Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

SIPEF Annual Report 2025

Apr 28, 2026

4000_10-k_2026-04-28_d22db97b-8e49-4d89-a904-e5233f9e6d08.xhtml

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Inhoud

  • Boodschap van de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder ................................................... 2
  • Hoogtepunten van 2025 .......................................................................................... 8
    1. Bedrijfsverslag ............................................................................................... 15
    2. SIPEFin één oogopslag ......................................................................................... 16
    3. Duurzame groei als fundament van SIPEF’s strategie ....................................................... 22
    4. Verankering van duurzaamheid in de strategie, bestuurs- en managementstructuur van SIPEF .............. 31
    5. Activiteiten van SIPEF ........................................................................................ 38
    6. Waardecreatie bij SIPEF ...................................................................................... 60
    1. Duurzaamheidsverklaring .................................................................................. 66
    2. Algemene informatie .......................................................................................... 68
    3. Milieubeheer .................................................................................................. 82
    4. Werknemers en impact op gemeenschappen ................................................................. 112
    5. Goed zakelijk gedrag ......................................................................................... 150
    1. Verklaring inzake deugdelijk bestuur ..................................................................... 157
    2. Algemeen .................................................................................................... 158
    3. Corporate governance-structuur op 31 december 2025 ..................................................... 160
    4. Remuneratieverslag .......................................................................................... 175
    5. Externe en interne audit .................................................................................... 186
    6. Verslag inzake interne controle- en risicobeheersystemen ................................................... 187
    7. Gedragsregels inzake belangenconflicten .................................................................... 192
    8. Beleid inzake financiële transacties .......................................................................... 194
    9. Aandeelhoudersstructuur .................................................................................. 194
    10. Gebeurtenissen na balansdatum ............................................................................. 195
    1. Financiële staten ........................................................................................... 197
    2. SIPEF op de beurs .......................................................................................... 198
    3. Financiële staten ............................................................................................. 200
    1. Bijlagen ...................................................................................................... 274
    2. Bijlage 1 – duurzaamheidsdoelen en -prestaties ............................................................. 276
    3. Bijlage 2 – basisgegevens .................................................................................... 288
    4. Bijlage 3 – EU-taxonomie – boekhoudkundig beleid ........................................................ 316
    5. Bijlage 4 – algemene basis voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring ............................. 320
    6. Bijlage 5 – index van openbaarmakingsvereisten ESRS en opname door middel van verwijzing ............. 329
    7. Bijlage 6 – voornaamste stakeholders en aanpak voor betrokkenheid ....................................... 342
    8. Andere informatie over de Vennootschap ................................................................... 352
    9. Woordenlijst ................................................................................................... 354

Boodschap van de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

In 2025 bleef SIPEF gestaag voortbouwen op de solide basis van haar operationele uitmuntendheid en strategische langetermijnvisie. Tegen de achtergrond van wereldwijde ontwikkelingen, zoals verschuivende handelsstromen, veranderingen in de regelgeving en aanhoudende geopolitieke onzekerheid, bleef de Groep resoluut gefocust op zijn visie: hoogwaardige, volledig traceerbare palmolieproducten en bananen die voldoen aan strenge duurzaamheidsnormen. Het jaar werd gekenmerkt door een gedisciplineerde aanpak, tastbare operationele vooruitgang en aanhoudende investeringen in initiatieven die waarde creëren op lange termijn. Dankzij deze duidelijke focus en doelgerichtheid kon SIPEF zich met vertrouwen door een dynamische omgeving bewegen en haar positie versterken als verantwoordelijke en veerkrachtige landbouwproducent, vastberaden om duurzaam rendement te realiseren voor alle stakeholders.

Prestaties gedreven door doelgerichtheid en discipline

De wereldwijde vraag naar plantaardige oliën wordt verder aangewakkerd door de bevolkingsgroei, de verstedelijking en stijgende inkomens in opkomende markten. Naarmate de bevolking groeit en eetgewoonten veranderen, blijft de behoefte aan betaalbare, betrouwbare en veelzijdige voedselingrediënten van cruciaal belang voor de wereldwijde voedselzekerheid. Tegelijkertijd wordt de groei van het aanbod nog steeds beperkt.

De financiële resultaten in 2025 bleven solide: SIPEF boekte een nettowinst (aandeel van de Groep) van USD 125,4 miljoen, 90,5% hoger dan het jaar ervoor.

Door agronomische omstandigheden, duurzaamheidseisen en ontwikkelingen op het gebied van regelgeving. Het structurele evenwicht tussen een gestage groei van de vraag en een gedisciplineerde uitbreiding van het aanbod blijft bepalend voor de vooruitzichten op lange termijn voor de sector van plantaardige oliën. In deze wereldwijde context blijft palmolie een essentieel onderdeel van de markt van plantaardige oliën, gezien de hoge opbrengst per hectare en de efficiënte benutting van hulpbronnen in vergelijking met alternatieve oliegewassen. Tegen deze macro-economische achtergrond stelt de langetermijnstrategie van SIPEF – gericht op operationele discipline, agronomische uitmuntendheid en verantwoorde groei – de Groep in staat om effectief in te spelen op de marktvraag. SIPEF's doelgerichte aanpak en de voortdurende investeringen in kwaliteit, efficiëntie en ecologische en sociale duurzaamheid vormen de basis voor haar vermogen om in een structureel krappe markt toch te kunnen rekenen op zowel volumegroei als operationele veerkracht.

De totale productie van ruwe palmolie (crude palm oil - CPO) van SIPEF bedroeg 441 867 ton, een stijging van 21,9% ten opzichte van 2024, dankzij grotere volumes verse vruchtentrossen (fresh fruit bunches - FFB) en een hoger gemiddeld palmolie-extractiepercentage (palm oil extraction rate - OER) van 23,8%, 4,6% meer dan in 2024. Deze resultaten zijn het gevolg van een consistent agronomisch beheer, voortdurende verbeteringen in de prestaties van de extractiefabrieken, lopende herbeplantingsprogramma’s, gunstige groeiomstandigheden en de bijdrage van percelen die hun maturiteit bereiken.

De resultaten waren breed gedragen over de verschillende vestigingen heen. In Indonesië zorgden gunstige agronomische omstandigheden in combinatie met recentelijk matuur geworden arealen in Zuid-Sumatra voor een aanzienlijke stijging van de productie. De hoeveelheid verse vruchtentrossen van de eigen plantages van SIPEF steeg met 27,4%, terwijl de productie door lokale boeren met 42,6% toenam, wat de kracht van het geïntegreerde bedrijfsmodel van de Groep onderstreept. Noord-Sumatra en Agro Muko lieten een gestage stijging van de FFB-productie zien, dankzij een gedisciplineerd beheer van de plantages en voortdurende herbeplanting. In Papoea-Nieuw-Guinea zetten de activiteiten hun herstel voort na de vulkaanuitbarsting van 2023, waarbij zowel lokale boeren als Hargy Oil Palms een tweecijferige groei in de productie van verse vruchtentrossen vertoonden. Sinds de start van het herstelprogramma in 2024 is de productie weer op het verwachte niveau gekomen en levert ze nog steeds een solide bijdrage aan de resultaten van de Groep.

Het marktmomentum versterkt de solide fundamenten van SIPEF

De grondstoffenmarkten bleven het hele jaar door gunstig, gesteund door sterke fundamentele factoren wereldwijd. De palmolieprijzen kwaliteitsverhoging en duurzame groei financierde, met een totale investering van USD 89,4 miljoen. SIPEF sloot het jaar af met een positieve netto financiële positie van USD 88,4 miljoen, waardoor ze over de financiële veerkracht beschikt om met vertrouwen te investeren, ongeacht de conjunctuurcyclus en de strategische prioriteiten.

Belangrijke mijlpalen op het kwaliteitstraject van de Groep waren onder meer de ingebruikname van twee extra wasinstallaties voor CPO, ontworpen om tegemoet te komen aan de veranderende verwachtingen van klanten en technische specificaties.

Klantvertrouwen opbouwen door middel van kwaliteit en naleving

Meer dan ooit vormt het vertrouwen van de klant de basis voor prestaties op de lange termijn. In 2025 bleef SIPEF dat vertrouwen versterken door kwaliteit te verankeren in de hele waardeketen, van de oogst en de verwerking tot de opslag, het testen en de verzending.Belangrijke mijlpalen op het kwaliteitstraject van de Groep waren onder meer de ingebruikname van twee extra CPO-wasinstallaties, weerspiegelden deze sterke ontwikkeling: de MDEX-prijs voor CPO bedroeg in 2025 gemiddeld USD 990 per ton, een stijging ten opzichte van de USD 906 per ton in 2024. Ook de prijzen voor palmpitten stegen; de prijs voor ruwe palmpitolie (crude palm kernel oil - CPKO) CIF Rotterdam kwam uit op USD 1 866 per ton. Hoewel de prijzen een gunstig klimaat creëerden, werd de prestatie uiteindelijk bepaald door fundamentele factoren waar de Groep zelf invloed op had: een solide uitvoering, gedisciplineerd kostenbeheer en investeringen in hoogwaardige, duurzame en traceerbare olie. De financiële resultaten bleven in 2025 solide, waarbij SIPEF een nettowinst (aandeel van de Groep) van USD 125,4 miljoen boekte, 90,5% hoger dan het jaar ervoor. Tegelijkertijd bleef de Groep herinvesteren in zijn activiteiten, waarbij hij verbeteringen op het gebied van The connection to the world of sustainable tropical agriculture The connection to the world of sustainable tropical agriculture ontworpen om te voldoen aan de veranderende verwachtingen van klanten en technische specificaties.

Tegelijkertijd heeft SIPEF haar testsystemen en kwaliteitscontrole verbeterd, waardoor de consistentie toenam, de variabiliteit afnam en haar reputatie als leverancier die aan de hoogste normen voldoet, werd versterkt. Ook het regelgevingsklimaat bleef zich het hele jaar door ontwikkelen. De vertraagde invoering van de Ontbossingsverordening van de Europese Unie (European Union Deforestation Regulation - EUDR) leidde tot onzekerheid over de timing, de vereiste documentatie en de mate waarin de markt hierop was voorbereid. Niettemin bleef SIPEF zich richten op traceerbaarheid en paraatheid, vanuit het besef dat naleving van de regelgeving onlosmakelijk verbonden is met het vertrouwen van de klant. Deze inspanningen omvatten onder meer de voortdurende optimalisatie van GeoSIPEF, de op satellietgegevens gebaseerde kaartapplicatie van SIPEF, om tijdige, geloofwaardige en verifieerbare naleving te garanderen.

In december 2025 behaalde SIPEF haar eerste halalcertificering voor alle palmolie-extractiefabrieken in Indonesië, een belangrijke mijlpaal in het voldoen aan de verwachtingen van zowel de markt als de stakeholders. De certificering vormt een onafhankelijke erkenning van de strenge aanpak van SIPEF op het gebied van kwaliteit, voedselveiligheid en operationele integriteit in al haar extractieactiviteiten. Ze draagt ook bij aan de bredere ambities van de Groep op het gebied van voedselveiligheid, aangezien er voortdurend vooruitgang wordt geboekt op weg naar volledige certificering volgens de norm voor Certificering voor Risicoanalyse en Kritische Controlepunten (Hazard Analysis and Critical Control Point - HACCP), die tegen 2028 bereikt moet zijn voor alle extractiefabrieken.

Samen groeien voor mens, planeet en vooruitgang

De Balanced Growth Strategy van SIPEF is gebaseerd op duurzaamheid, een uitgangspunt voor alle activiteiten in 2025. De Groep zette zijn inspanningen op het gebied van duurzame landschappen voort, vanuit het besef dat prestaties op de lange termijn afhankelijk zijn van de veerkracht van de omgevingen waarin hij actief is. Er werd vooruitgang geboekt bij de inspanningen om de natuur te beschermen en te herstellen, onder meer via lopende projecten binnen SIPEF Biodiversity Indonesia (SBI) - een initiatief voor natuurbehoud en ecosysteembeheer in Bengkulu van 12 656 hectare.

Het welzijn van de medewerkers en de gemeenschap stond nog steeds centraal in de operationele veerkracht en de prestaties op lange termijn van SIPEF. Een veilige en respectvolle werkomgeving bleef de basis voor deze focus, aangevuld met initiatieven om de participatie te vergroten en de organisatorische capaciteit te versterken. In alle regio’s van Indonesië werden 129 fulltime vrouwelijke werknemers opgeleid en in dienst genomen voor ablatie- en oogsttaken – functies die traditioneel door mannen worden uitgevoerd – in herbeplante palmoliegebieden op weg naar maturiteit. De Groep leverde op haar Azaguié-plantage een nieuwe openbare basisschool op in het kader van het Fairtrade-programma, wat kansen biedt op de lange termijn en het creëren van gedeelde waarde voor de omliggende gemeenschappen bevordert.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Boodschap van de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder

Noord-Sumatra. De installatie, ontwikkeld in samenwerking met KIS Group, zet methaan uit afvalwater van palmolie-extractiefabrieken (palm oil mill effluent - POME) om in hernieuwbaar gas, waardoor de CO2-uitstoot met meer dan 54 000 ton per jaar afneemt. Het project illustreert de inzet van SIPEF voor praktische, circulaire oplossingen die de energiezekerheid vergroten en de economische ontwikkeling op lange termijn ondersteunen.

Duurzaamheid en maatschappelijke impact vergroten via de bananenteelt

In Côte d’Ivoire versterkten de bananenactiviteiten van SIPEF het bredere streven van de Groep naar duurzame tropische landbouw. In 2025 bedroeg de productie 52 159 ton, een stijging van 2,2% ten opzichte van 2024, wat wijst op stabiele bedrijfsresultaten. De betrokkenheid van lokale boeren werd verder versterkt: SIPEF ondersteunde de certificering volgens de normen van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) voor twee onafhankelijke coöperatieven in Indonesië, die samen 314 lokale boeren over 1 270 hectare vertegenwoordigen. De Groep versterkte zijn betrokkenheid in de sector verder door zich aan te sluiten bij de Palm Oil Collaboration Group (POCG) en het High Conservation Value Network (HCVN), om zo gedeeld leren, samenwerking en innovatie te bevorderen.

Ook in 2025 bleef innovatie een sleutelrol spelen in de duurzaamheidsaanpak van SIPEF, wat leidde tot een efficiënter gebruik van hulpbronnen en een tastbare vermindering van de uitstoot. In december nam de Groep zijn eerste installatie voor bio-gecomprimeerd aardgas (bio-compressed natural gas - bio-CNG) in gebruik bij de palmolie-extractiefabriek in Perlabian op Noord-Sumatra.

In alle regio’s van Indonesië werden 129 fulltime vrouwelijke werknemers opgeleid en in dienst genomen voor ablatie- en oogsttaken – functies die traditioneel door mannen worden vervuld – in herbeplante palmoliegebieden op weg naar maturiteit.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture
The connection to the world of sustainable tropical agriculture

De Groep nam zijn eerste installatie voor bio-gecomprimeerd aardgas (bio-CNG) in gebruik bij de palmolie-extractiefabriek in Perlabian op Noord-Sumatra. Ook naast de productie bleef SIPEF actief betrokken bij de lokale gemeenschappen. Via haar dochteronderneming Plantations J. Eglin leverde de Groep op haar Azaguié-plantage een nieuwe openbare basisschool op in het kader van het Fairtrade-programma, wat kansen biedt op de lange termijn en het creëren van gedeelde waarde voor de omliggende gemeenschappen bevordert.

Een duidelijk pad voor de toekomst in 2026

SIPEF gaat vol vertrouwen en met duidelijke prioriteiten het jaar 2026 in. Hoewel de bedrijfs- en geopolitieke omstandigheden naar verwachting dynamisch zullen blijven, blijft de Groep zich richten op een veilige en betrouwbare bedrijfsvoering, gedisciplineerde investeringen en voortdurende vooruitgang op het gebied van kwaliteit, traceerbaarheid, innovatie en verantwoorde groei. Het creëren van waarde op de lange termijn zal ook in de toekomst worden bepaald door prestaties, veerkracht, consistentie en vertrouwen.

Namens de raad van bestuur en het management willen we alle werknemers, aandeelhouders, partners en stakeholders hartelijk bedanken voor hun voortdurende vertrouwen en steun. Samen geven we vorm aan een toekomst van verantwoorde groei en blijvende waarde door middel van duurzame tropische landbouw.

Met vriendelijke groet,

Luc Bertrand
Voorzitter

Petra Meekers
Gedelegeerd bestuurder

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Hoogtepunten van 2025

UITSTEKENDE FINANCIËLE PRESTATIES

  • SIPEF bereikte nieuwe mijlpalen in 2025 met een nettowinst (aandeel van de Groep) van USD 125,4 miljoen, een stijging van 90,5% tegenover het vorige jaar. Dit resultaat weerspiegelt de sterke palm- en bananenproductie, ondersteund door de geleidelijk toenemende maturiteit van de plantages, een gedisciplineerd operationeel beheer en gunstige marktprijzen. 01
  • De omzet van de Groep nam toe tot USD 570,4 miljoen, ondersteund door een stijging van de productievolumes van palmolie met 21,9% en een verbetering van de gemiddelde verkoopprijs af-fabriek van ruwe palmolie (crude palm oil - CPO) met 10,1% tot USD 955 per ton. De omzet uit bananen, uitgedrukt in EUR als functionele valuta, steeg met 4,8%, ondersteund door hogere volumes (+2,2%), een hogere gemiddelde verkoopprijs per eenheid (+1,5%) en de sterkere euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar. 02
  • De Groep sloot 2025 af met een sterke netto financiële positie van USD 88,4 miljoen, zelfs na investeringsuitgaven van USD 89,4 miljoen, voornamelijk voor uitbreiding in Zuid-Sumatra, verdere verbeteringen aan de extractiefabrieken en lopende herbeplantingsprogramma's.
  • De raad van bestuur stelde voor om het uitkeringspercentage van het dividend in de toekomst te verhogen tot 40%, tegenover 30% in voorgaande jaren, als weerspiegeling van zowel de recordwinstgevendheid als het vertrouwen in het structurele groeiprofiel van de Groep.# Hoogtepunten van 2025

02 01 +90,5% 125,4 miljoen 570,4 miljoen nettowinst (aandeel van de Groep) omzet van de Groep

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

EEN STERK JAAR VOOR PALMOLIEPRODUCTIE

ȹ De totale CPO-productie steeg met 21,9% tot 441 866 ton, gesteund door gunstige groeiomstandigheden in Indonesië, de verdere toename van jonge, mature arealen in Zuid-Sumatra en het herstel in Papoea-Nieuw-Guinea na de vulkaanuitbarsting van 2023.

01 ȹ De productie van ruwe palmolie in Indonesië steeg met 19,8%, dankzij een hogere oogst en een gedisciplineerd beheer van de plantages. Zuid-Sumatra bleef de belangrijkste groeimotor, omdat nieuw ontwikkelde gebieden verder evolueerden naar volledige maturiteit. Noord-Sumatra leverde stabiele resultaten, ondersteund door consistente veldomstandigheden en betrouwbare prestaties van de extractiefabrieken, terwijl Bengkulu een zwakker vierde kwartaal liet optekenen als gevolg van seizoensgebonden rijpingspatronen en een tijdelijk lagere beschikbaarheid van trossen.

03 ȹ In Papoea-Nieuw-Guinea steeg de CPO-productie met 26,5% ten opzichte van 2024, ondersteund door een groter aanbod van verse vruchtentrossen (fresh fruit bunches - FFB), verbeterde olie-extractiepercentages (oil extraction rates - OER) en gunstige neerslagpatronen die de oogstactiviteiten ondersteunden. Het verdere herstel van de plantages die getroffen werden door de vulkaanuitbarsting van 2023 droeg positief bij aan de volumes, terwijl leveringen van lokale boeren een belangrijke bijdrage bleven voor de totale verwerkingscapaciteit van de extractiefabriek.

02 ȹ De productie van verse vruchtentrossen bedroeg in totaal 1 864 546 ton, een stijging van 15,1% ten opzichte van 2024, ondersteund door de verbeterde beschikbaarheid van gewassen en oogstefficiëntie. Het gemiddelde OER van de Groep verbeterde tot 23,80%, ondersteund door procesoptimalisatie en de voltooiing van initiatieven om extractiefabrieken te verbeteren.

ȹ De opbrengsten in het palmsegment stegen met USD 125,8 miljoen, voornamelijk dankzij hogere palmproductievolumes en verbeterde verkoopprijzen.

ȹ Eind 2025 beheerde SIPEF 84 576 hectare oliepalm, binnen een bredere bevoorradingsbasis van 105 480 hectare die tien extractiefabrieken in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea bevoorraadde.

01 03 02
+21,9% +26,5% +19,8%
Totale CPO productie CPO productie Papoea-Nieuw-Guinea CPO productie Indonesië

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

VEERKRACHTIGE BANANENPRODUCTIE EN COMMERCIËLE GROEI

ȹ De bananenproductie in Côte d'Ivoire steeg met 2,2% tot 52 159 ton, ondanks periodes van hevige regenval en stormactiviteit die de veldwerkzaamheden tijdelijk verstoorden en het gemiddelde gewicht van de trossen drukten, vooral op de matuurdere plantages. 01

ȹ De productie daalde in Motobé (-10,1%) na agronomische optimalisatiemaatregelen, in Lumen (-9,3%) omdat de opbrengsten stabiliseerden naarmate de plantages matuur werden, en in Agboville (-11,2%) door ongunstige weersomstandigheden. Deze dalingen werden meer dan gecompenseerd door een productiestijging van 48,7% in Akoudié en 13,3% in Azaguié.

ȹ De omzet van het bananensegment, uitgedrukt in EUR als de functionele valuta, steeg met 4,8% dankzij een toename van de productievolumes met 2,2% en een stijging van de gemiddelde verkoopprijs per eenheid met 1,5%.

ȹ De Groep noteerde een stijging van 11,3% in de verkoop van bananen in Europa in vergelijking met 2024. Deze prestatie werd ondersteund door een consistent hoge productkwaliteit, een efficiënte toeleveringsketen en de strikte naleving van certificerings- en duurzaamheidsnormen, waardoor de marktreputatie en strategische positie van SIPEF in Europa verder werden versterkt.

STRATEGISCHE INVESTERINGEN EN PLANTAGEONTWIKKELING

ȹ De investeringen van USD 89,4 miljoen werden voornamelijk toegewezen aan de expansie in Zuid-Sumatra, verdere verbeteringen aan de extractiefabrieken en lopende herbeplantingsprogramma's om de productiviteit en efficiëntie op lange termijn te ondersteunen.

ȹ Tegen het einde van het jaar bedroeg het totale vernieude en beplante areaal van Zuid-Sumatra 31.091 hectare, waarvan 80,6% matuur en geoogst was, wat het structurele groeitraject van de regio versterkt. In Musi Rawas vorderden de beplantingsactiviteiten in overeenstemming met de nieuwe beplantingsprocedure van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO), waardoor de totale beplante oppervlakte nu 20 781 hectare bedraagt, wat overeenkomt met 88,3% van de grond die via compensatie werd verworven. 02

ȹ De omschakeling van voormalige rubberplantages in Noord-Sumatra en Bengkulu naar 2 437 hectare maturiteit bereikende oliepalmen nadert zijn voltooiing en zal naar verwachting vanaf 2026 bijkomende volumes FFB opleveren. 01 02

52 159 ton 31 091 hectaren
bananenproductie vernieuwde en beplante areaal

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

KLIMAATTRANSITIEPLAN EN UITSTOOTDOELEN VOOR 2030

ȹ In 2025 keurde de raad van bestuur een uitgebreid transitieplan voor broeikasgassen (greenhouse gas - GHG) goed om de doelstellingen voor uitstootreductie van de Groep voor 2030 te halen, in overeenstemming met het Science Based Targets-initiatief (SBTi) en geleid door het broeikasprotocol, inclusief de Land Sector and Removals Guidance. SIPEF investeert in circulaire technologieën, regeneratieve landbouw en natuurlijke oplossingen, waarmee ze haar positie als verantwoordelijke en toekomstgerichte deelnemer aan de sector versterkt.

ȹ Een centrale pijler van het transitieplan voor broeikasgassen van SIPEF is het opvangen en gebruiken van methaan uit afvalwater van palmolie-extractiefabrieken (palm oil mill effluent - POME). Tegen het einde van 2025 waren vijf palmolie-extractiefabrieken uitgerust met installaties voor het afvangen van methaan, met twee nieuwe installaties in aanbouw en één upgrade in uitvoering, allemaal met voltooiing gepland in 2026. 02

ȹ In Côte d'Ivoire zette de dochteronderneming van SIPEF, Plantations J. Eglin, haar expansie voort naar volledige operationele capaciteit, met een beplante oppervlakte die naar verwachting 1 291 hectare zal bereiken. Deze groei wordt ondersteund door voortdurende verbeteringen van de infrastructuur en verdere digitalisering van de toeleveringsketen voor bananen, gepland voor 2026. 01 02 03

ȹ In december 2025 nam SIPEF haar eerste installatie voor biogecomprimeerd aardgas (bio-CNG) in gebruik in de extractiefabriek van Perlabian, die gerecupereerd methaan omzet in hernieuwbare energie en diesel vervangt in industriële toepassingen. 03

EERSTE BIO-CNG INSTALLATIE 5 palmolie-extractiefabrieken met installaties voor het afvangen van methaan 1 291 hectaren beplante oppervlakte

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

VERANTWOORDE BEDRIJFSVOERING EN GECERTIFICEERDE TOELEVERINGSKETENS

ȹ Zoals uiteengezet in haar Verantwoordelijk Plantagebeleid, heeft SIPEF haar verbintenis van geen ontbossing, geen veen en geen uitbuiting (no deforestation, no peat, and no exploitation - NDPE) sinds 2015 nageleefd en bleef ze deze norm consequent toepassen in al haar activiteiten in 2025. Alle nieuwe ontwikkelingen worden onderworpen aan uitgebreide sociale en milieueffectbeoordelingen om mogelijke gevolgen voor de biodiversiteit te minimaliseren, uitgevoerd in overeenstemming met de strenge RSPO-vereisten. Alle plantageactiva die van derden worden verworven, worden beoordeeld op naleving van het Verantwoordelijk Plantagebeleid van SIPEF en moeten aan deze normen voldoen. Sinds 2021 beschikt de Groep ook over een gestructureerd controlesysteem om toe te zien op de naleving van deze verplichting binnen haar leveranciersbestand.

ȹ In al haar activiteiten blijft SIPEF het beheer van sociale risico's versterken door middel van gerichte due diligence-initiatieven op het gebied van mensenrechten, waarbij internationale normen in de dagelijkse praktijk worden geïntegreerd. In 2025 vorderde dit werk door de implementatie van basisevaluaties, praktische instrumenten voor risicobeheer en programma's voor capaciteitsopbouw, ondersteund door externe partners en onafhankelijke deskundigen. Het leidde ook tot een sterkere betrokkenheid bij lokale gemeenschappen en andere belanghebbenden door middel van enquêtes, raadplegingen en een voortdurende dialoog.

ȹ Via haar dochteronderneming Plantations J. Eglin versterkte SIPEF haar gemeenschapsengagement in Côte d'Ivoire door de oplevering van een nieuwe openbare basisschool op haar plantage van Azaguié, in het kader van het Fairtradeprogramma. De school opende de deuren in oktober 2025 en werd formeel overgedragen aan de autoriteiten, waarbij SIPEF het onderhoud ervan blijft ondersteunen. Dit initiatief weerspiegelt de bredere toewijding van de Groep aan een sociale impact op lange termijn door aanhoudende investeringen in onderwijs, huisvesting en gezondheidszorg. 01

ȹ Aan het einde van het jaar waren negen van de tien palmolie-extractiefabrieken van SIPEF RSPO-gecertificeerd en alle bananenplantages Rainforest Alliance, GlobalG.A.P. en Fairtrade gecertificeerd.

ȹ In december 2025 versterkte SIPEF haar strategie voor palmolie van hoge kwaliteit door halalcertificering te verkrijgen voor al haar Indonesische palmolie-extractiefabrieken. Daarmee werd het gestructureerde programma voor voedselveiligheid en kwaliteit verder uitgebouwd en de basis gelegd voor de certificering voor gevarenanalyse en kritische controlepunten (Hazard Analysis and Critical Control Point - HACCP), die gepland is voor 2028. 02

ȹ Om te voldoen aan de European Union Deforestation Regulation (EUDR) en de transparantie verder te vergroten, blijft SIPEF haar GeoSIPEF-platform verder ontwikkelen. Het verbeterde systeem versterkt de bewaking van productielocaties door middel van gelaagde kartering en waarschuwingsfuncties.Ook het veilig en selectief delen van gegevens wordt mogelijk dankzij een speciaal klantenportaal.

02 01 +1 openbare basisschool SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Hoogtepunten van   The connection to the world of sustainable tropical agriculture

1. Bedrijfsverslag

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

BELGIË EN LUXEMBURG
Kantoren
24 werknemers

SINGAPORE
Kantoren
18 werknemers

CÔTE-D'IVOIRE
BANANEN
1 238 ha
2 448 werknemers

INDONESIË
PALM
71 026 ha
16 685 werknemers*

PAPOEA-NIEUW-GUINEA
PALM
13 550 ha
4 852 werknemers

Europa
Verenigd Koninkrijk
Indonesië
West-Afrika
AFZETMARKTEN

SIPEF IN 2025 WERELDWIJDE AANWEZIGHEID

SIPEF is een Belgische agro-industriële groep, genoteerd op Euronext Brussel, en gespecialiseerd in de productie van duurzame palmproducten en bananen. In Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea produceert de Groep palmproducten, waaronder verse vruchtentrossen (fresh fruit bunches - FFB), ruwe palmolie (crude palm oil - CPO), palmpitten (palm kernels - PK), en ruwe palm-pitolie (crude palm kernel oil - CPKO). De bananenactiviteiten van SIPEF zijn gevestigd in Côte d’Ivoire . De Groep bevindt zich in de laatste fase van het afbouwen van zijn activiteiten in duurzame thee.

In 2025 telde SIPEF 24 027 werknemers in vijf landen over de hele wereld . De meerderheid is in dienst van of heeft een contract met de dochterondernemingen van de Groep in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire. SIPEF beheert in totaal 85 814 hectare eigen productieareaal . In 2025 bedroeg de totale omzet KUSD 570 432.

  • Dit aantal omvat ook het totale aantal werknemers in de theeactiviteiten (Indonesië).

SIPEF in één oogopslag

 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

18 004 MANNEN 6 023 VROUWEN
5 BANANEN-PLANTAGES 7 VERPAKKINGS-STATIONS VOOR BANANEN
7 PALMOLIE-EXTRACTIE-FABRIEKEN 6 OLIEPALM PLANTAGES
3 PALMOLIE-EXTRACTIE-FABRIEKEN 2 PALMPITPLETTERIJEN (GEÏNTEGREERD IN EXTRACTIEFABRIEKEN)
31 OLIEPALM PLANTAGES

Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Côte d’Ivoire
Mannen Vrouwen

HA PALMOLIE (CPO) TON BANANEN TON KUSD TOTALE OMZET
Totaal 85 814 441 866 52 159 570 432

NETTOWINST (AANDEEL VAN DE GROEP): 125 449 KUSD

BEPLANTE OPPERVLAKTE (IN HECTARES)

INDONESIË PAPOEA-NIEUW-GUINEA CÔTE D’IVOIRE TOTAAL
Oliepalmen 71 026* 13 550 0 84 576
Bananen 0 0 1 238 1 238
TOTAAL 71 026 13 550 1 238 85 814

WERKNEMERS PER LAND

Land Aantal
België 24
Indonesië 16 685
Papoea-Nieuw-Guinea 4 852
Côte d’Ivoire 2 448
Singapore 18
TOTAAL 24 027
  • Na een herziening van de definities van beplante oppervlakte in het kader van herbeplantingsactiviteiten en benchmarking met sectorgenoten, werden 1 897 hectare aan wegen en infrastructuur uitgesloten van de gerapporteerde beplante oppervlakte om een consistente classificatie over alle plantages te waarborgen, zonder enige impact op het aantal palmen of de productieniveaus.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

1. MISSIE

Al meer dan een eeuw zet SIPEF zich in voor de productie van hoogwaardige, duurzame, volledig traceerbare en gecertificeerde palmproducten en bananen. Het bedrijf ziet duurzaamheid als meer dan een productieaanpak: het is de basis van alles waar SIPEF voor staat. In al haar activiteiten streeft SIPEF ernaar lokale economieën te versterken, lokale ecosystemen te beschermen en betekenisvolle waarde te creëren voor de gemeenschappen waarmee ze samenwerkt. De Groep zet zich in om langetermijnwaarde te leveren voor zijn aandeelhouders en stakeholders, en streeft er voortdurend naar om de hoogste milieu- en sociale normen te handhaven. Geleid door haar Guiding Principles en Balanced Growth Strategy is de ontwikkeling van SIPEF een doelgericht, verantwoordelijk proces met respect voor mens en natuur.

2. VISIE

De visie van SIPEF bestaat erin een wereldwijde referentie te zijn in duurzame landbouw, erkend voor het beschermen van de biodiversiteit, het bevorderen van klimaatbestendige productiesystemen en het versterken van de gemeenschappen die afhankelijk zijn van haar activiteiten. Door middel van voortdurende innovatie, strenge duurzaamheidsnormen en samenwerkingsverbanden streeft het bedrijf naar een regeneratief landbouwmodel dat duurzame waarde levert voor mensen, gemeenschappen, de natuur en de economie.

 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

BALANCED GROWTH STRATEGY

  • Productie-efficiëntie
  • Operationele uitmuntendheid
  • Hoogwaardige, duurzame, traceerbare en gecertificeerde producten
  • Innovatie en vroegtijdige toepassing
  • Milieubeheer
  • Respect voor werknemers en gemeenschappen
  • Goed zakelijk gedrag
  • Verantwoord beheer van de toeleveringsketen

SIPEF produceert hoogwaardige, duurzame en traceerbare landbouwproducten, met de bedoeling te diversifiëren naar doelmarkten en een harmonieus evenwicht te bevorderen tussen natuur, mens en groei.

GUIDING PRINCIPLES

  • Betrouwbaarheid en stabiliteit
  • Langetermijnplanning en -besluitvorming
  • Voortdurende verbetering
  • Duurzame economische groei
  • Behoud en herstel van het milieu
  • Ondersteuning van werknemers en gemeenschappen
  • Waardecreatie voor alle stakeholders

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

SIPEF’s management en werknemers, evenals alle contractpartijen, worden aangestuurd door een reeks Guiding Principles, die de handelswijze en de cultuur van de Groep vormgeven:

3. GUIDING PRINCIPLES

  1. Betrouwbaarheid en stabiliteit
    Een betrouwbare en stabiele partner zijn voor al haar stakeholders.

  2. Langetermijnplanning en -besluitvorming
    Altijd plannen maken en beslissingen nemen op basis van haar langetermijnvisie.

  3. Voortdurende verbetering
    Voortdurend alle aspecten van haar activiteiten verbeteren, met de nadruk op kwaliteit, productiviteit en de beste praktijken op ecologisch, sociaal en governancegebied (ESG).

  4. Duurzame economische groei
    Economische waarde genereren voor haar aandeelhouders en andere stakeholders en daarbij een beheerst schuldniveau nastreven.

  5. Behoud en herstel van het milieu
    De natuurlijke omgeving binnen de eigen activiteiten behouden en waar mogelijk herstellen, via duurzame landbouwpraktijken en actief beheer van beschermde gebieden.

  6. Ondersteuning van werknemers en gemeenschappen
    Alle werknemers en lokale gemeenschappen met respect voor hun rechten behandelen en tegelijkertijd mogelijke verbeteringen van hun welzijn en ontwikkeling ondersteunen.

  7. Waardecreatie voor alle stakeholders
    Waarde creëren voor al haar stakeholders, op eerlijke en verantwoorde wijze.

Zie de sectie bedrijfscultuur in de duurzaamheidsverklaring voor meer informatie over hoe deze Guiding Principles het bedrijfsgedrag bij SIPEF sturen.

 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

Duurzame groei als fundament van SIPEF’s strategie

SIPEF bouwt aan groei die vandaag waarde creëert en morgen beschermt. De Balanced Growth Strategy combineert commerciële vooruitgang met een positieve impact op ecosystemen en gemeenschappen. De Groep doet dat door strenge sociale en ecologische normen te hanteren, door respect voor mensenrechten en door eerlijke kansen te creëren in landelijke en afgelegen gebieden. Innovatie en nieuwe manieren van werken versterken deze aanpak.

SIPEF’s strategie steunt op acht onderling verbonden aandachtsgebieden: vier rond duurzaamheid en vier rond bedrijfsvoering. Samen vormen ze het kompas voor de prioriteiten, investeringen en besluitvorming van de Groep.

SIPEF’s vier duurzaamheidsaandachtsgebieden verankeren duurzaamheid en sturen de prioriteiten, initiatieven en prestaties van de Groep.

Zakelijke aandachtsgebieden
* Productie-efficiëntie
* Operationele uitmuntendheid
* Hoogwaardige, duurzame, traceerbare en gecertificeerde producten
* Innovatie en vroegtijdige toepassing

Duurzaamheidsaandachtsgebieden
* Milieubeheer
* Respect voor werknemers en gemeenschappen
* Verantwoord beheer van de toeleveringsketen
* Goed zakelijk gedrag

 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

1. DUURZAAMHEID GEÏNTEGREERD IN ALLES WAT SIPEF DOET

SIPEF’s vier duurzaamheidsaandachtsgebieden verankeren duurzaamheid in de manier van werken en sturen de prioriteiten, initiatieven en prestaties van de Groep:

  • milieubeheer
  • respect voor werknemers en gemeenschappen
  • verantwoord beheer van de toeleveringsketen
  • goed zakelijk gedrag

Deze domeinen vormen het fundament van SIPEF’s waardecreatie op lange termijn. Meer gedetailleerde informatie is beschikbaar in de relevante onderdelen van de duurzaamheidsverklaring.

2. BEDRIJFSDOMEINEN DIE DE GROEI VAN SIPEF VERSTERKEN

Vier zakelijke aandachtsgebieden bepalen de Groep’s operationele sterktes en strategische keuzes:

  • productie-efficiëntie
  • operationele uitmuntendheid
  • hoogwaardige, duurzame, traceerbare en gecertificeerde producten
  • innovatie en vroegtijdige toepassing

Ze helpen om efficiënt te werken, in te spelen op marktdynamieken en een toekomstgerichte onderneming uit te bouwen.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

PRODUCTIE-EFFICIËNTIE

De druk op landbouwgrond neemt toe, terwijl de vraag naar plantaardige producten blijft stijgen. Daarom is efficiënt en verantwoord landgebruik essentieel voor het langetermijnsucces van SIPEF. De Groep verbetert de opbrengsten per hectare via Beste Managementpraktijken, hoogwaardig plantmateriaal en voortdurende investeringen in onderzoek en ontwikkeling via de Groep’s joint venture, Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS). Innovatieve oplossingen versterken de productiviteit en operationele efficiëntie. SIPEF richt haar uitbreiding op brownfield-gebieden, volledig in lijn met haar engagement tot geen ontbossing, geen veengrond en geen exploitatie.

SIPEF streeft naar:
* het optimaliseren van landgebruik
* het verbeteren van bodemgezondheid
* het aanpakken van landschaarste

Optimalisatie van het landgebruik
Oliepalmen en bananenplanten zijn gewassen met een hoge opbrengst.Door plantagepraktijken te verbeteren, plantmateriaal te optimaliseren en opbrengsten en bodemgezondheid nauw op te volgen, streeft SIPEF naar maximale productiviteit per hectare. Tegelijk behoudt de Groep de bodemvruchtbaarheid op lange termijn en ondersteunt hij duurzame groei.

Het verbeteren van de bodemgezondheid

SIPEF investeert in praktijken die de bodemstructuur versterken, de koolstofopslag verhogen en de afhankelijkheid van anorganische meststoffen verminderen. Een gezonde bodem:

  • verlaagt de uitstoot van broeikasgassen
  • verhoogt kostenefficiëntie
  • beschermt de operationele continuïteit
  • en versterkt de Groep’s concurrentiekracht op lange termijn

Door organisch materiaal optimaal te benutten en landbouwpraktijken te verbeteren, bouwt SIPEF aan een veerkrachtiger productiemodel.

Het aanpakken van landschaarste

De wereldbevolking groeit en de levensstandaard stijgt, vooral in opkomende markten. Daardoor neemt de druk op landbouwgrond toe. Binnen die context biedt oliepalm een structureel voordeel: het is een van de meest landefficiënte oliegewassen ter wereld, met opbrengsten die vier tot tien keer hoger liggen dan die van alternatieve gewassen. Palmolie voorziet in ongeveer 40% van de wereldwijde vraag naar plantaardige olie, terwijl het minder dan 6% van het landoppervlak voor oliegewassen inneemt. Bovendien vergt oliepalm minder meststoffen, pesticiden en brandstof per ton output, wat het gewas bijzonder hulpbronnenefficiënt en klimaatrelevant maakt.

OPERATIONELE UITMUNTENDHEID

SIPEF streeft naar operationele uitmuntendheid om de waardecreatie van haar activiteiten te maximaliseren. De Groep optimaliseert productvolumes en -kwaliteit en benut bijproducten efficiënt. SIPEF streeft naar:

  • een cultuur van voortdurende verbetering
  • en slimme landbouw en mechanisatie

Een cultuur van voortdurende verbetering

SIPEF verbetert continu haar processen en praktijken om efficiëntie, effectiviteit en veerkracht te verhogen. Deze aanpak ondersteunt een gedisciplineerde strategie-uitvoering, vermindert operationele risico’s, verlaagt kosten en versterkt de Groep’s inkomstenbasis.

Slimme landbouw en mechanisatie

SIPEF investeert gericht in technologie en mechanisatie om oogstefficiëntie, logistiek en productkwaliteit te verbeteren. Dit verhoogt de operationele veerkracht van de Groep en helpt SIPEF in te spelen op arbeidsmarktkrapte in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire. Door ergonomie en veiligheid te verbeteren, creëert SIPEF aantrekkelijkere en productievere werkomgevingen.

HOOGWAARDIGE, DUURZAME, TRACEERBARE EN GECERTIFICEERDE PRODUCTEN

Het leveren van hoogwaardige, duurzame, volledig traceerbare en gecertificeerde producten is een kernonderdeel van de Groep’s waardepropositie. Het opent de deur naar premium markten en versterkt de langetermijnrelatie met klanten. SIPEF streeft naar:

  • productkwaliteit en lage contaminanten
  • het garanderen van volledige traceerbaarheid voor palmolie en bananen
  • het naleven van duurzaamheidsnormen en -certificeringen
  • innovatie en vroegtijdige toepassing

Productkwaliteit en lage contaminanten

SIPEF hanteert strenge voedselveiligheidscontroles in zowel de bananen- als palmolieketen. De Groep werkt met robuuste systemen, risicogebaseerde controles en internationale certificeringsstandaarden om de kwaliteit en veiligheid van haar producten te garanderen.

Strenge controles in de volledige bananenwaardeketen

Voedselveiligheid en volledige traceerbaarheid zijn essentieel voor toegang tot de Europese bananenmarkt, waar regelgeving en klantvereisten bijzonder streng zijn. SIPEF hanteert daarom een uitgebreid, risicogebaseerd kader voor voedselveiligheid en residubeheer. Dit kader waarborgt de naleving van wettelijk bindende maximumresidugehalten (MRL) en internationale certificeringsnormen zoals GLOBALG.A.P., en is volledig geïntegreerd in de activiteiten van SIPEF’s dochteronderneming, Plantations J. Eglin in Côte d’Ivoire. Daarnaast beschikt SIPEF over een geavanceerd traceerbaarheidssysteem dat bananen doorheen de volledige waardeketen volgt, van plantage tot eindklant. In geval van een risico of incident maakt dit systeem een snelle identificatie, indamming en reactie mogelijk, waardoor operationele, financiële en reputatieschade tot een minimum wordt beperkt. Meer informatie over SIPEF’s aanpak rond gezondheid en veiligheid voor consumenten en eindgebruikers is beschikbaar in het desbetreffende hoofdstuk van de duurzaamheidsverklaring.

Strenge controles in de volledige palmoliewaardeketen

Ook in de palmolieketen anticipeert SIPEF op evoluerende regelgeving en veranderende verwachtingen van consumenten. Door proactief te werken aan voedselveiligheid en kwaliteitsverbetering versterkt de Groep zijn positie als betrouwbare leverancier van hoogwaardige, verantwoord geproduceerde palmolie. Deze aanpak ondersteunt de ambitie om te concurreren in markten waar transparantie, kwaliteit en naleving cruciale onderscheidende factoren zijn. Een belangrijk onderdeel van voedselveiligheid in palmolie is het terugdringen van contaminanten die gezondheidsrisico’s kunnen veroorzaken wanneer ze in grote hoeveelheden worden geconsumeerd. SIPEF richt zich specifiek op het beperken van:

  • minerale olie verzadigde koolwaterstoffen (mineral oil saturated hydrocarbons - MOSH)
  • aromatische koolwaterstoffen uit minerale oliën (mineral oil aromatic hydrocarbons - MOAH)
  • chloride, dat kan bijdragen aan de vorming van 3-MCPD en glycidylesters (GE) tijdens rafineerprocessen bij hoge temperaturen

Door deze contaminanten systematisch te monitoren en te reduceren, verhoogt SIPEF de veiligheid en kwaliteit van haar palmolieproducten.

Volledige traceerbaarheid voor palmolie en bananen garanderen

Volledige traceerbaarheid, zowel van eigen plantages als van lokale boeren, is een strategische prioriteit. Het verhoogt de controle over de waardeketen en verzekert blijvende toegang tot certificeringsgedreven en premium markten. Traceerbaarheid stelt klanten en consumenten in staat om de verantwoordelijkheid van inkooppraktijken te verifiëren, wat de ecologische, sociale en economische duurzaamheid versterkt en langetermijnrelaties ondersteunt.

Daarnaast is traceerbaarheid cruciaal voor voedselveiligheid, naleving van regelgeving en operationele efficiëntie. Ze stelt SIPEF in staat om snel te anticiperen op veranderende wettelijke vereisten, waaronder de EU Deforestation Regulation (EUDR), en om te voldoen aan de toenemende verwachtingen rond transparantie en verantwoording. SIPEF maakt hiervoor gebruik van geavanceerde digitale hulpmiddelen, waaronder GeoSIPEF, een interactief kaartenplatform dat een volledig overzicht biedt van de locaties waar oliepalmen worden verbouwd en verwerkt. Deze technologie versterkt de dataintegriteit, ondersteunt geïnformeerde besluitvorming en verhoogt het concurrentievermogen van de Groep op lange termijn. Meer informatie over traceerbaarheid is beschikbaar in het hoofdstuk over consumenten en eindgebruikers van de duurzaamheidsverklaring.

Duurzaamheidsnormen en -certificeringen naleven

Duurzaamheidscertificering speelt een centrale rol in het beheersen van milieu-, sociale en governance (ESG) risico’s. Ze ondersteunt de exploitatievergunning van de Groep en verzekert toegang tot belangrijke markten op lange termijn. SIPEF stemt haar activiteiten en toeleveringsketens af op erkende certificeringsnormen van onafhankelijke, geloofwaardige organisaties en onderwerpt zich aan strenge audits door derden.

Op groepsniveau is het Hoofdkantoor in België gecertificeerd volgens:

  • GLOBALG.A.P. Chain of Custody Standard
  • Rainforest Alliance Supply Chain Certification Standard
  • Fairtrade Trader Standard

Meer informatie over de implementatie van ESG certificeringsvereisten is te vinden in de duurzaamheidsverklaring.

Palmoliecertificering

SIPEF streeft naar 100% Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO)-certificering voor al haar palmolieactiviteiten, inclusief die van lokale boeren die als leveranciers optreden. Dit wordt ondersteund door een gestructureerd plan om volledige certificering te bereiken. Op 31 december 2025 was 75% van de eigen beplante arealen RSPO gecertificeerd.

Bananencertificering

Sinds 2025 zijn alle bananenactiviteiten van Plantations J. Eglin, vijf plantages en zeven verpakkingsstations, volledig gecertificeerd volgens de normen van Rainforest Alliance, Fairtrade en GLOBALG.A.P.. Deze volledige certificering verzekert toegang tot premium en sterk gereguleerde markten en versterkt SIPEF’s positie als betrouwbare leverancier van verantwoord geproduceerde bananen.

INNOVATIE EN VROEGTIJDIGE TOEPASSING

Innovatie en de vroegtijdige toepassing van geavanceerde praktijken en technologieën zijn essentieel om de productiviteit, kwaliteit en klimaatbestendigheid van gewassen te verbeteren. Door voortdurende verbeteringen in plantmateriaal, agronomische optimalisatie en biologische oplossingen, versterkt SIPEF de duurzaamheid en veerkracht van haar activiteiten.

In 2013 deed SIPEF een strategische investering in Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS), waarmee de Groep toegang kreeg tot gespecialiseerde onderzoeks- en ontwikkelingscapaciteit. In 2025 richtte deze samenwerking zich op drie kernonderzoeksgebieden die de winstgevendheid, duurzaamheid en klimaatbestendigheid van palmolieproductie moeten versterken. SIPEF’s samenwerking met VBS richt zich op:

  1. Verbeterde oliepalmvariëteiten
    Die hogere opbrengsten en betere aanpassing aan de plantageomgevingen van SIPEF bieden.
  2. Weerbaarheid tegen plagen, ziekten en klimaatstress
    Inclusief screening op resistentie tegen belangrijke ziekten zoals Ganoderma en de productie van Trichoderma.
    3.Verbeterde agronomische praktijken Met focus op regeneratieve landbouw, efficiënter meststoffengebruik en organische input zoals lege vruchtentrossen (empty fruit bunches - EFB) en afvalwater van palmoilie-extractiefabrieken (palm oil mill effluent - POME).

1. Verbeterde oliepalmvariëteiten

Een centraal onderdeel van het onderzoek is de ontwikkeling van de eerste hoogproductieve, beproefde F1 hybride kruisingen, met het potentieel om de opbrengst per hectare aanzienlijk te verhogen. Deze proeven evalueren de opbrengstprestaties, het aanpassingsvermogen en de robuustheid in uiteenlopende omgevingen. De commerciële introductie wordt verwacht vanaf 2029.

Een belangrijke mijlpaal werd bereikt in januari 2024, toen VBS begon met het oogsten en registreren van opbrengsten uit de eerste proeven. Hoewel het nog te vroeg is om te bepalen welke kruisingen commercieel zullen worden toegepast, zijn de eerste resultaten veelbelovend.

Naast de F1 hybride kruisingen plant SIPEF ook Verdant Select-materiaal — een bestaand semiklonale zaadproduct van VBS dat al op commerciële schaal beschikbaar is. Het Verdant Select-materiaal, dat bestaat uit specifieke, op nakomelingen geteste kruisingen die als semiklonaal zaad zijn vermeerderd uit klonale Dura-ouders, bleef uitstekend presteren op de Tolan Tiga-plantages van SIPEF. De hoge opbrengsten die werden vastgesteld in formele, gerepliceerde veldproeven zijn inmiddels bevestigd onder commerciële aanplantomstandigheden. In het eerste oogstjaar werd een gemiddelde opbrengst van 25,5 ton verse vruchtentrossen (fresh fruit bunches - FFB) per hectare geregistreerd over 83,6 hectare in Noord-Sumatra. Laboratoriumanalyses van de trossen toonden verder aan dat de semiklonale Verdant Select-kruisingen de hoogste gecombineerde olie- en kernel-extractieprestaties behaalden, gemeten volgens de standaard indicator in de sector (olie-extractie plus 0,5 maal kernel-extractie), wat hun sterke potentieel bevestigt om de totale palmproductopbrengst per hectare te verhogen.

2. Weerbaarheid tegen plagen, ziekten en klimaatstress

SIPEF evalueert voortdurend hoogwaardig oliepalmplantmateriaal via strenge screening op ziekteresistentie, klimaatrobuustheid en opbrengstpotentieel. F1 hybriden worden systematisch gescreend op resistentie tegen belangrijke ziekten zoals Ganoderma, evenals op droogtetolerantie, prestaties onder variabele neerslagpatronen en efficiëntie in nutriëntenopname. Veelbelovende kruisingen worden vervolgens getest op meerdere geografische locaties, waaronder gebieden met een verhoogde ziektedruk, om hun prestaties onder commerciële omstandigheden te bevestigen.

Om het risico van Ganoderma verder te beperken, beheert VBS een speciale SIPEF installatie voor de productie van Trichoderma, een schimmel die Ganoderma tegenwerkt. Lopend onderzoek richt zich op het verfijnen van toepassingsmethoden en het identificeren van de meest effectieve isolaten voor verschillende omgevingen.

SIPEF combineert genetische verbetering met een geïntegreerde aanpak voor plaag- en ziektebeheer, waarbij preventie en biologische bestrijding centraal staan. Waar nodig worden gerichte, plaagspecifieke pesticiden gebruikt, terwijl breedspectrumproducten zoveel mogelijk worden vermeden om de milieu impact te beperken en het ecosysteem in balans te houden.

3. Verbeterde agronomische praktijken

Naast genetische vooruitgang onderzoekt SIPEF hoe agronomische praktijken kunnen bijdragen aan bodemgezondheid, regeneratieve landbouw en klimaatmitigatie. Lopende meststofproeven evalueren de effecten van macro- en micronutriënten in verschillende omgevingen, wat leidt tot nauwkeurigere toediening en een beter rendement op investeringen. Omdat anorganische meststoffen een aanzienlijk deel van de plantagekosten uitmaken, ligt de focus op inputefficiëntie en regeneratieve praktijken, zoals het beheer van vlinderbloemige bodembedekkers, struiken en bomen om stikstofbinding en bodemgezondheid te verbeteren.

Daarnaast wordt ingezet op een groter gebruik van organische meststoffen, zoals compost op basis van EFB en POME, of EFB alleen wanneer composteerinstallaties ontbreken. Deze organische inputs leveren langzaam vrijkomende voedingsstoffen, verbeteren de bodemstructuur, vergroten de microbiële diversiteit en verminderen het risico op bodemgebonden ziekten.

3. ETHISCHE EN DUURZAME PRAKTIJKEN

Het bedrijfsmodel van SIPEF steunt op nauwe samenwerking tussen leidinggevenden en operationele teams in België, Singapore, Indonesië, Papoea Nieuw Guinea en Côte d'Ivoire. Overal waar SIPEF actief is, past ze een consistent bestuurskader toe, gebaseerd op gedeelde duurzaamheids- en ethische normen. Deze worden waar nodig aangepast aan lokale omstandigheden, met respect voor ecosystemen, culturen en gebruiken.

Deze geïntegreerde aanpak versterkt het overzicht over de activiteiten van de Groep, ondersteunt een vroege identificatie van risico’s en maakt snelle, doeltreffende reacties mogelijk op ethische, operationele, milieu- en nalevingsuitdagingen. Duurzaamheidsoverwegingen zijn verankerd in de bestuurs-, plannings- en investeringsbeslissingen van de Groep. Milieurisico’s, zoals klimaatverandering, vervuiling, waterstress en verlies van biodiversiteit, worden beheerd via gestructureerde risicobeoordelingen, certificeringsnormen, nalevingsmechanismen en voortdurende verbetering. Dit wordt ondersteund door gerichte investeringen in mitigatie- en aanpassingsmaatregelen.

Sociale veerkracht, zowel binnen SIPEF als in de gehele toeleveringsketen, wordt eveneens versterkt door robuuste arbeidsnormen, gezondheids- en veiligheidspraktijken, betrokkenheid bij gemeenschappen en langetermijnpartnerschappen met lokale boeren. Deze partnerschappen worden ondersteund door opleiding, certificering en traceerbaarheid, zodat zowel SIPEF als haar partners duurzaam kunnen groeien.

In 2025 herzag SIPEF haar duurzaamheidsdoelen, kernprestatie indicatoren (KPI’s) en beleid. Dit moet ervoor zorgen dat onze doelstellingen in lijn blijven met de materiële thema’s uit de dubbele materialiteitsbeoordeling, met de veranderende verwachtingen van stakeholders en met evoluerende regelgeving.

4. BETROKKENHEID VAN STAKEHOLDERS

SIPEF opereert in diverse geografische, sociale en regelgevende contexten. De Groep erkent dat duurzame waardecreatie op lange termijn alleen mogelijk is via een constructieve en voortdurende dialoog met zijn belangrijkste stakeholders. Ze omvat werknemers, lokale boeren en gemeenschappen, klanten, leveranciers, investeerders, regelgevende instanties en maatschappelijke organisaties.

SIPEF’s betrokkenheid is afgestemd op de specifieke relatie met elke stakeholdergroep, zowel op groepsniveau als in de landen waar ze actief is. Ze is verankerd in de Groep’s operationeel beheer, duurzaamheidsprogramma’s en bestuursprocessen. Hierdoor wordt het perspectief van stakeholders systematisch meegenomen in de besluitvorming.

Deze voortdurende dialoog geeft SIPEF inzicht in verwachtingen, helpt nieuwe risico’s en kansen te identificeren en verhoogt de veerkracht van haar bedrijfsmodel. De input van stakeholders vormt de basis voor SIPEF’s prioriteiten in domeinen zoals arbeidspraktijken, gemeenschapsrelaties, milieubescherming, voedselveiligheid, traceerbaarheid en naleving van regelgeving.

SIPEF onderhoudt een combinatie van formele en informele kanalen om deze dialoog mogelijk te maken. Formele mechanismen omvatten klachtenprocedures, certificering en klantenaudits, overlegmomenten gekoppeld aan risicobeoordelingen en gestructureerde interacties met klanten en regelgevers. Deze worden aangevuld met regelmatige informele gesprekken en interne communicatieplatforms.

Een overzicht van de belangrijkste stakeholders en SIPEF’s aanpak van stakeholderbetrokkenheid is opgenomen in bijlage 6.

SIPEF RAAD VAN BESTUUR

  • SIPEF EXECUTIEF COMITÉ
  • LUXEMBURG (Jabelmalux)
  • Regionaal executief comité INDONESIË (Tolan Tiga Indonesia)*
  • Regionaal executief comité BELGIË (SIPEF Hoofdkantoor)
  • Regionaal executief comité PAPOEA-NIEUW-GUINEA (Hargy Oil Palms)
  • Regionaal executief comité SINGAPORE (SIPEF Singapore)
  • Regionaal executief comité CÔTE D'IVOIRE (Plantations J. Eglin)
  • Remuneratiecomité
  • Benoemingscomité
  • Auditcomité

* SIPEF heeft 14 dochterondernemingen in Indonesië. De governance, de communicatie en de rapportage aan het executief comité van SIPEF worden beheerd door het regionale executief comité van SIPEF’s belangrijkste en grootste dochteronderneming, Tolan Tiga Indonesië.

Verankering van duurzaamheid in de strategie, bestuurs- en managementstructuur van SIPEF

Duurzaamheid is verankerd in de bestuurs- en managementstructuur van SIPEF en vormt een integraal onderdeel van de missie, visie, Guiding Principles en Balanced Growth Strategy van de Groep. Het toezicht op, de implementatie en de opvolging van de duurzaamheidsverantwoordelijkheden zijn op duidelijke wijze toegekend aan de raad van bestuur en het executief comité, alsook aan gespecialiseerde duurzaamheidsteams op groeps- en regionaal niveau.# SIPEF RAAD VAN BESTUUR*

  • (°1951 — Belgisch) Voorzitter raad van bestuur — Expertise: Strategisch leiderschap, strategisch toezicht, corporate governance, risicobeheer, audittoezicht
  • (°1977 — Belgisch) Bestuurder — Expertise: IT-strategie, cybersecurity, innovatiestrategie, operationele uitmuntendheid
  • (°1973 — Nederlands) Gedelegeerd bestuurder Voorzitter executief comité — Expertise: Executief leiderschap, operationele uitmuntendheid, bedrijfsperformantie, duurzaamheidsstrategie, ESG-risicobeheer
  • (°1958 — Belgisch) Bestuurder Voorzitter remuneratiecomité Lid auditcomité — Expertise: Strategisch toezicht, corporate governance, financieel toezicht, risicobeheer
  • (°1966 — Belgisch) Bestuurder Voorzitter auditcomité — Expertise: Strategisch toezicht, financiële controle, audittoezicht, risicobeheer
  • (°1977 — Belgisch) Bestuurder — Expertise: Strategisch toezicht, corporate governance, risicobeheer, bedrijfsperformantie

  • Samenstelling raad van bestuur van SIPEF per 31 december 2025. De curricula vitae van de bestuurders zijn beschikbaar op de SIPEF-website: https://www.sipef.com/hq/about-sipef/our-board-and-management/

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

  • (°1971 — Maleisisch) Onafhankelijk bestuurder Lid remuneratiecomité — Expertise: Duurzaamheidsstrategie, ESG-risicobeheer, impactanalyse, strategisch toezicht, expertise in de palmoliesector
  • (°1981 — Italiaans) Onafhankelijk bestuurder Lid auditcomité Lid remuneratiecomité — Expertise: Duurzaamheidsstrategie, ESG-risicobeheer, impactanalyse, duurzame landbouw, innovatiestrategie
  • (°1959 — Brits) Onafhankelijk bestuurder Lid auditcomité — Expertise: Operationele strategie, expertise in de palmoliesector, agribusiness-management, duurzame landbouw, operationele uitmuntendheid
  • (°1964 — Belgisch) Bestuurder — Expertise: Strategisch leiderschap, corporate governance, bedrijfsperformantie, risicobeheer
  • (°1959 — Belgisch) Bestuurder — Expertise: Strategisch toezicht, expertise in de palmoliesector, agribusiness-management, financieel beheer, operationele strategie

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

Bedrijfsverslag

De raad van bestuur van SIPEF draagt de eindverantwoordelijkheid voor het bepalen en opvolgen van de Balanced Growth Strategy van de Groep. Dit omvat tevens het toezicht op de duurzaamheidsstrategie van SIPEF en diens materiële duurzaamheidsaangelegenheden. De raad keurt uiteindelijk de duurzaamheidsbeleidslijnen goed en evalueert de resultaten van de beoordeling van impacts, risico’s en kansen (impacts, risks and opportunities – IRO), evenals de dubbele materialiteitsbeoordeling van de Groep.

De raad van bestuur wordt ondersteunt door het auditcomité, dat de duurzaamheidsrapportering controleert en toezicht houdt op bijhorende interne controleprocessen, waarbij de belangrijkste aangelegenheden worden gerapporteerd aan de voltallige raad. De respectieve rol en verantwoordelijkheid van de raad van bestuur en het auditcomité worden nader toegelicht in de verklaring inzake deugdelijk bestuur.

De raad van bestuur monitort de duurzaamheidsprestaties op basis van de periodieke rapportering van het executief comité, met inbegrip van updates over de certificering, gezondheid en veiligheid, milieuprestaties en materiële ontwikkelingen in milieu-, sociale en bestuurskwesties (environmental, social, and governance – ESG). Duurzaamheidsonderwerpen worden eveneens behandeld tijdens de jaarlijkse strategische beraadslaging van de raad van bestuur. Meer informatie over de vergaderingen van de raad en de behandelde onderwerpen is opgenomen in de verklaring inzake deugdelijk bestuur.

In het kader van de voorbereiding op de rapporteringsvereisten onder de Richtlijn duurzaamheidsrapportering door bedrijven (Corporate Sustainability Reporting Directive - CSRD), heeft SIPEF in 2024 zijn eerste groepsbrede beoordeling van de dubbele materialiteit afgerond. De bijbehorende doelstellingen en kernprestatie-indicatoren (key performance indicator(s) – KPI) werden vastgesteld in lijn met de geïdentificeerde materiële onderwerpen en worden verder verfijnd naarmate de beoordeling wordt geactualiseerd en de rapporteringsvereisten evolueren. De dubbele materialiteitsbeoordeling en de daaraan gekoppelde doelstellingen en KPI’s worden jaarlijks herzien om na te gaan of aanpassingen vereist zijn. Daarbij wordt de voortgang opgevolgd via gestructureerde rapportering aan de raad van bestuur.

De raad van bestuur beschikt gezamenlijk over de relevante kennis inzake duurzaamheid, met name via bestuurders met aanzienlijke expertise inzake ESG, duurzame toeleveringsketens, landbouw, klimaatgerelateerde risico’s en duurzaamheidsgovernance. Waar aangewezen, wordt deze kennis aangevuld door briefings van interne experten en, indien nodig, externe specialisten.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Het executief comité is verantwoordelijk voor de implementatie van de Balanced Growth Strategy van de Groep en de duurzaamheidsstrategie van SIPEF, alsook voor het toezicht op de voorbereiding van de duurzaamheidsrapportering op groepsniveau. Het verstrekt algemene leiding en richting aan de globale teams gevestigd in België, Singapore en Luxemburg.

Binnen dit kader, neemt de gedelegeerd bestuurder de algemene leiding in duurzaamheidsaangelegenheden waar, terwijl de financieel directeur toezicht houdt op de financiële materialiteit, met inbegrip van het monitoren van de financiële effecten van duurzaamheidsgerelateerde risico’s en opportuniteiten. De commercieel directeur houdt toezicht op de IRO’s inzake klanten, consumenten en eindgebruikers binnen de palmolieactiviteiten van SIPEF. Duurzaamheidsaangelegenheden met betrekking tot de bananenactiviteiten van de Groep vallen onder de verantwoordelijkheid van het hoofd van de fruitafdeling, die, hoewel geen lid van het executief comité, rechtstreeks aan het comité rapporteert en op regelmatige basis briefings verstrekt.

Het executief comité beoordeelt regelmatig de duurzaamheidsprestaties op basis van rapportering door het hoofd duurzaamheid van de Groep, waarbij alle belangrijke ESG-thema’s aan bod komen. Vanaf 2025 omvat deze beoordeling tevens de evaluatie van de prestaties ten opzichte van de door de raad van bestuur goedgekeurde duurzaamheidsdoelstellingen en KPI’s.

Het executief comité onderhoudt nauwe interactie met de regionale executieve comités in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire, die toezicht houden op de lokale teams en de dagdagelijkse operationele activiteiten binnen hun respectieve jurisdicties en rechtstreeks rapporteren aan het executief comité van de Groep. Bijkomend operationeel toezicht wordt uitgeoefend door de leden van het executief comité via regelmatige plaatselijke bezoeken. De gedelegeerd bestuurder wordt op de hoogte gehouden van de materiële klachten die tot groepsniveau worden geëscaleerd en is tevens lid van het klachtencomité van de Groep. Meer informatie over het executief comité en zijn werking is opgenomen in de verklaring inzake deugdelijk bestuur.

2. SIPEF EXECUTIEF COMITÉ*

  • (°1973 — Nederlands) Gedelegeerd bestuurder Voorzitter executief comité — Expertise: Executief leiderschap, operationele uitmuntendheid, bedrijfsperformantie, duurzaamheidsstrategie, ESG-risicobeheer
  • (°1984 — Belgisch) Financieel directeur Lid executief comité — Expertise: Financieel beheer en controle, bedrijfsperformantie, audittoezicht, risicobeheer
  • (°1975 — Nederlands) Commercieel directeur Lid executief comité — Expertise: Bedrijfsperformantie, operationele uitmuntendheid, marketing, expertise in de palmoliesector

  • Samenstelling executief comité van SIPEF per 31 december 2025. De curricula vitae van de leden van het executief comité zijn beschikbaar op de SIPEF-website: https://www.sipef.com/hq/about-sipef/our-board-and-management/

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

3. GLOBALE TEAMS

De uitvoering van de Balanced Growth Strategy wordt op groepsniveau gecoördineerd door de globale teams gevestigd in België, Singapore en Luxemburg, die instaan voor onder meer financiën, legal, marketing, IT, operationeel beheer, duurzaamheid en human resources (HR)-strategie. Deze teams zijn verantwoordelijk voor de coördinatie van de implementatie binnen de Groep, evenals voor de opvolging en rapportering van de voortgang.

Binnen dit kader is het hoofd duurzaamheid van de Groep verantwoordelijk voor het ontwikkelen en aansturen van de duurzaamheidsdoelstellingen en aandachtsgebieden van SIPEF in het kader van de Balanced Growth Strategy, evenals voor de coördinatie van de duurzaamheidsimplementatie binnen de Groep. Het globale duurzaamheidsteam ondersteunt deze rol door de duurzaamheidsbeleidslijnen, doelstellingen, rapportering en stakeholderengagement af te stemmen op de toepasselijke regelgeving en stakeholderverwachtingen. Tot de kerntaken behoren onder meer de coördinatie van de dubbele materialiteitsbeoordeling, de consolidatie van duurzaamheidsdata en de voorbereiding van interne en externe duurzaamheidsrapportering. Het globale duurzaamheidsteam opereert onder het toezicht van de gedelegeerd bestuurder en brengt regelmatig verslag uit aan het executief comité.

In 2025 heeft SIPEF zijn processen voor ESG-dataverzameling verder aangescherpt, om de afstemming te verzekeren met de materiële IRO’s die werden geïdentificeerd in het kader van de dubbele materialiteitsbeoordeling. De Groep is bezig met de overgang naar een IT-platform voor ESG-databeheer, met als doel de kwaliteit, consistentie en traceerbaarheid van de data te verbeteren.Tegelijkertijd blijft SIPEF zijn interne communicatie en KPI-rapportering verder versterken, onder meer via regelmatige rapportering van kern-KPI’s aan het executief comité en de raad van bestuur, ter ondersteuning van een gestructureerde opvolging van de prestaties.

4. REGIONALE TEAMS

Op operationeel niveau houden regionale executieve comités in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire toezicht op de lokale teams en de dagdagelijkse operationele activiteiten binnen hun respectieve jurisdicties en rapporteren zij rechtstreeks aan het executief comité van SIPEF op groepsniveau. De regionale teams bij de dochterondernemingen zijn verantwoordelijk voor de operationele uitvoering, met inbegrip van HR-aangelegenheden voor werknemers en contractanten, en voor de uitvoering van de Balanced Growth Strategy voor de palmolieactiviteiten van SIPEF in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea en de bananenactiviteiten in Côte d’Ivoire.

De regionale duurzaamheidsteams in deze jurisdicties zijn verantwoordelijk voor de implementatie van de duurzaamheidsstrategie van SIPEF op operationeel niveau en zorgen voor de naleving van toepasselijke wettelijke en certificeringsvereisten. Zij werken nauw samen met de operationele afdelingen, rapporteren via de regionale executieve comités en staan in functionele afstemming met het globale duurzaamheidsteam. De regionale duurzaamheidsteams leveren regelmatig kwantitatieve data en kwalitatieve updates aan het globale duurzaamheidsteam, ter ondersteuning van de geconsolideerde monitoring en rapportering op groepsniveau.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

5. TOEZICHT, INTERNE CONTROLE EN DUURZAAMHEIDSRAPPORTERING

Duurzaamheidsinformatie is onderworpen aan interne controles die zijn afgestemd op de aard van de gerapporteerde indicatoren en risico’s, waarbij de verantwoordelijkheden worden toegewezen aan de relevante functies. Controlemaatregelen op geconsolideerd niveau ondersteunen de nauwkeurigheid, volledigheid en consistentie van de ESG-rapportering. Een overzicht van deze controles is opgenomen in de verklaring inzake deugdelijk bestuur.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025


Bedrijfsverslag Activiteiten van SIPEF

1. PALMOLIEACTIVITEITEN

In 2025 concentreerden de palmolieactiviteiten van SIPEF zich op het versterken van de operationele veerkracht en uitmuntendheid, naast de ondersteuning van duurzame groei in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. Ondanks de wisselvallige weersomstandigheden bleef de Groep vasthouden aan een gedisciplineerde aanpak van agronomie, oogstuitvoering, betrouwbaarheid van de activa en productkwaliteit.

SIPEF kende in 2025 een recordjaar. De totale productie van ruwe palmolie (crude palm oil - CPO) bedroeg 441 866 ton, een stijging van 21,9% tegenover 2024. De groei werd gestimuleerd door gunstige groeiomstandigheden in Indonesië, het verder opvoeren van jonge mature arealen in Zuid-Sumatra en het herstel in Papoea-Nieuw-Guinea na de vulkaanuitbarsting van november 2023. De volumes van verse vruchtentrossen (Fresh Fruit Bunches - FFB) bereikten 1 864 546 ton – een stijging van 15,1% – als gevolg van een betere beschikbaarheid van de gewassen en een efficiënte oogst. Het gemiddelde olie-extractiepercentage (oil extraction rate - OER) van de Groep steeg ook tot 23,8%, ondersteund door procesoptimalisatie en voltooide projecten voor verbetering van de extractiefabrieken.

In Indonesië steeg de productie van FFB met 12,9% ten opzichte van 2024, onder meer dankzij stabiele hoge opbrengsten in Noord-Sumatra en een versnelde productie van Bengkulu en Zuid-Sumatra omdat een groter deel van de beplante arealen matuur werd. De operationele prioriteiten waren gericht op het stabiliseren van de productie van mature plantages, het benutten van volumegroei uit tot maturiteit komende ontwikkelingen en het waarborgen van de betrouwbaarheid van de extractiefabrieken. Herbeplantingsprogramma's optimaliseerden de leeftijdsprofielen van de plantages, terwijl doelgerichte infrastructuur- en technische upgrades de evacuatie van gewassen verbeterden, ongeplande productieonderbrekingen verminderden en consistente verwerkingsprestaties ondersteunden. Zuid-Sumatra leverde in 2025 de sterkste productiegroei binnen de Groep. Noord-Sumatra bleef het stabiele productieanker van de Groep, terwijl Bengkulu verder evolueerde naar het potentiële piekrendement.

In Papoea-Nieuw-Guinea steeg de productie van ruwe palmolie met 26,5% tegenover 2024, dankzij een verhoogde toelevering van FFB, een verbeterde extractie-efficiëntie en goed verdeelde regenval die de oogst vergemakkelijkte. De activiteiten herstelden zich verder na de uitbarsting van Mount Ulawun in november 2023, waarbij de rehabilitatie van de getroffen landgoederen de geleidelijke toename van de opbrengsten ondersteunde. Hoewel de productie in eerder getroffen gebieden het niveau van voor de aardbeving nog niet volledig heeft bereikt, vorderde het herstel gestaag in de loop van het jaar. Niet getroffen landgoederen en leveringen van lokale boeren bleven een belangrijke bijdrage leveren aan de totale doorvoer en ondersteunden de operationele veerkracht.

In beide landen bleven kwaliteit en duurzaamheid een belangrijk aandachtspunt. Binnen het netwerk van extractiefabrieken hebben verbeteringen in het olie-extractiepercentage (oil extraction rate - OER), de controle op contaminanten en de processtabiliteit de productconsistentie versterkt en het vermogen van de Groep ondersteund om te voldoen aan steeds strengere voedselveiligheids- en kwaliteitsnormen, waaronder wettelijke drempelwaarden voor minerale olie verzadigde koolwaterstoffen (mineral oil saturated hydrocarbons - MOSH), minerale olie aromatische koolwaterstoffen (mineral oil aromatic hydrocarbons - MOAH) en chloride.

In 2025 steeg de productie van ruwe palmolie met 21,9% tegenover 2024.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture


MARKTEN

De palmoliemarkten toonden zich in 2025 opmerkelijk veerkrachtig, ondanks verschuivende vraagpatronen, weersgerelateerde verstoringen in het aanbod en evoluerend beleid rond biobrandstoffen en duurzaamheid. Hoewel het jaar perioden van volatiliteit kende, bleven de prijzen over het algemeen stabiel, ondersteund door de structureel krappere groei van het aanbod en de groeiende rol van de vraag naar biodiesel in belangrijke producerende en consumerende regio's.

Palmolie

Aan het begin van het jaar werden de marktomstandigheden bepaald door een scherp contrast tussen een beperkt aanbod en een lagere internationale vraag. Hoge palmolieprijzen, zowel in absolute termen als in verhouding tot concurrerende oliën, leidden tot een rantsoenering van de vraag in belangrijke invoermarkten. India, 's werelds grootste importeur van palmolie, schakelde een aanzienlijk deel van zijn aankopen om naar sojaolie, waardoor het importvolume van palmolie tijdens het eerste kwartaal daalde. Desondanks bleven de prijzen ondersteund doordat de productie in Zuidoost-Azië niet voldeed aan de verwachtingen.

In Maleisië daalde de productie in het eerste kwartaal met ongeveer 7,5% op jaarbasis als gevolg van ongunstige weersomstandigheden, waaronder overstromingen. In Indonesië werd de productie minder getroffen, maar de binnenlandse beschikbaarheid voor de export daalde door de invoering van de mengverplichting B40 voor biodiesel, die een groter deel van het aanbod absorbeerde. Ondanks een lagere export en een matige fysieke vraag aan het begin van het jaar, bleven de wereldwijde voorraden over het algemeen stabiel, in tegenstelling tot de verwachting dat de voorraden aanzienlijk zouden toenemen. Dit ondersteunde de prijzen in de eerste helft van het jaar, terwijl de voorraden in de belangrijkste invoermarkten bleven dalen. Toen palmolie in het tweede kwartaal geleidelijk opnieuw competitief werd ten opzichte van olie uit sojabonen hervatte de importvraag, vooral vanuit India. Dit werd ondersteund door de verbeterde winstgevendheid voor raffinaderijen, waardoor het aantrekkelijker werd om palmolie te verwerken en te importeren.

Naarmate het jaar vorderde, zorgde de seizoensgebonden productiestijging, vooral in Indonesië, voor enige afzwakking van de eerdere aanbodkrapte. Het marktsentiment werd echter in toenemende mate beïnvloed door ontwikkelingen in het biobrandstoffenbeleid. Aankondigingen medio 2025 van hogere bijmengvereisten voor biodiesel in de Verenigde Staten voor 2026 en 2027, in combinatie met de plannen van Indonesië om van B40 naar B50 te gaan, hebben de verwachtingen voor de toekomstige vraag naar plantaardige olie aanzienlijk versterkt. Een soortgelijk beleidsmomentum in Brazilië benadrukte deze trend nog verder. Deze ontwikkelingen stuwden het volledige plantaardige-oliecomplex op en compenseerden de typische seizoensdruk die gepaard gaat met de piekproductie van palmolie in het derde kwartaal.

De prijzen reageerden overeenkomstig, met benchmark ruwe palmolie (crude palm oil - CPO) futures op de Maleisische Derivatenbeurs (Bursa Malaysia Derivatives exchange - MDEX/BMD) die stegen van ongeveer USD 950 per ton in het midden van het jaar tot USD 1 050-1 100 per ton in het derde kwartaal, ondanks de seizoensgebonden accumulatie van voorraden. Het marktsentiment werd verder ondersteund door de verwachting van een structureel tragere opbrengstgroei in Indonesië, als gevolg van een herbeoordeling van de beplante arealen en de productiviteit op lange termijn tegen de achtergrond van voortdurende ontwikkelingen op het gebied van regelgeving. In het vierde kwartaal onderging de markt een correctie. De palmolieprijzen lagen aan het begin van de periode op een hoog niveau, terwijl de export een aantal maanden zwak was als gevolg van niet-concurrerende prijzen.De onverwacht sterke productiegroei, vooral in Maleisië, leidde tot een sterke toename van de voorraden, die tegen het einde van het jaar zo'n drie miljoen ton bedroegen, ongeveer een miljoen ton meer dan normaal. De Maleisische productie in het vierde kwartaal overschreed die van het voorgaande jaar met om en bij de 900 000 ton en overtrof daarmee de exportvraag. Als gevolg daarvan corrigeerden de prijzen in de tweede helft van oktober en stabiliseerden ze zich rond USD 1 000 per ton voor de rest van het jaar. De voorraden in Indonesië bleven daarentegen evenwichtiger, gesteund door de grote binnenlandse voedselmarkt en het biodieselverbruik.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Ook Europese beleidsontwikkelingen beïnvloedden het sentiment in de loop van het jaar. Door de aanhoudende onzekerheid over de implementatie van de Ontbossingsverordening van de EU (EUDR) gaven sommige inkopers bij hun inkoopbeslissingen de voorkeur aan flexibiliteit op de korte termijn. Na de beslissing van het Europees Parlement om de verordening nog een jaar uit te stellen, vertraagden de aankopen van door de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) gesegregeerde olie tegen het einde van het jaar, wat wijst op een kloof tussen verklaarde duurzaamheidsambities en het inkoopgedrag op de korte termijn. De gemiddelde palmolieprijzen voor het eerste halfjaar bedroegen ongeveer USD 960 per ton op de MDEX, waarbij de prijzen voor het hele jaar ver boven de langetermijngemiddelden blijven, wat het toenemende belang van de beleidsgedreven vraag en de structureel beperkte groei van het aanbod weerspiegelt.

Palmpitolie

De markt voor palmpitolie (palm kernel oil - PKO) bleef gedurende het grootste deel van 2025 krap, ondersteund door een sterke vraag naar oleochemische producten en een beperkte beschikbaarheid van concurrerende laurische oliën. In de eerste helft van het jaar leidde de dalende kokosolieproductie, veroorzaakt door droge weersomstandigheden eerder in 2024, tot een scherpe stijging van de kokosolieprijzen, die een aanzienlijke premie bereikten ten opzichte van PKO. Hierdoor bleef de vraag naar PKO in laurische mengsels sterk. In het vierde kwartaal daalden de PKO-prijzen licht als gevolg van de verbeterde productie en verlaagde spanning op het gebied van kokosolie. Toch bleef de productie van kokosolie over het hele jaar meer dan 10% onder het normale niveau als gevolg van eerdere droogte, en de vraag naar laurische oliën bleef solide. De prijzen voor ruwe palmpitolie (crude palm kernel oil - CPKO) bleven hoog gedurende de eerste drie kwartalen, met een gemiddelde van ongeveer USD 1 900 per ton cost, insurance and freight (CIF) Rotterdam, en stegen naar een prijsvork van USD 1 950-2 150 per ton in het derde kwartaal, terwijl kokosolie op aanzienlijk hogere niveaus werd verhandeld. De vraag naar CPKO vanuit China was het hele jaar door bijzonder robuust, ondersteund door gezonde oleochemische marges, terwijl het wereldwijde aanbod van CPKO relatief krap bleef.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Bedrijfsverslag

ACTIVITEITEN IN INDONESIË

In Indonesië worden de commerciële activiteiten van SIPEF beheerd door haar dochteronderneming, Tolan Tiga Indonesia. De operationele activiteiten worden beheerd door het Hoofdkantoor van Tolan Tiga Medan en drie regionale beheerkantoren in de provincies Noord-Sumatra, Bengkulu en Zuid-Sumatra, waar de 31 plantages en 7 extractiefabrieken zijn gevestigd. Het totale beplante gebied omvat 56 536 hectare mature aanplant en 14 490 hectare immature palmen.

Hectare
Plantages 31
Extractiefabrieken 7
immature palmen 14 490
mature palmen 56 536

Noord-Sumatra
1. Kerasaan
2. Eastern Sumatra
3. Citra Sawit Mandiri
4. Toton Usaha Mandiri
5. Umbul Mas Wisesa
6. Tolan Tiga
7. Bandar Sumatra

Zuid-Sumatra
1. Agro Rawas Ulu
2. Agro Muara Rupit
3. Dendymarker Indah Lestari
4. Agro Kati Lama

Bengkulu
1. Agro Muko
2. Mukomuko Agro Sejahtera

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Activiteiten en resultaten 2025

In haar Indonesische activiteiten legde SIPEF in 2025 sterk de nadruk op operationele efficiëntie, agronomische discipline en kostenbeheersing. Herbeplantingsprogramma's bleven centraal staan bij het vernieuwen van verouderde gewassen, het verbeteren van de leeftijdsprofielen van de plantages en het ondersteunen van de duurzaamheid van de opbrengsten op middellange tot lange termijn in alle regio's met activiteiten.

De operationele prestaties gedurende het jaar werden verder ondersteund door selectieve investeringen in de verwerkingscapaciteit van extractiefabrieken, energiesystemen en kwaliteitskritische infrastructuur op belangrijke locaties. Verbeteringen aan de olieklarings- en herstelprocessen, samen met de invoering van bijkomende controlemaatregelen tegen verontreinigingen in geselecteerde extractiefabrieken, verbeterden de processtabiliteit, de efficiëntie in de olie-extractie en de productconsistentie. Tegelijkertijd verhoogden upgrades van stoom- en energiesystemen de operationele betrouwbaarheid en verminderden ze de blootstelling aan ongeplande onderbrekingen, vooral tijdens piekperioden in de verwerking.

Samen versterkten deze gerichte verbeteringen het vermogen van de Groep om beschikbare oogstvolumes te verwerken, stabiele bedrijfsomstandigheden te handhaven en voortdurende verbeteringen in CPO-kwaliteit te ondersteunen, terwijl ze consistentere productieresultaten en een efficiënter gebruik van arbeid, energie en onderhoudsmiddelen mogelijk maakten.

Plantages

Noord-Sumatra bleef de meest mature en operationeel stabiele productiebasis van SIPEF in 2025. De plantages van de groepen Tolan Tiga Indonesia en Umbul Mas Wisesa bleven voordeel halen uit gevestigde plantageprofielen, ervaren operationele teams en een goed ontwikkelde infrastructuur, wat consistent sterke prestaties in het veld opleverde.

Met palmen met een gemiddelde leeftijd van dertien jaar leverde de regio stabiele oogsten en een betrouwbare productie gedurende het hele jaar. De totale FFB-productie van de plantages die eigendom zijn van de vennootschap steeg tot 483 449 ton, tegenover 462 508 ton in 2024, als gevolg van een gedisciplineerde oogstuitvoering en een betere gewasopbrengst. De weersomstandigheden tijdens het jaar waren over het algemeen gunstig, met een verdeling van de neerslag die een efficiënte oogst en veldwerkzaamheden mogelijk maakte.

INDONESIË, NOORD-SUMATRA

Matuur (in hectare) Immatuur (in hectare) Gem. leeftijd oliepalmen FFB geproduceerd 2025 (in ton) FFB geproduceerd 2024 (in ton) Rendement 2025 FFB/HA (in ton)
Tolan Tiga Indonesia 10 787 2 951 11,7 296 067 282 262 27,5
Umbul Mas Wisesa 8 787 1 097 14,7 187 383 180 246 21,3
Subtotaal eigen plantages 19 574 4 049 13,0 483 449 462 508 24,7
Lokale boeren 4 347 0 n.v.t. 14 282 8 888 n.v.t.
TOTAAL 23 921 4 049 - 497 732 471 397 -

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

In Bengkulu verhoogden de productieprestaties verder in 2025 naarmate de maturiteitsprofielen van de plantages zich verder ontwikkelden en de operationele uitvoering in de hele regio verbeterde. Landgoederen van de Agro Muko en Mukomuko Agro Sejahtera-groepen noteerden een hogere FFB-productie vergeleken met 2024, als gevolg van een combinatie van uitbreiding van het mature areaal en een betere gewasrealisatie. De totale FFB-productie van door de vennootschap beheerde plantages steeg tot 372 861 ton, tegenover 343 695 ton in 2024. De gemiddelde opbrengst bereikte 23,8 ton per hectare, wat wijst op solide agronomische prestaties voor plantages die zich voornamelijk in de middenfase van hun maturiteit bevinden.

INDONESIË, BENGKULU

Matuur (in hectare) Immatuur (in hectare) Gem. leeftijd oliepalmen FFB geproduceerd 2025 (in ton) FFB geproduceerd 2024 (in ton) Rendement 2025 FFB/HA (in ton)
Agro Muko 13 904 4 437 9,7 335 499 310 701 24,1
Mukomuko Agro Sejahtera 1 783 1 213 6,8 37 362 32 994 21,0
Subtotaal eigen plantages 15 687 5 650 9,3 372 861 343 696 23,8
Lokale boeren 1 023 55 n.v.t. 15 742 14 693 15,4
TOTAAL 16 710 5 705 - 388 602 358 388 23,3

INDONESIË, ZUID-SUMATRA

| | Matuur (in hectare) | Immatuur (in hectare) | Gem. leeftijd oliepalmen | FFB geproduceerd 2025 (in ton) | FFB geproduceerd 2024 (in ton) | Rendement 2025 FFB/HA (in ton) |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- || LEEFTIJD OLIEPALM | FFB GEPRODUCEERD 2025 (IN TON) | FFB GEPRODUCEERD 2024 (IN TON) | RENDEMENT 2025 FFB/HA (IN TON) |
| :--- | :--- | :--- | :--- |
| Agro Kati Lama | 4 486 | 886 | 7,8 |
| Agro Rawas Ulu | 76 449 | 65 962 | 17,0 |
| Agro Muara Rupit | 2 549 | 289 | 7,4 |
| Dendymarker Indah Lestari | 39 286 | 35 232 | 15,4 |
| Subtotaal eigen plantages | 6 937 | 3 360 | 4,6 |
| Lokale boeren | 88 362 | 69 793 | 12,7 |
| TOTAAL | 7 303 | 257 | 4,9 |
| | 131 819 | 92 794 | 18,1 |
| | 21 275 | 4 792 | 5,6 |
| | 335 915 | 263 781 | 15,8 |
| | 3 780 | 1 244 | n.v.t. |
| | 57 410 | 40 260 | 15,0 |
| | 25 091 | 6 000 | - |
| | 393 325 | 304 041 | 15,7 |

Zuid-Sumatra leverde in 2025 de sterkste productie-groei op jaarbasis binnen de Groep, wat de versnelde groei tot maturiteit weerspiegelt van plantages die naar plantagenormen nog relatief jong zijn. De plantages van de groepen Agro Kati Lama, Agro Rawas Ulu, Agro Muara Rupit en Dendymarker Indah Lestari tekenden een aanzienlijke toename van de FFB-volumes op in vergelijking met 2024, voornamelijk dankzij de uitbreiding van het mature areaal en een betere oogstdekking. De totale FFB-productie steeg van 304 041 ton in 2024 tot 393 325 ton in 2025. Landgoederen in beheer van de vennootschap droegen 335 915 ton bij. Hoewel de gemiddelde opbrengst van 15,8 ton per hectare onder die van matuurdere regio's bleef, was de prestatie consistent met het leeftijdsprofiel van de plantages. De productiestijging weerspiegelde een betere gewasrealisatie doordat een groter deel van de beplante oppervlakten in de loop van het jaar matuur werd.

Operationele uitvoering bleef een belangrijk aandachtspunt in de hele regio. Voortdurende verbeteringen in de oogstdiscipline, de evacuatie van de gewassen en de stabiliteit van de extractiefabrieken ondersteunden de effectieve benutting van de beschikbare oogstvolumes, ondanks de operationele complexiteit die gepaard gaat met jonge en zich ontwikkelende plantages. Deze maatregelen ondersteunden voorspelbaardere productiepatronen en verlaagden de verliezen naarmate de volumes toenamen.

Over het geheel genomen versterkten de prestaties van Zuid-Sumatra in 2025 zijn rol als belangrijkste groeimotor van de Groep op middellange en lange termijn. Nu de leeftijdsprofielen van de plantages steeds matuurder worden en de operationele systemen geleidelijk worden geoptimaliseerd, is de regio goed gepositioneerd om de komende jaren een aanhoudende volumegroei en gestaag verbeterende opbrengsten te realiseren.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Palmolie-extractiefabrieken

In 2025 tekenden de Indonesische extractieactiviteiten van SIPEF een sterke verbetering op van de verwerkingscapaciteit, de verwerkingsvolumes en de productrecuperatie, wat te danken was aan een grotere beschikbaarheid van gewassen, een verbeterde operationele stabiliteit en gerichte verbeteringen van de verwerkingscapaciteit in het hele netwerk van extractiefabrieken. De zeven extractiefabrieken draaiden het hele jaar door, met een gecombineerde geïnstalleerde capaciteit van 320 ton FFB per uur. De totale hoeveelheid verwerkte FFB in Indonesische extractiefabrieken steeg aanzienlijk ten opzichte van 2024, ondersteund door een hogere oogst uit Noord-Sumatra, Bengkulu en Zuid-Sumatra omdat een groter deel van de beplante arealen matuur werd. Dankzij een betere dekking van de oogst en een betrouwbaardere evacuatie van de gewassen konden de extractiefabrieken tijdens piekperiodes dichter bij de geïnstalleerde capaciteit draaien, wat bijdroeg aan een hogere totale gebruiksgraad.

INDONESIË, NOORD-SUMATRA

BUKIT MARADJA BUKIT MARADJA PERLABIAN PERLABIAN UMBUL MAS WISESA UMBUL MAS WISESA
2025 2024 2025 2024 2025 2024
Capaciteit (ton FFB/uur) 30 30 55 55 40 40
Werkelijke verwerkingscapaciteit 30,15 29,84 53,34 43,80 40,12 38,92
Verwerkte FFB (ton) 113 633 113 030 190 906 177 331 187 268 155 656
Geproduceerde ruwe palmolie (ton) 28 362 27 185 42 345 38 180 42 614 33 999
Olie-extractiepercentage (%) 24,96 24,05 22,18 21,53 22,76 21,84
Palmpitextractiepercentage (%) 5,07 5,17 5,80 5,80 4,62 4,37
Vrije vetzuren (%) (free fatty acids - FFA) 2,88 2,61 2,76 2,86 3,70 3,41

INDONESIË, BENGKULU

MUKOMUKO MUKOMUKO BUNGA TANJUNG BUNGA TANJUNG
2025 2024 2025 2024
Capaciteit (ton FFB/uur) 60 60 30 30
Werkelijke verwerkingscapaciteit 56,78 59,36 32,42 32,80
Verwerkte FFB (ton) 275 190 262 829 112 865 94 679
Geproduceerde ruwe palmolie (ton) 64 525 59 485 25 104 20 189
Olie-extractiepercentage (%) 23,45 22,63 22,24 21,32
Palmpitextractiepercentage (%) 4,44 4,28 5,28 5,21
Vrije vetzuren (%) (free fatty acids - FFA) 2,78 2,71 2,73 2,78

INDONESIË, ZUID-SUMATRA

DENDYMARKER INDAH LESTARI DENDYMARKER INDAH LESTARI AGRO MUARA RUPIT AGRO MUARA RUPIT
2025 2024 2025 2024
Capaciteit (ton FFB/uur) 60 60 45 45
Werkelijke verwerkingscapaciteit 60,08 58,95 45,26 45,66
Verwerkte FFB (ton) 245 383 226 880 147 942 77 161
Geproduceerde ruwe palmolie (ton) 57 752 50 844 36 510 18 162
Olie-extractiepercentage (%) 23,54 22,41 24,68 23,54
Palmpitextractiepercentage (%) 4,02 3,85 3,72 3,30
Vrije vetzuren (%) (free fatty acids - FFA) 3,44 3,24 3,52 3,51

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

In Noord-Sumatra registreerden de Bukit Maradja, Perlabian en Umbul Mas Wisesa-extractiefabrieken in 2025 een hogere verwerkingscapaciteit en hogere volumes verwerkte FFB. De verbeterde verwerkingscapaciteit in de drie extractiefabrieken weerspiegelde een consistentere gewasopname en stabiele extractieactiviteiten. Als gevolg daarvan steeg de verwerking van FFB op jaarbasis, wat gepaard ging met een overeenkomstige groei van de CPO-productie.

Het olie-extractiepercentage verbeterde in alle extractiefabrieken in Noord-Sumatra, ondersteund door een betere kwaliteit van het fruit, stabielere verwerkingsomstandigheden en toenemende verbeteringen in de efficiëntie van de olierecuperatie. De Bukit Maradja-extractiefabriek behaalde een OER van 25,0%, terwijl de Perlabian en Umbul Mas Wisesa-extractiefabrieken ook verbeteringen op jaarbasis lieten optekenen. De prestaties voor extractie uit de pitten bleven stabiel en de niveaus van vrije vetzuren (free fatty acids - FFA) bleven binnen aanvaardbare bedrijfsdrempels, ondanks periodes met meer regen. Over het algemeen bleven de extractiefabrieken in Noord-Sumatra een stabiele en betrouwbare verwerkingsbasis bieden.

In Bengkulu leverden de Mukomuko en Bunga Tanjung-extractiefabrieken hogere verwerkingsvolumes in 2025, dankzij de toegenomen FFB-aanvoer van plantages die halverwege hun groei tot maturiteit zijn. De verwerking van FFB steeg in beide extractiefabrieken, wat leidde tot een overeenkomstige stijging van de CPO-productie in vergelijking met 2024. De oliewinningspercentages verbeterden op jaarbasis als gevolg van een betere processtabiliteit en een verhoogde olieterugwinning. Ook de extractie uit pitten vertoonde een geleidelijke verbetering, terwijl de FFA-niveaus goed onder controle bleven. Deze resultaten werden ondersteund door voortdurende verbeteringen in procesdiscipline en de introductie van extra kwaliteitskritische infrastructuur, gericht op het versterken van de controle op verontreinigingen en productconsistentie. De extractieprestaties van Bengkulu in 2025 onderstrepen de groeiende bijdrage van de regio aan de volumes van de Groep naarmate de maturiteit van de plantages en de verwerkingscapaciteit blijven toenemen.

Zuid-Sumatra tekende in 2025 de meest uitgesproken groei in extractievolumes op, als gevolg van de snelle toename in de beschikbaarheid van gewassen naarmate jonge plantages hun productiefase bereikten. Bij Dendymarker Indah Lestari en Agro Muara Rupit steeg de verwerking van FFB aanzienlijk in vergelijking met 2024, waardoor de CPO-productie aanmerkelijk steeg. Beide extractiefabrieken noteerden opmerkelijke verbeteringen in OER, ondersteund door stabielere bedrijfsomstandigheden, verbeterde olieterugwinningsprocessen en een groter aandeel vruchten afkomstig van aanplant op weg naar maturiteit. Hoewel de FFA-niveaus licht stegen bij Dendymarker Indah Lestari, bleven ze binnen de operationele limieten en weerspiegelen ze de verwerking van grotere volumes tijdens piekperiodes. De sterke toename van de verwerkte volumes en de verbeterde recuperatieprestaties benadrukken de groeiende rol van Zuid-Sumatra binnen het extractienetwerk van de Groep en ondersteunen zijn positie als de belangrijkste groeimotor van de Groep op middellange tot lange termijn.

Kwaliteit, betrouwbaarheid en duurzaamheid

Over het hele Indonesische extractienetwerk werd in 2025 opnieuw vooruitgang geboekt bij het verbeteren van de procesbetrouwbaarheid, de productkwaliteit en de duurzaamheidsprestaties. Selectieve investeringen in olieklaring, verontreinigingscontrole en energiesystemen verbeterden de processtabiliteit en ondersteunden consistente recuperatieresultaten. Deze verbeteringen droegen bij aan een betere controle van belangrijke kwaliteitsparameters, waaronder de gehaltes MOSH, MOAH en chloride, waardoor de Groep beter in staat is om te voldoen aan de steeds strengere specificaties van klanten en regelgevende instanties.

Tegelijkertijd nam de Groep initiatieven om de uitstoot van bepaalde extractiefabrieken te verlagen door de ontwikkeling van projecten rond biogas en biogecomprimeerd aardgas (bio-compressed natural gas - CNG). In Noord-Sumatra werd de eerste bio-CNG-installatie voltooid in Tolan Tiga Indonesia, in samenwerking met de KIS Group. De installatie zal naar verwachting jaarlijks ongeveer 54 810 ton CO2-uitstoot verminderen en 109 620 MMBtu aan bio-CNG produceren, wat de energiezekerheid vergroot en de overgang ondersteunt van Indonesië naar een land dat niet langer fossiele brandstoffen importeert. Naast de voordelen voor het milieu zal het project naar verwachting lokale werkgelegenheid genereren en bijdragen aan de economische activiteit in de omliggende regio. Het project zal gedurende 15 jaar worden uitgebaat door KIS Group en daarna overgedragen aan SIPEF.Over het geheel genomen weerspiegelen de prestaties van de Indonesische extractiefabrieken van SIPEF in 2025 de doeltreffende integratie van operationele uitvoering, gerichte kapitaalinvesteringen en kwaliteitsdiscipline. Terwijl de oogstvolumes blijven toenemen en verdere verbeteringen in gebruik worden genomen, is het extractieplatform goed gepositioneerd om aanhoudende productiegroei, verbeterde recuperatieprestaties en waardecreatie op lange termijn te ondersteunen.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

OPERATIES IN PAPOEA-NIEUW-GUINEA

In Papoea-Nieuw-Guinea worden de commerciële activiteiten van SIPEF beheerd door haar dochteronderneming, Hargy Oil Palms, die zes palmolieplantages beheert, evenals 3 640 gecertificeerde lokale boeren, waarbij elke plantage en de omliggende lokale boeren een specifieke bevoorradingsbasis vormen voor de drie extractiefabrieken van Hargy Oil Palms. Het totale beplante gebied omvat 12 228 hectare mature aanplant en 1 321 hectare immature palmen.

3 640 Lokale boeren
6 Estates
3 Extractiefabrieken
1 321 Immature palmen Hectare
12 228 Mature palmen Hectare
Plantages Extractiefabrieken
West New Britain 1 Hargy Oil Palms

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Activiteiten en resultaten 2025

In 2025 bleven de activiteiten van SIPEF bij Hargy Oil Palms zich stabiliseren na de rehabilitatie van de door de uitbarsting getroffen plantages, terwijl de bedrijfsomstandigheden over het algemeen gunstig waren. De productietrends verbeterden geleidelijk in de loop van het jaar, ondersteund door een gedisciplineerde uitvoering op het veld en de gestage bijdrage van niet-aangetaste plantages en lokale boeren.

De voltooiing van belangrijke uitbreidingswerken aan de palmolie-extractiefabriek, gecombineerd met voortdurende verbeteringen in procescontrole en kwaliteitsbeheer, versterkten de operationele betrouwbaarheid en ondersteunden de verbeterde prestaties voor olierecuperatie. Nu een aantal belangrijke kapitaalupgrades zijn afgerond, draait het platform in Papoea-Nieuw-Guinea op een stabielere en energiezuinigere basis. Door herbeplanting op de plantages van de vennootschap werden de leeftijdsprofielen van de plantages verder geoptimaliseerd, wat de opbrengst op de lange termijn stabieler maakt. De herbeplanting door lokale boeren blijft een punt waaraan voortdurend aandacht moet worden besteed, met gerichte initiatieven die bijdragen aan een gestage, stapsgewijze vooruitgang.

Over het geheel genomen was 2025 een jaar van operationele normalisatie en structurele versterking in Papoea-Nieuw-Guinea, waardoor Hargy Oil Palms zich positioneert voor betere productieprestaties naarmate de leeftijdsprofielen van de plantages matuur worden en de inspanningen voor herstel volledig worden uitgevoerd.

Plantages

Hoewel de opbrengsten van de Atata, Kiba en Ibana-plantages, die door de uitbarsting werden getroffen, nog niet zijn teruggekeerd naar hun volledige productieniveau, voldeden de algemene prestaties van deze plantages in 2025 aan de verwachtingen of overtroffen ze die zelfs, wat de doeltreffendheid van de inspanningen voor herstel en de gunstige bedrijfsomstandigheden weerspiegelt. De palmen die zwaar gesnoeid moesten worden tijdens de rehabilitatie in 2024 bleven resteffecten vertonen tot eind 2025. In bepaalde blokken werd zelfs een mannelijke bloeifase waargenomen. De omvang en duur van deze gevolgen waren echter minder uitgesproken dan verwacht en de productie herstelde zich geleidelijk in de loop van het jaar. Belangrijk is dat de productie in de niet-getroffen gebieden consistent bleef, wat bijdraagt aan de algemene operationele stabiliteit.

De weersomstandigheden in 2025 waren over het algemeen gunstig voor de activiteiten, zowel op het veld als in de extractiefabriek. Het natte seizoen van januari tot maart was ongewoon mild, met neerslag die ver onder de langjarige gemiddelden lag, gevolgd door relatief constante maandelijkse neerslag op de meeste locaties voor de rest van het jaar. De belangrijkste uitzondering was Bakada Estate, waar tijdens twee (niet opeenvolgende) maanden minder dan 100 mm neerslag viel. Op alle locaties nam de neerslag in november aanzienlijk toe, waarbij de totale jaarlijkse neerslag eindigde op ongeveer 80% van het langetermijngemiddelde.

De herbeplantingsactiviteiten op de plantages van de Groep werden in de loop van het jaar met succes afgerond: 719 hectare werd herbeplant, wat neerkomt op 5,3% van de totale beplante oppervlakte. Daardoor bleef de gemiddelde leeftijd van de palmbomen van de Groep stabiel op 10,2 jaar, net als in 2024. Deze voortdurende vernieuwing van de landgoederen ondersteunt de stabiliteit van de opbrengst op lange termijn en de veerkracht van de productie.

Het tempo van herbeplanting door lokale boeren blijft een belangrijke uitdaging. In 2025 werd 418 hectare herbeplanting door lokale boeren voltooid, een bescheiden verbetering ten opzichte van 2024, maar nog steeds onder het niveau dat noodzakelijk is om de gemiddelde leeftijd van de beplanting door lokale boeren te verlagen, die ongeveer 17,2 jaar blijft. In de loop van het jaar werd er meer nadruk gelegd op het aanpakken van belemmeringen voor herbeplanting, waaronder regelgevings- en pachtgerelateerde kwesties. Hargy Oil Palms bood rechtstreeks ondersteuning aan telers bij het oplossen van problemen met landeigendomsrechten, met name wanneer certificaten verloren waren gegaan of moesten worden overgedragen na een overlijden. Die aanpak heeft positieve resultaten opgeleverd en zal in 2026 verder worden uitgebreid.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

PAPOEA-NIEUW-GUINEA, WEST NEW BRITAIN

MATUUR (IN HECTARE) IMMATUUR (IN HECTARE) GEMIDDELDE LEEFTIJD FFB GEPRODUCEERD 2025 (IN TON) FFB GEPRODUCEERD 2024 (IN TON) RENDEMENT 2025 FFB/HA (IN TON)
Hargy 2 272 253 6,6 78 372 69 978 34,5
Barema 1 888 0 17,8 59 078 55 169 31,3
Atata 1 868 0 8,9 45 370 31 013 24,3
Kiba 1 920 0 8,0 48 875 26 448 25,5
Ibana 1 696 1 069 6,3 31 670 28 760 18,7
Bakada 2 584 0 12,5 88 155 73 416 34,1
Subtotaal eigen plantages 12 228 1 321 10,2 351 521 284 785 28,7
Lokale boeren 13 708 1 094 17,2 233 366 201 965 17,0
TOTAAL 25 936 2 416 - 584 887 486 750 22,6

Palmolie-extractiefabrieken

De extractieactiviteiten in Papoea-Nieuw-Guinea leverden in 2025 betere resultaten op, voortbouwend op de operationele en kapitaalverbeteringen die tijdens voorgaande jaren werden doorgevoerd. Op alle sites stegen de prestaties in de loop van het jaar, ondersteund door een verbeterde operationele discipline, een hogere kwaliteit van de FFB en over het algemeen gunstige weersomstandigheden.

In de Navo-extractiefabriek werd met de voltooiing van het laatste grote project van het uitbreidingsprogramma een belangrijke mijlpaal bereikt. De uitbreiding van het FFB-laadperron werd voltooid in mei 2025 en biedt een aanzienlijk grotere laad- en loscapaciteit. Deze extra ruimte zal de verwerkingscapaciteit van de extractiefabriek verhogen naarmate de FFB-volumes van de omliggende naar maturiteit evoluerende plantages toenemen, en tegelijkertijd worden de transporttijden korter. Die verbeteringen dragen rechtstreeks bij tot een betere beheersing van de FFA-niveaus en een permanente naleving van de kwaliteitsdoelen op het gebied van MOSH/MOAH.

Nu alle belangrijke upgrades zijn voltooid, werkt de Navo-extractiefabriek als een volledig geïntegreerde energie-efficiënte faciliteit. Tijdens de verwerkingsuren kan de extractiefabriek elektriciteit leveren aan de extractieactiviteiten, de administratiekantoren en de woongebouwen van vier werknemers, zonder dat er ondersteuning van een dieselgenerator nodig is. Dat leidt tot een aanzienlijke verbetering van de energie-efficiëntie, betrouwbaarheid en bedrijfskosten.

In 2025 gingen de extractiepercentages voor olie er in alle extractiefabrieken op vooruit, dankzij een combinatie van operationele efficiëntie, verbeterde kwaliteit van de gewassen en stabiele verwerkingsomstandigheden. De prestaties van de extractiefabrieken Barema en Hargy bleven het hele jaar lang consistent, nadat eerdere operationele problemen waren opgelost, en alle extractiefabrieken werkten binnen de verwachte ontwerpparameters.

De productkwaliteit bleef het hele jaar door een belangrijk aandachtspunt. De controlemaatregelen voor het beheer van minerale olie-koolwaterstoffen (MOSH/MOAH) bleven effectief en verzekerden de naleving van de vereiste normen. Het aanhoudende herstel van de door de uitbarsting getroffen gebieden, in combinatie met de voortdurende overgang van immature aanplantingen naar maturiteit, ondersteunt de positieve productievooruitzichten voor 2026. Met een jonger leeftijdsprofiel op alle plantages van de Groep en een verbeterde betrokkenheid van lokale boeren is Hargy Oil Palms goed gepositioneerd voor duurzame productiegroei.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

PAPOEA-NIEUW-GUINEA, WEST NEW BRITAIN

HARGY NAVO BAREMA TOTAAL
2025 2024 2025 2024 2025 2024 2025 2024
Capaciteit (ton FFB/u) 45 45 60 60 45 45 150 150
Werkelijke verwerkingscapaciteit 44,1 44,9 58,3 54,9 41,5 43,8 143,9 143,6
Verwerkte FFB (ton) 77 848 71 881 208 240 139 056 65 433 73 848 351 521 284 785
Verwerkte FFB lokale boeren (ton) 90 072 80 508 40 778 33 138 102 517 88 320 233 366 201 965
Geproduceerde ruwe palmolie (ton) 39 832 34 041 63 666 41 346 41 157 38 975 144 655 114 362
Olie-extractiepercentage (%) 23,72 22,32 25,57 24,00 24,51 24,03 24,73 23,49
Vrije vetzuren (%) (free fatty acids - FFA) 3,31 3,20 3,40 3,53 3,67 3,53 3,45 3,44
Geproduceerde palmpitten (ton) 7 639 7 147 11 997 8 777 8 463 8 219 28 099 24 143
Geproduceerde ruwe palmpitolie (ton) 3 103 2 809 n.v.t. n.v.t. 8 080 6 669 11 183 9 478
Palmpitextractiepercentage (%) 4,55 4,69 4,82 5,09 5,04 5,07 4,80 4,96
Extractiepercentage palmpitolie (%) 1,85 1,84 n.v.t. n.v.t. 1,94 2,09 1,91 1,95

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

2. BANANENACTIVITEITEN

De bananenactiviteiten van SIPEF worden beheerd door haar dochteronderneming Plantations J. Eglin, gevestigd in Côte d'Ivoire, het belangrijkste bananenexporterende land van Afrika naar Europa, voor Kameroen en Ghana.

2025 was een sterk jaar voor de bananenproductie van SIPEF. Ondanks periodes van hevige regenval en stormen, die de veldwerkzaamheden tijdelijk verstoorden en het gemiddelde gewicht van de trossen verminderden, bereikte de bananenproductie 52 159 ton, een stijging van 2,2% ten opzichte van het voorgaande jaar. De jaarlijkse groei werd aangedreven door de bijdrage van recent uitgebreide gebieden, aangezien de productie geleidelijk overging naar meer genormaliseerde cycli na de voltooiing van het uitbreidingsprogramma. De productie in Motobé daalde met 10,1% als resultaat van de voortdurende agronomische optimalisatie, en die van Lumen met 9,3%, omdat de opbrengsten stabiliseerden naarmate de plantages de maturiteit bereikten. Die dalingen werden meer dan gecompenseerd door de sterke groei in Akoudié en Azaguie, waar de productie steeg met respectievelijk 48,7% en 13,3%.

De kwaliteitsniveaus bleven bevredigend in 2025, ondanks moeilijke weersomstandigheden. Hoewel het jaar eerder werd gekenmerkt door zware regenval en stormen dan door extreme hitte, bleef de bredere bananenmarkt competitief. Dankzij de voortzetting in 2025 van jaarcontracten met vaste prijzen met gerenommeerde klanten uit Europa en het Verenigd Koninkrijk (VK) was de Groep niet onderhevig aan de volatiliteit van de internationale bananenmarkten. Plantations J. Eglin kon dus het hele jaar door een stabiele bijdrage leveren aan de brutowinst.

MARKTEN

In 2025 werd de wereldwijde bananenmarkt geconfronteerd met een combinatie van opportuniteiten en uitdagingen die van invloed waren op de productie, handel en prijzen. Na een bescheiden inkrimping tijdens voorgaande jaren, stabiliseerde de wereldhandel in bananen zich met een volumestijging van ongeveer 2% dankzij de over het algemeen gunstige groeiomstandigheden in verschillende belangrijke producerende landen.

Bij het begin van het jaar was de markt volatiel. De prijzen stegen en piekten tijdens het eerste kwartaal als gevolg van seizoensgebonden aanbodbeperkingen, weersgerelateerde verstoringen die de oogsttijd beïnvloedden en logistieke uitdagingen zoals havencongestie en vertragingen bij het verschepen naar Europa. De hoge vraag uit Europa versterkte deze tijdelijke druk op de toelevering.

Naarmate het jaar vorderde, normaliseerden de productieomstandigheden en de logistiek geleidelijk, waardoor vraag en aanbod weer in evenwicht kwamen. Bijgevolg zakten en stabiliseerden de prijzen zich tijdens de tweede helft van het jaar, om uiteindelijk tot stabiliteit te komen op niveaus die in grote lijnen overeenkwamen met die van 2024.

De Europese bananenconsumptie bleef robuust. De markt groeide met 3,2% in het vierde kwartaal van 2025, waardoor het totale jaarlijkse verbruik een historisch record bereikte van 853 000 ton, een stijging van 2,8% ten opzichte van 2024. Alle oorsprongscategorieën, inclusief de Franse binnenlandse productie, bananen uit Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (Africa, Caribbean, and Pacific - ACP) en herkomstlanden uit de dollarzone, droegen bij tot deze groei.

In de Verenigde Staten bleef het verbruik stijgen tot naar schatting 4 200 000 ton in 2025. De retailvraag bleef solide, Ecuador verstevigde zijn positie als de op één na grootste leverancier en het biologische segment vergrootte zijn marktaandeel verder.

In 2025 steeg de productie van bananen met 2,2% tegenover 2024.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

SIPEF noteerde een sterke omzetgroei in Europa en het VK, met een totaal van 46 496 ton (+1,2% in vergelijking met 2024). Het VK bleef de belangrijkste bestemming (60%), gevolgd door het Europese vasteland (20%), met Frankrijk als belangrijkste markt. Deze prestaties weerspiegelen een hoge productkwaliteit, een betrouwbare toeleveringsketen en de strikte naleving van certificerings- en duurzaamheidsnormen. De volledige bananenproductie is gecertificeerd volgens de standaarden van Fairtrade en Rainforest Alliance. Fairtrade verzekert een gegarandeerde minimumprijs en genereert een sociale premie voor werknemersorganisaties, terwijl RA-volumes extra duurzaamheidsgerelateerde betalingen aantrekken. Hoewel de inflatiedruk in Europa de koopkracht van consumenten aantastte en de groei van gecertificeerde verkopen beperkte, bleef het VK duurzame inkoopmodellen sterk ondersteunen. In het algemeen kan SIPEF bogen op een uitgebreide certificeringsportefeuille die is afgestemd op de verwachtingen van de klant en de veranderende wettelijke vereisten, wat haar positie als verantwoordelijke en betrouwbare leverancier versterkt.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

ACTIVITEITEN IN CÔTE D’IVOIRE

Locatie Plantage
1 Plantations J. Eglin - Azaguié 1 & 2
2 Plantations J. Eglin - Agboville
3 Plantations J. Eglin - Motobé
4 Plantations J. Eglin - Lumen 1 & 2
5 Plantations J. Eglin - Akoudié

Plantages: 5
Verpakkingsstations: (Niet gespecificeerd)

De bananenplantages van Plantations J. Eglin bevinden zich op vijf locaties in de zuidelijke Lagunes-regio van Côte d'Ivoire. Samen beslaan de plantages 1 238 hectare. Alle plantages liggen tussen de 45 en 100 km van de haven van Abidjan, van waaruit de bananen van SIPEF in koelcontainers worden geëxporteerd naar Europa en het VK en naar de regionale markten van Senegal en Mauritanië. Andere regionale markten worden bevoorraad via landtransport.

De vijf plantages zijn genummerd volgens historische aankoopvolgorde. Het bedrijf dat in 1985 door SIPEF werd overgenomen, omvatte enkel de plantage van Azaguié (1). In 1989 werd de Agboville-locatie (2) aangekocht, gevolgd door de Motobé-locatie (3) in 2009. In 2021 werden de plantages van Lumen (4) en Akoudié (5) aangekocht om de huidige productiegebieden te vervolledigen. Alle plantages werden decennialang gebruikt om diverse gewassen te telen (bananen, ananas, bloemen, cacao of koffie) voordat ze door SIPEF werden aangekocht. Plantations J. Eglin werd opgericht in 1959 en is een van de drie belangrijkste spelers in de exportsector van Cavendish-bananen in Côte d’Ivoire.

1 238 Hectare
5 Plantages

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Activiteiten en resultaten 2025

In 2025 steeg de bananenproductie tot 52 159 ton, een stijging van 2,2% ten opzichte van 2024, dankzij een sterke groei op de onlangs uitgebreide plantage van Akoudié en de historische site van Azaguié. Ondanks agronomische uitdagingen op de historische plantages van Agboville en Motobé nam de bananenproductie in zijn geheel toe, samen met een stijging in het rendement van 40,6 naar 42,1 ton per hectare.

De nieuw ontwikkelde zone op de Akoudié-plantage bleef de verwachtingen overtreffen met een productiestijging van 48,7%. De productie op de Agboville-plantage kende een lichte daling in vergelijking met vorig jaar, deels door extreme weersomstandigheden. In de loop van het jaar daalde de productie bij Motobé met 10,1%, het resultaat van voortdurende agronomische optimalisatie, terwijl de productie bij Lumen daalde met 9,3% omdat de opbrengsten stabiliseerden naarmate de plantages de maturiteit bereikten. Er werd 46 496 ton uitgevoerd naar de Europese Unie (EU) en het VK, en 5 663 ton naar de regionale markten van Senegal en Mauritanië.

Ook de kwaliteit was hoog en stabiliseerde zich de afgelopen drie jaar, met lage schadepercentages. Dit weerspiegelt SIPEF's voortdurende investering in innovatie, operationele uitmuntendheid en productie-efficiëntie.

De productie werd echter beïnvloed door klimaatgebeurtenissen in 2025 die de veldactiviteiten tijdelijk verstoorden en het gemiddelde gewicht van de trossen verminderden, vooral in de matuurdere plantages. Eind maart werd de volledige plantage van Agboville getroffen door een aanzienlijke en onverwachte hagelbui, die rechtstreeks resulteerde in een verlies van 1 000 ton. In Motobé had de Comoe-rivier, de belangrijkste irrigatiebron, te kampen met een verhoogd zoutgehalte als gevolg van een laag stroomopwaarts debiet door onvoldoende neerslag. Daardoor moest Plantations J. Eglin 80 hectare vroegtijdig braakleggen, waardoor er extra tijd vrijkwam om een meerjarige oplossing te vinden en bodemverontreiniging door het zout te voorkomen. Er was ook een gebrek aan neerslag in 2025, waardoor de behoefte aan irrigatie toenam. De waterreserves in de meren van Azaguié droogden op en werden niet aangevuld door de geringe regenval tijdens het regenseizoen. Over het algemeen had een zeer heet droog seizoen een impact op de productie in heel Côte d’Ivoire en daarbuiten.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

Plantages

Eind 2025 waren alle plantages van SIPEF volledig beplant, inclusief de voltooiing van Akoudié, dat in 2021 werd aangekocht. Deze site bereikte uiteindelijk een oppervlakte van 224 hectare, iets minder dan de oorspronkelijk beoogde 250 hectare. Lumen en Akoudié, de laatste twee aankopen en goed voor 517 hectare, zijn volledig beplant en er is geen braaklegging gepland vóór 2028.

Op het gebied van kwaliteit kan 2025 als een zeer goed jaar worden beschouwd, in vergelijking met voorgaande jaren. De schadepercentages waren laag, wat resulteerde in een betere recuperatie van verwerkte trossen, wat op zijn beurt leidde tot minder sorteerverschillen. Noch het zware regenseizoen, noch het korte regenseizoen was uitzonderlijk nat.De jaarlijkse neerslag in 2025 lag iets lager dan in 2024, wat het algemene tekort aan reserves versterkt en de opbrengst beïnvloedt. Op alle locaties vertoonden de trossen een afname in gewicht per stuk. In 2025 richtte SIPEF zich op het verbeteren van de handel met Senegal en Mauritanië. Hoewel dit een kleiner businesssegment is in vergelijking met de Europese en Britse export, blijft het erg belangrijk omdat het een markt biedt voor bananen die mogelijk niet voldoen aan de strikte specificaties van Europa en het VK. De kortere transporttijd betekent ook dat er rijper fruit kan worden geleverd. Tegen het einde van het jaar bleef de Senegalese markt echter vier maanden op slot, omdat de autoriteiten wilden aantonen dat ze zelf in hun voedselbehoeften konden voorzien. SIPEF zal de groeiende productie van het land in de toekomst nauwlettend volgen, omdat het een uitdaging kan zijn om in een discontinue markt te opereren.

Er worden uitgebreide analyses uitgevoerd op Motobé en Azaguié en er wordt een strategie voor technische en agronomische verbeteringen geïmplementeerd. Gebieden met een bijzonder laag rendement, evenals het gebied van 25 hectare dat onder water heeft gestaan, worden geëlimineerd en krijgen een langere braakliggingsperiode, tot eind 2026. SIPEF blijft de bodems verrijken met extra organisch materiaal, herziet het drainagenetwerk en zal zich richten op agro-ecologische praktijken om onkruid en ongedierte te voorkomen. Die activiteiten zullen naar verwachting vanaf 2027 sterkere resultaten opleveren binnen deze gebieden.

Naast de klimaatgerelateerde factoren blijft de zwarte Sigatokaziekte het grootste risico voor de bananenproductie. SIPEF controleert deze ziekte door middel van geïntegreerde plaagbestrijdingspraktijken en, indien nodig, het gebruik van sproeien met drones, wat verstoringen beperkt en een nauwkeurigere aflijning van de behandelde gebieden toelaat. Een ander risico is de Panamaziekte, ook bekend als Tropical Race 4 (TR4); indien die zich voordoet, kan dat de bananenplantages decimeren. De hele industrie voert echter preventieve maatregelen in tegen deze ziekte. Breder genomen werken telers samen met nationale onderzoeksinstellingen om nieuwe oplossingen te vinden voor de bestrijding van bananenplagen, waaronder insecten, onkruid en schimmels.

Plantages Beplante oppervlakte 2025 (in hectare) Beplante oppervlakte 2024 (in hectare) Geëxporteerde productie 2025 (in ton) Geëxporteerde productie 2024 (in ton) Rendement 2025 (ton/hectare) Rendement 2024 (ton/hectare)
Azaguié 341 314 11 245 9 921 33,0 31,8
Agboville 236 231 7 940 8 939 33,6 38,7
Motobé 144 204 5 541 6 165 38,5 30,2
Lumen 292 292 17 585 19 389 60,2 66,4
Akoudié 225 216 9 849 6 624 43,8 30,7
TOTAAL 1 238 1 257 52 160 51 038 42,1 40,6

Verpakkingsstations

Côte d'Ivoire telt zeven verpakkingsstations en in 2025 bedroeg de totale hoeveelheid verwerkte gewassen in deze stations 52 159 ton. De verpakkingsstations maken bananen klaar voor transport volgens de specifieke eisen van Europese en Britse klanten, met behulp van verschillende verpakkingsmethoden. Dit omvat verschillende materialen zoals biologisch afbreekbare tapes, recyclebare zakken en bulkverpakkingen om het gebruik van plastic te beperken. Prijslabels en andere noodzakelijke aanpassingen worden volgens de vereisten aangebracht, zodat zowel de naleving als de duurzaamheid van het verpakkingsproces worden gewaarborgd. De zeven verpakkingsstations van de Groep zijn volledig uitgerust om maximaal 60 000 ton per jaar te verwerken. Alle noodzakelijke investeringen werden gedaan om de efficiëntie te verbeteren en de activiteiten te stroomlijnen. Met productievolumes die blijven groeien, zijn de verpakkingsstations helemaal klaar om aan de toekomstige vraag te voldoen.

Verpakkingsstations Capaciteit (ton/dag) EU 2025 EU 2024 Regionaal 2025 Regionaal 2024 Lokaal 2025 Lokaal 2024 Totaal 2025 Totaal 2024
Azaguié 60 9 967 8 845 1 279 1 077 799 1 276 12 045 11 198
Agboville 40 7 316 8 032 624 906 869 1 010 8 809 9 948
Motobé 40 4 935 5 403 606 762 662 992 6 203 7 157
Lumen 60 15 378 17 600 2 207 1 788 1 789 1 560 19 374 20 949
Akoudié 40 8 901 6 062 947 562 820 751 10 668 7 375
TOTAAL 240 46 496 45 943 5 663 5 095 4 938 5 589 57 097 56 627

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Bedrijfsverslag

Waardecreatie bij SIPEF

Het model voor waardecreatie van SIPEF hieronder illustreert de belangrijkste inputs waarmee SIPEF haar Balanced Growth Strategy kan implementeren en de resultaten van haar waardevoorstel kan realiseren om klanten in nichemarkten te bedienen die vragen om hoogwaardige, met laag contaminant gehalte, duurzaam gecertificeerde en volledig traceerbare producten.

Inputs:
* Goed zakelijk gedrag
* Duurzame financiering
* Landbouwgronden van topklasse
* Stabiliteit qua personeelsbestand en leveranciers
* Focus op onderzoek en ontwikkeling
* Sterke klantrelaties

Waardepropositie:
* Respect voor werknemers en gemeenschappen
* Hoogwaardige, premium palmproducten met laag contaminant gehalte en bananen, die duurzaamheidsgecertificeerd en volledig traceerbaar zijn.
* De weg vrijmaken om hoogwaardige markten te betreden

Strategie & Implementatie:
* Operationele uitmuntendheid
* Verantwoord beheer van de toeleveringsketen
* Milieubeheer
* Productie-efficiëntie
* Innovatie en vroegtijdige toepassing

Strategie & Implementatieresultaten

  • Duurzame financiële groei en gedeelde winst: USD 125,4 miljoen nettowinst (aandeel van de Groep), of USD 12,05 gewone winst per aandeel.
  • Producten 100% gecertificeerd voor duurzaamheid: Als belangrijke marktspeler in gecertificeerde ruwe palmolie en bananen legt SIPEF de lat hoger om een pionier te worden op het vlak van certificering en traceerbaarheid.
  • Toegang voor lokale boeren tot wereldmarkten: SIPEF levert grondstoffen, Beste Managementpraktijken en certificeringsondersteuning om toegang tot wereldwijde hoogwaardige markten mogelijk te maken voor lokale boeren die leverancier zijn in haar toeleveringsketen in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.
  • Welzijn van de gemeenschap: SIPEF ondersteunt werknemers, hun gezinsleden en lokale gemeenschappen via infrastructuurontwikkeling en toegang tot gezondheidszorg en onderwijs in gebieden waar ze actief is.
  • De weg vrijmaken om hoogwaardige markten te betreden: SIPEF is klaar om opkomende hoogwaardige, premium nichemarkten te veroveren en haar unieke aanbod waar te maken.

De waardepropositie van SIPEF wordt gerealiseerd door de uitvoering van haar Balanced Growth Strategy, en het behalen van de belangrijkste doelen en gerelateerde doelstellingen onder die strategie. De 8 daarmee samenhangende aandachtsgebieden van de Balanced Growth Strategy zijn:
* productie-efficiëntie
* operationele uitmuntendheid
* hoogwaardige, traceerbare, gecertificeerde producten
* innovatie en vroegtijdige toepassing
* milieubeheer
* respect voor werknemers en gemeenschappen
* verantwoord beheer van de toeleveringsketen
* goed zakelijk gedrag

Input-resultaten:
* Duurzame financiering: Beperkte financiële risico's door gecontroleerde schulden, waardoor SIPEF wordt beschermd tegen de gevolgen van marktvolatiliteit en externe factoren zoals natuurrampen.
* Landbouwgronden van topklasse: Gronden in eigendom/erfpacht in geschikte geografische gebieden met voortreffelijke omstandigheden voor de langetermijnteelt van tropische en landbouwproducten.
* Stabiliteit qua personeelsbestand en leveranciers: Stabiele retentiepercentages van werknemers en lokale leveranciers door altijd te voldoen aan de certificeringseisen van de roundtable on sustainable palm oil (RSPO), Rainforest Alliance en Fairtrade met betrekking tot arbeidsrechten en eerlijke lonen.
* Focus op onderzoek en ontwikkeling: Investeringen in onderzoek en ontwikkeling via SIPEF's joint venture Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS) om uit te blinken in de productie van veerkrachtige oliepalmen met een hoog rendement en het testen en opschalen van klimaatadaptatiemaatregelen met een focus op waterefficiëntie en bodemgezondheid.
* Sterke klantrelaties: Belangrijke klanten die langdurige relaties en consistente contracten hebben met SIPEF voor de levering van duurzame palmproducten en bananen.

SIPEF’S PALMOLIEWAARDEKETEN

Als speler aan het begin van de keten richten de kernactiviteiten van SIPEF zich op de teelt van oliepalmen, en op de oogst en de verwerking van verse vruchtentrossen (fresh fruit bunches) tot ruwe palmolie (crude palm oil), palmpitten (palm kernels) en ruwe palmpitolie (crude palm kernel oil). De palmoliewaardeketen van SIPEF wordt hieronder weergegeven, met een verklarende tekst over de belangrijkste stroomopwaartse kenmerken en inputs, de activiteiten van SIPEF zelf en die van haar leveranciers, en de belangrijkste stroomafwaartse elementen.

  1. Grondstoffen en productiemiddelen zoals zaden, planten en meststoffen worden geleverd door derden en door SIPEF's joint venture Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS). SIPEF importeert en koopt lokaal productiemiddelen, zoals machines, uitrusting en gereedschap, en koopt logistieke en infrastructuurdiensten aan voor de oogst, het transport en de verwerking. Ze voorziet de lokale boeren die haar leveranciers zijn ook van de benodigde grondstoffen en productiemiddelen. Andere belangrijke inputs zijn het leasen van land op lange termijn, het veiligstellen van nieuw land voor ontwikkeling en het afsluiten van contracten met lokale boeren als leveranciers.
  2. Meer dan 20 000 werknemers werken in de plantages en palmolie-extractiefabrieken van SIPEF in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.Ze zijn verantwoordelijk voor het verbouwen, oogsten, transporteren en verwerken van CPO, PK en CPKO. 3 SIPEF koopt ook FFB van ongeveer 5 577 lokale boeren die leverancier zijn en van wie de productiegebieden zich in de nabijheid van de plantages van de Groep bevinden. 4 In overeenstemming met de vereisten van de RSPO certificering biedt SIPEF werknemers en hun gezin, vaak uit nabijgelegen gemeenschappen, sociale, economische, educatieve, gezondheids-, huisvestings- en schone energieondersteuning. 5 Oliepalmen worden gekweekt op de eigen plantages van SIPEF. Het ontkiemen van palmoliezaden gebeurt in een gecontroleerde omgeving en vervolgens worden ze overgezet naar polybags. In de kwekerij worden ze verzorgd tot ze groot genoeg zijn om in het veld geplant te worden, meestal na ongeveer een jaar. Een oliepalm produceert zijn eerste FFB meestal na ongeveer drie jaar. Hierna wordt hij als matuur en oogstklaar beschouwd. 6 De FFB worden geoogst en getransporteerd naar de palmolie- extractiefabrieken en pletterijen van SIPEF. 7 In de palmolie-extractiefabrieken worden de FFB gestript en gescheiden. De palmvruchten worden verwerkt tot pulp en geperst om CPO te extraheren. Palmpitten worden geplet om CPKO te extraheren.

SIPEF PLANTAGES ORGANISCHE MESTSTOFFEN INPUTS PLANTAGES VAN LOKALE BOEREN AFVALSTOFFEN FABRIEKEN VERSE VRUCHTEN TROSSEN SIPEF WERKNEMERS 1 3 5 2 6 9 Activiteiten van derden SIPEF activiteiten Bestemmingen SIPEF-producten The connection to the world of sustainable tropical agriculture

8 Afval en bijproducten van de palmolie-extractiefabrieken worden gebruikt om schone energie op te wekken voor alle palmolie- extractiefabrieken van SIPEF en de omliggende gemeenschappen. Op sommige plantages worden mesocarpvezels van palmnoten verbrand in ketels die verbonden zijn met stoomturbines die hernieuwbare energie opwekken. Op andere plantages wordt methaan afgevangen uit afvalwater van palmolie-extractiefabrieken (palm oil mill euent - POME) en gebruikt als brandstof voor een biogasgenerator om hernieuwbare elektriciteit te produceren. 9 Organisch afval en biomassa, zoals lege vruchtentrossen (empty fruit bunches - EFB) en behandeld POME, worden als organische meststof over de velden gestrooid. 10 Sommige CPO wordt gewassen om onzuiverheden te verwijderen en de kwaliteit te verbeteren om zo een hoogwaardig product van voedselkwaliteit te produceren voor ranaderijen van klanten. Andere CPO wordt in ruwe vorm gelaten. 11 Als de CPO klaar is, wordt ze met tankwagens naar nabijgelegen havens vervoerd. In Indonesië verzamelen lokale pletters palmpitten (palm kernels - PK) bij palmolie-extractiefabrieken van SIPEF. 12 In Indonesië: CPO die in de zeven palmolie-extractiefabrieken van SIPEF wordt gewonnen, wordt opgehaald en door externe partners naar tankerterminals vervoerd voor export naar Europa. De resterende CPO wordt per vrachtwagen over land vervoerd om door lokale ranaderijen te worden verwerkt. 13 In Papoea-Nieuw-Guinea: SIPEF beheert de volledige opslag- en transportketen van CPO en CPKO die wordt verwerkt in haar drie palmolie-extractiefabrieken. Honderd procent hiervan gaat in tankers voor export naar Europa. 14 SIPEF's belangrijkste klanten zijn ranaderijen in Europa en lokale pittenpletterijen. Ze verkopen de olie van SIPEF aan een netwerk van hoogwaardige voedings-, chemische en cosmetische niche- industrieën die kwaliteitsvolle CPO en CPKO nodig hebben om producten te maken voor Europese en Amerikaanse detailhandelaars.

HERNIEUWBARE ENERGIE SIPEF PALMOLIE EXTRACTIEFABRIEKEN PALMPITPLETTERIJEN INBEGREPEN GEMEENSCHAPPEN KLANTEN RAFFINADERIJEN EN PALMPITPLETTERIJEN CPO, PK & CPKO NEVENPRODUCTEN OPSLAG/ TRANSPORT DISTRIBUTIE KANALEN KLEINHANDEL CONSUMENTEN 13 4 7 11 8 10 12 14 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag

SIPEF'S BANANENWAARDEKETEN

De activiteiten van SIPEF in de productie van bananen zijn gericht op de teelt, oogst en transport van trossen groene bananen. Vanuit de verpak- kingsstations worden de bananen van SIPEF verkocht aan rijpings- en distributiecentra in de consumptiemarkten. De bananenwaardeketen van SIPEF wordt hieronder weergegeven, met een verklarende tekst over de belangrijkste stroomopwaartse kenmerken, de operationele activi- teiten van SIPEF zelf en die van haar leveranciers, en de belangrijkste stroomafwaartse kenmerken. 1 Grondstoen, zoals in vitro bananenplanten en meststoen, worden geleverd door derden op drie continenten om de ziektetolerantie te verbeteren en het rendement te optimaliseren. Planten met hogere ziektetolerantie moeten minder vaak chemisch worden gesproeid. Productiemiddelen zoals machines, apparatuur en gereedschappen worden zowel lokaal aangekocht als geïmporteerd. Elektriciteit voor veldirrigatie en verpakkingsstations wordt afgenomen van het openbare elektriciteitsnet. Land voor de teelt is ofwel in het bezit van SIPEF of wordt verzekerd door huur op lange termijn van de overheid. 2 Meer dan 1 900 werknemers staan in voor de teelt, oogst en transport van bananen op de vijf plantages van SIPEF in Côte d’Ivoire. Nog eens 400 werknemers werken in de zeven verpakkingsstations waar de bananen worden geselecteerd, verpakt en op paletten gezet. 3 In overeenstemming met de certificeringsvereisten van Rainforest Alliance en Fairtrade biedt SIPEF werknemers en hun gezin, vaak uit nabijgelegen gemeenschappen, sociale, economische, educatieve, gezondheids-, huisvestings- en schone energieondersteuning. 4 Tijdens de eerste drie maanden van de teelt worden in-vitro planten van Cavendish-bananen gekweekt in SIPEF's kwekerijen, voordat ze worden geplant op de plantages. Na ongeveer negen maanden zijn de bananentrossen matuur. 5 Organisch veldafval en biomassa, zoals bananenstengels en lege trossen van de plantages en lege palmvruchtentrossen en cacaodoppen van lokale leveranciers, worden over de velden verspreid als organische meststof. 6 De groene bananentrossen worden geoogst, verzameld en per kabelbaan of tractor vervoerd naar een van de zeven verpakkingsstations van SIPEF.

SIPEF BANANENPLANTAGES TRANSPORT VAN GROENE BANANEN SIPEF WERKNEMERS 1 4 6 5 ORGANISCHE MESTSTOFFEN INPUT DOOR DERDEN AFVAL VAN HET VELD+ Activiteiten van derden SIPEF activiteiten Bestemmingen SIPEF-producten INPUTS 2 The connection to the world of sustainable tropical agriculture RETAILERS SUPERMARKTEN CONSUMENTEN

7 In de verpakkingsstations worden de bananentrossen in handen verdeeld. Ze worden gewassen, geanalyseerd en gesorteerd volgens klantclassificatie. De kwaliteits-en traceerbaarheidsparameters worden gecontroleerd volgens de vereisten van de markt van bestemming en de specificaties van de klant. 8 Groene bananen worden zorgvuldig verpakt en op paletten gezet in de gespecialiseerde verpakkingsstations van SIPEF, waar de koelketen wordt opgestart om optimale versheid en kwaliteit te garanderen. Ongeveer 80% wordt vanuit de haven van Abidjan geëxporteerd naar bestemmingshavens in het Verenigd Koninkrijk (VK), Europa en West-Afrika. De resterende palletten worden in koelwagens geladen voor transport over land naar buurlanden. 9 Verpakkingsmateriaal van bananen-verpakkingsstations wordt hergebruikt of gerecycleerd. Lokaal aangekochte kartonnen dozen en paletten worden door klanten gerecycleerd op de plaats van bestemming. Voor sommige klanten in het VK worden herbruikbare IFCO-kratten gebruikt voor het verpakken en transporteren van de bananen. 10 In de haven van Abidjan worden de containers van SIPEF gecontroleerd en geladen op schepen van een van de twee belangrijkste partnerrederijen. Wanneer die schepen in de haven van bestemming aankomen, worden hun containers door de douane ingeklaard en gelost. 11 Ongeveer 60% van de bananen wordt geleverd aan rijpings- faciliteiten in het Verenigd Koninkrijk (VK), waarmee SIPEF langdurige partnerschappen met toonaangevende retailers ondersteunt. Ongeveer 20% bedient de bredere Europese markt via gevestigde opslag- en rijpingsnetwerken voordat de bananen in de winkelrekken terechtkomen. De resterende 20% wordt gecommercialiseerd binnen West-Afrika en verkocht op lokale markten, wat de Groep’s sterke regionale marktpositie en gediversifieerde verkoopportefeuille verder versterkt.

SIPEF BANANEN VERPAKKINGSSTATIONS GEMEENSCHAPPEN KLANTEN RIJPERIJEN EN DISTRIBUTEURS VERPAKTE EN GROENE BANANEN OP PALETTEN CONTAINER/ TRANSPORT 9 7 8 DISTRIBUTIE KANALEN 11 RECYCLEERBAAR EN HERBRUIKBAAR HERBRUIKBARE IFCO-KRATTEN NEVENPRODUCTEN 10 3 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bedrijfsverslag 2. Duurzaamheids- verklaring The connection to the world of sustainable tropical agriculture SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring Algemene informatie

1. OVER DEZE VERKLARING

Deze duurzaamheidsverklaring is opgesteld op geconsolideerde basis en in overeenstemming met de Richtlijn duurzaamheidsrapportering door bedrijven (Corporate Sustainability Reporting Directive - CSRD) en de Europese normen voor duurzaamheidsrapportering (European Sustainability Reporting Standards – ESRS) Het toepassingsgebied komt overeen met met het financieel verslag van de SIPEF-groep, en de verklaring voldoet aan de openbaarmakings- vereisten van de taxonomie van de Europese Unie (EU) volgens artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de Taxonomieverordening van de EU).

REIKWIJDTE EN DEKKING

De verklaring heeft betrekking op de palm- en bananen- activiteiten van SIPEF en de bijbehorende stroomop- en stroomafwaartse waardeketens. Ze richt zich uitsluitend op materiële duurzaamheidskwesties en gerelateerde impact, risico's en opportuniteiten (impacts, risks, and opportunities - IRO) door middel van het proces voor dubbele materialiteitsbeoordeling van de Groep. Alle dochterondernemingen van SIPEF zijn opgenomen in het toepassingsgebied van de geconsolideerde rapporte- ring en zijn vrijgesteld van het opstellen van individuele duurzaamheidsrapportering, overeenkomstig artikel 19a(9) van Richtlijn 2013/34/EU.Het geconsolideerde verslag heeft geen betrekking op Melania (rubber en thee), aangezien deze producten zijn geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop in overeenstemming met de Internationale financiële rapporteringsnormen (International Financial Reporting Standards - IFRS), zoals uiteengezet in de jaarrekening van SIPEF. Activiteiten met betrekking tot thee en rubber worden geleidelijk afgebouwd en vertegenwoordigen minder dan 1% van de omzet van de Groep. Personeelsgegevens voor de theeactiviteiten blijven echter wel opgenomen in de rapportering, aangezien SIPEF de werknemers op die locatie blijft managen. Voor meer informatie, zie het bedrijfsverslag.

DEFINITIES VAN TIJDSHORIZONTEN OP MIDDELLANGE EN LANGE TERMIJN

De definities van tijdshorizonten op middellange en lange termijn die in deze verklaring worden gehanteerd, zijn consistent met de principes zoals uiteengezet in ESRS 1, Sectie 6.4. Wanneer er een andere benadering van toepassing is, zal dit expliciet worden vermeld in de relevante toelichtingen.

OVERIGE TOELICHTINGEN OVER DE GRONDSLAG VOOR RAPPORTERING

Het beheersverslag van SIPEF is een Geïntegreerd Jaarverslag (Integrated Annual Report - IAR). Waar relevant past het voor bepaalde ESRS-bekendmakingen de benadering van opname door verwijzing toe. Alle informatie die wordt verstrekt in de bijlagen bij deze verklaring wordt beschouwd als een integraal onderdeel van het jaarverslag en is onderworpen aan dezelfde assurance- en rapporteringsvereisten. Meer details over de grondslag voor rapportering, methodologieën en aannames zijn opgenomen in bijlage 4, terwijl een lijst van vereisten inzake opname door verwijzing te vinden is in bijlage 5. De bekendmakingen die onder ESRS 2 vereist zijn met betrekking tot governance en due diligence zijn opgenomen in de verklaring inzake deugdelijk bestuur.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

2. DUBBELE MATERIALITEITSBEOORDELING

Het beoordelen van materialiteit staat centraal bij het bepalen van de duurzaamheidsprioriteiten van de Balanced Growth Strategy van SIPEF. De Groep heeft in 2024 zijn eerste dubbele materialiteitsbeoordeling afgerond, waarbij duurzaamheidskwesties werden geïdentificeerd die materieel zijn, zowel op het vlak van impact als vanuit financieel oogpunt.

De dubbele materialiteitsbeoordeling van SIPEF had betrekking op haar oliepalmactiviteiten in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea en haar bananenactiviteiten in Côte d'Ivoire, met inbegrip van de relevante stroomop- en stroomafwaartse partners in de waardeketen. De beoordeling van de waardeketen focuste op actoren die rechtstreeks betrokken zijn bij de toelevering van SIPEF (stroomopwaarts) of de productie, het transport of de verkoop van haar producten (stroomafwaarts); alle andere activiteiten werden buiten beschouwing gelaten. Lokale boeren, die belangrijke actoren in de palmoliewaardeketen zijn, werden beoordeeld in het kader van ESRS S2 en opgenomen in de bredere beoordeling van milieu- en zakelijk gedrag. Duurzaamheidskwesties werden uitgesloten als ze niet relevant waren of een minimaal risico op significante gevolgen, risico's en opportuniteiten (impacts, risks and opportunities - IRO) inhielden. Verdere informatie over SIPEF's benadering van dubbele materialiteit, inclusief de toegepaste methodologieën voor impactmaterialiteit en financiële materialiteit, is te vinden in bijlage 4.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — algemene informatie

PRIORITERING VAN SIPEF’S BELANGRIJKSTE IRO’s

  • FASE ÉÉN: In kaart brengen en begrijpen
    • Voorlopige evaluatie van geïdentificeerde duurzaamheidskwesties
    • Analyse van triggers
  • FASE TWEE: Raadpleging
    • Combinatie van online discussies en persoonlijke workshops met relevante stakeholders
  • FASE DRIE: Consolidatie en validatie
    • Integratie van feedback
    • Beoordeling en goedkeuring door het hoger management

METHODOLOGIE EN PROCES IN 2025

In 2025 werkte SIPEF haar dubbele materialiteitsbeoordeling bij. Alle belangrijke duurzaamheidskwesties die in 2024 waren geïdentificeerd, werden beoordeeld op hun strategische en operationele relevantie en waar nodig opnieuw gecategoriseerd om een duidelijkere, efficiëntere en gerichtere rapportering te verkrijgen. De dubbele materialiteitsbeoordeling bestond uit een voorlopige analyse door de duurzaamheids- en financiële teams, en workshops in regionale activiteiten. De bijgewerkte beoordeling werd vervolgens beoordeeld door het executief comité en het auditcomité van SIPEF, en goedgekeurd door de raad van bestuur.

In kaart brengen en begrijpen
Het globale duurzaamheidsteam en de afdeling corporate finance voerden een voorlopige beoordeling uit van de belangrijke duurzaamheidskwesties die in 2024 werden geïdentificeerd, om vervolgens de groepering van onderwerpen te verbeteren en bestaande onderwerpen te verfijnen. Dit werd ondersteund door een beoordeling van belangrijke triggers, zoals organisatorische ontwikkelingen, wijzigingen in de regelgeving en externe gebeurtenissen om te bepalen waar updates nodig zouden kunnen zijn.

Raadpleging
Het globale duurzaamheidsteam deed beroep op de regionale duurzaamheidsteams om de aanpassingen aan de duurzaamheidskwesties en thematische clusters te valideren, die werden voorgesteld op basis van de uitgevoerde voorlopige beoordeling. Via een combinatie van online gesprekken en persoonlijke workshops in de verschillende regio's bespraken en beoordeelden de teams deze aanbevelingen, gaven ze operationele inzichten en bevestigden ze de relevantie en nauwkeurigheid van de wijzigingen. Dit samenwerkingsproces zorgde ervoor dat de bijgewerkte materialiteitsstructuur een afspiegeling was van de eerdere stakeholdergedreven inzichten van 2024 en de huidige operationele prioriteiten.

Consolidatie, validatie en volgende stappen
Een benchmarking met ESRS-rapporteurs en niet-ESRS-sectorgenoten uit de oliepalmsector toonde aan dat de verfijnde reeks materiële onderwerpen van SIPEF goed overeenstemde met de praktijk in de sector en de focus en efficiëntie van de rapportering verbeterde. De geconsolideerde uitkomsten werden vervolgens beoordeeld en formeel gevalideerd door het hoger management.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN

Categorie 2024 2025 AANPASSINGEN
MILIEU 13 7 Overlappende kwesties werden samengevoegd tot bredere clusters; 'wereldwijd risico op uitsterving van soorten' werd verwijderd vanwege beperkte relevantie.
SOCIAAL 28 12 Onderwerpen met betrekking tot het personeelsbestand en de waardeketen werden gestroomlijnd om te focussen op wat het relevantst is voor de activiteiten van SIPEF. De onderwerpen werktijden, diversiteit, privacy, gendergelijkheid en maatregelen tegen geweld en intimidatie werden beoordeeld als van beperkte operationele betekenis in de context van lokale boeren en werden daarom verwijderd.
GOVERNANCE 4 2 Gerelateerde thema's gecombineerd onder bedrijfscultuur en verantwoord zakelijk gedrag.

RESULTAAT EN UPDATE
SIPEF heeft haar materiële duurzaamheidsonderwerpen vereenvoudigd van 45 in 2024 naar 21 in 2025 om de duidelijkheid te verbeteren, overlap te verminderen en de afstemming met ESRS-vereisten te versterken. Beleid, acties, doelen en kernprestatie-indicatoren (key performance indicators - KPI's) werden vervolgens in kaart gebracht om ervoor te zorgen dat ze volledig in overeenstemming waren met de bijgewerkte resultaten van de dubbele materialiteitsbeoordeling. De belangrijkste verandering die uit de herbeoordeling voortkwam, heeft betrekking op sociale onderwerpen voor lokale boeren. SIPEF kwam tot de conclusie dat arbeidstijden, maatregelen tegen geweld, diversiteit en gendergelijkheid operationeel minder relevant zijn dan aanvankelijk werd verwacht, aangezien de meeste lokale boeren in Indonesië scheme smallholders zijn die onder de werkingssfeer van het personeelsbeheer van SIPEF vallen, terwijl lokale boeren in Papoea-Nieuw-Guinea voornamelijk afhankelijk zijn van gezinsarbeid op hun eigen land.

OVERLEG MET STAKEHOLDERS
Het perspectief van stakeholders vormt een belangrijk onderdeel van de dubbele materialiteitsbenadering van SIPEF en de Groep geeft voorrang aan een voortdurende dialoog met stakeholders om hun behoeften, verwachtingen en zorgen te begrijpen. Deze inzichten vormen niet alleen de basis voor de materialiteitsbeoordeling, maar geven ook richting aan de beleidsontwikkeling en het algehele duurzaamheidsmanagement, zodat de belangen van lokale boeren, lokale gemeenschappen en andere betrokken groepen worden weerspiegeld in het beleid van SIPEF. Deze verbintenissen maken deel uit van het voortdurende verbeteringsproces van SIPEF. Een lijst van de belangrijkste stakeholders en de manier waarop SIPEF betrokkenheid benadert, is te vinden in bijlage 6.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — algemene informatie

DUURZAAMHEIDS-AANDACHTSGEBIED

DUURZAAMHEIDS- AANDACHTSGEBIED DOELEN MATERIËLE DUURZAAMHEIDSKWESTIES BELEID IMPACT WAARDEKETEN MATERIEEL RISICO (-) / OPPORTUNITEIT (+)
MILIEU Duurzaamheidsdoelen: • reductie van broeikasgasemissies en klimaatbestendigheid op lange termijn • minimalisering van de impact op natuurlijke hulpbronnen en het milieu • duurzaam landgebruik en behoud van biodiversiteit, inclusief geen ontbossing, geen veengrond en geen exploitatie (no deforestation, no peat, and no exploitation - NDPE) Beperking van klimaatverandering Verantwoord Plantagebeleid / Verantwoord Inkoopbeleid • Uitstoot van broeikasgassen AN LT • Afhankelijkheid van niet-hernieuwbare energiebronnen AN LT • Eigen activiteiten • Lokale boeren • Logistiek • Leveranciers*
Aanpassing aan klimaatverandering Niet van toepassing vanuit het oogpunt van impactmaterialiteit Eigen

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijke duurzaamheidskwesties en de bijbehorende IRO's. Een gedetailleerde beschrijving van elke belangrijke IRO wordt, samen met het relevante beleid, gegeven in latere delen van dit verslag, in de toelichtingen over de betreffende duurzaamheidskwestie.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

DUURZAAMHEIDS- AANDACHTSGEBIED DOELEN MATERIËLE DUURZAAMHEIDSKWESTIES BELEID IMPACT WAARDEKETEN MATERIEEL RISICO (-) / OPPORTUNITEIT (+)
Klimaat Duurzaamheidsdoelen: • reductie van broeikasgasemissies en klimaatbestendigheid op lange termijn • minimalisering van de impact op natuurlijke hulpbronnen en het milieu • duurzaam landgebruik en behoud van biodiversiteit, inclusief geen ontbossing, geen veengrond en geen exploitatie (no deforestation, no peat, and no exploitation - NDPE) B1: Klimaat- verandering Beperking van klimaatverandering Verantwoord Plantagebeleid, Verantwoord Inkoopbeleid • Uitstoot van broeikasgassen AN LT • Afhankelijkheid van niet-hernieuwbare energiebronnen AN LT • Eigen activiteiten • Lokale boeren • Logistiek • Leveranciers*
Aanpassing aan klimaatverandering Niet van toepassing vanuit het oogpunt van impactmaterialiteit Eigen activiteiten
B2: Luchtverontreiniging Luchtverontreiniging Verantwoord Plantagebeleid, Milieubeleid Zwarte rook van extractieactiviteiten AN ST Eigen activiteiten
B2: Waterverontreiniging Waterverontreiniging Verontreiniging van zoet water en waterbronnen AN ST • Eigen activiteiten • Lokale boeren
B3: Waterbeheer Waterverbruik Waterverbruik AN ST Eigen activiteiten
B4: Duurzaam landgebruik Veranderingen in landgebruik en bodem- degradatie PN ST Eigen activiteiten, Ontbossing voor oliepalmen (-), Lokale boeren, Onderzoek en ontwikkeling-partner / zaailingenleverancier
Biodiversiteit en programma's op landschapsniveau • Habitatverlies door historische veranderingen in landgebruik PN ST • Invloed op belangrijke steensoorten PN LT Eigen activiteiten
  • Vervoer over land; verscheping; opslagfaciliteiten
    ** Leveranciers van machines, apparatuur en gereedschap; leveranciers van agrochemicaliën

  • PN ST: Korte termijn / Potentieel negatief | AN: Middellange termijn / Feitelijk negatief | LT: Lange termijn / PP: Potentieel positief | AP: Feitelijk Positief

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — algemene informatie

DUURZAAMHEIDS- AANDACHTSGEBIED DOELEN MATERIËLE DUURZAAMHEIDSKWESTIES BELEID IMPACT WAARDEKETEN MATERIEEL RISICO (-) / OPPORTUNITEIT (+)
Mens en Gemeenschap Duurzaamheidsdoelen: • mensen-, arbeids- en gemeenschapsrechten respecteren, in overeenstemming met lokale wetten en internationale regelgeving • langetermijnrelaties bevorderen, gedeelde waarde creëren en het welzijn en de veerkracht van lokale gemeenschappen ondersteunen C1: Arbeidsomstandigheden Arbeidsomstandigheden: • veilige werkgelegenheid • passende lonen en faciliteiten • arbeidstijd en werk-privébalans • vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen • gezondheid en veiligheid • maatregelen tegen geweld en intimidatie Mensenrechtenbeleid, Beleid inzake gezondheid en veiligheid op het werk • Stabiliteit en zekerheid van inkomen AP MT • Onvoldoende loon, verminderd vermogen om in basisbehoeften te voorzien PN MT • Geestelijke en lichamelijke gezondheidseffecten van te lange werkdagen PN ST • Vermoeidheid, stress en gebrek aan kwaliteitsvolle tijd met het gezin PN MT • Beperking van de mondigheid van werknemers PN MT • Betere lonen en voordelen voor werknemers AP MT • Ernstige gevolgen voor de gezondheid op middellange en lange termijn AN LT • Verhoogde kwetsbaarheid van vrouwen voor uitbuiting en misbruik PN ST Eigen activiteiten
Geen exploitatie: • kinderarbeid • gedwongen arbeid • Fysieke, psychologische en sociaaleconomische gevolgen van kinderarbeid PN LT • Schendingen van mensenrechten die een risico vormen voor het welzijn, de veiligheid, de vrijheid en de waardigheid van werknemers PN MT
Diversiteit en gendergelijkheid: • diversiteit • gendergelijkheid en gelijke beloning • Beperkte kansen en ongelijkheid voor vrouwelijke werknemers AN LT
Betrokkenheid van werknemers en talentbeheer: • opleiding en ontwikkeling van vaardigheden • Belemmering van vaardigheden, bedrijfs- en carrièreontwikkeling PN MT
C3: Gemeenschapsrechten Gemeenschapsrechten: • vrije, voorafgaande en geinformeerde toestemming (free, prior, and informed consent – FPIC) Verantwoord Plantagebeleid • Landeigendom, conflicten en geschillen PN LT Gemeenschappen
Gemeenschapsontwikkeling: • programma's voor levensonderhoud • Beperkt landgebruik door beleid van geen ontbossing AN LT • Toegang tot en betaalbaarheid van voedsel ondersteunen AP ST

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

DUURZAAMHEIDS- AANDACHTSGEBIED DOELEN MATERIËLE DUURZAAMHEIDSKWESTIES BELEID IMPACT WAARDEKETEN MATERIEEL RISICO (-) / OPPORTUNITEIT (+)
Leveranciers en boeren Duurzaamheidsdoelen: • lokale boeren ondersteunen naar een betere, duurzame en gecertificeerde productie • lokale boeren ondersteunen om hogere inkomens te verdienen en betere toegang te krijgen tot internationale markten • leveranciers screenen en monitoren om ervoor te zorgen dat SIPEF's beleid wordt nageleefd • mensen-, arbeids- en gemeenschapsrechten respecteren, in overeenstemming met
DUURZAAMHEIDS-AANDACHTSGEBIED DOELEN MATERIËLE DUURZAAMHEIDSKWESTIES BELEID IMPACT WAARDEKETEN MATERIEEL RISICO (-) / OPPORTUNITEIT (+)
Sectie: Ondersteuning van lokale boeren Duurzaamheidsdoelen: • lokale boeren ondersteunen naar een betere, duurzame en gecertificeerde productie • lokale boeren ondersteunen om hogere inkomens te verdienen en betere toegang te krijgen tot internationale markten • leveranciers screenen en monitoren om ervoor te zorgen dat SIPEF's beleid wordt nageleefd • mensen-, arbeids- en gemeenschapsrechten respecteren, in overeenstemming met lokale wetten en internationale regelgeving
Sectie 2: Levensonderhoud en inclusie voor lokale boeren Levensonderhoud en inclusie voor lokale boeren: • veilige werkgelegenheid • correcte lonen Verantwoordelijk Plantagebeleid / Verantwoordelijk Inkoopbeleid • Meer bestaanszekerheid voor lokale boeren AP LT • Ontoereikend inkomen en onrechtvaardige waardeverdeling voor lokale boeren PN MT Lokale boeren Geen materiële risico's of opportuniteiten geïdentificeerd
Training en ontwikkeling van vaardigheden • Hogere eisen aan en toegankelijkheid van opleiding, kennis en hulpmiddelen PN MT
Geen uitbuiting: • kinderarbeid • Fysieke, psychologische en sociaaleconomische gevolgen van kinderarbeid PN LT
Gezondheid en veiligheid • Gevolgen voor gezondheid en veiligheid van lokale palmolieboeren PN LT • Gevolgen voor gezondheid en veiligheid bij vervoer over land en verscheping PN LT Lokale boeren / Logistiek* Geen materiële risico's of opportuniteiten geïdentificeerd
Sectie 4: Consumenten en de toeleveringsketen Toegang tot kwaliteitsinformatie: • privacy Verantwoordelijk Plantagebeleid • Gevolgen van een gebrek aan traceerbaarheid in de toeleveringsketen PN ST • Gevolgen van een gebrek aan transparante rapportering PN ST • Traceerbaarheid en controleactiviteiten verbeteren PN MT Consumenten / Lokale boeren Geen materiële risico's of opportuniteiten geïdentificeerd
Gezondheid en veiligheid • Gezondheidseffecten voor palmolieconsumenten PN MT • Positieve invloed op de gezondheid van voedingsstoffen in bananen AP ST • Negatieve gevolgen van residuen voor de gezondheid PN LT Consumenten • Productdefecten (-) • Productaansprakelijkheid (-) • EU-marktbeperkingen voor palmolie (-) • Palmoliebeperkingen op markten buiten de EU (-) • Reputatieschade (-) • Technologie voor het detecteren van contaminanten (-)
Sectie: Bedrijfsethiek Duurzaamheidsdoelen: • bevorderen van een cultuur van ethisch gedrag bij het management, het personeel en de contractoren • systemen en processen toepassen om ethisch gedrag te waarborgen • een robuust beleid, procedures en maatregelen handhaven om alle risico’s aan te pakken, ook op het gebied van corruptie en omkoping
Sectie 1: Bedrijfscultuur Bedrijfscultuur: • bescherming van klokkenluiders • klachtenbeheer Gedragscode / Beleid inzake corruptie- en omkopingsbestrijding / Klachtenbeleid • Impact op het vermogen om een ondersteunende, eerlijke en ethische werkomgeving te bieden PN MT • Impact van het ontbreken of de slechte uitvoering van een klokkenluidersregeling PN MT Eigen activiteiten • Bestuurdersaansprakelijkheid (-) • Belastingontduiking (-) • Onjuiste rapportering (-) • Gebrek aan liquiditeit om uitbreidingsprogramma te financieren (-) • Onderverzekering van verschillende risico's (-) • Antitrust (-) • Milieuschadeclaims (-) • Reputatie en activisme van stakeholders (-)
Corruptie en omkoping • Werknemers en andere stakeholders onderworpen aan onwettige situaties PN ST • Werknemers in compromitterende situaties met juridische gevolgen AN ST • Vervalsing van documenten (-) • Omkoping (-) • Corruptie (-) • Computercriminaliteit en diefstal (-)
  • Vervoer over land; verscheping

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Duurzaamheidsverklaring — algemene informatie

3. DUURZAAMHEIDSBELEIDSLIJNEN

Duurzaamheid bij SIPEF wordt ondersteund door de twee belangrijkste duurzaamheidsbeleidslijnen van de Groep: het Verantwoordelijk Plantagebeleid en het Verantwoordelijk Inkoopbeleid. In juli 2025 werden kleine herzieningen doorgevoerd om het Verantwoordelijk Plantagebeleid bij te werken, zodat het in lijn blijft met de duurzaamheidsstrategie van SIPEF.

In november 2025 keurde de raad van bestuur een herzien Mensenrechtenbeleid goed. Het bijgewerkte beleid omvat de verbintenis van SIPEF op het gebied van mensenrechten en consolideert verschillende bestaande beleidslijnen, zoals die inzake gedwongen arbeid, mensenhandel, kinderarbeid, gelijke werkgelegenheidskansen en vrijheid van vereniging in één enkel beleid. Het herbevestigt ook de verbintenis van SIPEF om internationaal erkende mensenrechten en arbeidsnormen te respecteren, zoals de leidende beginselen inzake bedrijfsleven en mensenrechten van de Verenigde Naties, de Verklaring betreffende de fundamentele principes en

Verantwoordelijk Plantagebeleid

Het Verantwoordelijk Plantagebeleid van SIPEF werd in 2014 voor het eerst opgesteld en belichaamt de belangrijkste ecologische* en sociale verbintenissen van de Groep voor wat betreft duurzame productie en verwerking. Dit beleid is van toepassing op alle door SIPEF beheerde plantages en op de lokale boeren die producten leveren aan SIPEF’s extractiefabrieken en geïntegreerde pittenpletterijen.

Belangrijkste verbintenissen en vereisten:
* 100% certificering en traceerbaarheid van producten
* geen ontbossing, geen veengrond en geen exploitatie (no deforestation, no peat, and no exploitation - NDPE)
* vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (Free, Prior, and Informed Consent – FPIC) voorafgaand aan elke nieuwe ontwikkeling
* reductie van de uitstoot van broeikasgassen
* herstel van natuurlijke ecosystemen die zijn aangetast door niet-conforme omzetting of ontbossing in eigen activiteiten en bij lokale boeren
* voortdurende verbetering, met de nadruk op de snelle invoering van Beste Managementpraktijken (BMP) om het landgebruik te optimaliseren en de negatieve impact te minimaliseren

Een van de belangrijkste doelstellingen van het Verantwoordelijk Plantagebeleid is het bereiken van een 100% Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO)-gecertificeerde leveranciersbasis voor de palmolieproductie van SIPEF en voor de lokale boeren die aan de extractiefabrieken leveren. Het verplicht de Groep ook tot het handhaven van de 100% certificering van zijn bananenactiviteiten volgens de Sustainable Agriculture Standard van de Rainforest Alliance, evenals de GLOBALG.A.P. en Fairtrade-standaarden.

  • Het milieubeleid van SIPEF legt de belangrijkste milieuverbintenissen vast, terwijl het Verantwoordelijk Plantagebeleid deze verbintenissen vertaalt in gedetailleerde ESG-vereisten die als leidraad dienen voor activiteiten en besluitvorming.# The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Verantwoordelijk Inkoopbeleid

Het Verantwoordelijk Inkoopbeleid van SIPEF, dat in 2020 werd geformaliseerd, beschrijft de vereisten van de Groep voor verantwoord inkopen bij externe leveranciers van verse fruittrossen (fresh fruit bunches - FFB), die uitsluitend lokale boeren zijn. Het bevat criteria om lokale boeren te ondersteunen bij hun traject naar duurzaamheidscertificering, met de nadruk op RSPO-certificering. Het beleid vormt ook een kader voor SIPEF om lokale boeren te selecteren, op te volgen en, indien nodig, te schorsen of uit te sluiten uit de toeleveringsbasis van de Groep. Dat beleid dient ook als gedragscode voor leveranciers van SIPEF.

Belangrijkste verbintenissen en vereisten:

  • inkopen bij RSPO-gecertificeerde lokale boeren of boeren die in aanmerking komen voor certificering volgens het RSPO Time Bound Plan van de Groep
  • criteria voor samenwerking met lokale boeren worden gekoppeld aan respect voor mensenrechten en arbeidsrechten, FPIC, NDPE en andere ecologische en sociale overwegingen
  • rechten op het werk van de Internationale Arbeidsorganisatie (International Labour Organization - ILO), de Verklaring over de rechten van Inheemse volken van de Verenigde Naties en de Richtlijnen voor multinationale ondernemingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Organisation for Economic Cooperation and Development - OECD).

Het Mensenrechtenbeleid van SIPEF is van toepassing op alle werknemers en alle personen die met of voor SIPEF werken, inclusief contractanten en lokale boeren in de stroomop- en stroomafwaartse waardeketen. Aanvullend op dit beleid zijn er diverse andere duurzaamheidsgerelateerde beleidslijnen, die specifieke kwesties behandelen. Alle duurzaamheidsgerelateerde beleidslijnen van SIPEF zijn van toepassing op alle bedrijven die onder het beheer van SIPEF staan, inclusief dochterondernemingen en werknemers. Waar relevant zijn zij ook van toepassing op leveranciers, waaronder lokale boeren, en contractanten. Samen vormen ze de basis van een uitgebreid kader voor duurzame en ethische bedrijfspraktijken. Meer informatie over dit beleid wordt besproken in de context van relevante duurzaamheidskwesties en IRO in de respectieve hoofdstukken over milieu-, sociale en bestuurskwesties (environmental, social, and governance - ESG) in dit verslag.


SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — algemene informatie

ONTWIKKELING, VERSPREIDING EN IMPLEMENTATIE

Het executief comité van SIPEF houdt toezicht op de beleidslijnen. Regionale juridische afdelingen en interne auditafdelingen zorgen ervoor dat codes en beleidsregels worden afgestemd, verspreid, aangenomen en effectief worden toegepast. Het hoofd duurzaamheid van de Groep is verantwoordelijk voor de uitvoering van het milieu- en sociale beleid. Regionale duurzaamheidsteams ondersteunen de verspreiding en implementatie van dit beleid in samenwerking met regionale afdelingshoofden, die rapporteren aan het executief comité van het land.

SIPEF zorgt ervoor dat alle beleidsregels beschikbaar en toegankelijk zijn op de website van het bedrijf. Beleidslijnen worden intern aan werknemers gecommuniceerd via e-mails, workshops en opleidingen, om een consistent begrip te waarborgen. Op operationele locaties wordt een reeks implementatiemethoden gebruikt om ervoor te zorgen dat het beleid de belangrijkste stakeholders bereikt, onder meer door mededelingenborden, briefings voor werknemers, standaard werkprocedures (standard operating procedures - SOP), opleidingen en ondertekende contracten.

De herzieningsprocedure voor beleidslijnen van SIPEF zorgt voor consistentie, transparantie en afstemming op erkende duurzaamheidsverwachtingen. Het beleid van de Groep is gebaseerd op toonaangevende duurzaamheidsstandaarden, ontwikkeld via processen met meerdere stakeholders, zoals RSPO, Rainforest Alliance en Fairtrade, en op internationale kaders zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Universal Declaration of Human Rights - UDHR). Beleidsherzieningen worden beoordeeld door landdirecteuren, relevante afdelingen en het executief comité van SIPEF voordat ze ter definitieve goedkeuring worden voorgelegd aan de raad van bestuur. Door deze gestructureerde en consultatieve aanpak versterkt en verbetert SIPEF voortdurend haar beleidsontwikkeling.

4. HUIDIGE EN VERWACHTE FINANCIËLE EFFECTEN OP SIPEF

In overeenstemming met haar dubbele materialiteitsbeoordeling heeft SIPEF de waarschijnlijkheid van het optreden van de geïdentificeerde risico’s en opportuniteiten beoordeeld, samen met hun mogelijke financiële gevolgen. SIPEF is tot de conclusie gekomen dat deze risico’s en opportuniteiten naar verwachting geen materiële financiële gevolgen zullen hebben voor de huidige financiële positie, prestaties en kasstromen van de Groep. De Groep heeft echter effectieve maatregelen genomen om deze risico's te beperken. SIPEF past infaseringsvereisten toe met betrekking tot verwachte financiële effecten van alle materiële milieugerelateerde risico's en opportuniteiten.


The connection to the world of sustainable tropical agriculture

5. OPERATIONELE EN KAPITAALUITGAVEN

Geen van de acties die werden gerapporteerd om de materiële duurzaamheidseffecten onder de relevante thematische ESRS aan te pakken, vereiste aanzienlijke kapitaaluitgaven (Capex) of operationele uitgaven (Opex). Bovendien waren er geen grote verontreinigingsincidenten of lekkages in 2025 en bijgevolg deed er zich geen gerelateerde Capex of Opex voor tijdens de verslagperiode.


SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — algemene informatie

Milieubeheer

SIPEF erkent dat de veerkracht van de onderneming op lange termijn afhankelijk is van gezonde ecosystemen en een verantwoord gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In overeenstemming met de Balanced Growth Strategy van de Groep richt de aanpak van SIPEF op het vlak van milieubeheer zich op het minimaliseren van de impact op ecosystemen en het klimaat door verantwoord landgebruik, controle op vervuiling, verbeterde waterefficiëntie en behoud van biodiversiteit. De aanpak bevordert ook een klimaattransitieplan om de uitstoot van broeikasgassen (greenhouse gas - GHG) te verminderen en de veerkracht op lange termijn te versterken door middel van duurzame energie, circulaire economie en beter land- en afvalbeheer.

Dit hoofdstuk legt uit hoe SIPEF deze verbintenissen in de praktijk omzet in al haar activiteiten, geleid door het Verantwoordelijk Plantagebeleid en het Milieubeleid. Dit document rapporteert over de vooruitgang ten opzichte van de verbintenissen en doelen, die verder wordt samengevat in bijlage 1.

1. KLIMAATVERANDERING

SIPEF streeft ernaar haar broeikasgasuitstoot te verminderen en bij te dragen aan klimaatbestendigheid op lange termijn. De broeikasgasuitstoot van SIPEF is voornamelijk afkomstig van veranderingen in landgebruik, waaronder de teelt op organische bodems, en van afvalwater van palmolie-extractiefabrieken (palm oil mill effluent- POME) en hulpbronnen voor de activiteiten, zoals brandstof en meststoffen. Dit hoofdstuk beschrijft de aanpak van SIPEF voor de beperking van en aanpassing aan klimaatverandering, en de rol van energie in de ondersteuning van de overgang naar een duurzamere, koolstofarme toekomst.

Meer details over de rapporteringsgrondslag, methodologieën en aannames gebruikt voor de gerapporteerde cijfers zijn te vinden in bijlage 4. Een lijst met vereisten voor opname door middel van verwijzing is eveneens opgenomen in bijlage 5.

BEPERKING VAN KLIMAATVERANDERING

Berekening van broeikasgasuitstoot en -verwijderingen

In 2019 heeft SIPEF haar kader voor het berekenen van broeikasgassen opgesteld om de uitstoot van haar organisatie op te volgen. Dit kader werd geleidelijk uitgebreid in overeenstemming met de methodologie van het GHG Protocol, ontwikkeld door het Greenhouse Gas Protocol Initiative. In 2025 versterkte de Groep zijn aanpak verder door zich aan te sluiten bij de Land Sector and Removals Guidance* van het Greenhouse Gas Protocol Initiative en door zijn berekeningen bij te werken met behulp van de nieuwste publiekelijk beschikbare uitstootfactoren. Om de vergelijkbaarheid in de tijd te garanderen, heeft de Groep tegelijkertijd zijn basisuitstoot voor 2024 herberekend met dezelfde bijgewerkte methodologieën en uitstootfactoren.

  • De Land Sector and Removals Standard werd gepubliceerd op 30 januari 2026. De berekeningsrichtlijnen worden in 2026 bekendgemaakt. Latere wijzigingen aan de berekeningsvereisten zullen worden verwerkt en dienovereenkomstig worden gerapporteerd.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Deze verbeterde aanpak omvatte:
* afstemming op erkende normen en methodologieën: SIPEF heeft haar berekeningen afgestemd op veelgebruikte raamwerken, waaronder de Land Sector and Removals Guidance van het GHG Protocol en de richtlijnen van de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (Intergovernmental Panel on Climate Change - IPCC), zodat de rapportering in overeenstemming is met de beste praktijken.
* bijwerking van uitstootfactoren met behulp van de nieuwste beschikbare bronnen: SIPEF heeft de voor de berekening van de uitstoot gebruikte conversiefactoren bijgewerkt, zodat ze de nieuwste wetenschappelijke richtlijnen weerspiegelen en minder afhankelijk zijn van verouderde aannames.

Enkele specifieke wijzigingen in de berekening van broeikasgasuitstoot zijn onder meer:
* Scope 1 (gerapporteerd in IAR 2024: 1 090 257 tCO2e): voornamelijk als resultaat van aangepaste methoden voor de verwerking van POME en uitstoot door veranderingen in landgebruik. Dit omvatte onder meer de toevoeging van nieuwe koolstofreservoirs en de opname van nieuwe uitstootbronnen op het gebied van landbeheer. Scope 2 (gerapporteerd in IAR 2024: 10 758 tCO 2 e): dit is voornamelijk het gevolg van het gebruik van bijgewerkte landspecifieke uitstootfactoren voor elektriciteit.
* Scope 3 (gerapporteerd in IAR 2024: 97 160
* tCO 2 e): voornamelijk door een uitbreiding van het rapporteringsgebied, waarbij nu ook het transport van palmolieproducten, evenals de verwerking en de verwerking aan het einde van de levensduur van verkochte producten zijn meegenomen.

OPERATIONELE CONTROLEGRENS

REFERENTIEJAAR

De grens omvat alle operaties in België, Indonesië, Côte d’Ivoire, Papoea-Nieuw-Guinea en Singapore.* Het basisjaar blijft 2024, omdat dit het recentste jaar is met activiteiten in normale omstandigheden.

REIKWIJDTE

DE IN AANMERKING GENOMEN BROEIKASGASSEN

De reikwijdte omvat alle activiteiten in de verwerking en teelt van palmolie en bananen.
* Koolstofdioxide (CO₂)
* Methaan (CH₄)
* Distikstofoxide (N₂O)
* Fluorkoolwaterstoffen (HFC's)
* Perfluorkoolwaterstoffen (PFC’s)
* Zwavelhexafluoride (SF₆)
* Stikstoftrifluoride (NF₃)

2019 UITGEBREIDE INVENTARISATIE VOOR SCOPES 1, 2 EN 3

2025

  • Vastgesteld kader voor berekenen van broeikasgassen
  • Aangepaste rapportering van broeikasgassen
  • Land Sector and Removals Guidance
  • Bijgewerkte uitstootfactoren
  • Scope 1
  • Scope 2
  • Scope 3

TIJDSCHEMA VOOR DE ONTWIKKELING VAN EEN RAAMWERK VOOR DE BEREKENING VAN BROEIKASGASSEN

  • Afgestemd op de geconsolideerde financiële staten.
    ** De bijbehorende uitstoot voor 2024 in verband met de herziene Scope 3-categorieën is als volgt: Categorie 4 (2024: 5 857 tCO 2 e) en Categorie 9 (2024: 4 832 tCO 2 e). De Categorieën 10 en 12 werden niet vermeld.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — milieubeheer

In de toekomst zal SIPEF de uitstoot consequent berekenen volgens de internationaal erkende methoden waarnaar hier wordt verwezen. Deze aanpak ondersteunt duidelijke en geloofwaardige communicatie over de vooruitgang ten opzichte van de doelstellingen voor uitstootreductie. Eventuele toekomstige veranderingen in de gerapporteerde uitstoot kunnen het gevolg zijn van echte operationele veranderingen, verbeterde beschikbaarheid van primaire gegevens of transparante methodologische bijwerkingen in lijn met erkende normen.

De uitstootrapporten van SIPEF zijn mogelijk niet rechtstreeks vergelijkbaar met die van sectorgenoten, aangezien de Groep zijn rapportering afstemt op de European Sustainability Reporting Standards (ESRS), terwijl andere bedrijven mogelijk andere kaders, toepassingsgebieden of aftakeningen hanteren. SIPEF zal prioriteit blijven geven aan consistentie en vergelijkbaarheid met sectorgenoten die ook de ESRS volgen.

De Groep zet zich ook in voor het ontwikkelen van berekeningen van de koolstofvoetafdruk van producten in overeenstemming met de normen van de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO). Dit versterkt verder de vergelijkbaarheid van emissies op productniveau, ondersteunt consistentere benchmarking en benadrukt de toegevoegde waarde van koolstofarme toeleveringsketens.

Bruto-uitstoot binnen Scope 1, 2 en 3 in 2025

De totale bruto broeikasgasuitstoot van SIPEF bedroeg 1 743 520 tCO 2 e in 2025.* Van de totale uitstoot was 98,1% afkomstig van oliepalmactiviteiten in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, 1,86% van bananenactiviteiten in Côte d'Ivoire en de resterende 0,03% van de hoofdkantoren in België en Singapore. Het merendeel van de bruto-uitstoot van SIPEF was Scope 1 (85,6%), gevolgd door Scope 3 (14%) en vervolgens Scope 2 (0,4%). De bruto-intensiteit van de broeikasgasuitstoot is 3,87 tCO 2 e per ton ruwe palmolie (crude palm oil - CPO) en 0,62 ton tCO 2 e per ton geproduceerde bananen.

  • Met Scope 2 gerapporteerd met behulp van de locatiegebaseerde methode

De belangrijkste uitstootbronnen voor de productie van palmolie waren:
* Scope 1: veranderingen in landgebruik, waaronder teelt op organische bodems, en emissies uit de behandeling van POME

De belangrijkste bronnen van uitstoot bij de productie van bananen waren:
* Scope 3: ingekochte goederen en diensten en stroomafwaarts transport
* Scope 1: landbeheer, inclusief het toedienen van meststoffen
* Scope 2: ingekochte elektriciteit

Palmolie Bananen
1 743 520 tCO 2 e BRUTO BROEIKASGAS- UITSTOOT (OP LOCATIE GEBASEERD)
SCOPE 1: 85,6% 1 493 210 tCO 2 e
SCOPE 3: 14% 242 717 tCO 2 e
SCOPE 2: 0.4% 7 593 tCO 2 e
BANANEN- ACTIVITEITEN 1,86%
OLIEPALM- ACTIVITEITEN 98,1%

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

De broeikasgasuitstoot in 2025 bleef vergelijkbaar met die van 2024. De locatiegebonden Scope 2-uitstoot is met 6% gestegen als gevolg van een hoger elektriciteitsverbruik in verband met de toegenomen productie in 2025. De Scope 3-uitstoot steeg met 22%, voornamelijk als gevolg van intensievere activiteiten in de toeleveringsketen, zoals ingekochte goederen en transport, en een hogere productverkoop in 2025. Hieronder wordt de uitsplitsing per scope van de bruto broeikasgasuitstoot voor het basisjaar en het huidige rapporteringsjaar gegeven.

BRUTO BROEIKASGASUITSTOOT BASISJAAR 2024 RAPPORTE- RINGSJAAR 2025 VERSCHIL IN % TEGENOVER 2024
A. SCOPE 1 BROEIKASGASUITSTOOT (tCO 2 e) 1 544 732 * 1 493 210 -3%
Bruto Scope 1 broeikasgasuitstoot 1 544 732 * 1 493 210 -3%
Percentage Scope 1-uitstoot van gereguleerde uitstoothandelssystemen 0 0 0
B. SCOPE 2 BROEIKASGASUITSTOOT (tCO 2 e)
Bruto locatiegebaseerde Scope 2 broeikasgasuitstoot 7 183 * 7 593 6%
Bruto marktgebaseerde Scope 2 broeikasgasuitstoot 7 209 * 8 241 14%
C. SCOPE 3 BROEIKASGASUITSTOOT (tCO 2 e) ** 198 321 * 242 717 22%
1: Gekochte goederen en diensten 58 889 66 534 13%
2: Kapitaalgoederen 18 884 14 551 -23%
3. Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten 6 822 11 446 68%
4: Stroomopwaarts transport en distributie 43 118 * 53 004 23%
6: Zakenreizen 1 876 1 050 -44%
9: Stroomafwaarts transport 7 711 * 6 449 -16%
10: Verwerking van verkochte producten 13 631 * 16 280 19%
12: Verwerking van verkochte producten aan het einde van hun levensduur 47 391 * 73 404 55%
D. TOTALE BROEIKASGASUITSTOOT (tCO 2 e)
Totale broeikasgasuitstoot (op basis van locatie) 1 750 236 * 1 743 520 -0,38%
Totale broeikasgasuitstoot (marktgebaseerd) 1 750 261 * 1 744 168 -0,35%
E. BIOGENE CO 2 UITSTOOT UIT DE VERBRANDING OF BIOLOGISCHE AFBRAAK VAN BIOMASSA (tCO 2 e) *** 287 292 * 309 850 8%
F. TOTALE BRUTO INTENSITEIT VAN DE BROEIKASGASUITSTOOT OP BASIS VAN NETTO-INKOMSTEN
Netto-opbrengst SIPEF (KUSD) **** 443 810 570 432
Totale bruto intensiteit van de broeikasgasuitstoot op basis van locatie (tCO 2 e/ KUSD) 3,9 * 3,1
Totale bruto intensiteit van de broeikasgasuitstoot op basis van de markt (tCO 2 e/ KUSD) 3,9 * 3,1
  • Herziene waarden aangeven
    ** Berekend met een combinatie van op activiteiten gebaseerde berekeningen en berekeningen op basis van uitgaven. Ongeveer 3% van de totale Scope 3-uitstoot is gebaseerd op primaire gegevens.
    *** Dit houdt verband met biogene uitstoot in Scope 1; er werd geen significante biogene uitstoot vastgesteld in de waardeketen.
    **** Verwijs naar voetnoot 7: operationeel resultaat en segmentinformatie voor de berekeningsgrondslag.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — milieubeheer

ENERGIEVERBRUIK EN -MIX 2025 (MWh) 2024 (MWh)
A. NIET-HERNIEUWBARE BRONNEN 142 366 114 694
Brandstofverbruik uit steenkool en steenkoolproducten 0 0
Brandstofverbruik uit ruwe olie en aardolieproducten 122 321 98 999
Brandstofverbruik uit aardgas 0 647
Brandstofverbruik uit andere fossiele brandstoffen 5 885 1 876
Gekochte elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele brandstoffen 14 160 13 172
B. HERNIEUWBARE BRONNEN 55 691 32 787
Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen, inclusief biomassa 55 691* 32 787
Verbruik van gekochte of aangekochte elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen 0 0
Verbruik van zelf opgewekte niet als brandstof gebruikte hernieuwbare energie 0 0
C. VERBRUIK UIT NUCLEAIRE BRONNEN 0 0
D. TOTAAL ENERGIEVERBRUIK 198 057 147 481
Aandeel niet-hernieuwbare bronnen (%) 72 78
Aandeel hernieuwbare bronnen (%) 28 22
Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen (%) 0 0
Netto-opbrengst SIPEF (KUSD)** 570 432 443 810
Energie-intensiteit gebaseerd op netto-inkomsten (MWh/KUSD) 0,35 0,33
ENERGIEPRODUCTIE 2025 (MWh) 2024 (MWh)
Hernieuwbare bronnen 37 123 31 215
Niet-hernieuwbare bronnen 0 0
  • Uitbreiding van het toepassingsgebied met het gebruik van biodiesel
    ** Verwijs naar voetnoot 7: operationeel resultaat en segmentinformatie voor de berekeningsgrondslag

Verwijdering van broeikasgassen door SIPEF

SIPEF beheert actief 27 913 hectare natuurbehoudsgebieden binnen haar productie- en beheersgebieden. Dit is inclusief het 12 656 hectare grote natuurbehoudsgebied binnen SIPEF Biodiversity Indonesia (SBI), een initiatief voor biodiversiteitsbehoud en ecosysteemherstel in de regio Bengkulu, dat door de Groep wordt beheerd. Deze gebieden, waarvan de meeste zijn aangeduid als gebieden met een Hoge Natuurbehoudswaarde (HCV) en/of Hoge Koolstofvoorraad (HCS), fungeren als op de natuur gebaseerde oplossingen, leggen koolstof vast en dragen ook bij aan het bevorderen van biodiversiteit. Ze worden gemonitord door een onafhankelijke derde partij om te verifiëren dat ze intact en beschermd blijven, zonder dat ontbossing, landomschakeling of aantasting plaatsvindt, en dat vastgestelde gebieden met een Hoge Natuurbehoudswaarde (HCV) en een Hoge Koolstofvoorraad (HCS) worden behouden of versterkt.

Verwijdering van koolstof uit deze gebieden wordt in rekening gebracht op basis van de netto biologische koolstofvastlegging als gevolg van vegetatiegroei gedurende het jaar. Er werd in totaal 196 886 tCO 2 e vastgelegd in 2025. De broeikasgasuitstoot die gepaard gaat met het beheer van de natuurbehoudsgebieden, zoals brandstof gebruikt voor transport, werd meegenomen in de berekening van Scope 1-uitstoot. Er vond geen omkering plaats in 2025.De schatting van de verwijdering in 2024 (196 886 tCO 2 e)* werd herzien om reservaten uit te sluiten en grenswijzigingen van landtitels binnen de oliepalmplantages te weerspiegelen. Aangezien het beschermde gebied in 2025 ongewijzigd bleef ten opzichte van 2024, waren er geen wijzigingen in de geschatte verwijderingen. Er werd geen koolstofverwijdering omgezet in koolstofkredieten of verkocht.

  • Het cijfer voor 2024 bedroeg 324 019 tCO2e

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Het energiebeheer van SIPEF

SIPEF blijft hernieuwbare energie integreren in haar activiteiten, voornamelijk uit de verbranding van biomassa bij de verwerking van palmolie, goed voor 28% van het totale energieverbruik. De overige 72% is afkomstig uit niet-hernieuwbare bronnen, die verband houden met fossiele brandstoffen die worden gebruikt bij plantageactiviteiten. SIPEF gebruikte geen kernenergie in 2025.

Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad duidt landbouw aan als een sector met een grote invloed op het klimaat. Daarom rapporteert SIPEF haar energieverbruik en energiemix volgens de tabel op de vorige pagina.

Risico's van klimaatverandering

Er werd een kwalitatieve beoordeling van risico's en kansen met betrekking tot de klimaattransitie uitgevoerd aan de hand van een analyse van gepubliceerde rapporten waarin wordt beschreven hoe overheden, consumenten en de oliepalmsector de klimaatcrisis kunnen aanpakken. In deze beoordeling werd onderzocht hoe deze factoren de investeringen van SIPEF in oliepalm- en bananenactiviteiten kunnen beïnvloeden.

In haar risicobeoordeling van de klimaatverandering identificeert SIPEF externe ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de toekomstige bedrijfsplanning, maar legt ze ook de nadruk op opportuniteiten, zoals vraagtrends en opkomende koolstofmarkten. De analyse is onderhevig aan onzekerheid, vooral op het vlak van ontwikkelingen in beleid en regelgeving en koolstofprijzen en -markten. Niettemin versterken deze inzichten, samen met SIPEF's engagement om de broeikasgasuitstoot te verminderen en de klimaatbestendigheid te versterken door middel van mitigatie, de veerkracht van de strategie en het bedrijfsmodel van de Groep.

SIPEF'S BEOORDELING VAN TRANSITIERISICO'S

De beoordeling hield rekening met de volgende aspecten:

  • REIKWIJDTE: Oliepalm- en bananenactiviteiten
  • TIJDSHORIZON:
    • Korte termijn (0-3 jaar)
    • Middellange termijn (tegen 2030)
    • Lange termijn (tegen 2050)
  • SCENARIO: Model of Agricultural Production and its Impact on the Environment (MAgPIE) (Dietrich et al., 2019) – Historical, Modest, Aggressive
  • BEOORDEELDE OVERGANGSRISICO'S:
    • Beleid en wetgeving
    • Markten
    • Technologie
    • Reputatiegerelateerd

De risicobeoordeling van de klimaatverandering van SIPEF identificeerde geen materiële risico's of opportuniteiten. Er werd echter wel gewezen op de volgende belangrijke potentiële opportuniteiten en risico's op de middellange en lange termijn.

Belangrijke opportuniteiten:
* toegenomen vraag naar palmolie, toegenomen waardering van land en opkomende koolstofmarkten ter ondersteuning van bebossing, bosherstel en natuurbehoud.

Belangrijke risico's:
* beperkingen in landgebruik, groeibeperkingen door de beschikbaarheid van land en koolstofprijzen die door externe partijen worden bepaald en waarmee rekening moet worden gehouden in de toekomstige bedrijfsplanning voor oliepalm- en bananenactiviteiten.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 | Duurzaamheidsverklaring — milieubeheer

Doelstelling Omschrijving
ENERGIE EN INDUSTRIE (E&I) -42% 42% reductie van absolute Scope 1- en 2 locatiegebonden broeikasgasuitstoot tegen 2030 ten opzichte van 2024. Brandstofverbruik, vluchtige uitstoot van afvalwater, gebruik van chemicaliën en smeermiddelen, en gekochte elektriciteit (locatiegebonden).
BOS, LAND EN LANDBOUW (FLAG) -30,3% 30,3% reductie van absolute Scope 1 en 3 broeikasgasuitstoot afkomstig van FLAG tegen 2030 ten opzichte van 2024. Uitstoot en verwijdering door landgebruik en veranderingen in landgebruik, landbeheer, toediening van meststoffen in activiteiten van SIPEF zelf en haar leveranciers, naast projecten voor koolstofverwijdering binnen door SIPEF beheerde projecten.

Acties Broeikasgastransitieplan 2030 van SIPEF

In 2025 herzag SIPEF haar doelstelling voor broeikasgasreductie door te verwijzen naar de methodologie van het Science Based Targets initiative (SBTi), waarmee ze haar verbintenis tot het gebruik van de hoogste erkende standaard voor het meten en rapporteren van broeikasgasuitstoot aantoont. Het toepassingsgebied en de onderliggende uitstootberekeningen toegepast bij het vaststellen van de doelstellingen zijn in lijn met het SIPEF-raamwerk voor de berekening van broeikasgas.

SIPEF heeft voor de nabije toekomst (2030) absolute doelstellingen voor broeikasgasreductie vastgesteld die in overeenstemming zijn met de klimaatwetenschap, verdeeld over twee categorieën: uitstoot van Energie en Industrie (Energy and Industry - E&I) en Bossen, Land en Landbouw (Forest, Land, and Agriculture - FLAG). Ter ondersteuning van de doelstelling van het Akkoord van Parijs om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C, heeft de Groep ambitieuze, wetenschappelijk onderbouwde doelen gesteld die zijn gebaseerd op de operationele realiteit en die decarbonisatie op lange termijn ondersteunen.

SIPEF heeft een robuust klimaatveranderingsplan ontwikkeld dat efficiënte afvalwaterverwerking, duurzame energiepraktijken, verantwoord landgebruik, regeneratieve landbouw en landschapsbehoud- en herstelprogramma's samenbrengt. Het plan is beoordeeld en goedgekeurd door de raad van bestuur van SIPEF, om te verzekeren dat het in lijn is met de duurzaamheidsstrategie van de Groep en een duidelijk kader biedt voor het bevorderen van acties ter beperking van klimaatverandering in het hele bedrijf. SIPEF implementeert het klimaattransitieplan al in haar bedrijfsactiviteiten en besluitvorming, met activiteiten voor het opvangen van methaan en de opening van een installatie voor biogecomprimeerd aardgas (bio-CNG) in 2025.

Er zijn geen materiële negatieve gevolgen voor werknemers geïdentificeerd in verband met de uitvoering van dit plan. Daarom werden specifieke risicobeperkende maatregelen niet nodig geacht. SIPEF produceert of koopt geen koolstofkredieten, noch past ze een intern koolstofprijsmechanisme toe als onderdeel van haar strategie om de klimaatverandering te beperken. SIPEF is uitgesloten van de op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks (Paris-Aligned Benchmarks - PAB), aangezien de Groep geen benchmarks beheert of labelt en geen op EU-benchmarks gebaseerde beleggingsproducten aanbiedt.

SIPEF erkent dat de broeikasgasuitstoot die verband houdt met bestaande activa, inclusief mogelijke vastgelegde uitstoot, een uitdaging kan zijn bij het behalen van haar doelstellingen voor uitstootreductie op lange termijn. Door proactief risicobeheer, waaronder de NDPE-verbintenis, Beste Managementpraktijken in beplante en natuurbehoudsgebieden en het invoeren van het klimaattransitieplan, is SIPEF echter goed gepositioneerd om transitierisico's te beperken en zich aan te passen aan de veranderende verwachtingen van regelgevers en investeerders.

  • Raadpleeg het gedeelte biodiversiteit en ecosystemen voor meer informatie over de landschapsprogramma's van SIPEF

BROEIKASGASTRANSITIEPLAN VAN SIPEF tegen 2030

E&I (Scopes 1 en 2) FLAG (Scopes 1 en 3)
1. Efficiënte afvalwaterbehandeling (methaanafvang) 1. Verantwoord landgebruik: geen ontbossing, geen veengrond en geen exploitatie (no deforestation, no peat, and no exploitation - NDPE)
2. Hernieuwbare energie 2. Regeneratieve landbouw
3. Energie-efficiëntie 3. Natuurbehoud en -herstel op landschapsniveau*
  • Efficiënte afvalwaterbehandeling: SIPEF heeft zich ertoe verbonden om tegen 2030 installaties voor methaanafvang te installeren in alle palmolie-extractiefabrieken om de uitstoot van POME te verminderen.
  • Hernieuwbare energie: SIPEF zal meer hernieuwbare energie genereren uit nevenproducten van de extractie en oplossingen opschalen, zoals bio-CNG, om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.
  • Energie-efficiëntie: SIPEF zal de energie-efficiëntie in de extractiefabrieken verbeteren door middel van nieuwe keteltechnologie, upgrades van apparatuur en verbeterd onderhoud, waardoor het brandstofverbruik en de operationele uitstoot zullen afnemen.
  • Verantwoord landgebruik: SIPEF handhaaft sinds 2015 NDPE-verplichtingen ondersteund door voortdurende brandpreventie en -beheer.
  • Regeneratieve landbouw: SIPEF zal een proef doen met regeneratieve landbouw door de productie en toepassing van biochar op te schalen voor koolstofopslag op de lange termijn, samen met bodembedekkers en meer organische productiemiddelen, om de gezondheid van de bodem te verbeteren en de uitstoot te verminderen.
  • Natuurbehoud en -herstel op landschapsniveau*: SIPEF zal doorgaan met het beschermen van gebieden met Hoge Koolstofvoorraad (High Carbon Stock - HCS) en de inspanningen voor behoud en herbebossing uitbreiden. Waar land prioriteit krijgt voor natuurbehoud in plaats van gemeenschapsontwikkeling, kan SIPEF land kopen of leasen van lokale eigenaars om blijvende financiële voordelen te garanderen.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 | Duurzaamheidsverklaring — milieubeheer

Broeikasgasreductie van SIPEF in 2025

SIPEF monitort de vooruitgang naar haar doelstellingen voor broeikasgasreductie op korte termijn tegen 2030 in relatie tot basisjaar 2024, waarbij de bruto-uitstoot voor E&I en FLAG afzonderlijk worden bijgehouden vanwege hun verschillende uitstootoorzaken en mogelijkheden tot beperking ervan.Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, is de bruto E&I-uitstoot gestegen van 403 013 tCO₂e in 2024 tot 458 496 tCO₂e in 2025, terwijl de netto FLAG-uitstoot is gedaald van 952 016 tCO₂e in 2024 tot 852 228 tCO₂e in 2025. Dit is respectievelijk een stijging van 14% en een daling van 10% ten opzichte van het basisjaar. De stijging van de E&I-uitstoot werd voornamelijk veroorzaakt door hogere productievolumes, vooral in extractiefabrieken die nog geen installaties voor het afvangen van methaan hebben. Dit weerspiegelt de huidige fase van het transitieplan van de Groep, waarbij deze faciliteiten geleidelijk worden uitgerold over de extractiefabrieken. De resulterende emissiereducties zullen naar verwachting geleidelijk worden gerealiseerd, naarmate installaties voor methaanafvang worden begroot, gebouwd en in gebruik genomen in overeenstemming met het transitieplan van de Groep. Lagere FLAG-emissies weerspiegelden verminderingen in emissies als gevolg van historische veranderingen in landgebruik en landbeheer. De vermindering van de uitstoot door historische veranderingen in landgebruik is in overeenstemming met de NDPE-verbintenis van SIPEF sinds 2015 en met de geleidelijke afname van de geamortiseerde impact van historische veranderingen in landgebruik. De uitvoering van de initiatieven van het transitieplan van de Groep tussen 2026 en 2030 zal cruciaal zijn voor SIPEF om op koers te blijven voor wat betreft de 2030-doelstellingen. Klimaatgerelateerde overwegingen worden meegenomen in de beloning van het management, waarbij 5% van de variabele bonussen gekoppeld is aan de prestaties met betrekking tot de doelstellingen voor de reductie van broeikasgasuitstoot binnen Scope 1 en 2. Meer informatie over variabele beloning is te vinden in het remuneratieverslag, opgenomen in de verklaring inzake deugdelijk bestuur.

BRUTO BROEIKASGASUITSTOOT BASISJAAR 2024 RAPPORTERINGSJAAR 2025 DOELJAAR 2030 VERANDERING VOOR RAPPORTERINGSJAAR VS BASISJAAR (%)
Uitstoot uit Energie en Industrie (Scope 1 en 2) 403 013 458 496 233 747 + 14%
Uitstoot uit Bossen, Land en Landbouw (Scope 1 en 3) 952 016 852 228 663 555 -10%

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Doelstellingen en vooruitgang

Doelstellingen Land Vooruitgang 2025
BEPERKING VAN KLIMAATVERANDERING
1. Methaanopvang: installeren in alle palmoliefabrieken tegen 2030 Papoea-Nieuw-Guinea, Indonesië 5 van de 10 extractiefabrieken zijn uitgerust met een installatie voor methaanafvang, 2 nieuwe installaties zijn in aanbouw in 2025.
2. Palmolie-extractiefabrieken uitrusten met ingesloten affakkeling tegen 2028 Indonesië SIPEF bekijkt implementatie-opties en potentiële partners om ervoor te zorgen dat de bijdrage effectief wordt geleverd.
3. Monitoring van broeikasgasuitstoot op de locaties door rechtstreekse metingen op alle plantages met organische bodem tegen 2028 Papoea-Nieuw-Guinea, Indonesië, Côte d'Ivoire -
4. Bruto absolute doelstellingen voor uitstootreductie voor de SIPEF-groep: 42% E&I en 30,3% FLAG tegen 2030 - Doelstelling herzien met verwijzing naar SBTi en SIPEF ligt op schema om haar transitieplan uit te voeren.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — milieubeheer

AANPASSING AAN KLIMAATVERANDERING

Beoordeling van fysieke klimaatrisico’s

Als onderdeel van haar aanpak voor klimaatrisicobeheer werkte SIPEF samen met een expert van het Carnegie Institution for Science om een beoordeling van fysieke klimaatrisico’s uit te voeren en de mogelijke gevolgen voor haar activiteiten in kaart te brengen.

Acties

SIPEF bereidt zich proactief voor op klimaatgerelateerde weersomstandigheden, waaronder hittegolven, rivier- en kustoverstromingen, om de operationele veerkracht te versterken en de blootstelling aan fysieke klimaatrisico's in al haar activiteiten te verminderen. De aanpassingsmaatregelen zijn gegroepeerd in de volgende aandachtsgebieden:

Waterbeheer

SIPEF past de Beste Managementpraktijken en waterregulerende maatregelen toe om de risico's op waterverzadiging, overstroming en brand tijdens droogte te verminderen. De Groep versterkt voortdurend het waterbeheer en spant zich in om de intensiteit van het watergebruik te verminderen, en ondersteunt de voorbereiding op potentiële waterstress in al zijn activiteiten.

Regeneratieve landbouw

SIPEF ontwikkelt regeneratieve landbouwbenaderingen om de gezondheid van de bodem en de weerbaarheid van gewassen tegen hitte- en waterstress te versterken. Door samen te werken met Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS) worden er proeven uitgevoerd om de opbrengst van gewassen en de weerstand en veerkracht van gewassen te verbeteren onder veranderende omgevingsomstandigheden, waaronder de verdeling van neerslag, bodemvruchtbaarheid, microbiële diversiteit en watervasthoudend vermogen.

BEOORDELING VAN FYSIEKE KLIMAATRISICO’S DOOR SIPEF

  • Activa van SIPEF: Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea, Côte d’Ivoire
  • TIJDSHORIZON: Korte termijn (1-3 jaar), Middellange termijn (4-10 jaar), Langetermijneffecten (11-25* jaar) vanaf 2024
  • AARDESYSTEEMMODELLEN: GFDL-ESM4, MRI-ESM2-0*
  • SCENARIO'S VAN DE INTERGOUVERNEMENTELE WERKGROEP INZAKE KLIMAATVERANDERING: Scenario's voor Shared Socioeconomic Pathways (SSP): SSP1-2.6 (scenario voor duurzame ontwikkeling) en SSP5-8.5 (scenario met hoge uitstoot)
  • BEOORDEELDE KLIMAATGEVAREN:
    • TEMPERATUURGERELATEERD: hittestress bij planten, hittestress bij mensen, hittegolven of bosbranden
    • WINDGERELATEERD: veranderende windpatronen, cyclonen of stormen
    • WATERGERELATEERD: interjaarlijkse variabiliteit van neerslag, seizoensgebonden variabiliteit van neerslag, waterstress, stijging van de zeespiegel, droogte of zware neerslag
    • BODEMGERELATEERD: kusterosie, bodemaantasting of -erosie

De beoordeling van klimaatgerelateerde fysische risico's van SIPEF benadrukt de volgende risico's voor haar activiteiten: overstromingen en hittegolven.
* INDONESIË: de beoordeling identificeert gemiddelde niveaus van hittestress bij planten, samen met een laag tot gemiddeld risico op droogte, bosbranden en rivieroverstromingen.
* PAPOEA-NIEUW-GUINEA: de risico's omvatten rivier- en kustoverstromingen.
* CÔTE D’IVOIRE: de risico's bestaan uit waterstress, hittegolven en rivieroverstromingen, met kans op verergering onder extreme opwarmingsscenario's.

* Aangepast aan de operationele realiteit van SIPEF, met name de 25-jarige levenscyclus van de oliepalmproductie
** GFDL-ESM4 – Aardesysteemmodel ontwikkeld door het Geophysical Fluid Dynamics Laboratory van de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) voor simulaties en prognoses van het klimaatsysteem. Voor meer informatie: www.gfdl.noaa.gov/earth-system-esm4/
*** MRI-ESM2-0 – Aardesysteemmodel ontwikkeld door het Meteorological Research Institute van het Japan Meteorological Agency (JMA) voor simulaties en prognoses van het klimaatsysteem. Voor meer informatie: www.mri-jma.go.jp/Publish/Technical/DATA/VOL_80/index_en.html

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Overstroming en kustbescherming

In kustregio's verbetert SIPEF de veerkracht van kustlijnen door herstel van kustbuffers in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. De Groep is ook van plan om tegen 2027 een waterkering aan te leggen in overstromingsgevoelige gebieden in Côte d'Ivoire, om de productiegebieden en nabijgelegen woonwijken beter te beschermen tegen overstromingen.

Doelstellingen en vooruitgang

Doelstellingen Land Vooruitgang 2025
AANPASSING AAN KLIMAATVERANDERING
1. Kustlijnen beschermen en overstromingen voorkomen door mangroveaanplant en herstel van kustbuffers tegen 2027 Papoea-Nieuw-Guinea, Indonesië SIPEF blijft het herstel van kustecosystemen versterken door middel van voortgaand mangroveherstel en geassisteerde natuurlijke regeneratie binnen kustbufferzones. In 2025 werden 1 661 zaailingen geplant in Indonesië en 1 340 zaailingen in Papoea-Nieuw-Guinea.
2. Een waterkering bouwen in overstromingsgevoelige gebieden om de productiegebieden en nabijgelegen woonwijken beter te beschermen tegen 2027 Côte d'Ivoire Nieuw doel in 2025

Doelstellingen en vooruitgang

Doelstellingen Land Vooruitgang 2025
MONITORING VAN DE ROOKDICHTHEID IN ALLE PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEKEN
1. Geen non-conformiteiten met betrekking tot lokale en industrienormen over rookdichtheid Papoea-Nieuw-Guinea, Indonesië Naleving van 100% voor alle fabrieken in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.
2. Rookdichtheidsmeters installeren in alle palmolie-extractiefabrieken tegen 2028 Papoea-Nieuw-Guinea, Indonesië Nieuw doel in 2025 om monitoringaanpak te verbeteren.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — milieubeheer

2. VERONTREINIGING

SIPEF's aanpak van verontreinigingsbeheer is ingebed in alle landbouw- en verwerkingsactiviteiten en volgt de richtlijn van naleving van de regelgeving, certificeringsnormen en initiatieven voor voortdurende verbetering. Deze benadering wordt ondersteund door het Verantwoordelijk Plantagebeleid en het Milieubeleid, waarin eisen zijn vastgelegd voor de minimalisering van verontreiniging die alle relevante verontreinigende stoffen, bescherming van waterscheidingen en biodiversiteit en naleving van milieuwetten omvatten.

SIPEF beheert verontreinigingsrisico's voor lucht en water door controles op het gebruik van agrochemicaliën, afvalwater en bijproducten, en luchtuitstoot. In de paragrafen hieronder worden deze controles beschreven, samen met de belangrijkste acties, doelen en prestatiecijfers die worden gebruikt om de vooruitgang te volgen.

De Groep wijst voldoende middelen toe voor milieubeheer om effectieve beperking van verontreiniging te waarborgen, inclusief met maatregelen voor normale, abnormale en noodsituaties.

Meer details over de rapporteringsgrondslag, methodologieën en aannames gebruikt voor de gerapporteerde cijfers zijn te vinden in bijlage 4. Een lijst met vereisten voor opname door middel van verwijzing is eveneens opgenomen in bijlage 5.# LUCHTVERONTREINIGING

Acties

De verbranding van biomassa helpt bij het opwekken van hernieuwbare energie in de palmolie-extractiefabrieken van SIPEF. Onaangepast beheer kan echter leiden tot overmatige rookuitstoot en het vrijkomen van deeltjes, wat risico's voor het milieu en de gezondheid kan opleveren. SIPEF zorgt ervoor dat de verbranding van biomassa op een optimaal niveau wordt gehandhaafd om de uitstoot van deeltjes tot een minimum te beperken. Er worden technische controles uitgevoerd om de rookdichtheid en de uitstoot van deeltjes te minimaliseren, waaronder de installatie van cyclonen in schoorstenen. Deze cyclonen gebruiken centrifugaalkracht om vaste deeltjes van de gasstroom te scheiden, zodat de uitstoot van deeltjes binnen de geldende wettelijke en certificeringslimieten blijft.

In 2025 engageerde SIPEF zich om haar monitoring te versterken door tegen 2028 rookdichtheidsmeters te installeren in al haar palmolie-extractiefabrieken. Dit maakt consistente meting met behulp van standaardparameters mogelijk en vergemakkelijkt verificatie door controleurs van derde partijen en de relevante autoriteiten in elk land.

WATERVERONTREINIGING

Acties

Beheer van agrochemicaliën

SIPEF past verantwoorde beheerpraktijken van agrochemicaliën toe in al haar oliepalm- en bananenplantageactiviteiten. Dit omvat het gebruik van organische meststoffen en de implementatie van geïntegreerde plaagbestrijdingstechnieken (integrated pest management - IPM) op zowel de plantages van de Groep zelf als op die van de lokale boeren. Geïntegreerde plaagbestrijding geeft prioriteit aan monitoring en niet-chemische controles en gebruikt alleen wanneer dat nodig is gerichte agrochemicaliën. Deze elementen helpen de risico's voor natuurlijke waterlopen en -lichamen te minimaliseren. Voor meer informatie over de landbouwpraktijken van SIPEF verwijzen we naar het gedeelte biodiversiteit en ecosystemen.

Het gebruik van agrochemicaliën wordt bepaald door de lokale omstandigheden. Weerspatronen, bodemkenmerken en omliggende ecosystemen beïnvloeden de druk van plagen en de behoefte aan voedingsstoffen, wat betekent dat sommige locaties gerichter bestrijdingsmiddelen of meststoffen nodig hebben dan andere. Blad- en bodemanalyses worden uitgevoerd met ondersteuning van externe experts om een optimale toepassing van meststoffen te garanderen. De bestrijding van plagen en ziekten volgt op monitoring en begint met het gebruik van beschikbare biologische bestrijdingsmiddelen, overeenkomstig IPM-programma's. Agrochemicaliën worden alleen toegepast waar nodig, volgens specifieke aanbevelingen.

Het gebruik van landbouwchemicaliën in de palmolieproductie in 2025

In 2025 gebruikte SIPEF 0,78 kg werkzame stof per hectare aan pesticiden, met een toxiciteitsindex per hectare van 93 voor herbiciden in Papoea-Nieuw-Guinea, en 1,71 kg werkzame stof per hectare aan pesticiden, met een toxiciteitsindex per hectare van 290 voor herbiciden in Indonesië. Wat anorganische mest betreft, heeft SIPEF in Papoea-Nieuw-Guinea 0,59 ton per hectare gebruikt en in Indonesië 0,87 ton per hectare, wat een weerspiegeling is van de locatiespecifieke behoeften voor wat betreft het gebruik van productiemiddelen.

In Indonesië lag het gebruik van pesticiden hoger, voornamelijk als gevolg van eenmalige grondbewerkingsactiviteiten en een uitgebreidere toepassing van herbiciden voor onkruidbestrijding op grotere oppervlakten, wat niet te wijten was aan hogere doseringen. Bovendien moest er in 2025 meer gebruik worden gemaakt van insecticiden om uitbraken van bladetende plagen in Noord- en Zuid-Sumatra te bestrijden. Deze stijging is het gevolg van gerichte maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van de ernst van plaatselijke plagen, waarbij insecticiden pas als laatste redmiddel worden ingezet na monitoring van de plaagpopulatie. SIPEF blijft haar programma’s voor nuttige planten uitbreiden om de populaties van natuurlijke roofdieren te ondersteunen en te vergroten, en plaatst daarnaast nestkasten om uilen aan te trekken als biologische bestrijdingsmaatregel tegen knaagdieren. Voor meer informatie over het IPM-programma van SIPEF verwijzen we naar het gedeelte biodiversiteit en ecosystemen.

Beheer geloosd afvalwater

SIPEF beperkt de waterverontreiniging in haar palmolie-extractiefabrieken en verpakkingsstations door het beheer van afvalwaterzuivering. Bananenverpakkingsstations controleren zorgvuldig het waswater dat gebruikt wordt tijdens het schoonmaken van de bananen, terwijl POME uit palmolie-extractiefabrieken behandeld wordt vóór lozing.

De kwaliteit van het afvalwater wordt regelmatig geanalyseerd door onafhankelijke laboratoria, waarbij de nadruk ligt op belangrijke indicatoren, zoals biologisch zuurstofverbruik (biological oxygen demand - BOD), chemisch zuurstofverbruik (chemical oxygen demand - COD) en totale zwevende deeltjes (total suspended solids - TSS), zodat de behandelingssystemen naar behoren werken. Verschillende extractiefabrieken brengen ook behandeld POME aan in de greppels rond geplante oliepalmen om als organische meststof te dienen. De extractiefabriek van SIPEF in Bukit Maradja mengt POME met lege vruchtentrossen (empty fruit bunches - EFB) voor compostering voordat het op het land wordt aangebracht; alle andere extractiefabrieken vertrouwen op biogas en/of conventionele vijversystemen om de hoeveelheid organisch materiaal te verminderen vóór lozing op het land. Bijproducten van oliepalmen op deze manier gebruiken en behandelen verkleint het risico op waterverontreiniging en vermindert de afhankelijkheid van anorganische meststoffen.

In 2025 werden in Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d'Ivoire geïsoleerde gevallen geregistreerd van waterlozingen die de toepasselijke limieten overschreden. In Papoea-Nieuw-Guinea was dit te wijten aan het vrijkomen van organisch materiaal tijdens het ontslibben van de bezinkingsvijvers bij de Hargy-extractiefabriek. SIPEF nam onmiddellijk corrigerende maatregelen en plant regelmatige ontslibbingsprogramma's in de extractiefabriek tijdens periodes waarin er niet geloosd hoeft te worden. In Côte d'Ivoire waren de verhoogde zwevende deeltjes in de verpakkingsstations Lumen 1, Lumen 2 en Motobé het gevolg van aantasting van de bodems van verschillende bezinkingstanks in het passieve waterzuiveringssysteem. Beperkende maatregelen waren onder andere het herstellen van de reservoirs in alle verpakkingsstations en het verbeteren van het onderhoudsschema.

  • Verpakkingsstations voldoen aan de wettelijke vereisten en gaan verder door de prestaties te toetsen aan de hogere normen die vereist zijn onder certificeringssystemen. Als gevolg daarvan worden sommige resultaten aangemerkt als overschrijdingen van deze ambitieuzere drempelwaarden.

Doelstellingen en vooruitgang

Doelstellingen Land Vooruitgang 2025
KWALITEIT VAN WATERLOZING IN ALLE PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEKEN EN VERPAKKINGSSTATIONS Papoea-Nieuw-Guinea In één palmolie-extractiefabriek en drie verpakkingsstations in Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d'Ivoire* overschreed de kwaliteit van het geloosde water de limieten, terwijl er in Indonesië geen dergelijke gevallen werden geregistreerd.
Geen non-conformiteiten met lokale en industriële voorschriften voor afvalwaterlimieten Indonesië
Côte d'Ivoire

3. WATERBEHEER

Water is een kritieke hulpbron voor de landbouwproductie- en verwerkingsactiviteiten van SIPEF. Effectief waterbeheer ondersteunt de productiviteit van gewassen, de operationele efficiëntie en de bescherming van de omliggende natuurlijke waterlopen. Het waterbeheer van SIPEF wordt geleid door haar Milieubeleid en Verantwoordelijk Plantagebeleid, die de Groep verplichten om water efficiënt te gebruiken en de intensiteit van het watergebruik te verminderen. SIPEF werkt ook samen met onafhankelijke consultants en lokale gemeenschappen om de belangrijkste natuurlijke hulpbronnen, waaronder water, in kaart te brengen als onderdeel van de evaluaties van de maatschappelijke impact, milieueffectbeoordelingen en beoordelingen van de Hoge Natuurbehoudswaarde (High Conservation Value - HCV) en Hoge Koolstofvoorraad (High Carbon Stock Approach - HCSA). Deze beoordelingen vormen de basis voor SIPEF's beheer van biodiversiteitsafhankelijkheid en oeverzones, die gebufferd worden met natuurlijke vegetatie om de bescherming van het stroomgebied te verbeteren.

Hoewel de operaties van de Groep niet gelegen zijn in gebieden die geclassificeerd staan als gebieden met een hoog risico door de Water Risk Filter van het World Wildlife Fund (WWF), prioriteert SIPEF het behoud van de beschikbaarheid en kwaliteit van water om haar activiteiten te ondersteunen en om de noden van lokale gemeenschappen en ecosystemen veilig te stellen. Meer details over de rapporteringsgrondslag, methodologieën en aannames gebruikt voor de gerapporteerde cijfers zijn te vinden in bijlage 4. Een lijst met vereisten voor opname door middel van verwijzing is eveneens opgenomen in bijlage 5.

Acties

Oliepalm is een regengewas dat geen irrigatie nodig heeft, wat de druk op de lokale waterbronnen op natuurlijke wijze vermindert. Binnen de palmolieactiviteiten van SIPEF is het waterverbruik voornamelijk geconcentreerd in het extractieproces, waarbij de onttrekkingen aan rivieren, grondwater of opslagfaciliteiten ter plaatse zorgvuldig worden gemonitord en beheerd. Sommige palmolie-extractiefabrieken recyclen POME voor landtoepassing binnen de plantages, terwijl andere het in rivieren of andere waterlichamen lozen in overeenstemming met de wettelijke normen.

WATERBEHEER IN 2025

• gerecycled en hergebruikt water: 285 832 m³ werd gerecycled en hergebruikt door het op het land toepassen van behandelde POME.* wateropslag: 566 712 m³ werd opgeslagen, op basis van de jaarlijkse capaciteit van de wateropslagfaciliteiten ter plaatse.
* waterintensiteit: variërend tussen 0,68 tot 1,31 m³ water onttrokken/ton verwerkte verse vruchttrossen (fresh fruit bunches - FFB). Negen van de tien extractiefabrieken blijven binnen de gestelde efficiëntiedoelen. Eén fabriek in Papoea-Nieuw-Guinea overschreed de limiet door langdurige werking van de ketel en turbine.
* gerecycled en hergebruikt water: 226 855 m³ water werd gerecycled en hergebruikt in de verpakkingsstations en voor irrigatie binnen de plantages.

Bananenactiviteiten
* wateropslag: voor deze activiteiten is geen wateropslag op locatie vereist.
* waterintensiteit: 201,05 m³ water werd onttrokken per ton bananenproductie. De daling van 5,5% was het gevolg van minder irrigatie vanwege locatiespecifieke omstandigheden, waaronder een verhoogd zoutgehalte in het water en een kleiner beplant areaal, en efficiëntiewinst door verbeteringen aan het irrigatienetwerk.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — milieubeheer

SIPEF versterkt haar waterbeheer door de intensiteit van het watergebruik van haar palmolie-extractiefabrieken te verminderen. Het bedrijf heeft zich er ook toe verbonden om tegen 2030 in alle extractiefabrieken systemen voor regenwateropvang te installeren om de afhankelijkheid van ruwwaterbronnen in alle activiteiten van de Groep te verminderen. Deze verbintenis ondersteunt een vermindering van de jaarlijkse wateronttrekking met ongeveer 168 000 m³. SIPEF legt ook een bekken voor waterrecycling aan bij een van haar bananenverpakkingsstations in Côte d'Ivoire.

Binnen de activiteiten van de Groep blijft bananenteelt de waterintensiefste activiteit, vanwege de behoefte aan irrigatie. In Côte d'Ivoire stimuleert SIPEF efficiënt watergebruik door irrigatiewater te halen uit een combinatie van regenwater, gezuiverd afvalwater van verpakkingsstations dat wordt opgeslagen binnen dammen op het terrein en nabijgelegen rivieren. Water voor de verpakkingsstations wordt uit putten gehaald in overeenstemming met de voedselveiligheidsvereisten. Al het proceswater wordt gerecycled door middel van bezinktanks en teruggevoerd naar dammen voor hergebruik of veilig geloosd in rivieren.

In 2025 was het totale waterverbruik van de Groep goed voor 11 170 164 m³ in al zijn palmolie-extractiefabrieken, bananenplantages en verpakkingsstations, wat overeenkomt met 22 119 m³ per miljoen EUR netto omzet. Vergeleken met 2024 is dat een daling van 66 990 m³. Van dit totaal werd ongeveer 90% toegeschreven aan het verbouwen en de verwerking van bananen, terwijl de resterende 10% verband hield met de verwerking van palmolie.

Doelstellingen en vooruitgang

Doelstellingen Land Vooruitgang 2025
1. De gemiddelde jaarlijkse intensiteit van het waterverbruik in alle palmolie-extractiefabrieken voldoet aan de efficiëntiedoelstellingen voor elke locatie* Papoea-Nieuw-Guinea, Indonesië Negen van de tien palmolie-extractiefabrieken hebben de doelstellingen gehaald.
2. Installatie van regenwateropvangsystemen in alle palmolie-extractiefabrieken tegen 2030, wat het jaarlijks onttrokken water terugbrengt met 168 000 m³ - Er worden voorbereidingen getroffen voor de gefaseerde installatie van opvangsystemen voor regenwater.
3. Installatie van een waterrecyclingbassin in bananenverpakkingsstation tegen 2027 Côte d'Ivoire Het testen van de waterkwaliteit is aan de gang en het doeljaar is bijgewerkt tot 2027.

* Zie bijlage 2 voor meer informatie

4. BIODIVERSITEIT EN ECOSYSTEMEN

Als verantwoordelijk landbouwbedrijf dat in de tropen werkt, bevindt SIPEF zich in een unieke positie om bij te dragen aan het behoud van biodiversiteit en om de klimaatgerelateerde gevolgen van haar activiteiten te verminderen door landbouwproductie los te koppelen van de omschakeling van gebieden met Hoge Natuurbehoudswaarde, ontbossing en de drainage van organische grond voor landbouw. De verbintenissen van SIPEF op het gebied van verantwoord grondgebruik, natuurbehoud en duurzame bevoorrading zijn verankerd in haar Milieubeleid, het Verantwoordelijk Plantagebeleid en het Verantwoordelijk Inkoopbeleid, waarin minimumnormen en Beste Managementpraktijken voor duurzaam landgebruik zijn vastgelegd.

Meer details over de rapporteringsgrondslag, methodologieën en aannames gebruikt voor de gerapporteerde cijfers zijn te vinden in bijlage 4. Een lijst met vereisten voor opname door middel van verwijzing is eveneens opgenomen in bijlage 5.

RISICO'S EN AFHANKELIJKHEDEN VOOR BIODIVERSITEIT EN ECOSYSTEMEN

Om de biodiversiteit en de ecosystemen te beschermen, voert SIPEF milieueffectbeoordelingen en HCV-HCSA-beoordelingen op haar plantages. Deze onafhankelijke beoordelingen zijn gebaseerd op gemeenschapsoverleg en participatieve kartering, en maken gebruik van internationaal erkende methodologieën om HCV- en HCS-gebieden te identificeren en te beschermen. De resultaten worden samengevoegd in een groepsbrede analyse van risico's en afhankelijkheden die onderzoekt hoe het landgebruik van SIPEF van invloed kan zijn op belangrijke ecosysteemdiensten, zoals de beschikbaarheid van water, de bodemgezondheid en bestuiving. De analyse onderzoekt ook de mogelijke impact van SIPEF op omliggende lokale gemeenschappen en hun culturele waarden.

Deze beoordelingen, samen met een bijkomende interne beoordeling op basis van een geografisch informatiesysteem, bevestigden dat de sites van SIPEF zich niet in of nabij biodiversiteitsgevoelige gebieden* bevonden en dat er bijgevolg geen rechtstreekse negatieve gevolgen voor deze gebieden werden vastgesteld. Desondanks heeft de Groep natuurbehoudsgebieden aangewezen om de HCV- en HCS-gebieden die werden geïdentificeerd in de beoordelingen te beschermen.

SIPEF nam een externe deskundige in de arm om een kwalitatieve beoordeling uit te voeren van de fysieke risico's en transitierisico's met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen in al haar eigen activiteiten en in die van haar associated smallholders. De beoordeling is gebaseerd op het raamwerk van de Taskforce on Nature-related Financial Disclosures (TNFD) en afgestemd op de openbaarmakingsvereisten van de Richtlijn duurzaamheidsrapportering door bedrijven (Corporate Sustainability Reporting Directive - CSRD). Bij de beoordeling werd gekeken naar fysieke risico's, waaronder droogte, plagen en ziekten, branden en bodemdegradatie, maar ook naar transitierisico's in verband met mogelijke veranderingen in beleid, markten en technologie. Ze nam ook toekomstige trends in overweging in de bedrijfsplanningsperiode van SIPEF (tien jaar) en de volledige levenscyclus van oliepalmen (twintig jaar).

Hoewel er geen rechtstreekse materiële fysieke risico's, transitierisico's of systeemrisico's werden geïdentificeerd, benadrukte de beoordeling dat de prestaties van SIPEF op de lange termijn afhankelijk zijn van de voortdurende levering van gezonde ecosysteemdiensten - met name de beschikbaarheid van water, bodemvruchtbaarheid en bestuiving - die essentieel zijn voor veerkrachtige landbouwactiviteiten.

* Biodiversiteitsgevoelige gebieden zijn onder meer beschermde gebieden die zijn opgenomen in de World Database on Protected Areas (WDPA), UNESCO Werelderfgoed en belangrijke biodiversiteitsgebieden (Key Biodiversity Areas - KBA). Activiteiten op of binnen 500 meter van deze gebieden worden beschouwd als een potentieel risico voor de biodiversiteit.

DUURZAAM LANDGEBRUIK

Acties
* Geen ontbossing

SIPEF's benadering van duurzaam landgebruik is verankerd in haar NDPE-verbintenis, die sinds 31 december 2015 van kracht is. De Groep past de relevante eisen voor duurzaamheidscertificering toe op nieuwe aanplantingen, respecteert traditionele landrechten door middel van vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (Free, Prior, and Informed Consent - FPIC) en controleert zijn concessies en die van zijn leveranciers op veranderingen in landgebruik en mogelijke niet-conforme omschakelingsactiviteiten. In 2025 omvatten de oliepalmactiviteiten van SIPEF in Indonesië ongeveer 17 000 hectare met organische bodem die werden gecultiveerd voorafgaand aan de NDPE-verbintenis van de Groep. Voor bestaande ontwikkelde organische gronden past SIPEF Beste Managementpraktijken toe, inclusief draineerbaarheidsbeoordelingen voorafgaand aan herbeplanting*, in het verlengde van de richtlijnen voor het beheer van veengronden van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) en lokale regelgeving, om de geschiktheid van het land op lange termijn te garanderen.

Eigen natuurbehoudsgebieden binnen de concessies van SIPEF
In 2025 beheerde SIPEF 15 092 hectare natuurbehoudsgebied binnen haar eigen activiteiten in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire. Deze gebieden omvatten geïdentificeerde HCV- en HCS-gebieden binnen de concessies van de Groep, maar het gebied dat wordt beheerd onder het programma SBI valt er niet onder. In Indonesië werd een nettovermindering van 228** hectare geregistreerd. Dit was niet te wijten aan de omzetting van HCV- en HCS-gebieden, maar eerder aan de grenswijzigingen van landtitels binnen de oliepalmplantages. SIPEF blijft zich inzetten om haar HCV-HCS-gebieden in al haar concessies nog beter te monitoren en beheren. Deze inspanningen worden ondersteund door speciale teams die ter plekke biodiversiteits- en beheerplannen voor natuurbehoud uitvoeren en worden geschraagd door voortdurende capaciteitsopbouw en technische opleiding om de prestaties op het gebied van natuurbehoud te verbeteren.# Monitoring van SIPEF's verbintenis tot geen ontbossing

SIPEF monitort jaarlijks de naleving van haar verbintenis tot geen ontbossing en geen organische gronden voor alle leveranciers. In 2025 overzag het systeem ruim 157 791 hectare; 84% daarvan binnen de eigen concessies van SIPEF en gebieden die onder het SBI-programma vallen, en 16% binnen gebieden van lokale boeren die leverancier zijn.

Volgens de monitoringresultaten van 2025 door de onafhankelijke beoordelaar, Inovasi Digital, werden er geen incidenten van ontbossing of omschakeling van organische bodems vastgesteld in de eigen plantages van SIPEF noch bij haar lokale boeren. Gebaseerd op de 100% traceerbare toeleveringsketen binnen het bereik van de jaarlijkse monitoring, bevestigt dit dat SIPEF's huidige bevoorrading van haar eigen activiteiten en lokale boeren vrij is van ontbossing en omschakeling.

NATUURBEHOUDSGEBIEDEN BINNEN SIPEF-CONCESSIES PER LAND (HECTARE) 2025

Regio Hectare
Indonesië 9 251
Papoea-Nieuw-Guinea 5 626
Ivoorkust 216
TOTAAL 15 092
  • Drainability Assessment Procedure van de RSPO: een draineerbaarheidsbeoordeling evalueert de toekomstige risico's van verzakking van organische bodem en overstroming, zodat bedrijven hun beheer kunnen aanpassen om verzakkingen te vertragen en de werkbare levensduur van plantages op organische grond te verlengen.
    ** Het cijfer voor 2024 bedroeg 15 320

The connection to the world of sustainable tropical agriculture
SINDS 2021
• Er wordt gemonitord
• Omvat Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea
SINDS 2022
• Onafhankelijk toezicht
• Aandacht voor landgebruik

84% BINNEN DE EIGEN CONCESSIES VAN SIPEF
16% BINNEN LEVERANCIERSGEBIEDEN
157 791 GEMONITORDE HECTAREN

Zo werkt het systeem

Dekking van monitoring 2025
Monitoringskader
Historische satellietbeelden
Gedetecteerde waarschuwingen
Monitoring in bijna realtime
Kwartaalverslagen
Verslagen

MONITORING VAN HET BELEID VAN SIPEF INZAKE GEEN ONTBOSSING

Sinds 2021 bestaat er bij SIPEF een gestructureerd systeem om de naleving van haar verbintenissen rond geen ontbossing en geen gebruik van organische gronden door al haar leveranciers te monitoren. Deze aanpak werd in 2022 versterkt door de aanwerving van een onafhankelijke externe specialist die toezicht houdt op de monitoring van de activiteiten van SIPEF en van haar leveranciers in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, met de nadruk op het opsporen en verifiëren van veranderingen in landgebruik in en rond concessiegebieden.

Het systeem integreert historische en bijna-realtime satellietbeelden, met driemaandelijkse rapporten om potentiële veranderingen in landbedekking te signaleren. Alle waarschuwingen worden geverifieerd om de juiste opvolgmaatregelen te sturen.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — milieubeheer

Innovasi Digital voerde ook een onafhankelijke beoordeling van de aansprakelijkheid uit voor alle SIPEF-plantages en gebieden van lokale boeren, van 31 december 2015 tot 31 december 2023. Tijdens dit proces bevestigde de Groep één geval van niet-naleving voor 24 hectare in Papoea-Nieuw-Guinea. SIPEF is bezig met sanering in overeenstemming met de NDPE-principes, wat haar inzet voor verantwoord landbeheer en duurzaamheid op lange termijn weerspiegelt.

Brandpreventie en -beheer

SIPEF past een strikte 'geen afranding'-regel toe in al haar plantages en leveranciersactiviteiten, waarbij het gebruik van vuur voor ontbossing of teelt verboden is. Brandpreventie is een kernprioriteit die de inspanningen van SIPEF onderbouwt om werknemers, lokale gemeenschappen en de activa van de vennootschap te beschermen. De Groep beschikt over systemen die het brandrisico monitoren in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, waar de risico’s op brand het grootst zijn.

In 2025 werden er vier incidenten opgetekend die een impact hadden op 13,7 hectare van de gebieden binnen SIPEF's eigen concessies en de gebieden van lokale boeren, voornamelijk door het afranden van land door lokale stakeholders buiten de rechtstreekse toeleveringsketen van de Groep. SIPEF blijft leveranciers en lokale gemeenschappen betrekken om de beste praktijken in brandpreventie en verantwoord landbeheer te versterken.

Brandpreventieactiviteiten

In Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea zijn monitoringsystemen van het brandrisico opgezet die worden ondersteund door getrainde brandbestrijdingsteams en voertuigen die zijn uitgerust met watertanks en hogedrukpompen. Er wordt ook aandacht besteed aan het beheer van organische gronden, waar het behoud van de juiste waterniveaus essentieel is om de kans op het ontstaan van brandhaarden in kwetsbare gebieden te verkleinen en de algehele brandbestendigheid in de landschappen van SIPEF te versterken.

BEWUSTMAKING ROND BRAND VAN GROEPEN BOEREN (Kelompok Tani Peduli Api): opgericht met deelname van de lokale gemeenschap in geselecteerde regio's met een hoog brandrisico in Indonesië om het bewustzijn, de vroegtijdige opsporing en de snelle reactie op brandincidenten te versterken door middel van opleidingen en gecoördineerde veldactiviteiten.

BEWUSTMAKING VAN GROEPEN ROND GEBIEDEN MET ORGANISCHE GROND (Masyarakat Peduli Lahan Gambut): opgericht in samenwerking met de lokale gemeenschappen rond de SIPEF-plantages om het bewustzijn en de praktijken op het gebied van brandpreventie in gebieden met organische grond te versterken, waarbij de lokale overheid en universiteiten actief worden betrokken om technische bijstand en capaciteitsopbouw te bieden en om de monitoring en rapportering van potentiële brandrisico's te ondersteunen.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Regeneratieve landbouw

Regeneratieve landbouw richt zich op het versterken van de gezondheid op lange termijn en de veerkracht van landbouwsystemen door samen te werken met de natuur. Bij SIPEF geeft deze aanpak prioriteit aan het verbeteren van de gezondheid en vruchtbaarheid van de bodem, het opbouwen van klimaatbestendigheid en het verbeteren van de biodiversiteit, terwijl productieve gewassystemen worden ondersteund. Samen helpen deze impactgebieden de productiviteit te verzekeren, ecosystemen te beschermen en gemeenschappen te ondersteunen in de operationele landschappen van SIPEF.

De Groep past al een reeks Beste Managementpraktijken toe binnen deze gebieden. SIPEF wil haar landbouwpraktijken verbeteren door samen met haar onderzoekspartners proeven met regeneratieve landbouw uit te voeren. Het gebruik van regeneratieve landbouw om de klimaatbestendigheid van de activiteiten van SIPEF te versterken, wordt behandeld in het gedeelte Balanced Growth Strategy van dit rapport.

Beste Managementpraktijken

BODEMGEZONDHEID

  1. Gebruik van organische meststoffen, zoals POME, compost en EFB om waar mogelijk de afhankelijkheid van anorganische meststoffen te verminderen.
  2. Gebruik van dekgewassen en braakperioden met peulgewassen om de gezondheid van de bodem te verbeteren, de bodem in staat te stellen organisch materiaal te herstellen en voedingsstoffen aan te vullen, en plagen en ziekten te helpen bestrijden.
  3. Verantwoordelijk gebruik van pesticiden en agrochemicaliën, met onder meer het verminderen van de afhankelijkheid van schadelijke chemicaliën en het verbod op of de beperking van zeer gevaarlijke pesticiden, waaronder pesticiden die door de Wereldgezondheidsorganisatie zijn ingedeeld als klasse 1A of 1B, of die zijn opgenomen in de verdragen van Stockholm of Rotterdam.

BIODIVERSITEIT STIMULEREN

  1. Toepassing van IPM-technieken om het gebruik van pesticiden tot een minimum te beperken.
  2. Het aanplanten en verbeteren van natuurlijke vegetatie, zoals natuurbeschermingsgebieden en bufferzones langs natuurlijke waterlopen, ter versterking van ecosysteemdiensten – waaronder erosiebestrijding en beheer van het stroomgebied – en om tegelijkertijd de verbinding met het omliggende landschap te verbeteren.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — milieubeheer

Proeven met regeneratieve landbouw

BODEMGEZONDHEID

  1. Bio-activatoren en bodemmicrobiologie: heeft het potentieel om een gezondere bodemmicrobiologie en nutriëntencyclus te ondersteunen, de weerbaarheid te versterken tegen ziektekiemen, zoals Ganoderma boninense, en de afhankelijkheid van anorganische meststoffen te verminderen.
  2. Biomassa en biochar: helpt de natuurlijke vruchtbaarheid van de bodem te verbeteren door microbiële activiteit te stimuleren, wat de afhankelijkheid van anorganische meststoffen kan verminderen. Het kan ook het waterhoudend vermogen van de bodem verbeteren, waardoor gewassen zich beter kunnen aanpassen aan droogte.
  3. Beheer van palmresten: test of verschillende beheersstrategieën met vegetatieve grondbedekkingsmethoden de diversiteit van planten en geleedpotigen kunnen vergroten, de biomassaomzet en nutriëntencyclus kunnen stimuleren en microbiële diversiteit kunnen ondersteunen om Ganoderma te helpen onderdrukken. Er wordt ook geëvalueerd of het gebruik van saprofytische schimmels om de afbraak van palmresten te versnellen het risico op Ganoderma verder kan verlagen.
  4. Diversiteit in gewasrotatieschema’s: test of verschillende soorten, waaronder diepwortelende bomen, de stikstofbinding kunnen verbeteren, de bodemstructuur kunnen verbeteren en het recyclen van voedingsstoffen kunnen ondersteunen, terwijl ze erosie verminderen en de waterinfiltratie verbeteren.

BIODIVERSITEIT STIMULEREN

  1. Pionierstechnieken in grondbedekking:
  2. onkruidmatten (organische vezels zoals kokos): verkent de mogelijkheid om onkruidgroei te onderdrukken en het gebruik van herbiciden te verminderen, terwijl het ook bodemerosie en afspoeling van meststoffen beperkt, de bodemtemperatuur verlaagt en de groei van jonge palmen ondersteunt.
  3. dwergplantensoorten in palmcirkels: beproeft de aanplant van soorten van geringe hoogte en dichte groei om bodembedekking te bieden en onkruid te onderdrukken, waardoor er minder herbiciden nodig zijn.
    2.onderzoekt opportuniteiten om biologische plaagbestrijding uit te breiden door extra natuurlijke vijanden te introduceren, zoals dwergooruilen voor de bestrijding van neushoornkevers en vleermuizen om op nachtvlinders te jagen.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Doelstellingen en vooruitgang

Doelstellingen Land Vooruitgang 2025
DUURZAAM LANDGEBRUIK
1. Ontbossing: nul gevallen in eigen concessies onder beheer van SIPEF en in leveranciersgebieden Papoea-Nieuw-Guinea Geen gevallen van niet-naleving.
2. Brand: nul gevallen in eigen concessies onder beheer van SIPEF en in leveranciersgebieden Indonesië Drie gevallen van brand in eigen activiteiten en één in het gebied van een toeleverancier.
3. Vijf regeneratieve landbouw- proefprojecten gestart met een model om op te schalen tegen 2026 Er lopen proeven om de bodemgezondheid te verbeteren en de biodiversiteit te vergroten.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — milieubeheer

BIODIVERSITEIT EN PROGRAMMA'S OP LANDSCHAPSNIVEAU

Acties

Om de biodiversiteit en ecosysteemdiensten binnen de eigen activiteiten te beschermen, blijft SIPEF HCV- en HCS-gebieden beschermen. Naast maatregelen op locatieniveau bevordert de Groep ook een geïntegreerde landschapsaanpak die bosherstel ondersteunt en door de gemeenschap geleid beheer versterkt in de bredere productielandschappen. Ter ondersteuning van deze inspanningen verbetert SIPEF haar biodiversiteitsreferenties door het beter verzamelen en monitoren van gegevens, waardoor het inzicht in de aanwezigheid van soorten, de toestand van habitats en veranderingen in de loop van de tijd toeneemt.

Biodiversiteitsprogramma's

In 2025 startten de activiteiten van SIPEF in Indonesië nieuwe biodiversiteitsreferenties in samenwerking met externe experts, gericht op geselecteerde indicatortaxa, zoals vleermuizen en vogels, om meer inzicht te krijgen in de aanwezigheid van soorten in al haar activiteiten en om de monitoring en het beheer te verbeteren. Deze beoordelingen werden aangevuld met het invoeren van initiatieven voor biodiversiteitsmonitoring die door de gemeenschap worden aangestuurd, met onder meer een burgerwetenschapsbenadering, die de identificatie van soorten en het verzamelen van gegevens verbeterde, de betrokkenheid van werknemers en lokale gemeenschappen vergrootte en het bewustzijn van het belang van het behoud van HCV- en HCS-gebieden versterkte.

SIPEF zal haar biodiversiteitsonderzoeken in Indonesië uitbreiden met insecten, met als doel om tegen 2027 een volledige referentiebasis voor biodiversiteit te hebben. Er zijn vergelijkbare biodiversiteitsonderzoeken gepland voor operaties in Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d'Ivoire, om een gecoördineerde aanpak voor alle SIPEF-operaties te garanderen als onderdeel van de verbintenis om tegen 2027 basisgegevens te verzamelen dankzij door specialisten geleide onderzoeken.

SIPEF blijft de zeeschildpaddenpopulaties* beschermen via haar Indonesische natuurbeschermingsstichting, Yayasan SIPEF Indonesia (YSI), langs een strook strand van 6,5 kilometer in het Air Hitam Nature Recreation Park op Noord-Sumatra. Het programma wordt uitgevoerd in samenwerking met lokale overheden op basis van een memorandum van overeenstemming, dat voor het laatst in augustus 2024 werd verlengd en geldig is tot 2028. Het initiatief richt zich op belangrijke bedreigingen, waaronder stroperij en het illegaal verzamelen van eieren, aantasting van leefgebieden, vervuiling van de zee, predatie en klimaatgerelateerde gevolgen. In 2025 werden 1 914 eieren verzameld op kwetsbare stranden en uitgebroed in gecontroleerde voorzieningen. Daarna werden de jongen veilig vrijgelaten in de oceaan. De beschermingsinspanningen waren voornamelijk gericht op de lederschildpad en de Kemps schildpad, die beide als 'kwetsbaar' aangeduid staan op de rode lijst van bedreigde diersoorten van de International Union for Conservation of Nature (IUCN), terwijl in het gebied ook de als ‘ernstig bedreigd’ aangemerkte karetschildpad en de als ‘bedreigd’ aangemerkte groene zeeschildpad werden waargenomen.

  • Gegevens over het zeeschildpaddenproject vielen buiten de scope van de beperkte zekerheidscontrole onder de CSRD.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Geïntegreerde landschapsinitiatieven

SIPEF BIODIVERSITY INDONESIA

Het SBI-programma is een initiatief voor ecosysteemherstel van 12 656 hectare naast het Kerinci Seblat National Park, gericht op herbebossing van aangetast land, betrokkenheid van gemeenschappen door middel van agrobosbouwprogramma's en bescherming van de biodiversiteit, met specifieke aandacht voor de ernstig bedreigde Sumatraanse tijger. Na het bereiken van haar vorige hersteldoelstelling heeft SIPEF een ambitieuzer doel gesteld om 1 123 hectaren te herstellen tegen 2033. Tussen 2024 en 2025 werd 303 hectare hersteld binnen het SBI-gebied. Sinds 2022 werkt SIPEF samen met de Zoological Society of London (ZSL) en SINTAS, een lokale niet-gouvernementele organisatie (ngo) in Indonesië, om het toezicht op en het beheer van de biodiversiteit in de SBI-concessie te verbeteren door de toepassing van wetenschappelijke methodologieën, zoals wildcamera's voor het monitoren van de Sumatraanse tijgerpopulatie. Deze samenwerking maakt gebruik van de technische expertise van ZSL en SINTAS en versterkt de beschermingsaanpak van SIPEF op lange termijn. In 2025 werkte SIPEF ook samen met Force with Nature om de capaciteit van de rangers bij SBI en op de plantages in de Bengkulu-regio te verbeteren. De biodiversiteitsonderzoeken en burgerwetenschapswerkzaamheden die in het vorige hoofdstuk worden beschreven, staan voor SBI gepland in 2026.

NEW BRITAIN SUSTAINABLE LANDSCAPES INITIATIVE (NBSLI)

SIPEF is van plan om het NBSLI te testen in Papoea-Nieuw-Guinea, wat bosbehoud, duurzaam landgebruik en inclusieve ontwikkeling op landschapsschaal zal integreren. Het initiatief beoogt het behoud van de boshabitat rond een meer gelegen in een vulkanische caldeira aan de rand van SIPEF's productielandschap. Het gebied ligt in de wereldwijd erkende biodiversiteitshotspot van Nieuw-Guinea en is een van de rijkste maar minst bestudeerde regio's op aarde, met een grote culturele betekenis voor de omliggende gemeenschappen. De bescherming van dit bos zal onvervangbaar natuurlijk en cultureel erfgoed veiligstellen voor toekomstige generaties.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — milieubeheer

Doelstellingen en vooruitgang

Doelstellingen Land Vooruitgang 2025
PROGRAMMA BIODIVERSITEIT EN LANDSCHAPSNIVEAU
1. Twee benaderingen op landschapsniveau instellen voor natuurvriendelijke oliepalmteelt en betrokkenheid van de gemeenschap tegen 2030, één in Papoea-Nieuw-Guinea en één in Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea / Indonesië De projecten bevinden zich in hun ontwikkelingsfase en SIPEF is actief op zoek naar partnerschappen om hun implementatie te ondersteunen.
2. Herstel van 1 123 hectare aangetast land binnen SBI tegen 2033, met 2024 als basislijn Indonesië 303 hectare is hersteld, wat betekent dat 27% van het doel bereikt werd.
3. Uitgebreide onderzoeken naar biodiversiteit voltooien in elk land tegen 2027 om een basislijn vast te stellen Papoea-Nieuw-Guinea / Indonesië / Côte d'Ivoire Nieuw doel in 2025.

Een ranger van SIPEF patrouilleert langs de grens waar oliepalmplantages aansluiten op een natuurbeschermingsgebied in Indonesië. Veldpatrouilles dragen bij aan de bescherming van HCV-HCS-gebieden en onderstrepen daarmee het streven van SIPEF naar verantwoord plantagebeheer en de bescherming van biodiversiteit.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

De Taxonomieverordening van de EU (EU 2020/852) is een classificeringssysteem voor milieuvriendelijke economische activiteiten. De verordening werd uitgewerkt door de Europese Commissie en heeft tot doel om duurzame investeringen te bevorderen en de uitvoering van de Europese Green Deal te ondersteunen. De Taxonomieverordening is een onderdeel van het actieplan van de Europese Commissie om kapitaalstromen te heroriënteren naar duurzame projecten en activiteiten. Ze vormt een belangrijke stap richting koolstofneutraliteit tegen 2050, in lijn met de EU-doelstellingen, omdat ze duidelijke definities en criteria vastlegt voor wat als duurzaam wordt beschouwd.

Artikel 8(2) van de Taxonomieverordening van de EU vereist dat niet-financiële ondernemingen kernprestatie-indicatoren (key performance indicators - KPI's) openbaar maken die het aandeel van hun omzet weergeven dat afkomstig is van duurzame economische activiteiten, naast het aandeel van de investeringen (Capex) en de bedrijfsuitgaven (Opex) die verband houden met activa of processen die met dergelijke activiteiten samenhangen. Deze hebben betrekking op de volgende zes milieudoelstellingen:

5. EU TAXONOMIE OPENBAARMAKINGEN

ZES MILIEUDOELSTELLINGEN VAN DE TAXONOMIEVERORDENING

  • Beperking van klimaatverandering
  • Aanpassing aan klimaatverandering
  • Duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen
  • Transitie naar een circulaire economie
  • Voorkomen en controle van verontreiniging
  • Bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen

Voor meer informatie: https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/banking-and-finance/sustainable-finance/eu-taxonomy-sustainable-activities_en

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — milieubeheer

GEPASTHEID EN AFSTEMMING VAN SIPEF

Als niet-financiële moederonderneming heeft SIPEF de activiteiten van de Groep voor de rapporteringsperiode 2025 beoordeeld als die van een agro-industriële entiteit, en deze geëvalueerd ten opzichte van alle voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten zoals uiteengezet in de EU-Taxonomieverordening en de bijbehorende gedelegeerde handelingen.* Op basis van de geschiktheidsscreening met gebruik van Nomenclature ofEconomic Activities (NACE)-codes en een beoordeling van de beschrijving van de economische activiteiten, worden de belangrijkste bedrijfsactiviteiten van SIPEF — tropische landbouw (A1.2) en de productie van palmolie (C10.4) — beschouwd als niet voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten. Tijdens dit proces heeft SIPEF rekening gehouden met de volgende overwegingen:

  • indien een NACE-code breder is dan de activiteitsbeschrijving, prevaleert de activiteitsbeschrijving over de reikwijdte van de NACE-code.
  • als een economische activiteit geen NACE-code heeft maar overeenstemt met de beschrijving van de activiteit, kan ze tellen als in aanmerking komende activiteit.
  • als de NACE-code van een economische activiteit niet wordt vermeld in de gedelegeerde EU-taxonomiehandeling klimaat maar de economische activiteit overeenkomt met de beschrijving van de activiteit, kan ze tellen als een in aanmerking komende activiteit.

Een beperkt deel van de gerapporteerde kapitaaluitgaven (Capex) of operationele uitgaven (Opex), en van de opbrengsten, heeft betrekking op geplande verbeteringen die erop gericht zijn om binnen de voorgeschreven termijn te voldoen aan de criteria van de EU-taxonomie (type (c) Capex). Deze uitgaven maken deel uit van de transitiestrategie van SIPEF en betreffen investeringen in klimaatmitigatie in biogasinstallaties (D35.11) en biodiversiteitsbehoud (A2).

Voor 2025 heeft de SIPEF-groep, onder de herziene regels, ervoor geopteerd om de taxonomiegeschiktheid of -afstemming niet te beoordelen voor activiteiten die niet als materieel voor de onderneming worden beschouwd, aangezien deze economische activiteiten gezamenlijk minder dan 10% van de totale omzet, Capex of Opex van de Groep vertegenwoordigen. SIPEF blijft zich inzetten voor het verminderen van broeikasgasemissies en het beheersen van klimaatgerelateerde risico’s en effecten. Een overzicht van de bestaande initiatieven van de Groep met betrekking tot klimaatmitigatie en -adaptatie is opgenomen in de sectie klimaatverandering van dit verslag. De volledige taxonomietabellen zijn opgenomen in bijlage 3, die een integraal onderdeel vormt van het Geïntegreerd Jaarverslag.

AANDEEL VAN ECONOMISCHE ACTIVITEITEN DIE WEL EN NIET IN AANMERKING KOMEN VOOR DE TAXONOMIE IN DE TOTALE OMZET, CAPEX EN OPEX

TOTAAL (KUSD) AANDEEL VAN ECONOMISCHE ACTIVITEITEN DIE WEL IN AANMERKING KOMEN VOOR DE TAXONOMIE (%) AANDEEL VAN ECONOMISCHE ACTIVITEITEN DIE NIET IN AANMERKING KOMEN VOOR DE TAXONOMIE (%)
Omzet 570 432 0% 100%
Investeringen 89 404 0% 100%
Bedrijfsuitgaven 57 620 0% 100%
  • Verordening (EU) 2020/852, aangevuld met de gedelegeerde verordening (EU) 2021/2139 van de Commissie, de gedelegeerde verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie, de gedelegeerde verordening (EU) 2022/1214 van de Commissie, de gedelegeerde verordening (EU) 2023/2485 van de Commissie en de gedelegeerde verordening (EU) 2023/2486 van de Commissie en de gedelegeerde verordening (EU) 2026/73 van de Commissie.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

ACTIVITEITEN IN VERBAND MET KERNENERGIE EN FOSSIELE BRANDSTOFFEN

SIPEF heeft haar activiteiten binnen de Groep geëvalueerd en verklaart dat ze geen activiteiten verricht of financiert noch blootstelling heeft aan activiteiten met betrekking tot kernenergie of fossiele brandstoffen, zoals gedefinieerd in de volgende tabellen. Zie de verklaringen van SIPEF over activiteiten met betrekking tot kernenergie en activiteiten met betrekking tot fossiele brandstoffen in voorstelling 1, zoals geïntroduceerd door de Aanvullende Gedelegeerde Handeling hieronder. Aangezien SIPEF geen activiteiten verricht met betrekking tot kernenergie en fossiele brandstoffen, zijn de voorstellingen 2-5 van de Aanvullende Gedelegeerde Handleiding niet van toepassing.

MINIMALE WAARBORGEN

SIPEF bevestigt dat ze de minimumwaarborgen respecteert, zoals verder uitgewerkt in de secties milieu-, sociale en bestuursinformatie van deze duurzaamheidsverklaring.

ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT KERNENERGIE

De onderneming is actief in, financiert of wordt blootgesteld aan onderzoek naar en de ontwikkeling, demonstratie en toepassing van innovatieve faciliteiten voor elektriciteitsopwekking die energie opwekken uit nucleaire processen met een minimum aan afval van de splijtstofcyclus. nee
De onderneming is actief in, financiert of wordt blootgesteld aan bestaande nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, inclusief stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof uit kernenergie, financiert deze of heeft blootstelling aan de veilige exploitatie ervan, evenals de verbetering van de veiligheid ervan. nee
De onderneming is actief in, financiert of wordt blootgesteld aan bestaande nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, inclusief stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof uit kernenergie, financiert deze of heeft blootstelling aan de veilige exploitatie ervan, naast de overeenkomstige veiligheidsverbeteringen. nee

ACTIVITEITEN IN VERBAND MET FOSSIELE GASVORMIGE BRANDSTOFFEN

De onderneming is actief in, financiert of wordt blootgesteld aan de bouw of exploitatie van elektriciteitscentrales die elektriciteit opwekken met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen nee
De onderneming is actief in, financiert of wordt blootgesteld aan de bouw, renovatie en exploitatie van faciliteiten voor warmtekrachtkoppeling en energieopwekking met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. nee
De onderneming is actief in, financiert of wordt blootgesteld aan de bouw, renovatie en exploitatie van faciliteiten voor warmtekrachtkoppeling waarbij fossiele gasvormige brandstoffen worden gebruikt. nee

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Duurzaamheidsverklaring — milieubeheer

Werknemers en impact op gemeenschappen

Versterking van de gepaste zorgvuldigheid op het gebied van mensenrechten in alle SIPEF-activiteiten

In alle activiteiten van SIPEF in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d'Ivoire helpt een reeks gerichte initiatieven rond gepaste zorgvuldigheid op het gebied van mensenrechten het beheer van sociale risico's te versterken en internationale normen in de dagelijkse praktijk te verankeren. In 2025 zetten de teams - ondersteund door betrouwbare partners en onafhankelijke deskundigen - dit werk voort door middel van beoordelingen van de uitgangssituatie, praktische hulpmiddelen en capaciteitsopbouw, met invoering in de eigen activiteiten, lokale boeren en omliggende gemeenschappen, op basis van relevantie voor de locatie. De bevindingen van deze verbintenissen zullen rechtstreeks van invloed zijn op de ontwikkeling van doelgerichte sociale programma's en gemeenschapsinitiatieven die de geïdentificeerde behoeften aanpakken en de resultaten voor de betrokken stakeholders verbeteren.

De Balanced Growth Strategy van SIPEF erkent dat duurzame groei staat of valt met het zijn van een verantwoordelijke werkgever, een betrouwbare partner voor de gemeenschap en een verantwoordelijke producent. De Groep handhaaft arbeids- en mensenrechten in al zijn activiteiten door de implementatie van zijn Mensenrechtenbeleid, dat is afgestemd op internationale normen en toonaangeverende duurzaamheidsnormen. Deze verwachtingen worden ook uitgebreid naar zijn leveranciersbestand van lokale boeren door middel van erkende certificeringskaders en duidelijke eisen aan leveranciers. Deze verbintenissen worden ondersteund door een toegankelijk klachtenmechanisme om verantwoording en effectief herstel te garanderen voor alle stakeholders.

SIPEF heeft zinvolle sociale doelstellingen opgesteld waar die het relevantst en haalbaar zijn. Voor andere materiële onderwerpen waarvoor nog geen doelen zijn gesteld, blijft de Groep zijn beheersbenadering versterken door middel van lopende initiatieven en verbeterde processen. De overkoepelende doelstelling is om voor alle oliepalmplantages van SIPEF een volledige Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO)-certificering te behalen en voort te bouwen op de sterke certificeringsbasis van haar bananenactiviteiten, die voor 100% gecertificeerd zijn door Rainforest Alliance, GLOBALG.A.P. en Fairtrade. Dit document rapporteert over de vooruitgang ten opzichte van de bestaande verbintenissen en doelstellingen, die verder wordt samengevat in bijlage 1.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

1. EIGEN PERSONEEL

De reikwijdte van dit gedeelte heeft betrekking op individuele werknemers met zowel vaste als tijdelijke contracten. Niet-werknemers, inclusief contractoren, worden waar van toepassing vermeld in beleid of controleprocedures, maar worden niet in aanmerking genomen voor de gegevens.

De gedelegeerd bestuurder van SIPEF heeft de algemene verantwoordelijkheid voor de betrokkenheid van het personeel, waarbij het operationeel toezicht wordt gedelegeerd aan het hoofd van human resources in elk land. Deze inspanningen worden ondersteund door sitemanagers en supervisors, die dagelijkse briefings en gestructureerde feedbacksessies faciliteren. Er wordt actief gevraagd naar input van werknemers tijdens het ontwikkelen en herzien van beleid om te verzekeren dat dit aansluit bij zowel de wettelijke vereisten als de prioriteiten van het personeel. Ook comités voor gender en sociale kwesties in alle vestigingen en hoofdkantoren bieden een speciaal platform om uitdagingen te bespreken, zoals gelijke kansen op werk, deelname aan besluitvorming, seksuele intimidatie, reproductieve rechten en veiligheid op de werkplek. SIPEF onderhoudt ook een gestructureerd contact met vakbondsvertegenwoordigers door geplande bijeenkomsten te organiseren, zodat de bezorgdheden van het personeel op lokaal niveau worden aangepakt.SIPEF heeft geen Globale Kaderovereenkomst (Global Framework Agreement - GFA) of gelijkaardige overeenkomsten afgesloten met betrekking tot het respecteren van de mensenrechten van werknemers, aangezien die niet van toepassing zijn op haar huidige operationeel kader. SIPEF handhaaft strenge arbeidsverplichtingen onder haar Mensenrechtenbeleid en ondersteunt ze het hele jaar rond door middel van voortdurende opleiding, audits en gepaste zorgvuldigheid voor haar eigen personeelsbestand en werknemers in onderaanneming.

In geval van overtredingen neemt SIPEF onmiddellijk corrigerende maatregelen, waaronder mogelijk disciplinaire maatregelen en beëindiging van het contract, en biedt ze passende ondersteuning aan de getroffen werknemers. Meer details over de grondslag voor rapportering, methodologieën en aannames zijn te vinden in bijlage 4. Een lijst met vereisten voor opname door middel van verwijzing is eveneens opgenomen in bijlage 5. Voor informatie over processen om negatieve gevolgen en incidenten met ernstige gevolgen voor de mensenrechten te herstellen, verwijzen we naar het goed zakelijk gedrag.

PERSONEELSBESTAND VAN SIPEF

In 2025 stelde SIPEF in totaal 24 027* mensen te werk, waaronder zowel vaste als tijdelijke werknemers, verspreid over Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea, Côte d’Ivoire, België, Singapore en Luxemburg. De meeste werknemers van SIPEF zijn gevestigd in Indonesië (69,4%), gevolgd door Papoea-Nieuw-Guinea (20,2%) en Côte d’Ivoire (10,2%). De overige personeelsleden (0,2%) werken in België, Luxemburg en Singapore.

AANTAL WERKNEMERS PER LAND*

* Totaal aantal werknemers is gebaseerd op het aantal werknemers en is inclusief werknemers van de Cibuni-theeplantage.

Land Percentage Aantal
Indonesië 69,4% 16 685
Papoea-Nieuw Guinea 20,2% 4 852
Côte d’Ivoire 10,2% 2 448
België, Luxemburg, Singapore 0,2% 42
TOTAAL AANTAL WERKNEMERS 24 027

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN

Veilige werkgelegenheid

Het personeel van SIPEF is de drijvende kracht achter haar activiteiten en succes. De stabiliteit en het welzijn van de werknemers is nauw verbonden met de lange-termijnstrategie en het duurzame bedrijfsmodel van de Groep. In 2025 had 72% van de werknemers van SIPEF een vast contract en 28% een tijdelijk contract in de oliepalm- en bananenactiviteiten van SIPEF. Tijdelijk werk vertegenwoordigt 34% van het personeelsbestand in Indonesië, 1% in Papoea-Nieuw-Guinea en 36% in Côte d'Ivoire.

Acties

SIPEF ziet erop toe dat haar vaste werknemers een uitgebreid voordelenpakket krijgen, dat bestaat uit sociale zekerheid, pensioen, huisvesting, medische dekking en vergoedingen voor vervoer, kinderopvang en onderwijs. De specifieke voordelen variëren op basis van de lokale regelgeving, het bedrijfsbeleid in elk land en de werklocatie van de werknemer, dat een administratiekantoor of een operationele locatie kan zijn. De Groep implementeert daarnaast maatregelen om te zorgen voor eerlijke arbeidsomstandigheden voor tijdelijke werknemers, die seizoens- en projectgebonden activiteiten ondersteunen. Waar mogelijk streeft SIPEF er ook naar om tijdelijke werknemers vast in dienst te nemen. In Côte d’Ivoire genieten tijdelijke werknemers dezelfde voordelen als vaste werknemers.

WERKNEMERS VOLGENS CONTRACTTYPE

  • 72% Vast contract
  • 28% Tijdelijk contract

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

In 2025 verlieten in totaal 3 543 werknemers de organisatie, grotendeels door vrijwillig vertrek, wat resulteerde in een totaal personeelsverloop van 15%, waaronder zowel vaste als tijdelijke werknemers. Dat is een daling van 6% ten opzichte van het verloop van 21% in 2024, voornamelijk als gevolg van een sterker personeelsbehoud in de activiteiten in Indonesië.

Passende lonen en faciliteiten

In veel plattelandsgebieden is landbouw een belangrijke bron van werkgelegenheid. Eerlijke lonen en gepaste arbeidsomstandigheden zijn daarom essentieel voor het in stand houden van het levensonderhoud en de economische zekerheid.

Acties

Om een productief personeelsbestand te behouden, biedt SIPEF haar werknemers een competitief loon- en voordelenpakket aan. Dat omvat het voldoen aan alle lokale voorschriften voor minimumlonen en aan de standaarden van RSPO, Rainforest Alliance en Fairtrade wat betreft de normen voor leefbare lonen. SIPEF beoordeelt ook externe arbeidsleveranciers om te verzekeren dat ze voldoen aan de minimumloonwetten en relevante voorschriften.

Tal van werknemers van SIPEF wonen in afgelegen landelijke gebieden in de buurt van de oliepalm- en bananenplantages, waar de toegang tot basisvoorzieningen en infrastructuur mogelijk beperkt is. Om haar werknemers te ondersteunen voorziet SIPEF ter plaatse bepaalde voorzieningen, zoals huisvesting en aanverwante nutsvoorzieningen, medische zorg en toegang tot onderwijs voor de kinderen van werknemers. SIPEF implementeert ook een reeks initiatieven in haar activiteiten om de toegang tot en de betaalbaarheid van voedsel voor werknemers en hun gezinnen te verbeteren.

Verzekeren van eerlijke en correcte lonen

SIPEF neemt deel aan discussies over leefbare lonen via erkende platforms, zoals RSPO en Fairtrade. Door zijn deelname aan deze fora deelt de Groep praktische praktijkervaring om de ontwikkeling van realistische en werkbare benaderingen rond leefbare lonen in de hele landbouwsector te ondersteunen. In Côte d'Ivoire neemt de dochteronderneming van SIPEF, Plantations J. Eglin, deel aan een initiatief voor leefbare lonen met vakbonden, bananenproducerende bedrijven en overheidsinstanties. Deze samenwerking heeft bijgedragen aan het eerste nationale kader voor collectieve onderhandelingen in het land, met een stappenplan voor een sectorbrede collectieve arbeidsovereenkomst om de lonen en arbeidsomstandigheden voor bananenarbeiders te verbeteren. SIPEF neemt ook deel aan de RSPO Living Wage Taskforce en draagt bij aan richtlijnen voor de berekening van het gangbare loon in het kader van de RSPO Stepwise Living Wage Strategy. Dit werk ondersteunt een betere loonmeting en vooruitgang op weg naar leefbare lonen in de palmoliesector.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

Vergoedingsratio op jaarbasis

In overeenstemming met de vereisten van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) publiceert SIPEF de verhouding tussen de jaarlijkse totale beloning van de hoogst betaalde persoon en de mediaan van de jaarlijkse totale beloning van alle werknemers in elk land waar SIPEF actief is. Het hoogst betaalde individu in elk land is uitgesloten van elke berekening van de mediaan. Bovendien werden de gegevens berekend zonder aanpassingen voor functiegroepen of specifieke rollen en wordt er geen onderscheid gemaakt tussen administratieve en veldfuncties.

Initiatieven om de toegankelijkheid en betaalbaarheid van voedsel te vergroten

  • In Indonesië krijgen vaste werknemers en hun gezinnen tot 47 kg rijst per huishouden per maand. In de wooncomplexen zijn er ook speciale zones voor het verbouwen van voedsel. Daarbij worden lege vruchtentrossen (empty fruit bunches - EFB) van SIPEF-extractiefabrieken ter beschikking gesteld die dienen als organische meststof.
  • In Papoea-Nieuw-Guinea, waar de inflatie hoog blijft en voedsel in de winkel duur is, bieden bepaalde plantages land voor voedseltuinieren. Dit ondersteunt de toegang tot voedsel voor huishoudens en helpt tegelijkertijd inbreuken in natuurgebieden te voorkomen. Hargy Oil Palms blijft opleidingen geven aan werknemers om de vaardigheden op het gebied van voedseltuinieren te verbeteren.
  • In Côte d’Ivoire krijgen alle werknemers een vaste maandelijkse toelage om rijst te kopen. Deze subsidies worden verstrekt om de stijgende voedselprijzen in het land op te vangen.

Op alle locaties zijn in de woonwijken winkels of kantines geopend die in handen zijn van werknemers of hun familieleden. SIPEF ondersteunt deze initiatieven door het transport van goederen te subsidiëren of wanneer nodig kapitaal te verstrekken. In de winkels zijn prijsbeperkingsmaatregelen van toepassing zodat de prijzen lokaal steeds competitief zijn.

LAND 2025 Beloningsratio in lokale valuta
Indonesië 237,10
Papoea-Nieuw-Guinea 130,79
Côte d’Ivoire 130,29
België 6,32
Singapore 6,41

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Arbeidstijd en werk-privébalans

Rechtvaardige werktijden en een gezond evenwicht tussen werk en privéleven zijn essentieel voor een productieve en ondersteunende werkomgeving. Door effectief te roosteren en de werkdruk te beheren, kunnen werknemers hun professionele verantwoordelijkheden uitoefenen en hebben ze tegelijkertijd voldoende tijd voor rust, persoonlijk welzijn en gezinsleven.

Acties

SIPEF zet zich in voor het implementeren van gestructureerde werkschema's en verantwoorde overurenpraktijken in overeenstemming met de wettelijke vereisten en industrienormen, die zowel het welzijn van de werknemers als de operationele efficiëntie ondersteunen. De Groep leeft alle plaatselijke voorschriften na inzake werktijden, maximale overuren en compensatie voor overuren in al zijn activiteiten. Er worden streefcijfers voor stukloon vastgesteld om ervoor te zorgen dat het minimumloon haalbaar is binnen de normale werkuren. Er werden maatregelen genomen om buitensporig overwerk te voorkomen en voldoende rustperiodes te garanderen, afgestemd op de specifieke regelgeving en operationele context van elk land waar SIPEF actief is. Andere initiatieven die de Groep implementeert om een goede balans tussen werk en privéleven te ondersteunen omvatten verbeteringen in roosterpraktijken en, waar mogelijk, een betere toegang tot onderwijs en kinderopvang.# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

In Indonesië voorziet SIPEF gesubsidieerde kinderopvang in de buurt van woonwijken waar de lokale voorzieningen beperkt zijn, en biedt ze gratis kinderopvang om ouders die op de plantages werken te ondersteunen. In Côte d’Ivoire bouwde en opende SIPEF in 2025 een nieuwe basisschool op de Azaguié-plantage via het Fairtrade-programma, waardoor lokale kinderen toegang kregen tot onderwijs. De school wordt bemand door twee door de overheid aangestelde leerkrachten en werd volledig operationeel in oktober, toen de eerste groep leerlingen werd verwelkomd. Op de Motobé-plantage blijft een kinderopvanggelegenheid die in 2024 werd geopend ter plaatse voorzien in betrouwbare kinderopvang ter ondersteuning van werknemers en hun gezinnen. SIPEF zal de vraag en de uitbreidingsmogelijkheden blijven evalueren om gezinsondersteuning in al haar activiteiten verder te versterken.

In Papoea-Nieuw-Guinea, waar geen formele kinderopvang beschikbaar is, ondersteunt SIPEF de bouw en registratie van door ouders geleide kleuterscholen als gemeenschapsgedreven alternatief. Zodra ze zijn geregistreerd bij de overheid komen deze scholen in aanmerking voor overheidssteun en bieden ze toegang voor kinderen van vijf tot zeven jaar, zodat beide ouders kunnen werken. Tegen 2025 waren zeven scholen voor jonge kinderen voltooid, die allemaal zijn ingediend voor registratie bij de overheid.

VOORZIENINGEN VOOR ONDERWIJS EN KINDEROPVANG IN 2025

SCHOLEN KINDEROPVANG- VOORZIENINGEN KLEUTER- SCHOLEN
51 43 7

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Doelstellingen en vooruitgang: WERK-PRIVÉBALANS

Doelstellingen Land Vooruitgang 2025
Alle bestaande kleuterscholen zijn tegen 2025 aangemeld voor registratie bij de lokale autoriteiten. Papoea-Nieuw-Guinea 100% van de kleuterscholen is succesvol aangemeld voor registratie.

Vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen

SIPEF handhaaft het recht op vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen door het uitvoeren van haar beleid en verbintenissen. De naleving wordt geverifieerd door middel van interne en externe audits die het hele jaar door worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de nationale wet- en regelgeving en certificeringsnormen worden nageleefd.

Acties

Op locaties waar vakbonden aanwezig zijn, werkt SIPEF samen met vakbondsvertegenwoordigers met gestructureerde bijeenkomsten en open communicatiekanalen om de sociale dialoog te ondersteunen en problemen op de werkplek aan te pakken. Hoewel niet alle afspraken resulteren in formele collectieve arbeidsovereenkomsten, bieden ze een platform voor het bespreken van arbeidsomstandigheden, werknemersrechten en arbeidsbeleid.

Op 31 december 2025 was 53% van de werknemers van SIPEF gedekt door collectieve arbeidsovereenkomsten, met een volledige dekking in Côte d’Ivoire en België, 62% in Indonesië en 0% in Singapore en Papoea-Nieuw-Guinea. Werknemers die niet onder een collectieve arbeidsovereenkomst vallen, worden in plaats daarvan gedekt door contractuele overeenkomsten.

Gezondheid en veiligheid

SIPEF zet zich in voor de bescherming van de gezondheid en veiligheid van haar werknemers door middel van een robuuste managementaanpak die aansluit bij de internationale normen. Ze heeft een uitgebreid gezondheids- en veiligheidsbeheersysteem dat 100% van haar werknemers dekt, voldoet aan de lokale wettelijke vereisten en is afgestemd op internationale normen, zoals ISO 45001.

Acties

Alle landen hebben een officiële functionaris voor gezondheid en veiligheid op het werk en elke operationele eenheid heeft comités voor gezondheid en veiligheid op het werk die bestaan uit werknemers en beheervertegenwoordigers om incidenten regelmatig te beoordelen en corrigerende maatregelen in de activiteiten te integreren.

Jaarlijkse uitgebreide risicobeoordelingen identificeren potentiële gevaren en vormen de basis voor bijgewerkte plannen en controlemaatregelen voor gezondheid en veiligheid op het werk op basis van de hiërarchie van controlemaatregelen.

SIPEF biedt regelmatige, risicogebaseerde opleidingen op maat van de functie en de lokale context. Deze opleidingen omvatten opfriscursussen en gespecialiseerde programma's, zoals veilig gebruik van chemicaliën en defensief rijden, om ongelukken te voorkomen en de gezondheid en veiligheid van werknemers te beschermen. Persoonlijke beschermingsmiddelen (personal protective equipment - PPE) worden dagelijks verstrekt en gecontroleerd op naleving, terwijl medewerkers die met chemische stoffen omgaan jaarlijks medisch worden onderzocht en zwangere werkneemsters of werkneemsters die borstvoeding geven, worden overgeplaatst naar veiliger werk.

Incidentonderzoeken, interne audits en audits door derden, en noodplannen voor risicoscenario's worden uitgevoerd om continue verbetering en paraatheid op alle locaties te garanderen. Het aantal dodelijke ongevallen, verwondingen met werkverlet (lost-time injury frequency rates - LTIFR), het totale aantal te registreren incidenten (total recordable incident rate - TRIR) voor het eigen personeel en andere indicatoren worden bijgehouden om de prestaties op te volgen.

SIPEF rapporteerde nul dodelijke ongevallen in 2024 en 2025, twee opeenvolgende jaren zonder dodelijke incidenten en een weerspiegeling van de voortdurende focus van de Groep op het versterken van de veiligheidsprestaties in alle activiteiten.

In 2025 was de evaluatie van LTIFR gemengd. Papoea-Nieuw-Guinea noteerde een aanzienlijke verbetering ten opzichte van 2024, terwijl Indonesië en Côte d'Ivoire op jaarbasis hogere LTIFR-niveaus rapporteerden, wat duidt op gebieden waar extra aandacht nodig is. Deze bewegingen moeten ook worden gezien in de context van verbeterde incidentregistratie en robuustere rapportageprocessen binnen de Groep, die de volledigheid en consistentie van gegevens hebben verbeterd. Na een herziening van de reikwijdte van de rapportering en de kwaliteit van de gegevens werden nieuwe basisniveaus voor LTIFR vastgesteld. Het totale aantal te registreren incidenten (total recordable incident rate - TRIR) werd voor het eerst gerapporteerd in 2025, waarmee een basisniveau wordt vastgelegd voor toekomstige tracking.

De drie landen zullen blijven werken aan het verlagen van hun LTIFR door de veiligheidsuitrusting te herzien, veiligheidsanalyses uit te voeren om ongevallenrisico's te identificeren en het risicobewustzijn te vergroten, en gerichte interne opleidingen te voorzien. In alle plantages is een actieve rol weggelegd voor functionarissen en commissies voor gezondheid en veiligheid op het werk op siteniveau, waaronder werknemersvertegenwoordigers, bij het monitoren van de prestaties op het gebied van veiligheid en het opvolgen van vooruitgang.

Klinieken en medische diensten

Om snel te kunnen reageren op medische behoeften is elke operationele locatie uitgerust met een kliniek met opgeleid personeel, waar zowel preventieve gezondheidsdiensten als spoedeisende hulp worden verleend. Sinds 2025 beheert SIPEF 47 klinieken binnen haar activiteiten in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire. Tal van klinieken zijn ook toegankelijk voor leden van de gemeenschap.

In Côte d’Ivoire biedt een medisch analyselaboratorium naast de kliniek in Azaguié diensten voor ziektescreening, met name voor malaria, aan werknemers, hun gezinnen en de nabijgelegen gemeenschappen. Deze faciliteit wordt gefinancierd door het Fairtrade Fund en werd opgezet op basis van prioriteiten die zijn vastgesteld door het comité van werknemersvertegenwoordigers van het fonds. Ze speelt een essentiële rol bij het mogelijk maken van vroegtijdige opsporing en tijdige behandeling. In 2025 werd de bouw van twee extra laboratoria in Agboville en Motobé goedgekeurd. Deze faciliteiten, die in 2026 klaar moeten zijn, zullen de lokale capaciteit versterken en de dienstverlening aan werknemers en omliggende gemeenschappen verbeteren.

AANTAL KLINIEKEN IN 2025

INDONESIË PAPOEA-NIEUW-GUINEA CÔTE D’IVOIRE
28 13 6

Doelstellingen en vooruitgang: GEZONDHEID EN VEILIGHEID

Doelstellingen Land Vooruitgang 2025
Geen werkgerelateerde dodelijke slachtoffers - Nul werkgerelateerde dodelijke ongevallen
Verminder LTIFR met 8,5% tegen 2027 Papoea-Nieuw-Guinea, Indonesië, Côte d'Ivoire Papoea-Nieuw-Guinea zag zijn LTIFR dalen, terwijl Indonesië en Ivoorkust een stijging lieten optekenen ten opzichte van 2024. Dit weerspiegelt deels een verbeterde registratie en rapportage van incidenten binnen de groep.

Maatregelen tegen geweld en pesterijen op de werkplek

SIPEF implementeert gerichte maatregelen om intimidatie, seksuele intimidatie en geweld op de werkplek te voorkomen en aan te pakken, in overeenstemming met het beleid op Groeps- en landenniveau en de lokale operationele context. Comités voor gender en sociale kwesties spelen een belangrijke rol bij bewustmaking rond verwacht gedrag, het reageren op gemelde bezorgdheden en het ondersteunen van werknemers door middel van gestructureerde betrokkenheid.De effectiviteit van deze maatregelen wordt opgevolgd via feedback van de comités en via gevallen die worden gemeld bij de human resources-afdeling en via het klachtenmechanisme.

GEEN UITBUITING

SIPEF hanteert binnen haar activiteiten en toeleveringsketen een nultolerantiebeleid voor alle vormen van uitbuiting, inclusief dwangarbeid, mensenhandel en kinderarbeid. De Groep handhaaft een strikt arbeidsbeleid, biedt opleidingen aan en voert audits uit, schrijft leeftijdscontrole voor en past gepaste zorgvuldigheid toe op zowel zijn eigen personeel als op werknemers in onderaanneming om risico's op kinder- en dwangarbeid te voorkomen. Deze acties worden het hele jaar door uitgevoerd om een voortdurende naleving te garanderen. In geval van overtredingen worden onmiddellijk corrigerende maatregelen genomen, zoals het beëindigen van het contract en disciplinaire maatregelen; daarnaast wordt er steun verleend aan de getroffen werknemers.

Naast preventie ondersteunt SIPEF het welzijn van kinderen door waar mogelijk de toegang tot onderwijs en kinderopvang te bevorderen, waardoor kinderen naar school kunnen blijven gaan en het risico op kinderarbeid afneemt. Deze benadering wordt versterkt in het herziene Mensenrechtenbeleid van SIPEF, dat meer duidelijkheid verschaft over kinderrechten en waarborgen bevat voor het betrekken van jongeren bij leeropportuniteiten.

DIVERSITEIT EN GENDERGELIJKHEID

Diversiteit in geslacht en leeftijd

SIPEF handhaaft gelijke kansen voor alle werknemers, past strikte non-discriminatieprincipes toe in al haar activiteiten, richt zich op het creëren van een veilige, ondersteunende werkomgeving en bevordert tegelijkertijd een diverse en inclusieve werkplek. De vooruitgang op het vlak van diversiteit in geslacht en leeftijd wordt opgevolgd met kernindicatoren, waaronder het percentage vrouwen in het personeelsbestand en in leidinggevende functies, naast de leeftijdsverdeling van het personeelsbestand.

Gendergelijkheid en gelijke beloning voor gelijkwaardig werk

SIPEF bevordert gelijke kansen en non-discriminatie door bewustmaking, opleiding van werknemers en vastgestelde klachtenmechanismen, waarbij overtredingen van het beleid kunnen leiden tot disciplinaire maatregelen en mogelijke juridische gevolgen. Gendergelijkheid en gelijke beloning worden opgevolgd met indicatoren zoals de loonkloof tussen mannen en vrouwen in alle activiteiten.

In 2025 verschilde de loonkloof tussen mannen en vrouwen aanzienlijk tussen de activiteiten van SIPEF. De grootste verandering werd vastgesteld in Singapore, met een daling van 52% ten opzichte van 2024 als gevolg van verhuizingen van senior personeel. Deze cijfers weerspiegelen bredere verschillen in de samenstelling van het personeelsbestand, de verdeling van rollen en anciënniteit tussen landen.


VROUWEN IN HET PERSONEELSBESTAND
25% van SIPEF’s werknemers zijn vrouwen

SIPEF-GROEP: LEEFTIJDSVERDELING
* 67% 30—50 jaar
* 7% >50 jaar
* 26% <30 jaar

% LOONKLOOF TUSSEN MANNEN EN VROUWEN PER LAND

Land %
Indonesië 11%
België 9%
Papoea Nieuw-Guinea 26%
Côte d’Ivoire 10%
Singapore 50%

VROUWEN IN LEIDINGGEVENDE FUNCTIES

Raad van Bestuur %
Indonesië 14%
België 33%
Papoea Nieuw-Guinea 33%
Côte d’Ivoire 0%
Singapore 36%
Executief Comité %
Indonesië 15%
België 31%
Papoea Nieuw-Guinea 0%
Côte d’Ivoire 100%*
Singapore 0%

* Eén vrouwelijk lid van het executief comité van het Hoofdkantoor in België is verhuisd naar Singapore.


SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

Acties

Om zowel diversiteit als gendergelijkheid te bevorderen, werden in alle operationele eenheden van SIPEF en in hoofdkantoren van elk land waar SIPEF actief is gendercomités en equivalenten daarvan opgericht. Ze komen bijeen om uitdagingen aan te pakken, zoals gelijke kansen, deelname aan de besluitvorming, preventie van seksuele intimidatie en de gezondheid, veiligheid en reproductieve rechten van vrouwen.

SIPEF ondersteunt ook inclusieve professionele ontwikkeling door middel van bijscholing, leercontracten, programma's voor tertiair onderwijs en genderinclusieve technische opleidingen, waardoor vrouwen rollen kunnen vervullen die traditioneel door mannen worden uitgevoerd, zoals oogsten, ablatie, het besturen van tractoren en bedienen van machines, en technische beroepen.

Vrouwelijke oogsters en ablatiemedewerkers in Indonesië

In 2025 breidde SIPEF haar diversiteitsprogramma uit, waarbij Zuid-Sumatra voor het eerst deelnam en vijftien pas opgeleide vrouwelijke oogsters werden toegevoegd. Dit bracht het totaal op 129 voltijdse vrouwelijke werknemers die werden opgeleid en in dienst genomen in Noord-Sumatra, Bengkulu en Zuid-Sumatra voor het snoeien en oogsten in herbeplante oliepalmgebieden in volle groei. Alle geselecterde werknemers worden opgeleid voor oogst- en ablatiewerkzaamheden, inclusief het correcte en veilige gebruik van oogstgereedschap en aanverwante apparatuur. Deze inspanningen weerspiegelen SIPEF's engagement voor gelijke tewerkstellingskansen en zijn een belangrijke stap naar meer gendergelijkheid en inclusieve groei in de palmolie-industrie.

Cadetten- en leerlingenprogramma's

In Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea heeft SIPEF cadettenprogramma's die afgestudeerden opleiden voor middenkaderfuncties in palmolieplantages. Hoewel de deelname van vrouwen beperkt blijft, moedigt SIPEF vrouwen actief aan om zich kandidaat te stellen. In 2025 werden in Indonesië 53 nieuwe cadetten aangeworven, waarvan 40% vrouwen. In Papoea-Nieuw-Guinea kan Hargy Oil Palms ook bogen op een goed lopend leerlingenprogramma dat gericht is op technische vaardigheden in gebieden zoals constructie- en werkplaatswerkzaamheden. Het programma ondersteunt de ontwikkeling van praktische vaardigheden en draagt bij aan een inclusiever technisch personeelsbestand. In 2025 werden er elf nieuwe leerlingen aangenomen, waarvan 9% vrouwen.

BETROKKENHEID VAN WERKNEMERS EN TALENTBEHEER

De strategie van SIPEF steunt op het aantrekken, behouden en effectief beheren van bekwame en gemotiveerde werknemers in alle regio's, vooral in de arbeidsintensieve en afgelegen plantageactiviteiten. Haar talentstrategie ondersteunt dit door sterk leiderschap, interne ontwikkeling en opvolgingsplanning, stabiele human resources-praktijken, voortdurend leren en ontwikkelen, en prestatiegerelateerde beloningen en erkenning.

SIPEF betrekt haar personeel via dagelijkse communicatie, regelmatige opleidingen, een gestructureerde dialoog met de vakbonden en toegankelijke klachtenkanalen, om ervoor te zorgen dat de feedback en bezorgdheden van de werknemers geïntegreerd worden in de operationele besluitvorming op alle locaties.

Training en ontwikkeling van vaardigheden

SIPEF streeft ernaar gerichte opleidingsinitiatieven aan te bieden die de capaciteiten van haar werknemers versterken en bijdragen tot een veiliger, bekwamer en veerkrachtiger personeelsbestand.

Acties

De Groep implementeert in al zijn activiteiten gestructureerde opleidingsprogramma's om vaardigheden te versterken, loopbaanontwikkeling te ondersteunen, risico's op de werkplek te verminderen en naleving van het bedrijfsbeleid, de regelgeving en de certificeringsvereisten te garanderen. De programma's worden zowel qua inhoud als frequentie afgestemd op de lokale context en de behoeften van de werknemers.

In 2025 werd in totaal 57 841 uur formele opleiding gegeven binnen de Groep. Gemiddeld kregen mannen meer opleidingsuren dan vrouwen, grotendeels omdat het grootste aantal opleidingsuren verband houdt met technische functies in het veld, die voornamelijk door mannen worden vervuld. Deze cijfers omvatten enkel de formele opleidingssessies die worden gegeven door de opleidingsafdelingen en niet de opleidingen aangeboden door de managementteams binnen de operationele eenheden van SIPEF.

GEMIDDELD AANTAL OPLEIDINGSUREN

2024 2025
Vrouwen 2,24 1,75
Mannen 2,54 2,63

2. WERKNEMERS IN DE WAARDEKETEN VAN SIPEF

Dit deel beschrijft de werknemers in de waardeketen van SIPEF die belangrijk zijn voor haar activiteiten. Hoewel de focus ligt op lokale boeren in de palmoliewaardeketen van de Groep, zijn ook gezondheids- en veiligheidsimpacten als materieel geïdentificeerd voor logistieke partners, waaronder partijen die instaan voor landtransport en scheepvaart, binnen zowel de palmolie- als de bananenwaardeketens van SIPEF.

Een volledig overzicht van SIPEF's palmolie- en bananenwaardeketens kan worden nagelezen in het bedrijfsverslag. Meer details over de grondslag voor rapportering, methodologieën en aannames zijn te vinden in bijlage 4. Een lijst met vereisten voor opname door middel van verwijzing is eveneens opgenomen in bijlage 5.

Stroomopwaartse waardeketen

LOKALE BOEREN

SIPEF's stroomopwaartse waardeketen omvat voornamelijk lokale boeren die verse vruchtentrossen (fresh fruit bunches - FFB) leveren aan SIPEF's palmolieactiviteiten in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. Deze lokale boeren vormen een belangrijk deel van de bevoorradingsketen van SIPEF en ondersteunen het doel van de Groep om een 100% traceerbare en RSPO gecertificeerde bevoorradingsbasis te bereiken. De bananenactiviteiten van SIPEF werken niet met lokale boeren als leveranciers.

Stroomop- en stroomafwaartse waardeketens

SIPEF evalueert hoe de aanpak met logistieke partners het best kan worden ontwikkeld. Daardoor bleef de betrokkenheid aangaande duurzaamheidsgerelateerde zaken beperkt in 2025.# LOGISTIEK — VERVOER OVER LAND

SIPEF gebruikt haar eigen vloot en gecontracteerde transportbedrijven om de FFB aan de extractiefabrieken te leveren en de palmproducten na passage door de extractiefabriek naar het verkooppunt te vervoeren, waaronder ruwe palmolie (crude palm oil - CPO), palmpitten (palm kernels - PK) en palmpitolie (palm kernel oil - PKO). In de toeleveringsketen van bananen beheert de dochteronderneming van SIPEF, Plantations J. Eglin, het transport van verpakkingsstations naar terminals onder free on board (FOB)-voorwaarden. Vervolgens houdt SIPEF toezicht over het transport tot aan het overeengekomen leveringspunt, waarna de klant het stroomafwaartse transport overneemt.

LOGISTIEK — VERSCHEPING

SIPEF vertrouwt op wereldwijde scheepvaartpartners voor het internationale transport van haar bananen en haar palmolieproducten uit Papoea-Nieuw-Guinea. Palmolieproducten uit Indonesië worden verkocht aan binnenlandse rafinaderijen, die vanaf het verkooppunt hun eigen logistiek en distributie beheren.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

PROGRAMMA'S VOOR LOKALE BOEREN VAN SIPEF

SIPEF heeft een reeks programma's opgezet ter ondersteuning van verschillende soorten lokale palmolieboeren met wie de Groep samenwerkt. Deze lokale boeren, vaak externe leveranciers genoemd, worden geselecteerd aan de hand van duidelijke criteria. SIPEF neemt alleen af van leveranciers waarmee ze een overeenkomst heeft, wiens productielocaties bekend en in kaart gebracht zijn, en die voldoen aan haar beleid. Deze leveranciers zijn voornamelijk scheme smallholders die ofwel al door RSPO gecertificeerd zijn, of toewerken naar certificering binnen het tijdsgebonden RSPO-plan van de Groep. In Indonesië werkt de Groep ook samen met onafhankelijke boeren die nog geen deel uitmaken van zijn leveranciersbestand, om hen te ondersteunen voor hun RSPO-certificering en waar mogelijk op te nemen in de gecertificeerde duurzame toeleveringsketen van SIPEF. SIPEF streeft ernaar om 100% Indonesian Sustainable Palm Oil (ISPO)-certificering te bereiken voor al haar scheme smallholders en onafhankelijke lokale boeren tegen 2029.

LOKALE BOEREN DIE LEVERDEN AAN SIPEF IN 2025

ONDERSTEUNINGSPROGRAMMA'S SCHEME SMALLHOLDERS EN ONAFHANKELIJKE LOKALE BOEREN
Indonesië • scheme: 1 861 Koperasi boeren en 50 dorpen, van wie 63% in beide categorieën RSPO-gecertificeerd is
• Onafhankelijk: 26 boeren, van wie 100% RSPO-gecertificeerd is
Papoea-Nieuw-Guinea • scheme: 3 640 geassocieerde boeren, van wie 100% RSPO-gecertificeerd is
Totaal Groep 5 577 lokale boeren
  • 52 hectaren geplant: Onafhankelijke boeren 100% RSPO-gecertificeerd
  • 20 903 hectaren geplant: Scheme smallholders 89% RSPO-gecertificeerd

Koperasi: in het kader van dit programma werkt SIPEF samen met coöperatieven van lokale boeren in Indonesië, die de productiegebieden beheren in naam van de leden van de coöperatieven die hun land aan SIPEF toevertrouwen voor de teelt.

Kebun Masyarakat Desa: in dit plasma-programma werkt SIPEF samen met omliggende dorpen in Indonesië om kleine oliepalmblokken te ontwikkelen, die volledig in beheer zijn van de Groep.

Associated smallholders: lokale boeren die land bezitten en hun land en productie beheren, maar door hun geografische ligging verbonden zijn met de bevoorradingsketen van SIPEF. Ze verkopen aan de palmolie-extractiefabrieken van Hargy Oil Palms, gelegen in de buurt van de lokale boeren. Alle associated smallholders van Hargy Oil Palms in Papoea-Nieuw-Guinea zijn RSPO-gecertificeerd.

Onafhankelijke lokale boeren: deze lokale boeren beheren hun eigen land en hebben de mogelijkheid om aan SIPEF te verkopen, afhankelijk van hun inzet voor en vooruitgang in het verkrijgen van RSPO certificering.

  • OPLEIDING
  • IN KAART BRENGEN EN TRACEERBAARHEID
  • CERTIFICERINGSONDERSTEUNING
  • VOORZIEN IN ZADEN

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

SIPEF eist van alle leveranciers van FFB, die uitsluitend lokale boeren zijn, dat ze zich houden aan het Verantwoordelijk Plantagebeleid en het Verantwoordelijk Inkoopbeleid, waarbij het eerste de belangrijkste beleidspunten en verbintenissen rond duurzaamheid van SIPEF uiteenzet en het tweede dient als gedragscode voor de leveranciers van de Groep, inclusief een kernverplichting om 100% RSPO-certificering te behalen.

De RSPO Principles & Criteria (RSPO P&C) stellen duidelijke eisen voor rechtvaardige en transparante contracten met lokale boeren, bevorderen een zeker levensonderhoud, sterkere partnerschappen en een betere opname in de toeleveringsketens van duurzame palmolie.

SIPEF werkt rechtstreeks samen met de lokale boeren die leverancier zijn, als ze deelnemen aan haar programma's via haar speciale afdelingen voor lokale boeren. Die afdelingen fungeren als eerste aanspreekpunt en bieden regelmatig technische ondersteuning, opleiding en uitgebreide nalevingsondersteuning aan. Hun werk helpt lokale boeren om hun opbrengst te verbeteren, hun productiekosten te verlagen en duurzame landbouwpraktijken toe te passen, waaronder het verkrijgen van RSPO-certificering.

De afdelingen voor lokale boeren houden toezicht op de uitvoering van deze activiteiten en zorgen voor regelmatig toezicht en coördinatie tussen de relevante programma's voor lokale boeren. Ze werken nauw samen met regionale teams om een consistente implementatie te garanderen, de vooruitgang te bewaken en operationele problemen aan te pakken. Het bestuur en de verantwoordingsplicht worden gehandhaafd via gevestigde rapporteringslijnen voor het management en regionale toezichtstructuren. Tijdens opleidingssessies kunnen lokale boeren feedback geven en in gesprek gaan met de teams om hun behoeften en zorgen kenbaar te maken, ook die van kwetsbaardere groepen, zoals vrouwelijke lokale boeren. De feedback wordt vervolgens verwerkt in de ontwikkeling van opleidingsprogramma's.

LEVENSONDERHOUD EN INCLUSIE VOOR LOKALE BOEREN

Lokale boeren worden vaak geconfronteerd met nalevingsgerelateerde uitdagingen als gevolg van de toenemende markteisen, zoals strengere kwaliteits- en duurzaamheidsvereisten, die van invloed kunnen zijn op hun vermogen om een stabiel inkomen veilig te stellen.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

  • VOORUITBETALINGEN: Vroege maandelijkse betalingen om lokale boeren te ondersteunen tot hun gewassen productief worden
  • EERLIJKE EN TRANSPARANTE PRIJZEN: Prijzen voor verse vruchtentrossen vastgelegd door de overheid in relatie tot de benchmarks op de wereldmarkt
  • AGRONOMISCHE EN LOGISTIEKE ONDERSTEUNING: Rechtstreeks beheer en kwaliteitsvolle productiemiddelen om productiviteit te stimuleren

Een passend inkomen blijft ook een belangrijke overweging voor lokale boeren, vooral in plattelandsgebieden met beperkte werkgelegenheid. Fluctuerende opbrengsten en stijgende kosten kunnen leiden tot financiële druk, vooral voor wie meerdere gezinsleden onderhoudt. Dit is vooral relevant in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, waar palmolie vaak de belangrijkste bron van inkomsten is.

Ondersteuning voor lokale boeren in Indonesië

Alle lokale boeren die aan SIPEF leveren zijn gecertificeerd, behalve lokale boeren die leveren aan Agro Kati Lama, Agro Muara Rupit en Agro Rawas Ulu in Musi Rawas. In 2025 bereikte SIPEF een belangrijke mijlpaal in haar inspanningen rond inclusie van lokale boeren door het ondersteunen van de RSPO-certificering van twee onafhankelijke coöperatieven in Indonesië, die 314 lokale boeren en ongeveer 1 270 hectare vertegenwoordigen. Deze producenten komen nu in aanmerking voor integratie in de gecertificeerde toeleveringsketen van SIPEF in Noord-Sumatra.

SIPEF ondersteunt lokale boeren via gestructureerde coöperatieve programma's en dorpsprogramma's, waarbij rechtstreeks beheer, financiële hulp en toegang tot kwaliteitshulpmiddelen worden geboden. Deze programma's helpen de productiviteit en inkomenszekerheid te verbeteren door agronomische ondersteuning, logistieke hulp en gestructureerde prijsmechanismen aan te bieden. Om eerlijke en transparante prijzen te garanderen, past SIPEF lokale formules voor de prijs van FFB toe die afgestemd zijn op de marktomstandigheden. Daarnaast ontvangen lokale boeren maandelijkse vooruitbetalingen tijdens de immature fase van de plantageontwikkeling, zodat ze financiële stabiliteit kunnen behouden voordat hun gewassen productief worden. Deze betalingen worden, samen met de ontwikkelingskosten, geleidelijk terugbetaald via een gestructureerde aankoopovereenkomst, waardoor een duurzaam langetermijnpartnerschap voor levering wordt gegarandeerd.

ONTWIKKELINGSKOSTEN GELEIDELIJK TERUGBETAALD
De betalingen worden, samen met de ontwikkelingskosten, geleidelijk terugbetaald via een gestructureerde aankoopovereenkomst, waardoor een duurzaam langetermijnpartnerschap voor levering wordt gegarandeerd.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

  • EERLIJKE PRIJS VOOR FFB: Verse vruchtentrossen worden gekocht van lokale boeren tegen globale marktprijzen met behulp van een overheidsformule
  • RSPO-GECERTIFICEERDE LOKALE BOEREN: Alle lokale boeren die leveren aan de drie extractiefabrieken van Hargy Oil Palms zijn gecertificeerd sinds 2009

Ondersteuning van lokale boeren in Papoea-Nieuw-Guinea

Alle lokale boeren die met Hargy Oil Palms samenwerken en aan de drie palmolie-extractiefabrieken leveren, hebben hun RSPO-certificering sinds 2009 behouden. Hargy Oil Palms werkt samen met associated smallholders om de productiviteit en financiële stabiliteit te verbeteren door agronomische opleiding, logistieke hulp en ondersteuning bij RSPO-certificering te bieden. Daarnaast worden opleidingen in financiële kennis aangeboden om lokale boeren te helpen hun inkomen effectief te beheren en hun financiële zekerheid op de lange termijn te verbeteren.Als onderdeel van haar streven naar eerlijke compensatie koopt Hargy Oil Palms FFB tegen globale marktprijzen in overeenstemming met een overheidsformule. De vennootschap keert ook een jaarlijkse bonus uit aan lokale boeren, berekend op basis van de totale ontvangen duurzaamheidspremies en verdeeld in verhouding tot de FFB die door elke lokale boer werden geleverd. De jaarlijkse duurzaamheidsbonus die in 2025 aan lokale boeren werd betaald was PGK 3 614 023. Hargy Oil Palms werkt rechtstreeks samen met lokale boeren en via een lokaal planningscomité, dat ervoor zorgt dat hun zorgen worden benoemd en aangepakt. In het comité zitten vertegenwoordigers van de Oil Palm Industry Corporation (OPIC), de Bialla Oil Palm Growers Association (BOPGA), de Oil Palm Research Association (OPRA) en Hargy Oil Palms. Hargy Oil Palms ondersteunt de productiviteit en financiële stabiliteit van lokale boeren door middel van agronomische opleidingen, logistieke hulp, ondersteuning bij RSPO-certificering, financiële alfabetiseringsopleidingen en duurzaamheidspremies.

Acties

Via deze programma’s voor lokale boeren ondersteunt de Groep hen door het delen van Beste Managementpraktijken, biedt hij zaailingen van dezelfde herkomst als die van SIPEF aan tegen kostprijs, levert hij meststoffen en materiaal, helpt hij bij het verkrijgen en behouden van de RSPO-certificering en voorziet hij in agronomische en logistieke ondersteuning voor het transport van de gewassen.

JAARLIJKSE DUURZAAMHEIDSPREMIES

De jaarlijkse bonus toegekend aan lokale boeren wordt gebaseerd op de totale ontvangen duurzaamheidspremies.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

  • Oil Palm Industry Corporation
  • Oil Palm Research Association

LOKAAL PLANNINGSCOMITÉ HARGY OIL PALMS
* Oil Palm Industry Corporation
* Bialla Oil Palm Grower Association
* Oil Palm Research Association
* lokaal bestuur van Oost-Nakanai

RECHTSTREEKSE ONDERSTEUNING:
* ophalen van de oogst van lokale boeren
* onderhoud van wegen en brug voor het ophalen van de oogst
* renteloze leningen voor gereedschap, meststoffen en zaailingen
* beheer, aankoop en levering van meststoffen
* beheer van ongedierteteams voor projectgebieden

VERLEENDE ONDERSTEUNING:
* onderzoek en ontwikkeling
* agronomische diensten
* opleiding en onderwijs
* projecten voor gemeenschapsontwikkeling

Om te helpen bij het beheren van materiële impact gerelateerd aan zeker levensonderhoud en passende inkomsten, ondersteunt SIPEF lokale boeren door hen te helpen om hun rendement te verbeteren, rechtvaardige financiering en prijzen te garanderen, transparante betalingsvoorwaarden te bieden, capaciteitsopbouw en toegang tot input en middelen te geven, en toegang tot markten en premiemogelijkheden te faciliteren door middel van duurzaamheidscertificering.

Jaarlijkse bijdrage aan capaciteitsopbouw en onderzoek

SIPEF en de lokale boeren die geassocieerd zijn met Hargy Oil Palms investeren in capaciteitsopbouw en onderzoeksinitiatieven, gericht op het consistent verhogen van de opbrengsten van lokale boeren op de lange termijn. In 2025 bedroegen deze investeringen samen PGK 4 300 345. De investeringen van SIPEF worden toegewezen aan de directe steuninitiatieven voor lokale boeren van Hargy Oil Palms. De bijdragen van lokale boeren worden gekanaliseerd naar OPRA, OPIC en BOPGA. Dit biedt de lokale boeren toegang tot de ontwikkelingsdiensten die deze organisaties aanbieden, maar ook tot voorlichting en onderzoek.

Rechtstreekse en onrechtstreekse ondersteuning voor lokale boeren in Papoea-Nieuw-Guinea

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Doelstellingen en vooruitgang

Indonesië Indonesië RSPO-CERTIFICERING
Doelstellingen Land Vooruitgang 2025
scheme smallholders: 100% van de scheme smallholders is RSPO-gecertificeerd tegen 2030 (Agro Kati Lama, Agro Muara Rupit & Agro Rawas Ulu) Indonesië 89% van het totale beplante areaal van de scheme smallholders binnen SIPEF's bevoorradingsbasis is RSPO-gecertificeerd.
onafhankelijke boeren: 19 coöperaties van onafhankelijke boeren zijn RSPO-gecertificeerd tegen 2029 Indonesië Twee coöperaties van onafhankelijke boeren bereikten RSPO-certificering in 2025. Nieuwe doelstelling uit 2025.
Tegen 2029 zijn alle scheme smallholders en onafhankelijke boeren ISPO-gecertificeerd Indonesië ISPO-CERTIFICERING

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

OPLEIDING EN ONTWIKKELING VAN VAARDIGHEDEN

SIPEF erkent dat opleiding en het ontwikkelen van vaardigheden van essentieel belang zijn voor de veiligheid van werknemers, productiviteit en het succes van lokale boeren op de lange termijn. Zonder geschikte opleiding lopen lokale boeren grotere veiligheidsrisico's en kunnen ze moeite hebben om aan duurzaamheidsnormen te voldoen, Beste Managementpraktijken toe te passen en toegang te krijgen tot hoogwaardige markten. De vooruitgang wordt bijgehouden door de teams van lokale boeren via deelnamepercentages en aanwezigheidslijsten.

Acties

Indonesië
SIPEF wordt voornamelijk bevoorraad door scheme smallholders van wie de productiegebieden beheerd worden door Tolan Tiga Indonesia en die onderworpen zijn aan dezelfde opleidings- en nalevingsvereisten als de eigen plantages van SIPEF, in overeenstemming met de RSPO-normen. In 2025 leidde SIPEF ook twintig onafhankelijke groepen lokale boeren op om hen bewuster te maken van het beleid en de vereisten en om hen te helpen bij hun voorbereiding op de RSPO-certificering.

Papoea-Nieuw-Guinea
SIPEF voert het hele jaar door een intensief opleidingsprogramma uit voor associated smallholders in Papoea-Nieuw-Guinea. Elke sessie is gericht op een of twee onderwerpen, waardoor diepgaande discussies mogelijk worden en de kennis beter bewaard blijft. Het hele jaar door worden er meerdere bijeenkomsten gehouden in hetzelfde gebied, over onderwerpen die met elkaar verband houden, waarbij belangrijke thema’s worden herhaald om het leren te versterken. In 2025 organiseerde Hargy Oil Palms 623 opleidingssessies met 12 106 deelnemers over onderwerpen als RSPO-certificering, Beste Managementpraktijken, gebruik van meststoffen, gewaskwaliteit, landbeheer, ongediertebestrijding, chemische vereisten en berekeningen van de FFB-prijs. De betrokkenheid bij de opleidingen is toegenomen: 80% van de blokken lokale boeren werd ten minste één keer bereikt in 2025, vergeleken met 77% in 2024.

Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea OPLEIDING OVER VERANTWOORDELIJK INKOOPBELEID
Doelstellingen Land Vooruitgang 2025
Opleiding over Verantwoordelijk Inkoopbeleid voor 20 groepen van onafhankelijke boeren in Indonesië tegen 2025 Indonesië 20 groepen van onafhankelijke boeren volgden opleidingen in 2025. Coördinatie van de uitrol van opleidingsprogramma's voor boeren opgestart in 2025.
Opleiding over Verantwoordelijk Inkoopbeleid voor alle scheme smallholders in Papoea-Nieuw-Guinea tegen 2026 Papoea-Nieuw-Guinea Doelstelling en vooruitgang

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

GEZONDHEID EN VEILIGHEID

SIPEF zet zich in om veilige werkomstandigheden te garanderen voor lokale boeren die aan haar fabrieken leveren en implementeert opleidings- en controlemaatregelen. Deze maatregelen zorgen ervoor dat de gezondheids- en veiligheidspraktijken overeenstemmen met de RSPO-normen, met het Verantwoordelijk inkoopbeleid van SIPEF en met het Beleid inzake gezondheid en veiligheid op het werk.

Acties

SIPEF ondersteunt en controleert de gezondheid en veiligheid van lokale boeren door regelmatige opleiding, inspecties en audits. De opleiding omvat het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM), het gebruik van pesticiden en het veilig omgaan met meststoffen, waarbij de naleving wordt gecontroleerd door middel van routine-inspecties. Waar van toepassing wordt de naleving geverifieerd door middel van RSPO-audits door derden en soortgelijke maatregelen gelden ook voor lokale boeren die nog geen RSPO-certificering hebben. Daarnaast volgen scheme smallholders in Indonesië van wie de productiegebieden worden beheerd door SIPEF dezelfde eisen en controleprocedures als de eigen activiteiten van de Groep, in overeenstemming met de RSPO- en ISPO-normen.

GEEN UITBUITING

Hoewel SIPEF kinderarbeid in haar activiteiten verbiedt, erkent de Groep potentiële risico's bij zijn lokale boeren, vooral in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, waar sociale en economische factoren de kwetsbaarheid kunnen vergroten. Om deze risico's te beperken, dwingt SIPEF strenge controle- en nalevingsmaatregelen af om kinderarbeid binnen haar leveranciersbestand van lokale boeren te voorkomen. Deze maatregelen omvatten regelmatige audits, leeftijdscontrole tijdens screeningprocedures en opleidings- en bewustmakingsprogramma's. Daarnaast is het klachtenmechanisme van SIPEF beschikbaar voor alle stakeholders, inclusief lokale boeren en hun werknemers, om bezorgdheden met betrekking tot kinderarbeid te melden, met garandering van een transparante oplossing en verantwoordingsplicht. Deze maatregelen zorgen er samen voor dat het SIPEF-beleid, de nationale wetgeving en de RSPO-vereisten worden nageleefd.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

SIPEF erkent dat gemeenschappen voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van land, natuurlijke hulpbronnen en gezonde ecosystemen. Daarom werkt ze aan de bescherming van gemeenschapsrechten door de wettelijke, gewoonte- en landgebruiksrechten te respecteren, met name die van de Inheemse volkeren, en door de vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (Free, Prior, and Informed Consent - FPIC) toe te passen, naast ruimere waarborgen voor mensenrechten. SIPEF streeft er ook naar om milieuschade te vermijden die het welzijn van lokale gemeenschappen zou kunnen aantasten.Deze verbintenissen staan beschreven in het Verantwoordelijk Plantagebeleid, het Verantwoordelijk Inkoopbeleid en het Mensenrechtenbeleid. Het soort gemeenschappen dat materiële gevolgen ondervindt en binnen het toepassingsgebied valt, zijn:

  • Lokale gemeenschappen: gemeenschappen die nabij of binnen de operationele sites van SIPEF wonen en die mogelijk invloed ondervinden van operationele activiteiten, inclusief in gebieden waar conflicten over landeigendom kunnen ontstaan.
  • Inheemse volkeren: erfgenamen en beoefenaars van unieke culturen en manieren om met mensen en het milieu om te gaan; die sociale, culturele, economische en politieke kenmerken behouden die verschillen van die van de dominante samenlevingen waarin ze leven.

SIPEF werkt rechtstreeks samen met de betrokken gemeenschappen of hun wettige vertegenwoordigers gedurende de hele levenscyclus van haar activiteiten. De betrokkenheid is afgestemd op de lokale context en omvat participatieve ruimtelijke ordening, gemeenschapsoverleg en klachtenmechanismes. De betrokkenheid bij de gemeenschap wordt geleid door regionale duurzaamheidsteams, met toezicht van het hoofd duurzaamheid van de Groep, die rapporteert aan het executief comité. Deze structuur zorgt ervoor dat de betrokkenheid systematisch en contextgevoelig is en de besluitvorming op het hoogste niveau informeert.

Hargy Oil Palms in Papoea-Nieuw-Guinea heeft ook een aparte afdeling voor maatschappelijke betrokkenheid opgezet om zich te richten op het aanpakken van maatschappelijke kwesties.

Meer details over de grondslag voor rapportering, methodologieën en aannames zijn te vinden in bijlage 4. Een lijst met vereisten voor opname door middel van verwijzing is eveneens opgenomen in bijlage 5.

3. BETROKKEN GEMEENSCHAPPEN

The connection to the world of sustainable tropical agriculture SIPEF'S BENADERING VAN DUURZAAM LANDGEBRUIK EN GEMEENSCHAPSRECHTEN

VOORTDURENDE VERBINTENIS

Prioriteit geven aan een voortdurende verbintenis naar landeigenaren toe om te garanderen dat zorgen vroegtijdig worden gesignaleerd en op de juiste manier worden aangepakt, met handhaving van het legitieme landgebruik en respect voor zowel wettelijke als gewoonterechten.

OPVOLGING

Controle en toezicht op de beheerplannen worden uitgevoerd met interne controles en audits door derden onder leiding van regionale duurzaamheidsteams en certificeringsinstanties. Naast beoordelingen in verband met nieuwe ontwikkelingen benaderen de regionale duurzaamheidsteams van SIPEF als onderdeel van de lopende operationele monitoring ook regelmatig de lokale gemeenschappen door middel van evaluaties van de maatschappelijke impact en overleg met betrekking tot het sociale effect. Deze activiteiten vinden ten minste jaarlijks plaats, of vaker als er bezorgdheden vastgesteld worden.

VERANTWOORD BEHEER VAN LAND EN GRONDSTOFRECHTEN

Vóór elke nieuwe ontwikkeling start SIPEF een gestructureerd, participatief en transparant proces om FPIC van lokale gemeenschappen te verkrijgen. Dit verzekert legitiem landgebruik met inachtneming van wettelijke en gewoonterechten. Dankzij het FPIC-proces kunnen gemeenschappen toestemming weigeren.

LAND- EN RECHTENKWESTIES AANPAKKEN

Via het klachtenmechanisme van SIPEF kunnen lokale en Inheemse gemeenschappen hun bezorgdheden over landrechten of andere kwesties kenbaar maken. Bij landgeschillen wordt het gebied in kwestie op participatieve wijze in kaart gebracht voor identificatie en worden compensatieovereenkomsten gedocumenteerd in het verlengde van met de FPIC-beginselen.

GEMEENSCHAPSRECHTEN

Acties
Vóór elke nieuwe ontwikkeling in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea voert SIPEF een gestructureerd, participatief en transparant proces uit om FPIC van lokale gemeenschappen te verkrijgen, in overeenstemming met de vereisten van de RSPO. Dit proces moet ervoor zorgen dat de Groep land- en grondstoffenrechten respecteert en dat individuen het recht hebben om vertegenwoordigd te worden, hun toestemming te onthouden en, indien van toepassing, compensatie te ontvangen.

Evaluaties van de maatschappelijke impact worden uitgevoerd in overeenstemming met de RSPO New Planting Procedure (NPP), naast evaluaties van High Conservation Value and High Carbon Stock Approach (HCV-HCSA). Deze processen evalueren de werkelijke en potentiële sociale gevolgen en betrekken de leden van de gemeenschap bij het ontwerpen van eventuele vereiste beperkings- of beheerplannen. Er worden externe deskundigen ingeschakeld om FPIC-processen en evaluaties van de maatschappelijke impact uit te voeren.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

The connection to the world of sustainable tropical agriculture Projecten voor gemeenschapsontwikkeling in Papoea-Nieuw-Guinea, Indonesië en Côte d'Ivoire

INDONESIË

Initiatieven voor meer alternatieven voor levensonderhoud
In het kader van het SIPEF Biodiversity Indonesia (SBI)-programma ondersteunt SIPEF 376 boeren uit nabijgelegen gemeenschappen door technische bijstand te bieden en te voorzien in zaailingen om voedseltuinen en boomgewassen aan te leggen. Het initiatief is erop gericht om de inkomens te diversifiëren en tegelijkertijd het bos te beschermen binnen de 12 656 hectare beschermd gebied van SBI. In 2025 ondersteunde SIPEF vier groepen boeren, die 102 boeren vertegenwoordigden, om zich te registreren bij het Indonesische Ministerie van Milieu en Bosbouw. Twee groepen werden goedgekeurd, twee wachten nog op provinciale goedkeuring.

PAPOEA-NIEUW-GUINEA

New Britain Sustainable Landscapes Initiative (NBSLI)
SIPEF ontwikkelt samenwerkingsverbanden om een boshabitat in een vulkanische caldeira aan de rand van het productielandschap te beschermen en tegelijkertijd alternatieven voor levensonderhoud voor de omliggende gemeenschappen te ondersteunen. Tot de belangrijkste activiteiten behoren het identificeren van traditionele landeigenaren, het participatief in kaart brengen van gebieden met beschermingsprioriteit en het bevorderen van lokaal relevante inkomstenmogelijkheden, verenigbaar met het behoud van de omgeving. Het doel van het programma is om de veerkracht van de gemeenschap te versterken en tegelijkertijd een uniek ecosysteem te beschermen, en om te dienen als een repliceerbaar model voor verantwoorde samenwerking tussen bedrijven, gemeenschappen en de natuur.

In Côte d'Ivoire bleven de landaankopen beperkt tot eerder gecultiveerde plantagegebieden onder langlopende pachtovereenkomsten, en de kans op aanzienlijke gevolgen wordt beperkt door de implementatie van beheermaatregelen die worden beschreven in de milieueffectenbeoordelingen van SIPEF. Operaties geven voorrang aan de voortdurende verbintenis naar landeigenaren toe om erop toe te zien dat bezorgdheden vroegtijdig worden gesignaleerd en op de correcte manier worden aangepakt, met handhaving van het legitieme landgebruik en respect voor zowel wettelijke als gewoonterechten.

GEMEENSCHAPSONTWIKKELING

Als onderdeel van het FPIC-proces voert SIPEF voorafgaand aan nieuwe ontwikkelingen participatieve planning van landgebruik uit met lokale gemeenschappen. Tijdens dit proces wordt de behoefte aan voedsel en water beoordeeld en worden de belangrijkste gebieden voor voedselproductie geïdentificeerd en in kaart gebracht. Alle gebieden die belangrijk zijn voor het verbouwen van voedsel worden uitgesloten van toekomstige ontwikkelingsplannen. SIPEF initieert ook projecten voor gemeenschapsontwikkeling in al haar activiteiten om lokale gemeenschappen te ondersteunen en hun omstandigheden voor levensonderhoud te verbeteren.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

PAPOEA-NIEUW-GUINEA

Empowerment van jongeren en gemarginaliseerde groepen
SIPEF investeert in empowerment van jongeren en initiatieven om in het levensonderhoud te voorzien van gemeenschappen die te maken hebben met beperkingen op het gebied van landgebruik. Deze inspanningen staan onder leiding van de afdeling maatschappelijke betrokkenheid en draaien rond het engageren van jongeren. Het jeugdprogramma van Hargy Oil Palms mobiliseert jongeren via activiteiten in dienst van de gemeenschap, financiële geletterdheidsopleiding en de ontwikkeling van beroepsvaardigheden om hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het programma ondersteunt ook jongerengroepen bij het registreren als formele verenigingen, zodat ze bankrekeningen kunnen openen en in aanmerking komen voor contractwerk. De afdeling maatschappelijke betrokkenheid ondersteunt momenteel 21 jeugdgroepen in alle operationele gebieden. De vooruitgang wordt gecontroleerd door regelmatige veldbeoordelingen, uitgevoerd door teams voor maatschappelijke betrokkenheid, duurzaamheid en lokale boeren in Papoea-Nieuw-Guinea, en door feedback van jeugdleiders en vertegenwoordigers van de gemeenschap.

CÔTE D’IVOIRE

Fairtrade-projecten
Sinds het behalen van de eerste Fairtrade-certificering in 2019 werkte Plantations J. Eglin samen met werknemersvakbonden om de Fairtrade-premie uit de bananenverkoop toe te wijzen aan gemeenschapsprojecten onder leiding van werknemers. De Fairtrade-premie is een extra betaling boven op de prijs voor Fairtrade-gecertificeerde producten, bedoeld voor arbeiders om te investeren in sociale, economische en ecologische ontwikkelingsinitiatieven die hun gemeenschappen ten goede komen. Op alle locaties zijn er in de woonwijken winkels of kantines die in handen zijn van de werknemers of hun familieleden. SIPEF ondersteunt deze ondernemingen door het transport van goederen te subsidiëren of wanneer nodig kapitaal te verstrekken. Er worden ook kostenbeheersingsmaatregelen toegepast om ervoor te zorgen dat de prijzen binnen de lokale context concurrerend blijven.Daarnaast werden er klaslokalen voor scholen gebouwd ten dienste van omliggende gemeenschappen, naast accommodatie voor leerkrachten, om de toegang tot onderwijs in afgelegen gebieden te verbeteren. Deze faciliteiten werden vervolgens overgedragen aan de lokale overheid voor exploitatie en beheer.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

INVESTERINGEN IN DE GEMEENSCHAP DOOR PLANTATIONS J. EGLIN IN 2025

ONDERWIJS

Er werd een nieuwe school gebouwd en geopend op de Azaguié-plantage, die zijn eerste groep leerlingen heeft verwelkomd en ook toegankelijk is voor de lokale gemeenschap. Het bedrijf bouwde ook een schoolkantine in de openbare school in het dorp Motobé. Dit ondersteunt de voeding van kinderen en verbetert de leeromstandigheden doordat het helpt om leerlingen regelmatig naar school te laten gaan en zich beter te kunnen concentreren in de klas.

GEZONDHEID EN VEILIGHEID

Er werd een nieuwe ambulance aangekocht voor de Akoudié-plantage, waardoor de noodhulpcapaciteit en de toegang tot tijdige gezondheidszorg voor werknemers en omliggende gemeenschappen worden verbeterd.

OPLEIDING

Er werden alfabetiseringsopleidingen gegeven aan 317 werknemers zonder lees- of schrijfvaardigheden, zodat ze een basiskennis van lezen en schrijven kregen. Daarnaast kregen 515 werknemers inkomensgenererende opleiding over technieken voor pluimveehouderij, zodat ze extra mogelijkheden voor levensonderhoud en huishoudinkomen konden creëren door hun eigen pluimveebedrijf op te zetten.

4. CONSUMENTEN EN EINDGEBRUIKERS

SIPEF onderscheidt zich door haar leiderschap in het leveren van volledig traceerbare en hoogwaardige palmolieproducten en bananen, met een streven naar 100% duurzaamheidscertificering. Hoewel deze producten uiteindelijk gebruikt worden in consumentenmarkten, zijn eindgebruikers niet opgenomen in deze openbaarmaking, omdat SIPEF geen afgewerkte consumptiegoederen produceert of distribueert. De rol van de Groep beperkt zich tot het stroomopwaarts leveren van grondstoffen, die verder worden verwerkt en opgenomen in consumentenproducten door stroomafwaartse entiteiten.

Binnen deze context beschrijft dit deel de benadering door SIPEF van duurzaamheidscertificering, traceerbaarheid en productkwaliteit voor haar rechtstreekse klanten. SIPEF volgt het Verantwoordelijk Plantagebeleid van de Groep, streeft ernaar betrouwbare en transparante informatie te leveren en tegelijkertijd de privacy te beschermen, en strenge kwaliteitsnormen in acht te nemen om gezondheid en veiligheid te waarborgen. De Groep houdt zich ook aan alle toepasselijke regelgevende eisen die worden gesteld door de markten en autoriteiten van bestemming, waaronder die van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (European Food Safety Authority - EFSA).

Via haar Mensenrechtenbeleid zet SIPEF zich in voor het respecteren van de mensenrechten van alle individuen stroomop- en stroomafwaarts. Ze verwacht ook van klanten en andere partijen die rechtstreeks betrokken zijn bij haar activiteiten, producten en diensten dat ze de mensenrechten respecteren in overeenstemming met dit beleid.

SIPEF werkt regelmatig samen met rechtstreekse klanten, waaronder palmolieraffinaderijen, bananenrijpers en detailhandelaren, om consumentgerelateerde doelstellingen te bereiken, zoals het minimaliseren van de verontreinigingsrisico's van 3-monochloorpropaan-1,2-diol (3-MCPD), verzadigde koolwaterstoffen uit minerale oliën (mineral oil saturated hydrocarbons - MOSH) en aromatische koolwaterstoffen uit minerale oliën ("mineral oil aromatic hydrocarbons" - MOAH), die belangrijke aandachtspunten zijn in de Europese sector van eetbare oliën.

De klantenbetrokkenheid wordt geleid door de marketingafdeling voor palmolie en de fruitafdeling voor bananen. Deze afdelingen zorgen ervoor dat de inzichten van de klant de basis vormen voor SIPEF's benadering van kwaliteitsbeheer en strategieën voor het naleven van de marktregels.

Meer details over de rapporteringsgrondslag, methodologieën en aannames gebruikt voor de gerapporteerde cijfers zijn te vinden in bijlage 4. Een lijst met vereisten voor opname door middel van verwijzing is eveneens opgenomen in bijlage 5. Voor informatie over processen om negatieve gevolgen te herstellen, verwijzen we naar het gedeelte over goed zakelijk gedrag.


SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

TRACEERBAARHEID VAN PALMOLIE BIJ SIPEF

VOLLEDIGE TRACEERBAARHEID

  • SIPEF handhaafde 100% traceerbaarheid in 2025, waarbij alle verkochte volumes konden worden getraceerd naar de plaats van productie, hetzij een door SIPEF beheerde plantage, hetzij een in kaart gebracht perceel van een lokale boer.
  • Negen van de tien extractiefabrieken zijn RSPO-gecertificeerd: acht volgens het Identity Preserved-model (IP) en één volgens het Mass Balance-model (MB). De andere, nieuwe extractiefabriek zit in de voorbereidingsfase voor certificering.
  • De twee pitpletterijen van SIPEF, die worden beheerd door Hargy Oil Palms in Papoea-Nieuw-Guinea, zijn 100% RSPO-gecertificeerd onder het gescheiden (Segregated - SG) toeleveringsketenmodel, waarbij alle bevoorradingsbasissen volledig in kaart zijn gebracht.
  • De palmolie-extractiefabrieken van SIPEF kopen uitsluitend in van plantages die eigendom zijn van de vennootschap of van lokale boeren, van wie de productielocaties gekend en in kaart gebracht zijn.

RSPO-TRACEERBAARHEID IN DE TOELEVERINGSKETEN

Als lid van de RSPO gebruikt SIPEF prisma, het certificerings-, handels- en traceerbaarheidssysteem van de RSPO, om gecertificeerde volumes in de hele toeleveringsketen te traceren aan de hand van erkende modellen:

Model Omschrijving
Identity Preserved (IP) RSPO-gecertificeerd materiaal is afkomstig van één enkele gecertificeerde extractiefabriek en haar toeleveranciers, en wordt fysiek gescheiden gehouden in de volledige toeleveringsketen.
Segregated (SG) RSPO-gecertificeerd materiaal kan afkomstig zijn van verschillende gecertificeerde IP-bronnen, maar wordt in de volledige toeleveringsketen fysiek gescheiden gehouden van niet-gecertificeerd materiaal.
Mass Balance (MB) RSPO-gecertificeerde en niet-gecertificeerde palmolie mag in elk stadium van de toeleveringsketen worden gemengd, op voorwaarde dat de totale hoeveelheden gecertificeerd materiaal op de locatie worden gecontroleerd.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

TOEGANG TOT KWALITEITSINFORMATIE

Transparantie staat centraal in hoe SIPEF kwaliteitsinformatie benadert. Deze aanpak wordt ondersteund door betrouwbare duurzaamheidsrapportering die de besluitvorming informeert, risicobeheer ondersteunt en vertrouwen wekt bij klanten en stakeholders. Traceerbaarheid versterkt de transparantie verder door de zichtbaarheid in de hele toeleveringsketen en tussen zakenpartners te verbeteren, de naleving van duurzaamheidsbeloften en wettelijke vereisten te garanderen en geïnformeerde keuzes in wereldwijde waardeketens mogelijk te maken.

Naarmate de verwachtingen op het gebied van traceerbaarheid en naleving toenemen, geeft SIPEF prioriteit aan gegevensprivacy om het vertrouwen te behouden en de toepassing van ethische bedrijfspraktijken te garanderen, vooral in de omgang met lokale boeren. SIPEF implementeert maatregelen om informatie over lokale boeren te beschermen en te voldoen aan de veranderende traceerbaarheidseisen. Gevoelige gegevens - waaronder gegevens over percelen, financiële informatie en overeenkomsten of memoranda van overeenstemming - worden bewaard in de relevante afdelingen en zijn alleen toegankelijk voor daartoe aangewezen personeel, met databases die worden beschermd door inlogbeperkingen.

Om naleving en transparantie van de Ontbossingsverordening van de Europese Unie (European Union Deforestation Regulation - EUDR) te ondersteunen, werkt SIPEF voortdurend aan de verbetering van het Geo-SIPEF-platform door de monitoringsmogelijkheden uit te breiden en veilige gegevensdeling mogelijk te maken. Dit omvat een klantenportaal waarmee zendingen in real time kunnen worden gevolgd tot op het niveau van individuele percelen, samen met het bijbehorende bewijs van legaliteit.

INTERACTIEF KARTERINGSPLATFORM GEOSIPEF

  • GECERTIFICEERDE VOLUMES: Geeft voor duurzaamheid gecertificeerde volumes per extractiefabriek weer
  • MONITORING VAN BRANDEN EN ONTBOSSING: Brengt lagen in kaart voor incidenten in verband met brand en ontbossing
  • TOEGEWIJD KLANTENPORTAAL: Biedt geavanceerde traceerbaarheidsinzichten waarmee klanten hun ingekochte volumes veilig kunnen traceren
  • GEGEVENSBESCHERMING: Databases zijn goed beveiligd met beperkte toegang tot selectieve gegevens

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

100% traceerbare bananenaanvoer

In 2025 handhaafde SIPEF 100% traceerbaarheid voor alle verkochte bananen. Alle bananenplantages en verpakkingsstations van Plantations J. Eglin, SIPEF's dochteronderneming in Côte d’Ivoire, zijn gecertificeerd volgens het IP-model voor de toeleveringsketen, in overeenstemming met de certificeringsvereisten van RA. De traceerbaarheid wordt gegarandeerd door unieke tracenummers, waardoor SIPEF elke lading - zelfs elke doos - kan traceren tot aan de oorsprong, van het verpakkingsstation tot het productieperceel.

Tegelijkertijd wordt er een nieuw traceerbaarheidssysteem getest om het huidige systeem te verbeteren. De vennootschap is ook volledig gecertificeerd onder GLOBALG.A.P. en Fairtrade, wat bevestigt dat ze voldoet aan de traceerbaarheidsvereisten van deze normen.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Transparantie in rapportering

SIPEF rapporteert jaarlijks over haar vooruitgang op het gebied van duurzaamheid en streeft naar meer transparantie en afstemming van haar bekendmakingen op de evoluerende duurzaamheidsnormen.Sinds 2024 rapporteert de Groep in overeenstemming met de Richtlijn duurzaamheidsrapportering door bedrijven (Corporate Sustainability Reporting Directive - CSRD) van de Europese Unie (EU) en onderging haar duurzaamheidsverklaring externe beoordeling met beperkte mate van zekerheid, wat de geloofwaardigheid en nauwkeurigheid van de openbaar gemaakte informatie verder heeft verbeterd. SIPEF neemt ook deel aan duurzaamheidsclassificaties en -benchmarks die relevant zijn voor haar activiteiten, zoals SPOTT, CDP en Forest 500. Deze beoordelingen worden gebruikt om punten voor verbetering te identificeren, strategische besluitvorming te ondersteunen en de transparantiepraktijken geleidelijk te verbeteren. In 2025 rangschikte Forest 500 SIPEF op de eerste plaats van 500 bedrijven, met een score van 84%, wat een aanzienlijke verbetering van de algemene beoordeling weerspiegelt. Deze stijging volgt op eerdere afstemming met de beoordelaar over de uitgebreide beoordelingsscope, waarin bijkomende bosrisicocommodities zoals rubber, cacao en koffie werden opgenomen. Aangezien SIPEF deze commodities noch produceert noch betrokken is bij hun aanwezigheid in de toeleveringsketen, heeft de Groep dit verduidelijkt aan de beoordelaar, wat heeft geleid tot een meer accurate weergave van zijn activiteiten in de beoordeling van 2025. Meer informatie is beschikbaar via https://forest500.org.

BENCHMARKSCORES IN 2025

Benchmark Details Resultaat
FOREST 500 SIPEF behaalde een score van 84% in 2025. Dat is een verbetering met 38% ten opzichte van 2024. www.forest500.org 1e van 500 bedrijven in 2025
SPOTT SIPEF behaalde een score van 91,8% in 2025, tegenover 88,8% in 2024, wat wijst op een voortdurende verbetering van jaar tot jaar. www.spott.org/palm-oil 12e van 100 palmoliebedrijven in 2025
CDP SIPEF boekte gestage vooruitgang in haar openbaarmakingsprestaties voor 2025, waarbij de scores stabiel zijn gebleven ten opzichte van 2024. Klimaatverandering blijft op 'C' staan, wat wijst op een voortdurend bewustzijn en een stevige basis voor verbetering, terwijl Bossen op 'B' blijft staan, wat wijst op duurzame beheerpraktijken. www.cdp.net C Klimaatverandering (Bewustzijn), B Bossen (Beheer)

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

GEZONDHEID EN VEILIGHEID VAN CONSUMENTEN EN EINDGEBRUIKERS

De gezondheid en veiligheid van de consument is een fundamentele prioriteit voor SIPEF. Voedselveiligheid en -kwaliteit worden verzekerd vanaf het niveau van de landbouwproductie door middel van strenge controles op productkwaliteit, veilige verwerking, beheer van verontreinigende stoffen en controle op residuen.

Acties

Hoewel de producten van SIPEF verdere verwerking, distributie en wettelijke controles ondergaan voordat ze de eindmarkten bereiken, blijft de Groep zich inzetten om de integriteit van het product te beschermen in elke onder zijn toezicht staande fase door middel van robuuste kwaliteitsborging, strikte hygiënepraktijken en internationaal erkende beheersystemen voor voedselveiligheid. Door te anticiperen op veranderende wettelijke vereisten, vooral in de EU, en door te voldoen aan steeds strengere normen voor de detectie van verontreinigingen, verkleint SIPEF de kans op productdefecten en aansprakelijkheid, beperkt ze de blootstelling aan beperkingen in andere markten en versterkt ze het vertrouwen van klanten en stakeholders. Deze aanpak helpt de nalevingskosten binnen de perken te houden, ondersteunt een veerkrachtige vraag en maakt marktdifferentiatie mogelijk door een robuuste kwaliteitsborging van plantage tot levering, naast voortdurende investeringen in innovaties op het gebied van verwerking.

In 2025 boekte SIPEF opmerkelijke vooruitgang in het versterken van de voedselveiligheid en -kwaliteit in al haar palmolieactiviteiten. Alle extractiefabrieken in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea bereiden zich voor op Hazard Analysis and Critical Control Point (HACCP)-certificering, wat systematische risicobeheersing en voortdurende verbetering versterkt. De Groep bevordert zijn HACCP-planning, met inbegrip van evaluaties van tekortkomingen, auditvoorbereiding en opleiding van personeel. In Indonesië ging de uitrol van het HACCP-systeem van start met een bewustmakingsopleiding in de Perlabian-extractiefabriek in Noord-Sumatra, gevolgd door een beoordeling van tekortkomingen voor alle palmolie-extractiefabrieken, uitgevoerd met onafhankelijke expertise en de betrokkenheid van relevante interne functies. In Papoea-Nieuw-Guinea werden er besprekingen opgestart met potentiële consultants om te beginnen met de inventarisatie van hiaten en opleiding ter voorbereiding op de audit.

Naast HACCP heeft SIPEF ook de certificeringskaders versterkt die markttoegang en consumentenvereisten ondersteunen. Alle extractiefabrieken in Indonesië kregen in 2025 een halalcertificering, wat de traceerbaarheid en de hygiënecontroles verder heeft versterkt. In Côte d'Ivoire werkt SIPEF aan de versterking van de GLOBALG.A.P.-certificering voor haar bananenactiviteiten door middel van aanpassing aan strengere criteria voor voedselveiligheid om te voldoen aan aanvullende vereisten van bestemmingsmarkten en klanten.

CERTIFICERINGEN VOOR VOEDSELVEILIGHEID EN KWALITEIT IN 2025

  • VOORBEREIDING OP HACCP-CERTIFICERING: Betere gevarenbeheersing en continue verbetering. Alle extractiefabrieken in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea bereiden zich voor op HACCP-certificering.
  • HALALCERTIFICERING BEHAALD: Traceerbaarheid en hygiënecontroles versterken. Alle extractiefabrieken in Indonesië zijn nu halal-gecertificeerd.

RAFFINAGE EN PROCESGERELATEERDE VERONTREINIGINGEN

Tijdens de raffinage van palmolie kan de blootstelling aan hoge temperaturen leiden tot de vorming van procesgerelateerde verontreinigingen, zoals 3-monochloorpropaan-1,2-diol en glycidylesters (GE). Verhoogde chloridegehaltes in CPO zijn een belangrijke precursor, waardoor de kans op de vorming van deze verbindingen tijdens de raffinage toeneemt.

Gezondheidsoverwegingen

3-monochloorpropaan-1,2-diol wordt beschouwd als een verontreinigende stof die aanleiding geeft tot bezorgdheid, aangezien een overmatige blootstelling via de voeding potentiële gezondheidsrisico's met zich meebrengt, met name voor jongere bevolkingsgroepen. Glycidylesters worden beschouwd als genotoxisch en kankerverwekkend bij verhoogde blootstellingsniveaus.

MINERALE OLIE-KOOLWATERSTOFFEN

Minerale olie-koolwaterstoffen, waaronder MOSH en MOAH, kunnen op verschillende punten in de waardeketen in palmolie terechtkomen. Mogelijke bronnen zijn hydraulische oliën en smeermiddelen die gebruikt worden bij activiteiten op de plantage en in de extractiefabriek, naast incidentele verontreiniging tijdens de teelt, verwerking, opslag of transport.

Gezondheidsoverwegingen

Verzadigde koolwaterstoffen uit minerale olie (MOSH) kunnen zich ophopen in de lever en het lymfensysteem en zijn in verband gebracht met ontstekingseffecten na langdurige blootstelling. Aromatische koolwaterstoffen uit minerale olie (MOAH) zijn vooral zorgwekkend omdat ze mogelijk kankerverwekkend zijn.

Om de blootstellingsrisico's op lange termijn verder te beperken, blijft SIPEF haar productportfolio diversifiëren en investeren in onderzoek en ontwikkeling, met inbegrip van toepassingen met lage verontreiniging en toegevoegde waarde, zoals hoogwaardige voedingsingrediënten, cosmetica, speciale oliën en producten op basis van biobrandstoffen. Deze inspanningen worden ondernomen in nauwe samenwerking met klanten, met een sterke focus op voortdurende kwaliteitsverbetering en naleving van de regelgeving.

ACTIES VAN SIPEF: CONTROLE EN REDUCTIE VAN MOSH EN MOAH

SIPEF heeft de volledige omschakeling naar H1 voedselveilige smeermiddelen voltooid en een uitgebreid programma geïmplementeerd om kritische verwerkingsapparatuur te vernieuwen, te upgraden of te vervangen. Deze maatregelen worden versterkt door strikte technische controles en preventieve onderhoudspraktijken, ontworpen om smeermiddellekken te elimineren en verontreinigingsrisico's bij de bron te minimaliseren. Samen versterken deze initiatieven de algehele productintegriteit en de hoge operationele normen in de hele palmolieproductieketen. In samenwerking met klanten stelde SIPEF een regime op voor maandelijkse bemonstering van CPO om de MOSH- en MOAH-niveaus op te volgen tegen de referentie van de standaardvereisten. In 2025 vertoonde alle geproduceerde CPO een aanzienlijke vermindering in MOSH- en MOAH-verontreiniging. Interne benchmarks worden gedefinieerd in overeenstemming met de richtlijnen van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (European Food Safety Authority - EFSA), wat een robuuste controle waarborgt.

ACTIES VAN SIPEF: PREVENTIE VAN 3-MCPD EN GE-VORMING

SIPEF heeft een gestructureerd programma opgestart om het chloridegehalte in CPO te verlagen door te investeren in speciale wasinstallaties voor CPO. In 2024 werd de eerste CPO-wasinstallatie in gebruik genomen in de Muko Muko-palmolie-extractiefabriek, een belangrijke mijlpaal in de verbetering van de CPO-kwaliteit. In 2025 begon SIPEF met de bouw van drie bijkomende CPO-waseenheden in haar Indonesische activiteiten om tegemoet te komen aan de groeiende vraag van klanten naar hoogwaardige CPO met een laag chloridegehalte. Er zijn nog drie CPO-wasinstallaties gebudgetteerd voor implementatie in 2026, met een verwachte ingebruikname tegen 2027. Tegen het tweede kwartaal van 2027 wil SIPEF dat al haar Indonesische fabrieken volledig gewassen CPO produceren met het laagst haalbare chloridegehalte, zodat ze consequent voldoen aan de specificaties van hoogwaardige klanten en het risico op 3-MCPD en GE-vorming tijdens de raffinage stroomafwaarts aanzienlijk afneemt.SIPEF werkt nauw samen met geselecteerde raffinageklanten om resultaten te testen en extern te valideren, gegevens te delen en deel te nemen aan gezamenlijke beoordelingen om voortdurende verbetering te stimuleren. Voedselveiligheid en kwaliteit in de palmolieproductie van SIPEF 118 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

VOEDSELVEILIGHEID EN KWALITEIT IN DE BANANENACTIVITEITEN VAN SIPEF

Papoea-Nieuw-Guinea
Indonesië

CONSUMENTEN: GEZONDHEID EN VEILIGHEID

Doelstellingen Land Vooruitgang 2025
Behaal voedselveiligheidcertificering voor alle palmolie-extractiefabrieken in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea tegen 2028 De voorbereiding voor HACCP-certificering in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea is van start gegaan en ligt op schema.
Programma voor chloorvermindering: installatie van drie nieuwe CPO-wasinstallaties tegen 2026 Eén CPO-wasinstallatie is operationeel, en de bouw van drie bijkomende installaties is gestart.

Doelstellingen en vooruitgang

BESTEMMINGSMARKTEN VOOR BANANEN VAN SIPEF
De bananen van SIPEF worden voornamelijk geëxporteerd naar Europa, waardoor ze onderworpen zijn aan strenge controles op de voedselveiligheid, met inbegrip van wettelijk bindende maximumresidugehalten (maximum residue levels - MRL) voor residuen van pesticiden in levensmiddelen en diervoeders die van toepassing zijn op de markten van bestemming.

HOE SIPEF NALEVING GARANDEERT

  • Naleving wordt gegarandeerd door een gestructureerd, risicogebaseerd monitoringprogramma voor pesticideresiduen, waarbij minstens twee keer per jaar wordt getest.
  • Goedgekeurde pesticiden worden geselecteerd en toegepast volgens de certificeringsnormen van Rainforest Alliance en GlobalG.A.P., de voorschriften van de markt van bestemming en de specificaties van de klant.
  • SIPEF gebruikt een digitaal nalevingsplatform om transparant pesticidebeheer te garanderen en dient haar lijst met middelen voor gewassenbescherming in voor controle op de relevante MRL-regelgeving. Goedgekeurde lijsten met middelen voor gewassenbescherming en residu-analyserapporten worden regelmatig gedeeld met klanten en stroomafwaartse kleinhandelaren.

PROTOCOLLEN VOOR VOEDSELVEILIGHEIDSINCIDENTEN

De fruitafdeling van SIPEF voert regelmatig simulaties uit op Plantations J. Eglin, waarbij de reactiegereedheid wordt getest op hypothetische voedselveiligheids- of non-conformiteitsincidenten, zoals de detectie van vreemde voorwerpen of door consumenten gemelde gezondheidsproblemen. Die tests evalueren de robuustheid, tijdigheid en functionaliteit van het traceerbaarheidssysteem van SIPEF. Gesimuleerde incidenten worden grondig getraceerd naar hun oorsprong, beoordeeld op behandelingsmethoden en gelinkt aan betrokken personeel, zodat er binnen de 24 uur intern en met klanten kan worden gecommuniceerd.

In 2025 werden er op verschillende plantages meerdere residuanalyses uitgevoerd om te controleren of de relevante MRL-normen en de specificaties van de klant werden nageleefd. Er werden geen incidenten met betrekking tot voedselveiligheid of kwaliteit opgetekend, wat de doeltreffendheid van de preventie- en opsporingsmechanismen van SIPEF bevestigt en de consistente levering van bananen van hoge kwaliteit in overeenstemming met de regelgeving voor voedselveiligheid en residuen ondersteunt. 119 The connection to the world of sustainable tropical agriculture 117 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — werknemers en impact op gemeenschappen

1. BEDRIJFSCULTUUR

SIPEF werkt met een divers personeelsbestand, verspreid over verschillende continenten en zet zich in voor een sterke bedrijfscultuur. Deze verbintenis wordt aangestuurd door de gedragscode van de Groep, die de ethische en verantwoorde zakelijke gedragingen beschrijft die verwacht worden van alle SIPEF-medewerkers, leveranciers, dochterondernemingen en andere zakelijke partners.

Naast de Gedragscode van de Groep wordt de bedrijfscultuur van SIPEF bepaald door de zeven Guiding Principles van SIPEF's Balanced Growth Strategy. Samen vormen ze de basis voor verantwoorde bedrijfspraktijken binnen de hele Groep. Verdere informatie is beschikbaar in de verklaring inzake deugdelijk bestuur. De zeven Guiding Principles worden uiteengezet in het deel SIPEF in één oogopslag in het bedrijfsverslag.

Acties

Herziening van de Gedragscode van de Groep in 2025
In 2025 werd een werkgroep voor beleidsherziening opgericht om een herziening op Groepsniveau te coördineren voor de actualisering van het Groepsbeleid van SIPEF. Het doel bestond erin om de beleidslijnen beter op elkaar af te stemmen en consequent te blijven met de prioriteiten van de Groep op het gebied van milieu, maatschappij en goed bestuur (Environmental, Social and Governance - ESG) en de recentste wettelijke vereisten van de Europese Unie (EU) en van de landen waarin SIPEF actief is.

Als onderdeel van dit proces heeft SIPEF de Gedragscode van de Groep herzien. De bijgewerkte versie werd in augustus 2025 formeel goedgekeurd door de raad van bestuur. De herziene Gedragscode van de Groep omvat nu verschillende andere beleidsregels, waaronder het beleid voor rookvrije werkplekken, seksuele intimidatie en vrijheid van vereniging. Er werden opleidingsworkshops gegeven aan de belangrijkste werknemers in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d'Ivoire om de Gedragscode op landenniveau af te stemmen op de Gedragscode van de Groep en ervoor te zorgen dat ze beantwoorden aan de nationale wettelijke vereisten.

Goed zakelijk gedrag

Goed bestuur is essentieel voor ethische en duurzame bedrijfspraktijken wereldwijd. Het garandeert transparantie, verantwoording en naleving, waardoor verantwoorde besluitvorming en veerkracht op lange termijn mogelijk worden. Voor SIPEF staat integer zakendoen centraal in de Balanced Growth Strategy, het opbouwen van vertrouwen bij stakeholders en het ondersteunen van duurzame ontwikkeling in de tropische landbouwsector.

SIPEF's benadering van goed zakelijk gedrag is gebaseerd op het volledig respecteren van wetten, regels, ethische principes en normen, die allemaal beginnen met een sterk bedrijfsbestuur. SIPEF handhaaft een krachtig goed bedrijfsbestuur door onder meer de principes van de Belgische Corporate Governance Code 2020 (de Code) toe te passen. De principes van de Code worden weerspiegeld in SIPEF's Corporate Governance Charter, het Remuneratiebeleid en de gedragscode van de Groep, die normen en verwachtingen voor verantwoordelijk en ethisch management en de beste bestuurspraktijken vastleggen.

Meer details over de rapporteringsgrondslag, methodologieën en aannames zijn te vinden in bijlage 4. Een lijst met vereisten voor opname door middel van verwijzing is eveneens opgenomen in bijlage 5. Voor meer informatie over de rol van het bestuur en hun deskundigheid op het gebied van bedrijfsvoering verwijzen we naar het hoofdstuk verklaring inzake deugdelijk bestuur. 116 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Beheer van klachten en herstelmaatregeling

SIPEF beschikt over een klachtenmechanisme voor de hele Groep dat toegankelijk en vertrouwelijk is, zodat alle belanghebbenden, inclusief werknemers, werknemers in de waardeketen, lokale boeren, gemeenschappen en consumenten hun zorgen naar voren kunnen brengen. De klachtenprocedure maakt het ook mogelijk om zorgen te uiten via gekozen vertegenwoordigingsinstellingen, waaronder instellingen specifiek voor inheemse gemeenschappen, om de toegankelijkheid te ondersteunen.

Het klachtenmechanisme van SIPEF omvat expliciete bescherming tegen represailles, zoals beschreven in het Klachtenbeleid van SIPEF. Het Klachtenbeleid van SIPEF heeft als doel werknemers en stakeholders een proces te bieden om klachten en grieven op een transparante en onpartijdige manier aan te kaarten en op te lossen. Gemelde klachten, inclusief incidenten met betrekking tot zakelijk gedrag, worden door SIPEF onmiddellijk, objectief en onafhankelijk onderzocht, waarna indien nodig passende maatregelen worden genomen.

Belangrijke klachten worden gepubliceerd op het Klachtendashboard op de bedrijfswebsite van SIPEF. Het dashboard geeft statusupdates van dossiers tot en met de afhandeling ervan. Bij de verspreiding van het Klachtenbeleid worden opleidingen voorzien voor relevante medewerkers, die afgestemd zijn op de behoeften van de operaties. Zo kan een goed begrip en consistente implementatie van het beleid gewaarborgd worden.

SIPEF'S KLACHTENMECHANISME

De SIPEF Klachtenoplossing, een digitaal platform dat alle klachten over de hele Groep consolideert, biedt zichtbaarheid over alle bestuurslagen heen en dient als instrument voor klachtenmonitoring voor de volledige Groep. Het maakt systematisch toezicht mogelijk op alle kwesties die aan de orde werden gesteld en de ondernomen acties.

  1. Evaluatie en onderzoek van klachten
    Een klachtenmanager ontvangt een klacht, er wordt een onafhankelijk klachtencomité samengesteld en het onderzoek gaat van start.

  2. Beslissing en oplossing
    Het comité stelt op basis van de bevindingen een oplossing voor, die wordt geëvalueerd en goedgekeurd in overeenstemming met het Klachtenbeleid en de ethische normen van SIPEF.

  3. Opvolging en toezicht

  4. Gevallen worden gecategoriseerd en beoordeeld op type, waaronder geschillen over land, gezondheid en veiligheid, mensenrechten en milieukwesties
  5. De gedelegeerd bestuurder, het hoofd duurzaamheid van de Groep en de juridisch adviseur ESG houden toezicht op het klachtenbeheer
  6. Teams op landenniveau behandelen de documentatie van de gevallen, onderzoek en naleving
  7. De Klachtenoplossing van SIPEF houdt de reactietijd van ontvangen gevallen bij en geeft aan welke zaken te laat of op tijd gesloten worden. Ook alle acties en berichten worden voor elk geval geregistreerd, waardoor de transparantie en verantwoording verbetert.Indienen van klachten Klachten kunnen via de volgende kanalen worden ingediend:
    • persoonlijk op elk SIPEF-kantoor
    • via e-mail naar [email protected] of via het online formulier
    • via het hotlinenummer in Indonesië
    • via de SIPEF Klachtenoplossing

158 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — goed zakelijk gedrag

Bewustzijn en betrokkenheid van stakeholders

SIPEF promoot het bewustzijn van haar klachtenmechanisme door opleidingen, beleidspublicaties, mededelingenborden ter plaatse en tijdens het ochtendappel. Het bedrijf betrekt ook stakeholders uit de gemeenschap met evaluaties van de maatschappelijke impact en regelmatig overleg, zoals vereist door de verschillende normen voor duurzaamheidscertificering waaraan het voldoet.

SIPEF beoordeelt periodiek of de werknemers vertrouwd zijn met het klachtenmechanisme en erop vertrouwen, door middel van enquêtes, betrokkenheidssessies en andere feedbackinitiatieven, met het oog op voortdurende verbetering. De effectiviteit en toegankelijkheid van het mechanisme worden ook jaarlijks geëvalueerd door middel van certificeringsaudits, waaronder Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO), Indonesian Sustainable Palm Oil (ISPO), Rainforest Alliance en Fairtrade, om ervoor te zorgen dat het proces onafhankelijk en transparant blijft. Alle gevallen van niet-naleving van de normen van de Verenigde Naties (VN) en de Internationale Arbeidsorganisatie (International Labour Organization - ILO) kunnen worden gemeld en moeten worden opgelost. SIPEF heeft nog niet beoordeeld in hoeverre consumenten op de hoogte zijn van de klachtenprocedure of erop vertrouwen als een effectief kanaal om hun bezorgdheden te uiten en op te lossen.

Samenvatting van klachten in 2025

In 2025 werden 228 klachten van eigen medewerkers van SIPEF ingediend via het kanaal van de Klachtenoplossing. Geen van deze klachten hield verband met ernstige incidenten op het gebied van mensenrechten, dus er werden geen boetes, straffen of schadevergoedingen opgelegd.* Van het totale aantal gerapporteerde klachten worden de klachten die specifiek betrekking hebben op de eigen werknemers van SIPEF weergegeven in de tabel op de volgende pagina.

Bescherming van klokkenluiders

Het klachtenmechanisme van SIPEF ondersteunt integriteit, het nemen van verantwoordelijkheid en transparantie, door alle stakeholders de kans te geven om wangedrag vertrouwelijk of anoniem te melden zonder represailles te hoeven vrezen. Dit rapporteringssysteem helpt niet alleen bij het identificeren en beperken van wangedrag, maar versterkt ook het vertrouwen van stakeholders. Bovendien garandeert SIPEF dat alle zorgen over ethisch wangedrag grondig worden onderzocht en dat passende corrigerende en preventieve acties worden uitgevoerd.

  • Bovendien heeft SIPEF nul bevestigde gevallen van niet-naleving vastgesteld waarbij getroffen gemeenschappen en consumenten en eindgebruikers betrokken waren volgens de leidende beginselen van de VN, de ILO-verklaring of de OESO-richtlijnen.

159 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

2. CORRUPTIE EN OMKOPING

SIPEF implementeert strikte nalevingsmaatregelen, robuuste controlemechanismen, gerichte opleiding en leiderschapstoezicht om het risico op corruptie en omkopen te voorkomen en aan te pakken. SIPEF's Beleid inzake corruptie- en omkopingbestrijding beschrijft een sterk groepsbreed kader, van toepassing op werknemers, niet-werknemers en leveranciers, om omkoping en corruptie te voorkomen en ethische, transparante bedrijfspraktijken te bevorderen. Het beleid wordt ondersteund door een effectief klachtenmechanisme en risicopreventiemaatregelen, zorgt voor naleving van de wet en bevordert verantwoordelijk zakelijk gedrag.

SIPEF's Beleid inzake corruptie- en omkopingbestrijding sluit aan bij de Conventie tegen corruptie van de Verenigde Naties (2003).

Acties

In 2025 versterkte SIPEF haar maatregelen tegen corruptie en omkoping door middel van een veelzijdige strategie gericht op preventie, opsporing en onderzoek.

Opleidingsprogramma's in 2025

SIPEF heeft een uitgebreid jaarlijks opleidingsprogramma over het Beleid inzake bestrijding van corruptie en omkoping geïmplementeerd onder leiding van de juridisch adviseur ESG. De opleidingen behandelden beleidsvereisten, definities, opsporen, rapportering en klokkenluidersprocedures, naast casusoefeningen, waarbij de inhoud was aangepast aan de landspecifieke risico's, in een combinatie van persoonlijke en online sessies.

Risicofuncties werden geïdentificeerd en geprioriteerd voor opleiding, met bijzondere aandacht voor functies die als meest risicovol geacht worden omwille van hun beslissingsbevoegdheid en toezichtverantwoordelijkheden, inclusief het executief comité van SIPEF.

Incidenten

In 2025 registreerde SIPEF geen veroordelingen en 0 USD aan boetes of financiële sancties voor schendingen van de anticorruptie- of antiomkopingswetgeving in haar activiteiten in België, Singapore, Papoea-Nieuw-Guinea, Côte d’Ivoire en Indonesië.

OVERZICHT VAN KLACHTEN MET BETREKKING TOT EIGEN PERSONEEL VAN SIPEF* 2025

BESCHRIJVING INCIDENT 2025
Klachten ingediend door het eigen personeel via de klachtenkanalen binnen de Groep 228
Ernstige mensenrechtenschendingen (dwangarbeid, mensenhandel, kinderarbeid) 0
Incidenten inzake discriminatie (inclusief intimidatie) 0
Ernstige mensenrechtenschendingen in verband met Leidende beginselen van de VN en OESO-richtlijnen 0
Klachten ingediend bij nationale contactpunten (national contact points - NCP) voor Multinationale ondernemingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Organisation for Economic Co-operation and Development - OECD) 0
Aantal ernstige mensenrechtenincidenten waarbij de onderneming een rol heeft gespeeld bij het waarborgen van goeddoening voor de getroffenen 0
  • Alleen België heeft een NCP van de OECD. Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire nemen niet deel aan dit initiatief omdat ze geen lid zijn van de OESO.

160 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — goed zakelijk gedrag

Doelstellingen en opvolging CORRUPTIE EN OMKOPING

Doelstelling Land Vooruitgang 2025
Jaarlijkse opleiding voor risicofuncties binnen de eigen vennootschap Papoea-Nieuw-Guinea Indonesië Côte d’Ivoire Singapore België 100% opleidingsdekking voor alle medewerkers in risicofuncties

Procedures voor preventie, detectie en onderzoek

SIPEF stelde uitgebreide procedures op om corruptie en omkoping te voorkomen, op te sporen en aan te pakken. Ze omvatten:
ȹ strikte processen om ervoor te zorgen dat alle contracten en aankopen transparant worden beheerd en gecontroleerd door alle afdelingen
ȹ interne controlemechanismen zoals regelmatige nalevingscontroles en klokkenluiderskanalen
ȹ duidelijke rapporteringspaden via de SIPEF Klachtenoplossing voor werknemers en externe stakeholders, om vertrouwelijk bezorgdheden te rapporteren
ȹ verplichte opleiding rond anti-corruptie en anti-omkoping voor alle werknemers in risicofuncties

Proces voor het rapporteren van onderzoeksresultaten

Als er een vermoedelijke overtreding wordt vastgesteld, wordt er een intern onderzoek uitgevoerd in overeenstemming met het bedrijfsbeleid en de in elk land toepasselijke wettelijke kaders. In geval van overtredingen kan de ernst van de overtreding leiden tot beëindiging van het contract, in overeenstemming met het Beleid inzake corruptie- en omkopingbestrijding van SIPEF. De resultaten worden regelmatig gerapporteerd aan en gecontroleerd door de relevante interne auditcomités; zie verklaring inzake deugdelijk bestuur, gedeelte over het auditcomité voor meer informatie.

161 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
162 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring — goed zakelijk gedrag
163 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

3. Verklaring inzake deugdelijk bestuur

164 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Algemeen

Deze verklaring inzake deugdelijk bestuur bevat feitelijke informatie over het corporate governance-kader van SIPEF NV (de Vennootschap) met betrekking tot het boekjaar 2025.

De Vennootschap beschikt over een sterke corporate governance-structuur die gericht is op verantwoord ondernemen, zorgvuldig beheer, en de implementatie van steeds evoluerende duurzaamheidsverbintenissen. De richtlijnen van de Groep inzake deugdelijk bestuur zijn onder meer samengevat in het Corporate Governance Charter, het Remuneratiebeleid en de Gedragscode van de Groep, waarin de principes en beleidslijnen zijn opgenomen ter bevordering en ondersteuning van verantwoord en ethisch handelen. Samen geven deze documenten uitdrukking aan de verbintenissen van de Groep op het vlak van ethisch ondernemerschap en de toepassing van de goede praktijken inzake deugdelijk bestuur. De meest recente versies kunnen worden geraadpleegd op de website van de Vennootschap (www.sipef.com).

BASISELEMENTEN VAN DE CORPORATE GOVERNANCE-STRUCTUUR VAN SIPEF

Corporate Governance Charter
Het Corporate Governance Charter (Charter) omschrijft de structuur, de bevoegdheden en de werking van de bestuursorganen van de Vennootschap, evenals de verplichtingen van de leden van de raad van bestuur en van de verschillende comités van de Vennootschap. Daarnaast bevat het Charter de gedragsregels die gelden voor de leidinggevenden en de personeelsleden van de Vennootschap wanneer zij verrichtingen uitvoeren met betrekking tot financiële instrumenten van SIPEF.

Het Charter werd voor het eerst goedgekeurd door de raad van bestuur in 2005 en wordt regelmatig geactualiseerd in functie van de evolutie van de toepasselijke regelgevingen en de goede praktijken inzake deugdelijk bestuur. Het werd voor het laatst gewijzigd op 18 november 2025 om ontwikkelingen in de governance-structuur en de interne organisatie van de Vennootschap weerspiegelen.### Remuneratiebeleid

Het Remuneratiebeleid 2025-2028 (het Remuneratiebeleid) licht de verschillende componenten van de vergoeding van de bestuurders, de gedelegeerd bestuurder en de andere leden van het executief comité toe. Het bevat de criteria en methoden voor de berekening van deze vergoeding. Het is erop gericht (i) het nodige talent aan te trekken, te belonen en te behouden, (ii) de strategische doelstellingen van de Vennootschap te verwezenlijken en (iii) duurzame waardecreatie te bevorderen.

Gedragscode van de Groep

De Gedragscode van de Groep beschrijft de gedragsprincipes inzake verantwoord en ethisch handelen voor alle personeelsleden van SIPEF, met inbegrip van consultants en contractanten. In deze Gedragscode, bevestig SIPEF haar engagement ten aanzien van integriteit, transparantie en naleving van de toepasselijke wettelijke en reglementaire vereisten, evenals het respect voor mensenrechten en eerlijke arbeidspraktijken, het bestrijden van omkoping en corruptie, en het beheersen van belangenconflicten. Door middel van deze Gedragscode bevordert SIPEF een cultuur van ethisch handelen en verantwoordelijkheid binnen de Groep. De Gedragscode werd ingevoerd in alle landen waar de SIPEF-groep actief is.

Bovendien past de Vennootschap de principes toe van de Belgische Corporate Governance Code 2020 (de Code), die zij als referentiecode hanteert. De Code is beschikbaar op de website van de Corporate Governance Commissie (www.corporategovernancecommittee.be). Het deugdelijk bestuur van de Vennootschap wijkt af van een beperkt aantal aanbevelingen van de Code:

  • Aandelenbezit van de niet-uitvoerende bestuurders: Overeenkomstig artikel 7.6 van de Code moeten niet-uitvoerende bestuurders een deel van hun vergoeding ontvangen in de vorm van aandelen van de Vennootschap, die gedurende minstens één jaar na het einde van hun mandaat en minstens drie jaar na de toekenning moeten worden aangehouden. Deze aanbeveling beoogt de belangen van niet-uitvoerende bestuurders af te stemmen op die van langetermijnaandeelhouders. Niet-uitvoerende bestuurders zijn echter belast met het behartigen van de belangen van alle stakeholders, en niet uitsluitend die van de aandeelhouders. Bovendien worden de activiteiten en strategie van SIPEF inherent gedreven door een langetermijnvisie. De Vennootschap is dan ook van oordeel dat het niet noodzakelijk is deze visie bijkomend te verankeren in het Remuneratiebeleid.
  • Aandelenbezit van de leden van het executief comité: Overeenkomstig artikel 7.9 van de Code zou de raad van bestuur een minimumdrempel moeten vaststellen voor het aantal aandelen dat door de leden van het executief comité moet worden aangehouden. Een dergelijke minimumdrempel wordt niet opgelegd, aangezien de leden van het executief comité steeds worden gedreven door een langetermijnvisie die onlosmakelijk verbonden is met de agro-industriële activiteiten van de Groep. Deze activiteiten kunnen slechts op lange termijn worden geëvalueerd, zoals blijkt uit de strategie en het bedrijfsmodel van SIPEF. Bovendien is de vergoeding van de leden van het executief comité reeds gekoppeld aan de prestaties van de Vennootschap via de variabele vergoeding en de toekenning van aandelenopties, die een looptijd hebben van tien jaar.
  • Samenstelling van het benoemingscomité: Overeenkomstig artikel 4.19 van de Code zou de meerderheid van de leden van het benoemingscomité onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders moeten zijn. Bij SIPEF vervult de volledige raad van bestuur de rol van benoemingscomité. De Vennootschap is van oordeel dat de volledige raad van bestuur, eerder dan een kleiner benoemingscomité, het best geplaatst is om de samenstelling en de opvolgingsplanning van de raad van bestuur en zijn comités voor te bereiden en te beheren. Bovendien vormt de omvang van de raad van bestuur geen belemmering voor een efficiënte beraadslaging en besluitvorming.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Corporate governance-structuur op 31 december 2025

1. RAAD VAN BESTUUR

ROL
De Vennootschap beschikt over een monistische bestuursstructuur (one-tier governance structure), bestaande uit de raad van bestuur, die optreedt als collegiaal orgaan en bevoegd is om alle handelingen te verrichten die noodzakelijk of nuttig zijn voor de verwezenlijking van het voorwerp van de Vennootschap, met uitzondering van de handelingen waarvoor de algemene vergadering krachtens de wet bevoegd is. De raad van bestuur streeft naar een duurzame waardecreatie door de Vennootschap, via het bepalen van de Vennootschapsstrategie, het tot stand brengen van een doeltreffend, verantwoord en ethisch leiderschap, en het toezicht op de prestaties van de Vennootschap. In de regel is de raad van bestuur verantwoordelijk voor het algemeen beleid van de Vennootschap en voor het toezicht op het dagelijks bestuur, dat behoort tot de verantwoordelijkheid van het executief comité. De verantwoordelijkheden van de raad van bestuur worden verder uiteengezet in de statuten en het Charter van de Vennootschap.

ALGEMENE REGELS BETREFFENDE DE SAMENSTELLING
De raad van bestuur van de Vennootschap moet minstens drie leden tellen, waarvan minstens de helft niet-uitvoerende bestuurders en minstens drie onafhankelijke bestuurders. Bovendien moet minstens een derde van de bestuurders een ander geslacht hebben dan de overige bestuurders. De samenstelling van de raad van bestuur moet een efficiënte besluitvorming waarborgen. Tegelijkertijd moet het bestaan uit leden met uiteenlopende achtergronden, expertise en vaardigheden. De omvang van de raad moet bovendien toelaten om wijzigingen in de samenstelling op te vangen zonder dat de werking wordt verstoord. Bestuurders worden door de algemene vergadering benoemd voor een maximale termijn van vier jaar en kunnen worden herbenoemd. Hun mandaat kan ten allen tijde door de algemene vergadering worden beëindigd. De raad van bestuur kiest een voorzitter uit zijn niet-uitvoerende leden. De regels inzake de samenstelling van de raad van bestuur worden verder uiteengezet in de statuten en het Charter van de Vennootschap.

Een sterk beleid inzake deugdelijk bestuur wordt mogelijk gemaakt door een duidelijke bestuursstructuur die de rol van de hoogste bestuursorganen bepaalt. Dit beleid wordt tevens versterkt door de stabiele aandeelhoudersstructuur van de Vennootschap, die wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van twee referentieaandeelhouders, namelijk Ackermans & van Haaren (AvH) en de Bracht Groep. Ondanks deze aandeelhoudersstructuur oefent geen enkele bestuurder of groep van bestuurders een dominante invloed uit op de werking van de raad van bestuur.

RAAD VAN BESTUUR LEDEN DUUR VAN HET MANDAAT UITVOEREND / ONAFHANKELIJK AANWEZIGHEID OP VERGADERINGEN AUDITCOMITÉ (AANTAL: 6) REMUNERATIE- COMITÉ (AANTAL: 4) BENOEMINGS- COMITÉ (AANTAL: 2) EXECUTIEF COMITÉ (AANTAL: 2)
Luc Bertrand voorzitter 2025–2026 6/6 voorzitter 2/2
Petra Meekers gedelegeerd bestuurder 2024–2028 uitvoerend 6/6 lid 2/2 voorzitter
Tom Bamelis bestuurder 2022–2026 6/6 voorzitter 4/4 lid 2/2
Priscilla Bracht bestuurder 2022–2026 5/6 lid 2/2
Alexandre Delen bestuurder 2022–2026 6/6 lid 2/2
Antoine Friling bestuurder 2023–2027 6/6 lid 4/4 voorzitter 2/2 lid 2/2
Gaëtan Hannecart bestuurder 2024–2028 4/6 lid 1/2
Yu–Leng Khor bestuurder 2025–2029 onafhankelijk 6/6 lid 2/2 lid 2/2
Giulia Stellari bestuurder 2023–2027 onafhankelijk 6/6 lid 4/4 lid 2/2 lid 2/2
Nicholas Thompson bestuurder 2023–2027 onafhankelijk 5/6 lid 4/4 lid 1/2
François Van Hoydonck bestuurder 2023–2027 6/6 lid 2/2
Robbert Kessels commercieel directeur lid
Bart Cambré financieel directeur lid

De duur van het mandaat van de leden van de comités valt samen met de duur van hun mandaat van bestuurder.

SAMENSTELLING OP 31 DECEMBER 2025

Op 31 december 2025 was de raad van bestuur uit de volgende elf leden samengesteld:

De leeftijdsgrens is vastgesteld op 70 jaar. In het belang van de Vennootschap kan de raad van bestuur een bestuurder evenwel verzoeken zijn of haar mandaat na het bereiken van deze leeftijd verder te zetten.
Deze bestuurders voldoen aan alle onafhankelijkheidscriteria zoals bepaald in artikel 7:87, §1 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en in Principe 3 van de Belgische Corporate Governance Code 2020.

WIJZIGINGEN IN DE SAMENSTELLING VAN DE RAAD VAN BESTUUR IN 2025

Bij besluit van de raad van bestuur van 13 november 2024 en de gewone algemene vergadering van 11 juni 2025 werd het mandaat van Luc Bertrand als niet-uitvoerend bestuurder en voorzitter van de raad van bestuur hernieuwd voor een termijn van één jaar. Tijdens dezelfde gewone algemene vergadering werd het mandaat van Yu-Leng Khor als onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurder hernieuwd voor een termijn van vier jaar.

Hernieuwing van bestuurdersmandaten in 2026
De mandaten van Luc Bertrand, Tom Bamelis, Alexandre Delen en Priscilla Bracht verstrijken op de gewone algemene vergadering die zal plaatsvinden op 10 juni 2026.De raad van bestuur stelt aan deze vergadering voor om (i) het mandaat van Luc Bertrand als niet-uitvoerend bestuurder te hernieuwen voor een termijn van één jaar en (ii) de mandaten van Tom Bamelis, Alexandre Delen en Priscilla Bracht als niet-uitvoerende bestuurders te hernieuwen voor een termijn van vier jaar.

BELEID TOEPASSING

De raad van bestuur kan slechts efficiënt beraadslagen en beslissen wanneer het aantal leden beperkt blijft en een passende diversiteit binnen de raad aanwezig is. Bij de benoeming van bestuurders hanteert de Vennootschap verschillende criteria, waaronder ervaring, kennis, opleiding, leeftijd, gender en nationaliteit. De raad van bestuur besteedt bijzondere aandacht aan de complementaire vaardigheden van zijn leden, die vaak samenhangt met de uiteenlopende achtergronden van de bestuurders. De Vennootschap streeft er tevens naar de belangen van alle stakeholders te waarborgen door de aanwezigheid van onafhankelijke bestuurders. SIPEF duldt geen enkele vorm van discriminatie.

De achtergrond en professionele ervaring van de leden van de raad van bestuur zijn heel gediversifieerd. Zij bestrijken onder meer de landbouw-, biochemische, financiële, industriële, marketing- en IT-sector. Aangezien duurzaamheid de rode draad is in de activiteiten van de SIPEF-groep, ziet de Vennootschap erop toe dat ook de nodige expertise op dit vlak in de raad van bestuur aanwezig is.

Op 31 december 2025 vertegenwoordigen de leden van de raad van bestuur vijf nationaliteiten: Belgisch, Brits, Maleisisch, Nederlands en Italiaans.

Vrouwen maken reeds vele jaren deel uit van de raad van bestuur van SIPEF. Priscilla Bracht was de eerste vrouwelijke bestuurder, benoemd in 2004, gevolgd door Sophie Lammerant-Velge in 2011. In 2017 steeg het aantal vrouwelijke bestuurders naar drie, toen Petra Meekers werd gecoöpteerd ter vervanging van Antoine de Spoelberch. In 2021 maakte Petra Meekers de overstap van de raad van bestuur naar het executief comité en werd zij opgevolgd door een nieuwe vrouwelijke bestuurder, Yu-Leng Khor. In 2023 verliet Sophie Lammerant-Velge de raad van bestuur en werd zij opgevolgd door Giulia Stellari als nieuwe vrouwelijke bestuurder. Gedurende deze periode waren steevast drie van de tien bestuurders vrouwen. Met de benoeming van Petra Meekers als uitvoerend en vervolgens gedelegeerd bestuurder, steeg het aantal vrouwen in de raad van bestuur van SIPEF vanaf 12 juni 2024 naar vier op elf.

SIPEF streeft er eveneens naar een voldoende aantal onafhankelijke bestuurders in de raad van bestuur te hebben. Eind 2025 waren drie van de elf bestuurders onafhankelijk.

DIVERSITEIT

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Verklaring inzake deugdelijk bestuur

MANDATEN IN ANDERE BEURSGENOTEERDE VENNOOTSCHAPPEN

De Belgische Corporate Governance Code 2020 beperkt het aantal bestuursmandaten dat een niet-uitvoerende bestuurder mag uitoefenen in beursgenoteerde vennootschappen tot vijf. Op 31 december 2025 voerden volgende niet-uitvoerende bestuurders bestuursmandaten in andere beursgenoteerde vennootschappen dan SIPEF:

  • Luc Bertrand:
    • Ackermans & van Haaren NV
    • Aannemingsmaatschappij CFE Group NV
    • DEME Group NV
  • Tom Bamelis:
    • DEME Group NV
  • Gaëtan Hannecart:
    • Financière de Tubize NV

ACTIVITEITENVERSLAG

Algemene regels betreffende de werking van de raad van bestuur

De raad van bestuur vergadert doorgaans zesmaal per jaar en telkens wanneer het belang van de Vennootschap dit vereist of op verzoek van ten minste twee bestuurders. De raad van bestuur kan geldig beraadslagen indien de meerderheid van zijn leden aanwezig of vertegenwoordigd is op de vergadering. Beslissingen worden rechtsgeldig genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. De regels inzake de werking van de raad van bestuur worden verder uiteengezet in de statuten en het Charter van de Vennootschap.

Vergaderingen van de raad van bestuur in 2025

De raad van bestuur van de Vennootschap kwam in 2025 zes maal bijeen. Tijdens de vergaderingen in februari en augustus stelde de raad van bestuur respectievelijk de jaarlijkse en de halfjaarlijkse financiële staten vast en behandelde hij de bijhorende persberichten. De vergadering in september beraadslaagde over de strategie van de Groep en over materiële onderwerpen inzake milieu, maatschappij en bestuur (environmental, social, and governance – ESG), waaronder de strategie en doelstellingen van SIPEF inzake de vermindering van broeikasgasemissies.

Op elke vergadering van de raad van bestuur wordt een verslag van het executief comité voorgelegd over de ontwikkeling van de activiteiten van de verschillende dochterondernemingen. Daarnaast worden op elke vergadering van de raad van bestuur toelichtingsnota’s voorgelegd die kritieke duurzaamheidsthema’s behandelden, zoals certificering, biodiversiteitsprojecten, de voorbereiding op duurzaamheidsrapportering (met inbegrip van de Richtlijn duurzaamheidsrapportering door bedrijven [Corporate Sustainability Reporting Directive – CSRD], de Europese normen voor duurzaamheidsrapportering [European Sustainability Reporting Standards – ESRS] en de implementatie van de Ontbossingsverordening van de Europese Unie [European Union Deforestation Regulation – EUDR]), rapportering inzake gezondheid en veiligheid op het werk, en ontwikkelingen op vlak van regelgeving en rechtspraak.

Daarnaast behandelde de raad van bestuur op verschillende vergaderingen onder meer de volgende specifieke onderwerpen:
* de toekomstige strategie van SIPEF, met inbegrip van waardecreatie en opportuniteiten in de toeleveringsketen voor de Groep;
* kortetermijnbudgetten en langetermijn businessplannen voor de Groep;
* risicoanalyse, interne audit en interne controle binnen de Groep;
* de dubbele materialiteitsbeoordeling van bedrijfs- en duurzaamheidsrisico’s en -impacten overeenkomstig CSRD en ESRS;
* de vergoeding van de bestuurders en de leden van het executief comité;
* opvolgingsplanning binnen de Groep;
* het Geïntegreerd Jaarverslag (Integrated Annual Report – IAR) 2024, met inbegrip van het remuneratieverslag;
* de organisatie en bijeenroeping van de gewone algemene vergadering van 11 juni 2025;
* het aandelenoptieplan 2025;
* de strategie en doelstellingen inzake vermindering van broeikasgasemissies;
* de herziening en goedkeuring van diverse beleidsdocumenten, waaronder het Mensenrechtenbeleid;
* diverse corporate governance-onderwerpen;
* de lopende implementatie van de nieuwe enterprise resource planning (ERP)-software binnen de Groep.

EVALUATIE

De Vennootschap beschikt over een rigoureuze en transparante procedure voor de beoordeling van haar bestuur, waaronder de volgende evaluaties:

  • Evaluatie van de bestuursstructuur: ten minste eenmaal om de vijf jaar evalueert de raad van bestuur of de gekozen bestuursstructuur nog steeds geschikt is. Zo niet, stelt de raad van bestuur een nieuwe bestuursstructuur voor aan de algemene vergadering. In 2025 heeft de raad van bestuur de monistische bestuursstructuur (one-tier governance structure) geëvalueerd en bevestigd als de meest geschikte structuur voor de Vennootschap, zoals weerspiegeld in de meest recente versie van het Charter.
  • Evaluatie van de raad van bestuur en zijn comités: ten minste om de drie jaar evalueert de raad van bestuur – eventueel bijgestaan door externe deskundigen – zijn eigen prestaties, alsook zijn omvang, samenstelling en werking, evenals die van zijn comités. De meest recente evaluatie vond plaats in 2024 en concludeerde dat de huidige samenstelling en werking van de raad van bestuur en zijn comités overeenstemmen met de behoeften van de Vennootschap, waarbij de prestaties van de raad van bestuur in het algemeen positief werden beoordeeld.
  • Evaluatie van de relatie tussen de raad van bestuur en het executief comité: éénmaal per jaar evalueren de niet-uitvoerende bestuurders, in afwezigheid van de gedelegeerd bestuurder, de relatie tussen de raad van bestuur en het executief comité. De evaluatie in 2025 bevestigde een transparante en goede samenwerking tussen het executief comité en de raad van bestuur.
  • Evaluatie bestuurders: bij het verstrijken van het mandaat van een bestuurder evalueert de raad van bestuur – optredend als benoemingscomité en buiten aanwezigheid van de betrokken bestuurder – diens aanwezigheid, individuele bijdrage aan de werking, beraadslaging en besluitvorming van de raad van bestuur. Tevens beoordeelt hij of de bijdrage van de betrokken bestuurder is afgestemd op de evoluerende omstandigheden. De raad van bestuur handelt op basis van de resultaten van deze evaluaties en neemt passende maatregelen. Dit kan desgevallend leiden tot nieuwe benoemingen, het heroverwegen van herbenoemingen of andere aanpassingen die noodzakelijk worden geacht voor de doeltreffende werking van de raad van bestuur.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Verklaring inzake deugdelijk bestuur

2. EXECUTIEF COMITÉ

  • Het executief comité werd opgericht in 2014.
  • De leeftijdsgrens is vastgesteld op 65 jaar. In het belang van de Vennootschap kan de raad van bestuur een lid van het executief comité evenwel verzoeken zijn of haar mandaat na het bereiken van deze leeftijd verder te zetten.

Samenstelling – van links naar rechts – Bart Cambré (financieel directeur), Petra Meekers (gedelegeerd bestuurder), Robbert Kessels (commercieel directeur)

Categorie Statistiek
<4 jaar 2
4–10 jaar 0
>10 jaar 1
40–49 jaar 1
50–59 jaar 2
60–65 jaar 0
Man 2
Vrouw 1

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

ROL

Het executief comité is een collegiaal orgaan waaraan de raad van bestuur het dagelijks bestuur heeft gedelegeerd. Het beschikt over de nodige operationele vrijdheid en middelen om deze taken naar behoren te vervullen.In de praktijk bereidt het comité alle beslissingen van de raad van bestuur voor en ziet het erop toe dat de genomen beslissingen worden uitgevoerd. Het executief comité brengt tijdens het jaar verslag uit aan de raad van bestuur over de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden. De verantwoordelijkheden van het executief comité worden verder uiteengezet in de statuten en het Charter van de Vennootschap.

ALGEMENE REGELS BETREFFENDE DE SAMENSTELLING

Het executief comité wordt voorgezeten door de gedelegeerd bestuurder, Petra Meekers. De raad van bestuur benoemt en ontslaat de leden van het executief comité. Ze worden in principe benoemd voor onbepaalde duur. Dit waarborgt de continuïteit in de werking van het executief comité.

De raad van bestuur tracht het aantal leden van het executief comité beperkt te houden om een efficiënte beraadslaging en besluitvorming binnen dit orgaan mogelijk te maken. Tegelijkertijd draagt hij er zorg voor dat het comité bestaat uit integere personen met uiteenlopende professionele achtergronden, die beschikken over de nodige kennis en complementaire vaardigheden (onder meer op management-, financieel en juridisch gebied) om hun taken naar behoren te kunnen uitvoeren. De regels inzake de samenstelling van het executief comité worden verder uiteengezet in de statuten en het Charter van de Vennootschap.

SAMENSTELLING OP 31 DECEMBER 2025

Op 31 december 2025 bestond het executief comité uit de volgende drie leden:

  • Petra Meekers: gedelegeerd bestuurder
  • Bart Cambré: financieel directeur
  • Robbert Kessels: commercieel directeur

WIJZIGINGEN IN DE SAMENSTELLING VAN HET EXECUTIEF COMITÉ IN 2025

De samenstelling van het executief comité werd in 2025 teruggebracht van vier naar drie leden. Naar aanleiding van zijn pensionering als hoofd van de fruitafdeling hield Thomas Hildenbrand op lid te zijn van het executief comité met ingang van 1 september 2025. Hij werd in zijn functie van hoofd van de fruitafdeling opgevolgd, maar werd niet vervangen binnen het executief comité.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Verklaring inzake deugdelijk bestuur

DIVERSITEIT BELEID TOEPASSING

Het Diversiteitsbeleid dat wordt toegepast bij de samenstelling van de raad van bestuur is eveneens van toepassing op het executief comité. Een evenwichtige en gevarieerde samenstelling is belangrijk voor het comité, dat uit een beperkt aantal personen moet bestaan met de kennis en ervaring om alle aspecten van de activiteiten van de Vennootschap te kunnen behandelen.

Bij de benoeming van leden van het executief comité richt de Vennootschap zich dus vooral leiden door de ervaring, kennis en opleiding van de kandidaten, zodat voldoende complementaire vaardigheden aanwezig zijn. Leeftijd, gender en nationaliteit worden eveneens in acht genomen. Zij garanderen een gevarieerde manier van denken en handelen. Geen enkele vorm van discriminatie wordt geduld.

Elk lid van het executief comité beschikt over zijn eigen expertise, die uiteenlopende domeinen bestrijken, waaronder agrarisch management, duurzaamheid, commercieel en administratief management, financiën, recht en IT. Waar nodig beschikken de leden over ervaring in de landen waar SIPEF actief is, met inbegrip van tropische en subtropische gebieden.

Het comité bestaat uit leden van twee verschillende nationaliteiten: Nederlands en Belgisch. SIPEF hecht belang aan genderdiversiteit op alle niveaus binnen het bedrijf. Zowel in België als in het buitenland bekleden vrouwen sleutelposities. Dit werd nogmaals bevestigd in 2021 met de benoeming van Petra Meekers tot het executief comité en verder versterkt door haar benoeming tot gedelegeerd bestuurder en voorzitter van het executief comité met ingang van 1 september 2024.

ACTIVITEITENVERSLAG

Algemene regels betreffende de werking van het executief comité

In de regel vergadert het executief comité wekelijks en telkens wanneer dringende beslissingen vereist zijn. Het kan geldig beraadslagen wanneer de meerderheid van zijn leden aanwezig of vertegenwoordigd is op de vergadering. Beslissingen worden geldig genomen bij gewone meerderheid van stemmen. De regels inzake de werking van het executief comité worden verder uiteengezet in de statuten en het Charter van de Vennootschap.

Vergaderingen van het executief comité in 2025

In de praktijk bereidt het executief comité alle beslissingen van de raad van bestuur voor en zorgt het voor de uitvoering ervan. Elk jaar bereidt het de individuele en geconsolideerde financiële staten voor, evenals de kwartaalcijfers van de Groep, en stelt het de ontwerpen van de te publiceren persberichten op. Het comité stelt eveneens de kortetermijnbudgetten en de langetermijnbusinessplannen op die ter goedkeuring aan de raad van bestuur worden voorgelegd. Daarnaast bereidt het de nodige sensitiviteitsanalyses voor het strategisch plan en het jaarbudget voor, om het juiste risicoprofiel van de te nemen beslissingen te kunnen inschatten.

Het volgt de operationele, financiële en duurzaamheidsontwikkelingen van de Groep op en geeft hierover presentaties aan de raad van bestuur. Tevens formuleert het voorstellen met betrekking tot de toekomstige strategie. Het executief comité bespreekt eveneens regelmatig de vooruitgang en prestaties van SIPEF op het vlak van duurzaamheid en ontvangt daartoe lopende verslagen van de group director of sustainability. Deze verslagen behandelen diverse ESG-thema’s en updates, waaronder de certificering, de berekeningen van broeikasgasemissies, monitoring van bosbranden en verlies aan bosareaal, en indicatoren inzake gezondheid en veiligheid op het werk.

Meer bepaald behandelde het comité in 2025 onder meer de volgende onderwerpen:

  • voorstellen inzake innovatie en opportuniteiten in de waardeketen voor de SIPEF-groep;
  • de lopende implementatie van de nieuwe ERP-software;
  • kritieke duurzaamheidsthema’s, waaronder certificering, biodiversiteitsprojecten, implementatie van EUDR, monitoring en rapportering inzake gezondheid en veiligheid op het werk, en monitoring van bosbranden en verlies van boombedekking;
  • de berekening en evaluatie van de broeikasgasemissies van de Groep, evenals de voorbereiding van de strategie en doelstellingen inzake broeikasgasemissiereductie;
  • de voorbereiding van de dubbele materialiteitsbeoordeling en de beoordeling van bedrijfs- en duurzaamheidsrisico’s en -impacten overeenkomstig CSRD en ESRS;
  • diverse ontwerpteksten, waaronder het halfjaarlijks verslag en het IAR 2025, met inbegrip van het remuneratieverslag;
  • periodieke herzieningen van diverse beleidslijnen van de Groep, waaronder het Klachtenbeleid, het Beleid inzake Corruptie- en Omkopingbestrijding, de Verantwoordelijk Plantagebeleid en het Verantwoordelijk Inkoopbeleid;
  • het verder uitwerken van diverse beleidskaders, waaronder het Mensenrechtenbeleid;
  • nieuwe nationale, internationale en Europese wetgevende initiatieven inzake duurzaamheid en de gevolgen hiervan voor de Groep.

EVALUATIE

De Vennootschap beschikt over een rigoureuze en transparante procedure voor de beoordeling van haar bestuur, waaronder de volgende evaluaties:

  • Evaluatie van het executief comité: Het remuneratiecomité beoordeelt de samenstelling, werking en prestaties van het executief comité. Elk jaar evalueert het, samen met de gedelegeerd bestuurder, de bijdrage van elk lid van het executief comité aan de ontwikkeling van de activiteiten en resultaten van de Groep. De gedelegeerd bestuurder, als voorzitter van het executief comité, neemt niet deel aan de evaluatie van zijn of haar eigen prestaties.
  • Evaluatie van de relatie tussen de raad van bestuur en het executief comité: Eénmaal per jaar evalueren de niet-uitvoerende bestuurders, in afwezigheid van de gedelegeerd bestuurder, de relatie tussen de raad van bestuur en het executief comité. De evaluatie in 2025 bevestigde een transparante en goede samenwerking tussen het executief comité en de raad van bestuur.
  • Permanente evaluatie-executief comité: Doorheen het jaar evalueert de raad van bestuur het executief comité op basis van zijn werkzaamheden en de voorbereidingen van de besluitvorming van de raad. De raad van bestuur handelt op basis van de resultaten van deze evaluaties en neemt passende maatregelen. Dit kan desgevallend leiden tot nieuwe benoemingen, het heroverwegen van herbenoemingen of andere aanpassingen die noodzakelijk worden geacht voor de doeltreffende werking van het executief comité.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Verklaring inzake deugdelijk bestuur

3. COMITÉS VAN DE RAAD VAN BESTUUR

AUDITCOMITÉ

Rol

Het auditcomité ondersteunt de raad van bestuur bij de uitoefening van zijn toezichthoudende verantwoordelijkheden met het oog op controle in de ruimste zin van het woord, inclusief het toezicht op risico’s. De controleopdracht van het auditcomité en de daarmee verbonden rapporteringsverplichtingen hebben betrekking op de Vennootschap en op alle dochterondernemingen die tot de Groep behoren. Het auditcomité brengt regelmatig verslag uit aan de raad van bestuur over de uitoefening van zijn taken, en in ieder geval wanneer de raad van bestuur de jaarrekening, geconsolideerde jaarrekening en de bijhorende financiële en duurzaamheidsverklaringen voorbereidt. De specifieke verantwoordelijkheden van het auditcomité worden verder uiteengezet in het Charter.

Algemene regels betreffende de samenstelling

Het auditcomité bestaat uit minstens drie leden, die uitsluitend niet-uitvoerende bestuurders zijn. Minstens één lid is een onafhankelijke bestuurder en minstens één lid beschikt over de nodige deskundigheid op het vlak van boekhouding en audit. Bovendien beschikken de leden over een collectieve deskundigheid op het gebied van de activiteiten van de Vennootschap. De raad van bestuur benoemt onder zijn leden de leden van het auditcomité voor een termijn die niet langer mag lopen dan de (resterende) duur van hun mandaat als bestuurder.Het auditcomité duidt één van zijn leden aan als voorzitter, die niet gelijktijdig voorzitter van de raad van bestuur mag zijn. De regels inzake de samenstelling van het auditcomité worden verder uiteengezet in het Charter.

Samenstelling op 31 december 2025

Op 31 december 2025 bestond het auditcomité uit de volgende vier leden:
* Tom Bamelis: voorzitter
* Antoine Friling: lid
* Giulia Stellari: lid
* Nicholas Thompson: lid

Wijzigingen in de samenstelling van het auditcomité in 2025

De raad van bestuur benoemde Giulia Stellari, onafhankelijk bestuurder, in 2024 tot lid van het auditcomité, met ingang van 1 januari 2025. Gelet op haar uitgebreide ervaring op het vlak van duurzaamheid binnen de industriële landbouwsector, achtte de raad haar bijzonder geschikt om het auditcomité te ondersteunen bij de uitoefening van zijn uitgebreide verantwoordelijkheden in het kader van CSRD.

Activiteitenverslag

Algemene regels betreffende de werking van het auditcomité

Het auditcomité komt minstens viermaal per jaar bijeen en daarnaast telkens wanneer het dit noodzakelijk acht om zijn taken naar behoren te vervullen. De regels inzake de werking van het auditcomité worden verder uiteengezet in het Charter.

Vergaderingen van het auditcomité in 2025

In februari en augustus 2025 richtte het auditcomité zich respectievelijk op de beoordeling van de jaarlijkse en de halfjaarlijkse financiële staten, met inbegrip van de bijhorende ontwerp-persberichten. In april 2025 ontving het comité een update van de commissaris over de audit van de duurzaamheidsbeoordeling opgenomen in het IAR 2024. In november 2025 behandelde het comité het enterprise risk management van de Groep en de dubbele materialiteitsanalyse, evenals de kernprestatie-indicatoren (key performance indicators - KPI) inzake duurzaamheid voor het IAR 2025. Tijdens elk van deze vergaderingen presenteerde de commissaris zijn auditrapporten en bevindingen.

Daarnaast werden tijdens de verschillende vergaderingen onder meer de volgende onderwerpen toegelicht en besproken:
* diverse boekhoudkundige onderwerpen en verwerking;
* het financiële convenant betreffende de langetermijnlening en de evolutie hiervan;
* bestaande risico’s en hun classificatie;
* de belastingstrategie van de Vennootschap;
* verslagen van de interne auditcomités van de verschillende dochterondernemingen;
* evaluatie van de relatie tussen de commissaris, het management en de financiële afdeling.

De commissaris was aanwezig op alle vergaderingen van het auditcomité in 2025. De vergaderingen van het auditcomité werden eveneens bijgewoond door de gedelegeerd bestuurder en de financieel directeur van de Vennootschap. Een vertegenwoordiger van referentieaandeelhouder AvH nam eveneens deel aan alle vergaderingen in 2025.

De interne auditors van de operationele dochterondernemingen namen niet deel aan de vergaderingen van het auditcomité van de Vennootschap. De gedelegeerd bestuurder en de financieel directuer hielden in het boekjaar 2025 wel vergaderingen met de lokale interne audit verantwoordelijken in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire.


Naam Rol Onafhankelijk*
Tom Bamelis voorzitter 25%
Antoine Friling lid 50%
Giulia Stellari lid 50%
Nicholas Thompson lid 25%
  • Deze bestuurders voldoen aan alle onafhankelijkheidscriteria zoals bepaald in artikel 7:87, §1 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en in Principe 3 van de Belgische Corporate Governance Code 2020.

Demografie: 40–49 jaar: 1, 50–59 jaar: 1, 60–70 jaar: 2 | Man: 3, Vrouw: 1 | Onafhankelijke: 2, Andere: 2


REMUNERATIECOMITÉ

Rol

Het remuneratiecomité adviseert de raad van bestuur inzake de vergoeding van de leden van de raad van bestuur en van het executief comité. De specifieke verantwoordelijkheden van het remuneratiecomité worden verder uiteengezet in het Charter.

Algemene regels betreffende de samenstelling

Het remuneratiecomité bestaat uit minstens drie leden, die uitsluitend niet-uitvoerende bestuurders zijn en waarvan de meerderheid onafhankelijke bestuurders zijn. Bovendien beschikken de leden van het remuneratiecomité over de nodige deskundigheid op het vlak van remuneratiebeleid. De raad van bestuur benoemt onder zijn leden de leden van het remuneratiecomité voor een termijn die niet langer loopt dan de (resterende) duur van hun mandaat als bestuurder. De voorzitter van het remuneratiecomité wordt eveneens door de raad van bestuur aangeduid.

Samenstelling op 31 december 2025

Op 31 december 2025 bestond het remuneratiecomité uit de volgende drie leden:
* Antoine Friling: voorzitter
* Yu-Leng Khor: lid
* Giulia Stellari: lid

Naam Rol Onafhankelijk*
Antoine Friling voorzitter 33%
Yu-Leng Khor lid 33%
Giulia Stellari lid 33%
  • Deze bestuurders voldoen aan alle onafhankelijkheidscriteria zoals bepaald in artikel 7:87, §1 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en in Principe 3 van de Belgische Corporate Governance Code 2020.

Demografie: 40–49 jaar: 1, 50–59 jaar: 1, 60–70 jaar: 1 | Man: 1, Vrouw: 2 | Onafhankelijke: 2, Andere: 1

Activiteitenverslag

Algemene regels betreffende de werking van het remuneratiecomité

Het remuneratiecomité komt minstens tweemaal per jaar bijeen en daarnaast telkens wanneer het dit noodzakelijk acht om zijn taken naar behoren te vervullen.

Vergaderingen van het remuneratiecomité in 2025

In 2025 behandelde het remuneratiecomité onder meer de volgende onderwerpen:
* benchmarking van de verloning van expats, managers en bestuurders van de Groep;
* vaststelling van de vaste vergoeding van de managers en bestuurders;
* bepaling van de bonuspool van de Groep;
* beoordeling van de individuele prestaties van het management en voorstel van de in 2025 uit te keren variabele vergoeding;
* herziening van het Remuneratiebeleid en opstelling van het remuneratieverslag;
* evaluatie en actualisering van de opvolgingsplanning;
* ontwerp van het aandelenoptieplan 2025 voor de managers van de Groep.

De gedelegeerd bestuurder nam eveneens deel aan de vergaderingen van het remuneratiecomité. Een vertegenwoordiger van elk van de referentieaandeelhouders, AvH en de Bracht Groep, was eveneens aanwezig op alle vergaderingen in 2025.


BEMOEMINGSCOMITÉ

Rol

De raad van bestuur, in zijn hoedanigheid van benoemingscomité, streeft ernaar een objectief en professioneel benoemingsproces te organiseren.

Samenstelling

Het benoemingscomité bestaat uit alle leden van de raad van bestuur en wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad van bestuur.

Vergaderingen van het benoemingscomité in 2025

In 2025 behandelde de raad van bestuur, in zijn hoedanigheid van benoemingscomité, onder meer de volgende onderwerpen:
* de interactie tussen de raad van bestuur en het executief comité, in afwezigheid van de gedelegeerd bestuurder;
* de hernieuwing van de mandaten van niet-uitvoerende bestuurders.

EVALUATIE VAN DE COMITÉS VAN DE RAAD VAN BESTUUR

De Vennootschap beschikt over een rigoureuze en transparante procedure voor de beoordeling van haar bestuur. Dit omvat minstens om de drie jaar een evaluatie door de raad van bestuur – eventueel bijgestaan door externe deskundigen – van zijn eigen prestaties, alsook zijn omvang, samenstelling en werking, evenals die van zijn comités. De meest recente evaluatie vond plaats in 2024 en concludeerde dat de huidige samenstelling en werking van de raad van bestuur en zijn comités overeenstemmen met de behoeften van de Vennootschap.


1. INLEIDING

Dit remuneratieverslag werd opgesteld overeenkomstig artikel 3:6, §3 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Het houdt eveneens rekening met Principe 7 van de Belgische Corporate Governance Code 2020, dat betrekking heeft op de vergoeding van bestuurders en leden van het uitvoerend management van beursgenoteerde vennootschappen, evenals met de principes uiteengezet in Richtlijn 2007/36/EC, zoals gewijzigd door Richtlijn (EU) 2017/828 die tot doel heeft de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders te bevorderen.

Het verslag biedt een volledig overzicht van alle elementen van de vergoeding, met inbegrip van alle voordelen in gelijk welke vorm, die tijdens het boekjaar 2025 werden toegekend aan de niet-uitvoerende bestuurders, de gedelegeerd bestuurder en de andere leden van het executief comité. Het bevat tevens een gedetailleerde toelichting van de vergoeding van elk lid van het executief comité, het orgaan dat belast is met het dagelijks bestuur van de Vennootschap.

De vergoeding met betrekking tot de prestaties tijdens het boekjaar 2025 werd bepaald in overeenstemming met het Remuneratiebeleid 2025–2028 (het Remuneratiebeleid), zoals goedgekeurd door de gewone algemene vergadering van 11 juni 2025. De volledige tekst van het Remuneratiebeleid is beschikbaar op de website van de Vennootschap (www.sipef.com).Alle leden van het executief comité ontvingen in 2025 een variabele vergoeding met betrekking tot hun prestaties tijdens het boekjaar 2024. Deze variabele vergoeding werd bepaald overeenkomstig het Remuneratiebeleid 2021–2024, goedgekeurd door de gewone algemene vergadering van 9 juni 2021, rekening houdend met het geconsolideerde recurrente resultaat over 2024 en met de individuele en collectieve prestaties van het management gedurende dat jaar.

Remuneratieverslag

2. TOTALE VERGOEDING VAN DE BESTUURDERS

Overzicht van de totale vergoeding van de bestuurders

De bestuurders ontvangen een vaste vergoeding die niet gekoppeld is aan de resultaten van de Vennootschap. Deze vergoeding bestaat uit emolumenten voor de vergaderingen van de raad van bestuur en, desgevallend, een vergoeding voor het zetelen in een bepaald comité. De bestuurders ontvingen volgende vergoeding in 2025:

OP JAARBASIS PER PERSOON LID VOORZITTER
Raad van bestuur EUR 40 000 EUR 120 000
Auditcomité EUR 7 500 EUR 12 750
Remuneratiecomité EUR 4 000 EUR 5 200

Uittredende en nieuw bestuurders worden vergoed in verhouding tot het aantal maanden waarin zij tijdens het betrokken boekjaar een bestuurdersmandaat hebben uitgeoefend.

| RAAD VAN BESTUUR | AUDITCOMITÉ | REMUNERATIE- COMITÉ | BENOEMINGSCOMITÉ | IN KEUR | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Luc Bertrand | 120,00 | 120,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 120,00 | 120,00 |
| Petra Meekers (lid van de raad van bestuur sinds 12 juni 2024) | 20,00 | 40,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 20,00 | 40,00 |
| Tom Bamelis | 40,00 | 40,00 | 9,75 | 12,75 | 0,00 | 0,00 | 49,75 | 52,75 |
| Priscilla Bracht | 40,00 | 40,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 40,00 | 40,00 |
| Alexandre Delen | 40,00 | 40,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 40,00 | 40,00 |
| Antoine Friling | 40,00 | 40,00 | 7,50 | 7,50 | 5,20 | 5,20 | 52,70 | 52,70 |
| Gaëtan Hannecart | 40,00 | 40,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 40,00 | 40,00 |
| Yu-Leng Khor | 40,00 | 40,00 | 0,00 | 0,00 | 4,00 | 4,00 | 44,00 | 44,00 |
| Giulia Stellari (lid van het auditcomité sinds 1 januari 2025) | 40,00 | 40,00 | 0,00 | 7,50 | 4,00 | 4,00 | 44,00 | 51,50 |
| Nicholas Thompson | 40,00 | 40,00 | 7,50 | 7,50 | 0,00 | 0,00 | 47,50 | 47,50 |
| François Van Hoydonck | 40,00 | 40,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 40,00 | 40,00 |
| TOTAAL | 500,00 | 520,00 | 24,75 | 35,25 | 13,20 | 13,20 | 537,95 | 568,45 |

De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen variabele vergoeding of aandelenopties. Evenmin wordt een deel van hun vergoeding uitbetaald in de vorm van aandelen van de Vennootschap. Zij genieten wel een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering.

Wijzigingen die de vergoeding van de bestuurders beïnvloedden

Wat de samenstelling van de raad van bestuur en zijn comités betreft, trad Giulia Stellari, onafhankelijk bestuurder, in 2025 toe tot het auditcomité. De impact van deze wijziging op de vergoeding van de bestuurders wordt hierboven toegelicht en er deden zich tijdens het jaar geen andere wijzigingen voor die de vergoeding van de bestuurders beïnvloedden.

Na een benchmarkanalyse ten opzichte van vergelijkbare vennootschappen in november 2024, bleef de vergoeding van de leden en voorzitters van de raad van bestuur, het remuneratiecomité en het auditcomité voor het boekjaar 2025 ongewijzigd, met uitzondering van de voorzitter van het auditcomité. De vergoeding van die laatste werd verhoogd om deze in overeenstemming te brengen met de marktpraktijk, aangezien uit de benchmarking bleek dat het vergoedingsniveau onder de gangbare normen lag voor vergelijkbare functies.

3. TOTALE VERGOEDING VAN DE LEDEN VAN HET EXECUTIEF COMITÉ

Overzicht van de totale vergoeding van de leden van het executief comité

De leden van het executief comité, bestaande uit de gedelegeerd bestuurder en andere leidinggevenden van de Vennootschap, ontvangen een combinatie van vaste vergoeding, variabele vergoeding (Short-Term Incentive Scheme – STI) en aandelenopties (Long-Term Incentive Scheme – LTI). De Vennootschap heeft geen minimumaantal aandelen vastgesteld dat door de leden van het uitvoerend management moet worden aangehouden. In 2025 werden geen aandelen toegekend aan de leden van het executief comité.

2025 IN KEUR PM** FVH** BC** CDW** TH** RK** JN** TOTAL %
Bestuurdersvergoeding 40 0 0 0 0 0 0 40 1,3%
Vaste vergoeding 709 0 331 0 212 366 0 1 618 53,6%
Variabele vergoeding 290 261 198 38 170 215 0 1 172 38,8%
Pensioen 22 0 45 0 29 0 0 96 3,2%
Andere 52 0 7 0 7 26 0 92 3,0%
SUBTOTAAL 1 113 261 581 38 418 607 0 3 018 100,0%
Marktwaarde verworven aandelenopties (begin uitoefenperiode)* 0 141 0 47 47 47 0 282
TOTALE VERGOEDING 1 113 402 581 85 465 654 0 3 300
Subtotaal 100% nvt 100% nvt 100% 100% nvt 100%
Vast 74% nvt 66% nvt 59% 65% nvt 61%
Variabel 26% nvt 34% nvt 41% 35% nvt 39%
2024 IN KEUR PM** FVH** BC** CDW** TH** RK** JN** TOTAL %
Bestuurdersvergoeding 20 40 0 0 0 0 0 60 1,5%
Vaste vergoeding 767 365 319 78 308 358 0 2 195 54,8%
Variabele vergoeding 239 365 66 177 164 166 200 1 377 34,3%
Pensioen 48 167 46 12 43 0 0 316 7,9%
Andere 5 12 6 3 11 24 0 61 1,5%
SUBTOTAAL 1 079 949 437 270 526 548 200 4 009 100,0%
Marktwaarde verworven aandelenopties (begin uitoefenperiode)* 0 0 0 0 0 0 0 0
TOTALE VERGOEDING 1 079 949 437 270 526 548 200 4 009
Subtotaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% nvt 100%
Vast 78% 62% 85% 34% 69% 70% nvt 66%
Variabel 22% 38% 15% 66% 31% 30% nvt 34%

* Voor meer details over de betreffende aandelenoptieplannen (respectievelijk aandelenoptieplan 2021 en aandelenoptieplan 2020) zie verder.
** PM: Petra Meekers; FVH: François Van Hoydonck; BC: Bart Cambré; CDW: Charles Dewulf; TH: Thomas Hildenbrand; RK: Robbert Kessels; JN: Johan Nelis.

Vaste vergoeding

De leden van het executief comité ontvangen een vaste vergoeding en genieten van een groepsverzekering met vaste bijdragen. Deze omvat onder meer een aanvullend pensioenplan, evenals een invaliditeits- en overlijdensdekking. Daarnaast voorziet de Vennootschap in een hospitalisatieverzekering en een wereldwijde bijstandsverzekering. Leden van het management beschikken bovendien over een bedrijfswagen en ontvangen maaltijdcheques.

De gedelegeerd bestuurder ontvangt daarnaast emolumenten voor de vergaderingen van de raad van bestuur, bovenop de vaste vergoeding die wordt betaald voor haar uitvoerende functie.

Variabele vergoeding

Het totale bedrag van de variabele vergoeding (short-term incentive – STI) die wordt toegekend aan zowel het personeel als de leden van het executief comité van de Vennootschap, kan niet meer bedragen dan 2% van het geconsolideerd recurrent resultaat vóór belastingen (deel van de Groep). Voor elk lid van het executief comité is de STI bovendien beperkt tot een bedrag dat gelijk is aan tweemaal de jaarlijkse vaste vergoeding.

Binnen deze grenzen wordt het individuele bedrag van de variabele vergoeding op discretionaire wijze bepaald door de raad van bestuur, op aanbeveling van het remuneratiecomité, op basis van financiële en niet-financiële prestatiecriteria zoals uiteengezet in het Remuneratiebeleid 2025–2028. Overeenkomstig dit Remuneratiebeleid is 80% van de STI gekoppeld aan de financiële prestaties van de Groep, gemeten aan de hand van het geconsolideerde recurrente resultaat vóór belastingen (deel van de Groep), terwijl de resterende 20% gekoppeld is aan niet-financiële kernprestatie-indicatoren (Key Performance Indicators – KPI) op vlak van ESG, die jaarlijks worden vastgesteld door de raad van bestuur op voorstel van het remuneratiecomité en worden geselecteerd uit de ESG-KPI’s van de Groep zoals opgenomen in annex 1 bij dit IAR. De jaarlijkse vaststelling van ESG-KPI’s waarborgt dat deze doelstellingen dynamisch, relevant en afgestemd blijven op de evoluerende duurzaamheidsstrategie van de Vennootschap, met behoud van een passend niveau van toezicht en verantwoordelijkheid op het hoogste bestuursniveau.

Voorts weerspiegelt de jaarlijkse prestatiebeoordeling de inherente volatiliteit van de agro-industriële activiteiten van de Groep, en in het bijzonder van de palmoliemarkt, waar de resultaten in aanzienlijke mate worden beïnvloed door de prijsschommelingen van landbouwgrondstoffen. Het koppelen van de variabele vergoeding aan de prestaties van één boekjaar wordt derhalve passend geacht en is in overeenstemming met de langetermijnstrategie van de Vennootschap, op een wijze die vergelijkbaar is met de variabiliteit van de dividenden voor de aandeelhouders.

De volgende ESG-KPI’s werden door de raad van bestuur, op voorstel van het remuneratiecomité, vastgesteld voor de beoordeling van de prestaties van het executief comité tijdens het boekjaar 2025:

ESG KPI DOELSTELLING RESULTAAT 2025
Voedselveiligheid (S) Versterken van de voedselveiligheids-normen binnen de activiteiten in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. Uitrol van voedselveiligheidscertificering in de palmoliemolens en implementatie van belangrijke procesverbeteringen ter ondersteuning van het chloride-reductieprogramma. Behaald
Klimaat (E) Voortgang boeken met initiatieven inzake emissiereductie binnen de activiteiten. Voortgang van methaanafvangprojecten in geselecteerde molens. Behaald
Gezondheid en veiligheid (S) Verbeteren van de veiligheidsprestaties binnen de activiteiten. Implementatie van gerichte veiligheidsverbeteringsmaatregelen, waaronder initiatieven gericht op het verminderen van arbeidsongevallen met werkverlet. Behaald
Betrokkenheid van lokale boeren (S) Bevorderen van de inclusie en certificering van lokale boeren. Opstart van het certificeringsprogramma voor lokale boeren, met inbegrip van de opzet van het programma en de uitvoering van initiële opleidingen. Behaald
Compliance (G) Versterken van de compliancecultuur binnen risicovolle functies. Voltooiing van het jaarlijkse compliance-opleidingsprogramma voor geïdentificeerde risicofuncties. Behaald

Voor alle duidelijkheid: de variabele vergoeding die in 2025 werd uitbetaald heeft betrekking op prestaties geleverd tijdens het boekjaar 2024 en werd bepaald overeenkomstig het Remuneratiebeleid 2021–2024 dat op dat boekjaar van toepassing was. De variabele vergoeding met betrekking tot prestaties tijdens het boekjaar 2025 wordt door de raad van bestuur beoordeeld overeenkomstig het huidige Remuneratiebeleid 2025–2028 en in 2026 uitbetaald. De raad van bestuur heeft in 2025 geen uitzonderlijke of eenmalige bonussen toegekend aan de leden van het executief comité.

Recht op terugvordering

Alle leden van het executief comité hebben een clawback-clausule ondertekend. Dit betekent dat de Vennootschap het recht heeft om de variabele nettovergoeding terug te vorderen, indien deze werd toegekend op basis van onjuiste financiële gegevens. De Vennootschap heeft in 2025 geen gebruikgemaakt van haar recht tot terugvordering.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Aandelenoptieplan

Overzicht van het aandelenoptieplan 2025

Sinds 2011 worden elk boekjaar aandelenopties aangeboden aan de leden van het executief comité. De raad van bestuur heeft in 2025, op aanbeveling van het remuneratiecomité, opnieuw beslist om aandelenopties aan te bieden in het kader van het SIPEF aandelenoptieplan 2025, dat de volgende kenmerken heeft:

  • type: opties op bestaande aandelen van de Vennootschap (d.w.z. één optie geeft de houder het recht in te schrijven op één aandeel van de Vennootschap, met dezelfde rechten als de overige bestaande aandelen van de Vennootschap).
  • tijdstip aanbod: midden november.
  • uitoefenprijs: de laagste van (i) de slotkoers van het aandeel op de dag voorafgaand aan de datum van het aanbod, en (ii) de gemiddelde slotkoers van het aandeel over de 30 dagen voorafgaand aan de datum van het aanbod.
  • looptijd van het plan: tien jaar.
  • uitoefenperiode: vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de derde verjaardag van de toekenning, tot het einde van het tiende jaar vanaf de datum van het aanbod.
  • er werden geen prestatiecriteria vastgesteld voor de toekenning of uitoefening van de aandelenopties.

Opties toegekend aan de leden van het executief comité in 2025

Op 19 november 2025 werden in totaal 10 000 opties door de Vennootschap toegekend aan de leden van het executief comité. Deze opties werden als volgt door de begunstigden aanvaard:

AANTAL
Petra Meekers 6 000
Bart Cambré 2 000
Robbert Kessels 2 000
TOTAAL 10 000

Daarnaast werden 6 000 opties toegekend aan de algemene directeuren van de buitenlandse dochterondernemingen.

De in 2025 toegekende opties hebben de volgende kenmerken:
* uitoefenprijs: EUR 78,52
* vervaldatum: 18 november 2035
* uitoefenperiode: vanaf 1 januari 2029 tot en met 18 november 2035

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

PETRA MEEKERS

AANDELENOPTIEPLAN 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 TOTAL
Aangeboden nog niet verworven 0 0 0 0 0 0 0 0 2 000 6 000 6 000 14 000
Verworven voor het einde van 2025 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgeoefend in 2025 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Vervallen in 2025 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal aandelenopties einde jaar 0 0 0 0 0 0 0 0 2 000 6 000 6 000 14 000
Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) 0 0
Verworven aan marktprijs (in EUR) 0 0
Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) 0 0

UITSPLITSING VAN HET SIPEF AANDELENOPTIEPLAN

2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Aanbod 28/11/15 07/12/16 23/11/17 20/11/18 23/11/19 19/11/20 18/11/21 17/11/22 15/11/23 14/11/24 19/11/25
Verwerving 28/11/18 07/12/19 23/11/20 20/11/21 23/11/22 19/11/23 18/11/24 17/11/25 15/11/26 14/11/27 19/11/28
Begin uitoefenperiode: 01/01/19 01/01/20 01/01/21 01/01/22 01/01/23 01/01/24 01/01/25 01/01/26 01/01/27 01/01/28 01/01/29
Einde uitoefenperiode:* 27/11/25 06/12/26 22/11/27 19/11/28 22/11/29 18/11/30 17/11/31 16/11/32 14/11/33 13/11/34 18/11/35
Uitoefenprijs (in EUR) 49,15 53,09 62,87 51,58 45,61 44,59 58,31 57,70 52,70 56,88 78,52
Marktprijs begin uitoefenperiode (in EUR) 48,80 54,80 43,20 56,90 58,90 53,00 56,80 81,20

* laatste uitoefendag

Bewegingen in het boekjaar 2025

Twee leden van het executief comité oefenden in 2025 in totaal 4 000 van de 20 000 opties uit die werden toegekend in het kader van het aandelenoptieplan 2015. Van de resterende 16 000 opties onder dat plan, die werden toegekend aan de algemene directeurs van dochterondernemingen en voormalige leden van het executief comité, werden 12 000 opties uitgeoefend in 2025, 2 000 reeds vóór 2025, en 2 000 waren vóór 2025 vervallen.

Daarnaast werden 2 000 opties uit het aandelenoptieplan 2015 niet uitgeoefend tegen de vervaldatum van 28 november 2025, aangezien deze reeds in eerdere jaren waren vervallen bij het vertrek van de betrokken begunstigde algemene directeurs van dochterondernemingen. In 2025 oefenden algemene directeurs van dochterondernemingen en voormalige leden van het executief comité eveneens 14 000 opties uit onder het aandelenoptieplan 2016, 12 435 opties onder het aandelenoptieplan 2017, 8 000 opties onder het aandelenoptieplan 2018 en 5 982 opties onder het aandelenoptieplan 2019.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Verklaring inzake deugdelijk bestuur

ROBBERT KESSELS

AANDELENOPTIEPLAN 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 TOTAL
Aangeboden nog niet verworven 0 0 0 0 0 0 0 0 2 000 2 000 2 000 6 000
Verworven voor het einde van 2025 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 0 0 0 16 000
Uitgeoefend in 2025 -2 000 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -2 000
Vervallen in 2025 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal aandelenopties einde jaar 0 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 20 000
Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) 116 620 115 400
Verworven aan marktprijs (in EUR) 113 600 162 400
Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) 0 47 000

THOMAS HILDENBRAND (MEMBER OF THE EXECUTIVE COMMITTEE UNTIL 1 SEPT. 2025)

AANDELENOPTIEPLAN 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 TOTAL
Aangeboden nog niet verworven 0 0 0 0 0 0 0 0 2 000 2 000 0 4 000
Verworven voor het einde van 2025 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 0 0 0 16 000
Uitgeoefend in 2025 -2 000 -2 000 -435 0 0 0 0 0 0 0 0 -4 435
Vervallen in 2025 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal aandelenopties einde jaar 0 0 1 565 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 0 15 565
Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) 116 620 115 400
Verworven aan marktprijs (in EUR) 113 600 162 400
Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) 0 47 000

BART CAMBRÉ

AANDELENOPTIEPLAN 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 TOTAL
Aangeboden nog niet verworven 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2 000 2 000 4 000
Verworven voor het einde van 2025 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgeoefend in 2025 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Vervallen in 2025 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal aandelenopties einde jaar 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2 000 2 000 4 000
Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) 0 0
Verworven aan marktprijs (in EUR) 0 0
Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) 0 0

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Wijzigingen die de vergoeding van het executief comité beïnvloeden

De samenstelling van het executief comité werd in 2025 teruggebracht van vier naar drie leden. Naar aanleiding van zijn pensionering als hoofd van de fruitafdeling, is Thomas Hildenbrand met ingang van 1 september 2025 geen lid meer van het executief comité. Hij werd in zijn functie als hoofd van de fruitafdeling opgevolgd, maar niet vervangen binnen het executief comité. De impact van deze wijziging op de vergoeding van de leden van het executief comité wordt hierboven toegelicht.

Daarnaast wordt eraan herinnerd dat Charles De Wulf met ingang van 1 april 2024 zijn functie als lid van het executief comité heeft neergelegd om de rol van algemeen directeur van de dochteronderneming Plantations J. Eglin in Côte d’Ivoire op te nemen. Voorts ging François Van Hoydonck op 1 september 2024 met pensioen als gedelegeerd bestuurder en voorzitter van het executief comité, waarna hij is aangebleven als niet-uitvoerend bestuurder. Beiden ontvingen in 2025 een variabele vergoeding met betrekking tot hun prestaties als leden van het executief comité tijdens het boekjaar 2024.

Na een benchmarkanalyse ten opzichte van vergelijkbare vennootschappen, besloot de raad van bestuur in november 2024 om de verhoging van de vaste vergoeding van de leden van het executief comité, met inbegrip van de gedelegeerd bestuurder, voor het boekjaar 2025 te beperken tot de aanpassing op basis van de contractuele gezondheidsindex.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Verklaring inzake deugdelijk bestuur 4.VERGELIJKENDE INFORMATIE OVER DE EVOLUTIE VAN DE VERGOEDING EN DE PRESTATIES VAN DE VENNOOTSCHAP OVER EEN PERIODE VAN VIJF JAAR MET INBEGRIP VAN DE VERHOUDING TUSSEN DE HOOGSTE EN LAAGSTE VERGOEDING BINNEN SIPEF

JAARLIJKSE VERANDERING IN DE GEMIDDELDE VERGOEDING VAN DE WERKNEMERS

2021 2022 2023 2024 2025
Gemiddelde vaste vergoeding van werknemers in SIPEF Hoofdkantoor (4) (in KEUR/maand) 5 165 4 913 -5% 5 452 11% 5 735 5% 6 007 5%
Gemiddelde variabele vergoeding van werknemers in SIPEF Hoofdkantoor (5) (in KEUR/year) 4 955 23 613 377% 38 213 62% 19 923 -48% 18 315 -8%

RATIO HOOGSTE/LAAGSTE VERGOEDING OP EEN VOLTIJDS-EQUIVALENTE (VTE) BASIS

2021 2022 2023 2024 2025
Verhouding tussen de totale vaste vergoeding van het hoogst betaalde lid van het executief comité en die van de laagst betaalde werknemer op het SIPEF Hoofdkantoor (6) 9,1 15,6 15,1 12,2 11,2

JAARLIJKSE VERANDERING IN VERGOEDING (IN PERCENTAGE)

2021 2022 2023 2024 2025
Totale vergoeding raad van bestuur (1) (in KEUR) 359 443 23% 443 0% 538 21% 568 6%
Totale vaste vergoeding executief comité (2) (in KEUR) 2 424 2 901 20% 3 154 9% 2 632 -17% 1 845 -30%
Totale variabele vergoeding executief comité (3) (in KEUR) 272 1 463 438% 2 362 61% 1 377 -42% 1 172 -15%

JAARLIJKSE VERANDERING IN DE ONTWIKKELING VAN DE PRESTATIES VAN DE VENNOOTSCHAP

2021 2022 2023 2024 2025
CPO marktprijs (in USD/ton CIF Rotterdam) 1 195 1 345 13% 964 -28% 1 084 12% 990 -9%
Geproduceerde volumes CPO (in ton) 384 187 403 927 5% 391 215 -3% 362 404 -7% 441 866 22%
Resultaat, deel van de Groep (recurrent) (in KUSD) 82 746 108 157 31% 72 735 -33% 71 913 -1% 127 367 77%

(1) Vergoeding zoals vermeld onder 2. Totale vergoeding van de bestuurders
(2) Vaste vergoeding zoals vermeld onder 3. Totale vergoeding van de leden van het executief comité
(3) Variabele vergoeding zoals vermeld onder 3. Totale vergoeding van de leden van het executief comité
(4) Gemiddeld brutoloon (voltijds equivalent) in januari van het betreffende jaar
(5) Gemiddelde uitgekeerde variabele vergoeding kost werkgever (voltijds equivalent)
(6) Totale vaste kost hoogste individuele vergoeding binnen het executief comité/totale vaste kost (voltijds equivalent) laagste vergoeding werknemers Hoofdkantoor

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

5. OVEREENSTEMMING VAN DE VERGOEDING MET HET REMUNERATIEBELEID EN DE TOEPASSING VAN DE PERFORMANTIECRITERIA

De Vennootschap communiceert continue, op tijdige en transparante wijze, met haar aandeelhouders, management, medewerkers en andere stakeholders over de ontwikkelingen in haar activiteiten, duurzaamheid, prestaties en bestuur. Deze transparantie werd sinds 2020 in dit verslag nog verder versterkt, in het bijzonder met betrekking tot de vergoeding van de leden van het executief comité. Heldere communicatie en transparantie vormen belangrijke drijfveren voor betrokkenheid, motivatie en vertrouwen en dragen bij tot duurzame langetermijnprestaties, doordat zij het blijvende engagement van personeel en management ten aanzien van de langetermijndoelstellingen van de Groep ondersteunen.

De totale vergoeding van de bestuurders en de leden van het executief comité is volledig in lijn met het toepasselijke remuneratiebeleid en wordt op een transparante manier berekend en toegepast. De vaste vergoeding van de leden van de raad van bestuur en van het executief comité wordt jaarlijks getoetst aan de hand van een benchmarkinganalyse ten opzichte van de marktpraktijk en wordt daarom als marktconform beschouwd.

Vanaf 1 januari 2025 is de variabele vergoeding van de leden van het executief comité gekoppeld aan de jaarlijkse prestaties van de Groep, voornamelijk gemeten aan de hand van het geconsolideerde recurrente resultaat vóór belastingen (deel van de Groep) en aangevuld met duurzaamheidsgerelateerde, niet-financiële KPI’s, overeenkomstig het Remuneratiebeleid 2025–2028. Deze benadering weerspiegelt enerzijds de volatiliteit van de agro-industriële activiteiten van de Groep, die sterk worden beïnvloed door prijsschommelingen van landbouwgrondstoffen, en draagt anderzijds bij tot duurzame waardecreatie op lange termijn en ondersteunt de Balanced Growth Strategy van SIPEF.

6. AFWIJKINGEN VAN HET REMUNERATIEBELEID IN 2025

In 2025 werden de vergoedingen van de bestuurders en de leden van het executief comité toegekend in overeenstemming met het toepasselijke Remuneratiebeleid.

7. INFORMATIE OVER DE STEMMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING OVER HET REMUNERATIEBELEID EN HET REMUNERATIEVERSLAG

Het huidige Remuneratiebeleid 2025–2028 werd goedgekeurd met een meerderheid van 93,94% van de stemmen door de gewone algemene vergadering van 11 juni 2025. Het werd voor het eerst toegepast op het boekjaar 2025. Het remuneratieverslag voor het boekjaar 2024 werd positief onthaald door de gewone algemene vergadering van 11 juni 2025. Het huidige remuneratieverslag voor het boekjaar 2025 wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gewone algemene vergadering van 10 juni 2026.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Externe en interne audit

1. EXTERNE AUDIT

De gewone algemene vergadering van 12 juni 2024 heeft de benoeming van EY Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door Christoph Oris, als commissaris van SIPEF hernieuwd voor een termijn van drie jaar. De jaarlijkse vergoeding voor dit mandaat werd vastgesteld op USD 120 196, exclusief indexering en belasting over de toegevoegde waarde (BTW). Dit volgt op de initiële benoeming voor een termijn van drie jaar door de gewone algemene vergadering van 9 juni 2021.

Daarnaast heeft de gewone algemene vergadering van 12 juni 2024, onder voorbehoud van de omzetting van de CSRD in Belgisch recht, aan de commissaris van de Vennootschap de opdracht gegeven van het verstrekken van assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie voor een termijn van drie jaar (met betrekking tot de boekjaren 2024, 2025 en 2026). Na de omzetting van de CSRD in Belgisch recht bij de wet van 2 december 2024 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 20 december 2024) heeft de gewone algemene vergadering van 11 juni 2025 de vergoeding voor deze opdracht goedgekeurd, bestaande uit een jaarlijkse vergoeding van EUR 121 101 (exclusief btw, onderworpen aan jaarlijkse indexering), samen met een eenmalige vergoeding van EUR 25 000 (exclusief btw) voor de assurance readiness assessment met betrekking tot het boekjaar 2024.

De commissaris voert de controle uit op de statutaire en geconsolideerde jaarrekening van SIPEF en verleent assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie. Hij rapporteert hierover minstens tweemaal per jaar aan het auditcomité en de raad van bestuur.

Voor het boekjaar 2025 bedroeg de vergoeding van de commissaris voor de controle op de statutaire en geconsolideerde jaarrekening van SIPEF USD 130 625 en bedroeg de vergoeding voor de assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie EUR 126 550. De vergoeding voor niet-auditdiensten in 2025 bedroeg USD 0. De totale kost van de externe controle van de financiële staten van de SIPEF-groep door het EY-netwerk voor het boekjaar 2025 bedroeg USD 608 737. De vergoeding betaald voor adviesverlening door dezelfde commissaris of aanverwante vennootschappen bedroegen USD 0. Alle details van de aan EY betaalde vergoedingen zijn terug te vinden in toelichting 33 bij de jaarrekening.

2. INTERNE AUDIT

Binnen de operationele filialen van de SIPEF-groep in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea werden interne auditafdelingen opgericht. Deze afdelingen brengen minstens viermaal per jaar verlag uit aan de lokale auditcomités, die de interne auditverslagen beoordelen en hun bevindingen vervolgens overmaken aan het auditcomité van SIPEF. Sinds 2024 werd ook in Côte d’Ivoire een gelijkaardige interne auditafdeling opgezet.

Op het SIPEF Hoofdkantoor in België en in haar dochteronderneming in Singapore worden interne audits uitgevoerd door een groepscontroller, die jaarlijks verslag uitbrengt aan het auditcomité van SIPEF.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Verslag inzake interne controle- en risicobeheersystemen

De raad van bestuur van SIPEF is verantwoordelijk voor de beoordeling van de inherente risico’s van de Groep en van de doeltreffendheid van haar systemen van interne controle. Het interne controlesysteem van SIPEF werd opgezet in overeenstemming met de Belgische wettelijke vereisten inzake risicobeheer en interne controle, de beginselen van de Belgische Corporate Governance Code 2020 en de CSRD, en is georganiseerd op basis van het model van het Committee of Sponsoring Organisations (COSO) van het Treadway Commission model. Een analyse op Groepsniveau vormt de basis van het interne controle- en risicobeheersysteem, waarvan de betrouwbaarheid van de financiële rapportering, de duurzaamheidsrapportering en het communicatieproces een belangrijke pijler vormt.

Controleomgeving

De raad van bestuur heeft twee interne comités opgericht, met name het auditcomité en het remuneratiecomité, en fungeert in zijn totaliteit als benoemingscomité. Daarnaast heeft hij het dagelijks bestuur van de Vennootschap gedelegeerd aan het executief comité. De rol en verantwoordelijkheden van deze organen worden verder uiteengezet in de statuten en het Charter van de Vennootschap.

De Groep is onderverdeeld in verschillende afdelingen. Elke afdeling heeft specifieke functies en elke persoon binnen de desbetreffende afdeling heeft zijn eigen functieomschrijving. Voor elke functie en taak wordt het vereiste opleidings- en/of ervaringsniveau vastgesteld. Er bestaat een duidelijk beleid inzake delegatie van bevoegdheden.De raad van bestuur van SIPEF heeft eveneens de nodige beleidslijnen opgesteld, waaronder een Verantwoordelijk Plantagebeleid en een Verantwoordelijk Inkoopbeleid, die van toepassing zijn op alle plantageactiviteiten en grondstoffen, evenals een Klachtenbeleid en een Beleid inzake Corruptie- en Omkopingbestrijding die binnen de hele Groep van toepassing zijn. De raad van bestuur herziet deze beleidslijnen ieder jaar om ze aan te passen aan de meest recente juridische, sociale en milieugebonden normen.

Om de verdere groei in het dagelijks beleid van haar activiteiten te faciliteren en aan te moedigen, hanteert SIPEF duidelijke duurzaamheidsnormen die verder gaan dan de wettelijke vereisten van de landen waarin de Vennootschap actief is. Dat engagement wordt gestaafd door certificaten en algemeen erkende standaarden.

De interne controle die door SIPEF wordt uitgeoefend, waakt over de naleving van alle voorgeschreven procedures, richtlijnen en regels teneinde de activa, medewerkers en activiteiten van de Groep te beschermen en het beheer ervan te optimaliseren. SIPEF heeft sinds 2024 een geïntegreerde benadering ontwikkeld voor het beoordelen en rapporteren van duurzaamheidsimpacten, risico’s en opportuniteiten (IRO’s) in overeenstemming met de CSRD. Dit systeem berust op samenwerking tussen afdelingen en wordt voortdurend verfijnd op basis van de geïdentificeerde IRO’s. De Groep past zowel interne als externe controles toe om fouten te beperken tot het minimum, de datakwaliteit te verbeteren en de naleving van de steeds evoluerende duurzaamheidsregelgeving te waarborgen. Verdere toelichting hierover is opgenomen in de Duurzaamheidsverklaring.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Verklaring inzake deugdelijk bestuur

In het algemeen, kunnen de bedrijfsstructuur, bedrijfsfilosofie en managementstijl van de SIPEF-groep als ‘vlak’ worden omschreven. Dit is weerspiegeld in het beperkte aantal beslissingslijnen binnen de hiërarchie. Deze structuur, gecombineerd met een laag personeelsverloop, versterkt het sociale controle binnen de Vennootschap.

Tot slot ziet SIPEF toe op de strikte toepassing van de regels zoals uiteengezet in haar Corporate Governance Charter en Gedragscode van de Groep, opdat de bestuurders, alle leidinggevenden en het personeel van de Groep zouden handelen op eerlijke en ethische wijze en in overeenstemming met de toepasselijke regels en beginselen van deugdelijk bestuur.

Risicoanalyse en controleactiviteiten

Elk jaar keurt de raad van bestuur het strategisch plan van SIPEF goed, waarin de strategische, operationele, financiële, duurzaamheids-, fiscale en juridische doelstellingen van de Groep worden vastgelegd. Om een passend beheer te waarborgen van alle interne of externe risico’s die een invloed kunnen hebben op de verwezenlijking van deze doelstellingen, identificeert en classificeert de raad van bestuur deze risico’s jaarlijks op basis van de jaarlijkse risicoanalyse door het auditcomité. Dit proces maakt deel uit van het enterprise risk management-kader van de Groep, dat voortbouwt op de historische top risk review die in 2009 werd ingevoerd en een gestructureerde aanpak biedt voor het identificeren, beoordelen en monitoren van de voornaamste risico’s die de Groep treffen.

Met de invoering van de CSRD heeft de raad van bestuur sinds 2024 een geïntegreerd IRO-materialiteits-beoordelingsproces opgezet, waarbij de risicobeoordeling deel uitmaakt van een dubbele materialiteitsbeoordeling die verder gaat dan louter externe risicomonitoring. Deze dubbele materialiteitsbeoordeling bestaat uit een beoordeling van de ‘financiële materialiteit’ (een outside-in-perspectief), die voortbouwt op de risicobeoordeling van de Groep, en een beoordeling van de ‘impactmaterialiteit’ (een inside-out-perspectief). Nadere informatie over deze dubbele materialiteitsbeoordeling is opgenomen in de Duurzaamheidsverklaring.

De door de raad van bestuur voorgeschreven acties worden opgevolgd door het management van SIPEF om ervoor te zorgen dat de juiste procedures voor beperking, beheer en controle worden uitgevoerd door de relevante afdelingen binnen de Groep.

De IRO’s die, na de herziening van de dubbele materialiteitsbeoordeling in 2025, als materieel werden beoordeeld voor de eigen activiteiten van SIPEF en haar waardeketen, worden uiteengezet in het deel algemene informatie van de Duurzaamheidsverklaring. Deze thema’s werden eerst vanuit impactperspectief als materieel aangemerkt. Vervolgens werden de financieel materiële thema’s als volgt bepaald:

  • klimaatverandering: aanpassing aan klimaatverandering
  • biodiversiteit en ecosystemen: directe impactfactoren van biodiversiteitsverlies
  • consumenten en eindgebruikers: persoonlijke veiligheid van consumenten en/of eindgebruikers
  • zakelijk gedrag: corporate cultuur
  • corruptie en omkoping: incidenten

Deze thema’s zijn derhalve materieel vanuit zowel impact- als financieel perspectief. Gedetailleerde beschrijvingen van de specifieke materiële IRO’s, samen met hun relevantie in de context van SIPEF, en alle informatie die vereist is onder de ESRS 2 disclosure requirement, zijn opgenomen in de ESG-secties van de Duurzaamheidsverklaring.

Informatie en communicatie

Een geheel van interne en externe operationele en financiële rapporteringen zorgen er voor dat op periodieke basis (dagelijks, wekelijks, maandelijks, per kwartaal, halfjaarlijks of jaarlijks) en op de relevante niveaus de nodige informatie ter beschikking wordt gesteld, zodat de toevertrouwde verantwoordelijkheden naar behoren kunnen worden vervuld.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Toezicht en monitoring

Het is de verantwoordelijkheid van elke medewerker om mogelijke tekortkomingen in de interne controle te melden aan de respectievelijke verantwoordelijken. Daarnaast zijn de interne auditafdelingen binnen de operationele entiteiten in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea verantwoordelijk voor het permanente toezicht op de doeltreffendheid en naleving van de bestaande interne controles binnen hun respectieve activiteiten. Zij stellen, op basis van hun bevindingen, de nodige bijsturingen voor. Een lokaal auditcomité bespreekt de verslagen van de interne auditafdeling minstens per kwartaal. Een samenvatting van de meest recente bevindingen wordt elk kwartaal overgemaakt aan het auditcomité van SIPEF. Sinds 2024 werd ook in Côte d’Ivoire een interne auditafdeling opgezet en zijn de activiteiten daar onderworpen aan dezelfde monitoringsprocedure.

Op het SIPEF Hoofdkantoor, waar geen afzonderlijke interne auditafdeling bestaat, voert één van de groepscontrollers van de SIPEF een interne audit uit over de activiteiten van de Vennootschap en rapporteert hierover jaarlijks aan het auditcomité. Ook de dochteronderneming in Singapore is onderworpen aan een jaarlijkse interne audit door een groepscontroller van SIPEF.

Daarnaast worden de financiële staten van elke dochteronderneming van de Groep minstens jaarlijks gecontroleerd door een externe auditor. Eventuele opmerkingen die uit deze externe audit voortvloeien, worden in de vorm van een management letter aan de raad van bestuur overgemaakt. In het afgelopen jaar werden geen belangrijke tekortkomingen in de interne controle vastgesteld.

Interne controle- en risicobeheersystemen met betrekking tot financiële rapportering

Het proces voor de opstelling van financiële rapporten wordt geleid door de financiële afdeling, onder het rechtstreeks toezicht van de financiële directeur, en is als volgt georganiseerd:

  • in functie van de opgelegde interne en externe deadlines wordt een retroplanning opgemaakt. Bij het begin van het jaar krijgt elke rapporterende entiteit en de externe auditor dit meegedeeld. Externe deadlines worden eveneens gepubliceerd op de website van de Vennootschap.
  • de eerste stap in de jaarlijkse rapporteringscyclus bestaat uit het opstellen van een budget voor het volgende jaar. Dit gebeurt tussen september en november en wordt in november ter goedkeuring aan de raad van bestuur voorgelegd. De strategische opties in dit budget passen ook in het strategische langetermijnplan dat jaarlijks wordt bijgewerkt en goedgekeurd door de raad van bestuur. Voor zowel het strategisch plan als het jaarlijkse budget worden de nodige sensitiviteitsanalyses opgemaakt, om het juiste risicoprofiel van de te nemen beslissen te kunnen inschatten.
  • de maandelijkse financiële rapportering omvat een analyse van de volumes van de beginvoorraad, productie, verkopen en eindvoorraad, het operationeel resultaat en een samenvatting van de overige posten van de resultatenrekening (met name het financieel resultaat en de belastingen), evenals een balans en kasstroomanalyse. De boekhoudnormen gehanteerd voor de maandrapportering zijn identiek aan deze die worden gehanteerd voor de wettelijke consolidatie overeenkomstig de International Financial Reporting Standards (IFRS). De maandelijkse cijfers worden per rapporterende entiteit vergeleken met het budget en met dezelfde periode van het voorgaande jaar, waarbij significante afwijkingen worden onderzocht. De financiële afdeling consolideert deze (samenvattende) operationele en financiële cijfers (in functionele munteenheid) maandelijks naar de presentatiemunt (USD) en toetst nogmaal hun coherentie met het budget of de vorige periode. De geconsolideerde maandrapportering wordt voorgelegd aan de gedelegeerd bestuurder en het executief comité.
  • de raad van bestuur ontvangt deze rapportering op periodieke basis, met name na drie, zes, negen en twaalf maanden, ter voorbereiding van de vergadering van de raad van bestuur. Deze rapportering gaat vergezeld van een nota met een gedetailleerde beschrijving van de operationele en financiële tendensen van het voorgaande kwartaal.in geval van uitzonderlijke gebeurtenissen wordt de raad van bestuur eveneens onmiddellijk geïnformeerd.

een externe audit verifieert de individuele financiële staten en de technische consolidatie eind juni (limited assurance) en eind december (full assurance). De audit van de dochterondernemingen gebeurt op basis van de audit scope zoals bepaald door de externe auditor en voorgelegd aan het auditcomité van de SIPEF-groep. De geconsolideerde IFRS-financiële staten worden vervolgens ter beoordeling aan het auditcomité voorgelegd. Op basis van het advies van het auditcomité spreekt de raad van bestuur zich uit over de juistheid van de geconsolideerde cijfers alvorens de financiële staten in de markt te publiceren.

tweemaal per jaar wordt een tussenstijds beheersverslag gepubliceerd, na het eerste en derde kwartaal, met vermelding van de evolutie van de productievolumes, wereldmarktprijzen en eventuele wijzigingen in de vooruitzichten.

de financiële afdeling is verantwoordelijk voor het opvolgen van eventuele wijzigingen in de IFRS-rapporteringsnormen en voor de implementatie ervan binnen de Groep. De maandelijkse managementrapportering en de wettelijke consolidatie gebeurt in een afzonderlijke consolidatiesoftware, met gegevensinvoer van de dochterondernemingen van SIPEF. Daarbij wordt eveneens de nodige aandacht en zorg besteed aan antivirus- en beveiligingstoepassingen, ononderbroken back-ups en maatregelen om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen.

Interne controle- en risicobeheersysteem inzake duurzaamheidsrapportering

Due diligence op valk van duurzaamheid: identificatie en beheer van risico’s

Het due diligence-systeem van SIPEF integreert beleidslijnen, processen en instrumenten om te waarborgen dat de Groep voldoet aan internationale duurzaamheidsnormen, ethische praktijken en mensenrechtenkaders. Het systeem is erop gericht ESG-impacten en -risico’s te identificeren, te beoordelen, te beperken en op te volgen binnen de activiteiten van de Vennootschap en haar toeleveringsketen.

HOOFDBESTANDDELEN RELEVANT DEEL VAN HET IAR
Integratie van due diligence in governance, strategie en businessmodel SIPEF in één oogopslag, Corporate governance- en managementstructuur van SIPEF, Balanced Growth Strategy, Waardeketen van SIPEF
Identificatie en beoordeling van impacts en risico’s Duurzaamheidsverklaring, Dubbele materialiteitsbeoordeling
Mitigatiemaatregelen en continue verbetering Duurzaamheidsverklaring, ESG: toegelicht per relevant onderdeel, onder acties en doelstellingen, Klachtenmechanisme
Monitoring, evaluatie en rapportering Aanpak van feitelijke nadelige impacts
Betrokkenheid van getroffen stakeholders Duurzaamheidsverklaring, Dubbele materialiteitsbeoordeling, SIPEF in één oogopslag, Balanced Growth Strategy

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

In het kader van de risicobeoordeling inzake duurzaamheid van SIPEF werkt het globale duurzaamheidsteam nauw samen met de regionale duurzaamheidsteams en interne data-eigenaars om risico’s te identificeren en een robuust rapporteringskader te waarborgen. Standard operating procedures (SOP’s) worden opgesteld en geïmplementeerd om deze risico’s te mitigeren en relevante wettelijke vereisten en vrijwillige certificeringsnormen te integreren. De continue rapportering van KPI’s, ongevallen en incidenten, klachten, externe audits en beleidswijzigingen vormt de basis om te beoordelen of de mitigatiemaatregelen doeltreffend zijn dan wel moeten worden bijgestuurd. Noodzakelijke aanpassingen aan de SOP’s worden door de country programme management teams op permanente basis doorgevoerd, en jaarlijks wordt samen met het executief comité een evaluatie van het Sustainability Management System uitgevoerd om de doeltreffendheid van het risicobeheersysteem van de Groep op ondernemingsniveau te beoordelen en te versterken.

Bijkomende informatie over de dubbele materialiteitsanalyse van SIPEF wordt verstrekt in de duurzaamheidsverklaring en in bijlage 3.

Interne controles

De SOP’s van SIPEF leggen duidelijke rollen en verantwoordelijkheden vast, ondersteunen consistente methodologieën en waarborgen dat zowel de Groep als de regionale teams een gestructureerde en afgestemde aanpak volgen. Zij bestrijken de kernaspecten van duurzaamheidsbeheer, waaronder risicotoezicht, beleidsherziening, operationele controle, incident- en non-compliancebeheer, managementreview en datagovernance. Om te verzekeren dat de SOP’s in lijn blijven met de evoluerende ESG-rapporteringsvereisten, wordt ondersteuning geboden door een ESG legal counsel die de regelgevende ontwikkelingen opvolgt, terwijl de datagovernance wordt versterkt via de specifieke rollen van een ESG data manager en een GHG manager. SIPEF bevindt zich tevens in een overgang naar een meer gestructureerd en geautomatiseerd systeem voor dataverzameling, als onderdeel van haar langetermijnplan om de betrouwbaarheid en efficiëntie van de duurzaamheidsrapportering te versterken. Tijdens deze overgang werden verschillende interne controles ingevoerd om een hoge rapporteringskwaliteit te waarborgen, zoals nader uiteengezet in de data management procedure.

Externe controles

Het IAR van SIPEF is onderworpen aan een jaarlijkse beperkte zekerheid (limited assurance) door de externe auditor, die zowel de dubbele materialiteitsbeoordeling als de naleving van de ESRS-rapportagevereisten omvat. Daarnaast blijft SIPEF onderworpen aan onafhankelijke duurzaamheids- en certificeringsaudits, onder meer in het kader van belangrijke milieu- en sociale standaarden zoals de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO), Rainforest Alliance en Fairtrade. Deze gecombineerde externe beoordelingen verschaffen voortdurende zekerheid over de kwaliteit, betrouwbaarheid en conformiteit van de duurzaamheidsrapportering en de implementatie daarvan door SIPEF. De uitkomst van het beperkte zekerheidsproces met betrekking tot dit verslag is opgenomen in de verklaring van de auditor.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Gedragsregels inzake belangenconflicten

Het Charter beschrijft het beleid met betrekking tot verrichtingen tussen de Vennootschap of een met haar verbonden vennootschap en een lid van de raad van bestuur of het executief comité of een daarmee verbonden persoon, die aanleiding kunnen geven tot belangenconflicten al dan niet in de zin van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Het vermeldt bovendien de wettelijke procedures voorzien in artikelen 7:96 en 7:97 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

In 2025 werden verrichtingen die aanleiding gaven tot een belangenconflict in de zin van artikel 7:96 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen gemeld aan de raad van bestuur van 11 februari 2025 en 18 november 2025. De wettelijk voorgeschreven procedure werd toegepast op de desbetreffende besluiten van de raad van bestuur. De notulen van de vergadering met betrekking tot deze besluiten van de raad werden meegedeeld aan de commissaris van de Vennootschap. Uittreksels uit de notulen met betrekking tot deze besluiten worden hieronder integraal weergegeven:

Uittreksel uit de notulen van de Raad van Bestuur van 11 februari 2025

De Voorzitter van het Remuneratiecomité, A. Friling, vat de aanbevelingen van het Remuneratiecomité aan de Raad van Bestuur als volgt samen: […] Individuele evaluatie van het management en bonusvoorstellen

Evaluatie en bonusvoorstellen voor de Gedelegeerd Bestuurder: Voorafgaand aan de beraadslaging en besluitvorming over de leden van het Executief Comité en de toe te kennen variabele remuneratie, verklaren F. Van Hoydonck (als Gedelegeerd Bestuurder tot 1 september 2024) en P. Meekers (als Chief Operating Officer APAC tot en Gedelegeerd Bestuurder vanaf 1 september 2024), dat zij elk overeenkomstig artikel 7:96 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen een rechtstreeks persoonlijk belang van vermogensrechtelijke aard hebben bij het voorgestelde besluit, aangezien dit betrekking heeft op een deel van hun remuneratie. In overeenstemming met de toepasselijke procedure verlaten zij de vergadering en onthouden zij zich van deelname aan de beraadslaging en stemming over dit punt. De Raad van Bestuur neemt kennis van deze verklaring en gaat over tot beraadslaging en besluitvorming over het aandelenoptieplan in afwezigheid van F. Van Hoydonck en P. Meekers. De Raad geeft opdracht aan de Secretaris van de Vennootschap om deze verklaring in de notulen op te nemen en te zorgen voor de vereiste openbaarmaking in het jaarverslag van de Vennootschap, in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen.

De Raad van Bestuur neemt kennis van en bespreekt de evaluatie en de variabele remuneratie zoals voorgesteld en aanbevolen door het Remuneratiecomité voor F. Van Hoydonck (als Gedelegeerd Bestuurder tot 1 september 2024) en P. Meekers (als Chief Operating Officer APAC tot en Gedelegeerd Bestuurder vanaf 1 september 2024) voor het boekjaar 2024. De Raad van Bestuur keurt unaniem de aanbeveling van het Remuneratiecomité goed. Na de beraadslaging en besluitvorming van de Raad over dit punt, hernemen F. Van Hoydonck en P. Meekers hun deelname aan de vergadering en nemen zij opnieuw deel aan de besprekingen over de overige agendapunten. […]

Uittreksel uit de notulen van de Raad van Bestuur van 18 november 2025

A. Friling, Voorzitter van het Remuneratiecomité, brengt verslag uit over de vergadering van het Remuneratiecomité die eerder op 18 november 2025 werd gehouden en vat de aanbevelingen als volgt samen: […] Voorafgaand aan de beraadslaging en besluitvorming omtrent het aandelenoptieplan 2025 verklaart P.Meekers, in haar hoedanigheid van Gedelegeerd Bestuurder, dat zij overeenkomstig artikel 7:96 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen een rechtstreeks persoonlijk belang van vermogensrechtelijke aard heeft bij de voorgestelde beslissing, aangezien zij een potentiële begunstigde is van het besproken aandelenoptieplan. Overeenkomstig de toepasselijke procedure verlaat zij de
The connection to the world of sustainable tropical agriculture vergadering en neemt zij niet deel aan de beraadslaging en stemming over dit agendapunt. De Raad van Bestuur neemt akte van deze verklaring en gaat over tot de beraadslaging en besluitvorming inzake het aandelenoptieplan in afwezigheid van P. Meekers. De Raad van Bestuur verzoekt de secretaris van de Vennootschap om deze verklaring op te nemen in de notulen van de vergadering en om te voorzien in de vereiste openbaarmaking in het jaarverslag van de Vennootschap, overeenkomstig de toepasselijke wettelijke en reglementaire vereisten.

Het Remuneratiecomité heeft een grondige evaluatie uitgevoerd van het aandelenoptieplan van de Vennootschap en beveelt, in lijn met de bestaande governanceprincipes, wettelijke vereisten en marktpraktijken, aan om het aanbieden van aandelenopties aan het uitvoerend management voort te zetten als een langetermijn-incentivemechanisme. Dit plan is onafhankelijk van kortetermijnfinanciële resultaten, met als doel de aandeelhouderswaarde te verhogen en het behoud van het uitvoerend management te verzekeren. Het aandelenoptieplan 2025 wordt gestructureerd in overeenstemming met voorgaande toekenningen, zodat continuïteit en afstemming met eerdere aanbiedingen gewaarborgd blijven.

Het aandelenoptieplan 2025 wordt aangeboden aan de huidige leden van het executief comité en de country directors. De belangrijkste voorwaarden van de voorgestelde toekenning zijn als volgt:

  • Looptijd van de opties: 10 jaar, met een vestingperiode van 3 jaar en een uitoefenperiode van 7 jaar.
  • Uitoefenprijs: bepaald als het laagste van (i) de gemiddelde slotkoers van het aandeel gedurende de 30 dagen voorafgaand aan de datum van het aanbod en (ii) de laatste slotkoers van het aandeel voorafgaand aan de datum van het aanbod (naar verwachting tussen EUR 72,20 en EUR 77,50 per aandeel).
  • Uitoefenperiode: het hele jaar door, behalve tijdens wettelijk gedefinieerde gesloten periodes.

Het Comité beveelt aan om de volgende regels te handhaven met betrekking tot de behandeling van niet-uitgeoefende aandelenopties in geval van beëindiging van het dienstverband:

  • Overlijden, pensionering of invaliditeit: volledige rechten op de toegekende opties blijven behouden, inclusief de volledige uitoefenperiode van 10 jaar.
  • Ontslag om dringende reden: onmiddellijk verval van alle niet-uitgeoefende opties.
  • Gewoon ontslag: volledig behoud van alle toegekende opties en uitoefenrechten.
  • Vrijwillig ontslag: verworven opties kunnen worden uitgeoefend gedurende maximaal één jaar na vertrek.

Het Comité stelt vast dat de Vennootschap momenteel 147 667 eigen aandelen bezit, verworven tegen een gemiddelde prijs van EUR 54,17 per aandeel. Onder het aandelenoptieplan 2015, dat afloopt op 27 november 2025, zijn er geen opties meer uitstaand die nog voor uitoefening in aanmerking komen. Om het aandelenoptieplan 2025 volledig te dekken, zal de vennootschap derhalve bijkomend 16 000 aandelen moeten verwerven. Het Comité beveelt dus aan dat het Management, na het aflopen van het aandelenoptieplan 2015, het vereiste aantal aandelen op de markt inkoopt, teneinde een volledige dekking te waarborgen zonder aanzienlijke toekomstige kasuitstromen voor de Vennootschap.

In navolging van de aanbeveling van het Remuneratiecomité, verleent de Raad van Bestuur, na een grondige beoordeling van het voorgestelde 2024 aandelenoptieplan en na de nodige beraadslaging, de unanieme goedkeuring voor de implementatie ervan overeenkomstig de voorgestelde voorwaarden. Daarnaast verleent de Raad van Bestuur volledige machtiging aan B. Cambré, Financieel Directeur, om namens de Vennootschap over te gaan tot de inkoop van 16 000 eigen aandelen, teneinde een volledige dekking van het aandelenoptieplan 2025 te verzekeren, in overeenstemming met alle toepasselijke wettelijke en reglementaire vereisten.

Na de beraadslaging en besluitvorming over dit agendapunt, vervoegt P. Meekers opnieuw de vergadering en neemt zij opnieuw deel aan de bespreking van de overige agendapunten. Er deden zich verder geen andere gevallen van belangenconflicten voor in 2025.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Beleid inzake financiële transacties

De raad van bestuur heeft de gedragsregels die de bestuurders, werknemers en zelfstandige medewerkers van SIPEF dienen te respecteren bij financiële verrichtingen met effecten van de Vennootschap en zijn beleid ter voorkoming van marktmisbruik opgesteld en neergeschreven in hoofdstuk 5 van het Charter.

Aandeelhoudersstructuur

De aandeelhoudersstructuur van SIPEF wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van twee referentieaandeelhouders, AvH en de Bracht Groep, bestaande uit Priscilla, Theodora en Victoria Bracht, en hun respectieve vennootschappen (Cabra P, Cabra T en Cabra V), evenals Cabra NV. Deze partijen handelen gezamenlijk in onderling overleg op basis van een aandeelhoudersovereenkomst die oorspronkelijk werd afgesloten in 2007 voor een periode van vijftien jaar en die op 3 maart 2017 werd gewijzigd en verlengd voor een bijkomende periode van vijftien jaar.

Deze aandeelhoudersovereenkomst heeft tot doel een stabiele aandeelhoudersstructuur voor de Vennootschap te creëren, ter bevordering van een evenwichtige ontwikkeling en winstgevende groei van SIPEF en haar dochterondernemingen. De overeenkomst bevat onder meer stemafspraken met betrekking tot de benoeming van bestuurders en bepalingen inzake de overdracht van aandelen.

1. AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR OP 31 DECEMBER 2025

De aandeelhoudersstructuur van SIPEF, per 31 december 2025, zoals bekend op basis van de meest recente transparantiekennisgeving, was als volgt:

AANDEELHOUDER AANTAL AANDELEN %
Ackermans & van Haaren NV 4 362 701 41,24%
Bracht Group 1 303 032 12,32%
SIPEF (eigen aandelen)* 155 512 1,47%
Free float 4 758 083 44,98%
TOTAAL 10 579 328 100,00%
  • Aandelen verworven ter dekking van aandelenoptieplannen en in het kader van het door de raad van bestuur goedgekeurde aandeleninkoopprogramma.

2. TRANSPARANTIEKENNISGEVING

Op 26 februari 2025, ontving de Vennootschap een kennisgeving van AvH waarin werd aangegeven dat AvH op 24 februari 2025 de drempel van 55% van de stemrechten in SIPEF had overschreden. Deze ontwikkeling was het gevolg van verschillende aankopen van SIPEF-aandelen door AvH tussen de vorige kennisgeving van 8 december 2023 en de datum waarop de drempel werd overschreden. Na deze aankopen houdt AvH, samen met de Bracht Groep, 55,02% van de stemrechten in SIPEF, waarvan 41,24% rechtstreeks wordt gehouden door AvH, 12,32% rechtstreeks door de Bracht Groep en 1,47% verbonden is aan eigen aandelen die door de Vennootschap worden aangehouden.

De relevante details van de transparantiekennisgeving zijn gepubliceerd op de website van de Vennootschap: www.sipef.com/hq/investors/shareholders-information/shareholders-structure.

De Vennootschap heeft geen verdere transparantiekennisgevingen ontvangen waaruit blijkt dat een andere aandeelhouder meer dan 5% van de stemrechten houdt.

Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen significante gebeurtenissen na balansdatum die een specifieke impact hebben op de activiteiten en de geconsolideerde financiële staten van de SIPEF-groep.

Overeenkomstig artikel 8:4 van het Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, maakt SIPEF op haar website informatie bekend met betrekking tot de uitvoering van haar aandeleninkoopprogramma, aangekondigd op 5 december 2025. SIPEF blijft de ontwikkelingen met betrekking tot geopolitieke spanningen, waaronder de situatie in het Midden-Oosten, en handelsmaatregelen zoals recente tariefaankondigingen, nauwgezet opvolgen, hoewel de huidige financiële impact onzeker blijft.

4. Financiële staten

EVOLUTIE VAN DE BEURSGEGEVENS VAN HET SIPEF-AANDEEL (IN EUR)

2025 2024 2023 2022 2021
Hoogste beurskoers van het jaar 83.40 58.80 62.30 70.80 60.80
Laagste beurskoers van het jaar 55.40 48.40 51.30 52.70 43.85
Slotkoers per 31/12 81.20 56.80 53.00 58.90 56.90
Marktkapitalisatie per 31/12 (KEUR) 859 041 600 906 560 704 623 122 601 964
Aantal aandelen per 31/12 10 579 328 10 579 328 10 579 328 10 579 328 10 579 328
Gemiddelde aantal verhandelde aandelen per handelsdag 3 771 2 362 2 151 5 441 5 277
Gemiddelde omzet per handelsdag (KEUR) 264 130 122 338 263

Beursnotering

De SIPEF-aandelen zijn genoteerd op de continumarkt van Euronext Brussels (code van het aandeel: SIP, ISIN code: BE0003898187).Beursgegevens over het SIPEF-aandeel

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

ANALISTEN DIE SIPEF VOLGEN

Bank Degroof Petercam: Frank Claassen
KBC Securities: Michiel Declercq

FINANCIËLE KALENDER

23 april 2026: Kwartaalinformatie Q1
10 juni 2026: Gewone algemene vergadering
13 augustus 2026: Halfjaarlijks financieel verslag
15 oktober 2026: Kwartaalinformatie Q3
februari 2027: Jaarlijks communiqué

Dividendbeleid

Het is de intentie van SIPEF om het beleid van een dividenduitkering van ongeveer 40% van de recurrente winst van het vorige boekjaar en de herinvestering van het saldo in de verdere groei van het bedrijf verder te zetten.

Analisten die SIPEF volgen

Financiële kalender

De periodieke en occasionele informatie over de Vennootschap en de Groep zal vóór openingstijd van de beurs worden gepubliceerd. Overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften maakt elk belangrijk voorval dat een invloed kan hebben op het resultaat van de Vennootschap en van de Groep, het onderwerp uit van een afzonderlijk persbericht.

Financiële dienstverlening

De hoofdbetaalagent is Bank Degroof Petercam.

Corporate website

De website (www.sipef.com) speelt een belangrijke rol in de financiële communicatie van SIPEF. Daarom wordt een omvangrijk deel van de corporate website gereserveerd voor investor relations.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Financiële staten

Commentaar bij de geconsolideerde financiële staten 201

Geconsolideerde balans . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
Geconsolideerde winst- en verliesrekening . . . . . . . . . 209
Overzicht van het geconsolideerd totaalresultaat . . . . 210
Geconsolideerd kasstroomoverzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . .211
Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
Toelichting. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
1 - Identificatie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
2 - Verklaring van overeenstemming . . . . . . . . . . . . 213
3 - Waarderingsregels. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .214
4 - Gebruik van schattingen en beoordelingen. . . . 220
5 - Groepsondernemingen/consolidatiekring. . . . . 221
6 - Wisselkoersen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 222
7 - Operationeel resultaat en segmentinformatie . 222
8 - Goodwill en immateriële vaste activa. . . . . . . . . . 227
9 - Biologische activa - dragende planten . . . . . . . . . 229
10 - Andere materiële vaste activa . . . . . . . . . . . . . . . 230
11 - Vorderingen op langer dan één jaar . . . . . . . . . . . 233
12 - Voorraden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
13 - Biologische activa. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 234
14 - Overige vlottende vorderingen en overige schulden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 234
15 - Eigen vermogen deel groep . . . . . . . . . . . . . . . . . . 235
16 - Minderheidsbelangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 237
17 - Voorzieningen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 238
18 - Pensioenverplichtingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 238
19 - Netto financiële activa/(verplichtingen). . . . . 240
20 - Overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) . . . . . . 241
21 - Financieel resultaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 241
22 - Aandelenoptieplannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 242
23 - Winstbelastingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 244
24 - Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures . . . . . . . . . . . . 246
25 - Variatie bedrijfskapitaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
26 - Financiële instrumenten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
27 - Leasing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
28 - Verbintenissen en buiten balans rechten en verplichtingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
29 - Informatieverschaffing over verbonden partijen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
30 - Bedrijfscombinaties, verwervingen en afstotingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
31 - Winst per aandeel (gewone en verwaterde) . . . 257
32 - Gebeurtenissen na balansdatum . . . . . . . . . . . . . 257
33 - Prestaties geleverd door de auditor en gerelateerde vergoedingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 257
ESEF informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 258
Verslag van de commissaris inzake de geconsolideerde jaarrekening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 259
Verslag van de commissaris inzake overige wettelijke en reglementaire vereiste . . . . . . . . . 266
Beknopte jaarrekening van de moedermaatschappij . .271
Beknopte balans . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
Beknopte resultatenrekening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
Resultaatverwerking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

1. COMMENTAAR BIJ DE GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN

De geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar 2025 is opgesteld overeenkomstig de International Financial Reporting Standards (IFRS). Deze geconsolideerde jaarrekening (hoofdstuk Financiële staten) maakt deel uit van het geïntegreerde jaarverslag en moet samen met de andere hoofdstukken van het geïntegreerde jaarverslag worden gelezen, met inbegrip van de niet-financiële informatie opgenomen in:
* Hoofdstuk 1 Verslag van de vennootschap
* Hoofdstuk 2 Duurzaamheidsverklaring
* Hoofdstuk 3 Corporate governance verklaring
* Bijlage 1 tot 3

Deze duurzaamheidsverklaring is opgesteld op geconsolideerde basis en in overeenstemming met de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). De reikwijdte ervan stemt overeen met de financiële staten van de SIPEF-groep en ze voldoet aan de rapporteringsvereisten van de Europese Unie (EU)-taxonomie overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de EU-taxonomieverordening).

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Financiële staten

BALANS

De totale activa van de SIPEF-groep zijn gestegen tot KUSD 1 210 344. De Netto Financiële Positie (NFP) van de Groep bedroeg KUSD 88 362, tegenover een NFP van KUSD -18 087 per 31 december 2024. Zelfs na de financiering van deze investeringsuitgaven en de betaling van belastingen en dividenden, verbeterde de NFP met KUSD 106 449.

De investeringsuitgaven van KUSD 89 404 hebben voornamelijk betrekking op de uitbreiding in Zuid-Sumatra, moderniseringsprogramma’s voor de palmolie-extractiefabrieken en het herbeplantingsprogramma. De belangrijkste bewegingen in de balans in de loop van 2025 moeten worden gezien als een gevolg van de positieve resultaten en de strategie van de Groep, wat resulteert in een uitbreiding van de activa, hoofdzakelijk ondersteund door een toename van het eigen vermogen.

De toename van ‘biologische activa – dragende planten’ en ‘andere materiële vaste activa’ met KUSD 31 776 in 2025 was hoofdzakelijk het gevolg van investeringen in immateriële en materiële vaste activa (KUSD 89 404) die de afschrijvingen (KUSD 54 333) overtroffen. De ‘vorderingen op meer dan één jaar’ daalden met KUSD 4 197, voornamelijk door de herclassificatie van de verwachte terugbetalingen van lokale boeren in 2026 naar de kortetermijnvorderingen (KUSD -9 838) en het wisselkoerseffect op de in Indonesische roepia (IDR) uitgedrukte vorderingen (KUSD -2 057). Dit werd gecompenseerd door nieuwe leningen verstrekt aan lokale boeren in Zuid-Sumatra (KUSD 7 118) en een bijkomende lening aan de joint venture Verdant Bioscience Pte Ltd (KUSD 1 710) ter verdere financiering van haar onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten.

IN KUSD 2025 2024
Voorraden 48 224 46 135
Biologische activa 13 783 13 547
Handelsvorderingen 24 523 47 353
Overige vorderingen 44 802 32 859
Terug te vorderen belastingen 3 042 7 547
Derivaten (activa) 799 0
Andere vlottende activa 4 279 1 950
Handelsschulden -26 628 -28 512
Ontvangen voorschotten -7 503 -3 934
Overige schulden -16 246 -20 373
Winstbelastingen -14 129 -6 605
Derivaten (passiva) 0 -1 053
Andere kortlopende verplichtingen -18 500 -11 226
NETTO VLOTTENDE ACTIVA, LIQUIDITEITEN NIET INBEGREPEN 56 446 77 688

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

IN KUSD 2025 2024
Andere investeringen en beleggingen 1 1
Geldmiddelen en kasequivalenten 93 373 19 880
Leasing verplichtingen > 1 jaar -1 263 -1 448
Financiële verplichtingen -2 935 -35 894
Leasing verplichtingen < 1 jaar -812 -626
NETTO FINANCIËLE POSITIE 88 362 -18 087

De ‘netto vlottende activa, liquiditeiten niet inbegrepen’ zijn gedaald in 2025 ten opzichte van vorig jaar. De belangrijkste posten en wijzigingen kunnen als volgt worden uitgesplitst:

  • De methodologie die wordt gebruikt om de reële waarde van de biologische activa te bepalen, is niet gewijzigd ten opzichte van 2024. De totale waarde van de biologische activa bleef eveneens stabiel, aangezien de wereldmarktprijzen op afsluitdatum vergelijkbaar waren en de productie stabiel bleef.
  • Handelsvorderingen daalden met KUSD 22 830 als gevolg van aanzienlijke exportbetalingen die kort vóór jaareinde werden ontvangen. Het merendeel van deze vorderingen heeft betrekking op exportverkopen van de dochteronderneming van SIPEF in Papoea-Nieuw-Guinea, Hargy Oil Palms Ltd. De handelsvorderingen per eind 2024 werden als hoog beschouwd, aangezien er in december 2024 twee verschepingen plaatsvonden, terwijl er in 2025 slechts één verscheping werd geregistreerd.De ‘overige vorderingen’ zijn gestegen met KUSD 11 943, voornamelijk door de herclassificatie van de lening aan lokale boeren van lange naar korte termijn (KUSD 9 838). Naarmate de door lokale boeren beheerde arealen verder volgroeien en productiever worden, zijn zij beter in staat hun leningen terug te betalen. Daardoor wordt verwacht dat een groter deel van deze leningen in 2026 zal worden terugbetaald.

De netto belastingpositie (te ontvangen belastingen en te betalen winstbelastingen) evolueerde naar een netto te betalen belasting van KUSD 11 087, tegenover een netto belastingvordering van KUSD 942 per 31 december 2024. In Indonesië waren de belastingbetalingen in 2025 gebaseerd op de resultaten van 2024, die grotendeels lager waren dan de resultaten van de Indonesische dochterondernemingen in 2025. De in 2025 betaalde belastingen (KUSD 46 171) lagen lager dan de actuele belastinglast van het jaar (KUSD 58 166).

De overige kortlopende verplichtingen zijn gestegen ten opzichte van vorig jaar, voornamelijk als gevolg van een hogere provisie voor variabele verloning, in lijn met de recordresultaten van de Groep in 2025. De ‘activa aangehouden voor verkoop’ van KUSD 5 108 betreffen de geschatte nettoverkoopwaarde van het belang van de Groep in PT Melania, in afwachting van de vervulling van alle voorwaarden voor de definitieve verkooptransactie. De netto uitgestelde belastingschuld bleef relatief stabiel, van KUSD 36 212 eind 2024 tot KUSD 34 325 eind 2025, en is voornamelijk gerelateerd aan versnelde fiscale afschrijvingen bij Hargy Oil Palms Ltd. De netto kaspositie steeg met KUSD 106 449 en bedroeg KUSD 88 362 eind 2025.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Financiële staten

RESULTAAT

De totale ‘omzet’ van de Groep bedroeg KUSD 570 432 per 31 december 2025, wat een stijging vertegenwoordigt van KUSD 129 233 ten opzichte van vorig jaar. De omzet van het palmsegment steeg met KUSD 125 777, voornamelijk als gevolg van een toename van de palmproductie (+21,3%) en hogere eenheidsverkoopprijzen voor ruwe palmolie (crude palm oil - CPO), palmpitten (palm kernels - PK), ruwe palmpitolie (crude palm kernel oil - CPKO) in 2025 ten opzichte van 2024. De verkoopprijzen af-fabriek voor CPO bedroegen in 2025 respectievelijk USD 863 per ton in Indonesië (2024: USD 816 per ton), USD 1 144 per ton in Papoea-Nieuw-Guinea (2024: USD 964 per ton) en USD 955 per ton voor de Groep (2024: USD 867 per ton).

De omzet van het bananensegment, uitgedrukt in euro, de functionele munt, steeg met 4,8%, voornamelijk door een stijging van de gemiddelde verkoopprijs per eenheid (+1,5%) en hogere geproduceerde en verkochte volumes (+2,2%), als gevolg van de volgroeiing van het uitbreidingsgebied in Akoudié en de versterking van de euro tegenover de USD.

De totale ‘kostprijs van verkopen’ steeg met KUSD 35 560 of +12,5% in 2025 ten opzichte van vorig jaar. De belangrijkste redenen voor deze stijging waren als volgt:

  • De bedrijfskosten voor de eigen plantages en palmolie-extractiefabrieken stegen met KUSD 24 328 of +14,4%. De operationele kosten van de plantages stegen met KUSD 17 601 of +13,0%. Deze stijging werd voornamelijk gedreven door de verdere volgroeiing van de plantages in Zuid-Sumatra (KUSD 7 729), waardoor kosten niet langer worden geactiveerd maar rechtstreeks in de winst- en verliesrekening worden opgenomen. Bijkomende factoren zijn hogere variabele verloning, in lijn met de verbeterde winstgevendheid van de Groep, en hogere afschrijvingen naarmate meer plantages hun mature fase bereiken. Bovendien leidde een stijging van 13,9% in de eigen FFB-productievolumes tot hogere oogstkosten binnen de Groep. De verwerkingskosten stegen eveneens met KUSD 6 726, in lijn met de 16,6% hogere verwerkte FFB-volumes. Deze stijgingen werden gedeeltelijk gecompenseerd door de devaluatie van de lokale valuta, met name de IDR en de Papoea-Nieuw-Guinea kina (PGK) tegenover de USD, wat een positief effect had op de lokale kostprijzen.
  • De aankopen van FFB van derden stegen met KUSD 18 070 ten opzichte van vorig jaar. Dit is voornamelijk te verklaren door een stijging van de aangekochte FFB-volumes met 20,7%, in het bijzonder bij Hargy Oil Palms Ltd (+15,5%) en in Zuid-Sumatra (+42,6%). De hogere aankoopkosten werden verder versterkt door hogere FFB-prijzen, die gelinkt zijn aan de wereldwijde stijging van de CPO-marktprijzen.
  • De operationele kosten in de bananenactiviteiten bij Plantations J. Eglin SA (Côte d'Ivoire) stegen met KUSD 3 141, als gevolg van de uitbreidingen in Akoudié en de herwaardering van de euro, de functionele munt van Plantations J. Eglin SA, ten opzichte van de USD, wat een negatief effect heeft op de lokale kostprijzen.
  • In het voorgaande jaar omvatte de kostprijs van verkopen de finale kosten met betrekking tot het rubber-, thee- en horticultuursegment ten belope van KUSD 7 737, voornamelijk als gevolg van de buitengebruikstelling van de resterende rubberactiva, terwijl de commissies met betrekking tot de theeverkopen en de kostprijs van verkopen voortaan worden geclassificeerd onder niet-operationele opbrengsten en kosten.
  • De voorraad nam toe per 31 december 2025 met KUSD 2 325.

De ‘aanpassing in de reële waarde van de biologische activa' betrof de effecten van de waardering van de hangende vruchten aan hun reële waarde (IAS41R). De ‘brutowinst’ steeg van KUSD 159 488 eind 2024 tot KUSD 250 971 eind 2025, wat een stijging van 57,4% vertegenwoordigt. De brutowinst van het palmsegment steeg met KUSD 85 925 tot KUSD 242 698, voornamelijk door het gecombineerde effect van hogere productievolumes van CPO, PK en CPKO, samen met hogere verkoopprijzen. De gemiddelde gerealiseerde netto eenheidsverkoopprijs af-fabriek van CPO bedroeg USD 955 per ton, wat 10,2% hoger is dan de USD 867 per ton in 2024. De brutowinst van de bananenactiviteiten van de Groep steeg van KUSD 5 799 naar KUSD 6 804, als gevolg van hogere verkoopprijzen (+1,5%) en een toename van de geproduceerde volumes (+2,2%).

Ondanks de stijging van de totale kostprijs van verkopen daalde de gemiddelde eenheidskostprijs af-fabriek voor de eigen mature palmolieplantages met 5,5% in 2025 ten opzichte van 2024, voornamelijk als gevolg van verbeterde productie ten opzichte van vorig jaar. De gemiddelde kostprijs af-plantage voor de mature bananenplantages over dezelfde periode, uitgedrukt in euro, de functionele munt, steeg met 1,6%, als gevolg van normale kosteninflatie, maar werd gedeeltelijk gecompenseerd door licht verbeterde productie ten opzichte van vorig jaar.

De ‘algemene en beheerskosten’ stegen in vergelijking met 2024, voornamelijk als gevolg van de verdere ontplooiing van het bijkantoor in Singapore, dat de interne IT-diensten van de Groep centraliseert en de productieprocessen verder digitaliseert, hogere variabele verloning als gevolg van de verhoogde winstgevendheid van de Groep en de algemene inflatie. De overige bedrijfsopbrengsten/kosten daalden van KUSD -7 051 in 2024 tot KUSD -5 662 in 2025. De bedrijfskosten in 2025 bestonden voornamelijk uit de reëlewaardecorrectie op de verkoop van PT Melania ten belope van KUSD -2 018 en de buitengebruikstelling van ‘biologische activa – dragende planten’ (KUSD 3 809), als gevolg van de geplande herbeplantingsactiviteiten bij Hargy Oil Palms Ltd, PT Umbul Mas Wisesa en PT Agro Muko in 2025. Het bedrag van KUSD -7 051 in 2024 had voornamelijk betrekking op de reëlewaardecorrectie op de verkoop van PT Melania ten belope van KUSD -6 394.

Het 'bedrijfsresultaat' bedroeg KUSD 187 689 tegenover KUSD 104 105 in 2024. De ‘financieringsopbrengsten’ van KUSD 2 480 omvatten voornamelijk interesten op vorderingen op lokale boeren in Zuid-Sumatra (KUSD 1 227) en interestopbrengsten op kortetermijndeposito’s (KUSD 1 211). De ‘financieringskosten’ van KUSD 2 543 hielden voornamelijk verband met interesten op kortetermijnfinanciering (KUSD 1 434) en de verdiscontering van de niet-rentedragende langetermijnlening aan de joint venture van SIPEF, Verdant Bioscience Pte Ltd (KUSD 726).

De positieve ‘wisselkoersverschillen’ (KUSD 2 732) weerspiegelden het gerealiseerde effect van het ingedekte dividend van 2025 en het niet-gerealiseerde effect van de indekking van het verwachte dividend voor 2026, uitgedrukt in euro. Bijkomende factoren waren de devaluatie van de PGK tegenover de USD op belasting- en btw-vorderingen in Papoea-Nieuw-Guinea, de herwaardering van de euro tegenover de USD met impact op in euro uitgedrukte leningen aan Plantations J. Eglin SA, en het wisselkoerseffect op de herwaardering van vorderingen op lokale boeren en pensioenvoorzieningen in IDR in Indonesië.

Het 'resultaat voor belastingen' bedraagt KUSD 190 448 voor 2025, vergeleken met KUSD 97 464 eind 2024. Het effectieve belastingtarief bedroeg 29,5%. Dit is iets hoger dan het theoretische tarief van 24,8%. De ‘belastinglast’ (KUSD 56 751) steeg ten opzichte van 2024 als gevolg van de verbeterde winstgevendheid in alle entiteiten van de Groep. Deze omvat een roerende voorheffing van USD 9,0 miljoen op de dividenduitkering van USD 60 miljoen door Hargy Oil Palms Ltd in 2025, niet-aftrekbare interestkosten als gevolg van de thin cap-wetgeving in Indonesië ten belope van KUSD 361, en boetes inzake vennootschapsbelasting (CIT) met betrekking tot een historisch belastingdossier in Indonesië ten belope van KUSD 644. Dit effect werd gedeeltelijk gecompenseerd door een belastingbate van KUSD 1 167, gerelateerd aan de terugname van eerder geboekte waardeverminderingen op uitgestelde belastingvorderingen voor fiscale verliezen.

Het ‘aandeel in de winst en verlies van geassocieerde deelnemingen en joint ventures’ (KUSD -1 482) omvatte de beperkte negatieve bijdrage van de onderzoeksactiviteiten gecentraliseerd bij PT Timbang Deli Indonesia en Verdant Bioscience Pte Ltd.Het 'resultaat van de periode' 2025 bedroeg KUSD 132 215, een stijging van 88,2% tegenover vorig jaar. SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten KASSTROOM In lijn met de stijging van het bedrijfsresultaat nam de ‘kasstroom uit bedrijfsactiviteiten voor variatie bedrijfs- kapitaal’ toe van KUSD 162 900 per 31 december 2024 tot KUSD 253 200 per 31 december 2025. De afschrijvingen bedroegen KUSD 54 333, wat licht lager is dan in 2024 (KUSD 55 846), aangezien het cijfer van 2024 versnelde afschrijvingen omvatte van rubber- activa die werden omgezet naar palmolie. De wijzigingen in de ‘reële waarde van biologische acti- va’ (KUSD -464) omvatten zowel de aanpassingen in de reële waarde overeenkomstig IAS 41 (KUSD -236) als het niet-geldelijke effect van de waardering van de palmolievoorraad op het einde van het jaar (KUSD -228). De variatie in het werkkapitaal van KUSD 13 463 houdt voornamelijk verband met de afname van handelsvorderingen, als gevolg van de betaling van een grote export- zending palmolie kort vóór het jaareinde 2025. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging van de ove- rige vorderingen, gedreven door hogere GST-vorderingen. Vooruitbetalingen van belastingen in Indonesië worden volgens de lokale regelgeving voornamelijk berekend op basis van de resultaten van 2024, die lager waren dan de resultaten van 2025. In Papoea-Nieuw-Guinea worden de vooruitbetalingen van belastingen bepaald op basis van de beste schatting van het resultaat van het lopende jaar en sluiten ze daardoor nauwer aan bij de belastinglast van het jaar. Als gevolg hiervan bleef het totaal aan betaalde belastingen (KUSD 46 171) lager dan de actuele belastinglast van het jaar (KUSD 58 166). De ‘verwerving van immateriële en materiële activa’ (KUSD -89 404) had betrekking op de gebruikelijke vervangingsinvesteringen in de bestaande activiteiten, herbeplantingsprogramma’s binnen de Groep en nieuwe ontwikkelingen in Zuid-Sumatra (KUSD -25 797). Naast de verdere uitbreiding van de aangeplante arealen en de ondersteunende infrastructuur, zoals woningen, bruggen en wegen, werden aanzienlijke investeringen gedaan in de palmolie-extractiefabrieken van de Groep. Deze upgrades hebben tot doel de productkwaliteit te verbeteren, de verwerkingseffiëntie te verhogen en de milieu-impact te verminderen door het verlagen van de broeikasgasuitstoot. Projecten omvatten onder meer de installatie van CPO-wasinstallaties, nieuwe hoogrendementsketels, biogasinstallaties en andere verbeteringsinitiatieven in de fabrieken. Tijdens het jaar werden bijkomende leningen (KUSD -1 363) verstrekt aan lokale boeren in Zuid-Sumatra en Bengkulu. De ‘opbrengsten uit de verkoop van materiële vaste activa’ (KUSD 262) hadden betrekking op de verkoop van kleinere materiële vaste activa. De ‘opbrengsten uit de verkoop van financiële activa’ (KUSD -1 668) betreffen betalingen om te voldoen aan de voorwaarden voor de verkoop van PT Melania, voornamelijk om de lopende activiteiten van de theeplantage te financieren. De ‘vrije kasstroom’ voor het jaar 2025 bedroeg KUSD 130 086, vergeleken met KUSD 38 295 voor dezelfde periode vorig jaar. De ‘kasstroom uit financieringsactiviteiten’ (KUSD -56 594) omvat onder meer inkoop- en verkooptransacties van eigen aandelen (netto KUSD 1 674), terugbetalingen van lange- en kortetermijnfinanciering (KUSD -32 957) met betrekking tot straight loans en commercial paper-schulden alsook leasingschulden, dividendbetalingen aan SIPEF-aandeelhouders (KUSD -22 881) en dividendbetalingen aan minderheidsaandeelhouders (KUSD -2 451). De netto toename van investeringen, geldmiddelen en kasequivalenten bedroeg KUSD 73 492, een nieuw record voor de SIPEF-groep. The connection to the world of sustainable tropical agriculture

2. GECONSOLIDEERDE BALANS IN KUSD

TOELICHTING 2025 2024
Vaste activa 972 411 945 975
Immateriële vaste activa 8 69 119
Goodwill 8 104 782
Biologische activa - dragende planten 9 334 813
Andere materiële vaste activa 10 475 535
Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures 24 0
Financiële activa 129
Andere financiële activa 129
Vorderingen > 1 jaar 41 385
Overige vorderingen 11 41 385
Uitgestelde belastingvorderingen 23 15 699
Vlottende activa 237 933
Voorraden 12 48 224
Biologische activa 13 13 783
Handelsvorderingen en overige vorderingen 69 325
Handelsvorderingen 26 24 523
Overige vorderingen 14 44 802
Terug te vorderen belastingen 23 3 042
Investeringen 1 1
Andere investeringen en beleggingen 19 1
Derivaten 26 799
Geldmiddelen en kasequivalenten 19 93 372
Andere vlottende activa 4 279
Activa aangehouden voor verkoop 30 5 108
TOTAAL ACTIVA 1 210 344

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

IN KUSD TOELICHTING 2025 2024
Totaal eigen vermogen 1 043 194 935 782
Eigen vermogen deel groep 15 1 001 584 898 427
Geplaatst kapitaal 44 734 44 734
Uitgiftepremies 107 970 107 970
Ingekochte eigen aandelen (-) - 8 959 -10 633
Reserves 868 366 767 753
Omrekeningsverschillen - 10 527 -11 396
Minderheidsbelangen 16 41 610 37 355
Langlopende verplichtingen 80 396 78 368
Voorzieningen > 1 jaar 1 538 427
Voorzieningen 17, 24 1 538 427
Uitgestelde belastingverplichtingen 23 50 024 52 690
Leasing verplichtingen > 1 jaar 27 1 263 1 448
Pensioenverplichtingen 18 27 571 23 803
Kortlopende verplichtingen 86 754 108 222
Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar 64 506 59 424
Handelsschulden 26 26 628 28 512
Ontvangen voorschotten 26 7 503 3 934
Overige schulden 14 16 246 20 373
Winstbelastingen 23 14 129 6 605
Financiële verplichtingen < 1 jaar 3 747 36 519
Financiële verplichtingen 19 2 935 35 894
Leasing verplichtingen < 1 jaar 27 812 626
Derivaten 26 0 1 053
Andere kortlopende verplichtingen 18 500 11 226
TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN 1 210 344 1 122 372

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

3. GECONSOLIDEERDE WINST- EN VERLIESREKENING

IN KUSD TOELICHTING 2025 2024
Omzet* 7 570 432 441 199
Kostprijs van verkopen* 7 -319 697 -284 136
Aanpassingen van de reële waarde van de biologische activa 7 236 2 425
Brutowinst 250 971 159 488
Algemene en beheerskosten 7 -57 620 -48 450
Overige bedrijfsopbrengsten/(kosten)* 20 -5 662 -6 933
Bedrijfsresultaat 187 689 104 105
Financieringsopbrengsten 2 480 1 589
Financieringskosten -2 453 -2 953
Wisselkoersresultaten 2 732 -5 277
Financieel resultaat 21 2 759 -6 640
Resultaat voor belastingen 190 448 97 464
Belastinglasten 23 -56 751 -25 851
Resultaat na belastingen 133 697 71 613
Aandeel resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures 24 -1 482 -1 366
Resultaat van voortgezette activiteiten 132 215 70 247
Resultaat van beëindigde activiteiten 0 0
Resultaat van de periode 132 215 70 247
Toe te rekenen aan:
- Minderheidsbelangen 16 6 766 4 409
- Aandeelhouders van de moedermaatschappij 125 449 65 838
  • Vergelijkende cijfers werden aangepast om de herclassificatie van het theeresultaat weer te geven, met een impact van KUSD 2 611 op de omzet en KUSD -2 493 op de kostprijs van de verkopen. De resterende netto-impact van KUSD 118 werd geherclassificeerd naar overige bedrijfsopbrengsten/(kosten), naar aanleiding van de beslissing om thee niet langer als een kernsegment binnen de Groep te beschouwen. De impact voor 2025 op de omzet bedraagt KUSD 3 607 en op de kostprijs van de verkopen KUSD 3 650. Het resterende bedrag wordt geherclassificeerd naar overige bedrijfsopbrengsten/-kosten.

WINST PER AANDEEL (IN USD)

TOELICHTING 2025 2024
Van voortgezette activiteiten
Gewogen gemiddelde aandelen 31 10 413 607
Gewoon bedrijfsresultaat per aandeel 31 18,02
Gewone winst per aandeel 31 12,05
Verwaterde winst per aandeel 31 12,02
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten na belastingen 31 21,34

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

4. OVERZICHT VAN HET GECONSOLIDEERD TOTAALRESULTAAT

IN KUSD TOELICHTING 2025 2024
Resultaat van de periode 132 215 70 247
Andere elementen van het totaalresultaat:
Elementen die naar de winst- en verliesrekening geherclassificeerd zullen worden in toekomstige periodes
- Valutakoersverschillen als gevolg van de omrekening van buitenlandse activiteiten 15 869 -418
- Cash flow hedges - reële waarde voor de periode 26 0 -495
- Effect van de winstbelasting (cash flow hedges) 26 0 124
Elementen die niet naar de winst- en verliesrekening geherclassificeerd zullen worden in toekomstige periodes
- Toegezegd-pensioenregelingen - IAS 19 18 -1 565 1 085
- Effect van de winstbelasting 344 -239
Andere elementen van het totaalresultaat -352 57
Andere elementen van het totaalresultaat toe te rekenen aan:
- Minderheidsbelangen -59 54
- Aandeelhouders van de moedermaatschappij -293 3
Totaalresultaat van het boekjaar 131 863 70 305
Totaalresultaat van het boekjaar toe te rekenen aan:
- Minderheidsbelangen 6 706 4 463
- Aandeelhouders van de moedermaatschappij 125 157 65 842

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

IN KUSD TOELICHTING 2025 2024
BEDRIJFSACTIVITEITEN
Winst voor belastingen 190 448 97 464
Gecorrigeerd voor:
Afschrijvingen 8,9,10 54 333 55 846
Variatie voorzieningen 17 2 155 1 990
Aandelenopties 219 201
Niet gerealiseerde omrekeningsresultaten 1 318 2 032
Variatie reële waarde biologisch actief - 464 -6 238
Overige niet-kasresultaten 673 - 69
Hedgereserve, en financiële derivaten 26 -1 852 1 338
Financiële kosten en opbrengsten - 27 1 364
(Winst)/verlies realisatie materiële vaste activa 4 380 2 578
Variatie reële waarde activa aangehouden voor verkoop 2 018 6 394
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten voor variatie bedrijfskapitaal 25 253 200 162 900
Variatie bedrijfskapitaal 25 15 230 1 768
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten na variatie bedrijfskapitaal a 268 431 164 668
Betaalde belastingen b 23 -46 171 -31 625
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten c= a+b 222 260 133 043
Verwerving immateriële activa 8 -40
Verwerving biologische activa 9 -34 037 -31 666
Verwerving materiële vaste activa 10 -55 367 -55 152
Financiering lokale boeren voorschotten 11 -1 363 -4 282
Verkopen materiële vaste activa 262 571
Verkopen financiële activa 30 -1 668 -4 179
Kasstroom uit investeringsactiviteiten d -92 174 -94 747
Vrije kasstroom e= c+d 130 086 38 295

FINANCIERINGSACTIVITEITEN

Verwerving van eigen aandelen 22 -1 787 - 118
Verkoop van eigen aandelen 22 3 461 1 173
Terugbetaling leningen op lange termijn 19 - 778 -18 924
Opname leningen op lange termijn 19 593 398
Terugbetaling kortlopende financiële verplichtingen 19 -33 398 - 50
Opname kortlopende financiële verplichtingen 19 626 13 575
Dividenden van vorig boekjaar betaald in de loop van het boekjaar -22 881 -22 434
Dividenden door dochters betaald aan minderheidsbelangen 16 -2 451 -2 150
Ontvangen - betaalde interesten 20 -1 435
Kasstroom uit financieringsactiviteiten f -56 595 -29 965
Netto beweging van investeringen, geldmiddelen en kasequivalenten g= e+f 19 73 492 8 331
Investeringen, geldmiddelen en kasequivalenten (bij het begin van het jaar) 19 19 880 11 550
Investeringen, geldmiddelen en kasequivalenten (per einde boekjaar) 19 93 373 19 880
Waarvan: 19
Andere investeringen en beleggingen 19 1 1
Geldmiddelen en kasequivalenten 19 93 372 19 880
  1. GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

  1. MUTATIEOVERZICHT VAN HET GECONSOLIDEERD EIGEN VERMOGEN
IN KUSD GEPLAATST KAPITAAL UITGIFTE-PRE-MIES SIPEF EIGEN AANDELEN TOEGEKEND PENSIOEN-REGELINGEN IAS 19 RESERVES OMREKENINGS-VERSCHILLEN EIGEN VERMOGEN DEEL GROEP MINDER-HEIDS-BELANGEN TOTAAL EIGEN VERMOGEN
1 JANUARI 2025 44 734 107 970 -10 633 -4 718 772 471 -11 396 898 427 37 355 935 782
Resultaat van de periode 125 449 125 449 6 766 132 215
Andere elementen van het totaalresultaat -1 162 869 - 293 - 59 - 352
Totaal resultaat 0 0 0 -1 162 125 449 869 125 157 6 706 131 863
Uitkering dividend vorig boekjaar -23 867 -23 867 -2 451 -26 318
Andere 1 674 193 1 867 1 867
31 DECEMBER 2025 44 734 107 970 -8 959 -5 880 874 246 -10 527 1 001 584 41 610 1 043 194
1 JANUARI 2024 44 734 107 970 -11 681 -5 510 729 243 -10 978 853 777 35 042 888 819
Resultaat van de periode 65 838 65 838 4 409 70 247
Andere elementen van het totaalresultaat 792 - 371 - 418 3 54 57
Totaal resultaat 0 0 0 792 65 467 - 418 65 841 4 464 70 305
Uitkering dividend vorig boekjaar -22 434 -22 434 -2 150 -24 584
Andere 1 048 194 1 242 1 242
31 DECEMBER 2024 44 734 107 970 -10 633 -4 718 772 471 -11 396 898 427 37 355 935 782

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

  1. TOELICHTINGEN

1. IDENTIFICATIE

SIPEF (of ‘de onderneming’) is een naamloze vennootschap naar Belgisch recht en gevestigd te 2900 Schoten, Calesbergdreef 5. De geconsolideerde jaarrekening afgesloten op 31 december 2024 omvat SIPEF en haar dochterondernemingen (hierna vernoemd als ‘SIPEF-groep’ of ‘de Groep’). De vergelijkende cijfers zijn opgenomen voor boekjaar 2024. De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld op de raad van bestuur van 10 februari 2026. De gebeurtenissen na de balansdatum werden bijgewerkt en goedgekeurd voor publicatie door de bestuurders op 21 april 2026. Deze jaarrekening zal aan de aandeelhouders voorgelegd worden op de algemene vergadering van 10 juni 2026. De lijst van bestuurders en commissaris, alsook een beschrijving van de voornaamste activiteiten van de Groep, zijn opgenomen in de hoofdstukken “Corporate governance statement” en “SIPEF’s operations” van het Geïntegreerd Jaarverslag.

2. VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU) per 31 december 2025. De volgende standaarden en interpretaties zijn toepasbaar voor het boekjaar beginnend op 1 januari 2025:
• Aanpassingen aan International Accounting Standard (IAS) 21: Gebrek aan uitwisselbaarheid
Deze wijzigingen hebben geen significante invloed op het nettoresultaat en het eigen vermogen van de Groep.

De Groep heeft niet geopteerd voor vervroegde toepassing van de volgende nieuwe standaarden en interpretaties die gepubliceerd waren op de datum van goedkeuring van deze jaarrekening maar nog niet van kracht waren op de balansdatum:
• Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7: Classificatie en waardering van financiële instrumenten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026).
• Aanpassingen aan IFRS 1: Eerste toepassing van de Internationale Standaarden voor Financiële Verslaggeving (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026).
• Aanpassingen aan IFRS 7: Financiële instrumenten – Toelichtingen en de bijbehorende richtlijnen voor de implementatie van IFRS 7 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026).
• Aanpassingen aan IFRS 9: Financiële instrumenten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026).
• Aanpassingen aan IFRS 10: Geconsolideerde jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026).
• Aanpassingen aan IAS 7: Kasstroomoverzicht (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026).
• IFRS 18: Presentatie en toelichtingen in de jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027).
• IFRS 19: Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordingsplicht – Toelichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027).
• Wijzigingen aan IAS 21 Effecten van wisselkoerswijzigingen: vertaling naar een hyperinflatoire presentatievaluta
• Toelichtingen met betrekking tot onzekerheden in de financiële staten

Op dit ogenblik verwacht de Groep niet dat de eerste toepassing van deze standaarden en interpretaties een materieel effect zal hebben op de financiële staten van de Groep, exclusief IFRS18. In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 uitgevaardigd, die IAS 1 Presentatie van de financiële staten vervangt. IFRS 18 introduceert nieuwe vereisten voor de presentatie in de winst- en verliesrekening, waaronder vastgelegde totalen en subtotalen. Daarnaast worden entiteiten verplicht om alle opbrengsten en kosten in de winst- en verliesrekening te classificeren in één van de vijf categorieën: operationeel, investeringen, financiering, belastingen op het resultaat en beëindigde activiteiten, waarvan de eerste drie nieuw zijn. IFRS 18 vereist bovendien de toelichting van nieuw gedefinieerde door het management bepaalde prestatiemaatstaven, subtotalen van opbrengsten en kosten, en introduceert nieuwe vereisten voor de aggregatie en desaggregatie van financiële informatie op basis van de geïdentificeerde ‘rollen’ van de primaire financiële staten en de toelichtingen. Daarnaast werden beperkte wijzigingen aangebracht aan IAS 7 Kasstroomoverzicht, waarbij onder meer het uitgangspunt voor het bepalen van kasstromen uit operationele activiteiten volgens de indirecte methode wordt gewijzigd van ‘winst of verlies’ naar ‘operationeel resultaat’, en de keuzevrijheid met betrekking tot de classificatie van kasstromen uit dividenden en interesten wordt verwijderd. Verder zijn er ook gevolgwijzigingen aangebracht aan verschillende andere standaarden. SIPEF zal IFRS 18 en de bijhorende wijzigingen aan andere standaarden toepassen voor het boekjaar dat aanvangt op 1 januari 2027. De standaard zal retrospectief worden toegepast overeenkomstig IAS 8, wat vereist dat voor elke lijn van de voorgaande periode zoals opgenomen in het jaarverslag 2027 een aansluiting wordt voorzien. De tussentijdse financiële staten in boekjaar 2027 zullen worden opgesteld in overeenstemming met de nieuwe standaard. De Groep is momenteel bezig met het identificeren van alle impacten die deze wijzigingen zullen hebben op de primaire financiële staten en de toelichtingen bij de financiële staten. Op basis van een voorlopige beoordeling worden de volgende materiële effecten op de geconsolideerde financiële staten verwacht:
• Resultaten van geassocieerde deelnemingen en joint ventures en interestopbrengsten op leningen en kortetermijndeposito’s zullen worden geclassificeerd onder investeringsactiviteiten.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten
• Nieuwe toelichtingen zullen worden toegevoegd: (a) door het management bepaalde prestatiemaatstaven; (b) gespecificeerde kosten naar aard; en (c) een aansluiting per lijn in de winst- en verliesrekening tussen de herwerkte bedragen volgens IFRS 18 en de eerder gerepresenteerde bedragen volgens IAS 1. De verwachte impact is gebaseerd op redelijke informatie die beschikbaar was voordat dit jaarverslag werd goedgekeurd voor publicatie. Deze kan wijzigen op basis van nieuwe informatie die op een later tijdstip beschikbaar komt.

3. WAARDERINGSREGELS

Basis voor de opstelling van de jaarrekening
De geconsolideerde jaarrekening wordt vanaf 2007 voorgesteld in US-dollar (tot en met 2006 was dit euro), afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal (KUSD). Deze aanpassing is een gevolg van de gewijzigde politiek inzake liquiditeits- en schuldbeheer vanaf eind 2006 waardoor de functionele valuta van de meerderheid van de dochterondernemingen is gewijzigd van lokale munt naar US-dollar. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld volgens het principe van de historische kostprijs, behalve voor de volgende activa en passiva die tegen reële waarde zijn gewaardeerd: investeringen in eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd tegen FVOCI, financiële derivaten en groeiende biologische productie De waarderingsregels werden op uniforme wijze in heel de Groep toegepast en zijn vergelijkbaar met deze gehanteerd over het vorige boekjaar.

Consolidatieprincipes
Dochterondernemingen
Dochterondernemingen zijn deze waarover de onderneming controle uitoefent. Een investeerder heeft zeggenschap over een deelneming als de investeerder over alle volgende elementen beschikt, in overeenstemming met IFRS 10:
• Macht over de deelneming, d.w.z.de investeerder heeft bestaande rechten die hem in staat stellen de relevante activiteiten te sturen
• Blootstelling aan, of rechten op, variabele opbrengsten uit zijn betrokkenheid bij de deelneming
• De mogelijkheid om zijn macht uit te oefenen teneinde de omvang van de rendementen te beïnvloeden

De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden in de consolidatiekring opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de controle (of een nabije datum).

Geassocieerde deelnemingen

In geassocieerde deelnemingen oefent de Groep een invloed van betekenis uit op het financiële en operationele beleid maar geen controle. De geconsolideerde financiële staten omvat het aandeel van de Groep in de winst of het verlies van de deelneming volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de dag dat deze invloed van betekenis een aanvang neemt tot de dag dat er effectief een einde aan komt (of een nabije datum). Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen de boekwaarde van de investeringen in geassocieerde deelnemingen overstijgt, wordt de boekwaarde herleid tot nul en worden de toekomstige verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate waarin de Groep verplichtingen heeft aangegaan met betrekking tot de betreffende ondernemingen.

Geëlimineerde transacties bij de consolidatie

Alle intragroepsaldi en –transacties, met inbegrip van niet gerealiseerde winsten op intragroep transacties, worden geëlimineerd bij alle ondernemingen die worden opgenomen via de integrale consolidatie. Voor niet gerealiseerde verliezen gelden dezelfde eliminatieregels als voor de niet gerealiseerde winsten, met dit verschil dat ze enkel worden geëlimineerd voor zover er geen indicatie van bijzondere waardevermindering bestaat.

Vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta

In de individuele ondernemingen van de Groep worden de transacties in vreemde valuta omgerekend tegen de wisselkoers van de transactiedatum. Monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta worden gewaardeerd tegen de slotkoers. Valutakoersverschillen die ontstaan bij de omrekening worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een financieel resultaat. Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers van de transactiedatum.

Jaarrekeningen van buitenlandse activiteiten

Functionele waarderingsmunt: de posten in de jaarrekening van elke entiteit van de Groep worden gewaardeerd in de munt die het best aansluit bij de economische realiteit en de gebeurtenissen en omstandigheden waarbinnen deze entiteit werkt (functionele waarderingsmunt). De geconsolideerde jaarrekening wordt vanaf 2007 opgesteld in USD, de functionele valuta van het merendeel van de groepsmaatschappijen. Voor de consolidatie van de Groep en al haar dochterondernemingen worden de jaarrekeningen van de individuele ondernemingen als volgt omgerekend:
• Activa en verplichtingen tegen de koers op het einde van het jaar
• Winst- en verliesrekening tegen de gemiddelde wisselkoers van de periode
• Het eigen vermogen tegen de historische wisselkoers

Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening voor consolidatie, worden geboekt in de andere elementen van het totaalresultaat onder “Valutakoersverschillen als gevolg van de omrekening van buitenlandse activiteiten”. Bij verlies van controle van een buitenlandse onderneming worden de omrekeningsverschillen erkend in de winst- en verliesrekening als deel van de winst of het verlies van de verkoop. Goodwill en waarderingen aan de reële waarde in het kader van de overnames van buitenlandse entiteiten, worden beschouwd als lokale valuta activa en verplichtingen van de betreffende buitenlandse entiteit en worden omgerekend tegen de slotkoers.

Biologische activa

De biologische activa van palmolie wordt gedefinieerd als de olie die de palmvruchten bevatten, zodat de reële waarde van deze onderscheidbare activa betrouwbaar geschat kan worden. De Groep heeft geopteerd om de biologische activa van rubber te waarderen aan de reële waarde op het moment van oogsten ("at point of harvest") in overeenstemming met IAS 41.32 en dus niet te waarderen aan de reële waarde verminderd met de verwachte verkoopkosten, waarbij ze van mening is dat alle parameters van een alternatieve berekeningsmethode (producties, levenscyclus, kostentoewijzing, …) duidelijk onbetrouwbaar zijn. Hierdoor is elke alternatieve berekening op zich ook duidelijk onbetrouwbaar.

De biologische activa van bananen wordt gewaardeerd aan de reële waarde aangezien de parameters voor deze berekening wel beschikbaar en betrouwbaar zijn. Een winst of verlies uit een wijziging in reële waarde min de geschatte kosten van het verkooppunt van een biologisch actief wordt opgenomen in de nettowinst of het nettoverlies over de periode waarin de winst of het verlies is ontstaan. Op het tijdstip van de oogst worden de verse vruchtentrossen (“fresh fruit bunches” - FFB), rubber en bananen gewaardeerd tegen hun reële waarde minus de verkoopkosten en overgeboekt naar de voorraden.

Goodwill

Goodwill is het bedrag waarmee de kostprijs van de bedrijfscombinatie het belang van de Groep in de reële waarde van de overgenomen identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen overschrijdt. Goodwill wordt niet afgeschreven maar tenminste jaarlijks onderworpen aan een test voor bijzondere waardeverminderingen. Hiervoor wordt de goodwill toegewezen aan de operationele entiteiten wat het laagste niveau is waarop de goodwill wordt gevolgd voor interne managementdoeleinden (d.i. kasstroom genererende eenheid). Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt onmiddellijk als een last opgenomen in de winst- en verliesrekening en wordt nooit teruggenomen. Negatieve goodwill is het excedent van de reële waarde van het aandeel van de Groep in de verworven identificeerbare netto activa op het ogenblik van de overname tegenover de betaalde overnameprijs. Negatieve goodwill wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Immateriële activa

Immateriële activa omvatten computersoftware en diverse licenties. Immateriële activa worden geactiveerd en lineair afgeschreven over hun vermoedelijke gebruiksduur.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa, alsook vastgoedbeleggingen en dragende planten, worden opgenomen tegen hun kostprijs min de geaccumuleerde afschrijvingen en de geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Financieringskosten worden geactiveerd als deel van de kostprijs van het in aanmerking komend actief. Uitgaven voor de herstellingen van materiële vaste activa worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Vaste activa aangehouden voor verkoop worden in voorkomend geval gewaardeerd aan het laagste van de boekwaarde en de reële waarde min verkoopkosten.

In overeenstemming met de aanpassing aan IAS 16 en IAS 41 worden de dragende planten opgenomen tegen hun kostprijs min de geaccumuleerde afschrijvingen en de geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Alle kosten die worden gemaakt voor het onderhoud van de dragende planten, inclusief kosten voor bemesting, worden gekapitaliseerd zolang de dragende planten immatuur zijn. De afschrijvingen starten wanneer de dragende planten matuur zijn en de productie van biologische activa start. Afschrijvingen worden als volgt berekend op een lineaire basis over de verwachte gebruiksduur van het desbetreffende actief:

Categorie Gebruiksduur
Gebouwen 5 tot 30 jaar
Infrastructuur 5 tot 25 jaar
Installaties en machines 5 tot 30 jaar
Rollend materieel 3 tot 20 jaar
Bureaumateriaal en meubilair 5 tot 10 jaar
Overige vaste activa 2 tot 20 jaar
Dragende planten 18 tot 25 jaar

Terreinen en ‘vaste activa in aanbouw’ worden niet afgeschreven. De Groep presenteert de landrechten als materiële vaste activa consistent met de presentatiemethode binnen de industrie en de relevante adviezen hieromtrent. De landrechten hebben een onbepaalde gebruiksduur. Bovendien, volgt de Groep elk landrecht kort op in termen van de vernieuwing en wordt enkel nog afgeschreven op de landrechten als er een indicatie is dat deze niet vernieuwd zouden kunnen worden. De vernieuwingskosten van de landrechten worden eveneens opgenomen als landrechten en worden afgeschreven over de duurtijd van de vernieuwing. Verder, maken de landrechten deel uit van de jaarlijkse toetsing op bijzondere waardevermindering.

Leases

Activa die het recht vertegenwoordigen om het onderliggende geleasede actief te gebruiken, worden tegen kostprijs geactiveerd als materiële vaste activa, bestaande uit het bedrag van de initiële waardering van de leaseverplichting, alle leasebetalingen die op of vóór de aanvangsdatum zijn gedaan, verminderd met eventuele ontvangen lease-incentives, eventuele initiële directe kosten en herstelkosten. De overeenkomstige leaseverplichtingen, die de netto contante waarde van de leasebetalingen vertegenwoordigen, worden verantwoord als langlopende of kortlopende verplichtingen, afhankelijk van de periode waarin ze vervallen. Geleased activa en passiva worden opgenomen voor alle huurcontracten met een looptijd van meer dan 12 maanden, tenzij de onderliggende waarde van geringe waarde is. De leasebetalingen worden verdisconteerd op basis van de marginale rentevoet van de lessee, zijnde het tarief dat de lessee zou moeten betalen om de middelen te lenen die nodig zijn om een actief van vergelijkbare waarde te verkrijgen in een vergelijkbare economische omgeving met vergelijkbare voorwaarden. Het rentetarief dat impliciet in de leaseovereenkomst was opgenomen, kon niet worden bepaald. Alle kasstromen in verband met de leaseovereenkomsten zijn opgenomen in de toename/afname van de financiële leningen op korte of lange termijn (financieringsactiviteiten) in het kasstroomoverzicht.

Leaserente wordt als rentelast ten laste van de winst- en verliesrekening genomen.Geleasede activa worden afgeschreven op basis van lineaire afschrijving over de leaseperiode, inclusief de periode van verlengbare opties, indien het waarschijnlijk is dat de optie zal worden uitgeoefend.

Lessee accounting

Vanwege de aard van de activiteiten waarbij deze activiteiten voornamelijk plaatsvinden in relatief afgelegen gebieden, bezit de Groep de meeste van de gebruikte activa. Daarom hebben is er slechts een beperkt aantal huurcontracten die in aanmerking komen voor lease accounting. De drie hoofdcategorieën bestaan uit:

Huur van gebouwen

Kantoorhuur wordt momenteel geboekt als operationele lease. Analyse toont aan dat de huur voldoet aan de definitie van een leasingovereenkomst en dat als zodanig een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief en bijbehorende leasingschuld onder de nieuwe standaard moet worden verantwoord. Aangezien de meeste kantoorhuurcontracten langlopende huurcontracten zijn, zijn de belangrijkste acties voor beheer van het gebied vereist:

  • Bepaling van de leaseperiode;
  • Berekening van de marginale rentevoet.

Bedrijfswagens

Bedrijfswagen in België voldoen aan de definitie van een lease en zullen zodoende op dezelfde manier als de huur van gebouwen worden behandeld.

Landrechten in Papoea-Nieuw-Guinea

In de dochteronderneming Hargy Oil Palms Ltd in Papoea- Nieuw-Guinea, omvat een deel van de landrechten een vaste jaarlijkse huurbetaling voor het vruchtgebruik van het land, evenals een variabele royalty afhankelijk van de productieniveaus van het jaar gemeten in ton FFB. De jaarlijkse vaste huurbetaling voldoet aan de definitie van een lease, waarbij de leasetermijn van het actief bepaald is als de gemiddelde levensduur van een oliepalm (20 jaar).

Lessor accounting

De Groep heeft geen contracten die tot lessor accounting zouden kunnen leiden.

Bijzondere waardeverminderingen van activa

Materiële vaste activa (inclusief dragende planten) en andere vaste activa worden onderworpen aan een test voor bijzondere waardevermindering als bepaalde elementen of belangrijke veranderingen een indicatie geven dat de boekwaarde groter is dan de realiseerbare waarde. Er dient een bijzonder waardeverminderingsverlies te worden opgenomen gelijk aan het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde, wat het hoogste is van de reële waarde min de verkoopkosten en de bedrijfswaarde van het actief. Voor de identificatie van bijzondere waardeverminderingen worden de activa samengevoegd in de kleinste identificeerbare groep die een instroom van kasmiddelen genereert. Wanneer later een bijzondere waardevermindering niet langer bestaat, door een toename van de reële waarde of de gebruikswaarde, wordt deze teruggenomen.

Financiële instrumenten

Classificatie en waardering van financiële instrumenten

Financiële activa en passiva worden initieel opgenomen wanneer de Groep een partij wordt bij de contractuele bepalingen van het instrument. De financiële activa en passiva worden initieel gewaardeerd aan de reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Transactiekosten die direct toewijsbaar zijn aan de verwerving of de uitgifte van financiële activa en passiva (anders dan de financiële activa en passiva aan de reële waarde via de resultatenrekening) worden, al naargelang, toegevoegd of afgehouden van de reële waarde bij de eerste opname. Transactiekosten die direct toewijsbaar zijn aan de verwerving van financiële activa of passiva aan reële waarde via de resultatenrekening worden onmiddellijk in de resultatenrekening erkend.

De financiële activa omvatten de investeringen in eigen vermogen instrumenten die worden aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de andere elementen van het totaalresultaat, leningen aan gerelateerde partijen, vorderingen inclusief handelsvorderingen en andere vorderingen, financiële activa aan de reële waarde via de resultatenrekening en de geldmiddelen en kasequivalenten. De verwervingen en verkopen van financiële activa worden erkend op de transactiedatum.

Financiële activa – schuldinstrumenten

Alle erkende financiële activa worden vervolgens in hun geheel gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs of reële waarde, afhankelijk van de classificatie van de financiële activa. Schuldinstrumenten die aan de volgende voorwaarden voldoen, worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs:

  • Het financieel actief wordt aangehouden binnen een bedrijfsmodel dat tot doel heeft financiële activa aan te houden om contractuele kasstromen te ontvangen; en
  • De contractuele voorwaarden van het financieel actief leiden op bepaalde data tot kasstromen die uitsluitend betalingen van hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom zijn.

Schuldinstrumenten omvatten:
* Vorderingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs
* Handelsvorderingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs
* Geldmiddelen en kasequivalenten
* Andere investeringen en beleggingen

Financiële activa - investeringen in eigen vermogensinstrumenten

Bij de eerste opname, heeft de Groep een onherroepelijke keuze gemaakt (op een variabele basis) om investeringen in eigen vermogensinstrumenten te bepalen als reële waarde via de andere elementen van het totaalresultaat (FVOCI). Beleggingen in eigen-vermogensinstrumenten volgens FVOCI worden initieel gewaardeerd aan de reële waarde plus transactiekosten. Vervolgens worden ze gewaardeerd tegen reële waarde waarbij winsten en verliezen die voortvloeien uit wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat en ze worden gecumuleerd in de reserve voor de herwaarderingen op investeringen. De cumulatieve winst of het cumulatieve verlies zal niet worden gerubriceerd naar de resultatenrekeningen bij de verkoop van de aandelenbeleggingen. In de plaats daarvan zullen ze worden getransfereerd naar het overgedragen resultaat.

Geamortiseerde kostprijs en effectieve rentemethode

De effectieve rentemethode is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs van een schuldinstrument en voor het toewijzen van rentebaten over de relevante periode. Voor financiële instrumenten andere dan verworven of gecreëerde financiële activa met verminderde kredietwaardigheid, is de effectieve interestvoet de rente die de verwachte toekomstige geldbetalingen of –ontvangsten (inclusief alle vergoedingen betaald of ontvangen die een integraal deel uitmaken van de effectieve interestvoet, transactiekosten en andere premies en kortingen) tijdens de verwachte looptijd (of een kortere periode indien van toepassing) van het financiële actief of de financiële verplichting exact disconteert tot de bruto boekwaarde van een financieel actief of de geamortiseerde kostprijs van een financiële verplichting, zonder rekening te houden met de te verwachten kredietverliezen.

De geamortiseerde kostprijs is het bedrag waartegen het financiële actief of de financiële verplichting bij eerste opname wordt gewaardeerd, verminderd met de hoofdsomaflossingen en vermeerderd of verminderd met de volgens de effectieve rentemethode bepaalde cumulatieve amortisatie van het eventuele verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag, en, voor financiële activa, aangepast voor een eventuele voorziening voor verliezen. Anderzijds is de bruto boekwaarde van een financieel actief de geamortiseerde kostprijs van een financieel actief, vóór aanpassing voor een eventuele voorziening voor verliezen.

Derivaten

De Groep maakt gebruik van financiële instrumenten voor het beheer van het wisselkoers- en renterisico dat voortvloeit uit de operationele, financiële en investeringsactiviteiten. De Groep past een aantal afdekkingstransacties toe onder IFRS 9 – "Financiële instrumenten”. Derivaten worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde. De wijzigingen in de reële waarde worden in resultaat geboekt tenzij deze instrumenten deel uitmaken van indekkingsverrichtingen, in welk geval de timing van de opname in winst of verlies afhankelijk is van de aard van de afdekkingsrelatie.

De Groep wijst bepaalde derivaten aan als afdekkingsinstrumenten met betrekking tot het renterisico in kasstroomafdekkingen. Derivaten met betrekking tot het valutarisico zijn niet gedocumenteerd in een afdekkingsrelatie. Bij de aanvang van de afdekkingsrelatie worden de afdekkingsrelatie, alsook de risicobeheerdoelstelling en - strategie van de entiteit bij het aangaan van de afdekkingstransactie formeel aangewezen en gedocumenteerd. Bovendien documenteert de Groep bij aanvang van de indekking en op permanente basis of het afdekkingsinstrument effectief is in het compenseren van wijzigingen in reële waarde of kasstromen van de afgedekte positie die toewijsbaar zijn aan het afgedekte risico. De afdekkingsrelatie voldoet aan alle volgende vereisten inzake afdekkingseffectiviteit:

  • Er is sprake van een economische relatie tussen de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument.
  • De waardeveranderingen die uit deze economische relatie voortvloeien zijn niet hoofdzakelijk terug te voeren op het effect van het kredietrisico.
  • De afdekkingsverhouding van de afdekkingsrelatie is gelijk aan die welke resulteert uit de hoeveelheid van de afgedekte positie die de entiteit werkelijk afdekt, en de hoeveelheid van het afdekkingsinstrument waarvan de entiteit daadwerkelijk gebruikmaakt om die hoeveelheid van de afgedekte positie af te dekken.

Indien een afdekkingsrelatie niet meer aan het op de afdekkingsverhouding betrekking hebbende vereiste inzake afdekkingseffectiviteit voldoet, maar de risicobeheer- doelstelling voor die aangewezen afdekkingsrelatie gelijk blijft, moet een entiteit de afdekkingsverhouding van de afdekkingsrelatie zodanig aanpassen dat deze wederom aan de criteria voldoet (dit wordt in deze standaard “herbalancering” genoemd).De waarde schommelingen van een afgeleid financieel instrument dat voldoet aan de strikte voorwaarden voor erkenning als kasstroom-indekking worden opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat voor het effectieve deel. Het ineffectieve deel wordt rechtstreeks in de resultatenrekening geboekt. De indekkingsresultaten worden van de andere elementen van het totaalresultaat naar de resultatenrekening overgeboekt op het moment dat de ingedekte transactie zelf het resultaat beïnvloedt. Een derivaat met een positieve reële waarde wordt geboekt als een financieel actief, terwijl een derivaat met een negatieve reële waarde wordt opgenomen als een financiële verplichting. Een derivaat wordt gepresenteerd als kortlopend of langlopend, afhankelijk van de verwachte vervaldatum van het financiële instrument.

Waardeverminderingen van financiële activa

Met betrekking tot de waardevermindering van financiële activa wordt een model voor verwachte kredietverliezen toegepast. Het verwachte kredietverliesmodel vereist dat de Groep rekening houdt met verwachte kredietverliezen en veranderingen in die verwachte kredietverliezen op elke rapporteringsdatum om zo de veranderingen in kredietrisico sinds de eerste opname van de financiële activa correct weer te geven. Concreet zijn de volgende activa opgenomen in de beoordeling van de bijzondere waardevermindering van de Groep:
1) handelsvorderingen
2) langlopende vorderingen en leningen aan verbonden partijen
3) geldmiddelen en kasequivalenten

IFRS 9 vereist dat de Groep verwachte kredietverliezen op al haar schuldinstrumenten, leningen en handelsvorderingen boekt, hetzij op basis van twaalf maanden, hetzij op basis van de volledige looptijd. De Groep heeft de vereenvoudigde benadering toegepast en de verwachte verliezen op basis van de volledige looptijd op alle handelsvorderingen geboekt.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

Volgens IFRS 9 moet een entiteit de waarde van de voorziening voor verliezen op een financieel instrument op elke verslagdatum bepalen op een bedrag dat gelijk is aan de tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen indien het aan het financiële instrument verbonden kredietrisico sinds de eerste opname significant is toegenomen moet een entiteit, indien het aan een financieel instrument verbonden kredietrisico op de verslagdatum niet significant is toegenomen sinds de eerste opname, de waarde van de voorziening voor verliezen op dat financiële instrument bepalen op een bedrag dat gelijk is aan de binnen twaalf maanden te verwachten kredietverliezen. Voor de lange termijn vorderingen geeft IFRS 9 de keuze om de verwachtte kredietverliezen te bepalen op basis van de levensduur of van een algemeen verwachte kredietverlies model (3 niveaus van verwachte kredietverlies beoordeling). De Groep heeft gekozen voor het algemene model. Alle banksaldi worden ook beoordeeld op verwachtte kredietverliezen.

Financiële schulden

Alle financiële verplichtingen van de Groep worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. De Groep neemt de financiële verplichtingen niet langer op wanneer, en alleen wanneer, de verplichtingen van de Groep worden afgewikkeld, worden geannuleerd of komen te vervallen. Het verschil tussen de boekwaarde van de niet langer opgenomen balans van de financiële verplichting en de betaalde en te betalen vergoeding, inclusief overgedragen niet-contante activa of overgenomen verplichtingen, wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Vorderingen en schulden

De Groep waardeert een vordering en een schuld aanvankelijk tegen reële waarde. Voor de vorderingen wordt de transactieprijs geacht gelijk te zijn aan de reële waarde. Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met een voorziening voor verwachte kredietverliezen. Voor te betalen bedragen wordt de transactieprijs geacht gelijk te zijn aan de reële waarde. Vervolgens worden deze schulden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. Vorderingen en schulden in een andere valuta dan de functionele valuta van de dochteronderneming worden omgerekend tegen de geldende wisselkoersen van de Groep op de balansdatum.

Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten worden gewaardeerd aan hun geamortiseerde waarde en omvatten contanten en bankdeposito’s met een oorspronkelijke looptijd van minder dan drie maanden. Negatieve kassaldi worden als schulden opgenomen.

Andere investeringen en beleggingen

Investeringen worden gewaardeerd aan hun geamortiseerde waarde en omvatten korte termijndeposito's met een oorspronkelijke looptijd van drie maanden of meer of andere korte termijn geldbeleggingen die gemakkelijk kunnen worden omgezet in een bekend bedrag aan geldmiddelen en met een onbeduidend risico van waardeverandering. Voor het geconsolideerde kasstroomoverzicht worden deze opgenomen in het begin- en eindsaldo, omdat ze worden beschouwd als een integraal onderdeel van het kasbeheer van de Groep.

Rentedragende leningen

Rentedragende leningen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Leningen worden initieel opgenomen als ontvangen opbrengsten, na aftrek van transactiekosten. Elk verschil tussen de kostprijs en de aflossingswaarde wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt volgens de effectieve rentemethode.

Voorraden

De voorraad wordt gewaardeerd tegen de laagste warde van de kostprijs of de opbrengstwaarde. Op moment van de oogst, worden landbouwproducten gewaardeerd tegen reële waarde minus verkoopkosten en geherclassificeerd naar voorraad. Kosten gemaakt voor het verbouwen van landbouwproducten, inclusief eventuele toepasselijke oogstkosten, worden opgenomen als onderdeel van de verkoopkosten. Voorraden worden individueel afgeschreven als de verwachte opbrengstwaarde afneemt tot onder de boekwaarde van de voorraad. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs min de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren. Indien de omstandigheden die voorheen aanleiding gaven tot een afschrijving niet meer bestaan, wordt de waardevermindering teruggenomen.

Activa aangehouden voor verkoop

De Groep classificeert vaste activa en groepen activa die worden afgestoten als aangehouden voor verkoop wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. Vaste activa en groepen activa die worden afgestoten, geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop, worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van enerzijds hun boekwaarde en anderzijds hun reële waarde minus de verkoopkosten. Verkoopkosten zijn de marginale kosten die direct toerekenbaar zijn aan de vervreemding van een actief (groep activa die wordt afgestoten), exclusief financieringskosten en kosten uit hoofde van winstbelastingen. Aan de criteria voor classificatie als aangehouden voor verkoop wordt alleen geacht te zijn voldaan als de verkoop zeer waarschijnlijk is, en het actief of de groep activa die wordt afgestoten in zijn huidige toestand onmiddellijk beschikbaar is voor verkoop. Acties die nodig zijn om de verkoop te voltooien moeten erop wijzen dat het onwaarschijnlijk is dat belangrijke wijzigingen in de verkoop zullen worden aangebracht of dat de beslissing tot verkoop zal worden ingetrokken. Het management moet vastbesloten zijn om het actief te verkopen en de verkoop moet naar verwachting binnen een jaar na de datum van de classificatie worden afgerond. Materiële en immateriële activa worden niet afgeschreven zodra zij zijn geclassificeerd als aangehouden voor verkoop. Activa en passiva die zijn geclassificeerd als aangehouden voor verkoop worden in de balans afzonderlijk gepresenteerd als vlottende posten. Beëindigde bedrijfsactiviteiten worden niet opgenomen in de resultaten van voortgezette bedrijfsactiviteiten en worden als één bedrag gepresenteerd als winst of verlies na belastingen

The connection to the world of sustainable tropical agriculture uit beëindigde bedrijfsactiviteiten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening.

Eigen vermogen

Dividenden van de moedermaatschappij in verband met de gewone uitstaande aandelen worden pas opgenomen in de periode waarin ze formeel worden toegekend. Kosten gemaakt voor het uitgeven van eigenvermogensinstrumenten worden opgenomen als een vermindering van het eigen vermogen.

Minderheidsbelangen

Minderheidsbelangen omvatten het deel, toebehorend aan de minderheidsaandeelhouders, van de reële waarde van identificeerbare activa en verplichtingen die opgenomen worden bij de overname van een dochteronderneming, samen met het overeenkomstig deel van de gerealiseerde winsten en verliezen voor de daaropvolgende periodes. In de winst- en verliesrekening wordt het minderheidsaandeel in het verlies of de winst van de Groep apart getoond van het geconsolideerd resultaat van de Groep.

Ingekochte eigen aandelen

Eigen-vermogensinstrumenten die opnieuw worden verworven (ingekochte eigen aandelen), worden opgenomen tegen kostprijs en in mindering gebracht van het eigen vermogen. Er wordt geen winst of verlies in de winst- en verliesrekening opgenomen bij de aankoop, verkoop, uitgifte of intrekking van eigen-vermogensinstrumenten van de Groep. Elk verschil tussen de boekwaarde en de vergoeding, indien opnieuw uitgegeven, wordt opgenomen in de uitgiftepremie.

Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen wanneer de Groep een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft ten gevolge van een gebeurtenis in het verleden, het waarschijnlijk is dat er een uitstroom van middelen vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen en het bedrag van de verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat.

Pensioenen en andere voordelen na uitdiensttreding

Groepsentiteiten hebben verschillende pensioenplannen in overeenstemming met de lokale voorwaarden en toepassingen van die landen. 1.Toegezegde-pensioenregelingen (“Defined benefit plans”) In het algemeen werden de toegezegd-pensioenregelingen nog niet gefinancierd, doch volledig voorzien volgens de ‘Projected Unit Credit’-methode. Deze voorzieningen vertegenwoordigen de actuele waarde van de toekomstige uitkeringsverplichtingen. De actuariële winsten en verliezen worden in het de andere elementen van het totaalresultaat erkend.

  1. Toegezegde-contributieregelingen (“Defined contribution plans”) De Groep betaalt eveneens vaste bijdragen aan openbare of privé-verzekeringsplannen. Aangezien de Groep aangesproken kan worden om bijkomende betalingen te verrichten in geval het gemiddelde rendement op de werkgeversbijdragen en op de werknemersbijdragen niet wordt gehaald, dienen deze plannen volgens IAS 19 te worden beschouwd als “toegezegd-pensioenregelingen”.

Op aandelen gebaseerde betalingen Er bestaan binnen de Groep aandelenoptieplannen, die aan begunstigden het recht geven om SIPEF-aandelen te kopen tegen een vooraf bepaalde prijs. Deze prijs wordt bepaald op moment van toekenning van de opties en is gebaseerd op de marktprijs of de intrinsieke waarde. De prestaties van de begunstigden worden (op moment van toekenning) gewaardeerd aan de hand van de reële waarde van de toegekende opties en warranten en als kost in de resultatenrekening erkend op het ogenblik van de geleverde prestaties tijdens de vestigingsperiode.

Omzet De kernactiviteit van de SIPEF-groep is de verkoop van goederen. De Groep erkent de opbrengsten vanaf het moment dat de controle over het actief wordt overgedragen aan de klant. De verkochte goederen worden per schip vervoerd en als opbrengst erkend zodra de goederen op het schip worden geladen. Vanaf dit moment wordt de controle overgedragen aan de klant en wordt de opbrengst erkend in de financiële staten. Dit is zo van toepassing voor alle contracten binnen de SIPEF-groep. De betalingsvoorwaarden zijn afhankelijk van de leveringsvoorwaarden van het contract en kunnen variëren tussen vooruitbetaling, contanten tegen documenten en 45 dagen na overhandiging van de vrachtbrief. De leveringen van goederen zijn aan een vaste prijs. Voor elk contract is er maar één prestatieverplichting waaraan moet worden voldaan nl.: de levering van de goederen.

Kostprijs van verkopen Aankopen worden netto opgenomen, na financiële en handelskorting. Kostprijs van verkopen omvat alle lasten verbonden met oogsten, transformatie en transport.

Algemene en beheerskosten Algemene en beheerskosten omvatten lasten van de marketing- en financiële afdeling en algemene beheerskosten.

Winstbelastingen De winstbelastingen omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belastingen en de uitgestelde belastingen. Beide belastingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen behalve in die gevallen waar het bestanddelen betreft die deel uitmaken van het eigen vermogen. In dit laatste geval verloopt de opname via het eigen vermogen. Onder de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belastingen verstaat men deze die drukken op de fiscale winst van het boekjaar, berekend tegen de belastingtarieven die van kracht zijn op balansdatum, evenals de aanpassingen aan de belastingen die verschuldigd zijn over de vorige boekjaren. Uitgestelde belastingverplichtingen en –vorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde in de balans en de fiscale boekwaarde van activa en verplichtingen en worden later aangepast om wijzigingen in de verwachte belastingtarieven waartegen deze tijdelijke verschillen zullen omdraaien weer te geven. Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening als het waarschijnlijk is dat de realisatie of afwikkeling ervan mogelijk is in de toekomst.

4. GEBRUIK VAN SCHATTINGEN EN BEOORDELINGEN

IFRS vereist dat de Groep bij de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening beoordelingen en schattingen gebruikt en hypothesen vooropstelt die de bedragen van activa en verplichtingen alsook de winst- en verliesrekening op balansdatum kunnen beïnvloeden. Werkelijke resultaten kunnen verschillen van deze schattingen. Hieronder geven wij een overzicht van de belangrijkste oordelen die in het jaarverslag van toepassing zijn:

  • Oordelen dat de landrechten niet zullen word en afgeschreven tenzij er een indicatie zou bestaan dat deze niet vernieuwd zouden kunnen worden.

De voornaamste domeinen waarin schattingen worden aangewend zijn:
* Uitgestelde belastingvorderingen (toelichting 23)
* Bijzondere waardeverminderingen op activa (goodwill impairment – toelichting 8)
* Bepalen van de geschatte kosten gerelateerd aan de verkoop van PT Melania

De voornaamste schattingen die worden gebruikt bij de berekening van uitgestelde belastingvorderingen en het testen van bijzondere waardeverminderingen van activa (goodwill impairment), zijn gebaseerd op het maken van een schatting van de grondstofprijzen over een langere periode. De grondstoffenprijzen die bij dergelijke schattingen worden gebruikt, zijn van nature volatiel en zullen daarom in werkelijkheid verschillen van de geschatte bedragen. Er is geen unieke onafhankelijk variabele op basis waarvan een relevante sensitiviteitsanalyse kan worden gemaakt voor de berekening van de uitgestelde belastingen. We verwijzen naar toelichting 8 voor de goodwill impairment analyse.

De bepaling van de netto verkoopprijs van PT Melania omvat een schatting van de kosten in verband met de verkoop zoals overeengekomen in de voorwaardelijke verkoop- en aankoopovereenkomst (CSPA) en het ondertekende addendum. De belangrijkste gemaakte schattingen omvatten:
* De timing en de kosten voor de vernieuwing van de permanente concessierechten (HGU).
* De vaststelling dat de netto-opbrengst uit verkoop, dan wel de nettoactiefwaarde, met betrekking tot de theeactiviteiten van PT Melania voldoende onderbouwing biedt voor de realiseerbaarheid van de waarde van het actief aangehouden voor verkoop.
* De vergoeding voor de opgebouwde sociale rechten van het personeel, dat vermoedelijk vrijwel geheel zal worden overgenomen door Shamrock Group.

Voor het jaar eindigend op 31 december 2025 zijn er geen andere beoordelingen geïdentificeerd.

5. GROEPSONDERNEMINGEN / CONSOLIDATIEKRING

De moedermaatschappij van de Groep, SIPEF, Schoten/België is de moedermaatschappij van de volgende ondernemingen:

Geconsolideerde ondernemingen (integrale consolidatie) Locatie Controle % Belangen %
PT Tolan Tiga Indonesia Medan / Indonesië 95,00 95,00
PT Eastern Sumatra Indonesia Medan / Indonesië 95,00 90,25
PT Kerasaan Indonesia Medan / Indonesië 57,00 54,15
PT Bandar Sumatra Indonesia Medan / Indonesië 95,00 90,25
PT Mukomuko Agro Sejahtera Medan / Indonesië 95,00 85,74
PT Umbul Mas Wisesa Medan / Indonesië 95,00 95,00
PT Citra Sawit Mandiri Medan / Indonesië 95,00 95,00
PT Toton Usaha Mandiri Medan / Indonesië 95,00 95,00
PT Agro Rawas Ulu Medan / Indonesië 100,00 100,00
PT Agro Kati Lama Medan / Indonesië 100,00 100,00
PT Agro Muara Rupit Medan / Indonesië 100,00 100,00
Hargy Oil Palms Ltd Bialla / Papoea-Nieuw-Guinea 100,00 100,00
Plantations J. Eglin SA Azaguié / Côte d'Ivoire 100,00 100,00
Jabelmalux SA Luxembourg / G.H. Luxemburg 100,00 100,00
Sipef Singapore Singapore / Republiek Singapore 100,00 100,00
PT Agro Muko Medan / Indonesië 100,00 95,05
PT Dendymarker Indah Lestari Medan / Indonesië 100,00 95,05
Geassocieerde ondernemingen en joint ventures (vermogensmutatie)
Verdant Bioscience Pte Ltd Singapore / Republiek Singapore 38,00 38,00
PT Timbang Deli Indonesia Medan / Indonesië 38,00 36,10
PT Melania Indonesia (asset held for sale) Medan / Indonesië 55,00 52,25
Niet geconsolideerde ondernemingen
Horikiki Development Cy Ltd Honiara / Solomon Islands 90,80 90,80

De Groep bestaat uit Sipef NV en in totaal 21 deelnemingen. Van deze 21 deelnemingen zijn er 17 volledig geconsolideerd, worden er 2 verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, terwijl 1 wordt verwerkt als een activa aangehouden voor verkoop en één andere deelneming niet voldoet aan de criteria van significantie. In overeenstemming met het materialiteitsconcept, zijn ondernemingen die niet significant zijn, niet in de consolidatiekring opgenomen. Ze worden gewaardeerd tegen kostprijs en jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen, wat wordt beschouwd als een goede indicatie van hun reële waarde.

SIPEF heeft een CSPA ondertekend met Shamrock Group over de verkoop van 100% van het aandelenkapitaal van haar Indonesische dochteronderneming, PT Melania. In een eerste fase werd 40% verkocht zodat de SIPEF groep nog maar 55% van het aandelenkapitaal bezit. Door de ondertekening van de CSPA heeft SIPEF echter de volledige controle over PT Melania verloren. Bijgevolg werd PT Melania geboekt als een activa aangehouden voor verkoop vanaf 30 april 2021. De activa en passiva van PT Melania werden gewaardeerd tegen reële waarde. De originele netto verkoopprijs bedroeg KUSD 23 353.

Op 22 januari 2025 werd een opzeggingsbrief met betrekking tot de CSPA ontvangen van de koper. De SIPEF-groep heeft de juridische geldigheid van deze opzeggingsbrief betwist. Voortgezet overleg leidde tot een constructieve oplossing, rekening houdend met de uitzonderlijke omstandigheden met betrekking tot het vernieuwingsproces van de HGU. Op 3 juli 2025 ondertekenden de partijen een amendement op de oorspronkelijke CSPA, waarin zij hun wederzijdse engagement voor de transactie bevestigden en een aantal aangepaste voorwaarden vastlegden om rekening te houden met de lopende termijnen voor vergunningen. SIPEF blijft zich engageren om de verkoop van PT Melania af te ronden en volgt het proces van de vernieuwing van de landtitels nauwgezet op en beheert dit actief.Vanaf 30 april 2021, worden de resultaten van PT Melania niet meer opgenomen in de geconsolideerde winst en verlies van de SIPEF-groep aangezien PT Melania geclassificeerd is als een activa aangehouden voor verkoop en met gevolg niet opgenomen in toelichting 24 ‘Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures’. Er zijn geen beperkingen om activa te realiseren en verplichtingen van dochterondernemingen af te wikkelen.

SIPEF Geïntegerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

6. WISSELKOERSEN

Naar aanleiding van een gewijzigde politiek inzake liquiditeits- en schuldbeheer is vanaf eind 2006 de functionele valuta in de meerderheid van de dochterondernemingen vanaf 1 januari 2007 gewijzigd naar US-dollar. Het volgende filiaal heeft echter een andere functionele valuta: Plantations J. Eglin SA euro (EUR).

De hieronder vermelde koersen werden gebruikt om de balansen en resultaten van deze entiteiten om te rekenen naar de US-dollar (de munt waarin de Groep haar jaarverslag opstelt).

Slotkoers Gemiddelde koers
2025 2024 2025 2024
EUR 0,8518 0,9627 0,8854 0,9262

7. OPERATIONEEL RESULTAAT EN SEGMENTINFORMATIE

De activiteiten van SIPEF kunnen worden onderverdeeld in segmenten naar gelang de soort van de producten. SIPEF heeft de volgende segmenten:

  • palm: Omvat alle palmproducten, inclusief palmolie (CPO), de palmpitten (PK) en de palmpitolie (CPKO), zowel in Indonesië als in Papoea-Nieuw-Guinea
  • rubber: Omvat de resterende rubberproductie in Indonesië in 2024. Dit segment is echter niet langer relevant na de voltooiing van de conversie van rubberplantages naar palmolieplantages in 2025. Het wordt enkel behouden voor vergelijkingsdoeleinden en zal volgend jaar worden verwijderd
  • bananen: Omvat alle verkopen van bananen komende uit Côte d’Ivoire
  • corporate: Omvat voornamelijk de ontvangen management fees van niet-groepsondernemingen, aangerekende commissies op zeevrachten en andere aangerekende commissies die buiten het verkoopcontract vallen

Vanaf 2025 wordt de cut, tear, curl (CTC)-thee die door PT Melania in Indonesië wordt geproduceerd en door de SIPEF-groep wordt aangekocht en verkocht, niet langer beschouwd als een kernsegment binnen de SIPEF-groep. Aangezien de theeactiviteiten zijn stopgezet en de resterende aankoop- en verkooptransacties niet materieel zijn voor de Groep, werd het bedrag van vorig jaar (KUSD 118) geherclassificeerd naar de overige bedrijfsopbrengsten/-kosten.

Seizoensgebondenheid is eigen aan de operationele segmenten van de Groep. Echter, bestaan er desbetreffend tegengestelde trends over de verschillende operationele segmenten en productielocaties heen. Het bananensegment kent een productiepiek, met bijhorende voorraadopbouw, in de periode januari tot april, gealigneerd met de vraag in Europa. Anderzijds, kent het palmoliesegment een 45%/55% verhouding, waarbij 45 procent van de producties worden gerealiseerd gedurende de eerst helft van het jaar en 55 procent gedurende de tweede helft van het jaar. Omwille van seizoensgebondheid, kunnen productievolumes een invloed hebben op de resultaten van de Groep tijdens het hoogseizoen en leiden tot hogere voorraden die aangehouden worden. Bovenstaande seizoengebondenheid heeft een impact op het werkkapitaal en de netto financiële positie van de Groep. Beide worden actief beheerd en nauwlettend opgevolgd.

Het overzicht van de segmenten hieronder is weergegeven op basis van de interne managementrapportering van de SIPEF-groep. Het executief comité is de “chief operating decision maker”. De belangrijkste verschillen met de IFRS-consolidatie zijn:

  • Er wordt vertrokken vanuit de brutomarge per segment en niet vanuit omzet
  • De aanpassing van de reële waarde van de activa aangehouden voor verkoop (PT Melania) is opgenomen op een aparte regel in plaats van onder overige bedrijfsopbrengsten/-kosten

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

In KUSD 2025 2024
Bruto-marge per product
Palm 242 698 156 774
Rubber 0 -5 006
Bananen 6 804 5 799
Corporate 1 469 1 922
Totaal brutomarge* 250 971 159 488
Algemene- en beheerskosten -57 620 -48 450
Overige bedrijfsopbrengsten/(kosten)* -3 644 -539
Financieringsopbrengsten/(kosten) 27 -1 364
Wisselkoersresultaten 2 732 -5 277
Resultaat voor belastingen 192 466 103 859
Belastinglasten -56 751 -25 851
Effectief belastingtarief -29,49% -24,89%
Resultaat na belastingen 135 715 78 008
Aandeel resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures -1 482 -1 366
Resultaat van de periode (recurrent) 134 233 76 642
- Minderheidsbelangen (recurrent) 6 867 4 729
- Aandeelhouders van de moedermaatschappij (recurrent) 127 367 71 913
Resultaat van de periode (recurrent) 134 233 76 642
Aanpassing van de reële waarde op de verkoop van PT Melania -2 018 -6 394
Resultaat van de periode (niet-recurrent) 132 215 70 248

*Vergelijkende cijfers werden aangepast om de herclassificatie van het theeresultaat weer te geven, voor een totaal van KUSD 118, naar overige bedrijfsopbrengsten/(kosten), gezien thee niet langer als een kernsegment wordt beschouwd binnen de Groep. De cijfers van het lopende boekjaar zijn eveneens herwerkt om de herclassificatie van het resultaat van thee, voor een totaalbedrag van KUSD -43, naar overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) weer te geven.

Hieronder wordt de segmentinformatie per productsegment en per geografische locatie weergeven volgens de IFRS winst- en verliesrekeningen. Het resultaat van een segment omvat de opbrengsten en kosten die rechtstreeks door een segment worden gegenereerd inclusief het relevante deel van de opbrengsten en kosten dat redelijkerwijs aan het segment kan worden toegerekend.

Brutowinst per product 2025 - KUSD Omzet Kostprijs van verkopen Aanpassingen van de reële waarde Brutowinst % van totaal
Palm 522 047 -279 893 545 242 698 96,7
Rubber 0 0 0 0 0,0
Bananen 46 916 -39 804 -309 6 804 2,7
Corporate 1 469 0 0 1 469 0,6
Totaal 570 432 -319 697 236 250 971 100,0
Brutowinst per product 2024 - KUSD Omzet Kostprijs van verkopen Aanpassingen van de reële waarde Brutowinst % van totaal
Palm 396 270 -242 377 2 881 156 774 98,3
Rubber 129 -5 135 0 -5 006 -3,1
Bananen 42 878 -36 624 -456 5 799 3,6
Corporate 1 922 0 0 1 922 1,2
Totaal* 441 199 -284 136 2 425 159 488 100,0
  • De cijfers van het voorgaande boekjaar zijn herwerkt om de herclassificatie van het resultaat van thee, ten bedrage van 118 KUSD, naar overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) weer te geven, aangezien thee niet langer als een kernsegment binnen de Groep wordt beschouwd.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

De totale ‘omzet’ van de Groep bedroeg KUSD 570 432 per 31 december 2025, wat een stijging van KUSD 129 233 vertegenwoordigt ten opzichte van vorig jaar. De omzet van het palmsegment steeg met KUSD 125 777, voornamelijk als gevolg van een hogere palmproductie (+21,3%), en hogere verkoopprijs per eenheid voor CPO/PK(O) in 2025 ten opzichte van 2024. De eenheidsverkoopprijs CPO af-fabriek bedroeg in 2025 USD 863 per ton voor Indonesië (2024: USD 816 per ton), USD 1 144 per ton voor Papoea-Nieuw-Guinea (2024: USD 964 per ton) en USD 955 per ton voor de Groep (2024: USD 867 per ton).

De negatieve rubbermarge van KUSD -5 006 in het vorige jaar houdt verband met de definitieve buitengebruikstelling van de resterende rubberactiva in PT Agro Muko en PT Bandar Sumatra.

De omzet van het bananensegment, uitgedrukt in euro, de functionele munt, steeg met 4,8%, voornamelijk door een stijging van de gemiddelde verkoopprijs per eenheid (+1,5%) en een stijging van de geproduceerde en verkochte volumes (+2,2%) als gevolg van het matuur worden van de nieuwe uitbreidingen in Akoudié en de versterking van de EUR ten opzichte van de USD.

De totale 'kostprijs van verkopen' steeg met KUSD 35 560 of 12,5% in 2025 in vergelijking met vorig jaar. De belangrijkste redenen voor deze stijging waren:

  • De bedrijfskosten voor de eigen plantages en fabrieken stegen met KUSD 24 328 of 14,4%. De operationele kosten van de plantages stegen met KUSD 17 601 of +13,0%. Deze stijgingen worden voornamelijk gedreven door het verder matuur worden van de plantages in Zuid-Sumatra, (KUSD 7 729), waardoor kosten niet langer worden geactiveerd maar rechtstreeks in de winst- en verliesrekening worden opgenomen. Bijkomende factoren zijn een hogere variabele verloning, als gevolg van de verbeterde algemene winstgevendheid, en hogere afschrijvingen naarmate meer plantages volgroeid raken.
  • Bovendien leidde een stijging van 13,9% in de eigen FFB-productievolumes tot hogere oogstkosten binnen de Groep. De verwerkingskosten namen eveneens toe met KUSD 6 726, in lijn met de stijging van 16,6% in de verwerkte FFB-volumes. Deze stijgingen werden gecompenseerd door de devaluatie van de lokale munten, de IDR en de Papua New Guinea kina (PGK), ten opzichte van de USD, wat een positief effect had op de lokale kostprijzen.
  • De aankopen van FFB bij derden stegen met KUSD 18 070 ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit was voornamelijk het gevolg van een stijging met 20,7% van de aangekochte FFB-volumes, in het bijzonder bij HOPL (+15,5%) en in Zuid-Sumatra (+42,6%). De hogere aankoopkost werd verder versterkt door hogere FFB-prijzen, die gekoppeld zijn aan de wereldwijde stijging van de CPO-marktprijzen.
  • Een stijging van de bedrijfskosten in de bananenactiviteiten bij Plantations J. Eglin SA, die toenamen met KUSD 3 141 als gevolg van de uitbreidingen in Akoudié en de waardering van de EUR, de functionele valuta van Plantations J. Eglin SA, ten opzichte van de USD, wat een negatief effect heeft op de lokale kostprijzen.
  • In het voorgaande jaar omvatte de kostprijs van de verkopen de laatste kosten met betrekking tot het rubber- en horticultuursegment ten belope van KUSD 5 243, voornamelijk als gevolg van de buitengebruikstelling van de resterende rubberactiva.
  • De hogere voorraadniveaus per 31 december 2025.

De ‘aanpassing in de reële waarde van de biologische activa' betrof de effecten van de waardering van de hangende vruchten aan hun reële waarde (IAS41R).De ‘brutowinst’ steeg van KUSD 159 488 eind 2024 naar KUSD 250 971 eind 2025, een stijging van 57,4%. De brutowinst van het palmsegment steeg met KUSD 85 925 tot KUSD 242 698, voornamelijk als gevolg van het gecombineerde effect van hogere productievolumes van CPO, palmpitten (PK) en CPKO, in combinatie met hogere verkoopprijzen. Met USD 955 per ton lag de gemiddelde gerealiseerde netto CPO-prijs af-fabriek 10,2% hoger dan die van USD 867 per ton vorig jaar. De brutowinst van de bananenactiviteiten steeg van KUSD 5 799 naar KUSD 6 804, als gevolg van een stijging van de verkoopprijzen (+1,5%) en een toename van de geproduceerde volumes (+2,2%).

Brutowinst per geografische locatie

2025 - KUSD Omzet Aanpassingen van de reële waarde Kostprijs van verkopen Andere inkomsten Brutowinst % van totaal
Indonesië 315 410 -165 -412 953 - 156 150 795 60,1
Papoea-Nieuw-Guinea 206 637 -114 -481 0 700 92 857 37,0
Côte d'Ivoire 46 916 -39 -804 0 - 30 96 804 2,7
Europa 516 0 0 0 516 0,2
Totaal 569 479 -319 697 953 236 250 971 100,0
2024 – KUSD Omzet Aanpassingen van de reële waarde Kostprijs van verkopen Andere inkomsten Brutowinst % van totaal
Indonesië 240 286 -140 -718 715 2 424 102 706 64,4
Papoea-Nieuw-Guinea 156 114 -106 -794 0 457 49 777 31,2
Côte d'Ivoire 42 878 -36 -624 0 - 45 65 799 3,6
Europa 1 207 0 0 0 1 207 0,8
Totaal 440 485 -284 136 715 2 425 159 488 100,0

De totale kostprijs van de verkopen kan onderverdeeld worden in de volgende categorieën:
1. plantagekosten - omvat alle kosten verbonden aan de werken op het veld om het basis landbouwkundig product te vervaardigen (i.e. verse palmtrossen, bananen)
2. verwerkingskosten - omvat alle kosten verbonden aan het verwerken van het landbouwkundig basisproduct tot de afgewerkte landbouwgrondstoffen (i.e. palmolie, palmpitolie, ...)
3. aankopen FFB/palmolie – omvatten alle aankoopkosten van derde partijen (lokale boeren) of geassocieerde ondernemingen
4. voorraadbewegingen – omvat alle voorraadbewegingen
5. Aanpassingen van de reële waarde omvat de aanpassingen van de reële waarde van het biologisch actief van palmolie en bananen
6. verkoopkosten - omvat alle direct toewijsbare kosten aan de verkopen van het jaar (o.a. transportkosten, exporttaks/heffing op palmolie, ...)
7. algemene- en administratieve kosten - omvat alle kosten verbonden aan de overkoepelende organisatie (zoals algemene management, financieel departement, marketing, interne audit, duurzaamheid, enz.)

In KUSD 2025 2024
Plantagekosten 182 168 173 832
Verwerkingskosten 39 830 33 595
Aankopen FFB/palmolie 56 897 41 206
Voorraadbewegingen afgewerkte producten -2 926 -2 225
Aanpassingen van de reële waarde 236 2 425
Verkoopkosten 43 257 32 877
Kostprijs van de verkopen 319 461 281 711
Algemene en beheerskosten 57 620 48 450
Totale kostprijs van de verkopen en algemene en beheerskosten 377 081 330 161

De ‘plantagekosten’ zijn gestegen ten opzichte van vorig jaar voornamelijk als gevolg van:
- de additionele mature hectaren in de Musi Rawas-regio, waardoor de plantagekosten nu jaarlijks stijgen;
- hogere oogstkosten in 2025 als gevolg van de stijging van de FFB-productie (+13,9%);
- een hogere voorziening voor variabele verloning, gekoppeld aan de hogere winstgevendheid binnen de Groep;
- en dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door de devaluatie van de PGK en IDR ten opzichte van de USD, wat gunstig is voor de eenheidskostprijzen.

De verwerkingskosten zijn gestegen met 18,6% in vergelijking met vorig jaar doordat een groter aantal FFB’s werd verwerkt in 2025 (+16,6%). De aankoop van FFB/CPO is gestegen met KUSD 15 691 als gevolg van:
- Een stijging van de aankopen van FFB van derden bij Hargy Oil Palms Ltd (KUSD 12 284) als gevolg van hogere oogstvolumes van lokale boeren (+15,5%), die hersteld zijn van de impact van de vulkaanuitbarsting in november 2023;
- Een stijging van de aankopen van FFB (+42,6%) van derden in Zuid-Sumatra (KUSD 4 080), waar de arealen stilaan matuur worden.

De voorraadniveaus zijn hoger dan vorig jaar, maar werden gewaardeerd tegen gelijkaardige eenheidsprijzen. We verwijzen naar toelichting 13 voor meer informatie omtrent de ‘aanpassingen van de reële waarde’. De verkoopkosten stegen in lijn met de hogere exportvolumes, gedreven door hogere exportheffingen en -belastingen die van toepassing zijn op de volumes die in 2025 vanuit Indonesië werden geëxporteerd in vergelijking met 2024. De totale afschrijvingen bedragen KUSD 54 333. Het grootste deel van de afschrijvingen werd opgenomen in de plantage- en verwerkingskosten (KUSD 48 668) en een totaal van KUSD 5 665 aan afschrijvingen werd geboekt onder de ‘algemene en administratieve kosten’.

De ‘algemene en administratieve kosten’ zijn gestegen ten opzichte van 2024, voornamelijk door de verdere uitbouw van het filiaal in Singapore om de interne IT-diensten van de Groep te centraliseren en de productieprocessen verder te digitaliseren, een hogere variabele verloning als gevolg van de hogere winstgevendheid van de Groep en algemene inflatie.

Omzet uitgesplitst naar locatie van de klant

In KUSD 2025 2024 *
Indonesië * 260 185 226 128
Zwitserland 195 261 162 790
Singapore * 57 494 156
Groot-Brittannië 24 112 19 022
Frankrijk 12 089 14 834
België 9 713 7 529
Ierland 6 016 5 478
Côte d'Ivoire 4 783 4 797
Mauritanië 692 0
Nederland * 88 0
Maleisië * 0 466
Totaal 570 432 441 199
  • Vergelijkende cijfers zijn aangepast om de omzet uit thee uit te sluiten.

De omzet van de Groep wordt gerealiseerd tegenover een beperkt aantal hoog aangeschreven klanten: per product wordt ca 90% van de inkomsten uit contracten met klanten gerealiseerd door maximaal 10 klanten. Voor bijkomende informatie verwijzen we naar toelichting 26 – financiële instrumenten.

Gesegmenteerde informatie – geografische informatie 2025

In KUSD Indonesië PNG Côte d'Ivoire Europa Singapore Totaal
Immateriële vaste activa 0 0 0 69 0 69
Goodwill 104 782 0 0 0 0 104 782
Biologische activa 261 351 73 010 452 0 0 334 813
Andere materiële vaste activa 331 420 129 017 13 698 818 582 475 535
Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures (nota 24) -3 217 0 0 0 3 217 0
Andere financiële activa 46 0 67 15 0 129
Vorderingen > 1 jaar 27 987 0 0 13 398 0 41 385
Uitgestelde belastingvorderingen 13 039 0 1 247 1 413 0 15 699
Totaal vaste activa 735 409 202 026 15 464 15 714 3 799 972 412
% van totaal 75,63% 20,78% 1,59% 1,62% 0,39% 100,00%

Gesegmenteerde informatie – geografische informatie 2024

In KUSD Indonesië PNG Côte d'Ivoire Europa Singapore Totaal
Immateriële vaste activa 0 0 0 119 0 119
Goodwill 104 782 0 0 0 0 104 782
Biologische activa 244 606 75 769 476 0 0 320 851
Andere materiële vaste activa 318 810 125 609 12 274 557 471 457 720
Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures (nota 24) -2 173 0 0 0 2 504 331
Andere financiële activa 46 0 51 15 0 112
Vorderingen > 1 jaar 33 893 0 0 11 688 0 45 581
Uitgestelde belastingvorderingen 14 068 0 891 1 518 0 16 478
Totaal vaste activa 714 034 201 377 13 692 13 897 2 975 945 975
% van totaal 75,48% 21,29% 1,45% 1,47% 0,31% 100,00%

De activa van Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea hebben voor 100% betrekking op het palmsegment in 2025. De activa van Côte d’Ivoire hebben voor 100% betrekking op het bananensegment. De activa van Singapore hebben voornamelijk betrekking op Sipef Singapore en Verdant Bioscience Pte Ltd, dat onderzoek doet naar en zich bezighoudt met de ontwikkeling van zaden met een hoge opbrengst. De activa van Europa hebben niet specifiek betrekking op één productsegment.

8. GOODWILL EN ANDERE IMMATERIELE VASTE ACTIVA

In KUSD Goodwill 2025 Immateriële vaste activa 2025 Goodwill 2024 Immateriële vaste activa 2024
Bruto boekwaarde per 1 januari 104 782 776 104 782 737
Aanschaffingen 0 0 0 40
Verkopen en buitengebruikstellingen 0 0 0 0
Overboekingen 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen 0 0 0 0
Bruto boekwaarde per 31 december 104 782 776 104 782 776
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari 0 - 658 0 - 599
Afschrijvingen 0 - 50 0 - 59
Verkopen en buitengebruikstellingen 0 0 0 0
Overboekingen 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen 0 0 0 0
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december 0 - 708 0 - 658
Netto boekwaarde per 1 januari 104 782 119 104 782 138
Netto boekwaarde per 31 december 104 782 69 104 782 119

Goodwill impairment analyse

Goodwill is het positieve verschil tussen de overnameprijs van een dochteronderneming, geassocieerde onderneming of joint venture en het aandeel van de Groep in de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen entiteit op datum van overname. Volgens de standaard IFRS 3 - Bedrijfscombinaties, wordt goodwill niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardevermindering. Goodwill en immateriële vaste activa worden jaarlijks door het management getoetst of ze zijn blootgesteld aan een bijzondere waardevermindering in overeenstemming met de waarderingsregels in toelichting 3 (ongeacht of er aanwijzingen bestaan voor een bijzondere waardevermindering).

Om de noodzaak tot een bijzondere waardevermindering te kunnen beoordelen, wordt de goodwill toegewezen aan een kasstroom genererende eenheid. Een kasstroom genererende eenheid is de kleinste identificeerbare groep van activa die een instroom van kasmiddelen genereert die in ruime mate onafhankelijk is van de instroom van kasmiddelen van andere activa of groepen van activa. Op elke balansdatum wordt voor deze kasstroom genererende eenheden een analyse uitgevoerd om te bepalen of de boekwaarde van de goodwill volledig recupereerbaar is. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroom generende eenheid op een duurzame wijze lager ligt dan de boekwaarde, dan wordt er in de winst- en verliesrekening een bijzondere waardevermindering opgenomen ten belope van dit verschil.In het model van SIPEF, wordt de kasstroom genererende eenheid vergeleken met het totaal onderliggend actief gerelateerd aan het palmoliesegment per 31 december 2025. Dit omvat de volgende posten:

Activa (in KUSD) 2025
Biologische activa - dragende planten 334 361
Andere materiële vaste activa 461 837
Goodwill 104 782
Vlottende activa - vlottende passiva 73 843
Totaal 974 823

De SIPEF-groep heeft de ‘kasstroom genererende eenheid’ gedefinieerd als het operationele palmoliesegment. Het omvat alle kasstromen van de palmolieactiviteiten van alle plantages in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. De kasstromen die voortvloeien uit de verkoop van bananen worden hier niet mee opgenomen, gezien het feit dat de goodwill zuiver werd toegewezen aan het volledige palmoliesegment.

De recupereerbare waarde van de kasstroom genererende eenheden waaraan de goodwill werd toegewezen, werd bepaald aan de hand van een berekening met een verdisconteerd cashflow-model. Er werd vertrokken vanuit de operationele plannen van de Groep die tien jaar vooruitkijken (t.e.m. 2035) en werden goedgekeurd door de raad van bestuur. De macro-economische parameters zoals de palmolieprijs en inflatie worden in dit model als constant beschouwd voor ieder jaar. De constante palmolieprijs die gebruikt wordt in het model (USD 870/ton) is de beste inschatting van het management van de palmolieprijs CIF op lange termijn. De gemiddelde palmolieprijs die gebruikt werd in de goodwill impairment analyse voor 2025 bedroeg USD 870/ton, terwijl de spotprijs USD 1 270/ton bedroeg op 31 december 2025.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

In het model is de groei van de verkopen dezelfde als de normale verbetering van de productievolumes t.g.v. van de maturiteit van de oliepalmen van de verschillende dochterondernemingen. Eventuele verbetering van de toekomstige “EBITDA”-marges in het model zijn een normaal gevolg van dezelfde verbetering van de productievolumes. Het huidige model werd opgesteld met een gewogen gemiddelde kapitaalkost (na belastingen) van 10,72% en gebruik makende van de lokale aanslagvoeten van 22% - 30% afhankelijk van de landen waarin de cash flows gegenereerd worden. De terminale waarde in het verdisconteerde cashflow model is gebaseerd op een perpetuele groei van 2% conform het Gordon-groeimodel.

We maken in het model gebruik van een sensitiviteitsanalyse voor verschillende palmolieprijzen en verschillende gewogen gemiddelde kapitaalkosten (WACC):

Palmolieprijzen (CIF)
* Scenario 1: USD 820/ton CIF
* Scenario 2 (basis scenario): USD 870/ton CIF
* Scenario 3: USD 920/ton CIF

WACC
* Scenario 1: 9,72%
* Scenario 2 (basis scenario): 10,72%
* Scenario 3: 11,72%

Samenvatting assumpties van 2025:

PO / WACC 9,72% 10,72% 11,72%
USD 820/ton CIF scenario 1 scenario 4 scenario 7
USD 870/ton CIF scenario 2 scenario 5 (basis scenario) scenario 8
USD 920/ton CIF scenario 3 scenario 6 scenario 9

Samenvatting assumpties van 2024:

PO / WACC 9,82% 10,82% 11,82%
USD 792/ton CIF scenario 1 scenario 4 scenario 7
USD 842/ton CIF scenario 2 scenario 5 (basis scenario) scenario 8
USD 892/ton CIF scenario 3 scenario 6 scenario 9

De beperkte daling van de WACC in vergelijking met vorig jaar is voornamelijk toe te schrijven aan wijzigingen in de landrisicopremies, naar aanleiding van de geactualiseerde Damodaran-tabellen. Voor de sensitiviteitsanalyse wordt de prijs verhoogd en verlaagd met USD 50/ton. De WACC wordt verhoogd en verlaagd met één procent. Hieronder wordt er een sensitiviteitsmatrix weergeven voor de totale verdisconteerde cashflow voor verschillende palmolieprijzen en verschillende WACC’s.

Matrix sensitiviteit per 31 december 2025

WACC/PO prijs (in KUSD) 9,72% 10,72% 11,72%
USD 820/ton CIF 1 185 735 1 045 777 934 448
USD 870/ton CIF 1 308 126 1 157 249 1 036 944
USD 920/ton CIF 1 417 915 1 257 297 1 128 980
Waarde onderliggende assets 974 823 974 823 974 823

De headroom omvat het verschil tussen het totaal aan verdisconteerde cashflows en de waarde van het onderliggend actief:

Headroom (in KUSD)

9,72% 10,72% 11,72%
USD 820/ton CIF 210 912 70 954 - 40 375
USD 870/ton CIF 333 303 182 426 62 121
USD 920/ton CIF 443 092 282 474 154 156

(Blauw = basis scenario)

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

We berekenden tevens ook de break-even palmolieprijs a.d.h.v. verschillende WACC's:

Break-even prijs

9,72% 10,72% 11,72%
USD/ton USD 742/ton USD 783/ton USD 834/ton

Het management is van mening dat de veronderstellingen gebruikt in de bedrijfswaardeberekening zoals hierboven beschreven, de beste inschattingen geven van de toekomstige ontwikkeling. Uit de sensitiviteitsanalyse is gebleken dat de goodwill volledig recupereerbaar is in de meeste scenario’s. Zodoende is het management van mening dat er geen indicatie is voor een eventuele waardevermindering. Toekomstige verkoopprijzen blijven moeilijk te voorspellen over een lange periode en zullen nauwlettend worden gemonitord in de toekomst.

9. BIOLOGISCHE ACTIVA - DRAGENDE PLANTEN

Bewegingstabel biologische activa - dragende planten

Op balansniveau kan de beweging in de biologische activa – dragende planten als volgt samengevat worden:

In KUSD 2025 2024
Bruto boekwaarde per 1 januari 462 702 460 656
Wijzigingen in consolidatiekring 0 0
Aanschaffingen 34 037 31 666
Verkopen en buitengebruikstellingen - 15 553 - 16 606
Overboekingen 2 431 - 12 886
Andere 0 0
Omrekeningsverschillen 269 - 128
Bruto boekwaarde per 31 december 483 886 462 702
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari - 141 850 - 134 000
Wijzigingen in consolidatiekring 0 0
Afschrijvingen - 18 483 - 21 689
Verkopen en buitengebruikstellingen 11 470 13 745
Overboekingen 0 0
Andere 0 0
Omrekeningsverschillen - 210 94
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december - 149 073 - 141 850
Netto boekwaarde per 1 januari 320 851 326 656
Netto boekwaarde per 31 december 334 813 320 851

De buitengebruikstellingen hebben voornamelijk betrekking op de buitengebruikstelling van biologische activa in het kader van het herbeplantingsprogramma bij PT Agro Muko, PT Umbul Mas Wisesa en Hargy Oil Palms Ltd. Deze buitengebruikstellingen zijn in lijn met het normale herbeplantingsschema.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

10. ANDERE MATERIELE VASTE ACTIVA

2025

In KUSD Terreinen en infrastructuur Bureau, gebouwen en meubilair Installaties en machines Rollend materieel Leasing en overige Land-In aanbouw Totaal
Bruto boekwaarde per 1 januari 254 773 214 704 94 309 41 427 4 883 16 946 164 019
Aanschaffingen 7 840 5 785 9 315 1 211 605 24 986 5 624
Verkopen en buitengebruikstellingen - 609 - 266 - 5 442 - 323 - 281 - 434 - 260
Overboekingen 12 375 24 351 4 113 - 17 079 0 - 27 721 1 531
Andere 0 0 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen 2 647 625 405 225 0 96 49
Bruto boekwaarde per 31 december 277 026 245 200 102 699 25 461 5 206 13 872 170 964
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari - 104 113 - 133 968 - 62 209 - 27 099 - 2 789 0 - 3 165
Afschrijvingen - 12 672 - 11 282 - 8 790 - 2 359 - 512 0 - 185
Verkopen en buitengebruikstellingen 583 187 5 451 302 136 0 44
Overboekingen 0 - 10 398 0 10 398 0 0 0
Andere 0 0 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen - 1 592 - 385 - 290 - 158 0 0 - 31
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december - 117 794 - 155 845 - 65 839 - 18 916 - 3 165 0 - 3 337
Netto boekwaarde per 1 januari 150 661 80 737 32 100 14 328 2 094 16 946 160 854
Netto boekwaarde per 31 december 159 233 89 356 36 861 6 545 2 041 13 872 167 627

De investeringen in materiële activa (KUSD 55 367) hadden betrekking op de gebruikelijke vervangingsinvesteringen binnen de bestaande activiteiten en op de nieuwe ontwikkelingen in Zuid-Sumatra (KUSD 22 817). Daarnaast werden belangrijke investeringen gedaan in de palmolie-extractiefabrieken van de Groep. Deze upgrades zijn bedoeld om de productkwaliteit te verbeteren, de verwerkingsefficiëntie te verhogen en de milieu-impact te verminderen door de uitstoot van broeikasgassen (GHG) te verlagen. De projecten omvatten onder meer de installatie van CPO-wasinstallaties, nieuwe hoogrendementsketels, biogasinstallaties en andere verbeteringsprojecten in de palmolie-extractiefabrieken. De resterende activa in aanbouw hebben voornamelijk betrekking op de lopende investeringen in de onvolgroeide beplante arealen, die zullen worden overgeboekt naar de dragende planten zodra zij matuur worden, evenals op verbeteringsprojecten in de palmolie-extractiefabrieken die nog in uitvoering zijn. Er dient te worden opgemerkt dat de definities van bepaalde activaklassen opnieuw werden geëvalueerd. Deze evaluatie heeft geleid tot herclassificaties tussen activacategorieën, die enkel overdrachten vertegenwoordigen en geen impact hebben op het totale activabestand.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

2024

| In KUSD | Terreinen en infrastructuur | Bureau, gebouwen en meubilair | Installaties en machines | Rollend materieel | Leasing en overige | Land-In aanbouw | Totaal |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Bruto boekwaarde per 1 januari | 236 759 | 207 245 | 83 316 | 38 396 | 4 707 | 16 250 | 154 689 | 741 362 |
| Aanschaffingen | 15 984 | 7 430 | 13 423 | 3 432 | 176 | 6 177 | 8 530 | 55 152 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | - 5 687 | - 7 819 | - 2 781 | - 520 | 0 | 0 | - 249 | - 17 057 |
| Overboekingen | 8 909 | 8 133 | 532 | 217 | 0 | - 5 973 | 1 068 | 12 886 |
| Andere | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 536 | 0 | 536 |
| Omrekeningsverschillen | - 1 192 | - 284 | - 181 | - 98 | 0 | - 45 | 19 | - 1 818 |
| Bruto boekwaarde per 31 december | 254 773 | 214 704 | 94 309 | 41 427 | 4 883 | 16 946 | 164 019 | 791 061 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari | - 98 479 | - 131 016 | - 57 059 | - 24 778 | - 2 158 | 0 | - 2 855 | - 316 345 |
| Afschrijvingen | - 11 413 | - 11 003 | - 7 984 | - 2 893 | - 630 | 0 | - 173 | - 34 098 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | 4 924 | 7 880 | 2 712 | 501 | 0 | 0 | 0 | 16 017 |
| Overboekingen | 151 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | - 151 | 0 |
| Andere | 0 | 0 | 0 | 3 | 0 | 0 | 0 | 3 |
| Omrekeningsverschillen | 705 | 172 | 122 | 68 | 0 | 0 | 14 | 1 081 |afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december - 104 113 - 133 968- 62 209 - 27 099 - 2 789 0 - 3 165- 333 342
Netto boekwaarde per 1 januari 138 279 76 229 26 258 13 618 2 549 16 250 151 834 425 018
Netto boekwaarde per 31 december 150 661 80 737 32 100 14 328 2 094 16 946 160 854 457 720

De investeringen in materiële activa (KUSD 55 152) hadden betrekking op de gebruikelijke vervangingsinvesteringen en op de uitbreidingen in Zuid-Sumatra (KUSD 20 633). Naast de verdere uitbouw van de geplante arealen en de bijbehorende infrastructuur, zoals huizen en wegen, werd er ook geïnvesteerd in de vernieuwing van het vrachtwagenpark bij Hargy Oil Palms Ltd (KUSD 10 090 in 2024). De resterende activa in ontwikkeling hebben voornamelijk betrekking op de voortgezette investeringen in de onvolgroeide beplante gebieden, die zullen worden overgedragen naar de dragende planten wanneer deze matuur worden. De overboekingen (KUSD 12 886) hebben voornamelijk betrekking op de ingebruikname van de palmolie-extractiefabriek in PT Agro Muara Rupit in juni 2024, waarbij het bedrag werd overgeboekt van ‘activa in aanbouw’ naar ‘installaties en machines’.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de eigendomsrechten waarop de plantages van de SIPEF-groep gevestigd zijn:

Oppervlakte Type Vervaldatum Gewas
PT Tolan Tiga Indonesia 6 042 Concessie 2023* Oliepalm
PT Tolan Tiga Indonesia 2 437 Concessie 2024* Oliepalm
PT Eastern Sumatra Indonesia 3 178 Concessie 2023* Oliepalm
PT Kerasaan Indonesia 2 362 Concessie 2023* Oliepalm
PT Bandar Sumatra Indonesia 1 413 Concessie 2024* Oliepalm
PT Toton Usaha Mandiri 1 199 Concessie 2046 Oliepalm
PT Agro Muko 2 256 Concessie 2044 Oliepalm
PT Agro Muko 2 423 Concessie 2045 Oliepalm
PT Agro Muko 315 Concessie 2031 Oliepalm
PT Agro Muko 1 410 Concessie 2028 Oliepalm
PT Agro Muko 2 711 Concessie 2053 Oliepalm
PT Agro Muko 7 437 Concessie 2044 Oliepalm
PT Agro Muko 2 171 Concessie 2047 Oliepalm
PT Agro Muko 1 515 Concessie 2022* Oliepalm
PT Agro Muko 2 100 Concessie 2047 Oliepalm
PT Agro Muko 232 Concessie 2056 Oliepalm
PT Umbul Mas Wisesa 4 397 Concessie 2048 Oliepalm
PT Umbul Mas Wisesa 2 071 Concessie 2048 Oliepalm
PT Umbul Mas Wisesa 679 Concessie 2049 Oliepalm
PT Umbul Mas Wisesa 462 Concessie 2049 Oliepalm
PT Umbul Mas Wisesa 155 Concessie 2049 Oliepalm
PT Dendymarker Indah Lestari 13 705 Concessie 2028 Oliepalm
PT Mukomuko Agro Sejahtera 1 705 Concessie 2053 Oliepalm
PT Mukomuko Agro Sejahtera (STGE) 370 Concessie 2024* Oliepalm
PT Mukomuko Agro Sejahtera (BKDE) 1 513 Concessie 2057 Oliepalm
PT Citra Sawit Mandiri 1 641 Concessie 2058 Oliepalm
PT Citra Sawit Mandiri 5 Concessie 2059 Oliepalm
PT Citra Sawit Mandiri 169 Concessie 2059 Oliepalm
PT Timbang Deli Indonesia 972 Concessie 2023* Rubber en oliepalm
Hargy Oil Palms Limited 128 Concessie 2075 Oliepalm
Hargy Oil Palms Limited 2 967 Concessie 2076 Oliepalm
Hargy Oil Palms Limited 7 Concessie 2079 Oliepalm
Hargy Oil Palms Limited 6 460 Concessie 2082 Oliepalm
Hargy Oil Palms Limited 170 Concessie 2090 Oliepalm
Hargy Oil Palms Limited 2 900 Concessie 2101 Oliepalm
Hargy Oil Palms Limited 326 Concessie 2106 Oliepalm
Hargy Oil Palms Limited 1 Concessie 2110 Oliepalm
Hargy Oil Palms Limited 18 Concessie 2113 Oliepalm
Hargy Oil Palms Limited 246 Concessie 2117 Oliepalm
Hargy Oil Palms Limited 16 Concessie 2121 Oliepalm
Hargy Oil Palms Limited 5 Concessie 2124 Oliepalm
Hargy Oil Palms Limited 6 Concessie 2124 Oliepalm
Plantations J. Eglin SA 1 021 Eigendom nvt Bananen
Plantations J. Eglin SA 744 Voorlopige concessie nvt Bananen
Plantations J. Eglin SA 833 Voorlopige concessie nvt Bananen
Totaal 82 892
PT Agro Rawas Ulu 5 233 In onderhandeling - Oliepalm
PT Agro Kati Lama 7 584 In onderhandeling - Oliepalm
PT Agro Kati Lama 3 090 In onderhandeling - Oliepalm
PT Agro Muara Rupit 126 In onderhandeling - Oliepalm
PT Agro Muara Rupit 18 984 In onderhandeling - Oliepalm
Totaal 35 017
  • Alle documentatie voor de vernieuwing van de in 2022, 2023 en 2024 vervallen grondrechten is tijdig bij de bevoegde autoriteiten ingediend. De autoriteiten zijn bezig met de beoordeling en goedkeuring. Er zijn geen aanwijzingen dat deze grondrechten niet zullen worden verlengd. Daarnaast heeft onze dochteronderneming Hargy Oil Palms Ltd een totaal van 7 221 hectare oppervlakte (waarvan 4 079 hectare beplant) op onderverhuurd land (“subleased land”), met vervaldata tussen 2036 en 2044.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture. Gezien de recente wijzigingen in de wettelijke vereisten en de invoering van gecentraliseerde online vergunningsprocedures door de Indonesische autoriteiten, blijft het proces van de vernieuwing van de concessierechten landelijk vertraging oplopen, maar het blijft op schema, waarbij aan alle vereisten is voldaan. De onderneming blijft in voortdurende dialoog met de autoriteiten om de vernieuwing van de concessierechten zo spoedig mogelijk te faciliteren. SIPEF blijft ervan overtuigd dat de vernieuwingen succesvol zullen worden afgerond.

11. VORDERINGEN OP LANGER DAN EEN JAAR

In KUSD 2025 2024
Vorderingen > 1 jaar 41 385 45 581
In KUSD 2025 2024
Vorderingen op lokale boeren 27 987 33 893
Andere 13 398 11 688
Totaal 41 385 45 581

De ‘vorderingen groter dan één jaar’ bestaan uit leningen aan lokale boeren in Zuid-Sumatra om hun nieuwe aanplantingen te financieren, en uit de lening aan Verdant Bioscience Pte Ltd. De ‘vorderingen op lokale boeren’ zullen geleidelijk worden terugbetaald vanaf het moment dat de lokale boeren een ‘going concern’- plantage worden waarbij de opbrengst van de FFB-verkoop gedeeltelijk gebruikt zal worden om de lening terug te betalen. De ‘vordering op lokale boeren’ worden onderverdeeld in rentedragende en niet-rentedragende vorderingen. De niet-rentedragende vorderingen worden bij opname verdisconteerd. De totale verdisconteringskosten tot 31 december 2025 bedragen KUSD 2 432 met een kost effect van KUSD 55 voor 2025. De totale afwikkeling van de verdiscontering bedraagt een opbrengst van KUSD 150 voor 2025. De Groep heeft het verwachte kredietverlies berekend in overeenstemming met IFRS 9 en heeft een test voor bijzondere waardevermindering uitgevoerd op de uitstaande vorderingen op lokale boeren waaruit werd vastgesteld dat er geen basis is voor een bijzondere waardevermindering op basis van de lange termijn aflossingsplannen. De terugbetaling van de leningen door lokale boeren zal grotendeels worden bepaald door de FFB-productie en de wereldwijde palmolieprijzen in de komende jaren en is ook afhankelijk van de voorwaarden van de regeling met de lokale boeren. Daarom is het niet mogelijk het precieze tijdstip van terugbetaling te voorspellen. De Groep heeft momenteel een totale korte termijn vordering ten opzichte van lokale boeren van KUSD 9 838 (2024: KUSD 5 241) - inbegrepen in de lopende overige vorderingen - en een lange termijn verdisconteerde vordering ten opzichte van lokale boeren van KUSD 27 987 (2024: 33 893). De langlopende lening aan onze geassocieerde onderneming Verdant Bioscience Pte Ltd wordt gebruikt om onderzoek naar en de ontwikkeling van hoogproductieve zaden te financieren.

12. VOORRADEN

Analyse van de voorraden:

In KUSD 2025 2024
Grond- en hulpstoffen 26 146 27 031
Gereed product 22 078 19 103
Totaal 48 224 46 135

De resterende voorraad ‘grond- en hulpstoffen’ is gedaald met KUSD 885 in vergelijking met vorig jaar. Dit is voornamelijk te wijten aan de timing van de aankopen van meststoffen die lager waren per december 2025. De stijging van het ‘gereed product’ is het gevolg van de hogere CPO-voorraad op jaareinde vergeleken met vorig jaar (22 414 ton in 2025 tegenover 18 536 ton in 2024). De CPO-prijs was licht hoger op jaareinde (USD 1 270/ton in 2025 tegenover USD 1 265/ton in 2024), wat resulteerde in een hogere totale voorraadwaarde.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

13. BIOLOGISCHE ACTIVA

De totale biologische activa op het einde van het jaar kan als volgt worden weergegeven:

In KUSD 2025 2024
Biologische activa - palmolie 8 104 7 560
Biologische activa - bananen 5 679 5 988
Totaal 13 783 13 547

De biologische activa van palmolie wordt gedefinieerd als de olie die de palmvruchten bevatten. Wanneer de palmvruchten olie bevatten, wordt dit duidelijk onderscheidbaar actief erkend en wordt de reële waarde geschat op basis van:
* de geschatte hoeveelheid olie die beschikbaar is in de palmvruchten
* de verwachte verkoopprijs van de palmolie op het moment van afsluiten
* de verwachte kosten voor het oogsten en verwerken van de palmvruchten
* de verwachte verkoopkosten (transport, exportbelasting, ...)

Uit verschillende wetenschappelijke studies blijkt dat de olie in de palmvruchten zich exponentieel ontwikkelt op ongeveer 4 weken. De geschatte hoeveelheid olie die beschikbaar is in de palmvruchten, wordt bijgevolg bepaald op basis van de oogst van de 4 weken na het moment van afsluiten. Bij de berekening van de geschatte hoeveelheid olie daalt het gewogen belang van de oogst trapsgewijs per week, om zo de hoeveelheid olie op het moment van afsluiten zo goed mogelijk te benaderen. De marge uit verwerking wordt uitgesloten bij de berekening van de biologische activa. De reële waarde van de biologische activa per 31 december 2025 is gebaseerd op level 2 data input. Per 31 december 2025, bedraagt de totale biologische activa van palmolie KUSD 8 104 ten opzichte van KUSD 7 560 per 31 december 2024.

Impact van de geschatte hoeveelheid olie -10% Boekwaarde 8 104 +10% Boekwaarde
van de biologische activa - palmolie 7 294 8 104 8 915
Bruto impact winst- en verliesrekening (voor belastingen) - 810 810

De verwachtte verkoopprijs en de verwachtte kosten zijn de effectieve verkoopprijzen en kosten op het moment van afsluiten. De resultaten van de wijziging van de reële waarde van de palmvruchten worden opgenomen onder de ‘aanpassingen van de reële waarde van de biologische activa’.De stijging ten opzichte van vorig jaar is voornamelijk het gevolg van een toename van de verwachte productie van verse vruchtentrossen (FFB) in januari 2026, die gebruikt wordt als basis voor de waardering, vergeleken met de verwachtingen van januari 2025. De biologische activa per eind december omvat ook de consumeerbare biologische activa met betrekking tot de bananen van ons filiaal Plantations J. Eglin SA. De biologische activa van bananen wordt gedefinieerd als de bananentrossen die over 3 maanden zullen worden geoogst, gewogen naar rato van elke resterende oogstmaand. Drie maanden vóór de oogst wordt een betrouwbare bloementelling uitgevoerd, die wordt gebruikt om de geschatte biologische activa te bepalen. De netto verkoopprijs om de biologische activa te waarderen wordt bepaald als de huidige marktprijzen verminderd met de resterende kosten om de biologische activa te verkopen.

Het saldo per 31 december 2025 bedraagt KUSD 5 679 (2024: KUSD 5 988) en is stabiel gebleven ten opzichte van vorig jaar, aangezien de uitbreidingen in Akoudié en Lumen zo goed als afgerond zijn.

Impact van de geschatte hoeveelheid bananen -10% Boekwaarde +10% Boekwaarde
Boekwaarde van de biologische activa - bananen 5 111 5 679
Bruto impact winst- en verliesrekening (voor belastingen) - 568 568

Er zijn geen beperkingen, toezeggingen of verplichtingen met betrekking tot de biologische activa van de Groep.

14. OVERIGE VLOTTENDE VORDERINGEN EN OVERIGE SCHULDEN

De 'overige vorderingen' zijn gestegen met KUSD 11 943 van KUSD 32 859 in 2024 tot KUSD 44 802 in 2025. De overige vorderingen bestaan voornamelijk uit btw-vorderingen in de verschillende dochterondernemingen, maar omvatten eveneens een rekening-courant met PT Melania dat is geclassificeerd als ‘activa aangehouden voor verkoop’, voor een nettobedrag van KUSD 6 134 (2024: KUSD 4 460), en de vorderingen op lokale boeren < 1 jaar ten belope van KUSD 9 838 (2024: KUSD 5 241).

De belangrijkste reden voor de stijging is de herclassificatie van de lening aan lokale boeren van lange termijn naar korte termijn (KUSD 9 838). Naarmate de door lokale boeren beheerde arealen volwassener en productiever worden, zijn zij beter in staat hun leningen terug te betalen. Daarom wordt verwacht dat een groter deel van deze leningen in 2026 zal worden terugbetaald. De overige bewegingen bestaan uit verschillende kleinere posten in de verschillende dochterondernemingen, voornamelijk met betrekking tot BTW.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

De Groep heeft het verwachte kredietverlies berekend in overeenstemming met IFRS 9 en heeft vastgesteld dat dit geen materiële impact heeft. De ‘overige schulden’ (KUSD 16 246 in 2025 en KUSD 20 373 in 2024) hebben voornamelijk betrekking op sociale verplichtingen (te betalen lonen, voorzieningen voor vakantiegeld en bonussen) en andere niet-handelsgerelateerde schulden.

15. EIGEN VERMOGEN DEEL GROEP

Kapitaal en uitgiftepremies

Het maatschappelijk kapitaal van de onderneming per 31 december 2025 bedraagt KUSD 44 734, verdeeld over 10 579 328 volstortte gewone aandelen zonder nominale waarde.

2025 2024 Verschil
Aantal aandelen 10 579 328 10 579 328 0
In KUSD 2025 2024 Verschil
Kapitaal 44 734 44 734 0
Uitgiftepremie 107 970 107 970 0
Totaal 152 704 152 704 0
2025 KUSD 2024 KUSD 2025 KEUR 2024 KEUR
Eigen aandelen beginsaldo 10 634 11 681 8 684 9 641
Inkoop/verkoop eigen aandelen - 1 675 - 1 048 - 1 458 - 958
Eigen aandelen - eindsaldo 8 959 10 634 7 226 8 684

Vanaf de start van het aandelen-inkoopprogramma op 22 september 2011, heeft SIPEF een totaal van 128 786 eigen aandelen ingekocht voor een bedrag van KEUR 7 226, ofwel 1,2173% van het totale aantal uitstaande aandelen, ter dekking van een aandelenoptieplan voor het management. Voor bijkomende informatie wordt verwezen naar toelichting 22.

Toegestaan kapitaal

De buitengewone algemene vergadering van 14 juni 2023 heeft de raad van bestuur gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal in een of meer malen te verhogen voor een bedrag van KUSD 44 734, gedurende een periode van 5 jaar, na de bekendmaking van haar beslissing.

Aandeelhoudersstructuur

De volgende aandeelhoudersmeldingen werden aan de onderneming bekendgemaakt:

In onderling overleg Aantal aandelen Datum** Deler %
Ackermans & Van Haaren NV** 4 362 701 3/03/2025 10 579 328 41,24
Cabra NV* 1 001 032 3/03/2025 10 579 328 9,46
Cabra P* 100 000 3/03/2025 10 579 328 0,95
Cabra T* 100 000 3/03/2025 10 579 328 0,95
Cabra V* 100 000 3/03/2025 10 579 328 0,95
Theodora Bracht* 2 000 3/03/2025 10 579 328 0,02
Priscilla Bracht* 0 3/03/2025 10 579 328 0,00
Victoria Bracht* 0 3/03/2025 10 579 328 0,00
SIPEF eigen aandelen** 155 512 3/03/2025 10 579 328 1,47
Totaal stemmen handelend in onderling overleg 5 821 245 55,02
  • Groep Bracht
    ** Laatste transparantiemelding
    1 aandeel = 1 stemrecht

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

Omrekeningsverschillen

De omrekeningsverschillen bevatten alle verschillen die voortvloeien uit de omrekening van de jaarrekeningen van onze dochterondernemingen waarvan de functionele valuta verschillend is van de presentatiemunteenheid van de Groep (USD). De beweging ten opzichte van vorig jaar is voornamelijk het gevolg van de beweging van de USD ten opzichte van de EUR (KUSD 869).

In KUSD 2025 2024
Beginsaldo per 1 januari -11 396 -10 978
Mutatie, integrale consolidatie 869 - 418
Mutatie, wijziging in consolidatiekring 0 0
Eindsaldo per 31 december -10 527 -11 396

Dividenden

Op 10 februari 2026, heeft de raad van bestuur de uitbetaling van een dividend van maximum KEUR 45 491 (EUR 4,30 bruto per gewoon aandeel) voorgesteld. Dit dividend is nog niet goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders van SIPEF en werd dusdanig niet verwerkt in de jaarrekening per 31 december 2025.

Kapitaalbeheer

De kapitaalstructuur van de Groep is gebaseerd op de financiële strategie zoals vastgesteld door de raad van bestuur. Deze strategie bestaat samengevat uit een expansiepolitiek met het respecteren van een zeer beperkte schuldgraad. Het management legt jaarlijks het financieringsplan ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur.

Controleketen

  1. Controleketen boven Ackermans & van Haaren NV
    I. Ackermans & van Haaren NV wordt rechtstreeks gecontroleerd door Scaldis Invest NV, een vennootschap naar Belgisch recht.
    II. Scaldis Invest NV wordt rechtstreeks gecontroleerd door Belfimas NV, een vennootschap naar Belgisch recht.
    III. Belfimas NV wordt rechtstreeks gecontroleerd door Celfloor SA, een vennootschap naar Luxemburgs recht.
    IV. Celfloor SA wordt rechtstreeks gecontroleerd door Apodia International Holding BV, een vennootschap naar Nederlands recht.
    V. Apodia International Holding BV wordt rechtstreeks gecontroleerd door Palamount SA, een vennootschap naar Luxemburgs recht.
    VI. Palamount SA wordt rechtstreeks gecontroleerd door “Het Torentje”, een stichting administratiekantoor opgericht naar Nederlands recht.
    VII. Stichting administratiekantoor “Het Torentje” is de ultiem controlerende aandeelhouder.

  2. Controleketen boven Cabra NV
    Priscilla Bracht, Theodora Bracht en Victoria Bracht oefenen gezamenlijke zeggenschap uit over Cabra NV.

  3. Controleketen boven Cabra P NV, Cabra T NV en Cabra V NV
    Cabra P NV, Cabra T NV en Cabra V NV worden rechtstreeks gecontroleerd door Priscilla Bracht, Theodora Bracht en Victoria Bracht.

  4. Controleketen boven SIPEF
    Ackermans & van Haaren NV en Groep Bracht oefenen gezamenlijke zeggenschap uit over SIPEF.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

16. MINDERHEIDSBELANGEN

Hieronder worden de minderheidsbelangen per onderneming weergegeven, alsook hun deel in het eigen vermogen en de winst van het boekjaar:

In KUSD Aandeel % 2025 Aandeel in het eigen vermogen 2025 Aandeel in de winst van het boekjaar Aandeel % 2024 Aandeel in het eigen vermogen 2024 Aandeel in de winst van het boekjaar
PT Tolan Tiga Indonesia 5,00 24 880 1 137 5,00 23 599 620
PT Eastern Sumatra Indonesia 9,75 9 340 1 007 9,75 8 337 824
PT Kerasaan Indonesia 45,85 3 443 2 106 45,85 3 960 1 676
PT Bandar Sumatra Indonesia 9,75 808 - 30 9,75 842 - 28
PT Melania Indonesia 2,75 235 0 2,75 235 0
PT Mukomuko Agro Sejahtera 14,26 - 555 64 14,26 - 621 - 98
PT Umbul Mas Wisesa 5,00 844 512 5,00 340 235
PT Citra Sawit Mandiri 5,00 108 108 5,00 1 66
PT Toton Usaha Mandiri 5,00 436 91 5,00 346 64
PT Agro Rawas Ulu 0,00 0 0 0,00 0 0
PT Agro Kati Lama 0,00 0 0 0,00 0 0
PT Agro Muara Rupit 0,00 - 1 0 0,00 - 1 0
PT Agro Muko 4,95 4 256 1 331 4,95 2 936 937
PT Dendymarker Indah Lestari 4,95 -2 183 439 4,95 -2 619 113
Jabelmalux SA 0,00 - 1 0 0,00 - 1 0
Totaal 41 610 6 766 37 355 4 409

Het aandeel van de minderheidsbelangen in de materiële vaste activa (inclusief de biologische activa - dragende planten) bedraagt KUSD 25 648 in 2025 (2024: KUSD 24 004). Er waren in 2025 geen wijzigingen in de minderheidsbelangen binnen de groep. De bewegingen van het jaar kunnen als volgt samengevat worden:

In KUSD 2025 2024
Per einde vorig boekjaar 37 355 35 042
Winst van de periode toe te rekenen aan minderheidsbelangen 6 766 4 409
Toegezegd-pensioenregelingen - IAS 19R - 59 54
Uitbetaalde dividenden -2 451 -2 151
Per einde boekjaar 41 610 37 355

De uitbetaalde dividenden aan minderheidsbelangen bestaan uit:

In KUSD 2025 2024
PT Kerasaan Indonesia 2 451 2 150
Jabelmalux 0 1
Totaal 2 451 2 151

Het dividend van PT Kerasaan en Jabelmalux SA werd toegekend en betaald in 2025. Er zijn geen beperkingen op de overdrachten van geldfondsen. De minderheden hebben geen rechten om de activa van de Groep aan te wenden of de passiva van de dochterondernemingen af te lossen. De minderheidsbelangen hebben geen significante beschermende rechten (“protective rights”). Er zijn geen beperkingen om activa te realiseren en verplichtingen van dochterondernemingen af te wikkelen.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten 17.### VOORZIENINGEN

In KUSD 2025 2024
Voorziening btw-geschillen in Indonesië 388 427
Voorziening negatief eigen vermogen bij geassocieerde deelnemingen 1 150 0
Totaal 1 538 427

De voorzieningen met betrekking tot btw-geschillen in Indonesië bedragen KUSD 388 per 31 december 2025. Tijdens het jaar zijn er een aantal rechtszaken geweest die voornamelijk in het voordeel van SIPEF werden beslecht. Het is moeilijk een inschatting te maken van de termijn waarbinnen het geschil zal worden afgehandeld. De resterende voorziening wordt geraamd op basis van de verhouding tussen de rechtszaken die in het voordeel van SIPEF werden beslecht en het totaal aantal nog lopende rechtszaken.

De investeringen van de Groep in geassocieerde deelnemingen omvatten Verdant Bioscience Pte Ltd en PT Timbang Deli (toelichting 24), die beide volgens de vermogensmutatiemethode worden verwerkt. In 2025 overschreed het aandeel van de Groep in de gecumuleerde verliezen de boekwaarde van deze investeringen. De Groep heeft bijkomende verliezen enkel opgenomen in de mate dat zij juridische of feitelijke verplichtingen heeft aangegaan en/of betalingen heeft verricht namens deze geassocieerde deelnemingen. Overeenkomstig werd in 2025 een voorziening van KUSD 1 150 opgenomen in verband met de verplichting van de Groep om de negatieve vermogenspositie van deze geassocieerde deelnemingen te financieren/dekken.

18. PENSIOENVERPLICHTINGEN

Toegezegde-pensioenregelingen

De voorziening voor pensioenen betreft in hoofdzaak de toegezegde-pensioenregelingen in Indonesië. Deze pensioenregelingen, die voorzien in de uitkering van een kapitaal bij pensionering, zijn niet extern gefinancierd. Het totaal aantal werknemers dat aangesloten is op deze pensioenregeling bedraagt 10 914. De pensioenregeling wordt uitbetaald op 55-jarige leeftijd, of na 30 jaar anciënniteit, afhankelijk van welke het eerst wordt bereikt.

Aangezien de pensioenregeling wordt aangepast door de toekomstige loonsverhogingen en een actualiseringsvoet, wordt het pensioenplan blootgesteld aan het risico van potentiële wijzigingen in de toekomstige loonverwachtingen van Indonesië, alsook het risico van de inflatie en de intrestvoeten in Indonesië. Bovendien zijn de pensioenen betaalbaar in Indonesische Roepia (IDR). Hierdoor wordt de pensioenregeling blootgesteld aan een wisselkoersrisico. We verwijzen naar toelichting 26 voor meer info met betrekking tot het wisselkoersrisico van de Groep. Vermits de pensioenregeling niet extern gefinancierd wordt, is er geen risico op het lange termijnbeleggingsrendement.

De volgende reconciliatie geeft de variatie van de totale pensioenvoorziening weer tussen 2024 en 2025:

In KUSD 2024 Pensioenkost Betalingen Wisselkoers verschil Omrekenings-perimeter Variatie 2025
Indonesië 22 850 5 461 -1 246 -787 0 0 26 278
Côte d'Ivoire 953 306 -91 0 124 0 1 293
Totaal 23 803 5 767 -1 337 -787 124 0 27 571

De volgende assumpties worden gebruikt voor de pensioenberekening van Indonesië:

2025 2024
Actualiseringsvoet 6,75% 7,00%
Toekomstige loonsverhoging 5,00% 5,00%
Verwachte pensioenleeftijd 55 jaar of 30 jaar anciënniteit 55 jaar of 30 jaar anciënniteit

De pensioenverplichtingen in Indonesië zijn als volgt gewijzigd:

In KUSD 2025 2024
Beginsaldo 22 850 22 471
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 2 439 2 307
Rentekosten 1 531 1 431
Betaalde vergoedingen -1 246 -1 344
Actuariële winsten en verliezen 1 490 -853
Wisselkoersresultaten -787 -1 161
Eindsaldo 26 278 22 850

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

De actuariële winsten en verliezen bestaan uit de volgende componenten:

In KUSD 2025 2024
Ervaringsaanpassingen 388 -300
Wijzigingen in assumpties 1 103 -553
Totaal actuariële winsten en verliezen 1 490 -853

De actuariële winsten en verliezen opgenomen in bovenstaande tabel, omvatten het grootste deel van de totale actuariële winsten en verliezen in het geconsolideerde totaalresultaat. De pensioenkost in Indonesië kan als volgt geanalyseerd worden:

In KUSD 2025 2024
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 2 439 2 307
Rentekosten 1 531 1 431
Pensioenkost 3 970 3 738
Actuariële winsten en verliezen geboekt via het totaalresultaat 1 490 -853
Totale pensioenkost 5 461 2 885

Deze kosten zijn gerubriceerd in de posten kostprijs van verkopen en de algemene- en beheerskosten van de winst- en verliesrekening. De geschatte betalingen bedragen KUSD 1 333 voor 2026.

Sensitiviteit van de variatie van de actualiseringsvoet en toekomstige loonsverhoging
De waarden zoals opgenomen in de balans zijn gevoelig voor een verandering in actualiseringsvoet t.o.v. de gebruikte actualiseringsvoet. Hetzelfde geldt voor een verandering in de werkelijke toekomstige loonsverhoging t.o.v. de gehanteerde toekomstige loonsverhoging. Voor onze Indonesische filialen, voerden we simulaties uit waarbij we beide parameters met 1% verhoogden of verlaagden. Dit had volgende invloed op de huidige waarde van de pensioenvoorzieningen:

Impact aanpassing actualiseringsvoet
| In KUSD | +1% | Boekwaarde | -1% |
| :--- | :--- | :--- | :--- |
| Pensioenvoorziening Indonesische filialen | 23 781 | 26 278 | 28 536 |
| Bruto impact totaalresultaat | 2 497 | - | -2 257 |

Impact aanpassing toekomstige loonsverhoging
| In KUSD | +1% | Boekwaarde | -1% |
| :--- | :--- | :--- | :--- |
| Pensioenvoorziening Indonesische filialen | 28 665 | 26 278 | 28 886 |
| Bruto impact totaalresultaat | -2 387 | - | 2 608 |

Toegezegde-bijdragenregelingen

De Groep betaalt eveneens vaste bijdragen aan openbare of privé-verzekeringsplannen. Aangezien de Groep aangesproken kan worden om bijkomende betalingen te verrichten, in geval het gemiddelde rendement op de werkgeversbijdragen en op de werknemersbijdragen niet wordt gehaald, dienen deze plannen volgens IAS 19 te worden beschouwd als “toegezegd-pensioenregelingen”.

Naar aanleiding van een analyse van de plannen en het geringe verschil tussen het wettelijk minimum gegarandeerd rendement en het rendement dat gegarandeerd wordt door de verzekeraar, heeft de Groep besloten dat het toepassen van de PUC methode een immateriële impact zou hebben. Het totaal van de gecumuleerde reserves bedroeg KUSD 650 per eind december 2025 (2024: KUSD 1 537) ten opzichte van het totale minimum gegarandeerd rendement van KUSD 609 per 31 december 2025 (2024: KUSD 1 237). De gestorte bijdragen in het kader van toegezegde-bijdragenregelingen bedragen KUSD 203 (2024: KUSD 442). SIPEF is niet verantwoordelijk voor het minimum gegarandeerd rendement op de bijdragen voor de leden van het executief comité (KUSD 106).

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

19. NETTO FINANCIELE ACTIVA/(VERPLICHTINGEN)

De netto financiële activa/(verplichtingen) (Niet binnen GAAP gedefinieerde maatstaf) kunnen als volgt worden geanalyseerd:

In KUSD 2025 2024
Financiële verplichtingen < 1 jaar - kredietinstellingen -2 935 -35 894
Geldbeleggingen 1 1
Geldmiddelen en kasequivalenten 93 372 19 880
Leasing verplichting -2 075 -2 073
Netto financiële activa/(verplichtingen) 88 362 -18 087

Analyse netto financiële activa/(verplichtingen) 2025 per munt:

In KUSD EUR USD Andere Totaal
Korte termijn financiële verplichtingen -2 935 0 0 -2 935
Andere investeringen en beleggingen 0 1 0 1
Geldmiddelen en kasequivalenten 5 388 84 729 3 254 93 372
Leasing verplichting -407 0 -1 668 -2 075
Totaal 2025 2 047 84 730 1 585 88 362
Totaal 2024 -3 557 -13 149 -1 381 -18 087

De ‘korte termijn financiële verplichtingen’ in EUR betreffen commercial papers voor een totaal bedrag van KUSD 2 935. Deze schuld werd volledig ingedekt aan een gemiddelde koers van EUR 1 = USD 1,0684. Er zijn geen 'financiële verplichtingen > 1 jaar' per 31 december 2025. Er zijn geen lening convenanten van toepassing.

Aansluiting van de netto financiële activa/(verplichtingen) met kasstroomoverzicht:

In KUSD 2025 2024
Netto financiële activa/(verplichtingen) begin periode -18 087 -31 418
Terugbetaling leningen op lange termijn 778 18 924
Opname leningen op lange termijn -593 -398
Terugbetaling financiële verplichtingen op korte termijn 33 398 50
Opname financiële verplichtingen op korte termijn -626 -13 575
Netto beweging van geldmiddelen en kasequivalenten 73 492 8 331
Netto financiële activa/(verplichtingen) einde periode 88 362 -18 087

Aansluiting van de totale financiële verplichtingen:

In KUSD 2025 2024
Financiële verplichting begin periode 37 967 42 968
Terugbetaling leningen op lange termijn -778 -18 924
Opname leningen op lange termijn 593 398
Terugbetaling financiële verplichtingen op korte termijn -33 398 -50
Opname financiële verplichtingen op korte termijn 626 13 575
Financiële verplichting einde periode 5 010 37 967

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

20. OVERIGE BEDRIJFSOPBRENGSTEN/(KOSTEN)

De overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) kunnen als volgt uitgesplitst worden:

2025 2024
In KUSD Totaal Aandeelhouders van de moedermaatschappij Minderheidsbelangen Totaal
BTW-geschil Indonesië 91 83 6 127
Reële waarde correctie op de verkoop van PT Melania -2 018 -1 917 -101 -6 394
Buitengebruikstelling biologische activa - herbeplanting -4 361 -4 143 -218 -1 361
Waardevermindering UMW biopellet project 0 0 0 -157
Verhuur tankopslag capaciteit 0 0 0 211
Thee resultaat 44 41 2 118
Andere opbrengsten/(kosten) 583 554 29 523
Overige bedrijfs-opbrengsten/(kosten)* -5 662 -5 383 -282 -6 933
  • De cijfers van het voorgaande boekjaar zijn herwerkt om de herclassificatie van het resultaat van thee, ten bedrage van 118 KUSD, naar overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) weer te geven, aangezien thee niet langer als een kernsegment binnen de Groep wordt beschouwd.De overige bedrijfsopbrengsten/kosten bestaan voornamelijk uit:
  • De mutatie in de voorziening voor de Indonesische btw-claim (KUSD +91) voornamelijk in het voordeel van SIPEF
  • De aanpassing van de reële waarde van de verkoop van PT Melania (KUSD -2 018), zie toelichting 30
  • De buitengebruikstelling van de resterende nettoboekwaarde van de biologische activa in verband met het herplantingsprogramma (KUSD -4 361)
  • De herclassificatie van het resultaat van thee (KUSD 44), aangezien dit niet langer wordt beschouwd als een kernsegment binnen de Groep
  • Het resterende bedrag heeft betrekking op voorraadaanpassingen voor verouderde voorraden, magazijn verkopen aan lokale boeren in Papoea-Nieuw-Guinea en andere niet-materiële posten

Vorig jaar hadden de overige bedrijfsopbrengsten/kosten voornamelijk betrekking op de aanpassing van de reële waarde op de verkoop van PT Melania (KUSD -6 394) en de buitengebruikstelling van de resterende nettoboekwaarde van de biologische activa in verband met het herplantingsprogramma bij PT Umbul Mas Wisesa (KUSD -1 361).

21. FINANCIEEL RESULTAAT

De financieringsopbrengsten betreffen de ontvangen interesten op lopende rekeningen met niet-geconsolideerde ondernemingen en op tijdelijke kasoverschotten, alsook de opbrengst van de afwikkeling van de verdiscontering van de ‘vorderingen > 1 jaar’. De financieringskosten betreffen de interesten op leningen op lange en korte termijn evenals bankkosten, verdiscontering van de lange termijn lening aan lokale boeren en overige financiële kosten.

In KUSD 2025 2024
Ontvangen interesten 2 334 1 476
Afwikkeling van de verdiscontering 146 113
Verdiscontering vorderingen > 1 jaar -782 -399
Financiële kosten -1 672 -2 553
Wisselresultaten 880 -3 938
Financieel resultaat m.b.t. derivaten 1 852 -1 338
Financieel resultaat 2 759 -6 640

De ontvangen interesten stegen in 2025 als gevolg van hogere kasoverschotten die op kortetermijndeposito’s werden geplaatst in vergelijking met 2024. De financiële kosten daalden gelijktijdig doordat de financiële schuldenniveaus werden verminderd. Tijdens de eerste vijf maanden van 2025 was de netto financiële positie (NFP) negatief en werd het werkkapitaal gedeeltelijk gefinancierd met straight loans en commercial papers tegen hogere rentevoeten, wat de financieringsopbrengsten op de USD-deposito’s gedeeltelijk compenseerde. De wisselkoers- en financiële resultaten uit derivaten houden voornamelijk verband met de valuta-indekking van het EUR-dividend en met de waardedaling van de openstaande netto vorderingenposities in EUR, PGK en IDR tegenover de USD in vergelijking met vorig jaar.

22. AANDELENOPTIEPLANNEN

Jaar van aanbod Beginsaldo 2025 Aantal toegekende opties Aantal uitgeoefende opties Aantal vervallen opties Eindsaldo 2025
2013 0 0
2014 0 0
2015 16 000 -16 000 0
2016 16 000 -14 000 2 000
2017 18 000 -12 435 5 565
2018 18 000 -8 000 10 000
2019 18 000 -5 982 12 018
2020 18 000 18 000
2021 16 000 16 000
2022 18 000 18 000
2023 20 000 20 000
2024 18 000 18 000
2025 0 16 000 16 000
Saldo 176 000 16 000 -56 417 0 135 583
2025 Aantal aandelenopties 2025 Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in EUR) 2024 Aantal aandelenopties 2024 Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in EUR)
1 januari 176 000 53,2 180 000 52,9
Toegekend gedurende het jaar 16 000 78,5 18 000 56,9
Verlies van rechten en vervallen opties gedurende het jaar 0 0,0 -2 000 54,7
Uitgeoefend gedurend het jaar -56 417 53,1 -20 000 53,7
31 december 135 583 56,3 176 000 53,2
Waarvan uitoefenbaar op 31 december 81 583 120 000
Bereik van de uitoefenprijzen (EUR) Aantal uitstaande aandelenopties Gewogen gemiddelde resterende looptijd (in jaren) Gewogen gemiddelde uitoefenprijs Aantal uitoefenbare opties Gewogen gemiddelde uitoefenbare prijs
44,59 - 45,61 30 018 4,6 45,0 30 018 45,0
49,15 - 53,09 32 000 6,0 52,4 12 000 51,8
56,88 - 57,70 36 000 8,0 57,3 18 000 57,7
58,31 - 62,87 21 565 5,0 59,5 21 565 59,5
78,52 16 000 10,0 78,5 0 N/A
135 583 81 583

Het aandelenoptieplan van SIPEF, dat in november 2011 werd goedgekeurd, beoogt de motivatie op lange termijn van de leden van het executief comité en algemene directeuren van de buitenlandse filialen wiens activiteit essentieel is voor het succes van de Groep. De opties geven recht op de verwerving van evenveel aandelen SIPEF. Het remuneratiecomité is belast met de opvolging van dit plan en met de selectie van de begunstigden. De opties worden gratis aangeboden en hebben een looptijd van 10 jaar. IFRS 2 werd toegepast op de aandelenopties. De totale waarde van de uitstaande opties 2016 tot en met 2025 (gewaardeerd aan de reële waarde op moment van toekenning), bedraagt KUSD 1 321 en is berekend aan de hand van een aangepast Black & Scholes model.

Jaar toekenning Beurskoers (in EUR) Dividend rendement Verwachte levensduur Volatiliteit Intrestvoet Black & Scholes waarde (in EUR)
2011 58,00 2,50% 5,00 38,29% 3,59% 18,37
2012 58,50 2,50% 5,00 37,55% 0,90% 15,07
2013 57,70 2,50% 5,00 29,69% 1,36% 12,72
2014 47,68 2,50% 5,00 24,83% 0,15% 5,34
2015 52,77 2,50% 5,00 22,29% 0,07% 8,03
2016 60,49 3,00% 5,00 19,40% -0,37% 8,38
2017 62,80 3,00% 5,00 18,88% -0,12% 5,57
2018 48,80 3,00% 5,00 18,60% -0,03% 3,54
2019 54,80 3,00% 5,00 19,56% -0,32% 8,12
2020 43,20 3,00% 5,00 23,35% -0,66% 4,57
2021 56,90 3,00% 5,00 24,14% -0,33% 6,74
2022 58,90 3,00% 5,00 25,86% 2,82% 11,73
2023 53,00 3,00% 5,00 25,97% 2,25% 9,78
2024 56,80 3,00% 5,00 24,95% 2,47% 10,15
2025 81,20 4,00% 5,00 21,52% 2,73% 14,28

In 2025, werden 16 000 nieuwe aandelenopties toegekend met een uitoefenprijs van EUR 78,5 per aandeel. De reële waarde bij toekenning werd vastgelegd op KUSD 268 en wordt over de 'vesting'-periode van 3 jaar (2026-2028) in resultaat genomen. De totale kost van de aandelenopties die werd opgenomen in de winst- en verliesrekening bedraagt KUSD 219 in 2025 (2024: KUSD 201). Ter indekking van de uitstaande optieverplichtingen heeft SIPEF in totaal 128 786 aandelen in portefeuille. Het inkoopprogramma wordt voortgezet in 2026 totdat het aantal ingekochte eigen aandelen gelijk is aan het aantal uitstaande opties.

Aantal aandelen Gemiddelde aankoopprijs (in EUR) Totale aankoopprijs (in KEUR) Totale aankoopprijs (in KUSD)
Beginsaldo 31/12/2024 162 016 53,6 8 683 10 634
Inkoop eigen aandelen 23 187 68,7 1 593 1 787
Verkoop eigen aandelen -56 417 54,1 -3 050 -3 461
Eindsaldo 31/12/2025 128 786 56,1 7 226 8 959

De buitengewone algemene vergadering van 14 juni 2023 heeft de raad van bestuur gemachtigd om, indien nodig geacht, eigen aandelen van SIPEF aan te kopen gedurende een periode van 5 jaar na bekendmaking van haar beslissing.

23. WINSTBELASTINGEN

De aansluiting tussen de belastinglasten en de toepasselijke lokale belastingtarieven wordt als volgt voorgesteld:

In KUSD 2025 2024
Resultaat voor belasting 190 448 97 464
Belastingen aan gangbare lokale belastingvoeten -47 819 -23 990
Gemiddelde toepasselijke belastingtarief -25,11% -24,61%
Permanente verschillen -656 -1 131
Verliezen van het jaar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgezet 0 -81
Roerende voorheffing op het dividend van Hargy Oil Palms Ltd -9 000 0
Waardevermindering op uitgestelde belastingvorderingen die in het verleden werden opgezet -561 -1 157
Terugname van waardeverminderingen op uitgestelde belastingvorderingen die in het verleden werden opgezet 1 728 1 914
Aanpassing van de reële waarde op de verkoop van PT Melania -444 -1 407
Belastinglast -56 752 -25 851
Gemiddeld effectief belastingtarief -29,80% -26,52%

De permanente verschillen bestaan voornamelijk uit fiscaal niet-aftrekbare kosten en liggen licht lager dan vorig jaar als gevolg van lagere permanent verworpen kosten. De bronbelasting op het dividend van Hargy Oil Palms Ltd heeft betrekking op een bronbelasting van 15% die verschuldigd is op een dividend van USD 60 miljoen dat door Hargy Oil Palms Ltd aan SIPEF werd uitgekeerd. De aanpassing van de reële waarde op het actief aangehouden voor verkoop van PT Melania (KUSD -2 018) is een fiscaal niet-aftrekbare kost en bedraagt KUSD 444.

We ontvingen van de Indonesische belastingautoriteiten de formele goedkeuring, met ingang van boekjaar 2014, dat onze Indonesische filialen de toestemming hebben om hun belastingaangifte in USD neer te leggen. Van de belastingautoriteiten in Papoea-Nieuw-Guinea kregen we een toestemming om vanaf 2015 onze belastingaangifte op basis van een USD-boekhouding te doen. Voor SIPEF NV en Jabelmalux SA hebben we een gelijkaardige toestemming verkregen met effect vanaf boekjaar 2016.

De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden per fiscale entiteit gesaldeerd. Dit leidt tot de volgende opsplitsing naar uitgestelde belastingvorderingen en uitgestelde belastingverplichtingen:

In KUSD 2025 2024
Uitgestelde belastingen actief 15 699 16 478
Uitgestelde belastingen passief -50 024 -52 690
Netto uitgestelde belastingen -34 325 -36 212

De bewegingen in de netto uitgestelde belastingen (vorderingen - verplichtingen) zijn:

In KUSD 2025 2024
Openingssaldo -36 212 -37 240
Variatie (- kost) / (+ opbrengst) via de winst- en verliesrekening 1 415 1 228
Tax impact IAS 19 via totaalresultaat 349 -268
Tax impact hedge accounting via totaalresultaat 0 124
Andere 123 -56
Eindsaldo -34 325 -36 212

De uitgestelde belastingen zijn het resultaat van:

In KUSD 2025 2024
Toevoeging/(gebruik) van fiscaal overgedragen verliezen -2 148 1 356
Herkomst/(terugboeking) van tijdelijke verschillen - IAS 41 & voorraadherwaardering -35 -1 279
Herkomst/(terugboeking) van tijdelijke verschillen - vaste activa 1 663 1 053
Herkomst/(terugboeking) van tijdelijke verschillen - pensioenvoorziening 406 411
Herkomst/(terugboeking) van tijdelijke verschillen - andere 1 530 -314
Totaal 1 415 1 228
2025 In KUSD Totaal Niet opgenomen Opgenomen
Biologische activa -1 991 0 -1 991
Materiële vaste activa, inclusief dragende planten -44 688 0 -44 688
Voorraden -6 394 0 -6 394
Pensioenvoorziening 5 770 0 5 770
Fiscale verliezen 9 171 689 8 482
Overige 4 496 0 4 496
Totaal -33 636 689 -34 325

Het merendeel van de niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen per eind 2025 bevindt zich bij de maatschappijen van de Tolan Tiga groep (KUSD 677) en een kleiner deel bij de South Sumatra groep (KUSD 12). De uitgestelde belastingvorderingen voor fiscale verliezen worden steeds opgezet en aangepast op basis van de meest recent beschikbare lange termijn businessplannen.

De totale fiscale verliezen (opgenomen en niet opgenomen) hebben de volgende maturiteit:

2025 In KUSD Totaal Niet opgenomen Opgenomen
1 jaar 13 455 859 12 596
2 jaar 8 400 716 7 683
3 jaar 8 894 1 170 7 724
4 jaar 4 389 386 4 003
5 jaar 124 0 124
Onbeperkt 5 668 0 5 668
Totaal 40 930 3 132 37 797

In Indonesië verrichtte de Groep, in overeenstemming met de lokale wetgeving, voorafbetalingen van belastingen. Deze waren deels gebaseerd op de resultaten van 2024 en deels gebaseerd op de resultaten van 2023, die lager lagen dan de resultaten van 2025. In Papoea-Nieuw-Guinea zijn de voorafbetalingen van belastingen gebaseerd op de meest recente raming van het resultaat van 2025 en sluiten zij bijgevolg nauwer aan bij de te betalen belastingen van het jaar. Hierdoor waren de voorafbetalingen van belastingen van KUSD 46 171 lager dan de verschuldigde belastingen van KUSD 58 166.

In KUSD 2025 2024
Terug te vorderen belastingen 3 042 7 547
Te betalen belastingen -14 129 -6 605
Netto te vorderen/(te betalen) belastingen -11 087 941
In KUSD 2025 2024
Netto terug te vorderen/(te betalen) belastingen begin periode 941 -3 681
Variatie perimeter 0 0
Overboekingen - 33
Te betalen belastingen -58 166 -27 077
Betaalde belastingen 46 171 31 625
Netto terug te vorderen/(te betalen) belastingen einde periode -11 087 941

De betaalde belastingen zoals weergegeven in het kasstroomoverzicht zijn samengesteld uit de volgende elementen:

In KUSD 2025 2024
Belastinglast -56 751 -25 851
Uitgestelde belastingen -1 415 -1 226
Actuele belastingen -58 166 -27 077
Variatie vooruitbetaalde belastingen 4 504 -622
Variatie te betalen belastingen 7 490 -3 926
Betaalde belastingen -46 171 -31 625

Er zijn geen materiële, niet-opgenomen onzekere belastingposities binnen de SIPEF-groep. SIPEF is vrijgesteld van Pillar 2.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

24. INVESTERINGEN IN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN EN JOINT VENTURES

De SIPEF-groep heeft de volgende belangen- en controlepercentages in de geassocieerde deelnemingen:

Entiteit Locatie Controle % Belangen %
Verdant Bioscience Pte Ltd Singapore / Republiek Singapore 38,00 38,00
PT Timbang Deli Indonesia Medan / Indonesië 38,00 36,10

Een geassocieerde onderneming is een onderneming waarover de Groep een significante invloed heeft. Een joint venture is een ‘gemeenschappelijke regeling’ waarover twee of meer partijen gezamenlijke zeggenschap hebben en rechten hebben op het netto-actief van de regeling. De Groep heeft geen joint ventures.

De investeringen in geassocieerde ondernemingen bestaan uit PT Timbang Deli en Verdant Bioscience Pte Ltd, beide actief in de tropische landbouw. Verdant Bioscience Pte Ltd is een vennootschap gelegen in Singapore. Vanaf 1 januari 2014, heeft de Groep een belang van 38% in Verdant Bioscience Pte Ltd. Deze vennootschap is een samenwerking tussen Ackermans & Van Haaren (42%), SIPEF NV (38%), PT Dharma Satya Nusantara (10%) en BioSing Pte (10%) en heeft als doel om onderzoek en ontwikkeling te doen naar hoge rendementszaden met het oog om deze te commercialiseren. De Groep behoudt via Verdant Bioscience Pte Ltd een deelname van 36,10% in PT Timbang Deli Indonesia, een onderneming gelegen op het eiland Sumatra in Indonesië. PT Timbang Deli is actief in het verbouwen van palmolie en verzorgt de praktische werking van de onderzoeksactiviteiten van de Groep. Naar aanleiding van de “Share Swap agreement” met Verdant Bioscience Pte Ltd heeft de SIPEF-groep 95% van de totale aandelen van PT Timbang Deli ingebracht in Verdant Bioscience Pte Ltd.

De totale sectie van het actief "geassocieerde ondernemingen en joint ventures" kan als volgt samengevat worden:

In KUSD 2025 2024
Verdant Bioscience Pte Ltd (a) 2 066 2 504
PT Timbang Deli Indonesia* (b) -3 217 -2 173
Totaal voor reclassificatie (c= a+b) -1 150 331
Reclassificatie naar provisies (d) 1 150 0
Totaal (e= c+d) 0 331

In overeenstemming met IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures neemt de Groep haar aandeel in de verliezen van een geassocieerde deelneming of joint venture op tot beloop van de boekwaarde van de investering die volgens de vermogensmutatiemethode wordt verwerkt. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen de boekwaarde van de investering overstijgt, wordt de boekwaarde herleid tot nul. In de mate dat de Groep de activiteiten van de deelneming blijft ondersteunen en verantwoordelijkheid opneemt voor bijkomende verliezen, worden deze verliezen opgenomen via de opname van een voorziening van KUSD 1 150.

De totale sectie "Aandeel resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures" kan als volgt samengevat worden:

In KUSD 2025 2024
Verdant Bioscience Pte Ltd (a) -437 -619
PT Timbang Deli Indonesia (b) -1 044 -747
Totaal resultaat (c=a+b) -1 482 -1 366

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Hieronder worden de verkorte financiële staten van de geassocieerde ondernemingen volgens IFRS en zijn voor intercompany eliminaties en exclusief goodwill.

Verdant Bioscience Pte Ltd PT Timbang Deli
In KUSD 2025 2024 2025 2024
Biologische activa (a) 0 0 2 689 2 995
Overige vaste activa (b) 23 754 23 793 7 743 6 080
Vlottende activa (c) 21 546 16 926 2 154 1 162
Geldmiddelen en kasequivalenten (d) 200 93 283 324
Totaal activa (e=a+b+c+d) 45 500 40 812 12 868 10 560
Langlopende verplichtingen (a) 4 -8 1 480 1 302
Financiële schulden op lange termijn (b) 0 0 0 0
Kortlopende verplichtingen (c) 33 899 28 072 22 535 17 513
Financiële schulden op korte termijn (d) 0 0 0 0
Eigen vermogen (e) 11 598 12 749 -11 147 -8 255
Totaal eigen vermogen en passiva (f= a+b+c+d+e) 45 500 40 812 12 868 10 560

De geassocieerde deelnemingen hadden per 31 december 2025 en 2024 geen voorwaardelijke verplichtingen of kapitaalverplichtingen. Hieronder worden de verkorte winst- en verliesrekeningen van de geassocieerde ondernemingen weergegeven. Deze werden opgesteld volgens IFRS en zijn voor intercompany eliminaties en exclusief goodwill.

Verdant Bioscience Pte Ltd PT Timbang Deli
In KUSD 2025 2024 2025 2024
Opname in de consolidatie (a) 38,00% 38,00% 36,10% 36,10%
Omzet 0 0 4 264 4 743
Afschrijvingen 52 51 1 018 913
Interestopbrengsten 1 110 668 3
Interestkosten 0 0 -1 110 -668
Totaal resultaat (b) -1 151 -1 630 -2 892 -2 068
Gedeelte in de consolidatie (c= a*b) -437 -619 -1 044 -747
Totaal deel van de groep (d) -437 -619 -1 044 -747
Totaal deel derden (e) 0 0 0 0
Totaal (f= d+e) -437 -619 -1 044 -747

Aansluiting geassocieerde ondernemingen
Deze tabellen werden opgesteld op basis van de IFRS - cijfers zoals opgenomen in de consolidatie, volgens de waarderingsregels van de SIPEF-groep, voor toewijzing van goodwill.

Verdant Bioscience Pte Ltd PT Timbang Deli
In KUSD 2025 2024 2025 2024
Eigen vermogen zonder goodwill 11 598 12 749 -11 147 -8 255
Deel groep (a) 4 407 4 845 -4 024 -2 980
Goodwill (b) 0 0 807 807
Equity eliminatie PT Timbang Deli (c) -2 340 -2 340 0 0
Totaal deel groep (d=a+b+c) 2 066 2 504 -3 217 -2 173

Dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen
Gedurende het jaar werden er geen dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen. Er zijn geen beperkingen op de overdrachten van geldfondsen naar de Groep.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

25. VARIATIE BEDRIJFSKAPITAAL

De kasstroom uit operationele activiteiten steeg ten opzichte van vorig jaar van KUSD 162 900 in 2024 naar KUSD 253 200 in 2025, in lijn met de stijging in operationele winst. De variatie in het bedrijfskapitaal van KUSD 15 230 houdt voornamelijk verband met een tijdelijke daling van de handelsvorderingen als gevolg van vervroegde betalingen van klanten in Indonesië. De overige kortlopende verplichtingen zijn gestegen ten opzichte van vorig jaar, voornamelijk als gevolg van een hogere provisie voor variabele verloning, in lijn met de recordresultaten van de Groep in 2025. De bovenvermelde aanwending van het bedrijfskapitaal betrof de gebruikelijke tijdelijke bewegingen.

26. FINANCIËLE INSTRUMENTEN

Bij de uitoefening van de bedrijfsactiviteit wordt de Groep blootgesteld aan verschillende risico’s, waaronder de schommelingen in de marktprijzen van de basisproducten, valuta-, rente-, krediet- en liquiditeitsrisico’s. Derivaten worden in beperkte mate gebruikt om het risico voor de Groep verbonden aan de schommelingen van de wisselkoersen en de rente te verminderen.

Schommelingen in de marktprijzen van de basisproducten

Structurele risico’s
SIPEF-groep staat bloot aan structurele grondstoffenprijsrisico’s. Het risico heeft voornamelijk betrekking op palmolie/palmpitolie en in mindere mate bananen. Een verandering van de palmolieprijs met USD 10 CIF per ton heeft een impact van ongeveer KUSD 3 560 (zonder rekening te houden met bijkomende effecten van de exportbelasting in Indonesië) op het resultaat na belasting. Dit risico wordt aanzien als een bedrijfsrisico.

Transactionele risico’s
De Groep wordt geconfronteerd met transactionele risico’s op verkochte goederen.Het transactioneel risico is het risico dat de prijs van de grondstoffen aangekocht van derden schommelt tussen het moment waarop de prijs wordt bepaald met de klant en het moment waarop de transactie afgewikkeld wordt. Dit risico wordt aanzien als een bedrijfsrisico.

Valutarisico

De meerderheid van de dochterondernemingen hebben als functionele valuta de US-dollar. Het wisselkoersrisico waaraan de Groep blootgesteld is, kan opgesplitst worden in drie types: structurele risico’s, transactionele risico’s en omrekeningsrisico’s:

Structurele risico’s

Het grootste deel van de opbrengsten worden gerealiseerd in USD, terwijl alle activiteiten zich buiten de USD-zone bevinden (specifiek in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea, Côte d’Ivoire en Europa). Elke wijziging in de USD ten opzichte van de lokale valuta wisselkoers heeft een aanzienlijke invloed op de bedrijfsresultaten van de onderneming. Het merendeel van dit structurele risico wordt aanzien als een bedrijfsrisico.

Transactionele risico’s

De Groep is ook onderhevig aan transactionele risico’s met betrekking tot de valuta’s, namelijk het risico dat wisselkoersen schommelen tussen het moment waarop de prijs wordt bepaald met een klant, leverancier of financiële instelling en het moment waarop de transactie afgewikkeld wordt. Zulke risico’s worden, met uitzondering van een natuurlijke indekking, niet ingedekt gezien de relatief korte looptijd van de meeste verplichtingen en vorderingen.

De verplichtingen voor personeelsbeloningen na uitdiensttreding in Indonesië zijn echter significante lange termijnschulden die volledig betaalbaar zijn in IDR. Een devaluatie of revaluatie van 10% van de IDR ten opzichte van de USD heeft de volgende invloed op de winst- en verliesrekening:

In KUSD IDR Dev 10% Boekwaarde IDR Rev 10%
Verplichtingen voor personeelsbeloningen na uitdiensttreding in Indonesië 24 355 26 791 29 768
Bruto impact winst- en verliesrekening 2 436 -2 977

De verplichting voor personeelsbeloningen in Indonesië bestaat voor KUSD 26 278 uit de integraal geconsolideerde entiteiten en voor KUSD 513 uit de entiteiten die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (PT Timbang Deli).

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

De lange termijn vorderingen op de Indonesische lokale boeren zijn de belangrijkste lange termijn activa die volledig betaalbaar zijn in IDR. Een devaluatie of herwaardering van 10% van de IDR ten opzichte van de USD heeft het volgende effect op de resultatenrekening:

In KUSD IDR Dev 10% Boekwaarde IDR Rev 10%
Vorderingen op lokale boeren 36 597 40 256 44 729
Bruto impact winst- en verliesrekening 3 660 -4 473

Op 10 februari 2026, heeft de raad van bestuur de uitbetaling van een dividend van maximum KEUR 45 491 (EUR 4,30 bruto per gewoon aandeel) voorgesteld. In lijn met het liquiditeits- en valutabeleid, om het valutarisico op een mogelijk betaling van het dividend in te dekken werd dit bedrag ingedekt met 5 valutatermijncontracten voor de verkoop van KUSD 53 839 voor KEUR 46 000 (gemiddelde koers van 1,1704) voor jaareinde.

Sensitiviteitsanalyse

Voor wat de indekking van het dividend betreft voor jaareinde heeft een devaluatie of revaluatie van 10% van de EUR ten opzichte van de USD aan slotkoers de volgende invloed op de winst- en verliesrekening:

In KUSD EUR Dev 10% Slotkoers EUR Rev 10%
Dividend 49 094 54 003 60 004
Bruto impact winst- en verliesrekening -4 909 6 000

Omrekeningsrisico's

De SIPEF-groep is een internationaal bedrijf met vestigingen die niet in USD rapporteren. Als dergelijke resultaten geconsolideerd worden in de rekeningen van de Groep, staat het omgerekende bedrag bloot aan waarde schommelingen van de lokale valuta’s ten opzichte van de USD. SIPEF-groep dekt dit risico niet in (zie waarderingsregels). Gezien vanaf 1 januari 2007 de functionele valuta van het merendeel van de activiteiten dezelfde is als de rapporteringsmunt werd dit risico grotendeels beperkt.

Renterisico’s

De blootstelling van de Groep aan rentevoetschommelingen houdt verband met de financiële verplichtingen van de Groep. Eind december 2025, bedroegen de netto financiële activa/(verplichtingen) KUSD 88 362 (2024: KUSD -18 087), waarvan KUSD 3 747 korte termijn financiële verplichtingen (2024: KUSD 36 519), en KUSD 93 372 netto korte termijnbeleggingen en kasequivalenten (2024: KUSD 19 880). De ‘financiële verplichtingen > 1 jaar’ (incl. derivaten) bedragen KUSD 1 263 (2024: KUSD 1 448). Aangezien enkel de ‘financiële verplichtingen < 1 jaar – kredietinstellingen’ (KUSD 2 935, zie toelichting 19) aan variabele intrestvoeten onderworpen zijn, zijn wij van mening dat een wijziging van 0,5% op de intrestvoet geen materiële impact zal hebben. De beschikbare financiële middelen worden op korte termijn belegd onder de vorm van termijndeposito's.

Milieurisico’s

De Groep beheert de belangrijkste milieu gerelateerde risico’s die verband houden met landgebruik en natuurbehoud via haar inzet voor ‘geen ontbossing’ en ‘geen nieuwe ontwikkeling in veengebieden’ (‘NDP’) overheen de groep. De reikwijdte van dit engagement omvat ook de lokale boeren die leveren aan SIPEF. SIPEF maakt gebruik van een extern monitoringplatform om de effectieve implementatie van dit NDP-beleid te garanderen. Daarnaast worden klimaat gerelateerde risico’s beoordeeld in overleg met deskundigen, met de nadruk op de beperking van de klimaatverandering (de uitstoot van broeikasgassen), het fysieke klimaatrisico en het risico op het gebied van de klimaatverandering, als onderdeel van de aanpassingsstrategie van de Groep om de maatregelen ter beperking van de klimaatverandering te ontwikkelen en af te ronden.

De productievolumes, de omzet en de marges die SIPEF realiseert, worden beïnvloed door klimatologische omstandigheden zoals regenval, zonneschijn, temperatuur en vochtigheid. De potentiële fysieke impact van klimaatverandering is onzeker en kan per regio en product verschillen. SIPEF monitort grondwaterstanden om systemen te ontwerpen die waterretentie aanpakken, onderhoudt bufferzones en investeert in brandpreventie/monitoring. Met de groeiende zorg over duurzaamheid kunnen er strengere regels aan bedrijven worden opgelegd. De palmolieplantages van SIPEF voldoen aan de RSPO-normen en de RSPO-principes en -criteria. Als SIPEF niet kan blijven voldoen aan de strengere eisen, kan het zijn certificering verliezen of opgeschort worden.

Risico’s van landbouwactiviteiten

Het belangrijkste financiële risico dat verband houdt met de landbouwactiviteiten van de Groep doet zich voor als gevolg van de tijdsduur tussen de besteding van geld aan kapitaaluitgaven, de aankoop of aanplant en het onderhoud van de kernproducten en aan het oogsten en produceren van de producten, en uiteindelijk het ontvangen van geld uit de verkoop van de kernproducten aan derden. De strategie van de Groep om dit financiële risico te beheersen is het actief beoordelen en beheren van de behoefte aan werkkapitaal. Bovendien beschikt de Groep over kredietfaciliteiten op een niveau dat voldoende is om haar werkkapitaal te financieren gedurende de periode tussen de kasuitgaven en de kasinstroom. Op 31 december 2025, beschikt de Groep over ongebruikte kredietfaciliteiten in de vorm van kortetermijnleningen van KUSD 120 469.

Kredietrisico

Het kredietrisico is het risico dat één van de contracterende partijen zijn verplichtingen niet nakomt waardoor er voor de andere partij een verlies kan ontstaan. Dit kredietrisico kan opgesplitst worden in een commercieel en financieel kredietrisico. Aangaande het commerciële kredietrisico heeft het management een kredietpolitiek uitgewerkt en de blootstelling aan dit kredietrisico wordt continu opgevolgd. In de praktijk wordt er een onderscheid gemaakt tussen:

In KUSD 2025 2024
Vorderingen uit de verkopen van palmolie 20 007 43 339
Vorderingen uit de verkopen van bananen 4 516 4 013
Totaal 24 523 47 353

Het kredietrisico bij de eerste categorie is eerder beperkt gezien deze verkopen voor een groot deel onmiddellijk betaald worden tegen afgifte van de eigendomsdocumenten. Daarnaast betreft het een beperkt aantal hoog aangeschreven klanten: per product wordt ca 90% van de inkomsten uit contracten met klanten gerealiseerd door maximaal 10 klanten. Voor palmolie is er één klant die afzonderlijk meer dan 30% van de omzet vertegenwoordigt.

In tegenstelling tot de eerste categorie is het kredietrisico van de vorderingen uit de verkopen van bananen groter. Voor beide categorieën bestaat er een wekelijkse opvolging van de openstaande saldi en een actief aanmaningsbeleid. Waardeverminderingen worden opgenomen als volledige of gedeeltelijke inning onwaarschijnlijk is geworden. Elementen die bij deze beoordeling in aanmerking worden genomen zijn voornamelijk de mate van betalingsachterstand en kredietwaardigheid van de klant.

De vorderingen uit de verkoop van bananen hebben de volgende vervaldagstructuur:

In KUSD 2025 2024
Niet vervallen 3 664 2 313
Vervallen < 30 dagen 848 1 650
Vervallen tussen 30 en 60 dagen 0 48
Vervallen tussen 60 en 90 dagen 0 0
Vervallen > 90 dagen 4 2
Totaal 4 516 4 013

In 2025 en 2024, werden er geen materiële waardeverminderingen op vorderingen in de resultatenrekening opgenomen. De Groep paste de vereenvoudigde versie van IFRS 9 toe voor het meten van de verwachte kredietverliezen waarbij een bedrag wordt bepaald dat gelijk is aan de tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen. De Groep heeft de impact van IFRS 9 geanalyseerd en geconcludeerd dat er geen materiële impact is op de huidige provisie. De Groep heeft ook een inschatting gemaakt of het historisch patroon van wanbetalingen in de toekomst materieel zou veranderen en verwacht geen significante impact.

Liquiditeitsrisico

Een materieel en aanhoudend tekort in onze kasstromen zou onze kredietwaardigheid en het vertrouwen van investeerders kunnen schaden en zou het vermogen van de Groep om kapitaal aan te trekken kunnen beperken.De operationele kasstroom biedt de middelen om de financiële verplichtingen te financieren en de aandeelhouderswaarde te verbeteren. De Groep beheerst de liquiditeitsrisico's door middel van korte termijn- en lange termijnschattingen van toekomstige kasstromen. SIPEF-groep houdt toegang tot de kapitaalmarkten door middel van kort- en langlopende schuldprogramma's. The connection to the world of sustainable tropical agriculture De volgende tabel geeft de contractueel overeengekomen (niet-verdisconteerde) kasstromen voortvloeiend uit schulden op balansdatum:

2025 - In KUSD Boekwaarde Contractuele kasstromen Minder dan 1 jaar 1-2 jaar 2-3 jaar 3-4 jaar Meer dan 5 jaar
Financiële verplichtingen > 1 jaar (incl. derivaten) 0 0 0 0 0 0 0
Leasing verplichtingen > 1 jaar 1 263 -2 038 64 -573 -255 -147 -1 127
Voorschotten > 1 jaar 0 0 0 0 0 0 0
Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar
Handelsschulden 26 628 -26 628 -26 628 0 0 0 0
Ontvangen voorschotten 7 503 -7 503 -7 503 0 0 0 0
Financiële verplichtingen < 1 jaar
Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar 0 0 0 0 0 0 0
Financiële verplichtingen 2 935 -3 058 -3 058 0 0 0 0
Leasing verplichtingen < 1 jaar 812 -861 -861
Derivaten 0 0 0 0 0 0 0
Andere kortlopende verplichtingen 0 0 0 0 0 0 0
Totaal verplichtingen 39 142 -40 088 -37 986 -573 -255 -147 -1 127
2024 - In KUSD Boekwaarde Contractuele kasstromen Minder dan 1 jaar 1-2 jaar 2-3 jaar 3-4 jaar Meer dan 5 jaar
Financiële verplichtingen > 1 jaar (incl. derivaten) 0 0 0 0 0 0 0
Leasing verplichtingen > 1 jaar 1 448 -2 537 -29 -603 -451 -150 -1 303
Voorschotten > 1 jaar 0 0 0 0 0 0 0
Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar
Handelsschulden 28 512 -28 512 -28 512 0 0 0 0
Ontvangen voorschotten 3 934 -3 934 -3 934 0 0 0 0
Financiële verplichtingen < 1 jaar
Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar 0 0 0 0 0 0 0
Financiële verplichtingen 35 894 -36 079 -36 079 0 0 0 0
Leasing verplichtingen < 1 jaar 626 -665 -665 0 0 0 0
Derivaten 1 053 -1 053 -1 053 0 0 0 0
Andere kortlopende verplichtingen 0 0 0 0 0 0 0
Totaal verplichtingen 71 465 -72 779 -70 272 -603 -451 -150 -1 303

Teneinde het financiële kredietrisico te beperken heeft SIPEF haar belangrijkste activiteiten bij een beperkte groep banken met een hoge kredietwaardigheid ondergebracht. De huidige maximale beschikbare kredietlijnen bedragen KUSD 125 480 (2024: KUSD 122 775). In 2025, waren er zoals voorgaande jaren geen inbreuken op de voorwaarden vermeld in de kredietovereenkomsten noch tekortkomingen in de aflossingen.

Financiële instrumenten gewaardeerd aan reële waarde op de balans

Binnen de Groep kan gebruik worden gemaakt van financiële instrumenten voor risicobeheersing. Het betreft dan met name financiële instrumenten die het risico van wijzigende interestvoeten of wisselkoersen beheersen. De tegenpartijen van deze financiële instrumenten zijn uitsluitend vooraanstaande banken. Afgeleide instrumenten worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Na de initiële erkenning worden deze instrumenten opgenomen in de balans aan hun reële waarde, waarbij de wijzigingen in de reële waarde in resultaat worden geboekt tenzij deze instrumenten deel uitmaken van indekkingsverrichtingen. De reële waarden van deze derivaten zijn:

In KUSD 2025 2024
Termijnwisselverrichtingen 799 -1 053
Reële waarde (+ = actief; - = verplichting) 799 -1 053

Overeenkomstig IFRS 13 werden de financiële instrumenten gegroepeerd in 3 niveaus volgens de mate waarin de reële waarde vastgesteld kan worden: SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

  • Niveau 1 inputs zijn genoteerde (niet bijgestelde) prijzen op actieve markten voor identieke activa en passiva waar de entiteit toegang tot heeft op de waarderingsdatum
  • Niveau 2 inputs zijn afgeleid van andere elementen dan de genoteerde prijzen op niveau 1 die vast te stellen zijn voor activa en passiva, ofwel direct, ofwel indirect
  • Niveau 3 inputs zijn niet-waarneembare inputs voor een actief of passief

Het notioneel bedrag van de termijnwisselcontracten bedraagt KUSD 56 510. De toekomstige wisselkoerscontracten werden niet gedocumenteerd als in een indekkingsrelatie. Bijgevolg worden alle veranderingen van de reële waarde opgenomen in het financieel resultaat. De reële waarde van de termijnwisselverrichting werd berekend op basis van de slotkoers per 31 december 2025 en werd ondergebracht in niveau 2.

Financiële instrumenten per categorie

De volgende tabel geeft de financiële instrumenten per categorie weer per eind 2025 en eind 2024.

2025 - In KUSD Boekwaarde IFRS 9 categorie Reële waarde Hiërarchie van de reële waarde
Financiële activa
Andere financiële activa 129 AKP 129 Niveau 2
Vorderingen > 1 jaar
Overige vorderingen 41 385 AKP 41 385 Niveau 2
Totaal financiële vaste activa 41 514 41 514
Handelsvorderingen en overige vorderingen
Handelsvorderingen 24 523 AKP 24 523 Niveau 2
Overige vorderingen 44 802 AKP 44 802 Niveau 2
Investeringen
Andere investeringen en beleggingen 1 AKP 1 Niveau 2
Geldmiddelen en kasequivalenten 93 372 AKP 93 372 Niveau 2
Derivaten 799 FVTPL 799 Niveau 2
Derivaten 0 Hedge accounting 0 Niveau 2
Totaal financiële vlottende activa 163 497 163 497
Handelsschulden en overige te betalen posten > 1 jaar 0 AKP 0 Niveau 2
Financiële verplichtingen > 1 jaar 0 AKP 0 Niveau 2
Lease verplichtingen > 1 jaar 1 263 AKP 1 263 Niveau 2
Voorschotten > 1 jaar 0 AKP 0 Niveau 2
Totaal langlopende financiële verplichtingen 1 263 1 263
Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar
Handelsschulden 26 628 AKP 26 628 Niveau 2
Overige schulden 16 246 AKP 16 246
Ontvangen voorschotten 7 503 AKP 7 503 Niveau 2
Financiële verplichtingen < 1 jaar
Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar 0 AKP 0 Niveau 2
Financiële verplichtingen 2 935 AKP 2 935 Niveau 2
Lease verplichtingen > 1 jaar 812 AKP 812 Niveau 2
Derivaten 0 FVTPL 0 Niveau 2
Derivaten 0 Hedge accounting 0 Niveau 2
Totaal kortlopende financiële verplichtingen 54 124 54 124
2024 - In KUSD Boekwaarde IFRS 9 categorie Reële waarde Hiërarchie van de reële waarde
Financiële activa
Andere financiële activa 112 AKP 112 Niveau 2
Vorderingen > 1 jaar
Overige vorderingen 45 581 AKP 45 581 Niveau 2
Totaal financiële vaste activa 45 693 45 693
Handelsvorderingen en overige vorderingen
Handelsvorderingen 47 353 AKP 47 353 Niveau 2
Overige vorderingen 32 859 AKP 32 859 Niveau 2
Investeringen
Andere investeringen en beleggingen 1 AKP 1 Niveau 2
Geldmiddelen en kasequivalenten 19 880 AKP 19 880 Niveau 2
Derivaten 0 FVTPL 0 Niveau 2
Derivaten 0 Hedge accounting 0 Niveau 2
Totaal financiële vlottende activa 100 092 100 092
Handelsschulden en overige te betalen posten > 1 jaar 0 AKP 0 Niveau 2
Financiële verplichtingen > 1 jaar 0 AKP 0 Niveau 2
Lease verplichtingen > 1 jaar 1 448 AKP 1 448 Niveau 2
Voorschotten > 1 jaar 0 AKP 0 Niveau 2
Totaal langlopende financiële verplichtingen 1 448 1 448
Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar
Handelsschulden 28 512 AKP 28 512 Niveau 2
Overige schulden 20 373 AKP 20 373
Ontvangen voorschotten 3 934 AKP 3 934 Niveau 2
Financiële verplichtingen < 1 jaar
Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar 0 AKP 0 Niveau 2
Financiële verplichtingen 35 894 AKP 35 894 Niveau 2
Lease verplichtingen > 1 jaar 626 AKP 626 Niveau 2
Derivaten 1 053 FVTPL 1 053 Niveau 2
Derivaten 0 Hedge accounting 0 Niveau 2
Totaal kortlopende financiële verplichtingen 90 391 90 391

Voor een volledig overzicht van de geïdentificeerde risico’s binnen de Groep, inclusief deze die werden meegenomen in de beoordeling inzake dubbele materialiteit (Double Materiality Assessment), verwijzen wij naar het Corporate Governance Charter.

27. LEASING

De Groep huurt kantoorruimte, landrechten en voertuigen in het kader van een aantal leasing-overeenkomsten met een leaseperiode van één jaar of meer. De huur van de kantoorgebouwen betreft de maandelijkse huurbetalingen voor de kantoren in Indonesië en Singapore. De huur van de kantoren en bijhorende parking in België is niet mee opgenomen als lease aangezien deze onder de uitzondering van korte-termijn leasing vallen. Voor de grondrechten in PNG, betreft het voorwerp van de huurovereenkomst het vruchtgebruik van land waarvoor een vaste jaarlijkse vergoeding wordt betaald. De resterende landrechten in PNG hebben een duur van 99 jaar waarvoor geen huurbedrag wordt betaald. Deze landrechten worden afgeschreven over een periode van 20 jaar in lijn met de levensduur van een oliepalm. De voertuigen betreffen een beperkt aantal autoleaseovereenkomsten binnen de Groep. De toekomstige leaseverplichtingen onder deze (niet-opzegbare) leases zijn als volgt verschuldigd:

In KUSD 2025 2024
Kortlopende leasing verplichtingen 812 626
Langlopende leasing verplichtingen 1 263 1 448
Leasing verplichtingen opgenomen per 31 december 2 075 2 073

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

De beweging van het jaar van de leaseverplichting kan worden samengevat als volgt:

In KUSD 2025 2024
Leasing verplichtingen op 1 januari 2 073 2 649
Aanschaffingen 605 174
Financiële kosten/(opbrengsten) 164 190
Terugbetalingen -817 -799
Wisselkoersresultaat 50 -140
Leasing verplichtingen opgenomen per 31 december 2 075 2 073

De leaseaflossingen (i.e. terugbetalingen) zijn opgenomen als een afname van financiële leningen op lange termijn (KUSD 754) en korte termijn (KUSD 63) in het kasstroomoverzicht.Het met een overeenstemmend gebruiksrecht actief kan als volgt worden ingedeeld:

Beweging van het jaar (in KUSD) 2025 2024
Totaal met een gebruiksrecht overeenstemmende activa per 1 januari 2 094 2 549
Aanschaffingen 605 176
Afschrijvingen -657 -630
Totaal met een gebruiksrecht overeenstemmende activa per 31 december 2 042 2 094
Huur Landrechten Gebouw Bedrijfswagens Totaal
Totaal met een gebruiksrecht overeenstemmende activa per 31 december 2024 776 977 341 2 094
Totaal met een gebruiksrecht overeenstemmende activa per 31 december 2025 732 935 375 2 042

De totale afschrijving voor de gebruiksrecht activa tot 31 december 2025 bedraagt KUSD 657 en de financiële kosten KUSD 164. Van de afschrijvingen werden KUSD 45 opgenomen in de kostprijs van de verkopen van het palmsegment van Hargy Oil Palms Ltd en KUSD 612 in de ‘algemene- en beheerskosten’. Er zijn geen materiële uitgaven in verband met kortlopende en laagwaardige leaseovereenkomsten. Er zijn geen materiële verlengingsopties die niet in de berekening zijn opgenomen.

28. VERBINTENISSEN EN BUITEN BALANS RECHTEN EN VERPLICHTINGEN

Waarborgen

Er werden in 2025 geen waarborgen gesteld door derden voor rekening van de onderneming en voor rekening van de filialen en er zijn geen waarborgen verstrekt aan een derde partij voor rekening van dochterondernemingen.

Belangrijke hangende geschillen

Nihil.

Termijnverkopen

De verplichtingen voor het leveren van goederen (palmproducten en bananen) na jaareinde kaderen binnen de normale verkoopstermijn van ongeveer 3 maanden vóór effectieve leveringsdatum. Deze worden als dusdanig niet aanzien als termijnverkopen.

Voorwaardelijke Verkoop- en Aankoopovereenkomst (CSPA) PT Melania

In 2021 heeft SIPEF een CSPA ondertekend met de Shamrock Group (SG) voor de verkoop van 100% van het aandelenkapitaal van haar Indonesische dochteronderneming, PT Melania. Op 3 juli 2025 ondertekenden de partijen een amendement op de oorspronkelijke CSPA, waarbij zij hun wederzijdse engagement voor de transactie bevestigden en verschillende aangepaste voorwaarden vastlegden om rekening te houden met de lopende vergunningsprocedures.

Het belangrijkste element van de aangepaste overeenkomst is:
- Een nieuwe long-stopdatum van twaalf maanden voor het verkrijgen van de resterende ministeriële vernieuwingen van de landtitels voor de rubberplantages, met de mogelijkheid tot verlenging in onderling akkoord. Na de vernieuwing van de landtitels, of na het bereiken van de long-stopdatum (naargelang wat zich eerst voordoet), zullen de aandelen van PT Melania aan de koper worden overgedragen, rekening houdend met de bepalingen zoals uiteengezet in toelichting 30.

Voor meer informatie verwijzen wij naar toelichting 30 – Bedrijfscombinaties, verwervingen en afstotingen.

29. INFORMATIEVERSCHAFFING OVER VERBONDEN PARTIJEN

Transacties met bestuurders en leden van het executief comité

Management met sleutelposities is gedefinieerd als de raad van bestuur en het executief comité van de Groep. Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de vergoedingen:

In KUSD 2025 2024
Bestuurdersvergoedingen 608 581
Vaste vergoeding 1 827 2 369
Variabele vergoeding 1 324 1 487
Groepsverzekering 108 341
Andere 104 66
Marktwaarde verworven aandelenopties (op verwervingsdatum) 319 0
Totaal 4 290 4 844

De bedragen worden uitbetaald in EUR. Het uitbetaalde bedrag in 2025 is KEUR 3 868 (2024: KEUR 4 487). De daling met KEUR 619 is voornamelijk het gevolg van een vermindering van het aantal leden van het executief comité van 4 naar 3. Vanaf boekjaar 2007, worden er vaste vergoedingen betaald aan de leden van de raad van bestuur, het auditcomité en het remuneratiecomité. In het kader van de informatieverschaffing over verbonden partijen zijn de relaties immaterieel, met uitzondering van een sinds 1985 bestaande huurovereenkomst tussen Cabra NV en SIPEF aangaande de kantoren en de bijhorende parkings te Kasteel Calesberg te Schoten. De jaarlijkse geïndexeerde huurprijs bedraagt KUSD 229 (2024: KUSD 233) en er wordt tevens KUSD 93 (2024: KUSD 94) gefactureerd voor deelname in de onderhoudskosten van gebouwen, parkings en park. De relaties tussen SIPEF en de leden van de raad van bestuur en de leden van het executief comité worden verder beschreven in de sectie “corporate governance verklaring” van dit verslag.

Transacties met andere partijen

Transacties met verwante partijen betreffen voornamelijk handelstransacties en zijn gebaseerd op het “at arm’s length” principe. De kosten en opbrengsten met betrekking tot deze transacties zijn immaterieel in het kader van de geconsolideerde jaarrekening.

Transacties met groepsondernemingen

Balansposities en transacties binnen de Groep en de dochterondernemingen worden geëlimineerd in de consolidatie en worden niet verder opgenomen in deze toelichtingen. Transacties tussen de Groep en andere verbonden ondernemingen worden hieronder verder toegelicht.

De volgende tabel geeft de totalen van de transacties weer die gedurende het boekjaar hebben plaatsgevonden tussen de Groep en de joint ventures PT Timbang Deli en Verdant Bioscience Pte Ltd aan 100%:

Verdant Bioscience Pte Ltd PT Timbang Deli
In KUSD 2025 2024 2025
Totaal verkopen gedurende het boekjaar 0 0 0
Totaal aankopen gedurende het boekjaar 0 0 2 263
Totale vordering per 31 december* 14 124 11 688
Totale schulden per 31 december 0 300 659

*Niet verdisconteerd bedrag

30. BEDRIJFSCOMBINATIES, VERWERVINGEN EN AFSTOTINGEN

In 2021 ondertekende SIPEF een CSPA met de Shamrock Group voor de verkoop van 100% van het aandelenkapitaal van haar Indonesische dochteronderneming, PT Melania. De Shamrock Group is een Indonesische groep die verschillende rubberplantages en fabrieken uitbaat en gespecialiseerd is in de productie en verkoop van latexhandschoenen. Voor de transactie controleerde SIPEF 95% van PT Melania via haar Indonesische 95%-dochteronderneming, PT Tolan Tiga. De resterende 5% is in handen van een Indonesisch pensioenfonds.

Ter herinnering: PT Melania bezat in 2021 de helft van de Indonesische rubberactiviteiten van de Groep, via haar dochteronderneming PT Tolan Tiga, in Sumatra en de volledige theeactiviteiten in Java. In eerste instantie werd 40% van de aandelen verkocht voor een betaling van USD 19 miljoen. Na deze eerste fase nam de koper het beheer van de rubberactiviteiten overnemen. De tweede tranche van 60% van de aandelen (waarvan 55% in het bezit van SIPEF) zullen worden overgedragen na de hernieuwing van de permanente landrechten (HGU) voor het geheel van de rubber- en theeactiviteiten. De bruto verkoopprijs voor 100% van de aandelen bedraagt USD 36 miljoen.

De HGU-vernieuwing voor de theeactiviteiten op Java werd succesvol afgerond. Voor de rubberplantages op Sumatra loopt het HGU- vernieuwingsproces nog, wat de definitieve overdracht van de resterende aandelen onder de CSPA heeft vertraagd. Op 22 januari 2025 stuurde de koper een beëindigingsbrief met betrekking tot de CSPA. De SIPEF-groep betwistte de juridische geldigheid van deze beëindigingsbrief. Verdere dialoog leidde tot een constructieve oplossing, rekening houdend met de uitzonderlijke omstandigheden met betrekking tot het HGU-vernieuwingsproces.

Op 3 juli 2025 ondertekenden de partijen een amendement op de oorspronkelijke CSPA, waarbij zij hun wederzijdse engagement voor de transactie bevestigden en verschillende aangepaste voorwaarden vastlegden om rekening te houden met de lopende vergunningsprocedures. De belangrijkste elementen van de aangepaste overeenkomst zijn:
- Een nieuwe long-stopdatum van twaalf maanden voor het verkrijgen van de resterende ministeriële vernieuwingen van de landtitels voor de rubberplantages, met de mogelijkheid tot verlenging in onderling akkoord. Na de vernieuwing van de landtitels, of na het bereiken van de long-stopdatum (naargelang wat zich eerst voordoet), zullen de aandelen van PT Melania aan de koper worden overgedragen, rekening houdend met onderstaande bepalingen.
- De theeplantage zal worden afgesplitst van PT Melania en afzonderlijk worden verkocht. De netto-opbrengst van de verkoop van de theeplantage zal worden gebruikt om de waarde te recupereren van het actief aangehouden voor verkoop met betrekking tot PT Melania. Een eventueel tekort van de netto-opbrengst om de waarde van het actief aangehouden voor verkoop te dekken zal worden gedragen door PT Tolan Tiga. Indien de verkoop van het thee-estate niet binnen de overeengekomen termijn wordt afgerond, zal PT Tolan Tiga de carve-out op eigen kosten uitvoeren. In dat geval zal het resterende bedrag dat nog van de koper moet worden ontvangen worden kwijtgescholden in ruil voor de volledige eigendom van de theeactiviteiten door PT Tolan Tiga.
- Een escrow-regeling van USD 1 miljoen om mogelijke resterende kosten met betrekking tot het HGU-vernieuwingsproces te waarborgen indien de long-stopdatum wordt overschreden en de HGU’s nog niet zijn vernieuwd. Het escrow-bedrag zal worden vrijgegeven op basis van gestaafde kosten of worden terugbetaald aan PT Tolan Tiga indien het niet wordt gebruikt.

SIPEF blijft zich engageren om de verkoop van PT Melania af te ronden en blijft het proces van de vernieuwing van de landtitels nauwgezet opvolgen en beheren. De Groep voert momenteel gesprekken met geïnteresseerde partijen over de mogelijke verkoop van de Cibuni theeplantage.

Rekening houdend met het bovenstaande werd de reële waarde van het actief aangehouden voor verkoop van PT Melania verminderd met in totaal KUSD 8 412. Bijgevolg bedraagt de totale gerealiseerde meerwaarde op de verkoop KUSD 3 228, vergeleken met de oorspronkelijk geboekte meerwaarde van KUSD 11 640 in 2021. Per 31 december 2024 was reeds een bedrag van KUSD 12 635 betaald voor kosten in verband met de CSPA. In 2025 werd een bijkomend bedrag van KUSD 1 668 betaald.Dit heeft betrekking op de kasmiddelen die werden aangewend om te voldoen aan de voorwaarden voor de verkoop van PT Melania, voornamelijk in verband met de betaling van de resterende pensioenvoorzieningen en de noodzakelijke middelen voor de exploitatie van de theeplantage. Hierdoor bedraagt het totaal uitgekeerde bedrag KUSD 14 303 per 31 december 2025. Het voorschot dat reeds werd ontvangen bij CD 1 (KUSD 9 147) werd volledig aangewend in 2024. De uiteindelijke nettoverkoopprijs en de mogelijke meerwaarde op de verkoop van PT Melania zullen in grote mate afhangen van de timing en de kostprijs van de vernieuwing van de permanente concessierechten (HGU), evenals van de compensatie voor de opgebouwde sociale rechten van het personeel, die vrijwel volledig zullen worden overgenomen. De Groep blijft bovendien verantwoordelijk voor de financiering van de theeactiviteiten tot de definitieve overdracht van de aandelen. De meerwaarde op de verkoop van PT Melania kan in de toekomst nog worden herzien afhankelijk van een herbeoordeling van deze kostenramingen, evenals de verwachte nettoverkoopprijs van de theeactiviteiten, of, als alternatief, de waardering van de theeactiviteiten indien deze op de uiterste datum aan de SIPEF-groep worden teruggegeven. SIPEF heeft een best mogelijke inschatting gemaakt van de kosten verbonden aan de verkoop van PT Melania. Hieronder geven we de berekening van de netto verkoopprijs weer.

In KUSD 2025 2024
Totaal te ontvangen bedrag 36 000 36 000
Geschatte kosten verbonden aan de verkoop -20 273 -18 149
Netto verkoopprijs (100% van de aandelen) 15 727 17 851
Netto verkoopprijs voor 95% 14 940 16 959
Waarvan 40% van de aandelen 9 833 9 833
55% van de aandelen 5 108 7 126

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

31. WINST PER AANDEEL (GEWONE EN VERWATERDE)

Van voortgezette activiteiten 2025 2024
Basisberekening gewone winst per aandeel
Gewone winst per aandeel - basisberekening (USD) 12,05 6,33

De gewone winst per aandeel werd als volgt berekend:
* Teller: Netto resultaat van de periode toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders (KUSD): 125 449 (2025) / 65 838 (2024)
* Noemer: Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen: 10 413 607 (2025) / 10 405 284 (2024)

Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen werd als volgt berekend:

2025 2024
Aantal uitstaande gewone aandelen op 1 januari 10 417 312 10 399 328
Effect van uitgegeven aandelen / terugkoop van eigen aandelen - 3 705 5 956
Effect van de kapitaalverhoging 0 0
Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen op 31 december 10 413 607 10 405 284

Verwaterde winst per aandeel

2025 2024
Verwaterde winst per aandeel - basisberekening (USD) 12,02 6,32

De verwaterde winst per aandeel werd als volgt berekend:
* Teller: Netto resultaat van de periode toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders (KUSD): 125 449 (2025) / 65 838 (2024)
* Noemer: Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen: 10 438 778 (2025) / 10 415 312 (2024)

Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen werd als volgt berekend:

2025 2024
Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen op 31 december 10 413 607 10 405 284
Effect van potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden 25 171 10 028
Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen op 31 december 10 438 778 10 415 312

32. GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

Er zijn geen significante gebeurtenissen na balansdatum die een specifieke impact hebben op de activiteiten en de geconsolideerde financiële staten van de SIPEF-groep.

Overeenkomstig artikel 8:4 van het Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, maakt SIPEF op haar website informatie bekend met betrekking tot de uitvoering van haar aandeleninkoopprogramma, aangekondigd op 5 december 2025.

SIPEF blijft de ontwikkelingen met betrekking tot geopolitieke spanningen, waaronder de situatie in het Midden-Oosten, en handelsmaatregelen zoals recente tariefaankondigingen, nauwgezet opvolgen, hoewel de huidige financiële impact onzeker blijft.

33. PRESTATIES GELEVERD DOOR DE AUDITOR EN GERELATEERDE VERGOEDINGEN

De auditor van de SIPEF-groep is Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BV vertegenwoordigd door Christoph Oris. De auditvergoeding voor het jaarverslag van SIPEF wordt goedgekeurd door de algemene vergadering na het nazicht en goedkeuring door het auditcomité en de raad van bestuur. Deze vergoeding bedraagt KUSD 290 in 2025 (2024: KUSD 266), inclusief een aanvullende vergoeding van KUSD 148 in verband met de beperkte controle van de CSRD-rapportering voor de Groep.

Voor de ganse Groep, werden er voor KUSD 756 diensten geleverd door EY in 2025 (2024: KUSD 729), waarvan KUSD 0 (2024: KUSD 0) voor niet-auditdiensten.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

ESEF INFORMATIE

ESEF INFORMATIE
Homepage van de rapporterende entiteit www.sipef.com
LEI code van de rapporterende entiteit 549300NN3PC8KDD43S24
Naam van de rapporterende entiteit of andere methode van identificatie SIPEF
Vestigingsplaats van de entiteit België
Rechtsvorm van de entiteit Naamloze vennootschap
Land van vestiging België
Adres van de statutaire zetel van de entiteit Calesbergdreef 5, 2900 Schoten, België
Hoofdzakelijke plaats van activiteiten Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire
Beschrijving van de aard van de activiteiten en hoofdactiviteiten van de entiteit Tropische agricultuur
Naam van de moederentiteit SIPEF
Naam van de hoofdmoedermaatschappij van de groep SIPEF
Verklaring van veranderingen in de naam van de verslaggevende entiteit of andere identificatiemiddelen sinds het einde van de vorige verslagperiode Geen wijziging in de naam van de verslaggevende entiteit
Levensduur van entiteit met beperkte levensduur
Periode waarop de financiële staten betrekking hebben

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS INZAKE DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS INZAKE OVERIGE WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VEREISTE

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Beknopte jaarrekening van de moedermaatschappij

De jaarrekening van SIPEF wordt hierna volgens een beknopt schema voorgesteld. Overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen zullen de jaarrekening van SIPEF evenals het jaarverslag en het verslag van de commissaris, bij de Nationale Bank van België neergelegd worden. Deze verslagen kunnen op aanvraag verkregen worden bij: SIPEF, Calesbergdreef 5, B-2900 Schoten.

Alleen de geconsolideerde jaarrekening vervat in de voorafgaande bladzijden geven een correct en betrouwbaar beeld van de financiële situatie en de prestaties van de SIPEF-groep. Het statutair verslag van de commissaris bevat een oordeel zonder voorbehoud en verklaart dat de niet-geconsolideerde jaarrekening van SIPEF NV een getrouw beeld geeft van het vermogen en van de financiële toestand van de vennootschap per 31 december 2025, en van haar resultaten over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, overeenkomstig de Belgische boekhoudwetgeving.

Het balanstotaal van de vennootschap per 31 december 2025 bedraagt KUSD 427 025 tegenover KUSD 410 971 het jaar voordien. De ‘financiële vaste activa – vorderingen op verbonden ondernemingen’ zijn gedaald met KUSD 62 235, voornamelijk als gevolg van terugbetalingen door de dochterondernemingen van uitstaande saldi, in lijn met de verbeterde prestaties in 2025. De ‘vorderingen op ten hoogste één jaar’ zijn gestegen met KUSD 18 090, voornamelijk door een dividendvordering op Hargy Oil Palms Ltd van KUSD 17 000. Dit dividend werd vóór het jaareinde toegekend en werd in januari 2026 uitbetaald. De ‘geldbeleggingen’ hebben voornamelijk betrekking op kortetermijndeposito’s (< 3 maanden) en zijn gestegen met KUSD 56 881 ten opzichte van vorig jaar, wat de sterke vrije kasstroom in 2025 weerspiegelt.

Aan de passiefzijde houdt de stijging van KUSD 11 830 in ‘schulden op ten hoogste één jaar’ verband met:
− Een daling van de kortlopende financiële schulden met KUSD 32 959, aangezien bijna alle kortlopende financiële schulden werden terugbetaald.
− Een stijging van de handelsschulden met KUSD 14 254, door een hogere openstaande positie bij Hargy Oil Palms Ltd op jaareinde.
− Een stijging van de andere schulden op ten hoogste één jaar (KUSD 30 534), voornamelijk door een hoger uit te keren dividend op jaareinde.

Het eigen vermogen van SIPEF voor winstverdeling bedraagt KUSD 319 027 wat overeenstemt met USD 30,16 per aandeel. De enkelvoudige resultaten van SIPEF worden in belangrijke mate bepaald door dividenden en meer-/minwaarden. Aangezien SIPEF niet alle deelnemingen van de Groep rechtstreeks aanhoudt, is het geconsolideerde resultaat van de Groep een juistere weerspiegeling van de onderliggende economische ontwikkeling. De enkelvoudige winst van het boekjaar 2025 bedraagt KUSD 56 913 tegenover een winst van KUSD 6 792 in het vorige boekjaar.

Op 10 februari 2026, heeft de raad van bestuur de uitbetaling van een dividend van maximum KEUR 45 491 (EUR 4,30 bruto per gewoon aandeel) voorgesteld. Na inhouding van de roerende voorheffing (30%) bedraagt het netto-dividend EUR 3,01 per aandeel.Aangezien de eigen aandelen niet dividendgerechtigd zijn, overeenkomstig artikel 7:217 §3 WVV, hangt het totale bedrag van de dividenduitkering af van het aantal eigen aandelen aangehouden door de Vennootschap op 11 juni 2026 om 23u59 Belgische tijd (met name de dag voor de ex-date). Dit tijdstip is relevant voor het bepalen van de dividendgerechtigheid van de aandelen en dus het verval van de dividendrechten verbonden aan de eigen aandelen. De raad van bestuur stelt voor om te worden gemachtigd om in functie hiervan het finale totaalbedrag van de dividenden (en de daaruit voortvloeiende wijziging) in de enkelvoudige jaarrekening in te vullen. Het maximale voorgestelde totaalbedrag bedraagt KEUR 45 491. Indien de gewone algemene vergadering dit dividendvoorstel goedkeurt, zal het dividend betaalbaar worden gesteld vanaf 1 juli 2026.

Rekening houdend met het aantal aangehouden eigen aandelen op 31 december 2025 (128 786 aandelen), stelt de raad van bestuur voor het resultaat (in KUSD) als volgt te bestemmen:
• Overgedragen winst van het vorige boekjaar: KUSD 93 614
• Winst van het boekjaar: KUSD 56 913
• Totaal te bestemmen: KUSD 150 527
• Toevoeging aan de wettelijke reserve: KUSD 0
• Toevoeging aan de overige reserves: KUSD 0
• Vergoeding van het kapitaal: KUSD -52 756
• Over te dragen winst: KUSD 97 771

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Financiële staten

Beknopte balans (Na winstverdeling)

In KUSD 2025 2024
Activa
Vaste activa 286 003 348 048
Oprichtingskosten 0 0
Immateriële vaste activa 69 119
Materiële vaste activa 443 215
Financiële vaste activa 285 491 347 714
Vlottende activa 141 023 62 923
Vorderingen op meer dan één jaar 0 0
Voorraden en bestellingen in uitvoering 1 131 1 329
Vorderingen op ten hoogste één jaar 67 164 49 075
Geldbeleggingen 66 498 9 617
Liquide middelen 6 070 2 624
Overlopende rekeningen 158 278
Totaal activa 427 025 410 971
Passiva
Eigen vermogen 266 271 262 114
Kapitaal 44 734 44 734
Uitgiftepremies 107 970 107 970
Reserves 15 797 15 797
Overgedragen winst/ (verlies) 97 771 93 614
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 0 0
Voorzieningen voor risico’s en kosten 0 0
Schulden 160 754 148 857
Schulden op meer dan één jaar 0 0
Schulden op ten hoogste één jaar 160 633 148 804
Overlopende rekeningen 121 54
Totaal passiva 427 025 410 971

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Beknopte resultatenrekening

In KUSD 2025 2024
Bedrijfsopbrengsten 327 589 233 514
Bedrijfskosten - 327 146 - 231 171
Bedrijfsresultaat 443 2 342
Financiële opbrengsten 59 355 9 227
Financiële kosten - 1 654 - 3 597
Financieel resultaat 57 701 5 630
Resultaat van het boekjaar voor belasting 58 145 7 972
Belastingen op het resultaat - 1 232 - 1 181
Resultaat van het boekjaar 56 913 6 792

Resultaatverwerking

In KUSD 2025 2024
Te bestemmen winst/(verlies) 150 527 115 260
Te bestemmen winst (te verwerken verlies) van het boekjaar 56 913 6 792
Overgedragen winst/(verlies) van het vorige boekjaar 93 614 108 468
Resultaatverwerking 150 527 115 260
Toevoeging aan de wettelijke reserve 0 0
Toevoeging aan de overige reserves 0 0
Over te dragen resultaat 97 771 93 614
Dividend 52 756 21 646
Vergoeding aan bestuurders 0 0

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Financiële staten 5. Bijlagen

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlagen
1. MILIEU
Milieubeheer: reductie van broeikasgasuitstoot (greenhouse gas - GHG) en klimaatbestendigheid op lange termijn
Plan: een alomvattend klimaattransitieplan implementeren dat duurzame energiepraktijken, principes van circulaire economie, geoptimaliseerd landgebruik en waterbeheer integreert, terwijl de biodiversiteit wordt beschermd en een duurzame, koolstofarme toekomst voor de oliepalmindustrie wordt bevorderd.

Bijlage 1 – duurzaamheidsdoelen en -prestaties

KPI ONDERWERP BELEID DOELSTELLING BASISLIJNWAARDE BASISJAAR STREEFWAARDE DOELEENHEID DOELJAAR LAND STATUS 2025
KPI 1 Klimaatverandering Verantwoordelijk Plantagebeleid / Verantwoordelijk Inkoopbeleid 1.1 Methaanafvang: installatie van methaanafvang in alle palmolie-extractiefabrieken 5 Ingesteld in 2024 10 extractiefabrieken 2030 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Op schema
1.2 Palmolie-extractiefabrieken uitgerust met ingesloten afakkeling** 0 Ingesteld in 2025 6 extractiefabrieken 2028 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Nieuw doel
1.3 Monitoring van broeikasgasuitstoot op de locaties door rechtstreekse metingen op alle plantages met organische bodem 0 Ingesteld in 2024 3 Plantages 2028 Indonesië Op schema
1.4 Bruto absolute doelstellingen voor uitstootreductie voor de SIPEF-groep*
1.4.1 Energie en industrie (Energy and Industry – E&I): 42% reductie van absolute Scope 1- en 2-broeikasgasuitstoot* 403 013 2024 42 % 2030 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Côte d'Ivoire* Op schema
1.4.2 Bos, landgebruik, landbouw (Forest, Land, and Agriculture – FLAG): 30,3% reductie van absolute Scope 1- en 3-broeikasgasuitstoot afkomstig van FLAG* 952 016 30,3 % 2030 Op schema
KPI 2 Klimaatverandering 1.5 Kustlijnen beschermen en overstromingen voorkomen door mangroveaanplant en herstel van kustbuffers 0 Ingesteld in 2021 6,5 Hectare 2027 Papoea-Nieuw-Guinea Op schema
0 35 Hectare 2027 Indonesië Op schema
1.6 Een waterkering bouwen in overstromingsgevoelige gebieden om de productiegebieden en nabijgelegen woonwijken beter te beschermen ** 0 Ingesteld in 2025 1 Plantage 2027 Côte d'Ivoire Nieuw doel
  • Gegevens op basis van 2024 / ** Status op basis van 2025

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage 1

KPI ONDERWERP BELEID DOELSTELLING BASISLIJNWAARDE BASISJAAR STREEFWAARDE DOELEENHEID DOELJAAR LAND STATUS 2025
KPI 3 Luchtkwaliteit Verantwoordelijk Plantagebeleid / Milieubeleid 1.7 Geen non-conformiteiten met betrekking tot lokale voorschriften en industrienormen over rookdichtheid in palmolie-extractiefabrieken Principe: vereist door wetgeving Niet van toepassing Ingesteld in 2024 0 Geval Jaarlijks Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Bereikt
1.8 Tegen 2028 rookdichtheidsmeters installeren in alle palmolie-extractiefabrieken en erop toezien dat ze volledig operationeel zijn voor het monitoren van rookemissies ** 0 Ingesteld in 2025 10 extractiefabrieken 2028 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Nieuw doel
KPI 4 Afvalwater Verantwoordelijk Plantagebeleid / Milieubeleid 1.9 Geen non-conformiteiten met betrekking tot lokale voorschriften en industrienormen over afvalwaterlimieten in palmolie-extractiefabrieken en verpakkingsstations Principe: vereist door wetgeving Niet van toepassing Ingesteld in 2020 0 Geval Jaarlijks Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Côte d'Ivoire Niet bereikt
KPI 5 Waterefficiëntie 1.10 De jaarlijkse gemiddelde waterverbruiksintensiteit per ton verwerkte verse vruchtentrossen in palmolie-extractiefabrieken voldoet aan de efficiëntiedoelstellingen per locatie. Pri-incipes-beheer-efficiëntie: Hargy ≤1,3; Navo ≤1,3; Barema ≤1,3 Niet van toepassing Ingesteld in 2020 Doelstelling per palmolie-extractiefabriek m3 water/ ton verwerkte verse vruchtentrossen Jaarlijks Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Niet bereikt
1.11 Installatie van regenwateropvang in alle palmolie-extractiefabrieken 0 Ingesteld in volledig jaar 2024 10 extractiefabrieken 2030 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Op schema
1.12 Een vermindering bereiken van 168 000 m3 wateronttrekking bij de palmolie-extractiefabrieken tegen 2030, met 2025 als basisjaar ** 0 Ingesteld in 2025 168 000 m3 water 2030 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Nieuw doel
1.13 Installatie van een waterrecyclingbassin in een bananenverpakkingsstation* 0 Ingesteld in 2024 1 Verpakkingsstation 2027* Côte d'Ivoire Op schema

Milieubeheer: minimalisering van de impact op natuurlijke hulpbronnen en het milieu
Plan: bescherming van natuurlijke hulpbronnen door optimaal landgebruik, efficiënt waterbeheer, vermindering van afval en vervuiling en hergebruik van bijproducten.Bukit Maradja...≤1 Mukomuko ...≤1 Bunga Tanjung ...≤1 Dendymarker Indah Lestari ...≤1* Perlabian...≤1 Umbul Mas Wisesa ...≤1,5 Agro Muara Rupit ...≤1

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

KPI ONDERWERP BELEID DOELSTELLING BASISLIJN-WAARDE BASISJAAR STREEF-WAARDE DOEL-EENHEID DOEL-JAAR LAND STATUS 2025
KPI 3 Verantwoordelijk Plantagebeleid Milieubeleid 1.7 Geen non-conformiteiten met betrekking tot lokale voorschriften en industrienormen over rookdichtheid in palmolie-extractiefabrieken Vereist door wetgeving Niet van toepassing Ingesteld in 2024 0 Geval Jaarlijks Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea
1.8 Tegen 2028 rookdichtheidsmeters installeren in alle palmolie-extractiefabrieken en erop toezien dat ze volledig operationeel zijn voor het monitoren van rookemissies ** 0 Ingesteld in 2025 10 extractiefabrieken 2028 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Nieuw doel
KPI 4 Verantwoordelijk Plantagebeleid 1.9 Geen non-conformiteiten met betrekking tot lokale voorschriften en industrienormen over afvalwaterlimieten in palmolie-extractiefabrieken en verpakkingsstations Vereist door wetgeving Niet van toepassing Ingesteld in 2020 0 Geval Jaarlijks Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Côte d'Ivoire
KPI 5 Verantwoordelijk Plantagebeleid 1.10 De jaarlijkse gemiddelde waterverbruiksintensiteit per ton verwerkte verse vruchtentrossen in palmolie-extractiefabrieken voldoet aan de efficiëntiedoelstellingen per locatie. Hargy ...≤1,3 Navo...≤1,3 Barema...≤1,3 Niet van toepassing Ingesteld in 2020 Doelstelling per palmolie-extractiefabriek m3 water/ ton verwerkte verse vruchtentrossen Jaarlijks Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Niet bereikt
1.11 Installatie van regenwateropvang in alle palmolie-extractiefabrieken 0 Ingesteld in volledig jaar 2024 10 extractiefabrieken 2030 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Op schema
1.12 Een vermindering bereiken van 168 000 m3 wateronttrekking bij de palmolie-extractiefabrieken tegen 2030, met 2025 als basisjaar ** 0 Ingesteld in 2025 168 000 m3 water 2030 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Nieuw doel
1.13 Installatie van een waterrecyclingbassin in een bananenverpakkingsstation* 0 Ingesteld in 2024 1 Verpakkingsstation 2027* Côte d'Ivoire Op schema
  • 2024 / ** 2025

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

Milieubeheer
Duurzaam landgebruik en behoud van biodiversiteit, waaronder geen ontbossing, geen veengrond en geen exploitatie (no deforestation, no peat, and no exploitation - NDPE)
Het promoten en ondersteunen van de ontwikkeling van regeneratieve landschappen door middel van behoud, regeneratieve herstelpraktijken, respect voor land en gemeenschapsrechten, en partnerschappen met belangrijke stakeholders.

Relevantie van de hoogte in de mitigatiehiërarchie:
Doelstelling 1.14 en 1.15: vermijden
Doelstelling 1.17, 1.18, 1.19: vermijden, herstellen en rehabiliteren

KPI ONDERWERP BELEID DOELSTELLING BASISLIJN-WAARDE BASISJAAR STREEF-WAARDE DOEL-EENHEID DOEL-JAAR LAND STATUS 2025
KPI 6 Verantwoordelijk Plantagebeleid Milieubeleid 1.14 Geen enkele brandhaard in eigen concessies onder beheer van de Groep, noch in leveranciersgebieden Niet van toepassing Ingesteld in 2020 0 Geval Jaarlijks Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Niet bereikt
1.15 Geen enkel geval van ontbossing in eigen concessies onder beheer van de Groep, noch in leveranciersgebieden Niet van toepassing Ingesteld in 2020 0 Geval Jaarlijks Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Bereikt
1.16 Vijf regeneratieve landbouwproefprojecten gestart met een model om op te schalen 0 Ingesteld in 2024 5 Piloot-projecten 2026 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Op schema
KPI 7 1.17 Twee initiatieven op landschapsniveau opzetten voor natuurvriendelijke oliepalmteelt en betrokkenheid van de gemeenschap, één in Papoea-Nieuw-Guinea en één in Indonesië* Niet van toepassing Ingesteld in 2024 2* Site 2030 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Nieuw doel
1.18 Herstel van 1 123 hectare aangetast land binnen SIPEF Biodiversity Indonesia, met 2024 als basisjaar 0 2024 1 123 Hectare 2033 Indonesië Op schema
1.19 Uitgebreide onderzoeken naar biodiversiteit voltooien onder leiding van specialisten in elk land met vastgestelde basisgegevens ** 0 Ingesteld in 2025 3 Land 2027 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Côte d'Ivoire Nieuw doel

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

KPI ONDERWERP BELEID DOELSTELLING BASISLIJN-WAARDE BASISJAAR STREEF-WAARDE DOEL-EENHEID DOEL-JAAR LAND STATUS 2025
KPI 6 Verantwoordelijk Plantagebeleid Milieubeleid 1.14 Geen enkele brandhaard in eigen concessies onder beheer van de Groep, noch in leveranciersgebieden Niet van toepassing Ingesteld in 2020 0 Geval Jaarlijks Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Niet bereikt
1.15 Geen enkel geval van ontbossing in eigen concessies onder beheer van de Groep, noch in leveranciersgebieden Niet van toepassing Ingesteld in 2020 0 Geval Jaarlijks Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Bereikt
1.16 Vijf regeneratieve landbouwproefprojecten gestart met een model om op te schalen 0 Ingesteld in 2024 5 Piloot-projecten 2026 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Op schema
KPI 7 1.17 Twee initiatieven op landschapsniveau opzetten voor natuurvriendelijke oliepalmteelt en betrokkenheid van de gemeenschap, één in Papoea-Nieuw-Guinea en één in Indonesië* Niet van toepassing Ingesteld in 2024 2* Site 2030 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Nieuw doel
1.18 Herstel van 1 123 hectare aangetast land binnen SIPEF Biodiversity Indonesia, met 2024 als basisjaar 0 2024 1 123 Hectare 2033 Indonesië Op schema
1.19 Uitgebreide onderzoeken naar biodiversiteit voltooien onder leiding van specialisten in elk land met vastgestelde basisgegevens ** 0 Ingesteld in 2025 3 Land 2027 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Côte d'Ivoire Nieuw doel
  • 2024 / ** 2025
    SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

2. SOCIAAL

Respect voor werknemers en gemeenschappen
Mensen-, arbeids- en gemeenschapsrechten respecteren, in overeenstemming met lokale wetten en internationale regelgeving
De rechten van werknemers handhaven, toezien op eerlijke arbeidspraktijken en een veilige en respectvolle werkplek, vrij van discriminatie, geweld en uitbuiting, en werknemers mondig maken door voortdurende ontwikkeling.

Verantwoord beheer van de toeleveringsketen
* Lokale boeren ondersteunen op hun pad naar een betere, duurzame en gecertificeerde productie
* Lokale boeren ondersteunen om hogere inkomens te verdienen en betere toegang te krijgen tot internationale markten
* Leveranciers screenen en monitoren om ervoor te zorgen dat SIPEF’s beleid wordt nageleefd
Het levensonderhoud van lokale boeren verbeteren door toegang te bieden tot duurzame landbouwpraktijken.

KPI ONDERWERP BELEID DOELSTELLING BASISLIJN-WAARDE BASISJAAR STREEF-WAARDE DOEL-EENHEID DOEL-JAAR LAND STATUS 2025
KPI 10 Verantwoordelijk Plantagebeleid Verantwoordelijk Inkoopbeleid 1.23 Opleiding over Verantwoordelijk Plantagebeleid voor scheme lokale boeren 0 Ingesteld in 2024 100 % 2026 Papoea-Nieuw-Guinea Op schema
1.24 Training over het bijgewerkte Verantwoordelijk Inkoopbeleid wordt voorzien voor onafhankelijke lokale boeren. Twintig niet-Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO)-gecertificeerde groepen van onafhankelijke lokale boeren binnen de raad van coöperatieven (Koperasi) worden opgeleid. 0 Ingesteld in 2024 20 Bestuur van coöperatieven 2025 Indonesië Bereikt
1.25 Roundtable on Sustainable Palm Oil-certificering bereiken voor scheme lokale boeren van Agro Kati Lama, Agro Muara Rupit en Agro Rawas Ulu 0 Ingesteld in 2022 100 % 2030 Indonesië Op schema
1.26 Roundtable on Sustainable Palm Oil-certificering van negentien coöperatieven van onafhankelijke lokale boeren* 0 Ingesteld in 2024 19 Coöperatieven 2029* Indonesië Op schema
1.27 ISPO-certificering voor alle scheme en onafhankelijke lokale boeren** 0 Ingesteld in 2025 100 % 2029 Indonesië Nieuw doel
KPI ONDERWERP BELEID DOELSTELLING BASISLIJN-WAARDE BASISJAAR STREEF-WAARDE DOEL-EENHEID DOEL-JAAR LAND STATUS 2025
KPI 8 Mensenrechten-beleid 1.20 Alle bestaande scholen voor jonge kinderen hebben zich aangemeld voor registratie bij de lokale autoriteiten in Papoea-Nieuw-Guinea* 0 Ingesteld in 2024 100* %* 2025 Papoea-Nieuw-Guinea Bereikt
KPI 9 Beleid inzake gezondheid en veiligheid op het werk 1.21 Geen werkgerelateerde sterfgevallen Niet van toepassing Jaarlijks 0 Geval Jaarlijks Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Côte d'Ivoire Bereikt
1.22 Frequentiegraad van ongevallen met werkverlet (Lost Time Injury Frequency Rate – LTIFR) met 8,5%* verlagen Op schema Indonesië basisjaar 2025: 6,63 6,63 2025 6,07* Waarde 2027 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea basisjaar 2024: 7,22 7,22* 2024

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

KPI ONDERWERP BELEID DOELSTELLING BASISLIJN-WAARDE BASISJAAR STREEF-WAARDE DOEL-EENHEID DOEL-JAAR LAND STATUS 2025
KPI 10 Verantwoordelijk Plantagebeleid Verantwoordelijk Inkoopbeleid 1.23 Opleiding over Verantwoordelijk Plantagebeleid voor scheme lokale boeren 0 Ingesteld in 2024 100 % 2026 Papoea-Nieuw-Guinea Op schema
1.24 Training over het bijgewerkte Verantwoordelijk Inkoopbeleid wordt voorzien voor onafhankelijke lokale boeren.

1.25 Roundtable on Sustainable Palm Oil-certificering bereiken voor scheme lokale boeren van Agro Kati Lama, Agro Muara Rupit en Agro Rawas Ulu 0 Ingesteld in 2022 100 % 2030 Indonesië Op schema

1.26 Roundtable on Sustainable Palm Oil-certificering van negentien coöperatieven van onafhankelijke lokale boeren 0 Ingesteld in 2024 19 Coöperatieven 2029 Indonesië Op schema

1.27 ISPO-certificering voor alle scheme en onafhankelijke lokale boeren** 0 Ingesteld in 2025 100 % 2029 Indonesië Nieuw doel

KPI ONDERWERP BELEID DOELSTELLING BASISLIJN- WAARDE BASISJAAR STREEF- WAARDE DOEL- EENHEID DOEL- JAAR LAND STATUS
KPI 8 Mensenrechten-beleid 1.20 Alle bestaande scholen voor jonge kinderen hebben zich aangemeld voor registratie bij de lokale autoriteiten in Papoea-Nieuw-Guinea* 0 Ingesteld in 2024 100* %* 2025 Papoea-Nieuw-Guinea Bereikt
KPI ONDERWERP BELEID DOELSTELLING BASISLIJN- WAARDE BASISJAAR STREEF- WAARDE DOEL- EENHEID DOELJAAR LAND STATUS
KPI 9 Beleid inzake gezondheid en veiligheid op het werk 1.21 Geen werkgerelateerde sterfgevallen Niet van toepassing Jaarlijks 0 Geval Jaarlijks Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Côte d'Ivoire Bereikt
1.22 Frequentiegraad van ongevallen met werkverlet (Lost Time Injury Frequency Rate – LTIFR) met 8,5%* verlagen Indonesië basisjaar 2025*: 6,63 6,63* 2025 6,07* Waarde 2027 Indonesië
Papoea-Nieuw-Guinea basisjaar 2024: 7,22 7,22* 2024 6,61* Waarde 2027 Papoea-Nieuw-Guinea
Côte d'Ivoire basisjaar 2024: 9,44 9,44* 2024 8,64* Waarde 2027 Côte d'Ivoire
  • gegevens voor 2024 / ** gegevens voor 2025
    SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

Maatregelen: hoogwaardige, duurzame, traceerbare en gecertificeerde producten

Doelstellingen:
* volledige naleving van toonaangevende duurzaamheidsnormen en -certificeringen
* handhaven van 100% traceerbaarheid voor alle producten
* implementeren van de hoogste voedselveiligheids- en kwaliteitsnormen

Missie: hoogwaardige, duurzame, traceerbare en gecertificeerde producten aanbieden, wat van doorslaggevend belang is voor SIPEF om zich te onderscheiden van anderen en te diversifiëren naar doelmarkten.

3. GOVERNANCE

Maatregelen: goed zakelijk gedrag
Doelstellingen:
* bevorderen van een cultuur van ethisch gedrag bij het management, het personeel en de contractoren
* systemen implementeren en processen toepassen om ethisch gedrag te waarborgen
* een robuust beleid, procedures en maatregelen handhaven om alle risico’s aan te pakken, ook op het gebied van omkoping en corruptie

Missie: vertrouwen behouden en ethisch gedrag bevorderen door alle wettelijke en regelgevende vereisten na te leven

4. CERTIFICERING

KPI ONDERWERP BELEID DOELSTELLING BASISLIJN- WAARDE BASISJAAR STREEF- WAARDE DOEL- EENHEID DOELJAAR LAND STATUS
KPI 11 Verantwoordelijk Plantagebeleid 1.28 Bereiken van voedselveiligheidscertificering voor de tien palmolie-extractiefabrieken in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea 0 Ingesteld in 2024 10 Extractiefabrieken 2028 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Op schema
1.29 Programma voor chloridereductie: installatie van wasinstallaties voor ruwe palmolie in drie extractiefabrieken 0 Ingesteld in 2024 3 Extractiefabrieken 2026 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Op schema
KPI ONDERWERP BELEID DOELSTELLING BASISLIJN- WAARDE BASISJAAR STREEF- WAARDE DOEL- EENHEID DOELJAAR LAND STATUS
KPI 12 Gedragscode Beleid inzake corruptie- en omkopingbestrijding Klachtenbeleid 1.30 Jaarlijkse opleiding voor alle risicofuncties binnen de eigen activiteiten 0 Ingesteld in 2024 100 % Jaarlijks Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Côte d'Ivoire België Singapore Bereikt
KPI ONDERWERP BELEID DOELSTELLING BASISLIJN- WAARDE BASISJAAR STREEF- WAARDE DOEL- EENHEID DOELJAAR LAND STATUS
KPI 13 Verantwoordelijk Plantagebeleid 1.31 Het bereiken van 100% Roundtable on Sustainable Palm Oil-certificering voor SIPEF’s eigen oliepalmplantages Niet van toepassing 2021 100 % 2030 Indonesië Papoea-Nieuw-Guinea Op schema

SIPEF The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Methodologieën om doelstellingen te definiëren

Het wereldwijde duurzaamheidsteam organiseerde verschillende consultatierondes met regionale teams in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d'Ivoire. Duurzaamheidsteams, regionale directiecomités en andere relevante afdelingen werden — afhankelijk van het onderwerp — bij deze consultaties betrokken om input en goedkeuring in te winnen voor de ontwikkeling van KPI’s en doelstellingen. De voorgestelde KPI en doelstellingen werden vervolgens ter beoordeling voorgelegd aan het executief comité van SIPEF. Daarna werden ze ingediend voor definitieve beoordeling door het auditcomité van SIPEF en voor goedkeuring door de raad van bestuur. Ze werden gedefinieerd op basis van de duurzaamheidsambities van SIPEF, de toepasselijke industriële en wettelijke normen (zoals vermeld in de bovenstaande tabel) en de expertise van interne specialisten. Voor duurzaamheidskwesties waarvoor er nog geen doelstellingen werden gesteld, streeft SIPEF ernaar beoordelingen van de basislijnen uit te voeren en doelen te stellen waar dat relevant is. In tussentijd worden de prestaties nog steeds gecontroleerd in overeenstemming met het bedrijfsbeleid, de certificeringsvereisten en de toepasselijke wettelijke verplichtingen.

Wijzigingen in de gestelde doelen

Nieuwe doelstellingen: Milieu [5]: doelstelling 1.2, 1.6, 1.8, 1.12, 1.19 Sociaal [1]: doelstelling 1.27

Herziene doelstellingen: Er werden herzieningen doorgevoerd op basis van overleg over de haalbaarheid en relevantie van eerder gestelde doelen.
Milieu [4]:
* doelstelling 1.4: bijgewerkt om te verwijzen naar Science Based Targets initiative (SBTi)
* doelstelling 1.10: jaarlijkse waterintensiteitsdoelstelling verbeterd voor de palmolie-extractiefabriek Dendymarker Indah Lestari, van ≤ 1,5 naar ≤ 1,0
* doelstelling 1.13: doeljaar verschoven naar 2027
* doelstelling 1.17: een programma landschapsaanpak in Indonesië toegevoegd

Sociaal [3]:
* doelstelling 1.20: de doelstelling werd bijgewerkt in de zin dat er nu voor 100% van alle bestaande scholen voor jonge kinderen de documentatie moet worden ingediend voor registratie.
* doelstelling 1.22: het basisjaar voor Indonesië werd herzien om de verbeterde veiligheidsrapportering in 2025 weer te geven, en de uitgangswaarden voor alle landen werden bijgewerkt met behulp van een nauwkeuriger methode voor werkuren
* doelstelling 1.26: overgang van betrokkenheid van stakeholders in 2026 naar volledige RSPO-certificering voor negentien onafhankelijke lokale boeren in 2029

Algemeen:
* doelstelling 1.11 en 1.13 verplaatst van aanpassing aan klimaatverandering naar waterbeheer.
* er werden geen significante aannames gebruikt bij het definiëren van de doelstellingen. Voor de uitstoot van broeikasgassen werden de doelstellingen gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde richtlijnen, terwijl andere milieudoelstellingen zijn gebaseerd op interne expertise en de beste industriële praktijken.
* ecologische drempels bij het stellen van doelstellingen: SIPEF heeft nog geen ecologische drempels, effectentoewijzing of biodiversiteitscompensaties toegepast bij het vaststellen van doelstellingen. De doelstellingen worden intern gedefinieerd en richten zich op duurzaam landgebruik, natuurbehoudsgebieden en biodiversiteitsinitiatieven, zonder afstemming op belangrijke mondiale, EU- of nationale kaders. SIPEF zal overwegen ze aan te passen naarmate de relevante methodologieën evolueren.
* voor sociale doelstellingen werd overlegd met de personeelsafdeling, de afdeling voor lokale boeren, de marketingafdeling en andere relevante afdelingen, die optraden als vertegenwoordigers van de werknemers, lokale gemeenschappen, lokale boeren en consumenten.

SIPEF The connection to the world of sustainable tropical agriculture
SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage 1
Bijlage 2 – basisgegevens 1.# PRODUCTIE VAN DE GROEP (IN TON)

GEPRODUCEERDE VERSE VRUCHTENTROSSEN

2025 2024 % WIJZIGING
EIGEN 1 543 747 1 354 769 13,95%
Indonesië 1 192 226 1 069 984 11,42%
Tolan Tiga groep 296 066 282 262 4,89%
Umbul Mas Wisesa groep 187 383 180 246 3,96%
Agro Muko groep 372 861 343 696 8,49%
South Sumatra groep 335 916 263 780 27,35%
Papoea-Nieuw-Guinea 351 521 284 785 23,43%
Hargy Oil Palms Ltd 351 521 284 785 23,43%
DERDEN 320 799 265 807 20,69%
Indonesië 87 434 63 841 36,95%
Tolan Tiga groep 13 339 8 011 66,52%
Umbul Mas Wisesa groep 944 878 7,50%
Agro Muko groep 15 742 14 693 7,14%
South Sumatra groep 57 410 40 260 42,60%
Papoea-Nieuw-Guinea 233 366 201 965 15,55%
Hargy Oil Palms Ltd 233 366 201 965 15,55%
TOTAAL GEPRODUCEERDE VERSE VRUCHTENTROSSEN 1 864 546 1 620 575 15,05%

VERKOCHTE VERSE VRUCHTENTROSSEN

2025 2024 % WIJZIGING
Indonesië 6 471 27 261 -76,26%
Tolan Tiga groep 4 866 307 1483,32%
Umbul Mas Wisesa groep 1 058 25 073 -95,78%
Agro Muko groep 547 1 881 -70,92%
South Sumatra groep 0 0 -
TOTAAL VERKOCHTE VERSE VRUCHTENTROSSEN 6 471 27 261 -76,26%

OLIE-EXTRACTIEPERCENTAGE

2025 2024 % WIJZIGING
Indonesië 23,3% 22,4% 4,14%
Tolan Tiga groep 23,2% 22,5% 3,00%
Umbul Mas Wisesa groep 22,8% 21,8% 4,44%
Agro Muko groep 23,1% 22,3% 3,35%
South Sumatra groep 24,0% 22,7% 5,59%
Papoea-Nieuw-Guinea 24,7% 23,5% 5,27%
Hargy Oil Palms Ltd 24,7% 23,5% 5,27%
TOTAAL OLIE-EXTRACTIEPERCENTAGE 23,8% 22,7% 4,55%

VERWERKTE VERSE VRUCHTENTROSSEN

2025 2024 % WIJZIGING
Indonesië 1 273 189 1 106 564 15,06%
Tolan Tiga groep 304 540 290 361 5,03%
Umbul Mas Wisesa groep 187 269 155 656 20,00%
Agro Muko groep 388 056 356 507 8,85%
South Sumatra groep 393 325 304 040 29,37%
Papoea-Nieuw-Guinea 584 887 486 751 20,16%
Hargy Oil Palms Ltd 584 887 486 751 20,16%
TOTAAL VERWERKTE VERSE VRUCHTENTROSSEN 1 858 075 1 593 313 16,62%

PALMPITTEN

2025 2024 % WIJZIGING
EIGEN 55 748 47 926 16,32%
Indonesië 55 748 47 926 16,32%
Tolan Tiga groep 16 423 15 742 4,32%
Umbul Mas Wisesa groep 8 621 6 771 27,32%
Agro Muko groep 17 461 15 547 12,31%
South Sumatra groep 13 244 9 866 34,24%
DERDEN 3 298 2 459 34,10%
Indonesië 3 298 2 459 34,10%
Tolan Tiga groep 419 383 9,26%
Umbul Mas Wisesa groep 39 34 15,99%
Agro Muko groep 700 638 9,62%
South Sumatra groep 2 141 1 404 52,44%
TOTAAL PALMPITTEN 59 046 50 385 17,19%

PALMOLIE

2025 2024 % WIJZIGING
EIGEN 365 724 301 220 21,41%
Indonesië 277 976 234 094 18,75%
Tolan Tiga groep 68 598 63 551 7,94%
Umbul Mas Wisesa groep 42 419 33 827 25,40%
Agro Muko groep 86 187 76 658 12,43%
South Sumatra groep 80 772 60 058 34,49%
Papoea-Nieuw-Guinea 87 748 67 125 30,72%
Hargy Oil Palms Ltd 87 748 67 125 30,72%
DERDEN 76 143 61 185 24,45%
Indonesië 19 235 13 948 37,91%
Tolan Tiga groep 2 109 1 814 16,29%
Umbul Mas Wisesa groep 195 172 13,37%
Agro Muko groep 3 442 3 015 14,13%
South Sumatra groep 13 490 8 948 50,77%
Papoea-Nieuw-Guinea 56 907 47 236 20,47%
Hargy Oil Palms Ltd 56 907 47 236 20,47%
TOTAAL PALMOLIE 441 866 362 404 21,93%

BANANEN

2025 2024 % WIJZIGING
Côte d'Ivoire 52 160 51 038 2,20%
Azaguié 11 245 9 922 13,34%
Agboville 7 940 8 938 -11,17%
Motobé 5 541 6 165 -10,12%
Lumen 17 585 19 389 -9,30%
Akoudié 9 849 6 624 48,67%
TOTAAL BANANEN 52 160 51 038 2,20%

PALMPITOLIE

2025 2024 % WIJZIGING
Papoea-Nieuw-Guinea 11 183 9 478 18,00%
Hargy Oil Palms Ltd - eigen 6 702 5 584 20,03%
Hargy Oil Palms Ltd - derden 4 481 3 895 15,04%
TOTAAL PALMPITOLIE 11 183 9 478 17,98%

BEPLANTE OPPERVLAKTEN (IN HECTAREN)*

Totale beplante oppervlakten van de geconsolideerde ondernemingen exclusief PT Timbang Deli en PT Melania.

2025 MATUUR 2025 IMMATUUR 2025 BEPLANT 2024 MATUUR 2024 IMMATUUR 2024 BEPLANT
OLIEPALMEN 68 764 15 812 84 576 66 982 16 622 83 604
Indonesië 56 536 14 490 71 026 54 537 15 517 70 054
Tolan Tiga groep 10 787 2 951 13 739 10 656 3 193 13 849
PT Tolan Tiga 6 914 824 7 737 6 799 1 052 7 851
PT Eastern Sumatra 2 194 611 2 804 2 224 636 2 860
PT Kerasaan 1 620 511 2 131 1 633 488 2 122
PT Bandar Sumatra 60 1 006 1 066 0 1 016 1 016
Umbul Mas Wisesa groep 8 787 1 097 9 884 9 202 658 9 860
PT Umbul Mas Wisesa 6 051 1 031 7 082 6 400 658 7 057
PT Toton Usaha Mandiri 1 138 0 1 138 1 138 0 1 138
PT Citra Sawit Mandiri 1 598 66 1 665 1 665 0 1 665
Agro Muko groep 15 687 5 650 21 337 15 809 5 609 21 418
PT Agro Muko 13 904 4 437 18 341 13 717 4 670 18 386
PT Mukomuko Agro Sejahtera 1 783 1 213 2 995 2 092 939 3 031
South Sumatra groep 21 275 4 792 26 067 18 870 6 058 24 928
PT Agro Kati Lama 4 486 886 5 371 4 270 963 5 233
PT Agro Muara Rupit 6 937 3 360 10 297 5 395 4 079 9 474
PT Agro Rawas Ulu 2 549 289 2 838 2 534 218 2 752
PT Dendymarker Indah Lestari 7 303 257 7 560 6 671 799 7 469
Papoea-Nieuw-Guinea 12 228 1 321 13 550 12 445 1 105 13 550
Hargy Oil Palms Ltd 12 228 1 321 13 550 12 445 1 105 13 550
BANANEN 1 238 0 1 238 1 257 0 1 257
Côte d'Ivoire 1 238 0 1 238 1 257 0 1 257
Plantations J. Eglin SA 1 238 0 1 238 1 257 0 1 257
TOTAAL 70 002 15 812 85 814 68 239 16 622 84 861

* Naar een herziening van de definitie van beplante oppervlakte in de context van herbeplantingsactiviteiten en benchmarking met sectorgenoten, werd 1 897 hectare aan wegen en infrastructuur uitgesloten van de gerapporteerde beplante oppervlakte om een consistente classificatie over alle plantages te waarborgen, zonder enige impact op het aantal palmen of de productievolumes. Het effect kan als volgt worden samengevat: Tolan Tiga groep -259 hectare, Umbal Mas Wisesa groep -39 hectare, Agro Muko groep -1 593 hectare en South Sumatra groep -6 hectare. De vergelijkende cijfers voor 2024 zijn dienovereenkomstig aangepast.


BEPLANTE OPPERVLAKTEN (IN HECTAREN)

Totale beplante oppervlakten van de geconsolideerde ondernemingen (deel van de Groep) exclusief PT Timbang Deli en PT Melania.

TOTAAL BELANGEN (%) DEEL VAN DE GROEP
OLIEPALMEN 84 576 94,20% 79 668
Indonesië 71 026 93,09% 66 119
Tolan Tiga groep 13 739 80,32% 11 035
PT Tolan Tiga 7 737 95,00% 7 351
PT Eastern Sumatra 2 804 90,25% 2 531
PT Kerasaan 2 131 54,15% 1 154
PT Bandar Sumatra 1 066 90,25% 962
Umbul Mas Wisesa groep 9 884 95,00% 9 389
PT Umbul Mas Wisesa 7 082 95,00% 6 727
PT Toton Usaha Mandiri 1 138 95,00% 1 081
PT Citra Sawit Mandiri 1 665 95,00% 1 581
Agro Muko groep 21 337 93,74% 20 002
PT Agro Muko 18 341 95,05% 17 433
PT Mukomuko Agro Sejahtera 2 995 85,74% 2 568
South Sumatra groep 26 067 98,56% 25 692
PT Agro Kati Lama 5 371 100,00% 5 371
PT Agro Muara Rupit 10 297 100,00% 10 297
PT Agro Rawas Ulu 2 838 100,00% 2 838
PT Dendymarker Indah Lestari 7 560 95,05% 7 186
Papoea-Nieuw-Guinea 13 550 100,00% 13 550
Hargy Oil Palms Ltd 13 550 100,00% 13 550
BANANEN 1 238 100,00% 1 238
Côte d'Ivoire 1 238 100,00% 1 238
Plantations J. Eglin SA 1 238 100,00% 1 238
TOTAAL 85 814 94,28% 80 906

LEEFTIJDSPROFIEL OLIEPALMEN

JAAR TOLAN TIGA GROEP UMBUL MAS WISESA GROEP AGRO MUKO GROEP SOUTH SUMATRA GROEP HARGY OIL PALMS LTD TOTAAL
2025 479 440 1 953 1 059 740 4 670
2024 1 275 658 2 090 1 851 582 6 455
2023 1 258 0 2 128 2 103 369 5 858
2022 636 0 989 1 721 875 4 221
2021 584 0 981 2 492 673 4 729
2020 0 0 107 3 112 63 3 282
2019 277 0 1 449 2 963 335 5 024
2018 297 0 1 012 2 634 547 4 488
2017 392 47 902 2 923 596 4 861
2016 323 166 369 2 675 219 3 752
2015 660 61 990 1 474 741 3 927
2014 695 0 938 791 1 386 3 810
2013 421 0 1 128 270 947 2 766
2012 724 199 1 388 0 1 628 3 938
2011 729 600 24 0 811 2 164
2010 617 1 401 318 0 619 2 956
2009 101 1 639 469 0 294 2 504
2008 389 1 802 179 0 239 2 608
2007 299 1 867 49 0 1 465 3 680
2006 500 278 519 0 421 1 718
2005 477 727 317 0 0 1 521
2004 112 0 418 0 0 530
2003 443 0 111 0 0 555
2002 226 0 59 0 0 285
2001 290 0 240 0 0 530
2000 296 0 548 0 0 844
Voor 2000 1 238 0 1 662 0 0 2 899
TOTAAL 13 739 9 884 21 337 26 067 13 550 84 576
GEM. LEEFTIJD 11,74 14,71 9,29 5,64 10,22 9,35

EVOLUTIE VAN KERNGEGEVENS OVER VIJF JAAR

2025 2024 2023 2022 2021
ACTIVITEITEN
Totale eigen productie (in ton)
palmolie 365 724 301 220 321 629 329 090 316 740
rubber 0 59 968 1 923 3 182
bananen 52 159 51 038 40 976 32 270 32 200
Gemiddelde wereldmarktprijzen (USD/ton)
palmolie* 990 906 833 1 124 1 001
bananen** 852 807 830 762 616
Eigen FFB productie per hectare (in ton/hectare)
Indonesië 21,09 18,96 19,11 19,67 19,86
Papoea-Nieuw-Guinea 28,75 22,88 29,85 33,43 28,51
Palmolie-extractie-%
Indonesië 23,34% 22,42% 22,89% 23,09% 22,99%
Papoea-Nieuw-Guinea 24,73% 23,50% 24,47% 25,33% 25,58%
BEURSNOTERINGEN (IN EUR)
Maximum 83,40 58,80 62,30 70,80 60,80
Minimum 55,40 48,40 51,30 52,70 43,95
Slotkoers 31 december 81,20 56,80 53,00 58,90 56,90
Beurskapitalisatie op 31 dec (in KEUR) 859 041 600 906 560 704 623 122 601 964
RESULTATEN (IN KUSD)
Omzet 570 432 441 199 443 886 527 460 416 053
Brutowinst 250 971 159 488 149 673 221 031 169 218
Bedrijfsresultaat 187 689 104 105 107 978 178 312 139 416
Aandeel van de groep in het resultaat 125 449 65 838 72 735 108 157 93 749
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten na bel. 222 260 133 043 122 632 165 295 160 311
Vrije kasstroom 130 086 38 295 5 813 79 511 112 270
BALANS (IN KUSD)
Operationele vaste activa*** 810 348 778 571 751 674 696 645 667 267
Eigen vermogen deel groep 1 001 584 898 427 853 777 817 803 727 329
Netto financiële activa (+) / verpl. (-) 88 362 - 18 087 - 31 418 122 - 49 192
Investeringen in immat. en op. vaste activa*** 89 404 86 858 106 985 79 294 68 692
GEGEVENS PER AANDEEL (IN USD)
Aantal uitgegeven aandelen 10 579 328 10 579 328 10 579 328 10 579 328 10 579 328
Eigen aandelen 128 786 - - - -
  • Bursa Malaysia Derivatives Exchange prijsdata
    ** CIRAD prijsdata (in EUR)
    *** Operationele vaste activa = biologische activa - dragende planten, andere materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen
    * Noem 2025 = aantal uitgegeven aandelen minus eigen aandelen
    ** Noemer 2025 = gewogen gemiddelde aantal uitgegeven aandelen (10 413 607 aandelen)

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

PALMOLIEACTIVITEITEN (AANTAL EXTRACTIEFABRIEKEN EN PITTENPLETTERIJEN)

2025 2024
INDONESIË 7 7
RSPO en ISPO-gecertificeerde extractiefabrieken – Identiteit behouden 5 5
RSPO en ISPO-gecertificeerde extractiefabrieken – Massabalans 1 1
Niet-gecertificeerde extractiefabriek* 1 1
PAPOEA-NIEUW-GUINEA 5 5
RSPO-gecertificeerde extractiefabrieken – Identiteit behouden 3 3
RSPO-gecertificeerde pittenpletterijen – Scheiding 2 2
  • Nieuwe palmolie-extractiefabriek in Zuid-Sumatra in 2024

VOORUITGANG RSPO- EN ISPO-CERTIFICERING: PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEKEN EN PITTENPLETTERIJEN

2. DUURZAAMHEIDSCERTIFICATEN DUURZAAMHEIDSNORMEN EN -CERTIFICERING NORMEN EN CERTIFICERING (AANTAL CERTIFICATEN)

PRODUCT 2025 2024*
Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO)* Palmolie 8
International Sustainability and Carbon Certification (ISCC) Palmolie 4
Indonesian Sustainable Palm Oil (ISPO) Palmolie 9**
ISO 14001:2015 Palmolie 0***
ISO 9001:2015 Palmolie 0****
GLOBALG.A.P. Bananen 2
Rainforest Alliance Bananen 2
Fairtrade Bananen 2
Sedex Bananen 1
TOTAAL 28
  • De Bandar Pinang-plantage werd in 2025 gecertificeerd als onderdeel van de toeleveringsbasis voor de Bukit Maradja palmolie-extractiefabriek.
    ** Nieuwe certificering van Citra Sawit Mandiri
    *** en * ISO 14001 en ISO 9001 certificeringen beëindigd
    ** In 2024 vielen deze gegevens niet onder de beperkte zekerheid van het Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD).

OLIEPALMACTIVITEITEN (HECTARE)

SIPEF GROEP 2025 2024
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – eigen plantages 63 343 64 357
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – scheme smallholders 18 629 18 634
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – onafhankelijke lokale boeren* 52 60
TOTALE RSPO-GECERTIFICEERDE BEPLANTE OPPERVLAKTE 82 023 83 051
INDONESIË
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – eigen plantages 49 793 50 808
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – scheme smallholders 3 827 3 827
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – onafhankelijke lokale boeren 52 60
TOTALE RSPO-GECERTIFICEERDE BEPLANTE OPPERVLAKTE 53 672 54 695
PAPOEA-NIEUW-GUINEA
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – eigen plantages 13 550 13 550
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – scheme smallholders 14 801 14 807
TOTALE RSPO-GECERTIFICEERDE BEPLANTE OPPERVLAKTE 28 351 28 356
  • Het bereik van de onafhankelijke lokale boeren omvat alleen diegenen die leveren aan SIPEF-palmolie-extractiefabrieken. Afname in 2025 door vermindering van het aantal lokale boeren die lid waren.

RSPO-GECERTIFICEERDE VOLUMES VERSE VRUCHTENTROSSEN (FRESH FRUIT BUNCHES-FFB) ONTVANGEN IN OLIEPALMACTIVITEITEN (TON)

SIPEF GROEP 2025 2024
RSPO-gecertificeerde FFB – eigen plantages 1 339 487 1 181 902
RSPO-gecertificeerde FFB – scheme smallholders 273 721 229 540
RSPO-gecertificeerde FFB – onafhankelijke lokale boeren 876 806
RSPO-gecertificeerde FFB – outgrowers 8 619 7 703
TOTAAL RSPO-GECERTIFICEERDE FFB 1 622 703 1 419 950
INDONESIË
RSPO-gecertificeerde FFB – eigen plantages 987 966 897 117
RSPO-gecertificeerde FFB – scheme smallholders 40 355 27 574
RSPO-gecertificeerde FFB – onafhankelijke lokale boeren 876 806
RSPO-gecertificeerde FFB – outgrowers 8 619 7 703
TOTAAL RSPO-GECERTIFICEERDE FFB 1 037 816 933 200
PAPOEA-NIEUW-GUINEA
RSPO-gecertificeerde FFB – eigen plantages 351 521 284 785
RSPO-gecertificeerde FFB – scheme smallholders 233 366 201 965
TOTAAL RSPO-GECERTIFICEERDE FFB 584 887 486 750

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

PALMOLIEACTIVITEITEN (TON)

2025 2024
RSPO GECERTIFICEERDE CPO 384 458 314 924
Indonesië 239 803 200 563
Papoea-Nieuw-Guinea 144 655 114 362
RSPO GECERTIFICEERDE PK 78 083 67 054
Indonesië 49 984 42 911
Papoea-Nieuw-Guinea 28 099 24 143
RSPO GECERTIFICEERDE PKO 11 183 9 478
Indonesië 0 0
Papoea-Nieuw-Guinea 11 183 9 478

3. MILIEU ENERGIE: TOTAAL ENERGIEVERBRUIK (MWh)

SIPEF GROEP 2025 2024
A. NIET-HERNIEUWBARE BRONNEN
1. Brandstofverbruik uit steenkool en steenkoolproducten 0 0
2. Brandstofverbruik uit ruwe olie en aardolieproducten 122 321 98 999
3. Brandstofverbruik uit aardgas 0 647
4. Brandstofverbruik uit andere fossiele brandstoffen 5 885 1 876
5. Gekochte elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele brandstoffen 14 160 13 172
TOTAAL VERBRUIK VAN NIET-HERNIEUWBARE ENERGIE 142 366 114 694
B. HERNIEUWBARE BRONNEN
6. Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen, inclusief biomassa 55 691 32 787
7. Verbruik van gekochte of aangekochte elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen 0 0
8. Verbruik van zelf opgewekte niet als brandstof gebruikte hernieuwbare energie 0 0
TOTAAL VERBRUIK DUURZAME ENERGIE 55 691 32 787
C. VERBRUIK UIT NUCLEAIRE BRONNEN 0 0
D. TOTAAL ENERGIEVERBRUIK 198 057 147 481
Aandeel niet-hernieuwbare bronnen (%) 72% 78%
Aandeel hernieuwbare bronnen (%) 28% 22%
Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen (%) 0% 0%
Netto-opbrengst SIPEF (KUSD)* 570 432 443 810
Energie-intensiteit gebaseerd op netto-inkomsten (MWh/KUSD) 0,35 0,33
  • Zie voetnoot 7: operationeel resultaat en segmentinformatie

BRUTO BROEIKASGASUITSTOOT SCOPES 1, 2, 3

BRUTO BROEIKASGASUITSTOOT 2025 2024
SCOPE 1 BROEIKASGASUITSTOOT (tCO2e)
Bruto Scope 1 broeikasgasuitstoot 1 493 210 1 544 732*
Percentage Scope 1 van gereguleerde uitstoothandelssystemen 0 0
SCOPE 2 BROEIKASGASUITSTOOT (tCO2e)
Bruto locatiegebaseerde Scope 2 broeikasgasuitstoot 7 593 7 183*
Bruto marktgebaseerde Scope 2 broeikasgasuitstoot 8 241 7 209*
SCOPE 3 BROEIKASGASUITSTOOT (tCO2e)
1. Gekochte goederen en diensten 66 534 58 889
2. Kapitaalgoederen 14 551 18 884
3. Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten 11 446 6 822
4. Stroomopwaarts transport en distributie 53 004 43 118*
6. Zakenreizen 1 050 1 876
9. Stroomafwaarts transport 6 449 7 711*
10. Verwerking van verkochte producten 16 280 13 631*
12. Verwerking van verkochte producten aan het einde van hun levensduur 73 404 47 391*
TOTALE BROEIKASGASUITSTOOT (tCO2e)
Totale broeikasgasuitstoot (op basis van locatie) 1 743 520 1 750 236*
Totale broeikasgasuitstoot (marktgebaseerd) 1 744 168 1 750 261*
BIOGENE CO2-UITSTOOT UIT DE VERBRANDING OF BIOLOGISCHE AFBRAAK VAN BIOMASSA (tCO2e) 309 850 287 292*
Netto-opbrengst SIPEF (KUSD)** 570 432 443 810
TOTALE BRUTO INTENSITEIT VAN DE BROEIKASGASUITSTOOT OP BASIS VAN NETTO-INKOMSTEN (tCO2e/KUSD)
Totale bruto intensiteit van de broeikasgasuitstoot op basis van netto-inkomsten (locatiegebaseerd) 3,1 3,9*
Totale bruto intensiteit van de broeikasgasuitstoot op basis van netto-inkomsten (marktgebaseerd) 3,1 3,9*
  • Aangepast, zie het hoofdstuk klimaatverandering voor meer informatie
    ** Zie voetnoot 7: operationeel resultaat en segmentinformatie

VERWIJDERING VAN BROEIKASGASSEN

2025 2024
Totale verwijdering van broeikasgassen door eigen activiteiten* (tCO2e) 196 886 196 886**
  • Verwijderingen uit eigen activiteiten omvatten alle gebieden met hoge natuurwaarde (High Conservation Value-HCV) en hoge koolstofvoorraad (High Carbon Stock-HCS), evenals andere natuurgebieden in Papoea-Nieuw-Guinea en SIPEF Biodiversity Indonesia.
    ** Aangepast, zie het hoofdstuk klimaatverandering voor meer informatie

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEK BESTEMMING AFVALWATER VAN PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEKEN

PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEK BESTEMMING WETTELIJKE GRENSWAARDEN BOD* (MG/L) WETTELIJKE GRENSWAARDEN COD** (MG/L) WETTELIJKE GRENSWAARDEN TSS*** (MG/L) BOD* OVERSCHREDEN GRENSWAARDEN COD** OVERSCHREDEN GRENSWAARDEN TSS*** OVERSCHREDEN GRENSWAARDEN BOD* OVERSCHREDEN GRENSWAARDEN COD** OVERSCHREDEN GRENSWAARDEN TSS*** OVERSCHREDEN GRENSWAARDEN
INDONESIË 2025 2025 2025 2024 2024 2024
Agro Muara Rupit Lozing in het water 100 350 250 0 0 0 0 0 0
Bunga Tanjung Lozing in het water 100 350 250 0 0 0 0 0 0
Mukomuko Lozing in het water 100 350 250 0 0 0 0 0 0
Dendymarker Indah Lestari Lozing in het water 100 350 250 0 0 0 0 0 0
Umbul Mas Wisesa Lozing in het water 100 350 250 0 0 0 0 0 0
Bukit Maradja Op het land en gebruik voor compostering 5 000 n.v.t. n.v.t. 0 n.v.t. n.v.t. 0 n.v.t. n.v.t.
Perlabian Op het land 5 000 n.v.t. n.v.t. 0 n.v.t. n.v.t. 0 n.v.t. n.v.t.
PAPOEA-NIEUW-GUINEA
Hargy Lozing in het water 100 n.v.t. 500 6 0 5 0 0 1
Barema Op het land 4 000 n.v.t. 1 000 0 0 0 0 0 2
Navo Op het land 4 000 n.v.t. 1 000
Locatie Type BOD* COD** TSS*** 2025 2025 2025 2024 2024 2024
Agboville Stuwdam 150 500 50 0 0 0 0 0 0
Azaguié 2 Stuwdam 150 500 50 0 0 0 0 0 0
Akoudié Rivier 150 500 50 0 0 0 0 0 0
Azaguié 1 Rivier 150 500 50 0 0 0 0 0 1
Lumen 1 Rivier 150 500 50 0 0 1 1 1 0
Lumen 2 Rivier 150 500 50 0 0 1 1 1 0
Motobé Rivier 150 500 50 0 0 1 1 0 0
  • biochemisch zuurstofverbruik (biological oxygen demand – BOD)
    ** chemisch zuurstofverbruik (chemical oxygen demand – COD)
    *** totaal aan zwevende stoffen (total suspended solids – TSS)

KWALITEIT GELOOSD AFVALWATER

PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEK BESTEMMING AFVALWATER WETTELIJKE GRENSWAARDEN BOD* (MG/L) WETTELIJKE GRENSWAARDEN COD** (MG/L) WETTELIJKE GRENSWAARDEN TSS*** (MG/L) 2025 BOD* OVERSCHREDEN 2025 COD** OVERSCHREDEN 2025 TSS*** OVERSCHREDEN 2024 BOD* OVERSCHREDEN 2024 COD** OVERSCHREDEN 2024 TSS*** OVERSCHREDEN
INDONESIË
Agro Muara Rupit Lozing in het water 100 350 250 0 0 0 0 0 0
Bunga Tanjung Lozing in het water 100 350 250 0 0 0 0 0 0
Mukomuko Lozing in het water 100 350 250 0 0 0 0 0 0
Dendymarker Indah Lestari Lozing in het water 100 350 250 0 0 0 0 0 0
Umbul Mas Wisesa Lozing in het water 100 350 250 0 0 0 0 0 0
Bukit Maradja Op het land 5 000 n.v.t. n.v.t. 0 n.v.t. n.v.t. 0 n.v.t. n.v.t.
Perlabian Op het land 5 000 n.v.t. n.v.t. 0 n.v.t. n.v.t. 0 n.v.t. n.v.t.
PAPOEA NIEUW GUINEA
Hargy Lozing in het water 100 n.v.t. 500 6 0 5 0 0 1
Barema Op het land 4 000 n.v.t. 1 000 0 0 0 0 0 2
Navo Op het land 4 000 n.v.t. 1 000 0 0 0 0 0 3
CÔTE D'IVOIRE
Agboville Stuwdam 150 500 50 0 0 0 0 0 0
Azaguié 2 Stuwdam 150 500 50 0 0 0 0 0 0
Akoudié Rivier 150 500 50 0 0 0 0 0 0
Azaguié 1 Rivier 150 500 50 0 0 0 0 0 1
Lumen 1 Rivier 150 500 50 0 0 1 1 1 0
Lumen 2 Rivier 150 500 50 0 0 1 1 1 0
Motobé Rivier 150 500 50 0 0 1 1 0 0
  • biochemisch zuurstofverbruik (biological oxygen demand – BOD)
    ** chemisch zuurstofverbruik (chemical oxygen demand – COD)
    *** totaal aan zwevende stoffen (total suspended solids – TSS)

MONITORING VAN LUCHTUITSTOOT IN PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEKEN

PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEK WETTELIJKE GRENSWAARDE 2025 OVERSCHREDEN GRENSWAARDEN 2025 OVERSCHREDEN GRENSWAARDEN 2024
INDONESIË
Agro Muara Rupit Dekking <30% 0 0
Bunga Tanjung 0 0
Mukomuko 0 0
Dendymarker Indah Lestari 0 0
Umbul Mas Wisesa 0 0
Bukit Maradja 0 0
Perlabian 0 0
PAPOEA NIEUW GUINEA
Hargy < Ringelmann 2 (40%) rookdichtheid gedurende meer dan 20% van de operatietijd 0 0
Barema 0 0
Navo 0 0

AGROCHEMISCH GEBRUIK 2025

AGROCHEMISCH GEBRUIK PAPOEA-NIEUW-GUINEA INDONESIË
TOEPASSING PESTICIDEN
Kilogram actieve ingrediënt/hectare pesticiden* 0,78 1,71
Toxiciteit/hectare herbicide 93 290
TOEPASSING VAN MESTSTOFFEN
Ton/hectare anorganische meststof 0,59 0,87
  • Met uitzondering van hulpstoffen

WATERBEHEER

WATERBEHEER 2025 (m³) 2024 (m³)
VERWERKING VAN PALMOLIE
1. Waterverbruik 1 129 840 914 966
2. Gerecycled en hergebruikt water 285 832 218 101*
3. Opgeslagen water 566 712** 566 972
BANANENPLANTAGES EN VERPAKKINGSSTATIONS
1. Waterverbruik 10 040 324 10 322 188
2. Gerecycled en hergebruikt water 226 855 113 268***
3. Opgeslagen water 0 0
SIPEF GROEP
Waterverbruik 11 170 164 11 237 154
Totale netto-omzet (miljoen EUR)**** 505 411
Totale intensiteit waterverbruik/netto-inkomsten (m³/miljoen EUR) 22 119 27 341
  • Aangepast om de bijgewerkte aanname voor toepassing op het land weer te geven. Voordien gerapporteerd in IAR 2024: 504 545.
    ** Het wateropslagniveau is veranderd omdat een van de opslagdammen niet langer in gebruik is.
    *** Herzien om de bijgewerkte berekeningsmethodologie zoals opgenomen in bijlage 4 te weerspiegelen. Voorheen gerapporteerd in IAR 2024: 46 524
    **** Zie toelichting 7: operationeel resultaat en segmentinformatie

INTENSITEIT WATERGEBRUIK IN PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEKEN EN BANANENOPERATIES, PER PRODUCT

INTENSITEIT WATERVERBRUIK DOELSTELLING 2025 2024
INDONESIË (m³/TON VERWERKTE FFB IN EEN PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEK)
Agro Muara Rupit ≤1 0,69 1,24
Bukit Maradja ≤1 0,78 0,90
Bunga Tanjung ≤1 0,90 0,81
Dendymarker Indah Lestari ≤1 0,68 0,95
Mukomuko ≤1 0,83 0,81
Perlabian ≤1 0,79 0,77
Umbul Mas Wisesa ≤1,5 1,21 1,35
PAPOEA NIEUW GUINEA (m³/TON VERWERKTE FFB IN EEN PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEK)
Barema ≤1,3 1,31 1,06
Hargy ≤1,3 1,11 1,00
Navo ≤1,3 1,01 1,23
CÔTE D’IVOIRE (m³/TON BANANENPRODUCTIE)
Plantages en verpakkingsstations Geen doelstelling 201,05 212,85

BESCHERMING VAN EIGEN NATUURBEHOUDSGEBIEDEN

SIPEF’S NATUURBEHOUD BINNEN EIGEN CONCESSIES PER LAND (IN HECTARE)

NATUURBESCHERMINGSGEBIEDEN MET HOGE NATUURWAARDE (HCV) EN HOGE KOOLSTOFVOORRAAD (HCS) 2025 2024
Indonesië 9 251 9 251*
Papoea-Nieuw-Guinea 5 626 5 626
Côte d’Ivoire 216 216
TOTAAL 15 092 15 092*
  • Herzien om de affakening van landtitels binnen de oliepalmplantages weer te geven. Eerder gerapporteerd in IAR2024: 9 478

MONITORING VAN BOSVERLIES

GEMONITORDE GEBIEDEN (IN HECTARE) EIGEN CONCESSIE VAN SIPEF GEBIEDEN VAN LOKALE BOEREN TOTAAL GEMONITORDE GEBIEDEN
2025 133 305 24 486 157 791
2024 133 305 24 486 157 791

MONITORING VAN BOSVERLIES IN EIGEN CONCESSIES

BINNEN DE CONTROLE VAN DE GROEP 2025 GEVERIFIEERDE INCIDENTEN 2025 GETROFFEN GEBIEDEN (IN HECTARE) 2024 GEVERIFIEERDE INCIDENTEN 2024 GETROFFEN GEBIEDEN (IN HECTARE)
INDONESIË 0 0 0 0
Noord-Sumatra 0 0 0 0
Bengkulu 0 0 0 0
Zuid-Sumatra 0 0 0 0
PAPOEA NIEUW GUINEA 0 0 0 0
TOTAAL 0 0 0 0

MONITORING VAN BOSVERLIES IN GEBIEDEN VAN LOKALE BOEREN

BINNEN DE GEBIEDEN VAN LOKALE BOEREN 2025 GEVERIFIEERDE INCIDENTEN 2025 GETROFFEN GEBIEDEN (IN HECTARE) 2024 GEVERIFIEERDE INCIDENTEN 2024 GETROFFEN GEBIEDEN (IN HECTARE)
INDONESIË 0 0 0 0
Noord-Sumatra 0 0 0 0
Bengkulu 0 0 0 0
Zuid-Sumatra 0 0 0 0
PAPOEA NIEUW GUINEA 0 0 0 0
TOTAAL 0 0 0 0

MONITORING VAN BRANDHAARDEN IN EIGEN CONCESSIES

BINNEN EIGEN CONCESSIES 2025 GECONTROLEERDE BRANDHAARDEN 2025 GETROFFEN GEBIEDEN (IN HECTARE) 2024 GECONTROLEERDE INCIDENTEN VAN VERLIES AAN BOOMBEDEKKING 2024 GETROFFEN GEBIEDEN (IN HECTARE)
INDONESIË 2 13,19 6 10,7
Noord-Sumatra 1 10,0 0 0,0
Bengkulu 0 0 0 0,0
Zuid-Sumatra 1 3,19 6 10,7
PAPOEA NIEUW GUINEA 1 < 0,01 1 0,01
TOTAAL 3 13,19 7 10,71

MONITORING VAN BRANDHAARDEN IN GEBIEDEN VAN LOKALE BOEREN

BINNEN DE GEBIEDEN VAN LOKALE BOEREN 2025 BRANDHAARDEN 2025 GETROFFEN GEBIEDEN (IN HECTARE) 2024 BRANDHAARDEN 2024 GETROFFEN GEBIEDEN (IN HECTARE)
INDONESIË 0 0 1 10
Noord-Sumatra 0 0 0 0
Bengkulu 0 0 0 0
Zuid-Sumatra 0 0 1 10
PAPOEA NIEUW GUINEA 1 0,5 1 1
TOTAAL 1 0,5 2 11

SBI BIODIVERSITEITSMONITORING (OP 31 DECEMBER 2025)

EENHEID BASISJAAR DOELSTELLING TEGEN 2027 2025 2024
Herstel van aangetast gebied (Hectare) 2024 1 123 303 62

SIPEF BIODIVERSITY INDONESIA (SBI) PROGRAMMA VOOR HERSTEL VAN KUSTGEBIED

LAND EENHEID DOELSTELLING TEGEN 2027 2025 2024
Indonesië Hectare 35 hectare kustbuffer zal worden hersteld Ondersteunde natuurlijke regeneratie aan de gang. In 2025 werden 1 661 zaailingen geplant binnen de kustbufferzone. Ondersteunde natuurlijke regeneratie aan de gang. In 2024 werden 581 zaailingen geplant binnen de kustbufferzone.
Papoea-Nieuw-Guinea Hectare 6,5 Voltooiing van de aanplant van 6,5 hectare mangrove Lopende actieve mangroveaanplant binnen de kustbufferzone. 1 340 zaailingen geplant in 2025. Lopende actieve mangroveaanplant binnen de kustbufferzone. 796 zaailingen geplant in 2024.

4. SOCIAAL

WERKNEMERS PER GESLACHT

GESLACHT 2025 2024
Mannen 18 004 18 066
Vrouwen 6 023 6 138
Andere 0 0
Niet gerapporteerd 0 0
TOTAAL WERKNEMERS 24 027 24 204

WERKNEMERS PER LAND

LAND 2025 2024
Indonesië 16 685 16 856
Papoea-Nieuw-Guinea 4 852 4 668
Côte d’Ivoire 2 448 2 640
België 24 23
Singapore 18 17
TOTAAL WERKNEMERS 24 027 24 204

WERKNEMERS PER CONTRACTTYPE PER GESLACHT

2025 CONTRACTTYPE VROUWEN MANNEN ANDERE NIET GERAPPORTEERD TOTAAL
Vast 3 173 14 206 0 0 17 379
Tijdelijk 2 850 3 798 0 0 6 648
TOTAAL AANTAL WERKNEMERS 6 023 18 004 0 0 24 027
2024 CONTRACTTYPE VROUWEN MANNEN ANDERE NIET GERAPPORTEERD TOTAAL
Vast 2 872 13 696 0 0 16 568
Tijdelijk 3 266 4 370 0 0 7 636
TOTAAL AANTAL WERKNEMERS 6 138 18 066 0 0 24 204

PERSONEELSVERLOOP SIPEF-GROEP

2025 2024
TOTAAL PERSONEELSVERLOOP 3 543 5 162
Graad van personeelsverloop 15% 21%

WERKNEMERS PER GESLACHT, PER GEWAS

2025 GEWAS VROUWEN MANNEN TOTAAL 2024 VROUWEN 2024 MANNEN 2024 TOTAAL
Oliepalm 4 625 15 149 19 774 4 616 14 981 19 597
Bananen 749 1 699 2 448 822 1 818 2 640
Thee 623 1 140 1 763 678 1 249 1 927
Hoofdkantoor* 26 16 42 22 18 40
TOTAAL 6 023 18 004 24 027 6 138 18 066 24 204
  • Kantoren in Singapore en België

WERKNEMERS PER CONTRACTTYPE PER GEWAS

2025 GEWAS VAST TIJDELIJK TOTAAL 2024 VAST 2024 TIJDELIJK 2024 TOTAAL
Oliepalm 14 783 4 991 19 774 14 016 5 581 19 597
Bananen 1 555 893 2 448 1 411 1 229 2 640
Thee 999 764 1 763 1 101 826 1 927
Hoofdkantoor* 42 0 42 40 0 40
TOTAAL 17 379 6 648 24 027 16 568 7 636 24 204
  • Kantoren in Singapore en België

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMSTEN

LAND 2025 GEDEKT 2025 TOTAAL AANTAL WERKNEMERS 2025 GEDEKT (%) 2024 GEDEKT 2024 TOTAAL AANTAL WERKNEMERS 2024 GEDEKT (%)
Indonesië 10 310 16 685 62% 9 657 16 856 57%
Côte d’Ivoire 0 4 852 0% 0 4 668 0%
België 2 448 2 448 100% 2 640 2 640 100%
Singapore 24 24 100% 19 23 83%
Papoea-Nieuw-Guinea 0 18 0% 0 17 0%
SIPEF-GROEP 12 782 24 027 53% 12 316 24 204 51%

WERKNEMERS PER CONTRACTTYPE PER GEWAS COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST*

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

GENDERDIVERSITEIT VAN RAAD VAN BESTUUR, PER LAND

2025 VROUWEN MANNEN TOTAAL VROUWEN (%) MANNEN (%)
Indonesië 1 6 7 14% 86%
Papoea-Nieuw-Guinea 1 2 3 33% 67%
Côte d’Ivoire 0 5 5 0% 100%
België 4 7 11 36% 64%
Singapore 1 2 3 33% 67%
2024 VROUWEN MANNEN TOTAAL VROUWEN (%) MANNEN (%)
Indonesië 1 6 7 14% 86%
Papoea-Nieuw-Guinea 1 2 3 33% 67%
Côte d’Ivoire 0 5 5 0% 100%
België 4 7 11 36% 64%
Singapore 1 2 3 33% 67%

GENDERDIVERSITEIT VAN LEDEN VAN HET EXECUTIEF COMITÉ, PER LAND

2025 VROUWEN MANNEN TOTAAL VROUWEN (%) MANNEN (%)
Indonesië 3 17 20 15% 85%
Papoea-Nieuw-Guinea 4 9 13 31% 69%
Côte d’Ivoire 0 4 4 0% 100%
Belgium 0 2 2 0% 100%
Singapore 1 0 1 100% 0%
2024 VROUWEN MANNEN TOTAAL VROUWEN (%) MANNEN (%)
Indonesië 3 20 23 13% 87%
Papoea-Nieuw-Guinea 1 7 8 12,5% 87,5%
Côte d’Ivoire 0 4 4 0% 100%
België 1 3 4 25% 75%
Singapore Geen executief comité

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

VERDELING VAN WERKNEMERS NAAR LEEFTIJDSGROEP

2025 < 30 JAAR 30 – 50 JAAR > 50 JAAR TOTAAL 2024 < 30 JAAR 30 – 50 JAAR > 50 JAAR TOTAAL
Indonesië 4 192 11 419 1 074 16 685 4 266 11 441 1 149 16 856
Papoea-Nieuw-Guinea 1 270 3 216 366 4 852 1 053 3 245 370 4 668
Côte d’Ivoire 761 1 473 214 2 448 887 1 556 197 2 640
België 1 16 7 24 2 14 7 23
Singapore 0 9 9 18 0 12 5 17
TOTAAL SIPEF-GROEP 6 224 16 133 1 670 24 027 6 208 16 268 1 728 24 204

OPLEIDINGSUREN

2025* OPLEIDINGSUREN VROUWEN OPLEIDINGSUREN MANNEN GEMIDDELD AANTAL OPLEIDINGSUREN VROUWEN GEMIDDELD AANTAL OPLEIDINGSUREN MANNEN
Indonesië 5 353 21 994 1,30 1,75
Papoea-Nieuw-Guinea 1 677 17 281 1,48 4,65
Côte d’Ivoire 3 015 7 768 4,03 4,57
België 403 167 23,70 23,79
Singapore 73 112 8,11 12,44
TOTAAL SIPEF-GROEP 10 520 47 321 1,75 2,63
2024 OPLEIDINGSUREN VROUWEN OPLEIDINGSUREN MANNEN GEMIDDELD AANTAL OPLEIDINGSUREN VROUWEN GEMIDDELD AANTAL OPLEIDINGSUREN MANNEN
Indonesië 5 527 19 810 1,30 1,57
Papoea-Nieuw-Guinea 3 718 16 184 3,59 4,46
Côte d’Ivoire 4 320 9 603 5,26 5,28
België 169 180 10,56 25,71
Singapore 0 0 0 0
TOTAAL SIPEF-GROEP 13 734 45 777 2,24 2,54
  • Opleidingsuren voor het kantoor in Singapore en Cibuni tea estate worden vanaf 2025 niet meer opgenomen.

VOORZIENE FACILITEITEN

AANWEZIGE FACILITEITEN* EENHEID 2025 2024
Huisvesting Aantal woningen 12 135 12 135
Scholen** Aantal scholen 51 50
Klinieken Aantal klinieken 47 47
Kinderopvanggelegenheden Aantal kinderopvanggelegenheden 43 43
  • Deze gegevens vallen niet onder de beperkte zekerheid van het Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD).
    ** In 2025 werd er één nieuwe school gebouwd in Côte d'Ivoire.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

VEILIGHEIDSGEGEVENS

2025 LAND EENHEID CÔTE D’IVOIRE INDONESIË PAPOEA-NIEUW-GUINEA
Dodelijke slachtoffers – werkgerelateerde ongevallen Aantal gevallen 0 0 0
Registreerbare arbeidsongevallen Aantal gevallen 104 353 290
Ongevallen met werkverlet – werkgerelateerde ongevallen Aantal gevallen 56 223 72
Verloren werkdagen – werkgerelateerde ongevallen Aantal dagen 370 2 028 177
TOTAAL AANTAL GEWERKTE UREN Aantal uur 5 426 064 32 119 061 10 282 904
2024 LAND EENHEID CÔTE D’IVOIRE INDONESIË PAPOEA-NIEUW-GUINEA
Dodelijke slachtoffers – werkgerelateerde ongevallen Aantal gevallen 0 0 0
Registreerbare arbeidsongevallen Aantal gevallen Niet bijgehouden Niet bijgehouden Niet bijgehouden
Ongevallen met werkverlet – werkgerelateerde ongevallen Aantal gevallen 53 135 189
Verloren werkdagen – werkgerelateerde ongevallen Aantal dagen 179 826 456
TOTAAL AANTAL GEWERKTE UREN Aantal uur 5 614 080* 31 358 900* 10 642 968*
  • De cijfers voor 2024 zijn herzien om in lijn te zijn met de bijgewerkte berekeningsmethode van de arbeidsuren volgens bijlage 4. Eerder gerapporteerd in IAR2024: Côte d’Ivoire (6 919 968), Indonesië (32 052 804), Papoea-Nieuw-Guinea (11 572 704).

FREQUENTIE VAN ONGEVALLEN MET WERKVERLET (LOST TIME INJURY FREQUENCY RATE – LTIFR)

LAND* BASISJAAR DOELSTELLING 2027** 2025 2024***
Indonesië 2025 6,07 6,94 4,30
Papoea-Nieuw-Guinea 2024 6,61 7,00 17,76
Côte d’Ivoire 2024 8,64 10,32 9,44
België - - Niet beschikbaar -
Singapore - - Niet beschikbaar -
  • LTIFR wordt niet opgevolgd voor Singapore en België, aangezien deze locaties uitsluitend uit administratieve kantoren bestaan.
    ** Herziene doelen door veranderingen in de berekeningsmethode van werkuren.
    *** De cijfers voor 2024 zijn herzien om in lijn te zijn met de bijgewerkte berekeningsmethode van de arbeidsuren volgens bijlage 4. Eerder gerapporteerd in IAR2024: Indonesië (4,20), Papoea-Nieuw-Guinea (16,33), Côte d’Ivoire (7,66).

FREQUENTIE VAN REGISTREERBARE WERKGERELATEERDE LETSELS (TOTAL RECORDABLE WORK-RELATED INCIDENT RATE – TRIR)

COUNTRY* 2025
Indonesië 10,99
Papoea-Nieuw-Guinea 28,20
Côte d’Ivoire 19,17
België Niet beschikbaar
Singapore Niet beschikbaar
  • TRIR wordt niet opgevolgd voor Singapore en België, aangezien deze locaties uitsluitend uit administratieve kantoren bestaan.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

INCIDENTEN INZAKE DISCRIMINATIE, INCLUSIEF INTIMIDATIE

2025 LAND GEMELDE WERKGERELATEERDE INCIDENTEN VAN DISCRIMINATIE EN INTIMIDATIE (AANTAL GEVALLEN) BEDRAG AAN BOETES, STRAFFEN EN SCHADEVERGOEDINGEN (USD)
SIPEF-groep 0 0

INCIDENTEN MET ERNSTIGE MENSENRECHTENSCHENDINGEN

2025 LAND INCIDENTEN MET ERNSTIGE MENSENRECHTENSCHENDINGEN (AANTAL GEVALLEN) BEDRAG AAN BOETES, STRAFFEN EN SCHADEVERGOEDINGEN (USD)
SIPEF-groep 0 0

LOONKLOOF TUSSEN MANNEN EN VROUWEN

LAND VALUTA 2025 2024
Indonesië IDR 11% 12%
Papua New Guinea PGK 9% 13%
Côte d’Ivoire XOF 26% 33%
België EUR 50% 52%
Singapore SGD 10% 62%

VERGOEDINGSRATIO

LAND VALUTA 2025 2024
Indonesië IDR 237,10 187,21
Papoea-Nieuw-Guinea PGK 130,79 145,27
Côte d’Ivoire XOF 130,29 189,74
België EUR 6,32 8,80
Singapore SGD 6,41 5,26

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

PROGRAMMA’S VOOR LOKALE BOEREN 2025

PROGRAMMA’S VOOR LOKALE BOEREN AANTAL LOKALE BOEREN AANTAL RSPO GECERTIFICEERDE LOKALE BOEREN BEPLANTE OPPERVLAKTE (HECTARE) RSPO-GECERTIFICEERD BEPLANTE OPPERVLAKTE (HECTARE)
SIPEF scheme smallholders 5 551 4 918 20 903 18 629
INDONESIË 1 911 1 278 6 102 3 827
Coöperatieve van lokale boeren (Koperasi) 1 861 1 228 5 517 3 243
Village smallholders (Kebun Masyarakat Desa) 50 50 585 585
PAPOEA-NIEUW-GUINEA 3 640 3 640 14 801 14 801
Associated smallholders 3 640 3 640 14 801 14 801
2025 AANTAL LOKALE BOEREN AANTAL RSPO GECERTIFICEERDE LOKALE BOEREN RSPO-GECERTIFICEERD BEPLANTE OPPERVLAKTE (HECTARE)
INDONESIË 26 26 52
Onafhankelijke lokale boeren 26 26 52
2024 AANTAL LOKALE BOEREN AANTAL RSPO GECERTIFICEERDE LOKALE BOEREN RSPO-GECERTIFICEERD BEPLANTE OPPERVLAKTE (HECTARE)
INDONESIË 29 29 60
Onafhankelijke lokale boeren 29 29 60
2024 PROGRAMMA’S VOOR LOKALE BOEREN AANTAL LOKALE BOEREN AANTAL RSPO GECERTIFICEERDE LOKALE BOEREN BEPLANTE OPPERVLAKTE (HECTARE) RSPO-GECERTIFICEERD BEPLANTE OPPERVLAKTE (HECTARE)
SIPEF scheme smallholders 5 511 4 879 21 003 18 634
INDONESIË 1 865 1 233 6 196 3 827
Coöperatieve van lokale boeren (Koperasi) 1 815 1 183 5 611 3 243
Village smallholders (Kebun Masyarakat Desa) 50 50 585 585
PAPOEA-NIEUW-GUINEA 3 646 3 646 14 807 14 807
Associated smallholders 3 646 3 646 14 807 14 807

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

GOVERNANCE

OPLEIDING VOOR CORRUPTIE- EN OMKOPINGSBESTRIJDING

2025 RISICOFUNCTIES 2025 ANDERE EIGEN WERKNEMERS* 2024 RISICOFUNCTIES 2024 ANDERE EIGEN WERKNEMERS*
DEKKING OPLEIDING (Totaal aantal werknemers dat opleiding kreeg) 1 174 47 478 68
LEVERINGSMETHODE EN DUUR (Gemiddeld aantal uren persoonlijke en online opleiding) 2 2 2,5 2,5
FREQUENTIE (Hoe vaak de opleiding vereist is) Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
BEHANDELDE ONDERWERPEN
Definitie van corruptie x x x x
Beleid x x x x
Procedures bij verdenking/detectie van corruptie x x x x
Relevante wetten en sancties x x x x
Andere x x x x
  • Managers en administratieve, leidinggevende en toezichthoudende organen worden mogelijk ingedeeld onder ‘Andere eigen werknemers’.

CORRUPTIE- EN OMKOPINGSINCIDENTEN

2025 AANTAL VEROORDELINGEN AANTAL BOETES VOOR OVERTREDING ALLE ACTIES DIE ZIJN ONDERNOMEN OM SCHENDINGEN VAN PROCEDURES EN NORMEN VOOR ANTICORRUPTIE EN ANTI-OMKOPING AAN TE PAKKEN
SIPEF-groep 0 0 Geen

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Bijlage 3 – EU-taxonomie – boekhoudkundig beleid

De evaluatie van het wel of niet in aanmerking komen voor taxonomieclassificatie van omzet, capital expenditure (Capex) en operating expenditure (Opex) van SIPEF werd uitgevoerd conform de specificaties en definities uiteengezet in bijlage I van de krachtens Artikel 8 Gedelegeerde Handeling. Het voor dit proces gehanteerde boekhoudkundig beleid is als volgt:

Omzet-KPI

Het percentage van de voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten in de totale omzet van de Groep is berekend als het deel van de netto-omzet afgeleid van producten en diensten die verband houden met voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten (teller) gedeeld door de netto-omzet (noemer). De noemer van de omzet-KPI is gebaseerd op de geconsolideerde netto-omzet van de Groep overeenkomstig IAS 1 .82(a). Nadere details over het boekhoudkundig beleid van de Groep betreffende de geconsolideerde netto-omzet van de Groep zijn terug te vinden bij de geconsolideerde financiële staten. Wat de teller betreft, heeft SIPEF geen voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende activiteiten vastgesteld, zoals hoger toegelicht.

Reconciliatie

De geconsolideerde netto-omzet van de Groep kan worden gereconcilieerd met de geconsolideerde financiële staten, bij de winst-en-verliesrekening (Financiële Staten - omzet).

Capex-KPI

De Capex-KPI wordt gedefinieerd als de voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende Capex (teller) gedeeld door de totale Capex van de Groep (noemer). De teller wordt hieronder toegelicht.De totale Capex bestaat uit de toevoegingen aan de materiële en immateriële vaste activa gedurende het boekjaar, vóór waardeverminderingen, afschrijvingen en eventuele waardeaanpassingen, inclusief herwaarderingen en bijzondere waardeverminderingen, en exclusief wijzigingen in reële waarde. Het omvat toevoegingen aan de vaste activa (IAS 16), immateriële activa (IAS 38) en activa met gebruiksrecht (IFRS 16). Toevoegingen die resulteren uit bedrijfscombinaties zijn ook opgenomen (maar dit is niet van toepassing in 2025). Goodwill is niet opgenomen in de Capex omdat het niet gedefinieerd is als immaterieel actief overeenkomstig IAS 38. Nadere details over het boekhoudkundig beleid betreffende de Capex van de Groep zijn beschikbaar bij de geconsolideerde financiële staten.

Reconciliatie

De totale Capex van de Groep kan worden gereconcilieerd met de geconsolideerde financiële staten, het geconsolideerd kasstroomoverzicht, als de som van de verwerving van immateriële activa, de verwerving van biologische activa en de verwerving van materiële vaste activa.

Opex-KPI

De Opex-KPI wordt gedefinieerd als de voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende Opex (teller) gedeeld door de totale Opex van de Groep (noemer). De teller wordt hieronder toegelicht. De totale Opex bestaat uit rechtstreekse niet-gekapitaliseerde kosten die betrekking hebben op onderzoek en ontwikkeling, bouwrenovatiemaatregelen, kortetermijnhuur, onderhoud en reparatie, en alle andere rechtstreekse dagelijkse onderhoudskosten voor materiële vaste activa. Dat omvat:

  • uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling, die niet van toepassing zijn op de SIPEF-groep. De SIPEF-groep heeft weliswaar uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling, die betrekking hebben op zijn minderheidsdochtervennootschappen Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS) en Timbang Deli, waarop vermogensmutatie wordt toegepast en die niet opgenomen zijn in de Opexberekening.
  • het bedrag van niet-gekapitaliseerde huurovereenkomsten, dat is bepaald overeenkomstig IFRS 16, en dat uitgaven voor kortetermijnhuur en huurovereenkomsten met een lage waarde omvat. Meer informatie kan gevonden worden in de toelichting over leasing opgenomen in de geconsolideerde financiële staten.
  • onderhoud en reparatie en andere rechtstreekse dagelijkse onderhoudskosten voor materiële vaste activa en biologische activa (dragende planten). Zij werden bepaald op basis van de onderhouds- en reparatiekosten toegewezen aan de betrokken activa. Het onderhoud van de biologische activa - dragende planten omvat alle kosten om de biologische activa (dragende planten) in een goede productiestaat te houden. De belangrijkste voorbeelden daarvan zijn de uitgaven in verband met het uitstrooien van meststoffen, snoeien en het bestrijden van ongedierte en ziekten. De betrokken kosten zijn terug te vinden in diverse posten in de winst-en-verliesrekening van de Groep, inclusief de kostprijs van de verkopen (onderhoud van operationele materiële vaste activa en biologische activa – dragende planten) en algemene en administratieve kosten (zoals onderhoud van IT-systemen), indien van toepassing. In het algemeen omvatten zij eveneens personeelskosten, kosten voor diensten, en materiële kosten voor dagelijks onderhoud, naast regelmatige en niet-geplande onderhouds- en reparatiemaatregelen. Deze kosten worden rechtstreeks toegewezen aan de materiële vaste activa.

Aangezien de SIPEF-groep geen voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten heeft vastgesteld, registreert de Groep geen Capex/Opex betreffende activa of processen die verband houden met voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten in de teller van de Capex-KPI en de Opex.

BOEKJAAR (N) 2025 UITSPLITSING NAAR MILIEUDOELSTELLINGEN VAN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITEN

KPI (1) TOTAAL (2) AANDEEL VAN VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN (3) OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITEN (4) AANDEEL VAN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITEN (5) KLIMAAT- MITIGATIE (6) KLIMAAT- ADAPTATIE (7) WATER (8) VERONTREINIGING (9) CIRCULAIRE ECONOMIE (10) BIODIVERSITEIT (11) AANDEEL FACILITERENDE ACTIVITEITEN (12) AANDEEL TRANSITIEON- DERSTEUNENDE ACTIVITEITEN (13) NIET- BEOORDEELDE ACTIVITEITEN DIE ALS NIET- MATERIEEL WORDEN BESCHOUWD (14) OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITEN IN HET VORIGE BOEKJAAR (N-1) (15) AANDEEL VAN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITEN IN HET VOORGAANDE BOEKJAAR (N-1) (16)
Tekst USD % USD % % % % % % % % % % USD %
Omzet 570 432 212 0% 0 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0,01% 0
Capex 89 403 914 0% 0 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 3,54% 0
Opex 57 620 240 0% 0 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0,67% 0

Aandeel van de omzet, Capex en Opex afkomstig van producten of diensten die verband houden met voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende of op de taxonomie afgestemde economische activiteiten – rapportage over boekjaar (N) (samenvattende KPI’s)

Informatie over intellectuele eigendom

De SIPEF-groep heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om informatie over intellectuele eigendom weg te laten. Er werd geen informatie over intellectuele eigendom, knowhow of de resultaten van innovatie weggelaten in de duurzaamheidsverklaring.

Informatie over zaken waarover wordt onderhandeld

SIPEF heeft geen gebruik gemaakt van de in artikel 19a(3), en artikel 29a(3) van Richtlijn 2013/34/EU bedoelde vrijstelling van de verplichting om informatie te verstrekken over ontwikkelingen of aangelegenheden die zich in de onderhandelingsfase bevinden.

Overzicht methodologieën duurzaamheidsgegevens

Er worden duurzaamheidsgegevens verzameld door operationele eenheden en kantoren van SIPEF in België, Côte d’Ivoire, Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Singapore. Als er geen precieze gegevens beschikbaar zijn, worden er redelijke aannames, schattingen en beoordelingen van het management toegepast, wat een bepaalde mate van onzekerheid met zich mee kan brengen. De meeste gegevens zijn gebaseerd op interne dossiers en primaire bronnen. Details over methodologieën, aannames en onzekerheden worden verstrekt in dit onderdeel, in de relevante toelichtingen en verder uitgewerkt in bijlagen 1 en 2.

Bijlage 4 – algemene basis voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring

Behalve de beperkte mate van zekerheid over de duurzaamheidsverklaring die werd verkregen in overeenstemming met CSRD, werd geen enkele metriek in dit verslag gevalideerd door een externe instantie. SIPEF blijft zich inzetten om de kwaliteit en transparantie van haar duurzaamheidsrapportering voortdurend te verbeteren en zo een waarheidsgetrouw en eerlijk beeld te geven van haar impact en prestaties.

Onzekerheid in de schatting

Bij het opstellen van de duurzaamheidsverklaring heeft het management gebruikgemaakt van aannames, oordelen en schattingen die de zekerheid van de gerapporteerde hoeveelheden kunnen beïnvloeden. Hierdoor bestaat er een inherente onzekerheid in de berekeningen van SIPEF met betrekking tot sommige van de gerapporteerde hoeveelheden. De schattingen en onderliggende aannames zijn gebaseerd op ervaringen van het management en verschillende andere factoren, waaronder waar nodig input van experts, en worden redelijk geacht. Dergelijke schattingen en onderliggende aannames worden regelmatig herzien om de nauwkeurigheid van de gerapporteerde cijfers van de Groep te verbeteren. Acties in dit verband omvatten onder andere het verminderen van de afhankelijkheid van het gebruik van aannames of schattingen wanneer betere gegevensbronnen beschikbaar worden. Deze verklaring behandelt de duurzaamheidsprestaties van SIPEF van 1 januari tot 31 december 2025 en werd opgesteld in overeenstemming met de Richtlijn duurzaamheidsrapportering door bedrijven (Corporate Sustainability Reporting Directive – CSRD) en de European Sustainability Reporting Standards (ESRS).

Hoge mate van meetonzekerheid

SIPEF erkent dat Scope 3-broeikasgasuitstoot onderhevig is aan een hoge mate van meetonzekerheid vanwege de complexiteit van uitstoot in de waardeketen en beperkte toegang tot betrouwbare stroomop- en stroomafwaartse gegevens. Om dit aan te pakken, past SIPEF de volgende schattingsmethoden toe:
* schatting op basis van activiteit met gebruik van uitstootfactoren uit internationaal erkende bronnen zoals het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), het UK Department for Environment, Food & Rural Affairs (DEFRA) en de U.S. Environmental Protection Agency (EPA) waar activiteitsgegevens beschikbaar zijn.Als er geen gedetailleerde activiteitsgegevens beschikbaar zijn, worden er methoden op basis van uitgaven gebruikt, waarbij wordt uitgegaan van financiële gegevens om uitstoot te schatten. Er worden materialiteitsdrempels toegepast om te bepalen welke Scope 3-categorieën worden opgenomen, met name wanneer uitstoot waarschijnlijk irrelevant is of de gegevens erg onzeker of oncontroleerbaar zijn. Zie voor meer informatie het gedeelte over klimaatver-andering van dit verslag.

Schattingen waardeketen

Hoewel bepaalde duurzaamheidskwesties als materieel werden geïdentificeerd voor specifieke groepen in de waardeketen van SIPEF, beperkt de gelimiteerde beschikbaarheid van gegevens van de relevante actoren van de waarde momenteel de mogelijkheid van de Groep om te rapporteren over de bijbehorende meetgegevens voor alle materiële impactpunten die in deze sectie worden voorgesteld. Waar betrouwbare interne gegevens bestaan, maakt SIPEF die bekend om transparantie te garanderen. Voor onderwerpen waarvoor nog geen gegevens beschikbaar zijn, beoordeelt SIPEF de haalbaarheid van verbeterde gegevensverzameling om toekomstige openbaarmakingen te verbeteren. Bij SIPEF worden schattingen van de waardeketen toegepast op Scope 3-broeikasgasuitstoot. Raadpleeg voor meer informatie het gedeelte over klimaatverandering in dit rapport.

Wijzigingen en correcties

Wijzigingen in de opstelling of presentatie van duurzaamheidsinformatie, of correcties van rapporteringsfouten uit voorgaande perioden worden duidelijk behandeld naast de relevante toelichtingsvereisten en/of gedetailleerd in bijlagen 1 en 2. Enkele van de belangrijkste wijzigingen zijn:

  • broeikasgasemissies zijn herzien om aan te sluiten bij internationale normen, geüpdatete emissiefactoren, en uitgebreide Scope 3-rapportering.
  • hergebruik van water is Papoea-Nieuw-Guinea is herzien om de bijgewerkte veronderstelling weer te geven voor de toepassing op land en het waterrecycling in Côte d'Ivoire is aangepast om een bijgewerkte berekeningsmethodologie weer te geven op basis van het aantal bedrijfsuren per dag.
  • schatting van de werktijd die wordt gebruikt om frequenties van incidenten met verzuimuren te berekenen, is bijgewerkt om te voldoen aan de ESRS-vereiste, na verbeterde gegevensbeschikbaarheid.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

IN KAART BRENGEN EN BEGRIJPEN

SIPEF bracht de belangrijkste stakeholders en de waardeketen in kaart, beoordeelde de relevantie van ESRS-onderwerpen met regionale inbreng en benchmarkte onderwerpen die door collega’s en klanten werden gerapporteerd om latere fasen van informatie te voorzien.

IDENTIFICATIE EN BEOORDELING VAN IMPACTS, RISKS, AND OPPORTUNITIES (IROS)

SIPEF stelde uitgebreide lijsten samen van impacts, risico’s en opportuniteiten voor palm- en bananenactiviteiten, op basis van onderzoek, eerdere betrokkenheid en interne expertise, en classificeerde de items volgens type (feitelijk of potentieel, positief of negatief) en tijdshorizon. Biodiversiteits- en klimaatinput werd versterkt door interne beoordelingen en beoordelingen door deskundigen, waarbij verbanden met gevolgen en afhankelijkheden werden vastgelegd. De financiële materialiteit werd beoordeeld aan de hand van een aangepaste bedrijfsrisicomethodologie voor duurzaamheidsgerelateerde risico’s en kansen op basis van overleg met duurzaamheidsteams en waar nodig andere afdelingen. Lees meer over de klimaatgerelateerde beoordelingen in het gedeelte over klimaatverandering en de biodiversiteitsgerelateerde beoordeling in het gedeelte over biodiversiteit en ecosystemen.

IMPACT MATERIALITEITSBEOORDELING

De impact kreeg een score van een tot vijf op basis van ernst, waarschijnlijkheid, schaal en reikwijdte, met behulp van criteria afgestemd op het type impact op milieu, maatschappij en bestuur (environmental, social, and governance – ESG). De scores werden bepaald op basis van input van locaties, wereldwijde teams, experts en monitoringgegevens. Een impact met een score van 3,5 of hoger werd gemarkeerd voor validatie.

FINANCIËLE MATERIALITEITSBEOORDELING

Duurzaamheidsgerelateerde risico’s en opportuniteiten werden beoordeeld op basis van waarschijnlijkheid en financiële omvang (laag, gemiddeld, hoog), waarbij de waarschijnlijkheid werd vertaald in waarschijnlijkheidsbereiken van zeer onwaarschijnlijk tot zeker en de financiële impact werd gekwantificeerd in USD. De drempels werden vastgesteld op tien procent van de gemiddelde nettowinst over drie jaar voor terugkerende impactpunten en tien procent van het gemiddelde eigen vermogen over drie jaar voor eenmalige impacts.

BEOORDELING VAN DE MATERIALITEIT VAN DE WAARDEKETEN

SIPEF beoordeelde de materialiteit van de waardeketen door de belangrijkste actoren en activiteiten in kaart te brengen, haar impactscore toe te passen op geïdentificeerde impactpunten en met behulp van financiële gegevens en gegevens over de uitgaven van top tien-leveranciers categorieën te markeren die de drempel voor terugkerende impact-punten overschrijden. SIPEF consolideerde de resultaten, valideerde materiële onderwerpen met het executief management, identificeerde hiaten in de ESRS-kennisgeving en actieplannen en stemde beleid, acties, doelen en key performance indicators (KPIs) af op de uitkomsten.

Dubbele materialiteitsbeoordeling

Methodologieën worden toegepast om de impact en financiële materialiteit van SIPEF te beoordelen.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

NR. ONDERWERP METING METHODOLOGIEËN EN AANNAMES
1. Duurzaamheid Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) Indonesian Sustainable Palm Oil (ISPO) De certificeringscijfers zijn gebaseerd op de actieve RSPO- en ISPO-certificeringsstatus aan het einde van het jaar. Ze omvatten de classificatie van toeleveringsketenmodellen volgens de definities van RSPO (d.w.z. Identiteit behouden, Gescheiden en Massabalans). De beplante oppervlakten worden bepaald aan de hand van het hectarestatement voor dezelfde rapporteringsperiode. De volumes van RSPO-gecertificeerde verse vruchtentrossen (fresh fruit bunches - FFB) en gecertificeerde producten - waaronder ruwe palmolie (crude palm oil - CPO), palmpitten (palm kernels - PK) en palmpitolie (palm kernel oil - PKO) - worden berekend aan de hand van de werkelijke productiegegevens van december.
2. Energie Energie Het energieverbruik van SIPEF in haar eigen activiteiten draagt bij tot haar Scope 1- en Scope 2-uitstoot en omvat energie uit zowel niet-hernieuwbare bronnen (zoals fossiele brandstoffen en elektriciteit) als hernieuwbare bronnen (zoals biomassa). In palmolie-extractiefabrieken wordt bij de verbranding van biomassa gebruikgemaakt van bijproducten zoals vezels, schelpen en hout als brandstof. De energie-intensiteit (MWh/KUSD) wordt berekend door het totale energieverbruik te delen door de omzet (in duizend USD).
3. Bruto broeikas-gasuitstoot Bruto broeikas-gasuitstoot SIPEF zal periodiek de relevantie van Scope 1, 2 en 3 evalueren en de mogelijkheden beoordelen om de beschikbaarheid en nauwkeurigheid van gegevens en schattingsmethoden in toekomstige rapporteringscycli te verbeteren. Uitstootberekeningen: de uitstoot werd omgezet in kooldioxide-equivalenten met behulp van de coëfficiënten voor het aardopwarmingsvermogen (global warming potential - GWP) van het zesde beoordelingsrapport van het IPCC. De belangrijkste databases voor emissiefactoren zijn de 2006 IPCC Guidelines for National Greenhouse Gas Inventories en de 2019 Refinement op die richtlijnen, het UK Department for Environment, Food & Rural Affairs (DEFRA), de GHG-emissiefactoren van de US Environmental Protection Agency (US EPA), de Carbon Database Intelligence (CaDI) en de emissiefactoren uit de uitvoeringsverordening van de Europese Commissie (EU 2022/996).

Scope 1: Rechtstreekse uitstoot van plantages, extractiefabrieken, verpakkingsstations en kantoren die eigendom zijn van en beheerd worden door SIPEF, inclusief het gebruik van brandstof (stationaire en mobiele verbranding), vluchtige uitstoot van afvalwaterbehandeling (palm oil mill effluent – POME) inclusief biogasinstallaties, gebruik van agrochemicaliën en smeermiddelen, toepassing van meststoffen, verandering in landgebruik, landbeheer en verbranding van biomassa. Uitgesloten in Scope 1: koelmiddellekkage en stortplaats in eigendom van SIPEF, omdat ze niet van belang zijn voor de totale uitstoot.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

NR. ONDERWERP METING METHODOLOGIEËN EN AANNAMES
• Emissies afkomstig van landgerelateerde activiteiten, waaronder landgebruiksverandering en landbeheer, werden berekend in overeenstemming met de 2006 IPCC Guidelines for National Greenhouse Gas Inventories en de 2019 Refinement op die richtlijnen, alsmede de aanbevolen methodologieën en emissiefactoren uit de GHG Land Sector and Removals Guidance. Waar relevant werd gebruikgemaakt van nationale referentieniveaus voor bossen. • Diffuse emissies van afvalwaterzuiveringsinstallaties, waaronder methaanemissies uit effluentbehandeling, werden berekend met behulp van de methodologie van het Clean Development Mechanism (CDM) van het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC), namelijk AMS-III.H: Methane Recovery in Wastewater Treatment (versie 19.0), en de CDM-richtlijnen voor projectemissies uit gasafakkeling. • Emissies afkomstig van brandstofverbruik werden berekend met behulp van de 2025 GHG conversion factors van DEFRA.
Scope 2: Onrechtstreekse uitstoot Onrechtstreekse uitstoot van de energie die extern wordt ingekocht van het nationale elektriciteitsnet. Uitstootfactoren van CaDI werden gebruikt om zowel de locatiegebonden als de marktgebonden uitstoot te schatten.
Scope 3: Onrechtstreekse uitstoot Onrechtstreekse uitstoot van stroomop- en stroomafwaartse activiteiten in de waardeketen van SIPEF.

De volgende Scope 3-categorieen zijn uitgesloten:
* Categorie 5 – Bedrijfsafval, Categorie 7 – Woon-werkverkeer werknemers, Categorie 11 – Gebruik van verkochte producten en Categorie 15 – Investeringen, omdat ze niet van belang zijn voor de totale uitstoot
* Categorie 8 – Stroomopwaarts geleasede activa, Categorie 13 – Stroomafwaarts geleasede activa en Categorie 14 – Franchises, omdat ze niet relevant zijn voor de activiteiten van SIPEF

Biogene emissies omvatten CO2-emissies uit de verbranding van biomassa, zoals vezels, schillen en hout, waarbij gebruik wordt gemaakt van emissiefactoren van de US EPA.

Intensiteit van de uitstoot van broeikasgassen:
* per netto-opbrengst: totale broeikasgasuitstoot uitgedrukt in ton CO2-equivalent per duizend USD netto-inkomsten (tCO2e/KUSD)
* per product: totale broeikasgasuitstoot per eenheid product (bijv. per ton palmolie, bananen), met de koolstofvoetafdruk van elk product

De uitstoot van het basisniveau en de daaropvolgende jaren worden herberekend als er significante wijzigingen zijn, zoals hieronder beschreven, die resulteren in een cumulatieve verandering van meer dan 5% in de broeikasgasuitstoot in vergelijking met de basiswaarde:
* veranderingen in de organisatiestructuur, zoals fusies, overnames en afsplitsingen
* methodologische veranderingen, zoals updates van uitstootfactoren
* identificatie van een significante fout, of een aantal fouten die samen significant zijn

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

NR. ONDERWERP METING METHODOLOGIEËN EN AANNAMES
4. Verwijdering van broeikasgassen Koolstofverwijdering uit beschermde gebieden en reservaten wordt berekend op basis van plantengroei en jaarlijkse vastlegging per hectare. De berekening volgt de Land Sector and Removals Guidance van het broeikasgasprotocol, waarbij de nadruk ligt op boven- en ondergrondse biomassa-accumulatie. Jaarlijkse verwijderingen worden geschat door conservatieve vastleggingspercentages (tCO2e per hectare per jaar) toe te passen die zijn afgeleid van de relevante nationale rapporten voor het referentieniveau voor bossen (forest reference level - FRL), indien beschikbaar, waarbij wordt gezorgd voor afstemming met nationaal goedgekeurde methodologieën en gegevensbronnen.
5. Aanpassing aan klimaatverandering Er worden kustherstelprogramma’s geïmplementeerd in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea om potentiële watergerelateerde risico’s aan te pakken door kustbufferzones binnen SIPEF’s eigen activiteiten te herstellen.
6. Klimaat-gerelateerde risico’s SIPEF hield bij het opstellen van de financiële staten rekening met klimaatgerelateerde risico’s, en tijdens het financiële rapporteringsproces werden er geen kritieke klimaatgerelateerde veronderstellingen geïdentificeerd. Bijgevolg zijn de klimaatscenario’s die gebruikt worden in de bredere beoordeling van het klimaatrisico niet rechtstreeks verbonden met specifieke veronderstellingen in de financiële staten.
7. Waterlozing De waterkwaliteit wordt gecontroleerd via het biologisch zuurstofverbruik (biological oxygen demand – BOD), het chemisch zuurstofverbruik (chemical oxygen demand – COD) en de totale zwevende deeltjes (total suspended solids – TSS), gemeten in milligram per liter (mg/L). Er worden maandelijks monsters genomen bij extractiefabrieken en twee keer per jaar bij bananenverpakkingsstations, en de tests worden uitgevoerd door een extern laboratorium.
Agrochemisch beheer – pesticide De toepassing van pesticiden wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
• toepassing bestrijdingsmiddel = totaal gewicht (kg) van toegepast actief ingrediënt (AI) / oppervlakte beplant areaal (in hectare)
De toxiciteitsgegevens worden berekend met de volgende formules:
• toxiciteit voor herbicide = totaal mgAI toegepast product x 1/dodelijke dosis 50 (ratten, oraal)
• toxiciteit per hectare = toxiciteit / oppervlakte beplant areaal (in hectare)
Agrochemisch beheer – meststof De toepassing van meststof wordt berekend met de volgende formule:
• toepassing meststof = totaal gewicht (ton) aan anorganische meststof / hectarage beplant areaal
8. Luchtuitstoot De extractiefabrieken in Indonesië gebruiken opaciteitsmonitoring (≤30%) en de extractiefabrieken in Papoea-Nieuw-Guinea gebruiken de Ringelmann Index (≤2 voor ≤20% van de tijd). De parameters worden gecontroleerd door regelmatige externe en overheidsinspecties. De palmolie-extractiefabrieken van SIPEF worden consequent gecontroleerd door milieuagentschappen om te verzekeren dat ze voldoen aan de wettelijke vereisten, waaronder het Public Disclosure Programme for Environmental Compliance (PROPER) in Indonesië en aan de industrienormen, waaronder de Environmental Code of Practice in Papoea-Nieuw-Guinea. Dat komt boven op de audits voor duurzaamheidscertificering die jaarlijks door derden worden uitgevoerd.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

NR. ONDERWERP METING METHODOLOGIEËN EN AANNAMES
9. Waterbeheer De bananenteelt heeft het hoogste waterverbruik vanwege de irrigatie, terwijl de teelt van oliepalmen voornamelijk afhankelijk is van regenval. Water dat wordt gebruikt bij bananenverpakkingsstations wordt hergebruikt voor irrigatie of op een veilige manier geloosd. Omdat het moeilijk is om de wateropname door bananenplanten nauwkeurig te meten, wordt al het onttrokken water als verbruikt beschouwd. Gerecycled water bij bananenverpakkingsstations wordt geschat op basis van de capaciteit van de recyclingtank en de operationele tijd, berekend als het aantal uren per dag vermenigvuldigd met het aantal operationele dagen. Bij de verwerking van palmolie wordt water gerecycled door op het land behandelde POME aan te brengen. De wateropslagvolumes worden berekend aan de hand van de jaarlijkse capaciteit van de opslagfaciliteiten op de locatie en opgenomen in het watergebruik. Waterverbruik wordt berekend als het verschil tussen de totale wateronttrekking en -afvoer. Waterverbruik per product wordt uitgedrukt als wateronttrekking per ton FFB of bananen.
10. Natuurbehoudsgebieden Natuurbehoudsgebieden worden geïdentificeerd door middel van externe High Conservation Value-High Carbon Stock Approach (HCV-HCSA) (of vergelijkbare) beoordelingen en worden beschermd als onderdeel van SIPEF’s NDPE-verbintenis, waarbij in kaart gebrachte grenzen de basis vormen voor de bevestiging van de omvang van de natuurbehoudsgebieden.
11. Controle van verlies aan boombedekking Er wordt een externe partner ingeschakeld om de implementatie van SIPEF’s NDPE-verbintenis in haar eigen concessies en leveranciersgebieden op te volgen en regelmatig updates te geven. Getroffen gebieden worden geïdentificeerd via waarschuwingssystemen en worden door lokale teams ter plekke onderzocht.
12. Brandcontrole De brandwaarschuwingen van RSPO worden opgevolgd in de eigen concessies van SIPEF en in de gebieden van de leveranciers. Getroffen gebieden worden bevestigd door onderzoek ter plaatse door lokale teams.
13. SIPEF Biodiversity Indonesia (SBI) Met hersteld getroffen gebied wordt het totale aantal hectare bos bedoeld dat hersteld is. Herstelgebieden worden systematisch geïdentificeerd en in kaart gebracht, en de voortgang wordt in deze focusgebieden bijgehouden door de vegetatiesuccessie te beoordelen op basis van de gedefinieerde referentie van het project. Betrokken agrobosbouwers vertegenwoordigen het aantal lokale boeren die actief samenwerken met SIPEF.
14. Aantal werknemers Het aantal werknemers wordt op het einde van het jaar gerapporteerd en wordt verder uitgesplitst naar land, geslacht, contracttype en gewas. Er is geen kruisverwijzing beschikbaar tussen het gerapporteerde personeelsbestand en de cijfers in de financiële overzichten.
15. Type arbeid Er zijn twee soorten arbeidsovereenkomsten:
• vast: een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur
• tijdelijk: een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde periode die eindigt wanneer die bepaalde tijd verstrijkt of wanneer een bepaalde taak of gebeurtenis is voltooid (bijvoorbeeld de voltooiing van een project of de terugkeer van een vervangen werknemer)

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

NR. ONDERWERP METING METHODOLOGIEËN EN AANNAMES
16. Personeelsverloop Totaal aantal werknemers die SIPEF tijdens de rapporteringsperiode vrijwillig hebben verlaten door ontslag, pensionering of overlijden. Het verlooppercantage wordt berekend door het totale verloop te delen door het totaal aantal werknemers aan het einde van het jaar. Het huidige verlooppercentage omvat tijdelijke werknemers die hun contract hebben afgerond. Dit zal verder worden verfijnd om een onderscheid te maken tussen het aflopen van een contract en het beëindigen van een contract, zodra er een volgsysteem voor rapportering is geïmplementeerd.
17. Collectieve onderhandelingen De collectieve arbeidsovereenkomst omvat werknemers die SIPEF volgens de lokale regelgeving moet dekken. Via hun vakbonden onderhandelen werknemers met SIPEF over zaken als salaris, secundaire arbeidsvoorwaarden, werktijden, verlof en veiligheid. Het dekkingspercentage wordt berekend als het aantal gedekte werknemers aan het einde van het jaar, gedeeld door het totale aantal werknemers op dat moment.
18.
  1. Diversiteit – leeftijd De leeftijdsdiversiteit van alle werknemers wordt berekend aan het einde van het jaar, op basis van de geboortedatum van elke werknemer. Werknemers worden ingedeeld in de volgende leeftijdsgroepen: jonger dan 30 jaar, tussen 30 en 50 jaar (inclusief), ouder dan 50 jaar.

  2. Opleiding Het totale aantal opleidingsuren wordt geregistreerd en gebruikt om het gemiddelde aantal opleidingsuren per geslacht te berekenen, gebaseerd op het totale aantal mannelijke en vrouwelijke werknemers met een actieve status aan het einde van het jaar.

  3. Veiligheid – ongevallen met werkverlet (lost time injury – LTI) Een ongeval met werkverlet (lost time injury - LTI) is een werkgerelateerd ongeval of letsel waardoor een werknemer zijn of haar gewone werk niet kan uitvoeren. Het moet worden bevestigd door een medisch certificaat om officieel te worden geregistreerd.

  4. Incident met medische hulpverlening (medical aid incident – MAI) Elke verwonding opgelopen tijdens het uitvoeren van werkgerelateerde taken die resulteert in tijd die gedurende dezelfde dag wordt uitgetrokken om een professionele medische behandeling te ondergaan.

  5. Letsel door licht werk (light duty work – LDW) Elke verwonding die resulteert in werkrestricties of -beperkingen voor de benadeelde persoon, zoals aangepaste taken of beperkte werkuren. Alleen van toepassing op Papoea-Nieuw-Guinea.

  6. Veiligheid – verloren werkdag Verloren werkdagen als gevolg van een LTI worden geteld vanaf de eerstvolgende werkdag nadat het incident tijdens de werktijd plaatsvond.

  7. Veiligheid – totaal gewerkte uren Waar mogelijk wordt het werkelijke totale aantal uren gebruikt dat werknemers tijdens de rapporteringsperiode hebben gewerkt. Anders wordt het aantal gewerkte uren geschat op basis van het aantal wettelijke werkdagen en wettelijke arbeidsuren in elk land en berekend met behulp van: gewerkte uren = aantal werknemers x wettelijke werkdagen per maand x wettelijke arbeidsduur per dag

  8. Frequentie van ongevallen met werkverlet (lost time injury frequency rate – LTIFR) Deze berekening wordt per land uitgevoerd, op basis van gegevens van het rapporteringsjaar, en drukt het aantal LTI’s per miljoen gewerkte uren uit. Ze wordt berekend met de volgende formule: LTIFR = (totaal aantal LTI’s / totaal aantal gewerkte uren) x 1 000 000

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

NR. ONDERWERP METING METHODOLOGIEËN EN AANNAMES
27. Registreerbare werkgerelateerde letsels Dit omvat het totale aantal gevallen van LTI, MAI en LDW in de respectieve landen.
28. Totaal aantal registreerbare werkgerelateerde incidenten (total recordable work-related incident rate – TRIR) Deze berekening wordt per land uitgevoerd op basis van gegevens van het rapporteringsjaar en drukt het aantal registreerbare letsels per miljoen gewerkte uren uit. Ze wordt berekend aan de hand van de volgende formule: (totaal aantal registreerbare werkgerelateerde letsels in de periode / totaal aantal gewerkte uren in die periode) x 1 000 000
29. Loonkloof tussen mannen en vrouwen Het percentage van de loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt berekend aan de hand van de volgende formule: (gemiddeld brutoloon van mannelijke werknemers - gemiddeld brutoloon van vrouwelijke werknemers) / gemiddeld brutoloon mannelijke werknemers x 100
30. Remuneratie - ratio De remuneratieratio vergelijkt het jaarsalaris van de hoogstbetaalde persoon met het mediane salaris van alle andere werknemers in elk land, exclusief de hoogstbetaalde persoon. Het totale loon omvat salaris, bonussen en reguliere financiële voordelen. Het wordt berekend volgens: remuneratieratio = hoogste jaarsalaris / mediaan jaarsalaris van andere werknemers
31. Incidenten en klachten Alle ontvangen klachten worden gedocumenteerd via het klachtenoplossingssysteem van SIPEF. Elk geval wordt beoordeeld en gecategoriseerd op basis van de aard en de ernst ervan, inclusief incidenten met betrekking tot: discriminatie, intimidatie en ernstige mensenrechtenschendingen, als die worden geïdentificeerd.
32. Programma’s voor lokale boeren Het aantal lokale boeren is gebaseerd op de officiële lijst van SIPEF in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. De RSPO-gecertificeerde lokale boeren zijn diegenen die geregistreerd staan onder geldige RSPO-certificaten. De totale en gecertificeerde beplante oppervlakten zijn gebaseerd op het hectarage-overzicht aan het einde van het jaar.
33. Anti-corruptie, anti-omkopingsopleiding Het aantal gevolgde opleidingssessies wordt gerapporteerd op het niveau van de Groep en betreft zowel risicofuncties als andere eigen werknemers voor de rapporteringsperiode.
34. Corruptie en omkopingsincidenten Alle klachten worden geregistreerd met het klachtenoplossingssysteem van SIPEF en worden beoordeeld en gecategoriseerd op type en ernst. Hieronder vallen ook gevallen van corruptie en omkoping, indien die werden geïdentificeerd. Eventuele veroordelingen worden, indien ze zich voordoen, opgenomen in de rapportering.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Bijlage – index van openbaarmakingsvereisten European Sustainability Reporting Standards – ESRS en opname door middel van verwijzing

De volgende tabel geeft een overzicht van alle ESRS openbaarmakingsvereisten (Disclosure Requirements – DR) uit ESRS 2 en de thematische normen die voor SIPEF als materieel werden geïdentificeerd, met in totaal 21 duurzaamheidskwesties. Onderwerpen die als niet materieel werden beoordeeld, zijn weggelaten uit de lijst met openbaarmakingsvereisten. De tabel geeft ook uitleg over eventuele weglatingen of niet van toepassing zijnde DR en gegevenspunten binnen de thematische normen. Voor elke DR die van toepassing is, wordt in de tabel aangegeven waar de informatie wordt gerapporteerd in het Geïntegreerd Jaarverslag, namelijk in de duurzaamheidsverklaring (sustainability statement – SS), het bedrijfsverslag (company report – CR), de verklaring inzake deugdelijk bestuur (CG), de financiële staten (FS) of de bijlagen. Waar DR worden behandeld die buiten de duurzaamheidsverklaring vallen, zijn ze opgenomen door middel van verwijzing, waarbij de precieze details worden gegeven in de tabel hieronder over de titel van het desbetreffende gedeelte en het (de) paginanummer(s) in het Geïntegreerd Jaarverslag. In gevallen van weglating of niet-toepasselijkheid wordt dit kort toegelicht in de kolom aanvullende informatie. De tabel verwijst ook naar relevante gegevens uit andere EU-wetgeving: (1) Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR), (2) Pijler 3, (3) Benchmark-verordening (Benchmark Regulation – BP) en (4) EU-klimaatwetgeving. Waar relevant wordt het gebruik van andere standaarden of raamwerken voor duurzaamheidsrapportering ook vermeld en toegelicht in de tabel.

OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA('S) AANVULLENDE INFORMATIE VERWIJZING NAAR GEGEVENS UIT ANDERE EU–WETGEVING
ESRS 2 – ALGEMENE OPENBAARMAKINGEN
1.1-1 Algemene basis voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring SS – Algemene informatie; bijlage 4 68; 320
1.1-2 Openbaarmaking in verband met specifieke omstandigheden SS – Algemene informatie; bijlage 4; bijlage 5 68; 320; 329 Waar relevant zijn specifieke omstandigheden in overeenstemming met DR over BP–2 gerapporteerd naast onderwerpen en gegevens in de milieu–, sociale en governance–informatieonderdelen van de duurzaamheidsverklaring.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA('S) AANVULLENDE INFORMATIE VERWIJZING NAAR GEGEVENS UIT ANDERE EU–WETGEVING
GOV-1 De rol van de bestuurs–, management– en toezichthoudende organen CR - Duurzame groei als fundament van SIPEF's strategie, Verankering van duurzaamheid in de strategie, bestuurs- en managementstructuur van SIPEF; CG – corporate governance–structuur op 31 december 2025 22, 31; 160
GOV-2 Informatie verstrekt aan en duurzaamheidszaken behandeld door de bestuurs–, management– en toezichthoudende organen van de onderneming CR - Verankering van duurzaamheid in de strategie, bestuurs- en managementstructuur van SIPEF; SS - Algemene informatie; CG – Corporate governance–structuur op 31 december 2025 31; 68; 160
GOV-3 Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in stimuleringsregelingen CG – Remuneratieverslag 178
GOV-4 Verklaring over due diligence CG – Interne controle– en risicobeheersystemen die verband houden met duurzaamheidsverslaggeving 190
GOV-5 Risicobeheer en interne controles op duurzaamheidsrapportering CG – Interne controle– en risicobeheersystemen die verband houden met duurzaamheidsverslaggeving 190
SBM-1 Strategie, bedrijfsmodel en waardeketen CR – SIPEF in een oogopslag, Duurzame groei als fundament van SIPEF's strategie, Waardecreatie bij SIPEF 16, 22, 60 SIPEF produceert geen producten die op bepaalde markten verboden zijn, noch is ze actief in de sectoren fossiele brandstoffen, productie van chemische stoffen, controversiële wapens of teelt en productie van tabak.
SBM-2 Belangen en standpunten van stakeholders CR - Duurzame groei als fundament van SIPEF's strategie; SS – Algemene informatie; Bijlage 6 30; 71; 342
SBM-3 Materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten en de interactie daarvan met strategie en bedrijfsmodel CR - Duurzame groei als fundament van SIPEF's strategie, Waardecreatie bij SIPEF; SS – Algemene informatie 22, 60; 72 In sommige gevallen wordt SBM–3 toegelicht in de onderdelen milieu, maatschappij en governance van de verklaring, naast thematische informatie en informatie over gegevens voor duurzaamheidskwesties die materieel zijn voor SIPEF.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA(’S) AANVULLENDE INFORMATIE VERWIJZING NAAR GEGEVENS UIT ANDERE EU–WETGEVING
1. GOR–1 Beschrijving van het proces om materiaal, gevolgen, risico's en opportuniteiten te identificeren en beoordelen SS–Algemene informatie 69
1. GOR–2 Openbaarmakingsvereisten in de ESRS die vallen onder de duurzaamheidsverklaringen van de onderneming Bijlage 5 329

ESRS E1 – KLIMAATVERANDERING

OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA(’S) AANVULLENDE INFORMATIE VERWIJZING NAAR GEGEVENS UIT ANDERE EU–WETGEVING
1. GO–3 Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in stimuleringsregelingen SS–Klimaatverandering; CG–Remuneratieverslag 90; 178
1–1 Overgangsplan voor beperking van klimaatverandering SS–Klimaatverandering 88 (2), (3), (4)
1. IRO–3 Materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel SS–Algemene informatie, Klimaatverandering 72, 87, 92 Klimaatveranderingskwesties: beperking van en aanpassing aan klimaatverandering
1. GOR–1 Beschrijving van de processen om materiële klimaatgerelateerde gevolgen, risico's en opportuniteiten te identificeren en te beoordelen SS–Algemene informatie, Klimaatverandering 69, 87, 92
1–2 Beleid met betrekking tot beperking van en aanpassing aan klimaatverandering SS–Algemene informatie, Klimaatverandering 78, 82
1. IRO–4 Beleid om materiële effecten, risico's en opportuniteiten te beheren SS–Algemene informatie 78, 82
1–3 Acties en middelen in verband met het beleid inzake klimaatverandering Klimaatverandering, EU-taxonomie openbaarmakingen 88, 109
1. IRO–5 Actieplannen en middelen om materiële effecten, risico’s en kansen te beheren Klimaatverandering, EU-taxonomie openbaarmakingen 88, 109
1–4 Doelstellingen met betrekking tot beperking van en aanpassing aan klimaatverandering SS–Klimaatverandering; bijlage 1 91, 93; 276
1. IRO–6 Doelen gesteld om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS–Klimaatverandering; bijlage 1 91, 93; 276
1–5 Energieverbruik en –mix SS–Klimaatverandering; bijlage 2 86; 288 (1)
1–6 Bruto Scopes 1, 2, 3 en totale broeikasgasuitstoot SS–Klimaatverandering; bijlage 2; bijlage 4 85; 288; 320 (1), (2), (3)
1–7 Broeikasgasverwijderingen en projecten voor broeikasgasmitigatie gefinancierd uit carbon credits SS–Klimaatverandering; bijlage 2 86, 89; 288
1–8 Interne koolstofprijzing SS–Klimaatverandering 89
1–9 Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatkansen Weggelaten n.v.t Fasering voor E1–9: verwachte financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatgerelateerde kansen

ESRS E2 – VERONTREINIGING

OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA(’S) AANVULLENDE INFORMATIE VERWIJZING NAAR GEGEVENS UIT ANDERE EU–WETGEVING
2. GOR–1 Beschrijving van de processen voor het identificeren en beoordelen van aan materiële verontreiniging gerelateerde effecten, risico's en opportuniteiten SS–Algemene informatie 69 Opmerking: SIPEF heeft geen materiële risico’s of opportuniteiten met betrekking tot verontreiniging geïdentificeerd en daarom worden die niet vermeld. Duurzaamheidskwesties: luchtverontreiniging, waterverontreiniging
2–1 Beleid met betrekking tot verontreiniging SS–Algemene informatie, Verontreiniging 78, 94
2. IRO–4 Beleid om materiële effecten, risico's en opportuniteiten te beheren SS–Algemene informatie, Verontreiniging 78, 94
2–2 Acties en middelen met betrekking tot verontreiniging SS–Verontreiniging 94
2. IRO–5 Actieplannen en middelen om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS–Verontreiniging 94
2–3 Doelen met betrekking tot verontreiniging SS–Verontreiniging; bijlage 1 94, 96; 276
2. IRO–6 Doelen gesteld om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS–Verontreiniging; bijlage 1 94, 96; 276
2–4 Verontreiniging van lucht, water en bodem Weggelaten n.v.t Niet van toepassing: de activiteiten van SIPEF bevinden zich buiten de EU. Verordening (EG) nr. 166/2006, betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, is niet van toepassing.
2–5 Zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen Weggelaten n.v.t Niet materieel: onderwerpen van zorg en zeer hoog risico werden niet als materieel geïdentificeerd in de beoordeling van SIPEF.
2–6 Verwachte financiële effecten van materiële risico’s en opportuniteiten in verband met verontreiniging Weggelaten n.v.t Er werden geen materiële verontreinigingsgerelateerde risico’s en opportuniteiten noch materiële incidenten of afzettingen geïdentificeerd die naar verwachting negatieve financiële gevolgen zullen hebben. Geleidelijke invoering voor E2–6: verwachte financiële effecten van verontreinigingsgerelateerde gevolgen, risico’s en opportuniteiten

ESRS E3 – WATER- EN MARIENE HULPBRONNEN

OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA(’S) AANVULLENDE INFORMATIE VERWIJZING NAAR GEGEVENS UIT ANDERE EU–WETGEVING
3. GOR–1 Beschrijving van de processen voor het identificeren en beoordelen van materiële effecten, risico's en opportuniteiten, gerelateerd aan water- en mariene hulpbronnen SS–Algemene informatie 69 Duurzaamheidskwesties: waterbeheer
3–1 Beleid met betrekking tot water en mariene hulpbronnen SS–Algemene informatie, Waterbeheer 78, 97 (1)
3. IRO–4 Beleid om materiële effecten, risico's en opportuniteiten te beheren SS–Algemene informatie, Waterbeheer 78, 97
3–2 Acties en middelen met betrekking tot water en mariene hulpbronnen SS–Waterbeheer 97 Niet materieel: mariene hulpbronnen zijn niet van toepassing op de activiteiten van SIPEF en werden niet geïdentificeerd als materieel.
3. IRO–5 Actieplannen en middelen om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS–Waterbeheer 97
3–3 Doelstellingen met betrekking tot water en mariene hulpbronnen SS–Waterbeheer; bijlage 1 98; 276
3. IRO–6 Doelen gesteld om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS–Waterbeheer; bijlage 1 98; 276
3–4 Waterverbruik SS–Waterbeheer; bijlage 2 97; 288 (1)
3–5 Verwachte financiële effecten van aan water en mariene hulpbronnen gerelateerde effecten, risico's en opportuniteiten Weggelaten n.v.t. Geleidelijke invoering voor E3–5: Verwachte financiële effecten van aan water en mariene hulpbronnen gerelateerde gevolgen, risico’s en opportuniteiten

ESRS E4 – BIODIVERSITEIT EN ECOSYSTEMEN

OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA(’S) AANVULLENDE INFORMATIE VERWIJZING NAAR GEGEVENS UIT ANDERE EU–WETGEVING
4. IRO–3 Materiële invloeden, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel SS–Algemene informatie, Biodiversiteit en ecosystemen 72, 99 Duurzaamheidskwesties: duurzaam landgebruik, biodiversiteit en programma’s op landschapsniveau
4. GOR–1 Beschrijving van processen om materiële gevolgen, risico's, afhankelijkheden en opportuniteiten met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen te identificeren en te beoordelen SS–Algemene informatie, Biodiversiteit en ecosystemen 69, 99
4–1 Transitieplan en aandacht voor biodiversiteit en ecosystemen in strategie en bedrijfsmodel SS–Biodiversiteit en ecosystemen 99
4–2 Beleid met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen SS–Algemene informatie, Biodiversiteit en ecosystemen 78, 99 (1)
4. IRO–4 Beleid om de materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS–Algemene informatie, Biodiversiteit en ecosystemen 78, 99
4–3 Acties en middelen met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen SS–Biodiversiteit en ecosystemen 99, 106 Gedeeltelijk weggelaten: SIPEF gebruikt geen biodiversiteitscompensaties in haar actieplan
4. IRO–5 Actieplannen en middelen om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS–Biodiversiteit en ecosystemen 99, 106
4–4 Doelstellingen met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen SS–Biodiversiteit en ecosystemen; bijlage 1 105, 108; 276 Gedeeltelijk weggelaten: SIPEF past geen ecologische drempels toe, in navolging van de definities van ESRS E4–4. Daarom zijn 32a (i, ii, iii) en 32b weggelaten.
4. IRO–6 Doelen gesteld om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS–Biodiversiteit en ecosystemen; bijlage 1 105, 108; 276
4–5 Metingen van gevolgen met betrekking tot biodiversiteit en verandering van ecosystemen SS–Biodiversiteit en ecosystemen; bijlage 2 100; 288
4–6 Verwachte financiële effecten van materiële biodiversiteits– en ecosysteemgerelateerde risico's en opportuniteiten Weggelaten n.v.t. Geleidelijke invoering voor E4–6: Verwachte financiële effecten van biodiversiteit en ecosysteemgerelateerde effecten, risico’s en opportuniteiten

ESRS S1 – EIGEN PERSONEEL

OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA(’S) AANVULLENDE INFORMATIE VERWIJZING NAAR GEGEVENS UIT ANDERE EU–WETGEVING
1. IRO–3 Materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel SS–Algemene informatie, Eigen personeel 72, 112 Opmerking: SIPEF heeft geen materiële risico’s of opportuniteiten geïdentificeerd met betrekking tot het eigen personeelsbestand en daarom worden die niet vermeld. Duurzaamheidskwesties: arbeidsomstandigheden, geen uitbuiting, diversiteit en gendergelijkheid, werknemersbetrokkenheid en talentmanagement
1–1 Beleid met betrekking tot eigen personeel SS–Algemene informatie, Eigen personeel 78, 112
1. IRO–4
OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA('S) AANVULLENDE INFORMATIE VERWIJZING NAAR GEGEVENS UIT ANDERE EU-WETGEVING
S1-16 Beleid om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS – Eigen personeel, Eigen personeel 78, 112
S1-1 Processen voor het betrekken van het eigen personeel en werknemersvertegenwoordigers bij de gevolgen SS – Eigen personeel, Goed zakelijk gedrag 113, 125, 151
S1-3 Processen om negatieve gevolgen te verhelpen en kanalen voor het eigen personeel om zorgen te uiten SS – Eigen personeel, Goed zakelijk gedrag 125, 151 (1)
S1-4 Actie ondernemen met betrekking tot materiële gevolgen voor het eigen personeelsbestand, en benaderingen voor het beheren van materiële risico's en het benutten van materiële opportuniteiten met betrekking tot het eigen personeelsbestand, en de effectiviteit van deze acties. SS – Eigen personeel 114
S1. SBM-2 Actieplannen en middelen om de materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS – Eigen personeel 114
S1-5 Doelstellingen met betrekking tot het beheersen van materiële negatieve gevolgen, het bevorderen van positieve gevolgen en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten SS – Eigen personeel; bijlage 1 119, 121; 276
S1. SBM-3 Doelen gesteld om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS – Eigen personeel; bijlage 1 119, 121; 276
S1-6 Kenmerken van de werknemers van de onderneming SS – Eigen personeel; bijlage 2 113; 288
S1-7 Kenmerken van niet-werknemers in het eigen personeelsbestand van de onderneming Weggelaten n.v.t. Geleidelijke invoering voor S1-7: Kenmerken van arbeiders die geen werknemer zijn in het eigen personeelsbestand van de onderneming
S1-8 Collectieve onderhandelingen en sociale dialoog SS – Eigen personeel 119 Gedeeltelijk weggelaten: geleidelijke invoering voor S1-8: Collectieve onderhandelingen en sociale dialoog (AR 70)
S1-9 Diversiteitscijfers SS – Eigen personeel; bijlage 2 122; 288
S1-10 Correcte lonen SS - Eigen personeel 115 Niet van toepassing: alle werknemers krijgen een correct loon, in overeenstemming met de geldende benchmarks
S1-11 Sociale bescherming Weggelaten n.v.t. Geleidelijke invoering voor S1-11: Sociale bescherming
S1-12 Mensen met een beperking Weggelaten n.v.t. Niet materieel: werkgelegenheid en de inclusie van personen met een beperking werden niet als materieel geïdentificeerd.
S1-13 Cijfers voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden SS – Eigen personeel; bijlage 2 125; 288 Gedeeltelijk weggelaten: geleidelijke invoering voor S1-13: Cijfers voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden (83a)
S1-14 Cijfers voor gezondheid en veiligheid SS – Eigen personeel; bijlage 2 119; 288 Gedeeltelijk weggelaten: geleidelijke invoering voor S1-14: Cijfers voor gezondheid en veiligheid (88d, 88e) (1)
S1-15 Cijfers voor werk-privébalans Weggelaten n.v.t. Geleidelijke invoering voor S1-15: Cijfers voor werk-privébalans
S1-16 Remuneratiemaatstaven (verschillen in remuneratie en totale remuneratie) SS – Eigen personeel; bijlage 2 116, 122; 288 (1), (3)
S1-17 Incidenten, klachten en ernstige gevolgen voor de mensenrechten SS - Goed zakelijk gedrag 153 (1)

ESRS S2 – WERKNEMERS IN DE WAARDEKETEN

OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA('S) AANVULLENDE INFORMATIE VERWIJZING NAAR GEGEVENS UIT ANDERE EU-WETGEVING
S2. SBM-3 Materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel SS – Algemene informatie, Werknemers in de waardeketen van SIPEF 72, 126 Opmerking: er werden door SIPEF geen materiële risico’s of opportuniteiten met betrekking tot werknemers in de waardeketen geïdentificeerd en daarom worden die niet vermeld. Duurzaamheidskwesties: zekere werkgelegenheid, correcte lonen, kinderarbeid, gezondheid en veiligheid, opleiding en ontwikkeling van vaardigheden
S2-1 Beleid met betrekking tot werknemers in de waardeketen SS – Algemene informatie, Werknemers in de waardeketen van SIPEF 78, 129 (1)
S2. SBM-2 Beleid om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS – Algemene informatie, Werknemers in de waardeketen van SIPEF 78, 129
S2-2 Processen voor dialoog over gevolgen met werknemers in de waardeketen SS – Werknemers in de waardeketen van SIPEF, Goed zakelijk gedrag 128, 151
S2-3 Processen om negatieve gevolgen te herstellen en kanalen voor werknemers in de waardeketen om hun zorgen te uiten SS – Werknemers in de waardeketen van SIPEF, Goed zakelijk gedrag 128, 151
S2-4 Actie ondernemen met betrekking tot materiële gevolgen voor werknemers in de waardeketen, en benaderingen voor het beheren van materiële risico's en het benutten van materiële opportuniteiten met betrekking tot werknemers in de waardeketen, en de effectiviteit van deze acties. SS – Werknemers in de waardeketen van SIPEF 128
S2. SBM-2 Actieplannen en middelen om de materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS – Werknemers in de waardeketen van SIPEF 128
S2-5 Doelstellingen met betrekking tot het beheersen van materiële negatieve gevolgen, het bevorderen van positieve gevolgen en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten SS – Werknemers in de waardeketen van SIPEF; bijlage 1 133, 134; 276
S2. SBM-3 Doelen gesteld om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS – Werknemers in de waardeketen van SIPEF; bijlage 1 133, 134; 276

ESRS S3 – GETROFFEN GEMEENSCHAPPEN

OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA('S) AANVULLENDE INFORMATIE VERWIJZING NAAR GEGEVENS UIT ANDERE EU-WETGEVING
S3. SBM-3 Materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel SS – Algemene informatie, Betrokken gemeenschappen 72, 136 Opmerking: er werden door SIPEF geen materiële risico’s of opportuniteiten met betrekking tot betrokken gemeenschappen geïdentificeerd en daarom worden die niet vermeld. Duurzaamheidskwesties: gemeenschapsrechten, gemeenschapsontwikkeling
S3-1 Beleid met betrekking tot betrokken gemeenschappen SS – Algemene informatie, Betrokken gemeenschappen 78, 136 (1)
S3. SBM-2 Beleid om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS – Algemene informatie, Betrokken gemeenschappen 78, 136
S3-2 Processen voor overleg over gevolgen met betrokken gemeenschappen SS – Betrokken gemeenschappen, Goed zakelijk gedrag 136, 151
S3-3 Processen om negatieve gevolgen te herstellen en kanalen voor betrokken gemeenschappen om zorgen te uiten SS – Betrokken gemeenschappen, Zakelijk gedrag 137, 151
S3-4 Actie ondernemen met betrekking tot materiële gevolgen voor betrokken gemeenschappen, en benaderingen voor het beheren van materiële risico's en het benutten van materiële opportuniteiten met betrekking tot betrokken gemeenschappen, en de effectiviteit van deze maatregelen. SS – Betrokken gemeenschappen 137
S3. SBM-2 Actieplannen en middelen om de materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS – Betrokken gemeenschappen 137
S3-5 Doelstellingen met betrekking tot het beheersen van materiële negatieve gevolgen, het bevorderen van positieve gevolgen en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten Bijlage 1 276 Er zijn nog geen doelen gesteld voor materiële gevolgen voor getroffen gemeenschappen
S3. SBM-3 Doelen gesteld om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren Bijlage 1 276 Er zijn nog geen doelen gesteld voor materiële gevolgen voor getroffen gemeenschappen

ESRS S4 – CONSUMENTEN EN EINDGEBRUIKERS

OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA('S) AANVULLENDE INFORMATIE VERWIJZING NAAR GEGEVENS UIT ANDERE EU-WETGEVING
S4. SBM-3 Materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel SS – Algemene informatie, Consumenten en eindgebruikers 72, 141 Opmerking: het toepassingsgebied sluit eindgebruikers uit, aangezien SIPEF grondstoffen levert en geen consumptiegoederen produceert of distribueert. Duurzaamheidskwesties: toegang tot (kwaliteits) informatie, gezondheid en veiligheid (consumenten)
S4-1 Beleid met betrekking tot consumenten en eindgebruikers SS – Algemene informatie, Consumenten en eindgebruikers 78, 141 (1)
S4. SBM-2 Beleid om materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS – Algemene informatie, Consumenten en eindgebruikers 78, 141
S4-2 Processen voor dialoog over effecten met consumenten en eindgebruikers SS – Consumenten en eindgebruikers, Goed zakelijk gedrag 141, 151
S4-3 Processen om negatieve gevolgen te verhelpen en kanalen voor consumenten en eindgebruikers om zorgen te uiten SS – Consumenten en eindgebruikers, Goed zakelijk gedrag 141, 151
S4-4 Actie ondernemen met betrekking tot materiële gevolgen voor consumenten en eindgebruikers, en benaderingen voor het beheren van materiële risico's en het benutten van materiële opportuniteiten met betrekking tot consumenten en eindgebruikers, en de effectiviteit van deze acties. SS – Consumenten en eindgebruikers 142 (1)
S4. SBM-2
OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA(’S) AANVULLENDE INFORMATIE VERWIJZING NAAR GEGEVENS UIT ANDERE EU–WETGEVING
4. – Doelstellingen voor het beheren van materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten SS – Consumenten en eindgebruikers; bijlage 1 148, 276 ESRS G1

ZAKELIJK GEDRAG

OPENBAARMAKINGSVEREISTE ONDERDEEL PAGINA(’S) AANVULLENDE INFORMATIE
1. – De rol van de bestuurs–, management– en toezichthoudende organen CR - Duurzame groei als fundament van SIPEF's strategie; Verankering van duurzaamheid in de strategie, bestuurs- en managementstructuur van SIPEF; CG – Corporate governance–structuur op 31 december 2025 30, 31; 160
1. – Materiële invloeden, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel SS – Algemene informatie, Goed zakelijk gedrag 72, 150 Duurzaamheidskwesties: bedrijfscultuur, corruptie en omkoping
1–1 Beleid voor zakelijk gedrag en bedrijfscultuur SS – Algemene informatie, Goed zakelijk gedrag 78, 150 (1)
1. – Beleid om de materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS – Algemene informatie, Goed zakelijk gedrag 78, 150
1–2 Beheer van relaties met leveranciers Weggelaten n.v.t. Niet materieel: het beheer van relaties met leveranciers werd niet geïdentificeerd als materieel
1–3 Preventie en opsporing van corruptie en omkoping SS – Goed zakelijk gedrag 153
1. – Actieplannen en middelen om haar materiële gevolgen, risico's en opportuniteiten te beheren SS – Goed zakelijk gedrag 150, 153
1–4 Incidenten van corruptie of omkoping SS – Goed zakelijk gedrag 153 (1), (3)
1–5 Politieke invloed en lobbyactiviteiten Weggelaten n.v.t. Niet materieel: politieke beïnvloeding en lobbyactiviteiten werden beoordeeld als niet van toepassing en niet materieel
1–6 Betalingspraktijken Weggelaten n.v.t. Niet materieel: betalingspraktijken werd beoordeeld als niet van toepassing en niet materieel

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage 6 – voornaamste stakeholders en aanpak voor betrokkenheid

Bijlage 6 – voornaamste stakeholders en aanpak voor betrokkenheid

STAKEHOLDERS RELEVANTIE EN DOEL VAN BETROKKENHEID BENADERING VAN BETROKKENHEID REACTIE OP RESULTATEN VAN BETROKKENHEID
Natuur Relevantie: De natuur levert essentiële hulpbronnen voor de teelt en ecosysteemdiensten, en beïnvloedt de gezondheid en productiviteit van plantages. De milieu-impact van de activiteiten van SIPEF kan ook de reputatie van de Groep aantasten. Doel: 1. de werkelijke en potentiële impact op de natuurlijke omgeving beoordelen 2. milieupraktijken verbeteren met het oog op verantwoorde productie Samenwerken met milieudeskundigen/organisaties, die de natuur vertegenwoordigen als belangrijkste stakeholder. Dit omvat: • Klimaat- en biodiversiteits-experts • Technisch adviseurs • Wetenschappelijke natuurbeschermingsorganisaties • Niet-gouvernementele mileuorganisaties (ngo’s) • De resultaten van de klimaat- en biodiversiteitsbeoordeling hebben als basis gediend voor de dubbele materialiteitsbeoordeling van SIPEF. • De bevindingen van technische consultants vormen de basis voor SIPEF’s due diligence en beheerplannen. • Training en ondersteuning van ZSL en SINTAS werden gebruikt om de monitoring van tijgers te verbeteren. • Belangrijke publicaties en onderzoeken helpen bij het bepalen van de materialiteit. • Monitoring van indicatorsoorten wordt versterkt. • Citizenscience-initiatieven worden ingezet om basisgegevens vast te stellen. • Training en capaciteitsopbouw voor rangers versterken essentiële vaardigheden. • Samenwerking met universiteiten ondersteunt biodiversiteitsonderzoek.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

STAKEHOLDERS RELEVANTIE EN DOEL VAN BETROKKENHEID BENADERING VAN BETROKKENHEID REACTIE OP RESULTATEN VAN BETROKKENHEID
Werknemers Relevantie: Het personeel van SIPEF is de drijvende kracht achter haar succes en staat centraal in haar activiteiten en de succesvolle implementatie van haar strategie. Doel: • toezien op naleving van het beleid inzake mensenrechten en arbeidsrechten • behoeften en klachten van werknemers behandelen via gestructureerde mechanismen • medewerkers betrekken bij rechten op de werkplek, welzijn en eerlijke behandeling • essentiële diensten voorzien • bewustzijn rond duurzaamheid bevorderen Directe betrokkenheid van werknemers of onrechtstreeks via vakbonden en sociale deskundigen/organisaties die als vertegenwoordigers optreden. Dit omvat: • Risicobeoordelingen en opleidingsprogramma's • Vakbonden, via jaarlijkse/driemaandelijkse bijeenkomsten • Jaarlijkse beoordelingen • Sociale deskundigen voor hulp bij klachten • Sociale ngo’s en academische instellingen • SIPEF’s klachtenmechanisme • Risicobeoordelingen op het gebied van gezondheid en veiligheid vormen de basis voor managementplannen en opleidingen. • Feedback van vakbondsvergaderingen wordt bekeken door de HR-afdeling en waar nodig wordt actie ondernomen. • Klachten en aanbevelingen van sociale deskundigen geven vorm aan actieplannen en de dubbele materialiteitsbeoordeling. • Desktoponderzoek helpt bij het bepalen van materialiteit.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage 6

STAKEHOLDERS RELEVANTIE EN DOEL VAN BETROKKENHEID BENADERING VAN BETROKKENHEID REACTIE OP RESULTATEN VAN BETROKKENHEID
Lokale boeren die leverancier zijn Relevantie: Lokale boeren leveren een aanzienlijke bijdrage aan de voorziening voor verse vruchtentrossen (FFB) van SIPEF en aan de globale palmolieproductie. Ze zorgen voor een stabiele toeleveringsketen en hebben het potentieel om de totale sociale, ecologische en economische duurzaamheid te verbeteren. Doel: • lokale boeren ondersteunen om hun productie en levensonderhoud te verbeteren en duurzaamheidspraktijken te integreren (RSPO) • lokale boeren betrekken bij de Beste Managementpraktijken Engagement met lokale boeren, voornamelijk via de afdelingen voor lokale boeren en duurzaamheidsteams van SIPEF in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.
• Programma’s voor lokale boeren, waarmee SIPEF opleiding geeft, de Beste Managementpraktijken deelt, zaailingen, kunstmest en apparatuur levert, lokale boeren ondersteunt met RSPO-certificering en agronomische en logistieke hulp biedt
• Opvolging en audits, uitgevoerd zowel intern als door derden, toezien op naleving van de eisen voor leveranciers, waaronder geen ontbossing en RSPO-certificering
• Een lokaal planningscomité (Local Planning Committee) bestaande uit Hargy Oil Palms, een lokale overheidsinstantie en organisaties die onderzoek doen en lokale boeren vertegenwoordigen, coördineert onderzoek en ontwikkeling, agronomische diensten, opleidingen en gemeenschapsontwikkeling voor lokale boeren
• De bevindingen van de beoordeling en monitoring ondersteunen de due diligence van SIPEF op de implementatie van het Verantwoordelijk Inkoopbeleid (Responsible Purchasing Policy), waaronder de naleving van de RSPO-certificering en SIPEF’s verbintenis op geen ontbossing, geen nieuwe ontwikkelingen op veengrond en geen exploitatie door lokale boeren. Dit proces omvat een voortdurende dialoog, waarbij de resultaten worden teruggekoppeld naar de lokale boeren via hun afdelingen.
• Bijeenkomsten van het lokaal planningscomité bevorderen de betrokkenheid van stakeholders en de samenwerking tussen de voornaamste stakeholders binnen de sector, wat leidt tot initiatieven zoals het stroomlijnen van de overdracht van landeigendomsrechten, het verbeteren van de wet- en ordehandhaving en het implementeren van gemeenschapsgerichte sociale programma’s ter ondersteuning van duurzame ontwikkeling en bestaansmiddelen.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

STAKEHOLDERS RELEVANTIE EN DOEL VAN BETROKKENHEID BENADERING VAN BETROKKENHEID REACTIE OP RESULTATEN VAN BETROKKENHEID
Betrokken gemeenschappen Relevantie: Lokale gemeenschappen kunnen rechtstreeks worden beïnvloed door de activiteiten op het gebied van landgebruik, milieuveranderingen, werkgelegenheid en sociale dynamiek. Betrokkenheid versterkt de sociale toestemming om de activiteiten uit te oefenen, vermindert conflicten en maakt gerichte ondersteuning mogelijk. Doel: • begrijpen en aanpakken van klachten en zorgen van de gemeenschap • begrijpen en ondersteunen van de behoeften op het gebied van werkgelegenheid en gemeenschapsontwikkeling Rechtstreekse betrokkenheid bij gemeenschappen via afdelingen voor gemeenschapsengagement, of via sociale experts en organisaties, die als gevolmachtigden dienen. Dit omvat: • Sociale experts en erkende beoordelaars, aangetrokken om de processen van SIPEF voor vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (Free, Prior, and Informed Consent – FPIC) met gemeenschappen te begeleiden • Interne en externe sociale deskundigen • Gemeenschapsprogramma’s • Sociale ngo’s en academische instellingen • SIPEF’s klachtenmechanisme • Beheerplannen worden ontwikkeld op basis van de resultaten van sociale-effectbeoordelingen. • Geïntegreerde landinrichtingsplannen voor natuurbehoud worden gebaseerd op FPIC-resultaten. • Bevestigde klachten worden opgevolgd met actieplannen. Eerdere en aanhoudende klachten hebben bijgedragen aan de dubbele materialiteitsbeoordeling van SIPEF. • Resultaten van desktoponderzoek helpen bij het bepalen van de materialiteit van duurzaamheidskwesties.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage 1

STAKEHOLDERS RELEVANTIE EN DOEL VAN BETROKKENHEID BENADERING VAN BETROKKENHEID REACTIE OP RESULTATEN VAN BETROKKENHEID
Consumenten Relevantie: Consumenten bepalen de vraag, vooral in de belangrijkste markten van SIPEF, de Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk (VK), waar de verwachtingen op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid hoog zijn. Doel: begrijpen van de veranderende marktverwachtingen met betrekking tot voedselveiligheid, kwaliteit en duurzaamheidsnormen Inzichten in consumentenbelangen worden verzameld via klanten die als gevolmachtigden fungeren, aangezien SIPEF stroomopwaarts opereert en geen consumptiegoederen produceert of rechtstreeks aan consumenten verkoopt. Sinds 2022 richt SIPEF zich sterker op kwaliteit, met name voedselveiligheid, als onderdeel van de bredere bedrijfsstrategie. Deze verschuiving komt tegemoet aan verschillende prioriteiten van de industrie, waaronder de bezorgdheid van consumenten over contaminanten in palmolie.

GEBRUIKERS VAN HET JAARVERSLAG EN ANDERE VOORNAME STAKEHOLDERS

STAKEHOLDERS RELEVANTIE EN DOEL VAN BETROKKENHEID BENADERING VAN BETROKKENHEID REACTIE OP RESULTATEN VAN BETROKKENHEID
Klanten Relevantie: Klanten zijn van cruciaal belang voor de activiteiten van SIPEF, aangezien zij de producten kopen en eisen stellen aan de certificering en het aankoopbeleid. Doel: • begrijpen van de behoeften en verwachtingen van de klant • communiceren over ontwikkelingen in kwaliteit en duurzaamheid • samenwerken aan proefprojecten Rechtstreeks engagement met klanten via de marketingafdeling, fruitafdeling en duurzaamheidsteams. Dit omvat: • Klantvergaderingen • ESG-vragenlijsten • Kennisuitwisseling door bijeenkomsten met duurzaamheidsteams • Desktoponderzoek (beleidsevaluaties, duurzaamheidsrapporten en websites) • De eisen en prioriteiten van klanten hebben bijgedragen aan de strategie van SIPEF om zich te richten op hoogwaardige, traceerbare en voor duurzaamheid gecertificeerde palmolie. • De betrokkenheid en feedback bereidt SIPEF voor op nieuwe trends. • Desktoponderzoek en benchmarkresultaten hebben het validatieproces van de dubbele materialiteitsbeoordeling ondersteund.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

STAKEHOLDERS RELEVANTIE EN DOEL VAN BETROKKENHEID BENADERING VAN BETROKKENHEID REACTIE OP RESULTATEN VAN BETROKKENHEID
Sectorgenoten Relevantie: Sectorgenoten kunnen de benchmarks aangeven voor duurzaamheid die al worden gesteld voor de industrie. Doel: • benchmarken van duurzaamheidsprestaties • uitwisselen van kennis en beste praktijken Rechtstreeks en onrechtstreeks engagement via: • Kennisuitwisseling tijdens bijeenkomsten met duurzaamheidsteams van klanten • Desktoponderzoek, waaronder beleidsevaluaties, duurzaamheidsrapporten en websites De resultaten van desktoponderzoek en benchmarks hebben de identificatie en prioritering van de materialiteit van duurzaamheidskwesties ondersteund.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage 1

STAKEHOLDERS RELEVANTIE EN DOEL VAN BETROKKENHEID BENADERING VAN BETROKKENHEID REACTIE OP RESULTATEN VAN BETROKKENHEID
Aandeelhouders en investeerders Relevantie: Aandeelhouders en investeerders dragen bij aan de financiële basis voor de activiteiten van SIPEF en stellen belangrijke eisen die het beleid en de strategische beslissingen vormgeven. Doel: • delen van updates over strategie, activiteiten en financiële en duurzaamheidsprestaties • opbouwen van vertrouwen • begrijpen van verwachtingen Rechtstreekse betrokkenheid bij de hoofdaandeelhouder van SIPEF, Ackermans & van Haaren (AvH), inclusief: • Regelmatige bijeenkomsten en workshops • ESG-vragenlijst en jaarlijkse ESG-bijeenkomst • Vertegenwoordiging van de raad van bestuur. Betrokkenheid bij andere aandeelhouders en banken: • Financiële en duurzaamheidsrapportering • ESG-vragenlijsten van banken • Roadshows en bijeenkomsten voor analisten • Website • Vereisten en feedback hebben de beleidsontwikkeling, rapportering en strategische richting beïnvloed. • Kennisuitwisseling en workshops hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de dubbele materialiteitsmethodologie van SIPEF. • Discussies en ESG-vragenlijsten leverden informatie voor de materialiteitsbeoordeling van duurzaamheidskwesties.
STAKEHOLDERS RELEVANTIE EN DOEL VAN BETROKKENHEID BENADERING VAN BETROKKENHEID REACTIE OP RESULTATEN VAN BETROKKENHEID
Overheden en regelgevende instanties Overheden en regelgevende instanties stellen wettelijke vereisten vast waaraan SIPEF moet voldoen. • naleven van internationale, nationale en lokale regelgeving
• samenwerken op het gebied van infrastructuur, ontwikkeling van diensten, initiatieven voor capaciteitsopbouw bij lokale boeren en natuurbehoud
• SIPEF bereidt inspecties ter plaatse door de autoriteiten voor en dient rapporten in conform de overheidsvoorschriften in de rechtsgebieden waar ze actief is en haar producten levert.
• SIPEF werkt samen met lokale overheden en ministeries om bij te dragen aan projecten voor openbare dienstverlening.
• SIPEF ziet er consequent op toe dat alle toepasselijke wet- en regelgeving wordt nageleefd en verwerkt proactief feedback van relevante overheidsvertegenwoordigers indien aanwezig.
• SIPEF rapporteert regelmatig naleving aan de relevante autoriteiten.
Initiatieven en standaarden met meerdere stakeholders Initiatieven met talrijke stakeholders en certificeringssystemen brengen stakeholders samen en definiëren duurzaamheidsnormen en vereisten voor Beste Managementpraktijken. Ze spelen ook een belangrijke rol bij het verschaffen van toegang tot de markten die door SIPEF worden bediend, en faciliteren de uitwisseling van kennis tussen verschillende stakeholders en het delen van beste praktijken. • begrijpen van de ontwikkeling van duurzaamheidsnormen en eraan bijdragen
• delen van beste praktijken en samenwerken om naleving in de hele sector te verbeteren
• garanderen van naleving door middel van certificeringsaudits
• bevorderen van de productie en het gebruik van gecertificeerde duurzame palmolie
SIPEF werkt rechtstreeks via:
• RSPO-lidmaatschap, inclusief deelname aan de Biodiversity and High Conservation Values Working Group, Standard Setting Committee, Jurisdictional Approach Working Group, Compensation Task Force, ‘No Deforestation’ Joint Steering Group en Living Wage Task Force
• Vertegenwoordiging in de raad van bestuur van de RSPO, zetelend namens telers uit de ‘rest-van-de-wereld’
• RSPO jaarlijkse mededeling over vooruitgang (Annual Communication of Progress - ACOP), rapportering over duurzaamheidsverplichtingen en -voortgang
• Nalevingsaudits, zowel intern als extern, voor RSPO, Rainforest Alliance, Fairtrade, GLOBALG.A.P., International Sustainability and Carbon Certification (ISCC) en Indonesian Sustainable Palm Oil (ISPO)
• Lidmaatschap van andere initiatieven met verschillende stakeholders, zoals de Tropical Forest Alliance (TFA), High Conservation Value Network (HCVN) en Palm Oil Collaboration Group (POCG)
• SIPEF-medewerkers met vertegenwoordigingsfuncties binnen RSPO informeren interne besluitvormers over beste praktijken, oplossingen en wijzigingen of nieuwe certificeringsvereisten die de Groep moet implementeren of waarop de Groep zich moet voorbereiden.
• SIPEF-medewerkers die deelnemen aan werkgroepen of comités zijn verantwoordelijk voor het vertegenwoordigen van de standpunten en verwachtingen van de Groep.
• De criteria van de standaarden waaraan SIPEF voldoet, geven vorm aan het duurzaamheidsmanagementsysteem (sustainability management system), het beleid, de due diligence-processen en de praktijken op het gebied van ESG.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

STAKEHOLDERS RELEVANTIE EN DOEL VAN BETROKKENHEID BENADERING VAN BETROKKENHEID REACTIE OP RESULTATEN VAN BETROKKENHEID
Onderzoek en ontwikkeling Onderzoek en ontwikkeling stimuleren innovatie, valideren beste praktijken, geven vorm aan industrienormen en kunnen de ambities van SIPEF op het gebied van duurzaamheid, kwaliteit, productie-efficiëntie en veerkracht op lange termijn ondersteunen. • toegang tot de nieuwste innovatieve oplossingen die bijdragen aan het verbeteren van de productiviteit en kwaliteit
• verzamelen van informatie over de beste praktijken in de sector en opkomende trends
SIPEF werkt rechtstreeks via:
• Investering in onderzoeks- en ontwikkelingspartner Verdant Bioscience Pte Ltd, die F1-hybride-kruisingen ontwikkelt voor hoge rendementen bij veranderende regenvalpatronen en marginale bodems onder invloed van klimaatverandering
• Inschakeling van leveranciers van innovatie- en technologieoplossingen om oplossingen voor koolstofvastlegging en specifieke, meetbare, haalbare, relevante en tijdgebonden oplossingen voor landbouw te identificeren, op te zetten en te helpen implementeren
De resultaten van de proeven en het wetenschappelijk onderzoek vormen de basis voor de haalbaarheid van de langetermijnstrategie en -plannen van SIPEF, die gericht zijn op productie-efficiëntie, operationele uitmuntendheid en veerkracht bij veranderende milieuomstandigheden.
Benchmark- en ratingorganisaties Deze organisaties voeren benchmarkbeoordelingen voor duurzaamheid of ratings uit die de transparantie en duurzaamheidspraktijken van een bedrijf beoordelen. De resultaten kunnen gevolgen hebben voor de reputatie en aantrekkingskracht van SIPEF op investeerders. inzicht krijgen in en afstemmen op de verwachtingen van stakeholders over duurzaamheidsprestaties SIPEF wordt jaarlijks geëvalueerd door en beantwoordt aan ratingbureaus en benchmarkorganisaties, op basis van publiek beschikbare informatie en door SIPEF ingediende documenten. Deze omvatten:
• SPOTT
• Forest 500
• CDP: bossen en klimaatverandering
• Hiatenanalyses identificeren hiaten in duurzaamheid, beleid en rapportering. Rapportering, beleid en actieplannen worden bijgewerkt op basis van haalbaarheid.
• De beoordelingsresultaten worden ook beoordeeld door het management, samen met prestaties uit het verleden en vergelijkingen met branchegenoten.
STAKEHOLDERS RELEVANTIE EN DOEL VAN BETROKKENHEID BENADERING VAN BETROKKENHEID REACTIE OP RESULTATEN VAN BETROKKENHEID
Externe experts Dit zijn externe deskundigen die door SIPEF in dienst worden genomen om duurzaamheidsbeoordelingen uit te voeren, gespecialiseerde expertise te verschaffen en het bedrijf te ondersteunen bij het versterken van zijn duurzaamheidsprestaties. Hun werk kan invloed hebben op hoe SIPEF wordt gepositioneerd ten opzichte van de verwachtingen van stakeholders en de praktijken in de sector. deskundige begeleiding en technische input verkrijgen die SIPEF helpt haar duurzaamheidsaanpak te verbeteren. Deze experts worden ingeschakeld via specifieke contracten, opdrachten en samenwerkingsverbanden, waaronder:
• Beleidsontwikkeling
• Beleidsimplementatie
• Risicobeoordelingen
Input en aanbevelingen ondersteunen de ontwikkeling en verbetering van het sustainability management system.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Bijlage

Andere informatie over de Vennootschap

Duur

De Vennootschap bestaat voor onbepaalde duur.

Kapitaal

Geplaatst kapitaal
SIPEF heeft van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie de officiële goedkeuring ontvangen om, vanaf 1 januari 2016, de boekhouding en de jaarrekening op te stellen in Amerikaanse dollar, de functionele munt van SIPEF. Op 31 december 2025 bedroeg het integraal volstorte kapitaal USD 44.733.752,04. Het wordt vertegenwoordigd door 10.579.328 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. Alle aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen, hebben dezelfde rechten. Ieder aandeel geeft recht op één stem. SIPEF heeft geen andere categorieën van aandelen uitgegeven, zoals aandelen zonder stemrecht of bevoorrechte aandelen.

Toegestaan kapitaal
Bij beslissing van de buitengewone algemene vergadering van 14 juni 2023 kwam er een verlenging met vijf jaar van de aan de raad van bestuur verleende machtiging om het kapitaal te verhogen, in een of meerdere keren ten belope van USD 44.733.752,04 volgens de in de statuten gestipuleerde modaliteiten. Die machtiging is geldig voor een periode van vijf jaar te rekenen vanaf 24 juli 2023, met name de datum van publicatie in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad, hetzij tot en met 23 juli 2028.

De buitengewone algemene vergadering van 14 juni 2023 heeft eveneens beslist dat ingeval de Vennootschap een mededeling ontvangt van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) dat haar kennis is gegeven van een openbaar overnamebod op de effecten van de Vennootschap, de raad van bestuur, overeenkomstig artikel 7:202 §2, 2° van het WVV, slechts van zijn bevoegdheid inzake het toegestane kapitaal gebruik kan maken, indien voornoemde kennisgeving plaatsvindt niet later dan drie jaar na de datum van deze buitengewone algemene vergadering, hetzij vanaf 14 juni 2023 tot en met 13 juni 2026.

Op 31 december 2025 bedroeg het toegestaan kapitaal USD 44.733.752,04. Op basis van dat laatste bedrag kunnen ten hoogste 10.579.328 nieuwe aandelen worden uitgegeven.

Eigen aandelen
De buitengewone algemene vergadering van 14 juni 2023 heeft de machtiging aan de raad van bestuur verlengd met een periode van vijf jaar, waardoor de raad met inachtneming van de wettelijke bepalingen een maximum aantal van 2.115.865 eigen aandelen, zijnde 20% van het geplaatst kapitaal, kan verkrijgen volgens de in de statuten vermelde modaliteiten. Die machtiging is geldig voor een periode van vijf jaar te rekenen vanaf 24 juli 2023, met name de datum van publicatie in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad, tot and met 23 juli 2028.

Dezelfde buitengewone algemene vergadering heeft ook de aan de raad van bestuur verleende machtiging verlengd om eigen aandelen te verkrijgen wanneer deze inkoop noodzakelijk is om een dreigend ernstig nadeel voor de Vennootschap te voorkomen.Die machtiging is geldig voor een termijn van drie jaar, te rekenen vanaf 24 juli 2023, de datum van de publicatie in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad, tot en met 23 juli 2026.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

De aankopen en verkopen van eigen aandelen in 2025 worden in toelichting 22 van de geconsolideerde financiële staten in dit Geïntegreerd Jaarverslag beschreven. Op 31 december 2025 heeft SIPEF 128 786 eigen aandelen (1,22% van het totale aantal uitstaande aandelen) in portefeuille, voorbestemd voor de uitoefening van toegekende en nog niet uitgeoefende opties.

Ter inzage beschikbare documenten

Toegang tot de informatie voor de aandeelhouders en website

SIPEF beschikt over een website waar de aandeelhouders alle informatie met betrekking tot de Vennootschap kunnen raadplegen. www.sipef.com

Deze website wordt regelmatig bijgewerkt en bevat de inlichtingen zoals bepaald in het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en het WVV.

De website bevat onder meer de jaarrekeningen en jaarverslagen, alle door de Vennootschap gepubliceerde persberichten en alle nuttige en nodige informatie betreffende de algemene vergaderingen en de deelname van de aandeelhouders aan deze vergaderingen, en in het bijzonder, de door de statuten opgelegde voorwaarden die regelen op welke manier de (gewone en buitengewone) algemene vergaderingen van de aandeelhouders worden bijeengeroepen.

Ten slotte worden ook de resultaten van de stemmingen en de notulen van de algemene vergaderingen gepubliceerd op de website.

Plaatsen waar voor het publiek toegankelijke documenten kunnen worden geraadpleegd

De gecoördineerde statuten van de Vennootschap kunnen worden geraadpleegd op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel in Antwerpen, op de maatschappelijke zetel en op de website van de Vennootschap. www.sipef.com/hq/investors/shareholders-information/corporate-governance

De jaarrekening wordt neergelegd bij de Nationale Bank van België en kan worden geraadpleegd op de website van SIPEF.

De besluiten met betrekking tot de benoeming en het ontslag van de leden van de organen van de Vennootschap worden bekendgemaakt in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad.

De financiële berichten van de Vennootschap worden gepubliceerd in de financiële pers.

De andere voor het publiek toegankelijke documenten kunnen worden geraadpleegd op de maatschappelijke zetel van de Vennootschap.

Het jaarverslag van de Vennootschap wordt jaarlijks verzonden naar de aandeelhouders op naam en naar iedereen die de wens heeft uitgedrukt het verslag te ontvangen. Het is kosteloos verkrijgbaar op de maatschappelijke zetel. De jaarverslagen van de laatste drie boekjaren en alle andere in deze paragraaf vermelde documenten kunnen op de website van de Vennootschap worden geraadpleegd.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Woordenlijst ALGEMEEN

3-MCPD monochloorpropaan-1,2-diol (3-MCPD) -- Een procesverontreiniging die in warmtebehandelde vethoudende levensmiddelen kan worden gevormd uit glycerol of acylglyceriden in aanwezigheid van chloride-ionen.

3-MCPD monochloorpropaan-1,2-diol esters (3-MCPDEs) zijn de veresterde vormen van 3-MCPD die worden gevormd tijdens dezelfde procesomstandigheden.

Afvalwater van palmolie-extractiefabrieken (palm oil mill effluent - POME) -- Afvalwater dat wordt gegenereerd door de activiteiten van palmolie-extractiefabrieken. Met zijn hoge organische gehalte vormt POME een bron van groot potentieel voor biogasproductie en/of compostering.

Aromatische koolwaterstoffen uit minerale oliën (Mineral Oil Aromatic Hydrocarbons - MOAH) -- Een groep minerale olieverbindingen die aromatische ringen bevatten, waaronder mono- en polyaromatische koolwaterstoffen. Ze kunnen gezondheidsrisico’s met zich meebrengen, zoals mogelijke kankerverwekkende effecten.

Beste Managementpraktijken -- Gestandaardiseerde operationele praktijken om de productiviteit te optimaliseren en tegelijkertijd de impact op het milieu en de maatschappij te minimaliseren, in overeenstemming met duurzaamheidsnormen.

Bialla Oil Palm Grower Association (BOPGA) -- Een vereniging die lokale boeren en outgrowers ondersteunt in oliepalmteeltgebieden.

Biochemisch zuurstofverbruik (biochemical oxygen demand - BOD) -- De hoeveelheid zuurstof die bacteriën en micro-organismen in een aerobe omgeving nodig hebben om organisch materiaal af te breken. BOD-testen worden uitgevoerd om de hoeveelheid organisch materiaal in water te bepalen.

Chemisch zuurstofverbruik (chemical oxygen demand - COD) -- De hoeveelheid zuurstof die nodig is om verontreinigingen in een bepaald volume water chemisch te oxideren. Het wordt gebruikt om het niveau van oxideerbare verontreinigende stoffen in oppervlaktewater en afvalwater te meten.

Cost, insurance and freight (CIF) Rotterdam -- De verkoopprijs die alle kosten dekt, verzekering en vracht inbegrepen, tot aan de haven van bestemming, in dit geval Rotterdam. De koper betaalt voor de goederen afgeleverd in Rotterdam. De CIF-Rotterdam-prijs is een wereldwijde referentie in de palmoliemarkt.

Dubbele materialiteit -- Een rapporteringsbeginsel dat zowel kijkt naar hoe duurzaamheidskwesties de financiële prestaties van een bedrijf beïnvloeden als naar hoe het bedrijf mensen en het milieu beïnvloedt. Ze is verplicht volgens de CSRD en helpt bedrijven te bepalen wat belangrijk is om te rapporteren.

EU-taxonomie -- Deze verordening bepaalt welke investeringen als ‘groen’ kunnen worden ingedeeld en welke bijdragen aan de realisatie van de EU Green Deal. De classificatie is gebaseerd op technische screeningscriteria (Technical Screening Criteria - TSC) en minimumcriteria voor het vermijden van significante schade (DNSH of do no significant harm).

Fairtrade -- Internationaal erkend en vertrouwd duurzaamheidslabel dat zich inzet om handel eerlijker te maken voor de mensen die ons voedsel verbouwen.

F1-hybride (oliepalm) -- Een eerste generatie kruising, ontworpen voor hogere opbrengsten en meer weerbaarheid.

Franco aan boord (free on board - FOB) -- Dit is de verkoopprijs die aangeeft dat de verkoper betaalt voor het vervoer van de goederen naar de laadhaven plus laadkosten. De koper betaalt, naast de goederen, de kosten van vracht, de verzekering, het lossen, en het vervoer van de loshaven naar de eindbestemming.

Frequentie van ongevallen met werkverlet (lost time injury frequency Rate - LTIFR) -- Een veiligheidsindicator die de frequentie meet van ongevallen op het werk die leiden tot verloren werkdagen.

Geen ontbossing, geen veengrond en geen exploitatie (no deforestation, no peat, and no exploitation - NDPE) -- Een duurzaamheidsverbintenis in de palmolie- en andere grondstoffensectors om ontbossing, het ontwikkelen van veengronden en de uitbuiting van mensen en gemeenschappen uit toeleveringsketens te weren. Beleidslijnen voor geen ontbossing, geen veengrond en geen exploitatie vereisen het behoud van natuurlijke bossen, het vermijden van aanplant op organische gronden van welke diepte ook en het respecteren van mensenrechten, inclusief de rechten van werkers, inheemse volkeren en lokale gemeenschappen.

Geïntegreerde plaagbestrijding (integrated pest management - IPM) -- Een ecosysteembenadering voor gewasproductie waarbij verschillende beheerstrategieën en -praktijken worden gecombineerd om gezonde gewassen te telen met een minimaal gebruik van pesticiden.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

GeoSIPEF -- Het digitale platform van SIPEF voor het opvolgen van productielocaties, gecertificeerde productvolumes en milieumonitoring.

Gezondheid en veiligheid op het werk (occupational health and safety - OHS) -- Normen, praktijken en systemen die worden toegepast om het welzijn, de gezondheid en de veiligheid van werknemers in palmolieactiviteiten te waarborgen.

Glycidylesters (GE) -- Dit zijn contaminanten die ontstaan bij de productie en bereiding van voedsel bij hoge temperaturen.

GlobalG.A.P. -- Internationaal erkend programma voor landbouwcertificatie dat de vereisten van de consumenten omzet in goede landbouwpraktijken voor uiteenlopende detailhandelaars en hun leveranciers.

Hak Guna Usaha (HGU) -- Een landbouwlicentie die wordt verleend door de Indonesische overheid.

Halalcertificering -- Certificering die bevestigt dat producten en productieprocessen voldoen aan de islamitische voedselvoorschriften en erkende halal-normen.

H1-voedselveilige smeermiddelen -- Smeermiddelen die veilig zijn voor incidenteel contact met levensmiddelen in verwerkingsmachines.

Hoge koolstofvoorraadbenadering (High Carbon Stock Approach - HCSA) -- Een methodologie die wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen bosgebieden die behouden moeten blijven en gedegradeerde gronden met lage koolstof- en biodiversiteitswaarden die ontwikkeld kunnen worden. De methodologie werd ontwikkeld met als doel de implementatie van engagementen inzake ‘niet-ontbossing’ geloofwaardig te maken door middel van een praktische, transparante, degelijke, en wetenschappelijk onderbouwde aanpak. Deze benadering wordt algemeen aanvaard om ontbossing in de tropen te stoppen, terwijl de rechten en bestaansmiddelen van lokale volkeren worden gerespecteerd.

Hoge natuurbehoudswaarde (High Conservation Value - HCV) -- Het concept van hoge natuurbehoudswaarde werd oorspronkelijk in 1999 door de Forest Stewardship Council (FSC) ontwikkeld voor gebruik bij de certificering van bosbeheer. In 2005 werd het HCV Network (HCVN, officieel HCV Resource Network) opgericht en werd het toepassingsgebied uitgebreid van HCV forest naar HCV area.Het vormt nu een kernprincipe van duurzame normen voor palmolie, soja, suiker, biobrandstoffen en koolstof, en wordt veelgebruikt voor het in kaart brengen van landschappen, natuurbehoud en de planning en pleitbezorging voor natuurlijke hulpbronnen.

Identiteit behouden (Identity Preserved - IP) -- Een model voor de toeleveringsketen waarin RSPO-gecertificeerde palmolie in elke fase fysiek gescheiden blijft van niet-gecertificeerde palmolie, zodat volledige traceerbaarheid naar een specifieke gecertificeerde extractiefabriek en haar leveranciers gegarandeerd is.

Indonesian Sustainable Palm Oil (ISPO) -- Een schema van verplichte overheidscertificering dat werd ingevoerd door de Indonesische overheid via het ministerie van Landbouw. ISPO wil ervoor zorgen dat de palmolieproductie in Indonesië voldoet aan de nationale wet- en regelgeving, de duurzaamheid van het milieu ondersteunt en de concurrentiepositie van Indonesische palmolie op de internationale markten verbetert.

Internationale duurzaamheids- en koolstofcertificering (International Sustainability and Carbon Certification - ISCC) -- Een onafhankelijk systeem dat controleert of producten op basis van biomassa en biogebaseerde producten voldoen aan duurzaamheidsnormen en normen voor uitstoot van broeikasgas, land met hoge koolstofwaarden, en biodiversiteit beschermen, goede landbouwpraktijken bevorderen en mensen-, arbeids-, en landrechten respecteren.

Landschapsbenadering -- Een samenwerkingsstrategie met meerdere stakeholders om concurrerend landgebruik met elkaar in overeenstemming te brengen en duurzame resultaten te bevorderen binnen een bepaald geografisch gebied, door ecologische, sociale en economische doelstellingen met elkaar in evenwicht te brengen.

Lege vruchtentrossen (empty fruit bunches - EFB) -- De vezelige resten van verse vruchttrossen (fresh fruit bunches - FFB) nadat de vruchten eruit zijn gehaald om te worden geperst tot palmolie.

Lokale boeren (smallholders) -- Producenten of groepen producten die kleine oliepalmplantages bezitten of beheren, via door bedrijven georganiseerde schema’s of als onafhankelijke leveranciers.

Maleisische Derivatenbeurs (Malaysian Derivatives Exchange - MDEX) -- De palmolienotering op de Maleisische derivatenbeurs is wereldwijd marktleider in de prijsvorming voor palmolie. Het is een toonaangevend prijsmechanisme dat wordt gebruikt om prijzen te bepalen, zowel lokaal als in het buitenland. Om een MDEX-notering om te zetten naar een cost, insurance and freight Europese havenprijs, worden de geldende exportbelasting en de overeenkomstige zeevrachtkosten toegevoegd.

Massabalans (Mass Balance - MB) -- Een model voor de toeleveringsketen dat het mengen van RSPO-gecertificeerde en niet-gecertificeerde palmolie toestaat, zolang het volume van de verkochte gecertificeerde palmolie overeenkomt met het ingekochte volume.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025 Woordenlijst

Maximale Residulimieten (maximum residue levels - MRL) -- Wettelijke limieten voor pesticideresiduen die zijn toegestaan in voedingsproducten.

Milieueffectrapportering -- Een proces om de potentiële milieueffecten van geplande projecten te beoordelen. Het uitvoeren van een milieueffectrapportering is een vereiste volgens de Principes en Criteria (P&C) van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO).

NACE-codes -- Een Europese standaard voor de classificatie van economische activiteiten.

Ontbossingsverordening van de Europese Unie (European Union Deforestation Regulation - EUDR) -- Een verordening die door de Europese Unie (EU) werd ingevoerd om ontbossing en aantasting van bossen te voorkomen in verband met producten die op de EU-markt worden verkocht. Ze verplicht bedrijven ervoor te zorgen dat bepaalde grondstoffen niet afkomstig zijn van land dat ontbost of aangetast is.

Oil Palm Industry Corporation (OPIC) -- Een vereniging die lokale boeren en outgrowers ondersteunt in regio’s waar oliepalmen worden geteeld.

Oil Palm Research Association (OPRA) -- Een vereniging die ondersteuning biedt aan lokale boeren via voorlichting en onderzoek & ontwikkeling.

Palm Oil Collaboration Group (POCG) -- Een initiatief van meerdere stakeholders gericht op het bevorderen van samenwerking, innovatie en voortdurende verbetering in duurzame palmolieproductie.

Palmpit (palm kernel - PK) -- De eetbare pit van de vruchten van de oliepalm.

Palmpitolie (palm kernel oil - PKO) -- Een eetbare plantaardige olie die afkomstig is van de pit van de oliepalmvrucht.

Participatieve ruimtelijke ordening -- Een planningsproces voor landgebruik dat lokale gemeenschappen en stakeholders actief betrekt bij de besluitvorming.

Persoonlijke beschermingsmiddelen (personal protective equipment - PPE) -- Uitrusting die wordt gedragen om blootstelling aan gevaren op de werkplek te minimaliseren, zoals handschoenen, brillen, helmen en maskers.

PROPER (Program Penilaian Peringkat Kinerja Perusahaan Dalam Pengelolaan Lingkungan Hidup) -- Een door het Indonesische ministerie van Milieu en Bosbouw geleid programma voor de beoordeling en verbetering van de milieuprestaties van bedrijven.

Rainforest Alliance -- Internationale non-profitorganisatie die verantwoorde bedrijfspraktijken in land- en bosbouw stimuleert door bedrijven te certificeren en samen te werken met boeren, gemeenschappen en consumenten om mens en natuur samen te laten gedijen.

Richtlijn duurzaamheidsrapportering door bedrijven (Corporate Sustainability Reporting Directive - CSRD) -- De wetgeving van de Europese Unie (EU) die de Richtlijn Niet-financiële Rapportage (Non-Financial Reporting Directive - NFRD) vervangt en de vereisten voor duurzaamheidsrapportering aanzienlijk uitbreidt en aanscherpt. Ze vereist van bedrijven die onder de richtlijn vallen dat ze jaarlijks rapporteren in overeenstemming met de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) en dat ze onafhankelijke zekerheid verkrijgen over de gerapporteerde informatie.

Risicoanalyse en kritische controlepunten (Hazard Analysis and Critical Control Point - HACCP) -- Dit is een internationaal erkend preventief beheersysteem voor voedselveiligheid dat gevaren (biologische, chemische, fysieke) tijdens de hele voedselproductie identificeert, evalueert en beheerst.

Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) -- Een wereldwijde non-profitcertificeringsregeling die stakeholders uit de palmoliesector samenbrengt: palmolieproducenten, -verwerkers of -handelaren, fabrikanten van consumentengoederen, detailhandelaren, banken/investeerders en ecologische en maatschappelijke niet-gouvernementele organisaties (NGO’s), om wereldwijde normen voor duurzame palmolie te ontwikkelen en toe te passen. De RSPO heeft een reeks ecologische en maatschappelijke criteria ontwikkeld die de bedrijven moeten naleven als ze gecertificeerde duurzame palmolie (Certified Sustainable Palm Oil - CSPO) willen produceren.

RSPO New Planting Procedure (NPP) -- De RSPO New Planting Procedure (NPP) stelt een kader vast voor de verantwoorde ontwikkeling van nieuwe oliepalmplantages. Ze vereist beoordelingen en verificatie door telers en certificeringsinstanties voordat de aanplant begint, om ervoor te zorgen dat nieuwe ontwikkelingen geen schade toebrengen aan oerbossen, HCV- en HCS-gebieden, kwetsbare bodems of het land van lokale gemeenschappen, en dat de relevante RSPO Principes en Criteria worden geïmplementeerd.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

RSPO herstel- en compensatieprocedure (Remediation and Compensation Procedure - RaCP) -- Een RSPO-mechanisme dat de vereisten en stappen uiteenzet die bedrijven moeten volgen voor het herstellen en compenseren van landontginning die in strijd met de RSPO-duurzaamheidsnormen is uitgevoerd.

Ruwe palmolie (crude palm oil - CPO) -- Een eetbare olie die wordt gewonnen uit de vrucht van de oliepalm.

Ruwe palmpitolie (crude palm kernel oil - CPKO) -- Een eetbare plantaardige olie die wordt gewonnen uit de pit van de oliepalm.

Sedex -- Sedex-gecertificeerd zijn betekent dat een bedrijf of organisatie een ethische en sociale nalevingsbeoordeling heeft ondergaan, die is gebaseerd op de Sedex Members Ethical Trade Audit (SMETA) of vergelijkbare ethische controlenormen.

Segregated (SG) -- Een toeleveringsketenmodel waarbij RSPO-gecertificeerde palmolieproducten fysiek afgescheiden blijven van niet-gecertificeerde palmolie in de volledige keten. Het model laat menging toe van gecertificeerde volumes, afkomstig van verschillende gecertificeerde bronnen.

Sociale effectbeoordeling -- Een systematisch proces voor het identificeren, evalueren en beheren van zowel de positieve als negatieve sociale effecten, bedoeld of onbedoeld, van geplande interventies zoals beleidsmaatregelen, programma’s of projecten, inclusief eventuele maatschappelijke veranderingen die daaruit voortvloeien.

Totaal zwevende vaste stoffen (total suspended solids - TSS) -- Het drooggewicht van zwevende deeltjes in een watermonster dat door een filter kan worden opgevangen.

Verkoopprijs af-fabriek -- De prijs waartegen ruwe palmolie rechtstreeks vanaf de extractiefabriek wordt verkocht, exclusief transport en bijkomende kosten.

Verse vruchtentrossen (fresh fruit bunches - FFB) -- Trossen vruchten die van oliepalmen worden geoogst en naar een palmolie-extractiefabriek worden vervoerd voor verwerking. Daarbij wordt de palmolie uit het vruchtvlees van de vruchten uit de trossen gewonnen.

Verzadigde koolwaterstoffen uit minerale oliën (Mineral Oil Saturated Hydrocarbons - MOSH) -- Een groep minerale olieverbindingen bestaande uit verzadigde koolwaterstoffen, zoals alkanen en cycloalkanen. Verzadigde koolwaterstoffen uit minerale oliën kunnen aanwezig zijn in verpakkingsmaterialen en industriële producten en kunnen zich ophopen in de lever en het lymfenweefsel, waar ze in verband worden gebracht met ontstekingseffecten.

Vrije vetzuren (free fatty acids - FFA) -- Deze komen voor in palmolie en andere eetbare oliën.De belangrijkste FFA in palmolie zijn palmitinezuur en oliezuur. De kwaliteit en marktwaarde van ruwe palmolie hangen grotendeels af van het gehalte FFA op het moment van verscheping.

Vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (Free, Prior, and Informed Consent- FPIC) -- Dit principe wordt in duurzaamheidsnormen toegepast op inheemse volken en andere lokale gemeenschappen die door gewoonterecht of wetgeving pacht- of gebruiksrechten hebben. Het stelt getroffen rechthebbenden in staat om toestemming te geven of te onthouden voor een project of activiteit die hen, hun land, territoria of hulpbronnen kan beïnvloeden. Free, Prior, and Informed Consent wordt in de internationale mensenrechtenwetgeving erkend als een specifiek collectief recht van inheemse volken, met name in de Verklaring over de Rechten van Inheemse Volken (UNDRIP) van de Verenigde Naties.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2025

Woordenlijst

Verantwoordelijke personen

Verantwoordelijken voor de financiële informatie

  • Petra Meekers, gedelegeerd bestuurder
  • Bart Cambré, financieel directeur

Verklaring van de voor de financiële staten en voor het jaarverslag verantwoordelijke personen

Luc Bertrand, voorzitter en Petra Meekers, gedelegeerd bestuurder verklaren dat bij hun weten:
* de geconsolideerde rekeningen van het boekjaar eindigend op 31 december 2025 werden opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) en een getrouw beeld geven van de geconsolideerde financiële positie en van de geconsolideerde resultaten van de SIPEF-groep en zijn in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen.
* het financiële verslag een getrouw overzicht geeft van de belangrijkste gebeurtenissen en transacties met verbonden partijen die zich gedurende het boekjaar 2025 hebben voorgedaan en het effect daarvan op de financiële positie, net als een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden voor de SIPEF-groep.

Commissaris
EY Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door Christoph Oris, Borsbeeksebrug 26
2600 Antwerpen (Berchem)
België

Voor meer inlichtingen

SIPEF NV
Kasteel Calesberg
Calesbergdreef 5
2900 Schoten
België

RPR: Antwerpen, afdeling Antwerpen
VAT: BE 0404 491 285
Website: www.sipef.com
Voor meer informatie over SIPEF: Tel.: +32 3 641 97 00

This Integrated Annual Report is also available in English.
Vertaling: dit Geïntegreerd Jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands en het Engels. De Nederlandse versie is de originele en de andere versie is een vrije vertaling. We hebben alles wat redelijkerwijs mogelijk is gedaan om verschillen tussen de taalversies te vermijden, maar als er toch verschillen zijn, dan heeft de Nederlandse versie voorrang.

Het officiële Geïntegreerd Jaarverslag van de SIPEF-groep in ESEF-formaat kan teruggevonden worden op de SIPEF-website, onder de sectie investors. Alle andere formaten worden beschouwd als niet-officiële versies van het Geïntegreerd Jaarverslag.

Concept en realisatie: Focus advertising
Fotografie: Portretten van de voorzitter, de leden van de raad van bestuur en de leden van het executief comité © Sebastiaan Franco - beelden van medewerkers, plantages en producten © Jez O’Hare Photography, © Adrian Tan Photography, © Marc Adou and © Robert Weber, © Focus Advertising.
In België gedrukt door: Inni Group

Entity / Concept Period Value / Data
549300NN3PC8KDD43S24 2025-12-31
549300NN3PC8KDD43S24 2024-12-31
549300NN3PC8KDD43S24 2025-01-01 / 2025-12-31
549300NN3PC8KDD43S24 2024-01-01 / 2024-12-31
549300NN3PC8KDD43S24 2023-12-31
ifrs-full:IssuedCapitalMember 2025-01-01 / 2025-12-31
ifrs-full:IssuedCapitalMember 2025-12-31
ifrs-full:IssuedCapitalMember 2024-12-31
ifrs-full:SharePremiumMember 2025-01-01 / 2025-12-31
ifrs-full:SharePremiumMember 2025-12-31
ifrs-full:SharePremiumMember 2024-12-31
ifrs-full:TreasurySharesMember 2025-01-01 / 2025-12-31
ifrs-full:TreasurySharesMember 2025-12-31
ifrs-full:TreasurySharesMember 2024-12-31
ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember 2025-01-01 / 2025-12-31
ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember 2025-12-31
ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember 2024-12-31
SIP:RetainedEarningsAndOtherReservesMember 2025-01-01 / 2025-12-31
SIP:RetainedEarningsAndOtherReservesMember 2025-12-31
SIP:RetainedEarningsAndOtherReservesMember 2024-12-31
ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember 2025-01-01 / 2025-12-31
ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember 2025-12-31
ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember 2024-12-31
ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember 2025-01-01 / 2025-12-31
ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember 2025-12-31
ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember 2024-12-31
ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember 2025-01-01 / 2025-12-31
ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember 2025-12-31
ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember 2023-12-31
ifrs-full:IssuedCapitalMember 2024-01-01 / 2024-12-31
ifrs-full:IssuedCapitalMember 2023-12-31
ifrs-full:SharePremiumMember 2024-01-01 / 2024-12-31
ifrs-full:SharePremiumMember 2023-12-31
ifrs-full:TreasurySharesMember 2024-01-01 / 2024-12-31
ifrs-full:TreasurySharesMember 2023-12-31
ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember 2024-01-01 / 2024-12-31
ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember 2023-12-31
SIP:RetainedEarningsAndOtherReservesMember 2024-01-01 / 2024-12-31
SIP:RetainedEarningsAndOtherReservesMember 2023-12-31
ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember 2024-01-01 / 2024-12-31
ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember 2023-12-31
ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember 2024-01-01 / 2024-12-31
ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember 2023-12-31
ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember 2024-01-01 / 2024-12-31
ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember