Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

SIPEF Annual Report 2023

Apr 29, 2024

Preview isn't available for this file type.

Download source file

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Boodschap van de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder

SIPEF in één oogopslag ......................................8
Hoogtepunten van 2023 ....................................10
SIPEF’s missie en strategie .................................14
Activiteiten van SIPEF ......................................26
Palmolie.....................................................48
Bananen.....................................................64
Duurzaamheid bij SIPEF ....................................74
Milieubeheer ................................................90
Respect voor werknemers en gemeenschappen ............114
Verantwoord beheer van de toeleveringsketen .............136
Goed zakelijk gedrag .......................................146
Corporate governance verklaring ..........................154
SIPEF op de beurs..........................................196
Financiële staten ..........................................198
Annex 1 – Duurzaamheidsdoelstellingen en -verwezenlijkingen..................................... 266
Annex 2 – EU Taxonomie - Boekhoudkundig beleid .......274
Annex 3 – Basisgegevens .................................. 282
Andere informatie over de Vennootschap ................. 302
Woordenlijst .............................................. 305
Verantwoordelijke personen ...............................311
Voor meer inlichtingen .....................................312

We blijven erop vertrouwen dat in een wereld met een steeds groeiende bevolking, palmolie de belangrijkste plantaardige olie in de voedsel- en energiesector zal blijven, door zijn hogere opbrengst per hectare in vergelijking met andere plantaardige oliën.

Als we terugblikken op 2023, kunnen we opnieuw uitpakken met uitstekende financiële resultaten en operationele kasstromen. Dankzij deze prestaties, die de aanhoudend sterke palmoliemarkten weerspiegelen, kon SIPEF haar investeringen voortzetten, voornamelijk in verband met de lopende expansie in Zuid-Sumatra, met een beperkte financiële schuldstructuur. Het afgelopen jaar werd gekenmerkt door verschillende geopolitieke spanningen, van de aanhoudende oorlog in Oekraïne tot de escalerende gevechten in Gaza en de onstabiele situatie in de Zuid-Chinese Zee. In dit turbulente landschap bleven de palmolie-markten echter gunstig, vanuit een historisch perspectief. We blijven erop vertrouwen dat in een wereld met een steeds groeiende bevolking, palmolie de belangrijkste plantaardige olie in de voedsel- en energiesector zal blijven, door zijn hogere opbrengst per hectare in vergelijking met andere plantaardige oliën, zijn efficiënte industriële verwerking en zijn lage kostprijs. Daarom blijft de Groep zijn plantages uitbreiden op een duurzame manier. Deze overtuiging inspireerde ons ook tot de omschakeling van twee van de drie rubberplantages naar oliepalm-plantages. Dit proces vorderde goed in 2023, met het planten van de eerste oliepalmen, en zal naar verwachting voltooid zijn in 2024.

SIPEF’s palmolieproductie werd beïnvloed door het weerfenomeen El Niño, wat resulteerde in een daling van 3,1% tegenover 2022. Eind november 2023 werden de activiteiten van de Groep in Papoea-Nieuw-Guinea verstoord door de vulkaanuitbarsting van Mount Ulawun, vier jaar na de vorige uitbarsting. Gelukkig vielen er geen gewonden of doden en bleek de schade minder groot dan oorspronkelijk gedacht. Toch wordt verwacht dat het nog twee jaar zal duren voordat de negatieve gevolgen voor de productie volledig zijn geabsorbeerd.

In Zuid-Sumatra vorderden de nieuwe ontwikkelingen gestaag: tegen eind 2023 was al 18 179 hectare beplant. Bovendien werd de herbeplanting van 10 184 hectare in de Dendymarker Indah Lestari-plantages, verworven in 2017, voltooid. Naast de verdere uitbreiding van de beplante oppervlakten en de bijhorende infrastructuur, werd in Zuid-Sumatra ook geïnvesteerd in de bouw van de Agro Muara Rupit-palmolie-extractiefabriek. De operationele opstart van deze zevende palmolie-extractiefabriek in Indonesië vond plaats in april 2024, met een verwerkingscapaciteit van 45 ton verse vruchten-trossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) per uur in de eerste fase.

SIPEF zette ook de uitbreiding van haar bananenactiviteiten voort, met de ontwikkeling van bijkomende plantages in Côte d’Ivoire. Hierdoor werd de totale beplante oppervlakte tegen einde 2023 op 1 229 hectare gebracht. De nieuw ontwikkelde plantages van Lumen en Akoudié overtroffen zichzelf in hun eerste oogstjaar, waardoor de totale bananenproductie 27% hoger lag dan die van 2022. In februari 2023 besloot SIPEF om zich volledig te concentreren op de uitbreiding van de bananenactiviteiten in Côte d’Ivoire en de horticultuuractiviteiten in de volgende 18 maanden af te bouwen.

Gedreven door het inzicht dat alleen palmolie van de hoogste kwaliteit zal voldoen aan toekomstige consumptienormen, breidde de Vennootschap in 2023 haar groeistrategie uit om zich te richten op markten waar de vraag naar “virgin” oliën van topkwaliteit en met een laag gehalte aan contaminanten zal vereist zijn.

Gedurende vele jaren is de bedrijfsstrategie van SIPEF gebaseerd op gecontroleerde groei als upstream speler en waardecreatie voor al haar stakeholders. Aangezien cultiveerbare grond echter steeds schaarser wordt, zag SIPEF de noodzaak om de productie-efficiëntie te verhogen en het landgebruik te optimaliseren door nieuwe technologieën en landbouwtechnieken toe te passen. Dit besef leidde in 2013 tot een investering in Verdant Bioscience Pte Ltd, een bedrijf dat zich toelegt op de ontwikkeling van F1 hybride variëteiten, wat resulteert in palmzaden met een hoog rendement en methodologieën die de veerkracht van de gewassen vergroten. De huidige strategie van SIPEF legt dan ook sterk de nadruk op operationele verbeteringen in landgebruik, productie en verwerkingsefficiëntie. Dit omvat de integratie van nieuwe technologieën om de kwaliteit van palmolie te verbeteren, de ontwikkeling van superieure zaadvariëteiten en de toepassing van beste praktijken, waaronder de scheiding van kwaliteitsstromen voor voedselproductie. Bovendien, gedreven door het inzicht dat alleen palmolie van de hoogste kwaliteit zal voldoen aan toekomstige consumptienormen, en gemotiveerd door nieuwe Europese regelgeving, breidde de Vennootschap in 2023 haar groeistrategie uit om zich te richten op markten waar de vraag naar “virgin” oliën van topkwaliteit en met een laag gehalte aan contaminanten zal toenemen. Deze nieuwe strategie werd geconcretiseerd door de ontwikkeling van verschillende projecten, waarvan sommige al tegen eind 2023 konden worden afgerond. Meer bepaald in Bengkulu draait de wasinstallatie voor ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO), voor de productie van minerale olie met een laag chloorgehalte en een laag verontreinigingsgehalte, sinds half november 2023 in testomstandigheden. Er zijn verschillende monsters genomen voor analyse en de testresultaten zijn veelbelovend. In Papoea-Nieuw-Guinea vordert het pilootproject in de Barema-palmolie-extractiefabriek voor de scheiding van “virgin” olie en technische olie gestaag, met de eerste ingebruikname in maart 2024.

Duurzaamheid blijft een belangrijk kenmerk voor de prestaties van de Groep en is sterk verbonden met de ambities van SIPEF op het vlak van kwaliteit en traceerbaarheid. Als zodanig werkt de Groep onophoudelijk om ontbossing een halt toe te roepen, om tegemoet te komen aan de behoeften van de gemeenschappen door hun bestaansmiddelen te verbeteren en om wilde dieren en het milieu te beschermen. In 2023 ging hij verder met de productie van palmolie die 100% voldoet aan de RSPO-normen en bananen die voor 100% met het Fairtrade- en “Rainforest Alliance”-label voorzien werden. Er werden ook grote inspanningen geleverd door de teams van Papoea-Nieuw-Guinea voor de hercertificering van alle eigen plantages en de plantages van de lokale boeren volgens de laatste RSPO-normen. Bovendien levert SIPEF inspanningen om de risico’s en de impact van de klimaatverandering aan te pakken en boekt zij vooruitgang op het vlak van de uitstoot van broeikasgassen (“Greenhouse Gases” - GHG). In 2022 werd de berekening van de koolstofvoetafdruk van SIPEF extern geverifieerd volgens de ISO 14064-normen. Sindsdien heeft de Vennootschap zich tot doel gesteld om haar broeikasgasemissie-intensiteit (scopes 1 en 2) per ton CPO tegen 2030 met 28% te verminderen ten opzichte van haar geverifieerde basis in 2021.

SIPEF is vastbesloten om haar initiatieven tot GHG-reductie verder uit te breiden om ervoor te zorgen dat het haar doelstelling kan bereiken en vooruitgang kan boeken na 2030. Dit omvat de bouw van installaties voor het opvangen van methaan in alle palmolie-extractiefabrieken. Tot op heden zijn zes van de tien palmolie-extractiefabrieken uitgerust met deze installaties.# Nieuwe duurzaamheidsvereisten, waaronder de Europese maatregelen, hebben de Groep er de afgelopen jaren voortdurend toe aangezet om verder te investeren in digitale technologieën, IT-systemen en personeel, door onder andere de duurzaamheids- en IT-teams uit te breiden. Op het niveau van de raad van bestuur versterkte SIPEF haar duurzaam en wetenschappelijk management met de benoeming van Giulia Stellari, een expert in agronomische technologieën. Vandaag is de Groep dus goed voorbereid en gepositioneerd om aan deze nieuwe vereisten te voldoen. We kunnen besluiten dat SIPEF een aanzienlijke hoeveelheid tijd en middelen heeft geïnvesteerd om de Groep voor te bereiden om toekomstige uitdagingen doeltreffend aan te pakken. Maar al deze inspanningen en investeringen zijn tevergeefs zonder goed leiderschap. Daarom werd, in afwachting van de pensionering van de gedelegeerd bestuurder in september 2024, de voorbije jaren nauwgezet een uitgebreid opvolgingsplan ontwikkeld en opgevolgd. Deze zorgvuldige planning resulteerde afgelopen april in de beslissing om Petra Meekers als toekomstig gedelegeerd bestuurder te benoemen. Petra’s reis binnen SIPEF werd gekenmerkt door haar expertise en toewijding. In 2021 stapte ze over van haar rol in de raad van bestuur van SIPEF naar het executief comité als duurzaamheidsexpert en “chief operating officer” Asia-Pacific (COO APAC). In deze hoedanigheid leidde ze alle operationele activiteiten in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea en verwierf ze onschatbare inzichten in de details van de bananenactiviteiten en andere facetten van de activiteiten van de Groep. We zijn ervan overtuigd dat Petra’s leiderschap SIPEF een voorspoedige toekomst zal verzekeren. We vertrouwen erop dat onze aandeelhouders onze mening hierover zullen delen en haar benoeming tot lid van de raad van bestuur in juni 2024 zullen goedkeuren. Het jaar 2023 was belangrijk voor de Groep in termen van nieuwe strategische keuzes. We zijn er zeker van dat we in de toekomst, gesterkt door een solide balans, een sterke kasstroom en een beperkte schuldpositie, onze nieuwe strategie succesvol kunnen implementeren. Desondanks zijn we ons ervan bewust dat we niet in onze missie kunnen slagen zonder de steun van al onze stakeholders en in het bijzonder onze aandeelhouders. We willen hen bedanken voor hun vertrouwen door een brutodividend van euro 2,0 voor te stellen, in lijn met de pay-out ratio van 30% van vorig jaar. Tot slot, en niet in het minst, willen we onze dankbaarheid uitspreken voor de niet aflatende toewijding en bijdrage van allen die wereldwijd voor de Groep werken en die de resultaten en verwezenlijkingen van 2023 mogelijk hebben gemaakt. We zijn ervan overtuigd dat SIPEF samen met haar enthousiaste en bekwame teams de toekomst met veel optimisme tegemoet kan zien.

Boodschap van de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder

voorzitter van de raad van bestuur

gedelegeerd bestuurder

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

WERELDWIJDE AANWEZIGHEID

SIPEF in één oogopslag

SIPEF is een Belgische agro-industriële groep, genoteerd op Euronext Brussel. De Groep heeft agro-industriële activiteiten, voornamelijk in de productie van duurzame palmproducten in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, en bananen in Côte d’Ivoire. De palmproducten die SIPEF produceert omvatten verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB), ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO), palmpitten (“Palm Kernels” - PK) en ruwe palmpitolie (“Crude Palm Kernel Oil” - CPKO). De Groep heeft ook activiteiten in natuurrubber, thee en horticultuur, die momenteel worden afgebouwd. SIPEF heeft een personeelsbestand van 23 057 mensen, voltijds equivalenten (VTE) verspreid over verschillende landen, waarvan de meerderheid tewerkgesteld of gecontracteerd is via SIPEF’s dochterondernemingen. De Groep beheert wereldwijd in totaal 85 329 hectare eigen productieareaal. Meer details over SIPEF’s operationele activiteiten vindt u in het hoofdstuk activiteiten van SIPEF, op pagina 26-73.

(1) De cijfers omvatten het totaal aantal werknemers in de thee- en rubberactiviteiten (Indonesië) en horticultuur (Côte d’Ivoire).

CÔTE D'IVOIRE INDONESIË PAPOEA-NIEUW-GUINEA BELGIË EN LUXEMBURG SINGAPORE AFZETMARKT
BANANEN 1 258 ha Europa
PALM 70 522 ha 13 550 ha Verenigd Koninkrijk
werknemers (1) 2 483 15 547 4 989 24 14 Indonesië
KANTOREN West-Afrika

ACTIVITEIT PALMOLIE RUBBER BANANEN
Ton 391 215 968 40 976

INDONESIË PAPOEA-NIEUW-GUINEA CÔTE D’IVOIRE TOTAAL
Oliepalmen 68 621 13 550 0 82 171
Rubber 1 901 0 0 1 901
Bananen 0 0 1 229 1 229
Horticultuur 0 0 29 29
TOTAAL 70 522 13 550 1 258 85 329

WERKNEMERS PER LAND AANTAL
België 24
Indonesië 15 547
Papoea-Nieuw-Guinea 4 989
Côte d’Ivoire 2 483
Singapore 14
TOTAAL 23 057

MANNEN VROUWEN
Totaal beplante oppervlakte 5 846 17 212

  • Bananen- estates: 5
  • Verpakkingsstations voor bananen: 7
  • Palmolie- extractiefabrieken: 6
  • Oliepalm- plantages: 30
  • Palmolie- extractiefabrieken: 6
  • Palmpitpletterijen (geïntegreerd in extractiefabrieken): 2
  • Rubber- fabrieken: 2

Hoogtepunten van 2023

ACTIVITEITEN

  • De palmolieproductie van de SIPEF-groep daalde met 3,1% tegenover vorig jaar, als gevolg van de weersomstandigheden, gekenmerkt door het El Niño-weersfenomeen.
  • In Papoea-Nieuw-Guinea werd de daling nog vergroot door de vulkaanuitbarsting van 20 november 2023. Na een eerste inspectie bleek de schade minder groot dan oorspronkelijk geschat. Het herstel verloopt voorspoedig.
  • Alle palmolie-extractiefabrieken in Papoea-Nieuw-Guinea en Indonesië hebben kwaliteitsmaatregelen genomen om het MOSH/MOAH-gehalte in palmolie laag te houden.
  • De bananenproductie steeg met 27,0% ten opzichte van de geëxporteerde volumes van vorig jaar. De stijging is volledig toe te schrijven aan de voortdurende uitbreiding met 421 hectare in twee nieuwe productiesites in Côte d’Ivoire.
  • Het Indonesisch filiaal PT Citra Sawit Mandiri heeft de Hak Guna Usaha (HGU, d.w.z. de langetermijnlicentie om de gronden te bewerken) verkregen in de tweede helft van 2023.
  • De CPO-wasinstallatie in de Mukomuko palmolie-extractiefabriek is sinds half november 2023 operationeel voor tests, waarbij de eerste resultaten veelbelovend zijn.
  • Het pilootproject in de Barema- palmolie-extractiefabriek in Papoea-Nieuw-Guinea voor de scheiding van de ‘virgin’ olie en de ‘technische’ olie is in 2023 gestaag verder gegaan, waarbij de eerste ingebruikname in maart 2024 is gebeurd.
  • De productie van verse palmtrossen in de nieuwe plantages van Zuid-Sumatra steeg met 40,3% tegenover 2022.

+27% Bananen

INVESTERINGEN EN UITBREIDINGEN

  • De Groep heeft in 2023 voor een totaal van KUSD 106 986 geïnvesteerd in de immateriële en materiële vaste activa. Deze hadden betrekking op de gebruikelijke vervangingsinvesteringen in de bestaande ontwikkelingen, alsook in de nieuwe ontwikkelingen in Zuid-Sumatra en Côte d’Ivoire.
  • De uitbreiding in Zuid-Sumatra, Indonesië, (exclusief Dendymarker Indah Lestari - DIL) is gestaag doorgegaan: er zijn al 18 179 hectare beplant.
  • De herbeplanting van de in 2017 verworven DIL-plantages is voltooid. 10 184 hectare zijn herbeplant in deze plantage.
  • Naast de verdere uitbouw van de geplante arealen en de bijbehorende infrastructuur, zoals huizen en wegen, werd er in Zuid-Sumatra, onder meer, geïnvesteerd in de bouw van de Agro Muara Rupit-palmolie-extractiefabriek, de zevende in Indonesië. De eerste ingebruikstelling heeft plaatsgevonden in april 2024. Deze palmolie-extractiefabriek heeft in een eerste fase een verwerkingscapaciteit van 45 ton verse vruchtentrossen per uur.
  • De uitbreiding van de met bananen beplante hectaren in Côte d’Ivoire werd voortgezet met nogmaals 163 hectare in 2023, waardoor het totaal van het beplante areaal eind 2023 op 1 229 hectare kwam.

+163 ha Beplant areaal in Côte d’Ivoire

RESULTATEN

  • De palmoliemarkten bleven gunstig historisch gezien: de prijzen navigeerden meestal binnen een krappe marge tussen USD 900 en 1 000 CIF Rotterdam in 2023.
  • Stabiele prijzen en een verbeterde kostenbeheersing garandeerden opnieuw uitstekende financiële prestaties, zij het lager dan het recordjaar 2022.
  • De productiekosten per eenheid bleven goed onder controle. De daling van de kosten voor meststoffen en energie zorgde voor een lagere kostprijs, dewelke echter teniet werd gedaan door de lagere totale productie, die leidt tot een hogere eenheidsverkoopprijs.
  • de Netto Financiële Positie blijft beperkt tot KUSD -31 418, na investeringen van KUSD 106 986, voornamelijk gerelateerd aan de voortgezette expansie in Zuid-Sumatra.
  • Het nettoresultaat, deel van de Groep, na belastingen, bedroeg KUSD 72 735, tegen KUSD 108 157 vorig jaar. De daling was voornamelijk te wijten aan de lagere eenheidsverkoopprijs per ton ruwe palmolie en de daling van de totale palmolieproductie. De gewone winst per aandeel bedraagt USD 6,99 tegenover USD 10,40 per aandeel in 2022.
  • De raad van bestuur heeft beslist om aan de aandeelhoudersvergadering van 12 juni 2024 een bruto dividend voor te stellen van euro 2,00 per aandeel, betaalbaar vanaf 3 juli 2024.

DUURZAAMHEID

  • Tegen het einde van 2023 heeft SIPEF al een reductie gerealiseerd van 10% van de intensiteit van haar netto-broeikasgasuitstoot (Scope 1 en Scope 2) ten opzichte van het 2021 basisniveau van 1,88 ton CPO, voornamelijk als gevolg van de lagere POME-uitstoot.# 03 • In 2023 behaalde SIPEF “Rainforest Alliance”- en GLOBALG.A.P-certificeringen voor haar nieuwe bananensites, Akoudié en Lumen, waarmee ze de SIPEF’s status van volledig gecertificeerde bananen- activiteiten heeft hersteld. In 2023 hebben alle sites die de voorgaande jaren Fairtrade-gecertificeerd waren, hun certificering behouden. 01 02 03 28% BKG uitstoot- reductieplan

12 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

• SIPEF behaalde de “Roun d - table on Sustainable Palm Oil” (RSPO)-certificering voor bijna 3 000 hectare (100%) plantages van lokale boeren bij PT Dendymarker Indah Lestari (DIL) in Zuid- Sumatra.

01 • De SIPEF-dochteronderneming in Papoea- Nieuw-Guinea heeft een geïntegreerde “High Conservation Value” and “High Carbon Stock Approach” (HCV-HCSA) beoordeling uitgevoerd, die alle bestaande plantages, lokale boeren en omliggende gebieden omvatte. Er werden grote gebieden geïdentificeerd voor behoud en voor potentiële nieuwe ontwikkeling in en rond bestaande plantages van lokale boeren. Omdat het in kaart brengen een participatief initiatief was, maakte het onderzoek ook een uitgebreide betrokkenheid van de gemeenschap mogelijk.

• Op 11 december 2023 heeft de “Indonesian Ministry of Environment and Forestry” (KLHK) het bedrijfsbeheerplan van SIPEF Biodiversity Indonesië (SBI) voor 10 jaar goedgekeurd voor het 12 672 hectare grote bosgebied dat momenteel onder het toezicht van het project staat. De goedkeuring bevestigt SBI’s bestaande licentie van 60 jaar om het gebied te beheren en te conserveren voor nog eens tien jaar.

88,9% SPOTT D

• C Nieuwe score • SIPEF’s verbeteringen in duurzaamheidsrapportering en -prestaties worden weerspiegeld in de duurzaamheidsbenchmarkscores en -rangschikkingen voor 2023. Met een score van 88,9% van de ‘Sustainability Policy Transparency Toolkit’ (SPOTT), verhoogde de Vennootschap haar score met 2,1% ten opzichte van 2022 en behield haar 11e plaats op 100 palmoliebedrijven.

01 02 • SIPEF boekte ook vooruitgang in haar infor matie- verstrekking over klimaatverandering bij CDP. Ze steeg van een score D (“Disclosure”) in 2022 naar C (“Awareness”). De nieuwe score brengt SIPEF op één lijn met het gemiddelde van de plantaardige sector. SIPEF behield haar B (“Management”) score voor haar “CDP Forests” inzending, score die in lijn ligt met de gemiddelde prestatie van palmolie in de gewassen verbouwende sector en hoger is dan het Europese regionale gemiddelde.

• Voor het eerst behaalde het hoofdkantoor van de Groep in België de certificering volgens de GlobalG.A.P. “Chain of Custody Standard” en de “Rainforest Alliance”-standaard voor toevoerketens. (2020 “Sustainable Agriculture Standard: Supply Chain Requirements”).

02

13 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Hoogtepunten van 2023

SIPEF’s missie en strategie

SIPEF is een gerenommeerd landbouwgrondstoffen- bedrijf dat al meer dan 100 jaar actief is. Vanuit zijn rijke ervaring werkt de Groep aan de consistente productie van hoogwaardige en volledig traceerbare palmolie- producten en bananen. Daarbij spitst hij zich toe op de bescherming van natuurlijke ecosystemen, de toepassing van eerlijke arbeidspraktijken en de ondersteuning van lokale gemeenschappen op de plaatsen waar hij actief is. Met het oog op de toekomst richt SIPEF zich ook op diversificatie naar doelmarkten, met de bedoeling de voorkeurleverancier te zijn voor premium landbouw- producten. Fundamenteel voor de verwezenlijking van de ambi- ties en de overkoepelende missie van de Groep zijn de zeven Richtlijnen van SIPEF en haar Evenwichtige Groeistrategie.

14 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

SIPEF’S EVENWICHTIGE GROEISTRATEGIE

• Productie-efficiëntie
• Operationele uitmuntendheid
• Hoogwaardige, duurzame, traceerbare, gecertificeerde producten
• Innovatie en vroegtijdige toepassing
• Milieubeheer
• Respect voor werknemers en gemeenschappen
• Verantwoord beheer van de toeleveringsketen
• Goed zakelijk gedrag

SIPEF produceert hoogwaardige, duurzame en traceerbare landbouwproducten, met de bedoeling te diversifiëren naar doelmarkten en een harmonieus evenwicht te bevorderen tussen natuur, mens en groei.

RICHTLIJNEN

• Betrouwbaarheid en stabiliteit
• Langetermijnplanning en -besluitvorming
• Voortdurende verbetering
• Duurzame economische groei
• Behoud en herstel van het milieu
• Ondersteuning van werknemers en gemeenschappen
• Waardecreatie voor alle stakeholders

15 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

SIPEF’s missie en strategie

Met activiteiten en kantoren in Indonesië, Papoea- Nieuw-Guinea, Côte d’Ivoire, Singapore en Luxemburg (1), en haar Hoofdzetel in België, heeft SIPEF een zeer multi- cultureel en divers personeelsbestand. Het management, de werknemers en alle contractpartijen worden aange- stuurd door een reeks Richtlijnen die het gedrag en de cultuur van de Groep vormgeven.

RICHTLIJNEN

Op basis van de lange levenscyclus van de palmboom, is langetermijndenken van nature ingebed in de manier waarop we zaken doen bij SIPEF. Dit houdt ook in dat we oog hebben voor de toekomstige gevolgen van de beslissingen en handelingen van vandaag voor het milieu en de gemeenschappen in de gebieden waar we actief zijn.

François Van Hoydonck

(1) Jabelmalux SA is de Luxemburgse moedermaatschappij van SIPEF’s recentste oliepalmontwikkelingen in Noord-Sumatra (PT Umbul Mas Wisesa, PT Toton Usaha Mandiri en PT Citra Sawit Mandiri) en van een van de nieuwe ontwikkelingen in de regio Musi Rawas in Zuid-Sumatra (PT Agro Muara Rupit).

16 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

2. Langetermijnplanning en -besluitvorming

Altijd plannen maken en beslissingen nemen op basis van haar langetermijnvisie.

7. Waardecreatie voor alle stakeholders

Waarde creëren voor al haar stakehol- ders, op eerlijke en verantwoorde wijze.

1. Betrouwbaarheid en stabiliteit

Een betrouwbare en stabiele partner zijn voor al haar stakeholders.

SIPEF streeft naar:

4. Duurzame economische groei

Economische waarde genereren voor haar aandeelhouders en andere stakeholders en daarbij een beheerst schuldniveau nastreven.

5. Behoud en herstel van het milieu

De natuurlijke omgeving binnen het bedrijf behouden en waar mogelijk herstellen, via duurzame landbouwpraktijken en actief beheer van beschermde gebieden.

3. Voortdurende verbetering

Voortdurend alle aspecten van haar activiteiten verbeteren, met de nadruk op kwaliteit, productiviteit en de beste praktijken op ecologisch, sociaal en governancegebied.

6. Ondersteuning van werknemers en gemeenschappen

Alle werknemers en lokale gemeenschappen met respect voor hun rechten behandelen en tegelijkertijd mogelijke verbeteringen van hun welzijn en ontwikkeling ondersteunen.

17 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

SIPEF’s missie en strategie

EVENWICHTIGE GROEISTRATEGIE

SIPEF gelooft dat zij met haar Evenwichtige Groeistrategie haar bedrijfsdoelstellingen kan bereiken op een manier die tegelijk haar duurzaamheidsdoelstellingen respecteert en bevordert. Als Belgische landbouwonderneming met een notering op Euronext Brussels streeft SIPEF ernaar economische waarde te genereren voor haar aandeelhouders en andere stakeholders, en tracht daarbij haar schuldniveau onder controle te houden. Tegelijk is duurzaamheid stevig verankerd in de kern van het businessmodel van SIPEF en heeft de Groep zich er top-down toe verbonden om zijn acti- viteiten op een ecologisch en sociaal verantwoorde manier uit te voeren. Via haar bedrijfsactiviteiten en partnerschappen werkt SIPEF ook aan een positieve bijdrage aan de gemeenschappen en lokale economieën in de afgelegen gebieden waar zij actief is. De Evenwichtige Groeistrategie van SIPEF han- teert een geïntegreerde aanpak voor de verwezenlij- king van de bedrijfs- en duurzaamheidsprioriteiten van de Vennootschap.

18 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Productie-eciëntie

Rekening houden met de beperkte beschik- baarheid van landbouwgrond, en toch blijven voldoen aan de groeiende vraag van de markt, is cruciaal voor het succes van SIPEF als bedrijf, nu en in de toekomst. De Groep werkt aan het verbeteren van zijn productie-eciëntie door:

  • Het landgebruik in de productiegebieden te optimaliseren
  • De productieprocessen te verbeteren
  • Praktijken en oplossingen die focussen op het verhogen van de opbrengst toe te passen
  • Zie hoofdstuk activiteiten van SIPEF voor meer details (pagina 26)

Milieubeheer

Milieubeheer betekent voor SIPEF het minimaliseren en beheersen van alle direc- te en indirecte eecten van haar bedrijfs- activiteiten op de natuurlijke omgeving en het klimaat. De prioriteiten van SIPEF inzake milieu- beheer zijn:

  • Duurzaam landgebruik en behoud van biodiversiteit
  • Geen ontbossing en geen nieuwe ontwikkelingen op veengrond (NDP)
  • Beste beheerpraktijken (BMP’s) die de gevolgen voor het milieu minimaliseren
  • Initiatieven ter vermindering van de broeikasgasuitstoot (GHG)
  • Zie hoofdstuk milieubeheer voor meer details (pagina 90)

De acht belangrijkste hefbomen van de Strategie en hun componenten worden hieronder uiteengezet:

19 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

SIPEF’s missie en strategie

Operationele uitmuntendheid

SIPEF zet zich in voor operationele uit- muntendheid en streeft er voortdurend naar de eciëntie van haar processen en de doeltreendheid van haar praktijken te verbeteren. Operationele uitmuntendheid bij SIPEF betekent:

  • De kwantiteit en kwaliteit van de productie maximaliseren
  • Inputs optimaliseren, bijproducten hergebruiken en afval minimaliseren
  • Een cultuur van voortdurende verbetering bevorderen
  • Zie hoofdstuk activiteiten van SIPEF voor meer details (pagina 26)

Respect voor werknemers en gemeenschappen

De Evenwichtige Groeistrategie van SIPEF is gebaseerd op het uitgangspunt dat groei niet mogelijk is zonder in de eerste plaats een verantwoordelijke werkgever en buur te zijn.# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

SIPEF’s missie en strategie

Voor SIPEF betekent een goede werkgever en buur zijn:
• Mensen-, arbeids- en gemeenschapsrechten respecteren, in overeenstemming met lokale wetten en internationale regelgeving
• Bijdragen aan de behoeften van lokale gemeenschappen door werk, gezondheidszorg, onderwijs en infrastructuur te bieden
• Zie hoofdstuk respect voor werknemers en gemeenschappen voor meer details (pagina 114)

De connection to the world of sustainable tropical agriculture

Hoogwaardige, duurzame, traceerbare, gecertificeerde producten

Hoogwaardige, duurzame, traceerbare en gecertificeerde producten kunnen aanbieden is van doorslaggevend belang voor SIPEF om zich te onderscheiden van anderen en te diversifiëren naar doelmarkten. Essentieel voor deze hefboom in SIPEF’s strategie zijn de volgende principes:
• De hoogste voedselveiligheids- en kwaliteitsnormen implementeren
• 100% traceerbaarheid voor alle producten handhaven
• Volledige naleving van toonaangevende duurzaamheidsnormen en certificeringen
• Zie hoofdstuk activiteiten van SIPEF voor meer details (pagina 26)

Verantwoord beheer van de toeleveringsketen

SIPEF gelooft dat het op een verantwoorde manier creëren van waarde inhoudt dat zij haar leveranciers ondersteunt om deel uit te maken van haar duurzame toeleveringsketen. Alle leveranciers van de Groep zijn lokale oliepalmboeren, waarvan de locaties bekend en in kaart gebracht zijn. De aanpak van SIPEF voor verantwoord beheer van de toeleveringsketen is gericht op:
• Lokale boeren ondersteunen op hun pad naar een betere, duurzame en gecertificeerde productie
• Training, plantmateriaal en landbouwkundige diensten bieden aan lokale boeren
• Lokale boeren ondersteunen om hogere inkomens te verdienen en betere toegang te krijgen tot internationale markten
• Leveranciers screenen en monitoren om ervoor te zorgen dat SIPEF’s beleid wordt nageleefd
• Zie hoofdstuk verantwoord beheer van de toeleveringsketen voor meer details (pagina 136)

SIPEF’s missie en strategie

Innovatie en vroegtijdige toepassing

SIPEF erkent het immense potentieel van een vroege toepassing van innovaties voor het verbeteren van de productiviteit, kwaliteit en veerkracht van haar toekomstige gewassen. De prioriteiten van SIPEF inzake innovatie en vroegtijdige toepassing zijn:
• Investeren in onderzoek en ontwikkeling (O&O) om vooruitgang mogelijk te maken naar duurzaam en optimaal landgebruik, efficiënte productie, hoogwaardige producten en veerkrachtige gewassen
• Testen en toepassen van nieuwe principes en praktijken
• Flexibel en aanpasbaar blijven om strategische en marktverschuivingen te kunnen verwerken
• Zie hoofdstuk activiteiten van SIPEF voor meer details (pagina 26)

Goed zakelijk gedrag

SIPEF draagt ethische bedrijfspraktijken hoog in het vaandel en is zich ervan bewust dat ze van cruciaal belang zijn om financiële, reputatie-, en juridische risico’s te beperken. Voor SIPEF betekent goed zakelijk gedrag:
• Een cultuur van ethisch gedrag bevorderen bij het management, het personeel en de contractanten
• Systemen en processen opzetten om ethisch gedrag te waarborgen
• Beschikken over een robuust beleid, procedures en maatregelen om alle risico’s, waaronder die in verband met corruptie, aan te pakken
• Zie hoofdstuk goed zakelijk gedrag voor meer details (pagina 146)

SIPEF’s missie en strategie

STRATEGIEBEHEER EN MANAGEMENTSTRUCTUUR

De raad van bestuur van SIPEF heeft de eindverantwoordelijkheid voor het bepalen en opvolgen van de Evenwichtige Groeistrategie. Op Groepsniveau wordt de implementatie van de Strategie geleid door het executief comité van SIPEF, dat de wereldwijde teams in België, Singapore en Luxemburg aanstuurt. Deze wereldwijde teams spelen een coördinerende rol bij het realiseren van de Strategie, inclusief het toezicht op en de rapportage over de voortgang. In de plantages van SIPEF in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire wordt de Strategie uitgevoerd door de regionale teams van de dochterondernemingen van de Groep. De regionale ‘executief comités’ in elk land houden toezicht op deze teams en hun activiteiten en rapporteren aan het executief comité van SIPEF.

Management teams

Comités van de raad van bestuur Wereldwijde teams Dochterondernemingen van de Groep
EXECUTFIEF COMITÉ VAN SIPEF LUXEMBURG (Jabelmalux SA)
BELGIË (SIPEF Head Office)
SINGAPORE (SIPEF Singapore Pte Ltd)
Regionaal executief comité
PAPOEA-NEW-GUINEA (Hargy Oil Palms Ltd)
Regionaal executief comité
CÔTE D’IVOIRE (Plantations J. Eglin SA)

Op groepsniveau wordt de Evenwichtige Groeistrategie gecoördineerd door wereldwijde teams in België, Singapore en Luxemburg (“finance”, juridische zaken, “marketing”, IT, operationeel management en duurzaamheid). De operationele activiteiten en de uitvoering van de prioriteiten inzake de Evenwichtige Groeistrategie voor SIPEF’s palmproducten worden verwezenlijkt door de regionale teams in de dochterondernemingen in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. De regionale executief comités in elk land houden toezicht op deze teams en hun activiteiten en rapporteren aan het executief comité van SIPEF. De operationele activiteiten en de uitvoering van de prioriteiten inzake de Evenwichtige Groeistrategie voor de bananen van SIPEF worden verwezenlijkt door de regionale teams van haar dochteronderneming in Côte d’Ivoire. Het regionale executief comité in Côte d’Ivoire houdt toezicht op deze teams en hun activiteiten en rapporteert aan het executief comité van SIPEF.

De raad van bestuur van SIPEF heeft de eindverantwoordelijkheid voor de bepaling van en toezicht op de Evenwichtige Groeistrategie. De implementatie van de Strategie wordt geleid door het executief comité van SIPEF.
• Voor een gedetailleerde beschrijving van SIPEF’s remuneration policy - zie pagina 156-167)
• Voor een gedetailleerde beschrijving van SIPEF’s remuneration policy - zie pagina 84-85)
(1) SIPEF heeft 14 dochterondernemingen in Indonesië. De governance, de communicatie en de rapportage aan het executief comité van SIPEF worden beheerd door het regionale executief comité van SIPEF’s belangrijkste en grootste dochteronderneming, PT Tolan Tiga Indonesië.

Bestuursstructuur van de Evenwichtige Groeistrategie van SIPEF:

RAAD VAN BESTUUR VAN SIPEF REMUNERATIE COMITÉ BENOEMINGS COMITÉ AUDIT COMITÉ
INDONESIË (PT Tolan Tiga Indonesië) (1)

Activiteiten van SIPEF

ACTIVITEITENOVERZICHT

Palmolie

De belangrijkste operationele activiteiten van SIPEF zijn de teelt van oliepalmen en de productie van palmolieproducten. Deze activiteiten vinden plaats in West New Britain in Papoea-Nieuw-Guinea en drie provincies in Sumatra in Indonesië, waar verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) worden geteeld, geoogst en verwerkt tot ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO), palmpitten (“Palm Kernels” - PK) en ruwe palmpitolie (“Crude Palm Kernel Oil” - CPKO). De producten worden rechtstreeks verkocht aan klanten in Indonesië of geëxporteerd voor verkoop aan Europese klanten. In 2023 lag de commerciële focus van de Groep op de verdere ontwikkeling van zijn activiteiten met een uitgebreid oliepalmareaal in Zuid-Sumatra, waar 1 786 bijkomende hectaren werden gecompenseerd en 2 337 hectaren werden voorbereid voor beplanting of beplant, om te komen tot een totaal van 18 760 gecultiveerde hectaren. Nu de herbeplanting van PT Dendymarker Indah Lestari (PT DIL) is voltooid, heeft de Groep 28 362 hectare nieuwe aangeplante, oliepalmen in volle groei in Zuid-Sumatra. Tegen 31 december 2023 waren binnen de concessies van SIPEF een totaal van 82 171 hectare beplant met oliepalmen. Wanneer rekening wordt gehouden met de toeleveringsbasis die wordt beheerd door samenwerkende lokale boeren, bedroeg de totale bevoorradingsbasis van SIPEF in 2023 meer dan 100 000 hectare. Een nieuwe mijlpaal werd dus bereikt. De productie van dit gebied bevoorraadt gezamenlijk negen palmolieverwerkende fabrieken in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. In 2023 waren de palm-gerelateerde activiteiten van de Groep goed voor 91% van de totale omzet. Het samengestelde jaarlijkse groeipercentage van het aantal oliepalm-hectaren, over de laatste 10 jaar, bedraagt 4,0%.

Bananen

De bananenproductie van SIPEF in Côte d’Ivoire is de tweede grootste activiteit van de Groep. SIPEF teelt de Cavendish-variëteit op vijf plantages die worden beheerd door haar dochteronderneming Plantations J. Eglin. Plantations J. Eglin is één van de drie belangrijkste spelers van de bananen exporterende sector in Côte d’Ivoire. Meer dan 80% van de bananen wordt verkocht aan de Europese markt en het Verenigd Koninkrijk, conform alle relevante regelgevende vereisten en richtlijnen. De rest wordt verkocht in de West-Afrikaanse regio en op de lokale markt in Côte d’Ivoire. In 2023 werden de nieuwe sites in Lumen en Akoudié ontwikkeld. Samen zorgden ze voor 421 hectare bijkomende bananenteelt, die al in het eerste oogstjaar succesvol was. Op 31 december 2023 bedroeg SIPEF’s totale beplante oppervlakte voor bananen 1 229 hectare. De bananenproductie in Côte d’Ivoire nam tijdens het vierde kwartaal van 2023 met 43,8% toe, waardoor de jaarproductie opgetrokken werd tot 40 976 ton, wat neerkomt op een stijging van 27,0% ten opzichte van 2022. In 2023 was de bananenproductie van de Groep goed voor 7% van de totale omzet.

Rubber en thee

In 2021 startte SIPEF met de uitfasering van haar activiteiten in natuurrubber en thee, een proces dat in 2024 zal worden voltooid. De resterende 1% van SIPEF’s omzet van 2023 zijn afkomstig van de overblijvende productievolumes van rubber en thee in Indonesië.# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Activiteiten van SIPEF

BEPLANTE OPPERVLAKTE PER ACTIVITEIT IN 2023 (IN HECTAREN)

INDONESIË PAPOEA-NEW-GUINEA CÔTE D’IVOIRE TOTAAL %
Oliepalmen 68 621 13 550 0 82 171 96,3%
Rubber 1 901 0 0 1 901 2,2%
Bananen 0 0 1 229 1 229 1,4%
Horticultuur 0 0 29 29 0,0%
Totaal 70 522 13 550 1 258 85 329 100,0%
% 82,6% 15,9% 1,5% 100,0%

Het streefdoel van SIPEF ligt op een jaarlijks productie van 600 000 ton palmolie en 55 000 ton bananen tegen 2031. Om dit doel te bereiken, richt SIPEF zich op de verbetering van de productie-efficiëntie door landgebruik te optimaliseren, productieprocessen te verbeteren en bestaande oliepalmopbrengsten te vergroten. De Groep zal ook blijven zoeken naar investeringsopportuniteiten door mogelijkheden te onderzoeken om nieuwe hectaren met oliepalmen te ontwikkelen in de nabijheid van zijn huidige activiteiten. Zo kan de Groep zijn productiecapaciteit en, indien nodig, zijn infrastructuur uitbreiden. Daarnaast zal SIPEF zich blijven inzetten om bestaande eigendoms- en concessierechten te behouden. Meer informatie over de operationele palm- en bananenactiviteiten van SIPEF en de resultaten voor 2023 vindt u op pagina 48-71.

PRODUCTIE 2023 (IN TON)

EIGEN DERDEN YTD Q4/23
Oliepalmen 321 629 69 586 391 215
Rubber 827 141 968
Bananen 40 976 0 40 976

Beplante oppervlakte en productiedoelstelling

In lijn met het uitfaseringsproces, inclusief de omschakeling van de rubberplantages naar oliepalmen, is de rubberproductie in 2023 verder afgenomen tot minder dan 1 000 ton.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

  • Productie-efficiëntie
  • Operationele uitmuntendheid
  • Hoogwaardige, duurzame, traceerbare en gecertificeerde producten
  • Innovatie en vroegtijdige toepassing (“Early Adoption”)

BEDRIJFSHEFBOMEN

DUURZAAMHEIDSHEFBOMEN

  • Milieubeheer
  • Respect voor werknemers en gemeenschappen
  • Verantwoord beheer van de toeleveringsketen
  • Goed zakelijk gedrag

IMPLEMENTATIE BEDRIJFSSTRATEGIE

De operationele activiteiten en de bedrijfsstrategie van SIPEF weerspiegelen de top-downinzet van de Vennootschap om op een eerlijke en verantwoorde manier toegevoegde waarde te creëren voor alle belanghebbenden. De evenwichtige groeistrategie van SIPEF is gebaseerd op een evenwicht tussen commercieel succes en het leveren van een positieve bijdrage aan het milieu, de samenleving, de lokale economieën daar waar de Groep actief is en aan de verschillende andere belanghebbenden waarmee de Groep samenwerkt. De evenwichtige groeistrategie van SIPEF heeft vier belangrijke bedrijfshefbomen die haar commerciële activiteiten aandrijven.

Bedrijfs- en duurzaamheidshefbomen: complementair en met elkaar verbonden

De bedrijfshefbomen van SIPEF vullen de vier belangrijkste duurzaamheidshefbomen aan en werken ermee samen. Samen zorgen ze ervoor dat de commerciële activiteiten van SIPEF altijd verweven zijn met de prioriteiten op het vlak van milieu, maatschappij en goed bestuur. Beide soorten hefbomen zijn ingebed in SIPEF’s strategische besluitvorming, operationele en zakelijke activiteiten, betrokkenheid van werknemers en gemeenschappen en relaties binnen de waardeketen. Meer details over de vier duurzaamheidshefbomen en hoe ze gelinkt zijn aan de bedrijfshefbomen vindt u in het hoofdstuk Duurzaamheid bij SIPEF op pagina 74.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

(1) Bron: www.wur.nl/en/newsarticle/New-light-on-the-sustainability-of-palm-oil.htm
(2) Bron: www.bananalink.org.uk/all-about-bananas/

Productie-efficiëntie

Landschaarste is vandaag één van de meest kritieke problemen. Terwijl de wereldbevolking blijft toenemen, neemt de hoeveelheid beschikbaar landbouwgrond af als gevolg van concurrentie op het gebied van landgebruik, door de mens veroorzaakte bodemaantasting door erosie en vervuiling en de stijgende wereldwijde vraag naar voedsel. De komende decennia zal dit probleem nog worden versterkt door de acute fysieke risico’s die verband houden met de klimaatverandering, en door toekomstige beleidsontwikkelingen die tot verdere beperkingen kunnen leiden. SIPEF zal blijven zoeken naar nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden in “brownfield”-gebieden, in overeenstemming met haar verbintenis tot geen ontbossing en geen nieuwe beplanting op veengrond (“no deforestation and no new planting on peat” - NDP). De belangrijkste strategische focus ligt echter op het verbeteren van de productie-efficiëntie en op het vergroten van het rendement door landgebruik en productieprocessen te optimaliseren. Hoewel de Groep streeft naar efficiëntie voor al zijn gewassen, is het optimaliseren van het rendement in de oliepalmproductie bijzonder belangrijk. Vandaag is palmolie één van de belangrijkste plantaardige oliën in de wereldwijde olie- en vetindustrie. Ze genereert heel wat werkgelegenheid en exportinkomsten in de belangrijkste producerende landen, waaronder Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. Oliepalmen zijn ook uiterst productief en leveren wel twee tot acht keer meer op per hectare dan andere plantaardige oliegewassen (1). Ze hebben ook het minst meststoffen, pesticiden en brandstof per ton productie nodig. Ook bananen bieden als gewas een aantal productie voordelen. Bananenplanten kunnen het hele jaar door worden geoogst, dragen binnen de 9 tot 12 maanden vruchten en zijn bijzonder productief. Ze zijn ook een belangrijk gewas voor voeding en voedsel zekerheid voor meer dan 400 miljoen mensen in producerende landen (2). Daarnaast vormen ze voor heel wat gezinnen wereldwijd een essentiële bron van inkomsten en werkgelegenheid. SIPEF erkent het grote potentieel en belang van innovatie om het bestaande productiviteitspotentieel, de kwaliteit en de duurzaamheid te verbeteren. De Groep legt zich toe op het implementeren van de beste beheerpraktijken om de vruchtbaarheid van de bodem te verbeteren, de productie-inputs te optimaliseren en de productkwaliteit en het rendement per beplante hectare verder te vergroten. SIPEF blijft ook aanzienlijk investeren in onderzoek en ontwikkeling (O&O) en in innovatieve oplossingen die de doelstellingen op het vlak van productie-efficiëntie verder ondersteunen.

DE GROEP WERKT AAN HET VERBETEREN VAN ZIJN PRODUCTIE-EFFICIËNTIE DOOR:

  • Het landgebruik in de productiegebieden te optimaliseren
  • De productieprocessen te verbeteren
  • Praktijken en oplossingen die focussen op het verhogen van de opbrengst toe te passen

Bijproducten en verpakkingsmateriaal hergebruiken en recycleren

Waar mogelijk onderzoekt en implementeert SIPEF circulaire praktijken in haar activiteiten. Vaak zijn ze gericht op de optimalisering van inputs, het hergebruik van bijproducten, de minimalisering van afval uit haar productie- en verwerkingsactiviteiten, en op de implementatie van regeneratieve en natuurlijke oplossingen. Enkele voorbeelden zijn:

  • Bijproducten van de palmolie- en bananenproductie en van derden gebruiken als organische meststof. Organisch afval en biomassa, zoals lege vruchtentrossen (“Empty Fruit Bunches”- EFB), behandeld afvalwater van palmolie-extractie-fabrieken (“Palm Oil Mill Effluent”- POME), bananenstammen en cacaodoppen worden als organische meststof over de velden gestrooid.
  • Hernieuwbare energie opwekken uit de bij producten van de extractieactiviteiten van de fabrieken om de activiteiten en het personeel van stroom te voorzien. In alle SIPEF-palmolie-extractie-fabrieken wordt elektriciteit opgewekt door de verbranding van vezels van het mesocarp van de palm-noot in ketels en het gebruik van stoomturbines. Daarnaast gebruikt de Groep in één van zijn palmolie-extractie-fabrieken methaanafvang uit POME en een biogasgenerator om elektriciteit te produceren. Met het oog op de toekomst onderzoekt SIPEF ook de mogelijkheid om haar biogas te gebruiken voor de productie van BioCNG (gecomprimeerd aardgas), wat een hernieuwbare energiebron is.
  • Hergebruik en recyclage van verpakkingsmateriaal van verpakkingsstations voor bananen. Lokaal aangekochte kartonnen dozen en paletten worden door klanten gerecycleerd op de plaats van bestemming. Voor sommige klanten worden herbruikbare IFCO-kratten gebruikt voor het verpakken van de bananen.

Lees meer over hoe SIPEF circulaire en regeneratieve praktijken implementeert in het hoofdstuk Milieubeheer op pagina 90.

Operationele uitmuntendheid

Voor SIPEF betekent operationele uitmuntendheid streven naar een verbetering van de efficiëntie van haar processen en de doeltreffendheid van haar praktijken. Op die manier kan de Vennootschap ervoor zorgen dat ze haar langetermijndoelstellingen behaalt. Een belangrijk focusgebied is hier het maximaliseren van de waarde van haar activiteiten en output, zowel wat kwantiteit als kwaliteit van de producten betreft, om te voldoen aan de vraag van de klant. Maar ook de nieuwe of toegevoegde waarde die kan worden gegenereerd voor de bijproducten van haar productieprocessen is belangrijk. SIPEF hanteert een filosofie van continue verbetering in de Groep bij het nemen van beslissingen, het beheren van activiteiten, het overleggen met werknemers en het samenwerken met partners stroomopwaarts en stroomafwaarts in de waardeketen. Dit omvat ook het monitoren van het operationele succes van de Groep in verschillende stadia en het uitproberen en toepassen van nieuwe technieken en technologieën.# OPERATIONELE UITMUNTENDHEID BIJ SIPEF BETEKENT:
* De kwantiteit en kwaliteit van de productie maximaliseren
* Inputs optimaliseren, bijproducten hergebruiken en afval minimaliseren
* Een cultuur van voortdurende verbetering bevorderen

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Hoogwaardige, duurzame, traceerbare en gecertificeerde producten

De productie van kwalitatief hoogwaardige, duurzame, traceerbare en gecertificeerde palmolie en bananen speelt een cruciale rol bij het voldoen aan de wereldwijde vraag naar deze producten. Bovendien moeten daarbij het milieu en de mensenrechten worden beschermd en lokale boeren en lokale gemeenschappen betere bestaansmiddelen krijgen. SIPEF hanteert een holistische benadering van kwaliteit en duurzaamheid. Ze benadrukt daarmee haar streven naar een duurzaam voedselsysteem en haar rol in de vormgeving van een verantwoordelijkere landbouwsector. Door prioriteit te geven aan deze aspecten kan SIPEF zich ook onderscheiden van andere spelers op de markt.

ESSENTIEEL VOOR DEZE HEFBOOM IN SIPEF’S STRATEGIE ZIJN DE VOLGENDE PRINCIPES:
* De hoogste voedselveiligheids- en kwaliteitsnormen implementeren
* 100% traceerbaarheid voor alle producten handhaven
* Volledige naleving van toonaangevende duurzaamheidsnormen en certificeringen

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Activiteiten van SIPEF

Productie van hoogkwalitatieve ‘virgin’ olie

Door innovatieve technieken te integreren en de maatregelen voor kwaliteitscontrole te verbeteren, slaagt SIPEF erin de hoeveelheid contaminanten in haar palmolieproductie aanzienlijk te beperken. Een belangrijk aandachtspunt was hier de succesvolle overgang naar het gebruik van H1 voedselveilige smeermiddelen, een programma dat in 2022 in Papoea-Nieuw-Guinea van start ging en in 2023 positieve resultaten opleverde. Het pilootproject in de Barema palmolie-extractiefabriek voor de scheiding van ‘virgin’ olie en ‘technische’ olie werd gestaag verdergezet in 2023 en in maart 2024 vond de officiële ingebruikname plaats.

De productie van hoogwaardige palmolie

De implementatie van de strengste voedselveiligheids- en kwaliteitsnormen is een belangrijk aandachtspunt in de productie van palmolieproducten gezien de toenemende vraag naar hoogkwalitatieve gecontroleerde ingrediënten. Dit gebeurt ook met het oog op de toenemende bezorgdheid van verbruikende landen over additieven en specifieke contaminanten in plantaardige oliën en de vereisten van de Europese regelgeving voor voedselveiligheid. Het streven van SIPEF naar palmolie van hoge kwaliteit begint al bij de eerste productiestadia en strekt zich uit over de volledige toeleveringsketen. De Groep heeft uitgebreide kwaliteitsgarantieprotocollen opgesteld en voert regelmatig inspecties en testen uit om te garanderen dat zijn palmolie voldoet aan de strengste normen binnen de sector. SIPEF wil de voorkeursleverancier worden van hoogwaardige premium palmolieproducten en daarbij een unieke positie op de markt innemen. In lijn met dit streefdoel richt SIPEF zich op het volledige elimineren van contaminanten zoals Chloride - een precursor voor 3-MCPD-Esters -, Glycidyl-Esters (GE) en andere potentiële onzuiverheden, zoals verontreiniging met minerale olie (MOSH en MOAH), of ze tot een minimum te beperken.

Palmolie: 3-MCPD en GE-contaminanten

3-MCPD-esters kunnen ontstaan als gevolg van chemische reacties tijdens de ontgeuringsfase in het palmolieraffinageproces. Bij de zeer hoge temperaturen tijdens dit proces kan chloride reageren met de glycerolruggengraat van lipiden om 3-monochloorpropaan-1,2-diol (3-MCPD) te produceren. Glycidyl-vetzuuresters (GEs) is ook een verbinding die kan ontstaan uit de raffinage-processen van eetbare olie bij hoge temperaturen. 3-MCPD wordt beschouwd als een contaminant omdat een groot verbruik ervan kan leiden tot potentiële gezondheidsproblemen bij jongere leeftijdcategorieën en dan in het bijzonder bij baby’s. Hoge GE-niveaus in voedsel zijn genotoxisch en kankerverwekkend. 3-MCPD en GE zijn niet aanwezig in de grondstoffen, maar kunnen ontstaan door het raffinageproces. Eind 2023 voltooide SIPEF met succes het pilootproject voor de CPO-wasinstallatie in de Mukomuko palmolie-extractiefabriek in Indonesië. De wasinstallatie is bedoeld om het chloridegehalte in de CPO-productie te verlagen, omdat het één van de belangrijkste precursoren is voor het veroorzaken van een groter risico op 3-MCPD. Na veelbelovende eerste resultaten zal de wasinstallatie in 2024 verder getest en opgevolgd worden voordat faciliteiten worden geïnstalleerd op bijkomende sites.

BEKENDE GEZONDHEIDSRISICO’S VEROORZAAKT DOOR MINERALE OLIËN

MOH (Mineral Oil Hydrocarbons) MOSH (Mineral Oil Saturated Hydrocarbons) MOAH (Mineral Oil Aromatic Hydrocarbons)
• Accumuleren in de lever • Vermoedelijk kankerverwekkend effect • Carcinogeen effect
• Genotoxisch effect

TECHNISCHE CONTROLE (OP KORTE TERMIJN)

SIPEF heeft de gemeenschappelijke bronnen en risicobeperkende oplossingen in haar palmoliefabrieken geïdentificeerd. Het belangrijkste is dat de apparatuur regelmatig wordt onderhouden om lekkage van smeermiddelen op de geïdentificeerde hotspots te voorkomen en dat technische maatregelen worden genomen om potentiële lekkages te beperken.

VOEDSELVEILIG SMEERMIDDEL IN PALMOLIEFABRIEKEN (OP LANGE TERMIJN)

Sinds eind 2022 hebben alle pittenpletterijen en palmolie-extractiefabrieken in Papoea-Nieuw-Guinea hun smeermiddelen op basis van minerale oliën vervangen door smeermiddelen van levensmiddelenkwaliteit in processen die tijdens de verwerking in direct contact komen met de producten. In 2023 doorliepen alle Indonesische activiteiten hetzelfde proces en tegen eind 2023 was 100% van de palmolie-extractiefabrieken overgeschakeld op smeermiddelen van levensmiddelenkwaliteit.

Palmolie: Verontreinigingen door Minerale Olie-Koolwaterstoffen (MOAH en MOSH)

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (“European Food Safety Authority”- EFSA) heeft een referentie gepubliceerd in verband met minerale olie-koolwaterstoffen (“Mineral Oil Hydrocarbons” - MOH), waarin wordt aangegeven dat deze in verschillende concentraties in bijna alle levensmiddelen aanwezig zijn. Vervolgens werd ook bepaald dat de verschillende plantaardige olie-industrieën zich moeten concentreren op het “Hazard Analysis Critical Control Point” (HACCP) – systeem, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan de behandeling van smeermiddelen bij de productie van de ruwe oliën. Bestanddelen van minerale oliën zoals “Mineral Oil Aromatic Hydrocarbons” (MOAH) en “Mineral Oil Saturated Hydrocarbons” (MOSH) kunnen in levensmiddelen terechtkomen tijdens verschillende productiestadia van de voedselproductie, zoals teelt, opslag, vervoer, verwerking en verpakking. De belangrijkste bronnen van deze verbindingen zijn hydraulische oliën die worden gebruikt in machines, kleefstoffen, printerinkt en verpakkingsmateriaal. Deze componenten leveren gezondheidsrisico’s op, aangezien bekend is dat MOSH zich ophoopt in de lever en het lymfoïde systeem, wat ontstekingen veroorzaakt, waarbij MOAH kankerverwekkend kan zijn. SIPEF erkent het belang van de productie van hoogwaardige premium olie met weinig verontreiniging. Daarom heeft ze projecten opgestart om, via samenwerkingsverbanden tussen de interne stakeholders van haar kwaliteitsafdelingen en engineeringafdelingen, zich te richten op het opzetten van een controleprogramma en zo elk risico op besmetting met MOSH en MOAH te verminderen, en op het ontwikkelen van risicobeperkende maatregelen.

Productie van hoogwaardige bananen

Samen met klanten en plantages worden kwaliteitsnormen opgesteld voor de productie van duurzame bananen. Een speciaal team staat in voor continue inspecties ter plaatse. Er worden verslagen opgesteld om te waarborgen dat er doeltreffende procedures en controles voor handen zijn om de kwaliteit van de producten te handhaven. Naast kwaliteitscontrole richt Plantations J. Eglin zich ook op voedselveiligheid door het voorzien van nalevingscontroles. Zo zijn er, onder meer, controles op de naleving van de voedselveiligheidscertificaten voor verpakkingen om kruisbesmetting te voorkomen. Verder zijn er nog de beste veld- en operationele praktijken die erop toezien dat pesticiden die worden gebruikt vanaf het planten tot het punt van export naar klanten de vereisten inzake restcontroles volgen.

Traceerbaarheid van palmolie en bananen

SIPEF is koploper op het gebied van traceerbaarheid, waarbij alle grondstoffen die het verkoopt volledig traceerbaar zijn tot de plaats van productie, zowel tot de door SIPEF beheerde plantages als tot de percelen van de lokale boeren. Traceerbaarheid is een fundamenteel principe voor duurzaamheid in de toeleveringsketens van landbouwproducten. Zo kunnen klanten en consumenten er zeker van zijn dat de producten die ze kopen inderdaad afkomstig zijn van gecertificeerde plantages en lokale boeren, en dus bijdragen aan ecologische, maatschappelijke en economische duurzaamheid. Dit is ook essentieel om de voedselveiligheid te garanderen, te voldoen aan de vraag van consumenten naar transparantie, de regelgeving na te leven en het beheer en de efficiëntie van de toeleveringsketen te verbeteren. In 2023 handhaafde SIPEF 100% traceerbaarheid voor haar palmolieproducten en bananen. Alle programma’s voor duurzaamheidscertificering waaraan SIPEF voldoet, vereisen een volledige traceerbaarheid van de herkomst om de integrale duurzaamheid van een product te kunnen garanderen.

De negen palmolie-extractiefabrieken van SIPEF zijn allemaal gecertificeerd volgens RSPO (“Roundtable on Sustainable Palm Oil”) -norm.# Acht van de palmolie-extractiefabrieken werken volgens het “Identity Preserved” (IP) toeleveringsketenmodel en één fabriek, PT DIL in Zuid-Sumatra, werkt volgens het MB (“Mass Balance”) -model. Het toeleveringsketenmodel van de PT DIL-fabriek is MB omdat een deel van de leveranciers het RSPO-certificeringsproces doorloopt. De palmolie-extractiefabrieken van SIPEF kopen enkel in van eigen plantages of van lokale boeren waarvan de productielocaties gekend en in kaart gebracht zijn. Hoewel een deel van de palmolie-toeleveringsbasis van de PT DIL-fabriek nog niet gecertificeerd is, is alles traceerbaar. De twee pitpletterijen van de Groep onder Hargy Oil Palms Ltd (HOPL) in Papoea-Nieuw-Guinea zijn RSPO-gecertificeerd onder het “Segregated” (SG) toeleveringsketenmodel waarbij alle bevoorradingsbasissen volledig in kaart zijn gebracht. Alle bananenplantages en verpakkingsstations van SIPEF zijn gecertificeerd volgens het IP-toeleveringssketenmodel, conform de vereisten van de “Rainforest Alliance”-certificering.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Activiteiten van SIPEF

Transparantie en traceerbaarheid verbeteren met technologie

Als onderdeel van haar streven naar transparantie en naar een volledig gecertificeerde duurzame en traceerbare leveringsbasis, heeft SIPEF een interactieve cartografische applicatie ontwikkeld, ‘Geo SIPEF’. Hiermee kan de gebruiker alle palmolie-extractiefabrieken, pitpletterijen van SIPEF en hun respectieve leveringsbasissen vinden. De applicatie verstrekt aanvullende informatie, zoals de status van certificeringen waar nodig en de nabijheid van belangrijke biodiversiteitsgebieden.

  • Geo SIPEF is toegankelijk via www.geosipef.com

Plantations J. Eglin

Plantations J. Eglin heeft ook een innovatieve traceerbaarheidssoftware ontwikkeld, die barcodes gebruikt voor het traceren van de bananen die de klanten kopen, helemaal terug naar de dozen op de verpakkingsstations. De software wordt momenteel geïmplementeerd in twee verpakkingsstations en het is de bedoeling om het in alle stations te gaan gebruiken. Als volgende stap wil SIPEF verbeteringen aanbrengen, zoals de ontwikkeling van een webgebaseerd traceerbaarheidsplatform dat toegankelijk is voor klanten.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Activiteiten van SIPEF

Duurzaamheidsnormen en certificering

Certificering vormt de basis voor SIPEF in haar streven naar continue verbetering voor een evenwichtige groei. Het biedt een gestructureerde omkadering voor de Groep om duurzaamheid en goede managementpraktijken te integreren in zijn eigen activiteiten en toeleveringsketen. Het positioneert SIPEF als een verantwoordelijke speler op de wereldmarkt en het stimuleert operationele verbeteringen. Certificering bevordert ook transparantie en verantwoording, waardoor de Groep zijn inzet voor milieu-, maatschappelijke en ‘goed bestuur’-praktijken kan aantonen aan de hand van verifieerbare normen. In 2023 handhaafde en verbeterde SIPEF de naleving van de belangrijkste certificeringsnormen voor haar palmolie- en bananenactiviteiten.

Palmoliecertificering

SIPEF streeft naar 100% RSPO-certificering voor al haar oliepalmactiviteiten, ook voor de lokale boeren in haar toeleveringsketen. De Groep heeft een tijdsgebonden plan uitgewerkt om al zijn fabrieken en hun leveringsbasissen tegen 2026 te certificeren. Sinds 31 december 2023 is 76% van de eigen beplante arealen van SIPEF RSPO-gecertificeerd. Alle palmolie-extractiefabrieken en pitpletterijen hebben hun RSPO-certificering behouden. Alle zes palmolie-extractiefabrieken van de Groep in Indonesië zijn gecertificeerd conform de ISPO-norm.

Omschrijving Aantal / Percentage
RSPO gecertificeerde beplante oppervlakten (eigen plantages) 76%
RSPO gecertificeerde PKO in Papoea-Nieuw-Guinea 100%
Palmolie-extractiefabrieken in Indonesië ISCC gecertificeerd 3
Palmolie-extractiefabrieken in Indonesië ISPO gecertificeerd 6
RSPO gecertificeerde CPO 89%
Palmolie-extractiefabrieken RSPO gecertificeerd 9
Palmpit-pletterijen in Papoea-Nieuw-Guinea RSPO gecertificeerd 2

Bananencertificering

SIPEF streeft ook naar 100% “Rainforest Alliance”-, Fairtrade en GlobalG.A.P-certificering voor haar bananenactiviteiten. In 2023 behaalde het bedrijf “Rainforest Alliance”- en GLOBALG.A.P-certificeringen voor haar nieuwe sites, Akoudié en Lumen waarmee ze de SIPEF’s status van volledig gecertificeerde bananenactiviteiten heeft hersteld. Plantations J. Eglin is sinds hun overname in 2021 bezig geweest met de zorgvuldige voorbereiding van de certificering van deze sites. In 2023 hebben alle sites die de voorgaande jaren Fairtrade-gecertificeerd waren, hun certificering behouden. De certificering van de SIPEF-plantages en -verpakkingsstations op de twee nieuwe sites, Akoudié en Lumen, is momenteel aan de gang. Voor het eerst behaalde het hoofdkantoor van de Groep in België het GlobalG.A.P.-certificaat. De “Chain of Custody Standard” en de “Rainforest Alliance supply chain certification standard” (“2020 Sustainable Agriculture Standard: Supply Chain Requirements”). Bovendien behield het ook het “Fairtrade Trader Standard”-certificaat.

Omschrijving Aantal / Percentage
Estates en verpakkingsstations Rainforest Alliance gecertificeerd 5 / 7
Estates en verpakkingsstations GLOBALG.A.P gecertificeerd 5 / 7
Estates en verpakkingsstations Fairtrade gecertificeerd 3 / 4

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Activiteiten van SIPEF

Nieuwe premium markten betreden

Met het oog op de toekomst blijft SIPEF zoeken naar nieuwe en verbeterde klanten- en distributiekanalen voor hoogwaardige, duurzame, traceerbare en gecertificeerde – hoofdzakelijk premium - bananen en palmolie. Voortbouwend op gevestigde relaties in haar stroomopwaartse waardeketen wil SIPEF nu ook nauwer samenwerken met potentiële “downstream”-spelers op de belangrijkste markten. Door met hen in gesprek te gaan over de nieuwste kwaliteitsnormen, duurzame teelttechnieken en het terugdringen van contaminanten, stimuleert SIPEF een gezamenlijk streven naar premium palmolie met weinig contaminanten voor bestaande en nieuwe klanten.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Innovatie en vroegtijdige toepassing (“early adoption”)

Als bedrijf dat actief is in de agrobusiness en zich laat leiden door het principe van continue verbetering, erkent SIPEF het immense potentieel van het vroegtijdig toepassen van innovatie. De palmolie-industrie is zich gaan richten op innovatieve werkmethodes om te komen tot hogere efficiëntie en productiviteit en tegelijk het beheer van natuurlijke hulpbronnen en de bescherming van het milieu te verbeteren. Pilootprojecten, die zich momenteel in de beginfase bevinden en naar verwachting in de loop van het volgende decennium zullen worden opgeschaald, zijn gericht op de ontwikkeling van technologieën die bijvoorbeeld ruwe producten van betere kwaliteit leveren, afvalstromen optimaliseren en de koolstofimpact verminderen. Uiteraard moet er rekening worden gehouden met externe factoren die dergelijke innovatieve ontwikkelingen en de effectieve toepassing ervan kunnen versnellen of vertragen, zoals oorlog, overheidsbeleid of het uitbreken van ziekten. SIPEF-teams op verschillende locaties blijven vooruitgang boeken met het testen en toepassen van nieuwe principes en praktijken in hun activiteiten en waardeketen. De Groep boekt vooruitgang op het gebied van technologie door de IT-afdeling te stroomlijnen en de digitale mogelijkheden en softwaretoepassingen te herzien met het oog op de toekomstige behoeften van het bedrijf. Door gebruik te maken van digitale technologieën, zoals een prestatieanalyse per blok met behulp van drones of hogeresolutiebeelden en GPS-gegevens, is SIPEF nu in staat om elke palmboom of productie-eenheid te identificeren, zodat een slecht rendement in de toekomst individueel kan worden aangepakt. De Groep blijft ook investeren in digitalisering en geavanceerde technologieën om voorspellende modellen te kunnen ontwikkelen die dan kunnen worden ingezet om het rendement en de gevolgen voor het klimaat in de toekomst te bepalen. SIPEF hanteert een langetermijnvisie en geeft daarom voorrang aan investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Deze voortdurende inspanningen zijn gebaseerd op een langetermijnvisie en zijn belangrijk om gemeenschappelijke sectorale uitdagingen aan te pakken:

  • Het jaarlijkse rendement per hectare aanzienlijk verbeteren door gebruik te maken van de innovatieve F1-hybriden van Verdant Bioscience Pte Ltd: Door het rendement te maximaliseren zal het landgebruik voor de teelt van oliepalmen efficiënt worden geoptimaliseerd, waardoor de druk op verdere ontbossing en biodiversiteitsverlies afneemt dankzij het concept van ‘landsparing’. Dit is de belangrijkste duurzaamheidsdoelstelling die nog moet worden behaald door de wereldwijde oliepalmindustrie en de landbouwsector in het algemeen.
  • Efficiënte productie en verwerking: verhoging van de efficiëntie en optimalisering van het gebruik van inputs en hergebruik van bijproducten;
  • Verbetering van de kwaliteit: aanzienlijke verbetering van de kwaliteit van het plantgoed en de palmproducten (gericht op de menselijke gezondheid);
  • Vergroting van de weerbaarheid: het vergroten van de weerbaarheid van toekomstige gewassen, als een belangrijke stap in het versterken van de capaciteit voor aanpassing aan klimaatverandering.# DE PRIORITEITEN VAN SIPEF INZAKE INNOVATIE EN VROEGTIJDIGE TOEPASSING ZIJN:

  • Investeren in onderzoek en ontwikkeling (O&O) om vooruitgang mogelijk te maken naar duurzaam en optimaal landgebruik, efficiënte productie, hoogwaardige producten en veerkrachtige gewassen

  • Testen en toepassen van nieuwe principes en praktijken
  • Flexibel en aanpasbaar blijven om strategische en marktverschuivingen te kunnen verwerken

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Activiteiten van SIPEF

Verdant Bioscience Pte Ltd

SIPEF heeft strategische investeringen gedaan in Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS) en erkent het aanzienlijke potentieel voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) en innovatie dat uit dit partnerschap voortvloeit. Deze samenwerking versterkt de verdere inzet om innovatie en voortdurende verbetering te blijven aanmoedigen en om nieuwe technologie in een vroeg stadium toe te passen. Momenteel zijn er drie belangrijke domeinen waarin onderzoek en ontwikkeling plaatsvinden die een aanzienlijk potentieel hebben om de palmolieproductie te verbeteren:

  • Ontwikkeling van verbeterde gewasvariëteiten;
  • Vergroting van genetische weerstand en veerkracht van de gewassen;
  • Verbetering van agronomische en gewasbeschermingspraktijken, met inbegrip van vroegtijdige toepassing van nieuwe technieken gericht op bodemgezondheid en regeneratieve praktijken.

Noot: Deze scope omvat geen genetische wijziging.

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Verdant Bioscience Pte Ltd

F1-hybride-oliepalmvariëteiten

VBS blijft haar kernstrategie voor de ontwikkeling en levering van hoogrenderende en in het veld geteste F1-hybride-variëteiten voor de oliepalmindustrie verderzetten. Gezien de toenemende wereldwijde vraag naar plantaardige olie, zonder de mogelijkheid om het oliepalmareaal uit te breiden, lijkt het verbeteren van het rendement per landeenheid de beste oplossing. F1-hybriden beloven een mogelijke verdubbeling van het rendement per hectare, waardoor het risico op verdere ontbossing en biodiversiteitsverlies wordt beperkt.

In 2021 begon VBS haar veldproefprogramma met het planten van 31 F1-hybride-kruisingen. Vervolgens werden in 2022 nog eens 42 kruisingen op proef geplant. En in 2023 werden nog eens 161 F1-hybride-kruisingen op proef geplant. Deze proeven moeten ervoor zorgen dat de F1-hybride-kruisingen van VBS robuust in het veld zijn getest voordat ze worden geselecteerd en op de markt gebracht. De registratie van de oogst/opbrengst van de eerste F1-hybride proef is van start gegaan in januari 2024.

Verbetering van weerstand en veerkracht

De zaailingen van F1-hybride-kruisingen worden in de kwekerij gescreend op ziektetolerantie, droogtetolerantie en variatie in de opname van voedingsstoffen. De kruisingen worden vervolgens in het veld getest in een reeks veldomgevingen op verschillende geografische locaties. Het kweken van genetische tolerantie tegen plagen en ziekten is meestal de meest degelijke gewasbeschermingsstrategie, maar de implementatie ervan kost tijd. VBS ontwikkelt commerciële F1-hybride-kruisingen die hoge opbrengsten opleveren ondanks de veranderende neerslagpatronen als gevolg van de klimaatverandering en in meer marginale omgevingen qua bodemvruchtbaarheid. Elk jaar zullen meer partijen genetisch diverse F1-hybride-kruisingen worden getest voor evaluatie in de plantages van SIPEF om ervoor te zorgen dat de selectie optimaal is voor de plantages en beheerpraktijken van SIPEF. Naast het testen van genetisch diverse kruisingen zal VBS ook kruisingen produceren van ouders met complementaire eigenschappen. Zo worden kruisingen geproduceerd die niet alleen een hoge opbrengst hebben, maar ook tolerant zijn voor ziekten en plagen en/of eigenschappen bezitten die de toekomstige mechanisatie en de oogst vergemakkelijken (vruchtentrossen die laat loskomen van de boom met lange steel). VBS blijft op schema om tegen 2029 volledig geteste F1-hybriden met hoge opbrengst op de markt te kunnen brengen.

Verbetering van de landbouwpraktijken

Een andere prioriteit van VBS is het verstrekken van landbouwkundige aanbevelingen op maat aan SIPEF-plantages, die het hoogste rendement op investering opleveren en tegelijkertijd de gezondheid van de bodem verbeteren. Om dit doel te bereiken worden momenteel veldproeven met meststoffen voor oliepalmen uitgevoerd om meststoehandelingen (belangrijke en minder belangrijke voedingsstoffen) in verschillende omgevingen te testen. De resultaten van de meststofproeven zullen het mogelijk maken de jaarlijkse meststofaanbevelingen voor de SIPEF-plantages verder te verbeteren. Er wordt nu ook meer nadruk gelegd op regeneratieve praktijken die de bodemgezondheid optimaliseren door het beheer van vlinderbloemige gewassen, struiken en bomen om de stikstoin - ding te maximaliseren. Door te streven naar het herstellen van de bodemgezondheid zal er meer waarde worden gewonnen uit zowel organische als anorganische meststoffen (hogere opbrengst per eenheid voedingsstoffen).

Het onderzoek van VBS is gericht op het gebruik van organische meststoffen, zoals compost afkomstig van een mengsel van lege vruchtentrossen (“Empty Fruit Bunches” - EFB) en afvalwater van palmolie-extractiefabrieken (“Palm Oil Mill Effluent” - POME), of alleen EFB wanneer er geen composteringsinstallatie beschikbaar is. Deze organische meststoffen zijn efficiënte meststoffen die langzaam vrijkomen. De toepassing ervan op het veld zal niet alleen de bodemgezondheid verbeteren door de diversiteit en activiteit van de bodemmicroben te vergroten, maar zal ook zorgen voor een betere opname van voedingsstoffen. Bovendien kan deze aanpak het risico op door de bodem overgedragen ziekten beperken.

Verbeteringen in gewasbeschermingspraktijken

Naarmate het onderzoek vordert, promoot VBS geïntegreerde strategieën voor plaag- en ziektebeheer, met een voorkeur voor biologische bestrijdingsmethoden en preventieve maatregelen, met een minimaal gebruik van pesticiden. In omstandigheden waar biologische bestrijding niet werkt, zal VBS alleen doelgerichte pesticiden aanbevelen, specifiek op maat gemaakt om de plaag bestrijden. Zo wordt het gebruik van breedspectrum pesticiden, waar mogelijk, vermeden. Deze aanpak wordt in de hand gewerkt door het gebruik van nauwkeurige applicatietechnieken en het selecteren van formuleringen die het meest geschikt zijn voor de uit te voeren taak.

De ziekte Ganoderma is de belangrijkste Zuidoost-Aziatische oliepalmziekte en veroorzaakt vaak aanzienlijke palmverliezen in de tweede of derde generatie oliepalmen. Daarom werkt VBS samen met SIPEF-plantages om procedures te implementeren die het Ganoderma-inoculum bij herbeplanting verminderen en ook om andere schimmelsoorten toe te passen die antagonistisch zijn tegen Ganoderma-infectie.

SIPEF zal blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling en nieuwe technologieën onderzoeken die de productiemethoden verfijnen en die ervoor zorgen dat SIPEF een voortrekkersrol blijft spelen in de ontwikkeling van de sector in de richting van productie van hoogwaardige palmolie met een laag gehalte aan contaminanten. Flexibel en aanpasbaar blijven om strategische en marktverschuivingen op te vangen blijft voor SIPEF cruciaal op lange termijn.

SIPEF’S PALMOLIEWAARDEKETEN

Als stroomopwaartse speler richten de kernactiviteiten van SIPEF zich op de teelt van oliepalmen, de oogst en de verwerking van verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) tot ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO), palmpitten (“Palm Kernels” - PK) en ruwe palmpitolie (“Crude Palm Kernel Oil” - CPKO).

  • Zaden en planten (inclusief Verdant Bioscience Pte Ltd)
  • Productiemiddelen, bijvoorbeeld meststoffen
  • Machines, diverse materialen en werktuigen
  • Erfpacht van gronden
SIPEF- PLANTAGES ORGANISCHE MESTSTOFFEN INPUTS PLANTAGES VAN LOKALE BOEREN AFVALSTOFFEN FABRIEKEN FFB
SIPEF WERKNEMERS
BESTE BEHEERPRAKTIJKEN EN CERTIFICATIES
Activiteiten derden SIPEF activiteiten
Bestemmingen
SIPEF-producten

HERNIEUWBARE ENERGIE

SIPEF PALMOLIE- EXTRACTIEFABRIEKEN (INCL.PALMPITPLETTERIJEN) SIPEF WERKNEMERS GEMEENSCHAPPEN
SIPEF voorziet werknemers en gemeenschappen van:
* Werkgelegenheid
* Gezondheidszorg
* Huisvesting
* Scholen
* Andere diensten/voorzieningen
KLANTEN RAFFINADERIJEN EN PALMPITPLETTERIJEN BESTE BEHEERPRAKTIJKEN EN CERTIFICATIES
CPO, PK & CPKO OPSLAG/TRANSPORT
* Voedingsindustrie * Eigen tanks op de plantage
* Scheikundige industrie * Tanks in de haven
* Cosmetica-industrie * Transport per truck over land
* Bio-brandstof (lokale verkoop)
* Verscheping in tankers
(export verkoop)
DISTRIBUTIE- KANALEN OPSLAG TRANSPORT KLEINHANDEL CONSUMENTEN
PALMOLIE-EXTRACTIE- + NEVENPRODUCTEN

In de dynamische setting van 2023, werden de oliepalmplantages van SIPEF geconfronteerd met wisselvallig weer, deels beïnvloed door El Niño. In Indonesië hadden de regio's Zuid-Sumatra en Bengkulu te kampen met een droogteperiode, vooral tijdens de maanden augustus en september. De gevolgen hiervan werden enigszins gecompenseerd door de langverwachte regenval in het derde en vierde kwartaal in Noord- en Zuid-Sumatra. De regio Bengkulu had echter nog steeds te maken met een langdurige droogteperiode. Bijgevolg hadden de onstabiele weersomstandigheden een negatieve invloed op de teelt en oogst van verse vruchtentrossen (FFB) van SIPEF en zag de Groep in 2023 over het algemeen een wat kleinere productie dan het jaar voordien. Tegen het vierde kwartaal herstelde de productie in Indonesië zich echter gestaag, gevolgd door een sterke start van het jaar voor de activiteiten in Papoea-Nieuw-Guinea.# PALMOLIE: OPERATIONELE ACTIVITEITEN IN 2023

De flinke stijging van de palmolieproductie in Indonesië met 7,9% in het vierde kwartaal werd jammer genoeg meer dan tenietgedaan door de cyclische productiedaling in Papoea-Nieuw-Guinea in het tweede kwartaal (-17,4%). Deze daling werd nog verergerd door een vulkaanuitbarsting op 20 november, die een deel van de geplante palmen van SIPEF’s plantages en de productie van lokale boeren trof.

In 2023 bereikte de eigen FFB-productie een totaal van 1 417 031 ton vruchten, wat 1,83% lager was dan in 2022. De totale productie van FFB, inclusief die van lokale boeren, bedroeg 1 710 292 ton vruchten, wat 2,37% lager is dan de productie van het jaar voordien. De totale jaarlijkse palmolieproductie van de SIPEF-groep bedroeg 391 215 ton, een daling met 3,2% tegenover het voorgaande jaar.

De focus op evenwichtige groei werd voortgezet in 2023, met de volledige integratie en heropbouw van de Batu Kuda-plantage in de provincie Bengkulu, die grenst aan de bestaande Agro Muko-site van SIPEF. Een totale oppervlakte van 1 512 hectare werd geïntegreerd en 235 hectare werd herbeplant. In Musi Rawas werd nog eens 2 337 hectare herbeplant in overeenstemming met RSPO in 2023, wat de totale oppervlakte op 18 760 hectare bracht. Ten slotte werd ook de herbeplanting van Dendymarker Indah Lestari (DIL) voltooid, waardoor de Groep 28 362 hectare nieuw aangeplante oliepalmarealen in volle groei heeft in Zuid-Sumatra.

Ondanks sommige uitdagingen toonden de operationele teams van SIPEF veerkracht en aanpassingsvermogen, en wisten ze de schommelingen met vastberadenheid en strategische vooruitziendheid te doorstaan. In de toekomst blijft de onderneming zich inzetten voor evenwichtige groei, waarbij mogelijkheden worden onderzocht om de efficiëntie en de schaal te vergroten.

PALMOLIE: OPERATIONELE ACTIVITEITEN IN 2023

Operationele activiteiten in Indonesië

Samen met haar dochteronderneming PT Tolan Tiga Indonesië controleert en beheert SIPEF haar operationele activiteiten in Indonesië via het hoofdkantoor in Medan en drie regionale beheerkantoren in de provincies Noord-Sumatra, Bengkulu en Zuid-Sumatra, waar de plantages en palmolie-extractiefabrieken liggen.

Locaties van plantages en fabrieken in Indonesië

INDONESIË, NOORD-SUMATRA

MATUUR (IN HECTAREN) IMMATUUR (IN HECTAREN) GEMIDDELDE LEEFTIJD OLIEPALMEN FFB GEPRODUCEERD 2023 (TON) FFB GEPRODUCEERD 2022 (TON) RENDEMENT 2023 FFB/HA (TON)
Tolan Tiga groep 11 455 2 496 13,0 282 821 303 925 24,7
Umbul Mas Wisesa groep 9 924 0 14,6 186 328 220 439 18,8
Subtotaal eigen plantages 21 379 2 496 13,7 469 149 524 364 21,9
Lokale boeren NVT NVT NVT 11 116 12 348 NVT
TOTAAL 21 379 2 496 480 265 536 712 22,5

De bedrijfseenheid van Noord-Sumatra, die bestaat uit de groepen Tolan Tiga en Umbul Mas Wisesa (UMW), omvat drie palmolie-extractiefabrieken en vormt een gevestigde activiteit. De Tolan Tiga-groep strekt zich uit over 11 455 hectare volgroeide plantages en 2 496 hectare onvolgroeide plantages, en de UMW-groep omvat 9 924 hectare volgroeide plantages.

In 2023 hadden de activiteiten in de Noord-Sumatra-regio nog steeds te lijden onder de gevolgen van de lange droogteperiode in 2021/2022, die zowel de plantages met minerale als met organische bodem teisterde. Dit resulteerde in lagere opbrengsten, met een totale FFB-productie op minerale plantages van 282 821 ton, een daling van 6,9% ten opzichte van het voorgaande jaar. Evenzo bedroeg de FFB-productie op plantages met organische bodem 186 328 ton, een daling van 15,5% ten opzichte van het voorgaande jaar. Ondanks deze uitdagingen leverde de focus op biologisch bodembeheer bij UMW positieve resultaten op in het derde kwartaal, met een verbetering van 2,4% ten opzichte van het derde kwartaal in 2022.

Wisselende neerslagpatronen, met droge maanden in het tweede kwartaal en veel neerslag in de rest van het jaar, hadden echter een impact op de gewassenteelt en op de productievolumes, vooral in het vierde kwartaal. Bijgevolg sloot de palmolieproductie op plantages met minerale bodem het jaar af met een daling van 7,15%, terwijl de palmolieproductie op plantages met organische bodem met 17,60% daalde. Bovendien werd UMW vanaf september geconfronteerd met extreem natte weersomstandigheden, waardoor ongeveer 50% van de UMW South-plantage onder water kwam te staan.

De omschakeling van rubber naar oliepalm op de plantage van Bandar Pinang, die deel uitmaakt van de Tolan Tiga-groep, is aanzienlijk gevorderd. In 2023 werd 500 hectare oliepalm met succes aangeplant, wat een geslaagde omschakeling betekent van de rubber- naar de oliepalmteelt. De volledige omzetting van rubber naar oliepalm op de hele plantage zal naar verwachting voltooid zijn in 2024.

Daarnaast werd ook het herbeplantingsprogramma binnen de Tolan Tiga-groep voortgezet, met 1 159 hectare die alleen al in 2023 werden aangeplant. Dit brengt het totaal aantal onvolgroeide hectaren van 1 244 in 2022 op 2 496, waardoor de gemiddelde leeftijd van de oliepalmen in de Tolan Tiga-groep daalt naar 13,0 jaar.

INDONESIË, BENGKULU

MATUUR (IN HECTAREN) IMMATUUR (IN HECTAREN) GEMIDDELDE LEEFTIJD OLIEPALMEN FFB GEPRODUCEERD 2023 (TON) FFB GEPRODUCEERD 2022 (TON) RENDEMENT 2023 FFB/HA (TON)
Agro Muko 14 995 3 474 11,4 323 895 330 182 21,6
Mukomuko Agro Sejahtera 2 489 592 9,1 38 481 30 914 15,5
Subtotaal eigen plantages 17 484 4 066 11,1 362 376 361 096 20,7
Lokale boeren 1 083 0 NVT 17 356 17 662 16,0
TOTAAL 18 567 4 066 379 732 378 758 20,5

De regionale bedrijfseenheid Bengkulu bestaat uit de groepen Agro Muko en Mukomuko Agro Sejahtera, met acht plantages en twee palmolie-extractiefabrieken, verspreid over twee subregio’s die elk aan hun eigen fabriek leveren. Het gebied bestaat uit 17 484 hectare volgroeide plantages en 4 066 hectare onvolgroeide plantages.

In 2023 bleef de hoeveelheid geoogste FFB vergelijkbaar met het voorgaande jaar, met 362 376 ton FFB tegenover 361 096 ton FFB, een stijging van 0,4%. Het jaar begon aarzelend, maar werd gecompenseerd door een sterke oogst in het vierde kwartaal (+7,7%). Het hele jaar door had de regio te kampen met zeer weinig neerslag. In de tweede helft van 2023 was er een droogteperiode van vier maanden, met neerslaghoeveelheden onder de 100 mm per maand.

De integratie van de Batu Kuda-plantage werd in december 2023 voltooid, waarbij de herstelwerkzaamheden gestaag vorderden en 235 hectare met succes herbeplant werd. Daarnaast werden de oogstactiviteiten verdergezet op 660 hectare oude aanplant. In 2023 leverden de inspanningen een oogst op van bijna 5 500 ton FFB, een opmerkelijke stijging van 25,7% ten opzichte van het voorgaande jaar. Bovendien werd in 2023 goede vooruitgang geboekt met de bouw van nieuwe infrastructuur, waaronder nieuwe woningen.

INDONESIË, ZUID-SUMATRA

MATUUR (IN HECTAREN) IMMATUUR (IN HECTAREN) GEMIDDELDE LEEFTIJD OLIEPALMEN FFB GEPRODUCEERD 2023 (TON) FFB GEPRODUCEERD 2022 (TON) RENDEMENT 2023 FFB/HA (TON)
Agro Kati Lama 4 022 779 6,2 64 387 55 924 16,0
Agro Rawas Ulu 2 405 205 5,8 35 397 28 862 14,7
Agro Muara Rupit 4 980 3 371 3,3 57 566 40 473 11,6
Dendymarker Indah Lestari 4 646 2 788 3,0 60 815 29 354 13,1
Subtotaal eigen plantages 16 053 7 144 4,1 218 165 154 613 13,6
Lokale boeren 2 313 2 857 NVT 32 377 24 023 14,0
TOTAAL 18 366 10 001 250 542 178 636 13,6

De activiteiten in Zuid-Sumatra zijn onderverdeeld in vier groepen plantages, waaronder de DIL-plantage. De beplante arealen in Zuid-Sumatra bleven uitbreiden met 2 337 hectare tot 18 760 hectare, allemaal in overeenstemming met RSPO. Nu de herbeplanting van DIL is voltooid, heeft de Groep in Zuid-Sumatra 28 362 nieuwe beplante, volgroeide oliepalmarealen (waarvan 5 170 plasma hectare).

In 2023 nam het volume van geoogste FFB toe ten opzichte van het voorgaande jaar, met 218 165 ton FFB tegenover 154 613 ton FFB, een stijging van 41,1%. Zuid-Sumatra had in het derde kwartaal te kampen met zeer droog weer. In augustus en september viel er nauwelijks regen, waardoor de plant- en bemestingsactiviteiten moesten worden stopgezet. Vanaf oktober veranderden de weersomstandigheden en dankzij de overvloedige regenval in november en december kon de vertraging bij het planten worden goedgemaakt.

De herbeplanting van DIL werd in 2023 succesvol afgerond met de volledige herbeplanting van de eigen plantages, in totaal 7 434 hectare. De herbeplanting van het plasma-areaal werd ook voltooid, met een oppervlakte van 2 749 hectare. In 2023 behaalden de plasma-arealen van de DIL-plantage de RSPO-certificering. Het potentieel voor de ontwikkeling van meer dan 3 400 hectare blijft een hele uitdaging, afhankelijk van het vastgestelde potentieel van de oude projecten, maar ook van dat in aangrenzende zones, waar nog steeds mogelijkheden worden ontdekt.

In Indonesië zijn er zes operationele palmolie-extractiefabrieken, met een zevende palmolie-extractiefabriek in aanbouw in Zuid-Sumatra, in Agro Muara Rupit (AMR). De totale eigen productie van palmolie bedroeg 231 569 ton, tegenover 226 611 ton in 2022. Het gemiddelde olie-extractiepercentage (“Oil Extraction Rate”- OER) van de Groep bedroeg 22,9%, een lichte daling tegenover de 23,1% van vorig jaar.# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Activiteiten van SIPEF

In Noord-Sumatra, waar de plantages overwegend volgroeid zijn en een goed rijpingsprofiel hebben, noteerden de drie palmolie-extractiefabrieken (Bukit Maradja, Perlabian en UMW) een stabiele gemiddelde OER, weliswaar iets lager dan vorig jaar. De OER in UMW daalde met 2,15% ten opzichte van 2022, voornamelijk als gevolg van het uitzonderlijk natte weer in het vierde kwartaal. In de drie palmolie-extractiefabrieken ging de extractie van pitten er in 2023 echter op vooruit, na de invoering van een herstelprogramma voor de palmpitten.

Palmolie-extractiefabrieken

INDONESIË, NOORD-SUMATRA

BUKIT MARADJA PERLABIAN UMBUL MAS WISESA
2023 2022 2023 2022 2023
Capaciteit (ton FFB/h) 30 30 55 55 40
Werkelijke verwerkingscapaciteit 29,0 30,3 50,7 54,3 40,2
Verwerkte FFB (ton) 114 090 118 867 176 404 191 668 152 673
Geproduceerde ruwe palmolie (ton) 26 952 28 129 38 865 42 378 34 985
Olie-extractiepercentage (%) 23,62 23,66 22,03 22,11 22,91
Palmpitextractiepercentage (%) 5,20 4,91 5,87 5,82 4,20
Vrije vetzuren (%) (“Free fatty acids” - FFA) 2,59 3,28 2,76 3,60 3,44

INDONESIË, BENGKULU

MUKOMUKO BUNGA TANJUNG
2023 2022 2023 2022
Capaciteit (ton FFB/h) 60 60 30 30
Werkelijke verwerkingscapaciteit 59,7 47,4 32,1 30,5
Verwerkte FFB (ton) 266 301 255 366 107 941 118 469
Geproduceerde ruwe palmolie (ton) 62 574 60 088 23 610 26 530
Olie-extractiepercentage (%) 23,50 23,53 21,87 21,39
Palmpitextractiepercentage (%) 4,12 4,01 5,17 4,82
Vrije vetzuren (%) (“Free fatty acids” - FFA) 2,95 2,72 3,3 3,61

INDONESIË, ZUID-SUMATRA

DENDYMARKER INDAL LESTARI
2023 2022 2023 2022
Capaciteit (ton FFB/h) 60 60
Werkelijke verwerkingscapaciteit 50,9 41,6
Verwerkte FFB (ton) 250 542 162 350
Geproduceerde ruwe palmolie (ton) 57 465 37 742
Olie-extractiepercentage (%) 22,94 23,23
Palmpitextractiepercentage (%) 3,86 3,54
Vrije vetzuren (%) (“Free fatty acids” - FFA) 3,2 3,09

De gemiddelde OER in Agro Muko, verdeeld over twee palmolie-extractiefabrieken, daalde marginaal van 23,2% in 2022 naar 23,0% in 2023, hoewel de palmolieproductie op hetzelfde niveau bleef, met een totaal van 86 185 ton. In de fabriek van Bunga Tanjung werd de tweede ketel vernieuwd, wat naar verwachting in de loop van 2024 tot betere resultaten zal leiden. Daarnaast werd in 2023 in de palmolie-extractiefabrieken van Agro Muko een herstelprogramma voor palmpitten ingevoerd, met opmerkelijke verbeteringen tot gevolg. De gemiddelde OER in Zuid-Sumatra in DIL bedroeg 22,9%, hetzij een daling van 1,34% ten opzichte van 2022. Deze vermindering kan worden toegeschreven aan het langere natte seizoen in het vierde kwartaal, verergerd door technische problemen met de stoomdistributie. Toch kende de productie van ruwe palmolie (CPO) van eigen plantages een aanzienlijke stijging van 55,48%. De totale productie van CPO bedroeg 57 465 ton, een opmerkelijke stijging ten opzichte van de 37 742 ton die in de voorgaande periode werd geproduceerd doordat meer plantages tot volle groei kwamen. De bouw van de fabriek van AMR was belangrijk in de loop van 2023. De voltooiing en ingebruikname ervan wordt verwacht tegen het tweede kwartaal van 2024.

In overeenstemming met de strategische focus van SIPEF werd in 2023 een uitgebreid programma opgestart dat gericht is op het verbeteren van de kwaliteit van de oliën die door de palmolie-extractiefabrieken van de Groep worden geproduceerd. Er zijn verschillende belangrijke initiatieven uitgevoerd, met een sterke nadruk op het verminderen van contaminanten zoals chloride, MOSH/MOAH en GE. Meer bepaald werd in 2023 een wasinstallatie geïnstalleerd in de Mukomuko-fabriek, die met succes werd voltooid. De eerste resultaten zijn veelbelovend: de fabriek heeft een chloridegehalte van minder dan 2,5 ppm bereikt. Verder zijn er inspanningen geleverd om alle smeermiddelen om te schakelen naar voedselveilige standaarden, in lijn met SIPEF’s verbintenis tot kwaliteit en veiligheid. Daarnaast is er een overkoepelend kwaliteitsprogramma opgesteld, dat zich richt op het verbeteren van de controle op kritieke punten in het maalproces.

In overeenstemming met SIPEF’s strategie om haar uitstoot te reduceren wordt in samenwerking met de KIS Groep in Noord-Sumatra een project gestart voor een bio-CNG-installatie die begin 2025 operationeel zou moeten zijn. De Bio-CNG-installatie zal het opgevangen methaan gebruiken en dit verder comprimeren tot gas in flessen. Daarnaast zijn er verbeteringen aan de stoomketels en de stoomproductie aan de gang in de palmolie-extractiefabrieken in Noord-Sumatra.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023
55
The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Operationele activiteiten in Papoea-Nieuw-Guinea

Hargy Oil Palms Limited (HOPL) in Papoea-Nieuw-Guinea baat zes oliepalmplantages uit, die verspreid zijn over drie plantages die aan haar drie palmolie-extractiefabrieken leveren, samen met 3 646 gecertificeerde lokale boeren die eveneens aan haar palmolie-extractiefabrieken leveren.

Plantages

Palmolie-extractiefabrieken

West New Britain
Hargy Oil Palms 1
57

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023
Activiteiten van SIPEF

De activiteiten in Papoea-Nieuw-Guinea begonnen het jaar 2023 positief en zetten de prestaties van de afgelopen twee jaar voort met 104 459 ton FFB in het eerste kwartaal. In het tweede halfjaar daalde de productie echter, waardoor zowel de eigen plantages als de omliggende lokale boeren werden getroffen. Het derde kwartaal was bijzonder moeilijk en kende een aanzienlijke productiedaling (22,3% op de eigen plantages) als gevolg van een lager volume FFB en een neerslag die boven het gemiddelde lag. Vooral de Bakada-plantage, die deel uitmaakt van de Pandi estate, had de grootste terugval in FFB, met 20% onder de productie van 2022. Dit kan worden toegeschreven aan de langdurige droogte van vier maanden in 2022. De opbrengst verbeterde echter in het laatste kwartaal van het jaar, met 367 340 ton FFB van eigen productie, hoewel dit 13,5% lager bleef dan het jaar ervoor voor de eigen plantages. De oogst van lokale boeren bedroeg 232 414 ton FFB, of -11,3% ten opzichte van 2022.

Na twee jaar van droogte in Papoea-Nieuw-Guinea werd de neerslag weer normaal, in lijn met het vijftien-jaarlijkse gemiddelde. De neerslag was gelijkmatig verdeeld over het jaar, met bovengemiddelde neerslag in het midden van het jaar en relatief droge periodes tijdens het regenseizoen.

In de afgelopen drie jaar hebben de herbeplantingen aanzienlijke vooruitgang geboekt, met een herbeplanting van 1 845 hectare. Hierdoor is de gemiddelde leeftijd van de palmen in de HOPL-plantages gedaald tot 10,5 jaar. Bovendien is de transportsituatie in 2023 verbeterd met de komst van nieuwe vrachtwagens ter plaatse. Deze vrachtwagens hebben een cruciale rol gespeeld in de ondersteuning van de operaties en het vergemakkelijken van het oogsten op de eigen plantages en bij de plantages van lokale boeren.

Het herbeplantingsprogramma voor lokale boeren bleef doorgaan, met eind augustus 234 hectare herbeplanting en een jaarlijkse doelstelling van 500 hectare. Daarnaast heeft de overheidssteun aan de lokale boeren van HOPL, met name in de vorm van financiering voor zaailingen, een extra impuls gegeven aan het herbeplantingsprogramma, zodat de continuïteit en het succes ervan verzekerd zijn. In samenwerking met de gemeenschappen en lokale boeren heeft HOPL ook een nieuw project opgestart, dat helpt bij de beoordeling van de “High Conservation Value” and High Carbon Stock Approach (HCV-HCSA) assessment op het niveau van het district, ter ondersteuning van de planning van het landgebruik en om te bepalen welke zones volgens de RSPO-richtlijnen kunnen worden verbouwd.

Plantages

PAPOEA-NIEUW-GUINEA, WEST NEW BRITAIN MATUUR (IN HECTAREN) IMMATUUR (IN HECTAREN) GEMIDDELDE LEEFTIJD OLIEPALMEN FFB GEPRODUCEERD 2023 (TON) FFB GEPRODUCEERD 2022 (TON) RENDEMENT 2023 FFB/HA (TON)
Hargy estate 4 413 0 11,0 134 558 134 341 33,4
Navo estate 5 307 1 244 9,5 157 216 182 178 33,4
Pandi estate 2 584 0 10,5 75 565 86 901 33,6
Subtotaal eigen plantages 12 305 1 244 10,2 367 339 403 420 33,4
Lokale boeren 13 664 1 143 16,4 232 414 254 356 18,3
TOTAAL 25 969 2 387 599 753 657 776 25,3

58
The connection to the world of sustainable tropical agriculture

De vulkaanuitbarsting op 20 november van Mt Ulawun, gelegen ten noorden van de plantages van de Groep en de omliggende lokale boeren, heeft de activiteiten aanzienlijk verstoord. De onmiddellijke aandacht ging volledig uit naar de veiligheid van personen en de bescherming van eigendommen. Dankzij een efficiënte evacuatie van de arbeiders en de gemeenschappen vielen er geen gewonden of doden. De impact op de plantages en de infrastructuur was echter enorm. Op de Navo-plantage werd 3 565 hectare van de in totaal 13 559 beplante hectare getroffen en moest worden hersteld, waaronder het schoonmaken en snoeien van ingezakte bladeren. Hoewel er aanvankelijk een impact zal zijn, zullen de teams dankzij de ervaring die ze tijdens de eerste uitbarsting in 2019 hebben opgedaan, het schoonmaakproces doeltreffend kunnen beheren. Naar verwachting zal het hele schoonmaakproces eind april 2024 voltooid zijn, slechts zes maanden na de uitbarsting. Naar schatting zal het ongeveer twee jaar duren voor het herstel volledig is, maar de focus op heropbouw zal doorgaan.# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Activiteiten van SIPEF

Palmolie-extractiefabrieken

PAPOEA NIEUW GUINEA WEST NEW BRITAIN HARGY NAVO BAREMA TOTAAL
2023 2022 2023 2022 2023 2022 2023
Capaciteit (ton FFB/h) 45 45 50 50 45 45 140
Werkelijke verwerkingscapaciteit 44,6 45,1 49,8 50,5 45,0 44,0 139,4
Verwerkte FFB (ton) 78 607 70 655 181 666 214 701 107 067 117 844 367 340
Verwerkte FFB lokale boeren (ton) 91 214 103 306 44 037 46 931 97 162 104 119 232 413
Geproduceerde ruwe palmolie (ton) 40 561 43 321 55 598 66 804 50 604 56 517 146 763
Olie-extractiepercentage (%) 23,88 24,89 24,64 25,58 24,74 25,50 24,46
Vrije vetzuren (%) (“Free fatty acids” - FFA) 3,40 3,06 4,16 4,06 4,18 4,13 3,96
Geproduceerde ruwe palmpitolie (ton) 8 337 8 946 12 493 13 802 10 400 11 168 31 230
Geproduceerde palmpitten (ton) 3 318 3 646 NVT NVT 9 094 9 715 12 412
Palmpitextractiepercentage (%) 4,91 5,14 5,54 5,29 5,09 5,04 5,21
Palmpitolie-extractiepercentage (%) 1,95 2,09 NVT NVT 2,11 2,01 2,07

In West New Guinea zijn er drie palm-olie-extractiefabrieken: Hargy, Barema en Navo. Zowel Barema als Hargy zijn uitgerust met een palmpitpletterij. De palmolie-extractiefabrieken kregen aan het begin van het jaar te maken met problemen door vertragingen in het vervoer vanaf eind 2022, die duurden tot in de eerste maand van 2023. Deze vertragingen leidden tot een achterstand in de oogst, waardoor de verwerking vertraging opliep en de levering van de oogst en het gehalte aan vrije vetzuren (“Free Fatty Acids - FFA) werden beïnvloed. Gelukkig was de situatie in maart genormaliseerd. Wat de opbrengst betreft, daalde de OER in 2023 met 3,41% tot een gemiddelde van 24,5%, vergeleken met 25,3% in 2022. Daarnaast werd in totaal 12 412 ton PKO geproduceerd, een daling van 7,10% ten opzichte van 2022. In 2022 werd een programma opgestart om de Navo-fabriek te moderniseren, met als doel de capaciteit te verhogen tot 60 ton per uur. De belangrijkste werken werden in de loop van 2023 uitgevoerd, waaronder de installatie van een nieuwe turbine en een ketel, en de vervanging en uitbreiding van sterilisatoren. Daarnaast werden een vierde sterilisator, een pers voor lege trossen en een hakselaar geïnstalleerd als onderdeel van de modernisering. Deze verbeteringen zijn niet alleen bedoeld om de verwerkingscapaciteit te verhogen, maar ook om meer biomassa te genereren voor de ketel, waardoor die minder afhankelijk is van dieselgeneratoren en langer kan werken. Ook is het project voor de uitbreiding van het losplatform van de palmolie-extractiefabriek in 2023 van start gegaan en de voltooiing is gepland voor 2024. Na voltooiing van het project zal de fabriek volledig klaar zijn voor de beoogde capaciteit van 60 ton per uur. Als onderdeel van het strategische programma om vervuiling tegen te gaan zijn alle palmolie-extractiefabrieken met succes overgeschakeld van normale smeermiddelen op smeermiddelen van voedselkwaliteit (H1). Naast de omschakeling van smeermiddelen is er een gezamenlijke inspanning om de oliestromen te splitsen, met de uitrol in de Barema-palmolie-extractiefabriek. Dit omvat de scheiding van oliestromen, waarbij de fabriek toewerkt naar een primaire productiestroom voor CPO en een secundaire stroom met lagere specificaties (hogere FFA), geschikt voor technische toepassingen.

Palmolie

De palmolieproducten van SIPEF worden voor honderd procent verkocht op de lokale markt in Indonesië en op de Europese markt. De klanten van SIPEF zijn raffnaderijen. Afhankelijk van hun toeleveringsketen kan de olie gebruikt worden in de voedingsindustrie, de oleochemische industrie of voor de productie van groene energie (biodiesel). De klanten van SIPEF zijn partijen die een duurzame toeleveringsketen willen, een voorkeur hebben voor het gebruik van gecertificeerde en traceerbare producten en bereid zijn om de premies voor dergelijke producten te betalen.

In 2023 kende de palmoliemarkt een periode van relatieve stabiliteit, waarbij de palmolieprijzen voornamelijk de trends volgden van andere markten voor plantaardige oliën en van de gasolieprijzen. Hoewel de prijzen lager waren dan in 2022, bleven de gemiddelde prijsniveaus voor 2023 historisch hoog. De palmolieproductie leek tijdens het jaar te stagneren, waarbij de Maleisische productie grotendeels gelijk bleef ten opzichte van 2022 en de Indonesische productie slechts een kleine groei vertoonde. Deze stagnatie kan worden toegeschreven aan verschillende factoren, waaronder een verouderend boomprofiel met dus lagere opbrengsten, een gebrek aan herplantingen en een beperkte ontwikkeling van nieuwe plantages. Het tijdperk van consistente groei in de palmolieproductie over de afgelopen twee decennia lijkt tot een einde te zijn gekomen. Een voortdurende vermindering van de voorraden werd opgemerkt in Indonesië, omdat het mengen van binnenlandse biodiesel tot B35 volledig werd geïmplementeerd en zo meer dan tien miljoen ton per jaar werd verbruikt.

Biobrandstof in het algemeen was een grote groeimotor in 2023, met de Verenigde Staten (VS) en Indonesië als stuwende naties, maar ook Brazilië, Maleisië en andere landen waar plantaardige olie wordt geproduceerd, zagen groeiende cijfers. In de VS kenden vooral de met waterstof behandelde plantaardige oliën (“Hydrotreated Vegetable Oils”– HVO) een spectaculaire groei. Tegelijkertijd was er een enorme toename van de stromen afvalolie en gebruikte frituurolie (“Used Cooking Oil”– UCO) naar de EU, en in mindere mate de VS, voornamelijk afkomstig uit China. Afvalstromen komen in aanmerking voor dubbeltelling in koolstofcompensaties in de EU. Dit volume verving raapzaadolie dat, in tegenstelling tot afvalstromen, alleen in aanmerking komt voor enkeltelling. Zowel overheden als bepaalde certificeringsinstanties zijn een onderzoek gestart naar deze ‘plotselinge toename’ van het afvalaanbod. Hierdoor werd een aanzienlijk deel van deze stromen naar de EU gestopt; als gevolg hiervan was er echter een overaanbod van raapzaadolie.

2023 kan worden beschouwd als een jaar met nogal ongewone prijsontwikkelingen. Zonnebloemolie en raapzaadolie stonden lange tijd bekend als duurdere producten en leken een onaflankelijke koers te volgen. De oorlog tussen Rusland en Oekraïne en de toevloed van de afval- en UCO-stromen naar Europa hadden echter een grote invloed op de handelsstromen. Deze twee vloeibare oliën moesten marktaandeel terugwinnen, en dus moesten ze gaan concurreren met sojaolie en palmolie en werden ze met korting verhandeld. In dat opzicht presteerde palmolie vorig jaar het best, wat wordt bevestigd door het evenwicht tussen vraag en aanbod. Het weer speelde ook een rol. Na La Niña, dat 2022 in haar greep hield, verschenen in 2023 El Niño- weerpatronen. In september en oktober 2023 was het beslist warm en droog weer in Zuidoost-Azië, maar dat sloeg al snel om in nat weer later in het jaar. De onmiddellijke gevolgen waren mild en het valt nog af te wachten wat de impact op de productie van 2024 zal zijn. In Zuid-Amerika waren er zeker droge perioden die een impact hadden op de sojaoogst, maar over het algemeen wordt een recordoogst verwacht omdat het areaal in Brazilië aanzienlijk is uitgebreid. Vergeleken met 2022 heeft de overheid in de palmproducerende landen vorig jaar weinig ingegrepen. De “Domestic Market Obligation” (DMO) leek redelijk goed te werken, er waren steunprogramma’s voor herbeplanting voor lokale boeren en het B35-mandaat werd behaald. In Indonesië ging de aandacht van de politiek uit naar de verkiezingen van 2024. De gemiddelde prijs voor CPO CIF Rotterdam in 2023 was USD 955 tegenover een gemiddelde van USD 1.295 in 2022, een daling van 26%. Historisch gezien waren dit zeer goede prijzen.

AFZETMARKTEN: PALMOLIE

Palmpitolie

De markt voor laurische oliën, de generische term voor palmpitolie (“Palm Kernel Oil - PKO) en kokosolie, kende waarschijnlijk het saaiste prijsvormingsmecha- nisme in meer dan een decennium. Het hele jaar werd PKO verhandeld tegen dezelfde prijs als of met een korting van USD 50 op palmolie. Kokosolie had een meerwaarde van ongeveer USD 100 ten opzichte van PKO. De gemiddelde prijs van PKO CIF Rotterdam in 2023 was USD 950 tegenover een gemiddelde van USD 1.500 in 2022, een daling van 37%. De vraag, vooral van de oleochemische industrie, was gewoon zeer laag en als gevolg daarvan stapelden de voorraden van palmpitten en PKO zich op in de tweede helft van 2022 en de eerste helft van 2023. De oleochemische markt werd enerzijds getroffen door hoge energiekosten die de rendabiliteit ondermijnden en anderzijds door onzekere macro-economische omstandigheden, vooral in China, wat een rechtstreekse negatieve impact had op de vraag. Omdat PKO relatief goedkoop was, won het langzaam wat marktaandeel terug. Dat was echter niet voldoende om een eigen koers te vinden, waardoor PKO tot het einde van het jaar in de schaduw bleef van haar zusterproduct palmolie.

SIPEF’S BANANENWAARDEKETEN

  • In vitro bananenplanten
  • Productiemiddelen (bijv.# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Activiteiten van SIPEF

SIPEF BANANEN

  • Machines, diverse landbouwwerktuigen en gereedschap
  • Elektriciteit van het publieke net voor irrigatie van de velden en in de verpakkingsstations
  • Langlopende erfpachten en grond in eigendom van het bedrijf

ORGANISCHE MESTSTOFFEN (5)

INPUT DOOR DERDEN

INPUTS AFVAL VAN HET VELD+ SIPEF WERKNEMERS

BESTE BEHEERPRAKTIJKEN EN CERTIFICATIES

TRANSPORT VAN GROENE BANANEN (1)

(1) Per kabelbaan en tractor
(2) In kartonnen dozen en in IFCO-kratten
(3) Transport naar Afrika (over land): vanuit de plantage met koelwagens
(4) Verscheping naar Europa en Afrika (over zee): in koelcontainers
(5) Hergebruik van cacaodoppen en lege palmvruchtentrossen van derden en van eigen bananenstengels en lege bananentrossen

De activiteiten van SIPEF in de productie van bananen richten zich op de teelt, de oogst en het transport van trossen groene bananen. Vanuit de verpakkingsstations worden de bananen van SIPEF verkocht aan rijpings- en distributiecentra in de consumptiemarkten.

Activiteiten derden

SIPEF activiteiten

Bestemmingen SIPEF-producten

SIPEF BANANEN VERPAKKINGSSTATIONS diagram

  • Opslagplaatsen
  • Rijpingsdepots
  • Transport per koelwagen (3)
  • Transport per koelcontainer (4)

(6) Recycleren van eigen bananenstengels en lege bananentrossen
(7) Aangekochte, lokaal geproduceerde kartonnen dozen en paletten die op de plaats van bestemming worden gerecycleerd en herbruikbare IFCO-kratten

SIPEF voorziet werknemers en gemeenschappen van:
* Werkgelegenheid
* Gezondheidszorg
* Huisvesting
* Scholen
* Andere diensten/ voorzieningen

BANANEN: OPERATIONELE ACTIVITEITEN IN 2023

Elk jaar is het eerste semester de belangrijkste periode voor de bananenproductie. Dit semester komt ook overeen met de beste marktomstandigheden in Europa. Het begin van 2023 werd echter beïnvloed door de Harmattan, die ’s nachts abnormaal lagere temperaturen en overdag drogere omstandigheden veroorzaakte dan in voorgaande jaren. Het tweede semester was dan weer natter dan het jaar voordien.

Op 31 december 2023 bedroeg de bananenproductie voor de export naar de Europese Unie (EU) en West-Afrika 49 976 ton, een stijging van 27% ten opzichte van 2022. Dit geweldige resultaat kan worden toegeschreven aan het voltooien van de beplanting van het hele areaal in Lumen en de voortdurende ontwikkelingen in Akoudié, die samen zullen zorgen voor een uitbreiding van het areaal met 70%, en het feit dat eind 2023 drie extra verpakkingsstations volledig operationeel waren.

Ondanks deze successen kregen het management en het personeel van Plantations J. Eglin in de loop van 2023 ook te maken met een aantal uitdagingen die met succes werden overwonnen. De opbrengsten van de historische plantages van SIPEF, Motobé, Azaguié en Agboville, waren in 2023 ondermaats, met minder bananentrossen en kleinere bananen dan gewoonlijk. Dit werd enerzijds veroorzaakt door vertragingen in de bevoorrading, met gevolgen voor de verdeling van zowel minerale als organische meststoffen tijdens het eerste semester van 2023. Anderzijds hadden deze plantages ook te kampen met de ‘Zwarte Sigatokaziekte’, die bijzonder ernstig was tijdens het regenseizoen, waardoor om kwaliteitsredenen minder bananen naar de Europese markten konden worden geëxporteerd. Het gevolg was een ongelijke verdeling op de Europese markten in de loop van het jaar en een dalende prijs per ton gedurende ongeveer twee maanden. De plantage van Motobé kreeg ook te maken met een hoge sterfte van de weefselplanten in vergelijking met de andere plantages.

Operationele activiteiten in Côte d’Ivoire

De bananenplantages van SIPEF zijn verspreid over vijf locaties in de zuidelijke Lagunes-regio van Côte d’Ivoire.

  1. Plantations J. Eglin - Azaguié
  2. Plantations J. Eglin - Agboville
  3. Plantations J. Eglin - Motobé
  4. Plantations J. Eglin - Lumen
  5. Plantations J. Eglin - Akoudié

Kaart van de plantages

PLANTAGES

PLANTAGES GEPLANTE OPPERVLAKTE 2023 (IN HA) GEPLANTE OPPERVLAKTE 2022 (IN HA) GËEXPORTEERDE PRODUCTIE 2023 (TON) GËEXPORTEERDE PRODUCTIE 2022 (TON) RENDEMENT 2023 (TON/HA) RENDEMENT 2022 (TON/HA)
Azaguié 340 338 11 702 12 833 34,4 38,0
Agboville 246 233 8 003 9 383 32,5 40,3
Motobé 221 236 6 424 7 543 29,1 32,0
Lumen 291 197 12 676 2 511 43,6 12,7
Akoudié 130 62 2 171 0 16,7 0,0
TOTAAL 1 229 1 066 40 976 32 270 33,3 30,3

Begin 2023 bedroeg de totale beplante oppervlakte 1 066 hectare. Plantations J. Eglin sloot 2023 af met een totale beplante oppervlakte van 1 229 hectare. Op de plantage van Akoudié moet nog 120 hectare beplant worden om het businessplan voor de laatste aankoop van SIPEF te vervolledigen. Deze resterende oppervlakte zal worden voorbereid in 2024.

Vooruitkijkend is het belangrijk om rekening te houden met factoren die een risico kunnen vormen voor de operationele output van SIPEF in de toekomst, en voor de sector in het algemeen. De ‘Panamaziekte’, ook bekend als “Tropical Race 4” (TR4), is een schimmel die plantages in Zuid-Amerika al heeft geteisterd. Door haar resistentie tegen schimmelverdelgers is ze moeilijk te bestrijden. In Afrika werd de ziekte in 2013 vastgesteld in Mozambique, maar de verspreiding is er onder controle. De wereldwijde bananensector maakt zich natuurlijk ernstige zorgen over de ziekte, en de belanghebbenden in Côte d’Ivoire zijn het eens over preventieve maatregelen. Tegelijkertijd hebben onderzoeksinstellingen en productielaboratoria hun inspanningen verdubbeld om bananenvariëteiten te verbeteren of te veranderen met als doel een soort op de markt te brengen die tolerant of zelfs resistent is tegen de schimmel.

Tijdens het laatste kwartaal van 2023 werd de verkoop aan de regionale West-Afrikaanse markten van SIPEF gehinderd door de congestie in de haven van Dakar, de toegangspoort van SIPEF tot de markten van Senegal en Mauritanië. Bijgevolg werd een deel van deze geplande export herbestemd voor de lokale markt in Côte d’Ivoire, zij het tegen een lagere prijs. Tegen het laatste kwartaal van het jaar had Plantations J. Eglin een alternatieve route, over de weg gevonden om zijn regionale markten goed te bereiken.

Verpakkingsstations

Een nieuw verpakkingsstation in de plantage van Akoudié werd succesvol gerenoveerd en in september 2023 in gebruik genomen. Dit station is een aanvulling op de zes reeds bestaande verpakkingsstations van Plantations J. Eglin: vier daarvan bevinden zich in de historische sites van SIPEF, en twee daarvan werden eveneens gerenoveerd en in gebruik genomen in 2022, wat aansloot op de fruitoogst van de twee bijkomende sites van Lumen. Met zeven operationele verpakkingsstations heeft SIPEF een optimaal verpakkings- en exportpotentieel en op korte termijn zal Plantations J. Eglin de capaciteit hebben om zo’n 50 000 tot 60 000 ton bananen per jaar te verpakken en te exporteren. Alle verpakkingsstations van SIPEF werken volgens dezelfde normen op het vlak van uitrusting en bewerkingen om aan alle kwaliteitseisen van de markt te voldoen.

VERPAKKINGSSTATIONS EU CAPACITEIT (TON/DAG) 2023 EU CAPACITEIT (TON/DAG) 2022 REGIONAAL CAPACITEIT (TON/DAG) 2023 REGIONAAL CAPACITEIT (TON/DAG) 2022 LOKAAL CAPACITEIT (TON/DAG) 2023 LOKAAL CAPACITEIT (TON/DAG) 2022 TOTAAL CAPACITEIT (TON/DAG) 2023 TOTAAL CAPACITEIT (TON/DAG) 2022
Azaguié 60 9 904 1 798 2 374 1 100 887 12 802 13 720
Agboville 40 6 926 1 078 1 306 815 788 8 819 10 171
Motobé 40 5 726 699 1 219 1 080 638 7 505 8 181
Lumen 60 10 783 1 893 400 719 131 13 395 2 642
Akoudié 40 1 994 178 0 409 0 2 581 0
TOTAAL 35 332 26 971 5 644 5 299 4 122 45 098 34 714

Wereldwijde bananenmarkten

De wereldwijde bananenexport kende een bescheiden groei in 2023, wat wees op een herstel na de sterke daling in 2022. De wereldwijde bananenexport voor het volledige jaar 2023 bedroeg ongeveer 19,2 miljoen ton, een lichte stijging van 0,3% tegenover 2022.

(1) De meeste wereldwijd bananenexporterende landen zagen hun exportvolumes dalen, terwijl slechts enkele landen een grote stijging zagen. Niettemin bleef de vraag op de belangrijkste wereldwijde invoermarkten op peil, deels als gevolg van de relatieve betaalbaarheid van bananen in vergelijking met andere fruitsoorten.
(2) Zoals gemeld door de voedsel- en landbouworganisatie, “Food and Agricultural Organization” (FAO) hebben verschillende factoren de bananenhandel in 2023 beïnvloed (3):
* Productietekorten als gevolg van ongunstige weersomstandigheden in verschillende belangrijke producerende landen;
* Hoge kosten voor meststoffen in 2022 en begin 2023, die de productiviteit en kwaliteit van de bananenteelt in de eerste helft van het jaar nadelig beïnvloedden;
* Verliezen en extra uitgaven door de verspreiding van plantenziekten, met name de “Banana Fusarium Wilt” veroorzaakt door TR4. Hierdoor waren de producenten en exporteurs niet in staat om voldoende bananen te leveren aan de invoermarkten en om te voldoen aan de kwaliteitsnormen die door verschillende belangrijke gebieden worden vereist.

Met name in de EU en de Verenigde Staten van Amerika (VS) heeft het lagere aanbod van bananen, in combinatie met een grote vraag, de prijs van bananen aanzienlijk doen stijgen. Relatief gezien bleven bananen echter betaalbaar in vergelijking met andere fruitsoorten.# In 2023 bleef de netto-invoer door de EU-27, de grootste importeur van bananen wereldwijd, en het Verenigd Koninkrijk (VK) relatief stabiel, wat neerkomt op een volledig jaar van 5 794 000 ton (4). De productie van bananen voor Europa bedroeg 661 487 ton in 2023, een stijging van ongeveer 16% ten opzichte van 2022. (5)

AFZETMARKTEN: BANANEN

(1) Food and Agriculture Organization of the United Nations ‘Banana Market Review Preliminary results 2023’, Table 1, p.9 Bron: www.fao.org/3/cc9120en/cc9120en.pdf
(2) Ibid
(3) Ibid
(4) Food and Agriculture Organization of the United Nations ‘Banana Market Review Preliminary results 2023’, Table 2 p.10 Bron: www.fao.org/3/cc9120en/cc9120en.pdf
(5) Food and Agriculture Organization of the United Nations ‘Banana Market Review Preliminary results 2023’, Figure 1 p.2 Bron: www.fao.org/3/cc9120en/cc9120en.pdf

70 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Marktstrategie voor bananen

De commerciële strategie van SIPEF is dezelfde gebleven als de voorbije jaren, met een focus op het blijven leveren aan de Europese markt van nicheproducten van hoge kwaliteit, zoals voorverpakte bananen en bananen getransporteerd in herbruikbare plastic IFCO-kratten. Deze aanpak stelt de Groep in staat om jaarcontracten af te sluiten, verkoopprijzen te garanderen en klanten de gevraagde volumes te leveren. In 2023 werd 86% van de door Plantations J. Eglin geëxporteerde volumes afgezet in Europa en het Verenigd Koninkrijk. Voor deze regio’s is het Fairtrade-label, waarvoor 100% van de SIPEF-bananen gecertificeerd zijn, van bijzonder belang voor de klanten. Dit label maakt de bijdragen van SIPEF aan het welzijn van zijn werknemers en de omliggende gemeenschappen geloofwaardig voor de markten. Met een verkoop van 60% van de volumes in 2023 blijft het VK een favoriete bestemming voor SIPEF. Hoewel het VK geen lid is van de EU-27, blijven de invoerregels dezelfde als binnen de EU: bananen afkomstig uit de Afrika, Caraïben en Stille Oceaan (ACS)-regio’s, waaronder Côte d’Ivoire, blijven vrij van invoerrechten, terwijl bananen uit de dollarzone, zoals Latijns-Amerika, onderworpen zijn aan een douanetarief van EUR 75,00 per ton. De klanten van SIPEF in de EU werden verder bevoorraad met koelcontainers met verschillende wekelijkse afvaarten van- uit Abidjan naar de havens aan de Atlantische kust, telkens met een transittijd van +/- 14 dagen. De leveringen van SIPEF aan de West-Afrikaanse markten werden voortgezet over zee met bananen verpakt in koelcontainers, en over land met koelwagens. Senegal, Mauritanië en Mali zijn de drie belangrijkste bestemmingen van SIPEF in de regio, in 2023 goed voor ongeveer 14% van de geëxporteerde volumes. In de toekomst worden deze markten steeds dynamischer door een constante stijging van de koopkracht van de lokale bevolking en de oprichting van internationale standaar distibutienetwerken in de hoofdsteden en grote steden van West-Afrikaanse landen.

71 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Activiteiten van SIPEF

UITFASERING VAN RUBBER EN THEE

Sinds 2021 bouwt SIPEF haar activiteiten in natuurrubber en thee af. Twee van de drie rubberplantages, die ook geschikt waren voor oliepalm, worden omgevormd tot olie- palmplantages. Vooraf moest er RSPO-goedkeuring worden verkregen en dienden alle vereisten van de RSPO “Nieuwe Planting Procedure” (NPP) worden toegepast. Daarnaast omvat de omschakeling ook de sluiting van de kwekerijen, het stopzetten van de herplantingsinspanningen en het onderhoud van de overblijvende arealen. In lijn met dit uitfaseringsproces bleef de rubberproductie dalen tot minder dan 1 000 ton in 2023. Tegen eind 2027 zou de omschakeling naar volgroeide en cashge- nererende oliepalmplantages voltooid moeten zijn. In mei 2021 tekende PT Tolan Tiga Indonesië de overeenkomst met betrekking tot de voorwaardelijke verkoop van PT Melania, die de derde rubberplantage en de theeplantage van de Groep bezit, aan de Shamrock Groep. PT Tolan Tiga Indonesië werkt momenteel aan de HGU hernieuwingen om de verkoop definitief af te ronden. In tegenstelling tot de situatie van MAS Palembang (de rubberplantage), wordt de Cibuni-plantage (de theeplantage) nog steeds beheerd door PT Tolan Tiga / SIPEF. Het totale uitfaseringsproces zal in 2024 worden voortgezet. In 2023 was slechts 1% van de inkomsten van SIPEF afkomstig van de overblijvende productievolumes van rubber en thee in Indonesië. Als gevolg van de voorwaardelijke verkoop aan de Shamrock Groep, zijn de cijfers van de rubber- en theeactiviteiten onder MAS Palembang en Cibuni sinds 2021 niet langer opgenomen in de geconsoli- deerde rekeningen.

72 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

73 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Activiteiten van SIPEF

Duurzaamheid bij SIPEF

SIPEF’s benadering van duurzaamheid weerspiegelt het top-down engagement van de Vennootschap om een positieve impact te stimuleren op het milieu, de maatschappij en de lokale economieën. Voor SIPEF betekent dit een verantwoord beheer van plantages en activitei- ten, strenge eisen voor alle nieuwe ontwikkelingen, inzet voor het respecteren van mensenrechten en het genereren van werkgelegenheid, en ontwikkelingskansen in de landelijke of afgelegen gebieden waar ze actief is.

  • Productie-efficiëntie
  • Operationele uitmuntendheid
  • Hoogwaardige, duurzame, traceerbare gecertificeerde producten
  • Innovatie en vroegtijdige toepassing

ZAKELIJKE HEFBOMEN DUURZAAMHEIDSHEFBOMEN

  • Milieubeheer
  • Respect voor werknemers en gemeenschappen
  • Verantwoord beheer van de toeleveringsketen
  • Goed zakelijk gedrag

In het licht van SIPEF’s Strategie voor Evenwichtige Groei omkaderen vier hefbomen de duurzaamheidsaanpak van de Groep, die zijn activiteiten op het gebied van milieu, maatschappij en goed bestuur aansturen.

74 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Duurzaamheid en zakelijke hefbomen: complementair en onderling verbonden

De duurzaamheidshefbomen van SIPEF vormen een aanvulling op en werken samen met de vier belangrijkste hefbomen van de bedrijfsstrategie, om ervoor te zorgen dat duurzaamheid ingebed is in de strategische besluitvorming, de bedrijfsactiviteiten, de werknemersbetrokkenheid en de relaties in de waardeketen van SIPEF. Een goed voorbeeld hiervan is de zakelijke hefboom voor duurzame, traceerbare en gecertificeerde producten van hoge kwaliteit, die aansluit bij de operationele, markt- en duurzaamheidsdoelstel- lingen van SIPEF.



Al deze elementen hebben tot doel de marktpositie van SIPEF te versterken, langdurige klantenrela- ties te bevorderen en haar concurrentievoordeel te vergroten bij het bedienen van markten die vragen om kwaliteitsvolle, geverifieerd duurzame en traceerbare landbouwproducten.

    

Traceerbaarheid en duurzaamheidscertificering blijven ook van fundamenteel belang voor SIPEF bij het implementeren van haar duurzaamheidsaanpak en -strategie. Ze dwingen goede duurzaamheids- praktijken af, stimuleren voortdurende verbetering en voorzien een solide basis voor transparantie en verantwoording. De voortdurende inzet voor een duurzaam beheer is een transformatief traject, en certificering en traceerbaarheid spelen een sleutelrol bij het aansturen van dit proces. Een overzicht van SIPEF’s benadering van tra- ceerbaarheid en duurzaamheidscertificering, en updates over de voortgang in 2023, vindt u in het hoofdstuk activiteiten van SIPEF op pagina’s 26-73.

75 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Duurzaamheid bij SIPEF

MATERIALITEIT

De materialiteitsevaluatie heeft een belangrijke rol gespeeld bij het vormgeven van de duurzaamheids- prioriteiten en -hefbomen in het kader van de Strategie voor Evenwichtige Groei van SIPEF. Het proces onder- steunt SIPEF bij het identificeren en prioriteren van de belangrijkste ecologische, sociale en governancekwesties en -doelen op basis waarvan de duurzaamheidspro- gramma’s en rapportageactiviteiten van de Groep blijven groeien en zich ontwikkelen.

Het evoluerende materialiteitstraject van SIPEF

Sinds de eerste materialiteitsevaluatie in 2017 is SIPEF blijven leren en evolueren in haar materia- liteitstraject. In 2021 richtte de materialiteitseva- luatie van de Groep zich op het versterken van het overleg met de stakeholders, waarbij meer dan 40 interne en externe stakeholders via een enquête werden bevraagd over een selectie van thema’s op ecologisch, sociaal en governancegebied. De enquête leverde 22 materiële thema’s op, waarvan er 12 werden geëvalueerd als ‘prioritair’. In 2022 werd de volledige lijst van materiële the- ma’s herzien en werd het evaluatieproces verder ontwikkeld met de steun van onaankelijke con- sultants. Naast een desktopbenchmarkinganalyse werden er in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea fysieke workshops gehouden met de regionale duurzaamheidsteams van SIPEF en andere interne stakeholders. De methodologie voor de workshops was geïnspireerd op de materialiteitsprincipes en richtlijnen van het “Global Reporting Initiative” (GRI). De resultaten werden gebruikt om de 22 the- ma’s te consolideren in 13 grote aandachtsgebieden en om lokale context te geven aan de impact van de palmolieactiviteiten van SIPEF.Meer details over de evaluaties van 2021 en 2022 zijn te vinden in SIPEF’s Duurzaamheidsverslag 2021 en Geïntegreerd Jaarverslag 2022, die beschikbaar zijn op de website van de Vennootschap:
• www.sipef.com/hq/investors/annual-reports

MATERIËLE ONDERWERPEN 2023

BELANGRIJKHEID RELEVANTE HEFBOMEN
1 Klimaatverandering PRIORITEIT HOOG - Milieubeheer
2 Rechten van gemeenschap en gemeenschapsontwikkeling PRIORITEIT HOOG - Respect voor werknemers en gemeenschappen
3 Gezondheid en veiligheid PRIORITEIT HOOG - Respect voor werknemers en gemeenschappen
4 Mensenrechten en arbeidsnormen PRIORITEIT HOOG - Respect voor werknemers en gemeenschappen
5 Beheer toeleveringsketen PRIORITEIT HOOG - Verantwoord beheer van de toeleveringsketen
6 Duurzaam landgebruik en -behoud PRIORITEIT HOOG - Productie-efficiëntie; Milieubeheer
7 Operationele efficiëntie PRIORITEIT HOOG - Operationele uitmuntendheid
8 Productiviteit en kwaliteit PRIORITEIT HOOG - Productie-efficiëntie; Hoogwaardige, duurzame, traceerbare en gecertificeerde producten
9 Bestrijding van omkoping en corruptie BELANGRIJK GEMIDDELD - Goed zakelijk gedrag
10 Corporate Governance BELANGRIJK GEMIDDELD - Goed zakelijk gedrag
11 O&O and innovatie BELANGRIJK GEMIDDELD - Innovatie en vroegtijdige toepassing
12 Duurzaamheidsnormen en certificering BELANGRIJK GEMIDDELD - Hoogwaardige, duurzame, traceerbare en gecertificeerde producten
- Milieubeheer
- Respect voor werknemers en gemeenschappen
13 Voedselveiligheid BELANGRIJK GEMIDDELD - Hoogwaardige, duurzame, traceerbare en gecertificeerde producten
- Innovatie en vroegtijdige toepassing

Belangrijke thema’s voor SIPEF in 2023

In 2023 is de lijst met belangrijke thema’s nog steeds even relevant en grotendeels ongewijzigd. Er is slechts één aanpassing gedaan aan het belangrijkheidsniveau van ‘Voedselveiligheid’, dat is verhoogd van lage prioriteit naar gemiddelde prioriteit. Deze aanpassing strookt met de strategische prioriteit en ambitie van de Groep om nieuwe technologieën in te voeren en een pionier te zijn in de productie van ruwe palmolie van hoge kwaliteit, en zo te voldoen aan de vraag van specifieke premiumklanten en -markten. Deze thema’s bleven het werkplan en de activiteiten van SIPEF op duurzaamheidsgebied aansturen tijdens het verslagjaar. De manier waarop de Groep de risico’s en de gevolgen van elk van deze onderwerpen aanpakt, wordt beschreven in de verschillende hoofdstukken van dit verslag.

Duurzaamheid bij SIPEF

Vooruitgang inzake dubbele materialiteit

In 2023 startte SIPEF met de voorbereidingen voor haar groepswijde dubbele-materialiteitsevaluatie, een essentiële stap om te voldoen aan de “Corporate Sustainability Reporting Directive” (CSRD) van de. Deze evaluatie volgt de vereisten van de “European Sustainability Reporting Standards” (ESRS) en zal SIPEF helpen om de duurzaamheidskwesties te identificeren die materieel zijn vanuit zowel impact- als financieel perspectief. De belangrijkste activiteiten omvatten:
• een materialiteitsworkshop voor de bananen- activiteiten van SIPEF in Côte d’Ivoire
• op Groepsniveau stakeholders en waardeketens in kaart brengen
• identificatie van de invloed, risico’s en mogelijkheden van de Groep
• impact- en financiële materialiteitsevaluaties
• validatie van de resultaten door het executief comité en de raad van bestuur van SIPEF

Het proces vond plaats in het vierde kwartaal van 2023 en het eerste kwartaal van 2024. Door de nauwe samenwerking tussen de duurzaamheidsteams, de financiële afdeling en een externe consultant voert SIPEF haar bedrijfsrisicobeoordeling en dubbele materialiteitsevaluatie uit in één geïntegreerd proces.

Materialiteitsworkshop bij Plantations J. Eglin in Côte d’Ivoire

In november 2023 hield de bananenproducent van SIPEF, Plantations J. Eglin, een tweedaagse materialiteitsworkshop. De workshop markeerde het begin van de eerste materialiteitsevaluatie van SIPEF voor haar bananenactiviteiten, waarbij de nadruk lag op een oplijsting van de belangrijkste stakeholders van Plantations J. Eglin en de belangrijkste invloeden, risico’s en mogelijkheden. Onder de deelnemers bevonden zich het managementteam van het bedrijf, het duurzaamheidsteam en de hoofden van boerderijen en andere afdelingen. De bevindingen van de workshop worden meegenomen in de groepswijde materialiteitsevaluatie. De resultaten zullen ook extra inzicht bieden in de materiële kwesties die momenteel worden aangepakt in de duurzaamheidsprogramma’s van Plantations J. Eglin.

PALMOLIE EN BANANEN: DUURZAAMHEIDSRISICO’S, IMPACT EN MOGELIJKHEDEN MET ELKAAR VERBINDEN

Cruciaal voor de verdere ontwikkeling van SIPEF’s strategie en duurzaamheidsaanpak is de benadering van de duurzaamheidsimpact, -risico’s en -mogelijkheden die verband houden met de sectoren van haar producten. Die zijn vaak onderling verbonden en vereisen een geïntegreerde benadering om effectief te kunnen worden aangepakt. Hieronder volgt een beschrijving van enkele van de belangrijkste onderling samenhangende uitdagingen en mogelijkheden op duurzaamheidsgebied die verband houden met de productie van palmolie en bananen.

Bananen

Bananen zijn ’s werelds favoriete dessertfruit, een basiszetmeelgewas voor miljoenen mensen en een belangrijke bron van inkomsten voor producenten in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. De sector wordt echter geconfronteerd met grote uitdagingen, waaronder belangrijke ecologische en sociale gevolgen van de niet-duurzame productie:
• Milieu: overconsumptie van water, pesticidegebruik, plastic afval en vervuiling van bodem en water
• Sociale gevolgen: arbeidsrechtelijke problemen, oneerlijke handelspraktijken en conflicten over landrechten

Het duurzaam produceren van bananen kan positieve gevolgen hebben voor mens en milieu:
• Sociaal-economische ontwikkeling en verbetering van levensonderhoud: De bananensector biedt werk aan lokale gemeenschappen, vaak in regio’s waar er weinig alternatieven zijn. Goede arbeids-praktijken, zoals fatsoenlijke lonen en veilige werkomstandigheden, kunnen de bestaansmiddelen verbeteren en bijdragen aan sociale stabiliteit.
• Voedselzekerheid en voeding: Bananen zijn een voedzame en betaalbare voedselbron die bijdraagt aan voedselzekerheid en betere voeding op zowel lokale als wereldwijde markten. Het aanmoedigen van duurzame productiemethoden is belangrijk om de impact op het milieu te beperken en tegelijk de toegang tot dit essentiële voedselgewas te waarborgen.

SIPEF erkent zowel de positieve als de negatieve impact van de oliepalm- en bananenteelt op haar activiteiten, de natuurlijke omgeving en de maatschappij. De Groep investeert dan ook consequent in middelen en programma’s om zijn palm- en bananenplantages en activiteiten op een ecologisch en sociaal verantwoorde manier te beheren.

Palmolie

Palmolie is te vinden in de helft van alle supermarkt-producten, in diervoeder en in biobrandstoffen, en is een van de meest geconsumeerde en meest gebruikte eetbare oliën. Naarmate de wereldbevolking groeit, neemt ook de vraag naar palmolie toe en de markt-prestaties blijven dan ook sterk. Helaas wordt palmolie ook in verband gebracht met negatieve gevolgen voor tropische bossen, biodiversiteit, de werkers in de sector en de lokale gemeenschappen. Zoals bij veel andere landbouwproducten het geval is, kan de productie van palmolie, als die niet duurzaam gebeurt, onder andere de volgende gevolgen hebben:
• Milieu: uitstoot van broeikasgassen (“Greenhouse Gases” – GHG), ontbossing, afname van biodiversiteit, verlies van bedreigde soorten en bodem- en luchtverontreiniging
• Sociale gevolgen: arbeidsrechtenkwesties, onveilige werkomstandigheden, verdringing van lokale gemeenschappen, voedselonzekerheid en gevolgen voor natuurlijke hulpbronnen die essentieel zijn voor het levensonderhoud van gemeenschappen

Bij duurzame productie kan de palmoliesector een aanzienlijke toegevoegde waarde bieden vanuit zowel duurzaamheids- als economisch oogpunt:
• Verhoogde landgebruikefficiëntie en het behoud van bossen: Voor de productie van palmolie is veel minder land en chemische input nodig dan voor de productie van andere plantaardige oliën. Het zou dan ook een essentiële rol kunnen spelen bij de uitdaging om aan de toenemende vraag naar plantaardige oliën te voldoen, zonder verder verlies van de natuurlijke bossen op de planeet te veroorzaken. Het verhogen van het opbrengstpotentieel via onderzoek en ontwikkeling (O&O) en innovatieve oplossingen kan deze productie-efficiëntie verhogen en zo indirect bijdragen aan natuurbehoud.
• Jobcreatie en economische ontwikkeling: De palmoliesector biedt direct en indirect werk aan meer dan 17 miljoen werknemers. Bovendien leven wereldwijd meer dan zeven miljoen lokale boeren van oliepalmen. Wanneer bedrijven zich verantwoord opstellen als werkgevers en inkopers, kunnen de positieve sociale, economische en ecologische effecten bijdragen aan een duurzame ontwikkeling. Dit is met name het geval wanneer de werknemers een toereikend loon, huisvesting, onderwijs, medische zorg, advies en begeleiding krijgen en de leden van gemeenschappen en lokale boeren worden ondersteund.

DUURZAMHEIDSBELEID

Duurzaamheid bij SIPEF begint bij verantwoorde productie, met de focus op de eigen plantages en activiteiten, maar ook op de productiegebieden van leveranciers. De duurzaamheidsverbintenissen van de Groep worden aangestuurd door twee belangrijke beleidslijnen: het Verantwoordelijk Plantagebeleid (“Responsible Plantations Policy” - RPP) en het Verantwoordelijk Inkoopbeleid (“Responsible Purchasing Policy” - RPuP).# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Duurzaamheid bij SIPEF

Naast het RPP en het RPuP hanteert SIPEF een aantal aanvullende beleidslijnen op Groepsniveau en op landenniveau, gericht op specifieke kwesties zoals gelijke kansen op werk, vrijheid van vereniging, kinder- en dwangarbeid, reproductieve rechten en gezondheid en veiligheid op het werk. SIPEF is bezig met een herziening van deze beleidslijnen om de onderlinge afstemming te verbeteren en de inhoud aan te passen aan de laatste verwachtingen en vereisten van de stakeholders van SIPEF rond de beste praktijken. Lees meer over de voortgang van dit herzieningsproces in het hoofdstuk goed zakelijk gedrag op pagina 146.

Verantwoordelijk Plantagebeleid

Het Verantwoordelijk Plantagebeleid (RPP) van SIPEF werd in 2014 opgesteld en belichaamt de belangrijkste ecologische en sociale verbintenissen van de Groep inzake duurzame productie en verwerking. Het beleid is van toepassing op alle door SIPEF beheerde plantages en op de lokale boeren die producten leveren aan SIPEF’s fabrieken en geïntegreerde pitpletterijen.

De kern van het Verantwoordelijk Plantagebeleid omvat:

  • 100% certificering en traceerbaarheid van producten
  • Geen ontbossing, geen nieuwe ontwikkelingen op veengrond en geen exploitatie
  • Vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (“Free, Prior and Informed Consent” - FPIC) voorafgaand aan elke nieuwe ontwikkeling
  • Voortdurende verbetering, met de nadruk op de snelle invoering van beste beheerpraktijken om het landgebruik te optimaliseren en de negatieve impact terug te dringen.

Verantwoordelijk Inkoopbeleid

Het Verantwoordelijk Inkoopbeleid (RPuP) van SIPEF, dat in 2020 werd geformaliseerd, vormt de leidraad voor de Groep om op verantwoorde wijze bij derde leveranciers in te kopen. De leveranciers van SIPEF zijn uitsluitend lokale boeren die een intentieverklaring hebben ondertekend en waarvan de productielocaties bekend en in kaart gebracht zijn. Het beleid vormt het kader voor SIPEF om lokale boeren te selecteren, te monitoren en, indien nodig, te schorsen of uit te sluiten uit de toeleveringsbasis van het bedrijf.

De kern van het Verantwoordelijk Inkoopbeleid omvat:

  • Inkopen bij RSPO-gecertificeerde lokale boeren of boeren die in aanmerking komen voor certificering volgens het “RSPO Time Bound Plan” van de Groep.
  • De criteria voor samenwerking met lokale boeren worden gekoppeld aan respect voor mensenrechten en arbeidsrechten, FPIC, geen ontbossing, geen nieuwe ontwikkelingen op veengrond en andere ecologische en sociale overwegingen.

Alle beleidskaders zijn te vinden op de website van SIPEF:

  • www.sipef.com/hq/sustainability/sipef-corporate-policies/

Duurzaamheidsgovernance

Raad van Bestuur van SIPEF

De uiteindelijke verantwoordelijkheid en governance van het duurzaamheidsbeleid berusten bij de raad van bestuur van SIPEF, waarvan twee bestuurders een sterke achtergrond in duurzaamheid hebben:

  • Marc van Schil: is een senior econoom gespecialiseerd in ESG en duurzame toeleveringsketens in Zuidoost-Azië (benoemd in juni 2021).
  • Gert van der Putte: heeft aanzienlijke expertise in duurzame toeleveringsketens, landbouwtechnologie en klimaatgerelateerde risico’s en oplossingen (benoemd in juni 2023).

De voortgang op het gebied van duurzaamheid wordt regelmatig beoordeeld door de hele raad van bestuur, op basis van duurzaamheidsrankings en -ratings, de certificeringen en de interne risico-evaluaties en -rapportage. Minstens tweemaal per jaar krijgt de raad van bestuur een briefing over duurzaamheid en eenmaal per jaar bespreekt de raad materiële ESG-thema’s op de strategievergadering.

Executief Comité van SIPEF

Het executief comité van SIPEF is verantwoordelijk voor het toezicht op de implementatie en voortgang van de duurzaamheidsstrategie van de Groep. Duurzaamheid wordt op het niveau van het executief comité geleid door de chief operating officer Asia-Pacific (COO APAC), Petra Meekers, die 18 jaar ervaring heeft met duurzaamheid in de palmoliesector. Het executief comité wordt verder ondersteund door de groepsdirecteur duurzaamheid, die aan het hoofd staat van het mondiale duurzaamheidsteam.

Mondiaal Duurzaamheidsteam van SIPEF

Het mondiale duurzaamheidsteam zorgt ervoor dat SIPEF’s strategie, beleid en communicatie op duurzaamheidsgebied afgestemd blijven op de evoluerende verwachtingen en vereisten van belangrijke stakeholders. Dit omvat de coördinatie van de interne en externe verslaglegging rond de duurzaamheidsprestaties van de Groep. Het team wordt geleid door de groepsdirecteur duurzaamheid en staat onder toezicht van de COO APAC.

Regionale Duurzaamheidsteams

De drie regionale duurzaamheidsteams in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire coördineren en implementeren de duurzaamheidsstrategie en het duurzaamheidsbeleid van SIPEF op operationeel niveau:

  • Team Indonesië: wordt geleid door de regionale duurzaamheidsdirecteur en omvat 19 experts, verspreid over vier locaties: het Hoofdkantoor in Medan, Noord-Sumatra, Bengkulu en Musi Rawas (Zuid-Sumatra).
  • Team Papoea-Nieuw-Guinea: wordt geleid door het afdelingshoofd duurzaamheid en heeft vijf experts die focussen op verschillende duurzaamheidsthema’s bij Hargy Oil Palms Ltd (HOPL). Het afdelingshoofd duurzaamheid is ook lid van het executief comité van HOPL.
  • Team Ivoorkust: wordt geleid door een duurzaamheidsmanager en bestaat uit twee experts en vijf duurzaamheidsassistenten (één op elke site).

De Groepsdirecteur duurzaamheid houdt samen met de respectieve regionale executieve comités toezicht op de regionale teams en rapporteert rechtstreeks aan het executief comité van SIPEF.

Organogram Duurzaamheid SIPEF

RAAD VAN BESTUUR VAN SIPEF
    |
    +-- Duurzaamheidsgovernance
        |
        +-- Executief Comité van SIPEF (onder leiding van COO APAC)
            |
            +-- Mondiaal Duurzaamheidsteam van SIPEF (geleid door Groepsdirecteur Duurzaamheid)
                |
                +-- Regionale Duurzaamheidsteams
                    |
                    +-- Team Indonesië
                    |   |
                    |   +-- Executief comité onder leiding van de ‘president director’
                    |   +-- Team Noord-Sumatra
                    |   +-- Team Bengkulu
                    |   +-- Team Zuid-Sumatra
                    |
                    +-- Team Papoea-Nieuw-Guinea
                    |   |
                    |   +-- Executief comité onder leiding van de ‘general manager’
                    |
                    +-- Team Côte d’Ivoire
                        |
                        +-- Executief comité onder leiding van de ‘general manager’

Mondiaal Duurzaamheidsteam van SIPEF:

  • SIPEF-Groepsdirecteur duurzaamheid
  • Senior duurzaamheidsadviseur
  • Senior ESG-adviseur
  • Junior duurzaamheidsanalist
  • Juridisch ESG-adviseur (1)

(1) nieuwe functie vanaf augustus 2023

Stakeholders, Benchmarks en Kaders

Voortdurende verbetering op duurzaamheidsvlak vereist transparante rapportage en samenwerking tussen diverse actoren. Via actieve betrokkenheid en collectieve inspanningen kan SIPEF de ontwikkeling en bevordering van verantwoorde praktijken en duurzame normen binnen de landbouwsector stimuleren.

Stakeholdersoverleg

SIPEF hecht veel belang aan het begrijpen van de behoeften, verwachtingen en vooruitgang van haar belangrijkste stakeholders. Dat zijn onder andere: klanten, sectorgenoten, aandeelhouders, banken, sociale en ecologische ngo’s, overheden en toezichthouders, onderzoekers en experts, technische adviesbureaus, lokale gemeenschappen en lokale boeren. De Groep heeft regelmatig rechtstreeks contact met zijn klanten en aandeelhouders door middel van bijeenkomsten en vragenlijsten en voert benchmarkanalyses uit om de prestaties van branchegenoten te beoordelen. Er zijn robuuste programma’s, processen en tools opgezet om te zorgen voor adequate ondersteuning van de lokale boeren en om eventuele kwesties en gevolgen in verband met de activiteiten van de Groep samen met de lokale gemeenschappen te onderzoeken. SIPEF neemt ook deel aan diverse duurzaamheids- en multistake-holderinitiatieven die relevant zijn voor haar sectoren.

Initiatieven met talrijke stakeholders

“Roundtable on Sustainable Palm Oil” (RSPO)

SIPEF is sinds 2005 lid van de RSPO en heeft een zetel in de Raad van Bestuur namens de telers uit de ‘Rest-van-de-Wereld’, waartoe ook Papoea-Nieuw-Guinea en de Salomonseilanden behoren. SIPEF is ook medevoorzitter van de “Jurisdictional Working Groep” (JWG) en actief lid van de “Compensation Task Force” (CTF), “Standards Standing Committee” (SSC), “Biodiversity and High Conservation Values Working Groep” (BHCVWG) en de “No Deforestation Joint Steering Groep” (NDJSG).

  • www.rspo.org

“Belgian Alliance for Sustainable Palm Oil” (BASP)

SIPEF is stichtend lid van de BASP en huidig bestuurslid. De BASP richt zich op het promoten van het gebruik van gecertificeerde duurzame palmolie in de Europese Unie (EU), maar voornamelijk op de Belgische markt.

  • www.duurzamepalmolie.be

“Tropical Forest Alliance” (TFA)

SIPEF is lid van de “Tropical Forest Alliance”.

  • www.tropicalforestalliance.org

Bepalende gesprekken over CSRD en jurisdictionele certificering op RSPO RT2023

In november 2023 nam SIPEF deel aan de jaarlijkse rondetafelconferentie (RT2023) van de RSPO in Jakarta, waar het een centrale rol speelde in twee paneldiscussies en inzichten deelde over cruciale duurzaamheidsthema’s in de palmoliesector.# Duurzaamheid bij SIPEF

Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties

Bedrijven, en dus ook SIPEF, spelen een vitale rol in het verwezenlijken van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (“Sustainable Development Goals” - SDG’s) van de VN via de productie van duurzame landbouwproducten. Als landbouwbedrijf dat investeert in de productie van duurzame palmolie en bananen en in tewerk- stelling en ontwikkelingsmogelijkheden voor de werknemers en de omliggende gemeenschappen, blijft SIPEF de volgende SDG’s ondersteunen:

Een overzicht van SIPEF’s bijdragen aan de SDG’s op doelniveau is te vinden op SIPEF’s website op:
• www.sipef.com/hq/sustainability/sustainable-approach/

Ga voor meer informatie over de SDG’s naar:
• https://sdgs.un.org/goals

Milieubeheer

Bij de benadering van milieubeheer richt SIPEF zich op het minimaliseren en beheren van zowel de directe als indirecte impact van haar bedrijfsactiviteiten op het milieu en op het klimaat. Duurzaam landgebruik en -behoud maken integraal deel uit van deze aanpak. Dit wordt weerspiegeld in de initiatieven van het bedrijf op het gebied van biodiversiteit en natuurbehoud, en in zijn verbintenis op groepsniveau tot ‘geen ontbossing’ en ‘geen nieuwe ontwikkelingen op veengronden’. Deze verbintenis geldt zowel voor de eigen activiteiten als die van de lokale boeren die aan de Groep leveren. SIPEF zet zich in om alle impact op het milieu van haar bedrijfsactiviteiten tot een minimum te beperken en te beheren, van plantages tot verwerking, aan de hand van de implementatie van Beste beheerpraktijken (“Best Management Practices” – BMP’s) en op risico gebaseer- de strategieën voor impactbeperking, waaronder het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen (BKG).

KLIMAATVERANDERING

De landbouwsector levert wereldwijd een belang- rijke bijdrage aan de klimaatverandering, waarbij landbouw, bosbouw en ander landgebruik geza- menlijk ongeveer een vijfde (22%) van de wereld- wijde antropogene broeikasgasuitstoot (BKG) 1 vertegenwoordigen. Tegelijkertijd is de sector ook kwetsbaar voor klimaatgerelateerde risico’s en gevolgen, waaronder onvoorspelbare weerpatronen, extremere weersomstandigheden, hittestress en een toegenomen voorkomen van plagen en ziekten. SIPEF heeft verschillende beleidslijnen, initiatie- ven en maatregelen ingevoerd die tot doel hebben de koolstofvoetafdruk van de Groep eectief te verkleinen, klimaatgerelateerde risico’s te beheren en de veerkracht van zijn productiesystemen te vergroten. Hoewel het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in de landbouw uitdagingen met zich meebrengt, biedt de sector aanzienlijke moge- lijkheden voor het beperken ervan. Bij de productie van palmolie bijvoorbeeld bieden het invoeren van innovatie en goede managementpraktijken bij de teelt en verwerking – zoals het opvangen van methaan uit afvalwaterbassins, het gebruik van methaan ter vervanging van dieseluitstoot en geop- timaliseerd gebruik van kunstmest – belangrijke mogelijkheden voor uitstootreductie.

De koolstofvoetafdruk van SIPEF

SIPEF berekent sinds 2019 haar koolstofvoetafdruk (Scope 1 en Scope 2) op groepsniveau, op basis van de ISO 14064-1:2018-norm. In 2022 werden deze berekeningen gecontroleerd door een certifice- ringsinstantie voor een steekproef van de bevoor- radingsbasis van SIPEF in Indonesië, en in 2023 heeft SIPEF de reikwijdte van de verificatie van de berekening van haar koolstofvoetafdruk uitgebreid met de Scope 3-uitstoot. De eerste controlefase werd voltooid en de Groep ligt op schema om de volledige controle in 2024 af te ronden. De in dit onderdeel voorgestelde resultaten omvat- ten de netto jaarlijkse broeikasgasuitstoot voor de Scope 1- en Scope 2-activiteiten van de Groep voor 2021-2023. Ze omvatten de uitstoot van plantages, palmolie-extractiefabrieken, verpakkingsstations en transport naar “Free on Board” (FOB) verkoop- punten voor palmolie, rubber, thee en bananen binnen de SIPEF-activiteiten in Indonesië, Papoea- Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire.

(1) OECD ‘Agriculture and Climate Change’, ‘Meeting of Agriculture Ministers 2022’ Background Note’, 2022. Bron : www.oecd.org/agriculture/ministerial/documents/Agriculture%20and%20Climate%20Change.pdf

Broeikasgasuitstoot in 2023

De totale netto-uitstoot van broeikasgassen van SIPEF in 2023 bedroeg 651 511 ton CO 2 -equivalent (tCO 2 e). Het merendeel van de uitstoot van de Groep (98%) viel in de categorie van Scope 1 en heeft betrekking op uitstoot van activa in eigendom of gecontroleerde activa. Ongeveer 2% viel onder Scope 2, en heeft betrekking op onrechtstreekse uitstoot, voornamelijk aomstig van het gebruik van aangekochte elektriciteit. Palmolie levert de grootste bijdrage aan de kool- stofvoetafdruk van SIPEF en vertegenwoordigt ongeveer 98% van de netto-uitstoot van broeikasgas van de Groep. Dit is toe te schrijven aan de groot- schalige activiteiten, aangezien palmolieproductie de voornaamste bedrijfsactiviteit van SIPEF is. Op basis van de uitstootbronnen van broeikasgas en de broeikasgasputten (“sinks”) houden de grootste uitstootbronnen bij de oliepalmactiviteiten van SIPEF verband met veranderingen in landgebruik en het afvalwater van palmolie-extractiefabrieken (“Palm Oil Mill Euent” - POME). Natuurbehoudsgebieden vertegenwoordigen kool- stofputten door de opslag van koolstof in vegetatie- ve groei in gebieden met een hoge natuurbehouds- waarde (“High Conservation Value” - HCV) binnen de concessies van SIPEF. Hieronder bevinden zich oeverzones, bossen met een hoge koolstofvoorraad (“High Carbon Stock” - HCS), en de beschermde bossen onder het beheer van “SIPEF Biodiversity Indonesië” (SBI). Naast deze gebieden die bestemd zijn voor natuurbehoud zijn er ook gebieden die in aanmerking komen voor mogelijke omschakeling naar oliepalmteelt (i.e. rubberplantages), die kool- stof opslaan via vegetatieve groei en zo bijdragen aan de netto jaarlijkse uitstoot. In 2023 daalde de netto-uitstoot van broeikasgas- sen licht met 1% vergeleken met 2022, als gevolg van de lagere productie in de oliepalmactiviteiten, wat leidde tot een lagere verwerkingscapaciteit en dus een lagere POME-productie. Andere belang- rijke factoren waren onder meer de omschakeling van vegetatie met niet-hoge koolstofvoorraden in Indonesië, het volledig operationeel worden van nieuwe locaties in de bananenactiviteiten in Côte d’Ivoire en een afname van de op jaarbasis bereken- de broeikasgasuitstoot als gevolg van veranderingen in historisch landgebruik.

BROEIKASGASUITSTOOT 2023 (SCOPE 1 EN SCOPE 2) (tCO 2 e)
2022 2023
Scope 1 645 515 636 360
Scope 2 12 756 15 151
TOTAAL 658 271 651 511
SCOPE 1 SCOPE 2
98% 2%

651 511 tCO 2 e in 2023

2022 2023
Scope 1 645 515 636 360
Scope 2 12 756 15 151

NETTO UITSTOOTINTENSITEIT (SCOPE 1 & 2) VAN SIPEF PER TON GEPRODUCEERDE RUWE PALMOLIE

2021 1.88
2022 1.64
2023 1.55
1.50 1.60 1.70

In 2022 heeft de Groep zich tot doel gesteld om de intensiteit van zijn nettobroeikasgasuitstoot (Scope 1 en 2) per ton ruwe palmolie (CPO) met 28% te verminderen ten opzichte van het 2021 basisniveau.# Milieubeheer

daalde de totale uitstoot van broeikasgassen. Daarentegen is de uitstootintensiteit in 2023 met 3% gestegen doordat er een lagere productie van ruwe palmolie werd opgetekend. Tegen het einde van 2023 heeft SIPEF al een reductie gerealiseerd van 10% van de intensiteit van haar nettobroeikasgasuitstoot (Scope 1 en Scope 2) ten opzichte van het 2021 basisniveau van 1,88 ton CPO, voornamelijk als gevolg van de lagere POME-uitstoot. Er was een lichte stij- ging tussen 2022 en 2023, die het gevolg was van lagere productieniveaus en een toename van het productiegebied in 2023, naast verfijningen in de berekeningsmethodologie van SIPEF. In 2024 zal SIPEF haar uitstootdoelstelling herzien om de brutobroeikasgasuitstoot weer te geven en Scope 3-uitstoot erin op te nemen. De herziening zal ervoor zorgen dat de doelstelling in overeenstemming is met de vereisten van de “European Sustainability Reporting Standard (ESRS) E1 Climate Change”, en rekening houdt met de boekhoudregels van de “Land Sector and Removals Guidance”, die naar verwachting in 2024 zal worden gepubliceerd door het “GHG Protocol”.

Verbetering van de berekening in 2023

In 2023 werkte de Groep zijn berekeningsmethoden voor broeikasgassen bij om verbeteringen in de reikwijdte op te nemen. Om consistentie in de tijd te garanderen, heeft deze update geleid tot een herformulering in het rapport van eerder bekend- gemaakte broeikasgasuitstoot voor 2021 en 2022. De belangrijkste verbeteringen zijn onder meer bij- gewerkte gecultiveerde gebieden op basis van door de RSPO herziene draineerbaarheidsbeoordelingen, een update van de methodologie voor het berekenen van het brandstofverbruik op basis van een ISO 14064-audit in Indonesië, en de verificatie van het elektriciteitsverbruik voor Papoea-Nieuw-Guinea. In afwachting van rapportage in de lijn van de ESRS werden er in 2023 aanzienlijke inspanningen geleverd als voorbereiding op de klimaatgerela- teerde bekendmakingen vereist door ESRS E1 Klimaatverandering. Dit omvatte het leggen van de basis op operationeel niveau om te beginnen met het berekenen van de Scope 3-broeikasgasuitstoot van de Groep. De rapportage van de Scope 3-uitstoot van SIPEF zal de onrechtstreekse uitstoot van de waardeke- ten van de Groep omvatten, zoals die van lokale boeren die goederen leveren, materiaaltransport naar externe locaties, het woon-werkverkeer van werknemers, zakenreizen en andere derde bronnen.

93

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Milieubeheer

(1) Lorenzo Rosa and Paolo Gabrielli, ‘Achieving net-zero emissions in agriculture: A review’, Environmental Research Letters’ Vol. 18, No. 6 , May 2023.
(2) Economics Climate Environment (EFECA), ‘Carbon Emissions and Palm Oil Briefing Note’, Jan 2022. Bron: www.efeca.com/wp-content/uploads/2022/01/Palm-Oil-and-Carbon-Emissions_final.pdf
(3) Deze uitgangswaarde zal in 2024 worden herzien in overeenstemming met de ESRS-afstemming.

Strategie voor broeikasgasuitstootreductie

De landbouw staat voor een unieke en grote uitda- ging op het gebied van het terugdringen van broei- kasgasuitstoot. Het merendeel van het broeikasgas dat de sector uitstoot komt van methaan (goed voor 54%), gevolgd door distikstofoxide (28%) en kooldioxide (18%) (1) . Uitstoot van broeikasgassen in de palmolie-industrie heeft als eerste oorzaak de verandering in landgebruik (vooral veranderingen in gebieden met een hoge koolstofvoorraad), ver- werking in palmolie-extractiefabrieken (POME) en landbouwinputs (brandstof en kunstmest). De duurzame productie van palmolie draagt niet bij aan de ontbossing en omschakeling van gebieden met hoge koolstofvoorraden, verbiedt verbranding voor landontginning en gebruikt technologie voor het afvangen van methaan in palmolie-extractiefa- brieken. Ze heeft daardoor een vooraanstaande rol in de beperking van de klimaatverandering. (2) Voor SIPEF is het verlagen van de uitstoot van broeikas- gassen een prioriteit bij al haar bedrijfsactiviteiten.

1. VERMINDERING VAN METHAANUITSTOOT DOOR:

  • Het uitrusten van alle palmolie-extractie- fabrieken met faciliteiten voor het afvangen van methaan

De prioriteiten van SIPEF voor de vermindering en verwijdering van broeikasgasuitstoot (Scope 1 en Scope 2) voor oliepalmactiviteiten:

VERMINDERING
Effectieve uitvoering van toezeggingen: geen ontbossing en geen ontwikkelingen op veengebieden, brandpreventie en -beheer

VERWIJDERING

2. DECARBONISATIE VAN HET OPERATIONELE ENERGIEVERBRUIK DOOR:

  • Meer hernieuwbare energiebronnen
  • O&O op het gebied van alternatieve hernieuw- bare energiebronnen

3. DUURZAAM STIKSTOFBEHEER VOOR KUNSTMESTUITSTOOT DOOR:

  • O&O op het gebied van verbeterde landbouw- systemen om de a an kelijkheid van synthetische meststoen te verminderen door middel van regenera- tieve landbouw
  • Technologieën voor stikstoeheer door precisielandbouw

KOOLMONOXIDE VERWIJDERING (“CARBON DIOXIDE REMOVAL” CDR) DOOR:

  • O&O op het gebied van koolstofvastlegging in de bodem door middel van regene - ratieve landbouw
  • Biochar voor koolstofverwijdering
  • Verbeterde steenverwering

HET DOEL VAN SIPEF IS OM TEGEN 2030 DE INTENSITEIT VAN DE BROEIKASGASUITSTOOT PER TON RUWE PALMOLIE (CPO) TE VERMINDEREN MET 28% TEN OPZICHTE VAN HET UITGANGSNIVEAU VOOR 2021 (3)

94

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Opvangen van methaan in palmolie-extractiefabrieken

SIPEF geeft prioriteit aan het terugdringen van broeikasgasuitstoot, met name door de inwer- kingstelling van installaties voor het afvangen van methaan. Deze installaties zijn ontworpen om methaangas af te vangen en af te fakkelen om ervoor te zorgen dat het niet vrijkomt in de atmosfeer. Waar biogasgeneratoren werden gebouwd, kun- nen de installaties het methaan ook omzetten in elektriciteit. In 2023 genereerde één van de methaanafvang- installaties in Indonesië 4 469 560 kWh elektrici- teit, die voornamelijk werd gebruikt voor operati- onele doeleinden en als stroomvoorziening voor de wooncomplexen van werknemers op de plantages van SIPEF. Indien mogelijk, is SIPEF ook van plan om overtollige opgewekte energie te leveren aan de nationale netten in Indonesië en Papoea-Nieuw- Guinea. Als deze optie niet kan uitgevoerd worden, zullen alternatieve manieren onderzocht worden om overtollige energie te gebruiken. SIPEF streeft ernaar om geleidelijk aan tegen 2030 al haar palmolie-extractiefabrieken uit te rusten met methaanbiogasinstallaties. Sinds december 2023 beschikken vijf van de in totaal negen palmolie-extractiefabrieken van SIPEF over methaanafvanginstallaties. Vier hiervan bevinden zich in Indonesië, en één in Papoea-Nieuw-Guinea.

Voorbereiding op klimaatgerelateerde risico’s en mogelijkheden

In de loop van 2023 ging SIPEF van start met inspanningen in alle drie de landen waar ze actief is om klimaatgerelateerde fysieke risico’s en transitierisico’s voor haar activiteiten te identificeren. Dit omvatte samenwerkingen met experts op het gebied van klimaatmodellering en overleg met de interne operationele teams van SIPEF. Deze beoordelingen zullen helpen bij het voorspellen van mogelijke toekomstscenario’s op een schaal die relevant is voor de activiteiten van SIPEF, en bij het identificeren van eventuele belangrijke risico’s die een impact kunnen hebben op de Groep en verdere beperkings- en/of aanpassingsmaatregelen vereisen.

95

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Milieubeheer

DUURZAAM GRONDGEBRUIK

Natuurlijke bossen slaan grote hoeveelheden koolstof op en herbergen het overgrote deel van de terrestrische diersoorten van de wereld. SIPEF is actief in regio’s die rijk zijn aan tropische bossen en erkent haar unieke positie en verantwoordelijkheid om het verlies aan biodiversiteit te beperken en de klimaatgerelateerde gevolgen aanzienlijk te ver- minderen, door ontbossing en landbouwproductie van elkaar los te koppelen. Zo draagt SIPEF bij aan het beschermen van de belangrijke ecosystemen in de landschappen waarin ze actief is.

Beleid: no deforestation, no new plantings on peat and no exploitation (NDP)

Sinds 2014 heeft SIPEF zich verbonden tot geen ontbossing, geen nieuwe beplanting op veengron- den en geen exploitatie (“no deforestation, no new plantings on peat and no exploitation” - NDP) voor de hele Groep. Deze verbintenis maakt deel uit van haar breder Beleid voor Verantwoorde Plantages (“Responsible Plantations Policy”- RPP). Deze verbintenis omvat:

  • Ervoor zorgen dat nieuwe olie palm ont- wikkelingen niet plaatsvinden in gebieden met een hoge natuurbehoudswaarde (“High Conservation Value”- HCV), bossen met een hoge koolstofvoorraad (“High Carbon Stock”- HCS), veengebieden of op kwetsbare of marginale.
  • Voor de bananenactiviteiten van SIPEF worden de vereisten van de relevante certificeringsnormen, “Rainforest Alliance”, Fairtrade en GlobalG.A.P. gevolgd.
  • Opvolgen van de RSPO New Planting Pro- cedure (NPP) voorafgaand aan nieuwe ontwikkelingen in de eigen oliepalm- activiteiten.
  • Voorafgaand aan elke landont- wikkeling voor nieuwe oliepalmprojecten moet een geïntegreerde HCV-HCSA-beoordeling vol- tooid zijn en toestemming zijn verkregen van de getroen gemeenschappen via een degelijk proces van vrije, voorafgaande en geïnformeer- de toestemming (“Free, Prior, and Informed Consent”- FPIC).
  • Het monitoren en verifiëren van gebieden die onder de concessies van het bedrijf val- len en gebieden die beheerd worden door externe leveranciers op veranderingen in landgebruik en mogelijke illegale ontbossin- gactiviteiten. SIPEF werkt met Earthqualizer Foundation, een onaankelijke non-profitorga- nisatie, voor het monitoren van ontbossing en veenomschakeling.
  • Daarnaast volgt SIPEF de RSPO-Procedure voor sanering en compensatie (“Remediation and Compensation Procedure”- RaCP) voor haar eigen oliepalmactiviteiten. Deze procedure richt zich op het beoordelen van de historische plantageontwik- keling die sinds november 2005 heeft plaatsgevon- den en geen HCV-beoordeling heeft ondergaan.In het geval er ontbossing of omschakeling wordt vastgesteld, zet de Groep zich in voor het herstel van de ecosystemen en de waarde van alle gebieden die door zijn activiteiten worden beïnvloed.

Monitoring van NDP-verbintenis

Sinds 2021 beschikte SIPEF over een systeem voor het monitoren van de naleving van haar NDP-verbintenis in haar bevoorradingsbasis. In 2022 ging SIPEF nog een stap verder en schakelde ze een derde partij in om haar plantages en leveranciers in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea te monitoren in het kader van haar NDP-verbintenis, met de nadruk op het observeren en verifiëren van veranderingen in landgebruik in en rond de concessies van de Groep.

Het monitoringsysteem van derden maakt gebruik van historische en realtime satellietbeeldanalyse om veranderingen in bodembedekking op te sporen. Rapporten over de resultaten worden op kwartaalbasis verstrekt en omvatten alle incidenten die werden vastgesteld en waarvan werd bevestigd dat ze in strijd zijn met de NDP-verbintenis van de Groep. Vanaf 2023 vallen meer dan 157.700 hectare land binnen de concessies van SIPEF (84%) en binnen de gebieden van haar leveranciers (16%) in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea onder het monitorsysteem. Dit cijfer omvat ook het gebied dat wordt beheerd door het “SIPEF Biodiversity Indonesië” (SBI)-programma.

Op basis van de monitoringresultaten voor 2023 is door de externe partij bevestigd en geverifieerd dat er geen gevallen van ontbossing of veenomschakeling hebben plaatsgevonden binnen de gehele bevoorradingsbasis van de Groep, met inbegrip van de eigen plantages en lokale boeren. Van drie onderzochte waarschuwingen was er echter één geverifieerd incident van verlies van boombedekking van 6,6 hectare in Indonesië, dat plaatsvond buiten het productiegebied van SIPEF. Het incident werd veroorzaakt door een inbreuk door lokale dorpelingen binnen de concessiegrenzen van SIPEF, maar in een gebied dat momenteel niet onder de controle van het management van de Groep (1) valt.

MONITORING EN BEHEER VAN NDP DOOR SIPEF

Waarschuwingen worden ontvangen via Earthqualizer of via SIPEF-klanten die verschillende andere verificatiesystemen van derden gebruiken. Wanneer er een waarschuwing wordt ontvangen, onderzoeken veldteams eerst de locatie om te verifiëren of er sprake is van verlies van boombedekking.

Er wordt een verificatie uitgevoerd om te bepalen of SIPEF managementcontrole (1) heeft over het gebied waar het incident heeft plaatsgevonden.

Als wordt geverifieerd dat het incident inderdaad heeft plaatsgevonden, wordt de oorzaak ervan geëvalueerd. Dit omvat ook de vraag of het incident door de mens werd veroorzaakt of door natuurlijke oorzaken, zoals oevererosie, natuurlijke boomsterfte of windscha- de. Niet-natuurlijke oorzaken kunnen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, aantasting door zelfvoorzienende landbouw, ontbossing voor (brand)hout, of omschakeling met het oog op commerciële landbouw of bosbouw.

Alle illegale ontbossingsactiviteiten worden gemeld bij de politie, illegale kolonisten of landgebruikers worden uitgezet en gebieden worden zo snel mogelijk hersteld met natuurlijke vegetatie. In gevallen waarin SIPEF geen managementcontrole heeft, zal het gemeenschappen informeren en betrekken bij het beleid van het bedrijf inzake duurzaam landgebruik.

(1) Volgens de vereisten van “Free, Prior and Informed Consent” (FPIC) krijgen landeigenaars de optie om niet te verkopen en wanneer dit gebeurt, heeft SIPEF geen controle over deze stukken land, zelfs al bevinden ze zich binnen de concessiegrenzen van het bedrijf.

NDP-MONITORING DOOR DERDEN IN 2023 IN EIGEN CONCESSIES EN LEVERANCIERSGEBIEDEN

LAND / PROVINCIE WAARSCHUWINGEN Geverifieerde incidenten van bosverlies Geverifieerde incidenten van bosverlies (ha) WAARSCHUWINGEN Geverifieerde incidenten van bosverlies Geverifieerde incidenten van bosverlies (ha)
EIGEN CONCESSIES LEVERANCIERSGEBIEDEN
INDONESIË 3 1 6,6 0 0 0
Noord-Sumatra 0 0 0 0 0 0
Bengkulu 2 0 0 0 0 0
Zuid-Sumatra 1 1 6,6 0 0 0
PAPOEA-NIEUW-GUINEA 0 0 0 2 0 0
TOTAAL 3 1 6,6 2 0 0

Historische beoordeling van NDP-naleving

SIPEF had zich tot doel gesteld om tegen 2023 een historische beoordeling van de naleving van haar NDP-verbintenis te voltooien. Earthqualizer beoordeelde de historische aansprakelijkheid van SIPEF voor wat betreft de sectorbrede NDP-verbintenissen tussen 31 december 2015 en 31 december 2023. Alle eigen plantages en lokale boeren van SIPEF werden beoordeeld, wat een oppervlakte betreft van in totaal meer dan 145.000 hectare. Op basis van deze beoordeling werd in Papoea-Nieuw-Guinea een risico van 24 hectare historische ontbossing geïdentificeerd. Er worden stappen ondernomen om dit gebied via de juiste mechanismen te herstellen.

Beheer van veengebieden

Veengebieden zijn een soort moerasland die zich in de loop van duizenden jaren gevormd hebben uit gedeeltelijk vergane vegetatie. Ze vallen onder de classificatie van organische bodems en in hun natuurlijke staat fungeren ze als koolstofputten, herbergen ze een unieke biodiversiteit, reguleren ze waterstromen en zuiveren ze water en slaan ze het op.

In overeenstemming met haar beleid voor verantwoorde plantages (RPP) heeft SIPEF elke nieuwe ontwikkeling op veengrond, ongeacht de diepte, ten strengste verboden voor al haar eigen activiteiten en die van haar leveranciers. De beste beheerpraktijken worden toegepast voor historisch ontwikkelde gebieden in veengebieden, zoals gedefinieerd door de RSPO en lokale regelgeving, waar relevant.

Sinds 2018 voert SIPEF draineerbaarheidsbeoordelingen uit volgens de “RSPO Principles and Criteria 2018”. In 2023 werd, na een proces van drie jaar, de beoordeling van de draineerbaarheid voor PT Dendymarker Indah Lestari (PT DIL) afgerond en goedgekeurd door de RSPO.

Brandpreventie en -beheer

SIPEF verbiedt ten strengste het gebruik van vuur bij nieuwe projecten, een vereiste die van toepassing is op haar eigen plantages en die van haar leveranciers. Branddetectie en -preventie zijn van cruciaal belang voor SIPEF om de veiligheid van werknemers, aannemers en de gemeenschappen rond haar activiteiten te garanderen, en ook voor de bescherming van haar activa.

De Groep beschikt over goede monitorsystemen voor brandrisicowaarschuwingen in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, waar de risico's op brand het grootst zijn. Brandbestrijding is ook van cruciaal belang voor de beheeraanpak van SIPEF, en elke plantage beschikt over opgeleide brandweerlieden, speciale middelen en voertuigen uitgerust met watertanks en hogedrukwaterpompen. Waterbeheer in veengebieden is ook van groot belang om het risico op brandhaarden te voorkomen, en aan deze gebieden wordt bijzondere aandacht besteed voor brandpreventie.

Hotspot- en brandmonitoring in 2023

Door ongekende warme en droge weersomstandigheden in Indonesië was het risico op branden in 2023 groter. Het brandmonitoringsysteem van SIPEF identificeerde in de loop van het jaar 67 brandhaarden. 39 waarschuwingen werden geverifieerd als daadwerkelijke branden binnen de concessie van SIPEF, met 160,5 hectare die getroffen werd door deze incidenten in Musi Rawas. Uit onderzoek bleek dat de branden waren aangestoken door lokale dorpsbewoners in de gebieden die niet door SIPEF werden aangekocht en dus niet onder de controle van het management van SIPEF staan.

Binnen de leveranciersgebieden van SIPEF waren er vier brandhaardwaarschuwingen, maar na onderzoek bleek dat geen enkele ervan een daadwerkelijke brand betrof. In Papoea-Nieuw-Guinea was er één waarschuwing voor een brandhaard binnen de eigen concessies van SIPEF, die echter geen echte brand bleek te zijn. Binnen de leveranciersgebieden van SIPEF in Papoea-Nieuw-Guinea waren er in de loop van 2023 veertien waarschuwingen voor brandhaarden, waarvan er zes bevestigd werden als daadwerkelijke branden.

MONITORING EN BEHEER VAN BRANDEN DOOR SIPEF

Brandhaarden worden gemonitord door RSPO, via een monitoringserviceplatform van NASA, en met behulp de gegevens van concessies en kleine boeren ingediend door SIPEF. Er worden continu geautomatiseerde brandhaardwaarschuwingen gegenereerd op basis van satellietbeelden. Elke brand binnen 100 meter van een concessie of kleine boer wordt gedetecteerd.

Elke waarschuwing wordt onderzocht door SIPEF en gerapporteerd op basis van het veldonderzoek. De brandrisicostatus wordt dagelijks bijgewerkt en gecommuniceerd naar alle personeelsniveaus. Op tal van locaties op de landgoederen van SIPEF worden ook borden met de status van het brandrisico geplaatst, zodat de werknemers en hun gezinnen op de hoogte worden gehouden van mogelijke of geverifieerde branden.

Alle geverifieerde branden worden onmiddellijk geblust en er wordt een intern rapport opgemaakt, dat vervolgens bij de politie wordt ingediend. In het geval van oliepalmactiviteiten worden deze rapporten ook ingediend bij RSPO. SIPEF zet zich ook in voor het herstel van alle gebieden die onder de controle van het management van de Groep staan en die door brand werden getroffen.

AANTAL HOTSPOTS VERSUS EFFECTIEVE BRANDEN

Indonesië 2022 Papoea-Nieuw-Guinea 2022 Indonesië 2023 Papoea-Nieuw-Guinea 2023
Binnen eigen concessies
Hotspots 67 1 13 1
Effectieve branden 39 0 2 0
Binnen gebieden van leveranciers
Hotspots 4 0 11 14
Effectieve branden 0 0 0 6

Behoud en Herstel

In Papoea-Nieuw-Guinea en Indonesië zijn bosgebieden zeer biodivers en rijk aan soorten, en ondersteunen ze het levensonderhoud van miljoenen mensen, inclusief inheemse en lokale gemeenschappen. Het beschermen en behouden van deze habitats en andere natuurlijke ecosystemen is een topprioriteit voor SIPEF, net als het respecteren van de rechten van de gemeenschappen die in en rond deze gebieden wonen.

Identificering van natuurbehoudsgebieden binnen de concessies van SIPEF

Sinds 31 december 2023 beheert SIPEF in totaal 15.577 hectare natuurbehoudsgebied verspreid over haar concessies in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire. Dit omvat HCV- en HCS-gebieden binnen de concessies van de Groep, maar niet het natuurbehoudsgebied dat wordt beheerd onder “SIPEF Biodiversity Indonesië” (SBI). De totale natuurbehoudsgebieden in Papoea-Nieuw-Guinea (5.625 hectare) en Indonesië (9.737 hectare) zijn toegenomen als gevolg van de voltooiing van de HCV-HCSA-herbeoordelingen in 2023. In Côte d’Ivoire onderhoudt Plantations J. Eglin nog steeds haar natuurbehoudsgebieden, waaronder de herbebossingslocaties in Azaguié en Agboville. Op 31 december 2023 was het totale natuurbehoudsgebied in Côte d’Ivoire 216 hectares. Er was een vermindering van 14 hectare als gevolg van de voltooiing van het in kaart brengen van het natuurbehoudsgebied in Akoudié, waardoor de grenzen van het natuurbehoudsgebied werden bijgewerkt. Bovendien was er sprake van inbreuk door lokale gemeenschappen op een van de herbebossingslocaties in Azaguié. Er loopt een klachtenproces om samen met de betrokken belanghebbenden tot een oplossing te komen.

In totaal werden 27 geïntegreerde HCV-HCSA beoordelingen uitgevoerd die de beoordelingsprocessen van de relevante herzieningsorganisaties hebben ondergaan (HCV Network of HCSA). In 2022 had SIPEF zich tot doel gesteld om tegen 2025 alle eerdere “stand-alone”-beoordelingen te updaten naar geïntegreerde HCV-HCSA-beoordelingen. De doelstelling werd eerder dan verwacht gehaald: in 2023 waren alle herbeoordelingen met betrekking tot 24 plantages in Indonesië en drie plantages in Papoea-Nieuw-Guinea afgerond. De overige acht plantages in Indonesië hebben al HCV-beoordelingen uitgevoerd die alle gebieden omvatten die als HCS-gebieden bestempeld zouden worden. Omdat er voor deze plantages geen nieuwe ontwikkelingen gepland zijn, zijn herwaarderingen op dit moment bovendien niet nodig.

TOTAAL NATUURBEHOUDSGEBIEDEN PER LAND

LAND 2022 2023
Indonesië 9.691,0 9.737,0
Papoea-Nieuw-Guinea 3.623,7 5.624,5
Côte d’Ivoire 229,7 215,7
TOTAAL 13.554,4 15.577,2

Monitoring van natuurbehoudsgebied en biodiversiteit

SIPEF blijft de monitoring en het beheer van de HCV-gebieden en HCS-bossen binnen haar concessies verbeteren, waaronder de oprichting van speciale ranger-herstelteams ter plaatse om de implementatie van haar HCV-HCS-beheerplannen te verzekeren. De Groep ligt op koers om zijn doelstelling te halen om tegen 2026 ranger-herstelteams te hebben in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire. SIPEF heeft plannen om op elke plantage rangers te rekruteren en aan te stellen en te blijven investeren in capaciteitsopbouw door het aanbieden van relevante trainingen over monitoring en beheer van HCV-gebieden en HCS-bossen. De trainingen zullen zich richten op het patrouilleren in natuurbehoudsgebieden, het observeren van fauna en het monitoren van flora, het rehabiliteren en herstellen van de biodiversiteit en inheemse soorten, en het onderhouden van betrokkenheid bij werknemers en lokale gemeenschappen. De betrokkenheid omvat communicatie over de biodiversiteitsprogramma’s van SIPEF en bewustmaking over het belang van natuurbehoud, inclusief de locaties en voordelen van de HCV-gebieden en HCS-bossen. Daarnaast omvat het actief betrekken van werknemers en lokale dorpsbewoners bij initiatieven voor natuurbehoud.

Voltooiing van de geïntegreerde HCV-HCSA-beoordeling in Papoea-Nieuw-Guinea

In 2023 voltooide SIPEF een uitgebreide geïntegreerde HCV-HCSA-beoordeling en beoordeling van maatschappelijke impact (“Social Impact Assessment” - SIA) in haar activiteiten in Papoea-Nieuw-Guinea, die alle bestaande plantages, lokale boeren en omliggende gebieden bestreek. De beoordeling identificeerde in totaal 5.625 hectare HCV-HCS-gebied voor natuurbehoud, evenals potentieel gebied voor nieuwe ontwikkeling in en rond bestaande plantages van lokale boeren. Dankzij de SIA vond er uitgebreide samenwerking met de gemeenschappen plaats in 35 dorpen en 15 gehuchten. De aanbevelingen die uit de beoordelingen voortkwamen, zullen worden geïntegreerd in bestaande beheerplannen voor nieuwe ontwikkelingen. Deze zijn gericht op het genereren van waarde voor lokale boeren en gemeenschappen, het aanpakken van kwesties als landschaarste en voedselzekerheid en het beschermen van heilige grond.

Biodiversiteitsprogramma’s en landschapsinitiatieven

SIPEF draagt actief bij aan de ontwikkeling en de discussie over benaderingen op landschapsniveau in de context van duurzame palmolieproductie, via haar betrokkenheid bij de RSPO Jurisdictional Working Groep (JWG). Daarnaast financiert en ondersteunt SIPEF een aantal projecten voor natuurbehoud en biodiversiteit (1) in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.

SIPEF Biodiversiteit Indonesië (SBI)

Het SBI-project is een vergund bosgebied van 12.672 hectare dat als buffer dient voor het Kerinci Seblat Nationaal Park. Het project richt zich op de bescherming en monitoring van de biodiversiteit, de herbebossing van aangetaste gebieden en de samenwerking met lokale gemeenschappen om het onder het programma beheerde natuurgebied te beschermen.

  • Monitoring van biodiversiteit: In het gebied werd een uitzonderlijk rijke megafauna geïdentificeerd, waaronder de ernstig bedreigde Sumatraanse tijger (Panthera tigris sondaica).
  • Herbebossing en verrijking: In 2023 werden 39 bijkomende hectaren herbebost. Sinds het begin van het SBI-project werden in totaal 56.872 bomen geplant en werd 224 hectare herbebost. Op 31 december 2023 heeft SBI 88% van zijn doelstelling bereikt om tegen eind 2024 256 hectare te herstellen.
  • Alternatieve inkomens voor boeren: Agroforestry creëert duurzaam en alternatief levensonderhoud voor lokale gemeenschappen. In 2023 overtrof het SBI-programma de doelstelling voor 2024 om met 369 boeren in gesprek te gaan om regeneratieve landbouwpraktijken te bevorderen. Dit was eerder dan verwacht. Het SBI-team werkte samen met 376 boeren uit 17 landbouwgroepen in haar “agroforestry”-programma, en bood hun technische ondersteuning en zaailingen voor de ontwikkeling van “agroforestry”-voedseltuinen en boomgewassen. Het doel van de steun is om deze boeren te helpen een alternatieve bron van inkomsten te genereren en de illegale ontwikkeling in het natuurbehoudsgebied tegen te gaan.
  • Wetenschappelijk onderbouwd natuurbehoud: SIPEF heeft haar samenwerking met ZSL, een wetenschappelijke liefdadigheidsinstelling voor natuurbehoud, voortgezet om haar monitoringmethodologie te verbeteren, en rondt de resultaten van de tot nu toe uitgevoerde monitoringactiviteiten af via regelmatige bijeenkomsten tussen beide organisaties. Er zijn trainingen gepland voor 2024, die zich zullen richten op cameravalonderzoeken, data-analyse en rapportage samen met ZSL en andere lokale ngo’s die mogelijk geïnteresseerd zijn in samenwerking.

SBI is een van de weinige natuurbehoudsprojecten in Indonesië die voor een periode van 60 jaar een subsidie toegekend kreeg voor ecosysteemherstel, onder de bevoegdheid van het Directoraat-Generaal voor Duurzaam Productiebosbeheer, Ministerie van Milieu en Bosbouw (KLHK) van de Republiek Indonesië. In december 2023 keurde de KLHK het tienjarige beheersplan dat werd ingediend door het SBI-team goed, waarmee de bestaande vergunning van SBI om het gebied voor nog eens tien jaar te beheren en te behouden veilig werd gesteld.

(1) Project voor behoud van zeeschildpadden in Indonesië: Omdat het nieuwe “Memorandum of Understanding” (MoU) nog steeds wordt uitgebreid met de Balai Konservasi Sumber Daya Alam-Bengkulu (BKSDA), kon er geen vooruitgang worden gemeld voor 2023.

Herstel van kustgebied

Zowel in Papoea-Nieuw-Guinea als in Indonesië heeft SIPEF binnen haar activiteiten projecten gericht op het herstel van kustgebieden. Initiatieven voor herstel, zoals het planten van mangroves, zullen helpen bij het creëren van bufferzones om deze gebieden in de plantages te beschermen tegen verdere erosie. De herstelactiviteiten omvatten het planten van bomen, het verwijderen van oliepalmen en wieden, maar ook het met rust laten en beschermen van gebieden zodat deze op natuurlijke wijze kunnen regenereren.

IN PAPOEA-NIEUW-GUINEA

IN INDONESIË

Het herstel zal worden uitgevoerd op basis van een bijgewerkt beheersplan, dat zal worden ontwikkeld in overeenstemming met de meest recente HCV-HCSA-beoordeling die HOPL in 2023 heeft voltooid. Dit is om te verzekeren dat het initiatief wordt afgestemd op de uiteindelijke HCV-HCS-kaarten die door de beoordeling zijn gegenereerd en met daarop het kustherstelgebied.# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Milieubeheer

INVOEREN VAN BESTE BEHEERPRAKTIJKEN

SIPEF streeft ernaar de milieu-impact van haar activiteiten tot een minimum te beperken door het toepassen van beste beheerpraktijken (BMP’s). Waar dat kan houdt de Groep zich ook bezig met regeneratieve en circulaire praktijken, gericht op het hergebruiken van bijproducten en afval van zijn productie- en verwerkingsactiviteiten.

Beheer van pesticiden en chemicaliën

Geïntegreerde plaagbestrijdingstechnieken (“Integrated Pest Management”- IPM) worden gebruikt voor zowel de oliepalm- als de bananen- activiteiten van SIPEF. Plaagbestrijding is van cruciaal belang voor het beschermen van gewassen en het optimaliseren van de opbrengsten, en IPM is een aanpak die natuurlijke plaagbestrijdingsmechanismen stimuleert. Door prioriteit te geven aan IPM streeft SIPEF ernaar de afhankelijkheid van middelen voor gewassenbescherming te verminderen, met de nadruk op een zorgvuldige afweging van chemicaliën en bestrijdingsmiddelen die de risico’s voor mensen en ecosystemen minimaliseren.

Gebruik van pesticiden

SIPEF verbindt zich ertoe het gebruik van pesticiden tot een minimum te beperken en tegelijk de gezondheid van de bodem te behouden en de productiviteit per hectare te handhaven of te verhogen. De Groep geeft prioriteit aan de veiligheid van werknemers die betrokken zijn bij het gebruik van pesticiden, en zorgt ervoor dat zij de juiste training en uitrusting hebben en regelmatig hun gezondheid laten nakijken. Pesticiden worden gebruikt als laatste redmiddel wanneer het voorkomen van uitbraken van plagen en ziekten boven de economische drempel niet lukt met andere methoden. Alle gebruikte actieve ingrediënten worden jaarlijks gecontroleerd op veiligheid en efficiëntie. Er is geen profylactisch gebruik van pesticiden en het gebruik wordt met beste praktijken tot een minimum beperkt.

VERSCHILLENDE METHODEN VAN NATUURLIJKE OF BIOLOGISCHE PLAAGBESTRIJDING

Ganoderma mycelium kan worden onderdrukt door het haksel bloot te stellen aan zonlicht, zodat de ultraviolette straling de schimmel kan doden. Drainage wordt uitgevoerd in minerale bodems om de broeihabitat van de neushoornkever (Oryctes rhinoceros) te beperken. Biologische bestrijding omvat het vangen van mannelijke Orcytes, het infecteren van deze met een virus en het vrijlaten van de besmette species om de Orcytesbevolking in bedwang te houden. Het gebruik van “Empty Fruit Bunches” (EFB) en speciaal samengestelde meststoffen aanbrengen voor de variëteiten van palmhybrides die het best afgestemd zijn op de velden, om gezondere palmen met een hogere natuurlijke weerstand te kweken. Groenbemesters worden aangeplant om extra stikstof in de bodem te brengen en schadelijk onkruid te beperken. Plaagdodende en insectenwerende planten worden aangeplant die de groei van natuurlijke vijanden bevorderen en natuurlijke ongediertevijanden zoals parasitoïden, bijv. Eocanthecona furcellata, vrijlaten. Omstandigheden creëren die natuurlijke vijanden aantrekken, zoals aanplantingen van bloemen of struiken langs de akkers in herbeplante zones. De eerste vijand in een bananenplantage is een bladvlekkenziekte veroorzaakt door een schimmel genaamd Cercospora musae, die de bladeren aantast en al snel necrotisch maakt. Om systematisch sproeien van fungiciden te voorkomen, wordt het veld preventief gesaneerd door het rooien van aangetaste bananenstengels, en wordt pas tot behandeling besloten als besmettingsgraad te hoog is. Gebruik van bananenplantgoed afkomstig van meristeemcultuur, dat vrij is van nematoden, zodat geen nematiciden hoeven te worden gebruikt. De Cosmopolites sordidus die de bananenschors aantast, kan worden gevangen met behulp van lokstoffen, en het gebruik van pesticiden is niet meer nodig onder normale en gecontroleerde omstandigheden.

PALMOLIE

Behoud van de vruchtbaarheid en gezondheid van de bodem

Bij de palmolieactiviteiten van SIPEF beginnen alle voorbereidingen van het land met gedetailleerde topografische kaarten om de beplante gebieden te evalueren en ervoor te zorgen dat de juiste BMP’s voor bodemgezondheid en behoud worden toegepast. Wat oliepalmziekten betreft, blijft het grootste risico voor oudere plantages dat van stambasisrot (“Basal Stem Rot” – BSR), veroorzaakt door de schimmel Ganoderma boninense. Voor en tijdens de herbeplanting wordt de grond intensief bewerkt, in combinatie met de snelle ontwikkeling van de bodembedekker Mucuna bracteata, gevolgd door een braakliggingsperiode van minstens een jaar in een poging om de levenscyclus van de schimmel te beëindigen of op zijn minst te onderbreken. Het gebruik van ‘Gano-tolerant’ plantgoed is ingevoerd en de doeltreffendheid ervan wordt nauwlettend gevolgd. Het gebruik van antagonistische en heilzame schimmels zoals Trichoderma en de bodemverbeteraar Rhizoplex maakt ook deel uit van het wapenarsenaal tegen deze virulente schimmel.

Evenwicht tussen de toepassing van minerale en organische meststoffen, met behoud van de bodemstructuur en beheersing van de exploitatiekosten. Door het gebruik van compost en andere biomassa zoals EFB, cacao- of koffiedoppen, wordt de bodem minder blootgesteld, wat de gezondheid en het behoud ervan verbetert en de afhankelijkheid van minerale meststoffen vermindert. SIPEF heeft ook geïnvesteerd in een composteringssysteem voor haar activiteiten in Bukit Maradja, dat 100% van de lege fruittrossen en POME van de plantage verwerkt tot organische meststof met een hoog voedingsstoffengehalte.

Preventieve maatregelen om bodemerosie te voorkomen, zoals leguminosen planten als bodembedekkers, en het aanleggen van slibvangers, slibgeulen, dammen en taludbescherming zoals vetivergras (Chrysopogon zizanioides). Jaarlijkse bladstalen en periodieke bodemstalen worden geanalyseerd inzake voedingsstoffen, om de aanbevolen toepassing van meststoffen te bepalen en zo het verbruik van meststoffen te beperken, met behoud of verbetering van de productiviteit per hectare.

BANANEN

In de bananenproductie zijn de belangrijkste bodem- en wortelplagen nematoden, zeer kleine parasitaire wormen die zich voeden met planten. Het gebruik van jonge meristeemplanten bij herbeplanting zorgt ervoor dat er onbesmette planten komen, maar dat kan alleen als de grond een braakperiode van ten minste een jaar heeft doorgemaakt, zonder enige hergroei van wilde bananenplanten. Door de nematoden af te sluiten van alle voedselbronnen, zullen ze sterven en verdwijnen. Om de bodemkwaliteit tijdens deze periode verder te verbeteren, worden de braakliggende percelen beplant met Tithonia, dat in enkele maanden tijd een struik van twee of drie meter hoog vormt, die aan het einde van de periode wordt vermalen om de bodem te bedekken. Zo wordt het organische gehalte verhoogd en wordt erosie voorkomen, voordat met de herbeplanting wordt begonnen.

Afval en vervuiling tot een minimum beperken

Als onderdeel van de verbintenis van SIPEF om afval en vervuiling tot een minimum te beperken, hergebruikt de Groep de bijproducten van eigen oliepalm- en bananenveldactiviteiten en zijn palm-olieproductie, evenals die van derden. Hoewel de belangrijkste toepassingen van deze bijproducten hieronder worden beschreven, worden er ook verschillende andere manieren van gebruik binnen de landbouwsector onderzocht, getest en in de praktijk gebracht. Voortdurende innovatie, onderzoek en ontwikkeling zullen de rijkdom aan waarde blijven benutten van wat voorheen als afval werd beschouwd.

OLIEPALM EN BANANENPLANTAGES

Categorie Bijproduct Toepassing
OLIEPALM Lege vruchtentrossen (EFB) Worden op de velden uitgestrooid om de resterende voedingsstoffen en organische materie terug in het veld te brengen. Gecomposteerde EFB is gunstig voor minerale bodems en kan worden gemengd met het POME/ketelas/de afzettingen van de decanteersystemen om organische meststof te maken.
BANANEN Bananenstengels en vruchtenresten Zodra de vruchthanden van de tros zijn verwijderd in het verpakkingsstation, worden de bananenstengels en de vruchtenresten terug op de velden uitgespreid, meestal in de braakliggende percelen.
Ongewenste of oude bladeren en necrotische plekken, alsook de overtollige bananenhanden Worden afgesneden en op de bodem achtergelaten, zodat er meer organisch materiaal in de bodem terugkomt.
Bijproducten van cacaoboerderijen en oliepalmplantages van derden, zoals cacaopeulen en EFB Worden gebruikt als organische meststof op de bananenvelden.
PALMOLIE Behandeld afvalwater van palmolie-extractiefabrieken (POME) Wordt op de velden aangebracht als bron van voedingsstoffen voor de palmen.
Vezels van het mesocarp van de palmnoot Worden verbrand in de ketels van de palmolie-extractiefabriek om elektriciteit op te wekken via stoomturbines.
Endocarpium van de palmnoot, de bron van palmpitdoppen Wordt als biomassa aan derden verkocht.
Endosperm van de palmnoot, de bron van palmpitschilfers Wordt verkocht als bestanddeel van diervoeder.

Beperking van waterverontreiniging en beheer van afvalwater

SIPEF volgt alle lokale regelgeving inzake afvalwaterlimieten in haar palmolie-extractiefabrieken, als onderdeel van haar verbintenis om de impact van watervervuiling te beperken.# Milieubeheer

Waterbeheer

In 2022 heeft de Groep doelstellingen vastgelegd om het bio-chemisch zuurstofverbruik (“Biochemical Oxygen Demand” -BOD), chemisch zuurstofverbruik (“Chemical Oxygen Demand” - COD) en totale gesuspendeerde vaste stoen (“Totaal Suspended Solids” - TSS) onder de wettelijke grenswaarden te houden op het punt van vrijgave. Er worden technische controles en waterbehandelings-systemen gebruikt om ervoor te zorgen dat de niveaus binnen de vereiste limieten blijven. SIPEF onderhoudt ook oeverbuerzones met natuurlijke vegetatie. Dit is belangrijk voor het absorberen van afvoerwater en het beschermen van waterwegen. In 2023 waren er in de drie palmolie-extractie-fabrieken van HOPL in Papoea-Nieuw-Guinea incidenten waarbij de wettelijke limieten voor BOD en TSS werden overschreden. Deze incidenten waren het gevolg van onregelmatigheden in het ontslibbingsprogramma. Er werden beperkings-maatregelen genomen zodat stand-by machines beschikbaar zijn voor continu ontslibbingswerken om het ontslibbingsproces tijdens het zware regen-seizoen nauwlettend te monitoren. Gegevens over BOD, COD en TSS voor 2023 zijn beschikbaar in het onderdeel Basisgegevens van dit verslag, in de Annex op pagina 282.

De aanpak van het waterbeheer bij SIPEF bestaat erin de beschikbaarheid en de kwaliteit van de watervoorraden te vrijwaren voor de omliggende gemeenschappen en het milieu, alsook voor de eigen activiteiten. De Groep meet het waterver-bruik in al zijn activiteiten en streeft ernaar het te optimaliseren. In 2023 steeg het totale waterverbruik in de palmolie-extractiefabrieken van SIPEF met 3%. Een palmolie-extractiefabriek in Papoea-Nieuw-Guinea overschreed de gestelde doelstelling voor de intensiteit van het waterverbruik door de opstart van grote projecten, waaronder de installatie en inbedrijfstelling van ketels en sterilisatoren, wat resulteerde in een hoog waterverbruik. Bovendien was er meer water nodig om de machines van de palmolie-extractiefabriek regelmatiger schoon te maken vanwege problemen met vulkanische as als gevolg van de uitbarsting van Mt Ulawun in november 2023, die verstoppingen in leidingen en tanks veroorzaakten.

Bananen blijven het meest waterintensieve product van de Groep, voornamelijk door het gebruik van irrigatie. Bronnen van irrigatiewater die op de bana-nenplantages in Côte d’Ivoire worden gebruikt, zijn onder meer regenwater, water dat wordt geloosd uit verpakkingsstations en in dammen is opgeslagen, en rivieren die langs de plantages lopen. Vanwege voedselveiligheids- en gezondheidseisen komt het water voor de bananenverpakkingsstati-ons uit bronnen. Het gebruikte water wordt na het verpakkingsproces via decantatietanks gerecycled en vervolgens in de dammen (1) opgeslagen voor toe-komstige irrigatie, of wordt terug in de rivier geloosd. In 2023 was er een stijging van 19% in de intensi-teit van het watergebruik als gevolg van de extra beplante oppervlakten van de nieuwe locaties van Plantations J. Eglin en de twee nieuwe verpakkings-stations in Lumen en Akoudié, die in de loop van het verslagjaar volledig operationeel werden.

(1) Alleen van toepassing op één van de Azaguié-sites (Azaguié 2) en de Agboville-site.

TOTAAL WATERVERBRUIK IN PALMOLIE EXTRACTIE FABRIEKEN (M³) TOTAAL WATERVERBRUIK VAN DE BANANENACTIVITEIT (M³) INTENSITEIT WATERVERBRUIK BANANENACTIVITEIT (M³/TON UITGEVOERDE BANANEN)
Indonesië Plantages en verpakkingsstations
2022 2022 2022
929 993 4 262
2023 2023 2023
279 379 6 530
Papoea-Nieuw-Guinea
2022
711
2023
864
Plantages
2022
699
2023
175
Verpakkingsstations
2022
240 952
2023
350 428

Respect voor werknemers en gemeenschappen

Wereldwijd leven miljoenen mensen van de landbouw-sector, die ook het voedsel produceert om de groeiende wereldbevolking van acht miljard mensen te onderhouden. Hoewel de sector heeft bijgedragen aan een aanzienlijke sociaaleconomische ontwikkeling, wordt hij ook in ver-band gebracht met gevolgen voor de mensenrechten en landgerelateerde problemen, zeker in regio's waar tropische landbouwproducten worden geproduceerd. Als werkgever van duizenden mensen beseft SIPEF welke grote impact dit kan hebben. De Groep zet zich in voor het respecteren van mensenrechten, arbeidsrechten en gemeenschapsrechten in overeenstemming met zowel lokale wetten als internationale regelgeving. Deze inzet gaat verder dan het louter naleven van regels en omvat ook het verbeteren van de levens van de mensen in en rond de activiteiten in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire. Door banen en toegang tot gezondheidszorg, onderwijs en infrastructuur te verschaffen, benadrukt SIPEF haar steun aan de landbouwgemeenschap en haar bijdrage aan een duurzame ontwikkeling.

Personeelsbestand van SIPEF

In 2023 telde SIPEF 23 057 medewerkers, waaron-der vaste en tijdelijke werknemers verspreid over België, Luxemburg, Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea, Côte d’Ivoire en Singapore. De meeste werknemers van SIPEF zijn gevestigd in Indonesië (67,4%), gevolgd door Papoea-Nieuw-Guinea (21,6%) en Côte d’Ivoire (10,7%), met de overige 0,3% in België, Luxemburg en Singapore. Op basis van de totale uitsplitsing van de werknemers naar geslacht is 25% van de werknemers van SIPEF vrouw. SIPEF werft 76% van haar werknemers aan met een contract van onbepaalde duur (vaste con-tracten), 19% met langetermijncontracten en 5% met tijdelijke contracten in haar oliepalm- en bananenactiviteiten. Tijdelijke contractanten zijn onder andere seizoen-arbeiders op de plantages voor activiteiten die van korte duur zijn. Zij fungeren als extra ondersteu-ning tijdens piekseizoenen. In Indonesië maken de werknemers die worden ingehuurd op basis van hernieuwbare langeter-mijncontracten (d.w.z. Perjanjian Kerja Waktu Tertentu - PKWT) en tijdelijke contractanten samen 36% uit van de werknemers bij PT Tolan Tiga Indonesië. Alle tijdelijke contractanten zijn gedekt door de sociale zekerheid conform de Indonesische regelgeving. Voor de werknemers met langetermijn-contracten wordt overwogen om ze voor onbepaalde duur in dienst te nemen.

OVERZICHT WERKNEMERS
25% % vrouwen in palmolie- en bananenactiviteiten
24% % vrouwen in totaal aantal werknemers
32% Werknemers per land (1)
15 547 Indonesië
4 989 Papoea-Nieuw-Guinea
2 483 Côte d’Ivoire
23 057 Totaal aantal werknemers (1)
24 België
14 Singapore
(1) Dit omvat ook werknemers in thee-, rubber- en horticultuuractiviteiten.

In Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire maken tijdelijke contracten respectievelijk slechts 1% en 5% van alle contracten uit. Tijdelijke werknemers in beide landen ontvangen medische voordelen zolang ze in dienst zijn. In Côte d’Ivoire zijn alle werknemers, ook die met een tijdelijk contract, verplicht aangesloten bij het nationale socialeze-kerheidsfonds (“Caisse Nationale de Prévoyance Sociale” – CNPS) en de nationale ziektekosten-verzekering. De uitkeringen van het CNPS-fonds dekken gezinstoelagen, pensioen, moederschap/vaderschap, verwondingen en werkgerelateerde functiebeperkingen.

WERKNEMERS VOLGENS CONTRACTTYPE
Permanent contract 76%
Tijdelijk contract 5%
Lange termijn- contract (1) 19%
(1) Werknemers aangenomen met langetermijncontracten (PKWT) in Indonesië.

Lonen van werknemers

De arbeidscontracten voor de werknemers worden opgesteld in de lokale taal, met duidelijk aangege-ven salarissen en voorwaarden conform de lokale wetgeving. SIPEF voldoet aan alle lokale voorschriften voor minimumlonen en aan de normen van de “Roundtable on Sustainable Palm Oil” (RSPO), de “Rainforest Alliance” en Fairtrade wat betreft de vereisten en berekeningen voor leeare lonen. Het bieden van een leeaar loon is van fundamenteel belang om ervoor te zorgen dat de werknemers in hun levensonderhoud kunnen voorzien, zich basisbehoeften kunnen veroorloven en hun gezin kunnen onderhouden. Deze normen gebruiken de definitie van leeaar loon van de Global Living Wage Coalition, en loonmatrices om hiaten vast te stellen in gevallen waar er geen goedgekeurde benchmark is berekend. De gerelateerde implementatierichtlijnen onder-steunen de ontwikkeling van verbeterplannen om ervoor te zorgen dat eventuele hiaten worden gedicht. In het kader van de reguliere interne controle-processen voert SIPEF audits uit bij derden, zoals lokale leveranciers van contractarbeiders, om te controleren of zij voldoen aan het lokale minimum-loon en de betrokken wetgeving. Voor meer informatie over leeare lonen volgens de respectieve certificeringsnormen:

  • RSPO: Decent Living Wage Task Force – Roundtable on Sustainable Palm Oil
  • Rainforest Alliance: Bijlage S10: Living Wage Benchmarks per land – Lijst | Rainforest Alliance
  • Fairtrade: www.fairtrade.net/issue/living-wage

RSPO herziene “Living Wage”-strategie

Sinds 2018 omvatten de Principes en Criteria (P&C) van de RSPO vereisten inzake leeaar loon. In 2023 is een herziene “Living Wage Strategy” aangeno-men, die een stapsgewijze benadering hanteert om:
1. Een gestandaardiseerd systeem te ontwikkelen voor de loonberekening en de verzameling van loongegevens;
2. Een benchmark voor een leeaar loon te definiëren voor de oliepalmsector en hiaten inzake leeaar loon op te sporen, en;
3. De kloof tot leeare lonen te controleren en te dichten.

De RSPO heeft besloten om prioriteit te geven aan de initiële fase en de huidige activiteiten met betrekking tot de “Living Wage” benchmarks uit te stellen.Later zal de RSPO zich concentreren op het onderzoeken van methodologieën en benchmarks voor leefbare lonen, de opdracht voor en het creëren van benchmarks voor RSPO-leden, het vaststellen van processen voor de verificatie van hiaten inzake leefbare lonen en het formuleren van strategieën om hiaten aan te pakken. In tussentijd zullen de formules voor de berekening van leefbare lonen die zijn uitgegeven door de RSPO gebruikt blijven worden voor certificeringsdoeleinden. SIPEF is een actieve rol blijven spelen in deze besprekingen via haar deelname aan het RSPO “Standards Standing Committee” (SSC).
* Voor meer informatie: https://rspo.org/a-living-wage-rspos-strategic-direction/

117
SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023
Respect voor werknemers en gemeenschappen

Vooruitgang bij het bereiken van leefbare lonen (“Living Wages”) in de bananensector

In 2023 namen het management van Plantations J. Eglin, de werknemers, hun gezinnen en leden van de gemeenschap deel aan twee belangrijke onderzoeken. Het eerste, in opdracht van Fairtrade en uitgevoerd door onderzoekers van het Anker Instituut, heeft tot doel aanbevelingen te doen voor de aanpassing van de berekeningsmethode voor leefbare lonen (“Living Wage”) voor arbeiders in de bananenteelt in Côte d’Ivoire. Het tweede, geïnitieerd door Banana Link, richt zich op onderhandelingen voor hogere commerciële marktprijzen voor bananen. De bevindingen en aanbevelingen van beide onderzoeken zullen in 2024 beschikbaar zijn en zullen naar verwachting een belangrijke bijdrage leveren aan het levensonderhoud van bananentelers over de hele wereld.

Daarnaast omvat de Federatie van bananenwerkers van Côte d’Ivoire (FETBACI), die in 2023 werd opgericht, vakbondsorganisaties waar Plantations J. Eglin werknemersvertegenwoordigers heeft. Binnen die Federatie werd een interbedrijfscomité opgericht om salariscategorieën te stroomlijnen en te benchmarken die rekening houden met de behoeften en verwachtingen van zowel de werknemers als de productiebedrijven. Het overleg loopt tot 2024 en houdt rekening met een aantal belangrijke uitdagingen, zoals het afstemmen van de berekeningsverschillen tussen “Rainforest Alliance” en Fairtrade en het opnemen van door bedrijven verstrekte premies en diensten in de berekeningen voor leefbaar loon (“Living Wage”).

Plantations J. Eglin heeft zijn werkprocedures herzien om de prestaties van veldmedewerkers en hun remuneratie te verbeteren. In de loop van 2023 werden al diverse cruciale stappen gezet om de lonen van de werknemers te verbeteren. Deze stappen omvatten:
* een verhoging van de woonpremies met 40%;
* een verhoging van de rijstpremies met 12,5%; en
* een basissalarisverhoging van 11% voor alle werknemers (actie op nationaal niveau).

118
The connection to the world of sustainable tropical agriculture

MENSENRECHTEN EN ARBEIDSNORMEN

De werknemers zijn de drijvende kracht achter de activiteiten van SIPEF. De Groep zet zich in om alle werknemers eerlijk te behandelen, hun rechten te handhaven en de arbeidsnormen na te leven. De Groep houdt zich aan alle toepasselijke lokale wetten en internationale regelgeving, zoals de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), de Verklaring inzake Fundamentele Beginselen en Rechten op het Werk en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties. De verbintenissen van SIPEF op het vlak van mensenrechten zijn vastgelegd in de Gedragscode, het Mensenrechtenbeleid, het Verantwoordelijk Plantagebeleid (“Responsible Plantations Policy”– RPP) en het Verantwoordelijk Inkoopbeleid (“Responsible Purchase Policy”- RpuP). Er zijn ook specifieke beleidslijnen inzake kinderarbeid, dwangarbeid en mensenhandel, vrijheid van vereniging, gezondheid en veiligheid op het werk, gelijke kansen op werk en seksuele intimidatie. Lees meer over al deze beleidsmaatregelen in het hoofdstuk goed zakelijk gedrag op pagina 146.

119
SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023
Respect voor werknemers en gemeenschappen

Geen exploitatie

SIPEF tolereert geen enkele vorm van kinderarbeid, dwangarbeid of mensenhandel, niet in haar eigen activiteiten, maar ook niet in de activiteiten van haar contractanten en externe leveranciers. Er worden disciplinaire maatregelen genomen, tot en met ontslag of gerechtelijke stappen, indien van toepassing en als beschuldigingen gegrond blijken.

Binnen het eigen bedrijf zijn de lokale personeelsafdelingen verantwoordelijk voor het garanderen dat er geen werknemers of tijdelijke contractanten jonger zijn dan 18 jaar. De naleving van alle beleidsregels met betrekking tot mensenrechten en geen exploitatie wordt gecontroleerd door middel van interne audits en risicomechanismen en -processen. Dit komt boven op de jaarlijkse audits rond mensenrechtenvereisten in het kader van de certificeringsnormen waar SIPEF aan voldoet. Als aanvullende en cruciale waarborg beschikt SIPEF over een doeltreffend klachtenmechanisme, waarmee werknemers incidenten van exploitatie of schendingen van de mensenrechten kunnen melden als die zich voordoen. De Groep staat open voor alle klachten van interne en externe stakeholders en behandelt klachten op onpartijdige wijze. Meer informatie over het klachtenmechanisme van SIPEF is beschikbaar in het hoofdstuk goed zakelijk gedrag op pagina 146.

Vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen

SIPEF gelooft dat de sociale dialoog belangrijk is voor het creëren van een constructieve werkomgeving voor haar werknemers. De Groep respecteert het recht op vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen. Alle arbeiders en contractanten, vast of tijdelijk, in de landen waar SIPEF actief is hebben het recht om lid te zijn van een vakbond en zich te organiseren volgens de wetgeving van het land waar ze actief zijn. SIPEF werkt samen met vakbondsvertegenwoordigers en bevordert de dialoog door middel van regelmatige en gestructureerde bijeenkomsten en andere overlegkanalen.

Per 31 december 2023 was 51% van de werknemers in de palmolie- en bananenactiviteiten van SIPEF gedekt door een collectieve arbeidsovereenkomst. Op het niveau van de verschillende landen waar SIPEF actief is, komt dit neer op 100% van de werknemers in Côte d’Ivoire, 60% in Indonesië en 2% in Papoea-Nieuw-Guinea. In Papoea-Nieuw-Guinea is er weliswaar een vakbond voor de werknemers, maar de participatiegraad blijft laag omdat de voordelen van lidmaatschap als beperkt worden ervaren.

Controle en naleving bij PT Tolan Tiga Indonesië

In Indonesië voert het coöperatief orgaan Lembaga kerjasama bipartit (LKS) maandelijks een onderzoek uit op de plantages van SIPEF rond de risico’s op mensenrechtengebied, waaronder kinder- en dwangarbeid. Alle geïdentificeerde gevallen, inclusief gevallen die worden gemeld aan de personeelsdienst of via de klachtenkanalen van SIPEF, worden individueel onderzocht en behandeld. De LKS fungeert ook als platform voor geschillenbeslechting voor werknemers van SIPEF’s activiteiten in Indonesië.

120
The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Diversiteit en gelijke kansen

SIPEF is een niet-discriminerende werkgever, die in de hele Groep strikte principes en normen toepast om gelijke kansen voor iedereen te handhaven en te bevorderen. De Groep voldoet aan alle toepasselijke wet- en regelgeving inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de landen waar hij actief is. Daarnaast implementeert hij ook interne programma’s en voldoet aan vereisten van externe regelgevingen die zijn ontworpen om het risico op gendergerelateerde discriminatie terug te dringen. Deze principes en vereisten gelden ook voor de lokale boeren die aan SIPEF leveren.

Wereldwijd maken vrouwen integraal deel uit van de landbouwsector. Ze verrichten een aanzienlijk deel van het werk, maar staan bloot aan de risico’s van discriminatie, exploitatie en oneerlijke behandeling. SIPEF erkent de specifieke uitdagingen waarmee vrouwen in de palmolie- en bananensector worden geconfronteerd en richt daarom veel van haar initiatieven op het creëren van een veilige en ondersteunende omgeving voor vrouwen, zowel binnen als buiten de werkomgeving.

Comités voor gender en sociale zaken

In alle operationele eenheden van de Groep en in het hoofdkantoor van elk land waar de Groep actief is, zijn gendercomités en equivalenten daarvan opgericht. De comités komen geregeld bijeen om onder andere de problemen van vrouwen te bespreken en aan te pakken. De onderwerpen omvatten bijvoorbeeld gelijke kansen op de arbeidsmarkt, deelname aan besluitvorming, seksuele intimidatie, reproductieve rechten en de gezondheid en veiligheid van vrouwen.

121
SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023
Respect voor werknemers en gemeenschappen

Indonesië

Het gendercomité bij PT Tolan Tiga Indonesië richt zich op het evalueren en aanpakken van gendergerelateerde kwesties, het adviseren van het bestuur over belangrijke besluitvorming en het aanbieden van trainingen om het begrip van de rechten van vrouwelijke werknemers te bevorderen. Daarnaast ontvangt en reageert het comité op gebeurtenissen die verband houden met genderkwesties in het bedrijf, zoals zaken die te maken hebben met gelijke kansen op het werk en reproductieve rechten, naast seksuele intimidatie op de werkplek of in de bedrijfsomgeving. Het comité wordt in elke operationele eenheid ondersteund door een gendercomitécontactgroep die het aanspreekpunt is voor de lokale werknemersgemeenschap bij het beheren van genderkwesties op het niveau van de operationele eenheid.

Papoea-Nieuw-Guinea

In Papoea-Nieuw-Guinea werken comités voor sociale zaken (voorheen gendercomités) aan het identificeren en aanpakken van problemen die van belang zijn voor vrouwelijke werknemers en leden van de lokale gemeenschappen. De comités omvatten vrouwelijke vertegenwoordigers van elke afdeling en worden ondersteund door een taakomschrijving (“Terms of Reference”) en een jaarlijks werkplan.# Initiatieven in 2023 waren onder andere de organisatie van een Internationale Vrouwendag op 8 maart, waar vrouwelijke werknemers van Hargy Oil Palm Ltd (HOPL) bijeenkwamen voor een open discussie over de kwesties die hen aanbelangen.

Côte d’Ivoire

In Côte d’Ivoire heeft Plantations J. Eglin de focus van de bestaande anti-intimidatiecomités uitgebreid naar een breder spectrum van gendergerelateerde kwesties. De comités werden omgedoopt tot gendercomités en hun takenpakket omvat nu onder andere het bevorderen van gelijke kansen voor vrouwen, de gezondheid en veiligheid van vrouwen en het aanpakken van intimidatieproblemen op de werkplek. De comités spelen ook een rol in het bevorderen van de positie van vrouwen binnen het bedrijf, door vrouwelijke werknemers actief te ondersteunen bij sollicitaties naar andere en hogere functies. Naast deze ontwikkelingen werden er twee nieuwe gendercomités opgericht voor de nieuwe plantages Lumen en Akoudié. In 2023 kregen de personeelsleden een opleiding over genderkwesties en het oplossen van klachten in het Frans en in lokale talen. Op basis van deze besprekingen werd een werkplan voor 2024 ontwikkeld dat onder meer voorziet in het aanpakken van belangrijke kwesties via regelmatige follow-upvergaderingen, bewustmakingsprogramma’s voor alle werknemers en verdere opleidingen voor vrouwen over het gebruik van de beschikbare klachtenmechanismen.

122 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Carrièreontwikkeling en professionele groei

Zowel op Groeps- als op landenniveau heeft SIPEF een gelijkekansenbeleid opgesteld dat elke vorm van discriminatie verbiedt, ongeacht of zij verband houdt met etnische of nationale afkomst, geslacht, genderidentiteit, seksuele geaardheid, religie, handicap, leeftijd, vakbondslidmaatschap of politieke overtuiging. Dit beleid is ook van toepassing op de wervings- en professionele groeiprocessen op alle niveaus, dus ook voor de hogere en middenkaderfuncties. Er worden verschillende initiatieven ontplooid om inclusiviteit in de opvolgingsplanning te bevorderen en werknemers te ondersteunen bij hun loopbaanontwikkeling, en tegelijkertijd te voldoen aan de behoeften van de organisatie. Voorbeelden van deze initiatieven zijn:

  • Interne trainingsprogramma’s
  • Gesponsorde stages
  • Ondersteuning tertiair onderwijs
  • Alfabetiseringsprogramma’s voor volwassenen
  • Bijscholingsinitiatieven

Programma’s voor jong talent

In Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea is het langlopende cadettenprogramma ontworpen om de deelname van afgestudeerden aan opleidingsprogramma’s te ondersteunen en hen snel te laten doorstromen naar functies in het middenkader bij de palmoliebedrijven van SIPEF. Hoewel het percentage vrouwen relatief laag is, moedigt SIPEF vrouwen actief aan om deel te nemen, omdat het programma een positieve impact kan hebben in een sector die traditioneel door mannen wordt gedomineerd. In 2023 vormden vrouwen respectievelijk 7% en 11% van de jonge talenten in de programma’s voor Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.

De dynamiek veranderen met vrouwelijk leiderschap

Diversiteit in het leiderschap is cruciaal voor het bevorderen van een genderinclusieve werkomgeving.

  • In Indonesië benoemde de duurzaamheidsafdeling van PT Tolan Tiga Indonesië het eerste vrouwelijke hoofd duurzaamheid voor de activiteiten in Bengkulu.
  • In Papoea-Nieuw-Guinea werd in 2023 een vrouwelijke werknemer gepromoveerd tot hoofd bouw, en vervoegde aldus drie andere vrouwelijke afdelingshoofden in het executief comité van HOPL.
  • In Côte d’Ivoire werden twee vrouwelijke werknemers van bananenplantages en één vrouwelijke werknemer van een verpakkingsstation gepromoveerd tot toezichthoudende functies.

Op de Navo-locatie van HOPL werden vrouwelijke werknemers via een bijscholingsprogramma opgeleid om tractoren te besturen en machines te bedienen, wat ertoe leidde dat verschillende vrouwen deze functies opnamen op de SIPEF-plantages in Papoea-Nieuw-Guinea.

123 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Respect voor werknemers en gemeenschappen

“Women in Leadership Award for West New Britain”

In juni 2023 ontving Tracey Masing, ”Senior Community Engagement Officer” bij HOPL, de “2021 Women In Leadership Award for West New Britain”, uitgereikt door de “Papoea-Nieuw-Guinea Australia Alumni Association” (PNG AAA). De prijs werd uitgereikt door de Australische Hoge Commissaris voor Papoea-Nieuw-Guinea en was een erkenning voor haar inspanningen om de behoeften en uitdagingen van jongeren en vrouwen bij de gemeenschappen van de lokale boeren rond HOPL aan te pakken. De ceremonie was oorspronkelijk gepland voor 2022, maar werd uitgesteld tot 2023 vanwege covid-19 beperkingen. Tracey begon met een basisonderzoek in 2020 en identificeerde kritieke problemen, zoals een gebrek aan watertanks en sanitaire voorzieningen en de toenemende werkloosheid onder de jongere generaties in de onderzochte gebieden van lokale boeren. In samenwerking met het “Navo Community Engagement”-team werden capaciteitsopbouw- en gezinslandbouwopleidingen voor vrouwen en jongeren gegeven. In samenwerking met de afdeling “Business Development” van HOPL werden er ook opleidingen gegeven voor financiële basiskennis. Tracey slaagde er later in om van het “PNG AAA Alumni Grant Scheme” financiering te krijgen voor naaitrainingen voor vrouwen in gezinnen van lokale boeren en bij echtgenoten van werknemers, om hen nieuwe vaardigheden aan te leren en hun inkomensmogelijkheden te vergroten.

124 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Gezondheid en veiligheid op het werk

Voor SIPEF is de gezondheid en veiligheid van haar werknemers van het grootste belang. Het bedrijf erkent de potentiële gevaren van zijn activiteiten, die arbeidsintensief zijn en waarbij machines, voertuigen en chemicaliën, waaronder pesticiden, worden gebruikt die risico’s voor de gezondheid kunnen opleveren. SIPEF’s Beleid voor gezondheid en veiligheid op het werk (“Occupational Health and Safety” – OHS) bepaalt de minimumvereisten voor al haar activiteiten en moet worden nageleefd door alle werknemers en contractanten. In Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire wordt dit aangevuld door gedetailleerde beleidslijnen op landenniveau, die procedures voorschrijven in overeenstemming met de lokale wet- en regelgeving en de beste praktijken voor de palmolie- en bananensector. De standaarden van de RSPO, “Rainforest Alliance”, GlobalG.A.P. en Fairtrade, waartegen de activiteiten van SIPEF elk jaar worden geaudit, omvatten een reeks vereisten op het vlak van gezondheid en veiligheid op het werk waaraan ook moet worden voldaan.

Comité voor gezondheid en veiligheid op het werk

Er is een specifiek comité dat verantwoordelijk is voor OHS en milieu op het werk bij elke operationele eenheid in alle landen waar de Groep actief is. Elk comité bestaat uit vertegenwoordigers van het management, het personeel en andere werknemers, die regelmatig bijeenkomen. De comités worden gewoonlijk bijgestaan door een opgeleide veiligheidsfunctionaris die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het veiligheidsbeheerplan (“Safety Management Plan” – SMP) van de operationele eenheid.

Training en preventie

SIPEF investeert in regelmatige opleidingen voor alle betrokken werknemers, ongeacht of ze een vast contract hebben dan wel via derden worden ingehuurd. De inhoud en frequentie van dergelijke trainingen hangen af van de risicobeoordeling van elke activiteit, waarvoor de vereisten zullen verschillen. Er worden ook regelmatig bijscholingen gegeven voor de verschillende functies in overeenstemming met de gezondheids- en veiligheidsbeheerplannen en de communicatie wordt aangepast aan de lokale talen en context. Alle nodige persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) worden verstrekt en werknemers die met chemicaliën werken, worden ten minste jaarlijks, zo niet frequenter, medisch onderzocht. Werknemers die omgaan met chemicaliën krijgen ook speciale training, supervisie en PBM’s. Zwangere werkneemsters en werkneemsters die borstvoeding geven, werken niet met chemicaliën en krijgen andere passende taken. De werkelijke en potentiële risico’s worden regelmatig geanalyseerd en beoordeeld, en bedrijfsongevallen worden gerapporteerd en onderzocht om ervoor te zorgen dat de nodige maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen.

125 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Respect voor werknemers en gemeenschappen

Frequentie van ongevallen met werkverlet

LAND LTIFR 2022 LTIFR 2023 DOEL 2025
Indonesië 3,53 4,34 2,07
Papoea-Nieuw-Guinea 18,41 24,90 20,4
Côte d’Ivoire 11,97 6,13 10,97
TOTAAL

SIPEF registreert de frequentie van ongevallen met werkverlet (“Lost Time Injury Frequency Rate” – LTIFR) in al haar vestigingen. De LTIFR verwijst naar het aantal ongevallen met werkverlet per miljoen gewerkte uren.

Vooruitgang LTIFR-doelstelling

SIPEF legde in 2022 een doelstelling vast waarbij de Groep zich ertoe verbond de LTIFR voor alle activiteiten met 10% tot 33% te verlagen tegen 2025, ten opzichte van de basiswaarden van 2021. In 2023 is de LTIFR licht gestegen met 0,81 voor de activiteiten van de Groep in Indonesië. Dat was het gevolg van de toename van het aantal werknemers op de locatie Musi Rawas, waar de activiteiten zich blijven ontwikkelen, en van infrastructurele uitbreidingen van de klinieken op de locatie, waardoor meer letsels ter plaatse werden gemeld en behandeld. Een andere reden is de verbeterde registratie door het OHS-team, dat nu regelmatig contact heeft met de klinieken. In het kader van de planning en het werk om de LTIFR in Indonesië te verlagen, hebben de OHS-managers gegevens verzameld en beoordeeld om de top vijf incidenten en ongevallen met letsel te identificeren. Dat waren: verkeersongevallen, steken van bijen/wespen, verwondingen door scherpe voorwerpen, puin en losse vruchten/palmstekels die in de ogen van werknemers vallen.# Het OHS-team pakt deze problemen aan door de veiligheidsuitrusting te controleren, een “Job Safety Analysis” (JSA) uit te voeren met werk-nemers om vast te stellen waar zich incidenten kunnen voordoen en het risicobesef te beoordelen, en interne trainingen te plannen op basis van de JSA-bevindingen. Het team richt zich in eerste instantie op de vijf belangrijkste LTIFR-factoren, maar wil deze evaluatieaanpak uitbreiden naar alle personeelsactiviteiten.

De LTIFR in Papoea-Nieuw-Guinea steeg met 6,49 in 2023. Onderzoek heeft uitgewezen dat inconsistenties in de gegevensverzameling en rapportageprocessen op verschillende locaties hebben bijgedragen aan een overschatting van de LTIFR voor Papoea-Nieuw-Guinea. Die inconsistenties zijn voorna-melijk te wijten aan een gebrek aan begrip en een gebrekkige implementatie van gestandaardiseerde definities (zoals ‘werkverlet’) en de formules die het medisch personeel gebruikt voor het berekenen van werkuren. In 2023 zijn trainingen gestart om de definities in de 13 lokale klinieken op elkaar af te stemmen en de registraties door medisch personeel te standaardiseren.

126 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

In Côte d’Ivoire daalde de LTIFR in 2023 met 5,84 naar 6,13. Dit is aanzienlijk lager dan de LTIFR 2025-doelstel-ling van 10,97. Dit succes kan worden toegeschreven aan een investering in en prioritering van interne en externe OHS-trainingen bij Plantations J. Eglin, naast de aanpassingen die zijn gedaan in de verstrekte persoonlijke beschermingsmid-delen. Sinds 2022 worden er bijvoorbeeld petten gebruikt in plaats van brillen om de werknemers op de plantages te beschermen tegen oogbesmetting tijdens het snijden van bladeren, wat vroeger een belangrijke factor was voor het aantal incidenten bij plantagewerkers. In 2023 vonden in totaal 48 trainingen plaats, die betrekking hadden op 100% van alle werknemers en contractanten. De veiligheidsmaatregelen werden goed nageleefd en toegepast en er werden regelmatig nalevingscontroles uitgevoerd door het OHS-team.

Dodelijke slachtoers

SIPEF betreurt dat een werkgerelateerd sterfgeval werd gemeld in Indonesië in 2023, dat het gevolg was van een verkeersongeval. Een werknemer reed op de openbare weg in een vrachtwagen die FFB vervoerde en had een frontale botsing met een auto die uit de tegenovergestelde richting kwam. De bestuurder werd naar het ziekenhuis gebracht, maar overleed helaas enkele dagen later op de afde-ling intensieve zorg. Na een grondig onderzoek en in het kader van een breder initiatief om het meer voorkomende probleem van verkeersgerelateerde ongevallen aan te pakken, heeft PT Tolan Tiga extra trainingsprogramma’s voor chaueurs geïmple-menteerd om toekomstige incidenten te voorkomen. Hieronder valt ook een cursus defensief rijden, die wordt gegeven aan alle chaueurs van kiepwagens in de drie regionale kantoren.

In Papoea-Nieuw-Guinea waren er in 2023 geen werkgerelateerde overlijdens. Naar aanleiding van een dodelijk ongeval in 2022, toen een arbeider op tragische wijze van de achterkant van een trai-ler was gevallen, werden er echter investeringen gedaan om trekkers aan te passen met zitplaatsen voor passagiers, zodat de arbeiders veilig van en naar de velden konden worden vervoerd. Daarnaast zijn er in 2023, 24 trainingssessies over voertuig-veiligheid gegeven aan 265 werknemers in alle activiteiten.

In Côte d’Ivoire waren er geen werkgerelateerde sterfgevallen in 2023 of 2022.

127 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Respect voor werknemers en gemeenschappen

128 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

DE RECHTEN VAN GEMEENSCHAPPEN EERBIEDIGEN

Wereldwijd is landbouw een belangrijke motor voor ontwikkeling in landelijke gebieden, die bij-draagt aan het creëren van werkgelegenheid en terugdringen van armoede. Maar wanneer niet duurzaam te werk wordt gegaan, kan landbouw ook ontwrichtend werken en gevolgen hebben voor de beschikbaarheid en toegankelijkheid van land en hulpbronnen die onontbeerlijk zijn voor de plaatselijke bevolking. SIPEF doet er alles aan om de rechten van plaat-selijke gemeenschappen op land, hulpbronnen, gebieden, een fatsoenlijk inkomen en voedselzeker-heid te eerbiedigen. De Groep hanteert de nodige evaluaties en procedures om erop toe te zien dat zijn activiteiten de wettelijke en gewoonterechten op land en pacht van inheemse en lokale gemeenschap-pen niet schenden. Een duurzame aanpak is ook cruciaal om ervoor te zorgen dat die activiteiten niet leiden tot aantasting van natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen die voor lokale gemeenschappen onontbeerlijk zijn.

Vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming

Het eerbiedigen van de rechten van de gemeen-schappen begint met het zekerstellen dat vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (“Free, Prior and Informed Consent”- FPIC) vóór de nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden verkregen wordt van de gemeenschappen die gevolgen zouden of mogelijks zouden ondervinden van de activitei-ten. De “Responsible Plantations Policy” (RPP) van SIPEF stipuleert dat alle plantages van de Groep en die van zijn leveranciers het FPIC-principe, zoals gedefinieerd door de RSPO- en “Rainforest Alliance”-normen, moeten hanteren.

Toestemming wordt verzekerd via een continu pro-ces dat de volledige betrokkenheid impliceert van de geïmpacteerde gemeenschappen. Gemeenschappen behouden het recht te beslissen wie hen in rechte vertegenwoordigt en nee te zeggen tegen de ontwik-keling op elk moment tijdens het proces. Wanneer negatieve impact wordt vastgesteld en bewezen, hebben gemeenschappen recht op compensatie.

FPIC stopt niet wanneer eigendoms- of andere rechten op land worden overgedragen. FPIC staat voor een continu engagement en continue interactie met gemeenschappen, om ervoor te zorgen dat ze gehoord worden, dat rekening wordt gehouden met hun behoeften en gevolg gegeven aan hun feedback. Het is de bedoeling om via deze aanpak de negatieve maatschappelijke gevolgen van de activiteiten te reduceren en de potentiële positieve impact voor de lokale bevolking te versterken.

129 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Respect voor werknemers en gemeenschappen

Evaluaties van maatschappelijke impact (SIA’s) 2023

Met het oog op de naleving door de Groep van duurzaamheidscriteria en vereisten van certificeringsprogramma’s worden evaluaties van de maatschappelijke impact (“Social Impact Assessments” - SIA’s) ondernomen. Voor de oliepalmactiviteiten van SIPEF worden ook SIA’s uitgevoerd voor nieuwe ontwikkelingen in het kader van de RSPO “New Planting Procedure” (NPP) en parallel met geïntegreerde “High Conservation Value” and “High Carbon Stock Approach” (HCV- HCSA)-evaluaties. De SIA’s beoordelen de reële en potentiële impact op de rechten en de behoeften van gemeenschappen en ook de positieve maatschappelijke impact die mogelijk voortvloeit uit nieuwe ontwikkelings-plannen of bestaande activiteiten. Leden van de gemeenschappen worden betrokken bij het proces en bij het opstellen van eventuele mitigatie- en controleplannen.

Indonesië

Er werden in totaal 14 SIA’s uitgevoerd in 2023, die betrekking hadden op alle SIPEF-activiteiten in Indonesië. In omringende gemeenschappen en dorpen werden enquêtes uitgevoerd en interviews afgenomen om te peilen naar de perceptie omtrent de impact van de Vennootschap, feedback te verza-melen en eventuele problemen op te sporen en aan te pakken. Belangrijke thema’s die werden onder-zocht waren de invloeden van de Vennootschap op de plaatselijke economieën, werkgelegenheid, infrastructuurvoordelen en milieu. De evaluaties bieden niet alleen een waardevolle gelegenheid om contact te maken en samen te werken met plaatselijke stakeholders, maar leggen ook de basis voor het “Social Responsibility Management Plan” (beheerplan inzake maatschappelijke verantwoor-delijkheid) van SIPEF voor Indonesië.

Papoea-Nieuw-Guinea

Hargy Oil Palms Ltd (HOPL) voltooide in 2023 parallel met de recentste geïntegreerde HCV- HCSA-evaluatie een uitgebreide SIA, die betrekking had op de drie plantages, lokale boeren en omlig-gende gebieden. In het kader van een breder FPIC- proces conform de RSPO NPP zorgde de SIA voor een brede maatschappelijke betrokkenheid in 35 dorpen en 15 gehuchten. Landeigenaars volgens gewoonterecht verleenden actief medewerking door hun huidige landgebruik en plannen voor het toekomstige gebruik toe te lichten.

Côte d’Ivoire

Plantations J. Eglin voert geregeld met vertegen-woordigers van de lokale gemeenschappen opdrach-ten uit. Een door de personeelsafdeling beheerd fonds van de vennootschap is beschikbaar om de nodige steun te verlenen aan de lokale gemeen-schappen bij de uitvoering van deze opdrachten. In november 2023 werd in overeenstemming met het Nationaal Milieuagentschap van Côte d’Ivoire een onderzoek opgestart voor de Lumen-site. Op basis van deze studie zal een milieu- en sociaal beheerplan voor de plantage opgesteld worden. De voorbereidingen lopen om voor de Akoudié-site hetzelfde te doen in 2024.

Betrokkenheid van de gemeenschap

Een eerlijke en transparante dialoog en een parti-ciperende benadering van de betrokkenheid van de gemeenschappen zijn voor SIPEF cruciaal om goede relaties te onderhouden met de gemeenschappen in en rond haar plantages.

130 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Aanpak van landconflicten en klachten van de gemeenschappen

SIPEF heeft een eectief klachtenmechanisme opgezet. Via dat mechanisme kunnen alle stake-holders, onder wie leden van lokale en inheemse gemeenschappen, melding maken van overtre-dingen, inbreuken op de arbeidsrechten of andere schendingen. Daaronder vallen onder meer – maar niet alleen – geschillen over land en compensa-tie voor het verlies van wettelijke, gewoonte- of gebruiksrechten.# Respect voor werknemers en gemeenschappen

Woningen, onderwijs en medische zorg voor werknemers

Veel werknemers van SIPEF wonen in afgelegen landelijke gebieden vlak bij de oliepalm- en bananenplantages van de Vennootschap, waar sociale basisvoorzieningen en infrastructuur mogelijk beperkt of niet beschikbaar zijn. SIPEF voorziet voor al haar werknemers woongelegenheid, zuiver water en medische zorg en garandeert hun kinderen toegang tot onderwijs. Een groot deel van de door SIPEF opgetrokken infrastructuur en veel van de voorzieningen die de Vennootschap heeft opgezet en beheert zijn ook toegankelijk voor leden van de lokale gemeenschappen. Andere soorten voorzieningen en ondersteuning, zoals de initiatieven rond beschikbaarheid en betaalbaarheid van voedsel, kunnen verschillen volgens de operationele locatie. Sinds 2017 biedt het bedrijf in Indonesië ook gratis kinderopvang ter ondersteuning van werkende ouders. Een belangrijk bijkomend voordeel daarvan is dat het helpt gelijke kansen te creëren voor vrouwen op de werkplek. Door deze voorzieningen aan te bieden, voldoet SIPEF aan de vereisten van de RSPO-, “Rainforest Alliance”- en Fairtrade-normen en aan cruciale elementen van de “Global Living Wage Coalition’s” (GLWC), “Living Wage” (leeftijd loon)-definitie zoals een goede levensstandaard, woongelegenheid, zuiver water, onderwijs en gezondheidszorg.

HUISVESTING VOOR DE WERKNEMERS, KLINIEKEN, SCHOLEN EN KINDEROPVANG VANAF DECEMBER 2023

Aantal
Wooneenheden 11 828
Klinieken 45
Scholen 45
Kinderopvang 42

Alle 45 scholen zijn toegankelijk voor kinderen uit de gemeenschap en alle 45 klinieken zijn toegankelijk voor leden van de gemeenschap.

ONDERSTEUNING VOOR LEVENSONDERHOUD EN GEMEENSCHAPSONTWIKKELING

SIPEF zet zich in om werkgelegenheid en ontwikkelingskansen te creëren voor haar werknemers en voor de gemeenschappen die verblijven in de gebieden waar zij actief is. De Groep blijft aanzienlijke middelen investeren in voorzieningen die het bestaan en het welzijn van zijn werknemers en hun gezinnen verbeteren en de gemeenschapsontwikkeling ondersteunen.

Belangrijke updates in verband met voorzieningen in 2023

Indonesië

  • In 2023 werden in Indonesië 113 nieuwe woonunits gebouwd voor werknemers en hun gezinnen.
  • Op drie plantages werden drie klinieken opgericht, allemaal toegankelijk voor iedereen die valt onder de nationale ziekteverzekering in Indonesië (Badan Penyelenggara Jaminan Sosial Kesehatan — BPJS).

Papoea-Nieuw-Guinea

  • In Papoea-Nieuw-Guinea werden 350 woonunits voor werknemers gebouwd verspreid over de drie HOPL-plantages.
  • Met financiële steun van SIPEF werd in het Ulamona medisch centrum de bouw van een nieuwe kraamafdeling voltooid. De voltooide afdeling staat nu onder het beheer van de lokale volksgezondheidsdienst en zal naar verwachting in 2024 operationeel zijn.

Côte d’Ivoire

  • In Akoudié en Azaguié werden in 2023 twee nieuwe medische centra gebouwd. Zowel werknemers als leden van de gemeenschappen hebben toegang tot deze voorzieningen, die naar verwachting operationeel zullen zijn in 2024.
  • In 2023 werden verschillende projecten mogelijk gemaakt door een beroep te doen op het Fairtrade-fonds, waaronder het openen van een kinderopvang en een schoolkantine in Motobé en een tegemoetkoming ter hoogte van 80% voor alle analyses uitgevoerd in het biomedisch testlaboratorium in Azaguié.

Evacuatie en noodhulp bij de uitbarsting van Mount Ulawun

Op 20 november 2023 barstte Mount Ulawun uit, een vulkaan op de grens tussen de provincies West New Britain en East New Britain. Door zijn ligging dicht bij de vulkaan beschikt HOPL over een noodplan. Dat plan werd geactiveerd voor de evacuatie van ongeveer 9 000 mensen, onder wie werknemers en hun families, naar de drie opvangcentra van het bedrijf. Daarnaast bood HOPL ondersteuning, waaronder transport en proviand, aan gemeenschappen en plaatselijke bewoners, voor het vlotte verloop van de evacuatie van nog eens 5 000 mensen naar opvangcentra van de overheid.

Voedselzekerheid

SIPEF is er zich van bewust dat de omvang van het gebied dat wordt ingenomen door haar oliepalm- en bananenplantages een impact kan hebben op de lokale voedselzekerheid. De Groep zet zich in om de fysieke en economische toegang tot voedsel voor zijn werknemers te garanderen, en spant zich in om via het creëren van werkgelegenheid en via gemeenschapsbetrokkenheid zijn impact op de voedselzekerheid te beperken.

Toegankelijk en betaalbaar voedsel voor werknemers

SIPEF betaalt aan werknemers met een vast contract een ‘Living Wage’ (leeftijd loon), wat onder meer inhoudt dat bij het bepalen van het loon rekening wordt gehouden met de kosten voor levensonderhoud en voedselzekerheid. Daarnaast lopen in elk land waar SIPEF actief is initiatieven voor het verbeteren van de toegang tot betaalbaar voedsel. In Indonesië ontvangen werknemers en hun gezinnen boven op hun loon maandelijks tot 47 kg rijst per huishouden. Woonwijken voorzien ook tuinzones dicht bij de huizen van de werknemers om voedsel te verbouwen. SIPEF levert lege trossen (“Empty Fruit Bunches”- EFB) uit haar fabrieken, die dienen als organische meststof voor de tuinen. In Papoea-Nieuw-Guinea, waar eten uit de winkel duurder is, kunnen werknemers beschikken over grotere zones om voedsel te verbouwen. In Côte d’Ivoire krijgen alle werknemers een vaste maandelijkse toelage om rijst te kopen. In 2023 werd die toelage met 12,5% verhoogd ten opzichte van het voorgaande jaar, om de stijgende voedselkosten in het land te compenseren. In december 2023 werd besloten om de toelage nog eens met 56% te verhogen in 2024. Op alle locaties zijn in de woonwijken winkels of kantines geopend die doorgaans in handen zijn van werknemersorganisaties of coöperatieven en worden uitgebaat door werknemers en hun familie-leden. SIPEF ondersteunt deze initiatieven door het transport van goederen te subsidiëren of door wanneer nodig kapitaal te verstrekken. Op de winkels zijn prijsbeperkingsmaatregelen van toepassing zodat prijzen steeds lokaal competitief zijn.

INITIATIEVEN PER LAND

  • Indonesië: Succesvolle minimarkets werden opgericht door werknemers-coöperatieven op de meeste SIPEF-plantages in Indonesië.
  • Papoea-Nieuw-Guinea: Lokale ondernemers worden aangesproken om winkels te openen in de HOPL-plantages. De jaarlijkse contracten bepalen dat de prijzen vergelijkbaar moeten zijn met de lokale prijzen.
  • Côte d’Ivoire: Lokale winkels worden beheerd door coöperaties van vrouwen uit werknemersgezinnen, en kantines worden beheerd door individuele vrouwen, vaak uit lokale gemeenschappen.

Voedselzekerheid voor lokale gemeenschappen

SIPEF werkt ook samen met lokale gemeenschappen om ervoor te zorgen dat ze toegang behouden tot land om voedsel te produceren. Zo werden in Papoea-Nieuw-Guinea in het kader van SIA’s op participatieve basis kaarten opgesteld, waarop alle gebieden die belangrijk zijn als voedseltuinen werden aangeduid en uitgesloten van plannen voor toekomstige ontwikkeling. In Indonesië werkte het “SIPEF Biodiversity Indonesië” (SBI)-team in 2023 in het kader van zijn agrobosbouwprogramma samen met 376 boeren uit 17 boerengroepen. SBI biedt deze boeren technische ondersteuning en zaailingen voor de ontwikkeling van agrobosbouw-voedseltuinen en - boomteelt, als alternatieve bron van inkomsten. Kijk voor meer informatie over SBI en dit initiatief in het hoofdstuk over milieubeheer op pagina 90.

Lokale infrastructuur en dienstverlening

De aanwezigheid van goed onderhouden infrastructuur, waaronder een degelijk wegennet en bruggen, is cruciaal voor het vlotte verloop van de SIPEF-activiteiten, die sterk afhankelijk zijn van het vervoer van mensen, materialen en producten. Daarom werkt SIPEF samen met lokale overheden voor het onderhoud van de openbare wegen in de omgeving van de locaties waar zij actief is. Daar hebben ook andere gebruikers, zoals lokale bedrijven en bewoners, baat bij. Via SIA’s overleggen de teams van de Groep ter plaatse ook geregeld met stakeholders, om te kijken of er nog infrastructuurprojecten zijn die SIPEF financieel kan ondersteunen. In 2023 droeg SIPEF’s dochteronderneming, HOPL, bij aan het wegenonderhoud voor de New Britain Highway in Papoea-Nieuw-Guinea. Deze weg is 550 kilometer lang en biedt niet alleen verbeterde toegang voor de voertuigen van HOPL vanuit de vestigingen in Navo en Bialla, maar laten ook de andere weggebruikers toe om sneller en veiliger lange afstanden af te leggen. In Indonesië legt SIPEF de laatste hand aan twee belangrijke bruggen op de Agro Kati Lama- en Batu Kuda-plantages, beide publiek toegankelijk. In Côte d’Ivoire voerde Plantations J. Eglin herstellingswerken en verbeteringen uit aan de wegen op de plantages in Motobé en Akoudié.# Verantwoord beheer van de toeleveringsketen

Alvorens de werkzaamheden aan te vatten, overlegde het bedrijf met plaatselijke stamhoofden en andere stakeholders uit de gemeenschappen om zeker te zijn dat er consensus was en dat het initiatief in lijn was met de behoeften van de gemeenschappen. Als gevolg daarvan werden ook de toegangswegen naar de gemeenschappen in de buurt van deze locaties verbeterd om hun toegankelijkheid te verbeteren.

Respect voor werknemers en gemeenschappen

Lokale boeren produceren naar schatting 25-30% van de palmolievoorziening in de wereld (1) . Zij spelen dus een cruciale rol in het vermogen van de industrie om te voldoen aan de wereldwijde vraag naar palmolie, die naar verwachting jaarlijks met 0,8 tot 2,8% zal stijgen. Tegelijkertijd hebben lokale boeren te maken met een aantal uitdagingen, waaronder beperkte toegang tot hulpbronnen, wat samen met andere complexe factoren kan leiden tot lagere opbrengsten. Deze uitdagingen worden nog verergerd door de toenemende duurzaamheidseisen van internationale markten, waaronder recentelijk de regelgeving in de EU over ontbossingsvrije producten.

SIPEF is van mening dat het bereiken van een evenwichtige groei op een verantwoorde manier inhoudt dat zij haar leveranciers moet helpen om deel uit te maken van haar duurzame toeleveringsketen, die allemaal lokale oliepalmboeren zijn in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. Door de lokale palmboeren te helpen om duurzame en de beste beheerpraktijken te implementeren, is het niet alleen mogelijk om de globale productiviteit te verhogen, maar ook om het milieu te beschermen en hun levensomstandigheden te verbeteren.

(1) Bron: www.solidaridadnetwork.org/publications/palm-oil-barometer-2022/

PROGRAMMA’S VOOR LOKALE BOEREN

SIPEF heeft een aantal programma’s opgezet die een waaier van ondersteuningen biedt aan lokale oliepalmboeren. Via deze programma’s deelt de Groep beste beheerpraktijken (“Best Management Practices” - BMP’s), biedt zaailingen van dezelfde herkomst als die van SIPEF aan tegen kostprijs, levert meststoffen en materiaal, helpt lokale boeren bij het verkrijgen en behouden van de “Roundtable on Sustainable Palm Oil” (RSPO)-certificering en voorziet in agronomische en logistieke ondersteuning voor het transport van de gewassen.

“SCHEME SMALLHOLDERS”

ONAFHANKELIJKE LOKALE BOEREN INDONESIË
(Koperasi) (1) 1 814 LOKALE BOEREN In dit plasmaprogramma heeft SIPEF de volledige controle over alle aspecten van het beheer en de productie van de gewassen.
“Scheme Smallholders” (Kebun Masyarakat Desa) 283 LOKALE BOEREN In dit plasmaprogramma werkt SIPEF samen met omliggende dorpen om kleine oliepalmblokken te ontwikkelen, die volledig in beheer zijn van de Vennootschap.
ONAFHANKELIJKE LOKALE BOEREN 2 522 LOKALE BOEREN Deze lokale boeren beheren hun eigen land en hebben de mogelijkheid om aan SIPEF te verkopen, afhankelijk van hun inzet voor en voortgang in het verkrijgen van RSPO-certificering. De overgrote meerderheid van deze lokale boeren zijn niet fysiek verbonden met SIPEF’s toeleveringsketen, omdat hun certificering en integratie tijd zal vergen. Veel van deze lokale boeren ontvangen ook steun van SIPEF voor de levering van gecertificeerd zaad.
PAPOEA-NIEUW-GUINEA
“Associated Smallholders” 3 646 LOKALE BOEREN Lokale boeren die land bezitten en hun land en productie beheren, maar door hun geografische ligging verbonden zijn met de bevoorradingsketen van SIPEF. Ze verkopen aan de fabrieken van Hargy Oil Palms Ltd (HOPL), die zich in de buurt van de lokale boeren bevinden. Alle lokale boeren van HOPL in Papoea-Nieuw-Guinea zijn RSPO-gecertificeerd.

(1) Lokale boeren coöperatieven (Koperasi) is hetzelfde programma dat voorheen ‘Door de Vennootschap beheerd’ genoemd werd.

31% Onafhankelijk 8 265 Lokale boeren
69% “Scheme” 5 743 “Scheme smallholders”
37% Indonesië
63% Papoea-Nieuw-Guinea

Samenwerken met lokale boeren kan een positieve invloed hebben op hun levensonderhoud, door grotere opbrengsten, betere productiekwaliteit, hogere inkomens en toegang tot internationale markten. Met duurzaamheid als belangrijk aandachtspunt kan het ook de milieu-impact van hun productiepraktijken op natuurlijke ecosystemen verminderen. In 2023 werkte SIPEF samen met 8 265 lokale boeren, waarvan 5 743 (69%) “scheme smallholders” en 2 522 (31%) onafhankelijke lokale boeren. Alle productiegebieden van “scheme smallholders” in Indonesië zijn ontwikkeld in overeenstemming met de RSPO-richtlijnen. Ze zijn al RSPO-gecertificeerd of staan op het punt om gecertificeerd te worden, afhankelijk van de status van hun “Cultivation Rights Title” (Hak Guna Usaha - HGU).

LOKALE BOEREN IN SIPEF’S TOELEVERINGSBASIS

De toeleveringsbasis van SIPEF’s “scheme smallholders” beslaat een beplante oppervlakte van 21 059 hectare, wat 20% is van de totale beplante oppervlakte van SIPEF’s eigen plantages en van haar lokale boeren. Deze lokale boeren produceerden 252 378 ton verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) in 2023, goed voor 17% van de totale FFB-productie van SIPEF.

Belangrijkste trends 2023

INDONESIË

SIPEF werkt samen met 2 097 oliepalm “scheme smallholders” in Indonesië.

  • In 2023 bedroeg de totale beplante oppervlakte van deze lokale boeren 6 253 hectare, wat 8% vertegenwoordigt van de totale beplante oppervlakte in de toeleveringsbasis van PT Tolan Tiga Indonesië (1) .
  • De totale beplante oppervlakte die door deze lokale boeren werd beheerd, steeg met 21% in vergelijking met 2022.
  • “Scheme smallholders” droegen 4% bij aan de totale FFB-productie van de toeleveringsbasis.
  • De gemiddelde opbrengst per mature hectare van deze lokale boeren steeg met 3% in 2023.

(1) Exclusief onafhankelijke lokale boeren

PAPOEA-NIEUW-GUINEA

SIPEF’S productie-eenheden in Papoea-Nieuw-Guinea werken samen met 3 646 “associated smallholders”.

  • Deze lokale boeren beheren een productieareaal van 14 807 hectare, wat 52% vertegenwoordigt van de totale met oliepalm beplante oppervlakte van HOPL.
  • De totale beplante oppervlakte die door deze lokale boeren wordt beheerd, bleef in 2023 gelijk in vergelijking met 2022.
  • In 2023 produceerden de lokale boeren ongeveer 39% van de FFB die in de drie palmolie-extractiefabrieken van HOPL werden verwerkt.
  • In 2023 daalde de gemiddelde FFB-opbrengst per volgroeide hectare van de lokale boeren met 6%.

Indonesië

Lokale boeren coöperatieven (Koperasi)

In het kader van het programma voor lokale boeren coöperatieven (voorheen een door de Vennootschap beheerd programma) heeft PT Tolan Tiga Indonesië de volledige controle over alle aspecten van het beheer en de productie van de FFB. Het bedrijf ontwikkelt en beplant het land en voert alle operationele input en beheer uit tot en met de oogst en het herstel van het gewas. Er wordt een koopovereenkomst gesloten voor de FFB tegen marktprijzen. Deze lokale boeren krijgen een maandelijks voorschot tijdens de groeifase, dat samen met de ontwikkelingskosten wordt teruggevorderd in het kader van de koopovereenkomst. In 2023 bestond het programma van lokale boeren coöperatieven uit 1 814 leden.

Village smallholders (Kebun Masyarakat Desa)

SIPEF werkt met 283 “Village smallholders” rond haar Agro Muko-activiteiten. Via dit programma worden de oliepalmblokken van de lokale boeren ontwikkeld en volledig beheerd door de Vennootschap. PT Agro Muko pré-financiert de ontwikkeling van de percelen en koopt later de productie aan marktprijzen, met een overeengekomen inhouding om de lage intrestlening af te betalen. Het programma levert de dorpscoöperatieven aanzienlijke inkomsten op, die vaak worden gebruikt voor gemeenschappelijke voorzieningen en ontwikkelingen.

Papoea-Nieuw-Guinea

Associated smallholders

In Papoea-Nieuw-Guinea zijn de lokale boeren die aan SIPEF leveren allemaal “associated smallholders”. Deze lokale boeren zijn in essentie onafhankelijk, aangezien ze hun eigen land bezitten en volledig verantwoordelijk zijn voor de keuze van het gewas en de managementbeslissingen. Door hun geografische ligging kunnen ze echter alleen verkopen aan palmolie-extractie-fabrieken in hun buurt en hebben ze een vaste overeenkomst met de palmolie-extractiefabrieken van HOPL. Als zodanig worden ze geclassificeerd als “scheme smallholders”. HOPL werkt nauw samen met deze lokale boeren om hun opbrengsten te verbeteren door ondersteuning te bieden in de vorm van training en voorlichting. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling in samenwerking met een lokaal planningscomité.

Jaarlijkse bijdrage aan capaciteitsopbouw en onderzoek

Zowel SIPEF als de “associated smallholders” die met HOPL samenwerken, investeren in capaciteitsopbouw en onderzoeksinitiatieven, gericht op het consistent verhogen van de opbrengsten van lokale boeren op de lange termijn. In 2023 bedroegen deze investeringen samen PGK 4 300 345. De investeringen van SIPEF gaan naar de initiatieven van HOPL, die de lokale boeren rechtstreeks ondersteunen. De investeringen van de lokale boeren gaan naar de “Oil Palm Research Association” (OPRA), de “Oil Palm Industry Corporation” (OPIC) en de “Bialla Oil Palm Growers Association” (BOPGA), die hen toegang geven tot uitbreiding en onderzoek en de ontwikkelingsdiensten die deze organisaties aanbieden.# The connection to the world of sustainable tropical agriculture

140 HOPL Hargy Oil Palms Ltd “Local planning committee” OPIC Oil Palm Industry Corporation OPRA Oil Palm Research Association HOPL works both directly with local farmers and via the “Local planning committee”, which consists of representatives of OPIC, BOPGA, OPRA, the “East Nakanai Local Level Government” (ENLLG) and HOPL. More information about OPRA and OPIC: • https://png-data.sprep.org/groep/15 • www.pngopra.org  “Hargy Oil Palms Ltd”  “Oil Palm Industry Corporation”  “Bialla Oil Palm Growers Association”  “Oil Palm Research Association”  “East Nakanai Local Level Government” DIRECT SUPPORT:  Collection of fruits by local farmers  Maintenance of roads and bridges for fruit collection  Interest-free loans for preparation, fertilizers, seedlings  Management, purchase and delivery of fertilizers  Managing pest control teams for project areas OPIC AND OPRA SUPPORT:  Research and development  Agronomic services  Training and education  Community development projects 141 SIPEF Integrated Annual Report 2023 Responsible supply chain management Striving for responsible supply chain management All external suppliers of SIPEF, which consist exclusively of local palm oil farmers, must adhere to the Group’s Responsible Purchasing Policy (RPuP), along with other relevant policies where applicable. The RPuP forms the basis for the criteria and procedures for selecting and monitoring local farmers in SIPEF’s supply base. Local farmers intending to work with SIPEF undergo an initial screening based on legal and geographical criteria. This process guarantees that they meet or can meet the requirements of RSPO certification and at least meet SIPEF’s ‘no deforestation, no new developments on peat, and no exploitation’ (NDPE) standards, as determined in the Responsible Plantation Policy (RPP) and the RPuP. Towards a 100% RSPO-certified supply chain SIPEF has a time-bound objective to achieve 100% RSPO certification for the Company’s supply chain by 2026. As of 2023, 89% of the total planted area of “scheme smallholders” in SIPEF’s supply chain is RSPO-certified. In Papua New Guinea, all local farmers working with HOPL and supplying the three palm oil mills have maintained their RSPO certification since 2009. In Indonesia, all local farmers supplying SIPEF are certified, except for 632 local farmers supplying the Group in Musi Rawas. SIPEF works with independent local farmers in Indonesia with the aim of helping them to become part of SIPEF’s sustainable supply chain where possible. Independent local farmers manage their own land and have the option to sell their FFB to SIPEF, but also to other palm oil mills outside SIPEF’s supply chain. As of 2023, 60 hectares of planted areas managed by the independent local farmers supplying SIPEF are RSPO-certified. Meanwhile, the fruits of independent local farmers who are not ready for RSPO certification, or who are in the process but not yet RSPO-certified, are processed separately by third-party palm oil mills. RSPO CERTIFICATION STATUS FOR “SCHEME SMALLHOLDERS” 21 059 Total planted HA 11% Non-certified 89% RSPO certified 142 The connection to the world of sustainable tropical agriculture Milestones achieved for local farmer certification in 2023 In 2023, SIPEF achieved the following milestones of its time-bound plan for the certification of local farmers in its supply base in Indonesia: • In July 2023, SIPEF achieved its objective of 100% RSPO certification for the local farmers within PT Dendymarker Indah Lestari (PT DIL), who supply the Group’s palm oil mill at PT DIL. The goal was achieved much earlier than expected, as the original target was set for 2025. The group of newly certified local farmers is represented by nine cooperatives with members from the surrounding villages. Together, these cooperatives form the Sei Rupit estate, which was included for the first time in the RSPO certificate of the PT DIL mill, alongside the Sei Mandang and Sei Liam estates. • Another important progress is the certification of the local farmer cooperative, Koperasi Serba Usaha Suka Makmur, in 2023. Koperasi Serba Usaha Suka Makmur, a supplier to SIPEF’s Umbul Mas Wisesa palm oil mill, is the first independent local farmer cooperative working with and supported by SIPEF to be certified according to the RSPO “Independent Smallholder Standard”. These achievements add approximately 3,000 hectares to the certified area of SIPEF’s suppliers, bringing the Group closer to its overarching goal of a fully certified supply chain by 2026. 143 SIPEF Integrated Annual Report 2023 Responsible supply chain management 144 The connection to the world of sustainable tropical agriculture Monitoring and compliance Local farmers in SIPEF’s supplier base are monitored through various methods, including regular training, support, and an established internal control system. For local farmers who are already certified, annual internal audits are conducted to ensure they continue to comply with the RSPO Principles and Criteria (RSPO P&C) and SIPEF’s policies. This is in addition to the audits carried out each year by a certification body to externally verify compliance with the RSPO P&C. In Papua New Guinea, HOPL also regularly trains the “associated smallholders” and conducts block inspections. The block inspections evaluate the implementation of BMPs by the local farmers and are carried out by “extension officers” who are part of HOPL’s “Smallholder Agricultural Advisory Services” (SHAAS) team. The results of internal audits and inspections are communicated to the growers by the SHAAS team, which also supports local farmers in addressing any non-compliance issues. In Indonesia, training and extension activities are offered to local farmers and independent local farmers. The aim of the extension activities is to increase awareness of the Group’s policies and to guide growers towards becoming certified suppliers once they are ready for RSPO certification. Managing violations Violations are assessed on a case-by-case basis to understand their origin and then determine the appropriate course of action. When a violation of policy or regulation is identified, the crop is separated from the certified supply chain. SIPEF prioritizes maintaining engagement and providing local farmers with the opportunity to take corrective measures. This is important to stimulate improvement, which SIPEF believes is much more effective than immediate exclusion. SIPEF’s grievance mechanism is available to local farmers should they have concerns or complaints. 145 SIPEF Integrated Annual Report 2023 Responsible supply chain management Good business conduct SIPEF bases its approach to good business conduct on full compliance with laws and regulations and strictly upholds ethical principles and standards. For SIPEF, good business conduct means prioritizing the mitigation and management of all operational, financial, legal, and reputational risks associated with substandard practices. SIPEF’s commitment to good business conduct is supported by: • Fostering a culture of ethical conduct among management, staff, and contractors; • Implementing systems and processes to ensure ethical behaviour; • Having robust policies, procedures, and measures to address all risks, including those related to bribery and corruption. 146 The connection to the world of sustainable tropical agriculture OVERVIEW OF POLICIES Corporate governance Good business conduct begins with sound corporate governance. SIPEF maintains strong corporate governance, including by applying the principles of the Belgian Corporate Governance Code 2020 (the Code). The principles of the Code are reflected in SIPEF’s Corporate Governance Charter, Remuneration Policy, and Group Code of Conduct, which set out the standards and expectations for responsible and ethical management and best governance practices. • More information can be found in SIPEF’s Corporate Governance Statement on page 154 Code of Conduct The SIPEF Group Code of Conduct has, since 2020, formalized a set of minimum norms and standards that must be adhered to by all executives, employees, consultants, and contractors. The Code makes it clear that SIPEF is committed to complying with all relevant national and international laws and to transparently reporting to all stakeholders on how it conducts its operations. The Code of Conduct also clarifies SIPEF’s stance on zero tolerance towards bribery and corruption, ‘whistleblowing’, complaint handling, and the prohibition for executives and staff from using Group facilities or working hours for personal matters.# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Goed zakelijk gedrag

• De Gedragscode van de Groep kan van de SIPEF-website gedownload worden op: www.sipef.com/hq/investors/shareholders-information/corporate-governance

Verantwoordelijk Plantagebeleid en Verantwoordelijk Aankoopbeleid

SIPEF heeft ook twee belangrijke duurzaamheidsbeleidslijnen, die van toepassing zijn op haar eigen activiteiten en op die van de lokale boeren die aan SIPEF leveren. In het kader van haar verplichtingen ten aanzien van verantwoorde cultivatie en productie geeft de Vennootschap prioriteit aan de strikte implementatie van haar Verantwoordelijk Plantagebeleid (“Responsible Plantations Policy” - RPP) en Verantwoordelijk Aankoopbeleid (“Responsible Purchasing Policy” - RPuP).

• Lees meer over hoe dit beleid wordt toegepast, geïmplementeerd en gemonitord in de Duurzaamheidshoofdstukken van dit verslag (pagina’s 90-153).

Beleid op landenniveau

Waar van toepassing wordt het beleid op groepsniveau aangepast aan het beleid op landenniveau, dat de lokale context en wet- en regelgeving in de landen waar SIPEF actief is omvat en weerspiegelt. Deze regels betreffen onder meer sociale, milieu-, arbeids- en mensenrechtenaspecten.

Andere beleidslijnen op Groepsniveau

Andere beleidslijnen op Groepsniveau beschrijven de normen en verwachtingen rond gedrag op de werkplek en specifieke kwesties, met onderwerpen als gelijke kansen op werk, vrijheid van vereniging, kinder- en dwangarbeid, reproductieve rechten en gezondheid en veiligheid op het werk, naast onderwerpen als privacy en de correcte omgang met gegevens conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG 2016/679).

• De beleidslijnen op Groepsniveau van SIPEF kunnen worden geraadpleegd op de website van de Vennootschap op www.sipef.com/hq/sustainability/sipef-corporate-policies

147

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Goed zakelijk gedrag

VERIFICATIE DOOR DERDEN

Goed zakelijk gedrag bij SIPEF betekent ook het behalen van een betrouwbare certificering door derden voor haar duurzaamheid en verantwoord managementpraktijken. De Groep is van mening dat externe verificatie SIPEF aanzet verder te gaan en haar helpt de transparantie en geloofwaardigheid bij haar waardeketenpartners en klanten te behouden. De Groep is er trots op een van de eerste bedrijven te zijn met een RSPO-certificering, die aanvankelijk in 2009 werd verkregen voor de activiteiten in Papoea-Nieuw-Guinea, inclusief alle lokale boeren die deze fabrieken bevoorraden. Tegen 2017 waren alle SIPEF-fabrieken in Papoea-Nieuw-Guinea en Indonesië RSPO-gecertificeerd. Sindsdien hebben SIPEF en haar filialen gewerkt aan het behalen en behouden van certificering in overeenstemming met de RSPO, maar ook met verschillende andere standaarden. De Vennootschap streeft er ook naar om nog verder te gaan dan de principes en criteria van de RSPO en de vereisten van andere certificeringen, zoals Fairtrade, “Rainforest Alliance” en de ISO-normen.

(1) De cijfers voor Fairtrade, GlobalG.A.P. en ”Rainforest Alliance” zijn inclusief ”Chain of Custody”-certificaten. ”Chain of Custody”- certificeringen voor GlobalG.A.P.- en ”Rainforest Alliance”-normen werden voor het eerst behaald voor het SIPEF-Hoofdkantoor in België in 2023. Fairtrade ”Chain of Custody”-certificering is van kracht sinds 2019.

DUURZAAMHEIDSCERTIFICERINGEN

AANTAL CERTIFICERINGEN PRODUCT 2023 2022 2021 2020 2019 2018
RSPO: Roundtable on Sustainable Palmolie Palmolie 8 8 8 8 8 8
ISCC: International Sustainability and Carbon Certification Palmolie 4 4 4 4 4 5
ISPO: Indonesian Sustainable Palmolie Palmolie 8 8 8 6 6 5
ISO 14001:2015 Palmolie 1 1 1 1 1 1
ISO 9001:2015 Palmolie 1 1 1 1 1 1
GLOBALG. A . P. Bananen 2 (1) 1 1 1 1 1
Rainforest Alliance Bananen 3 (1) 2 5 5 5 5
Fairtrade Bananen 2 (1) 2 (1) 2 (1) 2 (1) 2 (1) -
Sedex Bananen 1 1 1 1 1 1
TOTAAL 30 28 31 29 29 27

Meer informatie over de certificeringsvoortgang van SIPEF in 2023 is te vinden op pagina 40-41.

148

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

AANDACHTSGEBIEDEN GOED ZAKELIJK GEDRAG 2023

Evaluatie van het klachtenmechanisme

Het Klachtenbeleid van de SIPEF-groep beschrijft de verbintenis van SIPEF om:

• alle gemelde kwesties of klachten vertrouwelijk en transparant te behandelen;
• klachten te behandelen in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de landen waar het actief is; en
• de klager te beschermen tegen elke vorm van represailles.

SIPEF is van mening dat alle belanghebbenden, intern zowel als extern, erop moeten kunnen vertrouwen dat hun klachten worden gehoord en onpartijdig worden behandeld. Werknemers, niet-werknemers, het management en alle andere partijen die betrokken zijn bij SIPEF en haar dochterondernemingen of activiteiten, kunnen hun klachten of bezorgdheden over vermoedelijk wangedrag indienen.

In de loop van 2023 werd een grondige evaluatie uitgevoerd om te begrijpen hoe het klachtenmechanisme van SIPEF en de daaraan gekoppelde kanalen op landenniveau konden worden verbeterd. Dit werk begon met een analyse van de hiaten in de procedures voor het rapporteren en afhandelen van klachten op groeps- en landenniveau. De belangrijkste conclusie van de evaluatie was dat een meer gestroomlijnd wereldwijd beleid nodig was om dezelfde minimumnormen te bepalen en de lat hoger te leggen voor meer robuuste en transparante procedures en voor een effectieve implementatie in de hele Groep. Op basis van deze resultaten wordt het klachtenbeleid op groepsniveau herzien en bijgewerkt om de beste praktijken te waarborgen. Beleid en procedures op landenniveau zullen vervolgens worden afgestemd op het beleid op Groepsniveau. Het nieuwe beleid en de herziene procedures worden momenteel getest, waarna ze zullen worden aangepast en vervolgens ter goedkeuring zullen worden voorgelegd aan het executief comité en de raad van bestuur van SIPEF. Na goedkeuring zullen de betrokken landenteams worden ondersteund bij de communicatie, sensibilisering en implementatie van het nieuwe beleid in elk land in 2024.

149

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Goed zakelijk gedrag

Huidige klachtenprocedure op Groepsniveau

Een centraal e-mailadres ([email protected]) en een speciaal formulier op de SIPEF-website zijn toegankelijk voor alle belanghebbenden om hun bezorgdheid of klachten online te melden op de bedrijfswebsite:

• www.sipef.com/hq/sustainability/report-a-grievance

Klachten ontvangen van ngo’s, of klachten die als belangrijk worden beschouwd, worden meegedeeld op het Klachtendashboard van de SIPEF-bedrijfswebsite. De gepubliceerde gegevens omvatten de status van elke zaak, naast de informatie over of en hoe zaken zijn opgelost. Het Klachtendashboard bevat de belangrijkste klachten die SIPEF sinds 2013 heeft ontvangen, inclusief alle klachten die via het RSPO-klachtenmechanisme zijn afgehandeld. Sommige klachten kunnen meerdere fasen doorlopen en er kunnen diverse betrokkenen zijn. Op verzoek blijft een klacht vertrouwelijk om de rechten van de verschillende betrokken partijen te respecteren en een verzoeningsproces mogelijk te maken. Het Klachtendashboard van SIPEF is te vinden op de bedrijfswebsite:

• www.sipef.com/hq/sustainability/grievances-dashboard-active-andor-progressing

150

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Bestrijding van corruptie en omkoping

SIPEF begrijpt dat de juridische, financiële, operationele gevolgen en de reputatieschade van concurrentiebeperkend gedrag, omkoping, afpersing en andere vormen van corruptie ernstig zijn en een verwoestende impact kunnen hebben op de Groep. Financiële sancties, negatieve media-aandacht, onherstelbare schade aan de bedrijfsreputatie en aan het vertrouwen van belanghebbenden, negatieve gevolgen voor de aandelenkoers en het tijdelijk of permanent stopzetten van activiteiten zijn allemaal mogelijke gevolgen als de risico’s van omkoping en corruptie niet worden geïdentificeerd en beheerst.

SIPEF geeft dan ook voorrang aan het creëren en handhaven van een transparant en eerlijk bedrijfs klimaat en spant zich in om ervoor te zorgen dat alle directieleden, werknemers en niet-werknemers ethische bedrijfspraktijken hanteren, vrij van elke vorm van omkoping en corruptie.

In 2023 nam SIPEF een Legal Counsel ESG in dienst die de herziening van het beleid van de Groep inzake corruptie- en omkopingsbestrijding, de handhavingsmechanismen en de risicobeperkende maatregelen leidt. Uit de analyse bleek dat een sterker anticorruptie- en antiomkopingsbeleid (“anti-corruption and anti-bribery” - ACAB) op Groepsniveau nodig was om de definities en normen binnen de Groep te verduidelijken en te stroomlijnen, in overeenstemming met de waarden en praktijken van goed zakelijk gedrag van SIPEF. Het ACAB-beleid op het niveau van de dochterondernemingen en de handhavingsmechanismen zouden moeten voldoen aan dergelijke normen en aan alle relevante wettelijke vereisten van de respectieve landen waar ze actief zijn.

De volgende stap is het beleid bij te werken en vervolgens ter goedkeuring voor te leggen aan het executief comité en de raad van bestuur van SIPEF. Daarna zullen in de loop van 2024 bezoeken ter plaatse worden afgelegd om zowel de introductie als de interne implementatie van het bijgewerkte beleid in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust te ondersteunen. Training in de nieuwe processen en procedures om potentiële incidenten van omkoping en corruptie te identificeren, te beheren, terug te dringen en uit te roeien zal worden gegeven door de betrokken teams in elk land, waarbij de implementatie en uitrol worden ondersteund door wereldwijde teams.

151

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Goed zakelijk gedrag

BELEIDSBEHEER EN INTERNE CONTROLEMECHANISMEN

Beleidsbeheer

Een doelmatige handhaving van het bedrijfsbeleid gaat hand in hand met goed beleidsbeheer. Het omvat de evaluatie en verbetering van procedures en processen om te zorgen voor een efficiënte uitvoering en bijsturing van het beleid in alle activiteiten van SIPEF.## 152 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Het gaat er ook om eventuele hiaten binnen de Groep te identificeren en op één lijn te brengen. Dat gebeurt door samen te werken met lokale teams om de interne en externe controlemechanismen te versterken via verbeterde communicatie, opleidingsinitiatieven en voortdurende monitoring en evaluatie. In 2023 coördineerde de ESG Legal Counsel van SIPEF, onder meer, de herziening van belangrijke beleidslijnen van de Groep om ervoor te zorgen dat ze up-to-date blijven en voldoen aan de toepasselijke regels en voorschriften. In 2023 en 2024 waren deze werkzaamheden gericht op het herzien, actualiseren en verbeteren van het Klachtenbeleid van de Groep en van het Beleid voor corruptie- en omkopingsbestrijding. Andere focusgebieden zijn het klaarmaken en afstemmen van SIPEF op de naleving van de vereisten inzake goed zakelijk gedrag en transparantie die zijn vastgelegd in de “European Sustainability Reporting Standards” (ESRS) in het kader van de EU-richtlijn “Corporate Sustainability Reporting” (CSRD).

Werknemers bereiken en opleiden

Er worden outreach- en opleidingsactiviteiten rond het beleid op Groepsniveau en het toepasselijke beleid op landenniveau georganiseerd voor werknemers, contractanten en leidinggevenden in alle activiteiten van SIPEF. Het doel is ervoor te zorgen dat iedereen die betrokken is bij de activiteiten van SIPEF het belang en het doel begrijpt van de vereisten die in de verschillende beleidslijnen zijn opgenomen, naast de mogelijke gevolgen van het schenden ervan, zowel voor het bedrijf als voor de individuele betrokkene. Opleidings- en communicatiemateriaal over belangrijke onderwerpen, zoals gezondheid en veiligheid op het werk, arbeidsomstandigheden en mensenrechten, wordt vertaald naar lokale talen en aangepast om vlot te kunnen worden opgenomen door het doelpubliek. Indien nodig worden interne sancties opgelegd, die tot ontslag kunnen gaan. In ernstige gevallen worden overtredingen gemeld aan de bevoegde autoriteiten. Indien hierom wordt gevraagd, zal de Vennootschap haar volledige medewerking verlenen aan vervolging.

Interne Audit Departementen

De lokale Interne Audit Departementen (IAD) bij PT Tolan Tiga Indonesië en bij Hargy Oil Palms Ltd in Papoea-Nieuw-Guinea rapporteren vier maal per jaar aan hun lokale auditcomités. De comités beoordelen de interne auditrapporten inzake eventuele inconsistenties en kunnen zo potentiële risico’s opsporen en aanpakken. Daarnaast zullen SIPEF’s activiteiten in Côte d’Ivoire aan dezelfde controleprocedure worden onderworpen zodra de interne auditafdeling voor Plantations J. Eglin is opgezet. De herziening van het beleid voor corruptie- en omkopingsbestrijding zou in 2024 afgerond moeten zijn. De volgende stappen zullen ervoor zorgen dat de werknemers op alle niveaus van het bedrijf de relevantie en het belang van dit beleid begrijpen. De IAD in elk land zal hierbij een centrale rol spelen en helpen bij de coördinatie van de opleidingen voor corruptie- en omkopingsbestrijding voor de werknemers en de implementatie van procedures en processen voor voortdurende controle.

Jaarlijkse risicobeoordeling

In het kader van de jaarlijkse risicobeoordeling door de raad van bestuur van SIPEF worden alle bedrijfsrisico’s geïdentificeerd en geclassificeerd op basis van hun potentieel belang en de waarschijnlijkheid dat ze zich voordoen. Deze risico’s omvatten de belangrijkste ecologische, sociale en governancerisico’s die een directe of indirecte invloed kunnen hebben op de bedrijfsvoering van SIPEF conform het beleid en de regelgeving. In 2023 is de Groep begonnen met het afstemmen en integreren van de risicobeoordelingsprocessen in zijn materialiteitsbeoordeling voor duurzaamheid, die de vereisten inzake dubbele materialiteit van de “European Sustainability Reporting Standards” (ESRS) zal volgen. In de toekomst zal dit nieuwe proces SIPEF in staat stellen een meer omvattende risicobeoordeling uit te voeren die een fijnmaziger toepassingsgebied omvat voor het opsporen, begrijpen en aanpakken van zowel bedrijfs- als duurzaamheidsrisico’s en -effecten. Lees meer over het jaarlijkse risicobeoordelingsproces in de Corporate Governance Verklaring op pagina 179.

Goedkeuring door het management

Het beleid van SIPEF op groepsniveau wordt regelmatig herzien door het executief comité en de raad van bestuur van SIPEF om ervoor te zorgen dat ze overeenstemmen met de normen van de Groep en de recentste wettelijke vereisten in de landen waar SIPEF actief is, en dat ze de hoogste sectorspecifieke vereisten en beste praktijken naleven. Het goedkeuren van wijzigingen in bestaand of nieuw beleid is de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de raad van bestuur.

153 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Goed zakelijk gedrag

Corporate governance verklaring

1. ALGEMEEN

De ‘Corporate governance verklaring’ omvat feitelijke informatie omtrent het deugdelijk bestuur van de SIPEF-holding met betrekking tot het boekjaar 2023 en de daaropvolgende periode tot de vergadering van de raad van bestuur van 16 april 2024. De Vennootschap beschikt over een sterk corporate governance-beleid dat gericht is op verantwoord ondernemen, correct beheer en implementatie van steeds evoluerende duurzaamheidsverbintenissen. De richtlijnen van de Groep voor goed bestuur zijn samengevat, onder meer in het Corporate Governance Charter, het Remuneratiebeleid en de Gedragscode die het ethisch beleid omvat om verantwoordelijk en ethisch gedrag te bevorderen en te ondersteunen. Deze beleidslijnen zetten gezamenlijk de verbintenissen van de Groep met betrekking tot ethisch ondernemen en de beste praktijken inzake deugdelijk bestuur uiteen.

BASISELEMENTEN VAN DE CORPORATE GOVERNANCE VAN SIPEF

Corporate Governance Charter

Het Corporate Governance Charter (Charter) omschrijft de structuur, de bevoegdheden en de werking van de bestuursorganen van de Vennootschap en de verplichtingen van de leden van de raad van bestuur en van de verschillende comités van de Vennootschap. Het bevat bovendien de gedragsregels die gelden voor de leidinggevende personen en het personeel van de Vennootschap indien deze verrichtingen met betrekking tot financiële instrumenten van SIPEF uitvoeren. Het Charter werd voor de eerste maal goedgekeurd door de raad van bestuur in 2005 en regelmatig geactualiseerd in functie van de evolutie van de toepasselijke regelgevingen en de goede praktijken van deugdelijk bestuur. Het werd voor de laatste maal gewijzigd op 13 februari 2024. Deze laatste aanpassing betrof voornamelijk een wijziging in het aandeelhouderschap van de Vennootschap. De aangepaste versie van het Charter kan geconsulteerd worden op de website.
• https://www.sipef.com/

Remuneratiebeleid

Het Remuneratiebeleid schetst de verschillende onderdelen van de bezoldiging van de bestuurders, de gedelegeerd bestuurder en de andere leden van het executief comité. Het bevat de criteria en methoden voor de berekening van deze vergoeding. Het is erop gericht (i) het nodige talent aan te trekken, te belonen en te behouden, (ii) de strategische doelstellingen van de Vennootschap te verwezenlijken en (iii) duurzame waardecreatie te bevorderen.

Gedragscode

De Gedragscode beschrijft de gedragsprincipes inzake verantwoordelijk en ethisch gedrag voor alle personeelsleden, inclusief consultants en contractanten van SIPEF. Het bepaalt dat SIPEF streeft naar transparantie, bestrijding van omkoping en corruptie, naleving van alle relevante internationale en nationale wetten en het verbod om de faciliteiten van de Groep of de werkuren te gebruiken voor persoonlijke zaken. SIPEF heeft ook een Gedragscode ingevoerd in alle landen waar ze actief is.

154 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Bovendien past SIPEF de principes van de Belgische Corporate Governance Code 2020 (de ‘Code’) toe, die ze gebruikt als referentiecode voor de toepassing van het “comply or explain”-principe.
• www.corporategovernancecommittee.be

Het deugdelijk bestuur van SIPEF wijkt af van een beperkt aantal aanbevelingen van de Code:

  1. NIET-UITVOERENDE BESTUURDERS VOORZIEN VAN AANDELEN VAN DE VENNOOTSCHAP DIE MOETEN WORDEN AANGEHOUDEN TOT MINSTENS ÉÉN JAAR NA HET EINDE VAN HUN MANDAAT EN MINSTENS DRIE JAAR NA DE TOEKENING ERVAN (Artikel 7.6 Code).
  2. Afwijking: Deze remuneratievorm wordt opgelegd door de Code opdat de niet-uitvoerende bestuurders zouden handelen met het perspectief van langetermijnaandeelhouder. De niet-uitvoerende bestuurders dienen echter de belangen van alle stakeholders te behartigen en niet enkel die van de aandeelhouders. Bovendien worden de activiteiten en de strategie van SIPEF volledig gedreven door een langetermijnvisie. De Vennootschap is dus van mening dat het overbodig is dergelijke visie door te trekken naar het remuneratiebeleid.

  3. GEEN MINIMUMDREMPEL BEPAALD DOOR DE RAAD VAN BESTUUR VOOR AANDELEN DIE MOETEN WORDEN AANGEHOUDEN DOOR DE LEDEN VAN HET UITVOEREND COMITÉ (Artikel 7.9 Code).

  4. Afwijking: De Vennootschap legt geen dergelijke minimumdrempel op aan de leden van het executief comité aangezien deze laatsten steeds gedreven worden door een langetermijnvisie die onlosmakelijk verbonden is met de agro-industriële activiteiten van de Groep. Deze kunnen enkel op lange termijn geëvalueerd worden, zoals blijkt uit de strategie en het bedrijfsmodel van SIPEF. Overigens is de remuneratie van de leden van het executief comité reeds gelinkt aan de performantie van de Vennootschap via de variabele vergoeding en de toekenning van aandelenopties met een looptijd van 10 jaar.

  5. DE RAAD VAN BESTUUR BENOEMT GEEN COMMITTEE VOOR DE SELECTIE EN SCREENING VAN BESTUURSKANDIDATEN VOOR DE VERGOEDING EN COMPENSATIE VAN UITVOERENDE BESTUURDERS (Artikel 3.19 Code).# Corporate governance verklaring

2. CORPORATE GOVERNANCE STRUCTUUR OP 31 DECEMBER 2023

Een sterk beleid inzake corporate governance wordt mogelijk gemaakt door een duidelijke bestuursstructuur, die de rol van de hoogste bestuursorganen bepaalt. Dit sterk beleid inzake corporate governance is ook het resultaat van SIPEF’s stabiele aandeelhoudersstructuur die gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van twee referentieaandeelhouders, Ackermans & van Haaren (AvH) en Groep Bracht (zie p. 191 Aandeelhoudersstructuur). Ondanks deze aandeelhoudersstructuur, oefent geen enkele bestuurder of groep van bestuurders een dominerende invloed uit op de werking van de raad van bestuur.

  • Raad van bestuur
  • Executief comité
  • Benoemingscomité
  • Remuneratie comité
  • Gedelegeerd bestuurder
  • Audit- comité

156

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

UITVOEREND LID / ONAFHANKELIJKE VERGADERINGEN RAAD VAN BESTUUR AANWEZIGHEID AUDITCOMITÉ REMUNERATIE COMITÉ BENOEMINGS COMITÉ EXECUTIEF COMITÉ
DUUR MAN DAAT LEDEN AANWEZIGHEID LEDEN AANWEZIGHEID LEDEN AANWEZIGHEID LEDEN AANTAL VERGADERINGEN IN 2023

Baron Luc Bertrand voorzitter 2023-2025 6 6/6 voorzitter 3/3
François Van Hoydonck gedelegeerd bestuurder 2023-2027 uitvoerend 6 6/6 lid 3/3
Tom Bamelis bestuurder 2022-2026 6 6/6 voorzitter 4/4 lid 3/3
Priscilla Bracht bestuurder 2022-2026 6 6/6 lid 3/3
Alexandre Delen bestuurder 2022-2026 6 6/6 lid 3/3
Antoine Friling bestuurder 2023-2027 6 6/6 lid (3) 2/2 voorzitter 2/2 lid 3/3
Gaëtan Hannecart bestuurder 2020-2024 5 5/6 lid 3/3
Yu-Leng Khor bestuurder 2021-2025 onaankelijk 6 6/6 lid 2/2 lid 3/3
Sophie Lammerant-Velge bestuurder 2019-2023 (1) 3 3/3 lid (1) 2/2 lid (1) 1/2 lid (1) 1/1
Giulia Stellari bestuurder 2023-2027 onaankelijk (2) 3 3/3 lid (2) 1/2 lid (2) 2/2
Nicholas Thompson bestuurder 2023-2027 onaankelijk 6 6/6 lid 4/4 lid 3/3
Charles De Wulf directeur estates department lid
Thomas Hildenbrand directeur fruit department lid
Robbert Kessels chief commercial ocer lid
Johan Nelis chief financial ocer (tot en met 31 December 2023) lid

De duur van het mandaat van de leden van de comités valt meestal samen met de duur van hun mandaat van bestuurder.
(1) Aanwezigheid berekend tot en met de dag van de gewone algemene vergadering van 14 juni 2023 en op basis van de vergaderingen tijdens haar bestuurdersmandaat.
(2) Aanwezigheid berekend vanaf de gewone algemene vergadering van 14 juni 2023 en op basis van de vergaderingen tijdens haar bestuurdersmandaat.
(3) Aanwezigheid berekend vanaf zijn benoeming als lid van het auditcomité (15/06/2024) en gebaseerd op de vergaderingen vanaf dan.

157

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Corporate governance verklaring

1. Raad van bestuur

1.1 Samenstelling op 31 december 2023

  • Luc Bertrand
  • voorzitter
  • Tom Bamelis
  • Antoine Friling
  • Nicholas Thompson
  • Giulia Stellari
  • François Van Hoydonck
  • gedelegeerd bestuurder
  • Priscilla Bracht
  • Alexandre Delen
  • Yu-Leng Khor
  • Gaëtan Hannecart

De curricula vitae van de bestuurders zijn beschikbaar op de website van de Vennootschap.
• www.sipef.com/hq/about-sipef/board-management/

158

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

1.2 Diversiteit

BELEID
TOEPASSING

De raad kan enkel eciënt beraadslagen en beslissen indien het aantal leden beperkt is en de nodige diversiteit binnen de raad aanwezig is. Bij de benoeming van de bestuurders laat de Vennootschap zich onder meer leiden door de volgende criteria: ervaring, kennis, opleiding, leeftijd, gender en nationaliteit. Bovendien besteedt de raad bijzondere aandacht aan de complementaire bekwaamheden van zijn leden die veelal gepaard gaan met de uiteenlopende achtergronden van de bestuurders. De Vennootschap tracht eveneens de belangen van alle stakeholders te waarborgen door de aanwezigheid van onafhankelijke bestuurders. SIPEF duldt geen enkele vorm van discriminatie.

De achtergrond en professionele ervaring van de leden zijn heel gediversifieerd binnen de raad. Ze strekken zich uit over de volgende sectoren: agrarische, biochemische, financiële, industriële, marketing- en IT-sector. Gezien duurzaamheid de rode draad is binnen de activiteiten van de SIPEF-groep, ziet de Vennootschap erop toe dat de nodige deskundigheid op dit gebied eveneens in de raad aanwezig is.

Op 31 december 2023 vertegenwoordigen de leden van de raad vier verschillende nationaliteiten: de Belgische, Engelse, Italiaanse en Maleisische.

Reeds vele jaren zijn er vrouwen aanwezig in de raad van bestuur van SIPEF. Zo werd in 2004 Priscilla Bracht benoemd als eerste vrouwelijke bestuurder. In 2011 vervoegde Sophie Lammerant-Velge de raad. In 2017 werd het aantal vrouwelijke bestuurders opgetrokken tot drie. In 2021 verliet Petra Meekers de raad van bestuur om zich aan te sluiten bij het executief comité en werd vervangen door Yu-Leng Khor. In 2023 werd het mandaat van Sophie Lammerant-Velge niet vernieuwd en werd Giulia Stellari benoemd als nieuwe vrouwelijke bestuurder. Zo waren er dus ononderbroken drie van de tien bestuurders vrouwen, een aantal dat in 2024 tot vier zal worden opgetrokken, indien de aandeelhouders in juni 2024 Petra Meekers opnieuw tot bestuurder benoemen.

SIPEF streeft de aanwezigheid van een voldoende aantal onafhankelijke bestuurders in de raad van bestuur na. Eind 2023 waren drie van de tien bestuurders onafhankelijk.

Duur van het mandaat Leeftijdsprofiel (1) Genderdiversiteit Onafhankelijke bestuurders (2)
< 5 jaar: 4 40 - 49 jaar: 3 Man: 7 Afhankelijk: 7
5 - 9 jaar: 2 50 - 59 jaar: 3 Vrouw: 3 Onafhankelijk: 3
10 - 14 jaar: 0 60 - 70 jaar: 3
15 - 20 jaar: 3 > 70 jaar: 1
> 20 jaar: 1

(1) De leeftijdslimiet is vastgelegd op 70 jaar.
(2) Deze bestuurders beantwoorden aan alle onafhankelijkheidscriteria vervat in Artikel 7:87 §1 van het WVV en in Principe 3 van de Code.

159

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Corporate governance verklaring

1.3 Wijzigingen in de samenstelling van de raad van bestuur

Beëindiging en hernieuwing van een mandaat in 2024
Het mandaat van bestuurder van Gaëtan Hannecart vervalt na aoop van de gewone algemene vergadering van 12 juni 2024. Hij heeft zich kandidaat gesteld voor een nieuw mandaat van vier jaar.

Benoeming van een nieuwe bestuurder
Er zal aan de algemene vergadering van 12 juni 2024 voorgesteld worden Petra Meekers te benoemen als nieuwe bestuurder voor een periode van vier jaar. Haar mandaat zal dus vervallen na aoop van de algemene vergadering van juni 2028 die zich uit- spreekt over de rekeningen van het boekjaar 2027.

1.4 Mandaten in beursgenoteerde vennootschappen op 31 december 2023

De Code beperkt het aantal mandaten dat een bestuurder in beursgenoteerde vennootschappen mag uitoefenen tot vijf. De volgende bestuurders oefenden op 31 december 2023 een mandaat van bestuurder uit in beursge- noteerde vennootschappen, andere dan SIPEF:

  • Baron Luc Bertrand:
    • Ackermans & van Haaren
    • CFE
    • DEME Groep
  • Tom Bamelis:
    • DEME Groep
  • Gaëtan Hannecart:
    • Financière de Tubize
  • Yu-Leng Khor:
    • Rohas Technic Berhad

160

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

1.5 Vergaderingen in 2023

De raden van bestuur van februari en augustus 2023 stelden de jaarlijkse en halfjaarlijkse financiële staten vast en bogen zich over de respectievelijke persberichten. De vergadering van september 2023 beraadslaag- de over de te volgen strategie van de Groep. In principe wordt op elke vergadering de ontwikke- ling van de activiteiten van de verschillende dochterondernemingen opgevolgd aan de hand van een rapportering opgesteld door het executief comité. Daarnaast behandelde de raad op de verschillende vergaderingen, onder meer, de volgende specifieke onderwerpen:

  • toekomstige strategie van SIPEF, inclusief de uitfasering van de horticultuur;
  • kortetermijn budgetten en langetermijn businessplannen voor de Groep;
  • risico-analyse, interne audit en interne controle binnen de Groep;
  • remuneratie van bestuurders en van de leden van het executief comité;
  • delegatie van bevoegdheden;
  • successieplanning binnen de Groep;
  • Environmental Sustainability and Governance (ESG);
  • geïntegreerd jaarverslag 2022, inclusief het remuneratieverslag;
  • gewone en buitengewone algemene vergadering van 14 juni 2023;
  • optieplan 2023 voor het management;
  • verschillende corporate governance topics;
  • implementatie van de nieuwe Enterprise Resource Planning (ERP) software in de SIPEF-groep.

1.6 Evaluatie

In overeenstemming met de Code, evalueren de bestuurders om de drie jaar de omvang, de samen- stelling en de werking van de raad van bestuur en de comités van de Vennootschap. Tijdens de vergaderingen van de raad van bestuur van 11 augustus en 23 september 2021 had deze driejaarlijkse evaluatie plaats. De actuele omvang en samenstelling van de raad en zijn comités werden geschikt bevonden en er werd geoordeeld dat de essentiële kwalificaties voldoende aanwezig zijn. De volgende evaluatie van de samenstelling en wer- king van de raad en zijn comités zal plaatsvinden in 2024.# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Corporate governance verklaring

2. Executief comité

2.1 Samenstelling op 31 december 2023

Duur van het mandaat (1) Leeftijdsprofiel (2) Genderdiversiteit
< 4 jaar: 1 40 - 49 jaar: 1 Man: 5
5 - 10 jaar: 5 50 - 59 jaar: 3 Vrouw: 1
60 - 65 jaar: 2

Bovenstaande foto toont de samenstelling van het executief comité op 1 januari 2024 inclusief Bart Cambré, die vanaf dan de functie van CFO heeft opgenomen. De curricula vitae van de leden van het executief comité zijn beschikbaar op de website van de Vennootschap. • www.sipef.com/hq/about-sipef/board-management/

(1) Het executief comité werd opgericht in 2014.
(2) De leeftijdslimiet is vastgelegd op 65 jaar.

2.2 Leden van het executief comité

De leden van het executief comité treden op als college onder de naam ‘executief comité’. Het comité is belast met het dagelijkse bestuur van de Vennootschap en wordt voorgezeten door de gedelegeerd bestuurder, François Van Hoydonck. De raad benoemt de leden van het executief comité voor onbepaalde duur. Aldus wordt de continue werking van het executief comité verzekerd.

In het najaar van 2023 heeft de raad van bestuur kennisgenomen van het ontslag van Johan Nelis als chief financial ocer (CFO) en lid van het executief comité per 1 januari 2024. De raad benoemde Bart Cambré als nieuwe CFO van de Groep en lid van het executief comité van SIPEF met ingang van 1 januari 2024. Charles De Wulf zal op 1 april 2024 eveneens het executief comité verlaten om als General Manager van Plantations J. Eglin de verantwoordelijkheid over te nemen voor de bananenactiviteiten in Côte d’Ivoire. Verder gaat de gedelegeerd bestuurder, François Van Hoydonck, op 1 september 2024 met pensioen en zal vanaf die dag niet langer deel uitmaken van het executief comité. Op die datum zal hij opgevolgd worden als voorzitter van het executief comité en gedelegeerd bestuurder van de Vennootschap door Petra Meekers. De Vennootschap heeft niet de intentie andere wijzigingen in de samenstelling van dit comité in 2024 door te voeren.

2.3 Diversiteit

BELEID
Het Diversiteitsbeleid dat de samenstelling van de raad van bestuur bepaalt is eveneens van toepassing op het executief comité. Een evenwichtige en gevarieerde samenstelling is des te belangrijk voor het comité dat met een beperkt aantal perso- nen over de nodige kennis en ervaring moet beschikken om alle aspecten van de activiteiten van de Vennootschap te kunnen behandelen. Bij de benoeming van de leden laat de Vennootschap zich dus voor- al leiden door de ervaring, kennis en opleiding van de kandidaten zodat er voldoende complementaire bekwaamheden aanwezig zijn. Bovendien zijn leeftijd, gender en nationaliteit eveneens criteria die een rol spelen. Ze garanderen een gevarieerde manier van denken en handelen. Er wordt geen enkele vorm van discriminatie geduld. Elk lid van het comité heeft zijn eigen specifieke bekwaamheden die verschillende domeinen bestrijken: agrarisch management, duurzaamheid, commercieel en administratief management, finance, legal en IT. Waar nodig hebben de leden de vereiste ervaring met de landen waar SIPEF aanwezig is of met landen in tropische en subtropische gebieden. Er zijn drie verschillende nationaliteiten vertegenwoordigd in het comité: de Franse, Nederlandse en Belgische. SIPEF staat volledig open voor het integreren van vrouwen in het bedrijf op alle niveaus. Zowel in België als in het buitenland bekleden vrouwen sleutelposities. Dit werd recentelijk nogmaals bevestigd door de benoeming van Petra Meekers als lid (06/2021) en voorzitter (09/2024) van het executief comité.

2.4 Vergaderingen in 2023

In principe komt het executief comité, behoudens onvoorziene omstandigheden, elke dinsdag samen en telkens wanneer het belang van de Vennootschap het vereist. Het comité is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de Groep. Het beschikt daarbij over de nodige operationele vrijheid en middelen om zijn taak naar behoren uit te voeren. In de praktijk bereidt het comité alle beslissingen van de raad voor en zorgt tevens voor de uitvoering van de genomen beslissingen. Zo maakt het comité elk jaar de maatschappelijke en geconsolideerde rekeningen van de Groep op, evenals de kwar- taalcijfers. Het ontwerpt tevens de te publiceren persberichten. Het stelt de budgetten op korte termijn en de businessplannen op lange termijn op die ter goedkeuring aan de raad worden voorge- legd. Het maakt tevens zowel in het kader van het strategisch plan als voor het jaarbudget de nodige sensitiviteitsanalyses, om het juiste risicoprofiel van de te nemen beslissingen te kunnen inschatten. Het volgt de operationele en financiële ontwikkelin- gen van de Groep en maakt hierover voorstellingen voor de raad van bestuur. Het werkt voorstellen over de toekomstige strategie uit. Meer bepaald boog het comité zich in 2023, onder meer, over:

  • voorstellen op het gebied van innovatie en waardeketenopportuniteiten voor de SIPEF-groep;
  • de installatie van de nieuwe Enterprise Resource Planning (ERP) software;
  • de dubbele materialiteitsanalyse;
  • de berekening en evaluatie van de broeikas- gasemissies (GHG) van de Groep;
  • verschillende ontwerpteksten, waaronder die van het halfjaarverslag en van het eerste en tweede geïntegreerde jaarverslag, inclusief het remuneratieverslag;
  • de nieuwe nationale, internationale en Europese wetgevende initiatieven op het gebied van duur- zaamheid en de gevolgen hiervan voor de Groep.

2.5 Evaluatie

De samenstelling, werking en performantie van het executief comité wordt tweemaal per jaar beoordeeld door het remuneratiecomité. Bovendien evalueert het remuneratiecomité samen met de gedelegeerd bestuurder elk jaar de bijdrage van ieder lid van het executief comité tot de ontwik- keling van de activiteiten en de resultaten van de Groep. De voorzitter van het comité neemt geen deel aan de evaluatie van zijn eigen prestaties. Daarnaast evalueert de raad van bestuur het hele jaar door het executief comité op basis van het door dit comité verrichte werk en zijn voorbereidingen voor de raad. Verder spreken de niet-uitvoerende bestuurders zich jaarlijks uit, in afwezigheid van de gedelegeerd bestuurder, over de interactie tussen de raad en het executief comité. Ze oordeelden op 11 augustus 2023 dat de relatie van de raad met het executief comité betrouwbaar en open is waardoor de raad van bestuur een betrouwbaar en transparant zicht krijgt op de dagelijkse activiteiten van de Groep.

3. De comités van de raad van bestuur

3.1 Auditcomité

Tom Bamelis
Antoine Friling
Nicholas Thompson

DUUR VAN HET MANDAAT OP 31 DECEMBER 2023
Alle leden van het auditcomité bezitten de nodige vaardigheden op het gebied van boekhouding en audit en het comité bezit een collectieve deskundigheid op het gebied van de activiteiten van SIPEF.

WERKING IN 2023
In februari en augustus 2023 heeft het comité zich hoofdzakelijk gebogen over de analyse van respectievelijk de jaarlijkse en halaarlijkse finan- ciële staten en het persbericht met betrekking tot deze rekeningen. Op elk van deze vergaderingen presenteerde de commissaris de resultaten van de uitgevoerde audit van deze staten. Daarnaast vonden tijdens de verschillende verga- deringen een toelichting en bespreking plaats van:

  • verschillende boekhoudkundige onderwerpen en verwerkingen;
  • het financiële convenant betreende de lange- termijnlening en de evolutie hiervan;
  • bestaande risico’s en hun classificatie;
  • ‘corporate tax’-strategie;
  • verslagen van de interne auditcomités van de verschillende dochterondernemingen;
  • motivering voor het niet-organiseren van een interne audit op het Hoofdkantoor in België;
  • evaluatie van de relatie van de commissaris met het management en het financieel departement.

De commissaris was aanwezig op alle vergaderingen van het comité in 2023. De vergaderingen van het auditcomité werden eveneens door de gedelegeerd bestuurder en de CFO bijgewoond. Bovendien was er een vertegenwoordi- ger van de referentieaandeelhouder, Ackermans & van Haaren aanwezig op alle vergaderingen. De interne auditors van de operationele dochters namen geen deel aan de vergaderingen van het auditcomité van het moederbedrijf. De gedele- geerd bestuurder en/of CFO hadden in de loop van het boekjaar 2023 meetings met de lokale interne audit verantwoordelijken van Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.

EVALUATIE
De periodieke evaluatie van de samenstelling en werking van de raad van bestuur heeft eveneens betrekking op de comités van de raad van bestuur.

3.2 Remuneratiecomité

DUUR VAN HET MANDAAT OP 31 DECEMBER 2023
Het comité beschikt over de nodige deskundigheid op het gebied van remuneratiebeleid.

Giulia Stellari
Antoine Friling
Yu-Leng Khor

WERKING IN 2023
In 2023 boog het remuneratiecomité zich over de volgende onderwerpen:

  • benchmarking van vergoedingen van expats, managers en bestuurders van de Groep;
  • vaststelling van de vaste bezoldiging van de managers en bestuurders;
  • berekening van de bonus pool van de Groep;
  • individuele evaluatie van het management en voorstel tot variabele vergoedingen te betalen in 2023;
  • remuneratiebeleid en ontwerp van het remuneratieverslag;
  • actualisering van de opvolgingsplanning;
  • ontwerp van het aandelenoptieplan 2023 voor de managers van de Groep.

De vergaderingen van het remuneratiecomité werd-en eveneens door de gedelegeerd bestuurder bijgewoond. Bovendien woonde een vertegenwoordiger van de respectievelijke referentieaandeelhouders, Ackermans & van Haaren en Groep Bracht, de vergaderingen van februari en november 2023 bij.

EVALUATIE
De periodieke evaluatie van de raad van bestuur heeft eveneens betrekking op de comités van de raad van bestuur.# SIPEF Integrated Annual Report 2023

Corporate Governance Statement

3. REMUNERATION REPORT

1. Introduction

The current Remuneration Report has been drawn up in accordance with Article 3:6. §3 of the Belgian Code of Companies and Associations, as amended by the law of 28 April 2020 transposing the European directive promoting long-term shareholder engagement into Belgian law. It reflects the Remuneration Policy that was approved by a majority of 95.8% of the votes at the ordinary general meeting of 9 June 2021. The detailed text of the Remuneration Policy is published on the Company's website.

The Remuneration Report provides a comprehensive and complete overview of the remuneration, including all benefits in any form, granted during the financial year 2023 to the non-executive directors, the delegated director, and the other members of the executive committee. It contains a detailed presentation of the remuneration of each member of the executive committee, the collegial body responsible for daily management.

In 2023, all members of the Executive Committee, with the exception of Petra Meekers, received a variable remuneration, calculated based on the recurring consolidated result of 2022 and the management's performance that year. These were characterised by several significant developments and transactions, which are detailed in the 'Key Facts of 2022' chapter (see Business Report 2022, pages 4-6). The highlights of 2023 will determine the variable remuneration of the executive management concerning the financial year 2023, payable in 2024.

In 2023, there were no significant changes in the composition of the Board of Directors that affected the total remuneration of the Board members. The emoluments of the directors were increased effective January 1, 2022. In 2023, however, the remuneration of the directors and the members of the Audit Committee and the Remuneration Committee, as well as their respective Chairmen, remained unchanged as they were generally in line with the benchmark average.

2. Total Remuneration of Directors

Directors receive a fixed remuneration not related to the level of results. This remuneration consists of emoluments for Board of Directors' meetings and, where applicable, remuneration for membership in a specific committee. In 2023, directors received the following remuneration:

ON AN ANNUAL BASIS PER PERSON CHAIRMAN
Board of Directors EUR 35 000
Audit Committee EUR 7 500
Remuneration Committee EUR 4 000
BOARD OF DIRECTORS AUDIT COMMITTEE REMUNERATION COMMITTEE TOTAL
IN EUR 2022 2023 2022
Baron Luc Bertrand 90,00 90,00 0,00
François Van Hoydonck 35,00 35,00 0,00
Tom Bamelis 35,00 35,00 9,75
Priscilla Bracht 35,00 35,00 0,00
Alexandre Delen (from 8 June 2022) 17,50 35,00 0,00
Baron Jacques Delen (until 8 June 2022) 17,50 0,00 0,00
Antoine Friling 35,00 35,00 0,00
Gaëtan Hannecart 35,00 35,00 0,00
Yu-Leng Khor 35,00 35,00 0,00
Sophie Lammerant-Velge (until 14 June 2023) 35,00 17,50 7,50
Giulia Stellari (from 14 June 2023) 0,00 17,50 0,00
Nicholas Thompson 35,00 35,00 7,50
TOTAL 405,00 405,00 24,75

Non-executive directors do not receive variable remuneration or options. Part of their remuneration is also not paid in the form of Company shares. They are covered by directors' and officers' liability insurance. Resigning and new directors are remunerated pro rata for the number of months served in the financial year.

3. Total Remuneration of Executive Committee Members

The members of the executive committee, which comprises the delegated director and other company executives, receive fixed remuneration and variable remuneration, and potentially options. The Company has not set a minimum threshold of shares to be held by the members of the executive management. In 2023, no shares were awarded to the members of the executive committee.

2023 TOTAL %
IN EUR FVH CDW TH RK PM JN
Director remuneration 35 0 0 0 0 0 35 0,6%
Fixed remuneration 537 308 300 354 689 401 2 589 47,0%
Variable remuneration 815 320 330 403 0 494 2 362 42,9%
Pension 251 46 43 0 11 46 397 7,2%
Other 20 9 12 24 56 7 128 2,3%
SUBTOTAL 1 658 683 685 781 756 948 5 511 100,0%
Market value of acquired share options (start of exercise period) (1) 50 17 17 17 0 17 118
TOTAL REMUNERATION 1 708 700 702 798 756 965 5 629
Subtotal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100%
Fixed 51% 53% 52% 48% 100% 48% 57%
Variable 49% 47% 48% 52% 0% 52% 43%
2022 TOTAL %
IN EUR FVH CDW TH RK PM JN
Director remuneration 35 0 0 0 0 0 35 0,8%
Fixed remuneration 459 274 265 318 643 356 2 315 53,1%
Variable remuneration 484 218 222 230 0 308 1 462 33,5%
Pension 251 46 45 0 0 46 388 8,9%
Other 21 9 15 28 82 8 163 3,7%
SUBTOTAL 1 250 547 547 576 725 718 4 363 100,0%
Market value of acquired share options (start of exercise period) (1) 80 27 27 27 0 27 186
TOTAL REMUNERATION 1 330 574 574 603 725 745 4 550
Subtotal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100%
Fixed 61% 60% 59% 60% 100% 57% 66%
Variable 39% 40% 41% 40% 0% 43% 34%

(1) For more details on the respective option plans (SOP 2020 and SOP 2019), see pages 174 and 175.

The delegated director receives emoluments for attending Board of Directors' meetings, as well as fixed and variable remuneration for his executive functions.

4. Fixed remuneration of executive committee members

Executive committee members receive fixed remuneration and benefit from a group insurance policy with fixed contributions. This insurance includes a supplementary pension and also disability and death cover. In addition, the Company has taken out hospitalization insurance and a travel assistance insurance policy providing worldwide coverage for each member. Furthermore, management benefits from a company car and meal vouchers.

Until October 1, 2023, Petra Meekers was based in Singapore. For the first 9 months of 2023, Petra Meekers' fixed remuneration included a fixed monthly amount intended, in addition to the usual fixed remuneration, for costs such as pension, company car, and living expenses. During this period, she also benefited from disability, death, and sickness insurance and received an allowance for her children's educational expenses (see 'Other' item). From October 1, 2023, she is residing in Belgium, and her fixed remuneration is set and structured in line with that of the other members of the executive committee.

5. Variable remuneration of executive committee members

The total amount of variable remuneration paid to both staff and members of the executive committee of SIPEF Headquarters may not exceed 2% of the consolidated recurrent result before taxes of the Group. For each member of the executive committee, the amount of variable remuneration in cash may not exceed twice the fixed remuneration.

Petra Meekers was not entitled to variable remuneration during her first two years of employment with SIPEF. As she has been a member of the executive committee since June 9, 2021, she is entitled to variable remuneration in 2023, on a pro rata temporis basis.

The final individual amount of variable remuneration awarded to each member is determined at the discretion of the Board of Directors, based on proposals from the Remuneration Committee, taking into account financial and non-financial criteria. This committee formulates a proposal based on the different components of the financial year's profit and each executive committee member's contribution to its achievement. In doing so, the Remuneration Committee is guided by pre-determined and objectively measurable criteria applied over a period of one financial year.# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Corporate governance verklaring

Het relateren van de variabele vergoeding aan de prestaties van één boekjaar – en niet aan performantiecriteria over twee en drie boekjaren zoals voorzien door de wet – is te verklaren door de volatiliteit van de resultaten van de agro-industriële activiteiten, en in het bijzonder van de palmoliemarkt, waarvan de performantie gelinkt is aan de prijs van de landbouwgrondstoffen. Het is dan ook logisch dat de vergoeding van het personeel en het management, zoals eveneens die van de aandeelhouders, mee evolueert met de volatiliteit van de Groep. De Vennootschap past deze redenering elk jaar strikt toe. Dit betekent dat als de Groep voor een bepaald jaar een verlies lijdt, er geen variabele vergoeding of dividend betaald wordt het volgende jaar respectievelijk aan de leden van het executief comité en de aandeelhouders. Dit was het geval in 2020, toen geen variabele vergoeding en dividend werden betaald ten gevolge van het in 2019 geleden verlies. Het bepalen van de variabele vergoeding op grond van de prestaties van één boekjaar doet geen afbreuk aan de langetermijnvisie van het uitvoerend management. Dergelijke visie is onlosmakelijk verbonden met de agro-industriële activiteiten van de SIPEF-groep die enkel op lange termijn kunnen worden geëvalueerd, zoals blijkt uit de strategie van SIPEF. De raad van bestuur heeft in 2023 evenmin bijzondere bonussen toegekend aan één of meerdere leden voor specifieke verrichtingen. Naast de variabele vergoeding op korte termijn, ontvangen de leden van het executief comité geen variabele remuneratie in geld op lange termijn.

.   

Alle leden van het executief comité hebben een “claw back”-clausule ondertekend. Dit komt erop neer dat de Vennootschap het recht heeft om de variabele nettovergoeding terug te vorderen, indien deze op basis van onjuiste financiële gegevens werd toegekend. In 2023 heeft de Vennootschap geen gebruik gemaakt van haar recht tot terugvordering.

4. Overeenkomst tussen de vergoedingen en het remuneratiebeleid en toepassing van de performantiecriteria

De totale vergoeding van de bestuurders en de leden van het executief comité is volledig in lijn met het remuneratiebeleid en wordt op een transparante manier berekend en toegepast. De vaste vergoeding van de leden van de raad van bestuur en van het executief comité wordt jaarlijks getoetst op basis van de marktpraktijken en wordt daarom als marktconform beschouwd. De variabele vergoeding is gelinkt aan de jaarresultaten van de Groep, die rechtstreeks afhangen van de volatiele prijzen van de landbouwgrondstoffen. De Vennootschap communiceert permanent op een correcte en transparante wijze over de evolutie van de activiteiten, duurzaamheid, prestaties en corporate governance van de Groep aan haar aandeelhouders, management, werknemers en alle andere stakeholders. Deze transparantie werd sinds 2020 in dit verslag nog meer in detail doorgetrokken op het niveau van de vergoeding van de leden van het executief comité. Een duidelijke communicatie en transparantie liggen aan de basis van tevredenheid, werkt motiverend en draagt bij tot goede lange-termijnprestaties. Zo blijft het personeel en het management zich gemotiveerd inzetten voor het verwezenlijken van de langetermijndoelstellingen die de Groep heeft vooropgesteld.

5. Aandelenopties

Vanaf het boekjaar 2011 tot op heden werden jaarlijks aandelenopties aangeboden aan de leden van het executief comité. De aandelenopties, die onder het Aandelenoptieplan 2023 van SIPEF worden aangeboden, hebben de volgende kenmerken:

  • Type: opties op bestaande aandelen SIPEF (één optie geeft recht op één bestaand aandeel SIPEF);
  • Tijdstip aanbod: midden november;
  • Uitoefenprijs: de laagste waarde van de volgende twee waarden: de prijs vastgesteld op basis van de gemiddelde slotkoers van het aandeel gedurende 30 dagen voorafgaand aan het aanbod en de laatste slotkoers van het aandeel die voorafgaat aan de datum van het aanbod;
  • Looptijd van het plan: 10 jaar;
  • Uitoefentermijn: op elk moment vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de derde verjaardag van de toekenning, tot het einde van het tiende jaar te rekenen vanaf de datum van het aanbod;
  • Er zijn geen performantiecriteria vastgesteld voor de toekenning of uitoefening van de aandelenopties.

Op 15 november 2023 werden opties toegekend door SIPEF aan de leden van het executief comité. Deze opties werden aanvaard door de begunstigden als volgt:

Daarnaast werden er nog 4.000 opties toegekend aan algemene directeuren van de buitenlandse filialen. De in 2023 toegekende opties hebben de volgende kenmerken:

  • Uitoefenprijs: EUR 52,70
  • Vervaldatum: 14 november 2033
  • Uitoefenperiode: op elk moment vanaf 1 januari 2027 tot en met 14 november 2033
AANTAL TOTAAL
François Van Hoydonck 6 000
Charles De Wulf 2 000
Thomas Hildenbrand 2 000
Robbert Kessels 2 000
Petra Meekers 2 000
Johan Nelis 2 000
TOTAAL 16 000

Uitsplitsing van Aandelenoptieplan SIPEF (SOP)

SOP 2013 SOP 2014 SOP 2015 SOP 2016 SOP 2017 SOP 2018 SOP 2019 SOP 2020 SOP 2021 SOP 2022 SOP 2023 TOTAAL
Aanbod 20/11/13 18/11/14 28/11/15 07/12/16 23/11/17 20/11/18 23/11/19 19/11/20 18/11/21 17/11/22 15/11/23
Verwerving 20/11/16 18/11/17 28/11/18 07/12/19 23/11/20 20/11/21 23/11/22 19/11/23 18/11/24 17/11/25 15/11/26
Uitoefenperiode begin 01/01/17 01/01/18 01/01/19 01/01/20 01/01/21 01/01/22 01/01/23 01/01/24 01/01/25 01/01/26 01/01/27
Uitoefenperiode einde: (1) 19/11/23 17/11/24 27/11/25 06/12/26 22/11/27 19/11/28 22/11/29 18/11/30 17/11/31 16/11/32 14/11/33
Uitoefenprijs (in EUR) 55,50 54,71 49,15 53,09 62,87 51,58 45,61 44,59 58,31 57,70 52,70
Marktprijs begin uitoefenperiode (in EUR) 60,49 62,80 48,80 54,80 43,20 56,90 58,90 53,00
(1) laatste uitoefendag

CHARLES DE WULF

VERWORVEN NIET VERWORVEN SOP 2013 SOP 2014 SOP 2015 SOP 2016 SOP 2017 SOP 2018 SOP 2019 SOP 2020 SOP 2021 SOP 2022 SOP 2023 TOTAAL
Aangeboden nog niet verworven 0 0 0 0 0 0 0 0 2 000 2 000 2 000 6 000
Verworven voor het einde van 2023 0 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 0 0 0 14 000
Uitgeoefend in 2023 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Vervallen in 2023 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal aandelenopties einde jaar 0 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 20 000
Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) 91 220 89 180
Verworven aan marktprijs (in EUR) 117 800 106 000
Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) 26 580 16 820

FRANÇOIS VAN HOYDONCK

VERWORVEN NIET VERWORVEN SOP 2013 SOP 2014 SOP 2015 SOP 2016 SOP 2017 SOP 2018 SOP 2019 SOP 2020 SOP 2021 SOP 2022 SOP 2023 TOTAAL
Aangeboden nog niet verworven 0 0 0 0 0 0 0 0 6 000 6 000 6 000 18 000
Verworven voor het einde van 2023 6 000 6 000 6 000 6 000 6 000 6 000 6 000 6 000 0 0 0 48 000
Uitgeoefend in 2023 -1 942 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -1 942
Vervallen in 2023 -4 058 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -4 058
Totaal aandelenopties einde jaar 0 6 000 6 000 6 000 6 000 6 000 6 000 6 000 6 000 6 000 6 000 60 000
Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) 273 660 267 540
Verworven aan marktprijs (in EUR) 353 400 318 000
Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) 79 740 50 460

THOMAS HILDENBRAND

VERWORVEN NIET VERWORVEN SOP 2013 SOP 2014 SOP 2015 SOP 2016 SOP 2017 SOP 2018 SOP 2019 SOP 2020 SOP 2021 SOP 2022 SOP 2023 TOTAAL
Aangeboden nog niet verworven 0 0 0 0 0 0 0 0 2 000 2 000 2 000 6 000
Verworven voor het einde van 2023 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 0 0 0 16 000
Uitgeoefend in 2023 -2 000 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -2 000
Vervallen in 2023 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal aandelenopties einde jaar 0 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 20 000
Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) 91 220 89 180
Verworven aan marktprijs (in EUR) 117 800 106 000
Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) 26 580 16 820

ROBBERT KESSELS

VERWORVEN NIET VERWORVEN SOP 2013 SOP 2014 SOP 2015 SOP 2016 SOP 2017 SOP 2018 SOP 2019 SOP 2020 SOP 2021 SOP 2022 SOP 2023 TOTAAL
Aangeboden nog niet verworven 0 0 0 0 0 0 0 0 2 000 2 000 2 000 6 000
Verworven voor het einde van 2023 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 0 0 0 16 000
Uitgeoefend in 2023 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Vervallen in 2023 -2 000 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -2 000
Totaal aandelenopties einde jaar 0 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 20 000
Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) 91 220 89 180
Verworven aan marktprijs (in EUR) 117 800 106 000
Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) 26 580 16 820

PETRA MEEKERS

VERWORVEN NIET VERWORVEN SOP 2013 SOP 2014 SOP 2015 SOP 2016 SOP 2017 SOP 2018 SOP 2019 SOP 2020 SOP 2021 SOP 2022 SOP 2023 TOTAAL
Aangeboden nog niet verworven 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2 000 2 000
Verworven voor het einde van 2023 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgeoefend in 2023 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Vervallen in 2023 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal aandelenopties einde jaar 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2 000 2 000
Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) 0 0
Verworven aan marktprijs (in EUR) 0 0
Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) 0 0

JOHAN NELIS

VERWORVEN NIET VERWORVEN SOP 2013 SOP 2014 SOP 2015 SOP 2016 SOP 2017 SOP 2018 SOP 2019 SOP 2020 SOP 2021 SOP 2022 SOP 2023 TOTAAL
Aangeboden nog niet verworven 0 0 0 0 0 0 0 0 2 000 2 000 2 000 6 000
Verworven voor het einde van 2023 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 0 0 0 16 000
Uitgeoefend in 2023 -2 000 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -2 000
Vervallen in 2023 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal aandelenopties einde jaar 0 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 20 000
Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) 91 220 89 180
Verworven aan marktprijs (in EUR) 117 800 106 000
Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) 26 580 16 820

In 2023 hebben 3 leden van het executief comité samen 5.942 van de 12.000 opties van het optieplan 2013 die waren toegekend aan de leden van dit# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Corporate governance verklaring

comité, uitgeoefend. Van de overige 8.000 opties van dat plan, die waren toegekend aan managers van dochtervennootschappen, werden 2.500 opties door de begunstigden vóór 20 november 2023, de vervaldatum, uitgeoefend. In totaal werden er 11.558 opties van het optieplan 2013 niet uitgeoefend. Meer bepaald vervielen er in 2023, 7.558 opties, waarvan 6.058 opties van leden van het executief comité, en waren er reeds 4.000 opties vervallen in de jaren vóór 2023 bij het vertrek van algemene directeuren van filialen. In 2023 werden er eveneens 2.000 opties van het optieplan 2014 uitgeoefend door managers van dochtervennootschappen.

  1. Eventuele afwijkingen van het remuneratiebeleid in 2023

In 2023 werden de vergoedingen aan de bestuurders en de leden van het executief comité toegekend in toepassing van het remuneratiebeleid, met uitzondering van de afwijkingen vermeld onder 3.A en 3.B. Deze afwijkingen waren gerelateerd aan het verblijf van Petra Meekers in Singapore waar ze gestationeerd was tot 1 oktober 2023 voor de operationele leiding van de Asia-Pacific (APAC) filialen van de Groep.

176 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

  1. Vergelijkende informatie over de verandering van de vergoeding en de performantie van de Vennootschap over een periode van 5 jaar; ratio tussen hoogste en laagste vergoeding van

SIPEF

A JAARLIJKSE VERANDERING IN REMUNERATIE IN PERCENTAGE 2019 2020 VARIATIE 2021 VARIATIE 2022 VARIATIE 2023 VARIATIE
Totale vergoeding raad van bestuur 1 (in KEUR) 359 359 0% 359 0% 443 23% 443 0%
Totale vaste remuneratie excom 2 (in KEUR) 1.943 1.967 1% 2.424 23% 2.901 20% 3.154 9%
Totale variabele remuneratie excom 3 (in KEUR) 416 0 NVT 272 NVT 1.463 438% 2.362 61%
B JAARLIJKSE VERANDERING IN DE ONTWIKKELING VAN DE PRESTATIES VAN DE VENNOOTSCHAP 2019 2020 VARIATIE 2021 VARIATIE 2022 VARIATIE 2023 VARIATIE
CPO marktprijs (in USD/ton CIF Rotterdam) 566 715 26% 1.195 67% 1.345 13% 964 -28%
Geproduceerde volumes CPO (in ton) 312.514 329.284 5% 384.187 17% 403.927 5% 391.215 -3%
Resultaat, deel van de Groep (recurrent) (in KUSD) -8.004 14.122 NVT 82.746 486% 108.157 31% 72.735 -33%
C JAARLIJKSE VERANDERING IN DE GEMIDDELDE REMUNERATIE VAN DE WERKNEMERS 2019 2020 VARIATIE 2021 VARIATIE 2022 VARIATIE 2023 VARIATIE
Gemiddelde remuneratie werknemer SIPEF HQ (vast) 4 (in KEUR/maand) 4.491 4.832 8% 5.165 7% 4.913 -5% 5.452 11%
Gemiddelde remuneratie werknemer SIPEF HQ (variabel) 5 (in KEUR/jaar) 7.618 0 NVT 4.955 NVT 23.613 377% 38.213 62%
D RATIO HOOGSTE/LAAGSTE VERGOEDING VTE 2019 2020 2021 2022 2023
Verhouding totale vaste kost vergoeding hoogste excom & laagste werknemer 6 9.3 9.2 9.1 15.6 15.1

1 Vergoeding zoals opgenomen onder 2. Totale vergoeding raad van bestuur
2 Vaste vergoeding zoals opgenomen onder 3. Totale vergoeding van de leden van het executief comité
3 Variabele vergoeding zoals opgenomen onder 3. Totale vergoeding van de leden van het executief comité
4 Gemiddeld brutoloon (voltijds equivalent) in januari van het betreffende jaar
5 Gemiddelde uitgekeerde variabele vergoeding kost werkgever (voltijds equivalent)
6 Totale vaste kost hoogste individuele vergoeding binnen het executief comité/totale vaste kost (voltijds equivalent) laagste vergoeding werknemers HQ

  1. Informatie inzake de stemming door de algemene vergadering over het remuneratiebeleid en - verslag

Het huidige Remuneratiebeleid werd goedgekeurd met een meerderheid van 95,8% van de stemmen door de algemene vergadering van 9 juni 2021. Het was voor de eerste keer van toepassing op het boekjaar 2021. Het Remuneratieverslag met betrekking tot het boekjaar 2022 werd positief onthaald door de gewone algemene vergadering van 14 juni 2023. Het huidige Remuneratieverslag over het boekjaar 2023 zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de algemene vergadering van 12 juni 2024.

177 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Corporate governance verklaring

  1. EXTERNE EN INTERNE AUDIT

  2. Externe audit

De gewone algemene vergadering van 9 juni 2021 heeft, op basis van het resultaat van een private aanbesteding overeenkomstig de Europese voorschriften, EY Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door Christoph Oris en Wim Van Gasse, benoemd voor een termijn van drie jaar. De jaarlijkse bezoldiging werd vastgelegd op USD 93.000, indexatie en btw niet-inbegrepen. Het mandaat van de commissaris vervalt op het einde van de gewone algemene vergadering van 12 juni 2024. Er zal aan deze vergadering voorgesteld worden het mandaat van EY Bedrijfsrevisoren BV te verlengen voor een nieuwe periode van drie jaar en de bezoldiging vast te leggen op USD 120.196, indexatie en btw niet inbegrepen. Indien de vergadering deze hernieuwing goedkeurt, zal EY vertegenwoordigd worden voor de uitoefening van dit mandaat door Christoph Oris. De commissaris oefent de externe controle uit op de geconsolideerde en op de maatschappelijke financiële staten van SIPEF. Hij rapporteert tweemaal per jaar aan het auditcomité en de raad van bestuur. De jaarlijkse vergoeding van de commissaris voor het boekjaar 2023 voor de controle van de maatschappelijke en geconsolideerde financiële staten van SIPEF bedraagt USD 129.736. De vergoeding voor de niet-controlediensten in 2023 kwam uit op KUSD 0. De totale kost voor externe controle van de SIPEF-groep betaald aan het EY-netwerk bedroeg KUSD 597. Het bedrag aan betaalde erelonen voor adviezen van dezelfde commissaris en aanverwante bedrijven kwam uit op KUSD 0. Alle details betreffende de honoraria betaald aan EY kunnen worden geraadpleegd in Toelichting 33 van de Financiële Staten.

  1. Interne audit

In de filialen in Indonesië en in Hargy Oil Palms Ltd (HOPL) in Papoea-Nieuw-Guinea is een interne auditafdeling opgericht die minstens viermaal per jaar verslag uitbrengt aan het lokaal auditcomité dat de interne auditrapporten beoordeelt. Recentelijk werd ook een dergelijke afdeling opgestart in Côte d’Ivoire. Verder heeft de raad van bestuur van SIPEF in 2023 zijn beslissing bevestigd om geen afzonderlijke interne auditafdeling op te richten voor de Hoofdzetel in België en de SIPEF Singapore- dochtervennootschap. Wel voerde één van de groepscontrollers van de Hoofdzetel, zoals elk jaar, een interne audit over de activiteiten van SIPEF uit en rapporteerde hierover aan het SIPEF-auditcomité. De raad van bestuur heeft beslist om vanaf 2024 ook voor de dochteronderneming in Singapore een interne audit door dezelfde groepscontroller van SIPEF te laten uitvoeren.

178 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

  1. VERSLAG IN VERBAND MET INTERNE CONTROLE EN RISICOBEHEERSSYSTEMEN

De raad van bestuur van SIPEF is verantwoordelijk voor het beoordelen van de inherente risico’s van de Groep en van de doeltreffendheid van de interne controle. Het interne controlesysteem van SIPEF werd opgezet overeenkomstig de Belgische wettelijke vereisten voor het risicobeheer en de interne controle en de principes vermeld in de Belgische Corporate Governance Code 2020 en is georganiseerd op basis van het Coso-model (“the Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission”). Een op groepsniveau uitgevoerde risicoanalyse vormt de basis van het interne controle- en risicobeheerssysteem, waarvan de betrouwbaarheid van de financiële rapportering en het communicatieproces een belangrijke pijler uitmaakt.

  1. Controleomgeving

De raad van bestuur heeft in zijn schoot twee comités opgericht, het auditcomité en het remuneratiecomité, en fungeert in zijn totaliteit als benoemingscomité. Bovendien heeft hij het dagelijks bestuur van de Vennootschap gedelegeerd aan het executief comité. De Groep is onderverdeeld in een aantal afdelingen. Elke afdeling en elke persoon binnen de desbetreffende afdeling heeft zijn eigen functieomschrijving. Voor elke functie en taak wordt het vereiste studie- en/of ervaringsniveau bepaald. Er bestaat een welomschreven politiek van delegaties van bevoegdheden. De raad van bestuur van SIPEF heeft de nodige beleidslijnen, waaronder het ‘Verantwoordelijk Plantagebeleid’ en het ‘Verantwoordelijk Aankoopbeleid’ opgesteld dat van toepassing is op alle plantageactiviteiten en grondstoffen. Hij herziet deze beleidslijnen elk jaar om ze aan te passen aan de evolutie van de juridische, maatschappelijke en ecologische standaarden. Om verdere groei mogelijk te maken en te stimuleren, streeft SIPEF in het dagelijks beleid van haar activiteiten een duidelijke duurzame regelgeving na, die strenger is dan de wettelijke vereisten van de landen waarin de Vennootschap actief is. Dat engagement wordt gestaafd door certificaten en algemeen erkende standaarden: zie pagina 148. De door SIPEF uitgeoefende interne controle waakt erover dat alle voorgeschreven procedures, richtlijnen en regelgevingen worden gerespecteerd om zo de activa, het personeel en de activiteiten van de Groep te beschermen en hun beheer te optimaliseren. Algemeen kan de bedrijfsstructuur, de bedrijfsfilosofie en de managementstijl van de SIPEF-groep omschreven worden als ‘vlak’. Dit is te verklaren door het beperkte aantal beslissingslijnen binnen de hiërarchie. Dit beperkt aantal beslissingslijnen en de geringe personeelsrotatie verhogen de sociale controle binnen de Vennootschap. Tot slot waakt SIPEF over de strikte toepassing van de regels van haar Corporate Governance Charter en van de Gedragscode opdat de bestuurders, alle leidinggevenden en het personeel van de Groep op een eerlijke en ethische manier en volgens de toepasselijke regelgeving en beginselen van deugdelijk bestuur zouden handelen.

179 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Corporate governance verklaring

  1. Risicoanalyse en controle-activiteiten

Elk jaar, keurt de raad van bestuur het strategisch plan van SIPEF goed dat de doelstellingen van de Groep op strategisch, operationeel, financieel, duurzaam, fiscaal en juridisch vlak uitstippelt.Met het oog op een passend beheer van alle interne of externe risico’s die een invloed kunnen hebben op het bereiken van deze doelstellingen, identificeert en classificeert de raad van bestuur deze risico’s elk jaar op basis van de jaarlijkse risicobeoordeling van het auditcomité. Tijdens deze beoordeling wordt een lijst van reële en potentiële risico’s besproken, worden deze risico’s in kaart gebracht op basis van hun waarschijnlijkheid (mogelijkheid) en ernst (impact). Aan elk risico wordt een risicoscore toe- gekend. Voor elk risico wordt ook de aanpak bepaald. De vereiste acties worden opgevolgd door het SIPEF-management om ervoor te zorgen dat de juiste procedures voor beperking, beheer en contro- le worden uitgevoerd door de relevante afdelingen van de Groep. Op basis van de risicoanalyse van 2023 worden hieronder enkel de 12 volgende belangrijkste risico’s vermeld waarvoor het zeker, vrijwel zeker of waarschijnlijk is dat ze zich zullen voordoen in de SIPEF-groep en die een aanzienlijke of matige negatieve impact kunnen hebben op de financiële situatie, de bedrijfsresultaten of de liquiditeit van de Groep, wat kan leiden tot bijzondere waardever- minderingen van activa: In het kader van de voorbereiding van de Groep om te rapporteren in overeenstemming met de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) van de EU, werkt SIPEF aan de integratie van haar risico- en materialiteitsbeoordelingspro- cessen. Het doel is om een samenhangende risico- en impactbeoordelingsaanpak te ontwikkelen die in lijn is met het principe van dubbele materialiteit en voldoet aan de Europese Sustainability Reporting Standards (ESRS). Het nieuwe proces zal SIPEF in staat stellen om haar beoordeling voor 2024 uit te voeren met een dubbele materialiteitslens, die een meer gedetailleerde reikwijdte van bedrijfs- en duurzaamheidsrisico’s en -eecten zal omvatten.

RISICO'S

ZEKER BIJNA ZEKER WAARSCHIJNLIJK
1 Risico’s verbonden aan de spreiding van de activiteiten over een beperkt aantal landen en aan de beperkte diversificatie in producten HOOG
2 Risico’s in verband met expansie HOOG
3 Aankelijkheid van een beperkt aantal belangrijke klanten HOOG
4 Risico’s verbonden met de eigendomsrechten en gebruiksrechten van gronden HOOG
5 Risico op natuurrampen (plantages - fabrieken) HOOG
6 Risico van de stijgende grondstoengerelateerde inputkosten GEMIDDELD
7 Risico’s om voldoende personeel te vinden in afgelegen gebieden GEMIDDELD
8 Risico van loonstijging GEMIDDELD
9 Klimatologische risico’s GEMIDDELD
10 Toekomstige klimaatverandering GEMIDDELD
11 Risico van onverwachte daling van de toekomstige kortetermijnmarges GEMIDDELD
12 Risico in verband met de Europese aandacht voor duurzaamheid en de verhoogde RSPO-beperkingen GEMIDDELD
MOGELIJKHEID IMPACT
180 The connection to the world of sustainable tropical agriculture  ’

In het volgende gedeelte worden 6 van de bovenge- noemde 12 belangrijkste risico’s nader beschreven. Deze risico’s zijn geselecteerd op basis van hun relevantie voor de activiteiten van de Groep in het boekjaar 2023. Een volledige beschrijving van de andere belang- rijkste risico’s zijn te vinden op:
* www.sipef.com/hq/investors/risks-and-uncertainties/

RISICO’S VERBONDEN AAN DE SPREIDING VAN DE ACTIVITEITEN OVER EEN BEPERKT AANTAL LANDEN EN AAN DE BEPERKTE DIVERSIFICATIE IN PRODUCTEN

BESCHRIJVING

De Groep produceert hoofdzakelijk oliepalm- producten in Indonesië en Papoea-Nieuw- Guinea, en bananen in Côte d’Ivoire. SIPEF heeft de ambitie om op lange termijn te blijven investeren in de landbouwindustrie van de landen waar het actief is en heeft een jarenlange ervaring opgebouwd in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire. Door zijn strategische focus en als gerenommeerde producent van duurzame landbouwproducten, heeft de Groep zijn inspanningen kunnen concentreren op het verhogen van zijn aanwezigheid en productie in deze landen. Met haar ervaring is SIPEF goed voorbereid om te gaan met alle landengere- lateerde risico’s die zich zouden kunnen voordoen. De Groep zal alle relevante politieke, sociale, milieugerelateerde, economische en wetgevende ontwik- kelingen en initiatieven op de voet blijven volgen om zo snel en doeltreend mogelijk te kunnen reageren.

De bedrijfsactiviteiten van SIPEF zijn voor- namelijk gericht op de teelt van oliepalmen en het verwerken van palmolie in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. Palmolie is veruit de grootste activiteit van de Groep en verte- genwoordigt 91,3% van de totale omzet. Indien er dus problemen optreden die het telen of produceren van deze producten belemme- ren, zou dit een belangrijke negatieve impact kunnen hebben op de financiële resultaten en situatie van de Groep. SIPEF is van oordeel dat het beter is zich te concentreren op enkele gewassen met een hoog rendement en goede langetermijnvooruitzichten, dan te investe- ren in meerdere gewassen met een lager rendement en onzekere vooruitzichten. Daarom heeft de Groep de laatste jaren beslist om zich uitsluitend toe te leggen op de productie van oliepalmproducten (de hoofdactiviteit van SIPEF) en bananen, een relatief stabiel gewas qua opbrengst en prijs. Als meest productieve en eciënte plantaardige olie gelooft SIPEF dat de vraag naar palmolie alleen maar zal blijven toenemen, samen met de groeiende vraag van een groeiende wereldbevolking. Met uitzondering van Europa verovert palmolie wereldwijd een steeds groter aandeel van de voedsel- en biobrandstofmarkten. Dit is voor een groot deel te danken aan de eciënte industriële verwerking en de lage kostprijs in verge- lijking met andere plantaardige oliën. Bovendien is de opbrengst van palmolie per hectare vijf tot tien keer hoger dan die van elke andere plantaardige olie. Deze opbrengst zal alleen maar blijven toenemen naarmate de eciëntie wordt verbeterd en het beschikbare landbouwareaal schaarser wordt. Bovenstaande factoren en trends in overweging genomen, gelooft SIPEF dat de langetermijnverwachtingen voor palmolie zeer gunstig blijven.

181 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Corporate governance verklaring

RISICO OP NATUURRAMPEN (PLANTAGES - FABRIEKEN)

BESCHRIJVING

De palmactiviteiten van SIPEF bevinden zich in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, regio’s die gevoelig zijn voor natuurrampen. De activiteiten van de Groep zijn meer bepaald gelokaliseerd in Sumatra (Indonesië) en West- Brittannië (Papoea-Nieuw-Guinea), waar er een verhoogd risico is op vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, tsunami’s, overstromingen, aardverschuivingen, modderstromen en bosbranden. Als agro-industrie gericht op tropische landbouw zijn alle plantages van SIPEF ook kwetsbaarder voor het uitbreken van ziekten en plagen. In het geval één van deze rampen zich voor- doet, loopt SIPEF het risico op een matige tot aanzienlijke financiële impact. Natuurrampen kunnen de bedrijfsactiviteiten verstoren, oogstverlies veroorzaken, activa beschadigen en de veiligheid van werknemers en lokale gemeenschappen in gevaar brengen.

RISICOBEPERKENDE MAATREGELEN

Waarschuwingssystemen en evacuatieplannen voor aardbevingen, vulkaan- uitbarstingen, tsunami’s, overstromingen en bosbranden zijn van het grootste belang. SIPEF heeft de gepaste systemen en procedures opgesteld voor alle activiteiten die risico lopen op deze gebeurtenissen. Als onderdeel van haar evacuatieprocedures voor vulkaanuitbarstingen in Papoea-Nieuw-Guinea, evacueert HOPL haar werknemers naar opvangcentra en kampen die op veilige locaties zijn opgezet. Waar mogelijk biedt het bedrijf ook ondersteuning aan gemeenschappen en door de overheid gerunde zorg- centra in de vorm van logistiek en bevoorrading . SIPEF heeft voor al haar oliepalmplantages goed opgezette systemen voor brandcontrole en -beheer. Deze omvatten brandtorens, het gebruik van satellietbewakings- en waarschuwingssystemen, opgeleide brandweerlui en vrachtwagens uitgerust met hogedrukwaterpompen. Om de risico’s van plagen en ziekten aan te pakken, past SIPEF strikte maatre- gelen en praktijken toe op haar plantages, gericht op de preventie en het beheer van uitbraken. Deze omvatten geïntegreerde pestmanagementpraktijken (IPM) en verschillende natuurlijke of biologische pestbestrijdingsmethoden. Door de investering van SIPEF in Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS), test de Groep ook commerciële variëteiten van kandidaat-oliepalmen die een hogere opbrengst zouden kunnen geven, een hogere tolerantie zouden hebben voor ziekten en plagen en drogere omstandigheden zouden kunnen weerstaan.

182 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

RISICO VAN DE STIJGENDE GRONDSTOFFENGERELATEERDE INPUTKOSTEN

BESCHRIJVING

De belangrijkste landbouwgrondstoen van de Groep zoals meststof, brandstof en andere energiebronnen, zijn blootgesteld aan prijs- schommelingen. Deze prijsschommelingen kunnen een aanzienlijke invloed hebben op de kosten van de Groep en kunnen bijgevolg een negatieve invloed hebben op de bedrijfsresul- taten van de Groep.

RISICOBEPERKENDE MAATREGELEN

De Groep richt zich het hele jaar door op het beheersen van de bedrijfskosten. Dit houdt onder andere in dat de kosten van landbouwgrondstoen zo laag mogelijk worden gehouden. Jaarlijks worden bladmonsters en periodieke bodemmonsters genomen en geanalyseerd op voedingsstoen. Dit zorgt ervoor dat alleen de vereiste hoeveelheden meststoen worden toegediend. Waar mogelijk zal SIPEF ook prioriteit geven aan het gebruik van organische meststoen. Lege vruchten- trossen (EFB) van SIPEF’s palmoliefabrieken worden teruggebracht naar het veld, of gemengd met Palm Oil Mill Euent (POME) om compost te maken, waar een composteerinstallatie beschikbaar is. Bij de bananenplantages van SIPEF worden lege vruchtentrossen en cacaodoppen gebruikt als meststof voor de bananenplanten. Deze praktijk heeft als bijkomend voordeel dat de bodem minder wordt blootgesteld, de gezondheid van de bodem verbetert en de aankelijkheid van minerale meststoen vermindert.# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Corporate governance verklaring

Tot slot heeft SIPEF in vijf van haar palmoliefabrieken installaties geïnstalleerd om de methaanuitstoot van POME op te vangen. Het opgevangen methaan wordt afgefakkeld of gebruikt om elektriciteit op te wekken in fabrieken die ook zijn uitgerust met een biogasinstallatie. De elektriciteit wordt gebruikt om de fabrieken, de huizen van de werknemers of de omliggende gemeenschappen van stroom te voorzien. Indien mogelijk wordt het ook verkocht aan het nationale elektriciteitsnet. De Groep is van plan om installaties voor het opvangen van methaan te bouwen voor al zijn palmoliefabrieken en, waar mogelijk, biogasinstallaties voor het opwekken van elektriciteit of omzetting in “bio-compressed natural gas” (bio-CNG).

183

KLIMATOLOGISCHE RISICO’S

BESCHRIJVING

De productievolumes, omzet en marges van SIPEF kunnen aanzienlijk beïnvloed worden door veranderende klimatologische omstandigheden, zoals veranderingen in neerslag, temperatuur, zonneschijn en vochtigheid. Ongunstige weerpatronen kunnen de landbouwactiviteiten verstoren en een negatieve impact hebben op de productie en de opbrengsten. Extreme weersomstandigheden, zoals overstromingen, droogte en zware stormen, kunnen leiden tot aanzienlijke schade aan eigendommen, langdurige onderbrekingen van de activiteiten, persoonlijk letsel en andere schade aan de activa en activiteiten van de Groep. De mogelijke fysieke gevolgen van een veranderend klimaat zijn onzeker en kunnen verschillen afhankelijk van de regio en het product.

RISICOBEPERKENDE MAATREGELEN

SIPEF bereidt zich zo goed mogelijk voor op weersverschijnselen om de gevolgen te beperken. De Groep richt zich in het bijzonder op neerslagveranderingen die kunnen leiden tot overstromingen of droogte. Bepaalde landschappen en bodems kunnen bijzonder gevoelig zijn voor de gevolgen van veranderingen in neerslag. De Groep maakt gebruik van de beste beheers- en waterreguleringspraktijken in deze gebieden om het risico op waterverzadiging en overstromingen bij hevige regenval, en op brand bij droogte, te minimaliseren. Dit omvat het behoud van hoge grondwaterstanden en het uitvoeren van drainage-evaluaties in historisch ontwikkelde veengebieden op de plantages van SIPEF.

SIPEF heeft ook geïnvesteerd in brandpreventie, risicobewaking en brandbestrijding, vooral op operationele locaties met een hoger risico op droogte en brand. De Groep rapporteert en levert grote inspanningen om de branden te controleren die zich voordoen binnen de concessiegebieden die hij beheert. Bovendien houdt hij toezicht op gebieden buiten de plantagegrenzen en werkt hij samen met belanghebbenden om het ontstaan van branden te voorkomen en om ze te stoppen als ze zich voordoen.

Er wordt ook aandacht besteed aan het onderhouden en herstellen van oever- en bufferzones rond natuurlijke rivieren en binnen of op aangrenzende kustlijnen. Deze zones helpen om een goede vegetatie te behouden, het vochtgehalte hoog te houden, erosie onder controle te houden en kustgebieden enigszins te beschermen tegen stormvloeden.

Door het werk van VBS worden er ook proeven uitgevoerd om de weerstand en veerkracht van gewassen in verschillende omgevingsomstandigheden te verbeteren, bijv. hoeveelheid neerslag en verdeling, vruchtbaarheid van de bodem, microbiële diversiteit en vochtvasthoudend vermogen. Bij de bananenplantages van SIPEF wordt bijna 40% van het irrigatiewater tijdens het regenseizoen opgeslagen in dammen, zodat het tijdens het drogere seizoen verantwoord kan worden gebruikt.

184

RISICO’S IN VERBAND MET TOEKOMSTIGE KLIMAATVERANDERING

BESCHRIJVING

Klimaatverandering gaat gepaard met een reeks risico’s op middellange en lange termijn voor de landbouwsector, de industrie en de maatschappij in het algemeen. Naarmate de gemiddelde temperatuur stijgt, zullen acute gevaren, zoals hittegolven en overstromingen, en chronische gevaren, zoals droogte en zeespiegelstijging, naar verwachting vaker voorkomen en ernstiger worden. Hoewel bedrijven en gemeenschappen werken aan aanpassing aan of beperking van de gevolgen van klimaatverandering, zal het tempo en de omvang van de aanpassing moeten toenemen om de volledige omvang van toekomstige fysieke klimaatrisico’s te beheersen. Klimaatverandering zal natuurlijke ecosystemen verschuiven en verstoren, maar ook een impact hebben op bedrijven, middelen van bestaan, economieën en wereldwijde voedselzekerheid. Aanpassing zal hogere kosten met zich meebrengen en er zullen keuzes moeten worden gemaakt over hoe veerkracht op te bouwen. Om deze uitdagingen aan te gaan, zullen beleidsmakers en besluitvormers de juiste kaders en processen moeten vaststellen, waaronder de invoering van nieuwe regelgeving en mechanismen (bv. koolstoftoetsing). Bovendien zouden financiële instellingen hun investerings- en kredietbeleid verder kunnen afstemmen op het risico van klimaatverandering en bedrijven die aanpassing en mitigatie onvoldoende in hun strategie integreren, de toegang tot financiële middelen kunnen ontzeggen.

RISICOBEPERKENDE MAATREGELEN

De voorbije jaren heeft SIPEF gewerkt aan de uitbreiding van haar duurzaamheidsstrategie om de problemen en risico’s van de klimaatverandering aan te pakken vanuit het oogpunt van zowel mitigatie als aanpassing. Als eerste belangrijke stap berekende SIPEF haar koolstofvoetafdruk (Scope 1 en Scope 2) op groepsniveau aan de hand van de ISO 14064 - 1:2018-norm. Na de verificatie van deze berekening in 2022 heeft de Groep zich tot doel gesteld om zijn broeikasgasemissie-intensiteit per ton CPO te verminderen ten opzichte van de vastgestelde baseline. Sindsdien werkt het bedrijf aan de ontwikkeling van een plan voor de vermindering van de broeikasgasemissies en de klimaattransitie. Een van de belangrijkste initiatieven van het plan is de uitbreiding van de installaties voor het opvangen van methaan naar alle bestaande en nieuwe palmoliefabrieken van SIPEF en het onderzoek naar bijkomend gebruik van gas.

SIPEF heeft ook andere bestaande initiatieven en praktijken voortgezet, die gericht zijn op het hergebruik van land en grondstoffen en het verminderen van de uitstoot waar mogelijk. Deze omvatten:

  • een composteringsinstallatie die bijproducten van palmoliefabrieken gebruikt;
  • opwekking van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in de fabrieken van SIPEF (stoomturbines en biogasgeneratoren); en
  • programma’s voor biodiversiteit, behoud en herstel in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire.

Als volgende stap voert SIPEF in 2024-2025 een klimaatrisicobeoordeling uit. De beoordeling zal helpen om de reductie- en transitieplannen van de Groep te onderbouwen en de belangrijkste aandachtsgebieden te identificeren voor de initiatieven voor aanpassing aan de klimaatverandering.

185

RISICO IN VERBAND MET DE EUROPESE AANDACHT VOOR DUURZAAMHEID EN DE VERHOOGDE RSPO-BEPERKINGEN

BESCHRIJVING

De reputatie van SIPEF op het vlak van duurzame palmolieproductie is sterk afhankelijk van de RSPO-certificering. Gezien de groeiende bezorgdheid van de consument over duurzaamheid, zullen de vereisten van de RSPO-standaard in de komende jaren waarschijnlijk strenger worden. Daarnaast wordt verwacht dat de EU en de verschillende andere autoriteiten in de landen waar SIPEF actief is, strengere eisen zullen blijven opleggen aan bedrijven. SIPEF zet zich in voor duurzaamheid en voor het behoud van haar RSPO-certificering. Het is echter onzeker of de Groep en zijn leveranciers altijd zullen kunnen voldoen aan de nieuwe vereisten. Het onvermogen om aan de vereisten te voldoen kan leiden tot het verlies of de opschorting van de certificering, of in het geval van regelgevende vereisten, boetes of onderbreking van de operationele activiteiten. In alle scenario’s kunnen er nadelige gevolgen zijn voor de reputatie en de financiële situatie van de Groep.

RISICOBEPERKENDE MAATREGELEN

SIPEF streeft naar 100% RSPO-certificering voor haar palmolieactiviteiten tegen 2026. Op dit moment zijn al haar palmoliefabrieken en 76% van haar eigen beplante oppervlakten RSPO-gecertificeerd. De resterende niet-gecertificeerde gebieden zijn nieuwe ontwikkelingen die wachten op de afgifte van de permanente Indonesische teeltvergunning (Hak Guna Usaha - HGU), maar voldoen verder aan de vereisten van de RSPO- Normen, inclusief de RSPO Nieuwe Aanplant Procedure. Geïntegreerde “High Conservation Value and High Carbon Stock” (HCV-HCSA) en “Social Impact Assessments” (SIA) zijn afgerond voor deze gebieden en ze zijn klaar om gecertificeerd te worden zodra de HGU is verkregen.

SIPEF heeft een Beleid voor Verantwoorde Plantages (“Responsible Plantations Policy”) dat haar geen ontbossing, geen nieuwe ontwikkelingen op turf en geen exploitatie (NDPE) verplichtingen voor al haar activiteiten oplegt. Het bedrijf volgt ook nauwlettend de vereisten, trends en het beleid van haar klanten, regelgevende instanties en andere belanghebbenden, om ervoor te zorgen dat te allen tijde aan hun regels en verwachtingen met betrekking tot duurzaamheid wordt voldaan.

Jammer genoeg werden de duurzaamheidsinspanningen en positieve impact van de Groep niet altijd begrepen door de consumentenmarkt. Tevens konden deze de kopers niet altijd motiveren om enkel duurzame, volledig traceerbare palmolie te kopen. Daarom blijft SIPEF werken aan haar goede relaties met verschillende belanghebbenden, waaronder gevestigde ngo’s, via multistakeholderplatforms zoals de RSPO. Palmolie kan ook rekenen op een aanzienlijk aantal afnemers in opkomende markten, vooral in Indonesië, India en China. Het is belangrijk om een evenwichtige aanpak te overwegen en niet te focussen op één bepaalde plantaardige olie.# In die optiek is de Vennootschap ervan overtuigd dat de markt van ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO) niet tenietgedaan zal worden door een overreglementering. Dit wordt bevestigd door de gestage groei van de vraag naar palmolie en het steeds groter wordende aandeel op de wereldmarkt, niettegenstaande het toenemende belang dat aan duurzaamheid wordt gehecht.

186 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

3. Informatie en communicatie

Een geheel van operationele en financiële rapporteringen, interne en externe, maakt het mogelijk om op periodieke basis (dagelijks, wekelijks, maandelijks, driemaandelijks, halfjaarlijks of jaarlijks) en op de gepaste niveaus de nodige informatie ter beschikking te stellen om de toevertrouwde verantwoordelijkheden naar behoren te kunnen vervullen.

4. Toezicht en monitoring

Het is de verantwoordelijkheid van elke werknemer om potentiële tekortkomingen in de interne controle te melden bij de respectievelijke verantwoordelijken. Daarnaast zijn de interne auditafdelingen in de filialen in Indonesië en bij HOPL in Papoea-Nieuw-Guinea belast met het permanente toezicht op de doeltreffendheid en de naleving van de bestaande interne controle voor hun respectievelijke activiteiten. Op basis van hun bevindingen stellen zij de nodige bijsturingen voor. Een lokaal auditcomité bespreekt minstens per kwartaal de rapporten van de interne auditafdelingen. Op elk auditcomité van SIPEF wordt een samenvatting van de belangrijkste recente bevindingen voorgelegd. De activiteiten in Côte d’Ivoire zullen aan eenzelfde toezichtprocedure onderworpen worden, van zodra de interne auditafdeling er opgericht is. In de Hoofdzetel waar geen afzonderlijke interne auditafdeling bestaat, voert één van de groepscontrollers van SIPEF een interne audit over de activiteiten van de Vennootschap uit en rapporteert hierover jaarlijks verslag aan het SIPEF-auditcomité. In de toekomst zal de dochtervennootschap in Singapore eveneens elk jaar aan een interne audit door een groepscontroller van SIPEF onderworpen worden. Een externe auditor onderwerpt daarnaast minstens éénmaal per jaar de financiële staten van elk filiaal van de Groep aan een nazicht. Eventuele opmerkingen naar aanleiding van deze externe audit, worden aan de raad van bestuur overgemaakt onder de vorm van een “management letter”. In het verleden werden er geen belangrijke tekortkomingen in de interne controle vastgesteld.

5. Interne controle- en risicobeheerssystemen die verband houden met financiële verslaggeving

Het proces voor de totstandkoming van de financiële rapportering wordt geleid door de afdeling “corporate finance”, die onder direct toezicht staat van de “chief financial officer” en is georganiseerd als volgt:

  • In functie van de opgelegde (interne en externe) deadlines wordt er een retroplanning opgemaakt. In het begin van het jaar krijgt elke rapporteringsentiteit en de externe auditor dit document. De website van de Vennootschap maakt eveneens de externe deadlines publiek bekend.
  • De eerste stap van de jaarlijkse rapporteringscyclus bestaat uit het opmaken van een budget voor het volgende jaar. Dit gebeurt in de maanden september tot november en wordt aan de raad van bestuur ter goedkeuring voorgelegd in de maand november. De strategische opties in dit budget passen ook in het strategisch langetermijnplan dat jaarlijks wordt bijgewerkt en goedgekeurd door de raad van bestuur. Voor zowel het strategisch plan als het jaarbudget worden de nodige sensitiviteitsanalyses opgemaakt, om het juiste risicoprofiel van de te nemen beslissingen te kunnen inschatten.
  • De maandelijkse financiële rapportering bestaat uit een analyse van de volumes van de beginvoorraad, productie, verkopen en eindvoorraad; het operationeel resultaat en een samenvatting van de overige posten van de resultatenrekening (financieel resultaat en belastingen), een balans en kasstroomanalyse. De boekhoudnormen gehanteerd voor de maandrapportering zijn identiek aan die voor de wettelijke consolidatie onder de International Financial Reporting Standards (IFRS). De maandcijfers worden vergeleken met het budget en met dezelfde periode van vorig jaar per rapporteringsentiteit, waarbij significante afwijkingen worden onderzocht. De afdeling “corporate finance” consolideert deze (samenvattende) operationele en financiële cijfers (in functionele munteenheid) op maandbasis naar de presentatiemunt (USD) en toetst nogmaals hun coherentie met het budget of de vorige periode. De geconsolideerde maandrapportering wordt voorgelegd aan de gedelegeerd bestuurder en het executief comité.
  • De raad van bestuur ontvangt deze rapportering op periodieke basis (3, 6, 9 en 12 maanden) ter voorbereiding van de vergadering van de raad. Deze rapportering gaat gepaard met een nota met een gedetailleerde beschrijving van de operationele en financiële evoluties van het voorbije kwartaal. Ingeval van uitzonderlijke evenementen, wordt de raad van bestuur eveneens onmiddellijk op de hoogte gebracht.
  • Een externe audit verifieert de individuele financiële staten en de technische consolidatie per eind juni (“limited assurance”) en eind december (“full assurance”). De audit van de dochterondernemingen wordt uitgevoerd op basis van de reikwijdte van de audit zoals bepaald door de externe auditor en voorgelegd aan het auditcomité van de SIPEF-groep. Daarna worden de geconsolideerde IFRS-financiële staten ter herziening aan het auditcomité voorgelegd. Op basis van het advies van het auditcomité spreekt de raad van bestuur zich uit over de juistheid van de geconsolideerde cijfers, alvorens de financiële staten in de markt te publiceren.
  • Twee keer per jaar (na het eerste en na het derde kwartaal) wordt een tussentijds beheersverslag gepubliceerd met vermelding van de evolutie van de productievolumes, de wereldmarktprijzen en eventuele wijzigingen in de vooruitzichten.
  • De afdeling “corporate finance” staat in voor het opvolgen van eventuele wijzigingen in (IFRS-) rapporteringsnormen en het implementeren van deze wijzigingen binnen de Groep. De maandelijkse managementrapportering en de wettelijke consolidatie gebeurt in een afzonderlijke consolidatiesoftware met gegevensinvoer van de dochterondernemingen van SIPEF. Er wordt ook gepaste zorg besteed aan antivirus- en beschermingsprogramma’s, ononderbroken back-ups en maatregelen ter waarborging van de continuïteit van de dienstverlening.

187 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Corporate governance verklaring

6. GEDRAGSREGELS INZAKE BELANGENCONFLICTEN

Het Charter beschrijft het beleid met betrekking tot verrichtingen tussen de Vennootschap of een met haar verbonden vennootschap en een lid van de raad van bestuur of van het executief comité of een met haar verbonden persoon die aanleiding kunnen geven tot belangenconflicten, al dan niet in de zin van het WVV. Het vermeldt bovendien de wettelijke procedures die zijn vastgelegd in de Artikels 7:96 en 7:97 van het WVV. In 2023 werden er verrichtingen die aanleiding gaven tot een belangenconflict in de zin van Artikel 7:96 van het WVV gemeld aan de raad van bestuur van 14 februari 2023 en van 14 november 2023. De wettelijke procedure voorzien door dit artikel werd toegepast op de beslissingen van de raad in verband hiermee. De notulen van de vergadering met betrekking tot deze besluiten van de raad werden meegedeeld aan de commissaris van de Vennootschap. De uittreksels van de notulen van de betreffende besluiten worden hieronder integraal weergegeven:

NOTULEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR

DATUM: 14 Februari 2023

“De Voorzitter van het Remuneratiecomité, Antoine Friling, vat de voorstellen van het Comité aan de Bestuurders als volgt samen (notulen van de vergadering in bijlage): … De individuele evaluatie van de leden van het Executief Comité werd uitvoerig besproken. Aangezien dit punt een deel van zijn bezoldiging betreft, verklaart Gedelegeerd Bestuurder François Van Hoydonck dat er voor hem een belangenconflict bestaat. Artikel 7:96 van het Wetboek Vennootschappen is derhalve van toepassing. Hij verlaat tijdelijk de vergadering. De Bestuurders nemen kennis van de evaluatie en de variabele remuneratie voorgesteld door het Remuneratiecomité voor François Van Hoydonck voor het jaar 2022. Zij bevestigen de aanbeveling van het Remuneratiecomité. François Van Hoydonck treedt binnen in de vergaderzaal. …”

NOTULEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR

DATUM: 14 November 2023

“De Voorzitter van het Remuneratiecomité, Antoine Friling, vat de aanbevelingen van het Comité aan de Bestuurders als volgt samen: … Aangezien de volgende punten zijn individuele remuneratie betreft, verklaart François Van Hoydonck, Gedelegeerd Bestuurder, dat er een belangenconflict van zijn kant is, zoals bedoeld in artikel 7:96 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen. François verlaat samen met Petra Meekers, COO APAC, die ook betrokken partij is bij dit punt, de vergadering. - Er wordt voorgesteld om het jaarlijkse optieplan, opgestart in 2011, verder te zetten in 2023. De opties zouden dezelfde kenmerken hebben als deze die vorig jaar werden toegekend, zijnde een jaarlijks aandelenoptieplan op bestaande SIPEF-aandelen en in overeenstemming met de Belgische fiscale wetgeving. Het Comité stelt voor om een totaal aantal van 20 000 aandelenopties toe te kennen aan de Gedelegeerd Bestuurder, het uitgebreide Executief Comité en de twee Managers belast met de activiteiten van SIPEF in Indonesië en PNG.

188 The connection to the world of sustainable tropical agriculture# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Corporate governance verklaring

Eén optie geeft de begunstigde het recht om één SIPEF-aandeel te kopen, 20 000 opties komen overeen met een bedrag van ongeveer KEUR 1 054 (op basis van een beurskoers van 189 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Corporate governance verklaring EUR 52,7 per aandeel); 6 000 opties (KEUR 316,2) zouden worden aangeboden aan de Gedelegeerd Bestuurder; 2 000 opties (KEUR 105,4) aan elk van de leden van het Executief Comité en de twee General Managers van de activiteiten in Indonesië en PNG. Aangezien het jaarlijkse optieplan dat in 2013 werd uitgegeven op 19 november 2023 afloopt, is het onwaarschijnlijk dat de resterende 7 558 opties vóór die datum zullen worden uitgeoefend. Het is verder aanbevolen dat de Vennootschap alle uitstaande opties continu dekt door de inkoop van SIPEF-aandelen tot het verstrijken van het programma, of tot de uitoefening van alle opties heeft plaatsgevonden. Er wordt verondersteld dat tegen eind 2023 in totaal 180 000 eigen aandelen nodig zullen zijn om alle opties te dekken, inclusief het 2023 plan. De Bestuurders, in afwezigheid van François Van Hoydonck, keuren deze laatste voorstellen van het Comité goed. François Van Hoydonck en Petra Meekers vervoegen opnieuw de vergadering.” Er deden zich verder geen andere gevallen van belangenconflicten voor in 2023.

7. BELEID INZAKE FINANCIËLE TRANSACTIES

De raad van bestuur heeft de gedragsregels die de bestuurders, werknemers en zelfstandige medewer- kers van SIPEF dienen te respecteren bij financiële verrichtingen met eecten van de Vennootschap en zijn beleid ter voorkoming van marktmisbruik opgesteld en neergeschreven in hoofdstuk 5 van het Charter.

190 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

8. AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR

De aandeelhoudersstructuur van SIPEF wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van twee refe- rentieaandeelhouders, AvH en Groep Bracht samen- gesteld uit Priscilla, Theodora en Victoria Bracht en hun respectievelijke vennootschappen (Cabra P, Cabra T en Cabra V) en Cabra NV, die gezamenlijk optreden in onderling overleg op grond van een aandeelhoudersovereenkomst die oorspronkelijk werd afgesloten in 2007 voor een periode van 15 jaar. Op 3 maart 2017 werd deze overeenkomst aangepast en verlengd voor een nieuwe periode van 15 jaar. Deze aandeelhoudersovereenkomst beoogt met de creatie van een stabiel aandeelhouderschap van SIPEF, de bevordering van de evenwichtige ontwikkeling en de rendabele groei van SIPEF en haar dochtervennootschappen. Ze bevat onder meer stemafspraken in verband met de benoeming van bestuurders en afspraken in verband met de overdracht van aandelen. Op 8 december 2023 heeft SIPEF een kennisge- ving ontvangen met betrekking tot de drempel- overschrijding van 40% van de stemrechten van SIPEF door AvH. Deze beweging in het aandeel- houderschap van SIPEF is het gevolg van verschil- lende aankopen van SIPEF-aandelen op de beurs door AvH tussen de vorige kennisgeving van 23 augustus 2022 en de datum van de drempelover- schrijding op 4 december 2023. Na deze verrichtin- gen bezat AvH samen met Groep Bracht 52,33% van de stemrechten van SIPEF, waarvan respectievelijk 38,33% en 12,32% rechtstreeks in het bezit van AvH en Groep Bracht, aangevuld met 1,68% eigen aandelen die SIPEF in portefeuille heeft. De relevante gegevens van deze transparantie- melding zijn terug te vinden op de website van de Vennootschap. • www.sipef.com/hq/investors/shareholders-information/ shareholders-structure/ Op 4 december 2023 bezat geen enkele andere aandeelhouder meer dan 5% van de stemrechten van SIPEF.

9. GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

Er zijn geen significante gebeurtenissen na balansdatum die een specifieke impact hebben op de activiteiten en de geconsolideerde financiële staten van de SIPEF-groep.

191 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Corporate governance verklaring

10. NALEVING VAN DE EUTAXONOMIE

De EU Taxonomie is een classificatiesysteem voor ecologisch duurzame economische activiteiten dat door de Europese Commissie werd ontwikkeld als hulp bij de opschaling van duurzame investe- ringen in het kader van de Europese Green Deal. De Taxonomieverordening is een kernonderdeel van het actieplan van de Europese Commissie om kapitaalstromen naar duurzame projecten en acti- viteiten te leiden. Zij vormt een belangrijke mijlpaal in het streven van de EU naar koolstofneutraliteit tegen 2050, door duidelijke definities en criteria vast te leggen voor wat mag worden beschouwd als ‘duurzaam’. Zij omvat definities en criteria voor de classificatie van economische activiteiten die voldoen aan zes milieudoelstellingen. Als niet-financiële moederonderneming heeft SIPEF onderzocht in welke mate haar economi- sche activiteiten in de verslagperiode 2023 in

ZES MILIEUDOELSTELLINGEN VAN DE TAXONOMIEVERORDENING

  • Klimaatveranderingsmitigatie
  • Klimaatveranderingsadaptatie
  • Het duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene bronnen
  • De transitie naar een circulaire economie
  • Preventie en besstrijding van verontreiniging
  • De bescherming en het herstel vna biodiversiteit en ecosystemen

Voor meer informatie: https://ec.europa.eu/info/ business-economy-euro/banking-and-finance/ sustainable-finance/eu-taxonomy-sustainable- activities_en

aanmerking komen voor Taxonomieclassificatie. Hieronder wordt het percentage van de omzet, de investeringen (“Capital Expenditure” - Capex) en de bedrijfsuitgaven (“Operating Expenditure” - Opex) van de Groep gepresenteerd die verband houden met economische activiteiten die in aanmerking komen voor Taxonomieclassificatie in het kader van de zes milieudoelstellingen (klimaatveran- deringsmitigatie, klimaatveranderingsadaptatie, duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen, transitie naar een cir- culaire economie, preventie en bestrijding van verontreiniging, en bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen), overeenkomstig de Taxonomieverordening en Artikel 8 Gedelegeerde Handeling.

192 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Kernactiviteiten van SIPEF: niet in aanmerking komend voor Taxonomieclassificatie

SIPEF heeft de activiteiten van de Groep als agro-industriële groep geëvalueerd op basis van alle voor Taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten, zoals opgesomd in de Gedelegeerde Handeling voor het Klimaat en de Gedelegeerde Handeling inzake Milieu. De Gedelegeerde Handeling voor het Klimaat focust op de economische activiteiten en sectoren met het hoogste potentieel om de doelstellingen van klimaatveranderingsmitigatie en klimaatveran- deringsadaptatie te verwezenlijken. Die sectoren omvatten energie, geselecteerde productieactivi- teiten, transport en gebouwen. SIPEF richtte zich bij de evaluatie van haar Taxonomieclassificatie op economische activi- teiten gedefinieerd als de levering van goederen of diensten op een markt, waardoor (eventueel) inkomsten worden gegenereerd. In die context definieert SIPEF, als agro-industriële groep, het kweken van oliepalmen en bananen en de productie van palmolie, palmpitten en palmpitolie als de kern van haar bedrijfsactiviteiten. Na een grondige evaluatie met de medewerking van alle betrokken afdelingen en teams werd geconclu- deerd dat SIPEF’s economische kernactiviteiten niet onder de Gedelegeerde Handeling voor het Klimaat vallen en als dusdanig niet in aanmerking komen voor taxonomieclassificatie. Zoals vast- gelegd in de ‘Gedelegeerde Handeling Klimaat’, aangenomen in juni 2021, zijn de criteria voor landbouw voorlopig uitgesloten uit de Gedelegeerde Handeling, in afwachting van verdere vooruit- gang in de lopende onderhandelingen over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). SIPEF verwacht dan ook in de toekomst minstens een deel van haar kernactiviteiten te kunnen aangeven als in aanmerking komend voor Taxonomieclassificatie in het kader van de doelstellingen van klimaatveran- deringsmitigatie en klimaatveranderingsadaptatie. Hoewel de kernactiviteiten van SIPEF momenteel niet onder de ‘Gedelegeerde Handeling Klimaat’ vallen en niet in aanmerking komen voor de Taxonomie, blijft de Groep zich engageren om de uitstoot van broeikasgassen verbonden aan zijn bedrijfsactiviteiten te verminderen en om de risico’s en de gevolgen verbonden aan de klimaatverande- ring te beheren. Een overzicht van de bestaande initiatieven van de Groep met betrekking tot de klimaatveranderingsmitigatie en -adaptatie wordt gegeven in het hoofdstuk Milieubeheer op pagina 90 van dit verslag. De volledige Taxonomietabellen zijn beschikbaar in Annex 2 (pagina 274), die integraal deel uitmaakt van het geïntegreerde jaarverslag.

PERCENTAGE VAN DE WEL EN NIET VOOR TAXONOMIECLASSIFICATIE IN AANMERKING KOMENDE ECONOMISCHE ACTIVITEITEN IN DE TOTALE OMZET, CAPEX EN OPEX

TOTAAL KUSD PERCENTAGE VAN DE WEL VOOR TAXONOMIECLASSIFICATIE IN AANMERKING KOMENDE ECONOMISCHE ACTIVITEITEN % PERCENTAGE VAN DE NIET VOOR TAXONOMIECLASSIFICATIE IN AANMERKING KOMENDE ECONOMISCHE ACTIVITEITEN %
Omzet 443 886 0% 100%
Investeringen (Capex) 106 985 0% 100%
Bedrijfsuitgaven (Opex) 47 871 0% 100%

193 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Corporate governance verklaring

Activiteiten in verband met kernenergie en fossiele brandstoffen

SIPEF heeft haar activiteiten binnen de Groep geëvalueerd en verklaart dat het geen nucleaire of fossiele gasgerelateerde activiteiten uitoefent. Zie SIPEF’s verklaringen over activiteiten met betrek- king tot kernenergie en activiteiten met betrekking tot fossiele gassen in voorstelling 1 zoals ingevoerd door de Aanvullende Gedelegeerde Handeling hieronder. Aangezien SIPEF geen activiteiten met betrekking tot kernenergie en fossiel gas uitvoert, neemt ze de voorstellingen 2-5 van de Aanvullende Gedelegeerde Handeling niet op.# ACTIVITEITEN IN VERBAND MET KERNENERGIE
De onderneming verricht onderzoek naar, financiert of is blootgesteld aan onderzoek naar en de ontwikkeling, demonstratie en toepassing van innovatieve faciliteiten voor elektriciteitsopwekking die energie opwekken uit nucleaire processen met een minimum aan afval van de splijtstofcyclus. Nee
De onderneming is actief in nieuwe nucleaire installaties voor de opwekking van elektriciteit of proceswarmte, onder meer ten behoeve van stadsverwarming of industriële processen zoals waterstofproductie, financiert deze of is blootgesteld aan de bouw en de veilige exploitatie ervan, alsmede de verbetering van de veiligheid ervan, met gebruikmaking van de beste beschikbare technologieën. Nee
De onderneming voert bestaande nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, inclusief stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof uit kernenergie, uit, financiert deze of heeft blootstelling aan de veilige exploitatie ervan, evenals de verbetering van de veiligheid ervan. Nee

ACTIVITEITEN IN VERBAND MET FOSSIELE BRANDSTOFFEN

De onderneming houdt zich bezig met, financiert of is blootgesteld aan de bouw of exploitatie van elektriciteitscentrales die elektriciteit opwekken met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. Nee
De onderneming is actief in, financiert risico’s van of is blootgesteld aan de bouw, renovatie en exploitatie van faciliteiten voor warmtekrachtkoppeling waarbij fossiele gasvormige brandstoffen worden gebruikt. Nee
De onderneming is actief in, financiert risico’s van of is blootgesteld aan de bouw, renovatie en exploitatie van warmte- opwekkingsinstallaties die warmte/koeling produceren met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. Nee

194 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
195 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Corporate governance verklaring

SIPEF op de beurs

Beursnotering

De SIPEF-aandelen zijn genoteerd op de continu- markt van Euronext Brussels (code van het aandeel: SIP, ISIN code: BE0003898187).

EVOLUTIE VAN DE BEURSGEGEVENS VAN HET SIPEF AANDEEL (IN EUR)

2023 2022 2021 2020 2019
Hoogste beurskoers van het jaar 62,30 70,80 60,80 56,70 54,80
Laagste beurskoers van het jaar 51,30 52,70 43,85 38,00 35,25
Slotkoers per 31/12 53,00 58,90 56,90 43,20 54,80
Marktkapitalisatie per 31/12 (KEUR) 560 704 623 122 601 964 457 027 579 747
Aantal aandelen per 31/12 10 579 328 10 579 328 10 579 328 10 579 328 10 579 328
Gemiddelde aantal verhandelde aandelen per handelsdag 2 151 5 441 5 277 5 956 5 081
Gemiddelde omzet per handelsdag (KEUR) 122 338 263 274 229 202

EVOLUTIE VAN HET DIVIDEND EN DE PAY-OUT RATIO

2023 2022 2021 2020 2019
Brutodividend (in EUR) 0,30 0,30 0,40 0,80 0,80
Pay-out ratio (in %) 1,10 1,50 1,70 1,70 1,25

Het is de intentie van SIPEF om het beleid van een dividenduitkering van ongeveer 30% van de recurrente winst van het vorige boekjaar en de herinvestering van het saldo in de verdere groei van het bedrijf verder te zetten.

MEDEDELINGEN INZAKE BEURSNOTERING

De periodieke en occasionele informatie over de Vennootschap en de Groep zal vóór openingstijd van de beurs worden gepubliceerd. Overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften maakt elk belangrijk voorval dat een invloed kan hebben op het resultaat van de Vennootschap en van de Groep, het onderwerp uit van een afzonderlijk persbericht.

BETAALAGENT

De hoofdbetaalagent is Bank Degroof Petercam.

WEBSITE

De website (www.sipef.com) speelt een belangrijke rol in de financiële communicatie van SIPEF. Daarom wordt een omvangrijk deel van de corporate website gereserveerd voor investor relations.

ANALISTEN DIE SIPEF VOLGEN

Bank Degroof Petercam Frank Claassen
KBC Securities Michiel Declercq

FINANCIËLE KALENDER

18 april 2024 Kwartaalinformatie Q1
12 juni 2024 Gewone algemene vergadering
14 augustus 2024 Halfjaarlijks financieel verslag
17 oktober 2024 Kwartaalinformatie Q3
februari 2025 Jaarlijks communiqué

196 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
197 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

SIPEF op de beurs

Financiële staten

Commentaar bij de geconsolideerde financiële staten. . . 199

Geconsolideerde balans . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .205

Geconsolideerde winst- en verliesrekening . . . . . . . . . . . . .207

Overzicht van het geconsolideerd totaalresultaat . . . . . . .208

Geconsolideerd kasstroomoverzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .209

Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 210

Toelichting. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211

1 - Identificatie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211

2 - Verklaring van overeenstemming . . . . . . . . . . . . . . . . 211

3 - Waarderingsregels. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211

4 - Gebruik van schattingen en beoordelingen . . . . . . . 218

5 - Groepsondernemingen/consolidatiekring. . . . . . . . 219

6 - Wisselkoersen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 219

7 - Operationeel resultaat en segmentinformatie . . . .220

8 - Goodwill en immateriële vaste activa. . . . . . . . . . . . .224

9 - Biologische activa - dragende planten . . . . . . . . . . . . 227

10 - Andere materiële vaste activa . . . . . . . . . . . . . . . . . . .228

11 - Vorderingen op langer dan één jaar . . . . . . . . . . . . . . 231

12 - Voorraden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231

13 - Biologische activa. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231

14 - Overige vlottende vorderingen en overige schulden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .232

15 - Eigen vermogen deel groep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233

16 - Minderheidsbelangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .234

17 - Voorzieningen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 235

18 - Pensioenverplichtingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 235

19 - Netto financiële activa/(verplichtingen). . . . . . . . . 237

20 - Overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) . . . . . . . . . . 238

21 - Financieel resultaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 239

22 - Aandelenoptieplannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .239

23 - Winstbelastingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 241

24 - Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures . . . . . . . . . . . . . . . 243

25 - Variatie bedrijfskapitaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .245

26 - Financiële instrumenten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .245

27 - Leasing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251

28 - Verbintenissen en buiten balans rechten en verplichtingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252

29 - Informatieverschang over verbonden partijen 252

30 - Bedrijfscombinaties, verwervingen en afstotingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253

31 - Winst per aandeel (gewone en verwaterde) . . . . . .254

32 - Gebeurtenissen na balansdatum . . . . . . . . . . . . . . . .254

33 - Prestaties geleverd door de auditor en gerelateerde vergoedingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .254

ESEF informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255

Verslag van de commissaris inzake de geconsolideerde jaarrekening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .256

Beknopte jaarrekening van de moedermaatschappij . . . . 263

Beknopte balans . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .264

Beknopte resultatenrekening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 265

Resultaatverwerking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .265

198 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

COMMENTAAR BIJ DE GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN

De geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar 2023 is opgesteld overeenkomstig de International Financial Reporting Standards (IFRS). Deze geconsolideerde jaarrekening (hoofdstuk Financiële staten) maakt deel uit van het geïntegreerde jaarverslag en moet samen met de andere hoofdstukken van het geïntegreerde jaarverslag worden gelezen, met inbegrip van de niet-financiële informatie opgenomen in:
- Hoofdstuk “Hoogtepunten van 2023” – Sectie “Duurzaamheid”
- Hoofdstuk “Activiteiten van SIPEF”
- Hoofdstuk “Duurzaamheid bij SIPEF”
- Hoofdstuk “Milieubeheer”
- Hoofdstuk “Respect voor werknemers en gemeenschappen”
- Hoofdstuk “Beheer van de toeleveringsketen”
- Hoofdstuk “Goed zakelijk gedrag”
- Hoofdstuk “Corporate governance verklaring” – Sectie 10 “Naleving van de EU-taxonomie”
- Annex 1 tot 3

Het Geïntegreerd Jaarverslag 2023 is opgesteld met inachtneming van ’s werelds meest gebruikte duurzaamheidsnormen en de normen van het “Global Reporting Initiative” (GRI).# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

IN KUSD 31/12/2023 31/12/2022
Voorraden 47 179 48 936
Biologische activa 11 122 10 936
Handelsvorderingen 29 876 44 643
Overige vorderingen 49 490 47 728
Terug te vorderen belastingen 6 925 1 100
Derivaten 780 1 639
Andere vlottende activa 1 953 2 197
Handelsschulden -25 243 -29 863
Ontvangen voorschotten -3 411 -5 698
Overige schulden -15 832 -14 437
Winstbelastingen -10 605 -33 440
Andere kortlopende verplichtingen -16 870 -15 063
NETTO VLOTTENDE ACTIVA, LIQUIDITEITEN NIET INBEGREPEN 75 362 58 679

Balans

De totale activa van de SIPEF-groep zijn gestegen tot KUSD 1 080. De netto financiële positie van de Groep is negatief geworden, door de kortetermijn- financiering voor de stijgende investeringsuitgaven voor KUSD 106 985 versus KUSD 79 294 in 2022, voornamelijk in verband met de verdere uitbreiding in Zuid-Sumatra. De grote bewegingen in de balans in de loop van 2023 moeten worden gezien als een gevolg van de positieve resultaten en de strategie van de groep, waardoor de activa zich uitbreiden, hoofdzakelijk ondersteund door een toename van het eigen vermogen. De toename van ‘biologische activa – dragende planten’ en ‘andere materiële vaste activa’ met KUSD 55 029 in 2023 was hoofdzakelijk het gevolg van investeringen in immateriële en materiële vaste activa (KUSD 106 985) die de afschrijvingen (KUSD 52 724) overtroffen. De ‘vorderingen op meer dan één jaar’ stegen met KUSD 5 942 als gevolg van de verstrekking van leningen aan lokale boeren in Zuid-Sumatra om hun nieuwe aanplantingen te financieren. De ‘netto vlottende activa, liquiditeiten niet inbegrepen’ stegen in totaal met KUSD 16 683, zonder een belangrijke invloed op de algemene structuur van de balans en kunnen als volgt worden uitgesplitst: De stijging kan worden opgesplitst in de volgende bewegingen:

  • De voorraden zijn gekrompen met KUSD 1 757. Het aantal ton ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO) in voorraad, per eind december 2023, was 6,9% lager in vergelijking met december 2022. Bovendien werd de CPO-voorraad gewaardeerd tegen een verminderde kostprijs als gevolg van de lagere wereldmarktprijzen. Dit heeft geleid tot een daling van de totale voorraadwaarde van afgewerkte producten met KUSD 2 257 in vergelijking met eind 2022.
IN KUSD 31/12/2023 31/12/2022
Andere investeringen en beleggingen 1 10 208
Geldmiddelen en kasequivalenten 11 549 34 148
Financiële verplichtingen > 1 jaar 0 -18 000
Leasing verplichtingen > 1 jaar -1 974 -2 320
Kortlopend gedeelte van de te betalen posten > 1 jaar -18 000 -18 000
Financiële verplichtingen -22 319 -5 323
Leasing verplichtingen < 1 jaar -675 - 590
NETTO FINANCIËLE POSITIE -31 418 122
  • De methodologie die wordt gebruikt om de reële waarde van de biologische activa te bepalen, is niet veranderd ten opzichte van 2022. De totale biologische activa bleven stabiel. De biologische activa van palmolie daalden echter met KUSD 1 785 door verminderde palmolieprijzen en lagere producties, vooral in Hargy Oil Palms Ltd, dat getroffen werd door de vulkaanuitbarsting. Anderzijds, zijn de biologische activa van bananen gestegen met KUSD 1 971 door de uitbreidingen in Lumen en Akoudié.
  • De handelsvorderingen daalden met KUSD 14 767 door de verminderde omzet als gevolg van de lagere producties en verkoopprijs. Verder, waren de handelsvorderingen aan het eind van 2022 hoger dan normaal, terwijl de uitstaande handelsvorderingen eind 2023 meer in de lijn liggen van de historische gemiddelden.
  • De netto te betalen belastingen (terug te vorderen belastingen en te betalen winstbelastingen) zijn gedaald met KUSD 28 660 als gevolg van de hoge vooruitbetaalde belastingen in 2023. Deze laatste zijn gebaseerd op de uitzonderlijk hoge resultaten van vorig jaar, die pas in 2024/2025 ontvangen zullen worden. De belastingen die tijdens 2023 werden betaald (KUSD 56 216) waren aanzienlijk hoger dan de actuele winstbelastingen van dit jaar (KUSD 33 171).
  • De ‘ontvangen voorschotten’ daalden met KUSD 2 287, voornamelijk als gevolg van de verkoop van PT Melania waarvoor de kosten tijdens het jaar werden betaald en die vervolgens in mindering werden gebracht van het reeds ontvangen voorschot. De activa aangehouden voor verkoop van KUSD 13 520 betroffen de geschatte nettoverkoopwaarde van het deel van PT Melania dat de Groep in eigendom heeft totdat aan alle voorwaarden voor een definitieve verkoop is voldaan.

De netto financiële positie daalde met KUSD 31 540 tot KUSD -31 418 eind 2023, voornamelijk door een toename in kortetermijnfinanciering. De langetermijnlening, tegen lage ingedekte interestvoeten, heeft nog maar een resterende looptijd van 1 jaar voor een totaalbedrag van KUSD 18 000. Deze lening zal worden vervangen door kortetermijn- leningen tegen de actuele interestvoeten.

Resultaat

De totale omzet daalde met 15,8% ten opzichte van 2022 tot KUSD 443 886. De verkoop van palmolie daalde met 32,4%. De daling van de verkochte volumes was vooral te danken aan de aanzienlijk lagere wereldmarkt- prijs voor ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO). Bovendien, daalde het totaal aantal geproduceerde ton CPO met 3,2%. De verkopen in het segment bananen en horti- cultuur, uitgedrukt in euro, de functionele munt, stegen met 47,4%, voornamelijk door hogere ver- koopprijzen per eenheid (+17,9%) en een stijging van de geproduceerde en verkochte volumes (+27,0%) als gevolg van de volgroeiing van de nieuwe uitbrei- dingen in Lumen en Akoudié.

De totale ‘kostprijs van verkopen’ daalde met KUSD 13 798 in 2023 in vergelijking met vorig jaar. De belangrijkste redenen voor deze daling waren:

  • De bedrijfskosten voor de eigen plantages en fabrieken daalden met KUSD 13 855 of 8,9%. Dit was voornamelijk te danken aan de lagere meststofkosten en oogstkosten als gevolg van de kleinere productievolumes en de devaluatie van de IDR ten opzichte van de USD, wat gunstig is voor de operationele bedrijfskosten van de plantages. Deze dalingen worden gecompenseerd door het verder matuur worden van de plantages in Zuid-Sumatra, wat resulteert in een stijging van de totale operationele kosten van de plantages in Zuid-Sumatra met KUSD 5 417.
  • Aankopen van verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) door derden bij Hargy Oil Palms Ltd daalden met KUSD 18 701 of 37,8%, grotendeels door lagere aankoopprijzen van FFB, waarvan de prijs gerelateerd is aan CPO, en lagere productievolumes.
  • Ten slotte, was er een negatief effect op de totale verkoopkosten 2023 van KUSD 1 916 als gevolg van de lage eindvoorraad per 31 december 2023, door kleinere hoeveelheden en een algemeen lagere marktprijs van CPO en PKO.

De ‘aanpassing in de reële waarde van de biologi- sche activa’ betrof de effecten van de waardering van de hangende vruchten aan hun reële waarde (IAS41R).

De ‘brutowinst’ daalde van KUSD 221 031 eind 2022 naar KUSD 149 673 eind 2023, een vermindering met 32,3%. De brutowinst van het palmsegment daalde met KUSD 71 616 tot KUSD 149 632, voornamelijk door lagere netto CPO-prijzen af-fabriek. Met USD 830 per ton lag de gemiddelde gerealiseerde netto CPO- prijs af-fabriek 16,7% lager dan die van USD 996 per ton vorig jaar. De brutowinst van de bananen- en horticultuurac- tiviteiten steeg van KUSD 2 294 naar KUSD 4 357, als gevolg van een stijging van de verkoopprijzen en een toename van de geproduceerde volumes door de uitbreiding van de geplante arealen.

De gemiddelde eenheidskostprijs af-fabriek voor mature palmolieplantages steeg lichtjes (+1,4%) in 2023 tegenover 2022, voornamelijk door verminderde producties in vergelijking met vorig jaar. Hier moet echter worden opgemerkt dat vorig jaar gekenmerkt werd door recordproducties, vooral bij Hargy Oil Palms Ltd. De gemiddelde kosten af-fabriek voor de volgroeide bananenplantages over dezelfde periode, uitgedrukt in euro, de functionele valuta, stegen met 11,8%. Deze sterke stijging was te wijten aan de hogere inputkosten en de opstartkosten in de uitbreidings- zones van Lumen en Akoudié.

De ‘algemene en beheerskosten’ stegen in vergelij- king met vorig jaar, voornamelijk als gevolg van de verdere ontplooiing van het bijkantoor in Singapore, dat de interne IT-diensten van de Groep centrali- seert, de toename van de omvang van Plantations J. Eglin en de algemene inflatie. De stijging wordt gedeeltelijk gecompenseerd door een daling van de voorziening voor variabele vergoedingen voor het personeel en management. De ‘overige bedrijfsopbrengsten/kosten’ stegen met KUSD 3 804, voornamelijk door een terugname van de historische waardevermindering op de dochteronderneming PT Citra Sawit Mandiri voor een totaal van MUSD 2,8. De historische waardevermindering werd geboekt als gevolg van vertragingen in het verkrijgen van de “Hak Guna Usaha” (‘HGU’, d.w.z. het langetermijnlicentie om land te exploiteren). De HGU werd verkregen in de tweede helft van 2023, waarna de volledige historische waardevermindering kon worden teruggenomen.

Het ‘bedrijfsresultaat’ bedroeg KUSD 107 978 tegenover KUSD 178 312 vorig jaar.

De ‘financieringsopbrengsten’ van KUSD 1 809 omvatten interesten uit vorderingen op lokale boe- ren in Zuid-Sumatra (KUSD 1 295) en ontvangen interesten op deposito’s (KUSD 514). De ‘financieringskosten’ hielden voornamelijk verband met interesten op kortetermijnfinanciering en een verdiscontering op vorderingen op lokale boeren (KUSD 402). Het positieve ‘wisselkoersresultaat’ (KUSD 1 108) had voornamelijk betrekking op de indekking van het verwachte dividend in euro, de devaluatie van de PGK tegenover de USD en de wisselkoersimpact van de herwaardering van de leningen aan lokale boeren en pensioenvoorzieningen in Indonesië uitgedrukt in IDR.

Het ‘resultaat voor belastingen’ bedraagt KUSD 108 817 voor 2023, vergeleken met KUSD 172 557 eind 2022.# SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Financiële staten

Het effectieve belastingtarief bedroeg 28,6%. Dit is hoger dan het theoretische belastingtarief van 26,0%. De ‘belastinglast’ (KUSD 31 128) omvat de waardevermindering van uitgestelde belastingvorderingen voor fiscale verliezen (KUSD 2 558), de gebruikelijke verworpen uitgaven van ongeveer KUSD 502 en de niet-aftrekbare interesten als gevolg van de “thin cap”-wet in Indonesië (KUSD 433). Bovendien werd als gevolg van de vulkaanuitbarsting in Papoea-Nieuw-Guinea, besloten om het geplande dividend van Hargy Oil Palms Ltd aan de Belgische moedermaatschappij tijdelijk te annuleren, waardoor er geen roerende voorheffing op het dividend is zoals in 2022. Het ‘aandeel in de winst en verlies van geassocieerde deelnemingen en joint ventures’ (KUSD -1 335) bevatte de beperkte negatieve bijdrage van de onderzoeksactiviteiten gecentraliseerd bij PT Timbang Deli Indonesia en Verdant Bioscience Pte Ltd. Het ‘resultaat van de periode’ 2023 bedroeg KUSD 76 354, een daling met 32,1% tegenover vorig jaar. De nettowinst, deel van de Groep, bedroeg KUSD 72 735 (USD 6,99 per aandeel) tegenover KUSD 108 157 (USD 10,40 per aandeel) vorig jaar.

Kasstroom

Als gevolg van de vermindering van de bedrijfswinst daalde de ‘kasstroom uit bedrijfsactiviteiten voor variatie bedrijfskapitaal’ van KUSD 216 712 per 31 december 2022 tot KUSD 162 768 per 31 december van dit jaar. De variatie van het werkkapitaal van KUSD 16 080 heeft voornamelijk te maken met de daling van de handelsvorderingen en handelsschulden, en een verminderde voorziening voor variabele vergoedingen. In januari 2023, werd de roerende voorheffing op het dividend met betrekking tot 2022 van Hargy Oil Palms Ltd van KUSD 7 500 betaald. Bovendien zijn de vooruitbetaalde belastingen in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, volgens de lokaal geldende regels, gebaseerd op de (uitzonderlijk) hoge resultaten van vorig jaar. Dit zijn de belangrijkste redenen waarom de betaalde belastingen (KUSD -56 216) aanzienlijk hoger zijn dan de te betalen belastingen (KUSD 33 170). De ‘verwerving van immateriële en materiële vaste activa’ (KUSD -106 986) hadden betrekking op de gebruikelijke vervangingsinvesteringen in de bestaande activiteiten en in de nieuwe ontwikkelingen in Zuid-Sumatra (KUSD -40 114). Naast de verdere uitbouw van de geplante arealen en de bijbehorende infrastructuur, zoals huizen en wegen, werd er in Zuid-Sumatra onder meer geïnvesteerd in de bouw van de Agro Muara Rupit-fabriek (KUSD -13 630 tot en met december 2023) met een verwerkingscapaciteit, in een eerste fase, van 45 ton verse vruchtrossen (FFB) per uur. In de loop van het jaar, werden ook bijkomende leningen (KUSD -7 799) verstrekt aan omliggende lokale boeren in Zuid-Sumatra en Bengkulu. De ‘verkopen van materiële vaste activa’ (KUSD 889) hebben voornamelijk betrekking op de verkoop van jonge palmen vanuit eigen kweektuinen aan lokale boeren in het Musi Rawas-gebied en andere materiële vaste activa. De ‘opbrengsten uit de verkoop van financiële activa’ (KUSD -2 924) hebben betrekking op de uitgaven die tijdens het jaar werden gedaan om te voldoen aan de vereisten voor de verkoop van PT Melania. De ‘vrije kasstroom’ voor het jaar 2023 bedroeg KUSD 5 813, vergeleken met KUSD 79 511 voor dezelfde periode vorig jaar. De ‘kasstroom uit financieringsactiviteiten’ (KUSD -38 619) omvat voornamelijk inkoop- en verkooptransacties van eigen aandelen (netto KUSD -93), gedeeltelijke terugbetalingen van langetermijnfinanciering (KUSD -18 000 voor de langetermijnlening en KUSD -528 voor de leasingschulden), een toename van de kortetermijnfinanciering (KUSD +17 671), recorddividenduitkering aan SIPEF-aandeelhouders (KUSD -33 765) en dividendbetalingen aan minderheidsaandeelhouders (KUSD -2 796).


GECONSOLIDEERDE BALANS

IN KUSD TOELICHTING 2023 2022
Vaste activa 907 847 847 168
Immateriële vaste activa 8 138 226
Goodwill 8 104 782 104 782
Biologische activa - dragende planten 9 326 656 316 714
Andere materiële vaste activa 10 425 018 379 931
Vastgoedbeleggingen 0 0
Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures 24 1 697 3 032
Financiële activa 11 2 98
Andere financiële activa 11 2 98
Vorderingen > 1 jaar 34 229 287 28 287
Overige vorderingen 11 34 229 28 287
Uitgestelde belastingvorderingen 23 15 214 14 097
Vlottende activa 172 395 215 055
Voorraden 12 47 179 48 936
Biologische activa 13 11 122 10 936
Handelsvorderingen en overige vorderingen 79 366 92 371
Handelsvorderingen 26 29 876 44 643
Overige vorderingen 14 49 490 47 728
Terug te vorderen belastingen 23 6 925 1 100
Investeringen 1 10 208
Andere investeringen en beleggingen 19 10 208
Derivaten 26 780 1 639
Geldmiddelen en kasequivalenten 19 11 549 34 148
Andere vlottende activa 1 953 2 197
Activa aangehouden voor verkoop 30 13 520 13 520
TOTAAL ACTIVA 1 080 242 1 062 223

GECONSOLIDEERDE BALANS (Vervolg)

IN KUSD TOELICHTING 2023 2022
Totaal eigen vermogen 888 819 850 144
Eigen vermogen deel groep 15 853 777 817 803
Geplaatst kapitaal 44 734 44 734
Uitgiftepremies 107 970 107 970
Ingekochte eigen aandelen (-) -11 681 -11 588
Reserves 723 733 687 933
Omrekeningsverschillen -10 978 -11 246
Minderheidsbelangen 16 35 042 32 341
Langlopende verplichtingen 78 466 89 665
Voorzieningen > 1 jaar 17 524 767
Voorzieningen 17 524 767
Uitgestelde belastingverplichtingen 23 52 454 48 131
Handelsschulden en overige te betalen posten > 1 jaar 26 0 0
Financiële verplichtingen > 1 jaar (incl. derivaten) 19 0 18 000
Leasing verplichtingen > 1 jaar 27 1 974 2 320
Pensioenverplichtingen 18 23 515 20 448
Ontvangen voorschotten > 1 jaar 0 0
Kortlopende verplichtingen 112 957 122 414
Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar 55 093 83 438
Handelsschulden 26 25 243 29 863
Ontvangen voorschotten 26 3 411 5 698
Overige schulden 14 15 832 14 437
Winstbelastingen 23 10 605 33 440
Financiële verplichtingen < 1 jaar 40 994 23 913
Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar 19 18 000 18 000
Financiële verplichtingen 19 22 319 5 323
Leasing verplichtingen < 1 jaar 27 675 590
Derivaten 26 0 0
Andere kortlopende verplichtingen 16 870 15 063
Passiva verbonden met activa aangehouden voor verkoop 30 0 0
TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN 1 080 242 1 062 223

GECONSOLIDEERDE WINST- EN VERLIESREKENING

IN KUSD TOELICHTING 2023 2022
Omzet 7 443 886 527 460
Kostprijs van verkopen 7 -294 400 -308 198
Aanpassingen van de reële waarde van de biologische activa 7 186 1 769
Brutowinst 149 673 221 031
Algemene en beheerskosten 7 -46 204 -43 424
Overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) 20 4 509 705
Bedrijfsresultaat 107 978 178 312
Financieringsopbrengsten 1 809 1 300
Financieringskosten -2 079 -3 803
Wisselkoersresultaten 1 108 -3 251
Financieel resultaat 21 839 -5 754
Winst voor belastingen 108 817 172 557
Belastinglasten 23 -31 128 -59 536
Winst na belastingen 77 689 113 021
Aandeel resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures 24 -1 335 -566
Resultaat van voortgezette activiteiten 76 354 112 455
Resultaat van beëindigde activiteiten 0 0
Winst van de periode 76 354 112 455
Toe te rekenen aan:
- Minderheidsbelangen 16 3 619 4 298
- Aandeelhouders van de moedermaatschappij 72 735 108 157

WINST PER AANDEEL (IN USD) VAN VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN

TOELICHTING 2023 2022
Gewogen gemiddelde aandelen 30 10 403 105
Gewoon bedrijfsresultaat per aandeel 30 10,38
Gewone winst per aandeel 30 6,99
Verwaterde winst per aandeel 30 6,98
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten na belastingen 30 11,79

OVERZICHT VAN HET GECONSOLIDEERD TOTAALRESULTAAT

IN KUSD TOELICHTING 2023 2022
Winst van de periode 76 354 112 455
Andere elementen van het totaalresultaat:
Elementen die naar de winst- en verliesrekening geherclassificeerd zullen worden in toekomstige periodes
- Valutakoersverschillen als gevolg van de omrekening van buitenlandse activiteiten 15 268 -580
- Cash flow hedges - reële waarde voor de periode 26 -855 2 147
- Effect van de winstbelasting (cash flow hedges) 26 214 -537
Elementen die niet naar de winst- en verliesrekening geherclassificeerd zullen worden in toekomstige periodes
- Toegezegd-pensioenregelingen - IAS 19 18 -512 -126
- Effect van de winstbelasting 11 28
Andere elementen van het totaalresultaat -773 932
Andere elementen van het totaalresultaat toe te rekenen aan:
- Minderheidsbelangen -14 -7
- Aandeelhouders van de moedermaatschappij -759 939
Totaalresultaat van het boekjaar 75 581 113 387
Totaalresultaat van het boekjaar toe te rekenen aan:
- Minderheidsbelangen 3 606 4 291
- Aandeelhouders van de moedermaatschappij 71 975 109 096

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

IN KUSD TOELICHTING 2023 2022
BEDRIJFSACTIVITEITEN
Winst voor belastingen 108 817 172 557
Gecorrigeerd voor:
Afschrijvingen 8,9,10 52 724 47 939
Variatie voorzieningen 17 2 300 -2 326
Aandelenopties 16 3 140
Variatie reële waarde biologisch actief -186 -1 769
Overige niet-kasresultaten -2 963 947
Hedgereserve, en financiële derivaten 26 3 -1 558
Financiële kosten en opbrengsten 27 0 620
Resultaat realisatie materiële vaste activa 1 641 162
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten voor variatie bedrijfskapitaal 25 162 768 216 712
Variatie bedrijfskapitaal 25 16 080 -6 455
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten na variatie bedrijfskapitaal 178 848 210 257
Betaalde belastingen 23 -56 216 -44 964
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 122 632 165 293
INVESTERINGSACTIVITEITEN
Verwerving immateriële activa 8 -9 0
Verwerving biologische activa 9 -32 556 -29 429
Verwerving materiële vaste activa 10 -74 421 -49 864
Financiering plasma voorschotten 11 -7 799 -4 504
Verkopen materiële vaste activa 889 1 517
Verkopen financiële activa 11,29 -2 924 -3 502
Kasstroom uit

Financiële staten

investeringsactiviteiten -116 819
Vrije kasstroom 5 813
FINANCIERINGSACTIVITEITEN
Eigen vermogenstransacties met minderheidsaandeelhouders (1) - 415
Stijging van eigen aandelen 22 - 701
Daling van eigen aandelen 22 608
Daling leningen op lange termijn 19 -18 528
Stijging leningen op lange termijn 19 182 755
Daling kortlopende financiële verplichtingen 19 - 590
Stijging kortlopende financiële verplichtingen 19 17 671
Dividenden van vorig boekjaar betaald in de loop van het boekjaar -33 765
Dividenden door dochters betaald aan minderheidsbelangen 16 -2 796
Ontvangen - betaalde interesten - 285
Kasstroom uit financieringsactiviteiten -38 619
Netto beweging van investeringen, geldmiddelen en kasequivalenten 19 -32 806
Investeringen, geldmiddelen en kasequivalenten (bij het begin van het jaar) 19 44 356
Invloed van de wisselkoers op de geldmiddelen en kasequivalenten 19 0
Investeringen, geldmiddelen en kasequivalenten (per einde boekjaar) 19 11 550
Waarvan:
Andere investeringen en beleggingen 19 1 10
Geldmiddelen en kasequivalenten 19 11 549

1 Reclassificatie in de vergelijkende cijfers van vorig jaar van de kasstroom uit investeringsactiviteiten naar de kasstroom uit financieringsactiviteiten met betrekking tot de aankoop van 5% van de aandelen van PT Agro Muko


MUTATIEOVERZICHT VAN HET GECONSOLIDEERDE EIGEN VERMOGEN IN KUSD

GEPLAATST KAPITAAL SIPEF UITGIFTE PREMIES SIPEF EIGEN AANDELEN TOEGEKEND PENSIOEN REGELINGEN IAS 19 GECONSO LIDEERDE RESERVES OMREKE NINGSVER SCHILLEN EIGEN VERMO GEN DEEL GROEP MINDER HEIDS BELANGEN TOTAAL EIGEN VERMOGEN
JANUARI 1, 2023 44 734 107 970 -11 588 -5 124 693 057 -11 246 817 803 32 342
Resultaat van de periode 72 735 72 735 3 619
Andere elementen van het totaalresultaat - - 386 - 642 268 - 759 - 14
Totaalresultaat 0 0 0 - 386 72 093 268 71 975 3 606
Uitkering dividend vorig boekjaar -33 765 -33 765 - 2 796
Eigen vermogen transacties met minderheidsaandeelhouders -2 305 -2 305 1 890
Andere - 93 163 70 70
DECEMBER 31, 2023 44 734 107 970 -11 681 -5 510 729 243 -10 978 853 777 35 042
JANUARI 1, 2022 44 734 107 970 -11 521 -5 033 601 846 -10 666 727 329 38 854
Resultaat van de periode - 91 1 610 - 580 939 - 7 932
Totaalresultaat 0 0 0 - 91 109 767 - 580 109 096 4 291
Uitkering dividend vorig boekjaar -22 280 -22 280 - 1 720
Eigen vermogen transacties met minderheidsaandeelhouders (5% PT AM) 3 583 3 583 -9 083
Andere - 67 140 73 73
DECEMBER 31, 2022 44 734 107 970 -11 588 -5 124 693 057 -11 246 817 803 32 342

Toelichting

1. IDENTIFICATIE

SIPEF (of ‘de onderneming’) is een naamloze vennootschap naar Belgisch recht en gevestigd te 2900 Schoten, Calesbergdreef 5. De geconsolideerde jaarrekening afgesloten op 31 december 2023 omvat SIPEF en haar dochterondernemingen (hierna vernoemd als ‘SIPEF-groep’ of ‘de Groep’). De vergelijkende cijfers zijn opgenomen voor boekjaar 2022. De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld op de raad van bestuur van 13 februari 2024. De gebeurtenissen na de balansdatum werden bijgewerkt en goedgekeurd voor publicatie door de bestuurders op 16 april 2024. Deze jaarrekening zal aan de aandeelhouders voorgelegd worden op de algemene vergadering van 12 juni 2024. De lijst van bestuurders en commissaris, alsook een beschrijving van de voornaamste activiteiten van de Groep, zijn opgenomen in de hoofdstukken “Corporate governance statement” en “SIPEF’s operations” van het geïntegreerd jaarverslag.

2. VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (‘IFRS’) zoals aanvaard binnen de Europese Unie per 31 december 2023. De volgende standaarden en interpretaties zijn toepasbaar voor het boekjaar beginnend op 1 januari 2023:

  • Aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van de Jaarrekening en IFRS Practice Statement 2: Toelichting van grondslagen voor financiële verslaggeving
  • Aanpassingen aan IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten: Definitie van schattingen
  • Aanpassingen aan IAS 12 Winstbelastingen: Uitgestelde belastingen met betrekking tot activa en passiva die voortvloeien uit één enkele transactie
  • Aanpassingen aan IAS 12 Winstbelastingen: Internationale belastinghervorming – Modelregels voor Pillar II.
  • IFRS 17 Verzekeringscontracten
  • Aanpassingen aan IFRS 17 Verzekeringscontracten: initiële toepassing van IFRS 17 en IFRS 9 – Vergelijkende info

Deze wijzigingen hebben geen significante invloed op het nettoresultaat en het eigen vermogen van de Groep.

De Groep heeft niet geopteerd voor vervroegde toepassing van de volgende nieuwe standaarden en interpretaties die gepubliceerd waren op de datum van goedkeuring van deze jaarrekening maar nog niet van kracht waren op de balansdatum:

  • Aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van de Jaarrekening: classificatie van verplichtingen als kortlopend of langlopend en Langlopende Verplichtingen met Convenanten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2024)
  • Aanpassingen aan IAS 7 / IFRS 7: Toelichtingen Suppliers Finance Arrangements.
  • Aanpassingen aan IFRS 16: Leaseovereenkomsten: Leaseverplichting in een Sale and Leaseback (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2024).
  • Aanpassingen aan IAS 21: Gebrek aan uitwisselbaarheid (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2025).

Op dit ogenblik verwacht de Groep niet dat de eerste toepassing van deze standaarden en interpretaties een materieel effect zal hebben op de financiële staten van de Groep.

3. WAARDERINGSREGELS

Basis voor de opstelling van de jaarrekening

De geconsolideerde jaarrekening wordt vanaf 2007 voorgesteld in US-dollar (tot en met 2006 was dit euro), afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal (KUSD). Deze aanpassing is een gevolg van de gewijzigde politiek inzake liquiditeits- en schuldbeheer vanaf eind 2006 waardoor de functionele valuta van de meerderheid van de dochterondernemingen is gewijzigd van lokale munt naar US- dollar. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld volgens het principe van de historische kostprijs, behalve voor de volgende activa en passiva die tegen reële waarde zijn gewaardeerd: investeringen in eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd tegen FVOCI, financiële derivaten en groeiende biologische productie De waarderingsregels werden op uniforme wijze in heel de Groep toegepast en zijn vergelijkbaar met deze gehanteerd over het vorige boekjaar.

Consolidatieprincipes

Dochterondernemingen

Dochterondernemingen zijn deze waarover de onderneming controle uitoefent. Een investeerder heeft zeggenschap over een deelneming als de investeerder over alle volgende elementen beschikt, in overeenstemming met IFRS 10:

  • Macht over de deelneming, d.w.z. de investeerder heeft bestaande rechten die hem in staat stellen de relevante activiteiten te sturen;
  • Blootstelling aan, of rechten op, variabele opbrengsten uit zijn betrokkenheid bij de deelneming; en
  • De mogelijkheid om zijn macht uit te oefenen teneinde de omvang van de rendementen te beïnvloeden.

De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden in de consolidatiekring opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de controle (of een nabije datum).

Geassocieerde deelnemingen

In geassocieerde deelnemingen oefent de Groep een invloed van betekenis uit op het financiële en operationele beleid maar geen controle. De geconsolideerde financiële staten omvat het aandeel van de Groep in de winst of het verlies van de deelneming volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de dag dat deze invloed van betekenis een aanvang neemt tot de dag dat er effectief een einde aan komt (of een nabije datum). Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen de boekwaarde van de investeringen in geassocieerde deelnemingen overstijgt, wordt de boekwaarde herleid tot nul en worden de toekomstige verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate waarin de Groep verplichtingen heeft aangegaan met betrekking tot de betreffende ondernemingen.

Geëlimineerde transacties bij de consolidatie

Alle intragroepsaldi en –transacties, met inbegrip van niet gerealiseerde winsten op intragroep transacties, worden geëlimineerd bij alle ondernemingen die worden opgenomen via de integrale consolidatie. Voor niet gerealiseerde verliezen gelden dezelfde eliminatieregels als voor de niet gerealiseerde winsten, met dit verschil dat ze enkel worden geëlimineerd voor zover er geen indicatie van bijzondere waardevermindering bestaat.

Vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta

In de individuele ondernemingen van de Groep worden de transacties in vreemde valuta omgerekend tegen de wisselkoers van de transactiedatum. Monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta worden gewaardeerd tegen de slotkoers. Valutakoersverschillen die ontstaan bij de omrekening worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een financieel resultaat. Niet- monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers van de transactiedatum.

Jaarrekeningen van buitenlandse activiteiten

Functionele waarderingsmunt: de posten in de jaarrekening van elke entiteit van de Groep worden gewaardeerd in de munt die het best aansluit bij de economische realiteit en de gebeurtenissen en omstandigheden waarbinnen deze entiteit werkt (functionele waarderingsmunt). De geconsolideerde jaarrekening wordt vanaf 2007 opgesteld in USD, de functionele valuta van het merendeel van de groepsmaatschappijen.# Summary of Significant Accounting Policies (Continued)

Foreign Currency Translation

The financial statements of individual entities within the Group and its subsidiaries are translated as follows for consolidation:
* Assets and liabilities at the year-end exchange rate;
* Profit and loss account at the average exchange rate for the period;
* Equity at historical exchange rates.

Foreign exchange differences arising from the translation of the net investment in foreign subsidiaries, joint ventures, and associated companies at the year-end exchange rate are recognized in other elements of comprehensive income under "Foreign exchange differences on translation of foreign operations." Upon loss of control of a foreign entity, translation differences are recognized in profit or loss as part of the gain or loss on disposal. This gain or loss is fully attributable to the Group. Goodwill and fair value adjustments arising from the acquisition of foreign entities are treated as local currency assets and liabilities of the respective foreign entity and are translated at the closing rate.

Biological Assets

Palm oil biological assets are defined as the oil contained in the palm fruits, allowing for a reliable estimation of the fair value of these separable assets. The Group has opted to value its rubber biological assets at fair value at the point of harvest in accordance with IAS 41.32, rather than at fair value less estimated costs to sell. This is because the Group considers all parameters for an alternative calculation method (production, life cycle, cost allocation, etc.) to be clearly unreliable, making any alternative calculation inherently unreliable. Banana biological assets are valued at fair value as the parameters for this calculation are available and reliable. A gain or loss arising from a change in fair value less estimated point-of-sale costs of a biological asset is recognized in net profit or loss for the period in which it arises. At the time of harvest, fresh fruit bunches (FFB), rubber, and bananas are valued at their fair value less costs to sell and transferred to inventories.

Goodwill

Goodwill is the amount by which the cost of a business combination exceeds the Group's interest in the fair value of the acquired identifiable assets, liabilities, and contingent liabilities. Goodwill is not amortized but is tested for impairment at least annually. For this purpose, goodwill is allocated to the operating entities, which represent the lowest level at which goodwill is monitored for internal management purposes (i.e., a cash-generating unit). An impairment loss is recognized immediately as an expense in the profit and loss account and is never reversed. Negative goodwill is the excess of the fair value of the Group's share of acquired identifiable net assets at the time of acquisition over the purchase price paid. Negative goodwill is recognized immediately in the profit and loss account.

Intangible Assets

Intangible assets include computer software and licenses. Intangible assets are recognized and amortized on a straight-line basis over their estimated useful lives.

Property, Plant and Equipment

Property, plant and equipment, as well as investment properties and bearer plants, are recorded at cost less accumulated depreciation and accumulated impairment losses. Financing costs are capitalized as part of the cost of qualifying assets. Expenditures for repairs to property, plant and equipment are recognized immediately in the profit and loss account. Assets held for sale are measured at the lower of carrying amount and fair value less costs to sell, where applicable. In accordance with the amendment to IAS 16 and IAS 41, bearer plants are recognized at cost less accumulated depreciation and accumulated impairment losses. All costs incurred for the maintenance of bearer plants, including fertilization costs, are capitalized while the bearer plants are immature. Depreciation commences when the bearer plants are mature and the production of biological assets begins. Depreciation is calculated as follows on a straight-line basis over the estimated useful life of the asset:

  • Buildings: 5 to 30 years
  • Infrastructure: 5 to 25 years
  • Installations and machinery: 5 to 30 years
  • Rolling stock: 3 to 20 years
  • Office equipment and furniture: 5 to 10 years
  • Other fixed assets: 2 to 20 years
  • Bearer plants: 20 to 25 years

Land and assets under construction are not depreciated. The Group presents land rights as property, plant and equipment, consistent with the industry presentation and relevant guidance. Furthermore, the Group closely monitors each land right for renewal and only depreciates land rights if there is an indication that they may not be renewed. Renewal costs for land rights are also recognized as land rights and are amortized over the term of the renewal.

Leases

Assets representing the right to use an underlying leased asset are recognized at cost as property, plant and equipment. This includes the amount of the initial measurement of the lease liability, all lease payments made on or before the commencement date, less any lease incentives received, any initial direct costs, and restoration costs. The corresponding lease liabilities, representing the net present value of lease payments, are accounted for as long-term or short-term liabilities, depending on their maturity. Leased assets and liabilities are recognized for all leases with a term of more than 12 months, unless the underlying asset is of low value. Lease payments are discounted using the lessee's incremental borrowing rate, which is the rate the lessee would have to pay to borrow the funds necessary to obtain an asset of similar value in a similar economic environment with similar terms. The interest rate implicit in the lease agreement could not be determined. All cash flows related to lease agreements are included in the increase/decrease in short-term or long-term financial loans (financing activities) in the cash flow statement. Lease interest is recognized as interest expense in the profit and loss account. Leased assets are depreciated on a straight-line basis over the lease term, including any renewal period, if the option is reasonably certain to be exercised.

Lessee Accounting

Due to the nature of the Group's operations, which predominantly take place in relatively remote areas, the Group owns most of the assets it uses. Consequently, there is only a limited number of leases that qualify for lease accounting. The three main categories consist of:

  • Lease of Buildings: Office rent is currently accounted for as an operating lease. Analysis shows that the rent meets the definition of a lease agreement, and as such, a right-of-use asset and a corresponding lease liability should be recognized under the new standard. As most office leases are long-term, the following key actions for area management are required:
    • Determination of the lease term;
    • Calculation of the incremental borrowing rate.
  • Company Cars: Company cars in Belgium meet the definition of a lease and will therefore be treated in the same manner as office rent.
  • Land Rights in Papua New Guinea: In the subsidiary Hargy Oil Palms Ltd in Papua New Guinea, a portion of the land rights includes a fixed annual rent for the usufruct of the land, as well as a variable royalty dependent on annual production levels measured in tons of FFB. The annual fixed rent payment meets the definition of a lease, with the lease term of the asset determined as the average lifespan of an oil palm (25 years).

Lessor Accounting

The Group has no contracts that would lead to lessor accounting.

Impairment of Assets

Property, plant and equipment (including bearer plants) and other non-current assets are subject to an impairment test if certain indicators or significant changes suggest that their carrying amount exceeds their recoverable amount. An impairment loss is recognized equal to the difference between the carrying amount and the recoverable amount, which is the higher of fair value less costs to sell and value in use of the asset. For the identification of impairments, assets are grouped into the smallest identifiable group that generates cash inflows. When an impairment loss no longer exists subsequently, due to an increase in fair value or value in use, it is reversed.# Financiële instrumenten

Classificatie en waardering van financiële instrumenten

Financiële activa en passiva worden initieel opgenomen wanneer de Groep een partij wordt bij de contractuele bepalingen van het instrument. De financiële activa en passiva worden initieel gewaardeerd aan de reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Transactiekosten die direct toewijsbaar zijn aan de verwerving of de uitgifte van financiële activa en passiva (anders dan de financiële activa en passiva aan de reële waarde via de resultatenrekening) worden, al naargelang, toegevoegd of afgehouden van de reële waarde bij de eerste opname. Transactiekosten die direct toewijsbaar zijn aan de verwerving van financiële activa of passiva aan reële waarde via de resultatenrekening worden onmiddellijk in de resultatenrekening erkend.

De financiële activa omvatten de investeringen in eigen vermogen instrumenten die worden aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de andere elementen van het totaalresultaat, leningen aan gerelateerde partijen, vorderingen inclusief handelsvorderingen en andere vorderingen, financiële activa aan de reële waarde via de resultatenrekening en de geldmiddelen en kasequivalenten. De verwervingen en verkopen van financiële activa worden erkend op de transactiedatum.

Financiële activa – schuldinstrumenten

Alle erkende financiële activa worden vervolgens in hun geheel gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs of reële waarde, afhankelijk van de classificatie van de financiële activa. Schuldinstrumenten die aan de volgende voorwaarden voldoen, worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs:
* Het financieel actief wordt aangehouden binnen een bedrijfsmodel dat tot doel heeft financiële activa aan te houden om contractuele kasstromen te ontvangen; en
* De contractuele voorwaarden van het financieel actief leiden op bepaalde data tot kasstromen die uitsluitend betalingen van hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom zijn.

Schuldinstrumenten omvatten:
* Vorderingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs
* Handelsvorderingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs
* Geldmiddelen en kasequivalenten
* Andere investeringen en beleggingen

Financiële activa - investeringen in eigen vermogensinstrumenten

Bij de eerste opname, heeft de Groep een onherroepelijke keuze gemaakt (op een variabele basis) om investeringen in eigen vermogensinstrumenten te bepalen als reële waarde via de andere elementen van het totaalresultaat (FVOCI). Beleggingen in eigen-vermogensinstrumenten volgens FVOCI worden initieel gewaardeerd aan de reële waarde plus transactiekosten. Vervolgens worden ze gewaardeerd tegen reële waarde waarbij winsten en verliezen die voortvloeien uit wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat en ze worden gecumuleerd in de reserve voor de herwaarderingen op investeringen. De cumulatieve winst of het cumulatieve verlies zal niet worden gerubriceerd naar de resultatenrekeningen bij de verkoop van de aandelenbeleggingen. In de plaats daarvan zullen ze worden getransfereerd naar het overgedragen resultaat.

Geamortiseerde kostprijs en effectieve rentemethode

De effectieve rentemethode is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs van een schuldinstrument en voor het toewijzen van rentebaten over de relevante periode. Voor financiële instrumenten andere dan verworven of gecreëerde financiële activa met verminderde kredietwaardigheid, is de effectieve interestvoet de rente die de verwachte toekomstige geldbetalingen of –ontvangsten (inclusief alle vergoedingen betaald of ontvangen die een integraal deel uitmaken van de effectieve interestvoet, transactiekosten en andere premies en kortingen) tijdens de verwachte looptijd (of een kortere periode indien van toepassing) van het financiële actief of de financiële verplichting exact disconteert tot de bruto boekwaarde van een financieel actief of de geamortiseerde kostprijs van een financiële verplichting, zonder rekening te houden met de te verwachten kredietverliezen.

De geamortiseerde kostprijs is het bedrag waartegen het financiële actief of de financiële verplichting bij eerste opname wordt gewaardeerd, verminderd met de hoofdsomaflossingen en vermeerderd of verminderd met de volgens de effectieve rentemethode bepaalde cumulatieve amortisatie van het eventuele verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag, en, voor financiële activa, aangepast voor een eventuele voorziening voor verliezen. Anderzijds is de bruto boekwaarde van een financieel actief de geamortiseerde kostprijs van een financieel actief, vóór aanpassing voor een eventuele voorziening voor verliezen.

Derivaten

De Groep maakt gebruik van financiële instrumenten voor het beheer van het wisselkoers- en renterisico dat voortvloeit uit de operationele, financiële en investeringsactiviteiten. De Groep past een aantal afdekkingstransacties toe onder IFRS 9 – "Financiële instrumenten”. Derivaten worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde. De wijzigingen in de reële waarde worden in resultaat geboekt tenzij deze instrumenten deel uitmaken van indekkingsverrichtingen, in welk geval de timing van de opname in winst of verlies afhankelijk is van de aard van de afdekkingsrelatie.

De Groep wijst bepaalde derivaten aan als afdekkingsinstrumenten met betrekking tot het renterisico in kasstroomafdekkingen. Derivaten met betrekking tot het valutarisico zijn niet gedocumenteerd in een afdekkingsrelatie. Bij de aanvang van de afdekkingsrelatie worden de afdekkingsrelatie, alsook de risicobeheerdoelstelling en -strategie van de entiteit bij het aangaan van de afdekkingstransactie formeel aangewezen en gedocumenteerd. Bovendien documenteert de Groep bij aanvang van de indekking en op permanente basis of het afdekkingsinstrument effectief is in het compenseren van wijzigingen in reële waarde of kasstromen van de afgedekte positie die toewijsbaar zijn aan het afgedekte risico.

De afdekkingsrelatie voldoet aan alle volgende vereisten inzake afdekkingseffectiviteit:
* Er is sprake van een economische relatie tussen de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument;
* De waardeveranderingen die uit deze economische relatie voortvloeien zijn niet hoofdzakelijk terug te voeren op het effect van het kredietrisico; en
* De afdekkingsverhouding van de afdekkingsrelatie is gelijk aan die welke resulteert uit de hoeveelheid van de afgedekte positie die de entiteit werkelijk afdekt, en de hoeveelheid van het afdekkingsinstrument waarvan de entiteit daadwerkelijk gebruikmaakt om die hoeveelheid van de afgedekte positie af te dekken.

Indien een afdekkingsrelatie niet meer aan het op de afdekkingsverhouding betrekking hebbende vereiste inzake afdekkingseffectiviteit voldoet, maar de risicobeheer- doelstelling voor die aangewezen afdekkingsrelatie gelijk blijft, moet een entiteit de afdekkingsverhouding van de afdekkingsrelatie zodanig aanpassen dat deze wederom aan de criteria voldoet (dit wordt in deze standaard “herbalancering” genoemd).

De waarde schommelingen van een afgeleid financieel instrument dat voldoet aan de strikte voorwaarden voor erkenning als kasstroom-indekking worden opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat voor het effectieve deel. Het ineffectieve deel wordt rechtstreeks in de resultatenrekening geboekt. De indekkingsresultaten worden van de andere elementen van het totaalresultaat naar de resultatenrekening overgeboekt op het moment dat de ingedekte transactie zelf het resultaat beïnvloedt.

Een derivaat met een positieve reële waarde wordt geboekt als een financieel actief, terwijl een derivaat met een negatieve reële waarde wordt opgenomen als een financiële verplichting. Een derivaat wordt gepresenteerd als kortlopend of langlopend, afhankelijk van de verwachte vervaldatum van het financiële instrument.

Waardeverminderingen van financiële activa

Met betrekking tot de waardevermindering van financiële activa wordt een model voor verwachte kredietverliezen toegepast. Het verwachte kredietverliesmodel vereist dat de Groep rekening houdt met verwachte kredietverliezen en veranderingen in die verwachte kredietverliezen op elke rapporteringsdatum om zo de veranderingen in kredietrisico sinds de eerste opname van de financiële activa correct weer te geven. Concreet zijn de volgende activa opgenomen in de beoordeling van de bijzondere waardevermindering van de Groep:
1) handelsvorderingen;
2) langlopende vorderingen en leningen aan verbonden partijen;
3) geldmiddelen en kasequivalenten.

IFRS 9 vereist dat de Groep verwachte kredietverliezen op al haar schuldinstrumenten, leningen en handelsvorderingen boekt, hetzij op basis van twaalf maanden, hetzij op basis van de volledige looptijd. De Groep heeft de vereenvoudigde benadering toegepast en de verwachte verliezen op basis van de volledige looptijd op alle handelsvorderingen geboekt.

Volgens IFRS 9 moet een entiteit de waarde van de voorziening voor verliezen op een financieel instrument op elke verslagdatum bepalen op een bedrag dat gelijk is aan de tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen indien het aan het financiële instrument verbonden kredietrisico sinds de eerste opname significant is toegenomen moet een entiteit, indien het aan een financieel instrument verbonden kredietrisico op de verslagdatum niet significant is toegenomen sinds de eerste opname, de waarde van de voorziening voor verliezen op dat financiële instrument bepalen op een bedrag dat gelijk is aan de binnen twaalf maanden te verwachten kredietverliezen.

Voor de lange termijn vorderingen geeft IFRS 9 de keuze om de verwachtte kredietverliezen te bepalen op basis van de levensduur of van een algemeen verwachte kredietverlies model (3 niveaus van verwachte kredietverlies beoordeling). De Groep heeft gekozen voor het algemene model.# Alle banksaldi worden ook beoordeeld op verwachtte kredietverliezen.

Financiële schulden

Alle financiële verplichtingen van de Groep worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. De Groep neemt de financiële verplichtingen niet langer op wanneer, en alleen wanneer, de verplichtingen van de Groep worden afgewikkeld, worden geannuleerd of komen te vervallen. Het verschil tussen de boekwaarde van de niet langer opgenomen balans van de financiële verplichting en de betaalde en te betalen vergoeding, inclusief overgedragen niet-contante activa of overgenomen verplichtingen, wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Vorderingen en schulden

De Groep waardeert een vordering en een schuld aanvankelijk tegen reële waarde. Voor de vorderingen wordt de transactieprijs geacht gelijk te zijn aan de reële waarde. Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met een voorziening voor verwachte kredietverliezen. Voor te betalen bedragen wordt de transactieprijs geacht gelijk te zijn aan de reële waarde. Vervolgens worden deze schulden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. Vorderingen en schulden in een andere valuta dan de functionele valuta van de dochteronderneming worden omgerekend tegen de geldende wisselkoersen van de Groep op de balansdatum.

Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten worden gewaardeerd aan hun geamortiseerde waarde en omvatten contanten en bankdeposito’s met een oorspronkelijke looptijd van minder dan drie maanden. Negatieve kassaldi worden als schulden opgenomen.

Andere investeringen en beleggingen

Investeringen worden gewaardeerd aan hun geamortiseerde waarde en omvatten korte termijndeposito's met een oorspronkelijke looptijd van drie maanden of meer of andere korte termijn geldbeleggingen die gemakkelijk kunnen worden omgezet in een bekend bedrag aan geldmiddelen en met een onbeduidend risico van waardeverandering.

Rentedragende leningen

Rentedragende leningen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Leningen worden initieel opgenomen als ontvangen opbrengsten, na aftrek van transactiekosten. Elk verschil tussen de kostprijs en de aflossingswaarde wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt volgens de effectieve rentemethode.

Voorraden

De voorraad wordt gewaardeerd tegen de laagste waarde van de kostprijs of de opbrengstwaarde. Op moment van de oogst, worden landbouwproducten gewaardeerd tegen reële waarde minus verkoopkosten en geherclassificeerd naar voorraad. Kosten gemaakt voor het verbouwen van landbouwproducten, inclusief eventuele toepasselijke oogstkosten, worden opgenomen als onderdeel van de verkoopkosten. Voorraden worden individueel afgeschreven als de verwachte opbrengstwaarde afneemt tot onder de boekwaarde van de voorraad. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs min de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren. Indien de omstandigheden die voorheen aanleiding gaven tot een afschrijving niet meer bestaan, wordt de waardevermindering teruggenomen.

Activa aangehouden voor verkoop

De Groep classificeert vaste activa en groepen activa die worden afgestoten als aangehouden voor verkoop wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. Vaste activa en groepen activa die worden afgestoten, geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop, worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van enerzijds hun boekwaarde en anderzijds hun reële waarde minus de verkoopkosten. Verkoopkosten zijn de marginale kosten die direct toerekenbaar zijn aan de vervreemding van een actief (groep activa die wordt afgestoten), exclusief financieringskosten en kosten uit hoofde van winstbelastingen. Aan de criteria voor classificatie als aangehouden voor verkoop wordt alleen geacht te zijn voldaan als de verkoop zeer waarschijnlijk is, en het actief of de groep activa die wordt afgestoten in zijn huidige toestand onmiddellijk beschikbaar is voor verkoop. Acties die nodig zijn om de verkoop te voltooien moeten erop wijzen dat het onwaarschijnlijk is dat belangrijke wijzigingen in de verkoop zullen worden aangebracht of dat de beslissing tot verkoop zal worden ingetrokken. Het management moet vastbesloten zijn om het actief te verkopen en de verkoop moet naar verwachting binnen een jaar na de datum van de classificatie worden afgerond. Materiële en immateriële activa worden niet afgeschreven zodra zij zijn geclassificeerd als aangehouden voor verkoop. Activa en passiva die zijn geclassificeerd als aangehouden voor verkoop worden in de balans afzonderlijk gepresenteerd als vlottende posten. Beëindigde bedrijfsactiviteiten worden niet opgenomen in de resultaten van voortgezette bedrijfsactiviteiten en worden als één bedrag gepresenteerd als winst of verlies na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening.

Eigen vermogen

Dividenden van de moedermaatschappij in verband met de gewone uitstaande aandelen worden pas opgenomen in de periode waarin ze formeel worden toegekend. Kosten gemaakt voor het uitgeven van eigenvermogensinstrumenten worden opgenomen als een vermindering van het eigen vermogen.

Minderheidsbelangen

Minderheidsbelangen omvatten het deel, toebehorend aan de minderheidsaandeelhouders, van de reële waarde van identificeerbare activa en verplichtingen die opgenomen worden bij de overname van een dochteronderneming, samen met het overeenkomstig deel van de gerealiseerde winsten en verliezen voor de daaropvolgende periodes. In de winst- en verliesrekening wordt het minderheidsaandeel in het verlies of de winst van de Groep apart getoond van het geconsolideerd resultaat van de Groep.

Ingekochte eigen aandelen

Eigen-vermogensinstrumenten die opnieuw worden verworven (ingekochte eigen aandelen), worden opgenomen tegen kostprijs en in mindering gebracht van het eigen vermogen. Er wordt geen winst of verlies in de winst- en verliesrekening opgenomen bij de aankoop, verkoop, uitgifte of intrekking van eigen-vermogensinstrumenten van de Groep. Elk verschil tussen de boekwaarde en de vergoeding, indien opnieuw uitgegeven, wordt opgenomen in de uitgiftepremie.

Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen wanneer de Groep een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft ten gevolge van een gebeurtenis in het verleden, het waarschijnlijk is dat er een uitstroom van middelen vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen en het bedrag van de verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat.

Pensioenen en andere voordelen na uitdiensttreding

Groepsentiteiten hebben verschillende pensioenplannen in overeenstemming met de lokale voorwaarden en toepassingen van die landen.

1. Toegezegde-pensioenregelingen (“Defined benefit plans”)

In het algemeen werden de toegezegd-pensioenregelingen nog niet gefinancierd, doch volledig voorzien volgens de ‘Projected Unit Credit’-methode. Deze voorzieningen vertegenwoordigen de actuele waarde van de toekomstige uitkeringsverplichtingen. De actuariële winsten en verliezen worden in het de andere elementen van het totaalresultaat erkend.

2. Toegezegde-contributieregelingen (“Defined contribution plans”)

De Groep betaalt eveneens vaste bijdragen aan openbare of privé-verzekeringsplannen. Aangezien de Groep aangesproken kan worden om bijkomende betalingen te verrichten in geval het gemiddelde rendement op de werkgeversbijdragen en op de werknemersbijdragen niet wordt gehaald, dienen deze plannen volgens IAS 19 te worden beschouwd als “toegezegd-pensioenregelingen”.

Op aandelen gebaseerde betalingen

Er bestaan binnen de Groep aandelenoptieplannen, die aan begunstigden het recht geven om SIPEF-aandelen te kopen tegen een vooraf bepaalde prijs. Deze prijs wordt bepaald op moment van toekenning van de opties en is gebaseerd op de marktprijs of de intrinsieke waarde. De prestaties van de begunstigden worden (op moment van toekenning) gewaardeerd aan de hand van de reële waarde van de toegekende opties en warranten en als kost in de resultatenrekening erkend op het ogenblik van de geleverde prestaties tijdens de vestigingsperiode.

Omzet

De kernactiviteit van de SIPEF-groep is de verkoop van goederen. De Groep erkent de opbrengsten vanaf het moment dat de controle over het actief wordt overgedragen aan de klant. De verkochte goederen worden per schip vervoerd en als opbrengst erkend zodra de goederen op het schip worden geladen. Vanaf dit moment wordt de controle overgedragen aan de klant en wordt de opbrengst erkend in de financiële staten. Dit is zo van toepassing voor alle contracten binnen de SIPEF-groep. De betalingsvoorwaarden zijn afhankelijk van de leveringsvoorwaarden van het contract en kunnen variëren tussen vooruitbetaling, contanten tegen documenten en 45 dagen na overhandiging van de vrachtbrief. De leveringen van goederen zijn aan een vaste prijs. Voor elk contract is er maar één prestatieverplichting waaraan moet worden voldaan nl.: de levering van de goederen.

Kostprijs van verkopen

Aankopen worden netto opgenomen, na financiële en handelskorting. Kostprijs van verkopen omvat alle lasten verbonden met oogsten, transformatie en transport.

Algemene en beheerskosten

Algemene en beheerskosten omvatten lasten van de marketing- en financiële afdeling en algemene beheerskosten.

Winstbelastingen

Winstbelastingen omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belastingen en de uitgestelde belastingen. Beide belastingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen behalve in die gevallen waar het bestanddelen betreft die deel uitmaken van het eigen vermogen. In dit laatste geval verloopt de opname via het eigen vermogen.# Financiële staten

4. GEBRUIK VAN SCHATTINGEN EN BEOORDELINGEN

Onder de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belastingen verstaat men deze die drukken op de fiscale winst van het boekjaar, berekend tegen de belastingtarieven die van kracht zijn op balansdatum, evenals de aanpassingen aan de belastingen die verschuldigd zijn over de vorige boekjaren. Uitgestelde belastingverplichtingen en –vorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde in de balans en de fiscale boekwaarde van activa en verplichtingen en worden later aangepast om wijzigingen in de verwachte belastingtarieven waartegen deze tijdelijke verschillen zullen omdraaien weer te geven. Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening als het waarschijnlijk is dat de realisatie of afwikkeling ervan mogelijk is in de toekomst.

IFRS vereist dat de Groep bij de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening beoordelingen en schattingen gebruikt en hypothesen vooropstelt die de bedragen van activa en verplichtingen alsook de winst- en verliesrekening op balansdatum kunnen beïnvloeden. Werkelijke resultaten kunnen verschillen van deze schattingen. Hieronder geven wij een overzicht van de belangrijkste oordelen die in het jaarverslag van toepassing zijn:

  • Oordelen dat de landrechten niet zullen worden afgeschreven tenzij er een indicatie zou bestaan dat deze niet vernieuwd zouden kunnen worden.

De voornaamste domeinen waarin schattingen worden aangewend zijn:

  • Uitgestelde belastingvorderingen
  • Bijzondere waardeverminderingen op activa (goodwill impairment)
  • Bepalen van de geschatte kosten gerelateerd aan de verkoop van PT Melania

De voornaamste schattingen die worden gebruikt bij de berekening van uitgestelde belastingvorderingen en het testen van bijzondere waardeverminderingen van activa (goodwill impairment), zijn gebaseerd op het maken van een schatting van de grondstofprijzen over een langere periode. De grondstoffenprijzen die bij dergelijke schattingen worden gebruikt, zijn van nature volatiel en zullen daarom in werkelijkheid verschillen van de geschatte bedragen. Er is geen unieke onafhankelijk variabele op basis waarvan een relevante sensitiviteitsanalyse kan worden gemaakt voor de berekening van de uitgestelde belastingen. We verwijzen naar toelichting 8 voor de goodwill impairment analyse.

De bepaling van de netto verkoopprijs van PT Melania omvat een schatting van de kosten in verband met de verkoop zoals overeengekomen in de Koop-Verkoopovereenkomst (SPA).

De belangrijkste gemaakte schattingen omvatten:

  • De timing en de kosten voor de vernieuwing van de permanente concessierechten (HGU)
  • De vergoeding voor de opgebouwde sociale rechten van het personeel, dat vermoedelijk vrijwel geheel zal worden overgenomen door Shamrock Group.

5. GROEPSONDERNEMINGEN / CONSOLIDATIEKRING

De moedermaatschappij van de Groep, SIPEF, Schoten/België is de moedermaatschappij van de volgende ondernemingen:

Locatie Controle % Belangen %
Geconsolideerde ondernemingen (integrale consolidatie)
PT Tolan Tiga Indonesia 95,00 95,00
PT Eastern Sumatra Indonesia 95,00 90,25
PT Kerasaan Indonesia 57,00 54,15
PT Bandar Sumatra Indonesia 95,00 90,25
PT Mukomuko Agro Sejahtera 95,00 85,74
PT Umbul Mas Wisesa 95,00 95,00
PT Citra Sawit Mandiri 95,00 95,00
PT Toton Usaha Mandiri 95,00 95,00
PT Agro Rawas Ulu 100,00 100,00
PT Agro Kati Lama 100,00 100,00
PT Agro Muara Rupit 100,00 100,00
Hargy Oil Palms Ltd 100,00 100,00
Plantations J. Eglin SA 100,00 100,00
Jabelmalux SA 100,00 100,00
Sipef Singapore Pte Ltd 100,00 100,00
PT Agro Muko 100,00 95,05
PT Dendymarker Indah Lestari 100,00 95,05
Geassocieerde ondernemingen en joint ventures (vermogensmutatie)
Verdant Bioscience Pte Ltd 38,00 38,00
PT Melania Indonesia 55,00 52,25
PT Timbang Deli Indonesia 38,00 36,10
Niet geconsolideerde ondernemingen
Horikiki Development Cy Ltd 90,80 90,80

De Groep bestaat uit Sipef NV en in totaal 21 deelnemingen. Van deze 21 deelnemingen zijn er 17 volledig geconsolideerd en worden er 3 verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, terwijl de andere deelneming niet voldoet aan de criteria van significantie. In overeenstemming met het materialiteitsconcept, zijn ondernemingen die niet significant zijn, niet in de consolidatiekring opgenomen. Ze worden gewaardeerd tegen kostprijs en jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen, wat wordt beschouwd als een goede indicatie van hun reële waarde.

SIPEF heeft een verkoop- en aankoopovereenkomst (SPA) ondertekend met Shamrock Group (SG) over de verkoop van 100% van het aandelenkapitaal van haar Indonesische dochteronderneming, PT Melania. In een eerste fase werd 40% verkocht zodat de SIPEF groep nog maar 55% van het aandelenkapitaal bezit. Door de ondertekening van de SPA heeft SIPEF echter de volledige controle over PT Melania verloren. Bijgevolg werd PT Melania geboekt als een joint venture aangehouden voor verkoop vanaf 30 april 2021. De activa en passiva van PT Melania werden gewaardeerd tegen reële waarde, gelijk aan de netto verkoopprijs van KUSD 23 353. Vanaf 30 april 2021, worden de resultaten van PT Melania niet meer opgenomen in de geconsolideerde winst en verlies van de SIPEF-groep aangezien PT Melania geclassificeerd is als een joint venture aangehouden voor verkoop en met gevolg niet opgenomen in toelichting 24 ‘Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures’. Er zijn geen beperkingen om activa te realiseren en verplichtingen van dochterondernemingen af te wikkelen.

6. WISSELKOERSEN

Naar aanleiding van een gewijzigde politiek inzake liquiditeits- en schuldbeheer is vanaf eind 2006 de functionele valuta in de meerderheid van de dochterondernemingen vanaf 1 januari 2007 gewijzigd naar US-dollar. Het volgende filiaal heeft echter een andere functionele valuta:

  • Plantations J. Eglin SA: euro (EUR)

De hieronder vermelde koersen werden gebruikt om de balansen en resultaten van deze entiteiten om te rekenen naar de US-dollar (de munt waarin de Groep haar jaarverslag opstelt).

Slotkoers 2023 Slotkoers 2022 Gemiddelde koers 2023 Gemiddelde koers 2022
EUR 0,9060 0,9393 0,9237 0,9533

7. OPERATIONEEL RESULTAAT EN SEGMENTINFORMATIE

De activiteiten van SIPEF kunnen worden onderverdeeld in segmenten naar gelang de soort van de producten. SIPEF heeft de volgende segmenten:

  • Palm: Omvat alle palmproducten, inclusief palmolie, de palmpitten en de palmpitolie, zowel in Indonesië als in Papoea-Nieuw-Guinea.
  • Rubber: Omvat alle verschillende soorten rubber die geproduceerd wordt in Indonesië en verkocht wordt door de SIPEF-groep:
    • “Ribbed Smoked Sheets” (RSS)
    • “Standard Indonesia Rubber” (SIR)
    • “Scraps and Lumps”
  • Thee: Omvat de “cut, tear, curl” (CTC) thee die PT Melania produceert in Indonesië en dewelke de SIPEF groep koopt en verkoopt.
  • Bananen en horticultuur: Omvat alle verkopen van bananen en horticultuur, komende uit Côte d’Ivoire.
  • Corporate: Omvat voornamelijk de ontvangen management fees van niet-groepsondernemingen, aangerekende commissies op zeevrachten en andere aangerekende commissies die buiten het verkoopcontract vallen.

Het overzicht van de segmenten hieronder is weergegeven op basis van de interne managementrapportering van de SIPEF-groep. Het executief comité is de “chief operating decision maker”. De belangrijkste verschillen met de IFRS-consolidatie zijn:

  • Er wordt vertrokken vanuit de brutomarge per segment en niet vanuit omzet.
In KUSD 2023 2022
Bruto-marge per product
Palm 149 632 221 248
Rubber -5 861 -4 105
Thee 139 195
Bananen en horticultuur 4 357 2 294
Corporate 1 405 1 397
Totaal brutomarge 149 673 221 031
Algemene- en beheerskosten -46 204 -43 424
Overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) 4 509 705
Financieringsopbrengsten/(kosten) -270 -2 503
Wisselkoersresultaten 1 108 -3 251
Resultaat voor belastingen 108 817 172 557
Belastinglasten -31 128 -59 536
Effectief belastingtarief -28,6% -34,5%
Resultaat na belastingen 77 689 113 021
Aandeel resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures -1 335 -566
Resultaat van de periode 76 354 112 455

Hieronder wordt de segmentinformatie per productsegment en per geografische locatie weergeven volgens de IFRS winst- en verliesrekeningen. Het resultaat van een segment omvat de opbrengsten en kosten die rechtstreeks door een segment worden gegenereerd inclusief het relevante deel van de opbrengsten en kosten dat redelijkerwijs aan het segment kan worden toegerekend.

Brutowinst per product

2023 - KUSD Omzet van verkopen Aanpassingen Kostprijs Reële waarde Brutowinst % van totaal
Palm 405 380 -253 962 -1 785 149 632 100,0
Rubber 1 487 -7 348 0 -5 861 -3,9
Thee 3 060 -2 921 0 139 0,1
Bananen en horticultuur 32 555 -30 169 1 971 4 357 2,9
Corporate 1 405 0 0 1 405 0,9
Totaal 443 886 -294 400 186 149 673 100,0
2022 - KUSD Omzet van verkopen Aanpassingen Kostprijs Reële waarde Brutowinst % van totaal
Palm 495 737 -274 646 157 221 248 100,1
Rubber 3 821 -7 926 0 -4 105 -1,9
Thee 4 286 -4 090 0 195 0,1
Bananen en horticultuur 22 219 -21 536 1 611 2 294 1,0
Corporate 1 397 0 0 1 397 0,6
Totaal 527 460 -308 198 1 769 221 031 100,0

De totale ‘omzet’ van de Groep bedroegen KUSD 443 886 per 31 december 2023 en daalden met KUSD 83 574 of 15,8% ten opzichte van 31 december 2022.Vooral de omzet van het palmsegment zakte sterk (KUSD -90.357), hoofdzakelijk door de lagere eenheidsverkoopprijs per ton ruwe palmolie (-16,8%) en de daling van de totale productie van ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” – CPO) met 3,2% ten opzichte van vorig jaar. De eenheidsverkoopprijs af-fabriek van 2023 bedroeg voor Indonesië USD 739 per ton (2022: USD 840 per ton), voor Papoea-Nieuw-Guinea USD 988 per ton (2022: USD 1.222 per ton) en voor de Groep USD 830 per ton (2022: USD 996 per ton). De omzet van het bananensegment, uitgedrukt in euro, de functionele munt, steeg met 47,4%, voornamelijk door een stijging van de gemiddelde verkoopprijs per eenheid (+17,9%) en een stijging van de geproduceerde en verkochte volumes (+27,0%) als gevolg van de nieuwe uitbreidingen in Lumen en Akoudié.

De totale 'kostprijs van verkopen' daalde met KUSD 13.798 in 2023 in vergelijking met vorig jaar. De belangrijkste redenen voor deze daling waren:

  • De bedrijfskosten voor de eigen plantages en fabrieken daalden met KUSD 13.855 of 8,9%. Dit was voornamelijk te danken aan de lagere meststofkosten en oogstkosten als gevolg van de kleinere productievolumes en de devaluatie van de IDR ten opzichte van de USD, wat gunstig is voor de operationele bedrijfskosten van de plantages. Deze dalingen worden gecompenseerd door het verder matuur worden van de plantages in Zuid-Sumatra, wat resulteert in een stijging van de totale operationele kosten van de plantages in Zuid-Sumatra met KUSD 5.417.
  • Aankopen van verse vruchtentrossen (FBB) door derden bij Hargy Oil Palms Ltd daalden met KUSD 18.701 of 37,8%, grotendeels door lagere aankoopprijzen van FFB, waarvan de prijs gerelateerd is aan CPO, en lagere productievolumes.
  • Ten slotte was er een negatief effect op de totale verkoopkosten 2023 van KUSD 1.916 als gevolg van de lage eindvoorraad per 31 december 2023, door kleinere hoeveelheden en een algemeen lagere marktprijs van CPO en PKO.

De ‘aanpassing in de reële waarde van de biologische activa' betrof de effecten van de waardering van de hangende vruchten aan hun reële waarde (IAS41R).

De ‘brutowinst’ daalde van KUSD 221.031 eind 2022 naar KUSD 149.673 eind 2023, een vermindering met 32,3%. De brutowinst van het palmsegment daalde met KUSD 71.616 tot KUSD 149.632, voornamelijk door lagere netto CPO-prijzen af-fabriek. Met USD 830 per ton lag de gemiddelde gerealiseerde netto CPO-prijs af-fabriek 16,7% lager dan die van USD 996 per ton vorig jaar. De brutowinst van de bananen- en horticultuuractiviteiten steeg van KUSD 2.294 naar KUSD 4.357, als gevolg van een stijging van de verkoopprijzen en een toename van de geproduceerde volumes door de uitbreiding van de nieuw geplante arealen.

221 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

Brutowinst per geografische locatie

2023 - KUSD % van totaal
Omzet van de reële waarde Kostprijs van verkopen Aanpassingen Andere inkomsten Brutowinst
Indonesië 225.360 -153.088 779 - 728 72.322 48,3%
Papoea-Nieuw-Guinea 184.567 -111.143 0 -1.056 72.367 48,4%
Côte d'Ivoire 32.555 -30.169 0 1.971 4.357 2,9%
Europa 626 0 0 0 626 0,4%
Totaal 443.107 -294.400 779 186 149.673 100,0%
2022 - KUSD % van totaal
Omzet van de reële waarde Kostprijs van verkopen Aanpassingen Andere inkomsten Brutowinst
Indonesië 260.957 -161.780 968 128 100 272.451 45,4%
Papoea-Nieuw-Guinea 242.888 -124.880 0 29 118.036 53,4%
Côte d'Ivoire 22.219 -21.537 0 1.611 2.293 1,0%
Europa 429 0 0 0 429 0,2%
Totaal 526.492 -308.198 968 1.769 221.031 100,0%

De totale kostprijs van de verkopen kan onderverdeeld worden in de volgende categorieën:

  1. Plantagekosten - omvat alle kosten verbonden aan de werken op het veld om het basis landbouwkundig product te vervaardigen (i.e. verse palmtrossen, latex, bananen, horticultuur);
  2. Verwerkingskosten - omvat alle kosten verbonden aan het verwerken van het landbouwkundig basisproduct tot de afgewerkte landbouwgrondstoffen (i.e. palmolie, rubber, ...);
  3. Aankopen FFB/palmolie/latex – omvatten alle aankoopkosten van derde partijen (omliggende boeren) of geassocieerde ondernemingen en joint ventures;
  4. Voorraadbewegingen – omvat alle voorraadbewegingen;
  5. Aanpassingen van de reële waarde omvat de aanpassingen van de reële waarde van het biologisch actief van palmolie en bananen;
  6. Verkoopkosten - omvat alle direct toewijsbare kosten aan de verkopen van het jaar (o.a. transportkosten, exporttaks/heffing op palmolie, ...)
  7. Algemene- en administratieve kosten - omvat alle kosten verbonden aan de overkoepelende organisatie (zoals algemeen management, financieel departement, marketing, interne audit, duurzaamheid, enz.).
In KUSD
2023 2022
Plantagekosten 178.489 171.824
Verwerkingskosten 34.456 34.363
Aankopen FFB/palmolie/latex 42.651 75.145
Voorraadbewegingen afgewerkte producten 2.535 -1.771
Aanpassingen van de reële waarde 186 1.769
Verkoopkosten 35.895 25.098
Kostprijs van de verkopen 294.214 306.429
Algemene en beheerskosten 46.204 43.424
Totale kostprijs van de verkopen en algemene en beheerskosten 340.417 349.853

De plantagekosten zijn gestegen ten opzichte van vorig jaar door:

  • hogere wereldmarktprijzen voor kunstmeststoffen in de eerste helft 2023;
  • hogere lokale transportkosten in Hargy Oil Palms Ltd;
  • de additionele mature hectaren in de Musi Rawas regio waardoor de plantagekosten nu jaarlijks stijgen;
  • de additionele mature hectaren in Plantations J. Eglin SA;
  • een algemene kostenstijging als gevolg van de inflatie.

De verwerkingskosten zijn licht gestegen in vergelijking met vorig jaar doordat een groter aantal FFB's werd verwerkt.

222 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

De aankoop van FFB/CPO/latex zijn gedaald met KUSD 32.494, voornamelijk door de daling van de aankopen van FFB bij derden bij Hargy Oil Palms Ltd (-8,6%), welke daalde met KUSD 18.701 of 37,8%, grotendeels door lagere aankoopprijzen van FFB, waarvan de prijs gerelateerd is aan CPO. De voorraadniveaus waren in lijn met vorig jaar, wat resulteerde in een kleine voorraadmutatie. De verkoopkosten zijn gestegen door de hogere transport- en vrachtprijzen op de wereldmarkt in 2023, in vergelijking met 2022.

De totale afschrijving bedragen KUSD 52.724. Het grootste deel van de afschrijvingen werd opgenomen in de plantage- en de verwerkingskosten (KUSD 48.092). Daarnaast, werden er KUSD 4.349 opgenomen in de ‘Algemene en administratieve kosten’ en voor KUSD 284 in de ‘overige bedrijfsopbrengsten/-kosten’. De ‘algemene en administratieve kosten’ stegen in vergelijking met vorig jaar, voornamelijk als gevolg van de verdere ontplooiing van Sipef Singapore Pte Ltd, dat de interne IT-diensten van de Groep centraliseert, de uitbreidingen van Plantations J. Eglin SA en de algemene inflatie. De stijging wordt gedeeltelijk gecompenseerd door een daling van de voorziening voor variabele vergoeding voor personeel en management.

Omzet uitgesplitst naar locatie van de klant

In KUSD 2023 2022
Indonesië 228.348 246.604
Zwitserland 152.279 91.059
Groot-Brittannië 14.613 7.494
Nederland 12.884 133.570
België 12.653 12.112
Frankrijk 9.646 10.250
Côte d'Ivoire 4.875 3.538
Ierland 2.990 2.004
Spanje 2.230 69
Afghanistan 985 992
Verenigde Arabische Emiraten 697 494
China 513 1.388
Pakistan 393 693
Signapore 336 1.512
Duitsland 216 4.018
Maleisië 126 10.970
Andere 101 99
Verenigde Staten 0 593
Totaal 443.886 527.460

De omzet van de Groep wordt gerealiseerd tegenover een beperkt aantal hoog aangeschreven klanten: per product wordt ca 90% van de inkomsten uit contracten met klanten gerealiseerd door maximaal 10 klanten. Voor bijkomende informatie verwijzen we naar toelichting 26 – financiële instrumenten.

223 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

Gesegmenteerde informatie – geografische informatie

2023

In KUSD Indonesië PNG Côte d'Ivoire Europa Singapore Totaal
Immateriële vaste activa 0 0 0 138 0 138
Goodwill 104.782 0 0 0 0 104.782
Biologische activa 246.770 79.182 705 0 0 326.656
Andere materiële vaste activa 292.988 119.050 11.572 594 813 425.018
Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures -1.426 0 0 0 3.123 1.697
Andere financiële activa 46 0 51 15 0 112
Vorderingen > 1 jaar 34.229 0 0 0 0 34.229
Uitgestelde belastingvorderingen 12.691 0 910 1.613 0 15.214
Totaal vaste activa 690.081 198.232 13.238 2.360 3.937 907.847
% van totaal 76,01% 21,84% 1,46% 0,26% 0,43% 100,00%

2022

In KUSD Indonesië PNG Côte d’Ivoire Europa Singapore Totaal
Immateriële vaste activa 0 0 0 226 0 226
Goodwill 104.782 0 0 0 0 104.782
Biologische activa 236.406 79.844 464 0 0 316.714
Andere materiële vaste activa 267.239 101.664 9.723 503 801 379.931
Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures -769 0 0 0 3.801 3.032
Andere financiële activa 46 0 37 15 0 98
Vorderingen > 1 jaar 28.287 0 0 0 0 28.287
Uitgestelde belastingvorderingen 11.762 0 558 1.776 0 14.097
Totaal vaste activa 647.753 181.508 10.783 2.521 4.603 847.168
% van totaal 76,46% 21,43% 1,27% 0,30% 0,54% 100,00%

De activa van Indonesië hebben bijna volledig betrekking op het palmsegment. De activa van PNG hebben voor 100% betrekking op het palmsegment. De activa van Côte d’Ivoire hebben voor 100% betrekking op het bananen- en horticultuursegment. De activa van Singapore hebben voornamelijk betrekking op Verdant Bioscience Pte Ltd, dat onderzoek doet naar en zich bezighoudt met de ontwikkeling van zaden met een hoge opbrengst. De activa van Europa hebben niet specifiek betrekking op één productsegment.

8.# GOODWILL EN ANDERE IMMATERIELE VASTE ACTIVA

2023 2022
Immateriële Immateriële
In KUSD In KUSD
Goodwill vaste activa
Bruto boekwaarde per 1 januari 104 782 767
Aanschaffingen 0 9
Verkopen en buitengebruikstellingen 0 -39
Overboekingen 0 0
Omrekeningsverschillen 0 0
Bruto boekwaarde per 31 december 104 782 737
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari 0 -541
Afschrijvingen 0 -97
Verkopen en buitengebruikstellingen 0 39
Overboekingen 0 0
Omrekeningsverschillen 0 0
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december 0 -599
Netto boekwaarde per 1 januari 104 782 226
Netto boekwaarde per 31 december 104 782 138

Goodwill impairment analyse

Goodwill is het positieve verschil tussen de overnameprijs van een dochteronderneming, geassocieerde onderneming of joint venture en het aandeel van de Groep in de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen entiteit op datum van overname. Volgens de standaard IFRS 3 - Bedrijfscombinaties, wordt goodwill niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardevermindering. Goodwill en immateriële vaste activa worden jaarlijks door het management getoetst of ze zijn blootgesteld aan een bijzondere waardevermindering in overeenstemming met de waarderingsregels in toelichting 3 (ongeacht of er aanwijzingen bestaan voor een bijzondere waardevermindering). Om de noodzaak tot een bijzondere waardevermindering te kunnen beoordelen, wordt de goodwill toegewezen aan een kasstroom genererende eenheid. Een kasstroom genererende eenheid is de kleinste identificeerbare groep van activa die een instroom van kasmiddelen genereert die in ruime mate onafhankelijk is van de instroom van kasmiddelen van andere activa of groepen van activa. Op elke balansdatum wordt voor deze kasstroom genererende eenheden een analyse uitgevoerd om te bepalen of de boekwaarde van de goodwill volledig recupereerbaar is. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroom generende eenheid op een duurzame wijze lager ligt dan de boekwaarde, dan wordt er in de winst - en verliesrekening een bijzondere waardevermindering opgenomen ten belope van dit verschil.

In het model van SIPEF, wordt de kasstroom generende eenheid vergeleken met het totaal onderliggend actief gerelateerd aan het palmoliesegment per 31 december 2023. Dit omvat de volgende posten:

Activa (in KUSD) 2023
Biologische activa - dragende planten 325 952
Andere materiële vaste activa 413 445
Goodwill 104 782
Vlottende activa - vlottende passiva 16 299
Totaal 860 478

*Activa omvat enkel de entiteiten met palmolieactiviteiten

De SIPEF-groep heeft de ‘kasstroom genererende eenheid’ gedefinieerd als het operationele palmoliesegment. Het omvat alle kasstromen van de palmolieactiviteiten van alle plantages in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. De kasstromen die voortvloeien uit de verkoop van rubber, thee en bananen worden hier niet mee opgenomen, gezien het feit dat de goodwill zuiver werd toegewezen aan het volledige palmoliesegment.

De recupereerbare waarde van de kasstroom generende eenheden waaraan de goodwill werd toegewezen, werd bepaald aan de hand van een berekening met een verdisconteerd cashflow-model. Er werd vertrokken vanuit de operationele plannen van de Groep die tien jaar vooruitkijken (t.e.m. 2033) en werden goedgekeurd door de raad van bestuur. De macro-economische parameters zoals de palmolieprijs en inflatie worden in dit model als constant beschouwd voor ieder jaar. De constante palmolieprijs die gebruikt wordt in het model (USD 820/ton) is de beste inschatting van het management van de palmolieprijs CIF Rotterdam op lange termijn. De negatieve impact van de gewijzigde regelingen m.b.t. exportbelastingen en exportheffingen in Indonesië zijn meegenomen in de toekomstige kasstromen alsook de impact van de uitbarsting van ‘Mount Ulawun’ in november 2023. De gemiddelde palmolieprijs die gebruikt werd in de goodwill impairment analyse voor 2023 bedroeg USD 820/ton, terwijl de spotprijs USD 940/ton bedroeg op 31 december 2023.

In het model is de groei van de verkopen dezelfde als de normale verbetering van de productievolumes t.g.v. van de maturiteit van de palmbomen van de verschillende dochterondernemingen. Eventuele verbetering van de toekomstige “EBITDA”-marges in het model zijn een normaal gevolg van dezelfde verbetering van de productievolumes. Het huidige model werd opgesteld met een gewogen gemiddelde kapitaalkost (na belastingen) van 10,31% en gebruik makende van de lokale aanslagvoeten van 22% - 30% afhankelijk van de landen waarin de cash flows gegenereerd worden. De terminale waarde in het verdisconteerde cashflow model is gebaseerd op een perpetuele groei van 2% conform het Gordon-groeimodel.

We maken in het model gebruik van een sensitiviteitsanalyse voor verschillende palmolieprijzen en verschillende gewogen gemiddelde kapitaalkosten (WACC):

Palmolieprijzen (CIF Rotterdam)
* Scenario 1: 770 USD/ton CIF Rotterdam
* Scenario 2 (basis scenario): 820 USD/ton CIF Rotterdam
* Scenario 3: 870 USD/ton CIF Rotterdam

WACC
* Scenario 1: 9,31%
* Scenario 2 (basis scenario): 10,31%
* Scenario 3: 11,31%

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Financiële staten

Samenvatting assumpties van 2023:

PO / WACC 9,31% 10,31% 11,31%
770 USD/ton CIF Rotterdam scenario 1 scenario 4 scenario 7
820 USD/ton CIF Rotterdam scenario 2 scenario 5 (basis scenario) scenario 8
870 USD/ton CIF Rotterdam scenario 3 scenario 6 scenario 9

Samenvatting assumpties van 2022:

PO / WACC 10,56% 11,56% 12,56%
750 USD/ton CIF Rotterdam Scenario 1 Scenario 4 Scenario 7
800 USD/ton CIF Rotterdam Scenario 2 Scenario 5 (basis scenario) Scenario 8
850 USD/ton CIF Rotterdam Scenario 3 Scenario 6 Scenario 9

De daling van de WACC in vergelijking met vorig jaar is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de daling van “country risk premium” (CRP). Voor de sensitiviteitsanalyse wordt de prijs verhoogd en verlaagd met 50 USD/ton. De WACC wordt verhoogd en verlaagd met één procent. Hieronder wordt er een sensitiviteitsmatrix weergeven voor de totale verdisconteerde cashflow voor verschillende palmolieprijzen en verschillende gemiddelde kapitaalkosten (WACC).

Matrix sensitiviteit per 31 december 2023

WACC/PO prijs (in KUSD) 9,31% 10,31% 11,31%
770 USD/ton CIF Rotterdam 765 876 663 372 582 922
820 USD/ton CIF Rotterdam 1 016 097 882 175 777 073
870 USD/ton CIF Rotterdam 1 214 783 1 055 965 931 322

*Het gaat hier om het onderliggende actief gerelateerd aan het PO segment

De headroom omvat het verschil tussen het totaal aan verdisconteerde cashflows en de waarde van het onderliggend actief:

Headroom (in KUSD)

WACC/PO prijs (in KUSD) 9,31% 10,31% 11,31%
770 USD/ton CIF Rotterdam -94 602 -197 106 -277 555
820 USD/ton CIF Rotterdam 155 619 21 697 -83 405
870 USD/ton CIF Rotterdam 354 305 195 488 70 845

Groen = basis scenario

We berekenden tevens ook de break-even palmolieprijs a.d.h.v. verschillende WACC's:

Break-even prijs

9,31% 10,31% 11,31%
USD/ton 789 $/ton 815 $/ton 852 $/ton

Het management is van mening dat de veronderstellingen gebruikt in de bedrijfswaardeberekening zoals hierboven beschreven, de beste inschattingen geven van de toekomstige ontwikkeling. Uit de sensitiviteitsanalyse is gebleken dat de goodwill telkens volledig recupereerbaar is de meeste scenario’s. Zodoende is het management van mening dat er geen indicatie is voor een eventuele waardevermindering. Toekomstige verkoopprijzen blijven moeilijk te voorspellen over een lange periode en zullen nauwlettend worden gemonitord in de toekomst.

Uitbarsting vulkaan ‘Mount Ulawun’

De vulkaan ‘Mount Ulawun’ barstte op 20 november 2023 uit nabij Hargy Oil Palms Ltd in Papoea-Nieuw-Guinea. Er werden geen gewonden of sterfgevallen gemeld, maar omliggende gemeenschappen werden geëvacueerd en één palmolie-extractiefabriek werd tijdelijk gesloten. De grootste schade werd veroorzaakt door de asregen die de palmbladeren van de volwassen bomen in het getroffen gebied in meer of mindere mate vernietigde. Hierdoor is het productiepotentieel van deze palmen de komende periode beperkter geworden. Voor 2024 zouden de gebudgetteerde eigen volumes palmproducten van HOPL met maximum 20% dalen, hetzij met ongeveer 18 500 ton palmolie en 1 500 ton palmpitolie. Op basis van eenzelfde 20%-daling voor de vruchten aangekocht van derden en tegen de huidige verkoopprijzen, zou de totale financiële impact op de winst van 2024, na belasting, uitkomen op een daling van maximum USD 14,7 miljoen.

Naar analogie met de vorige vulkaanuitbarsting zou de negatieve impact op de productie na 2,5 tot 3 jaar volledig zijn opgevangen. Naar analogie met de vorige vulkaanuitbarsting, zou het negatieve effect op de productie volledig geabsorbeerd zijn na 2,5 tot 3 jaar. SIPEF hoopt echter deze periode te kunnen inkorten dankzij haar opgedane ervaring.

9.# BIOLOGISCHE ACTIVA - DRAGENDE PLANTEN

Bewegingstabel biologische activa - dragende planten

Op balansniveau kan de beweging in de biologische activa – dragende planten als volgt samengevat worden:

In KUSD 2023 2022
Bruto boekwaarde per 1 januari 439 851 416 487
Wijzigingen in consolidatiekring 0 0
Aanschaffingen 32 556 29 429
Verkopen en buitengebruikstellingen - 9 897 - 6 145
Overboekingen - 1 923 161
Omrekeningsverschillen 70 - 82
Bruto boekwaarde per 31 december 460 656 439 851
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari - 123 136 - 109 116
Wijzigingen in consolidatiekring 0 0
Afschrijvingen - 21 382 - 19 228
Verkopen en buitengebruikstellingen 10 566 5 140
Overboekingen 0 0
Omrekeningsverschillen - 48 68
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december - 134 000 - 123 136
Netto boekwaarde per 1 januari 316 715 307 371
Netto boekwaarde per 31 december 326 656 316 715

227 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

10. ANDERE MATERIELE VASTE ACTIVA

2023

In KUSD Terreinen, gebouwen en aanbouw Installaties en infrastructuur Machines en overige Leasing Totaal materieel
Bruto boekwaarde per 1 januari 220 362 199 873 74 240 36 070 4 373
Aanschaffingen 11 656 13 102 14 785 4 092 334
Verkopen en buitengebruikstellingen - 1 270 - 7 311 - 6 538 - 2 490 0
Overboekingen 5 050 1 417 525 447 0
Andere 376 19 212 230 0 0
Omrekeningsverschillen 585 144 91 48 0
Bruto boekwaarde per 31 december 236 759 207 245 83 316 38 396 4 707
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari - 88 987 - 126 587 - 57 384 - 24 479 - 1 588
Afschrijvingen - 10 136 - 11 758 - 6 053 - 2 720 - 571
Verkopen en buitengebruikstellingen 1 030 7 432 6 484 2 464 0
Overboekingen 0 0 0 0 0
Andere - 19 - 10 - 46 - 7 0
Omrekeningsverschillen - 366 - 93 - 60 - 35 0
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december - 98 479 - 131 016 - 57 059 - 24 778 - 2 158
Netto boekwaarde per 1 januari 131 374 73 287 16 856 11 591 2 785
Netto boekwaarde per 31 december 138 280 76 229 26 258 13 618 2 549
In KUSD Land-rechten Landbouw-machines Totaal materieel
Bruto boekwaarde per 1 januari 7 735 139 143 681 795
Aanschaffingen 16 954 13 497 74 421
Verkopen en buitengebruikstellingen - 3 002 0 - 20 610
Overboekingen - 7 1 923 1 923
Andere 2 047 2 884 2 884
Omrekeningsverschillen 8 948 0 948
Bruto boekwaarde per 31 december 16 250 154 689 741 362
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari - 2 841 - 301 866 - 301 866
Afschrijvingen - 7 - 31 245 - 31 245
Verkopen en buitengebruikstellingen 0 17 411 17 411
Overboekingen 0 0 0
Andere 0 - 83 - 83
Omrekeningsverschillen - 7 - 562 - 562
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december - 2 855 - 316 345 - 316 345
Netto boekwaarde per 1 januari 7 735 136 302 379 930
Netto boekwaarde per 31 december 16 250 151 834 425 018

De investeringen in materiële activa (KUSD 74 421) hadden betrekking op de gebruikelijke vervangingsinvesteringen, maar vooral op de uitbreidingen in Zuid-Sumatra (KUSD 40 114). Naast de verdere uitbouw van de geplante arealen en de bijbehorende infrastructuur, zoals huizen en wegen, werd er in Zuid-Sumatra onder meer geïnvesteerd in de bouw van de Agro Muara Rupit-fabriek (KUSD 13 630 tot en met december 2023) met een verwerkingscapaciteit, in een eerste fase, van 45 ton verse vruchtrossen (FFB) per uur. De resterende activa in ontwikkeling hebben voornamelijk betrekking op de voortgezette investeringen in de onvolgroeide gebieden, die zullen worden overgedragen naar de dragende planten wanneer deze volwassen worden.

228 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

2022

In KUSD Land-rechten Installaties en infrastructuur Machines en overige Leasing Totaal materieel
Bruto boekwaarde per 1 januari 200 834 187 855 72 622 34 867 3 551
Aanschaffingen 12 947 10 912 7 451 1 260 822
Verkopen en buitengebruikstellingen - 1 521 - 2 470 - 6 112 - 158 0
Overboekingen 8 782 3 730 405 160 0
Andere - 10 13 0 0 0
Omrekeningsverschillen - 670 - 167 - 126 - 57 0
Bruto boekwaarde per 31 december 220 362 199 873 74 240 36 070 4 373
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari - 81 651 - 118 542 - 57 856 - 22 192 - 963
Afschrijvingen - 8 858 - 10 906 - 5 690 - 2 493 - 624
Verkopen en buitengebruikstellingen 981 2 713 6 077 153 0
Overboekingen 0 0 0 0 0
Andere 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen 541 149 85 53 0
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december - 88 987 - 126 587 - 57 384 - 24 479 - 1 588
Netto boekwaarde per 1 januari 119 183 69 313 14 766 12 675 2 588
Netto boekwaarde per 31 december 131 374 73 287 16 856 11 591 2 785
In KUSD Bureaus, meubilair en rollend materieel Leasing Land-rechten Installaties en infrastructuur Machines en overige Totaal materieel
Bruto boekwaarde per 1 januari 12 794 131 411 643 933 187 855 72 622 1 052 615
Aanschaffingen 8 730 7 744 49 864 10 912 7 451 84 701
Verkopen en buitengebruikstellingen - 338 0 - 10 598 - 2 470 - 6 112 - 19 518
Overboekingen - 13 238 0 - 161 3 730 405 - 8 764
Andere 0 0 3 13 0 16
Omrekeningsverschillen - 213 - 13 - 1 247 - 167 - 126 - 1 753
Bruto boekwaarde per 31 december 7 735 139 143 681 795 199 873 74 240 1 010 030
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari - 2 834 - 284 038 - 284 038 - 118 542 - 57 856 - 747 308
Afschrijvingen - 19 - 28 590 - 28 590 - 10 906 - 5 690 - 73 795
Verkopen en buitengebruikstellingen 0 9 923 9 923 2 713 6 077 18 713
Overboekingen 0 0 0 0 0 0
Andere 0 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen 13 840 840 149 85 1 967
Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december - 2 841 - 301 866 - 301 866 - 126 587 - 57 384 - 700 423
Netto boekwaarde per 1 januari 12 794 128 577 359 896 69 313 14 766 305 307
Netto boekwaarde per 31 december 7 735 136 302 379 931 73 287 16 856 309 607

229 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de eigendomsrechten waarop de plantages van de SIPEF-groep gevestigd zijn:

Oppervlakte Type Vervaldatum Gewas
6 042 Concessie 2023* Oliepalm
2 437 Concessie 2024 Oliepalm
3 200 Concessie 2023* Oliepalm
2 380 Concessie 2023* Oliepalm
1 189 Concessie 2024 Rubber en oliepalm
5 140 Concessie 2023* Rubber en thee
1 199 Concessie 2046 Oliepalm
2 256 Concessie 2044 Oliepalm
2 423 Concessie 2045 Oliepalm
315 Concessie 2031 Oliepalm
1 410 Concessie 2028 Oliepalm
2 903 Concessie 2028 Oliepalm
7 437 Concessie 2044 Oliepalm
2 171 Concessie 2047 Oliepalm
1 515 Concessie 2022* Oliepalm
2 100 Concessie 2047 Oliepalm
232 Concessie 2056 Oliepalm
4 397 Concessie 2048 Oliepalm
2 071 Concessie 2048 Oliepalm
679 Concessie 2049 Oliepalm
462 Concessie 2049 Oliepalm
155 Concessie 2049 Oliepalm
13 705 Concessie 2028 Oliepalm
1 705 Concessie 2053 Oliepalm
385 Concessie 2024 Oliepalm
1 513 Concessie 2057 Oliepalm
972 Concessie 2023* Rubber en oliepalm
128 Concessie 2075 Oliepalm
2 967 Concessie 2076 Oliepalm
34 Concessie 2077 Oliepalm
7 Concessie 2079 Oliepalm
6 460 Concessie 2082 Oliepalm
2 900 Concessie 2101 Oliepalm
170 Concessie 2102 Oliepalm
694 Concessie 2106 Oliepalm
1 Concessie 2110 Oliepalm
18 Concessie 2113 Oliepalm
246 Concessie 2117 Oliepalm
1 021 Eigendom nvt Bananen en ananasbloemen
743 Voorlopige concessie nvt Bananen en ananasbloemen
817 Voorlopige concessie nvt Bananen en ananasbloemen
Totaal
86 598
Eigenaar Oppervlakte Type
PT Citra Sawit Mandiri 1 814 In onderhandeling
PT Agro Rawas Ulu 5 712 In onderhandeling
PT Agro Kati Lama 7 568 In onderhandeling
PT Agro Kati Lama 3 091 In onderhandeling
PT Agro Muara Rupit 4 811 In onderhandeling
PT Agro Muara Rupit 7 498 In onderhandeling
PT Agro Muara Rupit 1 303 In onderhandeling
PT Agro Muara Rupit 4 201 In onderhandeling
PT Mukomuko Agro Sejahtera 385 In onderhandeling
Totaal 36 383
  • Alle documentatie voor de vernieuwing van de in 2022 en 2023 vervallen grondrechten is tijdig bij de bevoegde autoriteiten ingediend. De autoriteiten zijn bezig met de beoordeling en goedkeuring. Er zijn geen aanwijzingen dat deze grondrechten niet zullen worden verlengd. Daarnaast heeft onze dochteronderneming Hargy Oil Palms Ltd een totaal van 7 289 hectare oppervlakte (waarvan 4 095 hectare beplant) op onderverhuurd land (“subleased land”), met vervaldata tussen 2036 en 2046.

230 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

11. VORDERINGEN OP LANGER DAN EEN JAAR

In KUSD 2023 2022
Vorderingen > 1 jaar – leningen aan lokale boeren 34 229 28 287

De ‘vorderingen groter dan één jaar’ bestaan uit leningen aan lokale boeren in Zuid-Sumatra om hun nieuwe aanplantingen te financieren. Wanneer de plantages van de lokale boeren matuur worden, zijn de lokale boeren verplicht hun oogsten aan de Groep te verkopen en zal een deel van de opbrengst worden gebruikt om de leningen terug te betalen. De ‘lange termijn vorderingen’ zullen geleidelijk worden terugbetaald vanaf het moment dat de lokale boeren een ‘going concern’- plantage worden waarbij de opbrengst van de FFB-verkoop gedeeltelijk gebruikt zal worden om de lening terug te betalen. De vordering op lokale boeren worden onderverdeeld in rentedragende en niet-rentedragende vorderingen. De niet-rentedragende vorderingen worden bij opname verdisconteerd. De totale verdisconteringskosten tot 31 december 2023 bedragen KUSD 2 240 met een kost effect van KUSD 402 voor 2023. De totale afwikkeling van de verdiscontering bedraagt een opbrengst van KUSD 45 voor 2023. De Groep heeft het verwachte kredietverlies berekend in overeenstemming met IFRS 9 en heeft een test voor bijzondere waardevermindering uitgevoerd, op de uitstaande vorderingen op lokale boeren, waaruit werd vastgesteld dat er geen basis is voor een bijzondere waardevermindering op basis van de lange termijn aflossingsplannen. De terugbetaling van de leningen aan lokale boeren zal grotendeels worden bepaald door de plasma FFB-productie en de wereldwijde palmolieprijzen in de komende jaren en is ook afhankelijk van de voorwaarden van de plasmaregeling. Daarom is het niet mogelijk het precieze tijdstip van terugbetaling te voorspellen. De Groep heeft momenteel een totale korte termijn vordering ten opzichte van lokale boeren van KUSD 3 047 - inbegrepen in de lopende overige vorderingen - en een lange termijn vordering ten opzichte van lokale boeren van KUSD 34 229.

12.# VOORRADEN

Analyse van de voorraden:
In KUSD | 2023 | 2022
------- | -------- | --------
Grond- en hulpstoffen | 24 681 | 24 181
Gereed product | 22 498 | 24 755
Totaal | 47 179 | 48 936

De resterende voorraad ‘grond- en hulpstoffen’ is gestegen met KUSD 500 in vergelijking met vorig jaar. Dit is voornamelijk te wijten aan de timing van de aankopen van meststoffen. De daling van het ‘gereed product’ is het gevolg van de lagere CPO-prijzen op jaareinde vergeleken met vorig jaar (940 USD/ton in 2023 tegenover 1 070 USD/ton in 2022), wat resulteert in een lagere voorraadwaardering, aangezien de voorraad eindproducten biologische activa omvat die op de oogstdatum tegen reële waarde minus verkoopkosten worden gewaardeerd. De hoeveelheid voorraad CPO lag in lijn met vorig jaar.

13. BIOLOGISCHE ACTIVA

De totale biologische activa op het einde van het jaar kan als volgt worden weergegeven:
In KUSD | 2023 | 2022
------- | -------- | --------
Biologische activa – palmolie | 4 679 | 6 464
Biologische activa – bananen | 6 443 | 4 472
Totaal | 11 122 | 10 936

De biologische activa van palmolie wordt gedefinieerd als de olie die de palmvruchten bevatten. Wanneer de palmvruchten olie bevatten, wordt dit duidelijk onderscheidbaar actief erkend en wordt de reële waarde geschat op basis van:
* De geschatte hoeveelheid olie die beschikbaar is in de palmvruchten;
* De verwachtte verkoopprijs van de palmolie op het moment van afsluiten;
* De verwachtte kosten voor het oogsten en verwerken van de palmvruchten;
* De verwachtte verkoopkosten (transport, exportbelasting, ...).

Uit verschillende wetenschappelijke studies blijkt dat de olie in de palmvruchten zich exponentieel ontwikkelt op ongeveer 4 weken. De geschatte hoeveelheid olie die beschikbaar is in de palmvruchten, wordt bijgevolg bepaald op basis van de oogst van de 4 weken na het moment van afsluiten. Bij de berekening van de geschatte hoeveelheid olie daalt het gewogen belang van de oogst trapsgewijs per week, om zo de hoeveelheid olie op het moment van afsluiten zo goed mogelijk te benaderen.

De reële waarde van de biologische activa per 31 december 2023 is gebaseerd op level 2 data input. Per 31 december 2023, bedraagt de totale biologische activa van palmolie KUSD 4 679 ten opzichte van KUSD 6 464 per 31 december 2022.

Impact van de geschatte hoeveelheid olie -10%Boekwaarde Boekwaarde +10%Boekwaarde Bruto impact winst- en verliesrekening (voor belastingen)
van de biologische activa - palmolie 4 211 4 679 5 147 - 468

De verwachtte verkoopprijs en de verwachtte kosten zijn de effectieve verkoopprijzen en kosten op het moment van afsluiten. De resultaten van de wijziging van de reële waarde van de palmvruchten worden opgenomen onder de ‘aanpassingen van de reële waarde van de biologische activa’.

De biologische activa per eind december omvat ook de consumeerbare biologische activa met betrekking tot de bananen van ons filiaal Plantations J. Eglin SA. De biologische activa van bananen wordt gedefinieerd als de bananentrossen die over 3 maanden zullen worden geoogst, gewogen naar rato van elke resterende oogstmaand. Drie maanden vóór de oogst wordt een betrouwbare bloementelling uitgevoerd, die wordt gebruikt om de geschatte biologische activa te bepalen. De netto verkoopprijs om de biologische activa te waarderen wordt bepaald als de huidige marktprijzen verminderd met de resterende kosten om de biologische activa te verkopen. Het saldo per 31 december 2023 bedraagt KUSD 6 443 (2022: KUSD 4 472) en is gestegen als gevolg van de steeds meer matuur wordende nieuwe plantages in Akoudié en Lumen alsook door een stijging van de gebruikte netto verkoopprijs.

Impact van de geschatte hoeveelheid bananen -10%Boekwaarde Boekwaarde +10%Boekwaarde Bruto impact winst- en verliesrekening (voor belastingen)
van de biologische activa - bananen 5 799 6 443 7 088 - 644

Er zijn geen beperkingen, toezeggingen of verplichtingen met betrekking tot de biologische activa van de Groep.

14. OVERIGE VLOTTENDE VORDERINGEN EN OVERIGE SCHULDEN

De 'overige vorderingen' zijn gestegen met KUSD 1 762 van KUSD 47 728 in 2022 tot KUSD 49 490 in 2023. De overige vorderingen bestaan voornamelijk uit btw-vorderingen in de verschillende dochterondernemingen, maar omvatten eveneens een rekening-courant met Verdant Bioscience PTE Ltd (KUSD 10 054 in 2023 en KUSD 9 073 in 2022), een rekening-courant met PT Melania dat is geclassificeerd als ‘activa aangehouden voor verkoop’ en de vorderingen op lokale boeren in Hargy Oil Palms Ltd. De stijging van de 'overige vorderingen' wordt verklaard door de uitstaande vordering ten opzichte van Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS) van KUSD 981, enkele belangrijke BTW afrekeningen in onze Indonesische dochterondernemingen ( KUSD 510), een daling van KUSD 2 456 op de lopende rekening naar PT Melania en een stijging van de GST-vordering (BTW vordering) in Hargy Oil Palms Ltd (KUSD 1 457). De resterende toename bestaat uit verscheidene kleinere bedragen in de verschillende filialen. De Groep heeft het verwachte kredietverlies berekend in overeenstemming met IFRS 9 en heeft vastgesteld dat dit geen materiële impact heeft.

De 'overige schulden' (KUSD 15 832 in 2023 en KUSD 14 437 in 2022) hebben voornamelijk betrekking op sociale verplichtingen (te betalen salarissen, voorzieningen voor vakantieloon en bonus) en andere niet-handel gerelateerde schulden. De stijging, in vergelijking met vorig jaar, is voornamelijk te wijten aan de kosten gerelateerd aan de implementatie van het nieuwe ERP-project en wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de daling van de variabele vergoeding als gevolg van de lagere resultaten in 2023 vergeleken met 2022.

15. EIGEN VERMOGEN DEEL GROEP

Kapitaal en uitgiftepremies

Het maatschappelijk kapitaal van de onderneming per 31 december 2023 bedraagt KUSD 44 734, verdeeld over 10 579 328 volstortte gewone aandelen zonder nominale waarde.

2023 2022 Verschil
Aantal aandelen 10 579 328 10 579 328 0
In KUSD 2023 2022 Verschil
Kapitaal 44 734 44 734 0
Uitgiftepremie 107 970 107 970 0
Totaal 152 704 152 704 0
2023 2022 2023 2022
KUSD KUSD KEUR KEUR
Eigen aandelen beginsaldo 11 588 11 521 9 549 9 490
Inkoop/verkoop eigen aandelen 93 67 92 59
Eigen aandelen - eindsaldo 11 681 11 588 9 641 9 549

Vanaf de start van het aandelen-inkoopprogramma op 22 september 2011, heeft SIPEF een totaal van 180 000 eigen aandelen ingekocht voor een bedrag van KEUR 9 641, ofwel 1,7014% van het totale aantal uitstaande aandelen, ter dekking van een aandelenoptieplan voor het management. Voor bijkomende informatie wordt verwezen naar toelichting 22.

Toegestaan kapitaal

De buitengewone algemene vergadering van 14 juni 2023 heeft de raad van bestuur gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal in een of meer malen te verhogen voor een bedrag van KUSD 44 734, gedurende een periode van 5 jaar, na de bekendmaking van haar beslissing.

Aandeelhoudersstructuur

De volgende aandeelhoudersmeldingen werden aan de onderneming bekendgemaakt:

In onderling overleg Aantal aandelen Datum*** Deler %
Ackermans & Van Haaren NV* 4 234 956 04/12/2023 10 579 328 40,030
Cabra NV** 1 001 032 04/12/2023 10 579 328 9,462
Cabra P** 100 000 04/12/2023 10 579 328 0,945
Cabra T** 100 000 04/12/2023 10 579 328 0,945
Cabra V** 100 000 04/12/2023 10 579 328 0,945
Theodora Bracht** 2 000 04/12/2023 10 579 328 0,019
Priscilla Bracht** 0 04/12/2023 10 579 328 0,000
Victoria Bracht** 0 04/12/2023 10 579 328 0,000
Totaal stemmen handelend in onderling overleg 5 537 988 52,346
  • Inclusief 180 000 eigen aandelen
    ** Groep Bracht
    *** Laatste transparantiemelding

Omrekeningsverschillen

De omrekeningsverschillen bevatten alle verschillen die voortvloeien uit de omrekening van de jaarrekeningen van onze dochterondernemingen waarvan de functionele valuta verschillend is van de presentatiemunteenheid van de Groep (USD). De beweging ten opzichte van vorig jaar is voornamelijk het gevolg van de beweging van de USD ten opzichte van de EUR (KUSD 268).

In KUSD 2023 2022
Beginsaldo per 1 januari -11 246 -10 666
Mutatie, integrale consolidatie 268 - 580
Eindsaldo per 31 december -10 978 -11 246

Dividenden

Op 13 februari 2024, heeft de raad van bestuur de uitbetaling van een dividend van maximum KEUR 21 159 (EUR 2,00 bruto per gewoon aandeel) voorgesteld. Dit dividend is nog niet goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders van SIPEF en werd dusdanig niet verwerkt in de jaarrekening per 31 december 2023.

Kapitaalbeheer

De kapitaalstructuur van de Groep is gebaseerd op de financiële strategie zoals vastgesteld door de raad van bestuur. Deze strategie bestaat samengevat uit een expansiepolitiek met het respecteren van een zeer beperkte schuldgraad. Het management legt jaarlijks het financieringsplan ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur.

Controleketen

1. Controleketen boven Ackermans & van Haaren NV

I. Ackermans & van Haaren NV wordt rechtstreeks gecontroleerd door Scaldis Invest NV, een vennootschap naar Belgisch recht.
II. Scaldis Invest NV wordt rechtstreeks gecontroleerd door Belfimas NV, een vennootschap naar Belgisch recht.
III. Belfimas NV wordt rechtstreeks gecontroleerd door Celfloor SA, een vennootschap naar Luxemburgs recht.
IV. Celfloor SA wordt rechtstreeks gecontroleerd door Apodia International Holding BV, een vennootschap naar Nederlands recht.
V. Apodia International Holding BV wordt rechtstreeks gecontroleerd door Palamount SA, een vennootschap naar Luxemburgs recht.
VI. Palamount SA wordt rechtstreeks gecontroleerd door “Het Torentje”, een stichting administratiekantoor opgericht naar Nederlands recht.
VII. Stichting administratiekantoor “Het Torentje” is de ultiem controlerende aandeelhouder.

2. Controleketen boven Cabra NV

Priscilla Bracht, Theodora Bracht en Victoria Bracht oefenen gezamenlijk de controle uit over Cabra NV.## 16. MINORITY INTERESTS

The minority interests per company are shown below, as well as their share in the equity and the profit for the financial year:

In KUSD -minority interests Share in equity % Share in profit of the financial year % 2023 2022
PT Tolan Tiga Indonesia 5.00 5.00 22 834 21 823
PT Eastern Sumatra Indonesia 9.75 9.75 7 507 6 813
PT Kerasaan Indonesia 45.85 45.85 4 553 6 197
PT Bandar Sumatra Indonesia 9.75 9.75 868 1 018
PT Melania Indonesia 2.75 2.75 235 235
PT Mukomuko Agro Sejahtera 14.26 14.26 -524 -447
PT Umbul Mas Wisesa 5.00 5.10 94 -68
PT Citra Sawit Mandiri 5.00 5.10 -66 -182
PT Toton Usaha Mandiri 5.00 5.10 279 244
PT Agro Rawas Ulu 0.00 5.00 0 -330
PT Agro Kati Lama 0.00 5.00 0 -974
PT Agro Muara Rupit 0.00 5.10 -1 -564
PT Agro Muko 4.95 5.00 1 996 1 344
PT Dendymarker Indah Lestari 4.95 5.00 -2 733 -2 710
Jabelmalux SA 0.00 0.11 -1 -58
Total 35 042 32 341

The share of the minority interests in the tangible fixed assets (including biological assets - bearing plants) amounts to KUSD 23,347 in 2023 (2022: KUSD 29,787). In 2023, SIPEF carried out a capital restructuring within the Group. SIPEF purchased the remaining shares of the minority shareholders in PT Agro Rawas Ulu, PT Agro Kati Lama and PT Agro Muara Rupit. The total consideration paid amounted to KUSD 415. Furthermore, a capital increase was carried out in Jabelmalux SA in 2023, which had an impact on the control percentages in the subsidiaries PT Umbul Mas Wisesa, PT Citra Sawit Mandiri, PT Toton Usaha Mandiri and PT Agro Muara Rupit.

The movements of the year can be summarized as follows:

In KUSD 2023 2021
End of previous financial year 32 341 38 854
Profit for the period attributable to minority interests 3 619 4 298
Revaluation gain/(loss) on defined pension plans -14 -7
Dividends paid -2 796 -1 720
Equity transactions with minority shareholders -1 890 -9 083
Other 0 0
End of financial year 35 042 32 341

The dividends paid to minority interests consist of:

In KUSD 2023 2022
PT Kerasaan Indonesia 2 795 1 720
Jabelmalux SA 1 0
Total 2 796 1 720

The dividend of PT Kerasaan and Jabelmalux SA was recognized and paid in 2023. There are no restrictions on the transfer of funds. The minorities have no rights to utilize the Group's assets or to repay the liabilities of the subsidiaries. The minority interests have no significant protective rights. There are no restrictions on realizing assets and settling liabilities of subsidiaries.

17. PROVISIONS

In KUSD 2023 2022
Provisions 524 767

The provisions relate entirely to a VAT dispute in Indonesia. During 2023, a number of lawsuits were settled mainly in favor of the Indonesian subsidiaries. The timing of the settlement of the dispute is difficult to estimate. The remaining provision is estimated based on the ratio between the settled lawsuits in favor of SIPEF and the total number of remaining lawsuits.

18. PENSION OBLIGATIONS

Defined Benefit Plans

The provision for pensions mainly relates to the defined benefit pension plans in Indonesia. These pension plans, which provide for the payment of a lump sum upon retirement, are not externally funded. The total number of employees covered by this pension plan is 10,194. The pension plan is paid out at the age of 55, or after 30 years of service, whichever comes first. Since the pension plan is adjusted by future salary increases and a discount rate, the pension plan is exposed to the risk of potential changes in future salary expectations in Indonesia, as well as the risk of inflation and interest rates in Indonesia. Furthermore, the pensions are payable in Indonesian Rupiah (IDR). This exposes the pension plan to an exchange rate risk. We refer to Note 26 for more information regarding the Group's exchange rate risk. As the pension plan is not externally funded, there is no risk on long-term investment return.

The following reconciliation shows the variation of the total pension provision between 2022 and 2023:

In KUSD 2022 Benefit payments 2023 Pension cost Exchange rate difference Remeasurement Total 2023
Indonesia 19 802 3 740 -1 450 379 0 22 471
Côte d’Ivoire 646 427 -530 24 1 1 044
Total 20 448 4 167 -1 503 379 24 23 515

The following assumptions are used for the pension calculation of Indonesia:

2023 2022
Discount rate 7.00% 7.25%
Future salary increase 5.00% 5.00%
Expected retirement age 55 years or 30 years of service 55 years or 30 years of service

The pension obligations in Indonesia have changed as follows:

In KUSD 2023 2022
Opening balance 19 801 21 498
Pension cost attributable to the service year 2 056 -116
Interest cost 1 445 1 366
Payments made -1 450 -1 064
Actuarial gains and losses 239 126
Exchange rate results 379 -2 009
Closing balance 22 471 19 801

The actuarial gains and losses consist of the following components:

In KUSD 2023 2022
Experience adjustments -752 -345
Changes in assumptions 991 471
Total actuarial gains and losses 239 126

The actuarial gains and losses included in the table above encompass the majority of the total actuarial gains and losses in the consolidated total result.

The pension cost in Indonesia can be analyzed as follows:

In KUSD 2023 2022
Pension cost attributable to the service year 2 056 -116
Interest cost 1 445 1 366
Pension cost 3 501 1 250
Actuarial gains and losses recognized through other comprehensive income 239 126
Total pension cost 3 741 1 375

These costs are classified in the cost of sales and the general and administrative expenses of the income statement. The estimated payments amount to KUSD 1,442 for 2024.

Sensitivity of the variation of the discount rate and future salary increase

The values recorded in the balance sheet are sensitive to a change in the discount rate compared to the discount rate used. The same applies to a change in the actual future salary increase compared to the future salary increase applied. For our Indonesian subsidiaries, we performed simulations by increasing or decreasing both parameters by 1%. This had the following impact on the present value of the pension provisions:

Impact of adjustment of the discount rate

In KUSD +1% Book value -1%
Pension provision Indonesian subsidiaries 20 464 22 471 24 768
Gross impact on total result 2 006 -2 297

Impact of adjustment of future salary increase

In KUSD +1% Book value -1%
Pension provision Indonesian subsidiaries 24 885 22 471 20 333
Gross impact on total result -2 415 2 138

Defined Contribution Plans

The Group also pays fixed contributions to public or private insurance plans. As the Group may be liable for additional payments if the average return on employer contributions and employee contributions is not achieved, these plans must be treated as "defined benefit plans" according to IAS 19. Following an analysis of the plans and the small difference between the statutory minimum guaranteed return and the return guaranteed by the insurer, the Group decided that the application of the PUC would have an immaterial impact. The total accumulated reserves amount to KUSD 2,152 as of December 31, 2023 (2022: KUSD 1,966) compared to the total minimum guaranteed return of KUSD 1,827 as of December 31, 2023 (2022: KUSD 1,648). The contributions paid under defined contribution plans amount to KUSD 493 (2022: KUSD 436). SIPEF is not responsible for the minimum guaranteed return on contributions for the members of the executive committee (KUSD 429).

19. NET FINANCIAL ASSETS/(LIABILITIES)

The net financial assets/(liabilities) (measure not defined within GAAP) can be analyzed as follows:

In KUSD 2023 2022
Financial liabilities < 1 year
- credit institutions -22 319 -5 323
Financial liabilities > 1 year (incl. derivatives) 0 -18 000
Short-term portion of payables > 1 year -18 000 -18 000
Investments in money market 110 208
Cash and cash equivalents 11 549 34 148
Leasing liability -2 649 -2 910
Net financial assets/(liabilities) -31 418 122

Analysis of net financial assets/(liabilities) 2023 by currency:

In KUSD EUR USD Other Total
Short-term financial liabilities -5 519 -34 800 0 -40 319
Other investments and assets 0 1 0 1 1
Cash and cash equivalents 1 103 9 226 1 220 11 549
Financial liabilities > 1 year 0 0 0 0
Leasing liability -306 -2 343 0 -2 649
Total 2023 -4 721 -27 917 1 220 -31 418
Total 2022 -4 559 3 957 724 122

The 'short-term financial liabilities' in EUR concern commercial papers for a total amount of KUSD 5,519. This debt was fully hedged at an average rate of EUR 1 = USD 1.1018.Verder, houden de financiële verplichtingen op korte termijn verband met een kortetermijnlening van KUSD 16.800. De ‘andere investeringen en beleggingen’ omvatten voornamelijk de bankdeposito’s met een oorspronkelijke looptijd van meer dan 3 maanden maar minder dan één jaar. De ‘financiële verplichtingen met een originele looptijd op meer dan één jaar’ omvatten de lening van 85,5 miljoen USD waarvan reeds 67,5 miljoen USD werd terugbetaald tussen 2019 en 2023. De resterende KUSD 18.000 zal worden terugbetaald in de loop van het boekjaar 2024. De rentevoet is samengesteld als de USD 3M rentevoet + een marge van 1,20% tot 2,50%, afhankelijk van de schuld/EBITDA-ratio. De variabele rente werd afgedekt tegen een vaste rente van 1,3933% via een interest rate swap (IRS). Er dient opgemerkt te worden dat SIPEF in 2020 gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om kapitaalaflossingen uit te stellen om de impact van covid-19 het hoofd te bieden. Hierdoor werden de terugbetalingen van eind juni 2020 (KUSD 4.500) en september 2020 (KUSD 4.500) uitgesteld tot respectievelijk juni 2024 en september 2024. Er is één financiële convenant van toepassing op deze lening waarbij de netto financiële schuldpositie nooit hoger mag zijn dan 2,5 keer de REBITDA van het boekjaar. Deze financiële convenant wordt één keer per half jaar getest. De EBITDA van de Groep bestaat uit het bedrijfsresultaat + winst/verlies van de ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode + afschrijvingen en bijkomende waardeverminderingen of -toenames op activa. De REBITDA bestaat uit dezelfde berekening, maar exclusief de éénmalige, niet wederkerende effecten. De Groep heeft geen inbreuk op kredietlimieten of convenanten (indien van toepassing) op haar kredietfaciliteiten per 31 December 2023. De financiële convenant ratio zal hetzelfde blijven op 2,50 per 30 juni 2024 en 31 december 2024. Als gevolg van de hoge volatiliteit van de palmolieprijzen en de impact hiervan op het resultaat en de EBITDA van de Groep, wordt deze convenant continu opgevolgd. Het wordt niet verwacht dat deze convenant gebroken zal worden in 2024.

237 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

Convenant ratio 2023 2022
Operationeel resultaat 107.978 178.312
Uitzonderlijke items -2.801 0
Recurrent bedrijfsresultaat 105.177 178.312
Afschrijvingen en resultaat bij verkoop vaste activa 54.364 48.101
REBITDA 159.541 226.413
(-) resultaat minderheidsbelangen -3.619 -4.298
REBITDA deel groep 155.922 222.115
Net Senior Leverage 0,20 0,00

Aansluiting van de netto financiële activa/(verplichtingen) met kasstroomoverzicht:

In KUSD 2023 2022
Netto financiële activa/(verplichtingen) begin periode 122 -49.192
Daling leningen op lange termijn 18.528 18.642
Stijging leningen op lange termijn - 182
Daling financiële verplichtingen op korte termijn 590 7.154
Stijging financiële verplichtingen op korte termijn -17.671 -106
Netto beweging van geldmiddelen en kasequivalenten -32.806 24.379
Netto financiële activa/(verplichtingen) einde periode -31.418 122

Aansluiting van de totale financiële verplichtingen:

In KUSD 2023 2022
Financiële verplichting begin periode 44.233 69.168
Daling financiële verplichtingen op lange termijn -18.528 -18.642
Stijging financiële verplichtingen op lange termijn 182 755
Daling financiële verplichtingen op korte termijn - 590
Stijging financiële verplichtingen op korte termijn 17.671 106
Financiële verplichting einde periode 42.968 44.233

20. OVERIGE BEDRIJFSOPBRENGSTEN/(KOSTEN)

De overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) kunnen als volgt uitgesplitst worden:

In KUSD Totaal Aandeelhouders van de Minderheidsbelangen moedermaatschappij Totaal Aandeelhouders van de Minderheidsbelangen moedermaatschappij
2023 2023 2022 2022
BTW-geschil Indonesië 485 26 510 548
BTW-geschil België 0 0 0 274
Versnelde afschrijving oliepalmen PT Dendymarker 0 0 0 -385
Terugdraaiing waardevermindering PT Citra Sawit Mandiri 2.661 140 2.801 0
Waardevermindering PT Umbul Mas Wisesa biopellet project -1.140 -60 -1.200 0
Verhuur tankopslag capaciteit 588 31 270 14
Andere opbrengsten/(kosten) 1.689 89 1.778 -44
Overige bedrijfs-opbrengsten/(kosten) 4.284 225 4.509 725

De overige bedrijfsopbrengsten/kosten bestaan voornamelijk uit:
- de mutatie in de voorziening voor de Indonesische btw-claim (KUSD +510) voornamelijk in voordeel van SIPEF;
- de terugname van de historische bijzondere waardevermindering (KUSD +2.801) in PT Citra Sawit Mandiri aangezien de HGU werd verkregen;
- de bijzondere waardevermindering van het “bio pellet project” naast de fabriek van PT Umbul Mas Wisesa (KUSD -1.200);
- de tankhuurinkomsten gegenereerd door de verhuur van tankopslagcapaciteit (KUSD +619);
- voorraadaanpassingen voor verouderde voorraden;
- magazijn verkopen aan kleine boeren in Papoe-Nieuw-Guinea.

21. FINANCIEEL RESULTAAT

De financieringsopbrengsten betreffen de ontvangen interesten op lopende rekeningen met niet-geconsolideerde ondernemingen en op tijdelijke kasoverschotten, alsook de opbrengst van de afwikkeling van de verdiscontering van de ‘vorderingen > 1 jaar’. De financieringskosten betreffen de interesten op leningen op lange en korte termijn evenals bankkosten, verdiscontering van de lange termijn lening aan lokale boeren en overige financiële kosten.

In KUSD 2023 2022
Ontvangen interesten 1.809 1.300
Verdiscontering vorderingen > 1 jaar -402 -1.883
Financiële kosten -1.677 -1.920
Wisselresultaten 1.112 -4.809
Financieel resultaat m.b.t. derivaten -3 1.558
Financieel resultaat 839 -5.754

22. AANDELENOPTIEPLANNEN

Jaar van aanbod Beginsaldo Aantal toegekende opties Aantal uitgeoefende opties Aantal vervallen opties Eindsaldo
2013 16.000 - -8.442 -7.558 0
2014 18.000 - -2.000 16.000 0
2015 18.000 - 0 0 18.000
2016 18.000 - 0 0 18.000
2017 18.000 - 0 0 18.000
2018 20.000 - 0 0 20.000
2019 20.000 - -2.000 0 18.000
2020 18.000 - 0 0 18.000
2021 18.000 - -2.000 0 16.000
2022 20.000 - -2.000 0 18.000
2023 0 20.000 0 0 20.000
Saldo 184.000 20.000 -10.442 -13.558 180.000
Gewogen gemiddelde aantal aandelenopties Uitoefenprijs (in EUR) Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in EUR)
1 januari 2023 184.000 53,2 51,5
Toegekend gedurende het jaar 20.000 52,7 57,7
Verlies van rechten en vervallen opties gedurende het jaar -13.558 54,8 59,1
Uitgeoefend gedurend het jaar -10.442 55,3 59,1
31 december 2023 180.000 52,9 53,2
Waarvan uitoefenbaar op 31 december 126.000 128.000
Aantal uitstaande opties Gewogen gemiddelde uitoefenprijs Aantal uitoefenbaar Gewogen gemiddelde uitoefenprijs
Uitstaande opties
44,59 - 45,61 36.000 45,1 36.000 45,1
49,15 - 53,09 76.000 51,7 56.000 51,3
54,71 - 57,70 34.000 56,3 16.000 54,7
58,31 - 62,87 34.000 60,7 18.000 62,9
Totaal 180.000 126.000
Range van de uitoefenprijzen (EUR)
Resterende looptijd (in jaren) 6,5 5,2

Het aandelenoptieplan van SIPEF, dat in november 2011 werd goedgekeurd, beoogt de motivatie op lange termijn van de leden van het executief comité en algemene directeuren van de buitenlandse filialen wiens activiteit essentieel is voor het succes van de Groep. De opties geven recht op de verwerving van evenveel aandelen SIPEF. Het remuneratiecomité is belast met de opvolging van dit plan en met de selectie van de begunstigden. De opties worden gratis aangeboden en hebben een looptijd van 10 jaar. IFRS 2 werd toegepast op de aandelenopties. De totale waarde van de uitstaande opties 2014 tot en met 2023 (gewaardeerd aan de reële waarde op moment van toekenning), bedraagt KUSD 1.463 en is berekend aan de hand van een aangepast Black & Scholes model, waarvan de voornaamste kenmerken:

Jaar van toekenning Beurskoers (in EUR) Dividend rendement Verwachte levensduur Black & Scholes Volatiliteit Intrestvoet Waarde (in EUR)
2011 58,0 2,5% 38,3 3,6% 5,0 18,4
2012 58,5 2,5% 37,6 0,9% 5,0 15,1
2013 57,7 2,5% 29,7 1,4% 5,0 12,7
2014 47,7 2,5% 24,8 0,2% 5,0 5,3
2015 52,8 2,5% 22,3 0,1% 5,0 8,0
2016 60,5 3,0% 19,4 -0,4% 5,0 8,4
2017 62,8 3,0% 18,9 -0,1% 5,0 5,6
2018 48,8 3,0% 18,6 0,0% 5,0 3,5
2019 54,8 3,0% 19,6 -0,3% 5,0 8,1
2020 43,2 3,0% 23,4 -0,7% 5,0 4,6
2021 56,9 3,0% 24,1 -0,3% 5,0 6,7
2022 58,9 3,0% 25,9 2,8% 5,0 11,7
2023 53,0 3,0% 26,0 2,3% 5,0 9,8

In 2023, werden 20.000 nieuwe aandelenopties toegekend met een uitoefenprijs van EUR 52,7 per aandeel. De reële waarde bij toekenning werd vastgelegd op KUSD 216 en wordt over de 'vesting'-periode van 3 jaar (2024-2026) in resultaat genomen. De totale kost van de aandelenopties die werd opgenomen in de winst- en verliesrekening bedraagt KUSD 163 in 2023 (2022: KUSD 140).

Ter indekking van de uitstaande optieverplichtingen heeft SIPEF in totaal 180.000 aandelen in portefeuille.

Aantal aandelen Gemiddelde aankoopprijs (in EUR) Totale aankoopprijs (in KEUR) Totale aankoopprijs (in KUSD)
Beginsaldo 31/12/2022 178.933 53,4 9.549 11.588
Inkoop eigen aandelen 11.509 56,6 651 701
Verkoop eigen aandelen -10.442 53,4 -559 -608
Eindsaldo 31/12/2023 180.000 53,4 9.641 11.681

De buitengewone algemene vergadering van 14 juni 2023 heeft de raad van bestuur gemachtigd om, indien nodig geacht, eigen aandelen van SIPEF aan te kopen gedurende een periode van 5 jaar na bekendmaking van haar beslissing.

23.

240 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

23.# WINSTBELASTINGEN

De aansluiting tussen de belastinglasten en de toepasselijke lokale belastingtarieven wordt als volgt voorgesteld:

In KUSD 2023 2022
Resultaat voor belasting 108 817 172 557
Belastingen aan gangbare lokale belastingvoeten -28 251 -45 989
Gemiddelde toepasselijke belastingtarief -25,96% -26,65%
Roerende voorheffing op het dividend van Hargy Oil Palms Ltd 0 -7 500
Niet belastbare winst terugdraaiing historische waardevermindering CSM 616 0
Permanente verschillen -935 -3 796
Verliezen van het jaar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgezet 0 -128
Winsten van het jaar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgezet 571 0
Waardevermindering op uitgestelde belastingvorderingen die in het verleden werden opgezet -3 566 -2 003
Terugname van waardeverminderingen op uitgestelde belastingvorderingen die in het verleden werden opgezet 437 105
Correcties met betrekking tot vorige boekjaren 0 -225
Belastinglast -31 128 -59 536
Gemiddeld effectief belastingtarief -28,61% -34,50%

Het niet-belastbare resultaat in PT Citra Sawit Mandiri heeft betrekking op de terugname van de waardevermindering geboekt in PT Citra Sawit Mandiri. De permanente verschillen bestaan voornamelijk uit verworpen uitgaven voor belastingdoeleinden en zijn afgenomen als gevolg van lagere permanent verworpen rentekosten in de SIPEF-groep als gevolg van de “thin capitalisation” wetgeving in Indonesië. De roerende voorheffing op het dividend van Hargy Oil Palms Ltd vorig jaar, had betrekking op een bronbelasting van 15% die verschuldigd was op een dividend van USD 50 miljoen betaald door Hargy Oil Palms Ltd aan SIPEF NV. We ontvingen van de Indonesische belastingautoriteiten de formele goedkeuring, met ingang van boekjaar 2014, dat onze Indonesische filialen de toestemming hebben om hun belastingaangifte in USD neer te leggen. Van de belastingautoriteiten in Papoea-Nieuw-Guinea kregen we een toestemming om vanaf 2015 onze belastingaangifte op basis van een USD-boekhouding te doen. Voor SIPEF NV en Jabelmalux SA hebben we een gelijkaardige toestemming verkregen met effect vanaf boekjaar 2016. De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden per fiscale entiteit gesaldeerd. Dit leidt tot de volgende opsplitsing naar uitgestelde belastingvorderingen en uitgestelde belastingverplichtingen:

In KUSD 2023 2022
Uitgestelde belastingen actief 15 214 14 097
Uitgestelde belastingen passief -52 454 -48 131
Netto uitgestelde belastingen -37 240 -34 034

De bewegingen in de netto uitgestelde belastingen (vorderingen - verplichtingen) zijn:

In KUSD 2023 2022
Openingssaldo -34 034 -33 400
Variatie (- kost) / (+ opbrengst) via de winst- en verliesrekening 2 043 -109
Tax impact IAS 19 via totaalresultaat 124 28
Tax impact hedge accounting via totaal resultaat 214 -537
Impact versnelde fiscale afschrijvingen HOPL -5 614 0
Variatie perimeter 0 0
Andere 27 -16
Eindsaldo -37 240 -34 034

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

De uitgestelde belastingen zijn het resultaat van:

In KUSD 2023 2022
Toevoeging/(gebruik) van fiscaal overgedragen verliezen -1 091 149
Herkomst/(terugboeking) van tijdelijke verschillen - IAS 41 & voorraadherwaardering 521 236
Herkomst/(terugboeking) van tijdelijke verschillen - vaste activa 2 685 -466
Herkomst/(terugboeking) van tijdelijke verschillen - pensioenvoorziening 463 -401
Herkomst/(terugboeking) van tijdelijke verschillen - andere -536 373
Totaal 2 042 -109

De totale uitgestelde belastingvorderingen worden niet integraal opgenomen in de balans. Volgende indeling kan gemaakt worden naar totale, niet-opgenomen en opgenomen uitgestelde belastingen:

2023 In KUSD Totaal Niet opgenomen Opgenomen
Biologische activa -902 0 -902
Materiële vaste activa, inclusief dragende planten -47 854 0 -47 854
Voorraden -5 777 0 -5 777
Pensioenvoorziening 4 944 0 4 944
Fiscale verliezen 15 975 6 683 9 292
Overige 3 057 0 3 057
Totaal -30 557 6 683 -37 240

Het merendeel van de niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen per eind 2023 bevindt zich bij de maatschappijen van de South Sumatra groep (KUSD 5 675) en bij de Tolan Tiga groep rubber activiteiten (KUSD 1 008). De uitgestelde belastingvorderingen voor fiscale verliezen worden steeds opgezet en aangepast op basis van de meest recent beschikbare lange termijn businessplannen. De totale fiscale verliezen (opgenomen en niet opgenomen) hebben de volgende maturiteit:

2023 In KUSD Totaal Niet opgenomen Opgenomen
1 jaar 9 321 5 432 3 889
2 jaar 21 771 18 909 2 862
3 jaar 13 505 4 424 9 081
4 jaar 9 349 807 8 542
5 jaar 9 211 807 8 404
Onbeperkt 8 220 0 8 220
Totaal 71 376 30 378 40 998

In Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea verrichtte de Groep, in overeenstemming met de lokale wetgeving, voorafbetalingen van belastingen. Deze werden deels op basis van de resultaten van 2021 gedaan en deels op basis van de resultaten van 2022 die beide hoger waren dan de resultaten van 2023. De voorafbetalingen van belastingen van KUSD 56 216 lagen daarom hoger dan de te betalen belasting van KUSD 33 171.

In KUSD 2023 2022
Terug te vorderen belastingen 6 925 1 100
Te betalen belastingen -10 605 -33 440
Netto te vorderen/(te betalen) belastingen -3 681 -32 340
In KUSD 2023 2022
Netto terug te vorderen/(te betalen) belastingen begin periode -32 340 -17 877
Overboekingen 5 614 0
Te betalen belastingen -33 171 -59 427
Betaalde belastingen 56 216 44 964
Netto terug te vorderen/(te betalen) belastingen einde periode -3 681 -32 340

241 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

De betaalde belastingen zoals weergegeven in het kasstroomoverzicht zijn samengesteld uit de volgende elementen:

In KUSD 2023 2022
Belastinglast -31 128 -59 536
Uitgestelde belastingen 2 043 -109
Actuele belastingen -33 171 -59 427
Variatie vooruitbetaalde belastingen -5 825 369
Variatie te betalen belastingen -17 221 14 094
Betaalde belastingen -56 216 -44 964

Er zijn geen materiële, niet-opgenomen onzekere belastingposities binnen de SIPEF-groep.

24. INVESTERINGEN IN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN EN JOINT VENTURES

De SIPEF-groep heeft de volgende belangen- en controlepercentages in de geassocieerde deelnemingen:

Entiteit Locatie Controle % Belangen %
Verdant Bioscience Pte Ltd Singapore / Republiek Singapore 38,00 38,00
PT Timbang Deli Indonesia Medan / Indonesië 38,00 36,10

Een geassocieerde onderneming is een onderneming waarover de Groep een significante invloed heeft. Een joint venture is een ‘gemeenschappelijke regeling’ waarover twee of meer partijen gezamenlijke zeggenschap hebben en rechten hebben op het netto- actief van de regeling. De Groep heeft geen joint ventures. De investeringen in geassocieerde ondernemingen bestaan uit PT Timbang Deli en Verdant Bioscience Pte Ltd, beide actief in de tropische landbouw. Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS) is een vennootschap gelegen in Singapore. Vanaf 1 januari 2014, heeft de Groep een belang van 38% in VBS. Deze vennootschap is een samenwerking tussen Ackermans & Van Haaren (42%), SIPEF NV (38%), PT Dharma Satya Nusantara (10%) en Biosing Pte (10%) en heeft als doel om onderzoek en ontwikkeling te doen naar hoge rendementszaden met het oog om deze te commercialiseren. De Groep behoudt via Verdant Bioscience Pte Ltd een deelname van 36,10% in PT Timbang Deli, een onderneming gelegen op het eiland Sumatra in Indonesië. PT Timbang Deli is actief in het verbouwen van palmolie en rubber en verzorgt de praktische werking van de onderzoeksactiviteiten van de Groep. Naar aanleiding van de “Share Swap agreement” met Verdant Bioscience Pte Ltd heeft de SIPEF-groep 95% van de totale aandelen van PT Timbang Deli ingebracht in Verdant Bioscience Pte Ltd.

De totale sectie van het actief "geassocieerde ondernemingen en joint ventures" kan als volgt samengevat worden:

In KUSD 2023 2022
Verdant Bioscience Pte Ltd 3 123 3 801
PT Timbang Deli Indonesia 1 426 -769
Totaal 1 697 3 032

De totale sectie "Aandeel resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures" kan als volgt worden samengevat:

In KUSD 2023 2022
Verdant Bioscience Pte Ltd -678 -546
PT Timbang Deli Indonesia -657 -20
Totaal resultaat -1 335 -566

243 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

Hieronder worden de verkorte financiële staten van de geassocieerde ondernemingen volgens IFRS en zijn voor intercompany eliminaties en exclusief goodwill.

Verdant Bioscience Pte Ltd

In KUSD 2023 2022
Biologische activa 0 0
Overige vaste activa 23 835 23 886
Vlottende activa 14 527 13 723
Geldmiddelen en kasequivalenten 108 248
Totaal activa 38 470 37 856
Langlopende verplichtingen -14 -14
Financiële schulden op lange termijn 0 0
Kortlopende verplichtingen 24 105 21 707
Financiële schulden op korte termijn 0 0
Eigen vermogen 14 379 16 162
Totaal eigen vermogen en passiva 38 470 37 856

PT Timbang Deli

In KUSD 2023 2022
Biologische activa 3 249 3 546
Overige vaste activa 5 650 6 275
Vlottende activa 987 892
Geldmiddelen en kasequivalenten 255 206
Totaal activa 10 141 10 919
Langlopende verplichtingen 1 371 1 341
Financiële schulden op lange termijn 0 0
Kortlopende verplichtingen 14 957 13 945
Financiële schulden op korte termijn 0 0
Eigen vermogen -6 187 -4 367
Totaal eigen vermogen en passiva 10 141 10 919

De geassocieerde deelnemingen hadden per 31 december 2023 en 2022 geen voorwaardelijke verplichtingen of kapitaalverplichtingen.

Hieronder worden de verkorte winst- en verliesrekeningen van de geassocieerde ondernemingen weergegeven. Deze werden opgesteld volgens IFRS en zijn voor intercompany eliminaties en exclusief goodwill.

Verdant Bioscience Pte Ltd

In KUSD 2023 2022
Opname in de consolidatie: 38,00% 38,00%
Omzet 0 0
Afschrijvingen 50 48
Interestopbrengsten 203 200
Interestkosten 0 0
Totaal resultaat -1 784 -1 436
Gedeelte in de consolidatie -678 -546
Totaal deel van de groep -678 -546
Totaal deel derden 0 0
Totaal -678 -546

PT Timbang Deli

In KUSD 2023 2022
Opname in de consolidatie: 36,10% 36,10%
Omzet 5 315 5 905
Afschrijvingen 813 841
Interestopbrengsten 3 5
Interestkosten -203 -200
Totaal resultaat -1 820 -56
Gedeelte in de consolidatie -657 -20
Totaal deel van de groep -657 -20
Totaal deel derden 0 0
Totaal -657 -20

Aansluiting geassocieerde ondernemingen

Deze tabellen werden opgesteld op basis van de IFRS - cijfers zoals opgenomen in de consolidatie, volgens de waarderingsregels van de SIPEF-groep, voor toewijzing van goodwill.## Verdant Bioscience Pte Ltd

PT Timbang Deli

In KUSD 2023 2022 2023 2022
Eigen vermogen zonder goodwill 14 379 16 161 -6 187 -4 367
Deel groep 5 464 6 141 -2 233 -1 576
Goodwill 0 0 807 807
Equity eliminatie PT Timbang Deli -2 340 -2 340 0 0
Totaal deel groep 3 123 3 801 -1 426 -769

Dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen

Gedurende het jaar werden er geen dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen. Er zijn geen beperkingen op de overdrachten van geldfondsen naar de Groep.

244 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

25. VARIATIE BEDRIJFSKAPITAAL

De kasstroom uit bedrijfsactiviteiten daalde van KUSD 216 712 in 2022 tot KUSD 162 768 in 2023, in overeenstemming met de daling van de bedrijfswinst. De variatie van het werkkapitaal van KUSD 16 080 betrof voornamelijk een tijdelijke afname van de handelsvorderingen en -schulden en een verlaagde provisie van de variabele remuneratie. De bovenvermelde aanwending van het bedrijfskapitaal betrof de gebruikelijke tijdelijke bewegingen.

26. FINANCIËLE INSTRUMENTEN

Bij de uitoefening van de bedrijfsactiviteit wordt de Groep blootgesteld aan verschillende risico’s, waaronder de schommelingen in de marktprijzen van de basisproducten, valuta-, rente-, krediet- en liquiditeitsrisico’s. Derivaten worden in beperkte mate gebruikt om het risico voor de Groep verbonden aan de schommelingen van de wisselkoersen en de rente te verminderen.

Schommelingen in de marktprijzen van de basisproducten

Structurele risico’s

SIPEF-groep staat bloot aan structurele grondstoffenprijsrisico’s. Het risico heeft voornamelijk betrekking op palmolie/palmpitolie en in mindere mate rubber. Een verandering van de palmolieprijs met USD 10 CIF per ton heeft een impact van ongeveer KUSD 3 091 (zonder rekening te houden met bijkomende effecten van de exportbelasting in Indonesië) op het resultaat na belasting. Dit risico wordt aanzien als een bedrijfsrisico.

Transactionele risico’s

De Groep wordt geconfronteerd met transactionele risico’s op verkochte goederen. Het transactioneel risico is het risico dat de prijs van de grondstoffen aangekocht van derden schommelt tussen het moment waarop de prijs wordt bepaald met de klant en het moment waarop de transactie afgewikkeld wordt. Dit risico wordt aanzien als een bedrijfsrisico.

Valutarisico

De meerderheid van de dochterondernemingen hebben als functionele valuta de US-dollar. Het wisselkoersrisico waaraan de Groep blootgesteld is, kan opgesplitst worden in drie types: structurele risico’s, transactionele risico’s en omrekeningsrisico’s:

Structurele risico’s

Het grootste deel van de opbrengsten worden gerealiseerd in USD, terwijl alle activiteiten zich buiten de USD-zone bevinden (specifiek in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea, Côte d’Ivoire en Europa). Elke wijziging in de USD ten opzichte van de lokale valuta wisselkoers heeft een aanzienlijke invloed op de bedrijfsresultaten van de onderneming. Het merendeel van dit structurele risico wordt aanzien als een bedrijfsrisico.

Transactionele risico’s

De Groep is ook onderhevig aan transactionele risico’s met betrekking tot de valuta’s, namelijk het risico dat wisselkoersen schommelen tussen het moment waarop de prijs wordt bepaald met een klant, leverancier of financiële instelling en het moment waarop de transactie afgewikkeld wordt. Zulke risico’s worden, met uitzondering van een natuurlijke indekking, niet ingedekt gezien de relatief korte looptijd van de meeste verplichtingen en vorderingen.

De verplichtingen voor personeelsbeloningen na uitdiensttreding in Indonesië zijn echter significante lange termijnschulden die volledig betaalbaar zijn in IDR. Een devaluatie of revaluatie van 10% van de IDR ten opzichte van de USD heeft de volgende invloed op de winst- en verliesrekening:

In KUSD IDR Dev 10% Boekwaarde IDR Rev 10%
Pensioenverplichtingen in Indonesië 20 819 22 900 25 445
Bruto impact winst- en verliesrekening 2 082 - -2 544

De verplichting voor personeelsbeloningen in Indonesië bestaat voor KUSD 22 900 uit de integraal geconsolideerde entiteiten en voor KUSD 430 uit de entiteiten die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (PT Timbang Deli).

De lange termijn vorderingen op de Indonesische lokale boeren zijn de belangrijkste lange termijn activa die volledig betaalbaar zijn in IDR. Een devaluatie of herwaardering van 10% van de IDR ten opzichte van de USD heeft het volgende effect op de resultatenrekening:

In KUSD IDR Dev 10% Boekwaarde IDR Rev 10%
Vorderingen ten opzichte van lokale boeren 35 949 39 544 43 937
Bruto impact winst- en verliesrekening 3 595 - -4 394

245 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Omrekeningsrisico’s

De SIPEF-groep is een internationaal bedrijf met vestigingen die niet in USD rapporteren. Als dergelijke resultaten geconsolideerd worden in de rekeningen van de Groep, staat het omgerekende bedrag bloot aan waarde schommelingen van de lokale valuta’s ten opzichte van de USD. SIPEF-groep dekt dit risico niet in (zie waarderingsregels). Gezien vanaf 1 januari 2007 de functionele valuta van het merendeel van de activiteiten dezelfde is als de rapporteringsmunt werd dit risico grotendeels beperkt.

Renterisico’s

De blootstelling van de Groep aan rentevoetschommelingen houdt verband met de financiële verplichtingen van de Groep. Eind december 2023, bedroegen de netto financiële activa/(verplichtingen) KUSD -31 418 (2022: KUSD 122), waarvan KUSD 40 994 korte termijn financiële verplichtingen (2022: KUSD 23 913), KUSD 0 lange termijn financiële verplichtingen (2022: KUSD 18 000) en KUSD 11 745 netto korte termijnbeleggingen en kasequivalenten (2022: KUSD 44 356). De ‘financiële verplichtingen > 1 jaar’ (incl. derivaten) bedragen KUSD 1 974 (2022: KUSD 20 320).

Aangezien enkel de ‘financiële verplichtingen < 1 jaar – kredietinstellingen’ (KUSD 5 519, zie toelichting 19) aan variabele intrestvoeten onderworpen zijn, zijn wij van mening dat een wijziging van 0,5% op de intrestvoet geen materiële impact zal hebben.

Gezien de schuldfinanciering op lange termijn voornamelijk is gebaseerd op een variabele rentevoet, bestaat het risico dat bij een stijging van de rentevoet de financieringskosten oplopen. Dit renterisico wordt ingedekt aan de hand van een interest rate swap (IRS). Deze renteswap heeft als doel de volatiliteit (en zodoende het renterisico) zoveel mogelijk in te perken. De beschikbare financiële middelen worden op korte termijn belegd onder de vorm van termijndeposito’s.

Milieurisico’s

De Groep beheert de belangrijkste milieu gerelateerde risico’s die verband houden met landgebruik en natuurbehoud via haar inzet voor ‘geen ontbossing’ en ‘geen nieuwe ontwikkeling in veengebieden’ (‘NDP’) overheen de groep. De reikwijdte van dit engagement omvat ook de lokale boeren die leveren aan SIPEF. SIPEF maakt gebruik van een extern monitoringplatform om de effectieve implementatie van dit NDP-beleid te garanderen. Daarnaast worden klimaat gerelateerde risico’s beoordeeld in overleg met deskundigen, met de nadruk op de beperking van de klimaatverandering (de uitstoot van broeikasgassen), het fysieke klimaatrisico en het risico op het gebied van de klimaatverandering, als onderdeel van de aanpassingsstrategie van de Groep om de maatregelen ter beperking van de klimaatverandering te ontwikkelen en af te ronden.

De productievolumes, de omzet en de marges die SIPEF realiseert, worden beïnvloed door klimatologische omstandigheden zoals regenval, zonneschijn, temperatuur en vochtigheid. De potentiële fysieke impact van klimaatverandering is onzeker en kan per regio en product verschillen. SIPEF monitort grondwaterstanden om systemen te ontwerpen die waterretentie aanpakken, onderhoudt bufferzones en investeert in brandpreventie/monitoring.

Met de groeiende zorg over duurzaamheid kunnen er strengere regels aan bedrijven worden opgelegd. De palmolieplantages van SIPEF voldoen aan de RSPO-normen en voldoen aan de RSPO-principes en -criteria. Als SIPEF niet kan blijven voldoen aan de strengere eisen, kan het zijn certificering verliezen of opgeschort worden.

Risico’s van landbouwactiviteiten

Het belangrijkste financiële risico dat verband houdt met de landbouwactiviteiten van de Groep doet zich voor als gevolg van de tijdsduur tussen de besteding van geld aan kapitaaluitgaven, de aankoop of aanplant en het onderhoud van de kernproducten en aan het oogsten en produceren van de producten, en uiteindelijk het ontvangen van geld uit de verkoop van de kernproducten aan derden. De strategie van de Groep om dit financiële risico te beheersen is het actief beoordelen en beheren van de behoefte aan werkkapitaal. Bovendien beschikt de Groep over kredietfaciliteiten op een niveau dat voldoende is om haar werkkapitaal te financieren gedurende de periode tussen de kasuitgaven en de kasinstroom. Op 31 december 2023, beschikt de Groep over ongebruikte kredietfaciliteiten in de vorm van kortetermijnleningen van KUSD 101 755.

246 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Kredietrisico

Het kredietrisico is het risico dat één van de contracterende partijen zijn verplichtingen niet nakomt waardoor er voor de andere partij een verlies kan ontstaan.# Kredietrisico

Het kredietrisico kan opgesplitst worden in een commercieel en financieel kredietrisico. Aangaande het commerciële kredietrisico heeft het management een kredietpolitiek uitgewerkt en de blootstelling aan dit kredietrisico wordt continu opgevolgd. In de praktijk wordt er een onderscheid gemaakt tussen:

In KUSD 2023 2022
Vorderingen uit de verkopen van palmolie 26 617 42 891
Vorderingen uit de verkopen van bananen en planten 3 259 1 752
Totaal 29 876 44 643

Het kredietrisico bij de eerste categorie is eerder beperkt gezien deze verkopen voor een groot deel onmiddellijk betaald worden tegen afgifte van de eigendomsdocumenten. Daarnaast betreft het een beperkt aantal hoog aangeschreven klanten: per product wordt ca 90% van de inkomsten uit contracten met klanten gerealiseerd door maximaal 10 klanten. Voor palmolie is er één klant die afzonderlijk meer dan 30% van de omzet vertegenwoordigd. Voor rubber zijn er twee klanten die meer dan 30% van de omzet vertegenwoordigen.

In tegenstelling tot de eerste categorie is het kredietrisico van de vorderingen uit de verkopen van bananen en horticultuur groter. Voor beide categorieën bestaat er een wekelijkse opvolging van de openstaande saldi en een actief aanmaningsbeleid. Waardeverminderingen worden opgenomen als volledige of gedeeltelijke inning onwaarschijnlijk is geworden. Elementen die bij deze beoordeling in aanmerking worden genomen zijn voornamelijk de mate van betalingsachterstand en kredietwaardigheid van de klant. De vorderingen uit de verkoop van bananen en horticultuur hebben de volgende vervaldagstructuur:

In KUSD 2023 2022
Niet vervallen 2 115 852
Vervallen < 30 dagen 736 823
Vervallen tussen 30 en 60 dagen 391 49
Vervallen tussen 60 en 90 dagen 0 0
Vervallen > 90 dagen 16 28
Totaal 3 259 1 752

In 2023 en 2022, werden er geen materiële waardeverminderingen op vorderingen in de resultatenrekening opgenomen. De Groep paste de vereenvoudigde versie van IFRS 9 toe voor het meten van de verwachte kredietverliezen waarbij een bedrag wordt bepaald dat gelijk is aan de tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen. De Groep heeft de impact van IFRS 9 geanalyseerd en geconcludeerd dat er geen materiële impact is op de huidige provisie. De Groep heeft ook een inschatting gemaakt of het historisch patroon van wanbetalingen in de toekomst materieel zou veranderen en verwacht geen significante impact.

Liquiditeitsrisico

Een materieel en aanhoudend tekort in onze kasstromen zou onze kredietwaardigheid en het vertrouwen van investeerders kunnen schaden en zou het vermogen van de Groep om kapitaal aan te trekken kunnen beperken. De operationele kasstroom biedt de middelen om de financiële verplichtingen te financieren en de aandeelhouderswaarde te verbeteren. De Groep beheerst de liquiditeitsrisico's door middel van korte termijn- en lange termijnschattingen van toekomstige kasstromen. SIPEF-groep houdt toegang tot de kapitaalmarkten door middel van kort- en langlopende schuldprogramma's.

247 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

De volgende tabel geeft de contractueel overeengekomen (niet-verdisconteerde) kasstromen voortvloeiend uit schulden op balansdatum:

Meer Boek-Contractuele Minder dan 2023 - In KUSD
| | 1-2 jaar | 2-3 jaar | 3-4 jaar | Meer dan 5 jaar | Totaal kasstromen |
| :--------------------------------------------------- | :------- | :------- | :------- | :-------------- | :---------------- |
| Financiële verplichtingen > 1 jaar (incl. derivaten) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leasing verplichtingen > 1 jaar | 1 974 | -3 389 | -57 | -695 | -601 |
| Voorschotten > 1 jaar | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar | | | | | |
| Handelsschulden | 25 243 | -25 243 | -25 243 | 0 | 0 |
| Ontvangen voorschotten | 3 411 | -3 411 | -3 411 | 0 | 0 |
| Financiële verplichtingen < 1 jaar | | | | | |
| Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar | 18 000 | -18 327 | -18 327 | 0 | 0 |
| Financiële verplichtingen | 22 319 | -22 519 | -22 519 | 0 | 0 |
| Leasing verplichtingen < 1 jaar | 675 | -718 | -718 | | |
| Derivaten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Andere kortlopende verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal verplichtingen | 71 623 | -73 607 | -70 275 | -695 | -601 |

Meer Boek-Contractuele Minder dan 2022 - In KUSD
| | 1-2 jaar | 2-3 jaar | 3-4 jaar | Meer dan 5 jaar | Totaal kasstromen |
| :--------------------------------------------------- | :------- | :------- | :------- | :-------------- | :---------------- |
| Financiële verplichtingen > 1 jaar (incl. derivaten) | 18 000 | -18 771 | 475 | -18 296 | |
| Leasing verplichtingen > 1 jaar | 2 320 | -3 817 | -50 | -639 | -601 |
| Voorschotten > 1 jaar | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar | | | | | |
| Handelsschulden | 29 863 | -29 863 | -29 863 | 0 | 0 |
| Ontvangen voorschotten | 5 698 | -5 698 | -5 698 | 0 | 0 |
| Financiële verplichtingen < 1 jaar | | | | | |
| Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar | 18 000 | -18 296 | -18 296 | 0 | 0 |
| Financiële verplichtingen | 5 323 | -5 396 | -5 396 | 0 | 0 |
| Leasing verplichtingen < 1 jaar | 590 | -628 | -628 | | |
| Derivaten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Andere kortlopende verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal verplichtingen | 79 794 | -82 468 | -60 405 | -18 935 | -601 |

Teneinde het financiële kredietrisico te beperken heeft SIPEF haar belangrijkste activiteiten bij een beperkte groep banken met een hoge kredietwaardigheid ondergebracht. De huidige maximale beschikbare kredietlijnen bedragen KUSD 142 074 (2022: KUSD 159 292). In 2023, waren er zoals voorgaande jaren geen inbreuken op de voorwaarden vermeld in de kredietovereenkomsten noch tekortkomingen in de aflossingen.

Financiële instrumenten gewaardeerd aan reële waarde op de balans

Binnen de Groep kan gebruik worden gemaakt van financiële instrumenten voor risicobeheersing. Het betreft dan met name financiële instrumenten die het risico van wijzigende interestvoeten of wisselkoersen beheersen. De tegenpartijen van deze financiële instrumenten zijn uitsluitend vooraanstaande banken. Afgeleide instrumenten worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Na de initiële erkenning worden deze instrumenten opgenomen in de balans aan hun reële waarde, waarbij de wijzigingen in de reële waarde in resultaat worden geboekt tenzij deze instrumenten deel uitmaken van indekkingsverrichtingen.

248 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

De reële waarden van deze derivaten zijn:

In KUSD 2023 2022
Renteswaps 495 1 350
Termijnwisselverrichtingen 285 289
Reële waarde (+ = actief; - = verplichting) 780 1 639

Overeenkomstig IFRS 13 werden de financiële instrumenten gegroepeerd in 3 niveaus volgens de mate waarin de reële waarde vastgesteld kan worden:
* Niveau 1 inputs zijn genoteerde (niet bijgestelde) prijzen op actieve markten voor identieke activa en passiva waar de entiteit toegang tot heeft op de waarderingsdatum;
* Niveau 2 inputs zijn afgeleid van andere elementen dan de genoteerde prijzen op niveau 1 die vast te stellen zijn voor activa en passiva, ofwel direct, ofwel indirect; en
* Niveau 3 inputs zijn niet-waarneembare inputs voor een actief of passief.

Het notioneel bedrag van de interest rate swap (IRS) bedraagt KUSD 18 000. De boekwaarde van de IRS werd opgenomen onder de derivaten (activa) voor een bedrag van KUSD 855, de uitgestelde belastingvorderingen voor een bedrag van KUSD -214 en het totaalresultaat in het eigen vermogen voor een bedrag van KUSD 642. Het notioneel bedrag van de termijnwisselcontracten bedraagt KUSD 20 636. De toekomstige wisselkoerscontracten werden niet gedocumenteerd als in een afdekkingsrelatie. Bijgevolg worden alle veranderingen van de reële waarde opgenomen in het financieel resultaat. De Groep heeft de IRS wel gedocumenteerd als in een afdekkingsrelatie. De voorwaarden van de IRS en de afgedekte schuld komen 100% overeen. Daarom is er geen effectiviteitstest vereist op basis van een verhouding tussen de veranderingen in de reële waarde van het afdekkingsinstrument en die van de afgedekte schuld. Een IRS met identieke contractuele voorwaarden zou een beperkte inefficiëntie hebben. De reële waarde van de termijnwisselverrichting en intrest rate swap (IRS) berekend op basis van de slotkoers per 31 december 2023 werd ondergebracht in niveau 2.

249 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

Financiële instrumenten per categorie

De volgende tabel geeft de financiële instrumenten per categorie weer per eind 2023 en eind 2022.

Hiërarchie IFRS 9 2023 - In KUSD
| | Boekwaarde | Reële waarde | van de categorie | waarde |
| :--------------------------------------------- | :--------- | :----------- | :--------------- | :----- |
| Financiële activa | | | | |
| Andere financiële activa | 112 | 112 | AKP | Niveau 2 |
| Vorderingen > 1 jaar | | | | |
| Overige vorderingen | 34 229 | 34 229 | AKP | Niveau 2 |
| Totaal financiële vaste activa | 34 341 | 34 341 | | |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | | | | |
| Handelsvorderingen | 29 876 | 29 876 | AKP | Niveau 2 |
| Overige vorderingen | 49 490 | 49 490 | AKP | Niveau 2 |
| Investeringen | | | | |
| Andere investeringen en beleggingen | 1 | 1 | AKP | Niveau 2 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 11 549 | 11 549 | AKP | Niveau 2 |
| Derivaten | 285 | 285 | FVTPL | Niveau 2 |
| Hedge Derivaten | 495 | 0 | accounting | Niveau 2 |
| Totaal financiële vlottende activa | 91 696 | 91 201 | | |
| Handelsschulden en overige te betalen posten > 1 jaar | 0 | 0 | AKP | Niveau 2 |
| Financiële verplichtingen > 1 jaar | 0 | 0 | AKP | Niveau 2 |
| Lease verplichtingen > 1 jaar | 1 974 | 1 974 | AKP | Niveau 2 |
| Voorschotten > 1 jaar | 0 | 0 | AKP | Niveau 2 |
| Totaal langlopende financiële verplichtingen | 1 974 | 1 974 | | |
| Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar | | | | |
| Handelsschulden | 25 243 | 25 243 | AKP | Niveau 2 |
| Overige schulden | 15 832 | | AKP | |
| Ontvangen voorschotten | 3 411 | | AKP | |
| Financiële verplichtingen < 1 jaar | | | | |
| Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar | 18 000 | 18 000 | AKP | Niveau 2 |
| Financiële verplichtingen | 22 319 | 22 319 | AKP | Niveau 2 |
| Lease verplichtingen > 1 jaar | 675 | 675 | AKP | Niveau 2 |
| Derivaten | 0 | 0 | FVTPL | Niveau 2 |
| Hedge Derivaten | 0 | 0 | accounting | Niveau 2 |
| Totaal kortlopende financiële verplichtingen | 85 481 | | | |

250 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Hiërarchie van IFRS 9 2022 - In KUSD
| | Boekwaarde | Reële waarde | de reële categorie | waarde |
| :--------------------------------------------- | :--------- | :----------- | :----------------- | :----- |
| Financiële activa | | | | |
| Andere financiële activa | 98 | 98 | AKP | Niveau 2 |
| Vorderingen > 1 jaar | | | | |
| Overige vorderingen | 28 287 | 28 287 | AKP | Niveau 2 |
| Totaal financiële vaste activa | 28 385 | 28 385 | | |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | | | | |
| Handelsvorderingen | 44 643 | 44 643 | AKP | Niveau 2 |
| Overige vorderingen | 47 728 | 47 728 | AKP | Niveau 2 |
| Investeringen | | | | |
| Andere investeringen en beleggingen | 10 208 | 10 208 | AKP | Niveau 2 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | | | | |```markdown

kasequivalenten 34 148 AKP 34 148 Niveau 2 Derivaten 289 FVTPL 289 Niveau 2 Hedge Derivaten 1 350 accounting 1 350 Niveau 2 Totaal financiële vlottende activa 138 366 138 366 Handelsschulden en overige te betalen posten > 1 jaar 0 AKP 0 Niveau 2 Financiële verplichtingen > 1 jaar 18 000 AKP 18 000 Niveau 2 Lease verplichtingen > 1 jaar 2 320 AKP 2 320 Niveau 2 Voorschotten > 1 jaar 0 AKP 0 Niveau 2 Totaal langlopende financiële verplichtingen 20 320 20 320 Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar Handelsschulden 29 863 AKP 29 863 Niveau 2 Overige schulden 14 437 AKP 14 437 Niveau 2 Ontvangen voorschotten 5 698 AKP 5 698 Niveau 2 Financiële verplichtingen < 1 jaar 0 0 Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar 18 000 AKP 18 000 Niveau 2 Financiële verplichtingen 5 323 AKP 5 323 Niveau 2 Lease verplichtingen > 1 jaar 590 AKP 590 Niveau 2 Derivaten 0 FVTPL 0 Niveau 2 Hedge Derivaten 0 accounting 0 Niveau 2 Totaal kortlopende financiële verplichtingen 73 911 73 911

27. Leasing

De Groep huurt kantoorruimte, landrechten en voertuigen in het kader van een aantal leasing-overeenkomsten met een leaseperiode van één jaar of meer. De huur van de kantoorgebouwen betreft de maandelijkse huurbetalingen voor de kantoren in Indonesië en Singapore. De huur van de kantoren en bijhorende parking in België is niet mee opgenomen als lease aangezien deze onder de uitzondering van korte-termijn leasing vallen. Voor de grondrechten in PNG, betreft het voorwerp van de huurovereenkomst het vruchtgebruik van land waarvoor een vaste jaarlijkse vergoeding wordt betaald. De resterende landrechten in PNG hebben een duur van 99 jaar waarvoor geen huurbedrag wordt betaald. Deze landrechten worden afgeschreven over een periode van 25 jaar in lijn met de levensduur van een oliepalm. De voertuigen betreffen een beperkt aantal autoleaseovereenkomsten binnen de Groep.

De toekomstige leaseverplichtingen onder deze (niet-opzegbare) leases zijn als volgt verschuldigd:

In KUSD 2023 2022
Kortlopende leasing verplichtingen 675 590
Langlopende leasing verplichtingen 1 975 2 320
Leasing verplichtingen opgenomen per 31 december 2 649 2 910

251 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

De beweging van het jaar van de leaseverplichting kan worden samengevat als volgt:

In KUSD 2023 2022
Leasing verplichtingen op 1 januari 2 910 2 691
Aanschaffingen 337 822
Financiële kosten/(opbrengsten) 220 219
Terugbetalingen - 792 - 804
Wisselkoersresultaat - 27 - 17
Leasing verplichtingen opgenomen per 31 december 2 649 2 910

De leaseverplichtingen zijn opgenomen in de toename van financiële leningen op lange termijn (KUSD 182) en korte termijn (KUSD 155) in de kasstroom. De leaseaflossingen zijn opgenomen in de afname van financiële leningen op lange termijn (KUSD 630) en korte termijn (KUSD -162) in de kasstroom.

Het met een overeenstemmend gebruiksrecht actief kan als volgt worden ingedeeld:

Beweging van het jaar (in KUSD)

2023 2022
Totaal met een gebruiksrecht overeenstemmende activa per 1 januari 2 785 2 587
Aanschaffingen 334 822
Afschrijvingen -571 -624
Totaal met een gebruiksrecht overeenstemmende activa per 31 december 2 549 2 785
Huur gebouw Bedrijfs-Landrechten Totaal wagens Totaal met een gebruiksrecht overeenstemmende activa per 31 december 2022
Totaal met een gebruiksrecht overeenstemmende activa per 31 december 2022 833 1 693 259 2 785
Totaal met een gebruiksrecht overeenstemmende activa per 31 december 2023 822 1 428 299 2 549

De totale afschrijving voor de gebruiksrecht activa tot 31 december 2023 bedraagt KUSD 571 en de financiële kosten KUSD 220. Van de afschrijvingen werden KUSD 11 opgenomen in de kostprijs van de verkopen van het palmsegment van Hargy Oil Palms Ltd. en KUSD 560 in de ‘algemene- en beheerskosten’. Er zijn geen materiële uitgaven in verband met kortlopende en laagwaardige huurcontracten. Er zijn geen materiële uitbreidingsopties die niet in de berekening zijn opgenomen.

28. VERBINTENISSEN EN BUITEN BALA7NS RECHTEN EN VERPLICHTINGEN

Waarborgen

Er werden in 2023 geen waarborgen gesteld door derden voor rekening van de onderneming en voor rekening van de filialen.

Belangrijke hangende geschillen

Nihil.

Termijnverkopen

De verplichtingen voor het leveren van goederen (palmproducten, rubber, thee, bananen en horticultuur) na jaareinde kaderen binnen de normale verkoopstermijn van ongeveer 3 maanden vóór effectieve leveringsdatum. Deze worden als dusdanig niet aanzien als termijnverkopen.

29. INFORMATIEVERSCHAFFING OVER VERBONDEN PARTIJEN

Transacties met bestuurders en leden van het executief comité

Management met sleutelposities is gedefinieerd als de raad van bestuur en het executief comité van de Groep. Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de vergoedingen:

In KUSD 2023 2022
Bestuurdersvergoedingen 480 465
Vaste vergoeding 2 803 2 429
Variabele vergoeding 2 557 1 534
Groepsverzekering 429 406
Andere 139 171
Marktwaarde verworven aandelenopties (op verwervingsdatum) 127 195
Totaal 6 535 5 200

252 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

De bedragen worden uitbetaald in EUR. Het uitbetaalde bedrag in 2023 is KEUR 6 036 (2022: KEUR 4 957). De stijging met KEUR 1 097 is voornamelijk het gevolg van een hogere variabele vergoeding betaald in 2023 in vergelijking met 2022. Vanaf boekjaar 2007, worden er vaste vergoedingen betaald aan de leden van de raad van bestuur, het auditcomité en het remuneratiecomité. In het kader van de informatieverschaffing over verbonden partijen zijn de relaties immaterieel, met uitzondering van een sinds 1985 bestaande huurovereenkomst tussen Cabra NV en SIPEF aangaande de kantoren en de bijhorende parkings te Kasteel Calesberg te Schoten. De jaarlijkse geïndexeerde huurprijs bedraagt KUSD 220 (2022: KUSD 194) en er wordt tevens KUSD 89 (2022: KUSD 81) gefactureerd voor deelname in de onderhoudskosten van gebouwen, parkings en park. De relaties tussen SIPEF en de leden van de raad van bestuur en de leden van het executief comité worden verder beschreven in de sectie “corporate governance verklaring” van dit verslag.

Transacties met andere partijen

Transacties met verwante partijen betreffen voornamelijk handelstransacties en zijn gebaseerd op het “at arm’s length” principe. De kosten en opbrengsten met betrekking tot deze transacties zijn immaterieel in het kader van de geconsolideerde jaarrekening.

Transacties met groepsondernemingen

Balansposities en transacties binnen de Groep en de dochterondernemingen worden geëlimineerd in de consolidatie en worden niet verder opgenomen in deze toelichtingen. Transacties tussen de Groep en andere verbonden ondernemingen worden hieronder verder toegelicht.

De volgende tabel geeft de totalen van de transacties weer die gedurende het boekjaar hebben plaatsgevonden tussen de Groep en de joint ventures PT Timbang Deli en Verdant Bioscience Pte Ltd aan 100%:

Verdant Bioscience Pte Ltd PT Timbang Deli
2023 2022
Totaal verkopen gedurende het boekjaar 0 0
Totaal aankopen gedurende het boekjaar 0 0
Totale vordering per 31 december 10 056 9 028
Totale schulden per 31 december 300 300

30. Bedrijfscombinaties, verwervingen en afstotingen

In 2023, heeft de SIPEF-groep de resterende aandelen gekocht van de minderheidsaandeelhouders van PT Agro Rawas Ulu, PT Agro Kati Lama en PT Agro Muara Rupit. De totale betaalde vergoeding bedroeg KUSD 415.

In 2021, heeft SIPEF een verkoop- en aankoopovereenkomst ondertekend met de Shamrock-Groep (SG) over de verkoop van 100% van het aandelenkapitaal van haar Indonesische dochteronderneming, PT Melania. SG is een Indonesische groep die meerdere rubberplantages en fabrieken uitbaat en gespecialiseerd is in de productie en verkoop van latex handschoenen. SIPEF controleert 95% van PT Melania via haar Indonesische 95%-dochter PT Tolan Tiga, de overige 5% zijn in handen van een Indonesisch pensioenfonds. Ter herinnering: PT Melania bezit de helft van de Indonesische rubberactiviteiten van de Groep in Sumatra en de volledige theeactiviteiten in Java. In eerste instantie werd 40% van de aandelen verkocht voor een betaling van 19 miljoen USD. Na deze eerste fase zal de Shamrock-groep het beheer van de rubberactiviteiten overnemen. De tweede tranche van 60% van de aandelen (waarvan 55% in het bezit van SIPEF) zal uiterlijk in 2024 worden overgedragen voor USD 17 miljoen, na de hernieuwing van de permanente landrechten (HGU) voor het geheel van de rubber- en theeactiviteiten. De bruto verkoopprijs voor 100% van de aandelen bedraagt USD 36 miljoen. Op 31 december 2021, is er reeds een totaalbedrag van KUSD 1 922 betaald voor de kosten in verband met de SPA. In 2022, is een aanvullend bedrag van KUSD 3 502 betaald. Dit brengt het totaal betaalde bedrag op KUSD 5 424 per 31 december 2022. Het totaal is in mindering gebracht op het reeds bij CD 1 ontvangen voorschot (KUSD 9 167). De uiteindelijke netto verkoopprijs en de eventuele meerwaarde op de verkoop van PT Melania zullen grotendeels afhangen van het tijdstip en de kosten van de verlenging van de permanente concessierechten (HGU) en van de compensatie voor de opgebouwde sociale rechten van het tewerkgestelde personeel, die vermoedelijk vrijwel volledig zullen worden overgenomen. De winst op de verkoop van PT Melania kan in de toekomst worden aangepast afhankelijk van een herziening van de raming van deze kosten in de toekomst.

253 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

SIPEF heeft een zo goed mogelijke schatting gemaakt van de kosten in verband met de verkoop van PT Melania.
```# 31. WINST PER AANDEEL (GEWONE EN VERWATERDE)

Van voortgezette activiteiten

2023 2022
Basisberekening gewone winst per aandeel
Gewone winst per aandeel - basisberekening (USD) 6,99 10,40

De gewone winst per aandeel werd als volgt berekend:

2023 2022
Teller: Nettoresultaat van de periode toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders 72 735 108 157
Noemer: Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen 10 403 105 10 401 938

Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen werd als volgt berekend:

2023 2022
Aantal uitstaande gewone aandelen op 1 januari 10 403 105 10 401 328
Effect van uitgegeven aandelen / terugkoop van eigen aandelen 2 710 610
Effect van de kapitaalverhoging 0 0
Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen op 31 december 10 403 105 10 401 938

Verwaterde winst per aandeel

2023 2022
Verwaterde winst per aandeel - basisberekening (USD) 6,98 10,36

De verwaterde winst per aandeel werd als volgt berekend:

2023 2022
Teller: Nettoresultaat van de periode toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders 72 735 108 157
Noemer: Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen 10 417 254 10 443 064

Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen werd als volgt berekend:

2023 2022
Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen op 31 december 10 403 105 10 401 938
Effect van potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden 14 149 41 126
Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen op 31 december 10 417 254 10 443 064

32. GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

Er zijn geen significante gebeurtenissen na balansdatum die een specifieke impact hebben op de activiteiten en de geconsolideerde financiële staten van de SIPEF-groep.

33. PRESTATIES GELEVERD DOOR DE AUDITOR EN GERELATEERDE VERGOEDINGEN

De auditor van de SIPEF-groep is Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BV vertegenwoordigd door Wim Van Gasse en Christoph Oris. De auditvergoeding voor het jaarverslag van SIPEF wordt goedgekeurd door de algemene vergadering na het nazicht en goedkeuring door het auditcomité en de raad van bestuur. Deze vergoeding bedraagt KUSD 130 in 2023 (2022: KUSD 115). Voor de ganse Groep, werden er voor KUSD 597 diensten geleverd door EY in 2023 (2022: KUSD 568), waarvan KUSD 0 (2022: KUSD 0) voor niet-auditdiensten.

254

ESEF INFORMATIE

Homepage van de rapporterende entiteit www.sipef.com
LEI code van de rapporterende entiteit 549300NN3PC8KDD43S24
Naam van de rapporterende entiteit of andere methode van identificatie SIPEF
Vestigingsplaats van de entiteit België
Rechtsvorm van de entiteit Naamloze vennootschap
Land van vestiging België
Adres van de statutaire zetel van de entiteit Calesbergdreef 5, 2900 Schoten, België
Hoofdzakelijke plaats van activiteiten Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Côte d’Ivoire
Beschrijving van de aard van de activiteiten en hoofdactiviteiten van de entiteit Tropische agricultuur
Naam van de moederentiteit SIPEF
Naam van de hoofdmoedermaatschappij van de groep SIPEF
Verklaring van veranderingen in de naam van de verslaggevende entiteit of andere identificatiemiddelen sinds het einde van de vorige verslagperiode Geen wijziging in de naam van de verslaggevende entiteit
Levensduur van entiteit met beperkte levensduur
Periode waarop de financiële staten betrekking hebben

255

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Financiële staten

Verslag van de commissaris inzake de geconsolideerde jaarrekening

Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van SIPEF NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2023

In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van SIPEF NV (de kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde balans op 31 december 2023, de geconsolideerde resultatenrekening, de geconsolideerde staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het geconsolideerd kasstroomoverzicht voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2023 en over de toelichting (alle stukken gezamenlijk de van de Financiële Staten van het Geïntegreerd jaarverslag 2023, en omvat tevens ons verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.

Wij werden als commissaris benoemd door de algemene vergadering op 9 juni 2021, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die zal beraadslagen over de Geconsolideerde Jaarrekening afgesloten op 31 december 2023. We hebben de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de Groep uitgevoerd gedurende 3 opeenvolgende boekjaren.

Verslag over de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening

Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de Geconsolideerde Jaarrekening van SIPEF NV, die geconsolideerde balans op 31 december 2023 omvat, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het overzicht van het geconsolideerd totaalresulaat, het mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting met inbegrip van de materieel belang zijnde gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, met een geconsolideerd balanstotaal van USD 1.080.242 duizend en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar van USD 76.354 duizend. Geconsolideerde Jaarrekening op 31 december 2023, het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met . Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud

256

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Kernpunten van de controle

Toetsing van bijzondere waardevermindering op goodwill

Op 31 december 2023 bedroeg de boekwaarde van de goodwill, die betrekking heeft op het palm olie segment in Indonesië en Papua New Guinea, $ 104.782 (000). De goodwill moet minstens op jaarlijkse basis getoetst worden op bijzondere waardevermindering. Het bepalen van de realiseerbare waarde van deze goodwill is onderhevig aan een inschatting van het management bij het identificeren en vervolgens waarderen van de kasstroom genererende eenheden (CGUs). Zoals vermeld in toelichting 8 Goodwill en andere immateriële vaste activa van de geconsolideerde jaarrekening, werd de realiseerbare waarde bepaald door gebruik te maken van een discounted cash flow model. Het cash flow model schat de relevante kasstromen die naar verwachting in de toekomst zullen worden gegenereerd, en verdisconteerd tot de contante waarde met behulp van een verdisconteringsvoet. Deze inschatting vereist dat het management gebruik maakt van een aantal variabelen en marktomstandigheden, zoals toekomstige prijzen en groeipercentages betreffende het volume, de timing van toekomstige operationele uitgaven en de discontovoet en lange termijn groeipercentages. Als gevolg hiervan is de bepaling van de realiseerbare waarde van de CGU subjectief van aard vanwege de inschattingen die het management moet maken over de toekomstige prestaties van het palmoliesegment, met name de verwachte lange termijn prijzen voor ruwe palmolie en de WACC. Wijzigingen in bepaalde veronderstellingen die in het model worden gebruikt, kunnen leiden tot significante wijzigingen in de beoordeling van de realiseerbare waarde. Deze aangelegenheid wordt beschouwd als een kernpunt van de controle vanwege de mate van oordeelvorming die vereist is voor deze schattingen.

257

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Financiële staten

Realiseerbare waarde van de uitgestelde belastingvorderingen
Winst op verkooptransactie van PT Melania

258

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

o f SIPEF NV as of and for the year ended 31 December 2023 (continued)

Our responsibilities for the audit of the Consolidated Financial Statements

In performing our audit, we comply with the legal, regulatory and normative framework that applies to the audit of the Consolidated Financial Statements in Belgium. However, a statutory audit does not provide assurance about the future viability of the Company and the Group, nor about the efficiency or effectiveness with which the board of directors has taken or will undertake the Company's and the business operations. Our responsibilities with regards to the going concern assumption used by the board of directors are described below. As part of an audit in accordance with ISAs, we exercise professional judgment and we maintain professional skepticism throughout the audit. We also perform the following tasks: identification and assessment of the risks of material misstatement of the Consolidated Financial Statements, whether due to fraud or error, the planning and execution of audit procedures to respond to these risks and obtain audit evidence which is sufficient and appropriate to provide a basis for our opinion.The risk of not detecting material misstatements resulting from fraud is higher than when such misstatements result from errors, since fraud may involve collusion, forgery, intentional omissions, misrepresentations, or the override of internal control; obtaining insight in the system of internal controls that are relevant for the audit and with the objective to design audit procedures that are appropriate in the circumstances, but not for the purpose of expressing an opinion on the control; evaluating the selected and applied accounting policies, and evaluating the reasonability of the accounting estimates and related disclosures made by the Board of Directors as well as the underlying information given by the Board of Directors; conclude on the appropriateness of the Board of Dire -concern basis of accounting, and based on the audit evidence obtained, whether or not a material uncertainty exists related to events or conditions that may going concern.

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van het systeem van interne beheersing; het verkrijgen van inzicht in het systeem van interne beheersing dat relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van het systeem van interne beheersing van de Vennootschap en van de Groep; het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag.

Verantwoordelijkheden van de commissaris

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien) bij de in verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag (niet-financiële informatie zoals gedefinieerd op pagina 199 in het Geïntegreerd jaarverslag 2023), te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.

Aspecten betreffende het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening

Naar ons oordeel, na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, stemt dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening overeen met de Geconsolideerde Jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, enerzijds, en is dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening opgesteld overeenkomstig artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, anderzijds.

In de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.

De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werd opgenomen in het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening. De Groep heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op Global Reporting Initiative . Wij spreken ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet- financiële informatie in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met GRI.

Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid

Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening en zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap. Er werden geen bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en waarvoor honoraria verschuldigd zijn, verricht.

Europees uniform elektronisch formaat

Wij hebben, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform le uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17

H et bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF- vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF- geconsolideerde financiële overz opgenomen in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA (https://www.fsma.be/nl/stori). Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening. Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde financiële overzichten van SIPEF NV per 31 december 2023 opgenomen in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA (https://www.fsma.be/nl/stori) in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.

Andere vermeldingen

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Financiële staten

Beknopte jaarrekening van de moedermaatschappij

De jaarrekening van SIPEF wordt hierna volgens een beknopt schema voorgesteld. Overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen zullen de jaarrekening van SIPEF evenals het jaarverslag en het verslag van de commissaris, bij de Nationale Bank van België neergelegd worden. Deze verslagen kunnen op aanvraag verkregen worden bij: SIPEF, Calesbergdreef 5, B-2900 Schoten.

Alleen de geconsolideerde jaarrekening vervat in de voorafgaande bladzijden geven een correct en betrouwbaar beeld van de financiële situatie en de prestaties van de SIPEF-groep. Het statutair verslag van de commissaris bevat een oordeel zonder voorbehoud en verklaart dat de niet-geconsolideerde jaarrekening van SIPEF NV een getrouw beeld geeft van het vermogen en van de financiële toestand van de vennootschap per 31 december 2023, en van haar resultaten over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, overeenkomstig de Belgische boekhoudwetgeving.

Het balanstotaal van de vennootschap per 31 december 2023 bedraagt KUSD 412 045 tegenover KUSD 433 578 het jaar voordien. De 'financiële activa - vorderingen op verbonden ondernemingen' stegen met KUSD 38 970, en tegelijk daalden de 'vorderingen op ten hoogste één jaar' met KUSD 30 748. De ‘vorderingen op verbonden ondernemingen’ zijn voornamelijk gestegen door de kapitaalsverhoging in de dochterondernemingen PT Agro Rawas Ulu, PT Agro Kati Lama en Jabelmalux SA. De vorderingen op ten hoogste één jaar daalden met KUSD 30 748 omwille van de terugbetalingen door de dochterondernemingen van SIPEF. Eind 2022, waren de handelsvorderingen hoger dan gebruikelijk, terwijl de uitstaande handelsvorderingen eind 2023 meer in lijn liggen met het historisch gemiddelde.

Aan de passiefzijde heeft de daling van de ‘financiële schulden op meer dan één jaar’ te maken met de terugbetaling van de lange termijn financiële lening. De ‘financiële schulden op ten hoogste één jaar’ stegen met KUSD 16 996 doordat de lange termijn financiële schulden werden vervangen door korte termijn financiële schulden. De ‘overige schulden op ten hoogste één jaar’ daalde de voornamelijk door een lagere voorziening voor uit te keren dividend (KUSD -9 478) per jaareinde.

Het eigen vermogen van SIPEF voor winstverdeling bedraagt KUSD 299 929 wat overeenstemt met USD 28,35 per aandeel. De enkelvoudige resultaten van SIPEF worden in belangrijke mate bepaald door dividenden en meer-/minwaarden. Aangezien SIPEF niet alle deelnemingen van de Groep rechtstreeks aanhoudt, is het geconsolideerde resultaat van de Groep een juistere weerspiegeling van de onderliggende economische ontwikkeling.

De enkelvoudige winst van het boekjaar 2023 bedraagt KUSD 10 806 tegenover een winst van KUSD 50 737 in het vorige boekjaar. Op 13 februari 2024, heeft de raad van bestuur de uitbetaling van een dividend van maximum KEUR 21 159 (EUR 2,00 bruto per gewoon aandeel) voorgesteld. Na inhouding van de roerende voorheffing (30%) bedraagt het netto-dividend EUR 1,40 per aandeel. Aangezien de eigen aandelen niet dividendgerechtigd zijn overeenkomstig artikel 7:217 §3 WVV, hangt het totaalbedrag van de dividenden af van het aantal eigen aandelen voor rekening van SIPEF, op 13 juni 2024 om 23u59 CET (met name de dag voor de ex-date).De raad van bestuur stelt voor om te worden gemachtigd om in functie hiervan het finale totaalbedrag van de dividenden (en de daaruit voortvloeiende wijziging) in de enkelvoudige jaarrekening in te vullen. Het maximale voorgestelde totaalbedrag bedraagt KEUR 21 159. Indien de gewone algemene vergadering dit dividendvoorstel goedkeurt, zal het dividend betaalbaar worden gesteld vanaf 3 juli 2024. Rekening houdend met het aantal aangehouden eigen aandelen op datum 31 december 2023 (180 000 aandelen), stelt de raad van bestuur voor het resultaat (in KUSD) als volgt te bestemmen:
• Overgedragen winst van het vorige boekjaar: KUSD 120 623
• Winst van het boekjaar: KUSD 10 806
• Totaal te bestemmen: KUSD 131 429
• Toevoeging aan de wettelijke reserve: KUSD 0
• Toevoeging aan de overige reserves: KUSD 0
• Vergoeding van het kapitaal: KUSD -22 957
• Over te dragen winst: KUSD 108 472

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Financiële staten

Beknopte balans (Na winstverdeling)

In KUSD

2023 2022
Activa
Vaste activa 341 590 302 696
Oprichtingskosten 0 0
Immateriële vaste activa 138 226
Materiële vaste activa 257 244
Financiële vaste activa 341 196 302 226
Vlottende activa 70 454 130 882
Vorderingen op meer dan één jaar 0 0
Voorraden en bestellingen in uitvoering 1 233 780
Vorderingen op ten hoogste één jaar 55 284 86 033
Geldbeleggingen 11 153 36 873
Liquide middelen 2 167 6 429
Overlopende rekeningen 618 767
Totaal activa 412 045 433 578
Passiva
Eigen vermogen 276 973 289 123
Kapitaal 44 734 44 734
Uitgiftepremies 107 970 107 970
Reserves 15 796 15 796
Overgedragen winst/ (verlies) 108 472 120 623
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 0 0
Voorzieningen voor risico's en kosten 0 0
Schulden 135 072 144 455
Schulden op meer dan één jaar 0 18 000
Schulden op ten hoogste één jaar 133 609 126 455
Overlopende rekeningen 1 463 0
Totaal passiva 412 045 433 578

Beknopte resultatenrekening

In KUSD

2023 2022
Bedrijfsopbrengsten 234 096 295 643
Bedrijfskosten -229 832 -292 425
Bedrijfsresultaat 4 264 3 218
Financiële opbrengsten 11 463 53 260
Financiële kosten -2 294 -4 050
Financieel resultaat 9 169 49 210
Resultaat van het boekjaar voor belasting 13 433 52 428
Belastingen op het resultaat -2 628 -1 691
Resultaat van het boekjaar 10 806 50 737

Resultaatverwerking

In KUSD

2023 2022
Te bestemmen winst/(verlies) 131 429 153 840
Te bestemmen winst (te verwerken verlies) van het boekjaar 10 806 50 737
Overgedragen winst/(verlies) van het vorige boekjaar 120 623 103 121
Resultaatverwerking 131 429 153 840
Toevoeging aan de wettelijke reserve 0 0
Toevoeging aan de overige reserves 0 0
Over te dragen resultaat 108 472 120 623
Dividend 22 957 33 217
Vergoeding aan bestuurders 0 0

Annex 1 – Duurzaamheidsdoelstellingen en -verwezenlijkingen

SIPEF’s duurzaamheidsdoelstellingen afgestemd op vastgestelde materiële onderwerpen.

NR. MATERIËLE ONDERWERPEN VERBINTENISSEN DOELSTELLINGEN DOELJAAR STATUS IN 2023
1 Corporate governance Bedrijfsethiek en transparantie van het klachten- mechanisme. Aanpassing klachtendashboard zoals vereist. Lopende Op schema
Voor meer informatie: zie SIPEF’s Grievance Dashboard. • www.sipef.com/hq/sus- tainability/grievances-dash- board-active-andor-pro- gressing/
2 Productiviteit en kwaliteit Verhoging van productiviteit, kwaliteit en circulariteit. Voortzetting van beste beheerpraktijken (“Best Management Practices” - BMP’s) voor bestaande activiteiten. Lopende Op schema
SIPEF blijft BMP’s implementeren. Voor meer informatie: zie hoofdstuk milieubeheer.
Ondersteuning voor onderzoek in verband met maximaal rendement, nieuwe regeneratieve en natuurvriendelijke landbouwtechnieken en -methoden. Lopende Op schema
SIPEF blijft investeren in het bevorderen van onderzoeksmogelijkheden. Voor meer informatie: zie hoofdstuk activiteiten van SIPEF.
3 Duurzaam- heidsnormen en certificering RSPO-certificering behalen voor SIPEF’s eigen plantages. 100% RSPO-certificering voor SIPEF’s eigen plantages. 2026 Op schema
76% RSPO gecer- tificeerd beplante oppervlakte voor eigen landgoederen behaald.
4 Voedsel- veiligheid Innovatie inzake verontreinigings- beperking van palmproducten. 3-monochloorpropaan-1,2—diol (3-MCPD) en vetzuuresters van glycidyl (GE): Pilootproject voor CPO-wasinstallatie voor de Mukomuko-palmolie- extractiefabriek voltooien. Derde kwartaal 2023 Voltooid
Voltooiing van het pilootproject voor de CPO-wasinstallatie in de Mukomuko-palm- olie-extractiefabriek in Q4 2023. Het resultaat wordt momenteel getest.
Controleprogramma inzake verontreiniging met ‘minerale olie aromatische koolwaterstoen’ (“Mineral Oil Aromatic Hydro- carbons” - MOAH) opzetten. Naleving van de EU-regel- geving Voltooid
Controleprogramma voor verontreiniging door minerale olie kool- waterstoen (MOAH en MOSH) opgezet. Sinds januari 2024 zijn alle SIPEF palmolie- extractiefabrieken in Indonesië en Papoea- Nieuw-Guinea, evenals alle pitpletterijen in Papoea- Nieuw-Guinea, overgeschakeld van smeermiddelen met minerale oliën naar voedselveilige smeer- middelen (H1) in activiteiten die tijdens het verwerkings- proces in rechtstreeks contact komen met de producten.
Controleprogramma inzake verontreiniging met ‘minerale olie verzadigde koolwaterstoen’ (“Mineral Oil Saturated Hydro- carbons” - MOSH) opzetten.
5 O&O en innovatie Gebruik van lege vruchtentrossen (“Empty Fruit Bunches” – EFB) voor omzetting in biopellets. 100% omzetting van EFB in biopellets voor de activiteiten van Umbel Mas Wisesa. Stopgezet
Project werd stopgezet.
6 Gezondheid en veiligheid Geen werkgerela- teerde dodelijke ongevallen. Nul werkgerelateerde dodelijke ongevallen. Lopende Niet voltooid
Eén werkgerelateerd dodelijk ongeval in 2023. Voor meer info zie: hoofdstuk respect voor werknemers en gemeenschappen.
7 Gezondheid en veiligheid Verlaging van de frequentiegraad van ongevallen met werkverlet (“Lost Time Injury Frequency Rate” – LTIFR). Procentuele vermindering van LTIFR tegen 2025 ten opzichte van de referentiesituatie in 2021, per land: · Papoea-Nieuw-Guinea: 10% (Doel: 20,40) · Indonesië: 15% (Doel: 2,07) · Côte d’Ivoire: 33% (Doel: 10,97) 2025 Op schema
LTIFR in 2023: · Papoea-Nieuw- Guinea: 24,90 · Indonesië: 4,34 · Côte d’Ivoire: 6,13 Voor meer info zie: hoofdstuk respect voor werknemers en gemeenschappen.
8 Mensen- rechten en arbeidsnormen Jaarlijks toezicht op de naleving van mensenrechten. Eén jaarlijkse externe beoordeling per bedrijfseenheid. Jaarlijks Op schema
In 2023 werden “Social Impact Assess- ments” uitgevoerd: 14 in Indonesië, 1 in Papoea-Nieuw-Guinea. In Côte d’Ivoire werd een milieu- en sociaal beheerplan gelanceerd.
9 Klimaat- verandering De koolstof- voetafdruk van de SIPEF-groep verminderen. Vermindering van de broeikasgasemissie-intensiteit (Scope 1 en 2) per ton CPO met 28% ten opzichte van de 2021 referentiesituatie. 2030 Op schema
10% verlaging in 2023 tegenover de 2021 netto - broeikasgasemissie- intensiteit.
10 Duurzaam landgebruik en -behoud Jaarlijkse monito- ring van de imple- mentatie van het Verantwoordelijk Plantagebeleid. Jaarlijkse externe controle op ‘geen ontbossing’ en ‘geen nieuwe aan- plantingen op veengronden’ (“no deforestation and no new plantings on peat” – NDP) in eigen concessie- gebieden en bij leveranciers. Lopende Op schema
SIPEF bleef EQ inscha- kelen om alle plantages en leveranciers in Indonesië en Papoea- Nieuw-Guinea te moni- toren op naleving van de NDP-verplichtingen.
11 Duurzaam landgebruik en -behoud Historische evaluatie van de NDP-naleving. Voltooiing van de historische evaluatie van de naleving van de NDP- verbintenis samen met even- tuele herstelplannen waar nodig voor SIPEF’s eigen plantages en de plantages van haar leveranciers. Interne beoordeling en verslag gepubliceerd tegen 2023. 2023 Voltooid
SIPEF heeft haar historische evaluatie van de naleving van de NDP- verplichtingen afgerond met als afsluitingsdatum 31 december 2015 voor alle oliepalm-bedrijven van SIPEF in Indonesië en Papoea- Nieuw-Guinea, met ondersteu- ning van EQ. SIPEF zal haar NDP- verbintenissen bijwerken met als afsluitdatum 31 december 2015, wat in lijn is met de verbinte- nissen van de meeste oliepalmbedrijven.
12 Duurzaam landgebruik en -behoud Geen ontbossing vastgesteld binnen HCV- / HCS- gebieden in eigen concessies onder beheer van de Vennootschap. Nul hectare jaarlijks bosverlies vastgesteld in eigen concessiegebieden onder beheer van de Vennootschap. Lopende Voltooid
Externe controlepart- ner heeft gevalideerd dat er geen ontbossing of veenomzetting heeft plaatsgevonden binnen het volledige leveran- ciersbestand van de Groep. Het bosverlies van 6,6 hectare dat in 2023 werd gerapporteerd, was te wijten aan inbreuken door lokale dorpelingen, niet aan houtkap door SIPEF.
13 Duurzaam landgebruik en -behoud Geen ontbossing vastgesteld binnen HCV-/HCS- gebieden in leveranciers- gebieden. Nul hectare jaarlijks bosverlies vastgesteld in leveranciersgebieden. Lopende Voltooid
Externe controlepart- ner heeft gevalideerd dat er geen ontbossing of veenomzetting heeft plaatsgevonden binnen de volledige toeleveringsketen van de Groep.

1 Concessiegebieden onder beheer van SIPEF zijn de totale gebieden die reeds door SIPEF verworven werden.# MATERIËLE ONDERWERPEN VERBINTENISSEN DOELSTELLINGEN DOELJAAR STATUS IN 2023

14 Duurzaam landgebruik en -behoud

Verbetering van het beheer van “High Conservation Value” (HCV)- en “High Carbon Stock” (HCS)- gebieden binnen de concessies. Alle eerdere afzonderlijke evaluaties bijgewerkt hebben naar geïntegreerde HCV-HCSA- evaluaties, samen met de betrokken beheerplannen. 2025 Voltooid

Op 31 december 2023 hadden de afgeronde HCV- HCSA-beoordelingen betrekking op alle belangrijke plantages in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.

  • Indonesië: 24 plantages
  • Papoea-Nieuw- Guinea: 3 plantages

De resterende acht plantages in Indonesië hebben HCV-beoordelingen uitgevoerd die al alle gebieden bestrijken die als HCS-gebieden zouden worden aangewezen. Bovendien, aangezien er geen nieuwe ontwikkelingen voorzien is voor deze plantages, is er ook geen verdere herbeoordeling nodig.

15 Duurzaam landgebruik en -behoud

Verbetering van het beheer van “High Conservation Value” (HCV)- en “High Carbon Stock” (HCS)- gebieden binnen de concessies. Boswachters-herstelteams opgericht voor alle regio’s om de HCV-/HCS-gebieden te controleren en te beheren conform de principes van burgerwetenschap.

  • Noord-Sumatra
  • Bengkulu
  • Zuid-Sumatra
  • Papoea-Nieuw-Guinea
  • Côte d’Ivoire

2026 Op schema

Hieronder volgt een overzicht van de vooruitgang bij het opzetten van teams:

  • Indonesië: in Bengkulu is in elke estate een ranger aangeduid.
  • Papoea-Nieuw- Guinea: een functionaris is aangewezen in elke estate en zal worden opgeleid om HCV/HCS-gebieden te monitoren/ beheren.
  • Côte d’Ivoire: een duurzaamheidsassistent op de site is aangeduid om beschermd gebied te monitoren.

16 Duurzaam landgebruik en -behoud

Vooruitgang boeken in het SIPEF Biodiversity Indonesië (SBI)- programma voor behoud, beheer en monitoring. Herstel van 256 hectare aangetast land binnen SBI. 2024 Op schema

224 hectare hersteld sinds 2023. Samenwerken met 369 boeren inzake regeneratieve landbouwmethodes in SBI. 2024 Voltooid

Sinds 2023, wordt er samengewerkt met 376 boeren en het doel werd dus eerder bereikt dan gepland. Evaluatie en verbetering van de methodologie voor de monitoring van de biodiversiteit, specifiek voor de Sumatraanse tijger, met behulp van een wetenschappelijke steekproef en een protocol. 2024 Op schema

SIPEF bleef samenwerken met een externe expert om haar monitoringmethodologie te verbeteren. Voortdurende monitoring aan de hand van het herziene opzet en protocol. Lopende

17 Duurzaam landgebruik en -behoud

Kustlijnen beschermen en overstro- ming voorkomen. 14 hectare kustgebied herstellen. 2024 Op schema

Indonesië: In Mukomuko Estate en Tanah Rekah Estate worden voortdurend actieve en passieve kustherstelactiviteiten uitgevoerd, zoals het planten van bomen, het verwijderen van oliepalmen, onkruid wieden en natuurlijke regeneratie. Papoea-Nieuw-Guinea: Rehabilitatie wordt uitgevoerd op basis van het bijgewerkte beheerplan dat moet worden ontwikkeld op basis van de laatste HCV-HCSA beoordeling die is afgerond.

18 Duurzaam landgebruik en -behoud

Geen gebruik van vuur om land vrij te maken of te cultiveren in eigen concessies onder beheer van de Vennootschap. Nul gevallen van brand in de eigen concessiegebieden onder beheer van de Vennootschap. Lopende Niet voltooid

Geen incidenten in Papoea-Nieuw-Guinea, maar 39 hotspots werden vastgesteld in Indonesië, die een impact hadden op 160,5 hectare, gestart door externe factoren.

19 Duurzaam landgebruik en -behoud

Geen gebruik van vuur om land vrij te maken of te cultiveren in de totale leveranciers- gebieden. Nul gevallen van brand in leveranciersgebieden. Lopende Niet voltooid

Geen incidenten in Indonesië, maar er werden zes hotspots in Papoea-Nieuw-Guinea vastgesteld die 2,2 hectare betroffen, te wijten aan het vuur maken door de lokale gemeenschappen voor tuinieren.

20 Operationele eciëntie

Naleving van plaatselijke voorschriften inzake grenswaarden voor afvalwater in palmolie-extractie- fabrieken Biologisch zuurstofverbruik (“Biological Oxygen Demand” - BOD), chemisch zuurstofverbruik (“Chemical Oxygen Demand” – COD) en totaal zwevende vaste stoen (“Totaal Suspended Solids” – TSS) onder de wettelijke grens- waarden houden op het moment van vrijkomen. Lopende Niet voltooid

Zeven van de negen palmolie-extractie- fabrieken hebben de doelstellingen in 2023 gehaald.

21 Operationele eciëntie

Het beheer van het watergebruik in de palmolie-extractie- fabrieken van SIPEF verbeteren. Intensiteit waterverbruik per ton FFB, door de palmolie-extractiefabriek (“Palm Oil Mill” – POM):

Indonesië
* Bukit Maradja (BMPOM) . . . . ≤1
* Mukomuko (MMPOM) . . . . . . ≤1
* Bunga Tanjung (BTPOM) . . . . ≤1
* Dendymarker Indah Lestari (DILPOM) . . . . . . . . . . . . . . . ≤1
* Perlabian (PLPOM) . . . . . . .≤1.2
* Umbul Mas Wisesa (UMWPOM) . . . . . . . . . . . .≤1.5

Papoea-Nieuw-Guinea
* Hargy (HPOM). . . . . . . . . . . . ≤1
* Navo (NPOM) . . . . . . . . . . . . ≤1
* Barema (BPOM) . . . . . . . . . .≤1.5

Lopende Niet voltooid

Acht van de negen palmolie-extractie- fabrieken hebben de doelstellingen in 2023 gehaald.

22 Beheer toeleveringsketen

Behalen van RSPO-certificering voor alle lokale boeren die aan SIPEF leveren in Musi Rawas. 100% RSPO-certificering voor de lokale boeren die aan SIPEF leveren in PT Dendymarker Indah Lestari. 2025 Voltooid

Sei Rupit estate, de groep van nieuw gecertificeerde lokale boeren werd gecertificeerd in juli 2023. Met deze laatste toevoeging aan de RSPO gecertificeerde toeleveringsketen, is 100% van de lokale boeren die aan PT Dendymarker Indah Lestari leveren gecertificeerd, veel eerder dan verwacht.

23 Beheer toeleveringsketen

100% RSPO-certificering voor de lokale boeren die aan SIPEF leveren in PT Agro Kati Lama, PT Agro Muara Rupit en PT Agro Rawas Ulu. 2026 Op schema

Volgens het tijdsgebonden RSPO-plan.

24 Beheer toeleveringsketen

Oprichten van lokale-boeren- groepen voor relevante operationele eenheden in Indonesië overeenkomstig de Indonesische wet. 100% van de lokale boeren heeft een memorandum van over- eenstemming (“Memorandum of Understanding” – MoU) ondertekend voor alle operationele eenheden vóór de hernieuwing van de HGU’s. Lopende Op schema

In navolging van de Indonesische regelgeving inzake vernieuwing van HGU’s.

25 Rechten van de gemeenschap en gemeenschapsontwikkeling

Bijdragen aan programma’s voor gemeenschapsontwikkeling. Verder meewerken aan programma’s voor gemeenschapsontwikkeling zoals gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang en andere initiatieven. Lopende Op schema

SIPEF blijft bijdragen tot de gemeenschapsontwikkeling. Voor meer info zie: hoofdstuk Respect voor werknemers en gemeenschappen.


Annex 2 – EU Taxonomie - Boekhoudkundig beleid

Omzet-KPI

Het percentage van de voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten in de totale omzet van de Groep is berekend als het deel van de netto-omzet afgeleid van producten en diensten die verband houden met voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten (teller) gedeeld door de netto-omzet (noemer). De noemer van de omzet-KPI is gebaseerd op de geconsolideerde netto-omzet van de Groep overeenkomstig IAS 1.82(a). Nadere details over het boekhoudkundig beleid van de Groep betreffende de geconsolideerde netto-omzet van de Groep zijn terug te vinden bij de geconsolideerde financiële staten. Wat de teller betreft, heeft SIPEF geen voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende activiteiten vastgesteld, zoals hoger toegelicht.

Reconciliatie

De geconsolideerde netto-omzet van de Groep kan worden gereconcilieerd met de geconsolideerde financiële staten, bij de winst-en-verliesrekening (Financiële Staten - ‘omzet’).

Capex-KPI

De Capex-KPI wordt gedefinieerd als de voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende Capex (teller) gedeeld door de totale Capex van de Groep (noemer). De teller wordt hieronder toegelicht. De totale Capex bestaat uit de toevoegingen aan de materiële en immateriële vaste activa gedurende het boekjaar, vóór waardeverminderingen, afschrijvingen en eventuele waardeaanpassingen, inclusief herwaarderingen en bijzondere waardeverminderingen, en exclusief wijzigingen in reële waarde. Het omvat toevoegingen aan de vaste activa (IAS 16), immateriële activa (IAS 38) en activa met gebruiksrecht (IFRS 16). Toevoegingen die resulteren uit bedrijfscombinaties zijn ook opgenomen (maar dit is niet van toepassing in 2023). Goodwill is niet opgenomen in de Capex omdat het niet gedefinieerd is als immaterieel actief overeenkomstig IAS 38. Nadere details over het boekhoudkundig beleid betreffende de Capex van de Groep zijn beschikbaar bij de geconsolideerde financiële staten.

De evaluatie van het wel of niet in aanmerking komen voor taxonomieclassificatie van Omzet, Capex en Opex van SIPEF werd uitgevoerd conform de specificaties en definities uiteengezet in Bijlage I van de krachtens Art. 8 Gedelegeerde Handeling. Het voor dit proces gehanteerde boekhoudkundig beleid is als volgt:

Reconciliatie

De totale Capex van de Groep kan worden gereconcilieerd met de geconsolideerde financiële staten, het geconsolideerd kasstroomoverzicht, als de som van de verwerving van immateriële activa, de verwerving van biologische activa en de verwerving van materiële vaste activa.# Opex-KPI

De Opex-KPI wordt gedefinieerd als de voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende Opex (teller) gedeeld door de totale Opex van de Groep (noemer). De teller wordt hieronder toegelicht. De totale Opex bestaat uit rechtstreekse niet-gekapitaliseerde kosten die betrekking hebben op onderzoek en ontwikkeling, bouwrenovatiemaatregelen, kortetermijnhuur, onderhoud en reparatie, en alle andere rechtstreekse dagelijkse onderhoudskosten voor materiële vaste activa. Dat omvat:

  • Uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling, die niet van toepassing zijn op de SIPEF-groep. De SIPEF-groep heeft weliswaar uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling, die betrekking hebben op zijn minderheidsdochtervennootschappen Verdant Bioscience Pte Ltd en PT Timbang Deli, waarop vermogensmutatie wordt toegepast en die niet opgenomen zijn in de Opexberekening.
  • Het bedrag van niet-gekapitaliseerde huurovereenkomsten, dat is bepaald overeenkomstig IFRS 16, en dat uitgaven voor kortetermijnhuur en huurovereenkomsten met een lage waarde omvat. Meer informatie kan gevonden worden in de toelichting over leasing opgenomen in de geconsolideerde financiële staten.
  • Onderhoud en reparatie en andere rechtstreekse dagelijkse onderhoudskosten voor materiële vaste activa en biologische activa (dragende planten). Zij werden bepaald op basis van de onderhouds- en reparatiekosten toegewezen aan de betrokken activa. Het onderhoud van de biologische activa - dragende planten omvat alle kosten om de biologische activa (dragende planten) in een goede productiestaat te houden. De belangrijkste voorbeelden daarvan zijn de uitgaven in verband met het uitstrooien van meststoffen, snoeien en het bestrijden van ongedierte en ziekten. De betrokken kosten zijn terug te vinden in diverse posten in de winst-en-verliesrekening van de Groep, inclusief de kostprijs van de verkopen (onderhoud van operationele materiële vaste activa en biologische activa – dragende planten) en algemene en administratieve kosten (zoals onderhoud van IT-systemen), indien van toepassing. In het algemeen omvatten zij eveneens personeelskosten, kosten voor diensten, en materiële kosten voor dagelijks onderhoud, naast regelmatige en niet-geplande onderhouds- en reparatiemaatregelen. Deze kosten worden rechtstreeks toegewezen aan de materiële vaste activa.

Aangezien de SIPEF-groep geen voor taxonomie-classificatie in aanmerking komende economische activiteiten heeft vastgesteld, registreert de Groep geen Capex/Opex betreffende activa of processen die verband houden met voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten in de teller van de Capex-KPI en de Opex.

Deze tabellen zijn een integraal onderdeel van het Geïntegreerd Jaarverslag.

275 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Annex

BOEKJAAR 2023 CRITERIA INZAKE SUBSTANTIËLE BIJDRAGE GEADVISEERDE CRITERIA (‘GEEN ERNSTIGE AFBREUK DOEN AAN’) ECONOMISCHE ACTIVITEITEN

CODES OMZET AANDEEL OMZET, JAAR N KLIMAATMITIGATIE KLIMAATADAPTATIE WATER VERONTREINIGING CIRCULAIRE ECONOMIE BIODIVERSITEIT KLIMAATMITIGATIE KLIMAATADAPTATIE WATER VERONTREINIGING CIRCULAIRE ECONOMIE BIODIVERSITEIT MINIMUM GARANTIES AANDEEL VAN OP TAXONOMIE AFGESTEMDE OF ERVOOR IN AANMERKING KOMENDE OMZET, JAAR N+1 CATEGORIE FACILITERENDE ACTIVITEITEN CATEGORIE TRANSITIE ONDERSTEUNENDE ACTIVITEIT
(1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) (8) (9) (10) (11) (12) (13) (14) (15) (16) (17) (18) (19)
J; N; ni-ak (b)(c) J; N; ni-ak (b)(c) J; N; ni-ak (b)(c) J; N; ni-ak (b)(c) J; N; ni-ak (b)(c) J; N; ni-ak (b)(c) J/N J/N J/N J/N J/N J/N J/N %
A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) NVT 0 0% NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT 0% - -
Omzet ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1.) 0 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT 0% - -
Waarvan faciliterend 0 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT 0% E -
Waarvan transitie ondersteunend 0 0% 0% - - - - - NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT 0% - T
A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologische niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) NVT 0 0% NVT NVT NVT NVT NVT NVT - - - - - - 0% - -
Omzet voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2.) 0 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% - - - - - - - 0% - -
A. OMZET VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN (A.1+A.2) 0 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% - - - - - - - 0% - -
B. NIET VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
Omzet niet voor taxonomie in aanmerking komende activiteiten 443 886 088 100%
B. OMZET NIET VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN 443 886 088 100%
TOTAAL (A+B) 443 886 088 100%

Omzet

AANDEEL VAN DE OMZET/TOTALE OMZET OP DE TAXONOMIE AFGESTEMD PER DOELSTELLING

VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMEND PER DOELSTELLING
Klimaatmitigatie (“Climate Change Mitigation” - CCM) 0%
Klimaatadaptatie (“Climate Change Adaptation” - CCA) 0%
Water en Mariene Hulpbronnen (“Water and Marine Resources” - WTR) 0%
Circulaire Economie (“Circular Economy” - CE) 0%
Preventie en Bestrijding van Verontreiniging (“Pollution Prevention and Control” - PPC) 0%
Biodiversiteit en Ecosystemen (“Biodiversity and Ecosystems” - BIO) 0%

276 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

BOEKJAAR 2023 CRITERIA INZAKE SUBSTANTIËLE BIJDRAGE GEADVISEERDE CRITERIA (‘GEEN ERNSTIGE AFBREUK DOEN AAN’) ECONOMISCHE ACTIVITEITEN

CODES CAPEX CAPEX-AANDEEL, JAAR N KLIMAATMITIGATIE KLIMAATADAPTATIE WATER VERONTREINIGING CIRCULAIRE ECONOMIE BIODIVERSITEIT KLIMAATMITIGATIE KLIMAATADAPTATIE WATER VERONTREINIGING CIRCULAIRE ECONOMIE BIODIVERSITEIT MINIMUM GARANTIES AANDEEL VAN OP TAXONOMIE AFGESTEMDE OF ERVOOR IN AANMERKING KOMENDE CAPEX, JAAR N+1 CATEGORIE FACILITERENDE ACTIVITEITEN CATEGORIE TRANSITIE ONDERSTEUNENDE ACTIVITEIT
(1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) (8) (9) (10) (11) (12) (13) (14) (15) (16) (17) (18) (19)
J; N; ni-ak (b)(c) J; N; ni-ak (b)(c) J; N; ni-ak (b)(c) J; N; ni-ak (b)(c) J; N; ni-ak (b)(c) J; N; ni-ak (b)(c) J/N J/N J/N J/N J/N J/N J/N %
A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) NVT 0 0% NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT 0% - -
Capex ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1.) 0 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT 0% - -
Waarvan faciliterend 0 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT 0% E -
Waarvan transitie ondersteunend 0 0% 0% - - - - - NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT 0% - T
A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologische niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) NVT 0 0% NVT NVT NVT NVT NVT NVT - - - - - - 0% - -
Capex voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2.) 0 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% - - - - - - - 0% - -
A. CAPEX VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN (A.1+A.2) 0 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% - - - - - - - 0% - -
B. NIET VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
Capex niet voor taxonomie in aanmerking komende activiteiten 106 985 373 100%
B. 106 985 373 100%
277 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Annex# CAPEX NIET VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
CAPEX NIET VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN 106 985 373 100%
TOTAAL A+B 106 985 373 100%
Investeringen (Capex)
AANDEEL VAN DE CAPEX/TOTAAL CAPEX OP DE TAXONOMIE AFGESTEMD PER DOELSTELLING VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMEND PER DOELSTELLING
Klimaatmitigatie (“Climate Change Mitigation” - CCM) 0% 0%
Klimaatadaptatie (“Climate Change Adaptation” - CCA) 0% 0%
Water en Mariene Hulpbronnen (“Water and Marine Resources” - WTR) 0% 0%
Circulaire Economie (“Circular Economy” - CE) 0% 0%
Preventie en Bestrijding van Verontreiniging (“Pollution Prevention and Control” - PPC) 0% 0%
Biodiversiteit en Ecosystemen (“Biodiversity and Ecosystems” - BIO) 0% 0%

278

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

BOEKJAAR 2023

CRITERIA INZAKE SUBSTANTIËLE BIJDRAGE GEADCRITERIA ‘GEEN ERNSTIGE AFBREUK DOEN AAN’ ECONOMISCHE ACTIVITEITEN 1 CODES 2 CAPEX 3 CAPEXAANDEEL, JAAR N 4 KLIMAATMITIGATIE 5 KLIMAATADAPTATIE 6 WATER 7 VERONTREINIGING 8 CIRCULAIRE ECONOMIE 9 BIODIVERSITEIT 10 KLIMAATMITIGATIE 11 KLIMAATADAPTATIE 12 WATER 13 VERONTREINIGING 14 CIRCULAIRE ECONOMIE 15 BIODIVERSITEIT 16 MINIMUM GARANTIES 17 AANDEEL VAN OP TAXONOMIE AFGESTEMDE A.1. OF ERVOOR IN AANMERKING KOMENDE A.2. CAPEX, JAAR N1 18 CATEGORIE FACILITERENDE ACTIVITEITEN 19 CATEGORIE TRANSITIE ONDERSTEUNENDE ACTIVITEIT 20 USD % J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J/N J/N J/N J/N J/N J/N J/N % E T

A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd)
NVT

0

0%

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

0%

-

-

Capex ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1.)
0

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

0%

-

-

Waarvan faciliterend
0

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

0%

E

-

Waarvan transitie ondersteunend
0

0%

0%

-

-

-

-

-

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

0%

-

T

A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologische niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten)
NVT

0

0%

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

-

-

-

-

-

-

0%

-

-

Capex voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2.)
0

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

-

-

-

-

-

-

0%

-

-

A. CAPEX VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN A.1+A.2
0

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

-

-

-

-

-

-

0%

-

-

B. NIET VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
Capex niet voor taxonomie in aanmerking komende activiteiten
106 985 373

100%

B. CAPEX NIET VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
106 985 373

100%

TOTAAL A+B
106 985 373

100%

279

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Annex

BOEKJAAR 2023

CRITERIA INZAKE SUBSTANTIËLE BIJDRAGE GEADCRITERIA ‘GEEN ERNSTIGE AFBREUK DOEN AAN’ ECONOMISCHE ACTIVITEITEN 1 CODES 2 OPEX 3 OPEXAANDEEL, JAAR N 4 KLIMAATMITIGATIE 5 KLIMAATADAPTATIE 6 WATER 7 VERONTREINIGING 8 CIRCULAIRE ECONOMIE 9 BIODIVERSITEIT 10 KLIMAATMITIGATIE 11 KLIMAATADAPTATIE 12 WATER 13 VERONTREINIGING 14 CIRCULAIRE ECONOMIE 15 BIODIVERSITEIT 16 MINIMUM GARANTIES 17 AANDEEL VAN OP TAXONOMIE AFGESTEMDE A.1. OF ERVOOR IN AANMERKING KOMENDE A.2. OPEX, JAAR N1 18 CATEGORIE FACILITERENDE ACTIVITEITEN 19 CATEGORIE TRANSITIE ONDERSTEUNENDE ACTIVITEIT 20 USD % J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J/N J/N J/N J/N J/N J/N J/N % E T

A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd)
NVT

0

0%

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

0%

-

-

Opex ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1.)
0

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

0%

-

-

Waarvan faciliterend
0

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

0%

E

-

Waarvan transitie ondersteunend
0

0%

0%

-

-

-

-

-

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

0%

-

T

A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologische niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten)
NVT

0

0%

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

-

-

-

-

-

-

0%

-

-

Opex voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2.)
0

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

-

-

-

-

-

-

0%

-

-

A. OPEX VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN A.1+A.2
0

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

-

-

-

-

-

-

0%

-

-

B. NIET VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
Opex niet voor taxonomie in aanmerking komende activiteiten
47 870 837

100%

B. OPEX NIET VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
47 870 837

100%

TOTAAL A+B
47 870 837

100%

280

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

BOEKJAAR 2023

CRITERIA INZAKE SUBSTANTIËLE BIJDRAGE GEADCRITERIA ‘GEEN ERNSTIGE AFBREUK DOEN AAN’ ECONOMISCHE ACTIVITEITEN 1 CODES 2 OPEX 3 OPEXAANDEEL, JAAR N 4 KLIMAATMITIGATIE 5 KLIMAATADAPTATIE 6 WATER 7 VERONTREINIGING 8 CIRCULAIRE ECONOMIE 9 BIODIVERSITEIT 10 KLIMAATMITIGATIE 11 KLIMAATADAPTATIE 12 WATER 13 VERONTREINIGING 14 CIRCULAIRE ECONOMIE 15 BIODIVERSITEIT 16 MINIMUM GARANTIES 17 AANDEEL VAN OP TAXONOMIE AFGESTEMDE A.1. OF ERVOOR IN AANMERKING KOMENDE A.2. OPEX, JAAR N1 18 CATEGORIE FACILITERENDE ACTIVITEITEN 19 CATEGORIE TRANSITIE ONDERSTEUNENDE ACTIVITEIT 20 USD % J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J;N; ni-ak (b)(c) J/N J/N J/N J/N J/N J/N J/N % E T

A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd)
NVT

0

0%

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

0%

-

-

Opex ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1.)
0

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

0%

-

-

Waarvan faciliterend
0

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

0%

E

-

Waarvan transitie ondersteunend
0

0%

0%

-

-

-

-

-

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

0%

-

T

A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologische niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten)
NVT

0

0%

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

NVT

-

-

-

-

-

-

0%

-

-

Opex voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2.)
0

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

-

-

-

-

-

-

0%

-

-

A. OPEX VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN A.1+A.2
0

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

-

-

-

-

-

-

0%

-

-

B. NIET VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
Opex niet voor taxonomie in aanmerking komende activiteiten
47 870 837

100%

B. OPEX NIET VOOR TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
47 870 837

100%

TOTAAL A+B
47 870 837

100%

281

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Annex

Annex 3 – Basisgegevens

OVER SIPEF

Producties van de Groep (in ton - exclusief PT Melania)

GEPRODUCEERDE VERSE VRUCHTENTROSSEN
| | YTD 2023 | YTD 2022 | % WIJZIGING |
| :-------------------- | :---------- | :---------- | :---------- |
| EIGEN | | | |
| Indonesië | 1 049 691 | 1 040 074 | 0,92% |
| Tolan Tiga groep | 282 821 | 303 925 | -6,94% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 186 328 | 220 439 | -15,47% |
| Agro Muko groep | 362 376 | 361 096 | 0,35% |
| Zuid-Sumatra groep | 218 165 | 154 613 | 41,10% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 367 340 | 403 419 | -8,94% |
| Hargy Oil Palms Ltd | 367 340 | 403 419 | -8,94% |
| TOTAAL EIGEN | 1 417 031 | 1 443 493 | 1,83% |
| DERDEN | | | |
| Indonesië | 60 848 | 54 033 | 12,61% |
| Tolan Tiga groep | 10 304 | 11 217 | -8,14% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 812 | 1 131 | -28,22% |
| Agro Muko groep | 17 356 | 17 662 | -1,73% |
| Zuid-Sumatra groep | 32 377 | 24 023 | 34,77% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 232 414 | 254 356 | -8,63% |
| Hargy Oil Palms Ltd | 232 414 | 254 356 | -8,63% |
| TOTAAL DERDEN | 293 262 | 308 389 | 4,91% |
| TOTAAL GEPRODUCEERDE VERSE VRUCHTENTROSSEN | 1 710 292 | 1 751 883 | 2,37% |

VERKOCHTE VERSE VRUCHTENTROSSEN
| | YTD 2023 | YTD 2022 | % WIJZIGING |
| :-------------------- | :------- | :------- | :---------- |
| Indonesië | 42 588 | 66 250 | -35,72% |
| Tolan Tiga groep | 2 631 | 4 608 | -42,90% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 34 467 | 40 433 | -14,76% |
| Agro Muko groep | 5 490 | 4 924 | 11,50% |
| Zuid-Sumatra groep | 0 | 16 286 | -100,00% |
| TOTAAL VERKOCHTE VERSE VRUCHTENTROSSEN | 42 588 | 66 250 | 35,72% |

282

The connection to the world of sustainable tropical agriculture

OLIEEXTRACTIEPERCENTAGE
| | YTD 2023 | YTD 2022 | % WIJZIGING |
| :-------------------- | :------- | :------- | :---------- |
| Indonesië | 22,9% | 23,1% | -0,85% |
| Tolan Tiga groep | 22,7% | 22,7% | -0,21% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 22,9% | 23,4% | -2,15% |
| Agro Muko groep | 23,0% | 23,2% | -0,61% |
| Zuid-Sumatra groep | 22,9% | 23,2% | -1,34% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 24,5% | 25,3% | -3,41% |
| Hargy Oil Palms Ltd | 24,5% | 25,3% | -3,41% |
| TOTAAL OLIEEXTRACTIEPERCENTAGE | 23,5% | 24,0% | 2,11% |

VERWERKTE VERSE VRUCHTENTROSSEN
| | YTD 2023 | YTD 2022 | % WIJZIGING |
| :-------------------- | :---------- | :---------- | :---------- |
| Indonesië | 1 067 951 | 1 027 857 | 3,90% |
| Tolan Tiga groep | 290 494 | 310 534 | -6,45% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 152 673 | 181 137 | -15,71% |
| Agro Muko groep | 374 242 | 373 834 | 0,11% |
| Zuid-Sumatra groep | 250 542 | 162 351 | 54,32% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 599 754 | 657 776 | -8,82% |
| Hargy Oil Palms Ltd | 599 754 | 657 776 | -8,82% |
| TOTAAL VERWERKTE VERSE VRUCHTENTROSSEN | 1 667 705 | 1 685 632 | 1,06% |

283

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Annex

PALMPITTEN
| | YTD 2023 | YTD 2022 | % WIJZIGING |
| :-------------------- | :------- | :------- | :---------- |
| EIGEN | | | |
| Indonesië | 46 579 | 44 278 | 5,20% |
| Tolan Tiga groep | 15 912 | 16 686 | -4,64% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 6 388 | 7 432 | -14,04% |
| Agro Muko groep | 15 792 | 15 202 | 3,89% |
| Zuid-Sumatra groep | 8 487 | 4 959 | 71,13% |
| TOTAAL EIGEN | 46 579 | 44 278 | 5,20% |
| DERDEN | | | |
| Indonesië | 2 353 | 1 877 | 25,34% |
| Tolan Tiga groep | 385 | 312 | 23,10% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 28 | 25 | 9,86% |
| Agro Muko groep | 755 | 748 | 0,94% |
| Zuid-Sumatra groep | 1 186 | 792 | 49,76% |
| TOTAAL DERDEN | | | |# TOTAAL PALMPITTEN

YTD 2023 YTD 2022 % WIJZIGING
48 932 46 156 6,02%

PALMOLIE

EIGEN

YTD 2023 YTD 2022 % WIJZIGING
Indonesië 231 569 226 611 2,19%
Tolan Tiga groep 64 044 68 975 -7,15%
Umbul Mas Wisesa groep 34 832 42 272 -17,60%
Agro Muko groep 82 490 83 075 -0,70%
Zuid-Sumatra groep 50 202 32 289 55,48%
Papoea-Nieuw-Guinea 90 060 102 479 -12,12%
Hargy Oil Palms Ltd 90 060 102 479 -12,12%
TOTAAL EIGEN 321 629 329 090 2,27%

DERDEN

YTD 2023 YTD 2022 % WIJZIGING
Indonesië 12 883 10 675 20,68%
Tolan Tiga groep 1 773 1 532 15,76%
Umbul Mas Wisesa groep 152 2,81%
Agro Muko groep 3 695 3 542 4,32%
Zuid-Sumatra groep 7 263 5 453 33,18%
Papoea-Nieuw-Guinea 56 703 64 162 -11,63%
Hargy Oil Palms Ltd 56 703 64 162 -11,63%
TOTAAL DERDEN 69 586 74 837 7,02%

TOTAAL PALMOLIE

YTD 2023 YTD 2022 % WIJZIGING
391 215 403 927 3,15%

PALMPITOLIE

YTD 2023 YTD 2022 % WIJZIGING
Papoea-Nieuw-Guinea 12 412 13 361 -7,10%
Hargy Oil Palms Ltd - Eigen 7 690 8 185 -6,05%
Hargy Oil Palms Ltd - Derden 4 722 5 176 -8,77%
TOTAAL PALMPITOLIE 12 412 13 361 7,10%

RUBBER

EIGEN

YTD 2023 YTD 2022 % WIJZIGING
Indonesië 827 1 368 -39,55%
Tolan Tiga groep 151 -60,98%
Agro Muko 676 981 -31,09%
TOTAAL EIGEN 827 1 368 39,55%

DERDEN

YTD 2023 YTD 2022 % WIJZIGING
Indonesië 141 555 -74,59%
Tolan Tiga groep 141 555 -74,59%
TOTAAL DERDEN 141 555 74,59%

TOTAAL RUBBER

YTD 2023 YTD 2022 % WIJZIGING
968 1 923 49,66%

BANANAS

YTD 2023 YTD 2022 % WIJZIGING
Côte d’Ivoire 26 129 29 759 -12,20%
Azaguié 11 702 12 832 -8,81%
Agboville 8 003 9 384 -14,72%
Motobé 6 424 7 543 -14,83%
Lumen 12 676 2 511 404,80%
Akoudié 2 171 0 -
TOTAAL BANANEN 40 976 32 270 26,98%

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Annex

2023

MATUUR IMMATUUR BEPLANT MATUUR IMMATUUR BEPLANT
OLIEPALMEN 67 222 14 949 82 171 64 953 13 401 78 354
Indonesië 54 917 13 705 68 621 52 886 11 880 64 766
Tolan Tiga groep 11 455 2 496 13 950 11 524 1 244 12 768
PT Tolan Tiga 6 960 1 075 8 035 7 029 640 7 669
PT Eastern Sumatra 2 500 593 3 093 2 500 357 2 857
PT Kerasaan 1 994 327 2 322 1 994 247 2 242
PT Bandar Sumatra 0 500 500 0 0 0
Umbul Mas Wisesa groep 9 924 0 9 924 9 924 0 9 924
PT Umbul Mas Wisesa 7 043 0 7 043 7 043 0 7 043
PT Toton Usaha Mandiri 1 135 0 1 135 1 135 0 1 135
PT Citra Sawit Mandiri 1 746 0 1 746 1 746 0 1 746
Agro Muko groep 17 484 4 066 21 549 18 512 2 607 21 119
PT Agro Muko 14 995 3 474 18 469 15 796 2 001 17 798
PT Mukomuko Agro Sejahtera 2 489 592 3 081 2 716 606 3 322
Zuid-Sumatra groep 16 054 7 143 23 197 12 926 8 028 20 954
PT Agro Kati Lama 4 022 779 4 801 3 775 633 4 407
PT Agro Muara Rupit 4 980 3 371 8 352 4 021 2 585 6 606
PT Agro Rawas Ulu 2 405 205 2 610 2 173 426 2 599
PT Dendymarker Indah Lestari 4 646 2 788 7 434 2 957 4 384 7 341
Papoea-Nieuw-Guinea 12 305 1 244 13 550 12 067 1 521 13 588
Hargy Oil Palms Ltd 12 305 1 244 13 550 12 067 1 521 13 588
RUBBER 1 901 0 1 901 1 954 0 1 954
Indonesië 1 901 0 1 901 1 954 0 1 954
Tolan Tiga groep 649 0 649 696 0 696
PT Bandar Sumatra 649 0 649 696 0 696
Agro Muko groep 1 251 0 1 251 1 258 0 1 258
PT Agro Muko 1 251 0 1 251 1 258 0 1 258
BANANEN 1 229 0 1 229 906 160 1 066
Côte d’Ivoire 1 229 0 1 229 906 160 1 066
Plantations J. Eglin SA 1 229 0 1 229 906 160 1 066
ANANASBLOEMEN 29 0 29 23 8 31
Côte d’Ivoire 29 0 29 23 8 31
Plantations J. Eglin SA 29 0 29 23 8 31
TOTAAL 70 381 14 949 85 329 67 836 13 568 81 404

Beplante oppervlakten (in hectaren)

Totale beplante oppervlakten van de geconsoli- deerde ondernemingen exclusief PT Timbang Deli en PT Melania.


TOTAAL BELANGEN

 % DEEL VAN DE GROEP OLIEPALMEN
82 171
Indonesië 94,54% 77 685
Tolan Tiga groep 93,46% 68 621
PT Tolan Tiga 83,74% 13 950
PT Eastern Sumatra 95,00% 8 035
PT Kerasaan 90,25% 3 093
PT Bandar Sumatra 54,15% 2 322
Umbul Mas Wisesa groep 90,25% 500
PT Umbul Mas Wisesa 95,00% 9 924
PT Toton Usaha Mandiri 95,00% 7 043
PT Citra Sawit Mandiri 95,00% 1 135
Agro Muko groep 95,00% 1 746
PT Agro Muko 93,72% 21 549
PT Mukomuko Agro Sejahtera 95,05% 18 469
Zuid-Sumatra groep 85,74% 3 081
PT Agro Kati Lama 98,41% 23 197
PT Agro Muara Rupit 100,00% 4 801
PT Agro Rawas Ulu 100,00% 8 351
PT Dendymarker Indah Lestari 100,00% 2 610
Papoea-Nieuw-Guinea 95,05% 7 066
Hargy Oil Palms Ltd 100,00% 13 550
RUBBER 100,00% 13 550
Indonesië 93,41% 1 901
Tolan Tiga groep 93,41% 1 775
PT Bandar Sumatra 90,25% 649
Agro Muko groep 90,25% 586
PT Agro Muko 95,05% 1 251
BANANEN 95,05% 1 189
Côte d’Ivoire 100,00% 1 229
Plantations J. Eglin SA 100,00% 1 229
ANANASBLOEMEN 100,00% 1 229
Côte d’Ivoire 100,00% 29
Plantations J. Eglin SA 100,00% 29
TOTAAL 94,60% 80 718

Beplante oppervlakten (in hectaren) (1)

Totale beplante oppervlakten van de geconsolideer- de ondernemingen (deel van de Groep) exclusief PT Timbang Deli en PT Melania.

(1) Eectief beplante oppervlakten


SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Annex

Ouderdomsstructuur (in hectaren)

OLIEPALMEN

JAAR TOLAN TIGA GROEP UMBUL MAS WISESA GROEP AGRO MUKO GROEP ZUID-SUMATRA GROEP HARGY OIL PALMS TOTAAL
2023 1 277 0 2 342 2 078 369 6 066
2022 647 0 1 052 2 056 875 4 632
2021 597 0 1 066 2 924 673 5 259
2020 0 0 114 3 167 63 3 344
2019 278 0 1 519 3 110 335 5 242
2018 303 0 1 067 2 430 547 4 346
2017 397 45 971 2 614 596 4 624
2016 328 185 397 2 553 219 3 682
2015 679 69 1 071 1 269 741 3 828
2014 709 0 1 014 740 1 386 3 849
2013 434 0 1 240 255 947 2 877
2012 745 202 1 503 0 1 628 4 079
2011 754 755 26 0 811 2 346
2010 625 1 525 357 0 619 3 126
2009 103 1 658 536 0 294 2 590
2008 397 1 954 223 0 239 2 813
2007 319 2 139 330 0 1 557 4 346
2006 619 365 900 0 896 2 780
2005 551 1 004 516 0 188 2 258
2004 116 0 730 0 158 1 004
2003 725 0 120 0 130 975
2002 233 0 63 0 278 575
2001 296 0 549 0 0 845
2000 302 0 725 0 0 1 027
1999 370 0 1 469 0 0 1 839
1998 400 0 767 0 0 1 166
Voor 1998 1 747 24 883 0 0 2 654
GEMIDDELDE LEEFTIJD 12,99 14,59 11,08 4,09 10,17 9,71
2023 2022 2021 2020 2019
ACTIVITEITEN
Totale eigen productie van de geconsolideerde ondernemingen (in ton)
palmolie 321 629 329 090 316 740 271 472 264 641
rubber 968 1 923 3 182 5 300 5 495
bananen 40 976 32 270 32 200 31 158 32 849
Gemiddelde wereldmarktprijzen (USD/ton)
palmolie* 964 1 345 1 195 715 566
rubber** 1 577 1 810 2 071 1 728 1 640
bananen*** 830 762 616 628 662
Eigen FFB productie (in ton/ha)
Indonesië (excl. DM) 19,11 19,67 19,86 18,74 19,52
Papoea-Nieuw-Guinea 29,85 33,43 28,51 21,16 20,79
Palmolie-extractie-%
Indonesië (excl. DM) 22,89% 23,09% 22,99% 22,79% 23,23%
Papoea-Nieuw-Guinea 24,47% 25,33% 25,58% 24,64% 23,35%
BEURSNOTERINGEN (IN EUR)
Maximum 62,30 70,80 60,80 56,70 54,80
Minimum 51,30 52,70 43,85 38,00 35,25
Slotkoers 31/12 53,00 58,90 56,90 43,20 54,80
Beurskapitalisatie op 31/12 (in KEUR) 560 704 623 122 601 964 457 027 579 747
RESULTATEN (IN KUSD)
Omzet 443 886 527 460 416 053 274 027 248 310
Brutowinst 149 673 221 031 169 218 62 357 37 162
Bedrijfsresultaat 107 978 178 312 139 416 30 778 4 940
Aandeel van de groep in het resultaat 72 735 108 157 93 749 14 122 -8 004
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten na belastingen 122 632 165 295 160 311 73 262 33 988
Vrije kasstroom 5 813 79 511 112 270 21 299 -27 751
BALANS (IN KUSD)
Operationele vaste activa (1) 751 674 696 645 667 267 637 665 413
Eigen vermogen deel groep 853 777 817 803 727 329 638 688 628 686
Netto financiële activa (+) / verplichtingen (-) -31 418 122 -49 192 -151 165 -164 623
Investeringen in immateriële en operationele vaste activa (1) 106 985 79 294 68 692 51 763 66 546
GEGEVENS PER AANDEEL (IN USD)
Aantal uitgegeven aandelen 10 579 328 10 579 328 10 579 328 10 579 328 10 579 328
Eigen aandelen 180 000 178 933 178 000 160 000 160 000
Eigen vermogen 82,10 78,63 69,93 61,30 60,34
Gewone winst per aandeel (2) 6,99 10,40 9,00 1,36 -0,77
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten na belastingen (2) 11,79 15,89 15,39 7,03 3,26
Vrije kasstroom (2) 0,56 7,64 10,78 2,04 -2,66

(1) Operationele vaste activa = biologische activa - dragende planten, andere materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen
(2) Noemer 2023 = gewogen gemiddelde aantal uitgegeven aandelen (10 403 105 aandelen)
* Oilworld prijsdata
** Wereldbank grondstoenprijzen
*** CIRAD prijsdata (in EUR)

Historische gegevens over 5 jaar


DUURZAAMHEIDSAANPAK

RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte van de oliepalmactiviteiten (1)

OLIEPALMACTIVITEITEN (IN HECTAREN)

2023 2022
SIPEF-GROEP
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – eigen plantages 65 522 61 622
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – “scheme smallholders” (1) 18 639 15 909
TOTAAL RSPOGECERTIFICEERDE BEPLANTE OPPERVLAKTE 81 161 77 531
INDONESIË
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – eigen plantages 48 972 48 034
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – “scheme smallholders” (1) 3 832 1 102
RSPOGECERTIFICEERDE BEPLANTE OPPERVLAKTE 52 804 49 136
PAPOEA-NIEUW-GUINEA
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – eigen plantages 13 550 13 588
RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakte – “scheme smallholders” (1) 14 807 14 807
RSPOGECERTIFICEERDE BEPLANTE OPPERVLAKTE 28 356 28 395

(1) De tabel is bijgewerkt om te focussen op de RSPO-gecertificeerde beplante oppervlakten voor eigen plantages en ”scheme smallholders”.# OLIEPALM ACTIVITEITEN TON
| SIPEF-GROEP | 2023 | 2022 |
| :-------------------------------------------------- | :-------- | :-------- |
| RSPO-gecertificeerde FFB – eigen plantages | 1 219 857 | 1 273 922 |
| RSPO-gecertificeerde FFB – “scheme smallholders” (1) | 252 378 | 272 007 |
| RSPO-gecertificeerde FFB – onaankelijke lokale boeren (1) | 679 643 | |
| TOTAAL RSPOGECERTIFICEERDE FFB | 1 472 914 | 1 546 572 |
| INDONESIË | | |
| RSPO-gecertificeerde FFB – eigen plantages | 852 517 | 870 503 |
| RSPO-gecertificeerde FFB – “scheme smallholders” (1) | 19 964 | 17 651 |
| RSPO-gecertificeerde FFB – onaankelijke lokale boeren (1) | 679 643 | |
| RSPOGECERTIFICEERDE FFB | 873 160 | 888 797 |
| PAPOEA-NIEUW-GUINEA | | |
| RSPO-gecertificeerde FFB – eigen plantages | 367 340 | 403 419 |
| RSPO-gecertificeerde FFB – “scheme smallholders” (1) | 232 414 | 254 356 |
| RSPOGECERTIFICEERDE FFB | 599 754 | 657 775 |

(1) Lokale boeren ingedeeld naar “scheme smallholders” en onaankelijke lokale boeren. Exclusief PT Timbang Deli. RSPO-gecertificeerde FFB-productievolumes van de oliepalmactiviteiten 290

De connection to the world of sustainable tropical agriculture

Progressie RSPO- en ISPO-certificering van palmolie-extractiefabrieken en palmpitpletterijen

PALMOLIEACTIVITEITEN AANTAL FABRIEKEN EN PLETTERIJEN

PALMOLIEACTIVITEITEN AANTAL FABRIEKEN EN PLETTERIJEN
INDONESIË 2023 2022
RSPO-gecertificeerde palmolie-extractiefabrieken – “Identity Preserved” 5 5
RSPO-gecertificeerde palmolie-extractiefabrieken – “Mass Balance” 1 1
ISPO-gecertificeerde palmolie-extractiefabrieken 6 6
PAPOEA-NIEUW-GUINEA
RSPO-gecertificeerde palmolie-extractiefabrieken – “Identity Preserved” 3 3
RSPO-gecertificeerde palmpitpletterijen – “Segregation” 2 2

PALMOLIEACTIVITEITEN TON

PALMOLIEACTIVITEITEN TON 2023 2022
RSPO-GECERTIFICEERDE CPO-PRODUCTIE
Indonesië 201 534 206 959
Papoea-Nieuw-Guinea 146 763 166 641
TOTAAL RSPOGECERTIFICEERDE CPOPRODUCTIE 348 297 373 600
RSPO-GECERTIFICEERDE PK-PRODUCTIE
Indonesië 41 708 41 700
Papoea-Nieuw-Guinea 31 230 33 916
TOTAAL RSPOGECERTIFICEERDE PKPRODUCTIE 72 938 75 616

RSPO-gecertificeerde CPO- en PK-volumes

NORMEN EN CERTIFICERINGEN AANTAL CERTIFICATEN

PRODUCT 2023 2022 2021 2020 2019 2018
RSPO: Roundtable on Sustainable Palm Oil Palmolie 8 8 8 8 8 8
ISCC: International Sustainability and Carbon Certification Palmolie 4 4 4 4 4 5
ISPO: Indonesian Sustainable Palm Oil Palmolie 8 8 8 6 6 5
ISO 14001:2015 Palmolie 1 1 1 1 1 1
ISO 9001:2015 Palmolie 1 1 1 1 1 1
GLOBALG. A . P. Bananen 2 (1) 1 1 1 1 1
Rainforest Alliance Bananen 3 (1) 2 5 5 5 5
Fairtrade Bananen 2 (1) 2 (1) 2 (1) 2 (1) 2 (1)
Sedex Bananen 1 1 1 1 1 1
TOTAAL 30 28 31 29 29 27

(1) De cijfers voor Fairtrade, GlobalG.A.P. en ”Rainforest Alliance” zijn inclusief ”Chain of Custody”-certificaten. ”Chain of Custody”-certificaten voor de standaarden van GlobalG.A.P. en ”Rainforest Alliance” zijn in 2023 voor de eerste keer behaald voor het SIPEF-hoofdkantoor in België. Fairtrade ”Chain of Custody”-certificering is van kracht sinds 2019.

Duurzaamheidsnormen en certificering 291

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Annex

MILIEUBEHEER

SIPEF’s netto-uitstoot van broeikasgassen per jaar (Scope 1 en Scope 2)

UITSTOOT VAN BROEIKASGASSEN “GREENHOUSE GAS EMISSIONS”  GHG tCO 2 e

UITSTOOT VAN BROEIKASGASSEN “GREENHOUSE GAS EMISSIONS”  GHG tCO 2 e 2023 2022 2021
Scope 1 636 360 645 515 719 810
Scope 2 15 151 12 756 8 953
TOTAAL NETTOGHGUITSTOOT PER JAAR 651 511 658 271 (1) 728 762 (1)

(1) De netto-uitstoot van broeikasgassen van boekjaar 2022 en boekjaar 2021 zijn aangepast om de verbeterde reikwijdte van de berekeningen van de uitstoot van broeikasgassen weer te geven. De rest van de netto-uitstoot van broeikasgassen en intensiteit in dit gedeelte zijn aangepast in lijn met deze verbetering. Meer informatie is beschikbaar in de sectie Milieubeheer van dit rapport.

UITSTOOT VAN BROEIKASGASSEN “GREENHOUSE GAS EMISSIONS”  GHG tCO 2 e/tonCPO

INTENSITEIT 2023 2022 2021
Ruwe palmolie 1,68 1,64 1,88
INTENSITEIT 1,68 1,64 1,88

Energieopwekking uit hernieuwbare bronnen

OPGEWEKTE HERNIEUWBARE ENERGIE kWh

OPGEWEKTE HERNIEUWBARE ENERGIE kWh PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEKEN BIOGAS- INSTALLATIES STOOM- TURBINES BIOGAS- INSTALLATIES STOOM- TURBINES
2023 2023 2023 2022 2022
Indonesië 4 469 560 15 966 122 4 600 051 19 330 979
Papoea-Nieuw-Guinea NVT 12 954 378 NVT 12 944 742
TOTAAL OPGEWEKTE HERNIEUWBARE ENERGIE 4 469 560 28 920 500 4 600 051 32 275 721

UITSTOOT VAN BROEIKASGASSEN “GREENHOUSE GAS EMISSIONS”  GHG tCO 2 e

UITSTOOT VAN BROEIKASGASSEN “GREENHOUSE GAS EMISSIONS”  GHG tCO 2 e 2023 2022 2021
Oliepalmen 656 553 662 667 721 640
Rubber (1) -19 040 -14 809 -7 400
Thee 8 536 8 680 8 889
Bananen 5 461 1 733 5 633
TOTAAL NETTOGHGUITSTOOT PER GEWAS 651 511 658 271 728 762

(1) De evolutie in de uitstoot van de rubberactiviteiten is te wijten aan het feit dat SIPEF de rubberactiviteiten aouwt en bezig is met het omzetten van rubberplantages naar oliepalmplantages. De niet-getapte rubberbomen absorberen de koolstof.

SIPEF’s netto-uitstoot van broeikasgassen per gewas (Scope 1 en Scope 2)

Intensiteit SIPEF’s broeikasgassenuitstoot per ton CPO (Scope 1 en Scope 2)

MONITORING VAN BOSVERLIES IN EIGEN CONCESSIES IN LEVERANCIERSGEBIEDEN PER LAND/PROVINCIE

2023 2022
EQ-WAAR- SCHUWIN- GEN GEVERI- FIEERDE INCIDENTEN GEVERIFIEER- DE OPPER- VLAKTE (IN HECTARE) EQ-WAAR- SCHUWIN- GEN GEVERI- FIEERDE INCIDENTEN GEVERIFIEER- DE OPPER- VLAKTE (IN HECTARE)
Indonesië 3 1 6,6 Indonesië 2 2 14,6
Noord-Sumatra 0 0 0 Noord-Sumatra 0 0 0
Bengkulu 2 0 0 Bengkulu 2 2 14,6
Zuid-Sumatra 1 1 6,6 Zuid-Sumatra 0 0 0
Papoea-Nieuw-Guinea 0 0 0 Papoea-Nieuw-Guinea 1 1 28,0
Papoea-Nieuw-Guinea 0 0 0 Papoea-Nieuw-Guinea 1 1 28,0
TOTAAL 3 1 6,6 TOTAAL 3 3 42,6

Monitoring van bosverlies per land/provincie 293

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Annex

Hotspots en monitoring van brandhaarden per land/provincie

HOTSPOTS EN MONITORING VAN BRANDHAARDEN IN EIGEN CONCESSIES IN LEVERANCIERSGEBIEDEN PER LAND/PROVINCIE

2023 2022
HOTSPOTS WERKELIJKE BRANDEN GETROFFEN GEBIEDEN (IN HECTAREN) HOTSPOTS WERKELIJKE BRANDEN GETROFFEN GEBIEDEN (IN HECTAREN)
Indonesië 67 39 160,5 Indonesië 13 2 2,0
Noord-Sumatra 0 0 0 Noord-Sumatra 2 0 0
Bengkulu 4 0 0 Bengkulu 3 0 0
Zuid-Sumatra 63 39 160,5 Zuid-Sumatra 8 2 2,0
Papoea-Nieuw-Guinea 1 0 0 Papoea-Nieuw-Guinea 2 2 0,5
Papoea-Nieuw-Guinea 1 0 0 Papoea-Nieuw-Guinea 2 2 0,5
TOTAAL 68 39 160,5 TOTAAL 15 4 2,5

SBI BIODIVERSITY MONITORING PER 31 DECEMBER

SBI BIODIVERSITY MONITORING PER 31 DECEMBER EENHEID 2023 2022
Agrobosbouwers ingeschakeld aantal personen 376 339
Bomen geplant aantal bomen 56 872 48 330
Aangetast gebied hersteld hectaren 224 185

SIPEF Biodiversity Indonesia (SBI)-programma 294

De connection to the world of sustainable tropical agriculture

WATERVERBRUIK KUBIEKE METERS

WATERVERBRUIK KUBIEKE METERS 2023 2022
PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEKEN
Indonesië 993 379 929 279
Papoea-Nieuw-Guinea 699 175 711 864
TOTAAL 1 692 554 1 641 143
BANANENACTIVITEITEN
Plantages 6 530 541 4 262 667
Bananenverpakkingsstations 350 428 240 952
TOTAAL 6 880 969 4 503 619

HERBEBOSSING

2023 2022
BEPLANTE OPPERVLAKTE IN HECTAREN GEPLANTE BOMEN AANTAL BOMEN BEPLANTE OPPERVLAKTE IN HECTAREN
Agboville 86,0 95 546 86,0
Gmélina 65,0 72 215 65,0
Teak 21,0 23 331 21,0
Azaguié 38,2 42 389 42,2
Gmélina 38,2 42 389 42,2
TOTAAL 124,2 137 935 128,2

Herbebossingsprogramma in Côte d’Ivoire

Waterverbruik bij palm- en bananenactiviteiten

PALMOLIEEXTRACTIEFABRIEKEN KUBIEKE METERS/TON VERWERKTE FFB

PALMOLIEEXTRACTIEFABRIEKEN KUBIEKE METERS/TON VERWERKTE FFB DOELSTELLING 2023 2022
Indonesië
Bukit Maradja ≤ 1,0 0,89 0,91
Bunga Tanjung ≤ 1,0 0,50 0,63
Dendymarker Indah Lestari ≤ 1,0 0,99 0,99
Mukomuko ≤ 1,0 0,84 0,89
Perlabian ≤ 1,2 0,92 0,74
Umbul Mas Wisesa ≤ 1,5 1,35 1,31
Papoea-Nieuw-Guinea
Barema ≤ 1,5 0,94 0,96
Hargy ≤ 1,0 0,90 0,96
Navo ≤ 1,0 1,56 1,27

Intensiteit waterverbruik palmolie-extractiefabriek

BANANENACTIVITEITEN KUBIEKE METERS/TON UITGEVOERDE BANANEN

BANANENACTIVITEITEN KUBIEKE METERS/TON UITGEVOERDE BANANEN 2023 2022
Plantages en verpakkingsstations 178,12 149,98

Intensiteit waterverbruik bananenactiviteiten 295

SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023 Annex

Waterkwaliteit van het lozingswater per fabriek

PALMOLIE EXTRACTIE FABRIEKEN

PLAATS VAN LOZING WETTELIJKE GRENS WAARDEN BOD WETTELIJKE GRENS WAARDEN COD WETTELIJKE GRENS WAARDEN TSS EENHEID BOD OVERSCHREDEN GRENSWAARDEN COD OVERSCHREDEN GRENSWAARDEN TSS OVERSCHREDEN GRENSWAARDEN
2023
INDONESIË
Bunga Tanjung 100 350 250 mg/l 0 0 0
Mukomuko 100 350 250 mg/l 0 0 0
Dendymarker Indah Lestari 100 350 250 mg/l 0 0 0
Umbul Mas Wisesa 100 350 250 mg/l 0 0 0
Bukit Maradja 5 000 NVT NVT mg/l 0 NVT NVT
Perlabian 5 000 NVT NVT mg/l 0 NVT NVT
PAPOEA-NIEUW-GUINEA
Hargy 100 NVT 500 mg/l 1 NVT 3
Barema 4 000 NVT 1 000 mg/l 0 NVT 0
Navo 4 000 NVT 1 000 mg/l 0 NVT 1
2022
INDONESIË
Bunga Tanjung 100 350 250 mg/l 0 0 0
Mukomuko 100 350 250 mg/l 0 0 0
Dendymarker Indah Lestari 100 350 250 mg/l 0 0 0
Umbul Mas Wisesa 100 350 250 mg/l 0 0 0
Bukit Maradja 5 000 NVT NVT mg/l 0 NVT NVT
Perlabian 5 000 NVT NVT mg/l 0 NVT NVT
PAPOEA-NIEUW-GUINEA
Hargy 100 NVT 500 mg/l 5 NVT 5
Barema 4 000 NVT 1 000 mg/l 0 NVT 4
Navo 4 000 NVT 1 000 mg/l 0 NVT 0

RESPECT VOOR DE WERKNEMERS EN GEMEENSCHAPPEN

Werknemers naar geslacht (1) op Groepsniveau

WERKNEMERS NAAR GESLACHT
| AANTAL WERKNEMERS | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Mannelijk | 17 212 | 16 612 |
| Vrouwelijk | 5 846 | 5 545 |
| TOTAAL WERKNEMERS NAAR GESLACHT | 23 057 | 22 157 |

(1) Dit omvat ook het totale aantal werknemers in de thee- en rubberindustrie en de horticultuur.

Werknemers per land

WERKNEMERS PER LAND
| AANTAL WERKNEMERS | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| België | 24 | 23 |
| Indonesië | 15 547 | 15 403 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 4 989 | 4 706 |
| Côte d’Ivoire | 2 483 | 2 015 |
| Singapore | 14 | 10 |
| TOTAAL WERKNEMERS PER LAND | 23 057 | 22 157 |

Werknemers naar geslacht per gewas

WERKNEMERS NAAR GESLACHT PER GEWAS
| AANTAL WERKNEMERS | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| VROUWELIJK | | |
| MANNELIJK | | |
| Oliepalmen | 4 360 | 14 048 | 4 384 | 13 522 |
| Bananen | 776 | 1 674 | 591 | 1 385 |
| TOTAAL WERKNEMERS | 5 136 | 15 722 | 4 975 | 14 907 |

Type van tewerkstelling

TYPE VAN TEWERKSTELLING
| AANTAL WERKNEMERS | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| CONTRACT VAN ONBEPAALDE DUUR | LANGE- TERMIJN- CONTRACT (2) | TIJDELIJK CONTRACT | CONTRACT VAN ONBEPAALDE DUUR | LANGE- TERMIJN- CONTRACT (2) | TIJDELIJK CONTRACT |
| Oliepalmen | 13 575 | 3 993 | 839 | 13 595 | 2 923 | 1 388 |
| Bananen | 2 332 | 0 | 118 | 1 912 | 0 | 64 |
| TOTAAL EMPLOYEES | 15 907 | 3 993 | 957 | 15 507 | 2 923 | 1 452 |

(2) In Indonesië komen werknemers, aangenomen met een hernieuwbaar langetermijncontract (d.w.z. Perjanjian Kerja Waktu Tertentu (PKWT)), in aanmerking om beschouwd te worden als werknemers met een contract voor onbepaalde duur.

Werknemers naar geslacht, per gewas
Werknemers naar type van tewerkstellingscontract, per gewas

CADETTENPROGRAMMA

CADETTENPROGRAMMA
| AANTAL CADETTEN | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| VROUWELIJK | | |
| MANNELIJK | | |
| Indonesië | 2 | 27 | 8 | 38 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 1 | 8 | 1 | 9 |
| TOTAAL CADETTEN | 3 | 35 | 9 | 47 |

Gendersamenstelling van het Cadettenprogramma per land

HUIZEN TER BESCHIKKING GESTELD DOOR SIPEF

HUIZEN TER BESCHIKKING GESTELD DOOR SIPEF
| AANTAL UNITS | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Indonesië | 8 346 | 8 233 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 2 716 | 2 366 |
| Côte d’Ivoire | 766 | 766 |
| TOTAAL AANTAL HUIZEN | 11 828 | 11 365 |

Woningen ter beschikking gesteld aan de werknemers

BESCHIKBARE SCHOLEN

BESCHIKBARE SCHOLEN
| AANTAL SCHOLEN | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Indonesië | 38 | 38 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 3 | 3 |
| Côte d’Ivoire | 4 | 4 |
| TOTAAL AANTAL SCHOLEN | 45 | 45 |

Scholen opgericht door SIPEF

DEKKING DOOR CAO’S

DEKKING DOOR CAO’S
| AANTAL WERKNEMERS | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Oliepalmen | 8 169 | 8 319 |
| Bananen | 2 450 | 1 976 |
| TOTAAL WERKNEMERS | 10 619 | 10 295 |

Werknemers gedekt door een Collectieve arbeidsovereenkomst (CAO’s) voor oliepalm- en bananenactiviteiten

BESCHIKBARE KLINIEKEN

BESCHIKBARE KLINIEKEN
| AANTAL KLINIEKEN | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Indonesië | 25 | 22 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 13 | 13 |
| Côte d’Ivoire | 7 | 5 |
| TOTAAL AANTAL KLINIEKEN | 45 | 40 |

Klinieken ter beschikking gesteld door SIPEF

LTIFR

LTIFR
| PERCENTAGE PER 1 000 000 GEWERKTE UREN | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Indonesië | 4,34 | 3,53 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 24,90 | 18,41 |
| Côte d’Ivoire | 6,13 | 11,97 |

Frequentiegraad van ongevallen met werkverlet per land (“Lost Time Injury Frequency Rate” - LTIFR) per land

DODELIJKE ONGEVALLEN

DODELIJKE ONGEVALLEN
| AANTAL GEVALLEN | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Indonesië | 1 | 1 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 0 | 1 |
| Côte d’Ivoire | 0 | 0 |

Dodelijke arbeidsongevallen

KINDERDAGVERBLIJVEN TER BESCHIKKING GESTELD DOOR SIPEF

KINDERDAGVERBLIJVEN TER BESCHIKKING GESTELD DOOR SIPEF
| AANTAL KINDERDAGVERBLIJVEN | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Aantal kinderdagverblijven | 42 | 40 |
| TOTAAL AANTAL KINDERDAGVERBLIJVEN | 42 | 40 |

Kinderdagverblijven ter beschikking gesteld door SIPEF

SCHOLEN OPGERICHT DOOR SIPEF

SCHOLEN OPGERICHT DOOR SIPEF
| | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Faciliteiten toegankelijk voor de kinderen van medewerkers | 45 | 45 |
| Faciliteiten toegankelijk voor de kinderen van de gemeenschap | 45 | 45 |

Scholen toegankelijk voor de kinderen van de gemeenschap

KLINIEKEN TER BESCHIKKING GESTELD DOOR SIPEF

KLINIEKEN TER BESCHIKKING GESTELD DOOR SIPEF
| | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Faciliteiten toegankelijk voor de medewerkers | 45 | 40 |
| Faciliteiten toegankelijk voor de gemeenschap | 45 | 27 |

Klinieken toegankelijk voor de gemeenschap

PROGRAMMA LOKALE BOEREN

2023 2022
AANTAL LOKALE BOEREN RSPO-GECERTIFICEERDE LOKALE BOEREN BEPLANTE OPPERVLAKTE (IN HECTAREN)
SIPEF-GROEP
SIPEF “scheme smallholders” 5 743 5 111 21 059
TOTAAL GROEP 5 743 5 111 21 059
INDONESIË
Lokale boeren coöperatieven (Koperasi) 1 814 1 182 5 666
“Village smallholders” (Kebun Masyarakat Desa) 283 283 587
TOTAAL INDONESIË 2 097 1 465 6 253
PAPOEA-NIEUW-GUINEA
“Associated smallholders” 3 646 3 646 14 807
TOTAAL PAPOEA-NIEUW-GUINEA 3 646 3 646 14 807

(1) Tabel bijgewerkt om zich enkel op de “scheme smallholders” te focussen en op de RSPO beplante oppervlakte.
(2) De totale beplante oppervlakte voor “scheme smallholders” in Indonesië is bijgewerkt, omdat in de vorige rapportering enkel niet beplante oppervlakte was opgenomen.

2023 2022
AANTAL LOKALE BOEREN RSPO-GECERTIFICEERDE LOKALE BOEREN RSPO-GECERTIFICEERDE BEPLANTE OPPERVLAKTE (IN HECTAREN)
INDONESIË
“Independent smallholders” 2 522 30 60
TOTAAL INDONESIË 2 522 30 60

(3) Tabel bijgewerkt om zich enkel op de onaankelijke lokale boeren te focussen en op de RSPO beplante oppervlakte.

VERANTWOORD TOELEVERINGSKETENBEHEER

Programma’s voor lokale oliepalmboeren per land
SIPEF’s programma voor “scheme smallholders” (1)
SIPEF’s programma voor onafhankelijke lokale boeren (3)

Andere informatie over de Vennootschap

Duur

De Vennootschap bestaat voor onbepaalde duur.

Kapitaal

Geplaatst kapitaal

SIPEF heeft van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie de ociële goedkeuring ontvangen om, vanaf 1 januari 2016, de boekhouding en de jaar- rekening op te stellen in Amerikaanse dollar, de functionele munt van SIPEF. Op 31 december 2023 bedroeg het volgestort maat- schappelijk kapitaal USD 44 733 752,04. Het wordt vertegenwoordigd door 10 579 328 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. Alle aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen, hebben dezelfde rechten. Ieder aandeel geeft recht op één stem. SIPEF heeft geen andere categorieën van aandelen uitgegeven, zoals aandelen zonder stemrecht of bevoorrechte aandelen.

Toegestaan kapitaal

Bij beslissing van de buitengewone algemene vergadering van 14 juni 2023 kwam er een verlenging met vijf jaar van de aan de raad van bestuur verleende machtiging om het kapitaal te verhogen, in een of meerdere keren ten belope van USD44733752,04 volgens de in de statuten gestipuleerde modaliteiten. Die machtiging is geldig voor een periode van vijf jaar te rekenen vanaf 24 juli 2023, met name de datum van publicatie in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad, hetzij tot en met 23 juli 2028. De buitengewone algemene vergadering van 14 juni 2023 heeft beslist dat ingeval de Vennootschap een mededeling ontvangt van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) dat haar kennis is gegeven van een openbaar overnamebod op de eecten van de Vennootschap, de raad van bestuur, overeenkomstig artikel 7:202 §2, 2° van het WVV, slechts van zijn bevoegdheid inzake het toegestane kapitaal gebruik kan maken, indien voornoemde kennisgeving plaatsvindt niet later dan drie jaar na de datum van de buitengewone algemene vergadering die de betrokken bevoegd- heid heeft hernieuwd, hetzij vanaf 14 juni 2023 tot en met 13 juni 2026. Op 31 december 2023 bedroeg het toegestaan kapitaal USD 44 733 752,04. Op basis van dat laatste bedrag kunnen ten hoogste 10 579 328 nieuwe aandelen worden uitgegeven.

Eigen aandelen

De buitengewone algemene vergadering van 14 juni 2023 heeft de machtiging aan de raad van bestuur verlengd met een periode van vijf jaar, waardoor de raad met inachtneming van de wettelijke bepa- lingen een maximum aantal van 2 115 865 eigen aandelen, zijnde 20% van het geplaatst kapitaal, kan verkrijgen volgens de in de statuten vermelde modaliteiten. Die machtiging is geldig voor een periode van vijf jaar te rekenen vanaf 24 juli 2023, met name de datum van publicatie in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad, tot en met 23 juli 2028. Dezelfde buitengewone algemene vergadering heeft ook de aan de raad van bestuur verleende machti- ging verlengd om eigen aandelen te verkrijgen wan- neer deze inkoop noodzakelijk is om een dreigend ernstig nadeel voor de Vennootschap te voorkomen. Die machtiging is geldig voor een termijn van drie jaar, te rekenen vanaf 24 juli 2023, de datum van de publicatie in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad, tot en met 23 juli 2026. De aankopen en verkopen van eigen aandelen in 2023 worden in Toelichting 22 van dit geïntegreerd jaarverslag beschreven. Op 31 december 2023 heeft SIPEF 180 000 eigen aandelen (1,70% van het totale aantal uitstaande aandelen) in portefeuille, voorbestemd voor de uit- oefening van toegekende en nog niet uitgeoefende opties.

Ter inzage beschikbare documenten

Toegang tot de informatie voor de aandeelhouders en website

SIPEF beschikt over een website waar de aan- deelhouders alle informatie met betrekking tot de Vennootschap kunnen raadplegen.

  • www.sipef.com

Deze website wordt regelmatig bijgewerkt en bevat de inlichtingen zoals bepaald in het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreende de ver- plichtingen van emittenten van financiële instru- menten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en het WVV.De website bevat onder meer de jaarrekeningen en jaarverslagen, alle door de Vennootschap gepubliceerde persberichten en alle nuttige en nodige informatie betreffende de algemene vergaderingen en de deelname van de aandeelhouders aan deze vergaderingen, en in het bijzonder, de door de statuten opgelegde voorwaarden die regelen op welke manier de (gewone en buitengewone) algemene vergaderingen van de aandeelhouders worden bijeengeroepen. Ten slotte worden ook de resultaten van de stemmingen en de notulen van de algemene vergaderingen gepubliceerd op de website.

Plaatsen waar voor het publiek toegankelijke documenten kunnen worden geraadpleegd

De gecoördineerde statuten van de Vennootschap kunnen worden geraadpleegd op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel in Antwerpen, op de maatschappelijke zetel en op de website van de Vennootschap.
• www.sipef.com/hq/investors/shareholders-information/corporate-governance

De jaarrekening wordt neergelegd bij de Nationale Bank van België en kan worden geraadpleegd op de website van SIPEF. De besluiten met betrekking tot de benoeming en het ontslag van de leden van de organen van de Vennootschap worden bekendgemaakt in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad. De financiële berichten van de Vennootschap worden gepubliceerd in de financiële pers. De andere voor het publiek toegankelijke documenten kunnen worden geraadpleegd op de maatschappelijke zetel van de Vennootschap.

Het jaarverslag van de Vennootschap wordt jaarlijks verzonden naar de aandeelhouders op naam en naar iedereen die de wens heeft uitgedrukt het verslag te ontvangen. Het is kosteloos verkrijgbaar op de maatschappelijke zetel. De jaarverslagen van de laatste drie boekjaren en alle andere in deze paragraaf vermelde documenten kunnen op de website van de Vennootschap worden geraadpleegd.

304 The connection to the world of sustainable tropical agriculture

Algemeen

Woordenlijst

Biochemisch zuurstofverbruik (“Biochemical Oxygen Demand” – BOD) -- De hoeveelheid zuurstof die bacteriën en micro-organismen in een anaerobe omgeving nodig hebben om organisch materiaal af te breken.

Chemisch zuurstofverbruik (“Chemical Oxygen Demand” – COD) -- De hoeveelheid zuurstof die kan worden verbruikt door reacties in een bepaald volume van een oplossing, die oxideerbare verontreinigingen in oppervlaktewater en afvalwater meet.

CDP -- CDP is een liefdadigheidsinstelling zonder winstoogmerk die het wereldwijde openbaarmakingssysteem beheert voor investeerders, bedrijven, steden, staten en regio's om hun milieu-impact te beheren.

CIF Rotterdam -- De CIF (“Cost, Insurance and Freight”) kostprijs is de verkoopprijs die alle kosten dekt, verzekering en vracht inbegrepen, tot aan de haven van bestemming, in dit geval Rotterdam. De koper betaalt voor de goederen afgeleverd in Rotterdam. De CIF-Rotterdam-prijs is een wereldwijde referentie in de palmoliemarkt.

Collectieve Arbeidsovereenkomsten (CAO) -- Collectieve Arbeidsovereenkomsten zijn wettelijke overeenkomsten die de arbeidsvoorwaarden van de werknemers regelen.

Corporate Governance -- De organisatie en de processen van de bestuursorganen die de strategie bepalen en de uitvoering ervan bewaken.

CPKO -- Ruwe palmpitolie (“Crude Palm Kernel Oil”) is een eetbare olie die wordt gewonnen uit de pit van de oliepalm.

CPO -- Ruwe palmolie (“Crude Palm Oil”) is een eetbare olie die wordt gewonnen uit de vrucht van de oliepalm.

CSPKO -- Gecertificeerde duurzame palmpitolie (“Certified Sustainable Palm Kernel Oil”) is palmpitolie die wordt geproduceerd door palmolieplantages die onafhankelijk gecontroleerd en gecertificeerd worden volgens de normen van de “Roundtable on Sustainable Palm Oil” (RSPO, rondetafel voor duurzame palmolie).

CSPO -- Gecertificeerde duurzame palmolie (“Certified Sustainable Palm Oil”) is palmolie die wordt geproduceerd door palmolieplantages die onafhankelijk gecontroleerd en gecertificeerd worden volgens de normen van de RSPO.

CSRD -- De "Corporate Sustainability Reporting Directive" is een richtlijn van de Europese Unie die de bestaande "Non-Financial Reporting Directive" (NFRD) bijstuurt en de vereisten moderniseert en aanscherpt met betrekking tot de sociale en milieu-informatie die bedrijven, die binnen het toepassingsgebied van de richtlijn vallen, jaarlijks moeten rapporteren.

Dubbele Materialiteit -- Dubbele materialiteit is een concept dat het belang benadrukt van het rapporteren van zowel de financiële effecten van milieu-, sociale en beheersaspecten op een bedrijf, als de impact van het bedrijf op de maatschappij en het milieu, waardoor een alomvattend beeld wordt verkregen van de duurzaamheidsprestaties van een bedrijf. Dubbele materialiteit is vereist onder de CSRD, als een beoordeling aan de hand waarvan bedrijven bepalen welke materiële effecten, risico's en kansen moeten worden opgenomen in hun niet-financiële verslaggeving.

EFB -- Lege vruchtentrossen (“Empty Fruit Bunches”) zijn wat overblijft van de verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) nadat de vruchten eruit zijn gehaald om te worden geperst tot palmolie.

ESG -- “Environment, Social and Governance” – Milieu, maatschappij en goed bestuur.

ESRS -- De "European Sustainability Reporting Standards" (ESRS) bevatten de officiële vereisten voor duurzaamheidsrapportering die bedrijven in de EU, die onder het toepassingsgebied van de CSRD vallen, moeten volgen.

EUDR -- De “European Union Deforestation Regulation“ (EUDR) is een EU-verordening over ontbossingsvrije producten.

EU Taxonomie -- EU Taxonomie is de regelgeving die bepaalt welke investeringen als 'groen' kunnen worden geclassificeerd en welke bijdragen aan de realisatie van de EU “Green Deal”. De classificatie is gebaseerd op technische screeningscriteria (TSC) en minimumcriteria voor het vermijden van significante schade ('DNSH' of “Do No Significant Harm”).

FFA -- In palmolie komen vrije vetzuren (“Free Fatty Acids” - FFA) voor, net zoals in alle oliën. De belangrijkste FFA’s in palmolie zijn palmitinezuur en oliezuur. De kwaliteit en prijs van ruwe palmolie is afhankelijk van het FFA-gehalte op het moment van verscheping.

FFB -- Verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches”) zijn de palmvruchten die in trossen aan de oliepalm groeien. Deze vruchtentrossen vormen de grondstof die naar een palmolie-extractiefabriek wordt getransporteerd voor verwerking. Daarbij wordt de palmolie uit het vruchtvlees van de vruchten uit de trossen gewonnen.

305 SIPEF Geïntegreerd Jaarverslag 2023

FOB -- “Free on Board” (franco aan boord): is de verkoopprijs die aangeeft dat de verkoper betaalt voor het vervoer van de goederen naar de laadhaven plus laadkosten. De koper betaalt, naast de goederen, de kosten van de vracht, de verzekering, het lossen en het vervoer van de loshaven naar de eindbestemming.

Forest 500 -- Forest 500 identificeert de 350 bedrijven en 150 financiële instellingen die het meest blootgesteld worden aan het risico van tropische ontbossing en beoordeelt hen jaarlijks op de sterkte en de uitvoering van hun verbintenissen inzake ontbossing en mensenrechten.

FPIC -- Vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (“Free, Prior and Informed Consent” - FPIC) is een specifiek recht dat betrekking heeft op inheemse volkeren en lokale gemeenschappen en wordt erkend in de Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van inheemse volkeren (UNDRIP). Hiermee kunnen inheemse volkeren en lokale gemeenschappen met aantoonbare gebruiksrechten over een gebied toestemming geven voor een project of een project dat van invloed kan zijn op hen of hun territoria weigeren.

GE -- Glycidyl esters zijn contaminanten die ontstaan bij de productie en bereiding van voedsel bij hoge temperaturen.

Gedragscode -- De SIPEF Gedragscode bevat een gedefinieerde reeks regels, principes, waarden en verwachtingen voor werknemers, opgesteld door SIPEF voor de Groep om verantwoordelijk gedrag en integriteit te bereiken.

GHG -- Broeikasgassen ("Greenhouse Gases" - GHG) zijn gassen die aanwezig zijn in en/of uitgestoten worden in de atmosfeer van de aarde, waaronder kooldioxide en methaan, die bijdragen aan het broeikaseffect en kunnen leiden tot temperatuurveranderingen.

GHG-uitstoot – scope 1 -- Alle directe uitstoot uit bronnen die eigendom zijn van of beheerd worden door de Vennootschap (bijv. verbranding van brandstof en aardgas).

GHG-uitstoot – scope 2 -- Alle indirecte uitstoot uit de elektriciteitsproductie die is aangekocht door de Vennootschap. Scope 2-uitstoot vindt fysiek plaats in de installatie waar de elektriciteit wordt opgewekt.

GHG-uitstoot – scope 3 -- Alle indirecte uitstoot vanuit activiteiten van een bedrijf, zoals uitstoot van de productie van ingekochte producten in zijn waardeketen (upstream) of van producten, diensten of projecten die door de Vennootschap worden verkocht (downstream).

Geïntegreerde landschapsbenadering -- Deze aanpak maakt gebruik van HCV-HCSA-beoordeling, inclusief FPIC, om gebieden voor behoud te onderscheiden van gedegradeerde gebieden met ontwikkelingspotentieel.

GLOBALG.A.P. -- Is een wereldwijd erkend programma voor landbouwcertificatie dat de vereisten van de consumenten omzet in goede landbouwpraktijken voor uiteenlopende detailhandelaars en hun leveranciers.

GRI -- De “Global Reporting Initiative” (GRI) is een onafhankelijke internationale organisatie die sinds 1997 pionier is op het gebied van duurzaamheidsrapportering. GRI helpt bedrijven en overheden over de hele wereld hun impact op cruciale duurzaamheidskwesties zoals klimaatverandering, mensenrechten, bestuur en sociaal welzijn te begrijpen en te communiceren. Dit maakt echte actie mogelijk om voor iedereen sociale, ecologische en economische voordelen te creëren.

HCS -- Hoge koolstofvoorraad (“High Carbon Stock”).# HCSA -- De “High Carbon Stock Approach” (hoge koolstofvoorraad benadering) is een methodologie waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen beschermde bosgebieden en gedegradeerde terreinen met lage koolstof- en biodiversiteitswaarden die mogen worden ontwikkeld. De methodologie werd ontwikkeld met als doel de implementatie van engagementen inzake "niet-ontbossing" geloofwaardig te maken door middel van een praktische, transparante, degelijke en wetenschappelijk onderbouwde aanpak. Deze benadering wordt algemeen aanvaard om ontbossing in de tropen te stoppen, terwijl de rechten en bestaansmiddelen van lokale volkeren worden gerespecteerd.

HCV -- Het concept “High Conservation Value” (hoge natuurbehoudswaarde) werd oorspronkelijk in 1999 door de “Forest Stewardship Council” ontwikkeld voor gebruik bij de certificatie van bosbeheer. In 2005 werd het "HCV Network" (HCVN, officieel HCV "Resource Network") opgericht en werd het toepassingsgebied uitgebreid van “HCV Forest” naar “HCV Area”. Het vormt nu een kernprincipe van duurzame normen voor palmolie, soja, suiker, biobrandstoffen en koolstof, en wordt veel gebruikt voor het in kaart brengen van landschappen, natuurbehoud en de planning en pleitbezorging voor natuurlijke rijkdommen.

HGU -- Hak Guna Usaha is een landbouwlicentie die wordt verleend door de Indonesische overheid.

Inti -- In Indonesië wordt het kernareaal van een plantagebedrijf “inti” genoemd. Ze worden als ‘eigen’ vermeld in de productiecijfers van de Groep.

IP -- Duurzame palmolie van één identificeerbare gecertificeerde bron wordt in de hele toeleveringsketen gescheiden gehouden van gewone palmolie. Een extractiefabriek wordt geacht “Identity Preserved” (IP) te zijn als de door de extractiefabriek verwerkte FFB afkomstig zijn van plantages/estates die zijn gecertificeerd volgens de RSPO “Principles and Criteria” (RSPO P&C).

IPM -- “Integrated Pest Management” (geïntegreerde plaagbestrijding) is een ecosysteembenadering voor gewasproductie waarbij verschillende beheerstrategieën en -praktijken worden gecombineerd om gezonde gewassen te telen met een minimaal gebruik van pesticiden.

ISCC -- De “International Sustainability and Carbon Certification” (internationale duurzaamheids- en koolstofcertificatie) is een onafhankelijke certificatieregeling die bedoeld is om aan te tonen dat biomassa en bio-energie, en andere op biomassa gebaseerde producten die worden gebruikt als ingrediënten in de voeder-, voedsel- en chemiesectoren, beantwoorden aan vereisten in verband met duurzaamheid en GHG-emissies. De regeling is bedoeld om de GHG-emissies terug te dringen, ervoor te zorgen dat er geen biomassa wordt geproduceerd op land met hoge koolstofvoorraad of hoge biodiversiteit, te zorgen voor de toepassing van goede landbouwpraktijken in verband met bodem, water en lucht, en ten slotte te zorgen voor de naleving van de mensen-, arbeids- en landrechten.

ISPO -- Het “Indonesian Sustainable Palm Oil”-systeem is een beleid dat het ministerie van Landbouw heeft ingevoerd namens de Indonesische overheid. Het is gericht op de verbetering van de concurrentiepositie van Indonesische palmolie op de wereldmarkt en het terugdringen van GHG en wilt de aandacht vestigen op milieukwesties en eveneens de leidraad zijn voor de “ISPO GHG Working Group”. De “ISPO Commission” en de “GHG Working Group” hebben samengewerkt om de berekeningsrichtlijnen voor de palmolieplantages in Indonesië op te stellen. Deze richtlijnen zullen worden gebruikt als referentie en zullen door de overheid worden opgenomen in de nieuwste ISPO-norm.

Mass Balance (MB) -- Duurzame palmolie uit gecertificeerde bronnen wordt in de hele toeleveringsketen gemengd met gewone palmolie. Een palmoliefabriek wordt geacht “Mass Balance” (MB) te zijn als de palmoliefabriek FFB verwerkt van zowel RSPO-gecertificeerde als niet-gecertificeerde plantages/estates. Een extractiefabriek kan FFB afnemen van niet-gecertificeerde telers, naast de FFB van de eigen gecertificeerde plantages en die van derden.

MOAH -- “Mineral Oil Aromatic Hydrocarbons” zijn aromatische koolwaterstoffen van minerale olie.

MOSH -- “Mineral Oil Saturated Hydrocarbons” zijn verzadigde koolwaterstoffen van minerale olie.

PK -- Palm Kernel is de eetbare pit van de vruchten van de oliepalm.

PKO -- Palmpitolie (“Palm Kernel Oil”) is een eetbare olie die afkomstig is van de pit van de oliepalmvrucht.

PKWT -- Perjanjian Kerja Waktu Tertentu (Bahasa Indonesië) verwijst naar hernieuwbare langetermijncontracten.

Plasma -- Coöperatieve programma’s voor plantageontwikkeling in Indonesië leggen oliepalmplantagebedrijven de wettelijke verplichting op om individuele boeren te helpen bij de ontwikkeling van hun landbouwgrond en het beheer van hun met oliepalmen beplante arealen, de ‘plasma’-zones. Hun productie wordt vermeld als ‘derden’ in de productiecijfers van de Groep.

POME -- “Palm Oil Mill Effluent” is afvalwater dat wordt gegenereerd door de activiteiten van palmoliefabrieken. Met zijn hoge organisch gehalte vormt POME een bron met groot potentieel voor biogasproductie en/of compostering.

Rainforest Alliance -- De “Rainforest Alliance” (regenwoudalliantie) is een internationale non-profit organisatie die actief is op het raakvlak tussen bedrijven, landbouw en bosbouw, om verantwoorde bedrijfspraktijken tot het nieuwe normaal te maken en certificeringen uitreikt. Het is een alliantie van bedrijven, landbouwers, bosbouwers, gemeenschappen en consumenten die ernaar streven een wereld te creëren waar mensen en natuur in harmonie kunnen gedijen.

Rapportering -- Heeft betrekking op financiële en niet-financiële verslaggeving, met de nadruk op materiële aspecten.

Risicobeheer -- Risicobeheer is het gestructureerd omgaan met risico's (door audit & controle, procedures, handleidingen, commissies, enz.).

RSPO -- De “Roundtable on Sustainable Palm Oil” (rondetafel voor duurzame palmolie) is een wereldwijde non-profit certificatieregeling die stakeholders uit de palmoliesector samenbrengt: palmolieproducenten, -verwerkers of -handelaren, producenten van consumentengoederen, detailhandelaren, banken/investeerders en ecologische en maatschappelijke niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), om wereldwijde normen voor duurzame palmolie te ontwikkelen en toe te passen. Er is een serie ecologische en maatschappelijke criteria ontwikkeld, die de bedrijven moeten naleven als ze “Certified Sustainable Palm Oil” (CSPO) willen produceren. Indien correct toegepast, kunnen deze criteria helpen om de negatieve impact van de palmolieteelt op het milieu en de gemeenschappen in palmolieproducerende regio’s tot een minimum te beperken. De RSPO-leden hebben zich ertoe verbonden duurzame, door de RSPO gecertificeerde palmolie te produceren, te kopen en/of te gebruiken.

RSPO NPP -- De "RSPO New Planting Procedure" werd geïntroduceerd met als doel een kader te bieden voor de verantwoorde ontwikkeling van nieuw land voor de teelt van oliepalmen. De NPP omvat een reeks evaluaties en verificatieactiviteiten die worden uitgevoerd door zowel telers als certificeringsinstanties voordat de ontwikkeling van nieuwe oliepalmen begint. De evaluaties zorgen ervoor dat nieuwe aanplanten van oliepalmen geen negatieve invloed zullen hebben op oerbossen, HCV-gebieden (“High Conservation Value”), hoge koolstofvoorraad (“High Carbon Stock” - HCS)-gebieden, kwetsbare gronden en gronden met weinig potentie of op het land van de lokale bevolking. Een succesvol NPP zorgt ervoor dat alle aanwijzingen van de RSPO “Principles and Criteria” (P&C) met betrekking tot nieuwe ontwikkelingen worden toegepast.

SDG’s -- De “Sustainable Development Goals”, ook bekend als de “Global Goals”, werden in 2015 door alle lidstaten van de Verenigde Naties aangenomen als een universele oproep tot actie om armoede te beëindigen, de planeet te beschermen en ervoor te zorgen dat alle mensen tegen 2030 van vrede en welvaart genieten. De 17 SDG’s zijn geïntegreerd— dat wil zeggen, zij erkennen dat actie op het ene gebied de resultaten op het andere zal beïnvloeden, en dat ontwikkeling een evenwicht moet vinden tussen sociale, economische en ecologische duurzaamheid.

SOP -- “Standard Operating Procedures” (standaard werkprocedures): stapsgewijze instructies die door een organisatie of bedrijf zijn opgesteld over hoe een proces werkt, om werknemers te helpen bij het uitvoeren van routinehandelingen.

SPOTT -- De “Sustainability Policy Transparency Toolkit” is een gratis online platform dat duurzame productie en handel van grondstoffen ondersteunt. Door transparantie bij te houden, stimuleert SPOTT de implementatie van corporate best practices. SPOTT evalueert grondstoffenproducenten en -handelaren op hun openbare communicatie betreffende hun organisatie, beleid en praktijken met betrekking tot milieu-, sociale en bestuurskwesties.

Totaal zwevende vaste stoffen (“Total Suspended Solids” – TSS) -- Het drooggewicht van zwevende deeltjes in een watermonster dat door een filter kan worden opgevangen.

ZSL -- Zoological Society of London is een wetenschappelijk gedreven natuurbeschermingsorganisatie, die werkt aan het herstel van wilde dieren in het Verenigd Koninkrijk en de rest van de wereld.

3-MCPD -- 3-monochloropropane-1,2-diol is een veel voorkomende verontreiniging die in warmtebehandelde vethoudende levensmiddelen wordt gevormd uit glycerol of acylglyceriden in aanwezigheid van chloride-ionen. 3-MCPDE zijn de esters die tijdens hetzelfde proces worden gevormd.

Financieel IFRS Terminologie

AC -- Staat voor "Amortised cost": Geamortiseerde kostprijs is één van de drie waarderingen voor financiële activa onder IFRS 9.

Biologische activa - dragende planten -- De dragende planten (palm- en rubberbomen, bananenplanten,…) waarop de biologische productie groeit.# Woordenlijst

  • Biologische activa - groeiende biologische productie: Het geoogst product afkomstig van biologische activa - dragende planten.
  • Dochterondernemingen: Integraal geconsolideerde entiteiten onder SIPEF-controle.
  • FVOCI: Staat voor "Fair Value through Other Comprehensive Income": Reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten en is één van de drie waarderingen voor financiële activa onder IFRS 9.
  • FVPL: Staat voor "Fair Value through Profit or Loss": Reële waarde door de winst- en verliesrekening is één van de drie waarderingen voor financiële activa onder IFRS 9.
  • GAAP: Staat voor "Generally Accepted Accounting Principles": Algemeen aanvaarde boekhoudprincipes.
  • Geassocieerde ondernemingen: De entiteiten waarin SIPEF een belangrijke invloed heeft en die verwerkt worden volgens de vermogensmutatiemethode.
  • Gewone winst per aandeel: Nettoresultaat voor de periode (aandeel van de Groep) / gemiddeld aantal uitstaande aandelen gedurende de periode.
  • IAS: Staat voor "International Accounting Standards": Internationale standaarden voor accounting principes.
  • IFRS: "International Financial Reporting Standards" (IFRS) zijn een reeks door de Europese Unie goedgekeurde boekhoudregels voor de financiële staten van beursgenoteerde ondernemingen. Ze hebben tot doel deze financiële staten over de hele wereld consistent, transparant en gemakkelijk vergelijkbaar te maken. De IFRS-standaarden worden uitgevaardigd door het in Londen gevestigde "Accounting Standards Board" (IASB) en hebben betrekking op de boekhouding, de rapportage en andere aspecten van financiële verslaggeving. Sinds 2005 moeten alle beursgenoteerde ondernemingen in de Europese Unie aan deze standaarden voldoen in hun externe financiële verslaggeving.
  • Investeringen: Investeringen is het bedrag dat betaald is voor de verwerving van ‘immateriële vaste activa’ en ‘materiële vaste activa’. Er wordt verwezen naar de geconsolideerde kasstroom uit investeringsactiviteiten.
  • IRS: Staat voor "Interest rate swap": renteswap.
  • Joint ventures: Entiteiten die gezamenlijk worden gecontroleerd. Deze bedrijven worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.
  • Kapitaalinvesteringen: Geldmiddelen betaald voor de verwerving van materiële en immateriële vaste activa, gepresenteerd onder kasstromen uit investeringsactiviteiten, en geldmiddelen betaald op leaseverplichtingen (exclusief betaalde rente), gepresenteerd onder kasstromen uit financieringsactiviteiten.
  • KGE: Kas Genererende Eenheid of Kasstroom Genererende Eenheid.
  • KUSD: Afronding van de financiële cijfers naar het dichtstbijzijnde duizendtal in Amerikaanse dollar.
  • Materialiteit: Organisaties worden geconfronteerd met een breed scala van onderwerpen waarover zij verslag zouden kunnen uitbrengen. Relevante onderwerpen zijn de onderwerpen dewelke redelijkerwijs als belangrijk kunnen worden beschouwd voor het weergeven van de economische, milieu- en sociale impact van de organisatie, of het beïnvloeden van de beslissingen van stakeholders, en daarom mogelijk in een jaarverslag moeten worden opgenomen. Materialiteit is de drempel vanaf waar onderwerpen belangrijk genoeg worden om ze te vermelden.
  • Netto financiële positie: Geldmiddelen en kasequivalenten + Andere investeringen en beleggingen - rentedragende financiële schulden op meer dan één jaar - rentedragende financiële schulden die binnen het jaar vervallen. Deze belangrijke maatstaf voor de sterkte van de financiële positie van de Groep wordt veel gebruikt door kredietbeoordelaars.
  • Niveau 1 inputs: Niveau 1 inputs zijn genoteerde (niet bijgestelde) prijzen op actieve markten voor identieke activa en passiva waar de entiteit toegang tot heeft op de waarderingsdatum.
  • Niveau 2 inputs: Niveau 2 inputs zijn afgeleid van andere elementen dan de genoteerde prijzen op niveau 1 die vast te stellen zijn voor activa en passiva, ofwel direct, ofwel indirect.
  • Niveau 3 inputs: Niveau 3 inputs zijn niet-waarneembare inputs voor een actief of passief.
  • OCI: "Other Comprehensive Income": overige onderdelen van het totaalresultaat.
  • Segment: Een segment is een samenvoeging van operationele activiteitenlijnen waarover gerapporteerd wordt. Meer informatie over de verschillende SIPEF-segmenten en hun aard kunnen teruggevonden worden in de financiële staten van dit Geïntegreerd Jaarverslag.
  • SPA: Staat voor "Sales and Purchase Agreement": verkoopovereenkomst.
  • USD: Staat voor "United States dollar": De Amerikaanse dollar, de wettige munteenheid van de Verenigde Staten, dewelke ook dient als de mondiale valuta op de internationale handels- en financiële markten.
  • Verwaterde winst per aandeel: Nettoresultaat voor de periode (aandeel van de Groep) / [gemiddeld aantal uitstaande aandelen tijdens de periode - eigen aandelen].
  • WACC: Staat voor "Weighted Average Cost of Capital": de gewogen gemiddelde kapitaalkosten.

Financiële prestatiemaatstaven

  • EBIT: Staat voor "Earnings Before Interest and Taxes": Bedrijfsresultaten + winst/verlies van geassocieerde ondernemingen.
  • EBITDA: Staat voor "Earnings Before Interest and Taxes, Depreciation and Amortisation": EBIT + afschrijvingen en bijkomende op- en afwaarderingen op activa.
  • Marktkapitalisatie: Slotkoers x totaal aantal uitstaande aandelen.
  • REBITDA: Staat voor "Recurring Earnings Before Interest and Taxes, Depreciation and Amortisation": EBITDA - uitzonderlijke items.
  • Werkkapitaal: Voorraden + handelsvorderingen + overige vorderingen + terug te vorderen belastingen - handelsschulden - belastingsschulden - overige schulden.

Verantwoordelijke personen

Verantwoordelijken voor de financiële informatie

  • François Van Hoydonck - gedelegeerd bestuurder
  • Bart Cambré - chief financial officer

Verklaring van de voor de financiële staten en voor het jaarverslag verantwoordelijke personen

Baron Luc Bertrand, voorzitter en François Van Hoydonck, gedelegeerd bestuurder verklaren dat bij hun weten:
* de geconsolideerde rekeningen van het boekjaar eindigend op 31 december 2023 werden opgesteld in overeenstemming met de “International Financial Reporting Standards” (IFRS) en een getrouw beeld geven van de geconsolideerde financiële positie en van de geconsolideerde resultaten van de SIPEF-groep en zijn in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen.
* het financiële verslag een getrouw overzicht geeft van de belangrijkste gebeurtenissen en transacties met verbonden partijen die zich gedurende het boekjaar 2023 hebben voorgedaan en het effect daarvan op de financiële positie, net als een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden voor de SIPEF-groep.

Commissaris

EY Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door Christoph Oris en Wim Van Gasse,
Borsbeeksebrug 26
2600 Antwerpen (Berchem)
België

Voor meer inlichtingen

SIPEF
Kasteel Calesberg
Calesbergdreef 5
2900 Schoten
België

RPR: Antwerpen
BTW: BE 0404 491 285
Website: www.sipef.com

Voor meer informatie over SIPEF:
Tel.: +32 3 641 97 00

This Integrated Annual Report is also available in English.
Vertaling: dit Geïntegreerd Jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands en het Engels. De Nederlandse versie is de originele en de andere versie is een vrije vertaling. We hebben alles wat redelijkerwijs mogelijk is gedaan om verschillen tussen de taalversies te vermijden, maar als er toch verschillen zijn, dan heeft de Nederlandse versie voorrang. Het officiële Geïntegreerd Jaarverslag van de SIPEF-groep in ESEF-formaat kan teruggevonden worden op de SIPEF-website, onder de sectie “investors”. Alle andere formaten worden beschouwd als niet-officiële versies van het Geïntegreerd Jaarverslag.

Concept en realisatie: Focus advertising
Fotografie: Portretten van de voorzitter, de leden van de raad van bestuur en de leden van het executief comité © Wim Daneels - beelden van medewerkers, plantages en producten © Jez O’Hare Photography, © Adrian Tan Photography, © Marc Adou en © Robert Weber.

In België gedrukt door: Inni Group```markdown

Consolidated Statements of Financial Position

Description Date Value (USD)
Noncontrolling Interests 2023-12-31
Issued Capital 2021-12-31
Issued Capital 2022-12-31
Share Premium 2021-12-31
Share Premium 2022-12-31
Treasury Shares 2021-12-31
Treasury Shares 2022-12-31
Reserve of Remeasurements of Defined Benefit Plans 2021-12-31
Reserve of Remeasurements of Defined Benefit Plans 2022-12-31
Retained Earnings and Other Reserves 2021-12-31
Retained Earnings and Other Reserves 2022-12-31
Reserve of Exchange Differences on Translation 2021-12-31
Reserve of Exchange Differences on Translation 2022-12-31
Equity Attributable to Owners of Parent 2021-12-31
Equity Attributable to Owners of Parent 2022-12-31
Noncontrolling Interests 2021-12-31
Noncontrolling Interests 2022-12-31

Notes:

  • The values for the year ended December 31, 2023, are not provided in the input.
  • The currency is US Dollars (USD).
  • The unit of measure for certain items is shares.
    ```