AI assistant
SIPEF — Interim / Quarterly Report 2020
Apr 23, 2020
4000_10-q_2020-04-23_50279b2c-5934-456a-8b5d-c59674f41203.pdf
Interim / Quarterly Report
Open in viewerOpens in your device viewer



The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Tussentijdse verklaring van de SIPEF-groep
per 31 maart 2020 (3m/20)
- Gunstige weersomstandigheden leidden in het eerste kwartaal tot een stijging van de totale palmolieproductie met 6,6%;
- De productievolumes van palmolie voor het eerste semester zouden blijven toenemen in vergelijking met deze van dezelfde periode vorig jaar;
- De bij de aanvang van het jaar sterke palmoliemarkt leed vanaf februari onder een dalende vraag door de effecten van covid-19 en de bijhorende lage prijzen voor gasolie;
- Tot dusver heeft covid-19 geen belangrijke rechtstreekse negatieve financiële invloed gehad op de operationele activiteiten van de SIPEF- groep;
- Tot op heden werd reeds 41% van de geschatte palmolieproductie voor het jaar 2020 verkocht aan USD 718 per ton CIF Rotterdam, premies inclusief;
- Het management heeft er redelijk vertrouwen in dat de sterke fundamenten van de palmoliemarkten zullen standhouden, maar blijft voorzichtig gezien de onvoorspelbare effecten van Covid-19 op de wereldeconomie;
- Rekening houdend met de reeds gerealiseerde verkopen van palmolie en op basis van de recente marktprijzen, verwacht de groep een terugkeer naar een winstpositie voor het jaar 2020;
- Tot nu toe stegen de gecultiveerde hectaren tot 12 617 in Musi Rawas in Zuid-Sumatra in Indonesië, waar de expansie gestaag werd verdergezet.
Tussentijds beheersverslag
1. Groepsproducties
| Groepsproducties | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2020 (in ton) | Eigen | Derden | Q1/20 | YoY% | Eigen | Derden | YTD Q1/20 |
YoY% | ||
| Palmolie | 63 142 | 15 391 | 78 533 | 6,57% | 63 142 | 15 391 | 78 533 | 6,57% | ||
| Rubber* | 1 417 | 204 | 1 621 | -20,89% | 1 417 | 204 | 1 621 | -20,89% | ||
| Thee | 810 | 0 | 810 | 9,76% | 810 | 0 | 810 | 9,76% | ||
| Bananen | 9 019 | 0 | 9 019 | 3,05% | 9 019 | 0 | 9 019 | 3,05% | ||
| 2019 (in ton) | Eigen | Derden | Q1/19 | Eigen | Derden | YTD Q1/19 |
||||
| Palmolie | 62 210 | 11 482 | 73 692 | 62 210 | 11 482 | 73 692 | ||||
| Rubber* | 1 822 | 227 | 2 049 | 1 822 | 227 | 2 049 | ||||
| Thee | 738 | 0 | 738 | 738 | 0 | 738 | ||||
| Bananen | 8 752 | 0 | 8 752 | 8 752 | 0 | 8 752 | ||||
* Tolan Tiga-gGroep rubberproducties worden sinds dit jaar uitgesplitst in eigen en derdenproducties. De derdenproducties bestaan uit producties van PT Timbang Deli. De vergelijkende cijfers werden hiervoor aangepast.
De palmvruchtenproducties in de volgroeide plantages in Noord Sumatra in Indonesië kenden een relatief moeilijke start bij de aanvang van het eerste kwartaal van 2020. Na de abnormaal droge omstandigheden van vorig jaar, was ook dit eerste trimester veel droger dan verwacht, met afwijkingen tot bijna 50% tegenover de tien-jaar gemiddelde neerslagcijfers. Dit had vooral een vertragend effect op de rijping in de oudere plantages, maar de totale productie bleef voor het kwartaal wel in lijn met vorig jaar (-0,5%).
In de plantages van de Umbul Mas Wisesa Groep resulteerden de lagere neerslagvolumes ook in een vertraging. Daarenboven zorgden onvolledige bemestingsprogramma's ook voor een daling van het gewicht van de geoogste vruchten, zodat men voor dit eerste kwartaal 8,8% lagere vruchtenproductie noteerde dan vorig jaar.
In Agro Muko in de provincie Bengkulu daarentegen, herstelden de productievolumes zich zeer goed van de lange droogteperiode van augustus tot november vorig jaar. Bovendien zorgden goede neerslagvolumes over het hele kwartaal dat er 14,0% meer vruchten werden geoogst dan in het eerste trimester van vorig jaar.
De productie in de nieuwe aanplanten in Musi Rawas in Zuid-Sumatra kende een gestage groei (+70,0%) door een stijgende maturiteit van de aangeplante hectaren en de zeer gunstige neerslagvolumes die ook in Bengkulu werden ervaren. Enkel de oudere aanplanten op de in 2017 aangekochte Dendymarker plantages bleven voorlopig nog kampen met dalende productievolumes (-5,4%), in afwachting van een herplanting met beter renderende palmzaden.
Met uitzondering van de Umbul Mas Wisesa-groep, waren de gemiddelde olie extractieratio's (OER) voor alle Indonesische fabrieken beter dan tijdens het eerste kwartaal van vorig jaar. De palmoliefabrieken van Agro Muko in Bengkulu noteerden opnieuw een piek van 23,8% en de fabriek van Dendymarker, die alle vruchten van Zuid-Sumatra behandelt, bereikte nu reeds een OER van 22,5%, tegenover 19,8% voor het eerste kwartaal van vorig jaar.
Door deze hogere ratio's, werd de reeds gestegen vruchtenproductie (+5,1%) van de Indonesische plantages omgezet in een stijging van de palmolievolumes met 5,6% tegenover dezelfde periode vorig jaar.
In tegenstelling tot het lang en intens regenseizoen in Papoea-Nieuw-Guinea in het eerste trimester van vorig jaar, ondervonden de activiteiten van Hargy Oil Palms relatief weinig hinder van de hoge neerslag in de maanden januari en februari. De vorig jaar genoteerde 4 400 mm regen in de meeste noordelijke plantages van West New Britain Province, benaderde voor het eerste kwartaal van dit jaar het 10-jaar gemiddelde van 2 800 mm. Alle - niet door de vulkaanuitbarstingen aangetaste - arealen noteerden dan ook flink stijgende producties per hectare. Toch kwam het totale eigen vruchtenvolume 12,4% lager uit dan dit van dezelfde periode vorig jaar door de gemiste bijdrage van ongeveer 20% niet-productieve mature hectaren die in tijdelijk herstel zijn van de aswolken.
De mature arealen van de omliggende boeren, die veel minder door de vulkaanuitbarstingen werden aangetast, produceerden 23,2% meer vruchten. Door het genormaliseerd transport en de optimale werking van de palmoliefabrieken, waarvan de OER's stegen naar gemiddeld 23,8% (tegenover 22,2% in het eerste trimester vorig jaar), nam de totale palmolieproductie van Hargy Oil Palms toe met 8,3% tegenover dezelfde periode vorig jaar.
De totale palmolieproductie van de groep groeide met 6,6% tegenover het eerste kwartaal van vorig jaar.
Ondanks de stijgende neerslagvolumes, daalde de rubberproductie voor de Indonesische plantages met 20,9% tegenover het eerste kwartaal van 2019. De Pestalotiopsis schimmel die dit jaar in alle plantages van de SIPEFgroep aanwezig was, had een lange en intense bladwissel tot gevolg in de meeste rubber producerende landen. Voorlopig werd nog geen remedie gevonden om deze schimmelziekte te beheersen.
Een gelijkmatige neerslag die 15% boven het 10-jaar gemiddelde lag, zorgde voor een gezonde bladgroei, waardoor het productievolume voor de theeplantage Cibuni in West Java steeg met 9,8% tegenover dezelfde periode vorig jaar.
Na een normalisatie van de bananenactiviteiten in Ivoorkust in de loop van vorig jaar, konden producties opgetekend worden die 3,1% hoger waren dan deze van het eerste trimester van 2019. De volumes per site, die afhankelijk zijn van de actuele productiecycli van de aanplanten, verschilden weliswaar erg van elkaar in vergelijking met de referentieperiode van vorig jaar.
2. Markten
| Gemiddelde marktprijzen | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| In USD/ton | YTD Q1/20 | YTD Q1/19 | YTD Q4/19 | |||||||
| Palmolie | CIF Rotterdam* | 731 | 540 | 566 | ||||||
| Rubber | RSS3 FOB Singapore** | 1 598 | 1 656 | 1 640 | ||||||
| Thee | Mombasa** | 2 131 | 2 187 | 2 226 | ||||||
| Bananen | CFR Europe*** | 702 | 686 | 662 | ||||||
| * Oil World Price Data World Bank Commodity Price Data (updated database) * CIRAD Price Data (in EUR) |
De palmoliemarkt startte het jaar 2020 na een aanzienlijke rally in het vierde kwartaal van 2019. Ondanks een kleine terugval midden januari waren er mooie prijsvooruitzichten. De slechte palmolieproductie en de grote vraag naar voedsel en biodiesel zouden voldoende argumenten opleveren voor een sterke markt. De Groep verwachtte het grootste deel van het jaar prijzen boven de USD 800 per ton Rotterdam. Het was eveneens de algemene overtuiging dat, het feit dat China in januari niet zijn gebruikelijke aandeel in plantaardige olie had gekocht, later in het kwartaal zou worden ingehaald.
Maar midden februari realiseerde de wereld zich dat de covid-19-uitbraak een wereldwijde pandemie werd. De paniek op de aandelenmarkten woedde ook in de grondstoffen en op de markten werd agressief verkocht.
Bovendien begon Saoedi-Arabië begin maart een petroleumoorlog met Rusland (en de Verenigde Staten) na een meningsverschil over een vermindering van de dagelijkse productie van vaten. De aardoliemarkten verloren in het eerste kwartaal meer dan 50% van hun waarde. De gerelateerde gasolieprijs zakte ook in, wat een negatief effect had op de plantaardige oliemarkten omdat deze oliën veel te duur werden als biodieselgrondstof. Veel aankopen voor de nakende productie van biodiesel werden verkocht, vooral in Europa, maar ook in Indonesië waar het streefcijfer voor B30-menging evenmin werd bereikt.
Eind maart was er ook een aanzienlijke hapering in de aanvoer, aangezien de Maleisische provincie Sabah de meeste palmplantages sloot nadat verschillende covid-19-infecties waren ontdekt. Sabah produceert ongeveer 25% van de Maleisische palmolieproductie.
De onzekerheid die de covid-19-uitbraak veroorzaakte, evenals een lagere vraag en aanbod, eisten hun tol op de markt en de prijs van palmolie daalde van USD 830 aan het begin van het jaar tot USD 610 per ton CIF Rotterdam.
De palmpitoliemarkt leed ook onder de onzekerheid van covid-19 en de markt daalde eind maart van meer dan USD 1 000 naar USD 710 per ton Rotterdam.
De rubberprijzen bevonden zich sinds het derde kwartaal van 2019 in een voortdurend herstelstadium, zij het traag, totdat de pandemie van covid-19 de auto-industrie zeer hard trof. Veel autofabrikanten sloten zelfs fabrieken en daardoor daalde de vraag naar natuurlijk rubber enorm. De langdurige bladwissel en impact van de bladziekten werden overtroffen door het verlies van de vraag. De prijzen daalden naar nieuwe dieptepunten voor SICOM RSS3, van USD 1 684 per ton begin januari tot USD 1 318 per ton eind maart.
De Keniaanse theeproductie was dit jaar tot nu toe op recordkoers en dit resulteerde in lagere veilingprijzen in het eerste kwartaal van 2020. De vraag in het bijzonder uit Pakistan was ook traag omdat de quarantainemaatregelen het transport van thee naar de buurlanden beïnvloedden. De prijzen aan het einde van het eerste kwartaal waren 16% lager dan in het begin van het jaar.
Op de internationale bananenmarkt werden in het eerste kwartaal van 2020 de overtollige productievolumes van Centraal-Amerika, in het bijzonder van Ecuador en Colombia, die doorgaans goede afzetmogelijkheden vonden op de Aziatische markt, nu bijkomend naar Europa geëxporteerd. Mede door een vertraging van de logistieke stromen, die zorgen voor de bevoorrading van de Europese distributienetwerken, waren de prijzen lager dan deze voor dezelfde periode in de vorige jaren.
3. Vooruitzichten
a. Covid-19 effecten
Tot dusver zijn er geen gevolgen die een belangrijke rechtstreekse negatieve financiële invloed hebben op de operationele activiteiten van de SIPEF-groep.
Alle productie- eenheden bleven tot nu toe operationeel, zonder verlies van volumes of rendement per hectare. Uiteraard zijn er in alle landen waar SIPEF operationeel is, meestal in nauw overleg met de overheden en vaak ook uit eigen initiatief, een hele reeks maatregelen genomen die de werknemers, het management en hun families moeten behoeden voor een infectie door het virus en die ervoor zorgen dat eventuele toekomstige besmettingen doeltreffend kunnen behandeld worden. Deze maatregelen worden permanent geëvalueerd en aangepast aan de steeds wijzigende lokale omgeving en de fase van infectie waar het desbetreffende gebied zich in bevindt.
Tot op heden noteert de Groep de volgende negatieve effecten (met een schatting van de impact op de resultaten en cashflow):
- Een gevoelige prijsdaling van palmolie sinds midden februari. Het aanhoudend effect van dergelijke prijsdaling kan berekend worden via de sensitiviteit die ook in het jaarverslag is vermeld, en bedraagt op het niveau van het resultaat KUSD 2 600 per 10 USD per ton prijsverschil.
- Een gebrek aan afname van de kleinste exportbananen (kwaliteit P14), die voornamelijk worden geconsumeerd door de schoolgaande jeugd in Engeland en het Europese vasteland. Een aanhoudend resultaatseffect hiervan zal echter niet meer dan KUSD 200 op jaarbasis bedragen.
- Een gebrek aan afname van de exotische bloemen (ananasbloemen, sierbladeren en lotus) vanuit Ivoorkust. Het resultaatseffect op jaarbasis zal KUSD 100 niet overschrijden.
- Door het gebrek aan beschikbaarheid van buitenlandse consultants en het internationaal en lokaal reisverbod ontstaat mogelijk een vertraging van een aantal industriële investeringsprojecten, zoals de uitbreiding van de Dendymarker palmoliefabriek in Zuid Sumatra, het opzetten van een biocoal fabriek voor pellets vanuit palmvezels in Noord Sumatra en de verdere optimalisatie van industriële processen in de fabrieken van de SIPEF-groep.
Anderzijds is er ook een maatregel van de Indonesische regering die een positief effect zal hebben (op het resultaat en op de cashflow):
- De verlaging van de vennootschapsbelasting van 25% naar 22% voor de inkomstenjaren 2020 en 2021 en naar 20% vanaf het inkomstenjaar 2022. Deze vermindering zal een effect hebben op de te betalen belastingen en op de uitgestelde belastingen die zijn opgenomen in de balans van de onderneming.
In de verdere bespreking van de vooruitzichten zal dan ook geen rekening worden gehouden met mogelijke andere maatregelen van de overheden om de verspreiding van het covid-19-virus te beperken, maar die vandaag nog niet bekend zijn.
b. Producties
De vooruitzichten voor de palmolieproducties voor het tweede kwartaal blijven gematigd positief, waarbij de eerder aangehaalde tendensen in de verschillende productiecentra in Noord Sumatra, Bengkulu en Zuid-Sumatra zich lijken te handhaven. Door de verlofperiode van het Moslim Suikerfeest in de maand mei, zullen de productiecycli licht verstoord worden in het tweede kwartaal, zonder echter een blijvende invloed te hebben op de activiteiten voor de rest van het jaar. De productieverwachtingen voor Zuid-Sumatra blijven goed met stijgende volumes voor alle 4 461 jong volgroeide hectaren in de Musi Rawas ontwikkeling.
Voor Hargy Oil Palms in Papoe-Nieuw-Guinea is het regenseizoen nu voorbij en kan men spreken van genormaliseerde productieactiviteiten in het tweede trimester met tot dusver licht dalende volumes in de eigen plantages, die gecompenseerd worden door hoger dan verwachte oogstvolumes van de omliggende boeren. Door onder meer de stijgende efficiëntie van de fabrieken, uitgedrukt in hogere OER's, wordt verwacht dat de palmolievolumes opnieuw licht zullen stijgen in vergelijking met het eerste kwartaal van dit jaar.
Rekening houdend met het voorgaande, wordt verwacht dat de productievolumes van palmolie voor het eerste semester zullen blijven toenemen in vergelijking met deze van dezelfde periode vorig jaar. De vooruitzichten voor het tweede semester blijven uiteraard eveneens positief tegenover een door de vulkaanuitbarstingen geaffecteerde productie van palmolie vorig jaar. Het is vandaag echter nog te vroeg om te bevestigen of de Groep in de mogelijkheid zal zijn om het eerder aangekondigde productievolume van 350 000 ton ruwe palmolie (+10% t.o.v. 2019) effectief te bereiken.
Verder wordt verwacht dat de Pestalotiopsis schimmel ook in de rest van het jaar de rubberproductie negatief zal beïnvloeden, maar de thee productie, mits behoud van gunstige weersomstandigheden, zijn eerder in het jaar bereikte groei zal kunnen verderzetten. Ook de bananenproducties blijven positief in vergelijking met vorig jaar en zullen in het tweede trimester hun groei bestendigen, in lijn met de jaarlijks weerkerende stijgende Europese vraag
c. Markten
De korte termijnmarkt voor palmolie is erg moeilijk te voorspellen, aangezien alles te maken heeft met de impact en ontwikkeling van de covid-19 pandemie. Vraag en aanbod worden enorm beïnvloed en er zijn dagelijkse veranderingen over de hele wereld. Of dit nu quarantainemaatregelen zijn die de invoer beperken, exportverboden om de lokale economie te beschermen of het afsluiten van plantages, de meeste ervan worden bepaald door een overheidsbesluit en zijn daarom moeilijk te voorspellen. Er moet ook worden gezien hoe regeringen mandaten behandelen, zoals de B30-menging in Indonesië.
Als er een snelle oplossing van de virusuitbraak zou zijn, voorziet men dat de vraag sterk zal terugkomen, aangezien de voorraden op veel bestemmingen opraken. Als covid-19 echter langer aanhoudt, zullen er grotere gevolgen zijn, zowel voor wat de vraag betreft als het aanbod, en het is onmogelijk om nu te voorzien hoe dit de prijzen zal beïnvloeden. Daarom blijft de Groep wendbaar met de verkopen en richt zich op de goede uitvoering van de logistiek.
Voor rubber is het een soortgelijk verhaal met covid-19 met een sterke afhankelijkheid van overheidsbeslissingen. Het feit dat meer Chinese fabrieken opnieuw worden geopend zou echter enig comfort moeten bieden en zodra de Europese en Amerikaanse autofabrikanten weer zullen draaien verwacht men dat er voldoende vraag terugkomt.
Er is in de theesector veel onzekerheid over de maatregelen die zijn genomen om covid-19 te bestrijden. Mogelijk zullen de maatregelen de productie beïnvloeden en de logistiek verstoren. Dergelijke verstoringen kunnen in het tweede kwartaal leiden tot meer volatiliteit en daardoor tot stevigere prijzen.
Met een logistiek en een distributieorganisatie die zich aanpast aan de gezondheidsregels die zijn opgelegd door de covid-19-crisis, zou de consumptie van bananen tot de zomer een positieve trend moeten volgen. Immers, bananen blijven een belangrijk basisproduct in het voedingspatroon van de Europese consument. De prijzen zullen zich hierdoor de komende periode op een bevredigend niveau kunnen handhaven.
d. Resultaten
Dankzij de verkopen van eind 2019 (voor verscheping in 2020) en begin 2020 in een sterke palmoliemarkt, was SIPEF tot op heden in de mogelijkheid om 41% van de verwachte palmolieproductie voor 2020 te verkopen aan een gemiddelde prijs van USD 718 per ton CIF Rotterdam equivalent, premies voor duurzaamheid en herkomst inbegrepen.
Deze prijs is 132 USD per ton hoger dan de gemiddelde prijs van USD 586 per ton op hetzelfde tijdstip vorig jaar, toen 37% van de volumes was gerealiseerd.
Gelet op de onzekere houding van de consumenten voor de volgende maanden, wenst SIPEF verder in te spelen op de volatiliteit van de markttendensen en zullen de volumes geleidelijk in de markt worden geplaatst.
Tevens werd tot nu toe, rekening houdend met de weinig inspirerende vooruitzichten op de rubbermarkten, een kwart van de verwachte rubbervolumes aan een gemiddelde prijs van USD 1 583 per ton verkocht tegenover 26% aan USD 1 502 per ton op hetzelfde moment vorig jaar. In een oververzadigde theemarkt, werd ongeveer 37% van de verwachte theevolumes verkocht aan gemiddelde marktprijzen van USD 2 000 per ton, een daling met 20% in vergelijking met USD 2.500 per ton op hetzelfde tijdstip vorig jaar, toen echter ook al 50% van de verwachte volumes was gecontracteerd.
De marketingstrategie voor de verkopen van bananen, met voornamelijk vaste prijzen voor het ganse jaar, werd ook in 2020 verdergezet via leveringen in voornamelijk Engeland en Frankrijk voor de beste kwaliteit en aan het West-Afrikaanse continent voor de overige volumes.
Rekening houdend met de reeds gerealiseerde verkopen van palmolie en op basis van de recente marktprijzen, verwacht de groep een terugkeer naar een winstpositie voor het jaar 2020.
Behoudens de eerder aangehaalde potentiële effecten van het covid-19 virus op onze operationele activiteiten en op de palmoliemarkt, zal het uiteindelijke recurrente resultaat in belangrijke mate bepaald worden door het bereiken van de verwachte productiegroei, het niveau van de marktprijzen voor de rest van het jaar, het behoud van het huidige beleid voor exporttaks op palmolie in Indonesië en de evolutie van de kostprijzen. Deze laatste worden, ondanks verplichte verhogingen van de arbeiderslonen, gunstig beïnvloed door de lagere aardolieprijs en door de aanhoudend zwakke noteringen van de lokale munten van Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea tegenover de rapporteringsmunt USD.
e. Kasstromen en expansie
In Musi Rawas werden de originele vier concessies in 2018 nog uitgebreid met drie aanpalende concessies. De uitbouw van de huidige zeven concessies op drie locaties gaat succesvol verder en de nodige 'assessments' worden uitgevoerd om deze uitbreidingen volledig te kaderen binnen de duurzaamheidsnormen (New Planting Procedures) van de RSPO. In de tweede jaarhelft hoopt SIPEF over te gaan tot de eerste aanplanten op de drie meest recent verworven aanpalende concessies.
In het voorbije kwartaal werden 273 hectare bijkomend gecompenseerd en 415 hectare bijkomend voorbereid voor beplanting of beplant, om een totaal van 12 617 gecultiveerde hectare te bereiken. Dit komt neer op 75,7% van het totaal van 16 669 gecompenseerde hectare, waarvan, na correctie, voorlopig 2 349 hectare verworven voor aanplanting voor omliggende boeren en 14 319 hectare voor eigen ontwikkeling. Er zijn nu 4 461 hectare in productie en alle geoogste vruchten worden verwerkt in de eigen extractiefabriek in Dendymarker, die daardoor optimaal zal benut worden in 2020, en waar wordt gewerkt aan de uitbreiding van de verwerkingscapaciteit van 20 naar 60 ton palmvruchten (FFB) per uur. Naast de uitbreiding van de aangeplante arealen, is de investeringsfocus gericht op de uitbouw van het interne wegennet en de woonkernen voor de arbeiders en het lokale management.
Tot slot, door de verwerving van Dendymarker in 2017 en de bijkomende concessies in Musi Rawas in 2018, is het pad gevrijwaard voor de uitbouw van de SIPEF-groep naar een onderneming die, in een tijdspanne van vijf jaar, de 100 000 eigen hectare kan benaderen, waarvan op heden meer dan 80 000 hectare reeds geplant zijn, en de supply-base 120 000 hectare kan bereiken. Ondanks de huidige lagere marktprijzen voor palmolie en de onzekerheden die het covid-19 virus met zich brengt op korte termijn, blijft de Groep trouw aan zijn intentie om zo snel mogelijk de oude aanplant van Dendymarker te hernieuwen en de concessies van Musi Rawas te ontwikkelen.
Tot op heden heeft de SIPEF-groep nog geen uitzonderlijke maatregelen moeten nemen om de liquiditeit en de solvabiliteit van de onderneming te ondersteunen in tijden van covid-19 crisis. Afhankelijk van de evolutie van de gegenereerde cashflows in de rest van het jaar, zullen eventueel het goedgekeurde herplantings- en het uitbreidingsprogramma tijdelijk vertraagd worden om een hogere schuldgraad te vermijden.
Vertaling: dit persbericht is verkrijgbaar in het Nederlands en het Engels. De Nederlandse versie is de originele en de andere versie is een vrije vertaling. We hebben alles wat redelijkerwijs mogelijk is gedaan om verschillen tussen de taalversies te vermijden, maar als er toch verschillen zijn, dan heeft de Nederlandse versie voorrang.
Schoten, 23 april 2020
Voor meer informatie, gelieve contact op te nemen met:
* F. Van Hoydonck, gedelegeerd bestuurder (GSM +32 478 92 92 82)
* J. Nelis, chief financial officer
Tel.: +32 3 641 97 00 Fax : +32 3 646 57 05
[email protected] www.sipef.com (rubriek "investors")
SIPEF is een Belgische agro-industriële groep, genoteerd op Euronext Brussels en is gespecialiseerd in de - als duurzaam gecertificeerde - productie van tropische landbouwgrondstoffen, voornamelijk ruwe palmolie en palmproducten. Deze arbeidsintensieve activiteiten zijn geconcentreerd in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust en worden gekenmerkt door een brede stakeholderbetrokkenheid, die de lange termijn investeringen op duurzame wijze ondersteunt.