AI assistant
SIPEF — Annual Report 2021
Apr 27, 2022
4000_10-k_2022-04-27_833b595f-1d90-4039-9f6a-1c4d27dd8b02.xhtml
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Untitled Jaarverslag 2021 DEEL 1 - BEDRIJFSVERSLAG
Kerncijfers
384 178 ton Geproduceerde palmolie in 2021
1 195 USD/ton (CIF) Gemiddelde wereldmarktprijs van palmolie in 2021
169 218 KUSD Brutowinst in 2021
| 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|
| TOTAAL BEPLANTE OPPERVLAKTE (IN HA) | 78 213 | 79 787 | 82 225 | 83 893 | 79 942 |
| TOTALE EIGEN PRODUCTIE PALMOLIE VAN DE GECONSOLIDEERDE ONDERNEMINGEN (IN TON) | 272 312 | 290 441 | 264 641 | 271 472 | 316 740 |
| GEMIDDELDE WERELDMARKTPRIJS VAN PALMOLIE (USD/TON) | 715 | 598 | 566 | 715 | 1 195 |
| NETTO RECURRENT RESULTAAT DEEL VAN DE GROEP (IN KUSD) | 64 481 | 22 713 | -8 004 | 14 122 | 82 746 |
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
- 100% aan alle criteria voor verwerken van RSPO-gecertificeerde oliepalmproducten is voldaan
- RSPO-compliant certificaten 31 verleend aan de operationele units van de Groep
- medewerkers (VTE) 21 233 zijn werkzaam op de plantages en aanverwante verwerkingsfaciliteiten
| 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|
| KASSTROOM UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN* (IN KUSD) | 119 853 | 36 221 | 33 988 | 73 262 | 160 312 |
| KASSTROOM UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN NA BELASTINGEN (IN KUSD) | 83 697 | 121 443 | 164 623 | 151 165 | 49 192 |
| BRUTODIVIDEND (IN EUR) | 634 | 636 | 644 509 | 628 686 | 727 329 |
| NETTO FINANCIËLE SCHULD (IN KUSD) | 50 000 | 100 000 | 150 000 | 200 000 | 169 218 |
| EIGEN VERMOGEN DEEL VAN DE GROEP (IN KUSD) | 50 000 | 100 000 | 150 000 | 200 000 | 384 178 |
* Vanaf 2021 is de financiering van plasmavoorschotten opgenomen onder investeringsactiviteiten in plaats van bedrijfsactiviteiten. De cijfers van de voorgaande jaren werden op dezelfde manier herwerkt.
Missie
Als producent van traceerbare, duurzaam gecertificeerde en hoogwaardige tropische landbouwgrondstoffen, voornamelijk kwaliteitsvolle ruwe palmolie en andere palm-producten, wil SIPEF een betrouwbare partner en voorkeursleverancier zijn voor de verwerkingsindustrie. De Groep is actief in ver afgelegen gebieden waar een duurzame benadering noodzakelijk is voor sociale ontwikkeling en economische groei. SIPEF creëert waarde via duurzame expansie en een optimaal rendement per hectare door het gebruik van de beste plantmaterialen en een efficiënt en innovatief beheer van alle producten, inclusief de bijproducten in de keten. Daarnaast stimuleert zij op een actieve manier werkgelegenheid en werkt zij aan de opleiding van lokale boeren met het oog op hun integratie in de productieketen. Bij al haar activiteiten streeft SIPEF continu een evenwicht na tussen zorgdragen voor het milieu en het maatschappelijke welzijn, en de ontwikkeling op economisch vlak. SIPEF ambieert ook een groeiend dividendinkomen en een stijgende beurskoers voor haar aandeelhouders, door een doorgedreven efficiënte kostenbeheersing en een toenemende activabasis.
Inhoud
- Missie ......................................................Omslag
- Kerncijfers 2021............................................Omslag
- SIPEF in één oogopslag ..........................................2
- Markante feiten van 2021.........................................4
- Boodschap van de voorzitter ......................................6
- Boodschap van de gedelegeerd bestuurder........................ 9
- Strategie van de Groep .......................................... 13
- Bedrijfsmodel ................................................... 18
- De productmarkten ............................................. 26
- SIPEF’s operationele activiteiten ................................34
- Palmolie ......................................... 36
- Bananen ......................................... 52
- Rubber en thee...................................58
- Onderzoek en ontwikkeling ......................63
- Risico's en onzekerheden ....................................... 70
- Corporate governance verklaring ............................... 76
- SIPEF op de beurs ..............................................110
- Andere informatie over de Vennootschap ...................... 113
- Woordenlijst ................................................... 116
- Annex ..........................................................122
- Verantwoordelijke personen ...................................131
- Voor meer inlichtingen .........................................132
SIPEF in één oogopslag
Palmolie
SIPEF beheert 36 oliepalmplantages. De Groep heeft in totaal negen palmolie-extractiefabrieken, waarvan zes in Indonesië en drie in Papoea-Nieuw-Guinea. De palmolie-extractiefabrieken in Indonesië produceren ruwe palmolie en palmpitten. De palmolie-extractiefabrieken in Papoea-Nieuw-Guinea produceren ruwe palmolie en ruwe palmpitolie.
Belangrijkste certificaties
Alle negen palmolie-extractiefabrieken zijn RSPO-gecertificeerd maar hebben daarnaast nog andere certificaten, zoals ISPO, ISCC, ISO 14005:2015 en ISO 9001:2015. (Voor de verschillende certificaten, zie deel 3: Duurzaamheidsverslag).
Belangrijkste productiegebieden (eigen en lokale boeren)
* Indonesië (60% van CPO)
* Papoea-Nieuw-Guinea (40% van CPO)
Belangrijkste afzetmarkten
Het grootste deel van SIPEF’s oliën wordt direct of indirect verkocht aan de Europese markt, zowel als voedingsbestanddeel als voor biobrandstof. Deze markten zijn immers het meest bereid een meerprijs te betalen voor duurzame olie.
Gemiddelde wereldmarktprijs 2021 (vs. 2020 in %)
* CPO USD 1 195 per ton (+67,1%)
* PKO USD 1 517 per ton (+83,7%)
77 163 Aangeplante hectaren
Bananen
SIPEF bezit vijf estates in Ivoorkust uitgerust met zeven verpakkingsstations (vier momenteel operationeel en drie in de loop van 2022 en begin 2023), waar groene bananen, de Cavendish-variëteit, geteeld, verpakt en geëxporteerd worden volgens de internationale standaarden.
Belangrijkste certificaties
De plantages zijn volledig Rainforest Alliance en Fairtrade gecertificeerd. (Voor de verschillende certificaten zie Duurzaamheidsverslag, deel 3 van dit Jaarverslag).
Belangrijkste productiegebied
* Ivoorkust
Belangrijkste afzetmarkten
SIPEF’s belangrijkste commerciële afzetmarkt is Europa, het Verenigd Koninkrijk inbegrepen. De rest wordt verkocht in de regio West-Afrika en op de lokale markt van Ivoorkust. De markten in de West-Afrikaanse subregio worden geleidelijk groter.
Gemiddelde Europese marktprijs 2021 (vs. 2020 in %)
* EUR 616 per ton (-1,9%)
794 Aangeplante hectaren
Rubber en thee
| Palmolie: 384 178 ton | Bananen: 32 200 ton | Rubber: 3 827 ton* | Thee: 965 ton* | |
|---|---|---|---|---|
| Productie (in ton) | ||||
| Productiegebieden (in ha) | ||||
| Indonesië: 65 512 ha | ||||
| Papoea-Nieuw-Guinea: 13 605 ha | ||||
| Ivoorkust: 825 ha | ||||
| Totaal beplante Hectaren | 79 942 ha | |||
| Omzetbijdrage per product (vanaf de omzet van de SIPEF-groep) | 92% | 5% | 2% | 1% |
* Met inbegrip van slechts vier maanden van de rubber- en theeproductie van PT Melania
** Van de omzet van de SIPEF-groep
Markante feiten van 2021
Activiteiten
- De totale Groepsproductie van palmolie steeg met 16,7% tegenover 2020.
- Alle productie-eenheden van de Groep bleven operationeel, zonder verlies van volume of rendement, ondanks covid-19.
- De palmolieproductie in Indonesië nam toe met 8,52%: in Noord-Sumatra was het herstel van de droogte van vorig jaar beperkt, terwijl in de expansieregio’s de productiegroei zich doorzette.
- De totale palmolieproductie van de plantages van Hargy Oil Palms Ltd (HOPL) in Papoea-Nieuw-Guinea, die in 2019 door de vulkaanuitbarstingen werden getroffen, steeg met 29,7%.
Investeringen en desinvesteringen
- SIPEF tekende in mei de voorwaardelijke overeenkomst met betrekking tot de verkoop van PT Melania aan de Indonesische Shamrock Group en verwezenlijkte een meerwaarde van USD 11 miljoen, deel van de Groep.
- In de zomer verwierf SIPEF de activa van de insolvabele Wanita-bananenplantages in Ivoorkust.
Expansie
- In Musi Rawas werd, in overeenstemming met de RSPO “New Planting Procedures” (NPP), in het voorbije jaar 763 hectare bijkomend gecompenseerd en 956 hectare voorbereid voor beplanting of beplant, om een totaal van 14.970 gecultiveerde hectare te bereiken.
- Sinds de verwerving in 2017 werden in Dendymarker al 7.836 hectare herplant of aangeplant, waarvan 2.630 in 2021.
- Ongeveer 22% van het omvangrijke investeringsbudget voor het realiseren van de expansieprojecten, die tijdelijk werden vertraagd door covid-19 gerelateerde logistieke problemen, zal naar 2022 doorgeschoven worden.
De totale Groepsproductie van palmolie steeg met 16,7% tegenover 2020.
+16,7 %
2020 2021
Duurzaamheid
- De duurzaamheidsverslaggeving 2021 van de Groep werd opgesteld aan de hand van het “Global Reporting Initiative” (GRI)-referentiekader.
- De uniforme berekening van de uitstoot van broeikasgassen (GHG-emissie) voor alle gewassen van de Groep werd afgerond en een eerste overzicht gepubliceerd, in overeenstemming met ISO 14064, met 2019 als basisjaar.# SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Markante feiten van 2021
- SIPEF nam voor de eerste maal deel aan de “Carbon Disclosure Project” (CDP)-rapportering.
- 92% van de SIPEF-werknemers en hun naaste familie in Indonesië was tegen november 2021 volledig gevaccineerd tegen covid-19 op kosten van SIPEF. Een booster- programma zal in 2022 volgen.
- SIPEF werd door “Forest 500” gerangschikt op de 4e plaats van de 350 meest invloed- rijke ondernemingen uit de grondstoen- sector en op de 9e plaats op 100 palmolie- bedrijven door de “Sustainability Policy Transparency Toolkit” (SPOTT).
Resultaten
- De palmoliemarkt kende het hele jaar door een gestage prijsstijging.
- In Indonesië bleef de gecombineerde exportheng en -taks op de verkoopprijzen van kracht, die in de loop van het eerste semester, met ingang van 2 juli 2021, werd versoepeld.
- De combinatie van uitstekende producties en verkoopprijzen resulteerde in uitmun- tende financiële prestaties:
- Het recurrente nettoresultaat, deel van de Groep, na belastingen, bedroeg KUSD 82.746, tegenover KUSD 14.122 vorig jaar.
- Inclusief de meerwaarde van USD 11 miljoen op de verkoop van PT Melania (Indonesische theeplantage en de helft van de rubberactiviteiten) bedroeg het nettoresultaat, deel van de Groep, KUSD 93.749.
- De bedrijfscashflow kwam uit op KUSD 160.312, een stijging met 118,8% ten opzichte van vorig jaar.
- De nettoschuld daalde met meer dan twee derden van KUSD 151.165 tot KUSD 49.192.
- In lijn met de 30%-uitbetalingsratio van de vorige jaren, stelt de raad van bestuur voor om het brutodividend te verhogen van EUR 0,35 per aandeel vorig jaar tot EUR 2,00 per aandeel, betaalbaar op 6 juli 2022.
5 SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Boodschap van de voorzitter
In 2021 bleef de wereld in de grip van covid-19. Indonesië werd meer getroen door de pandemie dan Ivoorkust en Papoea-Nieuw-Guinea, waar de bevolking resistenter leek te zijn tegen het virus. De openbare gezondheidszorg in Indonesië was echter ontoereikend om iedereen eciënt te behandelen. Wij voelden ons dan ook geroepen om te hulp te komen en een vaccinatieprogramma op touw te zetten op kosten van SIPEF. Hierdoor konden 20.000 personen, of bijna 92% van de werknemers van de Indonesische dochterbedrij- ven van de Groep en hun naaste familie, ingeënt worden. Ook in Ivoorkust en in Papoea-Nieuw- Guinea hebben we inentingsprogramma’s geor- ganiseerd. 45% van de werknemers in Ivoorkust werden dubbel gevaccineerd en 15% kreeg een enkele dosis. In Papoea-Nieuw-Guinea kende het programma aanvankelijk echter niet veel succes, maar kwam dankzij de inspanningen van het loka- le management toch geleidelijk op gang. Zo kon de Groep zoveel mogelijk de plaatselijke bevolking helpen om deze moeilijke tijden te overbruggen.
Covid-19 beïnvloedde op beperkte wijze de acti- viteiten van de Groep. Onze werknemers en eveneens de lokale boeren waarmee de Groep samenwerkt, bleven zich in deze pandemie met volle overtuiging toeleggen op hun werk. Dankzij Wij zetten een vaccinatieprogramma op touw op kosten van SIPEF. Hierdoor konden 20.000 personen, of bijna 92% van de werknemers van de Indonesische dochterbedrijven van de Groep en hun naaste familie, ingeënt worden. hun grote inzet, het gunstige klimaat en de sterke markten kan SIPEF dan ook voor 2021 uitsteken- de cijfers voorleggen. Ik wens hier in het bijzonder het team in Papoea-Nieuw-Guinea te vermelden. Ondanks de jaren met lagere palmolieprijzen en de vulkaanuitbarstingen in 2019, leverde het een nooit geziene bijdrage tot de bedrijfsresultaten 2021 van de SIPEF-groep.
De sterke resultaten, gecombineerd met de voorwaardelijke verkoop van PT Melania, heb- ben gezorgd voor een ruime kasstroom, die, behoudens het verderzetten van de expansie in Indonesië en in Ivoorkust, tevens heeft toegela- ten om in één jaar tijd de financiële nettoschuld te verminderen met meer dan twee derden, tot een niveau beneden USD 50 miljoen. Ondanks een omvangrijk investeringsprogramma voor de volgende jaren is het strategisch wenselijk om het schuldniveau zo beperkt mogelijk te houden.
7 SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Boodschap van de voorzitter
2021 was eveneens een belangrijk jaar voor de opvolging in de Groep. De “general manager” van Papoea-Nieuw-Guinea werd succesvol vervangen bij de aanvang van het nieuwe jaar. In Indonesië werd voorzien in de opvolging vanaf april 2022 van de “president director”. Ook in Ivoorkust werd een nieuwe “general manager” aangesteld en staat een verjongd en verbreed team klaar om er de uitbreiding op te vangen. In juni 2021 ver- liet Petra Meekers de raad van bestuur om als eerste vrouw het executief comité te vervoegen. Sindsdien volgt ze als “chief operating ocer Asia- Pacific” vanuit Singapore de activiteiten van de Groep in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea op. Bovendien staat ze als “sustainability expert” het executief comité bij in het duurzaam beleid van de Groep en in de toepassing van de verschillende complexe regelgevingen in verband hiermee. Tot slot kon de raad van bestuur in juni 2021 Yu-Leng Khor verwelkomen. Als nieuwe onaankelijke bestuurder zal ze de Groep op vakkundige wijze kunnen begeleiden dankzij haar rijke ervaring in de tropische agrarische sector en op het gebied van duurzaamheid. Naar de toekomst toe is SIPEF dus goed voorbereid op alle managementniveaus in de verschillende landen waar de Groep actief is. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we vertrou- wensvol onze activiteiten kunnen verderzetten en uitbreiden op een duurzame en eciënte manier, maar vooral nieuwe uitdagingen kunnen aangaan met de gedrevenheid actief bij te dragen tot een betere wereld.
baron luc bertrand
voorzitter van de raad van bestuur
8 Boodschap van de gedelegeerd bestuurder
2021 was een uitstekend jaar voor de SIPEF-groep met sterke recurrente resultaten die bovendien konden verhoogd worden met een uitzonderlijke meerwaarde. Het voorbije jaar kende de palmoliemarkt een zeer stabiele omgeving met hoge prijzen die pie- ken bereikten, ongekend in het laatste decen- nium. Het was tevens een positief jaar voor de palmolieproductie van de Groep die, dankzij de in het algemeen zeer gunstige weersomstandig- heden, het recordcijfer van 384.178 ton kon neer- zetten. Het goede klimaat leidde ook tot hogere olie-extractieratio’s voor de palmoliefabrieken. Spijtig genoeg bleef de Groep geconfronteerd met een uitzonderlijke uitvoertaks op zijn Indonesische palmolieproducties, om het pro- gramma van B30-bijmenging van palmolie in biodiesel te financieren. Deze taks werd wel in juli naar beneden toe herzien en geplafonneerd.
De uitzonderlijk goede operationele prestaties, gecombineerd met aanhoudend stijgende prijzen, hebben er voor gezorgd dat SIPEF het jaar kon afsluiten met een recordcijfer aan recurrente winst, die een zesvoud bedroeg van deze van het vorige jaar.
In 2021 kon de expansie van de palmplantages, die in 2020 werd bemoeilijkt door de covid-19-pande- mie, gestaag verdergezet worden en wierp reeds de eerste vruchten af. Ook de bananenactivitei- ten werden verder uitgebreid met de aankoop van de plantages en fabrieken van de insolvabele Wanita-bananenplantages. Bovendien werd gestart met de praktische voor- bereidingen van de conversie van rubber naar oliepalmen. Deze conversie is het gevolg van de strategische beslissing van 2020 om zich verder toe te spitsen op de productie van ruwe palmolie, palmpitten en palmpitolie en de rubberproduc- tie af te bouwen. Meer bepaald werd de omzet- ting van de rubberplantages naar oliepalmen aangevangen in Noord-Sumatra en Bengkulu op een agronomische eciënte en verantwoor- de manier. Met de voorwaardelijke overdracht van PT Melania, die staat voor de helft van de rubberactiviteiten en de theeplantage van de Groep, werd een verdere stap in die richting gezet. Vanaf mei 2021 werd het beheer van rubber naar Shamrock Group overgeheveld en op termijn zal bovendien de gehele thee-activiteit eveneens uit de Groep verdwijnen.
9 SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Boodschap van de gedelegeerd bestuurder
SIPEF kon het jaar afsluiten met een recordcijfer aan recurrente winst, die een zesvoud bedroeg van deze van het vorige jaar.
-- François Van Hoydonck
10 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Met de expansie en de grotere concentratie op palmproducten, ten koste van rubber en thee, wil SIPEF inspelen op de sterke toekomst van palmolie als voornaamste plantaardige olie in de voedings- en energiesector. Deze is gebaseerd op het gegeven van een groeiende wereldpopulatie, vooral in landen van het zuidelijk halfrond. Het spreekt voor zich dat het verbruik van palmolie als basisingrediënt in de voeding van de mensen zal toenemen. Dat komt onder meer door de eciën- te industriële verwerking en de lage kostprijs van palmolie in vergelijking met andere plantaardige oliën. Bovendien heeft palmolie een rendement per hectare dat vijf tot tienmaal groter is dan alle andere plantaardige oliën. Dat is een belangrijk gegeven in een wereld waar de oppervlakte aan landbouwgronden steeds maar schaarser wordt.
De Groep zal zich dus vooral toeleggen op eci- entieverbeteringen van de al beplante arealen en op innovaties met het oog op hoge productiviteit. Kortom: onderzoek en ontwikkeling blijven zeer belangrijk voor de palmoliesector. Maar boven alles loopt ‘duurzaamheid’ als een rode draad door het leven van de Groep. SIPEF wil haar activiteiten en ook haar groei realiseren op een duurzame en economisch verantwoorde manier en dit alles in samenwerking met lokale boeren.# SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Boodschap van de gedelegeerd bestuurder
Als beursgenoteerde Europese onderneming moeten de investeerders de garantie kunnen krijgen van respect voor mens en natuur, via de gerenommeerde certificering van al de SIPEF-activiteiten en -producten. Vandaag is de Groep volledig RSPO-compliant voor alle oliepalmplantages, met certificatie voor alle arealen die al kunnen gecertificeerd worden. De Groep blijft hierbij de tendensen volgen die worden aangegeven door haar klanten en stakeholders, in functie van hun behoeften aan bevestiging dat de duurzaamheidsnormen te allen tijde worden gerespecteerd. In die context, werd in 2021 gestart met een onderzoeksproject om het niveau van contaminanten in de ruwe palmolie te testen en via de toepassing van nieuwe technologieën in de fabrieken hoge kwaliteitsolie met een laag contaminantengehalte te produceren.
In 2021 heeft SIPEF tevens een belangrijke stap gezet in de beperking van de uitstoot van broeikasgassen door de CO2-voetafdruk op groepsniveau in kaart te brengen. De bepaling van een “baseline assessment” was de noodzakelijke basis voor verbetering in de volgende jaren. SIPEF wil verder investeren in nieuwe technologieën om haar huidige ecologische voetafdruk aanzienlijk te verkleinen.
Ik denk dat ik als gedelegeerd bestuurder kan zeggen dat we een belangrijk parcours met hindernissen hebben afgelegd de laatste jaren dat in 2021 bekroond werd met succes. Dit hebben we kunnen realiseren door de inzet van onze werknemers over heel de wereld die ons door dik en dun zijn blijven steunen en zich allemaal samen hebben ingezet voor een betere wereld. We willen ook de aandeelhouders mee laten genieten van dit recordjaar door hen een bruto-dividend van 2 euro per aandeel ter goedkeuring voor te leggen op 8 juni aanstaande. Na het succesvolle jaar 2021 is SIPEF dus goed geplaatst om de volgende jaren met veel ambitie aan te vatten, opnieuw gesteund door sterke marktprijzen. De gerealiseerde expansie in de voorbije jaren zal haar positie van gegeerde producent van kwaliteitspalmolie enkel maar versterken.
françois van hoydonck
gedelegeerd bestuurder
SIPEF wil haar activiteiten en ook haar groei realiseren op een duurzame en economisch verantwoorde manier en dit alles in samenwerking met lokale boeren.
-- François Van Hoydonck
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Strategie van de Groep
SIPEF spitst zich meer en meer toe op het produceren van ruwe palmolie, palmpitten en palmpitolie in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.
In 2020 werd de beslissing genomen om de rubberplantages van Noord-Sumatra en Bengkulu op een agronomisch efficiënte en verantwoorde manier naar oliepalmplantages te converteren. De voorwaardelijke verkoop in 2021 van 95% van de PT Melania-aandelen maakt eveneens deel uit van deze strategie. PT Melania is immers actief in de uitbating van rubber- en theeplantages. Eind 2021 vertegenwoordigt de teelt van palmproducten in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea ongeveer 92% van de totale omzet van de Groep. De groeiende bananenteelt in Ivoorkust blijft eveneens deel uitmaken van de strategische belangen van de Groep. SIPEF werkt actief aan haar interne en externe groei als palmolieproducent in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea in samenwerking met lokale boeren.
SIPEF investeert in research via Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS) om te kunnen deelnemen aan de groeispurt van de sector van morgen.
Naarmate de wereldbevolking toeneemt, stijgt de vraag naar plantaardige oliën en vetten en daalt de beschikbare landbouwgrond. Daarenboven brengt de klimaatverandering steeds meer extreme weersomstandigheden met zich mee. Palmolie, als meest efficiënte plantaardige olie, zal het leeuwendeel van de benodigde productie groei voor haar rekening kunnen nemen. Enkel door de ontwikkeling van sterkere, productievere palmsoorten kan SIPEF aan deze uitdagingen het hoofd bieden. SIPEF wil dus via de toepassing van de wetenschappelijke ontwikkelingen van VBS, de productiviteit van haar oliepalmplantages op middellange termijn naar een significant hoger peil brengen en zo de toekomstige rendabiliteit van de Groep in belangrijke mate ondersteunen en verbeteren.
Eind 2021 vertegenwoordigt de teelt van palmproducten in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea ongeveer 92% van de totale omzet van de Groep. SIPEF investeert in research via Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS) om te kunnen deelnemen aan de groeispurt van de sector van morgen.
92 %
SIPEF streeft naar een duurzaam ontwikkeld areaal van 100 000 hectare.
De Groep wil zijn expansie realiseren op een duurzame en economisch verantwoorde manier, met een beperkte schuldgraad en in samenwerking met lokale boeren. Daarom blijft SIPEF actief zoeken naar bestaande percelen die in aanmerking komen voor RSPO-certificering. Bovendien gebeurt expansie steeds in nauwe samenwerking met de lokale boeren die hun productie wensen te verkopen aan en willen samenwerken met SIPEF. De Groep zet zich in om deze boeren op te leiden en gezamenlijk te werken aan een duurzame productieomgeving.
SIPEF investeert in de ontwikkeling van ruwe palmolie van hoge kwaliteit en met een laag contaminantengehalte
SIPEF is gestart met een onderzoeksproject om het niveau van contaminanten in haar ruwe palmolie te testen en te verminderen via de toepassing van nieuwe technologieën in haar fabrieken. Dit project is een eerste belangrijke stap in de richting van productie van hoge kwaliteitsolie met een laag contaminantengehalte. Op deze manier wil de Groep zich verder ontwikkelen en innoveren met de focus op hoogwaardige palmolie en zich richten tot klanten, zowel in de voedingsector als in alle andere sectoren, voor wie de meerwaarde van dit product een zeer belangrijk aandachtspunt is en die bereid zijn hiervoor een hogere premie te betalen.
Duurzaamheid blijft een absolute prioriteit voor SIPEF met als rode draad waardecreatie
SIPEF wil primordiaal een voorbeeldfunctie blijven uitoefenen op het vlak van duurzaamheid. Als beursgenoteerde Europese onderneming wil SIPEF haar investeerders de garantie geven van respect voor mens en natuur. Dit doet zij via de certificering van al haar activiteiten en producten, die rekening houdt met ecologische en sociaal verantwoorde normen voor tropische industriële landbouw. SIPEF zal in de toekomst blijven streven om al haar producten te leveren in gecertificeerde fysische goederenstromen (voor meer details betreffende certificering, zie Duurzaamheidsverslag pagina 18).
De Groep richt zich tot een beperkt aantal vaste klanten die bereid zijn een premie te betalen in ruil voor kwaliteitscertificering. De Vennootschap gaat ook verder dan certificering, om de impact op het terrein van duurzaamheid te vergroten en heeft een “Responsible Plantations Policy” (RPP) uitgevaardigd die jaarlijks wordt aangepast. De RPP moedigt SIPEF aan steeds de meest innovatieve normen toe te passen, die dikwijls verder gaan dan wat de certificeringen opleggen.
SIPEF blijft zeer actief betrokken bij de organisaties die het gebruik van duurzame palmolie aanmoedigen bij de voedingsindustrie en bij de consumenten in Europa en de rest van de wereld.
Alle door SIPEF verkochte goederen zijn volledig traceerbaar
SIPEF wil volledig transparant zijn over de bevoorradingsketen van de goederen met volledige traceerbaarheid van de grondstoffen. Voor alle goederen die verkocht worden door SIPEF kan de plaats van productie nagegaan worden, of het een plantage betreft die beheerd wordt door de Groep of een stuk grond van een lokale boer die samenwerkt met SIPEF. SIPEF hanteert een “Responsible Purchase Policy” (RPuP) die de criteria vastlegt voor de selectie van en samenwerking met boeren op hun weg naar certificering. Het beleid garandeert dat alle leveranciers van SIPEF gecertificeerd zijn of zullen worden volgens de RSPO-normen, voor zover dat mogelijk is.
SIPEF bewerkstelligt de bescherming, het behoud en het herstel van terrestrische ecosystemen en biodiversiteit
Sinds meerdere jaren levert SIPEF ook een langetermijnbijdrage aan het natuurbehoud, de bescherming en het herstel van belangrijke ecologische gebieden in Indonesië. Dit doet ze, onder meer, via een Indonesische stichting die de Groep in 2009 heeft opgericht. (zie Duurzaamheidsverslag pagina 66).
SIPEF beoogt de optimalisatie van haar resultaten
De Groep streeft de optimalisatie van zijn resultaten na door middel van verbetering van zijn productievolumes en een efficiënte kostencontrole van de palmolieactiviteiten. SIPEF heeft de ambitie om tegen 2026 het volume van de palmolieproductie van de Groep naar 500.000 ton per jaar te brengen. Dit komt neer op een samengesteld jaarlijks groeipercentage (“compound annual growth rate” - CAGR) van 5%. Voor de overige sectoren, voornamelijk bananen, concentreert het management zich op rendementsverhogingen en kostenverlaginen met de focus op arbeidskosten, vermits de ze teelten arbeidsintensiever zijn dan de palmolieactiviteiten.
SIPEF heeft de ambitie om tegen 2026 het volume van de palmolieproductie van de Groep naar 500.000 ton per jaar te brengen. Dit komt neer op een samengesteld jaarlijks groeipercentage (“compound annual growth rate” - CAGR) van 5%.# SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Bedrijfsmodel
Het is de intentie van SIPEF om haar huidige schuldniveau verder af te bouwen en haar dividendbeleid te handhaven in de toekomst. SIPEF wil met een beperkte schuldgraad, de juiste balans vinden tussen de geplande investeringen en de financiering ervan vanuit de operationele kasstromen. Bovendien wil de Vennootschap haar dividendbeleid, dat sinds vele jaren is vastgelegd op 30% van de recurrente winst, verderzetten.
Waardecreatie: Hoogwaardige, volledig traceerbare, gecertificeerde palmproducten
+-------------------------------------------+--------------------------------------------+
| SIPEF-klanten: | Verwerkingsprocessen: |
| -------------------- | ---------------------------------------------------------- |
| Raffinaderijen | Opvang methaan |
| Consumenten | RECYCLEREN via gasmotor |
| | Vezels |
| | Torrefactie EFB |
| | Pellets voor de industrie |
| | RECYCLEREN Compost van lege trossen en afvalwater |
+----------------------+------------------------------------------------------------+
| SIPEF fabrieken | Stroomvoorziening (Openbaar elektriciteitsnet) |
| Extractie- fabriek | Elektriciteitsopwekking |
+----------------------+------------------------------------------------------------+
| SIPEF werknemers | Woningen en faciliteiten voor SIPEF-medewerkers |
+----------------------+------------------------------------------------------------+
| Leveranciers | Productiemiddelen, bijvoorbeeld meststoffen |
| | Leveranciers productiemiddelen |
| | Zaadproducenten en leveranciers planten |
| | Technische en industriële leveranciers |
+----------------------+------------------------------------------------------------+
| Lokale boeren | SIPEF-plantages & plantages lokale boeren |
+----------------------+------------------------------------------------------------+
| Andere stakeholders | Erfpacht van gronden |
| en overheid | |
+----------------------+------------------------------------------------------------+
| Distributiekanalen | Consumenten |
| | Kleinhandel |
| | Biobrandstof |
| | Cosmetica-industrie |
| | Scheikundige industrie |
| | Reinigingsmiddelen-industrie |
| | Voedings-industrie |
+----------------------+------------------------------------------------------------+
| Traders | Verscheping |
| | Opslag van palmolie, ook in tanks in de haven |
+----------------------+------------------------------------------------------------+
| Certificaties | (zie ook Duurzaamheidsverslag pagina 18) |
+----------------------+------------------------------------------------------------+
Waardecreatie:
- Werkgelegenheid
- Huisvesting
- Scholen
- Gezondheidscentra
- Wegen en bruggen
- Toegang tot dagelijkse basisbehoeften (zuiver water, elektriciteit, bankautomaten, mobiel telefoonnetwerk)
- Gebedshuizen
- Toegang tot de internationale markt voor de productie van de lokale boeren
- Armoedebestrijding bij werknemers en plaatselijke gemeenschappen
Toepassing en behoud van ecosysteemdiensten zoals:
- Waterbeheer
- Behoud van de biodiversiteit
- Bescherming bossen
- Voorkomen van methaanuitstoot
- Reduceren van het gebruik van ingevoerde meststoffen
- Behoud van bodemvruchtbaarheid
- Beheer van afvalstoffen
SIPEF-activiteiten
Waardecreatie
Activiteiten derden
Bestemming SIPEF-producten
Bedrijfsmodel
De in dit hoofdstuk vermelde kosten omvatten niet de cijfers van de rubber- en theeactiviteit van PT Melania. Deze vennootschap was in mei 2021 het voorwerp van een voorwaardelijke verkoop en wordt vanaf deze datum niet langer opgenomen in de consolidatie van de Groep. Er wordt wel nog rekening gehouden met het aantal tewerkgestelden door PT Melania in de productie van rubber en thee voor de berekening van het aantal werknemers per 100 hectare en het totaal aantal werknemers van de Groep.
De productie van palmproducten, rubber, thee, bananen en horticultuur is zeer arbeidsintensief, in bijgevoegde grafiek wordt de werknemersverhouding weergegeven. In totaal telt de Groep momenteel 21.233 werknemers (voltijdsequivalenten - VTE). De loonkosten zijn een van de grootste uitgavenposten van SIPEF. Andere belangrijke recurrente uitgaven van de Groep betreffen de aankoop van chemische en organische meststoffen.
De totale operationele lasten (inclusief afschrijvingen) binnen de SIPEF-groep kunnen worden opgesplitst in vijf verschillende categorieën, op basis van het bedrijfsmodel van de Groep:
-
Plantagekosten (60,8%): omvatten alle kosten in het kader van het veldwerk voor de productie van de landbouwgrondstoffen (d.w.z. verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB), latex, bananen, horticultuur);
-
Aankoop van FFB/ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO)/latex (24,4%): omvat alle aankopen bij derde partijen (lokale boeren) of geassocieerde bedrijven en joint ventures;
-
Verwerkingskosten (13,4%): omvatten alle kosten in verband met de verwerking van de landbouwgrondstoffen tot afgewerkte landbouwproducten (d.w.z. palmolie, rubber);
-
Verkoopkosten (8,7%): omvatten alle directe kosten die kunnen worden toegeschreven aan de verkopen tijdens het jaar (d.w.z. transportkosten, uitvoerheffing en -taks op palmolie);
-
Voorraadbewegingen (-7,3%): omvatten alle voorraadverschillen ten opzichte van het voorgaande jaar. (Voor meer informatie in verband met de kosten van de Groep, zie Toelichting 7 – Operationeel resultaat en segmentinformatie in de Financiële Staten.)
Naast deze in de loop van het jaar opgelopen kosten doet de Groep aanzienlijke investeringen in biologische activa (dragende planten), gebouwen, infrastructuur, installaties en machines, voertuigen, kantooruitrusting en andere materiële vaste activa. Deze investeringen worden geactiveerd op de balans en later afgeschreven. De afschrijvingskosten worden berekend op basis van de geraamde gebruiksduur van de activa en worden geboekt in ofwel de plantagekosten ofwel de verwerkingskosten, naargelang de activa.
Met het oog op de continuïteit van haar activiteiten moet SIPEF concessierechten verwerven en handhaven, en concessieovereenkomsten voor de lange termijn verlengen. De verwerving van deze concessierechten wordt gekapitaliseerd en niet in de loop van de tijd afgeschreven, omdat ze als onbeperkt worden beschouwd. De kosten voor de verlenging van de oorspronkelijke concessierechten worden gekapitaliseerd en afgeschreven over de periode van de verlenging. Ten slotte blijft de Groep uitkijken naar expansiekansen door plantages over te nemen van andere bedrijven en/of samen te werken met lokale eigenaren.
Waardecreatie door de Groep
Bij de implementatie van zijn bedrijfsmodel stelt de Groep alles in het werk om zo efficiënt mogelijk zijn productiviteit te verbeteren en zijn groei te stimuleren, op basis van duurzame praktijken. Op die manier creëert SIPEF waarde voor het bedrijf, het milieu en de maatschappij. Bovendien houdt SIPEF als duurzaam bedrijf in haar businessmodel voortdurend rekening met de vereisten van de stakeholders op het niveau van duurzame ontwikkeling en waardecreatie.
SIPEF creëert waarde voor het bedrijf
Sinds 2005 werkt SIPEF aan het opvoeren van haar groei, vooral in de palmoliesector in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. Ze zoekt actief naar investeringskansen voor de uitbreiding van de aangeplante arealen in afgelegen gebieden, waar de meeste mensen in de landbouwsector werken. Dankzij het partnership met Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS), een gerenommeerd onderzoekscentrum voor de palmolieproductie in Singapore, zal de Groep ten slotte ook kunnen profiteren van de ontwikkeling van hoogrenderende palmen. SIPEF zal de productiviteit van de oliepalmplantages dan ook naar verwachting op middellange tot lange termijn kunnen optrekken en hun toekomstige winstgevendheid aanzienlijk kunnen versterken en verbeteren door toepassing van deze wetenschappelijke ontwikkelingen.
SIPEF creëert waarde voor het milieu
Duurzaamheid is van in het begin een essentieel onderdeel van het bedrijfsmodel van de Groep en loopt als een rode draad door het hele bestaan en de verwezenlijkingen van SIPEF. De Groep wil zich blijvend inzetten om zijn prestaties te verbeteren en zijn inspanningen op het vlak van duurzaamheid te integreren in en afstemmen op zijn activiteiten.# De voorbije jaren engageerde SIPEF zich en ondernam reeds verschillende stappen om de uitstoot van broeikasgassen (“Greenhouse Gases” – GHG) door haar fabrieken te verminderen. SIPEF zet dit beleid ook reeds geruime tijd om in de praktijk door de bescherming, het behoud en het herstel van ecosystemen en biodiversiteit. De Groep heeft al vele jaren bijgedragen tot het natuurbehoud in Indonesië en blijft ook actief in onderzoek en ontwikkeling naar verbetering van de bebossing. De Groep werkt voortdurend aan nieuwe projecten en stimuleert nieuwe ideeën met het oog op een beter milieu.
SIPEF creëert waarde voor de maatschappij
SIPEF is zich ervan bewust dat het in alle gebieden waar ze actief is deel uitmaakt van een gemeenschap en dat ze een plicht heeft om het leven van haar werknemers, hun families en de lokale gemeenschappen ten goede te veranderen. Ze voert voortdurend aanpassingen door om de hoogst mogelijke normen voor het welzijn van de werknemers en hun families te behouden. Het gaat hierbij onder andere om de bouw en verbetering van woningen voor de kaderleden en arbeiders van de Groep. Het bedrijf wil een positieve rol blijven spelen door zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de problemen die zich voordoen en deze op een vriendschappelijke en transparante manier te behandelen binnen gepaste klachtenprocedures volgens de geest van de “Roundtable on Sustainable Palm Oil” (RSPO). Dit gebeurt allemaal in het perspectief van een verbintenis op lange termijn en het ‘scheppen van gedeelde waarde’, waarmee een belangrijke stap vooruitgezet wordt naar een duurzaam en succesvol bedrijf. Het Duurzaamheidsverslag, deel 3 van dit Jaarverslag bevat meer informatie voor een gedetailleerde kijk op de manier waarop de Groep waarde creëert op diverse niveaus.
23 SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Bedrijfsmodel
Producten - klanten
Oliepalmproducten
SIPEF biedt haar klanten ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO), palmpitolie (“Palm Kernel Oil” - PKO) en palmpitten (“Palm Kernels” - PK) aan. Zij streeft naar RSPO-certificatie voor 100% van haar palmolieproducten. Maar het bedrijf past ook andere algemeen aanvaarde standaarden toe, zoals het “Indonesian Sustainable Palm Oil” (ISPO)-systeem en de “International Sustainability and Carbon Certification” (ISCC)- norm. Het Duurzaamheidsverslag, deel 3 van dit Jaarverslag geeft een gedetailleerd overzicht van alle certificeringen op pagina 18. De oliepalmproducten van de Groep worden verkocht op de lokale markt in Indonesië en op de Europese markt. Ze worden gebruikt in de voedingsindustrie en voor de productie van groene energie (biodiesel). De klanten van SIPEF zijn ranaderijen, die bereid zijn een duurzaamheidspremie te betalen voor volledig traceerbare en gecertificeerde palmproducten.
Rubberproducten
SIPEF beheert in Indonesië twee rubberplantages en twee natuurrubberfabrieken. Deze twee plantages maken deel uit van een omzettingsprocedure naar oliepalmplantages die tegen 2028 zou voltooid zijn. De conversie zal volgens de RSPO “New Planting Procedures” verlopen zodat de nieuwe oliepalmplantages zo vlug mogelijk zullen kunnen gecertificeerd worden. Een derde plantage en fabriek die in het bezit zijn van PT Melania, worden sinds 30 april 2021 beheerd door de Shamrock Group naar aanleiding van hun voorwaardelijke verkoop aan deze Indonesische groep. De belangrijkste markt voor de rubberproducten is de Verenigde Staten van Amerika.
Thee
24 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
SIPEF heeft een theeplantage van 1 700 hectare in West-Java, één van de grootste ter wereld. De struiken worden er nog steeds met de hand geplukt, om te voldoen aan de hoge standaarden van een superieure zwarte CTC-thee (“Cut, Tear and Curl”). Deze plantage is sinds 30 april 2021 het voorwerp van een voorwaardelijke verkoop op termijn, maar wordt tot de verwezenlijking van de overdracht beheerd door de Groep. De belangrijkste markt voor deze thee is Pakistan, en de rest wordt verkocht aan multinationale ondernemingen die gespecialiseerd zijn in de menging van thee op bestelling. Er is ook een toenemende vraag naar thee op de lokale markt van Indonesië. De plantage is gecertificeerd door de “Rainforest Alliance”.
Bananen
De door SIPEF geteelde bananen worden verkocht in het kader van de gecertificeerde goederenstromen met volledige grondstoffentraceerbaarheid. De bananen worden geplukt en verpakt in de verpakkingsstations van de Groep. SIPEF verbouwt de Cavendish-variëteit, die wordt verpakt in standaard kartonnen dozen die het eigen merk dragen, of zoals besteld en voorverpakt onder de merknaam van de klant. SIPEF’s klanten zijn ‘rijperijen’ die bananen ‘klaar voor consumptie’ distribueren aan supermarkten of groothandelsmarkten. Meer dan 80% van de hoge kwaliteit bananen wordt verkocht, na verzending, op de Europese markt conform de Europese richtlijnen en aan het Verenigd Koninkrijk. De rest wordt verkocht in de regio West-Afrika en op de lokale markt van Ivoorkust. In Europa is de Groep vrijgesteld van douanehefingen op de import en beschikt dus over een geprivilegieerde toegangspositie. In 2021 werden de commerciële akkoorden met de Britse overheid en in het bijzonder die met betrekking tot de bananen, hernieuwd voor het merendeel van de toeleveringslanden, waaronder Ivoorkust. De Brexit heeft dus geen negatief effect gehad op de bananenexport voor SIPEF.
25 SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Bedrijfsmodel
De productmarkten
Palmolie
De markt voor plantaardige oliën zette 2021 in met een zeer krap voorraadscenario voor alle belangrijke plantaardige oliën. Door de relatief lage prijzen en de grote vraag vanuit de voedings- en biobrandstoffensector de afgelopen jaren, waren de meeste voorraden in de productiezones uitgeput. Grote discounts op de markten zorgden ervoor dat de consumptielanden zeer weinig voorraden opbouwden. Na de minder goede oogst van 2020 stuurde zonnebloemolie het stijgende prijsklimaat. De palmoliemarkt was krap, maar volgde in het begin van het jaar vooral de prijsbewegingen van de andere plantaardige oliën. De productie van palmolie lag het hele jaar onder de verwachtingen voor de volledige sector. In Maleisië speelde een gebrek aan buitenlandse arbeidskrachten een belangrijke rol, maar er waren echter meer factoren in het spel. Door de aanhoudend lage prijzen werd er ondermaats bemest en werd er heel weinig heraangeplant. De sector wordt hierdoor geconfronteerd met een verhoging van de gemiddelde leeftijd van de bomen die onvoldoende worden bemest met een algemene daling van de opbrengst als gevolg. Door het bestaande aanplantingsmoratorium en de "No Deforestation, No Peat, No Exploitation" (NDPE)- vereisten komt er ook nauwelijks nieuw oliepalmareaal bij. De Indonesische palmplantages hebben het minst geprofiteerd van de hoge prijzen vanwege het systeem van de uitvoertaks en -heffing. In het begin van het jaar werd hierdoor bijna de volledige winst op de verkoopprijs afgeroomd. In juli werd echter de exportheffing gewijzigd via de inning van een lagere heffing en werd ook een maximumniveau ingevoerd. Het B30 biodiesel-fonds was voldoende aangevuld, en de Indonesische plantages konden opnieuw munt slaan uit de stijgende markt. Naarmate de marktprijs bleef stijgen, bereikte de markt in november 2021 een maximum van USD 175 exportheffing en USD 200 exporttaks, terwijl de nettoprijs voor ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO) de USD 1 000 benaderde.
26 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Gezien de krappe situatie voor plantaardige oliën waren de nieuwe eenjarige teelten van sojabonen, raapzaad en zonnebloempitten zeer belangrijk. De hittegolf die Canada en de sojaboongordel in het oosten van de Verenigde Staten trof, had rampzalige gevolgen, vooral voor de raapzaadoogst. Dit bracht een nieuwe rally op gang in de markten en zorgde voor een herschikking van allerlei handelsstromen, ondanks een goede sojaoogst in de Verenigde Staten en uitstekende zonnebloemoogsten in Rusland en Oekraïne. De krapte op de plantaardige oliemarkten werd al gauw duidelijk en er zou meer dan één goede oogst nodig zijn om deze tegen te gaan. In 2021 hebben verschillende regeringsmaatregelen geleid tot een verandering in de handelspatronen. Het Indonesische stelsel van gedifferentieerde exporttaksen en -heffingen werd reeds vermeld, maar ook andere productielanden hebben exporttaksen ingevoerd of verhoogd. Tijdelijke verlagingen werden ook waargenomen in de biodieselmandaten in Brazilië, terwijl importerende landen de importheffingen aanpasten om de inflatie op voeding onder controle te houden. Vooral India heeft in de loop van het jaar sterke dalingen doorgevoerd. De meeste van deze overheidsmaatregelen zijn moeilijk te voorspellen en timing kan van essentieel belang zijn. Dit zorgde voor veel volatiliteit. De vraag zelf was vrij goed in 2021. Hoge prijzen en grote discounts zijn normaal twee manieren om de vraag te doen dalen en de binnenlandse voorraden te doen afnemen. Ook in bepaalde regio's hebben de lockdowns aan het begin van het jaar de vraag onder druk gezet. De vraag is dus zeker niet gegroeid zoals vorige jaren, maar ondanks de geringere groei bleven de prijzen zeer hoog. De gemiddelde prijs voor CPO CIF Rotterdam in 2021 bedroeg USD 1 195 per ton tegenover gemiddeld USD 715 per ton in 2020, een stijging van bijna 55%. De prijs eindigde aan het einde van het jaar op USD 1 250.
27 SIPEF Bedrijfsverslag 2021
De productmarkten
Palmpitolie
De laurineoliemarkt, de overkoepelende term voor palmpitolie (“Palm Kernel Oil” - PKO) en kokosnootolie, volgde het grootste deel van het jaar hetzelfde pad als de palmoliemarkt, met zijn gebruikelijke meerprijs ten opzichte van palmolie. Hoewel kokosnootolie meer volatiliteit en een hoger prijstraject vertoonde, reageerde de PKO niet overenthousiast tot het laatste kwartaal van 2021.# Het gedierentieerde exporttaks-systeem in Indonesië heeft hier zeker iets mee te maken. Immers, de plaatselijke ranage- en oleoche- mische industrie in Indonesië heeft een enorm concurrentievoordeel bij de uitvoer van zijn pro- ducten over de gehele wereld. De recente tyfoon in de Filipijnen, waarbij miljoenen bomen ern- stige schade hebben opgelopen, ondersteunde in het algemeen de prijzen voor laurineolie. De prijs voor PKO lag gedurende het grootste deel van het jaar rond een normale meerprijs van USD 200-300 tegenover palmolie. De meerprijs explo- deerde pas echt in het laatste kwartaal toen de krapte volop toesloeg. De gemiddelde prijs van PKO CIF Rotterdam bedroeg USD 1 517 in 2021, tegen een gemiddelde van USD 826 in 2020, een stijging van 71%. Het jaar eindigde met prijzen boven USD 1 800, met een enorme volatiliteit en een grote meerprijs van maar liefst USD 650 ten opzichte van palmolie. De gemiddelde prijs van PKO CIF Rotterdam kende een een stijging van 83,7%.
+83,7 %
| 2020 | 2021 |
|---|---|
| | |
Gebeurtenissen na balansdatum
Het plotselinge gebrek aan zonnebloempitten en zonnebloemolie heeft een enorm effect op de wereldmarkt voor plantaardige olie.
De Russische invasie in Oekraïne; gevolgen voor de grondstoenprijzen
Het besluit van Rusland om Oekraïne op 24 febru- ari 2022 binnen te vallen veranderde het geo- politieke landschap radicaal. Deze oorlog heeft een enorm eect op (agrarische) grondstoen. Oekraïne is 's werelds grootste producent van zonnebloempitten en tevens de grootste expor- teur van zonnebloemolie. Het zou dit seizoen ook de derde plaats innemen voor de uitvoer van raapzaad en tarwe. De havens zijn gesloten en er worden nauwelijks producten uitgevoerd. Als gevolg daarvan zijn veel prijzen van basisvoe- dingsmiddelen sterk gestegen, wat de inflatie van de voedselprijs verder heeft aangewakkerd. Rusland is ook een grote producent van tarwe, zonnebloempitten en gerst. Hoewel de Russische havens niet gesloten zijn, zijn de gebruikelijke aanvoerstromen aanzienlijk onderbroken als gevolg van de oorlog. Veel westerse bedrijven staan momenteel nogal huiverig tegenover handel met Russische bedrijven of in Russische goederen.
Het plotselinge gebrek aan zonnebloempitten en zonnebloemolie heeft een enorm eect op de wereldmarkt voor plantaardige olie. Voor raap- zaadolie en palmolie was er al een eerder krappe bevoorrading, als gevolg van ongunstige weers- omstandigheden. Bovendien was er in de afgelo- pen maanden ook nog het droogte-eect van La Niña in Zuid-Amerika. Hierdoor verminderde de sojaoogst met ongeveer 25 miljoen ton, wat overeenkomt met 5 miljoen ton sojaolie. Daarom waren veel landen meer dan ooit aankelijk van de aanvoer van zonnebloemolie uit Oekraïne en Rusland. Er is niet voldoende plantaardige olie op de markt om dit tekort weg te werken en dus moet het prijsmechanisme de vraag doen afnemen. Verwacht wordt dat er meer druk zal komen om bepaalde mandaten, voor het bij- mengen van biobrandstoen, te verminderen, zoals in de Europese Unie, de Verenigde Staten en Indonesië, zodat meer olie in de voedingsin- dustrie terechtkomt.
Normaal begint het plantseizoen voor de nieu- we gewassen eind maart tot begin april. Dit zal echter sterk worden beïnvloed zolang de oorlog voortduurt. De duur van deze oorlog zal bepalend zijn voor de gevolgen op korte en middellange termijn voor de agrarische grondstoen. Het is echter vrijwel zeker dat er voorlopig tekorten zullen zijn. De agrarische grondstoenprijzen zullen in de nabije toekomst hoog blijven.
29
SIPEF Bedrijfsverslag 2021
De productmarkten
Rubber
De rubbermarkt kende geen grote schommelin- gen. Een lagere productie door ongunstige weers- omstandigheden en ziekten had een weerslag op het aanbod. De vraag werd echter nog harder getroen. De leveringen van nieuwe wagens ver- liepen traag, waardoor de vraag naar vers rub- ber gering was. Bovendien vertienvoudigden de kosten voor containervrachtvervoer, waardoor ze een enorm deel van de eindprijs uitmaakten. Vreemd genoeg leken deze vraag- en aanbodeec- ten elkaar grotendeels in evenwicht te houden en bleef de markt in een stabiele, maar laaggeprijsde omgeving. Na de piek in 2020 daalde de vraag naar latexhandschoenen naarmate de angst voor covid-19 wegebde. Daarom zijn ook latexkwali- teiten zoals RSS1 teruggekeerd naar hun gebrui-
gelijke meerprijs ten opzichte van blokrubber. De prijs voor de standaard RSS3 latexkwaliteit begon het jaar aan USD 2 340 per ton op SICOM (“Singapore Commodity Exchange”) en sloot af op USD 1 850 per ton, een daling van 21%. De gemiddelde prijs bedroeg in 2021 USD 2 071 per ton, tegenover USD 1 728 in 2020.
30
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Bananen
In 2021 waren er geen fundamentele wijzigingen in de wereldwijde productie en bevoorrading van de consumentenmarkten. Dankzij de volumes aomstig uit de productiezones van Zuid- en Centraal-Amerika, vooral Ecuador, Colombia en Costa Rica, maar ook Guatemala en Honduras, is het mondiale aanbod van dollarbananen weinig veranderd ten opzichte van de vorige jaren. Ter herinnering: eind 2020 werden Guatemala en Honduras getroen door zware overstromingen, maar de productie is er intussen weer opgestart. De ACP-productiezone (Afrika, Caraïben, Pacific) is globaal ook stabiel gebleven, met een lichte achteruitgang van de Caraïbische regio ten gun- ste van Afrika, en dan vooral Ivoorkust, waar de export wat is toegenomen. Ook de productie in de Europese gebieden sluit het jaar in evenwicht af, waarbij het productieverlies in de Canarische Eilanden vanwege de uitbarsting van de Cumbre Vieja-vulkaan op La Palma, vanaf september 2021 werd gecompenseerd door de toename in de Antillen.
De panamaziekte, ook “Tropical Race” 4 of ‘TR4’ genoemd, is een schimmel met een verwoesten- de impact op de plantages. De ziekte breidt zich uit naar de hele Zuid-Amerikaanse zone. Na de ontdekking ervan in Colombia in 2019 zijn nu ook de eerste geïnfecteerde percelen in Peru vastgesteld. De hele wereldwijde bananenketen maakt zich ernstige zorgen over de ziekte, ook al is er tot nu toe nog geen wezenlijke impact op de mondiale productie van Cavendish-bananen, de dessertbanaan die wereldwijd nog steeds het meest wordt geteeld en verkocht. De Cavendish zou echter op relatief korte termijn kunnen ver- dwijnen. De onderzoeksinstellingen en laborato- ria voor de productie van plantmaterialen hebben hun inspanningen op het vlak van de soortverbe- tering van de banaan dan ook verdubbeld.
De covid-19-pandemie had in 2021 een veel min- der zware impact op de verbruiksmarkten dan in 2020. Bananen zijn een basisconsumptieartikel, dat een vast onderdeel blijft van de gezinsaanko- pen, en de leverings-, distributie- en consump- tiestromen zijn al bij al relatief constant gebleven. Er is echter wel een sterk toegenomen vraag naar bananen die van tevoren zijn verpakt of voorzien van een etiket, streepjescode of band: dat versnelt de aankoop en voorkomt overbodige manipulatie voor het wegen van de bananen in de fruitafdeling van de supermarkt.
31
SIPEF Bedrijfsverslag 2021
De productmarkten
Er is een sterk toegenomen vraag naar bananen die van tevoren zijn verpakt of voorzien van een etiket, streepjescode of band: dat versnelt de aankoop en voorkomt overbodige manipulatie voor het wegen van de bananen in de fruitafdeling van de supermarkt.
32
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
De EU-27 plus het Verenigd Koninkrijk is nog steeds de grootste markt ter wereld. Het verbruik is er globaal stabiel gebleven na enkele jaren van voortdurende toename. In 2021 was het verbruik in Europa goed voor 6675457ton, wat neerkomt op bijna 13 kg per inwoner per jaar. Ter herinne- ring, het gemiddelde van de afgelopen tien jaar bedroeg 11,7 kg. Er blijven grote verschillen tussen de landen van de EU. Het jaarlijkse verbruik in Zweden bedraagt bijvoorbeeld 17 kg per inwoner per jaar in vergelijking met 7 à 8 kg in de Baltische staten. Gelet op de stijging van de koopkracht in bepaalde EU-landen valt te begrijpen dat er een concurrentiestrijd is tussen de productiezones om de invoer en de marktaandelen: de dollarzo- ne levert 75% van de markt, de ACP 16% en de EU 9%. De regels voor de invoer in het Verenigd Koninkrijk zijn voorlopig nog steeds dezelfde als in de EU-27. Op het Europese continent zouden ze normaliter niet moeten veranderen, met een douanerecht van EUR 75 per ton voor de dollar- bananen en een vrije invoer voor de bananen uit de ACP-zone.
De markt van de Verenigde Staten ondervond weinig hinder van het wegvallen van Guatemala en Honduras, die als productielanden al snel wer- den vervangen door Ecuador, Colombia en Costa Rica. Het verbruik is er dan ook stabiel gebleven op 4632397ton.
In 2021 hebben twee belangrijke elementen een sterke stempel gedrukt op de markten en hebben eveneens in belangrijke mate de contractuele verkoopprijzen voor het jaar 2022 beïnvloed. Zo heeft de stijging van de kosten voor verschillende productiefactoren zich voortgezet sinds einde 2020. Dat was het geval voor de meststoen en verpakkingsmaterialen zoals karton en plastic. En ook de mondiale crisis van het zeevrachtver- voer, die aan de oorsprong lag van de gevoelige prijsstijging van het zeetransport, blijft in 2022 voortduren. Deze crisis, die alle sectoren van de economie treft, heeft er natuurlijk toe geleid dat de contractuele verkoopprijzen in 2022 werden herzien. Daarnaast profiteerden de bananen van Ivoorkust van een aanzienlijk gunstig wissel- koerseect tussen USD en EUR. Enerzijds, blijven de Europese douanerechten op de invoer van dollarbananen, zoals verwacht, EUR 75 per ton bedragen. Anderzijds, en zoals aan- gekondigd, heeft de Britse regering haar invoer- regels op basis van de ex-EU handelsakkoorden vernieuwd, met name die betreende bananen, in het bijzonder voor Ivoorkust.# Bijlage bij de jaarrekening
Bij de jaarrekening van de Groep en de Vennootschap
Toelichting bij de cijfers
Algemeen
Bijgevolg heeft de Brexit geen negatieve impact gehad op de uitvoer van de Groep naar Britse klanten. De Europese prijs (CIRAD-referentie) heeft echter opnieuw, en dat is niet verwonderlijk, een vrij lage prijs bereikt van USD 11,4 per doos, d.w.z. 2% of 30 dollarcent minder per doos, in vergelijking met 2020. Sinds 2015, het hoogtepunt van de Europese invoerprijs in het afgelopen decennium, bedraagt het verlies USD 2,7 per doos, een terugval van 20%. De covid-19-pandemie had in 2021 een veel minder zware impact op de verbruiksmarkten dan in 2020.
SIPEF Bedrijfsverslag 2021
De productmarkten
SIPEF’s operationele activiteiten
Geschiedenis in ‘t kort
Société Internationale de Plantations et de Finance (SIPEF) werd in 1919 opgericht. Aanvankelijk ontwikkelde en beheerde de Vennootschap plantageondernemingen in tropische en subtropische gebieden via twee agentschappen: één in Kuala Lumpur (Maleisië) en één in Medan (Indonesië). Geleidelijk groeide SIPEF uit tot een gediversifieerde agro-industriële groep, met productie- en exportfaciliteiten in Azië, Oceanië, Afrika en Zuid-Amerika. Ze beheerde grote plantages met traditionele gewassen zoals rubber, palmolie en thee. Vanaf 1970 investeerde de Groep ook in andere producten, zoals bananen, ananas, sierplanten, guave en peper, en in de Belgische en Amerikaanse immobiliënsector. Na verloop van tijd werden de meeste van deze belangen, met uitzondering van bananen, volledig afgebouwd. De laatste jaren concentreerde SIPEF zich bijna uitsluitend op de productie van palmolie in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea en van bananen in Ivoorkust.
De Hoofdzetel van de SIPEF-groep bevindt zich in België. Van hieruit wordt de Groep aangestuurd op strategisch, financieel en economisch gebied. De laatste jaren heeft SIPEF de omkadering op het vlak van informatietechnologie (IT), duurzaamheid en juridische aangelegenheden versterkt. Het team in Schoten bestaat uit 23 personen.
SIPEF is op Euronext Brussels genoteerd. Sinds 2021 is SIPEF eveneens operationeel in Singapore via SIPEF Singapore Pte Ltd. Van hieruit volgt de COO APAC, Petra Meekers, die in Singapore verblijft, alle activiteiten van de Groep in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea van dichtbij op. Tot slot is SIPEF ook in Luxemburg vertegenwoordigd door Jabelmalux SA. Deze vennootschap is de Luxemburgse moederonderneming van de oliepalmuitbreidingen in Noord-Sumatra (PT Umbul Mas Wisesa, PT Toton Usaha Mandiri en PT Citra Sawit Mandiri) en van één van de uitbreidingen in de Musi Rawas regio in Zuid-Sumatra (PT Agro Muara Rupit). Na het succesvolle openbaar aankoopbod dat werd uitgebracht in 2011, verdween Jabelmalux SA van de Luxemburgse beurs. Per eind 2021 controleert de SIPEF-groep 99,9% van de onderneming. SIPEF heeft de intentie om, in de toekomst de aandelen die nog verspreid zijn onder het publiek, te verwerven.
BEPLANTE OPPERVLAKTEN IN HECTAREN
| INDONESIË | PAPOEA-NIEUW-GUINEA | IVOORKUST | TOTAAL | % | |
|---|---|---|---|---|---|
| Oliepalmen | 63 558 | 13 605 | 0 | 77 163 | 96,5% |
| Rubber | 1 954 | 0 | 0 | 1 954 | 2,4% |
| Bananen | 0 | 0 | 794 | 794 | 1,0% |
| Horticultuur | 0 | 0 | 31 | 31 | 0,1% |
| Thee | 0 | 0 | 0 | 0 | 0% |
| Totaal | 65 512 | 13 605 | 825 | 79 942 | 100% |
| % | 81,9% | 17,1% | 1,0% | 100% |
Aan het einde van het boekjaar 2021 bedroeg het aantal beplante hectaren oliepalmen 77 163, en het totale aantal beplante hectaren inclusief bananen, rubber en tuinbouw 79 942, tegenover 64 088 hectare in 2011. De jaarlijkse groei van het aantal hectaren bedroeg de afgelopen 10 jaar dus gemiddeld 2,4%. Langzaam maar zeker wordt het doel van 100 000 beplante hectare werkelijkheid. SIPEF blijft actief zoeken naar investeringsopportuniteiten door de beplante hectaren uit te breiden in gebieden die ver verwijderd zijn van de steden en waar de agrarische sector de belangrijkste werkgever is. In deze context is het behoud van eigendoms- en concessierechten van primordiaal belang voor de Groep, om de productie in de verschillende landen te verzekeren en verder te ontwikkelen.
Papoea-Nieuw-Guinea
Indonesië
België & Luxemburg
Ivoorkust
Singapore
Operationele activiteiten
Noord-Sumatra
- Kerasaan
- Eastern Sumatra
- Citra Sawit Mandiri
- Toton Usaha Mandiri
- Umbul Mas Wisesa
- Tolan Tiga
Zuid-Sumatra
- Agro Rawas Ulu
- Agro Muara Rupit
- Dendymarker Indah Lestari
- Agro Kati Lama
- Agro Muko
- Mukomuko Agro Sejahtera
Bengkulu
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Palmolie
INDONESIË
Hargy Oil Palms
West New Britain
PAPOEA-NIEUW-GUINEA
Indonesië
In 2021 steeg de Groepsproductie van verse vruchten (“Fresh Fruit Bunches” - FFB), zowel op de eigen plantages als bij de lokale boeren. Deze stijging bleef boven de 14% gedurende de eerste drie kwartalen, daalde licht voor het vierde kwartaal, maar bereikte terug haar oorspronkelijk niveau in de maand december. Ze sloot het jaar af met een totale productiegroei van 13,7% ten opzichte van het voorgaande jaar. Niet alleen de FFB-productie was zeer goed, maar ook de extractiepercentages zijn verbeterd tegenover 2020. De totale palmolieproductie van de Groep bereikte het recordcijfer van 384 178 ton, wat een stijging betekent van 16,7% tegenover het vorige jaar. Dit groeipercentage gold zowel voor de productie van de eigen plantages als voor die van de lokale boeren die hun FFB aan de SIPEF-extractiefabrieken verkopen.
Indonesië
SIPEF controleert rechtstreeks en onrechtstreeks via haar dochters, PT Tolan Tiga Indonesië, Jabelmalux en SIPEF Singapore Pte Ltd, 30 plantages met oliepalmen, twee rubberplantages, één theeplantage, zes extractiefabrieken voor ruwe palmolie, twee rubberfabrieken en één theefabriek. PT Tolan Tiga Indonesië beheert deze activa via het Hoofdkantoor in Medan, Noord-Sumatra en drie regionale managementkantoren in de provincies Noord-Sumatra, Bengkulu en Zuid-Sumatra.
NEERSLAG 2021 IN NOORDSUMATRA VS. GEMIDDELDE IN MM

NEERSLAG 2021 IN BENGKULU VS. GEMIDDELDE IN MM

NEERSLAG 2021 IN ZUIDSUMATRA VS. GEMIDDELDE IN MM

Na de droogte van 2019 en een relatief droog productiejaar in 2020, behalve in Zuid-Sumatra, lag de jaarlijkse neerslag in 2021 in alle regio's iets boven het vijfjaarsgemiddelde. De over het algemeen normale weersomstandigheden hebben de groei van de palmen en de ontwikkeling van de vruchten bevorderd. Enkel de eerste vier maanden van het jaar vertoonden een watertekort voor de regio's Noord-Sumatra en Bengkulu. De regio Zuid-Sumatra had bijna het hele jaar door een wateroverschot en alle plantages overschreden het tienjaarsgemiddelde, vaak met 30% of meer. Desalniettemin, getuigde de verminderde vorming van vrouwelijke vruchten toch nog van een licht vertraagd stress-effect van de droogte van 2019.
Plantages
Door de lage palmolieprijzen in 2019, besliste het management om het herplantingsprogramma van Indonesië in Noord-Sumatra en Bengkulu in 2020 uit te stellen en te investeren in de ontwikkelingen in Zuid-Sumatra. Het herbeplantingsprogramma van deze regio's werd in 2021 hervat. In Zuid-Sumatra werden de beplantingsactiviteiten in de loop van het jaar in een snel tempo voortgezet. Ook in 2021 bleef de Groep hoofdzakelijk focussen op de investeringsprogramma's in Zuid-Sumatra. Deze betroffen de verdere uitbreiding van de beplante oppervlakten en infrastructuur in Musi Rawas, de herbeplanting en verbetering van SIPEF's eigen oliepalmplantages, en van de plantages van lokale boeren (plasma) in Dendymarker. In de andere operationele eenheden gebeurde de gebruikelijke hernieuwing van investeringen en/of materialen waar en wanneer nodig.
Voor het eerst in de geschiedenis van de Vennootschap werd, binnen een kalenderjaar, de productiemijlpaal van één miljoen ton verse vruchten van eigen plantages bereikt.
De plantages van de business unit in Noord- Sumatra zijn de meest mature in Indonesië van de SIPEF-groep. Tot juni 2021 produceerden ze zoals verwacht. Daarna werden ze in het derde en vierde kwartaal getroffen door een reële daling van de oogst. Over het algemeen was 2021 nat en hierdoor de productie wisselvallig. Bovendien werd de oogst nog steeds getroffen door de afstoting van vrouwelijke bloemknoppen als gevolg van het watertekort van 2018, 2019 en begin 2020. Laat in het jaar werd enige vooruitgang genoteerd, maar globaal eindigden de eigen aanplanten het jaar met -0,51% voor de Tolan Tiga groep en 8,43% voor de Umbul Mas Wisesa groep, vergeleken met vorig jaar. De productie van FFB in de volgroeide plantages met minerale bodem in Noord-Sumatra kende een trager dan verwachte start in het begin van het jaar. Dit was te wijten aan twee droge maanden die gevolgd werden door een veel beter tweede kwartaal. Het derde en vierde kwartaal waren opnieuw lager dan vorig jaar (zie detail hieronder). Perlabian estate (PLE) telt 3 708 hectare volgroeide oliepalmen en 493 hectare onvolgroeide. 310 hectare, die een jaar braak lagen om de Ganoderma-problemen te beperken, werden gekapt ter voorbereiding van aanplanten tegen september 2022. Tijdens de kerstweek werd voor het eerst in de geschiedenis van de Vennootschap, binnen een kalenderjaar, de productiemijlpaal van één miljoen ton verse vruchten (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) van eigen plantages bereikt.# SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Operationele activiteiten
Dit was een belangrijke verwezenlijking in de voortdurende groei en ontwikkeling van SIPEF Indonesië. Het jaar 2021 eindigde daadwerkelijk met 1.019.009 ton FFB. Deze opmerkelijke prestatie is het resultaat van de visie, het harde werk, de toewijding en de inzet van zoveel mensen, in het verleden en heden, en is een positief signaal naar de toekomst toe. Dit is vooral te danken aan de projecten in Zuid-Sumatra die verder matuur worden en de productie verder opdrijven, en de heraanplantingen van het bedrijf in Noord- Sumatra en Bengkulu die vroeger dan verwacht hoge rendementen opleveren. Onlangs werd in het SIPEF Medan Hoofdkantoor een 'Lokale Boeren Afdeling’ opgericht met het oog op de toepassing van de nieuwe Indonesische reglementering. Deze bepaalt dat plantageondernemingen, naast hun eigen aantal hectaren, bijkomend 20% van het gebied moet voorbestemmen voor lokale boeren. De afdeling beheert reeds 90 coöperatieven in de drie regio's, met 5.098 leden, die meer dan 15.000 hectare kleinschalige productie vertegenwoordigen, waarvan 1.178 hectare reeds RSPO-gecertificeerd zijn.
BEPLANTE OPPERVLAKTEN EN PRODUCTIES
| MATUUR (IN HECTAREN) | IMMATUUR (IN HECTAREN) | GEMIDDELDE LEEFTIJD OLIEPALMEN | FFB GEPRODUCEERD 2020 (IN TON) | FFB GEPRODUCEERD 2021 (IN TON) | RENDEMENT 2021 FFB/HA (IN TON) | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tolan Tiga groep | 12 027 | 875 | 13,90 | 298 757 | 297 229 | 24,7 |
| Umbul Mas Wisesa groep | 9 937 | 0 | 12,60 | 206 984 | 224 429 | 22,6 |
| Subtotaal eigen plantages | 21 964 | 875 | 13,33 | 505 741 | 521 659 | 23,8 |
| Lokale boeren | NA | NA | NA | 4 333 | 7 715 | NA |
| TOTAAL | 510 074 | 529 374 | | |||
| - |
In totaal bedroeg de oogst van PLE aan het einde van het jaar -1,46% ten opzichte van het voorgaande jaar. Hierdoor bedroeg het jaarrendement van de plantage 24,77 ton per hectare. Tolan estate (TLE), dat bestaat uit 3.614 hectare volgroeide oliepalmen, bevindt zich momenteel in een plantpauze. De eerste herbeplanting van 173 hectare wordt verwacht in 2023. Daarna zal er elk jaar tussen de 170 en 300 hectare herbeplant worden. TLE kende een beter jaar dan gewoonlijk, met een regenval die 20% boven het tienjaarsgemiddelde lag. De productie was ook goed tot september, maar daalde voor de rest van het jaar. Toch eindigde ze op 1,22% boven vorig jaar. De laatste drie jaar zijn de opbrengsten gedaald, omdat de gemiddelde leeftijd van de palmen hoger is. De komende 10 jaar zal een voortdurende herbeplanting nodig zijn. Bukit Maradja estate (BME), dat 2.631 hectare volgroeide palmen telt naast 279 hectare onvolgroeide aanplant, heeft in natte omstandigheden het grootste deel van het jaar gepresteerd zoals verwacht. Het laatste kwartaal daalden echter de prestaties waardoor het jaar werd afgesloten met een productie die 2,52% lager was dan vorig jaar. BME is één van de plantages die te kampen heeft met Ganoderma. Op basis van een onafgebroken herbeplantingsprogramma voor de komende 10 jaar zullen er tussen de 140 en 200 hectare per jaar herbeplant worden.
Keras aan estate (KER) kan vergeleken worden met BME en heeft eveneens problemen met de Ganoderma-schimmel. De plantage heeft 2.073 volgroeide hectare en 102 onvolgroeide hectare en kon eind december een oogst van 55.212 ton FFB optekenen, wat 0,74% meer is dan vorig jaar. KER bereikte met 26,63 ton per hectare haar hoogste opbrengst van de laatste 10 jaar, wat tevens het hoogste rendement voor het gebied is. Haar herbeplantingsprogramma zal worden voortgezet tot 2026, met een jaarlijkse herbeplanting van 80 tot 145 hectare. In Umbul Mas Wisesa (UMW), de plantages van de Groep met een biologische bodem, ondersteunde de genormaliseerde regenval de fruitoogst. In combinatie met de toepassing van de aangepaste bemestingsaanbevelingen tijdens de voorbije twee jaar, resulteerde dit in een hogere fruitproductie voor alle vier plantages van deze groep. In de plantages van Umbul Mas Wisesa/Toton Usaha Mandiri (UMW/TUM) waren er geen herbeplantings- of kweektuinactiviteiten, aangezien al deze plantages volgroeid zijn en de eerste herbeplanting over enkele jaren is gepland. Deze plantages kenden in 2021 inderdaad een uitstekende oogst dankzij een redelijke regenval, slechts twee droge maanden aan het begin van het jaar en zeer natte maanden september en oktober. In het vierde kwartaal daalde de oogst, maar qua opbrengst per hectare, zaten de UMW/TUM-plantages weer op het goede spoor met een gemiddelde van 22,58 ton. De gewijzigde bemestingsschema's en de toegenomen micronutriënten hadden hun positieve invloed op de vruchtzetting en er wordt verwacht dat hierin het komende jaar geen verandering zal komen. De totale productie van FFB voor het jaar werd afgesloten op 224.429 ton.
BEPLANTE OPPERVLAKTEN EN PRODUCTIES
| MATUUR (IN HECTAREN) | IMMATUUR (IN HECTAREN) | GEMIDDELDE LEEFTIJD OLIEPALMEN | FFB GEPRODUCEERD 2020 (IN TON) | FFB GEPRODUCEERD 2021 (IN TON) | RENDEMENT 2021 FFB/HA (IN TON) | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Agro Muko | 16 332 | 1 508 | 13,03 | 333 172 | 362 121 | 22,2 |
| Mukomuko Agro Sejahtera | 2 822 | 471 | 9,21 | 29 374 | 34 661 | 12,3 |
| Subtotaal eigen plantages | 19 154 | 1 979 | 12,44 | 362 545 | 396 782 | 20,7 |
| Lokale boeren | NA | NA | NA | 16 386 | 18 277 | NA |
| TOTAAL | 378 931 | 415 059 | | |||
| |
In de oliepalmplantages in de provincie Bengkulu waren de weersomstandigheden gunstig voor de palmgroei en de vruchtenontwikkeling. Vooral de jonge volwassen palmen produceerden meer. Maar ook de volumes van de hectaren met oudere palmen stegen in vergelijking met vorig jaar, met meer dan 10%. Bovendien werden meer hectaren in productie genomen. De oogsten overtroffen de productie van vorig jaar met 8,69%.
De business unit omvat de activiteiten van de negen eigen plantages in Agro Muko en de vier Mukomuko Agro Sejahtera (MMAS)-plantages, waaronder de twee recente uitbreidingen met Sungei Teramang estate (Asri Rimba verworven in 2019) en met Batu Kuda estate (Agricinal voorwaardelijk verworven in 2021). Het regionale managementkantoor staat eveneens in voor de “Corporate Social Responsibility” (CSR) van Yayasan SIPEF Indonesia (YSI), het programma voor de bescherming van schildpadden en voor de SIPEF Biodiversity Indonesia (SBI)-activiteiten, die zich toespitsen op bosbescherming. Een belangrijk onderwerp in de afgelopen twee jaar was de vernieuwing van de landbouwconcessie (Hak Guna Usaha - HGU) voor de grote meerderheid van de plantages van Agro Muko. Bovendien werd de plasmaverplichting tijdens de hernieuwingsprocedure ingevoerd. Daarom moest het team de plannen aanpassen aan de 20%-plasmagebieden om het bestaan ervan te bewijzen, alvorens luchtkaarten konden worden gemaakt. De Agro Muko-plantages hebben 362.121 ton FFB geoogst, wat 8,69% meer is dan vorig jaar. MMAS, met de nieuw verworven plantages, heeft 34.661 ton geproduceerd, hetzij 18,25% meer dan vorig jaar.
BEPLANTE OPPERVLAKTEN EN PRODUCTIES
| MATUUR (IN HECTAREN) | IMMATUUR (IN HECTAREN) | GEMIDDELDE LEEFTIJD OLIEPALMEN | FFB GEPRODUCEERD 2020 (IN TON) | FFB GEPRODUCEERD 2021 (IN TON) | RENDEMENT 2021 FFB/HA (IN TON) | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| PT Agro Kati Lama | 3 638 | 538 | 4,67 | 29 005 | 38 940 | 10,7 |
| PT Agro Rawas Ulu | 1 816 | 728 | 3,81 | 14 064 | 22 684 | 12,5 |
| PT Agro Muara Rupit | 3 294 | 2 355 | 2,76 | 11 777 | 23 658 | 7,2 |
| PT Dendymarker Indah Lestari | 1 447 | 5 770 | 2,26 | 27 721 | 15 287 | 10,6 |
| Subtotaal eigen plantages | 10 194 | 9 391 | 3,12 | 82 567 | 100 568 | 9,9 |
| Lokale boeren | NA | NA | NA | 7 933 | 14 855 | NA |
| TOTAAL | 90 500 | 115 424 | | |||
| - |
In de regio Musi Rawas in Zuid-Sumatra steeg de oogst met 59,8%. De uitzonderlijke productie in de plantages van Agro Muara Rupit (AMR) was meer dan dubbel zo hoog als vorig jaar: +101,4% en 149,2% voor respectievelijk de oostelijke en de westelijke plantages. Dit is het resultaat van een toename van het aantal geoogste hectaren en een stijging van het gemiddelde vruchtgewicht in de meeste jonge plantages. Het geeft voldoening te kunnen vaststellen dat de totale aanplanting/herbeplanting voor de projecten in Zuid-Sumatra, die 10 jaar geleden van start gingen, nu bijna 20.000 hectare eigen en bijna 5.000 hectare plasma bedraagt. De teams ter plaatse hebben in 2021, 3.711 hectare beplant, waarvan 2.070 hectare voor Dendymarker Indah Lestari (DIL). In DIL zou in 2022 en 2023 nog eens 1.077 hectare worden voltooid op de eigen plantages, waardoor het totale cijfer voor de eigen plantages op 7.806 hectare zou uitkomen. In de volgende drie jaar zal nog eens 1.648 hectare herbeplant worden om het plasma-areaal van 2.760 hectare te vervolledigen en de totale projectoppervlakte in DIL op 10.566 hectare te brengen. De plasmaherbeplanting in DIL is gestart in 2020. Momenteel is 1.112 hectare herbeplant (40%). Deze herbeplanting zou normaal nog drie jaar worden voortgezet, in een tempo van maximaal 550 hectare per jaar. De resterende oudere DIL-plantages kenden een stevige productie in het eerste kwartaal. Door het intensieve herbeplantingsprogramma is de totale fruitproductie op het einde van het jaar echter met 45,49% gedaald ten opzichte van vorig jaar.
EXTRACTIEFABRIEKEN NOORD SUMATRA
| BMPOM | PLPOM | UMWPOM | |
|---|---|---|---|
| 2020 | 2021 | 2020 | |
| Capaciteit (ton FFB/u) | 30 | 30 | 55 |
| Werkelijke verwerkingscapaciteit | 27,24 | 30,05 | 54,32 |
| Verwerkte FFB (ton) | 121 660 | 122 769 | 179 502 |
| Geproduceerde ruwe palmolie (ton) | 28 427 | 28 910 | 39 432 |
| Olie-extractiepercentage (%) | 23,37 | 23,55 | 21,97 |
| Palmpitextractiepercentage (%) | 4,91 | 4,92 | 5,79 |
De gemiddelde olie-extractiepercentages (OER) van de Indonesische palmolieverwerkingsfabrieken, varieerden in een grotere vork vergeleken met vorig jaar, ten gevolge van de lokale neerslagvolumes.# Ze schommelden van 21,4% tot 22,4% in Zuid-Sumatra, waar nog een relatief hoog percentage oude palmvruchten met laag oliegehalte wordt verwerkt, tot 23,3% in de volgroeide plantages met organische bodems in Noord-Sumatra. Dankzij deze hoge extractiepercentages werd de stijging van de palmvruchtenvolumes (13,55%) ook weerspiegeld in een nog hogere stijging van de palmolievolumes (16,68%) in vergelijking met 2020. In de Bukit Maradja Palm Oil Mill (BMPOM), de kleinste fabriek in Noord-Sumatra, werd een goede prestatie neergezet: de OER bedroeg 23,55% tegenover 23,37% vorig jaar. De Perlabian Palm Oil Mill (PLPOM), de grootste maar ook de oudste fabriek in Noord-Sumatra, is de belangrijkste producent en de laatste jaren zijn veel verbeteringen doorgevoerd om de prestaties te verbeteren. De PLPOM heeft de OER verhoogd van ongeveer 20% enkele jaren geleden tot 22,17%, vandaag. Toch wordt de productie er nog steeds bemoeilijkt door het lage oliegehalte van het resterende oude fruit dat hoofdzakelijk afkomstig is van PLE. In de Umbul Mas Wisesa Palm Oil Mill (UMWPOM) zijn door het natte weer in september en oktober en de lagere trosuitzetting de algemene prestaties van de fabriek in OER en FFA gedaald tijdens het laatste kwartaal. Het uiteindelijke OER bedroeg gemiddeld 23,30%, tegenover 23,11% vorig jaar.
SIPEF Bedrijfsverslag 2021 Operationele activiteiten
EXTRACTIEFABRIEKEN BENGKULU EN ZUID-SUMATRA
| MMPOM | BTPOM | DILPOM | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | 2021 | 2020 | 2021 | 2020 | 2021 | |
| Capaciteit (ton FFB/u) | 60 | 60 | 30 | 30 | 20 | 60 |
| Werkelijke verwerkingscapaciteit | 59,38 | 58,18 | 29,83 | 30,22 | 20,31 | 20,16 |
| Verwerkte FFB (ton) | 242 611 | 264 497 | 134 445 | 145 934 | 81 504 | 108 698 |
| Geproduceerde ruwe palmolie (ton) | 56 968 | 62 538 | 30 249 | 32 460 | 17 540 | 24 541 |
| Olie-extractiepercentage (%) | 23,48 | 23,64 | 22,50 | 22,24 | 21,52 | 22,57 |
| Palmpitextractiepercentage (%) | 4,52 | 4,33 | 5,05 | 4,68 | 3,84 | 3,55 |
De Mukomuko Palm Oil Mill (MMPOM), die het grootste deel van de oogst van de noordelijke plantages van de Agro Muko-groep afneemt, bereikte op het einde van 2021 een gemiddelde OER van 23,64%. Dat is beter dan de 23,48% van vorig jaar. De belangrijkste reden voor de goede prestatie is de hogere rijpheidsgraad van de geoogste vruchten. De FFA-cijfers waren iets hoger, vooral rond de Ramadan en de Lebaran vakantiebreak.
De Bunga Tanjung Palm Oil Mill (BTPOM), die de oogst van de zuidelijke plantages afneemt, bleef het moeilijk hebben met zijn prestaties. Dit was vooral omdat de fabriek niet op volle toeren draaide: 83%-capaciteit op basis van 30 ton per uur en slechts 42%-capaciteit bij een berekening van 60 ton per uur. De OER bedroeg 22,24% aan het eind van het jaar, tegenover 22,50% het jaar daarvoor.
Een bijkomende industriële troef was de Agro Muko Tank Terminal in Padang, die van essentieel belang bleef voor de scheepvaart, indien en wanneer nodig. De capaciteit ervan bleef ongewijzigd, met een totaal van 26 000 ton opgeslagen in acht tanks.
De lopende upgrade van de capaciteit van de Dendymarker Indah Lestari Palm Oil Mill (DILPOM) van 20 naar 60 ton per uur werd voortgezet, terwijl het bedrijf op volle toeren draaide en produceerde. De extractiefabriek zal uitgerust worden met een horizontale sterilisator met Compact Modular Concept (CMC) indexeringssysteem en een volledig nieuwe stroomvoorziening (ketels, turbines, enz.). Het oude materiaal zal zo spoedig mogelijk worden ontmanteld. De oude ketel zal stand-by blijven. De extractiefabriek zou een betere terugwinning van olie en pitten voorzien met minder olieverlies en een goed stoomproces. De definitieve ingebruikname kan worden verwacht tegen eind april 2022. Voor het jaar 2021 bedroeg de OER 22,57%, tegenover 21,52% het voorgaande jaar.
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Papoea-Nieuw-Guinea
Hargy Oil Palms Ltd (HOPL) heeft zes palmolie- plantages verspreid over drie estates, die, samen met 3 635 onafhankelijke plantages van lokale boeren, op regelmatige basis de palmolie-extractiefabrieken bevoorraden. Na een droge decembermaand in 2020 en een relatief mild regenseizoen in het eerste trimester van 2021, volgden lager dan gemiddelde neerslagvolumes in het tweede semester. Hierdoor lag het jaarlijkse neerslaggemiddelde in de oliepalmplantages in Papoea-Nieuw-Guinea ongeveer 30% beneden het vijaarlijkse. Deze weerscondities zorgden voor agronomisch goede omstandigheden in de regio, met een aanhoudend hoge productie als gevolg. Daarboven was er nog het onverwacht snel herstel van de door de Navo-vulkaan getroffen gebieden. Dit alles had een algemeen positief effect op alle aspecten van de activiteiten.
BEPLANTE OPPERVLAKTEN EN PRODUCTIES
| MATUUR (IN HECTAREN) | IMMATUUR (IN HECTAREN) | GEMIDDELDE LEEFTIJD OLIEPALMEN | FFB GEPRODUCEERD 2020 (IN TON) | FFB GEPRODUCEERD 2021 (IN TON) | RENDEMENT 2021 FFB/HA (IN TON) | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Hargy-estate | 4 023 | 393 | 9,03 | 106 610 | 133 587 | 33,2 |
| Navo-estate | 6 262 | 343 | 11,60 | 95 607 | 154 969 | 24,7 |
| Pandi-estate | 2 584 | 0 | 8,54 | 67 398 | 78 293 | 30,3 |
| Subtotaal eigen plantages | 12 869 | 736 | 10,18 | 269 616 | 366 849 | 28,5 |
| Lokale boeren | 14 074 | 744 | 15,89 | 209 791 | 232 134 | 16,5 |
| TOTAAL | 26 943 | 1 480 | - | 479 407 | 598 983 | 22,2 |
Plantages
In 2021 heeft HOPL zijn herbeplantingsprogramma hervat in de gebieden die getroffen waren door de vulkaanuitbarstingen van 2019. Gedurende bijna twee jaar was er dus geen herbeplanting in deze gebieden, omdat de nadruk lag op de rehabilitatie en het herstel ervan. Alle zaailingen zijn sinds 2015 van het type DAMI ‘Super Family’, waardoor de opbrengsten voor de toekomst kunnen worden verbeterd. De problemen met de kwaliteit van de zaailingen, die zich eind 2020 en begin 2021 voordeden, werden geleidelijk overwonnen. Hoe dan ook zal het nieuwe irrigatiesysteem dat dit jaar in de kweektuin werd geïnstalleerd, de uniformiteit van de ontwikkeling van de zaailingen zeker verbeteren. De herbeplanting is goed gevorderd, ondanks enkele problemen met de kapuitrusting van de onderaannemer en vertragingen bij de levering van de zaden. Bijna 675 hectare eigen areaal werd herbeplant, waardoor een gemiddelde palm- leeftijd van 10,2 jaar kon worden behouden. De herbeplanting van ongeveer 150 hectare werd uitgesteld tot 2022, voornamelijk omwille van vertragingen in de zaadleveringen. Bij de lokale boeren verliep de herbeplanting aan een trager tempo en de gemiddelde palmleeftijd bedroeg 15,9 jaar op het einde van 2021.



In 2021 is het herbeplantingsprogramma hervat in de gebieden die getroffen waren door de vulkaanuitbarstingen van 2019. Voor de productiegeschiedenis van de SIPEF- dochter HOPL zal 2021 een uitzonderlijk jaar blijven, sinds haar vestiging in het land 45 jaar geleden. Enerzijds, konden de plantages genieten van zeer gunstige en uitzonderlijke weersomstandigheden, met het hele jaar door zeer matige regenval. Anderzijds, heeft de productie een recordjaar achter de rug, aangezien de plantages in de gebieden die getroffen waren door de vulka- anuitbarstingen van 2019, zich redelijk goed bleven herstellen. 2021 werd dan ook afgesloten met een productiestijging van 41,9% voor de eigen palmolievolumes, en van 14,1% voor de volumes van de lokale boeren, voor wie het oogsten ook werd aangemoedigd door de hoge wereldmarkt- prijzen voor hun aangeleverde vruchten. Alle drie estates overtroffen hun pieken van 2018. Geholpen door het weer hebben de teams de dagelijkse oogstrondes goed onder controle kunnen houden, wat resulteerde in verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) van goede kwaliteit. Zo werd de oogst aanzienlijk verhoogd en het jaar afgesloten met een productiestijging van 36,1% FFB ten opzichte van vorig jaar. De rehabilitatiesnoeiwerken in de door de NAVO- vulkaan getroffen plantages werden in het begin van het jaar met de hulp van onderaannemers vol- tooid. De oogst werd meer toegankelijk gemaakt op de zwaarst getroffen NAVO-percelen, waardoor de productie bijna verdubbelde.
De lokale boeren hadden het moeilijker en lever- den aan het begin van het jaar minder vruchten. Uiteindelijk sloten zij het jaar echter af met een aanzienlijke stijging van 10,7%, een recordbrekende prestatie. Hiermee overtroffen zij immers hun pieken van 2018. De uitstekende prijzen hebben ervoor gezorgd dat het onderhoud van de percelen van de lokale boeren in het hele projectgebied is verbeterd. Ze hebben eveneens, samen met de regelmatige ononderbroken 14-daagse ophaling van de oogsten, grotendeels bijgedragen tot de goede productie. Bovendien werd geen enkele oogst afgekeurd. De wegen zijn het hele jaar goed toegankelijk geweest, ook al was er weinig hulp van de regering voor de hoofdwegen en de wegen van lokale boeren, die nog steeds voornamelijk door de onderneming worden onderhouden.
Extractiefabrieken
Ook de extractiepercentages in de fabrieken hebben recordhoogten bereikt. Hoewel deze sterk beïnvloed werden door het uitzonderlijke weer, waren zij eveneens het resultaat van een goede kwaliteit van de vruchten, als gevolg van de dagelijkse degelijke controle van de oogst, een algemene verbetering van het veldbeheer, regelmatige ononderbroken 14-daagse oogstophalingen voor lokale boeren en van het uitstekend werk van de fabrieksteams. De drie palmolie-extractiefabrieken in Papoea- Nieuw-Guinea bereikten een recordjaargemiddelde van 25,8%.Op het einde van het jaar haalde de Hargy Palm Oil Mill (HPOM) een gemiddelde van 24,9%, de Barema Palm Oil Mill (BPOM) van 25,6% en de Navo Palm Oil Mill (NPOM) van 26,0%.
Anderzijds, hebben dezelfde redenen, namelijk een mild nat seizoen, goed verzorgde oogstrondes in de plantages en het regelmatig ophalen van de vruchten van de lokale boeren, de fabrieken in staat gesteld de vrije vetzuren (“Free Fatty Acids” - FFA) onder de 4,00% te houden. Het jaar werd afgesloten met een gemiddelde FFA van 2,71% voor HPOM, 3,63% voor BPOM en 3,06% voor NPOM. Deze vrij lage FFA-niveaus leidden tot een premie die op elke lading werd gerealiseerd. Om het FFA-gehalte verder te verbeteren en een snelle toename van FFA tijdens de tankopslag- periode vóór het laden van de schepen te voor- komen, werden alle opslagtanks op het tankpark routinematig geledigd en gereinigd. De werf en de oliepijpleiding van het bedrijf blijven gecertifi- ceerd als conform met de internationale code voor de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (“International Ship and Port Facility Security Code” - ISPS-code). De productie van ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO) en ruwe palmpitolie (“Crude Palm Kernel” Oil” - CPKO) was ook aan de uitzonderlij- ke kant, met 13 verschepingen die dit jaar voor het eerst werden geladen, tegenover de gebruikelijke 12 verschepingen per jaar. Door zowel de goede oogsten als het extractiepercentage ligt het CPO- volume 29,7% boven dat van 2020.
EXTRACTIEFABRIEKEN
| HPOM | NPOM | BPOM | TOTAAL | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | 2021 | 2020 | 2021 | 2020 | 2021 | 2020 | 2021 | |
| Capaciteit (ton FFB/u) | 45 | 45 | 50 | 50 | 45 | 45 | 140 | 140 |
| Werkelijke verwerkingscapaciteit | 45,32 | 46,74 | 48,88 | 50,95 | 44,61 | 42,90 | 138,81 | 140,60 |
| Verwerkte FFB (ton) | 50 583 | 70 654 | 130 272 | 191 604 | 89 812 | 104 591 | 269 837 | 366 849 |
| Verwerkte FFB lokale boeren (ton) | 90 848 | 94 893 | 27 730 | 37 633 | 91 213 | 99 608 | 209 791 | 232 134 |
| Geproduceerde ruwe palmolie (ton) | 33 569 | 41 242 | 38 999 | 59 596 | 45 555 | 52 365 | 118 123 | 153 203 |
| Olie-extractiepercentage (%) | 23,74 | 24,91 | 24,68 | 26,00 | 25,27 | 25,64 | 24,63 | 25,58 |
| Geproduceerde ruwe palmpitolie (ton) | 2 723 | 3 590 | - | - | 6 673 | 8 660 | 9 397 | 12 251 |
| Geproduceerde palmpitten (ton) | 7 093 | 8 679 | 8 302 | 11 601 | 9 311 | 10 523 | 24 706 | 30 803 |
| Palmpitextractiepercentage (%) | 5,02 | 5,24 | 5,25 | 5,06 | 5,17 | 5,15 | 5,15 | 5,14 |
| Palmpitolie-extractiepercentage (%) | 1,93 | 2,17 | - | - | 1,97 | 2,00 | 1,96 | 2,05 |
SIPEF Bedrijfsverslag 2021 Operationele activiteiten
Bananen
Plantations J. Eglin - Azaguié 1 & 2
Plantations J. Eglin - Agboville
Plantations J. Eglin - Motobé
Plantations J. Eglin - Lumen 1 & 2
Plantations J. Eglin - Akoudié 1 & 2
Région des Lagunes IVOORKUST
Plantations J. Eglin is een belangrijke speler in de bananenproductie in Ivoorkust, het belangrijkste bananenproducerende en -exporterende land in Afrika. De onderneming produceert jaarlijks bijna 33.000 ton bananen voor export, waarvan het overgrote deel voor de Europese markt bestemd is. De beplante oppervlakte van het bedrijf bedraagt ongeveer 800 hectare en is opgesplitst in drie locaties: Azaguié, Agboville en Motobé. Met de overname, medio 2021, van een oude bananenplantage die de laatste twee jaar niet meer produceerde, zal de beplante oppervlakte van Plantations J. Eglin in de komende drie jaar groeien van 800 naar 1.350 hectare. Tevens zullen er twee nieuwe locaties bijkomen, namelijk Akoudié en Lumen.
Ivoorkust
Neerslag
Alleen Azaguié 1 had neerslagcijfers die vergelijkbaar zijn met het langetermijngemiddelde. Alle andere locaties zaten onder het gemiddelde. In 2021, kende Motobé het droogste jaar binnen de sites, met -29% ten opzichte van vorig jaar, en -25% ten opzichte van het langetermijngemiddelde.
Plantages
De bananenactiviteiten van de plantages blijven geconcentreerd op dezelfde historische drie productiegebieden, waar zich in 2021 geen belangrijke wijzigingen hebben voorgedaan. Op 31 december 2021 bedraagt de totale beplante oppervlakte voor bananen 794 hectare, 4% meer dan vorig jaar. Plantations J. Eglin heeft de ambitie om optimaal gebruik te maken van de beschikbare oppervlakte voor bananen door de regelmatige herbeplantingscyclus, met inbegrip van braakliggende perioden, te handhaven. Met het gebruik van in vitro geteelde bananenplanten gemiddeld om de zeven jaar, richt de huidige strategie zich op het planten van gezond plantmateriaal in gezonde grond na een periode van braakligging. In 2021 werd het bananenareaal in Ivoorkust uitgebreid met een eerste nieuwe plantage. 22 hectare van dit gebied werd in het vierde kwartaal effectief aangeplant en was dus in 2021 nog onproductief. De jaarproductie zou bijgevolg in 2022 met meer dan 15% moeten stijgen, voornamelijk door de nieuwe oogstgebieden, in de tweede helft van het jaar.



BEPLANTE OPPERVLAKTEN EN PRODUCTIES
| BEPLANTE OPPERVLAKTEN (IN HECTAREN) | PRODUCTIE 2020 (IN TON) | PRODUCTIE 2021 (IN TON) | RENDEMENT 2021 (TON/HA) | |
|---|---|---|---|---|
| Azaguié 1 | 146 | 5 152 | 5 600 | 38,4 |
| Azaguié 2 | 191 | 8 447 | 7 512 | 39,3 |
| Agboville | 230 | 8 988 | 9 507 | 41,3 |
| Motobé | 226 | 8 571 | 9 581 | 42,4 |
| Lumen 1 | IN VOORBEREIDING | |||
| Lumen 2 | IN VOORBEREIDING | |||
| Akoudié | IN VOORBEREIDING | |||
| TOTAAL | 794 | 31 158 | 32 200 | 40,6 |
Na tegenvallende bananenvolumes eind 2020, werd in de meeste plantages vanaf begin 2021 een hogere productie verwacht. Een beperkte impact van de koudere Harmattan-wind in het tweede kwartaal, gecombineerd met goede productiecycli, resulteerde in meer trossen met een hoger gemiddeld gewicht en bijgevolg een beter volume voor export naar Europa en Afrika voor de eerste zes maanden van het jaar. In het derde kwartaal was er een lichte productiedaling, te wijten aan de schommelingen in de productiecycli van de vier bananenplantages. Voor het hele jaar zijn de agronomische prestaties iets beter dan vorig jaar (+3,3%). Ondanks het feit dat, over het geheel genomen, meer trossen zijn geoogst dan verwacht, werd echter een lager gewicht per tros geconstateerd, en dat voor een bijna identiek geoogst gebied.
Verpakkingsstations
De ontwikkeling van de nieuwe plantages die in het tweede semester van start is gegaan, mag vooral geen invloed hebben op de huidige activiteiten van de vier historische sites. Deze nieuwe gebieden worden daarom als een afzonderlijke bedrijfseenheid beheerd. Op Lumen 1 en 2, waren op 31 december 2021, 22 hectare voorbereid, gedraineerd, geïrrigeerd en beplant. De weefselkweekplanten werden geteeld in de eigen kweektuin van Azaguié. De kabelbaan wordt geïnstalleerd, om klaar te zijn voor de eerste oogst, die tegen juli-augustus 2022 zal plaatsvinden. In Akoudié werd eerst en vooral de toegangsweg tot aan de nationale asfaltweg in goede staat gebracht. Vervolgens werd een ringweg aangelegd om te voorkomen dat al de door de Groep gecultiveerde arealen niet door derden van buitenaf kan betreden worden. De voorbereidingen maken van de grond, namelijk het schoonmaken, onderploegen en draineren van het gebied, tijdens de droogste periode, werd uitbesteed, om ervoor te zorgen dat de grond in de tweede helft van 2022 klaar zal zijn voor aanplanting.
VERPAKKINGSSTATIONS
| | EU REGIONAAL LOKAAL | TOTAAL | CAPACITEIT (TON/DAG) | | | | | | |
| :------------------- | :------------------ | :----- | :------------------- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| | | | 2020 | 2021 | 2020 | 2021 | 2020 | 2021 | 2020 | 2021 |
| Azaguié 1 | 30 | 4 | 444 | 4 856| 709 | 744 | 365 | 630 | 5 518| 6 230|
| Azaguié 2 | 40 | 7 | 075 | 6 358| 1 372| 1 154| 701 | 1 034| 9 148| 8 546|
| Agboville | 40 | 8 | 055 | 8 547| 933 | 960 | 872 | 988 | 9 860| 10 494|
| Motobé | 40 | 7 | 565 | 8 257| 1 006| 1 324| 655 | 1 234| 9 226| 10 815|
| Lumen 1 | HERVAT ZIJN ACTIVITEITEN VANAF JULI 2022 | | | | | | | | |
| Lumen 2 | HERVAT ZIJN ACTIVITEITEN VANAF JULI 2022 | | | | | | | | |
| Akoudié | HERVAT ZIJN ACTIVITEITEN VANAF DECEMBER 2022 | | | | | | | | |
SIERPLANTEN (STUKS)
| ANANASBLOEMEN | SIERBLADEREN | LOTUS | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | 2021 | VERSCHIL % | 2020 | 2021 | VERSCHIL % | 2020 | 2021 | VERSCHIL % | |
| Azaguié 2 | 345 299 | 333 775 | -3,3% | 1 736 100 | 1 611 050 | -7,2% | 80 610 | 130 465 | 61,8% |
De horticultuuractiviteiten vinden plaats in Ivoorkust op 32 hectare grond die grenst aan de site van de bananenplantage van Azaguié 2. Al vele jaren worden op hetzelfde gecultiveerde gebied ananasbloemen en sierbladeren geteeld. Dit jaar is het areaal enigszins verminderd, aangezien negen hectare werd omgevormd tot bananenplantage en drie hectare werd uitgebreid op braakliggend terrein dat werd gesaneerd. De lotusbloemen worden geteeld op het stuwmeer van de Agboville-site.
Rubber en thee
Agro Muko Bengkulu
Melania (Tea Estate)
Melania (Rubber Estate)
Timbang Deli
Bandar Sumatra
INDONESIË
In juni 2020 werd beslist om twee van de drie rubberplantages, die ook geschikt waren voor palmteelt, om te zetten in oliepalmplantages en onmiddellijk het conversieproces aan te vatten. De omzetting vereist de voorafgaandelijke goedkeuring van de RSPO en de toepassing van alle “New Planting Procedures” (NPP). Verder omvat ze ook de sluiting van de kweektuinen, het stopzetten van de herbeplantingswerken en het onderhoud van de resterende oppervlakten.De toestemming van de aanplanting zal uiteraard gepaard gaan met een plasma-ontwikkeling, een vereiste die door de overheid aan de oliepalmin- dustrie wordt opgelegd bij de vernieuwing van een landbouwconcessie (Hak Guna Usaha - HGU). De herstructurering zal ongeveer drie tot vier jaar duren. Tijdens deze periode zal de rubbertapping maximaal worden voortgezet en gepaard gaan met het geleidelijke aanplanten van oliepalmen. Tegen 2029 zou de omschakeling naar volgroeide en cash genererende oliepalmplantages rond moeten zijn.
Plantages
De rubberproductie bleef het hele jaar door pro- blematisch, vooral in de plantage van Bandar Pinang (BPE). De oogst lag inderdaad 34,8% lager in 2021, een jaar dat zwaar werd beïnvloed door de Pestalotiopsis-schimmel. De belangrijkste reden is het kleiner aantal getapte hectaren als gevolg van de vroege start van de omzetting. Bovendien verminderde de vroegtijdige en langdurige blad- wissel eveneens de mogelijkheid tot stimulering. De lage productie had gevolgen voor de produc- tiekosten per eenheid, die stegen ten opzichte van de nettoverkoopprijs. De voorbereidingen voor de conversie zijn aan de gang en 465 hectare zouden reeds met olie- palmen kunnen worden beplant. Maar zolang de RSPO-assessments en de beslommeringen voor de HGU-vernieuwing niet afgerond zijn, blijft de rubberplantage voorlopig voortbestaan. Ook het operationele resultaat van PT Timbang Deli bleef frustrerend laag. Tolan Tiga-groep kocht de latex aomstig van de beperkte plan- tageactiviteit van PT Timbang Deli, om er geribde gerookte vellen (“Ribbed Smoked Sheets” - RSS) van te maken. In Agro Muko werden reeds bijna 500 hectare rubberplantages gekapt en beplant met een Mucuna-bodembedekker. Ondertussen voerde een consulent de RSPO-assessments uit inzake de impact op het milieu en de samenleving en de rapporten werden in oktober 2021 ingediend bij de “High Conservation Value Resource Network” (HCVRN) organisatie.
De overeenkomst met betrekking tot de verkoop van PT Melania door PT Tolan Tiga Indonesia aan Shamrock Group werd in mei 2021 getekend. Momenteel werkt PT Tolan Tiga Indonesia aan de HGU-hernieuwingen om de verkoop definitief te kunnen afronden. In tegenstelling tot MAS Palembang bleef de Cibuni-plantage nog steeds eciënt beheerd door PT Melania. Een vertegenwoordiger van Shamrock Group bezoekt maandelijks de plantage om de activiteiten op te volgen. De productie werd voortgezet en alle specificaties betreende de kwaliteit van de bladeren en het eindproduct bleven behouden. De aanvragen voor de vernieuwing van de HGU zullen waarschijnlijk eind 2022 afgerond zijn. Door de daarmee samenhangende 20%-plasma- vereisten, zijn de lokale boeren, waarmee een overeenkomst is afgesloten, zeer betrokken bij de levering van theebladeren. Tot dusver droegen zij 14,1% bij tot de jaarlijkse productie. De door hen geleverde bladeren werden apart verwerkt tot thee van het merk ‘Melchi’ en worden los van het ‘Melania’-merk verkocht, voornamelijk op de lokale markt.
Het personeelsbestand daalde reeds met een derde en sommige werknemers werden over- geplaatst. Aangezien het beheer van MASE Palembang op 1 mei 2021 overgedragen werd aan Shamrock Group, zijn de cijfers van die activiteiten van het bedrijf sinds die datum niet meer in de consoli- datie opgenomen.
Fabrieken
De granulaatrubberfabriek (“Crumb Rubber Factory” - CRF) in Agro Muko draaide het hele jaar ondermaats, als gevolg van de start van de omzetting naar rubber. Mede door de verkoop van PT Melania, werd vanaf mei de gecoaguleer- de latex van MASE niet meer naar Agro Muko gestuurd. Aangezien de conversie van rubber naar oliepalm vanaf 2024 zou worden doorgevoerd, moet op basis van de rubbermarktprijzen worden bere- kend wanneer het voordeliger zal zijn om de productie in de CRF stop te zetten en de gecoa- guleerde latex alleen nog maar af te tappen en te verkopen aan een specifieke koper. Er is geen alternatief voor de fabriek, zodra de verwerking is stopgezet.
Operationele activiteiten
Thee
De theeplantage in West-Java bestaat uit 1 811 hectare. Aangezien de economische levensduur van theestruiken veel langer is dan die van olie- palmen of rubberbomen, vindt herbeplanting pas 50 jaar, of soms meer, na de aanplant plaats. Het gevolg is dat de jaarlijks te herbeplanten opper - vlakte veel kleiner is dan voor andere landbouw- grondstoen. In 2021 werd niet herbeplant.
Onderzoek en ontwikkeling
Verdant Bioscience Pte Ltd
Onderzoek en ontwikkeling om de opbrengst per hectare te verhogen blijven zeer belangrijk voor een sector die onder druk staat om steeds meer plantaardige olie, en altijd op een duurzamere wijze, te produceren, maar quasi geen toegang meer heeft tot bijkomende gronden. De Groep moet zich dus vooral toeleggen op eciëntie- verbeteringen van de al beplante arealen. In die context is de 38%-deelname van de Vennootschap in Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS), vennoot- schap die opgericht werd in 2013, van uitzon- derlijk belang.
Om dit te verwezenlijken werkt SIPEF samen met betrouwbare professionele partners: Ackermans & van Haaren (42%) een gerenommeerde Belgische investeringsmaatschappij, Dharma Satya Nusantara Tbk (10%), een Indonesische beursgenoteerde plantageonderneming en BioSing (10%), het VBS management. Via VBS heeft SIPEF niet alleen toegang tot nieuwe variëteiten van oliepalmen met hoge opbrengst, maar eveneens tot een reëel potentieel om wereldwijd zeer betekenisvolle duurzaam- heidsvoordelen te genereren. Een verhoging van het rendement per oppervlakte-eenheid wordt aanzien als de enige reële oplossing voor de toene- mende wereldvraag naar plantaardige olie, zonder toename van het aangeplante oliepalmareaal. Dit zou het risico van verder verlies van regenwoud en biologische diversiteit kunnen wegnemen. Een dergelijke opbrengstverhoging zou uniek zijn voor een gewas zoals oliepalm met een wereldwijd economisch belang.
VBS is één van de eerste Indonesische zaadpro- ducenten die semi-gekloonde zaden op de markt brengt op basis van klonen geproduceerd als vrou- welijke zaaipalmen via een weefselkweekpro- ces. Door deze productie van semi-gekloonde zaden kan VBS, in commerciële hoeveelheden, geselecteerde elitekruisingen, onder de merk- naam Verdant Select, produceren, na grondig te zijn getest in zowel Papoea-Nieuw-Guinea als Indonesië. Via VBS heeft SIPEF niet alleen toegang tot nieuwe variëteiten van oliepalmen met hoge opbrengst, maar eveneens tot een reëel potentieel om wereldwijd zeer betekenisvolle duurzaamheidsvoordelen te genereren.
Naast de semi-gekloonde zaden, richt VBS zich op een specifiek F 1 -hybride-programma. Dit spitst zich toe op de ontwikkeling van hoog- renderende F 1 -hybride-oliepalmen en andere ondersteunende technologieën en innovatieve oplossingen die aan de basis liggen van het aanzienlijke potentieel inzake rendements- en productiviteitsverbetering in de wereldwijde palmoliesector. De zaden van één enkele gese- lecteerde F 1 -hybride variëteit zullen een hogere opbrengst hebben en genetisch uniform zijn. Dankzij deze genetische uniformiteit binnen elke F 1 -hybride variëteit kunnen de beheerpraktij- ken (oogsten, aangebrachte voedingsstoen en tijdstip van herplanting) verder worden geop- timaliseerd, wat zeer waardevol is voor telers. Ondanks de uitdagingen van het werken tijdens een pandemie heeft het F 1 -hybride-programma goede vooruitgang geboekt en werden kandi- daat F 1 -hybride-kruisingen, die in de kweektuin geteeld werden, uitgeplant in het veld in 2021. Het verdere testen van nieuwe F 1 -hybride-kruisingen zal nu elk jaar worden voortgezet met vrouwelijke planten van verschillende genetische achtergron- den. Ook werden er successen geboekt bij het verhogen van de frequentie van de kruisingen met F 1 -hybride-palmen met welbepaalde, maar diverse genetische achtergronden. De eerste generatie nakomelingen van deze homozygote ouderplanten (F 1 -hybride kruisingen) hebben het potentieel het rendement veel te verbeteren.
Als belangrijke aandeelhouder van VBS, test SIPEF commerciële variëteiten van kandi- daat-oliepalmen op haar plantages op Sumatra uit. Deze proeven omvatten niet alleen een selec- tie op grond van hogere opbrengsten, maar ook op basis van belangrijke commerciële secundaire kenmerken zoals resistentie tegen ziekten, en selectie van nieuw commercieel materiaal voor specifieke milieutechnische omstandigheden, zoals bijvoorbeeld de hoeveelheid neerslag en de verdeling ervan, bodemvruchtbaarheid, microbi- ele diversiteit en vochtvasthoudend vermogen. De agronomen en medewerkers voor de gewas- bescherming van VBS bleven samenwerken met het management van de SIPEF-plantages om aanbevelingen te doen en zo het potentieel van de bestaande plantages te verwezenlijken, voornamelijk door de opbrengst per hectare te verhogen en op innovatieve wijze de bodem te verrijken. In elke SIPEF-regio werden, op repre- sentatieve bodems, langetermijnproeven met zowel meststoen als compost uitgevoerd. Op die manier kunnen de aanbevelingen voor meststof- fen en compost verder worden verfijnd voor de specifieke teeltomstandigheden, op basis van de resultaten van objectieve wetenschap, tevens met het doel om de bodemgezondheid te verbeteren. VBS werkt ook samen met het plantagemanage- ment van PT Tolan Tiga Indonesië aan de ont- wikkeling van vernieuwde inzichten en aan de toekomstige integratie ervan in de strategieën. Deze ontwikkelingen betreen onder meer de optimalisatie van de plantengroei, de regulatie van koolstof in de bodem, het behoud van een goede waterbalans en ook de bestrijding van scha- delijke organismen en ziekten.# SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Op deze manier wil de Groep commerciële verliezen in oliepalmen, rubber en thee voorkomen. Daarnaast, wordt ook gewerkt aan het verder optimaliseren van de goede landbouwpraktijken die aan de grondslag liggen van de duurzame wijze waarop SIPEF haar plantages beheert. Daarbij wordt zoveel mogelijk de voorkeur gegeven aan biologische bestrijding van plagen en een minimaal gebruik van pesticiden. Met al deze ontwikkelingen beoogt SIPEF de circulariteit en de positieve koolstofimpact te verbeteren. Als belangrijke aandeelhouder van VBS, test SIPEF commerciële variëteiten van kandidaat-oliepalmen op haar plantages op Sumatra uit.
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Andere ontwikkelingen
SIPEF blijft zich richten op vernieuwing en innovaties die verder bijdragen tot de verduurzaming van het bedrijf. Dit is belangrijk voor een onderneming in de landbouwsector om voldoende en gezond voedsel te kunnen blijven produceren. Daarom heeft SIPEF onderzocht hoe ze op een efficiënte manier en met gerichte investeringen de uitstoot van broeikasgassen (“Greenhouse gases” – GHG) kan beheren en verminderen.
Allereerst, is het belangrijk om een GHG-inventaris te berekenen die de nodige informatie verschaft voor het verdere verloop van de emissievermindering. In 2021 legde SIPEF zich toe op het maken van die inventaris aan de hand van de internationaal erkende "Carbon Footprint"-standaard ISO 14064. De eerste bevindingen van deze berekeningen zijn terug te vinden in het Duurzaamheidsverslag, deel 3 van het huidige Jaarverslag.
In 2022 zal SIPEF zich toeleggen op de verificatie van de toepassing van deze methodologie door de verschillende business units van de Groep en de resultaten hiervan publiceren op het einde van het jaar. Dankzij deze inventaris en de doorgezette ontwikkeling van haar mitigatiestrategie, zou SIPEF in de toekomst op een erkende, transparante en verifieerbare wijze de uitstoot van broeikasgassen kunnen reduceren.
SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Operationele activiteiten
Uit deze berekening is gebleken dat in het palm-olieproductieproces, onder meer bij de vergisting van afvalwater in een open vijversysteem, een natuurlijk biologisch fermentatieproces (anaeroob), er aanzienlijk veel methaan (CH4) wordt uitgestoten. Het methaan kan worden afgevangen en afgefakkeld door een opvangsysteem te bouwen. Momenteel heeft SIPEF reeds vijf van de negen fabrieken uitgerust met zo een ’opvangsysteem’. De Dendymarker-fabriek is de zesde fabriek waar een dergelijke installatie zal opgericht worden. Door covid-19 liep de bouw ervan vertraging op in 2021. Het einde van de werken is gepland voor 2025.
Daarnaast is het mogelijk om het biogas om te zetten in elektriciteit en warmte met een beperkte emissie. Deze toepassing is rendabel als de opgewekte energie aan het net kan worden geleverd tegen een groen tarief of wanneer er intern een tekort aan biomassa of stoom is. In Bengkulu werd er een installatie voor elektriciteitsproductie uit methaangassen gebouwd. Sinds eind 2017 leverde de Groep de energie die niet intern kon worden aangewend, aan het openbare net. Hierdoor werd SIPEF voor het eerst rechtstreeks leverancier van groene energie voor de publieke sector. Dit is echter alleen maar rendabel als de tarieven goed zijn en er voldoende volume wordt afgenomen, wat spijtig genoeg momenteel niet het geval is. SIPEF hoopt echter dat in de toekomst er opnieuw interesse zal zijn van de overheid voor groene energie tegen de juiste prijs.
Verder richt SIPEF zich ook op het zoveel mogelijk hergebruiken van land en grondstoffen met zo weinig mogelijk reststromen en een verminderde uitstoot. Bij de kringlooplandbouw ligt de focus op het verrijken van de bodem. De verlaging van broeikasgassen zal toenemen door het verminderde gebruik van stikstofhoudende meststoffen die op zichzelf energie-intensief zijn.
In Noord-Sumatra werkt SIPEF al enkele jaren met een ultramoderne compostinstallatie, die de lege trossen en het afvalwater uit de palmoliefabriek van Bukit Maradja absorbeert. Op deze wijze worden de reststromen gebruikt in een uitstoot-neutraal proces. Bij dit proces wordt de geproduceerde compost aangewend om de grondstructuur van de oudste plantages langdurig te verbeteren en het gebruik van chemische meststoffen gevoelig terug te dringen.
In Noord-Sumatra, in de UMW-fabriek, wordt een biomassapelletsinstallatie opgericht, die het te veel aan biomassa (lege vruchtentrossen) zal omzetten in hoogwaardige calorische pellets. De biomassa wordt gedroogd en onder hoge druk en warmte omgezet in deze pellets. De reststroom wordt duurzaam geproduceerd en is in grote hoeveelheid aanwezig. De energie die nodig is voor het proces is ook afkomstig van een duurzame bron (biogas en stoom). Op deze manier is de gehele keten emissieneutraal. De pellets kunnen dan weer gebruikt worden voor het opwekken van groene elektriciteit. Het project werd in 2021 vertraagd door technische aanpassingen en de covid-19-pandemie. Het project zal worden afgerond in het tweede kwartaal van 2022.
Verder richt SIPEF zich ook op het zoveel mogelijk hergebruiken van land en grondstoffen met zo weinig mogelijk reststromen en een verminderde uitstoot.
SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Tot slot is SIPEF in 2021 gestart met een integraal onderzoeksproject om de kwaliteit van geproduceerde olie verder te verhogen. Voor een goed toekomstperspectief is de productie van hoge kwaliteitsolie voor de sector zeer belangrijk, gezien de steeds grotere kwaliteitseisen met betrekking tot de vetten- en oliënindustrie. SIPEF is daarom in samenwerking met een partner een project gestart, waarbij door het wassen van ruwe palmolie de kwaliteit van de olie wordt verhoogd. In dit proces worden de precursoren die 3-MCPD (3-monochloorpropaan-1, 2-diol) kunnen vormen, verwijderd. 3-MCPD is een stof die kan ontstaan tijdens de verhitting van vet-rijke producten op zeer hoge temperaturen bij de raffinage van plantaardige oliën. Door de ruwe olie te behandelen in het eerste productieproces in de fabriek, verlaagt het risico op vorming van deze stof en verhoogt tegelijkertijd de kwaliteit van de ruwe palmolie voordat ze naar de raffinage gaat. Dit is een meerwaarde voor zowel de raffinage, als voor het eindproduct. De kwaliteit is gewaarborgd vanaf het beginproces. De eerste onderzoeksresultaten laten zien dat er goede resultaten behaald kunnen worden in een test-installatie. SIPEF heeft besloten om het project op te schalen en een eerste fabriek te voorzien van een wasinstallatie in 2022.
SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Risico's en onzekerheden
In november 2021 heeft het auditcomité de verschillende risico’s waarmee de Groep wordt geconfronteerd opnieuw geanalyseerd. Tijdens deze oefening heeft het comité 76 risico’s geïdentificeerd en geclassificeerd: algemeen, product, operationeel, werknemers, financieel, commercieel, juridisch en politiek. Vervolgens werden al deze risico’s geëvalueerd op basis van de waarschijnlijkheid van hun voorkomen en hun mogelijke impact voor de Vennootschap en werden ze in kaart gebracht. Het auditcomité heeft de classificatie van een aantal risico’s aangepast ten opzichte van deze die bepaald werden in 2020, naar aanleiding van de gebeurtenissen in 2021. Hierna worden enkel de belangrijkste risico’s vermeld, die op basis van die analyse zeker, bijna zeker of waarschijnlijk zullen voorkomen in de SIPEF-groep en die in belangrijke mate of op middelmatige wijze de financiële situatie, de bedrijfsresultaten of de liquiditeit van de Groep negatief zouden kunnen beïnvloeden en leiden tot bijzondere waardeverminderingen op activa.
1. Belangrijkste risico’s
De volgende belangrijkste risico’s werden geïdentificeerd:
| RISICO'S | ZEKER | BIJNA ZEKER | WAARSCHIJNLIJK |
|---|---|---|---|
| 1 Risico's verbonden aan de spreiding van de activiteiten over een beperkt aantal landen en aan de beperkte diversificatie in producten | HOOG | ||
| 2 Risico's in verband met expansie | HOOG | ||
| 3 Afhankelijkheid van een beperkt aantal belangrijke klanten | HOOG | ||
| 4 Risico's verbonden met de eigendomsrechten en gebruiksrechten van gronden | HOOG | ||
| 5 Risico op natuurrampen (plantages - fabrieken) | HOOG | ||
| 6 Risico van de stijgende grondstofengerelateerde inputkosten | GEMIDDELD | ||
| 7 Risico's om voldoende personeel te vinden in afgelegen gebieden | GEMIDDELD | ||
| 8 Risico van loonstijging | GEMIDDELD | ||
| 9 Klimatologische risico's | GEMIDDELD | ||
| 10 Toekomstige klimaatverandering | GEMIDDELD | ||
| 11 Risico van onverwachte daling van de toekomstige korte termijn marges | GEMIDDELD | ||
| 12 Risico in verband met de Europese aandacht voor duurzaamheid en de verhoogde RSPO-beperkingen | GEMIDDELD |
MOGELIJKHEID IMPACT
2. Specifieke risico’s
Uit de hiervoor vermelde belangrijkste risico’s werden vier specifieke risico’s geselecteerd. Ze worden hieronder besproken omwille van hun relevantie voor de activiteiten van de Groep in het voorbije boekjaar 2021. Een volledige beschrijving van de andere belangrijkste risico’s bevindt zich op de website www.sipef.com/investors/risks-and-uncertainties/.
Er wordt ook ingegaan op het risico in verband met lokale regelgeving en meer bepaald die met betrekking tot de taksheffing op elke export van palmolie uit Indonesië. Hoewel dit risico niet behoort tot de belangrijkste van de Groep, wordt het hier toegelicht omwille van zijn actueel karakter.
Risico's verbonden aan de spreiding van de activiteiten over een beperkt aantal landen en aan de beperkte diversificatie in producten
| BESCHRIJVING | RISICOBEPERKENDE MAATREGELEN |
|---|---|
| De Groep produceert hoofdzakelijk oliepalmproducten in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, en bananen in Ivoorkust. De concentratie van de activiteiten in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust zijn historisch te verklaren. |
De Groep blijft dan ook langetermijninvesteerder in de industriële landbouw in deze landen en wil er eveneens zijn aanwezigheid en productie vergroten, aangezien hij er een positie van gekende en gerenommeerd producent van duurzame landbouwproducten heeft kunnen opbouwen. Natuurlijk blijft de Groep waakzaam alle politieke, economische en wetgevende evoluties en initiatieven in deze landen opvolgen om er zo goed mogelijk op te kunnen inspelen. Het zwaartepunt van de activiteiten van SIPEF ligt bij het telen van oliepalmproducten in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea die ongeveer 92% van de totale omzet uitmaken. Indien er dus problemen optreden van welke aard ook, in Indonesië en in mindere mate in Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust, die het telen of produceren van deze producten belemmeren, zou dit een belangrijke negatieve impact kunnen hebben op de resultaten en de financiële situatie van de Groep. SIPEF is van oordeel dat het beter is zich te concentreren op enkele producten met een hoog rendement en goede langetermijnvooruitzichten, dan te investeren in meerdere producten met een lager rendement en onzekere perspectieven. Dit verklaart waarom SIPEF in de voorbije jaren beslist heeft zich nog enkel toe te leggen op het produceren van oliepalmproducten en, in mindere mate, van bananen waarvan de productie een stabiel rendement garandeert. SIPEF is ervan overtuigd dat palmolie als de meest productieve en efficiënte plantaardige olie, een onmisbaar deel zal blijven uitmaken van een gebalanceerde voedselvoorziening voor een steeds groeiende en meer en meer welstellende wereldbevolking. Palmolie verwerft wereldwijd, behalve in Europa, een steeds groter aandeel in de voedings- en biobrandstoffensector. Dat komt onder meer door zijn efficiënte industriële verwerking en zijn lage kostprijs in vergelijking met andere plantaardige oliën. Bovendien heeft palmolie een rendement per hectare dat vijf tot tienmaal groter is dan alle andere plantaardige oliën. Dit rendement zal door efficiëntieverbetering altijd maar toenemen, terwijl de oppervlakte van landbouwgronden steeds maar schaarser wordt. De langetermijnverwachtingen voor palmolie blijven dus algemeen zeer gunstig.
Risico's verbonden met de eigendomsrechten en gebruiksrechten van gronden
| BESCHRIJVING
Het behoud van de eigendomsrechten en concessierechten is van primordiaal belang voor de Groep om de productie in de verschillende landen te kunnen verzekeren en verder uit te bouwen. De activiteiten en de resultaten van de Groep zouden dus ernstig nadelig kunnen beïnvloed worden als hij er niet in slaagt deze rechten te behouden of, in geval van concessieovereenkomsten, deze te kunnen hernieuwen voor een lange termijn. Er is eveneens een risico voor de Groep van zodra de bestaande gebruiksrechten van grond worden beperkt.
| RISICOBEPERKENDE MAATREGELEN ### RISICOBEPERKENDE MAATREGELEN
De verschillende eigendomsrechten en concessierechten werden met precisie in kaart gebracht door SIPEF. Bovendien heeft de Groep juridisch deskundigen in dienst met een accurate kennis van de lokale wetgeving, die een constructieve relatie onderhouden met de bevoegde autoriteiten. Een permanente monitoring van de eigendomsrechten en de concessierechten zorgt ervoor dat SIPEF tijdig de correcte en nodige procedures kan opvolgen voor een verlenging of uitbreiding ervan of nog, voor het verwerven van nieuwe rechten. In Indonesië werd bovendien de laatste jaren de vereiste ingevoerd dat 20% van het gebied dat het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met betrekking tot nieuwe concessierechten of verlenging van oorspronkelijke concessierechten, geregistreerd moet zijn op naam van lokale boeren. Ingevolge hiervan, heeft SIPEF met deze lokale boeren nieuwe verbintenissen aangegaan. Het zal veel tijd vergen deze boeren via specifieke programma’s in de RSPO-gecertificeerde toevoerketen van SIPEF te integreren. Om deze processen met de nodige aandacht te begeleiden en te ondersteunen, werd een ‘lokale boeren’-afdeling opgericht in de Hoofdzetel van de Indonesische activiteiten.
Klimatologische risico’s
| BESCHRIJVING
Risico in verband met de Europese aandacht voor duurzaamheid en de verhoogde RSPO-beperkingen
| BESCHRIJVING
De reputatie van de Groep is gebase. Aangezien de bezorgdheid over duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen onder de consumenten steeds toeneemt, zouden er door de Europese Unie of de verschillende overheden van de landen waar SIPEF operationeel is, strengere regels kunnen worden opgelegd aan de bedrijven. Het is niet zeker dat de Groep en de lokale producenten op elk moment deze certificeringsvereisten zullen kunnen naleven. Als de Groep er niet in zou slagen om aan deze vereisten te voldoen, kan hij zijn certificering verliezen of kan de certificering worden opgeschort. Dergelijk verlies of opschorting zou een ongunstig effect kunnen hebben op de activiteiten, de reputatie en de financiële situatie van de Groep.
| RISICOBEPERKENDE MAATREGELEN s
Aan de slag gemaakte inspanningen om branden die zich voordoen in de concessiegebieden die ze beheert, onder controle te houden. Bovendien houdt ze toezicht op de gebieden gelegen buiten de plantages van de Groep en overlegt ze met belanghebbenden om branden te voorkomen en te stoppen wanneer ze zich voordoen.# The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Risico in verband met de lokale regelgeving en meer bepaald een taksheffing op elke export van palmolie uit Indonesië
BESCHRIJVING RISICOBEPERKENDE MAATREGELEN
Momenteel bestaat er een trapsgewijze taks plus heffing op elke export van palmolie uit Indonesië. De prijzen van de verkopen aan Indonesische klanten worden eveneens beïnvloed door deze heffing, aangezien de lokale bevolking niet bereid is meer te betalen dan de netto-exportprijs. Deze heffingen hebben dus, zowel rechtstreeks als onrechtstreeks, een grote impact op alle palmolie geproduceerd door SIPEF in Indonesië. In december 2020 verhoogde deze taks en heffing fors ten gevolge van de toepassing van een nieuwe matrix voor exportheffing op palmproducten. De verhoogde exportheffing werd uitgevaardigd ter financiering van het biodieselprogramma van de Indonesische regering. In 2021 is de exportheffing en -taks dan ook aanzienlijk toegenomen tegenover 2020 en bedroeg gemiddeld USD 349 per ton in 2021, tegenover USD 74 per ton het jaar daarvoor. Dit kwam neer op een verhoging met USD 275 per ton in vergelijking met het vorige systeem. Door de aanhoudende stijging van de CPO-prijzen in de loop van het eerste semester, werd het exportheffingsmechanisme met ingang van 2 juli 2021 versoepeld. De heffing en taks worden door de overheid op maandelijkse basis berekend in functie van de geldende palmolieprijzen op de internationale markten. Ook in Papoea-Nieuw-Guinea is er een potentieel risico tot onverwachte belastingheffingen. Gelet op de onzekerheid van de bepaling van de lokale referentieprijs voor palmolie, worden de beschikbare palmolievolumes in Indonesië op maandbasis in de markt geplaatst en worden de verwachte volumes van de SIPEF-plantages niet meer op termijn ingedekt. Dit is wel het geval voor Papoea-Nieuw-Guinea waarvoor in 2021 verkopen op termijn werden afgesloten. Echter, gezien het onstabiele politieke klimaat in dat land, bepaalt de raad van bestuur regelmatig een maximumtermijn en -volumes voor deze verkopen op basis van de heersende economische en politieke omstandigheden.
SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Risico's en onzekerheden
Corporate governance verklaring
1. Algemeen
De ‘Corporate governance verklaring’ besteedt bijzondere aandacht aan feitelijke informatie omtrent het deugdelijk bestuur met betrekking tot een bepaald boekjaar. Dit hoofdstuk beschrijft onder meer de eventuele wijzigingen in het beleid en de relevante gebeurtenissen inzake deugdelijk bestuur, die tijdens het afgelopen jaar 2021 en de periode van het afsluiten van het boekjaar tot de vergadering van de raad van bestuur van 15 februari 2022 hebben plaatsgevonden. Daarnaast bevat de verklaring eveneens het remuneratieverslag en het diversiteitsbeleid dat SIPEF toepast voor de samenstelling van de raad van bestuur en het executive comité.
Voor de toepassing van het “comply or explain”-principe, baseert de Vennootschap zich op de Belgische Corporate Governance Code 2020 (de ‘Code’) als referentiecode. (www.corporategovernancecommittee.be)
SIPEF heeft steeds het beleid van de Vennootschap afgestemd op de best practices van deugdelijk bestuur. In 2005 heeft de raad van bestuur van SIPEF het eerste Corporate Governance Charter (‘Charter’) goedgekeurd. Het Charter omschrijft de structuur, de bevoegdheden en de werking van de organen van de Vennootschap en de verplichtingen van de leden van de raad van bestuur en van de verschillende comités van de Vennootschap. Het bevat bovendien de gedragsregels die gelden voor de leidinggevende personen en het personeel van de Vennootschap indien deze verrichtingen met betrekking tot financiële instrumenten van SIPEF uitvoeren.
Het Charter werd sinds 2005 regelmatig geactualiseerd in functie van de evolutie van de toepasselijke regelgevingen en de goede praktijken van deugdelijk bestuur. Het werd voor de laatste maal gewijzigd op 11 augustus 2021. Deze laatste aanpassingen betroffen voornamelijk de benoeming van een zesde lid van het executief comité en een wijziging van het aandeelhouderschap van SIPEF. De aangepaste versie van het Charter kan geraadpleegd worden op de website (www.sipef.com). Sinds 1 januari 2020 worden de regels van het Charter aangevuld door de bepalingen van de Gedragscode die de ethische gedragsregels uitzet voor de leidinggevenden en het personeel van SIPEF.
In 2021 werd het deugdelijk bestuur van SIPEF opnieuw door covid-19 beïnvloed. Zoals in 2020, primeerde de veiligheid van de aandeelhouders van de Vennootschap, de bestuurders, de leden van het executief comité en alle andere medewerkers en stakeholders van de SIPEF-groep. Toch verliep de werking van de Groep in België, maar ook in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust vlot via virtuele vergaderingen, de strikte naleving van de nodige veiligheidsmaatregelen en de implementatie van allerlei technologieën die voortdurend werden bijgewerkt en versterkt.
De raad van bestuur en de comités organiseerden hybride vergaderingen, waaraan de leden fysiek of virtueel konden deelnemen. De gewone algemene vergadering van 9 juni 2021 vond voor de tweede maal plaats achter gesloten deuren. Met het oog op een grotere betrokkenheid van de aandeelhouders, werd besloten deze virtueel te laten deelnemen aan de vergadering die bovendien live gestreamd werd. Er werd uiteraard nauwkeurig op toegezien dat de aandeelhouders hun stemrecht en vragenrecht optimaal konden uitoefenen. Op deze manier werd het remuneratiebeleid goedgekeurd en het remuneratieverslag dat voor de eerste maal de individuele vergoedingen van de leden van het executief comité bevatte. Toch betreurde het management het ten zeerste dat het in 2021 opnieuw de aandeelhouders van de Vennootschap niet persoonlijk kon ontmoeten en te woord staan op dit jaarlijks gebeuren.
2. Raad van bestuur
2.1 Samenstelling op 31 december 2021
Op 31 december 2021 bestaat de raad van bestuur uit 10 leden. Bovendien telt de raad van bestuur op 31 december 2021 de volgende onafhankelijke bestuurders:
- Yu-Leng Khor
- Sophie Lammerant-Velge
- Nicholas Thompson
Deze bestuurders beantwoorden aan alle onafhankelijkheidscriteria vervat in principe 3 van de Code. Het aandeelhouderschap van de Vennootschap wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van twee referentieaandeelhouders, Ackermans & van Haaren en Groep Bracht, samengesteld uit Priscilla, Theodora en Victoria Bracht en hun respectievelijke vennootschappen (Cabra P, Cabra T en Cabra V) en Cabra NV, die optreden in onderling overleg op grond van een aandeelhoudersovereenkomst die oorspronkelijk werd afgesloten in 2007 voor een periode van 15 jaar. In 2017 werd deze overeenkomst aangepast en verlengd voor een nieuwe periode van 15 jaar. Ondanks deze aandeelhoudersstructuur, oefent geen enkele bestuurder of groep van bestuurders een dominerende invloed uit op de werking van de raad van bestuur.
| DUUR MANDAAT | |
|---|---|
| Baron Luc Bertrand, voorzitter | 2020-2023 |
| François Van Hoydonck, gedelegeerd bestuurder | 2019-2023 |
| Tom Bamelis | 2018-2022 |
| Priscilla Bracht | 2018-2022 |
| Baron Jacques Delen | 2021-2022 |
| Antoine Friling | 2019-2023 |
| Gaëtan Hannecart | 2020-2024 |
| Yu-Leng Khor (vanaf 9 juni 2021) | 2021-2025 |
| Sophie Lammerant-Velge | 2019-2023 |
| Petra Meekers (tot 9 juni 2021) | 2020-2021 |
| Nicholas Thompson | 2019-2023 |
De curricula vitae van de bestuurders zijn beschikbaar op de website van de Vennootschap (www.sipef.com). Ten minste de helft van de leden van de raad zijn niet-uitvoerende bestuurders, namelijk negen op de tien bestuurders. Drie bestuurders op de tien zijn vrouwen. De Vennootschap respecteert dus op het gebied van genderdiversiteit het wettelijk voorgeschreven quota van een derde.
| 9 | |
|---|---|
| Niet-uitvoerende bestuurders | |
| Vrouwelijke bestuurders | 3 |
| Onafhankelijke bestuurders | 3 |
Luc Bertrand voorzitter
Tom Bamelis
Antoine Friling
Sophie Lammerant-Velge
Nicholas Thompson
François Van Hoydonck gedelegeerd bestuurder
Priscilla Bracht
Jacques Delen
Yu-Leng Khor
Gaëtan Hannecart
2.2 Diversiteitsbeleid
De raad kan enkel efficiënt beraadslagen en beslissen indien het aantal leden beperkt is en de nodige diversiteit binnen de raad aanwezig is. Bij de benoeming van de bestuurders laat de Vennootschap zich onder meer leiden door de volgende criteria: ervaring, kennis, opleiding, leeftijd, gender en nationaliteit. Bovendien besteedt de raad bijzondere aandacht aan de complementaire bekwaamheden van zijn leden die veelal gepaard gaan met de uiteenlopende achtergronden van de bestuurders. De Vennootschap tracht eveneens de belangen van alle stakeholders te waarborgen door de aanwezighied van onafhankelijke bestuurders. SIPEF duldt geen enkele vorm van discriminatie.
De achtergrond en professionele ervaring van de leden zijn heel gediversifieerd binnen de raad. Ze strekken zich uit over de volgende sectoren: agrarische, financiële, industriële en marketingsector. Gezien duurzaamheid de rode draad is binnen de activiteiten van de SIPEF-groep, ziet de Vennootschap erop toe dat de nodige deskundigheid op dit gebied eveneens in de raad aanwezig is. Op 31 december 2021 vertegenwoordigen de leden van de raad drie verschillende nationaliteiten: de Belgische, Engelse en Maleisische. Reeds vele jaren zijn er vrouwen aanwezig in de raad van bestuur van SIPEF. Zo werd in 2004 Priscilla Bracht benoemd als eerste vrouwelijke bestuurder.# SIPEF Bedrijfsverslag 2021 Corporate governance verklaring
In 2011 vervoegde Sophie Lammerant-Velge de raad en in 2017 werd het aantal vrouwelijke bestuurders opgetrokken tot drie met de coöptatie van Petra Meekers ter vervanging van Antoine de Spoelberch. In 2021 verliet Petra Meekers de raad van bestuur om het executief comité te vervoegen. Ze werd vervangen door een nieuwe vrouwelijke bestuurder Yu-Leng Khor. Zo waren er dus ononderbroken in 2021 drie van de tien bestuurders vrouwen. SIPEF streeft de aanwezigheid van een voldoende aantal onaankelijke bestuurders in de raad van bestuur na. Eind 2021 hebben drie van de tien bestuurders een onaankelijk karakter.
2.3 Wijzigingen in de samenstelling van de raad van bestuur 2022
Het mandaat van bestuurder van Tom Bamelis, Priscilla Bracht en Jacques Delen vervalt na afloop van de gewone algemene vergadering van 8 juni 2022. Tom Bamelis en Priscilla Bracht hebben zich kandidaat gesteld voor een nieuw mandaat van vier jaar. Het mandaat van Jacques Delen zal niet worden hernieuwd.
Er zal aan de algemene vergadering van 8 juni 2022 voorgesteld worden Alexandre Delen te benoemen als nieuwe bestuurder voor een peri- ode van vier jaar. Zijn mandaat zal dus vervallen na afloop van de algemene vergadering van juni 2026 die zich uitspreekt over de rekeningen van het boekjaar 2025.
2.4 Mandaten in beursgenoteerde vennootschappen op 31 december 2021
De Code beperkt het aantal mandaten dat een bestuurder in beursgenoteerde vennootschappen mag uitoefenen tot vijf. De volgende bestuurders oefenen een mandaat van bestuurder uit in beursgenoteerde vennoot- schappen, andere dan SIPEF:
- Baron Luc Bertrand:
- Ackermans & van Haaren
- CFE
- Baron Jacques Delen:
- Ackermans & van Haaren
- Gaëtan Hannecart:
- Financière de Tubize
- Yu-Leng Khor:
- Rohas Tecnic Berhad
2.5 Vergaderingen van de raad in 2021 en aanwezigheidsgraad
De raad van bestuur van SIPEF kwam zesmaal samen in 2021. De gewogen gemiddelde aanwe- zigheidsgraad bedroeg 98,3%. De individuele aanwezigheidsgraad op de vergaderingen was de volgende:
| AANWEZIGHEID | |
|---|---|
| Baron Luc Bertrand, voorzitter | 6/6 |
| François Van Hoydonck, gedelegeerd bestuurder | 6/6 |
| Tom Bamelis | 6/6 |
| Priscilla Bracht | 6/6 |
| Baron Jacques Delen | 6/6 |
| Antoine Friling | 6/6 |
| Gaëtan Hannecart | 5/6 |
| Yu-Leng Khor (vanaf 9 juni 2021)* | 3/3 |
| Sophie Lammerant-Velge | 6/6 |
| Petra Meekers (tot 9 juni 2021)** | 3/3 |
| Nicholas Thompson | 6/6 |
* aanwezigheidspercentage berekend vanaf de gewone algemene vergadering van 9 juni 2021 en op grond van de vergaderingen tijdens haar bestuurdersmandaat
** aan wezigheidspercentage berekend tot en met de dag van de gewone algemene vergadering van 9 juni 2021 en op grond van de vergaderingen tijdens haar bestuurdersmandaat
De raden van bestuur van februari en augus- tus 2021 stelden de jaarlijkse en halaarlijkse financiële staten vast en bogen zich over de res- pectievelijke persberichten. De vergadering van september 2021 beraadslaagde over de te volgen strategie van de Groep.
In principe wordt op elke vergadering de ontwik- keling van de activiteiten van de verschillende dochterondernemingen opgevolgd aan de hand van een rapportering opgesteld door het execu- tief comité. Daarnaast behandelde de raad op de verschillende vergaderingen, onder meer, de volgende specifieke onderwerpen:
- de v oorwaardelijke verkoop van de Indonesische vennootschap, PT Melania, die de Mas-rubberplantage en de thee- activa bezit, aan de Indonesische Shamrock Group;
- de aankoop in Ivoorkust van de activa van de Wanita-bananenplantages;
- he t “Research & Development”-project voor de ontwikkeling van ruwe palm- olie van hoge kwaliteit met een laag contaminantengehalte;
- he t 10-jaar business plan;
- de budgetten met betrekking tot 2021 en 2022 voor de Groep;
- risico’ s, interne audit en interne controle binnen de Groep;
- benchmarking van de vergoedingen van de bestuurders en de leden van het executief comité;
- de bonus pool voor het management en het personeel van de Groep over het boekjaar 2020 en de variabele vergoedingen van de leden van het executief comité;
- de remuneratie van de bes tuurders en de vaste vergoeding voor de leden van het executief comité voor 2022;
- het remuneratiebeleid;
- de “ Carbon Disclosure Project”- rapportering;
- verschillende onderwerpen in verband met duurzaamheid en onder meer, de materialiteitsindex, KPI’s, SDG’s en GRI-rapportering;
- het jaarverslag 2020, inclusief het remune- ratieverslag en de afwijkingen van de Code;
- de bijeenroeping en organisatie van de gewone algemene vergadering van 9 juni 2021;
- de driejaarlijkse evaluatie van de raad van bes tuur en zijn comités;
- de update van he t Charter;
- he t optieplan 2021 voor het management;
- de toepassing van de Gedragscode en de dialoog met de aandeelhouders.
2.6 Evaluatie
In overeenstemming met de Code, evalueren de bestuurders om de drie jaar de omvang, de samen- stelling en de werking van de raad van bestuur en de comités van de Vennootschap. Tijdens de vergaderingen van de raad van bestuur van 11 augustus en 23 september 2021 had deze driejaarlijkse evaluatie plaats. De actuele omvang en samenstelling van de raad en zijn comités wer- den geschikt bevonden en er werd geoordeeld dat de essentiële kwalificaties voldoende aanwezig zijn. De volgende evaluatie van de samenstelling en werking van de raad en zijn comités zal plaats- vinden in 2024. Bovendien beoordelen de niet-uitvoerende bestuurders, in afwezigheid van de gedelegeerd bestuurder, éénmaal per jaar de relatie tussen de raad van bestuur en het executief comité (artikel 2.8 van het Charter). Deze jaarlijkse evaluatie van de interactie vond plaats op 10 februari 2021. De betrokken bestuurders oordeelden dat de relatie met het executief comité betrouwbaar en open is, waardoor ze een degelijk en transparant zicht krijgen op de dagelijkse werking van de Groep.
3. Executief comité
3.1 Samenstelling op 31 december 2021
3.2 Leden van het executief comité
Op 31 december 2021 bestaat het uitvoerend management uit zes personen die samen han- delen als college onder de naam ‘executief comité’. Het comité is belast met het dagelijkse bestuur van de Vennootschap en wordt voorgezeten door de gedelegeerd bestuurder, François Van Hoydonck. De raad benoemt de leden van het executief comi- té voor onbepaalde duur. Aldus wordt de continue werking van het executief comité verzekerd.
| François Van Hoydonck, voorzitter |
|---|
| Robbert Kessels |
| Charles De Wulf |
| Petra Meekers |
| Johan Nelis |
| Thomas Hildenbrand |
SAMENSTELLING EXECUTIEF COMITÉ OP 31 DECEMBER 2021
- François Van Hoydonck, voorzitter: gedelegeerd bestuurder
- Charles De Wulf: directeur estates department
- Thomas Hildenbrand: directeur fruit department
- Robbert Kessels: chief commercial ocer
- Petra Meekers (vanaf 10 juni 2021): chief operating ocer Asia-Pacific
- Johan Nelis: chief financial ocer
De curricula vitae van de leden van het execu- tief comité zijn beschikbaar op de website van de Vennootschap (www.sipef.com).
Om te anticiperen op toekomstige evoluties in de Groep, vervoegde Petra Meekers met ingang van 10 juni 2021 het executief comité in haar hoeda- nigheid van “chief operating ocer Asia-Pacific” (COO APAC). In het vooruitzicht van deze benoe- ming heeft Petra Meekers ontslag genomen als bestuurder van SIPEF op de gewone algemene vergadering van 9 juni 2021. De Vennootschap heeft niet de intentie andere wijzigingen in de samenstelling van dit comité in 2022 door te voeren.
3.3 Diversiteitsbeleid
Het diversiteitsbeleid dat de samenstelling van de raad van bestuur bepaalt is eveneens van toepas- saling op het executief comité. Een evenwichtige en gevarieerde samenstelling is des te belangrijk voor het comité dat met een beperkt aantal personen over de nodige kennis en ervaring moet beschik- ken om alle aspecten van de activiteiten van de Vennootschap te kunnen behandelen. Bij de benoeming van de leden laat de Vennoot- schap zich dus vooral leiden door de ervaring, kennis en opleiding van de kandidaten zodat er voldoende complementaire bekwaamheden aan- wezig zijn. Bovendien zijn leeftijd, gender en nationaliteit eveneens criteria die een rol spelen. Ze garan- deren een gevarieerde manier van denken en handelen. Er wordt geen enkele vorm van discriminatie geduld.
Elk lid van het comité heeft zijn eigen specifieke bekwaamheden die verschillende domeinen bestrijken: agrarisch management, duurzaam- heid, commercieel en administratief manage- ment, finance, legal en IT. Waar nodig hebben de leden de vereiste ervaring met de landen waar SIPEF aanwezig is of met landen in tropische en subtropische gebieden. De leeftijd van de leden varieert van begin veertig tot begin zestig jaar. De leeftijdslimiet is vastge- legd op 65 jaar. Er zijn drie verschillende nationaliteiten vertegenwoordigd in het comité: de Franse, Nederlandse en Belgische. SIPEF staat volledig open voor het integreren van vrouwen in het bedrijf op alle niveaus. Zowel in België als in het buitenland bekleden vrouwen sleutelposities. Dit werd recentelijk nogmaals bevestigd door de benoeming van Petra Meekers als lid van het executief comité.
3.4 Vergaderingen in 2021
In principe komt het executief comité, behou- dens onvoorziene omstandigheden, elke dins- dag samen en telkens wanneer het belang van de Vennootschap het vereist. Het comité is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de Groep, met inbegrip van alle han- delingen met betrekking tot het dagelijks leven van de Vennootschap en de andere vennootschap- pen van de Groep, maar ook alle handelingen die te onbelangrijk zijn voor de raad van bestuur of te dringend om de tussenkomst van de raad te recht- vaardigen.# SIPEF Bedrijfsverslag 2021 Corporate governance verklaring
3.5 Evaluatie
Het beschikt daarbij over de nodige operationele vrijheid en middelen om zijn taak naar behoren uit te voeren.
In de praktijk bereidt het comité alle beslissingen van de raad voor en zorgt tevens voor de uitvoering van de genomen beslissingen. Zo bereidde het comité in 2021, onder meer, de maatschappelijke en geconsolideerde rekeningen van de Groep voor, evenals de kwartaalcijfers en stelde de budgetten op korte en lange termijn op die ter goedkeuring aan de raad werden voorgelegd. Het volgde de operationele en financiële ontwikkelingen van de Groep op en maakte hierover voorstellingen voor de raad van bestuur. Het werkte voorstellen over de te volgen strategie uit. Het bereidde onder meer de verkoop van PT Melania voor evenals de investering in de activa van de Wanita-bananenplantages en nam de nodige maatregelen voor de verwezenlijking ervan. Het boog zich over de door de Vennootschap te hanteren materialiteitsindex, KPI’s, SDG’s en GRI-rapportering voor het duurzaamheidsverslag. Het bestudeerde eveneens de nieuwe nationale en Europese wetgevende initiatieven op het gebied van duurzaamheid en de gevolgen hiervan voor de Vennootschap. Het legde verschillende ontwerpteksten ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur waaronder die van het jaarverslag, inclusief het remuneratieverslag en het duurzaamheidsverslag.
De samenstelling, werking en performantie van het executief comité wordt tweemaal per jaar beoordeeld door het remuneratiecomité. Bovendien evalueert het remuneratiecomité samen met de gedelegeerd bestuurder elk jaar de bijdrage van ieder lid van het executief comité tot de ontwikkeling van de activiteiten en de resultaten van de Groep. De voorzitter van het comité neemt geen deel aan de evaluatie van zijn eigen prestaties. Verder spreken de niet-uitvoerende bestuurders zich jaarlijks uit, in afwezigheid van de gedelegeerd bestuurder, over de interactie tussen de raad en het executief comité. Ze oordeelden op 10 februari 2021 dat de relatie van de raad met het executief comité betrouwbaar en open is waardoor de bestuurders een degelijk en transparant zicht krijgen op de dagelijkse werking van de Groep. Daarnaast evalueert de raad van bestuur het hele jaar door het executief comité op basis van het door dit comité verrichte werk en zijn voorbereidingen voor de raad.
4. De comités van de raad van bestuur
4.1 Auditcomité
DUUR MANDAAT AANWEZIGHEID
Tom Bamelis, voorzitter | 2019-2022 | 4/4
Sophie Lammerant-Velge | 2019-2023 | 4/4
Nicholas Thompson | 2019-2023 | 4/4
Op 31 december 2021 bestaat het auditcomité uit drie leden, allen niet-uitvoerende bestuurders. Twee leden zijn onafhankelijke bestuurders. Het comité wordt voorgezeten door Tom Bamelis. De duur van het mandaat van de leden valt samen met de duur van hun mandaat van bestuurder. Alle leden van het auditcomité bezitten de nodige vaardigheden op het gebied van boekhouding en audit en het comité bezit een collectieve deskundigheid op het gebied van de activiteiten van SIPEF.
Het auditcomité kwam vier keer samen in 2021. Het gewogen gemiddelde aanwezigheidspercentage was 100%. In februari en augustus heeft het comité zich hoofdzakelijk gebogen over de analyse van respectievelijk de jaarlijkse en halfjaarlijkse financiële staten en het persbericht met betrekking tot deze rekeningen. Op elk van deze vergaderingen presenteerde de commissaris de resultaten van de uitgevoerde audit van deze staten. Daarnaast vond tijdens de verschillende vergaderingen een toelichting en bespreking plaats van:
- de toepassing van de goodwill impairment test;
- de versnelde afschrijving van de immature en mature rubberaanplanten in het kader van hun omvorming tot oliepalmplantages;
- de analyse van de boekhoudkundige verwerking van de belastinglasten 2020-2021 (effectieve en uitgestelde belastingen);
- de boekhoudkundige verwerking van de verkoop van de 95% PT Melania-aandelen en het desbetreffende persbericht;
- de waardevermindering van de PT Dendymarker aanplanten en van de langetermijnvordering op lokale boeren;
- de allocatie van de aankoopprijs van de activa van de Wanita-bananenplantages;
- het financiële convenant betreffende de langetermijnlening en de evolutie hiervan;
- de update van de bestaande risico’s en hun classificatie;
- de verslagen van de interne auditcomités van de Indonesische dochters en van Hargy Oil Palms Ltd in Papoea-Nieuw-Guinea;
- de motivering voor het niet-organiseren van een interne audit op het Hoofdkantoor in België;
- het voorstel tot benoeming van een nieuwe commissaris van de Groep vanaf het boekjaar 2021;
- de evaluatie van de relatie van de commissaris met het management en het financieel departement.
De commissaris was aanwezig op alle vergaderingen van het comité in 2021. De interne auditors van de operationele dochters namen geen deel aan de vergaderingen van het auditcomité van het moederbedrijf. De gedelegeerd bestuurder en CFO hadden in de loop van het boekjaar 2021 virtuele meetings met de lokale interne audit verantwoordelijken van Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.
De periodieke evaluatie van de samenstelling en werking van de raad van bestuur heeft eveneens betrekking op de comités van de raad van bestuur.
4.2 Remuneratiecomité
DUUR MANDAAT AANWEZIGHEID
Antoine Friling, voorzitter | 2019-2023 | 2/2
Yu-Leng Khor (vanaf 9 juni 2021) | 2021-2025 | 1/1
Sophie Lammerant-Velge | 2019-2023 | 2/2
Petra Meekers (tot 9 juni 2021)* | 2020-2021 | 1/1
* aanwezigheidspercentage berekend vanaf de gewone algemene vergadering van 9 juni 2021 en op grond van de vergaderingen tijdens haar mandaat
** aanwezigheidspercentage berekend tot en met de dag van de gewone algemene vergadering van 9 juni 2021 en op grond van de vergaderingen tijdens haar mandaat
Op 31 december 2021 is het remuneratiecomité samengesteld uit drie leden, allen niet-uitvoerende bestuurders. De meerderheid van het comité, namelijk twee op de drie leden, zijn onafhankelijke bestuurders. Het comité wordt voorgezeten door Antoine Friling. De duur van het mandaat van de leden valt samen met de duur van hun mandaat van bestuurder. Het comité beschikt over de nodige deskundigheid op het gebied van remuneratiebeleid.
In 2021 kwam het remuneratiecomité tweemaal samen. Het gewogen gemiddelde aanwezigheidspercentage bedroeg 100%. In 2021 boog het remuneratiecomité zich over de volgende onderwerpen:
- benchmarking van de vergoedingen van de expats, managers en bestuurders van de Groep;
- bepaling van de bonus pool van de Groep;
- individuele evaluatie van het management en voorstel tot variabele vergoedingen te betalen in 2021;
- remuneratiebeleid en remuneratieverslag;
- vergoeding van de bestuurders en vaste vergoeding van de leden van het executief comité voor 2022;
- update van de opvolgingsplanning;
- uitgifte van aandelenopties in 2021 voor de managers van de Groep.
De vergaderingen van het remuneratiecomité werden eveneens door de gedelegeerd bestuurder bijgewoond. Een vertegenwoordiger van de respectievelijke referentieaandeelhouders, Ackermans & van Haaren en de Groep Bracht, waren aanwezig op de vergaderingen van februari en november.
De periodieke evaluatie van de raad van bestuur heeft eveneens betrekking op de comités van de raad van bestuur.
4.3 Benoemingscomité
Op 31 december 2021, 2020, 2019, 2018 en 2017, 2016 bestond het benoemingscomité uit alle leden van de raad van bestuur.
Het benoemingscomité van SIPEF bestaat uit alle leden van de raad van bestuur. De evolutie van de samenstelling van het benoemingscomité is identiek aan die van de raad van bestuur (zie punt 2.1). In 2021 kwam de raad in zijn hoedanigheid van benoemingscomité tweemaal bijeen, op 10 februari en 17 november. Het gewogen gemiddelde aanwezigheidspercentage was 100%.
De raad van bestuur sprak zich, in zijn hoedanigheid van benoemingscomité, uit over de volgende onderwerpen:
- de interactie tussen de raad van bestuur en het executief comité, in afwezigheid van de gedelegeerd bestuurder;
- de hernieuwing van het mandaat van bestuurders en de benoeming van een nieuwe onafhankelijke bestuurder;
- benoeming van een nieuw lid van het remuneratiecomité en van het executief comité;
- benoeming van een nieuwe commissaris en vaststelling van zijn vergoeding.
4.4 Evaluatie van de comités van de raad van bestuur
De raad van bestuur evalueert regelmatig zijn samenstelling en werking evenals die van zijn comités. Tijdens de vergaderingen van 11 augustus en 23 september 2021 kwamen, naast de beoordeling van de raad, tevens de samenstelling en de werking van de comités van de raad aan bod. De actuele omvang en samenstelling van de comités van de raad werden geschikt bevonden en er werd geoordeeld dat de essentiële kwalificaties voldoende aanwezig zijn. De volgende evaluatie van de raad van bestuur en zijn comités zal plaatsvinden in 2024.
5. Remuneratieverslag
5.1 Inleiding
Het huidige remuneratieverslag is opgesteld in overeenstemming met artikel 3:6. §3 WVV zoals gewijzigd door de wet van 28 april 2020 tot omzetting in het Belgische recht van de Europese richtlijn ter bevordering van de langetermijnbetrokkenheid van de aandeelhouders. Het geeft een uitgebreid en volledig overzicht van de remuneratie, met inbegrip van alle voordelen in gelijk welke vorm, die tijdens het boekjaar 2021 werd toegekend aan de niet-uitvoerende bestuurders, de gedelegeerd bestuurder en de overige leden van het executief comité.# 5. Remuneratiebeleid
Het bevat een gedetailleerde voorstelling van de remuneratie van elk lid van het executief comité, het collegiaal orgaan dat belast is met het dagelijks bestuur. In 2021 werd opnieuw een variabele vergoeding aan het uitvoerend management uitgekeerd. Immers, in 2020 was het recurrente geconsolideerde resultaat, de basis voor de berekening van deze vergoeding, niet langer negatief, zoals dit het geval was in 2019. De prestaties van het jaar 2020 vormden de basis voor de berekening van de variabele vergoeding betaald in 2021. Zij werden gekenmerkt door enkele belangrijke ontwikkelingen en verrichtingen die uiteengezet werden onder het hoofdstuk ‘Markante feiten van 2020’ (zie Bedrijfsverslag 2020 pagina 6). De markante feiten van 2021 zullen bepalend zijn voor de variabele vergoeding van het uitvoerend management te betalen in 2022. Er zijn geen belangrijke wijzigingen in de samenstelling van de raad van bestuur opgetreden in 2021 die de remuneratie van de leden van de raad van bestuur hebben beïnvloed. Het aantal leden van het executief comité daarentegen is uitgebreid van vijf naar zes tegenover het vorige boekjaar. Petra Meekers die tot dan zetelde in de raad van bestuur, vervoegde op 10 juni 2021 het executief comité in haar hoedanigheid van “chief operating officer Asia-Pacific”. Dit verslag is opgesteld in overeenstemming met het remuneratiebeleid dat werd goedgekeurd met een meerderheid van 95,8% van de stemmen door de gewone algemene vergadering van 9 juni 2021. Dit nieuwe beleid dat in grote lijnen het oude reflecteert, is van toepassing op de vergoedingen die uitbetaald werden vanaf 1 januari 2021. De gedetailleerde tekst van het remuneratiebeleid is gepubliceerd op de website van de Vennootschap.
5.1 Totale vergoeding van de bestuurders
De bestuurders ontvangen een vaste vergoeding die niet gerelateerd is aan de omvang van de resultaten. Deze vergoeding bestaat uit de emolumenten voor de vergaderingen van de raad van bestuur en, desgevallend, een vergoeding voor het zetelen in een bepaald comité. In 2021 ontvingen de bestuurders de volgende vergoedingen:
IN EUR OP JAARBASIS PER PERSOON
| LID | VOORZITTER | LID | VOORZITTER | LID | VOORZITTER | LID | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Raad van bestuur | Auditcomité | Remuneratiecomité | |||||
| 29 000 | 60 000 | 7 500 | 9 750 | 4 000 | 5 200 | ||
| 91 SIPEF Bedrijfsverslag 2021 Corporate governance verklaring | |||||||
| De ontslagnemende en nieuwe bestuurders worden vergoed ten belope van het aantal gepresteerde maanden in het boekjaar. De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen variabele vergoeding en geen opties. Een deel van hun vergoeding wordt evenmin uitbetaald in de vorm van aandelen van de Vennootschap (zie Bedrijfsverslag pagina 109). Ze genieten van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. |
5.2 Totale vergoeding van de leden van het executief comité
De leden van het executief comité, dat bestaat uit de gedelegeerd bestuurder en andere leidinggevenden van de Vennootschap, ontvangen een vaste vergoeding en een variabele vergoeding en eventueel opties. De Vennootschap heeft geen minimumdrempel van aandelen bepaald die moeten worden aangehouden door de leden van het uitvoerend management (zie Bedrijfsverslag pagina 109). In 2021 werden geen aandelen aan de leden van het executief comité toegekend.
RAAD VAN BESTUUR
| | AUDITCOMITÉ | | | REMUNERATIECOMITÉ | | | TOTAAL |
| :-------------------- | :-------------- | :---- | :---- | :------------------- | :---- | :---- | :-------- |
| IN KEUR | 2020 | 2021 | 2020 | 2021 | 2020 | 2021 | 2020 | 2021 |
| Baron Luc Bertrand | 60,00 | 60,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 60,00 | 60,00 |
| François Van Hoydonck | 29,00 | 29,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 29,00 | 29,00 |
| Tom Bamelis | 29,00 | 29,00 | 9,75 | 9,75 | 0,00 | 0,00 | 38,75 | 38,75 |
| Priscilla Bracht | 29,00 | 29,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 29,00 | 29,00 |
| Baron Jacques Delen | 29,00 | 29,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 29,00 | 29,00 |
| Antoine Friling | 29,00 | 29,00 | 0,00 | 0,00 | 5,20 | 5,20 | 34,20 | 34,20 |
| Regnier Haegelsteen (tot 10 juni 2020) | 14,50 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 14,50 | 0,00 |
| Gaëtan Hannecart (vanaf 10 juni 2020) | 14,50 | 29,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 14,50 | 29,00 |
| Yu-Leng Khor (vanaf 9 juni 2021) | 0,00 | 14,50 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 2,00 | 0,00 | 16,50 |
| Sophie Lammerant-Velge | 29,00 | 29,00 | 7,50 | 7,50 | 4,00 | 4,00 | 40,50 | 40,50 |
| Petra Meekers (tot 9 juni 2021) | 29,00 | 14,50 | 0,00 | 0,00 | 4,00 | 2,00 | 33,00 | 16,50 |
| Nicholas Thompson | 29,00 | 29,00 | 7,50 | 7,50 | 0,00 | 0,00 | 36,50 | 36,50 |
| TOTAAL | 321,00 | 321,00 | 24,75 | 24,75 | 13,20 | 13,20 | 358,95 | 358,95 |
92 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
De gedelegeerd bestuurder ontvangt emolumenten voor het deelnemen aan de vergaderingen van de raad van bestuur en daarnaast een vaste en variabele vergoeding voor zijn uitvoerende functies.
2021
| IN KEUR | FVH | CDW | TH | RK | PM | JN | TOTAAL | % |
| :------ | :-- | :-- | :- | :- | :- | :- | :----- | :------ |
| Bestuurdersvergoeding | 29 | 0 | 0 | 0 | 17 | 0 | 46 | 1,7% |
| Vaste vergoeding | 365 | 256 | 246 | 299 | 375 | 336 | 1 877 | 69,6% |
| Variabele vergoeding | 88 | 41 | 43 | 38 | 0 | 62 | 272 | 10,1% |
| Pensioenbijdrage | 256 | 46 | 47 | 0 | 0 | 46 | 395 | 14,7% |
| Andere | 15 | 9 | 15 | 28 | 31 | 8 | 106 | 3,9% |
| SUBTOTAAL | 753 | 352 | 351 | 365 | 423 | 452 | 2 696 | 100,0% |
| Latente meerwaarde verworven aandelenopties (op verwervingsdatum)* | 32 | 11 | 11 | 11 | 0 | 11 | 74 | |
| TOTALE VERGOEDING | 785 | 363 | 362 | 376 | 423 | 463 | 2 770 | |
| Subtotaal | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | |
| Vast | 88% | 88% | 88% | 90% | 100% | 86% | 90% | |
| Variabel | 12% | 12% | 12% | 10% | 0% | 14% | 10% | |
2020
| IN KEUR | FVH | CDW | TH | RK | PM | JN | TOTAAL | % |
| :------ | :-- | :-- | :- | :- | :- | :- | :----- | :------ |
| Bestuurdersvergoeding | 29 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 29 | 1,5% |
| Vaste vergoeding | 370 | 254 | 246 | 298 | 0 | 303 | 1 471 | 74,8% |
| Variabele vergoeding | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0,0% |
| Pensioenbijdrage | 258 | 46 | 49 | 0 | 0 | 46 | 399 | 20,3% |
| Andere | 10 | 9 | 14 | 27 | 0 | 8 | 68 | 3,5% |
| SUBTOTAAL | 667 | 309 | 309 | 325 | 0 | 357 | 1 967 | 100,0% |
| Latente meerwaarde verworven aandelenopties (op verwervingsdatum)* | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| TOTALE VERGOEDING | 667 | 309 | 309 | 325 | 0 | 357 | 1 967 | |
| Subtotaal | 100% | 100% | 100% | 100% | NVT | 100% | 100% | |
| Vast | 100% | 100% | 100% | 100% | NVT | 100% | 100% | |
| Variabel | 0% | 0% | 0% | 0% | NVT | 0% | 0% | |
- Voor meer details over de betreffende optieplannen (respectievelijk, SOP 2018 en SOP 2017), pagina 97 en 98, tabel: Uitsplitsing van aandelenoptieplan SIPEF (SOP).
93 SIPEF Bedrijfsverslag 2021 Corporate governance verklaring
De leden van het executief comité ontvangen een vaste vergoeding en genieten van een groepsverzekering met vaste bijdragen. Deze verzekering omvat een aanvullend pensioen en eveneens een invaliditeits- en overlijdensdekking. Daarnaast heeft de Vennootschap voor elk lid een hospitalisatieverzekering afgesloten en een bijstandsverzekering die wereldwijde dekking geeft. Bovendien geniet het management van een bedrijfswagen en maaltijdcheques. De vaste vergoeding van Petra Meekers, die operationeel is vanuit Singapore, omvat echter een vast bedrag per maand dat naast de gebruikelijke vaste vergoeding eveneens bestemd is voor kosten zoals pensioen, bedrijfswagen en verblijfskosten. Ze geniet eveneens van een invaliditeits-, overlijdens- en ziektekostenverzekering en ontvangt een toelage voor de studiekosten van haar kinderen (zie post ‘Andere’).
5.3 Vergoedingen en criteria voor variabele vergoedingen
Het totale bedrag van de uitgekeerde variabele vergoedingen aan zowel het personeel als aan de leden van het executief comité kan maximum 2% van het geconsolideerd recurrent resultaat voor belastingen, deel van de Groep, bedragen. Voor elk lid van het executief comité mag het bedrag van de variabele vergoeding in cash maximaal tweemaal de vaste vergoeding bedragen. Petra Meekers heeft tijdens de eerste twee jaar van haar tewerkstelling bij SIPEF geen recht op een variabele vergoeding. Het uiteindelijke individuele bedrag van de variabele vergoeding dat toegekend wordt aan elk van de leden wordt bepaald in functie van financiële criteria die discretionair worden bepaald door de raad van bestuur op voorstel van het remuneratiecomité. Dit comité formuleert een voorstel in functie van de verschillende componenten van de winst van het boekjaar en de bijdrage tot de verwezenlijking ervan door elk lid van het executief comité. Hierbij laat het remuneratiecomité zich leiden door vooraf vastgestelde financiële en objectief meetbare criteria die worden toegepast op een periode van één boekjaar. Het relateren van de variabele vergoeding aan de prestaties van één boekjaar - en niet aan performantiecriteria over twee en drie boekjaren zoals voorzien door de wet – is te verklaren door de volatiliteit van de resultaten van de agro-industriële activiteiten, en in het bijzonder van de palmoliemarkt, waarvan de performantie gelinkt is aan de prijs van de landbouwgrondstoffen. Het is dan ook logisch dat de vergoeding van het personeel en het management, zoals eveneens die van de aandeelhouders, mee evolueert met de volatiliteit van de Groep. De Vennootschap past deze redenering elk jaar strikt toe. Dit betekent dat als de Groep voor een bepaald jaar een verlies lijdt, er geen variabele vergoeding of dividend betaalt wordt het volgende jaar respectievelijk aan de leden van het executief comité en de aandeelhouders. Dit was het geval in 2020, toen geen variabele vergoeding en dividend werden betaald ten gevolge van het in 2019 geleden verlies.
94 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Het bepalen van de variabele vergoeding op grond van de prestaties van één boekjaar doet geen afbreuk aan de langetermijnvisie van het uitvoerend management. Dergelijke visie is onlosmakelijk verbonden met de agro-industriële activiteiten van de SIPEF-groep die enkel op lange termijn kunnen worden geëvalueerd, zoals blijkt uit de strategie en het bedrijfsmodel van SIPEF (zie Bedrijfsverslag pagina 13 en volgende). De raad van bestuur heeft in 2021 evenmin bijzondere bonussen toegekend aan één of meerdere leden voor specifieke verrichtingen. Naast de variabele vergoeding op korte termijn, ontvangen de leden van het executief comité geen variabele remuneratie in geld op lange termijn.
5.4 Terugvordering
Alle leden van het executief comité hebben een “claw back”-clausule ondertekend. Dit komt erop neer dat de Vennootschap het recht heeft om de variabele nettovergoeding terug te vorderen, indien deze op basis van onjuiste financiële gegevens werd toegekend. In 2021 heeft de Vennootschap geen gebruik gemaakt van haar recht tot terugvordering.# 5.4 Overeenkomst tussen de vergoedingen en het remuneratiebeleid en toepassing van de performantie-criteria
De totale vergoeding van de bestuurders en de leden van het executief comité is volledig in lijn met het remuneratiebeleid en wordt op een transparante manier berekend en toegepast. De vaste vergoedingen van de leden van de raad van bestuur en van het executief comité worden jaarlijks getoetst op basis van de marktpraktijken en zijn dus marktconform. De variabele vergoeding is gelinkt aan de jaarresultaten van de Groep, die rechtstreeks afhangen van de volatiele prijzen van de landbouwgrondstoffen. De Vennootschap communiceert permanent op een correcte en transparante wijze over de evolutie van de activiteiten, duurzaamheid, prestaties en corporate governance van de Groep aan haar aandeelhouders, management, werknemers en alle andere stakeholders. Deze transparantie werd sinds 2020 in dit verslag nog meer in detail doorgetrokken op het niveau van de vergoeding van de leden van het executief comité. Een duidelijke communicatie en transparantie liggen aan de basis van tevredenheid, werkt motiverend en draagt bij tot goede langetermijnprestaties. Zo blijft het personeel en het management zich gemotiveerd inzetten voor het verwezenlijken van de langetermijndoelstellingen die de Groep heeft vooropgesteld.
5.5 Aandelenopties
Vanaf het boekjaar 2011 tot op heden werden jaarlijks aandelenopties aangeboden aan de leden van het executief comité. De aandelenopties, die onder het aandelenoptieplan van SIPEF worden aangeboden, hebben de volgende kenmerken:
* Type: opties op aandelen SIPEF (één optie geeft recht op één aandeel SIPEF);
* Tijdstip aanbod: tweede helft november;
* Uitoefenprijs: prijs vastgesteld op basis van de gemiddelde slotkoers van het aandeel gedurende 30 dagen voorafgaand aan het aanbod;
* Loop tijd van het plan: 10 jaar;
* Uitoefentermijn: op elk moment vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de derde verjaardag van de toekenning, tot het einde van het tiende jaar te rekenen vanaf de datum van het aanbod;
* Er zijn geen performantiecriteria vastgesteld voor de toekenning of uitoefening van de aandelenopties.
Opties toegekend aan de leden van het executief comité in 2021.
Op 18 november 2021 werden opties toegekend door SIPEF aan de leden van het executief comité. Deze opties werden aanvaard door de begunstigden als volgt:
| AANTAL |
|---|
| François Van Hoydonck |
| Charles De Wulf |
| Thomas Hildenbrand |
| Robbert Kessels |
| Johan Nelis |
| TOTAAL |
Daarnaast werden er nog 4 000 opties toegekend aan algemene directeuren van de buitenlandse filialen. De in 2021 toegekende opties hebben de volgende kenmerken:
* Uitoefenprijs: EUR 58,31
* Vervaldatum: 18 november 2031
* Uitoefenperiode: op elk moment vanaf 1 januari 2025 tot en met 17 november 2031
Uitsplitsing van aandelenoptieplan SIPEF (SOP)
| 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanbod | 23/11/11 | 21/11/12 | 20/11/13 | 18/11/14 | 28/11/15 | 07/12/16 | 23/11/17 | 20/11/18 | 23/11/19 | 19/11/20 | 18/11/21 |
| Verwerving | |||||||||||
| Uitoefenperiode begin: | 01/01/15 | 01/01/16 | 01/01/17 | 01/01/18 | 01/01/19 | 01/01/20 | 01/01/21 | 01/01/22 | 01/01/23 | 01/01/24 | 01/01/25 |
| Uitoefenperiode einde:* | 22/11/21 | 20/11/22 | 19/11/23 | 17/11/24 | 27/11/25 | 06/12/26 | 22/11/27 | 19/11/28 | 22/11/29 | 18/11/30 | 17/11/31 |
| Uitoefenprijs (in EUR) | 56,99 | 59,14 | 55,50 | 54,71 | 49,15 | 53,09 | 62,87 | 51,58 | 45,61 | 44,59 | 58,31 |
| Koers datum verwerving (in EUR) | 47,68 | 52,77 | 60,49 | 62,80 | 48,80 | 54,80 | 43,20 | 56,90 |
FRANÇOIS VAN HOYDONCK
| VERWORVEN | NIET VERWORVEN | SOP 2011 | SOP 2012 | SOP 2013 | SOP 2014 | SOP 2015 | SOP 2016 | SOP 2017 | SOP 2018 | SOP 2019 | SOP 2020 | SOP 2021 | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aangeboden nog niet verworven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 18 000 | ||
| Verworven voor het einde van 2021 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 0 | 0 | 0 | 48 000 | ||
| Uitgeoefend in 2021 | -6 000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -6 000 | ||
| Vervallen in 2021 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Totaal aandelenopties einde jaar | 0 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 60 000 | ||
| Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) | 377 220 | |||||||||||||
| Verworven aan marktprijs (in EUR) | 259 200 | |||||||||||||
| Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) | 0 | 31 920 |
CHARLES DE WULF
| VERWORVEN | NIET VERWORVEN | SOP 2011 | SOP 2012 | SOP 2013 | SOP 2014 | SOP 2015 | SOP 2016 | SOP 2017 | SOP 2018 | SOP 2019 | SOP 2020 | SOP 2021 | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aangeboden nog niet verworven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 6 000 | ||
| Verworven voor het einde van 2021 | 0 | 0 | 0 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 0 | 0 | 0 | 10 000 | ||
| Uitgeoefend in 2021 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Vervallen in 2021 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Totaal aandelenopties einde jaar | 0 | 0 | 0 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 16 000 | ||
| Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) | 125 740 | |||||||||||||
| Verworven aan marktprijs (in EUR) | 86 400 | |||||||||||||
| Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) | 0 | 10 640 |
THOMAS HILDENBRAND
| VERWORVEN | NIET VERWORVEN | SOP 2011 | SOP 2012 | SOP 2013 | SOP 2014 | SOP 2015 | SOP 2016 | SOP 2017 | SOP 2018 | SOP 2019 | SOP 2020 | SOP 2021 | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aangeboden nog niet verworven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 6 000 | ||
| Verworven voor het einde van 2021 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 0 | 0 | 0 | 16 000 | ||
| Uitgeoefend in 2021 | -2 000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -2 000 | ||
| Vervallen in 2021 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Totaal aandelenopties einde jaar | 0 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 20 000 | ||
| Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) | 125 740 | |||||||||||||
| Verworven aan marktprijs (in EUR) | 86 400 | |||||||||||||
| Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) | 0 | 10 640 |
ROBBERT KESSELS
| VERWORVEN | NIET VERWORVEN | SOP 2011 | SOP 2012 | SOP 2013 | SOP 2014 | SOP 2015 | SOP 2016 | SOP 2017 | SOP 2018 | SOP 2019 | SOP 2020 | SOP 2021 | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aangeboden nog niet verworven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 6 000 | ||
| Verworven voor het einde van 2021 | 0 | 0 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 0 | 0 | 0 | 12 000 | ||
| Uitgeoefend in 2021 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Vervallen in 2021 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Totaal aandelenopties einde jaar | 0 | 0 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 18 000 | ||
| Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) | 125 740 | |||||||||||||
| Verworven aan marktprijs (in EUR) | 86 400 | |||||||||||||
| Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) | 0 | 10 640 |
JOHAN NELIS
| VERWORVEN | NIET VERWORVEN | SOP 2011 | SOP 2012 | SOP 2013 | SOP 2014 | SOP 2015 | SOP 2016 | SOP 2017 | SOP 2018 | SOP 2019 | SOP 2020 | SOP 2021 | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aangeboden nog niet verworven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 6 000 | ||
| Verworven voor het einde van 2021 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 0 | 0 | 0 | 16 000 | ||
| Uitgeoefend in 2021 | -2 000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -2 000 | ||
| Vervallen in 2021 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Totaal aandelenopties einde jaar | 0 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 20 000 | ||
| Verworven aan uitoefenprijs (in EUR) | 125 740 | |||||||||||||
| Verworven aan marktprijs (in EUR) | 86 400 | |||||||||||||
| Latente meerwaarde op datum van verwerving (in EUR) | 0 | 10 640 |
In 2021 hebben drie leden van het executief comité samen 10.000 opties van het aandelenoptieplan 2011 uitgeoefend. De overige 6.000 opties van dat plan, die waren toegekend aan algemene directeuren van dochtervennootschappen, werden eveneens door de begunstigden voor 22 november 2021, de vervaldatum, uitgeoefend. In 2021 hebben de leden van het executief comité geen andere opties dan de bovenvermelde, uitgeoefend en zijn er geen opties vervallen.
A. JAARLIJKSE VERANDERING IN REMUNERATIE (in percentage)
| 2017 | 2018 | VERSCHIL | 2019 | VERSCHIL | 2020 | VERSCHIL | 2021 | VERSCHIL | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totale vergoeding raad van bestuur (1) (in KEUR) | 315 | 344 | +9% | 359 | +4% | 359 | 0% | 359 | 0% |
| Totale vaste remuneratie excom (2) (in KEUR) | 1 832 | 1 899 | +4% | 1 943 | +2% | 1 967 | +1% | 2 424 | +23% |
| Totale variabele remuneratie excom (3) (in KEUR) | 682 | 1 168 | +71% | 416 | -64% | 0 | -100% | 272 | NVT |
B. JAARLIJKSE VERANDERING IN DE ONTWIKKELING VAN DE PRESTATIES VAN DE VENNOOTSCHAP
| 2017 | 2018 | VERSCHIL | 2019 | VERSCHIL | 2020 | VERSCHIL | 2021 | VERSCHIL | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| CPO marktprijs (in USD/ton CIF Rotterdam) | 715 | 598 | -16% | 566 | -5% | 715 | +26% | 1 195 | +67% |
| Geproduceerde volumes CPO (in ton) | 330 958 | 351 757 | +6% | 312 514 | -11% | 329 284 | +5% | 384 187 | +17% |
| Resultaat, deel van de Groep (recurrent) (in KUSD) | 64 481 | 22 713 | -65% | -8 004 | -135% | 14 122 | NVT | 82 746 | +486% |
C. JAARLIJKSE VERANDERING IN DE GEMIDDELDE REMUNERATIE VAN DE WERKNEMERS
| 2017 | 2018 | VERSCHIL | 2019 | VERSCHIL | 2020 | VERSCHIL | 2021 | NVT | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gemiddelde remuneratie werknemer SIPEF HQ (vast) (4) (in KEUR/maand) | 4 467 | 4 440 | -1% | 4 491 | +1% | 4 832 | +8% | 5 165 | +7% |
| Gemiddelde remuneratie werknemer SIPEF HQ (variabel) (5) (in KEUR/jaar) | 12 012 | 20 003 | +67% | 7 618 | -62% | 0 | -100% | 4 955 | NVT |
D. RATIO HOOGSTE/LAAGSTE VERGOEDING (VTE)
| 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Verhouding totale vaste kost vergoeding hoogste excom en laagste werknemer (6) | 12,5 | 12,8 | 9,3 | 9,2 | 9,1 |
5.6 Eventuele afwijkingen van het remuneratiebeleid in 2021
In 2021 werden de vergoedingen aan de bestuurders en de leden van het executief comité toegekend in toepassing van het remuneratiebeleid, met uitzondering van de afwijkingen vermeld onder 5.3. a. en b. Deze afwijkingen zijn gerelateerd aan het verblijf van Petra Meekers in Singapore waar ze gestationeerd is voor de operationele leiding van de Asia-Pacific (APAC) filialen van de Groep.
5.7 Vergelijkende informatie over de verandering van de vergoeding en de performantie van de Vennootschap over een periode van 5 jaar; ratio tussen hoogste en laagste vergoeding van SIPEF
(1) Vergoeding zoals opgenomen onder 5.2.
(2) Vaste vergoeding zoals opgenomen onder 5.3.
(3) Variabele vergoeding zoals opgenomen onder 5.3.# SIPEF Bedrijfsverslag 2021 Corporate governance verklaring
5.8 Informatie inzake de stemming door de algemene vergadering over het remuneratiebeleid en -verslag
Het nieuwe remuneratiebeleid was voor de eerste keer van toepassing op het boekjaar 2021. Het werd goedgekeurd met een meerderheid van 95,8% van de stemmen door de algemene vergadering van 9 juni 2021. Diezelfde algemene vergadering sprak zich ook positief uit over het remuneratieverslag met betrekking tot het boekjaar 2020 dat nog opgesteld was in toepassing van het oude remuneratiebeleid. Het huidige remuneratieverslag dat op basis van het nieuwe remuneratiebeleid is opgesteld, zal eveneens ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gewone algemene vergadering van 8 juni 2022.
6. Externe en interne audit
6.1 Externe audit
De gewone algemene vergadering van 9 juni 2021 heeft kennis genomen van het ontslag van de commissaris, Deloitte Bedrijfsrevisoren CVBA, vertegenwoordigd door Kathleen De Brabander. Dit mandaat dat normaal zou vervallen op het einde van de gewone algemene vergadering van juni 2023, was volledig in lijn met de Europese verordening betreffende de audithervorming van 16 april 2014. De Belgische wetgever interpreteert echter de overgangsbepalingen van deze verordening met betrekking tot de externe rotatie van de bedrijfsrevisoren op een restrictieve manier. Hierdoor kon Deloitte zijn vernieuwd mandaat enkel voor het boekjaar 2020 uitoefenen en moest dit onderbreken voor de twee volgende boekjaren. Vervolgens heeft SIPEF eind 2020 een private aanbesteding opgestart met het oog op de benoeming van een nieuwe commissaris overeenkomstig de Europese voorschriften. Op basis van het resultaat van deze procedure, heeft de algemene vergadering van 9 juni 2021 EY Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door Christoph Oris en Wim Van Gasse, benoemd voor een termijn van drie jaar. De jaarlijkse bezoldiging werd vastgelegd op USD 93 000, indexatie en BTW niet-inbegrepen. De commissaris oefent de externe controle uit op de geconsolideerde en op de maatschappelijke financiële staten van SIPEF. Hij rapporteert tweemaal per jaar aan het auditcomité en de raad van bestuur.
De jaarlijkse vergoeding van de commissaris voor het boekjaar 2021 voor de controle van de maatschappelijke en geconsolideerde financiële staten van SIPEF bedraagt KUSD 116. De vergoeding voor de niet-controlediensten in 2021 kwam uit op KUSD 0. De totale kost voor externe controle van de SIPEF-groep betaald aan het EY-netwerk bedroeg KUSD 577. Het bedrag aan betaalde erelonen voor adviezen van dezelfde commissaris en aanverwante bedrijven kwam uit op KUSD 0. Alle details betreffende de honoraria betaald aan EY kunnen worden geraadpleegd in Toelichting 33 van de Financiële Staten.
6.2 Interne audit
In de filialen in Indonesië en in Hargy Oil Palms Ltd in Papoea-Nieuw-Guinea is een interne auditafdeling opgericht die viermaal per jaar rapporteert aan het lokaal auditcomité dat de interne auditrapporten beoordeelt. In de Hoofdzetel in België en in de overige dochterondernemingen werd de interne auditfunctie in 2021 uitgeoefend door het verantwoordelijke lid van het executief comité, samen met de gedelegeerd bestuurder en de “chief financial officer” van SIPEF. Gelet op de beperkte omvang van deze bedrijven, is het auditcomité van SIPEF in 2021 niet teruggekomen op zijn beslissing om momenteel geen afzonderlijke interne auditafdeling op te richten voor de Hoofdzetel en deze dochters. Het comité heeft wel in november 2020 aanbevolen dat één van de groepscontrollers van de Hoofdzetel een interne audit zou uitvoeren en verslag uitbrengen over deze enkele ondernemingen aan het SIPEF-auditcomité. Deze procedure werd strikt toegepast in 2021.
7. Verslag in verband met interne controle en risicobeheerssystemen
De raad van bestuur van SIPEF is verantwoordelijk voor het beoordelen van de inherente risico’s van de Groep en van de doeltreffendheid van de interne controle. Het interne controlesysteem van SIPEF werd opgezet overeenkomstig de Belgische wettelijke vereisten voor het risicobeheer en de interne controle en de principes vermeld in de Belgische Corporate Governance Code 2020 en is georganiseerd op basis van het Coso-model (“the Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission”). Een op groepsniveau uitgevoerde risicoanalyse vormt de basis van het interne controle- en risicobeheerssysteem, waarvan de betrouwbaarheid van de financiële rapportering en het communicatieproces een belangrijke pijler uitmaakt.
7.1 Controleomgeving
SIPEF is een Belgisch beursgenoteerd bedrijf dat zich toelegt op agro-industriële activiteiten in tropische en subtropische gebieden. De Groep produceert vooral palmproducten in Indonesië, en Papoea-Nieuw-Guinea en op kleinere schaal ook bananen in Ivoorkust. De productie van deze producten is zeer arbeidsintensief. Om het beheer van de plantages te optimaliseren wordt veel aandacht besteed aan de algemene kennis en de opleiding van de werknemers in landbouw- en beheerstechnieken. De Vennootschap stelt handleidingen op met standaard werkprocedures die praktische richtlijnen en aangewezen beheerpraktijken bevatten om zo de implementatie van het beleid van de Groep te verzekeren op het gebied van landbouw, techniek en milieu door de talrijke personeelsleden in de verschillende delen van de wereld. Het management van de Groep ziet erop toe dat alle werknemers in een veilige en gezonde omgeving kunnen werken. De raad van bestuur van SIPEF heeft tevens een ‘Verantwoordelijk Plantagebeleid’ (www.sipef.com/hq/sustainability/policies/responsible-plantations-policy) en een ’Verantwoordelijk aankoopbeleid’ (www.sipef.com/hq/sustainability/policies/responsible-purchase-policy) opgesteld dat van toepassing is op alle plantageactiviteiten en grondstoffen. Hij herziet deze beleidslijnen elk jaar om ze aan te passen aan de evolutie van de juridische, maatschappelijke en ecologische standaarden. Om verdere groei mogelijk te maken en te stimuleren, streeft SIPEF in het dagelijks beleid van haar activiteiten een duidelijke duurzame regelgeving na, die strenger is dan de wettelijke vereisten van de landen waarin de Vennootschap actief is. Dat engagement wordt gestaafd door certificaten en algemeen erkende standaarden: zie Duurzaamheidsverslag pagina 18. De door SIPEF uitgeoefende interne controle waakt erover dat al deze procedures, richtlijnen en regelgevingen worden gerespecteerd om zo de activa, het personeel en de activiteiten van de Groep te beschermen en hun beheer te optimaliseren. Algemeen kan de bedrijfsstructuur, de bedrijfs filosofie en de managementstijl van de SIPEF-groep omschreven worden als ‘vlak’. Dit is te verklaren door het beperkte aantal beslissingslijnen binnen de hiërarchie. Dit beperkt aantal beslissingslijnen en de geringe personeelsrotatie verhogen de sociale controle binnen de Vennootschap. De Groep is onderverdeeld in een aantal afdelingen. Elke afdeling en elke persoon binnen de desbetreffende afdeling heeft zijn eigen functieomschrijving. Voor elke functie en taak wordt het vereiste studie- en/of ervaringsniveau bepaald. Er bestaat een welomschreven politiek van delegaties van bevoegdheden. Tot slot waakt SIPEF over de strikte toepassing van de regels van haar Corporate Governance Charter en van de Gedragscode opdat de bestuurders, alle leidinggevenden en het personeel van de Groep op een eerlijke en ethische manier en volgens de toepasselijke regelgeving en beginselen van deugdelijk bestuur zouden handelen.
7.2 Risicoanalyse en controle-activiteiten
De raad van bestuur keurt jaarlijks een strategisch plan goed dat de doelstellingen op strategisch, operationeel, financieel, fiscaal en juridisch vlak uitstippelt. Het verwezenlijken van deze doelstellingen kan in gevaar worden gebracht door bepaalde risico’s. Deze risico’s werden in kaart gebracht en ingedeeld op grond van hun potentieel belang, de waarschijnlijkheid waarmee ze kunnen voorkomen en de maatregelen die werden getroffen om deze risico’s te behandelen. De risicobehandelingen werden opgedeeld als volgt: verminderen, overdragen, vermijden of aanvaarden. De Vennootschap heeft de nodige instructies uitgevaardigd en/of de vereiste procedures vastgelegd om de geïdentificeerde risico’s op passende wijze te kunnen behandelen.
7.3 Informatie en communicatie
Een geheel van operationele en financiële rapporteringen, interne en externe, maakt het mogelijk om op periodieke basis (dagelijks, wekelijks, maandelijks, driemaandelijks, halfjaarlijks of jaarlijks) en op de gepaste niveaus de nodige informatie ter beschikking te stellen om de toevertrouwde verantwoordelijkheden naar behoren te kunnen vervullen.
7.4 Toezicht en monitoring
Het is de verantwoordelijkheid van elke werknemer om potentiële tekortkomingen in de interne controle te melden bij de respectievelijke verantwoordelijken. Daarnaast zijn de interne auditafdelingen in de filialen in Indonesië en bij Hargy Oil Palms Ltd in Papoea-Nieuw-Guinea belast met het permanente toezicht op de doeltreffendheid en de naleving van de bestaande interne controle voor hun respectievelijke activiteiten. Op basis van hun bevindingen stellen zij de nodige bijsturingen voor. Een lokaal auditcomité bespreekt per kwartaal de rapporten van de interne auditafdelingen.# SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Corporate governance verklaring
Jaarlijks wordt een samenvatting van de belangrijkste bevindingen voorgelegd aan het auditcomité van SIPEF. Voor kleinere filialen, waarvoor geen aparte interne auditfunctie werd gecreëerd, neemt het verantwoordelijke lid van het executief comité, samen met de gedelegeerd bestuurder en de “chief financial officer” van SIPEF, het toezicht op de interne controle waar. Bovendien voert één van de groepscontrollers van de Hoofdzetel een interne audit uit over de activiteiten van deze filialen en brengt verslag uit aan het SIPEF-auditcomité.
Een externe auditor onderwerpt daarnaast minstens éénmaal per jaar de financiële staten van elk filiaal van de Groep aan een nazicht. Eventuele opmerkingen naar aanleiding van deze externe audit, worden aan de raad van bestuur overge-maakt onder de vorm van een “management letter”. In het verleden werden er geen belang-rijke tekortkomingen in de interne controle vastgesteld.
7.5 Interne controle- en risicobeheerssystemen die verband houden met financiële verslaggeving
Het proces voor de totstandkoming van de finan-ciële rapportering is georganiseerd als volgt:
- Het proces wordt geleid door de afdeling “corporate finance”, die onder direct toe-zicht staat van de “chief financial officer” van SIPEF.
- In functie van de opg elegde (interne en externe) deadlines wordt er een retro-planning opgemaakt. In het begin van het jaar krijgt elke rapporteringsentiteit en de externe auditor dit document. De website van de Vennootschap maakt eveneens de externe deadlines publiek bekend.
- V olgende rapporteringsentiteiten kunnen worden geïdentificeerd:
- SIPEF in België
- Jabelmalux SA in Luxemburg
- het geheel van ondernemingen in Indonesië, inclusief PT Timbang Deli en PT Melania
- Hargy Oil P alms Ltd in Papoea-Nieuw-Guinea
- Plantations J . Eglin SA in Ivoorkust
- Verdant Bioscience Pte Ltd in Singapore
- SIPEF Singapore Pte Ltd in Singapore
- Aan he t hoofd van de financiële afdeling van elke entiteit staat een gecertificeerd accountant.
- De eers te stap van de jaarlijkse rapporte-ringscyclus bestaat uit het opmaken van een budget voor het volgende jaar. Dit gebeurt in de maanden september tot november en wordt aan de raad van bestuur ter goedkeuring voorgelegd in de maand november. De strategische opties in dit budget passen ook in het strategisch langetermijnplan dat jaarlijks wordt bijgewerkt en goedgekeurd door de raad van bestuur.
- Voor zowel het strategisch plan als het jaar-budget worden de nodige sensitiviteitsana-lyses opgemaakt, om het juiste risicoprofiel van de te nemen beslissingen te kunnen inschatten.
- Tijdens de eerste week van elke nieuwe maand worden de productiecijfers en de financiële netto cash positie van de vorige maand ontvangen en geconsolideerd door de afdeling “corporate finance” en vervol-gens aan de gedelegeerd bestuurder en het executief comité voorgelegd.
- Tijdens deze eerste week worden eveneens de intergroepstransacties gereconcilieerd vooraleer de rekeningen af te sluiten.
- De maandelijkse financiële rapportering bes taat uit een analyse van de volumes (beginvoorraad, productie, verkopen en eindvoorraad), het operationeel resultaat en een samenvatting van de overige posten van de resultatenrekening (financieel resultaat en belastingen), een balans en kasstroomanalyse.
- De boekhoudnormen g ehanteerd voor de maandrapportering zijn identiek aan die voor de wettelijke consolidatie onder de IFRS.
- De maandcijfers worden vergeleken met het budget en met dezelfde periode van vorig jaar per rapporteringsentiteit, waarbij sig-nificante afwijkingen worden onderzocht.
- De afdeling “corporate finance” consoli-deert deze (samenvattende) operationele en financiële cijfers (in functionele munt-eenheid) op maandbasis naar de presen-tatiemunt (USD) en toetst nogmaals hun coherentie met het budget of de vorige periode.
- De g econsolideerde maandrapportering wordt voorgelegd aan de gedelegeerd bestuurder en het executief comité.
- De raad van bes tuur ontvangt deze rap-portering op periodieke basis (3, 6, 9 en 12 maanden) ter voorbereiding van de ver-gadering van de raad. Deze rapportering gaat gepaard met een nota met een gede-tailerde beschrijving van de operationele en financiële evoluties van het voorbije kwartaal.
- Ingeval van uitzonderlijke evenementen, wordt de raad van bestuur eveneens onmid-delijk op de hoogte gebracht.
- Een ex terne audit controleert de indivi-duele financiële staten en de technische consolidatie per eind juni en eind december (alleen in december voor de kleinere entiteiten). Daarna worden de geconsolideerde IFRS-cijfers aan het auditcomité voorgelegd.
- Op basis van he t advies van het auditcomité spreekt de raad van bestuur zich uit over de juistheid van de geconsolideerde cijfers, alvorens de financiële staten in de markt te publiceren.
- Twee keer per jaar (na het eerste en na het derde kwartaal) wordt een tussentijds be-heersverslag gepubliceerd met vermelding van de evolutie van de productievolumes, de wereldmarktprijzen en eventuele wijzigin-gen in de vooruitzichten.
- De afdeling “corporate finance” s taat in voor het opvolgen van eventuele wijzigin-gen in (IFRS-) rapporteringsnormen en het implementeren van deze wijzigingen binnen de Groep. De maandelijkse managementrapportering en de wettelijke consolidatie worden uitgevoerd in een geïntegreerd systeem. Er wordt ook gepaste zorg besteed aan antivirus- en beschermingspro-gramma’s, ononderbroken back-ups en maatre-gelen ter waarborging van de continuïteit van de dienstverlening.
8. Gedragsregels inzake belangenconflicten
Het Charter beschrijft het beleid met betrekking tot verrichtingen tussen de Vennootschap of een met haar verbonden vennootschap en een lid van de raad van bestuur of van het executief comité of een met haar verbonden persoon die aanleiding kunnen geven tot belangenconflicten, al dan niet in de zin van het WVV. Het vermeldt bovendien de wettelijke procedures die zijn vastgelegd in de artikels 7:96 en 7:97 van het WVV.
In 2021 werden er verrichtingen die aanleiding gaven tot een belangenconflict in de zin van arti-kel 7:96 van het WVV gemeld aan de raad van bestuur van 10 februari 2021 en van 17 november 2021. De wettelijke procedure voorzien door dit artikel werd toegepast op de beslissingen van de raad in verband hiermee. De notulen van de ver-gadering met betrekking tot deze besluiten van de raad werden meegedeeld aan de commissaris van de Vennootschap. De uittreksels van de notulen van de betreende besluiten worden hieronder integraal weergegeven:
Uittreksel uit de notulen van 10 februari 2021
“De Voorzitter van het Remuneratiecomité, Antoine Friling, vat de voorstellen van het Comité aan de Bestuurders samen als volgt: … - De individuele evaluatie van de leden van het Executief Comité werd uitvoerig besproken. Aangezien dit punt een deel van zijn be-zoldiging betreft, verklaart François Van Hoydonck, Gedelegeerd Bestuurder, dat er sprake is van een belangenconflict in zijn hoofde. Artikel 7:96 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is bijge-volg van toepassing. Hij verlaat tijdelijk de vergadering. De Bestuurders nemen kennis van de eva-luatie en de bonus voorgesteld door het Remuneratiecomité voor François Van Hoydonck voor het jaar 2020. Zij bevestigen de aanbeveling van het Remuneratiecomité. F rançois Van Hoydonck komt de vergaderzaal binnen. ... Het C omité heeft ook de discussie over de suc-cessieplanning in de SIPEF-groep voortgezet. Aangezien dit punt Petra Meekers aanbelangt, verklaart zij dat er in haar hoofde sprake is van een belangenconflict in de zin van artikel 7:96 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en verlaat zij de vergadering. Uit vorige verslagen blijkt dat de Groep goed is voorbereid op de toekomst op de verschil-lende managementniveaus in de verschillende landen, met uitzondering van de vervanging van de “President Director” in Indonesië en de Gedelegeerd Bestuurder in het Hoofdkantoor. Er werd voorgesteld dat Petra Meekers de Groep zal vervoegen als CEO van SIPEF Singapore Pte Ltd met ingang van 1 april 2021. Zij zal verantwoordelijk zijn voor de operaties in Indonesië en PNG als Chief Operating Ocer Asia-Pacific (COO APAC). Een remuneratiepakket met een totale kost van KEUR 622 werd ter goedkeuring voorgelegd. Petra wordt ook voorgedragen als lid van het Executief Comité van SIPEF vanaf 10 juni 2021. Petra heeft de vennootschap geïnformeerd dat zij, gelet op haar nieuwe uitvoerende functies in SIPEF, ontslag zal nemen uit de Raad van Bestuur op de GAV van 9 juni 2021. Petra zal een traject volgen naar een mogelijke benoe-ming als Gedelegeerd Bestuurder van SIPEF tegen september 2024. Er zullen welomschre-ven stappen zijn voor evaluatie en advies door het Remuneratiecomité aan de Raad van Bestuur als Benoemingscomité. De opvolging van de “President Director” Indonesië zal als één van de prioriteiten beschouwd worden in de komende zes maanden. De Raad k eurt unaniem deze aanbevelingen van het Remuneratiecomité goed. Petra Meekers vervoegt de vergadering weer.”
Uittreksel uit de notulen van 17 november 2021
“De Voorzitter van het Remuneratiecomité, Antoine Friling, vat de aanbevelingen van het Comité aan de Bestuurders als volgt samen: … Aangezien de volgende punten betrekking hebben op zijn individuele remuneratie, verklaart François Van Hoydonck, Gedelegeerd Bestuurder, dat er in zijn hoofde een belangenconflict bestaat, zoals bedoeld in artikel 7:96 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. François verlaat de vergadering.# SIPEF Bedrijfsverslag 2021 Corporate governance verklaring
- Uit de elfde benchmarkstudie blijkt dat de globale vaste remuneratie van de Gedelegeerd Bestuurder en de leden van het Executief Comité marktconform is en dat geen algemene aanpassing vereist is. De in 2021 ontvangen variabele vergoedingen liggen aanzienlijk lager dan het benchmarkgemiddelde, maar zijn in overeenstemming met de winstgevendheid van de Vennootschap in 2020. Gelet op de ontwikkelingen van de laatste jaren, waaronder de groei van de omvang van de Vennootschap, in combinatie met de schuldaflossing in tijden van lage palmolieprijzen, wordt evenwel aanbevolen om de jaarlijkse vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder vanaf 2022 te verhogen van KEUR 667 tot KEUR 750 (kostprijs voor de Vennootschap).
- Er wordt voorgesteld om het jaarlijkse optieplan, dat in 2011 werd opgestart, in 2021 voort te zetten. De opties zouden dezelfde kenmerken hebben als deze die vorig jaar werden toegekend, zijnde een jaarlijks aandelenoptieplan op bestaande SIPEF-aandelen en in overeenstemming met de Belgische fiscale wetgeving. Het Comité stelt voor om een totaal aantal van 20 000 aandelenopties toe te kennen aan de Gedelegeerd Bestuurder, het uitgebreide Executief Comité en de 2 Managers verantwoordelijk voor de activiteiten van SIPEF in Indonesië en Ivoorkust. De Manager verantwoordelijk voor PNG komt niet in aanmerking voor het optieprogramma aangeboden in 2021, aangezien hij zich in een overgangsfase bevindt. Eén optie geeft de begunstigde het recht om één SIPEF-aandeel te kopen, 20 000 opties komen overeen met een bedrag van ongeveer KEUR 1 120 (op basis van een beurskoers van ongeveer EUR 56 per aandeel); 6 000 opties (KEUR 336) zouden worden aangeboden aan de Gedelegeerd Bestuurder. Aangezien het in 2011 uitgegeven jaarlijkse optieplan op 23 november 2021 afloopt, is het waarschijnlijk dat de resterende 16 000 aandelen vóór die datum zullen worden uitgeoefend. Er wordt aanbevolen dat de Vennootschap alle uitstaande opties zou blijven dekken door een inkoop van eigen aandelen SIPEF tot het einde van het programma of de uitoefening zal hebben plaatsgevonden. Er wordt verondersteld dat op het jaareinde van 2021 een totaal aantal van 180 000 aandelen in portefeuille nodig zal zijn om alle opties, inclusief het plan van 2021, in te dekken. De Bestuurders, in afwezigheid van François Van Hoydonck, keuren deze laatste voorstellen van het Comité goed. François Van Hoydonck treedt opnieuw toe tot de vergadering.” Er deden zich verder geen andere gevallen van belangenconflicten voor in 2021.
9. Beleid inzake financiële transacties
De raad van bestuur heeft de gedragsregels die de bestuurders, werknemers en zelfstandige medewerkers van SIPEF dienen te respecteren bij financiële verrichtingen met effecten van de Vennootschap en zijn beleid ter voorkoming van marktmisbruik opgesteld en neergeschreven in hoofdstuk 5 van het Charter.
10. Aandeelhoudersstructuur
De aandeelhoudersstructuur van SIPEF wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van twee referentieaandeelhouders, Ackermans & van Haaren en Groep Bracht, samengesteld uit Priscilla, Theodora en Victoria Bracht en hun respectievelijke vennootschappen (Cabra P, Cabra T en Cabra V) en Cabra NV die gezamenlijk optreden in onderling overleg op grond van een aandeelhoudersovereenkomst die oorspronkelijk werd afgesloten in 2007 voor een periode van 15 jaar. Op 3 maart 2017 werd deze overeenkomst aangepast en verlengd voor een nieuwe periode van 15 jaar. Deze aandeelhoudersovereenkomst beoogt met de creatie van een stabiel aandeelhouderschap van SIPEF, de bevordering van de evenwichtige ontwikkeling en de rendabele groei van SIPEF en haar dochtervennootschappen. Ze bevat onder meer stemafspraken in verband met de benoeming van bestuurders en afspraken in verband met de overdracht van aandelen.
Op 2 juli 2020 heeft SIPEF een kennisgeving ontvangen met betrekking tot (i) een drempelonderschrijding van 10% van de stemrechten van SIPEF door Cabra NV en (ii) de wijziging van de samenstelling van de Groep Bracht. Deze bewegingen in het aandeelhouderschap van SIPEF waren het gevolg van de gedeeltelijke splitsing op 30 juni 2020 van Cabra NV door de oprichting van drie nieuwe vennootschappen: Cabra P, Cabra T en Cabra V, respectievelijk onder controle van Priscilla Bracht, Theodora Bracht en Victoria Bracht. Bij deze gedeeltelijke splitsing werden in elk van de nieuwe opgerichte vennootschappen 100 000 aandelen SIPEF ingebracht. Na deze verrichting bezat Cabra NV 9,46% van de stemrechten van SIPEF. De gedeeltelijke splitsing had geen invloed op het totaal aantal SIPEF-aandelen dat Groep Bracht aanhoudt (12,31%) en evenmin op de aandeelhoudersovereenkomst die werd afgesloten met Ackermans & van Haaren op grond waarvan deze laatste vennootschap samen met Groep Bracht de gezamenlijke controle uitoefent over SIPEF. Op basis van deze kennisgeving bezat Ackermans & van Haaren samen in overleg met Groep Bracht 46,99% van de stemmen, waarvan 34,68% in handen van Ackermans & van Haaren en het saldo in het bezit van Groep Bracht.
De relevante gegevens van deze transparantiemelding zijn terug te vinden op de website van de Vennootschap (www.sipef.com/hq/investors/shareholders-information/shareholders-structure/). Op die datum bezat geen enkele andere aandeelhouder meer dan 5% van de stemmen van SIPEF.
11. Overeenstemming met de Belgische Corporate Governance Code 2020 – “comply or explain”
Het deugdelijk bestuur van SIPEF wijkt af van een beperkt aantal aanbevelingen van de Code:
- Vergoeding van de niet-uitvoerende bestuurders: een deel van hun vergoeding bestaat niet uit aandelen van de Vennootschap die moeten worden aangehouden tot minstens één jaar na het einde van hun mandaat en minstens drie jaar na de toekenning ervan (artikel 7.6 Code).
-
Motivatie: Deze remuneratievorm wordt opgelegd door de Code opdat de niet-uitvoerende bestuurders zouden handelen met het perspectief van langetermijnaandeelhouder. De niet-uitvoerende bestuurders dienen echter de belangen van alle stakeholders te behartigen en niet enkel die van de aandeelhouders. Bovendien worden de activiteiten en de strategie van SIPEF volledig gedreven door een langetermijnvisie. De Vennootschap is dus van mening dat het overbodig is dergelijke visie door te trekken naar het remuneratiebeleid.
-
Vergoeding van de leden van het executief comité: er is geen minimumdrempel bepaald door de raad van bestuur voor aandelen die moeten aangehouden worden door de leden van het executief comité (artikel 7.9 Code).
-
Motivatie: De Vennootschap legt geen dergelijke minimumdrempel op aan de leden van het executief comité aangezien deze laatsten steeds gedreven worden door een langetermijnvisie die onlosmakelijk verbonden is met de agro-industriële activiteiten van de Groep. Deze kunnen enkel op lange termijn geëvalueerd worden, zoals blijkt uit de strategie en het bedrijfsmodel van SIPEF. Overigens is de remuneratie van de leden van het executief comité reeds gelinkt aan de performantie van de Vennootschap via de variabele vergoeding en de toekenning van aandelenopties met een looptijd van 10 jaar.
-
De raad van bestuur heeft geen secretaris van de Vennootschap aangesteld die de functies voorgeschreven door de Code uitoefent (artikel 3.19 Code).
- Motivatie: De functies voorgeschreven door artikel 3.20 van de Code worden waargenomen door de gedelegeerd bestuurder, onder begeleiding van de legal counsel van de Vennootschap.
-
De raad heeft geen benoemingscomité aangesteld; de voltallige raad van bestuur doet dienst als benoemingscomité waarvan slechts 30% is samengesteld uit onafhankelijke bestuurders en niet de meerderheid zoals vereist door de Code (artikel 4.19 Code).
- Motivatie: SIPEF is van oordeel dat de voltallige raad van bestuur beter geschikt is dan een benoemingscomité voor het voorbereiden en organiseren van de samenstelling en de successieplanning van de raad en zijn comités. Bovendien, hindert de relatief beperkte omvang van de raad - tien leden - geenszins een efficiënte beraadslaging en besluitvorming.
| 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Gemiddelde prijs SIPEF-aandeel | |||||
| Gemiddelde ruwe palmolieprijs |
(De bovenstaande tabel bevat geen numerieke data in de input, dus blijft leeg.)
SIPEF op de beurs
Beursnotering
De SIPEF-aandelen zijn genoteerd op de Brusselse aandelenbeurs sinds de oprichting van SIPEF in 1919. Momenteel zijn de aandelen genoteerd op de continumarkt van Euronext Brussels (code van het aandeel: SIP, ISIN code: BE0003898187).
De bovenstaande grafiek toont aan dat tot ongeveer midden 2020 het SIPEF-aandeel in EUR over het algemeen dezelfde trend volgde als de prijzen van ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” – CPO). Vanaf het tweede semester van 2020 is de prijs van het SIPEF-aandeel in EUR relatief stabiel gebleven, terwijl de prijzen van CPO gestegen zijn van ongeveer USD 600 per ton in juni 2020 tot USD 1 350 per ton in december. Hoewel het moeilijk is om de marktbewegingen te verklaren, is deze trendwijziging waarschijnlijk te wijten aan de wijziging van het beleid inzake export-taks en exportheffingen in Indonesië, waardoor het opwaartse effect van stijgende CPO-prijzen voor de Indonesische dochterondernemingen wordt beperkt. Bovendien is het ESG-profiel van de palmoliesector de voorbije jaren negatief geëvolueerd binnen de Europese Unie, hetgeen mogelijk ook weegt op de beurskoers van het SIPEF-aandeel.# EVOLUTIE VAN HET SIPEF AANDEEL IN EUR VERSUS DE RUWE PALMOLIEPRIJS IN USD
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
| Brutodividend (in EUR) | Pay-out ratio (in%) |
|---|---|
| 0,30 | 17% |
| 0,30 | 23% |
| 0,40 | 22% |
| 0,80 | 24% |
| 0,80 | 21% |
| 1,10 | 25% |
| 1,50 | 25% |
| 1,70 | 25% |
| 1,70 | 32% |
| 1,25 | 32% |
| 1,25 | 30% |
| 0,60 | 31% |
| 1,25 | 31% |
| 1,60 | 30% |
| 0,55 | 30% |
| 0,35 | 30% |
| 2,00 | 30% |
| Brutodividend (in EUR) | Pay-out ratio (in%) |
|---|---|
| 0,50 | 20% |
| 1,00 | 25% |
| 1,50 | 30% |
| 2,00 | 35% |
| 0,00 | 15% |
2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021
Evolutie beursgegevens van het SIPEF-aandeel (in EUR)
Dividendbeleid
Het winstuitkeringspercentage is sinds 2004 gestegen van 17% tot circa 30% in 2012. Dit percentage is over de periode 2012-2020 stabiel gebleven met uitzondering van 2019. In 2019 noteerde SIPEF een verlies zodat er voor 2020 geen dividenduitkering werd voorgesteld. Het is de intentie van SIPEF om het beleid van een dividenduitkering van ongeveer 30% van de recurrente winst van het vorige boekjaar en het saldo herinvesteren in de verdere groei van het bedrijf verder te zetten.
| 2021 | 2020 | 2019 | 2018 | 2017 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Hoogste beurskoers van het jaar | 60,80 | 56,70 | 54,80 | 65,00 | 69,84 |
| Laagste beurskoers van het jaar | 43,85 | 38,00 | 35,25 | 47,10 | 57,76 |
| Slotkoers per 31/12 | 56,90 | 43,20 | 54,80 | 48,80 | 62,80 |
| Marktkapitalisatie per 31/12 (KEUR) | 601 964 | 457 027 | 579 747 | 516 271 | 664 382 |
| Aantal aandelen per 31/12 | 10 579 328 | 10 579 328 | 10 579 328 | 10 579 328 | 10 579 328 |
| Gemiddelde aantal verhandelde aandelen per handelsdag | 5 277 | 5 956 | 5 081 | 4 967 | 5 014 |
| Gemiddelde omzet per handelsdag (KEUR) | 263 | 274 | 229 | 287 | 318 |
EVOLUTIE VAN HET DIVIDEND EN DE PAYOUT RATIO
SIPEF Bedrijfsverslag 2021
SIPEF op de beurs
Financiële kalender
De periodieke en occasionele informatie met betrekking tot de Vennootschap en tot de Groep, wordt op de volgende wijze meegedeeld, voor beurstijd:
- Donderdag 21 april 2022: tussentijds beheersverslag over de eerste drie maanden
- Donderdag 18 augustus 2022: resultaten van het eerste semester
- Donderdag 20 oktober 2022: tussentijds beheersverslag over de eerste negen maanden
- Februari 2023: resultaten van het boekjaar, samen met de commentaren over de activiteiten van de Groep
- Woensdag 7 juni 2023: volgende gewone algemene vergadering wordt gehouden om 15 uur in Kasteel Calesberg, Calesbergdreef 5, 2900 Schoten
Overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften maakt elk belangrijk voorval dat een invloed kan hebben op het resultaat van de Vennootschap en van de Groep, het onderwerp uit van een afzonderlijk persbericht.
Financiële dienstverlening
De hoofdbetaalagent is Bank Degroof Petercam.
Corporate website
De website (www.sipef.com) speelt een belangrijke rol in de financiële communicatie van SIPEF. Daarom wordt een omvangrijk deel van de corporate website gereserveerd voor investor relations. Vanaf de lancering van de vernieuwde SIPEF-website in oktober 2018, wordt verwezen naar de dagelijkse aandelenkoers en de dagelijkse CPO-prijs (www.sipef.com/hq/investors/daily-share-price-cpo-price/).
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Andere informatie over de Vennootschap
Duur
De Vennootschap bestaat voor onbepaalde duur.
Kapitaal
SIPEF heeft van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie de officiële goedkeuring ontvangen om, vanaf 1 januari 2016, de boekhouding en de jaarrekening op te stellen in Amerikaanse dollar, de functionele munt van SIPEF. Op 31 december 2021 bedroeg het volgestort maatschappelijk kapitaal USD 44 733 752,04. Het wordt vertegenwoordigd door 10 579 328 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. Alle aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen, hebben dezelfde rechten. Ieder aandeel geeft recht op één stem. SIPEF heeft geen andere categorieën van aandelen uitgegeven, zoals aandelen zonder stemrecht of bevoorrechte aandelen.
Emissie van nieuwe aandelen
Bij beslissing van de buitengewone algemene vergadering van 10 juni 2020 kwam er een verlenging met vijf jaar van de aan de raad van bestuur verleende machtiging om het kapitaal te verhogen, in een of meerdere keren ten belope van USD 44.733.752,04 volgens de in de statuten gestipuleerde modaliteiten. Die machtiging is geldig voor een periode van vijf jaar te rekenen vanaf 2 juli 2020, met name de datum van publicatie in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, hetzij tot en met 1 juli 2025.
De buitengewone algemene vergadering van 10 juni 2020 heeft beslist dat ingeval de Vennootschap een mededeling ontvangt van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) dat haar kennis is gegeven van een openbaar overnamebod op de effecten van de Vennootschap, de raad van bestuur, overeenkomstig artikel 7:202 §2, 2° van het WVV, slechts van zijn bevoegdheid inzake het toegestane kapitaal gebruik kan maken, indien voornoemde kennisgeving plaatsvindt niet later dan drie jaar na de datum van de buitengewone algemene vergadering die de betrokken bevoegdheid heeft hernieuwd, hetzij vanaf 10 juni 2020 tot en met 9 juni 2023.
SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Andere informatie over de Vennootschap
Op 31 december 2021 bedroeg het toegestaan kapitaal USD 44 733 752,04. Op basis van dat laatste bedrag kunnen ten hoogste 10 579 328 nieuwe aandelen worden uitgegeven.
Inkoop van eigen aandelen
De buitengewone algemene vergadering van 10 juni 2020 heeft de machtiging aan de raad van bestuur verlengd met een periode van vijf jaar, waardoor de raad met inachtneming van de wettelijke bepalingen een maximum aantal van 2.115.865 eigen aandelen, zijnde 20% van het geplaatst kapitaal, kan verkrijgen volgens de in de statuten vermelde modaliteiten. Die machtiging is geldig voor een periode van vijf jaar te rekenen vanaf 2 juli 2020, met name de datum van publicatie in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, tot en met 1 juli 2025.
Dezelfde buitengewone algemene vergadering heeft ook de aan de raad van bestuur verleende machtiging verlengd om eigen aandelen te verkrijgen wanneer deze inkoop noodzakelijk is om een dreigend ernstig nadeel voor de Vennootschap te voorkomen. Die machtiging is geldig voor een termijn van drie jaar, te rekenen vanaf 2 juli 2020, de datum van de publicatie in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, tot en met 1 juli 2023.
De aankopen en verkopen van eigen aandelen in 2021 worden in Toelichting 22 van dit Jaarverslag beschreven. Op 31 december 2021 heeft SIPEF 178 000 eigen aandelen (1,68% van het totale aantal uitstaande aandelen) in portefeuille, voorbestemd voor de uitoefening van toegekende en nog niet uitgeoefende opties.
Ter inzage beschikbare documenten
Algemene informatie over de Vennootschap
SIPEF beschikt over een website (www.sipef.com) waar de aandeelhouders alle informatie met betrekking tot de Vennootschap kunnen raadplegen. Deze website wordt regelmatig bijgewerkt en bevat de inlichtingen zoals bepaald in het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en het WVV. De website bevat onder meer de jaarrekeningen en jaarverslagen, alle door de Vennootschap gepubliceerde persberichten en alle nuttige en nodige informatie betreffende de algemene vergaderingen en de deelname van de aandeelhouders aan deze vergaderingen, en in het bijzonder, de door de statuten opgelegde voorwaarden die regelen op welke manier de (gewone en buitengewone) algemene vergaderingen van de aandeelhouders worden bijeengeroepen. Ten slotte worden ook de resultaten van de stemmingen en de notulen van de algemene vergaderingen gepubliceerd op de website.
SIPEF Bedrijfsverslag 2021
Andere informatie over de Vennootschap
De gecoördineerde statuten van de Vennootschap kunnen worden geraadpleegd op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel in Antwerpen, op de maatschappelijke zetel en op de website van de Vennootschap (www.sipef.com/hq/investors/shareholders-information/corporate-governance). De jaarrekening wordt neergelegd bij de Nationale Bank van België en kan worden geraadpleegd op de website van SIPEF. De besluiten met betrekking tot de benoeming en het ontslag van de leden van de organen van de Vennootschap worden bekendgemaakt in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad. De financiële berichten van de Vennootschap worden gepubliceerd in de financiële pers. De andere voor het publiek toegankelijke documenten kunnen worden geraadpleegd op de maatschappelijke zetel van de Vennootschap. Het jaarverslag van de Vennootschap wordt jaarlijks verzonden naar de aandeelhouders op naam en naar iedereen die de wens heeft uitgedrukt het verslag te ontvangen. Het is kosteloos verkrijgbaar op de maatschappelijke zetel. De jaarverslagen van de laatste drie boekjaren en alle andere in deze paragraaf vermelde documenten kunnen op de website van de Vennootschap worden geraadpleegd.
Woordenlijst
Algemeen
- ACS -- De organisatie van de ACS-landen (Afrika, Caribisch gebied en Stille Oceaan) werd in 1975 opgericht bij de Overeenkomst van Georgetown. Zij bestaat uit 79 staten, die met de Europese Unie verbonden zijn via de EU-partnerschapsovereenkomst. Eén van haar belangrijkste doelstellingen is de duurzame ontwikkeling van haar lidstaten en hun geleidelijke integratie in de wereldeconomie.
- CDM -- Het “Clean Development Mechanism” (mechanisme voor schone ontwikkeling) biedt een land met een emissiebeperking of een reductieverbintenis krachtens het Protocol van Kyoto de mogelijkheid om een emissiereductieproject in ontwikkelingslanden uit te werken. Het land kan daarmee verkoopbare gecertificeerde emissiereductiekredieten (“Certified Emission Reduction” - CER) verdienen, die elk overeenstemmen met 1 ton CO2 en die kunnen worden meegeteld om de Kyotodoelstellingen te halen.# Woordenlijst
CDM
De “Clean Development Mechanism” (CDM) is de eerste wereldwijde regeling voor milieu-investeringen en -kredieten in zijn soort en vormt een gestandaardiseerd emissiecompensatie-instrument, CER. CDM wordt beheerd door de UNFCCC (“United Nations Framework Convention of Climate Change”).
CIF Rotterdam
De CIF (“Cost, Insurance and Freight”) kostprijs is de verkoopprijs die alle kosten dekt, verzekering en vracht inbegrepen, tot aan de haven van bestemming, in dit geval Rotterdam. De koper betaalt voor de goederen afgeleverd in Rotterdam. De CIF-Rotterdam-prijs is een wereldwijde referentie in de palmoliemarkt.
CPO
Ruwe palmolie (“Crude Palm Oil”) is een eetbare olie die wordt gewonnen uit de vrucht van de oliepalm.
CSPKO
Gecertificeerde duurzame palmpitolie (“Certified Sustainable Palm Kernel Oil”) is palmpitolie die wordt geproduceerd door palmolieplantages die onaankelijk gecon- troleerd en gecertificeerd worden volgens de normen van de “Roundtable on Sustainable Palm Oil” (RSPO, rondetafel voor duurzame palmolie).
CSPO
Gecertificeerde duurzame palmolie (“Certified Sustainable Palm Oil”) is palmolie die wordt geproduceerd door palmolie- plantages die onaankelijk gecontroleerd en gecertificeerd worden volgens de normen van de RSPO.
CTC-thee
Bij het “Cut, Tear and Curl”-theeproces worden de bladeren niet gerold. In plaats daarvan worden ze verwerkt in een CTC-machine, wat leidt tot een andere soort thee dan de orthodoxe thee. Dit proces zorgt voor een snellere infusie en levert een sterkere kop zwarte thee op.
EFB
Lege vruchtentrossen (“Empty Fruit Bunches”) zijn wat overblijft van de verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) nadat de vruchten eruit zijn gehaald om te worden geperst tot palmolie.
EMS
Een milieubeheersysteem (“Environmental Management System” - EMS) is een serie processen en praktijken waar- mee een organisatie/onderneming haar milieu-impact kan terugdringen.
FFA
In palmolie komen vrije vetzuren (“Free Fatty Acids” - FFA) voor, net zoals in alle oliën. De belangrijkste FFA’s in palmolie zijn palmitinezuur en oliezuur. De kwaliteit en prijs van ruwe palmolie is aankelijk van het FFA-gehalte op het moment van verscheping.
FFB
Verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches”) zijn de palmvruchten die in trossen aan de oliepalm groeien. Deze vruchtentrossen vormen de grondstof die naar een palmolie- fabriek wordt getransporteerd voor verwerking. Daarbij wordt de palmolie uit het vruchtvlees van de vruchten uit de trossen gewonnen.
FOB Indonesia
“Free on Board” (franco aan boord): is de ver- koopprijs die aangeeft dat de verkoper betaalt voor het vervoer van de goederen naar de laadhaven, in dit geval Indonesië, plus laadkosten. De koper betaalt, naast de goederen, de kosten van de vracht, de verzekering, het lossen en het vervoer van de loshaven naar de eindbestemming.
FPIC
Vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (“Free, Prior and Informed Consent” - FPIC) is een specifiek recht dat betrekking heeft op inheemse volkeren en lokale gemeenschappen en wordt erkend in de Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van inheemse volkeren (UNDRIP). Hiermee kunnen inheemse volkeren en lokale gemeenschappen met aantoonbare gebruikersrechten over een gebied toestemming geven voor of een project weigeren dat van invloed kan zijn op hen of hun territoria.
GHG
Broeikasgassen (“Greenhouse Gases” - GHG) zijn de emissies van verschillende gassen die in de aardatmo- sfeer worden uitgestoten, onder andere kooldioxide en methaan, die bijdragen tot het broeikaseect en leiden tot temperatuurveranderingen.
GLOBALG.A.P.
Is een wereldwijd erkend programma voor land- bouwcertificatie dat de vereisten van de consumenten omzet in goede landbouwpraktijken voor uiteenlopende detailhan- delaars en hun leveranciers.
GRI
De “Global Reporting Initiative” (GRI) is een onaankelijke internationale organisatie die sinds 1997 pionier is op het gebied van duurzaamheidsrapportering. GRI helpt bedrijven en overheden over de hele wereld hun impact op cruciale duur- zaamheidskwesties zoals klimaatverandering, mensenrechten, bestuur en sociaal welzijn te begrijpen en te communiceren. Dit maakt echte actie mogelijk om voor iedereen sociale, eco- logische en economische voordelen te creëren.
HCSA
De “High Carbon Stock Approach” (benadering hoge kool- stofvoorraad) is een methodologie waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen beschermde bosgebieden en minder waardevolle terreinen met lage koolstof- en biodiversiteits- waarden die mogen worden ontwikkeld. De methodologie werd ontwikkeld met als doel de implemen- tatie van engagementen inzake "niet-ontbossing" geloofwaar- dig te maken door middel van een praktische, transparante, degelijke en wetenschappelijk onderbouwde aanpak. Deze benadering wordt algemeen aanvaard om ontbossing in de tropen te stoppen, terwijl de rechten en bestaansmiddelen van lokale volkeren worden gerespecteerd.
HCV
Het concept “High Conservation Value” (hoge natuurbe- houdswaarde of HCV) werd oorspronkelijk in 1999 door de “Forest Stewardship Council” ontwikkeld voor gebruik bij de certificatie van bosbeheer. In 2005 werd het “HCV Resource Network” opgericht en werd het toepassingsgebied uitgebreid van “HCV Forest” naar “HCV Area”. Het vormt nu een kern- principe van duurzame normen voor palmolie, soja, suiker, biobrandstoen en koolstof, en wordt veel gebruikt voor het in kaart brengen van landschappen, natuurbehoud en de planning en pleitbezorging voor natuurlijke rijkdommen.
HCVA
“High Conservation Value Areas” (natuurgebieden met hoge natuurbehoudswaarde of HCVA) worden gedefinieerd op basis van hoge HCV’s, dus biologische, ecologische, maatschap- pelijke of culturele waarden die van uitzonderlijk belang wor- den beschouwd op nationaal, regionaal of wereldwijd niveau.
HFCC
“High Forest Cover Countries” (HFCC) zijn gedefini- eerd als deze met > 60% bosbedekking (gebaseerd op recente, betrouwbare erkenning van hun "Reduction of Emissions from Deforestation and Forest Degradation" (REDD+) en nationale gegevens); < 1% oliepalmbedekking; een ontbossingstraject dat historisch laag maar stijgend of constant is; en een grensgebied dat bekend staat voor oliepalm of waar grote gebieden zijn toegewezen voor ontwikkeling.
HFCL
“High Forest Cover Landscapes” (HFCL) zijn landschappen met > 80% bosbedekking. Het “High Carbon Forest Landscape” (HCFL) -concept werd ontwikkeld door de “High Carbon Stock Approach” (HCSA) en een specifiek gedeelte in de HCSA “Toolkit” met betrekking tot HCFL wordt ontwikkeld in samenwerking met RSPO.
HGU
“Hak Guna Usaha” is een landbouwlicentie die wordt ver- leend door de Indonesische overheid.
IP
Duurzame palmolie van één identificeerbare gecertificeerde bron wordt in de hele toeleveringsketen gescheiden gehou- den van gewone palmolie. Een extractiefabriek wordt geacht “Identity Preserved” (IP) te zijn als de door de extractiefabriek verwerkte FFB aomstig zijn van plantages/estates die zijn gecertificeerd volgens de RSPO “Principles and Criteria” (RSPO P&C).
IPM
“Integrated Pest Management” (geïntegreerde plaagbe- strijding) is een ecosysteembenadering voor gewasbescher- ming waarbij verschillende beheerstrategieën en -praktijken worden gecombineerd om gezonde gewassen te telen met een minimaal gebruik van pesticiden.
ISCC
De “International Sustainability and Carbon Certification” (internationale duurzaamheids- en koolstofcertificatie) is een onaankelijke certificatieregeling die bedoeld is om aan te tonen dat biomassa en bio-energie, en andere op biomassa gebaseerde producten die worden gebruikt als ingrediënten in de voeder-, voedsel- en chemiesectoren, beantwoorden aan vereisten in verband met duurzaamheid en GHG-emissies. De regeling is bedoeld om de GHG-emissies terug te dringen, ervoor te zorgen dat er geen biomassa wordt geproduceerd op land met hoge koolstofvoorraad of hoge biodiversiteit, te zorgen voor de toepassing van goede landbouwpraktijken in verband met bodem, water en lucht, en ten slotte te zorgen voor de naleving van de mensen-, arbeids- en landrechten.
ISEAL
De “International Social and Environmental Accreditation” (ISEAL) is de wereldwijde vereniging voor geloofwaardige duurzaamheidsnormen. Deze duurzaam- heidsnormen voldoen aan de “Codes of Good Practice” en bevorderen meetbare verandering door middel van open, strikte en toegankelijke certificeringssystemen. Ze worden ondersteund door internationale accreditatie-instanties, die moeten voldoen aan erkende internationale best practices.
ISPO
Het “Indonesian Sustainable Palm Oil”-systeem is een beleid dat het ministerie van Landbouw heeft ingevoerd namens de Indonesische overheid. Het is gericht op de ver- betering van de concurrentiepositie van Indonesische palmolie op de wereldmarkt, het terugdringen van GHG, de focus op milieukwesties en de leiding van de “ISPO GHG Working Group”. De “ISPO Commission” en de “GHG Working Group” hebben samengewerkt om de berekeningsrichtlijnen voor de palmolieplantages in Indonesië op te stellen. Deze richtlijnen zullen worden gebruikt als referentie en zullen door de over- heid worden opgenomen in de nieuwste ISPO-norm.
Izin Lokasi
Deze door de Indonesische overheid uitgegeven licen- tie biedt een ontwikkelaar de mogelijkheid om grond van private eigenaren op een specifieke locatie voor een bepaald project te compenseren.
Mass Balance (MB)
Duurzame palmolie uit gecertificeerde bronnen wordt in de hele toeleveringsketen gemengd met gewone palmolie. Een palmoliefabriek wordt geacht “Mass Balance” (MB) te zijn als de palmoliefabriek FFB verwerkt van zowel RSPO-gecertificeerde als niet-gecertificeerde plantages/estates. Een extractiefabriek kan FFB afnemen van niet-gecertificeerde telers, naast de FFB van de eigen gecertificeerde plantages en die van derden.In dat geval kan alleen aanspraak worden gemaakt op MB voor het volume oliepalmproducten dat is geproduceerd door de verwerking van de gecertificeerde FFB.
NPP -- De “New Planting Procedure” (NPP) werd geïntroduceerd met als doel een kader te bieden voor de verantwoorde ontwikkeling van nieuw land voor de teelt van oliepalmen. De NPP omvat een reeks evaluaties en verificatieactiviteiten die worden uitgevoerd door zowel telers als certificeringsinstanties voordat de ontwikkeling van nieuwe oliepalmen begint. De evaluaties zorgen ervoor dat nieuwe aanplanten van oliepalmen geen negatieve invloed zullen hebben op oerbossen, HCV-gebieden (“High Conservation Value”), een hoge koolstofvoorraad (“High Carbon Stock” - HCS), kwetsbare gronden en gronden met weinig potentie of het land van de lokale bevolking. Een succesvolle implementatie van de NPP zorgt ervoor dat alle indicatoren van de RSPO “Principles and Criteria” (P&C) 2013, “Principle 7”, worden geïmplementeerd, en zijn dus in overeenstemming wanneer een nieuwe ontwikkeling opgestart wordt.
PKO -- Palmpitolie (“Palm Kernel Oil”) is een eetbare olie die afkomstig is van de pit van de oliepalmvrucht.
Plasma -- Coöperatieve programma’s voor plantageontwikkeling in Indonesië leggen oliepalmplantagebedrijven de wettelijke verplichting op om individuele boeren te helpen bij de ontwikkeling van hun landbouwgrond en de met oliepalmen beplante arealen, de ‘plasma’-zones, te beheren. Hun productie wordt vermeld als ‘derden’ in de productiecijfers van de Groep.
POIG -- De “Palm Oil Innovation Group” (POIG) is een multi-stakeholder initiatief dat ernaar streeft om verantwoorde werkwijzen in de palmolieproductie over te nemen door belangrijke spelers in de toeleveringsketen, door geloofwaardige en verifieerbare standaarden te ontwikkelen en te delen die voortbouwen op de “Roundtable on Sustainable Palm Oil” (RSPO) en het creëren en het bevorderen van innovaties. Het initiatief, opgericht in 2013, werd ontwikkeld in samenwerking met vooraanstaande ngo's en met vooruitstrevende palmolieproducenten.
POME -- “Palm Oil Mill Effluent” is afvalwater dat wordt gegenereerd door de activiteiten van palmoliefabrieken. Met zijn hoge organisch gehalte vormt POME een bron met groot potentieel voor biogasproductie en/of compostering.
Rainforest Alliance -- De “Rainforest Alliance” (regenwoudalliantie) is een internationale non-profit organisatie die actief is op het raakvlak tussen bedrijven, landbouw en bosbouw, om verantwoorde bedrijfspraktijken tot het nieuwe normaal te maken en certificeringen uitreikt. Het is een alliantie van bedrijven, landbouwers, bosbouwers, gemeenschappen en consumenten die ernaar streven een wereld te creëren waar mensen en natuur in harmonie kunnen gedijen.
118 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
RSPO -- De “Roundtable on Sustainable Palm Oil” (rondetafel voor duurzame palmolie) is een wereldwijde non-profit certificatieregeling die stakeholders uit de palmoliesector samenbrengt: palmolieproducenten, -verwerkers of -handelaren, producenten van consumentengoederen, detailhandelaren, banken/investeerders en ecologische en maatschappelijke niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), om wereldwijde normen voor duurzame palmolie te ontwikkelen en toe te passen. Er is een serie ecologische en maatschappelijke criteria ontwikkeld, die de bedrijven moeten naleven als ze “Certified Sustainable Palm Oil” (CSPO) willen produceren. Indien correct toegepast, kunnen deze criteria helpen om de negatieve impact van de palmolieteelt op het milieu en de gemeenschappen in palmolieproducerende regio’s tot een minimum te beperken. De RSPO-leden hebben zich ertoe verbonden duurzame, door de RSPO gecertificeerde palmolie te produceren, te kopen en/of te gebruiken.
RSS -- “Ribbed Smoked Sheets” (vaak aangeduid met RSS 1 tot 5) is natuurrubber dat rechtstreeks afkomstig is van de latex van rubberbomen. De gecoaguleerde latex, in vellen uitgerold, worden gesorteerd op basis van bepaalde parameters na het roken en drogen en vervolgens in balen verpakt. De aanduiding 1 tot 5 wijst op de zuiverheid van het vel. De RSS3 die in Indonesië geproduceerd wordt, wordt voornamelijk gebruikt voor banden en binnenbanden.
SAN -- Het “Sustainable Agriculture Network” (SAN) is een coalitie van non-profit natuurbeschermingsorganisaties in Amerika, Afrika, Europa en Azië die de ecologische en sociale duurzaamheid van landbouwactiviteiten promoten door de ontwikkeling van normen voor beste praktijken, certificering en training voor boeren op het platteland over de hele wereld. Hun visie over de wereld is er één waar landbouwactiviteiten bijdragen aan het behoud van biodiversiteit en duurzaam levensonderhoud. Hun missie is om een wereldwijd netwerk te zijn dat de landbouw omzet in een duurzame activiteit.
SDG’s -- De “Sustainable Development Goals” (SDG's), ook bekend als de “Global Goals”, werden in 2015 door alle lidstaten van de Verenigde Naties aangenomen als een universele oproep tot actie om armoede te beëindigen, de planeet te beschermen en ervoor te zorgen dat alle mensen tegen 2030 van vrede en welvaart genieten. De 17 SDG's zijn geïntegreerd— dat wil zeggen, zij erkennen dat actie op het ene gebied de resultaten op het andere zal beïnvloeden, en dat ontwikkeling een evenwicht moet vinden tussen sociale, economische en ecologische duurzaamheid.
SIR -- “Standard Indonesian Rubber”. De verschillende parameters worden gespecificeerd met nummers en letters die de specificaties bepalen (vuil, as, viscositeit, enz.). Volgens de specificaties van de SNI (“Indonesian National Standard”) wijst SIR 10 op een zuiverder rubber met minder onzuiverheden dan SIR 20 en SIR3CV60 vertegenwoordigt een hogere viscositeit dan SIR3CV50 rubber.
SOP -- “Standard Operating Procedures” (standaard werkprocedures): stapsgewijze instructies die door een organisatie of bedrijf zijn opgesteld over hoe een proces werkt, om werknemers te helpen bij het uitvoeren van routinehandelingen.
SPOTT -- De “Sustainability Policy Transparency Toolkit” (SPOTT) is een gratis online platform dat duurzame productie en handel van grondstoffen ondersteunt. Door transparantie bij te houden, stimuleert SPOTT de implementatie van corporate best practices. SPOTT evalueert grondstoffenproducenten en -handelaren op hun openbare communicatie betreffende hun organisatie, beleid en praktijken met betrekking tot milieu-, sociale en bestuurskwesties.
UNFCCC -- Het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (“United Nations Framework Convention on Climate Change” - UNFCCC) is een internationaal milieuverdrag waarover is onderhandeld tijdens de VN-conferentie over milieu en ontwikkeling (UNCED), informeel bekend als de “Earth Summit”, die van 3 tot 14 juni 1992 in Rio de Janeiro werd gehouden. Het doel van het UNFCCC is om de broeikasgasconcentraties (“greenhouse gas” - GHG) in de atmosfeer te stabiliseren op een niveau dat gevaarlijke menselijke interferentie met het klimaatsysteem zal voorkomen, in een tijdsbestek waarin ecosystemen zich op natuurlijke wijze zullen kunnen aanpassen en welke duurzame ontwikkeling mogelijk maakt.
119 SIPEF Bedrijfsverslag 2021 Woordenlijst
Financieel
IFRS terminologie
Biologische activa - dragende planten -- De dragende planten (bomen, theestruiken, bananenplanten,…) waarop de biologische productie groeit.
Biologische activa - groeiende biologische productie -- Het geoogst product afkomstig van biologische activa - dragende planten.
Dochterondernemingen -- Integraal geconsolideerde entiteiten onder SIPEF-controle.
Geassocieerde ondernemingen -- De entiteiten waarin SIPEF een belangrijke invloed heeft en die verwerkt worden volgens de vermogensmutatiemethode.
Gewone winst per aandeel -- Nettoresultaat voor de periode (aandeel van de Groep) / gemiddeld aantal uitstaande aandelen gedurende de periode.
Joint ventures -- Entiteiten die gezamenlijk worden gecontroleerd. Deze bedrijven worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.
KGE -- Kas genererende eenheid of kasstroom genererende eenheid.
Netto financiële positie -- Rentedragende financiële schulden op meer dan één jaar + rentedragende financiële schulden die binnen het jaar vervallen - geldmiddelen en kasequivalenten.
Verwaterde winst per aandeel -- Nettoresultaat voor de periode (aandeel van de Groep) / [gemiddeld aantal uitstaande aandelen tijdens de periode - eigen aandelen + (aantal mogelijke nieuwe aandelen dat moet worden uitgegeven in het kader van de bestaande uitstaande aandelenoptieplannen x verwateringseffect van de aandelen optieplannen)].
Financiële prestatiemaatstaven
EBIT -- Bedrijfsresultaten + winst/verlies van geassocieerde ondernemingen.
EBITDA -- EBIT + afschrijvingen en bijkomende op- en afwaarderingen op activa.
Marktkapitalisatie -- Slotkoers x totaal aantal uitstaande aandelen.
Werkkapitaal -- Voorraden + handelsvorderingen + overige vorderingen + terug te vorderen belastingen - handelsschulden - belastingsschulden - overige schulden.# The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Annex
Producties van de Groep (in ton)
GEPRODUCEERDE VERSE VRUCHTENTROSSEN
| YTD 2021 | YTD 2020 | % WIJZIGING | |
|---|---|---|---|
| EIGEN | |||
| Indonesië | 1 019 009 | 950 854 | 7,17% |
| Tolan Tiga groep | 297 229 | 298 757 | -0,51% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 224 429 | 206 984 | 8,43% |
| Agro Muko groep | 396 782 | 362 545 | 9,44% |
| South Sumatra groep | 100 568 | 82 567 | 21,80% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 366 849 | 269 616 | 36,06% |
| Hargy Oil Palms Ltd | 366 849 | 269 616 | 36,06% |
| TOTAAL EIGEN | 1 385 858 | 1 220 470 | 13,55% |
| DERDEN | |||
| Indonesië | 40 848 | 28 652 | 42,57% |
| Tolan Tiga groep | 6 963 | 2 408 | 189,20% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 752 | 1 925 | -60,95% |
| Agro Muko groep | 18 277 | 16 386 | 11,54% |
| South Sumatra groep | 14 855 | 7 933 | 87,25% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 232 134 | 209 791 | 10,65% |
| Hargy Oil Palms Ltd | 232 134 | 209 791 | 10,65% |
| TOTAAL DERDEN | 272 982 | 238 443 | 14,49% |
| TOTAAL GEPRODUCEERDE VERSE VRUCHTENTROSSEN | 1 658 840 | 1 458 913 | 13,70% |
VERKOCHTE VERSE VRUCHTENTROSSEN
| YTD 2021 | YTD 2020 | % WIJZIGING | |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 55 116 | 52 969 | 4,05% |
| Tolan Tiga groep | 2 231 | 2 109 | 00,92% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 41 532 | 42 095 | -1,34% |
| Agro Muko groep | 4 628 | 1 875 | 146,83% |
| South Sumatra groep | 6 726 | 8 996 | -25,24% |
| TOTAAL VERKOCHTE VERSE VRUCHTENTROSSEN | 55 116 | 52 969 | 4,05% |
OLIEEXTRACTIERATIO
| YTD 2021 | YTD 2020 | % WIJZIGING | |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 23,0% | 22,8% | 0,87% |
| Tolan Tiga groep | 22,7% | 22,5% | 0,89% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 23,3% | 23,1% | 0,84% |
| Agro Muko groep | 23,1% | 23,1% | 0,07% |
| South Sumatra groep | 22,6% | 21,5% | 4,90% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 25,6% | 24,6% | 3,81% |
| Hargy Oil Palms Ltd | 25,6% | 24,6% | 3,81% |
| TOTAAL OLIEEXTRACTIERATIO | 24,0% | 23,4% | 2,28% |
VERWERKTE VERSE VRUCHTENTROSSEN
| YTD 2021 | YTD 2020 | % WIJZIGING | |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 1 004 740 | 926 537 | 8,44% |
| Tolan Tiga groep | 301 961 | 301 163 | 0,27% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 183 649 | 166 814 | 10,09% |
| Agro Muko groep | 410 431 | 377 056 | 8,85% |
| South Sumatra groep | 108 698 | 81 504 | 33,37% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 598 983 | 479 407 | 24,94% |
| Hargy Oil Palms Ltd | 598 983 | 479 407 | 24,94% |
| TOTAAL VERWERKTE VERSE VRUCHTENTROSSEN | 1 603 723 | 1 405 944 | 14,07% |
PALMPITTEN
| YTD 2021 | YTD 2020 | % WIJZIGING | |
|---|---|---|---|
| EIGEN | |||
| Indonesië | 44 445 | 42 867 | 3,68% |
| Tolan Tiga groep | 16 135 | 16 255 | -0,73% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 7 412 | 6 754 | 9,75% |
| Agro Muko groep | 17 519 | 17 036 | 2,84% |
| South Sumatra groep | 3 378 | 2 822 | 19,69% |
| TOTAAL EIGEN | 44 445 | 42 867 | 3,68% |
| DERDEN | |||
| Indonesië | 1 498 | 1 162 | 28,93% |
| Tolan Tiga groep | 225 | 113 | 98,68% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 10 | 22 | -55,58% |
| Agro Muko groep | 777 | 720 | 7,95% |
| South Sumatra groep | 486 | 306 | 58,68% |
| TOTAAL DERDEN | 1 498 | 1 162 | 28,93% |
| TOTAAL PALMPITTEN | 45 943 | 44 028 | 4,35% |
PALMOLIE
| YTD 2021 | YTD 2020 | % WIJZIGING | |
|---|---|---|---|
| EIGEN | |||
| Indonesië | 222 509 | 205 040 | 8,52% |
| Tolan Tiga groep | 67 550 | 67 310 | 0,36% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 42 733 | 38 413 | 11,25% |
| Agro Muko groep | 90 895 | 83 545 | 8,80% |
| South Sumatra groep | 21 331 | 15 772 | 35,25% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 94 231 | 66 432 | 41,85% |
| Hargy Oil Palms Ltd | 94 231 | 66 432 | 41,85% |
| TOTAAL EIGEN | 316 740 | 271 472 | 16,68% |
| DERDEN | |||
| Indonesië | 8 466 | 6 121 | 38,31% |
| Tolan Tiga groep | 1 094 | 549 | 99,29% |
| Umbul Mas Wisesa groep | 59 | 132 | -54,93% |
| Agro Muko groep | 4 103 | 3 671 | 11,76% |
| South Sumatra groep | 3 209 | 1 769 | 81,43% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 58 972 | 51 691 | 14,09% |
| Hargy Oil Palms Ltd | 58 972 | 51 691 | 14,09% |
| TOTAAL DERDEN | 67 438 | 57 812 | 16,65% |
| TOTAAL PALMOLIE | 384 178 | 329 284 | 16,67% |
PALMPITOLIE
| YTD 2021 | YTD 2020 | % WIJZIGING | |
|---|---|---|---|
| Papoea-Nieuw-Guinea | 12 251 | 9 397 | 30,38% |
| Hargy Oil Palms Ltd - Eigen | 7 437 | 5 294 | 40,47% |
| Hargy Oil Palms Ltd - Derden | 4 814 | 4 102 | 17,35% |
| TOTAAL PALMPITOLIE | 12 251 | 9 397 | 30,38% |
RUBBER
| YTD 2021 | YTD 2020 | % WIJZIGING | |
|---|---|---|---|
| EIGEN | |||
| Indonesië | 3 182 | 5 300 | -39,96% |
| Tolan Tiga groep | 599 | 918 | -34,78% |
| Melania* | 1 186 | 2 695 | -55,99% |
| Agro Muko | 1 397 | 1 686 | -17,16% |
| TOTAAL EIGEN | 3 182 | 5 300 | 39,96% |
| DERDEN | |||
| Indonesië | 645 | 711 | -9,28% |
| Tolan Tiga groep | 645 | 711 | -9,28% |
| TOTAAL DERDEN | 645 | 711 | 9,28% |
| TOTAAL RUBBER | 3 827 | 6 011 | 36,33% |
THEE
| YTD 2021 | YTD 2020 | % WIJZIGING | |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 965 | 2 762 | -65,06% |
| Melania - Eigen* | 829 | 2 664 | -68,88% |
| Melania - Derden* | 136 | 98 | 38,78% |
| TOTAAL THEE | 965 | 2 762 | 65,06% |
BANANEN
| YTD 2021 | YTD 2020 | % WIJZIGING | |
|---|---|---|---|
| Ivoorkust | 32 200 | 31 158 | 3,34% |
| Azaguie 1 | 5 600 | 5 152 | 8,70% |
| Azaguie 2 | 7 512 | 8 447 | -11,07% |
| Agboville | 9 507 | 8 988 | 5,77% |
| Motobé | 9 581 | 8 571 | 11,78% |
| TOTAAL BANANEN | 32 200 | 31 158 | 3,34% |
- PT Melania rubber- en theeproducties zijn slechts voor 4 maanden opgenomen omwille van de verkoop van PT Melania per 30/04/2021
Beplante oppervlakten (in hectaren)
Totale beplante oppervlakten van de geconsolideerde ondernemingen exclusief PT Timbang Deli.
| MATUUR | IMMATUUR | BEPLANT | MATUUR | IMMATUUR | BEPLANT | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2021 | 2021 | 2021 | 2020 | 2020 | 2020 | |
| OLIEPALMEN | 64 181 | 12 982 | 77 163 | 63 489 | 12 984 | 76 473 |
| Indonesië | 51 312 | 12 245 | 63 558 | 50 745 | 12 040 | 62 785 |
| Tolan Tiga groep | 12 027 | 875 | 12 902 | 12 383 | 581 | 12 963 |
| PT Tolan Tiga | 7 322 | 493 | 7 816 | 7 452 | 375 | 7 827 |
| PT Eastern Sumatra | 2 631 | 280 | 2 911 | 2 716 | 205 | 2 921 |
| PT Kerasaan | 2 073 | 102 | 2 175 | 2 215 | 0 | 2 215 |
| Umbul Mas Wisesa groep | 9 937 | 0 | 9 937 | 9 938 | 6 | 9 944 |
| PT Umbul Mas Wisesa | 7 056 | 0 | 7 056 | 7 063 | 0 | 7 063 |
| PT Toton Usaha Mandiri | 1 135 | 0 | 1 135 | 1 135 | 0 | 1 135 |
| PT Citra Sawit Mandiri | 1 746 | 0 | 1 746 | 1 740 | 6 | 1 746 |
| Agro Muko groep | 19 154 | 1 979 | 21 133 | 18 891 | 2 196 | 21 087 |
| PT Agro Muko | 16 332 | 1 508 | 17 839 | 16 045 | 1 877 | 17 922 |
| PT Mukomuko Agro Sejahtera | 2 822 | 471 | 3 294 | 2 847 | 319 | 3 166 |
| South Sumatra groep | 10 194 | 9 391 | 19 586 | 9 532 | 9 258 | 18 790 |
| PT Agro Kati Lama | 3 638 | 538 | 4 176 | 3 373 | 616 | 3 989 |
| PT Agro Muara Rupit | 3 294 | 2 355 | 5 649 | 2 377 | 3 082 | 5 459 |
| PT Agro Rawas Ulu | 1 816 | 728 | 2 543 | 1 546 | 906 | 2 452 |
| PT Dendymarker Indah Lestari | 1 447 | 5 770 | 7 217 | 2 236 | 4 654 | 6 890 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 12 869 | 736 | 13 605 | 12 744 | 944 | 13 689 |
| Hargy Oil Palms Ltd | 12 869 | 736 | 13 605 | 12 744 | 944 | 13 689 |
| RUBBER | 1 954 | 0 | 1 954 | 4 142 | 674 | 4 816 |
| Indonesië | 1 954 | 0 | 1 954 | 4 142 | 674 | 4 816 |
| Tolan Tiga groep | 696 | 0 | 696 | 2 778 | 674 | 3 452 |
| PT Bandar Sumatra | 696 | 0 | 696 | 767 | 0 | 767 |
| PT Melania | 0 | 0 | 0 | 2 011 | 674 | 2 685 |
| Agro Muko groep | 1 258 | 0 | 1 258 | 1 363 | 0 | 1 363 |
| PT Agro Muko | 1 258 | 0 | 1 258 | 1 363 | 0 | 1 363 |
| THEE | 0 | 0 | 0 | 1 744 | 43 | 1 786 |
| Indonesië | 0 | 0 | 0 | 1 744 | 43 | 1 786 |
| PT Melania | 0 | 0 | 0 | 1 744 | 43 | 1 786 |
| BANANEN | 794 | 0 | 794 | 780 | 0 | 780 |
| Ivoorkust | 794 | 0 | 794 | 780 | 0 | 780 |
| Plantations J. Eglin SA | 794 | 0 | 794 | 780 | 0 | 780 |
| ANANASBLOEMEN | 23 | 8 | 31 | 30 | 8 | 38 |
| Ivoorkust | 23 | 8 | 31 | 30 | 8 | 38 |
| Plantations J. Eglin SA | 23 | 8 | 31 | 30 | 8 | 38 |
| TOTAAL | 66 952 | 12 989 | 79 942 | 70 184 | 13 709 | 83 893 |
Beplante oppervlakten (in hectaren)
Totale beplante oppervlakten van de geconsolideerde ondernemingen (deel van de Groep) exclusief PT Timbang Deli.
| TOTAAL BELANGEN % | DEEL VAN DE GROEP | |
|---|---|---|
| OLIEPALMEN | 77 163 93,04% | 71 790 |
| Indonesië | 63 558 91,55% | 58 185 |
| Tolan Tiga groep | 12 902 87,04% | 11 230 |
| PT Tolan Tiga | 7 816 95,00% | 7 425 |
| PT Eastern Sumatra | 2 911 90,25% | 2 627 |
| PT Kerasaan | 2 175 54,15% | 1 178 |
| Umbul Mas Wisesa groep | 9 937 94,90% | 9 430 |
| PT Umbul Mas Wisesa | 7 056 94,90% | 6 696 |
| PT Toton Usaha Mandiri | 1 135 94,90% | 1 077 |
| PT Citra Sawit Mandiri | 1 746 94,90% | 1 657 |
| Agro Muko groep | 21 133 89,55% | 18 924 |
| PT Agro Muko | 17 839 90,25% | 16 100 |
| PT Mukomuko Agro Sejahtera | 3 294 85,74% | 2 824 |
| South Sumatra groep | 19 586 94,97% | 18 601 |
| PT Agro Kati Lama | 4 176 95,00% | 3 968 |
| PT Agro Muara Rupit | 5 649 94,90% | 5 361 |
| PT Agro Rawas Ulu | 2 543 95,00% | 2 416 |
| PT Dendymarker Indah Lestari | 7 217 95,00% | 6 856 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 13 605 100,00% | 13 605 |
| Hargy Oil Palms Ltd | 13 605 100,00% | 13 605 |
| RUBBER | 1 954 90,25% | 1 763 |
| Indonesië | 1 954 90,25% | 1 763 |
| Tolan Tiga groep | 696 90,25% | 628 |
| PT Bandar Sumatra | 696 90,25% | 628 |
| PT Melania | 0 0,00% | 0 |
| Agro Muko groep | 1 258 90,25% | 1 135 |
| PT Agro Muko | 1 258 90,25% | 1 135 |
| THEE | 0 0,00% | 0 |
| Indonesië | 0 0,00% | 0 |
| PT Melania | 0 0,00% | 0 |
| BANANEN | 794 100,00% | 794 |
| Ivoorkust | 794 100,00% | 794 |
| Plantations J. Eglin SA | 794 100,00% | 794 |
| ANANASBLOEMEN | 31 100,00% | 31 |
| Ivoorkust | 31 100,00% | 31 |
| Plantations J. Eglin SA | 31 100,00% | 31 |
| TOTAAL | 79 942 93,04% | 74 378 |
Ouderdomsstructuur (in hectaren)
| JAAR | TOLAN TIGA GROEP | UMBUL MAS WISESA GROEP | AGRO MUKO GROEP | SOUTH SUMATRA GROEP | HARGY OIL PALMS | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|
| OLIEPALMEN | ||||||
| 2021 | 597 | 0 | 1 192 | 2 904 | 673 | 5 365 |
| 2020 | 0 | 0 | 118 | 3 241 | 135 | 3 494 |
| 2019 | 278 | 0 | 1 526 | 3 246 | 263 | 5 314 |
| 2018 | 303 | 0 | 1 067 | 2 761 | 547 | 4 676 |
| 2017 | 399 | 45 | 971 | 2 624 | 596 | 4 635 |
| 2016 | 328 | 185 | 397 | 2 302 | 219 | 3 431 |
| 2015 | 679 | 69 | 1 080 | 1 114 | 741 | 3 682 |
| 2014 | 709 | 0 | 1 011 | 686 | 1 387 | 3 793 |
| 2013 | 434 | 0 | 1 244 | 301 | 947 | 2 926 |
| 2012 | 745 | 202 | 1 505 | 117 | 1 628 | 4 198 |
| 2011 | 754 | 755 | 26 | 0 | 811 | 2 346 |
| 2010 | 625 | 1 525 | 387 | 0 | 619 | 3 156 |
| 2009 | 103 | 1 658 | 573 | 0 | 294 | 2 627 |
| 2008 | 397 | 1 954 | 332 | 0 | 239 | 2 921 |
| 2007 | 319 | 2 152 | 578 | 0 | 1 563 | 4 612 |
| 2006 | 619 | 365 | 1 063 | 0 | 928 | 2 975 |
| 2005 | 551 | 1 004 | 557 | 0 | 190 | 2 301 |
| 2004 | 133 | 0 | 759 | 0 | 159 | 1 051 |
| 2003 | 750 | 0 | 120 | 0 | 148 | 1 018 |
| 2002 | 470 | 0 | 63 | 0 | 330 | 863 |
| 2001 | 296 | 0 | 585 | 0 | 774 | 1 655 |
| 2000 | 302 | 0 | 1 129 | 263 | 243 | 1 936 |
| 1999 | 370 | 0 | 1 672 | 27 | 173 | 2 242 |
| 1998 | 426 | 0 | 1 522 | 0 | 0 | 1 948 |
| 1997 | 753 | 0 | 0 | 0 | 0 | 753 |
| Voor 1997 | 1 564 | 24 | 1 657 | 0 | 0 | 3 244 |
| 12 902 | 9 937 | 21 133 | 19 585 | 13 605 | 77 163 | |
| Gemiddelde leeftijd | 13,90 | 12,60 | 12,44 | 3,12 | 10,18 | 9,94 |
Historische gegevens over 5 jaar
| ACTIVITEITEN | 2021 | 2020 | 2019 | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|---|---|
| Totale eigen productie van de geconsolideer- de ondernemingen (in ton) | |||||
| Palmolie | 316 740 | 271 472 | 264 641 | 290 441 | 272 312 |
| Rubber | 3 182 | 5 300 | 5 495 | 6 930 | 6 964 |
| Thee | 829 | 2 644 | 2 331 | 2 422 | 2 402 |
| Bananen | 32 200 | 31 158 | 32 849 | 27 788 | 29 772 |
| Gemiddelde wereldmarktprijzen (USD/ton) | |||||
| Palmolie* | 1 195 | 715 | 566 | 598 | 715 |
| Rubber** | 2 071 | 1 728 | 1 640 | 1 565 | 1 995 |
| Thee** | 2 112 | 2 004 | 2 226 | 2 579 | 2 804 |
| Bananen*** | 616 | 628 | 662 | 647 | 684 |
| Eigen FFB productie (in ton/ha) | |||||
| Indonesië | 19,86 | 18,74 | 19,52 | 20,60 | 22,36 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 28,51 | 21,16 | 20,79 | 28,25 | 27,21 |
| Palmolie-extractie-% | |||||
| Indonesië | 22,99% | 22,79% | 23,23% | 22,73% | 22,80% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 25,58% | 24,64% | 23,35% | 24,36% | 24,64% |
BEURSNOTERINGEN (IN EUR)
| 2021 | 2020 | 2019 | 2018 | 2017 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Maximum | 60,80 | 56,70 | 54,80 | 65,00 | 69,84 |
| Minimum | 43,85 | 38,00 | 35,25 | 47,10 | 57,76 |
| Slotkoers 31/12 | 56,90 | 43,20 | 54,80 | 48,80 | 62,80 |
Beurskapitalisatie op 31/12 (in KEUR)
| 601 964 | 457 027 | 579 747 | 516 271 | 664 382 |
- Oil World prijsdata
** Wereldbank grondstoffenprijzen - updated database
*** CIRAD prijsdata (in EUR)# Operationele vaste activa
Operationele vaste activa = biologische activa - dragende planten, andere materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen
RESULTATEN
(IN KUSD)
| 2021 | 2020 | 2019 | 2018 | 2017 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 416 053 | 274 027 | 248 310 | 275 270 | 321 641 |
| Brutowinst | 169 218 | 62 357 | 37 162 | 72 096 | 120 474 |
| Bedrijfsresultaat | 139 416 | 30 778 | 4 940 | 50 065 | 169 585 |
| Aandeel van de groep in het resultaat | 93 749 | 14 122 | - 8 004 | 30 089 | 139 663 |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten na belastingen | 160 311 | 73 262 | 33 988 | 36 221 | 119 853 |
| Vrije kasstroom | 112 270 | 21 299 | - 27 751 | - 12 912 | - 16 512 |
BALANS
(IN KUSD)
| 2021 | 2020 | 2019 | 2018 | 2017 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Operationele vaste activa (1) | 667 267 | 670 637 | 665 413 | 640 435 | 614 351 |
| Eigen vermogen deel Groep | 727 329 | 638 688 | 628 686 | 644 509 | 634 636 |
| Netto financiële activa (+) / verplichtingen (-) | - 49 192 | - 151 165 | - 164 623 | - 121 443 | - 83 697 |
| Investeringen in immateriële en operationele vaste activa (1) | 68 692 | 51 763 | 66 546 | 69 428 | 59 625 |
129 SIPEF Bedrijfsverslag 2021 Annex
GEGEVENS PER AANDEEL
(IN USD)
| 2021 | 2020 | 2019 | 2018 | 2017 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Aantal uitgegeven aandelen | 10 579 328 | 10 579 328 | 10 579 328 | 10 579 328 | 10 579 328 |
| Eigen aandelen | 178 000 | 160 000 | 160 000 | 143 300 | 124 000 |
| Eigen vermogen | 69,93 | 61,30 | 60,34 | 61,76 | 60,70 |
| Gewone winst per aandeel (2) | 9,00 | 1,36 | -0,77 | 2,88 | 14,21 |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten na belastingen (2) | 15,39 | 7,03 | 3,26 | 3,46 | 12,20 |
| Vrije kasstroom (2) | 10,78 | 2,04 | -2,66 | -1,24 | -1,68 |
(2) Noemer 2021 = gewogen gemiddelde aantal uitgegeven aandelen (10 418 431 aandelen)
130 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
DEEL 2 - FINANCIËLE STATEN
Jaarverslag 2021
Inhoud
- Commentaar bij de geconsolideerde financiële staten............................ 2
- Geconsolideerde balans .......................................................................... 8
- Geconsolideerde winst- en verliesrekening ............................................. 10
- Overzicht van het geconsolideerd totaalresultaat ...................................... 11
- Geconsolideerd kasstroomoverzicht .......................................................... 12
- Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen ......................... 13
- Toelichting .......................................................................................... 14
1 - Identificatie ................................................................................... 14
2 - Verklaring van overeenstemming ........................................................ 14
3 - Waarderingsregels .......................................................................... 14
4 - Gebruik van schattingen en beoordelingen ......................................... 21
5 - Groepsondernemingen /consolidatiekring .......................................... 22
6 - Wisselkoersen ............................................................................... 22
7 - Operationeel resultaat en segmentinformatie ...................................... 23
8 - Goodwill en immateriële vaste activa ................................................ 27
9 - Biologische activa - dragende planten ............................................... 30
10 - Andere materiële vaste activa ......................................................... 31
11 - Vorderingen op langer dan één jaar ................................................. 34
12 - Voorraden ..................................................................................... 34
13 - Biologische activa .......................................................................... 34
14 - Overige vlottende vorderingen en overige schulden ............................ 35
15 - Eigen vermogen deel groep ............................................................. 35
16 - Minderheidsbelangen ..................................................................... 37
17 - Voorzieningen .............................................................................. 38
18 - Pensioenverplichtingen ................................................................. 38
19 - Netto financiële activa/ (verplichtingen) ........................................... 40
20 - Overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) ............................................. 42
21 - Financieel resultaat ...................................................................... 42
22 - Aandelenoptieplannen ................................................................... 42
23 - Winstbelastingen ......................................................................... 43
24 - Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures ......... 45
25 - Variatie bedrijfskapitaal ................................................................ 47
26 - Financiële instrumenten ................................................................. 47
27 - Leasing ........................................................................................ 53
28 - Verbintenissen en buiten balans rechten en verplichtingen ................. 54
29 - Informatieverschang over verbonden partijen ................................... 55
30 - Bedrijfscombinaties, verwervingen en afstotingen ............................ 55
31 - Winst per aandeel (gewone en verwaterde) ...................................... 57
32 - Gebeurtenissen na balansdatum ..................................................... 57
33 - Prestaties geleverd door de auditor en gerelateerde vergoedingen ..... 58
34 - Covid-19 .................................................................................... 58 - Verslag van de commissaris inzake de geconsolideerde jaarrekening ........ 59
- Beknopte jaarrekening van de moedermaatschappij ................................... 66
- Beknopte balans ............................................................................ 67
- Beknopte resultatenrekening .......................................................... 68
- Resultaatverwerking ...................................................................... 68
- ESEF informatie .................................................................................. 72
- Verantwoordelijke personen .................................................................. 73
- Voor meer inlichtingen ......................................................................... 74
SIPEF Financiële staten 2021
Commentaar bij de geconsolideerde financiële staten
De geconsolideerde financiële staten over het boekjaar 2021 worden opgesteld overeenkomstig de “International Financial Reporting Standards” (IFRS).
Balans
Met uitzondering van de sterke daling van de nettokaspositie door de uitstekende vrije kasstroom, hadden de voornaamste bewegingen in de balansposities verband met de deconsolidatie van PT Melania. In toelichting 30 wordt naast de impact op de winst- en verliesrekening van deze verrichting ook de impact op de diverse balans- posten samengevat. De verlaging van de biologische activa – dragende planten (KUSD 8 456) is het gevolg van de decon- solidatie van PT Melania (KUSD 12 482) en de versnelde afschrijving in PT Dendymarker op eerder dan voorziene herplanting (KUSD 4 229). De andere vaste activa kenden een lichte stijging door de versnelde uitvoering van het investerings- budget in het tweede semester, waarbij de inves- teringen de afschrijvingen overschreden. De vorderingen op meer dan een jaar namen toe door de toekenning van leningen aan de plasma- houders in Zuid-Sumatra voor de financiering van hun nieuwe aanplanten. De activa aangehouden voor verkoop van KUSD 13 520 (55% van KUSD 24 582) betreffen de geschatte nettoverkoopwaarde van het deel van PT Melania dat nog door de Groep wordt aange- houden tot alle voorwaarden voor een definitieve verkoop vervuld zijn. De ontvangen voorschotten op meer dan 1 jaar hebben betrekking op de verkoop van 40% van de aandelen in PT Melania. Ze omvatten het verschil tussen het ontvangen bedrag (KUSD 19 000) en de som van de waarde van 40% van de aandelen van PT Melania (KUSD 9 833) die werden overgedragen en de sinds de overdracht betaalde bedragen voor de hernieuwing van de concessierechten, pensioenuitkeringen en de financiering van de theeactiviteiten (KUSD 1 922). Van het totaal resterende voorschot van KUSD 7245 wordt verwacht dat KUSD 2415 gebruikt zal worden binnen het jaar en KUSD 4830 gebruikt zal worden na meer dan één jaar.
2 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
De netto vlottende activa, liquiditeiten niet inbe- grepen, kenden vier belangrijke bewegingen, zon- der enige invloed op de algemene structuur van de balans:
* een stijging van de voorraden, biologische activa en handelsvorderingen met KUSD 25325;
* een toename met KUSD 24 956 van de net- tobelastingschulden. Dit is het resultaat van te weinig vooraetalingen in vergelijking met de te betalen belastingen in overeen- stemming met de in Indonesië en Papoea- Nieuw-Guinea geldende wetgeving;
* een verhoging van de ontvangen voorschot- ten met KUSD 8 450 en meer bepaald op te verschepen palmolie;
* een vermeerdering van de andere kortlo- pende verplichtingen met KUSD 8 529 ten gevolge van een verhoogde bonusprovisie.
| IN KUSD | 31/12/2021 | 31/12/2020 | |
|---|---|---|---|
| Voorraden | 48 017 | 29 648 | |
| Biologische activa | 9 168 | 6 763 | |
| Handelsvorderingen | 32 282 | 27 731 | |
| Overige vorderingen | 49 878 | 49 146 | |
| Terug te vorderen belastingen | 1 469 | 11 766 | |
| Derivaten | 0 | 0 | |
| Andere vlottende activa | 2 151 | 2 043 | |
| Handelsschulden | -23 605 | -21 384 | |
| Ontvangen voorschotten | -11 934 | -1 071 | |
| Overige schulden | -11 519 | -8 805 | |
| Winstbelastingen | - 19 346 | - 4 687 | |
| Derivaten | - 2 066 | - 793 | |
| Andere kortlopende verplichtingen | -12 749 | -4 220 | |
| NETTO VLOTTENDE ACTIVA, LIQUIDITEITEN NIET INBEGREPEN | 61 746 | 86 137 |
3 SIPEF Financiële staten 2021
| IN KUSD | 31/12/2021 | 31/12/2020 | |
|---|---|---|---|
| Andere investeringen en beleggingen | 38 0 | ||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 19 939 | 9 790 | |
| Financiële verplichtingen > 1 jaar | -36 000 | -54 000 | |
| Leasing verplichtingen > 1 jaar | -2 207 | -2 285 | |
| Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar | -18 000 | -18 000 | |
| Financiële verplichtingen < 1 jaar | -12 477 | -86 128 | |
| Leasing verplichtingen < 1 jaar | - 484 | - 543 | |
| NETTO KASPOSITIE | -49 192 | -151 165 |
De netto financiële schuld daalde met KUSD 101 973 dankzij de positieve vrije kasstromen.
Resultaat
De totale omzet steeg met 51,8% tegenover 2020 tot USD 416 miljoen. De omzet van palmpro- ducten nam toe met 60,9% voornamelijk door een combinatie van meer volume en een hogere wereldmarktprijs voor ruwe palmolie.# SIPEF Financiële staten 2021
Commentaar bij de geconsolideerde financiële staten
(“Crude Palm Oil” - CPO) De rubberomzet daalde met 9,1% ondanks een hogere gerealiseerde eenheidsverkoopprijs, ten gevolge van lagere producties bij PT Agro Muko en het wegvallen van de direct-e verkopen aan externe klanten door PT Melania, de vennootschap die in 2021 gedeconsolideerd werd. Deze deconsolidatie leidde er eveneens toe dat de omzet van thee nagenoeg gehalveerd werd. De omzet in het bananenseg-ment, uitgedrukt in de functionele munt, de euro, groeide voornamelijk door een stijging van de verkochte volumes met 3,6%. Gezien de bananen verhandeld worden in euro, steeg de USD omzet met 6,1%, dankzij de wisselkoersevolutie EUR/USD. De totale kostprijs van verkopen nam toe met KUSD 36.837. De aankopen van verse vrucht-entrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) van derden vermeerderden met KUSD 34.462 door een toename van de aangekochte volumes en de gestegen aankoopprijzen van FFB, waarvan de prijs gerelateerd is aan CPO. De gemiddelde eenheidskostprijs af-fabriek voor de oliepalmplantages kende een lichte stijging met 4,3%. In Indonesië wogen de hoge kosten van de jong volgroeide plantages op het gemiddelde kostenniveau, terwijl in Papoea-Nieuw-Guinea de uitstekende producties van Hargy Oil Palms Ltd leidden tot een daling van de eenheidskost-prijs met 17,7%. De eenheidskostprijs van het bananensegment bleef ongeveer identiek met die van 2020. Voor het rubbersegment zijn de eenheidskostprijzen significant gestegen (50,8%): ter voorbereiding van de conversie van rubber naar palm daalden de producties in belangrijke mate en werd de resterende nettoboekwaarde versneld afgeschreven. De aanpassing van de reële waarde betrof de waardering van de hangende vruchten (IAS 41R). De brutowinst steeg van KUSD 62.357 eind 2020 naar KUSD 169.218 eind 2021.
De connection to the world of sustainable tropical agriculture
Het brutoresultaat van het palmsegment (98,4% van de totale brutowinst) nam toe met KUSD 106.816, dankzij de grotere producties en vooral de hogere nettopalmolieprijzen. De gemiddelde wereldmarktprijs voor CPO noteerde over 2021 USD 1.195 per ton CIF Rotterdam. Dit is 67,1% hoger dan over dezelf-de periode vorig jaar. Er dient wel opgemerkt te worden dat in Indonesië de exportheffing en -taks aanzienlijk toenam tegenover 2020. Voor het ganse jaar 2021 wordt de totale impact van de exportheffing en -taks op ongeveer USD 349 per ton geschat, tegenover USD 74 per ton vorig jaar. In onderstaande grafiek wordt de Indonesische exportheffing en -taks per maand weergegeven.
In Papoea-Nieuw-Guinea kon de Groep wel ten volle genieten van de stijging in de CPO-prijzen. Niettegenstaande deze exportheffing en -taks ver-hoogde de totale gemiddelde af-fabriek verkoop-prijs (brutoverkoopprijs verminderd met lokale en internationale transportkosten en exporthef-fing en -taks) voor CPO. Deze evolueerde van USD 583 per ton over 2020, naar USD 807 per ton over 2021 hetzij een stijging met 38,4%. De relatief sterke heropleving van de verkoop-prijzen van rubber sinds het tweede semester van vorig jaar kon niet verhinderen dat de negatieve bijdrage van het rubbersegment tot de brutomar-ge nog toenam. Dit is voornamelijk te wijten aan de gedaalde productievolumes in de rubberplan-tages van PT Bandar Sumatra en PT Agro Muko. Het nettoresultaat van het theesegment vertegen-woordigt sinds 2021 uitsluitend de commissies die SIPEF ontvangt uit de verkoop van theevolumes in de markt. De winstgevendheid van de bananen- en horti-cultuuractiviteiten werd bevestigd met een bru-tomarge van KUSD 3.803. De algemene en beheerskosten stegen tegenover vorig jaar, voornamelijk door de toegenomen bonusprovisie als gevolg van de betere resultaten.
IN KUSD 2021 2020
50 68 53
50 50 55
55 55 55
55 58 58
213 299 348
348 371 399
438 291 268
341 341 375
375 100 200
300 400
JAN FEB MAA APR JUNMEI JUL AUG SEP OKT NOV DEC
INDONESISCHE EXPORTHEFFING EN TAKS PER MAAND
5
SIPEF Financiële staten 2021
Commentaar bij de geconsolideerde financiële staten
De overige bedrijfskosten en -opbrengsten bevat-ten een uitzonderlijke afwaardering op eerder dan voorziene herplantingen in PT Dendymarker (KUSD 4.229). Het recurrente bedrijfsresultaat kwam uit op KUSD 127.776 tegenover KUSD 30.778 vorig jaar. De financieringsopbrengsten omvatten hoofd-zakelijk het positieve tijdseffect van de verdis-contering van de vordering uit de verkoop van de oliepalmplantage SIPEF-CI in Ivoorkust eind 2016 (KUSD 748). Deze vordering werd tegen eind 2021 nagenoeg volledig geïnd. Daarnaast stegen de interestinkomsten uit de groeiende vorderin-gen op plasmahouders in Zuid-Sumatra. De financieringskosten hadden vooral betrekking op lange- en kortetermijnfinancieringen. Hiervan werd ongeveer de helft afgedekt via een “Interest Rate Swap” (IRS). Het resultaat vóór belastingen bedroeg KUSD 124.997 tegenover KUSD 28.064 in 2020. De recurrente belastinglast lag met 28,9% iets hoger dan de theoretische recurrente belas-tinglast van 26%. Dit was voornamelijk het gevolg van de negatieve impact (KUSD 1.942) van een aantal verworpen uitgaven waaronder de belangrijkste, de beperking van interestaftrek in Indonesië (KUSD -825). Het aandeel van het resultaat van geassocieerde deelnemingen en joint ventures (KUSD -1.091) omvatte de researchactiviteiten die gecentra-liseerd zijn in PT Timbang Deli en Verdant Bioscience Pte Ltd (KUSD -1.032) en vier maan-den resultaat van PT Melania (KUSD -59). De recurrente winst van de periode bedroeg KUSD 87.832. Het recurrente netto-resultaat, deel van de Groep, kwam op KUSD 82.746, hetzij bijna zes keer hoger dan het resultaat van KUSD 14.122 in 2020. Op 30 april 2021 werd een overeenkomst gete-kend met Shamrock Group met betrekking tot de voorwaardelijke verkoop van PT Melania voor USD 36 miljoen. De totale meerwaarde van KUSD 11.640 (deel van de Groep KUSD 11.003) die op deze verrichting werd verwezenlijkt wordt in toelichting 30 verder gedetailleerd. Het netto-resultaat, deel van de Groep, bedroeg KUSD 93.749.
6
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Kasstroom
In het verlengde van de toename van het bedrijfs-resultaat steeg de kasstroom uit bedrijfsactivitei-ten van KUSD 73.669 in 2020, tot KUSD 178.796 dit jaar. De variatie van het bedrijfskapitaal van KUSD -8.523 betrof voornamelijk volgende elementen:
* een groei van de voorraden (KUSD -22.211) als gevolg van de hogere voorraadvolumes, voornamelijk van afgewerkte producten, en een hogere eenheidskostprijs voor CPO;
* een verhoging van de handelsvorderingen (KUSD -4.614);
* een verhoging van de ontvangen voorschot-ten op lokale verkopen (KUSD 8.450);
* een verhoging van overige schulden en overlopende rekeningen waaronder ook een stijging van de bonusprovisie naar aanlei-ding van het verbeterde resultaat (KUSD 10.582).
Bovenstaand gebruik van het bedrijfskapitaal betrof de gebruikelijke tijdelijke bewegingen. In Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea verrichtte de Groep, in overeenstemming met de lokale wet-geving, vooraftalingen van belastingen. Deze werden deels op basis van de resultaten van 2019 gedaan en deels op basis van de resultaten van 2020 die beide lager waren dan de resultaten van 2021. De vooraftalingen van belastingen van KUSD 9.962 lagen daarom in belangrijke mate beneden de te betalen belasting van KUSD 34.722.
De investeringen in immateriële en materi-ele activa (KUSD -68.692) hadden betrekking op de gebruikelijke vervangingsinvesteringen, maar voornamelijk op de uitbreidingen in Zuid-Sumatra (KUSD -33.180). Door covid-19 gerela-teerde logistieke en operationele belemmerin-gen bleven de investeringen tijdelijk beneden verwachting. Tijdens het jaar werden er eveneens bijkomende leningen (KUSD -9.578) verstrekt aan de omlig-gende plasmahouders in Zuid-Sumatra.
De verkoopprijs van materiële en financiële vaste activa (KUSD 30.229) betrof voornamelijk fond-sen ontvangen uit drie verrichtingen:
* de verkoop van PT Melania voor KUSD 17.077 (zie toelichting 30);
* het saldo van de verkoop van SIPEF-CI in 2016 voor KUSD 7.631;
* de verkopen van materiële vaste activa, voornamelijk de verkoop van jonge palmbo-men aan de omliggende plasmahouders in Zuid-Sumatra in Indonesië.
De vrije kasstroom van het jaar bedroeg KUSD 112.270 tegenover KUSD 21.299 over dezelfde periode vorig jaar. De andere financieringsactiviteiten (KUSD -102.084) omvatten de inkoop- en verkoopver-richtingen op eigen aandelen (KUSD -1.161), de gedeeltelijke terugbetalingen van de lange termijn financiering (KUSD -18.000 voor de langetermijn-lening en KUSD -78 voor de leasingschulden), de terugbetaling van de korte termijn financiering (KUSD -73.710), dividenduitkeringen aan SIPEF-aandeelhouders (KUSD -4.443), dividenduitke-ringen aan minderheidsaandeelhouders (KUSD -2.306) en interestbetalingen (KUSD -2.386).
7
SIPEF Financiële staten 2021
Commentaar bij de geconsolideerde financiële staten
| IN KUSD | TOELICHTING | 2021 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Vaste activa | 815 303 | 809 753 | |
| Immateriële vaste activa | 8 | 4 73 | |
| Goodwill | 8 | 104 782 | 104 782 |
| Biologische activa - dragende planten | 9 | 307 371 | 315 826 |
| Andere materiële vaste activa | 10 | 359 896 | 354 811 |
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 0 | |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures | 3 598 | 4 630 | |
| Financiële activa | 92 | 80 | |
| Andere financiële activa | 92 | 80 | |
| Vorderingen > 1 jaar | 25 | 666 | 16 101 |
| Overige vorderingen | 11 | 25 666 | 16 101 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 23 | 13 550 | 13 049 |
| Vlottende activa | 176 462 | 136 888 | |
| Voorraden | 12 | 48 017 | 29 648 |
| Biologische activa | 13 | 9 168 | 6 763 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 82 161 | 76 877 | |
| Handelsvorderingen | 26 | 32 282 | 27 731 |
| Overige vorderingen | 14 | 49 878 | 49 146 |
| Terug te vorderen belastingen | 23 | 1 469 | 11 766 |
| Investeringen | 38 | 0 | |
| Andere investeringen en beleggingen | 19 | 38 | 0 |
| Derivaten | 26 | 0 | 0 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 19 | 939 | 9 790 |
| Andere vlottende activa | 2 | 151 | 2 043 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 30 | 13 520 | 0 |
| TOTAAL ACTIVA | 991 765 | 946 641 |
Geconsolideerde balans
8
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
IN KUSD# SIPEF
Financiële staten 2021
IN KUSD
| TOELICHTING | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Totaal eigen vermogen | 766 183 | 674 550 |
| Eigen vermogen deel groep | 15 727 329 | 638 688 |
| Geplaatst kapitaal | 44 734 | 44 734 |
| Uitgiftepremies | 107 970 | 107 970 |
| Ingekochte eigen aandelen (-) | -11 521 | -10 277 |
| Reserves | 596 813 | 507 299 |
| Omrekeningsverschillen | -10 666 | -11 038 |
| Minderheidsbelangen | 16 38 854 | 35 862 |
| Langlopende verplichtingen | 113 402 | 126 460 |
| Voorzieningen > 1 jaar | 1 125 | 1 354 |
| Voorzieningen | 17 1 125 | 1 354 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 23 46 950 | 44 010 |
| Handelsschulden en overige te betalen posten > 1 jaar | 26 0 | 0 |
| Financiële verplichtingen > 1 jaar (incl. derivaten) | 19 36 000 | 54 000 |
| Leasing verplichtingen > 1 jaar | 27 2 207 | 2 285 |
| Pensioenverplichtingen | 18 22 290 | 24 810 |
| Ontvangen voorschoten > 1 jaar | 30 4 830 | 0 |
| Kortlopende verplichtingen | 112 180 | 145 631 |
| Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar | 66 404 | 35 947 |
| Handelsschulden | 26 23 605 | 21 384 |
| Ontvangen voorschotten | 26 11 934 | 1 071 |
| Overige schulden | 14 11 519 | 8 805 |
| Winstbelastingen | 23 19 346 | 4 687 |
| Financiële verplichtingen < 1 jaar | 30 961 | 104 671 |
| Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar | 19 18 000 | 18 000 |
| Financiële verplichtingen | 19 12 477 | 86 128 |
| Leasing verplichtingen < 1 jaar | 27 484 | 543 |
| Derivaten | 26 2 066 | 793 |
| Andere kortlopende verplichtingen | 12 749 | 4 220 |
| Passiva verbonden met activa aangehouden voor verkoop | 0 | 0 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 991 765 | 946 641 |
SIPEF Financiële staten 2021
IN KUSD
| TOELICHTING | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Omzet | 7 416 053 | 274 027 |
| Kostprijs van verkopen | 7 -249 240 | -212 403 |
| Aanpassingen van de reële waarde van de biologische activa | 7 2 404 | 733 |
| Brutowinst | 169 218 | 62 357 |
| Algemene en beheerskosten | 7 -36 891 | -31 573 |
| Overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) | 20 7 088 | - 6 |
| Bedrijfsresultaat | 139 416 | 30 778 |
| Financieringsopbrengsten | 1 475 | 2 012 |
| Financieringskosten | -3 096 | -5 103 |
| Wisselkoersresultaten | -1 157 | 378 |
| Financieel resultaat | 21 -2 779 | -2 713 |
| Winst voor belastingen | 136 637 | 28 065 |
| Belastinglasten | 23 -36 075 | -10 828 |
| Winst na belastingen | 100 562 | 17 237 |
| Aandeel resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures | 24 -1 091 | -1 059 |
| Resultaat van voortgezette activiteiten | 99 471 | 16 178 |
| Resultaat van beëindigde activiteiten | 0 | 0 |
| Winst van de periode | 99 471 | 16 178 |
| Toe te rekenen aan: | ||
| - Minderheidsbelangen | 16 5 722 | 2 055 |
| - Aandeelhouders van de moedermaatschappij | 93 749 | 14 122 |
WINST PER AANDEEL
IN USD
| TOELICHTING | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| VAN VOORTGEZETTE EN BEËINDIGDE ACTIVITEITEN | ||
| Gewone winst per aandeel | 31 9,00 | 1,36 |
| Verwaterde winst per aandeel | 31 8,99 | 1,36 |
| VAN VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN | ||
| Gewone winst per aandeel | 31 9,00 | 1,36 |
| Verwaterde winst per aandeel | 31 8,99 | 1,36 |
| Gewone winst per aandeel exclusief meerwaarde verkoop PT Melania | 7,88 | 1,36 |
Geconsolideerde winst- en verliesrekening
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
IN KUSD
| TOELICHTING | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Winst van de periode | 99 471 | 16 178 |
| Andere elementen van het totaalresultaat: | ||
| Elementen die naar de winst- en verliesrekening geherclassificeerd zullen worden in toekomstige periodes | ||
| - Valutakoersverschillen als gevolg van de omrekening van buitenlandse activiteiten | 15 372 | 755 |
| - Cash flow hedges - reële waarde voor de periode | 26 905 | -1 922 |
| - Eect van de winstbelasting (cash flow hedges) | 26 - 226 | 489 |
| Elementen die niet naar de winst- en verliesrekening geherclassificeerd zullen worden in toekomstige periodes | ||
| - Toegezegd-pensioenregelingen - IAS 19R | 18 - 631 | -1 329 |
| - Eect van de winstbelasting | 139 | 292 |
| Andere elementen van het totaalresultaat | 559 | -1 714 |
| Andere elementen van het totaalresultaat toe te rekenen aan: | ||
| - Minderheidsbelangen | 2 | - 94 |
| - Aandeelhouders van de moedermaatschappij | 557 | -1 619 |
| Totaalresultaat van het boekjaar | 100 030 | 14 464 |
| Totaalresultaat van het boekjaar toe te rekenen aan: | ||
| - Minderheidsbelangen | 5 724 | 1 961 |
| - Aandeelhouders van de moedermaatschappij | 94 306 | 12 503 |
Overzicht van het geconsolideerd totaalresultaat
SIPEF Financiële staten 2021
IN KUSD
| TOELICHTING | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| BEDRIJFSACTIVITEITEN | ||
| Winst voor belastingen | 136 637 | 28 065 |
| Gecorrigeerd voor: | ||
| Afschrijvingen | 8,9,10 48 616 | 43 581 |
| Variatie voorzieningen | 17, 18 2 452 | 197 |
| Aandelenopties | 121 | 128 |
| Niet gerealiseerde omrekeningsresultaten | 0 | - 169 |
| Variatie reële waarde biologisch actief | -2 404 | - 733 |
| Overige niet-kasresultaten | - 773 | - 1 266 |
| Hedgereserve, en financiële derivaten | 26 2 178 | -1 171 |
| Financiële kosten en opbrengsten | 2 369 | 4 330 |
| Minderwaarden vorderingen | 0 | - 249 |
| Minder/(meer)-waarden op deelnemingen | 0 | 0 |
| Resultaat realisatie materiële vaste activa | 1 241 | 957 |
| Resultaat realisatie financiële activa | 30 -11 640 | 0 |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten voor variatie bedrijfskapitaal | 25 178 796 | 73 669 |
| Variatie bedrijfskapitaal | 25 -8 523 | 3 165 |
| Variatie lange termijn vorderingen* | 0 | 0 |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten na variatie bedrijfskapitaal | 170 273 | 76 834 |
| Betaalde belastingen | 23 -9 962 | -3 572 |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 160 312 | 73 262 |
| INVESTERINGSACTIVITEITEN | ||
| Verwerving immateriële activa | 8 - 40 | - 49 |
| Verwerving biologische activa | 9 -27 396 | -26 971 |
| Verwerving materiële vaste activa | 10 -41 256 | -24 743 |
| Financiering plasma voorschotten* | 11 -9 578 | -4 479 |
| Verwerving vastgoedbeleggingen | 0 | 0 |
| Overname dochterondernemingen | 0 | 0 |
| Dividenden ontvangen van geassocieerde deelnemingen en joint ventures | 0 | 0 |
| Verkopen materiële vaste activa | 5 521 | 2 401 |
| Verkopen financiële activa | 30 24 708 | 1 878 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | -48 042 | -51 963 |
| Vrije kasstroom | 112 270 | 21 299 |
| FINANCIERINGSACTIVITEITEN | ||
| Kapitaalsverhoging | 0 | 0 |
| Eigen vermogenstransacties met minderheidsaandeelhouders | 0 | -2 795 |
| Stijging van eigen aandelen | 22 -2 194 | 0 |
| Daling van eigen aandelen | 22 1 033 | 0 |
| Daling leningen op lange termijn | 19 -18 078 | -9 228 |
| Stijging leningen op lange termijn | 19 0 | 0 |
| Daling kortlopende financiële verplichtingen | 19 -73 710 | -5 092 |
| Stijging kortlopende financiële verplichtingen | 19 0 | 0 |
| Dividenden van vorig boekjaar betaald in de loop van het boekjaar | -4 443 | 0 |
| Dividenden door dochters betaald aan minderheidsbelangen | 16 -2 306 | - 716 |
| Ontvangen - betaalde interesten | -2 386 | -4 331 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | -102 084 | -22 162 |
| Netto beweging van investeringen, geldmiddelen en kasequivalenten | 19 10 186 | - 863 |
| Investeringen, geldmiddelen en kasequivalenten (bij het begin van het jaar) | 19 9 790 | 10 653 |
| Invloed van de wisselkoers op de geldmiddelen en kasequivalenten | 19 0 | 0 |
| Investeringen, geldmiddelen en kasequivalenten (per einde boekjaar) | 19 19 977 | 9 790 |
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
- Vanaf 2021 is de financiering van plasmavoorschotten opgenomen onder investeringsactiviteiten in plaats van variatie bedrijfskapitaal. De vergelijkende cijfers voor 2020 werden op dezelfde wijze aangepast.
SIPEF
Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen
| Geplaatst kapitaal SIPEF | Uitgifte- premies SIPEF | Eigen aandelen | Toegekend pensioen- regelingen IAS 19R | Reserves | Omreke- ningsver- schillen | Eigen vermogen deel groep | Minder- heids- belangen | Totaal eigen vermogen | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 JANUARI 2021 | 44 734 | 107 970 | -10 277 | -4 539 | 511 838 | -11 038 | 638 688 | 35 862 | 674 550 |
| Resultaat van de periode | 93 749 | 93 749 | 5 722 | 99 471 | |||||
| Andere elementen van het totaalresultaat | - 494 | 679 | 372 | 557 | 2 559 | ||||
| Totaalresultaat | - 494 | 94 428 | 372 | 94 306 | 5 724 | 100 030 | |||
| Uitkering dividend vorig boekjaar | -4 443 | -4 443 | -2 306 | -6 749 | |||||
| Verkoop PT Melania | - 426 | - 426 | - 426 | ||||||
| Andere (toelichting 22) | - 1 244 | 23 | -1 221 | -1 221 | |||||
| 31 DECEMBER 2021 | 44 734 | 107 970 | -11 521 | -5 033 | 601 846 | -10 666 | 727 329 | 38 854 | 766 183 |
| 1 JANUARI 2020 | 44 734 | 107 970 | -10 277 | -3 598 | 501 650 | -11 793 | 628 686 | 34 325 | 663 010 |
| Resultaat van de periode | 14 122 | 14 122 | 2 055 | 16 178 | |||||
| Andere elementen van het totaalresultaat | - 941 | -1 433 | 755 | -1 619 | - 95 | -1 714 | |||
| Totaalresultaat | - 941 | 12 689 | 755 | 12 503 | 1 960 | 14 464 | |||
| Uitkering dividend vorig boekjaar | - 200 | - 200 | - 200 | ||||||
| Eigen vermogen transacties met minderheidsaandeelhouders | -2 573 | - 223 | -2 795 | ||||||
| Andere | 72 | 72 | 72 | ||||||
| 31 DECEMBER 2020 | 44 734 | 107 970 | -10 277 | -4 539 | 511 838 | -11 038 | 638 688 | 35 862 | 674 550 |
SIPEF Financiële staten 2021
Toelichting
1. IDENTIFICATIE
SIPEF (of ‘de onderneming’) is een naamloze vennootschap naar Belgisch recht en gevestigd te 2900 Schoten, Calesbergdreef 5. De geconsolideerde jaarrekening afgesloten op 31 december 2021 omvat SIPEF en haar dochterondernemingen (hierna vernoemd als ‘SIPEF-groep’ of ‘de Groep’). De vergelijkende cijfers zijn opgenomen voor boekjaar 2020. De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld op de raad van bestuur van 15 februari 2022. De gebeurtenissen na balansdatum werden bijgewerkt en goedgekeurd voor publicatie door de bestuurders op 19 april 2022. Deze jaarrekening zal aan de aandeelhouders voorgelegd worden op de algemene vergadering van 8 juni 2022. De lijst van bestuurders en commissaris, alsook een beschrijving van de voornaamste activiteiten van de Groep, zijn opgenomen in ‘Deel 1 – Bedrijfsverslag’ van dit jaarverslag.
2. VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (‘IFRS’) zoals aanvaard binnen de Europese Unie per 31 december 2020. De volgende standaarden en interpretaties zijn toepasbaar voor het boekjaar beginnend op 1 januari 2020:
• Aanpassingen aan IFRS 9, IAS 39, IFRS 7, IFRS 4 en IFRS 16 Hervorming van de Referentierentevoeten – fase 2
• Aanpassing aan IFRS 16 Leaseovereenkomsten: Huurconcessies in verband met COVID-19 na 30 juni 2021 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 april 2021)
• Aanpassingen aan IFRS 4 Verzekeringscontracten – Verlenging van de tijdelijke vrijstelling voor het toepassen van IFRS 9 tot 1 januari 2023 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2021)
Deze wijzigingen hebben geen significante invloed op het nettoresultaat en het eigen vermogen van de Groep.De Groep heeft niet geopteerd voor vervroegde toepassing van de volgende nieuwe standaarden en interpretaties die gepubliceerd waren op de datum van goedkeuring van deze jaarrekening maar nog niet van kracht waren op de balansdatum:
• Aanpassingen aan IAS 16 Materiële vaste activa: inkomsten verkregen voor het beoogde gebruik (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2022)
• Aanpassingen aan IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa: verlieslatende contracten – kost om het contract na te leven (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2022)
• Aanpassingen aan IFRS 3 Bedrijfscombinaties: referenties naar het conceptueel raamwerk (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2022)
• Jaarlijkse verbeteringen 2018–2020 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2022)
• IFRS 17 Verzekeringscontracten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2023)
• Aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van de Jaarrekening: classificatie van verplichtingen als kortlopend of langlopend (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2023, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
• Aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van de Jaarrekening en IFRS Practice Statement 2: Toelichting van grondslagen voor financiële verslaggeving (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2023 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
• Aanpassingen aan IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten: Definitie van schattingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2023 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
• Aanpassingen aan IAS 12 Winstbelastingen: Uitgestelde belastingen met betrekking tot activa en passiva die voortvloeien uit één enkele transactie (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2023 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
Op dit ogenblik verwacht de Groep niet dat de eerste toepassing van deze standaarden en interpretaties een materieel effect zal hebben op de financiële staten van de Groep.
3. WAARDERINGSREGELS
Basis voor de opstelling van de jaarrekening
De geconsolideerde jaarrekening wordt vanaf 2007 voorgesteld in US-dollar (tot en met 2006 was dit euro), afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal (KUSD). Deze aanpassing is een gevolg van de gewijzigde politiek inzake liquiditeits- en schuldbeheer vanaf eind 2006 waardoor de functionele valuta van de meerderheid van de dochterondernemingen is gewijzigd van lokale munt naar US- dollar.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld volgens het principe van de historische kostprijs, behalve voor de volgende activa en passiva die tegen reële waarde zijn gewaardeerd: investeringen in eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd tegen FVOCI, financiële derivaten en groeiende biologische productie.
De waarderingsregels werden op uniforme wijze in heel de Groep toegepast en zijn vergelijkbaar met deze gehanteerd over het vorige boekjaar.
Bedrijfscombinaties
Bedrijfscombinaties (onder IFRS 3 Bedrijfscombinaties) worden geboekt volgens de overnamemethode. De kostprijs van een overname wordt berekend als de reële waarde van de afgestane activa, de uitgegeven eigen- vermogensinstrumenten en verplichtingen die werden aangegaan of overgenomen op de overnamedatum. Direct aan de overname toewijsbare kosten worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. De overgedragen vergoeding voor de overname van een bedrijf, met inbegrip van de voorwaardelijke vergoeding, wordt gewaardeerd aan de reële waarde op overnamedatum. De toekomstige wijzigingen aan de voorwaardelijke vergoeding als gevolg van gebeurtenissen na overnamedatum worden in resultaat genomen.
De “full goodwill” optie, die geval per geval kan worden gekozen, laat toe om de minderheidsbelangen te waarderen tegen reële waarde of tegen het evenredige deel van het minderheidsbelang in de identificeerbare netto activa van de overgenomen partij. Alle acquisitie gerelateerde kosten, zoals consultancy fees, worden in de resultatenrekening opgenomen.
Indien de initiële verwerking van een bedrijfscombinatie niet is voltooid op afsluitdatum van het boekjaar waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, dan presenteert de SIPEF- groep voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig werden verwerkt. De opgenomen voorlopige bedragen kunnen tijdens de waarderingsperiode (zie hieronder) worden aangepast, en/of bijkomende activa/verplichtingen kunnen worden opgenomen om nieuwe informatie te weerspiegelen die verkregen is over de omstandigheden en feiten die op de overnamedatum bestonden en die, indien bekend, de waardering van de per die datum opgenomen bedragen hadden beïnvloed. De waarderingsperiode is de periode die loopt vanaf de overnamedatum tot de datum waarop de Groep de informatie ontvangt die bekend was over feiten en omstandigheden die op de overnamedatum bestonden. De waarderingsperiode is beperkt tot maximaal één jaar vanaf de overnamedatum.
Overname in fasen
Wijzigingen in het eigendomsbelang van de Groep in een dochteronderneming die niet tot een verlies van zeggenschap leiden, worden verwerkt als eigen-vermogenstransacties. De boekwaardes van de belangen van de Groep en de minderheidsbelangen worden aangepast om de wijzigingen in hun relatieve belangen in de dochteronderneming weer te geven. Elk eventueel verschil tussen het bedrag waarmee de minderheidsbelangen worden aangepast en de reële waarde van de betaalde of ontvangen vergoeding, moet rechtstreeks in het eigen vermogen worden verwerkt en aan de eigenaars van de Groep worden toegerekend.
Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de Groep geherwaardeerd aan de reële waarde op overnamedatum (d.i. de datum waarop de zeggenschap wordt verworven) en de eventuele winst of het eventuele verlies wordt rechtstreeks in winst of verlies opgenomen. Bedragen die voorheen werden opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat als gevolg van het belang in de overgenomen partij, worden geherklasseerd naar winst of verlies, op dezelfde basis die vereist zou zijn indien de overnemende partij het voorheen aangehouden belang direct had vervreemd.
Consolidatieprincipes
Dochterondernemingen
Dochterondernemingen zijn deze waarover de onderneming controle uitoefent. Controle wordt enkel uitgeoefend wanneer aan alle onderstaande punten volledig wordt voldaan, in overeenstemming met IFRS 10:
• De investor heeft macht over de investee;
• De investor staat bloot aan of heeft recht op variabele rendementen uit hoofde van diens betrokkenheid bij de relevante activiteiten van de investee; en
• De investor heeft de mogelijkheid om zijn macht uit te oefenen teneinde de omvang van de rendementen te beïnvloeden.
De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden in de consolidatiekring opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de controle (of een nabije datum).
Geassocieerde deelnemingen
In geassocieerde deelnemingen oefent de Groep een invloed van betekenis uit op het financiële en operationele beleid maar geen controle. De geconsolideerde jaarrekening omvat het aandeel van de Groep in de winst of het verlies van de deelneming volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de dag dat deze invloed van betekenis een aanvang neemt tot de dag dat er effectief een einde aan komt (of een nabije datum). Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen de boekwaarde van de investeringen in geassocieerde deelnemingen overstijgt, wordt de boekwaarde herleid tot nul en worden de toekomstige verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate waarin de Groep verplichtingen heeft aangegaan met betrekking tot de betreffende ondernemingen.
Joint ventures
Joint ventures zijn die ondernemingen over wiens activiteiten de Groep gezamenlijke controle uitoefent, vastgelegd in een contractuele overeenkomst. De joint ventures worden opgenomen via de vermogensmutatiemethode in de geconsolideerde jaarrekening. De geconsolideerde jaarrekening omvat het aandeel van de Groep in de winst of het verlies van de deelneming vanaf de dag dat deze invloed van betekenis een aanvang neemt tot de dag dat er effectief een einde aan komt (of een nabije datum). Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen de boekwaarde van de investeringen in geassocieerde deelnemingen overstijgt, wordt de boekwaarde herleid tot nul en worden de toekomstige verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate waarin de Groep verplichtingen heeft aangegaan met betrekking tot de betreffende joint ventures.
Geëlimineerde transacties bij de consolidatie
Alle intragroepsaldi en –transacties, met inbegrip van niet gerealiseerde winsten op intragroep transacties, worden geëlimineerd bij alle ondernemingen die worden opgenomen via de integrale consolidatie. Voor niet gerealiseerde verliezen gelden dezelfde eliminatieregels als voor de niet gerealiseerde winsten, met dit verschil dat ze enkel worden geëlimineerd voor zover er geen indicatie van bijzondere waardevermindering bestaat.
Vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta
In de individuele ondernemingen van de Groep worden de transacties in vreemde valuta omgerekend tegen de wisselkoers van de transactiedatum. Monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta worden gewaardeerd tegen de slotkoers. Valutakoersverschillen die ontstaan bij de omrekening worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een financieel resultaat. Niet- monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers van de transactiedatum.
14 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
voorwaardelijke vergoeding, wordt gewaardeerd aan de reële waarde op overnamedatum. De toekomstige wijzigingen aan de voorwaardelijke vergoeding als gevolg van gebeurtenissen na overnamedatum worden in resultaat genomen.De “full goodwill” optie, die geval per geval kan worden gekozen, laat toe om de minderheidsbelangen te waarderen tegen reële waarde of tegen het evenredige deel van het minderheidsbelang in de identificeerbare netto activa van de overgenomen partij. Alle acquisitie gerelateerde kosten, zoals consultancy fees, worden in de resultatenrekening opgenomen. Indien de initiële verwerking van een bedrijfscombinatie niet is voltooid op afsluitdatum van het boekjaar waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, dan presenteert de SIPEF- groep voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig werden verwerkt. De opgenomen voorlopige bedragen kunnen tijdens de waarderingsperiode (zie hieronder) worden aangepast, en/of bijkomende activa/verplichtingen kunnen worden opgenomen om nieuwe informatie te weerspiegelen die verkregen is over de omstandigheden en feiten die op de overnamedatum bestonden en die, indien bekend, de waardering van de per die datum opgenomen bedragen hadden beïnvloed. De waarderingsperiode is de periode die loopt vanaf de overnamedatum tot de datum waarop de Groep de informatie ontvangt die bekend was over feiten en omstandigheden die op de overnamedatum bestonden. De waarderingsperiode is beperkt tot maximaal één jaar vanaf de overnamedatum.
Overname in fasen
Wijzigingen in het eigendomsbelang van de Groep in een dochteronderneming die niet tot een verlies van zeggenschap leiden, worden verwerkt als eigen-vermogenstransacties. De boekwaardes van de belangen van de Groep en de minderheidsbelangen worden aangepast om de wijzigingen in hun relatieve belangen in de dochteronderneming weer te geven. Elk eventueel verschil tussen het bedrag waarmee de minderheidsbelangen worden aangepast en de reële waarde van de betaalde of ontvangen vergoeding, moet rechtstreeks in het eigen vermogen worden verwerkt en aan de eigenaars van de Groep worden toegerekend. Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de Groep geherwaardeerd aan de reële waarde op overnamedatum (d.i. de datum waarop de zeggenschap wordt verworven) en de eventuele winst of het eventuele verlies wordt rechtstreeks in winst of verlies opgenomen. Bedragen die voorheen werden opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat als gevolg van het belang in de overgenomen partij, worden geherklasseerd naar winst of verlies, op dezelfde basis die vereist zou zijn indien de overnemende partij het voorheen aangehouden belang direct had vervreemd.
Consolidatieprincipes
Dochterondernemingen
Dochterondernemingen zijn deze waarover de onderneming controle uitoefent. Controle wordt enkel uitgeoefend wanneer aan alle onderstaande punten volledig wordt voldaan, in overeenstemming met IFRS 10:
* De investor heeft macht over de investee;
* De investor staat bloot aan of heeft recht op variabele rendementen uit hoofde van diens betrokkenheid bij de relevante activiteiten van de investee; en
* De investor heeft de mogelijkheid om zijn macht uit te oefenen teneinde de omvang van de rendementen te beïnvloeden.
De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden in de consolidatiekring opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de controle (of een nabije datum).
Geassocieerde deelnemingen
In geassocieerde deelnemingen oefent de Groep een invloed van betekenis uit op het financiële en operationele beleid maar geen controle. De geconsolideerde jaarrekening omvat het aandeel van de Groep in de winst of het verlies van de deelneming volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de dag dat deze invloed van betekenis een aanvang neemt tot de dag dat er effectief een einde aan komt (of een nabije datum). Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen de boekwaarde van de investeringen in geassocieerde deelnemingen overstijgt, wordt de boekwaarde herleid tot nul en worden de toekomstige verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate waarin de Groep verplichtingen heeft aangegaan met betrekking tot de betreffende ondernemingen.
Joint ventures
Joint ventures zijn die ondernemingen over wiens activiteiten de Groep gezamenlijke controle uitoefent, vastgelegd in een contractuele overeenkomst. De joint ventures worden opgenomen via de vermogensmutatiemethode in de geconsolideerde jaarrekening. De geconsolideerde jaarrekening omvat het aandeel van de Groep in de winst of het verlies van de deelneming vanaf de dag dat deze invloed van betekenis een aanvang neemt tot de dag dat er effectief een einde aan komt (of een nabije datum). Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen de boekwaarde van de investeringen in geassocieerde deelnemingen overstijgt, wordt de boekwaarde herleid tot nul en worden de toekomstige verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate waarin de Groep verplichtingen heeft aangegaan met betrekking tot de betreffende joint ventures.
Geëlimineerde transacties bij de consolidatie
Alle intragroepsaldi en –transacties, met inbegrip van niet gerealiseerde winsten op intragroep transacties, worden geëlimineerd bij alle ondernemingen die worden opgenomen via de integrale consolidatie. Voor niet gerealiseerde verliezen gelden dezelfde eliminatieregels als voor de niet gerealiseerde winsten, met dit verschil dat ze enkel worden geëlimineerd voor zover er geen indicatie van bijzondere waardevermindering bestaat.
Vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta
In de individuele ondernemingen van de Groep worden de transacties in vreemde valuta omgerekend tegen de wisselkoers van de transactiedatum. Monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta worden gewaardeerd tegen de slotkoers. Valutakoersverschillen die ontstaan bij de omrekening worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een financieel resultaat. Niet- monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers van de transactiedatum.
Jaarrekeningen van buitenlandse activiteiten
Functionele waarderingsmunt: de posten in de jaarrekening van elke entiteit van de Groep worden gewaardeerd in de munt die het best aansluit bij de economische realiteit en de gebeurtenissen en omstandigheden waarbinnen deze entiteit werkt (functionele waarderingsmunt). De geconsolideerde jaarrekening wordt vanaf 2007 opgesteld in USD, de functionele valuta van het merendeel van de groepsmaatschappijen.
Voor de consolidatie van de Groep en al haar dochterondernemingen worden de jaarrekeningen van de individuele ondernemingen als volgt omgerekend:
* Activa en verplichtingen tegen de koers op het einde van het jaar;
* Winst- en verliesrekening tegen de gemiddelde wisselkoers van de periode;
* Het eigen vermogen tegen de historische wisselkoers.
Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van de netto-investering in buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen tegen de wisselkoers op het einde van het jaar, worden geboekt in de andere elementen van het totaalresultaat onder “Valutakoersverschillen als gevolg van de omrekening van buitenlandse activiteiten”. Bij verlies van controle van een buitenlandse onderneming worden de omrekeningsverschillen erkend in de winst- en verliesrekening als deel van de winst of het verlies van de verkoop. Deze winst of verlies wordt volledig aan de Groep toegerekend. Goodwill en waarderingen aan de reële waarde in het kader van de overnames van buitenlandse entiteiten, worden beschouwd als lokale valuta activa en verplichtingen van de betreffende buitenlandse entiteit en worden omgerekend tegen de slotkoers.
Biologische activa
SIPEF-groep neemt een biologisch actief of groeiende biologische productie (“agricultural produce”) uitsluitend op in de balans indien ze de zeggenschap heeft over het actief als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat er in de toekomst economische voordelen naar SIPEF- groep zullen vloeien en de reële waarde of de kostprijs van het actief op een betrouwbare manier kan worden bepaald. In overeenstemming met de aanpassing aan IAS 16 en IAS 41 worden de dragende planten opgenomen tegen hun kostprijs min de geaccumuleerde afschrijvingen en de geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Afschrijvingen worden berekend op een lineaire basis over de verwachte gebruiksduur (20 tot 25 jaar)
De groeiende biologische productie van palmolie wordt gedefinieerd als de olie die de palmvruchten bevatten, zodat de reële waarde van deze onderscheidbare activa betrouwbaar geschat kan worden. De groeiende biologische productie van thee wordt gedefinieerd als de bladeren die klaar zijn om te worden geplukt en verwerkt, zelfs als deze nog niet volgroeid zijn, zodat de reële waarde van deze afzonderlijke activa betrouwbaar kan worden geschat. De Groep heeft geopteerd om de groeiende biologische productie van rubber te waarderen aan de reële waarde op het moment van oogsten ("at point of harvest") in overeenstemming met IAS 41.32 en dus niet te waarderen aan de reële waarde verminderd met de verwachte verkoopkosten. Hiervoor baseert de Groep zich op IAS 41.10c waarbij wij van mening zijn dat alle parameters van een alternatieve berekeningsmethode (producties, levenscyclus, kostentoewijzing,…) duidelijk onbetrouwbaar zijn. Hierdoor is elke alternatieve berekening op zich ook duidelijk onbetrouwbaar. De groeiende biologische productie van bananen wordt gewaardeerd aan de reële waarde aangezien de parameters voor deze berekening wel beschikbaar en betrouwbaar zijn. Een winst of verlies uit een wijziging in reële waarde min de geschatte kosten van het verkooppunt van een biologisch actief wordt opgenomen in de nettowinst of het nettoverlies over de periode waarin de winst of het verlies is ontstaan.
Goodwill
Goodwill is het bedrag waarmee de kostprijs van de bedrijfscombinatie het belang van de Groep in de reële waarde van de overgenomen identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen overschrijdt.# Goodwill
Goodwill wordt niet afgeschreven maar ten minste jaarlijks onderworpen aan een test voor bijzondere waardeverminderingen. Hiervoor wordt de goodwill toegewezen aan de operationele entiteiten wat het laagste niveau is waarop de goodwill wordt gevolgd voor interne managementdoeleinden (d.i. kasstroom genererende eenheid). Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt onmiddellijk als een last opgenomen in de winst- en verliesrekening en wordt nooit teruggenomen. Negatieve goodwill is het excedent van de reële waarde van het aandeel van de Groep in de verworven identificeerbare netto activa op het ogenblik van de overname tegenover de betaalde overnameprijs. Negatieve goodwill wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Immateriële activa
Immateriële activa omvatten computersoftware en licenties. Immateriële activa worden geactiveerd en lineair afgeschreven over hun vermoedelijke gebruiksduur.
Materiële vaste activa
Materiële vaste activa, alsook vastgoedbeleggingen, worden opgenomen tegen hun kostprijs min de geaccumuleerde afschrijvingen en de geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Financieringskosten worden geactiveerd als deel van de kostprijs van het in aanmerking komend actief. Uitgaven voor de herstellingen van materiële vaste activa worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Vaste activa aangehouden voor verkoop worden in voorkomend geval gewaardeerd aan het laagste van de boekwaarde en de reële waarde min verkoopkosten.
Afschrijvingen worden als volgt berekend op een lineaire basis over de verwachte gebruiksduur van het desbetreffende actief:
| Actief | Gebruiksduur |
|---|---|
| Gebouwen | 5 tot 30 jaar |
| Infrastructuur | 5 tot 25 jaar |
| Installaties en machines | 5 tot 30 jaar |
| Rollend materieel | 3 tot 20 jaar |
| Bureaumateriaal en meubilair | 5 tot 10 jaar |
| Overige vaste activa | 2 tot 20 jaar |
Terreinen worden niet afgeschreven. De Groep presenteert de landrechten als materiële vaste activa consistent met de presentatiemethode binnen de industrie en de relevante adviezen hieromtrent. Bovendien volgt de Groep elk landrecht kort op in termen van de vernieuwing en wordt enkel nog afgeschreven op de landrechten als er een indicatie is dat deze niet vernieuwd zouden kunnen worden.
Leases
Activa die het recht vertegenwoordigen om het onderliggende geleasede actief te gebruiken, worden tegen kostprijs geactiveerd als materiële vaste activa, bestaande uit het bedrag van de initiële waardering van de leaseverplichting, alle leasebetalingen die op of vóór de aanvangsdatum zijn gedaan, verminderd met eventuele ontvangen lease- incentives, eventuele initiële directe kosten en herstelkosten. De overeenkomstige leaseverplichtingen, die de netto contante waarde van de leasebetalingen vertegenwoordigen, worden verantwoord als langlopende of kortlopende verplichtingen, afhankelijk van de periode waarin ze vervallen. Geleased activa en passiva worden opgenomen voor alle huurcontracten met een looptijd van meer dan 12 maanden, tenzij de onderliggende waarde van geringe waarde is. De leasebetalingen worden verdisconteerd op basis van de marginale rentevoet van de lessee, zijnde het tarief dat de lessee zou moeten betalen om de middelen te lenen die nodig zijn om een actief van vergelijkbare waarde te verkrijgen in een vergelijkbare economische omgeving met vergelijkbare voorwaarden. Het rentetarief dat impliciet in de leaseovereenkomst was opgenomen, kon niet worden bepaald. Leaserente wordt als rentelast ten laste van de winst- en verliesrekening genomen. Geleasde activa worden afgeschreven op basis van lineaire afschrijving over de leaseperiode, inclusief de periode van verlengbare opties, indien het waarschijnlijk is dat de optie zal worden uitgeoefend.
Lessee accounting
Vanwege de aard van de activiteiten waarbij deze activiteiten voornamelijk plaatsvinden in relatief afgelegen gebieden, bezit de Groep de meeste van de gebruikte activa. Daarom hebben is er slechts een beperkt aantal huurcontracten die in aanmerking komen voor lease accounting. De drie hoofdcategorieën bestaan uit:
Huur van gebouwen
Kantoorhuur wordt momenteel geboekt als operationele lease. Analyse toont aan dat de huur voldoet aan de definitie van een leasingovereenkomst en dat als zodanig een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief en bijbehorende leasingschuld onder de nieuwe standaard moet worden verantwoord. Aangezien de meeste kantoorhuurcontracten langlopende huurcontracten zijn, zijn de belangrijkste acties voor beheer van het gebied vereist:
- Bepaling van de leaseperiode;
- Berekening van de marginale rentevoet.
Bedrijfswagens
Bedrijfswagens in België voldoen aan de definitie van een ‘lease’ en zullen zodoende op dezelfde manier als de huur van gebouwen worden behandeld.
Landrechten in Papoea-Nieuw-Guinea
In de dochteronderneming Hargy Oil Palms Ltd in Papoea-Nieuw-Guinea, omvat een deel van de landrechten een vaste jaarlijkse huurbetaling voor het vruchtgebruik van het land, evenals een variabele royalty afhankelijk van de productieniveaus van het jaar gemeten in ton FFB. De jaarlijkse vaste huurbetaling voldoet aan de definitie van een ‘lease’, waarbij de leasetermijn van het actief bepaald is als de gemiddelde levensduur van een oliepalm (25 jaar).
Lessor accounting
De Groep heeft geen contracten die tot lessor accounting zouden kunnen leiden.
Bijzondere waardeverminderingen van activa
Materiële vaste activa en andere vaste activa worden onderworpen aan een test voor bijzondere waardevermindering als bepaalde elementen of belangrijke veranderingen een indicatie geven dat de boekwaarde groter is dan de realiseerbare waarde. Er dient een bijzonder waardeverminderingsverlies te worden opgenomen gelijk aan het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde, wat het hoogste is van de reële waarde min de verkoopkosten en de bedrijfswaarde van het actief. Voor de identificatie van bijzondere waardeverminderingen worden de activa samengevoegd in de kleinste identificeerbare groep die een instroom van kasmiddelen genereert. Wanneer later een bijzondere waardevermindering niet langer bestaat, door een toename van de reële waarde of de gebruikswaarde, wordt deze teruggenomen.
Financiële instrumenten
Classificatie en waardering van financiële instrumenten
Financiële activa en passiva worden initieel opgenomen wanneer de Groep een partij wordt bij de contractuele bepalingen van het instrument. De financiële activa en passiva worden initieel gewaardeerd aan de reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Transactiekosten die direct toewijsbaar zijn aan de verwerving of de uitgifte van financiële activa en passiva (anders dan de financiële activa en passiva aan de reële waarde via de resultatenrekening) worden, al naargelang, toegevoegd of afgehouden van de reële waarde bij de eerste opname. Transactiekosten die direct toewijsbaar zijn aan de verwerving van financiële activa of passiva aan reële waarde via de resultatenrekening worden onmiddellijk in de resultatenrekening erkend. De financiële activa omvatten de investeringen in eigen vermogen instrumenten die worden aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de andere elementen van het totaalresultaat, leningen aan gerelateerde partijen, vorderingen inclusief handelsvorderingen en andere vorderingen, financiële activa aan de reële waarde via de resultatenrekening en de geldmiddelen en kasequivalenten. De verwervingen en verkopen van financiële activa worden erkend op de transactiedatum.# Financiële instrumenten
Classificatie en waardering van financiële instrumenten
Financiële activa en passiva worden initieel opgenomen wanneer de Groep een partij wordt bij de contractuele bepalingen van het instrument. De financiële activa en passiva worden initieel gewaardeerd aan de reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Transactiekosten die direct toewijsbaar zijn aan de verwerving of de uitgifte van financiële activa en passiva (anders dan de financiële activa en passiva aan de reële waarde via de resultatenrekening) worden, al naargelang, toegevoegd of afgehouden van de reële waarde bij de eerste opname. Transactiekosten die direct toewijsbaar zijn aan de verwerving van financiële activa of passiva aan reële waarde via de resultatenrekening worden onmiddellijk in de resultatenrekening erkend. De financiële activa omvatten de investeringen in eigen vermogen instrumenten die worden aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de andere elementen van het totaalresultaat, leningen aan gerelateerde partijen, vorderingen inclusief handelsvorderingen en andere vorderingen, financiële activa aan de reële waarde via de resultatenrekening en de geldmiddelen en kasequivalenten. De verwervingen en verkopen van financiële activa worden erkend op de transactiedatum.
17 SIPEF Financiële staten 2021
Financiële activa – schuldinstrumenten
Alle erkende financiële activa worden vervolgens in hun geheel gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs of reële waarde, afhankelijk van de classificatie van de financiële activa. Schuldinstrumenten die aan de volgende voorwaarden voldoen, worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs:
* Het financieel actief wordt aangehouden binnen een bedrijfsmodel dat tot doel heeft financiële activa aan te houden om contractuele kasstromen te ontvangen; en
* De contractuele voorwaarden van het financieel actief leiden op bepaalde data tot kasstromen die uitsluitend betalingen van hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom zijn.
Schuldinstrumenten omvatten:
* Vorderingen die worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs
* Handelsvorderingen die worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs
* Geldmiddelen en kasequivalenten
Financiële activa - investeringen in eigen vermogensinstrumenten
Bij de eerste opname, heeft de Groep een onherroepelijke keuze gemaakt (op een variabele basis) om investeringen in eigen vermogensinstrumenten te bepalen als reële waarde via de andere elementen van het totaalresultaat (“FVTOCI”). Beleggingen in eigen-vermogensinstrumenten volgens FVTOCI worden initieel gewaardeerd aan de reële waarde plus transactiekosten. Vervolgens worden ze gewaardeerd tegen reële waarde waarbij winsten en verliezen die voortvloeien uit wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat en ze worden gecumuleerd in de reserve voor de herwaarderingen op investeringen. De cumulatieve winst of het cumulatieve verlies zal niet worden geherclassificeerd naar de resultatenrekeningen bij de verkoop van de aandelenbeleggingen. In de plaats daarvan zullen ze worden getransfereerd naar het overgedragen resultaat. Vanwege het gebrek aan voldoende recente informatie die beschikbaar is om de reële waarde te meten, heeft het management vastgesteld dat de kostprijs een correcte schatting is van de reële waarde voor de niet- beursgenoteerde investeringen in eigen vermogen instrumenten.
Geamortiseerde kostprijs en effectieverentemethode
De effectieverentemethode is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs van een schuldinstrument en voor het toewijzen van rentebaten over de relevante periode. Voor financiële instrumenten andere dan verworven of gecreëerde financiële activa met verminderde kredietwaardigheid, is de effectieve interestvoet de rente die de verwachte toekomstige geldbetalingen of –ontvangsten (inclusief alle vergoedingen betaald of ontvangen die een integraal deel uitmaken van de effectieve interestvoet, transactiekosten en andere premies en kortingen) tijdens de verwachte looptijd (of een kortere periode indien van toepassing) van het financiële actief of de financiële verplichting exact disconteert tot de bruto boekwaarde van een financieel actief of de geamortiseerde kostprijs van een financiële verplichting, zonder rekening te houden met de te verwachten kredietverliezen. De geamortiseerde kostprijs is het bedrag waartegen het financiële actief of de financiële verplichting bij eerste opname wordt gewaardeerd, verminderd met de hoofdsomaflossingen en vermeerderd of verminderd met de volgens de effectieverentemethode bepaalde cumulatieve amortisatie van het eventuele verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag, en, voor financiële activa, aangepast voor een eventuele voorziening voor verliezen. Anderzijds is de bruto boekwaarde van een financieel actief de geamortiseerde kostprijs van een financieel actief, vóór aanpassing voor een eventuele voorziening voor verliezen.
Derivaten
De Groep maakt gebruik van financiële instrumenten voor het beheer van het wisselkoers- en renterisico dat voortvloeit uit de operationele, financiële en investeringsactiviteiten. De Groep past een aantal afdekkingstransacties toe onder IFRS 9 – "Financiële instrumenten”. Derivaten worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde. De wijzigingen in de reële waarde worden in resultaat geboekt tenzij deze instrumenten deel uitmaken van indekkingsverrichtingen. in welk geval de timing van de opname in winst of verlies afhankelijk is van de aard van de afdekkingsrelatie. De Groep wijst bepaalde derivaten aan als afdekkingsinstrumenten met betrekking tot het renterisico in kasstroomafdekkingen. Derivaten met betrekking tot het valutarisico zijn niet gedocumenteerd in een afdekkingsrelatie. Bij de aanvang van de afdekkingsrelatie worden de afdekkingsrelatie, alsook de risicobeheerdoelstelling en - strategie van de entiteit bij het aangaan van de afdekkingstransactie formeel aangewezen en gedocumenteerd. Bovendien documenteert de Groep bij aanvang van de indekking en op permanente basis of het afdekkingsinstrument effectief is in het compenseren van wijzigingen in reële waarde of kasstromen van de afgedekte positie die toewijsbaar zijn aan het afgedekte risico. De afdekkingsrelatie voldoet aan alle volgende vereisten inzake afdekkingseffectiviteit:
* Er is sprake van een economische relatie tussen de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument;
* De waardeveranderingen die uit deze economische relatie voortvloeien zijn niet hoofdzakelijk terug te voeren op het effect van het kredietrisico; en
* De afdekkingsverhouding van de afdekkingsrelatie is gelijk aan die welke resulteert uit de hoeveelheid van de afgedekte positie die de entiteit werkelijk afdekt, en de hoeveelheid van het afdekkingsinstrument waarvan de entiteit daadwerkelijk gebruikmaakt om die hoeveelheid van de afgedekte positie af te dekken. Deze aanwijzing mag echter geen onevenwichtigheid tussen de wegingsfactor van de afgedekte positie en de wegingsfactor van het afdekkingsinstrument weerspiegelen welke aanleiding zou geven tot (al dan niet opgenomen) afdekkingsineffectiviteit die in een uitkomst van de administratieve verwerking kan resulteren welke inconsistent is met het doel van hedge accounting Indien een afdekkingsrelatie niet meer aan het op de afdekkingsverhouding betrekking hebbende vereiste inzake afdekkingseffectiviteit voldoet, maar de risicobeheer- doelstelling voor die aangewezen afdekkingsrelatie gelijk blijft, moet een entiteit de afdekkingsverhouding van de afdekkingsrelatie zodanig aanpassen dat deze wederom aan de criteria voldoet (dit wordt in deze standaard “herbalancering” genoemd).# Financiële Instrumenten
Kasstroomheffing
De waarde schommelingen van een afgeleid financieel instrument dat voldoet aan de strikte voorwaarden voor erkenning als kasstroom-indekking worden opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat voor het effectieve deel. Het ineffectieve deel wordt rechtstreeks in de resultatenrekening geboekt. De indekkingsresultaten worden van de andere elementen van het totaalresultaat naar de resultatenrekening overgeboekt op het moment dat de ingedekte transactie zelf het resultaat beïnvloedt. Een derivaat met een positieve reële waarde wordt geboekt als een financieel actief, terwijl een derivaat met een negatieve reële waarde wordt opgenomen als een financiële verplichting. Een derivaat wordt gepresenteerd als kortlopend of langlopend, afhankelijk van de verwachte vervaldatum van het financiële instrument.
Waardeverminderingen van financiële activa
Met betrekking tot de waardevermindering van financiële activa wordt een model voor verwachte kredietverliezen toegepast. Het verwachte kredietverliesmodel vereist dat de Groep rekening houdt met verwachte kredietverliezen en veranderingen in die verwachte kredietverliezen op elke rapporteringsdatum om zo de veranderingen in kredietrisico sinds de eerste opname van de financiële activa correct weer te geven. Concreet zijn de volgende activa opgenomen in de beoordeling van de bijzondere waardevermindering van de Groep:
1) handelsvorderingen;
2) langlopende vorderingen en leningen aan verbonden partijen;
3) geldmiddelen en kasequivalenten.
IFRS 9 vereist dat de Groep verwachte kredietverliezen op al haar schuldinstrumenten, leningen en handelsvorderingen boekt, hetzij op basis van twaalf maanden, hetzij op basis van de volledige looptijd. De Groep heeft de vereenvoudigde benadering toegepast en de verwachte verliezen op basis van de volledige looptijd op alle handelsvorderingen geboekt.
Volgens IFRS 9 moet een entiteit de waarde van de voorziening voor verliezen op een financieel instrument op elke verslagdatum bepalen op een bedrag dat gelijk is aan de tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen indien het aan het financiële instrument verbonden kredietrisico sinds de eerste opname significant is toegenomen. Moet een entiteit, indien het aan een financieel instrument verbonden kredietrisico op de verslagdatum niet significant is toegenomen sinds de eerste opname, de waarde van de voorziening voor verliezen op dat financiële instrument bepalen op een bedrag dat gelijk is aan de binnen twaalf maanden te verwachten kredietverliezen.
Voor de lange termijn vorderingen geeft IFRS 9 de keuze om de verwachtte kredietverliezen te bepalen op basis van de levensduur of van een algemeen verwachte kredietverlies model (3 niveaus van verwachte kredietvlies beoordeling). De Groep heeft gekozen voor het algemene model. Alle banksaldi worden ook beoordeeld op verwachtte kredietverliezen.
Niet langer opnemen van financiële activa
De Groep neemt een financieel actief niet langer op wanneer de contractuele rechten op de kasstromen van het actief aflopen of wanneer het financiële actief en vrijwel alle risico's en voordelen van eigendom van het actief overdraagt aan een andere partij. Als de Groep niet wezenlijk alle risico's en voordelen van eigendom overdraagt of behoudt en het overgedragen actief blijft controleren, erkent de Groep zijn behouden belang in het actief en een daarmee verband houdende verplichting op voor de bedragen die het mogelijk moet betalen. Als de Groep nagenoeg alle risico's en voordelen van eigendom van een overgedragen financieel actief behoudt, blijft de Groep het financiële actief opnemen en neemt het ook een lening op onderpand aan voor de ontvangen opbrengsten. Bij het niet langer in zijn geheel opnemen van een financieel actief moet het verschil tussen:
a) de boekwaarde (bepaald op de datum van verwijdering uit het overzicht van de financiële positie)
en
b) de ontvangen vergoeding (vermeerderd met elk nieuw verkregen actief en verminderd met elke nieuw aangegane verplichting)
in winst of verlies worden opgenomen. Bovendien, bij het niet langer opnemen van een eigen vermogen instrument voor dewelke de Groep bij de eerste opname heeft geopteerd om de reële waarde via de andere elementen van het totaalresultaat op te nemen (“FVTOCI”), worden de in het verleden gecumuleerde winsten en verliezen in de herwaarderingsreserve voor beleggingen niet geherclassificeerd naar de winst- en verliesrekening.
Financiële schulden
Alle financiële verplichtingen van de Groep worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De Groep neemt de financiële verplichtingen niet langer op wanneer, en alleen wanneer, de verplichtingen van de Groep worden afgewikkeld, worden geannuleerd of komen te vervallen. Het verschil tussen de boekwaarde van de niet langer opgenomen balans van de financiële verplichting en de betaalde en te betalen vergoeding, inclusief overgedragen niet-contante activa of overgenomen verplichtingen, wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Vorderingen en schulden
De Groep waardeert een vordering en een schuld aanvankelijk tegen reële waarde. Voor de vorderingen wordt de transactieprijs geacht gelijk te zijn aan de reële waarde. Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met een voorziening voor verwachte kredietverliezen. Voor te betalen bedragen wordt de transactieprijs geacht gelijk te zijn aan de reële waarde. Vervolgens worden deze schulden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. Vorderingen en schulden in een andere valuta dan de functionele valuta van de dochteronderneming worden omgerekend tegen de geldende wisselkoersen van de Groep op de balansdatum.
Geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en kasequivalenten worden gewaardeerd aan hun geamortiseerde waarde en omvatten contanten en deposito's met een oorspronkelijke looptijd van drie maanden of minder. Negatieve kassaldi worden als schulden opgenomen.
Rentedragende leningen
Rentedragende leningen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Leningen worden initieel opgenomen als ontvangen opbrengsten, na aftrek van 18 De connection to the world of sustainable tropical agriculture moet een entiteit de afdekkingsverhouding van de afdekkingsrelatie zodanig aanpassen dat deze wederom aan de criteria voldoet (dit wordt in deze standaard “herbalancering” genoemd). De waarde schommelingen van een afgeleid financieel instrument dat voldoet aan de strikte voorwaarden voor erkenning als kasstroom-indekking worden opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat voor het effectieve deel. Het ineffectieve deel wordt rechtstreeks in de resultatenrekening geboekt. De indekkingsresultaten worden van de andere elementen van het totaalresultaat naar de resultatenrekening overgeboekt op het moment dat de ingedekte transactie zelf het resultaat beïnvloedt. Een derivaat met een positieve reële waarde wordt geboekt als een financieel actief, terwijl een derivaat met een negatieve reële waarde wordt opgenomen als een financiële verplichting. Een derivaat wordt gepresenteerd als kortlopend of langlopend, afhankelijk van de verwachte vervaldatum van het financiële instrument.
Waardeverminderingen van financiële activa
Met betrekking tot de waardevermindering van financiële activa wordt een model voor verwachte kredietverliezen toegepast. Het verwachte kredietverliesmodel vereist dat de Groep rekening houdt met verwachte kredietverliezen en veranderingen in die verwachte kredietverliezen op elke rapporteringsdatum om zo de veranderingen in kredietrisico sinds de eerste opname van de financiële activa correct weer te geven. Concreet zijn de volgende activa opgenomen in de beoordeling van de bijzondere waardevermindering van de Groep:
1) handelsvorderingen;
2) langlopende vorderingen en leningen aan verbonden partijen;
3) geldmiddelen en kasequivalenten.
IFRS 9 vereist dat de Groep verwachte kredietverliezen op al haar schuldinstrumenten, leningen en handelsvorderingen boekt, hetzij op basis van twaalf maanden, hetzij op basis van de volledige looptijd. De Groep heeft de vereenvoudigde benadering toegepast en de verwachte verliezen op basis van de volledige looptijd op alle handelsvorderingen geboekt.
Volgens IFRS 9 moet een entiteit de waarde van de voorziening voor verliezen op een financieel instrument op elke verslagdatum bepalen op een bedrag dat gelijk is aan de tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen indien het aan het financiële instrument verbonden kredietrisico sinds de eerste opname significant is toegenomen moet een entiteit, indien het aan een financieel instrument verbonden kredietrisico op de verslagdatum niet significant is toegenomen sinds de eerste opname, de waarde van de voorziening voor verliezen op dat financiële instrument bepalen op een bedrag dat gelijk is aan de binnen twaalf maanden te verwachten kredietverliezen.
Voor de lange termijn vorderingen geeft IFRS 9 de keuze om de verwachtte kredietverliezen te bepalen op basis van de levensduur of van een algemeen verwachte kredietverlies model (3 niveaus van verwachte kredietvlies beoordeling). De Groep heeft gekozen voor het algemene model. Alle banksaldi worden ook beoordeeld op verwachtte kredietverliezen.
Niet langer opnemen van financiële activa
De Groep neemt een financieel actief niet langer op wanneer de contractuele rechten op de kasstromen van het actief aflopen of wanneer het financiële actief en vrijwel alle risico's en voordelen van eigendom van het actief overdraagt aan een andere partij. Als de Groep niet wezenlijk alle risico's en voordelen van eigendom overdraagt of behoudt en het overgedragen actief blijft controleren, erkent de Groep zijn behouden belang in het actief en een daarmee verband houdende verplichting op voor de bedragen die het mogelijk moet betalen.# SIPEF FINANCIËLE STATEN 2021
Belangrijke Principes
Verwijdering van Financiële Activa
Als de Groep nagenoeg alle risico's en voordelen van eigendom van een overgedragen financieel actief behoudt, blijft de Groep het financiële actief opnemen en neemt het ook een lening op onderpand aan voor de ontvangen opbrengsten. Bij het niet langer in zijn geheel opnemen van een financieel actief moet het verschil tussen: a) de boekwaarde (bepaald op de datum van verwijdering uit het overzicht van de financiële positie) en b) de ontvangen vergoeding (vermeerderd met elk nieuw verkregen actief en verminderd met elke nieuw aangegane verplichting) in winst of verlies worden opgenomen. Bovendien, bij het niet langer opnemen van een eigen vermogen instrument voor dewelke de Groep bij de eerste opname heeft geopteerd om de reële waarde via de andere elementen van het totaalresultaat op te nemen (“FVTOCI”), worden de in het verleden gecumuleerde winsten en verliezen in de herwaarderingsreserve voor beleggingen niet geherclassificeerd naar de winst- en verliesrekening.
Financiële Schulden
Alle financiële verplichtingen van de Groep worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De Groep neemt de financiële verplichtingen niet langer op wanneer, en alleen wanneer, de verplichtingen van de Groep worden afgewikkeld, worden geannuleerd of komen te vervallen. Het verschil tussen de boekwaarde van de niet langer opgenomen balans van de financiële verplichting en de betaalde en te betalen vergoeding, inclusief overgedragen niet-contante activa of overgenomen verplichtingen, wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Vorderingen en Schulden
De Groep waardeert een vordering en een schuld aanvankelijk tegen reële waarde. Voor de vorderingen wordt de transactieprijs geacht gelijk te zijn aan de reële waarde. Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met een voorziening voor verwachte kredietverliezen. Voor te betalen bedragen wordt de transactieprijs geacht gelijk te zijn aan de reële waarde. Vervolgens worden deze schulden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. Vorderingen en schulden in een andere valuta dan de functionele valuta van de dochteronderneming worden omgerekend tegen de geldende wisselkoersen van de Groep op de balansdatum.
Geldmiddelen en Kasequivalenten
Geldmiddelen en kasequivalenten worden gewaardeerd aan hun geamortiseerde waarde en omvatten contanten en deposito's met een oorspronkelijke looptijd van drie maanden of minder. Negatieve kassaldi worden als schulden opgenomen.
Rentedragende Leningen
Rentedragende leningen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Leningen worden initieel opgenomen als ontvangen opbrengsten, na aftrek van 19 SIPEF Financiële staten 2021 transactiekosten. Elk verschil tussen de kostprijs en de aflossingswaarde wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt volgens de effectieve rente methode.
Voorraden
De voorraad wordt gewaardeerd tegen de laagste waarde van de kostprijs of de opbrengstwaarde. Met betrekking tot de voorraad afgewerkte producten waarin biologische activa worden verwerkt, wordt de reële waarde van deze biologische activa verhoogd met de productiekost. Voorraden worden individueel afgeschreven als de verwachte opbrengstwaarde afneemt tot onder de boekwaarde van de voorraad. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs min de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren. Indien de omstandigheden die voorheen aanleiding gaven tot een afschrijving niet meer bestaan, wordt de waardevermindering teruggenomen.
Activa Aangehouden voor Verkoop
De Groep classificeert vaste activa en groepen activa die worden afgestoten als aangehouden voor verkoop wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. Vaste activa en groepen activa die worden afgestoten, geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop, worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van enerzijds hun boekwaarde en anderzijds hun reële waarde minus de verkoopkosten. Verkoopkosten zijn de marginale kosten die direct toerekenbaar zijn aan de vervreemding van een actief (groep activa die wordt afgestoten), exclusief financieringskosten en kosten uit hoofde van winstbelastingen. Aan de criteria voor classificatie als aangehouden voor verkoop wordt alleen geacht te zijn voldaan als de verkoop zeer waarschijnlijk is, en het actief of de groep activa die wordt afgestoten in zijn huidige toestand onmiddellijk beschikbaar is voor verkoop. Acties die nodig zijn om de verkoop te voltooien moeten erop wijzen dat het onwaarschijnlijk is dat belangrijke wijzigingen in de verkoop zullen worden aangebracht of dat de beslissing tot verkoop zal worden ingetrokken. Het management moet vastbesloten zijn om het actief te verkopen en de verkoop moet naar verwachting binnen een jaar na de datum van de classificatie worden afgerond. Materiële en immateriële activa worden niet afgeschreven zodra zij zijn geclassificeerd als aangehouden voor verkoop. Activa en passiva die zijn geclassificeerd als aangehouden voor verkoop worden in de balans afzonderlijk gepresenteerd als vlottende posten. Beëindigde bedrijfsactiviteiten worden niet opgenomen in de resultaten van voortgezette bedrijfsactiviteiten en worden als één bedrag gepresenteerd als winst of verlies na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening.
Eigen Vermogen
Dividenden van de moedermaatschappij in verband met de gewone uitstaande aandelen worden pas opgenomen in de periode waarin ze formeel worden toegekend. Kosten gemaakt voor het uitgeven van eigenvermogensinstrumenten worden opgenomen als een vermindering van het eigen vermogen.
Minderheidsbelangen
Minderheidsbelangen omvatten het deel, toebehorend aan de minderheidsaandeelhouders, van de reële waarde van identificeerbare activa en verplichtingen die opgenomen worden bij de overname van een dochteronderneming, samen met het overeenkomstig deel van de gerealiseerde winsten en verliezen voor de daaropvolgende periodes. In de winst- en verliesrekening wordt het minderheidsaandeel in het verlies of de winst van de Groep apart getoond van het geconsolideerd resultaat van de Groep.
Ingekochte Eigen Aandelen
Eigen-vermogensinstrumenten die opnieuw worden verworven (ingekochte eigen aandelen), worden opgenomen tegen kostprijs en in mindering gebracht van het eigen vermogen. Er wordt geen winst of verlies in de winst- en verliesrekening opgenomen bij de aankoop, verkoop, uitgifte of intrekking van eigen-vermogensinstrumenten van de Groep. Elk verschil tussen de boekwaarde en de vergoeding, indien opnieuw uitgegeven, wordt opgenomen in de uitgiftepremie.
Voorzieningen
Voorzieningen worden opgenomen wanneer de Groep een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft ten gevolge van een gebeurtenis in het verleden, het waarschijnlijk is dat er een uitstroom van middelen vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen en het bedrag van de verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat.
Pensioenen en Andere Voordelen na Uitdiensttreding
Groepsentiteiten hebben verschillende pensioenplannen in overeenstemming met de lokale voorwaarden en toepassingen van die landen.
-
Toegezegde-pensioenregelingen (“Defined benefit plans”)
In het algemeen werden de toegezegd-pensioenregelingen nog niet gefinancierd, doch volledig voorzien volgens de ‘Projected Unit Credit’-methode. Deze voorzieningen vertegenwoordigen de actuele waarde van de toekomstige uitkeringsverplichtingen. De actuariële winsten en verliezen worden in het de andere elementen van het totaalresultaat erkend. -
Toegezegde-contributieregelingen (“Defined contribution plans”)
De Groep betaalt eveneens vaste bijdragen aan openbare of privé-verzekeringsplannen. Aangezien de Groep aangesproken kan worden om bijkomende betalingen te verrichten in geval het gemiddelde rendement op de werkgeversbijdragen en op de werknemersbijdragen niet wordt gehaald, dienen deze plannen volgens IAS 19 te worden beschouwd als “toegezegd-pensioenregelingen”.
Personeelsbeloningen in de Vorm van Eigen Vermogensinstrumenten
Er bestaan binnen de Groep aandelenoptieplannen, die aan werknemers het recht geven om SIPEF aandelen te kopen tegen een vooraf bepaalde prijs. Deze prijs wordt bepaald op moment van toekenning van de opties en is gebaseerd op de marktprijs of de intrinsieke waarde. De prestaties van de begunstigden worden (op moment van toekenning) gewaardeerd aan de hand van de reële waarde van de toegekende opties en warranten en als kost in de resultatenrekening erkend op het ogenblik van de geleverde prestaties tijdens de vestigingsperiode.
Omzet
De kernactiviteit van de SIPEF-groep is de verkoop van goederen. De Groep erkent de opbrengsten vanaf het moment dat de controle over het actief wordt overgedragen aan de klant. De verkochte goederen worden per schip vervoerd en als opbrengst erkend zodra de goederen op het schip worden geladen. Vanaf dit moment wordt de controle overgedragen aan de klant en wordt de opbrengst erkend in de financiële staten. Dit is zo van toepassing voor alle contracten binnen de SIPEF-groep. De betalingsvoorwaarden zijn afhankelijk van de leveringsvoorwaarden van het contract en kunnen variëren tussen vooruitbetaling, contanten tegen documenten en 45 dagen na overhandiging van de vrachtbrief. De leveringen van goederen zijn aan een vaste prijs. Voor elk contract is er maar één prestatieverplichting waaraan moet worden voldaan nl.: de levering van de goederen. De Groep heeft geen incrementele kosten van materieel belang voor het verkrijgen van een contract die zou voldoen aan de kapitalisatiecriteria, zoals gedefinieerd door IFRS 15. De Groep heeft de nieuwe standaard toegepast op de vereiste ingangsdatum.# SIPEF Financiële staten 2021
5. Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening
Omzet
De kernactiviteit van de SIPEF-groep is de verkoop van goederen. De Groep erkent de opbrengsten vanaf het moment dat de controle over het actief wordt overgedragen aan de klant. De verkochte goederen worden per schip vervoerd en als opbrengst erkend zodra de goederen op het schip worden geladen. Vanaf dit moment wordt de controle overgedragen aan de klant en wordt de opbrengst erkend in de financiële staten. Dit is zo van toepassing voor alle contracten binnen de SIPEF-groep. De betalingsvoorwaarden zijn afhankelijk van de leveringsvoorwaarden van het contract en kunnen variëren tussen vooruitbetaling, contanten tegen documenten en 45 dagen na overhandiging van de vrachtbrief. De leveringen van goederen zijn aan een vaste prijs. Voor elk contract is er maar één prestatieverplichting waaraan moet worden voldaan nl.: de levering van de goederen. De Groep heeft geen incrementele kosten van materieel belang voor het verkrijgen van een contract die zou voldoen aan de kapitalisatiecriteria, zoals gedefinieerd door IFRS 15. De Groep heeft de nieuwe standaard toegepast op de vereiste ingangsdatum. We kunnen concluderen dat de nieuwe IFRS 15 standaard geen noemenswaardige impact heeft op de financiële staten van de SIPEF-groep. De Groep blijft haar producten verkopen aan de huidige vastgestelde voorwaarden.
Kostprijs van verkopen
Aankopen worden netto opgenomen, na financiële en handelskorting. Kostprijs van verkopen omvat alle lasten verbonden met oogsten, transformatie en transport.
Algemene en beheerskosten
Algemene en beheerskosten omvatten lasten van de marketing- en financiële afdeling en algemene beheerskosten.
Winstbelastingen
De winstbelastingen omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belastingen en de uitgestelde belastingen. Beide belastingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen behalve in die gevallen waar het bestanddelen betreft die deel uitmaken van het eigen vermogen. In dit laatste geval verloopt de opname via het eigen vermogen. Onder de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belastingen verstaat men deze die drukken op de fiscale winst van het boekjaar, berekend tegen de belastingtarieven die van kracht zijn op balansdatum, evenals de aanpassingen aan de belastingen die verschuldigd zijn over de vorige boekjaren. Uitgestelde belastingverplichtingen en –vorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde in de balans en de fiscale boekwaarde van activa en verplichtingen en worden later aangepast om wijzigingen in de verwachte belastingtarieven waartegen deze tijdelijke verschillen zullen omdraaien weer te geven. Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening als het waarschijnlijk is dat de realisatie of afwikkeling ervan mogelijk is in de toekomst.
4. GEBRUIK VAN SCHATTINGEN EN BEOORDELINGEN
IFRS vereist dat de Groep bij de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening beoordelingen en schattingen gebruikt en hypothesen vooropstelt die de bedragen van activa en verplichtingen alsook de winst- en verliesrekening op balansdatum kunnen beïnvloeden. Werkelijke resultaten kunnen verschillen van deze schattingen.
De voornaamste domeinen waarin oordelen worden aangewend zijn:
- Oordelen dat de landrechten niet zullen worden afgeschreven tenzij er een indicatie zou bestaan dat deze niet vernieuwd zouden kunnen worden. Een totaal van 2 500 hectaren landrechten in PT Agro Muko zijn vervallen in 2020. Alle documentatie voor de vernieuwing van de landrechten die in 2020 vervallen, werd op tijd geleverd aan de relevante autoriteiten. De autoriteiten zijn bezig met deze na te kijken en goed te keuren. Er is geen indicatie dat deze landrechten niet vernieuwd zullen worden.
De voornaamste domeinen waarin schattingen worden aangewend in 2021 zijn:
- Uitgestelde belastingen
- Bijzondere waardeverminderingen op activa (goodwill impairment)
- Bepalen van de geschatte kosten gerelateerd aan de verkoop van PT Melania
De voornaamste schattingen die worden gebruikt bij de berekening van uitgestelde belastingen en het testen van bijzondere waardeverminderingen van activa (goodwill impairment), zijn gebaseerd op het maken van een schatting van de grondstofprijzen over een langere periode. De grondstoffenprijzen die bij dergelijke schattingen worden gebruikt, zijn van nature volatiel en zullen daarom in werkelijkheid verschillen van de geschatte bedragen. Er is geen unieke onafhankelijk variabele op basis waarvan een relevante sensitiviteitsanalyse kan worden gemaakt voor de berekening van de uitgestelde belastingen. We verwijzen naar toelichting 8 voor de goodwill impairment analyse.
De bepaling van de netto verkoopprijs van PT Melania omvat een schatting van de kosten in verband met de verkoop zoals overeengekomen in de Koop-Verkoopovereenkomst (“SPA”).
De belangrijkste gemaakte schattingen omvatten:
- De timing en de kosten voor de vernieuwing van de permanente concessierechten (HGU)
- De vergoeding voor de opgebouwde sociale rechten van het personeel, dat vermoedelijk vrijwel geheel zal worden overgenomen door Shamrock Group
20 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
De prestaties van de begunstigden worden (op moment van toekenning) gewaardeerd aan de hand van de reële waarde van de toegekende opties en warranten en als kost in de resultatenrekening erkend op het ogenblik van de geleverde prestaties tijdens de vestigingsperiode.
Omzet
De kernactiviteit van de SIPEF-groep is de verkoop van goederen. De Groep erkent de opbrengsten vanaf het moment dat de controle over het actief wordt overgedragen aan de klant. De verkochte goederen worden per schip vervoerd en als opbrengst erkend zodra de goederen op het schip worden geladen. Vanaf dit moment wordt de controle overgedragen aan de klant en wordt de opbrengst erkend in de financiële staten. Dit is zo van toepassing voor alle contracten binnen de SIPEF-groep. De betalingsvoorwaarden zijn afhankelijk van de leveringsvoorwaarden van het contract en kunnen variëren tussen vooruitbetaling, contanten tegen documenten en 45 dagen na overhandiging van de vrachtbrief. De leveringen van goederen zijn aan een vaste prijs. Voor elk contract is er maar één prestatieverplichting waaraan moet worden voldaan nl.: de levering van de goederen. De Groep heeft geen incrementele kosten van materieel belang voor het verkrijgen van een contract die zou voldoen aan de kapitalisatiecriteria, zoals gedefinieerd door IFRS 15. De Groep heeft de nieuwe standaard toegepast op de vereiste ingangsdatum. We kunnen concluderen dat de nieuwe IFRS 15 standaard geen noemenswaardige impact heeft op de financiële staten van de SIPEF-groep. De Groep blijft haar producten verkopen aan de huidige vastgestelde voorwaarden.
Kostprijs van verkopen
Aankopen worden netto opgenomen, na financiële en handelskorting. Kostprijs van verkopen omvat alle lasten verbonden met oogsten, transformatie en transport.
Algemene en beheerskosten
Algemene en beheerskosten omvatten lasten van de marketing- en financiële afdeling en algemene beheerskosten.
Winstbelastingen
De winstbelastingen omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belastingen en de uitgestelde belastingen. Beide belastingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen behalve in die gevallen waar het bestanddelen betreft die deel uitmaken van het eigen vermogen. In dit laatste geval verloopt de opname via het eigen vermogen. Onder de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belastingen verstaat men deze die drukken op de fiscale winst van het boekjaar, berekend tegen de belastingtarieven die van kracht zijn op balansdatum, evenals de aanpassingen aan de belastingen die verschuldigd zijn over de vorige boekjaren. Uitgestelde belastingverplichtingen en –vorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde in de balans en de fiscale boekwaarde van activa en verplichtingen en worden later aangepast om wijzigingen in de verwachte belastingtarieven waartegen deze tijdelijke verschillen zullen omdraaien weer te geven. Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening als het waarschijnlijk is dat de realisatie of afwikkeling ervan mogelijk is in de toekomst.
4. GEBRUIK VAN SCHATTINGEN EN BEOORDELINGEN
IFRS vereist dat de Groep bij de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening beoordelingen en schattingen gebruikt en hypothesen vooropstelt die de bedragen van activa en verplichtingen alsook de winst- en verliesrekening op balansdatum kunnen beïnvloeden. Werkelijke resultaten kunnen verschillen van deze schattingen.
De voornaamste domeinen waarin oordelen worden aangewend zijn:
- Oordelen dat de landrechten niet zullen worden afgeschreven tenzij er een indicatie zou bestaan dat deze niet vernieuwd zouden kunnen worden. Een totaal van 2 500 hectaren landrechten in PT Agro Muko zijn vervallen in 2020. Alle documentatie voor de vernieuwing van de landrechten die in 2020 vervallen, werd op tijd geleverd aan de relevante autoriteiten. De autoriteiten zijn bezig met deze na te kijken en goed te keuren. Er is geen indicatie dat deze landrechten niet vernieuwd zullen worden.
De voornaamste domeinen waarin schattingen worden aangewend in 2021 zijn:
- Uitgestelde belastingen
- Bijzondere waardeverminderingen op activa (goodwill impairment)
- Bepalen van de geschatte kosten gerelateerd aan de verkoop van PT Melania
De voornaamste schattingen die worden gebruikt bij de berekening van uitgestelde belastingen en het testen van bijzondere waardeverminderingen van activa (goodwill impairment), zijn gebaseerd op het maken van een schatting van de grondstofprijzen over een langere periode. De grondstoffenprijzen die bij dergelijke schattingen worden gebruikt, zijn van nature volatiel en zullen daarom in werkelijkheid verschillen van de geschatte bedragen. Er is geen unieke onafhankelijk variabele op basis waarvan een relevante sensitiviteitsanalyse kan worden gemaakt voor de berekening van de uitgestelde belastingen. We verwijzen naar toelichting 8 voor de goodwill impairment analyse.
De bepaling van de netto verkoopprijs van PT Melania omvat een schatting van de kosten in verband met de verkoop zoals overeengekomen in de Koop-Verkoopovereenkomst (“SPA”).
De belangrijkste gemaakte schattingen omvatten:
- De timing en de kosten voor de vernieuwing van de permanente concessierechten (HGU)
- De vergoeding voor de opgebouwde sociale rechten van het personeel, dat vermoedelijk vrijwel geheel zal worden overgenomen door Shamrock Group
21 SIPEF Financiële staten 2021 5.# GROEPSONDERNEMINGEN / CONSOLIDATIEKRING
De moedermaatschappij van de Groep, SIPEF, Schoten/België is de moedermaatschappij van de volgende ondernemingen:
| Locatie | Controle | % Belangen |
|---|---|---|
| Geconsolideerde ondernemingen (integrale consolidatie) | ||
| PT Tolan Tiga Indonesia | 95,00 | 95,00 |
| PT Eastern Sumatra Indonesia | 95,00 | 90,25 |
| PT Kerasaan Indonesia | 57,00 | 54,15 |
| PT Bandar Sumatra Indonesia | 95,00 | 90,25 |
| PT Mukomuko Agro Sejahtera | 95,00 | 85,74 |
| PT Umbul Mas Wisesa | 95,00 | 94,90 |
| PT Citra Sawit Mandiri | 95,00 | 94,90 |
| PT Toton Usaha Mandiri | 95,00 | 94,90 |
| PT Agro Rawas Ulu | 95,00 | 95,00 |
| PT Agro Kati Lama | 95,00 | 95,00 |
| PT Agro Muara Rupit | 95,00 | 94,90 |
| Hargy Oil Palms Ltd | 100,00 | 100,00 |
| Plantations J. Eglin SA | 100,00 | 100,00 |
| Jabelmalux SA | 99,89 | 99,89 |
| Sipef Singapore | 100,00 | 100,00 |
| PT Agro Muko | 95,00 | 90,25 |
| PT Dendymarker Indah Lestari | 100,00 | 95,00 |
| Geassocieerde ondernemingen en joint ventures (vermogensmutatie) | ||
| Verdant Bioscience Pte Ltd | 38,00 | 38,00 |
| PT Melania Indonesia | 55,00 | 52,25 |
| PT Timbang Deli Indonesia | 38,00 | 36,10 |
| Niet geconsolideerde ondernemingen | ||
| Horikiki Development Cy Ltd | 90,80 | 90,80 |
SIPEF heeft een verkoop- en aankoopovereenkomst ondertekend met Shamrock Group (SG) over de verkoop van 100% van het aandelenkapitaal van haar Indonesische dochteronderneming, PT Melania. Door de ondertekening van de SPA heeft SIPEF de volledige controle over PT Melania verloren. Bijgevolg werd PT Melania geboekt als een joint venture aangehouden voor verkoop vanaf 30 april 2021. De activa en passiva van PT Melania werden gewaardeerd tegen reële waarde, gelijk aan de netto verkoopprijs van KUSD 23 353. Vanaf 30 april 2021 worden de resultaten van PT Melania niet meer opgenomen in de geconsolideerde winst en verlies van de SIPEF-groep aangezien PT Melania geclassificeerd is als een joint venture aangehouden voor verkoop. De Groep heeft, ondanks het bezit van de meerderheid van de stemrechten, geen zeggenschap in Horikiki Development Cy Ltd. wegens gevestigd in ontoegankelijke regio’s. Desalniettemin heeft Horikiki geen waarde. Alle ondernemingen die werden opgenomen in de consolidatie zijn ook opgenomen in het duurzaamheidsverslag van de Groep. Er zijn geen beperkingen om activa te realiseren en verplichtingen van dochterondernemingen af te wikkelen.
6. WISSELKOERSEN
Naar aanleiding van een gewijzigde politiek inzake liquiditeits- en schuldbeheer is vanaf eind 2006 de functionele valuta in de meerderheid van de dochterondernemingen vanaf 1 januari 2007 gewijzigd naar US dollar. Het volgende filiaal heeft echter een andere functionele valuta: Plantations J. Eglin SA EUR. De hieronder vermelde koersen werden gebruikt om de balansen en resultaten van deze entiteiten om te rekenen naar de US Dollar (de munt waarin de Groep haar jaarverslag opstelt).
| Slotkoers | Gemiddelde koers | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2021 | 2020 | 2019 | 2021 | 2020 | 2019 | |
| EUR | 0,8816 | 0,8916 | 0,8738 | 0,8480 | 0,8727 | 0,8941 |
7. OPERATIONEEL RESULTAAT EN SEGMENTINFORMATIE
De activiteiten van SIPEF kunnen worden onderverdeeld in segmenten naar gelang de soort van de producten. SIPEF heeft de volgende segmenten:
- Palm: Omvat alle palmproducten, inclusief palmolie, de palmpitten en de palmpitolie, zowel in Indonesië als in Papoea-Nieuw-Guinea.
- Rubber: Omvat alle verschillende soorten rubber die geproduceerd wordt in Indonesië en verkocht wordt door de SIPEF-groep:
- “Ribbed Smoked Sheets (RSS)"
- “Standard Indonesia Rubber (SIR)”
- “Scraps and Lumps”
- Thee: Omvat de "cut, tear, curl" (CTC) thee die SIPEF produceert in Indonesië.
- Bananen en horticultuur: Omvat alle verkopen van bananen en horticultuur, komende uit Ivoorkust.
- Corporate: Omvat voornamelijk de ontvangen management fees van niet-groepsondernemingen, aangerekende commissies op zeevrachten en andere aangerekende commissies die buiten het verkoopcontract vallen.
Het overzicht van de segmenten hieronder is weergegeven op basis van de interne managementrapportering van de SIPEF-groep. Het executief comité is de “chief operating decision maker”. De belangrijkste verschillen met de IFRS-consolidatie zijn:
- Er wordt vertrokken vanuit de brutomarge per segment en niet vanuit omzet.
- De meerwaarde op de verkoop van PT Melania werd niet opgenomen in de “overige bedrijfsopbrengsten/(kosten)”, maar is opgenomen op een aparte lijn.
In KUSD
| | 2021 | 2020 |
| :----------------------------------------------- | :------ | :----- |
| Bruto-marge per product | | |
| Palm | 166 562 | 59 886 |
| Rubber | -2 608 | -1 814 |
| Thee | 134 | - 788 |
| Bananen en planten | 3 803 | 4 390 |
| Corporate | 1 328 | 682 |
| Totaal bruto-marge | 169 218 | 62 357 |
| Algemene- en beheerskosten | -36 891 | -31 573 |
| Overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) | -4 552 | - 6 |
| Financieringsopbrengsten/(kosten) | -2 369 | -4 458 |
| Discounting Sipef-CI | 748 | 1 368 |
| Wisselkoersresultaten | -1 157 | 378 |
| Resultaat voor belastingen | 124 997 | 28 065 |
| Belastinglasten | -36 075 | -10 828 |
| Effectief belastingtarief | -28,9% | -38,6% |
| Resultaat na belastingen | 88 923 | 17 237 |
| Aandeel resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures | -1 091 | -1 059 |
| Resultaat van de periode voor verkoop PT Melania | 87 832 | 16 178 |
| Meerwaarde op de verkoop van PT Melania | 11 640 | 0 |
| Resultaat van de periode | 99 471 | 16 178 |
Hieronder wordt de segmentinformatie per productsegment en per geografische locatie weergeven volgens de IFRS winst- en verliesrekeningen. Het resultaat van een segment omvat de opbrengsten en kosten die rechtstreeks door een segment worden gegenereerd inclusief het relevante deel van de opbrengsten en kosten dat redelijkerwijs aan het segment kan worden toegerekend.
22 SIPEF Financiële staten 2021
Brutowinst per product
2021 - KUSD
| | Omzet | Kostprijs van verkopen | Aanpassingen van de reële waarde | Brutowinst | % van totaal |
| :-------------------- | :----- | :--------------------- | :------------------------------- | :--------- | :----------- |
| Palm | 380 862 | -216 913 | 2 613 | 166 562 | 98,4 |
| Rubber | 8 059 | -10 667 | 0 | -2 608 | -1,5 |
| Thee | 2 719 | -2 574 | - | 11 | 0,1 |
| Bananen en horticultuur | 23 085 | -19 085 | - 197 | 3 803 | 2,2 |
| Corporate | 1 328 | 0 | 0 | 1 328 | 0,8 |
| Totaal | 416 053 | -249 239 | 2 404 | 169 218 | 100,0 |
2020 - KUSD
| | Omzet | Kostprijs van verkopen | Aanpassingen van de reële waarde | Brutowinst | % van totaal |
| :-------------------- | :----- | :--------------------- | :------------------------------- | :--------- | :----------- |
| Palm | 236 707 | -177 137 | 176 | 59 746 | 95,8 |
| Rubber | 8 866 | -10 680 | 0 | -1 814 | -2,9 |
| Thee | 5 858 | -6 611 | - | - 35 | -788 |
| Bananen en horticultuur | 21 774 | -17 976 | 592 | 4 390 | 7,0 |
| Corporate | 823 | 0 | 0 | 823 | 1,3 |
| Totaal | 274 027 | -212 403 | 733 | 62 357 | 100,0 |
De totale omzet steeg met 51,8% tegenover 2020 tot USD 416 miljoen. De omzet van palmproducten nam toe met 60,9% voornamelijk door een combinatie van meer volume en een hogere wereldmarktprijs voor ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” -CPO). De rubberomzet daalde met 9,1% ondanks een hogere gerealiseerde eenheidsverkoopprijs, ten gevolge van lagere producties bij PT Agro Muko en het wegvallen van de rechtstreekse verkopen aan externe klanten door PT Melania, de vennootschap die in 2021 gedeconsolideerd werd. Deze deconsolidatie leidde er eveneens toe dat de omzet van thee nagenoeg gehalveerd werd. De omzet in het bananensegment, uitgedrukt in de functionele munt, de euro, groeide voornamelijk door een stijging van de verkochte volumes met 3,6%.Gezien de bananen verhandeld worden in euro, steeg de USD-omzet met 6,1%, dankzij de wisselkoersevolutie EUR/USD. De aankopen van verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) van derden vermeerderden met KUSD 34 462 door een toename van de aangekochte volumes en de gestegen aankoopprijzen van FFB, waarvan de prijs gerelateerd is aan CPO. De gemiddelde eenheidskostprijs af-fabriek voor de oliepalmplantages kende een lichte stijging met 4,3%. In Indonesië wogen de hoge kosten van de jong volgroeide plantages op het gemiddelde kostenniveau, terwijl in Papoea-Nieuw-Guinea de uitstekende producties van Hargy Oil Palms Ltd leidden tot een daling van de eenheidskostprijs met 17,7%. De eenheidskostprijs van het bananensegment bleef ongeveer identiek met die van 2020. Voor het rubbersegment zijn de eenheidskostprijzen significant gestegen (50,8%): ter voorbereiding van de conversie van rubber naar palm daalden de producties in belangrijke mate en werd de resterende nettoboekwaarde versneld afgeschreven. Bovendien zal in de periode 2022-2026 naar schatting in totaal MUSD 6,8 aan biologische rubberactiva versneld worden afgeschreven. De aanpassingen in de reële waarde betroffen de effecten van de waardering van de hangende vruchten aan hun reële waarde (IAS 41R). De brutowinst steeg van KUSD 62 357 eind 2020 naar KUSD 169 218 eind 2021. Het brutoresultaat van het palmsegment (98,4% van de totale brutowinst) nam toe met KUSD 106 816, dankzij de grotere producties en vooral de hogere netto palmolieprijzen. De gemiddelde wereldmarktprijs voor CPO noteerde over 2021 USD 1 195 per ton CIF Rotterdam. Dit is 67,1% hoger dan over dezelfde periode vorig jaar. Er dient wel opgemerkt te worden dat in Indonesië de exportheffing en -taks aanzienlijk toenam tegenover 2020. Voor het ganse jaar 2021 wordt de totale impact van de exportheffing en -taks op ongeveer USD 349 per ton geschat, tegenover USD 74 per ton vorig jaar. De relatief sterke heropleving van de verkoopprijzen van rubber sinds het tweede semester van vorig jaar kon niet verhinderen dat de negatieve bijdrage van het rubbersegment tot de brutomarge nog toenam. Dit is voornamelijk te wijten aan de gedaalde productievolumes in de rubberplantages van PT Bandar Sumatra en PT Agro Muko. Het nettoresultaat van het theesegment vertegenwoordigt sinds 2021 uitsluitend de commissies die SIPEF ontvangt uit de verkoop van theevolumes in de markt. In de bananen- en horticultuuractiviteiten werd de winstgevendheid bevestigd met een brutomarge van KUSD 3 803. Het segment "corporate" omvat de ontvangen management fees van niet-groepsondernemingen, aangerekende commissies op zeevrachten en andere aangerekende commissies die buiten het verkoopcontract vallen.
Brutowinst per geografische locatie
2021 - KUSD
| Omzet | Kostprijs van verkopen | Andere inkomsten | Aanpassingen van de reële waarde | Brutowinst | % van totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| 215 361 | -130 497 | 900 | 1 392 | 87 156 | 51,5 |
| 167 920 | -91 298 | 0 | 1 209 | 77 831 | 46,0 |
| 31 444 | -27 445 | 0 | - 197 | 3 803 | 2,2 |
| 428 | 0 | 0 | 0 | 428 | 0,3 |
| 415 153 | -249 240 | 900 | 2 404 | 169 218 | 100,0 |
2020 - KUSD
| Omzet | Kostprijs van verkopen | Andere inkomsten | Aanpassingen van de reële waarde | Brutowinst | % van totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| 160 337 | -119 228 | 444 | - 421 | 41 132 | 66,0 |
| 89 279 | -73 829 | 0 | 562 | 16 012 | 25,7 |
| 23 144 | -19 346 | 0 | 592 | 4 390 | 7,0 |
| 822 | 0 | 0 | 0 | 822 | 1,3 |
| 273 583 | -212 403 | 444 | 733 | 62 357 | 100,0 |
De totale kostprijs van de verkopen kan onderverdeeld worden in de volgende categorieën:
- Plantagekosten - omvat alle kosten verbonden aan de werken op het veld om het basis landbouwkundig product te vervaardigen (i.e. verse palmtrossen, latex, theebladen, bananen, horticultuur);
- Verwerkingskosten - omvat alle kosten verbonden aan het verwerken van het landbouwkundig basisproduct tot de afgewerkte landbouwgrondstoffen (i.e. palmolie, rubber, thee, ...);
- Aankopen FFB/palmolie/latex – omvatten alle aankoopkosten van derde partijen (omliggende boeren) of geassocieerde ondernemingen en joint ventures;
- Voorraadbewegingen – omvat alle voorraadbewegingen alsook de wijzigingen in de reële waarde van de voorraad;
- Aanpassingen van de reële waarde omvat de aanpassingen van de reële waarde van het biologisch actief van palmolie, bananen en thee;
- Verkoopkosten - omvat alle direct toewijsbare kosten aan de verkopen van het jaar (o.a. transportkosten, exporttaks/heffing op palmolie, ...)
- Algemene- en administratieve kosten - omvat alle kosten verbonden aan de overkoepelende organisatie (zoals algemeen management, financieel departement, marketing, interne audit, duurzaamheid, enz.).
| In KUSD | ||
|---|---|---|
| 2021 | 2020 | |
| Plantagekosten | 150 127 | 134 547 |
| Verwerkingskosten | 33 003 | 30 894 |
| Aankopen FFB/palmolie/latex | 60 143 | 26 297 |
| Voorraadbewegingen | -20 333 | -3 462 |
| Aanpassingen van de reële waarde | 2 404 | 733 |
| Verkoopkosten | 21 492 | 22 661 |
| Kostprijs van de verkopen | 246 835 | 211 670 |
| Algemene en beheerskosten | 36 891 | 31 573 |
| Totale kostprijs van de verkopen en algemene en beheerskosten | 283 726 | 243 243 |
De plantagekosten zijn lichtjes gestegen ten opzichte van vorig jaar door:
- een algemene kostenstijging als gevolg van de inflatie;
- de additionele mature hectaren in de Musi Rawas regio waardoor de plantage -en veldkosten nu jaarlijks stijgen;
- hogere FFB producties in 2021.
24
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Het nettoresultaat van het theesegment vertegenwoordigt sinds 2021 uitsluitend de commissies die SIPEF ontvangt uit de verkoop van theevolumes in de markt. In de bananen- en horticultuuractiviteiten werd de winstgevendheid bevestigd met een brutomarge van KUSD 3 803. Het segment "corporate" omvat de ontvangen management fees van niet-groepsondernemingen, aangerekende commissies op zeevrachten en andere aangerekende commissies die buiten het verkoopcontract vallen.
Brutowinst per geografische locatie
2021 - KUSD
| Omzet | Kostprijs van verkopen | Andere inkomsten | Aanpassingen van de reële waarde | Brutowinst | % van totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| 215 361 | -130 497 | 900 | 1 392 | 87 156 | 51,5 |
| 167 920 | -91 298 | 0 | 1 209 | 77 831 | 46,0 |
| 31 444 | -27 445 | 0 | - 197 | 3 803 | 2,2 |
| 428 | 0 | 0 | 0 | 428 | 0,3 |
| 415 153 | -249 240 | 900 | 2 404 | 169 218 | 100,0 |
2020 - KUSD
| Omzet | Kostprijs van verkopen | Andere inkomsten | Aanpassingen van de reële waarde | Brutowinst | % van totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| 160 337 | -119 228 | 444 | - 421 | 41 132 | 66,0 |
| 89 279 | -73 829 | 0 | 562 | 16 012 | 25,7 |
| 23 144 | -19 346 | 0 | 592 | 4 390 | 7,0 |
| 822 | 0 | 0 | 0 | 822 | 1,3 |
| 273 583 | -212 403 | 444 | 733 | 62 357 | 100,0 |
De totale kostprijs van de verkopen kan onderverdeeld worden in de volgende categorieën:
- Plantagekosten - omvat alle kosten verbonden aan de werken op het veld om het basis landbouwkundig product te vervaardigen (i.e. verse palmtrossen, latex, theebladen, bananen, horticultuur);
- Verwerkingskosten - omvat alle kosten verbonden aan het verwerken van het landbouwkundig basisproduct tot de afgewerkte landbouwgrondstoffen (i.e. palmolie, rubber, thee, ...);
- Aankopen FFB/palmolie/latex – omvatten alle aankoopkosten van derde partijen (omliggende boeren) of geassocieerde ondernemingen en joint ventures;
- Voorraadbewegingen – omvat alle voorraadbewegingen alsook de wijzigingen in de reële waarde van de voorraad;
- Aanpassingen van de reële waarde omvat de aanpassingen van de reële waarde van het biologisch actief van palmolie, bananen en thee;
- Verkoopkosten - omvat alle direct toewijsbare kosten aan de verkopen van het jaar (o.a. transportkosten, exporttaks/heffing op palmolie, ...)
- Algemene- en administratieve kosten - omvat alle kosten verbonden aan de overkoepelende organisatie (zoals algemeen management, financieel departement, marketing, interne audit, duurzaamheid, enz.).
| In KUSD | ||
|---|---|---|
| 2021 | 2020 | |
| Plantagekosten | 150 127 | 134 547 |
| Verwerkingskosten | 33 003 | 30 894 |
| Aankopen FFB/palmolie/latex | 60 143 | 26 297 |
| Voorraadbewegingen | -20 333 | -3 462 |
| Aanpassingen van de reële waarde | 2 404 | 733 |
| Verkoopkosten | 21 492 | 22 661 |
| Kostprijs van de verkopen | 246 835 | 211 670 |
| Algemene en beheerskosten | 36 891 | 31 573 |
| Totale kostprijs van de verkopen en algemene en beheerskosten | 283 726 | 243 243 |
De plantagekosten zijn lichtjes gestegen ten opzichte van vorig jaar door:
- een algemene kostenstijging als gevolg van de inflatie;
- de additionele mature hectaren in de Musi Rawas regio waardoor de plantage -en veldkosten nu jaarlijks stijgen;
- hogere FFB producties in 2021.
25
SIPEF Financiële staten 2021
De verwerkingskosten zijn licht gestegen in vergelijking met vorig jaar doordat een groter aantal FFB's werd verwerkt. De aankopen van FFB / CPO / latex zijn met meer dan 125% gestegen ten opzichte van vorig jaar. De stijging is een gevolg van de hogere CPO-prijzen in 2021, die resulteren in een hogere FFB-prijs, een toename van de aangekochte hoeveelheden in het kader van de plasmawet en het herstel van de productie van kleine boeren in Papoea-Nieuw-Guinea, dat resulteerde in een grotere aanvoer van FFB van derden. De voorraadmutatie is voornamelijk gestegen door de gestegen voorraad palmproducten op het einde van het jaar, gecombineerd met een gestegen waarde van de voorraad palmproducten door de hoge wereldmarktprijzen op het einde van het jaar. De verkoopkosten zijn relatief stabiel gebleven ondanks de gestegen exporttaks en exportheffingen in Indonesië in 2021. Dit is te wijten aan een stijging van de lokale verkopen van de Groep in Indonesië in vergelijking met 2020. Op deze lokale verkopen is geen exportbelasting en -heffing van toepassing. In de praktijk wordt echter een vergelijkbaar bedrag onmiddellijk in mindering gebracht op de verkoopprijs voor lokale Indonesische verkopen, wat resulteert in een vergelijkbare nettoverkoopprijs. De totale afschrijving opgenomen in de plantage- en de verwerkingskosten bedragen KUSD 40 222. De afschrijvingskosten zijn voor 3.482 KUSD opgenomen in de "Algemene en administratieve kosten" en voor 4.912 KUSD in de "Overige bedrijfsopbrengsten/- kosten".De afschrijvingen in de "overige bedrijfsopbrengsten/kosten" hebben voor ongeveer KUSD 4 229 betrekking op de versnelde afschrijvingen van de oliepalmen in PT Dendymarker. In toelichting 20 worden de "overige bedrijfsopbrengsten/-kosten" meer in detail voorgesteld. De algemene en beheerskosten stegen tegenover vorig jaar, voornamelijk door de toegenomen bonusprovisie als gevolg van de betere resultaten.
Omzet uitgesplitst naar locatie van de klant
| Klant Locatie | 2021 (KUSD) | 2020 (KUSD) |
|---|---|---|
| Indonesië | 205 284 | 133 264 |
| Nederland | 152 297 | 85 340 |
| Frankrijk | 9 408 | 14 839 |
| Maleisië | 8 460 | 1 377 |
| Zwitserland | 7 822 | 44 |
| België / Belgique | 6 360 | 4 009 |
| Groot-Brittannië | 5 677 | 2 459 |
| Singapore | 5 627 | 20 507 |
| Verenigde Staten | 3 726 | 4 001 |
| Ivoorkust | 3 602 | 2 273 |
| Spanje | 2 634 | 117 |
| Ierland | 1 671 | 2 003 |
| China | 1 557 | 1 065 |
| Duitsland | 928 | 877 |
| Poland | 485 | 26 |
| Verenigde Arab. Emiraten | 195 | 0 |
| Afghanistan | 116 | 824 |
| Pakistan | 111 | 914 |
| Andere | 93 | 88 |
| Totaal | 416 053 | 274 027 |
De omzet van de Groep wordt gerealiseerd tegenover een beperkt aantal hoog aangeschreven klanten: per product wordt ca 90% van de omzet gerealiseerd door maximaal 10 klanten. Voor bijkomende informatie verwijzen we naar toelichting 26 – financiële instrumenten.
Gesegmenteerde informatie – geografisch
2021
| In KUSD | Indonesië | PNG | Ivoorkust | Europa | Andere | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 0 | 0 | 0 | 348 | 0 | 348 |
| Goodwill | 104 782 | 0 | 0 | 0 | 0 | 104 782 |
| Biologische activa | 226 144 | 80 950 | 277 | 0 | 0 | 307 371 |
| Andere materiële vaste activa | 253 032 | 98 848 | 7 311 | 704 | 0 | 359 896 |
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures | - 749 | 0 | 0 | 0 | 4 347 | 3 598 |
| Andere financiële activa | 46 | 0 | 31 | 15 | 0 | 92 |
| Vorderingen > 1 jaar | 25 666 | 0 | 0 | 0 | 0 | 25 666 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 10 995 | 0 | 319 | 2 237 | 0 | 13 550 |
| Totaal vaste activa | 619 916 | 179 798 | 7 938 | 3 304 | 4 347 | 815 303 |
| % van totaal | 76,03% | 22,05% | 0,97% | 0,41% | 0,53% | 100,00% |
2020
| In KUSD | Indonesië | PNG | Ivoorkust | Europa | Andere | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 0 | 0 | 0 | 473 | 0 | 473 |
| Goodwill | 104 782 | 0 | 0 | 0 | 0 | 104 782 |
| Biologische activa | 231 602 | 83 952 | 273 | 0 | 0 | 315 826 |
| Andere materiële vaste activa | 248 665 | 101 487 | 3 992 | 668 | 0 | 354 811 |
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures | - 282 | 0 | 0 | 0 | 4 912 | 4 630 |
| Andere financiële activa | 46 | 0 | 19 | 15 | 0 | 80 |
| Vorderingen > 1 jaar | 16 092 | 0 | 0 | 9 | 0 | 16 101 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 10 447 | 0 | 363 | 2 240 | 0 | 13 049 |
| Totaal vaste activa | 611 352 | 185 438 | 4 645 | 3 406 | 4 912 | 809 753 |
| % van totaal | 75,50% | 22,90% | 0,57% | 0,42% | 0,61% | 100,00% |
8. GOODWILL EN ANDERE IMMATERIELE VASTE ACTIVA
| In KUSD | 2021 Goodwill | 2021 Immateriële vaste activa | 2020 Goodwill | 2020 Immateriële vaste activa |
|---|---|---|---|---|
| Bruto boekwaarde per 1 januari | 104 782 | 787 | 104 782 | 1 078 |
| Aanschaffingen | 0 | 40 | 0 | 49 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | 0 | - 60 | 0 | - 340 |
| Overboekingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bruto boekwaarde per 31 december | 104 782 | 767 | 104 782 | 787 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari | 0 | - 314 | 0 | - 561 |
| Afschrijvingen | 0 | - 165 | 0 | - 93 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | 0 | 60 | 0 | 340 |
| Overboekingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december | 0 | - 419 | 0 | - 314 |
| Netto boekwaarde per 1 januari | 104 782 | 473 | 104 782 | 517 |
| Netto boekwaarde per 31 december | 104 782 | 348 | 104 782 | 473 |
26 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Gesegmenteerde informatie – geografisch
2021
| In KUSD | Indonesië | PNG | Ivoorkust | Europa | Andere | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 0 | 0 | 0 | 348 | 0 | 348 |
| Goodwill | 104 782 | 0 | 0 | 0 | 0 | 104 782 |
| Biologische activa | 226 144 | 80 950 | 277 | 0 | 0 | 307 371 |
| Andere materiële vaste activa | 253 032 | 98 848 | 7 311 | 704 | 0 | 359 896 |
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures | - 749 | 0 | 0 | 0 | 4 347 | 3 598 |
| Andere financiële activa | 46 | 0 | 31 | 15 | 0 | 92 |
| Vorderingen > 1 jaar | 25 666 | 0 | 0 | 0 | 0 | 25 666 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 10 995 | 0 | 319 | 2 237 | 0 | 13 550 |
| Totaal vaste activa | 619 916 | 179 798 | 7 938 | 3 304 | 4 347 | 815 303 |
| % van totaal | 76,03% | 22,05% | 0,97% | 0,41% | 0,53% | 100,00% |
2020
| In KUSD | Indonesië | PNG | Ivoorkust | Europa | Andere | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 0 | 0 | 0 | 473 | 0 | 473 |
| Goodwill | 104 782 | 0 | 0 | 0 | 0 | 104 782 |
| Biologische activa | 231 602 | 83 952 | 273 | 0 | 0 | 315 826 |
| Andere materiële vaste activa | 248 665 | 101 487 | 3 992 | 668 | 0 | 354 811 |
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures | - 282 | 0 | 0 | 0 | 4 912 | 4 630 |
| Andere financiële activa | 46 | 0 | 19 | 15 | 0 | 80 |
| Vorderingen > 1 jaar | 16 092 | 0 | 0 | 9 | 0 | 16 101 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 10 447 | 0 | 363 | 2 240 | 0 | 13 049 |
| Totaal vaste activa | 611 352 | 185 438 | 4 645 | 3 406 | 4 912 | 809 753 |
| % van totaal | 75,50% | 22,90% | 0,57% | 0,42% | 0,61% | 100,00% |
8. GOODWILL EN ANDERE IMMATERIELE VASTE ACTIVA
| In KUSD | 2021 Goodwill | 2021 Immateriële vaste activa | 2020 Goodwill | 2020 Immateriële vaste activa |
|---|---|---|---|---|
| Bruto boekwaarde per 1 januari | 104 782 | 787 | 104 782 | 1 078 |
| Aanschaffingen | 0 | 40 | 0 | 49 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | 0 | - 60 | 0 | - 340 |
| Overboekingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bruto boekwaarde per 31 december | 104 782 | 767 | 104 782 | 787 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari | 0 | - 314 | 0 | - 561 |
| Afschrijvingen | 0 | - 165 | 0 | - 93 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | 0 | 60 | 0 | 340 |
| Overboekingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december | 0 | - 419 | 0 | - 314 |
| Netto boekwaarde per 1 januari | 104 782 | 473 | 104 782 | 517 |
| Netto boekwaarde per 31 december | 104 782 | 348 | 104 782 | 473 |
Goodwill impairment analyse
Goodwill is het positieve verschil tussen de overnameprijs van een dochteronderneming, geassocieerde onderneming of joint venture en het aandeel van de Groep in de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen entiteit op datum van overname. Volgens de standaard IFRS 3 - Bedrijfscombinaties, wordt goodwill niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardevermindering. Goodwill en immateriële vaste activa worden jaarlijks door het management getoetst of ze zijn blootgesteld aan een bijzondere waardevermindering in overeenstemming met de waarderingsregels in toelichting 3 (ongeacht of er aanwijzingen bestaan voor een bijzondere waardevermindering). Om de noodzaak tot een bijzondere waardevermindering te kunnen beoordelen, wordt de goodwill toegewezen aan een kasstroom genererende eenheid (KGE). Een kasstroom genererende eenheid is de kleinste identificeerbare groep van activa die een instroom van kasmiddelen genereert die in ruime mate onafhankelijk is van de instroom van kasmiddelen van andere activa of groepen van activa. Op elke balansdatum wordt voor deze kasstroom genererende eenheden een analyse uitgevoerd om te bepalen of de boekwaarde van de goodwill volledig recupereerbaar is. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroom generende eenheid op een duurzame wijze lager ligt dan de boekwaarde, dan wordt er in de winst - en verliesrekening een bijzondere waardevermindering opgenomen ten belope van dit verschil.
In het model van SIPEF wordt de kasstroom generende eenheid vergeleken met het totaal onderliggend actief gerelateerd aan het palmoliesegment per 31 december 2021. Dit omvat de volgende posten:
| Activa (in KUSD)* | 2021 |
|---|---|
| Biologische activa - dragende planten | 305 432 |
| Andere materiële vaste activa | 350 219 |
| Goodwill | 104 782 |
| Vlottende activa - vlottende passiva | 13 438 |
| Totaal | 773 872 |
- Activa omvat enkel de entiteiten met palmolieactiviteiten
De SIPEF-groep heeft de ‘kasstroom genererende eenheid’ gedefinieerd als het operationele palmoliesegment. Het omvat alle kasstromen van de palmolieactiviteiten van alle plantages in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. De kasstromen die voortvloeien uit de verkoop van rubber, thee en bananen worden hier niet mee opgenomen, gezien het feit dat de goodwill zuiver werd toegewezen aan het volledige palmoliesegment.
De recupereerbare waarde van de kasstroom generende eenheden waaraan de goodwill werd toegewezen, werd bepaald aan de hand van een berekening met een "discounted cash-flow-model" (DCF-model). Er werd vertrokken vanuit de operationele plannen van de Groep die tien jaar vooruitkijken (t.e.m. 2031) en werden goedgekeurd door de Raad van Bestuur. De macro-economische parameters zoals de palmolieprijs en inflatie worden in dit model als constant beschouwd voor ieder jaar. De constante palmolieprijs die gebruikt wordt in het model (USD 755/ton) is de beste inschatting van het management van de palmolieprijs CIF Rotterdam op lange termijn. De negatieve impact van de gewijzigde regelingen m.b.t. exportbelastingen en exportheffingen in Indonesië zijn meegenomen in de toekomstige kasstromen. De gemiddelde palmolieprijs die gebruikt werd in de goodwill impairment analyse voor 2021 bedroeg USD 755/ton, terwijl de spotprijs USD 1 305/ton bedroeg op 31 december 2021. In het model is de groei van de verkopen dezelfde als de normale verbetering van de productievolumes t.g.v. van de maturiteit van de palmbomen van de verschillende dochterondernemingen. Eventuele verbetering van de toekomstige “EBITDA”-marges in het model zijn een normaal gevolg van dezelfde verbetering van de productievolumes. Het huidige model werd opgesteld met een gewogen gemiddelde kapitaalkost (na belastingen) van 8,01% en een gemiddelde aanslagvoet van 25% - 30%. De terminale waarde in het "discounted cash-flow" model is gebaseerd op een perpetuele groei van 2% conform het Gordon-groeimodel.We maken in het model gebruik van een sensitiviteitsanalyse voor verschillende palmolieprijzen en verschillende gewogen gemiddelde kapitaalkosten (WACC):
Palmolieprijzen (CIF Rotterdam)
* Scenario 1: 705 USD/ton CIF Rotterdam
* Scenario 2 (basis scenario): 755 USD/ton CIF Rotterdam
* Scenario 3: 805 USD/ton CIF Rotterdam
WACC
* Scenario 1: 7,19%
* Scenario 2 (basis scenario): 8,19%
* Scenario 3: 9,19%
Samenvatting assumpties van 2021: PO / WACC
| WACC | 7,19% | 8,19% | 9,19% |
| ------------------ | ------------ | ------------------ | ------------ |
| 705 USD/ton CIF Rotterdam | Scenario 1 | Scenario 4 | Scenario 7 |
| 755 USD/ton CIF Rotterdam | Scenario 2 | Scenario 5 (basis scenario) | Scenario 8 |
| 805 USD/ton CIF Rotterdam | Scenario 3 | Scenario 6 | Scenario 9 |
Samenvatting assumpties van 2020: PO / WACC
| WACC | 7,01% | 8,01% | 9,01% |
| ------------------ | ------------ | ------------------ | ------------ |
| 663 USD/ton CIF Rotterdam | Scenario 1 | Scenario 4 | Scenario 7 |
| 713 USD/ton CIF Rotterdam | Scenario 2 | Scenario 5 (basis scenario) | Scenario 8 |
| 763 USD/ton CIF Rotterdam | Scenario 3 | Scenario 6 | Scenario 9 |
Voor de sensitiviteitsanalyse werd de prijs verhoogd en verlaagd met 50 USD/ton. De WACC werd verhoogd en verlaagd met één procent. Hieronder wordt er een sensitiviteitsmatrix weergeven voor de totale verdisconteerde cashflow voor verschillende palmolieprijzen en verschillende gemiddelde kapitaalkosten (WACC).
Matrix sensitiviteit WACC/PO prijs (in KUSD)
| WACC | 7,19% | 8,19% | 9,19% |
| --------------------------- | ------------ | ----------- | ----------- |
| 705 USD/ton CIF Rotterdam | 931 010 | 751 748 | 623 023 |
| 755 USD/ton CIF Rotterdam | 1 662 152 | 1 366 300 | 1 153 492 |
| 805 USD/ton CIF Rotterdam | 2 046 183 | 1 689 049 | 1 432 036 |
| Waarde onderliggende assets* | 773 872 | 773 872 | 773 872 |
- het gaat hier om het onderliggende actief gerelateerd aan het PO segment
De headroom omvat het verschil tussen het totaal aan discounted cashflows en de waarde van het onderliggend actief:
Headroom (in KUSD)
| WACC | 7,19% | 8,19% | 9,19% |
| --------------------------- | ------------ | ----------- | ----------- |
| 705 USD/ton CIF Rotterdam | 157 138 | - 22 124 | - 150 850 |
| 755 USD/ton CIF Rotterdam | 888 279 | 592 428 | 379 620 |
| 805 USD/ton CIF Rotterdam | 1 272 311 | 915 177 | 658 163 |
Groen = basis scenario
We berekenden tevens ook de break-even palmolieprijs a.d.h.v. verschillende WACC's:
Break-even prijs
| WACC | 7,19% | 8,19% | 9,19% |
| ---------- | --------- | --------- | --------- |
| USD/ton | 633 $/ton | 659 $/ton | 684 $/ton |
Het management is van mening dat de veronderstellingen gebruikt in de bedrijfswaardeberekening zoals hierboven beschreven, de beste inschattingen geven van de toekomstige ontwikkeling. Uit de sensitiviteitsanalyse is gebleken dat de goodwill telkens volledig recupereerbaar is in bijna elk scenario. Zodoende is het management van mening dat er geen indicatie is voor een eventuele waardevermindering. Toekomstige verkoopprijzen blijven moeilijk te voorspellen over een lange periode en zullen nauwlettend worden gemonitord in de toekomst.
28 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
WACC
* Scenario 1: 7,19%
* Scenario 2 (basis scenario): 8,19%
* Scenario 3: 9,19%
Samenvatting assumpties van 2021: PO / WACC
| WACC | 7,19% | 8,19% | 9,19% |
| ------------------ | ------------ | ------------------ | ------------ |
| 705 USD/ton CIF Rotterdam | Scenario 1 | Scenario 4 | Scenario 7 |
| 755 USD/ton CIF Rotterdam | Scenario 2 | Scenario 5 (basis scenario) | Scenario 8 |
| 805 USD/ton CIF Rotterdam | Scenario 3 | Scenario 6 | Scenario 9 |
Samenvatting assumpties van 2020: PO / WACC
| WACC | 7,01% | 8,01% | 9,01% |
| ------------------ | ------------ | ------------------ | ------------ |
| 663 USD/ton CIF Rotterdam | Scenario 1 | Scenario 4 | Scenario 7 |
| 713 USD/ton CIF Rotterdam | Scenario 2 | Scenario 5 (basis scenario) | Scenario 8 |
| 763 USD/ton CIF Rotterdam | Scenario 3 | Scenario 6 | Scenario 9 |
Voor de sensitiviteitsanalyse werd de prijs verhoogd en verlaagd met 50 USD/ton. De WACC werd verhoogd en verlaagd met één procent. Hieronder wordt er een sensitiviteitsmatrix weergeven voor de totale verdisconteerde cashflow voor verschillende palmolieprijzen en verschillende gemiddelde kapitaalkosten (WACC).
Matrix sensitiviteit WACC/PO prijs (in KUSD)
| WACC | 7,19% | 8,19% | 9,19% |
| --------------------------- | ------------ | ----------- | ----------- |
| 705 USD/ton CIF Rotterdam | 931 010 | 751 748 | 623 023 |
| 755 USD/ton CIF Rotterdam | 1 662 152 | 1 366 300 | 1 153 492 |
| 805 USD/ton CIF Rotterdam | 2 046 183 | 1 689 049 | 1 432 036 |
| Waarde onderliggende assets* | 773 872 | 773 872 | 773 872 |
- het gaat hier om het onderliggende actief gerelateerd aan het PO segment
De headroom omvat het verschil tussen het totaal aan discounted cashflows en de waarde van het onderliggend actief:
Headroom (in KUSD)
| WACC | 7,19% | 8,19% | 9,19% |
| --------------------------- | ------------ | ----------- | ----------- |
| 705 USD/ton CIF Rotterdam | 157 138 | - 22 124 | - 150 850 |
| 755 USD/ton CIF Rotterdam | 888 279 | 592 428 | 379 620 |
| 805 USD/ton CIF Rotterdam | 1 272 311 | 915 177 | 658 163 |
Groen = basis scenario
We berekenden tevens ook de break-even palmolieprijs a.d.h.v. verschillende WACC's:
Break-even prijs
| WACC | 7,19% | 8,19% | 9,19% |
| ---------- | --------- | --------- | --------- |
| USD/ton | 633 $/ton | 659 $/ton | 684 $/ton |
Het management is van mening dat de veronderstellingen gebruikt in de bedrijfswaardeberekening zoals hierboven beschreven, de beste inschattingen geven van de toekomstige ontwikkeling. Uit de sensitiviteitsanalyse is gebleken dat de goodwill telkens volledig recupereerbaar is in bijna elk scenario. Zodoende is het management van mening dat er geen indicatie is voor een eventuele waardevermindering. Toekomstige verkoopprijzen blijven moeilijk te voorspellen over een lange periode en zullen nauwlettend worden gemonitord in de toekomst.
29 SIPEF Financiële staten 2021
9. BIOLOGISCHE ACTIVA - DRAGENDE PLANTEN
Bewegingstabel biologische activa - dragende planten
Op balansniveau kan de beweging in de biologische activa – dragende planten als volgt samengevat worden:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Bruto boekwaarde per 1 januari | 429 192 | 407 810 |
| Wijzigingen in consolidatiekring | - 17 474 | 0 |
| Aanschaffingen | 27 396 | 26 971 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | - 22 594 | - 4 261 |
| Overboekingen | 80 | - 1 454 |
| Andere | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | - 114 | 128 |
| Bruto boekwaarde per 31 december | 416 487 | 429 192 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari | - 113 365 | - 101 467 |
| Wijzigingen in consolidatiekring | 4 924 | 0 |
| Afschrijvingen | - 21 462 | - 15 120 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | 20 694 | 3 326 |
| Overboekingen | 0 | 0 |
| Andere | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | 92 | - 104 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december | - 109 116 | - 113 365 |
| Netto boekwaarde per 1 januari | 315 827 | 306 343 |
| Netto boekwaarde per 31 december | 307 371 | 315 826 |
10. ANDERE MATERIELE VASTE ACTIVA
2021
| In KUSD | Terreinen, gebouwen en infrastructuur | Installaties en machines | Rollend materieel | Bureau, meubilair en overige | In aanbouw | Land- rechten | Totaal | Leasing |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bruto boekwaarde per 1 januari | 188 549 | 190 336 | 72 629 | 34 138 | 3 304 | 16 492 | 125 533 | 630 983 |
| Wijzigingen in consolidatiekring | - 7 491 | - 6 134 | - 1 322 | - 834 | 0 | - 1 131 | - 197 | - 17 109 |
| Aanschaffingen | 13 846 | 4 833 | 3 987 | 1 544 | 247 | 10 448 | 6 351 | 41 256 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | - 859 | - 1 199 | - 3 017 | - 90 | 0 | - 4 142 | - 259 | - 9 566 |
| Overboekingen | 7 722 | 237 | 505 | 186 | 0 | - 8 729 | 0 | - 80 |
| Andere | - 12 | 12 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | - 922 | - 231 | - 160 | - 78 | 0 | - 144 | - 17 | - 1 550 |
| Bruto boekwaarde per 31 december | 200 834 | 187 855 | 72 622 | 34 867 | 3 551 | 12 794 | 131 411 | 643 933 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari | - 81 098 | - 114 635 | - 56 458 | - 20 431 | - 547 | 0 | - 3 002 | - 276 172 |
| Wijzigingen in consolidatiekring | 5 988 | 5 392 | 1 193 | 541 | 0 | 0 | 181 | 13 295 |
| Afschrijvingen | - 7 980 | - 10 637 | - 5 473 | - 2 454 | - 416 | 0 | - 29 | - 26 988 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | 725 | 1 142 | 2 770 | 84 | 0 | 0 | 0 | 4 721 |
| Overboekingen | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 |
| Andere | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | 713 | 196 | 112 | 68 | 0 | 0 | 16 | 1 105 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december | - 81 651 | - 118 542 | - 57 856 | - 22 192 | - 963 | 0 | - 2 834 | - 284 038 |
| Netto boekwaarde per 1 januari | 107 451 | 75 701 | 16 171 | 13 707 | 2 757 | 16 492 | 122 531 | 354 810 |
| Netto boekwaarde per 31 december | 119 183 | 69 313 | 14 766 | 12 675 | 2 588 | 12 794 | 128 577 | 359 896 |
30 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
10. ANDERE MATERIELE VASTE ACTIVA
2021
| In KUSD | Terreinen, gebouwen en infrastructuur | Installaties en machines | Rollend materieel | Bureau, meubilair en overige | In aanbouw | Land- rechten | Totaal | Leasing |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bruto boekwaarde per 1 januari | 188 549 | 190 336 | 72 629 | 34 138 | 3 304 | 16 492 | 125 533 | 630 983 |
| Wijzigingen in consolidatiekring | - 7 491 | - 6 134 | - 1 322 | - 834 | 0 | - 1 131 | - 197 | - 17 109 |
| Aanschaffingen | 13 846 | 4 833 | 3 987 | 1 544 | 247 | 10 448 | 6 351 | 41 256 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | - 859 | - 1 199 | - 3 017 | - 90 | 0 | - 4 142 | - 259 | - 9 566 |
| Overboekingen | 7 722 | 237 | 505 | 186 | 0 | - 8 729 | 0 | - 80 |
| Andere | - 12 | 12 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | - 922 | - 231 | - 160 | - 78 | 0 | - 144 | - 17 | - 1 550 |
| Bruto boekwaarde per 31 december | 200 834 | 187 855 | 72 622 | 34 867 | 3 551 | 12 794 | 131 411 | 643 933 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari | - 81 098 | - 114 635 | - 56 458 | - 20 431 | - 547 | 0 | - 3 002 | - 276 172 |
| Wijzigingen in consolidatiekring | 5 988 | 5 392 | 1 193 | 541 | 0 | 0 | 181 | 13 295 |
| Afschrijvingen | - 7 980 | - 10 637 | - 5 473 | - 2 454 | - 416 | 0 | - 29 | - 26 988 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | 725 | 1 142 | 2 770 | 84 | 0 | 0 | 0 | 4 721 |
| Overboekingen | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 |
| Andere | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | 713 | 196 | 112 | 68 | 0 | 0 | 16 | 1 105 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 31 december | - 81 651 | - 118 542 | - 57 856 | - 22 192 | - 963 | 0 | - 2 834 | - 284 038 |
| Netto boekwaarde per 1 januari | 107 451 | 75 701 | 16 171 | 13 707 | 2 757 | 16 492 | 122 531 | 354 810 |
| Netto boekwaarde per 31 december | 119 183 | 69 313 | 14 766 | 12 675 | 2 588 | 12 794 | 128 577 | 359 896 |
31 SIPEF Financiële staten 2021
2020
| In KUSD | Terreinen, gebouwen en infrastructuur | Installaties en machines | Rollend materieel | Bureau, meubilair en overige | In aanbouw | Land- rechten | Totaal | Leasing |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bruto boekwaarde per 1 januari | 180 654 | 186 614 | 69 811 | 32 711 | 3 253 | 16 696 | 122 422 | 612 163 |
| Wijzigingen in consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aanschaffingen | 6 675 | 2 990 | 4 009 | 668 | 122 | 5 655 | 5 586 | 25 705 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | - 778 | - 1 065 | - 1 716 | - 322 | 0 | - 3 514 | 0 | - 7 395 |
| Overboekingen | 985 | 1 525 | 361 | 994 | 0 | - 2 411 | 0 | 1 454 |
| Andere | - 11 | 11 | 0 | 0 | - 71 | 60 | - 2 495 | - 2 506 |
| Omrekeningsverschillen | 1 024 | 261 | 164 | 87 | 0 | 6 | 20 | 1 562 |
| Bruto boekwaarde per 31 december | 188 549 | 190 336 | 72 629 | 34 138 | 3 304 | 16 492 | 125 533 | 630 983 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen per 1 januari | - 73 094 | - 104 561 | - 52 061 | - 17 584 | - 358 | 0 | - 5 434 | - 253 092 |
| Wijzigingen in consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afschrijvingen | - 7 767 | - 10 884 | - 5 768 | - 2 953 | - 386 | 0 | - 45 | - 27# SIPEF Financiële staten 2021 |
11. VORDERINGEN OP LANGER DAN EEN JAAR
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Vorderingen > 1 jaar | 25 666 | 16 101 |
De vorderingen > 1 jaar bestaan per 31 december 2021 voornamelijk uit de vorderingen op plasmahouders.
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Plasma vorderingen | 25 666 | 16 092 |
| Andere | 0 | 9 |
| Totaal | 25 666 | 16 101 |
Plasmavorderingen vertegenwoordigen een lening die gegeven wordt aan de lokale boeren voor de totaal gecumuleerde kosten voor de ontwikkeling van plasmaplantages die momenteel door de Groep worden gefinancierd. Wanneer de plasmaplantages matuur worden, zijn de plasmaboeren verplicht hun oogsten aan de Groep te verkopen en zal een deel van de opbrengst worden gebruikt om de leningen terug te betalen. De plasmavorderingen zullen geleidelijk worden terugbetaald vanaf het moment dat de plasmahouders een ‘going concern’-plantage worden waarbij de opbrengst van de FFB-verkoop gedeeltelijk gebruikt zal worden om de lening terug te betalen. De Groep heeft het verwachte kredietverlies berekend in overeenstemming met IFRS 9 en heeft vastgesteld dat dit geen materiële impact heeft. De terugbetaling van de plasmaleningen zal grotendeels worden bepaald door de plasma FFB productie en de wereldwijde palmolieprijzen in de komende jaren en is ook afhankelijk van de voorwaarden van de plasmaregeling. Daarom is het niet mogelijk het precieze tijdstip van terugbetaling te voorspellen. De Groep heeft momenteel een totale korte termijn plasmavordering van KUSD 1 032 - inbegrepen in de lopende overige vorderingen - en een lange termijn plasmavordering van KUSD 25 666.
12. VOORRADEN
Analyse van de voorraden:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 21 508 | 17 658 |
| Gereed product | 26 509 | 11 990 |
| Totaal | 48 017 | 29 648 |
De resterende voorraad grond- en hulpstoffen is gestegen met KUSD 1 169 in vergelijking met vorig jaar. Dit is voornamelijk te wijten aan tijdsverschillen in aankopen. De toename van het gereed product is het gevolg van een lichte stijging van de CPO/PK-voorraad per jaareinde en de hogere CPO- prijzen die resulteren in een hogere voorraadwaarde.
13. BIOLOGISCHE ACTIVA
De totale biologische activa op het einde van het jaar kan als volgt worden weergegeven:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Biologische activa | 9 168 | 6 763 |
De groeiende biologische productie van de palmolie wordt gedefinieerd als de olie die de palmvruchten bevatten. Wanneer de palmvruchten olie bevatten, wordt dit duidelijk onderscheidbaar actief erkend en wordt de reële waarde geschat op basis van:
• De geschatte hoeveelheid olie die beschikbaar is in de palmvruchten;
• De verwachtte verkoopprijs van de palmolie op het moment van afsluiten;
• De verwachtte kosten voor het oogsten en verwerken van de palmvruchten;
• De verwachtte verkoopkosten (transport, export tax, ...).
Uit verschillende wetenschappelijke studies blijkt dat de olie in de palmvruchten zich exponentieel ontwikkelt op ongeveer 4 weken. De geschatte hoeveelheid olie die beschikbaar is in de palmvruchten, wordt bijgevolg bepaald op basis van de oogst van de 4 weken na het moment van afsluiten.
Tabel met eigendomsrechten van plantages
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de eigendomsrechten waarop de plantages van de SIPEF-groep gevestigd zijn:
| Hectaren | Type | Vervaldatum | Gewas |
|---|---|---|---|
| 6 042 | Concessie | 2023 | Oliepalm |
| 2 437 | Concessie | 2024 | Oliepalm |
| 3 178 | Concessie | 2023 | Oliepalm |
| 2 362 | Concessie | 2023 | Oliepalm |
| 1 413 | Concessie | 2024 | Rubber |
| 5 140 | Concessie | 2023 | Rubber en thee |
| 1 199 | Concessie | 2046 | Oliepalm |
| 2 256 | Concessie | 2044 | Oliepalm |
| 2 500* | Concessie | 2020 | Oliepalm |
| 315 | Concessie | 2031 | Oliepalm |
| 1 410 | Concessie | 2028 | Oliepalm |
| 2 903 | Concessie | 2028 | Oliepalm |
| 5 150 | Concessie | 2044 | Oliepalm |
| 2 287 | Concessie | 2044 | Oliepalm |
| 2 185 | Concessie | 2022 | Oliepalm |
| 1 515 | Concessie | 2022 | Rubber |
| 2 100 | Concessie | 2022 | Oliepalm |
| 232 | Concessie | 2056 | Oliepalm |
| 4 397 | Concessie | 2048 | Oliepalm |
| 2 071 | Concessie | 2048 | Oliepalm |
| 679 | Concessie | 2049 | Oliepalm |
| 462 | Concessie | 2049 | Oliepalm |
| 155 | Concessie | 2049 | Oliepalm |
| 13 705 | Concessie | 2028 | Oliepalm |
| 1 705 | Concessie | 2053 | Oliepalm |
| 1 770 | Concessie | 2024 | Oliepalm |
| 972 | Concessie | 2023 | Rubber en oliepalm |
| 128 | Concessie | 2075 | Oliepalm |
| 2 967 | Concessie | 2076 | Oliepalm |
| 17 | Concessie | 2077 | Oliepalm |
| 6 460 | Concessie | 2082 | Oliepalm |
| 2 900 | Concessie | 2101 | Oliepalm |
| 170 | Concessie | 2102 | Oliepalm |
| 695 | Concessie | 2106 | Oliepalm |
| 18 | Concessie | 2113 | Oliepalm |
| 246 | Concessie | 2117 | Oliepalm |
| 1 021 | Eigendom | nvt | Bananen en ananasbloemen |
| 743 | Voorlopige concessie | nvt | Bananen en ananasbloemen |
| Totaal | |||
| 85 905 |
- Alle documentatie voor de vernieuwing van de landrechten die in 2020 vervallen, werd op tijd geleverd aan de relevante autoriteiten. De autoriteiten zijn bezig met deze na te kijken en goed te keuren. Er is geen indicatie dat deze landrechten niet vernieuwd zullen worden. Bovendien heeft ons filiaal Hargy Oil Palms Ltd een totaal van 4 116 Ha beplante arealen op onderverhuurd land ("subleased land").
Overzicht van geplande concessies:
| Entiteit | Hectaren | Status | Gewas |
|---|---|---|---|
| PT Mukomuko Agro Sejahtera | 623 | In onderhandeling | Oliepalm |
| PT Mukomuko Agro Sejahtera (BKDE) | 1 513 | In onderhandeling | Oliepalm |
| PT Citra Sawit Mandiri | 1 814 | In onderhandeling | Oliepalm |
| PT Agro Rawas Ulu | 5 712 | In onderhandeling | Oliepalm |
| PT Agro Kati Lama | 7 568 | In onderhandeling | Oliepalm |
| PT Agro Kati Lama | 3 091 | In onderhandeling | Oliepalm |
| PT Agro Muara Rupit | 4 811 | In onderhandeling | Oliepalm |
| PT Agro Muara Rupit | 7 498 | In onderhandeling | Oliepalm |
| PT Agro Muara Rupit | 1 303 | In onderhandeling | Oliepalm |
| PT Agro Muara Rupit | 4 201 | In onderhandeling | Oliepalm |
| Totaal | 38 134 |
Impact van de geschatte hoeveelheid olie
-10% Boekwaarde | +10% Boekwaarde
---|---
van de biologische activa – palmolie | 5 675 | 6 306 | 6 937
Bruto impact winst- en verliesrekening (voor belastingen) | - | 631 | 631
De verwachtte verkoopprijs en de verwachte kosten zijn de effectieve verkoopprijzen en kosten op het moment van afsluiten. De resultaten van de wijziging van de reële waarde van de palmvruchten worden opgenomen onder de ‘aanpassingen van de reële waarde van de biologische activa’.
De biologische activa per eind december omvat ook de groeiende biologische productie bananen van ons filiaal Plantations J. Eglin SA. De groeiende biologische productie van bananen wordt gedefinieerd als de bananentrossen die over 3 maanden zullen worden geoogst, gewogen naar rato van elke resterende oogstmaand. Drie maanden vóór de oogst wordt een betrouwbare bloementelling uitgevoerd, die wordt gebruikt om de geschatte groeiende biologische productie te bepalen. De nettoverkoopprijs om de groeiende biologische productie te waarderen wordt bepaald als de huidige marktprijzen verminderd met de resterende kosten om de biologische productie te verkopen.
Het saldo per 31 december 2021 bedroeg KUSD 2 861 (2020 KUSD 3 058) en is gedaald als gevolg van de minder gunstige productievooruitzichten in het eerste kwartaal in vergelijking met vorig jaar.
Impact van de geschatte hoeveelheid bananen
-10% Boekwaarde | +10% Boekwaarde
---|---
van de biologische activa – bananen | 2 575 | 2 861 | 3 147
Bruto impact winst- en verliesrekening (voor belastingen) | - | 286 | 286
14. OVERIGE VLOTTENDE VORDERINGEN EN OVERIGE SCHULDEN
De 'overige vorderingen' zijn relatief stabiel gebleven op KUSD 49 878 in 2021 ten opzichte van KUSD 49 146 in 2020. De overige vorderingen bestaan voornamelijk uit btw-vorderingen in de verschillende dochterondernemingen, maar omvatten eveneens een rekening-courant met Verdant Bioscience PTE Ltd (KUSD 8 588 in 2021 en KUSD 7 800 in 2020) en de vorderingen op lokale boeren in Hargy Oil Palms Ltd. In 2020 bevatte deze rubriek ook een vordering van KUSD 6 929 ingevolge de verkoop van SIPEF-CI. Deze vordering werd volledig ontvangen door de SIPEF-groep in de loop van 2021. De resterende toename van de 'overige vorderingen' is te verklaren door een toename van de GST-vordering (btw-vordering) bij Hargy Oil Palms Ltd (+ KUSD 1 952) evenals in onze Indonesische dochterondernemingen waarbij dit voornamelijk de aanhoudende expansie (+ KUSD 2 002) in de Zuid-Sumatra Groep betreft. Daarnaast is er een stijging in PT Tolan Tiga van KUSD 5 211 met betrekking tot de rekening courant met PT Melania, die niet langer volledig geëlimineerd is na de classificatie van PT Melania als een joint venture aangehouden voor verkoop. De resterende toename bestaat uit verscheidene kleinere bedragen in de verschillende filialen. De Groep heeft het verwachte kredietverlies berekend in overeenstemming met IFRS 9 en heeft vastgesteld dat dit geen materiële impact heeft.
De 'overige schulden' (KUSD 11 519 in 2021 en KUSD 8 805 in 2020) hebben voornamelijk betrekking op sociale verplichtingen (te betalen salarissen, voorzieningen voor vakantieloon en bonus) en zijn licht gestegen in vergelijking met vorig jaar door een stijging van de bonus provisie volgend op de betere resultaten van de SIPEF-groep in 2021.
15. EIGEN VERMOGEN DEEL GROEP
Kapitaal en uitgiftepremies
Het maatschappelijk kapitaal van de onderneming per 31 december 2021 bedraagt KUSD 44 734, verdeeld over 10 579 328 volstortte gewone aandelen zonder nominale waarde.
| 2021 | 2020 | Verschil | |
|---|---|---|---|
| Aantal aandelen | 10 579 328 | 10 579 328 | 0 |
In KUSD
| 2021 | 2020 | Verschil | |
|---|---|---|---|
| Kapitaal | 44 734 | 44 734 | 0 |
| Uitgiftepremie | 107 970 | 107 970 | 0 |
| Totaal | 152 704 | 152 704 | 0 |
34
Per 31 december 2021 bedraagt de totale biologische activa van de palmolie KUSD 6 306 t.o.v. KUSD 3 668 per 31 december 2020.
Impact van de geschatte hoeveelheid olie
-10% Boekwaarde | +10% Boekwaarde
---|---
van de biologische activa – palmolie | 5 675 | 6 306 | 6 937
Bruto impact winst- en verliesrekening (voor belastingen) | - | 631 | 631
De verwachtte verkoopprijs en de verwachte kosten zijn de effectieve verkoopprijzen en kosten op het moment van afsluiten. De resultaten van de wijziging van de reële waarde van de palmvruchten worden opgenomen onder de ‘aanpassingen van de reële waarde van de biologische activa’.
De biologische activa per eind december omvat ook de groeiende biologische productie bananen van ons filiaal Plantations J. Eglin SA. De groeiende biologische productie van bananen wordt gedefinieerd als de bananentrossen die over 3 maanden zullen worden geoogst, gewogen naar rato van elke resterende oogstmaand. Drie maanden vóór de oogst wordt een betrouwbare bloementelling uitgevoerd, die wordt gebruikt om de geschatte groeiende biologische productie te bepalen. De nettoverkoopprijs om de groeiende biologische productie te waarderen wordt bepaald als de huidige marktprijzen verminderd met de resterende kosten om de biologische productie te verkopen.
Het saldo per 31 december 2021 bedroeg KUSD 2 861 (2020 KUSD 3 058) en is gedaald als gevolg van de minder gunstige productievooruitzichten in het eerste kwartaal in vergelijking met vorig jaar.
Impact van de geschatte hoeveelheid bananen
-10% Boekwaarde | +10% Boekwaarde
---|---
van de biologische activa – bananen | 2 575 | 2 861 | 3 147
Bruto impact winst- en verliesrekening (voor belastingen) | - | 286 | 286
14. OVERIGE VLOTTENDE VORDERINGEN EN OVERIGE SCHULDEN
De 'overige vorderingen' zijn relatief stabiel gebleven op KUSD 49 878 in 2021 ten opzichte van KUSD 49 146 in 2020. De overige vorderingen bestaan voornamelijk uit btw-vorderingen in de verschillende dochterondernemingen, maar omvatten eveneens een rekening-courant met Verdant Bioscience PTE Ltd (KUSD 8 588 in 2021 en KUSD 7 800 in 2020) en de vorderingen op lokale boeren in Hargy Oil Palms Ltd. In 2020 bevatte deze rubriek ook een vordering van KUSD 6 929 ingevolge de verkoop van SIPEF-CI. Deze vordering werd volledig ontvangen door de SIPEF-groep in de loop van 2021. De resterende toename van de 'overige vorderingen' is te verklaren door een toename van de GST-vordering (btw-vordering) bij Hargy Oil Palms Ltd (+ KUSD 1 952) evenals in onze Indonesische dochterondernemingen waarbij dit voornamelijk de aanhoudende expansie (+ KUSD 2 002) in de Zuid-Sumatra Groep betreft. Daarnaast is er een stijging in PT Tolan Tiga van KUSD 5 211 met betrekking tot de rekening courant met PT Melania, die niet langer volledig geëlimineerd is na de classificatie van PT Melania als een joint venture aangehouden voor verkoop. De resterende toename bestaat uit verscheidene kleinere bedragen in de verschillende filialen. De Groep heeft het verwachte kredietverlies berekend in overeenstemming met IFRS 9 en heeft vastgesteld dat dit geen materiële impact heeft.
De 'overige schulden' (KUSD 11 519 in 2021 en KUSD 8 805 in 2020) hebben voornamelijk betrekking op sociale verplichtingen (te betalen salarissen, voorzieningen voor vakantieloon en bonus) en zijn licht gestegen in vergelijking met vorig jaar door een stijging van de bonus provisie volgend op de betere resultaten van de SIPEF-groep in 2021.
15. EIGEN VERMOGEN DEEL GROEP
Kapitaal en uitgiftepremies
Het maatschappelijk kapitaal van de onderneming per 31 december 2021 bedraagt KUSD 44 734, verdeeld over 10 579 328 volstortte gewone aandelen zonder nominale waarde.
| 2021 | 2020 | Verschil | |
|---|---|---|---|
| Aantal aandelen | 10 579 328 | 10 579 328 | 0 |
In KUSD
| 2021 | 2020 | Verschil | |
|---|---|---|---|
| Kapitaal | 44 734 | 44 734 | 0 |
| Uitgiftepremie | 107 970 | 107 970 | 0 |
| Totaal | 152 704 | 152 704 | 0 |
35
SIPEF Financiële staten
| 2021 KUSD | 2020 KUSD | 2021 KEUR | 2020 KEUR | |
|---|---|---|---|---|
| Eigen aandelen beginsaldo | 10 277 | 10 277 | 8 389 | 8 389 |
| Inkoop eigen aandelen | 1 244 | 0 | 1 101 | 0 |
| Eigen aandelen - eindsaldo | 11 521 | 10 277 | 9 490 | 8 389 |
Vanaf de start van het aandelen-inkoopprogramma op 22 september 2011 heeft SIPEF een totaal van 178 000 aandelen ingekocht voor een bedrag van KEUR 9 490, ofwel 1,6825% van het totale aantal uitstaande aandelen, ter dekking van een aandelenoptieplan voor het management.
Toegestaan kapitaal
De buitengewone algemene vergadering van 10 juni 2020 heeft de raad van bestuur gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal in een of meer malen te verhogen voor een bedrag van KUSD 44 734 gedurende een periode van 5 jaar na de bekendmaking van haar beslissing.
Aandeelhoudersstructuur
De volgende aandeelhoudersmeldingen werden aan de onderneming bekendgemaakt:
In onderling overleg
| Deler | Aantal aandelen | Datum*** | % van Totaal |
|---|---|---|---|
| Ackermans & Van Haaren NV* | 3 894 234 | 31/12/2021 | 36,810 |
| Cabra NV** | 1 001 032 | 31/12/2021 | 9,462 |
| Cabra P** | 100 000 | 31/12/2021 | 0,945 |
| Cabra T** | 100 000 | 31/12/2021 | 0,945 |
| Cabra V** | 100 000 | 31/12/2021 | 0,945 |
| Theodora Bracht** | 2 000 | 31/12/2021 | 0,019 |
| Priscilla Bracht** | 0 | 31/12/2021 | 0,000 |
| Victoria Bracht** | 0 | 31/12/2021 | 0,000 |
| Totaal stemmen handelend in onderling overleg | 5 197 266 | 49,126 |
Inclusief 178 000 eigen aandelen
*Groep Bracht
*** Niet hetzelfde als de datum van melding
Omrekeningsverschillen
De omrekeningsverschillen bevatten alle verschillen die voortvloeien uit de omrekening van de jaarrekeningen van onze dochterondernemingen waarvan de functionele valuta verschillend is van de presentatiemunteenheid van de Groep (USD).# 16. MINDERHEIDSBELANGEN
De beweging ten opzichte van vorig jaar is voornamelijk het gevolg van de beweging van de USD ten opzichte van de EUR (KUSD -719) en de wijziging in consolidatiekring ten gevolge van de verkoop van PT Melania (KUSD 1 091)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Beginsaldo per 1 januari | -11038 | -11793 |
| Mutatie, integrale consolidatie | -719 | 755 |
| Mutatie, wijziging in consolidatiekring | 1091 | 0 |
| Eindsaldo per 31 december | -10666 | -11038 |
Dividenden
Op 15 februari 2022 heeft de raad van bestuur de uitbetaling van een dividend van KEUR 21 159 (EUR 2,00 bruto per gewoon aandeel) voorgesteld. Dit dividend is nog niet goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders van SIPEF en werd dusdanig niet verwerkt in de jaarrekening per 31 december 2021.
Kapitaalbeheer
De kapitaalstructuur van de Groep is gebaseerd op de financiële strategie zoals vastgesteld door de raad van bestuur. Deze strategie bestaat samengevat uit een expansiepolitiek met het respecteren van een zeer beperkte schuldgraad. Het management legt jaarlijks het financieringsplan ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur.
Controleketen
-
Controleketen boven Ackermans & van Haaren NV
I. Ackermans & van Haaren NV wordt rechtstreeks gecontroleerd door Scaldis Invest NV, een vennootschap naar Belgisch recht.
II. Scaldis Invest NV wordt rechtstreeks gecontroleerd door Belfimas NV, een vennootschap naar Belgisch recht.
III. Belfimas NV wordt rechtstreeks gecontroleerd door Celfloor SA, een vennootschap naar Luxemburgs recht.
IV. Celfloor SA wordt rechtstreeks gecontroleerd door Apodia International Holding BV, een vennootschap naar Nederlands recht.
V. Apodia International Holding BV wordt rechtstreeks gecontroleerd door Palamount SA, een vennootschap naar Luxemburgs recht.
VI. Palamount SA wordt rechtstreeks gecontroleerd door “Het Torentje”, een stichting administratiekantoor opgericht naar Nederlands recht.
VII. Stichting administratiekantoor “Het Torentje” is de ultiem controlerende aandeelhouder. -
Controleketen boven Cabra NV
Priscilla Bracht, Theodora Bracht en Victoria Bracht oefenen gezamenlijk de controle uit over Cabra NV. -
Controleketen boven Cabra P NV, Cabra T NV en Cabra V NV
Cabra P NV, Cabra T NV en Cabra V NV worden rechtstreeks gecontroleerd door Priscilla Bracht, Theodora Bracht en Victoria Bracht. -
Controleketen boven SIPEF
Ackermans & van Haaren NV en Bracht Groep oefenen gezamenlijk controle uit over SIPEF.
Volgens voorgaande Indonesische wetgeving mocht een buitenlandse investeerder maximaal 95% van de aandelen van een plantagebedrijf bezitten. Hierdoor hebben alle Indonesische entiteiten minstens 5% minderheidsbelangen. De minderheidsbelangen van onze Indonesische dochterondernemingen bestaan voornamelijk uit één Indonesisch pensioenfonds. Na een wetswijziging in 2020 mogen buitenlandse investeerders nu 100% van de aandelen van een plantageonderneming bezitten. Hieronder worden de minderheidsbelangen per onderneming weergegeven, alsook hun deel in het eigen vermogen en de winst van het boekjaar:
| 2021 | 2020 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| % minderheids- | Aandeel in het eigen vermogen | Aandeel in de winst van het boekjaar | % minderheids- | Aandeel in het eigen vermogen | Aandeel in de winst van het boekjaar | |
| PT Tolan Tiga Indonesia | 5,00 | 20610 | 1344 | 5,00 | 18134 | 551 |
| PT Eastern Sumatra Indonesia | 9,75 | 6105 | 509 | 9,75 | 5600 | 418 |
| PT Kerasaan Indonesia | 45,85 | 6004 | 1774 | 45,85 | 5704 | 1296 |
| PT Bandar Sumatra Indonesia | 9,75 | 1139 | -125 | 9,75 | 1254 | -122 |
| PT Melania Indonesia | 2,75 | 235 | -3 | 9,75 | 2648 | -258 |
| PT Mukomuko Agro Sejahtera | 14,26 | -343 | 20 | 14,26 | -362 | 15 |
| PT Umbul Mas Wisesa | 5,10 | -537 | 248 | 5,10 | -782 | -12 |
| PT Citra Sawit Mandiri | 5,10 | -201 | 63 | 5,10 | -263 | -5 |
| PT Toton Usaha Mandiri | 5,10 | 156 | 97 | 5,10 | 60 | 36 |
| PT Agro Rawas Ulu | 5,00 | -194 | -22 | 5,00 | -166 | -103 |
| PT Agro Kati Lama | 5,00 | -700 | -24 | 5,00 | -654 | -361 |
| PT Agro Muara Rupit | 5,10 | -264 | -126 | 5,10 | -134 | -131 |
| PT Agro Muko | 9,75 | 9259 | 2391 | 9,75 | 6806 | 911 |
| PT Dendymarker Indah Lestari | 5,00 | -2358 | -425 | 5,00 | -1924 | -178 |
| Jabelmalux SA | 0,11 | -59 | 0 | 0,11 | -59 | 0 |
| Totaal | 38854 | 5722 | 35862 | 2055 |
Het aandeel van de minderheidsbelangen in de materiële vaste activa (inclusief de biologische activa - dragende planten) bedraagt KUSD 35 091 in 2021 (2020: KUSD 35 980).
De bewegingen van het jaar kunnen als volgt samengevat worden:
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Per einde vorig boekjaar | 35862 | 34325 |
| Winst van de periode toe te rekenen aan minderheidsbelangen | 5722 | 2055 |
| Toegezegd-pensioenregelingen - IAS 19R | 2 | -95 |
| Uitbetaalde dividenden | -2306 | -200 |
| Eigen vermogenstransacties met minderheidsaandeelhouders | 0 | -223 |
| Andere | -426 | 0 |
| Per einde boekjaar | 38854 | 35862 |
De uitbetaalde dividenden aan minderheidsbelangen bestaan uit:
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| PT Kerasaan Indonesia | 1376 | 0 |
| PT Melania Indonesia | 930 | 0 |
| PT Eastern Sumatra Indonesia | 0 | 200 |
| Totaal | 2306 | 200 |
De dividenden van PT Kerasaan en PT Melania werden toegekend en betaald in 2021. Er zijn geen beperkingen op de overdrachten van geldfondsen. De minderheden hebben geen rechten om de activa van de Groep aan te wenden of de passiva van de dochterondernemingen af te lossen. De minderheidsbelangen hebben geen significante beschermende rechten (“protective rights”). Er zijn geen beperkingen om activa te realiseren en verplichtingen van dochterondernemingen af te wikkelen.
17. VOORZIENINGEN
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Voorzieningen | 1125 | 1354 |
De voorzieningen hebben geheel betrekking op een btw-geschil in Indonesië (KUSD 1 125). Gedurende 2021 werden er slecht een zeer beperkt aantal rechtszaken beslecht. De timing van de afloop van het geschil is moeilijk in te schatten.
18. PENSIOENVERPLICHTINGEN
Toegezegde-pensioenregelingen
De voorziening voor pensioenen betreft in hoofdzaak de toegezegde-pensioenregelingen in Indonesië. Deze pensioenregelingen, die voorzien in de uitkering van een kapitaal bij pensionering, zijn niet extern gefinancierd. Het totaal aantal werknemers dat aangesloten is op deze pensioenregeling bedraagt 8 569. De pensioenregeling wordt uitbetaald op 55-jarige leeftijd, of na 30 jaar anciënniteit, afhankelijk van welke het eerst wordt bereikt. Aangezien de pensioenregeling wordt aangepast door de toekomstige loonsverhogingen en een actualiseringsvoet, wordt het pensioenplan blootgesteld aan het risico van potentiële wijzigingen in de toekomstige loon verwachtingen van Indonesië, alsook het risico van de inflatie en de intrestvoeten in Indonesië. Bovendien zijn de pensioenen betaalbaar in Indonesische Roepia. Hierdoor wordt de pensioenregeling blootgesteld aan een wisselkoersrisico. We verwijzen naar toelichting 26 voor meer info met betrekking tot het wisselkoersrisico van de Groep.## Vermits de pensioenregeling niet extern gefinancierd wordt, is er geen risico op het lange termijnbeleggingsrendement.
De volgende reconciliatie geeft de variatie van de totale pensioenvoorziening weer tussen 2020 en 2021:
| In KUSD | 2020 | Pensioen- kost | Betalingen | Wissel- koers | Omrekenings- verschil | Variatie perimeter | Andere | 2021 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indonesië | 24 039 | 5 085 | -1 688 | - | 214 | 0 | -5 724 | 0 |
| Ivoorkust | 772 | 143 | - 20 | 0 | - 61 | 0 | - | 42 792 |
| Totaal | 24 810 | 5 228 | -1 708 | - | 214 | - | 61 | -5 724 |
De variatie van de perimeter heeft betrekking op de verkoop van PT Melania. De verkoop wordt in meer detail omschreven in toelichting 30.
De volgende assumpties worden gebruikt voor de pensioenberekening van Indonesië:
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Actualiseringsvoet | 7,50% | 7,50% |
| Toekomstige loonsverhoging | 5,00% | 5,00% |
| Verwachte pensioenleeftijd | 55 jaar of 30 jaar anciënniteit | 55 jaar of 30 jaar anciënniteit |
De pensioenverplichtingen in Indonesië zijn als volgt gewijzigd:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Beginsaldo | 24 039 | 22 408 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 3 060 | 2 260 |
| Rentekosten | 1 386 | 1 865 |
| Betaalde vergoedingen | -1 688 | -3 426 |
| Actuariële winsten en verliezen | 638 | 1 323 |
| Wisselkoersresultaten | - 214 | - 409 |
| Variatie perimeter | -5 724 | 0 |
| Andere | 0 | 18 |
| Eindsaldo | 21 498 | 24 039 |
De actuariële winsten en verliezen bestaan uit de volgende componenten:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Ervaringsaanpassingen | 638 | 1 312 |
| Wijzigingen in assumpties | 0 | 11 |
| Totaal actuariële winsten en verliezen | 638 | 264 |
De actuariële winsten en verliezen opgenomen in bovenstaande tabel, omvatten het grootste deel van de totale actuariële winsten en verliezen in het geconsolideerde totaalresultaat (KUSD -1 329). Het resterende verschil (KUSD - 6) bestaat uit de actuariële winsten en verliezen van de ondernemingen die werden opgenomen via de vermogensmutatiemethode (PT Timbang Deli).
De in de balans opgenomen verplichtingen bedragen:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Pensioenverplichtingen | 21 498 | 24 039 |
De pensioenkost in Indonesië kan als volgt geanalyseerd worden:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 3 060 | 2 260 |
| Rentekosten | 1 386 | 1 865 |
| Pensioenkost | 4 446 | 4 125 |
| Actuariële winsten en verliezen geboekt via het totaalresultaat | 638 | 1 323 |
| Totale pensioenkost | 5 085 | 5 448 |
Deze kosten zijn gerubriceerd in de posten kostprijs van verkopen en de algemene- en beheerskosten van de winst- en verliesrekening. De geschatte betalingen voor 2021 bedragen KUSD 2 061.
Sensitiviteit van de variatie van de actualiseringsvoet en toekomstige loonsverhoging
De waarden zoals opgenomen in de balans zijn gevoelig voor een verandering in actualiseringsvoet t.o.v. de gebruikte actualiseringsvoet. Hetzelfde geldt voor een verandering in de werkelijke toekomstige loonsverhoging t.o.v. de gehanteerde toekomstige loonsverhoging. Voor onze Indonesische filialen voerden we simulaties uit waarbij we beide parameters met 1% verhoogden of verlaagden. Dit had volgende invloed op de huidige waarde van de pensioenvoorzieningen:
38 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
De variatie van de perimeter heeft betrekking op de verkoop van PT Melania. De verkoop wordt in meer detail omschreven in toelichting 30.
De volgende assumpties worden gebruikt voor de pensioenberekening van Indonesië:
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Actualiseringsvoet | 7,50% | 7,50% |
| Toekomstige loonsverhoging | 5,00% | 5,00% |
| Verwachte pensioenleeftijd | 55 jaar of 30 jaar anciënniteit | 55 jaar of 30 jaar anciënniteit |
De pensioenverplichtingen in Indonesië zijn als volgt gewijzigd:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Beginsaldo | 24 039 | 22 408 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 3 060 | 2 260 |
| Rentekosten | 1 386 | 1 865 |
| Betaalde vergoedingen | -1 688 | -3 426 |
| Actuariële winsten en verliezen | 638 | 1 323 |
| Wisselkoersresultaten | - 214 | - 409 |
| Variatie perimeter | -5 724 | 0 |
| Andere | 0 | 18 |
| Eindsaldo | 21 498 | 24 039 |
De actuariële winsten en verliezen bestaan uit de volgende componenten:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Ervaringsaanpassingen | 638 | 1 312 |
| Wijzigingen in assumpties | 0 | 11 |
| Totaal actuariële winsten en verliezen | 638 | 264 |
De actuariële winsten en verliezen opgenomen in bovenstaande tabel, omvatten het grootste deel van de totale actuariële winsten en verliezen in het geconsolideerde totaalresultaat (KUSD -1 329). Het resterende verschil (KUSD - 6) bestaat uit de actuariële winsten en verliezen van de ondernemingen die werden opgenomen via de vermogensmutatiemethode (PT Timbang Deli).
De in de balans opgenomen verplichtingen bedragen:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Pensioenverplichtingen | 21 498 | 24 039 |
De pensioenkost in Indonesië kan als volgt geanalyseerd worden:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 3 060 | 2 260 |
| Rentekosten | 1 386 | 1 865 |
| Pensioenkost | 4 446 | 4 125 |
| Actuariële winsten en verliezen geboekt via het totaalresultaat | 638 | 1 323 |
| Totale pensioenkost | 5 085 | 5 448 |
Deze kosten zijn gerubriceerd in de posten kostprijs van verkopen en de algemene- en beheerskosten van de winst- en verliesrekening. De geschatte betalingen voor 2021 bedragen KUSD 2 061.
Sensitiviteit van de variatie van de actualiseringsvoet en toekomstige loonsverhoging
De waarden zoals opgenomen in de balans zijn gevoelig voor een verandering in actualiseringsvoet t.o.v. de gebruikte actualiseringsvoet. Hetzelfde geldt voor een verandering in de werkelijke toekomstige loonsverhoging t.o.v. de gehanteerde toekomstige loonsverhoging. Voor onze Indonesische filialen voerden we simulaties uit waarbij we beide parameters met 1% verhoogden of verlaagden. Dit had volgende invloed op de huidige waarde van de pensioenvoorzieningen:
39 SIPEF Financiële staten 2021
Impact aanpassing actualiseringsvoet:
| In KUSD | +1% | Boekwaarde | -1% |
|---|---|---|---|
| Pensioenvoorziening Indonesische filialen | 19 578 | 21 498 | 23 693 |
| Bruto impact totaalresultaat | 1 921 | - | -2 195 |
Impact aanpassing toekomstige loonsverhoging:
| In KUSD | +1% | Boekwaarde | -1% |
|---|---|---|---|
| Pensioenvoorziening Indonesische filialen | 23 821 | 21 498 | 19 440 |
| Bruto impact totaalresultaat | -2 323 | - | 2 058 |
De verplichting voor personeelsbeloningen in Indonesië bestaat voor KUSD 21 498 uit de integraal geconsolideerde entiteiten.
Toegezegde-bijdragenregelingen
De Groep betaalt eveneens vaste bijdragen aan openbare of privé-verzekeringsplannen. Aangezien de Groep aangesproken kan worden om bijkomende betalingen te verrichten in geval het gemiddelde rendement op de werkgeversbijdragen en op de werknemersbijdragen niet wordt gehaald, dienen deze plannen volgens IAS 19 te worden beschouwd als “toegezegd- pensioenregelingen”. Naar aanleiding van een analyse van de plannen en het geringe verschil tussen het wettelijk minimum gegarandeerd rendement en het rendement dat gegarandeerd wordt door de verzekeraar, heeft de Groep besloten dat het toepassen van de PUC een immateriële impact zou hebben. Het totaal van de gecumuleerde reserves bedraagt per eind december 2021 KUSD 2 343 (2020: KUSD 2 353) ten opzichte van het totale minimum gegarandeerd rendement dat per 31 december 2021 KUSD 1 753 (2020: KUSD 2 140) bedroeg. De gestorte bijdragen in het kader van toegezegde-bijdragenregelingen bedragen KUSD 530 (KUSD 508 in 2020). SIPEF NV is niet verantwoordelijk voor het minimum gegarandeerd rendement op de bijdragen voor de leden van het executief comité (KUSD 470).
19. NETTO FINANCIELE ACTIVA/(VERPLICHTINGEN)
De netto financiële activa/(verplichtingen) (Niet binnen GAAP gedefinieerde maatstaf) kunnen als volgt worden geanalyseerd:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Financiële verplichtingen < 1 jaar – kredietinstellingen | -12 477 | -86 128 |
| Financiële verplichtingen > 1 jaar (incl. derivaten) | -36 000 | -54 000 |
| Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar | -18 000 | -18 000 |
| Geldbeleggingen | 38 | 0 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 19 939 | 9 790 |
| Leasing verplichting | -2 691 | -2 828 |
| Netto financiële activa/(verplichtingen) | -49 192 | -151 165 |
Analyse netto financiële activa/(verplichtingen) 2021 per munt:
| In KUSD | EUR | USD | Andere | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Korte termijn financiële verplichtingen | -12 477 | -18 000 | 0 | -30 477 |
| Geldbeleggingen (onder leningen en vorderingen) | 38 | 0 | 0 | 38 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 751 | 18 628 | 559 | 19 939 |
| Financiële verplichtingen > 1 jaar | 0 | -36 000 | 0 | -36 000 |
| Leasing verplichting | - 399 | -2 292 | 0 | -2 691 |
| Totaal 2021 | -12 088 | -37 664 | 559 | -49 192 |
| Totaal 2020 | -23 223 | -128 798 | 855 | -151 165 |
De korte termijn financiële verplichtingen in EUR betreffen commercial papers voor een totaal bedrag van KUSD 12 477. Deze schuld werd volledig ingedekt aan een gemiddelde koers van 1 EUR = 1,1869 USD.
De financiële verplichtingen met een originele looptijd op meer dan één jaar omvatten de lening van 85,5 miljoen USD waarvan reeds 31,5 miljoen USD werd terugbetaald tussen 2019 en 2021. Het betreft een lange termijn lening die werd afgesloten bij een consortium van banken met een hoge kredietwaardigheid. Het betreft een ongedekte lening met een looptijd van 5 jaar. De intrestvoet is samengesteld als de USD 3M intrestvoet + een marge van 1,20% - 2,50%, afhankelijk van de schuld/EBITDA-ratio. De variabele intrestvoet werd via een "Interest Rate Swap" ingedekt aan een vaste intrestvoet van 1,3933%.
Er dient opgemerkt te worden dat SIPEF gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om kapitaalaflossingen uit te stellen om de impact van covid-19 het hoofd te bieden. Hierdoor werden de terugbetalingen van eind juni 2020 (KUSD 4 500) en september 2020 (KUSD 4 500) uitgesteld tot respectievelijk juni 2024 en september 2024.
Er is één financiële convenant van toepassing op deze lening waarbij de netto financiële schuldpositie nooit hoger mag zijn dan 2,5 keer de REBITDA van het boekjaar. Deze financiële convenant wordt één keer per half jaar getest. De EBITDA van de Groep bestaat uit het bedrijfsresultaat + winst/verlies van de ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode + afschrijvingen en bijkomende waardeverminderingen of -toenames op activa. De REBITDA bestaat uit dezelfde berekening, maar exclusief de éénmalige, niet wederkerende effecten.
De Groep heeft geen inbreuk op kredietlimieten of convenanten (indien van toepassing) op haar kredietfaciliteiten per 31 December 2021.De financiële convenant ratio zal hetzelfde blijven op 2,50 per 30 juni 2022 en 31 december 2022. Als gevolg van de hoge volatiliteit van de palmolieprijzen en de impact hiervan op het resultaat en de EBITDA van de Groep, wordt deze convenant continu opgevolgd. Het wordt niet verwacht dat deze convenant gebroken zal worden in 2022.
| Covenant ratio | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Operationeel resultaat | 139 416 | 30 778 |
| Uitzonderlijke items | -11 640 | 0 |
| Recurrent bedrijfsresultaat | 127 776 | 30 778 |
| Afschrijvingen en resultaat bij verkoop vaste activa | 49 857 | 44 539 |
| REBITDA | 177 632 | 75 317 |
| (-) resultaat minderheidsbelangen | -5 086 | -2 055 |
| REBITDA deel groep | 172 546 | 73 262 |
| Net Senior Leverage | 0,29 | 2,06 |
Aansluiting van de netto financiële activa/(verplichtingen) met kasstroomoverzicht:
In KUSD | 2021 | 2020
---|---|---
Netto financiële activa/(verplichtingen) begin periode | -151 165 | -164 623
Daling leningen op lange termijn | 18 078 | 9 228
Daling financiële verplichtingen op korte termijn | 73 710 | 5 092
Netto beweging van geldmiddelen en kasequivalenten | 10 186 | - 863
Netto financiële activa/(verplichtingen) einde periode | -49 192 | -151 165
Aansluiting van de totale financiële verplichtingen:
In KUSD | 2021 | 2020
---|---|---
Financiële verplichting begin periode | 160 956 | 175 276
Daling leningen op lange termijn | -17 941 | -9 000
Daling financiële verplichtingen op korte termijn | -73 710 | -5 111
Stijging leasing verplichtingen - non cash | 466 | 340
Daling leasing verplichtingen - cash | - 603 | - 549
Financiële verplichting einde periode | 69 168 | 160 956
40 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Er dient opgemerkt te worden dat SIPEF gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om kapitaalaflossingen uit te stellen om de impact van covid-19 het hoofd te bieden. Hierdoor werden de terugbetalingen van eind juni 2020 (KUSD 4 500) en september 2020 (KUSD 4 500) uitgesteld tot respectievelijk juni 2024 en september 2024. Er is één financiële convenant van toepassing op deze lening waarbij de netto financiële schuldpositie nooit hoger mag zijn dan 2,5 keer de REBITDA van het boekjaar. Deze financiële convenant wordt één keer per half jaar getest. De EBITDA van de Groep bestaat uit het bedrijfsresultaat + winst/verlies van de ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode + afschrijvingen en bijkomende waardeverminderingen of -toenames op activa. De REBITDA bestaat uit dezelfde berekening, maar exclusief de éénmalige, niet wederkerende effecten. De Groep heeft geen inbreuk op kredietlimieten of convenanten (indien van toepassing) op haar kredietfaciliteiten per 31 December 2021. De financiële convenant ratio zal hetzelfde blijven op 2,50 per 30 juni 2022 en 31 december 2022. Als gevolg van de hoge volatiliteit van de palmolieprijzen en de impact hiervan op het resultaat en de EBITDA van de Groep, wordt deze convenant continu opgevolgd. Het wordt niet verwacht dat deze convenant gebroken zal worden in 2022.
| Covenant ratio | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Operationeel resultaat | 139 416 | 30 778 |
| Uitzonderlijke items | -11 640 | 0 |
| Recurrent bedrijfsresultaat | 127 776 | 30 778 |
| Afschrijvingen en resultaat bij verkoop vaste activa | 49 857 | 44 539 |
| REBITDA | 177 632 | 75 317 |
| (-) resultaat minderheidsbelangen | -5 086 | -2 055 |
| REBITDA deel groep | 172 546 | 73 262 |
| Net Senior Leverage | 0,29 | 2,06 |
Aansluiting van de netto financiële activa/(verplichtingen) met kasstroomoverzicht:
In KUSD | 2021 | 2020
---|---|---
Netto financiële activa/(verplichtingen) begin periode | -151 165 | -164 623
Daling leningen op lange termijn | 18 078 | 9 228
Daling financiële verplichtingen op korte termijn | 73 710 | 5 092
Netto beweging van geldmiddelen en kasequivalenten | 10 186 | - 863
Netto financiële activa/(verplichtingen) einde periode | -49 192 | -151 165
Aansluiting van de totale financiële verplichtingen:
In KUSD | 2021 | 2020
---|---|---
Financiële verplichting begin periode | 160 956 | 175 276
Daling leningen op lange termijn | -17 941 | -9 000
Daling financiële verplichtingen op korte termijn | -73 710 | -5 111
Stijging leasing verplichtingen - non cash | 466 | 340
Daling leasing verplichtingen - cash | - 603 | - 549
Financiële verplichting einde periode | 69 168 | 160 956
41 SIPEF Financiële staten 2021
- OVERIGE BEDRIJFSOPBRENGSTEN / (KOSTEN)
De overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) kunnen als volgt uitgesplitst worden:
| In KUSD | Aandeelhouders van de moedermaatschappij | Minderheidsbelangen | Totaal | Aandeelhouders van de moedermaatschappij | Minderheidsbelangen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2021 | 2021 | 2021 | 2020 | 2020 | 2020 | |
| BTW-geschil Indonesië | 53 | 6 | 59 | 163 | 18 | 181 |
| Versnelde afschrijving immature rubber plantages | 0 | 0 | 0 | - 610 | - 66 | - 676 |
| Versnelde afschrijving oliepalmen PT Dendymarker | -4 018 | - 211 | -4 229 | 0 | 0 | 0 |
| Meerwaarde verkoop PT Melania | 11 003 | 637 | 11 640 | 0 | 0 | 0 |
| Andere opbrengsten/(kosten) | - 291 | - 90 | - 381 | 604 | - 114 | 489 |
| Overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) | 6 748 | 341 | 7 088 | 157 | - 162 | - 6 |
De overige bedrijfsopbrengsten/kosten bestaan voornamelijk uit de versnelde afschrijvingen van de oliepalmen in PT Dendymarker (KUSD -4 229) , een meerwaarde op de verkoop van PT Melania (KUSD 11 640) , de mutatie in de voorziening voor de Indonesische BTW claim (KUSD 59), voorraadaanpassingen voor verouderde voorraden en magazijn verkopen aan kleine boeren in Papoe-Nieuw-Guinea.
- FINANCIEEL RESULTAAT
De financieringsopbrengsten betreffen de ontvangen interesten op lopende rekeningen met niet-geconsolideerde ondernemingen en op tijdelijke kasoverschotten, alsook de opbrengst van de verdiscontering van de vorderingen > 1 jaar. De financieringskosten betreffen de interesten op leningen op lange en korte termijn evenals bankkosten en overige financiële kosten.
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Ontvangen interesten | 727 | 644 |
| Verdiscontering vorderingen > 1 jaar | 748 | 1 368 |
| Financiële kosten | -3 096 | -5 103 |
| Wisselresultaten | 1 021 | - 728 |
| Financieel resultaat m.b.t. derivaten | -2 178 | 1 106 |
| Financieel resultaat | -2 779 | -2 713 |
- AANDELENOPTIEPLANNEN
| Jaar van aanbod | Beginsaldo | Aantal toegekende opties | Aantal uitgeoefende opties | Aantal vervallen opties | Eindsaldo |
|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | 16 000 | -16 000 | 0 | ||
| 2012 | 14 000 | 14 000 | |||
| 2013 | 16 000 | 16 000 | |||
| 2014 | 18 000 | 18 000 | |||
| 2015 | 18 000 | 18 000 | |||
| 2016 | 18 000 | 18 000 | |||
| 2017 | 18 000 | 18 000 | |||
| 2018 | 20 000 | 20 000 | |||
| 2019 | 20 000 | 20 000 | |||
| 2020 | 18 000 | 0 | 18 000 | ||
| 2021 | 0 | 18 000 | 18 000 | ||
| Saldo | 176 000 | 18 000 | -16 000 | 0 | 178 000 |
Het aandelenoptieplan van SIPEF, dat in november 2011 werd goedgekeurd, beoogt de motivatie op lange termijn van de leden van het executief comité en algemene directeuren van de buitenlandse filialen wiens activiteit essentieel is voor het succes van de Groep. De opties geven recht op de verwerving van evenveel aandelen SIPEF. Het remuneratiecomité is belast met de opvolging van dit plan en met de selectie van de begunstigden. De opties worden gratis aangeboden en hebben een looptijd van 10 jaar. IFRS 2 werd toegepast op de aandelenopties. De totale waarde van de uitstaande opties 2011 tot en met 2021 (gewaardeerd aan de reële waarde op moment van toekenning), bedraagt KUSD 1 594 en is berekend aan de hand van een aangepast Black & Scholes model, waarvan de voornaamste kenmerken:
| Jaar toekenning | Beurskoers (in EUR) | Dividend rendement | Volatiliteit | Intrestvoet | Verwachte levensduur | Black & Scholes waarde (in EUR) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | 58,50 | 2,50% | 37,55 | 0,90% | 5,00 | 15,07 |
| 2013 | 57,70 | 2,50% | 29,69 | 1,36% | 5,00 | 12,72 |
| 2014 | 47,68 | 2,50% | 24,83 | 0,15% | 5,00 | 5,34 |
| 2015 | 52,77 | 2,50% | 22,29 | 0,07% | 5,00 | 8,03 |
| 2016 | 60,49 | 3,00% | 19,40 | -0,37% | 5,00 | 8,38 |
| 2017 | 62,80 | 3,00% | 18,88 | -0,12% | 5,00 | 5,57 |
| 2018 | 48,80 | 3,00% | 18,60 | -0,03% | 5,00 | 3,54 |
| 2019 | 54,80 | 3,00% | 19,56 | -0,32% | 5,00 | 8,12 |
| 2020 | 43,20 | 3,00% | 23,35 | -0,66% | 5,00 | 4,57 |
| 2021 | 56,90 | 3,00% | 24,14 | -0,33% | 5,00 | 6,74 |
In 2021 werden 18 000 nieuwe aandelenopties toegekend met een uitoefenprijs van EUR 58,31 per aandeel. De reële waarde bij toekenning werd vastgelegd op KUSD 138 en wordt over de 'vesting'-periode van 3 jaar (2022-2024) in resultaat genomen. De totale kost van de aandelenopties die werd opgenomen in de winst- en verliesrekening bedraagt KUSD 121 in 2021 (2020: KUSD 128). Ter indekking van de uitstaande optieverplichtingen heeft SIPEF in totaal 178 000 aandelen in portefeuille.
| Aantal aandelen | Gemiddelde aankoopprijs (in EUR) | Totale aankoopprijs (in KEUR) | Totale aankoopprijs (in KUSD) |
|---|---|---|---|
| Beginsaldo 31/12/2020 | 160 000 | 52,43 | 8 389 |
| Inkoop eigen aandelen | 34 000 | 57,06 | 1 940 |
| Verkoop eigen aandelen | -16 000 | 52,44 | - 839 |
| Eindsaldo 31/12/2021 | 178 000 | 53,31 | 9 490 |
De buitengewone algemene vergadering van 10 juni 2020 heeft de raad van bestuur gemachtigd om, indien nodig geacht, eigen aandelen van SIPEF aan te kopen gedurende een periode van 5 jaar na bekendmaking van haar beslissing.
- WINSTBELASTINGEN
De aansluiting tussen de belastinglasten en de toepasselijke lokale belastingtarieven wordt als volgt voorgesteld:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Resultaat voor belasting | 136 637 | 28 065 |
| Belastingen aan gangbare lokale belastingvoeten | -35 039 | -6 545 |
| Gemiddelde toepasselijke belastingtarief | -25,64% | -23,32% |
| Onbelaste meerwaarde op de verkoop van PT Melania | 2 561 | 0 |
| Permanente verschillen | -1 907 | -1 915 |
| Verliezen van het jaar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgezet | - 178 | -1 762 |
| Waardevermindering op uitgestelde belastingvorderingen die in het verleden werden opgezet | -2 560 | -2 401 |
| Terugname van waardeverminderingen op uitgestelde belastingvorderingen die in het verleden werden opgezet | 2 432 | 1 034 |
| Impact op de wijziging van het belasting-% in Indonesië op de uitgestelde belastingvorderingen | 0 | 685 |
| Correcties met betrekking tot vorige boekjaren | -1 384 | 76 |
| Belastinglast | -36 075 | -10 828 |
| Gemiddeld effectief belastingtarief | -26,40% | -38,58% |
We ontvingen van de Indonesische tax autoriteiten de formele goedkeuring dat met ingang van boekjaar 2014 onze Indonesische filialen de toestemming hebben om hun tax aangifte in USD neer te leggen. Van de tax autoriteiten in Papoea-Nieuw-Guinea kregen
42 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Het remuneratiecomité is belast met de opvolging van dit plan en met de selectie van de begunstigden. De opties worden gratis aangeboden en hebben een looptijd van 10 jaar. IFRS 2 werd toegepast op de aandelenopties.De totale waarde van de uitstaande opties 2011 tot en met 2021 (gewaardeerd aan de reële waarde op moment van toekenning), bedraagt KUSD 1 594 en is berekend aan de hand van een aangepast Black & Scholes model, waarvan de voornaamste kenmerken:
| Jaar | Toekenning | Beurskoers (in EUR) | Dividend rendement | Volatiliteit | Intrestvoet | Verwachte levensduur | Black & Scholes waarde (in EUR) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | 58,50 | 2,50% | 37,55 | 0,90% | 5,00 | 15,07 | |
| 2013 | 57,70 | 2,50% | 29,69 | 1,36% | 5,00 | 12,72 | |
| 2014 | 47,68 | 2,50% | 24,83 | 0,15% | 5,00 | 5,34 | |
| 2015 | 52,77 | 2,50% | 22,29 | 0,07% | 5,00 | 8,03 | |
| 2016 | 60,49 | 3,00% | 19,40 | -0,37% | 5,00 | 8,38 | |
| 2017 | 62,80 | 3,00% | 18,88 | -0,12% | 5,00 | 5,57 | |
| 2018 | 48,80 | 3,00% | 18,60 | -0,03% | 5,00 | 3,54 | |
| 2019 | 54,80 | 3,00% | 19,56 | -0,32% | 5,00 | 8,12 | |
| 2020 | 43,20 | 3,00% | 23,35 | -0,66% | 5,00 | 4,57 | |
| 2021 | 56,90 | 3,00% | 24,14 | -0,33% | 5,00 | 6,74 |
In 2021 werden 18 000 nieuwe aandelenopties toegekend met een uitoefenprijs van EUR 58,31 per aandeel. De reële waarde bij toekenning werd vastgelegd op KUSD 138 en wordt over de 'vesting'-periode van 3 jaar (2022-2024) in resultaat genomen. De totale kost van de aandelenopties die werd opgenomen in de winst- en verliesrekening bedraagt KUSD 121 in 2021 (2020: KUSD 128). Ter indekking van de uitstaande optieverplichtingen heeft SIPEF in totaal 178 000 aandelen in portefeuille.
| Aantal aandelen | Gemiddelde aankoopprijs (in EUR) | Totale aankoopprijs (in KEUR) | Totale aankoopprijs (in KUSD) | |
|---|---|---|---|---|
| Beginsaldo 31/12/2020 | 160 000 | 52,43 | 8 389 | 10 277 |
| Inkoop eigen aandelen | 34 000 | 57,06 | 1 940 | 2 194 |
| Verkoop eigen aandelen | -16 000 | 52,44 | - 839 | - 950 |
| Eindsaldo 31/12/2021 | 178 000 | 53,31 | 9 490 | 11 521 |
De buitengewone algemene vergadering van 10 juni 2020 heeft de raad van bestuur gemachtigd om, indien nodig geacht, eigen aandelen van SIPEF aan te kopen gedurende een periode van 5 jaar na bekendmaking van haar beslissing.
23. WINSTBELASTINGEN
De aansluiting tussen de belastinglasten en de toepasselijke lokale belastingtarieven wordt als volgt voorgesteld:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Resultaat voor belasting | 136 637 | 28 065 |
| Belastingen aan gangbare lokale belastingvoeten | -35 039 | -6 545 |
| Gemiddelde toepasselijke belastingtarief | -25,64% | -23,32% |
| Onbelaste meerwaarde op de verkoop van PT Melania | 2 561 | |
| Permanente verschillen | -1 907 | -1 915 |
| Verliezen van het jaar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgezet | -1 762 | |
| Waardevermindering op uitgestelde belastingvorderingen die in het verleden werden opgezet | -2 560 | -2 401 |
| Terugname van waardeverminderingen op uitgestelde belastingvorderingen die in het verleden werden opgezet | 2 432 | 1 034 |
| Impact op de wijziging van het belasting-% in Indonesië op de uitgestelde belastingvorderingen | 0 | 685 |
| Correcties met betrekking tot vorige boekjaren | -1 384 | 76 |
| Belastinglast | -36 075 | -10 828 |
| Gemiddeld effectief belastingtarief | -26,40% | -38,58% |
We ontvingen van de Indonesische tax autoriteiten de formele goedkeuring dat met ingang van boekjaar 2014 onze Indonesische filialen de toestemming hebben om hun tax aangifte in USD neer te leggen. Van de tax autoriteiten in Papoea-Nieuw-Guinea kregen 43 SIPEF Financiële staten 2021 we een toestemming om vanaf 2015 onze tax aangifte op basis van een USD-boekhouding te doen. Voor SIPEF NV en Jabelmalux SA hebben we een gelijkaardige toestemming verkregen met effect vanaf boekjaar 2016. De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden per fiscale entiteit gesaldeerd. Dit leidt tot de volgende opsplitsing naar uitgestelde belastingvorderingen en uitgestelde belastingverplichtingen:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingen actief | 13 550 | 13 049 |
| Uitgestelde belastingen passief | -46 950 | -44 010 |
| Netto uitgestelde belastingen | -33 400 | -30 961 |
De bewegingen in de netto uitgestelde belastingen (vorderingen - verplichtingen) zijn:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Openingssaldo | -30 961 | -31 714 |
| Variatie (- kost) / (+ opbrengst) via de winst- en verliesrekening | -1 352 | - 58 |
| Tax impact IAS 19R via totaalresultaat | 139 | 291 |
| Tax impact hedge accounting via totaalresultaat | - 226 | 489 |
| Variatie perimeter | - 973 | 0 |
| Andere | - 27 | 31 |
| Eindsaldo | -33 400 | -30 961 |
De uitgestelde belastingen zijn het resultaat van:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Toevoeging/(gebruik) van fiscaal overgedragen verliezen | 1 779 | -2 585 |
| Herkomst/(terugboeking) van tijdelijke verschillen - IAS 41 & voorraadherwaardering | -3 149 | 380 |
| Herkomst/(terugboeking) van tijdelijke verschillen - vaste activa | -2 875 | 3 228 |
| Herkomst/(terugboeking) van tijdelijke verschillen - pensioenvoorziening | 561 | - 528 |
| Herkomst/(terugboeking) van tijdelijke verschillen - andere | 2 332 | - 553 |
| Totaal | -1 352 | - 58 |
De totale uitgestelde belastingvorderingen worden niet integraal opgenomen in de balans. Volgende indeling kan gemaakt worden naar totale, niet-opgenomen en opgenomen uitgestelde belastingen:
| 2021 | In KUSD | Totaal | Niet opgenomen | Opgenomen |
|---|---|---|---|---|
| Biologische activa | -1 716 | 0 | -1 716 | |
| Materiële vaste activa, inclusief dragende planten | -44 446 | 0 | -44 446 | |
| Voorraden | -5 721 | 0 | -5 721 | |
| Pensioenvoorziening | 4 730 | 0 | 4 730 | |
| Fiscale verliezen | 15 074 | 4 848 | 10 226 | |
| Overige | 3 527 | 0 | 3 527 | |
| Totaal | -28 552 | 4 848 | -33 400 |
Het merendeel van de niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen per eind 2021 bevindt zich bij de maatschappijen van de South Sumatra groep (KUSD 4 107) en bij de Tolan Tiga groep rubber activiteiten (KUSD 720). De uitgestelde belastingvorderingen voor fiscale verliezen worden steeds opgezet en aangepast op basis van de meest recent beschikbare lange termijn businessplannen. De totale fiscale verliezen (opgenomen en niet opgenomen) hebben de volgende maturiteit:
| 2021 | In KUSD | Totaal | Niet opgenomen | Opgenomen |
|---|---|---|---|---|
| 1 jaar | 5 917 | 5 336 | 581 | |
| 2 jaar | 9 253 | 2 956 | 6 297 | |
| 3 jaar | 9 318 | 3 033 | 6 285 | |
| 4 jaar | 21 730 | 9 812 | 11 918 | |
| 5 jaar | 13 505 | 806 | 12 699 | |
| Onbeperkt | 7 757 | 82 | 7 675 | |
| Totaal | 67 480 | 22 025 | 45 455 |
In Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea verrichtte de Groep, in overeenstemming met de lokale wetgeving, voorafbetalingen van belastingen. Deze werden deels op basis van de resultaten van 2019 gedaan en deels op basis van de resultaten van 2020 die beide lager waren dan de resultaten van 2021. De voorafbetalingen van belastingen van KUSD 9 962 lagen daarom in belangrijke mate beneden de te betalen belasting van KUSD 34 722.
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Terug te vorderen belastingen | 1 469 | 11 766 |
| Te betalen belastingen | -19 346 | -4 687 |
| Netto te vorderen/(te betalen) belastingen | -17 877 | 7 079 |
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Netto terug te vorderen/(te betalen) belastingen begin periode | 7 079 | 14 307 |
| Variatie perimeter | - 211 | 0 |
| Overboekingen | 15 | - 32 |
| Te betalen belastingen | -34 722 | -10 768 |
| Betaalde belastingen | 9 962 | 3 572 |
| Netto terug te vorderen/(te betalen) belastingen einde periode | -17 877 | 7 079 |
De betaalde belastingen zoals weergegeven in het kasstroomoverzicht zijn samengesteld uit de volgende elementen:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Belastinglast | -36 075 | -10 828 |
| Uitgestelde belastingen | 1 353 | 60 |
| Actuele belastingen | -34 722 | -10 768 |
| Variatie vooruitbetaalde belastingen | 10 101 | 3 021 |
| Variatie te betalen belastingen | 14 658 | 4 175 |
| Betaalde belastingen | -9 962 | -3 572 |
Er zijn geen materiële, niet-opgenomen onzekere belastingposities binnen de SIPEF-groep.
24. INVESTERINGEN IN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN EN JOINT VENTURES
De SIPEF-groep heeft de volgende belangen- en controlepercentages in de geassocieerde deelnemingen en joint ventures:
| Entiteit | Locatie | Controle % | Belangen % |
|---|---|---|---|
| Verdant Bioscience Pte Ltd | Singapore / Republiek Singapore | 38,00 | 38,00 |
| PT Timbang Deli Indonesia | Medan / Indonesië | 38,00 | 36,10 |
Een geassocieerde onderneming is een onderneming waarover de Groep een significante invloed heeft. Een joint venture is een ‘gemeenschappelijke regeling’ waarover twee of meer partijen gezamenlijke zeggenschap hebben en rechten hebben op het netto- actief van de regeling. De Groep heeft geen joint ventures. De investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures bestaan uit PT Timbang Deli en Verdant Bioscience Singapore Pte Ltd, beide actief in de tropische landbouw. Verdant Bioscience Singapore Pte Ltd (VBS) is een nieuw opgerichte vennootschap gelegen in Singapore. Per 1 januari 2014 heeft de Groep een belang van 38% in VBS. Deze vennootschap is een samenwerking tussen Ackermans & Van Haaren (42%), SIPEF NV (38%), PT Dharma Satya Nusantara (10%) en Biosing Pte (10%) en heeft als doel om onderzoek en ontwikkeling te doen naar hoge rendementszaden met het oog om deze te commercialiseren. De Groep behoudt een deelname van 36,10% in PT Timbang Deli, een onderneming gelegen op het eiland Sumatra in Indonesië. PT Timbang Deli is actief in het verbouwen van rubber. Naar aanleiding van de “Share Swap agreement” met Verdant Bioscience Singapore Pte Ltd heeft de SIPEF-groep 95% van de totale aandelen van PT Timbang Deli ingebracht in Verdant Bioscience Singapore Pte Ltd Gedurende de eerste vier maanden van 2021 is PT Melania in de consolidatie opgenomen als joint venture voordat het werd geclassificeerd als een actief aangehouden voor verkoop. Ondanks dat op 31 december 2021 de activa van PT Melania niet opgenomen zijn in de "investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures", omvat het "aandeel in de resultaten van geassocieerde deelnemingen en joint ventures" wel 4 maanden resultaten van PT Melania.
44 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
| In Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea verrichtte de Groep, in overeenstemming met de lokale wetgeving, voorafbetalingen van belastingen. Deze werden deels op basis van de resultaten van 2019 gedaan en deels op basis van de resultaten van 2020 die beide lager waren dan de resultaten van 2021. De voorafbetalingen van belastingen van KUSD 9 962 lagen daarom in belangrijke mate beneden de te betalen belasting van KUSD 34 722.In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Terug te vorderen belastingen | 1 469 | 11 766 |
| Te betalen belastingen | -19 346 | -4 687 |
| Netto te vorderen/(te betalen) belastingen | -17 877 | 7 079 |
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Netto terug te vorderen/(te betalen) belastingen begin periode | 7 079 | 14 307 |
| Variatie perimeter | - | 211 |
| Overboekingen | 0 | -32 |
| Te betalen belastingen | -34 722 | -10 768 |
| Betaalde belastingen | 9 962 | 3 572 |
| Netto terug te vorderen/(te betalen) belastingen einde periode | -17 877 | 7 079 |
De betaalde belastingen zoals weergegeven in het kasstroomoverzicht zijn samengesteld uit de volgende elementen:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Belastinglast | -36 075 | -10 828 |
| Uitgestelde belastingen | 1 353 | 60 |
| Actuele belastingen | -34 722 | -10 768 |
| Variatie vooruitbetaalde belastingen | 10 101 | 3 021 |
| Variatie te betalen belastingen | 14 658 | 4 175 |
| Betaalde belastingen | -9 962 | -3 572 |
Er zijn geen materiële, niet-opgenomen onzekere belastingposities binnen de SIPEF-groep.
24. INVESTERINGEN IN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN EN JOINT VENTURES
De SIPEF-groep heeft de volgende belangen- en controlepercentages in de geassocieerde deelnemingen en joint ventures:
| Entiteit | Locatie | Controle % | Belangen % |
|---|---|---|---|
| Verdant Bioscience Pte Ltd | Singapore / Republiek Singapore | 38,00 | 38,00 |
| PT Timbang Deli Indonesia | Medan / Indonesië | 38,00 | 36,10 |
Een geassocieerde onderneming is een onderneming waarover de Groep een significante invloed heeft. Een joint venture is een ‘gemeenschappelijke regeling’ waarover twee of meer partijen gezamenlijke zeggenschap hebben en rechten hebben op het netto- actief van de regeling. De Groep heeft geen joint ventures. De investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures bestaan uit PT Timbang Deli en Verdant Bioscience Singapore Pte Ltd, beide actief in de tropische landbouw. Verdant Bioscience Singapore Pte Ltd (VBS) is een nieuw opgerichte vennootschap gelegen in Singapore. Per 1 januari 2014 heeft de Groep een belang van 38% in VBS. Deze vennootschap is een samenwerking tussen Ackermans & Van Haaren (42%), SIPEF NV (38%), PT Dharma Satya Nusantara (10%) en Biosing Pte (10%) en heeft als doel om onderzoek en ontwikkeling te doen naar hoge rendementszaden met het oog om deze te commercialiseren. De Groep behoudt een deelname van 36,10% in PT Timbang Deli, een onderneming gelegen op het eiland Sumatra in Indonesië. PT Timbang Deli is actief in het verbouwen van rubber. Naar aanleiding van de “Share Swap agreement” met Verdant Bioscience Singapore Pte Ltd heeft de SIPEF-groep 95% van de totale aandelen van PT Timbang Deli ingebracht in Verdant Bioscience Singapore Pte Ltd Gedurende de eerste vier maanden van 2021 is PT Melania in de consolidatie opgenomen als joint venture voordat het werd geclassificeerd als een actief aangehouden voor verkoop. Ondanks dat op 31 december 2021 de activa van PT Melania niet opgenomen zijn in de "investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures", omvat het "aandeel in de resultaten van geassocieerde deelnemingen en joint ventures" wel 4 maanden resultaten van PT Melania.
45 SIPEF Financiële staten 2021
De totale sectie van het actief "geassocieerde ondernemingen en joint ventures" kan als volgt samengevat worden:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Verdant Bioscience Pte Ltd | 4 347 | 4 912 |
| PT Timbang Deli Indonesia | - 749 | - 282 |
| Totaal | 3 598 | 4 630 |
De totale sectie "Aandeel resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures" kan als volgt worden samengevat:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Verdant Bioscience Pte Ltd | - 565 | - 475 |
| PT Timbang Deli Indonesia | - 467 | - 584 |
| PT Melania Indonesia | - 59 | 0 |
| Totaal resultaat | -1 091 | -1 059 |
Hieronder worden de verkorte financiële staten van de geassocieerde ondernemingen en joint ventures volgens IFRS en zijn voor intercompany eliminaties en exclusief goodwill.
Verdant Bioscience Pte Ltd
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Biologische activa | 0 | 0 |
| Overige vaste activa | 23 876 | 23 701 |
| Vlottende activa | 14 077 | 13 846 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 129 | 81 |
| Totaal activa | 38 083 | 37 627 |
| Langlopende verplichtingen | - 14 | - 14 |
| Financiële schulden op lange termijn | 0 | 0 |
| Kortlopende verplichtingen | 20 497 | 18 556 |
| Financiële schulden op korte termijn | 0 | 0 |
| Eigen vermogen | 17 599 | 19 084 |
| Totaal EV en passiva | 38 083 | 37 627 |
PT Timbang Deli
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Biologische activa | 3 772 | 3 994 |
| Overige vaste activa | 6 727 | 7 125 |
| Vlottende activa | 1 276 | 1 008 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 225 | 170 |
| Totaal activa | 12 000 | 12 297 |
| Langlopende verplichtingen | 1 271 | 1 309 |
| Financiële schulden op lange termijn | 0 | 0 |
| Kortlopende verplichtingen | 15 039 | 14 004 |
| Financiële schulden op korte termijn | 0 | 0 |
| Eigen vermogen | -4 311 | -3 016 |
| Totaal EV en passiva | 12 000 | 12 297 |
Hieronder worden de verkorte winst- en verliesrekeningen van de geassocieerde ondernemingen en joint ventures weergegeven. Deze werden opgesteld volgens IFRS en zijn voor intercompany eliminaties en exclusief goodwill.
Verdant Bioscience Pte Ltd
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Opname in de consolidatie: 38,00% | 38,00% | |
| Omzet | 0 | 0 |
| Afschrijvingen | 10 | 8 |
| Interestopbrengsten | 33 | 47 |
| Interestkosten | 0 | 0 |
| Netto resultaat | -1 486 | -1 251 |
| Gedeelte in de consolidatie | - 565 | - 475 |
| Totaal deel van de groep | - 565 | - 475 |
| Totaal deel derden | 0 | 0 |
| Totaal | - 565 | - 475 |
PT Timbang Deli
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Opname in de consolidatie: | ||
| Omzet | 3 319 | 1 319 |
| Afschrijvingen | 920 | 955 |
| Interestopbrengsten | 3 | 3 |
| Interestkosten | - 33 | - 46 |
| Netto resultaat | -1 295 | -1 617 |
| Gedeelte in de consolidatie | - 467 | - 584 |
| Totaal deel van de groep | - 467 | - 584 |
| Totaal deel derden | 0 | 0 |
| Totaal | - 467 | - 584 |
Aansluiting geassocieerde ondernemingen en joint ventures
Deze tabellen werden opgesteld op basis van de IFRS - cijfers zoals opgenomen in de consolidatie, volgens de waarderingsregels van de SIPEF-groep, voor toewijzing van goodwill.
Verdant Bioscience Pte Ltd
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Eigen vermogen zonder goodwill | 17 599 | 19 085 |
| Deel groep | 6 687 | 7 252 |
| Goodwill | 0 | 0 |
| Totaal deel groep | 4 347 | 4 912 |
PT Timbang Deli
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Eigen vermogen zonder goodwill | -4 311 | -3 016 |
| Deel groep | -1 556 | -1 089 |
| Goodwill | 807 | 807 |
| Equity eliminatie PT Timbang Deli | -2 340 | -2 340 |
| Totaal deel groep | - 749 | - 282 |
Dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen en joint ventures
Gedurende het jaar werden er geen dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen en joint ventures. Er zijn geen beperkingen op de overdrachten van geldfondsen naar de Groep.
25. VARIATIE BEDRIJFSKAPITAAL
In het verlengde van de toename van het bedrijfsresultaat steeg de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten voor variatie bedrijfskapitaal van KUSD 73 669 in 2020, naar KUSD 178 796 dit jaar. De variatie in het bedrijfskapitaal van KUSD -8 523 betrof voornamelijk volgende elementen:
* een stijging van de voorraden (KUSD -22 211) ten gevolge van hogere voorraadvolumes, voornamelijk van afgewerkte producten, en een hogere eenheidskostprijs voor CPO;
* een stijging van de handelsvorderingen (KUSD -4 614)
* een stijging van de ontvangen voorschotten op lokale verkopen (KUSD 8 450);
* een stijging van de overige schulden en van de overige kort termijnschulden, waaronder een verhoging van de bonusprovisie ten gevolge van het verbeterde resultaat (KUSD 10 582).
De bovenvermelde aanwending van het bedrijfskapitaal betrof de gebruikelijke tijdelijke bewegingen.
26. FINANCIËLE INSTRUMENTEN
Bij de uitoefening van de bedrijfsactiviteit wordt de Groep blootgesteld aan verschillende risico’s, waaronder de schommelingen in de marktprijzen van de basisproducten, valuta-, rente-, krediet- en liquiditeitsrisico’s. Derivaten worden in beperkte mate gebruikt om het risico voor de Groep verbonden aan de schommelingen van de wisselkoersen en de rente te verminderen.
Schommelingen in de marktprijzen van de basisproducten
Structureel risico
SIPEF-groep staat bloot aan structurele grondstoffenprijsrisico’s. Het risico heeft voornamelijk betrekking op palmolie/palmpitolie en in mindere mate rubber. Een verandering van de palmolieprijs met USD 10 CIF per ton heeft een impact van ongeveer KUSD 3 147 (zonder rekening te houden met bijkomende effecten van de export tax in Indonesië) op het resultaat na belasting. Dit risico wordt aanzien als een bedrijfsrisico.
Transactioneel risico
De Groep wordt geconfronteerd met transactionele risico’s op verkochte goederen. Het transactioneel risico is het risico dat de prijs van de grondstoffen aangekocht van derden schommelt tussen het moment waarop de prijs wordt bepaald met de klant en het moment waarop de transactie afgewikkeld wordt. Dit risico wordt aanzien als een bedrijfsrisico.
Valutarisico
De meerderheid van de dochterondernemingen hebben als functionele valuta de US-dollar. Het wisselkoersrisico waaraan de Groep blootgesteld is, kan opgesplitst worden in drie types: structurele risico’s, transactionele risico’s en omrekeningsrisico’s:
Structurele risico’s
Het grootste deel van de opbrengsten worden gerealiseerd in USD, terwijl alle activiteiten zich buiten de USD-zone bevinden (specifiek in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea, Ivoorkust en Europa). Elke wijziging in de USD ten opzichte van de lokale valuta wisselkoers heeft een aanzienlijke invloed op de bedrijfsresultaten van de onderneming. Het merendeel van dit structurele risico wordt aanzien als een bedrijfsrisico.
46 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Aansluiting geassocieerde ondernemingen en joint ventures
Deze tabellen werden opgesteld op basis van de IFRS - cijfers zoals opgenomen in de consolidatie, volgens de waarderingsregels van de SIPEF-groep, voor toewijzing van goodwill.
Verdant Bioscience Pte Ltd
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Eigen vermogen zonder goodwill | 17 599 | 19 085 |
| Deel groep | 6 687 | 7 252 |
| Goodwill | 0 | 0 |
| Totaal deel groep | 4 347 | 4 912 |
PT Timbang Deli
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Eigen vermogen zonder goodwill | -4 311 | -3 016 |
| Deel groep | -1 556 | -1 089 |
| Goodwill | 807 | 807 |
| Equity eliminatie PT Timbang Deli | -2 340 | -2 340 |
| Totaal deel groep | - 749 | - 282 |
Dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen en joint ventures
Gedurende het jaar werden er geen dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen en joint ventures. Er zijn geen beperkingen op de overdrachten van geldfondsen naar de Groep.
25. VARIATIE BEDRIJFSKAPITAAL
In het verlengde van de toename van het bedrijfsresultaat steeg de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten voor variatie bedrijfskapitaal van KUSD 73 669 in 2020, naar KUSD 178 796 dit jaar.De variatie in het bedrijfskapitaal van KUSD -8 523 betrof voornamelijk volgende elementen:
• een stijging van de voorraden (KUSD -22 211) ten gevolge van hogere voorraadvolumes, voornamelijk van afgewerkte producten, en een hogere eenheidskostprijs voor CPO;
• een stijging van de handelsvorderingen (KUSD -4 614)
• een stijging van de ontvangen voorschotten op lokale verkopen (KUSD 8 450);
• een stijging van de overige schulden en van de overige kort termijnschulden, waaronder een verhoging van de bonusprovisie ten gevolge van het verbeterde resultaat (KUSD 10 582).
De bovenvermelde aanwending van het bedrijfskapitaal betrof de gebruikelijke tijdelijke bewegingen.
26. FINANCIËLE INSTRUMENTEN
Bij de uitoefening van de bedrijfsactiviteit wordt de Groep blootgesteld aan verschillende risico’s, waaronder de schommelingen in de marktprijzen van de basisproducten, valuta-, rente-, krediet- en liquiditeitsrisico’s. Derivaten worden in beperkte mate gebruikt om het risico voor de Groep verbonden aan de schommelingen van de wisselkoersen en de rente te verminderen.
Schommelingen in de marktprijzen van de basisproducten
Structureel risico
SIPEF-groep staat bloot aan structurele grondstoffenprijsrisico’s. Het risico heeft voornamelijk betrekking op palmolie/palmpitolie en in mindere mate rubber. Een verandering van de palmolieprijs met USD 10 CIF per ton heeft een impact van ongeveer KUSD 3 147 (zonder rekening te houden met bijkomende effecten van de export tax in Indonesië) op het resultaat na belasting. Dit risico wordt aanzien als een bedrijfsrisico.
Transactioneel risico
De Groep wordt geconfronteerd met transactionele risico’s op verkochte goederen. Het transactioneel risico is het risico dat de prijs van de grondstoffen aangekocht van derden schommelt tussen het moment waarop de prijs wordt bepaald met de klant en het moment waarop de transactie afgewikkeld wordt. Dit risico wordt aanzien als een bedrijfsrisico.
Valutarisico
De meerderheid van de dochterondernemingen hebben als functionele valuta de US-dollar. Het wisselkoersrisico waaraan de Groep blootgesteld is, kan opgesplitst worden in drie types: structurele risico’s, transactionele risico’s en omrekeningsrisico’s:
Structurele risico’s
Het grootste deel van de opbrengsten worden gerealiseerd in USD, terwijl alle activiteiten zich buiten de USD-zone bevinden (specifiek in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea, Ivoorkust en Europa). Elke wijziging in de USD ten opzichte van de lokale valuta wisselkoers heeft een aanzienlijke invloed op de bedrijfsresultaten van de onderneming. Het merendeel van dit structurele risico wordt aanzien als een bedrijfsrisico.
Transactionele risico’s
De Groep is ook onderhevig aan transactionele risico’s met betrekking tot de valuta’s, namelijk het risico dat wisselkoersen schommelen tussen het moment waarop de prijs wordt bepaald met een klant, leverancier of financiële instelling en het moment waarop de transactie afgewikkeld wordt. Zulke risico’s worden, met uitzondering van een natuurlijke indekking, niet ingedekt gezien de relatief korte looptijd van de meeste verplichtingen en vorderingen. De verplichtingen voor personeelsbeloningen na uitdiensttreding in Indonesië zijn echter significante lange termijnschulden die volledig betaalbaar zijn in IDR. Een devaluatie of revaluatie van 10% van de IDR ten opzichte van de USD heeft de volgende invloed op de winst- en verliesrekening:
| In KUSD | IDR Dev 10% | Boekwaarde | IDR Rev 10% |
|---|---|---|---|
| Verplichtingen voor personeelsbeloningen na uitdiensttreding in Indonesië | 19 777 | 21 755 | 24 172 |
| Bruto impact winst- en verliesrekening | 1 978 | -2 417 |
De verplichting voor personeelsbeloningen in Indonesië bestaat voor KUSD 21 498 uit de integraal geconsolideerde entiteiten en voor KUSD 257 uit de entiteiten die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (PT Timbang Deli). De lange termijn vorderingen op de Indonesische plasmahouders zijn de belangrijkste lange termijn activa die volledig betaalbaar zijn in IDR. Een devaluatie of herwaardering van 10% van de IDR ten opzichte van de USD heeft het volgende effect op de resultatenrekening:
| In KUSD | IDR Dev 10% | Boekwaarde | IDR Rev 10% |
|---|---|---|---|
| Plasma vorderingen | 23 333 | 25 666 | 28 518 |
| Bruto impact winst- en verliesrekening | -2 333 | 2 852 |
Op 15 februari 2022 heeft de raad van bestuur de uitbetaling van een dividend van KEUR 21 159 (EUR 2,00 bruto per gewoon aandeel) voorgesteld. In lijn met het liquiditeits- en valutabeleid, om het valutarisico op een mogelijk betaling van het dividend in te dekken werd dit bedrag ingedekt met 3 valutatermijncontracten voor de verkoop van KUSD 25 191 voor KEUR 21 600 (gemiddelde koers van 1,1662) voor jaareinde:
Sensitiviteitsanalyse: Voor wat de indekking van het dividend betreft voor jaareinde heeft een devaluatie of revaluatie van 10% van de EUR ten opzichte van de USD aan slotkoers de volgende invloed op de winst- en verliesrekening:
| In KUSD | EUR Dev 10% | Slotkoers | EUR Rev 10% |
|---|---|---|---|
| Dividend | 22 274 | 24 501 | |
| Bruto impact winst- en verliesrekening | -2 227 | 2 722 |
Omrekeningsrisico’s
De SIPEF-groep is een internationaal bedrijf met vestigingen die niet in USD rapporteren. Als dergelijke resultaten geconsolideerd worden in de rekeningen van de Groep, staat het omgerekende bedrag bloot aan waarde schommelingen van de lokale valuta’s ten opzichte van de USD. SIPEF-groep dekt dit risico niet in (zie waarderingsregels). Gezien vanaf 1 januari 2007 de functionele valuta van het merendeel van de activiteiten dezelfde is als de rapporteringsmunt werd dit risico grotendeels beperkt.
Renterisico
De blootstelling van de Groep aan rentevoetschommelingen houdt verband met de financiële verplichtingen van de Groep. Eind december 2021 bedroegen de netto financiële activa/(verplichtingen) KUSD -49 192 (2020: KUSD – 151 165), waarvan KUSD 30 961 korte termijn financiële verplichtingen (2020: KUSD 104 671) en KUSD 19 977 netto korte termijnbeleggingen en kasequivalenten (2020: KUSD 9 791). De financiële verplichtingen > 1 jaar (incl. derivaten) bedragen KUSD 38 207 (2020: KUSD 56 285). Aangezien alle schulden op korte termijn aan variabele intrestvoeten onderworpen zijn, zijn wij van mening dat een wijziging van 0,5% op de intrestvoet geen materiële impact zal hebben. Gezien de schuldfinanciering op lange termijn voornamelijk is gebaseerd op een variabele rentevoet, bestaat het risico dat bij een stijging van de rentevoet de financieringskosten oplopen. Dit renterisico wordt ingedekt aan de hand van een interest rate swap (IRS). Deze renteswap heeft als doel de volatiliteit (en zodoende het renterisico) zoveel mogelijk in te perken. De beschikbare financiële middelen worden op korte termijn belegd onder de vorm van termijndeposito’s.
Kredietrisico
Het kredietrisico is het risico dat één van de contracterende partijen zijn verplichtingen niet nakomt waardoor er voor de andere partij een verlies kan ontstaan. Dit kredietrisico kan opgesplitst worden in een commercieel en financieel kredietrisico. Aangaande het commerciële kredietrisico heeft het management een kredietpolitiek uitgewerkt en de blootstelling aan dit kredietrisico wordt continu opgevolgd. In de praktijk wordt er een onderscheid gemaakt tussen:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Vorderingen uit de verkopen van palmolie, rubber en thee | 30 609 | 26 315 |
| Vorderingen uit de verkopen van bananen en planten | 1 673 | 1 416 |
| Totaal | 32 282 | 27 731 |
Het kredietrisico bij de eerste categorie is eerder beperkt gezien deze verkopen voor een groot deel onmiddellijk betaald worden tegen afgifte van de eigendomsdocumenten. Daarnaast betreft het een beperkt aantal hoog aangeschreven klanten: per product wordt ca 90% van de omzet gerealiseerd door maximaal 10 klanten. Voor palmolie zijn er twee klanten die elks afzonderlijk meer dan 30% van de omzet vertegenwoordigen. Voor thee zijn er twee klanten die meer dan 30% van de totale omzet vertegenwoordigen. Voor rubber zijn er twee klanten die meer dan 30% van de omzet vertegenwoordigen. In tegenstelling tot de eerste categorie is het kredietrisico van de vorderingen uit de verkopen van bananen en horticultuur groter. Voor beide categorieën bestaat er een wekelijkse opvolging van de openstaande saldi en een actief aanmaningsbeleid. Waardeverminderingen worden opgenomen als volledige of gedeeltelijke inning onwaarschijnlijk is geworden. Elementen die bij deze beoordeling in aanmerking worden genomen zijn voornamelijk de mate van betalingsachterstand en kredietwaardigheid van de klant. De vorderingen uit de verkoop van bananen en horticultuur hebben de volgende vervaldagstructuur:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Niet vervallen | 941 | 812 |
| Vervallen < 30 dagen | 523 | 604 |
| Vervallen tussen 30 en 60 dagen | 180 | 0 |
| Vervallen tussen 60 en 90 dagen | 0 | 0 |
| Vervallen > 90 dagen | 29 | 0 |
| Totaal | 1 673 | 1 416 |
In 2021 en 2020 werden er geen materiële waardeverminderingen op vorderingen in de resultatenrekening opgenomen. De Groep paste de vereenvoudigde versie van IFRS 9 toe voor het meten van de verwachte kredietverliezen waarbij een bedrag wordt bepaald dat gelijk is aan de tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen. De Groep heeft de impact van IFRS 9 geanalyseerd en geconcludeerd dat er geen materiële impact is op de huidige provisie. De Groep heeft ook een inschatting gemaakt of het historisch patroon van wanbetalingen in de toekomst materieel zou veranderen en verwacht geen significante impact.
Liquiditeitsrisico
Een materieel en aanhoudend tekort in onze kasstromen zou onze kredietwaardigheid en het vertrouwen van investeerders kunnen schaden en zou het vermogen van de Groep om kapitaal aan te trekken kunnen beperken. De operationele kasstroom biedt de middelen om de financiële verplichtingen te financieren en de aandeelhouderswaarde te verbeteren. De Groep beheerst de liquiditeitsrisico’s door middel van korte termijn- en lange termijnschattingen van toekomstige kasstromen. SIPEF-groep houdt toegang tot de kapitaalmarkten door middel van kort- en langlopende schuldprogramma’s.# The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Kredietrisico
Het kredietrisico is het risico dat één van de contracterende partijen zijn verplichtingen niet nakomt waardoor er voor de andere partij een verlies kan ontstaan. Dit kredietrisico kan opgesplitst worden in een commercieel en financieel kredietrisico. Aangaande het commerciële kredietrisico heeft het management een kredietpolitiek uitgewerkt en de blootstelling aan dit kredietrisico wordt continu opgevolgd.
In de praktijk wordt er een onderscheid gemaakt tussen:
| In KUSD | ||
|---|---|---|
| 2021 | 2020 | |
| Vorderingen uit de verkopen van palmolie, rubber en thee | 30 609 | 26 315 |
| Vorderingen uit de verkopen van bananen en planten | 1 673 | 1 416 |
| Totaal | 32 282 | 27 731 |
Het kredietrisico bij de eerste categorie is eerder beperkt gezien deze verkopen voor een groot deel onmiddellijk betaald worden tegen afgifte van de eigendomsdocumenten. Daarnaast betreft het een beperkt aantal hoog aangeschreven klanten: per product wordt ca 90% van de omzet gerealiseerd door maximaal 10 klanten. Voor palmolie zijn er twee klanten die elks afzonderlijk meer dan 30% van de omzet vertegenwoordigen. Voor thee zijn er twee klanten die meer dan 30% van de totale omzet vertegenwoordigen. Voor rubber zijn er twee klanten die meer dan 30% van de omzet vertegenwoordigen.
In tegenstelling tot de eerste categorie is het kredietrisico van de vorderingen uit de verkopen van bananen en horticultuur groter. Voor beide categorieën bestaat er een wekelijkse opvolging van de openstaande saldi en een actief aanmaningsbeleid. Waardeverminderingen worden opgenomen als volledige of gedeeltelijke inning onwaarschijnlijk is geworden. Elementen die bij deze beoordeling in aanmerking worden genomen zijn voornamelijk de mate van betalingsachterstand en kredietwaardigheid van de klant.
De vorderingen uit de verkoop van bananen en horticultuur hebben de volgende vervaldagstructuur:
| In KUSD | ||
|---|---|---|
| 2021 | 2020 | |
| Niet vervallen | 941 | 812 |
| Vervallen < 30 dagen | 523 | 604 |
| Vervallen tussen 30 en 60 dagen | 180 | 0 |
| Vervallen tussen 60 en 90 dagen | 0 | 0 |
| Vervallen > 90 dagen | 29 | 0 |
| Totaal | 1 673 | 1 416 |
In 2021 en 2020 werden er geen materiële waardeverminderingen op vorderingen in de resultatenrekening opgenomen. De Groep paste de vereenvoudigde versie van IFRS 9 toe voor het meten van de verwachte kredietverliezen waarbij een bedrag wordt bepaald dat gelijk is aan de tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen. De Groep heeft de impact van IFRS 9 geanalyseerd en geconcludeerd dat er geen materiële impact is op de huidige provisie. De Groep heeft ook een inschatting gemaakt of het historisch patroon van wanbetalingen in de toekomst materieel zou veranderen en verwacht geen significante impact.
Liquiditeitsrisico
Een materieel en aanhoudend tekort in onze kasstromen zou onze kredietwaardigheid en het vertrouwen van investeerders kunnen schaden en zou het vermogen van de Groep om kapitaal aan te trekken kunnen beperken. De operationele kasstroom biedt de middelen om de financiële verplichtingen te financieren en de aandeelhouderswaarde te verbeteren. De Groep beheerst de liquiditeitsrisico's door middel van korte termijn- en lange termijnschattingen van toekomstige kasstromen. SIPEF-groep houdt toegang tot de kapitaalmarkten door middel van kort- en langlopende schuldprogramma's.
De volgende tabel geeft de contractueel overeengekomen (niet-verdisconteerde) kasstromen voortvloeiend uit schulden op balansdatum:
2021 - In KUSD
| Boek- waarde | Contractuele kasstromen | Minder dan 1 jaar | 1-2 jaar | 2-3 jaar | 3-4 jaar | Meer dan 5 jaar | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële verplichtingen > 1 jaar (incl. derivaten) | 36 000 | -37 239 | - 618 | -18 510 | -18 111 | 0 | 0 |
| Leasing verplichtingen > 1 jaar | 2 207 | - 4 250 | - 177 | - 489 | - 464 | - 449 | -2 671 |
| Voorschotten > 1 jaar | 4 830 | -4 830 | 0 | -4 830 | 0 | 0 | 0 |
| Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar | |||||||
| Handelsschulden | 23 605 | -23 605 | -23 605 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangen voorschotten | 11 934 | -11 934 | -11 934 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Financiële verplichtingen < 1 jaar | |||||||
| Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar | 18 000 | -18 471 | -18 471 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Financiële verplichtingen | 12 477 | -12 597 | -12 597 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leasing verplichtingen < 1 jaar | 484 | - 523 | - 523 | ||||
| Derivaten | 2 066 | -2 066 | -2 066 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Andere kortlopende verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal verplichtingen | 111 604 | -115 516 | -69 992 | -23 829 | -18 575 | - 449 | -2 671 |
2020 - In KUSD
| Boek- waarde | Contractuele kasstromen | Minder dan 1 jaar | 1-2 jaar | 2-3 jaar | 3-4 jaar | Meer dan 5 jaar | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële verplichtingen > 1 jaar (incl. derivaten) | 54 000 | -58 053 | -1 664 | -19 480 | -18 737 | -18 173 | 0 |
| Leasing verplichtingen > 1 jaar | 2 285 | -4 553 | - 180 | - 488 | - 438 | - 414 | -3 033 |
| Voorschotten > 1 jaar | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar | |||||||
| Handelsschulden | 21 384 | -21 384 | -21 384 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangen voorschotten | 1 071 | -1 071 | -1 071 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Financiële verplichtingen < 1 jaar | |||||||
| Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar | 18 000 | -18 701 | -18 701 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Financiële verplichtingen | 86 128 | -86 254 | -86 254 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leasing verplichtingen < 1 jaar | 543 | - 589 | - 589 | ||||
| Derivaten | 793 | - 793 | - 793 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Andere kortlopende verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal verplichtingen | 181 375 | -186 255 | -129 866 | -19 479 | -18 737 | -18 173 | 0 |
Teneinde het financiële kredietrisico te beperken heeft SIPEF haar belangrijkste activiteiten bij een beperkte groep banken met een hoge kredietwaardigheid ondergebracht. De huidige maximale beschikbare kredietlijnen bedragen KUSD 178 686 (2020: KUSD 206 328). In 2021 waren er zoals voorgaande jaren geen inbreuken op de voorwaarden vermeld in de kredietovereenkomsten noch tekortkomingen in de aflossingen. Er dient opgemerkt te worden dat SIPEF gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om kapitaalaflossingen uit te stellen om de impact van covid-19 het hoofd te bieden. Hierdoor werden de terugbetalingen van eind juni 2020 (KUSD 4 500) en september 2020 (KUSD 4 500) uitgesteld tot respectievelijk juni 2024 en september 2024.
Financiële instrumenten gewaardeerd aan reële waarde op de balans
Binnen de Groep kan gebruik worden gemaakt van financiële instrumenten voor risicobeheersing. Het betreft dan met name financiële instrumenten die het risico van wijzigende interestvoeten of wisselkoersen beheersen. De tegenpartijen van deze financiële instrumenten zijn uitsluitend vooraanstaande banken. Afgeleide instrumenten worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Na de initiële erkenning worden deze instrumenten opgenomen in de balans aan hun reële waarde, waarbij de wijzigingen in de reële waarde in resultaat worden geboekt tenzij deze instrumenten deel uitmaken van indekkingsverrichtingen.
De reële waarden van deze derivaten zijn:
| In KUSD | ||
|---|---|---|
| 2021 | 2020 | |
| Renteswaps | - 797 | -1 703 |
| Termijnwisselverrichtingen | -1 269 | 910 |
| Reële waarde (+ = actief; - = verplichting) | -2 066 | - 793 |
Overeenkomstig IFRS 13 werden de financiële instrumenten gegroepeerd in 3 niveaus volgens de mate waarin de reële waarde vastgesteld kan worden:
- Niveau 1 inputs zijn genoteerde (niet bijgestelde) prijzen op actieve markten voor identieke activa en passiva waar de entiteit toegang tot heeft op de waarderingsdatum;
- Niveau 2 inputs zijn afgeleid van andere elementen dan de genoteerde prijzen op niveau 1 die vast te stellen zijn voor activa en passiva, ofwel direct, ofwel indirect; en
- Niveau 3 inputs zijn niet-waarneembare inputs voor een actief of passief.
De reële waarde van de termijnwisselverrichting en intrest rate swap (“IRS”) berekend op basis van de slotkoers per 31 december 2021 werd eveneens ondergebracht in niveau 2. Het notioneel bedrag van de termijnwisselcontracten bedraagt KUSD 13 056. De toekomstige wisselkoerscontracten werden niet gedocumenteerd als in een afdekkingsrelatie. Bijgevolg worden alle veranderingen van de reële waarde opgenomen in het financieel resultaat. De Groep heeft de “intrest rate swaps” IRS) wel gedocumenteerd als in een afdekkingsrelatie. De voorwaarden van de IRS en de afgedekte schuld komen 100% overeen. Daarom is er geen effectiviteitstest vereist op basis van een verhouding tussen de veranderingen in de reële waarde van het afdekkingsinstrument en die van de afgedekte schuld. Een IRS met identieke contractuele voorwaarden zou een beperkte inefficiëntie hebben. Het notioneel bedrag van de IRS bedraagt KUSD 54 000. De boekwaarde van de IRS werd opgenomen onder de derivaten (schulden) voor een bedrag van KUSD -797, de uitgestelde belastingvorderingen voor een bedrag van KUSD 199 en het totaalresultaat in het eigen vermogen voor een bedrag van KUSD -598.
Financiële instrumenten per categorie
De volgende tabel geeft de financiële instrumenten per categorie weer per eind 2021 en eind 2020.
Binnen de Groep kan gebruik worden gemaakt van financiële instrumenten voor risicobeheersing. Het betreft dan met name financiële instrumenten die het risico van wijzigende interestvoeten of wisselkoersen beheersen. De tegenpartijen van deze financiële instrumenten zijn uitsluitend vooraanstaande banken. Afgeleide instrumenten worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Na de initiële erkenning worden deze instrumenten opgenomen in de balans aan hun reële waarde, waarbij de wijzigingen in de reële waarde in resultaat worden geboekt tenzij deze instrumenten deel uitmaken van indekkingsverrichtingen.De reële waarden van deze derivaten zijn:
In KUSD | 2021 | 2020
------- | -------- | --------
Renteswaps | -797 | -1 703
Termijnwisselverrichtingen | -1 269 | 910
Reële waarde (+ = actief; - = verplichting) | -2 066 | -793
Overeenkomstig IFRS 13 werden de financiële instrumenten gegroepeerd in 3 niveaus volgens de mate waarin de reële waarde vastgesteld kan worden:
* Niveau 1 inputs zijn genoteerde (niet bijgestelde) prijzen op actieve markten voor identieke activa en passiva waar de entiteit toegang tot heeft op de waarderingsdatum;
* Niveau 2 inputs zijn afgeleid van andere elementen dan de genoteerde prijzen op niveau 1 die vast te stellen zijn voor activa en passiva, ofwel direct, ofwel indirect; en
* Niveau 3 inputs zijn niet-waarneembare inputs voor een actief of passief.
De reële waarde van de termijnwisselverrichting en intrest rate swap (“IRS”) berekend op basis van de slotkoers per 31 december 2021 werd eveneens ondergebracht in niveau 2. Het notioneel bedrag van de termijnwisselcontracten bedraagt KUSD 13 056. De toekomstige wisselkoerscontracten werden niet gedocumenteerd als in een afdekkingsrelatie. Bijgevolg worden alle veranderingen van de reële waarde opgenomen in het financieel resultaat. De Groep heeft de “intrest rate swaps” IRS) wel gedocumenteerd als in een afdekkingsrelatie. De voorwaarden van de IRS en de afgedekte schuld komen 100% overeen. Daarom is er geen effectiviteitstest vereist op basis van een verhouding tussen de veranderingen in de reële waarde van het afdekkingsinstrument en die van de afgedekte schuld. Een IRS met identieke contractuele voorwaarden zou een beperkte inefficiëntie hebben. Het notioneel bedrag van de IRS bedraagt KUSD 54 000. De boekwaarde van de IRS werd opgenomen onder de derivaten (schulden) voor een bedrag van KUSD -797, de uitgestelde belastingvorderingen voor een bedrag van KUSD 199 en het totaalresultaat in het eigen vermogen voor een bedrag van KUSD -598.
Financiële instrumenten per categorie
De volgende tabel geeft de financiële instrumenten per categorie weer per eind 2021 en eind 2020.
2021 - In KUSD
| Boekwaarde | IFRS 9 categorie | Reële waarde | Hiërarchie van de reële waarde |
|---|---|---|---|
| Financiële activa | |||
| Andere financiële activa | 92 | AKP | 92 |
| Vorderingen > 1 jaar | |||
| Overige vorderingen | 25 666 | AKP | 25 666 |
| Totaal financiële vaste activa | 25 758 | 25 758 | |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | |||
| Handelsvorderingen | 32 282 | AKP | 32 282 |
| Overige vorderingen | 49 878 | AKP | 49 878 |
| Investeringen | |||
| Andere investeringen en beleggingen | 38 | AKP | 38 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 19 939 | AKP | 19 939 |
| Derivaten | 0 | FVTPL | 0 |
| Derivaten | 0 | Hedge accounting | 0 |
| Totaal financiële vlottende activa | 102 137 | 102 137 | |
| Handelsschulden en overige te betalen posten > 1 jaar | |||
| 0 | AKP | 0 | |
| Financiële verplichtingen > 1 jaar | 36 000 | AKP | 36 000 |
| Lease verplichtingen > 1 jaar | 2 207 | AKP | 2 207 |
| Voorschotten > 1 jaar | 4 830 | AKP | 4 830 |
| Totaal langlopende financiële verplichtingen | 43 037 | 43 037 | |
| Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar | |||
| Handelsschulden | 23 605 | AKP | 23 605 |
| Overige schulden | 11 519 | AKP | 11 519 |
| Ontvangen voorschotten | 11 934 | AKP | 11 934 |
| Financiële verplichtingen < 1 jaar | 0 | 0 | |
| Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar | 18 000 | AKP | 18 000 |
| Financiële verplichtingen | 12 477 | AKP | 12 477 |
| Lease verplichtingen > 1 jaar | 484 | AKP | 484 |
| Derivaten | 1 269 | FVTPL | 1 269 |
| Derivaten | 797 | Hedge accounting | 797 |
| Totaal kortlopende financiële verplichtingen | 80 085 | 80 085 |
2020 - In KUSD
| Boekwaarde | IFRS 9 categorie | Reële waarde | Hiërarchie van de reële waarde |
|---|---|---|---|
| Financiële activa | |||
| Andere financiële activa | 80 | AKP | 80 |
| Vorderingen > 1 jaar | |||
| Overige vorderingen | 16 101 | AKP | 16 101 |
| Totaal financiële vaste activa | 16 180 | 16 180 | |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | |||
| Handelsvorderingen | 27 731 | AKP | 27 731 |
| Overige vorderingen | 49 146 | AKP | 49 146 |
| Investeringen | |||
| Andere investeringen en beleggingen | 0 | AKP | 0 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 9 790 | AKP | 9 790 |
| Derivaten | 0 | FVTPL | 0 |
| Derivaten | 0 | Hedge accounting | 0 |
| Totaal financiële vlottende activa | 86 668 | 86 668 | |
| Handelsschulden en overige te betalen posten > 1 jaar | |||
| 0 | AKP | 0 | |
| Financiële verplichtingen > 1 jaar | 54 000 | AKP | 54 000 |
| Lease verplichtingen > 1 jaar | 2 285 | AKP | 2 285 |
| Totaal langlopende financiële verplichtingen | 56 285 | 56 285 | |
| Handelsschulden en overige te betalen posten < 1 jaar | |||
| Handelsschulden | 21 384 | AKP | 21 384 |
| Overige schulden | 8 805 | AKP | 8 805 |
| Ontvangen voorschotten | 1 071 | AKP | 1 071 |
| Financiële verplichtingen < 1 jaar | |||
| Kortlopend gedeelte van te betalen posten > 1 jaar | 18 000 | AKP | 18 000 |
| Financiële verplichtingen | 86 128 | AKP | 86 128 |
| Lease verplichtingen > 1 jaar | 543 | AKP | 543 |
| Derivaten | -910 | FVTPL | -910 |
| Derivaten | 1 703 | Hedge accounting | 1 703 |
| Totaal kortlopende financiële verplichtingen | 136 724 | 136 724 |
27. Leasing
De Groep huurt kantoorruimte, landrechten en voertuigen in het kader van een aantal leasing-overeenkomsten met een leaseperiode van één jaar of meer. De huur van de kantoorgebouwen betreft de maandelijkse huurbetalingen voor de kantoren in Indonesië. De huur van de kantoren en bijhorende parking in België is niet mee opgenomen als lease aangezien deze onder de uitzondering van korte-termijn leasing vallen. Voor de grondrechten in PNG, betreft het voorwerp van de huurovereenkomst het vruchtgebruik van land waarvoor een vaste jaarlijkse vergoeding wordt betaald. De resterende landrechten in PNG hebben een duur van 99 jaar waarvoor geen huurbedrag wordt betaald. Deze landrechten worden afgeschreven over een periode van 25 jaar in lijn met de levensduur van een oliepalm. De voertuigen betreffen een beperkt aantal autoleaseovereenkomsten binnen de Groep.
De toekomstige leaseverplichtingen onder deze (niet-opzegbare) leases zijn als volgt verschuldigd:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Kortlopende leasing verplichtingen | 484 | 543 |
| Langlopende leasing verplichtingen | 2 207 | 2 285 |
| Leasing verplichtingen opgenomen per 31 december | 2 691 | 2 828 |
De beweging van het jaar van de leaseverplichting kan worden samengevat als volgt:
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Leasing verplichtingen op 1 januari | 2 828 | 3 037 |
| Aanschaffingen | 246 | 129 |
| Financiële kosten/(opbrengsten) | 220 | 237 |
| Terugbetalingen | -604 | -549 |
| Wisselkoersresultaat | 1 | -26 |
| Leasing verplichtingen opgenomen per 31 december | 2 691 | 2 828 |
Het gebruiksrecht actief kan als volgt worden ingedeeld:
| Beweging van het jaar (in KUSD) | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Totaal met een gebruiksrecht overeenstemmende activa per 1 januari | 2.757 | 2 895 |
| Aanschaffingen | 246 | 122 |
| Afschrijvingen | -417 | -387 |
| Andere | 0 | 127 |
| Totaal met een gebruiksrecht overeenstemmende activa per 31 december | 2 587 | 2 757 |
| Landrechten | Huur gebouw | Bedrijfswagens | Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal met een gebruiksrecht overeenstemmende activa per 31 december 2020 | 958 | 1 493 | 306 | 2 757 |
| Totaal met een gebruiksrecht overeenstemmende activa per 31 december 2021 | 893 | 1 281 | 413 | 2 587 |
De totale afschrijving voor de gebruiksrecht activa tot 31 december 2021 bedraagt KUSD 417 en de financiële kosten KUSD 216. Van de afschrijvingen werden KUSD 47 opgenomen in de kostprijs van de verkopen van het palmsegment van Hargy Oil Palms Ltd. en KUSD 340 in de "algemene- en beheerskosten".
28. VERBINTENISSEN EN BUITEN BALANS RECHTEN EN VERPLICHTINGEN
Waarborgen
Er werden in 2021 geen waarborgen gesteld door derden voor rekening van de onderneming.Er werd wel één waarborg gesteld aan een derde partij voor rekening van één van de dochterondernemingen in 2021. De waarborg is afgegeven als onderdeel van de aandelenkoopovereenkomst van Verdant Bioscience Singapore Pte Ltd. voor een totaalbedrag van KUSD 6 165 om de uitstaande verplichting te dekken die Verdant Bioscience Singapore Pte. Ltd. heeft aan zijn vorige aandeelhouder Sime Darby Berhad. Deze verplichting is verschuldigd in twee gelijke jaarlijkse termijnen tussen mei 2022 en mei 2023. In verband met dezelfde aandelenkoopovereenkomst heeft Verdant Bioscience Singapore Pte. Ltd. een bankgarantie ontvangen voor een totaalbedrag van KUSD 1 185 van de nieuwe aandeelhouder PT Dharma Satya Nusantara die gebruikt zal worden om een lening te verstrekken aan Verdant Bioscience Singapore Pte. Ltd. om een deel (10/52) van de bovenstaande uitstaande verplichting terug te betalen.
Belangrijke hangende geschillen
Nihil
Termijnverkopen
De verplichtingen voor het leveren van goederen (palmproducten, rubber, thee, bananen en horticultuur) na jaareinde kaderen binnen de normale verkoopstermijn van ongeveer 3 maanden vóór effectieve leveringsdatum. Deze worden als dusdanig niet aanzien als termijnverkopen.
29. INFORMATIEVERSCHAFFING OVER VERBONDEN PARTIJEN
Transacties met bestuurders en leden van het executief comité
Management met sleutelposities is gedefinieerd als de raad van bestuur en het executief comité van de Groep. Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de vergoedingen:
| In KUSD | ||
|---|---|---|
| 2021 | 2020 | |
| Bestuurdersvergoedingen | 423 | 411 |
| Vaste vergoeding | 2 213 | 1 686 |
| Variabele vergoeding | 321 | 0 |
| Groepsverzekering | 465 | 456 |
| Andere | 126 | 79 |
| Marktwaarde verworven aandelenopties (op verwervingsdatum) | 88 | 0 |
| Totaal | 3 637 | 2 632 |
De bedragen worden uitbetaald in EUR. Het uitbetaalde bedrag in 2021 is KEUR 3 084 (2020: KEUR 2 297). De stijging met 787 KEUR is het gevolg van een hogere variabele vergoeding betaald in 2021 in vergelijking met 2020 en een bijkomend lid in het directiecomité. Vanaf boekjaar 2007 worden er vaste vergoedingen betaald aan de leden van de raad van bestuur, het auditcomité en het remuneratiecomité.
In het kader van de informatieverschaffing over verbonden partijen zijn de relaties immaterieel, met uitzondering van een sinds 1985 bestaande huurovereenkomst tussen Cabra NV en SIPEF aangaande de kantoren en de bijhorende parkings te Kasteel Calesberg te Schoten. De jaarlijkse geïndexeerde huurprijs bedraagt KUSD 208 (2020 KUSD 196) en er wordt tevens KUSD 84 (2020 KUSD 80) gefactureerd voor deelname in de onderhoudskosten van gebouwen, parkings en park. De relaties tussen SIPEF en de leden van de raad van bestuur en de leden van het executief comité worden verder beschreven in de sectie “corporate governance verklaring” van dit verslag.
Transacties met andere partijen
Transacties met verwante partijen betreffen voornamelijk handelstransacties en zijn gebaseerd op het “at arm’s length” principe. De kosten en opbrengsten met betrekking tot deze transacties zijn immaterieel in het kader van de geconsolideerde jaarrekening.
Transacties met groepsondernemingen
Balansposities en transacties binnen de Groep en de dochterondernemingen worden geëlimineerd in de consolidatie en worden niet verder opgenomen in deze toelichtingen. Transacties tussen de Groep en andere verbonden ondernemingen worden hieronder verder toegelicht.
De volgende tabel geeft de totalen van de transacties weer die gedurende het boekjaar hebben plaatsgevonden tussen de Groep en de joint ventures PT Timbang Deli en Verdant Bioscience Singapore Pte Ltd aan 100%:
| Verdant Bioscience Pte Ltd | Verdant Bioscience Pte Ltd | PT Timbang Deli | PT Timbang Deli | |
|---|---|---|---|---|
| 2021 | 2020 | 2021 | 2020 | |
| Totaal verkopen gedurende het boekjaar | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal aankopen gedurende het boekjaar | 0 | 0 | 2 265 | 1 318 |
| Totale vordering per 31 december 2021 | 8 330 | 7 800 | 14 | 56 |
| Totale schulden per 31 december 2021 | 300 | 300 | 263 | 408 |
30. Bedrijfscombinaties, verwervingen en afstotingen
Verkoop van PT Melania
SIPEF heeft een verkoop- en aankoopovereenkomst ondertekend met Shamrock Group (SG) over de verkoop van 100% van het aandelenkapitaal van haar Indonesische dochteronderneming, PT Melania. SG is een Indonesische groep die verschillende rubberplantages en fabrieken beheert, en gespecialiseerd is in de productie en verkoop van latex handschoenen. SIPEF controleert 95% van PT Melania via haar Indonesische 95%-dochter, PT Tolan Tiga, terwijl de resterende 5% in handen is van een Indonesisch pensioenfonds. Ter herinnering: PT Melania bezit de helft van de Indonesische rubberactiviteiten van de Groep in Sumatra en de volledige theeactiviteiten in Java. In eerste instantie werd 40% van de aandelen verkocht voor een betaling van 19 miljoen USD. Na deze eerste fase zal de SG het beheer van de rubberactiviteiten overnemen. De tweede tranche van 60% van de aandelen (waarvan 55% in het bezit van SIPEF) zal uiterlijk in 2024 worden overgedragen voor USD 17 miljoen, na de hernieuwing van de permanente concessierechten (HGU) voor het geheel van de rubber- en theeactiviteiten. De brutotransactieprijs voor 100% van de aandelen bedraagt USD 36 miljoen. De uiteindelijke nettoverkoopprijs en de eventuele meerwaarde op de verkoop van PT Melania zullen grotendeels afhangen van de timing en de kosten voor de vernieuwing van de permanente concessierechten (HGU) en van de vergoeding voor de opgebouwde sociale rechten van het personeel, dat vermoedelijk vrijwel geheel zal worden overgenomen. De winst op de verkoop van PT Melania kan in de toekomst worden aangepast, afhankelijk van de herziening van de schatting van deze kosten in de toekomst. SIPEF heeft een zo goed mogelijke schatting gemaakt van de kosten verbonden aan de verkoop van PT Melania. Hieronder vindt u de berekening van de nettoverkoopprijs:
| In KUSD | |
|---|---|
| Verkoopprijs | 36 000 |
| Totaal te ontvangen bedrag | |
| Geschatte kosten verbonden aan de verkoop | -11 418 |
| Netto verkoopprijs (100% van de aandelen) | 24 582 |
| Netto verkoopprijs voor 95% | 23 353 |
| Waarvan 40% van de aandelen | 9 833 |
| 55% van de aandelen | 13 520 |
Bij de ondertekening van de verkoop- en aankoopovereenkomst heeft SIPEF de volledige controle over PT Melania verloren.Bijgevolg werd PT Melania op 30 april 2021 geboekt als een joint-venture aangehouden voor verkoop. De activa en passiva van PT Melania werden gewaardeerd tegen reële waarde, gelijk aan de nettoverkoopprijs van KUSD 23 353. De resultaten van PT Melania zijn opgenomen in het aandeel in de resultaten van geassocieerde deelnemingen en joint ventures voor de eerste vier maanden van 2021. Vanaf 30 april 2021 worden de resultaten van PT Melania niet meer opgenomen in de geconsolideerde winst en verlies van de SIPEF-groep aangezien PT Melania geclassificeerd is als een joint venture aangehouden voor verkoop. De classificatie als een voor verkoop aangehouden joint venture, met inbegrip van de daaropvolgende herwaardering tegen reële waarde, en de verkoop van 40% van de aandelen van PT Melania heeft de volgende impact op de balans en de resultatenrekening van de SIPEF-groep:
| KUSD 30/04/2021 | Verkoop van 40% | Betalingen in 2021 | Totale impact | |
|---|---|---|---|---|
| Activa | ||||
| Vaste activa | -17 319 | -17 319 | ||
| Activa aangehouden voor verkoop | 23 353 | -9 833 | 0 | 13 520 |
| Vlottende activa | - 170 | - 170 | ||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | - 1 | 19 000 | -1 922 | 17 077 |
| Totaal activa | 5 864 | 9 167 | -1 922 | 13 109 |
| Passiva | ||||
| Omrekeningsverschillen | 1 091 | 1 091 | ||
| Minderheidsbelangen | - 559 | - 559 | ||
| Langlopende verplichtingen | -5 833 | -5 833 | ||
| Langlopende verplichtingen - ontvangen voorschotten > 1 jaar | 0 | 4 830 | 0 | 4 830 |
| kortlopende verplichtingen - ontvangen voorschotten < 1 jaar | 0 | 4 337 | -1 922 | 2 415 |
| Kortlopende verplichtingen | - 475 | - 475 | ||
| Totaal passiva | -5 776 | 9 167 | -1 922 | 1 469 |
| Winst- en verliesrekeningen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Overige bedrijfsopbrengsten / (kosten) | 11 640 | 11 640 | ||
| Waarvan: | ||||
| Aandeelhouders van de moedermaatschappij | 11 003 | 11 003 | ||
| Minderheidsbelangen | 637 | 637 | ||
| Totaal | 11 640 | 0 | 0 | 11 640 |
Bij de classificatie van de joint venture als aangehouden voor verkoop wordt een meerwaarde van KUSD 11 640 gerealiseerd, zijnde het verschil tussen de nettoverkoopprijs voor 95% van de aandelen (KUSD 23 353) en de waarde van de netto-activa van PT Melania in de geconsolideerde jaarrekening van de SIPEF-groep (KUSD 11 713). De verkoop van 40% van de aandelen van PT Melania voor KUSD 19 000 werd geboekt als verkoop van 40% van de waarde van de activa bestemd voor verkoop (KUSD 9 833) en als ontvangen voorschot (KUSD 9 167). Sinds de overdracht van de aandelen was er reeds een vermindering voor de betaalde bedragen voor de hernieuwing van de concessierechten, pensioenuitkeringen en de financiering van de theeactiviteiten (KUSD 1 922). Van het totaal resterende voorschot van KUSD 7 245 wordt verwacht dat KUSD 2 415 gebruikt zal worden binnen het jaar en KUSD 4 830 gebruikt zal worden na meer dan één jaar. Het totaal aan ontvangen geldmiddelen (KUSD 17 077) is opgenomen in de kasstroom als onderdeel van de verkopen financiële activa (KUSD 24 708). Het resterende bedrag van de opbrengst van de verkoop van financiële activa (KUSD 7 631) heeft betrekking op de laatste betaling die werd ontvangen voor de verkoop van de aandelen van Sipef-CI.
31. WINST PER AANDEEL (GEWONE EN VERWATERDE)
Van voortgezette activiteiten
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Basisberekening gewone winst per aandeel | ||
| Gewone winst per aandeel - basisberekening (USD) | 9,00 | 1,36 |
De gewone winst per aandeel werd als volgt berekend:
| (KUSD) | |
|---|---|
| Teller: Netto resultaat van de periode toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders | 93 749 |
| Noemer: Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen | 10 418 431 |
Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen werd als volgt berekend:
| Aantal uitstaande gewone aandelen op 1 januari | 10 419 328 |
| Effect van uitgegeven aandelen / terugkoop van eigen aandelen | - 897 |
| Effect van de kapitaalverhoging | 0 |
| Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen op 31 december | 10 418 431 |
Verwaterde winst per aandeel
| Verwaterde winst per aandeel - basisberekening (USD) | 8,99 |
De verwaterde winst per aandeel werd als volgt berekend:
| (KUSD) | |
|---|---|
| Teller: Netto resultaat van de periode toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders | 93 749 |
| Noemer: Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen | 10 422 490 |
Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen werd als volgt berekend:
| Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen op 31 december | 10 418 431 |
| Effect van potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden | 4 059 |
| Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen op 31 december | 10 422 490 |
32. GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM
De oorlog tussen Rusland en Oekraïne die op 24 februari 2022 begon, veranderde het geopolitieke landschap radicaal. Deze oorlog heeft een enorm effect op (agrarische) grondstoffen. Oekraïne is 's werelds grootste producent van zonnebloempitten en tevens de grootste exporteur van zonnebloemolie. Het zou dit seizoen ook de derde plaats innemen voor de uitvoer van raapzaad en tarwe. De havens zijn gesloten en er worden nauwelijks producten uitgevoerd. Als gevolg daarvan zijn veel prijzen van basisvoedingsmiddelen sterk gestegen, wat de inflatie van de voedselprijs verder heeft aangewakkerd. Normaal begint het plantseizoen voor de nieuwe gewassen eind maart tot begin april. Dit zal echter sterk worden beïnvloed zolang de oorlog voortduurt. De duur van deze oorlog zal bepalend zijn voor de gevolgen op korte en middellange termijn voor de agrarische grondstoffen. Het is echter vrijwel zeker dat er voorlopig tekorten zullen zijn. De agrarische grondstoffenprijzen zullen in de nabije toekomst hoog blijven. In het licht van deze oorlog bevestigt de Groep dat zij geen activiteiten heeft met partijen in Oekraïne, Rusland of Belarus, noch dat er op 31 december 2021 activa te ontvangen zijn die betrekking hebben op deze regio's. De Groep doet geen zaken met partijen die op de datum van publicatie op de sanctielijst staan.
33. PRESTATIES GELEVERD DOOR DE AUDITOR EN GERELATEERDE VERGOEDINGEN
De auditor van de SIPEF-groep is EY Bedrijfsrevisoren BV vertegenwoordigd door Wim Van Gasse en Christoph Oris. De auditvergoeding voor het jaarverslag van SIPEF wordt goedgekeurd door de algemene vergadering na het nazicht en goedkeuring door het auditcomité en de raad van bestuur. Deze vergoeding bedraagt KUSD 118 (tegenover KUSD 95 vorig jaar voor Deloitte). Voor de ganse Groep werd er in 2021 door EY voor KUSD 577 diensten geleverd (tegenover KUSD 419 vorig jaar voor Deloitte), waarvan KUSD 0 (2020: KUSD 20 voor Deloitte) voor niet-auditdiensten.
56 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Bij de classificatie van de joint venture als aangehouden voor verkoop wordt een meerwaarde van KUSD 11 640 gerealiseerd, zijnde het verschil tussen de nettoverkoopprijs voor 95% van de aandelen (KUSD 23 353) en de waarde van de netto-activa van PT Melania in de geconsolideerde jaarrekening van de SIPEF-groep (KUSD 11 713). De verkoop van 40% van de aandelen van PT Melania voor KUSD 19 000 werd geboekt als verkoop van 40% van de waarde van de activa bestemd voor verkoop (KUSD 9 833) en als ontvangen voorschot (KUSD 9 167). Sinds de overdracht van de aandelen was er reeds een vermindering voor de betaalde bedragen voor de hernieuwing van de concessierechten, pensioenuitkeringen en de financiering van de theeactiviteiten (KUSD 1 922). Van het totaal resterende voorschot van KUSD 7 245 wordt verwacht dat KUSD 2 415 gebruikt zal worden binnen het jaar en KUSD 4 830 gebruikt zal worden na meer dan één jaar. Het totaal aan ontvangen geldmiddelen (KUSD 17 077) is opgenomen in de kasstroom als onderdeel van de verkopen financiële activa (KUSD 24 708). Het resterende bedrag van de opbrengst van de verkoop van financiële activa (KUSD 7 631) heeft betrekking op de laatste betaling die werd ontvangen voor de verkoop van de aandelen van Sipef-CI.
31. WINST PER AANDEEL (GEWONE EN VERWATERDE)
Van voortgezette activiteiten
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Basisberekening gewone winst per aandeel | ||
| Gewone winst per aandeel - basisberekening (USD) | 9,00 | 1,36 |
De gewone winst per aandeel werd als volgt berekend:
| (KUSD) | |
|---|---|
| Teller: Netto resultaat van de periode toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders | 93 749 |
| Noemer: Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen | 10 418 431 |
Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen werd als volgt berekend:
| Aantal uitstaande gewone aandelen op 1 januari | 10 419 328 |
| Effect van uitgegeven aandelen / terugkoop van eigen aandelen | - 897 |
| Effect van de kapitaalverhoging | 0 |
| Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen op 31 december | 10 418 431 |
Verwaterde winst per aandeel
| Verwaterde winst per aandeel - basisberekening (USD) | 8,99 |
De verwaterde winst per aandeel werd als volgt berekend:
| (KUSD) | |
|---|---|
| Teller: Netto resultaat van de periode toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders | 93 749 |
| Noemer: Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen | 10 422 490 |
Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen werd als volgt berekend:
| Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen op 31 december | 10 418 431 |
| Effect van potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden | 4 059 |
| Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen op 31 december | 10 422 490 |
32. GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM
De oorlog tussen Rusland en Oekraïne die op 24 februari 2022 begon, veranderde het geopolitieke landschap radicaal. Deze oorlog heeft een enorm effect op (agrarische) grondstoffen. Oekraïne is 's werelds grootste producent van zonnebloempitten en tevens de grootste exporteur van zonnebloemolie. Het zou dit seizoen ook de derde plaats innemen voor de uitvoer van raapzaad en tarwe. De havens zijn gesloten en er worden nauwelijks producten uitgevoerd. Als gevolg daarvan zijn veel prijzen van basisvoedingsmiddelen sterk gestegen, wat de inflatie van de voedselprijs verder heeft aangewakkerd. Normaal begint het plantseizoen voor de nieuwe gewassen eind maart tot begin april.# 33. PRESTATIES GELEVERD DOOR DE AUDITOR EN GERELATEERDE VERGOEDINGEN
De auditor van de SIPEF-groep is EY Bedrijfsrevisoren BV vertegenwoordigd door Wim Van Gasse en Christoph Oris. De auditvergoeding voor het jaarverslag van SIPEF wordt goedgekeurd door de algemene vergadering na het nazicht en goedkeuring door het auditcomité en de raad van bestuur. Deze vergoeding bedraagt KUSD 118 (tegenover KUSD 95 vorig jaar voor Deloitte). Voor de ganse Groep werd er in 2021 door EY voor KUSD 577 diensten geleverd (tegenover KUSD 419 vorig jaar voor Deloitte), waarvan KUSD 0 (2020: KUSD 20 voor Deloitte) voor niet-auditdiensten.
57 SIPEF Financiële staten 2021
34. Covid-19
SIPEF heeft haar uitgebreid programma voortgezet om haar werknemers en hun naaste familieleden gratis te vaccineren tegen covid-19. In Indonesië, waar ongeveer 47% van de nationale bevolking volledig gevaccineerd werd, boekte SIPEF de meeste vooruitgang: 92% van de SIPEF-werknemers en van de van hen afhankelijke personen, werd in november 2021 dubbel gevaccineerd tegen covid-19. In 2022 zal een boosterprogramma van start gaan. In Ivoorkust werd 45% van de werknemers dubbel gevaccineerd en kreeg 15% een enkele dosis. Door de beperkte beschikbaarheid van vaccins kon het programma niet verdergezet worden. Hierdoor bleef het aantal gevaccineerde werknemers in het laatste kwartaal van 2021 onveranderd. Nochtans, met slechts 8,2% van de nationale bevolking die volledig gevaccineerd is in Ivoorkust, gelooft SIPEF dat haar programma een positieve bijdrage heeft geleverd. De Groep zal zijn programma in 2022 voortzetten, wanneer er meer vaccins beschikbaar zullen zijn. In Papoea-Nieuw-Guinea heeft SIPEF zich geconcentreerd op het verstrekken van duidelijke informatie en het opzetten van ondersteunende beleidsmaatregelen. Er zal meer tijd nodig zijn om het vertrouwen in het vaccin te laten groeien en zo de vaccinatiegraad, die momenteel onder de vooropgestelde 10% ligt, te verhogen. Dit gebrek aan vertrouwen kan ook gedeeltelijk de lage vaccinatiegraad op nationaal niveau verklaren: in december 2021 was slechts 2,5% van het land volledig gevaccineerd.
58 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Besloten vennootschap Société à responsabilité limitée
RPR Brussel - RPM Bruxelles - BTW-TVA BE0446.334.711-IBAN N° BE71 2100 9059 0069
*handelend in naam van een vennootschap:/agissant au nom d'une société
A member firm of Ernst & Young Global Limited
EY Bedrijfsrevisoren EY Réviseurs d’Entreprises
Borsbeeksebrug 26 B - 2600 Antwerpen (Berchem)
Tel: +32 (0) 3 270 12 00 ey.com
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van SIPEF NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021
Overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris van SIPEF NV (de “Vennootschap”) en van de dochterondernemingen (samen de “Groep”). Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde balans op 31 december 2021, de geconsolideerde winst- en verliesrekening, overzicht van het geconsolideerd totaalresultaat, het mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht van het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 en over de toelichting (alle stukken gezamenlijk de “Geconsolideerde Jaarrekening”) en omvat tevens ons verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.
Wij werden als commissaris benoemd door de algemene vergadering op 9 juni 2021, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die zal beraadslagen over de Geconsolideerde Jaarrekening afgesloten op 31 december 2023. We hebben de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de Groep voor één boekjaar uitgevoerd.
Verslag over de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de Geconsolideerde Jaarrekening van SIPEF NV, die de geconsolideerde balans op 31 december 2021 omvat, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, overzicht van het geconsolideerd totaalresultaat, het mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met een geconsolideerd balanstotaal van USD 991.765 duizend en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar van USD 99.471 duizend. Naar ons oordeel geeft de Geconsolideerde Jaarrekening een getrouw beeld van het geconsolideerde eigen vermogen en van de geconsolideerde financiële positie van de Groep op 31 december 2021, alsook van de geconsolideerde resultaten en de geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie (“IFRS”) en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud
We hebben onze controle uitgevoerd in overeenstemming met de International Standards on Auditing (“ISAs”). Onze verantwoordelijkheden uit hoofde van die standaarden zijn nader beschreven in het gedeelte “Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Overige aangelegenheid
De jaarrekening van de vennootschap voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 werd door een andere commissaris gecontroleerd die op 19 april 2021 een oordeel zonder voorbehoud over deze jaarrekening tot uitdrukking heeft gebracht.
Verslag van de commissaris inzake de geconsolideerde jaarrekening
59 SIPEF Financiële staten 2021
Verslag van de commissaris van 27 april 2022 over de Geconsolideerde Jaarrekening van SIPEF NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (vervolg)
2 Kernpunten van de controle
De kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die volgens ons professioneel oordeel het meest significant waren bij onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden werden behandeld in de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening als een geheel en bij het vormen van ons oordeel hieromtrent en derhalve formuleren wij geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Toetsing van bijzondere waardevermindering op goodwill
Beschrijving van het kernpunt
Op 31 december 2021 bedroeg de boekwaarde van de goodwill, die betrekking heeft op het palm olie segment in Indonesië en Papua New Guinea, USD 104.782 (000). De goodwill moet minstens op jaarlijkse basis getoetst worden op bijzondere waardevermindering. Het bepalen van de realiseerbare waarde van deze goodwill is onderhevig aan een inschatting van het management bij het identificeren en vervolgens waarderen van de kasstroom genererende eenheden (CGUs). Zoals vermeld in toelichting 8 – Goodwill en andere immateriële vaste activa van de geconsolideerde jaarrekening, werd de realiseerbare waarde bepaald door gebruik te maken van een discounted cash flow model om de waarde in gebruik te bepalen. Het cash flow model schat de relevante kasstromen die naar verwachting in de toekomst zullen worden gegenereerd, en verdisconteerd tot de contante waarde met behulp van een verdisconteringsvoet die de gewogen gemiddelde kapitaalkost benadert. Deze inschatting vereist dat het management gebruik maakt van een aantal variabelen en marktomstandigheden, zoals toekomstige prijzen en groeipercentages betreffende het volume, de timing van toekomstige operationele uitgaven en de discontovoet en lange termijn groeipercentages. Als gevolg hiervan is de bepaling van de waarde in gebruik subjectief van aard vanwege de inschattingen die het management moet maken over de toekomstige prestaties van het palmoliesegment. De kernveronderstellingen die worden gebruikt bij het bepalen van de geschatte waarde in gebruik zijn de verwachte lange termijn prijzen voor ruwe palmolie en de gewogen gemiddelde kapitaalkosten. Wijzigingen in bepaalde veronderstellingen die in het model worden gebruikt, kunnen leiden tot significante wijzigingen in de beoordeling van de realiseerbare waarde. Deze aangelegenheid wordt beschouwd als een kernpunt van de controle vanwege de mate van oordeelvorming die vereist is voor deze schattingen.# Verslag van de commissaris van 27 april 2022 over de Geconsolideerde Jaarrekening van SIPEF NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (vervolg)
2 Kernpunten van de controle
De kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die volgens ons professioneel oordeel het meest significant waren bij onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden werden behandeld in de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening als een geheel en bij het vormen van ons oordeel hieromtrent en derhalve formuleren wij geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Toetsing van bijzondere waardevermindering op goodwill
Beschrijving van het kernpunt
Op 31 december 2021 bedroeg de boekwaarde van de goodwill, die betrekking heeft op het palm olie segment in Indonesië en Papua New Guinea, USD 104.782 (000). De goodwill moet minstens op jaarlijkse basis getoetst worden op bijzondere waardevermindering. Het bepalen van de realiseerbare waarde van deze goodwill is onderhevig aan een inschatting van het management bij het identificeren en vervolgens waarderen van de kasstroom genererende eenheden (CGUs). Zoals vermeld in toelichting 8 – Goodwill en andere immateriële vaste activa van de geconsolideerde jaarrekening, werd de realiseerbare waarde bepaald door gebruik te maken van een discounted cash flow model om de waarde in gebruik te bepalen. Het cash flow model schat de relevante kasstromen die naar verwachting in de toekomst zullen worden gegenereerd, en verdisconteerd tot de contante waarde met behulp van een verdisconteringsvoet die de gewogen gemiddelde kapitaalkost benadert. Deze inschatting vereist dat het management gebruik maakt van een aantal variabelen en marktomstandigheden, zoals toekomstige prijzen en groeipercentages betreffende het volume, de timing van toekomstige operationele uitgaven en de discontovoet en lange termijn groeipercentages. Als gevolg hiervan is de bepaling van de waarde in gebruik subjectief van aard vanwege de inschattingen die het management moet maken over de toekomstige prestaties van het palmoliesegment. De kernveronderstellingen die worden gebruikt bij het bepalen van de geschatte waarde in gebruik zijn de verwachte lange termijn prijzen voor ruwe palmolie en de gewogen gemiddelde kapitaalkosten. Wijzigingen in bepaalde veronderstellingen die in het model worden gebruikt, kunnen leiden tot significante wijzigingen in de beoordeling van de realiseerbare waarde. Deze aangelegenheid wordt beschouwd als een kernpunt van de controle vanwege de mate van oordeelvorming die vereist is voor deze schattingen.
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
- Wij hebben inzicht verkregen in de interne beheersingsprocessen rond de goodwill impairment oefening, meer specifiek het managementbeoordelingsproces van het discounted cash flow model en de goedkeuring van de raad van bestuur van het onderliggende businessplan;
- We hebben de bepaling van de CGU’s beoordeeld op basis van ons begrip van de aard van de Vennootschap en hun activiteiten, en beoordeeld of dit consistent is met de interne rapportering van de vennootschap;
- We hebben de geschiktheid van het gebruikte cash flow model bij het bepalen van de bedrijfswaarde en de CGUs geëvalueerd, evenals het beoordelen van de gebruikte gewogen kapitaalkostenpercentage;
- We hebben de kasstroomprognoses vergeleken met goedgekeurde budgetten en andere relevante markt- en economische informatie, alsook de onderliggende berekeningen getest;
- We hebben de belangrijkste veronderstellingen van het management geëvalueerd die zijn gebruikt in de berekeningen voor de bijzondere waardeverminderingen;
- Wij hebben de door het management gemaakte analyse beoordeeld op sensitiviteit van de bedrijfswaarde voor wijzigingen in de gehanteerde aannames binnen het model;
- We hebben onafhankelijke sensitiviteitsanalyses uitgevoerd rond de belangrijkste veronderstellingen die worden gebruikt in het discounted cashflow model, we hebben de robuustheid van het budgetteringsproces door het management beoordeeld en we hebben geverifieerd of de toekomstige kasstromen werden gebaseerd op het door de raad van bestuur goedgekeurde businessplan;
- We hebben de geschiktheid van de toelichtingen in toelichting 8 – Goodwill en andere immateriële vaste activa van de Geconsolideerde Jaarrekening beoordeeld met betrekking tot deze belangrijke veronderstellingen.
Realiseerbare waarde van de uitgestelde belastingvorderingen
Beschrijving van het kernpunt
De uitgestelde belastingvorderingen die betrekking hebben op niet-gerealiseerde overgedragen fiscale verliezen en opgenomen zijn in de balans per 31 december 2021 bedragen USD 10.226 duizend. De erkenning van deze uitgestelde belastingvorderingen vereist een significant niveau van oordeelsvorming door de Raad van bestuur op gebied van de kwantificering, waarschijnlijkheid en haalbaarheid van toekomstige belastbare winsten waarmee ze kunnen worden verrekend en toekomstige tegenboekingen van bestaande tijdelijke belastbare verschillen. Vanwege dit oordeel dat door de Raad van Bestuur is vereist bij het interpreteren van de criteria uiteengezet in de geldende lokale belastingwetgeving, en het risico dat kan voortvloeien uit een andere interpretatie van deze wetgeving, evenals de onzekerheid die gepaard gaat met het recupereren van de bedragen die zijn opgenomen als uitgestelde belastingvorderingen en de verwachte recuperatieperiode, beschouwen wij dit als een kernpunt van onze controle. We verwijzen ook naar de informatie in (toelichting 23 - Winstbelastingen) de Geconsolideerde Jaarrekening.
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
- Wij hebben inzicht verkregen in de interne controles die samenhangen met het proces van het inschatten van de realiseerbaarheid van de uitgestelde belastingvorderingen;
- We hebben de redelijkheid van de criteria en de belangrijkste veronderstellingen beoordeeld die het management in overweging heeft genomen bij het schatten van de toekomstige belastbare winst die nodig is ter compensatie;
- We hebben lokale belastingexperts in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea betrokken om inzicht te krijgen op de mogelijke impact van lokale belastingregels op de criteria die door het management worden gebruikt om de terugvorderbaarheid van de uitgestelde belastingvorderingen te bepalen;
- We hebben de winst- en verliesprognoses die als basis zijn gebruikt voor het opnemen van fiscale verliezen vergeleken met de werkelijk behaalde resultaten en hebben de redelijkheid van de tijdsperiode beoordeeld waarin het management verwacht deze activa te compenseren;
- We hebben gecontroleerd of de winst- en verliesprognoses die als basis dienen voor de verwerking van fiscale verliezen overeenkomen met de goedgekeurde begrotingen;
- We hebben beoordeeld of de informatie vermeld in (toelichting 23 – Winstbelastingen) de Geconsolideerde Jaarrekening over de realiseerbaarheid van de bovengenoemde uitgestelde belastingvorderingen - voldoet aan de vereisten van het toepasselijke stelsel voor financiële verslaggeving.
Winst op verkooptransactie van PT Melania
Beschrijving van het kernpunt
Zoals vermeld in toelichting 30 van de Geconsolideerde Jaarrekening, wordt PT Melania gedeconsolideerd als gevolg van het verlies van de controle per eind april 2021, toen SIPEF en de Shamrock Group een voorwaardelijke verkoop- en aankoopovereenkomst aangingen voor de aandelen van PT Melania. Als gevolg hiervan wordt PT Melania sinds 30 april 2021 verantwoord als een ‘joint venture aangehouden voor verkoop’. De activa en passiva van PT Melania zijn gewaardeerd tegen reële waarde, gelijk aan de netto verkoopprijs van USD 23 353 duizend, waarvan 55% nog steeds in de balans wordt behouden als ‘activa aangehouden voor verkoop’ per 31 december 2021 zijnde 13.520 duizend USD. De verkoop- en aankoopovereenkomst omvat een aantal belangrijke voorwaarden met betrekking tot toekomstige uitgaven die nog door SIPEF moeten worden gedekt om te voldoen aan de opschortende voorwaarden.# Verslag van de commissaris van 27 april 2022 over de Geconsolideerde Jaarrekening van SIPEF NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (vervolg)
4
Tot toekomstige uitgaven die nog door SIPEF moeten worden gedekt om te voldoen aan de opschortende voorwaarden. Het management moest belangrijke beoordelingen en schattingen maken om de verwachte toekomstige kosten te bepalen die zijn opgenomen in de waardering van de reële waarde van de ‘activa aangehouden voor verkoop’. De uiteindelijke netto verkoopprijs en eventuele meerwaarde op de verkoop van PT Melania hangen grotendeels af van de kosten en timing van de vernieuwing van de permanente landrechten en van de vergoeding voor de opgebouwde sociale rechten van het tewerkgestelde personeel. De winst op de verkoop van PT Melania moet na 31 december 2021 en in de toekomst mogelijks worden aangepast, afhankelijk van de herziening van de schatting van deze toekomstige kosten.
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
* We hebben de verkoopovereenkomst gelezen om inzicht te krijgen in de belangrijkste voorwaarden van de transactie;
* We hebben geëvalueerd of de transactie op de juiste manier boekhoudkundig verwerkt is (opname van de winst, presentatie als ‘aangehouden voor verkoop’ op jaareinde);
* We beoordeelden de schatting en berekening van de netto verkoopprijs en de significante beoordelingen en schattingen gemaakt door het management bij de evaluatie van bepaalde belangrijke voorwaarden, zoals bepaalde kosten die nog door SIPEF moeten worden gedekt om aan de opschortende voorwaarden te voldoen;
* Wij hebben de geschiktheid beoordeeld van de financiële informatie vermeld in toelichting 30 bij de Geconsolideerde Jaarrekening betreffende deze transactie.
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met IFRS en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor een systeem van interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten. In het kader van de opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Vennootschap te vereffenen of om de bedrijfsactiviteiten stop te zetten of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle over de Geconsolideerde Jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de Geconsolideerde Jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISAs is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van de Geconsolideerde Jaarrekening, beïnvloeden. Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening in België na. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Vennootschap en van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Vennootschap en van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen.
Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde
62
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Verslag van de commissaris van 27 april 2022 over de Geconsolideerde Jaarrekening van SIPEF NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (vervolg)
4
tot toekomstige uitgaven die nog door SIPEF moeten worden gedekt om te voldoen aan de opschortende voorwaarden. Het management moest belangrijke beoordelingen en schattingen maken om de verwachte toekomstige kosten te bepalen die zijn opgenomen in de waardering van de reële waarde van de ‘activa aangehouden voor verkoop’. De uiteindelijke netto verkoopprijs en eventuele meerwaarde op de verkoop van PT Melania hangen grotendeels af van de kosten en timing van de vernieuwing van de permanente landrechten en van de vergoeding voor de opgebouwde sociale rechten van het tewerkgestelde personeel. De winst op de verkoop van PT Melania moet na 31 december 2021 en in de toekomst mogelijks worden aangepast, afhankelijk van de herziening van de schatting van deze toekomstige kosten.
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
* We hebben de verkoopovereenkomst gelezen om inzicht te krijgen in de belangrijkste voorwaarden van de transactie;
* We hebben geëvalueerd of de transactie op de juiste manier boekhoudkundig verwerkt is (opname van de winst, presentatie als ‘aangehouden voor verkoop’ op jaareinde);
* We beoordeelden de schatting en berekening van de netto verkoopprijs en de significante beoordelingen en schattingen gemaakt door het management bij de evaluatie van bepaalde belangrijke voorwaarden, zoals bepaalde kosten die nog door SIPEF moeten worden gedekt om aan de opschortende voorwaarden te voldoen;
* Wij hebben de geschiktheid beoordeeld van de financiële informatie vermeld in toelichting 30 bij de Geconsolideerde Jaarrekening betreffende deze transactie.
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met IFRS en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor een systeem van interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten. In het kader van de opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Vennootschap te vereffenen of om de bedrijfsactiviteiten stop te zetten of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle over de Geconsolideerde Jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de Geconsolideerde Jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISAs is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van de Geconsolideerde Jaarrekening, beïnvloeden. Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening in België na. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Vennootschap en van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Vennootschap en van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde
Verslag van de commissaris van 27 april 2022 over de Geconsolideerde Jaarrekening van SIPEF NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (vervolg)
5
continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven. Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISAs, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
* het identificeren en inschatten van de risico’s dat de Geconsolideerde Jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.# Verslag van de commissaris van 27 april 2022 over de Geconsolideerde Jaarrekening van SIPEF NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (vervolg)
Verantwoordelijkheden van de commissaris
• het verkrijgen van inzicht in het systeem van interne beheersing dat relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van het systeem van interne beheersing van de Vennootschap en van de Groep;
• het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
• het concluderen van de aanvaardbaarheid van de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling, en op basis van de verkregen controle-informatie, concluderen of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Vennootschap en de Groep om de continuïteit te handhaven. Als we besluiten dat er sprake is van een onzekerheid van materieel belang, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de Geconsolideerde Jaarrekening of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot op de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de continuïteit van de Vennootschap of van de Groep niet langer gehandhaafd kan worden;
• het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de Geconsolideerde Jaarrekening, en of deze Geconsolideerde Jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld.
Wij communiceren met het auditcomité binnen het bestuursorgaan, onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die we identificeren gedurende onze controle. Omdat we de eindverantwoordelijkheid voor ons oordeel dragen, zijn we ook verantwoordelijk voor het organiseren, het toezicht en het uitvoeren van de controle van de dochterondernemingen van de Groep. In die zin hebben wij de aard en omvang van de controleprocedures voor deze entiteiten van de Groep bepaald. We verstrekken aan het auditcomité binnen het bestuursorgaan een verklaring dat we de relevante deontologische vereisten inzake onafhankelijkheid naleven en we melden hierin alle relaties en andere aangelegenheden die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid zouden kunnen beïnvloeden, alsook, voor zover van toepassing, de bijbehorende maatregelen die we getroffen hebben om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Aan de hand van de aangelegenheden die met het auditcomité binnen het bestuursorgaan besproken worden, bepalen we de aangelegenheden die het meest significant waren bij de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening over de huidige periode en die daarom de kernpunten van onze controle uitmaken. We beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien) bij de in België van toepassing zijnde ISAs, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening
Naar ons oordeel, na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, stemt dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening overeen met de Geconsolideerde Jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, enerzijds, en is dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening opgesteld overeenkomstig artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, anderzijds.
In de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.
De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werd opgenomen in het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening. De Groep heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op GRI. Wij spreken ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met het vermelde internationaal erkende referentiemodel.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening en zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap. Er werden geen bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en waarvoor honoraria verschuldigd zijn, verricht.
Europees uniform elektronisch formaat (“ESEF”)
Wij hebben, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”). Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF-vereisten, van de geconsolideerde financiële# Verslag van de commissaris van 27 april 2022 over de Geconsolideerde Jaarrekening van SIPEF NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (vervolg)
ESEF
Wij spreken ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet- financiële informatie in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met het vermelde internationaal erkende referentiemodel.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening en zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap. Er werden geen bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en waarvoor honoraria verschuldigd zijn, verricht.
Europees uniform elektronisch formaat (“ESEF”)
Wij hebben, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”). Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF- vereisten, van de geconsolideerde financiële Verslag van de commissaris van 27 april 2022 over de Geconsolideerde Jaarrekening van SIPEF NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (vervolg) 7 overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna “de digitale geconsolideerde financiële overzichten”) opgenomen in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA (https://www.fsma.be/nl/data-portal). Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening. Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde financiële overzichten van SIPEF NV per 31 december 2021 opgenomen in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA (https://www.fsma.be/nl/data-portal) in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Andere vermeldingen
- Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Antwerpen, 27 april 2022
EY Bedrijfsrevisoren BV
Commissaris
Vertegenwoordigd door
Christoph Oris * Wim Van Gasse*
Partner Partner
* Handelend in naam van een BV
22CO0091
65 SIPEF Financiële staten 2021
Beknopte jaarrekening van de moedermaatschappij
De jaarrekening van SIPEF wordt hierna volgens een beknopt schema voorgesteld. Overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen zullen de jaarrekening van SIPEF evenals het jaarverslag en het verslag van de commissaris, bij de Nationale Bank van België neergelegd worden. Deze verslagen kunnen op aanvraag verkregen worden bij: SIPEF, Calesbergdreef 5, B-2900 Schoten.
Alleen de geconsolideerde jaarrekening vervat in de voorafgaande bladzijden geven een correct en betrouwbaar beeld van de financiële situatie en de prestaties van de SIPEF-groep. Het statutair verslag van de commissaris bevat een oordeel zonder voorbehoud en verklaart dat de niet-geconsolideerde jaarrekening van SIPEF NV een getrouw beeld geeft van het vermogen en van de financiële toestand van de vennootschap per 31 december 2021, en van haar resultaten over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, overeenkomstig de Belgische boekhoudwetgeving.
Het balanstotaal van de vennootschap per 31 december 2021 bedraagt KUSD 398 951 tegenover KUSD 464 111 het jaar voordien. De 'financiële activa - vorderingen op verbonden ondernemingen' daalden met KUSD -101 700, en tegelijk stegen de 'vorderingen op ten hoogste één jaar' met KUSD 34 075. De "vorderingen op verbonden ondernemingen" zijn voornamelijk gedaald door de overboeking van KUSD 121 752 naar de "vorderingen op ten hoogste één jaar". Dit wordt gecompenseerd door een bijkomende financiering van KUSD 20 051 aan SIPEF ‘s Indonesische dochterondernemingen voor uitbreidingen. De vorderingen op ten hoogste één jaar stegen slechts met KUSD 34 075 omwille van de terugbetalingen door de dochterondernemingen van SIPEF ingevolge hun gestegen resultaat en cash flow. Aan de passiefzijde heeft de daling van de crediteuren (zowel op lange als op korte termijn) te maken met de terugbetaling van zowel lange als korte termijn financiële leningen ingevolge de door SIPEF ontvangen cash van de terugbetalingen van haar dochterondernemingen. Het eigen vermogen van SIPEF voor winstverdeling bedraagt KUSD 295 218, wat overeenstemt met USD 27,91 per aandeel.
De enkelvoudige resultaten van SIPEF worden in belangrijke mate bepaald door dividenden en meer-/minwaarden. Aangezien SIPEF niet alle deelnemingen van de Groep rechtstreeks aanhoudt, is het geconsolideerde resultaat van de Groep een juistere weerspiegeling van de onderliggende economische ontwikkeling. De enkelvoudige winst van het boekjaar 2021 bedraagt KUSD 34 749 tegenover een winst van KUSD 2 222 in het vorige boekjaar.
Op 15 februari 2022 heeft de raad van bestuur de uitbetaling van KEUR 21 159 (EUR 2,00 bruto per gewoon aandeel) voorgesteld. Na inhouding van de roerende voorheffing (30%) bedraagt het netto-dividend EUR 1,40 per aandeel. Aangezien de eigen aandelen niet dividendgerechtigd zijn overeenkomstig artikel 7:217 §3 WVV, hangt het totaalbedrag van de dividenden af van het aantal eigen aandelen voor rekening van SIPEF, op 10 juni 2021 om 23u59 CET (met name de dag voor de ex-date). De raad van bestuur stelt voor om te worden gemachtigd om in functie hiervan het finale totaalbedrag van de dividenden (en de daaruit voortvloeiende wijziging) in de enkelvoudige jaarrekening in te vullen. Het maximale voorgestelde totaalbedrag bedraagt KEUR 21 159. Indien de gewone algemene vergadering dit dividendvoorstel goedkeurt, zal het dividend betaalbaar worden gesteld vanaf 6 juli 2022.
Rekening houdend met het aantal aangehouden eigen aandelen op datum van het opstellen van het jaarverslag, stelt de raad van bestuur voor het resultaat (in KUSD) als volgt te bestemmen:
- Overgedragen winst van het vorige boekjaar: KUSD 92 445
- Winst van het boekjaar: KUSD 34 749
- Totaal te bestemmen: KUSD 127 194
- Toevoeging aan de wettelijke reserve: KUSD 0
- Toevoeging aan de overige reserves: KUSD -477
- Vergoeding van het kapitaal: KUSD -23 596
- Over te dragen winst: KUSD 103 121
66 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Beknopte balans (na winstverdeling)
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Vaste activa | 279 081 | 387 529 |
| Oprichtingskosten | 0 | 0 |
| Immateriële vaste activa | 348 | 473 |
| Materiële vaste activa | 291 362 | |
| Financiële vaste activa | 278 442 | 386 694 |
| Vlottende activa | 119 870 | 76 582 |
| Vorderingen op meer dan één jaar | 0 | 9 |
| Voorraden en bestellingen in uitvoering | 618 | 411 |
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | 98 184 | 64 109 |
| Geldbeleggingen | 10 802 | 8 477 |
| Liquide middelen | 9 931 | 3 223 |
| Overlopende rekeningen | 334 | 353 |
| Totaal activa | 398 951 | 464 111 |
| Passiva | ||
| Eigen vermogen | 271 621 | 260 469 |
| Kapitaal | 44 734 | 44 734 |
| Uitgiftepremies | 107 970 | 107 970 |
| Reserves | 15 796 | 15 320 |
| Overgedragen winst/ (verlies) | 103 121 | 92 445 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 0 | 0 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 0 | 0 |
| Schulden | 127 330 | 203 642 |
| Schulden op meer dan één jaar | 36 000 | 54 000 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 91 330 | 149 608 |
| Overlopende rekeningen | 0 | 35 |
| Totaal passiva | 398 951 | 464 111 |
67 SIPEF Financiële staten 2021
Beknopte resultatenrekening
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 221 962 | 150 279 |
| Bedrijfskosten | - 219 388 | - 149 026 |
| Bedrijfsresultaat | 2 575 | 1 253 |
| Financiële opbrengsten | 33 958 | 6 363 |
| Financiële kosten | - 963 | - 5 081 |
| Financieel resultaat | 32 995 | 1 282 |
| Resultaat van het boekjaar voor belasting | 35 570 | 2 535 |
| Belastingen op het resultaat | - 820 | - 313 |
| Resultaat van het boekjaar | 34 749 | 2 222 |
Resultaatverwerking
| In KUSD | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Te bestemmen winst/(verlies) | 127 194 | 97 797 |
| Te bestemmen winst (te verwerken verlies) van het boekjaar | 34 749 | 2 222 |
| Overgedragen winst/(verlies) van het vorige boekjaar | 92 445 | 95 575 |
| Resultaatverwerking | 127 194 | 97 797 |
| Toevoeging aan de wettelijke reserve | 0 | 0 |
| Toevoeging aan de overige reserves | 477 | 879 |
| Over te dragen resultaat | 103 121 | 92 445 |
| Dividend | 23 596 | 4 472 |
| Vergoeding aan bestuurders | 0 | 0 |
68 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
ESEF informatie
ESEF INFORMATIE
| Homepage van de rapporterende entiteit | www.sipef.com |
| LEI code van de rapporterende entiteit | 549300NN3PC8KDD43S24 |
| Naam van de rapporterende entiteit of andere methode van identificatie | SIPEF |
| Vestigingsplaats van de entiteit | België |
| Rechtsvorm van de entiteit | Naamloze vennootschap |
| Land van vestiging | België |
| Adres van de statutaire zetel van de entiteit | Calesbergdreef 5, 2900 Schoten, Belgium |
| Hoofdzakelijk plaats van activiteiten | Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust |
| Beschrijving van de aard van de activiteiten en hoofdactiviteiten van de entiteit | Tropische agricultuur |
| Naam van de moederentiteit | SIPEF |
| Naam van de hoofdmoedermaatschappij van de groep | SIPEF |
| Verklaring van veranderingen in de naam van de verslaggevende entiteit of andere identificatiemiddelen sinds het einde van de vorige verslagperiode | Geen wijziging in de naam van de verslaggevende entiteit |
| Levensduur van entiteit met beperkte levensduur | |
| Periode waarop de financiële staten betrekking hebben |
72 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
DEEL 3 - DUURZAAMHEIDSVERSLAG
Jaarverslag 2021
Inhoud
- Over dit verslag ..................................................2
- Boodschap van de gedelegeerd bestuurder........................# SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Over dit verslag
SIPEF publiceert een Jaarverslag dat bestaat uit drie delen: een Bedrijfsverslag (deel 1), de Financiële Staten (deel 2) en een Duurzaam- heidsverslag (deel 3). Het Duurzaam- heidsverslag focust op de ecologische, sociale en governan- ce prestaties van de Groep, met inbegrip van de duurzaamheidsverbintenissen, vooruitgang en volgende stappen van SIPEF.
Reikwijdte van het verslag
Het Duurzaamheidsverslag 2021 van SIPEF behandelt de informatie en gegevens over de duurzaamheidsprestaties van de Groep tijdens het boekjaar van 1 januari tot 31 december 2021. Het verslag bestrijkt alle operationele en beheers- activiteiten binnen de Groep: oliepalm-, bana- nen-, thee- en rubberactiviteiten in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust.
De hoofd- focus van het verslag ligt op de kernactiviteit van de Groep: palmolieproductie en andere palm- producten. Een ander belangrijk aandachts- punt is de tweede activiteit van SIPEF, haar bananenproductie. SIPEF is een Belgische vennootschap die zich richt op de productie van traceerbare, duurzame en kwaliteitsvolle landbouwproducten. Duurzaamheid staat centraal in het businessmodel van SIPEF en de Groep heeft zich top-down verbonden tot een positieve bijdrage van haar activiteiten aan het milieu, de maatschappij en de lokale economieën.
Enkel de horticultuuractiviteiten van SIPEF worden niet behandeld, omdat ze minder dan 1% van de inkomsten van de Groep vertegenwoordigen.
In 2021 zette SIPEF een transitie in om uit de pro- ductie van thee en rubber te stappen. Dat wordt weerspiegeld in de reikwijdte van dit verslag, dat minder informatie en prestatiegegevens over de thee- en rubberactiviteiten van SIPEF omvat. Meer informatie over deze transitie is beschikbaar in het Jaarverslag deel 1 (Bedrijfsverslag).
Kader van het verslag en inhoud
Het verslag is opgesteld met inachtneming van de GRI-normen. Om in overeenstemming te blij- ven met de normen en met de recentste voor de SIPEF-groep gehouden materialiteitsbeoordeling (zie pagina 15 voor nadere details) zijn de infor- matie en prestatiegegevens die worden behan- deld, ten opzichte van de vorige jaren, uitgebreid.
Het rapport schetst ook de bijdragen van de Groep tot de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (“United Nations Sustainable Development Goals” – SDG’s, zie pagina’s 30 en 122).
Binnen het bredere kader van SIPEF's Jaarverslag 2021, bevat dit rapport (deel 3) de niet-financiële informatie zoals vereist door de EU-Richtlijn 2 Europese Commissie. (Retrieved February 2022). EU taxonomy for sustainable activities. https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/ banking-and-finance/sustainable-finance/eu-taxonomy-sustainable-activities_en voor Niet-financiële Verslaggeving, die in 2017 in Belgisch recht werd omgezet.
In overeenstemming met de vereisten van de Taxonomieverordening van de Europese Commissie 2 heeft SIPEF beoordeeld of haar eco- nomische activiteiten voor de rapporteringspe- riode 2021 ('Klimaatveranderingsmitigatie' en 'Klimaatveranderingsaanpassing') in aanmerking komen voor de toepassing van de Taxonomie. Nadere details over de EU-taxonomie en de eva- luatieresultaten worden vermeld op pagina 114.
Staving door derden
SIPEF heeft geen beroep gedaan op derden om de inhoud van dit rapport te staven. Een groot deel van de informatie en gegevens betreen- de de milieugerelateerde en maatschappelijke prestaties van de Groep is echter gecontroleerd via certificeringsaudits die zijn uitgevoerd in het kader van normen zoals de “Roundtable on Sustainable Palm Oil” (RSPO) en de “Rainforest Alliance”. De Groep werkt naar een externe sta- ving van toekomstige Duurzaamheidsverslagen toe.
Dit is het zesde Duurzaamheidsverslag dat de Groep sinds 2014 heeft uitgegeven. Het laatste verslag werd gepubliceerd als deel 3 van SIPEF's Jaarverslag 2020. De Jaarverslagen van SIPEF worden ter beschik- king gesteld op de bedrijfswebsite: www.sipef. com/hq/investors/annual-reports/
Boodschap van de gedelegeerd bestuurder
Beste collega's, partners en stakeholders,
Ik heb het genoegen u het Duurzaamheidsverslag van SIPEF voor het boekjaar 2021 voor te stellen, dat een overzicht geeft van de vooruitgang die de Groep in 2021 heeft geboekt.
Als ik terugblik op het traject dat SIPEF heeft afgelegd op het niveau van duurzaamheid sinds het vorige ver- slag, komt het doel van de Vennootschap me voor ogen: waarde creëren voor alle stakeholders en de voorkeursleverancier zijn van traceerbare, duurzame, kwaliteitsvolle agrarische producten. Het is dit doel dat SIPEF leidt op haar weg tussen competitief en winstgevend blijven en het pad eent voor meer economische, ecologische en sociale welvaart. Het is ook wat de beslissingen en handelingen van de Groep aanstuurt in een wereld die nog steeds voor grote uitdagingen staat.
In 2021 was één van de grootste uitdagingen voor ons allen de aanhoudende covid-19-pandemie. De Groep zette zijn uitgebreide programma voort om de covid-19-vaccinatie gratis aan te bieden aan al zijn werknemers en hun gezinsleden. In elke onderneming werden aanzienlijke midde- len ingezet om de risico's te beperken, zoals de ontwikkeling van standaard operationele proce- dures (SOP’s) om ervoor te zorgen dat zowel de werknemers als de omliggende gemeenschappen werden beschermd. Deze maatregelen hebben ook bijgedragen tot de continuïteit van de activitei- ten, onder meer voor de vele lokale boeren in de toeleveringsketen van de Groep, die een inkomen voor hun producten bleven ontvangen.
Wanneer ik stilsta bij deze en andere uitdagin- gen - van klimaatverandering tot de behoefte aan meer transparantie in de wereldwijde toe- leveringsketens - ben ik ervan overtuigd dat de palmolie-industrie een belangrijke rol te spelen heeft in de wereldwijde duurzaamheidsagenda. Er wordt voorspeld dat de vraag naar plantaardige oliën de komende jaren aanzienlijk zal toenemen. Gecertificeerde duurzame palmolie is de beste keuze om aan die vraag te voldoen en tegelijk de druk op het land te verminderen en duurzame middelen van bestaan te creëren. Oliepalm beslaat slechts 9% van het land dat wordt gebruikt voor de teelt van plantaardige oliegewassen, maar pro- duceert 36% van het mondiale aanbod van plant- aardige olie. Per hectare kan het twee tot acht keer meer olie opleveren dan gewassen zoals zon- nebloemen, koolzaad, soja of maïs. Innovatieve agrarische praktijken kunnen tot een nog hoge- re productiviteit leiden. Bovendien voorziet de palmolie-industrie in het levensonderhoud van miljoenen mensen en draagt bij tot de ontwikke- ling van landelijke gebieden waar palmolie wordt geproduceerd. SIPEF is een stroomopwaartse speler die gericht is op gecontroleerde, duurzame groei en ik ben trots op haar inzet voor de pro- ductie van duurzame palmolie en haar bijdrage tot een duurzamere wereld.
SIPEF is al tientallen jaren bezig met het ont- wikkelen en duurzaam laten groeien van haar activiteiten, het omarmen van technologische verandering en innovatie en het focussen op een transparante en duurzame waardeketen op lange termijn. Voortbouwend op deze ervaring heeft het bedrijf in 2021 grote stappen voor- waarts gezet in zijn duurzaamheidsactiviteiten. Aangezien SIPEF waarde en rendement cre- eert voor haar aandeelhouders, heeft ze zich tot doel gesteld om bij te dragen tot de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDG’s) en positieve impacts te stimu- leren die afgestemd zijn op SIPEF's doel en de verwachtingen van de klanten. Het materiali- teitsbeoordelingsproces van de Groep werd aan- zienlijk versterkt en uitgebreid met een nieu- we component, om de betrokkenheid van de SIPEF werd door Forest 500 op de vierde plaats van de 350 bedrijven gerangschikt en door de “Sustainability Policy Transparency Toolkit" op de negende plaats van de 100 palmoliebedrijven. stakeholders te versterken en het af te stemmen op de evoluerende prioriteiten van het brede- re bedrijf en multi-stakeholderlandschap. Dit resulteerde in een volledige herziening van de materiële duurzaamheidsonderwerpen van de Groep.# Duurzaamheidsverslag 2021
Boodschap van de gedelegeerd bestuurder
2022 wordt een belangrijk jaar voor evaluatie en reflectie, vooral met betrekking tot het beleidskader van de Groep, de duurzaamheidsstrategie en de afstemming op de vereisten inzake milieu, maatschappij en deugdelijk bestuur en op de grotere verwachtingen van de stakeholders. Ik was verheugd dat de verwezenlijkingen van SIPEF in 2021 eens te meer erkend werden door verscheidene vooraanstaande benchmarkingorganisaties. De Groep werd door Forest 500 op de vierde plaats van de 350 bedrijven gerangschikt en door de “Sustainability Policy Transparency Toolkit” (SPOTT) op de negende plaats van de 100 palmoliebedrijven. SIPEF heeft ook haar toonaangevende engagement voor duurzaamheidscertificering in de sector behouden, met 100% naleving van de RSPO-criteria voor palmolie en 100% “Rainforest Alliance”-certificering voor bananen.
Traceerbaarheid is een fundamenteel principe van duurzaamheid. Ook in 2021 was dit één van de sterkste punten van SIPEF. Alle grondstoffen zijn volledig traceerbaar tot aan hun productielocatie, of het nu een door SIPEF beheerde estate betreft of een perceel van een lokale boer-leverancier. In 2021 werd de interactieve cartografische toepassing van de Groep, Geo SIPEF, bijgewerkt met nieuwe functies. Gebruikers kunnen alle SIPEF-palmoliefabrieken, pitpletterijen, rubber- en theefabrieken en hun respectieve toeleveringsbases lokaliseren, en nu ook lagen inschakelen die landconversie en brandhaarden tonen.
Verantwoorde productie en verwerking
Voor SIPEF begint duurzaamheid met verantwoorde productie en verwerking op haar eigen plantages. Beleid en “Best Management Practices” (BMP’s) worden geïmplementeerd voor een uitgebreide verzameling van onderwerpen: onder meer, van mensenrechten, arbeidsnormen, gezondheid en veiligheid, en gemeenschapsrechten tot het voorkomen van ontbossing, bescherming van biodiversiteit, en regeneratieve praktijken.
Vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (GHG) is een topprioriteit. In 2021 lag de nadruk op het vaststellen van een uniforme methode op basis van ISO 14064 om de voetafdruk van de Groep te meten, als basis voor een mitigatiestrategie die in 2022 moet worden vastgesteld. Er werd verder gebouwd op verscheidene jaren meting van de historische broeikasgasemissies van SIPEF's RSPO-gecertificeerde oliepalmplantages met behulp van de RSPO GHG-calculator. Er zijn al heel wat initiatieven genomen om de voetafdruk van de Groep te verkleinen, bijvoorbeeld door maatregelen te treffen om het methaangas op te vangen dat vrijkomt bij het afval van de palmolieproductie, en door initiatieven te ontwikkelen om afval om te zetten in rendabele industriële biomassa.
Natuurbehoud is een ander aandachts-punt, met onder meer een project om meer dan 12.000 hectare bos te beschermen aan de rand van het Kerinci Seblat National Park in Indonesië. SIPEF heeft ook haar toonaangevende engagement voor duurzaamheidscertificering in de sector behouden, met 100% naleving van de RSPO-criteria voor palmolie en 100% “Rainforest Alliance”-certificering voor bananen.
6 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Agricultuur is een mensgerichte business. SIPEF focust op het waarderen van haar werknemers wereldwijd, door hun levensonderhoud te ondersteunen, hun welzijn te vrijwaren en arbeids- en mensenrechtenpraktijken te versterken. In 2021 werkte de Groep samen met een onafhankelijke externe consultant, LINKS, om zijn sociaal kader en zijn personeelsbeleid en de uitvoering ervan te herzien. SIPEF wil er ook voor zorgen dat lokale gemeenschappen voordeel halen uit haar activiteiten. Naast werkgelegenheid, heeft SIPEF scholen opgericht en wegen, gezondheidscentra, bruggen en gebedshuizen gebouwd.
Verantwoorde bevoorrading en productie door lokale boeren
Lokale boeren produceren ongeveer 40% van de palmolie in de wereld. SIPEF werkt samen met meer dan 10.000 lokale boeren wereldwijd. De Groep voert verschillende programma's uit met de nadruk op het verbeteren van de levensomstandigheden door een grotere opbrengst, een betere productiekwaliteit en toegang tot internationale markten, alsook op het verminderen van de impact van de productie op natuurlijke ecosystemen. Een belangrijk aandachtspunt in 2021 was lokale boeren blijven ondersteunen bij het behalen en behouden van de RSPO-certificering.
Verantwoord ondernemen en transparantie
SIPEF beschikt over een stevige corporate governance-structuur en heeft deze in 2021 verder versterkt. Het beleid en regelgevingskader voor bedrijfsbestuur, transparantie en duurzaamheid bleef ook in 2021 evolueren. Zo waren er bijvoorbeeld de verplichte due diligence-regels voor de invoer van producten met inbegrip van palmolie
Vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (GHG) is een topprioriteit. In 2021 lag de nadruk op het vaststellen van een uniforme methode op basis van ISO 14064 om de voetafdruk van de Groep te meten, als uitgangspunt voor een mitigatiestrategie die in 2022 moet worden vastgelegd.
in de Europese Unie (EU). Of nog, de invoering van rapporteringsvereisten in het kader van de EU-taxonomie voor duurzame activiteiten. SIPEF verwelkomt deze inspanningen om duurzaamheid verder in de mainstream te brengen. Ze streeft ernaar te anticiperen op en aan te sluiten bij alle vereisten, zowel wereldwijd als binnen de EU.
De wereld staat nog steeds voor grote uitdagingen in 2022 en daarna. Ik vind het echter bemoedigend dat de aandacht voor klimaatactie, mensenrechten en natuurvriendelijke oplossingen toeneemt. Duurzaamheid is een traject en alle bedrijven moeten zich voortdurend aanpassen om ervoor te zorgen dat hun waarden, doelstellingen en strategieën zich blijven richten op de wezenlijke gevolgen van hun activiteiten. Hoewel de sterktes van ons bedrijf en onze geschiedenis van het succesvol aanpakken van complexe problemen ons vertrouwen geven, kunnen we het niet alleen. Samen staan we echt sterker en ik wil alle werknemers, gemeenschappen en partners van SIPEF bedanken voor hun medewerking. Ik nodig u uit om ons volledige verslag te lezen om meer te weten te komen over wat we samen hebben bereikt - en nog hopen te bereiken.
7 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Boodschap van de gedelegeerd bestuurder
| 92% | 5% | 2% | 82% | 1% | 17% | 1% | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Palmolie: | 384 178 | ton | |||||
| Bananen: | 32 200 | ton | |||||
| Rubber: | 3 827 | ton* | |||||
| Thee: | 965 | ton* | |||||
| Indonesië: | 65 512 | ha | |||||
| Papoea-Nieuw-Guinea: | 13 605 | ha | |||||
| Ivoorkust: | 825 | ha | |||||
| 79 942 | ha | Totaal | beplante | hectaren |
- Met inbegrip van slechts vier maanden van de rubber- en theeproductie van PT Melania
** Van de omzet van de SIPEF-groep
8 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Over SIPEF
SIPEF is een Belgische agro-industriële naamloze vennootschap, genoteerd aan Euronext Brussels. Ze oefent agro-industriële activiteiten uit, in hoofdzaak productie van duurzame oliepalmproducten, zoals verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches”- FFB), ruwe palmolie (“Crude Palm Oil”- CPO), palmpitten (“Palm Kernels”- PK) en ruwe palmpitolie (“Crude Palm Kernel Oil”- CPKO). De Groep produceert ook duurzame bananen, natuurrubber, thee en is actief in de horticultuur. SIPEF heeft een multinationaal personeelsbestand van 21.233 medewerkers (voltijds equivalent- VTE), waarvan het merendeel tewerkgesteld is of gecontracteerd wordt via de dochterondernemingen van SIPEF. De Groep beheert een totale productieoppervlakte van 79.942 eigen hectare, verspreid over haar wereldwijde activiteiten. De palmolieproducten zijn de voornaamste activiteit van SIPEF en vertegenwoordigen 92% van de totale omzet van de Groep. De bananenproductie is de tweede grootste activiteit, goed voor 5% van de totale omzet. SIPEF’s bedrijfsstrategie is gestoeld op een beheerste groei als toeleveringsbedrijf en een cruciaal onderdeel van haar missie is de voorkeursleverancier te zijn voor traceerbare en duurzame landbouwproducten van hoge kwaliteit.
Afzetmarkten:
- Europa
- Verenigd Koninkrijk
- Indonesië
- West-Afrika
De activiteiten van SIPEF vinden vooral plaats in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea, Ivoorkust, terwijl het Hoofdkantoor van de Groep in Schoten, België is gevestigd. Sinds 2021 is SIPEF ook actief in Singapore via SIPEF Singapore Pte Ltd.
Wereldwijde activiteiten:
Indonesië
- 30 Oliepalm- plantages
- 6 Palmolie- extractie- fabrieken
- 2 Palmpit- pletterijen (geïntegreerd in extractiefabriek)
Papoea-Nieuw-Guinea
- 6 Oliepalm- plantages
- 3 Palmolie- extractie- fabrieken
- 3 Rubber estates
- 3 Rubber- fabrieken
- 1 Thee- plantage
- 1 Thee- fabriek
Ivoorkust
- 5 Bananen estates
- 7 Verpakkingsstations voor bananen
MONDIALE AANWEZIGHEID
: SIPEF’s dochteronderneming Plantations J. Eglin beheert ook productiezones voor ananasbloemen, lotusbloemen en siergroen (Dracaena) op haar bananenplantages in Azaguié. Deze producten worden in een apart verpakkingsstation voor export verpakt.
9 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Over SIPEF
Activiteiten en waardeketens
SIPEF zet zich in voor duurzame agricultuur en verkoopt bijna al haar producten in fysieke en traceerbare duurzame bevoorradingsketens. In de volgende sectie wordt een overzicht gegeven van haar activiteiten en werkzaamheden in verband met elk basisproduct dat zij produceert. Een volledig overzicht van de activiteiten, het bedrijfsmodel en de financiële prestaties van de Groep in 2021 is te vinden in het Jaarverslag, deel 1 (Bedrijfsverslag) en deel 2 (Financiële Staten).
Palmproducten
De Groep beheert meer dan 77.000 hectare in haar 36 oliepalmestates, naast 21.010 hectare plantages van lokale boeren. Het totale beplante areaal omvat 98.173 hectare. Via haar dochteronderneming PT Tolan Tiga Indonesië produceert SIPEF palmolie en palmpitten in zes fabrieken in Noord-Sumatra, Bengkulu, en Zuid-Sumatra. Deze fabrieken verwerken verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) van 30 van de eigen estates van de vennootschap en 2.278 lokale boeren.De dochteronderneming van de Groep in Papoea-Nieuw-Guinea, Hargy Oil Palms Ltd (HOPL), produceert palmolie en palmpitolie via drie fabrieken en twee bedrijven die palmpitten pletten in New Britain. Iets meer dan 60% van HOPL’s bevoorradingsbasis bestaat uit FFB van de eigen plantages, terwijl 39% afkomstig is van de oogst van de 3.635 geassocieerde lokale boeren die samenwerken met de vennootschap. SIPEF’s palmproducten worden ofwel verkocht aan raffinaderijen op de Europese markt of aan raffinaderijen in Indonesië, die vooral naar Europa exporteren. Duurzaamheid is een belangrijk factor voor de klanten van SIPEF, die volledig traceerbare en gecertificeerde palmproducten willen kopen.
PALMPRODUCTIE 2021
| Totaal beplante oppervlakte (eigen plantages) | FFB | CPO / PK / CPKO | CPO | PK | CPKO | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 77.163 ha | 1.658.840 ton | 1.385.858 ton | 442.372 ton | 384.178 ton | 45.943 ton | 12.251 ton |
| Immatuur beplante oppervlakte | ||||||
| 12.982 ha | ||||||
| Matuur beplante oppervlakte | ||||||
| 64.181 ha | ||||||
| Productievolumes 2021 | Lokale boeren 16,5% | Eigen plantages 83,5% | PK 10,4% | CPKO 2,8% | CPO 86,8% |
OVERZICHT VAN DE PALMOLIEWAARDEKETEN
SIPEF-plantages & plantages lokale boeren
Extractie- fabriek
Hoogwaardige, volledig traceerbare, gecertificeerde palmproducten
SIPEF-klanten: raffinaderijen
Distributiekanalen
Voedings- industrie
Reinigingsmiddelen- industrie
Scheikundige industrie
Cosmetica- industrie
Biobrandstof
Consumenten
Kleinhandel
Opslag van palmolie, ook in tanks in de haven
Verscheping (Traders)
SIPEF werknemers
Bananen
SIPEF’s dochteronderneming Plantations J. Eglin SA is een belangrijke speler in de bananenproductie in Ivoorkust, het grootste productie- en exportland voor bananen van Afrika. Per 31 december 2021 beheert de vennootschap een areaal van 1.764 hectare, gelegen binnen een straal van 120 km rond Abidjan. In 2021 breidde de vennootschap haar activiteiten uit met twee extra bananenestates en drie verpakkingsstations. Deze uitbreiding was het gevolg van de overname van de activa van de Wanita-bananenplantage in Ivoorkust door de vennootschap. Plantations J. Eglin beheert nu in totaal vijf estates, die uitgerust zijn met zeven verpakkingsstations. Plantations J. Eglin produceert jaarlijks circa 32.000 ton groene bananen op een beplant areaal van bijna 800 hectare en exporteert haar bananen vooral naar de Europese markt. Dankzij deze nieuwe overname zal de productie over een termijn van drie jaar naar verwachting met bijna 80% toenemen tot ongeveer 57.000 ton exportbananen.
BANANENPRODUCTIE IN 2021
| Totaal beplante oppervlakte | Groene bananen | |
|---|---|---|
| 794 ha | 32.200 ton |
Rubber en thee
Per 31 december 2021 bezit SIPEF drie rubberestates in Indonesië, naast drie rubberfabrieken waar drie verschillende rubbersoorten worden geproduceerd. SIPEF beheert ook de productie en verkoop van hoogkwalitatieve zwarte “Cut, Tear and Curl” (CTC) thee in één estate op West-Java in Indonesië, waar de oogst nog steeds voornamelijk met de hand wordt geplukt door ervaren plukkers. In 2020 kondigde SIPEF haar voornemen aan om zich terug te trekken uit rubber door twee van haar rubberplantages te converteren naar oliepalmen. De omzetting zal plaatsvinden volgens de “New Planting Procedure” (NPP) van de RSPO om zeker te stellen dat de herontwikkeling niet gepaard gaat met ontbossing en dat de lokale gemeenschappen vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (“Free, Prior and Informed Consent” - FPIC) hebben gegeven. In 2021 was PT Melania, die alle theeactiviteiten en de helft van de rubberactiviteiten van SIPEF voor haar rekening neemt, het voorwerp van een voorwaardelijke verkoop aan Shamrock Group, een Indonesisch bedrijf dat diverse rubberplantages en -fabrieken bezit en runt. De rubberactiviteiten van PT Melania worden sinds 30 april 2021 dan ook beheerd door Shamrock Group. De theeactiviteiten blijven onder beheer van SIPEF tot de verkoop volledig rond is. Een uitgebreid overzicht en een uiteenzetting van de wijzigingen in de activiteiten is beschikbaar in het Jaarverslag deel 1 (Bedrijfsverslag).
Duurzaamheidsaanpak
Duurzaamheid staat centraal in het businessmodel van SIPEF en de Groep heeft zich top-down verbonden tot een positieve bijdrage van zijn bedrijfsactiviteiten aan het milieu, de maatschappij en de lokale economieën. Dat betekent dat de plantages en de activiteiten op een milieuvriendelijke en maatschappelijk verantwoorde wijze worden beheerd en er werkgelegenheid en ontwikkelingskansen in de rurale en afgelegen gebieden waar de Groep actief is, worden gecreëerd.
SIPEF’s duurzaamheidsaanpak omvat de volgende principes en benaderingen:
- Integratie van de drie duurzaamheidspijlers: milieu, maatschappij en economie
- Opstellen van een krachtig duurzaamheidsbeleid en duurzaamheidsverbintenissen
- Streven naar de beste duurzaamheidsnormen en landbouwpraktijken
- Zorg en voor traceerbaarheid tot aan de productielocatie
- Zorg en voor optimale productiviteit en duurzaam landgebruik
- Investeren in innovatie en voortdurende verbetering
- Goede corporate governance, samenwerking met belangrijke stakeholders en transparante rapportage
De drie steunpijlers van duurzaamheid
SIPEF’s overkoepelende duurzaamheidsaanpak is opgebouwd rond de drie duurzaamheidspijlers: milieu, maatschappij en economie. Deze pijlers liggen aan de basis van de kernwaarden van de Groep: zich inzetten voor milieubeheer, een goede werkgever en buur zijn en een winstgevend en verantwoordelijk bedrijf leiden. In deze aanpak staat SIPEF’s overkoepelende doelstelling om waarde te creëren centraal. Deze benadering wordt verder bepaald door de verschillende niveaus van SIPEF's bedrijfsactiviteiten: “verantwoordelijke productie en verwerking” (SIPEF's eigen plantages en activiteiten), “verantwoordelijke bevoorrading en productie door lokale boeren” (SIPEF's engagement met leveranciers), en “verantwoord ondernemen en transparantie” (SIPEF als bedrijfsentiteit). De mate waarin bepaalde kwesties worden aangepakt, en het beleid en de maatregelen om deze te beheren, hangen af van de vraag of de duurzaamheidsrisico's zich voordoen in SIPEF's eigen activiteiten, in haar bevoorradingsketen of voor SIPEF als onderneming. De aanpak van de Groep wordt ook aangestuurd door het besef dat de ecologische, sociale en economische aangelegenheden die van belang zijn voor zijn activiteiten en toevoerketen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. SIPEF heeft oog voor de verbanden tussen deze kwesties en beheert haar activiteiten dienovereenkomstig.
- Ecologisch
Zich inzetten voor milieubeheer - Maatschappelijk
Een goede werkgever en buur zijn - Economisch & governance
Winstgevend en verantwoord zaken doen
SIPEF’S DUURZAAMHEIDSAANPAK
WAARDE CREËREN
Materiële onderwerpen geïdentificeerd in 2021
SIPEF heeft het GRI-materialiteitsprincipe gevolgd om ervoor te zorgen dat de duurzaamheidsaanpak en -rapportering van de Groep de milieu-, maatschappelijke, economische en governance-onderwerpen blijft aanpakken die het belangrijkst zijn voor haar activiteiten en stakeholders. In de loop van 2021 heeft SIPEF haar materiële onderwerpen herzien en verbeteringen aangebracht aan haar materialiteitsbeoordelingsproces. Op basis van de beoordeling werden 22 materiële onderwerpen geïdentificeerd. De twaalf prioritaire onderwerpen waren diegene die zowel door SIPEF als door haar externe stakeholders het hoogst werden gerangschikt, alsook diegene die als kritisch werden beschouwd voor de duurzaamheidsstrategie van de Groep. De overige tien onderwerpen werden geclassificeerd als belangrijke onderwerpen. Dit zijn voornamelijk opkomende thema's die door de stakeholders als belangrijk worden beschouwd en die in de toekomst meer van nabij zullen worden opgevolgd, of domeinen waarvoor SIPEF reeds over een goed managementsysteem beschikt. De duurzaamheidsrapportering en de KPI's van SIPEF werden in 2021 afgestemd op de nieuwe selectie van materiële onderwerpen. Op de volgende pagina vindt u een overzicht van de definitieve onderwerpen, in kaart gebracht op basis van de drie pijlers, het prioriteitsniveau en de verschillende niveaus van SIPEF's business. De aanpak van de Groep met betrekking tot het beheer van de risico's en effecten verbonden aan elk van de onderwerpen die zij als materieel heeft geïdentificeerd, worden beschreven in de hoofdstukken over de duurzaamheidsprestaties van dit verslag: Verantwoorde productie en verwerking (pagina's 38-95), Verantwoorde bevoorrading en productie door lokale boeren (pagina's 96-107), en Verantwoord ondernemen en transparantie (pagina's 108-117). Een volledige beschrijving van SIPEF's 2021 materialiteitsbeoordelingsproces is te vinden in de Bijlage (pagina's 118-121).# SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Duurzaamheidsaanpak
MATERIËLE ONDERWERPEN GEÏDENTIFICEERD DOOR SIPEF IN 2021
| DIMENSIES | VERANTWOORDELIJKE PRODUCTIE EN VERWERKING | VERANTWOEDELIJK INKOPEN EN PRODUCTIE VAN LOKALE BOEREN | RISICO'S, BEHEERBENADERING EN VOORUITGANG BEHANDELD IN VERSLAG |
|---|---|---|---|
| Sector- overschrijdende onderwerpen | |||
| Duurzaamheidsnormen en certificering | Duurzaamheidsnormen en certificering pagina's 18-21 Vooruitgang inzake duurzaamheidscertificering pagina's 47-49 | ||
| Traceerbaarheid | Traceerbaarheid pagina's 22-23 | ||
| Klimaatverandering | Klimaatverandering pagina's 50-55 | ||
| P roductiviteit en kwaliteit | Productiviteit en duurzaam landgebruik pagina 24 | Productiviteit en kwaliteit pagina's 40-47 | |
| O&O en inno vatie | Innovatie pagina 25 | Onderzoek & ontwikkeling: Verdant Bioscience pagina 45-47 | |
| Voedselveiligheid | Productiviteit en kwaliteit pagina 43-44 | ||
| Milieu- onderwerpen | |||
| Ontbossing | Geen Ontbossing pagina's 56-65 | ||
| V eengronden | Veengronden pagina 66 | ||
| B randpreventie en -beheer | Brandpreventie en -beheer pagina's 63-64 | ||
| B iodiversiteit | Biodiversiteit en natuurbehoud pagina's 67 -71 | ||
| Ecosysteembehoud en -herstel | Geen Ontbossing pagina's 56-65 Biodiversiteit en natuurbehoud pagina's 67 -71 | ||
| Gebruik van meststoen en pesticiden | Beste beheerpraktijken pagina's 72- 79 | ||
| Waterbeheer | Beste beheerpraktijken pagina's 72- 79 | ||
| Regeneratieve praktijken | Beste beheerpraktijken pagina's 72- 79 | ||
| Maatschappelijke onderwerpen | |||
| Mensenrechten en arbeidsnormen | Respect voor mensen- en arbeidsrechten pagina's 80-89 | ||
| Samen werking met lokale boeren | Verantwoord inkopen en productie van lokale boeren pagina's 96- 107 | ||
| Gezondheid en veiligheid | Gezondheid en veiligheid pagina's 88-89 | ||
| D iversiteit en inclusie | Respect voor mensen- en arbeidsrechten pagina's 80-89 Diversiteit en inclusie pagina 87 | ||
| G emeenschapsrechten | Respecteren van de rechten van de gemeenschap pagina's 90-9 2 | ||
| Gemeenschapsontwikkeling | Gemeenschapsontwikkeling pagina's 93-95 | ||
| DIMENSIES | VERANTWOORD ONDERNEMEN EN TRANSPARANTIE | RISICO'S, BEHEERBENADERING EN VOORUITGANG BEHANDELD IN VERSLAG | |
| Economische & Governance- onderwerpen | |||
| Transparantie | Verantwoord ondernemen en transparantie pages 109-117 | ||
| Bestrijding van omkoping en corruptie | Bestrijding van omkoping en corruptie pag es 111-113 |
Prioritaire materiële onderwerpen
Belangrijke materiële onderwerpen
16 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Duurzaamheidsbeleid
Voor SIPEF begint duurzaamheid bij een verant- woordelijke productie, zowel in de eigen plantages en activiteiten van SIPEF als in de productiege- bieden van haar leveranciers, allen lokale boeren. De duurzaamheidsstrategie van de Groep wordt toegepast via een intern kernbeleid dat bestaat uit twee policies: de “Responsible Plantations Policy” (RPP, verantwoordelijk plantagebeleid) en de “Responsible Purchasing Policy” (RPuP, verantwoordelijk inkoopbeleid). Naast de RPP en de RPuP hanteert de Groep ook diverse ondersteunende beleidsmaatregelen, specifiek gericht op zaken zoals mensenrechten, kinderarbeid en klachten. In de loop van 2022 wil SIPEF een systematische doorlichting hou- den van al haar policies op duurzaamheidsgebied om ze waar nodig op elkaar af te stemmen en te integreren. Alle beleidsmaatregelen zijn te vinden op de web- site van SIPEF: www.sipef.com/hq/sustainability/ policies/responsible-plantages-policy/
Verantwoordelijk plantagebeleid
De “Responsible Plantations Policy” (RPP, Verantwoordelijk Plantagebeleid) van SIPEF omvat de Groep’s belangrijkste verbintenissen en principes op ecologisch, sociaal en economisch vlak voor duurzame productie en verwerking. De RPP, waarvan de ontwikkeling werd gestart in 2014, bundelt en wordt ondersteund door alle beleidsmaatregelen op groeps- en lokaal niveau. Het is van toepassing op alle plantages die worden beheerd door SIPEF, ongeacht haar eigendomsbe- lang, en op alle activiteiten van lokale boeren die producten leveren aan de fabrieken van SIPEF. Via het RPP verbindt SIPEF zich tot de duur- zame productie van volledig gecertificeerde en traceerbare producten. Het verbiedt ook ont- bossing, nieuwe beplanting van veengrond en uitbuiting (“No Deforestation, No Peat, and No Exploitation” - NDPE). Het legt de richtlijnen van de Groep vast voor het beheer van nieuwe ontwikkelingen, en voor de voortdurende verbe- tering in het beheer van de bestaande plantages. Zo wordt voorgeschreven dat Beste beheerpraktij- ken worden ingevoerd zodra ze beschikbaar zijn, met het oog op een optimaal landgebruik, en dat eventuele negatieve gevolgen worden beperkt en waar mogelijk worden uitgesloten. Het beleid wordt in het algemeen jaarlijks geë- valueerd. Voor 2022 echter, is een ingrijpendere herziening gepland, en daarom werd het beleid in 2021 niet aangepast.
Verantwoordelijk inkoopbeleid
De “Responsible Plantations Policy” (RPuP, ver- antwoordelijk inkoopbeleid) van SIPEF geeft sturing aan de eisen van de Groep inzake verant- woordelijk inkopen voor externe leveranciers. Het beleid werd op 21 september 2020 geformaliseerd, maar werd in de praktijk al verschillende jaren toegepast. SIPEF’s externe leveranciers zijn lokale boe- ren waarmee de Groep een “Memorandum of Understanding” (MoU) heeft gesloten en waar- van de productielocatie bekend is en in kaart is gebracht. Krachtens het RPuP verbindt SIPEF zich ertoe enkel aan te kopen bij lokale boeren die ofwel reeds RSPO-gecertificeerd zijn ofwel het potentieel hebben om te worden gecertifi- ceerd binnen het “RSPO Time Bound Plan” van de Groep.
17 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Duurzaamheidsaanpak
De RPuP legt de criteria vast voor de samenwer- king met lokale boeren op hun pad naar certifi- cering. Het voorziet ook het kader voor de pro- cedures die worden gebruikt om lokale boeren te selecteren, te monitoren en, indien nodig, niet aan de bevoorradingsbasis van de Vennootschap toe te voegen. In lijn met het beleid van SIPEF zijn deze lokale procedures gebaseerd op vereisten met betrekking tot mensenrechten, personeels- en milieuaangelegenheden. Meer informatie over deze procedures is beschik- baar in het hoofdstuk over het beheer van de risi- co’s in SIPEF’s bevoorradingsbasis (zie pagina’s 106-107) en op de pagina “Traceability and Risk Management” van de SIPEF-website.
Duurzaamheidsnormen en certificering
Naast interne beleidsmaatregelen is certificering door betrouwbare derde partijen een belangrijk aspect van de SIPEF’s duurzaamheidsaanpak. De Groep past de hoogste gebenchmarkte interna- tionale normen toe en tracht waar mogelijk nog beter te doen. Zo kan de vooruitgang van SIPEF naar een stel verifieerbare criteria beter aange- toond worden. Bovendien draagt dit alles bij tot de traceerbaarheid tot aan de productielocatie. Certificering is geen wondermiddel voor duur- zaamheid, maar het vormt wel een cruciale bouw- steen voor de informatie over en de ondersteu- ning van de algemene implementatie van SIPEF’s duurzaamheidsaanpak.
Palmolie
De "Roundtable on Sustainable Palm Oil" (RSPO) is de belangrijkste duurzaamheidsnorm en cer- tificering voor palmolie. De RSPO heeft milieu- gerichte en maatschappelijke criteria (“RSPO Principles & Criteria”) voor de duurzame produc -tie van palmolie ontwikkeld. Sinds 2018 omvatten deze een verbod op alle vormen van ontbossing. SIPEF verkreeg haar eerste RSPO-certificeringen in 2009 in Papoea-Nieuw-Guinea, voor Hargy Oil Palms Ltd. Dit bedrijf telde zo'n 3 635 lokale boeren die de fabrieken van de Vennootschap bevoorraadden. Tegen 2017 waren alle SIPEF- fabrieken in Papoea-Nieuw-Guinea en Indonesië gecertificeerd door de RSPO. SIPEF streeft naar 100% RSPO-certificering voor haar palmolieactiviteiten en beoogt tegen 2026 dat 100% van de lokale boeren in haar toevoer- keten gecertificeerd zijn. Op pagina’s 47-49 worden nadere details verstrekt over de certificeringsvooruitgang van de activi- teiten van SIPEF.
18 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
OVERIGE CERTIFICERINGEN EN NORMEN
In 2011 voerde Indonesië een nationale certificeringsnorm in voor de productie van duurzame palmolie, de “Indonesian Sustainable Palm Oil” (ISPO)- norm. De norm is verplicht voor alle plantages en palmoliefabrieken in Indonesië. Alle zes fabrieken van SIPEF in Indonesië zijn gecertificeerd overeenkomstig de ISPO-norm.
De "International Sustainability and Carbon Certification" (ISCC)-norm zijn de best bekende wereldwijde technische, industriële en commerciële normen voor goede praktijken. Zij zijn van toepassing op alle processen en goederen.
Het milieubeheersysteem van SIPEF in Papoea-Nieuw-Guinea is al sinds 2014 ISO 14001-gecertificeerd. Alle bedrijven van SIPEF in Indonesië verkregen de ISO 9001-certificering van hun kwaliteitsbeheersysteem sinds 2019. Meer informatie: www.iso.org/standards.html
De "International Sustainability and Carbon Certification"-norm certifi- ceert de naleving van de Europese richtlijn betreende hernieuwbare energie (“Renewable Energy Directive” - RED). Dankzij de methaanopvanginstallaties in de palmoliefabrieken van SIPEF wordt de uitstoot van broeikasgassen (GHG) tijdens de productie van ruwe palmolie beperkt. Momenteel zijn vier van de zes palmolie-extractiefabrieken van de Groep in Indonesië ISCC-gecertificeerd. Meer informatie: http://www.iscc-system.org/
Emissiereductieprojecten in ontwikkelingslanden kunnen krachtens de “Clean Development Mechanism” (CDM) gecertificeerde emissiereductiekredieten verdienen. Momenteel lopen er in vier van de negen fabrieken van SIPEF CDM-projecten voor de beperking van de uitstoot van broeikasgassen door methaanopvang, aakkeling of elektriciteitsopwekking op basis van biogas. Meer informatie: cdm.unfccc.int/
19 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Duurzaamheidsaanpak
Bananen
“Rainforest Alliance” is een internationale non-profit organisatie die actief is op het raak- vlak tussen bedrijven, landbouw en bosbouw, om verantwoorde bedrijfspraktijken tot het nieuwe normaal te maken.# De “Sustainable Agriculture Standard” van de “Rainforest Alliance” wordt beschouwd als één van de meest toonaangevende normen in de sector en behandelt ecologische, maatschappelijke en economische onderwerpen. SIPEF’s bananenproductie is al sinds 2016 volle- dig gecertificeerd door de “Rainforest Alliance”. Meer informatie over deze norm is beschikbaar op de website van “Rainforest Alliance”: www.rainfo- rest-alliance.org/tag/2020-certification-program
Rubber en thee
SIPEF’s rubberactiviteiten werden in het ver - leden door “Rainforest Alliance” gecertificeerd. “Rainforest Alliance” stopte met de certificering van rubber en medio 2021 verstreken alle cer- tificeringen. SIPEF had eerder aangekondigd te zullen overstappen naar de FSC (“Forest Stewardship Council”)-certificering voor rubber. Ze zal dit echter niet doen, gelet op haar voorne- men om zich terug te trekken uit de productie van rubber.
Ook SIPEF’s theeproductie werd in het verle- den door “Rainforest Alliance” gecertificeerd. Dit certificeringstraject zal wel worden voortgezet onder het beheer van SIPEF tot de verkoop van PT Melania rond is. Een uitgebreid overzicht van de duurzaamheids- certificeringen voor de theeactiviteit van SIPEF is beschikbaar in SIPEF’s Duurzaamheidsverslag 2020.
OVERIGE CERTIFICERINGEN EN NORMEN
GLOBALG.A.P.
GLOBALG.A.P. is een reeks normen gericht op goede landbouwpraktijken zoals voedselveiligheid en traceerbaarheid, milieu (inclusief biodiversiteit), gezondheid, veiligheid en welzijn van werknemers en dierenwelzijn. Alle SIPEF-bananenplantages van Plantations J. Eglin in Ivoorkust, zijn GLOBALG.A.P.-gecertificeerd sinds 2006. In augustus 2017 werden de horti- cultuuractiviteiten ook opgenomen tijdens de hercertificering van de bananen- activiteiten, aangezien hier veel vraag naar was bij de klanten. Meer informatie: www.globalgap.org
Fairtrade
De Fairtrade-certificering is gebaseerd op een partnerschap tussen produ- centen en consumenten, met als doel het leven van mensen te verbeteren en armoede te bestrijden via eerlijke handelspraktijken. Alle SIPEF-bananenplantages zijn Fairtrade-gecertificeerd. Motobé van Plantations J. Eglin in Ivoorkust is gecertificeerd sinds 2019. De twee andere plantages, Agboville en Azaguie, kregen hun eerste certificering in 2020. Meer informatie: www.fairtrade.net/product/bananas
Sedex
Sedex is een van de belangrijkste dienstverleners voor ethische handel ter wereld. Deze organisatie streeft ernaar de werkomstandigheden in wereldwijde bevoorradingsketens te verbeteren. Plantations J. Eglin sloot zich in 2008 bij Sedex aan als leverancier . De vennoot- schap verkreeg haar recentste certificeringsverlenging in 2021, na de geslaagde afronding van de “Sedex Members Ethical Trade Audit” (SMETA). Meer informatie: www.sedex.com
SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Duurzaamheidsaanpak
Traceerbaarheid
Traceerbaarheid is een fundamenteel principe voor de duurzaamheid in de toevoerketens van landbouwproducten. Het biedt klanten en con- sumenten de zekerheid dat de producten die zij kopen wel degelijk zijn aangekocht bij gecerti- ficeerde plantages en lokale boeren, en draagt dan ook bij tot een duurzame ontwikkeling op ecologisch, sociaal en economisch vlak.
SIPEF is toonaangevend in traceerbaarheid. Alle producten die zij verkoopt zijn volledig traceer- baar tot hun productielocatie, ongeacht of dat een plantage is die door SIPEF zelf wordt beheerd dan wel een perceel van een lokale boer die aan SIPEF levert.
Traceerbaarheid van gecertificeerde producten
De meeste certificeringsprogramma’s voor duur- zaamheid waarvan SIPEF de regels naleeft , ver- eisen de certificering van de handelsketen voor de verwerking en verhandeling van gecertificeerde materialen. Dat bepaalt de mate waarin gecerti- ficeerde producten traceerbaar moeten zijn tot hun oorsprong naarmate ze door de toevoerketen evolueren.
SIPEF beantwoordt voor 100% aan de criteria voor het verwerken van RSPO-gecertificeerde oliepalmproducten. Alle fabrieken van SIPEF zijn “RSPO Identity Preserved”, met uitzondering van de Dendymarker-palmolie-extractiefabriek in Indonesië, die “RSPO Mass Balance” is vanwege het grote aandeel in zijn bevoorradingsbasis dat momenteel de RSPO-certificeringsprocedure doorloopt.
De Groep’s twee palmpitpletterijen van Hargy Oil Palms Ltd in Papoea-Nieuw-Guinea zijn “RSPO- Segregated”. Deze pletterijen verwerken immers pitten van meer dan één fabriek, omdat één van de drie fabrieken geen eigen installatie voor het pletten van pitten bezit. De drie fabrieken zijn echter “Identity Preserved”-gecertificeerd en hun bevoorradingsbasis is volledig in kaart gebracht.
SIPEF’s palmoliefabrieken kopen enkel van de eigen plantages of van lokale boeren met beken- de, in kaart gebracht productielocaties. Hoewel nog niet de volledige bevoorradingsbasis voor palmolie van de Groep gecerti- ficeerd is, en som- mige productiefaciliteiten van de Groep “RSPO- Segregated” of “Mass Balance” zijn, zijn ze alle - maal wel traceerbaar.
Alle bananen die Plantations J. Eglin produ- ceert en verkoopt, zijn volledig gecerti- ficeerd en traceerbaar. De vennootschap kan de oorsprong van elke levering aan haar klanten en stakehol- ders aangeven.
Geo SIPEF
In het kader van haar transparantieverbintenis en haar streven naar een volledig gecertificeerd duurzame en traceerbare bevoorradingsbasis, heeft SIPEF een interactieve “mapping”-applica- tie ontwikkeld, 'Geo SIPEF'. Met deze tool kan de gebruiker alle palmoliefabrieken, pitpletterijen, rubber- en theefabrieken van SIPEF, en hun res- pectieve bevoorradingsbasissen, lokaliseren. Voor iedere entiteit wordt extra informatie gegeven, zoals de certificeringsstatus (koppelingen naar duurzaamheidscertificaten) en de productieca- paciteit. Er is ook een applicatie waardoor op de kaarten de plantages, lokale boeren en natuurbe - houdzones kunnen gevisualiseerd worden. In 2021 werden nieuwe functies toegevoegd, zoals de mogelijkheid om landomschakeling (mogelijke ontbossing) en brandhotspots die zijn opgespoord via SIPEF’s monitoringactiviteiten in beeld te brengen. De bananenactiviteiten van SIPEF zullen in 2023 in de “mapping”-applicatie worden opgenomen. Geo SIPEF is toegankelijk via www.geosipef.com.
Productiviteit en duurzaam landgebruik
Efficiënte productie en oog voor de beperkte beschikbaarheid van landbouwgrond zijn van cruciaal belang voor SIPEF’s succes als bedrijf, nu en nog meer in de toekomst. Hoewel SIPEF eciëntie nastreeft voor al haar gewassen, is de optimalisering van het rendement in de productie van oliepalmen van bijzonder belang. Oliepalmen zijn een extreem productief gewas, dat kan geteeld worden op een vijfde van de oppervlakte die zijn naaste concurrent nodig heeft om dezelfde hoeveelheid olie te produce- ren. De Groep is er dan ook vast van overtuigd dat gecertificeerde duurzame palmolie een cruciale rol kan spelen om aan de groeiende vraag naar plantaardige oliën te voldoen en tegelijk het mili- eu en het levensonderhoud van gemeenschappen te beschermen.
SIPEF zet zich in voor de toepassing van de beste landbouwpraktijken die het rendement verho- gen en de milieu-impact terugdringen. De Groep investeert ook in onderzoek en innovatieve oplos- singen die het potentieel voor een geoptimali- seerd landgebruik kunnen versterken. Meer informatie over de aanpak van SIPEF om de productiviteit te verhogen is te vinden op pagina 40.
Innovatie
SIPEF heeft aanzienlijk geïnvesteerd in innova- tie om de productiviteit, kwaliteit en circulari- teit op te voeren. Dat omvat onderzoek om het rendement te verhogen, nieuwe regeneratieve en natuurvriendelijke landbouwtechnieken en -methodes, en technologische ontwikkelingen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en waarde te creëren uit bijproducten.
In 2021 heeft SIPEF verder geïnvesteerd in hybri- de palmvariëteiten via Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS), haar joint venture voor onderzoek en ontwikkeling. Zij heeft ook voortgewerkt aan haar project in de Umbul Mas Wisesa-fabriek om de bijproducten uit de verwerking van verse vruchtentrossen om te zetten in biopellets die kan worden gebruikt als duurzaam alternatief voor fossiele brandstoen. In de hoofdstukken over de prestaties in dit ver- slag (pagina's X en X) zijn voor 2021 verslagen in verband met het verloop van de werkzaamheden van VBS en over het biopellets-project van SIPEF opgenomen.
Duurzaamheid en corporate governance
SIPEF heeft beleidsmaatregelen, procedures en ondersteunende structuren uitgewerkt die zorgen voor een goede corporate en duurzaam- heidsgovernance op alle niveaus, inclusief de dochtervennootschappen van de Vennootschap. Dit hoofdstuk geeft een beknopt overzicht van SIPEF’s governance-structuur inzake duurzaam - heid en van de manier waarop de duurzaamheids- risico's worden geanalyseerd en beheerd.
- Een o verzicht van SIPEF's corporate governance-beleid en een update van de meest relevante activiteiten van de Groep in verband met verantwoord ondernemen is terug te vinden op pagina 110-113 van dit verslag.
- Een meer g edetailleerd overzicht van SIPEF's corporate governance-aanpak wordt vermeld in de Corporate Governance Verklaring op pagina 76 van het Jaarverslag deel 1 (Bedrijfsverslag).# SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Duurzaamheidsaanpak
Papoea-Nieuw-Guinea
Executief comité onder leiding van de "general manager"
Ivoorkust
Executief comité onder leiding van de "general manager"
Indonesië
Executief comité onder leiding van de "president director"
RAAD VAN BESTUUR VAN SIPEF
EXECUTIEF COMITÉ VAN SIPEF
onder leiding van de gedelegeerd bestuurder
WERELDWIJD DUURZAAMHEIDSTEAM VAN SIPEF
- Chief operating officer Asia-Pacific*
- SIPEF duurzaamheidsdirecteur
-
CSR duurzaamheidsanalist*
-
nieuwe positie in 2021
REGIONALE DUURZAAMHEIDSTEAMS
Duurzaamheidsteam van Indonesië
- Team Noord-Sumatra
- Team Bengkulu
- Team Zuid-Sumatra
Duurzaamheidsteam van Papoea-Nieuw-Guinea
Duurzaamheidsteam van Ivoorkust
RAAD VAN BESTUUR VAN SIPEF
De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor duurzaamheid ligt op het niveau van de raad, waar Priscilla Bracht een bijzondere interesse heeft in deze materie. De hele raad van bestuur monitort de vooruitgang die SIPEF boekt in de duurzaamheidsrangschikkingen en -ratings, de certificeringen en de interne risico-evaluaties en -rapportage. De raad van bestuur krijgt minstens tweemaal per jaar een duurzaamheidsbriefing en bespreekt materiële ESG-thema's op zijn jaarlijkse strategievergadering.
EXECUTIEF COMITÉ VAN SIPEF
De raad wordt door SIPEF’s executief comité aangestuurd inzake de implementatie en vooruitgang van de duurzaamheidsstrategie van de Groep. De duurzaamheid wordt vanuit het executief comité geleid door Petra Meekers, die in juni 2021 werd benoemd tot chief operating officer Asia-Pacific (COO APAC). Gelet op haar solide achtergrond in duurzaamheid heeft de benoeming geleid tot een aanzienlijke versterking van het ESG-leiderschap binnen de Groep.
WERELDWIJD DUURZAAMHEIDSTEAM VAN SIPEF
Het wereldwijd duurzaamheidsteam werd opgericht in 2021, om ervoor te zorgen dat de strategie, het beleid en de communicatie van SIPEF op duurzaamheidsgebied afgestemd blijven op de evoluerende verwachtingen en vereisten van belangrijke stakeholders. Dat omvat de coördinatie van de interne en externe rapportering over de duurzaamheidsprestaties van de Groep. De COO APAC van SIPEF houdt toezicht op het team en wordt bijgestaan door de SIPEF duurzaamheidsdirecteur en door een CSR duurzaamheidsanalist die in mei 2021 bij SIPEF kwam.
REGIONALE DUURZAAMHEIDSTEAMS
Er zijn drie teams belast met de implementatie van SIPEF’s duurzaamheidsstrategie en -beleid op het niveau van de dochterondernemingen: de duurzaamheidsteams van Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust.
- Het Indonesische team bestaat uit 16 experten en is verspreid over vier locaties: het Hoofdkantoor in Medan, Noord-Sumatra, Bengkulu en Musi Rawas.
- Het team in Papoea-Nieuw-Guinea omvat een afdelingshoofd voor duurzaamheid en vijf experts die zich buigen over verschillende duurzaamheidsthema's bij Hargy Oil Palms Pte Ltd. Het afdelingshoofd maakt ook deel uit van het executief comité van HOPL.
- Het team in Ivoorkust omvat momenteel twee experten.
SIPEF’s duurzaamheidsdirecteur houdt toezicht op de teams in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust en rapporteert rechtstreeks aan de plaatselijke “president director” (Indonesië) en de “general manager” (Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust), evenals aan de COO APAC van SIPEF.
SIPEF duurzaamheidsdirecteur
Duurzaamheidsgovernance
De duurzaamheidsgovernancestructuur van SIPEF is ontworpen voor een correct beheer van de implementatie en voortdurende ontwikkeling van haar duurzaamheidsverbintenissen. Hieronder vindt u een globaal overzicht van de wijze waarop de duurzaamheidsgovernance is ingebed, van het niveau van de raad van bestuur tot dat van de dochterondernemingen.
Evaluatie en beheer van duurzaamheidsrisico's
De regelmatige evaluatie van milieu-, maatschappelijke en governancerisico's (ESG) speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling en implementatie van een duurzaamheidsstrategie op lange termijn. Het auditcomité van SIPEF voert ieder jaar een risicoanalyse uit voor de Groep, met een evaluatie van de belangrijkste bedrijfs- en duurzaamheidsrisico's voor de Vennootschap. Voor de evaluatie in 2021 omvatten de vastgestelde risico's die met betrekking tot klimaatverandering, concessierechten en de toenemende verwachtingen en vereisten in verband met duurzaamheidscertificering en oliepalmproductie. Een meer gedetailleerde analyse is te vinden op pagina 70 in het Jaarverslag deel 1 (Bedrijfsverslag). Alle ESG-risico's die vastgesteld werden door SIPEF in 2021, werden behandeld in de hoofdstukken over de prestaties in dit verslag (pagina's 38 -117). In de loop van 2022 zal een meer uitgebreide duurzaamheidsgerichte risicoanalyse worden uitgevoerd in het kader van de herziening van SIPEF’s duurzaamheidsstrategie.
Partnerships en samenwerking met talrijke stakeholders
RSPO (Roundtable on Sustainable Palm Oil)
SIPEF is al sinds 2005 lid van de RSPO. Zij blijft actief bijdragen aan de werking van de RSPO en zetelt in de raad van bestuur namens de telers uit de ‘Rest van de Wereld’, dat Papoea-Nieuw-Guinea en de Salomonseilanden omvat. Bovendien is SIPEF medevoorzitter van de werkgroep “Jurisdiction” en een actief lid van de werkgroep “Biodiversity and High Conservation Values” (BHCV), de werkgroep “Peat” en de “No Deforestation Joint Steering Group”.
www.rspo.org
BASP (Belgian Alliance for Sustainable Palm Oil)
SIPEF is een stichtend lid van de BASP. Het belangrijkste doel van deze organisatie is het gebruik van gecertificeerde palmolie te promoten, vooral op de Belgische markt en in mindere mate op de hele Europese markt. SIPEF speelt een actieve rol als lid van de raad.
www.duurzamepalmolie.be
TFA (Tropical Forest Alliance)
SIPEF is lid van de “Tropical Forest Alliance”.
Inschakeling van specialisten en experts
Earthqualizer
SIPEF heeft Earthqualizer ingeschakeld voor een evaluatie van de naleving van haar verbintenissen inzake geen ontbossing en geen nieuwe beplanting op veengrond door al haar eigen oliepalmestates en door de lokale boeren binnen haar bevoorradingsbasis.
Licensed Assessors under the High Conservation Value Network’s Assessor Licensing Scheme
SIPEF volgt de voorschriften van de “New Planting Procedure” (NPP) van de RSPO vóór iedere nieuwe ontwikkeling of landommschakeling. Dat houdt een evaluatie in van de potentiële impact op het milieu en de lokale gemeenschap. Voor deze evaluaties werkt SIPEF samen met diverse technische consultants en deskundigen, die allemaal “Licensed Assessors under the High Conservation Value Network’s Assessor Licensing Scheme” zijn.# SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Duurzaamheidsaanpak
Betrokkenheid van en samenwerking met stakeholders. Duurzaamheid staat of valt met een diepgaande samenwerking tussen uiteenlopende sectoren en actoren. De Groep hecht een groot belang aan betrokkenheid van en samenwerking met de stakeholders om zijn duurzaamheidsstrategie ten uitvoer te brengen. SIPEF helpt om het pad naar een duurzaam landgebruik te effenen via de regelmatige samenwerking met klanten, aandeelhouders, maatschappelijke en milieu-ngo’s, onderzoekers en experts, technische consultants, lokale gemeenschappen, lokale boeren en andere proactieve stakeholders. Samen met hen kan de Vennootschap de invoering van verantwoorde en duurzame normen en praktijken in de agrarische sector bewerkstelligen en bevorderen.
Benchmarkscores in 2021
-
SPOTT
9e van 100 palmoliebedrijven in 2021; score van 83,9%, een stijging van 3,4% ten opzichte van 2020
De “Sustainability Policy Transparency Toolkit” (SPOTT), die werd ontwikkeld door de Zoological Society of London (ZSL), geeft jaarlijks een score aan palmolie-, tropische-bosbouw- en natuurrubberbedrijven op basis van 100 sectorspecifieke ESG-indicatoren om hun vooruitgang in de loop van de tijd te benchmarken. www.spott.org/palm-oil -
FOREST 500
4e van 350 bedrijven in 2021; score van 73%, een stijging van 2% ten opzichte van 2020
Forest 500 identificeert en rangschikt de meest invloedrijke bedrijven en financiële instellingen in de bevoorradingsketens van goederen met bosbouwrisico’s. ht tps://forest500.org/rankings/companies
CDP
CDP beheert het mondiale openbaarmakingssysteem waarmee beleggers, bedrijven, steden, staten en regio’s hun milieu-impact kunnen beheren. SIPEF heeft in 2021 voor het eerst informatie inzake bossen en klimaatverandering ingediend bij de CDP en zal dat ook in de toekomst blijven doen. De CDP-scores van SIPEF zullen vanaf 2022 worden gepubliceerd. www.cdp.net/en
Ondersteuning van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties
De duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (“Sustainable Development Goals” - SDG’s) van de Verenigde Naties werden in 2015 in het leven geroepen als dringende oproep aan alle landen ter wereld om actie te ondernemen. Zij zijn gebaseerd op het inzicht dat de bestrijding van armoede hand in hand moet gaan met strategieën om gezondheid en onderwijs te verbeteren, ongelijkheid tegen te gaan en economische groei te stimuleren – en bij dat alles de klimaatverandering aan te pakken en te werken aan het behoud van oceanen en wouden. Bedrijven spelen een cruciale rol om de SDG’s te verwezenlijken en SIPEF wil daaraan bijdragen door duurzame agrarische grondstoffen te produceren. Gecertificeerde palmolie is de meest duurzame manier om tegemoet te komen aan de wereldwijde vraag naar plantaardige olie, omdat zij wordt geproduceerd met respect voor het milieu en de lokale gemeenschappen en aanzienlijk minder grond vereist dan de alternatieven. In 2021 onderzocht SIPEF de bijdrage aan en afstemming van zijn activiteiten en “Key Performance Indicators” (KPI’s) op duurzaamheidsgebied met de SDG’s en hun respectieve doelstellingen. Een overzicht van SIPEF’s bijdrage aan de SDG’s op het niveau van de doelstellingen is te vinden in de Bijlage op pagina 122. Meer informatie over de SDG’s: https://sdgs.un.org/goals
SIPEF LEVERT IN DE EERSTE PLAATS EEN BIJDRAGE AAN 10 VAN DE 17 SDG’S: WAARDIG
Doelstellingen en verwezenlijkingen
In 2021 heeft SIPEF haar duurzaamheidsdoelstellingen grondig herzien. Deze herziening maakt deel uit van het ruimere initiatief van de Groep om zijn materiële onderwerpen te evalueren en uitgebreider te rapporteren over haar duurzaamheidsprestaties. Er werden enkele nieuwe doelstellingen vastgelegd en sommige bestaande doelstellingen werden aangepast met het oog op een grotere duidelijkheid. In 2022 zal SIPEF een meer diepgaande evaluatie van haar doelstellingen doorvoeren, om voldoende gedrevenheid te garanderen, en zal deze afstemmen op het resultaat van een nog te houden doorlichting van de duurzaamheidsstrategie van de Groep.
| VERBINTENIS | DOELSTELLINGEN | STATUS | RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN | HISTORISCHE VERWEZENLIJKINGEN |
|---|---|---|---|---|
| 2018 2020 | RSPO-certificering voor lokale boeren van Umbul Mas Wisesa (UMW) | 100% gecertificeerd tegen 2019 | Verwezenlijkt in 2018 | • Duurzaamheidsnormen en -certificering • Samenwerking met lokale boeren |
| Uitrol ISO 9001-certificering voor alle operationele units in Indonesië | 100% gecertificeerd tegen 2019 | Verwezenlijkt in 2019 | • Duurzaamheidsnormen en -certificering | |
| Versterkte brandbestrijding in kerngebieden in Indonesië | Activiteiten in alle risico-/brandgevoelige gebieden | Verwezenlijkt in 2020 | • Brandpreventie en -beheer | |
| Fairtrade-certificering voor alle bananenplantages | 100% gecertificeerd tegen 2021 | Verwezenlijkt in 2020 | • Duurzaamheidsnormen en -certificering |
| VERBINTENIS | DOELSTELLINGEN | STATUS | RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN | DOELSTELLINGEN EN VOORUITGANG IN 2021 |
|---|---|---|---|---|
| Koolstofvoetafdruk van de Groep berekenen volgens ISO 14064-methodologie | Groepsvoetafdruk berekend tegen 2020 | Verwezenlijkt in 2021 | Vertraagd in 2020 vanwege covid-19 • Klimaatverandering | |
| Alle lege vruchttrossen uit de activiteiten van UMW omzetten in biopellets | Bouw van biopellets-installatie in UMW afwerken tegen 2020 | Verwezenlijkt in 2020 | Installatie afgewerkt in december 2020 • O&O en innovatie • Regeneratieve praktijken | |
| 100% van afvalvezels omgezet in biopellets tegen 2021 | Vertraagd | Door covid-19 en technische aanpassingen is de volledige ingebruikname uitgesteld tot K1 2022 | ||
| Geen ontbossing vastgesteld in “High Conservation Value” (HCV)- / “High Carbon Stock” (HCS)- gebieden beheerd door de Vennootschap en productiegebieden van lokale boeren die aan de Vennootschap leveren | Monitoringsysteem voor ontbossing actief tegen 2021 | Verwezenlijkt in 2021 | “Global Forest Watch”- monitoring gestart in 2020 en is volledig operationeel sinds 2021 Verificatieproces is gestart met partner Earthqualizer om incidenten te controleren en wordt momenteel uitgevoerd • Ontbossing | |
| Nul hectare bosverlies vastgesteld in “High Conservation Value” (HCV)- / “High Carbon Stock” (HCS)- gebieden beheerd door de Vennootschap* (lopend) | Niet verwezenlijkt | Indonesië: Ongeveer 15 hectare bosverlies, hoofdzakelijk door kap door lokale gemeenschappen Papoea-Nieuw-Guinea: Circa 24 hectare bosverlies, door onrechtmatige kap door lokale gemeenschappen binnen leveranciersgebieden | ||
| Nul hectare bosverlies vastgesteld in concessiegebieden van de Vennootschap* (lopend) | Niet verwezenlijkt | Indonesië: Circa 102 hectare bosverlies op land dat niet wordt beheerd door SIPEF | ||
| Aantal branden in totale productiegebied verminderen | Geen enkele brand in door de Vennootschap beheerde gebieden* (lopend) | Niet verwezenlijkt | Papoea-Nieuw-Guinea: Twee gevallen van brandstichting door externe partijen die ongeveer 1,3 hectare in de Pandi- en Barema-estates hebben getroffen • Brandpreventie en -beheer | |
| Geen enkele brand in concessiegebieden van de Vennootschap* (lopend) | Niet verwezenlijkt | Indonesië: Eén geval van brandstichting op drie hectare land dat niet wordt beheerd door SIPEF in Musi Rawas | ||
| Brandbestrijding in aangrenzende gebieden (lopend) | Verwezenlijkt in 2021 | Indonesië: Acht branden geblust in land dat aan beheerd gebied grenst | ||
| Beheer waterverbruik verbeteren in palmoliefabrieken van SIPEF | Intensiteit van waterverbruik < 1 kubieke meter water per ton verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” – FFB) (lopend) | Niet verwezenlijkt | Zes van de negen fabrieken hebben de doelstelling in 2021 gehaald • Waterbeheer | |
| Behouden van BOD, COD en TSS* beneden wettelijke limieten op lozingspunt (lopend) | Niet verwezenlijkt | Acht van de negen fabrieken hebben de doelstelling in 2021 gehaald | ||
| Geen werkgerelateerde dodelijke ongevallen | Nul werkgerelateerde dodelijke ongevallen (lopend) | Niet verwezenlijkt | Eén dodelijk ongeval in 2021 • Gezondheid en Veiligheid |
TOEKOMSTIGE VERBINTENISSEN EN DOELSTELLINGEN
| VERBINTENIS | DOELSTELLINGEN | STATUS | RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN | 2022 2030 |
|---|---|---|---|---|
| Koolstofvoetafdruk van SIPEF-groep terugdringen | Reductiedoelstellingen voor broeikasgassen zullen worden vastgelegd in 2022 | Op schema | Koolstofvoetafdruk werd berekend voor baseline en in 2022 zullen het reductieplan en de doelstellingen bepaald worden • Klimaatverandering | |
| RSPO-certificering behalen voor de Musi Rawas | 100% gecertificeerd tegen 2026 | Op schema | In afwachting van de goedkeuring en toekenning van de concessieovereenkomsten ("Hak Guna Usaha" - HGU) door de Indonesische overheid • Duurzaamheidsnormen en -certificering | |
| RSPO-certificering voor lokale boeren van PT Dendymarker Indah Lestari als de gebieden in productie worden genomen | 100% gecertificeerd tegen 2026 | Op schema | • Samenwerking met lokale boeren | |
| Beheer van HCV- en HCS- gebieden binnen HGU-grenzen verbeteren | Boswachter-/herstel-teams opgericht voor alle gebieden tegen 2026 | Op schema | Boswachtersteams zullen worden opgericht bij de uitgifte van HGU en RSPO-certificering • Ontbossing • Ecosysteembehoud en -herstel | |
| Alle voorgaande standalone evaluaties bijgewerkt naar geïntegreerde HCV/HCS-evaluaties tegen 2025 | Op schema | Herziening en verbetering van de ‘habitat management’-plannen tegen 2025 | ||
| Groepen van lokale boeren oprichten voor de relevante operationele eenheden | 20% lokale boeren met MoU voor alle operationele |
Verantwoordelijke productie en verwerking
Verbondenheid
| Doelstellingen | Status | Relevante materiële onderwerpen |
|---|---|---|
| Op schema Vooruitgang zal aangen van HGU-verlengingsschema • Samenwerking met lokale boeren Vooruitgang boe- ken in het SIPEF Biodiversity Indonesia (SBI)- programma op het gebied van behoud, beheer en monitoring 85 hectare aangetast land in SBI herstellen tegen 2024 Op schema • Ecosysteem- behoud en -herstel • Biodiversiteit • Ontbossing • Regeneratieve praktijken Samenwerken met 60 boeren inzake regene- ratieve landbouw- methodes in SBI tegen 2024 Op schema Methodologie voor bio- diversiteitsmonitoring herzien en verbeteren (lopend) Op schema Kustlijnen beschermen en overstroming voorkomen 14 hectare kustgebied herstellen tegen 2024 Op schema indonesië Zo'n 8 hectare kustbuerzo- ne zal worden hersteld in het Agromuko-activiteitsgebied van SIPEF papoea-nieuw-guinea Er wordt een mangrovekweek- tuin aangelegd op 6,5 hectare aangetaste kustbuerzone in de Kiba-plantage van Hargy Oil Palms Ltd • Ecosysteem- behoud en -herstel • Klimaat- verandering | Op schema | • Ecosysteem- behoud en -herstel • Biodiversiteit • Ontbossing • Regeneratieve praktijken • Klimaat- verandering |
- 2021: - Sommige doelstellingen zijn verwijderd sinds de publicatie van het Jaarverslag 2020 van SIPEF, omdat ze niet langer relevant waren of in 2022 zullen worden herzien.
- Bedrijfsbeheerde gebieden zijn gebieden waarover SIPEF de volledige managementcontrole heeft. Bedrijfsconcessiegebieden zijn gebieden die binnen de concessiegrenzen van SIPEF liggen, die ook land omvatten dat niet wordt beheerd door SIPEF.
- BOD = “Biological Oxygen Demand” (biologisch zuurstofverbruik); COD = “Chemical Oxygen Demand” (chemisch zuurstofverbruik); TSS = “Total Suspended Solids” (totale gesuspendeerde vaste stoffen).
| Verbondenheid | Doelstellingen | Status | Relevante materiële onderwerpen |
|---|---|---|---|
| Jaarlijkse moni- toring van imple- mentatie Verant- woordelijk Plantagebeleid Eén externe verificatie van implementatie per jaar (lopend) | Op schema | • Transparantie • Ontbossing • Veengronden |
Verantwoordelijke productie en verwerking
Landbouw is van cruciaal belang voor de voedsel- en voedingszekerheid en is onlosmakelijk verbonden met het welzijn van mens en milieu. De afgelopen decennia heeft het mondiale voedselsysteem bijgedragen tot de economische ontwikkeling, en de voedselproductie is gestaag toegenomen. Dit systeem heeft echter ook een immense druk gelegd op de natuurlijke hulpbronnen, de gezondheid van kritieke ecosystemen en het klimaat. Leiderschap op het gebied van duurzaamheid binnen de agrarische sector wordt steeds belangrijker en duurzaam landgebruik, klimaatverandering en mensenrechten stijgen snel naar de top van de wereldwijde agenda.
SIPEF is ervan overtuigd dat het als een door duurzaamheid gedreven bedrijf in de sector waarin het actief is, een belangrijke rol kan spelen door aan te tonen dat de productie van traceerbare, duurzame en kwalitatief hoogstaande agrarische producten mogelijk is. Voor SIPEF begint duurzaamheid met een verantwoorde productie en verwerking op de eigen plantages en in de eigen bedrijven. Dat betekent dat de verbintenissen die zijn opgenomen in de “Responsible Plantations Policy” en andere ondersteunende beleidslijnen inzake duurzaamheid in de praktijk moeten worden omgezet. Dit omvat haar engagementen met betrekking tot geen ontbossing, geen nieuwe ontwikkelingen op turf, en geen uitbuiting evenals tot vermindering van broeikasgasuitstoot.
Op het niveau van de uitvoering vertaalt zich dit in het aannemen van systemen en werkmethodes die gericht zijn op de optimalisering van het gebruik van de grond en de bronnen, milieubeheer en maatschappelijk verantwoorde praktijken. De volgende paragrafen schetsen de vooruitgang die SIPEF op deze gebieden heeft geboekt, met inbegrip van de manier waarop de Groep relevante milieu- en maatschappelijke kwesties en risico's aanpakt, die hij als materieel heeft geïdentificeerd voor zijn activiteiten.
Leiderschap op het gebied van duurzaamheid binnen de agrarische sector wordt steeds belangrijker en duurzaam landgebruik, klimaatverandering en mensenrechten stijgen snel naar de top van de wereldwijde agenda.
Productiviteit en kwaliteit
Grondschaarste is één van de belangrijkste duurzaamheidsonderwerpen van vandaag. De wereldbevolking zal naar verwachting toenemen tot 9,7 miljard mensen in 2050, waarbij een belangrijke groei zou plaatsvinden in de ontwikkelingslanden. Tegelijk neemt de hoeveelheid beschikbare landbouwgrond af, vanwege bodemdegradatie ingevolge door mensen veroorzaakte erosie en verontreiniging, concurrentie om het gebruik van land en de sterk toenemende vraag naar voedsel. De komende decennia zullen deze problemen nog scherper worden gesteld door de acute fysieke risico's van de klimaatverandering en toekomstige beleidsingrepen die de voor landbouw beschikbare grond nog verder kunnen inperken.
SIPEF streeft naar de optimalisering van het landgebruik bij de productie van al haar gewassen, maar in de oliepalmproductie is het versterken van het rendement en efficiënt landgebruik van bijzonder belang. Palmolie blijft een van de meest besproken grondstoffen in discussies over ontbossing en de impact van landbouw op mensen en de planeet. Aan de andere kant blijft het ook de meest efficiënte bron van plantaardige oliën voor menselijke consumptie. Palmolie levert 36% van het wereldaanbod op slechts 9% van de grond. Wereldwijd wordt al meer dan 300 miljoen hectare land gebruikt voor de teelt van plantaardige oliën, waar dat in 1961 nog maar 111 miljoen was. Gelet op de voorspelde toename van de vraag naar plantaardige oliën van 46% tegen 2050, zal gecertificeerd duurzame palmolie van cruciaal belang zijn om de toenemende vraag het hoofd te bieden en tegelijk minder land te gebruiken.
SIPEF heeft zich verbonden tot de toepassing van de beste praktijken voor de verbetering van de bodemvruchtbaarheid, de optimalisering van grondstoffen en de recycling van bijproducten, en verder tot de verbetering van de productkwaliteit en de opbrengst per beplante hectare (zie pagina's 72-79). De Groep zet ook in op onderzoek en ontwikkeling (O&O) en innovatie om deze doelstellingen haalbaar te maken en investeert in de verbetering van de kwaliteit van het plantmateriaal en de veerkracht van toekomstige gewassen (zie pagina 45).
- United Nations Department of Economic and Social Affairs. (2019). World Population Prospects 2019 Highlights. https://population.un.org/wpp/Publications/Files/WPP2019_Highlights.pdf
- Ritchie, H. and Roser, M. (Opgehaald in januari 2022). Palm Oil. Our World in Data. https://ourworldindata.org/palm-oil
- Our World in Data. (Opgehaald in maart 2022). Land Use for Vegetable Oil Crops, World. https://ourworldindata.org/grapher/land-use-for-vegetable-oil-crops?country=~OWID_WRL
- Meijaard, Erik. (2020). The Environmental Impacts of Palm Oil in Context. Nature Plants. https://research.wur.nl/en/publications/the-environmental-impacts-of-palm-oil-in-context
Palmolie versus andere plantaardige oliën
| Oliepalm | Soja | Raapzaad | |
|---|---|---|---|
| Soortendiversiteit | 1,9 - 4,8 ton | 0,4 - 0,8 ton | 0,7 - 1,8 ton |
| Olieopbrengst per hectare | 2,0 ha | 0,26 ha | 1,25 ha |
| Oppervlakte nodig voor een ton olie | 278472 | 52,7 | 27,4 |
| Wereldolieproductie (miljoen ton) | 84,8 | 227 | 278 |
Oliepalmen zijn een extreem productief meerjarig gewas dat 2-8 maal meer olie per hectare kan produceren dan eenjarige gewassen zoals sojabonen, raapzaad, zonnebloemen en mais. Dat is onder andere te danken aan de natuurlijke eigenschappen van dit gewas, maar ook aan de uitgebreide onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten om een hogere efficiëntie te bereiken in de oliepalmproductie. Oliepalmen kunnen ook bogen op een hogere biodiversiteitsindex in hun productiegebieden dan andere gewassen voor plantaardige olie, en vereisen minder hulpmiddelen zoals meststoffen en pesticides.
- Wageningen University & Research. (2020, December 7). New Light on the Sustainability of Palm Oil. www.wur.nl/en/news-wur/Show/New-light-on-the-sustainability-of-palm-oil.htm
Palmolieproductie 2021
De productie van palmolie en verse fruittrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) is een prioritar aandachtspunt voor SIPEF, gelet op het belang van het maximaliseren van de opbrengst in de huidige productiegebieden via efficiënte en duurzame beheerpraktijken. In 2021 bedroeg de totale palmolieproductie van SIPEF 384.178 ton, een stijging van 16,7% ten opzichte van 2020. Deze groei geldt zowel voor de productie van de eigen plantages van de Groep als voor de aankopen van lokale boeren. Ook het gemiddelde olie-extractiepercentage (24%) lag hoger dan in 2020 (23,4%). Deze stijgingen waren te danken aan de zeer gunstige weersomstandigheden in 2021, die positief uitvielen voor de groei van de palmen en de ontwikkeling van het fruit in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.
| OLIE EXTRACTIEPERCENTAGES | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 23,33%* | 22,79%* | 22,99% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 23,33% | 24,63% | 25,58% |
| GROEP | 23,26%* | 23,42%* | 23,96% |
| BANANENPRODUCTIE (TON) | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|
| 32.849 | 31.158 | 32.200 |
De productiviteitsverbetering van 2021 was ook te danken aan andere factoren, die het rendement de vorige jaren onder druk zetten. Zo was er de droogte in Indonesië en de vulkaanuitbarstingen in Papoea-Nieuw-Guinea, die in 2019 resulteerden in een lager rendement. Naar verwachting zal het geproduceerde volume palmolie in 2022 voor het eerst meer dan 400.000 ton bedragen.
- 2021: De gegevens voor Indonesië en de Groep voor 2019 en 2020 zijn herwerkt.# Bananenproductie 2021
SIPEF’s bananenproductie is in Ivoorkust met 3,3% toegenomen tegenover 2020, zonder uitbreiding van het oogstareaal. Er is een nieuwe plantage ontwikkeld in Ivoorkust, waarvan 28 hectare werd aangeplant in het vierde kwartaal, wat zou moeten leiden tot een productiestijging van 18% in 2022. Een volledig overzicht van de productiecijfers en resultaten van SIPEF in 2021 is beschikbaar in het Jaarverslag deel 1 (Bedrijfsverslag).
Verbetering van de productkwaliteit
SIPEF streeft ernaar de hoogste normen te hanteren voor de kwaliteit van haar producten. Zij zorgt ervoor dat zij beantwoorden aan alle gezondheids- en veiligheidsvoorschriften en aan de vereisten van de klanten. Zorgen voor een goede kwaliteit begint op het veld, met zaailingen van hoge kwaliteit voor oliepalmen en klonen voor rubber en thee, en levensvatbare weefselkweekprocessen voor bananen. De beplanting moet op het juiste moment gebeuren, zodat de planten de tijd hebben om hun wortelstelsel uit te bouwen voor er een droge periode aanbreekt. Vruchtbare grond is daarbij van cruciaal belang: die moet voldoende goed afgebroken organische stoffen bevatten en onkruidvrij zijn. Er worden bodembedekkers geplant in de velden om bodemerosie te voorkomen zonder de zaailingen te overschaduwen. Het zorgvuldige onderhoud van de velden houdt onkruid en ongedierte onder
42 The connection to the world of sustainable tropical agriculture controle, en het aanbrengen van de juiste meststoffen stimuleert de groei. Goede oogstpraktijken ten slotte zijn van doorslaggevend belang om tot een eindproduct van hoge kwaliteit te komen.
Kwaliteitscontrole en productkwaliteit
De kwaliteitscontrole vormt een belangrijk aandachtspunt bij de productie van palmolieproducten, gelet op de stijgende vraag naar gecontroleerde ingrediënten van topkwaliteit. Dat beantwoordt ook aan het toenemende aantal consumptielanden waar er een versterkte aandacht is voor additieven en specifieke types van verontreinigende stoffen in plantaardige oliën. Hogekwaliteitspalmolie heeft een laag gehalte vrije vetzuren (“Free Fatty Acids” - FFA). SIPEF houdt het FFA-gehalte van haar ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO) en ruwe palmpitolie (“Crude Palm Kernel Oil” - CPKO) onder de 5%. Een hoog FFA-gehalte kan de stroomafwaartse verwerking hinderen en kan gevolgen hebben voor de voedselveiligheid van palmolieproducten voor menselijke consumptie. Het FFA-gehalte kan toenemen wanneer verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” - FFB) van oliepalmen worden beschadigd tijdens het oogsten, verzamelen of transporteren. De hoge lipaseactiviteit leidt dan tot een snelle olieverzuring in de gekneusde rijpe vruchten. Om het FFA-gehalte laag te houden, zorgt SIPEF voor een correct beheer van de verwerkings-, opslag- en transportpraktijken. FFB worden zo snel mogelijk aan de fabrieken geleverd en er wordt gecontroleerd op overrijp en gekneusd fruit.
| GEMIDDELDE FFA PERCENTAGE IN SIPEF’S PALMOLIEPRODUCTIE | PALMOLIE EXTRACTIE FABRIEKEN INDONESIË | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|---|---|
| PLPOM | 2,65% | 2,97% | 3,14% | 3,42% | |
| BMPOM | 3,14% | 3,06% | 3,13% | 3,13% | |
| UMWPOM | 3,62% | 3,98% | 3,31% | 3,65% | |
| MMPOM | 3,46% | 3,55% | 2,97% | 3,32% | |
| BTPOM | 3,86% | 3,47% | 3,40% | 4,00% | |
| DMPOM | 3,71% | 3,65% | 3,57% | 3,40% | |
| PALMOLIE EXTRACTIE FABRIEKEN PAPoea NIEUW GUINEA | HPOM | 3,68% | 4,03% | 3,03% | 2,71% |
| NPOM | 4,30% | 3,98% | 3,70% | 3,06% | |
| BPOM | 4,23% | 4,26% | 3,18% | 3,64% |
43 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
VOEDSELVEILIGHEID: MAATREGELEN OM HET RISICO VAN VERONTREINIGING DOOR 3-MCPD TE BEPERKEN
De laatste jaren is er bij de voedselveiligheidsautoriteiten toenemende bezorgdheid ontstaan over de aanwezigheid van mogelijk voorkomende voedselverontreinigende stoffen in eetbare plantaardige oliën. Een van de belangrijkste problemen op dat vlak houdt verband met de aanwezigheid van 3-monochloorpropaan-1,2-diol (3-MCPD), een stof die kan leiden tot gezondheidsrisico's bij onveilige verbruikshoeveelheden. 3-MCPD komt voor in alle geraffineerde plantaardige oliën. In 2021 ging SIPEF in zee met experts om een project op te zetten voor methodes om het risico van verontreiniging door 3-MCPD te beperken. 3-MCPD ontstaat uit chloorresten in ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO) wanneer die tijdens het raffinageproces verhit wordt op een temperatuur van meer dan 200 graden Celsius. SIPEF is een stroomopwaartse speler maar onderzoekt via dit project manieren om het gebruik van chloor op de velden en in haar fabrieksactiviteiten te verminderen, om zo het risico van 3-MCPD-vorming in de “midstream”-activiteiten van haar klanten te beperken. Dat omvat de controle op de bronnen van chloor die een impact kunnen hebben op de eerste verwerkingsstappen in de fabriek. De eerste tests boeken goede resultaten, en SIPEF zal zich de komende jaren toeleggen op de opschaling van het project, inclusief de bouw van de eerste spoelinstallatie in samenwerking met haar partner in dit project.
44 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Onderzoek & Ontwikkeling: Verdant Bioscience
SIPEF heeft oog voor het aanzienlijke potentieel van O&O en innovatie voor de verbetering van de productiviteit en kwaliteit bij de productie van oliepalmen en palmproducten. Een verhoging van het olierendement per hectare blijft cruciaal voor de palmolie-industrie, die onder druk staat om meer plantaardige olie op duurzame wijze te produceren, maar met weinig of zelfs geen gebruik van extra grond. In dat verband vormt de participatie van 38% van de Vennootschap in Verdant Bioscience Pte Ltd (VBS), een O&O-bedrijf dat in 2013 werd opgericht, een belangrijke troef. Via VBS investeert SIPEF in de ontwikkeling van hoogrenderende F1 hybride oliepalmen, andere ondersteuningstechnologieën en innovatieve oplossingen die aan de basis liggen van het aanzienlijke potentieel voor rendements- en productiviteitsverbeteringen in de wereldwijde palmoliesector. De zaden van een specifiek geselecteerde F1 hybride variëteit zullen een hoger rendement opleveren en genetisch uniform zijn. Dankzij deze genetische uniformiteit binnen iedere F1 hybride variëteit kunnen de beheerpraktijken (oogsten, toedienen van voedingsstoffen en herbeplantingstijdstip) verder worden geoptimaliseerd, wat voor de telers van grote waarde kan zijn. Door te investeren in en samen te werken met VBS krijgt SIPEF niet alleen toegang tot nieuwe variëteiten van hoogrenderende oliepalmen, maar ook tot het reële potentieel om wereldwijd zeer substantiële duurzame voordelen te genereren. Een hoger rendement per oppervlakte-eenheid zonder uitbreiding van het oliepalmareaal zou het risico van verder verlies van regenwoud en biologische diversiteit kunnen elimineren.
45 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
Ondanks de problemen van het werken tijdens een pandemie heeft het F1 hybride programma goede vooruitgang geboekt, en in 2021 werden kandidaat-F1 hybride kruisingen die in de kweektuin waren geteeld, overgeplant naar de velden. Elk jaar zullen de nieuwe F1 hybride kruisingen worden getest met vrouwelijke planten met verschillende genetische achtergrond. Er werd ook succes geboekt bij het verhogen van de frequentie van kruisingen met F1 hybride palmen met een welomlijnde maar diverse genetische achtergrond. De nakomelingen van de eerste generatie van deze homozygote ouderplanten (F1 hybride kruisingen) beschikken over het potentieel om een sterk verbeterd rendement op te leveren. Als grote aandeelhouder van VBS test SIPEF commerciële variëteiten van kandidaat-oliepalmen in haar plantages op Sumatra. Deze testen omvatten het selecteren op basis van niet alleen een hoger rendement, maar ook van commercieel belangrijke secundaire kenmerken zoals ziekteresistentie. Ze betreffen eveneens de selectie van nieuw commercieel materiaal voor specifieke omgevingsomstandigheden, zoals neerslaghoeveelheid en -verdeling, bodemvruchtbaarheid, microbiële diversiteit en vochtopslagcapaciteit. De agronomen en gewasbeschermingsmedewerkers van VBS zijn blijven werken met het management van de SIPEF-plantages via aanbevelingen om het potentieel van bestaande plantages te verwezenlijken, hoofdzakelijk door het opvoeren van de productiviteit, maar ook via innovaties voor de verbetering van de bodemgezondheid. Er werden langlopende experimenten met meststoffen en compost uitgevoerd op representatieve gronden in de verschillende regio's waar SIPEF oliepalmactiviteiten heeft. VBS werkt ook samen met het plantagemanagement van PT Tolan Tiga Indonesia aan de ontwikkeling van nieuwe inzichten en hun toekomstige integratie in de strategieën. Deze ontwikkelingen omvatten de optimalisering van de plantgroei, de regeling van het koolstofgehalte in de bodem, het behoud van een goede waterbalans en de bestrijding van ongedierte en ziekten. Via deze ontwikkelingen streeft de Groep ernaar commerciële verliezen in oliepalmen, rubber en thee te voorkomen.
VBS IS ACTIEF OP DRIE BELANGRIJKE GEBIEDEN VAN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING:
- Plantenveredeling, genetica* en biotechnologie, inclusief de ontwikkeling van nieuwe of verbeterde gewassen
- Verbeteringen in landbouw - praktijken, vooral via de optimalisering van voedingsstoffen voor oliepalmen
- Gewasbescherming en -veerkracht, inclusief versterking van de weerstand tegen de toenemende dreiging van ongedierte en ziekten, en veerkracht in veranderende groeiomstandigheden
* Noot: Deze scope omvat geen genetische wijziging.
46 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
BELANGRIJKSTE DUURZAAMHEIDSCERTIFICERINGEN IN 2021
Daarnaast wordt er ook gewerkt aan de verdere optimalisering van de goede landbouwpraktijken die aan de basis liggen van de duurzame manier waarop SIPEF haar plantages beheert. Zo gaat de voorkeur naar de biologische bestrijding van ongedierte en een minimaal gebruik van pesticiden.# SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
Via deze ontwikkelingen wil SIPEF ook haar koolstofvoetafdruk terugdringen en het potentieel voor koolstofopslag in de bodem van haar productiegebieden versterken. Meer informatie is beschikbaar in deel 1 van het Jaarverslag (Bedrijfsverslag), pagina’s 63 en volgende.
Vooruitgang inzake duurzaamheidscertificering
Duurzaamheidscertificering is een veelzijdig hulpmiddel dat tijdens de hele groei van een bedrijf kan worden gebruikt en blijft van fundamenteel belang voor SIPEF bij de implementatie van haar duurzaamheidsstrategie. Het streven naar een duurzaam beheer van de activiteiten is een doorlopend, transformatief proces. Certificeringen helpen om dit doel dichterbij te brengen. Ze ondersteunen de implementatie van goede praktijken en voortdurende verbetering en bieden een kader voor transparantie en verantwoording. Ook in 2021 heeft SIPEF haar naleving van toonaangevende duurzaamheidsnormen voortgezet en verder ontwikkeld.
PALMOLIE
- SIPEF produceerde in totaal 363 479 ton ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” – CPO) en 73 604 ton palmpitten (“Palm Kernels” - PK), gecertificeerd volgens de duurzaamheidsnormen van de “Roundtable on Sustainable Palm Oil” (RSPO).
- Acht fabrieken zijn “Identity Preserved” RSPO-gecertificeerd, en één fabriek is “Mass Balance” RSPO-gecertificeerd.
- SIPEF’s zes fabrieken in Indonesië zijn allemaal ISPO-gecertificeerd.
BANANEN
- Alle tijdens de verslagperiode geproduceerde bananen waren gecertificeerd volgens de “Sustainable Agriculture Standard” van de “Rainforest Alliance”.
- SIPEF’s bananenproductie is daarnaast blijven beantwoorden aan de “Global Good Agricultural Practices” (GLOBALG.A.P.) en de Fairtrade-normen.
THEE
- Alle tijdens de verslagperiode geproduceerde thee was gecertificeerd volgens de “Sustainable Agriculture Standard” van de “Rainforest Alliance”.
95% van de palmproducten RSPO-gecertificeerd
100% Rainforest Alliance-gecertificeerd
100% Rainforest Alliance-gecertificeerd
47 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijke productie en verwerking
RSPO-certificering
Per 31 december 2021 is 69% van het areaal van SIPEF’s eigen estates RSPO-gecertificeerd, goed voor een totaal areaal van 80 099 hectare.Tijdens de verslagperiode produceerde de leveranciersbasis van SIPEF 1 555 758 ton gecertificeerde FFB, wat resulteerde in een volume van 363 479 ton gecertificeerde duurzame palmolie (“Certified Sustainable Palm Oil” - CSPO) en 73 604 ton gecertificeerde duurzame palmpitten (“Certified Sustainable Palm Kernels” - CSPK). SIPEF’s negen fabrieken en twee pitpletterijen hebben hun RSPO-certificering gehandhaafd tijdens de verslagperiode. Acht fabrieken zijn “Identity Preserved” RSPO-gecertificeerd, en slechts één fabriek in Indonesië (Dendymarker Indah Lestari - DIL) is “Mass Balance”- gecertificeerd, omdat een deel van haar leveranciersbasis nog niet gecertificeerd is. Dat omvat de leveringen van een groep van lokale boeren, en de eerste productie van nieuwe ontwikkelingen bij Musi Rawas die de nieuwe plantprocedure (“New Planting Procedure” – NPP) van RSPO hebben gevolgd maar die wachten op de uitgifte van een grondgebruiksvergunning (Hak Guna Usaha – HGU). Dat houdt in dat 5% van SIPEF’s totale CPO-productie niet gecertificeerd was in 2021. De certificering van de nieuwe ontwikkelingen zal vooruitgang boeken zodra de definitieve pachtovereenkomsten worden goedgekeurd door de Indonesische overheid. Dit proces vergt tijd omdat de overheid voorschrijft dat het merendeel van de grond binnen de HGU moet worden verworven. Gelet op de principes van vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (“Free, Prior and Informed Consent” - FPIC) kan het proces meerdere jaren in beslag nemen. In afwachting van de goedkeuringen wordt ernaar gestreefd om de meerderheid van de nieuwe ontwikkelingen bij Musi Rawas te laten certificeren tegen 2023 en het volledige areaal tegen 2026. SIPEF’s vooruitgang inzake certificering van lokale boeren wordt gerapporteerd in het hoofdstuk Verantwoord inkopen en productie van lokale boeren (zie pagina 96). SIPEF’s algemene vooruitgang inzake RSPO-certificering wordt ook jaarlijks bijgewerkt via haar RSPO “Annual Communication of Progress” (ACOP)-verslag, dat te vinden is onder: rspo.org/members/acop
CSPO EN CSPK PRODUCTIE
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 199 877 | 210 276 | 201 992 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 41 751 | 42 801 | 42 076 |
| Totaal CSPO | 241 628 | 253 077 | 244 068 |
| Indonesië | 21 784 | 30 803 | 102 835 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 153 203 | 118 123 | 24 706 |
| Totaal CSPK | 174 987 | 148 926 | 127 541 |
2019 Indonesië
2019 Papoea-Nieuw-Guinea
2020 Indonesië
2020 Papoea-Nieuw-Guinea
2021 Indonesië
2021 Papoea-Nieuw-Guinea
48 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
“ENVIRONMENTAL MANAGEMENT SYSTEM” CERTIFICERING
SIPEF'S BENADERING VAN DE EMS CERTIFICERING
SIPEF hanteert een milieubeleid dat focust op het behoud van het milieu en het terugdringen van de milieu-impact van de Groep. Om dit te implementeren in al zijn uiteenlopende activiteiten, heeft de Groep het milieubeheersysteem (“Environmental Management System” - EMS) ontworpen dat kan aangepast worden aan zijn diverse grondstoffen en locaties en ervoor zorgt dat de milieurisico's op systematische wijze worden geëvalueerd en aangepakt.
De volgende EMS-principes en -onderdelen zijn van toepassing op alle activiteiten van SIPEF:
- Identificatie, evaluatie en beperking van milieurisico's
- Meting en tracking van milieuprestaties
- naleving van wet- en regelgeving, inclusief lokale milieuwetten
- Kader voor monitoring en voortdurende verbetering
- Kader voor naleving van toonaangevende, geloofwaardige duurzaamheidsnormen en certificering
SIPEF’s benadering van de EMS-certificering verschilt naargelang grondstof en productieland, om zeker te zijn dat de beste beheeraanpak wordt toegepast en afgestemd op de behoeften en vereisten van iedere lokale context:
De Groep heeft zijn ISO 14001-, ISO 9001- en GlobalG.A.P.-certificeringen voor de betrokken locaties gehandhaafd tijdens de verslagperiode.
INDONESIË
SIPEF’s activiteiten in Indonesië kennen een aanpak die RSPO-certificering combineert met de certificering van het kwaliteitsbeheersysteem (“Quality Management System”- QMS) ISO 9001.
PAPOEA NIEUW GUINEA
SIPEF’s EMS voor haar palmolieactiviteiten in Papoea-Nieuw-Guinea is gecertificeerd volgens de ISO 14001-norm.
IVOORKUST
In Ivoorkust zijn SIPEF’s bananenactiviteiten “GLOBALG.A.P.”- en “Rainforest Alliance”- gecertificeerd, met geregelde audits van het kwaliteitsbeheersysteem en de milieuprestatievereisten van deze normen.
49 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijke productie en verwerking
Klimaatverandering
Klimaatverandering heeft wereldwijd ernstige gevolgen en brengt ernstige risico's met zich mee voor de voedsel- en agrarische sector. Klimaatverandering kan de beschikbaarheid van voedsel verstoren, de toegang tot voedsel beperken en de kwaliteit van voedsel aantasten, wat kan leiden tot een negatief effect op de voedselzekerheid op mondiaal, regionaal en lokaal niveau. Verwachte temperatuurstijgingen, veranderingen in neerslagpatronen, veranderingen in extreme weersomstandigheden en verminderde beschikbaarheid van water kunnen allemaal leiden tot een verminderde productiviteit van de agricultuur.
De agrarische sector zelf draagt ook bij tot de klimaatverandering. Agricultuur, bosbouw en landgebruik zijn samen verantwoordelijk voor ongeveer 18% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen (“Greenhouse Gas emissions” - GHG).⁸ Hoewel het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen door de landbouw een uitdaging blijft, is er een aanzienlijk reductiepotentieel. In de palmproductie bijvoorbeeld kunnen een betere integratie van innovatieve technieken in de teelt- en verwerkingsmethoden, zoals het opvangen van methaan uit de afvalwaterbassins, een efficiënt gebruik van meststoffen en een hogere olieopbrengst per hectare, allemaal een rol spelen.
Gezien de toenemende impact en risico's werkt SIPEF aan een uitbreiding van haar duurzaamheidsstrategie om de problemen in verband met de klimaatverandering op een meer holistische manier aan te pakken. Een belangrijke stap in dit verband is de berekening van de koolstofvoetafdruk van SIPEF op Groepsniveau, die in 2021 werd voltooid. Tijdens de rapporteringsperiode heeft SIPEF ook verder werk gemaakt van de klimaatactie-initiatieven die de Groep in het kader van haar huidige aanpak heeft genomen, waaronder:
- Een composteringsinstallatie voor palmolieresiduen
- Installaties voor het opvangen van methaan en biogasinstallaties die hernieuwbare elektriciteit opwekken
- Een installatie voor biomassapellets
- Programma's voor biodiversiteit, behoud en herbebossing in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust
⁸ Ritchie, H. and Roser, M. (Retrieved February 2022). Emissions by Sector. Our World in Data. https://ourworldindata.org/emissions-by-sector#agriculture-forestry-and-land-use-18-4
50 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Koolstofvoetafdruk
In 2019 is SIPEF begonnen met de berekening van haar koolstofvoetafdruk op Groepsniveau, gebruikmakend van de ISO 14064-norm. Deze methodologie is afgestemd op algemeen gebruikte standaarden in de industrie en stelt SIPEF in staat om haar jaarlijkse netto GHG-uitstoot te berekenen voor de volledige reikwijdte van haar activiteiten. Een nauwkeurige meting van de huidige GHG-bronnen en -putten zal een basislijn opleveren waartegen toekomstige doelstellingen kunnen worden afgezet en de vooruitgang kan worden opgevolgd. Het zal SIPEF ook helpen om prioriteiten te stellen voor de decarbonisatie, de nodige middelen toe te wijzen en te bepalen welke handelingen kunnen worden ondernomen om de gevolgen van de klimaatverandering te verzachten en de nodige aanpassingen eraan door te voeren. Vanaf 2021 werden de eerste stappen voltooid met de keuze van de methodologie en de herziening van de gegevens. In 2022 zal SIPEF met een externe verificateur aan haar berekeningen werken en naar “assurance” toewerken.# SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
SIPEF wil in 2022 ook haar koolstofstrategie vormgeven en zowel korte-, middellange- als langetermijndoelstellingen voor de reductie van broeikasgasemissies vaststellen. De resultaten die in dit deel worden voorgesteld, omvatten de geschatte jaarlijkse netto-emissies voor de Scope 1- en Scope 2-activiteiten van de Groep voor 2019-2021. Ze houden rekening met de emissies van de stroomopwaartse productie, de stroomafwaartse verwerking en het transport naar het verkooppunt voor palmolie, rubber, thee en bananen binnen de activiteiten van SIPEF in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust. Op te merken valt dat de gegevens over de broeikasgasemissies in dit verslag niet vergeleken kunnen worden met de resultaten die verkregen zijn met behulp van de RSPO “PalmGHG Calculator”. De “PalmGHG tool” is nauw afgestemd op de ISO 14044 levenscyclusanalyse (LCA)-methodologie en de resultaten van de twee modellen kunnen niet direct met elkaar vergeleken worden vanwege belangrijke methodologische verschillen. Bovendien was, wegens covid-19, de verificatie en validatie van de gegevens volgens de ISO 14064-methodologie in 2021 niet mogelijk. De in dit deel gepresenteerde gegevens zijn bijgevolg nog steeds een raming. In 2022 zal een beperkte verificatie door een certificeringsinstantie worden uitgevoerd.
De totale netto-emissies van de Groep voor 2019 werden berekend op 413 798 tCO2e. Dit betrof de productie door de Groep van 312 514 ton ruwe palmolie (CPO), 6 326 ton rubber, 2 331 ton thee en 32 849 ton bananen in 2019.
De totale netto-emissies voor de Groep voor 2020 werden berekend op 535 929 tCO2e. Dit had betrekking op de productie door de Groep van 329 284 ton CPO, 6 011 ton rubber, 2 762 ton thee en 31 158 ton bananen in 2020.
De totale netto-emissies voor de Groep voor 2021 werden berekend op 628 355 tCO2e. Dit betrof de productie door de Groep van 384 178 ton CPO, 3 826 ton rubber, 2 664 ton thee en 32 200 ton bananen in 2021.
51 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijke productie en verwerking
De meeste emissies van de Groep vallen in de categorie van Scope 1, de emissies van bronnen die eigendom zijn van of gecontroleerd worden door de Groep, en niet in Scope 2, de indirecte emissies van de opwekking van aangekochte elektriciteit, stoom, verwarming en koeling verbruikt door de Groep. SIPEF is van plan haar berekening uit te breiden naar Scope 3- emissies. Deze categorie omvat indirecte emissies afkomstig van de waardeketen van de Groep, bijvoorbeeld van lokale boeren, offsite materiaaltransport, woon-werkverkeer van werknemers, zakenreizen en andere bronnen. Verdere validatie en verificatie van gegevens, alsmede samenwerking met derden, zal nodig zijn om dit mogelijk te maken.
Palmolie levert veruit de grootste bijdrage tot de koolstofvoetafdruk van de Groep (96%), als gevolg van de grootschalige activiteiten. De grootste bijdrage per land komt van Indonesië, opnieuw door het grotere areaal en de schaal van de activiteiten van de Groep in die regio. De toename van de emissies in de jaren tot 2021 is vooral toe te schrijven aan de uitbreiding van de oliepalmplantages in Musi Rawas, alsook aan de stijging van de productie van CPO, die rechtstreeks in verhouding staat met de toename van het effluent van de palmoliefabrieken (POME). In de periode van 2019 tot 2021 was er een stijging met 29% van het aantal hectaren land dat werd vrijgemaakt van rubber en gemengde rubber/agrobosbouw met het oog op de conversie tot
TOTALE NETTO EMISSIES VAN DE GROEP 2021 SCOPE 1 & 2 (tCO2e)
| JAAR | SCOPE 1 | SCOPE 2 | TOTAAL |
|---|---|---|---|
| 2019 | 409 166 | 4 632 | 413 798 |
| 2020 | 527 069 | 8 860 | 535 929 |
| 2021 | 616 937 | 11 418 | 628 355 |
oliepalm. Dit resulteerde in emissies afkomstig van de gekapte biomassa en in een evenredige daling van de CO2-opslag in die gebieden. Tegelijk was er ook een stijging met 23% van de CPO-productie van 2019 tot 2020.
De ISO 14064-berekeningsmethode voor koolstof houdt rekening met zowel koolstofemissies, waarbij broeikasgassen in de atmosfeer vrijkomen, als koolstofputten, die bijdragen tot de vastlegging van koolstof in de atmosfeer. De door SIPEF geteelde gewassen (palm, bananen, thee en rubber) fungeren als koolstofputten. De emissiebronnen van de activiteiten van de Groep, gerangschikt in volgorde van belangrijkheid, zijn: historische en huidige wijzigingen in landgebruik, afvalwater van de palmolie-extractiefabriek (“Palm Oil Mill Effluent” - POME), stikstofhoudende meststoffen, kunstmest, brandstof voor ander transport en het dieselverbruik van de fabriek. Verandering van landgebruik en POME leveren de belangrijkste bijdragen tot de bruto-emissies. De emissies ten gevolge van de ontruiming van gemengd vroeger landgebruik (rubber/agrobosbouw) werden gecompenseerd door koolstofopslag in de plantages. Toch was er tussen 2019 en 2021 een vermindering van CO2-opslag door de conversie van rubber naar palm, de herbeplanting van palm en de omvorming van struikgewas tot palm. De berekening van de opslag omvat de beschermde gebieden binnen de grenzen van de landgoederen, alsook de “High Conservation Value” (HCV)- en “High Carbon Stock” (HCS)-gebieden binnen de bedrijfsconcessies. Het SIPEF Biodiversity Indonesia (SBI) conserveringsgebied (12 672 hectare) wordt niet als CO2-put meegerekend, aangezien de ISO 14064-methodologie alleen rekening houdt met operationele emissies en
52 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
putten. Als SBI wel wordt meegerekend, zou het als put geraamd worden op 116 445 ton CO2e per jaar.
Bij de palmolieproductie is POME een belangrijke bron van broeikasgasemissies. POME-emissies zijn voornamelijk het gevolg van de anaërobe afbraak van organisch materiaal in het afvalwater, waarbij methaan als nevenproduct vrijkomt. De uitstoot als gevolg van POME kan worden beperkt door de verdere uitbouw van de technologieën voor methaanafvang die al in de Groep worden toegepast. Met deze technologieën worden delen van de conventionele waterzuiveringssystemen afgedekt en wordt het opgevangen methaan afgefakkeld of verbrand in een biogasinstallatie. Methaan is een krachtig broeikasgas. Het aardopwarmingsvermogen per mol methaan is 25 keer hoger dan dat van kooldioxide, waardoor het voor SIPEF een van de meest doeltreffende punten is om zich op te concentreren. Methaan heeft ook een hoge calorische waarde, zodat het kan worden gebruikt om elektriciteit op te wekken als het wordt opgevangen en opgeslagen. Elektriciteit opgewekt door de verbranding van methaan is op zijn beurt veel ‘schoner’ dan de energie die geproduceerd wordt door de verbranding van steenkool of diesel, de meest voorkomende energiebronnen in de landen waar SIPEF actief is. De voorzieningen van de Groep voor het opvangen van methaan, uitgerust met biogasinstallaties in Indonesië, hebben 6 039 602 kWh elektriciteit opgewekt in 2021, die volledig gebruikt werd om de fabrieken van stroom te voorzien of voor algemeen gebruik door de omliggende gemeenschappen. In Indonesië hebben vier fabrieken al werkende installaties voor het opvangen van methaan. In Papoea-Nieuw-Guinea beschikt één fabriek, Barema, over een methaanopvangtank. Door technische problemen was het opvangsysteem echter van 2019 tot en met 2021 niet volledig operationeel. Dit had een invloed op de emissies in verband met POME in Papoea-Nieuw-Guinea gedurende deze periode. Om het effect van methaan te beperken, heeft Hargy Oil Palms Ltd (HOPL) een mitigatieprogramma opgesteld om voor al haar fabrieken installaties voor methaanafvang te voorzien, die tegen 2030 voltooid moeten zijn.
In 2018 heeft de Europese Unie haar visie bepaald om tegen 2050 9 klimaatneutraal te zijn. Vervolgens hebben veel politieke organen en bedrijven dit voorbeeld gevolgd, waarbij steeds meer instellingen en bedrijven klimaatrisico's berekenen, netto-zerodoelstellingen vastleggen en klimaatactieplannen ontwikkelen. De berekening van de koolstofvoetafdruk van de SIPEF-groep maakt het mogelijk een basislijn vast te stellen, wat essentieel is voor het bepalen van doelstellingen voor de vermindering van broeikasgasemissies. Als kritieke volgende stap wordt een strategie voor de vermindering van de broeikasgasemissies ontwikkeld, die voortbouwt op de verschillende bestaande maatregelen die SIPEF in de voorbije jaren heeft genomen. Meer informatie over initiatieven en het bepalen van doelstellingen zal beschikbaar worden gesteld in SIPEF's “Carbon Report”, dat in 2022 zal verschijnen.
9 European Commission. (Retrieved February 2022). Climate Action. 2050 Long-Term Strategy. https://ec.europa.eu/clima/eu-action/climate-strategies-targets/2050-long-term-strategy_en
53 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijke productie en verwerking
BIOPELLETS: EEN HERNIEUWBAAR ALTERNATIEF VOOR FOSSIELE BRANDSTOFFEN
Om de klimaatverandering te matigen, is het van cruciaal belang de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. Ongeveer twee derde van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen voor energie, die worden gebruikt voor verwarming, elektriciteit, vervoer en industrie. SIPEF blijft streven naar een vermindering van het totale energieverbruik door de operationele efficiëntie te verhogen en door initiatieven te nemen die hernieuwbare energie opwekken of gebruiken. SIPEF heeft het project van de biopellets opgestart naar aanleiding van de resultaten van een door de Groep uitgevoerde studie over hernieuwbare alternatieven voor fossiele brandstoffen. Biopellets zijn een koolstofneutrale vaste brandstof die steenkool of andere soorten biomassa rechtstreeks kan vervangen. Het project vindt plaats in SIPEF’s palmolie-extractiefabriek Umbul Mas Wisesa (UMW), waar in 2020 een biomassapelletinstallatie werd gebouwd.# SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
De faciliteit is in staat om lege vruchtentrossen (“Empty Fruit Bunches”), een bijproduct van het maalproces, om te zetten in calorierijke pellets van hoge kwaliteit door middel van een verhittingsproces dat torrefactie wordt genoemd. Het project ging in 2019 van start, maar de aanvankelijk in 2020 geïnstalleerde apparatuur bleek niet geschikt voor de lengte van de vezels van de versnipperde EFB. Herstellingen en aanpassingen aan de installatie zijn aan de gang en de faciliteit zal naar verwachting in 2022 volledig operationeel zijn.
HERSTEL VAN MANGROVEBOSSEN: VERSTERKING VAN DE NATUURLIJKE BESCHERMING TEGEN DE STIJGENDE ZEESPIEGEL
Hoewel de meeste van SIPEF's vroegere en huidige initiatieven gericht waren op het beperken van de klimaatverandering, is SIPEF ook begonnen met het uitbreiden van haar strategie naar mogelijkheden om veerkracht op te bouwen tegen de gevolgen van de klimaatverandering. In juni 2021 startte HOPL in Papoea-Nieuw-Guinea een nieuw project op dat zich richt op het herstel van mangrovebossen. Deze kustbossen bieden een natuurlijke bescherming tegen stormvloeden, kusterosie en overstromingen van het kustgebied. Zij zijn ook van cruciaal belang voor het levensonderhoud en de voedselzekerheid van de plaatselijke gemeenschappen. Bovendien dienen ze als broedplaats voor de mariene biodiversiteit, waaronder vissen, krabben, garnalen, vogels en reptielen.
Mangroveaanplant en -herstel is een van de meest doeltreffende en goedkoopste methoden om de kust tegen de stijgende zeespiegel te beschermen. Het project richt zich op de ontwikkeling van een mangrovekweektuin op de Kiba-plantage van HOPL in Navo, om de kustbufferzone te herstellen waar deze was aangetast over een gebied van 6,5 hectare. De rehabilitatie-inspanningen maken deel uit van een breder plan voor het herplanten van oliepalmen in een gebied dat naast de aangewezen kustbufferzone ligt. Over een periode van vijf jaar zullen er geleidelijk verschillende soorten mangrovebomen worden geïntroduceerd. HOPL zal het potentieel van mangroveherstel blijven onderzoeken als een aanpassingsoplossing om de kustgebieden waar zij actief is te beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering. De onderneming volgt de resultaten van het project op de voet om hieruit te leren, verbeteringen aan te brengen en het te herhalen als het succesvol is.
| 54 | The connection to the world of sustainable tropical agriculture | 55 |
|---|---|---|
| SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 | Verantwoordelijke productie en verwerking |
SIPEF’s aanpak voor een doelmatige implementatie van haar beleid inzake ‘Geen Ontbossing’ omvat de volgende onderdelen en maatregelen:
- Nieuwe ontwikkelingen: Er worden geen nieuwe ontwikkelingen uitgevoerd in “High Conservation Value” (HCV)-gebieden, High Carbon Stock (HCS)-bossen, veengronden en kwetsbare of marginale gronden. Ook de rechten van de lokale gemeenschappen moeten worden gerespecteerd, met inbegrip van hun recht op land dat wordt ontwikkeld. De Groep volgt de “New Planting Procedure” (NPP) van de RSPO alvorens nieuwe ontwikkelingen te starten in haar eigen plantages.
- Monitoring van ontbossing: SIPEF controleert haar concessies in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea op wijzigingen van landgebruik en potentieel illegale ontbossingsactiviteiten. De monitoring dekt ook gebieden die worden beheerd door externe leveranciers.
Geen ontbossing
Natuurlijke bossen slaan enorme hoeveelheden koolstof op en vormen de habitat voor het overgrote deel van de landdieren van de wereld. Ze zijn ook belangrijk voor het levensonderhoud van miljoenen mensen, zoals inheemse bevolkingen en lokale gemeenschappen. Ontbossing zorgt ervoor dat de koolstofvoorraad vrijkomt uit de bossen en in de atmosfeer terechtkomt. De klimaatimpact van bosverlies kan sterk verschillen, afhankelijk van de specifieke kenmerken van de betrokken gebieden. De emissies door een wijziging van landgebruik kunnen aanzienlijk zijn wanneer volgroeide bossen worden aangetast. Ontbossing draagt ook bij tot het verlies van biodiversiteit en kan een schadelijke impact hebben op de bodem, zoals erosie en woestijnvorming.
Collectieve en gecoördineerde inspanningen van overheden en bedrijven zijn essentieel om ontbossing tegen te gaan en de wereldwijde emissiereductiedoelstellingen in verband met landgebruik te bereiken. Sinds november 2014 hanteert SIPEF op groepsniveau het principe ‘Geen Ontbossing’. Dit principe maakt deel uit van het breder engagement Geen Ontbossing, Geen gebruik van Veengebieden en Geen Uitbuiting (“No Deforestation, No Peat, and No Exploitation” - NDPE). Hoewel dit beleid voor alle gewassen geldt, wordt er extra aandacht besteed aan de oliepalmactiviteiten.
| 56 | The connection to the world of sustainable tropical agriculture | | Verificatie van wijziging in landgebruik: SIPEF werkt samen met externe technische experts en partners om haar monitoringsystemen aan te vullen met de verificatie van wijzigingen in landgebruik in de gebieden die onder beheer van de Vennootschap staan in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. |
|---|---|---|---|
| 57 | SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 | Verantwoordelijke productie en verwerking | |
TRENDVERSCHUIVING: ONTBOSSINGSBELEID EN OVERHEIDSMAATREGELEN
Nu de wereld een versnelling hoger schakelt in haar transitie naar een koolstofarme economie, versterken de beleidsmakers de verplichtingen en nemenstrikte maatregelen om ontbossing tegen te gaan. Op de 26e jaarlijkse Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP26) in Glasgow beloofden meer dan 100 landen de ontbossing te stoppen en terug te draaien tegen 2030. Als grote verbruiker van tropische landbouwproducten heeft ook de Europese Unie onlangs een verordening voorgesteld die verplichte due diligence-regels voorschrijft om de invoer van producten die verband houden met ontbossing te voorkomen. 10 Zes grondstoffen – rundvlees, hout, palmolie, soja, koffie en cacao – en sommige van hun afgeleide producten vallen onder de verordening.
In 2018 voerde de Indonesische overheid een tijdelijk moratorium in op nieuwe vergunningen voor oliepalmplantages, dat afliep in september 2021. Het moratorium was bedoeld om onder andere bosbranden en landconflicten te voorkomen. Samen met andere factoren, zoals het toenemende aantal bedrijven dat werkt met een beleid inzake Geen Ontbossing, Geen gebruik van Veengebieden en Geen Exploitatie (NDPE), heeft dit bijgedragen tot het historisch lage peil van de ontbossing in Indonesië in 2020 en 2021. Interessant daarbij is dat de ontbossing, vooral in het kader van de ontwikkeling van oliepalmplantages, ook in Indonesië, Maleisië en Papoea-Nieuw-Guinea tot haar laagste peil sinds 2017 is gedaald. 11
De complexiteit van het implementeren van de principes van Geen Ontbossing op een breder landschapsniveau hangt sterk af van een geïnformeerde en duurzame planning en beleid inzake landgebruik, waar lokale grondbezitters en beleidsmakers bij betrokken zijn. De inspanningen die nodig zijn voor een eerlijke transitie voor lokale boeren zijn belangrijk en zullen investeringen en overleg vereisen evenals het besef van de hoogdringendheid bij zowel overheden als bedrijven.
10 Europese Commissie. (17 november 2021) Vragen en antwoorden over de nieuwe regels voor ontbossingsvrije producten. https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/qanda_21_5919
11 Chain Reaction Research. (2022, March 7). The Chain: Deforestation Driven by Oil Palm Falls to a Four-Year Low. https://chainreactionresearch.com/the-chain-deforestation-driven-by-oil-palm-falls-to-a-four-year-low/
58 | The connection to the world of sustainable tropical agriculture | Nieuwe ontwikkelingen | SIPEF neemt de vereisten van de RSPO NPP in acht voor alle nieuwe ontwikkelingen in haar oliepalmactiviteiten. In het kader van de NPP moeten alle plannen voor nieuwe ontwikkelingen een geïntegreerde “High Carbon Stock Approach” (HCSA) en “HCV Assesment” ondergaan, in lijn met de huidige betrokken standaarden en vóór er enige landontwikkeling plaatsvindt. Het proces omvat een peerreview van de HCV/HCS-evaluaties, die allemaal beschikbaar zijn op de HCV Network- en HCSA-websites. De procedure schrijft ook voor dat bedrijven moeten overleggen met gemeenschapsstakehouders en het proces voor een vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (“Free, Prior and Informed Consent” - FPIC) moeten volgen. Daarnaast moeten zij ook de gevolgen evalueren voor de gemeenschappen en het milieu, broeikasgasevaluaties uitvoeren, de bodemgeschiktheid onderzoeken en de wijziging van landgebruik analyseren.
---|---|---
Nieuwe ontwikkelingen voor ander gebruik dan oliepalmen volgen vergelijkbare procedures, naast de relevante vereisten krachtens de “Rainforest Alliance”-normen. | 2021 | In 2021 werden drie NPP-evaluaties uitgevoerd in de aanloop naar de geplande conversie van twee rubberplantages naar oliepalmen en voor de aankoop van een bestaande oliepalmestate. Deze NPP’s hebben betrekking op circa 5 839 hectare nieuw te ontwikkelen land.# Ontbossing monitoren
SIPEF’s programma voor ontbossingsmonito- ring maakt hoofdzakelijk gebruik van het “Global Forest Watch” (GFW)-platform als teledetectie- tool om haar concessies te controleren op bos- verlies en wijziging van landgebruik, inclusief illegale landconversie en ontbossing. Het programma is aanzienlijk uitgebreid sinds 2020, en dekt nu het volledige gebied van de eigen activiteiten van SIPEF in Indonesië en Papoea- Nieuw-Guinea en hun leveranciersgebieden.
59 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijke productie en verwerking
OORZAAK VAN HET INCIDENT EVALUEREN
Als wordt vastgesteld dat er wel degelijk een incident is geweest, wordt de oorzaak ervan geëvalueerd. Die oorzaak kan bijvoorbeeld van menselijke aard zijn, maar kan ook een natuurlijke oorsprong hebben, zoals de erosie van een rivieroever, natuurlijke boomsterfte of schade door wind. Niet- natuurlijke oorzaken zijn, onder andere, inpalming voor zelfvoorzienende landbouw, ontbossing voor constructie- of brandhout, of conversie met het oog op commerciële land- of bosbouw.
SIPEF’S PROCES VOOR DE ONTBOSSINGSMONITORING VIA GFW
GFWWAARSCHUWING ONTVANGEN
Wanneer een waarschuwing wordt ontvangen via het “Global Forest Watch” (GFW)-platform, gaan teams ter plaatse om te verifiëren of er wel degelijk sprake is van bosverlies. Het grootste deel van de ontvangen waarschuwingen blijkt een foute positieve melding te zijn, wat het gevolg kan zijn van interpretatiefouten vanwege de technische parameters binnen het GFW monitoringsysteem.
BEHEERCONTROLE VERIFIËREN
Er wordt nagegaan of SIPEF beheercontrole uitoefent over het gebied waar het incident heeft plaatsgevonden, namelijk of het al dan niet door SIPEF was aangekocht. Conform de FPIC-vereisten krijgen landeige- naren de keuze om niet te verkopen. In dergelijk geval oefent SIPEF geen controle uit over de betrokken gronden, ook niet als zij binnen de concessiezone van de Vennootschap liggen.
MAATREGELEN NEMEN
Alle illegale ontbossingsactiviteiten worden gemeld aan de politie, ille- gale bezetters en grondgebruikers worden uitgezet en de betrokken gebieden worden zo snel mogelijk hersteld met natuurlijke begroeiing. In waarschuwingsgevallen waar SIPEF geen beheercontrole uitoefent zal SIPEF met de gemeenschappen overleggen inzake haar beleid voor duurzaam landgebruik.
60 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
2021
In 2021 werden in totaal 577 waarschuwingen ontvangen via GFW-monitoring van bosverlies binnen SIPEF’s concessiegebieden in Indonesië. Na onderzoek werd vastgesteld dat het in 168 gevallen wel degelijk om bosverlies ging. Daarvan bleek 89% het gevolg te zijn van landontginning door lokale gemeenschappen. Circa 88% van de incidenten vond plaats in Musi Rawas (Zuid- Sumatra), op land dat wordt gebruikt door gemeenschappen en dat momenteel niet onder de beheercontrole van SIPEF valt. In Papoea-Nieuw-Guinea werden in totaal 29 waarschuwingen ontvangen voor de leveranciers- gebieden van Hargy Oil Palms Ltd (HOPL), die allemaal reëel bosverlies bleken aan te geven. De oorzaak van 17 van de incidenten bleek te liggen in onrechtmatige ontginning door lokale gemeen- schappen voor tuinbouw voor voedselvoorziening, terwijl de oorzaak van de resterende 12 nog wordt onderzocht.
“GLOBAL FOREST WATCH” MONITORINGGEGEVENS INZAKE BOSBESTANDVERLIES IN 2021 IN EIGEN CONCESSIES IN LEVERANCIERSGEBIEDEN
| LAND / PROVINCIE | GFW WAAR SCHUWINGEN | GEVERIFIEERDE INCIDEN TEN VAN BOSVERLIES | GEVERIFIEERDE OPPERVLAKTE VAN HET BOS VERLIES HA | GFW WAAR SCHUWINGEN | GEVERIFIEERDE INCIDEN TEN VAN BOSVERLIES | GEVERIFIEERDE OPPERVLAKTE VAN HET BOS VERLIES HA |
|---|---|---|---|---|---|---|
| INDONESIË | 577 | 168 | 117 | NVT | NVT | NVT |
| Noord-Sumatra | 18 | 0 | 0 | NVT | NVT | NVT |
| Bengkulu | 197 | 20 | 6 | NVT | NVT | NVT |
| Zuid-Sumatra | 362 | 148 | 111 | NVT | NVT | NVT |
| PAPOEANIEUWGUINEA | 0 | 0 | 0 | 29 | 29 | 24 |
| TOTAAL | 577 | 168 | 117 | 29 | 29 | 24 |
- De GF W-monitoring van bosverlies dekt geen leveranciersgebieden in Indonesië. Deze gebieden worden gecontroleerd via de verificatieprocedure voor wijziging van landgebruik van SIPEF’s ontbossingsmonitoringaanpak.
- De geverifieerde oppervlakte van het bosverlies in Papoea-Nieuw-Guinea betreft slechts 17 incidenten, aangezien de verificatie van het bosverliesareaal voor de resterende incidenten nog in onderzoek is.
61 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijke productie en verwerking
Analyse en verificatie van wijziging in landgebruik
SIPEF heeft Earthqualizer Foundation (EQ) aangezocht om al haar estates en leveranciers te controleren op de naleving van haar NDP- verbintenissen. Dat gebeurt aan de hand van een historische en real-time analyse van satel- lietbeelden om veranderingen in bodembedek- king op te sporen die in strijd zijn met de NDP- verbintenissen. Incidenten uit het verleden worden geverifieerd via een” Recovery Liability Assessment” (herstelverplichtingsevaluatie). Deze procedure omvat ook het documenteren van de oorzaken en de ontwikkeling van corrigerende maatregelen die moeten worden genomen om bevestigde verplichtingen te herstellen. EQ zal NDP-monitoringrapporten verschaen op basis van geverifieerde gegevens en zal SIPEF bijstaan in het overleg met de betrokken stakeholders. Het is de bedoeling om deze rapporten te verbinden met de huidige inhoud op SIPEF’s interactieve “mapping”-applicatie, Geo SIPEF.
62 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Brandpreventie en -beheer
SIPEF staat geen gebruik van vuur toe om grond plantklaar te maken in haar eigen plantages en in de beheerde zones van haar leveranciers. Het gebruik van vuur om grond vrij te maken is in strijd met de wetten van de landen waar de Groep actief is. Het brengt ook schade toe aan de lange- termijnvruchtbaarheid van de bodem en kan de landbouwactiviteiten verstoren. Maar belang- rijker nog is dat branden een negatieve impact hebben op de menselijke gezondheid, bossen en andere kritieke ecosystemen en bijdragen tot de uitstoot van broeikasgassen. Nu droogteomstandigheden door de klimaatver- andering steeds vaker voorkomen, zijn de brandri- sicomonitoring en brandbestrijding van cruciaal belang voor SIPEF’s aanpak inzake brandpreven- tie en -beheer. Ook waterbeheer in veengronden is zeer belangrijk om te voorkomen dat er hotspots voor branden ontstaan. SIPEF besteedt dan ook bijzondere aandacht aan de brandpreventie in deze gebieden.
63 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijke productie en verwerking
’ - , - -
SIPEF monitort en beheert het brandrisico via bemande brandtorens op haar estates, de com- municatie en training voor de veldwerkers van de Groep en het onderzoek van alle direct waargeno- men branden en potentiële branden of hotspots. Brandhotspots worden via satelliet gemonitord tot 100 meter buiten haar concessiegebieden, en in de gebieden van haar leveranciers, met behulp van het Fire Information for Resource Management System (FIRMS). Alle branden op de estates moeten worden gedo- cumenteerd volgens een strikt meldingssysteem. Geautomatiseerde hotspotwaarschuwingen op basis van satellietbeelden worden op continue basis gegenereerd en iedere waarschuwing wordt onderzocht. De brandrisicostatus wordt elke dag bijgewerkt en aan het personeel op alle niveaus meegedeeld. Op talrijke plaatsen in de estates van SIPEF staan borden die de brandrisicostatus aangeven, zodat de werknemers en hun gezinnen voortdurend op de hoogte zijn van mogelijke of bevestigde branden.
AANTAL HOTSPOTS VS. BEVESTIGDE BRANDEN IN CONCESSIES EN LEVERANCIERSGEBIEDEN 20202021
| Indonesië 2020 | Indonesië 2021 | Papoea-Nieuw-Guinea 2020 | Papoea-Nieuw-Guinea 2021 | |
|---|---|---|---|---|
| Hotspots in eigen concessiegebieden | 107 | 35 | 1 | 2 |
| Bevestigde branden in eigen concessiegebieden | 1 | 0 | 0 | 1 |
| Hotspots in leveranciersgebieden | 5 | 0 | 8 | 0 |
| Bevestigde branden in leveranciersgebieden | 1 | 0 | 1 | 0 |
In overeenstemming met de wet en de principes en criteria van de RSPO beschikt de Groep over getrainde brandweerlui, specifieke middelen en voertuigen die uitgerust zijn met watertanks en hogedrukpompen. Wanneer het brandrisico hoog is, worden de brandweerlui ingezet, indien nodig ook buiten de estates om branden in omliggende dorpen te bestrijden. Alle bevestigde branden worden onmiddellijk geblust. Er wordt voor elke brand een intern rapport opgesteld, dat vervolgens bij de politie wordt ingediend. In het geval van oliepalmacti- viteiten worden deze rapporten ook ingediend bij de RSPO.
- 2021
In 2021 identificeerde SIPEF’s brandmonito- ringsysteem 35 hotspots binnen haar eigen con- cessiegebieden in Indonesië, waarvan er één een werkelijke brand bleek te zijn. De brand woedde op een gebied van drie hectare bij de Sei Liam estate van PT Dendymarker Indah Lestari in Musi Rawas, en bleek gelinkt te zijn aan activiteiten voor landgebruik door gemeenschappen in zones die momenteel niet onder de beheercontrole van SIPEF vallen. In Papoea-Nieuw-Guinea werden twee hotspots gedetecteerd binnen de eigen concessiezone van HOPL, en beide werden bevestigd als werkelijke branden. Er werden acht hotspots gedetecteerd in de leveranciersgebieden van HOPL, waarvan er slechts één een werkelijke brand bleek te zijn. De branden hielden meestal verband met tuin- bouwactiviteiten voor voedselvoorziening van lokale gemeenschappen, en de totale getroen oppervlakte bedroeg zo'n drie hectare.
64 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
HERBEBOSSINGSPROGRAMMA IN IVOORKUST
Ivoorkust heeft sinds 1960 meer dan 85% van zijn beboste oppervlakte verloren, hoofdzakelijk ten gevolge van de agrarische uitbreiding gelinkt aan de cacaoteelt. SIPEF’s bananenonderneming, Plantations J. Eglin, is zich bewust van de ernst van dit probleem en zet zich in om via haar herbebos- singsprogramma een bijdrage leveren aan het herstel.# Na een studie in 2010 toegespitst op het geïntegreerd beheer van flora en fauna op haar productiesites, ontwikkelde de onderneming een herbebossingsplan voor laaggelegen gebieden die niet geschikt zijn voor de bananenteelt, voornamelijk op de sites van Azaguié en Agboville. In de loop der jaren is het programma geleidelijk uitgebreid tot een oppervlakte van ongeveer 126 hectare, wat overeenkomt met 7% van de bedrijfsplantages. Tussen 2010 en 2021 werden ongeveer 158 000 gmelina- (Gmelina arborea), teak- (Tectona grandis) en acacia mangium-bomen (Acacia mangium) geplant. De overgrote meerderheid van de geplante bomen waren gmelina's (78%). Deze zijn beter geschikt voor de laaggelegen terreinen op de plantages, dan teakbomen (22%), die beter gedijen op hellingen. In het eerste jaar van het programma zijn ongeveer 11 110 teakbomen verloren gegaan op het terrein in Agboville als gevolg van overmatig water in laaggele- gen gebieden. Deze werden het jaar daarop vervangen door gmelinabomen. In 2021 werden voor het eerst 950 acacia mangium-bomen geplant, waardoor de diversiteit van de in het programma opgenomen soorten werd vergroot. Hoewel het programma in de eerste plaats een positieve milieu-impact wil hebben, heeft de onderneming ook het potentieel onderzocht van het duurzaam gebruik van hout dat zou kunnen voortkomen uit het uitdunnen. Het uitdunnen wordt reeds uitgevoerd als onderdeel van de onderhoudsactiviteiten van het programma en heeft tot gevolg dat bomen met een kleine diameter en overbodige bomen selectief verwijderd worden. Dit gebeurt om de groeisnelheid en de gezondheid van de overblijvende bomen te verbeteren. Uit een evaluatie door een plaatselijk bedrijf in 2021 bleek echter dat veel van de voor uitdunning geselecteerde bomen niet geschikt zouden zijn voor commerciële doeleinden. Plantations J. Eglin zal zich blijven concentreren op de instandhouding van de reeds beplante hectaren en zal de mogelijkheid evalueren om het programma in de toekomst uit te breiden.
De totale beplante oppervlakte verschilt van de huidige oppervlakte waarop het programma betrekking heeft. Dit is te verklaren door het gedeeltelijke verlies van de beplante oppervlakte in teakhout in Agboville in 2010 (tien hectare) en de illegale bosomvorming in sommige van de percelen in Azaguié (zes hectare).
| Azaguié | Agboville | Totale beplante oppervlakte | |
|---|---|---|---|
| 46 ha | 96 ha | 142 ha |
| Soort | Percentage |
|---|---|
| Gmelina | 78% |
| Teak | 22% |
| Acacia | 0% |
| Mangium |
Aangeplante bomen: 158064
TOTALE BEPLANTE OPPERVLAKTE IN HET KADER VAN HET HERBEBOSSINGSPROGRAMMA (2010-2021)
SOORTEN BOMEN GEPLANT IN HET KADER VAN HET HERBEBOSSINGSPROGRAMMA (2010-2021)
12 Mighty Earth. (2021, February 18). Mighty Earth’s Cocoa Accountability Map 3.0 Reveals 47,000 Hectares of Deforestation in Prominent Cocoa-Growing Regions of West Africa. https://www.mightyearth.org/2021/02/18/mighty-earths-cocoa-accountability-map-3-0-reveals-47000-hectares-of-deforestation-in-prominent-cocoa-growing-regions-of-west-africa/
65 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
Veengronden
Veengronden zijn een soort moerasgebieden die in de loop van duizenden jaren zijn gevormd uit gedeeltelijk dode vegetatie. Ze komen voor in de meeste landen en worden ingedeeld onder de organische bodems. Wereldwijd worden verschillende definities gehanteerd, die verschillen naargelang het percentage organisch materiaal en de minimumdikte van de organische veenlaag. In hun natuurlijke staat zijn veengronden echte koolstofreservoirs. Ze herbergen ook een unieke biodiversiteit, regelen de waterstromen en dienen als waterzuiveraars en -reserves. In de loop van de tijd is er wereldwijd een enorm areaal aan veengrond in gebruik genomen voor landbouw. In 2015 was 4,3 miljoen hectare (27%) van de veengronden op het Maleisische schiereiland, Sumatra en Borneo ingepalmd door industriële plantages.
13 Indonesië en Maleisië hebben samen meer dan 24 miljoen hectare veengrond.
14 Sinds 2014 hanteert SIPEF een strikt verbod op nieuwe ontwikkelingen op veengronden, ongeacht de diepte ervan, in al haar eigen plantages en die van haar leveranciers. In Indonesië bezit SIPEF diverse estates met in het verleden ontwikkelde veengrond. Zij past er de beste beheerpraktijken toe zoals vastgelegd door de RSPO en de plaatselijke voorschriften. Alle estates met zones die zijn geïdentificeerd als veengrond worden geïnventariseerd, gedocumenteerd en gerapporteerd aan de RSPO om de beste veenbeheerpraktijken te kunnen monitoren en promoten. SIPEF werkt ook samen met lokale boeren om ervoor te zorgen dat voor de beplante veengronden deze praktijken worden gevolgd.
Beheer en behoud van veengronden
De beste veenbeheerpraktijken van de RSPO zijn ontworpen om de problemen in verband met de teelt van oliepalmen op historisch ontwikkelde veengronden te beperken. SIPEF past deze beste praktijken toe en identificeert zones voor behoud en herstel. Om veengrond geschikt te maken voor oliepalmen moet hij drooggelegd worden, wat de bodem kwetsbaar maakt voor brand, inzakking, overstroming en productiviteitsverlies. Een goed waterbeheer kan helpen om deze risico's te voorkomen en te beperken, en tegelijk de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Bij alle activiteiten op veengrond regelt SIPEF het waterpeil en handhaaft zij een hoge grondwaterspiegel, overeenkomstig de RSPO-vereisten. Conform de RSPO Principes & Criteria (P&C) (2018) voert SIPEF drainage-evaluaties uit volgens de RSPO “Drainability Assessment” (DA)-Procedure. Deze procedure is in 2019 opgesteld om oliepalmbedrijven te helpen hun beheerprocessen voor veengronden bij te sturen, om de bodeminzakking en het risico van overstroming te verminderen. Op dit moment zijn drie drainage-evaluaties bij de RSPO ingediend, waarvan de goedkeuring hangende is. Deze evaluaties vonden plaats op drie estates en betreffen circa 13 698 hectare, waar een classificatieproces voor loopt. SIPEF zal de implementatie van haar beheer-aanpak voor estates met ontwikkelde veengron-den blijven monitoren en zal, waar mogelijk, nieuwe mogelijkheden voor behoud en herstel identificeren.
13 Miettinen et al (2016). Land cover distribution in the peatlands of Peninsular Malaysia, Sumatra and Borneo in 2015 with changes since 1990. Global Ecology and Conservation 6 (2016) 67-78.
14 RSPO. (30 oktober 2017). The Challenges of Growing Oil Palm on Peatlands. https://rspo.org/news-and-events/news/the-challenges-of-growing-oil-palm-on-peatlands.
66 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Biodiversiteit en natuurbehoud
De biodiversiteit neemt in alarmerend tempo af. De belangrijkste oorzaken van biodiversiteitsverlies en de achteruitgang van terrestrische ecosystemen zijn het gevolg van menselijke activiteiten: wijziging van landgebruik, overmatig gebruik van voedingsstoffen, vervuiling, overexploitatie van de natuurlijke hulpbronnen en klimaatverandering. Biodiversiteit is altijd een belangrijke factor geweest voor de landbouwsector. Natuurlijke processen en levende organismen zijn cruciaal voor het verbouwen van voedsel, maar het gebruik van de grond voor landbouw leidt vaak tot veranderingen in de omgeving. Goede landbouwgrond — grond met vruchtbare bodem en toegang tot water — is een schaarse resource. Spijtig genoeg lopen, door de bevolkingsgroei en de alsmaar toenemende voetafdruk van de sector, kwetsbare en belangrijke natuurlijke gebieden zoals bossen echter steeds vaker het risico van conversie. De dochtervennootschappen van SIPEF zijn gelegen in ecologisch bijzondere en biodiverse regio's. De Groep is zich bewust van zijn unieke positie en de rol die hij kan spelen bij het beperken van verder biodiversiteitsverlies, door ontbossing en landbouwexpansie van elkaar te ontkoppelen en door bij te dragen aan de bescherming van belangrijke ecosystemen in de regio's waar hij actief is. De beheeraanpak van de Vennootschap inzake biodiversiteit en natuurbehoud omvat de volgende verbintenissen en maatregelen:
- Bescherming en herstel van zones die geïdentificeerd werden voor natuurbehoud in de concessies van SIPEF
De natuurbehoudzones worden geïdentificeerd via HCV- en HCSA-evaluaties voor de ontwikkelingen, uitgevoerd door bevoegde inspecteurs in het kader van het “Assessor Licensing Scheme” (ALS) van het HCV-netwerk. Voor deze zones worden habitatbeheerplannen opgesteld. SIPEF heeft zich er ook toe verbonden zones die beheerd worden door de Groep en door brand zijn getroffen, te herstellen. - Biodiversiteitsmonitoring en beleid van geen jacht
SIPEF monitort de biodiversiteit in alle braakliggende landen onder haar beheercontrole. Ze hanteert haar beleid van ‘geen jacht’ in haar eigen estates en in de beteelde zones van haar externe leveranciers. - Ondersteuning van landschaps- en biodiversiteitsprogramma's en -initiatieven
Via de “SIPEF Foundation” financiert en ondersteunt de Groep twee langlopende biodiversiteitsprojecten in Indonesië, in West-Sumatra in de buurt van de Agromuko-estates van SIPEF. Het ene focust op de bescherming van 12 672 hectare natuurlijke wouden en het andere is een programma voor het behoud van zeeschildpadden.
67 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
Beschermde gebieden
Op 31 december 2021 beheert SIPEF in totaal 9.219 hectare beschermd gebied in haar concessies van Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust. Het omvat HCV- en HCS-gebieden, naast oeverstroken en bufferzones, die onder de beheercontrole van SIPEF vallen. Zo'n 5.510 hectare is gelegen in SIPEF’s oliepalmplantages in Indonesië, en 3.483 hectare is braakliggend land op SIPEF’s estates in Papoea-Nieuw-Guinea. Op dit moment zijn in totaal 24 HCV-, HCSA- en geïntegreerde HCV-HCSA-evaluaties uitgevoerd en ter goedkeuring ingediend bij de betrokken toezichtorganisaties (HCV Network of HCSA). Alle goedgekeurde evaluaties worden beschikbaar gesteld op de HCV Network en HCSA websites.# SIPEF EN BIODIVERSITEIT IN INDONESIË
In Indonesië bevindt zich het grootste regenwou- dareaal van heel Azië dat 17% van de wilde dieren van de wereld herbergt. 17 SIPEF levert een bijdrage aan de bescherming van dit cruciale landschap via het “SIPEF Biodiversity Indonesia” (SBI)-project. Het SBI-project is een natuurbeschermingsprogram- ma dat een woud van 12 672 hectare beheert, dat als buer voor het Kerinci Seblat National Park fungeert. Het is een van de slechts 16 projecten in Indonesië die een vergunning voor het herstel van het ecosysteem hebben verkregen, voor een periode van 60 jaar.
In het kantoor van SBI in Mukomuko werken 25 men- sen, van ervaren boswachters tot pas afgestudeerden, die meestal uit de omliggende dorpen komen. Het project focust op de bescherming en monitoring van de biodiversiteit, herbebossing van aangetaste zones en overleg met de gemeenschappen. Via biodiversiteitsmonitoring werd een extreem rij- ke waaier van megafauna in het gebied geïdentifi- ceerd. Deze omvat soorten zoals de ernstig bedreigde Sumatraanse tijger (Panthera tigris sondaica), de Aziatische reuzenschildpad (Manouria emys), en het Javaanse schubdier (Manis javanica), maar ook bedreigde en kwetsbare soorten zoals de Sumatraanse nevelpanter (Neofelis diardi diardi), de Maleise beer (Helarctos malayanus), de tapir (Tapirus indicus), de Sumatraanse muntjak (Muntiacus montanus) en de grote argusfazant (Argusianus argus). Er werden ook twee zeldzame soorten gespot: een Aziatische goud- kat (Catopuma temminckii) en wilde honden (Cuon alpinus). De monitoring gebeurt aan de hand van 136 cameravallen die in het hele gebied staan opgesteld, en door visuele inspecties van de boswachters.
In 2016 startte SBI een herbebossings- en verrijkings- programma op voor de herbebossing van afgetakelde zones die waren vastgesteld via satellietbeelden en controles ter plaatse. Tot nu toe is bijna 171 hectare aangetast land hersteld, en werden er zo'n 45 258 bomen geplant.
SBI helpt ook bij het ontwikkelen van alternatieve inkomstenbronnen voor boeren die delen van de beschermde gebieden al lang gebruikten om in hun levensonderhoud te voorzien. Het initiatief maakt gebruik van bosbouwmethodes om duurzame inkom- tengenererende activiteiten te creëren die verenig- baar zijn met de natuurbehoudsdoelstellingen van het programma. Via het project ondersteunt SBI tegen- woordig zo'n 309 boslandbouwers die technische ondersteuning en zaailingen krijgen om teeltbomen te ontwikkelen die een inkomen kunnen opleveren, zonder milieuschade voor de omringende habitat.
Een ander aspect van het project is het geregeld patrouilleren door projectmedewerkers om de voortdurende dreiging van illegale houtkap, illegale beplanting met oliepalmen en stroperij tegen te gaan. Oliepalmen die illegaal in het bos worden geteeld, worden opgespoord en geveld. Het grootste deel, 1438, werd verwijderd in 2017. Maar ieder jaar wor- den nog steeds zo'n 60-90 oliepalmen geveld, wat wijst op de noodzaak van een voortdurende moni- toring en overleg met de gemeenschappen.
PROJECT VOOR HET BEHOUD VAN SCHILDPADDEN IN HET AIR HITAM CONSERVATION PARK
Alle natuurgebieden onder de beheercontrole van SIPEF zijn duidelijk afgelijnd, en ze wor- den actief beschermd en voortdurend gemoni- tord. SIPEF gaat in gesprek met de omliggende gemeenschappen, zodat die op de hoogte zijn van de ligging, het belang en de voordelen van de HCV- en HCS-gebieden. Die gemeenschappen krijgen ook de kans om actief betrokken te worden bij de bescherming ervan. Sociale HCV-gebieden blijven toegankelijk voor de gemeenschappen. 16
Biodiversiteitsmonitoring
Een belangrijk aspect van SIPEF’s habitatbe- heerplannen is de biodiversiteitsmonitoring, die gebeurt via een combinatie van cameraval- len en boswachters die in de natuurgebieden patrouilleren. De natuurgebieden in SIPEF’s plantages van West-Sumatra zijn van bijzonder hoge kwali- teit. Deze monitoring heeft al toproofdieren kun- nen identificeren, zoals de Sumatraanse tijger (Panthera tigris sondaica), tijgerkatten en andere grote zoogdieren zoals de Maleise beer (Helarctos malayanus), de tapir (Tapirus indicus) en diverse soorten apen. De regelmatige aanwezigheid van deze zoogdieren vormt een goede indicatie voor de ecologische levensvatbaarheid, integriteit en connectiviteit binnen het landschap.
De natuurgebieden die zijn aangewezen voor de oliepalmestates van PT Dendymarker Indah Lestari vallen buiten het bestek van de rapportage, omdat de definitieve pachtovereenkomsten nog niet zijn goedgekeurd door de Indonesische overheid. Deze gebieden vallen ook buiten de beheercontrole van SIPEF. 16 Verwijst naar ‘HCV 5: Community Needs’ en ‘HCV 6: Cultural Values’. Meer informatie: https://hcvnetwork.org/hcv-approach/
VERZAMELDE EIEREN EN VRIJGELATEN SCHILDPADDEN 20182021
| JAREN | OLIJFRUGSCHILDPADDEN (Lepidochelys olivacea) | LEDERSCHILDPAD (Dermochelys coriacea) | GROENE ZEESCHILDPAD (Chelonia mydas) |
|---|---|---|---|
| VERZAMELDE EIEREN | VRIJGELATEN SCHILDPADDEN | VERZAMELDE EIEREN | |
| 2019 | 4 873 | 2 734 | 76 |
| 2020 | 3 934 | 2 203 | 0 |
| 2021 | 3 944 | 2 648 | 318 |
Schildpadden keren altijd terug naar het strand waar ze geboren zijn. Door stranderosie en veranderende omstandigheden is er echter in veel gebieden minder ruimte beschikbaar voor nestbouw. Het schildpaddenbeschermingsproject van SIPEF helpt de schildpadden te beschermen op een vijf kilo- meter lang stuk strand in het Air Hitam Conservation Park op Sumatra. Plaatselijke autoriteiten en bewoners van twee dor- pen werken samen als veldwerkers om het strand te bewaken. Als schildpadeieren worden gevonden, worden zij verzameld om ze te beschermen tegen aasetende hagedissen, en worden zij onder gecon- troleerde omstandigheden uitgebroed voordat zij worden vrijgelaten. Dit belangrijke werk helpt ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk babyschildpadden de zee weer kunnen bereiken. Bedoeling is dat in de loop van de tijd meer schildpadden terugkeren naar de stranden om eieren te leggen.
Sinds 2007 heeft het project het mogelijk gemaakt 34 682 eieren te verzamelen en 20 206 schildpadden vrij te laten. In 2021, werden 4 262 eieren verzameld en 2 878 schildpadden vrijgelaten. De meeste zijn olijfrugschildpadden (Lepidochelys oli- vacea), maar andere soorten zijn onder meer de leder- schildpad (Dermochelys coriacea) en, in voorgaande jaren, de groene zeeschildpad (Chelonia mydas). In 2018 werden voor het eerst in zeven jaar eieren van de lederschildpad verzameld. Het project werd in 2007 opgestart en wordt sinds 2010 beheerd door de SIPEF Foundation, in samen- werking met de “National Resource and Conservation Office of Bengkulu Environment and Forestry Department” (de dienst voor nationale hulpbron- nen en de instandhouding van het milieu- en bos- bouwdepartement van Bengkulu). Het is een van de weinige beschermingsprojecten op Sumatra die door de plaatselijke bevolking wordt uitgevoerd.
Beste beheerpraktijken
SIPEF streeft ernaar de impact van haar activi- teiten op het klimaat evenals op het milieu van de haar omringende gebieden, tot een minimum te beperken. Een belangrijke factor voor het beheer van deze impact zijn de “beste beheerpraktijken” die de Groep toepast op al haar activiteiten. Deze praktijken zijn het resultaat van een eeuw actieve landbouwontwikkeling in de tropen, van twee decennia naleving van betrouwbare certificeringsnormen en van een ingewortelde bedrijfscultuur die innovatie en voortdurende verbetering stimuleert. Waar mogelijk hanteert de Groep ook regenera- tieve en circulaire praktijken. Deze praktijken rich-ten zich op het benutten van bijproducten en van afval van de productie en verwerkings- activitei-ten van de Groep, en op het toepassen van natuurlijke oplossingen (“nature based solutions”).
DE BESTE BEHEERPRAKTIJKEN VAN SIPEF FOCUSSEN OP:
- Duurzame bewerking en beheer van de grond
- M inimaal gebruik van landbouwchemicaliën
- Behoud van de vruchtbaarheid en gezondheid van de bodem
- Minder middelen gebruiken om hogere productvolumes te produceren
- M inimaal afval en vervuiling
Geïntegreerde plaagbestrijding
Plaagbestrijding is van cruciaal belang voor de bescherming van de oogst en het maximaliseren van het rendement. SIPEF past een geïntegreerde plaagbestrijding (“Integrated Pest Management” – IPM) toe op de productie van oliepalmen en bananen. IPM is een doelmatige en milieuvriendelijke aanpak van de plaagbestrijding die berust op een combinatie van gezond verstand praktijken. Het omvat een ruime waaier van technieken en methodes om ongedierte en ziekten in bedwang te houden. Deze aanpak begint bij het identificeren van de plagen en het monitoren van hun prevalen- tie, op basis van kennis over de biologie en leven- scyclussen van deze plagen en de fasen waarin ze de meeste schade veroorzaken. Er worden dan maatregelen getroen om de plagen onder een economisch schadelijk niveau te houden.
GEÏNTEGREERDE PLAAGBESTRIJDING
Een belangrijk onderdeel van IPM is de preventie en het onderdrukken van de plagen door plaagbe - stendige variëteiten te gebruiken, het land op de juiste wijze te bewerken en door de handhaving van sanering, hygiëne en voeding.# Duurzaamheidsverslag 2021
De verbinding met de wereld van duurzame tropische landbouw
SIPEF minimaliseert de overdracht van ziekten, verdere verspreiding en de gevoeligheid van de gewassen voor ongedierte en ziekten. Zo kan de veel voorkomende schimmel Ganoderma mycelium worden onderdrukt door de palmstammen te verhakselen en het haksel bloot te stellen aan zonlicht, zodat de ultraviolette straling de schimmel kan doden. Andere voorbeelden zijn:
* De minerale bodem bewerken met een schijveneg om de broedhabitat van de neushoornkever (Oryctes rhinoceros) te beperken
* Stikstofbindende bodembedekkers planten om extra stikstof in de bodem te brengen en schadelijk onkruid te verminderen
* Lege vruchtentrossen (“Empty Fruit Bunches” – EFB) en speciaal samengestelde meststoffen aanbrengen op de variëteiten van palmhybriden die het best afgestemd zijn op de locaties voor gezondere palmen met een hogere natuurlijke weerstand
SIPEF maakt ook vaak gebruik van diverse methodes voor natuurlijke of biologische plaagbestrijding. Deze omvatten het uitzetten van welbepaalde planten die de groei van natuurlijke vijanden bevorderen en het vrijlaten van natuurlijke vijanden van het ongedierte zoals parasitoïden, bijv. Eocanthecona furcellata. Of nog, het creëren van omstandigheden die natuurlijke vijanden aantrekken, zoals nestkasten voor uilen of zitstokken voor roofvogels in herbeplante zones. Meer geavanceerde vormen van biologische bestrijding zijn bijvoorbeeld het vangen en infecteren van mannelijke Oryctes met een virus en ze dan weer uitzetten om de Oryctesbevolking in bedwang te houden. Zowel Verdant Bioscience Pte Ltd als de Papua New Guinea Oil Palm Research Association onderzoeken en ontwikkelen alternatieve methodes voor ongediertebestrijding.
Pesticidegebruik
Pesticides worden gebruikt in laatste instantie, wanneer andere methodes, zoals hoger aangehaald, er niet in slagen een uitbraak van ongedierte en ziekten onder de economische drempel te houden. De veiligheid en doeltreffendheid van alle actieve gebruikte bestanddelen worden jaarlijks gecontroleerd. Pesticides die door de Wereldgezondheidsorganisatie als Class 1A of 1B zijn gerangschikt, of die worden opgesomd door de Conventies van Stockholm of Rotterdam, worden niet gebruikt, behoudens uitzonderlijke omstandigheden en na validatie door een due diligence-proces, of wanneer toegestaan door de overheid in geval van een plaaguitbraak. Alle thee-, rubber- en bananenplantages van de Groep zijn gecertificeerd volgens de Rainforest Alliance-standaard. Ze gebruiken dus geen pesticides die voorkomen op de lijst van verboden pesticides. Het actieve bestanddeel paraquat werd in juli 2016 uitgefaseerd uit alle activiteiten van SIPEF.
IPM PRAKTIJKEN IN INDONESISCHE ESTATES IN 2021
| 2021 | |
|---|---|
| Totaal aantal nestkasten voor kerkuilen op de estates | 403 |
| Aantal bezette nestkasten voor kerkuilen | 207 |
| Aantal individuele gunstige insecten uitgezet in 2021 | 365 |
| Aantal percelen waarin gunstige planten zijn geplant in 2021 | 14,251 |
| Aantal percelen van gunstige planten onderhouden (tot nu toe) | 23,415 |
SIPEF focust ook op het voorkomen van resistentieopbouw tegen pesticides. De verschillende gebruikte actieve bestanddelen worden regelmatig gewisseld, zodat lage concentraties pesticides maximaal effect blijven hebben. Alle permanente of tijdelijke arbeiders die met pesticides werken krijgen specifieke opleidingen en worden voorzien van een persoonlijke beschermende uitrusting. Bovendien wordt hun gezondheid regelmatig gecontroleerd via medische check-ups.
Bodemgezondheid en -vruchtbaarheid verbeteren
Planten kunnen niet groeien zonder gezonde grond. SIPEF past dan ook een ruime waaier van beste beheerpraktijken toe om de vruchtbaarheid van haar productiegebieden te beschermen en te verbeteren. Bodemgezondheid begint met praktijken voor bodembehoud die erop gericht zijn maximaal bodemerosie tegen te gaan, de bodemstructuur te behouden of te verbeteren, het wegvloeien van regenwater en het verlies van voedingsstoffen te beperken, vocht vast te houden en de waterinfiltratie te stimuleren.
Bij de palmolieactiviteiten van SIPEF beginnen alle voorbereidingen van de grond met een analyse van gedetailleerde topografische kaarten die zijn opgesteld aan de hand van digitale hoogtegegevens, recente satellietbeelden en dronetechnologie. Via deze kaarten worden de te beplanten zones geëvalueerd om ervoor te zorgen dat de meest geschikte beheerpraktijken voor bodemgezondheid en -handhaving worden toegepast.
Om bodemerosie tegen te gaan, gebruikt SIPEF preventieve maatregelen zoals vlinderbloemige bodembedekkers planten en beste praktijken toepassen zoals het plaatsen van slibvangers, slibgreppels, dammen en taludbescherming zoals vetivergras. Dit zijn allemaal maatregelen die voorkomen dat sediment in de waterwegen terechtkomt. Door compost en andere biomassa over de bodem uit te strooien, is de grond minder blootgesteld aan erosie, wat bijdraagt tot de gezondheid en het behoud ervan.
Een belangrijke factor om de gezondheid van de grond te behouden en te verbeteren, is het gebruik van minerale meststoffen. Op de juiste manier gebruikt, kunnen minerale meststoffen het rendement zeer sterk opvoeren. SIPEF streeft dan ook naar het juiste evenwicht tussen minerale en organische meststoffen, steeds met behoud van de bodemstructuur. Jaarlijkse bladstalen en periodieke bodemstalen worden geanalyseerd op voedingsstoffenniveaus, om de aanbevolen toepassing van meststoffen te kunnen bepalen. Zo kan het gebruik van meststoffen geminimaliseerd worden, met behoud of verbetering van de productiviteit per hectare. Deze praktijk wordt ook doorgetrokken naar de lokale boeren die samenwerken met SIPEF.
Meststoffen vormen een van de grootste operationele kosten en het gebruik ervan moet geëvalueerd worden in het kader van de algemene praktijken voor bodembehoud. Om het gebruik van minerale meststoffen te verminderen, worden organische stoffen waar mogelijk terug op de velden aangebracht. SIPEF heeft ook geïnvesteerd in een composteersysteem voor haar activiteiten in Bukit Maradja, dat 100% van de EFB's en het afvalwater van de plantage tot organische meststof met een hoog voedingsstoffengehalte verwerkt.
SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoorde productie en verwerking
CIRCULAIRE PRAKTIJKEN: HERGEBRUIK EN RECYCLAGE VAN BIJPRODUCTEN VAN DE PALMOLIEPRODUCTIE
GEBRUIK VAN BIJPRODUCTEN UIT DE SIPEF PRODUCTIECYCLUS VAN OLIEPALMEN
Het creëren van waarde staat centraal in de duurzaamheidsbenadering van SIPEF en in de bedrijfsstrategie van de Groep. Dit principe wordt ook toegepast op operationeel niveau, waar SIPEF ernaar streeft om de bijproducten van haar productie- en verwerkingsactiviteiten te hergebruiken en te recycleren. Hoewel de externe belanghebbenden altijd gefocust waren op het primaire product, palmolie, zijn er vele andere bijproducten die voortvloeien uit de productiecyclus van de oliepalmen. Deze bijproducten kunnen vaak worden gebruikt als input voor de productie, bijvoorbeeld als meststof of brandstof, of om elektriciteit op te wekken. Het beste gebruik voor elk bijproduct wordt bepaald door de verschillende recyclagetrajecten en de details van elke locatie, zoals de bodemgesteldheid en de transportkosten, te bekijken om de economische prestaties van de conversie te beoordelen.
Gesnoeide palmbladeren en oude palmboomstammen
- Alle gesnoeide palmbladeren worden in rijen naast de palmen achtergelaten om te composteren.
- Tijdens de herplanting, wanneer de bomen worden vervangen, worden de oude palmboomstammen versnipperd en met de aarde vermengd als een verbeteraar.
Lege trossen
- Waar mogelijk worden lege vruchtentrossen (“Empty Fruit Bunches” - EFB), een bijproduct van de verwerking in de palmolie-extractiefabrieken van de Groep, op de velden gebruikt om de resterende voedingsstoffen en het organisch materiaal terug naar de bodem te brengen.
- Gecomposteerde EFB kunnen gunstig zijn voor bepaalde bodems, en kunnen in sommige gevallen gemengd worden met het afvalwater van de palmolie-extractiefabrieken om zo organische meststof te creëren. Het composteringssysteem van SIPEF's Bukit Maradja-activiteiten bestaat uit acht geventileerde bunkers en verwerkt 100% van de EFB en POME van de plantage tot organische meststof met een hoog nutriëntengehalte.
- Andere bijproducten van de palmolie-extractiefabriek kunnen in het composteringssysteem worden gebruikt, zoals ketelas en de afzettingen van de decanteringssystemen. Het handhaven van het zuurstofgehalte op een constant niveau is belangrijk om ervoor te zorgen dat er geen methaan wordt geproduceerd tijdens het composteringsproces.
- SIPEF’s biopellet-fabriek in Umbul Mas Wisesa kan EFB omzetten in pellets door middel van een verhittingsproces dat torrefactie wordt genoemd.
CIRCULAIRE PRAKTIJKEN: HERGEBRUIK EN RECYCLAGE VAN BIJPRODUCTEN VAN DE PALMOLIEPRODUCTIE
GEBRUIK VAN BIJPRODUCTEN UIT DE SIPEF PRODUCTIECYCLUS VAN OLIEPALMEN
Bovenstaande zijn de belangrijkste huidige toepassingen van bijproducten, maar er zijn nog diverse andere toepassingen die binnen de industrie worden onderzocht, getest en toegepast. Voortdurende innovatie en onderzoek en ontwikkeling zullen blijven helpen om een schat aan waarde te onthullen uit wat vroeger als afval werd beschouwd.
Afvalwater van palmolie-extractiefabrieken
- Het afvalwater van de fabrieken, beter bekend als Palm Oil Mill Effluent (POME), wordt gebruikt als bron van methaan door anaerobe gisting, waarbij een aanzienlijk deel van het organische materiaal wordt afgescheiden, of wordt op de velden gebruikt voor aerobe gisting en heropname in de palmen.# Palmnoot mesocarp, endocarp, en endosperm
• Het mesocarp van de palmnoot, de bron van ruwe palmolie (“Crude Palm Oil” - CPO), bevat aanzienlijke hoeveelheden vezels, die allemaal worden verbrand in de stoomketels van de palmolie-extractiefabrieken om via stoomturbines elektriciteit op te wekken. 80% van de palmolie-extractiefabrieken van SIPEF draaien op deze vorm van hernieuwbare elektriciteit.
• Het endocarp van de palmnoot, de bron van de palmpitschelp, wordt aan derden verkocht als biobrandstof. De calorische waarde van palmpitten is 18 836 KJ/kg. Met 3 300 ton die alleen al uit Indonesië wordt verkocht, komt dit neer op meer dan 62 miljoen MJ.
• Het endosperm van de palmnoot, de bron van palmpitolie (“Palm Kernel Oil” - PKO), wordt ook gebruikt na de extractie van de olie. Dit product wordt palmpitschilfers genoemd en wordt gebruikt als bestanddeel in diervoeder.
77 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
Indonesië
Papoea-Nieuw-Guinea


Waterbeheer
Water is een kostbare hulpbron. SIPEF past talrijke BMP's toe om ervoor te zorgen dat water zo zorgvuldig mogelijk wordt beheerd. De aanpak van de Groep is erop gericht de beschikbaarheid en de kwaliteit van de watervoorraden te vrijwaren voor de omliggende gemeenschappen en het milieu, alsook voor de eigen activiteiten. SIPEF doet dit door water zo veel mogelijk te hergebruiken om de consumptie ervan tot een minimum te beperken. Vervuiling van oppervlakte- en grondwater wordt beperkt door goede bodembeschermingspraktijken, de inrichting van oeverzones en afvalwaterzuivering. SIPEF meet en streeft naar een optimaal waterverbruik in al haar activiteiten. Geen enkele van de oliepalmproductiezones van de Groep wordt echter geïrrigeerd en de activiteiten in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea gebruiken hoofdzakelijk water voor verwerking. De gegevens in dit deel hebben daarom betrekking op het waterbeheer in SIPEF’s palmolie-extractiefabrieken, bananenplantages en bananenverpakkingsstations.
Waterverbruik in palmolie-extractiefabrieken
Sinds 2017 heeft SIPEF geïnvesteerd in de verbetering van het waterverbruik in alle palmolieactiviteiten, met een jaarlijkse doelstelling van minder dan één kubieke meter water per ton FFB voor verwerking. Zes van de negen palmolie-extractiefabrieken bereikten dit doel in de verslagperiode.
Bananen
Bananen blijven het meest water-intensieve product van de Groep, vooral door het gebruik van irrigatie. Bijna 70% van het irrigatiewater dat op de bananenplantage in Ivoorkust wordt gebruikt, wordt tijdens het regenseizoen in stuwdammen opgeslagen. Vervolgens wordt het opnieuw gebruikt en enkele maanden later tijdens het droogseizoen opgepompt. De resterende hoeveelheid komt uit rivieren langs de plantages. Het water voor de bananenverpakkingsstations wordt geleverd vanuit putten, vanwege gezondheids- en voedselveiligheidsvereisten. Het gebruikte water wordt na het inpakproces gerecycleerd door middel van decanteertanks, en vervolgens opgeslagen in de dammen voor toekomstige irrigatie.
78 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
Bod van de behandelde effluenten van de palmolie-extractiefabriek (mg/L)
| BESTEMMING | Indonesië | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|---|
| PLPOM | Op het land | 929 | 856 | 426 |
| BMPOM | Compostering | 1239 | 1545 | 1235 |
| UMWPOM | Lozing in het water | 24 | 32 | 20 |
| MMPOM | Lozing in het water | 87 | 90 | 66 |
| BTPOM | Lozing in het water | 83 | 78 | 57 |
| DMPOM | Lozing in het water | 98 | 99 | 98 |
| BESTEMMING | Papoea-Nieuw-Guinea | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|---|
| HPOM | Lozing in het water | 71 | 78 | 109 |
| NPOM | Op het land | 359 | 121 | 186 |
| BPOM | Op het land | 100 | 449 | 212 |
Waterkwaliteit van effluenten
Verontreiniging van waterlopen wordt voorkomen door de bodembeschermingsmaatregelen die beschreven staan in het deel over de verbetering van de bodemvruchtbaarheid. Alle SIPEF-gewassen zijn meerjarig zodat er zelden braakliggende grond is tussen de geplante gewassen en waar nodig worden vlinderbloemige bodembedekkers gebruikt. De instandhouding van oeverbufferzones is ook belangrijk voor het absorberen van afvloeiend water voordat het in de waterlopen terechtkomt. Deze bufferzones bestaan uit natuurlijke vegetatie en variëren in breedte (afhankelijk van de breedte van de stroom of rivier), in overeenstemming met de plaatselijke regelgeving, de vereisten voor duurzaamheidscertificering en de BMP's. Afvalwater van palmolie-extractiefabrieken (“Palm Oil Mill Effluent” - POME) wordt ofwel gebruikt als vloeibare meststof voor toepassing op het land, ofwel geloosd in het water. Deze lozing wordt zorgvuldig gecontroleerd op naleving van de plaatselijke voorschriften en om te verzekeren dat er geen negatieve effecten zijn. De meest gebruikte indicator van de effluent-kwaliteit is het biochemisch zuurstofverbruik (“Biochemical Oxygen Demand” - BOD). BOD is een maat voor de hoeveelheid zuurstof die de aerobe bacteriën verbruiken ten gevolge van het organische materiaal in het effluent. Een hoog BOD wijst erop dat het effluent rijk is aan voedingsstoffen en de groei van bacteriën kan bevorderen, waardoor het verbruik van opgeloste zuurstof in het afvalwater toeneemt. De BOD-niveaus zijn wettelijk bepaald en SIPEF gebruikt haar technische controles en waterzuiveringssystemen om ervoor te zorgen dat de niveaus binnen de vereiste limieten blijven. Wanneer effluent in natuurlijke waterlopen wordt geloosd, is het belangrijk het BOD zo laag mogelijk te houden, zodat het effluent niet bijdraagt tot de eutrofiëring of zuurstofsterfte van aquatische ecosystemen. De grenswaarde voor de lozing van BOD in natuurlijk water is 100 mg per liter. Wanneer het effluent als meststof wordt gebruikt en op het land wordt uitgereden, is een hoger BOD gunstig omdat het wijst op een hogere nutriëntenbelasting. In dat geval bedraagt de grenswaarde 5 000 mg per liter. SIPEF gebruikt ook andere indicatoren, zoals chemisch zuurstofverbruik (“Chemical Oxygen Demand” - COD) en totaal gesuspendeerde vaste stoffen (“Total Suspended Solids” - TSS), om de kwaliteit te meten van afvalwater dat wordt geloosd of wordt gebruikt om op het land verspreid te worden (zie blz. 136 in het deel Basisgegevens in de Bijlage).
79 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
Respect van mensen- en arbeidsrechten
De agrarische sector is verantwoordelijk voor het levensonderhoud van miljoenen mensen wereldwijd. De sector heeft ook bijgedragen tot een aantal bijkomende positieve sociale gevolgen, zoals de ontwikkeling in de plattelandsgebieden waar tropische grondstoffen worden geteeld. Tegelijkertijd is de sector kwetsbaar voor aanzienlijke sociale risico's in verband met mensenrechten en uitbuiting. SIPEF erkent dat duurzame agricultuur niet kan worden bereikt zonder de mensenrechten te respecteren. Mensenrechten zijn inherent aan alle mensen, ongeacht ras, geslacht, nationaliteit, etnische afkomst, taal, godsdienst of enig ander statuut. De Groep vindt het belangrijk een ver-antwoorde werkgever en een goede buur te zijn, en zet zich in om in die hoedanigheden de maatschappij positief te beïnvloeden. Als werkgever streeft SIPEF ernaar alle werknemers rechtvaardig te behandelen, met respect voor de mensenrechten en in overeenstem-ming met de lokale wetten en internationale regelgeving zoals de Verklaring van de fundamentele principes en rechten op het werk van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties.
80 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Beleid: Mensenrechten en geen uitbuiting
De verbintenissen van SIPEF op het vlak van de mensenrechten worden uiteengezet in haar mensenrechtenbeleid (“Human Rights Policy”), haar beleid inzake verantwoorde aanplantingen (“ Responsible Plantations Policy“) en haar beleid inzake verantwoorde aankopen (“Responsible Purchasing Policy”). Er bestaan ook specifieke beleidslijnen voor kinderarbeid, dwangarbeid of mensenhandel, vrijheid van vereniging, gezondheid en veiligheid op het werk, gelijke tewerkstellingskansen en seksuele intimidatie.
Het beleid van SIPEF is opgebouwd rond de volgende basisprincipes en verbintenissen:
- Geen uitbuiting: SIPEF tolereert geen kinderarbeid, dwangarbeid of mensenhandel. De minimumleeftijd om te werken op alle SIPEF-estates en -plantages is 18 jaar. Dit beleid is evenzeer van toepassing op SIPEF haar aannemers en externe leveranciers.
- Eerlijke arbeidspraktijken: SIPEF heeft zich verbonden eerlijke arbeidspraktijken toe te passen volgens de ILO Conventies betreffende “Free and Fair Labour Principles”, en zoals geverifieerd in het kader van haar RSPO naleving. Externe leveranciers en contractanten moeten bewijzen dat de loon- en arbeidsvoorwaarden voor arbeiders of contractuele arbeiders steeds minstens voldoen aan de wettelijke of de minimumnormen van de industrie.
- Diversiteit en inclusie: SIPEF biedt gelijke kansen voor iedereen en tolereert geen discriminatie. De leveranciers van SIPEF zijn ook verplicht om elke vorm van discriminatie te verbieden, inclusief discriminatie op basis van geslacht met betrekking tot tewerkstelling of loon.
- Gezondheid en veiligheid: SIPEF zet zich in voor een veilige en gezonde werkomgeving voor alle werknemers. Ook externe leveranciers moeten ervoor zorgen dat de werkomgeving onder hun controle veilig is en zonder onnodige risico's voor de gezondheid.
Naleving wordt verzekerd door de managementsystemen van de Groep en gecontroleerd door zowel interne als externe audits.# SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
Alle gevallen van schending van de mensenrechten, indien bewezen, zullen aanleiding geven tot disciplinaire maatregelen tot en met ontslag, en kunnen ook leiden tot gerechtelijke stappen. SIPEF beschikt ook over een doeltreffend klachtenmechanisme, dat de werknemers de mogelijkheid geeft elke vorm van kinderarbeid, dwangarbeid of mensenhandel te melden. De Groep staat open voor alle klachten van stakeholders, intern en extern, die hij onpartijdig behandelt. Verdere informatie over SIPEF's klachtenbeleid en -mechanisme is te vinden in het hoofdstuk Verantwoord Ondernemen en Transparantie op pagina 113, en op de website van de Vennootschap: www.sipef.com/hp/sustainability/grievances-sipef-group.
81
SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
| België | Indonesië | Papoea-Nieuw-Guinea | Ivoorkust | Singapore |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 583 | 4 | 628 | 1 |
| 14 | 998 | 23 |
Het personeelsbestand van SIPEF
Het personeelsbestand van SIPEF bestaat uit 21 233 personen, waaronder het management, voltijdse werknemers en tijdelijke arbeidskrachten in België, Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea, Ivoorkust en Singapore.
| WERKNEMERS OP GROEPSNIVEAU | GROEP | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|---|
| Mannelijk | 16 116 | 16 553 | 15 749 | |
| Vrouwelijk | 5 395 | 5 081 | 5 484 | |
| TOTAAL WERKNEMERS | 21 511 | 21 634 | 21 233 |
WERKNEMERS PER LAND IN 2021
PT Tolan Tiga in Indonesië stelt de meerderheid tewerk (71%), gevolgd door Hargy Oil Palms Ltd in Papoea-Nieuw-Guinea (22%), en Plantations J. Eglin (8%). Ongeveer 26% van de werknemers van SIPEF zijn vrouwen.
Eerlijke arbeidspraktijken
SIPEF past rechtvaardige arbeidspraktijken toe in al haar activiteiten. Arbeidscontracten zijn duidelijk, in de lokale taal en tenminste in overeenstemming met de lokale wetgeving. Alle werknemers hebben recht op één rustdag per zes gewerkte dagen. Alle werknemers, arbeiders en hun families hebben toegang tot gezondheidszorg via een verzekering en privéziekenhuizen. SIPEF voldoet aan alle lokale regelgeving voor lonen en volgt de berekeningen van fatsoenlijke leefbare lonen die gecontroleerd worden door de verschillende certificeringsnormen waartoe de Groep zich heeft verbonden. Dit geldt ook voor arbeiders met stukloon/quota, voor wie de loonberekening gebaseerd is op haalbare quota tijdens de normale werkuren. Bij gebrek aan een plaatselijk relevante benchmark werkt de Groep aan de afstemming op de definities van de “Global Living Wage Coalition” (GLWC) volgens de processen van de certificeringsnormen.
EEN LEEFBAAR LOON WORDT DOOR HET GLWC ALS VOLGT GEDEFINIEERD:
LEEFBAAR LOON
Het loon dat een werknemer voor een standaardwerkweek op een bepaalde plaats ontvangt, is voldoende om de werknemer en zijn of haar gezin een behoorlijke levensstandaard te bieden. Elementen van een behoorlijke levensstandaard zijn onder meer voedsel, water, huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, vervoer, kleding en andere essentiële behoeften, met inbegrip van voorzieningen voor onverwachte gebeurtenissen.
De GLWC publiceert benchmarks die het niveau van een leefbaar loon per regio en per basisproduct bepalen. Deze benchmarks worden ontwikkeld door onafhankelijke onderzoekers en houden rekening met de kosten van levensonderhoud in een specifieke regio. Het leefbaar loon ligt vaak aanzienlijk hoger dan het wettelijk minimumloon. Er is al een benchmark gepubliceerd voor Ivoorkust, en Plantations J. Eglin werkt eraan om de lonen voor al haar werknemers op deze benchmark af te stemmen.
18
SIPEF voldoet aan de vereisten van de RSPO, “Rainforest Alliance”- en Fairtrade-normen inzake leefbare lonen. Elk van deze standaarden gebruikt de definitie van de GLWC maar bepaalt zelf hoe en wanneer het leefbaar loon betaald moet worden.
- De RSPO Principes en Criteria (P&C) 2018 zijn voorschriften opgenomen over het bieden van een fatsoenlijk leefbaar loon. De RSPO werkt aan het definiëren van een benchmark voor de oliepalmsector voor elk land onder de nationale interpretaties.
- De “Rainforest Alliance Sustainable Agricultural Standard” eist dat gecertificeerde leden zich inzetten voor het betalen van een leefbaar loon.
- De Fairtrade-norm heeft een Fairtrade-basisloon voor bananenplantages ingevoerd sinds juli 2021. Dit is momenteel vastgesteld op 70% van het nettoloon dat nodig is voor een leefbaar loon, zoals vastgesteld door de GLWC. Tegen 2023 moet het loon 100% van de benchmark voor een leefbaar loon bereiken.
18 The Global Living Wage Coalition. (Retrieved March 2022). What is a Living Wage? www.globallivingwage.org/about/what-is-a-living-wage/
83
SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
HUISVESTING, KLINIEKEN, SCHOLEN EN KINDEROPVANG VOOR WERKNEMERS VANAF DECEMBER 2021
| HUISVESTING VOOR WERKNEMERS | KLINIEKEN | SCHOLEN | KINDERDAGVERBLIJVEN |
|---|---|---|---|
| 8 436 | 39 | 44 | 15 |
De meeste werknemers van SIPEF en hun gezinnen wonen op de plantages. De Vennootschap voorziet in huisvesting, zuiver water en medische diensten en verzekert de toegang tot onderwijs voor de kinderen. SIPEF's plantages in Indonesië bieden sinds 2017 ook gratis kinderopvang aan, om werkende gezinnen te ondersteunen en vrouwen gelijke kansen te geven op de werkvloer.
In Indonesië zijn alle werknemers gedekt door BPJS Kesehatan (Badan Penyelenggara Jaminan Sosial Kesehatan), het nationale ziekteverzekeringsprogramma van het land. In 2021 heeft SIPEF aanzienlijke inspanningen geleverd om ervoor te zorgen dat alle tijdelijke arbeidskrachten ook geregistreerd en dienovereenkomstig verzekerd zijn. Bovendien controleert ze of de voorschriften door alle partijen worden nageleefd. In december 2021 waren 36 040 mensen (werknemers, tijdelijke arbeidskrachten en gezinsleden) van PT Tolan Tiga Indonesia geregistreerd en aangesloten bij BPJSK. SIPEF wil ook bijdragen tot het verkrijgen van betaalbaar voedsel voor haar werknemers. In Indonesië geeft de onderneming vaste werknemers en hun gezinnen maandelijks tot 46 kg rijst per gezin en ondersteunt de toegang tot betaalbare producten in de winkels op de plantages. In Ivoorkust krijgen alle arbeiders, bedienden en leidinggevenden een vaste maandelijkse toelage voor de aankoop van rijst.
85
SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
BEHANDELING VAN KLACHTEN
In 2020 werd een klacht ingediend bij de RSPO met betrekking tot één van SIPEF's plantages in Zuid-Sumatra, PT Agro Kati Lama (PT AKL). De klacht had betrekking op beschuldigingen over de rechten, de arbeidsomstandigheden en de veiligheid van tijdelijke arbeidskrachten die in dienst waren van externe aannemers. Zuid-Sumatra is een regio met een complexe sociale context waar een grote vraag naar werk bestaat bij de plaatselijke gemeenschappen. Tijdelijk werk is gebruikelijk en wettelijk erkend. Het beleid van SIPEF is gericht op een overgang naar meer vaste arbeidskrachten. Zolang deze overgang nog niet is voltooid, doet de Groep echter een beroep op externe aannemers die tijdelijke arbeidskrachten uit de omliggende gemeenschappen leveren. SIPEF heeft de aantijgingen zeer ernstig genomen. Ze heeft een veelzijdige strategie geïmplementeerd om de onmiddellijke klachten aan te pakken en tegelijkertijd het beleid en de systemen die ze heeft ingevoerd te herzien. Op korte termijn heeft PT AKL geholpen met de betaling en andere taken die door de contractanten moesten worden uitgevoerd. Dit omvatte de loonadministratie, de afgifte van loonstrookjes, de inschrijving van tijdelijke arbeidskrachten in sociale-zekerheidsprogramma's. Bovendien zorgde ze ervoor dat sociale-zekerheidsbijdragen konden betaald worden en dat alle werknemers persoonlijke beschermingsuitrustingen (“Personal Protective Equipment” – PPE) kregen. Om de kwestie verder te onderzoeken, heeft SIPEF Linkar Komunitas Sawit (LINKS) ingeschakeld om een onafhankelijk onderzoek bij PT AKL uit te voeren. LINKS is een sociale en ontwikkelings-ngo die de inspanningen van meerdere stakeholders voor een sociaal duurzaam beheer van de palmoliesector in Indonesië ondersteunt. Het onderzoek omvatte 205 interviews met stakeholders, die onafhankelijk werden uitgevoerd om een onbevooroordeelde deelname te garanderen. Een rapport en een Actieplan zijn aan alle partijen overhandigd. Tegelijk beoordeelde SIPEF haar eigen interne procedures aan de hand van de door de aanklager aangebrachte kwesties, en bekijkt de algemene procedure en toepassing ervan. Dit heeft geleid tot de uitrol van een nieuwe opleiding voor het personeel in heel Indonesië, met de nadruk op bedrijfsprocedures en uitvoeringspraktijken, en het beheer van gezondheid en veiligheid (“Occupational Health and Safety” – OHS) op het werk. Er werden audits uitgevoerd door regionale duurzaamheidsteams om de doeltreffendheid van deze opleiding te controleren. Deze audits zullen voortaan jaarlijks plaatsvinden. Gedurende het hele proces is de dialoog met de aanklager voortgezet via een proces van bemiddeling door de RSPO. Vanwege covid-19 werden er in 2021 verschillende onlinevergaderingen gehouden met een bemiddelaar.Het doel is om ter plaatse met alle betrokken partijen gezamenlijk te werken aan de oplossing van deze zaak. Verwacht wordt dat de zaak in 2022 zal zijn opgelost. Daarna zal deze door de RSPO worden geclassificeerd als een geval van "post-conflictmonitoring". Het ontwikkelde Actieplan omvat verschillende acties, waaronder het opzetten van een programma dat zal bijdragen tot de verbetering van de bestaans- middelen van de plaatselijke gemeenschappen. LINKS zal via halaarlijkse bezoeken toezien op de voortgang van het Actieplan.
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Diversiteit en inclusie
SIPEF zet zich in voor een niet-discriminerende werkomgeving en leeft alle relevante wetten en reglementeringen inzake anti-discriminatie en gelijke tewerkstelling van de landen waar zij actief is na. De Groep bevordert gelijke rechten voor mannen en vrouwen, onder meer door vrouwen aan te moedigen om zich in te schrijven op opleidingsprogramma's die leiden tot functies in het management. In Indonesië, bijvoorbeeld, bestaat er een langlo- pend cadettenprogramma om pas afgestudeer- den van de universiteit te laten toetreden tot de onderneming en snel te laten doorstromen naar het middenkader van het bedrijf. SIPEF gelooft dat dit initiatief een positieve invloed kan heb- ben op een beroep dat traditioneel door mannen wordt gedomineerd. De Vennootschap moedigt vrouwen actief aan om eraan deel te nemen. De instroom van vrouwelijke cadetten is sinds de start van het initiatief aanzienlijk toegenomen. In 2014 rondden de eerste vrouwelijke cadetten het programma met succes af en vertegenwoor- digden 12% van het totale aantal afgestudeerden. Ter vergelijking: in 2021 maakten vrouwelijke cadetten 28% uit van het totale aantal geslaagde afgestudeerden.
SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
Gezondheid en veiligheid
SIPEF zorgt ervoor dat haar werknemers een veilige en gezonde werkomgeving wordt geboden. Om ongevallen te voorkomen, investeert de Groep in permanente opleidingen, het ter beschikking stellen van aangepaste PPE en in strenge interne supervisie- en controlesystemen. Alle risico's worden regelmatig geanalyseerd en geëvalueerd, en eventuele arbeidsongevallen worden onder- zocht om herhaling te voorkomen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de omgang met chemische stoen zoals pesticiden. Werknemers krijgen een speciale opleiding, toe- zicht en PPE. Zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, werken niet met chemicaliën. Alle werknemers van SIPEF kunnen jaarlijks een medisch onderzoek laten doen en deze onderzoe- ken vinden frequenter plaats voor diegenen die met chemicaliën werken. Elke operationele eenheid (“Operating Unit” - OU) heeft een gekwalificeerd persoon die instaat voor gezondheid en veiligheid op het werk (OHS) en verantwoordelijk is voor de uitvoering van een veiligheidsbeheersplan. Elke OU heeft ook een eigen comité voor gezondheid, veiligheid en milieu, dat maandelijks bijeenkomt en bestaat uit vertegenwoordigers van degenen die in het gebied werken of wonen. Tijdens de maandelijkse
FREQUENTIEGRAAD WERKVERLET PER LAND PER 1 000 000 GEWERKTE UREN
| LAND | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 3.27* | 2.86* | 2.43 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 27.96 | 23.76 | 22.67 |
| Ivoorkust | 14.50 | 21.44 | 16.38 |
*: De gegevens over de frequentiegraad van werkverlet voor Indonesië voor 2019 en 2020 zijn herwerkt.
vergaderingen kunnen de deelnemers opmerkin- gen en klachten over gezondheids-, veiligheids- en milieukwesties naar voren brengen. Bedrijfsartsen registreren onaankelijk de fre- quentie van ongevallen met werkverlet (“Lost Time Injury Frequency Rate” - LTIFR) voor elke eenheid. Er worden regelmatig vergaderin- gen gehouden op landgoedniveau om eventuele incidenten van ongevallen met werkverlet (“Lost Time Injury” – LTI) te bespreken en hoe ze in de toekomst kunnen worden voorkomen. In 2021 zijn de OHS-systemen van alle bedrijf- seenheden gestandaardiseerd overeenkomstig de OHS 45001 en de Australische norm. Volgens de OHSA-norm (“Occupational Health and Safety Administration” - OHSA) die voor de rapportering wordt gebruikt, wordt de frequentiegraad van de ongevallen met werkverlet (LTIFR) berekend als het aantal ongevallen met werkverlet plus dode- lijke ongevallen, gedeeld door het aantal gepres- teerde uren, vermenigvuldigd met een factor van 1 000 000.
SIPEF betreurt te moeten melden dat er zich in 2021 in Indonesië één dodelijk ongeval met een werknemer heeft voorgedaan. In oktober 2021 was een werknemer van SIPEF aan het oogsten in de buurt van hoogspanningskabels op het domein Bunga Tanjung in Bengkulu. De sikkel raakte de hoogspanningskabels en de werknemer overleed in de polikliniek. Een onderzoek naar het onge- val is afgerond en er zijn maatregelen genomen om een soortgelijk incident in de toekomst te voorkomen. Voortdurende sensibiliseringsacties worden uitgevoerd om de bestaande procedures te versterken die de veiligheid van alle werkne- mers van SIPEF verzekeren.
COVID19 VACCINATIEPROGRAMMA
In 2021 zette SIPEF haar uitgebreid programma voort om vrije toegang te bieden tot covid-19- vaccinaties voor haar werknemers en hun naasten. In Indonesië, waar circa 42% van de nationale bevolking volledig gevaccineerd werd, heeft SIPEF de grootste voor- uitgang geboekt: in december 2021 was 92% van de SIPEF-werknemers en hun naasten dubbel gevac- cineerd tegen covid-19. In 2022 zal worden gestart met een boosterprogramma. In Ivoorkust was 45% van de werknemers dubbel gevaccineerd en had 15% één dosis gekregen tegen het einde van het derde kwartaal van 2021. Het pro- gramma werd afgeremd door de beperkte beschik- baarheid van vaccins, zodat het aantal gevaccineerde personen hetzelfde bleef in het laatste kwartaal. Dat neemt niet weg dat het vaccinatieprogramma van SIPEF een positieve impact heeft, aangezien slechts 8,2% van de nationale bevolking in Ivoorkust volledig gevaccineerd was tegen december 2021. De Groep zal haar vaccinatieprogramma in 2022 verder uitbreiden zodra er meer vaccins beschikbaar worden. In Papoea-Nieuw-Guinea richtte SIPEF zich op het verschaen van duidelijke informatie en het opstellen van een ondersteunend beleid om het vaccingebruik bij werknemers en hun naasten te stimuleren. Het zal meer tijd nodig zijn om het vertrouwen in het vaccin en de vaccinatiegraad, die momenteel nog geen 10% van het streefcijfer bedraagt, te verhogen. De onzekerheid over het vaccin is alvast een van de redenen voor de lage vaccinatiegraad op nationaal niveau: in december 2021 was slechts 2,5% van het land volledig gevaccineerd.
Respecteren van de rechten van de gemeenschap
Landbouw speelt een vitale rol in plattelands- gemeenschappen over de hele wereld, door bij te dragen tot armoedebestrijding, werkgelegenheid te verschaen en de ontwikkeling van afgelegen plattelandsgebieden mogelijk te maken. Nochtans kan landbouw ook storend zijn en negatieve gevol- gen teweegbrengen als de ontwikkeling ervan niet op duurzame wijze wordt beheerd. Industriële agricultuur blijft essentieel om aan de vraag van een groeiende bevolking te voldoen, maar is wel aankelijk van de beschikbaarheid van aanzienlijke stukken land. Zonder passende betrokkenheid van de gemeenschap en goed- keuringsprocessen kan de ontwikkeling van de landbouw leiden tot conflicten met plaatselijke gemeenschappen, gekoppeld aan het verlies van gewoonterecht met betrekking tot landgebruik, en voedselzekerheid en ongelijkheid. Een duur- zame aanpak is ook van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat de activiteiten niet leiden tot de aantasting van de natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen waarvan de gemeenschappen aan- kelijk zijn. SIPEF heeft als prioriteit een goede buur zijn en gelooft in het belang van het aanknopen en ontwikkelen van langetermijnrelaties met de lokale gemeenschappen die haar omringen. De Groep engageert zich om de wettelijke rechten en gewoonterechten met betrekking tot grond- bezit van inheemse en lokale gemeenschappen te respecteren, evenals hun rechten op grond- stoen, grondgebieden, bestaansmiddelen en voedselzekerheid. SIPEF streeft ernaar dat de plaatselijke gemeen- schappen mee van haar activiteiten kunnen genie- ten. Naast het verschaen van werkgelegenheid zorgt SIPEF voor de bouw en het onderhoud van scholen, wegen, gezondheidscentra, bruggen en gebedshuizen.
Samenwerking met de gemeenschap
Het ontwikkelen en onderhouden van langdu- rige, harmonieuze relaties binnen en buiten de plantages is een essentieel onderdeel van het beheer van de activiteiten van de SIPEF-groep. SIPEF werkt regelmatig en proactief samen met de lokale gemeenschappen en andere belangrijke stakeholders. Voor nieuwe ontwikkelingen en in het kader van de naleving door de Groep van duurzaamheidsnormen en certificeringsprogram- ma's, worden sociale impactevaluaties (“Social Impact Assessments” - SIA) uitgevoerd. Ook worden jaarlijks enquêtes gehouden om inzicht te krijgen in de perceptie die stakeholders van de Groep hebben. De resultaten worden beoordeeld aan de hand van een matrix voor risicobeheer en geëvalueerd via een cyclus van voortdurende verbetering.
Grondbeginselen van vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (FPIC)
Een grondig proces van vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (“Free, Prior and Informed Consent” - FPIC) is absoluut nood- zakelijk voor het langetermijnsucces van elke nieuwe onderneming. Alle SIPEF-plantages en die van haar leveranciers moeten de FPIC-principes naleven zoals gedefinieerd door de RSPO en de “Rainforest Alliance”, en gedetailleerd in SIPEF’s Beleid voor Verantwoorde Plantages( SIPEF’s “Responsible Plantations Policy”).# Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijke productie en verwerking
Dit omvat bij- voorbeeld het recht van de gemeenschappen om elke nieuwe ontwikkeling te weigeren, het recht op wettelijke vertegenwoordiging naar keuze en het recht op compensatie wanneer bestaande activiteiten een bewezen negatieve impact hebben gehad. Het proces om FPIC te verkrijgen kan vele jaren in beslag nemen, maar draagt bij tot het opbouwen van een langdurige werkrelatie met de plaatselijke gemeenschappen.
ENQUÊTES ONDER GEMEENSCHAPPEN EN SOCIALE IMPACTBEOORDELINGEN
Het concept van FPIC houdt niet op bij de over-dracht van landgebruiksrechten. Een doorlo-pend proces van betrokkenheid van stakehol-ders traceert de impact op gemeenschappen, in overeenstemming met de SA8000-methodologie voor sociale verantwoording. Deze engagementen worden jaarlijks gecontroleerd op representati-viteit, transparantie en andere criteria.
In 2020 en 2021 werden twee onaankelijke sociale-im-pactbeoordelingen (SIA) uitgevoerd voorafgaand aan de conversie van de estates Bandar Pindang en Sei Jerinjing van rubber naar oliepalm. De SIA waren een onderdeel van een reeks onaankelijke studies die deel uitmaken van de RSPO-vereiste voor nieuwe aanplantingen. Er werden sociale enquêtes gehouden in elk van de dor-pen rond deze plantages, gericht op het evalueren van de mogelijke impact van de ontwikkeling van oliepal-men in het gebied. De enquêteresultaten brachten de bezorgdheden van deze gemeenschappen naar voren. Deze werden opgenomen in een geïntegreerd sociaal en milieugerelateerd management- en monitoringplan dat de gevolgen van de conversie tot een minimum moet beperken en een goed geïntegreerde overgang moet bege-leiden. De SIA omvatte ook het op participatieve wijze in kaart brengen van de “High Conservation Values” (HCVs) binnen de voorgestelde conversiegebieden, waarvoor speciale beheers- en monitoringvoorschriften moeten worden toegepast.
91 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijke productie en verwerking
Landconflicten
Landconflicten worden aangepakt via het geschil-lenregelingsmechanisme van SIPEF, dat ingebed is in de Klachtenprocedures van de Groep. Voor elk landconflict dat zich voordoet, wordt een geschillenregelingsproces geïmplementeerd. Deze processen moeten door alle partijen betrok-ken in het conflict goedgekeurd worden. SIPEF's geschillenregelingsmechanisme en -benadering voorziet ook voor alle partijen het recht op een wettelijke vertegenwoordiging van hun keuze. Er bestaat een gedocumenteerd systeem voor alle onderhandelingen over compensatie voor het verlies van wettelijke rechten, gewoonte- of gebruiksrechten. Dit systeem stelt inheemse bevolkingsgroepen, plaatselijke gemeenschappen en andere stakeholders in staat hun standpunten via hun eigen vertegenwoordigende instellingen kenbaar te maken. Wanneer er geschillen zijn of zijn geweest, krij-gen alle partijen een bewijs van de wettelijke ver-werving van eigendomstitels, alsmede het bewijs dat een onderling overeengekomen compensatie werd betaald aan alle mensen die op het moment van de verwerving in het bezit waren van wet-telijke rechten, gewoonte- of gebruiksrechten. Er is ook bewijsmateriaal beschikbaar waaruit blijkt of de compensatie werd aanvaard na een gedocumenteerd FPIC-proces. Nadere gegevens over eventuele klachten in ver-band met landconflicten zijn beschikbaar op het SIPEF “Grievance Dashboard”.
92 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Ontwikkeling van de gemeenschap
SIPEF investeert aanzienlijke middelen in het voorzien van mogelijkheden en diensten die de ontwikkeling van de gemeenschap ondersteunen. Elke Operationele Eenheid heeft een budget dat gebruikt kan worden om in te spelen op de behoef-ten van de lokale gemeenschap. De managers van de plantages voeren open en constructieve gesprekken met de plaatselijke stakeholders om te beslissen hoe de middelen het best besteed kunnen worden. In de loop der jaren is de Groep doorgegaan met de bouw en het onderhoud van scholen, klinie-ken, wegen en andere soorten infrastructuur. Alle faciliteiten zijn volledig toegankelijk voor werknemers, arbeiders en hun gezinnen, van wie de meesten ook lid zijn van de lokale gemeen-schappen. Veel van de onderwijs- en medische faciliteiten zijn ook toegankelijk voor andere leden van de gemeenschap.
De gemeenschappen in de omgeving van de activiteiten van de Groep zijn meestal actief in landbouw, onder meer met oliepalmen. SIPEF ondersteunt hun activiteiten waar mogelijk en gepast. In Indonesië bijvoorbeeld, levert SIPEF via haar dorpsprogramma voor lokale boeren (Kebun Masyarakat Desa) plantmateriaal en dien-sten voor landbeheer aan gezinnen, en garandeert toegang tot de markt tegen gunstige voorwaarden.
Onderwijs
Gratis vervoer naar staatsscholen wordt geregeld voor de kinderen van alle werknemers van de Groep, waar nodig. In afgelegen gebieden waar geen staatsscholen bestaan, richt SIPEF zijn eigen scholen op en beheert deze. Per december 2021, beheert SIPEF in totaal 44 kleuterscholen, lagere scholen en middelbare scholen in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust, waarvan 95% toegankelijk is voor kin-deren uit de gemeenschap.
- In een g ezamenlijk project met het “Papua New Guinea Incentive Fund” heeft Hargy Oil Palms Ltd (HOPL) een extra scho-lencomplex gebouwd in een van de meest afgelegen gebieden van West New Britain, waar nu meer dan 200 lagere schoolkinde-ren onderwijs krijgen.
- P T Tolan Tiga Indonesia exploiteert on-geveer 38 kleuterscholen, lagere en middel-bare scholen. Bij verschillende geheiden heeft het bedrijf ook de salarissen van de leerkrachten gesubsidieerd en grond aan de plaatselijke autoriteiten ter beschikking gesteld zodat de scholen konden worden uitgebreid.
- In I vorkust heeft Plantations J. Eglin geïnvesteerd in de ondersteuning van het onderwijs van de gemeenschappen door 4 lagere en kleuterscholen te bouwen en uit te rusten, en huisvesting te bouwen voor het onderwijzend personeel van deze scholen.
| AANTAL DOOR SIPEF OPGERICHTE SCHOLEN OPERATIONEEL IN 2021 | |
|---|---|
| Faciliteiten toegankelijk voor kinderen van werknemers | 44 |
| Faciliteiten toegankelijk voor kinderen uit de gemeenschap | 42 |
| Totaal aantal faciliteiten/gebouwen | 44 |
93 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijke productie en verwerking
Medische zorg
SIPEF besteedt bijzondere aandacht aan de ver-strekking van medische zorg. De activiteiten van SIPEF in Indonesië omvatten 23 poliklinieken, die meer dan 50 gezondheidswerkers tewerk-stellen, waaronder artsen, verpleegkundigen en vroedvrouwen. In Ivoorkust en Papoea-Nieuw-Guinea wordt de medische zorg volledig betaald door de Vennootschap, die werkt met eigen dokters en verpleegsters in plaatselijke klinieken en zorg-centra die op de plantages zijn opgericht. Alle faciliteiten in beide locaties zijn toegankelijk voor zowel werknemers als leden van de gemeenschap. In 2021 behandelden de faciliteiten van SIPEF in Papoea-Nieuw-Guinea meer dan 100 000 patiënten, die door 25 gezondheidswerkers in 13 bedrijfsklinieken werden verzorgd.
Infrastructuur
Het onderhoud van de openbare wegen is van cruciaal belang voor de goede werking van SIPEF's plantages, maar levert ook heel wat voordelen op voor de lokale gemeenschappen. In Papoea-Nieuw-Guinea en Indonesië werkt de Groep samen met de lokale overheid om de openbare wegen rond haar exploitatiegebieden te onderhouden. Op sommige plantages in Indonesië overlegt SIPEF ook met de gemeenschappen over de aanleg van nieuwe wegen aan de rand van haar concessies. Sommige van deze wegen zijn overdag ook toegankelijk voor het publiek. Deze samen-werking vermindert aanzienlijk het risico van ongevallen binnen de estates, terwijl de gemeen-schappen meer bewegingsvrijheid krijgen.
SIPEF bevordert ook de opening van lokale win-kels door werknemerscoöperaties. Waar nodig subsidieert de Vennootschap het transport van goederen of verstrekt zij het nodige kapitaal aan de werknemerscoöperaties. In Indonesië hebben werknemerscoöperaties succesvolle minimark-ten opgezet op de meeste plantages. In Papoea-Nieuw-Guinea werkt de Groep vaak met lokale operatoren die exploitatieconcessies op middel-lange tot lange termijn krijgen. De Vennootschap volgt de prijzen op om de betaalbaarheid van basisgoederen te handhaven.
RENOVATIE VAN DE KRAAMAFDELING IN PAPOEA NIEUW GUINEA
In de loop van 2019-2021 leidde HOPL een project om de kraamzorg in het gezondheidscentrum van Bialla, dat medische diensten verleent aan de gemeenschap, aanzienlijk te verbeteren. Het Bialla Health Centre is gevestigd in een gemeenschap van ongeveer 50 000 mensen in West New Britain in Papoea-Nieuw-Guinea. Een bestaand gebouw werd omgebouwd tot een volle-dig functionele kraamafdeling die vrouwen een veilige en toegankelijke gelegenheid biedt om te bevallen. Het project werd gefinancierd door donoren en uitgevoerd in samenwerking met de provinciale gezondheidsauto-riteiten van West New Britain. HOPL ondersteunde het project door bouwmaterialen en mankracht te leveren om de bestaande bouwstructuur te verbeteren, evenals beddengoed en andere benodigde materialen.
94 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
95 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijke productie en verwerking
96 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Verantwoordelijk inkopen en productie van lokale boeren
Lokale boeren spelen een vitale rol in de mondiale voedselsystemen. Zij produceren zowat een derde van de voedselvoorraad van de wereld. Ze nemen ook circa 40% van de wereldwijde oliepalmteelt voor hun rekening. Lokale oliepalmboeren worden op hun weg naar een meer duurzame productie geconfronteerd met diverse problemen. Doorgaans hebben ze een beduidend lager rendement en veel minder middelen ter beschikking dan de commercië-le plantages, zoals financiële ondersteuning, gereedschappen, meststoen en plantgoed. Het ontbreekt hen vaak ook aan kennis en opleiding op het vlak van duurzame landbouwpraktijken.# SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijk inkopen en productie van lokale boeren
Zonder voldoende motivatie om bepaalde gebieden intact te laten, zal het risico dat lokale boeren uitbreiden naar bossen, veengebieden en andere kritieke ecosystemen alleen maar toenemen. In dit deel wordt uiteengezet hoe SIPEF samenwerkt met lokale boeren en de ermee gepaard gaande risico's in haar leveranciersbasis beheert. Er is ook een update van de implementatie van SIPEF’s verantwoordelijk inkoopbeleid (“Responsible Purchasing Policy” – RPuP), dat focust op de vooruitgang van lokale boeren inzake certificering. Lokale boeren spelen een vitale rol in de mondiale voedselsystemen. Zij produceren zowat een derde van de voedselvoorraad van de wereld. Ze nemen ook circa 40% van de wereldwijde oliepalmteelt voor hun rekening.
97 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijk inkopen en productie van lokale boeren
Samenwerking met lokale boeren
Ondersteuning van en samenwerking met lokale boeren kunnen helpen om de armoede terug te dringen. Het kan ook een positieve impact hebben op het levensonderhoud van deze boeren die van hogere rendementen, betere productiekwaliteit en hogere inkomsten kunnen genieten en toegang krijgen tot internationale markten. Tegelijk kan het bijdragen tot de beperking van de impact van de landbouwproductie op natuurlijke ecosystemen en tot de verwezenlijking van de duurzaamheidsdoelstellingen en van de zero-ontbossingsverbintenissen aangegaan door duurzaamheidsleiders in de palmolie-industrie.
Per 31 december 2021 werkt SIPEF samen met in totaal 10.004 lokale boeren voor palmolie, rubber en thee in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. Aangezien de overgrote meerderheid (9.148) van de lokale boeren waarmee SIPEF samenwerkt oliepalmen produceert, is de aanpak van de Vennootschap in eerste instantie op de productie van oliepalmen gericht. SIPEF’s leveranciersbasis van lokale oliepalmboeren bestrijkt een productieareaal van meer dan 20.000 hectare. In totaal wordt 16% van de verse vruchtentrossen (“Fresh Fruit Bunches” – FFB) die SIPEF in haar fabrieken verwerkt, geproduceerd door lokale boeren.
SIPEF heeft een aantal oliepalmprogramma's en -diensten opgesteld voor lokale boeren, gericht op inclusiviteit, “Best Management Practices” (BMP's), certificering en de verlaging van kostenbarrières. Deze programma's en diensten zijn afgestemd op de locatie en het type van de lokale boeren. Zij helpen de lokale boeren om duurzame activiteiten te ontwikkelen en te profiteren van de technische expertise van de Groep. De nadruk ligt op het verkrijgen en behouden van de RSPO-certificering, en het opvoeren van het rendement en de productie-efficiëntie.
De Groep werkt via haar dochtervennootschappen, Hargy Oil Palms Ltd (HOPL) in Papoea-Nieuw-Guinea en PT Tolan Tiga in Indonesië, samen met verschillende types lokale boeren:
- Alle lokale boeren die samenwerken met HOPL zijn “associated smallholders” en beantwoorden aan de vorige classificatie-definities voor lokale boeren van de RSPO. Op basis van de huidige RSPO-classificatie voor lokale boeren worden deze boeren gecertificeerd als “scheme smallholders”.
- In Indonesië beheert PT Tolan Tiga estates van lokale boeren in het kader van haar “company-managed programme” en haar “village smallholder programme”. Beide types volgen de RSPO-definitie voor “scheme smallholders”.
- De lokale boeren in Indonesië die hun eigen productiegebieden beheren en die de keuze hebben om aan SIPEF te verkopen, zijn “associated buy/sell smallholders”. De lokale boeren die SIPEF ondersteunt met gecertificeerd zaaigoed zijn “associated seedling smallholders”. Volgens de RSPO-definities zijn beide types ingedeeld als onafhankelijke lokale boeren, en hun oogst wordt momenteel niet opgenomen in SIPEF’s fysieke toevoerketen.
Meer informatie over de wijze waarop SIPEF samenwerkt met lokale boeren is beschikbaar op de website van de Groep: www.sipef.com/hq/sustainability/smallholders/
99 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijk inkopen en productie van lokale boeren
LOKALE OLIEPALMBOEREN PER LAND SCHEME SMALLHOLDERS VS. ONAFHANKELIJKE LOKALE OLIEPALMBOEREN
| Papoea-Nieuw-Guinea | Indonesië | ||
|---|---|---|---|
| 3.635 | 40% | 5.513 | 60% |
| Onafhankelijke lokale boeren | 3.266 (36%) | ||
| “Scheme Smallholders” | 5.882 (64%) | ||
| Totaal | 9.517 | ||
| Aantal lokale boeren waarmee SIPEF samenwerkt | 3.635 | 98 |
Papoea-Nieuw-Guinea
SIPEF’s oliepalmplantage in Papoea-Nieuw-Guinea, HOPL, werkt samen met 3.635 “associated oil palm smallholders” (lokale oliepalmboeren), die een productieareaal van 14.890 hectare beheren. Dat vertegenwoordigt meer dan 50% van het beplante areaal van de vennootschap. In 2021 produceerden deze lokale boeren zo'n 39% van de FFB's die werden verwerkt in de drie fabrieken van HOPL.
“Associated smallholders” die samenwerken met HOPL zijn in principe onafhankelijk, aangezien zij eigenaar zijn van het land dat ze verbouwen en volledig vrij zijn in hun keuze van gewassen en beheerbeslissingen. Gelet op hun geografische locatie kunnen zij echter alleen verkopen aan fabrieken die in hun buurt liggen, zij hebben dan ook een permanente regeling met HOPL. Ze worden dan ook voor certificeringsdoeleinden geclassificeerd als “scheme smallholders”.
Een overzicht van het programma van HOPL voor lokale boeren is te vinden in het volgende deel en op de website van de Vennootschap: www.sipef.com/sipef-papua-new-guinea/sustainability/smallholders/
100 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
HOPL’S PROGRAMMA VOOR “ASSOCIATED SMALLHOLDERS”
HOPL Hargy Oil Palms Ltd
- “Local Planning Committee”
- OPIC
- OPRA
- Hargy Oil Palms Ltd
- "Oil Palm Industry Corporation"
- "Bialla Oil Palm Growers Association"
- "Oil Palm Research Association"
- "East Nakanai Local Level Government"
RECHTSTREEKSE ONDERSTEUNING:
- Verzamelen van vruchten door lokale boeren
- Onderhoud van weg en en bruggen voor het ophalen van vruchten
- Renteloze leningen voor gereedschap, meststoffen, zaailingen
- Beheer, aankoop en levering van meststoffen
- Beheren van plaagbestrijdingsteams voor projectgebieden
OPIC EN OPRA ONDERSTEUNING:
- Onderzoek en ontwikkeling
- Agronomische diensten
- Opleiding en vorming
- Projecten voor gemeenschapsontwikkeling
Voor meer informatie over OPRA en OPIC:
- www.agriculture.gov.pg/commodity-boards-a/oil-palm-industry-corporation
- www.pngopra.org
101 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Verantwoordelijk inkopen en productie van lokale boeren
JAARLIJKSE INVESTERING (PGK) IN CAPACITEITSOPBOUW EN ONDERZOEK VOOR LOKALE BOEREN IN PAPOEA-NIEUW-GUINEA
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| Eigen plantages FFB-rendement | 28,5 | 21,2 | 20,9 |
| “Associated smallholder” FFB-rendement | 16,5 | 15,0 | 13,4 |
Een van de hoofddoelstellingen van het “associated smallholder programme” van HOPL is de lokale boeren ondersteunen bij het onderhoud van hun huidige beplante areaal, en eveneens een productie van 20 ton per hectare te verwezenlijken tegen 2025. Uit de productietrends van de afgelopen drie jaar blijkt dat de “associated smallholders” van HOPL vooruitgang boeken op dit vlak, alhoewel het ernaar uitziet dat de herbeplanting de komende jaren wel een knelpunt zal worden. Aangezien het aantal percelen van lokale boeren blijft toenemen en de palmolieproductie de belangrijkste bron van inkomsten is, wordt er niet op tijd herbeplant.
Sinds 2017 verhoogt HOPL zijn directe betrokkenheid bij het verlenen van advies aan de lokale boeren. HOPL en haar “associated smallholders” investeerden in 2021 in totaal PGK 1.967.613 in capaciteitsopbouw en onderzoek.
HOPL “SMALLHOLDER” VELDDAGEN
In het kader van haar streven om de lokale boeren te ondersteunen, organiseert HOPL geregeld velddagen voor lokale boeren. Op deze events komen lokale boeren, de betrokken HOPL-afdelingen en diverse externe organisaties samen, waaronder organisaties die zich richten op adviesverlening en onderzoek en ontwikkeling, zoals OPIC en OPRA. De focus ligt op opleiding, bewustmaking en netwerken, om de lokale boeren te ondersteunen om hun productiviteit te verhogen, in hun levensonderhoud te voorzien, en hun naleving van de RSPO-certificering en het beleid van HOPL te verbeteren.
De laatste velddag vond plaats in juli 2021. Er werden sessies gehouden rond uiteenlopende onderwerpen, zoals productiviteit, meststoffen, plaagmanagement, oogsttransport door lokale boeren, naleving van de RSPO-certificering en klachtenbeheer. Er waren ook financiële instellingen uitgenodigd om informatie over spaar- en bankdiensten te geven. Naast deze events houdt HOPL ook bijeenkomsten en geeft het talrijke opleidingen tijdens het hele jaar, om zeker te zijn dat de “associated smallholders” op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen en BMP's.# In 2021 werden in totaal 253 bijeenkomsten en opleidingen voor lokale boeren georganiseerd.
RENDEMENT VAN HOPL 2019 – 2021
FFB TON/HA
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| Investering door HOPL | 741 | 839 | 970 |
| Investering door lokale boeren | 116 | 162 | 169 |

De connection to the world of sustainable tropical agriculture
Indonesië
PT Tolan Tiga Indonesia werkt momenteel in totaal met 6.369 lokale boeren samen voor palm-olie, rubber en thee. Voor de oliepalmproductie werkt het bedrijf samen met 5.513 lokale boeren, via vier verschillende programma's.
PT TOLAN TIGA'S PROGRAMMA'S VOOR LOKALE BOEREN
"Company managed smallholders"
- 1.943 lokale boeren
- Beplant areaal: 4.643 hectare
Het "company managed" programma volgt een model dat van oudsher is vastgelegd op basis van door de regering opgezette "plasma"-programma's in Indonesië. In het kader van dit programma heeft PT Tolan Tiga de volledige controle over alle aspecten van het beheer en de productie van de gewassen.
"Associated buy/sell smallholders"
- 2.438 lokale boeren
- Beplant areaal: 5.667 hectare
Onder het “Associated buy/sell”-programma beheren de boeren meestal hun eigen (kleine) percelen. Zij zijn niet gebonden door een formeel bedrijfspartnerschap en zijn in principe volledig vrij om hun FFB's te verkopen aan wie ze willen. Ze worden echter wel aangemoedigd om hun FFB's aan het bedrijf te verkopen, tegen aankoopvoorwaarden die gebaseerd zijn op een transparante en gepubliceerde formule.
"Village smallholders" (Kebun Masyarakat Desa)
- 304 lokale boeren
- Beplant areaal: 686 hectare
Het programma voor “village smallholders” is een ander type plasmaprogramma voor lokale boeren. Via het Agro Muko-programma werkt het bedrijf samen met de omringende dorpen om kleine oliepalmpercelen te ontwikkelen, die geheel of gedeeltelijk worden beheerd door de plantages van PT Tolan Tiga Indonesia.
"Associated seedling smallholders"
- 828 lokale boeren
- Beplant areaal: 2.312 hectare
“Associated seedling smallholders” zijn eigenaar van en hebben het volledige beheerzeggenschap over hun productiepercelen. PT Tolan Tiga Indonesia werkt samen met deze lokale boeren in het kader van haar verbintenis om meer lokale boeren in haar toevoerketen op te nemen. Gelet op de sterk uiteenlopende activiteiten en systemen van lokale boeren in Indonesië houdt de complexiteit van de regelingen in dat deze lokale boeren kunnen kiezen om niet fysiek verbonden te zijn.
4643 ha | 686 ha | 5667 ha | 2312 ha
Meer informatie over de wijze waarop PT Tolan Tiga Indonesia samenwerkt met lokale boeren is beschikbaar op de website van de vennootschap: www.sipef.com/sipef-indonesia/sustainability/smallholders/
SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijk inkopen en productie van lokale boeren
“VILLAGE SMALLHOLDERS” – KEBUN MASYARAKET DESA (KMD)
PT Tolan Tiga's “Village smallholder programme” richt zich op de dorpen rond de Agro Muko-activiteiten. In het kader van dit programma worden kleine oliepalmpercelen ontwikkeld, onder de naam Kebun Masyaraket Desa (KMD) of “villagers”-estates, die geheel of gedeeltelijk worden beheerd door de plantages van PT Tolan Tiga Indonesia. Het programma omvat 304 lokale boeren en is volledig RSPO-gecertificeerd.
PT Tolan Tiga Indonesia prefinanciert de ontwikkeling van de percelen en koopt later de productie op tegen marktprijzen, met een overeengekomen afbetalingsschema van de lagerentelening. Dat levert de dorpscoöperaties een aanzienlijke toegevoegde waarde op, die vaak wordt benut voor gemeenschapsfaciliteiten en -ontwikkelingen. De dorpscoöperaties ontvangen maandelijkse afrekeningen en de bedragen die PT Tolan Tiga Indonesia betaalt, worden in de plaatselijke kranten gepubliceerd. Dit systeem is zeer populair, en zelfs dorpen die ver van de plantages van de Groep liggen vragen om hieraan te kunnen deelnemen.
Op 31 december was ongeveer 80% van het totale productieareaal van de lokale palmolieproducenten van SIPEF RSPO-gecertificeerd. Dit vertegenwoordigt 4.297 lokale boeren, op een productiegebied van 16.243 hectare. Ongeveer 17% van de totale gecertificeerde FFB van de Groep wordt geproduceerd door lokale boeren.
Papoea-Nieuw-Guinea
Alle lokale boeren die samenwerken met HOPL en haar drie fabrieken bevoorraden, zijn RSPO-compliant gecertificeerd. Zij behaalden hun eerste certificering op hetzelfde moment als HOPL’s eigen plantages in 2009 en blijven zich inzetten voor het behoud ervan. Dit was wereldwijd de tweede groep lokale boeren die op een dergelijke schaal werd gecertificeerd. Er is een premieverdelingsstructuur opgezet met de lokale boeren, die gekoppeld is aan de verkoop van gecertificeerde producten. Gecertificeerde lokale boeren krijgen een duurzaamheidspremie van HOPL op basis van hun FFB-bijdrage aan de fabrieken.
Indonesië
In Indonesië is bijna 30% van de lokale boeren die FFB's leveren aan de extractiefabrieken van SIPEF gecertificeerd, goed voor een productieareaal van 1.353 hectare. Rekening houdend met het totale aantal lokale boeren waarmee SIPEF samenwerkt, inclusief zij die niet leveren aan de extractiefabrieken van SIPEF, is circa 12% RSPO-gecertificeerd. Een belangrijk probleem voor het bereiken van 100% certificering houdt verband met de Indonesische regelgeving, die voorschrijft dat het equivalent van 20% van alle vergunningen voor
| TON | % | |
|---|---|---|
| Eigen plantages | 1.297.632 | 83% |
| Lokale boeren | 258.126 | 17% |
| Totaal gecertificeerde FFB | 1.555.758 | 100% |
nieuw land (Hak Guna Usaha – HGU) moet worden toegewezen aan lokale boeren. Deze regelgeving werd in 2017 specifiek gewijzigd om ook alle verlengingen van HGU-concessies te omvatten. In naleving van dit voorschrift heeft SIPEF meer lokale boeren toegevoegd en met hen verbintenissen aangegaan met het oog op hun integratie in de gecertificeerde leveranciersbasis van de Vennootschap. Tot het zover is wordt de oogst van deze lokale boeren afzonderlijk verwerkt in fabrieken van derden, teneinde het “fully certified”- statuut van SIPEF’s eigen extractiefabrieken te handhaven.
RSPO GECERTIFICEERDE FFB PRODUCTIE VAN LOKALE BOEREN EN EIGEN PLANTAGES (TON)
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| GEMIDDELDE PREMIE BETAALD DOOR HOPL AAN LOKALE BOEREN (PGK / TON FFB) | 12,6 | 12,43* | 13,07 |
* De gemiddelde betaalde premie van 2020 is aangepast t.o.v. voorgaande verslagen.
Risicobeheer in SIPEF’s bevoorradingsbasis
SIPEF’s derden-leveranciers moeten ook beantwoorden aan haar RPuP, dat de voorwaarden van de Groep uiteenzet voor de samenwerking met de lokale boeren op hun weg naar certificering. Samen met het Verantwoordelijk Plantagebeleid vormt het RPuP de basis voor de criteria en procedures om lokale boeren te selecteren en te monitoren in SIPEF’s leveranciersbasis. Deze criteria en procedures zijn specifiek aangepast aan de lokale context van Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, de twee locaties waar SIPEF met derden-leveranciers werkt.
Selectiecriteria
SIPEF voert een screeningproces uit om te bepalen of de grond en de praktijken van nieuwe lokale boeren waarmee de Groep wil gaan samenwerken, beantwoorden aan het beleid van SIPEF. Het proces wordt ook gebruikt om het potentieel van de lokale boeren inzake toekomstige RSPO-certificering te evalueren.
- Perceellocatie: de locatie moet bekend en in kaart gebracht zijn. Geen beplanting op veengrond, op steile hellingen, in een oeverzone of binnen 100 meter van een zone die bestemd is voor bosbouw of binnen 500 meter van een beschermde zone.
- Overige criteria: bewijs van wettelijke toestemming tot het landgebruik, lidmaatschap van een vereniging, naleving van SIPEF's beleid inzake mensenrechten, eerlijke arbeidspraktijken en geen exploitatie.
Als aan deze criteria wordt voldaan, kan SIPEF een Memorandum of Understanding (MoU) met de lokale boeren afsluiten. PT Tolan Tiga Indonesia werkt met een checklist die de lokale boeren moeten invullen in het kader van het screeningproces en die ook wordt gebruikt voor de monitoring van de naleving tijdens interne audits. De checklist helpt de lokale boeren ook om beter inzicht te krijgen in het beleid en de verbintenissen die verbonden zijn aan hun samenwerking met het bedrijf. Lokale boeren die na evaluatie in aanmerking komen, moeten ook een MoU ondertekenen, inclusief een verbintenis tot verbetering op basis van kritische en voortdurende criteria, via hun representatieve vereniging. Ook HOPL werkt met een door de lokale boeren in te vullen checklist, die deel uitmaakt van het screeningsproces maar ook gebruikt wordt voor de monitoring van de naleving tijdens de interne audits. Het bedrijf neemt momenteel geen nieuwe telers op in zijn programma, vanwege de vereisten van de “New Planting Procedure” (NPP) van de RSPO. Lokale boeren hebben bij de RSPO en de “High Carbon Stock Approach” (HCSA) een verzoek ingediend voor de herziening van bestaande boeren die werken op land op basis van zwerflandbouwpraktijken. De checklists voor de interne audits zijn te vinden op de website van SIPEF: www.sipef.com/hq/sustainability/traceability-and-risk-management/
Nieuwe ontwikkelingen
Onder het “company-managed programme” in Indonesië worden de bestaande productiezones volledig door PT Tolan Tiga Indonesia beheerd en vallen onder het interne controlesysteem dat het bedrijf hanteert voor de eigen activiteiten. Alle nieuwe ontwikkelingen van lokale boeren onder dit programma moeten de NPP van de RSPO doorlopen.
Een overzicht van de aanpak van de naleving en het risicobeheer voor leveranciers volgens land van activiteit is beschikbaar op: www.sipef.com/hq/sustainability/traceability-and-risk-management/# SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoordelijk inkopen en productie van lokale boeren
Dat zorgt voor de naleving van alle kerncriteria, zoals de evaluatie van de geschiktheid van de bodem, geïntegreerde “High Conservation Value” (HCV)/”High Carbon Stock” (HCS), wijziging van landgebruik, maatschappelijke impact en broeikasgasevaluaties. In tegenstelling tot de “company-managed smallholders” in Indonesië beheren de lokale boeren in Papoea-Nieuw-Guinea hun eigen boerderijen. De lokale boeren moeten dan ook zelf het beleid van SIPEF en de “RSPO Principles & Criteria” (P&C) naleven. Ook HOPL eist dat alle nieuwe ontwikkelingen van lokale boeren de NPP doorlopen. Er zijn echter geen nieuwe beplantingen geweest, vanwege de complexiteit van het land-gebruik in Papoea-Nieuw-Guinea in verband met de NPP-vereisten.
Monitoring van de naleving
PT Tolan Tiga Indonesia monitort de naleving door zijn lokale boeren via regelmatige contacten, ondersteuning en evaluaties. De evaluaties worden uitgevoerd aan de hand van dezelfde screeningchecklists die worden gebruikt om de samenwerking met nieuwe lokale boeren op te starten. Het doel van deze contacten is meer inzicht te verschaffen in het beleid en de telers op te nemen in de gecertificeerde leveranciersbasis zodra ze klaar zijn voor RSPO-certificering.
In Papoea-Nieuw-Guinea voorziet HOPL regelmatig opleidingen voor “associated smallholders”, inspecteert de percelen en voert interne audits uit. Deze lokale boeren worden ook ieder jaar doorgelicht door een “Certification Body” van de RSPO, aan de hand van een “sampling intensity” formule. Bij de perceelinspecties, die worden uitgevoerd door adviesverleners van HOPL’s “Smallholder Agricultural Advisory Services” (SHAAS)-team, wordt de implementatie van beste beheerpraktijken door lokale boeren geëvalueerd. De interne audits evalueren de naleving van de RSPO-vereisten door lokale boeren en worden door de Duurzaamheidsafdeling uitgevoerd in het kader van HOPL’s interne auditplan. Deze audits bestrijken ook sociale indicatoren die relevant zijn voor lokale boeren, overeenkomstig de “National Interpretation” van de P&C in Papoea-Nieuw-Guinea, zoals geen kinderarbeid en klachtenbeheer.
De resultaten van de audits en inspecties worden aan de telers gecommuniceerd door het SHAAS-team, dat de lokale boeren ook ondersteunt bij het rechtzetten van de vastgestelde nalevingsinbreuken.
Inbreuken beheren
Wanneer een inbreuk op het beleid of de regelgeving wordt vastgesteld, geeft SIPEF de voorkeur aan het handhaven van de samenwerking en biedt zij de lokale boeren de kans om corrigerende maatregelen te nemen. Dat is belangrijk om verbeteringen te stimuleren en het werkt volgens SIPEF veel beter dan uitsluiting. De inbreuken worden geval per geval geëvalueerd om de oorzaak ervan te begrijpen. Daarna worden de passende maatregelen bepaald. Als een inbreuk wordt vastgesteld, wordt de oogst gescheiden van de gecertificeerde toevoerketen om het implementatieproces te beheren.
Verantwoordelijk ondernemen en transparantie
SIPEF gelooft dat het bedrijfsleven een positieve kracht kan zijn. De privésector beschikt over het innovatief potentieel om oplossingen te vinden voor de moeilijkste uitdagingen in de wereld en een belangrijke bijdrage te leveren tot duurzame ontwikkeling. De Groep handelt met de grootste eerbied voor ethische principes en blijft voorrang geven aan transparantie naar zijn stakeholders toe over de manier waarop hij zaken doet. Naast het intrinsieke belang van verantwoorde bedrijfspraktijken, is SIPEF zich bewust van de juridische, de financiële, de operationele en de reputatierisico's die voortvloeien uit alle gevallen van slechte praktijken. De Vennootschap verbindt zich ertoe een cultuur van ethisch gedrag bij haar werknemers te bevorderen, in overeenstemming met alle relevante wetten en interne beleidslijnen. SIPEF heeft ook de gepaste systemen en kanalen opgezet voor werknemers en andere stakeholders om hun bezorgdheden kenbaar te maken en feedback te geven, of wangedrag te melden.
In 2021 heeft SIPEF haar verbintenissen en aanpak inzake deugdelijk en duurzaam bestuur verder versterkt. De laatste jaren werden ook nieuwe reglementaire vereisten ingevoerd inzake transparantie en duurzaamheidsrapportering. SIPEF streeft ernaar zich aan te passen aan en te anticiperen op deze evoluerende vereisten, zowel wereldwijd als binnen de Europese Unie.
SIPEF gelooft dat het bedrijfsleven een positieve kracht kan zijn. De Groep handelt met de grootste eerbied voor ethische principes en blijft voorrang geven aan transparantie naar zijn stakeholders toe over de manier waarop hij zaken doet.
Corporate governance
SIPEF beschikt over een sterke corporate governance structuur met verschillende beleidslijnen die kritieke onderwerpen behandelen, zoals verantwoordelijk en ethisch gedrag, privacy, omkoping en corruptie, en klokkenluiders. Deze policies zetten samen de verbintenissen van de Groep, op het vlak van ethisch zakelijk gedrag en de beste praktijken inzake deugdelijk bestuur, uiteen. Het Charter beschrijft de belangrijkste elementen van SIPEF’s deugdelijk bestuur, met inbegrip van de beheerstructuur van de Vennootschap.
Corporate Governance Charter
Ethisch Beleid
Het Ethische Beleid bepaalt de verbintenissen van SIPEF inzake transparantie, anti-omkoping en anti-corruptie, naleving van alle relevante internationale en nationale wetten, en het verbod om persoonlijke zaken te doen via de faciliteiten van de Groep of tijdens de werkuren.
Gedragscode
De Gedragscode, die in 2019 door de Raad van Bestuur werd goedgekeurd, bevat de gedragsprincipes inzake verantwoordelijk en ethisch gedrag voor alle personeelsleden, met inbegrip van de consulenten en contractanten van SIPEF.
Algemeen privacybeleid
Het privacybeleid van SIPEF is van kracht sinds 25 mei 2018. Het beleid bepaalt hoe SIPEF persoonlijke gegevens gebruikt, opslaat en beschermt. Het is afgestemd op de vereisten die in de Europese Unie van toepassing zijn op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (EU-verordening 2016/679).
Klokkenluidersbeleid
Het beleid en de procedures van SIPEF op het niveau van de Groep inzake klokkenluiders worden uiteengezet in de Gedragscode. De dochteronderneming van de Groep, PT Tolan Tiga Indonesia, heeft eveneens een klokkenluiderregeling op lokaal niveau, die zowel in het Engels als in het Bahasa Indonesia op haar website gepubliceerd werd.
Klachtenbeleid
Het klachtenbeleid omschrijft de verbintenissen van SIPEF in verband met de behandeling van interne en externe klachten. Het bepaalt dat de werknemers van de Groep, evenals alle andere stakeholders, klachten kunnen indienen vrij en zonder vrees voor negatieve gevolgen. SIPEF’s verbintenis om klachten via transparante en onpartijdige mechanismen te behandelen, is ook opgenomen in het Verantwoorde Plantagebeleid van de Groep.
Bovenstaande beleidslijnen en documenten zijn beschikbaar op de SIPEF-bedrijfswebsite:
* www.sipef.com/hq/investors/shareholders-information/corporate-governance
* www.sipef.com/hq/sustainability/sipef-corporate-policies
Anti-omkoping en anti-corruptie
SIPEF begrijpt het belang van het creëren van een eerlijke omgeving voor zakendoen, vrij van de verstorende, concurrentievervalsende effecten van omkoping en andere vormen van corruptie. De Vennootschap is zich bewust van de ernst van de mogelijke gevolgen voor de Groep op juridisch, financieel en operationeel vlak evenals voor zijn reputatie. Financiële sancties kunnen oplopen tot duizenden of miljoenen euro's. Negatieve berichtgeving in de media kan de reputatie van de Groep ernstig schaden en een potentiële impact hebben op de beurskoers van SIPEF. Bovendien kunnen activiteiten voor enkele uren, dagen, maanden of zelfs volledig stilgelegd worden, bijvoorbeeld wanneer een grondvergunning wordt ingetrokken.
De Groep beschikt over stevige beleidslijnen, mechanismen en maatregelen om de risico's verbonden aan corruptie in de industrie en op locaties waar de Groep actief is, aan te pakken. Interne sancties, tot en met ontslag, worden opgelegd bij overtreding van de bedrijfsvoorschriften. De ergste gevallen worden aan de bevoegde autoriteiten gerapporteerd, en de Vennootschap verleent haar volledige medewerking in geval van rechtsvervolging. Interne procedures en interne controleprogramma's worden voortdurend herzien om interne en externe fraude te voorkomen en op te sporen.
Ethisch Beleid
Het Ethisch Beleid van SIPEF werd voor het eerst opgesteld in 2017, en is van toepassing op SIPEF en haar leveranciers. Het Beleid concentreert zich op de volgende principes en verbintenissen:
- Naleving: alle relevante internationale en nationale wetten zullen worden nageleefd.
- Transparantie: aandeelhouders en stakeholders zullen worden voorzien van alle niet-vertrouwelijke informatie.
- Nultolerantie voor omkoping en corruptie: steekpenningen worden actief vermeden, en geschenken mogen alleen worden gegeven met voorafgaande goedkeuring van het senior management.
- Nultolerantie voor kinderarbeid, slavernij of dwangarbeid.
- Verbod voor management en werknemers om persoonlijke zaken te doen via faciliteiten van de Groep of tijdens de werkuren.
Gedragscode
Anti-omkoping en anti-corruptie hebben een belangrijke plaats in de Gedragscode van SIPEF. De Code bepaalt de gedragsprincipes inzake verantwoordelijk en ethisch gedrag voor de werknemers en het management van SIPEF. Ze bevat een minimumreeks van richtlijnen die wordt ondersteund door andere meer gespecialiseerde beleidslijnen over specifieke onderwerpen, zoals SIPEF's Ethisch Beleid.# The connection to the world of sustainable tropical agriculture
De Code behandelt verschillende onderwerpen en vraagstukken die verband houden met ethisch gedrag, waaronder: houding op het werk, relaties met klanten en leveranciers, belangenconflicten en misbruik van voorkennis, gebruik van bedrijfsfondsen, omkoping en ongepaste betalingen, discriminatie en gelijke behandeling, klokkenluiders en gegevensbescherming en privacy. Zoals voorgeschreven door de Belgische Corporate Governance Code 2020 en het Corporate Governance Charter, controleert de raad van bestuur van SIPEF eenmaal per jaar de naleving van de Gedragscode. SIPEF heeft eveneens een gedragscode ingevoerd in alle landen waar zij actief is.
Klokkenluidersprocedures
Werknemers die zich zorgen maken over vermoedelijk wangedrag worden aangemoedigd naar buiten te treden zonder angst voor straf of oneerlijke behandeling. Alle gerapporteerde bekommernissen worden met de grootst mogelijke vertrouwelijkheid behandeld en de naam van de klokkenluider wordt niet zonder toestemming vrijgegeven. SIPEF en de dochterondernemingen van SIPEF zijn verplicht ervoor te zorgen dat elke gerapporteerde bezorgdheid naar behoren wordt opgevolgd en onderzocht, indien nodig, en dat de nodige corrigerende maatregelen worden genomen.
Opleiding over het beleid
Sinds 2017 heeft de Groep opleidingen voorzien voor zijn werknemers, met als doel ervoor te zorgen dat het personeel op elk niveau van de onderneming de relevantie en het belang van het anti-corruptiebeleid van de Groep begrijpen.
Klachtenregeling
Het klachtenmechanisme van SIPEF zorgt ervoor dat alle belanghebbenden, intern en extern, erop kunnen vertrouwen dat hun klachten zullen worden gehoord en onpartijdig zullen worden behandeld, en niet zullen worden beantwoord met represailles. Er is een groepsbeleid inzake klachten ingevoerd en aan alle werknemers en andere belanghebbenden meegedeeld. Alle klachten worden op een transparante en tijdige manier behandeld, rechtstreeks tussen de aanklagers en de respectieve operatie. Er is een specifiek systeem voor gevallen van seksuele intimidatie, waarbij de nadruk ligt op het beschermen van de privacy en het waarborgen van eerlijke procedures. Klachten ontvangen van ngo’s, of klachten die als belangrijk worden beschouwd, worden gecommuniceerd op het Klachten Dashboard van de SIPEF-bedrijfswebsite, inclusief informatie over de status van elke zaak, en of en hoe de zaken zijn opgelost. Het Klachten Dashboard kan geraadpleegd worden op: www.sipef.com/hq/sustainability/grievances-dashboard-active-andor-progressing
SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Verantwoord ondernemen en transparantie
EU-taxonomie: Geconsolideerde informatieverschaffing krachtens Art. 8 van de Taxonomieverordening
De EU-taxonomie is een classificatiesysteem voor ecologisch duurzame economische activiteiten dat door de Europese Commissie werd ontwikkeld als hulp bij de opschaling van duurzame investeringen in het kader van de Europese Green Deal. De Taxonomieverordening is een kernonderdeel van het actieplan van de Europese Commissie om kapitaalstromen naar duurzame projecten en activiteiten te leiden. Zij vormt een belangrijke mijlpaal in het streven van de EU naar koolstofneutraliteit tegen 2050, door duidelijke definities en criteria vast te leggen voor wat mag worden beschouwd als ‘duurzaam’. Dat omvat definities en criteria voor de milieudoelstellingen ‘Klimaatveranderingsmitigatie’ en ‘Klimaatveranderingsadaptatie’.
Als niet-financiële moederonderneming heeft SIPEF onderzocht in welke mate haar economische activiteiten in de verslagperiode 2021 in aanmerking komen voor taxonomieclassificatie. Hieronder wordt het percentage van de omzet, de investeringen ("Capital Expenditure, Capex") en de bedrijfsuitgaven ("Operating Expenditure, Opex") gepresenteerd dat verband houdt met economische activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomieclassificatie in het kader van de eerste twee milieudoelstellingen (klimaatveranderingsmitigatie en klimaatveranderingsadaptatie), overeenkomstig Art. 8 van de Taxonomieverordening en Art. 10 (2) van de krachtens Art. 8 Gedelegeerde Handeling.
Kernactiviteiten van SIPEF: Niet in aanmerking komend voor taxonomieclassificatie
SIPEF heeft alle voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten, zoals opgesomd in de Gedelegeerde Handeling voor het Klimaat, geëvalueerd op basis van de activiteiten van de Vennootschap als agro-industriële groep. De Gedelegeerde Handeling voor het Klimaat focust op de economische activiteiten en sectoren met het hoogste potentieel om de doelstellingen van klimaatveranderingsmitigatie en klimaatveranderingsadaptatie te verwezenlijken. Die sectoren omvatten energie, geselecteerde productieactiviteiten, transport en gebouwen.
SIPEF focuste bij de evaluatie van haar taxonomieclassificatie op economische activiteiten gedefinieerd als de levering van goederen of diensten op een markt, om zo (eventueel) inkomsten te genereren. In die context definieert SIPEF, als agro-industriële groep, het kweken van oliepalmen, rubber, thee en bananen, en de productie van palmolie, palmpitten, palmpitolie, rubber en thee als de kern van haar bedrijfsactiviteiten. Na een grondige evaluatie met de medewerking van alle betrokken afdelingen en teams werd geconcludeerd dat SIPEF’s economische kernactiviteiten niet onder de Gedelegeerde Handeling voor het Klimaat vallen en als dusdanig niet in aanmerking komen voor taxonomieclassificatie. Zoals vastgelegd in de ‘Gedelegeerde Handeling Klimaat’, aangenomen in juni 2021, zijn de criteria voor landbouw voorlopig uitgesloten uit de Gedelegeerde Handeling, in afwachting van verdere vooruitgang in de lopende onderhandelingen over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). SIPEF verwacht dan ook in de toekomst minstens een deel van haar kernactiviteiten te kunnen aangeven als in aanmerking komend voor taxonomieclassificatie in het kader van de doelstellingen van klimaatveranderingsmitigatie en klimaatveranderingsadaptatie.
SIPEF verschaft deze informatie op vrijwillige basis, omdat de Groep van mening is dat deze informatie nuttig kan zijn voor gebruikers van zijn geconsolideerde niet-financiële verklaringen om een beter inzicht te verwerven in zijn bedrijfsactiviteiten. Hoewel de kernactiviteiten van SIPEF momenteel niet onder de ‘Gedelegeerde Handeling Klimaat’ vallen en niet in aanmerking komen voor de Taxonomie, blijft de Groep zich engageren om de uitstoot van broeikasgassen verbonden aan haar bedrijfsactiviteiten te verminderen en om de risico’s en de gevolgen verbonden aan de klimaatverandering te beheren. Een overzicht van de bestaande initiatieven van de Groep met betrekking tot de klimaatveranderingsmitigatie en -beperking wordt gegeven op pagina 50 van dit verslag.
Prestatiekernindicatoren
De prestatiekernindicatoren (“Key Performance Indicators” - KPI's) waarmee rekening is gehouden bij de evaluatie, zijn de omzet-KPI, de Capex-KPI en de Opex-KPI. Voor de verslagperiode 2021 moeten deze KPI's worden bekendgemaakt met een onderscheid tussen wel en niet voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten, volgens Art. 10 (2) van de krachtens Art. 8 Gedelegeerde Handeling. SIPEF’s omzet komt niet in aanmerking voor taxonomieclassificatie omdat de economische activiteiten van de Groep op dit moment niet onder de ‘Gedelegeerde Handeling Klimaat’ vallen. Dientengevolge komen ook de investeringen en bedrijfsuitgaven in verband met deze activiteiten niet in aanmerking voor taxonomieclassificatie (zie tabel hierna voor de totalen van iedere KPI).
| TOTAAL | KUSD | PERCENTAGE VAN DE WEL VOOR TAXONOMIECLASSIFICATIE IN AANMERKING KOMENDE ECONOMISCHE ACTIVITEITEN (%) | PERCENTAGE VAN DE NIET VOOR TAXONOMIECLASSIFICATIE IN AANMERKING KOMENDE ECONOMISCHE ACTIVITEITEN (%) |
|---|---|---|---|
| Omzet | 416 053 | 0% | 100% |
| Investeringen (Capex) | 68 692 | 0% | 100% |
| Bedrijfsuitgaven (Opex) | 33 391 | 0% | 100% |
Boekhoudkundig beleid
De evaluatie van de wel en niet voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende omzet, Capex en Opex van SIPEF werd uitgevoerd conform de specificaties en definities uiteengezet in Bijlage I van de krachtens Art. 8 Gedelegeerde Handeling. Het voor dit proces gehanteerde boekhoudkundig beleid is als volgt:
- Het percentage van de voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten in de totale omzet van de Groep is berekend als het deel van de netto-omzet afgeleid van producten en diensten dat verband houdt met voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten (teller) gedeeld door de netto-omzet (noemer).
DE TAXONOMIEVERORDENING LEGT ZES MILIEUDOELSTELLINGEN VAST:
* Klimaatveranderingsmitigatie
* Klimaatveranderingsadaptatie
* Het duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene bronnen
* De transitie naar een circulaire economie
* Preventie en bestrijding van verontreiniging
* De bescherming en het herstel van biodiversiteit en ecosystemen
Voor meer informatie: ec.europa.eu/info/business-economy-euro/banking-and-finance/sustainable-finance/eu-taxonomy-sustainable-activities_en
21 Europese Commissie (opgehaald in december 2021). EU taxonomy for sustainable activities. https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/banking-and-finance/sustainable-finance/eu-taxonomy-sustainable-activities_en
22 Klimaatmitigatie verwijst hoofdzakelijk naar de noodzaak om de uitstoot van broeikasgassen te voorkomen en de emissie ervan te verminderen of meer broeikasgassen te verwijderen en de langetermijnopslag van koolstof te vergroten.## De omzet- KPI
De noemer van de omzet- KPI is gebaseerd op de geconsolideerde netto-omzet van de Groep overeenkomstig IAS 1.82(a). U vindt nadere details over het boekhoudkundig beleid van de Groep betreffende de geconsolideerde netto-omzet van de Groep op pagina 20 van het Jaarverslag deel 2 (Financiële staten). Wat de teller betreft, heeft SIPEF geen voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende activiteiten vastgesteld, zoals hoger toegelicht.
De geconsolideerde netto-omzet van de Groep kan worden aangesloten op het geconsolideerde Jaarverslag, deel 2 – financiële staten, de winst-en-verliesrekening op pagina 10 van het Jaarverslag, deel 2 (Financiële Staten - ‘omzet’).
De Capex-KPI
De Capex-KPI wordt gedefinieerd als de voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende Capex (teller) gedeeld door de totale Capex van de Groep (noemer). De teller wordt hieronder toegelicht. De totale Capex bestaat uit de toevoegingen aan de materiële en immateriële vaste activa gedurende het boekjaar, vóór waardeverminderingen, afschrijvingen en eventuele herwaarderingen, inclusief herwaarderingen en bijzondere waardeverminderingen, en exclusief wijzigingen in reële waarde. Het omvat toevoegingen aan de vaste activa (IAS 16), immateriële activa (IAS 38) en activa met gebruiksrecht (IFRS 16). Toevoegingen die resulteren uit bedrijfscombinaties zijn ook opgenomen (maar dit is niet van toepassing in 2021). Goodwill is niet opgenomen in de Capex omdat het niet gedefinieerd is als immaterieel actief overeenkomstig IAS 38. Nadere details over het boekhoudkundig beleid betreffende de Capex van de Groep zijn beschikbaar op pagina 16 van het Jaarverslag deel 2 (Financiële Staten).
De totale Capex van de Groep kan worden aangesloten op de geconsolideerde jaarrekening, pagina 12 van het Jaarverslag deel 2 (Financiële Staten - ‘geconsolideerd kasstroomoverzicht’) als de som van de verwerving van immateriële activa, de verwerving van biologische activa en de verwerving van materiële vaste activa.
De Opex-KPI
De Opex-KPI wordt gedefinieerd als de voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende Opex (teller) gedeeld door de totale Opex van de Groep (noemer). De teller wordt hieronder toegelicht. De totale Opex bestaat uit directe niet-gekapitaliseerde kosten die betrekking hebben op onderzoek en ontwikkeling, bouwrenovatiemaatregelen, kortetermijnhuur, onderhoud en reparatie, en alle andere directe dagelijkse onderhoudskosten voor materiële vaste activa. Dat omvat:
- Uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling, die niet van toepassing zijn op de SIPEF-groep. De SIPEF-groep heeft weliswaar uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling, die geconcentreerd zijn in zijn minderheidsdochtervennootschappen Verdant Bioscience Pte Ltd en PT Timbang Deli, maar deze uitgaven zijn in de consolidatie opgenomen als ondernemingen waarop vermogensmutatie wordt toegepast, die niet worden meegeteld voor de berekening van de Opex.
- Het volume aan niet-geactiveerde huurovereenkomsten, dat is bepaald overeenkomstig IFRS 16, en dat uitgaven voor kortetermijnhuur en huurovereenkomsten van lage waarde omvat (zie pagina 53 van het Jaarverslag deel 2 (Financiële staten).
- Onderhoud en reparatie en andere directe dagelijkse onderhoudskosten voor materiële vaste activa en biologische activa (dragende planten). Zij werden bepaald op basis van de onderhouds- en reparatiekosten toegewezen aan de betrokken activa. Het onderhoud van de biologische activa - dragende planten omvat alle kosten om de biologische activa (dragende planten) in een goede productiestaat te houden. De belangrijkste voorbeelden daarvan zijn de uitgaven in verband met het uitstrooien van meststoffen, het snoeien en het bestrijden van ongedierte en ziekten. De betrokken kosten zijn terug te vinden in diverse posten in de winst-en-verlies-rekening van de Groep, inclusief kostprijs van de verkopen (onderhoud van operationele materiële vaste activa en biologische activa – dragende planten) en algemene en administratieve kosten (zoals onderhoud van IT-systemen), in voorkomend geval. In het algemeen omvat dit personeelskosten, kosten voor diensten, en materiële kosten voor dagelijks onderhoud, naast regelmatige en niet-geplande onderhouds- en reparatiemaatregelen. Deze kosten worden rechtstreeks toegewezen aan de materiële vaste activa.
Aangezien de SIPEF-groep geen voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten heeft vastgesteld, registreert de Groep geen Capex/Opex betreffende activa of processen die verband houden met voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten in de teller van de Capex-KPI en de Opex.
Annex Materialiteitsbeoordeling in 2021
De materialiteitsbeoordeling is de basis van een sterke ESG-strategie. SIPEF heeft in 2021 veel aandacht besteed aan de herziening van haar materiële onderwerpen. Dit omvatte een verbetering van SIPEF's materialiteitsbeoordelingsproces, dat ten opzichte van voorgaande jaren is geëvolueerd om rekening te houden met bredere interne en externe standpunten van stakeholders.
OVERZICHT VAN HET MATERIALITEITSBEOORDELINGSPROCES IN 2021
IDENTIFICATIE VAN STAKEHOLDERS
Er werd een lijst van ongeveer 40 belangrijke interne en externe stakeholders opgesteld en de aanpak en de mate van betrokkenheid werden bepaald.
1 "DESK RESEARCH" EN "GAP"-ANALYSES
Er werd een documentenonderzoek uitgevoerd om de ESG-kwesties te evalueren die het meest relevant zijn voor SIPEF's activiteiten en stakeholders. Dit omvatte een evaluatie van:
- Kwesties en trends in de media en aankomende wijzigingen in de regelgeving;
- Duurzaamheidsrapporten, beleidslijnen en andere bronnen van geïdentificeerde stakeholders;
- “Gap”-analyses ten opzichte van rapporteringskaders, ESG-rating criteria en benchmarks zoals de "Sustainability Policy Transparency Toolkit" (SPOTT), CDP en Sustainalytics.
2 AFBAKENING EN CONSOLIDATIE VAN DE ONDERWERPEN
De bestaande SIPEF-lijst van de meest relevante onderwerpen werd herzien op basis van "desk research" en "gap"-analyses. Er werd een interne workshop georganiseerd om de bestaande onderwerpen te verfijnen of bij te werken en nieuwe onderwerpen op te nemen door de afgebakende deelonderwerpen in categorieën te groeperen. Tijdens dit proces werd rekening gehouden met aanvullende criteria, zoals de vraag of de impact van elk onderwerp redelijkerwijs kon worden beoordeeld (kwantitatief of kwalitatief).
3 PRIORITERING VAN ONDERWERPEN- INTERNE EN EXTERNE BETROKKENHEID VAN STAKEHOLDERS
Geselecteerde interne en externe stakeholders hebben deelgenomen aan een materialiteitsenquête om het belangrijkheidsniveau van elk materieel onderwerp te rangschikken van één tot vijf.
4 VALIDATIE
Het valideringsproces zorgde ervoor dat de gekozen onderwerpen de prioriteiten van SIPEF volledig weerspiegelen. Tijdens een workshop met het executief comité werden de resultaten van de beoordeling, met inbegrip van de enquêtes over de betrokkenheid van de stakeholders, besproken en werden de laatste aanpassingen aangebracht.
5
IDENTIFICATIE VAN STAKEHOLDERS
Er werd een lijst van ongeveer 40 belangrijke interne en externe stakeholders opgesteld en de aanpak en de mate van betrokkenheid werden bepaald.
1 "DESK RESEARCH" EN "GAP"-ANALYSES
Er werd een documentenonderzoek uitgevoerd om de ESG-kwesties te evalueren die het meest relevant zijn voor SIPEF's activiteiten en stakeholders. Dit omvatte een evaluatie van:
- Kwesties en trends in de media en aankomende wijzigingen in de regelgeving;
- Duurzaamheidsrapporten, beleidslijnen en andere bronnen van geïdentificeerde stakeholders;
- “Gap”-analyses ten opzichte van rapporteringskaders, ESG-rating criteria en benchmarks zoals de "Sustainability Policy Transparency Toolkit" (SPOTT), CDP en Sustainalytics.
2 AFBAKENING EN CONSOLIDATIE VAN DE ONDERWERPEN
De bestaande SIPEF-lijst van de meest relevante onderwerpen werd herzien op basis van "desk research" en "gap"-analyses. Er werd een interne workshop georganiseerd om de bestaande onderwerpen te verfijnen of bij te werken en nieuwe onderwerpen op te nemen door de afgebakende deelonderwerpen in categorieën te groeperen. Tijdens dit proces werd rekening gehouden met aanvullende criteria, zoals de vraag of de impact van elk onderwerp redelijkerwijs kon worden beoordeeld (kwantitatief of kwalitatief).
3 PRIORITERING VAN ONDERWERPEN- INTERNE EN EXTERNE BETROKKENHEID VAN STAKEHOLDERS
Geselecteerde interne en externe stakeholders hebben deelgenomen aan een materialiteitsenquête om het belangrijkheidsniveau van elk materieel onderwerp te rangschikken van één tot vijf.
4 VALIDATIE
Het valideringsproces zorgde ervoor dat de gekozen onderwerpen de prioriteiten van SIPEF volledig weerspiegelen. Tijdens een workshop met het executief comité werden de resultaten van de beoordeling, met inbegrip van de enquêtes over de betrokkenheid van de stakeholders, besproken en werden de laatste aanpassingen aangebracht.
5
Annex Betrokkenheid van stakeholders
Een bredere aanpak voor stakeholdersbetrokkenheid was een belangrijke toevoeging aan de materialiteitsbeoordeling in 2021. Er werd een enquête gehouden bij 15 interne en 16 externe stakeholders uit SIPEF's werknemers- en klantenbestand, investeerders en financiële instellingen, alsook bij deskundigen, ngo's en multi-stakeholderinitiatieven. De externe stakeholders werd gevraagd het belang van elk onderwerp in te schatten van één tot vijf vanuit het perspectief van hun eigen organisatie. In de interne enquête werd het concept van ‘dubbele materialiteit’ opgenomen, waarbij de deelnemers werd gevraagd de 22 materiële onderwerpen in twee dimensies van één tot vijf te beoordelen.## De eerste dimensie was het niveau van SIPEF's ESG-impact voor elk onderwerp, en de tweede was het niveau van de potentiële impact van de kwesties op SIPEF's business. De gemiddelde scores voor zowel interne als externe stakeholders werden gebruikt om de onderwerpen in te delen in subgroepen van 'Prioriteit-' en 'Belangrijkheid’. De drempel voor de prioriteitscategorie werd ingesteld op onderwerpen met een gemiddelde score van vier en hoger. Om de resultaten te valideren, werden de scores uitgezet in materialiteitsmatrices. De eerste matrix weerspiegelde de scores van interne stakeholders voor de twee dimensies van dubbele materialiteit. De tweede gaf voor elk onderwerp de mate van belangrijkheid weer voor interne versus externe stakeholders. De matrices werden gebruikt om de verschillende standpunten van de stakeholders te analyseren en eventueel noodzakelijke aanpassingen aan te brengen in de prioriteitsniveaus die in de lijst van materiële onderwerpen waren toegekend.
2021 Materiële onderwerpen
De onderwerpen met de hoogste waardering voor zowel interne als externe stakeholders waren vergelijkbaar met de onderwerpen die in 2020 als zeer belangrijk waren beoordeeld: Mensenrechten en arbeidsnormen, Traceerbaarheid, Ontbossing en Inzet van lokale boeren. Met de groeiende wereldwijde aandacht voor klimaatactie was klimaatverandering een nieuw toegevoegd onderwerp dat ook als een prioritair onderwerp werd aangemerkt. Het vervangt het onderwerp broeikasgasemissies van 2020 waarvan de scope werd uitgebreid om er mitigatie van en aanpassing aan klimaatverandering in op te nemen. Geen enkel onderwerp had een gemiddelde score lager dan drie. Dit betekent dat alle onderwerpen belangrijk werden geacht door de meerderheid van de geraadpleegde stakeholders. De uiteindelijke selectie van materiële onderwerpen werd voor 2021 in een vereenvoudigd formaat gepresenteerd, ingedeeld volgens twee prioriteitsniveaus. Deze is beschikbaar op pagina 16.
120 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
OVERZICHT VAN WIJZIGINGEN IN MATERIËLE ONDERWERPEN IN 2021
ONDERWERPEN BEHOUDEN VAN 2020
- Ontbossing
- Traceerbaarheid
- Gezondheid en veiligheid
- Biodiversiteit
- Waterbeheer
- Gebruik van meststoffen en pesticiden
- Gemeenschapsontwikkeling
- Bestrijding van omkoping en corruptie
BIJGEWERKTE ONDERWERPEN
- Mensenrechten en arbeidsnormen (Voorheen: Rechtvaardige arbeidspraktijken)
- Veengronden (Voorheen: Beheer veengebieden)
- Samenwerking met lokale boeren (Voorheen: Integratie van lokale boeren)
- Productiviteit en kwaliteit (Voorheen: Productiviteit)
- Duurzaamheidsnormen en certificering (Voorheen: Certificeringen)
- Brandpreventie en -beheer (Voorheen: Natuurbranden)
ONDERWERPEN VERWIJDERD IN 2021
- Broeikasgasemissies (“GHG Emissions”) - uitgebreid tot ‘Klimaatverandering’ om ervoor te zorgen dat zowel de mitigatie- als aanpassingskwesties in verband met klimaatverandering worden behandeld
- Bescherming van soorten - opgenomen als sub-onderwerp onder ‘Biodiversiteit’ en ‘Behoud en herstel van ecosystemen’
- Klachtenmechanisme - opgenomen als sub-onderwerp onder ‘Transparantie’ en ‘Gemeenschapsrechten’
- FPIC/Landgebruik - opgenomen als sub-onderwerp onder ‘Gemeenschapsrechten’
+ NIEUWE ONDERWERPEN
- Klimaatverandering
- Gemeenschapsrechten
- Tracerbaarheid
- O&O en innovatie
- Ecosysteembehoud en -herstel
- Regeneratieve praktijken
- Diversiteit en inclusie
- Voedselveiligheid
+ - : Blauw = Prioriteitsonderwerpen Oranje = Belangrijke onderwerpen
121 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Annex
Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (United Nations Sustainable Development Goals - SDGs)
| SDG | SDG DOELSTELLING | RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN | SIPEF’S ACTIVITEITEN |
|---|---|---|---|
| SDG 1: Geen Armoede | 1.4 - Er tegen 2030 voor zorgen dat alle mannen en vrouwen, in het bijzonder de armen en de kwetsbaren, gelijke rechten hebben op economische middelen, alsook toegang tot basisdiensten, eigenaarschap en controle over land en andere vormen van eigendom, nalatenschap, natuurlijke hulpbronnen, gepaste nieuwe technologie en financiële diensten, met inbegrip van microfinanciering | Gemeenschapsrechten Gemeenschapsontwikkeling |
SIPEF verzekert zich ervan dat voorafgaand aan elke nieuwe ontwikkeling, de lokale gemeenschappen hun vrij, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (“Free, Prior and Informed Consent” - FPIC)) hebben verleend. Waar mogelijk geeft de Vennootschap ook kansen aan de leden van de gemeenschap om mee te genieten van haar activiteiten, onder meer door tewerkstelling en ontwikkelingskansen in de landelijke en afgelegen gebieden waar de Groep actief is. De meeste werknemers van SIPEF en hun gezinnen wonen op de plantages en de Groep voorziet hen van huisvesting, zuiver water en medische diensten. |
122 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
| SDG | SDG DOELSTELLING | RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN | SIPEF’S ACTIVITEITEN |
|---|---|---|---|
| SDG 2: Geen Honger | 2.3 - Tegen 2030 de landbouwproductiviteit en de inkomens verdubbelen voor kleinschalige voedselproducenten, in het bijzonder vrouwen, inheemse bevolkingen, familieboeren, veefokkers en vissers, onder meer door een veilige en gelijke toegang tot land, andere productieve hulpbronnen en inputs, kennis, financiële diensten, markten en opportuniteiten die toegevoegde waarde bieden en ook buiten de landbouw tewerkstelling genereren | Samenwerking met lokale boeren Productiviteit en kwaliteit |
SIPEF heeft oliepalmprogramma's opgezet en diensten die erop gericht zijn lokale boeren in staat te stellen deel te nemen aan duurzame industrie en te profiteren van de technische deskundigheid van SIPEF. De nadruk wordt gelegd op het behalen en behouden van de RSPO-certificering en het verhogen van de opbrengst en de productie-efficiëntie. De Groep levert agronomisch advies, opleiding en kwaliteitsvolle zaailingen. |
| 2.4 - Tegen 2030 duurzame voedselproductiesystemen garanderen en veerkrachtige landbouwpraktijken implementeren die de productiviteit en de productie kunnen verhogen, die helpen bij het in stand houden van ecosystemen, die de aanpassingscapaciteit verhogen in de strijd tegen klimaatverandering, extreme weersomstandigheden, droogte, overstromingen en andere rampen en die op een progressieve manier de kwaliteit van het land en de bodem verbeteren | Productiviteit en kwaliteit Gebruik van meststoffen en pesticiden O&O en innovatie Regeneratieve praktijken |
Toepassing van beste beheerpraktijken en regeneratieve praktijken, en op natuurvriendelijke oplossingen. Deze praktijken zijn gericht op het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid, het optimaliseren van inputs, het recycleren van bijproducten en het verhogen van de productkwaliteit en -productiviteit. De Groep wil ook investeren in O&O en innovatie om deze doelstellingen te bereiken en de kwaliteit van het plantgoed en de weerbaarheid van toekomstige gewassen te verbeteren. |
123 SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Annex
| SDG | SDG DOELSTELLING | RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN | SIPEF’S ACTIVITEITEN |
|---|---|---|---|
| SDG 3: Goede Gezondheid en Welzijn | 3.8 - Zorgen voor een universele gezondheidsdekking, met inbegrip van de bescherming tegen financiële risico’s, toegang tot kwaliteitsvolle essentiële gezondheidszorgdiensten en toegang tot de veilige, doeltreffende, kwaliteitsvolle en betaalbare essentiële geneesmiddelen en vaccins voor iedereen | Mensenrechten en arbeidsnormen Gemeenschapsontwikkeling Gezondheid en veiligheid |
Het ter beschikking stellen van 39 poliklinieken in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust. In Ivoorkust en Papoea-Nieuw-Guinea wordt de medische zorg volledig door SIPEF betaald. Alle faciliteiten in beide locaties zijn toegankelijk voor zowel werknemers als leden van de gemeenschap. |
| SDG 4: Kwaliteitsonderwijs | 4.1 - Er tegen 2030 voor zorgen dat alle meisjes en jongens op een vrije, billijke en kwalitatief hoogstaande manier lager en middelbaar onderwijs kunnen afwerken, wat moet kunnen leiden tot relevante en doeltreffende leerresultaten | Gemeenschapsontwikkeling | De oprichting van 44 kleuterscholen, lagere en middelbare scholen in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust. Alle faciliteiten zijn toegankelijk voor kinderen van werknemers en 95% is ook toegankelijk voor kinderen van omliggende gemeenschappen. SIPEF voorziet ook in gratis dagopvang voor kinderen van werknemers in Indonesië. |
| 4.2 - Er tegen 2030 voor zorgen dat alle meisjes en jongens in hun vroege kindertijd toegang hebben tot een kwalitatieve ontwikkeling, zorg en opvoeding voorafgaand aan de lagere school zodat ze klaar zijn voor het basisonderwijs |
124 The connection to the world of sustainable tropical agriculture
| SDG | SDG DOELSTELLING | RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN | SIPEF’S ACTIVITEITEN |
|---|---|---|---|
| SDG 6: Schoon Water en Sanitair | 6.3 - Tegen 2030 de waterkwaliteit verbeteren door verontreiniging te beperken, de lozing van gevaarlijke chemicaliën en materialen een halt toe te roepen en de uitstoot ervan tot een minimum te beperken waarbij ook het aandeel van onbehandeld afvalwater wordt gehalveerd en recyclage en veilige hergebruik wereldwijd aanzienlijk worden verhoogd | Waterbeheer | Beperking van de verontreiniging van oppervlakte- en grondwater door goede praktijken voor het behoud van de bodem, het aanleggen van oeverzones en de behandeling van afvalwater. |
SDG 6: Schoon water en sanitair
SDG DOELSTELLING
Tegen 2030 in aanzienlijke mate de efficiëntie van het watergebruik verhogen in alle sectoren en het duurzaam winnen en verschaffen van zoetwater garanderen om een antwoord te bieden op de waterschaarste en om het aantal mensen dat af te rekenen heeft met waterschaarste, aanzienlijk te verminderen
RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN
Waterbeheer
SIPEF’S ACTIVITEITEN
Optimalisering van het watergebruik bij alle activiteiten, inclusief zoveel mogelijk hergebruik van water om het watergebruik tot een minimum te beperken. Bijna 70% van het irrigatiewater dat op de bananenplantage in Ivoorkust wordt gebruikt, wordt tijdens het regenseizoen in stuwdammen opgeslagen. Vervolgens wordt het opnieuw gebruikt en enkele maanden later tijdens het droge seizoen opgepompt.
SDG 7: Betaalbare en Duurzame Energie
SDG DOELSTELLING
Tegen 2030 in aanzienlijke mate het aandeel hernieuwbare energie in de globale energiemix verhogen
RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN
Klimaatverandering
SIPEF’S ACTIVITEITEN
Het opwekken van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, met inbegrip van stoomturbines en faciliteiten voor het opvangen van methaan, uitgerust met biogasinstallaties op de palmolieplantages van SIPEF. In 2021 produceerde SIPEF 44.311.658 kWh elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, die volledig werd gebruikt voor de aandrijving van de palmolie-extractiefabrieken of voor algemeen gebruik door de nabijgelegen gemeenschappen.
DUURZAME ONTWIKKELINGS DOELSTELLING (SDG)
SDG 8: Waardig Werk en Economische Groei
SDG DOELSTELLING
Tegen 2030 komen tot een volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor alle vrouwen en mannen, ook voor jonge mensen en personen met een handicap, alsook een gelijk loon voor werk van gelijke waarde
RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN
Mensenrechten en arbeidsnormen
SIPEF’S ACTIVITEITEN
SIPEF voldoet aan alle lokale regelgeving voor lonen en volgt de berekeningen van fatsoenlijke leefbare lonen die gecontroleerd worden door de verschillende certificeringsnormen waartoe de Groep zich heeft verbonden. Dit geldt ook voor arbeiders met stukloon/quota, voor wie de loonberekening gebaseerd is op haalbare quota tijdens de normale werkuren. De Groep werkt aan de afstemming op de definities van de “Global Living Wage Coalition” (GLWC) volgens de processen van de certificeringsnormen.
SDG DOELSTELLING
De arbeidsrechten beschermen en veilige en gezonde werkomgevingen bevorderen voor alle werknemers, met inbegrip van migrerende werknemers, in het bijzonder vrouwelijke migranten, en zij die zich in precaire werkomstandigheden bevinden
RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN
Gezondheid en veiligheid
SIPEF’S ACTIVITEITEN
SIPEF zorgt ervoor dat haar werknemers en arbeiders een veilige en gezonde werkomgeving wordt geboden. Om ongevallen te voorkomen, investeert de Groep in permanente opleiding, het ter beschikking stellen van aangepaste persoonlijke beschermingsuitrustingen (“Personal Protection Equipment” - PPE) en strenge interne supervisie- en controlesystemen. Alle risico's worden regelmatig geanalyseerd en geëvalueerd, en eventuele arbeidsongelukken worden onderzocht om herhaling te voorkomen.
DUURZAME ONTWIKKELINGS DOELSTELLING (SDG)
SDG 12: Verantwoorde Consumptie en Productie
SDG DOELSTELLING
Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen realiseren
RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN
Productiviteit en kwaliteit
Duurzaamheidsnormen en -certificering
SIPEF’S ACTIVITEITEN
Geloofwaardige certificering door derden is een belangrijk aspect van SIPEF's duurzaamheidsaanpak. De Groep past de hoogste internationale normen toe, waaronder de RSPO- en “Rainforest Alliance”-normen. De Groep implementeert ook beste beheer, regeneratieve en circulaire praktijken. Dit omvat praktijken gericht op het verbeteren van hergebruik van bijproducten en afval, en het implementeren van natuurlijke oplossingen waar mogelijk. SIPEF past geïntegreerde plaagbestrijding (“Integrated Pest Management” - IPM) toe voor zowel haar palmolie- als bananenproductie. Pesticiden worden gebruikt als laatste redmiddel wanneer IPM en andere methoden niet in staat zijn om uitbraken van plagen en ziekten boven de economisch schadelijke drempel te voorkomen.
SDG DOELSTELLING
Tegen 2020 komen tot een milieuvriendelijk beheer van chemicaliën en van alle afval gedurende hun hele levenscyclus, in overeenstemming met afgesproken internationale kaderovereenkomsten, en de uitstoot aanzienlijk beperken in lucht, water en bodem om hun negatieve invloeden op de menselijke gezondheid en het milieu zoveel mogelijk te beperken
RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN
Gebruik van meststoffen en pesticiden
DUURZAME ONTWIKKELINGS DOELSTELLING (SDG)
SDG 13: Klimaatactie
SDG DOELSTELLING
De veerkracht en het aanpassingsvermogen versterken van met klimaat in verband te brengen gevaren en natuurrampen in alle landen
RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN
Klimaatverandering
Brandpreventie en -beheer
SIPEF’S ACTIVITEITEN
In het kader van haar huidige aanpak neemt SIPEF de volgende initiatieven tot aanpassing aan de klimaatverandering:
* Geen nieuwe aanplanten op veengronden en toepassing van de beste beheerpraktijken op bestaande aanplantingen op veengronden
* SIPEF heeft een waarschuwingssysteem voor brandgevaar en beschikt over uitgebreide brandbestrijdingsprocedures
* Versterking van de natuurlijke verdediging tegen stormvloeden, kusterosie en kustoverstromingen door het herstel van kustbuffers
SDG DOELSTELLING
Maatregelen inzake klimaatverandering integreren in nationale beleidslijnen, strategieën en planning
RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN
Klimaatverandering
SIPEF’S ACTIVITEITEN
In het kader van haar huidige aanpak werkt SIPEF aan de volgende initiatieven ter beperking van de klimaatverandering:
* Een composteringsinstallatie voor palmolieresiduen
* Installaties voor het opvangen van methaan en biogasinstallaties die hernieuwbare elektriciteit opwekken
* Een installatie voor biomassapellets
* Programma's voor biodiversiteit, behoud en herbebossing in Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Ivoorkust
DUURZAME ONTWIKKELINGS DOELSTELLING (SDG)
SDG 15: Leven op het Land
SDG DOELSTELLING
Tegen 2020 het behoud, herstel en het duurzaam gebruik van terrestrische en inlandse zoetwatersystemen en hun diensten waarborgen, in het bijzonder bossen, moeraslanden, bergen en droge gebieden, in lijn met de verplichtingen van de internationale overeenkomsten
RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN
Ontbossing
Ecosysteembehoud en -herstel
Veengronden
SIPEF’S ACTIVITEITEN
Beschermde gebieden worden geïdentificeerd en beschermd binnen de gebieden van SIPEF's concessies waar de Groep beheercontrole heeft. De Groep verbindt zich tot ‘geen ontbossing’ en ‘geen nieuwe aanplantingen op veengronden’, en voorafgaand aan elke nieuwe ontwikkeling worden HCV- en HCSA-evaluaties uitgevoerd. SIPEF verbindt zich ook om de biodiversiteit te controleren in alle braakliggende terreinen binnen haar concessies en om een jachtverbod toe te passen op haar eigen plantages en in de agrarische gebieden van haar externe leveranciers. Via de SIPEF Foundation financiert en steunt de Groep twee biodiversiteitsprojecten op lange termijn in Indonesië. Beide zijn gevestigd in West-Sumatra in de buurt van SIPEF's Agromuko-plantages. Het ene is gericht op de bescherming van 12.672 hectaren natuurlijke bossen, het andere is een programma voor het behoud van zeeschildpadden. Bovendien beheert Plantations J. Eglin in Ivoorkust een herbebossingsprogramma met een oppervlakte van 126 hectaren.
SDG DOELSTELLING
Tegen 2020 de implementatie bevorderen van het duurzaam beheer van alle soorten bossen, de ontbossing een halt toeroepen, verloederde bossen herstellen en op duurzame manier bebossing en herbebossing mondiaal opvoeren
RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN
Ecosysteembehoud en -herstel
Ontbossing
SDG DOELSTELLING
Tegen 2030 de woestijnvorming tegengaan, aangetast land en gedegradeerde bodem herstellen, ook land dat wordt aangetast door woestijnvorming, droogte en overstromingen, en streven naar een wereld die qua landdegradatie neutraal is
RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN
Ontbossing
SDG DOELSTELLING
Dringende en doortastende actie ondernemen om de aftakeling in te perken van natuurlijke leefgebieden, het verlies van biodiversiteit een halt toe te roepen en, tegen 2020, de met uitsterven bedreigde soorten te beschermen en hun uitsterven te voorkomen
RELEVANTE MATERIËLE ONDERWERPEN
Biodiversiteit
Ecosysteembehoud en -herstel
Basisgegevens
Over SIPEF
- Beplante oppervlakte
- Verantwoordelijke productie en verwerking
OLIEPALMACTIVITEITEN (HECTAREN)
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| SIPEF GROEP | |||
| Beplante oppervlakte – eigen plantages | 73 977 | 76 473 | 77 163 |
| Matuur | 59 531 | 63 489 | 64 181 |
| Immatuur | 14 446 | 12 984 | 12 982 |
| INDONESIË | |||
| Beplante oppervlakte – eigen plantages | 60 270 | 62 785 | 63 558 |
| PAPOEA-NIEUW-GUINEA | |||
| Beplante oppervlakte – eigen plantages | 13 707 | 13 689 | 13 605 |
OLIEPALMACTIVITEITEN (TON)
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| SIPEF GROEP | |||
| Totale FFB-productie | 1 384 671 | 1 458 913 | 1 658 840 |
| FFB-productie – eigen plantages | 1 175 434 | 1 220 469 | 1 385 858 |
| FFB-productie – lokale boeren | 209 237 | 238 443 | 272 982 |
| INDONESIË | |||
| Totale FFB-productie | 944 281 | 979 506 | 1 059 857 |
| FFB-productie – eigen plantages | 919 919 | 950 853 | 1 019 009 |
| FFB-productie – lokale boeren | 24 362 | 28 652 | 40 848 |
| PAPOEA-NIEUW-GUINEA | |||
| Totale FFB-productie | 440 390 | 479 407 | 598 983 |
| FFB-productie – eigen plantages | 255 515 | 269 616 | 366 849 |
| FFB-productie – lokale boeren | 184 875 | 209 791 | 232 134 |
BANANENACTIVITEITEN (HECTAREN)
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| IVOORKUST | |||
| Beplante oppervlakten – eigen plantages | 796 | 780 | 794 |
Olie-extractiepercentages
Gemiddelde FFA-percentage in SIPEF’s palmolieproductie
| ACTIVITEITEN PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEK | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|---|
| Indonesië | 22,73%* | 23,33%* | 22,79%* | 22,99% |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 24,34% | 23,33% | 24,63% | 25,58% |
| GROEP | 23,36%* | 23,26%* | 23,42%* | 23,96% |
PALMOLIE-EXTRACTIEFABRIEKEN
| | 2018 | 2019 |
| :------- | :--- | :--- |# SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Annex
Productievolumes
INDONESIË
| 2020 | 2021 | |
|---|---|---|
| PLPOM | 2,65% | 2,97% |
| BMPOM | 3,14% | 3,06% |
| UMWPOM | 3,62% | 3,98% |
| MMPOM | 3,46% | 3,55% |
| BTPOM | 3,86% | 3,47% |
| DMPOM | 3,71% | 3,65% |
PAPOEA NIEUW GUINEA
| 2020 | 2021 | |
|---|---|---|
| HPOM | 3,68% | 4,03% |
| NPOM | 4,30% | 3,98% |
| BPOM | 4,23% | 4,26% |
BANANENACTIVITEITEN TON
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| IVOORKUST | 32 849 | 31 158 | 32 200 |
- : De gegevens voor Indonesië en de Groep voor 2018, 2019 en 2020 zijn herwerkt.
CERTIFICERINGEN
Aantal certificaten
| 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|
| RSPO: Roundtable on Sustainable Palm Oil | 8* | 8* | 8* | 8 |
| ISCC: International Sustainability and Carbon Certification | 5 | 4 | 4 | 4 |
| ISPO: Indonesian Sustainable Palm Oil | 5 | 6* | 6* | 7 |
| ISO 14001:2015 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| ISO 9001:2015 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| GLOBALG.A.P. | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Rainforest Alliance | 5 | 5 | 5 | 5* |
| Fairtrade | 1 | 1 | 1 | |
| Sedex | 1 | 1 | 1 | 1 |
| FSSC 22000-4.1 | 1 | 1 | 1 | |
| Halal Assurance System | 1 | 1 | 1 | |
| TOTAAL | 27* | 30 | 30* | 31 |
- :
- De g egevens van de RSPO-certificaten van 2018, 2019 en 2020 zijn herwerkt om correct weer te geven dat de HOPL-certificaten meerdere locaties omvatten.
- De ISPO-certificaatgegevens van 2019 en 2020 zijn herwerkt. ISPO-certificaten worden op bedrijfsnaam afgegeven en geven niet het aantal gecertificeerde fabrieken weer.
- De drie certificaten v oor de rubberplantages van SIPEF zijn slechts geldig tot juli 2021, omdat Rainforest Alliance de certificering voor rubber heeft stopgezet.
OLIEPALMACTIVITEITEN
RSPO-gecertificeerd areaal van de oliepalmactiviteiten HECTAREN
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| SIPEF GROEP | |||
| Totaal RSPO-gecertificeerde oppervlakte | 96 975 | 95 139 | 96 342 |
| RSPO-gecertificeerde oppervlakte – eigen plantages | 81 909 | 80 073 | 80 099 |
| RSPO-gecertificeerde oppervlakte – lokale boeren | 15 066 | 15 066 | 16 243 |
| INDONESIË | |||
| RSPO-gecertificeerde oppervlakte | 62 613 | 60 791 | 60 992 |
| RSPO-gecertificeerde oppervlakte – eigen plantages | 61 440 | 59 618 | 59 639 |
| RSPO-gecertificeerde oppervlakte – lokale boeren | 1 173 | 1 173 | 1 353 |
| PAPOEA NIEUW GUINEA | |||
| RSPO-gecertificeerde oppervlakte | 34 362 | 34 348 | 35 350 |
| RSPO-gecertificeerde oppervlakte – eigen plantages | 20 469 | 20 455 | 20 460 |
| RSPO-gecertificeerde oppervlakte – lokale boeren | 13 893 | 13 893 | 14 890 |
RSPO-gecertificeerde productievolumes van de oliepalmactiviteiten
Progressie RSPO-certificering in de palmolie-extractiefabrieken activiteiten OLIEPALMACTIVITEITEN TON
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| SIPEF GROEP | |||
| Totaal RSPO-gecertificeerde FFB | 1 323 079 | 1 381 092 | 1 555 758 |
| RSPO-gecertificeerde FFB – eigen plantages | 1 121 244 | 1 150 582 | 1 297 632 |
| RSPO-gecertificeerde FFB – lokale boeren | 201 835 | 230 510 | 258 126 |
| INDONESIË | |||
| RSPO-gecertificeerde FFB | 882 689 | 901 685 | 956 775 |
| RSPO-gecertificeerde FFB – eigen plantages | 865 729 | 880 966 | 930 783 |
| RSPO-gecertificeerde FFB – lokale boeren | 16 960 | 20 719 | 25 992 |
| PAPOEA NIEUW GUINEA | |||
| RSPO-gecertificeerde FFB | 440 390 | 479 407 | 598 983 |
| RSPO-gecertificeerde FFB – eigen plantages | 255 515 | 269 616 | 366 849 |
| RSPO-gecertificeerde FFB – lokale boeren | 184 875 | 209 791 | 232 134 |
PALMOLIE EXTRACTIEFABRIEKEN ACTIVITEITEN
INDONESIË AANTAL PALMOLIE EXTRACTIEFABRIEKEN
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| RSPO-gecertificeerde palmolie-extractiefabrieken – “Identity Preserved” | 5 | 5 | 5 |
| RSPO-gecertificeerde palmolie-extractiefabrieken – “Mass Balance” | 1 | 1 | 1 |
| ISPO-gecertificeerde palmolie-extractiefabrieken | 6 | 6 | 6 |
INDONESIË TON
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| CSPO-productie | 201 992 | 199 877 | 210 276 |
| CSPK-productie | 41 751 | 42 076 | 42 801 |
PAPOEA NIEUW GUINEA AANTAL PALMOLIE EXTRACTIEFABRIEKEN
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| RSPO-gecertificeerde palmolie-extractiefabrieken – “Identity Preserved” | 3 | 3 | 3 |
PAPOEA NIEUW GUINEA TON
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| CSPO-productie | 102 835 | 118 123 | 153 203 |
| CSPK-productie | 21 784 | 24 706 | 30 803 |
Energieopwekking uit hernieuwbare bronnen in 2021
Totale netto-emissies van de Groep per jaar (Scope 1 & 2)
| JAAR | SCOPE 1 | SCOPE 2 | TOTAAL tCO 2 e |
|---|---|---|---|
| 2019 | 409 166 | 4 632 | 413 798 |
| 2020 | 527 069 | 8 860 | 535 929 |
| 2021 | 616 937 | 11 418 | 628 355 |
| LAND | BIOGASINSTALLATIES | STOOMTURBINES | TOTAAL Kilowattuur |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 6 039 602 | 21 090 622 | 27 130 224 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | NVT | 17 181 434 | 17 181 434 |
| TOTAAL | 6 039 602 | 38 272 056 | 44 311 658 |
“Global Forest Watch”-controlegegevens over het bosbestandverlies 2021
| LAND / PROVINCIE | IN EIGEN CONCESSIES | GEVERIFIEERDE INCIDENTEN VAN BOSVERLIES | GEVERIFIEERDE OPPERVLAKTE VAN HET BOS VERLIES (HA) | IN LEVERANCIERSGEBIEDEN | GEVERIFIEERDE INCIDENTEN VAN BOSVERLIES | GEVERIFIEERDE OPPERVLAKTE VAN HET BOS VERLIES (HA) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Indonesië | 577 168 | 117 | NVT | NVT | NVT | NVT |
| Noord-Sumatra | 18 | 0 | 0 | NVT | NVT | NVT |
| Bengkulu | 197 | 20 | 6 | NVT | NVT | NVT |
| Zuid-Sumatra | 362 | 148 | 111 | NVT | NVT | NVT |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 0 | 0 | 0 | 29 | 29 | 24 |
| TOTAAL | 577 168 | 117 | 29 | 29 | 24 |
- : Verificatie en validatie van de gegevens volgens de ISO 14064-methodologie waren in 2021 niet mogelijk. De gepresenteerde gegevens zijn een schatting.
Watergebruik bij palmolie-extractiefabrieken en bananenactiviteiten
LAND HECTAREN
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 5 575 | 5 217 | 5 510 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 3 426 | 3 426 | 3 483 |
| Ivoorkust | 128 | 128 | 226 |
| GROEP | 9 129 | 8 771 | 9 219 |
PALMOLIE EXTRACTIEFABRIEKEN 2019 2020 2021 KUBIEKE METERS
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 813 708 | 906 866 | 954 258 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 785 027 | 604 144 | 785 027 |
BANANENACTIVITEITEN 2019 2020 2021 KUBIEKE METERS
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| Plantages | 3 601 692 | 4 012 702 | 3 901 644 |
| Bananenverpakkingsstations | 231 400 | 211 674 | 218 112 |
Intensiteit watergebruik bananenverpakkingsstations
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| KUBIEKE METERS / TON BANANEN | 116,7 | 135,6 | 128,3 |
Aantal hotspots vs. gedetecteerde branden in concessies en leveranciersgebieden 2020-2021
| LAND / PROVINCIE | IN EIGEN CONCESSIES | HOTSPOTS GEDETECTEERDE BRANDEN | IN LEVERANCIERSGEBIEDEN | HOTSPOTS GEDETECTEERDE BRANDEN |
|---|---|---|---|---|
| 2020 | 2021 | 2020 | 2021 | |
| Indonesië | 107* | 35 | 5 | 1 |
| Noord-Sumatra | 72 | 5 | 0 | 0 |
| Bengkulu | 10 | 9 | 0 | 0 |
| Zuid-Sumatra | 25* | 21 | 5 | 1 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 0 | 2 | 0 | 2 |
| TOTAAL | 107* | 37 | 5 | 3 |
- : De gegevens over het aantal hotspots binnen concessies in 2020 voor Indonesië zijn herwerkt.
Beschermd gebied binnen concessies per land
| LAND | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 5 575 | 5 217 | 5 510 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 3 426 | 3 426 | 3 483 |
| Ivoorkust | 128 | 128 | 226 |
| GROEP | 9 129 | 8 771 | 9 219 |
Intensiteit watergebruik palmoliefabriek
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| Indonesië | |||
| PLPOM | 0,61 | 0,68 | 0,68 |
| BMPOM | 0,88 | 0,89 | 0,92 |
| UMWPOM | 0,90 | 1,62 | 1,40 |
| MMPOM | 1,24 | 0,91 | 0,95 |
| BTPOM | 0,70 | 0,69 | 0,66 |
| DMPOM | 1,02 | 1,14 | 1,06 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | |||
| HPOM | 1,08 | 0,95 | 0,95 |
| NPOM | 1,00 | 1,20 | 1,13 |
| BPOM | 1,64 | 1,56 | 1,70 |
| KUBIEKE METERS / TON FFB |
Kwaliteitsindicatoren van behandeld afvalwater van palmolie- extractiefabrieken per bestemming in 2021
| PALMOLIE EXTRACTIE FABRIEKEN BESTEMMING | BIOLOGICAL OXYGEN DEMAND | CHEMICAL OXYGEN DEMAND | TOTAAL GE SUSPENDEERDE STOFFEN MILLIGRAM / LITER |
|---|---|---|---|
| Indonesië | |||
| PLPOM Op het land | 426 | 781 | NVT |
| BMPOM Compostering | 1 235 | 2 544 | NVT |
| UMWPOM Lozing in het water | 20 | 44 | 4 |
| MMPOM Lozing in het water | 66 | 194 | 50 |
| BTPOM Lozing in het water | 57 | 254 | 33 |
| DMPOM Lozing in het water | 98 | 349 | 76 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | |||
| HPOM Lozing in het water | 109 | 1 774 | 2 299 |
| NPOM Op het land | 186 | 4 726 | 12 865 |
| BPOM Op het land | 212 | 5 386 | 10 998 |
WERKNEMERS
Werknemers per land
| LAND | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|
| België | 23 | 24 | 23 |
| Indonesië | 15 420 | 15 622 | 14 998 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 4 692 | 4 575 | 4 628 |
| Ivoorkust | 1 376 | 1 413 | 1 583 |
| Singapore | NVT | NVT | 1 |
Werknemers op Groepsniveau
| WERKNEMERS GROEP | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|
| Mannelijk | 16 116 | 16 553 | 15 749 |
| Vrouwelijk | 5 395 | 5 081 | 5 484 |
| TOTAAL WERKNEMERS | 21 511 | 21 634 | 21 233 |
Frequentiegraad werkverlet per land (per 1 000 000 gewerkte uren)
| COUNTRY | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 3,27* | 2,86* | 2,43 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 27,96 | 23,76 | 22,67 |
| Ivoorkust | 14,50 | 21,44 | 16,38 |
- : De gegevens over de frequentiegraad van werkverlet voor Indonesië voor 2019 en 2020 zijn herwerkt.
Aantal dodelijke ongevallen ten gevolge van een arbeidsongeval
| LAND | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 0 | 2 | 1 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 1 | 0 | 0 |
| Ivoorkust | 0 | 0 | 0 |
HUIZEN TER BESCHIKKING GESTELD DOOR SIPEF
Aantal woningen ter beschikking gesteld aan werknemers
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 4 897 | 5 114 | 5 365 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 2 290 | 2 269 | 2 305 |
| Ivoorkust | 675 | 783 | 766 |
| TOTAAL AANTAL HUIZEN | 7 826 | 8 166 | 8 436 |
Aantal scholen operationeel in 2021
| SCHOLEN OPGERICHT DOOR SIPEF | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 35* | 38* | 38 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 2 | 2 | 2 |
| Ivoorkust | 4 | 4 | 4 |
| TOTAAL AANTAL SCHOLEN | 41 | 44 | 44 |
- : De gegevens voor het aantal scholen in Indonesië voor 2019 en 2020 zijn herwerkt.
Aantal klinieken operationeel in 2021
| KLINIEKEN TER BESCHIKKING GESTELD DOOR SIPEF | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|
| Indonesië | 22* | 23* | 23 |
| Papoea-Nieuw-Guinea | 13 | 13 | 13 |
| Ivoorkust | 3 | 3 | 3 |
| TOTAAL AANTAL KLINIEKEN | 38 | 39 | 39 |
- : De gegevens voor het aantal klinieken in Indonesië voor 2019 en 2020 zijn herwerkt.
LOKALE BOEREN
GEWAS
| GEWAS | AANTAL LOKALE BOEREN | BEPLANTE OPPERVLAKTE LOKALE BOEREN (HA) |
|---|---|---|
| Oliepalmen | 9 148 | 28 126 |
| Thee | 489 | 470 |
| Rubber | 367 | 650 |
| ALLE GEWASSEN | 10 004 | 29 246 |
PROGRAMMA LOKALE BOEREN
| PROGRAMMA | AANTAL LOKALE BOEREN | BEPLANTE OPPERVLAKTE (HA) | GEPRODUCEERDE FFB (TON) |
|---|---|---|---|
| SIPEF GROEP | |||
| “Scheme smallholders” | 5 882 | 20 219 | 265 258 |
| Onaankelijke lokale boeren | 3 266 | 7 979 | 2 970 |
| GROEPSTOTAAL | 9 148 | 28 198 | 268 228 |
| INDONESIË | |||
| Programma beheerd door het bedrijf | 1 943 | 4 643 | 23 738 |
| “Village smallholders programme” (Kebun Masyarakat Desa) | 304 | 686 | 9 386 |
| “Associated buy/sell programme” | 2 438 | 5 667 | 2 970* |
| “Associated seedling programme” | 828 | 2 312 | NVT* |
| INDONESIË TOTAAL | 5 513 | 13 308 | 36 095 |
| PAPOEA NIEUW GUINEA | |||
| “Associated smallholders programme” | 3 635 | 14 890 | 232 134 |
| PAPOEA NIEUW GUINEA TOTAAL | 3 635 | 14 890 | 232 134 |
JAARLIJKSE INVESTERING PGK
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| Investering door HOPL | 169 970 | 839 162 | 741 116 |
| Investering door lokale boeren | 1 254 666 | 1 270 970 | 1 226 497 |
| TOTAAL GEÏNVESTEERDE BEDRAG | 1 424 636 | 2 110 132 | 1 967 613 |
- : Het volume van de FFB-productie van de## LOKALE OLIEPALMBOEREN
Lokale boeren per gewas in 2021
Programma's voor lokale palmolieboeren per land in 2021
139
SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021 Annex
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| SIPEF GROEP | |||
| Aantal RSPO-gecertificeerde lokale boeren | 4 312 | 4 309 | 4 297 |
| RSPO-gecertificeerde oppervlakte van lokale boeren (ha) | 15 066 | 15 066 | 16 243 |
| RSPO-gecertificeerde FFB-volumes van lokale boeren (ton) | 201 835 | 230 510 | 258 126 |
| INDONESIË | |||
| Aantal RSPO-gecertificeerde lokale boeren | 665 | 663 | 662 |
| RSPO-gecertificeerde oppervlakte van lokale boeren (ha) | 1 173 | 1 173 | 1 353 |
| RSPO-gecertificeerde FFB-volumes van lokale boeren (ton) | 16 960 | 20 719 | 25 992 |
| PAPOEA NEW GUINEA | |||
| Aantal RSPO-gecertificeerde lokale boeren | 3 647 | 3 646 | 3 635 |
| RSPO-gecertificeerde oppervlakte van lokale boeren (ha) | 13 893 | 13 893 | 14 890 |
| RSPO-gecertificeerde FFB-volumes van lokale boeren (ton) | 184 875 | 209 791 | 232 134 |
RSPO-gecertificeerde lokale boeren, areaal en productievolumes
Verantwoordelijk ondernemen en transparantie
Percentage van de wel en niet voor taxonomieclassificatie in aanmerking komende economische activiteiten in de totale omzet, Capex en Opex
| TAXONOMIECLASSIFICATIE | TOTAAL KUSD | PERCENTAGE VAN DE WEL VOOR TAXONOMIECLASSIFICATIE IN AANMERKING KOMENDE ECONOMISCHE ACTIVITEITEN % | PERCENTAGE VAN DE NIET VOOR TAXONOMIECLASSIFICATIE IN AANMERKING KOMENDE ECONOMISCHE ACTIVITEITEN % |
|---|---|---|---|
| Omzet | 416 053 | 0% | 100% |
| Investeringen (Capex) | 68 692 | 0% | 100% |
| Bedrijfsuitgaven (Opex) | 33 391 | 0% | 100% |
140
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
Verantwoordelijke personen
François Van Hoydonck gedelegeerd bestuurder
Johan Nelis chief financial officer
Baron Luc Bertrand, voorzitter en François Van Hoydonck, gedelegeerd bestuurder verklaren dat bij hun weten:
- de geconsolideerde rekeningen van het boekjaar eindigend op 31 december 2021 werden opgesteld in overeenstemming met de “International Financial Reporting Standards” (IFRS) en een getrouw beeld geven van de geconsolideerde financiële positie en van de geconsolideerde resultaten van de SIPEF-groep en zijn in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen.
- het financiële verslag een getrouw overzicht geeft van de belangrijkste gebeurtenissen en transacties met verbonden partijen die zich gedurende het boekjaar 2021 hebben voorgedaan en het effect daarvan op de financiële positie, net als een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden voor de SIPEF-groep.
143
SIPEF Duurzaamheidsverslag 2021
Voor meer inlichtingen
Kasteel Calesberg
Calesbergdreef 5
2900 Schoten
België
RPR: Antwerpen
BTW: BE 0404 491 285
Website: www.sipef.com
Voor meer informatie over SIPEF:
Tel.: +32 3 641 97 00
This annual report is also available in English. Vertaling: dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands en het Engels. De Nederlandse versie is de originele en de andere versie is een vrije vertaling. We hebben alles wat redelijkerwijs mogelijk is gedaan om verschillen tussen de taalversies te vermijden, maar als er toch verschillen zijn, dan heeft de Nederlandse versie voorrang. Het officiële Jaarverslag van de SIPEF-groep is in ESEF-formaat en kan teruggevonden worden op de SIPEF-website, onder de sectie “investors”. Alle andere formaten worden beschouwd als niet-officiële versies van het Jaarverslag.
Concept en realisatie: Focus advertising
Fotografie: Portretten van de voorzitter, de leden van de raad van bestuur en de leden van het executief comité © Wim Daneels - beelden van medewerkers, plantages en producten © Jez O’Hare Photography, © Adrian Tan Photography, © Marc Adou en © Robert Weber.
In België gedrukt door: Inni Group
144
The connection to the world of sustainable tropical agriculture
www.sipef.com