Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

SIPEF Interim / Quarterly Report 2026

Apr 23, 2026

4000_10-q_2026-04-23_6586726f-0c63-4476-8325-fdae1378c1bd.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

SIP

SIP

LISTED

EURONEXT

Persmededeling

Gereglementeerde Informatie

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Tussentijdse verklaring van de SIPEF-groep

per 31 maart 2026 (3m/26)

SIPEF sterk van start, vooruitzichten grotendeels in lijn met de recordprestatie van vorig jaar

  • SIPEF is het jaar sterk gestart, met een stijging van de palmolieproductie met 7,3% eind maart, gedreven door een solide prestatie in zowel Indonesië als Papoea-Nieuw-Guinea, wat een goede uitgangspositie creëert voor de rest van het jaar. De bananenproductie nam met 2,9% toe ten opzichte van vorig jaar.
  • De palmoliemarkten blijven gunstig, met prijzen op een hoog niveau. De referentie-futures voor ruwe palmolie (crude palm oil, CPO) op de MDEX stegen van ongeveer USD 990 per ton aan het begin van het kwartaal tot USD 1 069 per ton eind maart, ondersteund door geopolitieke factoren en wijzigingen in biodieselmandaten.
  • Voor het volledige jaar wordt een palmolieproductie van ongeveer 470 000 ton verwacht, in lijn met de eerdere vooruitzichten van de Groep, onder voorbehoud van weersomstandigheden. Dankzij de gunstige palmoliemarkten heeft SIPEF 44% (in vergelijking met 38% in 2025) van de verwachte volumes vastgelegd tegen een gemiddelde verkoopprijs af-fabriek (ex-mill gate) van USD 1 046 per ton (in vergelijking met USD 1 030 per ton in 2025).
  • De Groep verwacht dat de recurrente nettowinst (aandeel van de Groep) in 2026 grotendeels in lijn zal liggen met de recordresultaten van 2025, ondersteund door een solide productieprestatie en een gunstig prijsniveau, ondanks aanhoudende druk door stijgende inputkosten voor meststoffen en energie.
  • Papoea-Nieuw-Guinea zet het herstel de vulkaanuitbarsting in 2023 voort, met sterke prestaties van de eigen plantages in het vooruitzicht.
  • Een coalitie van partners lanceert een duurzaam landschapsinitiatief in Mukomuko, Indonesië.
  • SIPEF en "Borneo Futures", een wetenschappelijk consultancybedrijf gevestigd in Brunei, hebben de monitoring van biodiversiteit versterkt via een gemeenschapsgericht citizen science-programma in Indonesië.

SIPEF N - Kasteel Calesberg - 2900 Schoten

RPR Antwerpen / VAT BE 0404 491 285


Petra Meekers, gedelegeerd bestuurder

"Wij zijn het jaar sterk gestart, met een solide productiegroei in zowel Indonesië als Papoea-Nieuw-Guinea, wat het positieve momentum in onze activiteiten bevestigt. Zuid-Sumatra blijft zich ontwikkelen als een belangrijke groeimotor, terwijl Papoea-Nieuw-Guinea een duidelijk herstel laat zien. Tegelijk blijven we aandachtig voor veranderende weerspatronen en kostendruk. Onze focus blijft gericht op gedisciplineerde uitvoering, operationele efficiëntie en het verder versterken van onze productiebasis, waardoor SIPEF goed gepositioneerd is voor de rest van het jaar."

Bart Cambré, financieel directeur

"De huidige prijzen blijven gunstig en we hebben al een aanzienlijk deel van onze volumes tegen aantrekkelijke prijzen vastgelegd. Samen met een sterke start van het jaar op productievlak, ondersteunt dit onze verwachting dat SIPEF in 2026 een solide financiële prestatie zal neerzetten, grotendeels in lijn met de recordresultaten van 2025. We blijven de inflatie van inputkosten en de marktontwikkelingen nauwgezet opvolgen, terwijl we een gedisciplineerde aanpak hanteren inzake kapitaalallocatie en kostenbeheer."

SIPEF NV - Kasteel Calesberg - 2900 Schoten
RPR Antwerpen / BTW BE 0404 491 285


Tussentijds beheersverslag

1. Groepsproducties

2026 (in ton) Eigen Derden Q1/26 YoY% Eigen Derden YTD Q1/26 YoY%
Palmolie 82 335 18 543 100 878 7,3% 82 335 18 543 100 878 7,3%
Bananen 14 919 0 14 919 2,9% 14 919 0 14 919 2,9%
2025 (in ton) Eigen Derden Q1/25 Eigen Derden YTD Q1/25
Palmolie 76 548 17 475 94 024 76 548 17 475 94 024
Bananen 14 496 0 14 496 14 496 0 14 496

De Groep realiseerde een stijging van 5,4% in de totale productie van verse vruchtentrossen (fresh fruit bunches, FFB) ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025, wat een solide start van 2026 weerspiegelt. Deze groei werd gedragen door zowel Indonesië als Papoea-Nieuw-Guinea, waar de volumes respectievelijk met 3,2% en 9,7% toenamen. In Papoea-Nieuw-Guinea zette het herstel zich, na de vulkaanuitbarsting in 2023, daarmee verder. Zuid-Sumatra sprong opnieuw in het oog, met een stijging van de eigen productie met 19,9% en een toename van de plasmavolumes met 45,0%. Dit weerspiegelt de verdere volgroeiing van de hectaren en de toenemende bijdrage van de productie in Zuid-Sumatra.

In Indonesië nam de totale FFB-productie met 3,2% toe ten opzichte van vorig jaar, met uiteenlopende prestaties per regio. In Noord-Sumatra vertoonde de FFB-productie een gemengd beeld: Tolan Tiga leverde een solide prestatie, gedreven door een verbeterde trosvorming (+3,0%), terwijl de Umbul Mas Wisesa-groep (-10,0%) onder druk stond door een lagere trosvorming als gevolg van eerdere droge omstandigheden en een afname van het areaal volgroeide aanplantingen door lopende heraanplantingsprogramma’s. De neerslagniveaus bleven onder de historische gemiddelden, vooral in het begin van het jaar, wat wijst op een mogelijke overgang naar drogere omstandigheden.

In Bengkulu bleef de FFB-productie in lijn met de verwachtingen, hoewel de volumes met 8,2% daalden ten opzichte van vorig jaar, voornamelijk als gevolg van het lopende heraanplantingsprogramma op delen van de plantages (waarvan 23,4% nog niet volgroeid is). De gewasomstandigheden profiteerden van gunstige weerspatronen eind 2025, wat resulteerde in stabiele veldprestaties in het eerste kwartaal.

In Zuid-Sumatra bleef de productie zich sterk ontwikkelen, met een aanzienlijke stijging van de FFB-volumes ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar. De eigen productie nam toe met 19,9%, dankzij verbeterde omstandigheden voor de gewassen, een hogere beschikbaarheid van trossen en de verdere volgroeiing van de beplante arealen. Daarnaast stegen de plasmavolumes met 45,0%, wat de groeiende bijdrage van lokale boeren weerspiegelt naarmate meer hectaren in productie komen. De neerslag was voldoende gespreid om de gewasontwikkeling en de oogstomstandigheden te bevorderen. Deze positieve trends onderstrepen de verdere opschaling van de regio na de aanplantingsfase, waarbij Zuid-Sumatra een steeds grotere bijdrage levert aan het totale productieprofiel van de Groep. De algemene prestaties bevestigen het sterke onderliggende momentum van de regio.

SIPEF NV - Kasteel Calesberg - 2900 Schoten
RPR Antwerpen / BTW BE 0404 491 285


De productie van ruwe palmolie (crude palm oil, CPO) in Indonesië bedroeg 64 193 ton, een stijging van 7,3% ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar. Deze toename is het gevolg van hogere FFB-volumes en verbeterde prestaties van de extractiefabrieken. De Indonesische activiteiten realiseerden een gemiddelde olie-extractiepercentage (oil extraction rate, OER) van 23,5%, wat wijst op een stabiele operationele uitvoering in de palmolie-extractiefabrieken. De OER blijft bovendien geleidelijk verbeteren dankzij de lopende moderniseringsprogramma’s binnen de activiteiten. In Noord-Sumatra noteerde de Umbul Mas Wisesa-palmolie-extractiefabriek een stijging van 4,9% ten opzichte van 2025, terwijl de Tolan Tiga-extractiefabriek met 3,9% verbeterde, wat wijst op een verhoogde verwerkingsefficiëntie. In Bengkulu was er eveneens een sterke vooruitgang in de prestaties van de palmolie-extractiefabrieken, met een stijging van de OER met 5,6%, gedreven door verdere procesoptimalisatie en een sterke operationele controle. In Zuid-Sumatra bleef de CPO-productie sterk groeien, met een stijging van de eigen productie met 22,3% ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar. Deze evolutie hangt samen met een hogere FFB-aanvoer en de verdere volgroeiing van de beplante arealen. Daarnaast nam de OER op jaarbasis met 1,9% toe, wat wijst op geleidelijke verbeteringen in de kwaliteit van de gewassen en de prestaties van de palmolie-extractiefabrieken naarmate de plantages zich verder ontwikkelen.

In Papoea-Nieuw-Guinea bleef de FFB-productie sterk presteren in het eerste kwartaal van 2026, met een stijging van 9,7% ten opzichte van vorig jaar. De bovengemiddelde neerslag eerder in het seizoen en het voortgezette herstel na de vulkaanuitbarsting in 2023 droegen bij aan deze prestatie. De groei werd voornamelijk gedreven door de eigen plantageproductie (+15,0% op jaarbasis), terwijl de volumes van lokale boeren stabiel bleven (+2,0%). De prestaties waren consistent over de meeste plantages; enkel Ibana ondervond een impact van lopende heraanplantingsactiviteiten.

De productie van CPO in Papoea-Nieuw-Guinea steeg met 7,3% ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar, in lijn met de hogere FFB-aanvoer. De OER lag 2,2% lager dan vorig jaar, als gevolg van druk op de kwaliteit van de gewassen en vertragingen in de evacuatie door nattere omstandigheden. Niettemin stabiliseren de activiteiten in de palmolie-extractiefabrieken zich. Verwacht wordt dat de natte weersomstandigheden geleidelijk zullen afnemen, wat de extractieprestaties en productie in de komende maanden ten goede zal komen.

De bananenproductie bedroeg 14 919 ton, een stijging van 2,9% ten opzichte van vorig jaar. De prestaties varieerden per site, met sterke groei in Akoudië (+32,6%) en Agboville (+24,4%), terwijl Motobé (-36,4%) en Lumen (-13,5%) de totale output negatief beïnvloedden. In Lumen beginnen de opbrengsten zich te stabiliseren en evolueren zij geleidelijk naar het verwachte operationele niveau, terwijl in Motobé de resultaten werden beïnvloed door agronomische uitdagingen. De nodige irrigatiesystemen zijn inmiddels geïnstalleerd om het herstel te ondersteunen en de productie verder te verbeteren.

SIPEF NV - Kasteel Calesberg - 2900 Schoten
RPR Antwerpen / BTW BE 0404 491 285
p. 4 of 10


2. Markten

Gemiddelde marktprijzen
YTD Q1/26 YTD Q1/25 YTD Q4/25
In USD/ton
CPO MDEX Malaysia* 1 069 994 990
CPKO CIF Rotterdam** 2 008 1 868 1 886
Bananen CFR Europe*** 822 881 852
* Bursa Malaysia Derivative Exchange price data
** Oil World price data
*** CIRAD Price Data (in EUR)

Het eerste kwartaal van 2026 begon met hoge voorraden in Maleisië en een relatief evenwichtig aanbod in Indonesië. De prijzen bleven aanvankelijk stabiel, maar in aanloop naar de Price Outlook Conference in Maleisië vertoonden de markten een opwaartse trend. Dit werd gedreven door verwachtingen van stijgende biodieselmandaten en een sterke exportvraag, ondersteund door het gunstige prijsverschil ten opzichte van sojaolie.

Ondanks een tijdelijke terugval in februari na de aankondiging door de Indonesische overheid om de invoering van het B50-mengmandaat uit te stellen, veerde de markt weer snel op. De prijzen stegen sterk na het uitbreken van het conflict in Iran, waarbij de prijzen voor petroleum, gasolie en bunkerbrandstof met meer dan 50% toenamen. De prijzen van plantaardige oliën volgden in gematigder mate, beïnvloed door een combinatie van factoren: een aanzienlijk verbeterde biodieselmarge en hedgingomgeving, een zwakkere importvraag door voldoende voorraden en recordproducties van soja in Zuid-Amerika.

Tegen maart werd het steeds duidelijker dat veel landen evolueerden naar hogere biodieselmandaten. Deze trend werd verscherpt door sterk stijgende wereldwijde gasolieprijzen, verergerd door de sluiting van de Straat van Hormuz, waardoor het bijmengen van plantaardige oliën economisch aantrekkelijker werd. Indonesië, Maleisië, Thailand en Brazilië verhoogden hun biodieselmandaten, waarbij Indonesië zijn eerdere uitstel terugdraaide. Daarnaast finaliseerden de Verenigde Staten (VS) zoals verwacht hun biodieselmandaten voor 2026 en 2027. De hogere doelstellingen zullen naar verwachting de invoer van plantaardige oliën in de VS verhogen om aan de binnenlandse voedselvraag te voldoen.

De referentie-futures voor CPO op Bursa Malaysia Derivatives (MDEX) startten het kwartaal rond USD 1 000 per ton en stegen tot USD 1 100–1 200 per ton tegen maart.

Palmpitolie (palm kernel oil, PKO) bleef een sterke vraag kennen, ondanks verwachtingen van lagere kokosolieprijzen als gevolg van een verbeterde productie. De vraag naar laurische oliën bleef robuust – in het bijzonder voor PKO – terwijl de voorraden krap in evenwicht bleven. De prijzen voor CPKO op de Rotterdamse markt schommelden tussen USD 1 900 en USD 2 100 per ton.

SIPEF NV - Kasteel Calesberg - 2900 Schoten
RPR Antwerpen / BTW BE 0404 491 285


3. Vooruitzichten

3.1. Verwachte producties

In Indonesië wordt verwacht dat de vooruitzichten voor de komende maanden in lijn zullen blijven met de verwachtingen of licht daaronder, voornamelijk als gevolg van een lagere beschikbaarheid van vruchtentrossen na de droge periode medio 2025. Regionaal kan de productie in Noord-Sumatra en Zuid-Sumatra trager verlopen, terwijl Bengkulu naar verwachting in lijn zal presteren, gedragen door verbeterende gewasomstandigheden en zwaardere trossen.

In het algemeen wijst de onderliggende trend, ondanks enige kortetermijndruk, op een geleidelijk herstel van de gewasprestaties, afhankelijk van de neerslag. Na een solide eerste kwartaal wordt verwacht dat het productiemomentum in Indonesië zich in het tweede kwartaal zal voortzetten, gestuwd door stabiele prestaties op de plantages en gunstige gewasomstandigheden, in het bijzonder op volgroeide aanplantingen.

In Papoea-Nieuw-Guinea zal de sterke gewasprestatie, die in het eerste kwartaal werd waargenomen, naar verwachting aanhouden. Hoewel sommige plantages een lagere productie kunnen kennen, blijven de totale volumes naar verwachting op peil dankzij stabiele prestaties binnen de activiteiten. Ondanks dat weersgerelateerde verstoringen en logistieke beperkingen tijdelijk een impact kunnen hebben op de evacuatie van de oogst en de extractieprestaties, blijft het onderliggende gewas robuust. Zodra de natte omstandigheden normaliseren, wordt verwacht dat de productie grotendeels in lijn zal blijven met het huidige goede prestatieniveau.

In het bananensegment wordt verwacht dat de productie in het tweede kwartaal zal herstellen, met volumes die hoger liggen dan vorig jaar, ondersteund door verbeterde bloei en gunstige gewasomstandigheden. Hoewel de productie in het eerste kwartaal onder de initiële verwachtingen bleef door agronomische omstandigheden, zullen verdere verbeteringen op de belangrijkste sites en gunstige weersomstandigheden naar verwachting bijdragen aan een geleidelijk herstel in de komende maanden.

Wat de jaarlijkse palmolieproductie betreft, blijft de Groep vertrouwen houden in het behalen van de vooropgestelde CPO-productie voor het volledige jaar van ongeveer 470 000 ton, wat een voortgezette groei weerspiegelt.

3.2. Toekomstige evolutie van de markten

Het conflict in Iran is duidelijk de dominante factor die de markten beïnvloedt. De hoge energieprijzen hebben zowel directe als indirecte effecten. De meest onmiddellijke impact is zichtbaar in biodiesel: de sterke stijging van de gasolieprijzen, in combinatie met een krappere beschikbaarheid (vooral in Azië), heeft overheden ertoe aangezet hun biodieselmandaten te verhogen. Dit zal daarentegen naar verwachting het volume palmolie dat beschikbaar is voor export verminderen.

Ook de scheepvaart wordt beïnvloed door de aanzienlijke stijging van de kosten voor maritieme brandstoffen, evenals door hogere binnenlandse transportkosten. De meststoffenprijzen zijn sterk gestegen, aangezien het Midden-Oosten een belangrijke producent is en het conflict de export verstoort. Tegelijkertijd weegt de oorlog op de wereld economie en zorgt deze voor aanzienlijke onzekerheid. De duur en de uitkomst van het conflict zullen dan ook een bepalende rol spelen in de richting van de palmoliemarkt.

Ondanks deze onzekerheden blijven de onderliggende fundamenten voor palmolie ondersteunend. De groei in Maleisië en Indonesië zal naar verwachting beperkt blijven, terwijl lagere voorraden en een robuuste vraag de markt gedurende de rest van het jaar krap zullen houden. De mate waarin biodieselmandaten effectief worden geïmplementeerd, zal uiteindelijk bepalen hoeveel palmolie beschikbaar blijft voor export.

SIPEF NV - Kasteel Calesberg - 2900 Schoten
RPR Antwerpen / BTW BE 0404 491 285


Met het oog op de komende teeltcycli wordt verwacht dat er een verschuiving zal plaatsvinden naar gewassen die minder meststoffen vereisen en een hoger oliegehalte bieden. Waar mogelijk kan dit leiden tot beperkte verschuivingen in areaal van granen naar oliehoudende gewassen, en binnen deze categorie naar gewassen met een hoger oliegehalte, zoals zonnebloem en koolzaad. De ruimte voor dergelijke aanpassingen blijft echter beperkt, vooral gezien het gevorderde stadium van de aanplantcyclus.

Algemeen zal het conflict in Iran op korte tot middellange termijn een bepalende rol blijven spelen in de marktontwikkeling. Niettemin blijven de fundamentele vooruitzichten sterk. SIPEF blijft vertrouwen houden in een aanhoudend hoog prijsniveau.

De vraag naar bananen in Europa bleef in het eerste kwartaal van 2026 over het algemeen stabiel, hoewel licht onder de sterkere niveaus van voorgaande jaren. De consumptie bleef op peil door de betaalbaarheid van bananen, ondanks druk op de koopkracht van huishoudens, al was de vraag zwakker in de periode na de feestdagen, vooral in Noord-Europa. De prijzen bleven relatief stevig in januari en februari, maar kwamen onder enige druk te staan door een hoger aanbod uit Latijns-Amerika en een voorzichtiger aankoopgedrag van distributeurs. De Groep verwacht de gebruikelijke seizoensgebonden verzwakking van de vraag en prijzen vanaf juni. Aanhoudende volatiliteit in transport- en energiekosten zal een rol blijven spelen in de marges.

3.3. Verwachte resultaten

Aangezien de gunstige prijsomgeving voor palmolie aanhoudt, heeft SIPEF 44% van de verwachte volumes vastgelegd tegen een gemiddelde verkoopprijs af-fabriek (ex-mill gate) van USD 1 046 per ton, inclusief premies voor duurzaamheid en herkomst. Dit ligt grotendeels in lijn met de positie in dezelfde periode vorig jaar, toen 38% van de volumes was gecontracteerd tegen een gemiddelde prijs van USD 1 030 per ton.

In Papoea-Nieuw-Guinea zijn de verkopen grotendeels vastgelegd, met 84% van de verwachte volumes gerealiseerd tegen een gemiddelde af-fabriek prijs van USD 1 166 per ton. In Indonesië werd 26% van de voorziene volumes verkocht tegen een gemiddelde prijs van USD 885 per ton, inclusief premies. De prijszetting in Indonesië blijft beïnvloed door het maandelijkse verkoopmechanisme en het geldende exportbelasting- en heffingsregime, dat momenteel ongeveer USD 196 per ton bedraagt en drukt op de netto-opbrengsten.

Aan het begin van 2026, ziet de Groep een geleidelijke stijging van de inputkosten, in het bijzonder als gevolg van de veranderlijke en onzekere context, vooral betreffende meststoffen en energie, wat zich vertaalt in hogere productie- en logistieke kosten. De evolutie van deze kosten blijft nauw verbonden met geopolitieke ontwikkelingen, met name de situatie in het Midden-Oosten, die aanhoudende opwaartse druk uitoefent en mogelijk kan leiden tot een beperktere beschikbaarheid van bepaalde inputs binnen de toeleveringsketen. Daarnaast zullen plantages in de Zuid-Sumatra-groep die recentelijk volgroeid zijn, evenals de rubberconversiegebieden van Bandar Sumatra en Agro Muko, naar verwachting de productiekosten voor het jaar verhogen, aangezien deze jonge aanplantingen reeds een volledige kostenbasis met zich meebrengen terwijl zij in dit stadium slechts beperktere volumes aanleveren. Tegelijkertijd is het jaar gestart met sterke productievolumes, gedreven door een verbeterde operationele efficiëntie.

De Groep blijft de wisselkoersontwikkelingen nauwgezet opvolgen, in het bijzonder de USD ten opzichte van de Indonesische roepia (IDR) en de Papoea-Nieuw-Guinese kina (PGK). Beide valuta zijn in de eerste maanden van het jaar verzwakt ten opzichte van de USD. Terwijl bepaalde belangrijke inputs zoals meststoffen, brandstoffen en internationaal transport duurder worden, kan deze valutabeweging de kostenstijgingen gedeeltelijk compenseren door USD-genoteerde lokale kosten, waaronder arbeid en binnenlands transport, te verlagen. Inflatoire druk blijft een factor, met name in de context van een strakker monetair beleid in bepaalde markten. Naarmate de plantages in Zuid-Sumatra verder volgroeien, zullen de absolute kosten toenemen; hogere opbrengsten zullen echter naar verwachting op termijn bijdragen aan een verdere daling van de eenheidsproductiekosten.

SIPEF NV - Kasteel Calesberg - 2900 Schoten
RPR Antwerpen / BTW BE 0404 491 285


In het bananensegment blijft SIPEF volumes afzetten via jaarlijkse contracten met vaste prijzen, wat stabiliteit biedt in een volatiele marktomgeving. De vraag in Europa bleef in het eerste kwartaal over het algemeen stabiel, terwijl regionale markten zich verder ontwikkelden. Tegelijkertijd blijven stijgende inputkosten, in het bijzonder voor meststoffen en energie, druk uitoefenen op de marges. Over het geheel genomen verwacht de Groep dat de bananenactiviteiten in 2026 stabiel zullen blijven, onder voorbehoud van marktomstandigheden en kostenontwikkelingen.

De sterke start van het jaar, ondersteund door hogere productievolumes, stevige verkoopprijzen en gunstige valuta-effecten, biedt een solide basis voor het boekjaar 2026, ondanks aanhoudende druk door stijgende inputkosten. Op basis van de huidige marktomstandigheden verwacht SIPEF dat het recurrent resultaat voor 2026 grotendeels in lijn zal liggen met de recordresultaten van 2025, onder voorbehoud van marktontwikkelingen.

Het uiteindelijke resultaat zal afhangen van de evolutie van belangrijke externe factoren, waaronder palmolieprijzen, inputkosten en productieniveaus, afhankelijk van de weersomstandigheden, gedurende de rest van het jaar.

3.4. Kasstromen en expansie

In 2026, zullen de kapitaaluitgaven in hoofdzaak gericht zijn op de voltooiing van de ontwikkeling van de resterende 706 hectare in Zuid-Sumatra, inclusief de bijbehorende infrastructuur die nodig is om deze gebieden volledig in productie te brengen. De conversie van 2 437 hectare voormalige rubberplantages in Noord-Sumatra en Bengkulu nadert haar voltooiing. Bijkomende oppervlakten bereiken volgroeien en zullen in de loop van het jaar bijdragen aan de productie van verse vruchtentrossen (fresh fruit bunches, FFB).

Naast deze projecten zal de Groep haar reguliere heraanplantingsprogramma’s voortzetten, goed voor 12 547 niet volgroeide hectare verspreid over Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire, samen met verdere investeringen in het onderhoud en de modernisering van uitrusting en verwerkingscapaciteit.

Gerichte investeringen met het oog op langetermijnwaardecreatie blijven focussen op innovatie, duurzaamheid en operationele prestaties, met bijzondere aandacht voor de productie van hoogwaardige oliën met een laag contaminatieniveau. Deze initiatieven, goed voor meer dan USD 18,8 miljoen in 2026, omvatten de bouw van twee nieuwe CPO-wasinstallaties, twee bijkomende biogasinstallaties en verdere optimalisaties van bestaande biogasinstallaties, evenals andere projecten gericht op kwaliteitsverbetering en duurzaamheid. Deze ontwikkelingen ondersteunen tevens de toekomstige uitbreiding van de productie van bio-gecomprimeerd aardgas (bio-CNG).

Parallel hiermee heeft de Groep de ontwerpfase opgestart van een palmpitverwerkingsinstallatie in Bengkulu, wat de toenemende beschikbaarheid van palmpitten weerspiegelt en de ambitie om de waardeketen verder te integreren. In Côte d’Ivoire wordt de uitbreiding van Plantations J. Eglin voortgezet, waarbij de beplante oppervlakte naar verwachting 1 291 hectare zal bereiken. Bepaalde percelen zullen tijdelijk braak worden gelaten om de bodemkwaliteit te verbeteren voorafgaand aan heraanplanting. Daarnaast zullen bijkomende investeringen worden gedaan in plantage-infrastructuur en in de digitalisering van de bananentoeleveringsketen.

Het totale investeringsprogramma, geraamd tussen USD 100 miljoen en USD 120 miljoen, zal naar verwachting volledig worden gefinancierd door de operationele kasstroom, met behoud van voldoende ruimte voor het verhoogde dividendvoorstel. Als gevolg daarvan zal de netto financiële positie eind 2026 naar verwachting sterk blijven en verder verbeteren ten opzichte van het niveau eind 2025.

SIPEF NV - Kasteel Calesberg - 2900 Schoten
RPR Antwerpen / BTW BE 0404 491 285


4. Duurzaamheid

4.1. Coalitie van partners lanceert duurzaam landschapsinitiatief in Mukomuko

De regionale overheid van Mukomuko heeft, samen met SIPEF, Arconesia en het High Conservation Value Network (HCVN), een nieuw partnerschap gelanceerd om duurzamer landgebruik in het district tebevorderen. Het initiatief brengt overheid, lokale gemeenschappen en industrie samen om ontwikkeling beter af te stemmen op de bescherming van bossen en natuurlijke hulpbronnen.

Het programma bouwt voort op recente gezamenlijke besprekingen en veldinzichten en richt zich op concrete stappen om ruimtelijke ordening te verbeteren, lokale bestaansmiddelen te ondersteunen en de langetermijnweerbaarheid te versterken. Hoewel het initiatief zich nog in een vroege fase bevindt, heeft het reeds 22 stakeholders samengebracht, waaronder lokale en provinciale overheden, universiteiten en vertegenwoordigers van gemeenschappen, om de volgende fase vorm te geven.

4.2. SIPEF en Borneo Futures versterken biodiversiteitsmonitoring via een gemeenschapsgericht citizen science-programma

SIPEF betrekt, in samenwerking met Borneo Futures, een wetenschappelijk consultancybedrijf gevestigd in Brunei, medewerkers en lokale gemeenschappen in een citizen science-programma om biodiversiteit te monitoren in haar plantagelandschappen in Indonesië. Het initiatief combineert lokale kennis met praktische veldobservaties om de identificatie en het beheer van biodiversiteit op het terrein te versterken.

Sinds de start eind 2025 heeft het programma meer dan 8 000 waarnemingen van fauna opgeleverd, waaronder negen bedreigde soorten, wat waardevolle inzichten biedt voor een transparanter en datagedreven milieubeheer. Ondersteund door digitale tools en gerichte opleidingen versterkt het initiatief ook de lokale betrokkenheid en bewustwording, waardoor duurzaamheid verder wordt verankerd in de dagelijkse activiteiten.

SIPEF NV - Kasteel Calesberg - 2900 Schoten
RPR Antwerpen / BTW BE 0404 491 285


5. Geïntegreerd Jaarverslag van de SIPEF-groep voor 2025

SIPEF zal eind deze maand haar Geïntegreerd Jaarverslag publiceren, met betrekking tot het boekjaar 2025, in overeenstemming met de Richtlijn inzake duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (CSRD).

Vertaling: dit persbericht is verkrijgbaar in het Nederlands en het Engels. De Nederlandse versie is de originele en de andere versie is een vrije vertaling. We hebben alles wat redelijkerwijs mogelijk is gedaan om verschillen tussen de taalversies te vermijden, maar als er toch verschillen zijn, dan heeft de Nederlandse versie voorrang.

Schoten, 23 april 2026

Voor meer informatie, gelieve contact op te nemen met:

  • P. Meekers, gedelegeerd bestuurder (GSM +32 471 11 27 62)
  • B. Cambré, financieel directeur

Tel.: +32 3 641 97 00

[email protected]

www.sipef.com (rubriek "investors")

SIPEF is een Belgische agro-industriële groep, genoteerd op Euronext Brussels, en gespecialiseerd in de productie van hoogwaardige, duurzame en traceerbare palmproducten en bananen. Deze arbeidsintensieve activiteiten zijn geconcentreerd in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d'Ivoire en worden gekenmerkt door een brede betrokkenheid van stakeholders, wat bijdraagt aan de duurzame waarde van de Groep's investeringen op lange termijn.

SIPEF NV - Kasteel Calesberg - 2900 Schoten
RPR Antwerpen / BTW BE 0404 491 285