Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

Ontex Group NV Annual Report 2015

Apr 22, 2016

3985_10-k_2016-04-22_10287f57-6731-4029-82fd-7a6b71fdcc79.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

{# SEO P0-1: filing HTML is rendered server-side so Googlebot sees the full text without executing JS or following an iframe to a Disallow'd CDN path. The content has already been sanitized through filings.seo.sanitize_filing_html. #}

Jaaroverzicht 2015

Ontex is een internationale producent van consumentengoederen die betaalbare hygiëneoplossingen voor alle generaties biedt.

Als één van de voornaamste internationale aanbieders van hygiëneoplossingen ter wereld zijn we er trots op dat we een verschil kunnen maken voor mensen uit elke generatie. Met onze knowhow in babyverzorgingsproducten, dameshygiëneproducten en incontinentieproducten helpen we vooraanstaande retailers bij het lanceren of ontwikkelen van hun eigen merken. We leveren onze eigen merken ook aan ziekenhuizen, rusthuizen, apotheken en thuisleveringen.

Onze medewerkers vormen het hart van onze onderneming. Dankzij hun toewijding en vindingrijkheid zijn we van een familiebedrijf uitgegroeid tot een internationale organisatie met productievestigingen en kantoren over de hele wereld.

Naarmate we ons geografisch uitbreiden, maken we ook de overstap naar een commerciëlere cultuur, waarbij we onze klanten en consumenten centraal stellen.

Inhoud

Strategisch verslag
Verklaring van de voorzitter 02
De groep in een notendop 04
Woord van de Chief Executive Officer 06
Financieel overzicht 08
Overzicht van de resultaten per divisie 10
Mature Markets Retail 12
Healthcare 13
Middle East North Africa 14
Growth markets 15
Onze overnamestrategie 16
Onze merken en innovaties 18
Onze klanten 22
Onze medewerkers 24
Onze aanpak voor duurzaamheid 26
Overzicht van de belangrijkste risico's 28

Dit verslag kan toekomstgerichte verklaringen bevatten. Toekomstgerichte verklaringen zijn verklaringen over de huidige intenties, overtuigingen of verwachtingen van ons management of zijn daarop gebaseerd. Ze hebben onder meer betrekking op de toekomstige operationele resultaten, financiële toestand, liquiditeit, perspectieven, groei, strategieën of ontwikkelingen van Ontex in de industrie waarin we actief zijn. Door hun aard zijn toekomstgerichte verklaringen onderworpen aan risico's, onzekerheden en veronderstellingen die er zouden kunnen toe leiden dat de eigenlijke resultaten of toekomstige gebeurtenissen materieel verschillen van degene die in deze verklaringen zijn uitgedrukt of geïmpliceerd. Deze risico's, onzekerheden en veronderstellingen zouden het resultaat en de financiële effecten van de plannen en gebeurtenissen die hierin beschreven zijn, nadelig kunnen beïnvloeden.

Toekomstgerichte verklaringen in dit verslag over trends en huidige activiteiten mogen niet worden beschouwd als een verslag dat dergelijke trends en activiteiten in de toekomst zullen blijven duren.

In de meeste tabellen van dit verslag worden de bedragen met het oog op transparantie uitgedrukt in miljoen euro. In de tabellen die in dit verslag zijn opgenomen, kunnen bedragen daarom zijn afgerond.

Dit verslag werd voorbereid in het Nederlands en vertaald naar het Engels. Bij verschillen tussen de twee versies geeft de Nederlandse versie de doorslag.

Dit verslag is ook online beschikbaar. Ga naar www.annualreview2015.ontexglobal.com

Onze Vision 2020

We zijn de favoriete onderneming voor onze consumenten, klanten, medewerkers en beleggers. We zijn een maatschappelijk verantwoorde onderneming.

Ambities

Verklaring van de voorzitter Toegewijd om waarde te leveren

2015 was opnieuw een succesvol jaar voor Ontex. Als onderneming maken we steeds meer gebruik van onze inzichten in het gedrag van consumenten en klanten en van onze sterke capaciteit tot innoveren om onze producten te diversifiëren op heel concurrentiële markten. Onze aanpak blijft resultaten opleveren.

Zowel onze omzet als onze winstgevendheid is in overeenstemming met onze verwachtingen. We blijven ons inzetten om waarde te creëren voor onze aandeelhouders dankzij een rendabele groei.

Een sterk team

Op mijn reizen naar alle vestigingen van onze onderneming ben ik voortdurend onder de indruk van de energie, de passie en de toewijding van onze mensen. Zij werken allemaal samen om de producten van hoge kwaliteit te leveren waar onze klanten hun vertrouwen in stellen. In naam van de raad van bestuur wil ik iedereen bedanken voor alles wat ze doen. Zij zijn de drijvende kracht achter het succes van Ontex.

Corporate governance

Nadat ik in 2014 lid werd van de raad van bestuur, volgde ik in april 2015 Paul Walsh op als voorzitter. Paul nam ontslag uit de raad van bestuur na de verkoop door Whitehaven B (de geassocieerde entiteit van The Goldman Sachs Group, Inc. en TPG Group Holdings (SBS) Advisors, Inc.) na de beursgang. Ik wil Paul bedanken, net als de andere bestuurders die door de vorige aandeelhouders werden benoemd, voor hun waardevolle bijdragen aan Ontex op een heel belangrijk moment in de ontwikkeling van de Groep.

Toegewijd aan een duurzame activiteit

Als producent van consumentengoederen met een aanzienlijke ecologische productievoetafdruk zijn we ons bewust van onze verantwoordelijkheden voor al onze belanghebbenden. We werken eraan om de milieu-impact van onze producten en onze activiteiten te verminderen en om kennis en de beste praktijken in onze hele toeleveringsketen te delen.

Een vooruitblik

In zijn eerste volledige jaar sinds de beursgang heeft Ontex forse vooruitgang geboekt op zijn weg om zich om te vormen tot een organisatie die werkelijk gericht is op de consument en de klant. We blijven onze geografische voetafdruk uitbreiden en onze productenportefeuille diversifiëren. Op die manier willen we ruimere marktopportuniteiten benutten. De combinatie van onze financiële sterkte, ondersteund door een verbeterde balans, en onze onophoudelijke focus op bedrijfsefficiëntie zet ons op de goede weg naar een duurzame, organische groei, in combinatie met een toekomstige externe groei. We kijken met vertrouwen en goed voorbereid uit naar de toekomst.

Luc Missorten Voorzitter

Het Ontex model Een uniek concurrentievoordeel

Onze unieke combinatie van kenmerken maakt van Ontex een competitieve kracht die sterk presterende hygiëneoplossingen levert aan onze klanten en consumenten.

Innovatie en kwaliteit

Slimme hygiëneoplossingen leveren

We luisteren naar de consumenten en volgen van dichtbij wat leeft op de markt. Zo kunnen we een uitgebreid gamma van kwaliteitsvolle, gecertificeerde en doeltreffende producten leveren die het leven van de mensen daadwerkelijk verbetert. Kwaliteit staat centraal in onze onderneming. Vanaf de aankoop van grondstoffen, via de productie tot de levering van afgewerkte producten zorgen ons gestructureerd en efficiënte kwaliteitsbeheersysteem en onze innovatiepijplijn ervoor dat we onze beloften aan partners en consumenten nakomen.

Partner en pionier

Vertrouwd door onze partners

We genieten het vertrouwen van onze retailklanten, distributeurs en gezondheidszorginstellingen. Zo helpen we retailers om hun merken op te bouwen en leiden we gezondheidswerkers op. Vanaf de ontwikkeling van het concept, over R&D en de technologie tot de productie en wereldwijde logistiek: in elke fase doen we er alles aan om een pionier te zijn en te achterhalen wat belangrijk is voor onze partners en onze consumenten. Namelijk: topprestaties, een sterke prijs-kwaliteitverhouding en een uitmuntende service.

Flexibiliteit en schaal

Gericht op efficiëntie en kostenbesparingen

Onze onderneming is flexibel. We leveren producten via meerdere kanalen, kunnen onze technologie flexibel bijsturen en kunnen soepel inspelen op de voorkeuren van de markt. Dankzij onze status als toonaangevende leverancier van retailmerken profiteren wij, maar ook onze klanten van aanzienlijke schaalvoordelen. Onze vijftien productievestigingen zorgen voor leveringszekerheid en dankzij de inkoopvoordelen kunnen we anticiperen op de vragen van de consument.

Expertise op productievlak

Ongeëvenaarde technische capaciteiten

Onze productie-infrastructuur behoort tot de wereldtop. Bovendien loodsen we onze onderneming dankzij onze jarenlange ervaring deskundig door de complexe wereld van veranderende markten en nieuwe consumentenbehoeften. We stemmen onze technologie en onze machines met gemak af op ons doel. Met onze productiecapaciteit en onze kennis over de consumenten bieden we het gepaste antwoord op de voorkeuren van de klanten en de markt.

De groep in een notendop Groeiende internationale activiteiten

We produceren, verkopen en verdelen onze producten in meer dan honderd landen via toonaangevende retailermerken en onder onze eigen merknamen. Onze vijftien productievestigingen zijn strategisch gelegen over heel Europa, Noord-Afrika, de regio Azië en de Stille Oceaan. Dankzij onze vier gespecialiseerde R&D-centra bieden we voortdurend innoverende producten en diensten aan onze consumenten en klanten.

Healthcare

Omzet

We leveren vooral verzorgingsproducten voor volwassenen onder merken van Ontex via institutionele kanalen, zoals ziekenhuizen, rusthuizen, gezondheidsverzekeraars en plaatselijke overheden. Via apotheken en thuisbezorging leveren we ook rechtstreeks aan consumenten.

Pagina 13

Middle East North Africa

Dankzij onze eigen regionale 'plaatselijke stermerken' hebben we een betere band opgebouwd met onze consumenten. We hebben onze sterke marktpositie in babyverzorgingsproducten verder uitgebouwd. Dit is de grootste categorie op de markten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Pagina 14

Growth Markets

Onze divisie Growth Markets is gekenmerkt door dynamische markten waar het retaillandschap aan het veranderen is van traditioneel naar modern. Afhankelijk van de behoeften van onze klanten leveren we retailermerken of Ontex-merken door soepele werkmethoden, inzichten en geavanceerde productietechnologie.

Pagina 15

Babyverzorgingsproducten

We bieden babyverzorgingsproducten zoals luiers, babybroekjes en natte doekjes. Paneltests, laboratoriumtests en onafhankelijke controles bevestigen regelmatig de focus op kwaliteit, innovatie en prestaties van onze producten.

Dameshygiëneproducten

We ontwikkelen dameshygiëneproducten zoals maandverbanden, inlegkruisjes en tampons. We lanceren nieuwe producten op basis van nieuwe kennis over de markt. Zo bieden we vrouwen comfort en vertrouwen.

Verzorgingsproducten voor volwassenen

Onze producten voor volwassenen (voornamelijk verdeeld via zorgverleners, maar ook steeds meer via retail) zijn wegwerpproducten die bedoeld zijn om lichte, matige en zware incontinentie onder controle te houden. We combineren voortdurend nieuwe technologie en de feedback van consumenten en klanten om ervoor te zorgen dat onze producten een comfortabele pasvorm hebben, gebruiksvriendelijk zijn en een hoge bescherming bieden.

Woord van de Chief Executive Officer Sterke resultaten en een grotere diversiteit

Het stemt me tevreden dat ik mag melden dat 2015 opnieuw een sterk jaar is geweest voor Ontex: we bereikten zowel onze toplinedoelstellingen als onze doelstellingen op het vlak van winstgevendheid.

Net als de meeste spelers in onze industrie stonden we tijdens 2015 voor uitdagingen door wisselkoersschommelingen en de kosten voor grondstoffen. We bleven evenwel in staat om onze EBITDA-marge te laten groeien. Dit benadrukt de flexibiliteit en het potentieel van ons businessmodel.

De divisies Growth Markets en Middle East North Africa lieten bijzonder goede resultaten optekenen. We merkten een versnelde groei in Rusland en het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), terwijl Turkije, Pakistan en Algerije sterke markten bleven. De groei in de activiteiten wordt aangestuurd door de categorieën babyverzorgingsproducten en incontinentieproducten. Healthcare presteerde gemiddeld in onze vooropgestelde groeidoelstelling. We merkten een sterke bijdrage van ons Italiaanse merk Serenity dat we in 2013 overnamen en met succes hebben geïntegreerd in de Ontex Group. In de divisie Mature Markets Retail kenden we de grootste commerciële uitdagingen.

Vanuit een cultureel oogpunt blijven we onze conversie voortzetten van een productiecultuur naar een nog meer consumentgerichte cultuur waarbij we onze, consumenten en klanten centraal stellen in onze bedrijfsactiviteiten. Dit leidde tot innovatie die de behoeften van de consumenten nog beter aanpakken.

We bleven ook ons streven naar de uitbreiding van de productie voortzetten. Zo versterkten we onze productievoetafdruk in Rusland waar we een aanzienlijke groei lieten optekenen. We begonnen ook met de voorbereiding om onze twee Franse vestigingen te laten samensmelten tot een grotere productievestiging met nog meer geavanceerde technologie.

We beschouwen ons personeel als de sleutel tot ons succes. Voor het eerst hebben we een grondige enquête uitgevoerd naar werknemersbetrokkenheid. Daarmee willen we van Ontex een plek maken waar het nog beter is om te werken. Deze enquête maakt deel uit van een lopende transformatie die we in 2016 en 2017 zullen voortzetten. We bleven meer medewerkers aanwerven in verschillende van onze vestigingen om te kunnen voldoen aan een stijgende vraag. We bleven ook de ondersteunende functies van onze Groep versterken om de bedrijfsactiviteiten beter te dienen.

Onze overnamestrategie

Strategische overnames spelen een sleutelrol bij het versnellen van de groei van onze geografische aanwezigheid en merkenactiviteiten.

Toegangspoort tot het Amerikaanse continent

Eén van de hoogtepunten van het jaar viel in november: toen kondigden we onze overname aan van Grupo Mabe, de tweede grootste speler op de Mexicaanse markt. Dit vormt een onderdeel van onze strategie om onze groei te versnellen door middel van overnames. Mexico is de vijfde grootste markt voor persoonlijke verzorgingsproducten ter wereld en Grupo Mabe zal ons meteen naar de tweede in die markt brengen. Daarnaast biedt de overname ons nog een belangrijke troef: we krijgen hierdoor toegang tot de rest van Latijns- en Noord-Amerika. Daarmee voldoet de overname aan onze criteria om voor onze merkactiviteiten expansie te zoeken buiten West-Europa. Het is een ondernemend, producerend en commercieel bedrijf met een sterk managementteam dat de plaatselijke klanten en consumenten goed begrijpt. De overname helpt ons in onze expansie op het vlak van producten, merken en territoria.

Meer specifiek zien we mogelijkheden om onze omzet te laten groeien binnen de categorieën dameshygiëneproducten en

incontinentieproducten. We verwachten ook dat deze overname zal leiden tot synergieën op het vlak van kosten, bevoorrading en aankoop. Dit zal de sterke prestaties van ons aankoop- en logistiekteam nog meer verbeteren. In het voorbije jaar zorgde dat team al voor aanzienlijke besparingen en temperde het de impact van negatieve wisselkoersschommelingen.

Vooruitzicht

Elk jaar brengt nieuwe uitdagingen. Als we vooruitblikken naar 2016, dan zullen de schommelingen in de wisselkoersen ons voor een uitdaging blijven stellen. Ook al menen we dat de druk op de prijzen van grondstoffen zal beginnen afnemen, blijven we nog altijd geconfronteerd met hoge prijzen voor bepaalde grondstoffen. Wellicht zal de concurrentie nog sterk spelen voor de prijzen voor de consumenten. Hierdoor zal volumegroei nog belangrijker worden. We hebben er alle vertrouwen in dat we een duurzame, rendabele groei kunnen blijven realiseren als we ons voordeel halen uit onze sterke en flexibele productie- en logistieke keten, als we ons richten naar kostenefficiënties en als we innovatieve producten van hoge kwaliteit afleveren.

2015 is een historisch jaar geweest, ons eerste volledige jaar na de beursgang. We zijn erin geslaagd om onze organische groei te bereiken en hebben onze eerste kans voor externe groei gegrepen door de aankondiging van onze overname van Grupo Mabe. We kijken uit naar het boeiende jaar dat voor ons ligt. We willen voortbouwen op de integratie van het pas overgenomen Grupo Mabe en tegelijk onze organische top- en bottom-line groei voortzetten. Bovendien zullen we ook uitkijken naar nieuwe kansen voor externe groei.

Charles Bouaziz Chief Executive Officer

Buiten West-Europa

Het hoogtepunt van het jaar was onze overname van de Mexicaanse groep Grupo Mabe. Deze overname betekent een verdere diversificatie van onze portefeuille en maakt ons minder afhankelijk van West-Europa.

Plaatselijke kennis

Met onze aanpak willen we voortbouwen op wat een onderneming plaatselijk heeft bereikt, beste praktijken delen en die verrijken met de knowhow en de schaalvoordelen die wij kunnen bieden.

Versnelling van onze merkenactiviteiten en snelgroeiende categorieën

Op deze manier hebben we goede resultaten geboekt bij het succesvol integreren van overnames in de Ontex familie.

Kritische grootte/ schaal

Met overnames binnen een groep gaan aanzienlijke synergieën op het vlak van kosten, aankoop en logistiek gepaard. Dit stelt ons in staat om te blijven investeren in onze activiteiten.

Financieel overzicht Een veerkrachtig businessmodel

Het businessmodel van Ontex toonde zich uiterst veerkrachtig in 2015: het leverde opnieuw sterke financiële prestaties ondanks de moeilijkheden in verband met de grondstoffen en de wisselkoersen die ons voor uitdagingen stellen.

Een belangrijk element van ons businessmodel is het leveren van hogere marges en een hogere efficiëntie. Ondertussen blijven we met nieuwe investeringen streven naar een rendabele, duurzame groei in de toekomst.

We bereikten onze doelstellingen, zowel voor de organische groei, die voorop liep op onze markt, als voor de recurrente EBITDAmarge. Die marge groeide met 24 basispunten. Door een sterkere managementstructuur in de divisie Growth Markets versnelde de groei van deze divisie.

We haalden voordeel uit lagere financiële kosten: dit was het gevolg van de herfinanciering van vorig jaar van onze schuld van 630 miljoen euro. Dit leidde tot aanzienlijk lagere intrestkosten en een vermindering van de leverageratio. Hierdoor konden we onze leverageratio nog meer verminderen. Op 31 december 2015 bedroeg die 1,94. We verwachten dat die na de overname van Mabe op 29 februari 2016 zal stijgen boven 2,5.

Omzet 1.689 +4,5 %

Brutomarge 476 +6,5 %

Recurrente EBITDA

209 +6,6 % Recurrente vrije kasstroom

128 +21,1 %

  • Omzet van € 1,7 miljard, een stijging met 4,5 % van de gerapporteerde cijfers en met 4,8 % op vergelijkbare basis.
  • Stevige groei van recurrente EBITDA met 6,6 % tot € 209 miljoen ondanks een nadelig wisselkoerseffect van € 30,6 miljoen, wat leidde tot een expansie van de recurrente EBITDA-marge met 24 basispunten tot 12,4 %.
  • De recurrente vrije kasstroom lag hoger dan vorig jaar. Dit is toe te schrijven aan een verbeterd werkkapitaal en een hogere recurrente EBITDA, die gedeeltelijk gecompenseerd werd door hogere investeringsuitgaven en betaalde inkomstenbelastingen.
  • De nettoschuld bedroeg- € 405,5 miljoen op 31 december 2015, wat leidde tot een verhouding tussen de netto financiële schuld en de recurrente EBITDA over de laatste twaalf maanden van 1,94 x.
(in € miljoen tenzij anders vermeld) 2015 2014 Verandering
(%)
Omzet 1.689,3 1.615,9 4,5
Brutomarge 475,6 446,7 6,5
Recurrente EBITDA 209,1 196,1 6,6
Recurrente nettowinst 103,4 64,9 59,3
Recurrente vrije kasstroom 127,8 105,5 21,1
Nettoschuld 405,5 585,1 (30,7)
Leverageratio (x) 1,94 2,98 34,9

We verbeterden ook onze balans door het sterke genereren van cash als gevolg van een kasstroom uit de bedrijfsactiviteiten, hielden het werkkapitaal binnen ons vooropgestelde doel van 12 % van de omzet en de investeringsuitgaven op 3,3 % van de verkoop. Daarnaast heeft ons toegenomen vermogen, tot stand gekomen door middel van een accelerated-bookbuildingsprocedure in november 2015, onze vermogenspositie ook verbeterd.

Door onze leverageratio te verminderen, ons risicoprofiel te verbeteren en de marges te laten stijgen, kregen we sinds onze beursgang drie upgrades van onze kredietrating van de belangrijkste ratingbureaus. De sterke prestaties van het bedrijf werden weerspiegeld in de prijs van ons aandeel, dat significant steeg.

We waren in staat de efficiëntie op jaarbasis te verhogen dankzij ons programma voor voortdurende verbetering. Dit droeg in grote mate bij tot de expansie van de brutomarge en maakte het voor ons mogelijk om opnieuw te investeren in de structuur van de onderneming in domeinen zoals verkoop, marketing, R&D, kwaliteit en ondersteunende functies.

Tijdens 2015 deden we grote investeringen in het upgraden van onze IT-systemen, waaronder besluitondersteuningsinstrumenten voor de organisatie en CRM- en HR-platformen. Deze investeringen maken deel uit van een tweejarenprogramma dat ook in 2016 nog zal blijven lopen.

Een springplank naar het Amerikaanse continent

Onze activiteiten krijgen een steeds grotere geografische diversiteit. Daardoor kunnen we de vertragingen in bepaalde regio's compenseren door een versnelde groei in andere regio's.

Het hoogtepunt van het jaar was onze overname van de Mexicaanse onderneming Grupo Mabe. Hierdoor krijgen we een voet aan de grond op het Amerikaanse continent. We beschikken nu over een platform om onze portefeuille verder te diversifiëren, zowel geografisch als door het toevoegen van merken.

De overname zou een positieve impact moeten hebben op de omzetgroei, want Grupo Mabe had over de voorbije drie jaar een samengesteld jaarlijks groeipercentage van 10%, sneller dan onze omzetgroei.

Kortom, 2015 was een jaar van flexibiliteit en expansie: we leverden hogere marges en maakten een belangrijke overname, terwijl we onze balans verder versterkten. Het eindresultaat was een heel positief jaar.

Jacques Purnode Chief Financial Officer

Overzicht van de resultaten per divisie Toewerken naar een evenwichtigere portefeuille

Al onze vier divisies en al onze drie categorieën zorgden in 2015 voor meer omzet in vergelijking met een jaar terug. We bleven een meer evenwichtige en duurzame portefeuille opbouwen, zowel per gebied als per categorie, als onderdeel van ons streven naar een grotere flexibiliteit.

We zijn soepel en staan dicht bij de markt. Hierdoor hebben we de flexibiliteit om heel snel te reageren in veranderende omgevingen.

Thierry Navarre

Overzicht producten

Babyverzorgingsproducten

Like-for-like (LFL) omzetgroei

5,9 %

De omzet van de categorie Babyverzorgingsproducten nam voor het volledige jaar op LFL basis toe met 5,9 %. De omzet groeide dankzij de voortdurende positieve omgeving voor retailermerken in de ontwikkelde markten. Dit wordt aangetoond door de stijging in 2015 met 1 procentpunt van het aandeel van de retailermerken van de babyverzorgingsproducten in West-Europa tot 43,5 % en de verdubbeling in Rusland tot 8,1 %. Ook voor onze eigen merken in markten waar retail meer gefragmenteerd is, steeg de omzet.

Dameshygiëneproducten

Like-for-like (LFL) omzetgroei

0,9 %

De categorie dameshygiëneproducten boekte een LFL stijging voor het hele FY 2015 van 0,9 %, in lijn met de marktgroei in de geografische gebieden waar Ontex actief is. De groei werd hoofdzakelijk gerealiseerd via een toename van onze marktaandelen van retailermerken in de ontwikkelde markten.

Verzorgingsproducten voor volwassenen

Like-for-like (LFL) omzetgroei

4,8 %

De omzet van incontinentieproducten voor volwassenen steeg met 4,8 % voor FY 2015 op LFL basis. Naast de hogere omzet in het institutionele kanaal was ook de omzet in onze Mature Markets Retail divisie 14,1 % hoger op LFL basis voor het volledige jaar en dit door onze expertise te gebruiken en te partneren met retailers voor hun eigen merken.

De definities van de financiële termen staan in onze woordenlijst op pagina 96

Babyverzorgingsproducten 53 % Dameshygiëneproducten 12 %

Verzorgingsproducten voor volwassenen 34 %

Overige 1 %

Mature Markets Retail

Omzet

  • (2014: € 890 mln)
  • Door de intense concurrentie in de mature West-Europese markt steeg zowel voor de retailers als voor de producenten de druk op de prijzen.
  • In deze uitdagende omgeving behielden we onze leidende positie in de retailermerken dankzij hoogwaardige producten en diensten en een gedisciplineerde aanpak van nieuwe contracten.
  • Door gefocust te blijven op onze inzichten in consumenten en shoppers konden we vernieuwende oplossingen met toegevoegde waarde bieden.
  • Onze strategie bestaat erin om meer diensten met toegevoegde waarde te bieden aan klanten waarmee ze kunnen groeien dankzij omzetbeheer, inzichten in shoppers en categoriebeheer.

Pagina 12

MENA

(2014: € 179 mln)

  • De groei in de divisie Middle East North Africa werd aangestuurd door volume en door de prijszetting. We verwachten goede vooruitzichten voor de toekomst. We hebben ons merk Canbebe in de hele regio versterkt en ons merk Canped in Turkije waar we een categorieleider blijven.
  • Vanuit onze uitvalsbasis in Turkije hebben we ons aanzienlijk verspreid over de regio dankzij de uitvoer naar verschillende landen en door onze productievestigingen in Algerije en Pakistan te benutten.
  • De macro-economische, politieke en sociale volatiliteit stelde ons voor uitdagingen, maar dankzij positieve demografische cijfers, zoals hogere geboortecijfers, en ons vermogen om snel te reageren op veranderende omstandigheden konden we sterke prestaties leveren.
  • De strategie van Ontex bestaat erin om 'plaatselijke stermerken', waaronder Canbebe in de categorie babyluiers en Canped in de categorie verzorgingsproducten voor volwassenen, te laten groeien en de uitvoer te versterken naar andere landen in de regio.

Pagina 14

Growth markets

Omzet

€159 mln (2014: € 124 mln)

  • De groei voor deze markten werd voornamelijk aangestuurd door de babyverzorgingsproducten, dankzij de positieve demografische cijfers en de trends in de ontwikkeling van retailermerken in de landen van het GOS en in Centraal- en Oost-Europa.
  • We hebben met succes diensten geleverd aan wie onvoldoende werd bediend: met een verbeterde distributie trachtten we dichter bij de consument te staan en producten met een hoge kwaliteit te bieden tegen een betaalbare prijs.
  • In de loop van 2015 kwamen de uitdagingen vooral van de volatiliteit in de wisselkoersen, in het bijzonder van de Russische roebel. Dit betekende dat we ons businessmodel snel dienden aan te passen. Daarom pasten we onze prijzen en onze aanpak voor onze productie aan.
  • Door een beter begrip van hoe we shoppers kunnen bereiken die deze soorten persoonlijke verzorgingsproducten nog niet gebruiken, zitten we in een goede positie om meer nieuwe gebruikers aan te trekken.

Pagina 15

Pagina 13

€433 mln (2014: € 423 mln)

Omzet

Healthcare

  • De druk op overheidsuitgaven had een negatieve invloed op de terugbetalingsystemen en de institutionele kanalen. We kregen ook te maken met een fellere prijsconcurrentie.
  • Desondanks konden we ons met succes aanpassen aan de geleidelijke overgang van verzorging 'buitenshuis' naar verzorging 'thuis'. We bleven ons erop richten om steeds meer producten en diensten met een toegevoegde waarde te bieden via kanalen zoals apotheken en thuisbezorging.
  • Door te focussen op productinnovatie en diensten met een toegevoegde waarde te bieden, steeg ons aandeel in een vlakke, mature gezondheidszorgmarkt.
  • In lijn met onze langetermijnstrategie zetten we ook stappen in de zelfbetaalmarkt met onze merken iD en Serenity. We blijven ernaar streven dat Ontex Healthcare erkend wordt als vooraanstaande specialist voor verzorgingsproducten voor volwassenen.

Mature Markets Retail Waarde toevoegen door inzichten in het gedrag van consumenten en shoppers

Mature Markets Retail levert retailermerken van babyverzorgingsproducten, dameshygiëneproducten en verzorgingsproducten voor volwassenen in West-Europa, Polen, Tsjechië en Australië.

Prestaties Omzet € 904 mln (2014: € 890 mln) Omzetgroei op vergelijkbare basis 0 %

Belangrijkste markten

Je moet meer leveren dan een product en een prijs, je moet de shopper en de consument begrijpen.

Arnauld Demoulin General Manager van de Divisie Mature Markets Retail

De omgeving van Mature Markets Retail

De divisie Mature Markets Retail (MMR) is actief binnen een markt van hygiënische wegwerpproducten die goed is voor een omzet van € 10,9 miljard. West-Europa maakt daarvan € 9,3 miljard uit. We zijn actief in de markten voor babyverzorgingsproducten, dameshygiëneproducten en verzorgingsproducten voor volwassenen.

De demografische trends in verband met babyverzorgingsproducten en dameshygiëneproducten zijn stabiel. Deze categorieën worden al door veel mensen gebruikt. Een verouderende bevolking in West-Europa zorgt daarentegen voor groei in de categorie van verzorgingsproducten voor volwassenen. De totale markt voor hygiënische wegwerpproducten bleef in 2015 stabiel, in vergelijking met een stijging van ongeveer 8 % voor de verzorgingsproducten voor volwassenen.

We zijn de leidende producent van producten van retailermerken in de drie categorieën in het uiterst competitieve retailmerkensegment. Retailers zijn erop gericht om shoppers aan te trekken naar hun outlet door retailermerken te bieden in alle categorieën. Bijgevolg worden de consumenten er zich steeds bewuster van. Als gevolg daarvan is het aandeel van de retailermerken gestaag gestegen. In 2015 waren de retailermerken in heel West-Europa goed voor 43,5 % van de volumeverkoop in babyverzorgingsproducten, 38,8 % in verzorgingsproducten voor volwassenen en 37,1 % in dameshygiëneproducten.

Prestaties

In een omgeving vol uitdagingen hield de divisie Mature Retail Markets de omzet op LFL basis in dit financiële jaar stabiel. We behielden onze aandacht op het behoud van een duurzame rendabele groei. Hiervoor moesten we selectiever zijn en een langetermijnvisie ontwikkelen om de groei te beschermen.

Het marktaandeel van de retailermerken bleef gestaag groeien, vooral in babyverzorgingsproducten en verzorgingsproducten voor volwassenen. Ontex bevestigde zijn leiderspositie als retailermerk.

Strategie

Het is onze ambitie om de favoriete leverancier te zijn voor retailmerken voor hygiënische oplossingen en een geloofwaardig alternatief voor vooraanstaande merken in de drie categorieën binnen MRM. Onze strategie bestaat erin om ons te concentreren op een aanpak die meer is gericht op de shopper en de consument. Zo willen we ons onderscheiden en waarde blijven creëren voor onze klanten en consumenten. We blijven

Nieuwe verkoopcapaciteiten

"Om onze relatie met onze klanten te versterken, is het van cruciaal belang dat we nieuwe verkoopcapaciteiten creëren. We zijn ervan overtuigd dat met een groter inzicht we in staat zullen zijn om toegevoegde waarde voor hen te blijven creëren. Het merendeel van onze focus lag tijdens 2015 op een beter begrip van het gedrag van de shopper en de consument, de belangrijkste verschillen tussen die twee en hoe ze in verband staan met elk aspect van de winkelervaring. We hebben geïnvesteerd in onderzoek om een grondiger inzicht te krijgen in het gedrag, de beoordeling en de koopgewoonten van shoppers en consumenten."

Laurent Bonnard

Group Sales Director

verder productinnovaties implementeren op basis van inzichten in het gedrag van consumenten. We blijven erop gericht om onze klanten te helpen bij het uitbouwen van hun retailermerken. Het blijft belangrijk om met retailers te werken om toegevoegde waarde te creëren via productinnovatie en differentiatie. Hiervoor benutten we onze kennis van het categoriebeheer om retailers advies te verlenen hoe ze hun merken moeten positioneren. Voorts ondersteunen we de groei voor de hele categorie.

Vooruitzicht

We verwachten niet dat de marktomstandigheden fundamenteel zullen veranderen. De categorie van incontinentieproducten zal aangestuurd blijven door de positieve demografische trends, terwijl we verwachten dat de categorieën babyverzorgingsproducten en dameshygiëneproducten in het algemeen onveranderd zullen blijven.

We verwachten dat de prijsdruk op de retailers zal blijven aanhouden en gecombineerd zal worden met een nog fellere concurrentie op de markt. We zullen ons voordeel halen uit nieuwe technieken, maar ook gericht blijven op toegevoegde waarde. Dankzij een grotere nadruk op inzicht en innovatie zullen we onze band met de shopper en de consument behouden en versterken, waardoor klanten hun retailmerken zullen kunnen opbouwen.

Corporate Governance Extra informatie Strategisch verslag

Healthcare Zorg verlenen

We leveren vooral verzorgingsproducten voor volwassenen via (eigen) Ontex-merken via institutionele kanalen, zoals ziekenhuizen, rusthuizen, gezondheidsverzekeraars en plaatselijke overheden. Via apotheken en thuisbezorging leveren we ook rechtstreeks aan consumenten.

Prestaties Omzet

Belangrijkste markten

We benutten onze kennis en inzichten om betaalbare oplossingen te ontwikkelen in samenwerking met onze partners om zo het leven van de consumenten te verbeteren.

Xavier Lambrecht

General Manager van de Divisie Healthcare

Marktklimaat

Onze divisie Healthcare is actief in West-Europa en Australië, waar onze kernmarkten een geschatte waarde hebben van € 1,9 miljard. We zijn de op één na grootste speler op de markten van incontinentieproducten voor volwassenen in West-Europa.

Door de vergrijzing van de bevolking is er een stijgende vraag naar incontinentiebroekjes en -pasluiers. De algemene omgeving is heel prijsgevoelig door de druk op de overheidsuitgaven en de terugbetaling die een invloed heeft op de budgetten van de instellingen. Daardoor ontwikkelt de zelfbetaalomgeving zich verder en dat maakt de sector gestaag meer gericht naar de consument. Een felle concurrentie van grote internationale leveranciers en kleinere, plaatselijke spelers die een agressieve prijsstrategie hanteren, zorgen voor een omgeving met nog meer uitdagingen.

Prestaties

In het algemeen presteerde de divisie Healthcare van Ontex ondanks de uitdagingen goed in 2015 en behield het haar positie. In november 2015 begonnen we met de bouw van een nieuwe productievestiging in Dourges. Daar zullen we twee productievestigingen in Noord-Frankrijk bij elkaar brengen in een nieuwe installatie. Dat zal de productie nog verbeteren.

Strategie

We willen erkend worden als de specialist op het vlak van verzorgingsproducten voor volwassenen. We hebben gedurende tientallen jaren ervaring opgebouwd waar we de kwaliteit van de producten en diensten die we bieden aan klanten en consumenten, blijven mee innoveren en verbeteren. In samenwerking met onze partners gebruiken we onze kennis en onze inzichten in het domein van de incontinentie om betaalbare oplossingen te ontwikkelen die het leven van de consumenten verbeteren.

We bieden een volledig productengamma van hygiënische wegwerpproducten voor incontinentie, met een meerlagig aanbod om ons waardevoorstel per kanaal en per klant te differentiëren.

We hebben geïnvesteerd in e-platformtools en diensten met toegevoegde waarde. Hiermee willen we de getrouwheid, de efficiëntie en het bewustzijn aansturen en actief producten en diensten promoten en ontwikkelen die verdergaan dan het gewone absorbentengamma.

Verbeterde efficiëntie

"Onze bedrijfscultuur heeft haar wortels in het streven naar operationele uitmuntendheid. Zo is een verbeterde efficiëntie van essentieel belang voor de productie van betrouwbare producten van hoge kwaliteit tegen betaalbare prijzen. In de loop van 2015 bleven we ons partnerschapprogramma verder ontwikkelen. Daarmee willen we de toegevoegde waarde van onze beste leveranciers verbeteren en besparingen genereren door onze grootte en schaal te benutten. Ons uiteindelijke doel is opnieuw investeren in een toekomstige groei."

Philipe Agostini

Group Chief Procurement and Supply Chain Officer

Vooruitzicht

De positieve demografische trends, zoals een verouderende bevolking, zullen zich blijven doorzetten. We zijn ervan overtuigd dat er kansen voor groei bestaan in een aantal West-Europese landen.

We verwachten dat de druk op overheidsbudgetten zal blijven bestaan. Onze focus blijft oudere mensen helpen om langer in hun eigen huis te blijven en consumenten rechtstreeks bevoorraden in de vorm van thuislevering.

We blijven de gevolgen van een gevoelige prijszetting compenseren door toegevoegde waarde te bieden in de vorm van een betere service, de kwaliteit van onze producten en kostenefficiënties.

Middle East North Africa Plaatselijke kennis en knowhow

Dankzij onze eigen regionale 'plaatselijke stermerken' hebben we een betere band opgebouwd met onze consumenten. We hebben onze sterke positie in babyverzorgingsproducten verder uitgebouwd. Dit is de grootste categorie op de markten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

€ 194 mln (2014: € 179 mln) Omzetgroei op vergelijkbare basis

Belangrijkste markten

Canbebe is een van de bekendste merken in Turkije en in de regio.

Özgür Akyıldız

General Manager van de divisie Middle East North Africa

Marktklimaat

Onze divisie Middle East North Africa is actief in Turkije, Algerije, Marokko, Pakistan en in uitvoermarkten met onze merken Canbebe (babyverzorgingsproducten), Canped (incontinentieproducten) en Helen Harper (dameshygiëneproducten). De markt voor hygiënische wegwerpproducten in de landen waar we aanwezig zijn, werd in 2015 geraamd op € 2,2 miljard. Deze markt wordt gedomineerd door babyverzorgingsproducten, die in 2015 goed waren voor een geschat aandeel in de omzet van 72 %. De belangrijkste stimulans voor de stijgende groei naar luiers zijn de stijgende geboortecijfers, vooral in andere landen dan Turkije.

In andere markten waar we aanwezig zijn via de uitvoer, werd de algemene groei in de regio in vergelijking met 2014 tegengehouden door de sociale en politieke instabiliteit in landen zoals Irak en Libië. Dalende olieprijzen hebben ook een invloed gehad op de inkomsten in economieën die afhankelijk zijn van olie, zoals Algerije, Saudi-Arabië en Irak.

Prestaties

In het algemeen hebben we ons merk Canbebe in de hele regio versterkt en ons merk Canped in Turkije waar een marktleider blijven. Op LFL basis hebben we ons aandeel zien groeien met 8,2 % in vergelijking met 2014. Het belangrijkste is dat we een rendabele groei met betere marges in 2015 konden doorzetten.

Ons merk Canbebe is een van de bekendste en meest erkende merken van luiers in Turkije en de regio. In dit segment hebben we een sterke groei gezien. Ons Europese merk Helen Harper gaat de concurrentie aan in de categorie van dameshygiëneproducten. In dat segment zijn we hard aan het werk om de grote trouw aan bestaande merken tegen te werken. In de sector van de incontinentieproducten blijft ons merk Canped de categorieleider in Turkije.

Verdubbeling van de merkgrootte met Canbebe

"Inzichten in het gedrag van de consumenten hebben aangetoond dat ervaren moeders een luier van goede kwaliteit willen, maar daar ook niet te veel voor willen betalen. We hebben een product gecreëerd dat een juist evenwicht heeft tussen kwaliteit en prijs en dat de Comfort Dry-technologie gebruikt. De moeders aan wie we gevraagd hadden om het product te beoordelen, zijn ambassadrices van het merk geworden. Met de steun van de regionale media heeft Canbebe in 2015 met succes een nieuwe positie ingenomen als 'de slimme keuze voor ervaren moeders'. Het werd ook op de markt gebracht in Algerije, Marokko en Pakistan."

Oriane Perreaux

Group Marketing Director

Strategie

We hebben als doelstelling om onze positie in de regio te blijven versterken dankzij een groeiend marktaandeel voor onze erkende merken in de vier belangrijkste markten van Turkije, Marokko, Algerije en Pakistan. We zullen ons ook focussen op markten waar we nog niet aanwezig zijn, met een verdere uitvoer naar andere landen in de regio. Daar willen we schaal en de vraag naar testproducten opbouwen.

Vooruitzicht

Tijdens 2015 hebben we nieuwe infrastructuur geïnstalleerd om onze organisatie te versterken met het oog op toekomstige groei. Onze landspecifieke teams hebben een uitgebreide plaatselijke kennis en knowhow die ons dichter bij de consumenten in elke markt brengen. Ze staan in een uitstekende positie om de verwachte bevolkingsgroei en inkomstenstijging in deze landen te benutten.

Onze overnamestrategie

Onze transformatie versnellen

Overnames spelen een grote rol in het versnellen van de transformatie van Ontex van een familiebedrijf naar een internationale speler. Door veelbelovende groeibedrijven over te nemen blijven we onze geografische aanwezigheid, markten en merken uitbreiden.

Onze overnamestrategie

Onze groeistrategie combineert organische groei met strategische overnames. Hierdoor hebben we onze expansie kunnen voortzetten buiten West-Europa. De strategie blijft een kernelement van onze huidige transformatie van een familiebedrijf

Tot de belangrijkste voorwaarden voor een

  • Een ligging buiten West-Europa
  • Een versterking van de merkactiviteiten
  • Lokale kennis component
  • Een sterke strategische en culturele
  • aansluiting bij Ontex
  • Synergieën

2010

Ontex redde de Duitse gezondheidszorgspeler iD Medica van het bankroet en vormde het om tot een rendabele, directe onderneming. Het merk iD Medica bleef behouden en heeft sterke contracten in de sector van de thuisleveringen en in de segmenten van ziekenhuizen en rusthuizen.

2011

Door de overname van de Franse onderneming Lille Healthcare versterkte Ontex zijn knowhow inzake verzorgingsproducten voor volwassenen op commercieel en operationeel niveau. De overname versterkte ook de marktpositie van Ontex in West-Europa en gaf ons ook toegang tot de Australische markt.

2013

Sinds de overname van Serenity, een Italiaanse producent en verdeler van verzorgingsproducten voor volwassenen, heeft Ontex veel geïnvesteerd in het uitbreiden van het bereik van deze onderneming. Het managementteam van Serenity werd geïntegreerd binnen Ontex en heeft nog steeds de leiding over de activiteiten. Ontex zorgt hierbij voor ondersteuning. Een voorbeeld is de installatie van een productielijn voor babyverzorgingsproducten. Dit helpt om het marktaandeel in Italië te laten toenemen. Serenity heeft ook de expertise van Ontex op het vlak van R&D en innovatie kunnen benutten: het heeft nieuwe soorten producten ontwikkeld en zo kunnen voldoen aan de verwachtingen van de klant.

Financiële rapportering

Growth markets Uiterst aantrekkelijke en dynamische markten

Onze divisie Growth Markets is gekenmerkt door dynamische markten waar het retaillandschap aan het veranderen is van traditioneel naar modern. Afhankelijk van de behoeften van onze klanten leveren we retailermerken of Ontex-merken met soepele werkmethoden, inzichten en geavanceerde productietechnologie.

Belangrijkste

We bouwen voort op de ervaring van Ontex met retailermerken om klanten in andere regio's te ondersteunen om kansen te benutten voor de groeiende ontwikkeling van moderne retail.

Thierry Viale

General Manager Divisie Growth Markets

Marktklimaat

Onze Divisie Growth Markets is actief in Centraal- en Oost-Europa. Een belangrijk deel van de activiteiten vindt plaats in het GOS – Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland – en andere opkomende markten. De markt van hygiënische wegwerpproducten in Centraal- en Oost-Europa, waar Ontex actief is, was in 2015 naar schatting goed voor € 4,0 miljard.

De Divisie kent positieve marktstimulansen met een groeiende bevolking, steeds meer nieuwe gebruikers en een groeiende middenklasse. Het retailklimaat in deze regio's wordt steeds moderner en dat bevordert de ontwikkeling van retailermerken. Deze Divisie is actief op erg volatiele en onzekere markten die geconfronteerd worden met uitdagingen door schommelende wisselkoersen en geopolitieke ontwikkelingen.

Prestaties

De Divisie Growth Markets kende een sterke omzetgroei ondanks de uitdaging van de muntdevaluatie in Rusland. In het algemeen steeg de LFL omzet van de Divisie met 48,2 %. Het COS zorgde voor de grootste bijdrage, maar Centraal en Oost-Europa versnelden de groei ook. Een groot deel van de omzetgroei in 2015 werd bereikt als gevolg van een stijgende volumeverkoop. We investeerden in 2015 ook in de uitbouw van deze divisie: we zorgden voor het juiste leiderschap en de juiste mensen en bouwden tegelijk capaciteiten en vaardigheden op.

Strategie

Onze strategie om hoogwaardige, innoverende en slimme hygiëneoplossingen tegen aantrekkelijke prijzen te bieden, leidt ertoe dat meer mensen toegang krijgen tot oplossingen voor persoonlijke hygiëne. Ons vermogen om ons aanbod specifiek te kunnen aanpassen aan de afzonderlijke markten en de behoeften van de verschillende retailers is een grote troef gebleken. Omdat meer retailers hun eigen retailermerken willen ontwikkelen, bevinden we ons in een goede positie om hun groei te ondersteunen met innovatieve producten van hoge kwaliteit.

Plaatselijke productie

"We bleven onze ecologische productievoetafdruk aanpassen, voornamelijk in landen waar de wisselkoersen volatiel zijn. Door een plaatselijke productie konden we de factoren in verband met de wisselkoersen compenseren door grondstoffen aan te kopen en te produceren in de plaatselijke munteenheid."

Martin Gärtner

Group Manufacturing Director

Vooruitzicht

%

We verwachten dat de volatiliteit in deze markten ten gevolge van de wisselkoersschommelingen en geopolitieke factoren zal blijven duren, maar ook dat de omzet zal groeien. Onze focus blijft op het verbeteren van de distributie, de productinnovatie, de verkoop en het opbouwen van het merk. Deze divisie zal een belangrijke groeimotor blijven voor onze onderneming omdat ze actief is in uiterst aantrekkelijke en dynamische markten.

Bron: Nielsen: aandeel van retailermerken in de volledige markt, FY 2015, Volume

2015 Grupo Mabe De volgende fase in onze evolutie…

Onze overname van Grupo Mabe, de op één na grootste speler op de Mexicaanse markt van babyverzorgingsproducten, is de volgende fase in onze strategie om onze organische groei aan te vullen met overnames van hoge kwaliteit.

Grupo Mabe is een Mexicaanse fabrikant van

babyverzorgingsproducten, dameshygiëneproducten en verzorgingsproducten voor volwassenen. Het is de tweede grootste speler in alle categorieën van babyverzorginsproducten in Mexico en ook de nummer drie in de kleine, maar groeiende Mexicaanse markt van verzorgingsproducten voor volwassenen. Grupo Mabe is een onderneming die vier decennia geleden werd opgericht en voert uit naar veel landen op het Amerikaanse continent, waaronder de VS.

De consumentenmerken maken 70 % uit van de omzet van Grupo Mabe van 7 miljard MXN en omvat de merken Chicolastic, BBtips en de milieuvriendelijke luiers BioBaby. Grupo Mabe beschikt ook over een groeiende portefeuille van retailermerken. Hiermee kon het een samengesteld jaarlijks groeipercentage van de omzet realiseren van 10 % in de periode van 2012 tot 2014. Daarmee presteerde de onderneming beter dan de Mexicaanse markt voor hygiënische producten.

De overname zal de schaal en de geografische diversificatie van Ontex versterken. Ontex zet zijn expansie buiten West-Europa voort en geeft het een sterke positie in groeimarkten.

Belangrijkste merken en producten

Omzet Grupo Mabe over de hele wereld

De overname geeft ons toegang tot Latijns- en Noord-Amerika. Het voldoet duidelijk aan onze criteria om expansie te zoeken buiten West-Europa.

Charles Bouaziz Chief Executive Officer

Onze merken en innovaties

Een heel nieuw verhaal

Ontex biedt betaalbare hygiëneoplossingen voor alle generaties en wil producten voor de persoonlijke hygiëne van baby's, vrouwen en volwassenen voor iedereen beschikbaar maken. Centraal in alles wat we doen staat het onderzoek naar het gedrag van de consument. Dit stuurt de innovatie in onze hele productportefeuille aan.

Onze merkenstrategie

Bij Ontex weten we dat veel klanten ervan overtuigd zijn dat dure producten niet noodzakelijk de beste producten zijn voor hen en hun geliefden. Het zijn ervaren shoppers en ze gaan af op hun eigen ondervindingen.

Onze merken en de merken van onze retailpartners zijn ontwikkeld om hun noden te vervullen en zijn volledig in lijn met de waarden en overtuigingen van de consumenten. Om onze klanten beter van dienst te zijn, hebben we verschillende focusgroepen, producttesten en evaluaties georganiseerd en hebben we nieuwe communicatie of producten ontwikkeld om aan hun wensen te voldoen of deelden we onze klanteninzichten met onze partners om ze te ondersteunen in het uitbouwen van hun merken.

In mature markten, zoals West-Europa, werken we samen met partners om te voorzien in het juiste product en samen sterke retailmerken op te bouwen in onze drie categorieën: babyverzorgingsproducten, dameshygiëneproducten en verzorgingsproducten voor volwassenen. In gebieden waar de retailsector erg gefragmenteerd is, zoals in sommige delen van Oost-Europa, Rusland, het Midden-Oosten en Afrika, bouwen we echter onze eigen merken uit.

In Turkije bijvoorbeeld bieden we een volledige en slimme keuze aan met Canbebe, een van de bekendste en langst bestaande luiermerken in de regio, dat speciaal ontwikkeld is voor ervaren moeders, met Canped, marktleider in verzorgingsproducten voor volwassenen, en met Helen Harper, een nieuw aanbod voor jonge vrouwen.

In West-Europese kanalen van gezondheidszorg, zoals ziekenhuizen, rusthuizen en thuisleveringen (steeds meer), groeien onze merken ook, dankzij de unieke combinatie van kwaliteit, service en zorg, met een focus op het aanbieden van de beste waarde voor het geld van onze klanten.

Onze merken

Terwijl we onze transformatie van een producerende naar een commerciële cultuur blijven voortzetten, worden de Ontex-merken steeds belangrijker: de omzet steeg in de voorbije drie jaar met 42 %.

  • ●● Serenity is ons grootste merk: het is goed de gezondheidszorgsector via rusthuizen,
  • ●● Ons tweede grootste merk is het luiergamma van Canbebe dat via retailers in het Midden-Oosten en Noord-Afrika
  • ●● Onze derde grootste of snelst groeiende
  • ●● Andere Ontex-merken zijn het Helen Harper gamma van babyverzorgingsproducten en

Inzicht in de consument verschaft ons opportuniteiten

Drie jaar na de lancering ervan groeide de verkoop van de pads voor lichte incontinentie van het Ontex-merk iD trager dan de categorie. De merken- en innovatieteams van Ontex gebruikten het inzicht in het gedrag van de consumenten: zij merkten dat er een vrouwelijker accent moest komen, met aantrekkelijke en kleurrijke ontwerpen op de producten en een vrouwelijkere verpakking met een premium uitstraling. iD Light Victoria Fresh & Free werd in juni 2015 opnieuw gelanceerd met een boodschap in de communicatie van vrouwelijkheid en frisheid. Dit werd positief onthaald en de negatieve trend werd omgekeerd. Het team heeft ook de Fit & Feel optrekbroekjes van iD opnieuw gelanceerd met een zachter aanvoelend materiaal en een nieuwe superabsorberende band. Dit werd positief onthaald en leidde tot een stijgende verkoop.

Thuis met Serenity

Met onze focus op het versterken van de naamsbekendheid van ons Serenity gamma wilden we de occasionele kopers omvormen tot regelmatige kopers en de klanten beter aan ons binden. Tot het gamma dat in apotheken in Italië wordt verkocht, behoren optrekbroekjes voor matige incontinentie en Serenity Light Lady dunne maandverbanden voor lichte incontinentie. We gebruikten gedurende 2015 een waaier van verschillende activeringen, zoals marketing met direct mail, bijverkoop en kortingen. We moedigden apotheken aan om als informatiepunten te fungeren via een campagne 'Vraag het aan uw apotheek'. Via e-commerce werden de consumenten aangemoedigd om producten te bestellen en te betalen in de apotheek, maar ze rechtstreeks thuis te laten leveren. Zo hadden shoppers niet het ongemak dat ze de producten moesten dragen, terwijl de eigenaars van de apotheken de betaling in handen hadden voor ze hun bestelling bij Ontex plaatsten. Zo hoefden zij geen grote voorraad in te slaan. Om het doelpubliek te bereiken, gebruikte de campagne spots op de radio, advertenties in de pers en publireportages.

Succesvolle herlancering van het merk iD

We gebruikten de voortdurende feedback van onze gebruikers om ons gamma van wegwerpproducten voor alle types incontinentie van iD te ontwikkelen. We hebben de juiste hulpmiddelen voor een ruime waaier van behoeften, van de eerste lichte behoeften tot de hoogste absorptievereisten, en in alle maten van XS tot XL. We vullen het assortiment van incontinentieproducten van iD aan met een ruime waaier van producten die specifiek bedoeld zijn voor de hygiëne en de huidverzorging van incontinentiepatiënten.

iD biedt oplossingen voor incontinentiebeheer die de levenskwaliteit van onze gebruikers en onze zorgverleners in alle kanalen van de gezondheidszorg verbeteren: ziekenhuizen en rusthuizen, thuisverzorging en apotheken, gespecialiseerde verdelers en medische winkels, evenals e-commerce. We vormen een erkende ondersteuning voor families en alle belanghebbenden in de incontinentiewereld en bieden diensten met toegevoegde waarde, zoals thuislevering, professionele opleiding en beheer van bestellingen en verbruik.

Onze merken en innovaties vervolg

We zijn gespecialiseerd in activiteiten op het vlak van persoonlijke hygiëne. We begrijpen dus ten volle hoe ingewikkeld de categorieën zijn waarin we actief zijn. Met die kennis ontwikkelen we onze eigen merken, maar die is ook van onschatbare waarde voor het ontwerpen en creëren van succesvolle producten voor anderen.

R&D-centra

We werken met onze klanten in overeenstemming met hun behoeften en focussen op prestaties en veiligheid.

Annick De Poorter Group R&D, Quality and Sustainability Director

Healthcare merken

We zijn gespecialiseerd in activiteiten op het vlak van persoonlijke hygiëne. We begrijpen dus ten volle hoe ingewikkeld de categorieën zijn waarin we actief zijn. Met die kennis ontwikkelen we onze eigen merken, maar die is ook van onschatbare waarde voor het ontwerpen en creëren van succesvolle producten voor anderen. Onze knowhow en onze ervaring maakt van ons een logische partner voor retailers in Europa en in de rest van de wereld die wij helpen om hun eigen merken te ontwikkelen. Met onze middelen in R&D helpen we retailers bij het lanceren en ontwikkelen van producten in de markten van babyverzorgingsproducten, dameshygiëneproducten en verzorgingsproducten voor volwassenen. Met onze grondige knowhow in elk van deze categorieën kunnen we inzichten in de ene categorie toepassen op een andere categorie. Zo creëren we synergieën tussen al onze productgamma's. In sommige gevallen voeren we consumentenonderzoek uit naar retailermerken. Daarna delen we onze conclusies en aanbevelingen met de retailers.

Consumenten in het centrum van de innovatie

Bij Ontex is innovatie gericht op de ontwikkeling van producten die voldoen aan de behoeften van de consument. We combineren markttrends en -onderzoek met inzicht in technologie, klanten en consumenten en stimuleren op die manier de ontwikkeling van nieuwe producten en het bijwerken ervan. Bij elke fase valideren we onze bevindingen met ons model voor producstrategie -en ontwikkeling focusgroepen, observatietechnieken, laboratoriumtests, panels en thuisgebruik bij ons streng testproces. In de loop van 2015 probeerden we onze innovaties uit met de hulp van meer dan 8000 consumenten. Dit vormde een belangrijk onderdeel van ons kennisverwervingsproces.

Een band opbouwen met jonge consumenten

In Turkije was er nog geen merk voor dameshygiëneproducten dat zich richtte naar jonge vrouwen tot Ontex via focusgroepen een doelmarkt identificeerde van meisjes tussen 15 en 17 jaar oud. We herlanceerden het Helen Harper gamma met een nieuwe verpakking met 'vlinderthema' waarmee we het idee van een jong en vrij gevoel wilden geven. Via sociale media heeft het merk een grote groep van 55.000 volgers op Facebook opgebouwd. De pagina gaf de meisjes zelfvertrouwen met advies over voeding en beweging en organiseerde tal van activiteiten en wedstrijden. Het merk bereikte ook duizenden jonge meisjes door stalen weg te geven bij muziekfestivals, door virale internetcampagnes op poten te zetten en door merkambassadrices te sturen naar universiteitscampussen. Hierdoor ontstond een sterke band tussen het merk Helen Harper en een generatie van jonge Turkse vrouwen.

Onze kernwoorden: prestaties en veiligheid

Research & Development is een van onze grootste troeven. We versterken onze eigen infrastructuur en kennis door de samenwerking met plaatselijke en internationale partners uit vooraanstaande universiteiten, laboratoria, instituten en onderzoeksinstellingen.

Onze vier technische centra kunnen bogen op goed uitgeruste laboratoria voor productontwikkeling, proefproductielijnen en testinfrastructuur voor afgewerkte producten onder de supervisie van onze heel ervaren R&D-experts.

Onze kernwoorden zijn prestaties en veiligheid, met de nadruk op kwaliteit en kostenbeheer. Dit begint al bij een strenge benadering van onze toeleveringsketen. We onderwerpen onze leveranciers aan een uitgebreide audit en geven hen duidelijke specificaties. We controleren de grondstoffen ook heel grondig. Via ons productieproces passen we een aanpak voor Total Quality Management toe. We zoeken altijd naar kansen om onze processen te verbeteren en voeren elke dag tientallen kwaliteitscontroles uit. Die moeten ervoor zorgen dat onze producten in staat zijn om te presteren volgens de normen die wij en onze klanten ervan verwachten.

Onze consumenten vormen de inspiratiebron voor alles wat wij doen.

Oriane Perreaux Group Marketing Director

Mature Markets Retail

Ontex Jaaroverzicht 2015 21

Corporate Governance

Onze klanten

Onze klanten zijn onze grootste zorg

We werken met retailers die we helpen bij het lanceren, ontwikkelen of verbeteren van hun activiteiten met onze merken en met hun retailermerken. Door een groter begrip van de behoeften van onze klanten versterken we onze relaties met hen.

Klanten helpen om de verkoop te laten groeien en waarde op te bouwen

Met ons vermogen om ons design-, productieen technologiemodel aan te passen kunnen we retailers helpen om snel te reageren op wijzigingen in de markten. Dit wordt ondersteund door onze uitmuntende R&D- en productie-infrastructuur waarmee we in staat zijn om onze klanten precies te leveren wat ze nodig hebben en wanneer ze dit nodig hebben. In dezelfde mate zijn we door de schaal en het bereik van onze activiteiten over de hele wereld ook een ideale partner voor internationale spelers.

We hebben waardevolle en intense relaties opgebouwd met een aantal klanten die retailermerken hebben. We ondersteunen hun verkoop door diensten te leveren zoals voorstellen voor promoties, planning, ontwerp en vele andere activiteiten. We delen ook ons onderzoek met onze belangrijkste klanten, zoals waardevolle inzichten in het gedrag van shoppers en consumenten. Onze klanten weten dat ze een beroep kunnen doen op onze knowhow en ervaring in domeinen zoals categoriebeheer, productontwerp en -positionering, waarmee ze een maximale verkoop kunnen bereiken.

In het domein van Healthcare ging in 2015 de meeste aandacht naar het opbouwen van nieuwe relaties en het verbeteren van de bestaande relaties met een stijgend aantal privéondernemingen zoals exploitanten van rusthuizen die premiumdiensten aan residenten bieden. In 2016 zullen we ons concentreren op een beter begrip van de behoeften van deze klanten, zodat wij hen beter kunnen ondersteunen.

Ontex wordt beschouwd als een leider in innovatie, met een sterke positie op het vlak van productkwaliteit, reactiviteit en bereidheid om de klanten goed te begrijpen.

Laurent Bonnard

Verder overstappen van de denkwijze van een producent naar een meer consumentgerichte aanpak

Het Ontex model wordt gekenmerkt door een veranderende mindset: van productgericht naar meer klantegericht en een aspect van deze transformatie in 2015 was de organisatie van klantentevredenheidsurveys. Het is een krachtig instrument voor de toekomst, dat we nog zullen versnellen en uitbreiden in 2016. In 2015 hebben we ons ook gefocust op het vergroten van ons begrip van de klantennoden zodat we de klantentevredenheid kunnen verbeteren.

Het belang van klantentevredenheidsenquêtes

In 2015 lieten we klantentevredenheidsenquêtes uitvoeren door externe onderzoeksorganisaties. Die gaven ons waardevolle feedback uit de retail- en gezondheidszorgkanalen. Dit leidde tot een gedetailleerd rapport over de kwaliteit en de kwantiteit. Daaruit bleek dat productinnovatie, kwaliteit, reactiviteit en bereidheid om de klant goed te begrijpen worden beschouwd als onze grootste troeven. Het onderzoek gaf ons ook een belangrijke roadmap voor onze toekomstige ontwikkeling, voornamelijk in domeinen zoals categoriebeheer en shoppertrends.

619 klanten namen deel in de kanalen van Healthcare

644 deelnemers in Retail waaronder 42 retailers

Onze medewerkers

Aangedreven door mensen

Onze medewerkers vormen het hart van onze onderneming. Dankzij hun energie en vindingrijkheid zijn we van een familiebedrijf uitgegroeid tot een internationale organisatie. In ruil respecteren en waarderen we hen en zorgen we voor hen.

Vision 2020 Ontex heeft altijd de mens centraal gesteld, maar nu we blijven uitbreiden is het van essentieel belang dat we blijven mee evolueren met deze groei.

Om ervoor te zorgen dat we trouw blijven aan onze cultuur en dat de ondernemingen die we overnemen deze cultuur begrijpen en ze gemakkelijker kunnen worden geïntegreerd, voelden we de noodzaak om op papier te stellen hoe wij de relatie tussen de onderneming en haar medewerkers zien. Vision 2020 was het resultaat van een aantal besprekingen met het volledige Executive Management Team. Tijdens die discussies vroegen we onszelf af wat voor onderneming we willen zijn in 2020, in onze verhouding tot onze consumenten en klanten, onze medewerkers en onze aandeelhouders.

Onze Chief Executive Officer en het managementteam bezochten tussen april en

Astrid de Lathauwer Group HR Director

oktober 2015 de kantoren en fabrieken van Ontex om deze Vision 2020 aan onze medewerkers uit de doeken te doen. Het was een gelegenheid om met onze mensen te praten over hoe dit in de komende vijf jaar en daarna onze strategie zal bepalen.

Volgens onze Vision 2020 moeten onze mensen trots zijn dat ze deel uitmaken van Ontex. Ze moeten onze visie en strategie met ons delen en begrijpen hoe zij daaraan kunnen bijdragen. Ze moeten initiatief tonen en de juiste beslissingen nemen, terwijl onze leidinggevenden iedereen rondom hen verantwoordelijkheid geven en een werkplek helpen bouwen waar mensen het naar hun zin hebben en successen kunnen vieren.

Waarden voor de toekomst

Op elke plaats waar de waarden van Vision 2020 werden voorgesteld, organiseerden we workshops waarin we de medewerkers vroegen naar de waarden van hun werkplek. Hierdoor verzamelden we meer dan 3.000 antwoorden.

Uit die bevindingen konden we opmaken dat onze mensen menen dat Ontex zich onderscheidt door zijn cultuur van teamwork, respect en vertrouwen waarin iedereen met passie en toewijding samenwerkt. Het zijn de medewerkers en niet zozeer het management die deze waarden hebben vastgelegd. De waarden zijn min of meer algemeen geldig in al onze kantoren en vestigingen, waar ter wereld zij zich ook bevinden.

In 2016 zal de input van de verschillende landen worden geconsolideerd. De uiteindelijke waarden zullen worden gekozen en aan alle medewerkers meegedeeld.

Caring4You

Een belangrijk onderdeel van Vision 2020 was het tonen aan de medewerkers dat ze gewaardeerd worden: dit deden we door de lancering van het Caring4Youprogramma in oktober 2015.

Dit programma van beloningen en initiatieven is erop gericht om het leven gemakkelijker te maken voor de mensen van Ontex en is gemaakt op maat van de plaatselijke behoeften. Voorbeelden hiervan variëren van kortingsbonnen voor winkels en restaurants tot een ziektekostenverzekering.

In Turkije bestaan de voordelen van Caring4You onder meer uit een onlinesupport die medewerkers en hun dichte familieleden 24 uur per dag kunnen raadplegen over medische, psychologische, voedingskundige en juridische kwesties. De campagne werd gepromoot met de slogan: "Don't worry at all, just give us a call!"

Bemoedigende resultaten

Als onderdeel van ons Vision 2020-programma voerden we in november 2015 een grote enquête naar werknemersbetrokkenheid uit.

De medewerkers van Ontex in alle verkoopkantoren en productievestigingen namen deel aan de online-enquête die werd uitgevoerd door de onafhankelijke onderzoeksorganisatie Towers Watson.

In de enquête werden thema's behandeld als dagelijkse werkervaringen, communicatie, opleiding en ontwikkeling.

Deze enquête die jaarlijks zal worden herhaald, geeft ons een waardevol inzicht in hoe we onze medewerkers kunnen blijven betrekken en geeft hen een platform om zich te laten horen.

Uit de enquête blijkt dat 85 % van onze medewerkers zich betrokken voelt. Ze begrijpen en geloven in de doelstellingen van de onderneming en zijn bereid om verder te gaan dan wat gevraagd wordt om Ontex succesvol te laten zijn.

Dit waren de verklaringen waarop het positiefst werd geantwoord:

Stelling % Positief
antwoord
Ik doe meer dan wat vereist is om Ontex succesvol te laten zijn 90
Ik geloof in de doelstellingen van Ontex 89
De mensen met wie ik samenwerk, komen meestal goed overeen 85
Ik beschik over de uitrusting/tools/middelen die ik nodig heb
om mijn taken efficiënt uit te voeren 85
Ik ben trots dat ik voor Ontex werk 84
Mijn werk geeft mij een gevoel van persoonlijke groei 77

Naast deze vragen gaven de medewerkers ons feedback met hun visie over de werkplek, hun collega's, het management en de werkomstandigheden. In 2016 zullen we plaatselijke actieplannen uitwerken om de feedback aan te pakken die we gekregen hebben.

Onze waarden

"Om een goede werkomgeving te creëren zijn waarden heel belangrijk," aldus Thomas Hooft Ontex Group Senior Purchasing Manager.

"Zij vertegenwoordigen waar Ontex voor staat en weerspiegelen waarom medewerkers zoveel energie in de onderneming stoppen. Mensen van alle niveaus zijn belangrijk, want zij maken het verschil dat ons naar succes leidt."

Thomas kwam vijf jaar geleden bij Ontex werken en in die tijd heeft hij de onderneming enorm zien groeien. Hij is ervan overtuigd dat de bijdrage van de medewerkers daarin, erg wordt gewaardeerd.

Hij voegt eraan toe: "Ontex zorgt voor zijn mensen."

Onze aanpak voor duurzaamheid We zorgen voor de mensen en het milieu

Ontex is ervan overtuigd dat duurzame bedrijfspraktijken een bedrijf werkelijk succesvol maken. Daarom staat duurzaamheid centraal in Vision 2020 en moet het weerspiegeld zijn in alle aspecten van onze organisatie: in de activiteiten, de medewerkers en in de producten en diensten. Dat staat garant voor waarde voor onze stakeholders en het bereiken van een rendabele, duurzame groei.

Hoe we gedeelde waarde creëren

Mensen staan centraal 1

Ontex heeft altijd de mens centraal gesteld, maar nu we blijven uitbreiden is het van essentieel belang dat we blijven mee evolueren met deze groei.

2 Sterk in operationele uitmuntendheid

Een van de beste manieren om duurzaamheid in de hele organisatie door te voeren, is het verband leggen tussen duurzaamheid en kosten.

3 Tegemoetkomen aan de behoeften van klanten en consumenten

Als een van de belangrijkste onderdelen van een duurzame, rendabele groei moeten we onze klanten en consumenten producten van hoge kwaliteit bieden die perfect tegemoetkomen aan hun behoeften tegen een betaalbare prijs.

Hoe meer we praten over duurzaamheid, hoe meer het ingang zal vinden in de organisatie. Om duurzaamheid ingang te laten vinden in onze hele organisatie, hebben alle managers van Ontex vijfjarendoelstellingen voor prestaties op het vlak van duurzaamheid gekregen.

Op deze manier hebben we er al voor gezorgd dat het topmanagement onze ambities op het vlak van duurzaamheid zal ondersteunen.

Annick de Poorter

Group R&D, Quality and Sustainability Director

Duurzaamheid bij Ontex

Mensen staan centraal in onze onderneming

Mensen helpen vorm te geven aan het succes van onze organisatie. In ruil respecteren en waarderen we hen en zorgen we voor hen. We hebben verschillende programma's en initiatieven ontwikkeld om onze cultuur te behouden en onze mensen nog trotser te maken dat ze voor Ontex werken.

Duurzaamheidsdoelen 2015–2020:

  • Bedrijfswaarden bepalen tegen het eind van 2015
  • Een enquête naar werknemersbetrokkenheid uitvoeren tegen het eind van 2015
  • Permanent streven naar het bouwen van een betere werkomgeving en het verbeteren van het welzijn van de medewerkers
  • Ervoor zorgen dat alle medewerkers de Gedragscode van Ontex naleven

Financiële rapportering Extra informatie Strategisch verslag

Duurzaamheid online

Ons volledige duurzaamheidsverslag focust op de sociale, economische en milieukwesties die belangrijk zijn voor Ontex. Het geeft een overzicht van onze prestaties in de belangrijkste duurzaamheidsgebieden in 2015.

www.ontexglobal.com/sustainability

Bedrijfsuitmuntendheid in onze activiteiten

We zijn ervan overtuigd dat een verantwoordelijk en kostenefficiënt management van essentieel belang is voor ons succes als onderneming. We investeren in geïntegreerde kwaliteit-, veiligheids- en milieusystemen om onze vestigingen te beheren. We volgen onze fabrieken en al onze machines constant op en passen ze aan om afval tot een minimum te beperken, energie zo efficiënt mogelijk te gebruiken en de veiligheid van onze medewerkers te garanderen.

Duurzaamheidsdoelen 2015–2020:

  • Gecertificeerde beheersystemen behouden en aanvullende systemen implementeren
  • Gepland voor 2016: ISO 9001 in Algerije; ISO 14001 in Australië; OHSAS 18001 op de hoofdzetel van Ontex en Turkije; ISO 50001 in Segovia
  • Specifieke vermindering van het energieverbruik: -10 %
  • Niets van ons afval uit de productie gaat naar het stort
  • Ten minste 50 % van onze vestigingen met OHSAS 18001 certificaat
  • Arbeidsongevallen terugdringen
  • Zorgen dat alle medewerkers beschikken over de geschikte gehoorbescherming voor hun blootstelling aan geluid ● Streven naar maximaal 85 dB in
  • alle vestigingen

En in onze waardeketen

We houden rekening met duurzaamheid in onze hele waardeketen, van de bronnen van de grondstoffen tot de productie, het gebruik en het einde van de levensduur van de producten. In elke fase voeren we een nauwkeurige screening en selectie van onze partners uit. Hierdoor kunnen we onze klanten en consumenten kwaliteitsproducten bieden die het beste passen bij hun vereisten.

Duurzaamheidsdoelen 2015–2020:

  • 100 % reactie krijgen op de jaarlijkse vragenlijst inzake duurzaamheid van geavanceerde en partnerleveranciers
  • De Partnership Tracker voor o.m. duurzaamheid lanceren en streven naar
  • toewijding (en acties) van alle leveranciers ● Een jaarlijks duurzaamheidsprogramma
  • voltooien met onze partnerleveranciers
  • Deelnemen aan het Lean & Green-project en het certificaat van Lean & Green behalen in 2015
  • 100 % fluffpulp uit duurzame bronnen
  • Programma voor productinnovatie (voor grondstoffen) voor een lagere impact op het milieu

Betrouwbare partner voor onze stakeholders

Ontex is altijd erkend geweest voor de ontwikkeling en de productie van betrouwbare producten die uitstekende alternatieven bieden voor de toonaangevende merken. Maar wij willen ons bedrijf laten evolueren tot de favoriete partner voor onze klanten en consumenten en hen slimme oplossingen voor persoonlijke hygiëne bieden die tegemoetkomen aan hun behoeften, die ze kunnen vertrouwen en die ze kunnen kopen tegen een betaalbare prijs.

Duurzaamheidsdoelen 2015–2020:

  • LCA een onderdeel laten worden van elk nieuw concept en elke productverbetering
  • Programma voor productinnovatie met een lagere impact op het milieu (in samenwerking met de aankoopdienst)
  • Vermindering van grondstoffen en verpakkingsmateriaal per product met 2 % voor babyverzorgingsproducten en 10 % voor incontinentieproducten

Overzicht van de belangrijkste risico's

Wij beschouwen het beheren van risico's met verschillende belanghebbenden als een inherent onderdeel van onze activiteiten om te voldoen aan de verwachtingen van consumenten en klanten. Het overzicht dat volgt geeft de belangrijkste risico's weer die wij hebben geïdentificeerd en beheren. Dit is evenwel geen exhaustieve lijst en er kunnen bijkomende risico's zijn waarvan wij niet op de hoogte zijn.

Hoewel we voor de meeste van deze risico's mitigerende maatregelen hebben genomen, is dit geen garantie dat de risico's zich niet zullen voordoen. De volgorde waarin de risico's zijn opgesomd, is geen indicatie van hun belangrijkheid of waarschijnlijkheid.

Voor bijkomende informatie over ons raamwerk voor het beheren van risico's en interne controle refereren we naar sectie 9 van het Corporate Governance rapport. Voor de details betreffende het beheer van de financiële risico's refereren we naar sectie 7.4 van de Geconsolideerde Jaarrekening.

De industrie van de persoonlijke hygiëne is heel competitief en er zijn zowel lokale, regionale als wereldwijde leveranciers. Alle divisies ondervinden concurrentie van producenten van merkproducten die hun producten verkopen onder hun eigen naam of merken. In de divisie Mature Markets Retail en in mindere mate in de divisie Growth Markets concurreren wij ook met producenten van retailermerken die hoofdzakelijk of exclusief producten leveren aan nationale en internationale retailers die vervolgens de producten verkopen onder hun eigen merken of labels.

We ondervinden eveneens concurrentie van concurrerende producenten op het vlak van productinnovatie. Een snelle marktintroductie van onze producten is dan ook van groot belang voor onze concurrentiepositie. Als we niet in staat zijn om innoverende producten te ontwikkelen of niet in staat zijn dergelijke eigendomsrechten te bekomen en in licentie te hebben, kunnen we marktaandeel verliezen.

De omzet van onze divisie Healthcare hangt af van de overheidsbudgetten. Overheden kunnen hun uitgaven voor gezondheidszorg terugschroeven, wat een ongunstige invloed kan hebben op de zaken die wij doen met openbare instellingen.

Wij verkopen in meer dan 100 landen wereldwijd en als gevolg hiervan zijn we onderhevig aan risico's die gepaard gaan met het internationaal zakendoen. Recente en aanhoudende onrust in sommige van de landen waar we actief zijn, kan een ongunstige invloed hebben op onze activiteiten.

Het zou kunnen dat we er niet in slagen om onze belangrijke klanten te behouden. Onze klanten variëren van distributeurs, over grote internationale retailers tot institutionele kanalen zoals publieke gezondheidsinstellingen. Onze totale omzet is het resultaat van contractuele winsten en verliezen die op een niet-exclusieve basis gegenereerd worden.

De beleidslijnen en de vereisten van onze klanten kunnen op elk moment aangepast worden en dat kan onze omzet beïnvloeden.

Als wij niet in staat zijn om onze goede statistieken voor leveringen binnen de gevraagde levertermijn te handhaven, zou dit een nadelige invloed kunnen hebben op ons vermogen om nieuwe klanten aan te trekken en bestaande klanten te behouden.

Wij hangen af van onze 15 productiefaciliteiten om onze klanten te bedienen. Wij kunnen storingen in onze productiefaciliteiten ervaren of in extreme gevallen kunnen onze productievestigingen worden stilgelegd. Als er in een of meer van onze productiefaciliteiten een storing zou plaatsvinden, zouden wij tijdelijke productietekorten of een stijging in onze kosten van de omzet kunnen ervaren. Wij kunnen verliezen lijden die mogelijk volledig of gedeeltelijk onverzekerd zijn (specifieke gevallen die voortvloeien uit terroristische activiteiten en oorlogen).

Wij zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van grondstoffen voor de vervaardiging van onze producten. De kosten voor grondstoffen en verpakking vertegenwoordigen gemiddeld tussen 75 % en 80 % van onze kostprijs van de omzet. De belangrijkste grondstoffen die wij gebruiken zijn fluffpulp, superabsorber en non-woven textiellagen.

Bovendien zijn de grondstoffen die wij gebruiken, onderworpen aan prijsschommelingen door een aantal factoren waarover wij geen controle hebben, zoals, maar niet beperkt tot, de beschikbaarheid van aanbod, algemene economische omstandigheden, schommelingen in de prijzen

van basisgrondstoffen en de vraag naar dezelfde grondstoffen van andere sectoren.

Het grootste deel van onze klantencontracten is gebaseerd op vaste prijsmodellen en bevat geen clausules voor de indexering van grondstoffenprijzen.

Wij verrichten aanzienlijke verkopen in andere munteenheden dan de euro, waardoor wij worden blootgesteld aan risico's die voortvloeien uit wisselkoersschommelingen. Wij kopen ook bepaalde grondstoffen, voornamelijk fluffpulp, aan in Amerikaanse dollar.

De kwaliteit en betrouwbaarheid van onze informatiesystemen en software zijn van groot belang voor ons succes en een storing in deze informatiesystemen en software zou een ongunstige invloed kunnen hebben op onze activiteiten.

Reglementering inzake gezondheid, veiligheid en milieu kan ons onderwerpen aan aanzienlijke kosten en verplichtingen.

Het zou kunnen dat we er niet in slagen om de verwachte groeikansen voor de activiteiten, omzetgroei, kostensynergieën, operationele efficiëntie en andere voordelen die worden verwacht van potentiële toekomstige overnames, te realiseren, en mogelijk lopen wij onverwachte kosten op die ermee gepaard gaan.

Wij zijn afhankelijk van onze medewerkers om onze strategie te kunnen uitvoeren. Ons vermogen om medewerkers aan te trekken, te behouden en op te leiden is cruciaal voor het succes van de Groep.

Als wij niet in staat zijn om onze collectieve arbeidsovereenkomsten te verlengen, te vernieuwen of te heronderhandelen, of als onze relatie met onze medewerkers of vakbonden verslechtert, zou dit een ongunstige invloed kunnen hebben op onze activiteiten.

Stijgende arbeidskosten kunnen een ongunstige invloed hebben op onze winstgevendheid.

Zoals uitvoerig beschreven in sectie 7.4 van de Geconsolideerde Jaarrekening, zijn de activiteiten van de Groep blootgesteld aan een reeks van financiële risico's: marktrisico (met inbegrip van het wisselkoersrisico, renterisico en prijsrisico), kredietrisico en liquiditeitsrisico.

Wij zijn onderhevig aan verplichtingen, beperkingen en financiële ratio's als onderdeel van onze externe financieringen. Als wij niet in staat zijn om aan deze verplichtingen, beperkingen en financiële ratio's te voldoen, dan kan dit een belangrijk negatief effect hebben op onze activiteiten, onze financiële positie en resultaten.

Veranderingen in belastingtarieven, belastingverplichtingen of fiscaalboekhoudkundige regels zouden een invloed kunnen hebben op de toekomstige resultaten.

Wijzigingen aan veronderstellingen die aan de basis liggen van de boekwaarde van onze activa, ook als gevolg van ongunstige marktomstandigheden, zouden kunnen leiden tot een bijzondere waardevermindering van zulke activa, waaronder immateriële vaste activa zoals goodwill.

Hoewel wij voortdurend wijzigingen in intellectuele eigendomsrechten bijhouden, kunnen onze producten eigenschappen bevatten die beschermd zijn middels intellectuele eigendomsrechten

van derden, zodat wij mogelijk advocatenerelonen en gebruiksrechten moeten betalen, hetgeen onze winstmarge negatief zou beïnvloeden.

Wij kunnen worden getroffen door een terugroeping van producten of productaansprakelijkheidsclaims of anderszins worden onderworpen aan ongunstige publiciteit.

Wij zijn onderhevig aan de wetgeving van de landen waar wij actief zijn en bepaalde mededingings- en antitrustwetgevingen. Als we niet in staat zijn om volledig te voldoen aan deze wetgevingen, kan dit een belangrijke 28 impact hebben op onze financiële positie.

Verklaring inzake deugdelijk bestuur

1. Referentiecode 30

    1. Kapitaal en aandeelhouders 30
  • 2.1 Kapitaal en kapitaalwijzigingen 30
  • 2.2 Evolutie groep 30
  • 2.3 Evolutie aandeelhouders 30
  • 2.4 Aandeelhoudersstructuur 32
  • 2.5 Relatie met en tussen de aandeelhouders van de Vennootschap 32
  • 2.6 Verhandelings- en Communicatiereglement 33

3. De raad en de comités van de Raad 33

  • 3.1 Samenstelling van de Raad 33
  • 3.2 Raad: evolutie in de samenstelling gedurende 2015 34
  • 3.3 Raad: evolutie in samenstelling gedurende 2016 35
  • 3.4 Genderdiversiteit 35
  • 3.5 Werking van de Raad 35
  • 3.6 Comités van de Raad 35

4. Relevante informatie in het geval van een overnamebod 38

  • 4.1 Kapitaalstructuur 38
  • 4.2 Beperkingen op de overdracht van effecten 38
  • 4.3 Houders van effecten met bijzondere zeggenschapsrechten 38
  • 4.4 Aandelenplannen voor werknemers waar de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend 38
  • 4.5 Beperking op stemrechten 38
  • 4.6 Aandeelhoudersovereenkomsten 39
  • 4.7 Regels over de benoeming en vervanging van de leden van de Raad 39
  • 4.8 Regels over wijzigingen aan de Statuten 39
  • 4.9 Toegestaan kapitaal 39
  • 4.10 Verkrijging van eigen aandelen 39
  • 4.11 Materiële overeenkomsten waarbij Ontex partij is die een Change of Control clausule bevatten 39
  • 4.12 Beëindigingsvergoeding als gevolg van een beëindiging van een contract van de leden van de Raad of van werknemers als gevolg van een openbaar overnamebod
    1. Belangenconflicten 40
    1. Transacties met verbonden partijen 40
    1. Naleving van de Belgische Corporate Governance Code van 2009 41
    1. Remuneratieverslag 41
  • 8.1 Remuneratiebeleid en procedure voor de Raad van Bestuur 41
  • 8.2 Remuneratiebeleid en procedure voor het Executive Management Team 42
  • 8.3 Vaste en korte termijn variabele bezoldiging in 2015 van de CEO (totale kost) 43
  • 8.4 Vaste en korte termijn variabele bezoldiging in 2015 van de overige leden van het Executive Management Team (totale kost) 43
  • 8.5 2015 Lange Termijn Incentives 43
  • 8.6 D&O Polis 43
  • 8.7 Vertrekvergoedingen 43
  • 8.8 Informatie over het remuneratiebeleid in de komende twee jaar 44
    1. Risico management and interne controlemechanismen 44
  • 9.1 Inleiding 44
  • 9.2 Controle-omgeving 44
  • 9.3 Risicobeheer 44
  • 9.4 Controleactiviteiten 45
  • 9.5 Informatie en communicatie 45
  • 9.6 Monitoring van controlemechanismen 45
  • 9.7 Risicobeheer en interne controle met betrekking tot het proces van financiële rapportering 45

40

Verklaring inzake Corporate Governance

In overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen en de Belgische Corporate Governance Code, versie 2009 (hierna de "Corporate Governance Code"), wordt in dit hoofdstuk informatie weergegeven over Ontex Group NV's (hierna ook de "Vennootschap") deugdelijk bestuur.

Het hoofdstuk bevat wijzigingen van Ontex Group NV's deugdelijk bestuur, alsook de relevante gebeurtenissen die plaatsvonden gedurende 2015, zoals wijzigingen aan Ontex Group NV's kapitaal of

aandeelhouderstructuur, wijzigingen in Ontex Group NV's bestuur en de samenstelling van de Raad van Bestuur van Ontex Group NV (hierna de "Raad") en zijn comités, de belangrijkste aspecten van het Remuneratieverslag, en systemen voor interne controle en risicobeheer van de Ontex groep. Dit hoofdstuk bevat ook, waar nodig, uitleg over afwijkingen van de Corporate Governance Code (zie hoofdstuk 7 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur).

1. Referentiecode

In overeenstemming met artikel 96, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en het Koninklijk Besluit van 6 juni 2010 houdende aanduiding van de na te leven Code inzake deugdelijk bestuur door genoteerde vennootschappen, heeft Ontex Group NV de Corporate Governance Code als haar referentiecode aangenomen1 .

Zoals past voor een Belgische beursgenoteerde vennootschap die hoge standaarden betreffende deugdelijk bestuur nastreeft, heeft de Raad in juni 2014 een corporate governance charter aangenomen (hierna het "Corporate Governance Charter"), zoals vereist door de Corporate Governance Code. Het Corporate Governance Charter kan worden geraadpleegd op de website van de Vennootschap2 .

Het Corporate Governance Charter beschrijft de belangrijkste aspecten van Ontex Group NV's bestuur, zoals haar bestuursstructuur en de rol van zowel de Raad als van zijn comités en het Executive Management Team. Het Corporate Governance Charter wordt regelmatig bijgewerkt en zal jaarlijks worden geëvalueerd door de Raad teneinde in overeenstemming te zijn met de toepasselijke wetten en overige regelgeving, de Corporate Governance Code en de interpretatie ervan.

2. Kapitaal en aandeelhouders 2.1 Kapitaal en kapitaalwijzigingen 2.1.1 Kapitaal en kapitaalwijzigingen in 2015

Op 31 december 2015 bedroeg het kapitaal van Ontex Group NV € 721.489.864,68, vertegenwoordigd door 72.138.887 aandelen zonder nominale waarde. Elk aandeel vertegenwoordigt 1/72.138.887ste van het kapitaal en geeft recht op één stem. De aandelen zijn genoteerd op Euronext Brussel.

Op 28 oktober 2015 heeft de Raad besloten om het kapitaal te verhogen in het kader en binnen de limieten van het toegestaan kapitaal, onder de opschortende voorwaarde, en in de mate, van de inschrijving op de nieuwe aandelen in het kader van een accelerated bookbuilt offering. Als onderdeel van de accelerated bookbuilt offering, die plaatsvond op 5 november 2015, werd er ingeschreven op 4.083.332 nieuwe aandelen voor een bruto prijs van € 28,10 per aandeel. Bijgevolg bevestigde de Raad op 9 november 2015 de verwezenlijking van een kapitaalverhoging bij wijze van inbreng in geld ten belope van € 40.839.036,68 (exclusief uitgiftepremie ten belope van een bedrag van € 73.902.592,52), van € 680.650.828 naar € 721.489.864,68, vertegenwoordigd door een totaal aantal van 72.138.887 aandelen.

  • 1 De Belgische Corporate Governance Code, versie 2009, is beschikbaar op de website van de Belgische Commissie Corporate Governance (http://www.corporategovernancecommittee.be).
  • 2 De Nederlandse versie van het Corporate Governance Charter van Ontex Group NV is beschikbaar op de website van Ontex (http://www.ontexglobal.com/sites/default/files/ corporate_governance_charter_dutch.pdf).

Daarnaast keurde de Vennootschap in juni 2015 een toekenning goed onder het Long Term Incentive Plan dat door de Algemene Vergadering respectievelijk de Raad werd goedgekeurd in 2014 (hierna de "LTIP", de toekenning daaronder in 2014 de "LTIP 2014" en de toekenning daaronder in 2015 de "LTIP 2015"), bestaande uit een combinatie van aandelenopties en restricted stock units (hierna ook "RSUs"). De aandelenopties en RSUs verlenen geen aandeelhoudersrechten. De aandelen die zullen worden geleverd aan de deelnemers bij uitoefening van hun aandelenopties of bij verwerving van hun RSUs zijn bestaande aandelen in de Vennootschap met alle rechten en voordelen verbonden aan zulke aandelen. Een meer gedetailleerde beschrijving van de LTIP en de LTIP 2015 wordt uiteengezet in het Remuneratieverslag.

2.1.2 Kapitaal en kapitaalwijzigingen in 2016

Op 29 februari 2016 heeft de Raad besloten om het kapitaal te verhogen in het kader en binnen de limieten van het toegestaan kapitaal door middel van een kapitaalverhoging bij wijze van inbreng in natura zoals hieronder beschreven.

De Vennootschap is een transactie aangegaan (de "Grupo Mabe Transactie") waarbij zij, via Ontex BVBA, een volledige dochtervennootschap van de Vennootschap, en bepaalde dochtervennootschappen van Ontex BVBA, rechtstreeks of onrechtstreeks alle uitstaande aandelen heeft verworven van Grupo P.I. Mabe, S.A. de C.V., een Mexicaanse vennootschap die hygiënische wegwerpproducten vervaardigt ("Grupo Mabe").

Van de netto tegenprestatie betaalbaar aan de verkopers op de voltooiing van de Grupo Mabe Transactie, die plaatsvond op 29 februari 2016, werd een bedrag gelijk aan € 75.677.743,80 betaald in de vorm van een vendor loan note uitgegeven door Ontex BVBA (de "Vendor Loan Note") die onmiddellijk werd ingebracht in de Vennootschap in ruil voor 2.722.221 nieuw uitgegeven gewone aandelen in de Vennootschap.

De 2.722.221 nieuwe aandelen werden uitgegeven aan The Pamajugo Irrevocable Trust, een trust opgericht op 13 augustus 2008 naar het recht van de staat Delaware, Verenigde Staten van Amerika, handelend via haar trustee, de Wilmongton Trust Company, als tegenprestatie voor haar inbreng in de Vennootschap van de Vendor Loan Note.

Daaropvolgend, op 29 februari 2016, bevestigde de Raad de verwezenlijking van de kapitaalverhoging bij wijze van inbreng in natura ten belope van een bedrag van € 27.226.021,12 (exclusief uitgiftepremie ten belope van een bedrag van € 48.451.722,68), van € 721.489.864,68 naar € 748.715.885,80, vertegenwoordigd door een totaal aantal van 74.861.108 aandelen.

2.2 Evolutie groep

Als onderdeel van een reorganisatie- en vereenvoudigingsproces besloot de Raad op 30 juli 2015 tot een met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting van Ontex Coordination Center BVBA, ONV Topco NV en Ontex International BVBA door Ontex Group NV.

2.3 Evolutie aandeelhouders

Krachtens onze Statuten en Corporate Governance Charter, zijn de toepasselijke opeenvolgende drempels ingevolge de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en andere diverse bepalingen (hierna de "Wet van 2 mei 2007") en het Koninklijk Besluit van 14 februari 2008 op de bekendmaking van belangrijke deelnemingen, vastgesteld op 3%, 5%, 7,5%, 10% en elk daaropvolgend veelvoud van 5%.

In de loop van 2015, heeft de Vennootschap de volgende transparantieverklaringen ontvangen:

Op 28 januari 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van GIC Private Limited met de vermelding dat het, op 23 januari 2015, de drempel van 3% van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap naar beneden toe heeft overschreden naar aanleiding van een verkoop van aandelen.

Op 30 januari 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van Norges Bank met de vermelding dat het, op 29 januari 2015, 2.256.854 aandelen van de Vennootschap hield, wat 3,32% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Op 10 maart 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van BlackRock, Inc., en haar verbonden entiteiten, met de vermelding dat ze, op 6 maart 2015, 3.329.154 aandelen van de Vennootschap hielden, wat 4,89% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Op 12 maart 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van Allianz Global Investors GmbH met de vermelding dat het, op 10 maart 2015, 3.876.537 aandelen van de Vennootschap hield, wat 5,70% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Op 12 maart 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van Groupe Bruxelles Lambert SA, en haar verbonden entiteiten, met de vermelding dat ze, op 10 maart 2015, 5.028.182 aandelen van de Vennootschap hielden, wat 7,39% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Op 13 maart 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van de Goldman Sachs Group, Inc. en TPG Group Holdings (SBS) Advisors, Inc., en hun verbonden entiteit Whitehaven B S.à r.l., en voormalige en huidige leden van het Executive Management Team van de Vennootschap, gezamenlijk handelend, met de vermelding dat zij, op 10 maart 2015, de drempel van 3% van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap naar beneden toe hebben overschreden naar aanleiding van een verkoop van aandelen.

Op 16 maart 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van Aviva plc, en haar verbonden entiteiten, met de vermelding dat ze, op 12 maart 2015, 3.433.938 aandelen van de Vennootschap hielden, wat 5,05% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Op 20 maart 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van BlackRock, Inc., en haar verbonden entiteiten, met de vermelding dat ze, op 17 maart 2015, 3.517.986 aandelen van de Vennootschap hielden, wat 5,17% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Op 2 april 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van Aviva plc, en haar verbonden entiteiten, met de vermelding dat ze, op 31 maart 2015, de drempel van 5% van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap naar beneden toe hebben overschreden naar aanleiding van een verkoop van aandelen.

Op 13 april 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van Janus Capital Management LLC met de vermelding dat het, op 9 april 2015, 3.412.453 aandelen van de Vennootschap hield, wat 5,01% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Op 16 april 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van Aviva plc, en haar verbonden entiteiten, met de vermelding dat ze, op 15 april 2015, 3.402.878 aandelen van de Vennootschap hielden, wat 5% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Op 12 mei 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van Aviva plc, en haar verbonden entiteiten, met de vermelding dat ze, op 8 mei 2015, de drempel van 5% van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap naar beneden toe heeft overschreden naar aanleiding van een verkoop van aandelen, en dat, op 8 mei 2015, ze 3.384.626 aandelen van de Vennootschap hielden, wat 4,97% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Op 9 november 2015 publiceerde de Vennootschap, in overeenstemming met artikel 15, §1 van de Wet van 2 mei 2007, de wijzigingen van haar kapitaal en het aantal aandelen die dat kapitaal vertegenwoordigen, zoals beschreven in hoofdstuk 2 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

Op 13 november 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van Janus Capital Management LLC met de vermelding dat het, op 10 november 2015, de drempel van 5% van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap naar beneden toe heeft overschreden naar aanleiding van de verhoging van het totale aantal uitstaande gewone aandelen van de Vennootschap aangekondigd op 9 november 2015, en dat ze, op 10 november 2015, 3.424.055 aandelen van de Vennootschap hielden, wat 4,75% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Op 18 november 2015 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van BlackRock, Inc., en haar verbonden entiteiten, met de vermelding dat ze, op 12 november 2015, 5.442.789 aandelen van de Vennootschap hielden, wat 7,54% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Tot 30/03/2016 heeft de Vennootschap de volgende transparantieverklaringen ontvangen:

Op 20 januari 2016 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van Groupe Bruxelles Lambert SA, en haar verbonden entiteiten, met de vermelding dat ze, op 9 november 2015, 5.513.182 aandelen van de Vennootschap hielden, wat 7,64% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Op 3 maart 2016 publiceerde de Vennootschap, in overeenstemming met artikel 15, §1 van de Wet van 2 mei 2007, de wijzigingen van haar kapitaal en het aantal aandelen die dat kapitaal vertegenwoordigen, zoals beschreven in hoofdstuk 2 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

Op 3 maart 2016 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van The Pamajugo Irrevocable Trust, met de vermelding dat het, op 29 februari 2016, 2.722.221 aandelen van de Vennootschap hield, wat 3,64% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Op 10 maart 2016 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van BlackRock, Inc., en haar verbonden entiteiten, met de vermelding dat ze, op 3 maart 2016, de drempel van 7,5 % van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap naar beneden toe heeft overschreden naar aanleiding van de verhoging van het totale aantal uitstaande gewone aandelen van de Vennootschap aangekondigd op 3 maart 2016, en dat ze, op 3 maart 2016, 5.456.076 aandelen van de Vennootschap hielden, wat 7,29% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Op 16 maart 2016 heeft de Vennootschap een transparantieverklaring ontvangen van Groupe Bruxelles Lambert SA, en haar verbonden entiteiten, met de vermelding dat ze, op 15 maart 2016, 7.985.501 aandelen van de Vennootschap hielden, wat 10,67% vertegenwoordigt van het totale aantal stemrechten van de Vennootschap.

Wij verwijzen naar onze website voor de meest recente updates met betrekking tot transparantieverklaringen ontvangen in 20163 .

Verklaring inzake Corporate Governance

2.4 Aandeelhoudersstructuur

Gelet op de transparantieverklaringen ontvangen door de Vennootschap, was de aandeelhoudersstructuur van de Vennootschap op 31 december 2015 als volgt:

Aandeelhouders Aandelen %1 Datum overschrijding
Groupe Bruxelles Lambert SA (en haar verbonden
entiteiten)
5.513.182 7,64% 9 november 2015
BlackRock (en haar verbonden entiteiten) 5.442.789 7,54% 12 november 2015
Allianz Global Investors GmbH 3.876.537 5,70% 6 maart 2015
Aviva Plc (en haar verbonden entiteiten) 3.384.626 4,97% 8 mei 2015
Janus Capital Management LLC 3.424.055 4,75% 10 november 2015
Ameriprise Financial Inc, Threadneedle Asset Mgt 2.620.726 3,85% 25 juni 2014
Norges Bank 2.256.854 3,32% 29 januari 2015
AXA Investment Managers SA 2.053.236 3,02% 7 augustus 2014

1 Percentage gebaseerd op het aantal uitstaande aandelen in het kapitaal van de Vennootschap op het ogenblik van de verklaring.

2.5 Relatie met en tussen de aandeelhouders van de Vennootschap

Goldman Sachs Group, Inc. en TPG Global, LLC

De Goldman Sachs Group, Inc. (hierna "GSCP") en bepaalde verbonden entiteiten van TPG Global, LLC (hierna "TPG") sloten op 30 juni 2014 in hun hoedanigheid van aandeelhouders van Whitehaven A S.à r.l. en, onrechtstreeks, van Whitehaven B S.à r.l., een aandeelhoudersovereenkomst (hierna de "Aandeelhoudersovereenkomst"). Whitehaven B. S.à r.l. was een aandeelhouder van de Vennootschap tot 10 maart 2015.

De Aandeelhoudersovereenkomst behandelde een aantal aangelegenheden die verband houden met het bestuur en management van Whitehaven A S.à r.l., Whitehaven B S.à r.l. en de Vennootschap alsook de eigendom en overdracht van aandelen in Whitehaven A S.à r.l., aandelen in Whitehaven B S.à r.l. en aandelen in de Vennootschap gehouden door Whitehaven B S.à r.l.. Krachtens de Aandeelhoudersovereenkomst hadden GSCP en TPG gelijke belangen en stemrechten in Whitehaven A S.à r.l., Whitehaven B S.à r.l. en met betrekking tot de aandelen in de Vennootschap gehouden door Whitehaven B S.à r.l.. Naast andere zaken, kwamen GSCP en TPG overeen dat Whitehaven A S.à r.l. en Whitehaven B S.à r.l. bestuurd werden door een raad van bestuur en dat zowel GSCP en TPG het recht hadden om een gelijk aantal bestuurders in deze raad te benoemen.

Naar aanleiding van de verkoop op 10 maart 2015 door Whitehaven B S.à r.l. van de aandelen in de Vennootschap die het nog aanhield, werd de Aandeelhoudersovereenkomst beëindigd.

Afspraken met managementaandeelhouders

Als onderdeel van de beursgang van de Vennootschap aangekondigd op 11 juni 2014 en afgerond op 24 juni 2014 (hierna de "IPO"), werden alle aandelen in Ontex II S.à r.l. en opties in Ontex I S.à r.l. die werden gehouden door bepaalde leden van het huidig Executive Management Team en bepaalde huidige en voormalige managers, omgezet in aandelen in de Vennootschap (op basis van de aanbiedingsprijs van dergelijke aandelen in de IPO). Voorafgaand aan de IPO waren deze managementaandeelhouders en Whitehaven B S.à r.l. overeengekomen dat de economische rechten van de aandelen in Ontex II S.à r.l. en opties in Ontex I S.à r.l. behouden moesten blijven.

Bijgevolg vertegenwoordigde een aanzienlijk deel van de aandelen in de Vennootschap die zijn uitgegeven aan houders van aandelen in Ontex II S.à r.l. ten tijde van de IPO hun vernieuwde belegging in de Ontex groep op het moment van de overname van de Ontex groep door GSCP en TPG in 2010, en waren definitief verworven door de houders ervan. Voor het saldo van de aandelen in de Vennootschap die zijn uitgegeven voor aandelen in Ontex II S.à r.l. en voor de aandelen in de Vennootschap die zijn uitgegeven voor opties in Ontex I S.à r.l., werden de rechten van hun houders gebaseerd op de exit multiple op basis van ontvangen contanten voor de aandelen in Ontex II S.à r.l. en voor de gerealiseerde winst op basis van ontvangen contanten boven een hurdle rate voor de opties in

Ontex I S.à r.l., in elk geval in verband met de gerealiseerde bedragen op de beleggingen van Whitehaven B S.à r.l. in de Ontex groep.

Aangezien ten tijde van de IPO de rechten van de

managementaandeelhouders niet volledig konden worden bepaald, zijn de managementaandeelhouders met Whitehaven B S.à r.l. overeengekomen dat het aantal aandelen in de Vennootschap dat elke manager onmiddellijk na de IPO zou houden, later kon worden aangepast om rekening te houden met de originele economische rechten. Dit werd gedaan door de toekenning van callopties door managers en Whitehaven B S.à r.l. zodat een manager in geval van een opwaartse aanpassing van Whitehaven B S.à r.l. aandelen kan verwerven tegen een symbolische prijs en omgekeerd. Aangezien de rechten gebaseerd zijn op basis van ontvangen contanten, konden de aanpassingen normaalgezien niet worden gedaan vooraleer Whitehaven B S.à r.l. al haar aandelen van de hand had gedaan. Er werd echter overeengekomen dat de laatste aanpassingen zouden worden gedaan op een eerdere datum. Dit was wanneer Whitehaven B S.à r.l. 75% van de aandelen in de Vennootschap die zij aanhield voor de IPO, van de hand had gedaan, of, indien eerder, vier jaar na de datum van de voltooiing van de IPO. Indien de drempel van 75% wordt overschreden, zouden de aandelen in de Vennootschap die op de aanpassingsdatum nog worden gehouden, worden gewaardeerd tegen de prijs van de transactie waardoor de drempel van 75% was overschreden. Indien de tijdslimiet van vier jaar werd overschreden, zouden de aandelen in de Vennootschap die op de aanpassingsdatum nog worden gehouden worden gewaardeerd op basis van de gewogen gemiddelde aandelenprijs over 30 dagen volume op dat moment.

Naar aanleiding van de verkoop op 10 maart 2015 door Whitehaven B S.à r.l. van de aandelen in de Vennootschap die het nog aanhield, werd de drempel van 75% overschreden en werd het aanpassingsmechanisme in werking gesteld. Vervolgens verkregen of verkochten bepaalde leden van het huidig Executive Management Team en bepaalde huidige en voormalige managers van de Vennootschap aandelen in de Vennootschap ten gevolge van zodanig aanpassingsmechanisme, in werking gesteld door de beëindiging van de Aandeelhoudersovereenkomst.

De aandelen in de Vennootschap die worden gehouden door bepaalde leden van het huidig Executive Management Team en bepaalde huidige en voormalige managers waren onderworpen aan een lock-up tot 30 juni 2015 en werden in escrow gehouden. Aangezien de lock-up vervallen is, zijn deze leden van het huidige Executive Management Team en de managers nu vrij om deze aandelen van de hand te doen, onder voorbehoud van de regels met betrekking tot voorkennis en handel met voorkennis, en het Verhandelings- en Communicatiereglement, zoals hieronder beschreven.

2.6 Verhandelings- en Communicatiereglement

Op 3 juni 2014, heeft de Raad het Ontex Verhandelings- en Communicatiereglement (hierna het "Verhandelings- en Communicatiereglement") goedgekeurd zoals voorgeschreven door bepaling 3.7 van de Corporate Governance Code. Het Verhandelings- en Communicatiereglement is vervolgens gewijzigd op 2 april 2015. Het Verhandelings- en Communicatiereglement beperkt transacties in financiële instrumenten van Ontex Group NV door leden van de Raad en het Executive Management Team en door bepaalde senior werknemers van de Ontex groep gedurende gesloten en sperperiodes. Het Verhandelings- en Communicatiereglement regelt ook de verplichte interne kennisgeving van voorgenomen transacties, alsook de bekendmaking van uitgevoerde transacties via een kennisgeving aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, en bekendmaking van voorkennis. De Corporate Legal Counsel is de Compliance Officer ten behoeve van het Verhandelings- en Communicatiereglement.

3. De Raad en de comités van de Raad

3.1 Samenstelling van de Raad Krachtens de Corporate Governance Code moet minstens de helft van de bestuurders niet-uitvoerend zijn en moeten minstens drie bestuurders onafhankelijk zijn overeenkomstig de criteria vervat in artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code. De samenstelling van de Raad op 31 december 2015 was in overeenstemming met deze aanbevelingen.

Op 31 december 2015 was de Raad samengesteld als volgt:

Naam Mandaat Andere posities per
30 maart 2016
Mandaat
sinds
Mandaat
vervalt
Revalue BVBA, met vaste vertegenwoordiger
Luc Missorten
Voorzitter, Onafhankelijk
Bestuurder
Corelio NV, Barco NV, GIMV, Recticel NV,
Scandinavian Tobacco Group
2014 2018
Charles Bouaziz Chief Executive Officer ESSEC Business School, Les Amis de
Vaulserre et du Trieves, PAI partners
2014 2018
Cepholli BVBA, met vaste vertegenwoordiger
Jacques Purnode
Chief Financial Officer John Martin's Breweries 2014 2018
Artipa BVBA, met vaste vertegenwoordiger
Thierry Navarre
Chief Operating Officer Geen 2014 2018
Inge Boets BVBA, met vaste vertegenwoordiger
Inge Boets
Onafhankelijk Bestuurder Euroclear plc, Econopolis Wealth
Management NV, QRF Management NV,
La Scoperta BVBA, VZW Altijd Mooi, Van
Breda Risk & Benefits
2014 2018
Tegacon AS, met vaste vertegenwoordiger
Gunnar Johansson
Onafhankelijk Bestuurder Laeringsverkstedet AS, Hilding Anders AB,
Askona Vek
2014 2018
Uwe Krüger Niet Uitvoerend bestuurder Atkins plc, SUSI Partners, Aggreko plc,
Swiss Nuclear Commission
2014 2018

Jonas Deroo werd benoemd als secretaris door de Raad op 8 mei 2015, ter vervanging van Marc Gallet.

De volgende paragrafen bevatten biografische informatie over de huidige leden van de Raad, inclusief informatie over andere door deze leden uitgeoefende bestuursmandaten.

Luc Missorten, Onafhankelijk Bestuurder, Voorzitter. Dhr. Missorten werd benoemd als Onafhankelijk Bestuurder van Ontex Group NV en als Voorzitter van het Bezoldigings- en Benoemingscomité met ingang van 30 juni 2014. Op 10 april 2015 werd dhr. Missorten benoemd als Voorzitter, ter vervanging van Paul Walsh.

Dhr. Missorten heeft een diploma in de rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven, een Certificate of Advanced European Studies aan het Europacollege in Brugge en een LL.M aan de University of California, Berkeley behaald.

In het verleden was dhr. Missorten Vice President bij Citibank van 1981 tot 1990 en bekleedde hij de positie van Corporate Finance Director bij Interbrew van 1990 tot 1995. Van 1995 tot 1999 was hij CFO bij Labatt brewing Company, van 1999 tot en met 2003 was hij CFO bij Interbrew (nu AB Inbev) en meest recent van 2003 tot 2007 was hij CFO bij UCB. Dhr. Missorten was Chief Executive Officer en bestuurder bij Corelio vanaf 2007. Sinds september 2014 nam hij ontslag als Chief Executive Officer bij Corelio, maar hij blijft tot op vandaag lid van de raad van bestuur van Corelio.

Hij is momenteel Onafhankelijk Bestuurder van Barco, voorzitter van diens auditcomité en lid van diens remuneratiecomité. Daarnaast is hij een Onafhankelijk Bestuurder van GIMV, waar hij voorzitter is van het auditcomité. Dhr. Missorten is verder Onafhankelijk Bestuurder bij Recticel, waar hij voorzitter is van het auditcomité. Sinds februari 2016 is dhr.

Missorten benoemd als onafhankelijk bestuurder bij Scandinavian Tobacco Group.

Charles Bouaziz, Chief Executive Officer. Dhr. Bouaziz trad in dienst bij de Ontex groep in januari 2013 en is benoemd als Uitvoerend Bestuurder van Ontex Group NV met ingang van 24 april 2014.

Dhr. Bouaziz studeerde af aan de École Supérieure des Sciences Economiques et Commerciales (ESSEC).

Vóór hij bij de Ontex groep in dienst trad, bekleedde Dhr. Bouaziz verschillende leidinggevende posities in de loop van zijn 25-jarige carrière in de consumentengoederensector. Het begin van zijn carrière bracht hij door bij Michelin (in Canada) en Procter & Gamble, alvorens hij in 1991 aan de slag ging bij PepsiCo. Dhr. Bouaziz was bij PepsiCo aanvankelijk Marketing Director voor Frankrijk en België en werd in 1996 General Manager voor Frankrijk. In 2006 werd hij General Manager van een groep landen waaronder Frankrijk, Duitsland, Italië, Zwitserland en Oostenrijk. In 2008 werd dhr. Bouaziz aangesteld als President van PepsiCo Western Europe. In 2010 ruilde hij PepsiCo in voor Monoprix, waar hij CEO werd. Dhr. Bouaziz trad in 2010 in dienst bij PAI Partners als lid van het sectorteam Food & Consumer Goods en later als hoofd van de Portfolio Performance Group. Verder bekleedt dhr. Bouaziz ook posities in de ESSEC Business School en bij Les Amis de Vaulserre et du Trieves.

Jacques Purnode, Chief Financial Officer. Dhr. Purnode trad in dienst bij de Ontex groep in augustus 2013 en Chepholli BVBA, met Dhr. Purnode als haar vaste vertegenwoordiger, werd benoemd als Uitvoerend Bestuurder van Ontex Group NV met ingang van 24 april 2014.

Verklaring inzake Corporate Governance

Dhr. Purnode heeft een diploma burgerlijk ingenieur in metaalkunde en een Master of Business Administration behaald aan de Université de Liège, België.

Voor hij bij de Ontex groep in dienst trad, bekleedde dhr. Purnode een aantal leidinggevende posities bij AB InBev, zowel in financiële functies als op het gebied van IT. Vanaf 2007 werkte hij voor Coca Cola Enterprises, Inc. in Londen, het meest recent als CFO voor Europa. Dhr. Purnode bekleedt momenteel ook een positie in John Martin's Breweries.

Thierry Navarre, Chief Operating Officer. Dhr. Navarre trad in mei 2006 in dienst bij ONV Topco NV als Group Supply Chain Director en werd in februari 2009 aangesteld als Chief Operating Officer. Artipa BVBA, met dhr. Navarre als haar vaste vertegenwoordiger, werd benoemd als Uitvoerend Bestuurder van Ontex Group NV met ingang van 24 april 2014.

Dhr. Navarre heeft een diploma in Business Administration aan de École Supérieure de Commerce van Nantes, Frankrijk, en heeft eveneens een masterdiploma in Industrial Logistics aan het Institut Supérieur de Logistique Industrielle (Groupe École Supérieure de Commerce) van Bordeaux, Frankrijk behaald.

Vóór zijn carrière bij Ontex was hij tussen juli 2005 en mei 2006 Director of Strategy & Development bij InBev in Frankrijk (nu AB Inbev), en bekleedde hij tussen 2001 en 2005 andere leidinggevende managementposities in de aankoop en distributie bij InBev. Voordien bekleedde hij tussen 1997 en 2001 verschillende functies in de logistiek en distributie bij Fort James (nu Georgia Pacific) en tussen 1991 en 1997 bij Jamont (nu Georgia Pacific).

Inge Boets, Onafhankelijk Bestuurder. Inge Boets BVBA, met Mevr. Boets als haar vaste vertegenwoordiger, werd als Onafhankelijk Bestuurder van Ontex Group NV benoemd met ingang van 30 juni 2014. Mevr. Boets is momenteel ook Voorzitter van het Audit- en Risicocomité.

Mevr. Boets heeft een masterdiploma in de toegepaste economie van de Universiteit van Antwerpen, België, behaald.

Mevr. Boets was van 1996 tot 2011 een partner bij Ernst & Young waar ze aan het hoofd stond van Global Risk en verschillende andere functies op het gebied van audit- en adviesdiensten bekleedde.

Mevr. Boets is momenteel tevens onafhankelijk bestuurder bij Euroclear, Econopolis Wealth Management, Van Breda Risk & Benefits en zit de raad van bestuur van QRF voor. Ten slotte is Inge Boets BVBA met mevr. Boets als haar vaste vertegenwoordiger, zaakvoerder van La Scoperta BVBA en bestuurder van VZW Altijd Mooi.

Gunnar Johansson, Onafhankelijk Bestuurder. Tegacon AS, met Dhr. Johansson als haar vaste vertegenwoordiger, werd als Onafhankelijk Bestuurder van Ontex Group NV benoemd met ingang van 30 juni 2014. Dhr. Johansson werd benoemd als Voorzitter van het Bezoldigings- en Benoemingscomité met ingang van 10 april 2015, ter vervanging van Luc Missorten.

Hij heeft een MBA van Norges Handelshøyskole in Bergen, Noorwegen behaald.

Dhr. Johansson heeft een ruime ervaring in opkomende markten en het b2b-segment binnen de sector van fast moving consumer goods ("FMCG"). Vóór hij Tegacon AS oprichtte, bekleedde hij een aantal functies bij SCA AB, een wereldwijde speler actief in de sectoren van de doekjes, dameshygiëneproducten, babyluiers en incontinentieproducten. Dhr. Johansson werkte bij SCA van 1981 tot 2009, in de laatste jaren als Global President van de Hygiene Category. Hij was ook hij lid van de raad van bestuur van Orkla Brands, het grootste FMCG-bedrijf in Noorwegen.

Momenteel werkt dhr. Johansson als Senior Executive Advisor in zijn eigen bedrijf, Tegacon AS, in Noorwegen. Hij is ook niet-uitvoerend voorzitter van Laeringsverkstedet, Noorwegen, en bestuurslid van Hilding Anders in Zweden en Askona Vek in Rusland.

Uwe Krüger, Niet-Uitvoerend Bestuurder. Prof. Dr. Krüger werd benoemd als Niet-Uitvoerend Bestuurder van Ontex Group NV met ingang van 2 juni 2014. Op 25 mei 2016 zal de benoeming van dhr. Krüger als Onafhankelijk Bestuurder worden voorgelegd aan de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering ter goedkeuring.

Dhr. Krüger is de Chief Executive Officer van Atkins sinds augustus 2011. Hij is een fysicus die afstudeerde van de universiteit van Frankfurt, Duitsland, met een doctoraat in complexe systeemtheorie. Hij studeerde tevens aan Columbia University (New York, VSA), de Ecole Normale Supérieure (Parijs, Frankrijk) en Harvard (Boston, VSA). Dhr. Krüger spendeerde het grootste deel van zijn carrière met het leiden van ingenieurs- en consultancyorganisaties wereldwijd.

Hij begon zijn carrière bij AT Kearney, gevolgd door leiderschapsposities bij Hochtief Group in Centraal- en Oost-Europa en bij Turner International in Dallas, VSA. Meer recent was hij Chief Executive Officer van Zwitsers bedrijf Oerlikon. Hij trad in dienst bij Atkins vanuit Texas Pacific Group en Cleantech Switerland. Hij is momenteel bestuurslid bij Aggreko plc (Glasgow, Verenigd Koninkrijk), SUSI Partners (Zurich, Zwitserland) en de Zwitserse Nucleaire Commissie (Zurich, Zwitserland). Als Honorary Professor of Physics doceert hij aan de universiteit van Frankfurt (Duitsland).

3.2 Raad: evolutie in de samenstelling gedurende 2015

Op 31 december 2015 bestond de Raad van de Vennootschap uit zeven leden. Met uitzondering van de CEO, COO en CFO, zijn alle leden van de Raad Niet-Uitvoerende Bestuurders.

Momenteel zijn drie leden van de Raad Onafhankelijke Bestuurders in de zin van Artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen: Revalue BVBA (met Luc Missorten als haar vaste vertegenwoordiger), Tegacon AS (met Gunnar Johansson als haar vaste vertegenwoordiger) en Inge Boets BVBA (met Inge Boets als haar vaste vertegenwoordiger). Op 25 mei 2016 zal de benoeming van Dhr. Krüger als Onafhankelijk Bestuurder ter goedkeuring worden voorgelegd aan de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering.

Na de verkoop van de aandelen in de Vennootschap die Whitehaven B S.à r.l. nog aanhield, heeft de Raad het ontslag aanvaard van zes bestuurders die Whitehaven B S.à r.l. vertegenwoordigden, zijnde Alexandre Mignotte, Antonio Capo, Michele Titi-Cappelli met ingang van 10 maart 2015 en Paul Walsh, Kite Consulting Ltd, met Richard Butland als haar vaste vertegenwoordiger and Stockbridge Mgt Ltd, met Simon Henderson als haar vaste vertegenwoordiger, met ingang van 10 april 2015.

Na deze wijzigingen, en met ingang van 10 april 2015, vonden de volgende wijzigingen in de samenstelling van de Raad plaats:

  • Revalue BVBA, met Luc Missorten als haar vaste vertegenwoordiger, werd benoemd als Voorzitter van de Raad, ter vervanging van Paul Walsh; en
  • Tegacon AS, met Gunnar Johasson als haar vaste vertegenwoordiger, werd benoemd als Voorzitter van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, ter vervanging van Luc Missorten.

De volgende vervangingen werden goedgekeurd door de Raad in 2014 en 2015, in overeenstemming met artikel 519 van het Wetboek van vennootschappen, en werden bevestigd door de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering van 26 mei 2015:

  • De vervanging van Dominique Le Gal door Alexandre Mignotte;
  • De vervanging van Luc Missorten door Revalue BVBA, met Luc Missorten als haar vaste vertegenwoordiger;
  • De vervanging van Gunnar Johansson door Tegacon AS, met Gunnar Johansson als haar vaste vertegenwoordiger;
  • De vervanging van Richard Butland door Kite Consulting Ltd., met Richard Butland als haar vaste vertegenwoordiger; en
  • De vervanging van Simon Henderson door Stockbridge Mgt Ltd., met Simon Henderson als haar vaste vertegenwoordiger.

3.3 Raad: evolutie in samenstelling gedurende 2016 In het kader van de Grupo Mabe Transactie, heeft de Raad, op aanbevelen

van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, voorgesteld aan de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering die zal plaatsvinden op 25 mei 2016, om Dhr. Juan Gilberto Marín Quintero te benoemen als Niet-Uitvoerend Bestuurder van Ontex Group NV. De volgende paragraaf bevat de biografische informatie van dhr. Marín Quintero.

Juan Gilberto Marín Quintero is de oprichter en voorzitter van Grupo Mabe. Hij heeft een diploma Business Administration van de Universidad Iberoamericana, Mexico City, Mexico, een MBA van het Instituto Panamericano de Alta Direccion, Mexico City, en een postgraduaat in International Business van de British Columbia University, Vancouver, Canada, behaald. Voordien was dhr. Marín Quintero voorzitter van de National Council of Foreing Trade, Conacex, lid van de Advisory Council van Banamex City Bank, en was hij bestuurder bij Bancomext. Daarnaast is Dhr. Marín Quintero president geweest bij de Latin America Entrepreneur Council en was hij voorzitter van de raad van de Universidad de las Americas. Verder ontwikkelt Dhr. Marín Quintero momenteel ook eolische energie en vastgoed in Mexico.

Het is vastgesteld dat Uwe Krüger aan de voorwaarden voldoet om te kwalificeren als Onafhankelijk Bestuurder overeenkomstig de criteria vervat in artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen. De Raad, op aanbevelen van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, heeft daarom voorgesteld aan de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering die zal plaatshebben op 25 mei 2016 om Dhr. Krüger te benoemen als Onafhankelijk Bestuurder van de Vennootschap.

3.4 Genderdiversiteit

Per 31 december 2015 heeft de Vennootschap één vrouwelijk bestuurslid, zijnde Inge Boets, als vaste vertegenwoordiger van Inge Boets BVBA, wat ongeveer 14% van de leden van de Raad uitmaakt. Sinds zijn oprichting evalueert het Bezoldigings- en Benoemingscomité jaarlijks de samenstelling van de Raad en formuleert suggesties naar de Raad, onder andere rekening houdend met de diversiteit naar geslacht, met als doel dat uiterlijk in 2020 ten minste een derde van de leden van de Raad van het tegengestelde geslacht is als het geslacht van de meerderheid van de Raad, in overeenstemming met artikel 518bis, § 3 van het Wetboek van vennootschappen.

3.5 Werking van de Raad

Tijdens 2015 kwam de Raad 12 keer samen. De participatiegraad was als volgt:

Naam Deelnames Participatiegraad
Revalue BVBA, met vaste
vertegenwoordiger Luc Missorten
12/12 100%
Charles Bouaziz 12/12 100%
Cepholli BVBA, met vaste
vertegenwoordiger Jacques Purnode
11/12 92%
Artipa BVBA, met vaste
vertegenwoordiger Thierry Navarre
12/12 100%
Inge Boets BVBA, met vaste
vertegenwoordiger Inge Boets
12/12 100%
Tegacon AS, met vaste vertegenwoordiger
Gunnar Johansson
12/12 100%
Uwe Krüger 12/12 100%
Paul Walsh1 4/5 80%
Kite Consulting Ltd, met vaste
vertegenwoordiger Richard Butland1
4/5 80%
Antonio Capo2 2/2 100%
Stockbridge Mgt Ltd, met vaste
vertegenwoordiger Simon Henderson1
5/5 100%
Alexandre Mignotte2 2/2 100%
Michele Titi-Cappelli2 2/2 100%

1 Paul Walsh, Kite Consulting Ltd, met Richard Butland als haar vaste vertegenwoordiger, en Stockbridge Mgt. Ltd, met Simon Henderson als haar vaste vertegenwoordiger, namen ontslag met ingang van 10 april 2015. Voordien werden slechts vijf vergaderingen van de Raad gehouden.

2 Antonio Capo, Alexandre Mignotte en Michele Titi-Cappelli namen ontslag met ingang van 10 maart 2015. Voordien werden slechts twee vergaderingen van de Raad gehouden.

De Raad is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn ter verwezenlijking van het doel van de Vennootschap, behoudens die specifieke handelingen waarvoor volgens de wet of de Statuten van de Vennootschap de algemene aandeelhoudersvergadering of andere organen van de vennootschap bevoegd zijn.

De belangrijkste zaken die door de Raad gedurende 2015 werden behandeld bestonden onder andere uit:

  • de overname van Grupo Mabe;
  • de goedkeuring van de halfjaarlijkse en kwartaalresultaten en -rapportering;
  • de financiële en algemene prestatie van de Ontex groep;
  • investering en M&A projecten; en
  • algemene strategische, financiële en operationele aangelegenheden van de Vennootschap.

Onder leiding van zijn Voorzitter zal de Raad op regelmatige basis (i.e., minstens elke twee of drie jaar), zijn grootte, samenstelling, prestatie en die van zijn comités evalueren, alsook zijn interactie met het Executive Management Team.

3.6 Comités van de Raad 3.6.1 Audit- en Risicocomité

In overeenstemming met artikel 526bis, §2 van het Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code zijn alle leden van het Audit- en Risicocomité Niet-Uitvoerende Bestuurders en is minstens één bestuurder Onafhankelijk overeenkomstig de criteria vervat in artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code.

Corporate Governance

Verklaring inzake Corporate Governance

Op 31 december 2015, was het Audit- en Risicocomité samengesteld als volgt1 :

Naam Positie A&R
Comité
Mandaat
sinds
Mandaat
vervalt
Revalue BVBA, met vaste
vertegenwoordiger
Luc Missorten
Lid,
Onafhankelijk
Bestuurder
2014 2018
Inge Boets BVBA, met vaste
vertegenwoordiger
Inge Boets
Voorzitter van
het Comité,
Onafhankelijk
Bestuurder
2014 2018
Tegacon AS, met vaste
vertegenwoordiger
Gunnar Johansson
Lid,
Onafhankelijk
Bestuurder
2014 2018

1 Tot haar ontslag op 10 april 2015 was Stockbridge Mgt Ltd, met Simon Henderson als haar vaste vertegenwoordiger, ook lid van het Audit- en Risicocomité.

Tijdens 2015 kwam het Audit- en Risicocomité zeven keer samen. De participatiegraad was als volgt:

Naam A&R Comité
vergaderingen
bijgewoond
Participatiegraad
A&R Comité
Revalue BVBA, met vaste
vertegenwoordiger Luc Missorten
7/7 100%
Inge Boets BVBA, met vaste
vertegenwoordiger Inge Boets
7/7 100%
Tegacon AS, met vaste
vertegenwoordiger Gunnar Johansson
7/7 100%
Stockbridge Mgt Ltd, met vaste
vertegenwoordiger Simon Henderson1
2/2 100%

1 Stockbridge Mgt. Ltd, met Simon Henderson als haar vaste vertegenwoordiger, nam ontslag met ingang van 10 april 2015. Voordien werden slechts twee vergaderingen van het Audit- en Risicocomité gehouden.

Alle leden namen deel aan alle vergaderingen. Alle vergaderingen werden ook bijgewoond door Marc Gallet, secretaris van het Audit- en Risicocomité, en door Charles Bouaziz, Jacques Purnode en Thierry Navarre. Paul Walsh, voor zijn ontslag met ingang van 10 april 2015, werd uitgenodigd voor twee vergaderingen, waarvan hij er één bijwoonde.

Het Audit- en Risicocomité is belast met de taken zoals beschreven in artikel 526bis, §4 van het Wetboek van vennootschappen. Het Audit- en Risicocomité besliste over de agenda, frequentie en de in de vergadering te behandelen aangelegenheden, en voerde nazicht uit met betrekking tot het externe en interne auditplan, de halfjaarlijkse financiële resultaten, de kwartaalresultaten vervat in de Q1 en Q3 updates en de externe audit ervan, en de belangrijkste risico's en hun rol en verantwoordelijkheid.

Zoals vereist door het Wetboek van vennootschappen, bevestigt Ontex Group NV dat (i) het Audit- en Risicocomité is samengesteld uit enkel Niet-Uitvoerende Bestuurders en (ii) Inge Boets, als vaste vertegenwoordiger van Inge Boets BVBA, Voorzitter van het Audit- en Risicocomité, een Onafhankelijk Bestuurder is en over de nodige expertise en ervaring beschikt op het gebied van boekhouding en audit. Er wordt verwezen naar haar biografie onder hoofdstuk 3.1 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

3.6.2 Bezoldigings- en Benoemingscomité

Krachtens artikel 526quater, §2 van het Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code zijn alle leden van het Bezoldigings- en Benoemingscomité Niet-Uitvoerend Bestuurder en is de meerderheid van zijn leden Onafhankelijk overeenkomstig de criteria vervat in artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code.

Op 31 december 2015, was het Bezoldigings- en Benoemingscomité samengesteld als volgt1 :

Naam Positie B&B
Comité
Mandaat
sinds
Mandaat
vervalt
Revalue BVBA2, met vaste
vertegenwoordiger
Luc Missorten
Onafhankelijk
Bestuurder, gewezen
Voorzitter van het
Comité
2014 2018
Inge Boets BVBA,
met vaste
vertegenwoordiger
Inge Boets
Onafhankelijk
Bestuurder
2014 2018
Tegacon AS3, met vaste
vertegenwoordiger
Gunnar Johansson
Huidige Voorzitter
van het Comité,
Onafhankelijk
Bestuurder
2014 2018

1 Tot hun ontslag op, respectievelijk, 10 april en 10 maart 2015, waren Stockbridge Mgt Ltd, met Simon Henderson als haar vaste vertegenwoordiger, en Michele Titi-Cappelli ook lid van het Bezoldigings- en Benoemingscomité.

2 Luc Missorten was Voorzitter van het Bezoldigings- en Benoemingscomité tot 10 april 2015.

3 Op 10 april 2015 werd Tegacon AS, met Gunnar Johansson als haar vaste vertegenwoordiger, benoemd als Voorzitter van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, ter vervanging van Luc Missorten.

Tijdens 2015 kwam het Bezoldigings- en Benoemingscomité vijf keer samen. De participatiegraad was als volgt:

Naam B&B Comité
vergaderingen
bijgewoond
Participatiegraad
B&B Comité
Revalue BVBA, met vaste
vertegenwoordiger Luc Missorten
5/5 100%
Inge Boets BVBA, met vaste
vertegenwoordiger Inge Boets
5/5 100%
Tegacon AS, met vaste
vertegenwoordiger Gunnar Johansson
5/5 100%
Stockbridge Mgt Ltd1
, met vaste
vertegenwoordiger Simon Henderson
1/2 50%
Michele Titi-Cappelli2 1/1 100%

1 Stockbridge Mgt Ltd, met Simon Henderson als haar vaste vertegenwoordiger, nam ontslag met ingang van 10 april 2015. Voordien werden slechts twee vergaderingen van het Bezoldigings- en Benoemingscomité gehouden.

2 Michele Titi-Cappelli nam ontslag met ingang van 10 maart 2015. Voordien werd slechts één vergadering van het Bezoldigings- en Benoemingscomité gehouden.

Alle leden namen deel aan alle vergaderingen, behalve Stockbridge Mgt Ltd, met Simon Henderson als haar vaste vertegenwoordiger, die één van de twee vergaderingen bijwoonde die gehouden werden voor haar ontslag op 10 april 2015. Alle vergaderingen werden ook bijgewoond door Astrid De Lathauwer, Group HR Director en secretaris van het Bezoldigings- en Benoemingscomité en door Charles Bouaziz.

Het Bezoldigings- en Benoemingscomité is belast met de taken zoals beschreven in Artikel 526quater, §5 van het Wetboek van vennootschappen. Het besliste over de agenda, de frequentie van vergaderingen, de in de vergadering te behandelen aangelegenheden, en voerde nazicht uit met betrekking tot de context en historiek van de samenstelling van de Raad, van de bezoldiging van de managers, en van de arbeidsvoorwaarden. Het Bezoldigings- en Benoemingscomité voerde ook nazicht uit met betrekking tot de prestaties van de Ontex groep ten opzichte van de KPI's ('key performance indicators') en doelstellingen bepaald voor het prestatiejaar 2015.

Zoals vereist door het Wetboek van vennootschappen, bevestigt Ontex Group NV dat (i) het Bezoldigings- en Benoemingscomité samengesteld is uit enkel Niet-Uitvoerende Bestuurders en een meerderheid van Onafhankelijke Bestuurders en dat (ii) Luc Missorten, Gunnar Johansson en Inge Boets over de nodige expertise en ervaring beschikken op het gebied van remuneratiebeleid. Er wordt verwezen naar hun biografie onder hoofdstuk 3.1 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

3.6.3 Directiecomité

Het operationeel management van de Vennootschap wordt waargenomen door het Executive Management Team onder leiding van de CEO en in overeenstemming met het algemene beleid bepaald door, en onder toezicht van de Raad.

Het Directiecomité bestaat uit de CEO, die het Directiecomité voorzit, en de andere leden van het Executive Management Team. De CEO is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de Vennootschap. Hij kan bijkomende duidelijk afgebakende bevoegdheden toegewezen krijgen door de Raad. Hij heeft rechtstreekse operationele verantwoordelijkheid voor de Vennootschap en houdt toezicht op de organisatie en het dagelijks bestuur van de dochterondernemingen van de Vennootschap. De CEO is verantwoordelijk voor de uitvoering en het beheer van het resultaat van alle beslissingen van de Raad. De CEO leidt het Executive Management Team, dat aan hem rapporteert, binnen het kader vastgesteld door de Raad en onder zijn uiteindelijke toezicht.

In haar huidige vorm is het Directiecomité geen directiecomité in de zin van artikel 524(bis) van het Wetboek van vennootschappen.

Op 31 december 2015 was het Executive Management Team en, daaruit volgend, het Directiecomité, samengesteld als volgt:

Naam Positie Benoemd
Charles Bouaziz Uitvoerend Bestuurder — Chief
Executive Officer
2013
Jacques Purnode Uitvoerend Bestuurder — Chief
Financial Officer
2013
Thierry Navarre Uitvoerend Bestuurder — Chief
Operating Officer
2009
Philippe Agostini Group Chief Procurement and Supply
Chain Officer
2013
Laurent Bonnard Group Sales Director 2013
Oriane Perreaux Group Marketing Director 2013
Annick De Poorter Group R&D and Quality Director 2009
Martin Gärtner Group Manufacturing Director 2009
Astrid De Lathauwer Group HR Director 2014
Özgür Akyıldız General Manager — Middle East
North Africa Division
2008
Arnauld Demoulin General Manager — Mature Markets
Retail Division
2013
Xavier Lambrecht General Manager — Healthcare
Division
2013
Thierry Viale General Manager — Growth Markets
Division and Strategic Development
2013

De volgende paragrafen bevatten biografische informatie over de huidige leden van het Executive Management Team, inclusief informatie over andere door deze leden aangehouden bestuursmandaten.

Charles Bouaziz, Chief Executive Officer. Zie hoofdstuk 3.1 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

Jacques Purnode, Chief Financial Officer. Zie hoofdstuk 3.1 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

Thierry Navarre, Chief Operating Officer. Zie hoofdstuk 3.1 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

Philippe Agostini, Group Chief Procurement & Supply Chain Officer, werd op 1 september 2013 benoemd als CPO en is verantwoordelijk voor de functies Purchasing & Supply Chain van de Ontex groep. Daarvoor bekleedde Dhr. Agostini 25 jaar lang verschillende leidinggevende functies in Purchasing en Supply Chain bij Mars, McDonald's, Lactalis, Pechiney-Alcan, JohnsonDiversey, en laatst bij Famar als Group Purchasing VP. Dhr. Agostini heeft een diploma van de Engineer School École Nationale Supérieure des Arts et Métiers en een diploma van Purchasing Master Management des Achats Industriels behaald. Dhr. Agostini werd op 1 september 2013 benoemd als zaakvoerder van Ontex BVBA

Laurent Bonnard, Group Sales Director, werd op 9 september 2013 aangesteld als Group Sales Director van Ontex BVBA. Dhr. Bonnard bekleedde verschillende leidinggevende functies binnen Sales and Marketing bij Mars en Quaker. Hij trad vervolgens in dienst bij Pepsico, als Sales Director France, en werd er uiteindelijk VP Business Development voor Europa. Dhr. Bonnard heeft een diploma economie van het Institut Supérieur du Commerce de Paris. Dhr. Bonnard werd op 9 september 2013 benoemd als zaakvoerder van Ontex BVBA.

Oriane Perreaux, Group Marketing Director, trad op 1 juni 2013 in dienst bij de Ontex groep. Voor ze bij de Ontex groep in dienst trad, was Mevr. Perreaux Brand Building Director bij Carrefour Group, aan het hoofd van de Baby & Kids Retailer merken voor West-Europa. Van 1998 tot 2010 bekleedde ze verschillende marketingfuncties bij Procter & Gamble, eerst in Frankrijk en sinds 2005 in Zwitserland, actief voor de regio's Centraal- en Oost-Europa, Midden-Oosten en Afrika. Mevr. Perreaux studeerde in 1998 af van de ESCP Europe Business School, Parijs, Frankrijk. Mevr. Perreaux werd op 1 juni 2013 benoemd als zaakvoerder van Ontex BVBA.

Verklaring inzake Corporate Governance

Annick De Poorter, Group R&D and Quality Director, trad in 2003 bij de Ontex groep in dienst als R&D Manager voor dameshygiëneproducten en werd in januari 2009 gepromoveerd tot R&D and Quality Director. Vóór haar carrière bij de Ontex groep was Mevr. De Poorter R&D Engineer Technical Products bij Libeltex NV in België. Daarvoor was ze wetenschappelijk onderzoeker aan de universiteit van Gent, België, aan de faculteit Ingenieurswetenschappen, vakgroep Textielkunde. Mevr. De Poorter behaalde een masterdiploma als burgerlijk ingenieur textielkunde aan de universiteit van Gent, België. Ze is eveneens door Lloyd's Register gecertificeerd als "Internal Auditor ISO 9000: 2000".

Martin Gärtner, Group Manufacturing Director, trad in 1997 in dienst bij de Ontex groep als Assistant Production Manager en werd in 2009 gepromoveerd tot Group Manufacturing Director. Voordat hij Group Manufacturing Director werd, was Dhr. Gärtner bij de Ontex groep Production Manager, Plant Manager en General Manager. Vóór zijn carrière bij de Ontex groep bracht dhr. Gärtner twee jaar als stagiair door bij Wirths J. Hygiene GmbH in Duitsland. Dhr. Gärtner behaalde een Diploma–Kfm. in productietechniek en industriële controle aan de Technische Universiteit van Aken, Duitsland.

Özgür Akyýldýz, General Manager van de Middle East North Africa Division, trad in 2002 in dienst bij de Ontex groep als Assistant Sales and Marketing Manager en werd in mei 2008 aangesteld als General Manager van de regionale divisie Turkije. Vóór hij bij de Ontex groep in dienst trad, was dhr. Akyýldýz tussen mei 2001 en augustus 2002 Product Manager, en tussen oktober 1999 en mei 2001 Sales Supervisor bij Digitürk A.Ş. in Istanbul, Turkije. Dhr. Akyýldýz behaalde een MBA aan de universiteit van Boğaziçi in Istanbul, Turkije.

Arnauld Demoulin, General Manager van de Mature Markets Retail Divisie, trad in juli 2002 bij de Ontex groep in dienst als Retail Brand Manager en werd in januari 2010 aangesteld als General Manager van de Healthcare Divisie, en vervolgens in september 2013 als General Manager van de Mature Markets Retail Divisie. Dhr. Demoulin was voorheen de General Manager van de afdeling FBSI en Category Director van de Ontex groep. Vóór zijn indiensttreding bij de Ontex groep was Dhr. Demoulin Division Manager bij Robert Half International in België. Daarvoor bracht Dhr. Demoulin tussen 1993 en 2000 acht jaar door in verschillende functies op de commerciële afdeling bij Procter & Gamble, België. Dhr. Demoulin behaalde een diploma in de economische wetenschappen aan het Institut Catholique des Hautes Ètudes Commerciales te Brussel, België. Dhr. Demoulin werd op 29 maart 2011 benoemd als zaakvoerder van Ontex Bvba.

Xavier Lambrecht, General Manager van de Healthcare Divisie, trad begin 2009 in dienst bij de Ontex groep als Sales & Marketing Director van de Health Care Divisie. Daarvoor bekleedde hij verschillende functies binnen Sales Development, Marketing and Business Planning bij Imperial Tobacco. Dhr. Lambrecht heeft een masterdiploma als handelsingenieur van de Universiteit van Leuven, België behaald. Dhr. Lambrecht werd op 1 februari 2014 benoemd als zaakvoerder van Ontex BVBA.

Thierry Viale, , General Manager van de Growth Markets Divisie en Strategic Development, werd op 1 oktober 2013 aangesteld als General Manager van de divisies Growth Markets en Strategic Development. Vóór hij bij Ontex in dienst trad, bekleedde Dhr. Viale verschillende leidinggevende functies bij Procter & Gamble in West-Europa, Rusland, Nigeria/West-Afrika, Groter China, de Balkan en in India. Dhr. Viale heeft een diploma van de Saint Cyr Military Academy, een diploma van de Neoma Business School en een diploma van ESCP Europe behaald. Dhr. Viale werd op 1 oktober 2013 benoemd als zaakvoerder van Ontex BVBA.

Astrid De Lathauwer, Group Human Resources Director, trad in dienst bij de Ontex groep na een aantal leidinggevende human resources functies te hebben bekleed. Mevr. De Lathauwer oefende internationale leidinggevende HR rollen uit bij AT&T in Europa, hun U.S. hoofdkwartier, alsook bij Monsanto. Gedurende tien jaar was Mevr. De Lathauwer Chief HR Officer van Belgacom. Voor haar indiensttreding bij de Ontex groep, was ze Managing Director van Acerta Consult. Mevr. De Lathauwer behaalde een diploma in Politieke & Sociale Wetenschappen en Kunstgeschiedenis. Mevr. De Lathauwer werd op 1 oktober 2014 benoemd als zaakvoerder van Ontex BVBA.

Tijdens 2015 kwam het Executive Management Team maandelijks samen en besprak hierbij algemene strategische onderwerpen.

4. Relevante informatie in het geval van een overnamebod

Artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, vereist dat genoteerde vennootschappen bepaalde gegevens bekendmaken die een invloed kunnen hebben in geval van een overnamebod.

4.1 Kapitaalstructuur

Een uitgebreid overzicht van onze kapitaalstructuur per 31 december 2015, wordt weergegeven in hoofdstuk 2 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

4.2 Beperkingen op de overdracht van effecten

De Statuten van de Vennootschap bevatten geen beperkingen op de overdracht van aandelen in de Vennootschap. Bovendien heeft de Vennootschap geen kennis van enige beperkingen onder Belgisch recht met uitzondering van de regels inzake marktmisbruik.

4.3 Houders van effecten met bijzondere zeggenschapsrechten

Er zijn geen dergelijke houders van effecten met bijzondere zeggenschapsrechten.

4.4 Aandelenplannen voor werknemers waar de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend

De aandelen in de Vennootschap die door de deelnemers zullen worden verworven in het kader van het bestaande LTIP naar aanleiding van de uitoefening van de aandelenopties of naar aanleiding van het verwerven van de RSUs, zijn bestaande gewone aandelen in de Vennootschap, met alle rechten en voordelen verbonden aan deze aandelen. Een meer gedetailleerde beschrijving van de LTIP wordt uiteengezet in het Remuneratieverslag.

De Vennootschap heeft geen aandelenplannen voor werknemers opgezet waar de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks worden uitgeoefend door de werknemers.

4.5 Beperking op stemrechten

De Statuten van de Vennootschap bevatten geen beperkingen op de uitvoering van de stemrechten door de aandeelhouders, op voorwaarde dat de betreffende aandeelhouders voldoen aan de formaliteiten om toegelaten te worden tot de aandeelhoudersvergadering en hun stemrechten niet zijn geschorst door één van de gebeurtenissen voorzien in de Statuten of in het Wetboek van vennootschappen. Overeenkomstig artikel 11 van de Statuten, kan de Raad de uitoefening van rechten verbonden aan aandelen gehouden door meerdere aandeelhouders schorsen.

De Vennootschap heeft geen kennis van enige beperkingen onder Belgisch recht op het uitoefenen van stemrechten door de aandeelhouders.

4.6 Aandeelhoudersovereenkomsten

GSCP en bepaalde met TPG verbonden entiteiten hebben een aandeelhoudersovereenkomst gesloten die bepaalde beperkingen bevat op de overdracht van hun aandelen in de Vennootschap en hun aandelen in Whitehaven B S.à r.l. Na de uittrede van Whitehaven B S.àr.l. op 10 maart 2015, werd de aandeelhoudersovereenkomst beëindigd. Meer details hierover kunnen worden gevonden in hoofdstuk 2.5 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

4.7 Regels over de benoeming en vervanging van de leden van de Raad

De duur van het mandaat van bestuurders is onder Belgisch recht beperkt tot zes jaar (hernieuwbaar), maar de Corporate Governance Code beveelt aan dat deze duur beperkt wordt tot vier jaar. De benoeming en herbenoeming van bestuurders wordt voorgesteld door de Raad, op basis van een aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité en is onderworpen aan goedkeuring door de algemene aandeelhoudersvergadering.

De Statuten van de Vennootschap voorzien in bepaalde voordrachtrechten voor Whitehaven B S.à r.l. Aangezien Whitehaven B S.à r.l. de aandelen in de Vennootschap die zij nog aanhield op 10 maart 2015 echter heeft overgedragen, zoals beschreven in hoofdstuk 2.3 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur, zijn deze voordrachtrechten niet langer van toepassing en heeft Whitehaven B S.à r.l. niet langer het recht om bestuurders van Ontex Group NV voor te dragen. Een voorstel tot besluit is opgenomen in de agenda van de komende buitengewone algemene aandeelhoudersvergadering op 25 mei 2016 om een wijziging van de relevante bepalingen in de Statuten van de Vennootschap goed te keuren. Deze voorgestelde wijziging zou de verwijzingen naar de voordrachtrechten van Whitehaven B S.à r.l. verwijderen.

4.8 Regels over wijzigingen aan de Statuten

Met uitzondering van een kapitaalverhoging beslist door de Raad binnen de limieten van het toegestaan kapitaal of een verplaatsing van de maatschappelijk zetel van de Vennootschap (indien zulke verplaatsing geen wijziging van de taal van de statuten met zich meebrengt ingevolge de toepasselijke taalwetgeving), is enkel een buitengewone algemene aandeelhoudersvergadering bevoegd om de Statuten van de Vennootschap te wijzigen. Een aandeelhoudersvergadering kan enkel geldig beraadslagen over wijzigingen aan de Statuten als ten minste 50% van het kapitaal is vertegenwoordigd. Als het bovenstaande aanwezigheidsquorum niet is bereikt, dient opnieuw een buitengewone algemene aandeelhoudersvergadering te worden bijeengeroepen, die geldig zal kunnen beraadslagen, ongeacht welk aandeel van het kapitaal op de aandeelhoudersvergadering is vertegenwoordigd. In het algemeen kunnen statutenwijzigingen enkel worden aangenomen indien goedgekeurd door ten minste 75% van de uitgebrachte stemmen. Het Wetboek van vennootschappen voorziet striktere meerderheidsvereisten in specifieke gevallen, zoals voor aanpassingen aan het maatschappelijk doel van de Vennootschap.

4.9 Toegestaan kapitaal

Op 10 juni 2014, heeft de buitengewone algemene

aandeelhoudersvergadering de Raad gemachtigd om, onder voorbehoud van en met effect vanaf de voltooiing van de IPO, het maatschappelijk kapitaal van de Vennootschap in één of meer malen, te verhogen met een (totaal) bedrag van maximaal 50% van het bedrag van het maatschappelijk kapitaal (€ 340.325.414) zoals opgetekend onmiddellijk na de voltooiing van de IPO. Binnen het kader van het toegestaan kapitaal is de Raad gemachtigd om de kapitaalverhoging te verwezenlijken in eender welke vorm, met inbegrip van maar niet beperkt tot, een kapitaalverhoging door middel van een inbreng in geld of in natura, of door uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties, warranten of andere effecten.

De Raad is gemachtigd om de voorkeurrechten van de aandeelhouders te beperken of op te heffen binnen het kader van het toegestaan kapitaal en overeenkomstig de voorwaarden voorgeschreven door de Statuten en het Wetboek van vennootschappen.

Deze machtiging omvat het beperken of opheffen van de voorkeurrechten ten gunste van één of meer specifieke personen en in verband met kapitaalverhoging in het geval van een publiek overnamebod.

De machtiging is geldig voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van de publicatie van de machtiging in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, zijnde vijf jaar met ingang vanaf 9 juli 2014. In verband met een kapitaalverhoging in geval van een publiek overnamebod, is de machtiging geldig voor een periode van drie jaar met ingang van de datum van de buitengewone algemene aandeelhoudersvergadering van 10 juni 2014.

Op 9 november 2015 stelde de Vennootschap de verwezenlijking van een kapitaalverhoging bij wijze van inbreng in geld in het kader van het toegestaan kapitaal vast, die resulteerde in een kapitaalverhoging ten belope van € 40.839.036,68 (exclusief uitgiftepremie ten belope van een bedrag van € 73.902.592,52), van € 680.650.828 naar € 721.489.864,68, zoals omschreven in hoofdstuk 2.1.1 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

Op 29 februari 2016 stelde de Vennootschap de verwezenlijking van de kapitaalverhoging bij wijze van inbreng in natura in het kader van het toegestaan kapitaal vast, die resulteerde in een kapitaalverhoging ten belope van € 27.226.021,12 (exclusief uitgiftepremie ten belope van een bedrag van € 48.451.722,68), van € 721.489.864,68 naar € 748.715.885,80, zoals omschreven in hoofdstuk 2.1.2 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

4.10 Verkrijging van eigen aandelen

Op 10 juni 2014, heeft de buitengewone algemene aandeelhoudersvergadering de Raad gemachtigd om, overeenkomstig artikel 620 en volgende van het Wetboek van vennootschappen en binnen de grenzen die deze artikelen voorzien, maximaal 20% van de Vennootschap haar eigen aandelen, winstbewijzen of certificaten die daarop betrekking hebben ter beurze of buiten de beurs te verkrijgen, tegen een eenheidsprijs die niet meer dan 10% onder de laagste slotkoers van de laatste 30 beursdagen voorafgaand aan de verrichting zal zijn en niet meer dan 5% boven de hoogste slotkoers van de laatste 30 beursdagen voorafgaand aan de verrichting zal zijn. De machtiging is geldig voor een periode van vijf jaar te rekenen vanaf 10 juni 2014.

Deze machtiging is eveneens geldig indien de verwerving wordt gerealiseerd door één van de rechtstreeks door de Vennootschap gecontroleerde dochtervennootschappen, zoals beschreven in artikel 627 van het Wetboek van vennootschappen.

De Raad is eveneens gemachtigd om voor rekening van de Vennootschap eigen aandelen, winstbewijzen of certificaten die daarop betrekking hebben, te verwerven, indien dergelijke verwerving noodzakelijk is om een dreigend ernstig nadeel voor de Vennootschap te voorkomen. Deze machtiging is geldig gedurende drie jaar vanaf de datum van de publicatie van de machtiging in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, zijnde drie jaar met ingang vanaf 9 juli 2014.

4.11 Materiële overeenkomsten waarbij Ontex partij is die een Change of Control clausule bevatten

De Senior Termijn Faciliteit overeenkomst van 10 november 2014 voor een bedrag van € 480.000.000 gesloten voor een termijn van vijf jaar door de Vennootschap als Initiële Kredietnemer en Initiële Borg en, onder andere, de Initiële Kredietverstrekkers zoals daarin beschreven, en Wilmington Trust (London) Limited als Security Agent (hierna de "Senior Termijn Faciliteit"), alsook het offering memorandum met betrekking tot Senior Secured Notes voor een bedrag van € 250.000.000 met intrestvoet 4,75% en looptijd tot 2021 (hierna "Notes" en "Offering Memorandum"), bevatten bedingen die kunnen worden geactiveerd in het geval van een controlewijziging over de Vennootschap. De relevante clausules werden goedgekeurd door de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering van 26 mei 2015, in overeenstemming met artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen.

De relevante provisies in de clausules van de Senior Termijn Faciliteit voorzien onder andere dat, ingeval een persoon, of een groep van personen, gezamenlijk handelend (met uitzondering van de Initiële Investeerders en Management zoals beschreven) rechtstreeks of onrechtstreeks, de eigendom van het kapitaal van de Vennootschap verwerft dat recht geeft op meer dan 50% van de stemmen die kunnen worden aangewend in de algemene aandeelhoudersvergadering van de

Verklaring inzake Corporate Governance

Vennootschap, dit kan leiden tot een verplichte vooruitbetaling en opheffing onder de Senior Termijn Faciliteit.

De relevante clausules in het Offering Memorandum in verband met de Notes kennen de houders van de Notes onder andere het recht toe de wederinkoop te eisen van alle of een deel van de Notes aan een aankoopprijs in geld voor een bedrag van 101% van het hoofdbedrag, plus opgelopen en uitstaande interest, in het geval van een controlewijziging van de Vennootschap zoals beschreven in het Offering Memorandum.

4.12 Beëindigingsvergoeding als gevolg van een beëindiging van een contract van de leden van de Raad of van werknemers als gevolg van een openbaar overnamebod

De Vennootschap heeft geen overeenkomst gesloten met de leden van haar Raad noch met haar werknemers die als gevolg zou hebben dat een beëindigingsvergoeding zou worden betaald indien, als gevolg van een openbaar overnamebod, de leden van Raad of werknemers ontslag nemen, ontslagen worden, of indien werknemersovereenkomsten worden beëindigd.

Gelieve voor een algemene omschrijving van de beëindigingsclausules van de leden van de Raad en het Executive Management Team hoofdstuk 8.7 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur te raadplegen.

5. Belangenconflicten

Elk lid van de Raad moet zijn of haar persoonlijke en zakelijke aangelegenheden op een zodanige wijze regelen dat elk belangenconflict van een persoonlijke, professionele of financiële aard met de Vennootschap vermeden wordt, zowel rechtstreeks als via verwanten (inclusief echtgeno(o)t(e), levenspartner, of andere verwanten (door afstamming of huwelijk) tot de tweede graad en pleegkinderen).

In overeenstemming met artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen, indien een bestuurder, rechtstreeks of onrechtstreeks, een belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met een beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid behoort van de Raad, moet hij/zij dit mededelen aan de andere bestuurders vóór de Raad een besluit neemt en moet de commissaris op de hoogte worden gebracht. Voor vennootschappen die een publiek beroep op het spaarwezen doen of hebben gedaan (zoals Ontex Group NV), kan het betrokken lid van de Raad niet deelnemen aan de beraadslagingen van de Raad over deze verrichtingen of beslissingen, noch stemmen. Een belangenconflict in de zin van artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen vond plaats gedurende één aangelegenheid in 2015, en de bepalingen van artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen werden toegepast.

Toekenning LTIP 2015

Op 8 mei 2015 heeft de Raad de uitvoering van de LTIP 2015 goedgekeurd. In overeenstemming met artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen besloten Charles Bouaziz, Cepholli BVBA, met Jacques Purnode als haar vaste vertegenwoordiger, en Artipa BVBA, met Thierry Navarre als haar vaste vertegenwoordiger, zich te onthouden van de beraadslaging en de stemming met betrekking tot deze beslissing. Het relevante deel van de notulen wordt hieronder integraal weergegeven (vrije vertaling uit het Engels):

Alvorens over te gaan tot de beraadslaging over dit agendapunt, verklaren Charles Bouaziz, Jacques Purnode en Thierry Navarre, vaste vertegenwoordigers van hun respectievelijke managementvennootschappen Cepholli BVBA en Artipa BVBA, bestuurders van de Vennootschap, een belang van vermogensrechtelijke aard te hebben dat strijdig is met de beslissingen die tot de bevoegdheid behoren van de raad van bestuur wat betreft de toekenning in 2015 onder de LTIP aangenomen door de Raad in 2014, zoals in meer detail beschreven in de presentatie in bijlage bij deze notulen. De LTIP is aangenomen door de Raad en goedgekeurd door de algemene aandeelhoudersvergadering in juni 2014 en voorziet in jaarlijkse toekenningen gedurende een termijn van 5 jaar.

Dit belangenconflict volgt uit het feit dat Charles Bouaziz, Jacques Purnode en Thierry Navarre, of in eigen naam of via hun managementvennootschap, zowel bestuurders van de Vennootschap als mogelijke begunstigden zijn van aandelenopties en restricted stock units krachtens de toekenning in 2015 van het LTIP.

De toekenning in 2015 van het LTIP zal financiële gevolgen hebben voor de Vennootschap in de mate dat, wat betreft de aandelenopties, het kan resulteren in een overdracht van aandelen in de Vennootschap naar de begunstigden krachtens het LTIP tegen een prijs die lager is dan de marktprijs van die aandelen op het moment van de uitoefening van de aandelenopties. Wat betreft de restricted stock units zal het, bij verwerving, resulteren in een gratis overdracht van aandelen aan de begunstigden.

Overeenkomstig artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen, hebben Charles Bouaziz, Cepholli BVBA (vertegenwoordigd door haar vaste vertegenwoordiger Jacques Purnode) en Artipa BVBA (vertegenwoordigd door haar vaste vertegenwoordiger Thierry Navarre) zich onthouden van de beraadslaging en stemming over de goedkeuring van de toekenning in 2015 van het LTIP.

Overeenkomstig artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen, werd de commissaris van de Vennootschap, PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren BV CVBA, vast vertegenwoordigd door Peter Opsomer BVBA, op haar beurt vertegenwoordigd door haar vaste vertegenwoordiger Peter Opsomer, op de hoogte gebracht van het bestaan van de belangenconflicten.

Verder zullen de relevante delen van deze notulen in hun geheel worden opgenomen in het jaarverslag van de raad van bestuur.

Goedkeuring van de toekenning in 2015 van het LTIP

De raad van bestuur, op aanbevelen van het Bezoldigingscomité, is van mening dat de goedkeuring van de toekenning in 2015 van het LTIP wordt gerechtvaardigd door de behoefte om de leden van het executive management team, bepaalde andere senior managers en andere personen gelijkgesteld met deze categorieën nog meer in de strategie van de Vennootschap en haar ontwikkeling op lange termijn te betrekken. De toekenning zal gebeuren volgens de bepalingen van de LTIP zoals aangenomen door de Raad en goedgekeurd door de aandeelhoudersvergadering in juni 2014. Voor elke deelnemer aan het plan, zal de toekenning voor 50% uit aandelenopties en 50% uit restricted stock units bestaan. Zowel de aandelenopties als de restricted stock units zullen gratis worden toegekend en zullen na drie jaar worden verworven, op voorwaarde dat de deelnemer in dienst blijft tot aan de verwerving. De uitoefenprijs van deaandelenopties zal gelijk zijn aan de laatste slotkoers van het aandeel in de Vennootschap onmiddellijk voorafgaand aan de toekenningsdatum en de aandelenopties zullen na acht jaar vervallen.

De Raad besloot, in het belang van de Vennootschap en op aanbevelen van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, de toekenning in 2015 onder het LTIP goed te keuren."

6. Transacties met verbonden partijen

Ontex Group NV is in 2015 geen transacties aangegaan met verbonden partijen in de zin van artikel 524 van het Wetboek van vennootschappen.

7. Naleving van de Belgische Corporate Governance Code van 2009

De Vennootschap streeft naar hoge standaarden betreffende deugdelijk bestuur en baseert zich op de Corporate Governance Code als referentiecode. De Corporate Governance Code is gebaseerd op een "pas toe of leg uit" benadering. Belgische genoteerde vennootschappen moeten handelen in overeenstemming met de Corporate Governance Code, maar kunnen afwijken van deze bepalingen, voor zover deze niet zijn opgenomen in het Wetboek van vennootschappen en op voorwaarde dat zij een rechtvaardiging voor deze afwijkingen bekendmaken in hun verklaring inzake deugdelijk bestuur zoals opgenomen in het jaarverslag in overeenstemming met artikel 96 §2, 2° van het Wetboek van vennootschappen.

De Vennootschap handelt in overeenstemming met de Corporate Governance Code, behalve met betrekking tot het volgende:

  • de Statuten staan de Vennootschap toe af te wijken van artikel 520ter van het Wetboek van vennootschappen en dus mag de Vennootschap aandelen, aandelenopties en andere op aandelen gebaseerde stimulansen toekennen die definitief worden verworven binnen drie jaar na hun toekenning. De Vennootschap heeft echter nog geen gebruik gemaakt van deze machtiging en de LTIP, zowel de toekenning gedurende 2014, als de toekenning gedurende 2015, zoals beschreven in het Remuneratieverslag, voorzien een verwervingsperiode van drie jaar voor de aandelenopties en RSUs;
  • de CEO en bepaalde andere leden van het Executive Management Team hebben in bepaalde omstandigheden recht op een vertrekvergoeding die hoger is dan 12 of 18 maanden loon wanneer de Vennootschap beslist om de niet-concurrentiebedingen in de respectievelijke overeenkomsten volledig toe te passen (zie hoofdstuk 8.7 van het Remuneratieverslag voor een gedetailleerde beschrijving hiervan). Overeenkomstig artikel 554, 4de lid van het Wetboek van vennootschappen, met betrekking tot Charles Bouaziz en Artipa BVBA, met Thierry Navarre als haar vaste vertegenwoordiger, keurde de jaarlijkse algemene

aandeelhoudersvergadering van 26 mei 2015 vertrekvergoedingen die in bepaalde omstandigheden hoger zijn dan 18 maanden loon, goed. De Vennootschap meent dat deze afwijkingen van de Corporate Governance Code nodig zijn om bekwame uitvoerende bestuurders en managers aan te trekken en te behouden in de competitieve context waarin de Vennootschap functioneert.

8. Remuneratieverslag 8.1 Remuneratiebeleid en procedure voor de Raad van Bestuur

De remuneratie van de niet-uitvoerende leden van de Raad werd beslist door middel van schriftelijke besluiten van de aandeelhouders op datum van 2 juni 2014. Het remuneratiebeleid houdt rekening met de verantwoordelijkheden en de inzet van de leden van de Raad ten aanzien van de ontwikkeling van de Ontex groep, en is bedoeld om personen die beschikken over de nodige ervaring en competenties voor deze rol aan te trekken en te behouden.

Overeenkomstig deze schriftelijke besluiten van de aandeelhouders, ontvangen Niet-Uitvoerende Bestuurders een jaarlijkse vaste vergoeding van € 150.000 voor de Voorzitter van de Raad en € 75.000 voor alle andere niet-uitvoerende leden. De Voorzitter van het Auditen Risicocomité en de Voorzitter van het Bezoldigings- en Benoemingscomité ontvangen elk een extra vergoeding van € 25.000. Daarnaast genieten de Niet-Uitvoerende Bestuurders van dekking onder de D&O Polis, beschreven in hoofdstuk 8.6 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur. Geen enkele van de Niet-Uitvoerende Bestuurders ontving enige variabele vergoeding.

Het remuneratiebeleid voor de Uitvoerende Bestuurders wordt toegelicht in hoofdstuk 8.2 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur. Geen enkele van de Uitvoerende Bestuurders ontving enige bestuurdersvergoeding.

Het remuneratiebeleid zal op regelmatige basis door het Bezoldigingsen Benoemingscomité worden geëvalueerd, in lijn met de gangbare marktvoorwaarden voor beursgenoteerde bedrijven in België en bedrijven van vergelijkbare grootte in de Europese FMCG markt.

2015 Vergoedingen voor de Niet-Uitvoerende Bestuurders (per lid, in Euro's)

Naam Functie Vergoeding
Paul Walsh Gewezen Voorzitter van
de Raad
37.500
Revalue BVBA,
met vaste vertegenwoordiger
Luc Missorten1
Voorzitter van de Raad1
,
Onafhankelijk Bestuurder
137.500
Inge Boets BVBA,
met vaste vertegenwoordiger
Inge Boets
Voorzitter van het Audit
en Risicocomité,
Onafhankelijk
Bestuurder
100.000
Tegacon AS,
met vaste vertegenwoordiger
Gunnar Johansson2
Voorzitter van het
Bezoldigings- en
Benoemingscomité2
Onafhankelijk
Bestuurder
93.750
Uwe Kruger3 Niet-Uitvoerend
Bestuurder
75.000
Kite Consulting Ltd,
met vaste vertegenwoordiger
Richard Butland4
Niet-Uitvoerend
Bestuurder
18.750
Stockbridge Mgt Ltd,
met vaste vertegenwoordiger
Simon Henderson4
Niet-Uitvoerend
Bestuurder
18.750
Antonio Capo5 Niet-Uitvoerend
Bestuurder
0
Alexandre Mignotte6 Niet-Uitvoerend
Bestuurder
18.750
Michele Titi-Capelli6 Niet-Uitvoerend
Bestuurder
18.750

1 Luc Missorten was Voorzitter van het Bezoldigings- en Benoemingscomité tot 10 april 2015, en Revalue BVBA, met Luc Missorten als haar vaste vertegenwoordiger, werd benoemd als Voorzitter met ingang van 10 april 2015, ter vervanging van Paul Walsh.

2 Tegacon AS, met Gunnar Johansson als haar vaste vertegenwoordiger, werd benoemd als Voorzitter van het Bezoldigings- en Benoemingscomité met ingang van 10 april 2015, ter vervanging van Luc Missorten.

3 Op aanbevelen van het Bezoldigings- en Benoemingscomité heeft de Raad voorgesteld aan de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering van 25 mei 2016 om Uwe Krüger te benoemen als Onafhankelijk Bestuurder.

4 Kite Consulting Ltd, met Richard Butland als haar vaste vertegenwoordiger, en Stockbridge Mgt Ltd, met Simon Henderson als haar vaste vertegenwoordiger, ontvingen het pro-rata deel van hun vaste vergoeding voor diensten geleverd tijdens het eerste kwartaal van 2015, tot hun ontslag.

  • 5 Op basis van TPG beleid heeft Antonio Capo afgezien van zijn vergoeding.
  • 6 Goldman Sachs Group Inc. ontving het pro-rata deel van de vaste vergoedingen van Alexandre Mignotte en Michele Titi-Cappelli voor diensten geleverd tijdens het eerste kwartaal van 2015, tot hun ontslag.

Financiële rapportering

Verklaring inzake Corporate Governance

8.2 Remuneratiebeleid en procedure voor het Executive Management Team

Het remuneratiebeleid van de Vennootschap voor het Executive Management Team is ontwikkeld met het oog op het aantrekken, motiveren en behouden van getalenteerde managers, die over de nodige motivatie en energie beschikken om resultaten ten opzichte van onze groeiambities te realiseren. Het remuneratiebeleid is erop gericht een prestatiegerichte cultuur te creëren om winstgevende groei op lange termijn te realiseren. Groei wordt gedefinieerd in termen van financiële groei, maar ook in termen van organisatorische transformatie en

ontwikkeling die betrekking heeft op de menselijke interacties, hun ontwikkeling en engagement. Om dit doel te bereiken, worden de leden van het Executive Management Team zowel geëvalueerd op basis van het behalen van de financiële doelstellingen, als op basis van doelstellingen die betrekking hebben op de menselijke interacties, hun ontwikkeling en engagement.

De structuur van het loonpakket voor het Executive Management Team is gebaseerd op de volgende principes:

Verloning van de succesvolle realisatie van de Ontex-strategie

de bezoldiging van de leden van het Executive Team is afhankelijk van het behalen van de doelstellingen van het financieel plan van Ontex, zoals goedgekeurd door de Raad

Pay for performance

een belangrijk deel van de bezoldiging is rechtstreeks gekoppeld aan de prestaties van de groep en de divisies, en is bijgevolg variabel en "at risk"

Interne consistentie de structuur van het loonpakket staat in redelijke

verhouding tot en is consistent met die van de overige managers die aan hen rapporteren

Creatie aandeelhouderswaarde op lange termijn

het beleid wil de belangen van de leden van het Executive Team afstemmen op die van aandelen gebaseerde verloning

De basisbezoldiging van de leden van het Executive Management Team wordt elk jaar door het Bezoldigings- en Benoemingscomité herzien. De aanpassingen, na goedkeuring door de Raad, gaan in op 1 januari van elk jaar. Als onderdeel van deze jaarlijkse oefening, neemt het Bezoldigings- en Benoemingscomité de volgende elementen in overweging:

  • de gemiddelde loonsverhoging in het land waar het lid is tewerkgesteld;
  • de marktpositionering van het loonpakket van het lid;
  • de verschillen in ervaring en senioriteit van elk lid;
  • veranderingen in de verantwoordelijkheid en de omvang van de functie van elk lid; en
  • de evaluatie van de individuele prestaties van het lid.

De korte termijn variabele bezoldiging (of "bonus") op doelniveau van de leden van het Executive Management Team bedraagt ten minste 50% van hun vaste basisbezoldiging. Het doelniveau percentage is afhankelijk van het niveau van de functie van elk lid. Een belangrijk deel van de bonus wordt gekoppeld aan de prestaties van de groep en de divisies, en het bereiken van de groeidoelstellingen. De aandeelhoudersvergadering heeft de Vennootschap gemachtigd om af te wijken van de vereisten met betrekking tot de variabele bezoldiging van artikel 520ter van het Wetboek van vennootschappen, zoals vastgesteld in artikel 30 van de Statuten en zoals verder beschreven in hoofdstuk 7 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

De samenstelling van de bonus is als volgt:

  • een 70% (of 80% voor de CEO) collectief gedeelte wordt bepaald door de financiële doelstellingen die noodzakelijk zijn om het lange termijn plan en de groeiambities van de Vennootschap te realiseren. Voor de General Managers van de divisies wordt deze 70% opgedeeld in 35% groeps- en 35% divisiedoelstellingen. In 2015 waren deze doelstellingen omzet, EBITDA en vrije kasstroom. Over deze doelstellingen wordt beslist door de Raad. De uitbetaling van dit deel van de bonus is gebaseerd op het realiseren van collectieve zakelijke doelstellingen. Indien de realisatie van deze doelstellingen lager is dan 90%, wordt er geen bonus uitgekeerd. Daarnaast is dit deel van de bonus afgetopt op een maximum van 150%.
  • Een 30% (of 20% voor de CEO) individueel gedeelte wordt bepaald door het behalen van individuele zakelijke doelstellingen, alsook doelstellingen die betrekking hebben op ontwikkeling die betrekking heeft op de menselijke interacties, hun ontwikkeling en engagement. Deze doelstellingen komen elk lid van het Executive Management Team met de CEO en de Voorzitter van de Raad aan het begin van het prestatiejaar overeen. De doelstellingen van de CEO worden overeengekomen met de Voorzitter van de Raad. Dit deel van de bonus wordt berekend op basis van de evaluatie van de prestaties van elk lid van het Executive Management Team op het einde van het jaar. De prestatiescores worden aanbevolen door de CEO en goedgekeurd door de Raad, op aanbevelen van het Bezoldigings- en Benoemingscomité. De prestatiescore voor de CEO wordt aanbevolen door de Voorzitter van de Raad, na overleg met het Bezoldigings- en Benoemingscomité, en wordt goedgekeurd door de Raad. De uitbetaling van dit deel van de bonus is eveneens afgetopt op een maximum van 150%.

8.3 Vaste en korte termijn variabele bezoldiging in 2015 van de CEO (totale kost)

  • Vaste basisbezoldiging: € 837.143
  • 2015 korte termijn variabele bezoldiging (betaald in 2016): € 1.138.514 (uitbetaald in cash)

Er zijn geen bijdragen voor pensioen of andere componenten van bezoldiging in de betekenis van Artikel 96, § 3, 6°, c) en d) van het Wetboek van vennootschappen, met uitzondering van de toekenning van het Lange Termijn Incentive Plan beschreven onder hoofdstuk 8.5 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur, en de D&O Polis beschreven onder hoofdstuk 8.6 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

De beoordeling van de prestaties is gebaseerd op gecontroleerde resultaten en de evaluatie door de Raad van de individuele prestaties van de CEO. Er is geen een spreiding in de tijd voor de bonus noch een terugvorderingsrecht indien deze bonus uitbetaald zou zijn op basis van onjuiste financiële gegevens.

8.4 Vaste en korte termijn variabele bezoldiging in 2015 van de overige leden van het Executive Management Team (totale kost)

  • Totaal van de vaste basisbezoldigingen: € 3.678.227
  • Totaal van de 2015 korte termijn variabele bezoldiging (betaald in 2016): € 2.522.931
  • Totaal van de bijdragen voor pensioen (in een vaste bijdrageregeling) en bijdragen voor levensverzekering: € 19.392
  • Totaal van de overige componenten van de bezoldiging (bedrijfswagens, representatievergoedingen enz.): € 81.097

Daarnaast genieten de leden van het Executive Management Team van de D&O Polis, beschreven in hoofdstuk 8.6 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

De beoordeling van de prestaties is gebaseerd op gecontroleerde resultaten en de aanbeveling van de CEO betreffende zijn evaluatie van de individuele prestaties van de leden van het Executive Management Team. Er is geen spreiding in de tijd voor de bonus noch een terugvorderingsrecht indien deze bonus uitbetaald zou zijn op basis van onjuiste financiële gegevens. De cijfers zijn gebaseerd op de effectief uitbetaalde vergoedingen, rekening houdend met de datum van indiensttreding bij de Vennootschap. De stijging van 2014 ten opzichte van 2015 is het gevolg van loonsverhogingen en van het feit dat Astrid De Lathauwer in 2014 in dienst is getreden en dus geen volledig jaar werd uitbetaald in 2014.

8.5 2015 Lange Termijn Incentives

In juni 2015 implementeerde de Vennootschap de LTIP 2015, dewelke bestaat uit een combinatie van aandelenopties en RSUs.

Een RSU is het recht om per verworven RSU één aandeel in de Vennootschap gratis van de Vennootschap te verkrijgen. De RSUs worden verworven na ten minste drie jaar volgend op de toekenningsdatum.

Een aandelenoptie geeft het recht om per verworven optie één aandeel in de Vennootschap tegen een vooraf vastgestelde uitoefenprijs te kopen van de Vennootschap en gedurende een vooraf vastgestelde looptijd. De aandelenopties kunnen pas uitgeoefend worden na ten minste drie jaar volgend op de toekenningsdatum, in overeenstemming met het principe vervat in artikel 520ter van het Wetboek van vennootschappen.

Het verwerven van de aandelenopties en RSUs is onderworpen aan bepaalde voorwaarden, zoals dat de deelnemer in dienst blijft tot op de verwervingsdatum. De koers van het aandeel tussen de toekenningsdatum en de verwervingsdatum of de uitoefendatum is vastgesteld als de relevante prestatie-indicator en het verwerven van de LTIP 2015 hangt niet af van bijkomende specifieke prestatiegerelateerde voorwaarden.

Het aantal RSUs en aandelenopties per lid van het Executive Management Team voor 2015 en het totaal aantal uitstaande opties en RSUs voor de LTIP kan als volgt worden samengevat:

Aantal RSUs Aantal aandelenopties
Naam LTIP 2015 Totaal 2014
en 2015
LTIP 2015 Totaal 2014
en 2015
Charles Bouaziz 6.884 14.752 28.661 67.591
Philippe Agostini 1.027 2.511 4.275 11.618
Özgür Akyildiz 1.502 3.324 6.251 15.269
Laurent Bonnard 1.026 2.517 4.271 11.650
Astrid De Lathauwer 962 2.361 4.007 10.929
Annick De Poorter 740 2.069 3.081 9.657
Arnauld Demoulin 1.570 3.840 6.538 17.768
Martin Gärtner 782 1.906 3.257 8.818
Xavier Lambrecht 1.134 2.632 4.720 12.134
Thierry Navarre 2.455 5.814 10.219 26.839
Oriane Perreaux 726 1.706 3.021 7.870
Jacques Purnode 2.869 5.849 11.943 26.690
Thierry Viale 993 2.420 4.135 11.196

Tot op heden zijn geen RSUs of aandelenopties uitgeoefend of vervallen onder de LTIP 2014 of de LTIP 2015.

8.6 D&O Polis

Ontex Group NV is een verzekeringspolis voor bestuurders en functionarissen aangegaan (de "D&O Polis") die vorderingen dekt die ingesteld zouden worden tegen verzekerde personen, behoudens bepaalde uitzonderingen. Verzekerde personen zijn, onder andere, natuurlijke personen die kwalificeren als (i) bestuurder of functionaris of (ii) werknemer die in een leidinggevende of toezichthoudende hoedanigheid van Ontex Group NV en/of van een van haar dochterondernemingen handelt.

8.7 Vertrekvergoedingen

Behalve in geval van ontslag in bepaalde gevallen van contractbreuk, hebben Charles Bouaziz en Artipa BVBA, met Thierry Navarre als haar vaste vertegenwoordiger, recht op een opzeggingstermijn van 12 maanden of een opzeggingsvergoeding in plaats van een opzeggingstermijn die overeenstemt met 12 maanden vaste basisbezoldiging plus bonus (reeds goedgekeurd door de Algemene Vergadering van 2014).

Hun overeenkomsten bevatten tevens een niet-concurrentiebeding op basis waarvan de Vennootschap hen kan vereisen dat ze voor een periode van maximaal 12 maanden vanaf de datum van beëindiging van de overeenkomst niet voor concurrenten werken. Ze hebben beiden recht op een vergoeding (bovenop enige vergoeding die ze kunnen krijgen als opzeggingsvergoeding in plaats van een opzeggingstermijn) voor een bedrag van maximaal 12 maanden vaste basisbezoldiging indien dit niet-concurrentiebeding wordt toegepast.

Özgür Akyildiz, Annick De Poorter, en Martin Gärtner zijn onderworpen aan de gewone regels van het arbeidsrecht die van toepassing zijn op hun tewerkstelling, met inbegrip van de regels met betrekking tot de beëindiging van tewerkstelling die voorzien in bepaalde opzeggingstermijnen of een opzeggingsvergoeding in plaats van een opzeggingstermijn. Behalve in geval van ontslag op basis van dringende redenen of contractbreuk, voorziet het contract van Martin Gärtner bovendien in een vertrekvergoeding gelijk aan 1/12de van zijn jaarlijkse vaste basisbezoldiging, vermenigvuldigd met het verschil tussen (a) het aantal jaren dienst op het moment van beëindiging (afgerond tot het dichtstbijzijnde volledige aantal) en (b) 3 maanden per gestarte periode van vijf jaar van dienst min 12. Verder bevatten de arbeidsovereenkomsten van Annick De Poorter en Martin Gärtner een niet-concurrentiebeding voor een periode van maximaal 12 maanden vanaf de datum van beëindiging van de overeenkomst. Indien dit niet-concurrentiebeding wordt toegepast, hebben Annick De Poorter en Martin Gärtner recht op een vergoeding van, respectievelijk, 6 en 12 maanden bezoldiging, inclusief variabele bezoldiging en voordelen.

Verklaring inzake Corporate Governance

Behalve in geval van ontslag in bepaalde gevallen van contractbreuk, hebben de andere leden van het Executive Management Team recht op een opzeggingstermijn van drie maanden of een opzeggingsvergoeding in plaats van een opzeggingstermijn die overeenstemt met drie maanden vaste basisbezoldiging of, in geval van Jacques Purnode, een opzeggingsvergoeding in plaats van een opzeggingstermijn die overeenstemt met drie maanden vaste basisbezoldiging plus bonus. Behalve in geval van ontslag in bepaalde gevallen van contractbreuk, heeft Arlipase SPRL, met Arnauld Demoulin als haar vaste vertegenwoordiger, recht op een opzeggingstermijn van 12 maanden of een opzeggingsvergoeding in plaats van een opzeggingstermijn die overeenstemt met 12 maanden vaste basis bezoldiging.

Hun overeenkomsten bevatten eveneens een niet-concurrentiebeding, op basis waarvan de Vennootschap hen kan vereisen voor een periode van maximaal 24 maanden vanaf de datum van beëindiging van de overeenkomst niet te werken voor concurrenten, 12 maanden in het geval van Arlipase SPRL. Zij hebben recht op een vergoeding, gelijk aan maximaal 12 maanden vaste basisbezoldiging indien dit niet-concurrentiebeding wordt toegepast. Als de vergoeding met betrekking tot het nietconcurrentiebeding minder dan 9/12de van de jaarlijkse vaste bezoldiging bedraagt of, voor Oriane Perreaux, 12/12de van de jaarlijkse vaste bezoldiging, dan zal het verschil tussen deze bedragen worden betaald als een aanvullende opzeggingsvergoeding.

8.8 Informatie over het remuneratiebeleid in de komende twee jaar

In 2015 beoordeelde het Bezoldigings- en Benoemingscomité de competitiviteit van het complete bezoldigingsbeleid van de verschillende niveaus van de organisatie.

Het comité beoordeelde en besprak een uitvoerige vergelijkende studie gedaan door Mercer, een wereldwijd actief adviesbureau gespecialiseerd in pensioen en andere voordelen en verzekeringen, met betrekking tot werknemersvoordelen inzake hospitalisatie, overlijden en arbeidsongeschiktheid, en pensioenen, in alle landen van de Ontex groep. Op basis van de resultaten van deze studie werd een stappenplan ontwikkeld voor die landen waar de huidige voordelen lager zijn dan de mediaan van de lokale markt.

Eind 2015 contacteerde het Bezoldigings- en Benoemingscomité Willis Towers Watson, een wereldwijd actief adviesorgaan in bezoldiging voor management en bestuurders, om de Ontex bezoldigingspraktijk te vergelijken. Deze studie beoordeelde de competitiviteit van de verschillende bezoldigingselementen van de leden van het Executive Management Team van Ontex, in vergelijking met:

    1. Een steekproef van Europese ondernemingen of Europese afdelingen van multinationale ondernemingen die actief zijn in de FMCG sector en een vergelijkbare grootte hebben (gemeten op het gebied van omzet en aantal werknemers) voor (de totale target cash vergoeding plus de verwachte waarde van lange termijn incentives)
    1. BEL20 en grote BELMID ondernemingen (uitgezonderd de financiële sector) als een validatie van de marktwaarden die resulteerden uit de internationale referentiegroep en als referentiekader voor de voornaamste extralegale voordelen en pensioenen en gerelateerde risicovoordelen.

Op niveau van volledige bezoldiging onthulde deze studie dat Ontex achterop liep tegenover de referentiegroep wegens lagere lange termijn incentives, pensioen en andere verzekeringen en voordelen. Het comité heeft daarom een aanbeveling gedaan aan de raad van bestuur om het niveau van de LTIP en andere voordelen te verhogen, om de bezoldigingsniveaus beter in overeenstemming te brengen met de mediaan van de markt.

9. Risico management and interne controlemechanismen

9.1 Inleiding

De Ontex groep voert een systeem voor risicobeheer en -controle uit in overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code.

De Ontex groep wordt in het kader van haar bedrijfsactiviteiten blootgesteld aan een brede waaier van risico's die de bedrijfsdoelstellingen kunnen beïnvloeden of ertoe leiden dat de bedrijfsdoelstellingen niet bereikt worden. Deze risico's beheren is een belangrijke taak van de Raad (met inbegrip van het Audit- en Risicocomité), het Executive Management Team en alle andere medewerkers met leidinggevende verantwoordelijkheden.

Het risicobeheer- en controlesysteem is ontworpen om de volgende doelstellingen te bereiken:

  • het realiseren van de doelstellingen van de Ontex groep;
  • het realiseren van operationele efficiëntie;
  • het verzekeren van correcte en stipte financiële verslaggeving; en
  • het naleven van de toepasselijke wetten en richtlijnen.

9.2 Controle-omgeving

Drie verdedigingslinies

De Ontex groep past het model van de drie verdedigingslinies ('three lines of defense') toe om binnen het gebied van risico en controle de rollen, verantwoordelijkheden en toerekenbaarheid te verduidelijken en om de communicatie hieromtrent te optimaliseren. Het 'drie verdedigingslinies' model omvat volgende linies ter verdediging tegen risico's:

  • De eerste verdedigingslinie: in eerste instantie is het lijnmanagement verantwoordelijk om de dagdagelijkse risico's te beoordelen en om er voor te zorgen dat voldoende controles geïmplementeerd worden om deze risico's af te dekken.
  • De tweede verdedigingslinie: toezichtsfuncties zoals de financiële afdeling, de kwaliteitsafdeling, compliance, fiscale en de juridische afdeling houden toezicht op en bekijken het risicobeheer uitgevoerd door de eerste verdedigingslinie op kritische wijze. De actoren van de tweede verdedigingslinie zetten ook de algemene lijnen uit en werken het risicobeheer- en controlesysteem uit.
  • De derde verdedigingslinie: onafhankelijke zekerheidsverschaffers zoals interne en externe audit beoordelen het risicobeheerproces zoals uitgevoerd door de eerste en tweede verdedigingslinie.

Beleid, procedures en processen

De Ontex groep promoot een omgeving waarin haar doelstellingen en strategie in een gecontroleerde manier nagestreefd worden. Deze omgeving wordt gecreëerd door de implementatie in het gehele bedrijf van beleidslijnen, procedures en processen zoals daar zijn de Zakelijke Gedragscode, het Anti-Omkoop Beleid, het Mededingingsbeleid en het Kwaliteitsmanagementsysteem. Het Executive Management Team staat volledig achter deze initiatieven. De werknemers worden op regelmatige basis geïnformeerd en getraind in deze materie om zo een voldoende hoog niveau van risicobeheer en -controle te kunnen garanderen op alle bedrijfsniveaus.

Groepswijde ERP Systeem

Alle belangrijke groepsentiteiten werken op hetzelfde groepswijde ERP systeem, dat centraal wordt beheerd. Dit systeem bevat de rollen en verantwoordelijkheden gedefinieerd op het niveau van de Ontex groep. Door middel van dit systeem worden de belangrijkste stromen gestandaardiseerd en de belangrijkste controles afgedwongen. Het systeem maakt ook gedetailleerde monitoring van activiteiten en directe toegang tot de gegevens mogelijk.

9.3 Risicobeheer

Doeltreffend risicobeheer begint met het identificeren en beoordelen van de risico's verbonden met de bedrijfsvoering van de Vennootschap en externe factoren. Eenmaal de relevante risico's zijn geïdentificeerd, streeft de Vennootschap ernaar om zulke risico's met de nodige voorzichtigheid te beheren en te minimaliseren, erkentelijk voor het feit dat bepaalde berekende risico's nodig zijn om te verzekeren dat de Ontex groep zijn doelstellingen blijft behalen en waarde blijft creëren voor haar belanghebbenden.

Alle werknemers van de Ontex groep zijn verantwoordelijk voor de tijdige identificatie en kwalitatieve beoordeling van de risico'sbinnen zijn of haar verantwoordelijkheidsgebied.

De Ontex groep heeft zijn belangrijkste bedrijfsrisico's geïdentificeerd en geanalyseerd zoals gedocumenteerd in het Strategisch Rapport in dit jaarverslag. Deze bedrijfsrisico's worden doorgegeven aan de verschillende managementniveaus.

9.4 Controleactiviteiten

Er zijn controlemaatregelen van kracht om het effect van de risico's op het vermogen van de Ontex groep om zijn doelstellingen te behalen tot een minimum te beperken. Deze controleactiviteiten zijn ingebed in de belangrijkste bedrijfsprocessen en –systemen van de Ontex groep, om te kunnen garanderen dat de respons op risico's en de algemene doelstellingen van de Ontex groep zoals vooropgesteld worden uitgevoerd. Op alle niveaus en binnen alle afdelingen van het bedrijf worden controles georganiseerd.

Op belangrijke compliance aspecten wordt voor de hele Ontex groep toegezien door een team van Local Compliance Coordinators, de Legal Compliance Manager en het Compliance Steering Comité. De Legal Compliance Manager biedt ondersteuning bij de toepassing van duidelijke processen en procedures die te maken hebben met (i) de Zakelijke Gedragscode en het Anti-Omkoop Beleid, (ii) het Mededingingsbeleid, en (iii) handel met voorkennis, het Verhandelings- en Communicatiereglement en andere noteringsverplichtingen. Het Compliance Steering Comité is samengesteld uit de CFO, de Group HR Director, de Group General Counsel en de Legal Compliance Manager en komt op regelmatige basis samen om te beraadslagen en beslissen over compliance aangelegenheden en actieplannen. Het Compliance Steering Comité brengt verslag uit van zijn activiteiten aan het Executive Management Team.

Naast deze controleactiviteiten wordt er een verzekeringsprogramma toegepast voor bepaalde risicocategorieën die niet geabsorbeerd kunnen worden zonder een aanzienlijk effect op de balans van de Vennootschap.

9.5 Informatie en communicatie

De Ontex groep erkent het belang van tijdige, complete en juiste communicatie en informatie zowel top-down als bottom-up. De Ontex groep heeft daarom een aantal maatregelen in voege om onder andere:

  • de vertrouwelijkheid van informatie te waarborgen;
  • duidelijkheid communicatie over bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
  • belanghebbenden tijdig op de hoogte te brengen van externe en interne veranderingen die een invloed hebben op hun verantwoordelijkheidsgebied.

9.6 Monitoring van controlemechanismen

Monitoring mechanismen zorgen er voor dat de interne controles efficiënt blijven werken.

De kwaliteit van het systeem voor risicobeheer en –controle van Ontex groep wordt geëvalueerd door de volgende actoren:

  • Interne Audit. De taken en verantwoordelijkheden die toegewezen worden aan Interne Audit, worden verduidelijkt in het Internal Audit Charter, dat goedgekeurd werd door het Audit- en Risicocomité. De belangrijkste taak van de Interne Audit afdeling zoals gedefinieerd in het Internal Audit Charter is "de organisatie een toegevoegde waarde bieden door op een gedisciplineerde en systematische manier het interne controlemechanisme te evalueren en aanbevelingen te maken om dit mechanisme te verbeteren".
  • Externe Audit. In de context van zijn controle van de jaarrekening, concentreert de commissaris zich op het ontwerp en de doeltreffendheid van interne controles en systemen relevant voor de voorbereiding van de jaarrekening. Het resultaat van de audits, met inbegrip van werk op interne controles, wordt gerapporteerd aan het Audit- en Risicocomité en gedeeld met Interne Audit.
  • Het Audit- en Risicocomité. De Raad en het Audit- en Risicocomité dragen de eindverantwoordelijkheid voor interne controle en risicobeheer. Voor meer gedetailleerde informatie over de samenstelling en werking van het Audit- en Risicocomité wordt er verwezen naar hoofdstuk 3.6.1 van deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

9.7 Risicobeheer en interne controle met betrekking tot het proces van financiële rapportering

De Finance en Accounting Manual zorgt voor een nauwkeurige en consistente toepassing van de boekhoudregels binnen de Ontex groep.

Op kwartaalbasis wordt er een bottom-up risico analyse uitgevoerd om de huidige risicofactoren te identificeren. Actieplannen worden gedefinieerd voor alle belangrijke risico's. Specifieke identificatieprocedures voor financiële risico's zijn van kracht met als doel de volledigheid van de financiële voorzieningen te garanderen.

De accounting teams zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van de financiële cijfers, terwijl de controleteams de correctheid van deze cijfers controleren. Deze controles omvatten coherentietests door vergelijkingen met historische en budgetcijfers, evenals steekproeven van transacties op basis van de materialiteit ervan.

Er zijn specifieke interne controleactiviteiten met betrekking tot financiële rapportering in voege, waaronder het gebruik van een periodieke sluitings- en rapporteringscontrolelijst. Deze controlelijst zorgt voor een duidelijke communicatie van tijdslijnen, garandeert de volledigheid van taken en staat in voor een correcte toewijzing van verantwoordelijkheden.

De uniforme rapportering van financiële informatie doorheen de Ontex groep zorgt voor een consistente informatiestroom. Hierdoor kunnen mogelijke anomalieën geïdentificeerd worden. Het groepswijde ERP systeem en functionaliteiten voor het beheer van informatie staan het centrale controlling team toe om rechtstreeks toegang te hebben tot uitgesplitste financiële en niet-financiële informatie.

In samenspraak met de Raad en het Executive Management Team wordt er een externe financiële agenda opgesteld. Deze agenda wordt openbaar gemaakt aan de externe belanghebbenden. Met deze externe financiële rapportering wil de Ontex groep zijn belanghebbenden de informatie bieden die zij nodig hebben om doordachte beslissingen te kunnen nemen. De financiële kalender kan geraadpleegd worden op http://www.ontexglobal.com/calendar.

Geconsolideerde

jaarrekening voor de jaren eindigend op 31 december 2015 en 2014

Inhoudstafel

Geconsolideerde jaarrekening voor de jaren eindigend op 31 december 2015 en 2014

Verslag van de commissaris
1.
Algemene informatie
1.1
Bedrijfsinformatie
1.2
Bedrijfsactiviteiten
1.3
Geschiedenis van de Groep
1.4
Juridisch statuut
2.
Geconsolideerde balans per 31 december
3.
Geconsolideerde resultatenrekening van de jaren afgesloten op 31 december
49
50
50
50
50
50
51
52
53
54
56
57
57
4.
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet – gerealiseerde resultaten voor de jaren afgesloten op 31 december
5.
Geconsolideerd mutatieoverzicht eigen vermogen voor de jaren afgesloten op 31 december
6.
Geconsolideerd kasstroomoverzicht voor de jaren afgesloten op 31 december
7.
Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
7.1
Samenvatting van de belangrijkste boekhoudkundige principes
7.2
Kapitaalbeheer
65
7.3
Kritische boekhoudkundige inschattingen en veronderstellingen
66
7.4
Financiële instrumenten en financieel risicobeheer
68
7.5
Bedrijfssegmenten
71
7.6
Lijst van geconsolideerde ondernemingen
72
7.7
Bedrijfscombinaties
74
7.8
Goodwill en overige immateriële vaste activa
74
7.9
Terreinen, gebouwen, Machines en Installaties
75
7.10
Handelsvorderingen, vooruitbetaalde kosten en overige vorderingen
76
7.11
Voorraden
77
7.12
Geldmiddelen en kasequivalenten
78
7.13
Kapitaal
78
7.14
Winst per aandeel
79
7.15
Leningen
80
7.16
Personeelsbeloningen
81
7.17
Uitgestelde belastingen
84
7.18
Kortlopende en langlopende schulden
85
7.19
Voorzieningen – Kortlopende schulden
85
7.20
Kosten met betrekking tot personeelsbeloningen
86
7.21
Overige bedrijfsopbrengsten/(kosten), netto
7.22
Niet-recurrente opbrengsten en kosten
86
86
7.23
Functionele kostenindeling
87
7.24
Netto financieel resultaat
87
7.25
Inkomstenbelastingen
88
7.26
Op aandelen gebaseerde betalingen
89
7.27
Voorwaardelijke verplichtingen
89
7.28
Toezeggingen
90
7.29
Transacties met verbonden partijen
90
7.30
Gebeurtenissen na balansdatum
91
7.31
Honoraria verbonden aan de commissaris
92

Financiële rapportering

Verklaring van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van Ontex Group NV verklaart in naam en voor rekening van Ontex Group NV, dat, voor zover hen bekend, de geconsolideerde financiële staten, die zijn opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards ("IFRS"), een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Ontex Group NV en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen.

Het jaarverslag geeft een getrouw overzicht van de uit hoofde van artikel 13, §5 en §6 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 vereiste informatie.

De bedragen in dit document worden weergegeven in miljoen EUR (€ miljoen) tenzij anders vermeld.

Als gevolg van afrondingen kunnen de cijfers gerapporteerd in deze Geconsolideerde Jaarrekening niet exact optellen tot de totalen die zijn weergegeven en kunnen de percentages afwijken van de absolute cijfers. Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening en tevens de vereiste bijkomende verklaringen. De geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2015, de geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht voor het boekjaar afgesloten op die datum, evenals een toelichting die een overzicht van de voornaamste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing bevat.

Verslag over de geconsolideerde jaarrekening – Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van Ontex Group NV ("de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Het totaal van de geconsolideerde balans bedraagt EUR1.905,1 miljoen en de geconsolideerde resultatenrekening toont een winst van het boekjaar van EUR 98,6 miljoen.

Verantwoordelijkheid van de raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Verantwoordelijkheid van de commissaris

Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controleinformatie over de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, met inbegrip van diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne beheersing van de Groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen door de Vennootschap van de geconsolideerde jaarrekening, die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep.

Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van door de raad van bestuur gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening als geheel.

Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel zonder voorbehoud te baseren.

Oordeel zonder voorbehoud

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening, een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep op 31 december 2015 evenals van haar geconsolideerde resultaten en geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

Verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en reglementaire verplichtin-gen na te gaan. Op grond hiervan sluiten wij de volgende bijkomende verklaring in die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen:

● Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.

Gent, 30 maart 2016

De commissaris PwC Bedrijfsrevisoren bcvba Vertegenwoordigd door

Peter Opsomer* Bedrijfsrevisor

*Peter Opsomer BVBA Lid van de Raad van Bestuur, vertegenwoordigd door zijn vaste vertegenwoordiger, Peter Opsomer

1. Algemene Informatie

1.1. Bedrijfsinformatie

De geconsolideerde jaarrekening van Ontex Group NV voor het jaar eindigend op 31 december 2015 werd goedgekeurd voor publicatie overeenkomstig het besluit van de Raad van Bestuur van 30 maart 2016.

1.2. Bedrijfsactiviteiten

Ontex is een toonaangevende fabrikant van hygiënische wegwerpproducten van retailer merken en Ontex-merken in Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. In mature markten, zoals West-Europa, verdelen wij onze babyverzorgings -, dameshygiëne - en incontinentieproducten via retailers. We leveren onze Ontex-merken ook via de gezondheidszorg, zoals hospitalen en verzorgingstehuizen, en meer en meer rechtstreeks aan de consument via apotheken en medische winkels. Hoewel historisch gezien West-Europa de grootste geografische markt was van de onderneming in termen van omzet, heeft de onderneming ook een groeiende aanwezigheid in opkomende markten waar het zowel retailer merken als eigen merken aanbiedt, waarbij de mix varieert per productcategorie en geografisch gebied. De onderneming is ervan overtuigd dat ze een sterk en gediversifieerd bedrijf voert over meerdere geografische gebieden en een "blue chip" klantenbasis bedient met producten van hoge kwaliteit in belangrijke, veerkrachtige en noodzakelijke productcategorieën.

1.3. Geschiedenis van de Groep

Ontex werd in 1979 opgericht door Paul Van Malderen en produceerde aanvankelijk matrasbeschermers voor de Belgische institutionele markt. In de loop van de jaren tachtig en de eerste helft van de jaren negentig vergrootte de Vennootschap haar productassortiment tot haar huidige belangrijkste productcategorieën en breidde ze ook haar activiteiten internationaal uit, zowel via organische groei als via overnames.

Na de opening van een productiefaciliteit in Tsjechië en de overname van bedrijven in België, Duitsland en Spanje, werd Ontex in 1998 genoteerd op Euronext Brussel. Na de notering kenden wij in enkele jaren tijd een snelle groei, voornamelijk via opeenvolgende overnames ("bolt-on acquisitions") in Frankrijk, Duitsland en Turkije.

Ontex werd in 2003 overgenomen door fondsen geadviseerd door Candover en vervolgens van Euronext Brussel gehaald. In 2004 namen we een luierproductie-eenheid van Paul Hartmann in Duitsland over, en in 2006 openden we een productiefaciliteit in China. In 2008 openden we een productiefaciliteit in Algerije. In 2010 namen we ID Medica over, dat in Duitsland incontinentieproducten verkoopt.

In 2010 werd Ontex overgenomen door fondsen die werden beheerd door GSCP en TPG. In 2011 openden we twee bijkomende productiefaciliteiten, één in Australië en één in Rusland, en namen we in Frankrijk Lille Healthcare over, een bedrijf actief op de markt voor incontinentieproducten voor volwassenen. In 2013 namen we Serenity over, een bedrijf actief op de markt voor incontinentieproducten voor volwassenen in Italië, en openden we een productiefaciliteit in Pakistan.

Als voorbereiding van de Initiële Openbare Aanbieding (IPO) van de Groep in 2014 werd Ontex Group NV (de "moederonderneming") opgericht op 24 april 2014 met als doel Ontex I S.à.r.l. en haar dochterondernemingen te verwerven. Dit gebeurde op 10 juni 2014. Ontex Group NV werd opgericht door dezelfde aandeelhouders als deze van Ontex I S.à.r.l..

Omdat de aandeelhouders van Ontex I S.à.r.l. voorafgaand aan de reorganisatie hetzelfde absolute en relatieve belang hadden in de netto activa van de groep en de nieuwe groep kwalificeren de transacties als voorbereiding voor de IPO zich als transacties onder gezamenlijke controle. Logischerwijze worden deze transacties dan ook opgenomen in de jaarrekening voor de periode eindigend 31 december 2014 op basis van de predecessor waarderingsmethode. Dit betekent dat de aankoopprijs niet gealloceerd wordt aan de verworven activa en passiva. De waarden die opgenomen worden in de huidige jaarrekening vertegenwoordigen de waarden op het moment dat Ontex I S.à.r.l de controle verwierf en haar dochterondernemingen in de consolidatie opnam.

In juni 2014 heeft Ontex Group NV haar aandelen succesvol genoteerd op de Brusselse Euronext beurs en worden deze verhandeld onder het ticker symbool 'ONTEX'.

1.4. Juridisch statuut

Ontex Group NV is een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap naar Belgisch recht. De maatschappelijke zetel van Ontex Group NV is gevestigd te Korte Keppestraat 21, 9320 Erembodegem (Aalst), België. De aandelen van Ontex Group NV worden genoteerd op de gereguleerde markt van Euronext Brussel.

2. Geconsolideerde balans per 31 december

Activa
In € miljoen
Toelichting 31 december
2015
31 december
2014
Vaste activa
Goodwill en overige immateriële vaste activa 8 864,6 864,6
Terreinen, gebouwen, machines en installaties 9 319,0 296,5
Uitgestelde belastingvorderingen 17 7,0 10,4
1.190,6 1.171,5
Vlottende activa
Voorraden 11 201,1 200,9
Handelsvorderingen 10 218,1 204,3
Vooruitbetaalde kosten en overige vorderingen 10 49,0 55,9
Terug te vorderen belastingen 7,3 6,1
Afgeleide financiële activa 4.1 2,2 7,3
Geldmiddelen en kasequivalenten 12 236,8 35,5
714,5 510,0
Totaal activa 1.905,1 1.681,5
Eigen Vermogen en Schulden
In € miljoen
Toelichting 31 december
2015
31 december
2014
Eigen vermogen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de Groep
Kapitaal en uitgiftepremie 13 913,1 799,7
Cumulatieve omrekeningsverschillen (24,3) (18,3)
Eigen Aandelen (13,1)
Overgedragen resultaat en overige reserves (23,5) (110,4)
Totaal eigen vermogen 852,2 671,0
Langlopende schulden
Personeelsbelangen 16 19,7 19,6
Voorzieningen 19 0,2 0,2
Leningen 15 633,1 618,2
Overige langlopende financiële schulden 7 5,0
Uitgestelde belastingverplichtingen 17 27,3 22,3
Overige schulden 0,2
680,5 665,3
Kortlopende schulden
Leningen 15 9,2 2,4
Afgeleide financiële schulden 4.1 2,5 5,5
Overige kortlopende financiële schulden 7 5,0 5,0
Handelsschulden 18 267,1 254,5
Toegerekende kosten en overige schulden 18 23,3 22,3
Sociale schulden 18 33,3 28,8
Te betalen inkomstenbelastingen 27,3 20,9
Voorzieningen 19 4,7 5,8
372,4 345,2
Totaal schulden 1.052,9 1.010,5
Totaal passiva 1.905,1 1.681,5

3. Geconsolideerde resultatenrekening van de jaren afgesloten op 31 december

In € miljoen Toelichting 2015 2014
Omzet 5 1.689,3 1.615,9
Kostprijs van de omzet 23 (1.213,7) (1.169,2)
Brutomarge 475,6 446,7
Distributiekosten 23 (151,0) (151,4)
Verkoop- en marketingkosten 23 (93,5) (84,0)
Algemene beheerskosten 23 (55,6) (44,9)
Overige bedrijfs-opbrengsten/(kosten), netto 21-23 0,3 (2,5)
Niet-recurrente kosten en opbrengsten1 22 (6,8) (56,3)
Bedrijfsresultaat 169,0 107,6
Financiële opbrengsten 24 25,7 13,9
Financiële kosten 24 (61,9) (104,2)
Netto financiële kosten (36,2) (90,3)
Winst/(Verlies) vóór inkomstenbelastingen 132,8 17,3
Inkomstenbelastingen 25 (34,2) (8,7)
Winst/(Verlies) voor de periode 98,6 8,6
Winst/(Verlies) toewijsbaar aan:
Aandeelhouders van de groep 98,6 8,6
Winst/(Verlies) voor de periode 98,6 8,6
Reconciliatie van niet-IFRS financiële maatstaven Kalenderjaar Kalenderjaar
in € miljoen 2015 2014
Reconciliatie van het bedrijfsresultaat naar het nettoresultaat vóór interesten,
inkomstenbelastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen (EBITDA) (bijkomende informatie)
Bedrijfsresultaat 169,0 107,6
Afschrijvingen en waardeverminderingen2 33,3 32,5
EBITDA3 202,3 140,1

1 Niet-recurrente kosten en opbrengsten is een niet-GAAP maatstaf, omschreven in toelichting 7.22.

2 Afschrijvingen en waardeverminderingen (A & W) omvatten 33,3 miljoen EUR van recurrente A & W en 0,0 miljoen EUR van niet-recurrente A & W in 2015 (32,2 miljoen EUR van

recurrente A & W en 0,3 miljoen EUR van niet-recurrente A & W in 2014).

3 EBITDA, resultaat vóór aftrek van netto financiële kosten, inkomstenbelastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen is een niet-IFRS maatstaf, omschreven in het overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving (toelichting 7.1.26).

Winst per aandeel

Kalenderjaar Kalenderjaar
In € Toelichting 2015 2014
Gewone winst per aandeel 14 1,43 0.13
Verwaterde winst per aandeel 14 1,43 0.13
Recurrente gewone winst per aandeel 14 1,50 0,95
Recurrente verwaterde winst per aandeel 14 1,50 0,95
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen tijdens de periode 68.736.110 68.055.555

4. Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet – gerealiseerde reultaten voor de jaren afgesloten op 31 december

Kalenderjaar Kalenderjaar
In € miljoen Toelichting 2015 2014
Winst/(verlies) voor de periode 98,6 8,6
Niet gerealiseerde winst/(verlies) voor de periode, na inkomstenbelasting:
Componenten die later niet zullen erkend worden in de resultatenrekening
Herwaardering toegezegde pensioenregelingen 16 1,3 (2,7)
Componenten die later mogelijks kunnen erkend worden in de resultatenrekening
Omrekeningsverschillen op buitenlandse activiteiten (6,0) 1,6
Kasstroomindekking (0,9) 0,6
Overige niet gerealiseerde winst/(verlies) (5,6) (0,5)
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde winst/(verlies) voor de periode 93,0 8,1
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde winst toewijsbaar aan:
Aandeelhouders van de moederonderneming 93,0 8,1
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde winst/(verlies) voor de periode 93,0 8,1

5. Geconsolideerd mutatieoverzicht eigen vermogen voor de jaren afgesloten op 31 december

Toerekenbaar aan aandeelhouders van de Groep
Cumulatieve
omreke
Overgedragen
resultaat
Totaal
Aantal Uitgifte ningsver Eigen en overige eigen
In € miljoen
Saldo per 31 december 2014
Toelichting
13
aandelen
68.055.555
Kapitaal
655,3
premie
144,4
schillen
(18,3)
Aandelen
reserves
(110,4)
vermogen
671,0
Transacties met aandeelhouders op niveau
van Ontex Group NV:
Op aandelen gebaseerde betalingen 0,8 0,8
Dividend (12,9) (12,9)
Eigen aandelen (13,1) (13,1)
Kosten uitgifte nieuwe aandelen (1,3) (1,3)
Kapitaalsverhoging 4.083.332 40,8 73,9 114,7
Totaal transacties met aandeelhouders 2015 4.083.332 39,5 73,9 (13,1) (12,1) 88,2
Gerealiseerd resultaat:
Winst van de periode 98,6 98,6
Niet gerealiseerd resultaat:
Omrekeningsverschillen op buitenlandse
activiteiten (6,0) (6,0)
Herwaardering toegezegde pensioenregelingen 1,3 1,3
Kasstroomindekking (0,9) (0,9)
Overige
Totaal niet gerealiseerd resultaat (6,0) 0,4 (5,6)
Saldo op 31 december 2015 13 72.138.887 694,8 218,3 (24,3) (13,1) (23,5) 852,2
Toerekenbaar aan aandeelhouders van de Groep
In € miljoen Toelichting Aantal
aandelen
Kapitaal Uitgifte
premie
CPECs1 Cumulatieve
omrekenings
verschillen
Overgedragen
resultaat
en overige
reserves
Totaal
eigen
vermogen
Minder
heids
belangen
Totaal
eigen
vermogen
Saldo per
31 december 2013 13 2.101.250.000 21,0 399,0 (19,9) (64,4) 335,7 23,5 359,2
Transacties met
aandeelhouders op
niveau van Ontex Group
NV:
Volstort kapitaal bij
oprichting
7.000 0,1 0,1 0,1
Inbreng in natura van
Ontex I S.à.r.l. aandelen 49.993.000 499,9 400,1 23,5 923,5 (23,5) 900,0
Op aandelen gebaseerde
betalingen 2,4 2,4 2,4
Omzetting van
uitgiftepremie in kapitaal 400,1 (400,1)
Primaire tranche van de
IPO 18.055.555 180,6 144,4 325,0 325,0
Kapitaalsvermindering
IPO kosten primaire
(400,0) 400,0
tranche (25,3) (25,3) (25,3)
Eliminatie gezamenlijke
controle transactie en
eigen vermogen Ontex I
Sàrl* (2.101.250.000) (21,0) (399,0) (480,0) (900,0) (900,0)
Totaal transacties met
aandeelhouders
(2.033.194.445) 634,3 144,4 (399,0) (54,1) 325,6 (23,5) 302,1
Gerealiseerd resultaat:
Winst van de periode 10,2 10,2 (1,6) 8,6
Niet gerealiseerd
resultaat:
Omrekeningsverschillen op
buitenlandse activiteiten
1,6 1,6 1,4 3,0
Herwaardering toegezegde
pensioenregelingen (2,7) (2,7) 0,1 (2,6)
Kasstroomindekking 0,6 0,6 0,6
Overige 0,1 0,1
Totaal niet gerealiseerd
resultaat 1,6 (2,1) (0,5) 1,6 1,1
Saldo op
31 december 2014 13 68.055.555 655,3 144,4 (18,3) (110,4) 671,0 671,0

1 Convertible Preferred Equity Certificates

Per 31 december 2015 is het aandeelhouderschap van Ontex Group NV gebaseerd op de verklaringen ontvangen in de periode voor 31 december 2015 als volgt:

Aandeelhouder 31 december
2015
%1
Groupe Bruxelles Lambert SA 5.513.182 7,64%
BlackRock 5.442.789 7,54%
Allianz Global Investors GmbH 3.876.537 5,70%
Aviva Plc 3.384.626 4,97%
Janus Capital Management LLC 3.424.055 4,75%
Ameriprise Financial Inc, Threadneedle Asset Management 2.620.726 3,85%
Norges Bank 2.256.854 3,32%
AXA Investment Managers SA 2.053.236 3,02%

1 Percentage gebaseerd op het aantal uitstaande aandelen in het kapitaal van de Vennootschap op het ogenblik van de verklaring.

6. Geconsolideerd kasstroomoverzicht voor de jaren afgesloten op 31 december

Kasstroom uit operationele activiteiten Kalenderjaar Kalenderjaar
In € miljoen Toelichting 2015 2014
Netto winst/(Verlies) voor de periode 98,6 8,6
Aanpassingen voor:
Inkomstenbelastingen 25 34,2 8,7
Afschrijvingen en waardeverminderingen 33,3 32,5
(Winst)/verlies op de verkoop van terreinen, gebouwen, machines en installaties 0,4 (3,1)
Voorzieningen (inclusief verplichtingen voor personeelsbeloningen) 1,5 0,2
(Winst)/verlies op Serenity earn-out (2,0)
IPO kosten via resultatenrekening 21,1
Herfincancieringskosten via resultatenrekening 32,7
Niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen m.b.t. bedrijfsactiviteiten 1,5
Financiële kosten-netto (inclusief niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen m.b.t. financiering) 36,2 90,3
Wijzigingen in werkkapitaal:
Voorraden (0,7) (20,6)
Handelsvorderingen,overige vorderingen en vooruitbetaalde kosten (7,6) (23,0)
Handelsschulden, overige schulden en toegerekende kosten 2,7 13,7
Sociale schulden 3,8 2,8
Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten 200,4 165,4
Betaalde inkomstenbelastingen (19,8) (11,8)
Nettokasstroom uit operationele activiteiten 180,6 153,6
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
In € miljoen
Toelichting Kalenderjaar
2015
Kalenderjaar
2014
Investeringsuitgaven (incl. kapitaalsubsidies) (55,9) (48,9)
Opbrengsten uit buitengebruikstellingen 4,6
Betaalde overnameprijs 7 (3,0) (8,0)
Nettokasstroom gebruikt voor investeringsactiviteiten (58,9) (52,3)
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
In € miljoen
Toelichting Kalenderjaar
2015
Kalenderjaar
2014
Opbrengsten uit leningen 15 6,9 630,0
Betaalde leningskosten (13,0)
Aflossing van leningen 15 (0,6) (911,3)
Betaalde interesten 24 (24,2) (69,2)
Ontvangen interesten 24 0,9 0,2
Herfinancieringskosten & overige financieringskosten (5,5) (40,2)
Gerealiseerde wisselkoers (verliezen)/winsten uit financieringsactiviteiten 4,1 (0,2)
Afgeleide financiële activa (2,5) (2,8)
Betaalde IPO kosten via eigen vermogen (25,3)
Betaalde IPO kosten via de resultatenrekening (20,5)
Betaalde dividenden (12,9)
Kapitaalsverhoging (netto uitgiftekosten nieuwe aandelen) 113,4
Kapitaalsverhoging (netto na IPO kosten) 325,1
Netto kasstromen uit/(gebruikt voor) financieringsactiviteiten 79,6 (127,2)
Netto toename geldmiddelen, kasequivalenten 201,3 (25,9)
Geldmiddelen, kasequivalenten bij het begin van de periode 35,5 61,4
Geldmiddelen, kasequivalenten bij het einde van de periode 236,8 35,5

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

7.1 Samenvatting van de belangrijkste boekhoudkundige principes

7.1.1 Inleiding

Zoals vermeld onder de sectie "1.3 Geschiedenis van de groep" werd Ontex Group NV als nieuwe holding onderneming en moederonderneming van de groep opgericht op 24 april 2014 als onderdeel van de reorganisatie van de groepsstructuur.

Ontex I S.à.r.l. werd de dochteronderneming van Ontex Group NV via de inbreng in natura van alle aandelen van Ontex I S.à.r.l. in Ontex Group NV in ruil voor nieuwe aandelen van Ontex Group NV. Onmiddellijk na de inbreng van de aandelen van Ontex I S.à.r.l. door de initiële aandeelhouders hadden deze aandeelhouders hetzelfde belang in Ontex Group NV als ze hadden in Ontex I S.à.r.l. net vóór de inbreng. Verdere details aangaande de inbreng zijn opgenomen in toelichting 7.13.

De acquisitie van Ontex I S.à.r.l. door Ontex Group NV kwalificeert als een transactie onder gezamenlijke controle en valt buiten de toepassing van IFRS 3 "Bedrijfscombinaties". Volgens de leidraad betreffende de keuze van de geschikte grondslag voor financiële verslaggeving voorzien in IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten, wordt de transactie opgenomen in de jaarrekening op basis van de methode van het samenvoegen van belangen die het economisch belang van de transactie weerspiegelt.

In overeenstemming met de vereisten van de methode van het samenvoegen van belangen wordt de vergelijkbare informatie in de Geconsolideerde Jaarrekening uit de Geconsolideerde Jaarrekening van Ontex I S.à.r.l. gehaald. De Geconsolideerde Jaarrekening van Ontex Group NV vertegenwoordigt een verderzetting van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ontex I S.à.r.l.

Dit betekent:

    1. dat de activa en passiva van Ontex Group NV worden opgenomen en gewaardeerd in de geconsolideerde jaarrekening aan boekwaarde in de geconsolideerde jaarrekening van Ontex I S.à.r.l. opgesteld in overeenstemming met IFRS; Ontex I S.à.r.l. heeft altijd en dit sinds haar oprichting een geconsolideerde jaarrekening opgesteld overeenkomstig IFRS en daarom is IFRS 1 niet van toepassing;
    1. dat de overgedragen resultaten en andere componenten van het eigen vermogen opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening de overgedragen resultaten en andere componenten van het eigen vermogen zijn van Ontex Group NV en dat het verschil tussen het overname-bedrag en het geëlimineerde kapitaal van Ontex I S.à.r.l wordt opgenomen als een "Overige (fusie) reserve";
    1. dat de resultatenrekening en het kasstroomoverzicht voor het jaar eindigend op 31 december 2014 twaalf maanden omvat, niettegenstaande het feit dat het boekhoudkundig jaar van Ontex Group NV als legale entiteit korter is (24 april 2014 tot 31 december 2014);
    1. dat de vergelijkbare informatie die wordt gerapporteerd in de geconsolideerde jaarrekening deze is van Ontex I S.à.r.l. Het management heeft deze beslissing genomen vanuit continuïteitsredenen en heeft de vergelijkbare informatie aangeduid als "Predecessor" financiële informatie.

De boekhoudkundige principes die van toepassing zijn bij de geconsolideerde financiële rapportering voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 zijn in overeenstemming met de principes die toegepast werden in de geauditeerde geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2014 van Ontex Ontex Group NV.

De boekhoudkundige principes zijn op consistente wijze toegepast doorheen de betrokken perioden.

7.1.2 Conformiteitsverklaring

Deze geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het jaar afgesloten op 31 december 2015 is opgesteld in overeenstemming met IFRS ("International Financial Reporting Standards") zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Deze omvatten alle gepubliceerde IFRS-standaarden en IFRIC-interpretaties die van toepassing zijn op 31 december 2015. De nieuwe standaarden, wijzigingen aan standaarden en interpretaties die voor de eerste keer verplicht zijn voor het boekhoudkundig jaar beginnend op 1 januari 2015 hebben geen materiële impact. Geen nieuwe standaarden, wijzigingen aan standaarden of interpretaties werden vervroegd toegepast.

Deze geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van de historische kostprijs methode, met uitzondering van de afgeleide financiële instrumenten waar de reële waarde voor is gebruikt.

Deze jaarrekening is opgemaakt op basis van de toerekeningsmethode en het continuïteitsbeginsel waarbij verondersteld wordt dat de entiteit haar bedrijfsvoering in de nabije toekomst zal voortzetten.

De opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist het gebruik van een aantal belangrijke boekhoudkundige schattingen. Het vereist ook dat het management schattingen maakt en oordelen vormt bij het toepassen van de "Group accounting policies". De gebieden die een hogere mate van beoordeling behoeven, of die complexer zijn, of gebieden waar veronderstellingen en schattingen van significant belang zijn voor de geconsolideerde jaarrekening, worden aangegeven in toelichting 7.3.

De volgende nieuwe standaarden en wijzigingen van standaarden zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar dat begint op 1 januari 2015:

  • IFRIC 21 'Heffingen', verplicht voor boekjaren startend vanaf 17 juni 2014. IFRIC 21 behandelt de boekhoudkundige verwerking van een verplichting tot het betalen van een heffing indien deze verplichting binnen het toepassingsgebied van IAS 37 valt. Deze IFRIC behandelt welke gebeurtenis aanleiding geeft tot een verplichting en wanneer een verplichting erkend dient te worden.
  • Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS standaarden (2011-2013 cyclus). Deze verbeteringen zijn van toepassing met ingangsdatum 1 januari 2015. Deze verbeteringen resulteerden in de aanpassing van IFRS 1 (wanneer een gewijzigde versie van een standaard nog niet verplicht van toepassing is maar beschikbaar voor vervroegde toepassing kan een entiteit, die voor het eerst IFRS toepast, kiezen tussen de oude of de nieuwe versie van de standaard onder IFRS 1), IFRS 3 (de standaard is niet van toepassing op de boekhoudkundige verwerking van de oprichting van gezamenlijke overeenkomsten zoals bepaald in IFRS 11), de uitzondering voor portefeuilles in IFRS 13 en het verduidelijken van het verband tussen IFRS 3 'Bedrijfscombinaties' en IAS 40 'Vastgoedbeleggingen'.

De invloed van de toepassing van de nieuwe normen en wijzigingen is echter niet significant.

De volgende nieuwe interpretaties en wijzigingen aan standaarden werden gepubliceerd en goedgekeurd door de EU, maar zijn nog niet voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2015:

  • Wijzigingen aan IAS 19 'Personeelsbeloning', ingangsdatum: 1 februari 2015. De wijziging verduidelijkt de boekhoudkundige verwerking van werknemersbijdragen, uiteengezet in de formele voorwaarden van een toegezegde pensioenregeling.
  • Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS standaarden (2010-2012 cyclus) met kleine wijzigingen aan 8 standaarden van toepassing met ingangsdatum 1 februari 2015. Deze wijzigingen resulteerden in de aanpassing van IFRS 2 'Voorwaarden voor onvoorwaardelijke toezegging', IFRS 3 'De boekhoudkundige verwerking van voorwaardelijke vergoedingen en bedrijfscombinaties', IFRS 8 'Het samenvoegen van operationele segmenten', IFRS 8 'De reconciliatie van de gerapporteerde segment activa met de totale activa van de onderneming', IFRS 13 'Korte termijn

Financiële rapportering

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

vorderingen en schulden', IAS 7 'Geactiveerde interestbetalingen', IAS 16/38 'Herwaarderingsmethode – proportionele (pro rata) herziening van de gecumuleerde afschrijvingen' en IAS 24 'Managers op sleutelposities'.

  • Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS standaarden (2012-2014 cyclus) met wijzigingen aan 4 standaarden, welke voor het eerst van toepassing zijn voor het boekjaar startend op of na 1 januari 2016. Deze verbeteringen resulteerden in de aanpassing van IFRS 5, 'Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten', IAS 19 'Personeelsbeloningen', IFRS 7 'Financiële instrumenten: toelichtingen' en IAS 34 'Tussentijdse financiële verslaggeving'.
  • Wijziging aan IFRS 11 'Gezamenlijke overeenkomsten' betreffende de verwerving van een belang in een gezamenlijke activiteit, ingangsdatum: 1 januari 2016. De wijziging verduidelijkt de boekhoudkundige verwerking van de verwerving van een belang in een gezamenlijke activiteit die een bedrijf vormt. In de wijziging wordt de correcte boekhoudkundige verwerking voor dit soort van verwervingen bepaald.
  • Wijzigingen aan IAS 1 'Presentatie van de jaarrekening', ingangsdatum: 1 januari 2016. De wijzigingen aan IAS 1 maken deel uit van het initiatief van de IASB om de presentatie van en de toelichtingen in de jaarrekening te verbeteren en zijn bedoeld om ondernemingen verder aan te moedigen om hun professioneel oordeel toe te passen bij het bepalen van welke informatie openbaar dient gemaakt te worden in hun jaarrekening. De wijzigingen maken duidelijk dat materialiteit van toepassing is op het geheel van de jaarrekening en dat het opnemen van informatie die niet van belang is, het nut van de financiële toelichtingen kan reduceren. Bovendien maken de wijzigingen ook duidelijk dat ondernemingen hun professioneel oordeel dienen te gebruiken bij het bepalen waar en in welke volgorde de informatie wordt gepresenteerd in de toelichtingen bij de jaarrekening.
  • Wijziging aan IAS 16 'Materiële vaste activa' en IAS 41 'Landbouw' met betrekking tot dragende planten, ingangsdatum: 1 januari 2016. Deze wijziging verandert de financiële verslaggeving voor dragende planten, zoals wijnstokken, rubberbomen en oliepalmen. De IASB besliste dat planten die enkel gebruikt worden voor de productie van agrarische producten op dezelfde manier verwerkt moeten worden als materiële vaste activa omdat de werking ervan vergelijkbaar is met die van productie.
  • Wijziging aan IAS 16 'Materiële vaste activa' en IAS 38 'Immateriële activa' betreffende afschrijvingen, ingangsdatum: 1 januari 2016. In deze wijzing verduidelijkt de IASB dat het gebruik van op opbrengsten gebaseerde methodes voor de berekening van afschrijvingen niet geschikt zijn aangezien opbrengsten dewelke gegenereerd worden door een activiteit die het gebruik van een actief omvat, over het algemeen andere factoren dan de consumptie van de economische voordelen van het actief weerspiegelen. De IASB verduidelijkt eveneens dat opbrengsten in het algemeen geen geschikte basis zijn voor de waardering van de consumptie van de economische voordelen van een immaterieel actief.

De volgende nieuwe standaarden en wijzigingen aan standaarden werden gepubliceerd, maar zijn nog niet voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2015 en zijn nog niet goedgekeurd door de EU:

  • IFRS 9 'Financiële instrumenten', ingangsdatum: 1 januari 2018. De standaard behandelt de classificatie, waardering en het niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen.
  • IFRS 14 'Wettelijke uitgestelde rekeningen', ingangsdatum: 1 januari 2016. Dit betreft een tussentijdse standaard voor de boekhoudkundige verwerking van bepaalde bedragen die voortkomen uit wettelijk gereguleerde activiteiten. IFRS 14 is enkel van toepassing voor entiteiten die voor het eerst IFRS 1 toepassen. De standaard laat toe dat deze entiteiten bij de eerste toepassing van IFRS hun waarderingsregels onder hun vorige algemeen aanvaarde boekhoudkundige principes kunnen blijven toepassen voor de opname, waardering, het boeken van een bijzondere waardevermindering op en het niet langer opnemen van wettelijke uitgestelde rekeningen. De tussentijdse standaard voorziet ook een leidraad voor het selecteren en wijzigen van grondslagen voor financiële verslaggeving (bij eerste toepassing of later) en voor de presentatie en toelichting.
  • IFRS 15 'Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten'. De IASB en FASB hebben gezamenlijk een standaard gepubliceerd betreffende de opname van opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten.

De standaard zal resulteren in een betere financiële verslaggeving van opbrengsten en een betere globale vergelijkbaarheid van de opbrengsten die gerapporteerd worden in de jaarrekening. Entiteiten die IFRS toepassen zijn verplicht deze standaard toe te passen met ingangsdatum: 1 januari 2018, onder de voorwaarde van goedkeuring door de EU.

  • Wijziging aan IFRS 9 'Financiële instrumenten' inzake hedge accounting, ingangsdatum: 1 januari 2018. De wijziging omvat het nieuwe model voor hedge accounting. Onder dit model zullen de verslaggevers hun activiteiten inzake risicobeheer beter kunnen weergeven in de jaarrekening aangezien de wijziging meer mogelijkheden biedt voor het toepassen van hedge accounting. Deze wijzigingen hebben eveneens een impact op IAS 39 en introduceren nieuwe vereisten inzake informatieverschaffing voor hedge accounting (waarbij ook IFRS 7 wordt geïmpacteerd) onafhankelijk van het feit of de hedge accounting vereisten onder IFRS 9 of IAS 39 gebruikt worden.
  • Wijziging aan IAS 27 'Enkelvoudige jaarrekening' met betrekking tot de 'equity'-methode, ingangsdatum: 1 januari 2016. Deze wijzigingen laten entiteiten toe om de 'equity'-methode te gebruiken voor het verwerken van investeringen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen in hun enkelvoudige jaarrekening.
  • Wijzigingen aan IFRS 10 'De geconsolideerde jaarrekening' en IAS 28 'Investeringen in geassocieerde deelnemingen en belangen in joint ventures', ingangsdatum: 1 januari 2016. Deze wijzigingen pakken de tegenstrijdigheid aan tussen de bepalingen in IFRS 10 en deze in IAS 28 bij een verkoop of inbreng van activa tussen een investeerder en zijn geassocieerde deelneming of joint venture. Het belangrijkste gevolg van de wijzigingen is dat de winst of het verlies volledig wordt erkend indien een transactie een bedrijf omvat (onafhankelijk van het feit of deze is ondergebracht in een dochteronderneming of niet). De winst of het verlies wordt slechts gedeeltelijk opgenomen indien de transactie activa omvat die geen bedrijf vormen, zelfs indien deze activa zijn ondergebracht in een dochteronderneming.
  • Wijzigingen aan IFRS 10 'De geconsolideeerde jaarrekening', IFRS 12 'Toelichting van belangen in andere entiteiten' en IAS 28 'Investeringen in geassocieerde deelnemingen en belangen in joint ventures', ingangsdatum: 1 januari 2016. Deze beperkte wijzigingen brengen meer verduidelijking inzake de voorwaarden voor vrijstelling voor investeringsentiteiten.

Zouden de normen vroegtijdig zijn toegepast, dan zou dat niet van invloed zijn op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2015.

7.1.3 Consolidatie

Dochterondernemingen

Dochterondernemingen zijn ondernemingen waarover de Groep controle heeft. Controle bestaat in de blootstelling aan of de rechten op variabele inkomsten uit haar relatie met de dochterondernemingen en de mogelijkheid om deze inkomsten te beïnvloeden door zijn macht over deze dochterondernemingen. Dochterondernemingen worden volledig geconsolideerd vanaf de datum waarop de controle wordt overgedragen aan de Groep. Ze worden niet langer geconsolideerd vanaf de datum waarop de controle eindigt.

De overnamemethode wordt gebruikt om verslag uit te brengen over de overname van dochterondernemingen door de Groep. De vergoeding van een overname van een dochteronderneming betreft de reële waarde van de overgenomen activa, de aangegane verplichtingen en de uitgegeven eigen vermogen instrumenten door de Groep. De vergoeding van de overname omvat de reële waarde van alle activa of verplichtingen voortvloeiend uit een voorwaardelijke vergoeding. Kosten gerelateerd aan de overname worden opgenomen in de resultatenrekening op het moment dat ze zich voordoen. Identificeerbare overgenomen activa, aangegane verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen in een bedrijfscombinatie worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum. Bij elke individuele overname neemt de Groep elk minderheidsbelang op van de overgenomen partij tegen de reële waarde of tegen het evenredige deel van het minderheidsbelang van de netto-activa van de overgenomen partij.

Het deel van de overnameprijs voor een minderheidsbelang in de overgenomen entiteit dat hoger is dan de reële waarde van het aandeel van de verworven identificeerbare netto activa van de Groep op de aankoopdatum van enig reeds bestaand aandelenbelang in de overgenomen onderneming wordt opgenomen als goodwill. Indien deze lager is dan de reële waarde van de netto activa van de dochteronderneming, in het geval van een voordelige koop, wordt het verschil direct opgenomen in de resultatenrekening.

Alle transacties tussen groepsondernemingen, balansen en nietgerealiseerde winsten op transacties binnen de groep worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, maar beschouwd als een indicatie voor een mogelijke bijzondere waardevermindering van het overgenomen actief.

Transacties met minderheidsbelangen

De Groep behandelt de transacties met minderheidsbelangen als transacties met aandeelhouders van de Groep. Voor aankopen van minderheidsbelangen wordt het verschil tussen de vergoeding die betaald werd en het relevante verworven aandeel van de boekwaarde van de netto activa van de dochteronderneming opgenomen in het eigen vermogen. Winsten en verliezen uit de verkoop van minderheidsbelangen worden ook opgenomen in het eigen vermogen.

Wanneer de Groep niet langer controle of een invloed van betekenis heeft, wordt een eventueel resterend belang in de entiteit gewaardeerd tegen de reële waarde ervan en wordt de verandering van boekwaarde opgenomen als winst of verlies. De reële waarde is de initiële boekwaarde voor het boeken van het behouden belang als een geassocieerd bedrijf, joint venture of financieel actief. Daarnaast worden alle voorheen opgenomen bedragen in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van die entiteit opgenomen alsof de Groep zich direct van de desbetreffende activa of verplichtingen heeft ontdaan. Dit kan betekenen dat de bedragen die voorheen opgenomen werden als overige gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten geherclassificeerd worden in winst of verlies.

7.1.4 Goodwill

Goodwill is het positieve verschil tussen de betaalde vergoeding en het aandeel van de onderneming in de reële waarde van de netto identificeerbare activa van de verworven dochteronderneming/ geassocieerde deelneming op de overnamedatum. Goodwill bij de overname van dochterondernemingen wordt opgenomen onder de "immateriële vaste activa". Goodwill op aankopen van geassocieerde deelnemingen wordt opgenomen onder "investeringen in geassocieerde deelnemingen" en wordt getest op bijzondere waardeverminderingen als onderdeel van de totale balans. Afzonderlijk opgenomen goodwill wordt onderworpen aan een jaarlijkse test op bijzondere waardeverminderingen en wordt opgenomen tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill worden niet teruggenomen. Winsten en verliezen op de verkoop van een entiteit omvatten de boekwaarde van de goodwill met betrekking tot de verkochte entiteit.

De in de balans opgenomen goodwill wordt toegewezen aan vier kasstroom-genererende eenheden (KGE). Deze KGE zijn Mature Market Retail, Growth Markets, Healthcare en Middle East North Africa. Zij vertegenwoordigen het laagste niveau binnen de entiteit waarop goodwill opgevolgd wordt voor interne management doeleinden. Dit is in overeenstemming met het gecentraliseerde bedrijfsmodel dat gedurende 2010 werd geïmplementeerd.

7.1.5 Vreemde valuta

Posten opgenomen in de jaarrekening van elk van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd in de valuta van de voornaamste economische omgeving waarin de entiteit actief is ("de functionele valuta"). De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld in euro, dewelke de rapporteringsmunt is van de Groep.

Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta tegen de wisselkoers die geldig was op de transactiedatum. Koerswinsten en -verliezen die voortvloeien uit de afwikkeling van dergelijke transacties, en uit de omrekening tegen de slotkoersen van monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden opgenomen in de resultatenrekening.

Koerswinsten en -verliezen die betrekking hebben op rentedragende schulden en geldmiddelen en kasequivalenten worden in de resultatenrekening gepresenteerd onder "Financiële opbrengsten" of "Financiële kosten". Alle andere koerswinsten en -verliezen worden in de resultatenrekening gepresenteerd onder "overige bedrijfsopbrengsten/ (kosten), netto".

Voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening worden de activa en verplichtingen van de buitenlandse activiteiten van de Groep omgerekend tegen de slotkoers op balansdatum. Posten van opbrengsten en kosten worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoersen (tenzij dit gemiddelde geen redelijke benadering is van het cumulatief effect van de koersen op de transactiedatums, in dit geval worden baten en lasten omgerekend tegen de koers op de transactiedatums) en de posten van eigen vermogen worden omgerekend tegen de historische koers. De hieruit voortvloeiende koersverschillen worden opgenomen onder het niet gerealiseerd resultaat en gecumuleerd in een afzonderlijke component van het eigen vermogen.

De voornaamste wisselkoersen die zijn gebruikt, zijn als volgt:

31 december 2015 31 december 2014
Munt Slotkoers Gemiddelde
jaarkoers
Slotkoers Gemiddelde
jaarkoers
AUD 1.4897 1.4765 1.4829 1.4724
GBP 0.7340 0.7260 0.7789 0.8064
PLN 4.2639 4.1828 4.2732 4.1853
RUB 80.6736 68.0068 72.3370 51.0062
TRY 3.1765 3.0218 2.8320 2.9071
USD 1.0887 1.1096 1.2141 1.3287

7.1.6 Overige immateriële vaste activa

Een immaterieel vast actief wordt opgenomen in de balans wanneer er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: (1) het actief is identificeerbaar, d.w.z. ofwel afscheidbaar (als het kan worden verkocht, overgedragen, in licentie gegeven) of voortvloeit uit contractuele of andere juridische rechten; (2) het is waarschijnlijk dat de verwachte toekomstige economische voordelen die kunnen worden toegerekend aan het actief naar de Groep zullen vloeien; (3) de Groep heeft zeggenschap over het actief; en (4) de kostprijs van het actief kan op een betrouwbare wijze worden bepaald.

Immateriële vaste activa worden gewaardeerd aan kostprijs (inclusief de kosten die direct toewijsbaar zijn aan de transactie), verminderd met eventuele gecumuleerde afschrijvingen en verminderd met eventuele gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.

IT-projecten vertegenwoordigen binnen de Groep de intern gegenereerde immateriële activa. Voor interne IT-projecten worden de kosten die betrekking hebben op de ontwikkelingsfase gekapitaliseerd als intern gegenereerde immateriële vaste activa. Systemen van de Groep laten een betrouwbare maatstaf toe voor kosten die direct toerekenbaar zijn aan de verschillende IT-projecten.

Extern verworven software wordt gewaardeerd aan kostprijs verminderd met eventuele gecumuleerde afschrijvingen en verminderd met eventuele bijzondere gecumuleerde waardeverminderingsverliezen.

Onderhoudskosten, alsmede de kosten van kleine aanpassingen waarvan het doel is om het niveau van de prestaties van het actief te handhaven (in plaats van te verbeteren), worden beschouwd als kosten op het moment dat ze zich voordoen.

Financieringskosten die direct toerekenbaar zijn aan de aankoop, bouw en of productie van een in aanmerking komend immaterieel vast actief, worden gekapitaliseerd als onderdeel van de kosten van het actief.

Financiële rapportering

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

Immateriële vaste activa worden stelselmatig afgeschreven over de gebruiksduur op basis van de lineaire methode. De tabel hierna geeft een overzicht van de gehanteerde gebruiksduur:

Immateriële vaste activa Geschatte gebruiksduur
Licenties 3 tot 5 jaar
Verworven concessies, octrooien, kennis en
andere soortgelijke rechten 5 jaar

Afschrijvingen beginnen van zodra het actief beschikbaar is voor gebruik.

7.1.7 Onderzoek en Ontwikkeling (O&O)

Niettegenstaande de gedetailleerde follow-up van de O&O-programma's voor productontwikkeling op het niveau van elk project, maakt het administratieve systeem van de Groep geen onderscheid tussen de gemaakte kosten volgens de fasen van de productontwikkeling. Daarom worden de kosten die betrekking hebben op de onderzoeks- en ontwikkelingsfase opgenomen bij de operationele kosten van de resultatenrekening.

7.1.8 Terreinen, gebouwen, machines en installaties

Terreinen, gebouwen, machines en installaties worden geboekt tegen de kostprijzen verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en verminderd met bijzondere gecumuleerde waardeverminderingsverliezen. De kostprijzen omvatten alle kosten die direct toerekenbaar zijn om het actief in de staat te krijgen die noodzakelijk is om te functioneren op de door het management beoogde wijze. Financieringskosten die direct toerekenbaar zijn aan de aankoop, bouw en/of productie van een in aanmerking komend actief worden gekapitaliseerd als deel van de kosten van het actief.

Uitgaven voor herstellingen en onderhoud die enkel bedoeld zijn om de waarde van vaste activa op peil te houden, maar niet om ze te verhogen, worden verwerkt in de resultatenrekening. Uitgaven voor grote herstellingen en voor groot onderhoud, die leiden tot een toename van de toekomstige economische voordelen die door het vaste actief zullen worden gegenereerd, worden evenwel geïdentificeerd als een afzonderlijk element van de aanschaffingswaarde. De kosten van terreinen, gebouwen, machines en installaties worden onderverdeeld in belangrijke bestanddelen. Deze belangrijke bestanddelen, die worden vervangen op regelmatige tijdstippen en bijgevolg een gebruiksduur hebben die verschilt van die van de vaste activa waarin ze zijn verwerkt, worden afgeschreven over hun specifieke gebruiksduur. In geval van vervanging wordt het bestanddeel vervangen en niet langer in de balans opgenomen en wordt het nieuwe bestanddeel afgeschreven tot de volgende grote herstelling of groot onderhoud.

Het af te schrijven bedrag wordt lineair afgeschreven over de gebruiksduur van het actief. Het af te schrijven bedrag betreft de aankoopkosten, verminderd met de restwaarde, indien aanwezig. De tabel hierna geeft een overzicht van de gehanteerde gebruiksduur:

Materiële vaste activa Geschatte gebruiksduur
Grond n.v.t.
Grondverbetering en gebouwen 30 jaar
Fabrieken, machinepark en apparatuur 10 tot 15 jaar
Meubilair en rollend materieel 4 tot 8 jaar
Overige materiële vaste activa 5 jaar
IT-apparatuur 3 tot 5 jaar

De gebruiksduur van de machines wordt regelmatig geëvalueerd. Elke keer dat een belangrijke opwaardering wordt uitgevoerd, verlengt een dergelijke opwaardering de gebruiksduur van de machine. De kosten van de opwaardering worden toegevoegd aan de boekwaarde van de machine en de nieuwe boekwaarde wordt prospectief afgeschreven over de resterende geschatte gebruiksduur van de machine.

7.1.9 Lease-overeenkomsten

Financiële leases

De Groep heeft leasing-overeenkomsten aangegaan voor bepaalde terreinen, gebouwen, machines en installaties. Leasingovereenkomsten van terreinen, gebouwen, machines en installaties, waarbij alle aan de

eigendom verbonden risico's en voordelen worden overgedragen aan de Groep, worden ingedeeld als financiële leases. Activa aangehouden onder financiële lease worden opgenomen als activa van de Groep bij de aanvang van de leaseperiode tegen bedragen die gelijk zijn aan de reële waarde van het geleased actief of, indien ze lager zijn, tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen.

Elke aflossing wordt opgesplitst in een terugbetaling van de leasingschuld en een betaling van rente, volgens een verhouding die ervoor zorgt dat er over de volledige looptijd een constante rentelast ontstaat in vergelijking met het openstaande kapitaal. Financiële kosten worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening, tenzij ze direct toerekenbaar zijn aan in aanmerking komend activa , in welk geval zij worden gekapitaliseerd. Voorwaardelijke leasebetalingen zijn opgenomen als kosten in de periode waarin ze zich voordoen.

Indien het redelijk zeker is dat de Groep aan het einde van de leaseperiode de eigendom zal verkrijgen, zal het actief worden afgeschreven over de gebruiksduur. In alle andere gevallen wordt het actief afgeschreven over de kortere periode van de gebruiksduur van het actief of de leaseperiode.

Operationele leases

Een leaseovereenkomst wordt ingedeeld als een operationele lease als alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen niet zijn overgedragen aan de huurder. Betalingen uit hoofde van operationele leases (na aftrek van eventuele aanmoedigingspremies van de verhuurder) worden op lineaire basis in rekening gebracht van de resultatenrekening gedurende de looptijd van de huurovereenkomst.

7.1.10 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa, andere dan goodwill

Immateriële vaste activa met een onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet beschikbaar zijn voor gebruik, worden niet afgeschreven, maar worden jaarlijks aan een test op bijzondere waardevermindering onderworpen.

Andere activa die wel worden afgeschreven, worden onderworpen aan een test op bijzondere waardevermindering wanneer gebeurtenissen of gewijzigde omstandigheden erop wijzen dat de boekwaarde mogelijk niet realiseerbaar is. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt opgenomen voor het bedrag waarmee de boekwaarde van het actief de realiseerbare waarde overschrijdt. De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de reële waarde van een actief, verminderd met de verkoopkosten, en de bedrijfswaarde.

Wanneer een bijzonder waardeverminderingsverlies teruggenomen wordt, wordt de boekwaarde van het actief (of een kasstroomgenererende eenheid) verhoogd tot de herziene schatting van het realiseerbare bedrag, maar zodanig dat de verhoogde boekwaarde de boekwaarde die bepaald zou zijn als er in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies zou zijn opgenomen voor het actief (of kasstroom-genererende eenheid), niet overschrijdt. Een terugneming van een bijzondere waardevermindering wordt onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.

7.1.11 Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van de kostprijs of de opbrengstwaarde. De kostprijs van voorraden moet worden toegerekend volgens de FIFO (first-in, first-out) methode. De kostprijs voor afgewerkte producten en goederen in bewerking omvat de productiekosten, zoals grondstoffen, directe loonkosten, en ook de indirecte productiekosten (productie-overheadkosten gebaseerd op de normale bedrijfscapaciteit). De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs in het kader van de normale bedrijfsvoering, verminderd met de variabele kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren.

Reserve-onderdelen worden door de Groep opgenomen als vaste activa indien ze naar verwachting zullen gebruikt worden in meer dan één periode en als ze specifiek zijn voor één enkele machine. Als ze naar verwachting niet worden gebruikt in meer dan één periode, of als ze voor meerdere machines kunnen worden gebruikt, worden ze opgenomen als voorraden. Voor de reserve-onderdelen die geclassificeerd zijn als voorraden, maakt de Groep gebruik van bijzondere

waardeverminderingsregels op basis van het economische gebruik van deze reserve-onderdelen.

7.1.12 Omzet-erkenning

De omzet wordt gewaardeerd aan de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding en vertegenwoordigt de te ontvangen bedragen met betrekking tot de verkoop van goederen en het verrichten van diensten over het normale verloop van de bedrijfsvoering, verminderd met kortingen, de belasting over de toegevoegde waarde en andere verkoop gerelateerde belastingen en na eliminatie van verkopen binnen de groep.

De Groep neemt de opbrengsten uit de verkoop van goederen op als aan specifieke criteria voldaan is:

  • de Groep heeft aan de koper de belangrijke risico's en eigendomsopbrengsten van de goederen overgedragen;
  • de Groep behoudt noch de feitelijke zeggenschap die normaal geassocieerd wordt met eigendom, noch de effectieve controle over de verkochte goederen,
  • de inbaarheid van de hieraan gerelateerde vordering is redelijkerwijs verzekerd.

Opbrengsten worden opgenomen zodra de producten geleverd zijn aan de klant en de klant deze aanvaardt. De producten worden over het algemeen verkocht aan klanten op "ex works" basis, maar er kunnen op hun vraag door ons extra diensten worden aangeboden zoals de levering aan de klant zelf of zijn magazijnen. De verkoopprijs van onze producten omvat in het algemeen een bedrag van de door ons gemaakte leveringskosten. Bijgevolg wordt dit bestanddeel weergegeven in de opbrengsten.

De criteria om de omzet te erkennen worden toegepast op de afzonderlijk identificeerbare componenten van één enkele transactie, teneinde de economische realiteit weer te geven.

Rentebaten zijn opgenomen volgens de effectieve-rentemethode. Dividenden zijn opgenomen wanneer de aandeelhouder het recht heeft verkregen om betaling te ontvangen.

7.1.13 Financiële activa

De financiële activa van de Groep worden ingedeeld in de volgende categorieën: tegen reële waarde via de winst- of verliesrekening, en leningen en vorderingen. De classificatie is afhankelijk van het doel waarvoor de financiële activa werden aangekocht. Het management bepaalt de classificatie van haar financiële activa bij de eerste opname in de balans.

a) Financiële activa tegen reële waarde via de winst- of verliesrekening (RWWV)

Financiële activa worden geclassificeerd als zijnde RWWV wanneer het financieel actief wordt aangehouden voor verhandelingsdoeleinden ("trading") of is aangewezen als zijnde RWWV.

Een financieel actief wordt geclassificeerd als aangehouden voor verhandelingsdoeleinden indien:

  • Het voornamelijk is aangekocht met als doel het te verkopen in de nabije toekomst; of
  • Het maakt bij de eerste opname deel uit van een portefeuille van geïdentificeerde financiële instrumenten die de groep gezamenlijk beheert en het heeft een recent, actueel patroon van winstnemingen op korte termijn; of
  • Het is een derivaat dat niet effectief is ontworpen als indekkingsinstrument.

Een financieel actief anders dan een financieel actief gehouden voor verhandelingsdoeleinden kan bij eerste opname worden aangewezen als zijnde RWWV indien:

● Een dergelijke classificatie een waardering of opname-inconsistentie die anders zou ontstaan elimineert of aanzienlijk reduceert; of

  • Het financieel actief deel uitmaakt van een groep van financiële activa of financiële verplichtingen of beiden, die wordt beheerd en waarvan de prestaties worden geëvalueerd op basis van reële waarde in overeenstemming met het risicobeleid of de beleggingsstrategie van de Groep, en informatie over het groeperen op die basis intern wordt verstrekt; of
  • Het maakt deel uit van een contract met een of meer vastgelegde derivaten, en IAS 39 staat toe dat het gehele gecombineerde contract wordt gedefinieerd als zijnde RWWV.

Financiële activa op basis van RWWV worden gewaardeerd aan reële waarde, waarbij eventuele winsten of verliezen uit herwaardering via de winst- of verliesrekening worden opgenomen. De netto winst of verlies die als winst of verlies is opgenomen, omvat alle dividenden of rente die het financieel actief heeft opgebracht en maakt onderdeel uit van de post "overige winsten en verliezen".

Financiële activa tegen reële waarde via de winst- of verliesrekening zijn financiële activa aangehouden voor verhandelingsdoeleinden: ze worden geclassificeerd als vlottende activa. Derivaten worden geclassificeerd als aangehouden voor verhandelingsdoeleinden, tenzij hedge accounting wordt toegepast (zie 7.1.23. hieronder).

Activa in deze categorie zijn opgenomen in de balans tegen de reële waarde en vervolgens aangepast aan de reële waarde, waarbij alle aanpassingen onmiddellijk in de resultatenrekening zijn opgenomen.

b) Leningen, schulden en vorderingen

Leningen, schulden en vorderingen zijn niet-derivate financiële activa met vaste of bepaalbare betalingen die niet op een actieve markt worden genoteerd. Leningen, schulden (inclusief handels- en overige schulden) en vorderingen (met inbegrip van handelsvorderingen en overige vorderingen, geldmiddelen en kasequivalenten) worden op basis van de effectieve rentemethode gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, verminderd met eventuele bijzondere waardeverminderingen.

De effectieve-rentemethode is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs van een schuldinstrument en de toewijzing van rente-inkomsten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige kasontvangsten (inclusief alle betaalde of ontvangen vergoedingen en prijsfluctuaties die een integraal onderdeel vormen van de effectieve rentevoet, transactiekosten en andere premies of kortingen) over de verwachte levensduur van het schuldinstrument disconteert, of, in voorkomend geval, een kortere periode, tegen de netto boekwaarde bij de eerste opname.

Handels- en overige vorderingen na en binnen een jaar zijn in eerste instantie opgenomen tegen reële waarde en daarna gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, d.w.z. tegen de netto huidige waarde van het vorderingsbedrag, met behulp van de effectieve rentevoetmethode, na aftrek van voorzieningen voor bijzondere waardevermindering.

Een voorziening voor bijzondere waardevermindering van handelsvorderingen wordt verantwoord wanneer er objectieve aanwijzingen zijn dat de Groep niet in staat zal zijn alle verschuldigde bedragen te innen volgens de oorspronkelijke voorwaarden van de vorderingen. Het bedrag van de voorziening is het verschil tussen de boekwaarde en de huidige waarde van geschatte kasstromen, inclusief de opbrengst van kredietverzekeringscontracten, verdisconteerd tegen de effectieve rente.

De hoogte van de voorziening wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van het actief en is opgenomen in de resultatenrekening in "verkoop- en marketingkosten".

Handelsvorderingen worden niet meer opgenomen in de balans wanneer (1) de rechten op de kasstromen uit de handelsvorderingen zijn vervallen, (2) de Groep nagenoeg alle risico's en voordelen met betrekking tot de vorderingen heeft overgedragen.

Financiële rapportering

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

c) Niet langer opnemen van financiële activa

De Groep neemt niet langer een financieel actief op enkel wanneer de contractuele rechten op de kasstromen uit het actief zijn vervallen, of wanneer ze het financiële actief en nagenoeg alle aan de eigendom van het actief verbonden risico's en voordelen overdraagt aan een andere entiteit. Als de Groep nagenoeg alle aan de eigendom van het actief verbonden risico's en voordelen niet overdraagt noch behoudt en toch doorgaat het overgenomen actief te controleren, erkent de Groep haar belang in het actief en de daarbij horende aansprakelijkheid voor bedragen die wellicht door haar betaald moeten worden. Als de Groep nagenoeg alle aan de eigendom van een overgedragen financieel actief verbonden risico's en voordelen behoudt, handhaaft de Groep het financiële actief in de balans en erkent eveneens een gewaarborgde lening voor de ontvangen opbrengsten.

Bij het niet langer opnemen van een financieel actief in zijn geheel wordt het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de som van de ontvangen vergoeding en vordering en de cumulatieve winst of verlies opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten en gecumuleerd in het eigen vermogen, opgenomen via de winst- of verliesrekening.

Bij de verwijdering van een financieel actief anders dan in zijn geheel (bijvoorbeeld wanneer de Groep de optie behoudt om een deel van een overgedragen actief terug te kopen), zal de Groep de vorige boekwaarde van het financieel actief verdelen tussen het deel dat onder de noemer van aanhoudende betrokkenheid nog steeds is opgenomen in de balans, en het deel dat niet meer is opgenomen op basis van de relatieve reële waarde van die delen op de overdrachtdatum. Het verschil tussen de boekwaarde toegewezen aan het deel dat niet meer is opgenomen in de balans en de som van de ontvangen vergoeding ervoor en alle eraan toegewezen cumulatieve winst of verlies opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, wordt opgenomen in de winst- of verliesrekening. Een cumulatieve winst of verlies opgenomen in niet-gerealiseerde inkomsten wordt verdeeld tussen het deel dat is opgenomen in de balans en het deel dat niet meer is opgenomen op basis van de relatieve reële waarde van die delen.

7.1.14 Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten contanten, onmiddellijk opvraagbare deposito's bij banken en overige kortlopende, zeer liquide beleggingen met een oorspronkelijke looptijd van drie maanden of minder. Bankschulden worden in de balans opgenomen onder de kortlopende leningsverplichtingen.

7.1.15 Kapitaal

Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen. Indien een onderneming van de Groep maatschappelijk kapitaal (eigen aandelen) van de vennootschap koopt, wordt de betaalde vergoeding in mindering gebracht op het eigen vermogen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de vennootschap totdat de aandelen worden geschrapt of opnieuw worden uitgegeven. Kosten die direct toewijsbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen worden in het eigen vermogen opgenomen in mindering van de opbrengsten, na aftrek van belastingen.

Financiële instrumenten, zoals de Convertible Preferred Equity Certificates (CPEC's), worden of opgenomen als financiële verplichtingen of als eigen vermogen. Het financiële instrument is opgenomen in het eigen vermogen enkel en alleen als het instrument geen contractuele verplichting heeft om geldmiddelen of een ander financieel actief te leveren, of om financiële activa of verplichtingen uit te wisselen onder voorwaarden die mogelijk nadelig kunnen zijn voor de Groep, en als het instrument kan of zal worden afgewikkeld in een vast aantal van de eigen vermogensinstrumenten van de Groep.

7.1.16 Overheidssubsidies

Subsidies van overheden zijn opgenomen tegen hun reële waarde wanneer er een redelijke zekerheid is dat de subsidie zal worden ontvangen en de Groep alle bijbehorende voorwaarden zal naleven.

Overheidssubsidies met betrekking tot terreinen, gebouwen, machines en installaties worden in mindering gebracht op de kostprijs van de activa waarop ze betrekking hebben en worden lineair opgenomen in de

resultatenrekening gedurende de verwachte gebruiksduur van de desbetreffende activa.

7.1.17 Personeelsbeloningen

Kortetermijnpersoneelsbeloningen

Kortetermijnpersoneelsbeloningen zijn in de resultatenrekening opgenomen als een kost in de periode waarin de diensten zijn geleverd. Elke onbetaalde beloning is in de balans opgenomen onder de kortlopende Personeelsbeloningen.

Vergoedingen na uitdiensttreding

De entiteiten binnen de Groep hebben verschillende pensioenregelingen. Het merendeel van de regelingen zijn niet volledig gefinancierd. Sommige regelingen worden gefinancierd via betalingen aan verzekeringsmaatschappijen of pensioenfondsen, bepaald door periodieke actuariële berekeningen. De Groep heeft zowel toegezegdebijdragenregelingen als toegezegde-pensioenregelingen Een toegezegdebijdrageregeling is een pensioenregeling waarbij de Groep vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit. De Groep heeft geen in rechte afdwingbare verplichting, noch een feitelijke verplichting om de bijdragen voort te zetten als het fonds niet over voldoende activa beschikt om alle werknemers in de beloningen te voorzien die verband houden met de geleverde dienstprestaties van de werknemer in de huidige en voorgaande perioden. Een toegezegde-pensioenregeling is een pensioenregeling die geen toegezegde-bijdrageregeling is. Een typisch toegezegde-pensioenregeling bevat het pensioenbedrag dat een werknemer op moment van pensionering zal ontvangen en is gewoonlijk afhankelijk van één of meerdere factoren zoals leeftijd, aantal jaren dienst en het loonpakket.

De verplichting die in de balans met betrekking tot toegezegdepensioenregelingen is opgenomen, is de contante waarde van de toegezegde-pensioensregelingen aan het eind van de rapporteringsperiode verminderd met de reële waarde van de opgebouwde fondsbeleggingen van de pensioenregeling. De toegezegde pensioenregeling wordt jaarlijks berekend door onafhankelijke actuarissen volgens de 'projected unit credit'-methode. De contante waarde van de toegezegde pensioenregelingen wordt bepaald door de geschatte toekomstige uitgaande kasstromen te verdisconteren met behulp van rentevoeten van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit die zijn aangeduid in de valuta waarin de beloningen betaald worden, en die looptijden hebben die de looptijd van de gerelateerde pensioenverplichting benaderen. In landen waar niet voldoende marktpenetratie is voor dergelijke obligaties, wordt de marktrente op staatsobligaties gebruikt.

Actuariële winsten en verliezen als gevolg van aanpassingen en wijzigingen in de actuariële veronderstellingen worden opgenomen ten laste of ten gunste van de niet gerealiseerde resultaten in de periode waarin zij zich voordoen.

Pensioenkosten verbonden aan de verstreken diensttijd zijn direct opgenomen in de winst- en verliesrekening. De netto rentekosten met betrekking tot de toegezegde- pensioenregelingen zijn opgenomen in de financiële kosten.

Voor toegezegde-bijdrageregelingen betaalt de Groep bijdragen aan openbaar of particulier beheerde pensioenverzekeringen op verplichte, contractuele of vrijwillige basis. De Groep heeft geen verdere betalingsverplichtingen nadat de bijdragen zijn betaald. De premies zijn opgenomen als kosten voor personeelsbeloningen wanneer ze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde bijdragen zijn opgenomen als actief voor zover een terugbetaling in contanten of een vermindering van de toekomstige betalingen verwacht wordt.

Langetermijnpersoneelsbeloningen

Niet-gefinancierde verplichtingen die voortvloeien uit langlopende personeelsbeloningen zijn opgenomen door gebruik te maken van de 'projected unit credit'-methode.

Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen zijn opgenomen als een verplichting wanneer de Groep zich aantoonbaar heeft verbonden tot de beëindiging van het dienstverband van een werknemer of een groep van werknemers vóór de normale pensioendatum. De Groep is alleen aantoonbaar verbonden tot beëindiging van het dienstverband wanneer het gaat over een gedetailleerd formeel plan voor de vroegtijdige beëindiging en er geen realistische mogelijkheid bestaat voor de intrekking ervan. Ontslagvergoedingen van lange termijn worden geactualiseerd met behulp van dezelfde disconteringsvoet als hierboven gebruikt voor toegezegde-pensioenregelingen.

7.1.18 Op aandelen gebaseerde betalingen

De Groep had een incentiveplan waarvan de betaling gebaseerd was op de aandelen van de Groep en die afgewikkeld werden in geldmiddelen. Dit plan eindigde in juni 2014 op het moment dat Ontex Group NV haar aandelen succesvol heeft genoteerd op de Brusselse Euronext beurs.

De kosten verbonden aan het eerder genoemde plan werden bepaald op basis van de reële waarde van de aangegane verplichting. De verplichting werd opnieuw gewaardeerd aan het einde van elke verslagperiode en op de datum van uitkering, waarbij de wijzigingen in de reële waarde opgenomen worden in de winst- en verliesrekening van de periode. De reële waarde van de verplichting is opgenomen in de balans over de resterende wachtperiode (vesting period) van de rechten op het moment van de herwaardering.

Sinds de IPO heeft de Groep een op aandelen gebaseerd compensatieplan dat in eigen-vermogensinstrumenten wordt afgewikkeld en dat bestaat uit aandelenopties en voorwaardelijk toegekende aandelen-eenheden (Restricted Stock Units – RSU). Voor toekenningen van opties en RSU na 30 juli 2014, wordt de reële waarde van de verkregen diensten van de werknemer bepaald op basis van de reële waarde van de toegekende aandelen en aandelenopties op datum van toekenning. De Groep neemt de reële waarde van de diensten die werden ontvangen in ruil voor de toekenning van de opties op als kost met een overeenstemmende toename van het eigen vermogen over de wachtperiode. De reële waarde van de toegekende opties wordt bepaald aan de hand van waarderingsmodellen waarbij rekening wordt gehouden met parameters als de uitoefenprijs van de optie, de aandelenprijs op moment van de toekenning van de optie, de risicovrije rentevoet voor de looptijd van de optie, de verwachte volatiliteit van de aandelenprijs over de looptijd van de optie en andere belangrijke factoren. Met de voorwaarden die bepalen of de entiteit de diensten ontvangt die de tegenpartij op grond van een op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomst recht geven op ontvangst van eigen-vermogensinstrumenten van de entiteit ("vesting conditions") wordt enkel rekening gehouden voor de bepaling van de reële waarde als het marktgerelateerde voorwaarden betreft. Niet marktgerelateerde "vesting conditions" worden in aanmerking genomen door het aantal aandelen of aandelenopties aan te passen welke zijn opgenomen in de bepaling van de kost van de werknemerprestaties zodat uiteindelijk het bedrag dat opgenomen wordt in de resultatenrekening het aantal "vested" aandelen of aandelenopties weerspiegelt.

Op elke balansdatum herziet de entiteit haar schatting van het aantal opties die verwacht worden uitgeoefend te worden en neemt zij de impact van deze herzieningen, indien van toepassing, op in de resultatenrekening en een overeenstemmende aanpassing van het eigen vermogen over de resterende wachtperiode ("vesting period").

Wanneer de opties uitgeoefend worden, worden de verkregen opbrengsten netto van de direct toewijsbare transactiekosten gecrediteerd ten opzichte van het aandelenkapitaal (nominale waarde) en de uitgiftepremie.

De sociale zekerheidsbijdragen die te betalen zijn in verband met de toekenning van de aandelenopties worden beschouwd als een integraal deel van de toekenning zelf en de kost wordt behandeld als een in geldmiddelen afgewikkelde transactie.

7.1.19 Voorzieningen

Voorzieningen zijn opgenomen in de balans wanneer (I) de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden; (II) het waarschijnlijk is dat een betaling vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen; (III) en het bedrag op betrouwbare wijze kan geschat worden. Waar er meerdere gelijkaardige

verplichtingen zijn, wordt de waarschijnlijkheid dat er een betaling vereist zal zijn, gebaseerd op de categorie van de verplichtingen in zijn geheel.

Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting nodig zijn om de verplichting af te wikkelen met behulp van een disconteringsvoet, vóór belastingen, die de huidige marktcondities van de tijdswaarde van geld en de specifieke risico's van de verplichting goed weergeeft. De toename van de voorziening door het verstrijken van tijd is in de balans opgenomen als zijnde financiële kosten.

Als de Groep een verlieslatend contract heeft, wordt dit in de balans opgenomen als een voorziening. Voorzieningen voor herstructurering omvatten boetes voor het beëindigingen van lease overeenkomsten en ontslagvergoedingen voor werknemers. Voorzieningen voor toekomstige exploitatieverliezen zijn niet opgenomen in de balans.

Een voorziening voor herstructurering wordt alleen opgenomen als de Groep op de balansdatum een feitelijke verplichting kan aantonen om te herstructureren. De feitelijke verplichting moet worden aangetoond door: (a) een gedetailleerd formeel plan waarin de hoofdelementen van de herstructurering zijn vastgelegd, en (b) het wekken van een geldige verwachting bij de betrokkenen dat de herstructurering zal worden doorgevoerd door een aanvang te nemen met de uitvoering van het plan of door de hoofdlijnen ervan mee te delen aan de betrokkenen.

7.1.20 Inkomstenbelastingen

Inkomstenbelasting is de som van de verschuldigde actuele en uitgestelde belastingverplichtingen.

De verschuldigde actuele inkomstenbelastingskost is berekend op basis van de belastingtarieven (en de belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces materieel is afgesloten tegen het einde van de rapporteringsperiode in de landen waar de dochterondernemingen van de Groep actief zijn en belastbaar inkomen genereren. Zoals bepaald in IAS 12 §46 "Inkomstenbelastingen", evalueert het management op periodieke wijze de ingenomen posities in de belastingaangiften met betrekking tot situaties waarin de geldende fiscale wetgeving onderhevig is aan interpretatie en stelt waar nodig bijkomende verplichtingen op die gebaseerd zijn op de verwachte bedragen die verschuldigd zijn aan de belastingautoriteiten. Deze evaluatie gebeurt voor alle fiscale periodes die nog kunnen gecontroleerd worden door de bevoegde instanties.

Uitgestelde belastingvorderingen en verplichtingen worden gewaardeerd tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zijn op de periode waarin de vordering wordt gerealiseerd of de verplichting wordt afgewikkeld, op basis van de belastingtarieven (en de belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces materieel is afgesloten tegen het einde van de rapporteringsperiode.

Uitgestelde belastingvorderingen en verplichtingen voor tijdelijke verschillen tussen de fiscale boekwaarde van activa en verplichtingen en hun boekwaarde in de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen in de balans.

Uitgestelde belastingverplichtingen zijn echter niet opgenomen in de balans voor:

  • De eerste opname van goodwill;
  • De eerste opname van een actief of verplichting in een transactie anders dan een bedrijfscombinatie die op het moment van de transactie geen invloed heeft op de commerciële winst of de fiscale winst (het fiscaal verlies);
  • Uitgestelde belastingvorderingen voor tijdelijke verschillen die ontstaan op investeringen in dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen, behalve voor uitgestelde belastingverplichtingen waarbij het tijdstip van de terugname van het tijdelijke verschil onder controle staat van de Groep en het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil niet zal worden teruggeboekt in de voorzienbare toekomst, zijn opgenomen in de balans.

Uitgestelde belastingverplichtingen zijn doorgaans opgenomen in de balans voor alle belastbare tijdelijke verschillen (inclusief niet gebruikte fiscale verliezen/ overdraagbare fiscale aftrekken). Uitgestelde

Financiële rapportering

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

belastingvorderingen voor alle aftrekbare tijdelijke verschillen zijn doorgaans opgenomen, in die mate dat het waarschijnlijk is dat er belastbare winst beschikbaar zal zijn waarmee die aftrekbare tijdelijke verschillen kunnen worden gecompenseerd.

De boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen wordt beoordeeld aan het einde van elke rapporteringsperiode en verminderd voor zover het niet langer waarschijnlijk is dat voldoende belastbare winsten beschikbaar zullen zijn om het hele actief of een deel ervan terug te vorderen.

Uitgestelde belastingvorderingen worden berekend op het niveau van elke fiscale entiteit in de groep. De Groep is in staat om de uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen te vereffenen indien de uitgestelde belastingvorderingen betrekking hebben op belastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit.

7.1.21 Financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen worden geclassificeerd als financiële verplichtingen "RWWV" of "overige financiële verplichtingen".

Een financieel actief en een financiële verplichting zullen worden gecompenseerd en het netto bedrag zal worden weergegeven in de balans enkel en alleen wanneer een entiteit:

  • a) een in rechte afdwingbaar recht heeft om de opgenomen bedragen te compenseren; en
  • b) het voornemen heeft dit te verrekenen op een netto basis, of om het actief te realiseren en de verplichting tegelijkertijd te verrekenen.

Financiële verplichtingen RWWV

Financiële verplichtingen worden geclassificeerd als RWWV wanneer de financiële verplichting wordt aangehouden voor handelsdoeleinden of is aangewezen als zijnde RWWV.

Een financiële verplichting wordt geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden indien:

  • het voornamelijk is aangekocht met het doel het in de nabije toekomst terug te kopen; of
  • het bij de eerste opname deel uitmaakt van een portefeuille van geïdentificeerde financiële instrumenten die de groep gezamenlijk beheert en het een recent, feitelijk patroon heeft van winstnemingen op korte termijn; of
  • het een derivaat is dat niet is aangewezen en niet effectief is als afdekkingsinstrument.

Een financiële verplichting anders dan een financiële verplichting aangehouden voor handelsdoeleinden kan worden aangewezen als zijnde RWWV bij de eerste opname ervan in de balans indien:

  • een dergelijke classificatie de waardering of opname-inconsistentie die anders zou ontstaan elimineert of aanzienlijk reduceert; of
  • de financiële verplichting deel uitmaakt van een groep van financiële activa of financiële verplichtingen of beiden, die wordt beheerd en waarvan de prestaties worden geëvalueerd op basis van reële waarde in overeenstemming met het risicobeleid of de beleggingsstrategie van de Groep, en informatie over het groeperen op die basis intern wordt verstrekt; of
  • het deel uitmaakt van een contract met een of meer besloten derivaten en IAS 39 toestaat dat het gehele gecombineerde contract (actief of verplichting) wordt aangewezen als zijnde RWWV.

Financiële verplichtingen aangewezen als zijnde RWWV worden geëvalueerd tegen de reële waarde, waarbij eventuele baten of lasten die hieruit voortvloeien zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening. De netto baten of lasten opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening omvatten alle op de financiële verplichting betaalde rente.

Overige financiële verplichtingen

Overige financiële verplichtingen (inclusief leningen en handelsschulden en overige schulden) worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode.

Leningen worden initieel opgenomen tegen reële waarde na aftrek van transactiekosten. Leningen worden vervolgens geëvalueerd tegen geamortiseerde kostprijs; elk verschil tussen de opbrengst (na aftrek van transactiekosten) en de aflossingswaarde is opgenomen in de jaarrekening over de looptijd van de lening op basis van de effectieverentemethode. Leningen worden geclassificeerd als kortlopende verplichtingen tenzij de Groep een onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting tot ten minste 12 maanden uit te stellen na het einde van de verslagperiode.

De effectieve-rentemethode is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kosten van een financiële verplichting en de toewijzing van rente-inkomsten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige kasontvangsten (inclusief alle betaalde of ontvangen vergoedingen en prijsfluctuaties die een integraal onderdeel vormen van de effectieve rentevoet, transactiekosten en andere premies of kortingen) gedurende de verwachte levensduur van de financiële verplichting verdisconteert, of, in voorkomend geval, een kortere periode, tegen de netto boekwaarde bij de eerste opname.

Een beperkt deel van de handelsschuld is onderhevig aan omgekeerde factoring. Als de belangrijkste risico's en voordelen van de handelsschuld bij de Groep blijven, is de financiële verplichting niet verwijderd uit de handelsschuld.

7.1.22 Afgeleide financiële instrumenten

De Groep beschikt over een verscheidenheid aan afgeleide financiële instrumenten om de blootstelling aan rente- en buitenlandse valutarisico's en grondstofrisico's te beheersen, waaronder valutatermijncontracten, contracten voor de indekking van grondstofprijzen en interest CAP's en SWAP's en een total return swap.

Derivaten worden boekhoudkundig verwerkt in overeenstemming met IAS 39. Derivaten zijn initieel opgenomen tegen reële waarde op de datum waarop de derivatencontracten zijn aangegaan, en worden vervolgens geherwaardeerd tegen hun reële waarde aan het einde van elke rapporteringsperiode. De resulterende opbrengsten of kosten worden onmiddellijk opgenomen in de winst- of verliesrekening, tenzij het derivaat bedoeld is en effectief is als indekkingsinstrument, in welk geval de timing van de opname in de winst- of verliesrekening afhangt van de aard van de indekkingsrelatie.

De reële waarde van de verschillende afgeleide instrumenten wordt gerapporteerd in toelichting 7.4 "Financiële instrumenten en het beheer van financiële risico's". De volledige reële waarde van een derivaat wordt geclassificeerd als een langlopend actief of verplichting wanneer de resterende looptijd van het onderliggende ingedekte element langer is dan 12 maanden en als vlottend actief of verplichting wanneer de resterende looptijd van het onderliggende ingedekte element korter is dan 12 maanden.

Als er geen hedge accounting wordt toegepast, neemt de Groep alle opbrengsten en kosten die voortvloeien uit wijzigingen in de reële waarden van de derivaten op in de geconsolideerde resultatenrekening in "Overige bedrijfsopbrengsten/kosten" als ze betrekking hebben op bedrijfsactiviteiten, en in "Financiële inkomsten" of "Financiële kosten" als ze betrekking hebben op de financieringsactiviteiten van de Groep (bv. renteswaps met betrekking tot de leningen met variabele rente).

Financiële activa en verplichtingen worden gecompenseerd en het nettobedrag wordt in de balans gerapporteerd wanneer er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om de opgenomen bedragen te compenseren en er de intentie is om het actief op een netto basis af te wikkelen of te realiseren, en de verplichting tegelijkertijd af te wikkelen.

7.1.23 Hedge accounting

De Groep duidt bepaalde indekkingsinstrumenten aan als kasstroomindekkingen als ze derivaten omvatten ten aanzien van vreemde valutarisico's en grondstoffen. Indekkingen van vreemde valutarisico's op vaststaande toezeggingen worden boekhoudkundig verwerkt als kasstroomindekkingen.

Bij de aanvang van de indekkingsrelatie documenteert de entiteit de relatie tussen het indekkingsinstrument en de ingedekte post, samen met de risicobeheerdoelstellingen en strategie voor het ondernemen van verschillende indekkingstransacties. Bovendien documenteert de Groep bij het aangaan van de indekking en op een continue basis of het indekkingsinstrument zeer effectief is bij de compensatie van wijzigingen in de reële waarde, of kasstromen van de ingedekte post toerekenbaar aan het ingedekte risico.

Het effectieve deel van wijzigingen in de reële waarde van derivaten die aangeduid worden en in aanmerking komen als kasstroomindekkingen, wordt opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en gecumuleerd onder de noemer van kasstroom indekkingsreserve. De opbrengsten of kosten met betrekking tot het niet-effectieve deel worden onmiddellijk opgenomen in de winst- of verliesrekening, en zijn ondergebracht in de post "overige bedrijfsopbrengsten/(kosten)".

Bedragen die voorheen waren opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en gecumuleerd werden in het eigen vermogen, worden geherclassificeerd naar de winst- of verliesrekening in de periodes wanneer de ingedekte post is opgenomen in de winst- of verliesrekening, in dezelfde regel van de geconsolideerde resultatenrekening als de opgenomen ingedekte post. Echter, wanneer de ingedekte verwachte transactie resulteert in de opname van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, worden de opbrengsten en kosten die voorheen waren opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en gecumuleerd in het eigen vermogen, overgebracht van het eigen vermogen en opgenomen in de initiële waardering van de kosten van het niet-financieel actief of de niet-financiële verplichting.

Hedge accounting wordt niet verder gezet wanneer de Groep de indekkingsrelatie herroept, wanneer het indekkingsinstrument afloopt of is verkocht, beëindigd of uitgeoefend, of wanneer het niet meer in aanmerking komt voor hedge accounting. Alle baten of lasten, opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en gecumuleerd in het eigen vermogen, blijven in het eigen vermogen en zijn opgenomen in de balans wanneer de verwachte transactie uiteindelijk is opgenomen in winst of verlies. Als een toekomstige transactie niet langer waarschijnlijk blijkt, worden de baten of lasten gecumuleerd in het eigen vermogen direct opgenomen in de winst- of verliesrekening.

7.1.24 Bedrijfssegmenten

De activiteiten van de Groep bevinden zich in één segment. Er zijn geen andere belangrijke klassen van bedrijfsactiviteiten, noch individueel noch gezamenlijk. Het hoogstgeplaatste orgaan dat belangrijke operationele beslissingen neemt, de Raad van Bestuur, herziet de bedrijfsresultaten (gedefinieerd als EBITDA) en operationele plannen en wijst middelen toe voor de hele onderneming; dus de Groep opereert als één segment.

7.1.25 Kasstroomoverzicht

De kasstromen van de Groep worden gepresenteerd volgens de indirecte methode. Deze methode reconcilieert de mutatie van kasstromen voor de rapporteringsperiode door de nettowinst van het jaar voor alle niet-kas posten en wijzigingen in werkkapitaal aan te passen, en investerings- en financieringskasstromen voor de rapporteringsperiode te identificeren.

7.1.26 Niet-IFRS financiële maatstaven

EBITDA wordt gedefinieerd als winst vóór aftrek van netto financiële kosten, inkomstenbelastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen. Deze niet- IFRS maatstaf is opgenomen in de jaarrekening, omdat het management van oordeel is dat deze frequent wordt gebruikt door bepaalde beleggers, beursanalisten en andere belanghebbenden als bijkomende maatstaf voor het beoordelen van prestaties en liquiditeit.

Het management rapporteert ook niet-recurrente opbrengsten en kosten. Niet-recurrente opbrengsten en kosten zijn die posten die vanwege hun aard door het management als eenmalig of ongebruikelijk worden beschouwd. De niet-recurrente kosten hebben betrekking op:

● Kosten verbonden aan overnames;

  • Herstructureringskosten, met inbegrip van kosten die betrekking hebben op de vereffening van dochterondernemingen en de sluiting, opening of verplaatsing van fabrieken;
  • Bijzondere waardeverminderingsverliezen van activa;
  • IPO en herfinancieringskosten.

7.2 Kapitaalbeheer

De doelstellingen van de Groep met betrekking tot het beheren van kapitaal zijn er op gericht om de continuïteit van het bedrijf te garanderen met als doel de creatie van aandeelhouderswaarde.

De Groep bewaakt het kapitaal op basis van de netto schuldpositie. De netto schuldpositie van de Groep wordt berekend door alle kortlopende en langlopende rentedragende schulden bij elkaar op te tellen en daar de beschikbare kortlopende liquide middelen van af te trekken.

De netto schuldpositie van de Groep voor de jaren afgesloten op 31 december is als volgt:

Netto schuldpositie
In € miljoen
Toelichting 31 december
2015
31 december
2014
Langlopende rentedragende schulden 15 633,1 618,2
Kortlopende rentedragende schulden 15 9,2 2,4
Geldmiddelen en kasequivalenten 12 (236,8) (35,5)
Totale netto schuldpositie 405,5 585,1
Laatste 12 maanden recurrent EBITDA1 209,1 196,1
Netto financiële schuldpositie/Laatste 12 maanden Recurrente EBITDA Ratio 1,94 2,98

1 Laatste 12 maanden Recurrente EBITDA is een niet-IFRS financiële maatstaf. LTM Recurrente EBITDA wordt gedefinieerd als EBITDA plus niet-recurrente opbrengsten en kosten exclusief niet-recurrente afschrijvingen en waardeverminderingen van de voorbije 12 maanden.

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

7.3 Kritische boekhoudkundige inschattingen en veronderstellingen

De in de geconsolideerde jaarrekening gepresenteerde bedragen impliceren het gebruik van inschattingen en veronderstellingen aangaande de toekomst. Inschattingen en veronderstellingen worden voortdurend herzien en zijn gebaseerd op historische ervaringen en andere factoren, zoals verwachtingen betreffende toekomstige gebeurtenissen waarvan wordt aangenomen dat ze redelijk zijn in de desbetreffende omstandigheden. De werkelijke bedragen kunnen afwijken van deze inschattingen. De inschattingen en veronderstellingen die van invloed zouden kunnen zijn op de geconsolideerde jaarrekening worden hieronder besproken:

7.3.1 Inkomstenbelastingen

De Groep heeft fiscale verliezen en fiscale aftrekken die gebruikt kunnen worden om toekomstige belastbare winsten te verrekenen, voornamelijk in Frankrijk en België, voor een bedrag van 369,6 miljoen EUR per 31 december 2015 (739,0 miljoen EUR op 31 december 2014).

De significante daling in deze fiscale verliezen en andere fiscale aftrekken is toe te schrijven aan twee factoren:

Vooreerst heeft de groep een vereenvoudiging van de legale vennootschapstructuur afgerond in België waarbij Ontex Group NV, via een fusie, Ontex Coordination Center BVBA , Ontex International BVBA en ONV Topco NV heeft overgenomen.

Onder de Belgische wetgeving kon Ontex groep maar een beperkte deel van de fiscale verliezen van deze drie vennootschappen overdragen naar Ontex Group NV voor toekomstig gebruik. Dit heeft geleid tot een daling van de fiscale verliezen van ongeveer van 260,0 miljoen EUR.

Ten tweede, zoals aangekondigd in het persbericht van de groep op 27 januari 2016 heeft de Europese Commissie haar beslissing bekend gemaakt inzake haar onderzoek naar het Belgisch fiscale regime van "Excess Profit tax Rulings" (EPR). Volgens de Commissie is dit regime een vorm van ongeoorloofde staatssteun. Bijgevolg is de Belgische Staat verplicht om deze ongeoorloofde staatssteun terug te vorderen die in de laatste 10 jaar onder dit regime is toegekend aan belastingplichtigen.

Aangezien de beslissing van de Europese Commissie aangaande de classificatie van de Belgische EPR als staatssteun enkel de vennootschapsbelasting betreft, achten we het correct om IAS 12 toe te passen.

Gelet op het feit dat de Belgische overheid nog dient te beslissen over de methode van teruggave, op basis van de principes en parameters uiteeengezet in de beslissing van de Europese Commissie en in overleg met de Europese Commissie en dat er nog beroep kan worden aangetekend tegen de beslissing, wordt deze zaak beschouwd als een onzekere belastingspositie ("uncertain tax"). In deze context hebben we de "gewogen gemiddelde methode" toegepast. Ons baserend op de huidige gekende feiten en omstandigheden werden er geen alternatieve scenario's dan ditgeen hieronder beschreven geïdentificeerd. Aangezien de belastingspositie binair is, werd de 'single most likely amount method' toegepast om de onzekere taks positie te bepalen.

Ontex, meer bepaald haar Belgische dochtervenootschap Ontex BVBA, had een "Excess Profit Ruling" voor de jaren 2011-2015. In het bovenvermelde persbericht hebben we aangekondigd dat we niet verwachten dat we een terugbetaling zullen moeten doen onder de teruggave procedure gegeven de historische fiscale verliezen van Ontex BVBA. Het bedrag dat kon worden vrijgesteld onder de Excess Profit Ruling voor deze periode kan worden gerecupereerd door de fiscale verliezen en aftrek voor definitief belastbaar inkomsten (DBI) die Ontex BVBA had. Hierdoor werden de fiscale verliezen en de aftrek voor definitief belastbaar inkomsten (DBI) van Ontex BVBA (ongeveer 110,0 miljoen EUR voor het jaar eindigend 31 december 2014) volledig gebruikt per 31 december 2015. In de geconsolideerde jaarrekening voor het jaar 31 december 2014 werd maar een beperkte uitgestelde belastingvordering erkent voor de historische fiscale verliezen en de aftrek voor definitief belastbaar inkomsten (DBI), waardoor de impact van de beslissing van de Europese Commissie ook beperkt blijft tot het tegendraaien van de erkende uitgestelde belastingsvordering ten belope van 9,5 miljoen EUR en de erkenning van de huidige inkomstenbelasting ten belope van 12,5 miljoen EUR. Indien de EPR zou worden toegepast in 2015, zou dit resulteren in een inkomstenbelasting van ongeveer 8,0 tot 9,0 miljoen EUR.

Ongeacht of de Belgische staat beslist om beroep aan te tekenen tegen de beslissing van de Europese Commissie, is het waarschijnlijk dat Ontex beroep zal aantekenen tegen de beslissing. Een beslissing aangaande dit beroep zal vele jaren duren. Indien de beslissing van de Europese Commissie wordt vernietigd door de rechtbank of door het Europees hof van Justitie zal dit een positieve impact hebben op de fiscale verliezen van Ontex BVBA.

De Groep heeft de uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot fiscale verliezen en andere fiscale aftrekken ten belope van 369,6 miljoen EUR niet volledig opgenomen in de balans. De waardering van dit actief is afhankelijk van een aantal belangrijke beoordelingen met betrekking tot in de toekomst waarschijnlijke belastbare winst van verschillende dochterondernemingen van de Groep die actief zijn in verschillende rechtsgebieden. Deze schattingen worden zorgvuldig gemaakt en gebaseerd op de kennis op dat moment.

De voornaamste reden voor het niet opnemen van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot fiscale verliezen en andere fiscale aftrekken, is gebaseerd op het feit dat de verliezen vooral worden gegenereerd als gevolg van de historische financieringsstructuur. De groep bekijkt de financieringsstructuur op regelmatige basis, bij wijzigingen aan deze financieringsstructuur zullen deze in beschouwing worden genomen bij het erkennen van een uitgestelde belastingvordering.

7.3.2. Bijzondere waardeverminderingsverliezen

De Groep test jaarlijks of de goodwill een bijzondere waardeverminderingsverlies heeft ondergaan in overeenstemming met de grondslagen voor financiële verslaggeving opgenomen in toelichting 7.1.4 "Goodwill". De realiseerbare bedragen van kasstroom-genererende eenheden zijn bepaald op basis van berekeningen van de bedrijfswaarde. Deze berekeningen vereisen het gebruik van inschattingen. Deze worden hieronder samengevat:

Per 31 december 2015 2014
Disconteringsvoet voor belastingen
Mature Markets Retail 7.8% 7,4%
Growth Markets 7.2% 7,0%
Healthcare 7.8% 8,0%
Middle East North Africa 9.9% 9,1%

Indien de geschatte EBITDA op 31 december 2015 en de volgende 2 jaar met 15% daalt, dan worden de verdisconteerde kasstromen gebruikt om de realiseerbare waarde te berekenen, of indien de disconteringsvoet die op die datum in de berekening is gebruikt met 15% stijgt, hoeft er geen bijzonder waardeverminderingsverlies opgenomen te worden.

Zoals vermeld in toelichting 7.8, worden kasstromen over een periode van meer dan drie jaar geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2% voor de Mature Markets Retail, Growth Markets en Healtcare, en aan 3% voor MENA. Dezelfde percentages worden gebruikt als oneindige groeipercentages. Management heeft deze groeipercentages bepaald en deze overschrijden de huidige marktverwachtingen voor de markten waarin de vier KGE's actief zijn niet. Indien het groeipercentage voor één van de KGE's daalt met 50%, hoeft er geen bijzonder waardeverminderingsverlies opgenomen te worden.

Er is voldoende financiële ruimte om de boekwaarde van de goodwill te verantwoorden.

Toekomstige kasstromen zijn inschattingen die waarschijnlijk in toekomstige perioden worden herzien als gevolg van wijzigingen in onderliggende veronderstellingen. De belangrijkste veronderstellingen die de waarde van de goodwill beïnvloeden, zijn o.a. langlopende rentevoeten en andere marktgegevens. Zouden de veronderstellingen ongunstig evolueren in de toekomst, dan kan de bedrijfswaarde van de goodwill afnemen tot onder de boekwaarde. Op basis van de huidige waarderingen lijkt er voldoende ruimte te zijn om een normale variatie in de onderliggende veronderstellingen te kunnen absorberen.

7.3.3 Verwachte gebruiksduur

De verwachte gebruiksduur van de terreinen, gebouwen, machines en installaties en immateriële vaste activa moet worden geschat. De bepaling van de gebruiksduur van de activa is gebaseerd op het oordeel van het management. De gebruiksduur wordt elk jaar, aan het eind van het boekjaar, opnieuw herzien in overeenstemming met IAS 16.

7.3.4 Reële waarde van afgeleide financiële instrumenten en andere financiële instrumenten

De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt (bijvoorbeeld vrij verkrijgbare derivaten) wordt bepaald met behulp van waarderingstechnieken. De Groep gebruikt haar kennis om een verscheidenheid aan methoden te hanteren en om veronderstellingen te doen die voornamelijk gebaseerd zijn op bestaande marktomstandigheden aan het einde van elke rapporteringsperiode. Alle afgeleide financiële instrumenten zijn in overeenstemming met IFRS 7, niveau 2. Dit betekent dat er waarderingsmethoden worden gebruikt waarvoor alle inputs die een significante invloed hebben op de geboekte reële waarde waarneembaar zijn in de markt, hetzij direct of indirect.

7.3.5 Personeelsbeloningen

De boekwaarde van de verplichtingen van de Groep met betrekking tot personeelsbeloningen wordt bepaald op een actuariële basis rekening houdende met bepaalde veronderstellingen. Een van de belangrijkste toegepaste veronderstellingen bij de bepaling van de netto kosten van de toegekende beloningen is de disconteringsvoet. Elke wijziging van deze veronderstelling zal van invloed zijn op de boekwaarde van deze verplichtingen.

De disconteringsvoet is afhankelijk van de looptijd van de beloning, d.w.z. de gemiddelde looptijd van de overeenkomsten, gewogen met de contante waarde van de kosten verbonden aan deze overeenkomsten. Volgens IAS 19 moet de disconteringsvoet overeenkomen met het markrendement van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit en die een vergelijkbare looptijd hebben als deze van de opgenomen beloningen en in dezelfde valuta.

Indien de disconteringsvoet 1% hoger of lager zou zijn, zou dit geen wezenlijke invloed hebben op de jaarrekening.

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

7.4 Financiële instrumenten en financieel risicobeheer

7.4.1 Overzicht van de financiële instrumenten

Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle financiële instrumenten per categorie in overeenstemming met IAS 39, van de reële waarde van elk instrument evenals de hiërarchie van de reële waarde:

31 december 2014
Financiële Instrumenten Tegen reële
waarde door winst
of verlies
-aangehouden voor
Leningen en
vorderingen
tegen
geamortiseerde
Reële Niveau reële
In € miljoen Indekking handelsdoeleinden kosten waarde waarde
Handelsvorderingen 204,3 204,3 Niveau 2
Overige vorderingen 44,8 44,8 Niveau 2
Afgeleide financiële activa 7,3 7,3
Grondstoffenprijsindekkingscontracten
Vreemde valutatermijncontracten
0,2
7,1


0,2
7,1
Niveau 2
Niveau 2
Geldmiddelen en kasequivalenten 35,5 35,5 Niveau 2
Totaal financiële activa 7,3 284,6 292,0
Rentedragende schulden – langlopend 618,2 643,6
Senior Secured Obligaties 2014 244,9 262,6 Niveau 1
Facility A Lening 2014 > 1 jaar 372,3 380,0 Niveau 1
Financiële lease & overige verplichtingen 1,0 1,0 Niveau 2
Afgeleide financiële schulden 5,5 5,5
Interest rate swap 0,7 0,7 Niveau 2
Grondstoffen prijsindekkingscontracten 1,2 1,2 Niveau 2
Vreemde valutatermijncontracten 3,6 3,6 Niveau 2
Overige langlopende financiële schulden 5,0 5,0 Niveau 3
Rentedragende schulden – kortlopend 2,4 2,4
Toe te rekenen rente op Obligaties uitgegeven in 2014: 1,5 1,5 Niveau 1
Toe te rekenen rente op Facility A Lening 2014 <1 jaar 0,9 0,9 Niveau 1
Overige kortlopende financiële schulden 5,0 5,0 Niveau 3
Handelsschulden 254,5 254,5 Niveau 2
Overige schulden – kortlopend 24,4 24,4 Niveau 2
Totaal financiële schulden 5,5 909,6 940,5
31 december 2015
Financiële Instrumenten Tegen reële
waarde door winst
of verlies
-aangehouden voor
Leningen en
vorderingen
tegen
geamortiseerde
Reële Niveau reële
In € miljoen Indekking handelsdoeleinden kosten waarde waarde
Handelsvorderingen 218,1 218,1 Niveau 2
Overige vorderingen 36,9 36,9 Niveau 2
Afgeleide financiële activa 2,2 2,2
Vreemde valutatermijncontracten 2,2 2,2 Niveau 2
Geldmiddelen en kasequivalenten 236,8 236,8 Niveau 2
Totaal financiële activa 2,2 491,7 494,0
Rentedragende schulden – langlopend 633,1 658,9
Senior Secured Obligaties 2014 245,6 265,3 Niveau 1
Facility A Lening 2014 > 1 jaar 373,9 380,0 Niveau 1
Reverse share swap 13,1 13,1 Niveau 2
Financiële lease & overige verplichtingen 0,5 0,5 Niveau 2
Afgeleide financiële schulden 2,5 2,5
Interest rate swap 1,9 1,9 Niveau 2
Vreemde valutatermijncontracten 0,6 0,6 Niveau 2
Rentedragende schulden – kortlopend 9,2 9,2
Toe te rekenen rente op Obligaties uitgegeven in 2014: 1,5 1,5 Niveau 1
Toe te rekenen rente op Facility A Lening 2014 <1 jaar 0,7 0,7 Niveau 1
Interesten 0,2 0,2
Financiële lease & overige verplichtingen 6,8 6,8 Niveau 2
Overige kortlopende financiële schulden 5,0 5,0 Niveau 3
Handelsschulden 267,1 267,1 Niveau 2
Overige schulden – kortlopend 14,9 14,9 Niveau 2
Totaal financiële schulden 2,5 929,3 957,6

Derivaten die verhandeld worden, worden geclassificeerd als vlottende activa of kortlopende verplichtingen. De volledige reële waarde van een indekkingsderivaat is geclassificeerd als langlopend actief of verplichting indien de resterende looptijd van de ingedekte post langer is dan 12 maanden, en als kortlopend actief of verplichting indien de looptijd van de ingedekte post minder is dan 12 maanden.

De waardering van de reële waarde van alle derivaten die verhandeld worden, is gebaseerd op inputs van niveau 2, zoals gedefinieerd onder IFRS 7§27, d.w.z. inputs die waarneembaar zijn voor het actief of de verplichting, hetzij direct (d.w.z. als prijzen) hetzij indirect (d.w.z. afgeleid van prijzen).

De bovenstaande tabel geeft een analyse van de financiële instrumenten weer, gegroepeerd van Niveaus 1 tot 3 op basis van de mate waarin de reële waarde (opgenomen in de balans of in de toelichtingen) waarneembaar is:

  • Niveau 1 reële waardebepalingen zijn gebaseerd op genoteerde (niet-aangepaste) koersen op actieve markten voor identieke activa of schulden. ● Niveau 2 reële waardebepalingen zijn gebaseerd op andere inputs dan genoteerde koersen opgenomen onder Level 1 die waarneembaar zijn voor
  • activa of schulden, hetzij direct (bijvoorbeeld zoals marktprijzen), hetzij indirect (bijvoorbeeld afgeleid van marktprijzen). ● Niveau 3 reële waardebepalingen zijn gebaseerd op waarderingstechnieken waarbij het laagste niveau van informatie dat invloed heeft op de
  • waardering tegen reële waarde niet is waar te nemen. (niet-waarneembare inputs).

De reële waarde van financiële activa en financiële verplichtingen is gebaseerd op wiskundige modellen die de waarneembare marktgegevens gebruiken en wordt als volgt bepaald:

  • De reële waarde van financiële activa en financiële verplichtingen met standaard voorwaarden en die verhandeld worden op actieve, liquide markten, wordt bepaald aan de hand van genoteerde marktprijzen (inclusief genoteerde aflosbare obligaties).
  • De reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten wordt berekend op basis van genoteerde prijzen. Indien deze prijzen niet beschikbaar zijn, wordt een gedisconteerde kasstroomanalyse uitgevoerd met behulp van de toepasselijke rendementscurve voor de looptijd van de instrumenten voor niet-optionele derivaten en optiewaarderingsmodellen voor optionele derivaten. Valutatermijncontracten worden gewaardeerd op basis van genoteerde termijnwisselkoersen en rendementscurven afgeleid van genoteerde rentevoeten met gelijkwaardige looptijden als de contracten. Renteswaps worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de geschatte en gedisconteerde toekomstige kasstromen op basis van de van toepassing zijnde rendementscurven afgeleid van genoteerde rentevoeten.
  • De reële waarden van andere financiële activa en financiële verplichtingen (met uitzondering van diegene hierboven beschreven) worden bepaald in overeenstemming met de algemeen aanvaarde waarderingsmodellen op basis van een gedisconteerde kasstroomanalyse.
  • Niveau 3 verplichtingen: het bedrag is bepaald op basis van contractuele afspraken.

De Groep heeft afgeleide financiële instrumenten waarop compenserende, afdwingbare raamovereenkomsten en gelijkaardige overeenkomsten van toepassing zijn. Per 31 december 2015 diende er geen compensatie gedaan te worden.

De tegenpartijen van de rentecap, renteswap, de vreemde valutatermijn-contracten en de indekkings-contracten voor de grondstoffenprijzen beschikken over een klasse A kredietrapport.

7.4.2. Financiële risicofactoren

De activiteiten van de Groep zijn blootgesteld aan een verscheidenheid van financiële risico's: marktrisico (waaronder valutarisico, rentevoetrisico en prijsrisico), kredietrisico en liquiditeitsrisico.

Sinds het jaareinde zijn er geen wijzigingen geweest op het gebied van risicobeheer en ook niet in het risicobeheerbeleid. Hedge accounting wordt toegepast op de vreemde valutatermijncontracten in de jaarrekeningen van 2014 en 2015 en op de indekkingscontracten voor de grondstoffenprijzen in de jaarrekening van 2015.

7.4.3. Valutarisico

De Groep is internationaal actief en wordt derhalve blootgesteld aan verschillende valutarisico's, vooral met betrekking tot het Britse pond (GBP), de Turkse Lire (TRY), de Poolse zloty (PLN), de Australische dollar (AUD) en de Russische Roebel (RUB) wat verkoop betreft, en de Amerikaanse dollar (USD) en de Tsjechische kroon (CZK) wat aankoop betreft. Valutarisico komt voort uit toekomstige commerciële transacties en opgenomen activa en verplichtingen. De groep wordt ook blootgesteld aan de Turkse lire (TRY), Algerijnse dinar (DZD), Russische roebel (RUB), de Tsjechische kroon (CZK), de Australische dollar (AUD) en de Pakistaanse Roepie (PKR) als gevolg van haar netto-investeringen in buitenlandse activiteiten.

De Groep houdt haar valutarisico scherp in de gaten en zal indien nodig indekkingstransacties aangaan om de blootstelling van de gehele groep aan wisselkoersschommelingen te minimaliseren. Alle indekkingsbeslissingen zijn onderhevig aan de goedkeuring van de Raad van Bestuur.

Om het valutarisico voortvloeiend uit toekomstige commerciële transacties, activa en verplichtingen te beheren, maakt de Groep gebruik van vreemde valutatermijncontracten. Valutarisico's doen zich voor als toekomstige commerciële transacties, activa en verplichtingen zijn uitgedrukt in een valuta die niet de functionele valuta is van de entiteit. De Treasury-afdeling van de Groep is verantwoordelijk voor het optimaliseren van de netto positie in elke vreemde valuta waar dat mogelijk en passend is. De Groep past hedge accounting toe voor de aan indekking gerelateerde transacties, en verwerkt de impact daarvan in de niet-gerealiseerde resultaten.

De Groep heeft vreemde valutatermijncontracten aangegaan bij aanvang van elk kwartaal van 2015 die lopen tot ten laatste september 2016 om de volatiliteit in de verkopen in Britse ponden, Poolse zloty's en Australische dollars te beperken, evenals in de aankopen in USD en CZK die in 2015 en 2016 plaatsvinden. Op basis van de indekkingsstrategie dekken de vreemde valutatermijncontracten de volgende verwachte risico's af tot 30 september 2016: voor het Britse pond 16,3 miljoen GBP, voor de Poolse zloty 87,8 miljoen PLN, , voor de Australische dollar 17,8 miljoen AUD, voor de Tsjechische kroon 202,2 miljoen CZK en voor de Amerikaanse Dollar 72,1 miljoen USD.

Bij aanvang van de vreemde valutatermijncontracten worden deze aangeduid als kasstroom-indekkingen. Op het moment dat de verwachte transacties zich voordoen, worden de vreemde valutatermijncontracten reële waarde-indekkingen.

De voorwaarden van de vreemde valutatermijncontracten werden zodanig onderhandeld dat deze aansluiten bij de voorwaarden van de verwachte transacties. De Groep past hedge accounting toe op de vreemde valutatermijncontracten.

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

Per 31 december 2015 is een niet-gerealiseerde winst van 2,4 miljoen EUR (Tjechische kroon, Britse pond) en een niet-gerealiseerd verlies van 3,3 miljoen EUR (US dollar, Poolse zloty's, Australische dollar) opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten.

Per 31 december 2015 bedroeg de reële waarde van de afgeleide financiële activa voor de vreemde valutatermijncontracten 2,2 miljoen EUR en van de afgeleide financiële verplichting 0,6 miljoen EUR.

De volgende tabel geeft de impact weer op de winst vóór inkomstenbelastingen en het eigen vermogen voor het jaar als de euro met 10% verzwakt/ versterkt ten opzichte van de gerapporteerde valuta en alle overige variabelen constant zou gebleven zijn. De impact is hoofdzakelijk het gevolg van vreemde valutawinsten/verliezen op de omrekening van vreemde valuta handelsvorderingen en -schulden en afgeleide posities op de respectievelijke balansdatums.

10% verzwakking van de EUR 10% versterking of the EUR
2015 2014 2015 2014
In € miljoen Impact op
P&L
Impact op
Equity
Impact op
P&L
Impact op
equity
AUD (0,2) (1,1) (0,3) 0,2 0,9 0,2
GBP (1,0) (1,5) (2,9) 0,8 1,2 2,4
PLN 1,6 (2,4) (1,3) 2,0
RUB (0,3) 0,2
TRY (0,5) 0,4
USD 0,8 3,6 2,2 (0,6) (2,9) (1,8)

7.4.4 Interestrisico

Het interestrisico van de Groep vloeit voort uit langlopende leningen. Leningen met een variabele interest stellen de Groep bloot aan een kasstroom interestrisico dat gedeeltelijk wordt gecompenseerd door het aanhouden van liquide middelen tegen een variabele interest. Leningen met een vaste interest stellen de Groep bloot aan een reële waarde-renterisico. Deze risico's worden centraal beheerd door de Treasury-afdeling van de Groep, rekening houdend met de verwachtingen van de Groep met betrekking tot de evolutie van de marktrente. De Groep heeft renteswaps en een rentecap gebruikt om deze risico's te beheren.

Sensitiviteit van de waarde van de rentebetalingen met betrekking tot leningen, inclusief de invloed van de daaraan gerelateerde afgeleide financiële instrumenten: Per 31 december 2015 bestaat de schuld van Ontex uit Senior Secured Fixed Rate Obligaties en een gesyndiceerde termijnlening met variabele interestvoeten gebaseerd op EURIBOR.

Sensitiviteit van de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten verbonden aan leningen: Op 31 december 2015, als de EURIBOR rentevoeten 10 basispunten hoger/lager waren geweest en alle overige variabelen constant zouden gebleven zijn, dan zou de niet-gerealiseerde winst vóór inkomstenbelastingen voor het jaar respectievelijk 0,68 miljoen EUR hoger/0,68 miljoen EUR lager zijn geweest. Op 31 december 2014, als de EURIBOR rentevoeten 10 basispunten hoger/lager waren geweest en alle overige variabelen constant zouden gebleven zijn, dan zou de winst vóór inkomstenbelastingen voor het jaar respectievelijk 0,97 miljoen EUR hoger/0,97 miljoen EUR lager zijn geweest (in 2014 werd geen hedge accounting toegepast).

De gesyndiceerde termijnlening met variabele interestvoet voor een bedrag van 380 miljoen EUR met vervaldag 2019 draagt een interestvoet ten belope van de EURIBOR op 3 maanden plus een marge van 2,25%.

De nominale hoofdsommen van de openstaande vaste betaler renteswap contracten op 31 december 2015 bedragen 250,0 miljoen EUR volgens onderstaande tabel:

Duurtijd Vaste
Rentevoet %
Bedrag
In € miljoen
1 jaar 0,1085% 50,0
2 jaar 0,1480% 25,0
3 jaar 0,1590% 25,0
4 jaar 0,2172% 50,0
5 jaar 0,2935% 100,0
Totaal 250,0

De rentecap heeft geen materiële impact.

7.4.5 Prijsrisico (grondstoffen)

De Groep is tot op zekere hoogte blootgesteld aan de fluctuaties van de olieprijs omdat bepaalde grondstoffen die gebruikt worden in de productie vervaardigd zijn uit oliederivaten. Deze omvatten lijmen, polyethyleen, propyleen en polypropyleen.

Met betrekking tot onze blootstelling aan de pulpprijzen heeft de Groep overeenkomsten afgesloten met bepaalde pulpleveranciers die onze blootstelling aan de volatiliteit van de pulpprijzen beperken. De Groep besloot ook om het gedeelte van de pulpblootstelling dat niet gedekt wordt door dergelijke overeenkomsten in te dekken voor 2015. Bijkomend heeft de Groep ook een gedeelte van de blootstelling aan propyleen ingedekt.

Per 31 december 2015 waren er maar een beperkt aantal lopende contracten, waardoor de totale impact op de afgeleide financiële activa en schulden en ongerealiseerde verliezen beperkt is tot minder dan 0,1 millioen €.

Sensitiviteit van de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten verbonden aan de grondstoffen: als er per 31 december 2015 een verschuiving zou zijn in de termijnprijscurve van de grondstoffen met een stijging/daling met 10% en alle overige variabelen constant zouden gebleven zijn, dan zou de niet-gerealiseerde winst vóór belasting respectievelijk 0,1 miljoen EUR hoger/0,1 miljoen EUR lager zijn.

7.4.6 Eigen Vermogen prijsrisico

Als gevolg van de uitgifte van aandelenopties en RSU als onderdeel van op aandelen gebaseerde overeenkomsten (LTIP 2014 en LTIP 2015) (zie toelichting 7.26 voor meer details over deze plannen), is de groep blootgesteld aan schommelingen in de beurskoers van de aandelen van de groep. De Raad van Bestuur van de groep heeft op 1 juni 2015 beslist tot volledige indekking door middel van een 'total return swap'. Het doel van dit financieel instrument is om een stijging van de aandelenkoers en het negatieve effect hiervan op toekomstige kasstromen met betrekking tot op aandelen gebaseerde betalingen in te dekken.

Als gevolg van de 'total return swap' hierboven vermeld erkent de groep 13,1 miljoen EUR eigen aandelen en een financiële schuld voor hetzelfde bedrag. Deze bedragen vereisen geen herwaardering gedurende de contractduur en bijgevolg werd de volatiliteit geëlimineerd.

7.4.7 Kredietrisico

Het kredietrisico wordt beheerd op het niveau van de Groep. Kredietrisico komt voort uit geldmiddelen en kasequivalenten, afgeleide financiële instrumenten en deposito's bij banken en financiële instellingen, alsmede kredietblootstelling aan bedrijfsklanten, met inbegrip van uitstaande vorderingen en toegezegde transacties. De Groep beoordeelt de kredietwaardigheid van de klant, rekening houdend met diens financiële positie, ervaringen uit het verleden en andere factoren op basis waarvan individuele risicolimieten worden ingesteld conform de door bedrijfsleiders vastgestelde grenzen. Historische wanbetalingen waren lager dan 1% in 2014 en 2015. Handelsvorderingen zijn verspreid over verschillende landen en tegenpartijen en er bestaat geen grote concentratie met één of enkele tegenpartijen.

We verwijzen naar toelichting 7.10 voor de ouderdomsanalyse van de vorderingen en de dubieuze vorderingen.

De reële waarde van de afgeleide activa in de balans vertegenwoordigt de maximale blootstelling aan het kredietrisico op de rapporteringsdatum.

7.4.8. Liquiditeitsrisico

Het Treasury-afdeling van de Groep controleert de voortschrijdende prognoses van de liquiditeitsbehoeften van de Groep om te garanderen dat er voldoende geld is om aan de bedrijfsbehoeften te voldoen terwijl ze tevens voldoende ruimte behouden op de niet opgenomen toegezegde kredietfaciliteiten (toelichting 7.15 "Leningen"), zodat de Groep geen kredietlimieten of convenanten (indien van toepassing) op haar kredietfaciliteiten schendt.

De onderstaande tabel geeft de financiële passiva van de Groep weer (inclusief rentebetalingen) ingedeeld naar de relevante clusters van looptijden op grond van de resterende periode op balansdatum tot de contractuele vervaldatum.

In € miljoen Binnen Het jaar Tussen
1 en 2 jaar
Tussen
2 en 5 jaar
Meer dan
5 jaar
Per 31 december 2015
Leningen (27,4) (68,0) (381,6) (260,4)
Handelsschulden (267,1)
Per 31 december 2014
Leningen (21,7) (20,9) (437,4) (272,2)
Handelsschulden (254,5)

De bovenstaande tabel bevat geen financiële leaseverplichtingen. De looptijd van deze financiële verplichtingen was minder dan een jaar op elke balansdatum.

7.5 Bedrijfssegmenten

Volgens IFRS 8 worden rapporteerbare bedrijfssegmenten geïdentificeerd op basis van de "management approach". Deze aanpak bepaalt de externe segmentrapportering op basis van de interne organisatie en management structuur van de Groep alsmede de interne financiële verslaggeving aan de hoogstgeplaatste functionaris die belangrijke operationele beslissingen neemt. De activiteiten van de Groep zitten in één segment, "Hygiënische wegwerpproducten". Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch individueel noch gezamenlijk. Het hoogstgeplaatste orgaan dat belangrijke operationele beslissingen neemt, de Raad van Bestuur, analyseert de bedrijfsresultaten en bedrijfsplannen en wijst middelen toe voor de hele onderneming. Daarom opereert de Groep als één segment. Informatie over de verkoop van producten, geografische gebieden en omzet van belangrijke klanten voor de hele Groep vindt u hieronder:

7.5.1 Informatie per divisie

Volgens divisie Kalenderjaar Kalenderjaar
In € miljoen 2015 20141
Mature Markets Retail 903,9 890,1
Growth Markets 159,0 123,8
Healthcare 432,7 422,7
Middle East North Africa 193,7 179,2
Ontex Groep Omzet 1.689,3 1.615,9

1 Zoals reeds gerapporteerd in de FY 2014 rapportering, werd er als gevolg van het nazicht van de klanten en de landen van de Groep een kleine wijziging aangebracht aan de vier divisies waarvoor omzet wordt gerapporteerd en die ingaat vanaf 1 januari 2015. Een beperkt aantal van activiteiten welke in totaal minder dan 2% van de groepsomzet vertegenwoordigt, werd geheralloceerd van Mature Markets Retail, Healthcare en Middle East Africa (MEA) welke Middle East North Africa (MENA) wordt , naar de Growth Markets divisie. De cijfers van vorige jaren werden hiervoor aangepast als vergelijkingsbasis voor de toekomstige rapportering. We verwijzen naar de FY 2014 rapportering voor verdere details.

Financiële rapportering

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

7.5.2 Informatie per product categorie

De belangrijkste productcategorieën zijn:

  • Babyverzorgingsproducten, voornamelijk luiers, babybroekjes en, in mindere mate, vochtige doekjes;
  • Dameshygiëneproducten, zoals maandverband, inlegkruisjes en tampons;
  • Incontinentieproducten voor volwassenen, zoals broekjes, luiers, incontinentiehanddoeken en bed bescherming.
Volgens product groep
In € miljoen
Kalenderjaar
2015
Kalenderjaar
2014
Babyverzorgingsproducten 891,2 845,6
Dameshygiëneproducten 206,7 203,6
Incontinentieproducten 567,7 542,4
Overige 23,7 24,3
Ontex Groep Omzet 1.689,3 1.615,9

7.5.3 Informatie per geografisch gebied

De organisatiestructuur van de Groep en haar systeem van interne informatie toont aan dat de belangrijkste bron van geografische risico's ligt in de locatie van haar cliënten (de bestemming van de verkoop) en niet in de fysieke locatie van haar activa (oorsprong van de verkoop). De locatie van de afnemers van de Groep is derhalve het geografische segmenteringscriterium en wordt als volgt gedefinieerd:

  • West-Europa
  • Oost-Europa
Volgens geografisch gebied
In € miljoen
Kalenderjaar
2015
Kalenderjaar
2014
West-Europa 1.104,7 1.111,6
Oost-Europa 274,5 216,2
Rest van de wereld 310,1 288,1
Ontex Groep Omzet 1.689,3 1.615,9

De verkopen in het land, waar de maatschappelijke zetel van Ontex Group NV (België) vertegenwoordigen minder dan 5% van de omzet van Ontex Group NV. De omzet aan de landen die onze top 3 markten vertegenwoordigen wordt hieronder weergegeven. De verkopen in alle andere individuele landen vertegenwoordigen minder dan 10% van de omzet van Ontex Group NV.

Kalenderjaar
Volgens land
Kalenderjaar
In € miljoen
2015
2014
Verenigd Koninkrijk
264,3
273,7
Frankrijk
228,6
228,6
Italië
192,3
175,9
Andere Landen
1.004,1
937,7
Ontex Groep Omzet
1.689,3
1.615,9

7.5.4 Omzet van de belangrijkste klanten:

De Groep heeft niet één significante klant. In 2015 vertegenwoordigt de grootste klant 7,9% van de omzet. De 10 grootste klanten vertegenwoordigen in 2015 38,1% van de omzet.

7.6 Lijst van geconsolideerde ondernemingen

Groep Deelnemingspercentage
aangehouden door de
Naam Land 2015 2014 Maatschappelijke zetel Ondernemings
nummer
Can Hygiene SPA Algerije 100.0% 100.0% Haouch Sbaat Nord, Zone Industrielle de Rouiba, Voie H, lot
83B, 16012 Rouiba, Alger, Algerije
04/B/0965101
Ontex Manufacturing Pty Ltd Australië 100.0% 100.0% Wonderland Drive 5, Eastern Creek, NSW, 2766, Australië ABN 16 145 822
528
Ontex Australia Pty Ltd Australië 100.0% 100.0% Suite 10, 27 Mayneview Street, Milton, QLD 4064, Australië ABN 59 130 076
283
Ontex Coordination Center bvba* België 100.0% Korte Keppestraat 21, 9320 Erembodegem, België 0460.560.453
Eutima bvba België 100.0% 100.0% Korte Moeie 53, 9900 Eeklo, België 0415.412.891
Ontema bvba België 100.0% 100.0% Genthof 12,9255 Buggenhout, België 0453.081.852
Ontex bvba België 100.0% 100.0% Genthof 5, 9255 Buggenhout, België 0419.457.296
ONV Topco NV* België 100.0% Korte Keppestraat 21, 9320 Erembodegem, België 0479.340.742
Ontex International bvba* België 100.0% Korte Keppestraat 21, 9320 Erembodegem, België 0478.866.432
Ontex Hygienic Disponables
(Yangzhou) Co.TD
China 100.0% 100.0% Hangji industrial park, Hanjiang Dictrict, 225111 Yangzhou,
China
321000400010102
Ontex CZ Sro Tjechië 100.0% 100.0% Vesecko 491, 51101 Turnov, Tjechië 44564422
Groep Deelnemingspercentage
aangehouden door de
Naam Land 2015 2014 Maatschappelijke zetel Ondernemings
nummer
Hygiëne Medica SAS Frankrijk 100.0% 100.0% Rue de croix 18, 59290 Wasquehal cedex, Frankrijk 401 439 872
Ontex France SAS Frankrijk 100.0% 100.0% 586 Boulevard Albert Camus, 694000 Villefranche-sur-Saone
Frankrijk
338 081 102
Ontex Health Care France SAS Frankrijk 100.0% 100.0% 18 Rue de Croix, 59290 Wasquehal, Frankrijk 328 595 111
Ontex Santé France SAS Frankrijk 100.0% 100.0% Rue de Croix 18, 59290 Wasquehal, Frankrijk 502 601 297
Ontex Hygiënartikel Deutschland
GmbH
Duitsland 100.0% 100.0% Fabrikstrasse 30, 02692 Grosspostwitz, Duitsland HRB 3865
Ontex Mayen GmbH Duitsland 100.0% 100.0% Robert-Bosch-Straße 8, 56727 Mayen, Duitsland HRB 11699
Ontex Logistics GmbH Duitsland 100.0% 100.0% Robert-Bosch-Straße 8, 56727 Mayen, Duitsland HRB 21024
Ontex Vertrieb Gmbh & Co. KG Duitsland 100.0% 100.0% Robert-Bosch-Straße 8, 56727 Mayen, Duitsland HRB 4983
Moltex Baby-Hygiene Beteiligungs
GmbH
Duitsland 100.0% 100.0% Robert-Bosch-Straße 8, 56727 Mayen, Duitsland HRB 5260
WS Windel-Shop GmbH Duitsland 100.0% 100.0% Robert-Bosch-Straße 8, 56727 Mayen, Duitsland HRB 2793
Ontex Healthcare Deutschland
GmbH
Duitsland 100.0% 100.0% Hansaring 6, 49504 Lotte, Duitsland HRB 9669
Ontex Recklinghausen GmbH** Duitsland 100.0% Blitzkuhlenstrasse 205, 45659 Recklinghausen, Duitsland HRB 4992
Ontex Beteiligungsgesellschaft
GmbH
Duitsland 100.0% 100.0% Robert-Bosch-Straße 8, 56727 Mayen, Duitsland HRB 15558
Ontex Inko Deutschland GmbH Duitsland 100.0% 100.0% Robert-Bosch-Straße 8, 56727 Mayen, Duitsland HRB 20630
Ontex Engineering GmbH Duitsland 100.0% 100.0% Robert-Bosch-Straße 8, 56727 Mayen, Duitsland HRA 21335
Ontex Italia Srl Italië 100.0% 100.0% Via Delle Grazie 6,25122 Brescia, Italië 10188520158
Serenity Holdco S.r.l. Italië 100.0% 100.0% Localita Cucullo, Zona Industriale, 66026 Ortona (Chieti),Italië 02435020694
Ontex Manufacturing Italy S.r.l. Italië 100.0% 100.0% Localita Cucullo, Zona Industriale, 66026 Ortona (Chieti),Italië 02456370697
Serenity Spa Italië 100.0% 100.0% Localita Cucullo, Zona Industriale, 66026 Ortona (Chieti),Italië 01251280689
Ontex Central Asia LLP Kazachstan 100.0% 100.0% Almaty, Bostandyk district, Al-Farabi Avenue 5,
Business,Center Nurly Tau, Blok 1A, Suite 502, Kazachstan
600400642455
Ontex IV SA**** Luxemburg 100.0% 2 Rue du Fossé, L-1536 Luxemburg B153.359
Ontex III SA**** Luxemburg 100.0% 2 Rue du Fossé, L-1536 Luxemburg B153.348
Ontex II-A S.à.r.l.**** Luxemburg 100.0% 2 Rue du Fossé, L-1536 Luxemburg B153.888
Ontex II S.à.r.l.**** Luxemburg 100.0% 2 Rue du Fossé, L-1536 Luxemburg B153.343
Ontex I S.à.r.l.*** Luxemburg 100.0% 2 Rue du Fossé, L-1536 Luxemburg B153.335
Ontex Hygiene Sarlau Marokko 100.0% 100.0% Angle rue Al Kadi Lass et reu Ahmen Majjati Mâarif, 5ième
étage, Casablanca, Marokko
240709
Ontex Pakistan ltd Pakistan 100.0% 100.0% Office No 705, 7th Floor, Park Avenue, Main Sharh-e-Faisal,
Karachi Sindh 7400, Pakistan
0076658
Ontex Polska sp. z.o.o. Polen 100.0% 100.0% ul. Legionów 93/95, lok 26, 91-072 Lodz, Polen 0000010044
Ontex Romania Srl Roemenië 100.0% 100.0% Grigore Cobalcescu 46, 1ste district, Bucharest, Roemenië R 7682053
Ontex OOO Rusland 100.0% 100.0% 11A Derbenevskaya naberezhnaya, Moscow 115114 Rusland 1027739763688
Ontex RU LLC Rusland 100.0% 100.0% 11A Derbenevskaya naberezhnaya, Moscow 115114, the
Russian Federation,Rusland
1055008702649
Ontex Peninsular SAU Spanje 100.0% 100.0% Poligono Industrial Nicomedes Garcia, C/Fresno s/n, sector C,
40140 Valverde del Majano, Segovia, Spain
N/A
Ontex ID SAU Spanje 100.0% 100.0% Poligono Industrial Nicomedes Garcia, C/Fresno s/n, sector C,
40140 Valverde del Majano, Segovia, Spanje
N/A
Ontex ES Holdco SL Spanje 100.0% 100.0% Poligono Industrial Nicomedes Garcia, C/Fresno s/n, sector C,
40140 Valverde del Majano, Segovia, Spanje
N/A
Ontex Tuk. Urn. San. ve Tic. AS Turkije 100.0% 100.0% Tekstilkent Cad. Koza Plaza B Blok Kat:31 No:116-117 Esenler,
Istanbul,Turkije
137334
Ontex Retail UK Ltd. Verenigd
Koninkrijk
100.0% 100.0% Unit 5 (1st Floor), Grovelands Business Centre, Boundary Way,
Hemel Hempstead, Hertfordshire, HP2 7TE, Verenigd
Koninkrijk
1613466
Ontex Health Care UK Ltd. Verenigd
Koninkrijk
100.0% 100.0% Kettering Parkway, Kettering Venture Park, Kettering,
Northants, NN156XR, Verenigd Koninkrijk
02274216
LLC Ontex Ukraine Oekraïne 100.0% 100.0% Building 7(C), 13 M. Pymonenka Street, 04050 Kyiv, Oekraïne 37728333

*Gefusioneerd met Ontex Group NV

** Gefusioneerd met Ontex Vertrieb Gmnh & Co.KG

*** Geliquideerd

**** Gefusioneerd met Ontex I S. à.r.l.

Het stemrecht is gelijk aan het deelnamepercentage.

De belangrijkste dochterondernemingen van de Groep zijn Ontex bvba, Ontex Mayen GmbH, Ontex Tsjechië Sro, Ontex Tuketim AS , Serenity Spa en Ontex Manufacturing Italië S.r.L.

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

7.7 Bedrijfscombinaties

Op 4 april 2013 verwierf de Groep alle aandelen en stemrechten van Serenity S.p.a. (voormalig Artsana SUD S.p.a) en haar dochterondernemingen.

Ontex heeft zich ondermeer verbonden tot bepaalde earn-out betalingen (voorwaardelijke vergoedingen) op de eerste, tweede en derde verjaardag van de "acquisition closing date" ("de earn-out betalingen). De eerste twee earn-out betalingen werden gedaan in 2014 en 2015 (respectievelijk 8,0 miljoen EUR en 3,0 miljoen EUR).

Een eindbetaling van maximaal 5,0 miljoen EUR op de derde verjaardag van de voltooiingsdatum van de overname is gebaseerd op verbetering van het klantenkrediet (DSO — "Days of Sales Outstanding") van Serenity met betrekking tot de Overheidscontracten. Deze toekomstige earn-out betaling is opgenomen in de balans per 31 december 2015 onder de overige kortlopende financiële verplichtingen (5,0 miljoen EUR) tegen reële waarde. Deze financiële verplichting is niet-rentedragend.

7.8 Goodwill en overige immateriële vaste activa

Implementatie Overige
immateriële
In € miljoen Goodwill kosten IT vaste activa Totaal
Jaar eindigend op 31 december 2015
Netto boekwaarde aan het begin van de periode 860,1 4,2 0,3 864,6
Aanschaffingen 2,3 2,3
Afschrijving (2,3) (2,3)
Netto boekwaarde aan het einde van de periode 860,1 4,2 0,3 864,6
Op 31 december 2015
Kost of waardering 860,1 12,0 0,8 872,9
Gecumuleerde afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen en andere
aanpassingen (7,8) ( 0,5) (8,3)
Netto boekwaarde 860,1 4,2 0,3 864,6
Jaar eindigend op 31 december 2014
Netto boekwaarde aan het begin van de periode 860,1 4,4 0,3 864,8
Aanschaffingen 2,0 2,0
Afschrijving (2,2) (2,2)
Netto boekwaarde aan het einde van de periode 860,1 4,2 0,3 864,6
Op 31 december 2014
Kost of waardering 860,1 15,1 0,8 875,9
Gecumuleerde afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen en andere
aanpassingen (10,9) (0,5) (11,3)
Netto boekwaarde 860,1 4,2 0,3 864,6

Geactiveerde kosten voor IT-implementaties vertegenwoordigen intern ontwikkelde en extern aangeschafte software voor eigen gebruik. Overige immateriële vaste activa vertegenwoordigen verworven klantenrelaties.

De afschrijvingskosten zijn als volgt opgenomen in de secties van het geconsolideerde overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten:

In € miljoen 2015 2014
Kostprijs van de omzet 0,1 0,1
Distributiekosten 0,1 0,1
Algemene beheerskosten 2,1 2,0
Totale afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 2,3 2,2

De Groep maakte in 2015 5, 3 miljoen EUR aan kosten voor onderzoek en ontwikkeling (2014: 4,6 miljoen EUR), die zijn opgenomen onder de hoofding "Algemene beheerskosten".

Bijzondere waardevermindering op goodwill

Voor het uitvoeren van de testen op bijzondere waardeverminderingen heeft de Groep vier kasstroom-genererende eenheden (KGE) geïdentificeerd: Mature Markets Retail, Growth Markets, Healthcare en Middle East North Africa. Er worden jaarlijkse bijzondere waardeverminderingsanalyses gemaakt voor alle KGE's op 31 december. Deze analyses vergelijken de boekwaarde van elke KGE met de realiseerbare waarde van de KGE's berekend op basis van een 'discounted cash flow'-model. Indien de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde van de KGE, wordt er onmiddellijk een bijzonder waardeverminderingsverlies opgenomen in de resultatenrekening.

Goodwill was als volgt aan de KGE's toegewezen op 31 december:

In € miljoen 2015 2014
Mature Markets Retail 732,5 732,5
Growth Markets 25,2 25,2
Healthcare 60,4 60,4
Middle East North Africa 42,0 42,0
Goodwill toegewezen aan KGE's 860,1 860,1

De realiseerbare waarde van een kasstroom-genererende eenheid wordt bepaald op basis van berekeningen van de bedrijfswaarde. Deze berekeningen maken gebruik van kasstroomvoorspellingen (voor belastingen) op basis van de door de Raad van Bestuur van Ontex goedgekeurde financiële begrotingen met een looptijd van drie jaar. Kasstromen na de periode van drie jaar worden geëxtrapoleerd met een geschatte groei van 2% voor de Mature Markets Retail, Growth Markets en Healthcare divisie en van 3% voor MENA. De groei overschrijdt niet de huidige marktverwachtingen voor de markten waarin de vier KGE momenteel actief zijn.

De Groep heeft een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd door de risico-aangepaste kasstroomvoorspellingen te verminderen en de disconteringsvoet vóór belastingen te verhogen, zoals beschreven in toelichting 7.3.2 "Bijzondere waardeverminderingen".

7.9 Terreinen, gebouwen, Machines en Installaties

Terreinen Installaties, Meubilair Overige Activa
In € miljoen en
gebouwen
machines
en materieel
en rollend
materieel
materiële vaste
activa
in aanbouw en
vooruitbetalingen
Totaal
Jaar eindigend op 31 december 2015
Netto boekwaarde aan het begin van de periode 95,1 167,0 0,9 10,3 23,2 296,5
Aanschaffingen 0,9 19,2 0,2 0,4 34,8 55,5
Transferten 0,8 12,8 (13,6)
Buitengebruikstellingen (0,1) (0,3) (0,4)
Afschrijvingen (3,8) (25,8) (0,2) (1,2) (31,0)
Wisselkoersverschillen 0,3 (1,3) (0,1) (0,2) (0,3) (1,6)
Netto boekwaarde aan het einde
van de periode 93,2 171,6 0,8 9,3 44,1 319,0
Op 31 december 2015
Aanschaffingskost 113,9 295,9 1,6 16,5 44,1 472,0
Gecumuleerde afschrijvingen bijzondere
waardeverminderingen en andere aanpassingen (20,7) (124,3) ( 0,8) (7,2) (153,0)
Netto boekwaarde aan het einde
van de periode 93,2 171,6 0,8 9,3 44,1 319,0
Jaar eindigend op 31 december 2014
Netto boekwaarde aan het begin van de
periode 98,6 154,6 0,6 10,1 18,2 282,0
Aanschaffingen 2,0 19,1 0,6 1,1 23,2 46,0
Transferten 0,1 17,7 (17,8)
Buitengebruikstellingen (1,4) 0,2 (0,3) (1,5)
Afschrijvingen (3,7) (25,1) (0,2) (1,3) (30,3)
Wisselkoersverschillen (0,5) 0,7 (0,1) 0,2 (0,1) 0,2
Netto boekwaarde aan het einde
van de periode 95,1 167,0 0,9 10,3 23,2 296,5
Op 31 december 2014
Aanschaffingskost 112,0 271,3 1,6 17,4 23,2 425,5
Gecumuleerde afschrijvingen bijzondere
waardeverminderingen en andere aanpassingen (16,9) (104,3) (0,7) (7,1) (129,0)
Netto boekwaarde aan het einde
van de periode 95.1 167.0 0.9 10.3 23.2 296.5

De investeringsuitgaven met betrekking tot terreinen, gebouwen, machines en installaties vertegenwoordigen hoofdzakelijk investeringen in uitbreidingen van de capaciteit, in innovatie, investeringen om de efficiëntie te verbeteren en investeringen in de IT infrastructuur.

Financiële rapportering

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

De volgende jaarlijkse operationele leasebetalingen zijn opgenomen in de resultatenrekening voor het jaar afgesloten op 31 december:

In € miljoen 2015 2014
Grond en gebouwen 13,3 13,9
Machines en materieel 5,8 5,2
Huur van pallets 4,1 4,4
Meubilair en rollend materieel 4,6 4,9
Overige leasecontracten 1,2 1,1
De totale operationele lease betalingen 29,0 29,5

De afschrijvingskosten zijn als volgt opgenomen in de secties van het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten:

In € miljoen 2015 2014
Kostprijs van de omzet 26,2 26,1
Distributiekosten 1,3 1,2
Verkoop – en marketingkosten 2,4 2,1
Algemene beheerskosten 0,9 0,8
Overige bedrijfsopbrengsten 0,2 (0,1)
Totale afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 31,0 30,1
Niet – recurrente kosten 0,3
Totale afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 31,0 30,4

De Groep had geen materiële financiële leaseovereenkomsten tijdens de rapporteringsperiode.

7.10 Handelsvorderingen, vooruitbetaalde kosten en overige vorderingen

Jaar afgesloten op 31 december
In € miljoen 2015 2014
Handelsvorderingen 222,4 207,8
Min: voorziening voor bijzondere waardeverminderingen op handelsvorderingen (4,3) (3,5)
Handelsvorderingen — netto 218,1 204,3
Vooruitbetalingen 12,1 11,2
Overige vorderingen 36,9 44,8
Vooruitbetaalde kosten en overige vorderingen 49,0 55,9
Handelsvorderingen en overige vorderingen — Kortlopend 267,1 260,2

"Overige vorderingen" inclusief terugvorderbare btw voor een bedrag van 30,0 miljoen EUR voor 2015 (2014: 39,6 miljoen EUR). De reële waarde van de kortlopende vorderingen benadert de boekwaarde.

De ouderdomsanalyse van de netto handelsvorderingen per 31 december is als volgt:

Jaar afgesloten op 31 december (netto)
in € miljoen
2015 2014
Niet vervallen 189,7 168,9
0 tot 30 dagen 17,1 17,9
31 tot 60 dagen 3,9 6,7
61 tot 90 dagen 1,7 3,2
Meer dan 90 dagen 5,7 7,5
Totaal 218,1 204,3

De Groep past geen systematische externe credit rating toe. Een bijzondere waardeverminderingsanalyse van de handelsvorderingen wordt op individueel niveau uitgevoerd, maar er zijn geen belangrijke individuele significante bijzondere waardeverminderingen.

De boekwaarde van de handelsvorderingen (bruto) van de Groep wordt uitgedrukt in de volgende valuta's:

Jaar afgesloten op 31 december (bruto)
In € miljoen
2015 2014
EUR 109,6 98,0
GBP 23,6 33,6
PLN 34,8 27,3
TRY 16,9 13,7
AUD 6,6 6,7
RUB 13,1 10,3
Overige 17,8 18,2
Totaal 222,4 207,8

In de loop van het jaar zijn de betalingsvoorwaarden voor de vorderingen noch verslechterd noch heronderhandeld. Het maximale kredietrisico aan het einde van de rapporteringsperiode is de boekwaarde van elke regel van hierboven vermelde vorderingen. De Groep houdt geen onderpand als zekerheid.

Mutaties in de voorzieningen voor bijzondere waardeverminderingen van de Groep met betrekking tot handelsvorderingen zijn als volgt:

Jaar afgesloten op 31 december
In € miljoen
2015 2014
Openingsbalans 3,5 4,1
Bijzondere waardevermindering op handelsvorderingen 1,5 0,7
Tijdens het jaar afgeschreven handelsvorderingen wegens oninbaar (0,2) (1,1)
Terugname van bijzondere waarderverminderingen op handelsvorderingen (0,5) (0,2)
Per 31 december 4,3 3,5

Het opzetten en de vrijval van de voorziening voor oninbare debiteuren zijn opgenomen in "Verkoop- en marketingkosten" in de resultatenrekening.

De Groep is in 2008 een 'non-recourse' factoringovereenkomst aangegaan en deze overeenkomst is nog steeds van toepassing. Deze factoringovereenkomst is niet in de balans is opgenomen. De overeenkomst voorziet in een kredietfaciliteit van maximaal 125 miljoen EUR.

Met betrekking tot de overname van Serenity in april 2013 is de Groep ook een factoringovereenkomst aangegaan met Ifitialia en met Mediofactoring. In 2014 is de Groep ook een factoringovereenkomst aangegaan met Banca IFIS. Al deze factorovereenkomsten zijn non-recourse. De overeenkomst met Mediofactoring werd in Augustus 2015 geschorst.

7.11 Voorraden

De voorraden kunnen als volgt worden opgesplitst:

Jaar afgesloten op 31 december
In € miljoen
2015 2014
Grondstoffen 82,1 80,3
Goederen in bewerking 0,7 0,8
Gereed product 119,6 120,8
Overige 9,7 9,7
Waardevermindering op voorraden (11,0) (10,7)
Voorraden 201,1 200,9

De Groep gebruikt voornamelijk pulp, super-absorbers en niet-geweven stoffen. Overige grondstoffen die de Groep voor de productie gebruikt zijn onder andere polyethyleen, lijmen en tapes als basisgrondstoffen. De afgewerkte producten zijn babyluiers, babybroekjes, maandverbanden, tampons, inlegkruisjes, doekjes, incontinentieproducten en handelsgoederen.

De voorraadkosten opgenomen als kosten onder "Kostprijs van de omzet" bedroegen in 2015 1.213,7 miljoen EUR (1.169,2 miljoen EUR in 2014).

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

7.12 Geldmiddelen en kasequivalenten

De netto kaspositie zoals gepresenteerd in het geconsolideerd kasstroomoverzicht is als volgt:

Jaar afgesloten op 31 december
In € miljoen
2015 2014
Kortetermijndeposito's (niet langer dan 3 maanden) 3,1 0,2
Vrij beschikbare geldmiddelen 233,7 35,3
Totaal 236,8 35,5

De boekwaarde van de geldmiddelen en kasequivalenten is een redelijke benadering van de reële waarde.

De kredietwaardigheid van de banken en financiële instellingen waarmee de Groep werkt, wordt vermeld in de volgende tabel:

Jaar afgesloten op 31 december
In € miljoen
2015 2014
AA 11,6 12,8
A 214,0 19,4
BBB 3,3 2,5
BB 0,1 0,7
B 5,7
Geen kredietrapport 2,1 0,1
Totaal 236,8 35,5

7.13 Kapitaal

Aantal Aantal Gewone
In € miljoen aandelen CPEC's1 aandelen Uitgiftepremie CPEC's1 Totaal
Openingsbalans op 1 januari 2014 2.101.250.000 39.900.000.000 21,0 399,0 420,0
Eliminatie gezamenlijke controle transactie (2.101.250.000) (39.900.000.000) (21,0) (399,0) (420,0)
Betaald kapitaal bij oprichting 7.000 0,1 0,1
Inbreng in natura van Ontex I S.à.r.l. aandelen 49.993.000 499,9 400,1 900,0
Omzetting van uitgiftepremie in kapitaal 400,1 (400,1)
Primaire tranche van de IPO 18.055.555 180,6 144,4 325,0
Kapitaalsvermindering (400,0) (400,0)
IPO kosten primaire tranche (25,3) (25,3)
Eindsaldo op 31 december 2014 68.055.555 655,3 144,4 799,7
Kapitaalsverhoging 4.083.332 40,8 73,9 114,7
Uitgiftekosten nieuwe aandelen (1,3) (1,3)
Eindsaldo op 31 december 2015 72.138.887 694,8 218,3 913,1

1 Convertible Preferred Equity Certificates

Transactiekosten die incrementeel en direct toewijsbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen als gevolg van de IPO (25,3 miljoen EUR) worden opgenomen als een vermindering van het aandelenkapitaal. De kosten gerelateerd aan het noteren van de bestaande aandelen worden opgenomen als niet-recurrente kosten in de resultatenrekening (zie toelichting 7.22).

Ontex Group NV werd opgericht in April 2014 met het doel als nieuwe holding te fungeren voor de activiteiten van Ontex. De vorige holding zijnde Ontex I S.à.r.l. werd ingebracht in Ontex Group NV onmiddellijk voorafgaand en onder voorbehoud van de voltooiing van de IPO van Ontex Group NV in juni 2014. Zoals uitgelegd in toelichting 7.1.1. werd de transactie als een transactie onder gezamenlijke controle gekwalificeerd buiten de toepassing van IFRS 3 "Bedrijfscombinaties" en dus opgenomen onder de methode van het samenvoegen van belangen. De inbreng werd gewaardeerd aan een IPO prijs van 18,0 EUR per aandeel.

De volgende bewegingen deden zich voor in het kapitaal in 2014:

Op 24 april 2014 werd Ontex Group NV opgericht met een kapitaal van 70.000 EUR vertegenwoordigd door 7.000 aandelen en zonder nominale waarde waarvan 6.999 aandelen respectievelijk 1 aandeel door Whitehaven B S.à.r.l. en Whitehaven A S.à.r.l. worden aangehouden.

Op 30 juni 2014 verkocht Whitehaven A S.à.r.l. zijn aandeel aan Whitehaven B S.à.r.l..

Op 30 juni 2014 werd het aandelenkapitaal aangepast naar 680.650.828,0 EUR vertegenwoordigd door 68.055.555 gewone aandelen ingevolge:

  • (A) De volgende inbrengen in natura met betrekking tot 499.930.000 EUR aandelenkapitaal en 400.070.000 EUR uitgiftepremie, door middel van uitgifte van 49.993.000 aandelen resulterende in een kapitaal van 500.000.000 EUR vertegenwoordigd door 50.000.000 aandelen (i) alle gewone aandelen van Ontex I gehouden door Whitehaven B S.à.r.l. (ii) alle opties op Ontex I aandelen gehouden door het huidige directiecomité van de Groep en (iii) alle gewone aandelen van Ontex I gehouden door het directiecomité van de Groep in 2010.
  • (B) De omzetting van de uitgiftepremie van 400.070.000 EUR in kapitaal resulterende in een kapitaal van 900.070.000 EUR.
  • (C) Een kapitaalsvermindering van 400.000.000 EUR resulterende in een kapitaal van 500.070.000 EUR om uitkeerbare reserves te creëren voor hetzelfde bedrag.
  • (D) Een kapitaalsverhoging in cash voor een bedrag van 180.580.828 EUR aan aandelenkapitaal en 144.419.162 EUR aan uitgiftepremie door middel van uitgifte van 18.055.555 aandelen resulterende in een kapitaal van 680.650.828 EUR vertegenwoordigd door 68.055.555 aandelen.

In november 2015 werd een kapitaalsverhoging gerealiseerd in het kader van de "accelerated bookbuild offering" ("ABB"). Een kapitaalsverhoging in cash voor een bedrag van 40,8 miljoen EUR aan aandelenkapitaal en 73,9 miljoen EUR aan uitgiftepremie resulterend in een kapitaal van 914,5 miljoen EUR vertegenwoordigd door 72.138.887 aandelen. Transactiekosten die incrementeel en direct toewijsbaar zijn aan de uitgifte van de nieuwe aandelen als gevolg van de ABB (1,3 miljoen EUR) worden opgenomen als een vermindering van het aandelenkapitaal.

7.14 Winst per aandeel

Overeenkomstig IAS 33 wordt de gewone winst per aandeel berekend door het nettoresultaat van de periode, toerekenbaar aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij te delen door het gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen tijdens het jaar. De gewone winst per aandeel werd voor de eerste zes maanden vóór de IPO berekend alsof de aandelen uitgegeven voor de inbreng van de Groep en op moment van IPO reeds bestonden voor het gerapporteerde jaar 2014. Het aantal aandelen dat werd gebruikt voor 2014 bedraagt 68.055.555. Het aantal aandelen dat werd gebruikt voor 2015 is 68.736.110, wat het gewogen gemiddeld aantal aandelen is in 2015, gegeven de kapitaalverhoging van november 2015, zie ook toelichting 7.13 hierboven.

De verwaterde winst per aandeel dient berekend te worden door het nettoresultaat van de periode, toerekenbaar aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij (na aanpassing van de effecten van alle potentiële verwaterde gewone aandelen) te delen door het gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen tijdens het jaar, vermeerderd met het gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen dat zou worden uitgegeven bij een omzetting van alle potentiële verwaterde gewone aandelen in gewone aandelen.

In het geval van Ontex Group NV is er geen effect van verwatering op het netto resultaat toewijsbaar aan de houders van gewone aandelen en op het gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen.

Onderstaande tabel geeft de gegevens weer op het vlak van resultaat en aantal aandelen die gebruikt worden voor de berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel.

Kalenderjaar Kalenderjaar
In € miljoen 2015 2014
Gewone winst
Netto resultaat toewijsbaar aan de houders van gewone aandelen 98,6 8,6
Verwateringseffect
Netto resultaat toewijsbaar aan de houders van gewone aandelen aangepast voor het verwateringseffect 98,6 8,6
Recurrente gewone winst
Gewone winst toewijsbaar aan de houders van gewone aandelen 98,6 8,6
Niet recurente kosten en opbrengsten 6,8 56,3
Belastingcorrectie (2,0)
Recurrente gewone winst1 103,4 64,9
Verwateringseffect
Recurrente gewone winst toewijsbaar aan de houders van gewone aandelen aangepast voor het verwateringseffect 103,4 64,9
Kalenderjaar Kalenderjaar
Aantal aandelen 2015 2014
Gewogen Gemiddeld aantal gewone aandelen
Verwateringseffect
68,736,110
68,055,555
Kalenderjaar Kalenderjaar
Winst per aandeel (In €) 2015 2014
Gewone winst per aandeel 1,43 0,13
Verwaterde gewone winst per aandeel 1,43 0,13
Recurrente gewone winst per aandeel 1,50 0,95
Verwaterde recurrente winst per aandeel 1,50 0,95

1 Recurrente gewone winst toewijsbaar aan de houders van gewone aandelen wordt gedefinieerd als Winst voor de periode plus de niet-recurrente kosten en opbrengsten en het belastingseffect op de niet-recurrente kosten, toewijsbaar aan de aandeelhouders van de moederonderneming.

Financiële rapportering

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

7.15 Leningen

Jaar afgesloten op 31 december
In € miljoen
2015 2014
Langlopend
Leningen:
Senior Secured Obligaties 2014 245,6 244,9
Facility A lening 2014 > 1 jaar 373,9 372,3
LTIP indekkingslening (total return swap) 13,1
Financiële lease & overige schulden 0,5 1,0
Langlopende leningen 633,1 618,2
Kortlopend
Interesten
Obligaties: 1,5 1,5
Facility A Lening 2014 > 1 jaar 0,7 0,9
Andere 0,2
Financiële lease & overige schulden 6,8
Kortlopende leningen 9,2 2,4
Totaal financiële schulden 642,3 620,6

Reconciliatie met het kasstroomoverzicht

In € miljoen 2015 2014
Afgeloste leningen (910,0)
Financiële lease & overige schulden (0,6) (1,3)
Nieuw gecontracteerde leningen 6,9 630,0
Impact op kasstroomoverzicht 6,3 (281,3)

Alle leningen worden uitgedrukt in euro, met uitzondering van een korte termijn lening in Rusland voor een bedrag van 470,0 RUB per 31 december 2015.

Op 31 maart 2011 heeft Ontex IV SA hoogrentende obligaties uitgegeven bestaande uit hoogrentende obligaties van 235,0 miljoen EUR Senior Notes met interestvoet 9,00% en looptijd tot 2019, 320,0 miljoen EUR Senior Secured Notes met interestvoet 7,50% en looptijd tot 2018 en 280,0 miljoen EUR Senior Secured Notes met variabele rentevoet en looptijd tot 2018.

Op 14 februari 2013 sloot Ontex IV SA het aanbod van 75,0 miljoen EUR 7,5% Senior Secured Obligaties met looptijd tot 2018 af.

Op 16 juli 2014 heeft Ontex IV SA het volledig openstaand saldo van de 280,0 miljoen EUR Senior Secured Notes met variabele rentevoet en looptijd tot 2018 terugbetaald eveneens alle gelopen en niet betaalde interest en bijkomende bedragen.

Op 14 november 2014 heeft Ontex Group NV zijn aanbieding van 250,0 miljoen EUR Senior Secured Notes met interestvoet van 4,75% en looptijd tot 15 november 2021 afgesloten aan een uitgifteprijs van 100%.

Op 3 december 2014 werd een senior termijnovereenkomst afgesloten bestaande uit een Senior termijnfaciliteit in EUR (Facility A Lening 2014) voor een bedrag van 380,0 miljoen EUR en een Senior Revolving faciliteit (Facility B lening 2014) voor een bedrag van 100,0 miljoen EUR evenals uit bepaalde indekkings- verplichtingen.

De senior termijnfaciliteit in EUR voor een bedrag van 380,0 miljoen EUR heeft een interestvoet gebaseerd op de EURIBOR op 3 maanden plus een marge in het begin van 275 basispunten welke grotendeels ingedekt is.

Leningen onder de senior termijnlening en de opbrengsten van de uitgifte van de obligaties werden gebruikt om de bestaande schulden van Ontex zijnde de 7,50% senior secured notes met looptijd tot 2018 en ten belope van 395,0 miljoen EUR terug te betalen evenals de 9,00% senior unsecured notes met looptijd tot 2019 en ten belope van 235,0 € miljoen.

Leningen onder de senior termijnlening en de geplaatste obligaties worden gewaardeerd tegen een geamortiseerde kostprijs. De kosten voor de terugbetaling van de bestaande leningen worden opgenomen in de resultatenrekening onder de niet-recurrente kosten.

De boekwaarde en de reële waarde van de financiering op 31 december 2015 is als volgt:

Jaar afgesloten op 31 december 2015
In € miljoen
Boekwaarde Reële waarde
Leningen: 626,3 652,1

Per 31 december 2015 is 100,0 miljoen EUR van de Revolving Credit Facility niet opgenomen.

Op 29 juli 2015 werd een volledig indekkingsprogramma (Total return swap) geïmplementeerd voor de op aandelen gebaseerde betalingen LTIP 2014 en LTIP 2015. Voor meer informatie verwijzen we naar toelichting 7.4.6 en 7.26 van dit jaarverslag. In het kader van deze total return swap werd een lening aangegeaan bij ING ten belope van 13,1 miljoen EUR.

Op 11 augustus 2015 is Ontex groep NV een korte termijn faciliteit aangegaan in Rusland voor een bedrag van 550,0 miljoen RUB , waarvan 470,0 miljoen RUB was opgenomen per 31 december 2015.

7.15.1 Onderpand voor leningen

Gewaarborgde overeenkomsten zijn aangegaan waarin de leningen voor het gehele uitstaande bedrag en de toe te rekenen interest op de leningen collectief zijn gewaarborgd. De Groep is onderhevig aan informatieconvenanten op regelmatige tijdstippen, en bepaalde financiële ratio's worden opgevolgd. De Groep behoudt de volledige eigendom en de gebruiksrechten van de in onderpand gegeven activa. Indien de terugbetaling van de lening en de daaraan verbonden interesten niet wordt nagekomen, kunnen de kredietverstrekkers de in onderpand gegeven activa opeisen.

7.15.2 Overige informatie

HSBC Turkije heeft een kredietlijn toegekend aan Ontex Tuketim A.S. voor 4,4 miljoen USD. Dit krediet is nog niet benut.

Isbank Turkije heeft ook een kredietlijn toegekend aan Ontex Tuketim A.S. voor 7,3 miljoen USD. Van dit krediet is 0,3 miljoen USD gebruikt voor een niet-contante lening (garantiebrief afgegeven aan de Douane).

Yapi Kredi Turkije heeft een kredietlijn toegekend aan Ontex Tuketim A.S. voor 2,0 miljoen USD. Van dit krediet is 0,4 miljoen USD gebruikt voor een niet-contante lening (garantiebrief afgegeven aan de Douane).

Akbank Turkije heeft een kredietlijn toegekend aan Ontex Tuketim A.S. voor 3,0 miljoen USD. Dit krediet is niet gebruikt.

Garanti Turkije heeft een kredietlijn toegekend aan Ontex Tuketim A.S. voor 1,5 miljoen USD. Van dit krediet is 0,1 miljoen gebruikt voor een niet-contante lening (garantiebrief afgegeven aan de Douane).

Ontex Tuketim A.S. heeft een garantiebrief ondertekend ten gunste van HSBC Algerije voor een bedrag van 7,5 miljoen USD. HSBC Algerije heeft deze garantiebrief gebruikt om een kredietlijn toe te kennen aan Can Hygiene SPA voor het opstellen van een documentair krediet aan leveranciers van grondstoffen en om een lening toe te kennen voor de aankoop van een BD Line.

7.16 Personeelsbeloningen

De Groep kent haar werknemers en gepensioneerde werknemers vergoedingen na uitdiensttreding, lange termijn personeelsbeloningen en ontslagvergoedingen toe. Deze beloningen zijn opgenomen in overeenstemming met IAS 19. De bijbehorende in de balans opgenomen IAS 19-verplichting kan als volgt worden samengevat:

Jaar afgesloten op 31 december
In € miljoen
2015 2014
Vergoedingen na uitdiensttreding 17,3 17,1
Langetermijnpersoneelsbeloningen 2,3 2,1
Ontslagvergoedingen1 0,1 0,4
Verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen 19,7 19,6
Kortlopende personeelsbeloningen en andere beloningen 33,3 28,8
Netto schuld 53,0 48,4

1 Brugpensioenen maken deel uit van de ontslagvergoedingen.

De berekening van de schuld is gebaseerd op actuariële veronderstellingen die zijn vastgesteld op de diverse balansdatums. Ze zijn niet alleen gebaseerd op de macro-economische factoren die golden op de datums in kwestie, maar ook op de specifieke kenmerken van de verschillende regelingen, die gewaardeerd werden. Zij vertegenwoordigen de beste schatting van de Groep voor de toekomst. Ze worden periodiek beoordeeld in overeenstemming met de evolutie van de markten en de beschikbare statistieken.

Vergoedingen na uitdiensttreding:

We betalen onder de toegezegde-bijdrage-regelingen aan zowel staats- als particuliere pensioenregelingen binnen het bedrijf. Daarnaast heeft Ontex in België ook verzekerde toegezegde-pensioen-regelingen en hebben we tevens de verplichting om werknemers in Frankrijk en Turkije die met pensioen gaan een ontslagvergoeding te betalen.

Ontex heeft ook een aantal niet-gefinancierde pensioenregelingen ten aanzien van onze Duitse activiteiten. De Duitse bedrijfsactiviteiten financieren geen pensioenregelingen, maar nemen in de balans pensioenregelingsverplichtingen op, op basis van een herziene IAS 19. De pensioenuitkeringen worden betaald door de betrokken vennootschap als ze verschuldigd zijn.

Financiële rapportering

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

De Groep heeft toegezegde-bijdrage-regelingen waarvoor ze in 2015 0,4 miljoen EUR betaalde. In België zijn toegezegde-bijdrage-regelingen wettelijk onderhevig aan een minimum gewaarborgd rendement en worden derhalve behandeld als toegezegd-pensioen-regeling. In de praktijk wordt deze garantie hoofdzakelijk gedekt door verzekeringsmaatschappijen. Omdat er geen financieringstekort is op 31 december 2015 is er geen verplichting opgenomen in de balans. De gecumuleerde reserves van deze regelingen zijn gelijk aan de activa.

Er zijn geen risico's waaraan de regeling de entiteit blootstelt, meer specifiek vanuit enige ongewone, entiteitsgebonden of regelingsgebonden risico's, en enige significante concentratie van risico.

Reconciliatie van de schulden met betrekking tot langlopende personeelsbeloningen

Opneming van de verplichting
Toegezegde pensioenregelingen op het einde van de periode
(19,2)
(24,9)
Reële waarde van fondsbeleggingen op het einde van de periode
2,1
7,6
Financieringsstatus
(17,3)
(17,1)
(17,3)
(17,1)
0,8
0,3
(0,1)

0,7
0,3
20
0,4
0,5


0,4
0,5
0,3

1.4
0.8
Reconciliatie van de schuld
Toegezegde pensioenregeling aan het begin van het jaar
(19,2)
(14,5)
Bedrijfscombinaties


Overige significante gebeurtenissen (overdrachten)
(0,8)
(1,0)
(0,8)
(0,3)
0,1

(0,7)
(0,3)
(0,4)
(0,5)

(0,3)
(0,6)
(5,1)
0,4
0,4
1,3
(2,9)
(0,2)
0,2
0,1

(24,9)
(19,2)
Reconciliatie van fondsbeleggingen tegen reële waarde
Reële waarde van de fondsbeleggingen aan het begin van het jaar
2,1
1,3
Werkgeversbijdrage
0,8
0,5
Overige significante gebeurtenissen (overdrachten)
5,1
0,6
Pensioenbetalingen ten laste van de werkgever
(0,4)
(0,3)
Reële waarde van fondsbeleggingen aan het einde van de periode
7,6
2,1
Reconciliatie van netto (schuld)/actief in de balans
Netto (schuld)/actief bij begin van het jaar
(17,1)
(13,2)
Bedrijfscombinaties


Overige significante gebeurtenissen (overdrachten)
(0,8)
(1,0)
Kost voor toegzegde pensioenregelingen opgenomen in de resultatenrekening
(1,4)
(0,8)
Totaal herwaarderingen opgenomen in de gerealiseerde en niet-gerealiserde resultaten
1,3
(2,6)
Werkgeversbijdrage
0,8
0,5
Effect van wisselkoersverschillen
(0,1)

(17,1)
Netto (schuld)/actief op het einde van het jaar
(17,3)
Vergoedingen na uitdiensttreding
In € miljoen Toelichting 2015 2014
Netto (schuld)/actief in balans
Toegezegde pensioenregelingen
Pensioenkosten over huidige diensttijd
Pensioenkosten over verstreken diensttijd
Pensioenkosten opgenomen in de resultatenrekening
Interestkosten met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen
Interestopbrengsten uit fondsbeleggingen
Netto interestkosten opgenomen in de resultatenrekening
Revaluatie van andere langetermijnpersoneelsbeloning
Personeelsbeloning (kosten)/opbrengsten (werkgever)
Pensioenkosten over huidige diensttijd
Pensioenkosten over verstreken diensttijd
Opgenomen pensioenkosten
Interesten met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen
Revaluatie van andere langetermijnpersoneelsbeloning
Overige significante gebeurtenissen (overdrachten)
Pensioenbetalingen ten laste van de werkgever
Effect van wijzigingen in de financiële veronderstellingen
Effect van aanpassingen op basis van de ervaring
Effect van wisselkoersverschillen
Toegezegde pensioenregeling aan het einde van het boekjaar
Niet-gefinancierd versus gefinancierd
(17,3)
(17,2)
Deel van toegezegde pensioenregelingen uit niet gefinancierde-regelingen
1,8
0,8
Verwachte bijdragen in de volgende jaarperiode

De fondsbeleggingen bestaan uit verzekeringscontracten.

7.16.1 Materiële actuariële veronderstellingen 2014

Land
Per 31 december 2014 België Duitsland Frankrijk Turkije Italië
Disconteringsvoet 1,8% 0.5% - 2.0% 2,3% 9,0% 2,0%
Verwacht langetermijnrendement op fondsbeleggingen 1,8%
Loonstijgingspercentage (bovenop de inflatie) 3,5% 0,0% 0,5% 5,0% n.v.t.
Inflatiepercentage 2,0% 2,0% 2,0% 5,0% 2,0%
MR FR met
leeftijd RG48
correctieminus Heubeck INSEE Italiaanse
Sterftetabel 3jaar 2005 G 2010-2012 C.S.O. 1980 tabellen
Tabel 1/
Vertrekpercentage Geen n.v.t. Tabel 2 Vennootschapspecifiek 3% vast
Heubeck
Invaliditeitstabel 2005 G
Gewogen gemiddelde duur 22,9 15,0 14,6 n.v.t. 12,8

7.16.2 Materiële actuariële veronderstellingen 2015

Land
Per 31 december 2015 België Duitsland Frankrijk Turkije Italië
Disconteringsvoet 2,5% 1,75% / 2,25% 2,3% 11,4% 2,3%
Verwacht langetermijnrendement op fondsbeleggingen
Loonstijgingspercentage (bovenop de inflatie) 3,3% 0,0% 2,0% / 2,5% 5,0% n.v.t.
Inflatiepercentage 1,8% n.v.t. / 1,75% 1,8% 5,0% 1,8%
MR FR met
leeftijd
RG48
correctieminus Heubeck INSEE Italiaanse
Sterftetabel 3jaar 2005 G 2010-2012 C.S.O. 1980 tabellen
Tabel 1/
Vertrekpercentage Geen n.v.t. Tabel 2 Vennootschapspecifiek 3% vast
Heubeck
Invaliditeitstabel 2005 G
Gewogen gemiddelde duur 22,9 15,0 14,6 n.v.t. 12,8

Er zijn geen ongewone entiteitsgebonden of regelingsgebonden risico's waaraan de regeling de entiteit blootstelt, en er zijn geen significante risicoconcentraties.

De sensitiviteitsanalyses hieronder zijn bepaald op basis van een methode die de invloed op de toegezegde pensioenregeling van redelijke wijzigingen van de belangrijke veronderstellingen, aan het einde van de verslagperiode, extrapoleert. Negatieve tekens in onderstaande tabellen wijzen op een stijging van de verplichting. Positieve tekens in onderstaande tabellen wijzen op een daling van de verplichting.

Per 31 december 2014
Sensitiviteitsanalyse
België Duitsland Frankrijk Turkije Italië
Disconteringsvoet - 0,25bp (5,1) (10,3) (2,7) (0,5) (2,1)
Disconteringsvoet + 0,25bp 4,1 8,8 2,4 0,5 1,8
Loonstijging - 0,25bp (2,9) Geen gevolgen (1,5) (0,5) Geen gevolgen
Loonstijging + 0,25bp 3,1 Geen gevolgen 1,7 0,5 Geen gevolgen
Per 31 december 2015
Sensitiviteitsanalyse België Duitsland Frankrijk Turkije Italië
Disconteringsvoet -0.25bps (10,9) (9,3) (2,9) (0,6) (1,8)
Disconteringsvoet + 0,25bp 9,9 8,7 2,7 0,6 1,7
Loonstijging - 0,25bp (10,5) Geen gevolgen (2,7) (0,6) (1,8)
Loonstijging + 0,25bp 10,5 Geen gevolgen 2,9 0,6 1,8

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

7.16.3 Vergoedingen na uitdiensttreding per land

2014
Vergoedingen na uitdiensttreding Duitsland Turkije Frankrijk België Italië Totaal
OPNAME VAN DE SCHULD
Toegezegde pensioenregeling op het einde van de
periode
(9,6) (0,5) (2,5) (4,6) (1,9) (19,2)
Reële waarde van fondsbeleggingen aan het einde
van de periode
2,1 2,1
Financieringsstatus (9,6) (0,5) (2,5) (2,5) (1,9) (17,1)
Netto (schuld)/actief in balans (9,6) (0,5) (2,5) (2,5) (1,9) (17,1)
2015
Vergoedingen na uitdiensttreding Duitsland Turkije Frankrijk België Italië Totaal
OPNAME VAN DE SCHULD
Toegezegde pensioenregeling op het einde van de
periode
(9,0) (0,7) (2,8) (10,6) (1,8) (24,9)
Reële waarde van fondsbeleggingen aan het einde
van de periode
7,6 7,6
Financieringsstatus (9,0) (0,7) (2,8) (3,0) (1,8) (17,3)
Netto (schuld)/actief in balans (9,0) (0,7) (2,8) (3,0) (1,8) (17,3)

7.17 Uitgestelde belastingen

Uitgestelde belastingvorderingen en -schulden worden gecompenseerd als er een wettelijk afdwingbaar recht tot verrekening bestaat en als de uitgestelde belastingen uitgaan van eenzelfde fiscale autoriteit. De uitgestelde belastingvorderingen en -schulden zijn toe te rekenen aan de volgende posten:

2015 2014
In € miljoen Uitgestelde
belastingsvordering
Uitgestelde
belastingsschuld
Uitgestelde
belastingsvordering
Uitgestelde
belastingsschuld
Immateriële vaste activa 4,0 2,4
Terreinen, gebouwen, machines en installaties (30,7) (29,2)
Voorraden (0,2) 0,5
Financiële instrumenten (2,2) (3,6)
Personeelsbeloningen-langlopend 2,1 2,4
Toegerekende kosten en overige schulden 0,7 0,6
Overige (3,7) (4,9)
Fiscale verliezen 114,8 237,0
Fiscale aftrekken 9,2 13,8
Totaal uitgestelde belastingvorderingen & verplichtingen met
betrekking tot tijdelijke verschillen 130,8 (36,8) 256,7 (37,7)
Niet-erkende netto uitgestelde belastingvorderingen (114,3) (230,9)
Herclassificatie (netto uitgestelde belastingvordering per vennootschap) (9,5) 9,5 (15,4) 15,4
Totaal uitgestelde belastingvorderingen & schulden 7,0 (27,3) 10,4 (22,3)

Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen, overgedragen fiscale aftrekken en overgedragen fiscale verliezen voor zover de realisatie van de betrokken belastingvordering via toekomstige belastbare winsten waarschijnlijk is.

De groep heeft van de uitgestelde belastingvorderingen ten belope van 114,3 miljoen EUR niet opgenomen in de balans (2014: 235,2 miljoen EUR) met betrekking tot overgedragen verliezen (na toepassing van de belastingvoet) voor een bedrag van 109,7 miljoen EUR (2014: 237,0 miljoen EUR) Van de uitgestelde belastingsvorderingen met betrekking tot de overgedragen fiscale aftrekken (na toepassing van de belastingsvoet) werd ten belope van 9,2 miljoen EUR (2014: 13,8 miljoen EUR) niet opgenomen in de balans. We verwijzen naar toelichting 7.3.1.

De overgedragen fiscale verliezen hebben voornamelijk betrekking op Frankrijk en België. In principe kunnen de fiscale verliezen in beide landen onbeperkt worden overgedragen, maar de winsten in de betrokken entiteiten zijn onvoldoende voor de erkenning van uitgestelde belastingsvorderingen voor 2015.

De overgedragen fiscale aftrekken betreffen in hoofdzaak de aftrek voor dividenden in hoofde van Ontex Group NV. De ontvangen dividend aftrek kan in principe onbeperkt worden overgedragen maar gezien de huidige winstpositie van Ontex Group NV werd er geen uitgestelde belastingsvordering erkend in 2015.

De Groep heeft geen uitgestelde belastingen opgenomen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen. Er is momenteel geen beleid of gedetailleerd plan met betrekking tot de betaling van dividenden binnen de groep.

7.18 Kortlopende en langlopende schulden

Overige kortlopende schulden (exclusief voorzieningen, te betalen belastingen, leningen en verplichtingen die rechtstreeks verband houden met vaste activa bestemd voor verkoop) kunnen als volgt worden weergegeven:

Jaar afgesloten op 31 december
In € miljoen
2015 2014
Lang lopende overige schulden
Toegerekende kosten en overige schulden 23,3 22,3
Min: Langlopend gedeelte
Kortlopende toegerekende kosten en overige schulden 23,3 22,3
Handelsschulden 267,1 254,5
Personeelsbeloningen-kortlopend 33,3 28,8
Totaal kortlopende schulden 323,7 305,6

De ouderdomsanalyse van de handelsschulden is als volgt:

Jaar afgesloten op 31 december
In € miljoen
2015 2014
Niet vervallen 256,8 231,7
0 tot 30 dagen 9,0 20,0
31 tot 60 dagen 0,9 0,8
61 tot 90 dagen 0,1
Meer dan 90 dagen 0,4 1,9
Totaal 267,1 254,5

7.19 Voorzieningen – Kortlopende schulden

Juridische
In € miljoen geschillen Herstructurering Overige Totaal
Openingsbalans 1,9 5,3 0,2 7,4
Toevoegingen voorzieningen 0,7 2,1 0,8 3,6
Teruggenomen bedragen (0,5) (0,1) (0,6)
Aanwendingen tijdens het jaar (0,1) (3,8) (3,9)
Overige 0,1 (0,8) (0,7)
Per 31 december 2014 2,1 3,5 0,2 5,8
Openingsbalans 2,1 3,5 0,2 5,8
Toevoegingen voorzieningen 0,7 0,4 1,1
Teruggenomen bedragen (0,4) (0,4)
Aanwendingen tijdens het jaar (0,4) (1,2) (0,2) (1,8)
Overige
Per 31 december 2015 2,4 1,9 0,4 4,7

De Groep legt een voorziening aan voor juridische geschillen, die werden aangespannen tegen de Groep, door klanten, leveranciers of voormalige werknemers. Er zijn geen belangrijke ontwikkelingen met betrekking tot geschillen ten opzichte van eind vorig jaar geweest.

Tijdens de verslagperiode had de Groep langlopende overige voorzieningen ter waarde van 0,2 miljoen EUR.

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

7.20 Kosten met betrekking tot personeelsbeloningen

Voor het jaar afgesloten op 31 december 2015 2014
Bezoldigingen (155,1) (143,3)
Sociale lasten (41,9) (40,3)
Toegezegdebijdrage kost1 (4,3) (4,0)
Overige personeelskosten (11,7) (10,6)
Totaal kosten met betrekking tot personeelsbeloningen (213,0) (198,2)

1 Waarvan 0,7 miljoen EUR betrekking heeft op Pensioenkosten (2014: 0.3 miljoen EUR). We verwijzen naar toelichting 7.16.

Gemiddeld totaal aantal werknemers 2015 2014
(in voltijdse equivalenten) 5.328 5.325
Waarvan:
– arbeiders 3.684 3.802
– bedienden 1.563 1.452
– management 81 71

7.21 Overige bedrijfsopbrengsten/(kosten), netto

Voor het jaar afgesloten op 31 december
In € miljoen 2015 2014
Gerealiseerde meerwaarden op de verkoop van activa 0,6 0,3
Wisselkoersverschillen op bedrijfsactiviteiten 2,4 (2,9)
Gerealiseerde minderwaarden op de verkoop van activa (0,9) 0,1
Overige kosten (1,8) 0,2
Totaal overige bedrijfsopbrengsten/(kosten), netto 0,3 (2,5)

7.22 Niet-recurrente opbrengsten en kosten

Voor het jaar afgesloten op 31 december
In € miljoen 2015 2014
Fabriekssluiting (0,1) (0,4)
Bedrijfsherstructurering (1,3) (1,5)
Kosten verbonden aan overnames (4,0) (0,8)
Bijzondere waardeverminderingen activa 0,3)
IPO kosten (0,3) (21,1)
Herfinancieringskosten (0,1) (32,7)
Overige (1,0) 0,5
Totale niet-recurrente opbrengsten en kosten (6,8) (56,3)

Kosten die opgenomen zijn onder de rubriek niet-recurrente opbrengsten en kosten zijn die kosten die vanwege hun aard door het management als eenmalig of ongebruikelijk worden beschouwd. De Groep heeft deze classificatie overgenomen voor een beter begrip van de recurrente financiële prestaties van de Groep.

IPO & Herfinanciering: Het grootste gedeelte van de 2014 niet-recurrente kosten houdt verband met de IPO van juni 2014 en de herfinanciering van de bestaande schuld in het laatste kwartaal van 2014. Het totaal bedrag van gekende en voorziene IPO gerelateerde kosten bedraagt 46,5 miljoen EUR waarvan 21,1 miljoen EUR werd geboekt als niet-recurrente kosten. Het saldo werd onder het eigen vermogen opgenomen. Het totaal bedrag van de gekende en voorziene herfinancieringskosten bedraagt 32,7 miljoen EUR.

Fabriekssluiting: De Groep sloot haar fabrieken in Villefranche, Frankrijk (2011) en in Recklinghausen, Duitsland (2012). De kosten bestaan voornamelijk uit ontslagvergoedingen en andere soortgelijke kosten alsook professionele honoraria. De niet-recurrente kosten in 2015 en 2014 zijn het gevolg van de kosten met betrekking tot voorbije fabriekssluitingen, die in die periode niet konden worden voorzien, gedeeltelijk gecompenseerd door de netto winst op de verkoop van de productievestiging in Villefranche, Frankrijk.

Bedrijfsherstructurering: De Groep voerde een aantal projecten uit om het beheer van haar activiteiten te optimaliseren. De kosten in 2015 hebben betrekking op de vereenvoudiging van de vennootschapstructuur van Ontex Groep. Om de vennootschapsstructuur te optimaliseren van de Groep, heeft de groep een aantal tussenliggende holdingvennootschappen verwijderd tussen de Onderneming en Ontex IV SA. De kosten in 2014 omvatten professionele honoraria en kosten in verband met contractbreuk gerelateerd aan de sluiting van het verkoopkantoor in Kazachstan.

Kosten verbonden aan overnames: In 2014 heeft de Groep kosten gemaakt met betrekking tot de aankoop en daaropvolgende integratie van Serenity Spa. In 2015 hebben we een winst gerealiseerd ten belope van 2,0 miljoen EUR ten gevolge van een lagere earn out betaling in 2015 dan was voorzien. We verwijzen naar toelichting 7 van dit jaarverslag. Deze winst werd gecompenseerd door kosten gemaakt voor de overname van Grupo P.I Mabe S.A de C.V ("Grupo Mabe"), een toonaangevende Mexicaanse onderneming in hygiënische wegwerpartikelen. Voor meer informatie omtrent de acquisitie verwijzen we naar toelichting 7.30.

Bijzondere waardevermindering van activa: De bijzondere waardevermindering van activa is een niet-kaskost en heeft in 2014 betrekking op de bijzondere waardevermindering resulterende uit de verkoop van de productievestiging in Villefranche, Frankrijk.

Overige: In 2014 werd een meerwaarde gerealiseerd bij de verkoop van het terrein in Rusland opgenomen onder de niet-recurrente opbrengsten en kosten voor 1,8 miljoen EUR. In 2015 werden er kosten ten belope van 1,0 miljoen EUR opgenomen in het kader van de uitstap van Goldman Sachs Group, Inc. en TPG Group Holdings (SBS) Advisors, Inc..

7.23 Functionele kostenindeling

De indeling van de kosten gebaseerd op de functie van de kosten is een alternatieve presentatie van de kosten opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening. Ze maken deel uit van "Kostprijs van de omzet", "Distributiekosten", "Verkoop- en Marketingkosten" en "Algemene beheerskosten" met betrekking tot de jaren afgesloten op 31 december:

In € miljoen Toelichting 2015 2014
Voorraadswijzigingen 1,8 25,8
Grond- en hulpstoffen (989,6) (973,9)
Kosten verbonden aan personeelsbeloningen 20 (213,0) (198,2)
Afschrijvingen en waardevermindering 8-9 (33,3) (32,2)
Verleende diensten (250,7) (241,5)
Operating leasebetalingen van het bedrijf 9 (29,0) (29,5)
Overige winsten/(kosten) 21 0,3 (2,5)
Totaal kostprijs van de omzet, distributiekosten, verkoop- en
marketingkosten en algemene beheerskosten (1.513,5) (1.452,0)

7.24 Netto financieel resultaat

De verschillende componenten van het financiële resultaat zijn de volgende:

In € miljoen 2015 2014
Interesten van vlottende activa 0,4 0,2
Wisselkoersverschillen 25,3 11,6
Overige 2,1
Financiële opbrengsten 25,7 13,9
Interesten op bonds en TLA (22,5) (57,4)
Afschrijvingen op kosten van leningen (2,8) (17,7)
Interesten op andere leningen (2,7) (2,9)
Interestkosten (28,0) (78,0)
Wisselkoersverschillen (27,7) (17,1)
Bankkosten (1,7) (2,8)
Vergoeding voor factoring (2,6) (2,7)
Verliezen op derivaten (1,9) (3,6)
Financiële kosten (61,9) (104,2)
Financiële opbrengsten volgens de resultatenrekening 25,7 13,9
Financiële kosten volgens de resultatenrekening (61,9) (104,2)
Netto financiële kosten volgens de resultatenrekening (36,2) (90,3)

Financiële rapportering

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

Reconciliatie met het kasstroomoverzicht

In € miljoen 2015 2014
Totale interest kosten ( 24,2) (58,4)
Beweging op toe te rekenen interesten en aangroeiende interest (10,8)
Betaalde interesten (24,2) (69,2)
In € miljoen 2015 2014
Totale interest kosten 0,4 0,2
Schommeling in toe te rekenen interesten 0,5
Ontvangen interest 0,9 0,2

7.25 Inkomstenbelastingen

De inkomstenbelasting (ten laste van)/ten gunste van de resultatenrekening gedurende het jaar is als volgt:

In € miljoen 2015 2014
Te betalen belastingen — (kost)/opbrengst (25,2) (11,3)
Uitgestelde belastingen — (kost)/opbrengst (9,0) 2,6
Totaal belastingen (kost)/opbrengst (34,2) (8,7)

Ontex Groep — Inkomstenbelasting (kost)/opbrengst:

In € miljoen 2015 2014
Winst vóór inkomstenbelastingen 132,8 17,3
Inkomstenbelasting (kost)/opbrengst berekend aan de hand van binnenlandse belastingtarieven (40,9) (3,5)
Verworpen uitgaven (1,2) 1,3
Netto gebruik van overgedragen fiscale verliezen die nog niet eerder erkend werden 6,9 11,4
Verliezen waarvoor nog geen uitgestelde belastingsvordering werd erkend (4,7) (35,1)
Verliezen van het verleden, waarvoor een uitgestelde belastingsvordering werd erkend voor de eerste keer 5,1 9,5
Aanpassingen m.b.t. voorgaande jaren 0,8 (3,3)
Excess Profit ruling -vrijstelling 9,2
Overige (0,3) 1,8
Totaal inkomstenbelastingen(kost)/opbrengst (34,2) (8,7)

7.26 Op aandelen gebaseerde betalingen

De Groep heeft twee toekenningen binnen haar Long Term Incentive Plan ("LTIP 2014" en "LTIP 2015") geïmplementeerd die gebaseerd zijn op een combinatie van aandelenopties ( verder "Opties" genoemd) en voorwaardelijk toegekende aandelen-eenheden (verder "RSU's – Restricted Stock Units genoemd). De Opties en RSU's worden gewaardeerd als op aandelen gebaseerde betalingen die in eigen vermogensinstrumenten worden afgewikkeld. RSU's kunnen enkel onvoorwaardelijk eigendom worden drie jaar na de toekenning en opties die het recht geven om aandelen te ontvangen van de Groep (verder genoemd de "Aandelen") of enig ander recht om aandelen te ontvangen kunnen pas uitgeoefend worden drie jaar na de toekenning. De toekenning van de LTIP 2014 & LTIP 2015 plannen zal onvoorwaardelijk toegekend worden op voorwaarde dat de deelnemer in dienst blijft. De aandelenprijs wordt beschouwd als de relevante performantie-indicator en het onvoorwaardelijk toekennen van de LTIP 2014 zal niet onderhevig zijn aan bijkomende specifieke performatie-indicatoren. De statuten kunnen de Groep toelaten om van deze regel af te wijken in overeenstemming met het Belgisch Wetboek van Vennootschappen.

De uitoefenprijs van de Opties zal gelijk zijn aan de laatste slotkoers van het aandeel die onmiddellijk voorafgaat aan de datum van het toekennen van de optie. Voor de opties zal de uitoefenperiode starten op de datum waarop ze onvoorwaardelijk zijn geworden ("vesting date").

De onderliggende aandelen van de RSU's worden toegekend zonder vergoeding zo snel als mogelijk na de datum van onvoorwaardelijk worden ("vesting date").

Wanneer de RSU's onvoorwaardelijk zijn geworden, worden de onderliggende Aandelen van de RSU's getransfereerd naar de deelnemers. Op het moment van het onvoorwaardelijk worden, mogen de opties uitgeoefend worden tot hun vervaldatum (8 jaar na de datum van toekenning).

Op of rond 26 september 2014 werden een totaal van 242.642 aandelenopties en 49.040 RSU's toegekend. Er zijn 8.797 aandelenopties en 1.780 RSU's opgegeven, vervallen of uitgeoefend per 31 december 2015.

Op of rond 26 juni 2015 werden een totaal van 159.413 aandelenopties en 38.294 RSU's toegekend. Er zijn 2.372 aandelenopties en 570 RSU's opgegeven, vervallen of uitgeoefend per 31 december 2015.

De Raad van Bestuur van de Groep heeft beslist op 1 juni 2015 om een volledig indekkingsprogramma (total return swap) te implementeren voor de indekking van de programma's aangaande de op aandelen gebaseerde betalingen LTIP 2014 en LTIP 2015 en dit vanaf 1 juli 2015.

Volgende overeenkomsten aangaande op aandelen gebaseerde betalingen waren in voege tijdens het boekjaar:

Periode eindigend op 31 december 2015 Vervaldatum Uitoefenprijsper
per aandeel (€)
Reële
waarde (€)
Aantal opties/
RSUs:
LTIP 2014
Opties 2022 17,87 3,57 233,850
RSUs 2017 n.v.t 15,97 47,260
LTIP 2015
Opties 2023 26,60 6,39 157,041
RSUs 2018 n.v.t 24,45 37,724

De reële marktwaarde van de aandelenopties werd bepaald op basis van het Black&Scholes model. De verwachte volatiliteit die in het model werd gebruikt is gebaseerd op de historische volatiliteit van vergelijkbare bedrijven (aangezien er geen volatiliteit beschikbaar was voor de onderneming).

Het overzicht hieronder geeft alle parameters weer die gebruikt werden in het model:

LTIP 2014 LTIP 2015
Uitoefenprijs (€) 17,87 26,60
Verwachte volatiliteit van de aandelen (%) 23,58% 26,32%
Verwacht rendement van de aandelen (%) 2,94% 2,14%
Risico vrije interestvoet (%) 1,13% 1,02%

De marktwaarde van de RSU's werd bepaald door de verwachte en verdisconteerde dividendenstromen af te trekken van de uitoefenprijs. Dezelfde als de hierboven vermelde parameters werden hiervoor gebruikt.

De sociale lasten met betrekking tot het LTIP worden voorzien over de looptijd.

7.27 Voorwaardelijke verplichtingen

De Groep is betrokken bij een aantal geschillen met betrekking tot milieuzaken, contracten, productaansprakelijkheid, octrooien (of intellectuele eigendom), werkgelegenheid en andere claims in verband met onze bedrijfsactiviteiten.

Op 2 september 2014 werd de groep in kennis gebracht door de Spaanse nationale concurrentie commissie (CNMC) van hun onderzoek tegen 15 vennootschappen in de sector (waaronder 3 dochtervennootschappen van de groep: Ontex ES Holdco,S.A, Ontex Penninsular, S.A.U en Ontex ID, S.A U.) naar vermeende inbreuken tegen prijsafspraken en andere commerciële condities in de Spaanse afzetmarkt voor incontinentieproducten.

Een beslissing van de raad van het CNMC wordt momenteel verwacht in mei 2016.

Indien de CNMC van oordeel is dat de betrokken dochterondernemingen van de groep schuldig zijn aan anti-concurrentie praktijken, kunnen deze een boete krijgen die kan oplopen tot 10% van de jaarlijkse omzet van 2015 (346,7 miljoen EUR). Per 31 december 2015 is het niet mogelijk om het resultaat van de beslissing te voorspellen. Om deze reden werd er dan ook geen provisie opgenomen in de geconsolideerde balans van de groep op 31 december 2015.

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

De Groep is momenteel van oordeel dat de claims en geschillen, individueel of gezamenlijk, geen materieel nadelig effect zullen hebben op onze geconsolideerde balans, bedrijfsresultaten of liquiditeit.

7.28 Toezeggingen

7.28.1 Investeringstoezeggingen

De Groep heeft zich contractueel verplicht tot investeringsuitgaven met betrekking tot de aankoop van terreinen, gebouwen, machines en installaties per 31 december 2015 ten bedrage van 36,1 miljoen EUR, 2014: 15,6 miljoen EUR.

7.28.2 Investeringstoezeggingen uit de operationele leasecontracten – waarin de Groep de huurder is

De Groep heeft zich contractueel verplicht tot een aantal huurcontracten die beëindigd kunnen worden met inachtneming van de opzegperiode die in elk rechtsgebied anders is.

De Groep huurt machines die gebruikt worden in de productie. De kenmerkende leasevoorwaarden zijn afhankelijk van het land waarin de leaseovereenkomst wordt aangegaan. De meerderheid van de leaseovereenkomsten zijn vernieuwbaar aan het einde van de huurperiode tegen het markttarief.

Een overzicht van de huurlasten ten laste van de resultatenrekening in de respectieve jaren wordt gegeven in toelichting 7.9 "Terreinen, Gebouwen, Machines en installaties". Verplichtingen inzake toekomstige minimale leasebetalingen, die geclaimd kunnen worden onder eenvoudige niet-opzegbare leasecontracten, worden als volgt onderverdeeld:

In € miljoen 2015 2014
Binnen een jaar 14,6 13,1
Van 1 tot 5 jaar 48,6 37,1
Meer dan 5 jaar 17,5 16,3
80,7 66,5

7.28.3 Bank waarborgen

Zoals aangegeven in toelichting 7.15 "Leningen", zijn de belangrijkste huidige en toekomstige lease-activa van de Groep als zekerheid gesteld voor deze leningen. Het gehele bedrag van de bankleningen van de Groep en de toe te rekenen interest lasten zijn gewaarborgd door collectieve onderpandovereenkomsten.

De Groep heeft bankwaarborgen gesteld ten belope van 20,2 miljoen EUR om deel te kunnen nemen aan openbare offertes.

7.29 Transacties met verbonden partijen

Als onderdeel van onze activiteiten heeft Ontex verschillende transacties aangegaan met verbonden partijen waaronder ook de belangrijkste aandeelhouders.

7.29.1 Geconsolideerde vennootschappen

Een lijst van de dochterondernemingen is te vinden in toelichting 7.6 "Lijst van geconsolideerde ondernemingen".

7.29.2 Relaties met de aandeelhouders

Naar aanleiding van de verkoop van de resterende aandelen in maart 2015 door de Goldman Sachs Group, Inc. en TPG Group Holdings (SBS) Advisors, Inc. en hun dochtervennootschap Whitehaven B S.à.r.l., zijn er geen substantiële verbonden partijen per 31 december 2015.

Voor het jaar afgesloten op 31 december
In € miljoen
2015 2014
Resultatenrekening 1,5
Vergoedingen 1,5

7.29.3 Relaties met niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur

Voor het jaar afgesloten op 31 december
In € miljoen
2015 2014
Vergoedingen 0,5 0,4

7.29.4 Relaties met de managers op sleutelposities

De managers die sleutelposities innemen binnen de Groep zijn die personen die bevoegd en verantwoordelijk zijn voor het plannen, aansturen en controleren van de activiteiten van de Groep.

Het management op sleutelposities binnen de Groep bestaat uit al de leden van het Executive team.

7.29.5 Vergoedingen management op sleutelposities

Vergoeding van de CEO
In € miljoen
2015 2014
Vaste en variabele vergoedingen 2,0 1,8
Vergoeding van het Executive Team
In € miljoen
2015 2014
(Met uitzondering van de CEO)
Vaste vergoedingen 3,7 3,2
Variabele vergoedingen 2,5 2,0
Overige vergoedingen 0,1 0,1
Totaal 6,3 5,3

De Groep heeft twee toekenningen binnen haar Long Term Incentive Plan ("LTIP 2014" en "LTIP 2015") geïmplementeerd die gebaseerd zijn op een combinatie van aandelenopties en voorwaardelijk toegekende aandelen-eenheden (RSU's) (Zie toelichting 7.26).

Het aantal aandelenopties en voorwaardelijke toegekende aandelen-eenheden (RSU's) die werden toegekend aan de CEO en het Executive Management Team is als volgt:

Voor het jaar afgesloten op 31 december 2015 Aantal
RSUs
Aantal
opties
LTIP 2014
CEO 7.868 38.930
Executive Team (exclusief CEO) 21.163 104.720
LTIP 2015
CEO 6.884 28.661
Executive Team (exclusief CEO) 15.786 65.718

7.30 Gebeurtenissen na balansdatum

Op 29 februari 2016 heeft Ontex de overname van 100% van de aandelen van Grupo P.I Mabe S.A de C.V. ("Grupo Mabe"), een toonaangevende Mexicaanse onderneming in hygiënische wegwerpartikelen, afgerond.

Door de integratie van Grupo Mabe krijgt Ontex Group verder toegang tot veelbelovende markten, vooral op het Amerikaanse continent. Bovendien ontstaat zo een aanzienlijk sterker platform voor groei op de wereldmarkt van oplossingen voor persoonlijke hygiëne.

De initiële vergoeding van 5.650,0 miljoen MXN, namelijk 285,7 miljoen EUR1 , is betaalbaar in cash en Ontex aandelen.

Op basis van voorlopige ramingen van de netto financiële schuld van Grupo Mabe bij afronding van de transactie, bedroeg de cash-vergoeding die Ontex betaalde 3.522,3 miljoen MXN (178,1 miljoen EUR1 tegen de huidige wisselkoersen). De aandelencomponent van de vergoeding bestaat in de uitgifte van 2.722.221 nieuwe aandelen2 uitgereikt aan de verkopers. Dit resulteerde in een kapitaalsverhoging van 27,2 miljoen EUR en een uitgiftepremie van 48,5 miljoen EUR. De notering van deze aandelen op Euronext Brussel werd aangevraagd.

De verkopers zullen recht hebben op een uitgestelde vergoeding van maximaal 1.550,0 miljoen MXN (78,4 miljoen EUR1 tegen de huidige wisselkoersen), betaalbaar in cash, op voorwaarde dat Grupo Mabe bepaalde EBITDA-doelstellingen behaalt voor de periode 2015 tot 2017. Daarnaast zijn de partijen overeengekomen dat mogelijk een aanvullende uitgestelde vergoeding van maximaal 10,0 miljoen EUR per jaar betaald wordt indien de EBITDAdoelstellingen in 2016 en 2017 overtroffen worden.

Grupo Mabe zal vanaf 1 maart 2016 worden opgenomen in de geconsolideerde resultaten van Ontex.

Kosten verbonden aan de overname (6,0 miljoen EUR) werden opgenomen in de niet recurrente kosten van de geconsolideerde resultatenrekening van de groep voor de periode eindigend op 31 december 2015.

De pro forma niet geauditeerde netto omzet van de overgenomen vennootschappen voor het boekjaar 2015 bedraagt 7,73 miljard MXN overeenkomstig de boekhoudprincipes van de verschillende jurisdicties.

Op 25 februari 2016 heeft Ontex een senior termijnovereenkomst afgesloten, bestaande uit een in EUR/USD uitgedrukte senior termijn faciliteit (Facility C lening) voor een bedrag van 125,0 miljoen EUR met een looptijd tot 3 december 2019. De Facility C lening voor een bedrag van 125,0 miljoen EUR heeft een interestvoet gebaseerd op de EURIBOR op 3 maanden plus een marge in het begin van 125 basispunten. Opgenomen leningen onder de Facility C lening zullen gebruikt worden voor de aankoop van Grupo Mabe en werkkapitaal noden en worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kosten.

1 aan een EUR/MXN koers van 19,7788.

2 aan een overeengekomen uitgifteprijs van 27,8 EUR.

3 USD, EUR, CLP (Chilean peso) , CRC (Costa Rican colon) werden omgezet in MXN aan gemiddelde jaarkoersen voor het jaar 2015 van respectievelijk15,8617, 17,6006, 0,0242 and 0,0297 (bron wisselkoersen: Reuters).

Financiële rapportering

7. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg

7.31 Honoraria verbonden aan de commissaris

Voor het jaar afgesloten op 31 december
In € duizenden
2015 2014
Vergoedingen voor audit opdrachten 936 1.106
Additionele diensten in het kader van het audit mandaat
Aan de audit opdrachten verbonden vergoedingen 87 1.201
Vergoedingen voor belastingsadvies & compliance 1.772 2.355
Due diligence vergoedingen 1.849 34
Overige vergoedingen 129 58
Totaal 4.773 4.754

Het Audit Comité heeft een specifieke vrijstelling van de één-op-één regel goedgekeurd.

Samenvatting statutaire enkelvoudige jaarrekening

Balans na winstverdeling

In € miljoen
2015
2014
TOTAAL VAN DE ACTIVA
2.952,6
1.816,2
VASTE ACTIVA
2.650,7
1.810,0
Oprichtingskosten
3,7

Immateriële vaste activa
122,4

Materiële vaste activa
4,3

Financiële vast activa
2.520,3
1.810,0
Verbonden ondernemingen
1.908,0
1.180,0
Vorderingen op meer dan één jaar
612,1
630,0
Andere financiële vaste activa
0,2

VLOTTENDE ACTIVA
301,9
6,2
Vorderingen op ten hoogste één jaar
88,4
4,4
Eigen aandelen
13,1

Liquide middelen
194,4

Overlopende rekeningen
6,0
1,8
TOTAAL VAN DE PASSIVA
2.952,6
1.816,2
EIGEN VERMOGEN
1.832,6
1.162,5
Kapitaal
721,5
680,7
Uitgiftepremies
218,3
144,4
Reserves
395,2
387.1
Overgedragen winst (verlies)
497,6
(49,7)
VOORZIENINGEN en UITGESTELDE BELASTINGEN
5,1
2,8
SCHULDEN
1.114,9
650,9
Schulden op meer dan één jaar
725,3
630,0
Financiële schulden
725,3
630,0
Schulden op ten hoogste één jaar
386,2
18,4
Financiële schulden
152,8
0,9
Handelsschulden
4,2
4,5
Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
5,1
0,1
Overige schulden
224,1
12,9
Overlopende rekeningen
3,4
2,5
Resultatenrekening
Bedrijfsopbrengsten
17,5
16,3
Bedrijfskosten
(51,6)
(18,7)
Bedrijfsverlies
(34,1)
(2,4)
Financieel resultaat
625,0
(0,7)
Winst (Verlies) uit de gewone bedrijfsuitoefening vóór belasting
590,9
(3,1)
Uitzonderlijke kosten
(0,9)
(46,5)
Winst (Verlies) van het boekjaar voor belastingen
590,0
(49,6)
Belastingen op het resultaat
(0,2)

Winst (Verlies) van het boekjaar
589,8
(49,6)
Voor het jaar eindigend op 31 december

Financiële rapportering

Uittreksel uit de enkelvoudige (niet-geconsolideerde) jaarrekening van Ontex Group NV, opgesteld volgens Belgische boekhoudnormen

De voorgaande informatie werd gehaald uit de enkelvoudige jaarrekening volgens Belgische boekhoudnormen van Ontex Group NV en wordt opgenomen zoals vereist door artikel 105 van het Wetboek van Vennootschappen. De volledige enkelvoudige jaarrekening zal samen met het jaarrapport van de Raad van Bestuur aan de algemene vergadering en met het verslag van de commissaris aan de Nationale Bank van België worden overgemaakt binnen de wettelijke termijn. Deze documenten zijn ook op aanvraag beschikbaar bij Ontex Group NV, Korte Keppestraat 21, 9320 Aalst (Erembodegem).

Merk op dat Ontex Group NV werd opgericht in april 2014. Daarom is het boekjaar 2014 verkort: het loopt van 24 april 2014 tot en met 31 december 2014.

Het statutaire verslag van de commissaris is 'zonder voorbehoud' en bevestigt dat de enkelvoudige jaarrekening van Ontex Group NV die is opgesteld volgens de Belgische boekhoudnormen voor het jaar eindigend op 31 december 2015 een getrouw beeld geeft van de financiële positie en de resultaten van Ontex Group NV in overeenstemming met de wettelijke en regelgevende verordeningen in België.

Investor Relations en financiële communicatie

Overzicht

Het is ons doel om op geregelde tijdstippen betrouwbare en samenhangende informatie te bieden aan alle spelers op de financiële markten. In 2015 boekte Ontex opnieuw vooruitgang in zijn activiteiten op het vlak van de relaties met beleggers.

We hebben op verschillende plaatsen in Europa en Noord-Amerika tijdens roadshows en conferenties een groeiend aantal beleggers ontmoet, zowel de huidige als potentiële aandeelhouders.

Aandeelhoudersstructuur

Op basis van verklaringen die Ontex Group NV in de periode tot 31 december 2015 had ontvangen, zag de aandeelhoudersstructuur er op die datum als volgt uit:

Aandeelhouder 2015 %1
Groep Brussel Lambert 5,513,182 7.64%
BlackRock 5,442,789 7.54%
Allianz Global Investors GmbH 3,876,537 5.70%
Aviva Plc 3,384,626 4.97%
Janus Capital Management LLC 3,424,055 4.75%
Ameriprise Financial Inc, Threadneedle
Asset Management 2,620,726 3.85%
Norges Bank 2,256,854 3.32%
AXA Investment Managers NV 2,053,236 3.02%

1 Op het moment van de verklaring.

Prestatie van het aandeel

Het aandeel van Ontex presteerde goed in 2015, met een slotkoers van €32,76 per aandeel op 31 december 2015, een stijging van 38,1 % over de voorbije twaalf maanden.

Prestaties van het aandeel van Ontex in vergelijking met de

marktindexen en de fabrikanten van hygiënische wegwerpproducten:

Kimberly Clark P&G Ontex Euro Stoxx 600 Euro Stoxx HPC Bel20 SCA

Beoordeling analisten

Ontex werd op 31 december 2015 beoordeeld door twaalf analisten, dat zijn er vier meer dan eind 2014. Zeven van deze analisten gaven het aandeel van Ontex een positieve1 rating, terwijl vijf analisten het een neutrale beoordeling gaven.

1 positief wijst op kopen, opbouwen of overwegen, afhankelijk van de terminologie van de makelaar.

Financiële kalender

Eerste kwartaal 2016 4 mei 2016
Jaarlijkse Algemene Aandeelhoudersvergadering 25 mei 2016
Halfjaar 2016 28 juli 2016
Derde kwartaal 2016 9 november 2016

Contactpersoon voor beleggers

Philip Ludwig Head of Investor Relations and Financial Communications +32 53 333 730 [email protected]

Contactpersoon voor de pers

Gaëlle Vilatte Head of Corporate Communications +32 53 333 708 [email protected]

Woordenlijst

Recurrente winst per aandeel: Winst voor de periode plus de nietrecurrente opbrengsten en kosten en het belastingseffect op de niet-recurrente opbrengsten en kosten, toewijsbaar aan de aandeelhouders van de moederonderneming, gedeeld door het aantal gewone aandelen.

Recurrente EBITDA: EBITDA plus niet-recurrente opbrengsten en kosten exclusief niet-recurrente afschrijvingen en waardeverminderingen.

Recurrente vrije kasstroom: Recurrente EBITDA minus investeringsuitgaven, wijzigingen in werkkapitaal en betaalde belastingen.

Recurrente nettowinst: Nettowinst exclusief niet-recurrente opbrengsten en kosten en niet-recurrente belastingen.

Recurrente verwaterde winst per aandeel: Overeenkomstig IAS 33 moet de verwaterde winst per aandeel worden berekend door de recurrente winst toerekenbaar aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij (na aanpassing van de effecten van alle potentiële verwaterde gewone aandelen) te delen door het gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen tijdens het jaar, vermeerderd met het gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen dat zou worden uitgegeven bij een omzetting van alle aandelenopties in gewone aandelen.

Hefboomratio: Netto financiële schuld gedeeld door de recurrente EBITDA van de voorbije twaalf maanden.

Omzet op vergelijkbare basis (LFL): Omzet bij constante wisselkoers en exclusief wijzigingen in de consolidatieperimeter of fusies en overnames.

Nettoschuld: De nettoschuldpositie wordt berekend door alle interestdragende schulden op korte en lange termijn op te tellen en daar de geldmiddelen en kasequivalenten van af te trekken.

Werkkapitaal: De componenten van ons werkkapitaal zijn Voorraden plus Handelsvorderingen en overige vorderingen en vooruitbetaalde kosten plus Handelsschulden en overige schulden en toegerekende kosten.

Ontworpen en geproduceerd door

Gedrukt door CPI Colour

Dit verslag is gedrukt op materiaal dat afkomstig is van 100% gerecycled bronnen en gedrukt met plantaardige inkt. Zowel de vervaardiging van papierfabriek en printer zijn geregistreerd bij het Environmental Management System ISO 14001 en zijn Forest Stewardship Council® (FSC) chain-of-custody gecertificeerd. CPI Colour is ook een Carbon Neutral Printing Company en vermindert de CO2- uitstoot naar een nul stadium in overeenstemming met de CarbonNeutral protocol. Dit koolstofcompensatieprogramma ondersteunt de Uchindile Mapanda herbebossing programma in Tanzania, een milieuproject aan commerciële bossen te vestigen op twee locaties in Afrika.

Dit verslag is recyclebaar en biologisch – afbreekbaar. Als u klaar bent met dit document en dit niet langer wenst te behouden, kunt u deze doorgeven aan andere geïnteresseerde lezers of deponeer het bij het oud papier voor recycling.

Korte Keppestraat 21 B-9320 Aalst Erembodegem Belgium

www.ontexglobal.com