AI assistant
EXMAR NV — Annual Report 2025
Apr 16, 2026
3948_rns_2026-04-16_42bb42e3-ecfc-4370-834e-14d57aede7c7.pdf
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
20 25
EXMAR

| 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 3 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 4 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 5 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 6 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 7 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 8 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 9 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 10 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
VOORWOORD
Allereerst wil ik alle collega's in de EXMAR-vestigingen wereldwijd bedanken voor hun toewijding, veerkracht en teamgeest. Ondanks de aanhoudende uitdagingen op de wereldmarkten hebben onze gezamenlijke inspanningen tot sterke resultaten geleid en onze positie als marktleider in de gaswaardeketen verder versterkt.

Shipping
In Shipping vierden we de oplevering van CHAMPAGNY en COURCHEVEL, de eerste twee 46.000 m³ dual-fuel middelgrote gastankers (MGC) die deel uitmaken van ons vlootvernieuwingsprogramma, bij Hyundai in Zuid-Korea. Daarnaast vond ook de doop van MERIBEL en MENUIRES plaats bij CIMC SOE in Nantong, China. Deze mijlpalen versterken onze positie in het segment van de middelgrote gastankers aanzienlijk en betekenen ook de start van de activiteiten van EXMAR LPG France. Commercieel hebben we ons klantenbestand uitgebreid, een sterke bezetting van de vloot voor 2026 veiliggesteld en onze toekomstige groei gediversifieerd dankzij nieuwe orders voor Suezmax-tankers bij Daehan Shipyard in China.
Infrastructure
In Infrastructure hebben de teams het hele jaar door uitstekende werk geleverd, zowel bij de LNG- als bij de offshore-activiteiten. Naast de uitstekende prestaties van de bestaande activa was onze strategische samenwerking met Gasunie en Vopak, omtrent het beheer van de Eemshaven LNG-importterminal in Nederland, een belangrijk hoogtepunt. De intentie om de samenwerking te verlengen en uit te breiden tot na 2027, resulteert in een extra Floating Storage and Regasification Unit (FSRU) die de gecombineerde LNG-opslagcapaciteit van de terminal op ongeveer 190.000 m³ brengt. Dit is een belangrijke mijlpaal voor ons bedrijf en weerspiegelt ons vermogen om nauw samen te werken met onze klanten. Er werden ook verdere stappen gezet voor het Floating Storage Unit-project in Colombia, waarvoor de contracten gefinaliseerd zijn, wat wederom onze toewijding onderstrept om efficiënte oplossingen te bieden aan
onze klanten. De LNG-activiteiten in Colombia zullen later dit jaar van start gaan.
Onze engineeringteams EOC en DVO hebben het afgelopen jaar sterke vooruitgang geboekt, waarbij EOC met succes een tweede OPTI-floater voor bp heeft opgeleverd voor hun Tiber-project in de Amerikaanse Golf. Dit betekent de toekenning van het 7de OPTI Floating Production Unit-ontwerp, wat een erkenning is van de markt voor de unieke capaciteiten van onze engineering- en infrastructuurdivisies. Dit alles is een bewijs van de professionaliteit en deskundigheid van onze teams. De toekenning van het Cedar FLNG Operations & Maintenance-contract weerspiegelt daarnaast het vertrouwen dat onze partners blijven stellen in de expertise van EXMAR Ship Management op het gebied van grote drijvende LNG-projecten.
Vooruitzichten
Als we vooruitkijken naar 2026, dan zien we belangrijke mijlpalen, met acht nieuwe schepen die worden opgeleverd, waaronder 's werelds eerste dual-fuel schepen die kunnen varen op ammoniak, en zeven geplande droogdokken. Ik heb er alle vertrouwen in dat we, met de toewijding en expertise van onze teams, deze mijlpalen veilig en efficiënt zullen bereiken. Zoals altijd blijft veiligheid onze topprioriteit, en ik wens iedereen te bedanken voor het geleverde werk in 2025. Laten we voortbouwen op dat momentum en blijven streven naar continue verbetering.
Nogmaals bedankt voor jullie harde werk, inzet en samenwerking.
Carl-Antoine Saverys CEO, EXMAR
![]() |
|---|
OVER DIT JAARVERSLAG
Het jaarverslag van EXMAR staat dit jaar zowel visueel als thematisch in het teken van de scheepsbouw, een bewuste keuze die het belangrijkste nieuwbouw- en vlootvernieuwingsprogramma van de onderneming van de afgelopen jaren weerspiegelt. De beelden van schepen in aanbouw tonen meer dan alleen staal en steigers: ze illustreren de tastbare vooruitgang van EXMAR's langetermijnstrategie om haar vloot te versterken, de industriële samenwerkingen te verdiepen en de EXMAR Groep klaar te stomen voor de volgende fase van energietransport en infrastructuurontwikkeling.
Door het bouwproces in beeld te brengen, straalt het jaarverslag een boodschap uit van vernieuwing, precisie en voorwaartse dynamiek. Elk beeld vertelt een deel van een groter verhaal, over de betrokken mensen en teams, technische uitmuntendheid en klaar zijn voor de toekomst. De focus op scheepsbouw sluit naadloos aan bij de identiteit van EXMAR als toonaangevende maritieme innovator, die een operationele traditie combineert met voortdurende aanpassing aan het veranderende energielandschap.
Een oprechte dank gaat uit naar al onze collega's, partners en scheepswerfteams wier toewijding, expertise en inzet dit ambitieuze vlootvernieuwingsprogramma tot leven brengen, en naar iedereen die heeft bijgedragen aan dit jaarverslag.
We hopen dat de lezers kunnen genieten van de reis doorheen het jaarverslag.
Hadrien Bown Chief Financial Officer
Ariane Saverys Marketing & Communication
Dimitri Van den fonteyne Group Head of Controlling
![]() |
|---|
-
PANORAMA 9 1.1 Financieel overzicht 10 1.2 EXMAR in een oogopslag 12 1.3 Onze oorsprong en onze business 14
-
ACTIVITEITEN VERSLAG 26 2.1 Shipping 28 2.2 Infrastructure 39 2.3 Diensten 48
-
DUURZAAMHEIDSVERSLAG 57 3.1 Duurzaamheid bij EXMAR 60 3.2 Milieu 92 3.3 Sociaal 114 3.4 Governance 126 3.5 Bijlage 136
-
CORPORATE GOVERNANCE VERKLARING 154 4.1 Corporate Governance Verklaring 156 4.2 Interne controle- en risicobeheersystemen - beoordeling 168 4.3 Remuneratieverslag 176
-
FINANCIEEL VERSLAG 182 5.1 Jaarverslag van de Raad van Bestuur aan de aandeelhouders 186 5.2 Geconsolideerde jaarrekening 192 5.3 Statutaire jaarrekening EXMAR NV 262
-
WOORDENLIJST 265
![]() |
|---|
1. PANORAMA
1.1 Financieel overzicht 10 1.2 EXMAR in een oogopslag 12 1.3 Onze oorsprong en onze business 14

1.1 FINANCIEEL OVERZICHT
1.1 FINANCIEEL OVERZICHT
1.1.1 Geconsolideerde kerncijfers
| International Financial Reporting Standards (IFRS) (1) | Management rapportering gebaseerd op de proportionele consolidatie (2) | |||
|---|---|---|---|---|
| OBSCHRIJVINGSBEDRIJFERS (IN MILJÖGENEN 1996) | 31 DECEMBER 2022 | 31 DECEMBER 2023 | 31 DECEMBER 2022 | 31 DECEMBER 2023 |
| Opbrengsten | 248,1 | 348,9 | 343,0 | 434,9 |
| EBITDA | 101,6 | 204,7 | 178,2 | 273,8 |
| Gecorrigeerde EBITDA | 101,6 | 106,1 | 178,2 | 175,2 |
| Afschrijvingen | -26,6 | -34,4 | -62,7 | -67,3 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 75,0 | 170,2 | 115,5 | 206,4 |
| Netto financieel resultaat | -17,0 | -3,1 | -32,2 | -17,0 |
| Aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en joint ventures (na belastingen) | 24,5 | 24,9 | -0,4 | 2,7 |
| Resultaat voor belasting | 82,4 | 192,1 | 82,9 | 192,2 |
| Belastingen op het resultaat | -8,1 | -11,1 | -8,5 | -11,2 |
| Resultaat van de periode | 74,3 | 181,0 | 74,3 | 181,0 |
| Aandeel van de Groep in het resultaat | 74,3 | 181,0 | 74,3 | 181,0 |
| INFORMATIE PER AANDEEL (IN USD PER AANDEEL) | ||||
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen tijdens de periode | 64.868.057 | 57.543.987 | 64.868.057 | 57.543.987 |
| EBITDA | 1,57 | 3,56 | 2,75 | 4,76 |
| Gecorrigeerde EBITDA | 1,57 | 1,84 | 2,75 | 3,04 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 1,16 | 2,96 | 1,78 | 3,59 |
| Resultaat van de periode | 1,15 | 3,15 | 1,15 | 3,15 |
| INFORMATIE PER AANDEEL (IN EUR PER AANDEEL) | ||||
| EBITDA | 1,1200 | 1,0862 | 1,1200 | 1,0862 |
| Gecorrigeerde EBITDA | 1,40 | 3,27 | 2,45 | 4,38 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 1,40 | 1,70 | 2,45 | 2,80 |
| Resultaat van de periode | 1,03 | 2,72 | 1,59 | 3,90 |
| EBITDA | 1,02 | 2,90 | 1,02 | 2,90 |
(1) De cijfers in deze kolommen werden opgemaakt op basis van IFRS zoals toegepast door de EU, zijnde joint ventures opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. (2) De cijfers in deze kolommen weerspiegelen de management rapportering en tonen de joint ventures opgenomen volgens de proportionele consolidatiemethode in plaats van volgens de vermogensmutatiemethode. Een reconciliatie tussen de bedragen opgesteld volgens de proportionele en vermogensmutatiemethode is weergegeven in Toelichting 3 Reconciliatie segmentrapportering in het Financieel Verslag per 31 december 2025.
1.1 FINANCIEEL OVERZICHT
1.1.2 Belangrijkste ratio's
(gebaseerd op de proportionele consolidatiemethode, in miljoenen USD)






(1) Volgende elementen werden uit de EBITDA verwijderd om tot de Gecorrigeerde EBITDA te komen: 2025: geen aanpassingen 2024: winst uit de verkoop van alle aandelen van Export LNG, eigenaar van de Tango FLNG (USD 78 miljoen), winst op de verkoop van alle aandelen van Bexco NV (USD 20.6 miljoen)
1.2 EXMAR IN EEN OOGOPSLAG
1.2 EXMAR IN EEN OOGOPSLAG

Aandeleninformatie
Het EXMAR-aandeel is genoteerd op Euronext Brussel en maakt deel uit van de Bel Small Index (EXM) Referentieaandeelhouder is Saverex NV
VERDELING PER 31 DECEMBER 2025
TOTAAL: 81.472.210 AANDELEN

1.2 EXMAR IN EEN OOGOPSLAG


1.3 ONZE OORSPRONG EN ONZE BUSINESS
1.3 ONZE OORSPRONG EN ONZE BUSINESS
EXMAR biedt maritieme oplossingen voor de exploitatie, het transport en de transformatie van gas aan. Als rederij pionieren we om onze klanten te bedienen in het efficiënt transporteren en transformeren van gasvormige moleculen.
Onze missie is om generaties van scheepseigendom, scheepsbouw, maritieme infrastructuur en projectuitvoering te benutten voor een betere energietoekomst.
Als wereldwijde rederij heeft EXMAR kantoren en vertegenwoordigers in verschillende landen over de hele wereld.
1.3.1 Hoogtepunten van 2025
21 januari 2025
Levering van het eerste zevende generatie door EXMAR ontworpen dual-fuel schip MGC CHAMPAGNY versterkt de moderne vloot van EXMAR LPG France en biedt flexibiliteit voor toekomstige brandstoffen en reductie van emissies.
30 april 2025
Levering van het tweede zevende generatie door EXMAR ontworpen dual-fuel schip MGC COURCHEVEL aan EXMAR LPG France.
6 juni 2025
Kiellegging van EXMAR's eerste op ammoniak aangedreven MGC-schip, een belangrijke stap in de ontwikkeling van 's werelds eerste oceaangeschikte gasdrager op ammoniak.

11 februari 2025
EXMAR optimaliseert zijn vloot met de verkoop van de drukschepen DEBBIE en HELANE, en verlegt de strategische focus naar grotere en efficiëntere schepen.
6 mei 2025
EXMAR zet de strategische verjonging van zijn vloot verder met de verkoop van oudere schepen, waaronder MGC WAREGEM.
31 juli 2025
Eerste productie van de drijvende productie-eenheid Shenandoah. Dit is de vierde en grootste EXMAR's OPTI-rompontwerp.
1.3 ONZE OORSPRONG EN ONZE BUSINESS

2 oktober 2025
Eerste productie van LLOG's Salamanca drijvende productieeenheid ontworpen door EXMAR Offshore Company.
16 september 2025
Met de ondersteuning van EXMAR keurt IMO de interne richtlijnen goed voor het gebruik van ammoniak als brandstof, wat essentieel is voor emissiearm maritiem transport.
22 oktober 2025
Strategische samenwerking met EemsEnergyTerminal voor de uitbreiding en verdere ontwikkeling van de LNG-import terminal in Eemshaven, Nederland, inclusief de ombouw van een FSRU met een capaciteit van 750 mmscfd and lange-termijn operaties.
18 september 2025
EXMAR heeft een contract getekend voor een drijvende LNG-import oplossing in Buenaventura, Colombia. Dit project bevat het opzetten van een FSU en een 5-jarig O&M contract.
27 november 2025
Naming van EXMAR's MGC schepen MERIBEL en MENUIRES bij CIMC-SOE in China.
1.3 ONZE OORSPRONG EN ONZE BUSINESS
1.3.2 Onze oorsprong
De oorsprong van EXMAR ligt aan de oevers van de Schelde. In 1829 ontstond op de Boelwerf een traditionele scheepswerf die gespecialiseerd was in de bouw van houten rivierschepen en zich omvormde tot een grote industriële werf. Dit vormde de voedingsbodem voor het grootste binnenvaartschip van Europa in 1911: de GRAAF DE SMET-DE NAYER met een lengte van 112 meter.
Onder leiding van Georges Van Damme breidt de scheepswerf in de naoorlogse periode snel uit en nieuwe investeringen in infrastructuur leiden tot de bouw van grotere, meer innovatieve schepen.
In de daaropvolgende jaren bereikt Boelwerf vele mijlpalen, waaronder de oplevering van de LNG-carrier in 1978, de bouw van de eerste eigen LPG-gastanker CORAL TEMSE (7.300 m³) die gezorgd heeft voor de introductie in de gassector, gevolgd door de benoeming van Van Damme's schoonzoon Philippe Saverys als voorzitter.
In 1983 breidde de vloot zich snel uit door de bouw van meer schepen in Boelwerf, waaronder EUPEN (57.000 m³), TIELRODE (25.000 m³) en verschillende schepen in tijdbevrachting, zoals het zusterschip GENT (57.000 m³), opgeleverd in 1985.
Aanvankelijk was EXMAR enkel de commerciële en scheepvaartafdeling van de scheepswerf Boelwerf. In de loop van de jaren 1980 breidde EXMAR haar activiteiten als gasrederij in de segmenten LPG, ammoniak en ethyleen uit als eigenaar, exploitant, bevrachter en internationale leverancier aan petrochemische multinationals. In de jaren 1990 werd EXMAR een dochteronderneming van het beursgenoteerde Compagnie Maritime Belge (CMB) en deed het voor het eerst zijn intrede op de LNG- en Offshore-markten, terwijl het zijn middelgrote LPG-vloot uitbreidde tot 23 schepen en deel uitmaakte van zowel de markt van de semi-drukschepen als die van de Very Large Gas Carriers (VLGC) met bevrachtingscontracten en nieuwbouwschepen. In de loop der jaren ontwikkelde de EXMAR Groep zich van een traditionele rederij tot een gespecialiseerde rederij die op maat gemaakte en innovatieve energieoplossingen aanbiedt.
Vandaag speelt EXMAR een centrale rol in de wereldwijde energiewaardeketen.
LPG-WAARDEKETEN
Bron: EXMAR
1 vezels, stoffen, spuitgietproducten, auto-onderdelen, speelgoed,... 2 buizen, stroomkabels, borden, kleding, meubilair, gezondheidszorg, vloeren,... 3 voedselverpakkingen, flessen voor melk, water en vruchtensap, stroomkabels, chemische containers, spuitgietproducten,... 4 autobanden, sportschoenen,... 5 schuim, isolatiematerialen,...

1.3 ONZE OORSPRONG EN ONZE BUSINESS

WAARDEKETEN VOOR AMMONIAK Bron: EXMAR
Rijk aardgas Omzetting door middel van stroom
Waterstof Ammoniak
Ammoniak Meststoffen EXPLOSIEVEN SYNTHETISCHE VEZELS SYNTHETISCHE HARSEN
Upsstream markt Midstream markt Downstream markt
1.3.3 EXMAR waardeketen & cargo
Om de activiteiten van EXMAR en de drijvende krachten achter de markt te analyseren, is het belangrijk om te begrijpen hoe energie wordt opgewekt en ontwikkeld doorheen de waardeketen en hoe ze wordt verbruikt op de markten. In tegenstelling tot droge lading of ruwe olie zijn de vervoerde producten geen ruwe producten maar half- of volledig bewerkte producten. Daarom hebben veel verschillende marktkrachten invloed op de business, elk met zijn eigen inherente complexiteit.
1.3.3.1 LPG (VLOEIBAAR PETROLEUM GAS)
Zoals de infografiek van de LPG-waardeketen laat zien, wordt LPG geproduceerd tijdens olieraffinage of gewonnen uit de verwerking van vloeibaar aardgas. LPG, voornamelijk propaan en butaan, is een restproduct dat voor verschillende doeleinden gebruikt kan worden. Het dient als grondstof in raffinaderijen en de petrochemische industrie en als brandstof voor voertuigen, maar kan ook gebruikt worden om te voldoen aan landbouwbehoeften zoals het drogen van gewassen of om energiecentrales te voeden, zij het in mindere mate. Aangezien de aardgasproductie wereldwijd blijft groeien, wordt verwacht dat er wereldwijd steeds meer LPG zal geproduceerd en verscheept worden.
1.3.3.2 NH3 (AMMONIAK)
Ammoniak wordt voornamelijk gebruikt als basiscomponent bij de productie van minerale meststoffen (ureum, nitraten en NPK), civiele explosieven of caprolactam (voor industriële toepassingen zoals synthetisch textiel en airbags in auto's). Het wordt meestal geproduceerd via het Haber-Bosch-proces, waarbij waterstof met stikstof wordt gecombineerd. Gewoonlijk wordt waterstof gegenereerd via een stoomreformeringsproces, waarbij aardgas als grondstof wordt gebruikt. Om het productieproces koolstofarmer te maken, wordt in sommige productie-installaties technologie voor het afvangen en opslaan van koolstof toegevoegd, waardoor blauwe waterstof ontstaat. Op dezelfde manier is het produceren van koolstofarme waterstof door middel van hydrolyse, met behulp van hernieuwbare zonne- of windenergie en zeewater, een hernieuwbare en toekomstgerichte methode om groene waterstof te genereren.
Om de wereldwijde decarbonisatie te ondersteunen, verschuift de aandacht van de wereld steeds meer naar de productie en opslag van ammoniak, gezien het potentieel ervan om industrieën koolstofvrij te maken, als drager van waterstof te dienen en als emissievrije bunkerbrandstof voor schepen te worden gebruikt.
| TITLE | SIZE |
|---|---|
| DET'L | |
| E-10 | 1 |
| TO BE DRIVED | 1 |
| REV. DATE | 10/15/2017 |
| REV. DATE | 10/15/2017 |
| REV. DATE | 10/15/2017 |
| REV. DATE | 10/15/2017 |
| REV. DATE | 10/15/2017 |
| REV. DATE | 10/15/2017 |
| REV. DATE | 10/15/2017 |
| REV. DATE | 10/15/2017 |
| REV. 1 | 1 |
| REV. 1 | 1 |
| REV. 1 | 1 |
| REV. 1 | 1 |
| REV. 1 | 1 |


LAND Zuid-Korea SCHEEPSWERF HD Hyundai Mipo SCHIP ANTWERPEN JAAR VAN OPLEVERING 2026
1.3 ONZE OORSPRONG EN ONZE BUSINESS
EXMAR vervoert al bijna 40 jaar ammoniak op zijn volledig gekoelde middelgrote gastankers met prismatische tanks.
EXMAR heeft vier nieuwbouwschepen besteld met een capaciteit van 46.000 m³ voor levering in 2026. Alle vier de schepen zullen uitgerust worden met een dual-fuel ammoniakmotor. Deze schepen zullen transport met bijna geen CO₂-uitstoot mogelijk maken.
1.3.3.3 PETROCHEMISCHE GASSEN
Petrochemische gassen, die ook worden weergegeven in de infografiek van de LPG-waardeketen, worden geproduceerd aan het einde van de petrochemische cyclus en zijn afkomstig van het opsplitsen via een stoomproces van olie en gas. Deze gassen bestaan voornamelijk uit ethyleen en propyleen, die worden gebruikt om verschillende polymeren en kunststoffen te maken. VCM (Vinylchloride Monomeer) en ruwe C4's worden voornamelijk gebruikt voor de productie van respectievelijk PVC en rubberproducten.
1.3.3.4 LNG (VLOEIBAAR AARDGAS)
LNG kan worden gedefinieerd als aardgas dat is afgekoeld tot vloeibare vorm, waardoor het bij min 162 graden Celsius is teruggebracht tot een zeshonderdste van zijn oorspronkelijke volume. Aardgas wordt gebruikt om elektriciteit te produceren en dient als industriële grondstof voor meststoffen en een breed scala aan kunststoffen. Het kan ook worden gebruikt voor commerciële of residentiële verwarmingstoepassingen. LNG-tankers zijn ontworpen met speciale isolatie en vormen zo hun eigen LNG-scheepvaartsegment.
LNG-WAARDEKETEN
Bron: EXMAR

1.3 ONZE OORSPRONG EN ONZE BUSINESS

1.3.4 EXMAR Shipping
EXMAR is een toonaangevende rederij en operator gespecialiseerd in het transport van LPG, $\mathrm{NH}_3$-petrochemische gassen en LNG. Deze industriële nichemarkten worden vooral gekenmerkt door gevestigde spelers met een operationele focus op lange termijn, waarin EXMAR zich onderscheidt door zijn engagement op het vlak van innovatie en operationele uitmuntendheid.
De unieke kenmerken van de vervoerde producten vereisen uiterst gesofisticeerde schepen en gespecialiseerde operationele vaardigheden, zowel aan boord van het schip als aan wal. EXMAR heeft expertise en knowhow verworven als scheepsbouwer en is uitgegroeid tot een wereldwijd gerenommeerde eigenaar en operator in de scheepvaart, scheepsbouw en scheepsbeheer voor het vervoer van gasvormige moleculen, met een focus op baanbrekende oplossingen voor de energieketen en maritieme technische innovatie. Dit wordt mogelijk gemaakt dankzij de interne afdelingen gespecialiseerd in het management van schepen en de technische expertise.
De huidige vloot bestaat uit schepen van verschillende grootte, die ofwel volledig eigendom zijn, eigendom in joint venture, of onder tijdbevrachtingscontract. De schepen omvatten de volgende typen gastankers:
1.3.4.1 VOLLEDIGE GEKOELDE GASTANKERS (MGC, VLGC)
Het grootste deel van de EXMAR-vloot bestaat uit volledig gekoelde schepen met prismatische ladingtanks die ontworpen zijn om producten bij lage temperaturen (meestal volledig gekoelde LPG en ammoniak) en onder bijna-atmosferische druk te vervoeren. Dit wordt mogelijk gemaakt door geïnstalleerde koelinstallaties die de efficiëntie van de schepen voor het vervoer over lange vaart garanderen. Om te kunnen profiteren van schaalvoordelen is de capaciteit van deze volledig gekoelde gastankers meestal meer dan 20.000 m³.
Op 31 december 2025 bezit EXMAR dertien (13) middelgrote gastankers in joint venture en heeft het nog eens vier (4) schepen in tijdbevrachting, allemaal met een capaciteit tussen 38.000 m³ en 46.000 m³.
Om haar vloot uit te breiden, werd een bestelling geplaatst voor tien (10) nieuwbouw MGC's met een capaciteit van 46.000 m³. De eerste twee (2), COURCHEVEL en CHAMPAGNY, werden geleverd in 2025 en hebben een dual-fuel LPG-aandrijving. De andere acht (8) zullen worden geleverd in de loop van 2026, waarbij de eerste, MERIBEL, reeds geleverd is begin 2026. Vier (4) van deze nieuwbouwschepen zullen uitgerust worden met een ammoniakmotor waarbij de $\mathrm{CO}_{2}$-uitstoot tijdens het transport bijna nul is. Deze schepen worden gebouwd in Zuid-Korea, bij HHI.
Nog eens vier (4) schepen met een capaciteit van 41.000 m³ worden gebouwd in China bij CIMC met levering voorzien vanaf het eerste kwartaal in 2026. EXMAR is ook een verbintenis aangegaan om zes (6) schepen van 41.000 m³ tot 49.000 m³ met dual-fuel LPG-aandrijving te bevrachten en deze zullen geleverd worden vanaf het derde kwartaal in 2026.
Eens alle schepen geleverd zijn, zal EXMAR éénendertig (31) MGC-schepen in zijn vloot hebben.
EXMAR bezit momenteel twee ultramoderne VLGC's, aangedreven door LPG, met een capaciteit van 88.000 m³ en heeft één schip in tijdbevrachting met een capaciteit van 83.000 m³.
1.3.4.2 DRUKSCHEPEN
EXMAR bezit vijf (5) drukschepen met een capaciteit van 3.500 m³, waarvan één schip, FATIME, verkocht is in het begin van 2026. De gebruikelijke ladingen zijn LPG of minder complexe petrochemische gassen die bij bijna omgevingstemperaturen worden vervoerd in cilindrische stalen druktanks die ontworpen zijn om een druk tot 20 bar te weerstaan.
Om zijn vloot te vernieuwen, heeft EXMAR twee (2) nieuwe drukschepen van 7.500 m³ besteld bij een Japanse eigenaar voor levering in 2027 en 2028.
![]() |
|---|
1.3 ONZE OORSPRONG EN ONZE BUSINESS 23
1.3.4.3 TANKERS
EXMAR heeft een bestelling geplaatst voor vier (4) Suezmax schepen met een modern en efficiënt ontwerp van de toonaangevende Koreaanse werf Daehan. Leveringen zijn gepland voor 2027 en 2028.
1.3.4.4 VERVOERDE VOLUMES
De expertise van EXMAR bestaat erin gasproducten op een veilige en betrouwbare manier naar klanten over de hele wereld te vervoeren. In 2025 werd ongeveer 5,9 miljoen ton (MT) vervoerd, waarvan ongeveer 66% LPG, 32% ammoniak, en de rest petrochemische gassen. De helft van de EXMAR MGC vloot wordt gebruikt voor het vervoer van ammoniak.
EXMAR heeft zich geprofileerd als een betrouwbare marktspeler die gespecialiseerd is in de omschakeling tussen ammoniak en LPG en met overslag van schip naar schip (STS). Deze activiteiten komen vaak voor in het middelgrote gassegment, dat het grootste deel van de vloot van EXMAR uitmaakt. Naast de beperkingen van de scheepsgrootte, verplichten haven- of operationele beperkingen eigenaars vaak om ladingen op zee van en naar kleinere schepen over te brengen. Om de overslag van schip naar schip veilig uit te voeren, zorgt EXMAR voor een ervaren bemanning, een zorgvuldige coördinatie en het gebruik van aangepaste uitrusting.
1.3.5 EXMAR Infrastructure
EXMAR Infrastructure levert innovatieve drijvende infrastructuuroplossingen aan de energie-industrie, die de volledige cyclus van het project omvatten, gaande van ontwikkelingsstudies, engineering en bouwtoezicht tot leasing/eigendom en exploitatie/ onderhoud na oplevering.
De activa van EXMAR Infrastructure zijn drijvende oplossingen voor nearshore en offshore productie, verwerking, opslag of andere ondersteunende diensten in de olie- en gasindustrie.
1.3.5.1 EEN ROBUUSTE VLOOT VAN DRIJVENDE INFRASTRUCTUUR OPLOSSINGEN
EXMAR Infrastructure bezit en beheert momenteel drie drijvende platformen:
Drijvende LNG-oplossingen
-
FSRU EEMSHAVEN LNG: een drijvende LNG-terminal die geïmporteerd LNG hervergast (capaciteit van 600 mm scf per dag) en aardgas injecteert in de pijpleidinginfrastructuur op het vasteland voor huishoudelijk gebruik, elektriciteitsopwekking en industriële toepassingen. Deze eenheid biedt een snel, flexibel en kostenefficiënt alternatief voor LNG-importterminals aan land en zorgt voor bevoorradingszekerheid waar dat nodig is.
-
FSU EXCALIBUR: een 138.000 m³ LNG-tanker omgebouwd tot drijvende opslaginstallatie, ontworpen voor tijdelijke LNG-opslag en verlading naar LNG-handelsschepen.
Drijvend accommodatieplatform
- NUNCE: een multifunctioneel accommodatie- en werkplatform met een capaciteit van 350 personen. Uitgerust met verschillende hut groottes, catering en recreatiefaciliteiten, biedt essentiële ondersteuning op locatie voor olie- en gasexploratie en productieactiviteiten.
1.3.5.2 BAANBREKENDE DRIJVENDE LNG-OPLOSSINGEN
EXMAR's toonaangevende expertise in vlottende liquefactie wordt geillustreerd door het partnerschap met ENI. Onze TANGO FLNG was een van de eerste operationele vlottende eenheden wereldwijd. Vandaag blijft EXMAR zijn technische competentie bewijzen via een exploitatie- en onderhoudscontract ter ondersteuning van ENI's Marine XII-project in Congo. Dit omvat de inzet van zowel de TANGO FLNG als de FSU EXCALIBUR. Onze expertise strekt zich verder uit tot nieuwe ontwikkelingen in de drijvende LNG-sector, wat ons leiderschap in dit domein versterkt.
1.3.5.3 ENGINEERING EXPERTISE
De activiteiten van EXMAR worden verder versterkt door twee gespecialiseerde dochterondernemingen met sterke maritieme en productie-engineeringcapaciteiten:
-
EXMAR Offshore Company (EOC) is een erkend olie- en gas ingenieursbedrijf dat in 1997 werd opgericht met meer dan 200 experts, gaande van professionele ingenieurs tot scheepsarchitecten. EOC heeft een eigen rompontwerp OPTI® ontwikkeld voor drijvende olie- en gasproductieplatformen in diepwatergebieden zoals de Amerikaanse Golf. Met vier OPTI® productiefaciliteiten geleverd op basis van het OPTI® ontwerp, is EOC een erkende en gerenommeerde leverancier geworden van kosteneffectieve en doelgerichte projectoplossingen op dit gebied.
-
DV Offshore (DVO) is een nicheaannemer van maritieme expertise die sinds 1999 deel uitmaakt van EXMAR. Het bedrijf levert engineering, audit en technische bijstand aan olie- en gasbedrijven met betrekking tot drijvende terminals, offshore aanmeerinstallaties en onderzeese pijpleidingen.
1.3 ONZE OORSPRONG EN ONZE BUSINESS
1.3.5.4 UITGEBREIDE PROJECTONTWIKKELING EN -UITVOERING
Het implementeren van drijvende olie- en gasinfrastructuur vereist specifieke en uitgebreide inspanningen en tijd voor de ontwikkeling van het project. Elk project heeft specifieke behoeften voor de verwerking van het product, het aanmeren, de opslag en de wettelijke goedkeuringen. De kennis en expertise in de behandeling en opslag van olie en gas, de engineering van aanmeer- en andere maritieme infrastructuur, gecombineerd met de operationele en onderhoudscapaciteiten vormen de unieke toegevoegde waarde die EXMAR zijn klanten biedt.
Door alle ontwikkelingsaspecten voor zijn rekening te nemen, van haalbaarheidsstudies tot eigendom, leasing, installatie, testen en all-in-one exploitatie- en onderhoudsdiensten, biedt EXMAR zijn klanten de zekerheid en het comfort van een snelle, rendabele en risicoloze oplossing voor hun project.
1.3.6 EXMAR Diensten
Naast haar kernactiviteiten heeft EXMAR zakelijke belangen in verschillende bedrijven op het gebied van scheepsbeheer, gespecialiseerde reizen en onderdelen voor de maritieme en offshore-industrie.
EXMAR Shipmanagement is gespecialiseerd in op expertise gebaseerde nichesegmenten zoals het beheer van drijvende opslag-, hervergassing- en liquefactie-infrastructuur op zee, VLGC's, MGC's, drukschepen en offshore accommodatieplatformen.
Travel Plus, een toonaangevend reisbureau gevestigd in Antwerpen, biedt oplossingen op maat voor zaken- en vakantiereizen.
EXMAR Yachting is een full-service specialist in luxe yachting gevestigd in België, die uitgebreide diensten aanbiedt op het gebied van jacht management, chartering, bemanning en makelaardij.
Via deze gediversifieerde activiteiten blijft EXMAR zijn expertise en dienstenaanbod uitbreiden en versterkt het zijn leiderschap in verschillende maritieme en offshore sectoren.

1.3 ONZE OORSPRONG EN ONZE BUSINESS 25
Geactualiseerde vlootlijst
Status op 31/12/2025
| MGC – MIDDELGROTE GASTANKERS | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Type | Capaciteit 100% (m³) | Bouwjaar | Vlag | Status | ||
| LIBRAMONT | fr | Midsize LPG | 38.940 | 2006 | MARSHALLEILANDEN | tijdbevrachting |
| SOMBEKE | fr | Midsize LPG | 38.902 | 2006 | MARSHALLEILANDEN | tijdbevrachting |
| KAPRIJKE | fr | Midsize LPG | 38.837 | 2015 | BELGIÉ | joint venture |
| KNOKKE | fr | Midsize LPG | 38.853 | 2016 | BELGIÉ | joint venture |
| KONTICH | fr | Midsize LPG | 38.867 | 2016 | BELGIÉ | joint venture |
| KORTRIJK | fr | Midsize LPG | 38.880 | 2016 | BELGIÉ | joint venture |
| KRUIBEKE | fr | Midsize LPG | 38.871 | 2017 | BELGIÉ | joint venture |
| KALLO | fr | Midsize LPG | 38.850 | 2017 | BELGIÉ | joint venture |
| KAPELLEN | fr | Midsize LPG | 38.860 | 2018 | BELGIÉ | joint venture |
| KOKSIJDE | fr | Midsize LPG | 38.849 | 2018 | BELGIÉ | joint venture |
| WAASMUNSTER | fr | Midsize LPG | 38.498 | 2014 | BELGIÉ | joint venture |
| SOPHIE SCHULTE | fr | Midsize LPG | 38.442 | 2014 | SINGAPORE | tijdbevrachting |
| WARISOULX | fr | Midsize LPG | 38.480 | 2015 | BELGIÉ | joint venture |
| WEPION | fr | Midsize LPG | 38.577 | 2018 | BELGIÉ | joint venture |
| SEVERIN SCHULTE | fr | Midsize LPG | 38.465 | 2014 | SINGAPORE | tijdbevrachting |
| CHAMPAGNY | fr | Midsize LPG | 46.000 | 2025 | FRANKRIJK | joint venture |
| COURCHEVEL | fr | Midsize LPG | 46.000 | 2025 | FRANKRIJK | joint venture |
| VLGC – ZEER GROTE GAS TANKERS | ||||||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Type | Capaciteit 100% (m³) | Bouwjaar | Vlag | Status | ||
| BW TOKYO | fr VLGC | 83.270 | 2009 | SINGAPORE | tijdbevrachting | |
| FLANDERS PIONEER | fr VLGC | 87.812 | 2021 | BELGIÉ | eigen bezit | |
| FLANDERS INNOVATION | fr VLGC | 87.809 | 2021 | BELGIÉ | eigen bezit | |
| DRUKSCHEPEN | ||||||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Type | Capaciteit 100% (m³) | Bouwjaar | Vlag | Status | ||
| FATIME | pr Drukschip | 5.018 | 2010 | HONG KONG | eigen bezit | |
| JOAN | pr Drukschip | 3.540 | 2009 | BELGIÉ | eigen bezit | |
| MARIANNE | pr Drukschip | 3.540 | 2009 | BELGIÉ | eigen bezit | |
| ELISABETH | pr Drukschip | 3.540 | 2009 | BELGIÉ | eigen bezit | |
| ANGELA | pr Drukschip | 3.540 | 2010 | BELGIÉ | eigen bezit | |
| LNG GASTANKER | ||||||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Type | Capaciteit 100% (m³) | Bouwjaar | Vlag | Status | ||
| EXCALIBUR | LNG LNG | 138.034 | 2002 | BELGIÉ | eigen bezit | |
| DRIJVEND LIQUEFACTIE EN HERVERGASSINGSPLATFORM | ||||||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Type | Capaciteit 100% (m³) | Bouwjaar | Vlag | Status | ||
| EEMSHAVEN LNG | FSRU FSRU | 26.320 | 2017 | BELGIÉ | eigen bezit | |
| DRIJVEND ACCOMODATIEPLATFORM | ||||||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Type | Capaciteit | Bouwjaar | Vlag | Status | ||
| NUNCE | Acc Accommodatie | 350 personen | 2009 | LIBERIA | joint venture |
2. ACTIVITEITEN VERSLAG
2.1 Shipping 28 2.2 Infrastructure 39 2.3 Diensten 48
CHAMPAGN

32
2.1 SHIPPING
2.1 SHIPPING
EXMAR Shipping is een toonaangevende rederij gespecialiseerd in het transport van LPG, ammoniak en petrochemische gassen. Als grootste eigenaar-operator in het middelgrote segment voor LPG en ammoniak, bouwt EXMAR actief aan duurzame samenwerkingen met vooraanstaande klanten wereldwijd.
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| PROPORTIONELE CONSOLIDATIE - SCHIPPING (IN MILJOENEN USD) | ||
| Opbrengsten | 148,3 | 142,8 |
| EBITDA | 105,2 | 107,4 |
| Gecorrigeerde EBITDA | 105,2 | 107,4 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 57,2 | 56,5 |
| Segmentresultaat na belastingen | 21,1 | 20,8 |
| Schepen en platformen (eigendom en lease) | 607,3 | 471,0 |
| Financiële schulden | 371,4 | 369,1 |
2.1.1 Marktoverzicht
Net als het voorgaande jaar werd 2025 gekenmerkt door een voortdurend veranderend geopolitiek, macro-economisch en regelgevend landschap. Het was een jaar dat in veel opzichten meer werd beïnvloed door geopolitieke factoren dan door fundamentele marktbewegingen. Traditionele handelsroutes werden verstoord door politieke beslissingen, waaronder de introductie van invoerheffingen en tegenmaatregelen tussen grote wereldspelers, aanhoudende sanctieregelingen en beperkingen op het vlak van infrastructuur, waaronder knelpunten op cruciale locaties zoals het Panamakanaal en het Suezkanaal.
Ondanks de volatiele markt bleef de wereldwijde vraag naar LPG groeien, zij het in een langzamer tempo dan in voorgaande jaren. De exportvolumes werden voornamelijk gedreven door de Verenigde Staten en het Midden-Oosten, terwijl China de grootste importeur bleef. Het grootste deel van deze volumes werd vervoerd op VLGC's.
Vertragingen in het IMO Net-Zero-kader hebben echter onzekerheid gecreëerd met betrekking tot de invoering van emissie gerelateerde maatregelen.
De markt voor ammoniak was minder gunstig in 2025. Ondanks het minder positieve sentiment zijn er wel nieuwe ammoniakfabrieken in aanbouw, waarbij de komende jaren nieuwe blauwe en groene
productiecapaciteit wordt verwacht uit zowel de VS, Zuid-Amerika, het Midden-Oosten, Indië en China. In Europa zorgde de start van het CBAM (Carbon Border Adjustment Mechanism) vanaf januari 2026 voor veel onzekerheid op het einde van vorig jaar, aangezien het onduidelijk was of het CBAM volledig van toepassing zou zijn op ammoniak.
In het VLGC-segment lagen de spotprijzen gemiddeld iets boven het niveau van 2024 na een zeer volatiele eerste helft van het jaar, en trokken ze uiteindelijk aan tegen het einde van het jaar. De tarieven van MGC-schepen volgden grotendeels dezelfde trend en bleven hoger dan verwacht, waarbij ze mee profiteren van de sterke VLGC-markt.
2.1.1.1 LPG
In 2025 kende de export van LPG over zee vanuit de VS een groei van slechts 3% op jaarbasis, wat aanzienlijk minder is dan het jaar ervoor. Voor 2026 voorspelt het IEA een exportgroei van meer dan 10% voor LPG over zee.
De prijzen voor LPG-ladingen stonden onder druk door de lagere vraag vanuit de petrochemische sector in het Verre Oosten, wat een rem zette op de VLGC-tarieven.
De capaciteitsuitbreiding in de VS, met name bij de LPG-terminal van Energy Transfer, bracht een langverwachte groei voor bijkomende export. Verdere uitbreiding van terminals in de VS zal de verwachte
2.1 SHIPPING 29
groei van de LPG-productie in het Permian Basin blijven ondersteunen, evenals diverse offshore LNG-projecten in de Amerikaanse Golf.
De dreiging van invoerheffingen door de Amerikaanse regering en de daaropvolgende vergeldingsmaatregelen van China zorgden voor veel onzekerheid in het handelsklimaat, wat ook zijn weerslag had op de vrachtmarkt met een hoge volatiliteit gedurende het hele jaar. De handelsstromen verschoven ook, waarbij China meer importeerde uit de Arabische Golf en Indiase oliemaatschappijen begonnen te importeren uit de VS.
In de Arabische Golf kwam het OPEC+-kartel overeen: de olieproductie te verhogen om tegemoet te komen aan de toegenomen vraag vanuit China, dat op zoek was naar alternatieve leveranciers tijdens de tarievenoorlog met de VS. De militaire activiteiten in de Perzische regio verminderden de LPG-export en dreven de oorlogsrisicopremies omhoog, waardoor de scheepvaart duurder werd. De export van LPG over zee vanuit Qatar bleef stabiel in 2025 en zal naar verwachting groeien gezien het LNG-uitbreidingsprogramma in de komende jaren, dat de daarmee samenhangende LPG-export naar nieuwe hoogten zal tillen. De meeste reders zien nog steeds af van doorvaart via de Golf van Aden, aangezien de spanningen snel weer kunnen oplopen. Met mogelijke Amerikaanse acties tegen Iran blijft de verhoogde veiligheidsvolatiliteit in de Arabische Golf bestaan.
LPG-PRODUCTIE EN EXPORT OVER ZEE VANUIT AMERIKAANSE GASFABRIEKEN
Bron: Poten, EIA
LPG EXPORT MIDDEN-OOSTEN
Bron: Poten, OPEC, Shiptracking data, Public available information
MGC TARIEVEN IN 2025 VOOR 1 JAAR TC
Bron: Gibson, 2025 MGC Overview
2.1 SHIPPING

In de eerste helft van 2025 bedroegen de gemiddelde dagopbrengsten voor VLGC's 39.370 USD/dag, terwijl de activiteit in de tweede helft van 2025 aantrok na de dreiging van invoerheffingen tussen de VS en China en de dagopbrengsten snel stegen tot niveaus boven 60.000 USD/dag. De MGC's vertoonden een vergelijkbaar inkomstenpatroon, met meer onderdrukte tarieven in de eerste helft van 2025 en een herstel in de tweede helft.
2.1.1.2 AMMONIAK
De ammoniakindustrie opereerde in de tweede helft van 2025 in een uitdagende omgeving met een krapper wordend aanbod. De onverwachte sluiting van de fabriek van één producent in Trinidad, in combinatie met langdurig onderhoud bij een fabriek in het Midden-Oosten, leidde tot instabiliteit in het wereldwijde aanbod. De langverwachte ingebruikname van twee nieuwe ammoniakfabrieken in de Amerikaanse Golfregio liep verdere vertraging op en zal naar verwachting pas in de loop van 2026 volledig operationeel zijn. Deze nieuwe fabrieken vormen een welgekomen aanvulling om tegemoet te komen aan de nieuwe MGC-schepen die in de nabije toekomst in dienst zullen treden. De export vanuit Zuidoost-Azië naar het westen hield aan, aangezien de prijzen in het westen voldoende ondersteuning boden.
2.1 SHIPPING 31
De regeringswisseling in de VS leidde ertoe dat verschillende potentiële nieuwe of hernieuwbare ammoniakprojecten werden opgeschort vanwege het wegval van overheidssteun. Koolstofarme projecten in de VS zullen zich voornamelijk richten op ammoniak die wordt geproduceerd met koolstofafvang.
Voor projecten op het gebied van hernieuwbare ammoniak blijft de wereld kijken naar India en China, waar groene projecten zich goed blijven ontwikkelen. De RFNBO-gecertificeerde ammoniakfabriek in Chifeng, China, is in juli in gebruik genomen en de hernieuwbare productie in Jilin is in augustus van start gegaan. Beide zijn een goed voorteken voor de groene ambities van Europa, en wellicht zien we binnenkort een stroom van schepen die worden geladen voor levering in Europa.

2.1.2 Marktontwikkelingen
2.1.2.1 ZEER GROTE GASTANKERS (VLGC)
De VLGC-markt was in 2025 zeer volatiel en reageerde op de wereldwijde ontwikkelingen en verstoringen. Hoewel VLGC's in 2025 meer dan 70% van de vervoerde LPG-volumes voor hun rekening namen, een stijging van ongeveer 3% ten opzichte van het voorgaande jaar, lagen de vrachtprijzen gemiddeld nog steeds rond de 50.000 USD per dag, wat hoger is dan het gemiddelde van 44.500 USD per dag in 2024.
In 2025 werden 12 nieuwbouwschepen opgeleverd en voor 2026 staan er 36 op de planning. Het orderboek stond eind 2025 op in totaal 108 VLGC's, ongeveer 26% van de vloot, met 14 orders die in de loop van 2025 werden geplaatst.
EXMAR bezit twee 88.000 m³ door LPG-aangedreven VLGC's, FLANDERS INNOVATION en FLANDERS PIONEER, die beide opereren onder langlopende tijdbevrachtingovereenkomsten met Equinor ASA (Noorwegen). Daarnaast heeft EXMAR momenteel de controle over BW TOKYO, die in 2025 uit de BW VLGC-pool is gestapt, en die voltijds tewerkgesteld is.

2.1 SHIPPING
2.1.2.2 MIDDELGROTE GASTANKERS (MGC)
De MGC-markt volgde grotendeels de trends van de VLGC-markt. Het gemiddelde tarief voor een tijdcharter van één jaar bedroeg in 2025 ongeveer 850.000 USD per maand voor een schip van 38.000 m³, terwijl dit in 2024 gemiddeld 1.016.000 USD per maand was. Toch wijst dit, vergeleken met het historisch gemiddelde over de afgelopen 10 jaar van ongeveer 750.000 USD per maand, op een sterke markt.
Op de spotmarkt, die een zwakkere start van het jaar kende, was er in de tweede helft van 2025 een aanzienlijke tariefstijging waarneembaar. Dit kan grotendeels worden toegeschreven aan het feit dat het grootste deel van de vervoerde volumes
op tijdcharter werd genomen, waardoor de sector voornamelijk één belangrijke spot-reder overhield wat zijn weerslag had op de tarieven.
In 2025 werden 7 nieuwbouwschepen aan de MGC-vloot toegevoegd, waardoor het orderboek aan het einde van het jaar op ongeveer 60 schepen stond, voor levering tussen nu en 2029.
EXMAR bezit en beheert 17 MGC's, en heeft een omvangrijk nieuwbouwprogramma van nog eens 14 MGC's die tussen 2026 en 2028 moeten worden opgeleverd. Dit omvat 's werelds eerste schepen met dual-fuel aandrijving op ammoniak (in totaal zijn er daarvan 4 in bestelling), waarvan de eerste levering in 2026 zal plaatsvinden.


2.1 SHIPPING 33

2.1.2.3 DRUKSCHEPEN
De vloot van drukschepen volgde in 2025 eveneens de ontwikkeling van de VLGC-markt, hoewel dit segment een beperktere daling kende en zowel bij schepen onder de 15.000 m³ als bij handysize-schepen relatief stabiel bleef. Dit jaar werd gekenmerkt door een constante vraag en weinig activiteit op het gebied van opleveringen en bestellingen van nieuwbouwschepen.
Tegen het einde van het jaar bestond de actieve vloot uit ongeveer 450 kleine gastankers in de klasse van 3.500 tot 11.000 m³. Het orderboek telt slechts 34 schepen.
EXMAR bezit 5 drukschepen, waarvan één schip, FATIME, begin 2026 werd verkocht. Daarnaast heeft EXMAR 2 nieuwbouwschepen gecharterd met oplevering in 2027 en 2028 wat de start betekent van EXMAR's vlootvernieuwingsinitiatief voor het segment van drukschepen.

2.1 SHIPPING
INNOVATIES
EEN WERELD-PRIMEUR: DE DRIJVENDE KRACHT ACHTER DE AMMONIAK-REVOLUTIE EN WERELDWIJDE VLOOTVERNIEUWING
EXMAR voert momenteel één van de meest ambitieuze en technologisch geavanceerde nieuwbouwprogramma's in zijn geschiedenis uit. Met nog 14 schepen in aanbouw bij scheepswerven in Zuid-Korea, China en Japan positioneert EXMAR zijn vloot strategisch om een antwoord te bieden aan de dubbele uitdaging van wereldwijde energiezekerheid en de behoefte aan emissiearm, kostenefficiënt transport.
2.1 SHIPPING

2.1 SHIPPING
INNOVATIES
Bouw van nieuwe MGC-schepen
EXMAR overziet momenteel de bouw van zeven middelgrote gastankers. Drie schepen, elk met een capaciteit van 41.000 m³, zijn in aanbouw bij CIMC SOE in China. Eén schip, MERIBEL, is begin 2026 al opgeleverd. Alle schepen zijn uitgerust met een dual-fuel LPG-aandrijving, wat de brandstofflexibiliteit vergroot en de uitstoot vermindert.
Daarnaast zijn vier MGC's met een capaciteit van 46.000 m³ in aanbouw bij HD Hyundai in Zuid-Korea. Deze schepen zullen worden uitgerust met ultramoderne voortstuwingssystemen, met 's werelds eerste dual-fuel motoren met ammoniak aandrijving. De oplevering staat gepland vanaf het tweede kwartaal van 2026.
Naast eigen schepen heeft EXMAR zich ertoe verbonden zes dual-fuel LPG MGC's te charteren die momenteel bij YAMIC in China in aanbouw zijn. Deze schepen omvatten:
- Vier 41.000 m³ dual-fuel LPG schepen
- Twee 49.000 m³ dual-fuel LPG schepen, ontworpen als ideale vervanging voor de huidige vloot van grote gastankers (LGC's)
Deze schepen, waarvan de oplevering gepland staat voor 2026 en 2027, zullen onze capaciteit uitbreiden om aan de uiteenlopende eisen van onze klanten te voldoen en tegelijkertijd de veelzijdigheid van onze vloot vergroten.
Naast het MGC-programma heeft EXMAR zich ook verbonden tot het in dienst nemen van twee 7.500 m³ drukschepen via langetermijn charters. Deze schepen
zullen worden gebouwd bij Kyokuyo in Japan, met opleveringen die naar verwachting eind 2027 en 2028 zullen plaatsvinden.
Suezmax
EXMAR heeft bij de Daehan-scheepswerf in Zuid-Korea een order geplaatst voor vier moderne Suezmax olietankers, uitgerust met open-loop-scrubbers. Deze scheepswerf heeft een bewezen staat van dienst in de bouw van deze scheepsklasse en biedt hoogwaardige bouwkwaliteit en betrouwbare projectuitvoering. Er is een uitgebreide pre-contractuele werfinspectie uitgevoerd, waarbij de technische en operationele capaciteiten van de werf zijn bevestigd. Suezmax-tankers vormen een belangrijk segment van de wereldwijde markt voor het vervoer van ruwe olie, omdat ze een grote laadcapaciteit combineren met flexibiliteit op het vlak van trading. Met een draagvermogen variërend van 120.000 tot 160.000 ton kunnen deze schepen ongeveer één miljoen vaten ruwe olie vervoeren. Dankzij hun afmetingen hebben ze toegang tot een breed scala aan havens en routes die niet toegankelijk zijn voor grotere tankerklassen. Het Suezmax-segment bedient belangrijke handelsregio's, waaronder Afrika, Europa, Noord- en Zuid-Amerika en Azië. Ondanks de aanhoudende groei van de vloot is een aanzienlijk deel van de bestaande Suezmax-vloot verouderd en verliest het aan commerciële waarde. Meer dan 40% van de vloot is ouder dan 15 jaar, wat de noodzaak van nieuwe moderne tonnage onderstreept. De investering van EXMAR speelt in op deze marktdynamiek en ondersteunt een gediversifieerd, efficiënt en toekomstgericht portfolio.



2.1 SHIPPING 37
Focus op de eerste dual-fuel ammoniakschepen
De nieuwbouwschepen die worden uitgerust met een ammoniakmotor, liggen op schema voor oplevering vanaf de eerste helft van 2026. Het project ging in 2021 van start, na de succesvolle toekenning van een Approval in Principle door Lloyd's Register. Sindsdien is er in nauwe samenwerking met belangrijke partners diepgaand onderzoek verricht om een gasschip te ontwerpen dat niet alleen technisch operationeel is, maar bovenal voldoet aan de hoogste veiligheidsnormen bij het gebruik van ammoniak als brandstof. De succesvolle vooruitgang van dit complex project bouwt voort op de meer dan 40 jaar ervaring die EXMAR heeft in het veilige transport van ammoniak als lading.
Tijdens de ontwerpfase zijn alle potentiële veiligheidsrisico's systematisch geïdentificeerd, beoordeeld en beperkt door middel van uitgebreide studies en technische oplossingen. EXMAR heeft actief bijgedragen aan ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en heeft de aanvaarding van ammoniak als scheepsbrandstof voor gasschepen en de vaststelling van relevante richtlijnen ondersteund.
Dit ontwerp- en engineeringwerk is vertaald naar de fysieke constructie van het ammoniakbrandstoftoevoersysteem en het concept van de dual-fuel ammoniakmotor. Het motorconcept heeft uitgebreide tests ondergaan, waaronder tests met één cilinder in Zwitserland en grootschalige tests in Korea op de motoren die bestemd zijn voor installatie op de schepen. Tests met één cilinder bevestigden een hogere efficiëntie in de ammoniakmodus in vergelijking met diesel als brandstof, waarbij een proefinjectie van 5% bij volledige belasting resulteerde in een zeer lage ammoniaklekkage en verwaarloosbare N₂O-emissies.
Na de succesvolle tests en installatie van de eerste twee motoren op ware grootte zijn verdere optimalisatiemogelijkheden geïdentificeerd en aangepakt tijdens de derde motortest, terwijl de prestaties en emissies over het volledige belastingsbereik zijn bevestigd, inclusief op de 6X52DF-A-motor. De eerste twee schepen ondergaan gerichte upgrades en retrofits waarin de gevalideerde ontwerpverbeteringen zijn verwerkt om veilige en succesvolle proefvaarten te garanderen. Als gevolg van deze gefaseerde en grondige ontwikkelingsaanpak is de levering van het eerste schip verplaatst van het eerste kwartaal van 2026 naar het tweede kwartaal van 2026.
Het gebruik van ammoniak als scheepsbrandstof maakt een reductie mogelijk van tot wel 90% in CO₂-equivalente emissies tijdens de vaart. Naast de duidelijke milieuvoordelen verlaagt dit de blootstelling aan emissiegerelateerde kosten aanzienlijk, waaronder EU ETS-emissierechten en Fuel EU Maritime-boetes op reizen naar Europa. De invoering van ammoniak als koolstofarme brandstof zal naar verwachting ook toekomstige kosten onder nieuwe regelgevingskaders verminderen, zoals het IMO Net Zero-regime dat momenteel in ontwikkeling is. Dit creëert tastbare waarde voor bevrachters door het risico op emissiegerelateerde boetes en bijbehorende exploitatiekosten te verminderen. Bovendien verbetert het gebruik van koolstofarme brandstof de totale koolstofintensiteit van de lading, waardoor de milieuprestaties van over zee vervoerde ammoniak worden verbeterd.
MANAGEMENT VAN NIEUWBOUW SCHEPEN
Met nog 14 schepen in bestelling bij 3 verschillende scheepswerven is dit één van de grootste nieuwbouwprogramma's bij EXMAR sinds lange tijd. Bij HMD in Ulsan, Zuid-Korea, hebben we een toegewijd team van 9 mensen dat de bouw van 4 middelgrote gastankers opvolgt. Bij CIMC-SOE in Qidong, China, hebben we een sterk team van 12 mensen in dienst dat de bouw van de overige 3 MGC's en 2 LNG-bunkerschepen (die eigendom zullen zijn van een derde partij en geëxploiteerd zullen worden door EXMAR) opvolgt. Tegen het derde kwartaal van 2026 zal het team ter plaatse bij DHSC in Mokpo, Zuid-Korea, activiteiten starten om toezicht te houden op de bouw van de 4 Suezmax-tankers.
Het uitvoeren van bouwtoezicht bij grote internationale scheepswerven is een uitdagende opdracht. Hoewel het dagelijkse werk zeer intensief en repetitief kan zijn, beleef je hoe een grote stapel staalplaten wordt gesneden, gevormd en gelast tot een impressionant zeeschip. Het team benadert elk project met de nauwgezette zorg van een meesterbouwer en toont een groot gevoel van persoonlijke betrokkenheid en een onvermoeibare toewijding om eerdere benchmarks te overtreffen.

ORDINARY FRAME
Frame spacing 800Hz
4750
BABOO
12.3
DL4 / DL5
12.142489
DL7 / DL8
DL9
12.142489
DL10
12.142489
DL11
12.142489
DL12
12.142489
DL13
12.142489
DL14
12.142489
DL15
12.142489
DL16
12.142489
1


2.2 INFRASTRUCTURE 39
2.2 INFRASTRUCTURE
EXMAR Infrastructure levert innovatieve oplossingen voor drijvende infrastructuur aan de energie-industrie, die de volledige levenscyclus van het project omvatten, gaande van studies, engineering en bouwtoezicht tot leasing/eigendom en exploitatie & onderhoud na oplevering.
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| PROPORTIONELE CONSOLIDATIE - INFRASTRUCTURE (IN MILJOENEN USD) | ||
| Opbrengsten | 138,7 | 212,2 |
| EBITDA | 80,9 | 143,6 |
| Gecorrigeerde EBITDA | 80,9 | 65,6 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 68,3 | 128,7 |
| Segmentresultaat na belastingen | 54,8 | 121,5 |
| Schepen en platformen (eigendom en lease) | 181,4 | 192,4 |
| Financiële schulden | 157,6 | 182,2 |
2.2.1 Marktvooruitzichten voor olie- & gasinfrastructuur
De steeds groeiende behoefte aan betrouwbare en betaalbare energie staat bovenaan de lijst van doelstellingen en maatregelen van politieke overheden.
Gezien de aanhoudende geopolitieke spanningen is energiediversificatie tegen een betaalbare prijs van cruciaal belang. Aardgas zal de komende jaren dan ook een dominante energiebron blijven, aangezien het wordt beschouwd als het properste en meest voorhanden alternatief voor steenkool en olie.
In het upstream gedeelte van de LNG-waardeketen blijven investeringen in olie- en gasinfrastructuur nodig om aan de totale energievraag te voldoen, parallel met inspanningen om alternatieven op basis van hernieuwbare energie te ontwikkelen en kernenergie nieuw leven in te blazen. Dit leidt tot extra LNG-productie en -commercialisering.
Er wordt in 2026 een enorme golf van LNG-aanbod verwacht en die trend zal zich de komende jaren voortzetten. De grote beschikbaarheid van dit LNG zal leiden tot concurrentiële prijzen en zal heel erg nuttig blijken om de bovengenoemde overheidsdoelstellingen te halen. Landen zullen LNG blijven gebruiken als deel van de energietransitie. En geopolitieke ontwikkelingen bevestigen het belang
van LNG-importfaciliteiten voor het diversifiëren en veiligstellen van de aanvoer.
Drijvende infrastructuur biedt een oplossing die snel en kostenefficiënt kan geïmplementeerd worden in de energiewaardeketens.
EXMAR, één van de pioniers op dit vlak, levert via zijn afdeling Infrastructure innovatieve maritieme infrastructuuroplossingen voor hervergassing en liquefactie aan de energiesector. Daarnaast biedt EXMAR via zijn kantoren in Houston en Parijs zeer gespecialiseerde offshore-engineering- en adviesdiensten aan.
EXMAR bevindt zich in een uitstekende positie om innovatieve oplossingen voor de productie, opslag en verwerking van gasvormige moleculen te ontwikkelen en in eigen beheer te exploiteren, en dit over de volledige olie- en gaswaardeketen, zowel upstream als downstream. Deze capaciteit wordt ondersteund door de verregaande expertise van het bedrijf op het gebied van ontwerp, engineering, bouw, offshore diensten, inbedrijfstelling, operationeel beheer en onderhoud van drijvende infrastructuur.
Daarnaast blijft EXMAR oplossingen zoeken en evalueren voor de opslag van ammoniak, de injectie en het transport van $\mathrm{CO}_{2}$, en de ondersteuning van de logistieke keten voor e-methanol en e-methaan.
2.2 INFRASTRUCTURE
2.2.2 Drijvende hervergassing en opslag
EEMSHAVEN LNG, een drijvende LNG-terminal met een capaciteit van 600 mmscf, is al 3,5 jaar operationeel en succesvol als LNG-importfaciliteit in Eemshaven, in het noorden van Nederland, en heeft in 2025 een "uptime" van 100% gerealiseerd. De faciliteit heeft een hervergassingscapaciteit van 8 miljard kubieke meter aardgas per jaar, wat overeenkomt met 25% van de jaarlijkse aardgasbehoefte van Nederland.
Met variabele nominaties die hoge eisen stellen aan de apparatuur en de bemanning, werpt de meer dan twintig jaar ervaring met drijvende LNG-hervergassingsinstallaties zijn vruchten af in de vorm van een 100% uptime, wat enorm gewaardeerd wordt door de klant.
Het huidige contract loopt nog tot het derde kwartaal van 2027. De klant, een 50/50 joint venture tussen Gasunie en VOPAK, heeft bevestigd dat zij van plan is de activiteiten te verlengen. Via een competitief proces hebben zij EXMAR gekozen om de uitbreiding en verdere ontwikkeling van de LNG-terminal voor exploitatie tot 2036 voor te bereiden. Deze opdracht is onder voorbehoud van de finale investeringsbeslissing van de klant. De terminal zal een opslagcapaciteit van 190.000 m³ LNG hebben en klanten directe toegang geven tot de Nederlandse TTF-markt.
EXMAR's LNG-tanker EXCALIBUR, die in 2002 werd aangekocht, doet dienst als FSU voor LNG-opslag in het kader van een 10-jarig chartercontract met ENI Congo. Het schip rapporteerde in 2025 een uptime van 100% en laat zien hoe oudere LNG-tonnage kan worden omgevormd tot een waardevol onderdeel binnen de LNG-waardeketen.
Daarnaast heeft EXMAR een overeenkomst gesloten met RDP voor drijvende LNG-opslag aan de westkust van Colombia. RDP ontwikkelt een oplossing voor de invoer van LNG in de baai van Buenaventura, in het kader van een langlopend contract met Ecopetrol S.A. voor het leveren van hervergassings- en logistieke diensten voor een gasvolume van 60 mmscf. De start van de activiteiten is voorzien voor het derde kwartaal van 2026.
EXMAR bestudeert daarnaast ook andere projecten voor drijvende hervergassing en opslag, die zich in verschillende stadia van evaluatie en uitvoering bevinden.
2.2.3 Drijvende liquefactie
EXMAR heeft ondersteuning verleend aan ENI bij ontwikkeling van hun exportterminal voor de kust van Congo-Brazzaville, waarbij TANGO FLNG (in 2022 door ENI van EXMAR overgenomen) werd ingezet als drijvende LNG-productiefaciliteit en EXCALIBUR als FSU.
In februari 2025 ontving en verwerkte EXMAR de rapporten omtrent de productieresultaten van TANGO FLNG over de eerste zes maanden, met het oog op de bonus-/malusbetalingen die waren overeengekomen in de aandelenkoopovereenkomst van 2022. Op basis van deze resultaten concludeerde EXMAR dat het in aanmerking komt voor een prestatiebonus. De partijen konden echter geen overeenstemming bereiken en ENI heeft de zaak voorgelegd aan het London Court of International Arbitration. Aangezien de arbitrageprocedure nog loopt, kan in dit stadium geen verdere informatie worden verstrekt.
De TANGO FLNG-installatie produceerde 547.000 ton en de Congo LNG-terminal exporteerde 1,1 miljoen m³ LNG in de loop van het jaar 2025, wat blijkt te aanhoudend sterke operationele prestaties.
Voortbouwend op het succes van bovenstaande projecten blijft EXMAR werken aan de ontwikkeling van andere drijvende liquefactieprojecten (variërend van 0,5 tot 5 MTPA), drijvende hervergassingsprojecten en opslaginitiatieven.
2.2.4 Engineering
2.2.4.1 EOC
EXMAR Offshore Company (EOC), gebaseerd in Houston, levert olie-engasengineeringdiensten aan externe klanten. Het kan rekenen op meer dan 200 experts, gaande van concept engineering tot projectuitvoering en asset lifecycle upgrading. De engineering- en project gerelateerde diensten zijn vooral bekend vanwege het gepatenteerde OPTI®-rompontwerp en zijn zeer gewild voor projecten met drijvende olie- en gasproductie-installaties in diepere wateren. Het gestandaardiseerde maar zeer aanpasbare ontwerp wordt onder licentie aangeboden en is met succes geïmplementeerd op verschillende projecten in de Amerikaanse Golf.
De prestaties van EOC in het jaar 2025 waren uitstekend. Het bedrijf wist zijn personeel optimaal in te zetten, voornamelijk voor detail engineering voor het Kaskida platform, en op die manier terwijl het klanten elangrijke mijlpalen hielp bereiken.
2.2 INFRASTRUCTURE 41
Het Shenandoah Floating Production Semisubmersible-platform is geïnstalleerd in de Amerikaanse Golf. EXMAR is zeer trots dat het hiervoor zijn OPTI®-ontwerp voor de romp, het dek en de afmeervoorzieningen heeft geleverd, samen met zijn FAST®-installatiesysteem voor risers. Shenandoah is het vierde en grootste platforms gebouwd op basis van de EXMAR design.
De engineering voor de vijfde OPTI®-romp is momenteel in volle gang; deze is bestemd voor het Kaskida-project van bp in de Amerikaanse Golf. De romp is momenteel in aanbouw.
In september 2025 keurde BP ook een investeringsbesluit goed voor de Tiber-Guadalupe-diepwaterontwikkeling in de Amerikaanse Golf en gunde het vervolgens de rompengineering van dit tweede platform aan EOC.
Gebruik makend van de technische en operationele ervaring van zijn personeel, richt EOC zich op het verbeteren van de ondersteuning van bestaande en nieuwe klanten op het gebied van brownfield-ontwikkelingen, het opzetten van nieuwe software, project ondersteuning en het ontwikkelen van innovatieve technische tools.
2.2.4.2 DVO
DV Offshore (DVO), gebaseerd in Parijs, is een nicheleverancier van maritieme expertise die sinds 1999 lid is van de EXMAR-groep. Het bedrijf levert op project engineering, assisteert bij audits en levert technische ondersteuning voor drijvende terminals, offshore aanmeerinstallaties en onderwaterpijpleidinginstallaties aan olie- en gasbedrijven.
Naast hun gewaardeerde activiteiten voor derden spelen zowel EOC als DVO een steeds belangrijkere rol bij de ontwikkeling van EXMAR's nieuwe drijvende infrastructuurprojecten.
2.2.5 Accommodatieplatform
De ononderbroken tewerkstelling van het accommodatie- en werkplatform NUNCE tot en met december 2026 onderstrept de reputatie van EXMAR als strategische partner voor Sonangol in Angola, een samenwerking die al sinds 2009 bestaat.
Aan de tewerkstelling nadien wordt gewerkt.
2.2.6 Nieuwe opportuniteiten creëren
De implementatie van drijvende infrastructuurprojecten vereist een doorgedreven projectontwikkeling op maat. Elk project heeft zijn eigen specifieke behoeften met betrekking tot het verwerkingsproces, afmeren, opslag en regionale specifieke wettelijke vereisten.
De beschikbaarheid bij EXMAR van zeer ervaren professionals in olie- en gasbehandeling, transport en opslag, engineering, en exploitatie en onderhoud van maritieme infrastructuur, zijn een stuwende kracht voor samenwerkingen met externe partners en om potentiële projecten om te zetten in haalbaarheidsstudies, investeringsbeslissingen en, uiteindelijk, veilige, efficiënte en succesvolle projecten.
In nauwe samenwerking met alle bedrijfsafdelingen en filialen wil EXMAR Infrastructure uitgroeien tot een one-stop shop voor nieuwe en innovatieve productie-, opslag- en verzendingsoplossingen voor de olie- & gasmarkt, die beantwoorden aan de ambitieuze doelstellingen van de klanten: decarbonisatie, verbeterde procesefficiëntie, emissiereductie en/of recyclage en opwaardering van bestaande activa.
Daarnaast blijft EXMAR drijvende oplossingen zoeken en ontwikkelen voor de opslag van ammoniak, injectie, opslag, verscheping van vloeibare CO₂ en ondersteuning voor de logistieke keten van e-methanol en e-methaan.

2.2 INFRASTRUCTURE
INNOVATIES
EXMAR OPTI 5&6 VOOR KASKIDA EN TIBER
EXMAR Offshore Company (EOC) is gevestigd in Houston en levert technische diensten aan de maritieme offshore-energiesector, van exploratie tot productie. EOC is opgericht in 1997 en biedt diensten op het gebied van aankoop, engineering, ontwerp en projectmanagement maar ook toezicht op de bouwwerken zelf. De reputatie van het bedrijf is heel erg verbonden met de ontwikkeling en uitvoering van projecten rond het eigen ontwerp voor een halfafzinkbare romp, bekend als de OPTI®, en het innovatieve riser-verbindingssysteem, bekend als FAST®, voor boorplatformen, maar de technische expertise van EOC reikt veel verder dan dat. Alle rompvormen, waaronder enkelrompen (FPSO, FSO, FSRU, FLNG), boorschepen, SPAR, TLP en andere vallen onder de expertise van EOC. Bovendien is de ervaring op het gebied van projectuitvoering toonaangevend in de sector. EOC heeft de afgelopen jaren meegewerkt aan enkele van de meest spraakmakende projecten op het gebied van diepwaterolie- en gaswinning en FLNG.
OPTI® is een gestandaardiseerd en schaalbaar ontwerp dat zeer goed kan worden aangepast aan de specifieke behoeften van bepaalde projecten voor drijvende productie, levering van energie en andere activiteiten. OPTI® maakt gebruik van tientallen jaren ervaring aan ontwerpkennis met diverse projecten, die onder licentie aan haar klanten wordt aangeboden. Dit ontwerp is met succes geïmplementeerd bij vier projecten in de Amerikaanse Golf. De meest recente op OPTI® gebaseerde drijvende productiefaciliteit was voor de Shenandoah-ontwikkeling, eigendom van Beacon Offshore Energy en haar partners, die in 2025 in de Amerikaanse Golf werd geïnstalleerd en aansluitend met productie is gestart.
De keuze van het OPTI®-ontwerp door de olie- en gasmaatschappij bp voor hun twee diepwaterontwikkelingen Kaskida en Tiber markeert een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van EOC en bewijst de acceptatie van het ontwerp en het team voor de ontwikkelingen van het hele spectrum aan diepwaterontwikkelingen: van meer traditionele projecten tot projecten die zeer technische en geavanceerde oplossingen vereisen.

2.2 INFRASTRUCTURE 43

EXMAR breidt gebruik van OPTI® toepassingen uit
In september 2025 keurde bp het definitieve investeringsbesluit goed voor de Tiber-Guadalupe-diepwaterontwikkeling in de Golf van Amerika, waarmee een nieuwe belangrijke stap vooruit werd gezet in hun strategische ontwikkeling van het Paleogeen. Dit gebeurde bijna precies een jaar nadat zij hun eerste ontwikkeling hadden goedgekeurd, waarbij gebruik wordt gemaakt van het grootste OPTI®-ontwerp van EOC van 12.500 ton voor de Kaskida Floating Production Unit.
De goedkeuring van het Tiber-project bevestigt de waarde van het gebruik van het OPTI®-rompontwerp en het vertrouwen in het team van EOC, dat opnieuw de engineering en het ontwerp voor zijn rekening zal nemen in 2026-2027. Tiber zal een kopie zijn van de Kaskida-romp, waardoor bp van efficiëntie op het gebied van aankoop, engineering, management en uitvoering kan genieten.
Kaskida
De romp van de Kaskida FPU is momenteel in Singapore in aanbouw nadat in september 2025 de eerste staalplaten zijn gesneden. EOC ligt op schema om in 2026 de detail engineering van de romp af te ronden.
Gedurende het hele Kaskida-project zal EOC ondersteuning blijven bieden tot aan installatie ervan, die gepland staat voor 2028.
Kaskida zal gebruikmaken van EXMAR's eigen FAST®-riserverbindingsmethode, die in 2025 met succes is toegepast bij de Shenandoah- en Salamanca-projecten.
Tiber
Na het definitieve investeringsbesluit in 2025, is het contract voor de detail engineering in december 2025 met succes afgesloten. EOC zal de engineeringfase starten en verwacht daarbij te kunnen profiteren van de inspanningen die bij Kaskida zijn geleverd. Naarmate de werkzaamheden bij Kaskida verder worden afgerond, zal de gedetailleerde engineering voor Tiber verder opgeschaald worden, waarbij alle kennis van het Kaskida-project kan worden overgedragen.
![]() |
|---|
2.2 INFRASTRUCTURE 45
INNOVATIES
EXMAR BETREEDT DE COLOMBIAANSE ENERGIEMARKT
In september 2025 heeft EXMAR een contract getekend met Regasificadora Del Pacifico (RDP) voor het inzetten van een drijvende LNG-opslagunit (FSU) in Buenaventura, Colombia. RDP ontwikkelt momenteel een oplossing voor de invoer van LNG in de baai van Buenaventura, in het kader van een langlopend contract met Ecopetrol S.A. voor het leveren van hervergassings- en logistieke diensten voor een gasimportvolume van 60 mmscfd.
LNG-import oplossing
Het Buenaventura-project is opgebouwd rond een innovatieve en flexibele logistieke keten die ervoor zorgt dat geïmporteerd LNG op korte termijn de Colombiaanse gasmarkt kan bereiken. LNG wordt via conventionele LNG-tankers geleverd aan de drijvende opslagunit, waar het nadien wordt overgeladen in gespecialiseerde LNG-containers, zogenaamde isotainers, en daarna per binnenschip naar de haven van Buenaventura vervoerd. Van daaruit worden de isotainers op vrachtwagens geladen en naar een hervergassingsinstallatie in Buga vervoerd, waar het LNG wordt hervergast en in het Colombiaanse gasnet wordt gempompt voor distributie naar eindgebruikers.
Historisch gezien heeft de binnenlandse gasproductie van Colombia moeite gehad om de vraag bij te houden vanwege afnemende bestaande en een beperkt aantal nieuwe reserves. Dit initiatief sluit aan bij de bredere strategische doelstelling om de energiezekerheid van Colombia te verhogen door een nieuwe betrouwbare aanvoer van aardgas toe te voegen. Door de invoer van LNG via de terminal in Buenaventura te faciliteren, zet het land een cruciale stap in de richting van het veiligstellen van een alternatieve leveringsbron die industriële groei, elektriciteitsopwekking en concurrentievermogen kan ondersteunen.

De drijvende infrastructuuroplossing van EXMAR
EXMAR zal de drijvende opslagunit aan RDP verhuren en verantwoordelijk zijn voor de exploitatie en het onderhoud van de unit. EXMAR heeft hiervoor een contract gesloten met een vaste looptijd van 5 jaar inclusief opties tot verlenging.
Een bestaande LNG-tanker zal in een recordtijd worden aangepast om vanaf het vierde kwartaal van 2026 LNG te kunnen laden, opslaan en lossen in de baai van Buenaventura.
Oscar Isaza, voorzitter van RDP, zei: "De ondertekening van dit contract is niet alleen een mijlpaal voor RDP als maritiem logistiek bedrijf, maar het is nog belangrijker dat we de steun hebben van
meer dan 60 leiders uit de gemeenschap, vakbonden, het onderwijs en instellingen uit Buenaventura en Buga. Voor RDP is de samenwerking met EXMAR een essentieel element om het project op een verantwoorde manier te coördineren en uit te voeren."
Vanuit commercieel en strategisch oogpunt bevestigt de rol van EXMAR in dit project haar vermogen om, op korte tijd, een op maat gemaakte drijvende LNG-infrastructuuroplossing aan te leveren om een oplossing voor de kloof tussen vraag en aanbod in de energiemarkt aan te bieden. Dit is voornamelijk van belang in groeilanden. Door zowel de FSU als operationele expertise aan te bieden, wordt EXMAR als een betrouwbare partner beschouwd die in staat is om oplossingen aan te bieden die de onderdelen van de energieketen, maritiem en aan land, met elkaar verbinden.
2.2 INFRASTRUCTURE
INNOVATIES
EEMSENERGYTERMINAL GAAT SAMENWERKING AAN MET EXMAR VOOR UITBREIDING VAN HAAR TERMINAL
EXMAR is verheugd aan te kondigen dat het een strategische samenwerking is aangegaan met EemsEnergyTerminal, een dochteronderneming van Gasunie en Vopak, om de exploitatie van de LNG-importterminal in Eemshaven na 2027 voort te zetten. In het kader van deze samenwerking is EXMAR van plan om in Nederland twee drijvende opslag- en hervergassingsinstallaties (FSRU's) in te zetten en te beheren, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van ongeveer 190.000 m³ LNG.
De start in 2022
EXMAR was meer dan twintig jaar geleden een pionier op het gebied van drijvende LNG-hervergassing, en heeft wereldwijd tien drijvende hervergassingsinstallaties (FSRU's) gebouwd, in eigendom gehad, in gebruik genomen en geëxploiteerd.
Voortbouwend op deze unieke staat van dienst heeft EXMAR in 2022 een overeenkomst gesloten voor een vijfjarige charterovereenkomst voor de inzet van zijn drijvende opslag- en hervergassingseenheid FSRU S188 met GASUNIE LNG Holdings BV (Gasunie) voor de inzet van deze unit, die omgedoopt werd tot EEMSHAVEN LNG, in Eemshaven, Groningen, Nederland. De overeenkomst bevestigde de toenemende aandacht die overheden en andere belanghebbenden hebben op het veiligstellen van de energievoorziening als gevolg van de geopolitieke ontwikkelingen in Europa.
Als onderdeel van de eerste nieuwe operationele terminal in Europa wordt de FSRU ingezet voor de opslag en hervergassing van LNG voor injectie in het gasnetwerk.
Kort na de ondertekening van het tijdchartercontract werd het schip aangepast voor het gebruik van walstroom en -warmte voor het hervergassingsproces, waardoor EEMSHAVEN LNG één van de groenste FSRU-terminals ter wereld is. In combinatie met een tweede FSRU die op dezelfde locatie actief is, heeft de LNG-terminal een hervergassingscapaciteit van 8 miljard kubieke meter aardgas per jaar, wat neerkomt op 20-25% van de aardgasbehoefte in Nederland. Aangezien de nominaties nogal variabel en op die manier veeleisend zijn voor de installatie en de bemanning, werpt de meer dan 20 jaar ervaring met drijvende LNG-hervergassingsinstallaties zijn vruchten af met een 100% uptime, wat zeer gewaardeerd wordt door de klant.

2.2 INFRASTRUCTURE 47

Het plan na 2027
Het huidige contract blijft van kracht tot het derde kwartaal van 2027.
De klant EemsEnergyTerminal, een 50/50-joint venture tussen Gasunie en VOPAK, heeft begin 2025 bevestigd dat zij van plan is de LNG-importactiviteiten na 2027 voort te zetten, met als doel de energievoorziening te diversifiëren en de energievoorziening in Europa veilig te stellen.
Via een competitief proces hebben zij EXMAR gekozen om de uitbreiding en verdere ontwikkeling van de LNG-terminal voor exploitatie tot 2036 voor te bereiden. De terminal zal een opslagcapaciteit van 190.000 m³ LNG hebben en klanten directe toegang geven tot de Nederlandse TTF-markt.
Samen zijn de partijen van plan om de LNG-importterminal uit te breiden door een LNG-schip om te bouwen tot een moderne FSRU, ontworpen om de efficiëntie van de terminal te verbeteren en naadloos te integreren met de bestaande
EEMSHAVEN LNG unit, die momenteel door EXMAR wordt geëxploiteerd als onderdeel van de EemsEnergyTerminal. Daartoe zal een bestaande LNG-tanker worden omgebouwd tot een moderne FSRU van hoge kwaliteit die technisch volledig is afgestemd op de bestaande FSRU EEMSHAVEN LNG en de walinfrastructuur, waardoor een zeer energie- en kostenefficiënte terminal ontstaat.
Deze strategische samenwerking biedt toekomstige klanten zekerheid om in te schrijven op de "open season" tender en zo langdurige toegang tot LNG-importcapaciteit bij EemsEnergyTerminal te verzekeren.
EemsEnergyTerminal heeft de "open season" tender afgesloten in het eerste kwartaal van 2026.
De uitbreiding van de activiteiten is afhankelijk van een definitief investeringsbesluit. In de komende maanden zal EXMAR EemsEnergyTerminal ondersteunen en samenwerken met alle relevante belanghebbenden om de volgende generatie FSRU te ontwikkelen.

2.3 DIENSTEN
2.3 DIENSTEN
EXMAR's kernactiviteiten in de energiewaardeketen gaan gepaard met een uitgebreid aanbod aan ondersteunende diensten voor een grote verscheidenheid aan klanten. Via zijn geïntegreerde operationele organisatie levert EXMAR Shipmanagement technische en operationele diensten voor schepen en offshore-installaties, inclusief bemanningsbeheer. Travel Plus is een onafhankelijke specialist in de organisatie van bemanningswissels, zakenreizen en luxueuze vakanties. EXMAR Yachting beheert een exclusieve vloot van luxe motorjachten, zeiljachten en catamarans.
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| PROPORTIONELE CONSOLIDATIE - DIENSTEN (IN MILJOENEN USD) | ||
| Opbrengsten | 67,7 | 90,2 |
| EBITDA | -7,9 | 22,8 |
| Gecorrigeerde EBITDA | -7,9 | 2,2 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | -9,9 | 21,2 |
| Segmentresultaat na belastingen | -1,5 | 38,7 |
| Financiële schulden | 2,9 | 2,8 |
2.3.1 EXMAR Ship Management
EXMAR Ship Management biedt hoogwaardig scheepsbeheer en aanverwante diensten aan eigenaars van drijvende energie-installaties en scheepseigenaars die actief zijn in het vervoer over zee van LNG, LPG, ammoniak en andere gassen. Door te bouwen op tientallen jaren ervaring in de exploitatie van gesofisticeerde drijvende installaties volgens standaarden die de gangbare industrienormen overstijgen en een unieke en baanbrekende expertise in hervergassing, liquefactie en cryogene overslag op zee, garandeert Exmar Ship Management een veilige en betrouwbare uitvoering van complexe operaties.
Met vestigingen over de hele wereld, waaronder in België, Nederland, Congo, India, Singapore en Jamaica, staat EXMAR Ship Management dicht bij zijn klanten in de gas- en olie-industrie, wat de dienstverlening versterkt en samenwerking efficiënter maakt.
2.3.1.1 INFRASTRUCTURE
Voor Exmar Ship Management stond dit jaar in het teken van consolidatie van activiteiten op het gebied van drijvende installaties, waarbij we via onze dochterondernemingen in Singapore, Congo en Nederland een succesvolle, stabiele en betrouwbare dienstverlening hebben geleverd aan onze klanten over de hele wereld.
In Nederland bleven we EET ondersteunen bij de hervergassingsactiviteiten van Eemshaven LNG, waarbij we het hele jaar door consequent aan onze O&M-verplichtingen hebben voldaan.
In Pointe Noire, Congo, hebben we een sterk jaar achter de rug met de exploitatie van het CONGO LNG-project voor ENI, evenals de NKOSSA II voor Trident Energies. Zowel onze teams aan boord als aan wal leverden hoogwaardige prestaties, waardoor deze complexe units boven verwachting presteerden. Een ander voorbeeld is het uitstekende werk dat werd verricht op het accommodatieplatform NUNCE, dat voor de kust van Angola opereert.
Even belangrijk was de voortzetting van onze dienstverlening voor GREEN ZEEBRUGGE, in opdracht van de eigenaar, en via onze Italiaanse dochteronderneming ECOS het leveren van diensten aan de FSRU TOSCANA, die in 2025 op volledige capaciteit heeft gedraaid.
2.3 DIENSTEN 49
2.3.1.2 SHIPPING
De teams van EXMAR Ship Management bereiden zich actief voor op het beheer van 's werelds eerste schepen aangedreven door ammoniak, door te werken aan risicobeoordelingen en de ontwikkeling van procedures, door deel te nemen aan vergaderingen van het Joint Development Project en door EXMAR te vertegenwoordigen op verschillende fora in de sector. Nauwe samenwerking met EXMAR Technical zorgt ervoor dat de ontwerpfilosofie van de nieuwe schepen wordt vertaald naar operationele procedures.
Daarnaast heeft EXMAR Ship Management samen met medewerkers van de EXMAR Group de Belgische administratie ondersteund in de IMO-subcommissie Human Element, Training and Watchkeeping (HTW) en de IMO-subcommissie Carriage of Cargoes and Containers (CCC), en zo invloed uitgeoefend op wijzigingen in de toepasselijke regelgeving die het mogelijk maken dat de nieuwe schepen kunnen gaan varen.
In 2026 zal EXMAR Ship Management acht (8) middelgrote, volledig gekoelde gastankers toevoegen aan zijn gediversifieerde portfolio.
2.3.1.3 MENSEN
Hoogopgeleide mensen vormen de basis van ons succes, zowel aan wal als aan boord. Met een personeelsbehoud van 92% onder onze zeevarenden zijn we trots op het feit dat we de expertise binnen ons bedrijf kunnen behouden en de volgende generatie kunnen opleiden. De band tussen schip en wal wordt versterkt door bezoeken van het management aan boord, bijeenkomsten van de kapiteins en bemanningsconferenties.
2.3.1.4 REGELGEVING
EXMAR Ship Management vertrouwt op solide processen voor het identificeren en implementeren van toepasselijke vereisten. Externe verificatie bevestigt dat de bestaande certificering blijft voldoen aan de eisen van de International Safety Management Code (ISM-Code) namens de administraties van de Bahama's, België, Liberia en de Marshalleilanden. Daarnaast heeft het bedrijf, na succesvolle audits aan boord en op kantoor, nieuwe certificering ontvangen van de Franse administratie.
Bovendien worden de internationale normen ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en ISO 50001:2018, evenals de vereisten van de Green Award Foundation nageleefd, waarbij de actieve certificering wordt gehandhaafd.
Er wordt bijzondere aandacht besteed aan ontwikkelingen in milieuregelgeving en aan de steeds strengere eisen onder de verschillende emissierapporteringssystemen. Omdat rapportageverantwoordelijkheden zijn toegewezen aan verschillende belanghebbenden, heeft EXMAR Ship Management actief het gesprek geopend tussen de diverse partners. De gegevensverzameling aan boord via specifieke software wordt automatisch doorgestuurd naar externe controleurs voor beoordeling, voor het IMO Data Collection System (DCS) en de Carbon Intensity Indicator (CII), en de EU-regelingen voor emissiehandel (MRV/ETS) en Fuel EU Maritime.

![]() |
|---|
2.3 DIENSTEN 51
Speciale software maakt het mogelijk om KPI's voor energieprestaties te monitoren, snelheid en verbruik bij te houden en reizen te optimaliseren. Er wordt regelmatig een prestatie-evaluatie uitgevoerd, inclusief een vergelijkking van schepen met vastgestelde, specifieke en aanpasbare prestatienormen, met als doel het verbruik en de levensduur van de mechanische onderdelen te optimaliseren.
2.3.1.5 VEILIGHEID
Al meer dan 10 jaar is EXMAR Ship Management een toonaangevende speler op het gebied van veiligheid aan boord dankzij het programma 'Taking the Safety Lead'. Door veiligheid te promoten, een sterke focus te leggen op leiderschap en een mentaliteit van voortdurende verbetering, hebben we het hoogste niveau van veiligheidscultuur bereikt. Het programma 'Taking the Safety Lead' legt de nadruk op proactieve maatregelen die aan boord worden geïmplementeerd. Een perfect voorbeeld hiervan is ons Control of Work-systeem en de uitgebreide training voor al het personeel. Deze maatregelen hebben niet alleen incidenten voorkomen, maar ook de operationele efficiëntie en betrouwbaarheid verbeterd.
2.3.1.6 PROJECTEN
Binnen de Business Unit Shipping is in 2025 een samenwerking gestart met EXMAR LPG France, waarbij twee nieuwe schepen onder ons beheer zijn gekomen. Daarnaast zijn overeenkomsten gesloten met een niet nader genoemde klant voor het toezicht op de inbedrijfstelling van een LNG-bunkerschip voor de binnenvaart, en voor het beheer van nieuwe zeegaande LNG-bunkerschepen die in 2027 zullen worden opgeleverd.
De eigenaar van NKOSSA II veranderde naar Trident Energies, waarbij de management routines werden aangepast aan de nieuwe vereisten. Het Congo Nearshore LNG-project behaalde een succesvol resultaat voor het eerste volledige jaar onder het Operations & Maintenance-contract, waarbij de routines volledig zijn ingeburgerd. Het innovatieve afmeerconcept van TANGO FLNG en EXCALIBUR onderging zijn eerste reguliere touwwissel in overeenstemming met de geldende vereisten, en in nauwe samenwerking met de klant, ENI, bij de planning en uitvoering van het proces. In de loop van 2025 heeft de Business Unit Infrastrusture diverse nieuwe projecten binnengehaald, waaronder Buenaventura FSU, Eemshaven FSRU en Cedar LNG.
2.3.2 Investeringen
EXMAR investeerde in Vantage Drilling International voor een participatie van 12,1%. De vloot van Vantage bestaat uit twee ultradiepe boorschepen, terwijl het ook diensten levert voor het beheer van twee jack-ups. Vantage staat genoteerd op het Euronext Growth platform onder de naam VDI.
Bovendien verwierf EXMAR een participatie in Ventura Offshore Holding, die 7,4% bedraagt. Ventura bezit drie ultradiepe boorschepen en beheert één ander ultradiepwaterschip. Ventura is genoteerd op het Euronext Growth platform onder VTURA.
Beide bedrijven leveren offshore diensten bij het boren naar olie en aardgas. Deze investeringen werden gedaan het oog op toekomstige waardecreatie als gevolg van een langdurige periode van onderinvesteringen in de offshore drilling markt. Op die manier doet EXMAR na meer dan twee decennia opnieuw zijn intrede in deze industrie en breidt het zijn aanwezigheid in de energiewaardeketen verder uit.
Verder evalueert EXMAR voortdurend mogelijkheden om liquide middelen in te zetten in aanverwante activiteiten, als instrument voor diversificatie en liquiditeitsbeheer.
2.3.3 Travel Plus
Travel Plus, gespecialiseerd in zaken- en vakantiereizen, heeft in totaal 20 professionals in dienst. Het grootste onafhankelijke reisbureau van België, dat werkt vanuit Antwerpen, onderscheidt zich door zijn hoge niveau van persoonlijke zorg voor zaken- en vakantiereizigers. Travel Plus maakt gebruik van een modern, door kunstmatige intelligentie aangestuurd softwareplatform dat gepersonaliseerde reisplannen combineert met een uitzonderlijke dienstverlening na verkoop.
2.3.4 EXMAR Yachting
EXMAR Yachting beheert een vloot van kwaliteitsvolle jachten en ondersteunt zowel ervaren als nieuwe eigenaars bij de uitbating, bemanning, onderhoud, verbouwing en chartering.
In 2025 bood het team van uiterst professionele kapiteins, technisch personeel, crewing managers en operationeel personeel eigenaren ondersteuning door middel van on-site inspecties ter voorbereiding van droogdokken, evenals preventief onderhoud en het administratieve beheer van hun waardevolle activa.
52 2.3 DIENSTEN
STATUS OP 31/12/2025
EXMAR BEHEERDE VLOOT

MGC (15)
LIBRAMONT Tijdbevrachting
KONTICH Joint venture
KAPTELJE Joint venture
KNOKEE Joint venture
SOMBEKE Tijdbevrachting
KORTRIJK Joint venture
KRUIBEKE Joint venture
KALLO Joint venture
KAPELLEN Joint venture
KOKSIJDE Joint venture
WAASMUNSTER Joint venture
WARISOULX Joint venture
WEPION Joint venture
COURCHEVEL Joint venture
CHAMPAGNY Joint venture

VLGC (2)
FLANDERS PIONEER Eigen bezit
FLANDERS INNOVATION Eigen bezit

DRUKSCHEPEN (4)
JOAN Eigen bezit
ELISABETH Eigen bezit
MARIANNE Eigen bezit
ANGELA Eigen bezit

DRIJVEND ACCOMMODATIE-PLATFORM (1)
NUNCE Joint venture

DRIJVEND HERVERGASSINGS-PLATFORM (1)
EEMSHAVEN LNG Eigen bezit

LNG TANKER (1)
EXCALIBUR Eigen bezit
2.3 DIENSTEN 53
STATUS OP 31/12/2025
SCHEPEN VAN DERDEN IN BEHEER
| MGC (2) ROSILLO EXPLORER In beheer CERRO ALTO EXPLORER In beheer | FLNG TANGO In beheer | | --- | --- | | FSRU TOSCANA In beheer | FSO (1) NKOSSA II In beheer | | JACHTEN (4) DOUCE FRANCE In beheer CORNELIA In beheer LEVANTE In beheer NILAYA In beheer | |

25
2.3 DIENSTEN 55
INNOVATIES
ONTWIKKELING VAN NIEUWE ACTIVITEITEN
Dankzij decennia aan praktijkervaring en professionele kennis is EXMAR Ship Management er in de loop van 2025 in geslaagd verschillende nieuwe projecten binnen te halen.
Business Unit Infrastructure
CEDAR LNG PROJECT
Voortbouwend op onze unieke expertise in het exploiteren van drijvende LNG-infrastructuur, evenals ons vermogen om onze klanten te ondersteunen in de volledige waardeketen, van liquefactie tot hervergassing, en in lijn met onze organisatiegroeistrategie, hebben we een actieve commerciële campagne voortgezet om samen te werken met bedrijven van wereldklasse die op zoek zijn naar operationele dienstverlening van het hoogste niveau.
Als resultaat van deze inspanningen, en na een doorgedreven selectieproces, zijn wij geselecteerd om onze operationele ervaring in te zetten voor het Cedar FLNG-project, dat momenteel in aanbouw is bij de Samsung-scheepswerf in Korea. EXMAR Ship Management is gecontracteerd om diverse maritieme ondersteunende diensten te leveren gedurende de verschillende fasen van het project.
In de eerste fase zal EXMAR Ship Management een compleet, IMO-conform Safety Management System (SMS) ontwikkelen, gebaseerd op onze kennis en ervaring die is opgedaan bij de TANGO FLNG-terminal, die momenteel voor ENI wordt geëxploiteerd.
De tweede fase omvat de ontwikkeling van alle operationele en onderhoudsprocedures voor de lading-, maritieme en technische installaties van het project, die vanaf het moment van vertrek uit de werf zullen worden beheerd door een toegewijde ESM-bemanning (19 personen).
Naast de reeds gecontracteerde werkzaamheden zijn er mogelijk nog andere kansen voor EXMAR Ship Management, zoals de evaluatie van alle liquefactieprocedures, de training van de bemanning van Cedar FLNG, de koppeling van CMMS-systemen en zelfs extra (onderhouds)bemanning.
Het contract met Cedar FLNG, voor een project in Kitimat, gelegen aan de westkust van Canada, maakt van EXMAR Ship Management een nog sterkere FLNG-dienstverlener naast de reeds succesvolle exploitatie van TANGO FLNG voor ENI in Congo.
Business Unit Shipping
NIEUWBOUW LNG BUNKERSCHIP TOEZICHT & BEHEER
EXMAR Ship Management heeft een contract binnengehaald voor het toezicht op de bouw van twee LNG-bunkerschepen van 20.000 m³, die momenteel in China in aanbouw zijn, voor een niet nader genoemde eigenaar. Na de oplevering van deze schepen in 2027 zullen ze toetreden tot onze vloot. Dit contract is een voorbeeld van onze ambities en inspanningen die geleverd zijn om onze dienstverlening te diversifiëren, waarbij we verder gaan dan de geïntegreerde beheerdiensten die we aanbieden. Daarnaast heeft EXMAR Ship Management een servicecontract binnengehaald voor het ontwikkelen van de veiligheids- en operationele procedures voor een LNG-binnenvaartbunkerschip. Deze diensten werden afgerond bij de oplevering van het schip eind 2025.
DELEN VAN EXPERTISE: OPLEIDINGEN OVER AMMONIAK (ALS BRANDSTOF)
In samenwerking met de collega's van EXMAR Marine biedt EXMAR Ship Management een opleidingsmodule over ammoniak aan voor mensen die met ammoniak als product werken of betrokken zijn bij de operaties aan boord van gastankers. Deze gespecialiseerde opleiding kan op maat worden geleverd, afhankelijk van het publiek en de wensen.
![]() |
|---|
3. DUURZAAMHEIDS-VERSLAG
- 3.1 Duurzaamheid bij EXMAR 60
- 3.2 Milieu 92
- 3.3 Sociaal 114
- 3.4 Governance 126
- 3.5 Bijlage 136
3 DUURZAAMHEIDSVERSLAG
PERSONEEL
| 1410 TOTAAL ☎ 154 ☐ 1256 | 1098 Zeevarenden ☎ 29 ☐ 1069 | 312 Kantoor ☎ 125 ☐ 187 | | | --- | --- | --- | --- | | 193 Jonger dan 30 jaar | 963 30-50 jaar oud | 254 Ouder dan 50 jaar | 309 Voltijds 1101 Tijdelijk |

3 DUURZAAMHEIDSVERSLAG
EMISSIE PER ACTIVITEIT
EXMAR GROEP EMISSIES
TOTAAL: 217.361,37 TCO₃E
- Shipping
- Infrastructuur
- Diensten
SHIPPING
TOTAAL: 145.153,92 TCO₃E
- Investeringen
- Downstream geleasede activa
- Gekochte goederen en diensten
- Andere
INFRASTRUCTUUR
TOTAAL: 57.231,25 TCO₃E
DIENSTEN
TOTAAL: 14.976,20 TCO₃E
- Gekochte goederen en diensten
- Investeringen
- Andere
- Gekochte goederen en diensten
- Zakenreizen
- Andere
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
Bij EXMAR 'zorgen we voor vandaag met respect voor morgen'. Doorheen de jaren was dit motto onze leidraad voor de uitrol van onze duurzaamheidsaanpak. Duurzaamheid bij EXMAR werd vertaald in zeven fundamentele principes op het gebied van milieu, maatschappij en governance (ESG), die als rode draad door onze dagelijkse bedrijfsvoering lopen. Deze principes definieerden onze ESG-strategie, gebaseerd op acht praktische sleutelelementen: tastbare concepten die als ESG-kompas dienen voor onze medewerkers. Het is onze ambitie om een pionier te zijn, grenzen te verleggen wat betreft innovatie en verantwoordelijkheid en er tegelijkertijd voor te zorgen dat onze mensen de hoogste industrienormen kunnen handhaven. Middels een robuust governance kader zorgen we voor verantwoordingsplicht, ethische besluitvorming en veerkracht op lange termijn, en sturen we onze initiatieven en acties in een sterk gereguleerde sector en een steeds veranderend mondiaal landschap.
Dit duurzaamheidsverslag staat hoe onze ESG-principes en kernkwaliteiten worden geconcretiseerd in specifieke initiatieven, beleidsmaatregelen en actieplannen. Nodige verwijzingen worden gemaakt om de verbanden tussen acties en strategie voor milieu-, sociale en governance-onderwerpen te verduidelijken.
3.1.1 Onze rapportagereis
Bij EXMAR is rapportage over onze duurzaamheidsstrategie, risico's en initiatieven niets nieuws. Al vóór de invoering van gestandaardiseerde rapportage voerden we materialiteitsbeoordelingen uit en communiceerden we over duurzaamheid. Hierin lichtten we onze initiatieven toe, met verwijzing naar de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen ('Sustainable Development Goals' – SDGs). Daarnaast hebben we altijd aandacht besteed aan ontwikkelingen op het gebied van regelgeving – die we ook beschreven – om onze anticipatie op regelgeving (bijv. de EU-Taxonomie) te demonstreren.
Vanaf 2024 is EXMAR onderworpen aan de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD): een regelgevend kader dat door de Europese Unie (EU) is opgesteld om de duurzaamheidsrapportage van bedrijven te verbeteren en te standaardiseren, wat moet leiden tot transparante, vergelijkbare en betrouwbare informatie. Duurzaamheidsverslagen moeten worden opgesteld volgens de 'European Sustainability Reporting Standards' (ESRS), die richtlijnen geven over wat er moet worden gerapporteerd en hoe, door middel van 'Disclosure Requirements' (DR) en 'Application Requirements' (AR). Bovendien moet het uitgangspunt voor de rapportage een dubbele materialiteitsbeoordeling

3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR

zijn ('Double Materiality Assessment' - DMA), aangezien bedrijven moeten rapporteren over duurzaamheidskwesties die vanuit impact- en/of financieel oogpunt materieel zijn. Door middel van de DMA worden impact, risico's en opportuniteiten ('Impacts, Risks & Opportunities' - IRO) in de hele waardeketen geïdentificeerd, die bepalend zijn voor de materialiteit van specifieke onderwerpen alsook voor de rapportagevereisten die van toepassing zijn. Verderop in dit verslag wordt ons DMA-proces gedetailleerd uiteengezet.
Onze eerste rapportage onder CSRD in 2024 was uitdagend en vergde veel inspanningen. Er werd een meer gestructureerd en grondig rapportagekader opgezet, volgens een alomvattende aanpak, waarin strategische en operationele initiatieven werden geïntegreerd. Er werden diverse financiële en menselijke investeringen gedaan om, onder andere, een ESG-rapportagetool te implementeren, de (controleerbaarheid van) dataverzameling te verbeteren en de eerste volledige $\mathrm{CO}_{2}$-boekhouding voor het hele bedrijf uit te voeren.
De acties van 2024 werden in 2025 voortgezet ter voorbereiding van het tweede CSRD-conforme rapport, met een grotere focus op automatisering, efficiëntie, duidelijkheid van gegevensstromen en interne controles en validatie. In eerste instantie hebben we processen gecreëerd en/of
geoptimaliseerd om de gegevensverzameling en rapportage te stroomlijnen. Ten tweede, en des te belangrijker, bracht het verdiepen in de gegevens om te voldoen aan de rapportagevereisten, aan het licht wat er wel en niet aanwezig is. Het gebrek aan en/of de onzekerheid over data brachten gesprekken op gang op verschillende niveaus doorheen de organisatie om prioriteiten en actieplannen te definiëren, doelen te stellen en processen voor monitoring te ontwikkelen. De realisatie van de ambities die we beschreven hebben in ons rapport voor 2024 (bijv. de ontwikkeling van een transitieplan of een meer uitgebreide veerkrachtanalyse), werd echter met een jaar uitgesteld. Deze beslissing is genomen vanwege de onzekerheden rond Omnibus – wijzigingen in de reikwijdte en vereisten van CSRD. Op 26 februari 2026 werd de Omnibus I-richtlijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. De richtlijn omvat wijzigingen in de drempels voor de toepassing van CSRD en CSDDD op ondernemingen ('scope'). Gedurende 2026 zullen we de veranderingen beoordelen en implementeren alsook stappen zetten om onze ambities en beloften te realiseren. Dit sluit mooi aan bij de vooruitgang die we boeken op het gebied van ESG- en duurzaamheidsrapportage, waarmee EXMAR zijn ambitieuze koers en streven naar creativiteit en innovatie, demonstreert.
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
3.1.1.1 REIKWIJDTE VAN DE RAPPORTAGE
| EXMAR NV | ||
|---|---|---|
| SHIPPING | INFRASTRUCTUUR | ONDERSTEUNENDE DIENSTEN |
| EXMAR France Crewing* | DV Offshore SA (DVO) | EXMAR Netherlands bv |
| EXMAR Hong Kong Ltd | Estrela LTD* | EXMAR SGP Succurscale Congo |
| EXMAR LPG France* | EXMAR Energy Netherlands bv | EXMAR Ship Management bv |
| EXMAR Marine NV | EXMAR Export Netherlands bv | EXMAR Ship Management India pvt ltd |
| EXMAR Shipping BV* | EXMAR Offshore bv | EXMAR Singapore Lte Ltd |
| EXMAR Small-scale LPG BE | EXMAR Offshore Company (EOC) | Seavie Carribean Limited |
| EXMAR Small-scale LPG HK | Seavie Pvt Ltd | |
| EXMAR VLGC BV | Travel Plus nv |
- Joint Ventures
Dit duurzaamheidsverslag is opgesteld op geconsolideerde basis, in overeenstemming met onze geconsolideerde jaarrekening. Het betreft de moedermaatschappij – EXMAR nv –, acht entiteiten binnen de businessunit 'Shipping', zes entiteiten binnen de businessunit 'Infrastructuur' en acht entiteiten binnen de businessunit 'Ondersteunende diensten', zoals weergegeven in bovenstaande figuur. In tegenstelling tot 2024 vallen drie dochterondernemingen – Bexco NV, EXMAR Offshore Services sa en IMA – niet meer onder de scope voor 2025, aangezien deze entiteiten respectievelijk werden verkocht, geliquideerd en als immaterieel werden beschouwd voor de rapportage. Daarnaast werden drie nieuwe entiteiten opgenomen: EXMAR France Crewing, EXMAR LPG France en EXMAR Offshore BV. Samengevat bevat alle kwantitatieve en kwalitatieve rapportage informatie over EXMAR nv en haar dochterondernemingen. Er moet echter worden opgemerkt dat de benadering van joint ventures (JVs) verschilt van die voor volledige dochterondernemingen. JVs worden slechts in beperkte mate in aanmerking genomen voor emissieberekeningen en volledig uitgesloten van de kwantitatieve sociale gegevens (bijv. aantal werknemers). Meer details worden gegeven in hoofdstuk 3.2 – Milieu.
Het verslag is in overeenstemming met de CSRD-verordening en er wordt geen rekening gehouden met andere rapportagestandaarden/-kaders. Alle vereiste gegevens zijn opgenomen en we hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om specifieke informatie met betrekking tot intellectuele eigendom, knowhow of innovatieresultaten weg te laten. Een overzicht van alle toepasselijke gegevens is te vinden in Bijlage 4: Rapportage- en Toepassingsvereisten opgenomen in EXMAR's duurzaamheidsrapport, inclusief de gegevens die voortvloeien uit andere EU-wetgeving.
In de hoofdstukken over milieu, sociale data en governance verwijzen we soms naar de 'Minimal Disclosure Requirements' voor beleidsdocumenten (MDR-P): algemene vereisten die van toepassing zijn op de verschillende thematische rapportage bij het beschrijven van beleid. In de tekst geven we duidelijke beschrijvingen en verwijzen we naar Bijlage 2 voor een overzicht van hoe het beleid aligneert met deze vereisten. Verwijzingen naar andere delen van het jaarverslag worden alleen gemaakt voor aanvullende informatie of om context te bieden. Tot slot, werd het verslag van de Onafhankelijke Auditor betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot deze duurzaamheidsverklaring, toegevoegd aan dit rapport na de bijlagen (3.5).
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR 63
3.1.2 Context
3.1.2.1 REGELGEVEND KADER
EXMAR is een wereldwijd opererende rederij die drijvende oplossingen biedt voor de exploitatie, het transport en de transformatie van gas. Actief in een sterk gereguleerde sector, zijn we onderworpen aan strikte kaders die gericht zijn op het waarborgen van veiligheid, kwaliteit en naleving, waarbij rekening wordt gehouden met, alsook respect getoond voor, het klimaat en het milieu.
Deze regelgeving/kaders omvatten:
- Europese regelgeving als onderdeel van de EU Green Deal en het 'Fit for 55'-pakket: een routekaart om in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken, met als doel om de uitstoot in de EU al in 2030 met 55% te verminderen.
- Wettelijke voorschriften die zijn vastgesteld door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en door vlaggenstaten zijn opgenomen in hun nationale wetgeving.
- Classificatieregels gedefinieerd door de classificatiebureau van schepen of drijvende infrastructuur.
- Specifieke vereisten vanuit de industrie of onze klanten die van toepassing kunnen zijn op projecten en/of scheepsactiviteiten.
EXMAR voldoet aan alle toepasselijke internationale en lokale regelgeving en behaalde specifieke ISO-certificeringen. Hiermee houden we vast aan hoge normen en zijn we in staat om effectief te concurreren, het vertrouwen van klanten op te bouwen en te voldoen aan strenge regelgeving. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste regelgeving, kaders en certificeringen.
3.1.2.1.1 Internationale Maritieme Organisatie (IMO)
De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) is een gespecialiseerd VN-agentschap, verantwoordelijk voor de veiligheid en beveiliging van de scheepvaart en de preventie van mariene en atmosferische vervuiling door schepen. De IMO stelde als doel om de uitstoot van broeikasgassen (BKG) door de internationale scheepvaart tot nul terug te brengen tegen 2050, waarbij wordt gestreefd naar een stapsgewijze vermindering van de BKG-uitstoot met ten minste 20% (maar streven naar 30%) tegen 2030 en 70% (streven naar 80%) tegen 2040. Om deze doelstellingen te bereiken, moeten technologieën, brandstoffen en/of energiebronnen met een uitstoot van nul of bijna nul tegen 2030 ten minste 5% van de energie vertegenwoordigen die door de internationale scheepvaart wordt gebruikt, vergeleken met referentiejaar 2008.
Als onderdeel van de toezegging van de IMO moeten schepen momenteel twee ratings berekenen:
- de behaalde energie-efficiëntie-index voor bestaande schepen ('Energy Efficiency Existing Ship Index' - EEXI) om hun energie-efficiëntie te bepalen
- de jaarlijkse operationele koolstofintensiteit en de bijbehorende ('Carbon Intensity Indicator' - CII)
Emissiegegevens worden verzameld via het IMO 'Data Collection System' (DCS): een rapportagetool voor schepen met een bruto tonnage van meer dan 5.000 ton. Sinds 2023 worden geaggregeerde DCS-gegevens gebruikt om de CII van een schip te berekenen en aan het einde van elk kalenderjaar aan de vlaggenstaat gerapporteerd. Gegevens zoals brandstofverbruik, afgelegde afstand en vaartijd worden geaggregeerd en vormen de basis voor de CII-rating. De emissiegegevens van EXMAR-schepen worden door een classificatiebureau geverifieerd volgens IMO DCS.
Verdere ambities in het IMO Net-Zero Framework (NZF) zijn onder meer de invoering van een 'Greenhouse Gas Fuel Intensity' (GFI)-rating, waarbij de emissies doorheen de volledige levenscyclus van een brandstof (van productie tot verbranding) worden gemeten, en de mogelijke oprichting van een IMO 'Net-Zero Fund', een prijsmechanisme dat bedoeld is als wereldwijde koolstofheffing. Hoewel dit al in 2025 werd verwacht, is de invoering ervan nog niet gerealiseerd, vermits de lidstaten geen consensus bereikten over het prijsmechanisme en de technische details.
3.1.2.1.2 EU-emissiehandelsysteem (EU ETS)
Een van de belangrijkste onderdelen van het 'Fit for 55'-pakket is het EU-emissiehandelsysteem ('EU Emission Trading System' - EU ETS). Dit vormt een belangrijk instrument voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Vanaf 2024 vallen ook de emissies van zeevervoer onder het toepassingsgebied van dit systeem.
EU ETS legt een prijs op koolstof en maakt gebruik van het 'cap-and-trade'-principe. Elk jaar moeten entiteiten die onder het ETS vallen, EU-emissierechten ('EU Emission Allowances' - EUA's) kopen die overeenkomen met hun broeikasgasemissies. Eén EUA staat gelijk aan het recht om één ton CO₂ uit te stoten. Er wordt een limiet vastgesteld voor de totale hoeveelheid broeikasgasemissies die per sector mag worden uitgestoten en dus ook voor het aantal emissierechten dat per jaar op de markt wordt gebracht. Elk jaar wordt de limiet verlaagd in overeenstemming met de EU-klimaatdoelstelling, wat resulteert in een geleidelijke vermindering van de totale uitstoot. Door het vastleggen van een absolute limiet voor de uitstoot en deze te koppelen aan EUA's, ontstaat er een beperkt aanbod met economische waarde. Dit systeem doelt erop dat de koolstofprijs investeringen in koolstofarme technologie bevordert en beloont.
64 3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
In eerste instantie had EU ETS betrekking op CO₂-emissies van schepen met een bruto tonnage van meer dan 5.000, ongeacht de vlaggenstaat. Het omvat alle emissies van schepen die een EU-haven aandoen voor reizen binnen de EU (intra-EU) en 50% van de emissies van reizen die buiten de EU beginnen of eindigen (extra-EU). Om een soepele overgang te garanderen, geldt een overgangsperiode. Rederijen hebben 40% van hun gerapporteerde emissies voor 2024 betaald en zullen 70% en 100% van de gerapporteerde emissies voor, respectievelijk, 2025 en 2026 betalen. De financiële impact op het nettoresultaat van EXMAR zal naar verwachting minimaal zijn. In onze 'time-charter' contracten voorzien sectorale standaardovereenkomsten specifieke bepalingen met betrekking tot kosten gerelateerd aan EU ETS. Hierdoor wordt de financiële verantwoordelijkheid voor de naleving ervan duidelijk gedefinieerd tussen de contractuele partijen. Voor vervoersovereenkomsten ('voyage contracts') zijn de nalevingskosten van EU ETS geïntegreerd in het vrachttarief, zodat economische gevolgen van de naleving op passende wijze tot uiting komen in de commerciële voorwaarden.
Vanaf 1 januari 2026 wordt het toepassingsgebied van de EU ETS uitgebreid met de rapportage van methaan (CH₄) en stikstofoxide (N₂O). Schepen die gedurende twee of meer opeenvolgende periodes niet aan de regelgeving voldoen, kan de toegang tot EU-havens worden geweigerd.
Aangezien bedrijven voldoende emissierechten moeten inleveren om hun jaarlijkse emissies volledig te verantwoorden, is een degelijke monitoring en rapportage van emissies van cruciaal belang. Daarom is de EU ETS samengevoegd met de EU-verordening inzake monitoring, rapportage en verificatie (EU MRV), die bedrijven verplicht om jaarlijks de emissies en andere relevante informatie voor elk van hun schepen te monitoren. Om een consistente en vergelijkbare monitoring te garanderen, moeten bedrijven hun methodologie documenteren in een monitoringplan, met inbegrip van volledige en transparante documentatie over, bijvoorbeeld, de emissiebronnen van schepen.
3.1.2.1.3 FuelEU Maritime
In 2025 is de 'FuelEU Maritime'-verordening in werking getreden. Deze verordening stelt een progressieve limiet vast voor de broeikasgasintensiteit van de brandstoffen die worden verbruikt aan boord van schepen die binnen de Europese Unie varen, met inbegrip van schepen die aankomen en vertrekken in het internationale handelsverkeer. De limiet voor de broeikasgasintensiteit zal in opeenvolgende fasen van vijf jaar worden aangescherpt, waardoor een geleidelijke vermindering van de broeikasgasemissies in de maritieme sector wordt gestimuleerd.
FuelEU Maritime is de eerste wetgeving die rekening houdt met 'Well-to-Wake' (WTW) broeikasgasemissies, die de volledige levenscyclus van emissies omvat, met inbegrip van CO₂, N₂O en CH₄. Volgens de verordening zijn conventionele fossiele brandstoffen, zoals zware stookolie (HFO) en scheepsgasolie (MGO), vanaf het begin niet conform. Vloeibaar petroleumgas (LPG) en vloeibaar aardgas (LNG) blijven daarentegen conform tot 2039. Voor alternatieve brandstoffen (bijvoorbeeld biobrandstoffen) hangt de conformiteit af van de duurzaamheid van de productie, die moet worden gecertificeerd in overeenstemming met de EU-richtlijn inzake hernieuwbare energie ('Renewable Energy Directive' - RED). Ten slotte wordt koolstofarme ammoniak binnen dit kader aangemerkt als een van de toekomstige conforme brandstoffen na 2050.
Het niet naleven van de voorgeschreven limieten voor broeikasgasintensiteit leidt tot een FuelEU-boete. Desalniettemin, wordt pooling toegestaan om naleving te kunnen garanderen: het groeperen van schepen die wel en niet aan de normen voldoen om een gemiddelde broeikasgasintensiteit te bereiken die binnen de toegestane limieten valt.
Door strategische investeringen in schepen op dubbele brandstof – of 'dual-fuel' schepen – die op ammoniak of LPG kunnen varen, positioneert EXMAR zich voor langdurige compliance en veerkracht binnen een veranderend regelgevingslandschap. Bovendien worden de kosten voor naleving van FuelEU Maritime aangekaart in onze time-charterovereenkomsten, waarin de verantwoordelijkheid hiervoor contractueel wordt vastgelegd en toegewezen.
3.1.2.1.4 Maritiem Arbeidsverdrag
Het Maritiem Arbeidsverdrag (MLC, 2006) van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) definieert uitgebreide rechten en normen voor zeevarenden om degelijke arbeids- en levensomstandigheden in de wereldwijde scheepvaartindustrie te waarborgen (bijv. lonen, huisvesting, werk- en rusttijden en sociale zekerheid). EXMAR zorgt ervoor dat het MLC met betrekking tot dergelijke omstandigheden voor alle zeevarenden strikt wordt nageleefd. Ons veiligheidsbeheersysteem ('Safety Management System' - SMS) omvat robuuste procedures met als doel incidenten te voorkomen en problemen zoals vermoeidheid, welzijn aan boord en personeelsbehoud aan te pakken. We geven prioriteit aan (ondersteuning voor) geestelijke gezondheid, bieden competitieve verloning en loopbaanontwikkeling, zorgen voor een eerlijk roulatiebeleid en voldoende verlof aan wal om de balans tussen werk en privéleven te verbeteren en richten ons op een positieve en inclusieve werkcultuur.
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
3.1.2.1.5 ISO-certificeringen
Naast de hierboven beschreven regelgeving behaalde EXMAR bepaalde ISO-certificeringen. Zulke certificeringen zijn over het algemeen vrijwillig. Doch, sommige ervan zijn van cruciaal belang in de wereldwijde scheepvaartindustrie, zoals de certificeringen gericht op efficiëntie, veiligheid en klanttevredenheid. Hoge normen toepassen is essentieel om effectief te kunnen concurreren, het vertrouwen van klanten op te bouwen en te voldoen aan strenge regelgeving. ISO-certificeringen zijn een belangrijk instrument om consistentie, kwaliteit en operationele uitmuntendheid te waarborgen.
In dit verband hebben we de volgende ISO-certificeringen behaald:
- ISO 9001: Kwaliteitsmanagementsystemen
- ISO 14001: Milieumanagementsystemen
- ISO 45001: Gezondheid en veiligheid op het werk
- ISO 50001: Energiemanagement

66 3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
3.1.2.2 DE BEDRIJFSCONTEXT VAN EXMAR
EXMAR is onderverdeeld in drie bedrijfsonderdelen: Shipping, Infrastructuur en Ondersteunende diensten. Ten eerste zijn we een toonaangevende rederij en exploitant op het gebied van het transport van vloeibaar petroleumgas (LPG), ammoniak (NH₃) en petrochemische gassen. Ten tweede richt onze infrastructuuractiviteit zich op het ontwikkelen van innovatieve en snelle oplossingen voor olie- en gasinfrastructuur om de energiesector te ondersteunen bij het leveren van schone en betaalbare energie aan gemeenschappen. Ten slotte heeft EXMAR zakelijke belangen in verschillende bedrijven op het gebied van scheepsbeheer, gespecialiseerde reizen en onderdelen voor de maritieme en offshore-industrie, elk met belangrijke markten en klantengroepen.
Het onderstaande overzicht bevat de belangrijkste markten voor elke businessunit. Voor meer details en informatie over onze activiteiten verwijzen we naar Hoofdstuk 2 – Activiteitenverslag.
EXMAR NV
| SHIPPING | INFRASTRUCTUUR | ONDERSTEUNENDE DIENSTEN |
|---|---|---|
| Very large gas carriers (VLGC) | FSRU Eemshaven LNG (barge based): regasificatie | Shipping: |
| Meerdere internationale spelers in de LPG- & ammoniumarkt | ||
| Midsize gas carriers (MGC) | Technische & operationele uitvoeringsovereenkomst met ENI voor het Marine XII Congo LNG Project, incl. FSU Excalibur | Infrastructuur: |
| • Regasificatie en technische & operationele projectklanten | ||
| • Accomodatieponton | ||
| Fully pressurized (FP) gas carriers | Eén accommodatieponton | Engineering: |
| • Offshore energieklanten (EOC) | ||
| • Maritieme en energieklanten (DVO) | ||
| Engineering: EXMAR Offshore Company (EOC) met de OPTI | Ondersteunende diensten: | |
| • Inhouse & extern shipmanagement | ||
| • Gespecialiseerd reizen: TravelPlus |
EXMAR is actief in twee belangrijke ESRS-sectoren: die van fossiele brandstoffen (olie & gas) en energieproductie en nutsvoorzieningen. Wij ondersteunen de olie- en gassector door middel van wereldwijd transport, transformatie en tijdelijke opslag van gas. Daarnaast spelen wij een belangrijke rol in engineeringactiviteiten voor de olie- en gasindustrie en werken wij aan een veiligere en duurzamere industrie (bijvoorbeeld door het verminderen van het benodigde staal tijdens de bouw) via twee van onze dochterondernemingen: EOC en DVO.
De onderstaande tabel geeft onze omzet weer. Let op: 'Overige omzet' verwijst naar de omzet uit de dienstensector via ons reisbureau (Travel Plus) of onze interne scheepsbeheerder (EXMAR Ship Management bv).
| OMZET | ||
|---|---|---|
| 2024 | 2025 | |
| Olie & Gas | 73,120,122 | 62,672,034 |
| Energieproductie & nutsvoorzieningen | 28,301,192 | 29,512,206 |
| Belangrijke ESRS-sectoren | 101,421,304 | 92,184,240 |
| Diensten | 184,075,590 | 89,476,133 |
| Techniek | 63,414,556 | 66,480,010 |
| Overige inkomsten (niet-ESRS sectoren) | 247,490,146 | 155,956,143 |
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
Er zijn geen andere belangrijke ESRS-sectoren waarin EXMAR een wezenlijke invloed heeft. Bovendien zijn we niet actief in de steenkoolsector, de chemische productie, controversiële wapens of de teelt en productie van tabak. Ten slotte zijn geen van onze producten of diensten verboden in bepaalde markten.
3.1.2.2.1 Belangrijkste bronnen
Om een vlotte werking te garanderen, moet EXMAR vertrouwen op essentiële fysieke en menselijke bronnen en deze effectief beheren. Elk van deze bronnen brengt unieke uitdagingen met zich mee. Daarom hanteren we een strategische aanpak voor aankoop, ontwikkeling en beveiliging om operationele efficiëntie, kosteneffectiviteit en veerkracht tegen verstoringen te garanderen.
Brandstof (energiebron) is het meest cruciaal voor de scheepsvaart en aldus een belangrijke fysieke input. Dit valt echter voornamelijk onder de verantwoordelijkheid van de charterpartij en niet van EXMAR als reder.
Naast brandstof is staal een belangrijk materiaal voor de scheepsbouw. De verantwoordelijkheid voor de aankoop van staal ligt bij de scheepswerf, aangezien wij (als rederij) de bouw van schepen uitbesteden en niet rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor de aankoop van materialen. EXMAR speelt echter nog steeds een cruciale rol om ervoor te zorgen dat de scheepswerf zich houdt aan hoge kwaliteitsnormen voor materialen en efficiënte bouwpraktijken, terwijl afval en kwetsbaarheden in de toeleveringsketen tot een minimum worden beperkt.
Naast fysieke bronnen zijn ook mensen van het grootste belang. Zeevarenden zijn het meest waardevolle kapitaal in maritieme activiteiten. Het aantrekken, ontwikkelen en behouden van geschoold personeel is fundamenteel om op een veilige en efficiënte manier te kunnen werken. De effectieve wervingsstrategieën van EXMAR omvatten sterke partnerschappen met maritieme academies, opleidingsinstellingen en bemiddelingsbureaus voor zeevarenden over de hele wereld. Ter behoud van banen en jobtevredenheid, investeren we voortdurend in opleiding, het welzijn van de bemanning, veilige werkomstandigheden en eerlijke contracten.

3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
3.1.2.2.2 Verhoogd risico van wereldwijde activiteiten
EXMAR opereert in een dynamische mondiale bedrijfsomgeving, die nauw verbonden is met de uiteenlopende ecologische en sociale realiteiten van haar wereldwijde activiteiten. De vloot vaart in internationale wateren en de kantoren zijn strategisch gelegen in belangrijke regio's over de hele wereld, waardoor EXMAR effectief kan inspelen op de regionale marktvraag. Het opereren op zo'n mondiale schaal brengt echter inherent verhoogde risico's met zich mee, waaronder blootstelling aan uiteenlopende regelgeving, geopolitieke onzekerheden en ecologische uitdagingen die uniek zijn voor elk
gebied waar het bedrijf actief is. We geven daarom prioriteit aan het identificeren en beheren van verhoogde risico's van negatieve effecten, rekening houdend met de variabiliteit in milieuregelgeving, sociale omstandigheden en bestuursnormen in verschillende regio's. We evalueren partnerschappen en toeleveringsketens om naleving van internationale normen te waarborgen en houden rekening met het dynamische karakter van maritieme activiteiten.
Ons risicobeheerkader zorgt ervoor dat we voldoen aan strenge maritieme regelgeving en dat we proactief blijven in het beperken van mogelijke negatieve effecten, waardoor onze wereldwijde activiteiten en belanghebbenden worden beschermd.

3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR 69
3.1.3 Dubbele materialiteitsbeoordeling (DMA)
Door de jaren heen hebben materialiteitsbeoordelingen ons geholpen om op de hoogte te blijven van onderwerpen die relevant zijn voor ons bedrijf en onze belanghebbenden. In 2024 werd een eerste CSRD-conforme dubbele materialiteitsbeoordeling ('Double Materiality Assessment' - DMA) uitgevoerd.
De resultaten van 2024 zijn ook van toepassing op 2025 en bepalen de informatie die in dit verslag wordt opgenomen. Er zijn geen wijzigingen of vernieuwingen in de DMA doorgevoerd.
3.1.3.1 HET DUBBELE MATERIALITEITSPROCES
De DMA is gebaseerd op een holistische benadering waarbij onze waardeketen een overkoepelend beeld geeft van het operationele ecosysteem. Daarbij houdt EXMAR niet alleen rekening met zijn eigen impact, maar analyseert het ook de feitelijke en potentiële risico's en kansen die verband houden met de waardeketen en de (in)directe afhankelijkheden die onze strategische, operationele of financiële prestaties beïnvloeden. De eerste stap in het dubbele materialiteitsproces was dan ook het definiëren van deze waardeketen, waarbij rekening werd gehouden met verschillende factoren, zoals onze invloed en koopkracht en onze technische paraatheid om informatie over de waardeketen te verzamelen. Vervolgens vormde de waardeketen de basis voor:
- stap twee: de identificatie van de stakeholders van EXMAR,
- stap drie: de bepaling van de impact, risico's en kansen, en
- stap vier: de ontwikkeling en toepassing van een scoringsmodel.
In samenwerking met een multidisciplinaire ESG-taskforce (meer informatie in 3.1.4 - Gegevensverzameling & Hoofdstuk 3.4 - Governance) heeft het Hoofd van ESG verschillende input verzameld (bijv. wetenschappelijke literatuur, duurzaamheidsverslagen van collega's en informatie van brancheorganisaties en classificatiebureaus) en deze samengevat in een uitgebreid en overkoepelend DMA-resultaat, waarbij werd gestreefd naar een evenwichtige en strategische aanpak. Een verfijnd voorstel werd ter beoordeling en definitieve besluitvorming voorgelegd aan het Uitvoerend Comité ('Executive Committee' - ExCo).
3.1.3.1.1 Stap 1: Onze waardeketen definiëren
De waardeketen omvat onze upstream- en downstream-bedrijfscontext en omvatten zowel directe als indirecte zakelijke relaties. Daardoor biedt zij een uitgebreid perspectief op het operationele ecosysteem van EXMAR. Door onze waardeketen in kaart te brengen en te definiëren, krijgen we een breed inzicht in de onderlinge afhankelijkheden, risico's en kansen met betrekking tot duurzaamheidseffecten, wat op zijn beurt leidt tot een meer strategische afstemming. De waardeketen vormde de basis voor de identificatie van stakeholders en diende als fundament voor onze DMA, waarin de relevante materiële onderwerpen van de belanghebbenden in aanmerking worden genomen.
Bij het definiëren van onze waardeketen werden de volgende kritieke factoren geanalyseerd:
- Schaal en complexiteit: De omvang en de capaciteit van EXMAR in verhouding tot de breedte en complexiteit van de activiteiten in de waardeketen.
- Invloed en hefboomwerking: Het vermogen van EXMAR om actoren in de waardeketen te beïnvloeden, met name bij het stimuleren van duurzaamheidsresultaten, het benutten van zijn koopkracht en het cultiveren van samenwerking.
- Technische paraatheid: De gereedheid van interne systemen en processen om waardeketengegevens effectief te verzamelen, te beheren en te rapporteren, waarbij wordt gezorgd voor afstemming op de normen voor duurzaamheidsverslaggeving.
- Toegankelijkheid en gegevensuitwisseling: Beperkingen in bestaande tools en kaders voor toegang tot en uitwisseling van cruciale informatie in de hele waardeketen.
- Nabijheid van het bedrijf: De relatieve omvang, middelen, technische verfijning en geografische of operationele nabijheid van actoren in de waardeketen, die van invloed zijn op de gegevensstroom en de betrokkenheid bij duurzaamheid.
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR

3.1.3.1.2 Stap 2: Identificatie van onze stakeholders
Uitgaande van de waardeketen van EXMAR werd een analyse uitgevoerd om alle belanghebbenden te identificeren. Daarnaast werd onderstaande matrix gebruikt om de macht en het belang van elke stakeholder te beoordelen en ze in vier categorieën in te delen. 'Macht' wordt gedefinieerd als de mate van macht of invloed die een belanghebbende heeft op de beslissingen en activiteiten van EXMAR. 'Belang' wordt opgevat als de mate van belang die een belanghebbende heeft bij de beslissingen en activiteiten van EXMAR.
De classificatie op basis van macht versus belang heeft geresulteerd in vier stakeholdercategorieën. Uiteraard kunnen belanghebbenden in de loop van de tijd van categorie veranderen als gevolg van nieuwe omstandigheden. In dat geval kan het nodig zijn om de betrokkenheid met de stakeholder in kwestie aan te passen.

Belanghebbenden die tot de categorie 'nauwgezet managen' behoren, zijn cruciaal voor het succes van het project of de organisatie en moeten actief worden betrokken en beheerd om ervoor te zorgen dat aan hun behoeften en verwachtingen wordt voldaan. Ten tweede moeten stakeholders zonder directe invloed op EXMAR, maar die wel belang hechten aan de activiteiten ervan en de perceptie ervan kunnen beïnvloeden of waardevolle inzichten kunnen verschaffen, op de hoogte worden gehouden. Verder streven we ernaar om belanghebbenden tevreden te houden die misschien niet actief bij de dagelijkse activiteiten betrokken zijn, maar die wel beslissingen of resultaten kunnen beïnvloeden als ze ontevreden zijn. Ten slotte omvat de categorie 'opvolgen' stakeholders die niet actief betrokken zijn en waarschijnlijk geen significante invloed hebben op EXMAR.
Op basis van onze analyse zijn we overeengekomen om de volgende belangrijke stakeholders nauwlettend te begeleiden:
- Intern: zeevarenden, kantoormedewerkers, dochterondernemingen (belangrijke medewerkers) en de Raad van Bestuur
- Extern: reders, klanten, bevrachters, financiers en scheepswerven
Voordelen voor stakeholders
EXMAR streeft ernaar om duurzame waarde te creëren in zijn hele ecosysteem en ervoor te zorgen dat zijn activiteiten en diensten zinvolle voordelen opleveren voor zowel interne als externe belanghebbenden. Hieronder vindt u een overzicht van de huidige en verwachte voordelen voor de belangrijkste stakeholders die we nauwgezet zullen managen.
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR 71
| INTERN | ZEEVARENDEN – KANTOORPERSONEEL |
|---|---|
| HUIDIGE VOORDELEN | Positieve socialeconomische impact door het creëren van banen en carrièrestabiliteit. |
| Hoge veiligheidsnormen om het aantal ongevallen te verminderen. | |
| Een veilige en conforme werkomgeving, inclusief het recht op vrijheid van vereniging, sociale zekerheid, huisvesting en toegang tot communicatie, voor zover van toepassing, en het bevorderen van het welzijn van het personeel. | |
| Een diverse, multiculturele werkplek die leidt tot zowel persoonlijke als professionele groei. | |
| VERWACHTE VOORDELEN | Voortdurende leermogelijkheden om werknemers bij te scholen in reactie op technologische ontwikkelingen en een veranderende arbeidsmarkt. |
| Overgang naar alternatieve brandstoffen en technologieën die (nieuwe) werkgelegenheid creëren. | |
| Versterkte betrokkenheid van het personeel door doelgericht werk en ESG-gerichte initiatieven. | |
| DOCHTERONDERNEMINGEN (BELANGRIJKSTE PERSONEEL) – RAAD VAN BESTUUR | |
| HUIDIGE VOORDELEN | Afstemming op ESG-actieplan om zakelijk succes op lange termijn te stimuleren |
| Veiligheidsbeheersystemen, opleidingsprogramma's, incl. anticorruptie en antiomkoping, wat leidt tot minder incidenten, lagere kosten en een betere reputatie. | |
| Transparante governance en besluitvormingsprocessen die de integriteit van het bedrijf versterken. | |
| VERWACHTE VOORDELEN | Benutten van ESG-kansen om financiële voordelen te genereren en de operationele veerkracht te vergroten. |
| Verbeterde strategische positionering door te investeren in toekomstbestendige, koolstofarme scheepvaartoplossingen en bij te dragen aan het verminderen van de milieu-impact van de maritieme industrie. | |
| EXTERN | SCHEEPSEIGENAREN – KLANTEN – SCHEEPSWERVEN – BEVRACHTERS |
| --- | --- |
| HUIDIGE VOORDELEN | Verbeteringen in de efficiëntie van schepen leiden tot kostenbesparingen en een hogere winstgevendheid. |
| Schepen die voldoen aan de huidige en toekomstige milieu-regelgeving, waardoor het concurrentievermogen van de vloot en de mogelijkheid om in alle regio's te opereren worden gewaarborgd. | |
| De infrastructuuroplossingen van EXMAR spelen een cruciale rol bij het verminderen van affakeling tijdens de winning van koolwaterstoffen, wat bijdraagt aan een lagere milieu-impact. | |
| Een gediversifieerde vloot met duurzame brandstofopties, waaronder vier schepen die op LPG kunnen varen – een erkende overgangsbrandstof volgens het European Alternative Fuels Observatory. Charterers hebben de flexibiliteit om te kiezen tussen zware stookolie (HFO), scheepsgasolie (MGO) of LPG als brandstof. De schepen zonder dual-fuel motoren kunnen op biobrandstoffen varen. | |
| FSRU Eemshaven LNG heeft zijn broeikasgasemissies met succes verminderd door de stroomopwekking aan boord – voorheen op basis van MGO – te vervangen door walstroom. | |
| Actieve samenwerking met scheepswerven om energie-efficiënte technologieën en alternatieve brandstofmogelijkheden te integreren in toekomstige vlootontwikkelingen. | |
| VERWACHTE VOORDELEN | Via een joint venture investeert EXMAR in een nieuwe vloot van dual-fuel schepen die op LPG of ammoniak kunnen varen, ter ondersteuning van de overgang naar koolstofarmere scheepvaart. |
| Voortdurende investeringen in onderzoek en ontwikkeling om de brandstofefficiëntie en operationele duurzaamheid te bevorderen. | |
| EXMAR blijft zich inzetten voor de overstap naar koolstofarme brandstoffen, het verbeteren van de brandstofefficiëntie en het vergroten van het gebruik van walstroom, waar mogelijk. | |
| Verbeterde ESG-transparantie, waardoor wordt voldaan aan de veranderende regelgeving en verwachtingen van investeerders. | |
| Onderzoek naar betrouwbare en energie-efficiënte oplossingen voor de toeleveringsketen om de uitstoot verder te minimaliseren, met inbegrip van geoptimaliseerde transportlogistiek voor reserveonderdelen. | |
| FINANCIËLE PARTNERS | |
| HUIDIGE VOORDELEN | Ethisch bestuur en verantwoord ondernemen die het vertrouwen van investeerders versterken. |
| Transparante ESG-rapportage, waardoor EXMAR's streven naar duurzame financiering wordt versterkt. | |
| VERWACHTE VOORDELEN | Verbeterde transparantie op het gebied van ESG, waardoor banken en beleggers met specifieke ESG-agenda's hun kapitaal nauwkeuriger kunnen toewijzen. |
| EXMAR diversifieert actief zijn portefeuille door te investeren in onderzoek en ontwikkeling van CO₂-transportmiddelen en positioneert zich daarmee als een belangrijke speler in kortetermijnoplossingen voor het klimaat. |
72 3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
3.1.3.1.3 Stap 3: Bepalen van onze impact, risico's en opportuniteiten (IRO)

IRO-identificatie
Het bepalen van onze impact, risico's en opportuniteiten (IRO) was een stapsgewijs proces, zoals hieronder wordt weergegeven.
De eerste IRO-lijst- was gebaseerd op de (niet aan CSRD-normen aangepaste) materialiteitsanalyse van het ESG-rapport 2023, in combinatie met de belangrijkste kenmerken van interne controle- en risicobeheersystemen voor strategische, operationele en financiële risico's.
In de tweede fase werd de korte lijst uitgebreid tot een lange lijst door extra IROs toe te voegen. Om deze IROs te identificeren, werden drie acties ondernomen:
- Organisatie van een interne brainstormsessie (bijvoorbeeld tussen het hoofd HSEQ en de HSEQ-functionaris)
- Uitvoering van een peer-analyse binnen en buiten de maritieme sector
- Cross-check met de ESRS-richtlijnen (ESRS 1 - AR16) om te controleren of alle relevante onderwerpen waren beoordeeld
De lange lijst vormde een solide basis voor de discussies met belanghebbenden. Door middel van diepgaande interviews met interne en externe belanghebbenden werden bestaande IROs gevalideerd of aangepast en werden indien nodig aanvullende IROs geïdentificeerd. In deze derde stap wilden we ervoor zorgen dat de standpunten en belangen van stakeholders goed werden begrepen, waarbij we de lange lijst met IROs verfijnden. Dit omvatte gedetailleerde en genuanceerde input en leidde tot de verduidelijkking dat de IROs een of meer kleinere, nauw met elkaar verbonden effecten
kunnen omvatten. Als zodanig werden bepaalde kleinere maar onderling verbonden effecten waar relevant samengevoegd tot overkoepelende IROs, waardoor een samenhangende en uitgebreide beoordeling werd gewaarborgd. De feedback van externe belanghebbenden kwam grotendeels overeen met ons bestaande kader en leidde niet tot significante wijzigingen in de IROs.
De verfijnde IRO-lijst werd gepresenteerd en besproken tijdens een workshop met het ExCo, waardoor zij de geïdentificeerde IROs konden evalueren in de context van de strategische prioriteiten, operationele doelstellingen en langetermijnvisie op duurzaamheid van EXMAR. Hun input was van groot belang en leidde tot een verbreding of wijziging van bepaalde IROs om beter aan te sluiten bij de organisatie. Daarbij werden de IROs getoetst aan ons risicoregister, dat de belangrijkste strategische, operationele en financiële risico's omvat (meer informatie in Hoofdstuk 3.4 - Governance), om te zorgen voor afstemming en integratie met het bredere risicobeheerkader van EXMAR. De beoordeling en het beheer van impact en risico's zijn naadloos geïntegreerd in het algemene risicobeheerproces, waardoor een holistische evaluatie van het risicoprofiel van het bedrijf mogelijk is. Op die manier zorgen we ervoor dat onze benadering van risico's uitgebreid en consistent is en de prioriteiten op onmiddellijke als lange termijn weerspiegelt, waardoor de effectiviteit en veerkracht van de praktijken voor risicobeheer worden verbeterd.
Betrokkenheid (engagement) van stakeholders
Zoals hierboven beschreven, maakte de betrokkenheid van belanghebbenden deel uit van de DMA om IROs te valideren en/of aan te passen en om waar nodig aanvullende IROs te identificeren. Door middel van diepgaande interviews met onze belanghebbenden konden we onze IRO-lijst verfijnen en een samenhangende en uitgebreide beoordeling ontwikkelen.
Het engagementproces bestond uit twee fasen om diepgang en relevantie te bieden, waarbij een grondige voorbereiding werd gecombineerd met persoonlijke, directe communicatie. Dit zorgde ervoor dat onze betrokkenheid zowel geïnformeerd als impactvol was, waardoor de basis werd gelegd voor een sterkere samenwerking en beter op elkaar afgestemde duurzaamheidsinitiatieven.
In de eerste fase werd een grondige voorbereiding getroffen om voorlopige inzichten te verwerven door middel van uitgebreid indirect onderzoek. Dit onderzoek omvatte het analyseren van duurzaamheidsverslagen van stakeholders, voor zover beschikbaar, het bekijken van openbaar toegankelijke informatie op hun websites en het volgen van hun communicatie via platforms zoals LinkedIn om inzicht te krijgen in prioriteiten, uitdagingen en perspectieven.
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
Voortbouwend op deze basis ging EXMAR over tot direct engagement met belanghebbenden, waarbij bewust werd afgezien van algemene enquêtes en vragenlijsten ten gunste van een meer betekenisvolle en genuanceerde aanpak. In deze tweede fase werden meer dan 50 interviews gehouden met belangrijke stakeholders, waardoor een open en inzichtelijke dialoog ontstond die het mogelijk maakte om kritieke kwesties in detail te onderzoeken, unieke perspectieven te ontdekken en het inzicht in de verwachtingen en zorgen van deze personen te versterken. Tijdens de interviews werd voortdurend een brug geslagen tussen de belangen en standpunten van de stakeholders en de strategie en het bedrijfsmodel van EXMAR. EXMAR identificeerde de synergiën, vatte de feedback samen en parafraseerde deze om tot een gemeenschappelijk begrip te komen. Voor de organisatie van deze interviews werd een onderscheid gemaakt tussen externe en interne stakeholders, waarbij voor elk een andere aanpak werd gehanteerd.

De informatie van interne belanghebbenden – die als experts worden beschouwd – vormde in combinatie met onderzoeksrapporten en andere gegevens de basis voor het bepalen van de impact, risico's en kansen (IROs). Tijdens de interviews was het doel om de informatie te beoordelen, te valideren en de volledigheid ervan te waarborgen.
INTERNE BELANGHEBBENDEN
EXTERNE BELANGHEBBENDEN
De interviews zijn afgenomen met interne vertegenwoordigers die geschikt zijn om externe belanghebbenden te vertegenwoordigen vanwege hun kennis en regelmatige contacten met hen. Er werd een beoordeling gemaakt op groepsniveau en de vertegenwoordigers werden geraadpleegd over specifieke zaken.
TOP DOWN
Zoals gezegd zijn de resultaten van de interviews met alle stakeholders gedeeld met het Uitvoerend Comité (ExCo) en het Audit- en Risicocomité (ARC) van EXMAR. Naast het DMA-proces is dit essentieel omdat het doel van stakeholderbetrokkenheid geworteld is in onze ambitie om de behoeften en verwachtingen van stakeholders te waarborgen en te verbeteren. Door sterkere relaties met stakeholders op te bouwen, willen we opkomende risico's identificeren en aanpakken alsook waardevolle inzichten verkrijgen om ons besluitvormingsproces te informeren en te versterken.
Op basis van de feedback van de stakeholders zijn er momenteel geen wijzigingen aangebracht in onze strategie of ons bedrijfsmodel. Hun input wordt echter erkend en vormt de basis voor acties en processen die worden/zullen worden ondernomen. Zo heeft EXMAR, als reactie op input over transparantie, toegezegd om meer openheid te betrachten in zijn rapportage. Naast CSRD streven we ernaar om vaker deel te nemen aan enquêtes en stellen we een actieplan op om ons duurzaamheidstraject via de website openbaar toegankelijk te maken.
We zijn ervan overtuigd dat 'duurzaamheid' in de toekomst een steeds belangrijker onderwerp zal worden in de interacties met stakeholders en dat hun standpunten steeds duidelijker en specifieker zullen worden. Om ons hierop voor te bereiden en op de hoogte te blijven van de zaken die onze stakeholders bezighouden, zijn we van plan een programma op te zetten om rechtstreeks in contact te treden met de externe stakeholders in de categorie 'Nauwgezet managen'. Daarnaast zullen we de haalbaarheid onderzoeken van enquêtes om inzichten te verzamelen van stakeholders in de categorieën 'op de hoogte houden' en 'tevreden houden'. Hoewel deze initiatieven gericht zijn op het verbeteren van de interactie met stakeholders, verwachten we niet dat ze de bestaande relaties of de perspectieven van stakeholders ingrijpend zullen veranderen.
Tijdshorizon
We hebben de volgende tijdshorizonten gedefinieerd voor gebruik in de DMA:
- Korte termijn = huidige verslagperiode (binnen één jaar)
- Middellange termijn = 1 tot 5 jaar
- Lange termijn = meer dan 5 jaar. Gezien de onzekerheid van prognoses die verder reiken dan vijf jaar, wordt er geen onderscheid gemaakt tussen periodes van meer dan vijf of tien jaar. Effecten die inherent onvoorspelbaar zijn, zoals dodelijke ongevallen, worden onder de lange termijn geschaard.
De definitie van het tijdsbestek is gebaseerd op de ESRS-verordening en wordt jaarlijks herzien en bijgewerkt. Voor dit rapport zijn er geen wijzigingen aangebracht in de tijdshorizonten ten opzichte van 2024.
74 3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
3.1.3.1.4 Stap 4: Scoringsmodel
Ons scoringsmodel is bottom-up ontwikkeld, waarbij dezelfde aanpak is gebruikt als voor het prioriteren van duurzaamheidsgerelateerde IROs – op basis van zes kernprincipes (zie onderstaande tabel). We hebben input geïntegreerd uit risicobeoordelingen van de sector en financiële risicobeheerinstrumenten, verwachtingen van belanghebbenden, vergelijkende
analyses van branchegenoten en het bedrijfsmodel, de omvang, de schaal en de inzet voor duurzaamheid van EXMAR. In onze methodologie was het cruciaal om subjectiviteit, simplificatie en onderschatting te voorkomen alsook te vermijden dat we ons zouden concentreren op feitelijke scores zonder rekening te houden met stakeholderperspectieven of ethische overwegingen.
| BELANGRIJKSTE PRINCIPES VOOR HET PRIORITEREN VAN DUURZAAMHEIDSGERELATEERDE IROs | |
|---|---|
| Objectieve materialiteitsbeoordeling | Neem relevante en betrouwbare informatie op over alle IROs op het gebied van ESG-kwesties die vanuit het oogpunt van impact, financiële of dubbele materialiteit als materieel worden beschouwd. |
| Geschikt voor het doel | Op basis van de bedrijfsspecifieke context moet het DMA-proces geschikt zijn voor het beoogde doel, rekening houdend met de vereisten van ESRS 1 en wat er moet worden bekendgemaakt met betrekking tot de DMA en de resultaten daarvan. De DMA weerspiegelt onder meer de impact- en financiële materialiteitsaspecten en de onderlinge verbanden daartussen. |
| Volwassenheid van het bedrijf | Het proces is gedeeltelijk afgestemd op de maturiteit van het bedrijf. EXMAR moet meer tijd besteden aan het opleiden en betrekken van belangrijke medewerkers bij het proces om de kwaliteit van de gegevens en een correcte analyse te waarborgen. |
| Evenredigheid | Het proces en de middelen die worden ingezet om de DMA uit te voeren, zijn afgestemd op EXMAR. Het is aangepast om een zo goed mogelijk evenwicht te vinden tussen het uitvoeren van een kwalitatief hoogwaardige DMA en het beperken van de ingezette middelen (nalevingskosten). |
| Evenwichtige beoordeling | Ontworpen om alle materiële IROs te identificeren en diegene die niet materieel zijn uit te sluiten. |
Ter conclusie, werden de volgende principes toegepast bij het scoren van IROs:
- Het vermijden van één cijfer of woord als beoordelingsmechanisme, om te zorgen voor een beschrijvende beoordeling die de aard en omvang van de effecten verklaart en een norm biedt die als vergelijkingsmateriaal kan worden gebruikt.
- Focus op kwalitatieve analyse die duidelijke communicatie mogelijk maakt; numerieke waarden worden gegeven nadat de beschrijvende uitleg is vermeld.
- Focus op een toekomstgerichte risicobeoordeling, waarbij de waarschijnlijkheidsscore niet wordt gebaseerd op de geschiedenis van de sector of het bedrijf.
Een onderwerp wordt als materieel beschouwd wanneer het voldoet aan de criteria voor financiële materialiteit, impactmaterialiteit of beide, wat het belang ervan benadrukt voor het stimuleren van financiële prestaties, het beïnvloeden van de besluitvorming van belanghebbenden en het aanpakken van bredere overwegingen op vlak van milieu, sociale topics en governance.
In wiskundige termen komt materialiteit overeen met een waarde van 3,5.
Hieronder wordt uitgelegd hoe dit concreet wordt vertaald in de score voor impact, risico's en kansen. Dit is gelijk aan 2024. Er zijn geen wijzigingen aangebracht voor 2025.
Impact
Om te beoordelen of de geïdentificeerde impact materieel significant is voor EXMAR, worden vier parameters beoordeeld en als volgt beschreven:
Schaal:
- Een impact op het milieu en het ecosysteem
- Een aanzienlijke impact op het welzijn van mensen
- Lichamelijk letsel of ziekte met meer dan één verloren werkdag (LWC), blijvende gedeeltelijke invaliditeit (PPD) of blijvende totale invaliditeit (PTD).
Reikwijdte:
- De meeste schepen van het bedrijf en verschillende landen (ongeacht het continent)
- Drempel: vanaf 2/3 van het bedrijf
Onomkeerbaarheid:
- Potentieel beheersbaar, impact die hoogstwaarschijnlijk kan worden hersteld
- Alleen van toepassing op negatieve gevolgen.
Waarschijnlijkheid:
- Alleen van toepassing op potentiële effecten
- Drempel: vanaf 2/3 kans
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR 75
| OMVANG | REIKWIJDTE | ONOMKEER-BAARHEID | WAARSCHIJN-LIJKHEID | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Milieu | |||||
| LT-impact | Lichamelijk letsel/ | ||||
| Ziekte | Welzijn | ||||
| SCORE: MINIMAAL / BEPERKT | |||||
| Minimaal | |||||
| Nalatigheid | Eerste hulp of beperkte werkdag | ||||
| Hoofdpijn, misselijkheid, | |||||
| ... leidend tot minimale werkverzuim | Minimale impact | Lokaal (één schip, kleine stad) | |||
| <20% van EXMAR Group | Zeer eenvoudig te verhelpen | ||||
| Tijdelijke impact | 0-20% kans | ||||
| SCORE: LAAG / GECONCENTREERD | |||||
| Laag | |||||
| Geen LT-impact op het ecosysteem | Medische behandeling, | ||||
| hoofdpijn, misselijkheid, | |||||
| burn-out, ... | |||||
| Leidt tot werkverzuim | Geringe impact | Regionaal (meerdere schepen, een stad) | |||
| 20-40% van EXMAR Group | Relatief eenvoudig te verhelpen | ||||
| Impact kan worden hersteld | 21-40% kans | ||||
| SCORE: GEMIDDELD | |||||
| Impact EN geringe impact op het ecosysteem | Verloren werkdag, blijvende gedeeltelijke/volledige arbeidsongeschiktheid, | ||||
| lokale gezondheidscrisis | Gemiddelde impact | Land (meerderheid van de schepen, meerdere regio's in één land) | |||
| 40-60% van EXMAR Group | Remedie met inspanning | ||||
| Impact kan grotendeels worden hersteld | 41-60% kans | ||||
| SCORE: HOOG / WIDESPREAD | |||||
| Impact EN aanzienlijke impact op het ecosysteem | Gebeurtenis die leidt tot één dodelijk slachtoffer | ||||
| Beroepsziekten | Grote impact | Continentaal (alle schepen, meerdere landen op één continent) | |||
| 60-80% van de EXMAR-groep | Zeer moeilijk/ kostbaar om te verhelpen | 61-80% kans | |||
| SCORES: ABSOLUUT / GLOBAL / TOTAAL | |||||
| Directe en onmiddellijke impact op het milieu en het ecosysteem | Gebeurtenis die leidt tot meerdere doden | Absolute impact | Globaal |
80% van de EXMAR-groep | Onomkeerbaar | 81-100% kans |
Risico's en opportuniteiten
Om te beoordelen of de geïdentificeerde risico's en kansen materieel significant zijn voor EXMAR, werden de volgende criteria toegepast:
- Waarschijnlijkheid: vanaf 2/3 kans
- Omvang: financiële omvang en omvang voor de reputatie met de volgende drempels
- vanaf 3.750.000 USD of 5% van de totale bedrijfsopbrengsten
- internationale dekking.
We hebben deze risico's en kansen zorgvuldig hebben gerationaliseerd om een objectieve en evenwichtige beoordeling te garanderen. Een eerlijk beoordelingsproces is gegarandeerd, ongeacht of risico's of kansen terugkerende of eenmalige gebeurtenissen zijn, waardoor een uitgebreid inzicht in de mogelijke gevolgen voor de organisatie wordt gewaarborgd. Bovendien zijn de toepasselijke drempels vastgesteld in overeenstemming met de richtlijnen van EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group), komen ze overeen met de risicotolerantie van EXMAR en zijn ze gebaseerd op een kruiscontrole tussen de beschrijvende uitleg en de principes en het beoordelingsmechanisme.
| WAARSCHIJNLIJKHEID | OMVANG | ||
|---|---|---|---|
| Scoring | Financieel | Reputatie | |
| Minimaal/ | |||
| Beperkt | 0-20% kans | 0-100,000 USD | |
| <0,02% van het bedrijfsresultaat | |||
| <0,15% van het nettoresultaat | Geen publiciteit, alleen intern | ||
| Laag/ geconcentreerd | 21-40% kans | 100,000 - 1,000,000 USD | |
| 0,02-0,2% van het bedrijfsresultaat | |||
| 0,15%-1,5% van het nettoresultaat | Minimale publiciteit, lokaal | ||
| Gemiddeld | 41-60% kans | 1,000,000 - 2.500,000 USD | |
| 0,2-0,5% van het bedrijfsresultaat | |||
| 1,5%-3,5% van het nettoresultaat | Lokaal voorpaginanieuws/ eenmalige internationale publiciteit | ||
| Hoog/ wijdverspreid | 61-80% kans | 2.500,000 - 5.000,000 USD | |
| 0,5-1% van het bedrijfsresultaat | |||
| 3,5%-7% van het nettoresultaat | Meerdere dagen internationale dekking | ||
| Absoluut/ globaal/ | |||
| totaal | 81-100% kans | >5.000,000 USD | |
| <1% van het bedrijfsresultaat |
7% van het nettoresultaat | Meerdere dagen internationale dekking, herhalend gedurende maanden Langdurige effecten |
76 3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
3.1.3.2 DUE DILIGENCE
Onze dubbele materialiteitsbeoordeling zorgt voor een grondige identificatie, beoordeling, prioritering en monitoring van zowel potentiële als daadwerkelijke effecten op mens en milieu. De methodologie is gebaseerd op een robuust due diligence-proces, zoals gedefinieerd in de 'UN Guiding Principles on Business and Human Rights' en de 'OESO Guidelines for Multinational Enterprises on Responsible Business Conduct'. Deze kaders benadrukken het belang van due diligence om te identificeren, te voorkomen, te beperken en verantwoording af te leggen over hoe bedrijven omgaan met daadwerkelijke/potentiële negatieve effecten als integraal onderdeel van hun besluitvormings- en risicobeheersystemen. Due diligence is een doorlopende praktijk die inspeelt op en aanleiding kan geven tot veranderingen in de strategie, het bedrijfsmodel, de activiteiten, de zakelijke relaties, de bedrijfsvoering, de inkoop en de verkoop. Bovendien stelt due diligence ons in staat om acties naar voor te schuiven op basis van de ernst en waarschijnlijkheid van effecten en helpt het bij het identificeren van risico's en opportuniteiten (mits deze vaak het gevolg zijn van dergelijke effecten).
Bij EXMAR is due diligence verweven in onze bestuursstructuur, daar de informatiestromen tussen verschillende organen en comités duidelijk zijn vastgelegd. Een belangrijk onderdeel van ons due diligence-proces is de betrokkenheid van de getroffen stakeholders. Daarmee willen we opkomende risico's identificeren en aanpakken en waardevolle inzichten verkrijgen die ons besluitvormingsproces informeren en versterken.
Bovendien is ons risicobeheerkader afhankelijk van 'Key Risk Officers' (KROs) die verantwoordelijk zijn voor due diligence op specifieke gebieden, gerelateerd aan compliance (meer informatie in Hoofdstuk 3.4 – Governance). We hebben de ambitie om dit kader te verbreden en ook andere soorten risico's (bijv. reputatierisico's) te integreren, waarbij we streven naar een groepswijde aanpak, gevoed door bottom-up informatie afkomstig van teams en afdelingen met specifieke kennis en expertise.
Hieronder geven we een overzicht van het due diligence-proces en leggen we uit waar de belangrijkste stappen in deze duurzaamheidsverklaring terug te vinden zijn. De toepasselijke beleidslijnen, processen en doelstellingen op het gebied van klimaatverandering, eigen personeel en zakelijk gedrag worden in de desbetreffende hoofdstukken nader toegelicht. Vanaf 2026 zal een beoordeling van de duurzaamheidsgerelateerde doelstellingen worden uitgevoerd om de status te bepalen en gedetailleerde actieplannen op te stellen.
| KERNELEMENTEN VAN DD | PGH | TITEL |
|---|---|---|
| Due diligence integreren in governance, strategie en bedrijfsmodel | 3.1.2.1.5 | ISO Certificeringen |
| 3.1.2.2 | De bedrijfscontext van EXMAR | |
| 3.1.3.1 | Het dubbele materialiteitsproces | |
| 3.4.1.3 | Rollen en structuren gewijd aan ESG | |
| Betrokkenheid van belanghebbenden bij alle belangrijke stappen van het due diligence-proces | 3.1.3.1 | Het dubbele materialiteitsproces |
| 3.3.2.2 | Betrokkenheid van werknemers | |
| 3.4.3.1 | Onze bedrijfscultuur ondersteunen | |
| Identificatie en beoordeling van negatieve effecten | 3.1.3.1 | Het dubbele materialiteitsproces |
| 3.1.3.3 | Dubbele materialiteitsresultaten | |
| 3.2.3 | Veerkrachtanalyse | |
| 3.4.3.3 | Bestrijding van corruptie en omkoping | |
| Maatregelen nemen om die negatieve effecten aan te pakken | 3.2.4 | Transitieplan voor klimaatverandering |
| 3.2.5 | Actieplan voor het beperken van klimaatverandering | |
| 3.3.2 | Beleid met betrekking tot ons eigen personeels | |
| 3.3.3 | Sociale projecten en acties | |
| 3.4.4 | Actieplan voor zakelijk gedrag | |
| 3.4.5 | Duurzaamheid stimuleren | |
| De effectiviteit van deze inspanningen bijhouden en communiceren | 3.2.5.5 | Broeikasgasdoelstellingen |
| 3.3.3.4 | Sociale doelstellingen | |
| 3.4.4 | Actieplan voor zakelijk gedrag |
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR 77
3.1.3.3 DUBBELE MATERIALITEITSRESULTATEN
3.1.3.3.1 Onze materiële IROs koppelen aan de duurzaamheidsstrategie van EXMAR
Materiële IROs met betrekking tot klimaatverandering (E1)
Met betrekking tot klimaatverandering werden acht effecten en één financieel risico als materieel voor EXMAR beoordeeld.
Positieve effecten
-
Brandstoftransitie: Bij EXMAR onderzoeken we duurzamere opties binnen onze sector, waarbij we ons richten op 'gasmoleculen als overgang' via de projecten die we, onder andere, uitvoeren op het gebied van duurzame energiebronnen en energiezekerheid. We stellen onze kennis en expertise ook ter beschikking aan onze klanten, met als doel hen te helpen bij de overgang van houtverbranding, steenkool en olie naar alternatieve koolstofarme brandstoffen (gasmoleculen).
-
Ammoniak als meststof: Ondanks de aanzienlijke milieu-impact van grijze ammoniak, is het belangrijk te erkennen dat van ammoniak afgeleide stikstofmeststoffen de voedselproductie van bijna de helft van de wereldbevolking ondersteunen. Dit benadrukt de cruciale rol van ammoniaktransport in de strijd tegen honger en bij het waarborgen van de wereldwijde voedselzekerheid.
Negatieve effecten
-
Beleggingsportefeuille: Het grootste deel van onze vloot maakt deel uit van onze joint ventures. Hoewel we het merendeel van de emissies van deze schepen niet rapporteren – aangezien deze verband houden met on-hire brandstof en dus moeten worden toegeschreven aan de charterpartij – erkennen we de aanzienlijke omvang en impact van deze emissies.
-
Schepen die op conventionele brandstof varen: Tot op heden varen veel van de schepen op conventionele brandstoffen die broeikasgassen uitstoten, wat een aanzienlijk deel van onze scope 3-emissies omvat (aangezien de bevrachter de brandstof koopt). Sommige schepen varen op alternatieve brandstoffen, zoals LPG of biobrandstof.
-
Infrastructuureenheden die conventionele brandstof gebruiken: De infrastructuureenheden gebruiken conventionele brandstof om te functioneren.
-
Broeikasgasemissies in verband met de productie, het transport van reserveonderdelen en diensten, en zakenreizen: De exploitatie en het onderhoud van de vloot, de daarmee samenhangende reizen van de bemanning alsook de aankopen worden voornamelijk intern georganiseerd.
-
Transport en transformatie van koolwaterstoffen: Het transport en de transformatie van koolwaterstoffen vormen de kernactiviteit van EXMAR. Er is een indirecte bijdrage aan de broeikasgasemissies via de klanten van EXMAR, aangezien de winning van koolwaterstoffen veel broeikasgasemissies veroorzaakt en geen hernieuwbare energiebron is.
-
Transport van ammoniak: EXMAR vervoert voornamelijk grijze ammoniak (emissie-intensieve winning). Daardoor dragen we indirect negatief bij aan de broeikasgasemissies. De schepen zijn echter ook in staat om koolstofarme ammoniak te vervoeren en staan klaar om de industrie te ondersteunen wanneer de behoefte aan het vervoer van koolstofarme ammoniak toeneemt.
Risico's
Naast het bovenstaande hebben we 'energietransitie' gedefinieerd als een materieel risico voor EXMAR. De energietransitie is in volle gang, waarbij wordt afgestapt van olie en gas en wordt overgestapt op meer elektrificatie, de inzet van hernieuwbare energie, distributie- en opslaginfrastructuur, en de invoering van opkomende koolstofarme technologieën zoals biogas, groene waterstof en ammoniak. We proberen dit risico om te zetten in een opportuniteit door te investeren in schepen die op alternatieve brandstoffen (LPG of ammoniak) varen of in schepen en infrastructuureenheden die gebruik kunnen maken van walstroom.
Het risico van de energietransitie werd geïdentificeerd als een klimaatgerelateerd transitierisico. Er werden geen materiële klimaatgerelateerde fysieke risico's geïdentificeerd in de activiteiten van EXMAR of in de waardeketen. Bij de bouw van schepen (schepen of infrastructuureenheden) voeren we zeer grondige veiligheidsstudies uit om ervoor te zorgen dat ze bestand zijn tegen stormen en de gevolgen van klimaatverandering op zee kunnen weerstaan.
Bovendien moet worden opgemerkt dat onze huidige beoordeling van transitierisico's slechts één klimaatgerelateerd scenario gebruikt: het IMO-traject dat tot doel heeft de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot ruim onder 2°C boven het pre-industriële niveau en te streven naar een beperking van de stijging tot 1,5°C. Hoewel de
78 3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
scheepvaartsector niet rechtstreeks is opgenomen in noch afgestemd op het Akkoord van Parijs, is EXMAR er van overtuigd dat de aanpak van de klimaatcrisis collectieve actie vereist die grenzen overschrijdt en de zeeën overspant.
In de toekomst zullen verschillende klimaatgerelateerde scenario's worden beoordeeld om meer dan één scenario op te nemen en de beoordeling robuuster te maken. Wanneer verschillende klimaatgerelateerde scenario's worden opgenomen, zullen zowel de fysieke als de overgangsrisico's opnieuw worden geëvalueerd. In deze analyse zullen we ervoor zorgen dat er een koppeling wordt gemaakt met het businessplan van EXMAR en de bijbehorende financiële statements.
![]() |
|---|
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
| IMPACT | IRO | BELANGRIJKSTE CONCEPT(EN) VAN EXMAR | GENOMEN MAATREGELEN | GEPLANDE ACTIES | TIJDS-HORIZON |
|---|---|---|---|---|---|
| + | Brandstoftransitie | Gasmoleculen als transitie | Klanten methoden aanbieden om over te stappen op koolstofarme brandstoffen. Twee nieuwe schepen op alternatieve brandstof in beheer in 2025. | Acht schepen op alternatieve brandstoffen in beheer gepland voor 2026. | Korte termijn |
| Innovatie en engineering | Schepen uitrusten voor het vervoer van groene ammoniak. Invloed uitoefenen op regelgevende ontwikkelingen waardoor ammoniak als brandstof op gastankers wordt toegestaan. | Investeringen in onderzoek en ontwikkeling van schepen op ammoniak en CO₂-tankers. | Middellange termijn | ||
| + | Ammoniak als meststof | Invloed van de industrie | Positieve bijdrage aan het wereldwijde transport van ammoniak als grootste onafhankelijke vervoerder. Mogelijkheden om koolstofarme ammoniak te vervoeren. | Toekomst: koolstofarm ammoniaktransport met schepen die varen op koolstofarme ammoniak (levering 2026). | Middellange termijn |
| - | Investerings-portefeuille | Sterk ontwerp | Joint venture: één conventioneel aangedreven schip verkocht in 2024 en één in 2025. | Oudere conventionele brandstofschepen te koop aanbieden met het oog op de vernieuwing van de vloot | Korte termijn |
| Gasmoleculen als overgang | Joint venture: investeren in een nieuwe vloot van dual-fuel schepen, die LPG kunnen verbranden. Nieuwe schepen die varen op overgangsbrandstof LPG | Korte termijn | |||
| Innovatie en engineering | Joint venture: investeren in een nieuwe vloot van dual-fuel schepen, die ammoniak kunnen verbranden. Nieuwe schepen gaan varen op ammoniak | Korte termijn | |||
| Innovatie en engineering | Verhoging van de energie-efficiëntie (minimalisering van het brandstofverbruik) door een efficiënt nieuw scheepsontwerp | Geen acties gedefinieerd. | N.v.t. | ||
| - | Schepen die op conventionele brandstof varen | Sterk ontwerp | In 2025 zijn drie oudere schepen op conventionele brandstof verkocht. | Verkoop van een deel van de oudere schepen op conventionele brandstof | Korte termijn |
| Gasmoleculen als overgang | Twee zeer grote gastankers (VLGC) en drie middelgrote gastankers (MGC) met dual-fuel motoren (LPG) | Schepen die op LPG varen als overgangsbrandstof (korte termijn). | Korte termijn | ||
| Efficiënte bedrijfsvoering | Verhoog de energie-efficiëntie door de scheepsoperaties te optimaliseren (Ship Energy Efficiency Management Plan (SEEMP) & Energy Manual in SMS). | Start een dialoog met belanghebbenden om schepen zonder dual-fuel motoren schonere brandstoffen te laten gebruiken, zoals biobrandstofmengsels | Middellange termijn | ||
| Efficiënte bedrijfsvoering | We leiden personeel op in energie-efficiëntie. | Behoud van ISO 50001 (certificaat voor energiebeheersysteem) | Korte termijn | ||
| Emissies bijhouden via meer digitalisering en prestatiebewaking, waardoor een meer diepgaande gegevensanalyse van de prestaties van schepen mogelijk wordt. | Stroomlijn de integratie van digitale platforms in het hele bedrijf en breid de automatische monitoring en uitwisseling van sensorgegevens uit. | Middellange termijn | |||
| Hoge regelgevingsnormen | Regelgevende rapportage van emissies volgens EU MRV, UK MRV, IMO DCS en FuelEU Maritime. | Opvolging van de EEXI- en EEDI-normen voor bestaande schepen en CII in overeenstemming met de regelgeving. | Korte termijn |
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR 81
| IMPACT | IRO | BELANGRIJSESTE CONCEPTIËN VAN EXMAR | GENOMEN MAATREGELEN | GEPLANDE ACTIES | TIJDS-HORIZON |
|---|---|---|---|---|---|
| - | Infrastructuur-eenheden die conventionele brandstof gebruiken | Sterk ontwerp | Eemshaven LNG werkt op walstroom | Investeren in walstroom of restwarmteopvang voor toekomstige infrastructuurunits | Middellange termijn |
| Innovatie en engineering | Drijvende infrastructuur voor opslag en transformatie van blauwe en groene moleculen wordt onderzocht | Lange termijn | |||
| Efficiënte bedrijfsvoering | Verhoging van de energie-efficiëntie door optimalisatie van de scheepsoperaties (SEEMP & Energy Manual in SMS). | Handhaving van ISO 50001 (certificaat voor energiebeheersystemen) | Korte termijn | ||
| We leiden personeel op in energie-efficiëntie. | Bedrijfsspecifieke energietraining voor de bemanning | Korte termijn | |||
| - | Broeikasgas-emissies in verband met productie, transport van reserve-onderdelen en diensten, en zakenreizen | Efficiënte bedrijfsvoering | Emissies bijhouden voor transport van reserveonderdelen | Voorbereiding op consolidatie van logistiek | Korte termijn |
| Emissies voor zakenreizen bijhouden | Visualiseer de CO₂-uitstoot voor elke vlucht en identificeer de meest brandstofefficiënte routes. | Middellange termijn | |||
| Optimaliseer bemanningswisselingen, logistiek, efficiënte planning en coördinatie. | Korte termijn | ||||
| Maak een schatting van de broeikasgasemissies in verband met aangekochte goederen en diensten | Stap over van schattingen naar werkelijke emissies voor de grootste leveranciers. | Korte termijn | |||
| Investeren in een systeem dat meer lokale aankopen mogelijk maakt. | Korte termijn | ||||
| - | Transport en transformatie van koolwater-stoffen | Innovatie en engineering | Infrastructuuroplossingen spelen een cruciale rol bij het verminderen van affakkelen tijdens de winning van koolwaterstoffen | Investeer in onderzoek en ontwikkeling van CO₂-dragers. | Middellange termijn |
| - | Transport van grijze ammoniak | Invloed van de industrie | In kaart brengen van de hoeveelheid getransporteerde grijze versus blauwe en groene ammoniak. | Korte termijn | |
| Open dialoog met belanghebbenden om te begrijpen hoe we hen kunnen ondersteunen met koolstofarme logistiek. Marketing van onze met ammoniak aangedreven schepen voor de koolstofarme ammoniakmarkt | Middellange termijn |
82 3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
Materiële IROs met betrekking tot eigen personeel (S1)
Met betrekking tot ons eigen personeelsbestand hebben we vijf positieve effecten en twee negatieve effecten als materieel geïdentificeerd, die allemaal kunnen worden gekoppeld aan onze overkoepelende ESG-strategie en de VN Duurzaamheidsdoelen ('Sustainable Development Goals' – SDGs).
Positieve effecten
-
Bevordering van de veiligheid van zeevarenden en werknemers: Bij EXMAR streven we ernaar om de hoogste normen toe te passen en de industrienormen te overtreffen door middel van innovatieve processen en met respect voor ons personeel en het milieu waarin we actief zijn. De HSEQ-afdeling zoekt voortdurend naar manieren om processen te optimaliseren en onze prestaties te verbeteren. Dit betreft in de eerste plaats het opstellen van beleid en procedures om ervoor te zorgen dat werknemers en zeevarenden in een veilige en gezonde omgeving kunnen werken. Ten tweede streeft ons programma 'Taking the Safety Lead' (TTSL) naar een hoger niveau van veiligheidsmaturiteit met als doel het bereiken van een cultuur van proactief leiderschap. TTSL is een effectief instrument om de leiderschapsvaardigheden van de officieren te ontwikkelen en het potentieel van junioren te benutten, waardoor hun praktische vaardigheden worden verbreed en verankerd in de juiste mentaliteit. TTSL cultiveert en versterkt de perceptie van medewerkers van de EXMAR-manier van werken. Meer informatie over TTSL is beschikbaar in Hoofdstuk 3.3 – Sociaal.
-
Multiculturele omgeving: We bevorderen diversiteit en besteden veel aandacht aan gediversifieerde teams, wat leidt tot een grote verscheidenheid aan nationaliteiten, culturen, leeftijden en geslachten aan boord en in onze kantoren.
-
Alle contracten volgens de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO) + Vrijheid van vereniging voor onze werknemers: Deze positieve effecten worden samen beschreven omdat ze met elkaar verband houden. CAOs bieden voordelen voor zeevarenden en kantoormedewerkers, zoals betere lonen en secundaire arbeidsvoorwaarden, werkzekerheid, veiligere arbeidsomstandigheden en een sterkere stem op de werkplek. De CAOs voor kantoorpersoneel zijn in overeenstemming met het Paritair Comité, voor zover van toepassing. Daarnaast stimuleert EXMAR actieve participatie van werknemers en staat het al onze medewerkers vrij om zich aan te sluiten bij erkende vakbonden.
-
Hoogopgeleid en getraind bemannings- en kantoorpersoneel: Wij hechten veel waarde aan de ontwikkeling van mensen volgens de geldende regelgeving in de sector, maar gaan verder dan de regelgeving en cultiveren het interne talent. De maritieme gassector vereist specifiek opgeleide mensen en daarom bestaan er relevante opleidingsprogramma's om de competentie van het personeel te ondersteunen.
Negatieve effecten
-
Verlies van werktijd door letsel: Aangezien onze medewerkers vaak in gevaarlijke omgevingen werken, is ernstig persoonlijk letsel mogelijk, met blijvende gedeeltelijke/totale invaliditeit of overlijden tot gevolg. Daarnaast kunnen onze medewerkers ook te maken krijgen met burn-out.
-
Adequate huisvesting voor bemanning (aan boord) en voor kantoorpersoneel dat verhuist: We investeren voortdurend in adequate huisvesting voor onze zeevarenden en ons kantoorpersoneel dat naar het buitenland verhuist.
Risico's
Naast het bovenstaande zijn er twee risico's verbonden aan ons eigen personeelsbestand. Deze houden niet specifiek verband met onze strategie of de SDGs. Aangezien we echter een geïntegreerde aanpak hanteren, worden voor beide risico's de beperkende maatregelen en/of voorbereidingen op veerkracht (gedeeltelijk) gedekt door andere acties die verband houden met de effecten. Deze risico's hebben betrekking op:
Veiligheidsongevallen als gevolg van het uitvallen van veiligheidsrelevante apparatuur of een ongeval: Een veiligheidsongeval kan zich voordoen als gevolg van een ongeval of het uitvallen van veiligheidsrelevante apparatuur, wat kan leiden tot off-hire, hoge reparatiekosten, vertragingen en totaal verlies van een schip of een project, evenals persoonlijk letsel en mogelijke burn-out.
Hogere arbeidskosten en verminderde flexibiliteit:
Collectieve arbeidsovereenkomsten kunnen de flexibiliteit van het management beperken bij het plannen van werkroosters, het toewijzen van taken of het ontslaan van personeel tijdens economische neergangen. Onderhandelde loonsverhogingen, verbeterde secundaire arbeidsvoorwaarden en kortere werktijden kunnen onze arbeidskosten direct verhogen.
Bovendien voerden we een gestructureerde risicobeoordeling van ons personeel uit via directe betrokkenheid. Door middel van enquêtes en gegevensanalyse van incidentrapporten en veiligheidsaudits konden we het personeel identificeren dat een groter risico op letsel loopt.
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
Factoren zoals gevaarlijke werkomgevingen, individuele demografische kwetsbaarheden en de aard van de activiteiten worden systematisch geëvalueerd. Zo zijn werknemers die op schepen werken waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd, geïdentificeerd als werknemers met een verhoogd risicoprofiel. Hoewel het hele personeelsbestand (zeevarenden en kantoorpersoneel) in de DMA in aanmerking is genomen, is het duidelijk dat de meeste geïdentificeerde IROs relevanter zijn voor zeevarenden, aangezien schepen een gevaarlijkere omgeving vormen dan kantoorruimtes. Bijgevolg zijn de veiligheidsmaatregelen en de bijbehorende opleidingen aanzienlijk uitgebreider voor zeevarenden of kantoorpersoneel dat regelmatig de vloot bezoekt.
Daarenboven moeten we erkennen dat transitieplannen die gericht zijn op het verminderen van de milieu-impact en het realiseren van groenere, klimaatneutrale activiteiten, ook gevolgen hebben voor onze werknemers. De overgang naar alternatieve
brandstoffen zoals LPG of ammoniak stelt strengere eisen aan opleiding en kwalificaties. Hoewel EXMAR uitgebreide ervaring heeft met het beheer van LPG en ammoniak als lading, vereist het gebruik ervan als brandstof aanvullende veiligheidsmaatregelen en gespecialiseerde technische expertise.
Ten slotte, hoewel EXMAR actief is op meerdere locaties wereldwijd met verschillende risicoprofielen, worden de toepasselijke internationale, regionale, lokale en klantspecifieke vereisten geïdentificeerd en nageleefd voor zowel activiteiten aan wal als aan boord. Dit omvat de voortdurende strijd tegen gedwongen of verplichte arbeid en kinderarbeid. De risico's op incidenten in verband met dergelijke arbeid in de maritieme en offshore-sector worden beperkt en beheerst door beleidslijnen en procedures die zijn opgesteld in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke vereisten (bijv. het Maritiem Arbeidsverdrag 2006 – MLC) die van toepassing zijn op alle entiteiten binnen de groep en worden geïmplementeerd in alle geografische gebieden waar

84 3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
activiteiten plaatsvinden.
| IMPACT | IRO | BELANGRIJKSTE CONCEPT(EN) VAN EXMAR | GENOMEN MAATREGELEN | GEPLANDE ACTIES | TIJDS-HORIZON |
|---|---|---|---|---|---|
| + | Bevordering van de veiligheid van zeevarenden en werknemers | Hoge regelgevings-normen | Veiligheidsbeheersysteem en HSEQ-beleid | Regelmatige audits, certificering en jaarlijkse SMS-beoordelingen | Korte termijn |
| Veiligheids-volwassenheid | Preventie van veiligheidsongevallen via het Taking the Safety Lead-programma | Herziening en verbetering van initiatieven op het gebied van veiligheidscultuur | Middellange termijn | ||
| Veiligheidscampagnes | Het zoveel mogelijk beperken van ongevallen en incidenten | Korte termijn | |||
| Veiligheidscampagnes organiseren en incidenten en bijna-ongevallen delen | Korte termijn | ||||
| + | Multiculturele omgeving | Als één familie optreden | Diversiteit bevorderen en zorgvuldige aandacht besteden aan gediversifieerde teams | We zorgen ervoor dat de drie grootste nationaliteitsgroepen binnen onze zeevarenden niet meer dan 65% van onze totale bemanningsdiversiteit uitmaken. | Korte termijn |
| + | Alle contracten zijn in overeenstemming met de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO) en vrijheid van vereniging voor onze werknemers | Als één familie optreden | Onze contracten garanderen eerlijke arbeidsvoorwaarden en zijn opgesteld in overeenstemming met de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten, voor zover van toepassing. | Er zijn geen geplande acties gedefinieerd, aangezien de genomen maatregelen in dit stadium voldoende lijken. Dit kan opnieuw worden beoordeeld wanneer dat nodig wordt geacht. | N.v.t. |
| + | Hoogopgeleid en getraind personeel en kantoor-personeel | Hoge regelgevings-normen | Opleiding en tewerkstelling van gekwalificeerd personeel in overeenstemming met vastgestelde matrices, volgens internationale en lokale regelgeving | Regelgevende en verplichte opleiding voor personeel | Korte termijn |
| Veiligheidsvolwassenheid | Opleiding en tewerkstelling van gekwalificeerd personeel in overeenstemming met vastgestelde matrices, volgens internationale en lokale regelgeving | Aanvullende opleiding voor onze bemanning met bedrijfsspecifieke opleidingen | Korte termijn | ||
| - | Verlies van werktijd door letsel | Hoge regelgevings-normen | Zie de maatregelen ter bevordering van de veiligheid, aangezien deze onze initiatieven om letsel met verzuim te voorkomen omvatten. | Er zijn geen geplande maatregelen gedefinieerd, aangezien de genomen maatregelen in dit stadium voldoende lijken. Dit kan opnieuw worden beoordeeld wanneer dat nodig wordt geacht. | Korte termijn |
| Veiligheidsvolwassenheid | N.v.t. | ||||
| - | Adequate huisvesting voor bemanning (aan boord) en voor kantoor-personeel dat verhuist | Hoge regelgevings-normen | Onze schepen die na 2013 zijn gebouwd, zijn ontworpen volgens normen die verder gaan dan de MLC-voorschriften | Er zijn geen geplande acties gedefinieerd, aangezien de genomen maatregelen in dit stadium voldoende lijken. Dit kan opnieuw worden beoordeeld wanneer dat nodig wordt geacht. | N.v.t. |
| Als één familie optreden | Begeleid kantoorpersoneel dat naar het buitenland verhuist bij de integratie in het lokale land | N.v.t. |
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR 85
Materiële IROs met betrekking tot zakelijk gedrag (G1)
Binnen het thema zakelijk gedrag werden één materiële positieve impact en één materieel risico vastgesteld.
Positieve impact
Preventie en opsporing van mogelijke corruptie, waaronder omkoping/facilitering: EXMAR traint zijn medewerkers om mogelijke corruptie, omkoping en facilitering effectief te voorkomen en op te sporen. Dit draagt bij aan naleving en ethische bedrijfspraktijken en biedt medewerkers de juiste tools om activiteiten uit te voeren, zoals contractonderhandelingen, havenbezoeken van schepen, douanecontroles en interacties met oneerlijke personen.
Risico's
Invloed op nieuwe internationale en lokale regelgeving: Dit financiële risico vloeit voort uit onze activiteiten binnen een voortdurend veranderend regelgevingslandschap, waarbij we worden geconfronteerd met de uitdaging om ons aan te passen aan nieuwe en/of strengere bestaande regelgeving. We volgen deze ontwikkelingen voortdurend en nemen deel aan verschillende brancheorganisaties om deze regelgevingskaders mede vorm te geven.
| IMPACT | IRO | BELANGRIJKSTE CONCEPT(EN) VAN EXMAR | GENOMEN MAATREGELEN | GEPLANDE ACTIES | TIJDS-HORIZON |
|---|---|---|---|---|---|
| + | Preventie en opsporing van mogelijke corruptie, waaronder omkoping/facilitering | Optreden als één familie | Net als in 2024 blijven we ons in 2025 richten op het effectief opleiden van medewerkers om mogelijke corruptie te voorkomen en op te sporen. | We blijven streven naar nul omkopingsincidenten | Korte termijn |
| IMPACT | IRO | BELANGRIJKSTE CONCEPT(EN) VAN EXMAR | GENOMEN MAATREGELEN | GEPLANDE ACTIES | TIJDS-HORIZON |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Financieel | Invloed op nieuwe internationale en lokale regelgeving | Hoge regelgevings-normen | Voortdurende opvolging van nieuwe en bijgewerkte bestaande regelgeving | Naleving van toepasselijke regelgeving | Korte termijn |
| Invloed op de sector | Deelname aan verschillende brancheorganisaties om regelgevingskaders mee vorm te geven | Bewustzijn van regelgeving en het leveren van expertise bij het opstellen van ontwerpregelgeving | Korte termijn |
86 3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
3.1.3.3.2 Onze materiële IROs koppelen aan de SDGs
Onderstaande afbeelding verbindt elke materiële IRO aan één of meer Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDGs). Dit demonstreert hoe elke IRO, en de bijbehorende sleutelbegrippen (zie bovenstaande tabellen), geplaatst kunnen worden binnen het overkoepelende kader en de doelen van de Verenigde Naties, alsook hoe EXMAR wenst bij te dragen aan het bereiken van deze doelen.
| • Ammoniak als meststof | |
|---|---|
| • Veiligheid van zeevarenden en kantoorpersoneel | |
| • Bevordering van de veiligheid van zeevarenden en kantoorpersoneel | |
| • Hoogopgeleid en getraind personeel en kantoorpersoneel | |
| • Preventie en opsporing van mogelijke corruptie, waaronder omkoping/facilitering | |
| • Schepen die op conventionele brandstof varen | |
| • Infrastructuureenheden die conventionele brandstof gebruiken | |
| • Veiligheid van zeevarenden en kantoorpersoneel | |
| • Multiculturele omgeving | |
| • Alle contracten zijn in overeenstemming met de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO) en vrijheid van vereniging voor onze werknemers | |
| • Adequate huisvesting voor bemanning (aan boord) en voor kantoorpersoneel dat verhuist | |
| • Transport en transformatie van koolwaterstoffen | |
| • Brandstoftransitie | |
| • Schepen die op conventionele brandstof varen | |
| • Infrastructuureenheden die conventionele brandstof gebruiken | |
| • Investeringssportefeuille | |
| • Broeikasgasemissies in verband met productie, transport van reserveonderdelen en diensten, en zakenreizen | |
| • Transport van grijze ammoniak | |
| • Invloed op nieuwe internationale en lokale regelgeving | |
| • Schepen die op conventionele brandstof varen | |
| • Investeringssportefeuille | |
| • Broeikasgasemissies in verband met productie, transport van reserveonderdelen en diensten, en zakenreizen |
3.1.3.3.3 Financiële risico's
De belangrijkste financiële risico's van EXMAR hebben betrekking op investeringen, arbeidskosten en naleving van regelgeving. Door middel van een proactief compliance- en risicobeheerkader streven we ernaar deze risico's te beperken en tegelijkertijd een duurzame en verantwoorde bedrijfsvoering te waarborgen.
In de tabel geven we onze financiële risico's voor elk domein weer. De onderstaande teksten bieden meer uitleg en verduidelijkking.
| DOMEIN | BEDRAG |
|---|---|
| Investeringen in nieuwe technologie | Ongeveer 300 miljoen USD |
| Stijging van de arbeidskosten | Ongeveer 0,4 miljoen USD |
| Regelgevingskosten | Ongeveer 1,8 miljoen USD |
Investeringen in nieuwe technologie
In de eerste plaats investeren we voortdurend in zuinigere schepen. In 2025 werden er reeds twee nieuwe LPG-schepen met dubbele brandstof geleverd. Momenteel houden we toezicht op de bouw van vier middelgrote gastankers, uitgerust met geavanceerde dual-fuel ammoniakmotoren, bij HD Hyundai Mipo in Zuid-Korea. Bovendien zijn er nog vier middelgrote gastankers met dual-fuel LPG-motoren in aanbouw bij CIMC Sinopacific.
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
Deze investeringen tonen aan hoe EXMAR een voortrekkersrol vervult in het gebruik van schonere en duurzamere scheepsbrandstoffen en investeert in (nieuwe) technologie én die de uitstoot aanzienlijk verminderen.
Ten tweede zetten we ons in om de duurzaamheid binnen de maritieme sector te verbeteren, maar geloven we ook in een gediversifieerde energiemix. Onze recentste investering in olietankers is daarom nog steeds relevant en stelt ons in staat om onze middelen te diversifiëren en tegelijkertijd te profiteren van gunstige trends op de scheepvaartmarkt. De toevoeging van deze schepen met een hoge capaciteit en scrubbers benadrukt onze strategische focus op groei, efficiëntie en langdurig marktleiderschap in het tanksegment.
Ten slotte investeren we ook in digitale tools, zowel in onze kantoren als aan boord van onze schepen, waardoor onder andere de datakwaliteit wordt verbeterd.
Stijging van de arbeidskosten
De meeste van onze schepen varen onder een EU-vlag – een aanzienlijk deel onder Belgische of Franse vlag – wat onze bemanningskosten verhoogt. Deze vlaggen brengen strengere regels met zich mee, zoals strengere arbeidsvoorschriften, wat resulteert in hogere arbeidskosten dan bij onze concurrenten. We willen ons echter aan deze voorschriften blijven houden, omdat ze ons aantrekkelijker maken voor onze klanten en werknemers, door een hoger percentage van personeelsbehoud. Een vergelijking op basis van vergelijkbare omstandigheden wijst op extra jaarlijkse kosten van ongeveer USD 200.000 per schip, als gevolg van de vereisten voor de samenstelling van de bemanning (21 bemanningsleden per schip, waarvan 25% uit de EU afkomstig is). Vermits in 2025 twee schepen werden geleverd, worden de bijkomstige kosten geschat op USD 400.000.
Kosten in verband met regelgeving
We zijn actief in een sterk gereguleerde sector, wat leidt tot bijkomende kosten. Als we specifiek kijken naar regelgeving op het gebied van duurzaamheid, zijn de grootste kostenposten verbonden aan CSRD-conforme rapportage, de EU-emissiehandelssystemen (EU ETS) en FuelEU Maritime. Voor deze laatste twee regelgevingen definiëren we duidelijk de financiële verantwoordelijkheid voor naleving tussen de contractpartijen, inclusief specifieke bepalingen die betrekking hebben op de daarmee samenhangende kosten binnen de tijdcharterovereenkomsten. Het niet naleven van de regelgeving kan echter aanzienlijke juridische en financiële kosten met zich meebrengen. Op 31/12/25 hadden we ongeveer 1,8 miljoen USD aan uitstaande EU-emissierechten die in 2026 moeten worden vereffend.
Daarnaast is EXMAR een groot voorstander van de implementatie van het Net-Zero Framework van de IMO: een regelgevend kader voor de hele sector dat bindende broeikasgasnormen en een wereldwijd koolstofprijsmechanisme voor de scheepvaart voorschrijft. In november 2025 werd het besluit over het Net-Zero Framework echter met een jaar uitgesteld, waardoor de scheepvaartsector in een vacuüm terechtkwam. Als gevolg daarvan twijfelen juridische, commerciële en ESG-teams over hoe ze de strategieën voor decarbonisatie op koers kunnen houden, terwijl de verwachtingen voor formele regelgeving nog steeds onzeker zijn.
3.1.3.3.4 Niet-materiële onderwerpen
De DMA heeft er ook toe geleid dat verschillende onderwerpen als 'niet-materieel' zijn aangemerkt, waardoor de bijbehorende ESRS-onderwerpen niet-materieel werden bevonden. Deze zijn bijgevolg niet opgenomen in dit verslag:
- ESRS E2: Vervuiling
- ESRS E3: Water en mariene hulpbronnen
- ESRS E4: Biodiversiteit en ecosystemen
- ESRS E5: Gebruik van hulpbronnen en circulaire economie
- ESRS S2: Werknemers in de waardeketen
- ESRS S3: Getroffen gemeenschappen
- ESRS S4: Consumenten en eindgebruikers
De redenen voor het niet-materieel zijn van bovenstaande normen worden uiteengezet in Bijlage 1: Toelichting voor niet-materiële onderwerpen.
ESRS E1 over klimaatverandering is wel relevant voor EXMAR, maar dat de sub topics klimaatadaptatie (ESRS E1-1) en energie (ESRS E1-5) zijn dat niet. De argumenten hiervoor zijn als volgt:
- Aanpassing aan klimaatverandering: Extreme weersomstandigheden die leiden tot onveilige situaties of vertragingen vormen geen materieel risico, aangezien de schepen van EXMAR zijn gebouwd om slecht weer te weerstaan. Bovendien kunnen schepen worden omgeleid om slecht weer te vermijden of te schuilen.
- Energie: Het totale energieverbruik van EXMAR is minimaal (zie Hoofdstuk 3.1 – Milieu). Onze scope 1- en 2-emissies, en dus ook het totale energieverbruik, zijn zeer beperkt. Bovendien zijn de mogelijke gevolgen van de volatiliteit van de energie- en grondstoffenmarkten (bijvoorbeeld grotere onzekerheid in de financiële planning en de prognoses voor belangrijke grondstoffen, wat leidt tot hogere kosten voor risicobeheer) meer van toepassing op de olie-industrie dan op de gasindustrie. EXMAR vervoert geproduceerde lading, die deel uitmaakt van een industrieel proces. Bijgevolg werken we voornamelijk met middellange- tot langetermijncontracten en slechts in uitzonderlijke gevallen op spotbasis.
In het licht van het bovenstaande bevat dit verslag geen informatie over aanpassing aan klimaatverandering. 'Energie' is bij wijze van uitzondering opgenomen vanwege de nauwe onderlinge afhankelijkheid met het materiële onderwerp klimaatverandering.
3.1.4 Dataverzameling
Met de dubbele materialiteitsbeoordeling hebben we onze materiële onderwerpen gedefinieerd vanuit het oogpunt van impact, financiële aspecten en dubbele materialiteit. Vervolgens hebben deze onderwerpen bepaald welke ESRS van toepassing zijn en welke gegevens in dit rapport moeten worden vermeld. De volgende stap bestond uit een gap-analyse om te beoordelen welke informatie al beschikbaar was en in welk formaat. De gap-analyse en daarmee de gegevensverzameling bleek in 2024 een enorme klus te zijn, aangezien de informatie verspreid zat over de EXMAR Groep, op verschillende niveaus en in verschillende entiteiten. In 2025 zijn veel inspanningen geleverd om het gegevensverzamelingsproces te stroomlijnen en de efficiëntie en validatie/ controles te verbeteren. Onder coördinatie van het Hoofd ESG & Compliance, verantwoordelijk voor duurzaamheid op groepsniveau, streven we ernaar de gegevensverzameling en rapportage te structureren, duidelijke gegevensstromen te ontwikkelen (inclusief strikte planning en deadlines), toezicht te houden en zoveel mogelijk te automatiseren. Hoewel er al verschillende stappen zijn gezet, is het proces nog lopende en zijn er aanpassingen nodig wanneer zich uitdagingen of problemen voordoen.
In het algemeen is onze ESG-taskforce verantwoordelijk voor het ontwikkelen, verzamelen en beveiligen van onze gegevensverzameling. Deze groep bestaat uit mensen uit verschillende afdelingen en entiteiten, met specifieke kennis en expertise. Hoofdstuk 3.4 -- Governance gaat dieper in op de ESG-taskforce, haar leden en hun input en output. Concreet wordt het gegevensverzamelingsproces gecoördineerd door het Hoofd ESG & Compliance. Zij is verantwoordelijk voor het verzamelen, controleren en consolideren van alle gegevens van de verschillende dataleveranciers wereldwijd. Daarnaast is zij de contactpersoon voor audit en verantwoordelijk voor het waarborgen van de controleerbaarheid van het proces en het eindrapport. Details over onze gegevensverzameling worden verstrekt in de hoofdstukken over milieu-, sociale en governance-onderwerpen, waarin het volledige proces wordt beschreven en informatie wordt gegeven over gegevenswijzigingen (indien nodig).
3.1.4.1 Schattingen
We optimaliseren ons dataproces om een efficiënte, consistente en continue datastroom te creëren, waarbij we de nodige controles en validatie integreren. Voor verschillende datapunten ontbreken echter nog steeds directe metingen. De onderstaande tabel toont de metrics waarvoor we gebruikmaken van schattingen (indirecte bronnen). We zijn ervan overtuigd dat deze een minimaal effect hebben op de nauwkeurigheid van de gegevens, om vier redenen. Ten eerste, zijn de schattingen niet van toepassing op alle entiteiten die worden opgenomen in deze rapportage. Zo beschikken we bijvoorbeeld over reële, accurate, data voor de kantoren voor EXMAR nv en EXMAR Ship Management, waardoor schattingen niet nodig zijn. Ten tweede, vertegenwoordigen scope 1- en scope 2-emissies slechts 0.54% van onze totale broeikasgasemissies (1% in 2024). Ten derde, beschikken we over actuele data voor de emissies gerelateerd aan het brandstofverbruik van de schepen, die 89% van de scope 3 emissies representeren. Tot slot is het aantal gewerkte uren van kantoormedewerkers minimaal in vergelijking met het aantal gewerkte uren van onze zeevarenden, waarvoor we over actuele gegevens beschikken. Ter conclusie, kunnen we stellen dat EXMAR geen kwantitatieve gegevens of geldbedragen heeft met een hoge mate van meetonzekerheid.
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR 89
| METINGEN | SCHATTINGEN | |
|---|---|---|
| Uitstoot kantoren (Scope 1) | Brandstofverbruik voor verwarming en koeling | De werkelijke oppervlakte van de kantoorruimte (bij voorkeur): |
| Werkelijke totale m² * CO₂ equivalent/jaar | ||
| Het aantal mensen dat in het kantoor werkt: aantal mensen * CO₂ equivalent/jaar | ||
| Emissies kantoren (Scope 2) | Elektriciteitsverbruik voor verwarming, koeling en verlichting | De werkelijke oppervlakte van de kantoorruimte (bij voorkeur): |
| werkelijke totale m² * factor voor kWh-verbruik per jaar * CO₂ equivalent/jaar | ||
| Het aantal mensen dat in het kantoor werkt: aantal mensen * factor voor kWh-verbruik per jaar * Gemiddelde m² kantoor per persoon * CO₂ equivalent/jaar | ||
| Emissies kantoren (Scope 3) | Woon-werkverkeer van werknemers | Aantal mensen dat met de auto reist (niet in eigendom/lease van EXMAR) * Gemiddelde afgelegde afstand (km) per werkdag per werknemer * CO₂ equivalent voor een middelgrote dieselauto |
| Afvalbeheer | Aantal mensen op kantoor * CO₂ equivalent voor kantooraflval/jaar | |
| Hotelovernachtingen | Aantal hotelovernachtingen * CO₂ equivalent voor hotelovernachtingen in een bepaald land | |
| Emissies schepen (Scope 3) | Aankoop van schepen, goederen en diensten | Op basis van uitgaven |
| Emissies kantoren (Scope 3) | Kantoorkosten | Op basis van uitgaven |
| Sociaal kantoorpersoneel | Werktijden van kantoormedewerkers | Aantal uren dat mensen contractueel per week werken * 11 (gemiddeld aantal weken per kwartaal) |
Het is onze ambitie om de schattingen zoveel mogelijk te beperken. Daarom onderzoeken we uitgebreide en nauwkeurige methoden voor gegevensverzameling in onze hele waardeketen, waaronder de mogelijkheid om actuele data te verkrijgen van eigenaren van gebouwen (scope 1&2) en belangrijke leveranciers (scope 3), om af te stappen van berekeningen op basis van uitgaven.
In 2025 zijn er al enkele methodologische wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van 2024:
-
Voor scope 1- en scope 2-gegevens (brandstofverbruik en elektriciteitsverbruik) voor ons hoofdkantoor (kantoor in Antwerpen) gebruiken we nu de gegevens van MCA (faciliteit). Zij verstrekken ons de bedragen die worden gefactureerd aan alle entiteiten die kantoorruimte huren in hun gebouwen, inclusief de schattingen van m² (op basis van de huurovereenkomst). Dit is anders dan in 2024, toen we de m² zelf hebben geschat.
-
We nemen de statistieken 'koelmiddelverbruik van eigen schepen' en 'koelmiddelverbruik van JV-schepen' op in respectievelijk scope 1 en 3. In 2024 werd dit geschat aan de hand van de volgende berekening: het aantal koelmiddelen*CO₂-equivalent. Vanaf 2025 is dit gebaseerd op werkelijke gegevens, afkomstig uit scheepsrapporten die de hoeveelheid koelmiddelen bevatten die de bemanning op de schepen heeft gebruikt.
-
De emissieberekening voor de aangekochte goederen en diensten werd op twee manieren uitgebreid:
-
De categorie OPEX2 is nu opgenomen. Dit betreft alle aankopen met betrekking tot schepen zonder inkooporder. Voor de overige aankopen geldt een op uitgaven gebaseerde benadering.
-
De categorie kantoorkosten is nu opgenomen. Dit betreft aangeschafte goederen en diensten voor onze kantoren. Er wordt een op uitgaven gebaseerde benadering gehanteerd.
3.1 DUURZAAMHEID BIJ EXMAR
RISICOBEHEER EN CONTROLES OP DUURZAAMHEIDSVERSLAGGEVING
Het interne controlesysteem voor ons proces voor duurzaamheidsverslaggeving bestrijkt het volledige toepassingsgebied en is afgestemd op de doelstellingen, omvang en operationele complexiteit van EXMAR. Het is ontwikkeld en geïmplementeerd onder leiding van het management, waardoor een efficiënte werking wordt gegarandeerd, het gebruik van middelen wordt geoptimaliseerd en een degelijke besluitvorming wordt ondersteund.
Ondanks de inspanningen om het dataverzamelingsproces te stroomlijnen, worden de risico's in verband met gegevens uit de waardeketen van EXMAR nog steeds beschouwd als de belangrijkste risico's voor ESG-rapportage. Met een grotere rapportageomvang sinds 2024 – waarbij veel meer stakeholders betrokken zijn en de grote complexiteit van onze activiteiten werden blootgelegd – zijn de nauwkeurigheid en volledigheid van de gegevens de grootste uitdagingen waar
we voor staan. Deze risico's werden geïdentificeerd in een 'rapportagerisicobeoordeling', binnen ons uitgebreidere risicobeheerkader, uitgevoerd door 'Key Risk Officers' (KRO): sleutelfiguren die verantwoordelijk zijn voor risicobeoordeling en opvolging in specifieke domeinen. Onze risicobeoordeling omvat de kwaliteit van de rapportage, de afstemming op de verwachtingen van belanghebbenden en de wettelijke vereisten, en heeft geleid tot de implementatie van een breder scala aan interne controles, die systematisch worden geïntegreerd in de interne functies en processen van EXMAR. Bij deze aanpak zijn verschillende afdelingen betrokken, waaronder technische, financiële en operationele departementen, evenals gespecialiseerde functies zoals HR, bemanning en HSEQ. Als een van de interne controles tot belangrijke bevindingen leidt, wordt dit door de Key Risk Officers en, indien nodig, aan het Audit- & Risicocomité (ARC) op kwartaalbasis gerapporteerd.
Hoofdstuk 3.4 – Governance biedt aanvullende informatie over ons risicobeheer.
CHAMPAGNY
UPPER PLATFORM


3.2 MILIEU
3.2 MILIEU
Voor een bedrijf als EXMAR, actief in de maritieme sector, is aandacht voor de impact op het milieu een kernverantwoordelijkheid. Maritieme activiteiten dragen bij aan de wereldhandel en de energiezekerheid, maar brengen ook aanzienlijke milieu-uitdagingen met zich mee, zoals broeikasgasemissies en effecten op de biodiversiteit. Aangezien de verwachtingen van de regelgevende instanties, het bewustzijn van de belanghebbenden en de klimaatgerelateerde risico's steeds groter worden, is proactief milieubeheer essentieel om zowel veerkracht op lange termijn als duurzame waardecreatie te garanderen. De eerste stap binnen het milieubeheer is het verkrijgen van inzicht in onze impact en transparante communicatie daarover. Daarom geven we in eerste instantie een overzicht van onze broeikasgasemissies, broeikasgasintensiteit, energieverbruik en energiemix, terwijl we onze methodologie, aannames en reikwijdte voor gegevensverzameling en berekeningen toelichten. Vervolgens wordt onze aanpak van veerkrachtanalyse beschreven, evenals actieplannen voor klimaattransitie en mitigatie.

3.2 MILIEU 93
3.2.1 Broeikasgasemissies
3.2.1.1 REIKWIJDTE EN METHODOLOGIE
De reikwijdte voor de berekening van de broeikasgasemissies van EXMAR is gebaseerd op de consolidatie en het concept van 'operationele controle'. We houden rekening met alle emissies waarover we operationele controle hebben.
De bronnen van koolstofemissies die voor EXMAR in dit rapport worden meegenomen, zijn gegroepeerd in vier groepen:
-
Scope 1: Directe emissies
-
Scope 2: Indirecte uitstoot (elektriciteit)
-
Scope 3: Upstream-emissies, die voortvloeien uit activiteiten waarover wij geen directe controle hebben, maar die wel verband houden met onze bedrijfsactiviteiten
-
Scope 3: Downstream-emissies, die voortvloeien uit activiteiten waarover wij geen directe controle hebben, maar die wel voortvloeien uit onze bedrijfsactiviteiten
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de scope 3-categorieën en demonstreert welke wel en welke niet zijn opgenomen in onze CO₂-berekeningen. De categorieën die zijn opgenomen, dragen aanzienlijk bij aan onze indirecte emissies in de hele waardeketen. Gezien de aard van EXMAR's bedrijfsactiviteiten, dekken onze scope 3-emissies in het algemeen 99.46% van de CO₂-voetafdruk (99% in 2024).
| IN | CATEGORIE | BESCHRIJVING |
|---|---|---|
| 1 | Aangekochte goederen en diensten | Emissies door de aankoop van materialen, producten en diensten die essentieel zijn voor onze scheepsactiviteiten. Dit vormt het grootste deel van deze uitgaven. |
| 3 | Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten (niet opgenomen in scope 1 of 2) | Emissies van energiegerelateerde upstream-processen zoals brandstofwinning, raffinage en transport. |
| 4 | Upstream transport en distributie | Emissies van het transport van goederen en materialen door een externe logistieke dienstverlener. |
| 5 | Afval dat wordt gegenereerd tijdens bedrijfsactiviteiten | Emissies door de verwerking en verwijdering van afval dat wordt gegenereerd door bedrijfsactiviteiten, zowel op kantoor als aan boord. |
| 6 | Zakenreizen | Emissies door reizen van werknemers voor zakelijke doeleinden, inclusief vliegreizen, treinreizen en autoreizen. |
| 7 | Woon-werkverkeer | Emissies als gevolg van het woon-werkverkeer van werknemers. |
| 8 | Upstream geleasde activa | Emissies als gevolg van gecharterde schepen en de lease van een vliegtuig. |
| 13 | Downstream geleasde activa | Emissies als gevolg van verhuurde schepen. |
| 15 | Investeringen | Emissies als gevolg van onze joint ventures (JV). |
| OUT | CATEGORIE | BESCHRIJVING |
| --- | --- | --- |
| 2 | Kapitaalgoederen | De bouw en upgrade van schepen. De bijbehorende CapEx omvat vooruitbetalingen voor nieuwe schepen en kosten in verband met droogdokken en kantoren (bijv. renovaties). Emissies gerelateerd aan de aankoop van schepen worden pas bij de levering van het schip meegenomen. Kosten voor droogdokken en kantoren zijn opgenomen in de emissies die zijn berekend in 3.1 Aangekochte goederen en diensten. |
| 9 | Downstream transport en distributie | Ons bedrijfsmodel omvat geen transport of distributie van verkochte producten. |
| 10 | Verwerking van verkochte producten | Ons bedrijfsmodel omvat geen significante verwerking of transformatie van verkochte producten. |
| 11 | Gebruik van verkochte producten | EXMAR verkoopt geen eindproducten. |
| 12 | Behandeling van verkochte producten aan het einde van hun levensduur | EXMAR recycleert geen schepen. |
| 14 | Franchises | EXMAR werkt niet volgens een franchisemodel. |
De berekening van onze broeikasgasemissies werd opgesteld in overeenstemming met de vereisten van het 'Greenhouse Gas Protocol' (Corporate Accounting and Reporting Standard, 2004; Corporate Value Chain Accounting and Reporting Standard, 2011), met behulp van een speciaal softwarepakket met ingebouwde emissiefactoren.
Het is belangrijk op te merken dat de EXMAR Groep zowel volledige dochterondernemingen (100% eigendom) als joint ventures (JVs) (50% eigendom) omvat. De meeste van onze schepen maken deel uit van JVs, waarvan we 50% in eigendom hebben, en worden verhuurd aan derden. Volgens het GHG Protocol moeten de scope 1- en 2-emissies van
94 3.2 MILIEU
JVs worden opgenomen in scope 3 van de EXMAR Groep, in de categorie 3.15 'Investeringen'. De scope 3-emissies van de JVs hebben betrekking op de emissies van brandstoffen tijdens on-hire – betaald door de charteraar – en moeten daarom worden uitgesloten. Aangezien JVs niet volledig door ons bedrijf worden gecontroleerd, zijn de emissies met betrekking tot deze entiteiten bovendien slechts voor 50% opgenomen in categorie 3.15.
3.2.1.1.1 CO₂ emissiefactoren
Onderstaande tabel toont welke emissiefactoren gebruikt werden voor onze berekeningen. Waar mogelijk hebben we primaire gegevens gebruikt, zeker voor de grootste emissiebronnen. Wanneer primaire data niet beschikbaar is, wordt een consistente en conservatieve benadering voor de berekening toegepast. In de inleiding van dit rapport wordt beschreven welke schattingen zijn gebruikt en welke wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van 2024. In totaal wordt ongeveer 93% van de scope 3-emissies (92.71% in 2024) berekend op basis van primaire gegevens.
| Scope 1 | Mobiele verbranding | Specifieke emissiefactoren op basis van FuelEU Maritime UK GOV GHG-rapportagefactoren | | --- | --- | --- | | Stationaire verbranding | Specifieke emissiefactoren UK GOV GHG-rapportagefactoren | | Vluchtige emissies | Specifieke emissiefactoren UK GOV GHG-rapportagefactoren | | Scope 2 | Ingekochte elektriciteit | IEA-emissiefactor Specifieke emissiefactoren op basis van IEA/AIB | | Scope 3 Upstream | Aangekochte goederen en diensten | Aangekochte goederen: Exiobase-emissiefactoren (op basis van uitgaven) + gedetailleerde mapping tabel beschikbaar | | IT-servers – cloud gebruik: CO2-uitstoot van Microsoft Azure gebruikt als benchmark | | Kapitaalgoederen | Geen relevante kapitaalgoederen in de verslagperiode | | Energievoorziening | Automatisch gegenereerd door Carbon Alt Delete (op basis van scope 1 & 2 gegevensinvoer) | | Transport Upstream | CO₂leverancier: CO₂gegevens van partners | | Afval (zowel scheeps- als kantooraflval) | EcoInvent 3.10 | | UK GOV GHG-rapportagefactoren | | Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) emissiefactoren | | Zakenreizen | UK GOV GHG-rapportagefactoren Specifieke emissiefactoren (Exiobase – op basis van uitgaven) CO₂leveranciers: CO₂gegevens van partners | | Woon-werkverkeer van werknemers | UK GOV GHG-rapportagefactoren | | Upstream geleasde activa | CO₂leveranciers | | Scope 3 Downstream | Downstream geleasde activa | Specifieke emissiefactoren op basis van FuelEU Maritime | | Investeringen (schepen in JV) | Specifieke emissiefactoren op basis van FuelEU Maritime UK GOV GHG-rapportagefactoren |
Met betrekking tot emissiefactoren zijn er drie methodologische wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van 2024. In de eerste plaats zijn er aangepaste emissiefactoren ontwikkeld voor aangekochte elektriciteit voor België, Frankrijk en Nederland, op basis van een mix van IEA- en AIB-gegevens. Ten tweede is de emissiefactor die van toepassing is op de entiteit Exmar SGP Succursale Congo gewijzigd van Democratische
Republiek Congo naar Republiek Congo. Ten slotte zijn er aangepaste emissiefactoren ontwikkeld voor scheepsbrandstofgegevens op basis van de FuelEU Maritime-verordening. Aangezien alle wijzigingen een aanzienlijke impact hebben op het totale aantal emissies, werd voor 2024 een herberekening gemaakt op basis van de bijgewerkte emissiefactoren, om vergelijking tussen 2024 en 2025 mogelijk te maken (zie hieronder).
3.2 MILIEU 95
3.2.1.2 BROEIKASGASEMISSIES
Het resultaat van een uitgebreide en datagestuurde beoordeling is een volledige CO₂-boekhouding voor EXMAR. Door de emissies van alle bedrijfsonderdelen systematisch te analyseren, hebben we een robuuste en nauwkeurige baseline vastgesteld; een duidelijke basis voor het volgen, beheren en uiteindelijk verminderen van onze koolstofvoetafdruk. Deze mijlpaal betekent een belangrijke stap in ons streven naar transparantie, duurzaamheid en lange termijninspanningen op het gebied van decarbonisatie.
Onderstaande tabel geeft onze broeikasgasemissies weer. Dit omvat het percentage broeikasgasemissies uit gereguleerde emissiehandelsystemen, aangezien onze schepen moeten voldoen aan de EU ETS-regelgeving. Net als in 2024, is dit in 2025 0%. De tijd dat onze schepen off-hire waren terwijl ze onder het systeem vielen, is niet van belang. Alle emissies die tijdens on-hires onder het handelsysteem vielen, werden gedekt door de bevrachters.
De tabel bevat geen mijlpaalen en streefjaren, aangezien we nog geen specifieke EXMAR-doelstellingen hebben. De nauwkeurigheid en integriteit van deze werkelijke broeikasgasemissies en gerelateerde energiegevens worden onafhankelijk gevalideerd door Deloitte en niet door een andere externe instantie. Bovendien heeft EXMAR geen projecten met betrekking tot broeikasgasverwijdering ('GHG removals') en geen interne mechanismen voor koolstofbeprijzing ('carbon pricing'). Daarenboven handelen we niet afzonderlijk in milieuvoordelen die verband houden met elektriciteitsproductie (niet van toepassing op EXMAR). We maken evenmin gebruik van contractuele instrumenten voor de aankoop of verkoop van elektriciteit die specifieke informatie over de herkomst ervan bevatten (bijv. "100% hernieuwbare energie"). Ten laatste, komen er geen biogene emissies voor in onze waardeketen.
3.2.1.2.1 (Methodologische) wijzigingen en herziening
In 2025 voerden we enkele methodologische wijzigingen door met betrekking tot de emissiefactoren, de uitbreiding van emissiebronnen voor categorie 3.1 Aangekochte goederen en diensten, en de emissieberekening voor joint ventures binnen categorie 3.15 Investeringen. Vermits de wijzigingen een aanzienlijke impact hebben op het totale aantal emissies, werd er een herberekening uitgevoerd voor 2024. Hierin werden alle wijzigingen - met uitzondering van die voor 3.1 Aangekochte goederen en diensten - verwerkt. Hierdoor wordt een vergelijking tussen 2024 en 2025 mogelijk gemaakt.
Onderstaand overzicht licht elke wijziging toe en duidt welke emissiecategorieën beïnvloed worden, wat het verschil tussen de oorspronkelijke en de herziene waarden verklaart.
| ONDERWERP | WIJZIGING | IMPACT OP HERZIENE WAARDEN |
|---|---|---|
| Emissiefactoren | Er zijn aangepaste emissiefactoren ontwikkeld voor aangekochte elektriciteit voor België, Frankrijk en Nederland, op basis van een mix van IEA- en AIB-gegevens. | ■ Bruto locatiegebonden Scope 2-emissies |
| ■ Bruto marktgebaseerde Scope 2-emissies | ||
| De emissiefactor die van toepassing is op de entiteit Exmar SGP Succursale Congo is gewijzigd van Democratische Republiek Congo naar Republiek Congo. | ■ Bruto locatiegebonden Scope 2-emissies | |
| ■ Bruto marktgebaseerde Scope 2-emissies | ||
| ■ Cat.3.3 Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten | ||
| Er werden aangepaste emissiefactoren ontwikkeld voor gegevens over scheepsbrandstof, op basis van de FuelEU-verordening voor de scheepvaart. | ■ Bruto Scope 1-broeikasgasemissies | |
| ■ Scope 3 – Cat. 3 – Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten | ||
| ■ Scope 3 – Cat.13 – Downstream geleasde activa | ||
| ■ Scope 3 – Cat.15 – Investeringen | ||
| Emissies van joint ventures | In 2024 omvatten de gegevens voor de berekening van Scope 3-emissies alle brandstofgegevens voor de schepen binnen joint ventures (in en buiten dienst). Zoals hierboven beschreven, hebben we besloten onze methodologie verder af te stemmen op het GHG Protocol. Daarom nemen we vanaf 2025 alleen nog scope 1 en 2, en niet scope 3, van joint ventures mee. De emissies met betrekking tot brandstof voor schepen in joint ventures die in dienst zijn, zijn dus verwijderd. Met deze wijziging omvat categorie 3.15 Investeringen alleen brandstofgegevens van schepen die niet in dienst zijn en de daarmee samenhangende emissies. | ■ Scope 3 – Cat.15 – Investeringen |
| Herziene reikwijdte van de rapportage | De entiteit IMA nv werd beoordeeld als niet-materieel voor de duurzaamheidsverklaring. In 2024 werden de emissies van IMA ten onrechte toegeschreven aan scope 1 en scope 2. Aangezien IMA betrekking heeft op verhuurde eigendommen, behoren de bijbehorende emissies tot scope 3 – cat. 13 Downstream geleasde activa. Bovendien vertegenwoordigt het totale aantal emissies dat bijdraagt aan IMA nv binnen deze categorie minder dan 1% van de totale emissies. Daarom wordt het als immaterieel beschouwd. | ■ Bruto Scope 1-broeikasgasemissies |
| ■ Scope 3 – Cat. 3 – Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten | ||
| Cat. 3.1 Aangekochte goederen en diensten | Er is een methodologie ontwikkeld om emissies mee te nemen voor aankopen die zonder inkooporder (PO) zijn geboekt en emissies gerelateerd aan kantoorkosten. Beide groepen uitgaven worden in de emissieberekeningen meegenomen op basis van de bestedingen. | ■ Wijzigingen niet geïntegreerd in herziening. |
96 3.2 MILIEU
Bij het vergelijken van 2024 en 2025 zijn er enkele aanvullende opmerkingen waarmee rekening moet worden gehouden. Ten eerste is de rapportageomvang enigszins gewijzigd: voor 2025 vallen twee entiteiten uit de boot en werden er drie nieuwe entiteiten opgenomen. De omvang en activiteiten van deze entiteiten zullen van invloed zijn op de uitstoot. Ten tweede omvatte categorie 3.8 'Upstream leased assets' emissies voor gecharterde schepen, wat in 2024 overeenkwam met '0'. Vanaf 2025 nemen we de emissies voor een vliegtuiglease mee, wat het verschil in waarden verklaart.
3.2.1.2.2 Overzicht broeikasgasemissies
| | BASIS3AAR 2024 COREPROHIKELIJK | BASIS3AAR 2024 HERZIENING | 2025 | | --- | --- | --- | --- | | SCOPE 1 | tCO_{2}eq | tCO_{2}eq | tCO_{2}eq | | Bruto scope 1 broeikasgasemissies | 4,072.68 | 3,874.04 | 913,17 | | Percentage broeikasgasemissies scope 1 uit gereguleerde emissiehandelsystemen (%) | 0.00 | 0.00 | 0.00 | | SCOPE 2 | tCO_{2}eq | tCO_{2}eq | tCO_{2}eq | | Bruto locatiegebonden Scope 2 broeikasgasemissies | 301.60 | 339.78 | 277.16 | | Bruto marktgebaseerde Scope 2-broeikasgasemissies | 284.30 | 293.32 | 261.02 | | AANZIENLIJKE SCOPE 3 | tCO_{2}eq | tCO_{2}eq | tCO_{2}eq | | Totale bruto indirecte (Scope 3) broeikasgasemissies | 481,248.21 | 253,513.46 | 217,396.89 | | Cat.1 – Aangekochte goederen en diensten | 31,435.38 | 31,435.38 | 14,503.88 | | Cat.2 – Kapitaalgoederen | 0.00 | 0.00 | 0.00 | | Cat.3 – Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten | 390.20 | 317.26 | 180.55 | | Cat.4 – Upstream transport en -distributie | 761.00 | 761.00 | 487.81 | | Cat.5 – Afval gegenereerd tijdens activiteiten | 2,673.69 | 2,673.69 | 2,384.82 | | Cat.6 – Zakenreizen | 5,108.94 | 5,108.94 | 5,044.07 | | Cat.7 – Woon-werkverkeer van werknemers | 571.11 | 571.11 | 431.91 | | Cat.8 – Upstream geleasde activa | 0.00 | 0.00 | 264.78 | | Cat.13 – Downstream geleasde activa | 210,732.66 | 208,195.50 | 190,154.74 | | Cat.15 – Investeringen | 229,575.23 | 4,450.58 | 3,944.33 | | TOTALE BROEIKASGASEMISSIES | tCO_{2}eq | tCO_{2}eq | tCO_{2}eq | | Totale broeikasgasemissies (locatiegebonden) | 485,622.50 | 257,727.28 | 218,587.22 | | Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) | 485,605.20 | 257,680.82 | 218,571.08 |
Het is belangrijk het aanzienlijke verschil in emissies voor 3.1 Aangekochte goederen en diensten tussen 2024 en 2025 toe te lichten. Twee elementen dragen bij aan het verschil van 16,931.50 tCO2eq. Ten eerste, is er een verschil van ongeveer 22 miljoen USD aan uitgaven in 2024 en 2025. Aangezien de uitstoot voor categorie 3.1 berekend wordt op basis van uitgaven, beïnvloedt dit het resultaat. Ten tweede, werd de methodologie voor deze categorie in 2025 verfijnd en uitgebreid, daar nu ook OPEX2 en kantooruitgaven worden opgenomen. Specifieke emissiefactoren werden toegewezen aan elke aankoop, op basis van een categorisatie van de aankopen (bijv. 'computer en aanverwante diensten – product'). In 2024, daarentegen, werd OPEX2 in de emissies opgenomen door middel van een gemiddelde emissiefactor. Er werden geen specifieke emissiefactoren aan elke aankoop gekoppeld en er werd een meer algemene, minder nauwkeurige benadering toegepast.
3.2.1.3 BROEIKASGASINTENSITEIT
Een van de basisbegrippen in het klimaatbeleid, de milieurapportage en de planning van duurzame energie is de broeikasgasintensiteit (GHGi): de hoeveelheid broeikasgassen die per eenheid output of activiteit wordt uitgestoten. Het kwantificeert de koolstofvoetafdruk van een bepaald proces, brandstof of activiteit in verhouding tot de output ervan. Het is een belangrijke maatstaf om de klimaatimpact van energiedragers, industriële processen, transportbrandstoffen, producten en organisaties te evalueren, aangezien het vergelijking, naleving van regelgeving en weloverwogen besluitvorming mogelijk maakt in de overgang naar een koolstofarme economie.
Hieronder geven we inzicht in de emissie-efficiëntie van EXMAR in verhouding tot onze economische activiteit. Onze omzet en totale broeikasgasemissies (scope 1, 2 & 3) worden gebruikt om onze
3.2 MILIEU 97
broeikasgasintensiteit te berekenen, uitgedrukt in 1.000 USD. De broeikasgasintensiteit wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
$$\frac{\text{Totale broeikasgasemissies (tCO}_2\text{eq)}}{\text{Netto-omzet (monetaire eenheid)}}$$
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Netto-inkomsten gebruikt voor berekening van broeikasgasintensiteit | 348,911,450.00 | 248,140,383.45 |
| Netto-inkomsten (overige) | 0.00 | 0.00 |
| Totale netto-inkomsten (in financiële overzichten) | 348,911,450.00 | 248,140,383.45 |
| 2024 | ||
| OOREREENHELIJKE | ||
| BKG-INTENSITEIT | 2024 | |
| NETZIEME | ||
| BKG-INTENSITEIT | 2025 | |
| BKG-INTENSITEIT | ||
| --- | --- | --- |
| Locatiegebonden | 1.39 | 0.74 |
| Marktgebaseerd | 1.39 | 0.74 |
Merk op dat, net als bij de broeikasgasemissies, ook de broeikasgasintensiteit wordt beïnvloed door de herziening voor 2024. De totale hoeveelheid emissies is veranderd; de netto-inkomsten niet. De joint ventures waren namelijk al in 2024 uitgesloten van dit
cijfer. Ook hier is de aangepaste informatie verstrekt om een vergelijking tussen 2024 en 2025 mogelijk te maken. Afgezien van deze update zijn er geen wijzigingen aangebracht in de methodologie voor de berekening van de broeikasgasintensiteit.

3.2 MILIEU
3.2.2. Energieverbruik en -mix
3.2.2.1 ENERGIEVERBRUIK VAN EIGEN ACTIVITEITEN
Ons energieverbruik en onze energiemix hebben betrekking op de energie die EXMAR zelf verbruikt. Dit omvat dus scope 1 (brandstofverbruik uit eigen of gecontroleerde bronnen, bv. scheepsbrandstoffen, gas) en scope 2 (ingekochte elektriciteit, stoom, warmte of koeling). Onze berekening wordt automatisch uitgevoerd door onze broeikasgasemissiesoftware.
Het onderstaande overzicht geeft het verbruik per brandstofbron weer. Samengevat is het grootste deel van onze energie afkomstig van fossiele brandstoffen, een klein deel van hernieuwbare bronnen en geen energie van nucleaire bronnen.
De herziening van de emissies voor 2024 beïnvloedt ook het energieverbruik en de energiemix. Hierom werden tevens het energieverbruik, de energiemix en de energie-intensiteit (zie verder) voor 2024 aangepast, om vergelijking met 2025 mogelijk te maken.
| ENERGIEVERBRUIK EN -MIX | 2024 OORSPRONKELIJK | 2024 HERZIENING | 2025 | |
|---|---|---|---|---|
| (1) | Brandstofverbruik uit steenkool en steenkoolproducten (MWh) | 0.00 | 0.00 | 0.00 |
| (2) | Brandstofverbruik uit ruwe olie en aardolieproducten (MWh) | 5,108.15 | 5,108.15 | 2,445.81 |
| (3) | Brandstofverbruik uit aardgas (MWh) | 1,735.86 | 617.53 | 371.01 |
| (4) | Brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen (MWh) | 0.00 | 0.00 | 0.00 |
| (5) | Verbruik van aangekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen (MWh) | 3,232.15 | 1,492.16 | 1,049.25 |
| (6) | Totaal energieverbruik (MWh) | 10,076.16 | 7,216.58 | 3,866.07 |
| Aandeel fossiele bronnen in totaal energieverbruik (%) | 99.25% | 98.96% | 99.98% | |
| (7) | Verbruik uit nucleaire bronnen (MWh) | 0.00 | 0.00 | 0.00 |
| Aandeel van het verbruik uit nucleaire bronnen in het totale energieverbruik (%) | 0.00% | 0.00% | 0.00% | |
| (8) | Brandstofverbruik voor hernieuwbare bronnen, incl. biomassa (waaronder ook industrieel en gemeentelijk afval van biologische oorsprong, biogas, hernieuwbare waterstof, enz. | 0.00 | 0.00 | 0.93 |
| (9) | Verbruik van aangekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen (MWh) | 11.38 | 11.38 | 0.00 |
| (10) | Het verbruik van zelf opgewekte niet-brandstof hernieuwbare energie (MWh) | 64.35 | 64.35 | 0.00 |
| (11) | Totaal verbruik van hernieuwbare energie (MWh) | 75.73 | 75.73 | 0.93 |
| Aandeel hernieuwbare bronnen in het totale energieverbruik (%) | 0.75% | 1.04% | 0.02% | |
| Totaal energieverbruik (MWh) | 10,151.89 | 7,292.30 | 3,867.00 |
Het verschil in het verbruik van hernieuwbare energie tussen 2024 en 2025 is te wijten aan de ingekochte elektriciteit voor ons kantoor in Singapore. De energieleverancier in Singapore biedt zowel conventionele als hernieuwbare elektriciteit aan.
Aangezien we geen zekerheid hebben dat de elektriciteit in ons kantoor hernieuwbaar is, hanteren we een voorzichtige benadering voor 2025, waarbij we ervan uitgaan dat de elektriciteit die we in Singapore verbruiken, afkomstig is van fossiele brandstoffen.
3.2 MILIEU 99
3.2.2.2 ENERGIE-INTENSITEIT VAN EIGEN ACTIVITEITEN
Energie-intensiteit is een maatstaf voor de hoeveelheid energie die nodig is om een eenheid output of economische activiteit te produceren. Het kwantificeert hoe efficiënt energie wordt gebruikt. Een lagere energie-intensiteit duidt op een efficiënter energiegebruik. Voor de berekening van de energie-intensiteit van onze eigen activiteiten passen we de volgende formule toe:
scope 1 & 2 energieverbruik
De omzet van sectoren met een hoge klimaatimpact (uitgedrukt in duizend USD)
De informatie voor de teller is hierboven vermeld. De noemer vraagt om de omzet van sectoren met een hoge klimaatimpact. Dergelijke sectoren zijn industrieën die aanzienlijk bijdragen aan de uitstoot van broeikasgassen en de aantasting van het milieu, waaronder fossiele brandstoffen. De NACE-codes van bedrijven bepalen of de activiteiten worden beschouwd als onderdeel van dergelijke sectoren (NACE-secties A-H en sectie L, zoals gedefinieerd in de Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1288 van de Commissie).
EXMAR is actief in sectoren met een grote impact op het klimaat (voornamelijk olie en gas) en haalt 94,49% van zijn inkomsten uit activiteiten in deze sectoren (95,3% in 2024), zoals blijkt uit onderstaande tabel. Aangezien industrieën met een grote impact op het klimaat nauwlettend worden gecontroleerd op hun ecologische voetafdruk, dient het netto-inkomstencijfer als een belangrijke indicator voor onze blootstelling aan koolstofintensieve activiteiten. De resterende 5,51% is afkomstig van personeels-, financiële en verzekeringsactiviteiten (activiteiten van holdings) en andere ondersteunende diensten.
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Netto-inkomsten uit activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat | 332,404,954.60 | 234,459,897.68 |
| Netto-inkomsten (overige) | 16,506,495.35 | 13,680,485.77 |
| Totale netto-inkomsten (financiële overzichten) | 348,911,449.95 | 248,140,383.45 |
Terugkomend op de hierboven genoemde formule, kunnen we de energie-intensiteit berekenen. Zoals hierboven aangekaart, beïnvloedt de herziening voor 2024 ook de energie-intensiteit. Hierom werd er voor 2024 een nieuwe waarde berekend.
| 2024 OORSPRONKELIJK | 2024 HERZIENING | 2025 | |
|---|---|---|---|
| Totaal energieverbruik van activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat per netto-inkomsten uit activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat (MWh/monetaire eenheid) | 0.03 | 0.02 | 0.02 |
3.2.3 Veerkrachtanalyse
De klimaatbestendigheidsanalyse van EXMAR beoordeelt ons vermogen om klimaatgerelateerde risico's, zoals extreme weersomstandigheden, wijzigingen in de regelgeving en schaarste aan hulpbronnen, te weerstaan, ons daaraan aan te passen en ervan te herstellen. De analyse evalueert kwetsbaarheden, identificeert mitigatiestrategieën en waarborgt duurzaamheid op lange termijn in een veranderend klimaat. Onze analyse heeft dezelfde reikwijdte als onze dubbele materialiteitsbeoordeling en volgt één scenario: het IMO-traject. Dit scenario heeft tot doel de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot ruim onder 2°C boven het pre-industriële niveau en te streven naar een beperking van de stijging tot 1,5°C. De belangrijkste wetgevingen die hieraan gerelateerd zijn en van toepassing zijn op de veerkrachtanalyse, zijn:
- MARPOL: Maritiem Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen
- Energy Efficiency Design Index (EEDI)
- Energy Efficiency Existing Ship Index (EEXI)
- Carbon Intensity Indicator (CII)
- Data Collection System (DCS)
- EU-emissiehandelsysteem (ETS)
- Monitoring, rapportage en verificatie (MRV) van broeikasgasemissies
- FuelEU Maritime
Details over deze regelgeving vindt u in de inleiding van onze duurzaamheidsverklaring (zie 3.1 Duurzaamheid bij EXMAR).
In de tweede helft van 2024 werd een eerste analyse uitgevoerd. Ons oorspronkelijke plan om deze analyse in de loop van 2025 te verbeteren, te verdiepen en uit te werken, loopt vertraging op. We zijn van plan dit in 2026 aan te pakken. Belangrijke toevoegingen in de komende jaren kunnen het gebruik van meerdere scenario's en tijdshorizonten omvatten (waaronder langetermijnprognoses), die het mogelijk maken een duidelijk verband te leggen tussen de analyse, onze bedrijfsstrategie en ons overkoepelende duurzaamheidstraject. Dit zal ons toestaan aan te passen aan verschillende uitdagingen op vlak van klimaatverandering. De beoordeling kan ook macroeconomische trends, energieverbruikspatronen, de evolutie van de energiemix en aannames met betrekking tot technologische vooruitgang omvatten. We hebben de ambitie om een veerkrachtanalyse te ontwikkelen die kritische inzichten verschaft in de mate waarin onze activa en bedrijfsactiviteiten kunnen worden blootgesteld aan potentiële risico's en die rekening houdt met bepaalde onzekerheden.
3.2.3.1 RESULTAAT
Via onze veerkrachtanalyse hebben we één materieel klimaatgerelateerd transitierisico op middellange termijn geïdentificeerd: de energietransitie weg van olie en gas. De energietransitie evolueert in de richting van meer elektrificatie, de inzet van hernieuwbare energie, distributie- en opslaginfrastructuur en de invoering van opkomende koolstofarme technologieën (bijv. biogas, koolstofarme waterstof en ammoniak). Dit leidt tot investeringen in schepen die op alternatieve brandstoffen (LPG of ammoniak) varen of in schepen en infrastructuureenheden die gebruik kunnen maken van stroom aan wal.
We hebben geen klimaatgerelateerde fysieke risico's geïdentificeerd waarvoor aanvullende maatregelen moeten worden genomen. EXMAR voert grondige veiligheidsstudies uit tijdens de bouw van schepen (schepen of infrastructuur) om ervoor te zorgen dat deze zijn ontworpen om slecht weer te weerstaan en de gevolgen van klimaatverandering op zee te bestrijden.
In het algemeen diversifieert EXMAR zijn activiteitenportefeuille om zich aan te passen aan de uitdagingen van de klimaatverandering. Het volgende deel over transitieplanning biedt hierover meer informatie.
3.2.4 Transitieplan voor klimaatverandering
3.2.4.1 KLIMAATBELEID
Het aanpakken van klimaatverandering is een fundamentele pijler van onze duurzaamheidsstrategie en een integraal onderdeel van ons beleid op het gebied van gezondheid, veiligheid, milieu en kwaliteit. Wat betreft de hierboven beschreven veerkrachtanalyse zijn onze ambities met betrekking tot de ontwikkeling van een diepgaand klimaatbeleid in 2025 niet gerealiseerd. We zijn van plan om dit in 2026 aan te pakken, waarbij we ons zullen richten op het opstellen van een uitgebreid en specifiek klimaatbeleid, voortbouwend op een verfijnde veerkrachtanalyse. De effectiviteit van (nieuw) beleid en daarmee samenhangende acties en doelstellingen zal periodiek worden gevolgd, zodat we ons voortdurend kunnen verbeteren en aanpassen aan de snel veranderende maritieme economie.
3.2.4.2 EXMAR-TRANSITIEPLAN
In 2024 werden de eerste stappen gezet voor de ontwikkeling van een transitieplan. Gezien de onzekerheden rond Omnibus hebben we in 2025 geen acties ondernomen om dit verder te ontwikkelen. We zijn van plan dit in de loop van 2026 te doen. Daarbij zullen we ook een geactualiseerde veerkrachtanalyse op basis van verschillende scenario's en mogelijkheden overwegen om de voortgang in kaart te brengen (indien van toepassing).
De aanpak van EXMAR voor het transitieplan is gebaseerd op onze drie bedrijfsonderdelen, waardoor het zo praktisch mogelijk is. We schetsen onze strategie om over te stappen naar een koolstofarme, klimaatbestendige toekomst en hebben nagedacht over doelstellingen, tijdschema's en maatregelen om de uitstoot te verminderen, de activiteiten aan te passen en ons aan te passen aan veranderingen in de regelgeving en de markt in de richting van duurzaamheid. Bovendien is volledige integratie met ons actieplan van cruciaal belang om een duidelijk en strategisch pad voor de toekomst te garanderen. Als essentieel onderdeel van onze bedrijfsstrategie en financiële planning moet het transitieplan bovendien als leidraad dienen voor beslissingen en investeringen met het oog op een duurzame toekomst.
Shipping
88.80% van de broeikasgasemissies van EXMAR houdt verband met het brandstofverbruik van de vloot. Dit betreft brandstof voor schepen binnen de categorieën 'downstream geleasde activa' en 'investeringen'. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de focus binnen BU Shipping volledig op de schepen ligt, met name op drie gebieden:
3.2 MILIEU 101
- Doelstellingen voor schepen, gebaseerd op internationale regelgeving
- Investeringen in schepen met dual-fuel motoren
- Verkoop van oudere, op fossiele brandstof varende schepen
Doelstellingen voor schepen, gebaseerd op internationale regelgeving:
- In afwachting van de tussentijdse maatregelen van de IMO om klimaatverandering tegen te gaan, streven we naar een broeikasgasintensiteit die lager is dan de doelstelling die is vastgelegd in FuelEU Maritime.
- We voeren momenteel gesprekken met bevrachters om het verbruik van (duurzame biobrandstoffen) te beoordelen.
- In recente charterovereenkomsten zijn maatregelen opgenomen om de index voor koolstofintensiteit te meten, om bevrachters te stimuleren de schepen op de meest efficiënte manier te exploiteren. Zij kunnen dit doen door waar mogelijk langzamer te varen, havenbezoeken te optimaliseren, wachttijden te beperken en mogelijk over te schakelen op schonere brandstoffen, zoals B10-B30-biobrandstoffen.
- Er vindt een transitie plaats om koelmiddelen te vervangen door een alternatief met een lager GWP.
Investeringen in schepen met dual-fuel motoren, zowel op LPG als op ammoniak:
- Vloot: EXMAR VLGC bv bezit sinds 2021 twee ‘Very Large Gas Carriers’ (VLGC) op LPG-brandstof
- Vloot: EXMAR Shipping BV (JV) heeft geïnvesteerd in twee LPG-aangedreven schepen die in 2025 aan de vloot zijn toegevoegd. Daarnaast wordt geïnvesteerd in:
- Zes LPG-aangedreven schepen die in 2026 aan de vloot worden toegevoegd en vier LPG-aangedreven schepen die in 2027-2028 aan de vloot worden toegevoegd.
- Vier met ammoniak aangedreven schepen (die in 2026 aan de vloot worden toegevoegd).
Verkoop van oudere, fossiel aangedreven schepen:
- Vijf drukschepen ('fully pressurized') zijn verkocht in 2024 (2) en 2025 (3).
- EXMAR Shipping BV (JV) heeft in 2024 (1) en in 2025 (1) twee oudere, op fossiele brandstof varende, middelgrote gastankers verkocht.
Infrastructuur
Wat betreft onze infrastructuuractiviteiten hebben de belangrijkste acties betrekking op investeringen in de ontwikkeling van stroom aan wal of oplossingen voor het opvangen van restwarmte voor toekomstige infrastructuureenheden. Twee mogelijke acties zijn het vermelden waard:
- Gebruikmaken van de technische en maritieme expertise van EXMAR bij de ontwikkeling van oplossingen om faciliteiten te laten draaien op elektriciteit of restwarmte in plaats van koolwaterstoffen.
- Onderzoek naar de bouw van proces- en opslagfaciliteiten. Dit betreft de selectie van brandstofefficiënte procesapparatuur, het verbeteren van de mogelijkheden voor het beheer van boil-off gas en het installeren van een walstroomaansluiting en elektrische aandrijvingen in plaats van verbrandingsmotoren of gasturbines.
Ondersteunende diensten
Voor onze ondersteunende diensten zijn drie overkoepelende actiepunten gedefinieerd:
- Onderzoek naar de vermindering van scope 3-emissies bij de productie, het transport van reserveonderdelen en dienstverlening
- Onderzoek naar de vermindering van scope 3-emissies bij zakenreizen
- Verbetering van onze scope 1- en 2-emissies
Onderzoek naar de vermindering van scope 3-emissies in de productie, het transport van reserveonderdelen en de dienstverlening
Voor bestaande schepen is de inkoop en selectie van apparatuur gebaseerd op de totale eigendomskosten gedurende de levensduur van de apparatuur. We zullen onderzoeken of er aanvullende criteria kunnen worden toegevoegd om mitigatie van klimaatverandering in het besluitvormingsproces mee te nemen. Dergelijke elementen kunnen bijvoorbeeld de CO₂-voetafdruk van de apparatuur, het stroomverbruik of de regionale productiebeschikbaarheid zijn.
Onderzoek naar de vermindering van scope 3-emissies bij zakenreizen
EXMAR is wereldwijd actief met gespecialiseerde verwerkings- en maritieme apparatuur aan boord. De expertise van onze zeevarenden is essentieel en verklaart de noodzaak van expats en frequente zakenreizen. We vinden de diversiteit van onze bemanning erg belangrijk en onderzoeken voortdurend of lokale projectondersteuning mogelijk is. Op onze schepen die in een specifiek handelsgebied opereren, optimaliseren en beperken we het reizen door bemanning uit dat gebied/die regio in dienst te nemen.
102 3.2 MILIEU
Verbetering van onze scope 1 & 2-emissies
Hoewel onze scope 1 & 2-emissies slechts 0.54 % van onze totale broeikasgasemissies vertegenwoordigen (1% in 2024), nemen we onze verantwoordelijkheid en stellen we een duidelijk verbeteringstraject vast. We streven ernaar om af te stappen van schattingen voor het energieverbruik van kantoren, het werkelijke energieverbruik in kaart te brengen en de huidige contracten en mogelijke overstappen naar groene energieleveranciers, te onderzoeken. Ten tweede willen we de mogelijkheden onderzoeken om het nieuwe autobeleid op het hoofdkantoor in alle dochterondernemingen te implementeren, om zo over te stappen op elektrische auto's. Ten slotte zullen we de opties nagaan voor het opladen van elektrische auto's onderzoeken en de komende jaren overstappen naar groene energieleveranciers.
Sleutelrol in het transitieplan van onze stakeholders
Naast de hierboven beschreven doelstellingen/acties willen we een sleutelrol spelen in de transitie van onze stakeholders. In eerste instantie willen we, met betrekking tot shipping, transitieplannen bespreken met bevrachters om over te stappen van grijze naar blauwe en groene ammoniakproductie. We beginnen met het in kaart brengen van de hoeveelheid grijze versus blauwe en groene ammoniak die wordt vervoerd.
Ten tweede spelen de infrastructuurportefeuille en diensten van EXMAR een essentiële rol in de transitie naar koolstofarme brandstoffen. Daarom zijn we van plan om:
- Faciliteiten te bieden die snel op de markt kunnen worden gebracht om afgevangen gas om te zetten in vloeibaar gas dat kan worden vervoerd in plaats van in de lucht te worden uitgestoten.
- Faciliteiten te bieden die snel op de markt kunnen worden gebracht om regio's te voorzien van koolstofarm aardgas ter vervanging van steenkool en olie als energiebronnen.
- Technische en maritieme expertise te investeren in de ontwikkeling van faciliteiten met een kleinere voetafdruk, die opnieuw kunnen worden ingezet in de olie- en gasindustrie en die kleinschalige maritieme oplossingen kunnen bieden voor de energievoorziening van afgelegen gebieden.
3.4.2.3 AFSTEMMING OP HET AKKOORD VAN PARIJS
Het Akkoord van Parijs is een juridisch bindend internationaal verdrag inzake klimaatverandering dat op 12 december 2015 door 195 partijen is aangenomen tijdens de VN-klimaatconferentie (COP21) in Parijs. Het heeft tot doel de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2°C boven het pre-industriële niveau en te streven naar een beperking van de temperatuurstijging tot 1,5°C. De overeenkomst benadrukt de noodzaak voor alle landen om bij te dragen aan klimaatmaatregelen, waaronder het verstrekken van financiering aan ontwikkelingslanden om hen te helpen de gevolgen van klimaatverandering te beperken en zich daaraan aan te passen.
Het Akkoord van Parijs heeft niet specifiek betrekking op de internationale scheepvaart. Anderzijds heeft de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) zich ertoe verbonden de uitstoot van broeikasgassen door het wereldwijde zeevervoer te verminderen, in overeenstemming met dezelfde ambitie als het akkoord. Bovendien is de scheepvaartsector onderworpen aan de regelgeving van de Europese Unie, met name die welke is ontwikkeld in het kader van het "Fit for 55-pakket" en de "EU Green Deal" (zie de inleiding voor meer informatie).
Het regelgevend kader van de EU behoort tot de strengste ter wereld en stelt ambitieuze doelstellingen voor emissiereducties. Bij EXMAR zetten we ons in om onze wereldwijde scheepsvloot aan deze hoge normen aan te passen en ervoor te zorgen dat we verder gaan dan de internationale vereisten. In afwachting van verdere ontwikkelingen rond de IMO-klimaatstrategie gaat EXMAR bovendien een stap verder en streeft het ernaar om onder de doelstellingen voor broeikasgasintensiteit van te blijven die momenteel zijn vastgelegd in de FuelEU Maritime-verordening. In dat opzicht ondersteunt EXMAR ook de ontwikkeling van een wereldwijd regelgevend kader, zoals het IMO Net Zero Framework. Deze doelstellingen zijn nog niet vertaald naar EXMAR-specifieke doelstellingen. Zodra dit gebeurd is, zullen we aantonen dat ze verenigbaar zijn met het Akkoord van Parijs.
3.2 MILIEU 103
3.2.5 Actieplan voor het beperken van klimaatverandering
Klimaatmitigatie verwijst naar maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer, die klimaatverandering veroorzaken, te beperken. Maatregelen ter beperking van klimaatverandering omvatten onder meer energiebesparing en de vervanging van fossiele brandstoffen door schone energiebronnen.
In 2024 zijn de eerste stappen gezet voor de ontwikkeling van een actieplan ter beperking van klimaatverandering door verschillende maatregelen te definiëren op het gebied van energie-efficiëntie en brandstoftransitie. Deze maatregelen zijn nog niet gekwantificeerd in gerealiseerde en verwachte reducties van onze broeikasgasemissies. De uitvoering van deze maatregelen is rechtstreeks afhankelijk van de beschikbaarheid en toewijzing van zowel interne als externe middelen, waaronder financiële steun en personeel. Daarom hebben we gezorgd voor voldoende middelen om deze maatregelen tijdig en effectief uit te voeren (zie financiële middelen hieronder). Voor de kortetermijnmaatregelen is rekening gehouden met de benodigde budgetten voor personeel en hulpmiddelen. Investeringen op de middellange termijn maken deel uit van de financiële planning van de groep. Nieuwe investeringen zullen in nauw overleg met onze stakeholders worden gedaan om de levensvatbaarheid van ons bedrijf op lange termijn te waarborgen.
In het algemeen is onze ESG-taskforce, ondersteund door het energie-efficiëntieteam, voornamelijk verantwoordelijk voor de realisatie van de onderstaande maatregelen. Dit team is verantwoordelijk voor het identificeren, implementeren en monitoren van het succes van operationele energiebeheermaatregelen en voor het waarborgen van de organisatorische verankering daarvan. Zij houden bijvoorbeeld toezicht op de inhoud van het Ship Energy Efficiency Management Plan (SEEMP), rollen specifieke operationele maatregelen uit, identificeren mogelijke verbetermaatregelen, zorgen voor nauwkeurige gegevensrapportage van schepen en voeren voortdurend prestatieanalyses uit.
3.2.5.1 ENERGIE-EFFICIËNTIEMAATREGELEN
Op korte termijn zullen we ons richten op acties en maatregelen die verband houden met de dagelijkse activiteiten van onze schepen. Voor de scheepvaart en infrastructuur voorzien we de uitrol van een digitaal en verbeterd prestatieplatform voor de vloot. Daarnaast zullen we prestatiebeoordelingen (zoals CII & FuelEU Maritime) nauwlettend volgen en proactieve inspecties van de romp en de schroef uitvoeren (om ervoor te zorgen dat de schepen continu goed presteren). Wat ondersteunende diensten betreft,
zullen we ons inspannen om personeel op te leiden op het gebied van energie-efficiëntie en om de ISO 50001-certificering te behouden.
De acties en investeringen op middellange termijn zijn gericht op het gebruik van brandstofefficiënte procesapparatuur voor de BU Infrastructuur. Ten tweede streven we er op het gebied van ondersteunende diensten naar om de werkelijke voetafdruk van onze belangrijkste leveranciers (inkoop) bij te houden en deze mee te nemen in het inkoop- en evaluatieproces voor leveranciers. Daarnaast ontwikkelen we een programma voor het optimaliseren van wissels tussen bemanningsleden en zakenreizen die daarmee gepaard gaan.
3.2.5.2 MAATREGELEN VOOR DE BRANDSTOFTRANSITIE
Voor de brandstoftransitie zullen we ons op korte termijn richten op acties en maatregelen die verband houden met de dagelijkse activiteiten van onze schepen. Voor scheepvaart en infrastructuur zullen we (waar nodig) een dialoog aangaan met belanghebbenden om uitstoot te verminderen door de operationele efficiëntie te verbeteren en, waar mogelijk, over te schakelen op schonere brandstoffen. Bovendien streven we ernaar om KPIs op vlootniveau op te stellen en een dialoog aan te gaan met belanghebbenden om koolstofarme en/of biobrandstofmengsels te gebruiken, beide met als doel onder de broeikasgasemissies te blijven in overeenstemming met de FuelEU Maritime-referentie-intensiteit voor broeikasgassen of andere toepasselijke emissievoorschriften - die zijn vastgesteld door bevoegde autoriteiten om te voldoen aan het Akkoord van Parijs.
Onze maatregelen en investeringen op de middellange termijn op het gebied van brandstofovergang voor de scheepvaart zijn in eerste instantie gericht op het nieuwbouwproject en de inzet van twaalf met LPG en vier met ammoniak aangedreven schepen. Daarnaast streven we ernaar de blootstelling aan conventionele brandstoffen te verminderen door een aantal oudere schepen te koop aan te bieden en de oudere, conventionele vloot te verkleinen, terwijl we onze vloot met dual-fuel uitbreiden. Ten slotte zijn we van plan om met alle stakeholders samen te werken om de overgang naar decarbonisatie, van zowel vervoerde producten als vervoersmethoden, te ondersteunen.
Wat de infrastructuur betreft, zullen we walstroomaansluitingen en elektrische aandrijvingen promoten in plaats van verbrandingsmotoren of gasturbines.
104 3.2 MILIEU
3.2.5.3 FINANCIËLE MIDDELEN
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de financiële middelen die in 2025 beschikbaar waren voor de uitvoering van onze acties. Toekomstige financiële middelen zijn nog niet opgenomen. De belangrijkste kosten hebben betrekking op OpEx en CapEx.
Voor OpEx geven we jaarlijks aanzienlijke bedragen uit om de energie-efficiëntie van onze schepen te meten, te monitoren en te optimaliseren. Een van de methoden is het verzamelen van sensorgegevens en het creëren van digitale tweelingen. Verder organiseren we trainingen op het gebied van energie-efficiëntie en behouden we een ISO 50001-certificaat.
We deden ook een eenmalige investering om een nieuwe boekhoudkundige logica voor de rapportage van broeikasgasemissies te implementeren, met de ondersteuning van een externe consultant (Moore).
Wat CapEx betreft, ondersteunt EXMAR's technische afdeling enerzijds de goedkeuringsfase van het plan voor de bouw van nieuwe schepen en biedt zij anderzijds ondersteuning ter plaatse tijdens het constructieproces daarvan. Dit is een initiatief van het bedrijf, aangezien het geen wettelijke vereiste of industrienorm is.
| ACTIE | WAARDE | OPMERKINGEN | REF. FINANCIËLE OVERZICHTEN | EU TAXONOMIE | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Platform voor scheepsprestaties | OPEX | Prestatieplatform | 400,038 | S-insight weersrouting, Emission Connect & digitale prestatie-tweeling | Toelichting 6 – Scheepskosten | Inbegrepen |
| OPEX | Follow-up CII & andere regelgeving | - | HSEQ-overheadkosten al inbegrepen in sociale lasten | Toelichting 9 – Personeelskosten | Inbegrepen | |
| Energie-efficiëntie | OPEX | Training energie-efficiëntie | 154,225 | Toelichting 9 – Personeelskosten | Inbegrepen | |
| OPEX | ISO 50001-certificering | 10,000 | Toelichting 6 – Scheepskosten | Inbegrepen | ||
| Optimaliseer scope 3-emissies | OPEX | Software voor de berekening van broeikasgassen | 68,311 | Nieuwe logica voor broeikasgas-boekhouding | Toelichting 8 – Algemene en administratieve kosten | Uitgesloten |
| OPEX | Werkelijke voetafdruk van leveranciers | - | ProcureShip bevindt zich in de testfase en zal in 2025 worden geïmplementeerd | N.v.t. | N.v.t. | |
| OPEX | Optimalisatie van bemannings-wisselingen en gerelateerde zakenreizen | - | Tilia bevindt zich in de testfase en zal in 2025 worden geïmplementeerd | N.v.t. | N.v.t. | |
| Scheepsvloot | CAPEX | Nieuwbouw-projecten | 5,161,084 | Technische ondersteuning scheepsbouw – overige kosten maken deel uit van 2V | N.v.t. (intercompany kosten) | N.v.t. (intercompany kosten) |
| CAPEX | Efficiënte proces-apparatuur voor infrastructuur-projecten | - | Geen nieuwbouw-infrastructuur | N.v.t. | N.v.t. | |
| Belanghebbenden | OPEX | Koolstofarme of bio-brandstofmengsels | - | Dialoog brengt geen significante kosten met zich mee | N.v.t. | N.v.t. |
| CAPEX | Walstroomaansluiting en elektrische aandrijvingen | - | Geen nieuwe infrastructuur | N.v.t. | N.v.t. | |
| TOTAAL | MIX | 5,793,658 |
De bovenstaande tabel legt een verband tussen ons actieplan en onze financiële overzichten en belicht activiteiten die in aanmerking komen voor de EU-taxonomie ('eligible'). Op dit moment zijn geen van onze activiteiten in overeenstemming met de
taxonomie ('Taxonomy aligned'). We onderzoeken momenteel hoe we een aantal van onze activiteiten die in aanmerking komen vanaf 2026 kunnen aligneren. Onze rapportage omtrent EU Taxonomie bevindt zich verderop in dit hoofdstuk.
3.2 MILIEU 105
3.2.5.4 HEFBOMEN VOOR DECARBONISATIE
Hulpmiddelen voor decarbonisatie verwijzen naar strategische maatregelen die worden genomen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de duurzaamheid te verbeteren en industrieën te laten overschakelen naar een koolstofarme economie. Deze hulpmiddelen spelen een cruciale rol bij het tegengaan van klimaatverandering en het waarborgen van naleving van wereldwijde regelgeving. Bij EXMAR ligt de focus op twee primaire middelen voor decarbonisatie, in overeenstemming met de acties die we hierboven beschreven: energie-efficiëntie en brandstoftransitie. Door dit naar voren te schuiven, willen we onze activiteiten optimaliseren, de koolstofintensiteit verminderen en bijdragen aan een duurzamere maritieme en energiesector.
De kwantitatieve bijdrage van onderstaande (en mogelijk aanvullende) hefbomen zal worden bepaald na een grondige analyse van de factoren die ten grondslag liggen aan onze CO₂-voetafdruk. We verwachten dat de absolute uitstoot op korte termijn zal stijgen als gevolg van de uitbreiding van de vloot. Op langere termijn kunnen de dual-fuel schepen (LPG en NH₃) als hefboom dienen met, wellicht, de grootste bijdragen aan het behalen van de doelstellingen. Ze zullen tevens een aanzienlijk effect hebben op de broeikasgasintensiteit van de vloot.
3.2.5.4.1 Energie-efficiëntie
Sterk ontwerp
EXMAR ondersteunt onderzoek voor emissiearme technologieën en onderzoekt het gebruik van commercieel interessante schepen die worden aangedreven door brandstof met een lage of geen uitstoot. We verwachten dat dit effect op middellange tot lange termijn geleidelijk zal zijn. Daarom evalueert EXMAR voortdurend de commerciële haalbaarheid van zijn vloot en investeert en desinvesteert het actief om een state-of-the-art vloot te behouden.
De nieuwste aanwinsten in onze vloot zijn innovatief ontworpen om milieuprestaties te verbeteren in vergelijking met hun concurrenten. Zo varen twee van onze 'Very Large Gas Carriers' (VLGC) en twee 'Midsize Gas Carriers' (MGC) al op LPG als brandstof en hebben ze een lager EEDI-niveau dan vereist. LPG heeft een potentieel voor een vermindering van de broeikasgasemissies van 20% gedurende de levensduur in vergelijking met HFO. Alle nieuwe schepen zullen worden uitgerust met een asgenerator, waardoor de totale energie-efficiëntie tijdens het varen wordt verbeterd.
Efficiënte werking
De Carbon Intensity Index (CII) houdt de effectieve CO₂-uitstoot van een schip bij in verhouding tot het type en de grootte ervan. De CII van elk schip wordt jaarlijks geëvalueerd en zal tegen 2050 steeds strenger worden. Maatregelen ter verbetering van de CII zijn opgenomen in het Shipboard Energy Efficiency Management Plan (SEEMP), dat momenteel verder gaat dan de wettelijke vereisten door te voldoen aan de ISO 50001-certificering. De impact van de EEXI-regelgeving op onze bestaande vloot is beoordeeld.
3.2.5.4.2 Brandstofwisseling
Innovatie en engineering
Onze activiteiten spelen een actieve rol op weg naar decarbonisatie door de alternatieve brandstoffen te leveren die nodig zijn voor de energietransitie. We investeren in onderzoek en ontwikkeling naar het potentieel van koolstofneutrale brandstoffen zoals (groene) waterstof en (groene) ammoniak om de industrie te helpen haar doelstelling van koolstofneutraliteit te bereiken. Bovendien vraagt het potentieel van koolstofafvang voor opslag om transportmiddelen. Hierom neemt EXMAR actief deel aan de ontwikkeling van CO₂-dragers.
Gasmoleculen als overgang
In het kader van onze joint venture met Seapeak zijn we van plan om in de komende drie jaar vier ammoniak- en tien extra LPG-aangedreven MGCs aan de scheepsvloot te leveren. Deze zullen een belangrijke hefboom zijn voor de wereldwijde scheepsvloot, aangezien LPG en groene ammoniak een reductiepotentieel hebben van respectievelijk 20% en 97% in de totale broeikasgasemissies gedurende hun levensduur (in vergelijking met de standaard HFO-brandstof). Dit zullen de eerste motoren op ammoniak zijn en een startpunt zijn voor een aanzienlijke vermindering van de wereldwijde scheepvaartemissies.
Bevrachters als belangrijke partner in onze transitie
Onze activa worden verhuurd aan klanten. De installatie van middelen ter decarbonisatie en maatregelen op het gebied van OpEx en CapEx zijn afhankelijk van hun ESG-strategie en transitieplannen.
In 2024 is een project gestart om 'digitale tweelingen' van scheepsprestaties te creëren. Gedurende 2025 is de projectontwikkeling voortgezet en binnenkort kunnen we deze in verschillende formaten gebruiken. De digitale tweelingen kunnen zowel de eigenaar als de charteraar stimuleren om de best mogelijke scheepsprestaties te behalen en zo de uitstoot te verminderen. Daarnaast is er een transitie gaande om koelmiddelen te vervangen door een alternatief met een lager aardopwarmingsvermogen ('Global Warming Potential' – GWP). Ten slotte hebben we een overeenkomst met de chartermaatschappij van de Eemshaven LNG om walstroom en restwarmte aan boord van het schip te gebruiken, waardoor in 2024 4.600 ton aardgas minder wordt verbrand en de uitstoot van broeikasgassen drastisch wordt verminderd.
106 3.2 MILIEU
3.2.5.5 BROEIKASGASDOELSTELLINGEN
Hierboven hebben we onze ambities beschreven om een gedegen veerkrachtanalyse en een transitieplan voor klimaatverandering te ontwikkelen. Daarnaast hebben we een aantal maatregelen voor klimaatmitigatie gedefinieerd, maar hebben we de reducties voor broeikasgasemissies nog niet gekwantificeerd. Hierom kunnen we nog geen vooruitgang rapporteren. Het is echter belangrijk te vermelden dat we de broeikasgasemissies van onze vloot al enkele jaren bijhouden in ons energie-efficiëntieprogramma.
In 2026 zullen we beginnen met de ontwikkeling van concrete broeikasgasdoelstellingen, aangezien we ons hebben verbonden tot het nastreven van de ambities van de IMO en de EU Green Deal. We zijn van plan dit te doen door een wetenschappelijk onderbouwde aanpak toe te passen, waarbij we rekening houden met een reeks klimaatscenario's en marktontwikkelingen, beleidsgerelateerde ontwikkelingen en evoluties op milieu-, maatschappelijk en technologisch gebied. Bovendien zullen we de consistentie met de grenzen van de broeikasgasinventaris controleren.
Aangezien 2024 het eerste jaar was waarin EXMAR een uitgebreide koolstofboekhouding voerde, zullen we 2024 als referentiewaarde gebruiken voor de doelstellingen en reducties die we zullen ontwikkelen. De berekening van deze referentiewaarde begon met een uitgebreide analyse van de verdeling van de bedrijfsopbrengsten, kosten en kapitaaluitgaven
over alle entiteiten binnen de EXMAR-groep. Deze aanpak zorgt voor een gedetailleerd inzicht in de financiële stromen die bijdragen aan onze totale koolstofvoetafdruk. Zodra de financiële verdeling is vastgesteld, wordt elke entiteit binnen onze groep systematisch beoordeeld op haar materiële impact in relatie tot de totale inkomsten, uitgaven en kapitaaluitgaven op groepsniveau. Deze evaluatie stelt ons in staat om prioriteit te geven aan de belangrijkste emissiebronnen, zodat onze decarbonisatiestrategie zowel datagestuurd als effectief gericht is op het bereiken van betekenisvolle reducties. Als er in de komende jaren wijzigingen in deze basiswaarde moeten worden aangebracht, zullen we de effecten daarvan op de doelstellingen en resultaten in de loop van de tijd beschrijven.
Vastgelegde emissies ('locked-in' emissies) zijn toekomstige broeikasgasemissies die naar verwachting zullen plaatsvinden als gevolg van bestaande infrastructuur, schepen of andere investeringen die afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Deze emissies zijn vastgelegd omdat ze het resultaat zijn van beslissingen op lange termijn met een lange operationele levensduur. Bij het definiëren en kwantificeren van specifieke broeikasgasdoelstellingen zullen we de aanwezigheid van zo'n 'locked-in' emissies beoordelen, evenals hun impact op de realisatie van onze doelstellingen. Deze beoordeling was oorspronkelijk gepland voor 2025, maar is uitgesteld. We zijn van plan dit in de loop van 2026 te realiseren.
![]() |
|---|
3.2 MILIEU
3.2.6 EU-taxonomie
Om de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU voor 2030 te halen en de doelstellingen van de Europese Green Deal te bereiken, moeten investeringen worden gericht op duurzame projecten en activiteiten. Daarom werd in het actieplan voor de financiering van duurzame groei opgeroepen tot de invoering van een gemeenschappelijk classificatiesysteem voor duurzame economische activiteiten: de EU-Taxonomie. De EU-Taxonomie stelt bedrijven, investeerders en beleidsmakers in staat om een gemeenschappelijke definitie te hanteren van economische activiteiten die als ecologisch duurzaam kunnen worden beschouwd.
De basis van de EU-Taxonomie is vastgelegd in de taxonomieverordening, die op 12 juli 2020 in werking is getreden. Deze verordening bevat zes milieudoelstellingen:
- Beperking van de klimaatverandering
- Aanpassing aan klimaatverandering
- Duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen
- De overgang naar een circulaire economie
- Preventie en beheersing van verontreiniging
- Bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen
In gedelegeerde handelingen wordt gespecificeerd welke economische activiteiten de EU momenteel beschouwt als een substantiële bijdrage aan deze doelstellingen. Daarnaast worden daarin de technische screeningcriteria vastgesteld waaraan de activiteiten moeten voldoen om in overeenstemming te zijn met de taxonomie.
Op grond van de verordening moeten bedrijven vier stappen ondernemen:
- de geschiktheid van hun activiteiten beoordelen
- beoordelen of hun activiteiten in overeenstemming zijn met de taxonomie, zodat ze deze activiteiten als duurzaam kunnen bestempelen
- de financiële KPIs met betrekking tot in overeenstemming zijnde activiteiten berekenen
- de financiële KPIs rapporteren.
Als een van de belangrijkste spelers in de maritieme en offshore-dienstensector juicht EXMAR deze inspanningen van de EU om duurzame groei te screenen, te identificeren en aan te pakken, ten zeerste toe. Naast het vervoer van ammoniak en LPG en de omzetting van LNG – allemaal beschouwd als overgangsbrandstoffen volgens de EU-Taxonomie – streven we naar de ontwikkeling van duurzame oplossingen voor de energietransitie (zoals beschreven in dit rapport).
De onderstaande teksten beschrijven ons EU-Taxonomieproces en geven een overzicht van in aanmerking komende/afgestemde activiteiten en financiële KPIs. EXMAR heeft dezelfde aanpak toegepast als voor 2024. We hebben een evaluatie uitgevoerd van de vereenvoudigingsmaatregelen die zijn ingevoerd door de Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/73 van de Commissie (de 'Omnibus-vereenvoudigingsverordening'), waarin gestroomlijnde rapportagetemplates, de toepassing van een materialiteitsdrempel van 10% voor KPI-berekeningen en andere vereenvoudigingsmaatregelen zijn opgenomen. Voor de rapportageperiode 2025 heeft EXMAR ervoor gekozen de vereenvoudigingen niet toe te passen en om volledige informatie te bieden over de KPIs voor omzet, CapEx, en OpEx. Op deze manier kan de groep maximale transparantie en vergelijkbaarheid op jaarbasis van haar duurzaamheidsprestaties garanderen.
3.2.6.1 BEOORDELING VAN DE GESCHIKTHEID
De geschiktheidsbeoordeling van EXMAR analyseert de activiteiten die worden beschreven in de 'Taxonomy Climate Delegated Act' en de 'Environmental Delegated Act' en koppelt deze aan onze economische activiteiten. We hebben de geschiktheid geëvalueerd aan de hand van een methodologische benadering, waaronder een gedetailleerde analyse van onze activiteiten ten opzichte van alle zes klimaat- en milieudoelstellingen. Daarnaast hebben we een correspondentietabel opgesteld van bedrijfsactiviteiten en boekhoudkundige nomenclatuur, zoals beschreven in het rapport van de Technische Deskundigengroep (TEG) en de 'Taxonomy Climate Delegated Act'.
Bij de analyse van onze bedrijfsactiviteiten werden verschillende sectoren in aanmerking genomen voor mitigatie van klimaatverandering. Het resultaat van de beoordeling wordt hieronder weergegeven en toont aan dat activiteiten met betrekking tot het scheepvaartsegment, scheepsbeheerdiensten en ondersteunende diensten & engineering in aanmerking komen in overeenstemming met Annex I van de Climate Delegated Act.
Andere activiteiten werden als niet in aanmerking komend aangemerkt omdat ze niet volledig overeenkwamen met de beschrijving van de activiteiten in de gedelegeerde handeling.
3.2 MILIEU 109
| BU | ACTIVITEITE-BESORRUVING | AEGELIGE VERORDENING, BIJLAGE 1 | IN AANMERKING KOMEND? | |
|---|---|---|---|---|
| 3A | NEE | |||
| SHIPPING | Scheepsvloot die betrokken is bij het vervoer van ammoniak en LPG | H50.20/6.10: Vervoer van goederen over zee en langs de kust | ||
| H50.10/6.12: Modernisering van zeevaart en kustvaart voor vracht- en passagiersvervoer | ||||
| Geen specifieke NACE-code/4: Energie | H50.20/6.10 | Specifieke NACE-code/4: EXMAR-scheepvaart vervoert energie. Deze gedelegeerde handeling richt zich op energieopwekking, energieproductie en opslag van elektriciteit, waterstof en thermische energie. | ||
| INFRASTRUCTUUR | Exploitatie van FSRU- en FLNG-eenheden en accommodatie-pontons | Geen specifieke NACE-code/4.11: Energie – opslag van thermische energie | ||
| D35.11/4.3: Energie – Elektriciteitsopwekking uit wind-energie bouw of exploitatie van elektriciteits-opwekkingsinstallaties die elektriciteit produceren uit wind-energie | Specifieke NACE-code/4.11: EXMAR transformeert en zorgt voor de opslag van energie. Deze gedelegeerde handeling heeft betrekking op geothermische energie. | |||
| D35.11/4.3 & M71.12/9.1: De engineeringdiensten van EXMAR zijn niet uitsluitend gericht op de aanpassing aan klimaatverandering. | ||||
| Ondersteunende diensten & engineering (DVO/EOC) | M71.12/9.1: Engineeringactiviteiten en aanverwante technische consultancy gericht op de aanpassing aan klimaatverandering | |||
| DIENSTEN | EXMAR Ship Management (België, India, Singapore & Seavie Caribbean) | H50.20/6.10: Vervoer van goederen over zee en langs de kust | ||
| H50.10/6.11: Personenvervoer over zee en langs de kust | ||||
| D35.11/4.3: Energie – Elektriciteitsopwekking uit wind-energie bouw of exploitatie van elektriciteits-opwekkingsinstallaties die elektriciteit produceren uit wind-energie | ||||
| F42/7.6: Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën voor hernieuwbare energie | H50.20/6.10 | D35.11/4.3 - H50.10/6.11 - F42/7.6: Het aandeel van diensten in verband met personenvervoer of mogelijke opname in verband met offshore wind- en fotovoltaische zonne-energiesystemen is onbeduidend. |
3.2.6.2 BEOORDELING VAN DE AFSTEMMING
Waar 'eligibility' betrekking heeft op het potentieel van een bedrijf om bij te dragen aan een duurzame toekomst, geeft de afstemming ('alignment') van activiteiten een beeld van onze huidige duurzaamheidsstatus. Afstemming op de taxonomie houdt in dat een activiteit voldoet aan de eisen die specifiek voor deze activiteit in de taxonomie worden genoemd.
Kortom, een activiteit is alleen in overeenstemming als deze voldoet aan:
- de technische screeningcriteria (TSC), die de voorwaarden definiëren waaraan economische activiteiten moeten voldoen om als ecologisch duurzaam te worden beschouwd
- de criteria om geen significante schade te berokkenen ('Do No Significant Harm' - DNSH), die ervoor zorgen dat activiteiten substantieel bijdragen aan milieudoelstellingen en tegelijkertijd schade aan andere doelstellingen voorkomen
- de minimale waarborgen die aan deze activiteit zijn gekoppeld, bestaande uit een reeks normen die de naleving van mensenrechten, arbeidsrechten, omkoping, belastingheffing en eerlijke concurrentie waarborgen.
Op basis van het bovenstaande is als eerste stap beoordeeld of onze activiteiten voldoen aan de technische screeningcriteria. Voor de scheepvaart in het algemeen is een cruciale eis in de lijst van criteria die van nul directe CO₂-uitstoot uit de uitlaat. Er geldt een overgangsperiode tot eind 2025 waarin een bepaald aantal directe emissies is toegestaan, afhankelijk van het gebruik van het schip. Over het algemeen voldoen schepen aan de criteria als ze minimaal 25% van hun energie halen uit brandstoffen zonder directe CO₂-uitstoot. Momenteel zijn dergelijke brandstoffen echter nog maar in zeer beperkte mate beschikbaar en moeten er nog technologische doorbraken worden gerealiseerd.
Onze schepen Flanders Pioneer en Flanders Innovation, evenals nieuw gebouwde schepen (dual-fuel motor, geschikt voor LPG of ammoniak) voldoen aan het substantiële criterium 1d (Commission Delegated Regulation (EU) 2021/239, L442/111): "Wanneer het technologisch en economisch niet haalbaar is om te voldoen aan het criterium van nul directe CO₂-uitstoot uit de uitlaat, moeten de schepen tot 31 december 2025 een energie-efficiëntie ontwerpindex (EEDI) hebben die 10% lager is dan de EEDI-vereisten die op 1 april 2022 van toepassing zijn, indien de schepen kunnen varen op brandstoffen met nul directe (uitlaat) CO₂-uitstoot of op brandstoffen uit hernieuwbare bronnen."
110 3.2 MILIEU
Gezien de DNSH-criteria kunnen we stellen dat EXMAR voldoet aan de criteria voor water, circulaire economie en preventie van verontreiniging. Aan de andere kant voldoen we niet aan de DNSH-criteria voor aanpassing aan klimaatverandering en moeten we die voor biodiversiteit verder onderzoeken. Dit resultaat is te wijten aan het huidige gebrek aan een robuuste beoordeling van klimaatrisico's en kwetsbaarheid. Bovendien, en meer specifiek, zijn onze state-of-the-art schepen, zoals vermeld in het bovenstaande deel, niet in overeenstemming met de taxonomie, aangezien ze niet voldoen aan de DNSH-criteria.
Concluderend kunnen we stellen dat, gezien de bovenstaande criteria en de huidige stand van de technologie, de scheepvaartindustrie in het algemeen, en EXMAR in het bijzonder, voor een enorme uitdaging staan en zullen blijven worstelen om hun inspanningen voor een duurzamere wereld aan te tonen. Onze ambitie blijft echter onveranderd en als een van de toonaangevende experts op het gebied van maritiem transport van ammoniak blijven we actief investeren in zeeschepen die worden aangedreven door ammoniak als brandstof. Merk op dat ammoniak geen CO₂-uitstoot heeft, maar dat er pilootbrandstof nodig is om de motoren te laten draaien. Bij EXMAR bereiden we ons voor op een scenario waarin (groene) ammoniak als dominante energiedrager aan belang wint, na de overschakeling op waterstof, aangezien onze schepen volledig klaar zijn om dergelijke groene ammoniak te vervoeren.
3.2.6.3 RESULTATEN VAN DE TAXONOMIESCREENING
De Taxonomie wordt aangevuld met een Disclosure Delegated Act (06/07/2021), waarin de inhoud en presentatie wordt gespecificeerd van taxonomiegerelateerde informatie die een bedrijf dat onder de CSRD valt, openbaar moet maken. De onderstaande informatie is dan ook gebaseerd op de KPI rapportagevereisten die in deze verordening wordt beschreven:
- Het aandeel van de omzet dat afkomstig is van producten of diensten die verband houden met ecologisch duurzame activiteiten
- Het aandeel van de kapitaaluitgaven (CapEx)
- Het aandeel van de operationele uitgaven (OpEx) in verband met activa of processen die verband houden met ecologisch duurzame activiteiten
Het moet worden opgemerkt dat de financiële statements van EXMAR in overeenstemming zijn met de 'International Financial Reporting Standards' (IFRS), die door de Europese Unie zijn aangenomen. De hieronder berekende KPI's zijn daarentegen gebaseerd op de definitie van de EU-Taxonomieverordening. We zorgen ervoor dat er geen dubbeltellingen plaatsvinden en we verstrekken aanvullende informatie voor duidelijkheid over wat wel en niet is opgenomen in de KPIs in vergelijking met de financiële informatie volgens IFRS.
De onderstaande delen bevatten informatie per KPI. Meer details zijn te vinden in Bijlage 3: EU-Taxonomiesjablonen.
3.2.6.3.1 KPI 1 – Omzet
| SHIPPING | INFRASTRUCTUUR | DIENSTEN | GROEP | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal k$ (2025) | 50,573 | 133,366 | 64,202 | 248,140 |
| Totaal k$ (2024) | 55,508 | 171,329 | 122,074 | 348,911 |
| Totaal k$ (2023) | 52,553 | 371,226 | 63,539 | 487,318 |
| In aanmerking komende k$ (2025) | 50,573 | - | 12,678 | 63,251 |
| In aanmerking komende k$ (2024) | 55,508 | 95,952 | 151,460 | |
| In aanmerking komende k$ (2023) | 52,553 | - | 18,521 | 71,075 |
| In aanmerking komend % (2025) | 100% | 0% | 20% | 25% |
| In aanmerking komend % (2024) | 100% | 0% | 79% | 43% |
De bovenstaande in aanmerking komende omzet wordt geanalyseerd op basis van een activiteitsgerichte beoordeling per dochteronderneming, waarbij de omzet wordt gekoppeld aan de relevante taxonomieactiviteiten. In 2025 is er een aanzienlijke daling van de omzet ten opzichte van 2024. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door onze ondersteunende diensten, met lagere totale inkomsten ten gevolge van de verkoop van Bexco NV en lagere inkomsten uit scheepsbeheer in het algemeen.
Details over de omzet zijn te vinden in Toelichting 4 van de jaarrekening. Dit omvat zowel IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten als IFRS 16 Opbrengsten uit leases.
3.2 MILIEU 111
3.2.6.3.2 KPI 2 - CapEx
| SHIPPING | INFRASTRUCTUUR | DIENSTEN | GROEP | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal k$ (2025) | 27,941 | 246 | 7,0474 | 35,662 |
| Totaal k$ (2024) | 10,045 | 835 | 702 | 11,581 |
| Totaal k$ (2023) | 1,340 | 3,240 | 3,550 | 8,130 |
| In aanmerking komende k$ (2025) | 137 | - | 266 | 403 |
| In aanmerking komende k$ (2024) | 6,639 | - | - | 6,639 |
| In aanmerking komende k$ (2023) | 1,340 | - | 839 | 2,179 |
| In aanmerking komend % (2025) | 0% | 0% | 4% | 1% |
| In aanmerking komend % (2024) | 66% | 0% | 0% | 57% |
De bovenstaande in aanmerking komende kapitaaluitgaven worden geanalyseerd op basis van een activiteitsgerichte beoordeling per dochteronderneming, waarbij de kapitaaluitgaven worden gekoppeld aan de relevante taxonomieactiviteiten. De kapitaaluitgaven bestaan voornamelijk uit de aankoop van schepen (IAS 16 – zie ook toelichting 13 in de jaarrekening) en in mindere mate uit de aankoop van andere materiële vaste activa (IAS 16), gebruiksrechten (IFRS 16) en geactiveerde immateriële activa (IAS 38). In 2025
hebben we een hogere CapEx in vergelijking met 2024, als gevolg van de vervroegde afkoop van één schip en het droogdokken van verschillende schepen. Er was echter een aanzienlijke daling van het percentage dat in aanmerking komt, vanwege de investering in Suezmax olietankers. Deze komt niet in aanmerking omdat er geen alternatieve brandstofcapaciteit is.
Aanvullende informatie is te vinden in de toelichtingen 13 en 14 van bij de jaarrekening.
3.2.6.3.3 KPI 3 - OpEx
| SHIPPING | INFRASTRUCTUUR | DIENSTEN | GROEP | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal k$ (2025) | 4,166 | 4,769 | 25,569 | 34,504 |
| Totaal k$ (2024) | 3,790 | 35,306 | 78,949 | 118,044 |
| Totaal k$ (2023) | 23,329 | 243,257 | 38,582 | 305,168 |
| In aanmerking komende k$ (2025) | 4,166 | - | 15,746 | 19,912 |
| In aanmerking komende k$ (2024) | 3,790 | - | 30,822 | 34,612 |
| In aanmerking komende k$ (2023) | 23,329 | - | 11,086 | 34,415 |
| In aanmerking komend % (2025) | 100% | 0% | 62% | 58% |
| In aanmerking komend % (2024) | 100% | 0% | 39% | 29% |
Over het algemeen bestaan onze bedrijfskosten uit scheepskosten, algemene en administratieve kosten (G&A) en personeelskosten. Aangezien niet al onze bedrijfskosten voldoen aan de definitie van de OpEx KPI zoals gedefinieerd in de Taxonomieverordening, zijn alleen scheepskosten, bemanning en onderhoud opgenomen. Alle andere kosten (bijv. verzekeringen, afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen, G&A-kosten) zijn buiten beschouwing gelaten. In vergelijking met 2024 hebben we de methodologie voor het berekenen van de OpEx-noemer verfijnd om deze strikt af te stemmen op de categorieën die zijn gedefinieerd in de EU-taxonomieverordening.
Hiermee moet rekening worden gehouden bij het vergelijken van de waarden tussen 2024 en 2025.
In 2025 is het totale percentage dat in aanmerking komt voor OpEx gestegen, voornamelijk ten gevolge van lagere conversiekosten in infrastructuurprojecten 'divisie van conversie'. Aangezien infrastructuur geen in aanmerking komende entiteiten heeft, is het algemene percentage over het algemeen gunstiger.
Aanvullende informatie is te vinden in toelichting 6 van de jaarrekening.

Keel Laying of World's First Ocean
(Hull No. 1)


Hongoing Ammonia-Fuelled Vessel (No. 8389)
(No. 2025

OCCK TANK(PAN)

2025-03-07
3.3 SOCIAAL
3.3 SOCIAAL
3.3.1 De EXMAR-familie
Het personeelsbestand van EXMAR bestaat uit kantoormedewerkers en zeevarenden. Onze kantoormedewerkers zijn aanwezig in het hoofdkantoor en de regionale kantoren aan wal, en brengen af en toe een bezoek aan schepen, klanten of scheepswerven. Zeevarenden daarentegen zijn internationaal actief en werken aan boord van schepen (die eigendom zijn van of geëxploiteerd worden door EXMAR). De aard van dit werk is vrij complex, aangezien zeevarenden van project naar project wisselen – en dus van reder naar reder en van klant naar klant – en langere periodes offshore werken, afgewisseld met periodes van tijdelijk verlof. Vermits ons eigen personeelsbestand grotendeels uit zeevarenden bestaat, brengt deze complexiteit unieke uitdagingen met zich mee in vergelijking met andere sectoren.
Zeevarenden die op EXMAR-schepen of schepen waarop wij actief zijn, werken, vormen vaak een gemengd gezelschap: een combinatie van mensen die in dienst zijn van een EXMAR-entiteit en mensen die zijn aangeworven via externe aannemers. Gezien dit feit definiëren we 'werknemers' duidelijk als iedereen met een rechtstreeks contract bij EXMAR nv of een van haar dochterondernemingen. Bijgevolg worden voor schepen met een gemengde bemanning alleen personen die verbonden zijn aan een van de entiteiten van EXMAR opgenomen in de cijfers in dit hoofdstuk en beschouwd als 'eigen personeelsbestand' in het kader van dit duurzaamheidsverslag. In vergelijking met 2024 hebben we onze definitie verengd en worden personen met een contract met EXMAR Ship Management (ESM) – een EXMAR-entiteit die verantwoordelijk is voor de bemanning van eigen/ derde schepen – maar dat door ESM 'namens' een andere partij is ondertekend, niet meegenomen. De reden hiervoor is dat ESM administratieve ondersteuning biedt aan deze werknemers, maar niet betrokken is bij andere zaken zoals opleiding, gezondheid en veiligheid. Deze personen zijn hierom niet opgenomen in de onderstaande cijfers. In 2024 telde deze groep 33 personen, waarmee rekening moet worden gehouden bij het vergelijken van de waarden tussen 2024 en 2025.
Daarnaast worden 'niet-werknemers' beschouwd als zelfstandigen, personen die worden ingezet in tijden van beperkte middelen (vb. projectgerelateerd werk) of personen die kansen krijgen vanwege hun grote potentieel (vb. stagiaires). Niet-werknemers zijn niet opgenomen in de cijfers in dit hoofdstuk.
Hieronder bieden we cijfers van ons eigen personeelsbestand, waarbij we ingaan op geslacht, contracttypes en leeftijd, in een multiculturele context. Ons personeelsbestand wordt aan het einde van elk kalenderjaar gemeten – in plaats van als een jaargemiddelde – om een nauwkeurig en actueel beeld te geven. Hoewel zeevarenden aan het einde van het jaar tijdelijk met verlof kunnen zijn, worden ze toch meegeteld omdat ze op het punt staan om weer aan boord te gaan. Onze gegevens zijn afkomstig uit softwaretoepassingen en interne registers, een combinatie die zorgt voor nauwkeurigheid, consistentie en gestroomlijnde rapportage. Bij het verzamelen van gegevens houden we ons strikt aan de toepasselijke lokale regelgeving (bijv. GDPR) en respecteren we ten volle het recht van individuen om informatie achter te houden. Ten slotte worden alle aannames tijdens het verzamelen van gegevens expliciet gedocumenteerd.
3.3.1.1 Ons PERSONEELSBESTAND IN CIJFERS
EXMAR is wereldwijd actief, in internationale wateren en onder verschillende vlaggen: een context die tot uiting komt in ons multiculturele personeelsbestand. Dankzij de diversiteit binnen onze groep van werknemers, met veel verschillende nationaliteiten en woonplaatsen, kunnen we ons aanpassen aan de veranderende eisen van internationale markten, terwijl we onze wereldwijde partnerschappen versterken.
In 2025 bestond ons personeelsbestand uit 1,410 werknemers (per 31/12/25), voornamelijk zeevarenden, verspreid over de verschillende continenten. Werknemers worden gekoppeld aan een geografisch gebied op basis van hun woonplaats (on- en offshore) in plaats van hun nationaliteit. Deze beslissing werd specifiek genomen vanwege de grote diversiteit in nationaliteit binnen ons personeelsbestand, waaronder veel mensen met een dubbele nationaliteit, wat de verdeling naar nationaliteit erg complex maakt. Naast het aantal werknemers per regio, geven we ook het aantal werknemers weer
3.3 SOCIAAL 115
in landen waar ons personeelsbestand meer dan 50 mensen telt. Hiermee benadrukken we onze wereldwijde aanwezigheid en operationele schaal in belangrijke regio's, die 88.44% van ons personeel vertegenwoordigt (87.71% in 2024).
| GEGORAFISCHE GEBIEDEN | AANTAL WERKNEMERS 2024 | AANTAL WERKNEMERS 2025 |
|---|---|---|
| Europa | 620 | 559 |
| Azië | 708 | 658 |
| Afrika | 23 | 19 |
| Noord-Amerika | 102 | 101 |
| Zuid-Amerika | 67 | 71 |
| Oceanië | 1 | 2 |
| TOTAAL | 1,521 | 1,410 |
| LEEFTIERS-VERDELING | AANTAL WERKNEMERS 2024 | AANTAL WERKNEMERS 2025 |
| --- | --- | --- |
| Jonger dan 30 | 220 | 193 |
| Tussen 30 en 50 jaar | 1,031 | 963 |
| Ouder dan 50 | 270 | 254 |
| TOTAAL | 1,521 | 1,410 |
| VERDELING NAAR GESLACHT | AANTAL WERKNEMERS 2024 | AANTAL WERKNEMERS 2025 |
| --- | --- | --- |
| Mannen | 1,369 | 1,256 |
| Vrouwen | 152 | 154 |
| Overige | 0 | 0 |
| Niet gerapporteerd | 0 | 0 |
| TOTAAL | 1,521 | 1,410 |
| LANDEN MET >50 WERKNEMERS | AANTAL WERKNEMERS 2024 | AANTAL WERKNEMERS 2025 |
| --- | --- | --- |
| Filippijnen | 368 | 336 |
| India | 300 | 289 |
| Oekraine | 214 | 194 |
| België | 210 | 194 |
| Verenigde Staten | 98 | 100 |
| Kroatië | 88 | 76 |
| Jamaica | 56 | 58 |
In de volgende tabellen geven we het aantal werknemers weer, ingedeeld naar leeftijd en geslacht. Over het algemeen bestaat het grootste deel van ons personeelsbestand uit mannen tussen de 30 en 50 jaar oud. Deze cijfers moeten echter genuanceerd worden. Ze bieden namelijk geen volledig beeld van onze inspanningen om een divers personeelsbestand te creëren, vooral gezien het totale percentage vrouwen, dat momenteel 10.92% bedraagt (10% in 2024). EXMAR is actief in een sector die traditioneel door mannen wordt gedomineerd en zet zich in om barrières te doorbreken. We lijken hierin te slagen, aangezien vrouwen momenteel 2.64% van onze bemanning aan boord uitmaken (2.54% in 2024): meer dan het dubbele van het industriegemiddelde van 1% (IMO-WISTA Women in Maritime Survey, 2024). Ongeveer 50% van deze vrouwen is werkzaam in een officiersfunctie en maakt deel uit van de operationele teams van de schepen, terwijl de andere vrouwelijke zeevarenden ondersteuning bieden, zoals kook- en schoonmaakdiensten. Bovendien vertegenwoordigen vrouwen binnen de groep kantoormedewerkers maar liefst 40.06% (gelijk aan 2024), wat onze toewijding aan gendergelijkheid en inclusiviteit op alle operationele niveaus extra benadrukt.
Vanwege het unieke karakter van de maritieme sector, met specifieke operationele, regelgevende en logistieke uitdagingen, werken zeevarenden doorgaans op basis van tijdelijke contracten. Dergelijke contracten weerspiegelen de geldende rotatiepatronen en stellen zeevarenden in staat om tussen opdrachten door langere periodes thuis door te brengen, waardoor een evenwicht ontstaat tussen intense werkperiodes en vrije tijd. Bovendien vergemakkelijkt dit de tewerkstelling van zeevarenden uit verschillende landen op basis van tijdelijke regelingen. Op deze manier wordt er voldaan aan verschillende arbeidswetten en kostenstructuren, terwijl er in internationale wateren en onder verschillende vlaggen wordt gevaren. Daarenboven vergroot het de flexibiliteit voor bemanningsleden om tussen schepen te wisselen op basis van gespecialiseerde vaardigheden voor specifieke ladingen/schepen, waardoor diverse professionele ervaringen en carrièremogelijkheden worden gecreëerd. Zeevarenden kunnen kiezen voor specifieke opdrachten die aansluiten bij hun persoonlijke en professionele doelen, terwijl ze tussen contracten door nieuwe opportuniteiten kunnen verkennen.

116 3.3 SOCIAAL
| MAN | VROUW | OVERIGE | NIET GERAPPORTEERD | TOTAAL | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | |
| Vaste werknemers | 181 | 185 | 121 | 124 | 0 | 0 | 0 | 0 | 302 | 309 |
| Tijdelijke werknemers | 1,188 | 1 071 | 31 | 30 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1,219 | 1 101 |
| Werknemers met niet-gegarandeerde uren | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Voltijdse werknemers | 1,366 | 1,252 | 133 | 135 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1,499 | 1,387 |
| Deeltijdse werknemers | 3 | 4 | 19 | 19 | 0 | 0 | 0 | 0 | 22 | 23 |
| TOTAL | 1,369 | 1,256 | 152 | 154 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1,521 | 1,410 |
Door de persoonlijke en professionele doelstellingen van onze werknemers op elkaar af te stemmen, demonstreren we het belang dat we hechten aan ervaren en toegewijde bemanningsleden en personeelsbehoud. De cijfers in de tabel hieronder bevestigen onze aanpak. Ze ondersteunen ons engagement om te investeren in onze werknemers en een stabiel en betrokken team te creëren dat zorgt voor succes op lange termijn.
| ZEEVARENDEN BIJ EXMAR >5 JAAR | AANTAL PERSONEN DIE EXMAR VERLIETEN | PERSONEELSVERLOOP | |
|---|---|---|---|
| 2024 | >70% | 260 | 17.09% |
| 2025 | >62.20% | 194 | 13.76% |
3.3.2 Beleid met betrekking tot ons eigen personeel
Er bestaat geen twijfel over dat een degelijk bestuur en goede HR-processen en -praktijken essentieel zijn in een bedrijf als EXMAR. Daarom hebben we zowel op groeps- als op dochterondernemingsniveau een beleid ontwikkeld dat is afgestemd op de werknemersgroepen in alle entiteiten.
Voor kantoormedewerkers zijn deze beleidsregels afgestemd op de nationale arbeidswetgeving en internationale arbeidsnormen, met bijzondere aandacht voor de vereisten die zijn vastgelegd in PC 225 (voor België). PC 225 definieert overeenkomsten voor internationale handel, transport en aanverwante sectoren en helpt ons ervoor te zorgen dat we voldoen aan erkende kaders voor eerlijke arbeidspraktijken en werknemersrechten. Wat zeevarenden betreft, zijn onze beleidsregels in overeenstemming met de vereisten van het Maritiem Arbeidsverdrag (MLC) 2006. Door middel van externe certificering van onze schepen zorgen we ervoor dat we voldoen aan de MLC-normen op het gebied van, onder meer, de bescherming van de rechten van zeevarenden, arbeidsomstandigheden en veiligheid op zee. Ten slotte zijn alle beleidslijnen voor beide groepen werknemers in overeenstemming met de VN-beginselen inzake bedrijfsleven en mensenrechten: een kader om schendingen van de mensenrechten die zich in de context van bedrijfsactiviteiten kunnen voordoen, te voorkomen, aan te pakken en te verhelpen.
Binnen het beleid en de procedures wordt specifieke aandacht besteed aan het beheer van materiële effecten, risico's en kansen die verband houden met de werknemers van EXMAR. Het privacybeleid, het duurzaamheidsbeleid, het beleid tegen intimidatie en discriminatie en de bijbehorende procedures voor bemanning en werving hebben betrekking op de materiële onderwerpen 'vrijheid van vereniging', 'collectieve onderhandelingen', 'gezondheid en veiligheid', 'opleiding en ontwikkeling van vaardigheden', 'diversiteit' en 'adequate huisvesting'. In het algemeen bevorderen ze eerlijke behandeling en kansen voor alle werknemers en helpen ze risico's te beperken. Daarnaast proberen we tegemoet te komen aan welzijn, werk-privébalans, veiligheid, naleving en gelijke toegang door middel van een thuiswerkregeling, die is ontworpen om in te spelen op de veranderende werkomgeving – met name voor werknemers die op afstand of in hybride omgevingen werken. Deze regeling is al van kracht voor het hoofdkantoor (Antwerpen) en India. We zijn van plan om deze aanpak uit te breiden naar andere kantoren wereldwijd. Ten slotte streven we ernaar de ontwikkeling en groei van alle werknemers te ondersteunen door middel van verschillende opleidingsprogramma's. Daardoor vergroten we de expertise en kennis om in verschillende functies te slagen, terwijl we de risico's van onderpresteren of een gebrek aan vaardigheden beperken.
Sommige documenten verdienen meer aandacht. In de eerste plaats definiëren onze 'Code of Business Ethics' (voor kantoormedewerkers) en 'Code of
3.3 SOCIAAL 117
Conduct' (voor zeevarenden) het gedrag en de verwachtingen van de werknemers van EXMAR. Iedereen is verplicht zich aan deze documenten te houden, om ervoor te zorgen dat alle activiteiten op een veilige, ethische en efficiënte manier worden uitgevoerd, in overeenstemming met de toepasselijke regels en voorschriften. We verwachten dat onze werknemers eerlijk en integer te werk gaan, alle collega's, klanten en partners met respect en professionaliteit behandelen en duidelijk en tijdig communiceren met alle betrokken partijen. Beide codes maken deel uit van het onboardingproces en medewerkers worden aangemoedigd om iedereen hiervan bewust te maken en eventuele overtredingen te melden. Hiervoor zijn meerdere (anonieme) kanalen ontwikkeld. Voor zeevarenden worden de veiligheidsvisie van EXMAR alsook correct handelen om onveilig werk/gedrag te voorkomen, benadrukt.
Ten tweede is er het beleid inzake gezondheid, veiligheid, milieu en kwaliteit ('Health, Safety, Environment & Quality' - HSEQ) voor de veiligheid en het welzijn van ons eigen personeel, waarin de risico's van maritieme activiteiten worden gemanaged. Als hoeksteen van ons veiligheidsbeheersysteem is dit beleid van cruciaal belang voor het minimaliseren van risico's, het beschermen van mensenlevens, het waarborgen van operationele integriteit en het behoud van het maritieme ecosystem. Voor zeevarenden betekent dit niet alleen dat zij zich aan deze richtlijnen moeten houden, maar ook dat zij proactief een cultuur van veiligheid en duurzaamheid moeten bevorderen.
Onderstaande paragrafen gaan dieper in op onze aanpak voor mensen- en arbeidsrechten en betrokkenheid en inclusie van werknemers. Verder beschrijven we hoe we omgaan met materiële negatieve effecten op onze werknemers, met de nadruk op klachtenmechanismen. In Bijlage 2 bieden we een overzicht van hoe elk beleid voldoet aan de Minimale Rapportagevereisten voor beleidsdocumenten van ESRS ('ESRS Minimum Disclosure Requirements for Policies' - MDR-P), met een beschrijving van elementen zoals de kerninhoud, reikwijdte en verantwoordingsplicht.
3.3.2.1 MENSENRECHTEN EN ARBEIDSRECHTEN
EXMAR is toegewijd aan het vasthouden aan en promoten van respect voor mensenrechten, inclusief arbeidsrechten, doorheen alle lagen van ons personeelsbestand. We doen ons best om een werkplek te creëren waar alle individuen worden gerespecteerd, een eerlijke behandeling krijgen en beschermd worden tegen enige vorm van schade – ongeacht hun functie of werkplek. Onze inzet sluit aan bij zowel de nationale arbeidswetgeving als de internationale mensenrechtennormen en richt zich op mensenhandel, gedwongen of verplichte arbeid en kinderarbeid. De belangrijkste principes zijn:
- Respect voor vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen: Ondersteuning van het recht van werknemers om vakbonden op te richten of zich daarbij aan te sluiten en collectieve onderhandelingen te voeren.
- Non-discriminatie en gelijke kansen: Ervoor zorgen dat niemand wordt gediscrimineerd op grond van ras, geslacht, leeftijd, religie, nationaliteit of enige andere status.
- Eerlijke en veilige arbeidsomstandigheden: Een omgeving bieden waarin gezondheid, veiligheid en waardigheid voor alle werknemers voorop staan.
- Eerlijke lonen en arbeidsvoorwaarden: Eerlijke vergoeding en arbeidsvoorwaarden garanderen in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving en collectieve arbeidsovereenkomsten.
- Preventie van intimidatie en bevordering van welzijn: Bevorder een werkplek die vrij is van intimidatie en waar mentale en fysieke gezondheid voorop staan.
- Toegang tot informatie: Zorg voor transparantie over de rechten en plichten van werknemers op grond van hun arbeidsvoorwaarden.
We streven ernaar om de bovengenoemde verbintenissen en principes na te leven en te verbeteren via ons 'Corporate Governance Charter', ons beleidskader en collectieve arbeidsovereenkomsten met relevante sociale partners (indien van toepassing). Binnen dit kader hebben we onze aanpak afgestemd op de specifieke kenmerken van kantoorpersoneel versus zeevarenden. Voor kantoormedewerkers leggen we de nadruk op het evenwicht tussen werk en privéleven (bijv. flexibele werktijden en werken op afstand), loopbaanontwikkeling (bijv. opleidings- en ontwikkelingsmogelijkheden) en de werkomgeving (bijv. ergonomie en toegankelijke kantooropstellingen om comfort en productiviteit te verbeteren).
Zeevarenden hebben daarentegen andere accenten nodig, aangezien hun rechten en arbeidsomstandigheden worden bepaald door het unieke karakter van hun functie. Voor deze groep werknemers bestaan er bijvoorbeeld richtlijnen inzake de vrijheid om een dienstverband aan te gaan en te beëindigen (waarbij ervoor wordt gezorgd dat contracten in overeenstemming zijn met maritieme arbeidsverdragen en collectieve overeenkomsten), maritieme veiligheidsnormen (strikte naleving van internationale maritieme veiligheidsrichtlijnen), leefomstandigheden aan boord (handhaving van hoge normen voor accommodatie, voeding en toegang tot recreatieve voorzieningen op schepen), toegang tot communicatie (bijvoorbeeld middelen om tijdens de inzet in contact te blijven met familie en vrienden) en repatriëringsrechten.
3.3 SOCIAAL
Omgaan met impact op mensenrechten
Om mogelijke gevolgen voor de mensenrechten aan te pakken, hebben we mechanismen ingesteld waarin kantoormedewerkers zowel intern – aan een aangewezen vertrouwenspersoon – als extern – via een externe preventiedienst – meldingen kunnen doen. Deze mechanismen zijn ontworpen om vertrouwelijkheid, geen vergelding en een eerlijk beoordelingsproces te waarborgen. Indien nodig, kan er diepgaand onderzoek worden opgezet door een externe partij om potentiële problemen op gepaste wijze aan te pakken, in lijn met ‘best practices’ om mensenrechten te herstellen. Specifiek voor zeevarenden werd er een klachtenprocedure ingevoerd die voldoet aan de eisen van het Maritiem Arbeidsverdrag (MLC) 2006. Hiermee creëerden we een transparant en effectief kanaal om zorgen te uiten.
De Human Resources (HR) afdeling op het hoofdkantoor in Antwerpen verzamelt het aantal klachten en incidenten met betrekking tot sociale en mensenrechtenkwesties voor kantoormedewerkers; de bemanningsafdelingen doen dit voor zeevarenden. Als er gevallen zijn, worden deze gemeld aan het managementteam, dat ook regelmatig updates ontvangt over de status van incidenten en klachten en de maatregelen die daartoe genomen zijn.
In 2025 hebben zich geen incidenten van discriminatie voorgedaan en werden er geen zorgen over discriminatie door werknemers gemeld. Bovendien hebben zich geen ernstige mensenrechtenkwesties en incidenten in verband met ons eigen personeel voorgedaan, wat heeft geresulteerd in nul boetes of sancties.
3.3.2.2 BETROKKENHEID VAN WERKNEMERS
Bij EXMAR erkennen we dat actieve betrokkenheid van ons kantoorpersoneel en onze zeevarenden essentieel is voor het succes en het welzijn van ons bedrijf. Daarom zetten we ons in voor zinvolle en effectieve engagement met alle werknemers, gebaseerd op de principes van feedback, professionele ontwikkeling en zinvolle interactie.
Voor kantoormedewerkers ontwikkelden we een systeem van feedback op regelmatige basis, zoals evaluatiegesprekken en enquêtes over werknemers hun betrokkenheid. Op deze manier kunnen we waardevolle inzichten verzamelen over de tevredenheid op de werkplek en mogelijkheden voor verbetering identificeren. Daarnaast is er veel aandacht voor loopbaanontwikkeling door middel van gerichte opleidingsprogramma’s. Ten slotte helpen de organisatie van groepsevenementen voor informele teambijeenkomsten, zoals conferenties en teambuildingactiviteiten, om de relaties binnen de EXMAR-groep te versterken en een samenwerkingsgerichte en hechte werkomgeving te bevorderen.
De betrokkenheid van het kantoorpersoneel begint tijdens het wervingsproces, waarbij kandidaten worden beoordeeld op hun geschiktheid voor EXMAR en onze bedrijfscultuur. Dit gebeurt door middel van sollicitatiegesprekken, assessments en kennismakingsgesprekken met HR en relevante managers. Na hun aanwerving doorlopen nieuwe medewerkers een onboardingproces om hen in de organisatie te integreren. Hun introductie omvat oriëntatiesessies, een kennismaking met het bedrijfsbeleid, trainingen over belangrijke systemen en een overzicht van de afdelingen, die doorgaans plaatsvinden tijdens de eerste dagen of weken van hun tewerkstelling. Vervolgens vinden er tijdens het dienstverband regelmatig contactmomenten plaats, met geplande check-ins om ervoor te zorgen dat werknemers zich gesteund voelen en eventuele zorgen kunnen bespreken. Dat zijn meestal informele vergaderingen, check-ins met afdelingshoofden en andere informele gesprekken, die regelmatig plaatsvinden, met een variërende frequentie, afhankelijk van de afdeling en het onderwerp. Daarnaast worden evaluaties en loopbaanontwikkeling uitgevoerd via formele vergaderingen met managers, die minstens drie keer per jaar plaatsvinden. Tijdens dergelijke vergaderingen worden de voortgang van de werknemer, feedback en mogelijke loopbaanontwikkelingsmogelijkheden besproken. Ten slotte voeren we bij het vertrek van een werknemer exitgesprekken om feedback te verzamelen en een soepel vertrek te garanderen.
Wat zeevarenden betreft, leggen we de nadruk op voortdurende communicatie, veiligheid en welzijn in de unieke context van maritieme tewerkstelling. Betrokkenheid komt tot stand via aanmeldingsgesprekken (waarbij verwachtingen worden besproken), debriefing, bezoeken aan boord en evaluatiemomenten, waarbij voortdurende ondersteuning en feedback wordt geboden tijdens de tijd die werknemers op zee doorbrengen. Een voorbeeld hiervan is onze ‘sign-off survey’, ontworpen om het welzijn en de prestaties te beoordelen, feedback over de arbeidsomstandigheden te verzamelen en de maturiteit van de veiligheid te meten. Daarnaast helpen initiatieven zoals bemanningsconferenties en kantoorbezoeken om de kloof tussen schepen en wal te overbruggen, waardoor sterkere banden worden opgebouwd en de relatie tussen kantoormedewerkers en zeevarenden aanzienlijk wordt verbeterd. Er wordt specifiek aandacht besteed aan de steun voor zeevarenden tijdens langdurige periodes op zee, waarbij de uitdagingen van isolatie en beperkte sociale interactie worden aangepakt.
Activiteiten rond engagement en het delen van de resultaten daarvan binnen onze organisatie zijn essentieel. Voor het kantoorpersoneel ligt de verantwoordelijkheid daarom bij de adjunct-COO (‘Chief Operating Officer’), die
3.3 SOCIAAL 119
primair verantwoordelijk is voor het toezicht op de uitvoering van zo'n activiteiten voor ons gehele personeelsbestand. De COO wordt daarbij ondersteund door het evenemententeam, de HR-directeur, de HR-businesspartner en het senior managementteam. Deze mensen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van initiatieven die aansluiten bij de doelstellingen en cultuur van de organisatie en die bijdragen aan positieve ervaringen en feedback van werknemers.
Wat zeevarenden betreft, houdt de 'Managing Director' toezicht op alle engagement op hoog niveau. Hij/zij is uiteindelijk verantwoordelijk voor de uitvoering van de activiteiten en het gebruik van de resultaten daarvan om verbeteringen in zowel de operationele als de personeelsstrategieën te stimuleren. Daarnaast spelen de verantwoordelijken van 'Fleet Management' een belangrijke rol in het beheer van dagelijks engagement, waaronder werving, onboarding en evaluatie van bemanningsleden. Ten slotte ondersteunen het Hoofd Bemanning en andere senior leidinggevenden in het maritieme operationele team, het engagement met zeevarenden, meer bepaald omtrent het waarborgen van veiligheid, operationele efficiëntie en werkplezier.
Betrokkenheid bij ons eigen personeel is één ding, het opvolgen van de effectiviteit ervan en het verwerken van de feedback en inzichten van medewerkers is iets anders. Door middel van gestructureerde feedbackmechanismen (bijv. enquêtes en individuele gesprekken) en het monitoren van onze algehele prestaties door middel van KPI-tracking (bijv. op het gebied van retentie), proberen we inzicht te krijgen in hoe effectief onze aanpak voor engagement momenteel is, zodat we deze in de toekomst kunnen aanpassen. Bovendien nemen we de perspectieven van werknemers mee in onze beslissingen en activiteiten om feitelijke en potentiële effecten te managen. Betrokkenheid zorgt ervoor dat de kennis, ervaring en inzichten van medewerkers een directe invloed hebben op operationele en strategische resultaten. Hieronder geven we twee voorbeelden:
- Zeevarenden gebruiken een geformaliseerd kanaal om wijzigingen in bestaande procedures voor te stellen door een 'Document Change Request' (DCR) in te dienen. Zo kunnen ze hun eigen operationele ervaring gebruiken om verbeteringen in processen en praktijken door te voeren.
- Bemanningsleden aan boord spelen een cruciale rol in de dagelijkse operationele beslissingen. Hun autonomie zorgt voor snelle en praktische reacties op situationele uitdagingen, in overeenstemming met bredere operationele kaders.
3.3.2.3 VOOR INCLUSIE, TEGEN DISCRIMINATIE
EXMAR streeft naar een inclusieve werkplek waar iedereen wordt gewaardeerd, gerespecteerd en gestimuleerd. Ons beleid en onze praktijken zijn erop gericht een eerlijke en ondersteunende omgeving te creëren voor alle werknemers, ongeacht hun achtergrond of identiteit. Ze zijn vastgelegd in onze arbeidsreglementen, die discriminatie op basis van ras, geslacht, leeftijd, handicap, seksuele geaardheid, religie of enig ander kenmerk expliciet verbieden. Een voorbeeld van hoe we dit in de praktijk brengen, is onze toepassing van inclusieve wervingsmethoden door een zeer internationaal en uitgebreid selectieproces te hanteren, waarbij kandidaten met verschillende achtergronden in aanmerking worden genomen. Ten tweede creëert ons anti-intimidatiebeleid een veilige en ondersteunende omgeving voor alle werknemers en biedt het instrumenten om incidenten van intimidatie te melden of aan te pakken. Ten slotte houden we ons aan gelijke kansen voor loopbaanontwikkeling en werken we actief aan een divers personeelsbestand. Deze principes en initiatieven zijn even belangrijk voor kantoorpersoneel als voor zeevarenden, wat tot uiting komt in ons beleid voor beide groepen. Bovendien helpen ze ervoor te zorgen dat discriminatie wordt voorkomen, beperkt en aangepakt zodra deze wordt geconstateerd. Elke vorm van discriminatie moet snel worden aangepakt en beperkt via een duidelijk omschreven meldingsprocedure, die heldere procedures voor onderzoek en herstelmaatregelen omvat (zie klachtenbeleid).
Naast het bovenstaande nemen we ook proactieve maatregelen om te luisteren naar en rekening te houden met de stemmen en perspectieven van personen die mogelijk gemarginaliseerd en/of bijzonder kwetsbaar zijn. Door gerichte feedbackmechanismen in te voeren (bijvoorbeeld enquêtes over de betrokkenheid van werknemers en individuele feedbacksessies), streven we ernaar veilige en open communicatiekanalen te bieden. Op deze manier proberen we de unieke uitdagingen waarmee dergelijke groepen worden geconfronteerd te begrijpen en aan te pakken, terwijl we belemmeringen identificeren, risico's beperken en zinvolle veranderingen doorvoeren die de algehele ervaring en het welzijn van ons personeel verbeteren.
3.3 SOCIAAL
3.3.2.4 KLACHTENMECHANISME
Bij EXMAR zetten we ons in om elke materiële negatieve impact op onze eigen werknemers snel en effectief aan te pakken. Onze aanpak is gebaseerd op duidelijke, toegankelijke klachtenmechanismen, waaronder anonieme meldingssystemen en directe communicatiekanalen. Op deze manier zorgen we ervoor dat werknemers hun zorgen veilig en zonder aarzeling kunnen uiten. We geven prioriteit aan het begrijpen van de behoeften en zorgen van werknemers en betrekken directe managers om, waar nodig, oplossingen te faciliteren en ondersteuning te bieden.
Onze werknemers hebben toegang tot meerdere kanalen om hun zorgen of behoeften kenbaar te maken. Over het algemeen staat het Human Resources-team klaar om zorgen weg te nemen en advies te geven. We voeren een open-deurbeleid, waarbij werknemers worden aangemoedigd om op elk moment rechtstreeks contact op te nemen met management. Onze kantoormedewerkers kunnen hun zorgen kenbaar maken en ideeën delen met hun eigen management, ad hoc of tijdens regelmatige vergaderingen. Zeevarenden kunnen altijd rechtstreeks contact opnemen met de kapitein van het schip, de persoon die het uiteindelijke bevel voert en die de schakel is tussen schip en wal, of met een aangewezen persoon aan wal ('Designated Person Ashore' - DPA). Daarnaast zijn anonieme meldingskanalen en een externe preventiedienst beschikbaar, die de vertrouwelijkheid van gevoelige zaken en een effectieve opvolging van klachten garanderen.
Ten slotte is er speciaal voor zeevarenden een formele klachtenprocedure ingesteld, waarbij een klachtenteam nauwlettend toezicht houdt op meldingen en deze behandelt, om te zorgen voor tijdige en effectieve oplossingen.
Beide procedures worden gedetailleerd beschreven in ons werkreglement (voor kantoorpersoneel) en onze klachtenprocedure (voor zeevarenden) en worden vermeld in ons klokkenluidersbeleid. Deze documenten bevatten duidelijke, vertrouwelijke en formele methoden voor het melden en behandelen van klachten en grieven. Ze zorgen er ook voor dat alle personen die een zorg of klacht indienen, worden beschermd tegen elke vorm van vergelding – een essentieel elementen in elke klachtenprocedure.
Kantoormedewerkers worden tijdens hun introductie geïnformeerd over de procedure; zeevarenden ontvangen een kopie hiervan samen met hun arbeidsovereenkomst. Daarnaast vergroten we het bewustzijn van de beschikbare methoden door middel van bezoeken aan boord en bemanningsvergaderingen. Eventuele latere updates of wijzigingen in de documenten worden steeds gecommuniceerd om transparantie en bewustzijn te waarborgen.
In het algemeen houden we nauwlettend toezicht op meldingen en daarmee samenhangende corrigerende maatregelen en de tijdige afhandeling daarvan. We voeren ook vervolggesprekken met de betrokken partijen om de effectiviteit van onze mechanismen te controleren.
3.3.2.5 COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMSTEN
In de bovenstaande teksten zijn de vrijheid van vereniging en collectieve arbeidsovereenkomsten (CAOs) al een paar keer genoemd, bijvoorbeeld als een belangrijk arbeidsrecht. Onze kantoormedewerkers zijn vrij om zich aan te sluiten bij de vakbond van hun keuze. Voor zeevarenden neemt EXMAR regelmatig deel aan vergaderingen tussen de Redersvereniging en vakbonden in België. Tijdens deze bijeenkomsten worden de arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheidsuitkeringen voor zeevarenden aan boord van Belgische, maar ook andere vlaggenschepen besproken, met collectieve overeenkomsten als resultaat. Onze werknemers worden niet vertegenwoordigd door een Europese ondernemingsraad, aangezien dit voor EXMAR niet formeel vereist is. We blijven ons echter inzetten voor een open dialoog en constructieve betrokkenheid met ons personeel via andere communicatie- en feedbackmechanismen.
Als we naar de cijfers kijken, valt 79.08% van onze werknemers momenteel onder een CAO, waardoor zij profiteren van onderhandelde voorwaarden op het gebied van lonen, arbeidsomstandigheden, secundaire arbeidsvoorwaarden en andere werkgerelateerde zaken. Dit omvat zowel kantoormedewerkers in de Belgische en Franse kantoren als alle zeevarenden. Dit percentage ligt lager dan in 2024, met een dekking van 85.93%.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de CAO-dekking alsook vertegenwoordiging op de werkplek in verschillende regio's. Deze gegevens zijn verzameld via een speciale tool voor onze zeevarenden – Adonis – en een interne tool voor onze kantoormedewerkers. De berekening is alleen uitgevoerd voor landen met meer dan 10% van ons totale aantal werknemers, dus 140 werknemers, en is berekend via volgende formule:
$$ \frac{# \text{ werknemers met CAO-dekking of vertegenwoordiging op de werkplek in een land of regio}}{\text{totaal aantal werknemers in dat land of die regio}} $$
3.3 SOCIAAL 121
| DEKKING VAN COLLECTIEVE ONDERHANDELINGEN | SOCIALE DIALOOG | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Werknemers – EER | Werknemers – niet-EER | Werkplekvertegenwoordiging (alleen EER) | |||
| Dekking (%) | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 |
| 0-19 | België | ||||
| 20-39 | België | ||||
| 40-59 | |||||
| 60-79 | |||||
| 80-100 | België | België | Oost-Europa | ||
| Zuidoost-Azië | |||||
| Zuid-Azië | Oost-Europa | ||||
| Zuidoost-Azië | |||||
| Zuid-Azië |
3.3.3 Sociale projecten en acties
3.3.3.1 POSITIEVE IMPACT GENEREREN
Onze initiatieven zijn gericht op het creëren van een positieve impact op onze werknemers, met de nadruk op vaardigheden en loopbaanontwikkeling. Dit begint met onze nauwe banden met verschillende maritieme instellingen om in een zeer vroeg stadium van de loopbaan veelbelovende talenten te identificeren. Zo kunnen we zeevarenden en kantoorpersoneel al vanaf het begin van hun professionele loopbaan aanwerven. Voorbeelden hiervan zijn de langdurige samenwerking tussen EXMAR en de Antwerp Maritime Academy, het gerenommeerde Caribbean Maritime Training Institute (Jamaica) en de Mapua School en het Philcamsat Training Centre (Filippijnen).
Daarnaast blijven we tijdens het dienstverband aandacht besteden aan loopbaantrajecten door onder andere leiderschapstrajecten op te zetten.
Ten slotte creëren we kansen voor werknemers door middel van ontwikkelingen en acties op het gebied van scheepsontwerp en -bouw. EXMAR is een pionier in het gebruik van alternatieve brandstoffen, met al in gebruik genomen LPG-aangedreven schepen en de eerste ammoniak-aangedreven gastankers die momenteel in aanbouw zijn. Zowel kantoorpersoneel als zeevarenden zijn betrokken bij het ontwerp en de bouw van deze schepen en bij de ontwikkeling van operationele procedures om een veilige werking te garanderen. Het betrokken personeel krijgt vaak specifieke training om hun kennis en expertise op dit gebied te vergroten. Dit opent nieuwe carrièremogelijkheden en stimuleert persoonlijke groei.
3.3.3.2 NEGATIEVE EFFECTEN AANPAKKEN
Zoals aan het begin van dit hoofdstuk is aangetoond, zijn we internationaal actief in een multiculturele omgeving. Ons personeelsbestand bestaat uit mensen met verschillende achtergronden, culturen en religies. Daarom vinden we het erg belangrijk om diversiteit te bevorderen en verschillen te waarderen, op basis van respect voor elkaar. Daarenboven streven we er altijd naar om ook lokaal personeel in dienst te nemen en ons in te zetten voor de ontwikkeling van de lokale beroepsbevolking op de locaties waar we actief zijn.
Ten tweede zorgen onze wervings- en aanwervingspraktijken ervoor dat het personeel profiteert van eerlijke arbeidsvoorwaarden en vrijheid van vereniging, bijvoorbeeld door CAOs aan te gaan. Op die manier bieden we een veilige werkomgeving met bescherming door overkoepelende regels en voorschriften.
Ten derde is het voor ons logisch om onze zeevarenden, die meerdere maanden in het buitenland doorbrengen, adequate huisvesting te bieden. EXMAR volgt de normen van het Maritiem Arbeidsverdrag (MLC) voor leefomstandigheden op alle nieuw gebouwde schepen die we ontwerpen en bestellen. Onze inzet gaat verder dan naleving van de regels en we betrekken (voormalige) zeevarenden bij het ontwerp om ervoor te zorgen dat het welzijn en comfort van de bemanning voorop staan.
Bovendien bieden we kantoorpersoneel dat naar het buitenland wordt overgeplaatst de nodige financiële en materiële ondersteuning, zoals huisvesting, aangevuld met hulp bij de integratie in de lokale cultuur van hun nieuwe werkplek.
Daarnaast hebben we een opleidingsprogramma ontwikkeld om de vaardigheden en competenties van ons personeel te verbeteren. De opleidingen zijn afgestemd op de verschillende groepen werknemers en worden aangepast of ontwikkeld op basis van de behoeften van het eigen personeelsbestand, soms in samenwerking met lokale opleidingsinstituten. Intern werken we aan specifieke doelstellingen om de voortgang bij te houden, de effectiviteit van onze opleidingen te evalueren en, indien nodig, nieuwe programma's te ontwikkelen.
3.3 SOCIAAL
3.3.3.2.1 Taking The Safety Lead (TTSL)
Naast alle bovengenoemde elementen willen we onze aanpak op het gebied van de veiligheid van zeevarenden en kantoormedewerkers benadrukken, met een van de fundamenten van EXMAR: 'Taking the Safety Lead' (TTSL). Dit programma is ontwikkeld

en wordt beheerd door het Health, Safety, Environment & Quality (HSEQ) team en bevordert de veiligheid en het welzijn van werknemers aan wal en zeevarenden. Het biedt tools om mensen naar een hoog niveau van veiligheidsbewustzijn te leiden, terwijl
leiderschapsvaardigheden worden ontwikkeld en het potentieel van junior medewerkers wordt benut. TTSL cultiveert en versterkt de perceptie van werknemers van de EXMAR-werkwijze. Het doel is een bedrijfscultuur te creëren waarin mensen proactief handelen om onze veiligheidspraktijken en ons veiligheidsgedrag te verbeteren. Het kader richt zich op zes elementen: (1) risicobeheer, (2) veiligheidsleiderschap, (3) gezondheid en welzijn, (4) incidentrapportage, (5) veiligheidsmentaliteit en -gedrag, en (6) training. Binnen TTSL worden regelmatig veiligheidscampagnes georganiseerd en hebben we degelijke opleidingsprogramma's. De opleidingen omvatten zowel standaardupdates over bedrijfs- en wettelijke vereisten als ad hoc sessies op basis van incidenten en het onderzoek daarnaar. Voorbeelden zijn opleidingen over veiligheidsleiderschap, de gevaren van scheepsbrandstoffen, geestelijke gezondheid en tal van andere onderwerpen die verband houden met het welzijn van de bemanning.
Alle beleidsregels, procedures, werkinstructies en bijlagen met betrekking tot TTSL zijn verzameld in een elektronisch veiligheidsbeheersysteem ('Safety Management System' – SMS), dat jaarlijks intern wordt geëvalueerd en extern wordt gecontroleerd door verschillende regelgevende instanties. Deze controleren of we voldoen aan zowel lokale als internationale regelgeving op het gebied van onderwerpen die in ons SMS aan bod komen.
TTSL en SMS behoren tot HSEQ in het algemeen, dat wordt beheerd door een speciaal HSEQ-team. Onze HSEQ aanpak wordt getoetst aan verschillende regelgevingen en kaders, zoals de vereisten van het Maritiem Arbeidsverdrag, MARPOL en bepaalde ISO-normen, zoals kort vermeld in de inleiding van deze duurzaamheidsverklaring. Externe audits, interne audits en certificeringen voor sommige entiteiten en activa binnen EXMAR Groep stellen ons in staat om de lat hoog te leggen en ons kader hieraan aan te passen.
Het HSEQ-team zorgt ervoor dat onze mensen onder het HSEQ-systeem vallen, wat betekent dat ze toegang hebben tot alle informatie en tools. Zoals onderstaande tabel demonstreert, vallen al onze personeelsleden onder dit systeem. Bovendien zijn we ervan overtuigd dat onze huidige aanpak goed werkt, aangezien de belangrijkste indicatoren met betrekking tot gezondheid en veiligheid (zie tweede tabel) aantonen dat we in staat zijn om een veilige werkomgeving te handhaven. Voor onze zeevarenden worden deze indicatoren bijgehouden in speciale ERP-software; voor kantoorpersoneel gebeurt dit via een interne tool.
| AANTAL WERKNEMERS | TOTAAL AANTAL WERKNEMERS | |||
|---|---|---|---|---|
| 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | |
| Personeel dat onder het HSEQ-systeem valt | 1,521 | 1,410 | 1,521 | 1,410 |
| Percentage dat onder het HSEQ-systeem valt | 100% | 100% | 100% | 100% |
| AANTAL | ||||
| --- | --- | --- | ||
| 2024 | 2025 | |||
| Dodelijke ongevallen | 0 | 0 | ||
| Registreerbare arbeidsongevallen | 18 | 10 | ||
| Ratio registreerbare arbeidsongevallen | 2.72 | 1.73 | ||
| Werknemers in de waardeketen dodelijke ongevallen | 0 | 0 |
Naast de hierboven beschreven maatregelen hebben we een aantal verzachtende maatregelen genomen om te voorkomen dat ons personeel negatief wordt beïnvloed. Dit begint met onze communicatie om de transparantie van de doelstellingen, veranderingen en mogelijke gevolgen daarvan voor de werknemers van EXMAR te waarborgen en een open-deurbeleid te bevorderen waarin open communicatie en feedback centraal staan. Ten tweede ligt de nadruk op initiatieven voor een evenwicht tussen werk en privé, waaronder flexibele werkopties zoals telewerken en flexibele werktijden. In verband daarmee moedigen we werknemers aan om af en toe wat vrije tijd te nemen en hun vakantiedagen (boven het wettelijke minimum) op te nemen. Daarnaast leggen we de nadruk op de fysieke en mentale gezondheid van onze werknemers door het aanbieden van middelen en ondersteuning (bijv. externe adviesdiensten), ergonomische werkplekken en stimulansen om te sporten.
We streven naar voortdurende verbetering van onze maatregelen en risicobeperkende acties op basis van inzichten die we opdoen tijdens vergaderingen en enquêtes onder medewerkers.
3.3 SOCIAAL 123
Door proactief te handelen kunnen we potentiële gevolgen voor ons personeel identificeren en beperken voordat ze escaleren. Bovendien wordt bij ernstige ongevallen een grondige evaluatie uitgevoerd om ervoor te zorgen dat corrigerende maatregelen effectief worden geïmplementeerd om herhaling te voorkomen en de algehele veiligheid op de werkplek te verbeteren. Ten slotte vloeien de beschreven maatregelen deels voort uit de prestatiebeoordelingen van medewerkers, waarin materiële risico's van effecten en afhankelijkheden van ons eigen personeelsbestand aan de orde komen. Daarnaast wordt tijdens dergelijke gesprekken de effectiviteit van de genomen maatregelen besproken en opgevolgd.
3.3.3.3 MENSELIJKE EN FINANCIËLE MIDDELEN
Om onze maatregelen succesvol te kunnen uitvoeren, focussen speciale teams zich strategisch op initiatieven op het gebied van milieu, sociale topics en governance (ESG) en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). HR en Bemanning spelen een essentiële rol en worden ondersteund door cross-functionele samenwerking om een holistische en geïntegreerde aanpak te garanderen. We streven ernaar initiatieven te ontwikkelen waarin een top-downbenadering (op groepsniveau) en een bottom-up benadering (inclusief expertise van dochterondernemingen en specifieke teams) worden gecombineerd, met het oog op betekenisvolle en duurzame impact.
Financieel hebben we middelen beschikbaar gesteld om onze acties ter aanpak van mogelijke negatieve effecten uit te voeren. De initiatieven voor extra positieve effecten zijn momenteel minder kwantificeerbaar. Daarom hebben we geen specifieke doelstellingen gedefinieerd of potentiële financiële voordelen berekend. Onderstaand overzicht geeft de uitgaven van 2025 weer en omvat geen toekomstige middelen die we kunnen/zullen toewijden aan onze acties.
| ACTIE | KOSTEN | WAARDE | OPMERKING | HET FINANCIËLE VERKLARING | |
|---|---|---|---|---|---|
| Veiligheid eigen personeel | HSEQ Overheadkosten | OPEX | 727,024 | Toelichting 9 – Personeelskosten | |
| Onverwachte kosten voor off-hire | CAPEX | - | Toelichting 6 – Scheepskosten | ||
| Kosten voor naleving van regelgeving en commerciële voorschriften | OPEX | 42,000 | DOC- en ISO-certificeringen | Toelichting 6 – Scheepskosten | |
| Multiculturele omgeving | Loopbaanontwikkeling | - | - | Geen berekening van de voordelen | Toelichting 9 – Personeelskosten |
| Vrijheid van vereniging | - | - | - | Geen berekening van de voordelen | N.v.t. |
| CAO's | Lonen van bemanning boven CBA | OPEX | 196,849 | Verschil tussen de salarissen van de bemanning van EXMAR en de wettelijke CAO-niveaus | Toelichting 9 – Personeelskosten |
| Vaardigheden en competenties | Opleidingskosten voor bemanning | OPEX | 873,730 | Kosten gemaakt door EXMAR voor de opleiding van bemanningsleden | Toelichting 9 – Personeelskosten |
| Kosten voor opleiding op het hoofdkantoor | OPEX | 95,587 | Kosten gemaakt door EXMAR voor het opleiden van werknemers op het hoofdkantoor | Toelichting 9 – Personeelskosten | |
| Adequate huisvesting | Upgrade voor nieuwe schepen | CAPEX | - | Geen nieuwe schepen geleverd in 2024 | N.v.t. |
3.3 SOCIAAL
3.3.3.4 SOCIALE DOELSTELLINGEN
Het opstellen van een actieplan en het toewijzen van financiële middelen zijn middelen om een grotere ambitie te verwezenlijken. Voor 2024 hebben we duidelijke sociale doelstellingen geformuleerd; tastbare doelen waar we naar streven. In 2025 zijn stappen gezet om deze doelstellingen te implementeren en om de voortgang te kunnen volgen en vergelijken met de baseline van 2024. In 2026 zullen we hiermee doorgaan, met als doel om te starten met de rapportage over onze voortgang.
De doelstellingen zijn:
- Veiligheid van zeevarenden en werknemers: nul dodelijke ongevallen
- Opleidingsprogramma's:
- 100% voltooiing van de wettelijk verplichte opleiding voor alle werknemers
- 85% voltooiing van de bedrijfsspecifieke training die vereist is voor zeevarenden
- Multiculturele omgeving: voor zeevarenden, ervoor zorgen dat de drie grootste nationaliteitsgroepen samen niet meer dan 65% van onze totale bemanningsdiversiteit uitmaken.
Er zijn momenteel geen specifieke doelstellingen of maatstaven gedefinieerd voor adequate huisvesting en CAOs. Voor andere voorwaarden met betrekking tot de tewerkstelling van zeevarenden hebben we al aangegeven dat we de regelgeving en kaders naleven en zelfs overtreffen. Door middel van externe inspecties en certificeringen worden onderwerpen gevalideerd, zoals vereisten inzake minimumleeftijd, medische certificaten, opleiding en kwalificaties, wervings- en plaatsingsdiensten en werk- en rusttijden. Hoewel er voor dergelijke zaken geen specifieke doelstellingen zijn vastgesteld, streven we ernaar om deze externe validatie te blijven doorstaan en de hoogste normen op dat gebied te handhaven. Bovendien is het onze bedoeling om vanaf 2026 mogelijk enkele doelstellingen toe te voegen met betrekking tot personeelsretentie, ongevallen met verzuim, veiligheidscampagnes en informatie-uitwisseling, bedrijfsspecifieke opleidingen voor kantoorpersoneel en het minimaliseren van ongevallen en incidenten.
De sociale doelstellingen werden opgemaakt op basis van input van strategische vergaderingen, managementfora, vergaderingen van de gezondheids- en veiligheidscommissie, evaluaties van het veiligheidsbeheersysteem en informele discussies. De verschillende inzichten hebben bijgedragen tot het formuleren van zinvolle doelstellingen en streefcijfers, die vervolgens duidelijk worden gecommuniceerd binnen ons bedrijf om afstemming, collectieve betrokkenheid en integratie in de persoonlijke doelstellingen te waarborgen. We betrekken onze eigen werknemers en hun vertegenwoordigers actief in het bijhouden van de prestaties ten opzichte van de doelstellingen door middel van werkgroepen, overlegvergaderingen en gestructureerde feedback. Hoewel onze huidige aanpak participatie garandeert, streven we ernaar de betrokkenheid verder te versterken door de toegankelijkheid van gegevens te verbeteren, interactieve tools voor het bijhouden van prestaties te implementeren en een grotere samenwerking tussen afdelingen te bevorderen. Daarnaast moedigen we niet-leidinggevende werknemers aan om actief bij te dragen aan het identificeren van leermomenten ('lessons learned') en het stimuleren van verbeteringen via, onder andere, vergaderingen, evaluaties en incidentenonderzoeken. Hun input is cruciaal voor het verbeteren van de operationele efficiëntie en de veiligheid op de werkplek. Om deze betrokkenheid verder te versterken, streven we naar de implementatie van meer gestructureerde feedbackloops op kantoor.

3.4 GOVERNANCE
3.4 GOVERNANCE
| TOPMANAGEMENT | COMITÉS |
|---|---|
| Raad van bestuur | |
| Strategische besluitvorming | Benoemings- en Remuneratiecomité |
| Uitvoerend Comité | |
| Operationeel leiderschap |
- Chief Executive Officer (CEO) - Voorzitter
- Chief Operating Officer (COO)
- Financieel directeur (CFO)
- Uitvoerend directeur BU Shipping
- Uitvoerend directeur BU Infrastructuur | Audit- en Risicocomité Key Risk Officers
- CFO - Compliance
- Officer Hoofd ESG & Compliance
- Hoofd HSEQ
- Chief Legal Officer
- HR-directeur
- IT-directeur
- Hoofd Consolidatie & Boekhouding
- Hoofd Controlling
- Hoofd Treasury & Gestructureerde Financiering |
3.4.1 Rollen en verantwoordelijkheden in verband met onze ESG-strategie
3.4.1.1 TOPMANAGEMENT
Het topmanagement van de EXMAR Groep wordt vertegenwoordigd door de Raad van Bestuur (RvB) – het bestuursorgaan van de onderneming – en het Uitvoerend Comité ('Executive Committee' - ExCo) – het operationele management.
De Raad van Bestuur is het hoogste besluitvormingsorgaan van de onderneming en is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of nuttig zijn om de bedrijfsdoelstellingen te verwezenlijken, met uitzondering van dewelke die voorbehouden zijn aan de Algemene Vergadering (volgens het Wetboek van Vennootschappen en
Verenigingen of de gecoördineerde statuten). Onze RvB streeft naar succes op lange termijn, onder meer door het nodige leiderschap te bieden en ervoor te zorgen dat risico's geïdentificeerd en beheerd kunnen worden. Ze is verantwoordelijk voor de algemene strategie en waarden van de onderneming alsook de bepaling van de duurzaamheidsstrategie. Bovendien bewaakt de RvB de prestaties van EXMAR en tracht ze verantwoordelijk en ethisch leiderschap tot strand te brengen. Dit gebeurt op een inclusieve manier waarin de legitieme belangen en verwachtingen van aandeelhouders en andere belanghebbenden worden gebalanceerd. Tot slot, definieert en evalueert de RvB EXMAR's beleid en risicoprofiel en tracht ze een bedrijfscultuur te waarborgen die verantwoordelijk en ethisch gedrag aanmoedigt.
3.4 GOVERNANCE 127
Het Uitvoerend Comité (ExCo) is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur en beleid van de onderneming, de uitvoering van de beslissingen van de Raad van Bestuur en specifieke gedelegeerde taken, zoals het opzetten van interne controles. ExCo speelt een sleutelrol in de processen, controles en procedures die gebruikt worden om EXMAR's impact, risico's en opportuniteiten te monitoren, te beheren en te controleren. De uitvoerende verantwoordelijkheid voor het beheer van de bedrijfsactiviteiten van de hele groep ligt bij de Chief Executive Officer (CEO), de voorzitter van het Uitvoerend Comité.
ExCo rapporteert rechtstreeks aan de RvB, die hen ondersteunt alsook uitdaagt wanneer relevant. Eenmaal per jaar beraadt de RvB zich over de gedelegeerde taken aan ExCo leden en evalueert ze de doeltreffendheid ervan.
De tabel hieronder biedt een overzicht van de leden van de RvB (administratief) en ExCo (uitvoerend) en maakt onderscheid tussen uitvoerende en niet-uitvoerende leden. Daarenboven wordt de genderdiversiteit binnen ons topmanagement weergegeven.
Drie van de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur zijn onafhankelijk, wat overeenkomt met 42.85%. In vergelijking met 50% in 2024, is dit percentage gedaald.
| ADMINISTRATIEF | MANAGEMENT | |||
|---|---|---|---|---|
| 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | |
| Uitvoerend | 3 | 2 | 5 | 5 |
| Niet-uitvoerend | 7 | 5 | 0 | 0 |
| 10 | 7 | 5 | 5 | |
| DOMAIN | RAAD VAN BESTUUR | UITVOEREND COMITÉ (EXCO) | ||
| --- | --- | --- | --- | --- |
| 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | |
| Man | 6 | 5 | 5 | 5 |
| Vrouw | 4 | 2 | 0 | 0 |
| Onbekend | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Total | 10 | 7 | 5 | 5 |
| Diversiteit % | 40% | 28.6% | 0% | 0% |
- Eén lid van het ExCo maakt ook deel uit van de RvB, waardoor het totale aantal personen voor de berekening van genderdiversiteit in topmanagement op 11 uitkomt. Dit percentage wordt berekend door het aantal vrouwen in het topmanagement te delen door het totale aantal leden van het topmanagement.
3.4.1.2 COMITÉS
Twee belangrijke comités binnen het bestuursmodel van EXMAR zijn het Benoemings- en Remuneratiecomité ('Nomination & Remuneration Committee' - NRC) en het Audit- en Risicocomité (ARC). Hieronder volgt een beschrijving van beide comités. Specifieke informatie over de leden ervan is te vinden in Hoofdstuk 4.1 – Corporate Governance Verklaring.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité (NRC) ondersteunt onze Raad van Bestuur bij het uitvoeren van de benoemingsprocedures voor leden van de RvB en ExCo. Bovendien stelt het comité de meest geschikte kandidaten voor en doet het aanbevelingen met betrekking tot de (her)benoeming van bestuurders, volgens de bedrijfsprocedures. Hieraan gerelateerd, verklaren we dat er bij EXMAR geen sprake is van benoeming van leden in bestuurs-, leidinggevende en/of toezichthoudende organen, die in de twee jaar voorafgaand een vergelijkbare functie in openbaar bestuur hebben bekleed.
Het Audit- en Risicocomité (ARC), opgericht door de Raad van Bestuur, ziet toe op de naleving van EXMAR's Corporate Governance Charter – de regels en principes waarop ons corporate governance beleid is gebaseerd (zie Hoofdstuk 4.1 – Corporate Governance Verklaring) – en onze Compliance Manual, die verschillende beleidslijnen/-documenten bevat (meer info hieronder). Daarenboven houdt het ARC toezicht op ESG-impact, risico's en opportuniteiten en heeft ze de breedste onderzoeksbevoegdheden met betrekking tot zulke materie. Ze ontvangt hiervoor input van de Key Risk Officers (zie verder).
Het ARC bestaat uit minstens drie niet-uitvoerende bestuurders (lees: leden van de RvB), waarvan er tenminste één onafhankelijk is. Om duidelijke verantwoordingsplicht en governance te waarborgen, worden de verantwoordelijkheden met betrekking tot impact, risico's en opportuniteiten weerspiegeld in de mandaten van de leden van ARC en RvB – waarin ook de rol van de leden van de RvB binnen het ARC uiteengezet wordt.
3.4 GOVERNANCE
3.4.1.3 ROLLEN EN STRUCTUREN GEWIJD AAN ESG
Voor ESG-aangelegenheden werden enkele specifieke functies en structuren gecreëerd. Zoals de functietitel al aangeeft, is het Hoofd ESG & Compliance van EXMAR Groep verantwoordelijk voor alles wat met ESG en compliance te maken heeft (bv. groepsbeleid, risicobeheer en certificeringen). Deze persoon maakt deel uit van het Finance, Legal & Tax (FLT) team en rapporteert rechtstreeks aan de Chief Financial Officer (CFO) - lid van het ExCo en ook werkzaam als Compliance Officer (zie hieronder). Door de nauwe samenwerking met de financiële afdeling en de CFO kan het Hoofd ESG een uitgebreide duurzaamheidsvisie ontwikkelen en ESG integreren in EXMAR's businessmodel en strategie. Bovendien maakt dit het makkelijker om realistische ambities en acties te definiëren die door de hele groep zullen worden ondersteund. Het Hoofd ESG en de CFO hebben regelmatig één-op-één
gesprekken en de CFO kaart onderwerpen aan binnen het ExCo en de RvB wanneer nodig.
Het Hoofd ESG is verantwoordelijk voor een groepswijde aanpak en behoudt overzicht over alle initiatieven. Zij werkt echter niet alleen. Een ESG Taskforce werd opgericht om te helpen bij dataverzameling en -controle alsook het opzetten van processen. Deze taskforce bestaat uit experts uit verschillende afdelingen (bijv. financiën, juridische zaken en HSEQ) en entiteiten (bijv. DVO en EOC). Met top-downcoördinatie streven we naar een efficiënte samenwerking binnen de hele groep, waarbij we alle expertise benutten en onze rapporteringsintenties, nieuwe initiatieven en overkoepelende actieplannen bottom-up voeden.
De tabel hieronder biedt een overzicht van de input en output van elke (groep van) partner(s) binnen de ESG Taskforce, met betrekking tot duurzaamheidskwesties – breder dan rapportage alleen.

3.4 GOVERNANCE 129
| ESG-PARTNER | INPUT | OUTPUT |
|---|---|---|
| Raad van Bestuur | • Communiceert strategische doelstellingen op het gebied van ESG in zijn interactie met aandeelhouders | |
| • Stelt het CSRD-verslag op en presenteert dit aan de algemene vergadering met aandeelhouders | ||
| • Handhaaft de strategieën en waarden van EXMAR in zijn duurzame waardecreatie | ||
| • Evalueert de handelscode en de code voor bedrijfsethiek | ||
| • Bepaalt de bedrijfsstrategie, het Corporate Governance Charter, de Corporate Governance Statement en het Compliance Manual | ||
| • Valideert persberichten over onderwerpen die onder niet-financiële regelgeving vallen | • Zorgt ervoor dat het Corporate Governance Charter, de Compliance Manuals en wet- en regelgeving binnen het hele bedrijf worden nageleefd | |
| • Valideert de naleving van het jaarlijkse CSRD-rapport | ||
| ExCo/ARC | • Dagelijks bestuur en beleid van de groep | |
| • Uitvoering van beslissingen genomen door de Raad van Bestuur | ||
| • Invoering van interne controles | ||
| • Beoordeelt en toetst de jaarlijkse CRSD-rekeningen | ||
| • Communiceren van voorstellen over de bedrijfsstrategie aan de Raad van Bestuur | ||
| • Beoordeelt en toetst persberichten | • Validatie van en advies aan de raad van bestuur over het CSRD-rapport | |
| • Doet voorstellen over de bedrijfsstrategie | ||
| EXMAR | • Stelt het jaarlijkse CSRD-rapport op | |
| • Handhaaft ESG-doelstellingen in zakelijke interacties | ||
| • Rapporteert en consolideert ESG-KPI’s | ||
| • Vult vragenlijsten over ESG in | ||
| • Stelt groepsbeleidsregels en -procedures op | • Compliance-risicobeoordeling, model en handleiding | |
| • Zorgt voor bedrijfsbrede naleving van CSRD | ||
| Dochter-ondernemingen | • Rapportage over ESG-KPI’s | |
| • Ondersteuning bij het ontwikkelen van groepsbeleid en -procedures | ||
| • Toezicht op regelgeving | ||
| • Rapportage volgens regelgeving | ||
| • Implementatie van beleid en procedures | ||
| • ESG-doelstellingen handhaven in zakelijke interacties | • Beleid en procedures herzien | |
| • Zorgen voor naleving van regelgeving |
3.4.1.4 RISICOBEHEER
Om overzicht te behouden van alle risico's voor EXMAR werd er een Compliance Risk Universe opgezet. Hierin worden risico's op vlak van wettelijke, regelgevende en zakelijke vereisten gedetailleerd beschreven. De belangrijkste thema's zijn:
- Corporate governance
- Concurrentie, antitrustwetgeving, handelssancties
- Belangenconflicten
- Insiderhandel
- Anti-witwasbeleid
- Fraude met financiële statements
- Fraude en corruptie
- Gezondheid en veiligheid
- Milieubescherming
- Informatiebeheer/-beveiliging
- Intellectueel eigendom
- Verplichtingen van werknemers
- Individuen
- Privacy
Voor elk thema werd er een Key Risk Officer (KRO) aangesteld die verantwoordelijk is voor het beoordelen van de risico's met betrekking tot zijn/haar domein. Het Hoofd ESG & Compliance bewaart het overzicht van alle duurzaamheidsgerelateerde risico's en zorgt ervoor dat deze in overeenstemming zijn met de bredere risicobeheerstrategie van het bedrijf. Daarenboven heeft de RvB een Compliance Officer aangesteld, die verantwoordelijk is voor het opsporen en escaleren van ongerustheden of gevallen van non-compliance en alle daarmee verband houdende kwesties. De KROs, het Hoofd ESG & Compliance en de Compliance Officer komen elk kwartaal bijeen om (opkomende) risico's voor alle aangewezen thema's te beoordelen, bespreken en aan te pakken waar nodig. De resultaten van deze vergaderingen worden gerapporteerd aan het ARC.
3.4.1.5 INFORMATIESTROOM NAAR HET TOPMANAGEMENT
Bovenstaande paragrafen beschrijven reeds een aantal informatiestromen naar topmanagement. Daarnaast wordt er in Hoofdstuk 3.3 – Sociaal omschreven hoe we onze eigen medewerkers betrekken en aanmoedigen om de diverse meldingskanalen die beschikbaar zijn te gebruiken, opdat hun stem zou worden gehoord. Aangezien onze medewerkers essentiële stakeholders zijn voor onze ESG-strategie, wordt hun feedback regelmatig doorgegeven aan topmanagement.
3.4 GOVERNANCE
Op basis van deze feedback worden materiële impact, risico's en opportuniteiten (IROs) besproken tijdens vergaderingen van het ExCo, het Audit- en Risicocomité en de Raad van Bestuur. Als er meer details nodig zijn, wordt dit door de CFO besproken met het Hoofd ESG & Compliance. Indien vereist wordt ook de bredere ESG-taskforce hierbij betrokken. Zoals gezegd ligt de finale beslissingsbevoegdheid bij de Raad van Bestuur. Input daarvoor (vb. elementen van risicobeheer of financiële middelen voor ESG-aangelegenheden) wordt door het ExCo geleverd en vervolgens door de Raad van Bestuur goedgekeurd.
Het Uitvoerend Comité komt wekelijks bijeen om de activiteiten van EXMAR nauwlettend in de gaten te houden. De leden zijn echter ad hoc beschikbaar wanneer dat nodig is, afhankelijk van de prioriteit van een topic. Feedback over materiële IROs (voornamelijk risico's) is de verantwoordelijkheid van de Key Risk Officers. Zij moeten alle informatie over de uitvoering van due diligence alsook de resultaten en effectiviteit van beleid, maatregelen, maatstaven en doelstellingen, doorgeven.
De Raad van Bestuur komt minstens vier keer per jaar bijeen en krijgt input van het ARC. Indien nodig kan ze ook bijeengeroepen worden op verzoek van minstens drie bestuurders. Het werkelijke aantal vergaderingen van de RvB in 2025 wordt vermeld in hoofdstuk 4.1 – Corporate Governance Verklaring.

3.4 GOVERNANCE 131
3.4.2 ESG-ervaring en -vaardigheden
Aangezien duurzaamheidsgerelateerde expertise op verschillende niveaus in het bedrijf is ingebed (vb. bij operationele teams en bemanningsleden aan boord van onze schepen of in sleutelposities die worden bekleed door personen met relevante ESG-expertise), is betrokkenheid van alle interne belanghebbenden essentieel om een cultuur van continu leren te handhaven, de ESG-kennis binnen de organisatie te versterken en ervoor te zorgen dat duurzaamheidsprincipes worden geïntegreerd in de besluitvorming op zowel strategisch als operationeel niveau. Concreet komt dit tot uiting in onze ESG-taskforce, die bestaat uit leden van het senior management en uit operationele, technische en bedrijfsprofielen. Deze personen zijn specialist in de maritieme en energiesector, beiden met unieke en complexe uitdagingen op vlak van duurzaamheid. Dankzij hun diepgaande kennis weten ze effectief om te gaan met sectorspecifieke ESG-kwesties en kunnen ze ervoor zorgen dat duurzaamheidsstrategieën praktisch, realistisch en impactvol zijn. Door gebruik te maken van hun uitgebreide ervaring stimuleren zij innovatie, naleving van regelgeving en veerkracht op lange termijn, in een veranderend mondiaal landschap. Dit versterkt het ESG-profiel van EXMAR en stelt ons in staat onze kernprincipes (zie inleiding) hoog te houden, terwijl we ervoor zorgen dat ESG-strategieën verankerd zijn in de kern van ons bedrijf. In combinatie met de uitgebreide expertise van onze Raad van Bestuur en ons Uitvoerend Comité op het gebied van zakelijk gedrag, is er een solide basis om beslissingen te nemen over materiële effecten, gerelateerde acties en interne controles. Informatie over de expertise van de leden van onze RvB en ExCo is beschikbaar op de website (www.exmar.com).
Onze aanpak zorgt ervoor dat we een CSRD-conform duurzaamheidsverslag kunnen opstellen en stappen kunnen zetten naar een duurzamere toekomst voor het bedrijf - deels gedreven door wettelijke vereisten. Het rapportageproces (inclusief het verzamelen en verwerken van gegevens en het schrijven van het verslag) valt onder de verantwoordelijkheid van het Hoofd ESG & Compliance, onder toezicht van de CFO. Gedurende het hele proces versterken zij de ESG-kennis van het ARC en ExCo. Deze organen houden toezicht op de jaarlijkse controle en consolidatie van de ESG-resultaten voor de groep en zijn verantwoordelijk voor de voorbereiding en accurate publicatie van de duurzaamheidsverklaring.
3.4.3 De werkwijze van EXMAR
3.4.3.1 ONZE BEDRIJFSCULTUUR ONDERSTEUNEN

De bedrijfscultuur van EXMAR is gebaseerd op onze kernwaarden, zoals weergegeven in de afbeelding hierboven. We streven naar creativiteit en technologische innovatie om de wereld op een steeds snellere, veiligere, efficiëntere en duurzamere manier van energie te voorzien, terwijl we groot belang hechten aan bedrijfsethiek, bedrijfsintegriteit en naleving van de regelgeving. Om ervoor te zorgen dat we aan de hoogste normen voldoen, hebben we een reeks beleidslijnen geïmplementeerd die een robuust kader bieden voor ethische besluitvorming, risicobeperking en corporate governance. Dit beleid vormt de basis voor een transparante, veerkrachtige en verantwoordelijke bedrijfsomgeving en helpt bij het beheren van de impact, risico's en opportuniteiten die verband houden met zakelijk gedrag/goed bestuur. Bovendien biedt het tools en kanalen voor het melden van incidenten of vermoedens van overtredingen van lokale en/of internationale wetten, het beleid van EXMAR of andere interne procedures. Aangezien een sterke ethische cultuur voor ons van groot belang is, zetten we in op het onmiddellijk, onafhankelijk en objectief onderzoeken van incidenten met betrekking tot zakelijk gedrag.
Onze aanpak voor (de versterking van) een ethische bedrijfscultuur wordt ondersteund door de 'Code of Business Ethics' (gedragscode) en de 'Dealing Code' (handelscode). De Code of Business Ethics ('Code of Conduct' voor zeevarenden) beschrijft de manier waarop we werken, benadrukt onze leidende principes en legt de verantwoordelijkheden
132 3.4 GOVERNANCE
van individuen en collega's uit, evenals de verantwoordelijkheden ten opzichte van onze medewerkers, klanten, aandeelhouders en andere belanghebbenden. De code moedigt medewerkers aan om alle kwesties of zorgen die een gevaar kunnen vormen voor medewerkers, andere mensen of het bedrijf, te melden aan hun directe leidinggevende(n) - wat ons open-deurbeleid versterkt. Indien nodig kunnen dergelijke kwesties worden geëscaleerd naar het Human Resources-departement of de CFO. De Dealing Code richt zich op handelen met voorkennis, met als doel de vertrouwelijkheid te waarborgen en marktmanipulatie te voorkomen. Beide codes zijn opgenomen in het 'Corporate Governance Charter' van EXMAR dat is gepubliceerd op onze website: www.exmar.com.
Ten tweede hebben we een 'Compliance Manual' ontwikkeld, om onze toewijding aan het naleven van toepasselijke wet- en regelgeving, te bevestigen. Deze handleiding bevat de belangrijkste beleidslijnen voor EXMAR Groep: (1) beleid ter bestrijding van fraude en corruptie, (2) antitrust- en mededingingsbeleid, (3) beleid ter bestrijding van witwassen, (4) sanctiebeleid, (5) extern en intern privacy beleid, (6) HSEQ-beleid, (7) beleid inzake aanvaardbaar gebruik, (8) klokkenluidersbeleid, (9) beleid inzake intellectuele eigendom en (10) duurzaamheidsbeleid. Het beleid voor intern gebruik is voor alle werknemers beschikbaar op het intranet. Het klokkenluiders- en externe privacy beleid zijn gepubliceerd op onze website. In Bijlage 2 bieden we een overzicht van hoe elk beleid voldoet aan de Minimale Rapportagevereisten voor beleidsdocumenten van ESRS ('ESRS Minimum Disclosure Requirements for Policies' – MDR-P), met een beschrijving van elementen zoals de kerninhoud, reikwijdte en verantwoordingsplicht.
Al het bovenstaande wordt beschreven in EXMAR's 'Compliance Model' (ook beschikbaar op de website). Dit model is ontwikkeld in samenwerking met het management en externe adviseurs en is gebaseerd op het 'International Standard COSO Framework' (COSO = Committee of Sponsoring Organizations). Het beschrijft de structuren en procedures voor risicobeoordeling, het melden en beteugelen van overtredingen en het geven van aanvullende compliance training (wanneer nodig). Aan de hand van dit model beoordelen en prioriteren we systematisch bestaande en opkomende compliance- en ethische risico's, evenals sectorale kwesties. Veranderingen in de organisatie, wetgeving, risicoblootstelling en controletatus worden jaarlijks geëvalueerd, met het oog op voortdurende verbetering. Om dit te realiseren hebben we het Compliance Risk Universe opgezet, zoals vermeld in 3.4.1.4 Risicobeheer. De details over onze aanpak van risicobeheer zijn ook opgenomen in het Compliance Model.
Op basis van het Compliance Model heeft onze Raad van Bestuur een Compliance Programma geïmplementeerd om optimale naleving van regels en wetten te bereiken en om risico's op overtredingen en mogelijke nadelige gevolgen voor EXMAR en haar stakeholders te verminderen. Het programma is ontworpen om een bedrijfscultuur te bevorderen die alle medewerkers motiveert en tegelijkertijd individuele verantwoordelijkheid toekent. De Raad van Bestuur en het ExCo zorgen ervoor dat medewerkers – inclusief henzelf – gepaste training krijgen en alle informatie ontvangen die nodig is om correct zakelijk gedrag te bevorderen.
3.4.3.2 BESCHERMING VAN KLOKKENLUIDERS
Aangezien we onze belanghebbenden aanmoedigen om bezorgdheden te uiten of gevallen van (vermoedelijke) schendingen (vb. van wetgeving) te melden, is het van essentieel belang om een kader te bieden ter bescherming van klokkenluiders. Ons beleid beschrijft duidelijk de te gebruiken kanalen en geeft details over dataverzameling, het interne follow-upproces, het onderzoek, de mechanismen voor feedback, besluitvorming, archivering en gegevensbescherming. Meer specifiek, zijn er twee opties om zaken te melden: het 'EXMAR Ship Management Reporting Channel' (aan de HR-directeur) of het 'Group Reporting Channel' (aan de Chief Legal Officer). Beide manieren maken vertrouwelijke en anonieme meldingen mogelijk, en ons privacy beleid is van toepassing op alle gegevens die worden verwerkt.
We garanderen dat het beleid en de meldingsmechanismen in overeenstemming zijn met de toepasselijke wetgeving inzake de bescherming van klokkenluiders, vermits we ons strikt houden aan wettelijke vereisten en regelgevende kaders. Op deze manier garanderen we een veilige, vertrouwelijke en vergeldingsvrije omgeving voor personen die wangedrag of onethische praktijken melden.
Zoals hierboven vermeld, is het klokkenluidersbeleid zowel op het intranet als op onze website beschikbaar. Alle medewerkers hebben hier toegang toe en worden op de hoogte gebracht wanneer er updates worden doorgevoerd. Er is momenteel geen specifieke training hieromtrent voorhanden.
3.4.3.3 BESTRIJDING VAN CORRUPTIE EN OMKOPING
De maritieme sector is bijzonder kwetsbaar voor corruptie, aangezien talrijke belanghebbenden uit verschillende rechtsgebieden betrokken zijn bij de activiteiten, wat veel mogelijkheden voor corruptie en omkoping creëert. Dit kan de normale bedrijfsvoering verstoren, vertragingen veroorzaken, hogere operationele kosten met zich meebrengen, de veiligheid in gevaar brengen en het welzijn van zeevarenden aantasten. Hierom hebben we bij EXMAR een degelijk kader ontwikkeld om
3.4 GOVERNANCE 133
dergelijke risico's aan te pakken, in overeenstemming met alle toepasselijke wetten, regelgevende vereisten en codes in de gebieden waar we actief zijn (bijvoorbeeld de bepalingen van het VN-Verdrag tegen corruptie). Dit wordt ondersteund door ons lidmaatschap van het Maritime Anti-Corruption Network (MACN). Het MACN is opgericht in 2011 en is inmiddels uitgegroeid tot een belangrijk initiatief binnen de sector. Het biedt een platform om van collega's te leren en stelt tools en inzichten ter beschikking die nuttig zijn voor zeevarenden om omkoping en facilitering te weerstaan.
Ons kader is vastgelegd in het anti-fraude- en anti-corruptiebeleid, dat is opgesteld om beschuldigingen of incidenten van corruptie en omkoping te voorkomen, op te sporen en aan te pakken. Bovendien zijn er meerdere waarborgen ingesteld om het risico van corruptie aan wal te beperken, zoals:
- Gestandaardiseerde aankoopstromen die een drievoudige verificatie door meerdere medewerkers vereisen
- Standaard aanbestedingsprocedures, inclusief zorgvuldige evaluatie en definitieve leveranciersselectie voor substantiële investeringen
- Het onderhouden van langdurige verbintenissen met tegenpartijen van topkwaliteit
Bovendien bevatten onze charterovereenkomsten met onze klanten niet alleen standaard sanctieclausules, maar ook op maat gemaakte clausules inzake omkoping, corruptie en ethiek. Daarnaast zijn relevante BIMCO-clausules opgenomen: clausules die zijn opgesteld door de Baltic and International Maritime Council. Als 's werelds grootste directe ledenorganisatie voor reders, bevrachters, scheepsmakelaars en agenten, biedt BIMCO-informatie en advies, terwijl het eerlijke handelspraktijken bevordert en harmonisatie en standaardisatie van commerciële scheepvaartpraktijken en contracten faciliteert. Door gebruik te maken van de tools en expertise van dit platform, zijn we in staat om het risico op corruptie en omkoping te verminderen, bijvoorbeeld door havenbezoeken aan landen met een lage score op de International Corruption Index te vermijden.
Ten slotte heeft elk schip een door de klasse goedgekeurd scheepsbeveiligingsplan ('Ship Safety Plan' - SSP), dat is afgestemd op de 'International Ship and Port Facility Security' (ISPS) Code. Het SSP beschrijft alle procedures om de veiligheid van het schip, de bemanning en de lading te waarborgen. De belangrijkste elementen van een dergelijk plan zijn gericht op preventie, detectie, respons, herstel en naleving en omvatten een dreigingsanalyse, risicobeperkende strategieën en responsprocedures. Bovendien kunnen medewerkers indien nodig altijd contact opnemen met de 'Company Security Officer' (CSO) (aan wal) of een speciale 'Ship Security Officer' (SSO) (op zee).
3.4.3.3.1 Meldingsprocedure
Het proces van het melden en onderzoeken van mogelijke corruptie of omkoping is in overeenstemming met het bovengenoemde beleid en het nalevingsmodel. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen melden, onderzoeken, voorkomen en opsporen. Onderzoeken staan los van de managementketen die betrokken is bij de preventie en opsporing van corruptie en omkoping. Een manier om risico's of het belang van verhoogde aandacht voor een bepaald onderwerp te melden, is via de Key Risk Officers, wier bevindingen vervolgens worden gerapporteerd aan het Audit- en Risicocomité en de Raad van Bestuur.
Net zoals in 2024, hadden we in 2025 0 veroordelingen voor overtreding van anticorruptie- en anti-omkopingswetten, wat resulteerde in 0 boetes of sancties.
3.4.3.3.2 Training
Het beleid en de procedures van EXMAR worden aangevuld met speciale opleidingen, die correct gedrag inzake corruptie en omkoping bevorderen. Voor kantoormedewerkers – inclusief topmanagement – bestaat deze opleiding uit een meerkeuzetest via een e-learning tool, met een reeks vragen die potentiële reële situaties beschrijven (incl. mogelijke corruptie en/of omkoping). Er moet een minimumscore worden behaald en de training moet om de vijf jaar worden herhaald. Het programma werd voor het eerst geïmplementeerd op ons hoofdkantoor en wordt nu geleidelijk uitgebreid naar alle dochterondernemingen. Daarnaast krijgen onze zeevarenden ook e-learning aangeboden, georganiseerd door MACN en aangeboden op drie niveaus: matrozen, officieren en kapiteins.
Bij EXMAR beschouwen we ons topmanagement (ExCo & RvB), kapiteins en hoofdwerktuigkundigen (aan boord) als functies met een risico op corruptie en omkoping. Voor het topmanagement spreekt dit voor zich, maar voor kapiteins en hoofdwerktuigkundigen is dit te wijten aan hun centrale rol in de interactie met entiteiten aan wal, waardoor de kans op corruptie en omkoping groter is. Zoals hierboven vermeld, wordt van het topmanagement verwacht dat zij dezelfde compliance-training volgen als het andere kantoorpersoneel. Kapiteins en hoofdwerktuigkundigen, daarentegen, krijgen training van MACN. Dit is een nieuwe ontwikkeling die in 2025 is doorgevoerd, waardoor deze medewerkers met iemand van MACN kunnen overleggen over strategieën om corruptie en faciliterende betalingen aan te pakken. Medewerkers kunnen ervaringen uitwisselen, terwijl MACN praktische hulpmiddelen aanreikt om deze uitdagingen effectief aan te pakken.
134 3.4 GOVERNANCE
Er moet worden opgemerkt dat in het rapport van 2024, het percentage risicovolle functies dat de verplichte anticorruptie- en anti-omkopingstraining had voltooid alle kantoormedewerkers op ons hoofdkantoor in Antwerpen, omvatte. Voor 2025 werd de definitie van risicovolle functies herzien en beperkt voor kantoormedewerkers, zodat alleen leden van het ExCo en de Raad van Bestuur hieronder vallen (topmanagement). Om vergelijking tussen de percentages mogelijk te maken werd er voor 2024 een herberekening gemaakt. Onderstaande tabel toont de percentages voor risicovolle functies die de verplichte anti-corruptie- en anti-omkopingstraining hebben voltooid voor 2024 & 2025.
| 2024 OORSPRONKELIJK | 2024 HERZIENING | 2025 |
|---|---|---|
| 62.91% | 59.03% | 81.94% |
3.4.3.4 POLITIEKE INVLOED EN LOBBYEN
Bij EXMAR maken we een duidelijk onderscheid tussen directe politieke invloed en lobbyactiviteiten via brancheorganisaties, waarbij we ervoor zorgen dat alle activiteiten in overeenstemming zijn met ethische normen en wettelijke vereisten, omkaderd door ons Compliance Risk Universe. We beoordelen en beheren systematisch potentiële risico's, terwijl we transparantie en verantwoordingsplicht handhaven. De CFO is verantwoordelijk voor de opvolging en communicatie naar het ARC.
In dit verband is het relevant om te vermelden dat we lid zijn van verschillende economische of sectorale groeperingen, zoals de Belgian Investor Relations Association VZW, Intertanko, Ammonia Energy Association, BIMCO, Voka, SIGGTO, Singapore Shipping Association en de Koninklijke Belgische Redersvereniging (RBSA). Deze lidmaatschappen kunnen worden beschouwd als 'lobbyen' in de breedste zin van het woord. Aangezien we echter alleen lid zijn en niet actief deelnemen aan externe interacties, kunnen we geen informatie verstrekken over de belangrijkste onderwerpen of standpunten. Bij wijze van voorbeeld: de RBSA werkt nauw samen met alle relevante nationale en internationale partijen en verdedigt de belangen van Belgische reders met betrekking tot, bijvoorbeeld, maatregelen om het zeevervoer koolstofarm te maken. Daarbij biedt de vereniging operationele ondersteuning en verduidelijking met betrekking tot fiscale, sociale, milieu- en maritieme wetgeving.
De RBSA is geregistreerd in het EU-transparantieregister (REG-nr.: 085057391751-17) – een database met belangenvertegenwoordigers die activiteiten uitvoeren om het EU-beleid en de besluitvormingsprocessen te beïnvloeden –, maar EXMAR zelf niet.
Net als in 2024 heeft EXMAR in 2025 geen financiële steun, donaties in natura of enige vorm van directe of indirecte bijdragen aan politieke partijen, kandidaten of aanverwante organisaties verstrekt. De geldwaarde van dergelijke bijdragen is dan ook 0.
3.4.4 Actieplan voor zakelijk gedrag
Hierboven zijn de principes en richtlijnen beschreven die het gedrag van EXMAR in een zakelijke context bepalen. Hierin wordt het belang van integriteit, ethische normen en eerlijk en betrouwbaar handelen benadrukt. Hieronder bieden we een overzicht van de acties die zijn gedefinieerd in verband met de materiële IRO's voor zakelijk gedrag. Merk op dat alle acties gedefinieerd zijn op korte termijn, aangezien ze continu worden geïmplementeerd.
-
De invloed van nieuwe internationale en/of lokale regelgeving: We respecteren de hoogste normen en streven naar volledige naleving van de regelgeving. We streven ernaar alle audits en certificeringsprocessen die van toepassing zijn op onze activiteiten met succes af te ronden en investeren in digitalisering om waar nodig aan de regelgeving te voldoen. Anderzijds geven we actief vorm aan de regelgeving voor de sector door samen te werken met belangrijke brancheorganisaties, zoals RBSA en Intertanko. Op die manier kunnen we, onder andere, feedback geven op ontwerpen voor regelgeving die onze sector en activiteiten beïnvloedt.
-
Het voorkomen en opsporen van corruptie: EXMAR streeft naar nul incidenten van omkoping. We proberen dit te bereiken door middel van duidelijke bedrijfsrichtlijnen omtrent anti-omkopingsprocedures en door zeevarenden instrumenten aan te reiken om omkoping te bestrijden (deels afkomstig van MACN).
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de kosten die hiermee verband houden, met inbegrip van de kosten van ons lidmaatschap van economische/sectorale groeperingen ('lobbyen' in de breedste zin van het woord) en netwerkactiviteiten van EXMAR-entiteiten gedurende het hele jaar, alsook de kosten in verband met de implementatie van nieuwe softwaretools om het verzamelen van gegevens te vergemakkelijken en ons rapportageproces te standaardiseren (bijv. PowerApp & Tagetik CCH). Deze investeringen werden aanvankelijk gedaan in 2024 en zijn gedurende 2025 voortgezet.
De tabel geeft alleen financiële middelen weer die al beschikbaar zijn gesteld, met uitzondering van toekomstige financiële middelen.
3.4 GOVERNANCE 135
| IRO | ACTIE | KOSTEN | WAARDE | OPMERKINGEN | REF. FINANCIËLE VERKLARING |
|---|---|---|---|---|---|
| Invloed van nieuwe internationale en/of lokale regelgeving | Lobby- en netwerkactiviteiten | OPEX | 170,389 | Toelichting 8 – Algemene en administratieve kosten | |
| Digitalisering voor nieuwe regelgeving | OPEX | 75,237 | Toelichting 8 – Algemene en administratieve kosten | ||
| Preventie en opsporing van corruptie | Compliance-training | OPEX | - | MACN-opleidingskosten incl. in abonnement + kantoortraining incl. in HQ-opleidingskosten in sociale acties | Toelichting 8 – Algemene en administratieve kosten |
| Toelichting 9 – Personeelskosten |
Om de effectiviteit van onze acties te meten en ons streven naar ethisch zakendoen te versterken, volgen we twee indicatoren: overtredingen van regelgeving en omkopingsincidenten. Het is onze ambitie om tot nul overtredingen en incidenten te komen: doelstellingen die onze toewijding aan transparantie en uitmuntendheid op het gebied van regelgeving in alle aspecten van onze activiteiten weerspiegelen.
In 2024 hebben we ons gericht op processen, verantwoordelijkheden, beleid en gegevensverzameling van onze materiële IRO's. Gedurende 2025 werd dit verder ontwikkeld en geoptimaliseerd, aangezien er nog bepaalde hiaten moesten worden gedicht. Data-analyse en consistente monitoringprocessen zijn elementen waar we vanaf 2026 naar zullen kijken, als een gezamenlijke inspanning van het ExCo, de ESG-taskforce, de Key Risk Officers en het Audit- en Risicocomité.
3.4.5 Duurzaamheid stimuleren
De ESG-strategie van EXMAR is gericht op innovatie, het verleggen van grenzen, veiligheid en ons eigen personeelsbestand. In dat kader hebben we in dit duurzaamheidsverslag verschillende acties, doelstellingen en ambities beschreven. Het blijft echter een uitdaging om deze acties uit te voeren, onze ambities te realiseren en op een correcte en conforme manier verslag uit te brengen over onze duurzaamheidsaanpak. Ondanks onze inspanningen blijft duurzaamheid voor veel collega's nogal abstract en ver verwijderd van hun dagelijkse taken. Een manier om duurzaamheid tastbaarder te maken en medewerkers aan te moedigen om (meer) betrokken te raken, zou de integratie van duurzaamheidsgerelateerde KPI's in ons remuneratiebeleid kunnen zijn. Dit beleid is van toepassing op onze medewerkers en het topmanagement en heeft tot doel
gekwalificeerde professionals aan te trekken, te motiveren, te belonen en te behouden. Zoals gezegd zijn duurzaamheidsgerelateerde KPI's momenteel niet opgenomen. Er zijn dus geen interne ESG-gerelateerde stimuleringsregelingen van toepassing en bijgevolg is er geen variabele remuneratie die afhankelijk is van duurzaamheidsgerelateerde doelstellingen en/of effecten. Dit zal in 2026 opnieuw worden bekeken, in samenhang met een evaluatie van het proces voor het verzamelen van duurzaamheidsdata – met als doel terugkerende kwesties/uitdagingen te identificeren – en van wat we gedurende het jaar willen ontwikkelen (bijvoorbeeld transitieplanning of het verfijnen van onze sociale doelstellingen). Daarbij zullen we mogelijke ESG-vergoedingsregelingen onderzoeken om negatief gedrag of gebrek aan actie te ontmoedigen, enerzijds, en positieve acties aan te moedigen en motivatie en gedrevenheid om duurzame doelstellingen te bereiken te belonen, anderzijds. Mogelijke ESG-vergoedingsregelingen kunnen worden voorgesteld aan het Benoemings- en Remuneratiecomité en moeten worden goedgekeurd door de Raad van Bestuur. In dat geval zullen we de argumenten voor specifieke KPI's, zoals klimaatgerelateerde overwegingen, duidelijk toelichten.
Details over het remuneratiebeleid zijn te vinden in hoofdstuk 4.3 – Remuneratieverslag.
Externe stimuleringsregelingen zijn daarentegen wel aanwezig. Dergelijke maatregelen zijn van toepassing op de financiering van schepen in onze joint ventures in het kader van duurzaamheidsgerelateerde leningen. We hebben ons ertoe verbonden om de met financiële instellingen overeengekomen ESG-KPI's te halen, in ruil voor lagere rentemarges. Als we deze KPI's niet halen, leidt dit tot een hogere rentemarge, wat een financiële stimulans is om onze duurzaamheidskoers voort te zetten.
3.5 BIJLAGE
3.5 BIJLAGE
Bijlage 1: Toelichting voor niet-materiële onderwerpen
3.5.1.1 E2 – VERONTREINIGING
ESRS E2 is niet-materieel voor EXMAR, op basis van de volgende overwegingen:
- Geringe daadwerkelijke ernst in geval van ongevallen: In het onwaarschijnlijke geval van een onopzettelijk vervuilingsincident zou de ernst minimaal zijn dankzij de uitgebreide veiligheidsprotocollen die van kracht zijn. Deze maatregelen beperken de potentiële gevolgen voor het milieu aanzienlijk.
- Strenge veiligheidsvoorschriften en toezicht: Al onze schepen varen volgens strenge veiligheidsvoorschriften die zijn opgelegd door internationale maritieme wetgeving en die regelmatig worden gecontroleerd door de vlaggenstaat en klanten. Dit vermindert het risico op onopzettelijke water- of luchtvervuiling aanzienlijk.
- Verbod op het overboord gooien van afval: EXMAR verbiedt strikt het overboord gooien van afval dat geen voedsel is, op alle schepen, in overeenstemming met de MARPOL-voorschriften. Dit beleid voorkomt het vrijkomen van microplastics in de oceaan en beschermt zo de mariene ecosystemen.
- Irrelevantie van specifieke categorieën met betrekking tot vervuiling: De vervuiling van levende organismen, voedselbronnen of grond is niet van toepassing op de activiteiten van EXMAR, aangezien onze activiteiten geen raakvlakken hebben met deze domeinen.
- Geen zorgwekkende stoffen: Wij vervoeren geen stoffen die zijn geclassificeerd als (zeer) zorgwekkende stoffen. Dit minimaliseert de potentiële milieu-impact van onze activiteiten nog verder.
We kunnen bijgevolg concluderen dat, dankzij onze strenge maatregelen en de aard van onze activiteiten, vervuilingsrisico's effectief worden beheerd en beheerst, waardoor E2-vervuiling niet-materieel is voor EXMAR.
3.5.1.2 E3 – WATER EN MARIENE HULPBRONNEN
ESRS E3 is van immaterieel belang voor EXMAR, op basis van de volgende overwegingen:
- Verwaarloosbare wateronttrekking en -lozing: De totale hoeveelheid water die door onze schepen uit de oceaan wordt onttrokken en geloosd, is verwaarloosbaar, waardoor de impact op water en mariene ecosystemen tot een minimum wordt beperkt.
- Ballastwaterbehandelingssystemen: Het grootste deel van het water dat bij de activiteiten wordt gebruikt, wordt behandeld via geavanceerde ballastwaterbehandelingssystemen. Deze systemen zorgen ervoor dat het geloosde water een zeer beperkt effect heeft op de waterkwaliteit en de mariene hulpbronnen.
We kunnen bijgevolg concluderen dat, gezien de minimale hoeveelheden onttrokken en geloosd water en de effectieve zuiveringsmaatregelen die zijn getroffen, de impact op water en mariene hulpbronnen verwaarloosbaar is, waardoor E3 Water en mariene hulpbronnen niet-materieel is voor EXMAR.
3.5.1.3 E4 – BIODIVERSITEIT EN ECOSYSTEMEN
ESRS E4 is niet-materieel voor EXMAR, op basis van de volgende overwegingen:
- Beperkte impact op factoren die biodiversiteitsverlies veroorzaken: Onze activiteiten hebben geen directe invloed op de belangrijkste factoren die biodiversiteitsverlies veroorzaken, zoals veranderingen in landgebruik, zoetwatergebruik, gebruik van de zee of klimaatverandering.
- Minimale impact op soorten en habitatten: Onze activiteiten hebben een verwaarloosbare impact op de toestand van soorten, met inbegrip van populatiegroottes en risico's op uitsterven. We zijn niet actief in risicogebieden die bekend staan om hun aanzienlijke biodiversiteitsproblemen.
- Strenge milieu regels in internationale wateren: EXMAR is actief in internationale wateren en houdt zich aan strenge milieu regels. Onze maatregelen omvatten robuuste protocollen aan boord die zijn ontworpen om de introductie van invasieve soorten te voorkomen, waardoor ecologische verstoring tot een minimum wordt beperkt.
3.5 BIJLAGE 137
- Geen afhankelijkheid van ecosystemdiensten: Het bedrijfsmodel van EXMAR is niet afhankelijk van ecosystemdiensten, waardoor de directe of indirecte impact op de biodiversiteit verder wordt beperkt.
Gezien deze factoren is vastgesteld dat E4 geen materieel element in onze duurzaamheidsrapportage vormt, vermits onze bedrijfsactiviteiten inherent slechts in beperkte mate relevant zijn voor dit domein.
3.5.1.4 E5 – GRONDSTOFFENGEBRUIK EN CIRCULAIRE ECONOMIE
ESRS E5 is niet-materieel voor EXMAR, op basis van de volgende overwegingen:
-
Beperkte rol in de circulaire economie: EXMAR neemt niet actief deel aan de circulaire economie. Onze eigen schepen worden verkocht ruim voordat ze de leeftijd bereiken waarop ze moeten worden gerecycled. Bovendien is er een essentiële clausule opgenomen in de verkoopcontracten, die vereist dat het schip na de verkoop nog minstens een jaar operationeel blijft, waardoor continu gebruik wordt gegarandeerd in plaats van onmiddellijke recycling.
-
Geen levering van eindproducten: Als dienstverlener levert EXMAR geen eindproducten. Dit betekent dat we niet direct betrokken zijn bij productlevenscyclus of overwegingen rond hergebruik, recycling of afvalbeheer op consumentenniveau.
-
Minimaal gebruik van grondstoffen en afvalproductie: De aard van de activiteiten vereist een minimale hoeveelheid grondstoffen en de hoeveelheid geproduceerd afval is relatief laag. De focus op diensten, in plaats van productie of zware industriële activiteiten, vermindert het materiaalverbruik en de afvalvoetafdruk aanzienlijk.
Gezien deze factoren is E5 niet materiaal voor onze duurzaamheidsrapportage, aangezien de reikwijdte van onze activiteiten de relevantie voor overwegingen inzake grondstoffengebruik en de circulaire economie inherent minimaliseert.
3.5.1.5 S2 – WERKNEMERS IN DE WAARDEKETEN
ESRS S2 is immaterieel voor EXMAR, om de volgende redenen:
-
Beperkte interactie met werknemers in de waardeketen: De aard van onze activiteiten, die voornamelijk plaatsvinden in internationale wateren of als dienstverlener in lokale projecten, beperkt inherent de interactie met werknemers in de waardeketen.
-
Strikte naleving van bedrijfsprocedures: In gevallen waarin werknemers uit onze waardeketen aan boord van de schepen komen, zijn zij verplicht zich te houden aan de door EXMAR vastgestelde procedures op het gebied van gezondheid, veiligheid en algemene arbeidsomstandigheden. Deze maatregelen zorgen voor consistente normen voor al het personeel aan boord, ongeacht hun dienstverband.
-
Dienstverlenend bedrijfsmodel: Als dienstverlener is het operationele model niet sterk afhankelijk van uitgebreide activiteiten in de waardeketen waarbij grote aantallen externe werknemers betrokken zijn. Dit vermindert de omvang van de risico's of effecten die verband houden met arbeidsvraagstukken in de waardeketen.
Gezien deze overwegingen is S2 niet materieel voor onze duurzaamheidsverklaring, aangezien de aard van onze activiteiten de relevantie voor de in deze norm behandelde kwesties inherent minimaliseert.
3.5.1.6 S3 – BETROKKEN GEMEENSCHAPPEN
ESRS S3 is niet-materieel voor EXMAR, op basis van de volgende overwegingen:
-
Activiteiten in internationale wateren: Een aanzienlijk deel van de activiteiten vindt plaats in internationale wateren, waar geen directe interactie met lokale gemeenschappen plaatsvindt.
-
Dienstverlenende projecten in lokale gebieden: In gevallen waarin EXMAR als dienstverlener bij lokale projecten optreedt, blijft de betrokkenheid gericht op het leveren van specifieke diensten in plaats van interactie met lokale gemeenschappen over economische, sociale, culturele, maatschappelijke of politieke aangelegenheden.
-
Minimale impact op de gemeenschap: Het bedrijfsmodel houdt geen significante betrokkenheid bij of impact op lokale gemeenschappen, hun rechten of hun welzijn in. Dit beperkt van nature de materiële relevantie van kwesties met betrekking tot gemeenschappen voor onze activiteiten.
Gezien deze factoren is S3 niet materieel voor onze duurzaamheidsrapportage, aangezien de aard van onze activiteiten de relevantie voor de in deze standaard behandelde aandachtspunten inherent minimaliseert.
3.5 BIJLAGE
3.5.1.7 S4 - CONSUMENTEN EN EINDGEBRUIKERS
ESRS S4 is immaterieel voor EXMAR, op basis van de volgende overwegingen:
-
Business-to-business bedrijfsmodel: EXMAR opereert uitsluitend binnen een B2B-kader. Als zodanig hebben we geen directe relaties met individuele eindgebruikers of consumenten.
-
Geen consumentgerichte goederen of diensten: Klanten kopen, consumeren of gebruiken onze goederen en diensten niet voor persoonlijk gebruik. Dit minimaliseert de potentiële impact op of verantwoordelijkheid ten opzichte van individuele consumenten/eindgebruikers nog verder.
-
Dienstverlenende activiteiten: Als dienstverlener zijn onze activiteiten gericht op het nakomen van contractuele verplichtingen tegenover andere bedrijven, in plaats van het leveren van producten of diensten aan de consumentenmarkt.
Gezien deze factoren is S3 niet materieel voor onze duurzaamheidsrapportage, aangezien de afwezigheid van eindgebruikers of consumenten in het bedrijfsmodel van EXMAR de in deze standaard behandelde aandachtspunten irrelevant maakt voor onze bedrijfsvoering.
3.5 BIJLAGE 139
3.5.2 Bijlage 2: Overzicht van EXMAR's beleid en diens afstemming op de rapportagevereisten binnen ESRS 2 MDR-P
De onderstaande tabel laat zien hoe het beleid van EXMAR, waarnaar in de duurzaamheidsverklaring wordt verwezen, voldoet aan de minimale rapportagevereisten voor beleid uit ESRS 2 (MDR-P: 'Minimum Disclosure Requirements for Policies'). De informatie betreft de volgende beleidsregels/-documenten:
| ALGEMEEN ESG | MILIEU | SOCIAAL | BESTUUR |
|---|---|---|---|
| Duurzaamheids-beleid HSEQ-beleid | Autobeleid | Intern en extern privacybeleid Beleid inzake intimidatie en discriminatie Klachtenregeling Regeling thuiswerken | Beleid inzake fraudebestrijding en corruptiebestrijding Antitrust- en mededingingsbeleid Beleid inzake anti-witwaspraktijken Sanctiebeleid Beleid inzake aanvaardbaar gebruik Beleid inzake intellectueel eigendom |
| KOP | ESRS 2 MDR-P-63 | De onderneming past de in deze bepaling gedefinieerde minimale openbaarmakingsvereisten toe wanneer zij het beleid openbaar maakt dat zij hanteert met betrekking tot elke duurzaamheidskwestie die als materieel is aangemerkt. | |
| --- | --- | --- | --- |
| DOEL | ESRS 2 MDR-P-64 | De doelstelling van deze minimale informatievereiste is inzicht te verschaffen in het beleid dat de onderneming hanteert om daadwerkelijke en potentiële effecten te voorkomen, te beperken en te herstellen, risico's aan te pakken en kansen te benutten. | |
| VERWIJZING | VERPLICHTING TOT OPENBAARMAKING | AFSTEMMING MET BELEID/BELEIDSLIJNEN | |
| VERSLAGLEGGINGSVEREISTEN | ESRS 2 MDR-P-65a | De onderneming moet informatie openbaar maken over het beleid dat is vastgesteld om wezenlijke duurzaamheidskwesties te beheren. De openbaarmaking moet de volgende informatie bevatten: (a) een beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid, met inbegrip van de algemene doelstellingen en de wezenlijke effecten, risico's of kansen waarop het beleid betrekking heeft, alsmede het proces voor toezicht | • De informatie over het duurzaamheidsbeleid, het HSEQ-beleid, het beleid inzake intimidatie en non-discriminatie, het klokkenluidersbeleid, de thuiswerkregeling en het beleid inzake fraudebestrijding en corruptiebestrijding wordt verstrekt in de hoofdstukken over maatschappelijk verantwoord ondernemen en governance. |
| • Privacybeleid: Omschrijving van het verwerken van persoonlijke data van personeel/elke persoon die de diensten van of zakenrelaties heeft met een EXMAR-entiteit alsook rechten van de werknemer/elke persoon die de diensten van of zakenrelaties heeft met een EXMAR-entiteit, met betrekking tot data. | |||
| • Antitrust- en mededingingsbeleid: Basisprincipes die in de meeste antitrust- en mededingingsrechtelijke regelingen wereldwijd zijn opgenomen. Het is de bedoeling om informatie te verstrekken over de betreffende regels, zodat medewerkers potentiële problemen kunnen signaleren en hierover advies kunnen inwinnen. De informatie bevat details over de gevolgen van niet-naleving, sancties, concurrentiebeperkende overeenkomsten, verboden handelingen, misbruik van machtspositie en procedures. | |||
| • Anti-witwasbeleid: Het beleid behandelt de vereisten van anti-witwaswet- en regelgeving in de dagelijkse bedrijfsvoering. Het gaat in op de doelgroep en de verantwoordelijkheid van elke medewerker om bij verdenking melding te maken. Daarnaast bevat het een niet-exhaustieve leidraad voor gebieden die aanleiding tot bezorgdheid kunnen geven. | |||
| • Sanctiebeleid: Informatie met betrekking tot de naleving van sancties, ook wel aangeduid als instrumenten die door regeringen, internationale organisaties en supranationale instanties worden gebruikt om een gedragsverandering bij een regering of regime te stimuleren of om de financiering van terrorisme te voorkomen. Het beleid schetst de verantwoordelijkheden van EXMAR-personeel om te controleren of geen contracten of projecten in strijd zijn met sancties. | |||
| • Beleid inzake aanvaardbaar gebruik: Dit beleid heeft tot doel onze middelen en gegevens te beveiligen en legt deze verantwoordelijkheid bij elke medewerker. Het vat de belangrijkste richtlijnen voor informatiebeveiliging samen en legt uit wat er van EXMAR-medewerkers wordt verwacht met betrekking tot het gebruik van beschikbare IT-middelen en -systemen, waarbij wordt verwezen naar gedrag en best practices voor informatiebeveiliging. | |||
| • Beleid inzake intellectueel eigendom: Heeft tot doel de intellectuele-eigendomsrechten te beschermen, met inbegrip van uitvindingen, ideeën, ontdekkingen en auteurswerken. Het gaat dieper in op octrooien, bedrijfsgeheimen en vertrouwelijke informatie, handelsmerken en auteursrechten en beschrijft rechten en verantwoordelijkheden. |
140 3.5 BIJLAGE
| VERSLAGLEGGINGSVERISTEN | ESRS 2 MDR-P-65b | De onderneming maakt informatie openbaar over het beleid dat is vastgesteld om materiële duurzaamheidskwesties te beheren. De openbaarmaking omvat de volgende informatie: (b) een beschrijving van de reikwijdte van het beleid, of van de uitsluitingen daarvan, in termen van activiteiten, de upstream- en/of downstream-waardeketen, regio's en, indien relevant, betrokken groepen belanghebbenden | • Alle beleidsregels worden op groepsniveau opgesteld en gelden zowel voor kantoormedewerkers als voor zeevarenden. We hanteren een pragmatische aanpak en stemmen het beleid af op de aard van het dienstverband. Daarom kunnen er verschillende versies van het beleid bestaan, specifiek voor kantoormedewerkers versus zeevarenden (bijvoorbeeld met betrekking tot onderwerpen als gezondheid en veiligheid). Daarnaast worden het autobeleid en de thuiswerkregeling momenteel toegepast op het hoofdkantoor in Antwerpen, met de ambitie om de toepassing uit te breiden naar de regionale kantoren. • Beleid inzake fraudebestrijding en corruptiebestrijding: van toepassing op zowel EXMAR-personeel als alle derde partijen. • Intern privacybeleid: van toepassing op zowel EXMAR-personeel als andere zeevarenden op schepen die eigendom zijn van of gecharterd worden door de EXMAR Group. • Klokkenluidersbeleid: van toepassing op EXMAR-personeel, derden en andere zeevarenden op schepen die eigendom zijn van of gecharterd worden door de EXMAR Group. • Beleid inzake aanvaardbaar gebruik: van toepassing op EXMAR-personeel, consultants en externe contractanten met toegang tot EXMAR-middelen, -gegevens en -informatie. | | --- | --- | --- | --- | | | ESRS 2 MDR-P-65c | De onderneming maakt informatie openbaar over het beleid dat is vastgesteld om wezenlijke duurzaamheidskwesties te beheren. De openbaarmaking omvat de volgende informatie: (c) het hoogste niveau in de organisatie van de onderneming dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het beleid | De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen en herzien van de belangrijkst beleidsregels ('key policies'). Het Uitvoerend Comité is verantwoordelijk voor het dagelijks beheer en beleid, en dus voor de juiste uitvoering van elk beleid. | | | ESRS 2 MDR-P-65d | De onderneming moet informatie verstrekken over het beleid dat is vastgesteld om wezenlijke duurzaamheidskwesties te beheren. De informatieverschaffing moet de volgende gegevens bevatten: (d) indien relevant, een verwijzing naar de normen of initiatieven van derden die de onderneming zich ertoe verbindt na te leven door de uitvoering van het beleid. | Verwijzingen naar toepasselijke regelgeving per beleid/domein. Geen verwijzingen naar normen of initiatieven van derden. | | | ESRS 2 MDR-P-65e | De onderneming moet informatie verstrekken over het beleid dat is vastgesteld om wezenlijke duurzaamheidskwesties te beheren. De informatieverschaffing moet de volgende informatie bevatten: (e) indien relevant, een beschrijving van de aandacht die is besteed aan de belangen van belangrijke belanghebbenden bij het vaststellen van het beleid | Beschreven in de hoofdstukken 'Sociaal' en 'Governance'. | | | ESRS 2 MDR-P-65f | De onderneming moet informatie verstrekken over het beleid dat is vastgesteld om wezenlijke duurzaamheidskwesties te beheren. De informatieverschaffing omvat de volgende informatie: (f) indien relevant, of en hoe de onderneming het beleid beschikbaar stelt aan potentieel betrokken belanghebbenden en aan belanghebbenden die moeten helpen bij de uitvoering ervan | • Het overkoepelende kader voor alle beleidsmaatregelen wordt beschreven in het nalevingsmodel van EXMAR, dat beschikbaar is op de website. • Alle beleidsregels voor intern gebruik zijn beschikbaar op het intranet van EXMAR. • Beleidsregels die ook van toepassing zijn op externe aandeelhouders (extern privacybeleid en klokkenluidersbeleid) worden gepubliceerd op de website van EXMAR. • Elke nieuwe medewerker ontvangt een 'onboardingpakket', inclusief alle beleidsdocumenten. Van hem/haar wordt verwacht dat hij/zij de ontvangst bevestigt en aangeeft alle beleidsdocumenten te hebben gelezen. |
3.5 BIJLAGE 141
3.5.3 Bijlage 3: EU-Taxonomiesjablonen
3.5.3.1 ACTIVITEITEN IN VERBAND MET KERNENERGIE EN FOSSIEL GAS
| RIJ | ACTIVITEITEN IN VERBAND MET KERNENERGIE | |
|---|---|---|
| 1. | De onderneming voert onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en implementatie uit, financiert deze of heeft hierin belangen met betrekking tot innovatieve elektriciteitsopwekkingsinstallaties die energie produceren uit nucleaire processen met minimale afvalproductie uit de splijtstofcyclus. | NEE |
| 2. | De onderneming voert de bouw en veilige exploitatie van nieuwe nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte uit, financiert deze of heeft hierin belangen, met inbegrip van stadsverwarming of industriële processen zoals waterstofproductie, alsmede de veiligheidsupgrades daarvan, met gebruikmaking van de beste beschikbare technologieën. | NEE |
| 3. | De onderneming voert de veilige exploitatie van bestaande nucleaire installaties uit, financiert deze of heeft hieraan blootstellingen, die elektriciteit of proceswarmte produceren, onder meer ten behoeve van stadsverwarming of industriële processen zoals waterstofproductie uit kernenergie, alsmede de veiligheidsupgrades daarvan. | NEE |
| ACTIVITEITEN IN VERBAND MET FOSSIEL GAS | ||
| 4. | De onderneming voert de bouw of exploitatie uit van, financiert of heeft blootstellingen aan elektriciteitscentrales die elektriciteit produceren met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. | NEE |
| 5. | De onderneming voert de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor de gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen uit, financiert deze of heeft hieraan blootstellingen. | NEE |
| 6. | De onderneming voert de bouw, renovatie en exploitatie van warmteopwekkingsinstallaties die warmte/koeling produceren met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen uit, financiert deze of heeft hieraan blootstellingen aan. | NEE |
142 3.5 BIJLAGE
3.5.3.2 AANDEEL VAN DE OMZET UIT PRODUCTEN OF DIENSTEN DIE VERBAND HOUDEN MET ECONOMISCHE ACTIVITEITEN DIE IN OVEREENSTEMMING ZIJN MET DE TAXONOMIE – INFORMATIEVERSCHAFFING OVER HET JAAR 2025
| BOEKJAAR 2025 | 2025 | CRITERIA INZAKE SUBSTANTIELE BIJDRAGE | ONSH CRITERIA (geen ernstige afbreuk doen aan)(h) | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten (1) | Code (a) (2)Omzet (3) | Aandeel omzet, 2023 (4) | Klimaatmitigatie (5)Klimaatadaptatie (6)Water (7)Verontreiniging (8)Circulaire economie (9)Biodiversiteit (10)Klimaatmitigatie (11)Klimaatadaptatie (12)Water (13)Verontreiniging (14)Circulaire economie (15)Biodiversiteit (16)Minimumgaranties (17)Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) omzet, jaar 2024 (18)Categorie faciliterende activiteit (19)Categorie transitieondersteunende activiteit (20) | |||||||||||||||
| Tekst | USD | % | 3; N; niak (b) (c) | 3; N; niak (b) (c) | 3; N; niak (b) (c) | 3; N; niak (b) (c) | 3; N; niak (b) (c) | 3/N | 3/N | 3/N | 3/N | 3/N | 3/N | 3/N | 3/N | 3/N | F | F |
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | ||||||||||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | ||||||||||||||||||
| Nvt | Nvt | 0 | 0 | N | N | N | N | N | N | N | N | N | N | N | N | 0% | Nvt | Nvt |
| Omzet ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | N | N | N | N | N | N | N | 0% | ||
| Waarvan faciliterend | 0 | % | % | % | % | % | % | % | N | N | N | N | N | N | N | 0% | Nvt | |
| Waarvan transitieondersteunend | 0 | % | N | N | N | N | N | N | N | 0% | Nvt | |||||||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (g) | ||||||||||||||||||
| iak; niak (f) | iak; niak (f) | iak; niak (f) | iak; niak (f) | iak; niak (f) | iak; niak (f) | |||||||||||||
| Zee- en kustvrachtvervoer over water, schepen voor havenwerkzaamheden en ondersteunende activiteiten | 6,10 | 63,251 | 25% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 43% | ||||||||
| Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) | 63,251 | 25% | % | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 43% | |||||||||
| A. Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) | 63,251 | 25% | % | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 43% | |||||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | ||||||||||||||||||
| Omzet niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten | 184,889 | 75% | ||||||||||||||||
| Totaal (A + B) | 248,140 | 100% |
3.5 BIJLAGE 143
(a) De code is de afkorting van de desbetreffende doelstelling waarvoor de economische activiteit in aanmerking komt er een substantiële bijdrage aan te leveren, alsmede het afdelingsnummer van de activiteit in de desbetreffende bijlage met betrekking tot de doelstelling, namelijk:
- Klimaatmitigatie: KM
- Klimaatadaptatie: KA
- Water en mariene hulpbronnen: WTR
- Circulaire economie: CE
- Preventie en bestrijding van verontreiniging: PBV
- Biodiversiteit en ecosystemen BIODе activiteit "bebossing" zou bijvoorbeeld de volgende code krijgen: KM 1.1.
Wanneer activiteiten in aanmerking komen om een substantiële bijdrage te leveren aan meer dan één doelstelling, moeten de codes voor alle doelstellingen worden vermeld.
Als de marktdeelnemer bijvoorbeeld meldt dat de activiteit "Bouw van nieuwe gebouwen" een substantiële bijdrage levert aan klimaatmitigatie en de circulaire economie, wordt de code: KM 7.1./CE 3.1.
In de afdelingen A.1 en A.2 van deze template moeten dezelfde codes worden gebruikt.
(b) J — Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling. N — Neen, is een voor de taxonomie in aanmerking komende maar niet daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling. niak — niet in aanmerking komend; deze activiteit komt niet voor de taxonomie in aanmerking voor de desbetreffende milieudoelstelling.
(c) Wanneer een economische activiteit substantieel aan meerdere milieudoelstellingen bijdraagt, vermelden niet-financiële ondernemingen vetgedrukt de meest relevante milieudoelstelling voor de berekening van de KPI's van financiële ondernemingen, waarbij dubbeltelling wordt vermeden. Wanneer het gebruik van de opbrengsten van de financiering niet bekend is, berekenen financiële ondernemingen in hun respectieve KPI's de financiering van economische activiteiten die bijdragen tot meerdere milieudoelstellingen onder de meest relevante milieudoelstelling die in deze template vetgedrukt wordt gerapporteerd door niet-financiële ondernemingen. Een milieudoelstelling mag slechts één keer vetgedrukt in één rij worden gerapporteerd om dubbeltelling van economische activiteiten in de KPI's van financiële ondernemingen te voorkomen. Dit geldt niet voor de berekening van de afstemming op de taxonomie van economische activiteiten voor financiële producten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 12), van Verordening (EU) 2019/2088. Niet-financiële ondernemingen rapporteren ook de mate van inaanmerkingkoming en afstemming per milieudoelstelling, inclusief afstemming op elk van de milieudoelstellingen voor activiteiten die substantieel bijdragen aan verschillende doelstellingen, met gebruikmaking van de onderstaande template:
| AANDEEL VAN DE OMZET/TOTALE OMZET | ||
|---|---|---|
| Op de taxonomie afgestemd per doelstelling | Voor de taxonomie in aanmerking komend per doelstelling | |
| KM | % | % |
| KA | % | % |
| WTR | % | % |
| CE | % | % |
| PBV | % | % |
| BIO | % | % |
(d) Dezelfde activiteit kan op een of meer milieudoelstellingen afgestemd zijn waarvoor zij in aanmerking komt. (e) Dezelfde activiteit kan in aanmerking komen en niet afgestemd zijn op de desbetreffende milieudoelstellingen. (f) iak — voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling. Niak — niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling. (g) Activiteiten worden alleen gerapporteerd in afdeling A.2 van deze template als zij niet zijn afgestemd op een milieudoelstelling waarvoor zij in aanmerking komen. Activiteiten die op ten minste één milieudoelstelling zijn afgestemd, worden gerapporteerd in deel A.1 van deze template. (h) Voor een in afdeling A.1 te rapporteren activiteit moet aan alle GEAD-criteria en minimumgaranties worden voldaan. Voor onder A.2 genoemde activiteiten mogen de kolommen (5) tot en met (17) op vrijwillige basis door niet-financiële ondernemingen worden ingevuld. Niet-financiële ondernemingen kunnen in afdeling A.2 de substantiële bijdrage en de GEAD-criteria vermelden waaraan zij al dan niet voldoen door gebruik te maken van: a) voor substantiële bijdrage — codes J/N en niak in plaats van iak en niak, en b) voor GEAD — codes J/N.
144 3.5 BIJLAGE
3.5.3.3 AANDEEL VAN DE KAPITAALUITGAVEN UIT PRODUCTEN OF DIENSTEN DIE VERBAND HOUDEN MET ECONOMISCHE ACTIVITEITEN DIE IN OVEREENSTEMMING ZIJN MET DE TAXONOMIE - INFORMATIEVERSCHAFFING VOOR HET BOEKJAAR 2025
| BOEKJAAR 2025 | 2025 | CRITERIA INZAKE SUBSTANTIELE BIJDRACE | ONSH CRITERIA (geen ernstige afbreuk doen aan)(h) | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten (1) | Code (a) (2)CapEx (3) | Aandeel omzet, 2023 (4) | Klimaatmitigatie (5)Klimaatadaptatie (6) | Water (7)Verontreiniging (8)Circulaire economie (9)Biodiversiteit (10)Klimaatmitigatie (11)Klimaatadaptatie (12)Water (13)Verontreiniging (14)Circulaire economie (15)Biodiversiteit (16)Minimumgaranties (17)Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) CapEx, jaar 2024 (18)Categorie faciliterende activiteit (19)Categorie transitieondersteunende activiteit (20) | ||||||||||||||
| Tekst | USD | % | 3; N; 2; N; 3; N; 4; 5; 6; 7; 8; 9; 10; 11; 12; 13; 14; 15; 16; 17; 18; 19; 20; 21; 22; 23; 24; 25; 26; 27; 28; 29; 30; 31; 32; 33; 34; 35; 36; 37; 38; 39; 40; 41; 42; 43; 44; 45; 46; 47; 48; 49; 50 | |||||||||||||||
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | ||||||||||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | ||||||||||||||||||
| Nvt | Nvt | 0 | 0 | N | N | N | N | N | N | N | N | N | N | N | 0% | Nvt | Nvt | |
| Omzet ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | N | N | N | N | N | 0% | ||||
| Waarvan faciliterend | 0 | % | % | % | % | % | % | % | N | N | N | N | N | 0% | Nvt | |||
| Waarvan transitieondersteunend | 0 | % | N | N | N | N | N | N | 0% | Nvt | ||||||||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (g) | ||||||||||||||||||
| iak; 1; 2; 3; 4; 5; 6; 7; 8; 9; 10; 11; 12; 13; 14; 15; 16; 17; 18; 19; 20; 21; 22; 23; 24; 25; 26; 27; 28; 29; 30; 31; 32; 33; 34; 35; 36; 37; 38; 39; 40; 41; 42; 43; 44; 45; 46; 47; 48; 49; 50 | ||||||||||||||||||
| Zee- en kustvrachtvervoer over water, schepen voor havenwerkzaamheden en ondersteunende activiteiten | 6,10 | 0,403 | 1% | EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | 57% | ||||||||
| Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) | 0,403 | 1% | 27% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 57% | |||||||||
| A. Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) | 0,403 | 1% | 27% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 57% | |||||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | ||||||||||||||||||
| Omzet niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten | 35,259 | 99% | ||||||||||||||||
| Totaal (A + B) | 35,662 | 100% |
3.5 BIJLAGE 145
(a) De code is de afkorting van de desbetreffende doelstelling waarvoor de economische activiteit in aanmerking komt er een substantiële bijdrage aan te leveren, alsmede het afdelingsnummer van de activiteit in de desbetreffende bijlage met betrekking tot de doelstelling, namelijk:
- Klimaatmitigatie: KM
- Klimaatadaptatie: KA
- Water en mariene hulpbronnen: WTR
- Circulaire economie: CE
- Preventie en bestrijding van verontreiniging: PBV
- Biodiversiteit en ecosystemen BIODе activiteit "bebossing" zou bijvoorbeeld de volgende code krijgen: KM 1.1.
Wanneer activiteiten in aanmerking komen om een substantiële bijdrage te leveren aan meer dan één doelstelling, moeten de codes voor alle doelstellingen worden vermeld.
Als de marktdeelnemer bijvoorbeeld meldt dat de activiteit "Bouw van nieuwe gebouwen" een substantiële bijdrage levert aan klimaatmitigatie en de circulaire economie, wordt de code: KM 7.1./CE 3.1.
In de afdelingen A.1 en A.2 van deze template moeten dezelfde codes worden gebruikt.
(b) J — Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling. N — Neen, is een voor de taxonomie in aanmerking komende maar niet daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling. niak — niet in aanmerking komend; deze activiteit komt niet voor de taxonomie in aanmerking voor de desbetreffende milieudoelstelling.
(c) Wanneer een economische activiteit substantieel aan meerdere milieudoelstellingen bijdraagt, vermelden niet-financiële ondernemingen vetgedrukt de meest relevante milieudoelstelling voor de berekening van de KPI's van financiële ondernemingen, waarbij dubbeltelling wordt vermeden. Wanneer het gebruik van de opbrengsten van de financiering niet bekend is, berekenen financiële ondernemingen in hun respectieve KPI's de financiering van economische activiteiten die bijdragen tot meerdere milieudoelstellingen onder de meest relevante milieudoelstelling die in deze template vetgedrukt wordt gerapporteerd door niet-financiële ondernemingen. Een milieudoelstelling mag slechts één keer vetgedrukt in één rij worden gerapporteerd om dubbeltelling van economische activiteiten in de KPI's van financiële ondernemingen te voorkomen. Dit geldt niet voor de berekening van de afstemming op de taxonomie van economische activiteiten voor financiële producten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 12), van Verordening (EU) 2019/2088. Niet-financiële ondernemingen rapporteren ook de mate van inaanmerkingkoming en afstemming per milieudoelstelling, inclusief afstemming op elk van de milieudoelstellingen voor activiteiten die substantieel bijdragen aan verschillende doelstellingen, met gebruikmaking van de onderstaande template:
| AANDEEL VAN DE OMZET/TOTALE OMZET | ||
|---|---|---|
| Op de taxonomie afgestemd per doelstelling | Voor de taxonomie in aanmerking komend per doelstelling | |
| KM | % | % |
| KA | % | % |
| WTR | % | % |
| CE | % | % |
| PBV | % | % |
| BIO | % | % |
(d) Dezelfde activiteit kan op een of meer milieudoelstellingen afgestemd zijn waarvoor zij in aanmerking komt. (e) Dezelfde activiteit kan in aanmerking komen en niet afgestemd zijn op de desbetreffende milieudoelstellingen. (f) iak — voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling. Niak — niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling. (g) Activiteiten worden alleen gerapporteerd in afdeling A.2 van deze template als zij niet zijn afgestemd op een milieudoelstelling waarvoor zij in aanmerking komen. Activiteiten die op ten minste één milieudoelstelling zijn afgestemd, worden gerapporteerd in deel A.1 van deze template. (h) Voor een in afdeling A.1 te rapporteren activiteit moet aan alle GEAD-criteria en minimumgaranties worden voldaan. Voor onder A.2 genoemde activiteiten mogen de kolommen (5) tot en met (17) op vrijwillige basis door niet-financiële ondernemingen worden ingevuld. Niet-financiële ondernemingen kunnen in afdeling A.2 de substantiële bijdrage en de GEAD-criteria vermelden waaraan zij al dan niet voldoen door gebruik te maken van: a) voor substantiële bijdrage — codes J/N en niak in plaats van iak en niak, en b) voor GEAD — codes J/N.
146 3.5 BIJLAGE
3.5.3.4 AANDEEL VAN DE OPERATIONELE UITGAVEN (OPEX) UIT PRODUCTEN OF DIENSTEN DIE VERBAND HOUDEN MET ECONOMISCHE ACTIVITEITEN DIE IN OVEREENSTEMMING ZIJN MET DE TAXONOMIE – INFORMATIEVERSCHAFFING VOOR HET BOEKJAAR 2025
| BOEKJAAR 2025 | 2025 | CRITERIA INZAKE SUBSTANTIELE BIJDRAGE | ONSH CRITERIA (geen ernstige afbreuk doen aan)(h) | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten (1) | Code (a) (2) OpEx (3) | Aandeel omzet, 2023 (4) | Klimaatmitigatie (5) | Klimaatadaptatie (6) | Water (7) | Verontreiniging (8) | Circulaire economie (9) | Biodiversiteit (10) | Klimaatmitigatie (11) | Klimaatadaptatie (12) | Water (13) | Verontreiniging (14) | Circulaire economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumgaranties (17) | Aandeel van op taxonomie afge-stemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) OpEx, 2024 (18) | Categorie faciliterende activiteit (19) |
| Tekst | USD | % | J; N; niak (b) (c) | J; N; niak (b) (c) | J; N; niak (b) (c) | J; N; niak (b) (c) | J; N; niak (b) (c) | J; N; niak (b) (c) | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | % |
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | |||||||||||||||||
| Nvt | Nvt | 0 | 0 | N | N | N | N | N | N | N | N | N | N | N | 0% | Nvt | Nvt |
| Omzet ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | N | N | N | N | N | N | 0% | ||
| Waarvan faciliterend | 0 | % | % | % | % | % | % | % | N | N | N | N | N | N | 0% | Nvt | |
| Waarvan transitieondersteunend | 0 | % | N | N | N | N | N | N | 0% | Nvt | |||||||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (g) | |||||||||||||||||
| iak; niak (f) | iak; niak (f) | iak; niak (f) | iak; niak (f) | iak; niak (f) | iak; niak (f) | 11% | |||||||||||
| Zee- en kustvrachtvervoer over water, schepen voor havenwerkzaamheden en ondersteunende activiteiten | 6,10 | 19,912 | 58% | EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | 11% | ||||||||
| Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) | 19,912 | 58% | % | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 11% | ||||||||
| A. Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) | 19,912 | 58% | % | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 11% | ||||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||
| Omzet niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten | 14,592 | 42% | |||||||||||||||
| Totaal (A + B) | 34,504 | 100% |
3.5 BIJLAGE 147
(a) De code is de afkorting van de desbetreffende doelstelling waarvoor de economische activiteit in aanmerking komt er een substantiële bijdrage aan te leveren, alsmede het afdelingsnummer van de activiteit in de desbetreffende bijlage met betrekking tot de doelstelling, namelijk:
- Klimaatmitigatie: KM
- Klimaatadaptatie: KA
- Water en mariene hulpbronnen: WTR
- Circulaire economie: CE
- Preventie en bestrijding van verontreiniging: PBV
- Biodiversiteit en ecosystemen BIODe activiteit "bebossing" zou bijvoorbeeld de volgende code krijgen: KM 1.1.
Wanneer activiteiten in aanmerking komen om een substantiële bijdrage te leveren aan meer dan één doelstelling, moeten de codes voor alle doelstellingen worden vermeld.
Als de marktdeelnemer bijvoorbeeld meldt dat de activiteit "Bouw van nieuwe gebouwen" een substantiële bijdrage levert aan klimaatmitigatie en de circulaire economie, wordt de code: KM 7.1./CE 3.1.
In de afdelingen A.1 en A.2 van deze template moeten dezelfde codes worden gebruikt.
(b) J — Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling. N — Neen, is een voor de taxonomie in aanmerking komende maar niet daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling. niak — niet in aanmerking komend; deze activiteit komt niet voor de taxonomie in aanmerking voor de desbetreffende milieudoelstelling.
(c) Wanneer een economische activiteit substantieel aan meerdere milieudoelstellingen bijdraagt, vermelden niet-financiële ondernemingen vetgedrukt de meest relevante milieudoelstelling voor de berekening van de KPI's van financiële ondernemingen, waarbij dubbeltelling wordt vermeden. Wanneer het gebruik van de opbrengsten van de financiering niet bekend is, berekenen financiële ondernemingen in hun respectieve KPI's de financiering van economische activiteiten die bijdragen tot meerdere milieudoelstellingen onder de meest relevante milieudoelstelling die in deze template vetgedrukt wordt gerapporteerd door niet-financiële ondernemingen. Een milieudoelstelling mag slechts één keer vetgedrukt in één rij worden gerapporteerd om dubbeltelling van economische activiteiten in de KPI's van financiële ondernemingen te voorkomen. Dit geldt niet voor de berekening van de afstemming op de taxonomie van economische activiteiten voor financiële producten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 12), van Verordening (EU) 2019/2088. Niet-financiële ondernemingen rapporteren ook de mate van inaanmerkingkoming en afstemming per milieudoelstelling, inclusief afstemming op elk van de milieudoelstellingen voor activiteiten die substantieel bijdragen aan verschillende doelstellingen, met gebruikmaking van de onderstaande template:
| AANDEEL VAN DE OMZET/TOTALE OMZET | ||
|---|---|---|
| Op de taxonomie afgestemd per doelstelling | Voor de taxonomie in aanmerking komend per doelstelling | |
| KM | % | % |
| KA | % | % |
| WTR | % | % |
| CE | % | % |
| PBV | % | % |
| BIO | % | % |
(d) Dezelfde activiteit kan op een of meer milieudoelstellingen afgestemd zijn waarvoor zij in aanmerking komt. (e) Dezelfde activiteit kan in aanmerking komen en niet afgestemd zijn op de desbetreffende milieudoelstellingen. (f) iak — voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling. Niak — niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling. (g) Activiteiten worden alleen gerapporteerd in afdeling A.2 van deze template als zij niet zijn afgestemd op een milieudoelstelling waarvoor zij in aanmerking komen. Activiteiten die op ten minste één milieudoelstelling zijn afgestemd, worden gerapporteerd in deel A.1 van deze template. (h) Voor een in afdeling A.1 te rapporteren activiteit moet aan alle GEAD-criteria en minimumgaranties worden voldaan. Voor onder A.2 genoemde activiteiten mogen de kolommen (5) tot en met (17) op vrijwillige basis door niet-financiële ondernemingen worden ingevuld. Niet-financiële ondernemingen kunnen in afdeling A.2 de substantiële bijdrage en de GEAD-criteria vermelden waaraan zij al dan niet voldoen door gebruik te maken van: a) voor substantiële bijdrage — codes J/N en niak in plaats van iak en niak, en b) voor GEAD — codes J/N.
148 3.5 BIJLAGE
3.5.4 Bijlage 4: Rapportage- en Toepassingsvereisten ('Disclosure & Application Requirements') opgenomen in EXMAR's duurzaamheidsrapport
De onderstaande tabellen geven een overzicht van de ESRS-rapportage- en toepassingsvereisten die van toepassing zijn op EXMAR, hun plaats in het verslag en een indicatie van datapunten die voortvloeien uit andere EU-wetgeving. Het overzicht bevat geen vereisten die doelstellingen toelichten en die niet materieel zijn voor/niet van toepassing zijn op EXMAR.
3.5.4.1 ESRS 2 – ALGEMENE RAPPORTAGE
| ONDERWERP | DATAPUNT (DP) | PLAATS IN HET RAPPORT | ANDERE REGELGEVING INDIEN VAN TOEPASSING | |
|---|---|---|---|---|
| PARAGRAAF | PAGINA | |||
| ALGEMENE GROND-SLAG VOOR DE OPSTELLING VAN DE DUURZAAMHEIDS-VERKLARING | ESRS 2 BP-1-5-a/b/d | 3.1.1.1 Reikwijdte van de rapportage | 62 | |
| ESRS 2 BP-1-5-c | 3.1.3.1.1 Stap 1: Onze waardeketen definiëren | 69 | ||
| INFORMATIE-VERSTREKKING MET BETREKKING TOT SPECIFIEKE OMSTANDIGHEDEN | ESRS 2 BP-2-10-a/b/c/d | 3.1.4.1 Schattingen | 88 | |
| ESRS 2 BP-2-11-a/b | ||||
| ESRS 2 BP-2-13-a/b/c | 3.1.4.1 Schattingen | 88 | ||
| ESRS 2 BP-2-14-a/b/c | 3.2.1.2.1 (Methodologische) wijzigingen en herziening | 95 | ||
| ESRS 2 BP-2-AR2 | 3.1.2.1 Regelgevend kader | 63 | ||
| DE ROLLEN VAN BESTUURS-, MANAGEMENT- EN TOEZICHTSORGANEN | ESRS 2 GOV-1-21-a/d/e | 3.4.1.1 Topmanagement | 126 | DP 21(d/e): SFDR & Benchmark-regelgeving |
| ESRS 2 GOV-1-22-a | ||||
| ESRS 2 GOV-1-21-b | 3.4.1.5 Informatie-stroom naar het topmanagement | 129 | ||
| ESRS 2 GOV-1-21-c | 3.4.1.2 ESG-ervaring en -vaardigheden | 131 | ||
| ESRS 2 GOV-1-22-b | ||||
| ESRS 2 GOV-1-22-c-i/iii | 3.4.1.4 Risicobeheer | 129 | ||
| ESRS 2 GOV-1-22-d | 3.4.4 Actieplan voor zakelijk gedrag | 134 | ||
| INFORMATIE VER-STREKT AAN EN DUUR-ZAAMHEIDSKWESTIES BEHANDELD DOOR DE AMS-ORGANEN VAN DE ONDERNEMING | ESRS 2 GOV-2-26-a/b | 3.4.1.5 Informatie-stroom naar het topmanagement | 129 | |
| ESRS 2 GOV-2-26-c | 3.4.1.3 Rollen en structuren gewijd aan ESG | 128 | ||
| INTEGRATIE VAN DUURZAAMHEIDS-GERELATEERDE PRESTATIES IN BELO-NINGSREGELINGEN | ESRS 2 GOV-3-29-a/b/c/d/e | 3.4.5 Duurzaamheid stimuleren | 135 | |
| ESRS 2 GOV-3-AR7 | 4.3 Remuneratieverslag | 176 | ||
| VERKLARING INZAKE DUE DILIGENCE | ESRS 2 GOV-4-32 | 3.1.3.2 Due diligence | 76 | |
| ESRS 2 GOV-4-33 | ||||
| ESRS 2 GOV-4-AR8 | ||||
| RISICOBEHEER EN INTERNE CONTROLES MET BETREKKING TOT DUURZAAMHEIDS-RAPPORTAGE | ESRS 2 GOV-5-36-a/b/c/d/e | 3.1.4.2 Risicobeheer en controles op duurzaamheidsverslaglegging | 90 | |
| STRATEGIE, BEDROFSMODEL & WAARDEKETEN | ESRS 2 SBM-1-40-a-i/ii/iv | 3.1.2.2 De bedrijfscontext van EXMAR | 66 | DP 40(a-iv/b/c/d): SFDR, Pilar 3 & Benchmarkregelgeving |
| ESRS 2 SBM-1-40-b/c/d | ||||
| ESRS 2 SBM-1-40-a-iii | 3.3.1.1 Ons personeelsbestand in cijfers | 114 | ||
| ESRS 2 SBM-1-40-e/fig | 3.1.3.3.1 Onze materiële IRO's koppelen aan de duurzaamheidsstrategie van EXMAR | 77 | ||
| ESRS 2 SBM-1-42-a | 3.1.2.2.1 Belangrijkste bronnen | 67 | ||
| ESRS 2 SBM-1-42-b | 3.1.3.1.2 Stap 2: Identificatie van onze stakeholders – Voordelen voor stakeholders | 70 | ||
| ESRS 2 SBM-1-42-c | 3.1.3.1.1 Stap 1: Onze waardeketen definiëren | 69 |
3.5 BIJLAGE 149
| ONDERWERP | DATAPUNT (DF) | PLAATS IN HET RAPPORT | ANDERE REGELGEVING OUDER VAN TOEPASSING |
|---|---|---|---|
| PARAGRAAF | PAGINA | ||
| BELANGEN EN MENINGEN VAN BELANGHEBBENDEN | ESRS 2 SBM-2-45-a-i/ii | 3.1.3.1.2 Stap 2: Identificatie van onze stakeholders | 70 |
| ESRS 2 SBM-2-45-a-iii/iv | |||
| ESRS 2 SBM-2-45-b/c/d | 3.1.3.1.3 Stap 3: Bepalen van onze impact, risico's en opportuniteiten (IRO) – Betrokkenheid (engagement) van stakeholders | 72 | |
| ESRS 2 SBM-2-45-a-v | 3.1.3.1.3 Stap 3: Bepalen van onze impact, risico's en opportuniteiten (IRO) – IRO-identificatie | 72 | |
| MATERIËLE IMPACTS, RISICO'S EN KANSEN EN HUN INTERACTIE MET DE STRATEGIE EN HET BEDRIJFSMODEL | ESRS 2 SBM-3-48-a/g | 3.1.3.3 Dubbele materialiteitsresultaten | 78 |
| ESRS 2 SBM-3-48-b/c/f | 3.1.3.3.1 Onze materiële IRO's koppelen aan de duurzaamheidsstrategie van EXMAR | 77 | |
| ESRS 2 SBM-3-48-d | 3.1.3.3.2 Financiële risico's | 86 | |
| BESCHRIJVING VAN HET PROCES VOOR HET IDENTIFICEREN EN BEOORDELEN VAN MATERIËLE EFFECTEN, RISICO'S EN KANSEN | ESRS 2 IRO-1-53-a | ||
| ESRS 2 IRO-1-53-b-ii/iii | |||
| ESRS 2 IRO-1-53-e/f | 3.1.3.1.3 Stap 3: Bepalen van onze impact, risico's en opportuniteiten (IRO) – IRO-identificatie | 72 | |
| ESRS 2 IRO-1-53-b-i | 3.1.2.2.1 Verhoogd risico van wereldwijde activiteiten | 68 | |
| ESRS 2 IRO-1-53-b-iv | 3.1.3.1.4 Stap 4: Scoringsmodel – Impact | 74 | |
| ESRS 2 IRO-1-53-c-i | |||
| ESRS 2 IRO-1-53-d/g | 3.1.3.1 Het dubbele materialiteitsproces | 69 | |
| ESRS 2 IRO-1-53-c-ii | 3.1.3.1.4 Stap 4: Scoringsmodel – Risico's en opportuniteiten | 74 | |
| ESRS 2 IRO-1-53-c-iii | |||
| ESRS 2 IRO-1-53-h | 3.1.3.1.4 Stap 4: Scoringsmodel | 74 | |
| INFORMATIE-VERPLICHTINGEN IN DE ESRS DIE ONDER DE DUURZAAMHEIDS-VERKLARING VAN DE ONDERNEMING VALLEN | ESRS 2 IRO-2-57 | 3.1.3.3.3 Niet-materiële onderwerpen | 87 |
| ESRS 2 IRO-2-58 | 3.5.1 Bijlage 1: Toelichting voor niet-materiële onderwerpen | 136 | |
| ESRS 2 IRO-2-59 | 3.1.3.1.4 Stap 4: Scoringsmodel | 74 | |
| BELEID DAT IS AANGENOMEN OM MATERIËLE DUUR-ZAAMHEIDSKWESTIES TE BEHEEREN | ESRS 2 MDR-P-65 | 3.5.2 Bijlage 2: Overzicht van EXMAR's beleid en diens afstemming op de rapportagevereisten binnen ESRS 2 MDR-P | 139 |
| MAATREGELEN EN MIDDELEN MET BETREKKING TOT MATERIËLE DUURZAAMHEIDS-KWESTIES | ESRS 2 MDR-A-68 | 3.1.3.3 Dubbele materialiteitsresultaten | 78 |
| 3.2.4 Transitieplan voor klimaatverandering | 100 | ||
| 3.2.5 Actieplan voor het beperken van klimaatverandering | 103 | ||
| 3.3.3 Sociale projecten en acties | 121 | ||
| ESRS 2 MDR-A-69 | 3.2.5.3 Financiële middelen | 104 | |
| 3.3.3.3 Menselijke en financiële middelen | 123 | ||
| METRIEKEN MET BETREKKING TOT MATERIËLE DUURZAAMHEIDS-KWESTIES | ESRS 2 MDR-M-75 | 3.1.3.3 Dubbele materialiteitsresultaten | 78 |
| ESRS 2 MDR-M-76 | 3.2.4 Transitieplan voor klimaatverandering | 100 | |
| ESRS 2 MDR-M-77 | 3.2.5 Actieplan voor het beperken van klimaatverandering | 103 | |
| 3.3.3 Sociale projecten en acties | 121 | ||
| 3.4.4 Actieplan voor zakelijk gedrag | 134 | ||
| DE EFFECTIVITEIT VAN BELEID EN ACTIES BIJHOUDEN DOOR MIDDEL VAN DOELSTELLINGEN | ESRS 2 MDR-M&T-72 | 3.2.5.5 Broeikasgasdoelstellingen | 106 |
| ESRS 2 MDR-T-80 | 3.3.3.4 Sociale doelstellingen | 124 | |
| ESRS 2 MDR-T-81 | 3.4.4 Actieplan voor zakelijk gedrag | 136 |
150 3.5 BIJLAGE
3.5.4.2 MILIEU: ESRS E1 – KLIMAATVERANDERING
| ONDERWERP | DATAPUNT (DP) | PLAATS IN HET RAPPORT | ANDERE REGIEGEVING INDIEN VAN TOEPASSING | |
|---|---|---|---|---|
| PARAGRAAF | PAGINA | |||
| INTEGRATIE VAN DUURZAAMHEIDS- GERELATEERDE PRESTATIES IN STIMULERINGS- REGELINGEN | ESRS 2 GOV-3-E1-13 | 3.4.5 Duurzaamheid stimuleren | 135 | |
| ESRS 2 GOV-3-E1-AR7 | 4.3 Remuneratieverslag | 176 | ||
| TRANSITIEPLAN VOOR KLIMAAT- BESCHERMING | E1-1-16/17/AR4/AR5 | 3.2.4 Transitieplan voor klimaatverandering | ||
| 3.2.5 Actieplan voor het beperken van | ||||
| klimaatverandering | 100 | |||
| 103 | DP 16(g): Pijler 3 en | |||
| Benchmarkverordening | ||||
| Par. 16(h/i/j) & AR4: | ||||
| EU-klimaatwet | ||||
| MATERIËLE EFFECTEN, RISICO'S & KANSEN EN HUN INTERACTIE MET DE STRATEGIE EN HET BEDRIJFSMODEL | ESRS 2 SBM-3-E1-18 | 3.1.3.3.1 Onze materiële IRO's koppelen aan | ||
| de duurzaamheidsstrategie van EXMAR | ||||
| – Materiële IROs met betrekking tot | ||||
| klimaatverandering (E1) | 77 | |||
| ESRS 2 SBM-3-E1-19/AR6/AR7/AR8 | 3.2.3 Veerkrachtanalyse | 99 | ||
| BESCHRIJVING VAN DE PROCESSEN VOOR HET IDENTIFICEREN EN BEOORDELEN VAN MATERIËLE KLIMAAT- GERELATEERDE IMPACTS, RISICO'S EN KANSEN | ESRS 2 IRO-1-E1-20/21/AR9/AR11/AR12/AR13/AR15 | 3.1.3.1 Het dubbele materialiteitsproces | ||
| 3.1.3.3.1 Onze materiële IRO's koppelen aan | ||||
| de duurzaamheidsstrategie van EXMAR | ||||
| – Materiële IRO's met betrekking tot | ||||
| klimaatverandering (E1) | 69 | |||
| 77 | ||||
| BELEID MET BETREKKING TOT KLIMAAT- VERANDERINGS- MITIGATIE EN -AANPASSING | E1-2-25 | 3.2.4.1 Klimaatbeleid | 100 | |
| MAATREGELEN EN MIDDELEN IN VERBAND MET HET KLIMAATBELEID | E1-3-29-a/b | 3.2.5 Actieplan voor het beperken van | ||
| klimaatverandering | 103 | |||
| E1-3-29-c | ||||
| E1-3-AR21 | 3.2.5.3 Financiële middelen | 104 | ||
| DOELSTELLINGEN MET BETREKKING TOT KLIMAAT- VERANDERINGS- BEPERKING EN -AANPASSING | E1-4-33 | 3.2.5.5 Broeikasgasdoelstellingen | 106 | |
| ENERGIEVERBRUIK EN -MIX | E1-5-37/38/39/AR32/AR33/AR34 | 3.2.2.1 Energieverbruik van eigen activiteiten | 98 | DP 37/38: SFDR |
| E1-5-40/41/AR36 | 3.2.2.1 Energie-intensiteit van eigen | |||
| activiteiten | 99 | SFDR | ||
| E1-5-42 | 3.1.2.2 De bedrijfscontext van EXMAR | 66 | SFDR | |
| E1-5-43 | 3.2.6.3.1 KPI 1 – Omzet | 110 | SFDR | |
| BRUTO REIKWIJDTE | ||||
| 1, 2, 3 EN TOTALE | ||||
| BROEIKASGAS- EMISSIES | E1-6-46/AR39 | 3.2.1.1 Reikwijdte en methodologie | 93 | |
| E1-6-47 | 3.2.1.2.1 (Methodologische) wijzigingen en | |||
| herziening | 95 | |||
| E1-6-48/49/50/51/52/AR40/ | ||||
| AR41/AR43/AR44/AR45/AR47/ | ||||
| AR47/AR48 | 3.2.1.2.2 Overzicht broeikasgasemissies | 96 | ||
| E1-6-53/54/AR53 | 3.2.1.3 Broeikasgasintensiteit | 96 | SFDR, Pilar 3 & | |
| Benchmarkregelgeving | ||||
| E1-6-55 | 3.2.6.3.1 KPI 1 – Omzet | 110 | SFDR, Pilar 3 & | |
| Benchmarkregelgeving |
3.5 BIJLAGE 151
3.5.4.3 SOCIAAL: ESRS S1 - EIGEN PERSONEELSBESTAND
| ONDERWERP | DATAPUNT (DP) | PLAATS IN HET RAPPORT | ANDERE BEHEUVENING INDIEN VAN TOEPASSING | |
|---|---|---|---|---|
| PARAGRAAF | PAGINA | |||
| BELANGEN & MENINGEN VAN BELANGHEBBENDEN | ESRS 2 SBM 2-12 | |||
| ESRS 2 SBM 2-ARS | 3.1.3.1.3 Stap 3: Bepalen van onze effecten, risico's en opportuniteiten (IRO) – Betrokkenheid (engagement) van stakeholders | 72 | ||
| MATERIËLE IMPACTEN, RISICO'S EN KANSEN EN HUN INTERACTIE MET DE STRATEGIE EN HET BEDRIJFSMODEL | ESRS 2 SBM-3-13-a/b | 3.1.3.1.3 Stap 3: Bepalen van onze impact, risico's en opportuniteiten (IRO) | 72 | |
| ESRS 2 SBM-3-14-a | ||||
| ESRS 2 SBM-3-15 | ||||
| ESRS 2 SBM-3-16 | 3.1.3.1.2 Stap 2: Identificatie van onze stakeholders | 70 | ||
| ESRS 2 SBM-3-14-b/c/d/e | 3.1.3.1.4 Stap 4: Scoringsmodel | |||
| 3.1.3.3.1 Onze materiële IRO's koppelen aan de duurzaamheidsstrategie van EXMAR - Materiële IRO's met betrekking tot ons eigen personeelsbestand (S1) | 74 | |||
| 82 | ||||
| BELEID MET BETREKKING TOT EIGEN PERSONEEL | S1-1-19 | 3.3.2 Beleid met betrekking tot ons eigen personeel | 116 | Benchmarkregelgeving |
| S1-1-20-a/b/c | ||||
| S1-2-21 | ||||
| S1-2-22 | 3.3.2.1 Mensenrechten en arbeidsrechten | 117 | DP 21: | |
| Benchmarkregelgeving | ||||
| DP 22: SFDR | ||||
| S1-1-23 | 3.3.3.2.1 Taking The Safety Lead (TTSL) | 212 | SFDR | |
| S1-1-24-a/b/c/d | 3.3.2.3 Voor inclusie, tegen discriminatie | 119 | ||
| PROCESSEN VOOR DIALOOG MET HET EIGEN PERSONEEL EN DE WERKNEMERS-VERTEGENWOOR-DIGERS OVER DE GEVOLGEN | S1-2-27-a/b/c/d/e | 3.3.2.2 Betrokkenheid van werknemers | 118 | |
| S1-2-28 | 3.3.2.3 Voor inclusie, tegen discriminatie | 119 | ||
| S1-2-AR24-a/b/c/d/e | 3.1.3.1.2 Stap 2: Identificatie van onze stakeholders | |||
| 3.1.3.1.3 Stap 3: Bepalen van onze impact, risico's en opportuniteiten (IRO) – Betrokkenheid (engagement) van stakeholders | ||||
| 3.3.2.2 Betrokkenheid van medewerkers | 70 | |||
| 72 | ||||
| 118 | ||||
| PROCESSEN OM NEGATIEVE IMPACTS TE VERHELPEN EN KANALEN WAARONZE EIGEN MEDEWERKERS ZORGEN KUNNEN AANKAARTEN | S1-3-32-a | 3.3.2 Beleid met betrekking tot ons eigen personeel | 116 | |
| S1-3-32-b/c/d/e | ||||
| S1-3-33 | ||||
| S1-3-AR30 | 3.3.2.4 Klachtenmechanisme | 120 | DP 32(c): SFDR | |
| MAATREGELEN NEMEN MET BETREKKING TOT WEZENLIJKE EFFECTEN OP HET EIGEN PERSONEEL EN AANPAK VAN HET BEHEER VAN WEZENLIJKE RISICO'S EN HET BENUTTEN VAN WEZENLIJKE KANSEN MET BETREKKING TOT HET EIGEN PERSONEEL EN DE DOELTREFFENDHEID VAN DEZE MAATREGELEN | S1-4-37 | |||
| S1-4-38-d | ||||
| S1-4-39 | ||||
| S1-4-41 | 3.3.3 Sociale projecten en acties | 121 | ||
| S1-4-38-a/b | 3.3.3.2 Negatieve effecten aanpakken | 121 | ||
| S1-4-38-c | 3.3.3.1 Positieve impact genereren | 121 | ||
| S1-4-40-a/b | 3.1.3.3.1 Onze materiële IRO's koppelen aan de duurzaamheidsstrategie van EXMAR - Materiële IRO's met betrekking tot ons eigen personeelsbestand (S1) | 82 | ||
| S1-4-43 | 3.3.3.3 Menselijke en financiële middelen | 123 | ||
| S1-4-AR45 | 3.1.3.1.3 Stap 3: Bepalen van onze impact, risico's en opportuniteiten (IRO) | 72 | ||
| S1-4-AR47 | 3.1.3.1.4 Stap 4: Scoringsmodel – Risico's en opportuniteiten | 74 | ||
| DOELSTELLINGEN MET BETREKKING TOT HET BEHEER VAN AANZIENLIJKE NEGATIEVE IMPACTS, HET BEVORDEREN VAN POSITIEVE IMPACTS EN HET BEHEER VAN AANZIENLIJKE RISICO'S EN KANSEN | S1-5-47-a/b/c | 3.3.3.4 Sociale doelstellingen | 124 |
3.5 BIJLAGE
| ONDERWERP | DATAPUNT (DP) | PLAATS IN HET RAPPORT | ANDERE REGELGEVING INDENT VAN TOEPASSING | |
|---|---|---|---|---|
| PARAGRAAF | PAGINA | |||
| KENMERKEN VAN WERKNEMERS | S1-6-50-a/b/c | 3.3.1.1 Ons personeelsbestand in cijfers | 114 | |
| S1-6-50-d | 3.3.1 De EXMAR-familie | 114 | ||
| S1-6-50-e | 3.3.1.1 Ons personeelsbestand in cijfers | 114 | ||
| S1-6-50-f | 3.3.3.3 Menselijke en financiële middelen | 123 | ||
| CAO-ONDERHANDELINGEN & SOCIALE DIALOOG | S1-8-60-a/b | |||
| S1-8-63-a/b | 3.3.2.5 Collectieve arbeidsovereenkomsten | 120 | ||
| DIVERSITEITS-METRIEKEN | S1-9-66-a | |||
| S1-9-AR71 | 3.4.1.1 Topmanagement | 126 | ||
| S1-9-66-b | 3.3.1.1 Ons personeelsbestand in cijfers | 114 | ||
| GEZONDHEID & VEILIGHEID | S1-14-88-a/b/c | 3.3.3.2.1 Taking The Safety Lead (TTSL) | 122 | DP 88(b/c): SFDR & Benchmarkregelgeving |
| INCIDENTEN, KLACHTEN EN ERNSTIGE GEVOLGEN VOOR DE MENSENRECHTEN | S1-17-102 | |||
| S1-17-103-a/b/c/d | ||||
| S1-17-104-a/b | 3.3.2.1.1 Omgaan met impact op mensenrechten | 118 | DP 103(a) & 104(a): SFDR |
3.5 BIJLAGE 153
3.5.4.4 BESTUUR: ESRS G1 – BEDRIJFSGEDRAG
| ONDERWERP | DATAPUNT (DP) | PLAATS IN HET RAPPORT | ANDERE BEHELQEVING INDIEN VAN TOEPASSING | |
|---|---|---|---|---|
| PARAGRAAF | PAGINA | |||
| DE ROL VAN DE BESTUURS-, MANAGEMENT- EN TOEZICHTHOUDENDE (AMS) ORGANEN | ESRS 2 GOV-1-5-a | 3.4.1.2 Comités | 126 | |
| ESRS 2 GOV-1-5-b | 3.4.2 ESG-ervaring en -vaardigheden | 131 | ||
| BESCHRIJVING VAN DE PROCESSEN VOOR HET IDENTIFICEREN EN BEDORDELEN VAN MATERIELE EFFECTEN, RISICO'S EN KANSEN | ESRS 2 IRO-1-6 | 3.1.3.1.3 Stap 3: Bepalen van onze impact, risico's en opportuniteiten (IRO) | 72 | |
| BELEID INZAKE ZAKELIJK GEDRAG EN BEDRIJFSCULTUUR | G1-1-9 | |||
| G1-1-10-a | ||||
| G1-1-10-e/g | 3.4.3.1 Onze bedrijfscultuur ondersteunen | 131 | ||
| G1-1-10-c | 3.4.3.2 Bescherming van klokkenluiders | 132 | SFDR | |
| G1-1-10-h | 3.4.3.3 Bestrijding van corruptie en omkoping | 132 | ||
| PREVENTIE EN OPSPORING VAN CORRUPTIE EN OMKOPING | G1-3-18-a/b | 3.4.3.3 Bestrijding van corruptie en omkoping | 132 | |
| G1-3-18-c | 3.4.3.3.1 Meldingsprocedure | 133 | ||
| G1-3-20 | 3.4.3.1 Onze bedrijfscultuur ondersteunen | 131 | ||
| G1-3-21-a/b/c | 3.4.3.3.2 Training | 133 | ||
| GEVALLEN VAN CORRUPTIE EN OMKOPING | G1-4-24-a | 3.4.3.3.1 Meldingsprocedure | 133 | SFDR Benchmarkregelgeving |
| POLITISCHE INVLOED EN LOBBYACTIVITEITEN | G1-5-29-a/b/c/d | |||
| G1-5-AR14 | 3.4.3.4 Politieke invloed en lobbyen | 134 | ||
| G1-5-30 | 3.4.1.2 Comités | 126 |
153A 3.5 BIJLAGE
Verslag van de commissaris betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Exmar NV
Aan de algemene vergadering van aandeelhouders
In het kader van onze wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Exmar NV (de «vennootschap») en haar filialen (samen « de groep»), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor.
Wij werden benoemd door de algemene vergadering van 20 mei 2025, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité, voor het uitvoeren van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de groep, opgenomen in de duurzaamheidsverklaring van het beheerverslag per 31 december 2025 en voor het boekjaar afgesloten op deze datum (de “geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”).
Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2025. Wij hebben onze assuranceopdracht over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de groep uitgevoerd gedurende 2 opeenvolgende boekjaren.
CONCLUSIE MET EEN BEPERKTE MATE VAN ZEKERHEID
Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van de groep uitgevoerd.
Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assurance informatie is niets onder onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de duurzaamheidsinformatie van de groep, in alle van materieel belang zijnde opzichten:
- niet is opgesteld in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de overeenstemming met de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (European Sustainability Reporting Standards (ESRS));
- niet is opgesteld in overeenstemming met het door de groep uitgevoerde proces (het “proces”) om de op grond van de Europese standaarden openbaar gemaakte geconsolideerde duurzaamheidsinformatie vast te stellen
zoals vermeld in de toelichting “1.3 Dubbele materialiteitsbeoordeling (DMA)”;
- de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de “Taxonomieverordening”) betreffende de openbaarmaking van de informatie opgenomen in sectie “2.6 EU-taxonomie” van het deel van het jaarverslag met betrekking tot de milieugerelateerde aspecten van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, niet naleeft.
BASIS VOOR DE CONCLUSIE
Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien).
Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (“ISAE 3000 (Herzien)”), zoals in België van toepassing.
Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag “Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie”.
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (ISQM 1) toe, die vereist dat wij een kwaliteitsmanagementsysteem opzetten, implementeren en in werking stellen, inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de naleving van ethische vereisten, professionele normen en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de groep de voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.
VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN HET BESTUURSORGAAN BETREFFENDE HET OPSTELLEN VAN DE GECONSOLIDEERDE DUURZAAMHEIDSINFORMATIE
Het bestuursorgaan van de groep is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van een proces en voor het toelichten van dit proces in de toelichting “1.3 Dubbele materialiteitsbeoordeling (DMA)” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie. Deze verantwoordelijkheid omvat:
3.5 BIJLAGE 153B
- het begrijpen van de context waarin de activiteiten en zakelijke betrekkingen van de groep plaatsvinden en het ontwikkelen van inzicht in haar betrokken belanghebbenden;
- het identificeren van de feitelijke en potentiële effecten (zowel negatieve als positieve) in verband met duurzaamheidskwesties, alsook van risico's en opportuniteiten die de financiële positie, de financiële prestaties, de kasstromen, de toegang tot financiering of de kapitaalkosten van de groep op korte, middellange of lange termijn beïnvloeden of waarvan redelijkerwijs zou kunnen worden verwacht dat zij hierop een invloed zullen hebben;
- het beoordelen van de materialiteit van de vastgestelde effecten, risico's en opportuniteiten in verband met duurzaamheidskwesties door passende drempelwaarden te selecteren en toe te passen; en
- het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Het bestuursorgaan van de groep is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, die de door het proces vastgestelde informatie bevat,
- in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (European Sustainability Reporting Standards (ESRS));
- met naleving van de vereisten in artikel 8 van de Taxonomieverordening betreffende de openbaarmaking van de informatie opgenomen in de sectie "2.6 EU-taxonomie" van het deel van het jaarverslag met betrekking tot de milieugerelateerde aspecten van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, niet naleeft.
Deze verantwoordelijkheid omvat:
- het opzetten, implementeren en in stand houden van dergelijke interne beheersingsmaatregelen die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van duurzaamheidsinformatie die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat; en
- het kiezen en toepassen van geschikte methoden voor duurzaamheidsverslaggeving, en het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheidsverslaggevingsproces van de groep.
INHERENTE BEPERKINGEN BIJ HET OPSTELLEN VAN DE DUURZAAMHEIDSINFORMATIE
Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS, wordt van het bestuursorgaan van de groep vereist dat het de toekomstgerichte informatie opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige maatregelen van de groep. De feitelijke uitkomst zal waarschijnlijk anders zijn, aangezien verwachte gebeurtenissen vaak niet plaatsvinden zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn.
VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE COMMISSARIS BETREFFENDE DE ASSURANCEOPDRACHT MET EEN BEPERKTE MATE VAN ZEKERHEID MET BETREKKING TOT DE GECONSOLIDEERDE DUURZAAMHEIDSINFORMATIE
Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assuranceverslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden.
Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in België van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie "Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden" zijn minder uitgebreid dan in het geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze opdracht.
Aangezien de toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie en de veronderstellingen waarop deze is gebaseerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijk voordoen en/of door mogelijke acties van de groep. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich
153C 3.5 BIJLAGE
veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met diegene opgenomen in de toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, met betrekking tot het proces, omvatten:
- het verwerven van inzicht in het proces, maar niet met het oog op het verstrekken van een conclusie over de effectiviteit van het proces, met inbegrip van de uitkomst van het proces; en
- het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden om te evalueren of het proces in overeenstemming is met de beschrijving van het proces door de groep, zoals toegelicht in de toelichting "1.3 Dubbele materialiteitsbeoordeling (DMA)".
Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie omvatten:
- Het verwerven van inzicht in de beheersingsomgeving van de groep, de relevante processen en informatiesystemen voor het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, maar zonder de opzet van specifieke controleactiviteiten te beoordelen, onderbouwende informatie over hun implementatie te verkrijgen of de effectieve werking van de opgezette interne beheersingsmaatregelen te toetsen;
- Het identificeren van de gebieden waar van materieel belang zijnde afwijkingen waarschijnlijk zullen optreden in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, of deze nu het gevolg zijn van fraude of fouten; en
- Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden die inspelen op gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie zich waarschijnlijk zullen voordoen. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
SAMENVATTING VAN DE UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden om assurance informatie te verkrijgen over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
De werkzaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke mate van zekerheid was uitgevoerd.
De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot het proces, hebben wij:
- inzicht verworven in het proces door:
- het verzoeken om inlichtingen teneinde inzicht te verwerven in de bronnen van informatie gebruikt door het management (bijv. betrokkenheid van belanghebbenden, bedrijfsplannen en strategiedocumenten); en
- het beoordelen van de interne documentatie van de groep over haar proces; en
- geëvalueerd of de assurance informatie verkregen uit onze werkzaamheden over het door de groep geïmplementeerde proces in overeenstemming was met de beschrijving van het proces zoals uiteengezet in de toelichting "1.3 Dubbele materialiteitsbeoordeling (DMA)".
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, hebben wij:
- inzicht verworven in de verslaggevingsprocessen van de groep die relevant zijn voor het opstellen van haar geconsolideerde duurzaamheidsinformatie door inzicht te verkrijgen in de controleomgeving, processen en informatiesystemen van de groep zonder echter tot doel te hebben een conclusie te formuleren over de doeltreffendheid van de interne controle van de groep;
- geëvalueerd of de informatie zoals vastgesteld door het proces is opgenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
- geëvalueerd of de structuur en het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie is opgesteld in overeenstemming met de ESRS;
- om inlichtingen verzocht bij het leidinggevend personeel en cijferanalyses uitgevoerd op geselecteerde informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
3.5 BIJLAGE 153D
- gegevensgerichte assurance werkzaamheden uitgevoerd op basis van een steekproef op geselecteerde informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
- geselecteerde toelichtingen in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie afgestemd op de overeenkomstige toelichtingen in de financiële overzichten;
- assurance informatie verkregen over de methoden en veronderstellingen voor het ontwikkelen van schattingen en toekomstgerichte informatie geëvalueerd zoals beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie";
- inzicht verworven in het proces voor het vaststellen van economische activiteiten die voor de taxonomie in aanmerking komen en op de taxonomie afgestemd zijn en de overeenkomstige toelichtingen in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
VERMELDINGEN BETREFFENDE DE ONAFHANKELIJKHEID
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht, die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de groep.
Getekend te Zaventem.
De commissaris
Deloitte Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door Fabio De Clercq
4. CORPORATE GOVERNANCE VERKLARING
- 4.1 Corporate governance verklaring 156
- 4.2 Interne controle- en risicobeheersystemen - beoordeling 168
- 4.3 Remunerationverslag 176

![]() |
|---|
156 4.1 CORPORATE GOVERNANCE STATEMENT
4.1 CORPORATE GOVERNANCE VERKLARING
Corporate Governance heeft als doel verschillende regels en gedragingen te definiëren volgens dewelke bedrijven naar behoren worden bestuurd en gecontroleerd, met als doel de transparantie te vergroten. Het is een systeem van "checks and balances" tussen de aandeelhouders, de Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer en het Uitvoerend Comité.
Als bedrijf waarvan de aandelen genoteerd zijn op Euronext Brussel, erkennen we het belang van hoge normen voor Corporate Governance en daarom beantwoordt het Corporate Governance Charter aan de specifieke behoeften en belangen van onze vennootschap.
4.1.1 Bestuursmodel
EXMAR NV ("EXMAR" of "de Vennootschap") heeft de Belgische Corporate Governance Code 2020 ("Code 2020") aangenomen als referentiecode.
De governancestructuur van de Vennootschap, en in het bijzonder de rol en verantwoordelijkheden, de samenstelling en de werking van de Raad van Bestuur, zijn adviserende comités en het Uitvoerend Comité, worden beschreven in het Corporate Governance Charter (het "Charter").
EXMAR's Corporate Governance Charter werd door de Raad van Bestuur goedgekeurd op 3 december 2020 en werd van tijd tot tijd aangepast.
Het Charter is een samenvatting van de regels en principes waarond het corporate governance-beleid van EXMAR is georganiseerd en is gebaseerd op de bepalingen van de gecoördineerde statuten, het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen ("WVV") en de Code 2020. Het Charter is door de Raad van Bestuur herzien om de Code 2020 aan te wijzen als referentiecode in de zin van Artikel 3:6, §2, 1° van het WVV.
Alvorens het Charter goed te keuren, heeft de Raad van Bestuur grondig nagedacht over zijn governancestructuur, duurzame waardecreatie en focus op lange termijn. EXMAR is zich bewust van het belang van deugdelijk bestuur en is ervan overtuigd dat de naleving van de hoogste normen van deugdelijk bestuur fundamenteel is voor de groei op lange termijn en belangrijk is voor alle belanghebbenden van de Vennootschap.
Het EXMAR Corporate Governance Charter kan geraadpleegd worden op de website: www.exmar.be/en/investors/corporate-governance.
Het Charter dient samen te worden gelezen met de statuten van EXMAR, het financieel jaarverslag en alle andere informatie die door EXMAR ter beschikking wordt gesteld.
De elementen opgesomd in Artikel 34 van het Belgisch Koninklijk Besluit van 14 november 2007 en artikel 14 van de wet van 2 mei 2007 worden in deze Verklaring en in het verslag van de Raad van Bestuur aan de aandeelhouders bekendgemaakt en moeten bijgevolg in onderlinge samenhang gelezen worden.
De belangrijkste kenmerken van het governancemodel van EXMAR zijn:
- Een Raad van Bestuur die het algemene beleid en de strategie van EXMAR bepaalt en toezicht houdt op het operationele management;
- Een Audit- en Risicocomité, een Benoemings- en Remuneratiecomité en een Uitvoerend Comité opgericht door de Raad van Bestuur;
- Een Chief Executive Officer (CEO) die de primaire verantwoordelijkheid draagt voor het operationele management, samen met het Uitvoerend Comité.
EXMAR streeft ernaar de meeste bepalingen van de Code 2020 na te leven, maar de Raad van Bestuur is van mening dat afwijking van bepalingen gerechtvaardigd kan zijn in het licht van de specifieke situatie van de Vennootschap. Indien van toepassing wordt in de Corporate Governance Verklaring (de "Verklaring") uitleg gegeven over dergelijke afwijkingen tijdens het afgelopen boekjaar in overeenstemming met het "pas toe of leg uit"-principe.
4.1 CORPORATE GOVERNANCE STATEMENT
EXMAR wijkt af van bepalingen 7.6, 7.9 en 7.10 van de Code 2020. Deze afwijkingen worden beschreven en toegelicht in het remuneratieverslag.
EXMAR is institutioneel lid van Guberna, een kenniscentrum dat corporate governance in al zijn vormen promoten en een platform biedt voor de uitwisseling van ervaringen, kennis en beste praktijken.
4.1.2 Corporate Governance Verklaring
Deze Corporate Governance verklaring geeft een overzicht van de maatregelen die EXMAR neemt om de naleving van wet- en regelgeving te verzekeren. Zo werd een complianceprogramma geïmplementeerd om de risico's op inbreuken en nadelige gevolgen voor EXMAR en zijn stakeholders te beperken.
4.1.2.1 RAAD VAN BESTUUR
Monistische structuur
De Vennootschap heeft gekozen voor de monistische governancestructuur tijdens de Buitengewone Algemene Vergadering van 11 september 2020, waarbij de Raad van Bestuur bevoegd is om alle handelingen te verrichten die nodig of nuttig zijn om het doel van de Vennootschap te verwezenlijken, met uitzondering van deze waarvoor de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bevoegd is.
De Vennootschap beschouwt deze monistische governancestructuur als de meest geschikte, die snelle besluitvorming mogelijk maakt en zijn efficiëntie al heeft bewezen. Ten minste eens in de vijf jaar evalueert de Raad van Bestuur of de gekozen governancestructuur nog steeds geschikt is, en
zo niet, wordt een nieuwe governancestructuur voorgesteld aan de Algemene Vergadering. Een dergelijke evaluatie vond plaats in 2025.
Samenstelling
Momenteel bestaat de Raad van Bestuur uit 7 leden, een voldoende aantal bestuurders om een goede werking te garanderen, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de Vennootschap.
De samenstelling van de Raad van Bestuur van EXMAR weerspiegelt diversiteit: bestuurders verschillen niet alleen qua achtergrond, opleiding, leeftijd en geslacht, maar ook wat betreft hun onafhankelijkheid, ervaring en professionele expertise.
De genoemde diversiteit zorgt voor een breed scala aan perspectieven, inzichten en kritisch denken, die essentieel zijn voor efficiënte besluitvorming en goed bestuur.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité evalueert en beoordeelt de samenstelling van de Raad van Bestuur en adviseert de Raad van Bestuur over de benoeming van nieuwe leden van de Raad van Bestuur en de verlenging van bestaande mandaten. Het Benoemings- en Remuneratiecomité beoordeelt kandidaten op hun verdienste zonder de nood aan diversiteit uit het oog te verliezen, met inbegrip van criteria zoals achtergrond, opleiding, leeftijd, geslacht, onafhankelijkheid, professionele vaardigheden, en professionele en persoonlijke ervaring.
Functies en mandaten van de bestuurders per 31 december 2025:
Een gedetailleerde beschrijving van de bestuurders is te vinden op www.exmar.com/en/team-categories/board-of-directors/

158 4.1 CORPORATE GOVERNANCE STATEMENT
| NAAM - FUNCTIE | BEGIN VAN MANDAAT | TERMON EINDE | AANWEZIGHEID BIJ VERGADERINGEN |
|---|---|---|---|
| Nicolas Saverys |
- Executive Chairman
- Uitvoerend bestuurder | 20 juni 2003 | AV 2027 | 6/7 | | Carl-Antoine Saverys
- Uitvoerend bestuurder
- Chief Executive Officer (CEO) | 18 mei 2021 | AV 2027 | 7/7 | | Michel Delbaere
- Onafhankelijk bestuurder
- Voorzitter Benoemings- en Remuneratiecomité | 17 mei 2016 | AV 2028 | 7/7 | | Baron Philippe Vlerick
- Niet-uitvoerend bestuurder
- Voorzitter Audit- en Risicocomité | 20 juni 2003 | AV 2026 | 7/7 | | Wouter De Geest
- Onafhankelijk bestuurder
- Lid Audit- en Risicocomité
- Lid Benoemings- en Remuneratiecomité (sinds 13 juni 2025) | 19 mei 2020 | AV 2028 | 7/7 | | HELIMAR BV vertegenwoordigd door Stephanie Saverys
- Niet-uitvoerend bestuurder | 18 mei 2021 | AV 2027 | 7/7 | | ACACIA I BV vertegenwoordigd door Els Verbraecken
- Onafhankelijk bestuurder
- Lid Audit- en Risicocomité
- Lid Benoemings- en Remuneratiecomité | Gecoöpteerd op 9 september 2021 bevestigd door de Algemene Vergadering van 17 mei 2022 | AV 2028 | 6/7 |
Mandaten
Als gevolg van het ontslag van Stephanie Saverys in 2025, bevestigde de Algemene Vergadering van Aandeelhouders de benoeming van HELIMAR BV vertegenwoordigd door Stephanie Saverys. Drie mandaten liepen af in 2025: FMO BV vertegenwoordigd door Francis Mottrie, Maryam Ayati en Isabelle Vleurinck.
Onafhankelijkheid
Drie bestuurders zijn onafhankelijk. Elke onafhankelijke bestuurder voldoet aan de criteria die door de wet en de Code 2020 zijn vastgesteld.
Bevoegdheden en verantwoordelijkheden
De Raad van Bestuur is het hoogste besluitvormingsorgaan van de Vennootschap en is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of nuttig zijn voor de verwezenlijking van het doel van de Vennootschap, met uitzondering van de handelingen die het WVV of de statuten voorbehoudt voor de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
De Raad van Bestuur streeft succes van de Vennootschap op lange termijn na door te zorgen voor het nodige leiderschap en de identificatie en het beheer van risico's. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de algemene strategie en waarden van EXMAR, gebaseerd op sociale en economische verantwoordelijkheid, en verantwoordelijkheid voor het milieu, genderdiversiteit en diversiteit in het algemeen.
De bevoegdheden en de werking van de Raad van Bestuur worden uitgebreid beschreven in het Corporate Governance Charter.
Activiteiten
In 2025 hield de Raad van Bestuur zeven vergaderingen, waarvan zes onder voorzitterschap van de heer Nicolas Saverys en één onder voorzitterschap van Baron Philippe Vlerick.
De aanwezigheid van de bestuurders op de vergaderingen bedroeg 96 %.
Naast het uitoefenen van de bevoegdheden voorzien in de wet, de statuten en het Corporate Governance Charter, houdt de Raad van Bestuur zich bezig met de evaluatie en de besluitvorming over de langetermijnstrategie, de belangrijkste beleidslijnen en de structuur van de Vennootschap, en het bekendmaken van de rekeningen en de jaarrekening van de Groep.
Meer specifiek behandelde de Raad van Bestuur, naast andere onderwerpen, de mogelijke impact van de importtarieven, nieuwbouwschepen, het Congo LNG project, een nieuwe kredietlijn zonder zekerheidstelling voor werkmiddelen, de French Tax Lease-financiering voor de vier nieuwbouw midsize gastankers overgenomen van Avance Gas, de resultaten van 2024, de halfjaarresultaten van 2025, het budget 2026, ESG-CSRD, de memorie van antwoord met betrekking tot de heropening door Saverex van zijn openbaar overnamebod op alle aandelen en aandelenopties die het nog niet in zijn bezit had, de verzoeken van Saverex om een buitengewone algemene vergadering samen te roepen met betrekking tot een keuzedividend via kapitaalverhoging en een bijzondere algemene vergadering met betrekking tot een tussentijds dividend en goedkeuring van updates van het Corporate Governance Charter en Compliance Manual.
4.1 CORPORATE GOVERNANCE STATEMENT
4.1.2.2 COMITÉS
Audit- en Risicocomité
SAMENSTELLING
| Baron Philippe Vlerick Niet-uitvoerend bestuurder
| Voorzitter Audit- en Risicocomité |
|---|
| Wouter De Geest |
| Onafhankelijk bestuurder |
| ACACIA I BV vertegenwoordigd door Els Verbraecken |
| Onafhankelijk bestuurder |
De Code 2020 bepaalt dat de Raad van Bestuur een Auditcomité opricht in overeenstemming met het WVV. Gezien zijn rol in risicovraagstukken kan dit comité ook "Audit- en Risicocomité" worden genoemd. De Raad van Bestuur heeft daarom in 2020 beslist om het bestaande Auditcomité en Risicocomité samen te voegen tot één Audit- en Risicocomité.
Het Audit- en Risicocomité werkt in overeenstemming met artikel 7:99 WVV en principe 4 van de Code 2020, en is samengesteld uit niet-uitvoerende bestuurders waarvan er twee onafhankelijk zijn.
Het Comité rapporteert aan de Raad van Bestuur.
Op 10 maart, 23 mei, 1 september en 14 november kwamen de Key Risk Officers van de Vennootschap (CFO, CLO, hoofd HSEQ, hoofd Treasury and Structured Finance, IT-directeur en HR-directeur) bijeen om hun respectieve aangewezen risicogebieden te bespreken, samen met het nieuwe hoofd ESG, en hun bevindingen werden gerapporteerd aan het Audit- en Risicocomité.
Bevoegdheden en verantwoordelijkheden
De Raad van Bestuur heeft het Audit- en Risicocomité de ruimste onderzoeksbevoegdheden toegekend binnen zijn werkterrein. Het Comité staat de Raad van Bestuur bij in het vervullen van zijn toezichthoudende taak en het verzekeren van controle in de ruimste zin. Het is ook het belangrijkste contactpunt voor de interne auditor en de Commissaris.
Alle leden van de Audit- en Risicocomité beschikken over de nodige deskundigheid op het gebied van boekhouding en controle en hebben uitgebreide professionele ervaring met financiële verslaggeving, en boekhoudkundige normen en risico's.
Data Protection Committee
Met de inwerkingtreding van de EU General Data Protection Regulation 2016/679 (GDPR) per 25 mei 2018 is er een Data Protection Committee ("DPC") aangesteld.
Het DPC rapporteert aan het Audit- en Risicocomité en behandelt alle aangelegenheden met betrekking tot privacy en persoonsgegevens. Het DPC hield tien vergaderingen in 2025.
Activiteiten
De specifieke verantwoordelijkheden van het Audit- en Risicocomité worden bepaald in het Corporate Governance Charter en in het Audit Charter, goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 31 maart 2011 en voor het laatst herzien op 27 maart 2025.
In 2025 werden vijf vergaderingen gehouden, in aanwezigheid van alle leden van het Comité.
De Commissaris woonde drie vergaderingen bij en de interne auditor woonde vier vergaderingen bij.
Het Audit- en Risicocomité beraadslaagde over specifieke financiële aangelegenheden, interne controle en risicobeheer, de resultaten 2024 en halfjaarresultaten 2025, het budget 2026, het mandaat van de Commissaris en gebeurtenissen op het vlak van compliance die zich gedurende het jaar voordeden, en deed aanbevelingen aan de Raad van Bestuur.
Tijdens de vergadering op 21 januari 2025 besprak het Audit- en Risicocomité de voortgang van de inspanningen van de Vennootschap op het gebied van de CSRD-rapportage, in aanwezigheid van de Commissaris.
Benoemings- en Remuneratiecomité
SAMENSTELLING
| Michel Delbaere Onafhankelijk bestuurder
| Voorzitter Benoemings- en Remuneratiecomité |
|---|
| ACACIA I BV vertegenwoordigd door Els Verbraecken |
| Onafhankelijk bestuurder |
| Wouter De Geest |
| Onafhankelijk bestuurder |
Het Benoemings- en Remuneratiecomité werkt in overeenstemming met Artikel 7:100 WVV: het is samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders en wordt voorgezeten door een niet-uitvoerende bestuurder.
Het Comité rapporteert aan de Raad van Bestuur.
Bevoegdheden en verantwoordelijkheden
Het Comité heeft een evenwichtige samenstelling en beschikt over de noodzakelijke onafhankelijkheid, vaardigheden, kennis, ervaring en capaciteit om zijn taken efficiënt uit te voeren.
Het Comité staat de Raad van Bestuur bij in het uitvoeren van zijn verantwoordelijkheden met betrekking tot het remuneratiebeleid van de Vennootschap en de benoemingsprocedures.
4.1 CORPORATE GOVERNANCE STATEMENT
Activiteiten
De specifieke verantwoordelijkheden worden bepaald in het Corporate Governance Charter en het Charter van het Benoemings- en Remuneratiecomité, goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 29 november 2011, en voor het laatst herzien op 27 maart 2025. Er bestaat eveneens een door de Raad van Bestuur goedgekeurde procedure voor de benoeming en herbenoeming van bestuurders en leden van het Uitvoerend Comité.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité is het afgelopen jaar twee keer bijeengekomen en alle leden waren aanwezig op elke vergadering.
Met betrekking tot remuneratie werden de volgende punten besproken:
- Remuneratiepakket
- Remuneratieverslag
Met betrekking tot de benoemingen werden de volgende punten besproken:
- Samenstelling van de Raad van Bestuur: verlenging van de mandaten van Wouter De Geest, Michel Delbaere en ACACIA I vertegenwoordigd door Els Verbraecken en nieuw mandaat van HELIMAR BV vertegenwoordigd door Stephanie Saverys voor de resterende duur van het mandaat van Stephanie Saverys, die ontslag nam.
Evaluatie
De Raad van Bestuur heeft een transparant en flexibel instrument nodig waarmee hij zijn prestaties kan meten en beoordelen.
De Code 2020 en het Corporate Governance Charter voorzien in deze vereiste door de leden van de Raad van Bestuur periodiek te verzoeken een evaluatie te maken. De Raad van Bestuur, onder leiding van de Voorzitter, voerde het evaluatieproces voor het eerst in 2011 in en herhaalde dit van tijd tot tijd.
Het belangrijkste doel van de evaluatie is het verbeteren van de toegevoegde waarde van de Raad van Bestuur. Het moet de waarden van de Vennootschap versterken, de efficiëntie verhogen en ook helpen bij het opsporen en proactief aanpakken van mogelijke problemen.
Na de evaluatie kan de feedback van de leden van de Raad van Bestuur leiden tot het bijsturen van de werking van de Raad van Bestuur en de comités.
Secretaris
Mathieu Verly sinds juli 2015.
De Secretaris zorgt ervoor dat de handelingen van de Raad van Bestuur in overeenstemming zijn met zijn wettelijke en statutaire verplichtingen. Hij ziet ook toe op de naleving van de procedures van de Raad van Bestuur. Hij adviseert de Raad van Bestuur over alle bestuurszaken en staat de Voorzitter van de Raad van Bestuur bij in het vervullen van zijn taken zoals beschreven in het Charter, evenals bij de logistieke organisatie van de zaken van de Raad van Bestuur (informatievoorziening, agenda, etc.).

4.1 CORPORATE GOVERNANCE STATEMENT
4.1.2.3 UITVOEREND COMITÉ EN CEO
| SAMENSTELLING |
|---|
| CASAYER SRL vertegenwoordigd door Carl-Antoine Saverys |
| Chief Executive Officer (CEO) |
| FMO BV vertegenwoordigd door Francis Mottrie |
| Chief Operating Officer (COO) |
| HAX BV vertegenwoordigd door Hadrien Bown |
| Chief Financial Officer (CFO) |
| Morten Pilnov |
| Executive Director Shipping |
| FLX Consultancy BV vertegenwoordigd door Jonathan Raes |
| Executive Director Infrastructure |
Een gedetailleerde beschrijving van de leden van het Uitvoerend Comité is te vinden op www.exmar.com/en/team-categories/executive-committee/
Op 3 december 2020 richtte de Raad van Bestuur een Uitvoerend Comité opgericht op dat, onder de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur, belast is met het dagelijks bestuur en beleid van de Groep, de uitvoering van de beslissingen van de Raad van Bestuur en de specifieke taken die de Raad van Bestuur aan het Uitvoerend Comité heeft gedelegeerd.
Bevoegdheden en verantwoordelijkheden
De Raad bepaalt de specifieke bevoegdheden en taken die worden toevertrouwd aan het Uitvoerend Comité en ontwikkelt een duidelijk delegatiebeleid in nauw overleg met de CEO.
Het Uitvoerend Comité komt regelmatig samen. De CEO is de voorzitter van het Uitvoerend Comité.
4.1.2.4 ALGEMENE INFORMATIE OVER EXMAR EN GEGEVENS DIE OPENBAAR MOETEN WORDEN GEMAAKT OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 34 VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 14 NOVEMBER 2007
Datum van oprichting en statutenwijzigingen
De Vennootschap werd opgericht bij notariële akte op 20 juni 2003, gepubliceerd in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van 30 juni 2003, referentie 03072972, en van 4 juli 2003, referentie 03076338.
De statuten werden meermaals gewijzigd. Nieuwe statuten werden aangenomen om te voldoen aan de bepalingen van het WVV bij akte verleden voor Notaris Benoît De Cleene te Antwerpen, ter vervanging van zijn collega Notaris Patrick Van Ooteghem te Temse, op 11 september 2020, gepubliceerd in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van 26 november 2020, referentie 20139984.
De laatste statutenwijziging werd verleden voor Notaris Wesley Cielen te Antwerpen, ter vervanging van zijn collega Notaris Patrick Van Ooteghem te Temse, op 4 augustus 2025, gepubliceerd in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van 3 september 2025, referentie 25111405.
Maatschappelijke zetel
De Gerlachekaai 20, 2000 Antwerpen, België
BTW BE0860.409.202
Rechtspersonenregister Antwerpen - Afdeling Antwerpen
Kapitaal en aandelen
Het geplaatste kapitaal bedraagt USD 274.955.436,46 en wordt vertegenwoordigd door 81.472.210 aandelen zonder nominale waarde. Voor de toepassing van de bepalingen van het WVV is de referentiewaarde van het kapitaal vastgesteld op EUR 233.343.584,70. Alle aandelen zijn volledig volstort. Tijdens het afgelopen boekjaar hebben zich geen kapitaalwijzigingen voorgedaan die gemeld moeten worden volgens artikel 7:203 van het WVV.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3:42 WVV worden het kapitaal en de boekhouding uitgedrukt in US-dollar. Deze afwijking werd toegestaan door het ministerie van Economische Zaken en schriftelijk bevestigd op 2 juli 2003. De redenen voor deze afwijking blijven van toepassing.
Alle aandelen van EXMAR hebben dezelfde rechten. Er zijn geen verschillende aandelenklassen. Elk aandeel geeft recht op één stem op de aandeelhoudersvergaderingen.
Van de 81.472.210 aandelen zijn 75.433.714 aandelen op naam en 6.038.496 aandelen gedematerialiseerd per 31 december 2025.
Toegestaan kapitaal
Krachtens het WVV kan de Raad van Bestuur door de aandeelhouders worden gemachtigd om gedurende een periode van vijf jaar het kapitaal tot een bepaald bedrag en binnen bepaalde grenzen te verhogen.
Bij besluit van de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 20 mei 2025 werd de Raad van Bestuur gemachtigd om binnen een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van bekendmaking van een dergelijk besluit, het maatschappelijk kapitaal van de Vennootschap één of meerdere malen te verhogen, op de wijze en tegen de voorwaarden bepaald door de Raad van Bestuur, met een maximumbedrag van USD 12.000.000, de referentiewaarde van EUR 7.703.665,66 voor toepassing van de bepalingen van het WVV. Het bijzonder verslag van de Raad van Bestuur werd opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van artikel 7:199 van het WVV.
162 4.1 CORPORATE GOVERNANCE STATEMENT
In 2025 heeft de Raad van Bestuur van EXMAR geen gebruik gemaakt van het recht om het kapitaal te verhogen in het kader van het toegestaan kapitaal.
Procedure voor wijzigingen in het aandelenkapitaal van EXMAR
EXMAR NV mag zijn maatschappelijk kapitaal verhogen of verlagen bij besluit van de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders overeenkomstig het WVV. Er zijn geen voorwaarden opgelegd door de statuten die strenger zijn dan de wettelijke vereisten
Inkoop van eigen aandelen
Op de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 20 mei 2025 werd beslist om de Raad van Bestuur te machtigen om maximum 20% van de bestaande aandelen of winstbewijzen te verwerven voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van publicatie van dit besluit in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad, tegen een prijs per aandeel die niet hoger zal zijn dan de maximumprijs per aandeel die krachtens de toepasselijke wetgeving aanvaardbaar is en die niet lager zal zijn dan 0,01 euro.
Het aantal eigen aandelen op 31 december 2025 bedroeg 2,40%, wat neerkomt op 1.956.013 aandelen.
Overdracht van aandelen en aandeelhoudersregelingen
De statuten leggen geen beperkingen op aan de overdracht van aandelen.
Beschermingsconstructies
Op 16 mei 2023 heeft de Buitengewone Algemene Vergadering de Raad van Bestuur gemachtigd om, onder voorbehoud van de toepasselijke wetgeving en ter voorkoming van een dreigend ernstig nadeel voor de Vennootschap, met inbegrip van een openbaar overnamebod op de effecten van de Vennootschap, de aandelen of winstbewijzen van de Vennootschap te verwerven en te verkopen voor een periode van drie jaar vanaf de datum van bekendmaking van de beslissing van de Buitengewone Algemene Vergadering van 16 mei 2023 in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad.
Bovendien werd de Raad van Bestuur ook gemachtigd om het kapitaal van de Vennootschap te verhogen binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal in geval van een kennisgeving van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) betreffende een openbaar overnamebod op de effecten van de Vennootschap.
Anti-overnamebepalingen in de statuten van EXMAR NV
De statuten van EXMAR NV bevatten momenteel geen anti-overnamebepalingen.
Anti-overnamebepalingen naar Belgisch recht
Naar Belgisch recht staat een openbaar overnamebod op alle uitstaande stemrechtverlenende effecten van de emittent onder toezicht van de FSMA. Als de FSMA vaststelt dat een overname in strijd is met het Belgische recht, kan dit leiden tot opschorting van de uitoefening van de rechten verbonden aan aandelen die in verband met de voorgenomen overname werden verworven. Krachtens de Belgische wet van 1 april 2007 op de openbare overnames moet een verplicht overnamebod worden uitgebracht wanneer een persoon, als gevolg van zijn eigen verwerving of de verwerving door personen die in onderling overleg met hem handelen, rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 30% van de effecten met stemrecht bezit in een vennootschap met zetel in België waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde of erkende markt. De verwerver moet alle andere aandeelhouders de gelegenheid bieden hun aandelen te verkopen tegen de hoogste van de volgende prijzen:
(i) de hoogste prijs die de verwerver heeft geboden voor aandelen van de emittent gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de aankondiging van het bod, of (ii) de gewogen gemiddelde prijs van de aandelen op de meest liquide markt gedurende de laatste 30 kalenderdagen voorafgaand aan de datum waarop de verwerver verplicht werd om een verplicht overnamebod uit te brengen op de aandelen van alle andere aandeelhouders.
Controlemechanisme van een aandelenregeling voor werknemers waarbij de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend
Er bestaat geen aandelenplan voor werknemers met een dergelijk mechanisme.
Aandeelhoudersovereenkomsten
De Vennootschap heeft geen kennis van afspraken tussen aandeelhouders.
Aandeelhoudersstructuur en ontvangen kennisgevingen
Aandeelhoudersstructuur per 31 december 2025:
- SAVEREX: 92,54%
- EXMAR: 2,40%
- Freefloat: 5,06%
Het EXMAR-aandeel is genoteerd op Euronext Brussel en maakt deel uit van de Bel Small index (Euronext: EXM).
4.1 CORPORATE GOVERNANCE STATEMENT

Op 11 februari 2025, lanceerde de hoofdaandeelhouder van EXMAR, Saverex NV, een vrijwillig en voorwaardelijk openbaar overnamebod op alle aandelen van EXMAR NV nog niet in zijn bezit of in het bezit van verbonden partijen (het "Bod 2025").
Op 18 april 2025 kondigde Saverex NV de resultaten aan van het Bod 2025. In totaal werden 3.317.061 aandelen aangeboden, wat overeenkomt met 5,57% van de uitstaande aandelen van EXMAR. Bijgevolg bezaten Saverex en zijn verbonden partijen, na afronding van het Bod 2025 samen 54.177.890 aandelen, wat 91,06% van de uitstaande aandelen van EXMAR NV vertegenwoordigt.
Op 26 augustus 2025 kondigde de Vennootschap de resultaten aan van de kapitaalverhoging door middel van inbreng in natura van dividendrechten in het kader van het keuzedividend over het boekjaar 2024. De kapitaalverhoging resulteerde in de uitgifte van 21.972.210 nieuwe aandelen, voor een totaalbedrag van EUR 160.565.659,85, en het kapitaal vertegenwoordigd door 81.472.210 volledig volstorte gewone aandelen.
In de loop van 2025 en tot en met de datum van dit verslag ontving de Vennootschap volgende kennisgevingen in het kader van de Transparantiewet van 2 mei 2007:
- Op 21 januari 2025 kondigde EXMAR NV aan dat Saverex NV en verbonden partijen een drempel van 85% overschreden door een verwerving van aandelen
- Op 6 mei 2025 kondigde EXMAR NV aan dat Saverex NV de drempel van 90% had overschreden door een overname van aandelen.
Overeenkomstig artikel 74§6 van de Wet op de Openbare Overnamebiedingen van 1 april 2007, heeft SAVEREX NV op 15 oktober 2007, bijgewerkt op 27 augustus 2024, aan de FSMA gemeld dat het meer dan 30% van de effecten met stemrecht bezit in EXMAR NV, een beursgenoteerde vennootschap.
De statutaire informatie is gepubliceerd op de website: www.exmar.com/
Statuten, algemene vergaderingen, deelname en uitoefening van het stemrecht
De jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders vindt plaats op de derde dinsdag van mei om 14.30 uur.
De regels voor de bijeenroeping, de deelname, het verloop van de vergadering, de uitoefening van het stemrecht, statutenwijzigingen, de benoeming van de leden van de Raad van Bestuur en zijn comités zijn te vinden in de gecoördineerde statuten en het Corporate Governance Charter van de Vennootschap, die beide beschikbaar zijn op de website van de Vennootschap: www.exmar.com/en/investors/reports-and-downloads/coordinated-articles-of-association/
164 4.1 CORPORATE GOVERNANCE STATEMENT
4.1.3 Belangrijke overeenkomsten met wijziging van zeggenschap (change of control) bepalingen
De volgende belangrijke overeenkomsten die in 2024 van kracht waren, bevatten bepalingen inzake wijziging van zeggenschap:
| Garantie uitgegeven door EXMAR NV op 21 december 2022 als zekerheid onder de Loan Agreement van 16 december 2022, gewijzigd en aangepast op 23 oktober 2024, tussen Exmar Shipping BV en Nordea Bank ABP, Filial I Norge, Skandinaviska Enskilda Banken ab (publ); BNP Paribas Fortis sa/nv, Crédit Agricole Corporate and Investment Bank, Danske Bank a/s, DNB Markets inc., en First-Citizens Bank & Trust Company als kredietverstrekkers. | De clausule bepaalt dat in het geval EXMAR NV zou geschrapt worden van de Eerste Markt van Euronext Brussel, EXMAR NV ervoor zal zorgen dat Nicolas Saverys en/of zijn rechtstreekse afstammelingen in rechte lijn te allen tijde rechtstreeks of onrechtstreeks minstens 33 1/3% van het maatschappelijk kapitaal van de Garant zullen bezitten. |
|---|---|
| De USD 96.000.000 Facility Agreement van 14 december 2023 met betrekking tot de FSRU Eemshaven LNG, tussen EXMAR Energy Netherlands B.V. als Kredietnemer, EXMAR NV als Garant, KBC BANK NV, ABN AMRO B.V., Belfius Bank SA/NV en BNP Paribas Fortis SA/NV als Mandated Lead Arrangers en Oorspronkelijke Kredietgevers. | De clausule bepaalt dat de faciliteit kan worden versneld in geval van een controlewijziging op het niveau van EXMAR NV, wat betekent dat Nicolas Saverys of zijn erfgenamen of eender welk fonds gecontroleerd door Nicolas Saverys of zijn erfgenamen rechtstreeks of onrechtstreeks de controle over de Vennootschap verliezen (d.w.z. 50% van de aandelen van EXMAR NV of de jure controle), of een persoon of een groep van personen die in onderling overleg handelen de rechtstreekse of onrechtstreekse controle over de Vennootschap verwerft. |
| Zes Bareboat Charters bij wijze van Crédit-Bail, gedateerd 24 oktober 2024, met betrekking tot rompnummers 8387, 8388, 8389, 8390, 8391 en 8392, in aanbouw bij HD Hyundai Mipo Co., Ltd., tussen Exmar LPG France als rompbevrachter, wiens verplichtingen gewaarborgd worden door EXMAR NV onder een garantie van dezelfde datum als de bareboat charter overeenkomst, en respectievelijk SNC Champagny 8387 Bail, SAS Courchevel 8388 Bail, SAS Antwerpen 8389 Bail, SNC Arlon 8390 Bail, SNC Annecy 8391 Bail en SNC Albertville 8392 Bail als eigenaar. | De clausule, die identiek is in de zes bareboat charters, bepaalt dat de eigenaar zijn verplichting om het schip via crédit-bail te charteren zal beëindigen (bij beëindiging vóór de levering van het schip) of het crédit-bail zal beëindigen (bij beëindiging na levering) en dat de rompbevrachter een beëindigingsvergoeding, andere verschuldigde bedragen onder de bareboat charter en alle correct gedocumenteerde kosten, verliezen, uitgaven en aansprakelijkheden zal betalen, indien Nicolas Saverys of zijn rechtstreekse afstammelingen niet langer ten minste 33 1/3% van het aandelenkapitaal van EXMAR NV bezitten. |
| De EUR 80.000.000 Facility Agreement van 29 augustus 2025 voor financiering van algemene behoeften voor bedrijfs- en werkkapitaal van de EXMAR-groep, tussen EXMAR NV als lener en KBC BANK NV als Mandated Lead Arranger, Original Lender, Coordinator, Agent en Issuing Bank. | De clausule bepaalt dat een lener niet verplicht is fondsen ter beschikking te stellen (behalve voor een rollover-lening) en, indien een lener daarom verzoekt, zijn beschikbaar deel en zijn deelname in alle trekkingen zullen onmiddellijk worden geannuleerd, en interesten en alle andere verschuldigde en uitstaande bedragen onder de faciliteit, worden onmiddellijk betaalbaar in geval van een controlewijziging op het niveau van EXMAR NV, wat betekent dat Nicolas Saverys of zijn erfgenamen of eender welk fonds gecontroleerd door Nicolas Saverys of zijn erfgenamen rechtstreeks of onrechtstreeks de controle over de Vennootschap verliezen (d.w.z. 50% van de aandelen van EXMAR NV of de jure controle), of een persoon of een groep van personen die in onderling overleg handelen de rechtstreekse of onrechtstreekse controle over de Vennootschap verwerft. |
4.1 CORPORATE GOVERNANCE STATEMENT 165
Vier Bareboat Charters bij wijze van Crédit-Bail, gedateerd 3 september 2025, met betrekking tot rompnummers S1083, S1084, S1085 en S1086, in aanbouw bij CIMC Sinopacific Offshore & Engineering Co., Ltd., tussen Exmar LPG France als rompbevrachter, wiens verplichtingen gewaarborgd worden door EXMAR NV onder een garantie van dezelfde datum als de bareboat charter overeenkomst, en respectievelijk SNC Meribel 1083 Bail, SAS Menuires 1084 Bail, SNC Moriond 1085 Bail en SAS Mottaret 1086 Bail als eigenaar.
De clausule, die identiek is in de zes bareboat charters, bepaalt dat de eigenaar zijn verplichting om het schip via crédit-bail te charteren zal beëindigen (bij beëindiging vóór de levering van het schip) of het crédit-bail zal beëindigen (bij beëindiging na levering) en dat de rompbevrachter een beëindigingsvergoeding, andere verschuldigde bedragen onder de bareboat charter en alle correct gedocumenteerde kosten, verliezen, uitgaven en aansprakelijkheden zal betalen, indien Nicolas Saverys of zijn rechtstreekse afstammelingen niet langer ten minste 33 1/3% van het aandelenkapitaal van EXMAR NV bezitten.
4.1.4 Diversiteitsbeleid van EXMAR
Overeenkomstig de bepalingen van de Code 2020 en het WVV ziet EXMAR erop toe dat elke werknemer wordt geselecteerd op basis van onder meer capaciteiten, talenten en vaardigheden. EXMAR is ervan overtuigd dat de diversiteit van de werknemers (met inbegrip van leeftijd, geslacht, culturele achtergrond en beroepservaring) een meerwaarde vormt voor elke internationale onderneming.
In 2024 voldeed EXMAR aan de wet van 28 juli 2011 met betrekking tot genderdiversificatie in de Raad van Bestuur, en aan artikel 7:86 WVV.
4.1.5 Toezicht
EXTERNE AUDIT
Bij beslissing van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 16 mei 2023 werd Deloitte Belgium herbenoemd als Commissaris van de Vennootschap voor een periode van drie jaar. Deloitte wordt vertegenwoordigd door Fabio De Clercq.
De Commissaris voert de externe audit uit van zowel de geconsolideerde als de statutaire cijfers van EXMAR.
De Raad van Bestuur besloot in 2017, op aanbeveling van het Audit- en Risicocomité, om de halfjaarresultaten niet langer te beoordelen, in lijn met het beleid van andere beursgenoteerde ondernemingen. De Commissaris werd echter verzocht om de bijgewerkte versie van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële staten te beoordelen om consistentie met de door het Comité voorgestelde aanpassingen te verzekeren.
INTERNE AUDIT
PWC werd in 2024 benoemd voor drie jaar om de Vennootschap bij te staan bij het uitvoeren van haar interne auditactiviteiten, met ingang van 1 januari 2025.
COMPLIANCE OFFICER
HAX BV vertegenwoordigd door Hadrien Bown is de Compliance Officer van EXMAR sinds 1 december 2023.
De Compliance Officer is verantwoordelijk voor de implementatie van en het toezicht op de naleving van de Dealing Code en de taken beschreven in het Compliance Model van de Vennootschap.
4.1.6 Regels, beleid en procedures
TEGENSTRIJDIGE BELANGEN
Elk lid van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité wordt aangemoedigd om zijn of haar mandaat zo efficiënt mogelijk te organiseren en persoonlijke en zakelijke belangen zodanig te behartigen dat er geen rechtstreeks of onrechtstreeks belangenconflict is met de Vennootschap.
Eventuele transacties tussen EXMAR of een verbonden vennootschap en een lid van de Raad van Bestuur vinden plaats tegen gebruikelijke marktvoorwaarden. Dezelfde gezonde afstand geldt voor transacties tussen de Vennootschap of een met haar verbonden vennootschap en een persoon die nauw verbonden is met een lid van de Raad van Bestuur.
De bepalingen van het WVV en het Corporate Governance Charter zijn van toepassing in het geval van een belangenconflict.
Eventuele belangenconflicten van leden van de Raad van Bestuur en/of leden van het Uitvoerend Comité in de zin van artikel 7:96 of 7:115 WVV worden beschreven in het Jaarverslag van de Raad van Bestuur aan de Aandeelhouders.
Transacties met verbonden partijen
Momenteel leveren SAVERBEL NV en SAVEREX NV, vennootschappen gecontroleerd door de heer Nicolas Saverys, administratieve diensten en levert SAVEREX NV consultancydiensten aan de EXMAR Groep. De diensten worden gefactureerd en verleend aan marktconforme voorwaarden.
166 4.1 CORPORATE GOVERNANCE STATEMENT
De Raad van Bestuur van EXMAR heeft op 9 september 2021 een beleid aangenomen overeenkomstig artikel 7.97§1 WVV om de procedures vast te leggen voor de beoordeling door de Vennootschap van transacties en beslissingen in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening met verbonden partijen.
Bepaalde transacties of beslissingen van de Vennootschap en haar dochterondernemingen die onder de bevoegdheid van de Raad van Bestuur vallen en betrekking hebben op verbonden partijen in de zin van de internationale boekhoudnorm (IAS) 24 moeten vooraf worden beoordeeld door een comité van ten minste drie onafhankelijke bestuurders, dat vervolgens een niet-bindend advies over dergelijke transactie of beslissing moet uitbrengen aan de Raad van Bestuur. Het comité mag, maar moet niet worden bijgestaan door een of meer onafhankelijke deskundigen (financiële, juridische, technische, enz.). De Commissaris van de Vennootschap moet vóór de vergadering van de Raad van Bestuur op de hoogte worden gebracht om een advies te kunnen geven over de gebruikte financiële en boekhoudkundige gegevens. De Raad van Bestuur beraadslaagt vervolgens over de voorgestelde transactie of beslissing.
Code van bedrijfsethiek
De Code van Bedrijfsethiek maakt deel uit van het Corporate Governance Charter. Integriteit en ethiek zijn altijd kenmerkend geweest voor de manier waarop EXMAR zaken doet. Werken met een sterk gevoel van integriteit is van cruciaal belang om het vertrouwen en de geloofwaardigheid van onze klanten, partners, werknemers, aandeelhouders en andere belanghebbenden in stand te houden. Onze Code van Bedrijfsethiek bevat regels met betrekking tot individuele en collegiale verantwoordelijkheden, evenals verantwoordelijkheden tegenover onze werknemers, klanten, aandeelhouders en andere belanghebbenden.
4.1.7 Politieke bijdragen
EXMAR heeft geen bijdragen of betalingen gedaan of op enige andere wijze steun verleend, rechtstreeks of onrechtstreeks, aan politieke partijen of comités of aan individuele politici.
De werknemers van EXMAR mogen geen politieke bijdragen leveren in naam van EXMAR of met behulp van bedrijfsfondsen of -middelen.
![]() |
|---|
4.2 INTERNE CONTROLE- EN RISICOBEHEERSYSTEMEN - BEOORDELING
4.2 INTERNE CONTROLE- EN RISICOBEHEERSYSTEMEN - BEOORDELING
4.2.1 Belangrijkste kenmerken van interne controle- en risicobeheersystemen
Interne controle kan worden gedefinieerd als een door het management ontwikkeld en geïmplementeerd systeem dat bijdraagt aan het beheer van de activiteiten van de Vennootschap, haar efficiënte werking en het efficiënte gebruik van haar middelen, passend bij de doelstellingen, de omvang en de complexiteit van haar activiteiten.
Risicobeheer kan worden omschreven als een gestructureerd, consistent en continu proces gericht op het identificeren, beoordelen, beslissen over reacties op en rapporteren over de kansen en bedreigingen die de realisatie van de doelstellingen van de Vennootschap kunnen beïnvloeden.
De risico's, zoals in meer detail beschreven in het gedeelte 'Risicofactoren' hieronder, zijn allemaal opgenomen in het risicoregister en omvatten de belangrijkste strategische, operationele en financiële risico's voor het de Vennootschap. De Raad van Bestuur, het Audit- en Risicocomité, het Uitvoerend Comité en alle werknemers met leidinggevende verantwoordelijkheden zijn verantwoordelijk voor de beheersing van de risico's. Het Uitvoerend Comité is verantwoordelijk voor dagelijks bestuur en het beleid van de EXMAR-groep. Het Uitvoerend Comité vergadert op regelmatige basis.
Het Uitvoerend Comité ontwikkelt, handhaaft en verbetert voortdurend (met de steun van externe adviseurs) adequate interne controle- en risicobeheerprocedures (i) om een redelijke zekerheid te bieden betreffende de realisatie van doelstellingen, de betrouwbaarheid van de financiële informatie en de naleving van toepasselijke wetten en voorschriften en (ii) om de uitvoering van interne controle- en risicobeheerprocedures mogelijk te maken.
De kwaliteit van de interne controle en het risicobeheer wordt beoordeeld gedurende het boekjaar en door het uitvoeren van interne audits voor de geïdentificeerde potentiële risico's. De conclusies worden gedeeld met en gevalideerd door het Audit- en Risicocomité. Compliance risico's worden beoordeeld door de Key Risk Officers van de Vennootschap, in overeenstemming met het Compliance Model van EXMAR. Zij rapporteren aan het Audit- en Risicocomité. Meer informatie over EXMAR's Compliance Risk Universe en de risicoanalyse is te vinden in het hoofdstuk Governance van het Duurzaamheidsrapport van EXMAR.
EXMAR heeft een interne auditfunctie opgericht met als doel de strategische, operationele en financiële risico's te beoordelen en te analyseren, specifieke opdrachten uit te voeren in overeenstemming met het jaarlijkse interne auditplan en de bevindingen te rapporteren en te bespreken met het Audit- en Risicocomité. De reikwijdte van de interne audit heeft zowel betrekking op de activiteiten als op de interne controle over de financiële verslaglegging. In 2025 werd de interne auditfunctie uitbesteed aan een gekwalificeerde dienstverlener (PWC). De interne auditmanager van PWC rapporteerde zowel aan de CFO als aan het Audit- en Risicocomité.
4.2 INTERNE CONTROLE- EN RISICOBEHEERSYSTEMEN - BEOORDELING 169
4.2.2 Risicofactoren
4.2.2.1 STRATEGISCHE RISICO'S
| RISICO-BESCHRIJVING | POTENTIEEL EFFECT | BEPERKENDE FACTOREN EN CONTROLE |
|---|---|---|
| MARKTRISICO'S | ||
| De algemene olie- en gasmarkten en de onderling verbonden wereldwijde transportmarkt voor deze marktproducten zijn cyclisch en volatiel. | Een daling van de wereldwijde olie- en gasproductie zou een invloed kunnen hebben op de vrachttarieven voor het transport van gas en zou onze inkomsten en kasstromen kunnen beïnvloeden, wat een invloed zou hebben op de waarde van onze vloot en onze financiële positie. Een dergelijke daling wordt volgens de meerderheid van de marktanalisten de komende 5 jaar niet verwacht | Een gediversifieerd klantenbestand en een aanzienlijke dekking met een mix van lange- en kortetermijncharters. De waarde van onze vloot wordt voortdurend bewaakt en beoordeeld aan de hand van interne en externe informatie. Onze positie als langetermijnoperator helpt om plotselinge veranderingen in vrachttarieven of productmarktoutput te beperken. |
| Lagere vraag naar gastankers en andere drijvende activa. | Een lagere vraag, waarbij alle andere parameters gelijk blijven, zou een impact kunnen hebben op de vrachttarieven en het aantal ongeboekte dagen van onze vloot. Dit zou een impact hebben op onze activiteiten en kasstromen, maar ook op de waarde van onze vloot en onze financiële positie. | Een aanzienlijk deel van onze vloot wordt gecharterd op middellange tot lange termijn. Geografische diversificatie en een kwalitatieve klantenportefeuille en netwerk door integratie in de markten dankzij jarenlange ervaring. Wij zijn een flexibele rederij die streeft naar structurele kwaliteit en duurzaamheid voor onze klanten. Nu gas erkend is als wereldwijde intermediaire brandstof tegen 2050, zullen er voortdurend LPG-producten gegenereerd worden, waardoor de levering van de relevante producten die wij vervoeren gewaarborgd blijft. Een aantal MGC's worden geleased met de flexibiliteit van koopopties gedurende het contract: als de marktomstandigheden fundamenteel zouden veranderen, kunnen we ervoor kiezen om deze schepen niet te kopen. |
| POLITIEK KLIMAAT IN HET BUITENLAND | ||
| Verslechtering van de economische, juridische en politieke omstandigheden in landen, waaronder politieke, civiele en militaire conflicten. Dergelijke veranderingen kunnen van tijd tot tijd leiden tot aanvallen op schepen, verstoring van waterwegen, piraterij, terrorisme en andere activiteiten. | Veranderingen in economische, wettelijke of politieke omstandigheden kunnen van invloed zijn op de handelspatronen van LPG en LNG en kunnen gevolgen hebben voor onze vloot en infrastructure-activa, ons bedrijfsresultaat en ons vermogen om financiering te verkrijgen. Instabiliteit kan leiden tot een verminderde vraag naar onze diensten. Het kan ons ook blootstellen aan verhoogde, bijkomende of onverwachte kosten om te voldoen aan gewijzigde wet- en regelgeving en kan van invloed zijn op onze verzekeringsuitgaven of -polis. | Voortdurende controle en beoordeling van en toezicht op economische, politieke en wettelijke omstandigheden om te anticiperen op mogelijke gevolgen, deze te beperken of te voorkomen. Het verzamelen van informatie van gezaghebbende autoriteiten en/of brancheorganisaties en van gespecialiseerde consultants. Onze verzekeringspolissen worden regelmatig bijgewerkt en omvatten onder andere dekkingen voor bescherming en schadeloosstelling, casco en machines en verlies van inkomsten professionele aansprakelijkheid tegen verzekerde waarden die geschikt worden geacht om verwachte verliezen te dekken. Het gebruik van adequate chartercontracten met sjablonen voor industriële charters (bijv. BIMCO) beperkt dit risico al grotendeels. Veel van onze klanten zijn olie- en gasbedrijven en gevestigde industriëleiders met sterke balansen en een sterk ondernemingsbestuur die het politieke risico en mogelijke wanbetaling op charterbetalingen beperken. Strikte due diligence op derde partijen is gericht op het identificeren en vermijden van risico's in verband met politieke, sanctie- en andere compliance-risico's. |
| CONCURRENTIE | ||
| Concurrenten die investeren in LPG-tankers, FSRU's of andere drijvende activa door consolidatie, aankoop van tweedehands of nieuwe gebouwen. | Het proces om een charter te verkrijgen is zeer competitief. Toenemende concurrentie kan leiden tot grotere prijsconcurrentie voor tijdchartertarieven en zou de prijs van schepen of andere drijvende activa kunnen beïnvloeden. Dit zou een wezenlijk effect kunnen hebben op onze resultaten en kasstromen en op de waarde van onze vloot en onze financiële positie. | Het definiëren van een strategie met een langetermijnvisie en consistent beheer van voortdurende trends in de sector. Ervaring van ons management-/charterteam en onze Raad van Bestuur. Investeren in verschillende factoren, zoals de kwaliteit van onze operaties, technische vaardigheden en reputatie, kwaliteit en ervaring van onze bemanning en relaties binnen de sector. Lange termijn reputatie in de markt met een sterk klantenbestand dat vaak periodieke charters verlengt dankzij onze ervaring en in-house scheepsbeheer. De prijs wordt vaak bepaald door de marktverhoudingen, dus ervaring en kwaliteit van de aangeboden diensten zijn essentieel. |
| KAPITAALTOEWIJZING | ||
| Inefficiënte kapitaalallocatie en langetermijnvisie en -strategie, waardoor de aandeelhouders-waarde daalt. | Inefficiënte investeringsbeslissingen en/of een ongeschikte investeringsstrategie op lange termijn hebben een directe negatieve impact op de financiële middelen van de groep (verkrijgen van financiering, naleving van convenanten) en de algemene prestaties (inkomsten, EBITDA en bijzondere waardevermindering). | Het management en de Raad van Bestuur van EXMAR volgen dit risico op de voet en stellen regelmatig de langetermijnstrategie in vraag in het licht van de markt- en bedrijfsevoluties. De kapitaalinvesteringen zijn gespreid over verschillende markten, divisies en klanten met verschillende risicoprofielen. |
170 4.2 INTERNE CONTROLE- EN RISICOBEHEERSYSTEMEN - BEOORDELING
4.2.2.2 OPERATIONELE RISICO'S
| BESCHRIJVING VAN HET RISICO | POTENTIEEL EFFECT | BEPERKENDE FACTOREN EN CONTROLE |
|---|---|---|
| RISICO'S VERBONDEN AAN DE EXPLOITATIE VAN SCHEPEN EN ANDERE DRIJVENDE ACTIVA | ||
| Milieuongevallen, epidemiische ziekten, werkonderbrekingen door mechanische defecten, menselijke fouten, oorlog, terrorisme, politieke acties in verschillende landen, stakingen en slecht weer. Schepen die niet voldoen aan bepaalde prestatienormen. | Een dergelijke gebeurtenis zou onze reputatie als betrouwbare rederij schaden en zou leiden tot hogere kosten en een toename van het aantal off-hire dagen. De kosten van dringende reparaties zijn onvoorspelbaarder en kunnen zeer hoog oplopen. Als de prestatienormen niet worden gehaald, kan de bevrachter een deel van de huur inhouden. | Onze ervaring binnen de sector en ons beleid en ons safety management system (SMS) met inbegrip van beleid en procedures betreffende bemanning en opleiding, onderhoud en HSEQ zouden bepaalde risico's die inherent zijn aan onze activiteiten moeten beperken of vermijden. Al onze schepen en activa zijn onderworpen aan zowel onafhankelijke als interne audits en inspecties, en zijn voldoende verzekerd. |
| PERSONEEL | ||
| Gevaarlijke werkomgeving voor zeevarenden | Werken in een zeer gevaarlijke omgeving kan leiden tot ongevallen met ernstig persoonlijk letsel, zoals verloren werkdagen, blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, blijvende volledige arbeidsongeschiktheid of zelfs overlijden. | Onze ervaring binnen de sector en ons beleid en ons safety management system (SMS) met inbegrip van beleid en procedures betreffende bemanning en opleiding, onderhoud en HSEQ zouden bepaalde risico's die inherent zijn aan onze activiteiten moeten beperken of vermijden. Al onze schepen en activa zijn onderworpen aan zowel onafhankelijke als interne audits en inspecties, en zijn voldoende verzekerd. |
| Voldoende huisvesting aan boord voor onze bemanning en voor kantoormensen die verhuizen | Het schip is het thuis van een zeevarende voor een periode van weken of maanden. En kantoormedewerkers kunnen verhuizen voor maanden of zelfs jaren. | Voor de leefomstandigheden op nieuwbouwschepen die EXMAR ontwerpt en bestelt, overtreffen we de vereisten van het Maritieme Arbeidsverdrag (MLC). Ons engagement reikt verder dan de naleving van het verdrag: we betrekken (voormalig) zeevarend personeel bij het ontwerp en geven prioriteit aan het welzijn en comfort van onze bemanning met verbeterde huisvestingsnormen op zee (duurzaamheidsbeleid). Kantoorpersoneel begeleiden we bij de integratie in het lokale land. |
| HOGERE BEDRIJFSKOSTEN | ||
| Bedrijfskosten en onderhoudskosten vormen een substantieel deel van onze kosten. | De bedrijfskosten en kapitaaluitgaven voor droogdokken zijn afhankelijk van verschillende factoren waarop wij geen invloed hebben en die de hele scheepvaartsector beïnvloeden. Het droogdokken van schepen kan ook leiden tot inkomstenverlies. | Inhouse scheepsbeheer voor het grootste deel van de vloot en nauwkeurige supervisie van door derde partijen beheerde activa geven een voldoende niveau van controle. Ons onderhoudsbeleid wordt dagelijks bijgewerkt en verbeterd met als doel de hoogste kwaliteitsniveaus te handhaven, en de activa zijn onderworpen aan zowel interne als onafhankelijke externe inspecties conform of meer dan conform toepasselijke regelgeving. Bij langetermijn- en infrastructuurprojecten wordt het risico ook beperkt door escalerende tarieven of zelfs openboekcompensatie. |
| LEEFTIJDSPROFIEL VAN DE VLOOT | ||
| Naarmate een schip ouder wordt, worden de klassevereisten strenger en in vergelijking met nieuwe moderne schepen zal het schip minder concurrerend en duurder zijn om te exploiteren. Leeftijdsbeperkingen kunnen de inzetmogelijkheden van schepen in bepaalde havens beperken. | We moeten aanzienlijke investeringen doen om de operationele capaciteit van onze vloot op peil te houden. Deze uitgaven kunnen aanzienlijk variëren en kunnen toenemen als gevolg van eisen van klanten, concurrerende normen en voorschriften of normen van organisaties. | De gemiddelde leeftijd van onze vloot wordt in de gaten gehouden en onze strategie omvat regelmatige investeringen in nieuwe schepen om onze vloot concurrerend te houden. Onze interne scheepsmanager en commercieel team hebben vele jaren ervaring om de operationele en commerciële prestaties te beoordelen. Al onze schepen zijn gecertificeerd door een classificatiebureau, wat ook een vereiste is voor verzekeringsdekking. Onze vloot wordt dagelijks op zee of in de haven geïnspecteerd. Op basis van deze inspecties wordt voor elk schip een onderhoudsplan opgesteld, bijgewerkt en geïmplementeerd. Vooral in gasmarkten zijn veiligheid en betrouwbare operaties van groot belang, zodat onze klanten (olie- en gasmaatschappijen) eisen dat we schepen in topconditie aanbieden. Het risico van leeftijdsbeperkingen in havens wordt beperkt door strenge voorwaarden in de bevrachtingsovereenkomsten en door de bevrachters inzetbeperkingen op te leggen. Vaak zijn oudere schepen goedkoper op het vlak van vrachten en worden ze ingezet in nichemarkten met minder strenge leeftijdsbeperkingen. |
4.2 INTERNE CONTROLE- EN RISICOBEHEERSYSTEMEN - BEOORDELING 171
| BESCHRIJVING VAN HET RISICO | POTENTIEEL EFFECT | BEPERKENDE FACTOREN EN CONTROLE |
|---|---|---|
| ACTIVA IN AANBOUW | ||
| Specifieke risico's zijn van toepassing op onze activa in aanbouw en omvatten de solvabiliteit van onze aannemer en de tijdige oplevering van het actief in overeenstemming met alle specificaties en het verkrijgen van alle vereiste vergunningen. | Als de scheepswerf er niet in slaagt om onze activa in aanbouw te bouwen of op te leveren of als de scheepswerf failliet gaat, zou dit een aanzienlijke invloed hebben op onze financiële positie en onze resultaten. In het geval dat de scheepswerf niet presteert en wij niet in staat zijn om de restitutiegarantie af te dwingen, zouden wij onze investering geheel of gedeeltelijk kunnen verliezen. Bovendien is het mogelijk dat we onze verplichtingen tegenover de bevrachter niet nakomen. | Er worden voorschotten betaald aan de scheepswerven en deze betalingen worden gewaarborgd door terugbetalingsgaranties en dus door sterke banken. De voortgang van de bouw en de naleving van alle technische en regelgevende specificaties wordt nauwlettend in de gaten gehouden door onze technische teams op de werven. Chartercontracten die gekoppeld zijn aan investeringen in nieuwbouw worden vaak back-to-back afgesloten, wat betekent dat het risico van een te late oplevering van een schip wordt gedekt door bijvoorbeeld passende laycan bepalingen. |
| TEWERKSTELLING | ||
| Schepen of andere drijvende activa blijven voor een aanzienlijke periode buiten de verhuur of charters worden niet verlengd of voortijdig beëindigd. | Als we geen winstgevende bevrachtingsovereenkomsten op lange termijn kunnen afsluiten voor onze bestaande vloot of onze activa in aanbouw, kunnen ons resultaat, onze kasstromen en onze financiële positie aanzienlijk worden beïnvloed. We zouden afhankelijk zijn van een kortetermijn- of spotmarkt of charters op basis van veranderende marktprijzen. Daarnaast zou het moeilijker kunnen zijn om tegen redelijke voorwaarden financiering te krijgen voor dergelijke activa. Als onze belangrijkste activa niet langdurig in dienst zijn, kunnen onze EBITDA en convenanten aanzienlijk worden beïnvloed. | Ons managementteam en ons commerciële team hebben vele jaren ervaring en beschikken over een uitgebreid netwerk in de markt. Onze charterportefeuille is zeer gediversifieerd. De commerciële strategie is om flexibel te blijven in de markt door een goede balans te hebben tussen bevrachtingsovereenkomsten op korte en op lange termijn. Een aanzienlijke vloot, vooral Midsize (MGC LPG-tankers), heeft dit risico bijna volledig kunnen beperken. Voor de Infrastructuuractiva worden goede beëindigingsclausules onderhandeld en opgenomen in bevrachtingsovereenkomsten op lange termijn, zodat de juridische en commerciële teams in geval van vroegtijdige beëindiging voldoende tijd hebben om een nieuwe bevrachter te vinden tegen fatsoenlijke tarieven. |
| REGELGEVING | ||
| Er kan nieuwe regelgeving van kracht worden, inclusief: - het risico op een terugdraaien van bestaande gunstige belastingregimes (zoals het Belgische tonnagebelastingregime). -- Wijzigingen in bestaande regelgeving (zowel milieu als ESG) leggen bijkomende vormen van belasting op zoals emissiehandelsystemen (ETS), koolstofbelasting of Fuel EU Maritime boetes. | Veranderingen in de regelgeving leiden tot hogere uitgaven om aan nieuwe of veranderde (strengere) vereisten te voldoen en kunnen een negatieve impact hebben op ons vermogen om onze schepen of drijvende activa uit te charteren. Naleving van veranderde wet- en regelgeving en verplichtingen verhoogt onze kosten voor de operatie en het onderhoud van onze schepen en verplichten ons om nieuwe emissiecontroles te installeren en emissierechten te verwerven. | Voortdurend monitoren van en anticiperen op veranderingen in wetgeving en toepasselijke vereisten. Onze interne scheepsmanager en ons volgen de huidige trends en veranderingen in de regelgeving op de voet. Bovendien geven wij input via verschillende organisatie (bv. de KBRV). Investeren in nieuwbouwschepen aangedreven door alternatieve brandstoffen plaatst de Vennootschap in een goede uitgangspositie om te profiteren van veranderingen in milieureglementering. Regelgeving heeft vaak een lange implementatietijd, zodat we ruim de tijd hebben om hierop te anticiperen en aanpassingen door te voeren aan onze bevrachtingsovereenkomsten. Waar mogelijk worden boetes betreffende regelgeving doorgeschoven naar de bevrachters waardoor het risico voor de scheepseigenaar wordt beperkt. |
172 4.2 INTERNE CONTROLE- EN RISICOBEHEERSYSTEMEN - BEOORDELING
| BESCHRIJVING VAN HET RISICO | POTENTIEEL EFFECT | BEPERKENDE FACTOREN EN CONTROLE |
|---|---|---|
| KLIMAATVERANDERING | ||
| Uitstoot van broeikasgassen door eigen activiteiten (Scope 1-2). | De verdeling van de scope-2 broeikasgassen is te zien in het duurzaamheidsrapport. | Zoals beschreven in het duurzaamheidsrapport, vertegenwoordigt dit slechts een klein deel (+1%) van onze totale uitstoot van broeikasgassen. Voor verdere acties, zie hierboven. |
| Indirecte bijdrage aan broeikasgasemissies (Scope 3) | Beleggingsportefeuille: schepen varen op fossiele brandstoffen en Infrastructure-eenheden gebruiken fossiele brandstoffen en/of walstroom, wat leidt tot de uitstoot van broeikasgassen. Bovendien hebben we een indirect effect door het vervoer van koolwaterstoffen (incl. schaliegassen) en ammoniak. Het winningsproces van deze gassen leidt tot veel uitstoot van broeikasgassen. | Zoals beschreven in het duurzaamheidsrapport, heeft dit betrekking op een aanzienlijk deel van onze totale uitstoot van broeikasgassen. Voor verdere acties, zie hierboven. |
| Uitstoot van broeikasgassen door onze leveranciers (Scope 3) | Productie van reserveonderdelen, transport, productie van brandstoffen, zakenreizen, woon-werkverkeer met het openbaar vervoer, enz. die broeikasgassen uitstoten | Zoals beschreven in het duurzaamheidsrapport, maakt dit deel uit van onze scope 3 emissies. Voor verdere acties verwijzen we naar de details in het verslag. |
| INFORMATIETECHNOLOGIESYSTEMEN | ||
| Informatietechnologie-systemen veranderen snel en zijn van fundamenteel belang voor de dagelijkse activiteiten. | Het falen van belangrijke informatietechnologiesystemen of -processen kan een nadelige invloed hebben op de activiteiten of leiden tot gegevensinbreuken. Cyberaanvallen, ransomware of andere inbreuken op de beveiliging kunnen informatietechnologiesystemen onbeschikbaar maken, onze scheepsactiviteiten onderbreken en leiden tot verlies van huur. | Een speciaal IT-team houdt voortdurend toezicht op de veranderingen en blootstellingen op het gebied van informatietechnologie. Er zijn verschillende maatregelen genomen, zoals firewalls, antivirussoftware en gescheiden netwerken. Er wordt regelmatig een risicobeoordeling van de informatietechnologie uitgevoerd. Er zijn beleidsregels en procedures aanwezig, waaronder een rampherstelplan, een incidentresponsplan en een bedrijfscontinuiteitsplan. |
| SNELLE TECHNOLOGISCHE INNOVATIE IN SCHEEPSONTWERP EN -UITRUSTING | ||
| Specifieke risico's gelden voor onze activa dat ontwerpen/apparatuur verouderd raken door technische/technologische vooruitgang en innovatie. | Activa raken verouderd of niet meer concurrerend met het oog op de marktpraktijk en veranderende standaarden. | EXMAR heeft een sterke positie als innovator en is er altijd in geslaagd om nieuwe ontwerpen/scheepsgroottes op de markt te brengen en wordt beschouwd als pionier in zowel scheepvaartactiviteiten als vlottende oplossingen. Onze wortels in de scheepsbouw, een sterke technische expertise en een aparte technische desk met veel ingenieurs (Houston, Parijs en Antwerpen) die ontwerpen van activa maken/verbeteren, zorgen ervoor dat we de beste/eerste van de klas kunnen blijven en ons streven naar innovatie en de toepassing van hoge normen alleen maar versterken, rekening houdend met toekomstige veranderingen in de energiemarkten. |
| UITBRAAK VAN EEN PANDEMISCHE ZIEKTE | ||
| Onze zeevarenden en de voorraden zijn cruciaal voor onze operaties, een uitbraak van een pandemisch virus (zoals de covid 19 pandemie) of besmettelijke ziekte kan de operaties bemoeilijken. | Een uitbraak van een pandemisch virus in een regio of op wereldwijde schaal zou van invloed zijn op onze activiteiten. Lokale of internationale maatregelen, zoals reisverboden, beperkte of geen toegang tot havens of quarantainemaatregelen na een dergelijke uitbraak, kunnen de bevoorrading van onze drijvende activa bemoeilijken en het inschepen bemoeilijken of zelfs de mogelijkheid voor zeelieden om in te schepen opschorten. Dergelijke gebeurtenissen kunnen ertoe leiden dat het bedrijfsmiddel niet wordt verhuurd en dat het bedrijfsmiddel of een deel van onze vloot inkomsten misloopt. | Er zijn specifieke en strikte beleidsregels en procedures voor een geïsoleerde uitbraak aan boord van een bedrijfsmiddel en onze mensen zijn specifiek opgeleid om met een dergelijke gebeurtenis om te gaan. Gebeurtenissen en risico's worden voortdurend in de gaten gehouden door onze operationele teams die ook deelnemen aan lokale en internationale verenigingen en brancheorganisaties om zich aan te passen aan veranderingen in vereisten, lopende richtlijnen en maatregelen. Onze activiteiten zijn zeer gediversifieerd en onze middelen worden wereldwijd ingezet. Onze zeevarenden worden ook wereldwijd ingezet en zijn niet afhankelijk van één nationaliteit of een specifieke regio. De planning van onze zeevarenden is flexibel en contracten kunnen worden verlengd als vervanging niet onmiddellijk mogelijk of beschikbaar is. Er is een bedrijfscontinuiteitsplan beschikbaar om op dergelijke gebeurtenissen te reageren en de maatregelen voorzien in de mogelijkheid om al onze teams aan wal op afstand of zelfs geïsoleerd te laten werken. In het geval dat de activiteiten moeten worden stopgezet, bevatten sommige van onze commerciële overeenkomsten clausules over overmacht en in het geval van een off-hire gebeurtenis die een bepaald aantal dagen overschrijdt, dekken onze verzekeringspolissen tijdelijk het verlies van inkomsten. |
4.2 INTERNE CONTROLE- EN RISICOBEHEERSYSTEMEN - BEOORDELING 173
4.2.2.3 FINANCIËLE RISICO'S
| BESCHRIJVING VAN HET RISICO | POTENTIEEL EFFECT | BEPERKENDE FACTOREN EN CONTROLE |
|---|---|---|
| TEGENPARTIJRISICO'S | ||
| Afhankelijkheid van een beperkt aantal klanten, wij ontvangen een aanzienlijk deel van onze inkomsten van een beperkt aantal klanten. | Verslechtering van de financiële levensvatbaarheid van een van onze belangrijke klanten zou leiden tot een aanzienlijk verlies van inkomsten en kasstromen. | Verplichtingen van klanten onder bevrachtingsovereenkomsten op lange termijn kunnen gedekt worden door garanties of andere zekerheden. De meeste van onze belangrijke klanten zijn al vele jaren klant van EXMAR en hebben een bewezen financiële staat van dienst. Ons managementteam heeft de nodige ervaring en weet hoe het de activiteiten en financiële levensvatbaarheid van onze klanten moet beoordelen. Verplichtingen van klanten in het kader van bevrachtingsovereenkomsten op lange termijn kunnen worden gedekt door garanties of andere zekerheden. Bovendien worden voor de infrastructuurloot de juiste opzegclausules onderhandeld en opgenomen in bevrachtingsovereenkomsten op lange termijn, zodat in geval van vroegtijdige beëindiging de juridische en commerciële teams van EXMAR voldoende tijd hebben om een nieuwe bevrachter te vinden tegen fatsoenlijke tarieven. |
| Bevrachters kunnen in gebreke blijven of failliet gaan. | Het verlies van een klant zou een impact hebben op onze inkomsten en kasstromen. De kosten om het schip te moeten verhuren kunnen hoog zijn en de marktomstandigheden kunnen ongunstig zijn. | Ons klantenbestand is gediversifieerd en bestaat uit grote bedrijven die actief zijn in de olie-, gas- en ammoniakmarkt. Voor nieuwe klanten worden uitgebreide kredietcontroles uitgevoerd en aanvullende zekerheden of garanties gevraagd indien nodig. Huurgelden onder een bevrachtingsovereenkomst zijn in de meeste gevallen vooraf te betalen, aangezien periodecontracten de meest gebruikte vorm van contract zijn. |
| Afhankelijkheid van externe dienstverleners. | Het is mogelijk dat de externe dienstverleners die het bedrijf heeft geselecteerd geen serviceniveau bieden dat vergelijkbaar is met dat van het bedrijf als het dergelijke diensten rechtstreeks zou verlenen. Het bedrijf vertrouwt op zijn externe dienstverleners om de toepasselijke wetgeving na te leven, en als deze dienstverleners de wetgeving niet naleven, kan het bedrijf aansprakelijk worden gesteld of kan zijn reputatie worden geschaad, wat een wezenlijk nadelig effect kan hebben op de reputatie en de activiteiten van het bedrijf. | Contractuele overeenkomsten tussen alle betrokken partijen om de risico's te identificeren en te beperken worden in plaats gezet. Op periodieke basis worden gedetailleerde leveranciersevaluaties uitgevoerd (inclusief externe dienstverleners). Dergelijke externe dienstverleners worden beheerd door speciale EXMAR teams om hun prestaties te controleren en te evalueren. |
| Risico's in verband met de joint ventures en geassocieerde deelnemingen kunnen een negatieve invloed hebben op de activiteiten, het bedrijf en de bedrijfsresultaten van de Vennootschap | Het is mogelijk dat de standpunten van de andere partner(s) niet overeenstemmen met de standpunten van EXMAR, waardoor een specifieke behandeling van de risico's kan worden beperkt of zelfs verhinderd. De verschillende benaderingen van deze risico's kunnen leiden tot andere gevolgen dan die welke EXMAR zou opgelopen hebben of had willen oplopen, wat een nadelige invloed kan hebben op de activiteiten, de activiteiten en de bedrijfsresultaten van EXMAR. Niet-afstemming over operationele, financiële of commerciële kwesties kan de samenwerking op lange termijn met onze joint venture en geassocieerde partners beïnvloeden. | EXMAR levert algemene, boekhoudkundige, bedrijfs-, werftoezicht- en scheepsbeheerdiensten aan haar joint ventures en geassocieerde ondernemingen. Voor deze diensten worden vergoedingen aangerekend op basis van contractuele overeenkomsten tussen alle betrokken partijen. EXMAR is ook verantwoordelijk voor het commercieel beheer van de schepen in joint venture met zijn partners en controleert bijgevolg de commerciële risico's en de risico's op tegenpartijen. Bovendien heeft EXMAR een langdurige relatie met zijn belangrijkste joint venture partner, Seapeak. |
4.2 INTERNE CONTROLE- EN RISICOBEHEERSYSTEMEN - BEOORDELING
| BESCHRIJVING VAN HET RISICO | POTENTIEEL EFFECT | BEPERKENDE FACTOREN EN CONTROLE |
|---|---|---|
| FINANCIERING | ||
| EXMAR is onderworpen aan beperkingen op kredietovereenkomsten, zoals financiële convenanten en beperkingen voor EXMAR en zijn dochterondernemingen om verdere schulden aan te gaan, dividenden uit te keren, bepaalde investeringen te doen en een deel van zijn activiteiten te verkopen zonder de toestemming van zijn kredietverstrekkers. | De bestaande financieringsovereenkomsten voor onze vloot zijn gedekt door de schepen en de garanties van de moedermaatschappij en bevatten beperkingen en andere voorwaarden die onze bedrijfs- en financieringsactiviteiten kunnen beperken. Iedere wanbetaling kan leiden tot een versnelling van de vervaldatum en kredietverstrekkers kunnen een beroep doen op de garanties van deze faciliteiten. | Onze kasstromen en financiële positie, inclusief de vereisten onder de financieringsovereenkomsten, worden voortdurend bewaakt. Onze financieringsstrategie is gericht op diversificatie van financieringsbronnen en spreiding van vervaldata. Er wordt een dialoog onderhouden met verschillende investeerders en financiële partners om een langetermijnrelatie op te bouwen. Op 31 december 2025 werden alle van toepassing zijnde financiële convenanten onder de financieringsovereenkomsten nageleefd. |
| Financiering die verkregen moet worden voor activa in aanbouw, operationele activa en bestaande financierings-overeenkomsten die geherfinancierd moeten worden op de vervaldatum. | De onmogelijkheid om onze activa in aanbouw en onze bestaande vloot te financieren of te herfinancieren zou een aanzienlijke invloed hebben op onze financiële positie. De financieringsmogelijkheden en -kosten kunnen volatiel zijn en afhankelijk van de algemene economische omstandigheden. | Financiering is inherent aan onze activiteiten en investeringen. Dankzij zijn langdurige aanwezigheid en reputatie heeft EXMAR een sterke concurrentiepositie op de markt. Ons managementteam heeft talrijke contacten en ondersteuning van verschillende financieringspartners en heeft jarenlange ervaring in het verkrijgen van financiering voor een verscheidenheid aan activiteiten en investeringen. In de scheepvaart zijn er vaak verschillende kandidaten bereid om lange-termijn financiering van onze activa aan te bieden. |
| RENTE EN WISSELKOERSEN | ||
| Een aanzienlijk deel van onze financierings-overeenkomsten heeft een variabele rentevoet. Het merendeel van onze activiteiten gebeurt in USD, maar bepaalde bedrijfskosten worden uitgedrukt in andere munteenheden (voornamelijk EUR). | Een stijging van de rentetarieven op de internationale financiële markten zou een negatief effect hebben op onze resultaten en kasstromen en zou een negatief effect kunnen hebben op de reële waarde van financiële instrumenten die worden gebruikt om het renterisico af te dekken. Een verzwakking van de USD ten opzichte van de EUR zou onze resultaten negatief beïnvloeden. Extra contante garanties kunnen nodig zijn. | Het renterisico en het valutarisico worden actief beheerd en er worden verschillende instrumenten gebruikt om een passend deel van het risico af te dekken (bijv. IRS-contracten). Schommelingen in de reële waarde van afdekkingsinstrumenten vertegenwoordigen een niet-gerealiseerde non-cash post. |
| IMPAIRMENT | ||
| Negatieve schommelingen in de reële marktwaarde van onze vloot en andere vlottende activa. | Een aanzienlijke daling van de reële waarde van onze vloot kan leiden tot een bijzonder waardeverminderingsverlies en zou een aanzienlijke impact hebben op onze financiële positie en resultaat. De verhouding tussen de reële waarde van onze vloot en de uitstaande schuld is een financieel convenant in onze financieringsovereenkomsten. Onze activiteiten hebben de neiging cyclisch te zijn, wat resulteert in veranderingen in de totale reële waarde van de vloot op korte termijn. Een significante daling kan leiden tot het in gebreke blijven onder dergelijke overeenkomsten. | De waarde van onze vloot wordt voortdurend bewaakt met behulp van interne en externe informatie en ten minste op elke rapportagedatum wordt onze vloot getoetst op bijzondere waardevermindering. Het testen gebeurt door de boekwaarde van onze vloot te vergelijken met taxaties van onafhankelijke scheepsmakelaars en met de netto contante waarde van de verwachte operationele kasstromen. De operationele kasstromen zijn gebaseerd op interne informatie en op elke aanname wordt een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Op basis van de uitgevoerde tests per 31 december 2025 is geconcludeerd dat de boekwaarde van onze vloot realiseerbaar is en dat aan alle financiële voorwaarden onder onze financieringsovereenkomsten wordt voldaan. |
4.2 INTERNE CONTROLE- EN RISICOBEHEERSYSTEMEN - BEOORDELING 175
| BESCHRIJVING VAN HET RISICO | POTENTIEEL EFFECT | BEPERKENDE FACTOREN EN CONTROLE |
|---|---|---|
| LIQUIDITEITSRISICO | ||
| Financiële verplichtingen en werkkapitaalvereisten kunnen variëren afhankelijk van een aantal factoren. | Onze kasstroom-genererende activiteiten kunnen cyclisch/ volatiel zijn en afhankelijk van marktomstandigheden, terwijl onze uitgaande kasstromen betrekking kunnen hebben op bedrijfs-, investerings- of financieringsactiviteiten. Het niet nakomen van onze financiële verplichtingen kan materiële gevolgen hebben voor onze activiteiten en kan leiden tot het in gebreke blijven onder bepaalde overeenkomsten. | Liquiditeit wordt continu beheerd om ervoor te zorgen dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen wanneer deze verschuldigd zijn, zowel onder normale als onder moeilijke omstandigheden. Op basis van onze bekende contractuele rechten en verplichtingen en gebruikmakend van schattingen of veronderstellingen indien nodig, wordt een maandelijkse kasstroomprognose opgesteld en opgevolgd per segment en voor ten minste de volgende 12 maanden. Onze bronnen van bedrijfsinkomsten en onze financieringsbronnen zijn gediversifieerd. Betalingen met betrekking tot investeringsactiviteiten en onze vervaldagen van bank- en andere leningen zijn ook gespreid over verschillende jaren. |
| MILIEURISICO | ||
| Investering in technologieën voor energietransitie | De energietransitie is aan de gang en verschuift van olie en gas naar meer elektrificatie, de inzet van duurzame energie, distributie- en opslaginfrastructuur en de toepassing van opkomende koolstofarme technologieën zoals biogas, groene waterstof en ammoniak. Dit leidt tot investeringen in schepen die varen op alternatieve brandstoffen (LPG of ammoniak) of schepen en infrastructuureenheden die gebruik kunnen maken van walstroom. | De scheepvaart is een sterk CAPEX-gedreven industrie met activa die profiteren van een lange levenscyclus, die dienovereenkomstig kan worden afgeschreven. Gezien de goed gebalanceerde portefeuille in leeftijd vinden er regelmatig vervangingsinvesteringen plaats, die resulteren in de toepassing van nieuwe en klimaatvriendelijke technologieën. |
| SOCIAAL RISICO | ||
| Hogere arbeidskosten en minder flexibiliteit | Onderhandelde loonsverhogingen, verbeterde secundaire arbeidsvoorwaarden en kortere werktijden kunnen de arbeidskosten van het bedrijf direct verhogen. Collectieve arbeidsovereenkomsten kunnen de flexibiliteit van het management beperken op gebieden zoals planning, werkopdrachten of ontslagen tijdens economische recessies. | Er is een voortdurende open dialoog met alle betrokken partijen om het risico van financiële ongeplande sociale gebeurtenissen te beperken, zowel aan wal als aan boord van onze schepen en infrastructuureenheden. |
4.3 REMUNERATIEVERSLAG
4.3 REMUNERATIEVERSLAG
Het Remuneratieverslag beschrijft de toepassing van de principes die EXMAR hanteert voor de remuneratie van zijn bestuurders en leden van zijn Uitvoerend Comité. Het werd opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de wetgeving die op 28 april 2020 werd aangenomen door het Belgische Parlement en op 6 mei 2020 werd gepubliceerd voor de uitvoering van de Tweede Richtlijn Aandeelhoudersrechten (SRDII), het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) en de Belgische Corporate Governance Code 2020 (Code 2020).
4.3.1 Beschrijving van de procedures om het remuneratiebeleid te ontwikkelen en om de remuneratie van individuele bestuurders en leden van het Uitvoerend Comité vast te stellen
Het remuneratiebeleid wordt vastgesteld door de Raad van Bestuur, op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité, waarvan de rol en verantwoordelijkheden worden beschreven in het Corporate Governance Charter van EXMAR. Het beleid, afgestemd op de nieuwe bepalingen van de SRDII, WVV en Code 2020, werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 18 mei 2021. Een gewijzigd beleid werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 17 mei 2022.
EXMAR streeft naar een remuneratie waarmee het gekwalificeerde professionals voor de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité die nodig zijn om de operationele en strategische doelstellingen van de vennootschap te verwezenlijken en duurzame waardecreatie op lange termijn te bevorderen aantrekt, motiveert, beloont en behoudt.
EXMAR tracht ervoor te zorgen dat de leden van de Raad van Bestuur en van het Uitvoerend Comité niet handelen in hun eigen belang en/of geen risico's nemen die niet passen in de strategie en het risicoprofiel van de Vennootschap.
4.3.2 Remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders
De remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders wordt vastgesteld door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op voorstel van de Raad van Bestuur. Dit voorstel is gebaseerd op de aanbevelingen van het Benoemings- en Remuneratiecomité.
De remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders houdt rekening met hun verantwoordelijkheden, hun rol als lid van de Raad van Bestuur, de werklast en specifieke functies zoals voorzitter van de Raad van Bestuur of voorzitter of leden van comités van de Raad van Bestuur.
Alle niet-uitvoerende bestuurders ontvangen een jaarlijkse vaste vergoeding van 50.000 EUR. Er worden geen zitpenningen betaald. Leden van het Audit- en Risicocomité en/of het Benoemings- en Remuneratiecomité ontvangen een bijkomende vaste vergoeding van EUR 10.000. De jaarlijkse vergoedingen zijn pro rata het tijdens het kalenderjaar als actief lid van de Raad van Bestuur of van een comité gediende maanden.
Wegens hun rol en verantwoordelijkheden is de jaarlijkse vaste vergoeding voor de voorzitter van de Raad van Bestuur en de voorzitter van elk van de Comités gelijk aan het dubbele van de vergoeding van de andere leden van de Raad van Bestuur of de Comités, met uitzondering van het Benoemings- en Remuneratiecomité. De Vennootschap sluit gebruikelijke verzekeringspolissen af voor de activiteiten van de Raad van Bestuur bij de uitoefening van zijn taken op groepsniveau.
De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen op prestaties gebaseerde remuneratie, noch voordelen in natura of voordelen in verband met pensioenplannen.
4.3 REMUNERATIEVERSLAG
In afwijking van bepaling 7.6 van de Code 2020 ontvangen de niet-uitvoerende bestuurders geen deel van hun remuneratie in de vorm van aandelen van de Vennootschap. EXMAR is van mening dat de toekenning van remuneratie (geheel of gedeeltelijk) onder de vorm van aandelen er niet noodzakelijk toe bijdraagt dat de bestuurders uit een perspectief van aandeelhouderswaarde op lange termijn en het risicoprofiel van de Vennootschap zouden handelen. De Vennootschap zal dit op geregelde tijdstippen opnieuw bekijken.
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemt de bestuurders en keurt de duur van hun mandaat voor een maximale termijn van 3 jaar goed. De bestuurders kunnen geen aanspraak maken op opzegtermijnen of ontslagvergoedingen wegens de beëindiging van hun mandaat. Zij kunnen op elk ogenblik door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden ontslagen.
4.3.3 Remuneratie van de uitvoerende bestuurders
De uitvoerende bestuurders van EXMAR die lid zijn van het Uitvoerend Comité worden uitsluitend vergoed in hun uitvoerende hoedanigheid en niet in hun hoedanigheid van bestuurder/lid van de Raad van Bestuur. Dit geldt ook voor bestuursmandaten van dochterondernemingen. Indien uitvoerende bestuurders worden vergoed voor hun rol in dochterondernemingen, maakt deze vergoeding deel uit van hun overeengekomen totaalpakket.
Overzicht van de remuneratie van de leden van de Raad van Bestuur voor 2025 in EUR
| VASTE REMUNERATIE | AUDIT- EN RISICOCOMITÉ REMUNERATIE | BENOEMINGS- EN REMUNERATIE: COMITÉ REMUNERATIE | TOTAAL | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Nicolas Saverys | Executive Chairman | 100.000 | - | - | 100.000 |
| Carl-Antoine Saverys | Uitvoerend bestuurder | - | - | - | 0 |
| FMO BV (Francis Mottrie) | Uitvoerend bestuurder | - | - | - | 0 |
| ACACIA I BV (Els Verbraecken) | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 | 10.000 | 10.000 | 70.000 |
| Maryam Ayati (tot 20/05/2025) | Niet-uitvoerend bestuurder | 9.520,55 | - | - | 9.520,55 |
| Michel Delbaere | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 | - | 10.000 | 60.000 |
| Isabelle Vleurinck (tot 20/05/2025) | Niet-uitvoerend bestuurder | 9.520,55 | 1.904,11 | 1.904,11 | 13.328,77 |
| Wouter De Geest | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 | 10.000 | 5.416,67 | 65.416,67 |
| Baron Philippe Vlerick | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 | 20.000 | - | 70.000 |
| Stephanie Saverys (tot 20/05/2025) | |||||
| HELIMAR BV (Stephanie Saverys) (vanaf 20/05/2025) | Niet-uitvoerend bestuurder | 9.520,55 | |||
| 40.479,45 | - | - | 50.000 | ||
| Totaal | 369.041,10 | 41.904,11 | 27.320,78 | 438.265,99 |
178 4.3 REMUNERATIEVERSLAG
4.3.4 Remuneratie van de leden van het Uitvoerend Comité en Nicolas Saverys (SAVEREX NV)
In lijn met de totale beloningsprincipes van EXMAR, zijn de vorm en het niveau van de remuneratie van de leden van het Uitvoerend Comité afgestemd op de prestaties van de Vennootschap en de individuele vaardigheden en prestaties. Het remuneratiepakket bestaat uit drie hoofdelementen:
- de vaste jaarlijkse remuneratie
- de variabele remuneratie op korte termijn (STI of KTI – korte-termijnincentive of short term incentive)
- de variabele langetermijnremuneratie (LTI – long term incentive)
Het niveau en de structuur van de vergoedingspakketten liggen in lijn met de marktpraktijken voor soortgelijke functies bij vergelijkbare ondernemingen
Overzicht van de remuneratie voor 2025 in EUR
| NAAM VERNOOTSCHAP | VASTE INHOVED RATIE | KTI (KORTE VERMER INCENTIVE) | DISCRETO-NAAM BONUS | LTI (LANCS TERMON INCENTIVE) | PENSIODIV-VOORDES+ | ANDERE VOORDE BINGEN+ | ANDERE VERB-DELEN** | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| EXECUTIVE CHAIRMAN | |||||||||
| Nicolas Saverys | |||||||||
| Executive Chairman | SAVEREX NV | 1.200.000 | 2.000.000 | 3.200.000 | |||||
| 37,5% | 62,5% | 100% | |||||||
| CEO | |||||||||
| Carl-Antoine Saverys | |||||||||
| CEO | CASAVER BV | 365.000 | 100.000 | 465.000 | |||||
| 78,5% | 21,5% | 100% | |||||||
| ANDERE LEDEN VAN HET UITVOEREND COMITÉ | |||||||||
| Hadrien Bown | |||||||||
| CFO | HAX BV | 300.000 | 100.000 | 400.000 | |||||
| 75% | 15% | 100% | |||||||
| Francis Mottrie | |||||||||
| COO | FMO BV | 575.000 | 100.000 | 675.000 | |||||
| 85% | 15% | 100% | |||||||
| Jens Ismar | |||||||||
| Executive Director Shipping | LISANN AS | ||||||||
| (tot 28/02/2025) | 95.840 | 95.840 | |||||||
| 100% | 100% | ||||||||
| Morten Pilnov | |||||||||
| Executive Director Shipping | (vanaf 1/03/2025) | 250.000 | 100.000 | 350.000 | |||||
| 71,4% | 28,6% | 100% | |||||||
| Jonathan Raes | |||||||||
| Executive Director Infrastructure | FLX Consultancy BV | 345.000 | 100.000 | 445.000 | |||||
| 77,5% | 22,5% | 100% |
4.3.4.1 VASTE JAARLIJKSE REMUNERATIE
De vaste jaarlijkse remuneratie omvat een vaste jaarlijkse basisvergoeding die rekening houdt met de verantwoordelijkheden, vaardigheden, ervaring en prestaties van het lid van het Uitvoerend Comité. Andere voordelen, zoals medische zorg, een ziekteverzekering, een overlijdens- en invaliditeitsdekking en andere voordelen, worden volgens de marktpraktijken verstrekt aan de leden van het Uitvoerend Comité met het statuut van zelfstandige of werknemer.
De vaste jaarlijkse remuneratie wordt jaarlijks herzien en kan worden verhoogd of verlaagd op grond van verschillende factoren, zoals verandering van de scope en verantwoordelijkheden, of vergelijkbare remuneratie in andere ondernemingen.
Het totaalpakket voor uitvoerende functies met een zelfstandigenstatuut weerspiegelt de totale kosten voor de Vennootschap, waarbij de persoon zelf verantwoordelijk is voor de betaling van de hun eigen belastingen en sociale bijdragen.
4.3 REMUNERATIEVERSLAG
4.3.4.2 VARIABELE REMUNERATIE OP KORTE TERMIJN (STI)
De variabele remuneratie op korte termijn is een niet-uitgestelde cash incentive gebaseerd op het behalen van specifieke individuele prestatiedoelstellingen (voor 25%) en prestatiedoelstellingen van de Vennootschap (voor 75%), financiële doelstellingen (zoals REBIT, REBITDA, netto-inkomen, ...) en/of niet-financiële doelstellingen voor een referentieperiode van één jaar. Elk van de criteria wordt ontwikkeld en gekalibreerd op jaarbasis in lijn met de bedrijfsstrategie, het budget en de doelstellingen, met duidelijke prestatie-indicatoren. Prestaties boven de doelstelling (100%) resulteren in een variabele remuneratie op korte termijn. De maximale KTI is beperkt tot 30% van de vaste jaarlijkse remuneratie voor de CEO en 25% voor de andere leden van het Uitvoerend Comité. In geval van een belangrijke milieukwestie of indien het nettoresultaat van de Vennootschap negatief is, worden alle STI bedragen gereduceerd tot nul (gateway to STI). De betaling van de STI is afhankelijk van de tewerkstelling tot aan de betaaldatum.
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité kan de Raad van Bestuur een eventuele discretionaire STI goedkeuren voor één of meerdere uitvoerende bestuurders of managers in geval van buitengewone omstandigheden of buitengewone prestaties, bovenop de niveaus vermeld in de vorige paragraaf. De Raad van Bestuur heeft een dergelijke discretionaire STI toegekend aan de leden van het Uitvoerend Comité en aan Saverex NV. In afwijking van bepaling 7.10 van de Code 2020 zijn voor deze discretionaire STI geen maxima vastgesteld. De Raad van Bestuur heeft, gezien de buitengewone omstandigheden en prestaties van de leden van het uitvoerend management, besloten om bij de toekenning van de discretionaire STI geen bovengrens vast te stellen.
4.3.4.3 VARIABELE REMUNERATIE OP LANGE TERMIJN
In 2025 werd geen variabele remuneratie op lange termijn toegekend.
4.3.4.4 MINIMUMDREMPEL VAN AANDELEN DIE AANGEHOUDEN MOETEN WORDEN DOOR DE LEDEN VAN HET UITVOEREND COMITÉ
In afwijking van bepaling 7.9 van de Code 2020 stelt de Raad van Bestuur geen expliciete minimumdrempel vast voor EXMAR-aandelen die moeten aangehouden worden door de leden van het Uitvoerend Comité. EXMAR meent dat het met zijn huidige remuneratiebeleid een duidelijk verband legt met de langetermijnstrategie en de prestaties van de Vennootschap.
4.3.4.5 MALUS- EN TERUGVORDERINGSCLAUSULES
Het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft de haalbaarheid overwogen van terugvorderings- en malusvoorwaarden in de variabele beloningsplannen. Gelet op de onzekerheid over de geldigheid en het belang van terugvorderingsclausules onder Belgisch recht, heeft EXMAR momenteel geen terugvorderingsbepalingen ingevoerd voor prestatiegebonden betalingen, behalve in geval van fraude of wangedrag. Indien variabele remuneratie wordt uitbetaald op basis van onjuiste financiële gegevens, kan die misrekening worden gecompenseerd door terugbetaling of door een inhouding op de betaling van toekomstige variabele remuneratie.
4.3.4.6 BEEINDIGINGSREGELINGEN
De leden van het Uitvoerend comité en de uitvoerende bestuurders hebben een formele overeenkomst gesloten met de Vennootschap. Deze zijn voor onbepaalde duur, met opzegtermijnen die de 12 maanden vaste remuneratie niet overschrijden. Leden van het Uitvoerend Comité die gebonden zijn door een managementovereenkomst dienen hun pensioenplan te financieren via hun managementvennootschap. Wie zelfstandig was is ingeschreven in een plan met vaste bijdragen betaald door de Vennootschap.
4.3.4.7 BELONINGSSVERHOUDING
De verhouding tussen de hoogste remuneratie (CEO) en de laagste remuneratie (in voltijds equivalent) is een factor 5,79. De laagstbetaalde werknemer wordt gedefinieerd als een voltijdse werknemer in België met het laagste basissalaris op het einde van het jaar. De werkelijke totale verloning wordt in aanmerking genomen bij de berekening van de ratio. De verhouding tussen de hoogste remuneratie (CEO) en de gemiddelde remuneratie is een factor 2,81. De gemiddelde remuneratie van de werknemers houdt rekening met de totale werkelijke lonen aan het einde van het jaar op basis van voltijdse equivalenten, gedeeld door het aantal voltijdse equivalenten op het einde van het jaar.
Het belangrijkste verschil in remuneratiebeleid tussen het uitvoerend management en werknemers in het algemeen is de balans tussen vaste en prestatiegerelateerde remuneratie zoals STI en LTI. Over het algemeen is de impact van prestatiegebonden remuneratie, in het bijzonder incentives op langere termijn, belangrijker voor het uitvoerend management. Dit weerspiegelt dat uitvoerende managers meer vrijheid van handelen hebben en dat de gevolgen van hun beslissingen normaal gezien een breder en meer verregaand effect in de tijd hebben.
4.3 REMUNERATIEVERSLAG
Remuneratie en bedrijfsresultaten over 5 jaar
| 2020 | % var. | 2021 | % var. | 2022 | % var. | 2023 | % var. | 2024 | % var. | 2025 | % var. | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Globale remuneratie Raad van Bestuur en Uitvoerend Comité | ||||||||||||
| Globale remuneratie van de Raad van Bestuur (1) (2) (in duizenden EUR) | 600 | -8% | 580 | -3% | 580 | 0% | 530 | -9% | 530 | 0% | 438 | -17% |
| Globale remuneratie van de CEO (3) (4) (in duizenden EUR) | 1.876 | 88% | 575 | -69% | 1.075 | 87% | 862 | -20% | 450 | -48% | 465 | 3% |
| Globale remuneratie van de andere leden van het Uitvoerend Comité (4) (in duizenden EUR) | 1.530 | -39% | 1.355 | -11% | 1.844 | 36% | 2.761 | 50% | 2.125 | -23% | 1.966 | -7% |
| Financiële prestatie van de Vennootschap | ||||||||||||
| Netto-resultaat voor de periode (in duizenden USD) | 91.960 | -797% | 11.635 | -87% | 320.348 | 2653% | 72.007 | -78% | 180.991 | 151% | 74.344 | -60% |
| EBITDA voor de periode (5) (in duizenden USD) | 239.855 | 138% | 113.486 | -53% | 401.677 | 254% | 154.517 | -61% | 273.759 | 77% | 178.196 | -35% |
| Gecorrigeerde EBITDA voor de periode (in duizenden USD) | 77.655 | -3% | 56.186 | -28% | 82.518 | 47% | 154.517 | 88% | 175.125 | 13% | 178.196 | 2% |
| EBIT voor de periode (in duizenden USD) | 137.646 | 300% | 36.975 | -73% | 353.073 | 855% | 94.855 | -73% | 206.419 | 118% | 115.513 | -44% |
| Netto financiële schulden/ gecorrigeerde EBITDA | 6,28 | -10% | 8,76 | 39% | -1,27 | -115% | 1,63 | 228% | 1,13 | -31% | 1,78 | 58% |
(1) inclusief audit- en risicocomité / benoemings- en remuneratiecomité (2) op jaarbasis om een zinvolle vergelijking mogelijk te maken (3) inclusief de vergoeding van de Executive Chairman en plaatsvervangende CEO in 2020 (4) exclusief toegekende aandelenopties (5) proportionele consolidatiemethode
![]() |
|---|
![]() |
|---|
5. FINANCIEEL VERSLAG
5.1 Jaarverslag van de Raad van Bestuur aan de aandeelhouders 186 5.2 Geconsolideerde jaarrekening 192 5.3 Statutaire jaarrekening EXMAR NV 262

5.1 JAARVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS 186
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 192
- Geconsolideerde balans 193
- Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 194
- Geconsolideerd kasstroomoverzicht 195
- Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen 196
- Toelichting 1 - Waarderingsregels 198
- Toelichting 2 - Segmentrapportering 211
- Toelichting 3 - Reconciliatie segmentrapportering 216
- Toelichting 4 - Opbrengsten 220
- Toelichting 5 - Winst bij verkoop 221
- Toelichting 6 - Operationele kosten van schepen en technische projectkosten 221
- Toelichting 7 - Aankopen goederen 221
- Toelichting 8 - Algemene- en administratieve kosten 222
- Toelichting 9 - Personeelskosten 222
- Toelichting 10 - Voorzieningen 222
- Toelichting 11 - Financieel resultaat 223
- Toelichting 12 - Winstbelastingen 224
- Toelichting 13 - Schepen en platformen 225
- Toelichting 14 - Andere materiële vaste activa 227
- Toelichting 15 - Gebruiksrechten 228
- Toelichting 16 - Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures 229
- Toelichting 17 - Financiële informatie geassocieerde ondernemingen en joint ventures 230
- Toelichting 18 - Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures 233
- Toelichting 19 - Belastingvorderingen en -verplichtingen 234
- Toelichting 20 - Overige financiële vaste activa 234
- Toelichting 21 - Financiële activa aan FVTPL 235
- Toelichting 22 - Handels- en overige vorderingen 235
Toelichting 23 - Kas en kasequivalenten 236 Toelichting 24 - Kapitaal en reserves 236 Toelichting 25 - Winst per aandeel 237 Toelichting 26 - Leningen 238 Toelichting 27 - Personeelsbeloningen 241 Toelichting 28 - Handels- en overige schulden 243 Toelichting 29 - Financiële risico's en financiële instrumenten 244 Toelichting 30 - Leasing 249 Toelichting 31 - Investeringsverplichtingen 250 Toelichting 32 - Voorwaardelijke verplichtingen 250 Toelichting 33 - Verbonden partijen 251 Toelichting 34 - Groepsentiteiten 254 Toelichting 35 - Vergoedingen aan de commissaris 255 Toelichting 36 - Gebeurtenissen na balansdatum 255 Belangrijke schattingen en oordelen voor financiële verslaggeving 256 Verklaring met betrekking tot het getrouwe beeld van de geconsolideerde jaarrekening en het getrouwe beeld van het jaarverslag 256 Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van Exmar NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 - Geconsolideerde jaarrekening 257
5.3 STATUTAIRE JAARREKENING EXMAR NV 262

5.1 JAARVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS
5.1 JAARVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS
De Raad van Bestuur legt u het gecombineerde jaarverslag over de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekeningen van EXMAR NV (de "Vennootschap") per 31 december 2025 voor ter goedkeuring, overeenkomstig de artikelen 3:6 en 3:32 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen ("WVV").
De Vennootschap is verplicht haar jaarrekening te publiceren volgens de bepalingen van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot verhandeling op de Belgische gereglementeerde markt.
De elementen die krachtens het WVV en voormeld KB van toepassing zijn op de Vennootschap, worden behandeld in dit verslag en in de Corporate Governance Verklaring. Dit jaarverslag dient aldus samen met EXMAR's verslag over 2025 gelezen te worden.
COMMENTAAR BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld volgens International Financial Reporting Standards (IFRS).
De onderstaande bespreking is gebaseerd op de volgens IFRS opgestelde geconsolideerde jaarrekening, waarbij de joint ventures worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.
In 2025 realiseerde de EXMAR Groep een geconsolideerde winst van USD 74,3 miljoen (USD 181,0 miljoen in 2024).
De opbrengsten daalden in 2025 met USD 100,8 miljoen tot USD 248,1 miljoen als gevolg van (i) lagere opbrengsten uit Infrastructuur van ombouwwerken voor TANGO FLNG en EXCALIBUR voor het Marine XII project in Congo, (ii) lagere opbrengsten in Ondersteunende Diensten van Bexco NV door de verkoop van de onderneming in mei 2024, (iii) lagere bedrijfs- en onderhoudsinkomsten in ondersteunende diensten, gedeeltelijk gecompenseerd door (iv) hogere inkomsten uit engineeringprojecten beheerd door EXMAR Offshore Company in Houston, VS.
De winst gerealiseerd bij verkoop bedroeg 7,5 miljoen USD in 2025, vergeleken met USD 102,6 miljoen in 2024.
De winst in 2025 vloeit voornamelijk voort uit de verkoop van drie drukschepen en het resultaat op de verkoop van de aandelen in Springmarine Nigeria Ltd. De winst in 2024 was het resultaat van (i) de vrijval van de voorwaardelijke vergoedingsverplichting van USD 78 miljoen na succesvolle testresultaten van TANGO FLNG en (ii) de realisatie van een winst van USD 20,6 miljoen op de verkoop van 100% van de aandelen van Bexco NV.
Door de afname van engineering, aankoop en ombouwwerkzaamheden in verband met het Marine XII project in Congo, en de verkoop van Bexco NV in mei 2024, en afgenomen voorzieningen voor claims, daalden de operationele kosten in 2025 met USD 101,4 miljoen.
De netto financiële kosten stegen van USD 3,1 miljoen in 2024 naar USD 17,0 miljoen in 2024 en kunnen als volgt worden verklaard:
- Lagere interestopbrengsten van USD 8,7 miljoen als gevolg van de lagere gemiddelde kaspositie van EXMAR;
- Hogere interestkost in vergelijking met 2024 uit financieringsovereenkomsten van EXCALIBUR, deels gecompenseerd door de lagere interestkost van de financiering met betrekking tot de drukschepen;
- Negatieve valutaresultaten op posities in USD bij ondernemingen met de functionele valuta EUR;
- Dividendinkomsten uit aandelen in Vantage Drilling en verlies uit herwaardering van aandelen in Vantage Drilling en Ventura.
Het aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures daalde in 2025 met USD 0,4 miljoen tot USD 24,5 miljoen.
5.1 JAARVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS 187
Schepen en platformen bedroegen USD 360,4 miljoen op het einde van 2025, een daling van USD 8,2 miljoen, die voornamelijk het gevolg is van de overboeking van twee drukschepen naar activa aangehouden voor verkoop (USD 15,4 miljoen), de verkoop van twee drukschepen, de afschrijvingslast van het jaar (USD 22,5 miljoen), gedeeltelijk gecompenseerd door geactiveerde droogdokkosten (USD 2,1 miljoen) de vooruitbetalingen voor drie Suezmax-schepen (USD 25,7 miljoen) en een stijging met USD 2,0 miljoen door de uitoefening van de vervroegde afkoopopties voor drie drukschepen.
Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures stegen met USD 22,2 miljoen tot USD 181,9 miljoen eind 2025, voornamelijk als gevolg van ons aandeel in het nettoresultaat van deze joint ventures en geassocieerde ondernemingen (USD 24,5 miljoen), gecompenseerd door dividenden (-USD 1,6 miljoen) en de impact van renteswaps op de niet-gerealiseerde resultaten van de Groep (-USD 1,5 miljoen).
In 2025 verwierf EXMAR obligaties in verschillende bedrijven voor een bedrag van 9,8 miljoen USD.
In 2025 daalden de financiële activa aan reële waarde via winst- of verliesrekening als gevolg van het herwaarderingsverlies op aandelen.
Handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar daalden met USD 46,5 miljoen en zijn voornamelijk te wijten aan een daling van de handelsvorderingen met betrekking tot engineering-, exploitatie- en onderhoudscontracten voor het Marine XII project in Congo. voor TANGO FLNG en EXCALIBUR.
De kaspositie bedroeg op 31 december 2025 179,8 miljoen USD, een daling van 94,9 miljoen USD als gevolg van een netto-uitstroom van kasmiddelen uit financieringsactiviteiten, waaronder de dividenduitkeringen, waarbij het optionele dividend een belangrijke factor was in de kaspositie, ter compensatie van de sterke groei van de kasstroom uit operationele activiteiten.
Het eigen vermogen bedroeg eind 2025 549,1 miljoen USD, ofwel een daling van 60,5 miljoen USD, voornamelijk als gevolg van een totale dividenduitkering van 325,0 miljoen USD, gedeeltelijk omgezet in een kapitaalverhoging van 186,1 miljoen USD, en 74,3 miljoen USD winst over het jaar.
Eind 2025 bedroegen de leningen (langlopend en kortlopend) 278,2 miljoen USD (2024: 316,5 miljoen USD). De daling van 38,4 miljoen USD is voornamelijk te verklaren door de aflossing van de bestaande kredietfaciliteiten (47,7 miljoen USD), gedeeltelijk gecompenseerd door nieuwe leaseverplichtingen.
COMMENTAAR BIJ DE ENKELVOUDIGE JAARREKENING
De enkelvoudige jaarrekening werd opgesteld overeenkomstig de Belgische GAAP en de boekhoudkundige principes werden consistent toegepast. Deze jaarrekening zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 19 mei 2026.
De onderstaande bespreking heeft betrekking op de belangrijkste rubrieken van de enkelvoudige jaarrekening:
Het operationeel verlies bedroeg in 2025 -15,8 miljoen USD (2024: -3,5 miljoen USD).
Het boekjaar 2024 omvatte een positief effect van 10,4 miljoen USD uit terugnemingen van voorzieningen voor een belasting geschil.
Het financieel resultaat daalde van 297,5 miljoen USD (winst) in 2024 tot 48,5 miljoen USD (winst) in 2025. De daling is voornamelijk het gevolg van een afname van de dividendinkomsten uit dochterondernemingen met USD 162,2 miljoen en de winst op de verkoop van financiële activa die plaatsvond in 2024 (-USD 100,0 miljoen).
Het statutaire resultaat voor het boekjaar bedraagt een winst van USD 30,0 miljoen, vergeleken met een winst van USD 293,0 miljoen in 2024.
Eind 2025 bedroegen de totale activa 717,8 miljoen USD, waarvan 516,0 miljoen USD aan financiële vaste activa en 146,1 miljoen USD aan beleggingen (eigen aandelen en termijndeposito's) en liquide middelen.
Het eigen vermogen bedroeg eind 2025 490,8 miljoen USD (2024: 599,6 miljoen USD) en daalde als gevolg van dividenduitkeringen van in totaal 325,0 miljoen USD, gedeeltelijk omgezet in een kapitaalverhoging van 186,1 miljoen USD, en 30,0 miljoen USD winst over het boekjaar.
De verplichtingen bedroegen eind 2025 224,5 miljoen USD, tegenover 202,7 miljoen USD in 2024.
Op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 19 mei 2026 zal de Raad van Bestuur voorstellen om een dividend van (bruto) 0.27 EUR per aandeel en om het resultaat van het jaar als volgt te bestemmen:
| Overgedragen winst: | USD 292.118.215,13 |
|---|---|
| Winst van het boekjaar: | USD 30.011.907,50 |
| Dividenduitkeringen van het boekjaar: | -USD 292.020.734,84 |
| Onttrekking van de reserves: | USD 373.684,54 |
| Overboeking naar wettelijke reserves: | -USD 1.500.595,38 |
| TE BESTEMMEN RESULTAAT: | USD 28.982.476,95 |
| Uit te keren dividend: | USD 25.226.513,50 |
| Over te dragen resultaat: | USD 3.755.963,45 |
5.1 JAARVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS

RISICOFACTOREN
Zoals beschreven in de Corporate Governance Verklaring.
NIET-FINANCIËLE INFORMATIE
Zoals beschreven in hoofdstuk 3 van het EXMAR 2025 verslag.
AANVULLENDE INFORMATIE
Onderzoek en Ontwikkeling
Zoals beschreven in hoofdstuk 3 van het EXMAR 2025 verslag.
Personeel
Op 31 december 2025, in overeenstemming met de huidige CSRD-regulering, bestond het wereldwijde personeelsbestand van EXMAR uit 1.411 werknemers, inclusief 1.099 bemanningsleden op zee (2024: 1.521 medewerkers, waaronder 1.219 bemanningsleden op zee).
Een groot deel van de bemanning op zee is tewerkgesteld op activa die eigendom zijn van of geëxploiteerd worden door onze geassocieerde ondernemingen en joint ventures; de overeenkomstige kosten zijn niet opgenomen in de geconsolideerde personeels- of bemanningskosten van EXMAR.
Inkoop of vervreemding van eigen aandelen
Er waren geen dergelijke transacties in 2025. We verwijzen naar de Corporate Governance Verklaring.
Op 31 december 2025 bezat EXMAR 1.956.013 eigen aandelen, wat neerkomt op 2,40% van het totale aantal uitgegeven aandelen.
Verantwoording van de waarderingsgrondslagen
De waarderingsgrondslagen toegepast bij het afsluiten van de statutaire jaarrekening verschillen niet van de waarderingsgrondslagen die in het voorgaande boekjaar werden toegepast. De samenvatting van de waarderingsgrondslagen wordt aan de statutaire jaarrekening gehecht. Voor de geconsolideerde financiële staten verwijzen we naar de sectie waarderingsregels van de geconsolideerde jaarrekening.
5.1 JAARVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS 189
Beschermingsconstructies
Zoals beschreven in de Corporate Governance Verklaring.
Bijkantoren
EXMAR NV heeft geen bijkantoren.
Aandelenoptieplan
Per 31 december 2025 is er geen plan meer actief.
Bijkomende activiteiten van de Commissaris
De Commissaris, of ondernemingen of personen gerelateerd aan de Commissaris, heeft tijdens het voorbije boekjaar werkzaamheden verricht inzake audit-gerelateerde diensten en heeft beperkte taks werkzaamheden verricht voor de Groep. De niet-audit vergoeding bedroeg niet meer dan de audit vergoeding van de Groep.
Financiële instrumenten
De langetermijnvisie die eigen is aan de activiteit van EXMAR gaat gepaard met langlopende financieringen, en dus ook met een blootstelling aan variabele rentevoeten. EXMAR beheert deze blootstelling op een actieve manier en indien nodig door middel van diverse instrumenten ter afdekking van stijgende rentevoeten voor een deel van haar schuldportefeuille. Het wisselkoersrisico van de Groep wordt historisch gezien grotendeels beïnvloed door de EUR/USD-verhouding voor het bemannen van de vloot, betalen van salarissen en andere personeel gerelateerde kosten. Op 31 december 2025 had de Vennootschap financiële instrumenten om de variabele rente op leningen te dekken.
Toepassing van artikel 7:96 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Volgens artikel 7:96 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) moeten bestuurders die een belangenconflict hebben met betrekking tot een door de Raad te nemen beslissing, de andere bestuurders daarvan in kennis stellen voordat de beslissing wordt genomen en mogen zij niet deelnemen aan de bespreking en de besluitvorming. Deze verklaring en de aard van het belangenconflict moeten worden opgenomen in de notulen, die ook de aard van de beslissing van de Raad, de financiële gevolgen ervan voor de Vennootschap en de rechtvaardiging ervan moeten beschrijven. Dit deel van de notulen moet worden opgenomen in het financieel jaarverslag.
Uittreksel uit de notulen van de vergadering van 10 februari 2025. De bestuursleden ontvingen voorafgaand aan de vergadering per e-mail de laatste versie van het ontwerp-antwoordmemorandum, met daarin het gedetailleerde standpunt van de raad van bestuur over het bod, evenals een kopie
van het rapport van Natixis, de onafhankelijke deskundige aangesteld door de onafhankelijke bestuurders. De onafhankelijke bestuurders bevestigen dat zij geen opmerkingen hebben op de laatste versie van het prospectus en het antwoordmemorandum, die momenteel bij de FSMA liggen voor definitieve goedkeuring in de komende dagen. Naar verwachting zullen eventuele laatste opmerkingen van de FSMA van ondergeschikt belang zijn. De heren Nicolas Saverys en Carl-Antoine Saverys, evenals mevrouw Stephanie Saverys, verklaren, als vertegenwoordiger of aandeelhouder van Saverex NV, dat zij mogelijk een belang hebben (anders dan een financieel belang in de zin van artikel 7:96 BCCA) bij de besluitvorming door de Raad. In overeenstemming met artikel III.7 van het Corporate Governance Charter nemen zij niet deel aan de besluitvorming. De Raad heeft geen verdere opmerkingen en besluit het antwoordmemorandum goed te keuren, en machtigt de CEO en de CFO om, indien de FSMA eist dat er definitieve wijzigingen in het antwoordmemorandum worden aangebracht, deze definitieve wijzigingen door te voeren.
Uittreksel uit de notulen van de vergadering van 4 december 2025. Het Benoemings- en Remuneratiecomité besprak de voorstellen met betrekking tot de variabele vergoeding voor Saverex en de CEO voor 2025. De voorstellen worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van Bestuur.
Voorafgaand aan de bespreking delen de bestuurders Nicolas Saverys, als bestuurder en aandeelhouder van Saverex NV, Stephanie Saverys, als bestuurder en aandeelhouder van Saverex NV, en Carl-Antoine Saverys, als bestuurder en aandeelhouder van Saverex NV en als vertegenwoordiger van Casaver BV, de overige bestuurders mee dat zij een financieel belang hebben dat in strijd is met dat van de Vennootschap, aangezien zij, indirect of direct, begunstigden zijn van de voorgestelde bonussen. Zij zullen niet deelnemen aan de bespreking of meebeslissen over de aanbeveling van de Commissie.
De voorstellen zijn de volgende:
- Variabele vergoeding voor 2025 van 2 miljoen euro aan Saverex, gebaseerd op uitzonderlijke bijdrage en rol, en het nettoresultaat van de groep;
- Een variabele beloning voor 2025 van EUR 100.000 aan Casaver BV (Carl-Antoine Saverys), op basis van prestaties en het totale resultaat van de groep;
De Raad van Bestuur is van mening dat de procedure van artikel 7:97 Belgisch Wetboek van Vennootschappen niet hoeft te worden toegepast met betrekking tot de variabele vergoeding aan Saverex NV, aangezien de waarde (inclusief alle transacties met betrekking tot Saverex NV gedurende de laatste 12 maanden) minder is dan 1% van het eigen vermogen van de Vennootschap op geconsolideerde basis.
5.1 JAARVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS
De Benoemings- en Remuneratiecommissie beveelt aan de voorstellen goed te keuren. De Raad van Bestuur is, na zorgvuldige afweging van de financiële gevolgen van de aanbeveling voor de Vennootschap, van mening dat de voorstellen gerechtvaardigd zijn vanwege het buitengewone werk dat de begunstigden in 2025 hebben verricht. De Raad van Bestuur besluit de aanbeveling goed te keuren.
Belangrijke gebeurtenissen na afsluiting van het boekjaar
We verwijzen naar Toelichting 36 – Gebeurtenissen na balansdatum bij de geconsolideerde jaarrekening.
VOORUITZICHTEN
Shipping:
De expertise van EXMAR ligt in het veilig en betrouwbaar vervoeren van gasproducten naar haar klanten over de hele wereld. Het vervoerde volume bedroeg in 2025 ongeveer 5,9 miljoen ton (MT), waarvan ongeveer 66% LPG, 32% ammoniak en de overige petrochemische gassen. De helft van de EXMAR MGC-vloot is bestemd voor het vervoer van ammoniak en deze trend zal zich naar verwachting voortzetten in 2026.
Midsize Gas Carriers (MGC)
EXMAR, dat voor zijn Midsize-vloot een 50/50 joint venture heeft met SEAPEAK, blijft voortbouwen op haar bestaande trouwe klantenbasis met verlengingen van bestaande tijdbevrachtingscontracten op een winstgevend niveau. Op het einde van 2025 is al 69% van de Midsize-vloot van EXMAR voor 2026 aan deze klanten toegewezen.
EXMAR bezit en exploiteert 17 MGC's, met een omvangrijk nieuwbouwprogramma van nog eens 14 MGC's die tussen 2026 en 2028 zullen worden opgeleverd. Dit omvat 's werelds eerste dual-fuel ammoniak aangedreven schepen (in totaal 4 in bestelling), waarvan de eerste levering in 2026 zal plaatsvinden. Met hun dual-fuel ammoniak-motor vertegenwoordigen deze schepen de beste technologie die vandaag beschikbaar is met betrekking tot het verminderen van broeikasgasemissies. Ondertussen is EXMAR's derde dual-fuel MGC op LPG, de MERIBEL, begin 2026 met succes opgeleverd.
Very Large Gas Carriers (VLGC)
EXMAR bezit twee 88.000 m³ LPG-aangedreven VLGC's, FLANDERS INNOVATION en FLANDERS PIONEER, die beide opereren onder langlopende tijdcharterovereenkomsten met Equinor ASA (Noorwegen).
Daarnaast is de door EXMAR geëxploiteerde BW Tokyo in 2025 uit de BW VLGC-pool gehaald en momenteel voltijds in dienst.
Drukschepen (Pressurized)
EXMAR exploiteert momenteel een vloot van 4 drukschepen en heeft 2 extra nieuwbouwschepen gecharterd met oplevering in 2027 en 2028, het begin van EXMAR's vlootvernieuwingsinitiatief voor het segment van de drukschepen. Een van de drukschepen, FATIME, was eind 2025 nog in eigendom, maar werd begin 2026 verkocht.
Infrastructure:
Vloeibaar aardgas (LNG)
EXCALIBUR, een LNG-tanker van 138.000 m³ die is omgebouwd tot een drijvende opslagunit, is voor 10 jaar gecharterd door het ENI Marine XII-infrastructuurproject in Congo, om te dienen als drijvende opslagunit naast de drijvende liquefactie-installatie TANGO FLNG.
Drijvende LNG platformen
TANGO FLNG is een drijvende LNG-terminal die aardgas vloeibaar maakt tot LNG, dat vervolgens wordt overgeladen in LNG-tankers die langszij liggen voor export naar LNG-importerende landen. TANGO FLNG is eigendom van ENI als onderdeel van de activiteiten van het aardgasontwikkelingsproject in het Marine XII-blok. EXMAR heeft de renovatie van de TANGO FLNG uitgevoerd als aannemer voor engineering, aankoop en ombouw in het kader van het Marine II-project in Congo in 2023 en 2024. EXMAR is nauw betrokken geweest bij dit project als ontwikkelings- en implementatiepartner en blijft ondersteuning bieden als exploitatie- en onderhoudspartner na de inbedrijfstelling en de prestatie-acceptatie.
EEMSHAVEN LNG, een hervergassingsschip met een capaciteit van 600 mmscfd, is al vier jaar succesvol in bedrijf als LNG-importfaciliteit in Eemshaven in het noorden van Nederland en heeft in 2025 een uptime van 100% gerealiseerd. De faciliteit heeft een hervergassingscapaciteit van 8 miljard kubieke meter (BCM) aardgas per jaar, wat overeenkomt met 25% van de jaarlijkse aardgasbehoefte van Nederland. Het huidige contract blijft van kracht tot het derde kwartaal van 2027. De klant, een 50/50-joint venture tussen Gasunie en VOPAK, heeft ondertussen de intentie geuit een blijvende bijdrage te leveren aan de diversificatie en het veiligstellen van de energievoorziening in Europa.
Accommodatieplatformen
De inzet van het accommodatie- en werkplatform NUNCE tot december 2026 versterkt de reputatie van EXMAR als vooraanstaande dienstverlener voor Sonangol in Angola, een relatie die al sinds 2009 bestaat. De voorbereiding voor de toekomstige operationele werking daarna is in volle gang.
5.1 JAARVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS 191
Diensten:
Ship Management
2025 was een zeer druk jaar, met name voor de infrastructuurafdeling van EXMAR Ship Management, na de overeenkomsten met ENI voor de exploitatie en het onderhoud van de TANGO FLNG en EXCALIBUR en de terminalexploitatie van EEMSHAVEN LNG, die de komende jaren zullen worden voortgezet. In 2026 zal EXMAR Ship Management acht (8) MGC-schepen toevoegen aan zijn gediversifieerde portefeuille, waaronder de oplevering van 's werelds eerste schepen op ammoniak.
Investeringen
EXMAR bezit aandelen in Vantage Drilling International Ltd. (Vantage) en Ventura Offshore Holding Ltd. (Ventura). Beide bedrijven leveren offshore-boordiensten voor olie en aardgas. De investeringen van EXMAR in deze entiteiten zijn ingegeven door aantrekkelijke kansen op waardecreatie die voortvloeien uit langdurige onderinvestering in de offshore-boormarkt.
Verder beoordeelt EXMAR voortdurend mogelijkheden om liquiditeit in te zetten in gerelateerde activiteiten, als instrument voor diversificatie en liquiditeitsbeheer.
Goedkeuring van de jaarrekening en kwijting
Wij verzoeken de Algemene Vergadering van Aandeelhouders dit verslag voor het jaar eindigend op 31 december 2025 in zijn geheel goed te keuren en het resultaat te bestemmen zoals bepaald in dit verslag. Wij verzoeken de vergadering ook om kwijting te verlenen aan de bestuurders en de Commissaris voor de uitoefening van hun mandaat tijdens bovenvermeld boekjaar.
Benoemingen
De volgende mandaten verlopen tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders:
- Philippe VLERICK, niet-uitvoerend bestuurder
- Deloitte Bedrijfsrevisoren / Réviseurs d'Entreprises BV/SRL, bedrijfsrevisor
De Raad van Bestuur, 26 maart 2026

5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 193
Geconsolideerde balans
| [IN DUIZENDEN USD] | TOELICHTING | 31 DECEMBER 2025 | 31 DECEMBER 2024 |
|---|---|---|---|
| Vaste activa | 621.960 | 601.528 | |
| Schepen en platformen | 13 | 360.390 | 368.575 |
| Andere materiële vaste activa | 14 | 2.846 | 2.336 |
| Immateriële activa | 730 | 175 | |
| Gebruiksrechten | 15 | 8.197 | 4.253 |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 16 | 181.878 | 159.687 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 19 | 2.558 | 4.635 |
| Overige lange termijn financiële activa | 20 | 10.094 | 260 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 0 | 586 | |
| Financiële activa aan reële waarde via FVTPL | 21 | 55.268 | 61.021 |
| Vlottende activa | 281.271 | 418.658 | |
| Activa aangehouden voor verkoop | 13 | 8.708 | 14.731 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 29 | 67 | 1.072 |
| Handels- en overige vorderingen | 22 | 77.420 | 123.886 |
| Korte termijn leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 18 | 0 | 48 |
| Actuele belastingvorderingen | 19 | 8.103 | 4.184 |
| Geblokkeerde kasequivalenten | 23 | 7.132 | 0 |
| Kas en kasequivalenten | 23 | 179.842 | 274.737 |
| Totale activa | 903.232 | 1.020.186 | |
| Eigen vermogen | 549.113 | 609.626 | |
| Eigen vermogen, deel van de Groep | 549.117 | 609.645 | |
| Kapitaal | 24 | 274.955 | 88.812 |
| Uitgiftepremies | 92.382 | 125.359 | |
| Reserves | 107.436 | 214.485 | |
| Resultaat van de periode | 74.343 | 180.989 | |
| Minderheidsbelang | -4 | -19 | |
| Verplichtingen op lange termijn | 251.042 | 299.109 | |
| Leningen | 26 | 244.998 | 277.794 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 29 | 888 | 1.240 |
| Personnelsbeloningen | 27 | 554 | 785 |
| Voorzieningen | 4.601 | 19.289 | |
| Verplichtingen op korte termijn | 103.078 | 111.452 | |
| Leningen | 26 | 33.175 | 38.759 |
| Handels- en overige schulden | 28 | 66.587 | 66.252 |
| Te betalen winstbelastingen | 19 | 3.316 | 6.441 |
| Totale verplichtingen | 354.119 | 410.560 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 903.232 | 1.020.186 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
| (IN DUIZENDEN USD) | VOOR DE 12 MAANDEN EINDIGEND | ||
|---|---|---|---|
| TOELICHTING | 31 DECEMBER | ||
| 2025 | 2024 | ||
| Opbrengsten | 4 | 248.140 | 348.911 |
| Winst gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 5 | 7.451 | 102.617 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 3.564 | 4.325 | |
| Bedrijfsopbrengsten | 259.156 | 455.854 | |
| Operationele kosten van schepen & technische projectkosten | 6 | -91.040 | -163.271 |
| Gebruikte grondstoffen en hulpstoffen | 7 | 0 | -10.441 |
| Algemene- en administratieve kosten | 8 | -35.920 | -39.352 |
| Personeelskosten | 9 | -46.470 | -44.719 |
| Afschrijvingen | 13-14-15 | -26.080 | -31.702 |
| Waardeverminderingen en terugnames | -541 | -2.742 | |
| Voorzieningen - (Toename)/Afname | 10 | 15.967 | 6.678 |
| Verlies gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 0 | 1 | |
| Overige bedrijfskosten (+/-) | -113 | -61 | |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 74.960 | 170.245 | |
| Intrestopbrengsten | 11 | 8.536 | 9.271 |
| Intrestkosten | 11 | -18.636 | -17.793 |
| Andere financiële opbrengsten | 11 | 17.685 | 12.133 |
| Andere financiële kosten | 11 | -24.622 | -6.685 |
| Netto financieel resultaat | -17.037 | -3.074 | |
| Resultaat voor belastingen en voor aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 57.922 | 167.171 | |
| Aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en joint ventures (na belastingen) | 16 | 24.509 | 24.938 |
| Resultaat voor belasting | 82.431 | 192.109 | |
| Belastingen op het resultaat | 12 | -8.087 | -11.118 |
| Resultaat van de periode | 74.344 | 180.991 | |
| Toe te rekenen aan: | |||
| Minderheidsbelang | 1 | 2 | |
| Aandeelhouders van de vennootschap | 74.343 | 180.989 | |
| Resultaat van de periode | 74.344 | 180.991 | |
| Winst per aandeel (in USD) | 25 | 1,15 | 3,15 |
| Verwaterde winst per aandeel (in USD) | 25 | 1,15 | 3,14 |
| GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | |||
| --- | --- | --- | --- |
| Resultaat van de periode | 74.344 | 180.991 | |
| Posten die via verlies of winst zijn of kunnen verwerkt worden: | |||
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures - aandeel in niet-gerealiseerde resultaten | 16 | -1.462 | 606 |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures - omrekeningsverschillen | 16 | 473 | -3 |
| Omrekeningsverschillen | 5.104 | -5.266 | |
| Hedge | -233 | -655 | |
| Overige | 40 | -23 | |
| Posten die nooit via verlies of winst zullen verwerkt worden: | |||
| Personeelsbeloningen - herwaardering van toegezegde pensioenverplichting/actief | 27 | 73 | -41 |
| Totaal niet-gerealiseerde resultaten van de periode (na belastingen) | 3.995 | -5.382 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de periode | 78.339 | 175.610 | |
| Toe te rekenen aan: | |||
| Minderheidsbelang | 15 | -166 | |
| Aandeelhouders van de vennootschap | 78.325 | 175.776 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 195
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
| (IN DUIZENDEN USD) | VOOR DE 12 MAANDEN EINDIGEND | ||
|---|---|---|---|
| TOELICHTING | 31 DECEMBER | ||
| 2025 | 2024 | ||
| Resultaat van de periode | 74.344 | 180.991 | |
| Aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en joint ventures (na belastingen) | 16 | -24.509 | -24.938 |
| Afschrijvingen | 13/14/15 | 26.080 | 31.702 |
| Waardeverminderingen en terugnames | 541 | 2.742 | |
| Netto financieel resultaat | 11 | 17.037 | 3.074 |
| Belastingen op het resultaat | 12 | 8.087 | 11.118 |
| Netto (winst)/verlies uit de verkoop van vaste activa | 5 | -7.451 | -102.617 |
| Stijging/(daling) van de voorzieningen en personeelsbeloningen | -16.214 | -6.168 | |
| Gerealiseerde wisselkoerswinsten (verliezen) | 11 | 701 | -638 |
| Bruto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 78.617 | 95.266 | |
| (Stijging)/daling van de voorraad | 0 | -1.705 | |
| (Stijging)/daling van de handels- en overige vorderingen | 22 | 47.330 | -41.038 |
| Stijging/(daling) van de handels- en overige schulden | 28 | 285 | 14.714 |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 126.232 | 67.237 | |
| Betaalde intresten | 11 | -18.435 | -15.816 |
| Ontvangen intresten | 11 | 8.532 | 7.695 |
| Betaalde belastingen | -12.959 | -6.762 | |
| NETTO KASSTROOM UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN | 103.371 | 52.354 | |
| Investeringen in schepen en schepen in aanbouw | 13 | -27.805 | -10.180 |
| Investeringen in andere materiële activa | 14 | -1.085 | -1.226 |
| Investeringen in immateriële activa | -3 | -122 | |
| Ontvangsten uit de verkoop van schepen en andere materiële vaste activa | 26.913 | 18.214 | |
| Dividenden ontvangen van investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 16 | 1.595 | 1.768 |
| Overige ontvangen dividenden | 11 | 8.122 | 35 |
| Ontvangsten uit de verkoop van dochterondernemingen, netto na aftrek liquide middelen | 0 | 41.955 | |
| Opbrengsten uit financiële vaste activa | 4.024 | 0 | |
| Aankopen overige financiële vaste activa | -9.804 | 0 | |
| Betalingen voor financiële activa aan FVTPL | 21 | -6.146 | -20.390 |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 18 | -267 | -700 |
| Terugbetalingen van leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 18 | 230 | 12.500 |
| NETTO KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN | -4.225 | 41.855 | |
| Betaalde dividenden | -138.853 | -48.122 | |
| Nieuwe leningen | 26 | 1 | 100.500 |
| Terugbetaling van leningen | 26 | -40.837 | -42.064 |
| Terugbetaling van leaseschulden IFRS 16 (hoofdsom) | 26 | -6.825 | -1.814 |
| Betaling van bank & transactiekosten m.b.t. financieringen | -895 | -3.709 | |
| Stijging in geblokkeerde kasequivalenten | -7.132 | 0 | |
| NETTO KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN | -194.541 | 4.791 | |
| NETTO TOENAME/ (AFNAME) IN KAS EN KASEQUIVALENTEN | -95.396 | 99.000 | |
| Netto kas en kasequivalenten op 1 januari | 23 | 274.737 | 176.930 |
| Netto toename/(afname) van kas en kasequivalenten | -95.396 | 99.000 | |
| Wisselkoersfluctuaties op kas en kasequivalenten | 501 | -1.193 | |
| NETTO KAS EN KASEQUIVALENTEN OP 31 DECEMBER | 18 | 179.843 | 274.737 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen
| JIN DUIZENDEN USD) | TOELICHTING | KARITAAL | INTOPTE-PREMIES | OVERDE-DRAGEN-RESULTAAT | RESERVE-VOOR EIGEN-AANGELEN | ONNEKEN-NEDRESERVE | AFDEKKINGS-RESERVE | RESERVE-AANGELEN/OPTIERLAN | TOTAAL | MINISTERINGS-BELEKHO | TOTAAL-EIGEN-VERNOCEN |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Beginbalans eigen vermogen op 1 januari 2025 | 88.812 | 125.359 | 438.991 | -38.160 | -6.162 | 806 | 0 | 609.646 | -19 | 609.626 | |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | |||||||||||
| Resultaat van de periode | 74.343 | 74.343 | 1 | 74.344 | |||||||
| Omrekeningsverschillen | 5.090 | 5.090 | 14 | 5.104 | |||||||
| Omrekeningsverschillen - aandeel geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 16 | 473 | 473 | 473 | |||||||
| Personeelsbeloningen - herwaardering van toegezegde pensioenverplichtingen | 27 | 73 | 73 | 73 | |||||||
| Overige | 40 | 40 | 40 | ||||||||
| Wijziging in de reële waarde van cash flow afdekkingen | -233 | -233 | -233 | ||||||||
| Wijziging in de reële waarde van cash flow afdekkingen - aandeel geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 16 | -1.462 | -1.462 | -1.462 | |||||||
| Totaal niet-gerealiseerde resultaten | 0 | 0 | 113 | 0 | 5.563 | -1.695 | 0 | 3.981 | 14 | 3.995 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de periode | 0 | 0 | 74.457 | 0 | 5.563 | -1.695 | 0 | 78.325 | 15 | 78.339 | |
| Transacties met aandeelhouders | |||||||||||
| Dividenduitkeringen | -32.977 | -292.020 | -324.997 | -324.997 | |||||||
| Kapitaalsverhoging | 186.144 | 0 | 186.144 | 186.144 | |||||||
| Totaal transacties met aandeelhouders | 186.144 | -32.977 | -292.020 | 0 | 0 | 0 | 0 | -138.853 | 0 | -138.853 | |
| Eindbalans eigen vermogen op 31 december 2025 | 274.956 | 92.382 | 221.428 | -38.160 | -599 | -889 | 0 | 549.117 | -4 | 549.113 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 197
| (IN DUIZENDEN USD) | TOELICHTING | KARITAAL | UITOPTE-PREMIS | OVENDE GRACES RESULTAAT | RESERVE VOOR DOOR AANDELEN | ONREKENINGSRESERVE | AFDEKKINGS-RESERVE | RESERVE AANDELEN/ OPTIEPLAN | TOTAAL | MINDERHEIDS-BELENCE | TOTAAL HOOFD VERMOGEN |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Beginbalans eigen vermogen op 1 januari 2024 | 88.812 | 148.796 | 282.751 | -38.160 | -1.062 | 855 | 0 | 481.991 | 147 | 482.138 | |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | |||||||||||
| Resultaat van de periode | 180.989 | 180.989 | 2 | 180.991 | |||||||
| Omrekeningsverschillen | -5.098 | -5.098 | -168 | -5.266 | |||||||
| Omrekeningsverschillen - aandeel geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 16 | -3 | -3 | -3 | |||||||
| Personeelsbeloningen - herwaardering van toegezegde pensioenverplichtingen | 27 | -41 | -41 | -41 | |||||||
| Overige | -23 | -23 | -23 | ||||||||
| Wijziging in de reële waarde van cash flow afdekkingen | -655 | -655 | -655 | ||||||||
| Wijziging in de reële waarde van cash flow afdekkingen - aandeel geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 16 | 606 | 606 | 606 | |||||||
| Totaal niet-gerealiseerde resultaten | 0 | 0 | -64 | 0 | -5.100 | -49 | 0 | -5.213 | -168 | -5.381 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de periode | 0 | 0 | 180.925 | 0 | -5.100 | -49 | 0 | 175.776 | -166 | 175.610 | |
| Transacties met aandeelhouders | |||||||||||
| Dividenduitkeringen | -23.437 | -24.685 | -48.122 | 0 | -48.122 | ||||||
| Aandelenoptieplan | 0 | 0 | |||||||||
| Totaal transacties met aandeelhouders | 0 | -23.437 | -24.685 | 0 | 0 | 0 | 0 | -48.122 | 0 | -48.122 | |
| Eindbalans eigen vermogen op 31 december 2024 | 88.812 | 125.359 | 438.991 | -38.160 | -6.162 | 806 | 0 | 609.645 | -19 | 609.626 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 1 - Waarderingsregels
A. VERSLAGGEVENDE ENTITEIT
EXMAR NV (de "Onderneming") is een beursgenoteerde onderneming (Euronext-EXM) die in België gedomicilieerd is. De geconsolideerde jaarrekening van de Groep omvat de Onderneming, haar dochterondernemingen en de belangen van de Groep in geassocieerde ondernemingen en ondernemingen waarover gezamenlijke controle wordt uitgeoefend (gezamenlijk de "Groep" genoemd). De Groep is actief in de industriële scheepvaart.
B. BASIS VOOR VERSLAGGEVING
De geconsolideerde jaarrekening wordt opgemaakt in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) uitgegeven door de International Accounting Standards Board (IASB) zoals aanvaard binnen de Europese Unie op 31 december 2025.
De waarderingsregels die werden toegepast bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening per 2025 zijn in overeenstemming met deze welke vorig boekjaar werden toegepast, met uitzondering van volgende punten:
Nieuwe en herwerkte standaarden en interpretaties van toepassing vanaf 2024
De Groep paste voor het eerst bepaalde standaarden en wijzigingen toe, die van toepassing zijn voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2025:
- Wijzigingen in IAS 21 - De gevolgen van wisselkoersschommelingen: Gebrek aan inwisselbaarheid;
- De Groep meent dat deze geen of slechts een beperkte impact hebben op haar geconsolideerde jaarrekening.
De Groep heeft geen enkele andere standaard, interpretatie of wijziging die werd gepubliceerd maar nog niet van kracht is, vervroegd toegepast.
Uitgegeven standaarden die nog niet toepasbaar zijn
Een aantal nieuwe standaarden, wijzigingen aan standaarden en interpretaties die per 31 december 2024 nog niet effectief waren, werden niet toegepast door de Groep bij de opmaak van deze geconsolideerde jaarrekening. Deze nieuwe of gewijzigde standaarden of interpretaties zijn nog niet van toepassing op 1 januari 2025. Met uitzondering van IFRS 18 zullen deze standaarden en wijzigingen op standaarden naar verwachting geen significante invloed hebben op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep:
- IFRS 18 - Presentatie en informatieverschaffing in de jaarrekening;
- IFRS 19 - Dochterondernemingen zonder openbare verantwoording: Informatieverschaffing;
- Wijzigingen in IAS 21: De gevolgen van wisselkoersschommelingen: omrekening naar een hyperinflatoire presentatievaluta;
- Wijzigingen in IFRS 9 en IFRS 7 met betrekking tot de classificatie en waardering van financiële instrumenten en met betrekking tot contracten die verwijzen naar natuurafhankelijke elektriciteit;
- Jaarlijkse verbeteringen aan de IFRS-standaarden voor jaarrekeningen - Volume 11.
- De Raad van Bestuur van 26 maart 2026 heeft de geconsolideerde jaarrekening goedgekeurd en de toestemming verleend tot publicatie ervan.
IFRS 18
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 uitgegeven, die IAS 1 Presentatie van de jaarrekening vervangt. IFRS 18 introduceert nieuwe vereisten voor de presentatie binnen de winst-en-verliesrekening, waaronder gespecificeerde totalen en subtotalen. Bovendien moeten entiteiten alle opbrengsten en kosten in de winst-en-verliesrekening indelen in een van de vijf categorieën: bedrijfsactiviteiten, investeringsactiviteiten, financieringsactiviteiten, winstbelastingen en beëindigde bedrijfsactiviteiten, waarvan de eerste drie nieuw zijn.
De standaard vereist de toelichting van nieuw gedefinieerde, door het management vastgestelde prestatiemaatstaven en subtotalen van opbrengsten en kosten, en bevat tevens nieuwe vereisten voor de aggregatie en disaggregatie van financiële informatie op basis van de geïdentificeerde 'rollen' van de primaire financiële overzichten (PFS) en de toelichting.
Daarnaast zijn er beperkte wijzigingen aangebracht in IAS 7 Kasstroomoverzicht, waaronder het wijzigen van het uitgangspunt voor het bepalen van kasstromen uit bedrijfsactiviteiten volgens de indirecte methode, van
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 199
'winst of verlies' naar 'bedrijfswinst of -verlies', en het schrappen van de keuzevrijheid rond de classificatie van kasstromen uit dividenden en rente. Daarnaast zijn er daaruit voortvloeiende wijzigingen in diverse andere standaarden.
IFRS 18 en de wijzigingen in de andere standaarden zijn van kracht voor verslagperioden die op of na 1 januari 2027 aanvangen, maar eerdere toepassing is toegestaan en moet worden vermeld. IFRS 18 zal met terugwerkende kracht worden toegepast.
De Groep is momenteel bezig om alle gevolgen te identificeren die de wijzigingen zullen hebben op de primaire jaarrekening en de toelichting bij de jaarrekening.
- Bij het maken van deze beoordeling is de Groep tot de conclusie gekomen dat zij geen van de volgende gespecificeerde hoofdactiviteiten heeft zoals gedefinieerd in IFRS 18: Investeren in activa; Financiering verstrekken aan klanten.
- Hoewel de toepassing van IFRS 18 geen invloed zal hebben op de nettowinst van de Groep, zullen de volgende wijzigingen waarschijnlijk worden weerspiegeld:
- Winst vóór financierings- en opbrengstenbelasting zal worden geïntroduceerd als een nieuw subtotaal in de winst-en-verliesrekening.
- Interestopbrengsten uit verstrekte leningen en schuldinstrumenten worden uit het financiële resultaat verwijderd en ingedeeld in de categorie beleggingen
- Interestopbrengsten uit geldmiddelen en kasequivalenten worden uit het financiële resultaat verwijderd en ingedeeld in de categorie beleggingen
- Het renteresultaat met betrekking tot onze toegezegd-pensioenregelingen wordt niet beïnvloed, aangezien dit reeds deel uitmaakt van het financiële resultaat
- Het aandeel in de winst of het verlies van en de winsten/(verliezen) bij verkoop van investeringen die volgens de equity-methode worden verwerkt, zal worden ingedeeld in de categorie beleggingen
- Valutakoersverschillen worden ingedeeld in de categorie waarin de betreffende opbrengsten en kosten worden gerapporteerd die aanleiding geven tot het valutakoersverschil. Dit betekent dat valutakoersverschillen die voortvloeien uit geldmiddelen en kasequivalenten worden geherclassificeerd van het financiële resultaat naar de categorie beleggingen
- De valutawinsten en -verliezen op handelsvorderingen en -schulden van derden en tussen ondernemingen, die momenteel zijn ingedeeld als onderdeel van ons financiële resultaat, worden ingedeeld in de categorie bedrijfsresultaten;
- Winsten en verliezen op derivaten die uitsluitend worden gebruikt om geïdentificeerde risico's te beheren, worden ingedeeld in dezelfde categorie als de opbrengsten en kosten waarop de risico's van invloed zijn die met het derivaat worden beheerd, tenzij dit zou leiden tot een opbrengst- of verliesverhoging of tot onevenredige kosten of inspanningen. Onze huidige beoordeling heeft geen wijziging aan het licht gebracht in de huidige presentatie van winsten en verliezen op derivaten in het financiële resultaat.
- Classificaties die onderhevig zijn aan nog uitstaande IFRIC-beslissingen:
- Valutakoersverschillen op intercompany-leningen en -vorderingen worden momenteel gepresenteerd als onderdeel van ons financieel resultaat; in afwachting van definitieve IFRIC-beslissingen is het mogelijk dat dit als onderdeel van het bedrijfsresultaat moet worden gepresenteerd.
- Wijzigingen in het kasstroomoverzicht:
- Ontvangen rente die momenteel is geclassificeerd als onderdeel van de operationele kasstromen, zal moeten worden gepresenteerd als onderdeel van de investeringskasstromen.
- Betaalde rente die momenteel is geclassificeerd als onderdeel van de operationele kasstromen, zal moeten worden gepresenteerd als onderdeel van de financieringskasstromen.
- Dividenden blijven gepresenteerd worden als onderdeel van de investeringskasstromen.
C. BASIS VOOR WAARDERING EN PRESENTATIE
De geconsolideerde jaarrekening wordt opgemaakt in duizenden USD, welke ook de functionele munt van de onderneming is. De Financial Services and Markets Authority (FSMA) heeft bij brief van 2 juli 2003 het gebruik van de USD als rapporteringsmunt goedgekeurd, aangezien het merendeel van de scheepvaartactiviteiten van de Groep en de daarmee verband houdende financiering in USD zijn uitgedrukt. Alle waarden worden afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.
De jaarrekening is opgesteld op basis van historische kostprijs, met uitzondering van de volgende materiële activa en verplichtingen dewelke zijn gewaardeerd tegen een alternatieve basis op iedere balansdatum: afgeleide financiële instrumenten, overige investeringen (aandelen gewaardeerd aan FVTPL) en de netto pensioenvoorziening aangaande te bereiken doel plannen.
GEBRUIK VAN SCHATTINGEN EN BEOORDELINGEN
De opmaak van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist dat het management beoordelingen, schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van de waarderingsregels en de gerapporteerde bedragen van activa en passiva, opbrengsten en kosten, de bijbehorende toelichtingen en de toelichting omtrent latente verplichtingen. De schattingen en de hiermee verbonden veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaring en verschillende andere factoren die gegeven de omstandigheden als redelijk worden beschouwd. De uiteindelijke resultaten kunnen verschillen van deze schattingen.
De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend herzien. Herzieningen van boekhoudkundige schattingen worden verwerkt in de periode waarin de raming wordt herzien, op voorwaarde dat de herziening alleen op die periode betrekking heeft, of in de periode van de herziening en toekomstige periodes, indien de herziening zowel de huidige als toekomstige periodes treft.
Beoordelingen
Bij de toepassing van de waarderingsregels van de Groep heeft het management de volgende beoordelingen gevormd, die een belangrijke invloed hebben op de bedragen die in de geconsolideerde jaarrekening worden gerapporteerd:
Beoordeling uitoefening aankoopopties
Bepalen of EXMAR aankoopopties zal uitoefenen op gefinancierde activa vereist een beoordeling en heeft een impact op de gebruiksduur van de onderliggende activa. Alle feiten en omstandigheden die relevant zijn voor de beoordeling worden in overweging genomen.
Schattingen en veronderstellingen
De belangrijkste veronderstellingen omtrent de toekomst en andere belangrijke bronnen van onzekerheid bij de schattingen op de verslagdatum, die een significant risico kunnen inhouden van een materiële aanpassing van de boekwaarde van de activa en passiva in het volgende boekjaar, worden hieronder beschreven. De Groep heeft haar veronderstellingen en schattingen gebaseerd op de parameters die beschikbaar waren toen de geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld. Bestaande omstandigheden en veronderstellingen over toekomstige ontwikkelingen kunnen echter veranderen als gevolg van marktwijzigingen of omstandigheden die zich voordoen buiten de controle van de Groep. Dergelijke wijzigingen worden in de veronderstellingen verwerkt wanneer zij zich voordoen.
Waardeverminderingen van schepen en platformen
De Groep evalueert de boekwaarde van elk schip op mogelijke waardevermindering, minstens jaarlijks of telkens wanneer gebeurtenissen of wijzigingen in omstandigheden erop wijzen dat de boekwaarde van een specifiek schip mogelijk niet volledig realiseerbaar is. De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de reële waarde verminderd met de verkoopkosten en de gebruikswaarde.
De reële waarde verminderd met de verkoopkosten wordt bepaald op basis van onafhankelijke waarderingsrapporten. De Groep doet beroep op twee onafhankelijke makelaars om de reële waarde op de verslagdatum te bepalen. De boekwaarde van de schepen geeft mogelijks niet de huidige marktwaarde weer aangezien de marktwaarden van tweedehands schepen fluctueren naargelang de evolutie van de vrachttarieven en de kostprijs van nieuwbouwschepen. Historisch gezien zijn zowel vrachttarieven als de waardering van schepen cyclisch.
De gebruikswaarde is gebaseerd op de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun huidige waarde. Om de inschatting van de toekomstige kasstromen te bepalen, maakt het management inschattingen over de verwachte datum van ingebruikname (in het geval van tijdelijk niet-operationele schepen), toekomstige vrachttarieven, operationele kosten van de schepen, verwachte levensduur van de vloot en de WACC. Deze inschattingen zijn gebaseerd op historische gegevens en toekomstverwachtingen. Het management is van mening, dat de inschattingen een betrouwbare basis zijn voor haar huidige beoordeling maar is zich bewust van de subjectiviteit ervan. We verwijzen naar Toelichting 13 Schepen en platformen voor meer informatie over de toegepaste veronderstellingen op jaareinde.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 201
Klimaatverandering en duurzaamheid gerelateerde ontwikkelingen
Klimaat gerelateerde zaken en maatregelen zoals de invoering van emissiereductiewetgeving kunnen een aanzienlijke impact hebben op de activiteiten van EXMAR en haar klanten. EXMAR volgt de huidige ontwikkelingen en maatregelen met betrekking tot klimaatverandering en duurzaamheid op de voet (zie ook sectie 3 in dit jaarverslag), en is van mening dat deze momenteel niet leiden tot fundamenteel gewijzigde verwachtingen inzake gebruiksduur of realiseerbaarheid van onze vloot. In de gevoeligheidsanalyse van de jaarlijkse waardeverminderingstest van schepen en platformen werd rekening gehouden met de leeftijd en de emissiescore van elk specifiek actief.
E. GEOPOLITIEKE RISICO'S EN ONZEKERHEDEN
Na beoordeling van de huidige stand van zaken met betrekking tot de tarieven die in verschillende rechtsgebieden van toepassing zijn, opgelegd door of overeengekomen met de Verenigde Staten van Amerika, is EXMAR tot de conclusie gekomen dat er geen wezenlijke negatieve impact zal zijn op de financiële resultaten van EXMAR.
EXMAR volgt de ontwikkeling van de oorlogshandelingen in het Midden-Oosten op de voet en neemt alle maatregelen om ervoor te zorgen dat de bemanning en de schepen veilig blijven. Sinds het begin van de aanvallen zijn er geen instructies gegeven om schepen uit de EXMAR-vloot naar de Arabische/Perzische Golf te brengen. EXMAR zal ook het risico vermijden om in de Arabische/Perzische Golf te varen zolang de situatie geen verbetering toont.
F. BELANGRIJKE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGGEVING
a. Consolidatieprincipes
Dochterondernemingen
De dochterondernemingen zijn die welke door de Groep worden gecontroleerd.
De financiële staten van de dochterondernemingen worden integraal in de consolidatie opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de controle. Alle openstaande bedragen en opbrengsten en kosten, niet gerealiseerde winsten en verliezen en dividenden die het resultaat zijn van transacties tussen ondernemingen van de Groep worden volledig geëlimineerd.
Verlies van zeggenschap
Bij verlies van zeggenschap worden de activa en verplichtingen van de dochteronderneming, eventuele minderheidsbelangen en met de dochteronderneming samenhangende overige componenten van het eigen vermogen niet langer in de balans opgenomen. Het eventuele overschot of tekort dat ontstaat bij het verlies van zeggenschap wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Indien de Groep een belang behoudt in de voormalige dochteronderneming, wordt dat belang tegen de reële waarde opgenomen vanaf de datum van verlies van zeggenschap.
Belang in ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
Het belang van de Groep in ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode bestaat uit geassocieerde ondernemingen en joint ventures.
Een geassocieerde onderneming is een onderneming waarin de Groep een invloed van betekenis, doch geen controle heeft op het financiële en operationele beleid. Een invloed van betekenis wordt verondersteld wanneer de Groep tussen 20% en 50% van de stemrechten bezit.
Een joint venture is een regeling waarin de Groep gezamenlijke controle heeft en waar de Groep rechten heeft op het eigen vermogen van de regeling, eerder dan rechten in de activa en verplichtingen voor de passiva.
De geassocieerde ondernemingen en joint ventures worden via de vermogensmutatiemethode opgenomen in de consolidatie en bij eerste opname gewaardeerd aan kostprijs.
Wanneer het aandeel van de Groep in het verlies van de geassocieerde onderneming of joint venture de investering in deze onderneming overstijgt, wordt de boekwaarde tot nul herleid, en wordt de erkenning van toekomstige verliezen gestaakt, behalve wanneer de Groep de verplichting heeft om betalingen te verrichten voor rekening van de geassocieerde onderneming of joint venture. In dat geval wordt de negatieve investering in geassocieerde ondernemingen en joint ventures in mindering gebracht op andere componenten van het belang van de investeerder in de geassocieerde onderneming (leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures). Als de negatieve investering in geassocieerde ondernemingen en joint ventures groter is dan het belang van de investeerder, wordt voor het nettobedrag een verplichting opgenomen.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
b. Vreemde valuta
Functionele valuta
Elke entiteit stelt haar individuele jaarrekening op in de munt van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (d.w.z. de functionele valuta). Verscheidene in Europa en Hong Kong gevestigde entiteiten hebben de USD als functionele valuta, aangezien de meeste van hun kasstromen in USD worden uitgedrukt.
Transacties en saldi
Bij het opstellen van de individuele jaarrekening worden de transacties in andere valuta's dan de functionele munt van de entiteiten geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.
Monetaire activa en passiva uitgedrukt in vreemde valuta worden op rapporteringsdatum omgezet naar de functionele munt tegen de spot wisselkoersen op die datum. De niet-monetaire activa en passiva gewaardeerd aan historische kosten worden omgerekend naar de functionele munt aan de koers van de initiële transactie. Niet-monetaire activa en passiva in vreemde valuta (andere dan de functionele munt) gewaardeerd tegen reële waarde worden omgerekend tegen de koers op moment ter bepaling van de reële waarde.
Wisselkoersverschillen die ontstaan bij omrekening worden opgenomen in de winst- en verliesrekening, behalve voor kwalificeerde kasstroomafdekkingen, voor zover de afdekking effectief is. Bij buitengebruikstelling van de afdekking en/of de netto-investering wordt het cumulatieve bedrag overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.
Consolidatie van buitenlandse activiteiten
Bij de consolidatie worden de activa en passiva van buitenlandse activiteiten, met inbegrip van goodwill en reële waarde-aanpassingen bij aanschaffing, omgerekend naar USD - de rapporteringsmunt van de Groep - tegen de slotkoers op de balansdatum. Opbrengsten en kosten van de buitenlandse activiteiten worden omgerekend in USD aan de transactiekoers (de gemiddelde wisselkoers van de betreffende periode wordt gehanteerd).
De omrekeningsverschillen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Deze omrekeningsverschillen worden opgenomen in de rubriek "Omrekeningreserve". Echter in het geval van een minderheidsbelang wordt het relevant proportioneel deel van de omrekeningsverschillen toegewezen aan het minderheidsbelang.
De meest gebruikte wisselkoersen zijn:
| Slotkoersen | Gemiddelde koersen | |||
|---|---|---|---|---|
| WISSELKOERSEN | 31 DECEMBER 2025 | 31 DECEMBER 2024 | VOOR DE TWAALF MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER 2025 | 31 DECEMBER 2024 |
| EUR | 0,8511 | 0,9626 | 0,8928 | 0,9206 |
| XAF | 558,2613 | 631,3957 | 586,9506 | 603,8544 |
| ARS | 1.453,2429 | 1.030,9850 | 1.222,6562 | 905,7289 |
c. Financiële instrumenten
Financiële activa en financiële verplichtingen worden erkend in de geconsolideerde balans wanneer de Groep partij wordt aan de contractuele bepalingen van het instrument.
Financiële activa en financiële verplichtingen worden initieel gewaardeerd aan reële waarde. Transactiekosten die direct toewijsbaar zijn aan de aanschaffing of uitgifte van financiële activa en financiële verplichtingen (andere dan financiële activa en financiële verplichtingen met verwerking van reële waardeveranderingen in winst of verlies) worden toegevoegd of worden afgetrokken van de reële waarde van de financiële activa of financiële verplichtingen, al naargelang het geval, bij initiële erkenning. Transactiekosten die direct toewijsbaar zijn aan financiële activa of financiële verplichtingen met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies worden onmiddellijk erkend in het overzicht van gerealiseerde resultaten.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 203
Financiële activa
Alle aankopen of verkopen volgens standaard marktconventies van financiële activa worden erkend op transactiedatum.
Schuldinstrumenten die voldoen aan onderstaande voorwaarden worden daaropvolgend gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs (zie (i) hieronder):
- Het financieel actief wordt gehouden binnen een ondernemingsmodel met het doel om financiële activa aan te houden om contractuele kasstromen te innen; en
- De contractuele voorwaarden van de financiële activa geven recht op kasstromen op specifieke data dewelke enkel betalingen omvatten van kapitaal en intrest op het openstaande kapitaalbedrag.
Standaard worden alle andere financiële activa vervolgens gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen door het overzicht van gerealiseerde resultaten (FVTPL).
Ondanks voorgaande bepalingen kan de Groep onderstaande onherroepelijke keuzes maken bij initiële erkenning van een financieel actief:
- De Groep kan onherroepelijk een schuldinstrument dat voldoet aan de geamortiseerde kostprijs of FVTOCI-criteria toewijzen als gewaardeerd aan FVTPL wanneer dit een accounting mismatch elimineert of significant vermindert (zie (ii) onder).
Alle erkende financiële activa worden vervolgens in hun geheel gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs of reële waarde, afhankelijk van de classificatie van de financiële activa:
(i.) Financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs: Deze activa worden vervolgens gewaardeerd aan de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve intrest methode. De geamortiseerde kostprijs wordt verminderd met waardeverminderingen. Intrest inkomsten, wisselkoersverschillen en waardeverminderingen worden erkend in winst of verlies. Enig resultaat bij uitboeking wordt opgenomen in winst of verlies.
(ii.) Financiële activa gewaardeerd aan FVTPL: Deze activa worden vervolgens gewaardeerd aan reële waarde. Nettowinsten of verliezen, inclusief intrest inkomsten of ontvangen dividenden worden erkend in de winst- en verliesrekening. Evenwel, zie de sectie over “afgeleide financiële instrumenten en hedge accounting” voor instrumenten aangeduid als afdekkingsinstrument.
Het niet langer opnemen van financiële activa
De Groep neemt een financieel actief niet langer in de balans op wanneer het recht op de kasinstroom van dit actief vervalt of verkocht wordt in een transactie waarbij alle risico’s en voordelen verbonden aan de eigendom van het actief overgegaan zijn naar de koper, of wanneer ze niet alle voordelen en risico’s verbonden aan de eigendom van het actief verkoopt noch behoudt en controle verliest over het getransfereerde actief.
Financiële verplichtingen
Financiële verplichtingen worden geclassificeerd als gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs of FVTPL. Een financiële verplichting wordt geclassificeerd als FVTPL wanneer het geclassificeerd wordt als aangehouden voor verkoop, het een derivaat is of aangewezen wordt als derivaat bij initiële erkenning.
Zie sectie “Afgeleide financiële instrumenten en hedge accounting” voor instrumenten aangeduid als afdekkingsinstrument.
Het niet langer opnemen van financiële verplichtingen
De Groep neemt een financiële verplichting niet langer op in de balans wanneer de contractuele verplichtingen worden beëindigd, geannuleerd of vervallen.
Bij het niet langer in de balans opnemen van een financiële verplichting wordt het verschil tussen de netto boekwaarde en de betaalde vergoeding (inclusief overgedragen niet kas activa of aangegane verplichtingen) opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Kapitaal
Gewone aandelen maken deel uit van het eigen vermogen. Kosten rechtstreeks verbonden aan de uitgifte van aandelen en aandelenopties worden, netto van tax effect, in mindering gebracht van het eigen vermogen. Bij de verkoop van eigen aandelen, wordt het ontvangen bedrag verwerkt als een verhoging van het eigen vermogen en het surplus of tekort op de transactie wordt opgenomen in het overgedragen resultaat.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Afgeleide financiële instrumenten en afdekkingstransacties
De Groep maakt gebruik van afgeleide financiële instrumenten om haar renterisico in te dekken.
Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk gewaardeerd aan reële waarde op het ogenblik dat het derivatencontract afgesloten wordt. Na aanvang worden de afgeleide financiële instrumenten aan reële waarde geboekt en worden wijzigingen in deze reële waarde algemeen gezien in winst of verlies geboekt.
Bij aanvang documenteert de Groep op formele wijze de objectieven ter beheersing van het risico en de strategie met betrekking tot het aangaan van de transactie. De Groep documenteert eveneens de relatie tussen het afdekkingsinstrument en de afdekkingstransactie, inclusief of de wijzigingen in kasstromen elkaar verwachten te neutraliseren.
Kasstroomafdekkingen
Wanneer een afgeleid financieel instrument wordt aangewezen als kasstroomafdekkingsinstrument, wordt het effectieve deel van de wijzigingen in de reële waarde van het afgeleide financiële instrument opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en gecumuleerd in de afdekkingsreserve.
Wanneer niet langer voldaan wordt aan de criteria voor afdekkingstransacties of wanneer het afdekkingsinstrument wordt uitgeoefend, beëindigd, verkocht of vervalt, wordt "hedge accounting" prospectief beëindigd. Wanneer de afdekkingstransactie niet langer verwacht wordt zich voor te doen, wordt het gecumuleerde bedrag in het eigen vermogen onmiddellijk geherclassificeerd naar winst of verlies.
d. Immateriële activa
Onderzoek en ontwikkeling
Kosten van onderzoek met betrekking tot de ontwikkeling van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis worden in de resultatenrekening erkend wanneer zij worden gemaakt.
Milieu emissierechten
Milieu emissierechten (zie materiële waarderingsregels – p.) die zijn verworven om emissies te verrekenen in het kader van de normale bedrijfsvoering, worden geclassificeerd als immateriële activa. Ze worden oorspronkelijk gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde. Ze worden jaarlijks getest op waardevermindering. Ze worden niet afgeschreven.
Overige immateriële activa
Andere immateriële activa (o.a. software) door de Groep verworven, worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingsverliezen.
e. Materiële vaste activa
Activa in eigendom
Materiële vaste activa worden gewaardeerd aan kostprijs inclusief geactiveerde financieringskosten, verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingsverliezen. De aanschaffingswaarde omvat de uitgaven die direct verbonden zijn aan de aankoop van de betreffende activa.
De aanschaffingswaarde voor zelf vervaardigde activa omvat de kostprijs van materialen, de rechtstreekse loonkost, andere kosten, direct toewijsbaar aan het gebruiksklaar maken van de activa en geactiveerde financieringskosten.
Wanneer een onderdeel van materiële vaste activa wordt vervangen, wordt de vervangingskost geactiveerd en de netto boekwaarde van het vervangen deel uitgeboekt. Kosten met betrekking tot de dagdagelijkse werking van materiële vaste activa worden in de resultatenrekening opgenomen wanneer zij worden gemaakt.
Wanneer delen van materiële vaste activa een verschillende gebruiksduur hebben, worden ze als afzonderlijke delen erkend binnen het materiële vaste actief.
Schepen, platformen of eenheden in aanbouw worden apart geclassificeerd in de balans onder activa in aanbouw. Deze activa in aanbouw worden niet afgeschreven, de afschrijvingen starten op het moment dat de schepen geleverd worden. Vanaf het moment van levering, worden de schepen niet langer opgenomen als schepen in aanbouw. Het ondernemingsmodel van de Groep is erop gericht om activa te verhuren of zelf te exploiteren.
Schepen worden als volgt lineair afgeschreven in overeenstemming met hun geschatte gebruiksduur binnen de Groep (vanaf de bouwdatum) tot hun residuele waarde:
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 205
| Gasschepen LPG met druktanks | 20 jaar |
|---|---|
| Gasschepen LPG | 30 jaar |
| Gasschepen VLGC | 30 jaar |
| Gasschepen LNG | 35 jaar |
| Suezmax | 25 jaar |
| LNG platformen | 30 jaar |
| Accommodatieplatform, nieuwbouw: | |
| - Rompmachines & dekuitrusting | 20 jaar |
| - Accommodatie | 10 jaar |
| Accommodatieplatform, tweedehands | 10-12 jaar |
(1) Schepen en platformen worden geacht een residuele waarde van nul te hebben.
Droogdokkosten worden geactiveerd wanneer ze worden uitgevoerd en afgeschreven over de periode tot het volgende droogdok.
De overige materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur van het actief.
De geschatte gebruiksduur van de verschillende types overige vaste activa zijn als volgt:
| Gebouwen | 33,3 jaar |
|---|---|
| Onroerende leasing | 33,3 jaar |
| Machines en uitrusting | 5 jaar |
| Meubilair | 10 jaar |
| Auto's | 5 jaar |
| Vliegtuig | 10 jaar |
| IT-materiaal | 3 jaar |
f. Waardeverminderingen op activa
Financiële activa
Tegen kostprijs gewaardeerde financiële activa, met uitzondering van korte termijn handelsvorderingen, worden op elke balansdatum beoordeeld of het kredietrisico significant gestegen is sinds initiële erkenning. De Groep boekt een waardevermindering voor verwachte kredietverliezen (ECL's), welk gebaseerd is op het verschil tussen de contractuele kasstromen volgens het contract en alle kasstromen die de Groep werkelijk verwacht te zullen ontvangen, verdisconteerd aan een effectieve rentevoet die de originele rentevoet benadert. De verwachte kasstromen omvatten kasinstromen uit de verkoop van het onderpand of gelijkaardige zekerheden die integraal deel uitmaken van de contractvoorwaarden.
Tijdens de beoordeling van het kredietrisico van een financieel actief en bij het inschatten van de ECL's, houdt de Groep rekening met redelijke en gefundeerde informatie dewelke relevant en beschikbaar is zonder onnodige kost en/of moeite. Dit omvat zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie en een analyse gebaseerd op de historische ervaring van de Groep en kredietwaardigheidsinformatie, inclusief prospectieve informatie.
Voor handelsvorderingen op korte termijn past de Groep de vereenvoudigde benadering toe zoals toegestaan door IFRS 9 Financiële instrumenten, welke voorschrijft dat verwachte kredietverliezen worden erkend van bij het ontstaan van de vordering. Het bedrag van de waardevermindering wordt afgetrokken van de boekwaarde van het actief.
Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures
Na toepassing van de vermogensmutatiemethode beoordeelt de onderneming of het noodzakelijk is om een waardevermindering te boeken voor haar netto-investering in een geassocieerde onderneming of joint venture. Waardeverminderingen met betrekking tot een geassocieerde onderneming en joint ventures worden bepaald door vergelijking van de realiseerbare waarde van de investering met de boekwaarde. Een waardevermindering wordt verwerkt in winst of verlies en wordt teruggenomen in geval van een gunstige verandering in de schattingen die worden gebruikt ter bepaling van de realiseerbare waarde.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Niet-financiële activa
De boekwaarden van niet financiële activa, uitgezonderd uitgestelde belastingvorderingen, worden op iedere balansdatum getoetst om na te gaan of er aanwijzingen zijn dat zij mogelijk een waardevermindering hebben ondergaan. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde van het actief.
g. Activa aangehouden voor verkoop
Vaste activa, of groepen activa en verplichtingen die worden afgestoten en waarvan wordt verwacht dat ze hoofdzakelijk zullen worden gerealiseerd door verkoop en niet door voortgezet gebruik, worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop. Onmiddellijk voordat het actief voor het eerst wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, wordt de waardering van het actief herzien op basis van de waarderingsregels van de Groep. Nadien worden de activa (of groep van activa) gewaardeerd tegen het laagste van de boekwaarde en de reële waarde van het activa, verminderd met verkoopkosten. Immateriële activa en materiële vaste activa aangehouden voor verkoop worden vervolgens niet langer afgeschreven. Verder wordt ook de vermogensmutatie niet langer toegepast na herclassificatie voor geassocieerde ondernemingen en joint ventures.
h. Personeelsbeloningen
Toegezegde bijdrageregelingen ("vaste bijdrage-plan")
Verplichtingen met betrekking tot toegezegde bijdrageregelingen worden geboekt als een kost in winst of verlies wanneer ze zich voordoen.
Toegezegde pensioenregelingen ("te bereiken doel-plan")
De netto verplichting van de Groep uit hoofde van toegezegde pensioenregelingen wordt voor iedere regeling afzonderlijk berekend door een schatting te maken van de pensioenaanspraken die werknemers hebben opgebouwd in de verslagperiode en voorgaande perioden, waarbij dat bedrag verdisconteerd wordt en verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. De berekening van toegezegde pensioenverplichtingen wordt jaarlijks uitgevoerd door een gekwalificeerde actuaris volgens de 'projected unit credit'-methode. Wanneer de berekening resulteert in een positief saldo voor de Groep, wordt de opname van het actief beperkt tot een bedrag dat maximaal gelijk is aan de contante waarde van economische voordelen in de vorm van eventuele toekomstige terugstortingen door het fonds of lagere toekomstige pensioenpremies. Bij de berekening van de huidige waarde van economische voordelen wordt rekening gehouden met minimale financieringsverplichtingen die van toepassing zijn op de afzonderlijke regelingen van de Groep.
Herwaarderingen van de netto-toegezegde pensioenverplichting, die bestaan uit actuariële winsten en verliezen, het rendement op fondsbeleggingen (exclusief rente) en het effect van het actiefplafond (indien aanwezig, exclusief rente), worden direct verwerkt in niet-gerealiseerde resultaten. De Groep bepaalt de netto intrestkost (-opbrengst) op de netto-toegezegde pensioenverplichting (het actief) over de verslagperiode door de disconteringsvoet die is gebruikt voor het bepalen van de toegezegde pensioenverplichting aan het begin van de het jaar, toe te passen op de toenmalige netto-toegezegde pensioenverplichting (actief), rekening houdend met eventuele wijzigingen in de netto toegezegde pensioenverplichting (actief) gedurende de periode als gevolg van bijdragen en uitkeringen. Netto-rentelasten en overige kosten met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen worden verwerkt in winst of verlies.
Belgische toegezegde bijdrageregelingen met gewaarborgd rendement
Belgische toegezegde bijdrageregelingen vallen onder toepassingsgebied van de Wet van 28 april 2003 op de aanvullende pensioenen, (hierna 'WAP' genoemd). Volgens artikel 24 van deze wet is de werkgever verplicht een minimum rendement van 3,75% op de persoonlijke bijdragen van de werknemer en 3,25% op de bijdragen van de werkgever te garanderen en dit voor betaalde bijdragen tot 31 december 2015. Vanaf januari 2016 dient de werkgever een gemiddeld minimum rendement van 1,75% te garanderen op zowel werknemers- als werkgeversbijdragen (zoals gewijzigd door de Wet van 18 december 2015). Deze minimum rendementsgarantie overtreft over het algemeen het rendement dat gegarandeerd wordt door de verzekeringsmaatschappij. Aangezien de werkgever verplicht wordt een minimum rendement te garanderen, worden niet alle actuariële en investeringsrisico's overgedragen naar de verzekeringsmaatschappijen die deze plannen beheren. Bijgevolg voldoen deze plannen niet aan de IFRS-definitie van toegezegde bijdragenregeling en worden ze als een te bereiken doel-plan geclassificeerd. Een actuariële berekening in overeenstemming met IAS 19 gebaseerd op de 'projected unit credit (PUC)'-methode wordt uitgevoerd in dit verband.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 207
Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen worden opgenomen als een kost als de Groep zich op basis van een gedetailleerd formeel plan aantoonbaar heeft verbonden tot de beëindiging van het dienstverband van een werknemer of een groep werknemers vóór de gebruikelijke pensioendatum, zonder realistische mogelijkheid tot intrekking van dat plan. Dit is tevens het geval als de Groep ontslagvergoedingen aanbiedt en zo (een groep) werknemers stimuleert vrijwillig te vertrekken. Ontslagvergoedingen voor vrijwillig ontslag worden opgenomen als een kost als de Groep een aanbod heeft gedaan tot vrijwillig ontslag, als het waarschijnlijk is dat dit aanbod zal worden aangenomen en als het aantal werknemers dat van het aanbod gebruik zal maken betrouwbaar kan worden bepaald. Als ontslagvergoedingen meer dan twaalf maanden na afloop van de verslagdatum betaalbaar zijn, dan worden deze verdisconteerd naar hun huidige waarde.
Korte termijn personeelsbeloningen
Korte termijn personeelsbeloningen worden zonder verdiscontering gewaardeerd en als kost opgenomen wanneer de daarmee verband houdende dienst wordt verricht. Er wordt een verplichting geboekt voor het bedrag dat naar verwachting ten gevolge van een korte termijn bonus in contanten of een winstdelingsregeling zal worden uitbetaald indien de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van verstreken diensttijd van werknemers en indien deze verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.
i. Voorzieningen
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis in het verleden, waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt en het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen nodig zal zijn om de verplichting af te wikkelen.
j. Opbrengsten
Opbrengsten uit charterovereenkomsten
De Groep en/of haar joint ventures verwerven inkomsten van bevrachters als gevolg van het gebruik van haar activa. Deze activa worden gechartered als gevolg van reis/spotcharters, tijdcharters, rompcharters en poolinkomsten:
-
Reis/spotcharters: Inkomsten uit reischarters worden opgenomen over de tijd van spotcharters op basis van lading tot lossing. De voortgang wordt bepaald op basis van de verstreken tijd. Reiskosten worden in resultaat genomen wanneer zij zich voordoen. Wanneer onze schepen door andere factoren, zoals havenvertragingen, hun verplichting niet kunnen nakomen of voortzetten, wordt overliggeld berekend. Het toepasselijke overligtarief is contractueel vastgelegd. Aangezien overliggeld vaak een commerciële discussie is tussen EXMAR en de charteraar, is de uitkomst en de totale te ontvangen vergoeding voor de vertraging niet altijd zeker. Bijgevolg erkent EXMAR enkel de opbrengsten die met grote waarschijnlijkheid zullen worden ontvangen. Er worden geen opbrengsten opgenomen indien de inning van de vergoeding niet hoogstwaarschijnlijk is. Het bedrag van de geboekte opbrengsten wordt geraamd op basis van historische gegevens. De Groep actualiseert jaarlijks haar raming.
-
Tijd- en romp ("bareboat") charters: Als leasinggever verhuurt de Groep sommige van haar schepen onder tijds- en rompcharters (zie ook punt 1. Leasing). Voor tijd- of rompcharters wordt een overeenkomst aangegaan voor het gebruik van een actief voor een specifieke termijn tegen een contractueel overeengekomen maandelijks of dagelijks tarief. Opbrengsten uit tijd- of rompcharters worden geboekt als operationele leases en worden opgenomen over de duur van de dienst naarmate de dienst wordt verleend.
-
Poolinkomsten: De totale dagelijkse opbrengsten van schepen die in het kader van reis- of tijdcharters en "contracts of affreightment" ("COA") binnen de pool opereren, worden omgezet in een samengevoegd nettobedrag aan opbrengsten door de samengevoegde reiskosten (zoals brandstofverbruik, havengelden, ...) van de bruto-opbrengsten af te trekken. Deze netto-inkomsten worden gebruikt om de inkomsten van de pool in tijdcharterequivalent ("TCE") te bepalen. De totale TCE-inkomsten worden gebruikt om inkomsten toe te wijzen aan de poolpartners overeenkomstig de toegewezen poolpunten die voor elk schip zijn verdiend. Bij de bepaling van de poolpunten wordt rekening gehouden met de volgende parameters: scheepsinhoud (= capaciteit van het schip), snelheid, brandstofverbruikprestaties en daadwerkelijk gehuurde dagen. De TCE-inkomsten van onze schepen die in de pool actief zijn, zijn gelijk aan de poolpuntwaardering van elk schip vermenigvuldigd met de verhuurde tijd, zoals gerapporteerd door de poolmanager. Inkomsten uit deze variabele tijdcharterovereenkomsten waarbij schepen in dienst zijn van de pool, worden geboekt volgens IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Opbrengsten uit gepresteerde diensten
Inkomsten uit gepresteerde diensten, zoals scheepsmanagement, engineering en technische bijstand, worden in de resultatenrekening opgenomen naarmate de diensten worden verleend. De klant ontvangt en verbruikt tegelijkertijd de voordelen die voortvloeien uit de prestaties van de entiteit naarmate de entiteit de prestaties verricht (recurrente diensten). Facturen en gerelateerde betalingstermijnen zijn afhankelijk van individuele contractuele voorwaarden.
Licentievergoedingen
Inkomsten uit het in licentie geven van toegang tot intellectuele eigendom van EXMAR worden over het algemeen gespreid in de tijd opgenomen, samen met de onderliggende geleverde diensten op basis van bestede tijd en materiaal. Indien de licentie-inkomsten als afzonderlijk en onderscheiden worden beschouwd binnen de context van het contract, worden deze inkomsten opgenomen op het moment dat EXMAR voldoet aan de prestatieverplichting en de controle wordt overgedragen aan de klant.
Winst uit de verkoop van activa
Winst uit de verkoop van activa (schepen en platformen) wordt in de resultatenrekening opgenomen wanneer de controle van het actief verbonden aan de specifieke prestatieverplichting werd overgedragen aan de klant, wat in principe overeenkomt met het moment van levering van het schip of platform aan de klant. Facturen en gerelateerde betalingstermijnen zijn afhankelijk van de individuele contractuele voorwaarden.
Opbrengsten uit de verkoop van goederen
Contracten met klanten voor de verkoop van goederen hebben slechts één prestatieverplichting. Opbrengsten worden erkend op het moment dat de controle van het goed wordt overgedragen aan de klant, in principe op het moment van levering van de goederen.
Opbrengsten uit onderhanden projecten
Opbrengsterkenning bij projectgebonden activiteiten gebeurt volgens de "percentage of completion" methode (nl. pro rato van de voortgang van het project), op voorwaarde dat het erkende resultaat van het project op redelijke basis kan worden beoordeeld.
Commissies
Wanneer de Groep bij een transactie als tussenpersoon (agent) optreedt in plaats van als hoofdpartij, zijn de erkende opbrengsten het nettobedrag van de commissies waarop de Groep recht heeft.
k. Leasing
Bij de start van een overeenkomst bepaalt de Groep of de overeenkomst een leasingk. contract is of omvat.
Als een leasingnemer
De Groep erkent een gebruiksrecht en een leaseverplichting bij de start van het leasing contract. Het gebruiksrecht wordt initieel gewaardeerd aan kostprijs, deze kostprijs omvat het initiële bedrag van de leaseverplichting aangepast voor leasebetalingen gedaan op of voor de startdatum van de lease vermeerderd met direct toewijsbare kosten en ingeschatte kosten om het gerelateerde actief te ontmantelen of te verwijderen of om het gerelateerde actief te herstellen of de locatie waar het actief zich bevindt in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. Verkregen lease voordelen dienen in mindering van de kostprijs gebracht te worden.
Het gebruiksrecht wordt vervolgens afgeschreven volgens de lineaire methode vanaf de start van het leasingcontract tot de einddatum van het leasingcontract, tenzij het leasingcontract eigendom transfereert op het einde van de leasetermijn of de kostprijs van het recht-op-gebruik het uitoefenen van een aankoopoptie door de Groep weerspiegelt. In dit geval wordt het gebruiksrecht afgeschreven over de geschatte gebruiksduur van het actief, welke bepaald wordt op dezelfde manier als deze van andere materiële vaste activa. Bijkomend wordt het gebruiksrecht verminderd met waardeverminderingen, indien van toepassing.
De leaseverplichting wordt initieel gewaardeerd aan de huidige waarde van de toekomstige leasebetalingen op de startdatum van het leasingcontract, verdisconteerd aan het impliciete intrestpercentage van het leasingcontract of wanneer dit percentage niet kan bepaald worden, dan gebruikt de Groep haar marginale rentevoet als verdisconteringspercentage.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 209
Algemeen gesteld gebruikt de Groep haar marginale rentevoet als verdisconteringspercentage. De marginale rentevoet wordt bepaald door rentevoeten te bekomen van verschillende externe financieringsbronnen en bepaalde aanpassingen te doen in het kader van de voorwaarden van het leasingcontract en het type actief.
Leasebetalingen opgenomen in de waardering van de leaseverplichting omvatten het volgende:
- Vaste betalingen inclusief in hoofdzaak vaste betalingen;
- Variabele leasebetalingen afhankelijk van een index of tarief, initieel gewaardeerd aan de index of het tarief op de startdatum;
- Het bedrag dat verwacht wordt betaalbaar te zijn onder een restwaardegarantie; en
- De uitoefenprijs onder een aankoopoptie welke de Groep zo goed als zeker zal uitoefenen, leasebetalingen in een optionele periode van verlenging als de Groep zo goed als zeker deze optie zal uitoefenen en contractuele boetes voor vervroegde stopzetting tenzij de Groep zo goed als zeker niet vervroegd zal stopzetten.
De leaseverplichting wordt gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve intrestmethode.
Wanneer er een aanpassing is van de leaseverplichting in bovenstaand verband, dan wordt een corresponderende aanpassing gedaan aan de boekwaarde van gebruiksrecht of wordt in resultaat geboekt indien wanneer het gebruiksrecht verminderd werd tot nul.
De Groep presenteert het gebruiksrecht apart in de balans en de leaseverplichtingen zijn opgenomen onder de rubriek "Leningen".
Korte termijn leasingcontracten en leasingcontracten met immateriële waarden
De Groep heeft ervoor geopteerd om geen gebruiksrecht en gerelateerde leaseverplichting te erkennen voor korte termijn leasingcontracten en leasingcontracten met immateriële waarde. De Groep erkent deze leasebetalingen als een kost volgens de lineaire methode over de leasingtermijn.
Als een leasinggever
Bij aanvang of bij wijziging van een contract welke een leasingcomponent omvat, zal de Groep de vergoeding in het contract verdelen over de leasingcomponent en de niet-leasingcomponent op basis van hun relatieve afzonderlijke prijzen.
Wanneer de Groep optreedt als leasinggever, dan bepaalt het bij de start van een leasingcontract of een leasingcontract een financiële of een operationele lease is.
Om de leasing classificatie te bepalen, beoordeelt de Groep globaal of de lease nagenoeg alle aan de eigendom van het onderliggende actief verbonden risico's en voordelen overdraagt. Wanneer dit het geval is, dan is het leasingcontract een financiële lease; indien niet, dan is het leasingcontract een operationele lease. Bij deze beoordeling houdt de Groep rekening met bepaalde indicatoren, waaronder of de lease betrekking heeft op het grootste gedeelte van de economische levensduur van het actief.
De Groep erkent ontvangen leasebetalingen onder een operationeel leasingcontract als opbrengsten volgens de lineaire methode over de leasingtermijn van het contract.
I. Financiële opbrengsten en kosten
Financiële opbrengsten bestaan uit ontvangen intresten, dividenden, winsten bij verkoop van aandelen aan FVTPL, wijzigingen in de reële waarde van financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening, winsten op afdekkingsinstrumenten die in de resultatenrekening worden opgenomen en wisselkoerswinsten. Dividenden worden opgenomen in de resultatenrekening op de datum dat het dividend wordt toegekend.
Financiële kosten omvatten intresten op leningen, wijzigingen in de reële waarde van financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening, waardeverminderingen op financiële activa, wisselkoersverliezen en verliezen op afdekkingsinstrumenten die worden opgenomen in de resultatenrekening.
Financieringskosten die niet rechtstreeks toewijsbaar zijn aan het aankopen of gebruiksklaar maken van activa, worden in winst of verlies opgenomen op basis van de effectieve rentemethode. Wisselkoerswinsten en -verliezen worden netto gepresenteerd per munt als zijnde financiële opbrengsten of financiële kosten.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
m. Belastingen
De belastingen op het resultaat van het boekjaar omvatten over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare en uitgestelde belastingen. Ze worden opgenomen in de resultatenrekening.
De verschuldigde en verrekenbare belastingen zijn de belastingen verschuldigd op de belastbare winst van het boekjaar, berekend volgens de belastingtarieven die gelden op datum van afsluiting van het boekjaar, en voorts ook belastingcorrecties die betrekking hebben op voorgaande boekjaren. Belastingvorderingen en -verplichtingen worden enkel gecompenseerd als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
Uitgestelde belastingen worden opgenomen voor alle tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de jaarrekening en de fiscale boekwaarde van die posten.
Uitgestelde belastingen worden gewaardeerd tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn bij afloop van de tijdelijke verschillen, op basis van de wetten die op balansdatum zijn vastgesteld of materieel zijn vastgesteld. Actieve belastinglatenties worden opgenomen voor niet-gecompenseerde fiscale verliezen, niet gebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en verrekenbare tijdelijke verschillen, voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waarmee deze kunnen worden verrekend.
Actieve belastinglatenties worden afgewaardeerd zodra het niet langer waarschijnlijk is dat dit belastingvoordeel zich zal realiseren. Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen worden op iedere balansdatum opnieuw beoordeeld en opgenomen zodra het waarschijnlijk is dat er in de toekomst belastbare winsten beschikbaar zullen zijn, waartegen deze kunnen worden verrekend. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden enkel gecompenseerd als aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
In overeenstemming met IAS 12 wordt "tonnage tax" niet als inkomstenbelasting maar als overige kost opgenomen in de winst- en verliesrekening.
n. Segmentrapportering
Een segment is een onderdeel van de Groep met betrekking tot een operationele activiteit die inkomsten genereert en uitgaven maakt, met inbegrip van inkomsten en uitgaven afkomstig van transacties met andere onderdelen van de Groep. Het operationele resultaat van de segmenten wordt op een regelmatige basis door het management bekeken om zo beslissingen te nemen met betrekking tot de allocatie van middelen en om de prestaties van een segment te beoordelen.
Het resultaat van een segment omvat alle opbrengsten en kosten die rechtstreeks door dit segment worden gegenereerd, inclusief het deel van de te alloceren opbrengsten en kosten die redelijkerwijs aan het segment kan worden toegewezen. De activa en passiva van een segment omvatten als minimum de activa en passiva dewelke periodiek gerapporteerd worden aan de "Chief operating decision maker", zijnde de CEO van de Groep en de overige leden van het directiecomité.
De investeringen van het segment omvatten de aankoopkost van materiële en immateriële vaste activa voor de periode.
o. Emissierechten
EXMAR bezit en beheert schepen die onder het toepassingsgebied vallen van het emissiehandelsysteem van de Europese Unie. Dit resulteert enerzijds in inkomende stromen van haar klanten, die worden vereffend door de overdracht van emissierechten op basis van de emissies van het schip dat voor de respectieve klanten wordt geëxploiteerd, en anderzijds in uitgaande overdrachten van emissierechten aan de bevoegde EU-autoriteit.
Milieu-emissierechten, verworven voor de vereffening van emissies in het kader van de gewone bedrijfsvoering, worden geclassificeerd als immateriële activa. Ze worden aanvankelijk gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde. Emissierechten die binnen de komende 12 maanden zullen worden afgeboekt, worden geclassificeerd als vlottende immateriële vaste activa en worden opgenomen onder overige vlottende activa. In het geval dat emissierechten in cash worden verworven, wordt de kasstroom geclassificeerd als een investeringskasstroom.
De verplichting om milieu-emissierechten te leveren ontstaat door emissies tijdens activiteiten van schepen volgens de regelgeving van het emissiehandelsysteem van de Europese Unie en wordt geboekt als een toe te rekenen kost onder de handelschulden en overige schulden. Deze verplichting wordt gewaardeerd tegen de kostprijs van de verkregen emissierechten (de beschikbare emissierechten) en er wordt een voorziening geboekt voor het verschil tussen de in te leveren emissierechten en de beschikbare emissierechten.
De voorziening wordt gewaardeerd aan de reële waarde van de emissierechten op verslagdatum, zijnde de beste schatting van de uitgaven nodig om de ontbrekende emissierechten te verkrijgen.
In de resultatenrekening wordt alleen de netto-kost (wanneer de verplichting groter is dan de immateriële vaste activa) geboekt onder de overige bedrijfskosten.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 2 - Segmentrapportering
Met betrekking tot joint ventures, blijft de onderneming haar activiteiten opvolgen op basis van de interne management rapportering volgens de proportionele consolidatie methode. De reconciliatie van de segmentrapportering met de geconsolideerde balans en het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde resultaten wordt weergegeven onder Toelichting 3 Reconciliatie segmentrapportering. Alle verschillen hebben betrekking op de toepassing van IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten, er zijn geen andere verschillen van toepassing.
De Groep heeft 3 rapporteringssegmenten. Deze segmenten weerspiegelen het niveau waarop de CEO en het directiecomité naar het bedrijf kijken en beslissingen nemen over de verdeling van middelen en andere operationele zaken. Deze segmenten leveren verschillende diensten en producten en worden afzonderlijk geleid.
- De activiteiten van het Shipping segment omvatten het vervoer van vloeibaar gas zoals LNG, LPG, ammoniak en andere petrochemische gassen.
- Het Infrastructure segment levert innovatieve drijvende infrastructuur oplossingen aan de olie- en gasindustrie door enerzijds gebruik te maken van zijn activa portefeuille en door anderzijds nieuwe activa te ontwikkelen voor offshore en near-shore productie, verwerking, opslag en andere gerelateerde diensten.
- Het segment Diensten omvat gespecialiseerde ondersteunende dienstverlening zoals scheepsbeheer, reisbureau diensten, productie activiteiten en een investeringsportefeuille.
De structuur van de Groep en het management is niet gebaseerd op geografische informatie (vaste activa en omzet per belangrijkste land) aangezien de vloot van de onderneming ingezet wordt op een wereldwijde basis.
De intra-segment opbrengsten hebben voornamelijk betrekking op verleende diensten met betrekking tot managementactiviteiten, supervisie en bemanning van schepen.
De belangrijkste scheepvaartklanten, Equinor (voorheen Statoil), Saudi Arabian Mining Company en CSSA Chartering and Shipping Services, vertegenwoordigden respectievelijk 21,1% (2024: 21,5%), 10,9% (2024: 12,8%) en 8,5% (2024: 3,5%) van de inkomsten van het segment Scheepvaart en 9,0% (2024: 6,9%), 4,7% (2024: 4,1%) en 3,6% (2024: 1,1%) van de inkomsten van de EXMAR-groep in 2025. Het resterende deel van de inkomsten uit Scheepvaart is verdeeld over 24 verschillende klanten. ENI Congo, Gasunie en Sonangol exploration & production vertegenwoordigden 25,1% (2024: 34,9%), 21,5% (2024: 20,4%) en 3,0% (2024: 3,7%) van de opbrengst van het segment Infrastructure. Deze drie bedrijven vertegenwoordigden 10,1% (2024: 11,2%), 8,6% (2024: 6,6%) en 1,2% (2024: 1,2%) van de opbrengsten van de EXMAR-groep in 2025. De genoemde percentages zijn berekend exclusief schikkingsvergoedingen. Geen enkele andere klant vertegenwoordigde in 2025 meer dan 10,0% van de opbrengsten van de EXMAR-groep.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
CIJFERS PER SEGMENT 2025
| IN DUOZENDEN (JED)GECONSOLIDEERDE OVERZICHT VAN CEREALISEERDE RESULTATEN VOOR DE TWAALF MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER 2025 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| SHIPPING | INFRASTRUCTURE | DIENSTEN | ELIMINATIES | TOTAAL | |
| Externe opbrengsten | 146.597 | 137.853 | 58.587 | 343.037 | |
| Intra-segment opbrengsten | 1.660 | 858 | 9.098 | -11.617 | 0 |
| Totale opbrengsten | 148.257 | 138.712 | 67.685 | -11.617 | 343.037 |
| Winst gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 8.019 | 1.979 | 22 | 10.019 | |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 674 | 57 | 2.834 | 3.564 | |
| Bedrijfsopbrengsten | 156.949 | 140.748 | 70.540 | -11.617 | 356.620 |
| Bedrijfsresultaat vóór afschrijvingen en waardeverminderingen (EBITDA) | 105.186 | 80.870 | -7.859 | 0 | 178.196 |
| Afschrijvingen | -48.035 | -12.556 | -1.551 | -62.142 | |
| Waardeverminderingen en terugnames | 0 | -36 | -505 | -541 | |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 57.151 | 68.278 | -9.916 | 0 | 115.513 |
| Intrestopbrengsten (niet-intra-segment) | 2.069 | 1.013 | 7.492 | 10.574 | |
| Intrestopbrengsten intra-segment | 978 | 7.401 | 19.859 | -28.237 | 0 |
| Intrestkosten (niet-intra-segment) | -23.747 | -11.455 | -169 | -35.371 | |
| Intrestkosten intra-segment | -14.292 | -5.560 | -8.384 | 28.237 | 0 |
| Andere financiële opbrengsten | 145 | 195 | 17.429 | 17.770 | |
| Andere financiële kosten | -1.521 | -739 | -22.948 | -25.208 | |
| Aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en joint ventures (na belastingen) | 0 | -682 | 255 | -428 | |
| Belastingen op het resultaat | 285 | -3.675 | -5.117 | -8.507 | |
| Segment resultaat na belastingen | 21.068 | 54.776 | -1.499 | 0 | 74.344 |
| Toe te rekenen aan: | |||||
| Minderheidsbelang | 1 | ||||
| Aandeelhouders van de vennootschap | 74.343 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 213
| IN QUIZENDEN UEDI GECONSOLIDEERDE OVERZICHT VAN CEREALISEERDE RESULTATEN VOOR DE TWAALF MAANDEN EINDICEND OP 31 DECEMBER 2025 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| SHIPPING | INFRASTRUCTURE | DIENSTEN | ELIMINATIES | TOTAAL | |
| ACTIVA | |||||
| Schepen en platformen | 577.866 | 181.382 | 0 | 759.247 | |
| Andere materiële vaste activa | 224 | 1.102 | 1.572 | 2.898 | |
| Immateriële activa | 298 | 123 | 607 | 1.029 | |
| Gebruiksrechten | 29.586 | 1.605 | 6.472 | 37.662 | |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 0 | 2.161 | 760 | 2.922 | |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 0 | 147 | -4 | 143 | |
| Financiële activa via reële waarde aan FVTPL | 0 | 0 | 55.268 | 55.268 | |
| Gegeven leningen intra-segment | 345 | 86.808 | 415.654 | -502.807 | 0 |
| Overige lange termijn financiële activa | 0 | 0 | 10.094 | 10.094 | |
| Kas en kasequivalenten | 12.883 | 44.136 | 149.996 | 207.015 | |
| Geblokkeerde kasequivalenten | 6.899 | 0 | 233 | 7.132 | |
| Activa aangehouden voor verkoop | 8.708 | 0 | 0 | 8.708 | |
| Totale segment activa | 636.808 | 317.464 | 640.651 | -502.807 | 1.092.116 |
| Niet-toegewezen handels- en overige vorderingen | 83.421 | ||||
| Handels- en overige vorderingen intra-segment | 2.407 | 28.402 | 6.746 | -37.555 | 0 |
| Niet-toegewezen overige activa | 10.885 | ||||
| Totale activa | -540.362 | 1.186.422 | |||
| VERPLICHTINGEN | |||||
| Lange termijn leningen | 325.895 | 132.070 | 1.922 | 459.886 | |
| Korte termijn leningen | 45.510 | 25.543 | 988 | 72.042 | |
| Leningen intra-segment | 309.111 | 106.537 | 87.160 | -502.807 | 0 |
| Overige schulden & derivaten | 605 | 888 | 0 | 1.493 | |
| Lange termijn voorzieningen | 797 | 293 | 4.308 | 5.398 | |
| Totaal segment verplichtingen | 681.916 | 265.331 | 94.378 | -502.807 | 538.819 |
| Niet-toegewezen eigen vermogen | 549.113 | ||||
| Niet-toegewezen handels- en overige schulden | 94.605 | ||||
| Handels- en overige schulden intra-segment | -475.526 | -81.346 | 594.427 | -37.555 | 0 |
| Niet-toegewezen overige verplichtingen | 3.886 | ||||
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | -540.362 | 1.186.422 | |||
| KASSTROOMOVERZICHT | |||||
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 184.757 | ||||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | -129.484 | ||||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | -203.799 | ||||
| Wisselkoersfluctuaties | 516 | ||||
| Totale kasstroom | -148.010 | ||||
| BIJKOMENDE INFORMATIE | |||||
| Investeringen | -177.119 | ||||
| Inkomsten uit verkoop | 51.276 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
CIJFERS PER SEGMENT 2024
| IN DUOZENDEN USD)GECONSOLIDEERDE OVERZICHT VAN CEREALISEERDE RESULTATEN VOOR DE TWAALF MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER 2025 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| SHIPPING | INFRASTRUCTURE | DIENSTEN | ELIMINATIES | TOTAAL | |
| Externe opbrengsten | 140.066 | 210.436 | 84.392 | 434.893 | |
| Intra-segment opbrengsten | 2.765 | 1.727 | 5.789 | -10.281 | 0 |
| Totale opbrengsten | 142.831 | 212.162 | 90.181 | -10.281 | 434.893 |
| Winst gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 7.209 | 78.227 | 20.397 | 105.834 | |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 1.521 | 0 | 2.807 | 4.328 | |
| Bedrijfsopbrengsten | 151.561 | 290.390 | 113.385 | -10.281 | 545.055 |
| Bedrijfsresultaat vóór afschrijvingen en waardeverminderingen (EBITDA) | 107.375 | 143.561 | 22.824 | 0 | 273.759 |
| Afschrijvingen | -50.825 | -12.250 | -1.524 | -64.599 | |
| Waardeverminderingen en terugnames | -1 | -2.613 | -128 | -2.742 | |
| Verlies gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 0 | 1 | 0 | 1 | |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 56.548 | 128.700 | 21.172 | 0 | 206.419 |
| Intrestopbrengsten (niet-intra-segment) | 4.522 | 4.320 | 4.900 | 13.742 | |
| Intrestopbrengsten intra-segment | 2.284 | 5.182 | 22.397 | -29.863 | 0 |
| Intrestkosten (niet-intra-segment) | -26.104 | -9.834 | -218 | -36.156 | |
| Intrestkosten intra-segment | -16.261 | -7.822 | -5.780 | 29.863 | 0 |
| Andere financiële opbrengsten | 590 | 3.897 | 7.817 | 12.304 | |
| Andere financiële kosten | -547 | -565 | -5.752 | -6.865 | |
| Aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en joint ventures (na belastingen) | 0 | 2.471 | 237 | 2.708 | |
| Belastingen op het resultaat | -213 | -4.863 | -6.084 | -11.160 | |
| Segment resultaat na belastingen | 20.818 | 121.485 | 38.688 | 0 | 180.991 |
| Toe te rekenen aan: | |||||
| Minderheidsbelang | 2 | ||||
| Aandeelhouders van de vennootschap | 180.989 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 215
| EN DUIZENDEN UEDI GECONSOLIDEERDE OVERZICHT VAN CEREALISEERDE RESULTATEN VOOR DE TWAALF MAANDEN EINDICEND OP 31 DECEMBER 2025 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| SHIPPING | INFRASTRUCTURE | DIENSTEN | ELIMINATIES | TOTAAL | |
| Activa | |||||
| Schepen en platformen | 440.895 | 192.430 | 0 | 633.325 | |
| Andere materiële vaste activa | 73 | 1.143 | 1.120 | 2.336 | |
| Immateriële activa | 113 | 120 | 54 | 288 | |
| Gebruiksrechten | 30.535 | 2.418 | 1.449 | 34.402 | |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 0 | 510 | 573 | 1.082 | |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 0 | 350 | 1.961 | 2.311 | |
| Financiële activa via reële waarde aan FVTPL | 0 | 0 | 61.133 | 61.133 | |
| Gegeven leningen intra-segment | 84.005 | 88.771 | 543.097 | -715.872 | 0 |
| Overige lange termijn financiële activa | 0 | 0 | 260 | 260 | |
| Kas en kasequivalenten | 55.911 | 108.204 | 190.911 | 355.025 | |
| Assets held for sale | 32.467 | 0 | 0 | 32.467 | |
| Totale segment activa | 643.998 | 393.946 | 800.558 | -715.872 | 1.122.629 |
| Niet-toegewezen handels- en overige vorderingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 137.372 |
| Handels- en overige vorderingen intra-segment | 7.076 | 28.909 | 56.998 | -92.983 | 0 |
| Niet-toegewezen overige activa | 0 | 0 | 0 | 0 | 10.866 |
| Totale activa | -808.855 | 1.271.828 | |||
| Verplichtingen | |||||
| Lange termijn leningen | 316.346 | 156.476 | 671 | 473.494 | |
| Korte termijn leningen | 52.788 | 25.758 | 878 | 79.425 | |
| Leningen intra-segment | 351.576 | 225.621 | 138.675 | -715.872 | 0 |
| Overige schulden & derivaten | 0 | 20 | 1.246 | 1.266 | |
| Lange termijn voorzieningen | -10.156 | 13.879 | 15.857 | 19.579 | |
| Totaal segment verplichtingen | 710.554 | 421.754 | 157.328 | -715.872 | 573.764 |
| Niet-toegewezen eigen vermogen | 609.626 | ||||
| Niet-toegewezen handels- en overige schulden | 81.205 | ||||
| Handels- en overige schulden intra-segment | -46.203 | 56.670 | 82.515 | -92.983 | 0 |
| Niet-toegewezen overige verplichtingen | 7.233 | ||||
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | -808.855 | 1.271.828 | |||
| KASSTROOMOVERZICHT | |||||
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 95.662 | ||||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | 31.674 | ||||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | -11.130 | ||||
| Wisselkoersfluctuaties | -1.299 | ||||
| Totale kasstroom | 114.908 | ||||
| BIJKOMENOE INFORMATIE | |||||
| Investeringen | -45.819 | -1.110 | -513 | -47.441 | |
| Inkomsten uit verkoop | 43.384 | 0 | 125 | 43.509 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 3 - Reconciliatie segmentrapportering
Management kijkt de financiële informatie van elk operationeel segment na op basis van de proportionele consolidatiemethode. De onderstaande tabellen reconciliëren de financiële informatie zoals weergegeven in de geconsolideerde balans en in de geconsolideerde resultatenrekening (dewelke opgesteld werden in overeenstemming met IFRS 11 volgens de vermogensmutatiemethode) met de financiële informatie weergegeven in Toelichting 2 Segmentrapportering (dewelke werden opgesteld volgens de proportionele consolidatiemethode).
RECONCILIATIE SEGMENT RAPPORTERING 2025
| (IN DUIZENDEN USD) | |||
|---|---|---|---|
| VOOR DE TWAALE MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER 2025 | PROPORTIONELE CONSOLIDATIE | VERSCHIL | VERMOGENS-MUTATIEMETHODE |
| Opbrengsten | 343.037 | -94.896 | 248.140 |
| Winst gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 10.019 | -2.568 | 7.451 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 3.564 | 0 | 3.564 |
| Operationele kosten van schepen | -112.379 | 21.338 | -91.040 |
| Algemene en administratieve kosten | -35.164 | -755 | -35.920 |
| Personeelskosten | -46.704 | 234 | -46.470 |
| Afschrijvingen | -62.142 | 36.062 | -26.080 |
| Waardeverminderingen en terugnames | -541 | 0 | -541 |
| Voorzieningen - (Toename)/Afname | 15.967 | 0 | 15.967 |
| Verlies gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 0 | 0 | 0 |
| Overige bedrijfskosten (+/-) | -145 | 32 | -113 |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 115.513 | -40.553 | 74.960 |
| Intrestopbrengsten | 10.574 | -2.038 | 8.536 |
| Intrestkosten | -35.371 | 16.735 | -18.636 |
| Andere financiële opbrengsten | 17.770 | -86 | 17.685 |
| Andere financiële kosten | -25.208 | 586 | -24.622 |
| Resultaat voor belastingen en voor aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 83.279 | -25.356 | 57.922 |
| Aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en joint ventures (na belastingen) | -428 | 24.936 | 24.509 |
| Belastingen op het resultaat | -8.507 | 420 | -8.087 |
| Resultaat van de periode | 74.344 | 0 | 74.344 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 217
| (IN DUIZENDEN USD) | |||
|---|---|---|---|
| 31 DECEMBER 2023 | PROPORTIONELE CONSOLIDATIE | VERSCHIL | VERHOGZOVE MUTATIEMETHODE |
| Schepen en platformen | 759.247 | -398.857 | 360.390 |
| Andere materiële vaste activa | 2.898 | -52 | 2.846 |
| Immateriële activa | 1.029 | -298 | 730 |
| Gebruiksrechten | 37.662 | -29.465 | 8.197 |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 2.922 | 178.956 | 181.878 |
| Overige lange termijn financiële activa | 10.094 | 0 | 10.094 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 224 | -224 | 0 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 2.558 | 0 | 2.558 |
| Financiële activa via reële waarde aan FVTPL | 55.268 | 0 | 55.268 |
| Vaste activa | 871.902 | -249.941 | 621.960 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 8.708 | 0 | 8.708 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 67 | 0 | 67 |
| Handels- en overige vorderingen | 83.354 | -5.930 | 77.424 |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 143 | -147 | -4 |
| Actuele belastingvorderingen | 8.103 | 0 | 8.103 |
| Geblokkeerde kasequivalenten | 7.132 | 0 | 7.132 |
| Kas en kasequivalenten | 207.015 | -27.172 | 179.842 |
| Vlottende activa | 314.521 | -33.249 | 281.271 |
| Totale activa | 1.186.422 | -283.191 | 903.232 |
| Eigen vermogen | 549.113 | 0 | 549.113 |
| Leningen | 459.886 | -214.888 | 244.998 |
| Overige schulden & derivaten | 1.493 | -605 | 888 |
| Personnelsbeloningen | 554 | 0 | 554 |
| Lange termijn voorzieningen | 5.398 | -797 | 4.601 |
| Uitgestelde belastingschulden | 0 | 0 | 0 |
| Verplichtingen op lange termijn | 467.331 | -216.290 | 251.042 |
| Leningen | 72.042 | -38.867 | 33.175 |
| Derivative financial liabilities | 0 | 0 | 0 |
| Handels- en overige schulden | 94.605 | -28.018 | 66.587 |
| Te betalen winstbelastingen | 3.332 | -16 | 3.316 |
| Verplichtingen op korte termijn | 169.979 | -66.901 | 103.078 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 1.186.422 | -283.191 | 903.232 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
RECONCILIATIE SEGMENT RAPPORTERING 2024
| (IN DUIZENDEN USD) | |||
|---|---|---|---|
| VOOR DE 12 MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER 2024 | PROPORTIONELE CONSOLIDATIE | VERSCHIL | VERMOGENS-MUTATIEMETHODE |
| Opbrengsten | 434.893 | -85.982 | 348.911 |
| Winst gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 105.834 | -3.217 | 102.617 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 4.328 | -2 | 4.325 |
| Operationele kosten van schepen | -181.930 | 18.659 | -163.271 |
| Gebruikte grondstoffen en hulpstoffen | -10.441 | 0 | -10.441 |
| Algemene en administratieve kosten | -39.988 | 636 | -39.352 |
| Personeelskosten | -44.728 | 8 | -44.719 |
| Afschrijvingen | -64.599 | 32.898 | -31.702 |
| Waardeverminderingen en terugnames | -2.742 | 0 | -2.742 |
| Verlies gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 1 | 0 | 1 |
| Overige bedrijfskosten (+/-) | 5.790 | 827 | 6.617 |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 206.419 | -36.174 | 170.245 |
| Intrestopbrengsten | 13.742 | -4.471 | 9.271 |
| Intrestkosten | -36.156 | 18.364 | -17.793 |
| Andere financiële opbrengsten | 12.304 | -171 | 12.133 |
| Andere financiële kosten | -6.865 | 180 | -6.685 |
| Resultaat voor belastingen en voor aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 189.443 | -22.272 | 167.171 |
| Aandeel in het resultaat in geassocieerde ondernemingen en joint ventures (na belastingen) | 2.708 | 22.231 | 24.938 |
| Belastingen op het resultaat | -11.160 | 42 | -11.118 |
| Resultaat van de periode | 180.991 | 0 | 180.991 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 219
| (IN DUIZENDEN USD) | |||
|---|---|---|---|
| 31 DECEMBER 2024 | PROPORTIONELE CONSOLIDATIE | VERSCHIL | VERMOGENS-MUTATIEMETHODE |
| Schepen en platformen | 633.325 | -264.751 | 368.575 |
| Andere materiële vaste activa | 2.336 | 0 | 2.336 |
| Immateriële activa | 288 | -113 | 175 |
| Gebruiksrechten | 34.402 | -30.149 | 4.253 |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 1.082 | 158.605 | 159.687 |
| Overige lange termijn financiële activa | 260 | 0 | 260 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 2.047 | -1.462 | 586 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 4.635 | 0 | 4.635 |
| Financiële activa via reële waarde aan FVTPL | 61.133 | -112 | 61.021 |
| Vaste activa | 739.508 | -137.980 | 601.528 |
| Assets held for sale | 32.467 | -17.736 | 14.731 |
| Derivative financial asset | 1.072 | 0 | 1.072 |
| Financial assets at FVTPL | -112 | 112 | 0 |
| Handels- en overige vorderingen | 137.372 | -13.486 | 123.886 |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 2.311 | -2.263 | 48 |
| Actuele belastingvorderingen | 4.184 | 0 | 4.184 |
| Kas en kasequivalenten | 355.025 | -80.288 | 274.737 |
| Vlottende activa | 532.320 | -113.662 | 418.658 |
| Totale activa | 1.271.828 | -251.642 | 1.020.186 |
| Eigen vermogen | 609.626 | 0 | 609.626 |
| Leningen | 473.494 | -195.700 | 277.794 |
| Overige schulden & derivaten | 1.266 | -26 | 1.240 |
| Personnelsbeloningen | 785 | 0 | 785 |
| Lange termijn voorzieningen | 19.579 | -291 | 19.289 |
| Uitgestelde belastingschulden | 0 | 0 | 0 |
| Verplichtingen op lange termijn | 495.125 | -196.016 | 299.109 |
| Leningen | 79.425 | -40.666 | 38.759 |
| Handels- en overige schulden | 81.205 | -14.953 | 66.252 |
| Te betalen winstbelastingen | 6.447 | -6 | 6.441 |
| Verplichtingen op korte termijn | 167.077 | -55.625 | 111.452 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 1.271.828 | -251.642 | 1.020.186 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 4 - Opbrengsten
| VOOR DE PERIODE EINDIGEND OP 31 DECEMBER (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Shipping segment | 50.573 | 53.988 |
| Infrastructure segment - gewone opbrengsten | 133.366 | 208.183 |
| Diensten segment - gewone opbrengsten | 64.202 | 86.740 |
| Opbrengsten | 248.140 | 348.911 |
De daling van de totale opbrengsten in het segment Shipping is voornamelijk het gevolg van een afname van het aantal drukschepen.
De Opbrengsten in het segment Infrastructure daalden in 2025 als gevolg van de lagere opbrengsten uit engineering, aankoop en bouwcontracten voor het Marine XII project in Cong, gedeeltelijk gecompenseerd door hogere opbrengsten uit engineering projecten uitgevoerd door Exmar Offshore Company, in Houston.
De daling van de bedrijfsopbrengsten bij het segment Diensten is het gecombineerde effect van de exit van Bexco NV per mei 2024 uit de consolidatiekring van de Groep, lagere opbrengsten uit scheepsbeheer door O&M-diensten, gecompenseerd door hogere opbrengsten uit de offshore-accomodatieplatformen.
Opbrengsten die binnen het toepassingsgebied van IFRS 16 Leasing vallen vertegenwoordigden 36,0% (2024: 29,3%) van de totale opbrengsten en zijn gesitueerd in de segmenten Shipping en Infrastructure. Opbrengsten die binnen het toepassingsgebied van IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten vallen, vertegenwoordigden 64,0% (2024: 70,7%) van de totale opbrengsten.
Belangrijke scheepvaartklanten Equinor (ex-Statoil), Nippon Gas Line Co. en SHV Gas Supply and Risk Management vertegenwoordigden respectievelijk 61,2% (2024: 55,8%), 10,1% (2024: 0,0%) en 6,8% (2024: 5,8%) van de opbrengst van het segment Scheepvaart. Deze drie klanten droegen in 2025 respectievelijk 12,5% (2024: 8,6%), 2,1% (2024: 0,0%) en 1,4% (2024: 0,9%) bij aan de inkomsten van de EXMAR-groep. In 2025 vertegenwoordigde Nippon Gas Line Co 10,1% van de opbrengst van het segment Scheepvaart en 2,1% van de opbrengst van de EXMAR-groep, tegenover 0,0% in 2024. ENI Congo en Gasunie vertegenwoordigden 25,9% (2024: 23,5%) en 22,2% (2024: 13,7%) van de opbrengsten van het segment Infrastructure. Deze twee klanten vertegenwoordigden 13,9% (2024: 14,0%) en 11,9% (2024: 8,2%) van de opbrengsten van de EXMAR-groep in 2025. Geen enkele andere klant vertegenwoordigt meer dan 10,0% van de opbrengsten van de EXMAR-groep in 2025.
| (IN DUIZENDEN USD) | DECEMBER 31, 2025 | DECEMBER 31, 2024 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen opgenomen in handels- en overige vorderingen (korte + lange termijn) | 59.818 | 94.302 |
| Contract activa opgenomen in handels- en overige vorderingen | 15.173 | 15.995 |
| Contract schulden opgenomen in handels- en overige schulden | 12.495 | 9.061 |
| Contractsaldi | 87.486 | 119.358 |
De daling van de contractsaldi in 2025 is het gevolg van een daling van e handelsvorderingen met betrekking tot de engineering- en exploitatie- en onderhoudsovereenkomsten voor TANGO FLNG en EXCALIBUR.
De contract activa hebben voornamelijk betrekking op de rechten van de Groep op vergoedingen voor werk dat is voltooid maar niet gefactureerd op balansdatum. De contractuele activa worden overgeboekt naar vorderingen wanneer de rechten onvoorwaardelijk worden.
De contractuele verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op facturen voor opbrengsten uit schepen (vooruitbetaalde huur) en vooruitbetaalde bedragen voor geplande diensten. De contractuele verplichtingen aan het einde van 2024 zijn opgenomen als opbrengsten in 2025.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 221
Toelichting 5 - Winst bij verkoop
| VOOR DE PERIODE EINDIGEND OP 31 DECEMBER (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Winst uit verkoop aandelen Export LNG | 0 | 78.000 |
| Winst uit verkoop aandelen Bexco NV | 0 | 20.589 |
| Winst uit verkoop van schepen | 5.451 | 3.991 |
| Overige | 2.001 | 37 |
| Winst gerealiseerd bij verkoop van vaste activa | 7.451 | 102.617 |
EXMAR heeft in 2024 aanzienlijke opbrengsten gerealiseerd uit de verkoop van aandelen:
- In 2022 verkocht EXMAR 100% van de aandelen van Export LNG Ltd, de eigenaar van de vlottende liquefactie-eenheid TANGO FLNG, aan ENI. De verkoopovereenkomst bevat een prijsaanpassingsclausule tussen plus USD 44,0 miljoen en min USD 78,0 miljoen, afhankelijk van de werkelijke prestaties van de TANGO FLNG tijdens de eerste zes operationele maanden op de werf. Na succesvolle prestatietests in het vierde kwartaal van 2024 is de verplichting van 78 miljoen USD vrijgegeven.
- Als gevolg van de verkoop van 100% van de aandelen van Bexco op 21 mei 2024 realiseerde EXMAR een eenmalige winst van 20,6 miljoen USD.
In 2025 leverde EXMAR drie schepen, Debbie, Helane en Anne, op aan hun nieuwe eigenaren.
De overige winsten bij verkopen die in 2025 werden gerealiseerd, hebben voornamelijk betrekking op historische reserves, die na de verkoop van aandelen in Springmarine Nigeria Ltd. in de opbrengstenrekening werden opgenomen.
Toelichting 6 - Operationele kosten van schepen en technische projectkosten
| VOOR DE PERIODE EINDIGEND OP 31 DECEMBER (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Operationele kosten bemanning | -36.043 | -39.472 |
| Operationele kosten onderhoud | -32.260 | -96.262 |
| Operationele kosten verzekeringen | -1.715 | -1.928 |
| Operationele kosten overige | -661 | 1.193 |
| Technische projectkosten uitbesteding en outsourcing | -16.137 | -15.741 |
| Technische projectkosten bronbelasting klantprojecten | -4.224 | -11.061 |
| Operationele kosten van schepen & technische projectkosten | -91.040 | -163.271 |
Operationele kosten van schepen zijn uitgaven voor de exploitatie van een schip en omvatten voornamelijk bemanning, onderhoud, verzekeringen en andere gerelateerde kosten. Operationele kosten van schepen omvatten geen afschrijvingen.
Technische projectkosten omvatten de kosten die worden gemaakt om aan klantencontracten te voldoen en omvatten voornamelijk vergoedingen aan onderaannemers, vergoedingen aan consultants die voor het project werken en de bronbelastingen op buitenlandse activiteiten. De operationele kosten van schepen en technische projecten zijn exclusief personeelskosten van het walpersoneel.
De daling van de operationele kosten van schepen en technische projecten in 2025 ten opzichte van 2024 is voornamelijk het gevolg van de lagere kosten in verband met de engineering-, aankoop- en ombouwcontracten voor de TANGO FLNG en EXCALIBUR FSU door de voltooiing van de ombouwwerkzaamheden begin 2024 en het lagere aantal drukschepen.
Toelichting 7 - Aankopen goederen
In 2024 registreerde EXMAR voor USD 10,4 miljoen aankopen van goederen met betrekking tot de vervaardiging van touwen bij Bexco NV, vergeleken met USD 0 miljoen in 2025. Deze daling is het gevolg van het feit dat Bexco de consolidatiekring heeft verlaten na de verkoop van 100% van de aandelen in mei 2024.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 8 - Algemene- en administratieve kosten
| VOOR DE PERIODE EINDIGEND OP 31 DECEMBER (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Administratieve kosten | -32.802 | -34.265 |
| Vrachtkosten | 0 | -817 |
| Niet op inkomsten gebaseerde belastingen | -1.318 | -1.759 |
| Overige kosten | -1.800 | -2.511 |
| Algemene- en administratieve kosten | -35.920 | -39.352 |
In 2025 zijn de administratieve kosten gedaald, voornamelijk doordat Bexco de consolidatiekring heeft verlaten.
Administratieve kosten zijn kosten die geen verband houden met een schip of een klantproject. Hieronder vallen IT-kosten, kantoorkosten, bestuurdersvergoedingen, reiskosten, advieskosten, uitbestede administratieve en technische diensten, en verzekeringspremies.
Toelichting 9 - Personeelskosten
| VOOR DE PERIODE EINDIGEND OP 31 DECEMBER (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Lonen en salarissen | -40.157 | -38.131 |
| Sociale lasten | -5.591 | -5.822 |
| Personeelsbeloning, toegezegde pensioenregeling en toegezegde bijdrageregeling | -722 | -766 |
| Personeelskosten | -46.470 | -44.719 |
| AAN HET EINDE VAN HET BOEKJAAR | 2025 | 2024 |
| --- | --- | --- |
| Zeevarenden | 1.099 | 1.219 |
| Niet-zeevarenden | 312 | 302 |
| Personeelsaantal | 1.411 | 1.521 |
De salarissen en lonen zijn gestegen als gevolg van hogere personeelskosten op verschillende locaties, gedeeltelijk gecompenseerd door het vertrek van Bexco (nog inbegrepen in de eerste vier maanden van 2024).
Het personeelsaantal vertegenwoordigt het effectief aantal mensen in dienst per einde van het boekjaar (inclusief de zeevarenden van onze geassocieerde ondernemingen).
Een belangrijk deel van de zeevarenden zijn tewerkgesteld op activa van of uitgebaat door onze geassocieerde ondernemingen en joint ventures, de gerelateerde kost is niet opgenomen in de personeelskosten van EXMAR zoals hierboven toegelicht.
Toelichting 10 - Voorzieningen
| VOOR DE PERIODE EINDIGEND OP 31 DECEMBER (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Voorziening geschil belastingen - Terugname | 800 | 10.446 |
| Voorziening geschil garantie - (Toename)/Terugname | 15.233 | -3.551 |
| Overige | -66 | -217 |
| Voorzieningen - (Toename)/Afname | 15.967 | 6.678 |
In het vierde kwartaal van 2024 werd een overeenkomst bereikt over het geschil over de voormalige leaseovereenkomst van de LNG Carrier EXCEL. Als gevolg hiervan werd de voorziening ten bedrage van in totaal 10,4 miljoen USD teruggenomen.
De bijkomende voorzieningen van 2024 voor een totaalbedrag van USD 3,6 miljoen stemmen overeen met verplichtingen in het kader van de engineering-, aankoop- en bouwcontracten voor het Marine XII project in Congo.
In februari 2025 liep de garantieperiode voor de engineering-, aankoop- en bouwcontracten voor het Marine XII-project in Congo af, wat resulteerde in de vrijval van de voorziening van 15,2 miljoen USD.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 223
Toelichting 11 - Financieel resultaat
| VOOR DE PERIODE EINDIGEND OP 31 DECEMBER (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Intresten op leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 0 | 1.951 |
| Intresten uit kas en kasequivalenten | 8.536 | 7.320 |
| Intrestopbrengsten | 8.536 | 9.271 |
| Intrestkosten op rentedragende leningen | -18.060 | -17.183 |
| In resultaat genomen transactiekosten | -576 | -610 |
| Intrestkosten | -18.636 | -17.793 |
De interestopbrengsten zijn gedaald als gevolg van lagere interestopbrengsten op leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures.
De intrestkosten hebben betrekking op de leningen van EXMAR zoals vermeld in Toelichting 26 Leningen. De stijging met USD 0,8 miljoen is voornamelijk te wijten aan de EXCALIBUR-lening (CMFL) die in augustus 2024 van start ging, gedeeltelijk gecompenseerd door lagere intrestkosten bij de leningen voor LPG drukschepen, na het lichten van bijkomende vervroegde aankoopopties in 2025.
| VOOR DE PERIODE EINDIGEND OP 31 DECEMBER (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Gerealiseerde wisselkoerswinsten | 4.664 | 1.146 |
| Niet-gerealiseerde wisselkoerswinsten | 3.955 | 6.813 |
| Dividend van niet-geconsolideerde ondernemingen | 8.122 | 35 |
| Financiële aandelen - gewaardeerd aan FVTPL | 13 | 2.965 |
| Toename reële waarde van financiële instrumenten | -483 | 1.072 |
| Overige | 72 | 100 |
| Gerealiseerde winst op verkoop van aandelen | 1.343 | 0 |
| Andere financiële opbrengsten | 17.685 | 12.133 |
| Gerealiseerde wisselkoersverliezen | -4.484 | -1.784 |
| Niet-gerealiseerde wisselkoersverliezen | -9.183 | -2.006 |
| Financiële aandelen - gewaardeerd aan FVTPL | -9.992 | 0 |
| Bankkosten | -359 | -261 |
| Overige | -603 | -2.635 |
| Andere financiële kosten | -24.622 | -6.685 |
De overige financiële opbrengsten stegen met USD 5,6 miljoen tot USD 17,7 miljoen en zijn het resultaat van dividendinkomsten uit aandelen in Vantage Drilling, de meerwaarden op verkoop van aandelen en hogere gerealiseerde wisselkoerswinsten op vorderingen in euro, gedeeltelijk gecompenseerd door lagere wisselkoerswinsten op vorderingen in USD in België en Congo bij entiteiten die niet in USD rapporteren.
De overige financiële kosten stegen aanzienlijk met USD 17,9 miljoen in vergelijking met 2024 door (i) hogere gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselkoersverliezen op vorderingen in USD in België en Congo en (ii) het verlies uit de herwaardering van aandelen in Vantage Drilling en in Ventura tegen reële waarde via de winst-en-verliesrekening.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 12 - Winstbelastingen
| VOOR DE PERIODE EINDIGEND OP 31 DECEMBER (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Belastingen over het boekjaar | -6.457 | -11.093 | |
| Correcties op voorgaande boekjaren | 445 | -289 | |
| Winstbelastingen | -6.012 | -11.402 | |
| Uitgestelde winstbelasting | -2.075 | 284 | |
| Winstbelastingen | -8.087 | -11.118 | |
| AANSLUITING | |||
| Resultaat voor belasting | 82.431 | 192.109 | |
| Belastingen aan nationaal tarief | -25,00% | -20.608 | -25,00% |
| Taks impact aandeel in het resultaat van geass. ondernemingen en JV | 6.220 | 5.617 | |
| Aanpassing voor: | |||
| Impact belastingtarieven in andere landen | 4.395 | 25.975 | |
| Niet-aftrekbare kosten | -390 | -336 | |
| Overige belastingen | 0 | 0 | |
| Verliezen van het boekjaar en belastingkredieten waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgezet | -7.231 | -2.931 | |
| Aanwending fiscaal overgedragen verliezen, belastingkredieten en overige belastingvoordelen waarvoor voordien geen uitgestelde belastingvordering werd opgezet | 10.725 | 7.554 | |
| Niet-aangewende fiscaal overgedragen verliezen onder het Belgische tonnage taks regime | -1.440 | -1.920 | |
| Fiscaal vrijgestelde opbrengsten | 0 | 2.906 | |
| Aanpassingen met betrekking tot voorgaande boekjaren | 242 | 44 | |
| Aansluiting met het effectieve belastingtarief (1) | -9,8% | -8.087 | -5,8% |
1 Het effectieve belastingtarief berekend als winstbelastingen over het resultaat voor belastingen, gecorrigeerd voor het aandeel in de winst van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, bedraagt 7.6% (2024: 6.6%).
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 225
Toelichting 13 - Schepen en platformen
| (IN QUIZENDEN USD) | ||||
|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | SHIPPING | INFRASTRUCTURE | SCHEPEN IN KANROUW - VOORUIT-BETALINGEN | TOTAAL |
| Saldo per 1 januari 2024 | 282.443 | 237.130 | 0 | 519.573 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||||
| Verwervingen | 6.883 | 275 | 0 | 7.157 |
| Verkopen/buitengebruikstellingen | -24.452 | 0 | 0 | -24.452 |
| Transfer naar activa aangehouden voor verkoop | -26.650 | 0 | 0 | -26.650 |
| Vervroegde aankoopoptie | 3.267 | 0 | 0 | 3.267 |
| Saldo per 31 december 2024 | 241.490 | 237.405 | 0 | 478.895 |
| Saldo per 1 januari 2025 | 241.490 | 237.405 | 0 | 478.895 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||||
| Verwervingen | 2.062 | 0 | 25.743 | 27.805 |
| Vervroegde aankoopoptie | 1.959 | 0 | 0 | 1.959 |
| Verkopen/buitengebruikstellingen | 0 | -221 | 0 | -221 |
| Transfer naar activa aangehouden voor verkoop | -28.714 | 0 | 0 | -28.714 |
| Saldo per 31 december 2025 | 216.796 | 237.184 | 25.743 | 479.723 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | ||||
| Saldo per 1 januari 2024 | 65.160 | 38.665 | 0 | 103.826 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||||
| Afschrijvingen | 18.592 | 10.201 | 0 | 28.793 |
| Verkopen/buitengebruikstellingen | -10.380 | 0 | 0 | -10.380 |
| Transfer naar activa aangehouden voor verkoop | -11.918 | 0 | 0 | -11.918 |
| Saldo per 31 december 2024 | 61.454 | 48.866 | 0 | 110.321 |
| Saldo per 1 januari 2025 | 61.454 | 48.866 | 0 | 110.321 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||||
| Afschrijvingen | 12.357 | 10.173 | 22.530 | |
| Verkopen/buitengebruikstellingen | 0 | -221 | -221 | |
| Transfer naar activa aangehouden voor verkoop | -13.297 | 0 | -13.297 | |
| Saldo per 31 december 2025 | 60.514 | 58.818 | 0 | 119.333 |
| NETTO BOEKWAARDE | ||||
| Netto boekwaarde per 31 december 2024 | 180.036 | 188.538 | 0 | 368.575 |
| Saldo per 31 december 2025 | 156.282 | 178.365 | 25.743 | 360.390 |
In 2025 hebben de verwervingen betrekking op aanbetalingen voor drie van de vier nieuw te bouwen Suezmax-schepen, geactiveerde droogdokkosten in het segment Shipping en de uitoefening van de vervroegde afkoopoptie voor één drukschip.
In 2025 werden drie drukschepen verkocht, wat resulteerde in een winst van USD 5,5 miljoen (zie Toelichting 5 -- Winst bij verkoop). Twee drukschepen werden in 2025 overgeboekt naar activa aangehouden voor verkoop, waarbij één verkoop in 2025 werd afgerond (met winst opgenomen in de winst bij verkoop in 2025) en een tweede met een verwachte levering in het eerste kwartaal van 2026 (USD 8,7 miljoen). Het effect voor de twee schepen is een daling van de nettoboekwaarde in het segment Shipping van USD 15,4 miljoen.
De schepen zijn verpand gegeven als zekerheid voor de gerelateerde onderliggende verplichtingen. We verwijzen naar Toelichting 26 Leningen voor meer informatie over deze onderliggende verplichtingen.
Waardevermindering
Voor de schepen dewelke in volle eigendom worden aangehouden, werden interne en externe aanwijzingen geëvalueerd dewelke aangeven dat de vloot al dan niet getest dient te worden op het bestaan van een mogelijke waardevermindering. De boekwaarde van de vloot wordt vergeleken met de realiseerbare waarde van de vloot, dewelke de hoogste waarde is van de reële waarde verminderd met de verkoopkosten en de gebruikswaarde.
De reële waarde minus verkoopkosten is gebaseerd op de gemiddelde reële marktwaarde zoals vastgesteld door twee onafhankelijke scheepsmakelaars of recente markttransacties voor vergelijkbare activa. De reële waarde wordt gecorrigeerd met een gemiddelde makelaarscommissie, dewelke moet worden betaald wanneer een schip wordt verkocht. De gebruikswaarde is gebaseerd op de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd naar hun huidige waarde en rekening houdende met de huidige marktverwachtingen met betrekking tot vrachtarieven, tewerkstelling en operationele kosten. Het model bevat bovendien ook assumpties voor onder meer toekomstige huuroppbrengsten, duurtijd van het contract en de inactiviteitsperiode tussen twee contracten. De operationele kasstromen zijn gebaseerd op interne informatie en een gevoeligheidsanalyse wordt uitgevoerd voor iedere assumptie. Het verdisconteerde kasstroommodel gebruikt door het management omvat kasstromen voor de resterende levensduur van de vloot in eigendom. Kasstromen voor de eerste drie jaren worden door het management ingeschat op basis van ervaringen uit het verleden en de huidige marktverwachtingen met betrekking tot volumes en vrachtarieven. Vrachttarieven en operationele kosten na deze periode van drie jaar worden verwacht te evolueren in lijn met de geschatte inflatie. De gebruikte disconteringsvoet is een gewogen gemiddelde kapitaalkost van 10,7% voor het segment LPG-scheepvaart (2024: 11,2%), 8,0% voor het segment LNG-scheepvaart (2024: 9,5%) en 10,0% voor het segment Infrastructure (2024: 12,2%).
Voor schepen onder joint venture eigendom worden de triggers voor een waardevermindering op dezelfde manier geëvalueerd als voor de vloot in volledige eigendom. We verwijzen in dit verband naar Toelichting 16 - Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures.
Zowel in 2025 als in 2024 boekte EXMAR geen waardeverminderingen.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 227
Toelichting 14 - Andere materiële vaste activa
| (IN DUIZENDEN USD) | ||||
|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | TERREINEN EN GEBOUWEN | MACHINES EN UITRUSTING | MEUBILAIR EN INSTALLATIE | TOTAAL |
| Saldo per 1 januari 2024 | 11.982 | 8.190 | 3.632 | 23.804 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||||
| Verwervingen | 149 | 158 | 919 | 1.226 |
| Transfers | 426 | -659 | 190 | -43 |
| Verkopen/buitengebruikstellingen | 0 | 0 | -159 | -159 |
| Out of consolidation Scope | -8.682 | -6.330 | -191 | -15.203 |
| Wisselkoersverschillen | -223 | -20 | -72 | -314 |
| Saldo per 31 december 2024 | 3.653 | 1.339 | 4.319 | 9.311 |
| Saldo per 1 januari 2025 | 3.653 | 1.339 | 4.319 | 9.311 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||||
| Verwervingen | 0 | 159 | 927 | 1.085 |
| Transfers | 0 | -32 | -33 | -65 |
| Verkopen/buitengebruikstellingen | 0 | -4 | -822 | -826 |
| Out of consolidation Scope | 0 | 0 | -52 | -52 |
| Wisselkoersverschillen | 479 | 16 | 133 | 627 |
| Saldo per 31 december 2025 | 4.131 | 1.477 | 4.471 | 10.080 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | ||||
| Saldo per 1 januari 2024 | 3.600 | 1.594 | 2.640 | 7.834 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||||
| Afschrijvingen | 135 | 407 | 242 | 784 |
| Transfers | 0 | -41 | 28 | -14 |
| Verkopen/buitengebruikstellingen | 0 | 0 | -45 | -45 |
| Out of consolidation Scope | -397 | -852 | -73 | -1.322 |
| Wisselkoersverschillen | -197 | -6 | -59 | -262 |
| Saldo per 31 december 2024 | 3.140 | 1.102 | 2.733 | 6.975 |
| Saldo per 1 januari 2025 | 3.140 | 1.102 | 2.733 | 6.975 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | ||||
| Afschrijvingen | 30 | 111 | 464 | 605 |
| Transfers | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Verkopen/buitengebruikstellingen | 0 | -4 | -822 | -826 |
| Out of consolidation Scope | 0 | 0 | -52 | -52 |
| Wisselkoersverschillen | 413 | 14 | 106 | 533 |
| Saldo per 31 december 2025 | 3.583 | 1.223 | 2.428 | 7.234 |
| NETTO BOEKWAARDE | ||||
| Netto boekwaarde per 31 december 2024 | 512 | 238 | 1.586 | 2.336 |
| Saldo per 31 december 2025 | 548 | 254 | 2.043 | 2.846 |
De belangrijkste gebeurtenis in 2024 die een impact heeft op de netto boekwaarde van de overige materiële vaste activa van USD 13,9 miljoen, is de verkoop van Bexco met ingangsdatum 30 april 2024.
De verwervingen in 2025 zijn goed voor USD 1,1 miljoen en hebben voornamelijk betrekking op meubilair.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 15 - Gebruiksrechten
De Groep heeft voor de eerste maal IFRS 16 toegepast per 1 januari 2019. IFRS 16 introduceerde één enkel model voor de boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten voor de leasingnemer. Bijgevolg heeft de Groep een gebruiksrecht en een leaseverplichting erkend om de onderliggende verplichting tot lease betalingen uit te drukken. We verwijzen naar Toelichting 26 Leningen voor de leasingschulden.
| (IN DUIZENDEN USD) | |||
|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | GEBOUWEN | IT-MATERIAAL EN VLIECTUIG | TOTAAL |
| Saldo per 1 januari 2024 | 14.214 | 821 | 15.033 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | |||
| Verwervingen | 235 | 93 | 329 |
| Toename/(Afname) door bedrijfscombinatie | -4.748 | 0 | -4.748 |
| Beëindigingen | -174 | 0 | -174 |
| Wisselkoersverschillen | -390 | -10 | -400 |
| Contract herwaardering/contractaanpassing | 1.250 | 36 | 1.286 |
| Saldo per 31 december 2024 | 10.388 | 940 | 11.326 |
| Saldo per 1 januari 2025 | 10.388 | 940 | 11.326 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | |||
| Verwervingen | 248 | 6.522 | 6.770 |
| Beëindigingen | -210 | 0 | -210 |
| Wisselkoersverschillen | -4 | -1 | -6 |
| Saldo per 31 december 2025 | 10.421 | 7.461 | 17.881 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | |||
| Saldo per 1 januari 2024 | 5.062 | 311 | 5.373 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | |||
| Afschrijvingen | 1.779 | 189 | 1.968 |
| Beëindigingen | -174 | 0 | -174 |
| Wisselkoersverschillen | -91 | -3 | -94 |
| Saldo per 31 december 2024 | 6.576 | 498 | 7.074 |
| Saldo per 1 januari 2025 | 6.576 | 498 | 7.074 |
| Mutaties tijdens het boekjaar | |||
| Afschrijvingen | 1.815 | 1.065 | 2.880 |
| Beëindigingen | -209 | 0 | -209 |
| Wisselkoersverschillen | -59 | -1 | -60 |
| Saldo per 31 december 2025 | 8.122 | 1.562 | 9.685 |
| NETTO BOEKWAARDE | |||
| Netto boekwaarde per 31 december 2024 | 3.812 | 442 | 4.252 |
| Netto boekwaarde per 31 december 2025 | 2.298 | 5.898 | 8.197 |
De stijging van de netto boekwaarde van de activa met gebruiksrechten is voornamelijk het gevolg van de investering in een time charter voor een vliegtuig.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 229
Toelichting 16 - Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures
De beweging in investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures kan als volgt worden gedetailleerd:
| (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | 159.689 | 135.388 |
| Wijzigingen gedurende het jaar: | ||
| Aandeel in winst/(verlies) | 24.784 | 25.798 |
| Wijzigingen in het geconsolideerd overzicht van niet-gerealiseerd resultaten van geassocieerde ondernemingen en joint ventures | -1.462 | 606 |
| Toewijzing negatief eigen vermogen en waardevermindering | -11 | -207 |
| Dividenden | -1.595 | -1.769 |
| Wisselkoersverschillen | 473 | -14 |
| Overige | 0 | -113 |
| Balans op 31 december | 181.878 | 159.689 |
Het aandeel in de winst van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode van USD 24,8 miljoen in 2024 is toe te schrijven aan de bijdrage van de SEAPEAK LPG joint ventures.
EXMAR heeft waarborgen verstrekt aan financiële instellingen die kredietfaciliteiten hebben verleend aan haar geassocieerde ondernemingen en joint ventures. Op 31 december 2025 stond een bedrag van USD 438.7 miljoen (december 2024: USD 381.4 miljoen) uit onder dergelijke kredietovereenkomsten, waarvan EXMAR USD 219.4 miljoen (december 2024: USD 190.7 miljoen) heeft gewaarborgd. EXMAR heeft geen materiële latente verplichtingen tegenover haar geassocieerde ondernemingen en joint ventures. Buiten de hierboven vermelde garanties heeft EXMAR geen andere verplichtingen tegenover haar geassocieerde ondernemingen en joint ventures.
Als gevolg van wettelijke vereisten of financieringsovereenkomsten kunnen onze joint ventures of geassocieerde maatschappijen worden beperkt in het doen van uitkeringen in contanten, zoals dividendbetalingen of terugbetalingen van aandeelhoudersleningen. Onder de leningsovereenkomsten mogen onze joint ventures of geassocieerde maatschappijen alleen een uitkering doen als deze uitkering niet leidt tot een geval van verzuim of een schending van een convenant. Onder het vennootschapsrecht zijn dividenduitkeringen beperkt wanneer het eigen vermogen minder zou zijn dan het bedrag van het gestorte kapitaal verhoogd met de onbeschikbare reserves.
Voor de vloot in joint venture eigendom worden de aanwijzingen voor waardevermindering op dezelfde manier geëvalueerd als voor de vloot in volledige eigendom. We verwijzen naar Toelichting 13 Schepen en platformen voor meer informatie over dit onderwerp. Er waren geen wijzigingen in de waardeverminderingen op schepen, verwerkt in de resultatenrekening volgens de vermogensmutatie.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 17 - Financiële informatie geassocieerde ondernemingen en joint ventures
EXMAR heeft volgende activa en verplichtingen jegens haar geassocieerde ondernemingen en joint ventures:
| IN DUIZENDEN USD | DECEMBER 31, 2025 | DECEMBER 31, 2024 |
|---|---|---|
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures: | ||
| Joint ventures | 178.961 | 156.643 |
| Geassocieerde ondernemingen | 2.917 | 3.046 |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures: | ||
| Lange termijn - Bruto | 2.057 | 2.037 |
| Waardevermindering | -2.057 | -2.037 |
| Korte termijn (of huidig deel van lange termijn) - Bruto | 0 | 700 |
| Korte termijn (of huidig deel van lange termijn) - Waardevermindering | 0 | -652 |
| Handels- en overige vorderingen (zie ook Toelichting 33 - Verbonden partijen) | ||
| Bruto bedrag | 13.751 | 8.277 |
| Waardervermindering | -7.214 | -6.844 |
| Handels- en overige schulden (zie ook Toelichting 33 - Verbonden partijen) | -1.366 | 0 |
| Totaal | 187.048 | 161.170 |
De investeringen kunnen per jaareinde 2025 als volgt worden gedetailleerd:
| JOINT VENTURES | SEGMENT | JV PARTNER | BESCHRIJVING ACTIVITEITEN |
|---|---|---|---|
| Estrela Ltd | Infrastructure | ASS | Eigenaar van het accommodatieplatform NUNCE |
| EXMAR LPG BV | Shipping | SEAPEAK | Holding voor EXMAR-Seapeak activiteiten |
| EXMAR Shipping BV | Shipping | SEAPEAK | Eigenaar van 15 midsize schepen, waarvan vier schepen onder financiële leasing en een VLGC onder financiële leasing |
| Monteriggioni Inc | Shipping | MOL | Eigenaar van de LNG tanker EXCEL, dewelke in 2017 werd verkocht - zonder activiteit |
| EXMAR LPG France | Shipping | SEAPEAK | Eigenaar van verschillende midsize schepen welke behoren tot het gas segment (resterende schepen in aanbouw zullen in de periode 2026-2027 geleverd worden). |
| Exmar France Crewing SAS | Shipping | SEAPEAK | In 2025 nieuw opgerichte vennootschap, met operationele activiteit crew management |
| GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN | SEGMENT | EIGENDOMS% | BESCHRIJVING ACTIVITEITEN |
| Ecos Srl | Diensten | 33,30% | Ship Management en aanverwante dienstverlening |
| Marpos NV | Diensten | 45,00% | Levert afvaloplossingen voor de maritieme industrie |
| Electra Offshore Ltd | Infrastructure | 40,00% | Voormalig eigenaar van het accommodatieplatform WARIBOKO |
| Exview Hong Kong Ltd | Infrastructure | 40,00% | Voormalig bareboat eigenaar van het accommodatieplatform WARIBOKO |
De Groep heeft de joint ventures EXMAR LPG France in 2024 en EXMAR France Crewing SAS in 2025 geïncorporeerd met haar joint venture-partner SEAPEAK.
In 2025 heeft de Groep de bijzondere waardevermindering van de handels- en overige vorderingen op haar geassocieerde ondernemingen en joint ventures, Exview Hong Kong Ltd en Electra Offshore Ltd, met USD 0,3 miljoen verhoogd.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| (IN DUIZENDEN USD) | JOINT VENTURES | ||
|---|---|---|---|
| JV partner | Seapeak | MOL | ASS |
| Eigendomspercentage | 50% | 50% | 50% |
| ENTITEIT | TOTAAL SEAPEAK | MONTE- RIGGIONI | ESTRELA LTD |
| Vaste activa | 861.865 | 0 | 6.037 |
| Vlottende activa | 72.348 | 27 | 5.680 |
| waarvan kas- en kasequivalenten | 50.729 | 0 | 3.615 |
| Verplichtingen op lange termijn | 749.392 | 0 | 0 |
| waarvan bankleningen | 392.508 | 0 | 0 |
| waarvan financiële leases | 37.268 | 0 | 0 |
| waarvan overige leningen | 0 | 0 | 0 |
| Verplichtingen op korte termijn | 143.884 | 0 | 1.476 |
| waarvan bankleningen | 36.582 | 0 | 0 |
| waarvan financiële leases | 41.217 | 0 | 0 |
| waarvan overige leningen | 0 | 0 | 0 |
| Opbrengsten | 195.808 | 0 | 9.125 |
| Afschrijvingen | -70.374 | 0 | -1.751 |
| Waardevermindering (terugname) | -192 | 0 | 0 |
| Intrestopbrengsten | 5.399 | 8 | 0 |
| Intrestkosten | -34.814 | 0 | 0 |
| Belastingen op het resultaat | -840 | 0 | 0 |
| Winst of (verlies) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 49.941 | -528 | 469 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | -2.923 | 0 | 0 |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 47.018 | -528 | 469 |
| Eigen vermogen (100%) | 347.644 | 27 | 10.241 |
| Aandeel van EXMAR in het eigen vermogen | 173.822 | 14 | 5.120 |
| Aandeel groep in het eigen vermogen van geassoc. ondernemingen en JV's op 1 januari 2025 | 150.313 | 0 | 6.330 |
| Toewijzing negatief eigen vermogen en waardevermindering per 1 januari 2025 | 0 | 0 | 0 |
| Aandeel groep in het eigen vermogen van geassoc. ondernemingen en JV's op 1 januari 2025 | 150.313 | 0 | 6.330 |
| Aandeel totaal gerealiseerd en niet-gerealiseerde resultaten | 23.504 | -264 | 235 |
| Dividenden | 0 | 0 | -1.444 |
| Omrekeningsverschillen | 23 | 0 | 0 |
| Toewijzing negatief eigen vermogen en waardevermindering in het boekjaar 2025 | 0 | 264 | |
| Aandeel groep in het eigen vermogen van geassoc. ondernemingen en JV's per 31 december 2025, na toewijzing negatief eigen vermogen | 173.840 | 0 | 5.120 |
| GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN | |||
| --- | --- | --- | |
| 33% | 45% | 40% | |
| ECOS | MARPOS | TOTAAL WARIBOKO ONDER-NEMINGEN | |
| 330 | 419 | 3.464 | |
| 904 | 1.695 | 8.868 | |
| 1.304 | 1.232 | 1.499 | |
| -6 | 0 | 10.810 | |
| 0 | 0 | 0 | |
| -6 | 0 | 0 | |
| 0 | 0 | 4.715 | |
| 875 | 536 | 17.033 | |
| 0 | 0 | 0 | |
| 6 | 0 | 0 | |
| 0 | 0 | 1.957 | |
| 756 | 2.602 | 0 | |
| --- | --- | --- | |
| -14 | -84 | 0 | |
| 0 | 0 | -3.746 | |
| 0 | 0 | 0 | |
| -3 | -4 | 0 | |
| -122 | -171 | -651 | |
| 93 | 497 | 961 | |
| 0 | 0 | 0 | |
| 93 | 497 | 961 | |
| 366 | 1.579 | -9.416 | |
| 122 | 710 | -3.767 | |
| 14 | 561 | -3.732 | |
| --- | --- | --- | |
| 0 | 0 | 6.203 | |
| 14 | 561 | 2.471 | |
| 31 | 224 | -408 | |
| 0 | -151 | 0 | |
| 0 | 77 | 374 | |
| 0 | 0 | -275 | |
| 45 | 710 | 2.162 | |
| TOTAAL | |||
| --- | |||
| 872.114 | |||
| 89.523 | |||
| 58.380 | |||
| 760.196 | |||
| 392.508 | |||
| 37.262 | |||
| 4.715 | |||
| 163.803 | |||
| 36.582 | |||
| 41.222 | |||
| 1.957 | |||
| 208.291 | |||
| -72.223 | |||
| -3.938 | |||
| 5.407 | |||
| -34.821 | |||
| -1.784 | |||
| 51.434 | |||
| -2.923 | |||
| 48.511 | |||
| 350.440 | |||
| 176.022 | |||
| 153.486 | |||
| 6.203 | |||
| 159.689 | |||
| 23.321 | |||
| -1.595 | |||
| 474 | |||
| -11 | |||
| 181.877 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| (IN DUIZENDEN USD)JOINT VENTURES | GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| JV partner | Seapeak | MOL | ASS | ||||
| Eigendomspercentage | 50% | 50% | 50% | 33% | 45% | 40% | |
| ENTITEIT | TOTAAL SEAPEAK | MONTE-RIGGIONI | ESTRELA LTD | ECOS | MARPOS | TOTAAL WARIBOKO ONDER-NEMINGEN | TOTAAL |
| Vaste activa | 663.932 | 0 | 7.788 | 237 | 380 | -2.720 | 669.617 |
| Vlottende activa | 127.716 | 155 | 6.484 | 19.789 | 1.240 | 15.052 | 170.436 |
| waarvan kas- en kasequivalenten | 143.216 | 155 | 5.319 | -191 | 896 | 1.591 | 150.986 |
| Verplichtingen op lange termijn | 519.302 | 0 | 0 | -2 | 0 | 14.215 | 533.515 |
| waarvan bankleningen | 357.828 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 357.828 |
| waarvan financiële leases | 33.572 | 0 | 0 | -2 | 0 | 0 | 33.570 |
| waarvan overige leningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.715 | 4.715 |
| Verplichtingen op korte termijn | 175.423 | 1.460 | 1.611 | 19.728 | 373 | 20.414 | 219.009 |
| waarvan bankleningen | 31.230 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 31.230 |
| waarvan financiële leases | 48.999 | 0 | 0 | -3 | 0 | 0 | 48.996 |
| waarvan overige leningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.957 | 1.957 |
| Opbrengsten | 173.170 | 0 | 10.248 | 2.138 | 2.478 | 0 | 188.034 |
| Afschrijvingen | 64.039 | 0 | 1.756 | 13 | 88 | 4 | 65.900 |
| Intrestopbrengsten | 9.269 | 177 | 0 | 0 | 0 | 295 | 9.741 |
| Intrestkosten | 37.232 | 0 | 0 | 3 | 6 | 899 | 38.140 |
| Belastingen op het resultaat | 84 | 0 | 0 | 136 | 164 | 0 | 384 |
| Winst of (verlies) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 44.179 | -1.343 | 1.657 | 69 | 475 | 8.326 | 53.363 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | 1.212 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.212 |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 45.391 | -1.343 | 1.657 | 69 | 475 | 8.326 | 54.575 |
| Eigen vermogen (100%) | 300.622 | -1.305 | 12.661 | 300 | 1.247 | -12.797 | 300.728 |
| Aandeel van EXMAR in het eigen vermogen | 150.311 | -653 | 6.331 | 100 | 561 | -5.119 | 151.531 |
| Aandeel groep in het eigen vermogen van geassoc. ondernemingen en JV's op 1 januari 2024 | 127.634 | 19 | 7.123 | 84 | 528 | -7.063 | 128.325 |
| Toewijzing negatief eigen vermogen en waardevermindering per 1 januari 2024 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 7.063 | 7.063 |
| Aandeel groep in het eigen vermogen van geassoc. ondernemingen en JV's per 1 januari 2024, na toewijzing negatief eigen vermogen | 127.634 | 19 | 7.123 | 84 | 528 | 0 | 135.388 |
| Aandeel totaal gerealiseerd en niet-gerealiseerde resultaten | 22.680 | -672 | 829 | 23 | 214 | 3.330 | 26.404 |
| Dividenden | 0 | 0 | -1.623 | 0 | -146 | 0 | -1.769 |
| Omrekeningsverschillen | 0 | 0 | 1 | 20 | -35 | 0 | -14 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | -113 | 0 | 0 | -113 |
| Toewijzing negatief eigen vermogen en waardevermindering in het boekjaar 2024 | 0 | 653 | 0 | 0 | 0 | -860 | -207 |
| Aandeel groep in het eigen vermogen van geassoc. ondernemingen en JV's per 31 december 2024, na toewijzing negatief eigen vermogen | 150.313 | 0 | 6.330 | 14 | 561 | 2.471 | 159.689 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 233
Toelichting 18 - Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures
| (IN DUIZENDEN USD) | SHIPPING | INFRASTRUCTURE | DIENSTEN | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2024 | 0 | 11.597 | 0 | 11.597 |
| Nieuwe leningen | 700 | 0 | 0 | 700 |
| Eliminatie na aandelentransactie | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Toe te rekenen interest | 0 | 899 | 0 | 899 |
| Terugbetalingen | 0 | -12.500 | 0 | -12.500 |
| Toewijzing negatief eigen vermogen en waardevermindering | -652 | 0 | 0 | -652 |
| Omrekeningsverschillen | 0 | 4 | 0 | 4 |
| Terugbetalingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afschrijving | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wijzigingen in toegewezen negatief eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Per 31 december 2024 | 48 | 0 | 0 | 48 |
| Meer dan één jaar | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Minder dan één jaar | 48 | 0 | 0 | 48 |
| Bruto | 2.737 | 0 | 0 | 2.737 |
| Waardevermindering | -2.689 | 0 | 0 | -2.689 |
| Per 1 januari 2025 | 48 | 0 | 0 | 48 |
| Nieuwe leningen | 230 | 0 | 0 | 230 |
| Omzetting in kapitaal | -930 | 0 | 0 | -930 |
| Toe te rekenen interest | 267 | 0 | 0 | 267 |
| Terugbetalingen | -267 | 0 | 0 | -267 |
| Toewijzing negatief eigen vermogen en waardevermindering | 652 | 0 | 0 | 652 |
| Omrekeningsverschillen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Per 31 december 2025 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Meer dan één jaar | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Minder dan één jaar | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bruto | 2.057 | 0 | 0 | 2.057 |
| Waardevermindering | -2.057 | 0 | 0 | -2.057 |
De activiteiten en activa van een aantal van onze geassocieerde ondernemingen en joint ventures worden gefinancierd door aandeelhoudersleningen die door de Vennootschap zijn verstrekt aan de respectievelijke geassocieerde ondernemingen en joint ventures. Dergelijke leningen maken in wezen deel uit van de netto-investering in een geassocieerde deelneming of joint venture en eventuele verwachte kredietverliezen worden geboekt voordat negatieve nettoactiva worden toegewezen. In de loop van 2024 verkreeg EXMAR de terugbetaling van een lening van USD 12,5 miljoen.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 19 - Belastingvorderingen en -verplichtingen
ACTUELE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN
| 31 DECEMBER | ||
|---|---|---|
| (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 |
| Actuele belastingvorderingen | 8.103 | 4.184 |
| Actuele belastingverplichtingen | 3.316 | 6.441 |
UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN
| (IN DUIZENDEN USD) | 31 DECEMBER 2025 | 31 DECEMBER 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | VERPLICHTINGEN | ACTIVA | VERPLICHTINGEN | |
| Andere materiële vaste activa | 1.458 | 0 | 4.212 | 0 |
| Personeelsbeloningen | 0 | 0 | 131 | 0 |
| Fiscale verliezen / tijdsverschillen | 4.286 | 0 | 423 | 0 |
| Uitgestelde belastingvordering/-verplichting | 5.744 | 0 | 4.766 | 0 |
| Compensatie van belastingvordering/-verplichting | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Niet-erkende belastingvordering | -3.186 | 0 | -131 | 0 |
| Geboekte uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen | 2.558 | 0 | 4.635 | 0 |
| Aftrekbare tijdelijke verschillen | 0 | 131 | ||
| Niet-gebruikte belastinglatenties | 73.694 | 57.818 | ||
| Niet-erkende uitgestelde belastingvorderingen/-verplichtingen | 73.694 | 0 | 57.949 | 0 |
De uitgestelde belastingen in 2025 en 2024 zijn voornamelijk samengesteld uit uitgestelde belastingen in Exmar Offshore Cy ten gevolge van tijdsverschillen.
Onze geassocieerde ondernemingen en joint ventures hebben beperkte tijdelijke verschillen. Uitgestelde belastingvorderingen op belastingverliezen bij onze joint ventures en geassocieerde ondernemingen bedroegen eind 2025 USD 0,5 miljoen (2024: USD 0,7 miljoen) voor hun aandeel, maar werden niet erkend. De bedragen zijn niet opgenomen in bovenstaand overzicht.
Belastingvorderingen worden niet erkend indien het niet waarschijnlijk is dat er toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen de groep de daaruit voortvloeiende voordelen kan afzetten of omdat de toekomstige belastbare winsten niet op betrouwbare basis kunnen worden vastgesteld.
De meerderheid van de fiscale verliezen en investeringsaftrek vervallen niet in de tijd.
Toelichting 20 - Overige financiële vaste activa
| (IN DUIZENDEN USD) | DECEMBER 31, 2025 | DECEMBER 31, 2024 |
|---|---|---|
| Ocean Yield AS | 4.000 | 0 |
| DOF Group AS | 1.000 | 0 |
| International Seaways | 2.500 | 0 |
| HMH Holding | 1.800 | 0 |
| Overige | 794 | 260 |
| Overige financiële vaste activa | 10.094 | 260 |
De overige financiële vaste activa bevatten ongedekte obligaties, gedurende 2025 verworven.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 235
Toelichting 21 - Financiële activa aan FVTPL
| (IN QUIZENDEN USD) | 31 DECEMBER, 2025 | 31 DECEMBER, 2025 |
|---|---|---|
| Aantal genoteerde aandelen | 50.877 | 60.259 |
| Aantal niet-genoteerde aandelen | 4.391 | 762 |
| Financiële activa gewaardeerd aan FVTPL | 55.268 | 61.021 |
De beursgenoteerde aandelen omvatten:
- 1.605.833 aandelen van Vantage Drilling International Company (Vantage), wat ongeveer 12,3% van de totale aandelen in Vantage Drilling International Company (Vantage) vertegenwoordigt. Vantage staat genoteerd op de beurs van Oslo ('VDI') en heeft een waarde van USD 35,7 miljoen op 31 december 2025 (December 31, 2024: USD 40,9 miljoen).
- 116.338 aandelen van Frontera Energy Corporation, verhandeld op de Toronto Stock Exchange ('FEC'), die op 31 december 2025 een waarde hebben van USD 0,5 million (31 december 2024: USD 0,7 miljoen).
- 7.825.837 aandelen Ventura Offshore Holding Ltd., genoteerd op de beurs van Oslo ('VTURA') en heeft een waarde van USD 14,7 miljoen op 31 december 2025 (31 december 2024: USD 18,6 million).
De niet-beursgenoteerde aandelen omvatten:
- 149 aandelen van Sibelco, gewaardeerd aan USD 1,0 miljoen per 31 december 2025
- Zeven kleinere investeringen in beleggingsfondsen en ondernemingen voor een totaalbedrag van 3,4 miljoen USD op 31 december 2025.
Toelichting 22 - Handels- en overige vorderingen
| (IN QUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen (inclusief contract activa) - Bruto | 71.527 | 121.668 |
| Waardeverminderingen handelsvorderingen | -11.709 | -11.106 |
| Kaswaarborgen | 448 | 179 |
| Overige vorderingen | 12.208 | 8.886 |
| Over te dragen kosten en te ontvangen opbrengsten | 4.946 | 4.259 |
| Balans op 31 december | 77.420 | 123.886 |
| Waarvan financiële activa | 69.498 | 116.824 |
De daling van de handels- en overige vorderingen in 2025 is voornamelijk het gevolg van de daling van de uitstaande vorderingen in de Congolese branch met betrekking tot de ingenieurs- onderhouds- en operationele diensten voor het Marine XII project.
De contract activa (zie Toelichting 4 – Opbrengsten) in de bovenstaande tabel bedroegen USD 15,0 miljoen voor de periode eindigend op 31 december 2025 (december 2024: USD 16,0 miljoen).
Over te dragen kosten omvatten reeds gefactureerde kosten met betrekking tot het volgende boekjaar, bijvoorbeeld huur, verzekeringen, commissies, bunkers, voorafbetaalde kosten voor kredietfaciliteiten. Te ontvangen opbrengsten omvatten nog niet gefactureerde inkomsten met betrekking tot het lopende boekjaar, zoals rente.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 23 - Kas en kasequivalenten
| (IN DUIZENDEN USD) | 31 DECEMBER, 2025 | 31 DECEMBER, 2024 |
|---|---|---|
| Geblokkeerde kasequivalenten | 7.132 | 0 |
| Bank | 119.417 | 114.142 |
| Kas | 12 | 10 |
| Geldbeleggingen | 60.414 | 160.585 |
| Netto kas en kasequivalenten | 179.842 | 274.737 |
De geblokkeerde kasequivalenten vormen een contractuele zekerheid die van de klant is verkregen in verband met een FSRU-project in Colombia.
We verwijzen naar het geconsolideerd kasstroomoverzicht voor een gedetailleerde analyse van de kasbewegingen.
Toelichting 24 - Kapitaal en reserves
KAPITAAL EN UITGIFTEPREMIES
| AANTAL GEWONE AANDELEN | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Aantal uitgegeven aandelen per 1 januari | 59.500.000 | 59.500.000 |
| Kapitaalsverhoging | 21.972.210 | 0 |
| Aantal uitgegeven aandelen per 31 december - volstort | 81.472.210 | 59.500.000 |
De aandelen zijn zonder vermelding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen zijn gerechtigd tot dividend en hebben recht om per aandeel één stem uit te brengen tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap.
Zoals goedgekeurd door de Buitengewone Algemene Vergadering van 20 mei 2025, kan de Raad van Bestuur van EXMAR, voor een periode van vijf jaar eindigend in juni 2030, binnen bepaalde wettelijke beperkingen en voorwaarden, het kapitaal van EXMAR NV verhogen met een maximum bedrag van USD 12,0 miljoen.
Op 28 augustus 2025 heeft EXMAR NV een kapitaalverhoging van 160.565.660 EUR (USD 186,1 miljoen) uitgevoerd door de uitgifte van 21.972.210 nieuwe aandelen, voortkomend uit de inbreng van dividendrechten in het kapitaal van EXMAR door 97,91% van haar aandeelhouders.
DIVIDENDEN
Met betrekking tot het boekjaar 2025 stelt de Raad van Bestuur voor om een bruto dividend van EUR 0,27 per aandeel uit te keren aan de eigenaars van gewone aandelen. Dit dividend is onderworpen aan de goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 19 mei 2026 en werd bijgevolg niet opgenomen als een verplichting in de geconsolideerde jaarrekening van EXMAR opgesteld volgens IFRS. Het dividend voor het boekjaar 2025, op basis van het aantal uitgegeven aandelen, bedraagt EUR 21,5 miljoen of een totaal bruto dividend van USD 25,2 miljoen.
EIGEN AANDELEN
De reserve voor eigen aandelen omvat de kostprijs van de aandelen van EXMAR die door de Groep worden aangehouden.
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Aantal eigen aandelen gehouden per 31 december | 1.956.013 | 1.956.013 |
| Boekwaarde van gehouden eigen aandelen (in duizenden USD) | 38.160 | 38.160 |
| Gemiddelde kostprijs per aandeel (in EUR) - historische waarde | 14,1507 | 14,1507 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 237
OMREKENINGSRESERVE
De omrekeningsreserve omvat alle wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de jaarrekeningen van de dochterondernemingen van de Groep die een andere functionele valuta hebben dan de rapporteringsmunt, USD, en de directe opname van de omrekening van de netto-investering binnen de groep in een buitenlandse activiteit (uitgedrukt in Argentijnse peso) die vanaf 2022 in de niet-gerealiseerde resultaten wordt opgenomen. Het saldo van de omrekeningsreserve wordt voornamelijk beïnvloed door de appreciatie of depreciatie van de EUR en XAF ten opzichte van de USD.
AFDEKKINGSRESERVE
De afdekkingsreserve bestaat uit het effectieve deel van de cumulatieve netto wijzigingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten met betrekking tot de afgedekte transacties.
Er werden interest rate swap (IRS) contracten afgesloten om het variabel intrest risico in te dekken (zie Toelichting 29).
Toelichting 25 - Winst per aandeel
| VOOR DE 12 MAANDEN EINDIGEND | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Resultaat van het boekjaar, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de vennootschap (in duizenden USD) | 74.344 | 180.471 |
| Aantal uitgegeven gewone aandelen per 31 december | 81.472.210 | 59.500.000 |
| Effect van eigen aandelen | -1.956.013 | -1.956.013 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen per 31 december | 64.868.057 | 57.543.987 |
| Winst per aandeel in USD | 1,15 | 3,15 |
| 2025 | 2024 | |
| Resultaat van het boekjaar, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de vennootschap (in duizenden USD) | 74.344 | 180.471 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen per 31 december | 64.868.057 | 57.543.987 |
| Verwateringseffect van op aandelen gebaseerde compensatie | 0 | 5.804 |
| Gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen gedurende het jaar inclusief opties | 64.868.057 | 57.549.791 |
| Verwaterde winst per aandeel in USD | 1,15 | 3,14 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 26 - Leningen
| (IN DUIZENDEN USD) | BANK-LENINGEN | OVERIGE LENINGEN | LEARING SCHULGEN GEBRUIKS-RECHTEN | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2024 | 247.626 | 8.664 | 9.022 | 265.311 |
| Nieuwe leningen | 100.500 | -0 | 384 | 100.884 |
| Afname na verkoop van aandelen | -3.513 | 0 | -4.000 | -7.513 |
| Terugbetalingen | -36.297 | -5.766 | -1.814 | -43.878 |
| Betaalde transactiekosten | -1.060 | 0 | 0 | -1.060 |
| In resultaat genomen transactiekosten | 590 | 20 | 0 | 610 |
| Wisselkoersverschillen | -61 | -0 | -394 | -456 |
| Toe te rekenen interestkosten | 1.285 | 81 | 0 | 1.366 |
| Contracterwaardering/contractaanpassing | 0 | 0 | 1.287 | 1.287 |
| Per 31 december 2024 | 309.070 | 2.998 | 4.484 | 316.552 |
| Meer dan één jaar | 272.269 | 2.998 | 2.527 | 277.794 |
| Minder dan één jaar | 36.801 | 0 | 1.957 | 38.759 |
| Per 31 december 2024 | 309.070 | 2.998 | 4.484 | 316.552 |
| Shipping segment | 130.873 | 2.998 | 394 | 134.265 |
| Infrastructure segment | 178.197 | 0 | 2.554 | 180.751 |
| Diensten segment | 0 | 0 | 1.537 | 1.537 |
| Per 31 december 2024 | 309.070 | 2.998 | 4.484 | 316.552 |
| Per 1 januari 2025 | 309.070 | 2.998 | 4.484 | 316.552 |
| Nieuwe leningen | 0 | 0 | 6.770 | 6.770 |
| Terugbetalingen | -40.837 | 0 | -6.827 | -47.663 |
| Transfers | 4.957 | -2.998 | 0 | 1.959 |
| In resultaat genomen transactiekosten | 576 | 0 | 0 | 576 |
| Wisselkoersverschillen | 0 | 0 | 349 | 349 |
| Toe te rekenen interestkosten | -375 | 6 | 0 | -369 |
| Per 31 december 2025 | 273.392 | 6 | 4.775 | 278.173 |
| Meer dan één jaar | 242.151 | 0 | 2.847 | 244.998 |
| Minder dan één jaar | 31.240 | 6 | 1.928 | 33.175 |
| Per 31 december 2025 | 273.392 | 6 | 4.775 | 278.173 |
| Shipping segment | 117.521 | 6 | 123 | 117.650 |
| Infrastructure segment | 155.871 | 0 | 1.743 | 157.613 |
| Diensten segment | 0 | 0 | 2.910 | 2.910 |
| Per 31 december 2025 | 273.392 | 6 | 4.775 | 278.173 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 239
BANKLENINGEN
De bankleningen hebben voornamelijk betrekking op:
FLANDERS INNOVATION & FLANDERS PIONEER - USD 117,5 miljoen (december 2024: USD 123,7 miljoen)
In 2021 verkreeg de Groep een financiering van USD 144,0 miljoen voor de twee VLGC's: FLANDERS INNOVATION (USD 72,0 miljoen) en FLANDERS PIONEER (eveneens USD 72,0 miljoen) met een looptijd van vijftien jaar. De impliciete gewogen gemiddelde rentevoet van deze leningen bedraagt 5,62%. EXMAR NV heeft een garantie gesteld voor de onderliggende verplichtingen.
LPG pressurized faciliteiten - USD 0 miljoen (december 2024: USD 5,6 miljoen)
In het laatste kwartaal van 2018 en in april 2019 herfinancierde EXMAR respectievelijk zes en vier van haar LPG-drukschepen via een JOLCO-structuur (Japanse Operationele Lease met Call Optie). De leningen zijn terugbetaalbaar in driemaandelijkse schijven en het toepasselijke rentepercentage bedraagt driemaandelijkse SOFR plus 2,4%. De laatste terugbetaling, die was voorzien in december 2025, is volgens planning uitgevoerd.
EEMSHAVEN - USD 68,1 miljoen (december 2024: USD 81,2 miljoen)
Eind 2023 ondertekende EXMAR Energy Netherlands BV (een 100% dochteronderneming van EXMAR NV) een kredietovereenkomst van USD 96 miljoen met ABN AMRO Bank N.V., Belfius Bank NV/SA, BNP PARIBAS FORTIS NV/SA en KBC BANK NV voor de financiering van FSRU EEMSHAVEN met vervaldag 16 augustus 2027. De kredietovereenkomst heeft een rentevoet van SOFR 3 maanden plus 2,16%. De faciliteit is terugbetaalbaar in zeven halfjaarlijkse tranches en een ballon op de einddatum.
Alle verplichtingen van de leningnemer worden gewaarborgd door EXMAR NV ("guarantor").
EXCALIBUR - USD 87,8 miljoen (december 2024: USD 96,9 miljoen)
Op 29 juli 2024 ondertekende EXMAR Export Netherlands BV (een 100% dochteronderneming van EXMAR NV) een Bareboat Charter overeenkomst van USD 100,5 miljoen met Ocean Offshore 2401 Ltd, voor de financiering van EXCALIBUR, met vervaldag 20 februari 2034. De overeenkomst heeft een rentevoet van SOFR 3 maanden plus 2,20%. De overeenkomst is terugbetaalbaar in achtendertig driemaandelijkse schijven en een ballon op de einddatum.
De verplichtingen van de leningnemer worden in eerste instantie gewaarborgd door EXMAR Energy Hong Kong Ltd en EXMAR NV is de stand-by borg.
OVERIGE LENINGEN
Vloot van drukschepen - USD 0 miljoen (december 2024: USD 3,0 miljoen)
De overige leningen omvatten het uitstaande equity gedeelte van de JOLCO (Japanse Operationele Lease met Call Optie) financiering. Op 31 december 2024 bedraagt het uitstaande saldo USD 3,0 miljoen en heeft betrekking op één schip.
Het management heeft de aankoopoptie van het resterende schip aan het einde van de leaseperiode uitgeoefend.
BESCHIKBARE KREDIETFACILITEITEN
In 2025 heeft EXMAR een doorlopende kredietfaciliteit van EUR 80,0 miljoen verkregen van een Belgische financiële instelling met een vervaldatum op 29 augustus 2029 en een rentevoet van EURIBOR 3 maanden plus 1,425%. EXMAR heeft per eind 2025 geen gebruik gemaakt van deze faciliteit.
Overige informatie
Exmar Shipping BV
Op 16 december 2022 ondertekende EXMAR Shipping BV, een belangrijke joint venture, een aan duurzaamheid gekoppelde senior faciliteit met een consortium van banken. Op 23 oktober 2024 kwamen de partijen een bedrag van USD 381,4 miljoen overeen als doorlopende kredietfaciliteit en werd de vervaldatum verlengd.
De lening vervalt op 16 december 2029. Op 31 december 2025 had EXMAR Shipping BV USD 299,5 miljoen van de doorlopende kredietfaciliteit opgenomen.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Exmar LPG France SAS
Op 24 oktober 2024 heeft EXMAR LPG France SAS, een belangrijke geassocieerde onderneming en joint venture, een bareboat-charterovereenkomst in de vorm van een Franse tax lease gesloten met een consortium van banken voor haar 6 nieuw te bouwen schepen (levering tussen januari 2025 en januari 2027). Het totale overeengekomen bedrag bedraagt ongeveer 240,0 miljoen USD. Twee nieuw te bouwen schepen zijn in 2025 geleverd. Bij de bepaling van de boekwaarde van de schepen is rekening gehouden met de toekomstige kasuitstromen.
In 2025 heeft EXMAR LPG France SAS een tweede bareboat-charterovereenkomst in de vorm van een Franse fiscale leaseovereenkomst gesloten met een consortium van banken voor vier nieuw te bouwen schepen (levering tussen januari 2026 en december 2026). Het overeengekomen totaalbedrag bedraagt ongeveer USD 168,0 miljoen.
Per 31 december 2025 had EXMAR LPG France SAS een bedrag van USD 99,2 miljoen opgenomen onder de kredietfaciliteiten.
In het algemeen zijn de leningen aangehouden door EXMAR en haar geassocieerde ondernemingen en joint ventures gedekt door een hypotheek op de onderliggende activa in eigendom van EXMAR en haar geassocieerde ondernemingen en joint ventures. Bovendien bestaan er verschillende pandrechten en andere soorten waarborgen om de leningen te verzekeren.
Convenanten
Verschillende lening convenanten zijn van toepassing en vereisen de naleving van bepaalde financiële ratio's. Deze ratio's worden halfjaarlijks berekend op basis van EXMAR's geconsolideerde cijfers waar de joint ventures niet geconsolideerd worden volgens IFRS 11 maar volgens de proportionele consolidatie methode (analoog aan de waarderingsregels gebruikt voor segment rapporteringsdoeleinden). We verwijzen naar onderstaande tabel voor een overzicht van de van toepassing zijnde convenanten.
| VAN TOEPASSING ZIJNDE CONVENANTEN | |||
|---|---|---|---|
| RATIO | KREDIET-FACILITIËTER 1 | ACTUELE POSITIE DECEMBER 31, 2024 2 | ACTUELE POSITIE 31 DECEMBER 2024 3 |
| Minimum vrije liquide middelen | ≥ USD 20 miljoen | USD 214.1 million | USD 355,0 miljoen |
| Werkkapitaal | minimum positief | USD 310.6 million | USD 444,7 miljoen |
| Netto financiële schulden ratio | < 70% | 35,06% | 23,42% |
| Openstaande schuld (in duizenden USD) | 67.552 |
- Heeft betrekking op de EEMSHAVEN kredietfaciliteit.
- De werkelijke bedragen zijn gebaseerd op de meest restrictieve definities.
Uitleg van de belangrijkste definities die zijn toegepast in de berekeningen van de convenanten:
- Boekhoudkundig eigen vermogen: eigen vermogen exclusief eigen aandelen en het effect van eventuele waardeverminderingen van immateriële activa en het effect van reële waardeveranderingen van financiële derivaten;
- Vrije liquide middelen: kas en kasequivalenten (exclusief verpande of geblokkeerde liquide middelen), termijndeposito's en, in bepaalde convenanten, inclusief niet-opgenomen kredietfaciliteiten met een looptijd van minimaal zes maanden tot vervaldag;
- Werkkapitaal: vlottende activa min vlottende passiva;
- Netto intrestdragende schuld: geconsolideerde intrestdragende financiële schuld verminderd met vrije liquide middelen (en in één convenant ook verminderd met geblokkeerde kasequivalenten die in pand zijn gegeven voor een onderliggende verplichting).
Op 31 december 2025 voldeed EXMAR aan alle convenanten met voldoende headroom. EXMAR ziet er voortdurend op toe dat alle toepasselijke covenanten worden nageleefd om in juni 2026 en december 2026 te voldoen aan alle covenanten.
In geval van niet-naleving van deze covenanten, kan een vervroegde terugbetaling van de gerelateerde leningen vereist zijn en dienen deze op korte termijn te worden geboekt.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 241
Toelichting 27 - Personeelsbeloningen
TOEGEZEGDE PENSIOENPLANNEN EN SOORTGELIJKE VERPLICHTINGEN
De Groep voorziet in pensioenvoordelen voor de meeste van haar werknemers, hetzij direct, hetzij via een bijdrage aan een onafhankelijk fonds. De pensioenvoordelen voor het kaderpersoneel in dienst vóór 1 januari 2008 worden verstrekt onder een te bereiken doel plan. Dit plan is een te bereiken doel plan waarbij een eindloonstelsel van toepassing is.
Voor kaderleden in dienst na 1 januari 2008, werknemers gepromoveerd tot kaderlid na 1 januari 2008 en kaderleden die de leeftijd van 60 jaar bereikt hebben, voorziet de Groep pensioenvoordelen via een vast bijdrage plan. Belgische toegezegde bijdrageregelingen vallen onder toepassingsgebied van de Wet van 28 april 2003 op de aanvullende pensioenen, kort WAP genoemd. Volgens artikel 24 van deze wet is de werkgever verplicht een minimum rendement van 3,75% op de persoonlijke bijdragen van de werknemer en 3,25% op de bijdragen van de werkgever te garanderen en dit voor stortingen tot en met 31 december 2015. Vanaf januari 2016 dient de werkgever een gemiddeld minimum rendement van 1,75% te garanderen op zowel werknemersbijdragen als werkgeversbijdragen (zoals gewijzigd door de Wet van 18 december 2015).
Deze minimum rendementsgarantie overtreft over het algemeen het rendement dat gegarandeerd wordt door de verzekeringsmaatschappij. Aangezien de werkgever verplicht wordt een minimum rendement te garanderen, worden niet alle actuariële en investeringsrisico's overgedragen naar de verzekeringsmaatschappijen die deze plannen beheren. Bijgevolg voldoen deze plannen niet aan de definitie van toegezegde bijdragenregeling zoals gedefinieerd in IFRS en worden ze als een te bereiken doel plan geclassificeerd. Een actuariële berekening in overeenstemming met IAS 19 gebaseerd op de "projected unit credit (PUC)"-methode werd uitgevoerd in dit verband.
PERSONEELSBELONINGEN
| (IN OUJZENDEN USD) VOOR DE PERIODE EINDIGEND STIJECEMBER | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | 2023 | 2022 | 2021 | |
| TE BEREIKEN DOEL PLANNEN | |||||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | -5.715 | -6.105 | -7.417 | -7.523 | -9.631 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 5.256 | 5.421 | 6.549 | 6.601 | 9.017 |
| Contante waarde van de nettoverplichtingen | -459 | -684 | -868 | -922 | -614 |
| VAST BIJDRAGEPLAN | |||||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | -6.740 | -6.254 | -6.701 | -5.690 | -8.102 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 6.645 | 6.153 | 6.570 | 5.571 | 7.986 |
| Contante waarde van de netto (verplichtingen) activa | -95 | -101 | -131 | -119 | -116 |
| Totaal personeelsbeloningen | -554 | -785 | -999 | -1.040 | -730 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
TE BEREIKEN DOEL PLAN
| (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| WIJZIGINGEN IN DE VOORZIENINGEN GEDURENDE HET JAAR (1) | ||
| Voorziening per 1 januari | 12.359 | 14.118 |
| Uitkeringen | -1.580 | -1.943 |
| Werkelijke werknemersbijdragen | 231 | 232 |
| Intrestkosten | 415 | 432 |
| Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten | 653 | 695 |
| Werkelijke taksen betaald op bijdragen (exclusief intresten) | -122 | -122 |
| Actuariële winsten/verliezen | -1.034 | -238 |
| Wisselkoersverschillen | 1.534 | -815 |
| Voorziening per 31 december | 12.455 | 12.359 |
| WIJZIGINGEN IN DE REËLE WAARDE VAN DE FONDSBELEGGINGEN (1) | ||
| Reële waarde fondsbeleggingen per 1 januari | 11.574 | 13.119 |
| Ontvangen stortingen | 1.185 | 1.188 |
| Uitkeringen | -1.580 | -1.943 |
| Intrestopbrengsten | 407 | 423 |
| Werkelijke taksen betaald op bijdragen (exclusief intresten) | -122 | -122 |
| Werkelijke administratiekosten | -62 | -62 |
| Actuariële winst/verlies | -962 | -279 |
| Wisselkoersverschillen | 1.460 | -750 |
| Reële waarde fondsbeleggingen per 31 december (2) | 11.901 | 11.574 |
| Netto toegezegde verplichting per 31 december | 554 | 785 |
1 De wijzigingen in pensioenverplichtingen en fondsbeleggingen omvatten zowel de toegezegde pensioenregelingen als de Belgische toegezegde bijdragereregelingen die kwalificeren als een toegezegde pensioenregeling. 2 De fondsbeleggingen bevatten geen EXMAR aandelen en geen vastgoed door EXMAR in gebruik genomen.
| (IN DUIZENDEN USD) VOOR DE PERIODE EINDIGEND 31 DECEMBER | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| KOSTEN OPGENOMEN IN GEREALISEERDE RESULTATEN | ||
| Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten | -653 | -695 |
| Intrestkosten | -415 | -432 |
| Verwacht rendement op fondsbeleggingen | 407 | 423 |
| Administratiekosten | -62 | -62 |
| Totale pensioenkosten opgenomen in de winst- en verliesrekening (zie toelichting 10) | -722 | -766 |
| KOSTEN OPGENOMEN IN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | ||
| Opname van actuariële winsten en verliezen | 73 | -41 |
| Totale pensioenkosten opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten | 73 | -41 |
De verwachte werkgeversbijdragen voor het volgende boekjaar bedragen:
| (IN DUIZENDEN USD) VOOR DE PERIODE EINDIGEND 31 DECEMBER | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| VERWACHTE ONTVANGEN STORTINGEN VOLGEND JAAR | ||
| Inschatting van bijdragen verwacht te betalen volgend jaar | 813 | 740 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 243
De actuariële veronderstellingen en de gemiddelde looptijd van de regelingen worden hieronder gedetailleerd weergegeven:
| (IN GEWOGEN GEMIDDELDEN) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| BELANGRIJKSTE ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN | ||
| Verdisconteringsvoet per 31 december | 3,65% | 3,15% |
| Verwacht rendement op activa per 31 december | 3,65% | 3,15% |
| Inflatie | 2,00% | 2,00% |
| Looptijd van te bereiden doel plannen (in jaren) | 7 | 8 |
| Looptijd van vaste bijdrageplannen (in jaren) | 12 | 13 |
De fondsbeleggingen zijn als volgt samengesteld:
| (IN DUIZENDEN USD) VOOR DE PERIODE EINDIGEND 31 DECEMBER | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Eigen vermogen instrumenten | 3,0% | 4,0% |
| Leningen | 87,0% | 87,0% |
| Vastgoed | 10,0% | 8,0% |
| Kasgelden | 0,0% | 1,0% |
Toelichting 28 - Handels- en overige schulden
| (IN DUIZENDEN USD) | 31 DECEMBER, 2025 | 31 DECEMBER, 2024 |
|---|---|---|
| Handelsschulden | 19.479 | 38.938 |
| Overige schulden | 33.930 | 16.223 |
| Over te dragen opbrengsten | 13.178 | 11.081 |
| Handels- en overige schulden | 66.587 | 66.252 |
| Waarvan financiële schulden (Toelichting 31) | 52.032 | 53.603 |
De daling van de handelsschulden ten opzichte van 2024 is voornamelijk toe te schrijven aan een afname van de activiteiten in het kader van Infrastructure projecten in Congo einde december 2025. De stijging van de overige schulden omvat onder meer hogere schulden uit hoofde van de cashpool met joint-venture-entiteiten en uit hoofde van een contractgarantie die van een klant is verkregen.
De overige schulden omvatten ontvangen voorschotten, BTW, cashpool-schulden en schulden uit hoofde van salarisbetalingen.
De over te dragen opbrengsten omvatten reeds gefactureerde opbrengsten die betrekking hebben op volgende boekjaren, zoals vrachten, huur, ...
244 5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 29 - Financiële risico's en financiële instrumenten
In zijn normale beleidsvoering is de Groep blootgesteld aan diverse risico's zoals beschreven in de Corporate Governance Verklaring. De Groep is blootgesteld aan krediet-, intrest-, valuta- en liquiditeitsrisico's. Om deze risico's te beheren, maakt de Groep gebruik van verschillende financiële instrumenten, voornamelijk intrestafdekkingen gesitueerd binnen onze joint ventures alsook valuta forwardcontracten.
De Groep past hedge accounting toe voor alle transacties die voor hedge accounting in aanmerking komen (formele documentatie en effectiviteitstest bij aanvang en op voortdurende basis). Financiële instrumenten worden initieel gewaardeerd aan reële waarde. Na de initiële waardering wordt het effectieve deel van de wijzigingen in de reële waarde van de financiële instrumenten die voor hedge accounting in aanmerking komen (b.v. kasstroomafdekkingen), opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten. Het niet-effectieve deel van de wijzigingen in de reële waarde van financiële instrumenten die niet voor hedge accounting in aanmerking komen, worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.
REËLE WAARDEHIËRARCHIE
De volgende tabel geeft de financiële activa en verplichtingen weer, gewaardeerd tegen reële waarde, volgens de reële waardehiërarchie:
| (IN DUIZENDEN USD) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 31 DECEMBER 2025 | NIVEAU 1 | NIVEAU 2 | NIVEAU 3 | TOTAAL |
| Afgeleide financiële instrumenten | 0 | 67 | 0 | 67 |
| Aandelen gewaardeerd aan FVTPL | 50.877 | 4.391 | 0 | 55.268 |
| Totaal financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde | 50.877 | 4.458 | 0 | 55.335 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 888 | 888 | ||
| Totaal financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde | 0 | 888 | 0 | 888 |
| (IN DUIZENDEN USD) | ||||
| --- | --- | --- | --- | --- |
| 31 DECEMBER 2024 | NIVEAU 1 | NIVEAU 2 | NIVEAU 3 | TOTAAL |
| Afgeleide financiële instrumenten | 0 | 1.658 | 0 | 1.658 |
| Aandelen gewaardeerd aan FVTPL | 60.259 | 762 | 0 | 61.021 |
| Totaal financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde | 60.259 | 2.420 | 0 | 62.679 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 0 | 1.240 | 0 | 1.240 |
| Totaal financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde | 0 | 1.240 | 0 | 1.240 |
Alle andere financiële instrumenten dan de hierboven vermelde worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
KREDIETRISICO
Kredietrisicobeleid
De Groep is blootgesteld aan kredietrisico's uit haar operationele activiteiten (voornamelijk handels- en andere vorderingen en transacties met geassocieerde ondernemingen en joint ventures) en uit haar financieringsactiviteiten, waaronder deposito's bij banken, valutatransacties en andere financiële instrumenten.
Het kredietrisico wordt doorlopend en per segment nauwlettend in het oog gehouden door de Groep en indien nodig worden kredietwaardigheidscontroles uitgevoerd.
De leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures bestaan uit aandeelhoudersleningen aan onze geassocieerde ondernemingen en joint ventures die eigenaar of exploitant zijn van een LPG-schip of offshore-platform. Aangezien alle schepen operationeel zijn en inkomsten genereren of zijn verpand als zekerheid voor de onderliggende lening, verwachten wij geen problemen met de inbaarheid van de
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 245
uitstaande leningen (na waardevermindering) aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures. De geassocieerde ondernemingen en joint ventures waarvan het aandeel in het eigen vermogen negatief is, worden toegerekend aan andere componenten (voornamelijk in mindering gebracht op de vorderingen) van het belang van de investeerder in de geassocieerde onderneming en indien het negatieve eigen vermogen groter is dan het belang van de investeerder, wordt een overeenkomstige verplichting opgenomen voor zover de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft. De voorwaarden van de aandeelhoudersleningen worden besproken in Toelichting 26 Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures van dit jaarverslag.
EXMAR beoordeelt de invorderbare waarde van elke handels- en andere vordering op individuele basis op het einde van de rapporteringsperiode om ervoor te zorgen dat er voldoende waardeverminderingen worden aangelegd voor oninbare bedragen. Er bestaan ook opvolgingsprocedures om ervoor te zorgen dat er vervolgacties worden ondernomen om achterstallige schulden in te vorderen. In dit verband is het management van de Groep, gezien de historische wanbetalingspercentages minder dan 1% voor 2024 en 2025 bedraagt, van mening dat het kredietrisico van de Groep gering is.
De Groep doet alleen zaken met banken met een goede kredietwaardigheid. De Groep controleert en beheert de blootstelling aan banken met goedgekeurde kredietlimieten voor tegenpartijen en kredietrisicoparameters om het risico van wanbetaling te beperken.
Blootstelling aan het kredietrisico
| (IN DUIZENDEN USD) | 31 DECEMBER, 2025 | 31 DECEMBER, 2024 |
|---|---|---|
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 0 | 48 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 67 | 1.658 |
| Overige financiële vaste activa | 10.094 | 0 |
| Overige investeringen - aandelen gewaardeerd aan FVTPL | 55.268 | 61.021 |
| Handels- en overige vorderingen (zie Toelichting 22) | 69.498 | 116.824 |
| Geblokkeerde kasequivalenten | 7.132 | 0 |
| Kas en kasequivalenten | 179.842 | 274.737 |
| Boekwaarden van financiële activa | 321.901 | 454.288 |
De boekwaarden van de financiële activa geven het maximale kredietrisico weer.
Voorziening voor kredietverliezen
Aangezien vervallen uitstaande vorderingen niet materieel zijn, wordt er geen ouderdomsanalyse gegeven.
Eind 2025 hebben we waardeverminderingen geboekt voor een totaalbedrag van USD 0,3 miljoen op leningen aan en handelsvorderingen op geassocieerde ondernemingen en joint ventures.
De overige financiële vaste activa bestaan voornamelijk uit obligaties die tegen geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd. Er is een beoordeling van verwachte kredietverliezen uitgevoerd in overeenstemming met IFRS 9 – Financiële instrumenten, en per 31 december 2025 zijn er geen aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering vastgesteld.
Er waren geen waardeverminderingen nodig in 2025 op overige (niet-handels) vorderingen op derden.
INTRESTRISICO
Intrestrisicobeleid
De intrestdragende leningen worden voornamelijk afgesloten aan een variabele rentevoet. Teneinde dit intrestrisico te beheersen, maakt de Groep gebruik van een aantal intrestdekkingsinstrument die op de markt beschikbaar zijn wanneer het management van mening is dat het voordelig is om dit te doen. In 2025 en 2024 zijn er Intrest Rate Swaps ("IRS") contracten zowel bij dochterondernemingen als bij joint ventures. De Groep past hedge accounting toe als aan de voorwaarden voor toepassing van hedge accounting is voldaan. Als er geen hedge accounting wordt toegepast, worden de veranderingen in de reële waarde opgenomen in de resultatenrekening.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Blootstelling aan intrestrisico
| IJN DUIZENDEN USD | 31 DECEMBER, 2025 | 31 DECEMBER, 2024 |
|---|---|---|
| Totaal intrestdragende leningen (exclusief leaseverplichtingen) | 273.398 | 312.068 |
| met vaste intrest | 117.521 | 126.734 |
| met variabele intrest | 155.877 | 185.334 |
| Intrest afdekkingsinstrumenten (nominaal bedrag) | 115.688 | 84.012 |
| Netto blootstelling | 40.189 | 101.322 |
Gevoeligheidsanalyse
Bij een wijziging van de intrestvoet met 50 basispunten, zouden de cijfers worden beïnvloed met onderstaande bedragen (onder de veronderstelling dat de andere variabelen niet wijzigen):
| IJN DUIZENDEN USD | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| + 50 BP | - 50 BP | + 50 BP | - 50 BP | |
| Leningen met variabele intrest | 779 | -779 | 927 | -927 |
| Intrest afdekkingsinstrumenten | -578 | 578 | -420 | 420 |
| Netto gevoeligheid | 201 | -201 | 507 | -507 |
| Effect op winst- en verliesrekening | 779 | -779 | 927 | -927 |
| Effect op eigen vermogen | -578 | 578 | -420 | 420 |
Een belangrijk gedeelte van EXMAR's intrestopbrengsten zijn afkomstig van leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures met een variabele intrestvoet. Een stijging/daling van de intrestvoet zou resulteren in een stijging/daling van de intrestopbrengsten maar zou grotendeels geneutraliseerd worden door een stijging/daling van de intrestkosten geboekt bij de joint venture/geassocieerde onderneming voor het corresponderende bedrag. Bijgevolg heeft elke stijging/daling van de variabele intrestvoet van toepassing op leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures geen invloed op het netto resultaat van de groep. Hierdoor werden leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures niet opgenomen in bovenstaande gevoeligheidsanalyse.
VALUTARISICO
Het valutarisico van de Groep wordt historisch vooral beïnvloed door de EUR/USD-verhouding voor het bemannen van de vloot, het betalen van salarissen en alle andere personeelsgerelateerde uitgaven, die in EUR worden uitgedrukt. Om het valutarisico te bewaken, maakt de Groep gebruik van een reeks instrumenten voor het afdekken van valutarisico's en, indien nodig, termijncontracten.
Eind 2025 waren er geen financiële instrumentcontracten ter indekking van de EUR/USD.
Blootstelling aan het valutarisico
Blootstelling aan het valutarisico, gebaseerd op nominale bedragen in duizenden in vreemde munt:
| IJN DUIZENDEN LOKALE
| VALUTA) | 2025 | 2024 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| YAF | EUR | ARS | YAF | EUR | SGD | |
| Vorderingen | 321.257 | 14.428 | -120.430 | 0 | 40.086 | 245 |
| Schulden | -1.170.306 | -25.774 | 1.010.452 | -32.117.074 | -20.108 | -468 |
| Intrestdragende leningen | -48.225 | -1.880 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Risico | -897.275 | -13.226 | 890.022 | -32.117.074 | 19.978 | -223 |
| Termijncontracten | ||||||
| Netto blootstelling | -897.275 | -13.226 | 890.022 | -32.117.074 | 19.978 | -223 |
| In duizenden USD | -1.607 | -15.541 | 612 | -50.867 | 20.755 | -163 |
Het bovenstaande overzicht geeft de blootstelling voor de top-4 valutarisico's weer.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 247
Gevoeligheidsanalyse
Per 31 december 2025, zou een toename van 10,0% van de EUR/USD slotkoers de resultatenrekening van 2024 beïnvloeden met USD -1,6 miljoen (2024: USD +2,1 miljoen). Een daling van de EUR/USD slotkoers met 10,0% zou de resultatenrekening met eenzelfde bedrag (tegenovergesteld teken) beïnvloeden.
Per 31 december 2025, zou een toename van 10,0% van de XAF/USD slotkoers de resultatenrekening van 2025 beïnvloeden met USD -0,2 miljoen (2024: USD -5,1 miljoen). Een daling van de XAF/USD slotkoers met 10,0% zou de resultatenrekening met eenzelfde bedrag (tegenovergesteld teken) beïnvloeden.
LIQUIDITEITSRISICO
Liquiditeitsrisicobeleid
De Groep beheert haar liquiditeitsrisico om zo aan haar financiële verplichtingen op vervaldag te voldoen. Het liquiditeitsrisico wordt beheerd door een continue opvolging van kasstroomprojecties, toetsing van liquiditeitsratio's aan interne en externe verplichtingen en door het aanhouden van diverse financieringsbronnen met adequate back-up faciliteiten.
Verschillende lening convenanten zijn eveneens van toepassing en vereisen de naleving van bepaalde financiële ratio's. Per 31 december 2025 voldeed EXMAR aan de van toepassing zijnde convenanten. We verwijzen in dit verband eveneens naar Toelichting 26 Leningen.
Contractuele looptijd voor financiële verplichtingen, leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures en financiële garanties
Onze verplichtingen op korte termijn zoals handelsschulden en overige schulden worden verwacht betaald te zijn in de komende twaalf maanden en werden bijgevolg niet opgenomen in onderstaande tabel. De contractuele looptijd van onze financiële verplichtingen en leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures, inclusief verwachte intrestbetalingen, wordt weergegeven in onderstaande tabel. De contractuele looptijd van onze financiële schulden is gebaseerd op de contractuele aflossingstabellen van de leningen. Het niet-opgenomen gedeelte van onze kredietfaciliteiten is niet opgenomen in de onderstaande tabellen.
De contractuele vervaldagen van onze leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures zijn gebaseerd op de kasstroomprognoses voor toekomstige jaren voor de aandeelhouderslening van EXMAR LPG en de verwachte terugbetaling van de lening voor de Electra Offshore Ltd faciliteit exclusief saldering van negatieve eigen vermogens (zie Toelichting 18 Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures).
EXMAR heeft ook garanties toegekend aan bankinstellingen dewelke leningen hebben toegekend aan haar geassocieerde ondernemingen en joint ventures. Het bedrag dat EXMAR zou moeten betalen wanneer de kredietfaciliteit wordt aangewend is toegelicht in onderstaande tabel onder garanties.
| ON OUIZENDEN USDI 31 DECEMBER, 2025 | VAL. | INTRESS- VOET | LOOPTIJD | BREK- WAARDE | TOTAAL | CONTRACTUELE KASSTROMEN | | | | | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | | | | | | | | <1 JAAR | 1-2 JAAR | 2-5 JAAR | >5 JAAR | | Bankleningen VLGC's | USD | 5,62% | 2036 | -117.521 | -164.269 | -13.104 | -13.003 | -38.588 | -99.575 | | Banklening - EEMSHAVEN | USD | SOFR 3m +2.16% | 2027 | -68.064 | -73.508 | -17.549 | -55.959 | 0 | 0 | | Banklening - EXCALIBUR | USD | SOFR 3m +2.2% | 2034 | -87.807 | -110.469 | -14.182 | -13.669 | -36.045 | -46.573 | | Leaseverplichtingen | USD | | | -4.234 | -8.530 | -5.913 | -2.051 | -567 | 0 | | Leaseverplichtingen | EUR | | | -343 | -632 | -272 | -192 | -168 | 0 | | Leaseverplichtingen | SGD | | | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | | Leaseverplichtingen | CNY | | | 0 | -74 | -51 | -23 | 0 | 0 | | Leaseverplichtingen | INR | | | -112 | -129 | -56 | -59 | -15 | 0 | | Leaseverplichtingen | XAF | | | -86 | -84 | -84 | 0 | 0 | 0 | | | | | | -278.167 | -363.568 | -57.081 | -84.955 | -75.384 | -146.148 | | Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | USD | | | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | | Financiële garanties | USD | | | 0 | -261.251 | -44.014 | -26.881 | -151.785 | -38.571 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| (IN DUIZENDEN USD)31 DECEMBER, 2024 | VAL. | INTREST/VOET | LOOPTIJD | BOEK-WAARDE | TOTAAL | CONTRACTUELE KASSTROMEN | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| <1 JAAR | 1-2 JAAR | 2-5 JAAR | >5 JAAR | ||||||
| Bank loans VLGC's | USD | 5,62% | 2036 | -123.736 | -190.631 | -13.258 | -13.104 | -39.026 | -125.243 |
| Bank/other loans - pressurized fleet | USD | LIBOR+2.4% | 2025 | -8.651 | -5.872 | -5.872 | 0 | 0 | 0 |
| Bank loan - EEMSHAVEN | USD | SOFR 3m+2.16% | 2027 | -81.851 | -92.685 | -18.786 | -17.699 | -56.200 | 0 |
| Bank loan - EXCALIBUR | USD | SOFR 3m+2.2% | 2034 | -97.830 | -135.951 | -17.002 | -16.259 | -42.250 | -60.440 |
| Bank loans - other | EUR | EURIBOR+1.7% | 2028 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lease liabilities | USD | -3.777 | -2.506 | -819 | -836 | -851 | 0 | ||
| Lease liabilities | EUR | -393 | -1.578 | -966 | -337 | -261 | -114 | ||
| Lease liabilities | SGD | 0 | -352 | -121 | -138 | -93 | 0 | ||
| Lease liabilities | CNY | 0 | -126 | -51 | -51 | -23 | 0 | ||
| Lease liabilities | INR | -159 | -186 | -54 | -57 | -75 | 0 | ||
| Lease liabilities | XAF | -156 | -164 | -86 | -78 | 0 | 0 | ||
| -316.552 | -430.050 | -57.138 | -48.559 | -138.779 | -185.697 | ||||
| Borrowings to equity accounted investees | USD | 700 | 784 | 784 | 0 | 0 | 0 |
REËLE WAARDEN
Boekwaarden versus reële waarden
| (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| REËLE WAARDE/HIERARCHIE | BOEK-WAARDE | REËLE WAARDE | REËLE WAARDE/HIERARCHIE | BOEK-WAARDE | REËLE WAARDE | |
| Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures | 2 | 0 | 0 | 2 | 48 | 48 |
| Overige investeringen - aandelen gewaardeerd aan FVTPL | 1/2 | 55.268 | 55.268 | 1/2 | 61.021 | 61.021 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 2 | 67 | 67 | 2 | 1.658 | 1.658 |
| Leningen (exclusief leaseverplichtingen) | 2 | -273.392 | -293.178 | 2 | -312.068 | -333.285 |
| -218.057 | -237.843 | -249.341 | -270.557 |
De financiële activa en verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde worden geanalyseerd en krijgen een hiërarchie toegekend ter bepaling van de reële waarde:
- Niveau 1 zijnde genoteerde prijzen in actieve markten van identieke activa of verplichtingen;
- Niveau 2 zijnde andere dan genoteerde waarden begrepen in niveau 1 welke toch direct of indirect waarneembaar zijn voor de activa en verplichtingen, hetzij direct (als prijzen) hetzij indirect (afgeleid van prijzen);
- Niveau 3 zijnde waarden welke niet op waarneembare marktwaarden gebaseerd zijn.
De opsplitsing tussen niveau 1 en niveau 2 voor aandelen gewaardeerd aan FVTPL wordt weergegeven in het begin van deze toelichting.
Basis voor bepaling van reële waarde:
- Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures: huidige waarde van toekomstige kasstromen, verdisconteerd tegen de marktrente op balansdatum
- Eigenvermogensinstrumenten tegen FVTPL:
- Genoteerde biedkoers op balansdatum voor:
- Frontera aandelen
- Ventura Offshore aandelen (verworven in 2024)
- Vantage Drilling aandelen (vanaf afsluiting 2024)
- Niet-beursgenoteerde slot fixingprijs op rapporteringsdatum via een openbare veiling via Euronext voor Sibelco aandelen
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 249
- Termijncontracten: huidige waarde van het verschil tussen de termijnkoers op balansdatum en de betaalde termijnkoers.
- Rentedragende leningen: huidige waarde van toekomstige kasstromen, verdisconteerd tegen de marktrente op balansdatum.
- Voor bepaalde financiële activa en verplichtingen (handelsvorderingen en overige vorderingen, kas en kasequivalenten, handelsschulden en overige schulden en leaseverplichtingen) dewelke niet gewaardeerd worden aan reële waarde, wordt geen reële waarde toegelicht aangezien de boekwaarde een goede benadering is van de reële waarde.
Toelichting 30 - Leasing
LEASING ALS LEASINGNEMER
De Groep huurt gebouwen, motorvoertuigen en IT-materiaal.
| (IN DUIZENDEN USD) | |||
|---|---|---|---|
| GEBRUIKSRECHTEN | GEBOUWEN | IT- EN TERMAL EN VLIECTUIC | TOTAAL |
| Saldo per 31 december 2024 | 3.812 | 442 | 4.253 |
| Saldo per 31 december 2025 | 2.298 | 5.898 | 8.197 |
Voor de volledige mutatietabel met betrekking tot de gebruiksrechten inclusief de geboekte afschrijvingen van het boekjaar verwijzen we naar Toelichting 15 Gebruiksrechten van dit financieel rapport.
De Groep heeft verschillende huurcontracten die verlengings- of beëindigingsopties bevatten. Deze opties worden door het management onderhandeld om flexibiliteit te bieden bij het beheer van de leaseportefeuille. Er wordt beoordeeld of het redelijk zeker is dat deze verlengings- en beëindigingsopties zullen worden uitgeoefend (zie Toelichting 1 Waarderingsregels).
Voor de looptijdanalyse met betrekking tot de leaseverplichtingen wordt verwezen naar Toelichting 29 Financiële risico's en financiële instrumenten.
BEDRAGEN ERKEND IN DE RESULTATENREKENING
| (IN DUIZENDEN USD) | ||
|---|---|---|
| LEASING ONDER IFRS 16 | 2025 | 2024 |
| Intrestkosten op leaseschulden | 152 | 214 |
LEASING ALS LEASINGGEVER
De Groep is lange termijn charterovereenkomsten aangegaan voor bepaalde activa in haar vloot. Met betrekking tot de leasing classificatie werd geoordeeld dat vrijwel alle risico's en voordelen bij de Groep blijven. Bijgevolg kwalificeren deze overeenkomsten als operationele huurovereenkomsten.
De door de Groep gedurende 2025 erkende huurinkomsten bedroegen USD 89,3 miljoen (2024: USD 99,6 miljoen).
De volgende tabel geeft een analyse van de leasebetalingen en toont de niet-verdisconteerde leasebetalingen die na de balansdatum moeten worden ontvangen. Er zijn geen variabele leasebetalingen opgenomen. De afname met USD 72,3 miljoen van de totale leasebetalingen (bij de dochterondernemingen) ten opzichte van 2024 is het gevolg van leasecontracten van VLGC, EEMSHAVEN, EXCALIBUR en verminderde drukschepen die dichter bij hun vervaldatum komen.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De onderstaande tabel met betrekking tot de geassocieerde ondernemingen en joint ventures omvat enkel het aandeel van EXMAR in de verwachte operationele leasebetalingen.
| (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Minder dan één jaar | 63.662 | 75.365 |
| Eén tot twee jaar | 37.212 | 60.826 |
| Twee tot drie jaar | 22.100 | 37.070 |
| Drie tot vier jaar | 18.250 | 22.058 |
| Vier tot vijf jaar | 18.250 | 18.250 |
| Meer dan vijf jaar | 54.856 | 73.106 |
| Totale operationele leasing onder IFRS 16 (Dochterondernemingen) | ||
| Saldo op 31 december | 214.330 | 286.675 |
| Minder dan één jaar | 60.184 | 78.086 |
| Eén tot twee jaar | 14.731 | 19.664 |
| Twee tot drie jaar | 6.627 | 8.996 |
| Drie tot vier jaar | 0 | 1.812 |
| Totale operationele leasing onder IFRS 16 (geass. ondernemingen en JV) | ||
| Saldo op 31 december | 81.542 | 108.557 |
Toelichting 31 - Investeringsverplichtingen
Per 31 december 2025 heeft de Groep investeringsverplichtingen voor een totaalbedrag van USD 484,2 miljoen:
- USD 155,0 miljoen, zijnde het aandeel van Exmar in een order die samen met haar joint venture-partner SEAPEAK (elk 50%) is geplaatst voor vier nieuw te bouwen dual-fuel MGC's van 46.000 m² en drie nieuw te bouwen MGC's van 41.000 m².
- USD 309,4 miljoen aan verplichtingen voor investeringen in vier Suez Max-schepen.
- USD 19,8 miljoen aan verplichtingen voor de aankoop van een drijvende LNG-opslagunit die in Colombia zal worden ingezet.
Toelichting 32 - Voorwaardelijke verplichtingen
Verschillende vennootschappen van de Groep zijn betrokken in een aantal juridische geschillen die voortvloeien uit hun dagelijkse activiteiten. Het management verwacht niet dat de uitkomst van deze procedures enige materiële invloed zal hebben op de financiële positie van de Groep.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 251
Toelichting 33 - Verbonden partijen
MEERDERHEIDSAANDEELHOUDER
Saverex NV, de Belgische meerderheidsaandeelhouder van EXMAR NV, stelt IFRS geconsolideerde jaarrekeningen op die publiek beschikbaar zijn. Saverex NV wordt gecontroleerd door de heer Nicolas Savery (Uitvoerend voorzitter van de Raad van Bestuur van EXMAR).
TRANSACTIES MET CONTROLERENDE AANDEELHOUDER EN MET CONTROLERENDE AANDEELHOUDERS VERBONDEN PARTIJEN
Saverbel NV, gecontroleerd door de heer Nicolas Savery, heeft voor KEUR 94 administratiekosten doorgerekend aan de Groep in 2025 (2024: KEUR 105). De openstaande schuld voor deze diensten bedraagt per 31 december 2025 KEUR 27 (2024: KEUR 24).
Saverex NV, eveneens gecontroleerd wordt door de heer Nicolas Savery, heeft in 2024 voor KEUR 3.200 aan advieskosten aangerekend (2024: KEUR 3.400). Het uitstaande saldo op 31 december 2025 bedroeg KEUR 2.000 (2024: KEUR 2.200). Verder rekende Saverex KEUR 44 reparatiekosten voor het jacht "Douce France" aan in 2025 (2024: KEUR 0) en KEUR 0 tijdbevrachtingsinkomsten voor het jacht "Douce France" aan Exmar Yachting (2024: KEUR 108). Het uitstaande saldo eind 2025 bedroeg KEUR 0 (2024: KEUR 0).
EXMAR Shipmanagement factureerde KEUR 54 aan Saverex voor scheepsbeheer met betrekking tot het jacht "Douce France" in 2025 (2023: KEUR 43), waarvan KEUR 1 openstaat (2024: KEUR 2). EXMAR Yachting factureerde KEUR 0 aan Saverex als commissie (2024: KEUR 5), waarvoor geen bedrag openstaat (2024: KEUR 0).
EXMAR NV heeft Saverex in 2025 KUSD 174 aan juridische kosten in rekening gebracht (2024: KUSD 0), waarvan KUSD 0 nog openstaat.
Daarnaast heeft EXMAR NV in 2025 KUSD 44 aan Saverex gefactureerd voor Flexjet-kosten (2024: KUSD 0), waarvan KUSD 0 openstaat, en KUSD 301 aan Saverbel voor Flexjet-kosten in 2025 (2024: KEUR 0), waarvan KUSD 0 openstaat.
Travel PLUS factureerde een totaal van KEUR 54 aan Saverex voor geleverde reisdiensten gedurende 2025 (2024: KEUR 130), waarvan KEUR 0 openstaat (2024: KEUR 4) en heeft kosten ten bedrage van in KEUR 20 (2024: KEUR 0) aan Saverbel NV in rekening gebracht, waarvan KEUR 0 nog openstaat.
TLH Heliskiing factureerde aan de groep KCAD 255 met betrekking tot geleverde diensten (2024: KCAD 329) waarvan geen bedrag openstaat (2024: KCAD 0).
Verder werd in 2025 een bedrag van KEUR 234 (periode 2024: KEUR 213) gefactureerd aan de heer Nicolas Savery als doorrekening van privé-uitgaven. Het gerelateerde uitstaande saldo bedroeg KEUR 211 (2024: KEUR 0).
Transacties met verbonden partijen vinden plaats tegen marktconforme voorwaarden.
TRANSACTIES MET JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN
EXMAR levert algemene diensten, boekhoudkundige diensten, management diensten, bouwtoezicht diensten en scheepsbemannings en -onderhoud diensten aan aan haar joint ventures en geassocieerde ondernemingen. Voor al deze diensten worden vergoedingen aangerekend aan de joint ventures en geassocieerde ondernemingen gebaseerd op contracten tussen alle betrokken partijen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle significante vorderingen, significante schulden en de gerelateerde bedragen geregistreerd in het overzicht van gerealiseerde resultaten als gevolg van geleverde en ontvangen diensten.
| (IN QUIZENDEN USD) | 31 DECEMBER 2025 | 31 DECEMBER 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| VORDERINGEN | SCHULDEN | CAPEX | VORDERINGEN | SCHULDEN | |
| Scheepsbemannings- en -onderhoud diensten | 18.285 | 2.290 | 0 | 5.133 | 1.562 |
| Algemene, boekhoudkundige en management diensten | 1.162 | 0 | 0 | 1.042 | 0 |
| Bouwtoezicht diensten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Verhuur diensten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| (IN DUIZENDEN USD) | 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| GELEVERDE DIENSTEN | ONTVANGEN DIENSTEN | CAPEX | GELEVERDE DIENSTEN | ONTVANGEN DIENSTEN | |
| Scheepsbemannings- en -onderhoud diensten | 19.262 | 166 | 0 | 10.277 | 0 |
| Algemene, boekhoudkundige en management diensten | 1.258 | 0 | 0 | 861 | 0 |
| Bouwtoezicht diensten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Verhuur & overige diensten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
EXMAR verstrekt eveneens leningen aan haar geassocieerde ondernemingen en joint ventures waarvoor intrestopbrengsten geboekt worden in de jaarrekening. We verwijzen in dit verband naar Toelichting 18 Leningen aan geassocieerde ondernemingen en joint ventures voor een overzicht van deze leningen en naar Toelichting 11 Financieel resultaat voor het totaalbedrag van deze intrestopbrengsten.
TRANSACTIES MET BESTUURDERS EN MANAGEMENT
We verwijzen in verband met transacties met bestuurders en management naar het remuneratieverslag 2025 dewelke opgenomen werd in dit jaarverslag (zie Corporate Governance Verklaring). Voor informatie met betrekking tot belangenconflicten verwijzen we naar het Verslag van de Raad van Bestuur.
Bestuurders en management hebben KEUR 94 aan onkosten en KEUR 0 transactievergoeding (2024: KEUR 107) doorgerekend.
RAAD VAN BESTUUR
| (IN DUIZENDEN EUR) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Voorzitter | 100 | 100 |
| Andere leden (individueel bedrag) | 50 | 50 |
| Totaal betaald | 369 | 450 |
Het totaal bedrag betaald aan de leden van de Raad van Bestuur betreft het bedrag aan vergoedingen aan niet-uitvoerende en onafhankelijke bestuurders voor hun activiteiten als lid van de Raad van Bestuur. De uitvoerende bestuurders worden enkel vergoed in hun hoedanigheid van leidinggevende en niet in hun hoedanigheid van uitvoerende bestuurder/ lid van de Raad van Bestuur.
Er zijn geen leningen verstrekt aan de leden van de Raad van Bestuur in 2025 of 2024. Het uitstaande bedrag met betrekking tot doorgerekende privé-uitgaven aan de heer Nicolas Saverys was KEUR 211 op 31 december 2024 (2024: KEUR 0).
AUDIT- EN RISICOCOMITÉ
| (IN DUIZENDEN EUR) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Voorzitter | 20 | 20 |
| Andere leden (individueel bedrag) | 10 | 10 |
| Totaal betaald | 42 | 50 |
BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ
| (IN DUIZENDEN EUR) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Leden (individueel bedrag) | 10 | 10 |
| Totaal betaald | 27 | 30 |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 253
DIRECTIECOMITÉ
In lijn met de algemene beloningsprincipes van EXMAR is de aard en de hoogte van de remuneratie van de leden van het Uitvoerend Comité afhankelijk van de prestaties van de Vennootschap en de individuele vaardigheden en prestaties. Het remuneratiepakket bestaat uit drie elementen:
- De vaste jaarlijkse remuneratie;
- De variabele remuneratie op korte termijn (KTI – korte termijn incentive);
- De variabele remuneratie op lange termijn (LTI – lange termijn incentive).
Het niveau en de structuur van de vergoedingspakketten liggen in lijn met de marktpraktijken voor soortgelijke functies in vergelijkbare vennootschappen.
Eind 2024 bestond het Uitvoerend Comité uit vijf leden. In de overeenkomsten met de leden van het Uitvoerend Comité zijn de gebruikelijke opzegtermijnen en ontslagvergoedingen opgenomen, rekening houdend met factoren zoals de functie en de ervaring van de betrokken uitvoerende manager, en steeds binnen het toepasselijke wettelijke kader.
| (IN DUIZENDEN EUR)DIRECTIECOMITÉ, EXCLUSIEF CEO | ||
|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |
| Totaal vaste vergoeding | 1.565 | 1.725 |
| waarvan voor pensioenplannen en verzekeringen | 0 | 0 |
| waarvan waarde van opties | 0 | 0 |
| Totale variabele vergoeding | 400 | 1.400 |
| (IN DUIZENDEN EUR)NICOLAS SAVERYS/SAVEREX | ||
| --- | --- | --- |
| 2025 | 2024 | |
| Totaal vaste vergoeding | 1.200 | 1.200 |
| waarvan voor pensioenplannen en verzekeringen | 0 | 0 |
| waarvan waarde van opties | 0 | 0 |
| Totale variabele vergoeding | 2.000 | 2.200 |
| (IN DUIZENDEN EUR)CEO | ||
| --- | --- | --- |
| 2025 | 2024 | |
| Totaal vaste vergoeding | 365 | 350 |
| waarvan voor pensioenplannen en verzekeringen | 0 | 0 |
| waarvan waarde van opties | 0 | 0 |
| Totale variabele vergoeding | 100 | 100 |
Aan de leden van het directiecomité werden geen leningen toegekend in 2025 of 2024.
Er werden geen opties verleend aan bestuurders in 2025 en 2024.
Een aantal bestuurders en managers, of hun directe familieleden, betrekken functies in andere vennootschappen over de welke zij controle of gezamenlijke controle uitoefenen. Geen van deze vennootschappen hebben transacties uitgevoerd met de Groep gedurende het boekjaar.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 34 - Groepsentiteiten
| GECONSOLIDEERDE VENNOOITSCHAPPEN | LAND VAN VESTIGING | CONSOLIDATIE METHODE | BELANG | |
|---|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |||
| Joint ventures | ||||
| Estrela Ltd | Hongkong | Eigen vermogen | 50,00% | 50,00% |
| EXMAR Gas Shipping Ltd (3) | Hongkong | Eigen vermogen | 0,00% | 50,00% |
| EXMAR LPG BV | Belgium | Eigen vermogen | 50,00% | 50,00% |
| EXMAR LPG France | Frankrijk | Eigen vermogen | 50,00% | 50,00% |
| EXMAR France Crewing SAS (1) | Frankrijk | Eigen vermogen | 50,00% | 50,00% |
| EXMAR Shipping BV | Belgium | Eigen vermogen | 50,00% | 50,00% |
| Good Investment Ltd (3) | Hongkong | Eigen vermogen | 0,00% | 50,00% |
| Monteriggioni Inc | Liberia | Eigen vermogen | 50,00% | 50,00% |
| Geassocieerde ondernemingen | ||||
| ECOS SRL | Italië | Eigen vermogen | 33,30% | 33,30% |
| Electra Offshore Ltd | Hongkong | Eigen vermogen | 40,00% | 40,00% |
| Exview Hong Kong Ltd | Hongkong | Eigen vermogen | 40,00% | 40,00% |
| Marpos NV | Belgium | Eigen vermogen | 45,00% | 45,00% |
| Springmarine Nigeria Ltd (2) | Nigeria | Eigen vermogen | 0,00% | 40,00% |
| Dochterondernemingen | ||||
| DV Offshore SAS | Frankrijk | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Argentina | Argentinië | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Energy Hong Kong Ltd | Hongkong | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Energy Netherlands BV | Nederland | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Energy Services BV | Nederland | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Export Netherlands | Nederland | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Fortitude LNG Limited | Nederland | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR FSRU Hong Kong Ltd | Hongkong | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Holdings Ltd | Liberia | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Hong Kong Ltd | Hongkong | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Import LNG Netherlands BV | Nederland | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR LPG Holding BV | Belgium | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR LNG Investments Ltd | Liberia | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Lux SA | Luxemburg | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Marine NV | Belgium | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Netherlands BV | Nederland | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR NV | Belgium | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Offshore Company | VS | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Offshore Ltd | Bermuda | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Offshore Services SA | Luxemburg | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Offshore BV | Belgium | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Singapore Pte Ltd | Singapore | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Shipmanagement BV | Belgium | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Shipmanagement India Private Ltd | India | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Small Scale LPG NL BV | Nederland | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Small Scale LPG HK Ltd | Hongkong | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Small Scale LPG BE BV | Belgium | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR (UK) Shipping Company Ltd | Groot-Brittannië | Integraal | 100,00% | 100,00% |
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 255
| GECONSOLIDEERDE VENNOOTSCHAPPEN | LAND VAN VESTIGING | CONSOLIDATIE METHODE | BELANG | |
|---|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |||
| EXMAR VLGC BV | Belgium | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR VLGC Netherlands BV | Nederland | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| EXMAR Yachting BV | Belgium | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Franship Offshore Lux SA | Luxemburg | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Internationaal Maritiem Agentschap NV | Belgium | Integraal | 99,03% | 99,03% |
| Seavie Caribean Ltd Jamaica | Jamaica | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Seavie Private Ltd | India | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Solaia Shipping Llc | Liberia | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Tecto Cyprus Ltd | Cyprus | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Exmar Shipmanagement Lux SA | Luxemburg | Integraal | 100,00% | 100,00% |
| Travel Plus BV | Belgium | Integraal | 100,00% | 100,00% |
- Vennootschap opgericht in 2025
- Aandelen verkocht
- Vennootschap vereffend in 2025
Toelichting 35 - Vergoedingen aan de commissaris
De wereldwijde vergoedingen voor audit en overige werkzaamheden uitgevoerd door de commissaris of de aan hen gerelateerde personen of vennootschappen kan als volgt worden gedetailleerd:
| (IN DUIZENDEN EUR) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Audit van de jaarrekeningen | 562 | 579 |
| Audit gerelateerde diensten | 328 | 178 |
| Fiscale dienstverlening | 80 | 54 |
| Vergoeding aan de commissaris | 970 | 811 |
Voor 2025 en 2024 overtreffen de niet-audit diensten de audit diensten niet.
Toelichting 36 - Gebeurtenissen na balansdatum
Na december 2025 vonden er gebeurtenissen na balansdatum plaats.
-
In de joint-ventures vonden verschillende transacties plaats:
-
In januari 2026 nam EXMAR de nieuwe dual-fuel MGC met een laadvermogen van 41.000 m³, genaamd MERIBEL, in ontvangst.
-
In 2026 leverde EXMAR het schip FATIME op aan de nieuwe eigenaar.
-
Op 4 maart 2026 bereikte EXMAR een akkoord met de leasinggever om de koopoptie op de VLGC FLANDERS INNOVATION uit te oefenen. Er werd overeengekomen om het schip terug te kopen in Japanse yen. Gezien de recente verzwakking van de yen ten opzichte van de USD zal EXMAR in 2026 een financiële winst van ongeveer 12 miljoen USD realiseren. FLANDERS INNOVATION zal naar verwachting eind juni 2026 aan EXMAR worden geleverd.
-
Op 26 maart 2026 bereikte EXMAR een akkoord met de leasinggever om de koopoptie op de VLGC FLANDERS PIONEER uit te oefenen. Er werd overeengekomen om het schip terug te kopen in Japanse yen. Gezien de recente verzwakking van de yen ten opzichte van de USD zal EXMAR in 2027 een financiële winst van ongeveer 12 miljoen USD realiseren. FLANDERS PIONEER zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 aan EXMAR worden geleverd.
Er vonden geen andere gebeurtenissen plaats na balansdatum.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Belangrijke schattingen en oordelen voor financiële verslaggeving
De belangrijke schattingen en oordelen die een risico kunnen inhouden van materiële aanpassing van de boekwaarden van activa en verplichtingen binnen het volgende boekjaar worden hieronder vermeld:
WAARDEVERMINDERING
Het management voert ten minste jaarlijks een analyse uit op waardeverminderingen voor haar vloot. Deze analyse heeft op het jaareinde 2025 geen additionele risico's op waardeverminderingen aan het licht gebracht. We verwijzen ook naar Toelichting 13 Schepen en platformen en Toelichting 16 Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures in dit verslag voor aanvullende informatie.
Verklaring met betrekking tot het getrouwe beeld van de geconsolideerde jaarrekening en het getrouwe beeld van het jaarverslag
De Raad van Bestuur, vertegenwoordigd door Nicolas Saverys (Voorzitter) en Philippe Vlerick en het Directiecomité, vertegenwoordigd door Carl-Antoine Saverys, CEO (vertegenwoordiger van CASAVER BV) en Hadrien Bown, CFO (vertegenwoordiger van HAX BV), bevestigen hierbij dat, voor zover hen bekend,
- de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar eindigend op 31 december 2025, opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), uitgegeven door de International Accounting Standards Board (IASB) zoals aangenomen door de Europese Unie, een getrouw beeld geeft van de activa, de passiva, de financiële positie en de resultaten van de Vennootschap en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen als een geheel, en
- het jaarverslag een getrouw beeld geeft van de belangrijke gebeurtenissen die zich in de loop van de verslagperiode hebben voorgedaan en van de belangrijkste transacties met de verbonden partijen, en het effect daarvan op de geconsolideerde financiële informatie, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 257
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van Exmar NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 - Geconsolideerde jaarrekening
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Exmar NV (de "vennootschap") en haar filialen (samen "de groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 16 mei 2023, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2025. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Exmar NV uitgevoerd gedurende 9 opeenvolgende boekjaren.
VERSLAG OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die het geconsolideerde balans op 31 december 2025 omvat, alsook het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van het geconsolideerde balans 903 232 (000) USD bedraagt en waarvan het geconsolideerd overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten afsluit met een winst van het boekjaar van 74 344 (000) USD.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2025 alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS Accounting Standards) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Basis voor het oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Kernpunten van de controle
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
| KERNPUNTEN VAN DE CONTROLE | HOE ONZE CONTROLE DE KERNPUNTEN VAN DE CONTROLE BEHANDELDE |
|---|---|
| Bijzondere waardeverminderingen voor vaste activa - schepen en platformen |
- Vaste activa – schepen en platformen met een netto boekwaarde van 360 390 (000) USD vertegenwoordigen 40% van het geconsolideerde balanstotaal op 31 december 2025. De beoordeling door de directie van de waardering van vaste activa is belangrijk in het kader van onze audit omdat dit een complex proces betreft waarbij significante beoordelingen en inschattingen vanwege de directie noodzakelijk zijn.Verwijzing naar toelichtingen
- We verwijzen naar de geconsolideerde jaarrekening inclusief toelichting: 13 – Schepen en platformen. | - We hebben het door de directie geïmplementeerde proces en de interne controles beschouwd, alsook testprocedures uitgevoerd met betrekking tot het ontwerp en de implementatie van de door management geïmplementeerde controles betreffende de beoordeling van indicatoren van bijzondere waardeverminderingen en het uitvoeren van bijzondere waardeverminderingsanalyses.
- We zijn voor elke kasstroom genererende eenheid nagegaan of de indicatoren tot bijzondere waardeverminderingen, zoals bepaald in IAS 36, overwogen werden in de beoordeling van de directie.
- Wij verkregen de waarderingsverslagen van externe makelaars dewelke door de directie worden gebruikt om in te schatten of er indicatoren zijn van bijzondere waardevermindering evenals voor het bepalen van de reële waarde minus verkoopkosten van de schepen.
- Waar relevant, hebben we een beoordeling gemaakt van de assumpties die door de directie gebruikt werden in de gebruikswaarde berekeningen, voornamelijk de meest kritische assumpties zoals de vrachttariveen na de contractperiode en de verdisconteringsvoeten. Tijdens het kritisch beoordelen van deze veronderstellingen hebben we rekening gehouden met de werkelijke resultaten, reeds afgesloten contracten, externe info, onafhankelijke marktrapporten en marktomstandigheden.
- We hebben de geschiktheid van de toelichtingen met betrekking tot bijzondere waardeverminderingen voor vaste activa beoordeeld. |
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS Accounting Standards) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de vennootschap, noch van de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
- het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
- het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de groep;
- het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
- het concluderen dat de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de groep haar continuïteit niet langer kan handhaven;
- het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
- het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, met inbegrip van de duurzaamheidsinformatie en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening
Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die het voorwerp uitmaakt van ons afzonderlijk verslag betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot deze duurzaamheidsinformatie. Deze sectie betreft niet de assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag. Voor dit deel van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening verwijzen wij naar ons verslag hieromtrent.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
- Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de groep.
- De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Europees uniform elektronisch formaat (ESEF)
Wij hebben ook, overeenkomstig de ontwerpnorm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat ("ESEF"), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat en de markeertaal met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 ("Gedelegeerde Verordening").
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat ("digitale geconsolideerde financiële overzichten") opgenomen in het jaarlijks financieel verslag.
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde financiële overzichten opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van Exmar NV per 31 december 2025 in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
5.2 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 261
Andere vermeldingen
- Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Getekend te Zaventem.
De commissaris
Deloitte Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door Fabio De Clercq
5.3 STATUTAIRE JAARREKENING EXMAR NV
5.3 STATUTAIRE JAARREKENING EXMAR NV

5.3 STATUTAIRE JAARREKENING EXMAR NV 263
Statutaire jaarrekening
De jaarrekening van EXMAR NV wordt hieronder beknopt samengevat. De volledige versie van de jaarrekening van EXMAR NV wordt neergelegd bij de Nationale Bank van België en is beschikbaar op de website (www.exmar.be). Een kopie van de jaarrekening kan kosteloos verkregen worden op aanvraag. In zijn verslag heeft de commissaris geen voorbehoud gemaakt betreffende de statutaire jaarrekening van EXMAR NV.
| (IN DUIZENDEN USD) | ||
|---|---|---|
| BALANS | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Vaste activa | 516.449 | 484.689 |
| Immateriële en materiële vaste activa | 4.502 | 373 |
| Financiële vaste activa | 511.947 | 484.315 |
| Vlottende activa | 201.360 | 320.469 |
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | 54.041 | 123.445 |
| Geldbeleggingen | 82.914 | 134.811 |
| Kas en kasequivalenten | 63.144 | 60.913 |
| Overlopende rekeningen | 1.261 | 1.300 |
| Total activa | 717.809 | 805.158 |
| Eigen vermogen | 465.556 | 599.625 |
| Kapitaal | 274.955 | 88.812 |
| Uitgiftepremies | 91.657 | 124.634 |
| Reserves | 95.188 | 94.061 |
| Overgedragen resultaat | 3.756 | 292.118 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 2.552 | 2.850 |
| Voorzieningen | 2.552 | 2.850 |
| Verplichtingen | 249.701 | 202.683 |
| Schulden op meer dan één jaar | 115.984 | 79.855 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 133.717 | 122.828 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 717.809 | 805.158 |
| (IN DUIZENDEN USD) | ||
| --- | --- | --- |
| WINST- EN VERLIESREKENING | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
| Bedrijfsopbrengsten | 5.939 | 5.736 |
| Bedrijfskosten | -21.711 | -9.236 |
| Bedrijfsresultaat | -15.772 | -3.500 |
| Financiële opbrengsten | 58.262 | 301.994 |
| Financiële kosten | -9.790 | -4.480 |
| Resultaat voor belastingen | 32.700 | 294.014 |
| Belastingen op het resultaat | -2.688 | -999 |
| Resultaat van het boekjaar | 30.012 | 293.015 |
| Resultaatsverwerking | ||
| Te bestemmen winst | 322.130 | 298.979 |
| Onttrekking/toevoeging aan reserves | -154.294 | -6.861 |
| Over te dragen resultaat | -3.756 | -292.118 |
| Uitkering van winst | -164.080 |
![]() |
|---|

6. WOORDENLIJST

6 WOORDENLIJST
WOORDENLIJST
| AER | Annual Efficiency Ratio |
|---|---|
| AGM | Annual General Meeting |
| AMA | Antwerp Maritime Academy |
| ASBL | Association Sans But Lucratif |
| BCCA | Belgian Code of Companies and Associations |
| BCMA | Billion Cubic Meters per Annum |
| BIMCO | Baltic and International Maritime Council |
| BOD | Board of Directors |
| BTX | Mixtures of benzene, toluene, and the three xylene isomers |
| BWMP | Ballast Water Management Plan |
| CAPEX | Capital Expenditure |
| CBA | Collective Bargaining Agreement |
| cbm | Cubic meters (m³) |
| CCS | Carbon capture and storage |
| CCU | Carbon Capture and Utilisation |
| CCUS | Carbon Capture, Utilisation and Storage |
| CDI | Chemical Distribution Institute |
| CEO | Chief Executive Officer |
| CFO | Chief Financial Officer |
| CII | Carbon Intensity Indicator |
| CMB | Compagnie Maritime Belge |
| CO₂ | Carbon dioxide |
| COO | Chief Operating Officer |
| COSO | Committee of Sponsoring Organizations |
| CP | Charter Party |
| CSRD | Corporate Sustainability Reporting Directive |
| DCR | Document Change Request |
| DCS | IMO Fuel Oil Data Collection System |
| DOC | Document of Compliance |
| DPA | Designated Person Ashore |
| DVO | DV Offshore |
| EBIT | Earnings Before Interest and Taxes |
| EBITDA | Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation, and Amortization |
| Adjusted EBITDA: EBITDA adjusted for certain non-recurring transactions for which management believes that excluding these provides better insights in the actual performance of the Group. | |
| ECA | Emission Control Area |
| ECSA | European Community Ship-Owners Association |
| EEDI | Energy Efficiency Design Index |
| EEXI | Energy Efficiency Existing Ship Index |
| EGM | Expert Group Meeting |
| EOC | Exmar Offshore Company |
| EPC | Engineering, Procurement and Conversion |
| EPD | Environmental Product Declaration |
| ERP | Enterprise Resource Planning |
6 WOORDENLIJST 267
| ESG | Environment, Social, Governance |
|---|---|
| ESI | Environmental Ship Index |
| ESM | Exmar Shipmanagement |
| ESRS | European Sustainability Reporting Standards |
| ETS | Emission Trading Scheme |
| EU | European Union |
| EUA | EU Allowances |
| EU MRV | EU Monitoring, Reporting and Verification Regulation |
| EU ETS | EU Emissions Trading System |
| FID | Final Investment Decision |
| FLNG | Floating Liquefaction of Natural Gas |
| FOC | Fuel Oil Consumption |
| FPS | Floating Production System |
| FPSO | Floating Production Storage and Offloading-unit |
| fr | Fully refrigerated |
| FSIU | Floating Storage and Injection Unit |
| FSO | Floating Storage and Offloading |
| FSPO | Floating Storage Production and Offloading |
| FSRP | Floating Storage Regasification and Power generation |
| FSRU | Floating Storage and Regasification Unit |
| FSU | Floating Storage Unit |
| GDPR | General Data Protection Regulation |
| GHG | Greenhouse Gas |
| GHGi | Greenhouse Gas Intensity |
| HFO | Heavy Fuel Oil |
| HSEEQ | Health Safety Environmental Energy and Quality |
| HSEQ | Health Safety Environment and Quality |
| HSSEQ | Health, Safety, Security, Environment and Quality |
| HyMethShip | Hydrogen Methanol Ship |
| IAS | International Accounting Standards |
| IFRS | International Financial Reporting Standards |
| IHM | Inventory of Hazardous Materials |
| IMO | International Maritime Organization |
| IPCC | Intergovernmental Panel on Climate Change |
| IRA | Inflation Reduction Act |
| IRO | Impact, Risk and Opportunity |
| ISM | International Safety Management |
| ISO | International Organization for Standardization |
| JHA | Job Hazard Analysis |
| JV | Joint Venture |
| KPI | Key Performance Indicator |
| LCO₂ | Liquid Carbon Dioxide |
| LDO | Light Diesel Oil |
| LGC | Large Gas Carrier |
| LNG | Liquefied Natural Gas |
| LNG/C | Liquefied Natural Gas Carrier |
| LNGRV | Liquefied Natural Gas Regasification Vessel |
| LOHC | Liquid Organic Hydrogen Carrier |
| LOHC | Liquid Organic Hydrogen Carrier |
| LPG | Liquefied Petroleum Gas |
| LSFO | Low Sulphur Fuel Oil |
6 WOORDENLIJST
| LTI | Lost Time Injury |
|---|---|
| LTIF | Lost Time Injury Frequency |
| LWC | Lost Workday Case |
| MAN-ES | MAN Energy Solutions SE |
| MARPOL | International Convention for the Prevention of Pollution from Ships |
| MDO | Marine Diesel Oil |
| MGC | Midsize Gas Carrier |
| MGO | Marine Gas Oil |
| Midsize | 20,000 m³ to 40,000 m³ |
| Mio | Million |
| MLC | Maritime Labor Convention |
| MMSCFD | Million Standard Cubic Feet / day |
| also mentioned as: mm scf / day | |
| MMT | Million Metric Tons |
| MRV | Measurement, Reporting and Verification - EU Regulation No. 757/2015 |
| MT | Metric Tons |
| MTI | MTI Network, risk management and crisis response company |
| MTPA | Metric Tons Per Annum |
| MWh | Megawatt hour |
| NH₃ | Ammonia |
| NM | Nautical Miles |
| NOₓ | Nitrogen Oxides |
| NPK | Nitrogen (N) - Phosphorus (P) - Potassium (K) |
| NTVRP | US Nontank Vessel Response Plan |
| O&M | Operations & Maintenance |
| OB | Order Book |
| OCIMF | Oil Companies Marine International Forum |
| ODS | Ozone Depleting Substances |
| OIM | Offshore Terminal Installation Manager |
| OPEX | Operating Expenditures |
| OSBIT | On Spec, Budget and In Time |
| PDH | Propane DeHydrogenation |
| Petchems | Petrochemicals |
| PPD | Permanent Partial Disability |
| PPM | Parts per million |
| pr | Pressurized |
| PTD | Permanent Total Disability |
| PVC | Polyvinyl chloride |
| R&D | Research and Development |
| RBSA | Royal Belgian Shipowner's Association |
| REBITDA | Recurring earnings before interests, taxes, depreciations and amortizations |
| SCF | Standard Cubic Foot |
| SCR | Selective Catalytic Reduction |
| SDG | Sustainable Development Goals |
| SEEMP | Ship Energy Efficiency Management Plan |
| Semi-ref. | Semi-refrigerated LPG carrier |
| SIGTTO | Society of International Gas Tanker and Terminal Operators |
| SMPEP | Shipboard Marine Pollution Emergency Plan |
| SMS | Safety Management System |
| SOLAS | International Convention for the Safety of Life at Sea |
| SOPEP | Shipboard Oil Pollution Emergency Plan |
6 WOORDENLIJST 269
| SO_{x} | Sulphur Oxides |
|---|---|
| SRDII | Second Shareholders' Rights Directive |
| SRR | EU Ship Recycling Regulation No. 1257/2013 |
| STCW | International convention on Standards of Training, Certification and Watchkeeping for Seafarers |
| STS | Ship-to-ship cargo transfer |
| TC | Time Charter |
| TCE | Time Charter Equivalent |
| TMSA | Tanker Manager and Self-Assessment |
| TRC | Total Recordable Case |
| TRCF | Total Recordable Case Frequency |
| TTSL | Taking The Safety Lead |
| U/C | Under Construction |
| ULCV | Ultra Large Container Vessel |
| ULGC | Ultra Large Gas Carrier |
| UN | United Nations |
| UNCLOS | United Nations Convention on the Law of the Sea |
| USCG | United States Coast Guard |
| USD | United States Dollar |
| US EPA | United States Environmental Protection Agency |
| UV | Ultra Violet |
| VCM | Vinyl Chloride Monomer |
| VLAC | Very Large Ammonia Carrier |
| VLGC | Very Large Gas Carrier |
| VLSFO | Very Low Sulphur Fuel Oil |
| VOC | Volatile Organic Compounds |
COLOFON
RAAD VAN BESTUUR
- Nicolas Saverys – Executive Voorzitter
- Carl-Antoine Saverys
- ACACIA I BV vertegenwoordigd door Els Verbraecken
- Michel Delbaere
- Wouter De Geest
- HELIMAR BV vertegenwoordigd door Stephanie Saverys
- Baron Philippe Vlerick
UITVOEREND COMITÉ
- Casaver BV vertegenwoordigd door Carl-Antoine Saverys Chief Executive Officer
- FMO BV vertegenwoordigd door Francis Mottrie Chief Operating Officer
- HAX BV vertegenwoordigd door Hadrien Bown Chief Financial Officer
- FLX Consultancy BV vertegenwoordigd door Jonathan Raes Executive Director Infrastructure
- Morten Pilnov Executive Director Shipping
EXMAR NV
De Gerlachekaai 20 2000 Antwerpen Tel: +32(0)3 247 56 11 Fax: +32(0)3 247 56 01 Ondernemingsnummer: 0860.409.202 RPR Antwerpen – afdeling Antwerpen Website: www.exmar.be E-mail: [email protected]
COMMISSARIS
Deloitte Auditors Vertegenwoordigd door Dhr. Fabio De Clercq De Nederlandstalige versie van dit rapport moet als de officiële versie worden beschouwd
CONTACT
Alle persberichten van EXMAR kunnen geraadpleegd worden op de website: www.exmar.be Vragen kunnen telefonisch gesteld worden op het nummer +32(0)3 247 56 11 of met een e-mail naar [email protected], ter attentie van HAX BV vertegenwoordigd door Hadrien Bown (CFO) of Mathieu Verly (secretaris) Als u ons jaarverslag op papier wenst te ontvangen, stuurt u een e-mail naar: [email protected]
FINANCIËLE KALENDER
| Financieel verslag op website | 16 april 2026 |
|---|---|
| Jaarlijkse aandeelhoudersvergadering | 19 mei 2026 |
| Resultaten 1e semester 2026 | 4 september 2026 |
FSC MIX Papier | Ondersteunt verantwoord budgetair FSC® C008551
| 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 |
| 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 |
| 5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 |
| 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 |
| 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 |
| 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 |
| 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 | 9 |
| 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 |
EXMAR