerken van de werknemers en medewerkersniet in loondienst onder het eigen personeel vande ondernemingB8 - Eigen personeel - algemene kenmerkenC5- Bijkomende (algemene) kenmerken mbt eigenpersoneel | De mensen van Nextensa in cijfers | ESRS S1-6ESRS S1-7VSME B8VSME C5GRI 2-9GRI 404-1GRI 405-1SDG 8 | 100 |
| Diversiteitsmaatstaven | De mensen van Nextensa in cijfersTabel: Mensen van Nextensa | ESRS S1-9VSME C5VSME C9SDG 5 | 100246 |
| Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling vanvaardighedenB10 – Eigen personeel – lonen, socialebescherming en opleiding | Training | ESRS S1-13VSME B10SDG 8 | 102 |
| Veiligheids- en gezondheidsmaatstavenB9 - Eigen personeel– gezondheid en veiligheid | Tabel: Mensen van Nextensa | ESRS S1-14VSME B9GRI 403SDG 3SDG 8 | 246 |
| Maatstaven voor werk-privébalans | Welzijn | ESRS S1-15SDG 3 | 101 |
| Beloningsmaatstaven (loonkloof en totalebeloning) | Evaluatie en beloning | ESRS S1-16SDG 8 | 102 |
Informatieverschaffing over Governance
| VOORBEELDIG BESTUUR | UITLEG | VERWIJZING | PAGINA |
|---|---|---|---|
| Vrijwillig gerapporteerd onderwerp | |||
| "De rol van de bestuurs-, leidinggevende entoezichthoudende organen" | Raad van BestuurExecutief comitéESG-comitéOperationeel niveau | ESRS 2 GOV-1SDG 16SDG 17 | 107114115 |
| Beschrijving van de processen om materiëleimpacts, risico's en kansen in kaart te brengen ente analyseren | 4.4 Interne Controle en Risicobeheer4.10 Risicofactoren | ESRS 2 IRO-1 | 120134 |
| Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag enbedrijfscultuur | 4.2 Diversiteitsbeleid4.3 ComplianceGedragscode medewerkersGedragscode inzake financiëme transactiesInnovatiebeleidDuurzaam aankoopbeleidBescherming van persoonsgegevensCyberveiligheidValues | ESRS G1-1SDG 5SDG 12 | 11611711811912 |
| Beheer van relaties met leveranciers | Gedragscode partners & Duurzaam aankoopbeleid | ESRS G1-2SDG 12 | 117 |
| Preventie en opsporing van corruptie of omkoping | 4.3 Compliance | ESRS G1-3 | 117 |
| Bevestigde incidenten van corruptie of omkopingB11 – Veroordelingen en boetes wegens corruptieen omkoping | Geen incidenten te rapporteren | ESRS G1-4VSME B11SDG 16 | |
| Politieke invloed en lobbyactiviteiten | neen | ESRS G1-5 |
| NEXTENSA'S EMISSIEBRONNEN | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eenheid | data | 2025dekking (3) | Evolutie(baseline 2021) | data | 2024dekking (3) | data | 2023dekking (3) | data | 2022dekking (3) | data | 2021dekking (3) | |||
| SCOPE 1 | Stationaire verbranding (1) | |||||||||||||
| Gasverbruik kantoren (2) | tCO2e | 0,87 | 100% | -98% | 7,94 | 100% | 10,96 | 100% | 18,48 | 100% | 39,84 | 100% | ||
| MWh | 3,82 | 34,96 | 48,28 | |||||||||||
| Brandstofverbruik kantoren (2) | tCO2e | 0,00 | 100% | 1,03 | 100% | 1,03 | 100% | |||||||
| MWh | 0,00 | 3,86 | 3,86 | |||||||||||
| Mobiele verbranding | ||||||||||||||
| Mobiele verbranding | tCO2e | 42,37 | -46% | 104,70 | 92,52 | 91,21 | 78,02 | |||||||
| liters | 18.627,75 | 45.531,35 | ||||||||||||
| TOTAAL SCOPE 1 GHG EMSSIONS | 43,23 | -63% | 113,67 | 138,74 | 109,69 | 117,86 | ||||||||
| SCOPE 2 | Gekochte elektriciteit (1) | |||||||||||||
| Elektriciteit kantoren (2) | tCO2e | 0,30 | 100% | -98% | 0,49 | 100% | 1,51 | 100% | 6,46 | 100% | 16,00 | 100% | ||
| MWh | 77,80 | 102,79 | ||||||||||||
| Netverbruik | MWh | 52,15 | 72,62 | 61,37 | ||||||||||
| Verbruik van zelf opgewekte energie | MWh | 25,64 | 30,17 | 18,57 | ||||||||||
| Autoconsumptie | % | 33% | 29% | 35% | ||||||||||
| Elektriciteit verbruikt door bedrijfswagen | tCO2e | 9,98 | 22% | 8,19 | ||||||||||
| Verbuik van onbekende bron | MWh | 59,74 | 56,49 | |||||||||||
| Verbruik van groene energie | MWh | 28,80 | ||||||||||||
| Elektriciteit verbruikt op werven | tCO2e | 0,00 | 0,00 | |||||||||||
| MWh | 101,79 | 507,51 | ||||||||||||
| TOTAAL SCOPE 2 GHG EMSSIONS | 10,27 | -36% | 8,68 | 1,51 | 6,46 | 16,00 | ||||||||
| TOTAAL CO2eq SCOPE 1 AND 2 | 53,51 | -60% | 122,35 | 140,26 | 116,16 | 133,86 | ||||||||
| Energie - Nextensa's kantoren | ||||||||||||||
| Totaal | m2 | 1681 | 100% | 2.063 | 100% | 2.241 | 100% | 2.194 | 100% | 2.738 | 100% | |||
| Absolute Energie verbruik | MWh | 81,62 | 100% | -84% | 141,61 | 100% | 132,08 | 100% | 223,64 | 100% | 520,00 | 100% | ||
| Gemiddeld Energie Intensiteit | kWh/m2 | 48,55 | -74% | 68,65 | 58,94 | 101,93 | 189,92 |
(1) Gebruikte methodologie : Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol)
(2) Voor de berekening van de tCO2e-uitstoot wordt de door de leveranciers geleverde emissiefactor gebruikt voor de uitstoot van fossiele bronnen. Voor groen gekochte elektriciteit: een emissiefactor (EF) van 0gCO2/ kWh in rekening gebracht.
(3) Om de cijfers transparanter te kunnen interpreteren, geeft de dekking het aantal m2 aan waarvoor nauwkeurige gegevens beschikbaar zijn.
| Eenheid | 2025data | dekking (3) | Evolutie | 2024data | dekking (3) | data | 2023dekking (3) | data | 2022dekking (3) | 2021data | dekking (3) | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| SCOPE 3 Operationele BKG emissies (1) | (previous year) | ||||||||||||
| 3.1 Ingekochte goederen en diensten (2) | tCO2e | 717,44 | 85% | -11% | 803,08 | 85% | 1.148,91 | 91% | |||||
| 3.5 Afval Kantoren (4)(6) | tCO2e | 4,89 | 86% | 78% | 2,74 | 73% | 2,49 | 64% | 5,27 | 54% | 0% | ||
| 3.6 Zakenreizen (2) | tCO2e | 34,26 | 100% | 43% | 23,90 | 100% | 47,01 | 100% | |||||
| 3.7 Woon-werkverkeer zelfstandigemedewerkers | tCO2e | 24,64 | 100% | 150,00* | |||||||||
| TOTAAL SCOPE 3 OPERATIONELE BKG-EMISSIES | 781,23 | 979,72 | 1.198,42 | ||||||||||
| BKG-emissies investeringsportefeuille | (baseline 2021) | ||||||||||||
| Downstream geleased assets | 2025 | 2024 | 2023 | 2022 | 2021 | ||||||||
| % van totale m2portefeuille opgenomen inrapportage (5) | % | 95% | 19% | 95% | 90% | 86% | 76% | ||||||
| Energieverbruik - mix | |||||||||||||
| Gekochte elektriciteit van het net | MWh | 25.976 | 93% | 7% | 33.401 | 29.529 | 24.561 | 24.360 | |||||
| Aardgasverbruik | MWh | 13.331 | 94% | -35% | 14.995 | 15.990 | 15.217 | 20.615 | |||||
| Stookolieverbuik | MWh | 331 | 98% | -88% | 3.526 | 3.208 | 2.062 | 2.666 | |||||
| Stadverwarming & -koeling | MWh | 648 | 94% | -84% | 557 | 594 | 201 | 4.163 | |||||
| Totaal energieverbruik portefeuille | MWh | 40.286 | 94% | -22% | 52.480 | 49.321 | 42.040 | 51.804 | |||||
| Totale BKG-emissie portefeuille | tCO2e | 5.410 | -41% | 6.322,00 | 6.431 | 5.628 | 9.233 | ||||||
| Productie zonnepanelen | MWh | 7.974 | 17% | 7.099 | 6.219 | 7.011 | 6.841 | ||||||
| Totale m2 zonnepanelen | m2 | 48.963 | 48% | 59.516 | 49.983 | 44.510 | 32.983 | ||||||
| Totale capaciteit zonnepanelen | kWp | 9.610 | 59% | 11.796 | 8.898 | 7.786 | 6.032 | ||||||
| Zelfverbruik zelf geproduceerdeelektriciteit | MWh | 3.126 | 3.089 | 2.934 | 3.200 | no data | |||||||
| % zelfverbuik | % | 39% | 44% | 47% | 46% | no data | |||||||
| BKG-emissies zelfgeproduceerdeelektriciteit | - | - | 179 | 199 | no data | ||||||||
| Injectie overtollige elektriciteit | MWh | 4.848 | 4.010 | 3.285 | 3.811 | no data | |||||||
| Aantal laadpalen | # | 335 | 191% | 281 | 281 | 141 | 115 | ||||||
| Elektriciteitverbuik voor mobiliteit(laadpalen) | MWh | 1.373 | 4.098 | 1.013 | |||||||||
| Gekochte goederen en diensten | tCO2e | 3.785 | 6.337,51 | ||||||||||
| Gebruik verkochte producten | tCO2e | 59.250 | 3.072,13 | ||||||||||
| End-of-life-verwerking verkochteproducten | tCO2e | 5.613 | 1.351,57 | ||||||||||
| Afval geproduceerd bij activiteiten | tCO2e | 359 | 122,69 | ||||||||||
| BKG-EMISSIES | TOTAAL SCOPE 3 INVESTERINGSPORTEFEUILLE | 116.657,08 | 17.205,90 | 6.609,98 | 5.826,51 | 9.233,00 |
(1)(2)(3)(4)(5)(6) Zie volgende pagina onder de tabel.
| Eenheid | data | 2025dekking (3) | Evolutie | data | 2024dekking (3) | data | 2023dekking (3) | data | 2022dekking (3) | data | 2021dekking (3) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| BKG-emissies van ontwikkelingsactiviteit (7) | ||||||||||||
| Kapitaalgoederen | tCO2 | 12.302 | 100% | 2.376,88 | 100% | 3.679 | ||||||
| Gebruik van verkochte producten | tCO2 | 9.870 | 100% | 1.234,22 | 100% no delivery | 5.070 | ||||||
| Verkochte producten aan het einde van hunlevensduur | tCO2 | 1.423 | 100% | 183,72 | 100% no delivery | 322 | ||||||
| TOTAAL SCOPE 3 INVESTERINGSPORTEFEUILLEBKG-EMISSIES | 23.595,79 | 3.794,81 | 9.071,00 | |||||||||
| TOTAAL SCOPE 3 BKG-EMISSIES | 141.034,10 | 21.980,43 | 7.808,40 | 14.897,51 | 9.233,00 |
|---|---|---|---|---|---|
| ----------------------------- | ------------ | ----------- | ---------- | ----------- | ---------- |
(1) Gebruikte methodologie : Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol)
(2) Berekening van tCO2e emissies, de monetaire ratio emissiefactor verstrekt door Ademe, EIO-LCA, Defra, CO2emissiefactoren.be, Climatiq worden gebruikt.
(3) Voor meer transparantie in de interpretatie van de cijfers verwijst de dekking naar de cijfers van de balans.
(4) De CO2-voetafdruk wordt berekend op basis van het kengetal voor CO2-uitstoot volgens het Kyoto-verdrag van 1990.
(5) Activa niet opgenomen in de rapportering: tijdens het rapporteringsjaar verkocht, verworven, in aanbouw/renovatie, gebouwen met een gegevensdekking van minder dan 50%.
(6) Om de cijfers transparanter te kunnen interpreteren, geeft de dekking het aantal m2 aan waarvoor nauwkeurige gegevens beschikbaar zijn.
(*) Voor de commuting werd er een ruwe schatting gemaakt voor de cijfers van 2024
| TEMPLATE 1: PROPORTION OF TURNOVER, CAPEX, OPEX FROM PRODUCTS OR SERVICES ASSOCIATED WITHTAXONOMY-ALIGNED ECONOMIC ACTIVITIES – DISCLOSURE COVERING YEAR (N) | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financial year (N) | 2025 | ||||||||||||||
| Total | acProtivpo | Taxo | acProtivpo | Breakdown by environmental objectives of Taxonomy aligned activities | (12Pro)po | tiePros (po | noNonmt a | Taprexovio | (N-acProtiv1) (po | ||||||
| KPI (1) | (2) | itietios (n o3)f Taxonomy eligible | nomyalignedactivities (4) | itiertis (on5)ofTaxonomyaligned | (6)ClimateChangeMitigation | (7)ClimateChangeAdaptation | Water(8) | CircularEconomy (9) | Pollution (10) | Biodiversity(11) | rtionofenabling activities | 13)rtionoftransitionalactivi | sseatesserial (1d a4)ctivitiesconsidered | nousmyfinalanignciaedl yaceativr (Nitie-1)s i(1n5) | itie16)rtis ionn pofTarevxoiounos fimynaalncignialedyear |
| eur | % | eur | % | % | % | % | % | % | % | % | % | % | eur | % | |
| Turnover | 122708591 | 99% | 57942000 | 47,22% | 47,22% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 41764500 | 31,23% |
| CapEx | 19323540 | 93,79% | 7973143 | 41,26% | 41,26% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 6596680 | 18,45% |
| OpEx | 1367714 | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0 | 0,00% |
| REPORTED KPI (TURNOVER/ CAPEX/ OPEX)TURNOVER | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financial year (N) | 2025 | ||||||||||||
| Code | of"TaTaxo | va"Taluexo | (5)n o"Ta"f Txo | Environmental objective of Taxonomy aligned activities | "Enab | "Tran | in"PropTaxo | ||||||
| Economic Activities (1) | (2) | xononomymyeleligiigiblebleKPTuI (Prnoropveortr) (ion3)" | ofnoTumyrnoalignver) (edKP4)"I (monetary | axnoonmyomaly aignligedneKPd TI (Purnropovorter)io | onCli(6ma)teChangeMitigati | tioCliman (7)teChangeAdapta | Water(8) | CircularEconomy (9) | Pollution (10) | Biodiversity(11) | ling activity (12)" | sitionalactivity(13)" | ortnoionmyofelTaigixobleno(14my)"aligned |
| % | eur m | % | % | % | % | % | % | % | (E whereapplicable) | (T whereapplicable) | % | ||
| Renovation of existing buildings | CCM 7.2./CCA 7.2./CE 3.2. | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | T | 0% | |
| Acquisition and ownership ofbuildings | CCM 7.7./CCA 7.7. | 71,16% | 42236000 | 34,42% | 34,42% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 48% | ||
| Construction of new buildings | CCM 7.1./CCA 7.1./CE 3.1. | 27,79% | 15706000 | 12,80% | 12,80% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 46% | ||
| Sum of alignment per objective | 47,22% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | |||||||
| Total KPI (Turnover/ CapEx / OpEx) | 98,95% | 57942000 | 47,22% | 47,22% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0% | 0% | 48% |
| REPORTED KPI (TURNOVER/ CAPEX/ OPEX)CAPEX | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financial year (N) | 2025 | ||||||||||||
| Code | of"TaTaxoxononomymyeleligiigiblebleKPTuI (Prnoropveortr) (ion3)" | va"TaluexoofnoTumyrnoalignver) (edKP4)"I (monetary | (5)n o"Ta"f Txo | Environmental objective of Taxonomy aligned activities | "Enab | "Tran | in"PropTaxo | ||||||
| Economic Activities (1) | (2) | axnoonmyomaly aignligedneKPd TI (Purnropovorter)io | onCli(6ma)teChangeMitigati | tioCliman (7)teChangeAdapta | Water(8) | CircularEconomy (9) | Pollution (10) | Biodiversity(11) | ling activity (12)" | sitionalactivity(13)" | ortnoionmyofelTaigixobleno(14my)"aligned | ||
| % | eur m | % | % | % | % | % | % | % | (E whereapplicable) | (T whereapplicable) | % | ||
| Renovation of existing buildings | CCM 7.2./CCA 7.2./CE 3.2. | 0,00% | 0 | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | T | 0% | |
| Acquisition and ownership ofbuildings | CCM 7.7./CCA 7.7. | 66,81% | 2761305 | 14,29% | 14,29% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 21% | ||
| Construction of new buildings | CCM 7.1./CCA 7.1./CE 3.1. | 26,97% | 5211838 | 26,97% | 26,97% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 100% | ||
| Sum of alignment per objective | 41,26% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | |||||||
| Total KPI (Turnover/ CapEx / OpEx) | 93,79% | 7973143 | 41,26% | 41,26% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0% | 0% | 44% |
| Inhoudstafel | • | Nextensa in het kort | • | Bedrijfsrapport | • | Duurzaamheidsverslag | • | Corporate Governance | • | Vastgoedverslag | • | Geconsolideerde Staten 2025 | • | Bijlagen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| -------------- | --- | ---------------------- | --- | ----------------- | --- | ---------------------- | --- | ---------------------- | --- | ----------------- | --- | ----------------------------- | --- | ---------- |
| NEXTENSA'S MENSEN | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Alle aantallen teamleden worden uitgedrukt in headcount,met uitzondering van trainingsuren en onkosten, dieworden uitgedrukt in Full-Time Equivalents (FTE). | 2025 | 2024 | 2023 | ||||||
| TEAMLEDEN | |||||||||
| Raad van Bestuur | 8 | 8 | 8 | ||||||
| Executief comité | 4 | 4 | 4 | ||||||
| Management | 11 | 12 | 10 | ||||||
| Overige teamleden | 40 | 61 | 59 | ||||||
| Totaal teamleden (excl. RvB) | 55 | 77 | 73 | ||||||
| Personneelsbestand naar geslacht per functiecategorie | |||||||||
| Bestuur naar geslacht | |||||||||
| Vrouw | 3 | 3 | 3 | ||||||
| Man | 5 | 5 | 5 | ||||||
| Executief comité | |||||||||
| Vrouw | 0 | 0 | 0 | ||||||
| Man | 4 | 4 | 4 | ||||||
| Management | |||||||||
| Vrouw | 4 | 5 | 5 | ||||||
| Man | 7 | 7 | 5 | ||||||
| Overige teamleden | |||||||||
| Vrouw | 24 | 35 | 31 | ||||||
| Man | 16 | 26 | 28 | ||||||
| Totaal diversiteit (excl. RvB) | |||||||||
| Vrouw | 51% | 52% | 49% | ||||||
| Man | 49% | 48% | 51% | ||||||
| Personeelbestand naar regio | |||||||||
| België | 50 | 65 | 62 | ||||||
| Luxemburg | 4 | 11 | 10 | ||||||
| Oostenrijk | 1 | 1 | 1 |
| 2025 | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| INTERNE ORGANISATIE | ||||
| Werktijd | ||||
| Full-time teamleden | 50 | 69 | 65 | |
| Part-time teamleden | 5 | 8 | 8 | |
| Vrouw (FT) | 24 | 34 | 31 | |
| Vrouw (PT) | 4 | 6 | 5 | |
| Man (FT) | 26 | 35 | 34 | |
| Man (PT) | 1 | 2 | 3 | |
| Full-time teamleden | 91% | 90% | 89% | |
| Part-time teamleden | 9% | 10% | 11% | |
| Worktime by region | ||||
| België: Full-time teamleden | 45 | 58 | 55 | |
| België: Part-time teamleden | 5 | 7 | 7 | |
| Luxemburg: Full-time teamleden | 4 | 10 | 9 | |
| Luxemburg: Part-time teamleden | 0 | 1 | 1 | |
| Oostenrijk: Full-time teamleden | 1 | 1 | 1 | |
| Oostenrijk: Part-time teamleden | 0 | 0 | 0 | |
| Contract type | ||||
| Vaste contracten | 55 | 77 | 72 | |
| Tijdelijke contracten | 0 | 0 | 1 | |
| Vrouw (VC) | 28 | 40 | 35 | |
| Vrouw (TC) | 0 | 0 | 1 | |
| Man (VC) | 27 | 37 | 37 | |
| Man (TC) | 0 | 0 | 0 | |
| Vaste contracten | 100% | 100% | 99% | |
| Tijdelijke contracten | 0% | 0% | 1% | |
| Contracttype per regio | ||||
| België: Vaste contracten | 50 | 65 | 61 | |
| België: Tijdelijke contracten | 0 | 0 | 1 | |
| Luxemburg: Vaste contracten | 4 | 11 | 10 | |
| Luxemburg: Tijdelijke contracten | 0 | 0 | 0 | |
| Oostenrijk: Vaste contracten | 1 | 1 | 1 | |
| Oostenrijk: Tijdelijke contracten | 0 | 0 | 0 |
| 2025 | 2024 | 2023 | |
|---|---|---|---|
| VERLOOP WERKNEMERS | |||
| Verloop totaal: | 24 | 14 | 15 |
| Personeelsverloop tijdens de verslagperiode: | 44% | 18% | 21% |
DIVERSITEIT - PERSONEELSBESTAND
| Medewerkers die geen werknemer zijn (zelfstandigen) | |||
|---|---|---|---|
| Zelfstandig | 19 | 22 | 24 |
| Werknemers | 36 | 55 | 49 |
| Zelfstandig (%) | 35% | 29% | 33% |
| Werknemers ( %) | 65% | 71% | 67% |
| Diversiteit van het personneelsbestand naar leeftijd perfunctiecategorie (%) | |||
| Executief comité | 7% | 5% | 5% |
| Jonger dan 30 jaar | 0 | 0 | 0 |
| Tussen 30 en 50 jaar | 2 | 2 | 2 |
| Ouder dan 50 jaar | 2 | 2 | 2 |
| Management | 20% | 16% | 14% |
| Jonger dan 30 jaar | 0 | 0 | 0 |
| Tussen 30 en 50 jaar | 5 | 6 | 7 |
| Ouder dan 50 jaar | 6 | 6 | 3 |
| Overige teamleden | 73% | 79% | 81% |
| Jonger dan 30 jaar | 2 | 11 | 11 |
| Tussen 30 en 50 jaar | 26 | 35 | 32 |
| Ouder dan 50 jaar | 12 | 15 | 16 |
| Diversiteit van het personneelsbestand naar leeftijd (%) | |||
| Jonger dan 30 jaar | 4% | 14% | 15% |
| Tussen 30 en 50 jaar | 60% | 56% | 56% |
| Ouder dan 50 jaar | 36% | 30% | 29% |
| 2025 | 2024 | 2023 | |
|---|---|---|---|
| LOOPBAANONTWIKKELING | |||
| Opleiding en ontwikkeling van personeelsbestand | |||
| Werknemers die jaarlijks worden beoordeeld naargeslacht | |||
| Vrouw (%) | 100% | 100% | 100% |
| Man (%) | 100% | 100% | 100% |
| Gemiddeld aantal uren opleiding naar geslacht | 24.32 | 16.76 | 19.94 |
| Vrouw | 24.15 | 19.31 | 26.29 |
| Man | 24.74 | 14.00 | 37 |
| WELZIJN | |||
| Gezondheid en veiligheid van het personeel |
| Percentage van de mensen in het eigenpersoneelsbestand dat onder een gezondheidsen veiligheidsmanagementsysteem valt op basisvan wettelijke vereisten en (of) erkende normen ofrichtlijnen | 100% | 100% | 100% |
|---|---|---|---|
| Aantal sterfgevallen in eigen personeelsbestandals gevolg van werkgerelateerde verwondingen enwerkgerelateerde ziektes | 0 | 0 | 0 |
| Werkgerelateerde sterfgevallen | 0 | 0 | 0 |
| Aantal registreerbare arbeidsongevallen voor eigenpersoneel | 0 | 0 | 1 |
| Percentage registreerbare arbeidsongevallen vooreigen personeel | 0 | 0 | - |
BIJLAGEN 7



LEXICON
ALTERNATIEVE PRESTATIEMAATSTAVEN (APM)
Sinds 3 juli 2016 zijn de richtlijnen voor Alternatieve Prestatiemaatstaven van de European Securities Markets Authority (ESMA) van kracht. Voor de definitie en gedetailleerde berekening van de gebruikte Alternatieve Prestatiemaatstaven, zie bijlage III van dit rapport.
BADWILL
Badwill of negatieve goodwill is het bedrag waarmee het belang van de overnemende partij in de reële waarde van de overgenomen identificeerbare activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen, het overnamebedrag op de transactiedatum overstijgt.
BREEAM (BUILDING RESEARCH ESTABLISHMENT ENVIRONMENTAL ASSESSMENT METHOD)
Internationale duurzaamheidsbenchmark en norm voor de optimale realisatie (nieuwbouw), renovatie (in gebruik zijnde gebouwen) en exploitatie van gebouwen met minimale milieu-impact, gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde duurzaamheidsindicatoren en indices die verschillende milieuthema's omvatten, zoals energie- en watergebruik, impact op gezondheid en welzijn, vervuiling, transport, materialen, afval, ecologie en beheerprocessen.
BEZETTINGSGRAAD
De bezettingsgraad houdt rekening met alle gebouwen, behalve die onder 'activa aangehouden voor verkoop' en 'ontwikkelingsprojecten' en wordt berekend op basis van de geschatte huur: (geschatte huur - geschatte huur bij leegstand / geschatte huur).
BROEIKASGAS (GHG OF BKG)
Gassen die bijdragen aan het broeikaseffect, zoals CO₂, CH₄ en N₂O.
GETROFFEN GEMEENSCHAPPEN
Personen of groepen die wonen of werken in hetzelfde gebied en die door de activiteiten van een rapporterende onderneming, of via haar upstream- en downstreamwaardeketen, zijn of kunnen worden beïnvloed. Getroffen gemeenschappen variëren van mensen die direct naast de activiteiten van de onderneming wonen (lokale gemeenschappen) tot mensen die verder weg wonen. Hieronder vallen ook feitelijk en potentieel getroffen inheemse volkeren.
CAP
Financieel instrument van het optietype waarbij de onderliggende waarde, in het geval van Nextensa, de kortetermijnrente is. Nextensa verkrijgt als koper het recht om binnen een vooraf bepaalde periode de optie uit te oefenen. Op dat moment betaalt Nextensa het begrensde rentepercentage (CAP) in plaats van de (hogere) kortetermijnrente. Voor dit recht betaalt de koper een premie aan de verkoper. Via deze renteafdekking beschermt Nextensa zich tegen ongunstige renteverhogingen.
CODE 2020
De Belgische Corporate Governance Code, gepubliceerd door de Corporate Governance Commissie op 9 mei 2019. De code bevat aanbevelingen voor goed bestuur waaraan Belgische beursgenoteerde bedrijven moeten voldoen. Beschikbaar op www.corporategovernancecommittee.be.
CONTRACTUELE HUUR OP JAARBASIS
De geïndexeerde basishuur zoals contractueel vastgelegd in de lopende huurovereenkomsten per 31/12/2024.
CORPORATE GOVERNANCE
Goed ondernemingsbestuur. Deze principes, zoals transparantie, integriteit en evenwichtige verantwoordelijkheid, steunen op de aanbevelingen uit de 2020 Code.
CSRD (CORPORATE SUSTAINABILITY REPORTING DIRECTIVE)
EU-wetgeving inzake ESG-rapportage die vanaf 2024 van kracht is. Deze richtlijn moderniseert en versterkt de regels omtrent de milieu- en sociale informatie die bedrijven moeten rapporteren. Sommige elementen worden momenteel herzien als onderdeel van het Omnibus-simplificatiepakket.
DECARBONISATIE-HEFBOMEN
Geaggregeerde typen mitigatieacties, zoals energieefficiëntie, elektrificatie, brandstofwisseling, gebruik van hernieuwbare energie, productverandering en decarbonisatie van de waardeketen, passend bij de specifieke acties van ondernemingen.
DIVIDENDRENDEMENT
Brutodividend gedeeld door slotkoers van het betreffende boekjaar.
DIVERSITEIT, GELIJKHEID & INCLUSIE (DEI)
Dit betreft het betrekken van verschillende perspectieven en het tegengaan van discriminatie door het bevorderen van diversiteit op diverse gebieden, zoals gender, religieuze overtuiging of achtergrond, en het implementeren van een inclusiebeleid.
DMA (DOUBLE MATERIALITY ASSESSMENT)
Een dubbele materialiteitsbeoordeling evalueert zowel de impact van bedrijfsactiviteiten op milieu en samenleving (inside-out, impactmaterialiteit) als de invloed van milieu- en sociale kwesties op de financiële prestaties van het bedrijf (outside-in, financiële materialiteit).
DNSH (DO NO SIGNIFICANT HARM)
Het concept 'geen significante schade toebrengen', zoals gehanteerd in de EU Taxonomie als een van de voorwaarden om een activiteit als 'groen' te classificeren.
CIRCULARITEIT
Het hergebruik van grondstoffen, componenten en producten na hun nuttige levensduur, zodat hun waarde behouden blijft. Aanpassing aan klimaatverandering Het proces van aanpassing aan feitelijke en verwachte klimaatverandering en de gevolgen daarvan.
DUURTIJD
Gewogen gemiddelde duur van de huurcontracten, waarbij het gewicht gelijk is aan de verhouding van de huurinkomsten tot de totale huurinkomsten van de portefeuille.
EFRAG
European Financial Reporting Advisory Group.
EIGEN ACTIVITEITEN
Activiteiten die direct door de onderneming worden uitgevoerd, inclusief faciliteiten en medewerkers.
EIGEN PERSONEELSBESTAND
Medewerkers die in een arbeidsrelatie staan tot de onderneming ('werknemers') en niet-werknemers die als individuele opdrachtnemers arbeid leveren aan de onderneming ('zelfstandigen').
EPC
Energieprestatiecertificaat.
ESG
Milieu, Sociaal en Goed Bestuur.
ESG-BELEID
Verklaring waarin het beleid van de onderneming op het gebied van milieu, sociaal en governance wordt uiteengezet, met het plan om deze missie te realiseren en de indicatoren om de voortgang te meten.
ESRS (EUROPEAN SUSTAINABILITY REPORTING STANDARDS)
Bedrijven die vallen onder de CSRD moeten rapporteren volgens de Europese duurzaamheidsrapportagestandaarden (ESRS). De standaarden zijn afgestemd op het EU-beleid en bouwen voort op internationale standaardisatie-initiatieven. De ESRS zijn momenteel in herziening als onderdeel van het Omnibus-simplificatiepakket.
EU TAXONOMIE
Regelgeving die bepaalt welke investeringen als 'groen' kunnen worden geclassificeerd en bijdragen aan het realiseren van de EU Green Deal. De classificatie is gebaseerd op technische screeningcriteria (TSC) en minimumcriteria voor het vermijden van significante schade (DNSH).
FLOOR
Financieel instrument van het optietype waarbij de onderliggende waarde, in het geval van Nextensa, de kortetermijnrente is. Nextensa heeft als verkoper de verplichting om binnen een vooraf bepaalde periode de floor (minimale rente) te leveren. Hiervoor ontvangt Nextensa een premie van de koper. De ontvangen premie op de floor beperkt zo de premie die op de CAP wordt betaald.
FOSSIELE BRANDSTOFFEN
Niet-hernieuwbare koolstofhoudende energiebronnen zoals vaste brandstoffen, aardgas en olie.
FREE FLOAT
Het vrije verhandelbare aantal aandelen op de beurs.
GHG-EMISSIES - SCOPE 1
Alle directe emissies uit bronnen die eigendom zijn van of worden gecontroleerd door het bedrijf (bijvoorbeeld verbranding van brandstof en aardgas).
GHG-EMISSIES - SCOPE 2
Alle indirecte emissies uit de productie van door het bedrijf aangekochte elektriciteit. Scope 2-emissies vinden fysiek plaats in de installatie waar de elektriciteit wordt opgewekt.
GHG-EMISSIES - SCOPE 3
Indirecte emissies uit activiteiten van een bedrijf, zoals emissies uit de productie van ingekochte producten (upstream) of van producten, diensten of projecten die door het bedrijf zijn verkocht (downstream).
Inhoudstafel • Nextensa in het kort • Bedrijfsrapport • Duurzaamheidsverslag • Corporate Governance • Vastgoedverslag • Geconsolideerde Staten 2025 • Bijlagen
GOODWILL
Goodwill is het bedrag waarmee de kosten van een bedrijfscombinatie op de transactiedatum het belang in de reële waarde van de overgenomen identificeerbare activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen overstijgt.
GRI (GLOBAL REPORTING INITIATIVE)
Internationale organisatie die richtlijnen opstelt voor duurzaamheidsrapportage.
GWP (GLOBAL WARMING POTENTIAL)
Een factor die de impact (mate van schade aan de atmosfeer) van één eenheid van een bepaald broeikasgas ten opzichte van één eenheid CO₂ beschrijft.
HERNIEUWBARE ENERGIE
Energie uit hernieuwbare, niet-fossiele bronnen, namelijk wind-, zonne- (thermisch en fotovoltaïsch) en geothermische energie.
IAS-NORMEN
De internationale boekhoudstandaarden (IAS/IFRS), opgesteld door de International Accounting Standards Board (IASB), die de internationale normen ontwikkelt voor het opstellen van financiële staten. Europese beursgenoteerde bedrijven moeten deze regels toepassen op hun geconsolideerde rekeningen voor boekjaren vanaf 01/01/2005. Nextensa past deze regels sinds het boekjaar dat begon op 01/07/2006 ook toe op haar statutaire jaarrekening.
INNOVATIESTRATEGIE
Verklaring waarin het innovatiebeleid van de onderneming wordt uiteengezet en hoe zij haar doelstellingen wil bereiken, rekening houdend met de langetermijnimpact op winstgevendheid.
INTEREST RATE SWAP
Financieel instrument waarbij partijen contractueel overeenkomen interestbetalingen uit te wisselen over een bepaalde periode. Het laat toe aan partijen om vaste rentevoeten te ruilen voor vlottende rentevoeten en vice versa.
INVESTERINGSWAARDE
De investeringswaarde is de waarde zoals bepaald door een onafhankelijke vastgoeddeskundige, waarbij de overdrachtsrechten nog niet zijn afgetrokken.
KEUZEDIVIDEND
Een keuzedividend geeft aandeelhouders de mogelijkheid om hun vordering uit de winstverdeling om te zetten in kapitaal van de onderneming in ruil voor nieuwe aandelen (naast de optie om het dividend in cash te ontvangen, of een combinatie van beide), tegen een uitgifteprijs per aandeel die mogelijk een korting ten opzichte van de marktprijs omvat.
KLIMAATBESTENDIGHEID
Het vermogen van een onderneming om zich aan te passen aan klimaatveranderingen en aan ontwikkelingen of onzekerheden die verband houden met klimaatverandering. Klimaatbestendigheid omvat het vermogen om klimaatgerelateerde risico's (Scope 1) te beheersen en kansen te benutten, waaronder het vermogen om te reageren op en zich aan te passen aan transitie- en fysieke risico's. Zowel strategische als operationele bestendigheid vallen hieronder.
KPI
Kritieke Prestatie-indicator.
LIQUIDITY PROVIDER
Liquiditeitsverschaffers zijn leden van Euronext die een overeenkomst hebben getekend waarbij zij onder andere continu een bilaterale markt creëren met bied- en laatprijzen, een minimale omzet garanderen en binnen een maximale spread handelen.
LOCKED-IN GHG-EMISSIES
Schattingen van toekomstige broeikasgasemissies die waarschijnlijk worden veroorzaakt door de belangrijkste activa of verkochte producten van een onderneming gedurende hun operationele levensduur.
MATERIALITEIT
Een duurzaamheidsaspect is materieel indien het voldoet aan de definitie van impactmaterialiteit, financiële materialiteit of beide.
MENSENRECHTEN
De rechten zoals gedefinieerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
MITIGATIE VAN KLIMAATVERANDERING
Het proces van het verminderen van broeikasgasemissies en het beperken van de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur tot maximaal 1,5 °C boven het pre-industriële niveau, conform het Akkoord van Parijs.
NETTO-ACTIEFWAARDE (NAW) PER AANDEEL
Het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders van de moedervennootschap gedeeld door het aantal aandelen (met uitsluiting van het aantal eigen aandelen op geconsolideerd niveau).
NPS (NET PROMOTER SCORE)
Deze wordt bepaald door één vraag aan de klant te stellen: Hoe waarschijnlijk is het dat u ons zou aanbevelen aan een vriend of collega? De respondent geeft een score tussen 0 en 10. De scores worden verdeeld in drie groepen: Promoters (score 9 of 10), Neutrals (score 7 of 8), Critics (score 0 tot 6). De score wordt als volgt berekend: NPS = % promoters - % critics.
OPERATIONELE CONTROLE
Operationele controle (over een entiteit, locatie, operatie of activum) betekent dat de onderneming de mogelijkheid heeft om de operationele activiteiten en relaties van de entiteit, locatie, operatie of het activum te sturen.
REËLE WAARDE
De reële waarde is de investeringswaarde zoals bepaald door een onafhankelijke vastgoeddeskundige, waarbij de overdrachtsrechten zijn afgetrokken; de reële waarde is de boekhoudkundige waarde volgens IFRS.
RENTESWAP
Financieel instrument waarbij partijen contractueel overeenkomen om gedurende een bepaalde periode rentebetalingen uit te wisselen. Hierdoor kunnen partijen vaste rentevoeten ruilen voor variabele rentevoeten en omgekeerd.
SCHULDGRAAD
De schuldgraad zijn de financiële schulden gedeeld door het balanstotaal.
SBTI (SCIENCE BASED TARGETS INITIATIVE)
Een initiatief dat best practices definieert voor het reduceren van broeikasgasemissies en doelstellingen in overeenstemming met de doelen van het Akkoord van Parijs.
SCOPE 3-CATEGORIE
Een van de 15 typen Scope 3-broeikasgasemissies zoals geïdentificeerd in de GHG Protocol Corporate Standard en gedetailleerd in de GHG Protocol Corporate Value Chain (Scope 3) Accounting and Reporting Standard. Ondernemingen die ervoor kiezen hun Scope 3-emissies te rapporteren volgens de indirecte emissiecategorieën van ISO 14064-1:2018 kunnen ook verwijzen naar de categorie zoals gedefinieerd in clausule 5.2.4 (exclusief indirecte emissies uit geïmporteerde energie) van ISO 14064-1:2018.
SDG'S (SUSTAINABLE DEVELOPMENT GOALS)
Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties die een oproep tot actie vormen om welvaart te bevorderen en tegelijkertijd de planeet te beschermen tegen klimaatverandering. Ze omvatten strategieën die economische groei ondersteunen en sociale behoeften aanpakken (onderwijs, gezondheid, sociale bescherming, werkgelegenheid, enz.).
SFDR (SUSTAINABLE FINANCE DISCLOSURE REGULATION)
Regelgeving inzake het verstrekken van informatie over duurzaamheid in de financiële sector. Doel is om de transparantie voor investeerders over de duurzaamheidsimpact van investeringsbeleid en -beslissingen te verbeteren.
STAKEHOLDERBETROKKENHEID
Een continu proces van interactie en dialoog tussen de onderneming en haar stakeholders, waarbij de onderneming hun belangen en zorgen hoort, begrijpt en erop reageert.
STRANDED ASSETS
Stranded assets zijn de actieve of stevig geplande kernactiva van de onderneming met aanzienlijke locked-in broeikasgasemissies gedurende hun operationele levensduur. Stevig geplande kernactiva zijn die welke de onderneming naar verwachting binnen vijf jaar zal inzetten.
SUSTAINALYTICS
Een ratingbureau dat in het kader van ESG streeft naar het identificeren van financieel materiële ESG-kwesties die de langetermijnprestaties van een organisatie kunnen beïnvloeden.
TALENTMANAGEMENT
Het ontwikkelen van menselijk kapitaal gericht op vaardigheden en houding (werving, training, persoonlijke ontwikkeling, beoordeling, enz.), waarbij de talenten van medewerkers optimaal tot hun recht komen.
TAKE-UP
Het totale aantal vierkante meters dat wordt verhuurd op de vastgoedmarkt.
TOPIC
ESRS gebruikt de term duurzaamheid 'topic of sub-topic', te begrijpen als synoniem voor duurzaamheidskwesties en/of factoren. Rapportages in ESRS zijn gestructureerd rond topics. Een topic wordt verder uitgesplitst in subtopics. In ESRS wordt het begrip 'topic' gebruikt om te verwijzen naar een topic of sub-topic, afhankelijk van het meest geschikte detailniveau om aan het rapportagedoel te voldoen.
TRANSITIEPLAN
Een specifiek type actieplan dat door de onderneming wordt aangenomen in verband met een strategische beslissing en dat betrekking heeft op: i. een publiek beleidsdoel; en/ of ii. een entiteit-specifiek actieplan georganiseerd als een gestructureerde set doelen en acties, gekoppeld aan een sleutelbeslissing, een belangrijke wijziging van het bedrijfsmodel, en/of bijzonder belangrijke acties en toegewezen middelen.
TSC (TECHNICAL SCREENING CRITERIA)
Technische screeningcriteria die zijn vastgesteld voor elke economische activiteit in de EU Taxonomie en worden gebruikt om te bepalen of een bepaalde activiteit als 'groen' kan worden geclassificeerd.
VELOCITEIT
Geeft aan hoeveel aandelen jaarlijks worden verhandeld, oftewel het jaarlijks verhandelde volume aandelen gedeeld door het totale aantal genoteerde aandelen.
WAARDEKETEN
Het volledige netwerk van activiteiten, middelen en relaties die bijdragen aan het creëren van producten of diensten.
WAARDECREATIE
Verwijst naar het proces waarbij organisaties op lange termijn voordelen genereren — financieel, sociaal en ecologisch door ESG-principes te integreren in hun kernstrategieën en operaties.
WVV
Het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen van 23 maart 2019.
Tour & Taxis - Brussel

BIJLAGE 2
ALTERNATIEVE PRESTATIEMAATSTAVEN
Nextensa NV hanteert in de presentatie van de financiële resultaten een aantal Alternatieve Prestatiemaatstaven (APM's) in overeenstemming met de richtlijnen van de Europese Autoriteit van de Financiële Markten (ESMA; European Securities and Markets Authority) van 5 oktober 2015. Deze APM's worden als gangbaar beschouwd binnen de sector ten einde een beter inzicht te verschaffen in de gerapporteerde financiële resultaten en prestaties.
Maatstaven gedefinieerd door IFRS of fysieke of nietfinanciële maatstaven worden niet als APM beschouwd. De ESMA richtsnoeren zijn bovendien niet van toepassing op de APM's die worden gerapporteerd in de financiële overzichten of die worden gerapporteerd in overeenstemming met de geldende wetgeving.
Reconciliatietabellen van de alternatieve prestatiemaatstaven (APM's) die worden gehanteerd door Nextensa
| NETTO RESULTAAT - AANDEEL GROEP (BEDRAG PER AANDEEL) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Netto Resultaat - aandeel groep (€ 1.000) | 33.244 | -10.827 |
| Aantal geregistreerde aandelen in omloop op afsluitdatum | 10.171.130 | 10.171.130 |
| Netto Resultaat - aandeel groep per aantal aandelen op afsluitdatum | 3,27 | -1,06 |
| Aantal dividendgerechtigde aandelen in omloop op afsluitdatum | 10.106.130 | 10.106.130 |
| Netto Resultaat - aandeel groep per aantal dividendgerechtigde aandelen op afsluitdatum | 3,29 | -1,07 |
| NETTO-ACTIEFWAARDE OP BASIS VAN REËLE WAARDE | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders van de moedervennootschap (€ 1.000) | 845.687 | 812.487 |
| Aantal geregistreerde aandelen in omloop op afsluitdatum | 10.171.130 | 10.171.130 |
| Netto-actiefwaarde (RW) aandeel groep per aantal aandelen op afsluitdatum | 83,15 | 79,88 |
| NETTO-ACTIEFWAARDE OP BASIS VAN INVESTERINGSWAARDE | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders van de moedervennootschap (€ 1.000) | 845.687 | 812.487 |
| Investeringswaarde van de vastgoedbeleggingen per 31/12 (€ 1.000) | 1.079.705 | 1.238.514 |
| Reële waarde van de vastgoedbeleggingen per 31/12 (€ 1.000) | 1.093.431 | 1.215.075 |
| Verschil Investeringswaarde - Reële waarde per 31/12 (€ 1.000) | -13.726 | 23.439 |
| TOTAAL | 831.961 | 835.926 |
| Aantal geregistreerde aandelen in omloop op afsluitdatum | 10.171.130 | 10.171.130 |
| Netto-actiefwaarde (IW) aandeel groep per aantal aandelen op afsluitdatum | 81,8 | 82,19 |
| GEMIDDELDE FINANCIERINGSKOST IN % | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Interestkosten op jaarbasis (€ 1.000) | -15.727 | -20.473 |
| Commitment fees op jaarbasis (€ 1.000) | -1.021 | -352 |
| Betaalde intresten incl. commitment fees op jaarbasis (€ 1.000) | -16.748 | -20.825 |
| Gemiddelde gewogen uitstaande schuld (€ 1.000) | 577.872 | 728.203 |
| Gemiddelde financieringskost in % | 2,90% | 2,86% |
| FINANCIËLE SCHULDGRAAD IN % | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Financiële schulden | 598.534 | 771.610 |
| Balanstotaal | 1.542.561 | 1.699.924 |
| Financiële schuldgraad in % | 38,80% | 45,39% |
| NETTO FINANCIËLE POSITIE (IN € 1.000) | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|
| Financiële schulden op lange termijn | 367.390 | 432.062 |
| Overige financiële verplichtingen op lange termijn | 329 | 1.248 |
| Financiële schulden op korte termijn | 231.144 | 339.548 |
| Financiële schulden | 598.534 | 771.610 |
| Liquide middelen | 5.720 | 8.590 |
| Netto financiële schuldpositie | 592.814 | 763.019 |
BIJLAGE 3
DE COMMUNICATIE VAN NEXTENSA MET STAKEHOLDERS
| Type | Groep | Wie | Communicatiemethoden |
|---|---|---|---|
| BELANGRIJKSTENextensa'smensenSTAKEHOLDERSFinanciëlestakeholders | Werknemers, zelfstandigeconsultants die ons op langetermijn bijstaan | Regelmatige townhall voor het delen van top-down en bottom-up informatie | |
| Regelmatige 'After Work'-borrel | |||
| Jaarlijkse evaluatiegesprekken | |||
| Ten minste één teambuildingevenement per jaar | |||
| Mogelijkheid voor iedereen om werkgerelateerde opleidingen te volgen | |||
| Nextensa Academy voor het intern delen van kennis | |||
| Organisatie van sportactiviteiten | |||
| Jaarlijks nieuwjaarsevent | |||
| Mogelijkheid om gratis tickets te ontvangen voor evenementen (Tour & Taxis of sponsoring) | |||
| Investeerders, meerderheidsaandeelhouders, banken | Voortdurende transparante communicatie door middel van persberichten | ||
| Jaarverslag en halfjaarlijks financieel verslag | |||
| Duurzaamheidsjaarverslag, vanaf 2022 geïntegreerd in jaarverslag | |||
| Roadshows en deelname aan beurzen en investeerdersdagen | |||
| Uitnodiging om de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering bij te wonen | |||
| Huurders | Bedrijven, overheid, retailers, MKB | Een langdurig en waardevol partnerschap aangaan | |
| Regelmatige vergaderingen huurders | |||
| Een hospitality- en/of vastgoedmanager van Nextensa tot hun dienst | |||
| Voortdurende interactie via e-mail, telefoongesprekken, individuele ontmoetingen, enz. | |||
| Toegang tot platform voor energiemonitoringsysteem | |||
| Nieuwsbrieven | |||
| Toegang tot online platform voor meldingen en vragen | |||
| Gratis tickets voor activiteiten op Tour & Taxis |
| Type | Groep | Wie | Communicatiemethoden |
|---|---|---|---|
| VERBONDENSTAKEHOLDERS | Leveranciersen partners | Facility managers en leveranciersvan veiligheidsdiensten,energieleveranciers, leveranciers,evenement- en hospitality-partners,telecompartners, partners voorhet verzamelen van gegevens, ITpartners, partners voor e-mobiliteit,enz. | Een langdurige samenwerking met leveranciers aangaan |
| Innovatieve win-winsituaties creëren | |||
| Aankoopbeleid vanaf 2023 | |||
| Informatie over duurzame en innovatieve onderwerpen uitwisselen | |||
| Bewoners | Particulieren, families, particuliereinvesteerders, professioneleinvesteerders, enz. | Een toegewijde contactpersoon in het salesteam die de klant begeleidt van het eerste contact tot aan deoplevering | |
| Duidelijke informatie en documentatie | |||
| Een platform voor de klantgemeenschap om de communicatie tussen bewoners en de klantenservice vanNextensa te vergemakkelijken | |||
| Tevredenheidsonderzoek | |||
| Nieuwsbrieven | |||
| Bouwteams | Architecten, studiebureaus, hoofdaannemers, grote onderaannemers,veiligheidscoördinatoren, enz. | Een langdurige samenwerking met alle partners van de bouwteams aangaan | |
| Intensief voorbereidend traject met teamoverleg | |||
| Wekelijks werfoverleg | |||
| Informatie over duurzaamheid en technische onderwerpen delen | |||
| Bezoekers | Bezoekers van evenementen,restaurants, winkelcentra,woonwijken, parken, kantoren enz. | Online en op locatie duidelijke informatie aanbieden | |
| Sociale media en nieuwsbrieven | |||
| Informatie over toegankelijkheid (STOP-principes) en informatie over e-mobiliteit | |||
| Voor bepaalde evenementen zijn er tevredenheidsenquêtes | |||
| Overheid | Steden, gemeenten,milieuafdelingen,stedenbouwkundige afdelingen,erfgoedafdelingen, Europa, enz. | Voorbereidende informele bijeenkomsten met verschillende afdelingen en rondleidingen op locatie | |
| Afstemming van visie op belangrijke projecten | |||
| Regelmatige en transparante communicatie en overleg over aankomende projecten en tijdens projecten | |||
| Monitoring van nieuwe wetgeving | |||
| Lokale | Intens overleg en samenwerking | ||
| gemeenschappen | Evenementen voor buurtbewoners organiseren | ||
| Lokale organisaties ondersteunen door ruimtes en kamers aan te bieden of door sponsoring |
Inhoudstafel • Nextensa in het kort • Bedrijfsrapport • Duurzaamheidsverslag • Corporate Governance • Vastgoedverslag • Geconsolideerde Staten 2025 • Bijlagen
| Type | Groep | Wie | Communicatiemethoden |
|---|---|---|---|
| EXTERNE | Ratingbureaus | Jaarlijks duurzaamheidsverslag | |
| voorSTAKEHOLDERSOverige | duurzaamheid | Gegevensuitwisseling per e-mail | |
| Vragenlijsten | |||
| Concurrenten | Informele bijeenkomsten | ||
| Nextensa is regelmatig gastspreker op evenementen in de sector: Realty, Spryg, Derde Long, enz. | |||
| Deelname aan Taxonomy commission UPSI BVS | |||
| Inzichten en informatie delen tijdens workshops | |||
| organisaties | Katholieke Universiteit Leuven, beroepsverenigingen en-organisaties (VBO, BECI, UPSI-BVSen Belgische Vereniging van Beursgenoteerde Vennootschappen),Flux 50, enz. | Lidmaatschap | |
| Partnerschappen voor het delen van kennis op het gebied van innovatie en circulariteit | |||
| Voortdurende naleving van de geldende regelgeving | |||
| Deelname aan sectoroverleg en kennisvoorziening |
IDENTITEITSKAART NEXTENSA
| Rechtsvorm | Naamloze vennootschap |
|---|---|
| Zetel | Gare Maritime, Picardstraat 11 bus 505, 1000 Brussel, België |
| Contactinfo | +32 2 882 10 00 |
| [email protected] | |
| Web | www.nextensa.eu |
| RPR | Brussel |
| ISIN | BE0003770840 |
| LEI | 549300BPHBCHEODTG670 |
| BTW | BE 0436.323.915 |
| Duur | Onbepaalde duur |
| Boekjaar | 1 januari – 31 december |
| Notering | Euronext Brussels, BEL Small |
| Liquidity provider | Bank Degroof Petercam |
| Commissaris | Deloitte Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door bedrijfsrevisor BenVandeweyer, Luchthaven Brussel Nationaal 1 J, 1930 Zaventem |
