Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

ABO-Group Environment NV Annual Report 2025

Apr 24, 2026

3901_rns_2026-04-24_5a9bf953-ebcb-49f8-87fd-03f4df14f36b.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

Building the foundations for a healthy future

1. INTRODUCTIE 3
1.1. Voorwoord van onze CEO 4
1.2. Hoogtepunten in 2025 7
2. ONS BEDRIJF 11
2.1. Operationele ontwikkelingen 12
2.2. Groepsstructuur 31
2.3. Kerncijfers 33
3. DUURZAAMHEID 38
3.1. Klimaatimpact: CO₂-analyse 40
3.2. Mens & Cultuur 45
4. CORPORATE GOVERNANCE 55
4.1. Kapitaal en aandeelhouders 57
4.2. Aandeelhouders-vergadering 59

4.4. Comités 66

4.5. Management Comité en Dagelijks bestuur 68
4.6. Risk Management 70
4.7. Business Ethics 75
4.8. Verklaring deugdelijk bestuur 76
4.9. Andere informatie 78

5. REMUNERATIEVERSLAG 80

5.1. Procedure voor het ontwikkelen van een
remuneratiebeleid en vaststelling van het
remuneratieniveau voor de leden van de Raad van
Bestuur en van het Management Comité. 81
5.2. Remuneratieverslag 2025 81
5.3. Samenvattend overzicht 85
6. GECONSOLIDEERDE
JAARREKENING
7. VERKLARING VAN DE

1.1. Voorwoord van onze CEO

2025 was een belangrijk jaar in de ontwikkeling van ABO-Group. We sloten onze strategische cyclus 2020-2025 af, met een duidelijke ambitie die we ons vijf jaar geleden hadden gesteld: de omzet van de Groep verdubbelen van om en bij de 50 miljoen naar 100 miljoen euro. Vandaag mogen we vaststellen dat die doelstelling werd gerealiseerd. Daarmee bevestigen we niet alleen de kracht van onze strategie, maar ook ons vermogen om diepgaande expertise, maatschappelijke relevantie en een duidelijke langetermijnvisie te combineren met duurzame groei.

ABO-Group is 30 jaar geleden ontstaan in de context van het Vlaamse bodemdecreet en groeide sindsdien uit van een bodemsaneringsbedrijf tot een internationale referentiespeler in milieu, geotechniek en monitoring en infrastructuur. In 2025 hebben we onze organisatie verder versterkt met de aanstelling van een nieuwe CFO en van een COO in zowel België als Nederland. Hierdoor hebben we nu in onze drie landen telkens een operationeel verantwoordelijke. Daarmee bouwen we verder aan een toekomstgerichte organisatie met extra slagkracht, een sterkere lokale verankering in onze kernmarkten en ruimte voor nieuw leiderschap.

Tegelijk bevindt ABO-Group zich op een strategisch kantelpunt. In 2025 zetten we de eerste stappen in de verdere diversificatie van het klantenprofiel. Dat is een bewuste strategische keuze. Zo willen we onze afhankelijkheid van de "lijdende" en conjunctuurgevoelige bouwsector geleidelijk verkleinen. Samen met de huidige geopolitieke situatie, welke onze strategie een handje toestak, wisten we nieuwe afzetmarkten aan te boren. Zo haalden we multidisciplinaire, grote opdrachten binnen voor de nucleaire sector, defensie, mijnbouw en steengroeven en voor de versterking van kustverdedigings-infrastructuur. Door hun omvang, complexiteit en looptijd zorgen deze projecten voor meer stabiliteit op langere termijn.

De kern van ons werk blijft daarbij dezelfde: inzicht verwerven in bodem en ondergrond en dat vertalen naar betrouwbare adviezen en concrete oplossingen. Maar steeds vaker gebeurt dat in multidisciplinaire teams, over disciplines, entiteiten en zelfs over landsgrenzen heen. In 2025 investeerden we daarom nadrukkelijk in de samenwerking tussen onze bedrijven en expertises. Een belangrijke uitdaging voor de komende jaren is om onze organisatie verder af te stemmen op dit type projecten. Die vragen een andere aanpak en interne werking dan de opdrachten waarmee we historisch zijn gegroeid.

Daarnaast blijven we investeren in innovatie.

We zetten verder in op onderzoek naar betaalbare en schaalbare saneringstechnieken voor PFAS-verontreiniging. Ook digitalisering en automatisering blijven belangrijk, onder meer via pilootprojecten waarin we onderzoeken hoe artificiële intelligentie onze experten kan ondersteunen en onze productiviteit kan versterken.

Deze evoluerende projectmix zegt ook iets over de maatschappelijke rol van ABO-Group vandaag.

De vraagstukken waaraan we werken worden groter, complexer en urgenter. We helpen historische vervuiling in kaart te brengen en aan te pakken, van bodemonderzoek en sanering tot asbest en chroom-6. Tegelijk zoeken we oplossingen voor nieuwe vormen van vervuiling, zoals PFAS. Daarnaast dragen we bij aan oplossingen voor de gevolgen van klimaatverandering. We doen dat via water-beheer, infrastructuurversterking en de aanpassing van onze leefomgeving aan nieuwe risico's. We werken ook mee aan complexe projecten met een groot maatschappelijk belang, zoals het Franse project Cigéo, dat beoogt nucleair afval veilig ondergronds te bergen.

Tot slot was 2025 ook een bijzonder jaar omdat we ons 30-jarig bestaan mochten vieren. In die periode is ABO-Group uitgegroeid tot een internationale groep met een duidelijke missie: bouwen aan een veilige en gezonde leefomgeving voor de volgende generaties. Dat jubileum hebben we samen gevierd met klanten en zakenpartners op de Franse Ambassade in Brussel en met onze medewerkers en hun families tijdens twee familiedagen, in Pairi Daiza en de Efteling. Die momenten stonden symbool voor de verbondenheid en het vertrouwen waarop ABO-Group al drie decennia lang bouwt.

Het was ook een jaar van mooie erkenningen. ABO-Group werd bekroond tot 'Meilleur Investisseur Belge en France 2025' en behoorde tot de vier finalisten voor de titel 'Onderneming van het Jaar 2025'. We zien die erkenningen in de eerste plaats als een verdienste van onze medewerkers. Hun vakmanschap, inzet en ondernemingszin vormen de basis van alles wat we als groep realiseren.

Met dezelfde ondernemingszin die ons de voorbije 30 jaar heeft gebracht waar we vandaag staan, bouwen we verder aan een groep die expertise verbindt, verantwoordelijkheid opneemt en oplossingen aanreikt die ertoe doen. Ik wil al onze medewerkers, klanten, partners en aandeelhouders oprecht bedanken voor hun vertrouwen en engagement. Dankzij hen blijft ABO-Group bouwen aan duurzame groei en aan een veilige en gezonde leefomgeving voor de volgende generaties.

Frank De Palmenaer CEO ABO-Group Environment

1.2. Hoogtepunten in 2025

INTRODUCTIE ONS BEDRIJF DUURZAAMHEID CORPORATE GOVERNANCE REMUNERATIEVERSLAG GECONSOLIDEERDE

JAARREKENING

Maart 2025

Els De Keukelaere versterkt het ABO-Group managementteam als nieuwe CFO

Els brengt een jarenlange CFO-ervaring bij een beursgenoteerd bedrijf mee en zal haar rol opnemen in de verdere uitbouw van de Groep.

Maart 2025

Overname Délo Boringen

ABO-Group Environment neemt Délo Boringen, een Belgische specialist in milieukundig onderzoek, over. Met deze overname versterkt ABO-Group haar kernactiviteiten op het vlak van bodemonderzoek en staalnames voor milieukundige toepassingen.

September 2025 Benoeming Alexander De Palmenaer tot COO België en Gijs Vanreusel tot COO Nederland

Met de aanstelling van een COO in België en een COO in Nederland versterken we onze toekomstgerichte organisatie, met extra slagkracht, sterkere lokale verankering, meer kennisuitwisseling en ruimte voor nieuw leiderschap.

30-jarig bestaan

27 oktober 2025 30-jarig bestaan ABO-Group Belceremonie Euronext Brussel

Op 27 oktober 2025 vierde ABO haar 30-jarig bestaan. CEO Frank De Palmenaer luidde die ochtend de beursbel bij Euronext Brussel, als start van de beursdag en als symbool voor dertig jaar expertise, groei en ambitie.

Familiedagen Pairi Daiza & Efteling

Ter gelegenheid van het 30-jarige bestaan van ABO organiseerden we twee familiedagen, in Pairi Daiza en de Efteling. Zo betrokken we ook de gezinnen van onze medewerkers bij dit jubileumjaar.

December 2025 Finalist Onderneming van het Jaar 2025

ABO-Group werd geselecteerd als één van de vier finalisten voor de prestigieuze titel 'Onderneming van het Jaar 2025'. Die nominatie erkent dertig jaar groei in een gespecialiseerde niche, gedragen door visie, ondernemerschap en de inzet van meer dan 800 medewerkers in België, Nederland en Frankrijk.

December 2025

Laureaat

Prix du Meilleur Investisseur Belge en France

ABO-Group werd bekroond met de publieksprijs van de 'Prix du Meilleur Investisseur Belge en France 2025'. De prijs onderstreept de duurzame uitbouw van onze activiteiten in Frankrijk en de sterke samenwerking tussen teams en expertises over de landsgrenzen heen.

December 2025 Fusie ABO-INNOGEO en ABO-DYNAOPT

Met de fusie van twee Franse dochterondernemingen, Dynaopt en Innogeo, zette ABO-Group in 2025 een eerste concrete stap in een breder integratietraject binnen de groep. Dat traject moet het aantal kleine vennootschappen beperken, de structuur vereenvoudigen en de operationele samenwerking tussen dochterondernemingen verder versterken.

2. ONS BEDRIJF

2.1. Operationele ontwikkelingen

In 2025 verbreedde en verdiepte ABO-Group haar expertise en versterkte de Groep de samenwerking tussen entiteiten, disciplines en landen. Zo bouwen we verder aan een organisatie die complexe projecten integraal kan aanpakken. De projecten waaraan we het voorbije jaar werkten tonen hoe die evolutie zich concreet vertaalt in het werkveld. Ze laten zien hoe ABO-Group kennis, mensen en expertise over disciplines heen inzet.

Tegelijk zette ABO-Group verdere stappen in de diversificatie van haar marktsegmenten. In 2025 voerden onze teams projecten uit voor sectoren waarin de Groep tot voor kort minder actief was, zoals defensie, nucleair en mijnbouw & steengroeven. Daarnaast blijven ook innovatie en onderzoek een belangrijke hefboom voor verdere ontwikkeling. Via R&D-trajecten investeert ABO-Group in nieuwe toepassingen, nieuwe kennis en toekomstgerichte oplossingen.

De volgende voorbeelden tonen niet alleen de breedte van onze activiteiten, maar ook de richting van onze groei. Door expertise te bundelen en blijvend te investeren in innovatie, versterkt ABO-Group haar positie als gespecialiseerde, multidisciplinaire partner.

2.1.1. Multidisciplinaire projecten

Deze projecten tonen hoe ABO-Group complexe vraagstukken geïntegreerd aanpakt. Door verschillende disciplines samen te brengen, krijgen opdrachtgevers sneller duidelijke inzichten en beter onderbouwde, toepasbare oplossingen.

LNPCA A412 Oosterweel Yerseke en Kapelse Moer Zuiderhage Lelystad A10 Zuidas Amsterdam PFAS onder brandweerkarzernes

A. Ligne Nouvelle Provence Côte d'Azur – LNPCA

De Ligne Nouvelle Provence Côte d'Azur is een grootschalig spoorproject in Zuid-Frankrijk dat het netwerk rond Marseille, Toulon en Nice moderniseert.

Het creëert extra capaciteit voor regionale en langeafstandstreinen en moet de overstap van de weg naar het spoor versnellen. Het project wordt uitgerold in twee fasen. Fase 1 loopt van 2025 tot 2030. Fase 2 van 2028 tot 2035. Tegen 2035 moet het project de capaciteit van het netwerk met 66 procent doen stijgen, van 760 naar meer dan 950 treinen per dag, en 23 miljoen treinreizen per jaar mogelijk maken.

Binnen dit project realiseerde ABO-ERG Géotechnique de sonderingscampagnes en verschillende geotechnische ingenieursopdrachten, van de eerste verkennende studies tot het voorontwerp, het uitvoeringsontwerp en gerichte expertisemissies. ABO-INNOGEO voerde gespecialiseerde geofysische proeven uit, waaronder Down-Hole- en Cross-Hole-tests, seismische refractieprofielen en de pyrotechnische beveiliging van de sonderingen. ABO-ERG Environnement stond in voor de rapportering en laboratoriumtesten die nodig waren om de verontreinigingstoestand van bodem en water in kaart te brengen.

Daarmee ondersteunde ABO-Group dit omvangrijke spoorproject met geïntegreerde ondergrond-, milieu- en terreinkennis.

B. A412

A412 is een strategisch infrastructuurproject in Haute-Savoie dat de bereikbaarheid van de Chablais-regio moet verbeteren via een nieuwe autosnelwegverbinding van 16,5 km tussen Machilly en Thonon-les-Bains, aangevuld met fietsvoorzieningen en andere multimodale aansluitingen.

ABO-Group bracht voor dit project meerdere expertises samen.

  • ABO-ERG Géotechnique en Geosonic stonden in voor de sonderingscampagnes.
  • ABO-SEGED verzorgde de ecologische afbakening en terreinbegeleiding van de sondeerpunten, zodat de onderzoeken konden plaatsvinden met respect voor gevoelige habitats en biodiversiteit.
  • ABO-INNOGEO voerde geofysische onderzoeken uit, waaronder Multichannel Analysis Of Surface Waves (MASW, een geofysische proef waarmee de bodemopbouw en de stijfheid van de ondergrondlagen worden onderzocht) en elektrische resistiviteitsmetingen.

Op die manier ondersteunde ABO-Group dit strategische mobiliteitsproject met geïntegreerde terrein- en ondergrondkennis.

C. Oosterweel

Het Oosterweelknooppunt is een groot infrastructuurproject in Antwerpen en maakt deel uit van de Oosterweelverbinding, een omvangrijk project dat de mobiliteit rond de stad en de aansluiting op de haven moet verbeteren. Het knooppunt verbindt verschillende tunnels en verkeersassen met elkaar en helpt het verkeer veiliger en vlotter te organiseren.

Geosonda en MEET HET bundelden hun expertise in bouwkuipmonitoring. Omdat de werken plaatsvonden in de zwellingsgevoelige Boomse kleilaag, was nauwkeurige monitoring essentieel. MEET HET leverde de hardware en sensoren, terwijl Geosonda de boringen uitvoerde en de meetinstrumenten plaatste in de ondergrond en de diepwanden. Met boringen tot 40 meter diep en handmatige en automatische inclinometingen, extensometers en piëzometers werden vervormingen en poriënwaterdruk tijdens de uitvoering opgevolgd. Via continue datalogging en het MeMo-platform van MEET HET werden de meetdata centraal ter beschikking gesteld van het projectteam. Zo konden trends via dashboards worden opgevolgd, werden afwijkingen dankzij alarmniveaus tijdig zichtbaar en kon gericht worden bijgestuurd.

D. Yerseke en Kapelse Moer

ABO-Group werkte mee aan het project Yerseke en Kapelse Moer, een kwetsbaar Natura 2000-gebied in Zeeland. Het gebied kampt met verdroging, waardoor het veenmoerasgebied wordt aangetast en waardevolle natuur onder druk komt te staan. De provincie onderzoekt hoe in droge periodes extra water kan worden ingebracht om het landschap en de biodiversiteit te beschermen.

Binnen dit project verzorgt ABO-Group de maandelijkse monitoring van de waterkwaliteit in de moeren, het Kanaal door Zuid-Beveland en de omliggende polders. Die metingen geven inzicht in de samenstelling en kwaliteit van het water. Zo kan onderbouwd worden beslist welke waterbron in droge periodes het meest geschikt is om gecontroleerd water in het veengebied in te brengen, het kanaal of de polders.

Sialtech stond in voor de bemonstering en ABO-Milieuconsult maakte het verslag op basis van de analyses van de watermonsters die Sialtech nam.

Daarmee draagt ABO-Group met gerichte metingen en heldere data bij aan een evenwicht tussen natuur, waterbeheer en landbouw.

E. Zuiderhage, Lelystad

Voor de ontwikkeling van het nieuwe stadsdeel Zuiderhage in Lelystad voerde ABO-Group Nederland een grootschalig integraal bodemonderzoek uit op een gebied van ongeveer 500 hectare. De uitdaging was groot. In één gebied kwamen geotechnische, milieukundige en archeologische vraagstukken samen, terwijl de ondergrond tegelijk duidelijke beperkingen oplegde voor de toekomstige inrichting. De bovenste lagen bestaan er uit slappe klei en veen, met daaronder zand en grondwater onder druk. Dat vraagt om doordachte keuzes rond funderingen, graafdieptes, waterbeheer en ruimtelijke inpassing. Ook archeologische waarden en milieukwaliteit moesten van bij de start correct in beeld worden gebracht.

ABO-Group leverde in dit project meer dan een afzonderlijk bodemonderzoek. Door verschillende specialismen in één geïntegreerde aanpak te bundelen, kreeg de opdrachtgever sneller een volledig en bruikbaar beeld van risico's, kansen en randvoorwaarden. ABO-Geosonda, Sialtech, ABO-Geomet, ABO-Milieuconsult en Translab werkten daarbij als één team samen, van boringen en sonderingen tot laboratoriumonderzoek en advies. Net die samenwerking maakte het verschil. Ze voorkwam dubbel werk, versnelde de besluitvorming en toonde tegelijk de leerwaarde van een multidisciplinaire aanpak binnen ABO-Group.

Het project Zuiderhage illustreert hoe samenwerking tussen ABO-bedrijven leidt tot betere inzichten, efficiëntere uitvoering en een sterkere basis voor complexe gebiedsontwikkeling.

F. A10 Zuidas, Amsterdam

De A10 Zuidas is een groot infrastructuurproject in Amsterdam dat de bereikbaarheid van de stad en de noordelijke Randstad moet verbeteren.

De A10 Zuid wordt er verbreed, verkeersknooppunten worden aangepast en ter hoogte van de Zuidas komt een tunnel, zodat bovengronds meer ruimte ontstaat voor het station Amsterdam Zuid, openbaar vervoer, groen en stadsontwikkeling.

Binnen dit project zetten Geosonda en Sialtech hun expertise in voor meer dan 300 sonderingen en boringen. Sialtech maakte daarbij onder meer gebruik van hun elektrische boorstelling.

Daarnaast spoorden ze met metaaldetectoren bestaande damwanden en trekankers op, zodat de ondergrondse situatie vooraf scherp in beeld kwam en de voorbereidende werken veilig en gericht konden verlopen.

G. PFAS-onderzoek brandweerkazernes

Rimeco en Geosonda voerden in 2025 PFAS-onderzoeken uit op brandweerkazernes. Dergelijke sites vragen een gerichte aanpak, omdat historische oefeningen met blusschuim kunnen hebben geleid tot verontreiniging van bodem en grondwater.

Binnen deze opdrachten stond Geosonda in voor de uitvoering van sonische boringen ter controle van het vaste deel en het grondwater op aanzienlijke dieptes, terwijl Rimeco instond voor de studiebegeleiding.

Op die manier bracht ABO-Group de aanwezigheid en verspreiding van PFASverontreiniging gericht in kaart, als basis voor verdere beoordeling en eventuele saneringsmaatregelen.

2.1.2. Diversificatie in marktsegmenten

Onderstaande projecten illustreren hoe ABO-Group haar expertise toepast in sectoren met specifieke technische, veiligheids- en omgevingsvereisten. Zo verbreedt de Groep haar inzet in marktsegmenten die andere verwachtingen en randvoorwaarden stellen dan klassieke bouw- en infrastructuurprojecten.

Defensie Nucleair Mijnbouw & steengroeves

A. Defensie

Het project 'Porte-Avions de Nouvelle Génération' voorziet ingrijpende aanpassingen aan de marinebasis van Toulon (FR) voor de komst van een Frans vliegdekschip van de nieuwe generatie.

Dit schip is groter en zwaarder dan de Charles de Gaulle, zijn voorganger die het op termijn zal vervangen. Daardoor volstaan de bestaande voorzieningen op de marinebasis niet meer. De basis moet technisch worden herbekeken en op grote schaal aangepast, van kades en aanlegzones tot de bredere haveninfrastructuur die nodig is om zo'n schip veilig te ontvangen en te ondersteunen.

Binnen dit project leverden ABO-INNOGEO, ABO-ERG Géotechnique en ABO-ERG Environnement essentiële data over de ondergrond en de milieutoestand van de site, zowel op land als in maritieme zones.

  • ABO-INNOGEO voerde gamma-ray-diagraphieën uit om de ondergrond nauwkeuriger te karakteriseren.
  • ABO-ERG Géotechnique stond in voor gecorde boringen en pressiometerproeven, eveneens op land en op zee.
  • ABO-ERG Environnement voerde op zijn beurt studies uit naar de verontreiniging van de site.

Daarmee brachten de teams de bodemopbouw en geotechnische eigenschappen van de site in kaart, als basis voor het ontwerp en de uitvoering van de aangepaste infrastructuur in Toulon.

B. Nucleair

Cigéo (Centre industriel de stockage géologique profond) is een Frans project voor de veilige berging van hoog- en middenradioactief, langlevend radioactief afval op grote diepte in plaats van bovengronds. In het ondergrondse laboratorium van Bure wordt al jarenlang onderzocht hoe deze opslag veilig kan worden gerealiseerd in een stabiele en weinig doorlatende kleilaag op ongeveer 500 meter diepte.

Voor het uitvoeren van de haalbaarheidsstudies rond de ondergrondse opslag voert Geosonic boringen uit in de ondergrondse tunnels van het laboratorium. Deze boringen leveren essentiële gegevens op over de eigenschappen van de ondergrond en ondersteunen het verdere technische onderzoek naar deze complexe ondergrondse infrastructuur.

Daarmee draagt ABO-Group bij aan de technische voorbereiding van dit nucleaire project.

C. Mijnbouw en steengroeves

In 2025 versterkte ABO-Group haar positie bij klanten in mijnbouw en steengroeven, als aanvulling op de expertise van ABO-GEO+, dat milieustudies, technische studies en regelgevingsdossiers opstelt voor de ontginningssector.

Deze projecten illustreren hoe onze geotechnische expertise ook relevant is buiten de klassieke bouw- en infrastructuurmarkt. Concreet ging het om opdrachten voor de monitoring van grondwater en voor verkennende boringen in functie van de uitbreiding van bestaande groeves en ontginningssites.

De Franse ABO-dochter Geosonic installeerde op een site in Frankrijk diepe peilbuizen om de impact van bauxietontginning op het grondwater op te volgen en realiseerde verkennende boringen voor de uitbreiding van groeves voor graniet, kaolien, diatomiet en kalksteen in Frankrijk, Duitsland en Denemarken.

Zo ondersteunde ABO-Group deze projecten met gerichte ondergrondkennis voor ontginning, uitbreiding en milieumonitoring.

2.1.3. Innovatie en R&D

ABO-Group zet in op zowel onderzoek en ontwikkeling als innovatie. Via R&D ontwikkelen en testen we nieuwe meet-, analyse- en saneringstechnieken, zodat bodem-, water- en milieurisico's sneller, gerichter en duurzamer aangepakt kunnen worden. Tegelijk vertalen we bestaande expertise naar nieuwe toepassingen, digitale tools en efficiëntere werkwijzen. Op die manier ontwikkelt ABO diensten die vandaag inzetbaar zijn en oplossingen die inspelen op de maatschappelijke uitdagingen van morgen.

MeMo platform MEET HET BIM Soortenmanagementplannen LIFE FRAC-IN LIFE Capture

A. MeMo platform MEET HET

MEET HET beschikt met MeMo over een eigen online meet- en rapportageplatform voor monitoringprojecten. Het platform bundelt meetgegevens centraal en maakt die via dashboards overzichtelijk toegankelijk voor opdrachtgevers en projectpartners.

In 2025 werkte MEET HET intensief aan een vernieuwde versie van MeMo, met focus op gebruiksvriendelijkheid, performantie en een helderdere visualisatie van meetgegevens.

Die eigen digitale innovatie ondersteunt de opvolging van complexe projecten. Dat bleek bijvoorbeeld bij de renovatie van de kaaimuur van de Buss Terminal in Eemshaven (NL), uitgevoerd in opdracht van MUG Ingenieursbureau (intussen

Movares). Binnen dat project werd MeMo ingezet als online meetportaal voor de dashboarding van de monitoring. Via het platform werden onder meer meetgegevens over grondwaterdruk, grondwaterstand, damwanden, grondankers en verplaatsingen centraal opgevolgd.

B. BIM

MEET HET, INFRAbureau Demey en Geosonda sloegen in 2025 de handen in elkaar om BIM4Infra nadrukkelijker in de markt te zetten.

Binnen infrastructuurprojecten wordt nog vaak gewerkt met papieren plannen op de werf, die niet altijd up-to-date zijn. Dat kan leiden tot misverstanden, fouten in de uitvoering en vertragingen. Met BIM4Infra maken de drie bedrijven duidelijk hoe digitale modellen zorgen voor meer overzicht en minder risico's, wat leidt tot een betere samenwerking en een efficiëntere uitvoering.

Met gezamenlijke infosessies informeerden zij de aannemers uit de sector. Aan de hand van praktijkvoorbeelden en concrete nieuwe toepassingen zoals het Artificiële Ondergrond Model en het e-Beproevingsplan maakten zij de voordelen van BIM inzichtelijk en tastbaar.

Deze samenwerking illustreert hoe ABO-Group bedrijven hun expertise bundelen om innovatie breder ingang te doen vinden in de infrastructuursector.

C. Soortenmanagementplannen

Een soortenmanagementplan, of SMP, is in Nederland een gebiedsgerichte aanpak om rekening te houden met beschermde soorten, onder meer bij woningisolatie, sloop- en nieuwbouwprojecten, de herinrichting van openbaar groen en grootschalige gebiedsontwikkelingen. Door zo'n plan op gemeentelijk niveau op te stellen, kunnen lokale besturen processen vereenvoudigen, wat leidt tot meer efficiëntie en minder administratieve lasten voor particulieren, bedrijven en overheden.

Eco Reest bouwde die expertise in 2025 verder uit via verschillende projecten voor Nederlandse gemeenten. Het SMP voor De Wolden werd nagenoeg afgerond, voor Hoogeveen en Midden-Drenthe gingen nieuwe trajecten van start en ook in Amsterdam werkte Eco Reest aan twee soortenmanagementplannen.

Deze projecten tonen aan dat Eco Reest niet alleen regionaal, maar ook landelijk als kennispartner voor het opstellen van soortenmanagementplannen wordt erkend.

Die opgebouwde expertise is voor ABO-Group relevant omdat Eco Reest de kennis en ervaringen die het in Nederland ontwikkelt, ook breder binnen de groep kan delen. Zo versterkt ABO-Group haar ecologische expertise over entiteiten en landsgrenzen heen. De innovatie zit daarbij in de vertaalslag van een in Nederland gekende aanpak naar andere markten, waar die op termijn kan bijdragen aan efficiëntere processen en administratieve vereenvoudiging.

D. LIFE FRAC-IN

Met LIFE FRAC-IN werkt ABO, samen met de Tsjechische partner Dekonta, aan een innovatieve saneringstechniek voor verontreinigde sites met slecht doorlatende bodems, waar klassieke in situ-methodes vaak tekortschieten. De techniek combineert directe injectie met hydraulische en pneumatische fracturatie, zodat reactieve stoffen ook in compacte bodemlagen doordringen.

In 2025 werden concrete piloottesten uitgevoerd op Belgische sites in Eeklo en Tielt. Daarmee werd de technologie verder in de praktijk gevalideerd. Het project loopt verder met bijkomende pilootprojecten in België en Tsjechië, als volgende stap richting bredere toepassing in de bodemsaneringspraktijk.

E. LIFE Capture

Met LIFE Capture werkt ABO mee aan een Europees innovatieproject rond PFASverontreiniging in bodem en grondwater.

Samen met zeven internationale partners ontwikkelt het project een robuuster analyseprotocol voor PFAS, betere methodes om verspreiding via grondwater op te volgen en innovatieve saneringstechnieken die in piloottoepassingen in het veld worden getest.

In 2025 bleef het project actief resultaten delen op internationale vakcongressen, als volgende stap in de verdere validatie en uitrol van deze aanpak.

* = 100% eigendom van ABO-Group Environment

In dit verslag wordt met 'ABO-Group Environment NV' de niet geconsolideerde Vennootschap bedoeld. Indien verwezen wordt naar 'ABO-Group', de 'Groep' of de 'Vennootschap', wordt verwezen naar de geconsolideerde vennootschappengroep.

De consolidatiekring zag er op 31 december 2025 als volgt uit:

  • De moedermaatschappij: ABO-Group Environment NV;
  • De Belgische dochtervennootschappen: ABO NV, ABO Logistics NV, ABO Research BV, Energy to zero Consult NV, Geosonda BV, Geosonda Environment NV, MEET HET BV, Rimeco NV, SWBO BV, Translab Environmental Consult NV, Demey INFRAbureau BV en Délo Boringen BV;
  • De Nederlandse dochtervennootschappen: ABO-Group Nederland BV, ABO Beheer BV, ABO Milieuconsult BV, Geomet BV, Geosonda BV, Sialtech BV en de Eco Reest groep bestaande uit Eco Reest Holding BV, Eco Reest Bodem BV, Gebouwen Inspectie Nederland BV, Eco Reest BV en Van der Poel BV;
  • De Franse dochtervennootschappen: ABO-Group France SAS, ERG SAS, ERG Environnement SAS, ERG Equipement SAS, Geo+ Environnement SARL, Geosonic France SAS, INNOGEO SARL, SCI NicERG, SEGED SAS en Eau et Perspectives SAS.

2.3. Kerncijfers

3D ICT.

INTRODUCTIE ONS BEDRIJF DUURZAAMHEID CORPORATE GOVERNANCE REMUNERATIEVERSLAG GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

aandeel in de groei. Deze wordt aangevuld met een solide groei in Monitoring, onder andere door het binnenhalen van grote, langlopende contracten, zoals voor Oosterweel Antwerpen. Er werd tevens geïnvesteerd naar de toekomst met de opstart van

2.3.1. Omzetstijging van 11,1% of 10,6 miljoen euro dankzij zowel organische groei als groei door overnames

In 2025 verwierf ABO-Group Délo Boringen die vanaf het tweede semester bijdroeg aan de omzet. Samen met het voljaar-effect van de overnames van 2024 vertegenwoordigt dit een omzetgroei van 7,3 miljoen euro (+7,5%). De bestaande entiteiten van de Groep realiseerden een groei van 3,9 miljoen euro (+3,6%).

De omzet per activiteit steeg het sterkst in de milieudivisie (+5,8 miljoen euro), gevolgd door de divisies Geotechniek (+3,3 miljoen euro) en 'Monitoring en infrastructuur' (+1,5 miljoen euro). De groei in de divisie Geotechniek is quasi volledig toe te schrijven aan Frankrijk, waar de activiteit zich normaliseerde na een jaar van projectvertragingen en onvoorzien machineonderhoud.

De belangrijkste groei van de Milieu divisie is toe te schrijven aan de Nederlandse acquisitie Eco Reest, die 85% van de groei voor haar rekening neemt. Daarnaast staan de veldwerk milieuafdelingen onder druk door de hoge concurrentie van nieuwe, kleine spelers die tot de markt toetraden.

Voor de divisie Monitoring en Infrastructuur heeft de acquisitie van Demey INFRAbureau het grootste

Omzet per activiteit

Activiteit - in 000€ FY2025 FY2024 Verandering
Geotechniek 47 254 43 904 3 3 5 1
% total 44,4% 45,8%
Milieu 50 957 45 181 5776
% total 47,9% 47,1%
Monitoring & Infrastructuur 8 2 3 9 6772 1 4 6 7
% total 7,7% 7.1%
Total 106 450 95 856 10 593

Omzet per regio

Geografisch - in 000€ FY2025 FY2024 Verandering
België 36 232 33 579 2653
% total 34,0% 35,0%
Nederland 20 967 17048 3919
% total 19,7% 17,8%
Frankrijk 49 251 45 230 4 0 2 1
% total 46,3% 47,2%
Total 106 450 95 856 10 593

Geografisch gezien werd het grootste deel van de omzetgroei gerealiseerd in Frankrijk (+4,0 miljoen euro), gevolgd door Nederland (+3,9 miljoen euro) en België (+2,6 miljoen euro).

De Belgische activiteiten groeien met 2,7 miljoen euro tot 36,2 miljoen euro. De overnames in 2024 (voljaar-effect) en 2025 vertegenwoordigen 90% van de toename. De bestaande Belgische activiteiten groeien voornamelijk in Monitoring & Infrastructuur (zie supra) en beperkt in Milieu. Deze laatste activiteit vertoont een groei in milieuconsulting, deels gecompenseerd door een daling bij de milieu veldwerk bedrijven.

De omzet van de Nederlandse activiteiten groeide met 3,9 miljoen euro naar 21 miljoen euro. Deze groei situeert zich voornamelijk in de Milieudivisie (+3,2 miljoen euro) waar de omzetstijging van de acquisitie Eco Reest (voljaar-effect) met 4,9 miljoen deel gecompenseerd wordt door een sterke daling in de milieu veldwerk activiteit, handelend in een zwaar competitieve markt.

De omzetstijging in Frankrijk is een combinatie van ondermeer het herstel in geotechnische opdrachten (+3,5 miljoen) na een zwak 2024 en een lichte groei bij Milieu. De milieudivisie had nochtans te maken met een terugval in de geofysica en in het milieutechnisch veldwerk doordat de opstart van een grote opdracht werd uitgesteld van het laatste kwartaal 2025 naar begin 2026, met een onderbezetting van de machines tot gevolg.

2.3.2. Evolutie van marge en nettoresultaat

De daling van onze EBITDA-marge van 12,7% naar 11,1% is in hoofdzaak het effect van:

  • Terugval in de veldwerk Milieuafdelingen in België en Nederland door de groeiende competitie bij eenvoudige boringen en de vertraging in de bouwmarkt. In Frankrijk leidde de uitgestelde opstart van een grote opdracht tot begin 2026 tot een onderbezetting van het machinepark.
  • Negatieve EBITDA-marge in de geofysica, waar door de terugval van activiteiten, het omzetniveau onvoldoende is om de vaste kosten te dekken.
  • Terugval in de marge van Geotechniek in Nederland en ook in België waar 2024 een zeer uitzonderlijk jaar was.

De afschrijvingen op de aangekochte klantenrelaties stijgen van 0,9 miljoen naar 1,2 miljoen door het voljaar-effect van 2024 overnames alsook de overname van 2025. De overige afschrijvingen, waardeverminderingen en provisies stijgen van 6,3 miljoen euro naar 7,2 miljoen euro. In 2024 werd deze rubriek positief beïnvloed door een terugname van de provisie ABO Logistics voor 0,5 miljoen euro. Abstractie makend van deze terugname, zouden de afschrijvingen met 0,3 miljoen euro stijgen ten opzichte van 2024.

Vooral door de afname van de financiële schulden daalt de financiële kost van 2 miljoen euro per 2024 naar 1,7 miljoen euro.

De belastingskost daalt niet evenredig met de daling van het resultaat vóór belastingen in hoofdzaak door een lagere erkenning van deferred tax assets op fiscale verliezen en het wegvallen van belastingskredieten op onderzoek en ontwikkeling in Frankrijk.

Als gevolg van bovenvermelde effecten daalt de nettowinst van 1,9 miljoen euro per 2024 naar 0,8 miljoen euro per 2025.

2.3.3. Kernpunten met betrekking tot de balans en kasstroom

ABO-Group realiseert in 2025 een solide kasstroom uit operationele activiteiten van 12,2 miljoen euro, een stijging van 4,4 miljoen euro ten opzichte van 2024. De inspanningen op vlak van werkkapitaal hebben voor 4,9 miljoen euro aan deze stijging bijgedragen.

De netto financiële schuld daalt van 24,7 miljoen euro per eind 2024 naar 22,2 miljoen per eind 2025, mede door de daling in de leasingschulden en investeringskredieten. De leverage daalt hiermee van 2,03 naar 1,89 en is gezond.

Onder de rubriek 'overige kortlopende activa' en 'overige kortlopende schulden' is een vordering, respectievelijk een schuld van 2,7 miljoen euro opgenomen in het kader van een rechtszaak waarin de Vennootschap is verwikkeld. We verwijzen in dat verband naar hoofdstuk 6 'geconsolideerde

jaarrekening', punt 2.26 van de toelichtingen bij de jaarrekening: 'Overige Risico's'.

2.3.4. Vooruitzichten

Diversificatie, regelgeving en schaarse ingenieurscapaciteit

We zijn trots op de ingeslagen weg van 2025, waar we erin slaagden om, naast onze traditionele klantengroepen zoals de bouwsector, ook de deur te openen naar nieuwe sectoren en markten. Een noodzakelijke diversificatie, die ons naar de toekomst toe meer lange-termijn stabiliteit zal brengen.

We plannen de komende jaren, waar het operationeel mogelijk is, het aantal vennootschappen te verminderen om het managen ervan te verbeteren. Daarnaast ligt onze focus op het nemen van herstelmaatregelen bij onze Milieu veldwerk bedrijven.

In Frankrijk konden we binnen de sectoren defensie, nucleair en mijnbouw & steengroeven overtuigen met onze kennis en expertise op vlak van geotechniek, milieu en monitoring & infrastructuur.

In Nederland zorgt de strikte toepassing van de milieuregelgeving voor veel kansen in het kader van grote infrastructuuropdrachten van o.a. Rijkswaterstaat, de spoorwegen en bij het afsluiten van decennialang geëxploiteerde gasvelden in Groningen.

Verbeterde meet en -analysemethodes leiden tot een voortschrijdend inzicht over de aard en hoeveelheid van PFAS-verbindingen en hun invloed op mens en milieu. Dit vertaalt zich naar meer te onderzoeken en te analyseren parameters in bodem- en waterstalen, met een hoge bezetting voor de hele sector tot gevolg.

Naast de vele kansen voor de toekomst, zien we ook knelpunten die onze toekomstige groei kunnen hypothekeren. Er is in elk van onze markten een steeds groter wordende schaarste aan ingenieurstalent. Een evolutie die voor zowel onze opdrachtgevers, als voor ons als dienstverlener een uitdaging vormt. ABO-Group pakt dit probleem proactief aan door enerzijds met universiteiten samen te werken. Anderzijds worden innovatieve projecten van ingenieursstudenten gesteund, zoals het UGent Sailing project, dat met een duurzame, autonoom varende boot aan de Monaco Energy Boat Challenge deelneemt.

3. DUURZAAMHEID

Duurzaamheidsrapportering en -initiatieven

De Europese regelgeving rond duurzaamheidsrapportering blijft in beweging. Waar de afgelopen jaren een aanzienlijke uitbreiding van rapporteringsverplichtingen werd voorzien via onder meer de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), heeft de Europese Commissie in 2025 bijkomende maatregelen aangekondigd met als doel de administratieve lasten te verlichten en de regelgeving te vereenvoudigen.

Het EU Omnibus-wetgevingsvoorstel voorziet onder meer in een aanpassing van de drempels voor verplichte CSRD-rapportering. Op basis van de huidige voorstellen vallen ondernemingen met minder dan 1.000 werknemers en een omzet lager dan €450 miljoen buiten de scope van de verplichte rapportering. Op basis van deze criteria valt ABO-Group momenteel niet langer onder de verplichte CSRD-rapportering.

Hoewel deze evolutie mogelijk leidt tot een vermindering van de formele rapporteringsverplichtingen, blijft ABO-Group de ontwikkelingen in de Europese duurzaamheidsregelgeving nauwgezet opvolgen. De Groep blijft zich engageren om transparant te rapporteren en duurzaamheid te integreren in haar bedrijfsvoering, ongeacht de wettelijke verplichtingen.

In dit kader blijft ABO-Group haar ESG-aanpak verder ontwikkelen. De eerder uitgevoerde dubbele materialiteitsanalyse en de voorbereidingen richting implementatie van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) vormen hierbij een belangrijk fundament. Daarnaast wordt gewerkt aan de verdere uitbouw van interne rapporteringsprocessen en governance rond duurzaamheid.

INTRODUCTIE ONS BEDRIJF DUURZAAMHEID CORPORATE GOVERNANCE REMUNERATIEVERSLAG GECONSOLIDEERDE

Op milieuvlak heeft ABO-Group in 2025 vrijwillig een eerste CO₂ analyse uitgevoerd voor de activiteiten in België. Deze oefening vormt een belangrijke eerste stap in de ontwikkeling van een bredere klimaatstrategie. De Groep heeft de intentie om deze aanpak verder uit te bouwen, uit te breiden naar de activiteiten in Frankrijk en Nederland en periodiek te herhalen om de evolutie van de uitstoot te monitoren.

Met deze initiatieven bevestigt ABO-Group haar engagement om duurzaamheid verder te verankeren in haar strategie en om op een transparante en gestructureerde manier te evolueren naar een meer klimaatbewuste organisatie, in lijn met de verwachtingen van investeerders, klanten en andere stakeholders.

3.1. Klimaatimpact: CO₂**-analyse**

INTRODUCTIE ONS BEDRIJF DUURZAAMHEID CORPORATE GOVERNANCE REMUNERATIEVERSLAG GECONSOLIDEERDE

Het in kaart brengen van onze CO₂-uitstoot vormt de basis voor het ontwikkelen van een gestructureerde en toekomstgerichte klimaatstrategie.

JAARREKENING

3.1.1. Duurzaamheidsvisie en strategisch kader

Als internationale adviesgroep actief in België, Frankrijk en Nederland erkent de Groep haar verantwoordelijkheid om de impact van haar activiteiten op het klimaat actief te beheren en te verminderen. Duurzaamheid vormt een integraal onderdeel van de langetermijnstrategie, waarbij de focus ligt op het combineren van technische expertise met een duurzame bedrijfsvoering.

Naast het verduurzamen van de eigen activiteiten draagt ABO-Group ook actief bij aan duurzame oplossingen voor haar klanten. De Groep blijft haar expertise verder ontwikkelen in onder meer ecologische herinrichting van natuurgebieden, bodemsanering en herontwikkeling van brownfields, soortenmanagementplannen (SMP) en oplossingen voor waterbuffering en bescherming tegen overstromingen. Door deze activiteiten ondersteunt ABO-Group overheden, bedrijven en ontwikkelaars bij de transitie naar een duurzamere en klimaatbestendige leefomgeving.

In 2025 werd daarnaast een eerste belangrijke stap gezet met de opmaak van een CO₂-voetafdruk voor de activiteiten in België. Deze oefening vormt de basis voor een structurele en meetbare aanpak van de klimaatimpact van de Groep en ondersteunt de ontwikkeling van toekomstige reductiedoelstellingen.

3.1.2. CO₂**-meting 2025 – België als pilootproject**

In 2025 werd voor het eerst een uitgebreide CO₂ analyse uitgevoerd voor de Belgische activiteiten van de Groep. Deze analyse had als doel de klimaatimpact van de eigen activiteiten in kaart te brengen en een solide basis te creëren voor toekomstige reductiemaatregelen en een bredere klimaatstrategie. De oefening werd opgezet als pilootproject, met de bedoeling om de gehanteerde methodologie in een volgende fase uit te rollen naar de activiteiten in Frankrijk en Nederland. Deze aanpak maakt het mogelijk om consistente en vergelijkbare data te verzamelen en om de evolutie van de uitstoot in de tijd op te volgen.

De Groep kiest voor een gestructureerde en transparante aanpak voor het monitoren van haar CO₂-uitstoot. De eerste CO₂-analyse werd uitgevoerd volgens het internationaal erkende Greenhouse Gas Protocol, waarbij zowel directe als indirecte emissies in kaart werden gebracht. Hierbij werd rekening gehouden met onder meer het brandstofverbruik en de verwarming van gebouwen, het elektriciteitsverbruik van kantoren en laadpunten, mobiliteit en het wagenpark, evenals andere energiegerelateerde activiteiten. Door deze brede scope werd een eerste globaal beeld verkregen van de klimaatimpact van de operationele activiteiten van de Groep in België.

De analyse van de CO₂-uitstoot in België levert een aantal belangrijke inzichten op.

Zo blijkt dat mobiliteit de grootste bijdrage vormt aan de totale CO₂-uitstoot, wat samenhangt met het projectmatige karakter van de activiteiten en de noodzaak tot verplaatsingen naar werven en klanten.

Het energieverbruik van gebouwen vertegenwoordigt de tweede belangrijkste emissiebron.

Daarnaast toont de analyse aan dat de verdere elektrificatie van het wagenpark een belangrijke opportuniteit biedt om de uitstoot te reduceren.

Ook werd vastgesteld dat een verbeterde en meer gestructureerde dataverzameling noodzakelijk is om de klimaatimpact nog nauwkeuriger te monitoren en verdere optimalisaties mogelijk te maken. Deze inzichten vormen de basis voor toekomstige duurzaamheidsinitiatieven en de ontwikkeling van gerichte reductiemaatregelen.

Figuur: CO2-emissies van ABO-Group in België in ton

De CO₂-emissies werden geanalyseerd volgens de internationaal erkende indeling in drie scopes.

Scope 1 omvat de directe emissies uit eigen activiteiten, zoals het brandstofverbruik van het wagenpark en het gebruik van fossiele brandstoffen voor verwarming van gebouwen.

Scope 2 omvat de indirecte emissies die voortkomen uit de aankoop van energie, voornamelijk elektriciteitsverbruik voor kantoren en het laden van elektrische voertuigen.

Scope 3 omvat overige indirecte emissies in de waardeketen, zoals brandstof- en energiegerelateerde activiteiten.

Voor ABO-Group zijn deze drie scopes relevant om een volledig beeld te verkrijgen van de klimaatimpact van de operationele activiteiten en om gerichte reductiemaatregelen te kunnen definiëren.

3.1.3. Uitbreiding naar Frankrijk en Nederland

Na de succesvolle uitvoering van de CO₂-analyse in België, zal de Groep deze methodologie vanaf 2026 uitbreiden naar de activiteiten in Frankrijk en Nederland. Deze uitbreiding zal toelaten om een groepsbrede CO₂-voetafdruk te ontwikkelen en de klimaatimpact op internationaal niveau te beheren.

De gefaseerde aanpak zorgt ervoor dat de methodologie verder verfijnd kan worden en dat betrouwbare en vergelijkbare gegevens worden verzameld binnen alle landen waarin de Groep actief is.

De Groep zal de CO₂-analyse jaarlijks herhalen om de evolutie van de uitstoot op te volgen. Deze jaarlijkse opvolging maakt het mogelijk om de vooruitgang ten opzichte van het referentiejaar te meten, concrete reductiedoelstellingen te formuleren en de effectiviteit van genomen maatregelen te evalueren. Daarnaast draagt deze aanpak bij aan een transparante rapportering over de duurzaamheidsprestaties van de Groep. Door deze systematische aanpak kan duurzaamheid structureel worden verankerd binnen de bedrijfsvoering.

3.2. Mens & Cultuur

Een mensgerichte en veilige werkomgeving is de sleutel tot het bevorderen van de vaardigheden en het welzijn van onze werknemers.

3.2.1. Onze cultuur en bedrijfswaarden

De mensgerichte- of familiecultuur is de bedrijfscultuur die het beste overeenkomt met het kern-DNA van ABO-Group. Deze cultuur benadrukt het belang van interpersoonlijke relaties en legt de focus op zowel de zorg voor klanten als voor medewerkers. Het kenmerkt zich door participatie, openheid, en het belang van welzijn, met veel aandacht voor de begeleiding van zowel klanten als medewerkers. De communicatie binnen deze cultuur is vooral mondeling en informeel, waarbij managers voornamelijk als mentoren optreden om personeel te ondersteunen en interne problemen aan te pakken.

ABO-Group Environment is opgebouwd uit diverse bedrijfseconomische eenheden die zijn verspreid over drie landen en meerdere regio's, waardoor elke entiteit zijn eigen unieke kenmerken en accenten heeft. Dit stelt medewerkers in staat zich te identificeren met de identiteit van hun specifieke entiteit, wat bijdraagt aan een gevoel van verbondenheid.

Naast de nadruk op een mensgerichte benadering, omarmt ABO-Group ook een resultaatgerichte cultuur. Deze is gericht op marktoriëntatie en bevordert ondernemerschap, groei, innovatie, productiviteit, rendement, en winstgevendheid. Er wordt gewerkt met zowel groepsdoelstellingen als individuele targets. Een deel van de beloning van de medewerkers kan gekoppeld zijn aan individuele prestaties.

Onze bedrijfscultuur wordt versterkt door drie kernwaarden: 'Ambitie', 'Best Practices' en 'Openheid'. Deze waarden vormen de basis van onze interacties met alle belanghebbenden.

Onze 3 kernwaarden

Ambitie

Ons doel is om in elk van onze markten, disciplines en nichegebieden toonaangevend te zijn. We zijn voortdurend in beweging, zowel door het verfijnen van onze diensten als het verbreden van ons actieterrein. Onze investering in de groei van onze medewerkers – door ze de nodige tools en kansen te bieden voor persoonlijke en professionele ontwikkeling – staat centraal. Hierdoor kunnen zij hun ambities nastreven en innovatieve oplossingen voor onze klanten bedenken. Levenslang leren is een principe dat wij omarmen.

Best Practices

Kwaliteit en duurzaamheid staan bij ons hoog in het vaandel, met bijzondere aandacht voor mens, veiligheid en milieu. We zetten middelen slim in en focussen op wat succes brengt, terwijl we efficiënt en resultaatgericht te werk gaan. Onze aanpak is direct en doelgericht. Zo leveren we een kwaliteitsvol resultaat binnen de gestelde termijnen.

We leven wetten, decreten en regels nauwgezet na, komen onze afspraken na en zetten in op rechtvaardigheid, objectiviteit en loyaliteit.

Openheid

Respect en integriteit zijn cruciaal in de omgang met zowel onze medewerkers als onze klanten. We streven naar constructieve samenwerking en betrokkenheid, gebaseerd op wederzijds vertrouwen.

Transparantie, oprechtheid en een open dialoog binnen onze organisatie zijn essentieel om deze positieve houding ook naar onze klanten uit te dragen.

Discriminatie wordt in geen enkele vorm getolereerd.

3.2.2. Onze vier 'S' pijlers

Als groep zijn wij ons bewust van de noodzaak om duurzaam te handelen in overeenstemming met de ESG-criteria.

Daarom richtten wij onze 4 'S'pijlers op.

Zo zijn we niet alleen op de korte termijn, maar ook op de lange termijn, succesvol met respect voor mensen en de planeet.

Het aantrekken en behouden van talent

Eigen mensen weten als geen ander wat er handiger en slimmer kan.

Opleiding en ontwikkeling

Professionals met een ondernemende aard moeten de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen vanuit hun eigen persoonlijkheidsprofiel.

Diversiteit

Samen streven we naar gelijkheid - diversiteit, inclusie en het stimuleren van vrouwelijk leiderschap.

Inclusie, gezondheid en veiligheid

Gezondheid en veiligheid op het werk zien we als cruciale aspecten voor het runnen van een succesvol bedrijf.

S1. TALENTEN AANTREKKEN EN BEHOUDEN

Talent is onlosmakelijk verbonden met het succes van al onze ondernemingen. Daarom is het van cruciaal belang om sterk in te zetten op rekrutering en employer branding.

'The war for talent', of liever 'the win for talent' is een essentieel topic binnen onze HR-strategie. Onze doelen hierin zijn niet alleen gericht op het aantrekken van het juiste talent maar ook het behouden en ontwikkelen van het talent binnen onze organisaties.

Om een zo divers mogelijke groep kandidatien te bereiken, zetten we in op een reeks initiatieven. We zijn actief op vakbeurzen en job events, verzorgen presentaties op scholen en universiteiten, en houden demo-dagen voor klanten, relaties en potentiële nieuwe medewerkers. We werken samen met Europese partners aan specifieke innovatieprojecten, waardoor we ook op die manier onze aantrekkingskracht op jong talent vergroten. Dit alles wordt aangevuld met onze doorlopende rekruteringscampagnes, zowel intern als extern georganiseerd. We zijn ook actief op verschillende sociale mediakanalen om potentieel talent nog beter te kunnen bereiken. Daarnaast verbeteren we de efficiëntie van ons rekruteringsproces en de beleving van sollicitanten door in te zetten op nieuwe digitale HR-systemen.

Eigen mensen weten als geen ander wat er handiger en slimmer kan.

Meten is weten en biedt een objectieve basis voor bijsturing. In 2025 peilden we opnieuw op een gestructureerde en anonieme manier naar wat er leeft en speelt bij onze medewerkers en wat hun betrokkenheid kan verhogen.

Voor de tevredenheidsenquête van 2025 noteerden we een gemiddelde betrokkenheidsscore van 3,7 op 5, met een voldoende hoge participatiegraad. De meest gewaardeerde thema's waren 'doelen en doelrealisatie', 'relatie met de manager' en 'autonomie'. De laagste scores in de ranking, nog steeds voldoende, werden toegekend aan 'werkplek en hulpmiddelen', 'visie en strategie' en 'gezondheid'.

Net als voorgaande jaren werden de resultaten tot op bedrijfsniveau gedeeld met alle medewerkers. In 2026 starten we opnieuw een reeks gerichte acties en projecten om de lager scorende thema's te verbeteren en zo het welzijn van onze medewerkers te versterken. Daarbij zetten we in op het actief luisteren naar en inspelen op hun behoeften, en op het creëren van een ondersteunende en inclusieve werkomgeving waarin iedereen zich gewaardeerd en gehoord voelt. Met deze aanpak willen we ook het vrijwillig personeelsverloop terugdringen en bijdragen aan een sterkere, meer verbonden organisatie.

S2. ONTWIKKELING EN OPLEIDING

Professionals met een ondernemende aard moeten de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen vanuit hun eigen persoonlijkheidsprofiel. Door nieuwe, uitdagende projecten aan te pakken en onbekend terrein te ontdekken groeien zij pas echt.

Bij het aantrekken van de juiste profielen en het verder ontwikkelen van onze talenten binnen onze organisaties wordt niet enkel de focus gelegd op de technische kennis en ervaring maar worden de persoonlijkheidsaspecten evenzeer meegenomen in onze processen van ontwikkeling.

De assessments die we uitvoeren stellen ons in staat vanuit een objectieve tool het gesprek aan te gaan met onze medewerkers, om zo het beeld van de analyse scherp te stellen en de juiste afspraken te maken inzake positionering en ontwikkeling en het aanbieden van coaching en opleiding binnen zowel de technische- als gedragscompetentiegebieden.

We merken veel op vanuit de dagdagelijkse samenwerking met elkaar, en motiveren of sturen bij waar nodig. De werkplekken binnen ons bedrijf zijn dynamische omgevingen waar leiders en werknemers nauw samenwerken. Hoewel we continu van elkaar leren, streven we ernaar om minimaal eens per jaar een formeel gesprek te hebben over het functioneren, de doelstellingen en ambities. Tijdens deze gesprekken wisselen leiders en werknemers feedback uit en stellen ze concrete doelen op het gebied van prestaties en persoonlijke ontwikkeling (zoals zelfontwikkeling, coaching en opleiding).

We evalueren ambities voor de korte, middellange en lange termijn. Onze werknemers hebben de mogelijkheid om bij te dragen aan strategische doelstellingen en eigen ideeën te ontwikkelen en uit te bouwen door te groeien naar andere functies en te netwerken met andere ondernemende professionals. Samen met hun leiders bespreken werknemers hun carrièreplanning en geven ze hier richting aan.

Om het leren en de ontwikkeling binnen onze organisatie breder te stimuleren en te structureren, lanceerden we in 2022 de ABO Academy binnen

de ABO-Group, aanvankelijk voor België en Nederland. Het doel van onze Academy is om een structureel en duurzaam leerplatform te bieden aan al onze medewerkers, afgestemd op hun specifieke ontwikkelingsbehoeften. Onze ondernemingen zijn vaak betrokken bij het aanbieden van opleidingen aan de externe markt of het zelf volgen ervan. Daarom was het opzetten van een intern gericht initiatief een logische stap om ons educatief aanbod te verrijken met aanvullende programma's specifiek ontworpen voor onze eigen medewerkers.

Ook in 2025 boden we een breed scala aan technische en zelfontwikkeling programma's aan. Daarmee spelen we in op evoluties binnen de markt, nieuwe kennisdomeinen binnen ABO-Group en opleidingsbehoeften die onder andere naar voren komen uit bevragingen, functioneringsgesprekken en de resultaten van de tevredenheidsenquête. Dit initiatief bevestigt onze toewijding aan continue groei en ontwikkeling, zowel op individueel niveau als binnen de gehele organisatie; Het onderstreept onze inzet om een leerrijke omgeving te creëren die zowel de persoonlijke als professionele ontwikkeling van onze medewerkers ondersteunt.

Samen streven we naar gelijkheid - diversiteit, inclusie en het stimuleren van vrouwelijk leiderschap.

Een grote verscheidenheid aan vaardigheden, talenten, overtuigingen en levenswijzen is een meerwaarde voor elke organisatie. Een divers, nietdiscriminerend personeelsbeleid waarbij iedere medewerker kansen krijgt in functie van ervaring, competentie en ambitie, is voor ons een essentieel onderdeel van duurzaam ondernemen. Het zit ingebed in onze kernwaarde van openheid (en respect), die wordt verwacht van elke medewerker werkzaam binnen ABO-Group. Door inclusief gedrag waarbij we onze mensen actief betrekken en meenemen en waarbij geluisterd wordt naar elkaar, creëren we verbinding en loyaliteit.

Op het niveau van de Raad van Bestuur en binnen het Management Comité bedraagt de genderverdeling één derde vrouwen en twee derde mannen. Op de overige managementniveaus binnen de Groep varieert deze verhouding in sterke mate, afhankelijk van de aard van de activiteiten en de specifieke expertise die vereist is.

De verhouding tussen vrouwen en mannen in leidinggevende functies bedraagt momenteel één op tweeënhalf, wat een lichte daling betekent ten opzichte van 2024. Voor ABO-Group blijft het verhogen van het aandeel vrouwen in managementfuncties een belangrijke uitdaging. Ook binnen de totale medewerkerspopulatie zien we dat in meer veld- en specifiek technisch georiënteerde activiteiten (zoals geotechniek) het aandeel mannen doorgaans hoger ligt, terwijl in

meer 'zachte' domeinen (zoals ecologie en natuur) en in ondersteunende diensten vaker een evenwichtige of vrouwelijke vertegenwoordiging voorkomt. De Groep blijft zich inzetten om diversiteit en inclusie op alle niveaus verder te versterken, onder meer door te focussen op gelijke kansen bij aanwerving, ontwikkeling en doorgroeimogelijkheden. Zo streven we op lange termijn naar een evenwichtigere vertegenwoordiging en een organisatiecultuur waarin diverse perspectieven worden erkend en gewaardeerd.

Het promoten van een cultuur vrij van discriminatie versterkt het sociale facet van ESG, aangezien het eerlijke werkpraktijken en respect voor mensenrechten waarborgt. Dankzij een transparant systeem voor het melden van incidenten kunnen onze werknemers elke vorm van discriminatie melden zonder angst of terughoudendheid. We nemen elke melding serieus en zorgen voor een passende opvolging.

Het bevorderen van inclusie strekt zich verder uit dan alleen de werkomgeving. Wij organiseren eveneens een reeks informele evenementen, zoals personeelsfeesten, vieringen van jubilea, zomerse barbecues, een familiedag, teambuildingactiviteiten, uitjes, sportieve evenementen, etc. Deze gelegenheden bieden onze collega's, klanten en partners de kans om in een ontspannen sfeer te socializen, wat de onderlinge verbondenheid versterkt.

We moedigen interne uitwisseling en persoonlijke contacten aan en vieren samen onze successen, waarbij initiatieven vaak op lokaal niveau worden georganiseerd met oog voor lokale gewoonten. Dit betekent dat de invulling van deze evenementen varieert per land, regio en bedrijf.

Ter gelegenheid van 30 jaar ABO-Group werden onze medewerkers van België en Nederland in 2025 extra in de bloemetjes gezet en organiseerden we 2 familiedagen, één in de Efteling en één in Pairi Daiza. Voor de medewerkers in Frankrijk wordt in 2026 een personeelsfeest georganiseerd, mede in het kader van het 50-jarig bestaan van ABO-ERG France.

S4. VEILIGHEID EN GEZONDHEID

Gezondheid en veiligheid op het werk zien we als cruciale aspecten voor het runnen van een succesvol bedrijf.

Het beschermen van werknemers tegen letsel en ziekte zien we niet alleen als een wettelijke verplichting maar als een belangrijke waarde binnen ethisch verantwoord ondernemen.

Binnen onze 3 thuislanden zijn verantwoordelijken aangesteld die het preventie- en veiligheidsbeleid van de organisaties ontwikkelen in lijn met de bedrijfsstrategie. Zij concretiseren deze vervolgens in beleidsdoelstellingen, plannen en projecten.

Daarnaast is er een overkoepelende 'veiligheid' taskforce actief die expertise en kennis uit alle landen samenbrengt. In deze taskforce worden uniforme procedures voor meting en monitoring vastgesteld en geïmplementeerd in al onze ondernemingen.

Ons gezamenlijke doel is om het aantal arbeidsongevallen zo veel mogelijk te reduceren. We investeren in training, bewustmaking en sensibilisering om ervoor te zorgen dat onze werknemers goed geïnformeerd zijn over potentiële risico's en hoe deze te vermijden. Het implementeren van effectieve veiligheidsmaatregelen en het aanbieden van trainingen en workshops zijn cruciaal voor het vergroten van bewustzijn en naleving van de gezondheidsen veiligheidsrichtlijnen. We moedigen onze medewerkers ook actief aan om elk incident en elke risicosituatie te melden, zodat we deze proactief kunnen aanpakken en oplossen.

Bij ABO-Group vinden we het mentaal welzijn van werknemers belangrijk

Mentaal welzijn is een belangrijk aspect van het welzijn van medewerkers en heeft een directe invloed op hun prestaties, betrokkenheid en algemene gezondheid. Een goede mentale gezondheid zorgt voor een positieve houding en betere relaties met collega's en klanten. Dit kan op zijn beurt bijdragen aan een gezonde werkcultuur en verhoogde productiviteit.

Mentaal welzijn is belangrijk voor alle medewerkers, ongeacht hun functie of senioriteit. Elke medewerker kan op een bepaald moment te maken krijgen met stress, angst of andere mentale gezondheidsproblemen. Binnen de mensgerichte cultuur van ABO-Group wordt openheid aangemoedigd en is er ruimte om twijfels, bezorgdheden en problemen rond mentaal welzijn bespreekbaar te maken. Door te zorgen voor een werkomgeving die mentaal welzijn bevordert, kunnen we deze problemen voorkomen of verminderen.

Als werkgever bieden we verschillende maatregelen om het mentale welzijn van onze medewerkers te bevorderen. Bijvoorbeeld het bieden van ondersteuning en middelen voor medewerkers die zich gestrest voelen, zoals coaching of opleiding rond time- en stressmanagement. We bieden ook flexibiliteit aan, die medewerkers de ruimte geven om hun persoonlijke en professionele leven in balans te houden.

Een open en eerlijke communicatiecultuur helpt eveneens om het mentale welzijn van onze medewerkers te bevorderen. Medewerkers moeten zich comfortabel voelen om hun zorgen en problemen te bespreken zonder bang te zijn voor negatieve consequenties. Door open en respectvol te communiceren, kunnen we de mentale gezondheid van onze medewerkers ondersteunen en hen helpen bij het vinden van oplossingen.

Daarbij is het van belang dat zij dit kunnen doen in een zo veilig mogelijke omgeving. Zij kunnen hiervoor bij een coach, hun leidinggevende of teamgenoten terecht, en ook bij de vertrouwenspersoon aan wie zij anoniem meldingen kunnen maken van of vragen kunnen stellen rond psychosociale risico's zoals stress, burn-out of ongewenst gedrag.

4. CORPORATE GOVERNANCE

Verklaring betreffende de informatie in het Jaarverslag 2025

De ondergetekende verklaart dat:

De jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van de Vennootschap en in de consolidatie opgenomen ondernemingen.

Het rapport voor de 12 maanden eindigend op 31 december 2025 een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de Vennootschap en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, evenals een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

Gent, 24 april 2026 Frank De Palmenaer, CEO

INTRODUCTIE ONS BEDRIJF DUURZAAMHEID CORPORATE GOVERNANCE REMUNERATIEVERSLAG GECONSOLIDEERDEJAARREKENING
4.1.aandeelhouders Kapitaal en 4.1.1.Aandeelhoudersstructuur enontvangen kennisgevingen Sinds de Buitengewone Algemene Vergadering van 26december 2024 bedraagt het kapitaal van de Vennootschap€ 164 503 652,30, vertegenwoordigd door 10 568 735gewone aandelen. Het kapitaal is sinds de reverse takeovervan ABO Holding als volgt geëvolueerd:

Alle aandelen zijn zonder vermelding van nominale waarde en hebben dezelfde rechten en verplichtingen. Alle aandelen geven recht op één stem in de algemene vergadering en alle aandeelhouders die zich correct op een algemene vergadering hebben aangemeld, kunnen op gelijke wijze van hun stemrecht gebruik maken.

Er bestaat omtrent het stemrecht geen wettelijke of statutaire beperking. Er zijn tevens geen meldingen te maken met betrekking tot het Koninklijk Besluit van 14 november 2017.

Er zijn geen transacties met de belangrijkste aandeelhouders die niet aan marktvoorwaarden zijn aangegaan, noch zijn er strijdige belangen te melden.

Met uitzondering van de aandelen heeft de Vennootschap geen andere effecten uitgegeven, noch bestaat er een aandelenplan voor werknemers. De Wet van 2 mei 2007 en de statuten van de Vennootschap voorziet de verplichting voor de aandeelhouders tot kennisgeving van een belangrijke deelneming in de Vennootschap. De overschrijding van de quota die aanleiding geven tot een verplichting tot kennisgeving overeenkomstig de wetgeving inzake de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, wordt vastgesteld op 5% en alle veelvouden van 5%.

Op 15 oktober 2025 heeft de Vennootschap door de heer Frank De Palmenaer een kennisgeving ontvangen waarin melding wordt gemaakt van een verkoop van aandelen door Ideplus NV van 23 september 2025 waardoor de heer De Palmenaer onder de deelnemingsdrempel van 90% is gegaan. Verder ontving de Vennootschap geen kennisgevingen.

Op basis van de bekendmakingen en verklaringen die de vennootschap tot 15 oktober 2025 heeft ontvangen, ziet de aandeelhoudersstructuur er als volgt uit:

Aantal stemrechten
# stemrechten % stemrechten
Aandeelhouders Verbonden aaneffecten Los van deeffecten* Verbonden aaneffecten Los van deeffecten* SOM
Frank De Palmenger 7859252 1 152 726 74.36% 10.91% 85.27%
Ideplus NV 483 693 4.58% 0% 4.58%
Free Float 1073064 10,15% 0% 10.15%
Totaal 9 416 009 1 152 726 89.09% 10.91% 100.00%

* De stemrechten "Los van de effecten" hebben betrekking op de aandelen waarvan het vruchtgebruik in handen is van dhr Frank De Palmenaer, maar de naakte eigendom voor elke 1/3e van 1 152 726 in handen van Feliciaan De Palmenaer, Ludovic De Palmenaer en Alexander De Palmenaer.

4.1.2. Aandeelhoudersovereenkomsten

Er zijn geen wettelijke of statutaire beperkingen van overdracht van aandelen. Evenmin heeft de Vennootschap kennis van het bestaan van aandeelhoudersovereenkomsten die aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van aandelen of de uitoefening van het stemrecht.

4.1.3. Controlewijziging na een openbaar overnamebod

Er bestaan geen overeenkomsten waarbij de Vennootschap partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over de Vennootschap na een openbaar overnamebod.

De Vennootschap heeft verder geen overeenkomsten afgesloten met haar bestuurders of werknemers die in vergoedingen voorzien wanneer, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, de bestuurders ontslag nemen of zonder geldige reden moeten afvloeien of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt.

4.1.4. Toegestaan kapitaal

Enkel de algemene vergadering is bevoegd het kapitaal te verhogen.

4.1.5. Verwerving en vervreemding van eigen aandelen

De Vennootschap heeft geen machtiging tot verwerven en/of vervreemden van zijn eigen aandelen.

4.1.6. Statutenwijzigingen

Statuten kunnen gewijzigd worden in overeenstemming met de bepalingen van het WVV. De algemene vergadering kan over wijzigingen in de statuten alleen dan geldig beraadslagen en besluiten, wanneer de voorgestelde wijzigingen bepaaldelijk zijn aangegeven in de oproeping en wanneer de aanwezigen ten minste de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen. Is de laatste voorwaarde niet vervuld, dan is een tweede bijeenroeping nodig en de nieuwe vergadering beraadslaagt en besluit op geldige wijze, ongeacht het door de aanwezige vennoten vertegenwoordigde deel van het kapitaal. Een wijziging is alleen dan aangenomen, wanneer zij drie vierde van de stemmen heeft verkregen.

In 2025 zijn er geen statutenwijzigingen doorgevoerd.

4.2. Aandeelhoudersvergadering

De Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders (JAVA) wordt gehouden op de laatste woensdag van de maand mei. Aandeelhouders kunnen de vergadering fysiek bijwonen, stemmen per stembrief of kunnen

stemmen via volmacht. In 2025 vond de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders plaats op 28 mei 2025.

Conform artikel 7:149, derde lid van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen wordt hierbij toegelicht hoe rekening werd gehouden met de stemmen uitgebracht tijdens de algemene vergadering omtrent het vorige remuneratieverslag. Het vorige remuneratieverslag werd door de algemene vergadering goedgekeurd. De vennootschap heeft kennisgenomen van het stemresultaat en heeft geen wezenlijke opmerkingen of bezwaren ontvangen die aanleiding gaven tot aanpassingen van het remuneratiebeleid of de toepassing ervan.

De komende Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders zal dit jaar doorgaan op 27 mei 2026. Alle details omtrent deze meeting worden gepubliceerd op de website van ABO-Group.

4.3. Raad van Bestuur

4.3.1. Samenstelling van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur bestaat uit zes leden, van wie vijf niet-

De Raad van Bestuur wordt voorgezeten door Geski BV met

De leden van de Raad van Bestuur van ABO-Group zijn hierna opgenomen in alfabetische volgorde op basis van de familienaam of in het geval van managementvennootschappen in alfabetische volgorde van de familienamen van hun wettelijke vertegenwoordigers. De namen met een asterisk verwijzen naar de permanente vertegenwoordigers van de managementvennootschappen die de functie van bestuurder hebben.

Paul Decraemer*

Landbouwkundig ingenieur, Master in Financial Management. Meer dan 30 jaar ervaring als oprichter, CEO/CFO, adviseur en bestuurder van vennootschappen in binnen- en buitenland. Oog voor trends en technologieën m.b.t. duurzaamheid. Belgische nationaliteit.

Katleen De Stobbeleir*

Professor en Partner bij Vlerick Business School en KU Leuven, Columnist bij Trends Kanaal Z, Hoofd van het departement People & Organization & Director van het Centre of Excellence in Leading Adaptive Organisations. Belgische nationaliteit.

Feliciaan De Palmenaer*

Master Computer Science Engineering (UGent), PhD Economics in progress (UGent/VUB). Gepassioneerd door digitalisatie en onderzoek. Belgische nationaliteit.

Jan Gesquière*

Ondernemende financiële generalist met meer dan 35 jaar ervaring in managementfuncties waaronder CFO van Domo Group, Elia Group, Vandemoortele en Besix. Lid van diverse bestuurs - en adviesraden: zowel als voorzitter, als bestuurder of als lid. Belgische nationaliteit.

Frank De Palmenaer

Oprichter en CEO ABO-Group, Planoloog, Landmeter, Gerechtelijk deskundige. Oprichter van Studieen expertisebureau De Palmenaer, visionair en multidisciplinaire duizendpoot. Belgische nationaliteit.

Blandine Proriol*

Politieke wetenschappen in Parijs, MBA in finance aan het Boston College. 15 jaar ervaring in de banksector. 12 ervaring als bestuurder van bedrijven en publieke instellingen. Voorzitter van de Raad van Bestuur van een sociale huisvestingsmaatschappij. Franse nationaliteit.

INTRODUCTIE ONS BEDRIJF DUURZAAMHEID CORPORATE GOVERNANCE REMUNERATIEVERSLAG GECONSOLIDEERDEJAARREKENING
Lid van deRaad van Bestuur Permanentevertegenwoordiger Functie dn)erestatus (1oUitv dseikhkelij-status (2)anafhnO mités (3)oC Looptijd van hethuidig mandaat (4)
Paul Decraemer BV Paul Decraemer Bestuurder N Yes A* + R AGM 2027
Argonauten BV Feliciaan De Palmenaer Bestuurder N No - AGM 2027
Frank De Palmenaer Gedelegeerd bestuurder E No R AGM 2027
Katleen De Stobbeleir BV Katleen De Stobbeleir Bestuurder N Yes R* AGM 2027
Geski BV Jan Gesquière Voorzitter N Yes A AGM 2027
Alti Conseil SAS Blandine Proriol Bestuurder N Yes A AGM 2027
  • (1) Uitvoerend bestuurder (E) of niet-uitvoerend bestuurder (N)
  • (2) Onafhankelijk bestuurder (Yes) of niet (No)
  • (3) Lid van het Auditcomité (A) en/of Remuneratie- en benoemingscomité (R) voorzitterschap wordt aangeduid met een asterisk (*)
  • (4) AGM: Annual General Meeting, de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders

4.3.2. Benoeming en bevoegdheid van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het doel van de Vennootschap, behoudens die waarvoor volgens de wet of de statuten alleen de algemene vergadering bevoegd is. De bestuurders worden verkozen door de algemene vergadering van aandeelhouders. Wanneer, bij een benoeming van een bestuurder geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen behaalt, gaat men over tot een nieuwe stemming tussen de twee (2) kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald. In geval van gelijkheid van stemmen bij die herstemming, is de oudste kandidaat verkozen.

4.3.3. Activiteiten van de Raad van Bestuur tijdens het voorbije boekjaar

De Raad van Bestuur streeft naar een duurzame waarde creatie op lange termijn door het vastleggen van de strategische koers, het waarborgen van doeltreffend, verantwoord en ethisch leiderschap, en het actief toezien op de realisatie en opvolging van de bedrijfsresultaten.

De Raad van Bestuur heeft 6 maal vergaderd in zijn volledige samenstelling in 2025. Alle bestuurders waren op deze vergaderingen aanwezig.

Tijdens deze vergaderingen bediscussieerde en evalueerde de Raad van Bestuur de operationele en financiële prestaties van de onderneming, maar ook strategische kwesties en opportuniteiten waaronder (potentiële) overnames. Zo werden onder meer de jaarcijfers 2024, de statutaire en geconsolideerde jaarrekening, evenals het jaarverslag grondig besproken. De Raad volgde de prestaties van de operationele vennootschappen systematisch op in vergelijking met het goedgekeurde budget, met inbegrip van het investeringsbudget. Ook thema's zoals digitalisatie en het commercieel plan kregen de nodige aandacht.

In het kader van de jaarlijkse algemene vergadering werden de oproeping en de bijhorende agenda vastgesteld. De rapporteringen van het Auditcomité en het Remuneratie- en Benoemingscomité werden behandeld, evenals de halfjaarcijfers 2025. De Raad stond ook stil bij de organisatiestructuur, waarbij specifieke aandacht ging naar de operationele organisatie op landenniveau met de benoeming van een COO voor Nederland en voor België. Hangende geschillen en juridische dossiers evenals veiligheid en de personeelsorganisatie en functionele wijzigingen werden besproken. Het jaar werd afgesloten met de goedkeuring van het budget voor 2026.

De Raad van Bestuur heeft tevens aanzienlijke inspanningen geleverd met betrekking tot corporate governance door een grondige analyse op de toepassing van de Corporate Governance Code 2020, het updaten van de dealing code en van het charter deugdelijk bestuur.

JAARREKENING

Het principe 3.11 van de Corporate Governance Code 2020 stelt dat de niet-uitvoerende bestuurders minstens éénmaal per jaar moeten bijeenkomen in afwezigheid van de CEO. Tijdens het jaar 2025, hebben de niet-uitvoerende bestuurders in hun onafhankelijke samenstelling zes keer vergaderd.

4.3.4. Evaluatie van de Raad

Onder leiding van de Voorzitter voert de Raad van Bestuur om de paar jaar een zelfevaluatie uit om na te gaan of de Raad en zijn comités doeltreffend functioneren. De evaluatie beoogt:

  • Een beoordeling van de werking van de Raad
  • Een analyse van de kwaliteit van de voorbereiding van de behandelde agendapunten
  • Een inschatting van de individuele inbreng van elke bestuurder
  • Een evaluatie van de actuele samenstelling van de Raad in relatie tot het gewenste profiel en competentie-evenwicht

Aanwezigheid van bestuurders bij vergaderingen van Raad van Bestuur en commissies:

Raad vanBestuur Auditcomité Remuneratie- enbenoemingscomité Aanwezigheidspercentage
Paul Decraemer* 6 3 2 100%
Feliciaan De Palmenaer* 6 100%
Frank De Palmenaer 6 2 100%
Katleen De Stobbeleir* 6 2 100%
Jan Gesquière* 6 3 100%
Blandine Proriol* 6 3 100%

* vast vertegenwoordiger van beheermaatschappij, directeur

Overzicht van de vergadering van de Raad van Bestuur en Commissies in 2025:

jan feb maa apr mei jun jul aug sep okt nov dec
Raad van Bestuur 1 1 1 1 1 1 6
Auditcomité 1 1 1 3
Remuneratie- enbenoemingscomité 1 1 2
Vergaderingen van deonafhankelijke bestuurderszonder CEO 1 1 1 2 1 6

4.3.5. Toepassing artikelen 7:96 en 7:97 WVV inzake tegenstrijdigheid van belangen

De belangenconflict regeling conform de toepasselijke artikelen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen diende in 2025 niet toegepast te worden.

4.4. Comités

Ter ondersteuning van haar werkzaamheden heeft de Raad van Bestuur zijn twee gespecialiseerde comités opgericht die als opdracht hebben om advies uit te brengen en aanbevelingen te formuleren binnen hun bevoegdheidsdomeinen.

4.4.1. Auditcomité

A. Samenstelling van het Auditcomité

De Raad van Bestuur heeft een Auditcomité aangesteld dat uit minstens drie leden bestaat. Het Auditcomité is als volgt samengesteld:

  • Paul Decraemer BV, met als vast vertegenwoordiger Paul Decraemer, Voorzitter
  • Geski BV met als vast vertegenwoordiger Jan Gesquière
  • Alti Conseil SAS, met als vast vertegenwoordiger Blandine Proriol

De Raad van Bestuur heeft de rol, de samenstelling en de werking van het Auditcomité vastgelegd in het Charter inzake deugdelijk bestuur. Alle leden van het Auditcomité zijn niet-uitvoerende, onafhankelijke bestuurders.

Het Auditcomité houdt toezicht op de financiële verslaggeving en de naleving van de administratieve, juridische en fiscale procedures, alsook op de opvolging van financiële en operationele audits en verstrekt advies omtrent de keuze en de vergoeding van de Commissaris.

Het Auditcomité, dat rechtstreeks verslag uitbrengt aan de Raad van Bestuur, heeft voornamelijk een toezichthoudende en adviserende rol.

Conform artikel 7:99 van het WVV verklaart ABO-Group dat de Voorzitter van het Auditcomité, Paul Decraemer BV, met als vast vertegenwoordiger Paul Decraemer, voldoet aan de vereisten van onafhankelijkheid en de nodige deskundigheid bezit op het gebied van boekhouding en audit.

B. Vergaderingen van het Auditcomité

In 2025 is het Auditcomité drie keer bijeengekomen dat is één vergadering minder dan de in het Charter Deugdelijk Bestuur aanbevolen frequentie, wat kan worden verklaard door de hoge frequentie van de contacten tussen de leden van het Auditcomité gedurende het jaar. Vanaf 2026 wordt de planning voor de Auditcomité vergaderingen in lijn gebracht met het Charter, zijnde dus met 4 vergaderingen per jaar.

  • Volgende onderwerpen kwamen in de vergaderingen van het Auditcomité aan bod:
    • Financiële en operationele rapportering
    • Risicoanalyse van de activiteiten
    • Halfjaar- en jaarcijfers, inclusief rapportering van de commissaris
    • Juridische geschillen en voorzieningen
    • Het auditplan en key audit matters
    • Corporate governance: toepassing Corporate Governance Code 2020 en update dealing code

Na elke vergadering rapporteerde de Voorzitter van het Auditcomité aan de Raad van Bestuur over de hierboven beschreven onderwerpen en adviseerde het met het oog op besluitvorming door de Raad van Bestuur.

Alle leden van het Auditcomité hebben aan alle bovengenoemde vergaderingen deelgenomen.

C. Evaluatie

De Voorzitter van het Auditcomité brengt van tijd tot tijd verslag uit aan de Raad van Bestuur over de werking van het Auditcomité.

4.4.2. Remuneratie- en benoemingscomité

A. Samenstelling van het remuneratie- en benoemingscomité

De Raad van Bestuur heeft een Remuneratie- en Benoemingscomité opgericht dat uit minstens drie leden bestaat.

Het Remuneratie- en Benoemingscomité is als volgt samengesteld:

  • Katleen De Stobbeleir BV, met als vaste vertegenwoordiger Katleen De Stobbeleir, Voorzitter
  • Paul Decraemer BV, met als vaste vertegenwoordiger Paul Decraemer
  • Frank De Palmenaer, CEO ABO-Group Environment

Twee van de drie leden van het Remuneratie- en Benoemingscomité zijn niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur.

De Chief Executive Officer maakt als uitvoerend lid deel uit van het comité, hetgeen een afwijking vormt van principe 4.17 van de Corporate Governance Code (zie hoofdstuk 4.8 infra) en van artikel 7:100, §2 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Dit wordt gerechtvaardigd omwille van zijn grondige kennis van de onderneming, zijn actieve rol in het aantrekken en ontwikkelen van sleutelprofielen en zijn bijdrage aan de uitwerking van het remuneratiebeleid.

Wanneer binnen het Remuneratie- en Benoemingscomité dient te worden gestemd over persoonlijke aangelegenheden neemt de CEO in dat geval niet deel aan de beraadslaging noch aan de stemming, conform het toepasselijke principe van belangenconflict en de geldende corporate governance praktijken.

De Raad van Bestuur heeft de rol, de samenstelling en de werking van het comité vastgelegd in het Charter over deugdelijk bestuur.

Het Remuneratie- en Benoemingscomité doet aanbevelingen aan de Raad van Bestuur over de benoeming en bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en het uitvoerend management. Het comité bereidt tevens het remuneratiebeleiden rapport voor en licht dit toe op de algemene vergadering.

Het comité vergadert minstens tweemaal per jaar en rapporteert aan de Raad van Bestuur over de uitvoering van zijn taken.

De uiteindelijke beslissingsbevoegdheid blijft evenwel volledig bij de Raad van Bestuur.

B. Vergaderingen van het remuneratie- en benoemingscomité

Het Remuneratie- en Benoemingscomité is in 2025

tweemaal samengekomen.

Volgende onderwerpen kwamen in het comité aan bod:

  • Remuneratiebeleid, update (goedgekeurd op de algemene vergadering van 28 mei 2025)
  • Toepassing van het remuneratiebeleid Frankrijk/Nederland/België
  • Vergoedingen, bonussen en prestatiedoelstellingen
  • (Her)benoemingen
  • Variapunten: HR-Cijfers, HR-ontwikkelingen

Na elke vergadering rapporteert de Voorzitter van het comité aan de Raad van Bestuur.

Alle leden van het Remuneratie- en Benoemingscomité hebben aan alle bovengenoemde vergaderingen deelgenomen.

C. Evaluatie

De Voorzitter van het Remuneratie- en Benoemingscomité brengt van tijd tot tijd verslag uit aan de Raad van Bestuur over de werking van het comité.

4.5. Management Comité en Dagelijks bestuur

De gedelegeerd bestuurder, ook CEO genoemd, wordt benoemd door de Raad van Bestuur op basis van een aanbeveling door het Remuneratie- en Benoemingscomité. Hij is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de Vennootschap en leidt het Management Comité. Hij rapporteert rechtstreeks aan de Raad van Bestuur.

De leden van het Management Comité, die al dan niet bestuurder zijn, worden benoemd door de Raad van Bestuur. Het Management Comité komt regelmatig samen en staat de CEO bij in de uitvoering van zijn taken, bereidt de bekendmaking voor van de

Jaarverslag 2025 | Corporate Governance 68

financiële verslagen en andere materiële financiële en niet-financiële informatie en voert andere taken uit die de CEO of de Raad van Bestuur aan hem zou delegeren.

4.5.1. Samenstelling

Het 'Management Comité' bestaat uit minimum drie leden, in alfabetische volgorde hierna opgelijst. Het betreft geen directieraad in de zin van artikel 7:104 WVV.

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het Management Comité uitgebreid met drie bijkomende leden: de CHRO, de COO België en de COO Nederland.

Els De Keukelaere

(via de managementvennoodschap EDK Management BV)

Chief Financial Officer en Compliance officer sinds 1 maart 2025.

Master Toegepaste economische wetenschappen en Master in Financieel Management. Van 2020 tot februari 2025 CFO en bestuurder bij Ekopak NV. Bestuurder en lid van Auditcomité bij Kinepolis Group, genoteerd op Euronext Brussel. Belgische nationaliteit.

Frank De Palmenaer

Oprichter en CEO ABO-Group.

Planoloog, Landmeter, Gerechtelijk deskundige. Oprichter van Studieen expertisebureau De Palmenaer, visionair en multidisciplinaire duizendpoot. Belgische nationaliteit.

Sebastien Gori

CEO van ABO-Group Frankrijk sinds 2018.

Ingenieur van opleiding. Heeft sinds 1998 bijgedragen aan de ontwikkeling van al onze expertises en aan de structurering van onze entiteiten om onze klanten een samenhangend en kwalitatief aanbod te kunnen bieden. Franse nationaliteit.

4.6. Risk Management

Risico's zijn een inherent onderdeel van het uitvoeren van onze bedrijfsactiviteiten. Bij ABO-Group hechten we veel belang aan een doordachte aanpak van risicobeheer, zodat we bewust omgaan met onzekerheden die een negatieve impact kunnen hebben op het realiseren van onze strategische doelstellingen, zowel vandaag als in de toekomst. Door risico's tijdig te identificeren en te evalueren, kunnen we proactief inspelen op ontwikkelingen die onze werking of resultaten kunnen beïnvloeden.

4.6.1. Rollen en verantwoordelijkheden

De verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur (en haar verschillende comités) en het Management Comité omtrent risicobeheer zijn reeds uitvoerig bepaald en beschreven in wettelijke bepalingen, de Belgische Code 2020 en in het Charter Deugdelijk Bestuur van de Vennootschap. Samenvattend kan gesteld worden dat het Uitvoerend Management de eindverantwoordelijkheid draagt rond de gepaste implementatie en beheer van het risicobeheersysteem terwijl de Raad van Bestuur hierop een controlerende rol vervult.

4.6.2. Interne controle-omgeving

Een effectieve interne omgeving is essentieel voor het succesvol implementeren van andere componenten van risicomanagement. Daarom legt de Groep grote nadruk op integriteit en ethisch gedrag. Naast het naleven van het wettelijke kader promoot en handhaaft de Groep deze waarden door middel van preventieve maatregelen, zoals via het Charter deugdelijk bestuur, de gedragscode, het arbeidsreglement, het klokkenluidersbeleid, de toepassing van strikte criteria op het vlak van Human Resources en meer bepaald inzake personeelsselectie en -aanwerving, regelmatige evaluaties.

4.6.3. Interne risicobeheersing en monitoring

Het afgelopen jaar werd het risicobeheer verder geoptimaliseerd. Tijdens een workshop met het Management Comité werd een gestructureerde methode toegepast om:

  • de verschillende risicodomeinen in kaart te brengen
  • de geïdentificeerde risico's te beoordelen
  • de huidige stand van zaken rond bestaande mitigerende maatregelen te bepalen
  • mogelijke verbeteracties te formuleren

Door onze bestaande beheersmaatregelen overzichtelijk te documenteren, krijgen we een duidelijker beeld van hun volledigheid en betrouwbaarheid. Dit laat ons toe om gerichte acties te definiëren waar nodig.

De resultaten van deze analyse werden voorgelegd aan het Auditcomité. Voor elke actie werd door het Management Comité een risico‑eigenaar en een verantwoordelijke aangeduid. De evoluties worden opgevolgd door het Management Comité bij afwezigheid van een interne auditfunctie binnen de Groep. Minstens één keer per jaar worden de belangrijkste evoluties gerapporteerd aan het Auditcomité.

Deze systematische aanpak heeft geleid tot een uitgebreidere en beter gestructureerde risico-catalogus die de risicogebieden omvat die relevant zijn voor de Groep.

4.6.4. Beschrijving van de belangrijkste risico's

ABO-Group wordt geconfronteerd met een brede waaier aan risico's die een invloed kunnen hebben op de bedrijfsvoering en de realisatie van onze strategische ambities. Om deze uitdagingen op een gestructureerde manier te beheren, brengen we onze risico's onder in zeven verschillende domeinen. Dit overzicht vormt het kader voor een doordacht en toekomstgericht risicobeheer.

Externe risico's 1.Geopolitieke en macro-economische ontwikkelingen2.Klimaatgerelateerde risico's en natuurrampen3.Mededingingsrecht4.Regelgevend kader en klantengedrag
Strategische risico's 1.Marktontwikkelingen en groeipotentieel2.Risico's verbonden aan fusies, overnames of andere transacties
Operationelerisico's 1.Kwaliteit en uitvoering van projecten2.Machinebreuk, beschikbaarheid van materialen en voorraden
Governance
Human resources
IT & cybersecurity
Financiële risico's

A. Externe risico's

Deze categorie omvat factoren buiten onze directe controle, maar met een mogelijke impact op onze activiteiten:

GEOPOLITIEKE EN MACRO-ECONOMISCHE ONTWIKKELINGEN

ABO‑Group is actief in Frankrijk, België en Nederland. De oorlog in Oekraïne, de spanningen met China en de maatregelen van de VS hebben momenteel geen directe negatieve impact op de activiteiten.

De in 2026 ontstane oorlog in Iran en de bredere instabiliteit in het Midden-Oosten leiden echter tot hogere energieprijzen en mogelijk tot bijkomende inflatie. In België kan dit, door de automatische loonindexering, resulteren in stijgende personeelskosten, evenals in hogere financieringskosten door oplopende rentevoeten. Deze evoluties kunnen de rentabiliteit van de Groep negatief beïnvloeden indien de bijkomende kosten niet volledig kunnen worden doorgerekend aan klanten. De Groep tracht zich hiertegen te wapenen door het nabij bewaken en opvolgen van kosten en marges.

De spanningen worden tevens beschouwd als een kans, aangezien militaire investeringen ook infrastructuurwerken omvatten. In die zin zijn er een aantal contracten gesloten op dat gebied.

KLIMAATGERELATEERDE RISICO'S EN NATUURRAMPEN

De impact van de klimaatverandering is in de Groep het meest voelbaar bij de veldwerkbedrijven waarbij de werkomstandigheden van de mensen moeilijker worden door bijvoorbeeld de hittegolven, verhoogd brandrisico, zware regenval, instabiliteit van de grond en dergelijke meer. De Groep werkt aan het minimaliseren van de potentiële impact van dergelijke risico's door een combinatie van preventieve maatregelen (zoals aanpassing van uurroosters) de opmaak van een continuiteitsplan en door het afsluiten van adequate verzekeringen.

Dit topic vormt tevens een opportuniteit

omdat we meer vraag verwachten naar klimaatadaptatie‑studies, geohydrologische analyses, monitoring van grondwater, stabiliteitsstudies en duurzame energieprojecten (geothermie, bodemwarmtewisselaars).

MEDEDINGINGSRECHT

Als bodemingenieursbureau loopt ABO mededingingsrisico's door de combinatie van frequente aanbestedingen, technische samenwerkingen en sectoroverleg. De risico's betreffen hierbij verboden informatie-uitwisseling, afstemming van offertes, onrechtmatige samenwerkingen, marktverdeling en misbruik van sectorplatformen waarvan boetes tot 10% van de omzet kunnen worden geheven.

De Groep heeft een strikt compliance beleid opgezet met zowel de uitrol van policies en trainingen inzake mededingingsrecht voor toepasselijke personeelsleden.

REGELGEVEND KADER EN KLANTENGEDRAG

De Vennootschap opereert in een sterk gereguleerde markt voor bodem-, energie-, asbest-, afval-, milieu-, water- en geotechnische diensten. Haar activiteiten en die van haar klanten moeten voldoen aan diverse wettelijke en milieutechnische vereisten, waarvoor de nodige vergunningen en erkenningen vereist blijven.

Toekomstige wijzigingen in wetgeving of het verlies van erkenningen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor de activiteiten, financiële positie en resultaten van de Vennootschap, onder meer door aanpassingskosten.

Daarnaast is de Vennootschap deels afhankelijk van klanten uit de publieke en semipublieke sector. Eventuele besparingen of dalende uitgaven in deze sectoren kunnen een wezenlijke impact hebben op haar omzet en resultaten.

B. Strategische risico's

Risico's die verband houden met de richting en groei van de Groep:

MARKTONTWIKKELINGEN EN GROEIPOTENTIEEL

Het vermogen om te groeien, het dienstenaanbod uit te breiden en competitief te blijven innoveren, is essentieel voor de relevantie van de onderneming.

Een achterstand in digitalisering en het gebruik van AI, vooral binnen niet‑veldwerkactiviteiten, kan leiden tot een concurrentieel nadeel, onder meer door tragere oplevering en hogere kosten.

Door de snelle evolutie van de markt is expertise op hoog niveau noodzakelijk. Een tekort aan dergelijke profielen kan de flexibiliteit en aanpassing van het dienstenaanbod beperken.

RISICO'S VERBONDEN AAN FUSIES, OVERNAMES OF ANDERE TRANSACTIES

Groeimogelijkheden door overnames brengen inherente risico's met zich mee die de doelstellingen van de Groep negatief kunnen beïnvloeden. Om deze risico's te beperken, voert de Groep vooraf grondige evaluaties uit van groeimogelijkheden, zodat potentiële risico's goed worden ingeschat en, indien nodig, effectief worden beheerd

C. Operationele risico's

Risico's die voortkomen uit onze dagelijkse werking:

KWALITEIT EN UITVOERING VAN PROJECTEN

ABO-Group levert sterk gereguleerde diensten waarbij nauwkeurigheid en kwaliteit essentieel zijn. Klanten vertrouwen op correcte en betrouwbare resultaten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen en om gefundeerde beslissingen te nemen. Door de aard van haar activiteiten wordt de Vennootschap geconfronteerd met geschillen, onder meer bij doorboringen en in haar rol als studiedienst, waarvoor een burgerlijke aansprakelijkheid tot tien jaar geldt. Onvoldoende

kwaliteitsborging kan daarbij leiden tot juridische claims, reputatieschade en mogelijk verlies van vergunningen. Waar mogelijk heeft de Vennootschap de nodige verzekeringen onderschreven. Het riskmanagementteam houdt daarbij voortdurend rekening met opkomende risico's, zodat ook hiervoor verzekeringen kunnen worden afgesloten of een continuïteitsplan kan worden opgesteld.

MACHINEBREUK, BESCHIKBAARHEID VAN MATERIALEN EN VOORRADEN

Bij ABO zijn we onze bodem bedrijven afhankelijk van veldapparatuur, laboratoriumapparatuur en verbruiksgoederen. Een machine-uitval of stockbreuk leiden tot vertragingen in projecten, contractuele boetes, reputatieschade en veiligheidsrisico's. Bij defecte meetapparatuur lopen we risico om onbetrouwbare data of moeten hermetingen gebeuren. Bij het uitvallen van laboratoriumapparatuur lopen we het risico op het niet halen van de deadlines. De Groep heeft voor kritische apparatuur een lijst van kritische leveranciers die kunnen instaan voor herstelling of levering van materialen.

D. Governance

Risico's die te maken hebben met de manier waarop ABO-Group wordt geleid en georganiseerd:

Een Groep met semi‑autonome dochterondernemingen kan risico's ervaren door een complexe organisatiestructuur waarin verantwoordelijkheden versnipperen en groepsbrede consistentie moeilijker te bewaken is. De bedrijfscultuur kan uiteenlopen per entiteit, wat de naleving van centrale gedragscodes en ethische standaarden onder druk zet. Ook ontstaan er verhoogde risico's op fraude en belangenconflicten wanneer lokale autonomie niet gepaard gaat met sterke, uniforme controlemechanismen. Daarnaast kan contractbeheer en juridische naleving variëren tussen de verschillende bedrijven, waardoor inconsistenties, compliance‑problemen en mogelijke juridische geschillen sneller kunnen ontstaan.

In de loop van 2025 heeft de Groep zijn structuur versterkt met de aanstelling van een COO voor België en voor Nederland teneinde dichter de verschillende vennootschappen op te volgen. Het aantal vennootschappen zal de Groep verminderen. Zo werden reeds 2 vennootschappen in Frankrijk gefuseerd in 2025 en staan er in de toekomst nog fusies gepland. De Groep evolueert richting een meer gecentraliseerde landenstructuur.

E. Human resources

Risico's die betrekking hebben op onze medewerkers: nl de aanwerving en behouden van talent en successieplanning van sleutelprofielen alsook de gezondheid, welzijn en veiligheid op de werkvloer.

Als servicegericht bedrijf vertrouwt de Groep sterk op zijn werknemers om een hoogwaardige service te leveren. Het aantrekken en behouden van de juiste managers en medewerkers met de nodige vaardigheden en ervaring in alle segmenten van de onderneming is dan ook een voortdurende uitdaging. De Groep gaat deze uitdaging aan door aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden, effectief kennismanagement, open en doelgerichte communicatie, carrièremogelijkheden en het stimuleren van een positieve werkomgeving. De

Groep peilt ook regelmatig de medewerkerstevredenheid via enquêtes en past waar nodig zijn beleid aan. Daarnaast hecht de Groep een groot belang aan de gezondheid van de werknemers en streeft het naar een werkomgeving met minimale risico's. Naast het voldoen aan de wettelijke veiligheids- en preventie-eisen, heeft de Groep verschillende maatregelen geïmplementeerd, zoals preventieve gezondheidscontroles, evacuatieoefeningen en veiligheidstrainingen.

F. IT & cybersecurity

Digitale risico's die een impact kunnen hebben op onze continuïteit:

Het vermogen van de Vennootschap om diensten te leveren aan haar klanten hangt onder meer af van de efficiënte en ononderbroken werking van haar IT-systemen en van de prestaties van haar ITdienstverleners. In een verder digitaliserende wereld, duiken steeds vaker malafide praktijken op, zoals phishing, hacking, deepfake,etc. De Vennootschap is zich terdege bewust van deze risico's en tracht zich hier maximaal tegen te beschermen, ondermeer door bewustwording van haar personeel. Voorts werd een cybersecurityverzekering onderschreven.

G. Financiële risico's

Risico's die verband houden met de financiële gezondheid:

Door de uitoefening van haar bedrijfsactiviteit wordt de Groep blootgesteld aan een aantal financiële risico's, zoals het interestrisico, het kredietrisico en het liquiditeitsrisico. De Groep beheert haar schulden door gebruik te maken van een combinatie van korte-, en middellangetermijnleningen. De combinatie van schulden met vaste en variabele rentevoeten wordt bepaald op groepsniveau.

De netto financiële schuld van de Groep bedroeg eind 2025 € 22,2 miljoen, inclusief leaseverplichtingen. De toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening geeft een meer gedetailleerde beschrijving van hoe de bovengenoemde risico's worden beheerd.

4.7. Business Ethics

Insider Trading beleid – Transacties met verbonden partijen

De Dealing Code als onderdeel van het Charter Deugdelijk bestuur, werd goedgekeurd in 2016 en laatst geüpdatet op 15 december 2025 en is erop gericht te verzekeren dat transacties in aandelen door de personen, die vallen onder het toepassingsgebied van deze Code, plaatsvinden in overeenstemming met de toepasselijke EU- en nationale regelgeving en in overeenstemming met de richtlijnen van de Raad van Bestuur. Als Compliance Officer is de Chief Financial Officer (CFO) verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de Dealing Code.

De transacties met verbonden partijen, zoals opgenomen in de Toelichting bij de Geconsolideerde Jaarrekening, werden uitgevoerd in volledige transparantie en met goedkeuring van de Raad van Bestuur.

Gedragscode

De laatst goedgekeurde gedragscode door de Raad van Bestuur dateert van 2020.

Toekomstige acties

ABO-Group heeft de voorbije jaren een sterke groei gerealiseerd, zowel organisch als via gerichte overnames. Het groepsmanagement streeft ernaar de gedragscodes te harmoniseren en, samen met de huidige gedragscode van ABO-Group, te actualiseren en te integreren tot één uniforme en gedragen groepsbrede gedragscode.

Diversiteit en inclusie

Overeenkomstig de quotawet van 28 juli 2011, dient ten minste één derde van de leden van de Raad van Bestuur van het andere geslacht te zijn dan de overige leden. ABO-Group voldoet aan deze voorwaarde.

Bij benoemingen en hernieuwingen van mandaten wordt, naast genderdiversiteit, ook rekening gehouden met een evenwichtige mix van expertise, ervaring en complementariteit van profielen, met het oog op een doeltreffende werking van de Raad van Bestuur.

Met betrekking tot het management streeft ABO-Group naar een evenwichtige samenstelling, met aandacht voor diversiteit en de vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende functies. Dit vormt een integraal onderdeel van het HR-beleid van de Groep. Aanwervingen, benoemingen en promoties gebeuren op basis van objectieve en functiegerelateerde criteria.

Benoemingen van het uitvoerend management worden geëvalueerd door het Remuneratie- en Benoemingscomité en goedgekeurd door de Raad van Bestuur.

Binnen het uitvoerend management is één derde van de leden van het andere geslacht dan de overige leden.

management

Mannelijk - 67% Vrouwelijk - 33%

Mannelijk - 67% Vrouwelijk - 33%

4.8. Verklaring deugdelijk bestuur

Voor de algemene werking van de Raad van Bestuur, van de comités van de Raad van Bestuur en van het Uitvoerend Comité met betrekking tot het corporate governance beleid wordt verwezen naar het Charter inzake deugdelijk bestuur, waarvan de meest recente versie werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 15 december 2025 (beschikbaar op de website: abo-group.eu).

De Vennootschap hanteert de Belgische Corporate Governance Code 2020 als referentiecode en heeft de bedoeling om de provisies uit deze code na te leven met toepassing van het 'comply-or-explain' principe. De provisies die niet door de Vennootschap werden nageleefd, worden hieronder vermeld, tezamen met een verklaring voor deze niet-naleving:

Principe 2.10:

De Raad van Bestuur is van mening dat het op elk moment beschikbaar hebben van een specifiek opvolgingsplan voor de CEO moeilijk te realiseren is, gezien de complexiteit van de onderneming en de sector. In het bijzonder is het praktisch niet haalbaar om te allen tijde een 'aangewezen vervanger' klaar te hebben om onmiddellijk in te stappen. In geval van tijdelijke onbekwaamheid of afwezigheid van de CEO zal het managementteam zijn functies en verantwoordelijkheden op interim‑basis waarnemen. De Raad van Bestuur zal toezicht houden op dergelijke interim‑regelingen en de continuïteit van het management waarborgen totdat de CEO zijn taken hervat of een permanente oplossing wordt vastgesteld.

Principe 4.14:

De Vennootschap heeft geen onafhankelijke interne auditfunctie ingesteld. Deze afwijking houdt verband met de relatief beperkte omvang van de semi‑onafhankelijke dochterondernemingen van ABO-Group, waar de administratieve organisatie en interne controlesystemen proportioneel zijn ingericht naar de schaal van die entiteiten. Het Auditcomité zal jaarlijks de noodzaak beoordelen van het instellen van een onafhankelijke interne auditfunctie. Indien dit passend wordt geacht, kunnen externe partijen worden ingeschakeld om specifieke interne auditopdrachten uit te voeren. Het Auditcomité zal zijn bevindingen rapporteren aan de Raad van Bestuur.

Principe 4.17:

Het Remuneratie- en Benoemingscomité (RemNoCo) bestaat uit twee onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders, waarvan één het mandaat van voorzitter bekleedt, en de CEO. Het feit dat de CEO lid is van het RemNoCo vormt een afwijking van artikel 7:100, §2 van het WVV. Deze afwijking wordt gerechtvaardigd door zijn grondige kennis van de Vennootschap, zijn actieve rol bij het aantrekken en ontwikkelen van sleutelprofielen, en zijn bijdrage aan de formulering van het remuneratiebeleid. Telkens wanneer het Remuneratie- en Benoemingscomité dient te stemmen over aangelegenheden die de CEO of zijn familieleden betreffen, zal de CEO niet deelnemen aan de beraadslagingen noch aan de stemming, conform het toepasselijke beginsel inzake belangenconflicten en de geldende corporate governancepraktijken. De uiteindelijke beslissingsbevoegdheid blijft evenwel volledig berusten bij de Raad van Bestuur, die is samengesteld overeenkomstig de wettelijke vereisten.

Principe 7.6 van de Code:

De Raad van Bestuur heeft besloten geen aandelen toe te kennen aan niet-uitvoerende bestuurders als onderdeel van hun vergoedingspakket, gelet op de complexiteit hiervan (onder meer de verschillende fiscale regels voor niet-Belgische ingezetenen).

Momenteel beschikt de Vennootschap niet over een Employee Stock Ownership Plan (ESOP) voor het Management Comité. Indien de Vennootschap in de toekomst een Employee Stock Ownership Plan (ESOP) invoert voor leden van het Management Comité, zal zij tevens de toepasbaarheid van een dergelijk plan voor de niet-uitvoerende bestuurders evalueren en bepalen.

Principe 7.9 van de Code:

De Raad van Bestuur heeft geen minimumdrempel vastgesteld voor het aantal aandelen dat door leden van het uitvoerend management moet worden aangehouden. Het vergoedingspakket voor het uitvoerend management is voldoende uitgebalanceerd met diverse componenten om de leden van het uitvoerend management te stimuleren een strategie van duurzame en winstgevende groei na te streven.

Principe 7.12 van de Code:

De Raad van Bestuur streeft ernaar een 'clawback‑bepaling' op te nemen in arbeidsovereenkomsten met het uitvoerend management, voor zover dit is toegestaan door het toepasselijke recht dat op dergelijke overeenkomsten van toepassing is.

Jaarlijks wordt in de schoot van de Raad van Bestuur een herevaluatie gedaan van de provisies uit de Corporate Governance Code 2020.

4.9. Andere informatie Onderzoek en ontwikkeling

ABO en al zijn werknemers, in elk van de operationele vennootschappen en in elk van de landen, investeren op een geregelde en gestructureerde manier tijd in onderzoek en ontwikkeling. De focus ligt hierbij op het verfijnen van gekende technieken, het ontwikkelen van nieuwe technieken (o.a. op het vlak van sanering) en het uitbouwen van nieuwe niches.

Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum

Zoals gecommuniceerd in het persbericht van 23 februari 2026, heeft dhr. Frank De Palmenaer het voornemen om één of meerdere plaatsingen van aandelen van de Vennootschap uit te voeren in de weken volgend op deze bekendmaking van de jaarresultaten voor 2025 voor een totaal transactiebedrag van ongeveer 5 miljoen EUR, afhankelijk van de marktomstandigheden en overeenkomstig de toepasselijke wettelijke vereisten. De heer De Palmenaer heeft aangegeven dat de opbrengst van de plaatsing(en) deels zal worden aangewend om een deel van zijn persoonlijke schuld - waarvoor aandelen van de Vennootschap in pand waren gegeven als zekerheid - te voldoen. Een terugbetaling door de heer De Palmenaer van zijn schuld zal de Vennootschap onmiddellijk bevrijden van haar medeschuldenaarschap en de beroepsprocedure beëindigen. De operationele werking en vooruitzichten van de Vennootschap ondervinden geen impact.

Zoals vermeld onder 4.5. Management Comité en Dagelijks bestuur, wordt het Management Comité met ingang van 1 januari 2026 uitgebreid met drie bijkomende leden: de CHRO, de COO België en de COO Nederland.

Gegevens over het bestaan van bijkantoren

ABO-Group Environment NV heeft geen bijkantoren.

Omstandigheden die de ontwikkeling van de Vennootschap of haar filialen aanmerkelijk kunnen beïnvloeden

Er hebben zich geen omstandigheden voorgedaan die een belangrijke invloed hebben op de ontwikkeling van de Vennootschap.

Bestemming resultaat

De Raad van Bestuur stelt voor het resultaat

integraal over te dragen naar het volgend boekjaar.

Verantwoording in toepassing van artikel 3:6 §1 6° WVV

Niettegenstaande uit de statutaire balans van ABO-Group Environment NV een overgedragen verlies blijkt, stelt de Raad van Bestuur voor de jaarrekening op te stellen volgens de boekhoudkundige regels van continuïteit. De omgekeerde overname in 2014 door de Vennootschap (toen nog Thenergo NV) van ABO Holding en gelieerde vennootschappen, heeft het eigen vermogen, zowel statutair als geconsolideerd, positief gebracht en aanzienlijk versterkt. Het resultaat van 2025 werd negatief beïnvloed door uitzonderlijke afwaarderingen op de participatie en de vordering op een dochteronderneming. Wij beschouwen dit verlies als een uitzonderlijke situatie.

Gebruik van financiële instrumenten

De Vennootschap heeft zowel in 2024 als in 2025 IRS-contracten onderschreven met als doel het indekken van een deel van interest op de schulden die aangegaan werden voor de financiering van de Belgische acquisities. De impact van deze indekking is weergegeven in de geconsolideerde jaarrekening.

5. REMUNERATIEVERSLAG

INTRODUCTIE ONS BEDRIJF DUURZAAMHEID CORPORATE GOVERNANCE REMUNERATIEVERSLAG GECONSOLIDEERDE

JAARREKENING

5.1. Procedure voor het ontwikkelen van een remuneratiebeleid en vaststelling van het remuneratieniveau voor de leden van de Raad van Bestuur en van het Management Comité.

De procedure voor het uitwerken van het remuneratiebeleid en de vaststelling van het remuneratieniveau voor de leden van de Raad van Bestuur en van het Management Comité wordt vastgelegd door de Raad van Bestuur. De remuneraties van de niet-uitvoerende bestuurders werden in 2025 door de Raad van Bestuur vastgelegd. De remuneraties van de leden van het Management Comité werden in 2025 door de Raad van Bestuur goedgekeurd in zoverre er wijzigingen waren aan de lopende contracten.

De remuneratie toegekend aan bestuurders, CEO en

leden van het Management Comité met betrekking tot het boekjaar 2025 is in overeenstemming met het remuneratiebeleid.

5.2. Remuneratieverslag 2025

Dit verslag behandelt de remuneratie voor 2025 van de leden van de Raad van Bestuur, van de Chief Executive Officer en van de andere leden van het Management Comité.

5.2.1. Remuneratie van de leden van de Raad van Bestuur

De vergoeding van niet-uitvoerende bestuurders bestaat uitsluitend uit een jaarlijkse vaste component,

In EUR Vaste vergoeding Totaal 2025
Geski BV met als vaste vertegenwoordiger de heer Jan Gesquière (*) Niet-uitvoerend € 27 000 € 27 000
Paul Decraemer BV met als vaste vertegenwoordiger de heer PaulDecraemer Niet-uitvoerend € 22 000 € 22 000
Katleen De Stobbeleir BV met als vaste vertegenwoordiger mevrouw KatleenDe Stobbeleir Niet-uitvoerend € 22 000 € 22 000
Anti Conseil SAS met als vaste vertegenwoordiger mevrouw Blandine Proriol Niet-uitvoerend € 22 000 € 22 000
Argonauten BV met als vaste vertegenwoordiger de heer Feliciaan DePalmenaer Niet-uitvoerend € 22 000 € 22 000
De heer Frank De Palmenger Uitvoerend n.v.t. n.v.t.
Totale RvB remuneratie €115 000 €115 000

* Voorzitter van de Raad van Bestuur

namelijk €22.000 per bestuurder en €27.000 voor de voorzitter van de raad. Deze bedragen zijn ongewijzigd ten opzichte van 2024. Uitvoerende bestuurders ontvangen geen vergoeding voor hun bestuursmandaat.

Er werd geen bijkomende vergoeding voorzien voor een mandaat in een van de comités van de raad. Er zijn geen "gouden parachute" regelingen in geval van een overnamebod.

De werkelijke vergoeding voor 2025 wordt weergegeven in de tabel hierna. Bestuurder Jadel BV met als vaste vertegenwoordiger de heer Jan Gesquière werd op de Algemene Vergadering van 28 mei 2025 vervangen door bestuurder Geski BV vertegenwoordigd door de heer Jan Gesquière.

5.2.2. Remuneratie van de Chief Executive Officer (CEO)

Het remuneratiepakket van de CEO bestaat uit een vaste basis remuneratie, een variabele remuneratiecomponent en een voertuig. Er zijn geen aandelen toegekend.

Basisvergoeding

De basisremuneratie van de CEO bedraagt EUR 204 232.

Variabele vergoeding

De variabele vergoeding omvat een korte termijn incentive component van EUR 20 500. Dit bedrag wordt gestort in de fonds de dotation 'Institut pour la Préservation du Patrimoine' in Frankrijk, gelinkt aan de heer Frank De Palmenaer, dat investeringen in innovatieve regionale ontwikkelingsinitiatieven beoogt.

.
Vaste remuneratie k€ 204
Variabele remuneratie k€ 20,5(wordt gestort in de fonds de dotation in Frankrijk)
Kostenvergoeding
Andere voordelen k€ 13,7

5.2.3. 2025 Remuneratie van de andere leden van het Management Comité

Het Management Comité, met uitzondering van de CEO, bestaat uit 2 personen, waarvan één persoon met Franse nationaliteit.

De remuneratie van het lid van het uitvoerend management in zijn hoedanigheid van personeelslid in Frankrijk bestaat uit een vaste vergoeding in het kader van een arbeidsovereenkomst en een vaste vergoeding in het kader van de uitvoering van zijn sociale mandaten, een variabele vergoeding, een aanvullend pensioenplan, een bedrijfsvoertuig en andere collectieve voordelen van toepassing binnen de entiteit van tewerkstelling zoals een pensioenregeling, vakantiegeld, winstdeling en een verzekering voor waarborg van gezondheidskosten. Het vergoedingspakket van het lid van het uitvoerend management met een dienstverleningsovereenkomst bestaat uit een maandelijkse basisvergoeding en een variabele vergoeding.

Het vergoedingspakket is competitief en afgestemd

op de rol en verantwoordelijkheden van elk lid van het uitvoerend management en is in overeenstemming met het remuneratiebeleid van ABO-Group.

Het bedrag van de vergoeding en andere voordelen die met betrekking tot 2025 worden toegekend aan leden van het uitvoerend management, met uitzondering van de CEO, wordt hieronder uiteengezet. Er zijn geen ontslagvergoedingen betaald.

Bespreking vergoedingscomponenten

Basisvergoeding

De basisvergoeding weerspiegelt de rolverantwoordelijk heden, functiekenmerken, ervaring en vaardigheden. De beloningsniveaus worden vastgesteld aan de hand van interne en externe benchmarks, in het laatste geval met bedrijven van vergelijkbare omvang, complexiteit, activiteiten en reikwijdte zoals binnen onze thuislanden.

in 000€ 2025
Basis remuneratie 359 78,3%
Variabele remuneratie 34,4 7,5%
Sociaal mandaat 36 7,9%
Pensioen 14 3,1%
Wagen 7 1,5%
Collectieve voordelen 8 1,7%
Totale Remuneratie 458.4 100%

Pensioenplan (voor hoedanigheid personeelslid)

Het lid van het uitvoerend management geniet van een aanvullend pensioenplan dat op niveau van de Franse regelgeving werd opgezet. Dit pensioenplan is een plan van het type vaste bijdragen en wordt gefinancierd door bijdragen van de werkgever die worden gestort bij een externe pensioeninstelling. De bijdragen worden vastgesteld overeenkomstig de voorwaarden die van toepassing zijn op het lid van het uitvoerend management en hebben tot doel de opbouw van een aanvullend pensioen bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd. Buiten dit pensioenplan worden geen bijkomende discretionaire of niet-statutaire pensioenvoordelen toegekend.

Variabele vergoeding: korte termijn incentive of jaarlijkse bonus

Het lid van het uitvoerend management kan, afhankelijk van zijn functie en van de individuele en collectieve prestaties, in aanmerking komen

voor een variabele vergoeding. De eventuele toekenning van een variabele vergoeding gebeurt in overeenstemming met het remuneratiebeleid van de Groep en is erop gericht de belangen van het uitvoerend management af te stemmen op de prestaties en de doelstellingen van de Groep.

De specifieke KPI-doelstellingen worden jaarlijks tijdens het eerste Remuneratie- en Benoemingscomité van het desbetreffende kalenderjaar vastgesteld op basis van het budget zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur. De berekening van de bonus gebeurt in overeenstemming met het remuneratiebeleid.

Evaluatiecriteria voor de variabele vergoeding van de leden van het management comité, gebaseerd op prestaties

ABO-Group maakt de feitelijke doelstellingen per criterium niet bekend, omdat dit de openbaarmaking van commercieel gevoelige informatie zou vereisen.

De prestatiecriteria gelinkt aan de collectieve kwantitatieve doelstellingen zijn voor 70% behaald. Dit betekent een behaalde bonuswaarde van k€ 29,4.

De prestatiecriteria gelinkt aan de individuele doelstellingen zijn voor 91% behaald. Dit betekent een behaalde bonuswaarde van k€ 25,5.

Dit betekent dat voor het uitvoerend management in totaal een variabele vergoeding van k€ 54,9 werd vastgelegd, zijnde 78% van de totale bonuswaarde.

5.2.4. Aandelen toegekend aan het uitvoerend management

Er werden in 2025 geen warrants, aandelen of aandelenopties toegekend aan de gedelegeerd bestuurder, noch aan de andere leden van het uitvoerend management. Er zijn geen lopende aandelenoptieplannen en/of warrantplannen.

5.2.5. Evolutie van de remuneratie en de bedrijfsprestaties

De loonverhouding tussen de vergoeding van de CEO en de laagste VTE-vergoeding onder alle voltijdse werknemers binnen de Belgische vennootschappen van de Groep. Voor 2025 bedraagt deze verhouding 5,21.

De berekening van de laagste remuneratie omvat volgende elementen: vaste verloning, vakantiegeld, eindejaarspremie, werkgeversbijdragen, verminderingen en alle extralegale voordelen, met uitsluiting van groeps- en hospitalisatieverzekering.

Voor de vergoeding van de CEO werd rekening gehouden met de vergoedingen uitbetaald in België, Nederland en Frankrijk, met uitsluiting van het voertuig.

JAARREKENING

5.2.6. Vertrekvergoedingen

In 2025 heeft een lid van het uitvoerend Management Comité de Vennootschap verlaten. Er werd geen ontslagvergoeding uitbetaald conform de contractuele voorwaarden.

5.2.7. Terugvorderingsbepaling

Zoals opgenomen in artikel 4.8 streeft de Raad van Bestuur ernaar een 'clawback‑bepaling' op te nemen in de overeenkomsten met het uitvoerend management, voor zover dit is toegestaan door het toepasselijke recht dat op dergelijke overeenkomsten van toepassing is.

5.3. Samenvattend overzicht

(*) Binnen de Belgische vennootschappen van de Groep.

6. GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

Geconsolideerde resultatenrekening 89
Geconsolideerd totaal resultaat90
Geconsolideerde balans91
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen93
Geconsolideerde kasstroomtabel 94
Toelichting bij de geconsolideerde financiële staten96
1. Bedrijfsinformatie96
2. Presentatiebasis96
2.1. Voornaamste boekhoudprincipes97
2.2. Nieuwe en gewijzigde standaarden welke nog niet van toepassing zijn 107
2.3. Boekhoudkundige beoordelingen, ramingen en veronderstellingen108
2.4. Bedrijfscombinaties111
2.5. Goodwill 116
2.6. Immateriële vaste activa121
2.7. Materiële vaste activa123
2.8. Contract activa127
2.9. Handelsvorderingen en overige kortlopende activa 127
2.10. Liquide middelen en kasequivalenten128
2.11. Eigen vermogen129
2.12. Financiële schulden132
2.13. Voorzieningen 133
2.14. Overige schulden 138
2.15. Reële waarde 140
2.16. Segmentinformatie144
2.17. Omzet 146
2.18. Overige bedrijfsopbrengsten147
2.19. Overige bedrijfskosten 147
2.20. Diensten en diverse goederen148
2.21. Personeelsbeloningen149
2.22. Financiële kosten149
2.23. Belastingen150
2.24. Winst per aandeel 152
2.25. Verbintenissen152
2.26. Risico's152
2.27. Relaties met verbonden partijen 156
2.28. Vergoeding van de commissaris159
2.29. Gebeurtenissen na balansdatum159
2.30. Overzicht van de geconsolideerde entiteiten 160
3. NON-GAAP Maatstaven 161
4. Enkelvoudige jaarrekening ABO-Group Environment162

Geconsolideerde resultatenrekening

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ Toelichting 2025 2024
Omzet 2.17 106 450 95 856
Overige bedrijfsopbrengsten 2.18 4 015 1 378
Totaal bedrijfsopbrengsten 110 465 97 234
Aankopen van goederen en diensten voor verkoop -17 744 -16 577
Diensten en diverse goederen 2.20 -27 646 -25 146
Personeelsbeloningen 2.21 -49 355 -41 187
Afschrijvingen klantenrelaties* 2.6 -1 247 - 915
Overige afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen* 2.6, 2.7 -7 178 -6 334
Overige bedrijfskosten 2.19 -3 957 -2 178
Operationele winst 3 338 4 897
Financiële kosten 2.22 -1 828 -2 084
Financiële opbrengsten 164 89
Aandeel in de winst van geassocieerde ondernemingen - 62 - 7
Winst voor belastingen 1 612 2 895
Belastingen 2.23 - 835 - 973
Netto winst 777 1 922
Netto winst toerekenbaar aan de
aandeelhouders van de moeder 664 1 897
minderheidsbelangen 113 25
Winst per aandeel voor de aandeelhouders
Gewoon en verwaterd 2.24 0,06 0,18

De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde resultatenrekening.

*Herwerkte vergelijkende cijfers – zie toelichting 2.

Geconsolideerd totaal resultaat

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ Toelichting 2025 2024
Netto winst 777 1 922
Niet gerealiseerde resultaten - transfereerbaar naar de winst-enverliesrekening
Verandering reële waarde financiële activa met reëlewaardewijzigingen via de niet-gerealiseerde resultaten 2.11 - 5
Niet gerealiseerde resultaten - niet-transfereerbaar naar de winsten verlies rekening
Actuariële winst 2.11 104 131
Impact belastingen - 26 - 33
Herwaardering gebouwen 2.11 - 83
Impact belastingen 21
Niet gerealiseerde resultaten, na belastingen 78 31
Totaal resultaat na belastingen 855 1 953
Totaal resultaat toewijsbaar aan de
Aandeelhouders van de moeder 742 1 928
Minderheidsbelangen 113 25

De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde resultatenrekening.

Geconsolideerde balans

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ Toelichting 2025 2024
Vaste activa
Goodwill 2.5 2 437 2 043
Immateriële vaste activa 2.6 7 994 8 700
Materiële vaste activa 2.7 31 480 32 371
Investeringen in geassocieerde ondernemingen 74 135
Uitgestelde belastingvorderingen 2.23 1 181 825
Overige financiële activa 803 839
Totaal vaste activa 43 969 44 913
Kortlopende activa
Voorraad 1 555 1 354
Contract activa 2.8 13 889 15 128
Handelsvorderingen 2.9 21 084 19 695
Overige kortlopende activa 2.9 5 994 3 693
Liquide middelen en kasequivalenten 2.10 13 457 13 434
Totaal kortlopende activa 55 979 53 304
Totaal activa 99 948 98 217

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ Toelichting 2025 2024
Totaal eigen vermogen
Kapitaal 2.11 2 870 2 870
Geconsolideerde reserves 2.11 19 794 18 871
Niet-gerealiseerde resultaten 2.11 4 026 4 099
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders van de Groep 26 690 25 840
Minderheidsbelang 2.11 2 217 1 876
Totaal eigen vermogen 28 907 27 716
Langlopende schulden
Financiële schulden 2.12 16 656 16 328
Uitgestelde belastingschulden 2.23 3 002 3 110
Voorzieningen 2.13 1 400 1 139
Overige langlopende schulden 2.14 519 820
Totaal langlopende schulden 21 577 21 397
Kortlopende schulden
Financiële schulden 2.12 19 019 21 810
Handelsschulden 2.9 9 018 9 207
Belastingschulden 2.23 1 942 1 716
Schulden m.b.t. personeel 9 035 8 134
Btw schulden 4 920 4 295
Overige kortlopende schulden 2.14 5 530 3 942
Totaal kortlopende schulden 49 464 49 104
Totaal schulden 71 041 70 501
Totaal eigen vermogen en schulden 99 948 98 217

De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde balans.

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen

Toewijsbaar aan de aandeelhouders van de moeder
in 000€ Toelichting Kapitaal Geconsolideerdereserves Nietgerealiseerderesultaten Totaal Minderheidsbelang Totaal eigenvermogen
Op 1 januari 2024 3 863 16 882 4 246 24 991 839 25 830
Netto winst 1 897 1 897 25 1 922
Niet-gerealiseerde resultaten 31 31 31
Totaal Resultaat 1 897 31 1 928 25 1 953
Kapitaalvermindering 2.11 -994 -994 -994
Niet uitoefenen put optie Geosonda BV 2.11 -84 -84 230 146
Minderheidsbelang Eco Reest 2.11 780 780
Transfer afschrijvingen materiële vaste activa 2.11 178 -178
Op 31 december 2024 2 870 18 871 4 099 25 840 1 876 27 716
Netto winst 664 664 113 777
Niet-gerealiseerde resultaten 78 78 78
Totaal Resultaat 664 78 742 113 855
Niet uitoefenen put optie Geosonda BV 2.11 133 133 228 361
Minderheidsbelang Délo Boringen BV 2.11 269 269
Put optie minderheidsbelang Délo Boringen BV 2.11 -24 -24 -269 -293
Transfer afschrijvingen materiële vaste activa 2.11 150 -150
Op 31 december 2025 2 870 19 794 4 026 26 690 2 217 28 907

De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen.

Geconsolideerde kasstroomtabel

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ Toelichting 2025 2024
Netto winst 777 1 922
Niet kaskosten en operationele aanpassingen
Afschrijvingen van materiële vaste activa 2.7 6 827 6 706
Afschrijvingen van immateriële vaste activa 2.6 1 309 1 051
Waardevermindering op immateriële vaste activa 2.6 311
Meerwaarde verkoop van materiële vaste activa 2.7 - 54 - 105
Reële waardeaanpassingen 2.14 - 565 - 118
Beweging in de provisies 2.13 251 - 253
Beweging in de waardeverminderingen op klanten 2.9 12 - 95
Financiële opbrengsten - 164 - 89
Financiële kosten 2.22 1 828 2 084
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 62 7
Uitgestelde belastingkost 2.23 -674 - 433
Belastingkost 2.23 1 509 1 405
Overige 84 25
Aanpassingen van het werkkapitaal
Toename in de overige financiële vaste activa, handelsvorderingen enoverige kortlopende activa -2 731 -3 991
(Toename)/afname van de voorraad 1 166 - 118
Toename van de handelsschulden en overige schulden 4 039 1 623
Kasstroom uit operationele activiteiten voor interesten enbelastingen 13 987 9 621
Ontvangen interesten 101 91
Betaalde belastingen -1 863 -1 959
Netto kasstroom uit operationele activiteiten 12 225 7 753

De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde kasstroomtabel.

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ Toelichting 2025 2024
Investeringsactiviteiten
Investeringen in materiële vaste activa 2.7 -4 186 -4 698
Investeringen in immateriële vaste activa 2.6 -174 - 192
Verkoop van materiële vaste activa 2.7 125 141
Acquisitie van dochteronderneming, netto van verwerving liquidemiddelen 2.4 - 688 -2 727
Betaling uitgestelde vergoeding 2.14 - 268 - 488
Dividend van geassocieerde ondernemingen 100
Aankoop van financiële activa - 66
Netto kasstroom (gebruikt in) uit investeringsactiviteiten -5 191 -7 930
Financieringsactiviteiten
Ontvangsten uit leningen 2.12 5 138 11 300
Terugbetalingen van leningen 2.12 -6 780 -6 038
Terugbetalingen van leasingschulden 2.12 -2 835 -2 935
Betaalde interesten 2.22 -1 328 -1 407
Schulden m.b.t kapitaalvermindering 2.11 - 994 - 994
Overige financiële kosten - 212 - 283
Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten -7 011 - 357
Netto toename van de liquide middelen en kasequivalenten 23 - 534
Liquide middelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar 2.10 13 434 13 968
Liquide middelen en kasequivalenten op het einde van het jaar 2.10 13 457 13 434

Toelichting bij de geconsolideerde financiële staten

1. Bedrijfsinformatie

ABO-Group Environment NV (de Vennootschap) is een gespecialiseerd ingenieursbureau gericht op geotechniek, milieu en bodemsanering. ABO-Group biedt "consultancy" en "testing & monitoring" diensten aan voor bouw (bodem en geotechniek), duurzaam advies voor milieu-, afval- en energievraagstukken alsook studies en advies inzake waterbeheer, stedelijke rivier- en regenwaterhydraulica en hydrologeologie. De activiteiten situeren zich voornamelijk in België, Frankrijk en Nederland. In de loop van 2025 werd Délo Boringen overgenomen, een vennootschap actief in milieutechnisch veldwerk. De Vennootschap is een naamloze vennootschap (NV) naar Belgisch recht met als maatschappelijke zetel: Derbystraat 255, 9051 Gent.

De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap voor het boekjaar dat werd afgesloten op 31 december 2025 omvat ABO-Group Environment NV en de bijhorende dochterondernemingen (waarnaar samen wordt verwezen met 'ABO' of de 'Groep').

Op de Raad van Bestuur van 22 april 2026 werd de geconsolideerde jaarrekening goedgekeurd voor vrijgave.

Voor de officiële versie van het jaarlijks financieel verslag verwijzen we naar de ESEF versie op de website www.abo-group.eu. Bij conflicten tussen dit document en de ESEF versie primeert deze laatste.

2. Presentatiebasis

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en goedgekeurd door de Europese Unie evenals in overeenstemming met de interpretaties uitgegeven door het IFRS-interpretatiecomité.

De geconsolideerde financiële rekeningen worden weergegeven in euro's en alle waarden zijn afgerond tot het dichtst bij zijnde duizendtal (€ 000), tenzij anders vermeld.

De opstelling van de geconsolideerde financiële rekeningen vereist het gebruik van bepaalde kritische boekhoudkundige schattingen. Het vereist ook dat het management zijn oordeel gebruikt bij het toepassen van de grondslagen voor financiële verslaggeving. De gebieden die een hogere mate van oordeelsvorming of complexiteit vereisen, zijn gebieden waar aannames en schattingen van belang zijn voor de geconsolideerde financiële rekeningen. De impact ervan zijn weergegeven in toelichting 2.3.

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van continuïteit.

Wijziging van boekhoudprincipes

De boekhoudprincipes zijn consistent met deze van het vorige boekjaar.

Om de presentatie in overeenstemming te brengen met die van het lopende jaar, is er een correctie aangebracht in bepaalde vergelijkende cijfers in de geconsolideerde resultatenrekening. De rubriek 'afschrijvingen en waardeverminderingen' (k€ 7.249) werd gesplitst in een rubriek 'afschrijvingen klantenrelaties' (k€ 915) en een rubriek 'overige afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen'.

in 000€ Voor het boekjaar eindigend op 31 december2024
Zoalsgerapporteerd Aangepast Herwerkt
Afschrijvingen en waardeverminderingen -7 249 7 249
Afschrijvingen klantenrelaties -915 -915
Overige afschrijvingen, waardeverminderingen en bewegingen opvoorzieningen -6 334 -6 334

In de toelichtingen 2.14, 2.15 en 2.26 zijn er aanpassingen aangebracht aan de vergelijkende cijfers in de tabellen om de presentatie in overeenstemming te brengen met die van het lopende jaar (aangeduid met * in de respectievelijke tabellen).

2.1. Voornaamste boekhoudprincipes

2.1.1. Consolidatiebasis

De geconsolideerde jaarrekening omvat de jaarrekening van alle dochterondernemingen die door de Groep worden gecontroleerd. Een overzicht van alle geconsolideerde entiteiten is weergegeven in toelichting 2.30.

Een onderneming wordt volledig geconsolideerd vanaf de datum van acquisitie, welke de datum is wanneer de Groep de controle verwerft, en wordt zolang geconsolideerd tot dat de Groep de controle verliest. De Groep heeft controle over een onderneming als, en alleen als de Groep:

  • Zeggenschap heeft over de onderneming (zoals vanuit bestaande rechten welke de Groep de mogelijkheid geven om de relevante activiteiten van de onderneming te sturen);
  • Onderhevig is aan, of rechten heeft op, de variabele rendementen vanuit haar betrokkenheid bij de onderneming; en
  • De mogelijkheid heeft om haar zeggenschap te gebruiken over de onderneming om de rendementen te beïnvloeden.

Een verandering in het deelnemingspercentage van een dochteronderneming, zonder de zeggenschap te verliezen, worden verwerkt als een eigen vermogen transactie. Als de Groep de controle verliest over een dochteronderneming, dan worden de activa en het eventuele minderheidsbelang uitgeboekt en de reële waarde van de ontvangen betaling en de resterende investering geboekt, waarbij het verschil in de geconsolideerde resultatenrekening wordt erkend.

Alle transacties tussen de ondernemingen van de Groep, alle balansen en alle niet-gerealiseerde winsten op transacties tussen groepsondernemingen, worden bij consolidatie geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden ook geëlimineerd op dezelfde manier als niet-gerealiseerde winsten, tenzij een bijzondere waardevermindering van toepassing is op het actief dat onderwerp is van de transactie. De boekhoudprincipes van dochterondernemingen worden in lijn gebracht met die van de Groep om de consistentie te verzekeren in de rapportering.

2.1.2. Erkenning van opbrengsten

Volgende specifieke criteria met betrekking tot opname van opbrengsten zijn van toepassing:

Consultancy

Consultancycontracten worden voornamelijk uitgevoerd op basis van "time & material". Afhankelijk van de aard van de opdracht en de contractuele afspraken kunnen bepaalde projectfases, tegen een vaste prijs worden uitgevoerd.

Omzet uit contracten op basis van "time & material" worden maandelijks geboekt als een op te stellen factuur waarbij de facturatie gebeurt volgens de contractuele overeenkomst.

Bij vaste prijs wordt de omzet verworven over de prestatieperiode en bepaald op basis van de vooruitgang van het project. Er zijn geen projecten waarvan de vooruitgang niet op een redelijk betrouwbare manier kan bepaald worden. De vooruitgang wordt voornamelijk geschat door de ingenieurs op het project op basis van onderzoek van het project. Aanpassingen aan het percentage van vooruitgang worden verwerkt op het moment dat de gebeurtenissen welke een aanpassing vereisen zich voordoen. Indien er waarschijnlijk een verlies zal gemaakt worden, wordt dit verlies onmiddellijk geboekt.

Testing en monitoring

De "testing en monitoring" diensten worden ofwel geleverd op een bepaald tijdstip, namelijk bij oplevering van het project ofwel worden de diensten in twee stappen geleverd, één na de installatie van de monitoring toestellen gevolgd door recurrente huur per dag en per sensor erkend per maand over de duurtijd van het contract. De tarieven per sensor vormen voorwerp van indexatie indien de monitoring meer dan 1 jaar betreft.

Overige verkopen van goederen en diensten

Opbrengsten uit de verkoop van goederen en diensten worden opgenomen op het tijdstip waarop de controle wordt overgedragen aan de klant, met andere woorden in de meeste gevallen bij levering van de goederen en diensten.

Interestopbrengsten

Interestopbrengsten worden aan de resultatenrekening toegerekend naarmate ze verdiend worden, op basis van de effectieve interestmethode.

2.1.3. Belastingen

Belasting op het resultaat van het boekjaar is het totale bedrag dat is opgenomen in de winst of het verlies over de periode met betrekking tot actuele belasting en uitgestelde belastingen.

De belastingkosten worden opgenomen in de winst- en verliesrekening over de periode, tenzij de belasting voortvloeit uit een transactie of gebeurtenis die direct in het eigen vermogen is opgenomen. In dat geval worden de belastingen rechtstreeks ten laste van het eigen vermogen genomen.

Voor de berekening worden de belastingtarieven gebruikt waarvan het wetgevingsproces materieel is afgesloten op de balansdatum.

Actuele belastingen voor lopende en voorgaande perioden worden, in zoverre ze nog niet zijn betaald, opgenomen als verplichting. Als het bedrag dat al is betaald met betrekking tot lopende en voorgaande perioden groter is dan het bedrag dat over deze periode verschuldigd is, wordt het saldo opgenomen als een actief.

Uitgestelde belastingen worden opgenomen op basis van de 'liability'-methode, voor alle tijdelijke verschillen tussen de belastbare basis en de boekwaarde voor financiële verslaggevingsdoeleinden en dit zowel voor activa als verplichtingen.

Volgens deze methode moet de Groep bij een bedrijfscombinatie onder meer uitgestelde belastingen opnemen als gevolg van het verschil tussen de reële waarde van de verworven activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen en hun belastingbasis ten gevolge van de bedrijfscombinatie.

Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen indien het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstige belastbare winsten zullen zijn om het belastingvoordeel te kunnen genieten. De boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen worden op iedere balansdatum geëvalueerd en worden afgeboekt in de mate dat het niet langer waarschijnlijk is dat het gerelateerde belastingvoordeel geheel of gedeeltelijk zal worden gerealiseerd. Niet erkende uitgestelde belastingvorderingen worden op iedere balansdatum geëvalueerd en worden erkend in de mate dat het waarschijnlijk is geworden dat toekomstige belastbare winsten zullen toelaten om de uitgestelde belastingvorderingen te recupereren.

Uitgestelde belastingverplichtingen en- vorderingen worden opgenomen aan het belastingtarief dat verwacht is van toepassing te zijn in het jaar waarin het actief of de verplichting gerealiseerd of gesetteld wordt, gebaseerd op de belastingtarieven die zijn aangenomen of waarvan het wetgevingsproces materieel is afgesloten op rapporteringsdatum.

Uitgestelde belastingverplichtingen en -vorderingen worden tegenover elkaar afgezet indien wettelijk is toegelaten om de verschuldigde belastingen en vorderingen tegenover elkaar af te zetten en indien deze betrekking hebben op belastingen geheven door dezelfde belastingautoriteiten en indien de Groep de intentie heeft dit recht uit te voeren.

De opbrengsten, kosten en activa worden opgenomen zonder de aftrekbare belasting over de toegevoegde waarde. Het netto bedrag van terug te vorderen B.T.W. of verschuldigde B.T.W. is opgenomen in de belastingvorderingen en belastingschulden.

2.1.4. Bedrijfscombinaties en goodwill

De overnameprijs (de overgedragen vergoeding van een bedrijfscombinatie) wordt gewaardeerd als het totaal van de reële waarde op de overnamedatum van de overgedragen activa, aangegane of overgenomen verplichtingen en de door de overnemende partij uitgegeven

eigenvermogensinstrumenten. De overnameprijs omvat ook alle activa en verplichtingen die voortvloeien uit een voorwaardelijke vergoedingsregeling. Overname gerelateerde kosten worden verwerkt als lasten in de periode dat deze kosten gemaakt worden en zitten in de rubrieken "diensten en diverse goederen" en "overige bedrijfskosten" in de resultatenrekening.

De verworven identificeerbare activa en de overgenomen verplichtingen worden gewaardeerd tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Voor elke bedrijfscombinatie wordt enig minderheidsbelang in de overgenomen partij gewaardeerd tegen reële waarde of tegen het evenredige deel van het minderheidsbelang in de identificeerbare netto-activa van de overgenomen partij. De keuze van de waarderingsgrondslag wordt gemaakt op transactiebasis.

Indien een bedrijfscombinatie in fasen tot stand komt, wordt de reële waarde van het oorspronkelijk aangehouden belang in de overgenomen entiteit geherwaardeerd op de overnamedatum met de impact ervan via de resultatenrekening.

Aanpassingen aan de reële waarde van de voorwaardelijke verplichtingen, welke als activa of verplichting gepresenteerd zijn, worden na de overnamedatum geboekt in de "Overige bedrijfsopbrengsten" in de resultatenrekening.

Goodwill wordt bij verwerving van dochterondernemingen vanaf overnamedatum opgenomen voor het surplus van enerzijds het totaal van de reële waarde van de overgedragen vergoeding, het bedrag van eventuele minderheidsbelangen en (in een bedrijfscombinatie die in verschillende fasen wordt gerealiseerd) de reële waarde van het voorheen aangehouden aandelenbelang, anderzijds het nettosaldo van de verworven identificeerbare activa en de overgenomen verplichtingen. Indien dit totaal, ook na herbeoordeling, resulteert in een negatief bedrag, wordt deze winst onmiddellijk in de "Overige bedrijfsopbrengsten" in de resultatenrekening opgenomen.

Na de eerste opname moet de overnemende partij de in een bedrijfscombinatie verworven goodwill waarderen tegen kostprijs verminderd met eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Goodwill wordt niet afgeschreven maar elk jaar onderworpen aan een test op bijzondere waardeverminderingen. Voor deze doeleinden, wordt goodwill vanaf de overnamedatum toegewezen aan elk van de kasstroom genererende eenheden van de Groep welke verwacht worden voordeel te halen uit de bedrijfscombinatie, onafhankelijk van de toegewezen activa en verplichtingen van de overgenomen vennootschap aan deze eenheden. Indien de realiseerbare waarde van een kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde, wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van de boekwaarde van de goodwill die aan de kasstroomgenererende eenheid werd toegewezen. Daarna wordt de bijzondere waardevermindering toegewezen aan de andere vaste activa die tot de eenheid behoren, evenredig met hun boekwaarde. Wanneer een bijzondere waardevermindering voor goodwill eenmaal is opgenomen, wordt deze in een latere periode niet teruggenomen.

2.1.5. Immateriële vaste activa andere dan goodwill

Immateriële activa omvatten software en klantenportefeuilles welke geboekt werden in het kader van een bedrijfscombinatie.

De immateriële activa worden geboekt aan hun kostprijs verminderd met de eventuele gecumuleerde afschrijvingen en de eventuele gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.

Afschrijvingen

Immateriële activa worden afgeschreven volgens de lineaire methode vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is en dit over de verwachte gebruiksduur. De afschrijvingsmethode en periode van het immaterieel actief met een gedefinieerde levensduur wordt minstens herzien op elk financieel jaareinde.

Volgende gebruiksduren worden toegepast:

  • Software: 3 jaar;
  • Klantenportefeuilles: 10 jaar

2.1.6. Materiële vaste activa

De materiële vaste activa van de Groep worden gewaardeerd tegen de kostprijs min de gecumuleerde afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen behalve terreinen en gebouwen aan marktwaarde min de geaccumuleerde afschrijvingen op gebouwen en eventuele bijzondere waardeverminderingen op datum van de herwaardering.

De kostprijs omvat de initiële aankoopprijs vermeerderd met alle rechtstreeks toerekenbare kosten (zoals niet-terugvorderbare belastingen, transport). De kostprijs van een zelf vervaardigd actief omvat de kostprijs van de materialen, directe loonkosten en een evenredig deel van de productieoverhead.

De terreinen en gebouwen worden gewaardeerd volgens de herwaarderingsmethode, met andere woorden aan marktwaarde min de geaccumuleerde afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen op datum van de herwaardering. De waardering van de terreinen en gebouwen aan reële waarde worden uitgevoerd met voldoende regelmaat zodat de marktwaarde van het geherwaardeerde actief niet significant verschilt met zijn boekwaarde.

Een herwaarderingsmeerwaarde wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten (herwaarderingsreserve). Indien de herwaarderingsmeerwaarde echter een herwaarderingsverlies terugneemt voor hetzelfde actief welke in een voorgaande periode in de resultatenrekening werd geboekt, wordt de meerwaarde geboekt in de resultatenrekening. Een herwaarderingsverlies wordt geboekt in de resultatenrekening onder de lijn "Overige afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen", tenzij dat het een terugname is van een herwaarderingsmeerwaarde geboekt in de herwaarderingsreserve voor hetzelfde actief in een voorgaande periode.

Er wordt een transfer van de herwaarderingsreserve naar de geconsolideerde reserves uitgevoerd voor het verschil tussen de afschrijving gebaseerd op het geherwaardeerde actief en de afschrijving gebaseerd op de oorspronkelijke kostprijs. Op datum van herwaardering worden de gecumuleerde afschrijvingen afgeboekt tegenover de bruto waarde van het actief en wordt vervolgens de netto waarde van het actief geherwaardeerd. Bij verkoop wordt de resterende herwaarderingsreserve gerelateerd aan het actief getransfereerd naar de geconsolideerde reserves.

Indien belangrijke materiële vaste activa worden vervangen, worden de oorspronkelijke activa uitgeboekt en vervangen door de kostprijs van de nieuwe activa, met een nieuwe gebruiksduur. Indien er een belangrijk nazicht wordt uitgevoerd, wordt deze kost toegevoegd aan de boekwaarde van de materiële vaste activa als vervangingskost indien het aan de opnamecriteria voldoet. Alle andere kosten met betrekking tot onderhoud en herstelling worden ten laste genomen van de resultatenrekening op het ogenblik waarop ze zich voordoen.

De items met betrekking op materiële vaste activa worden niet meer opgenomen op het moment van buitengebruikstelling of indien er geen toekomstige economische voordelen meer worden verwacht van het gebruik ervan. De winst of verlies, voortvloeiend uit de buitengebruikstelling van het vast actief (berekend op basis van het verschil tussen de netto verkoop en de boekwaarde van het vast actief) worden opgenomen in het resultaat van het jaar van buitengebruikstelling.

De activa worden lineair afgeschreven over de geschatte economische gebruiksduur, met name:

  • Terreinen: niet afgeschreven
  • Gebouwen: 30-33 jaar;
  • Inrichting van gebouwen: 10 jaar;
  • Technische uitrusting: 3-10 jaar;
  • Computermateriaal: 3-5 jaar;
  • Kantooruitrusting: 5 jaar;
  • Wagens: 4-5 jaar

De geschatte levensduur, de restwaarden en de afschrijvingsmethode worden steeds herzien op balansdatum zodat eventuele gewijzigde inschattingen verwerkt worden op vooruitziende basis.

2.1.7. Recht-op-gebruik activa en gerelateerde leaseverplichtingen

De Groep beoordeelt bij aanvang van het contract of een contract een leaseovereenkomst is of bevat. Dat betekent dat het contract het recht geeft om het gebruik van een geïdentificeerd actief gedurende een bepaalde periode te controleren, in ruil voor een vergoeding.

Recht-op-gebruik activa

De Groep erkent recht-op-gebruik activa op de ingangsdatum van de lease (d.w.z. de onderliggende datum waarop het item beschikbaar is voor gebruik). Recht-op-gebruik activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met eventuele gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen en gecorrigeerd voor eventuele herwaardering van leaseverplichtingen. De kost van recht-op-gebruik activa omvat het bedrag van de opgenomen leaseverplichtingen, gemaakte initiële directe kosten en leasebetalingen op of vóór de ingangsdatum verminderd met ontvangen voordelen. Activa voor gebruiksrechten worden lineair afgeschreven over het kortste van de gebruiksduur van het actief en de leaseperiode. Indien de Group redelijk zeker is dat de aankoopoptie zal uitgeoefend worden, wordt de recht-op-gebruik activa afgeschreven over de gebruiksduur van het onderliggend actief.

De gebruiksrechten voor activa zijn ook onderworpen aan bijzondere waardeverminderingen. We verwijzen hiervoor naar de waarderingsregels onder 2.1.8 Bijzondere waarderverminderingen voor nietfinanciële activa.

Leaseverplichtingen

Op de ingangsdatum van de leaseovereenkomst neemt de Groep leaseverplichtingen op die worden gewaardeerd tegen de huidige waarde van de verwachte leasebetalingen over de leaseperiode.

Variabele leasebetalingen die niet afhankelijk zijn van een index worden als kost opgenomen in de resultatenrekening in de periode waarin de gebeurtenis of toestand die de betaling veroorzaakt, zich voordoet.

Bij de berekening van de huidige waarde van leasebetalingen gebruikt de Groep haar incrementele rentevoet omdat de impliciete rentevoet niet direct kan worden bepaald. Na de ingangsdatum wordt het bedrag van de leaseverplichtingen verhoogd om de aangroei van rente weer te geven en verlaagd voor de leasebetalingen. Bovendien wordt de boekwaarde van leaseverplichtingen geherwaardeerd bij aanpassingen, een wijziging in de leaseperiode, een wijziging in de leasebetalingen (bijvoorbeeld wijzigingen in toekomstige betalingen als gevolg van een wijziging in een index die wordt gebruikt om dergelijke leasebetalingen te bepalen) of een wijziging in de beoordeling van een optie om het onderliggende actief te kopen.

De lease verplichtingen van de Groep worden opgenomen bij de financiële schulden.

Kortlopende leaseovereenkomsten en leasing van activa met een lage waarde

De Groep past de vrijstelling voor de erkenning van huurovereenkomsten op korte termijn toe (d.w.z. die leaseovereenkomsten met een leaseperiode van 12 maanden of minder vanaf de ingangsdatum en die geen aankoopoptie bevatten). De huur van activa op korte termijn heeft voornamelijk betrekking op machines en materiaal die worden ingehuurd op werven (voor de duurtijd van de werf). Het past ook de vrijstelling toe van geleasde activa met een lage waarde. Leasebetalingen op korte termijn leases en van activa met een lage waarde worden als kost opgenomen gedurende de leaseperiode.

2.1.8. Bijzondere waardevermindering voor niet-financiële activa

Voor de niet-financiële activa van de Groep wordt op elke balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig is. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. De realiseerbare waarde van een actief of van een kasstroom genererende eenheid is de hoogste waarde van de reële waarde minus de verkoopkosten en zijn bedrijfswaarde. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen indien de boekwaarde van een actief, of de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening onder de lijn "Overige afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen".

Het bepalen van de bedrijfswaarde is gebaseerd op het kasstroomverdisconterings-model, met name de verdiscontering van de toekomstige kasstromen voortvloeiend uit voortgezette exploitatie van de eenheid, waarbij door het management uitgegaan is van een kasstroomprognose op basis van een

businessplan op vijf jaar en een sensitiviteitsanalyse voor de belangrijkste assumpties. De toekomstige kasstromen worden verdisconteerd op basis van een gewogen gemiddelde vermogenskost. Om de kasstroomprognoses te bepalen na de laatste budgetperiode worden ze geëxtrapoleerd op basis van een groeivoet. Voor de oefening voor bijzondere waardeverminderingen van individuele activa kan het kasstroomverdisconterings-model uitgaan van een kasstroomprognose op een periode langer dan vijf jaar.

Bijzondere waardeverminderingen kunnen worden teruggenomen indien er zich een wijziging voordoet bij de elementen die de bijzondere waardevermindering tot stand hebben gebracht. Deze terugname kan de eigenlijke boekwaarde voor bijzondere waardevermindering, min waardeverlies en afschrijvingen, niet overschrijden. Het terugnemen van de bijzondere waardevermindering heeft een onmiddellijk effect op het resultaat.

2.1.9. Financiële activa

De financiële activa van de Groep bestaan uit liquide middelen en kasequivalenten, handelsvorderingen, overige kortlopende activa en overige (langlopende) financiële activa. De financiële activa van de Groep worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs met uitzondering van callopties op minderheidsbelangen die worden gepresenteerd als financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. De reële waarde van de callopties van de Groep zijn nul, aangezien de uitoefenprijs gelijk is aan een benadering van de reële waarde van het minderheidsbelang.

De overige langlopende activa bestaan uit waarborgen voor aanbestedingen en huurwaarborgen.

Liquide middelen en kasequivalenten omvatten contante en direct opvraagbare deposito's, beleggingen op korte termijn (< 3 maanden), kortlopende zeer liquide beleggingen die onmiddellijk kunnen worden omgezet in liquide middelen waarvan het bedrag gekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen.

Bijzondere waardevermindering van financiële activa

Voor de handelsvorderingen, die in het geval van de Groep geen significante financieringscomponent bevatten, biedt IFRS 9 een vereenvoudigde methode voor het berekenen van de verwachte kredietverliezen. De voorzieningenmatrix, die rekening houdt met het type klant, alsook historische informatie over wanbetalingen, en wordt aangevuld met toekomstgerichte informatie, die toelaat om het toekomstige risico in te schatten. De Groep past deze methode toe voor de berekening van de verwachte kredietverliezen van al haar handelsvorderingen. Een waardevermindering wordt geboekt op elke rapporteringsperiode op basis van de levensduur ECL.

Niet langer opnemen van financiële activa

Financiële activa worden niet langer opgenomen wanneer de contractuele rechten om kasstromen uit het actief te ontvangen zijn vervallen of wanneer de Groep haar rechten om kasstromen te ontvangen en vrijwel alle risico's en voordelen van eigendom van de financiële activa heeft overgedragen aan een andere partij.

De Groep erkent vorderingen die aan een bankinstelling worden overgedragen voor financieringsdoeleinden als financiële activa aangezien de Groep ten aanzien van de factor verantwoordelijk blijft voor de goede uitvoering van de betalingsverbintenissen van de klant.

Voor België verleent de factoringmaatschappij voorschotten ten belope van 85% van de financieringsbasis. Particuliere klanten en intercompany vorderingen worden niet toegelaten. De maximaal toegelaten benutting bedraagt 3 mio EUR. Voor Frankrijk verleent de factoringmaatschappij voorschotten tussen 85% - 90% van de financieringsbasis. Particuliere klanten, niet-Franse klanten en intercompany vorderingen worden niet toegelaten. De factoringmaatschappij beoordeelt elke nieuwe klant en kent voor elke klant een maximaal financierbaar bedrag toe.

2.1.10. Voorraden

De voorraad bestaat uit wisselstukken en verbruiksgoederen dewelke gewaardeerd worden aan kost volgens het FIFO principe. Voorraden worden gewaardeerd aan het laagste van de kostprijs en de netto realiseerbare waarde. De netto realiseerbare waarde is de geschatte verkoopprijs min de geschatte kosten om het product af te werken en om de verkoop te realiseren.

2.1.11. Contract activa

De Groep boekt een contract activa wanneer de goederen of diensten geleverd worden aan de klant en dit voordat de goederen of dienst gefactureerd worden. De contract activa bevatten zowel op te maken facturen alsook contracten in uitvoering welke gewaardeerd worden op basis van de staat van uitvoering. We verwijzen ook naar de boekhoudprincipes met betrekking tot de omzet.

2.1.12. Voorzieningen

Voorzieningen worden aangelegd wanneer de Groep een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting heeft ten gevolge van een gebeurtenis in het verleden, wanneer het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen, en als het bedrag van de verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat.

Indien de Groep verwacht dat sommige of alle uitgaven die vereist zijn om een voorziening af te wikkelen zullen worden vergoed, wordt de vergoeding opgenomen als een financieel actief en slechts als het vrijwel zeker is dat de vergoeding zal worden ontvangen.

2.1.13. Personeelsvergoedingen

De Groep heeft zowel toegezegde-bijdrage- als toegezegde-pensioenregelingen.

Toegezegde-bijdrage regelingen

De Groep heeft toegezegde-bijdrage plannen bij een aantal Nederlandse en Belgische dochterondernemingen.

De pensioenverplichtingen voor toegezegde bijdrage regelingen worden over het algemeen aangelegd via werkgevers- en werknemersbijdragen. De bijdrageverplichtingen tot de pensioenplannen met een vaste bijdrage ten laste van de Groep worden opgenomen in de winst- en verliesrekening van het jaar waarop ze betrekking hebben.

De Belgische toegezegde-bijdrageplannen worden geclassificeerd en verwerkt als toegezegdepensioenplannen.

Toegezegde-pensioenregeling

De dochterondernemingen in Frankrijk hebben een te bereiken doel pensioenregeling.

De Belgische toegezegde-bijdrage plannen zijn onderworpen aan een gegarandeerd minimum rendement dat gebaseerd is op een gemiddeld rendement op 10-jarige overheidsobligaties met een minimum van 1,75% en een maximum van 3,75% (momenteel gelijk aan 2,5% vanaf 1 januari 2025) Vanwege deze minimale gegarandeerde rendementen, worden deze pensioenregelingen onder IFRS beschouwd als een toegezegde pensioenregeling.

Een toegezegde-pensioenregeling legt het bedrag van de beloningen vast die de werknemer zal krijgen bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, hetgeen meestal afhankelijk is van één of meerdere factoren zoals leeftijd, anciënniteit en salaris of garandeert een minimaal rendement op de gedane stortingen.

De netto verplichting van de Groep die in de balans wordt opgenomen voor toegezegdepensioenregelingen is de actuele waarde van de verplichting van de toegezegde-pensioenregelingen op de balansdatum, verminderd met de reële waarde van fondsbeleggingen welke aangehouden zijn door een in aanmerking komende verzekeringsmaatschappij en niet beschikbaar zijn voor de schuldeisers van de Groep en ook niet rechtstreeks aan de Groep kunnen worden uitbetaald – en aangepast voor pensioenkosten van verstreken diensttijd. De verplichting van toegezegde-pensioenregelingen wordt regelmatig door onafhankelijke actuarissen bepaald op basis van de "projected unit credit" methode. De actuele waarde van de toegezegde-pensioenverplichting wordt bepaald door de verwachte toekomstige kasuitstromen te verdisconteren aan de rentevoet van hoogwaardige bedrijfsobligaties uitgedrukt in dezelfde valuta als waarin de beloningen zullen worden betaald en met vervaltermijnen die nauw aansluiten bij deze van de pensioenverplichting.

De componenten van de toegezegde-pensioenregelingskosten omvatten (a) pensioenkosten (actuele en van verstreken diensttijd), (b) netto interesten op de netto toegezegde-pensioenverplichting (actief) en (c) de herwaardering van de netto toegezegde-pensioenverplichting (actief). Pensioenkosten voor verstreken diensttijd worden onmiddellijk als last opgenomen ten vroegste op (a) de datum van de wijziging of inperking van het plan of op (b) de datum waarop de Groep kosten voor herstructureringen opneemt.

De netto interest op een netto toegezegde-pensioenverplichting (actief) wordt berekend door de toepassing van de discontovoet op de netto toegezegde-pensioenverplichting (actief).

De Groep boekt actuariële winsten en verliezen ter weerspiegeling van aanpassingen ingevolge de opgedane ervaring en wijzigingen in de actuariële veronderstellingen en dit volledig in de periode waarin deze zich voordoen in de niet-gerealiseerde resultaten.

Pensioenkosten worden volledig opgenomen onder de personeelsbeloningen.

2.1.14. Financiële verplichtingen

Criteria voor de eerste opname en het niet meer opnemen van financiële verplichtingen

Financiële schulden worden geclassificeerd als financiële verplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. Financiële verplichtingen worden initieel opgenomen aan reële waarde van de ontvangen geldmiddelen, na aftrek van direct toewijsbare transactiekosten.

Een financiële verplichting wordt niet meer opgenomen indien de verplichting voldaan is, geannuleerd of vervallen.

De financiële verplichtingen van de Groep bestaan uit handels- en overige schulden en financiële schulden.

Putopties op minderheidsbelangen

Een financiële verplichting wordt opgenomen voor de reële waarde van de geschreven putoptie op een minderheidsbelang door een gedeeltelijke compensatie van het minderheidsbelang. Het verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting wordt toegevoegd aan de geconsolideerde reserves, die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders zijn opgenomen. De reële waarde van de financiële verplichting is de contante waarde van het geschatte aflossingsbedrag en afhankelijk van een management raming van een aantal assumpties (i.e. waardering van de aandelen, de geraamde waarschijnlijkheid van uitoefening van de putoptie in de verschillende jaren en de verwachte WACC). De financiële verplichting wordt weergeven bij de overige langlopende en/of kortlopende schulden in de geconsolideerde balans. De verplichting zal op het einde van elke rapporteringsperiode aangepast worden in de winst- en verliesrekening voor waardeveranderingen, waaronder het effect van het afwikkelen van de verdiscontering en andere veranderingen in het geschatte aflossingsbedrag als gevolg van veranderingen in assumpties van het management. Als de optie afloopt zonder te zijn uitgeoefend, wordt de verplichting geannuleerd ten laste van minderheidsbelangen en geconsolideerde reserves.

Afgeleide instrumenten

De Groep maakt gebruik van afgeleide financiële instrumenten, zoals renteswaps, om haar renterisico's af te dekken. Dergelijke afgeleide financiële instrumenten worden voor het eerst opgenomen tegen reële waarde op de datum waarop een derivatencontract wordt aangegaan en worden vervolgens geherwaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening. Derivaten worden geboekt als financiële activa wanneer de reële waarde positief is en als financiële verplichtingen wanneer de reële waarde negatief is.

2.2. Nieuwe en gewijzigde standaarden welke nog niet van toepassing zijn

De standaarden welke nog niet van toepassing zijn op datum van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep worden hieronder weergeven. Dit overzicht toont de standaarden en interpretaties welke voor de Groep op redelijke basis van toepassing zullen zijn op de toekomstige datum. De Groep plant om deze standaarden en interpretaties aan te nemen op het moment waarop ze van toepassing zijn.

De Groep heeft ervoor gekozen om geen standaarden of interpretaties voorafgaand aan hun inwerkingtreding toe te passen.

  • IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027)
  • IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordingsplicht Toelichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Classificatie en waardering van financiële instrumenten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026)
  • Jaarlijkse Verbeteringen Volume 11 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026)
  • Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Contracten met betrekking tot natuurafhankelijke elektriciteit (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026)

De wijzigingen worden niet verwacht een materiële impact te hebben op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep behoudens IFRS 18. IFRS 18 is van toepassing op periodes die beginnen op of na 1 januari 2027 en is van toepassing op vergelijkende informatie. De impact van IFRS 18 op het financieel verslag moet nog onderzocht worden.

2.3. Boekhoudkundige beoordelingen, ramingen en veronderstellingen

Om de geconsolideerde jaarrekening op te stellen dient het management beoordelingen, ramingen en veronderstellingen te maken die invloed hebben op de gepubliceerde bedragen in de jaarrekening en in de bijbehorende toelichtingen. De onzekerheid welke deze ramingen en veronderstelling inherent met zich meebrengen kunnen resulteren in belangrijke aanpassingen aan de boekwaarde van de activa of verplichtingen in toekomstige periodes.

2.3.1. Beoordelingen, schattingen en assumpties

Het management maakt beoordelingen en schattingen en gebruikt assumpties bij de toepassingen onder IFRS, welke een belangrijke impact hebben op de bedragen opgenomen in de financiële rekeningen met een belangrijk risico op wijzigingen in het volgende jaar. De ramingen en veronderstellingen zijn gebaseerd op de informatie welke beschikbaar was op het ogenblik dat de geconsolideerde jaarrekening wordt voorbereid. Deze informatie kan in de toekomst wijzigen als gevolg van veranderingen in de markt of omstandigheden welke buiten de controle van de Groep vallen. Deze wijzigingen op de boekhoudkundige assumpties worden opgenomen in de periode waarin de herziening heeft plaatsgevonden.

Bijzondere waardevermindering op goodwill en immateriële vaste activa

De Groep evalueert op elke afsluitdatum of er aanwijzingen zijn dat een bijzondere waardevermindering voor alle immateriële en materiële vaste activa dient opgenomen te worden.

Ingeval van een mogelijke bijzondere waardevermindering op een individueel immaterieel of materieel actief, zal de Groep de bedrijfswaarde van dit actief inschatten tenzij dit niet mogelijk is op niveau van

het individueel actief, waarbij in dit geval de bijzondere waardevermindering zal beoordeeld worden op de kasstroomgenererende eenheid.

Jaarlijks wordt voor elke kasstroomgenererende eenheid waaraan goodwill toegewezen is, een analyse voor bijzondere waardevermindering uitgevoerd. Bij de berekeningen van de bedrijfswaarde, dient het management de toekomstige kasstromen van de vaste activa of de kasstroom genererende eenheid in te schatten en dient zij een verdiscontering te berekenen op de actuele waarde van deze kasstromen.

Er werden eind 2025 en 2024 geen bijzondere waardeverminderingen geboekt op de goodwill. Als gevolg van het verlies van een grote klant na overnamedatum is er per 31 december 2025 een waardevermindering van k€ 311 geboekt op de klantenrelaties van Délo Boringen. We verwijzen naar toelichting 2.4 en 2.6.

De bedrijfswaarde is gevoelig aan de verdisconteringsvoet en de andere assumpties met betrekking tot onder andere groeivoet omzet, bruto marge en operationele kosten. De assumpties en de evaluatie wordt verder toegelicht onder punt 2.4 en 2.6.

Uitgestelde belastingvorderingen

De Groep heeft niet gebruikte belastingverliezen, notionele- en investeringsaftrekken, overdrachten voor DBI en andere tijdelijke aftrekbare verschillen. De Groep boekt een uitgestelde belastingvordering slechts in de mate dat het meer dan waarschijnlijk is dat de toekomstige belastbare winsten zullen gegenereerd worden tegen de welke de belastingvorderingen kunnen worden gebruikt. Een belangrijke beoordeling van het management is vereist om het bedrag van de opgenomen belastingvorderingen te bepalen, gebaseerd op een ingeschatte timing alsook het bedrag van toekomstige belastbare winsten samen met toekomstige planning strategieën. De totale uitgestelde belastingvordering op fiscale overdraagbare verliezen en andere aftrekken bedraagt k€ 1 328 op 31 december 2025 (2024: k€ 992). Verdere informatie wordt gegeven in toelichting 2.23.

Reële waarde terreinen en gebouwen

De Groep waardeert de terreinen en gebouwen volgens het herwaarderingsmodel waarbij de terreinen en gebouwen gewaardeerd worden aan reële waarde min gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere afschrijvingen. De Groep maakt gebruik van een vastgoed expert om de reële waarde in te schatten op basis van de omstandigheden en informatie welke beschikbaar is op datum van waardering.

De laatste reële waarde aanpassingen voor de gebouwen in België, Frankrijk en Nederland zijn gebeurd op 31 december 2023 op basis van rapporten van erkende vastgoedschatters.

De boekwaarde van de terreinen en gebouwen bedraagt k€ 9 032 op 31 december 2025 (2024: k€ 9 429). De Groep is van oordeel dat de reële waarde van de terreinen en gebouwen op datum van 31 december 2025 niet significant verschillend is van haar boekwaarde. Verdere informatie wordt gegeven in toelichtingen 2.7 en 2.15.

Toegezegde pensioenplannen

De Groep heeft de Belgische toegezegde-pensioenplannen (groepsverzekering met wettelijk minimaal rendement) geclassificeerd en verwerkt als toegezegde-pensioenplannen. De Groep heeft andere toegezegde pensioenplannen in Frankrijk.

De boekhoudkundige verwerking van toegezegde pensioenplannen vergt van het management dat belangrijke assumpties gemaakt worden met betrekking tot de actualisatievoet, toekomstige salarisverhogingen en inflatie. De assumpties en de sensitiviteiten van deze assumpties op de netto verplichting worden verder toegelicht in 2.13.

Voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen

De Groep heeft een aantal geschillen lopen waarvoor de Groep een belangrijke beoordeling maakt met betrekking tot enerzijds de waarschijnlijkheid en anderzijds het mogelijke bedrag welke betaald zou moeten worden. De geschillen worden verder toegelicht in 2.13.

Bepaling van de lease termijn bij contracten met opties voor verlenging en beëindiging

De Groep bepaalt de leaseperiode als de niet-opzegbare lease termijn, samen met eventuele periodes gedekt door een optie om de huurovereenkomst te verlengen indien redelijkerwijs zeker is dat deze zal uitgeoefend worden, of door eventuele periodes met een optie om de huurovereenkomst te beëindigen, indien redelijkerwijs zeker is dat deze niet wordt uitgeoefend.

De Groep past beoordelingen toe of het redelijk zeker is of de optie om te verlengen of de huurovereenkomst te beëindigen al dan niet wordt uitgeoefend. Dat wil zeggen, het houdt rekening met alle relevante factoren die daarvoor een economisch motief vormen om de verlenging of beëindiging uit te oefenen. Enkele elementen die daarbij in rekening worden gebracht zijn het al dan niet bestaan van verbeteringswerken aan de activa, het al dan niet strategische belang van de locatie, de initiële duur van de overeenkomst. Na de ingangsdatum beoordeelt de Groep de leasetermijn opnieuw wanneer er een belangrijke gebeurtenis of verandering in omstandigheden is die binnen zijn macht ligt en zijn mogelijkheid om de uitoefening van de optie om te verlengen of te beëindigen beïnvloedt (bijvoorbeeld aanzienlijke verbeteringen of belangrijke aanpassingen aan het geleasde actief). De periodes gedekt door een optie om te beëindigen worden enkel in rekening gebracht als deel van de lease termijn wanneer het redelijk zeker is dat deze niet uitgeoefend zal worden.

Lease overeenkomsten – inschatting van de incrementele rentevoet

De Groep kan de impliciete interestvoet niet gemakkelijk bepalen, daarom gebruikt zij de incrementele interestvoet om leaseverplichtingen te meten. De incrementele interestvoet is de rentevoet die de Groep zou betalen in een vergelijkbare economische omgeving om via een lening gedurende een vergelijkbare periode en met een vergelijkbare dekking een actief te verkrijgen van een vergelijkbare waarde als het gebruiksrecht.

De incrementele interestvoet weerspiegelt wat de Groep 'zou moeten betalen', dewelke een schatting vereist wanneer er geen waarneembare tarieven beschikbaar zijn (zoals voor dochterondernemingen die geen financieringstransacties aangaan) of wanneer deze moeten worden aangepast aan de voorwaarden van de huurovereenkomst (bijvoorbeeld wanneer huurovereenkomsten niet in de functionele valuta van de dochteronderneming zijn). De Groep schat de incrementele interestvoet op basis van waarneembare inputs (zoals marktrentevoeten) indien beschikbaar.

Putopties op minderheidsbelangen

De Groep heeft een financiële verplichting opgenomen voor de reële waarde van een geschreven putoptie op een minderheidsbelang. De reële waarde van de financiële verplichting is de contante waarde van het

geschatte aflossingsbedrag en afhankelijk van een management raming van een aantal assumpties (i.e. waardering van de aandelen, de geraamde waarschijnlijkheid van uitoefening van de putoptie in de verschillende jaren en de verwachte WACC). Verdere informatie wordt gegeven in toelichting 2.15.

Bedrijfscombinaties

Hoewel de beste inschattingen en assumpties gebruikt worden als onderdeel van het proces voor de toewijzing van de aankoopprijs om de verworven activa en aangegane verplichtingen op de overnamedatum nauwkeurig te waarderen, zijn deze inschattingen en assumpties inherent onzeker. Voorbeelden van kritische inschattingen bij de waardering van bepaalde immateriële activa die werden verworven of in de toekomst verworven kunnen worden, bestaan uit, maar zijn niet beperkt tot:

  • Toekomstige verwachte kasstromen uit klantencontracten en relaties inclusief de verwachte klantenrotatie;
  • De reële waarde van de uitgestelde opbrengsten;
  • Verdisconteringsvoeten.

2.4. Bedrijfscombinaties

2.4.1. Bedrijfscombinaties uit 2025

Délo Boringen

Op 28 mei 2025 neemt de Groep een participatie van 70% in de Belgische entiteit Délo Boringen BV. Dit bedrijf biedt een uitgebreid dienstenpallet, waaronder handmatige en machinale boringen, ongeroerde monstername en waterstaalname voor milieukundig onderzoek alsook boringen voor sloopopvolging (Tracimat).

Met deze overname versterkt de Groep haar kernactiviteiten op het vlak van bodemonderzoek en staalnames voor milieukundige toepassingen. De acquisitie van Délo Boringen betekent voor de Groep een verdere verdieping en verbreding van haar aanbod, gericht op een effectieve aanpak van bodemverontreiniging.

De reële waarde van de geïdentificeerde activa en verplichtingen van Délo Boringen BV op datum van overname waren als volgt:

Reële
in 000€ Boekwaarde waardeaanpassingen Reëlewaarde
Activa
Immateriële vaste activa 740 740
Materiële vaste activa 101 101
Voorraden 129 129
Handelsvorderingen 186 186
Overige kortlopende activa 191 191
Kas en kasequivalenten 76 76
Totaal activa 683 740 1 423
Schulden
Uitgestelde belastingschulden 185 185
Financiële schulden op lange termijn 112 112
Financiële leningen op korte termijn 101 101
Handelsschulden 95 95
Belastingschulden 49 49
Overige schulden 111 111
Totaal schulden 468 185 653
Totaal geïdentificeerde activa en schulden 215 555 770
Goodwill 394
Minderheidsbelang -269
Aankoopprijs aandelen 895
Uitgestelde betaling 132
Betaalde overnameprijs in liquide middelen 764
Overgenomen kas en kasequivalenten -76
Kasuitstroom bij bedrijfscombinatie 688

De netto kasuitstroom voor de bedrijfscombinatie was k€ 688. Bovendien waren er k€ 24 transactiekosten verbonden aan de overname, die opgenomen werden in "Diensten en diverse goederen" in de geconsolideerde resultatenrekening.

De reële waardeaanpassing van de immateriële vaste activa heeft betrekking op klantenrelaties die gewaardeerd werden op basis van de "multi period excess earnings"-methode en bedraagt k€ 740. De belangrijkste gehanteerde assumpties welke bij de waardering gebruikt werden zijn: klantenrotatie van 9,4% jaar-op-jaar en een verdisconteringsvoet van 14,9%. Als gevolg van het verlies van een grote klant na overnamedatum is er per 31 december 2025 een waardevermindering van k€ 311 geboekt op de klantenrelaties van Délo Boringen. We verwijzen naar toelichting 2.6.

De reële waarde van de handelsvorderingen en de overige kortlopende activa is identiek aan de boekwaarde waarbij de Groep van oordeel is dat alle contractuele kasstromen vanuit deze vorderingen zullen ontvangen worden.

De transactie gaf aanleiding tot het boeken van een goodwill van k€ 394 welke de mogelijke synergiëen weergeeft tussen de activiteiten van Délo Boringen en de Groep.

De Groep heeft tijdens de reële waardebepaling rekening gehouden met een bedrag van k€ 180 die over een periode van 4 jaar aan de verkoper verschuldigd is. De reële waarde van de uitgestelde betaling bedroeg op overnamedatum k€ 132. De uitgestelde betalingen zullen bepaald worden op basis van een overeengekomen formule en zijn afhankelijk van toekomstige resultaten (EBIT) van het overgenomen bedrijf. Per 31 december 2025 bedraagt de reële waarde van de uitgestelde vergoeding k€ 45, opgenomen in de lijn "Overige langlopende schulden". De reële waarde van de uitgestelde vergoeding houdt rekening met de waarschijnlijkheid van het behalen van de overeenkomen toekomstige resultaten.

Het minderheidsbelang van 30% is gewaardeerd aan reële waarde. De Groep is eveneens overeengekomen om het resterende minderheidsbelang in Délo Boringen over te nemen door het toekennen van een putoptie aan de minderheidsaandeelhouder en een calloptie aan de Groep. Deze opties zijn voor het eerst uitoefenbaar in 2026 en vervallen in 2029. De uitoefenprijs zal bepaald worden op basis van een overeengekomen formule. De waarde van het geschatte aflossingsbedrag van de putoptie bedroeg op overnamedatum k€ 293. Deze reële waarde van de putoptie is geboekt tegenover minderheidsbelangen voor k€ 269 en geconsolideerde reserves voor k€ 24. Per 31 december 2025 bedraagt de reële waarde van de putoptie k€ 318, waarvan k€ 221 opgenomen in de lijn "Overige langlopende schulden" en k€ 97 opgenomen in de lijn "Overige kortlopende schulden". De reële waarde van de calloptie op de verslagdatum is nul, aangezien de uitoefenprijs gelijk is aan een benadering van de reële waarde van het minderheidsbelang.

Sinds de overname heeft de overgenomen entiteit k€ 571 aan omzet en k€ -283 (verlies) aan de netto winst van de Groep bijgedragen. Indien de overname had plaatsgevonden op 1 januari was de bijdrage aan de omzet en netto winst respectievelijk k€ 1 142 en k€ -301 (verlies) geweest.

2.4.2. Bedrijfscombinaties uit 2024

Eau et Perspectives

Per 1 januari 2024 breidde de Groep haar activiteiten met betrekking tot het beheer van water uit via de overname van 100% van de aandelen van alle aandelen in Eau et Perspectives, een referentiestudiebureau in het Zuiden van Frankrijk gespecialiseerd in studies en advies in stedelijke, rivieren regenwaterhydraulica en hydrogeologie. Het bureau ontwikkelt inzichten in de kenmerken van oppervlakte- en grondwater, speciale aandacht voor overstromingspreventie en -beheer, grondwaterbehoud en grondwaterkwaliteit.

De Groep is reeds in de regio actief op het vlak van water vanuit haar kantoren in Nice, Toulon en Marseille en werkte reeds met de experts van Eau et Perspectives samen. Het bedrijf wordt bemand door een tiental experten en heeft ondertussen meer dan een kwarteeuw ervaring binnen dit vakgebied.

De netto kasuitstroom voor de bedrijfscombinatie was k€ 419.

De transactie gaf aanleiding tot het boeken van een goodwill van k€ 44 welke de mogelijke synergiëen weergeeft tussen de activiteiten van Eau Et Perspectives en de Groep.

Demey INFRAbureau

Op 20 augustus 2024 breidde de Groep haar activiteiten uit via de overname van 100% van de aandelen van Demey Infra, gespecialiseerd in het ontwerp en de coördinatie van infrastructuurprojecten. Door de overname van Demey Infra bevestigt de Groep haar strategie om in haar thuislanden, naast de organische groei, ook overnames te realiseren van gespecialiseerde bedrijven die kruisbestuivend werken met haar hoofdactiviteiten: bodem, archeologie en geotechniek. Met deze overname versterkte de Groep haar lokale verankering in West-Vlaanderen.

De netto kasuitstroom voor de bedrijfscombinatie was k€ 1 025.

De Groep heeft tijdens de reële waardebepaling rekening gehouden met een bedrag van k€ 240 die over een periode van 3 jaar aan de verkoper verschuldigd is. De uitgestelde betalingen zullen bepaald worden op basis van een overeengekomen formule en zijn afhankelijk van toekomstige resultaten (bruto marge en EBIT) van het overgenomen bedrijf. Per 31 december 2025 bedraagt de reële waarde van de uitgestelde vergoeding k€ 62, waarvan k€ 52 opgenomen in de lijn "Overige langlopende schulden" en k€ 10 in de lijn "Overige kortlopende schulden". Per 31 december 2024 bedroeg de reële waarde van de uitgestelde vergoeding k€ 154, waarvan k€ 94 opgenomen in de lijn "Overige langlopende schulden" en k€ 60 in de lijn "Overige kortlopende schulden". De reële waarde van de uitgestelde vergoeding houdt rekening met de waarschijnlijkheid van het behalen van de overeenkomen toekomstige resultaten.

Eco Reest

Op 19 september 2024 neemt de Groep een participatie van 70% in de Nederlandse groep Eco Reest, gespecialiseerd in ecologie, bodem en asbest. De groep Eco Reest bestaat uit de vennootschap Eco Reest Holding BV en haar dochtervennootschappen Eco Reest BV, Eco Reest Bodem BV, Van der Poel BV en Gebouwen Inspectie Nederland BV. Met deze integratie versterkt de Groep haar geografische dekking in Nederland en wordt één van de grootste spelers op vlak van ecologie in de Nederlandse markt.

De netto kasuitstroom voor de bedrijfscombinatie was k€ 1 003.

De transactie gaf aanleiding tot het boeken van een goodwill van k€ 389 welke de mogelijke synergiëen weergeeft tussen de activiteiten van Eco Reest en de Groep.

Het minderheidsbelang van 30% is gewaardeerd als 30% van de netto geïdentificeerde activa en schulden en de goodwill.

De aankoopprijs van de aandelen bestaat naast de betaalde overnameprijs van k€ 1 610 ook uit een bedrag van k€ 210 dat omgezet is in een intrestdragende lening die de verkoper verleent ten voordele van de Groep. De vendor loan zal over een periode van 3 jaar terug betaald worden aan de verkoper. Per 31 december 2025 bedraagt het openstaande bedrag van de lening k€ 210.

Odace

De Groep heeft alle activiteiten van het adviesbureau Odace overgenomen in augustus 2024. Odace is een adviesbureau gespecialiseerd in milieuvraagstukken en in het bijzonder waterbeheer. Hun

dienstverlening omvat zowel milieustudies en regelgevingsonderzoek als waterbeheersadvies. De activiteiten van Odace worden toegevoegd aan deze van ABO-ERG Environnement.

De acquisitie heeft de juridische vorm van verkoop van activa en gerelateerde bedrijfsactiviteiten (inclusief klanten) maar voldoet aan de definitie van een bedrijfscombinatie.

De netto kasuitstroom voor de bedrijfscombinatie was k€ 136.

Soltech

De Groep heeft de activiteiten van het adviesbureau Soltech overgenomen in augustus 2024. Met Soltech versterkt de groep haar expertise op het vlak van hydrogeologie en mijnonderzoek en positioneert het zich optimaal om aan de stijgende vraag naar grondstoffenonderzoek en steengroeven. De activiteiten van Soltech worden toegevoegd aan deze van GeoSonic en ABO-ERG Equipement.

De acquisitie heeft de juridische vorm van verkoop van activa en gerelateerde bedrijfsactiviteiten (inclusief klanten) maar voldoet aan de definitie van een bedrijfscombinatie.

De netto kasuitstroom voor de bedrijfscombinatie was k€ 143 in 2024. In 2025 is er nog een bijkomende betaling gebeurd van k€ 121 waarbij er (im)materiële vaste activa is verworven door de Groep. Per 31 december 2025 zijn deze addities opgenomen in de geconsolideerde kasstroomtabel onder de lijn 'Investeringen in (im)materiële vaste activa'.

2.5. Goodwill

De goodwill kan als volgt gedetailleerd worden:

in 000€ Voor het jaar eindigend op31 december
2025 2024
Translab 690 690
MEET HET 551 551
Délo Boringen 394
Eco Reest Holding 389 389
ABO NV 154 154
Geoplus 70 70
Innogeo (Dynaopt)* 69 69
ABO Milieuconsult BV 63 63
Eau Et Perspectives 44 44
Other 13 13
Totaal 2 437 2 043

*Fusie Dynaopt met Innogeo in 2025

De Groep heeft een oefening voor bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd op de goodwill van de kasstroom generende eenheid ABO, Translab, Geoplus, ABO Milieuconsult BV, Innogeo, MEET HET, Eau Et Perspectives, Eco Reest Holding en Délo Boringen. De kasstroom genererende eenheid ABO, Translab, MEET HET en Délo Boringen maken deel uit van het operationele segment "België". Geoplus, Innogeo en Eau Et Perspectives zijn actief in het operationele segment "Frankrijk" en ABO Milieuconsult BV en Eco Reest Holding maken deel uit van het operationele segment "Nederland".

De oefening voor bijzondere waardevermindering is voor elke kasstroom genererende eenheid gebaseerd op een verdisconteerd kasstroommodel welke de kasstromen bevat voor het komende jaar op basis van het budget, voor het tweede tot en met het vijfde jaar gebaseerd op prestaties uit het verleden en verwachtingen van het management ten aanzien van de marktontwikkeling en een residuele waarde op het einde van het vijfde jaar.

Translab

De belangrijkste assumpties voor Translab zijn de verdisconteringsvoet (WACC) van 9,92 % (2024: 8,95 %), een gemiddelde omzetgroei van 5 % (2024: 3 %) voor het eerste tot en met het vijfde jaar en een perpetuele groeivoet van 2 % (2024: 2% ). De stijging in de omzetgroei verwachting situeert zich in de afdeling geotechniek waar we een stijgend orderboek vaststellen. Overige assumpties zijn een stabiele brutomarge en een daling van de operationele kosten in verhouding met omzet van gemiddeld 3 % jaarop-jaar vanaf 2026. De assumpties houden rekening met een verbetering van het resultaat van de kasstroom genererende eenheid, als gevolg van een herstructurering die de kostenbasis vanaf de tweede helft van 2025 gevoelig verbetert alsook de persistente stijging van de omzet. De realiseerbare waarde werd geschat op k€ 1 415 (2024: k€ 1 262) welke ongeveer k€ 1 059 (2024: k€ 701) hoger is dan de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid.

De sensitiviteit van de belangrijkste assumpties met de impact op de marge (verschil tussen realiseerbare waarde en boekwaarde) is als volgt:

in 000€ EBITDA realisatie Perpetuele groeivoet
Stijgingverdisconteringsvoet 100% 80% 50% 2% 1% 0%
0,00% 1 059 623 -32 1 059 797 588
1,00% 859 476 -98 859 647 474
2,00% 700 359 -151 700 525 379

Een stijging van de verdisconteringsvoet met 2% samen met een daling van de EBITDA (dewelke de combinatie is van de assumpties omzetgroei, bruto marge en groei operationele kosten) van 41% zou ertoe leiden dat de realiseerbare waarde gelijk wordt aan de boekwaarde. De Groep is van oordeel dat de waarschijnlijkheid van dergelijke wijzingen klein is en er bijgevolg geen aanleiding is tot een bijzondere waardevermindering op de goodwill van Translab.

MEET HET

De belangrijkste assumpties voor MEET HET zijn de verdisconteringsvoet (WACC) van 9,92 % (2024: 8,95 %), een gemiddelde omzetgroei van 7,2 % (2024: 7,3 %) voor het eerste tot en met het vijfde jaar en een perpetuele groeivoet van 2 % (2024: 2 %). Overige assumpties zijn stijgende bruto marge van gemiddeld 1 % jaar-op-jaar en een stabiel niveau van de operationele kosten in verhouding met omzet. De realiseerbare waarde werd geschat op k€ 4 401 (2024: k€ 5 402) welke ongeveer k€ 1 798 (2024: k€ 2 697) hoger is dan de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid.

De sensitiviteit van de belangrijkste assumpties met de impact op de marge (verschil tussen realiseerbare waarde en boekwaarde) is als volgt:

in 000€ EBITDA realisatie Perpetuele groeivoet
Stijgingverdisconteringsvoet 100% 90% 70% 2% 1% 0%
0,00% 1 798 975 -672 1 798 1 258 826
1,00% 1 323 590 -876 1 323 887 532
2,00% 939 278 -1 043 939 581 282

Volgende wijziging van de individuele assumpties afzonderlijk zouden aanleiding geven tot een realiseerbare waarde die gelijk wordt aan de boekwaarde: daling van de EBITDA (dewelke de combinatie is van de assumpties omzetgroei, bruto marge en groei operationele kosten) met 22 %; stijging van de WACC met 5,6 % of een perpetuele daling van 3 %.

De Groep is van oordeel dat, rekening houdend met het conservatieve budget, dat er geen bijzondere waardevermindering dient geboekt te worden op de goodwill van MEET HET. De Groep zal de realisatie van het budget nauwgezet opvolgen.

Délo Boringen

De belangrijkste assumpties voor Délo Boringen zijn de verdisconteringsvoet (WACC) van 14,87 %, een gemiddelde omzetgroei van 3,8 % voor het eerste tot en met het vijfde jaar en een perpetuele groeivoet van 2 %. Overige assumpties zijn een stabiele bruto marge en een stabiel niveau van de operationele kosten in verhouding met omzet. De realiseerbare waarde werd geschat op k€ 802 welke ongeveer k€ 658 hoger is dan de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid.

De Groep heeft in de oefening voor bijzondere waardeverminderingen van de kasstroom genererende eenheid Délo Boringen geconcludeerd dat geen redelijk mogelijke wijziging in EBITDA (dewelke de combinatie is van de assumpties omzetgroei, bruto marge en groei operationele kosten), perpetuele groeivoet en verdisconteringsvoet afzonderlijk ertoe zou leiden dat de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde. Bijgevolg is er geen indicatie van een bijzondere waardevermindering op de goodwill bij Délo Boringen.

Eco Reest Holding

De belangrijkste assumpties voor Eco Reest Holding zijn de verdisconteringsvoet (WACC) van 9,47 %, een gemiddelde omzetgroei van 7,9 % voor het eerste tot en met het vijfde jaar en een perpetuele groeivoet van 2 %. Overige assumpties zijn een stabiele bruto marge en een stabiel niveau van de operationele kosten in verhouding met omzet. De realiseerbare waarde werd geschat op k€ 7 685 welke ongeveer k€ 6 008 hoger is dan de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid.

De Groep heeft in de oefening voor bijzondere waardeverminderingen van de kasstroom genererende eenheid Eco Reest Holding geconcludeerd dat geen redelijk mogelijke wijziging in EBITDA (dewelke de combinatie is van de assumpties omzetgroei, bruto marge en groei operationele kosten), perpetuele groeivoet en verdisconteringsvoet afzonderlijk ertoe zou leiden dat de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde. Bijgevolg is er geen indicatie van een bijzondere waardevermindering op de goodwill bij Eco Reest Holding.

ABO NV

De belangrijkste assumpties voor ABO zijn de verdisconteringsvoet (WACC) van 9,92 % (2024: 8,95 %), een gemiddelde omzetgroei van 3,6 % (2024: 3,6 %) voor het eerste tot en met het vijfde jaar en een perpetuele groeivoet van 2 % (2024: 2 %). Overige assumpties zijn een stijgende bruto marge van gemiddeld 0,5 % jaar-op-jaar en een daling van de operationele kosten in verhouding met omzet van gemiddeld 0,5 % jaar-op-jaar vanaf 2026. De realiseerbare waarde werd geschat op k€ 15 380 (2024: k€ 8 737) welke ongeveer k€ 10 273 (2024: k€ 3 925) hoger is dan de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid.

De Groep heeft in de oefening voor bijzondere waardeverminderingen van de kasstroom genererende eenheid ABO geconcludeerd dat geen redelijk mogelijke wijziging in EBITDA (dewelke de combinatie is van de assumpties omzetgroei, bruto marge en groei operationele kosten), perpetuele groeivoet en verdisconteringsvoet afzonderlijk ertoe zou leiden dat de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde. Bijgevolg is er geen indicatie van een bijzondere waardevermindering op de goodwill bij ABO.

Geoplus

De belangrijkste assumpties voor Geoplus zijn de verdisconteringsvoet (WACC) van 10,12 % (2024: 9,09 %), een gemiddelde omzetgroei van 7 % (2024: 7 %) voor het eerste tot en met het vijfde jaar en een perpetuele groeivoet van 2 % (2024: 2 %). Overige assumpties zijn een stabiele bruto marge en een daling van de operationele kosten in verhouding met omzet van gemiddeld 0,9 % jaar-op-jaar vanaf 2026. De realiseerbare waarde werd geschat op k€ 3 317 (2024: k€ 2 225) welke ongeveer k€ 2 763 (2024: k€ 1 635) hoger is dan de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid.

De Groep heeft in de oefening voor bijzondere waardeverminderingen van de kasstroom genererende eenheid Geoplus geconcludeerd dat geen redelijk mogelijke wijziging in EBITDA (dewelke de combinatie is van de assumpties omzetgroei, bruto marge en groei operationele kosten), perpetuele groeivoet en verdisconteringsvoet afzonderlijk ertoe zou leiden dat de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde. Bijgevolg is er geen indicatie van een bijzondere waardevermindering op de goodwill bij Geoplus.

Innogeo (Dynaopt)

In 2025 is Dynaopt SARL gefusioneerd met Innogeo SARL. Bijgevolg is de goodwill van de kasstroom genererende eenheid Dynaopt overgezet naar de kasstroom genererende eenheid Innogeo door de integratie van de activiteiten van Dynaopt. De vergelijkende waardes van de assumpties hieronder vermeld hebben uitsluitend betrekking op de kasstroom genererende eenheid Dynaopt.

De belangrijkste assumpties voor Innogeo zijn de verdisconteringsvoet (WACC) van 10,25 % (2024: 9,09 %), een gemiddelde omzetgroei van 10,7 % (2024: 1,8 %) voor het eerste tot en met het vijfde jaar en een perpetuele groeivoet van 2 % (2024: 2 %). Overige assumpties zijn een stabiele bruto marge en een daling van de operationele kosten in verhouding met omzet van gemiddeld 3 % jaar-op-jaar vanaf 2026, als gevolg van synergieën door de fusie met Dynaopt. De realiseerbare waarde werd geschat op k€ 6 319 (2024: k€ 659) welke ongeveer k€ 5 631 (2024: k€ 359) hoger is dan de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid.

De Groep heeft in de oefening voor bijzondere waardeverminderingen van de kasstroom genererende eenheid Innogeo geconcludeerd dat geen redelijk mogelijke wijziging in EBITDA (dewelke de combinatie is van de assumpties omzetgroei, bruto marge en groei operationele kosten), perpetuele groeivoet en verdisconteringsvoet afzonderlijk ertoe zou leiden dat de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde. Bijgevolg is er geen indicatie van een bijzondere waardevermindering op de goodwill bij Innogeo.

ABO Milieuconsult

De belangrijkste assumpties voor ABO Milieuconsult BV zijn de verdisconteringsvoet (WACC) van 9,54 % (2024: 9,18 %), een verwachte daling van de omzet in 2026 van 29%, als gevolg van inkrimping van de organisatie, en nadien een gemiddelde omzetgroei van 5 % voor het tweede tot en met het vijfde jaar (2024: 2 %) en een perpetuele groeivoet van 2 % (2024: 2 %). Overige assumpties zijn een stabiele bruto marge en een stabiel niveau van de operationele kosten in verhouding met omzet. De realiseerbare waarde werd geschat op k€ 3 128 (2024: k€ 2 613) welke ongeveer k€ 2 400 (2024: k€ 2 190) hoger is dan de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid.

De sensitiviteit van de belangrijkste assumpties met de impact op de marge (verschil tussen realiseerbare waarde en boekwaarde) is als volgt:

in 000€ EBITDA realisatie Perpetuele groeivoet
Stijgingverdisconteringsvoet 100% 80% 50% 2% 1% 0%
0,00% 2 400 1 714 685 2 400 2 192 2 028
1,00% 2 094 1 486 573 2 094 1 938 1 811
2,00% 1 656 1 159 414 1 852 1 731 1 632

Een stijging van de verdisconteringsvoet met 2% samen met een daling van de EBITDA (dewelke de combinatie is van de assumpties omzetgroei, bruto marge en groei operationele kosten) van 67% zou ertoe leiden dat de realiseerbare waarde gelijk wordt aan de boekwaarde. De Groep is van oordeel dat de waarschijnlijkheid van dergelijke wijzingen klein is en er bijgevolg geen aanleiding is tot een bijzondere waardevermindering op de goodwill van ABO Milieuconsult.

Eau Et Perspectives

De belangrijkste assumpties voor Eau Et Perspectives zijn de verdisconteringsvoet (WACC) van 10,25 % (2024: 9,09 %), een gemiddelde omzetgroei van 9,7 % (2024: 10,8 %) voor het eerste tot en met het vijfde jaar en een perpetuele groeivoet van 2 % (2024: 2 %). Overige assumpties zijn een stabiele bruto marge en en een daling van de operationele kosten in verhouding met omzet van gemiddeld 1 % jaar-op-jaar vanaf 2026. De realiseerbare waarde werd geschat op k€ 1 560 (2024: k€ 1 365) welke ongeveer k€ 932 (2024: k€ 735) hoger is dan de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid.

De Groep heeft in de oefening voor bijzondere waardeverminderingen van de kasstroom genererende eenheid Eau Et Perspectives geconcludeerd dat geen redelijk mogelijke wijziging in EBITDA (dewelke de combinatie is van de assumpties omzetgroei, bruto marge en groei operationele kosten), perpetuele groeivoet en verdisconteringsvoet afzonderlijk ertoe zou leiden dat de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde. Bijgevolg is er geen indicatie van een bijzondere waardevermindering op de goodwill bij Eau Et Perspectives.

2.6. Immateriële vaste activa

De veranderingen in de boekwaarde van de immateriële vaste activa kunnen als volgt voorgesteld worden:

in 000€ Klantenportefeuille Software Totaal
Aanschaffingswaarde
Op 31 december 2023 8 094 960 9 054
Investeringen 192 192
Bedrijfscombinatie 3 627 84 3 711
Verkopen en buitengebruikstellingen - 2 - 2
Transfer 58 58
Op 31 december 2024 11 721 1 292 13 013
Investeringen 174 174
Bedrijfscombinatie 740 740
Verkopen en buitengebruikstellingen - 251 - 251
Op 31 december 2025 12 461 1 215 13 676
Afschrijvingen
Op 1 januari 2024 -2 317 - 863 -3 180
Afschrijvingen - 944 - 107 -1 051
Bedrijfscombinatie - 82 - 82
Op 31 december 2024 -3 261 -1 052 -4 313
Afschrijvingen -1 247 - 62 -1 309
Waardevermindering - 311 - 311
Verkopen en buitengebruikstellingen 251 251
Op 31 december 2025 -4 819 - 863 -5 682
Netto boekwaarde
Op 1 januari 2024 5 777 97 5 874
Op 31 december 2024 8 460 240 8 700
Op 31 december 2025 7 642 352 7 994

De afschrijvingen met betrekking tot klantenrelaties zijn gepresenteerd in de geconsolideerde resultatenrekening onder de lijn "afschrijvingen klantenrelaties". De afschrijvingen met betrekking tot software zijn gepresenteerd in de geconsolideerde resultatenrekening onder de lijn "overige afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen". De waardevermindering is gepresenteerd in de geconsolideerde resultatenrekening onder de lijn "overige afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen".

De overname van Délo Boringen heeft aanleiding gegeven tot het boeken van klantenrelaties voor een bedrag van k€ 740. Als gevolg van het verlies van een grote klant bij Délo Boringen na overnamedatum is er per 31 december 2025 een waardevermindering van k€ 311 geboekt op de klantenrelaties van Délo Boringen. We verwijzen naar toelichting 2.4.

De oefening voor bijzondere waardevermindering op de klantenrelaties van Délo Boringen is gebaseerd op een verdisconteerd kasstroommodel welke de kasstromen bevat van de overgenomen klanten, welke nog steeds actief zijn per 31 december 2025, voor een periode van 10 jaar. De belangrijkste assumpties zijn de ingeschatte omzet uit bestaande klanten, klantenrotatie van 9,4% jaar-op-jaar en een verdisconteringsvoet van 14,9%. De klantenrelaties van Délo Boringen bevatten geen significante individuele klanten meer.

De resterende gewogen gemiddelde afschrijvingsperiode voor de klantenportefeuille is 7,3 jaar.

2.7. Materiële vaste activa

De veranderingen in de boekwaarde van de materiële vaste activa kunnen als volgt gepresenteerd worden:

in 000€ Terreinen Gebouwen Installaties /machines Meubilair Rollendmaterieel Recht-opgebruik activa Activa inontwikkeling Totaal
Aanschaffingswaarde
Op 1 januari 2024 1 677 7 810 23 747 4 292 3 015 18 299 4 58 844
Investeringen 538 2 656 314 751 439 4 698
Bedrijfscombinatie 284 619 311 523 1 737
Verkopen en buitengebruikstellingen -14 -17 -149 -1 183 -1 363
Addities en wijzigingen in recht-op-gebruikactiva 5 266 5 266
Transfer 14 19 -1 900 -1 142 4 845 168 -390 1 614
Op 31 december 2024 1 691 8 367 24 773 4 066 8 773 23 073 53 70 796
Investeringen 14 1 883 390 1 819 79 4 186
Bedrijfscombinatie 521 4 134 659
Verkopen en buitengebruikstellingen -47 -3 142 -182 -1 238 -2 968 -7 577
Addities en wijzigingen in recht-op-gebruikactiva 1 802 1 802
Transfer 1 265 184 -192 -9 1 248
Op 31 december 2025 1 691 8 334 25 300 4 278 9 672 21 715 123 71 113

Terreinen Gebouwen Installaties /machines Meubilair Rollendmaterieel Recht-opgebruikactiva Activa inontwikkeling Totaal
Afschrijvingen
Op 1 januari 2024 -104 -14 895 -3 424 -2 039 -9 865 -30 327
Afschrijvingen -1 -439 -2 278 -211 -1 079 -2 697 -6 705
Bedrijfscombinatie -204 -390 -221 -130 -945
Verkopen en buitengebruikstellingen 4 1 142 1 125 1 272
Transfer -13 -72 688 628 -2 845 -106 -1 720
Op 31 december 2024 -14 -615 -16 685 -3 396 -6 042 -11 673 -38 425
Afschrijvingen -409 -2 407 -290 -1 250 -2 471 -6 827
Bedrijfscombinatie -441 -3 -114 -558
Verkopen en buitengebruikstellingen 47 3 091 181 1 218 2 897 7 434
Transfer -1 -1 -1 274 -275 294 -1 257
Op 31 december 2025 -15 -978 -17 716 -3 508 -6 463 -10 953 -39 633
Netto boekwaarde
Op 1 januari 2024 1 677 7 706 8 852 868 976 8 434 4 28 517
Op 31 december 2024 1 677 7 752 8 088 670 2 731 11 400 53 32 371
Op 31 december 2025 1 676 7 356 7 584 770 3 209 10 762 123 31 480

De afschrijvingen zijn gepresenteerd in de geconsolideerde resultatenrekening onder de lijn "overige afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen".

De investeringen in materiële vaste activa bedragen k€ 4 186 in 2025 en k€ 4 698 in 2024.

De investeringen hebben voornamelijk betrekking op machines, boortorens, transportvoertuigen en overige technische uitrusting.

In 2025 werden voor k€ 1 802 aan nieuwe recht-op-gebruik activa erkend. De addities bevinden zich in volgende rubrieken: k€ 1 527 voor rollend materieel (2024: k€ 1 558), k€ 253 aan installaties en machines (2024: k€ 1 961) en k€ 22 aan gebouwen (2024: k€ 1 747).

De met hypotheek belaste materiële vaste activa bedragen k€ 2 473 in 2025 (2024: 2 573).

De Groep heeft een winst gerealiseerd op de verkoop van materiële vaste activa van k€ 54 in 2025 (2024: k€ 105).

Reële waarde terreinen en gebouwen

De terreinen en gebouwen worden verwerkt volgens het herwaarderingsmodel. De laatste reële waarde aanpassingen voor de gebouwen in België, Frankrijk en Nederland zijn gebeurd op 31 december 2023 op basis van rapporten van erkende vastgoedschatters. De reële waarde van de terreinen en gebouwen op 31 december 2025 in België, Nederland en Frankrijk zijn niet significant verschillend dan hun boekwaarde.

De afschrijvingen geboekt op de reële waarde aanpassing bedragen k€ 228 in 2025 (2024: k€ 230).

Indien de terreinen en gebouwen gewaardeerd zouden zijn via het kostprijs model, dan zou de boekwaarde k€ 4 167 bedragen op 31 december 2025 (2024: k€ 4 335).

Recht-op-gebruik activa

De recht-op-gebruik activa bestaan uit volgende rubrieken:

in 000€ Voor het jaar eindigend op31 december
2025 2024
Gebouwen 3 804 4 620
Installaties en machines 3 011 3 491
Rollend materieel 3 947 3 289
Totaal 10 762 11 400

De Groep heeft in 2025 in totaal voor k€ 2 904 (2024: k€ 1 606) aan huurkosten erkend binnen de rubriek "Diensten en diverse goederen" van de geconsolideerde resultatenrekening die betrekking hebben op korte-termijn leases ten belope van k€ 2 647 (2024: k€ 1 566) en activa met lage waarde voor k€ 38 (2024: k€ 40). De Groep bezit geen leasingcontracten met variabele betalingen die niet afhankelijk zijn van een index of koers.

De Groep heeft in 2026 nieuwe lease overeenkomsten voor gebouwen getekend die aanleiding zullen geven tot een totale lease betaling van k€ 833 in de periode 2026 tot en met 2029.

De veranderingen in de boekwaarde van de recht-op-gebruik activa kunnen als volgt gepresenteerd worden:

in 000€ Gebouwen Installatiesen machines Rollendmaterieel Totaal
Aanschaffingswaarde
Op 1 januari 2024 6 710 7 205 4 387 18 302
Bedrijfscombinatie 170 353 523
Einde of stopzetting van huurcontracten - 366 - 410 - 407 -1 183
Addities en wijzigingen in recht-op-gebruik activa 1 747 1 961 1 558 5 266
Transfer 59 - 149 255 165
Op 31 december 2024 8 150 8 777 6 146 23 073
Einde of stopzetting van huurcontracten -1 950 - 661 - 357 -2 968
Addities en wijzigingen in recht-op-gebruik activa 22 253 1 527 1 802
Transfer - 150 - 42 - 192
Op 31 december 2025 6 222 8 219 7 274 21 715
Afschrijvingen
Op 1 januari 2024 -2 600 -5 015 -2 253 -9 868
Afschrijvingen -1 243 - 758 - 696 -2 697
Bedrijfscombinaties - 29 - 101 - 130
Einde of stopzetting van huurcontracten 311 410 404 1 125
Transfer 2 106 - 211 - 103
Op 31 december 2024 -3 530 -5 286 -2 857 -11 673
Afschrijvingen - 749 - 640 -1 082 -2 471
Einde of stopzetting van huurcontracten 1 861 646 390 2 897
Transfer 72 222 294
Op 31 december 2025 -2 418 -5 208 -3 327 -10 953
Netto boekwaarde
Op 1 januari 2024 4 110 2 190 2 134 8 434
Op 31 december 2024 4 620 3 491 3 289 11 400
Op 31 december 2025 3 804 3 011 3 947 10 762

2.8. Contract activa

De beweging van de contract activa is als volgt:

in 000€ Contract activa
Op 1 januari 2024 13 115
Overgeboekt van contract activa naar handelsvorderingen -11 145
Toevoeging naar aanleiding van overnames 179
Opbrengsten opgenomen in de contract activa 12 979
Op 31 december 2024 15 128
Overgeboekt van contract activa naar handelsvorderingen -12 927
Toevoeging naar aanleiding van overnames
Opbrengsten opgenomen in de contract activa 11 688
Op 31 december 2025 13 889

De contract activa bestaan voornamelijk uit nog te factureren diensten bepaald op basis van een "time & material" contract of een contract met een vaste prijs, deze bedragen k€ 13 889 op 31 december 2025 (2024: k€ 15 128) en zullen gefactureerd worden in 2026.

2.9. Handelsvorderingen en overige kortlopende activa

De handelsvorderingen en overige kortlopende activa bestaan uit het volgende:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Handelsvorderingen 21 791 20 173
Geboekte waardeverminderingen - 707 - 478
Totaal Handelsvorderingen 21 084 19 695
Terug te vorderen btw 1 229 1 113
Terug te vorderen belastingen 884 352
Vooruitbetaalde kosten 766 1 220
Vordering ABN Amro 2 684
Overige kortlopende financiële activa 431 1 008
Totaal overige kortlopende activa 5 994 3 693

De handelsvorderingen zijn niet intrestdragend en hebben betalingstermijnen tussen 30 en 90 dagen.

De Groep heeft factoring overeenkomsten met verschillende entiteiten in België en Frankrijk, en is recourse waardoor de risico's, rechten en verplichtingen niet volledig zijn overgedragen. Per 31 december 2025 bedraagt de boekwaarde van de handelsvorderingen onderworpen aan factoring k€ 2 713 (2024: k€ 3 195).

Op 31 december 2025 bedragen de waardeverminderingen op handelsvorderingen k€ 707 (2024: k€ 478). We verwijzen naar toelichting 2.26 voor de ouderdomsbalans van de handelsvorderingen en de contract activa en de berekening van de waardeverminderingen op basis van de voorzieningenmatrix.

De vordering ABN Amro heeft betrekking op de rechtszaak door ABN Amro Bank N.V en het regres op de hoofschuldenaar. We verwijzen voor meer informatie naar toelichting 2.26.

De beweging van de geboekte waardeverminderingen is als volgt:

in 000€ Waardeverminderingop handelsvorderingen
Op 1 januari 2024 -637
Toevoeging -169
Toevoeging naar aanleiding van overnames -27
Terugneming en gebruik 355
Op 31 december 2024 -478
Toevoeging -992
Terugneming en gebruik 763
Op 31 december 2025 -707

2.10. Liquide middelen en kasequivalenten

De liquide middelen en kasequivalenten bestaan uit:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Liquide middelen 12 951 12 789
Kasequivalenten 506 645
Totaal 13 457 13 434

De liquide middelen verkrijgen een interest op basis van een variabele interestvoet. De kasequivalenten bestaan uit korte termijn beleggingen met een maturiteit van minder dan drie maanden.

Het totaal van de liquide middelen en kasequivalenten uit bovenstaande tabel reconcilieert met de geconsolideerde kasstroomtabel.

Er zijn geen beperkingen op de liquide middelen gedurende 2025 en 2024.

2.11. Eigen vermogen

Het maatschappelijk kapitaal van de moeder ABO-Group Environment NV bestaat uit 10 568 735 gewone aandelen voor een totaal bedrag van k€ 2 870 op 31 december 2025 (2024: k€ 2 870). De aandelen hebben geen nominale waarde. De fractiewaarde van de aandelen is € 0,27 op 31 december 2025 (2024: € 0,27).

Op 21 december 2024 keurde de Buitengewone Algemene Vergadering van de moeder ABO-Group Environment NV een vermindering van het kapitaal met k€ 994 goed, met als doel een uitkering aan de aandeelhouders te verwezenlijken, door terugbetaling op ieder aandeel van 1/10 568 735ste van het bedrag van de kapitaalvermindering. Dit komt neer op de betaling van een aandeelhoudersvergoeding van € 0,094 per aandeel, conform het positief advies van de Rulingcommissie verkregen door de Vennootschap. De betaling van de aandeelhoudersvergoeding gebeurde op 25 maart 2025 en is opgenomen in de geconsolideerde kasstroomtabel op de lijn kapitaalvermindering.

Gedurende 2023 vond een vergelijkbare kapitaalvermindering plaats welke werd betaald in maart 2024 en opgenomen is in de geconsolideerde kasstroomtabel op de lijn kapitaalvermindering.

Alle aandelen hebben dezelfde stem- en dividendrechten.

Reserves

De geconsolideerde reserves bevatten naast de overgedragen winsten en verliezen eveneens de wettelijke reserve. De wettelijke reserve van ABO-Group Environment NV bedraagt k€ 4 op 31 december 2025 (2024: k€ 4). De overige reserves bedragen k€ 19 790 op 31 december 2025 (2024: k€ 18 867). De Groep heeft geen dividenden uitbetaald gedurende 2025 en 2024.

De Groep heeft een belang in Geosonda BV (Nederland) van 70% sinds 1 januari 2022. Daarenboven had de Groep de mogelijkheid om het resterende minderheidsbelang over te nemen door een putoptie die aan de minderheidsaandeelhouder van Geosonda BV werd toegekend en een calloptie aan de Groep. Geosonda BV werd hierdoor tot en met 31 december 2023 geconsolideerd aan 100% in de Groep. Per 30 juni 2024 werd een deel van de putoptie, voor een overname van een minderheidsbelang van 15%, niet uitgeoefend waardoor Geosonda BV geconsolideerd wordt met een belangenpercentage van 85%. De vrijval van deze optie leidde tot een beweging van k€ 146 in het eigen vermogen. Per 30 juni 2025 werd ook het resterende deel van de putoptie, voor een overname van een minderheidsbelang van 15%, niet uitgeoefend waardoor Geosonda BV geconsolideerd wordt met een belangenpercentage van 70%. De vrijval van deze optie leidde tot een beweging van k€ 361 in het eigen vermogen. Per 31 december 2025 is er geen openstaande financiële verplichting meer voor de putoptie van het minderheidsbelang van Geosonda BV.

De Groep heeft op 28 mei 2025 een participatie overgenomen van 70% in de Belgische entiteit Délo Boringen BV. De Groep is eveneens overeengekomen om het resterende minderheidsbelang in Délo Boringen over te nemen door het toekennen van een putoptie aan de minderheidsaandeelhouder en een calloptie aan de Groep. Délo Boringen BV wordt hierdoor per 31 december 2025 geconsolideerd aan 100% in de Groep. De waarde van het geschatte aflossingsbedrag van de putoptie bedroeg op overnamedatum k€ 293. Deze reële waarde van de putoptie is geboekt tegenover minderheidsbelangen voor k€ 269 en geconsolideerde reserves voor k€ 24. We verwijzen naar toelichtingen 2.4 en 2.15.

Niet-gerealiseerde resultaten

De niet-gerealiseerde resultaten kunnen als volgt uitgesplitst worden:

in 000€ Financiële activamet reële waardewijzigingen via deniet-gerealiseerderesultaten Herwaardering aan reëlewaardegebouwen Toegezegdepensioenregeling Totaal nietgerealiseerde resultaten
Niet-gerealiseerde resultaten op 1 januari 2024 - 2 3 863 387 4 248
Reële waarde verandering fondsbeleggingen - 5 - 5
Reclassificatie impact afschrijvingen naargeconsolideerde reserves - 178 - 178
Actuariële winst toegezegde bijdragepensioenregeling 131 131
Impact uitgestelde belastingen - 33 - 33
Herwaardering gebouwen - 83 - 83
Impact uitgestelde belastingen 21 21
Overige aanpassingen 7 - 7
Niet-gerealiseerde resultaten op 31 december2024 3 623 478 4 101
Reële waarde verandering fondsbeleggingen
Reclassificatie impact afschrijvingen naargeconsolideerde reserves - 150 - 150
Actuariële winst te bereiken doelpensioenregeling 104 104
Impact uitgestelde belastingen - 26 - 26
Niet-gerealiseerde resultaten op 31 december2025 3 473 556 4 029
Toewijsbaar aan de aandeelhouders 3 470 556 4 026
Toewijsbaar aan het minderheidsbelang 3 3

Minderheidsbelang

Het minderheidsbelang op de balans, in de resultatenrekening en in de niet-gerealiseerde resultaten kan als volgt worden uitgesplitst:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Geosonda BV (NL) 553 255
MEET HET 782 812
Eco Reest Holding 882 809
Totaal minderheidsbelang op balans 2 217 1 876
Geosonda BV (NL) 70 25
MEET HET - 30 - 28
Eco Reest Holding 73 28

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Totaal aandeel minderheidsbelang in winst van het boekjaar 113 25
Totaal aandeel minderheidsbelang in niet-gerealiseerde resultaten
Totaal minderheidsbelang in totaal resultaat 113 25

Het minderheidsbelang in 2025 bestaat uit 30% in de vennootschappen MEET HET BV, Geosonda BV (NL) en Eco Reest.

Het minderheidsbelang in 2024 bestaat uit 15% in de vennootschap Geosonda BV (NL) en 30% in de vennootschappen MEET HET BV en Eco Reest.

Zoals beschreven onder 'Reserves' wordt Geosonda BV (NL) per 31 december 2025 geconsolideerd met een minderheidsbelang van 30% (15% minderheidsbelang per 31 december 2024 en geen minderheidsbelang per 31 december 2023) door het niet uitoefenenen van een putoptie op het minderheidsbelang. We verwijzen hiervoor naar toelichtingen 2.12 en 2.15.

De samengevatte financiële informatie (netto contributie) van Geosonda BV (NL), MEET HET BV en Eco Reest zijn als volgt:

Geosonda
in 000€ MEET HET BV (NL) Eco Reest
Langlopende activa (incl. goodwill) 3 602 1 632 2 534
Kortlopende activa 759 1 536 2 003
Langlopende schulden -929 -376 -498
Kortlopende schulden -827 -949 -1 100
Eigen vermogen -2 605 -1 843 -2 939
Aandeel 30% 30% 30%
Aandeel in het eigen vermogen van het minderheidsbelang -782 -553 -882
Boekwaarde minderheidsbelang -782 -553 -882
Omzet 2 694 5 427 6 805
Winst van het boekjaar -101 146 244
Aandeel 30% 15-30% 30%
Aandeel in resultaat -30 70 73

2.12. Financiële schulden

De financiële schulden kunnen als volgt gedetailleerd worden:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ Interestvoet Vervaldag 2025 2024
1. Leningen
Straight loan Euribor + 1,15%-1,80% 2026 10 080 9 320
Investeringkrediet 0,30% - 6,00% 2026-2036 5 419 7 092
M&A financiering 1,50% - 4,56% 2030 6 774 6 659
Leningen eindejaarspremie 2,74% - 4,25% 2026 847 891
Leningen vakantiegeld 2,58% - 4,49% 2026 249 177
Leningen vennootschapsbelasting 2,11% - 4,40% 2026 84 139
Euroflex lening 3% 2027 390 442
Vendor loan 3% - 4% 2027 610 758
Factoring Euribor + 0,95%-2% 2026 2 256 2 661
Totaal 26 709 28 139
waarvan kortlopend 16 875 18 478
waarvan langlopend 9 834 9 661
2. Lease verplichtingen
Lease verplichtingen 0,00% - 8,39% 2026-2031 8 966 9 999
Totaal 8 966 9 999
waarvan kortlopend 2 144 3 332
waarvan langlopend 6 822 6 667
Totaal Financiële schulden 35 675 38 138
waarvan kortlopend 19 019 21 810
waarvan langlopend 16 656 16 328

In het kader van een straight loan financieringsovereenkomst ten bedrage van maximaal m€1,5 met BNP Paribasfortis werd een leverage covenant (netto financiële schuld/EBITDA) ingevoegd van maximaal 3. In het kader van een straight loan financieringsovereenkomst ten bedrage van maximaal m€ 6 met Belfius, werd een leverage convenant (netto financiële schuld / EBITDA) ingevoegd van maximaal 3,5. Voor het jaar eindigend op 31 december 2025 bedroeg deze convenant 1,9 (2,0 in 2024). Dezelfde covenant is van toepassing op de acquisitiefinanciering van maximaal m€ 8m die afgesloten werd met Belfius en bevat een verbintenis geen betaling te doen aan de aandeelhouders van de Groep tenzij de solvabiliteitsratio zoals bepaald in het contract minimaal 25% bedraagt. Per 31 december 2025 bedroeg deze laatste 28,6% (27,9% in 2024). We verwijzen naar toelichting 3. NON-GAAP Maatstaven voor de berekening solvabiliteit conform bankdefinitie.

De straight loans zijn korte termijn leningen (maandelijks of drie-maandelijks) welke telkens hernieuwd kunnen worden. Deze leningen hebben een variabele interestvoet. Investeringskredieten worden aangegaan voor de financiering van specifieke investeringen, al dan niet gegroepeerd, voor een bepaalde tijd met een vaste interestvoet. De M&A financiering is een krediet voor de helft tegen een variabele interestvoet en de helft ingedekt via een IRS waardoor een vaste interestvoet van toepassing is. De overige leningen betreffen leningen van kleinere bedragen met een variabele of een vaste interestvoet. De factoring betreft de verkoop van reguliere vorderingen op de klanten van verschillende entiteiten van de Groep in België en Frankrijk, en is recourse waardoor de risico's, rechten en verplichtingen niet volledig zijn overgedragen. Bijgevolg worden de ontvangen bedragen van de factor als financiële verplichting geboekt.

De vendor loans van k€ 610 hebben betrekking op een gedeelte van de overnameprijs (k€ 410) van de vennootschap Eco Reest dat omgezet is in een lening en k€ 200 die betrekking heeft op leningen verstrekt in het kader van de overname van MEET HET, we verwijzen naar Toelichting 2.4.

Het overzicht van de wijzigingen van de verplichtingen welke voortvloeien uit financiële activiteiten is als volgt:

in 000€ Leningen Leaseverplichtingen Totale verplichtingenuit financiëleactiviteiten
Op 1 januari 2025 28 139 9 999 38 138
Netto kasstromen -1 642 -2 835 -4 477
Nieuwe lease verplichtingen 1 802 1 802
Nieuw uit bedrijfscombinaties 213 213
Op 31 december 2025 26 709 8 966 35 675
waarvan kortlopend 16 875 2 144 19 019
waarvan langlopend 9 834 6 822 16 656

2.13. Voorzieningen

De voorzieningen bestaan voornamelijk uit een voorziening voor geschillen, de voorziening voor de te bereiken doel pensioenregeling in Frankrijk en een voorziening voor verlieslatende contracten:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Toegezegde pensioenregeling (Frankrijk) 896 826
Toegezegde pensioenregeling (België) -14 3
Totaal voorzieningen voor pensioenverplichtingen 882 829
Geschillen 350 110
Voorziening voor verlieslatende contracten 168 200
Totaal voorzieningen voor overige risico's 518 310
Totaal 1 400 1 139

Voorziening geschillen

Per 31 december 2025 heeft de Groep in totaliteit k€ 350 voorzieningen voor geschillen (k€ 110 in 2024). De toename is het gevolg van kortlopende voorzieningen voor geschillen per 31 december 2024 die in overeenstemming met hun lange termijn aard per 31 december 2025 opgenomen zijn als langlopende voorzieningen. We verwijzen naar toelichting 2.14.

ABO NV is betrokken in een aantal juridische procedures waar de vennootschap gedagvaard werd voor een niet correcte uitvoering van geleverde diensten, met schade tot gevolg voor de klant. Ondanks het feit dat de vennootschap van oordeel is dat haar in deze zaken geen schuld treft (gezien haar adviezen een middelenverbintenis inhouden en geen resultaatsverbintenis), houdt de vennootschap op heden een voorziening aan van in totaal k€ 350. Dit bedrag stemt overeen met de best mogelijke inschatting op dit moment, in afwachting van een uitspraak in de respectievelijke procedures. De Groep heeft hiervoor een verzekering voor beroepsaansprakelijkheid waarbij deze geschillen gedekt zijn tot en met €5 miljoen, afhankelijk van het schade type (totaal plafond van €10 miljoen).

De vennootschap is verder verwikkeld in een rechtzaak met ABN AMRO Bank N.V. waarvoor een schuld (en vordering) werd opgenomen in de balans. We verwijzen naar toelichting 2.26 voor meer informatie.

Voorziening voor verlieslatende contracten

In het kader van de permanente evaluatie van de contract activa van de Groep, werd beslist een voorziening aan te leggen ten belope van k€ 168 (k€ 200 in 2024) voor overeenkomsten waarbij de onvermijdelijke kosten die nodig zijn om de verplichtingen uit hoofde van het contract na te komen, hoger liggen dan de economische voordelen die naar verwachting uit het contract worden ontvangen.

Te bereiken doel pensioenregeling in Frankrijk

De dochtervennootschappen in Frankrijk hebben aan de werknemers een te bereiken doel pensioenregeling ("IDR" of "Indemnité de depart en retraite ") toegekend welke wettelijk verplicht is en geregeld werd in een collectieve arbeidsovereenkomst. Het bedrag van de uitbetaling op datum van pensioen is afhankelijk van de anciënniteit, salarisniveau, aard van uitdiensttreding en type van personeel. De pensioenregeling is een collectief fonds en de verplichtingen werden geëxternaliseerd bij een verzekeringsmaatschappij. De pensioenleeftijd is 65 jaar voor kaderleden en 62 jaar voor nietkaderleden.

De Groep betaalt bijdragen aan het geëxternaliseerd fonds om de verplichting in te dekken. Het fonds beheert eveneens onafhankelijk de activa van het plan.

De Groep heeft gebruik gemaakt van een onafhankelijke actuaris voor het berekenen van onderstaande toelichtingen.

De beweging van de voorziening van de te bereiken doel pensioenregeling is als volgt:

in 000€ Brutopensioenverplichting Reëlewaardeactiva Verplichtingtoegezegdepensioenregeling,netto
Op 1 januari 2024 1 558 - 780 778
Acquisitie 86 86
Interesten 54 - 26 28
Prestaties 137 - 71 66
Uitbetalingen - 29 29
Actuariële winst - 154 23 - 131
Op 31 december 2024 1 652 - 826 826
Interesten 60 - 32 28
Prestaties 180 - 42 138
Uitbetalingen - 150 150
Actuariële winst - 107 11 - 96
Op 31 december 2025 1 635 - 739 896

De acquisitie van k€ 86 in 2024 heeft betrekking op de te bereiken doel pensioenregelingen van Eau Et Perspectives die door de Groep erkend zijn. Er zijn geen nieuwe acquisities in 2025.

De voornaamste assumpties welke gebruikt werden, zijn als volgt:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Salarisverhoging 2,2% 2,2%
Actualisatievoet 4,0% 3,4%

De wijzigingen in het geconsolideerd overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten is als volgt:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Impact wijziging demografische assumpties 1 1
Impact wijziging ervaring op netto verplichting -235 -194
Impact wijziging actualisatievoet 127 38
Rendement op de activa exclusief interesten 11 23
Totale impact op het niet-gerealiseerd resultaat -96 -132

De kost uit de pensioenregeling is als volgt:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Prestaties 180 137
Netto interestkost op de verplichting 28 27
Totaal 208 164

De reële waarde van de activa kan als volgt verdeeld worden over de verschillende categorieën van financiële instrumenten (berekend op basis van gegevens in het geconsolideerd jaarverslag verzekeraar):

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Aandelen 137 135
Obligaties 412 476
Geldmiddelen en kasequivalenten 75 93
Vastgoed 91 105
Overige 25 17
Totaal 739 826

De Groep heeft een sensitiviteitsanalyise uitgevoerd rekening houdend met een mogelijke wijziging van de actualisatievoet met 0,5%. De impact van de sensiviteitsanalyse op de bruto verplichting is als volgt:

in 000€ 2025
Actualisatievoet: +0,5% -130
Actualisatievoet: -0,5% 144

De Groep verwacht dat in 2026 de werkgeversbijdrages aan het pensioenplan k€ 178 zullen bedragen.

De gewogen gemiddelde leeftijd van de participanten is 39 jaar. Het pensioenplan heeft 369 aangesloten werknemers (2024: 302).

Te bereiken doel pensioenregeling in België

De Groep heeft een toegezegde bijdrage pensioenregeling in België met een minimaal gegarandeerd rendement. De Groep verwerkt deze plannen als een te bereiken doel pensioenregeling.

De Groep betaalt bijdragen aan een geëxternaliseerde verzekeringsmaatschappij om de verplichting in te dekken. Het fonds beheert eveneens onafhankelijk de activa van het plan. De Groep heeft gebruik gemaakt van een onafhankelijke actuaris voor het berekenen van onderstaande toelichtingen.

De beweging van de voorziening van de te bereiken doel pensioenregeling is als volgt:

in 000€ Brutopensioenverplichting Reëlewaardeactiva Verplichtingtoegezegdepensioenregeling,netto
Op 1 januari 2024 1 306 -1 304 2
Bijdragen - 110 - 110
Interesten 44 - 45 - 1
Prestaties 101 101
Uitbetalingen - 7 7
Actuariële verliezen - 5 10 5
Belastingen betaald op bijdragen - 13 13
Administratiekosten 6 6
Op 31 december 2024 1 426 -1 423 3
Bijdragen - 129 - 129
Interesten 51 - 53 - 2
Prestaties 114 114
Actuariële winst - 24 16 - 8
Belastingen betaald op bijdragen - 15 15
Administratiekosten 8 8
Op 31 december 2025 1 552 -1 566 - 14

De wijzigingen in het geconsolideerd overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten is als volgt:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Impact wijziging ervaring op netto verplichting -24 -5
Rendement op de activa exclusief interesten 16 10
Totale impact op het niet-gerealiseerd resultaat -8 5

De voornaamste assumpties welke gebruikt werden, zijn als volgt:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Inflatie 2,00% 2,00%
Actualisatievoet 4,45% 3,60%
Rendement op activa 4,45% 3,60%

De kost uit de pensioenregeling is als volgt:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Prestaties 114 101
Netto interest -2 -2
Administratiekosten 8 7
Totaal 120 106

De activa worden belegd in Tak21 en Tak23 verzekeringsproducten.

Een sensitiviteitsanalyise met een mogelijke wijziging van de actualisatievoet met 0,25% heeft geen materiële impact op de netto verplichting.

De Groep verwacht dat in 2026 k€ 109 zal betaald worden als werkgeversbijdragen in het plan.

De gewogen gemiddelde leeftijd van de participanten is 37 jaar. Het pensioenplan heeft 197 aangesloten actieve werknemers en 499 aangesloten niet-actieve werknemers.

2.14. Overige schulden

De overige schulden bestaan uit:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024*
1. Overige niet-financiële schulden 805 1 618
Toe te rekenen kosten 536 473
Belastingschulden (andere dan vennootschapsbelasting) 137 122
Kortlopende voorzieningen 262
Overige 132 761
2. Overige financiële schulden 4 473 2 459
Schuld geschreven putopties op minderheidsbelangen 318 344
Uitgestelde vergoedingen 576 1 072
Schulden m.b.t. kapitaalvermindering 994
Schuld ABN Amro 2 684
Overige 895 49
3. Contractverplichtingen 771 685
Contractverplichtingen 771 685
Totaal 6 049 4 762
waarvan kortlopend 5 530 3 942
waarvan langlopend 519 820

*Om de presentatie in overeenstemming te brengen met die van het lopende jaar zijn de overige financiële schulden uit toelichting 2.12 van het jaarverslag 2024 opgenomen in de hierboven vermelde vergelijkende cijfers

Kortlopende voorzieningen werden in overeenstemming met hun lange termijn aard in 2025 opgenomen in toelichting 2.13.

De schuld geschreven putopties op minderheidsbelangen per 31 december 2024 heeft betrekking op het minderheidsbelang van Geosonda BV (NL). We verwijzen naar toelichting 2.11.

De schuld geschreven putopties op minderheidsbelangen per 31 december 2025 heeft betrekking op het minderheidsbelang van Délo Boringen BV. We verwijzen naar toelichtingen 2.4 en 2.11.

De uitgestelde vergoedingen van k€ 576 (2024: k€ 1 072) hebben betrekking op de overname van de activiteiten van het Nederlandse studiebureau Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek in 2022, de overnames van de vennootschappen MEET HET, Rimeco en SWBO in 2023, de overname van Demey Infra in 2024 en de overname van Délo Boringen in 2025. We verwijzen naar toelichtingen 2.4 en 2.15.

Voor de schulden met betrekking tot kapitaalvermindering in 2024 verwijzen we naar toelichting 2.11.

De schuld ABN Amro heeft betrekking op de rechtszaak door ABN Amro Bank N.V. We verwijzen voor meer informatie naar toelichting 2.26.

in 000€ Geschrevenputoptie Uitgesteldevergoedingen Schuldenm.b.t.kapitaalvermindering Overige Totaleoverigefinanciëleschulden
Op 1 januari 2025 344 1 072 994 49 2 459
Netto kasstromen - 268 - 994 868 - 394
Schuld ABN Amro 2 684 2 684
Nieuw uit bedrijfscombinaties 293 132 425
Reële waarde-aanpassing - 543 - 22 - 565
Verdiscontering 42 183 225
Niet uitoefenen putoptie opminderheidsbelang - 361 - 361
Op 31 december 2025 318 576 3 579 4 473
waarvan kortlopend 97 303 3 554 3 954
waarvan langlopend 221 273 25 519

Het overzicht van de wijzigingen van de overige financiële schulden is als volgt:

De beweging van de contractverplichtingen is als volgt:

in 000€ Contractverplichtingen
Op 1 januari 2024 1 045
Toevoeging 222
Terugneming en gebruik -582
Op 31 december 2024 685
Toevoeging 565
Terugneming en gebruik -479
Op 31 december 2025 771

2.15. Reële waarde

2.15.1. Financiële vaste activa

Boekwaarde Fair value
in 000€ 2025 2024 2025 2024
Financiële vaste activa gewaardeerd aangeamortiseerde kostprijs 37 656 34 137 37 656 34 137
Overige financiële activa (langlopend) 803 839 803 839
Handelsvorderingen 21 084 19 695 21 084 19 695
Overige kortlopende activa 3 115 1 008 3 115 1 008
Liquide middelen en kasequivalenten 13 457 13 434 13 457 13 434
Totaal financiële vaste activa 37 656 34 137 37 656 34 137

De reële waarde van de financiële vaste activa wordt bepaald op basis van de volgende methodes en assumpties:

  • Voor handelsvorderingen en overige kortlopende activa vormen de boekwaarden opgenomen in de balans een benadering van hun reële waarde rekening houdend met hun korte looptijd;
  • Voor de liquide middelen en kasequivalenten vormen de boekwaarden opgenomen in de balans een benadering van hun reële waarde rekening houdend met hun korte looptijd;
  • De overige financiële activa (langlopend) bestaan in hoofdzaak uit waarborgen voor aanbestedingen en in mindere mate uit huurwaarborgen. Bij vrijgave van de waarborgen worden intresten ontvangen voor de duurtijd van de waarborg waardoor de boekwaarde de reële waarde benaderd.

2.15.2. Financiële verplichtingen

Boekwaarde Fair value
in 000€ 2025 2024* 2025 2024*
Financiële verplichtingen
Financiële verplichtingen gewaardeerd aangeamortiseerde kostprijs 39 288 38 348 39 139 38 144
Leningen 26 709 28 139 26 560 27 935
Handelsschulden 9 018 9 207 9 018 9 207
Overige schulden 3 561 1 002 3 561 1 002
Financiële verplichtingen gewaardeerd aan reëlewaarde via winst of verlies 912 1 457 912 1 457
Schuld geschreven putopties opminderheidsbelangen 318 344 318 344
Uitgestelde vergoeding 576 1 072 576 1 072
Renteswap 18 41 18 41
Totaal financiële verplichtingen 40 200 39 805 40 051 39 601
Waarvan langlopend 10 353 10 481 10 240 10 376
Waarvan kortlopend 29 847 29 324 29 811 29 225

*Om de presentatie in overeenstemming te brengen met die van het lopende jaar zijn de vergelijkende cijfers aangepast ten opzichte van het jaarverslag 2024

De reële waarde van de financiële schulden wordt bepaald op basis van de volgende methodes en assumpties:

  • De boekwaarde van de kortlopende schulden benaderen hun reële waarde door het korte termijn karakter van deze instrumenten.
  • De leningen werden geëvalueerd op basis van de interestvoet en de vervaldag. Sommige leningen hebben vaste interestvoeten en de reële waarde is onderhevig aan veranderingen in de interestvoeten en de individuele kredietwaardigheid. Andere leningen hebben variabele interestvoeten en de boekwaarde benadert de reële waarde van deze instrumenten. Deze reële waarde berekeningen worden geclassificeerd als niveau 2.
  • De reële waarde van de renteswap is gebaseerd op een 'mark-to-market' waardering uitgevoerd door de bank en wordt beschouwd als een niveau 2 beoordeling.

De schuld geschreven putopties op minderheidsbelangen ter waarde van k€ 344 per 31 december 2024 betreft de impact van de financiële verplichting gerelateerd aan de putopties toegekend aan de minderheidsaandeelhouder van Geosonda BV (NL) betreffende het minderheidsbelang van 15%. We verwijzen naar toelichting 2.11.

De schuld geschreven putopties op minderheidsbelangen ter waarde van k€ 318 per 31 december 2025 betreft de impact van de financiële verplichting gerelateerd aan de putopties toegekend aan de minderheidsaandeelhouder van Délo Boringen BV betreffende het minderheidsbelang van 30%. We verwijzen naar toelichtingen 2.4 en 2.11. De uitoefenprijs zal bepaald worden op basis van een overeengekomen formule. Deze putopties zijn niveau 3 instrumenten.

De belangrijkste assumptie voor de waardering van de putopties op minderheidsbelangen van Délo Boringen is de verdisconteringsvoet (WACC) van 14,87%. De sensitiviteit van de verdisconteringsvoet is als volgt:

Scenario - in 000€ Impact op geschatte waarde
Toename verdisconteringvoet met 1% -4

De uitgestelde vergoedingen van k€ 576 (2024: k€ 1 072) hebben betrekking op de overname van de activiteiten van het Nederlandse studiebureau Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek in 2022, de overnames van de vennootschappen MEET HET, Rimeco en SWBO in 2023, de overname van Demey Infra in 2024 en de overname van Délo Boringen in 2025. De jaarlijkse betalingen zullen bepaald worden op basis van een overeengekomen formule en zijn afhankelijk van toekomstige resultaten van de betreffende entiteiten. We verwijzen naar toelichtingen 2.4 en 2.14. Deze uitgestelde vergoedingen zijn een niveau 3 instrument.

De belangrijkste assumpties voor de waardering van de uitgestelde vergoedingen is de verdisconteringsvoet (WACC) en de inschatting van de toekomstige resultaten (EBIT). De verdisconteringsvoet bedraagt 9,92% voor de uitgestelde vergoeding van MEET HET, Rimeco, SWBO en Demey Infra, 10,54% voor Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek en 14,87% voor Délo Boringen. De sensitiviteit van de verdisconteringsvoet en EBIT verwachting is als volgt:

Scenario - in 000€ Impact op geschatte waarde
Toename verdisconteringvoet met 1% -5
Toename EBIT verwachting met 10% +17

Reële waarde hiërarchie

De Groep gebruikt de volgende hiërarchie voor het bepalen en toelichten van de reële waarde van de financiële instrumenten:

  • Niveau 1: genoteerde (niet aangepaste) prijzen in actieve markten voor identieke activa en verplichtingen.
  • Niveau 2: Waarderingstechnieken waarbij de significante parameters observeerbaar zijn, en dit ofwel direct of indirect.
  • Niveau 3: Waarderingstechnieken waarbij parameters gebruikt worden welke niet gebaseerd zijn op observeerbare marktdata.
Voor het jaar eindigend op 31 december 2025
in 000€ Totaal niveau 1 niveau 2 niveau 3
Financiële schulden: leningen 26 560 26 560
Schuld geschreven putopties op minderheidsbelangen 318 318
Uitgestelde vergoedingen 576 576
Renteswaps 18 18

Voor het jaar eindigend op 31 december 2024
in 000€ Totaal niveau 1 niveau 2 niveau 3
Financiële schulden: leningen 27 935 27 935
Schuld geschreven putopties op minderheidsbelangen 344 344
Uitgestelde vergoeding 1 072 1 072
Renteswaps 41 41

De beweging van de reële waarde van de schuld geschreven putopties op minderheidsbelangen en uitgestelde vergoeding is als volgt:

in 000€

Op 1 januari 2024 1 744
Schuld ontstaan bij bedrijfscombinatie 146
Schuld ontstaan bij aankoop minderheidsbelang -146
Betaling uitgestelde vergoeding -488
Reële waarde-aanpassing -117
Verdiscontering 277
Op 31 december 2024 1 416
Schuld ontstaan bij bedrijfscombinatie 425
Niet uitoefenen putoptie op minderheidsbelang -361
Betaling uitgestelde vergoeding -268
Reële waarde-aanpassing -543
Verdiscontering 225
Op 31 december 2025 894

De reële waarde-aanpassingen zijn opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening onder de lijn "Overige bedrijfsopbrengsten". We verwijzen naar toelichting 2.18.

Niet-recurrente reële waarde berekeningen

De Groep waardeert de terreinen en gebouwen volgens het herwaarderingsmodel. Hierbij worden de terreinen en gebouwen geherwaardeerd aan reële waarde indien de boekwaarde significant verschillend is van de reële waarde. De laatste reële waarde aanpassingen voor de gebouwen in België, Frankrijk en Nederland zijn gebeurd op 31 december 2023 op basis van rapporten van erkende vastgoedschatters. De reële waarde wordt berekend door een erkende vastgoedschatter waarbij gebruikt gemaakt wordt van niet observeerbare inputs zoals locatie, staat van het gebouw, ligging, recente transacties, enz. De reële waarde berekening wordt geclassificeerd als niveau 3.

2.16. Segmentinformatie

De Groep is georganiseerd volgens geografische regio's voor management doeleinden en heeft de volgende drie segmenten:

  • België
  • Frankrijk
  • Nederland

Alle activiteiten werden toegewezen aan één van de drie segmenten. De CEO van de Groep is de "chief operating decision maker". De CEO evalueert de prestaties van een segment op basis van omzet, operationele winst en netto resultaat voor voortgezette activiteiten. Transacties tussen de segmenten zijn op een 'at arm's length basis', op eenzelfde manier als transacties met derde partijen.

De volgende tabel stelt de segment rapportering voor elk operationeel segment voor het jaar 2025 en 2024:

Totaal
Totaal Aanpassingen gecon
in 000€ België Frankrijk Nederland segmenten en eliminaties solideerd
Voor het jaar eindigendop 31 december 2025
Omzet (derden) 36 232 49 251 20 967 106 450 106 450
Omzet (intra-groep) 1 545 12 622 2 179 -2 179
Bedrijfsresultaat 1 692 1 372 274 3 338 3 338
Interestopbrengsten 236 87 323 - 222 101
Interestlasten -1 020 - 212 - 397 -1 629 301 -1 328
Netto resultaat(segment winst enverlies) 219 945 - 387 777 777
Belangrijke niet-kaskosten:
-afschrijvingen,waardeverminderingen envoorzieningen -3 442 -3 251 -1 732 -8 425 -8 425
Vaste activa 48 143 17 956 8 870 74 969 -31 000 43 969
Totaal activa 79 179 43 428 15 897 138 504 -38 556 99 948
Totaal schulden -40 098 -24 149 -14 261 -78 508 7 467 -71 041

Aanpassinge Totaal
Totaal n en gecon
in 000€ België Frankrijk Nederland segmenten eliminaties solideerd
Voor het jaar eindigendop 31 december 2024
Omzet (derden) 33 579 45 230 17 047 95 856 95 856
Omzet (intra-groep) 939 159 - 15 1 083 -1 083
Bedrijfsresultaat 2 490 1 730 677 4 897 4 897
Interestopbrengsten 256 69 - 17 308 - 217 91
Interestlasten - 974 - 269 - 397 -1 640 233 -1 407
Netto resultaat(segment winst enverlies) 616 1 050 256 1 922 1 922
Belangrijke niet-kaskosten:
-afschrijvingen,waardeverminderingen en
voorzieningen -2 431 -3 163 -1 655 -7 249 -7 249
Vaste activa 48 255 18 416 9 245 75 916 -31 003 44 913
Totaal activa 76 082 43 892 16 223 136 197 -37 980 98 217
Totaal schulden -37 989 -25 083 -14 560 -77 632 7 131 -70 501

Het segment netto resultaat kan gereconcilieerd worden zonder verder aanpassingen met de geconsolideerde resultatenrekening rekening houdend dat alle activiteiten van de Groep toegewezen werden aan de segmenten. De aanpassingen en reconciliaties betreffen voornamelijk eliminatieboekingen van handelsvorderingen, handelsschulden en overige schulden en consolidatieboekingen (uitboeking van de deelnemingen).

Overige toelichtingen

De omzet gerealiseerd per land is afleidbaar uit bovenstaande tabellen. De omzet is toegewezen aan de landen op basis van de locatie van de verkopende entiteit. De Groep heeft geen individuele klanten voor dewelke de Groep een omzet realiseert van meer dan 10% van de geconsolideerde omzet.

2.17. Omzet

De omzet kan als volgt gedetailleerd worden per type dienstverlening en per aard, en dit opgesplitst per segment:

Voor het jaar eindigend op 31 december 2025
in 000€ België Nederland Frankrijk Totaal
Per aard van de diensten
Consulting 25 328 12 129 22 990 60 447
Testing and monitoring 10 906 8 505 26 258 45 669
Overige 331 3 334
Totaal 36 234 20 965 49 251 106 450
Per type van de diensten
Milieu 22 289 13 336 15 331 50 956
Geotechniek 6 038 7 298 33 919 47 255
Monitoring en infrastructuur 7 904 333 2 8 239
Totaal 36 231 20 967 49 252 106 450
Voor het jaar eindigend op 31 december 2024
in 000€ België Nederland Frankrijk Totaal
Per aard van de diensten
Consulting 22 471 7 589 20 992 51 052
Testing and monitoring 11 108 9 459 24 237 44 804
Totaal 33 579 17 048 45 229 95 856
Per type van de diensten
Milieu 21 187 10 171 13 822 45 180
Geotechniek 6 615 6 863 30 427 43 905
Monitoring en infrastructuur 5 777 14 980 6 771
Totaal 33 579 17 048 45 229 95 856

De omzet per type dienstverlening kan als volgt opgesplitst worden:

  • Het segment milieu omvat voornamelijk archeologische werken, asbest & sloop, bodemonderzoeken adviesverlening mbt energie en milieuwetgeving.
  • Het segment geotechniek omvat geotechnische studies, sonderingen en stabiliteitsstudies.
  • Het segment monitoring en infrastructuur omvat diensten zoals laboratoriumanalyses, infrastructuurprojecten en monitoringsactiviteiten.

De diensten worden voornamelijk geleverd op basis van "time & material" contracten (consulting) of contracten met een vaste prijs (testing en monitoring). De "consulting" diensten worden geleverd over een bepaalde tijd welke maandelijks gefactureerd worden of waarbij de vooruitgang wordt bepaald door de ingenieurs op het project op basis van onderzoek van het project. De "testing en monitoring" diensten worden ofwel geleverd op een bepaald tijdstip, namelijk bij oplevering van het project ofwel worden de diensten in twee stappen geleverd, één na de installatie van de monitoring toestellen gevolgd door recurrente huur per dag en per sensor erkend per maand over de duurtijd van het contract. De tarieven per sensor vormen voorwerp van indexatie indien de monitoring meer dan 1 jaar betreft.

2.18. Overige bedrijfsopbrengsten

De overige bedrijfsopbrengsten kunnen als volgt gedetailleerd worden:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024*
Reële waarde-aanpassingen 543 118
Bedrijfssubsidies 231 151
Meerwaarde op realisatie van materiële vaste activa 54 147
Voordelen in natura 1 125
Vrijstelling bedrijfsvoorheffing 126 186
Terugbetaling verzekeringen 19 314
Groepsbijdrageregeling 30 72
ABN Amro rechtszaak - regres op hoofdschuldenaar 2 684
Overige 327 264
Totaal 4 015 1 378

*Om de presentatie in overeenstemming te brengen met die van het lopende jaar zijn de vergelijkende cijfers aangepast ten opzichte van het jaarverslag 2024

De reële waarde-aanpassingen hebben betrekking op de uitgestelde vergoedingen bij overnames en de schuld geschreven putopties op minderheidsbelangen. We verwijzen naar toelichting 2.15.

Voor meer informatie in verband met de ABN Amro rechtszaak en regres op de hoofdschuldenaar verwijzen we naar toelichting 2.26.

2.19. Overige bedrijfskosten

De overige bedrijfskosten kunnen als volgt gedetailleerd worden:

in 000€ Voor het jaar eindigend op31 december
2025 2024
Belastingen (andere dan vennootschapsbelasting) -838 -706
Minderwaarde realisatie vaste activa -42
Minderwaarde realisatie handelsvorderingen -1 -79
Uitbetaalde claims -79 -636
ABN Amro rechtszaak -2 684
Overige -355 -715
Totaal -3 957 -2 178

Voor meer informatie in verband met de ABN Amro rechtszaak verwijzen we naar toelichting 2.26.

De uitbetaalde claims betreffen in hoofdzaak boetes en franchise kosten inzake schadegevallen (doorboringen)JKLSS

2.20. Diensten en diverse goederen

De onderstaande tabel geeft de verschillende componenten van de diensten en diverse goederen weer:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Huurkosten -2 904 -1 745
Onderhoud en herstellingen -4 079 -3 870
Brandstof en aankoop klein materiaal -6 315 -5 866
Verzekeringen -2 808 -2 180
Diensten geleverd door derde partijen - 711 - 887
Erelonen -1 084 - 902
Verplaatsings- en marketingkosten -4 341 -4 018
Uitzendkrachten -2 761 -3 220
Management en bestuursvergoedingen -2 423 -2 105
Overige kosten - 220 - 353
Totaal diensten en diverse goederen -27 646 -25 146

2.21. Personeelsbeloningen

De volgende tabel toont het detail van de personeelsbeloningen:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Korte-termijn personeelsbeloningen -34 890 -29 275
Sociale zekerheid -10 783 -9 353
Toegezegde bijdrage pensioenregelingen - 95 - 84
Te bereiken doel pensioenregeling - 294 - 239
Overige personeelskosten -3 293 -2 236
Totaal -49 355 -41 187
Totaal geregistreerde personeelsleden (FTE) 762 716

De overige personeelskosten bestaan voornamelijk uit k€ 746 forfaitaire en werkelijke onkostenvergoedingen (2024: k€ 671), k€ 365 maaltijd- en ecocheques (2024: k€ 296), k€ 162 opbouw vakantiegeld en tijdspaarfonds (2024: k€ 169), k€ 53 groeps- en hospitalisatieverzekeringen (2024: k€ 48), k€ 86 werkkledij (2024: k€ 94), k€ 267 winstuitkering personeel (2024: k€ 278) en k€ 263 abonnementen en vervoerskosten (2024: k€ 190).

2.22. Financiële kosten

De financiële kosten bestaan uit de volgende componenten:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Betaalde interesten op leningen -1 016 -882
Rentekosten op huurverplichtingen -312 -525
Toe te rekenen interesten -69
Bankkosten -193 -184
Kosten voor verdiscontering -225 -277
Overige -13 -216
Totaal -1 828 -2 084

De kosten voor verdiscontering omvat de impact van verdiscontering met betrekking tot uitgestelde vergoedingen op de overnames van vorige jaren en de verdiscontering van de schuld geschreven putopties op minderheidsbelangen. We verwijzen naar toelichtingen 2.14 en 2.15.

Vorig jaar omvat de overige financiële kosten tevens het verlies op de verkoop van aandelen in Ecorem Hong Kong.

2.23. Belastingen

De belangrijkste componenten van de belastinglast worden hieronder weergegeven:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Verwachte belastinglast voor het jaar -1 548 -1 46143355
Uitgestelde belastingen 675
Belastingen over het voorgaande jaar 38
Totale belastingkost - 835 - 973

De reconciliatie van de belastinglast en het product van de belastbare winst met het tarief van de vennootschapsbelastingen voor de jaren eindigend op 31 december 2025 en 2024 is als volgt:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Winst uit voortgezette activiteiten voor belastingen 1 612 2 895
Belastingen aan het statutaire tarief van 25% - 403 - 724
Verschil in belastingsvoet - 41 3
Aanpassingen belastingen op vorige boekjaren 38 55
Overige belastingkortingen 2 98
Verworpen uitgaven - 195 - 184
Gebruik verliezen vorige jaren waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werdgeboekt 2 37
Niet-erkenning uitgestelde belastingvordering op fiscale verliezen huidige jaar - 485 - 273
Aandeel verlies (winst) in geassocieerde ondernemingen - 15 - 2
Impact ontvangen dividenden - 15 - 17
Vrijgestelde subsidie 50 52
Erkenning uitgestelde belastingvordering op fiscale verliezen vorige jaren 124 110
Afboeking uitgestelde belastingvordering op fiscale verliezen - 178
Overige 103 50
Belastinglast zoals gerapporteerd in de resultatenrekening - 835 - 973

De uitgestelde belastingen kunnen als volgt gedetailleerd worden:

Saldo op 31 december Wijziging in deresultatenrekening voor hetjaar eindigend op 31december
in 000€ 2025 2024 2025 2024
Fiscale verliezen 1 328 992 - 336 - 148
Immateriële vaste activa 103 125 22 22
Materiële vaste activa 66 64 - 2 - 1
Contract activa 36 36
Financiële schulden 973 768 - 205 - 265
Voorzieningen 224 224 47
Overige 100 10 - 90 - 10
Netting (netto taks positie per entiteit) -1 613 -1 394 219
Totaal uitgestelde belastingvordering 1 181 825
Materiële vaste activa (incl. right of use assets) -2 692 -2 540 152 129
Immateriële vaste activa -1 731 -1 964 - 233 - 194
Financiële schulden - 8 8
Voorzieningen - 3 3
Overige - 181 181 - 1
Netting (netto taks positie per entiteit) 1 613 1 394 - 219
Totaal uitgestelde belastingschuld -3 002 -3 110
Totale uitgestelde belastingskost - 464 - 421
waarvan opgenomen in de resultatenrekening - 675 - 433
waarvan opgenomen in de niet-gerealiseerderesultaten 26 12
waarvan opgenomen in het eigen vermogen 185 -

In 2025 werd een uitgestelde belastingschuld van k€ 185 opgenomen (zie toelichting 2.4 bedrijfscombinaties voor meer informatie) tijdens de reële waarde-aanpassing op de acquisitie van Délo Boringen BV.

De uitgestelde belastingvorderingen en –schulden worden slechts gecompenseerd indien de Groep het wettelijk recht hiervoor heeft en deze betrekking hebben op dezelfde belastingautoriteit.

De Groep heeft uitgestelde belastingschulden voor een bedrag van k€ 1 115 per 31 december 2025 (2024: k€ 1 164) gerelateerd aan de reële waarde aanpassingen aan de gebouwen geboekt rechtstreeks in de niet-gerealiseerde resultaten.

De Groep heeft een uitgestelde belastingkost van k€ 26 (2024: uitgestelde belastingkost van k€ 33) geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten gerelateerd aan het actuariële verlies van de te bereiken doel pensioenregelingen.

De Groep (exclusief ABO-Group Environment NV) heeft in het totaal fiscaal overdraagbare verliezen voor een bedrag van k€ 8 838 per 31 december 2025 (2024: k€ 9 807). De moedervennootschap ABO-Group Environment NV heeft bovendien een totaal van k€ 31 729 (2024: k€ 32 023) fiscaal overdraagbare verliezen.

Fiscale overdraagbare verliezen zijn onbeperkt overdraagbaar.

De Groep heeft een uitgestelde belastingvordering geboekt voor deze fiscaal overdraagbare verliezen en andere aftrekken per 31 december 2025 van k€ 1 328 (2024: k€ 992) waarvan k€ 184 (2024: k€ 184) gerelateerd is aan de fiscaal overdraagbare verliezen van ABO-Group Environment NV.

2.24. Winst per aandeel

Het totaal gewogen gemiddelde aantal aandelen voor gewone en verwaterde winst per aandeel, gebruikt voor de berekening van de winst per aandeel, is 10 568 735.

Er zijn geen aanpassingen gebeurd aan de winst toerekenbaar aan de gewone aandeelhouders van de moeder voor voortgezette activiteiten en stopgezette activiteiten voor de berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel.

De Groep heeft geen financiële instrumenten welke een verwaterend effect kunnen hebben op de winst per aandeel.

2.25. Verbintenissen

De Groep heeft geen nieuwe verbintenissen sinds vorig boekjaar. Aldus bedragen de gevestigde hypotheken k€ 1 555 en het hypothecair mandaat k€ 450.

De Groep heeft in het kader van openstaande leningen en kredietfaciliteiten een mandaat op inpandgave (en lastgeving pand) van het handelsfonds aan een aantal financiële instellingen toegekend met een totale waarde van k€ 1 300 op 31 december 2025 (2024: k€ 1 150). De Groep heeft verder k€ 530 ondernemingsgoederen in pand gegeven op 31 december 2025 (2024: k€ 530).

Verder heeft de Groep borgstellingskredieten gesteld bij diverse financiële instellingen (o.a. performance bonds) die in het kader van de uitvoering van de projecten door de klanten werden gevraagd.

2.26. Risico's

De Groep is voornamelijk onderhevig aan liquiditeitsrisico, interestrisico en kredietrisico. De risico's worden op regelmatige basis beheerd door het management.

Liquiditeitsrisico's

De Groep beheert liquiditeitsrisico's door regelmatige opvolging van voorspellingen en actuele kasstromen en door de maturiteitsprofielen van de financiële activa en passiva met elkaar te vergelijken. De Groep heeft eveneens (recourse) factoring overeenkomsten met verschillende entiteiten in België en Frankrijk om haar werkkapitaal te optimaliseren.

De volgende tabel geeft een overzicht van de overblijvende contractuele maturiteit van de financiële verplichtingen (niet-verdisconteerde kasstromen):

in 000€ < 1 jaar 2-5 jaar > 5 jaar Totaal
Op 31 december 2025
Financiële schulden 17 158 9 770 715 27 643
Lease verplichtingen 2 686 6 579 3 177 12 442
Handelsschulden 9 018 9 018
Overige schulden 3 974 641 4 615
Totaal 32 836 16 990 3 892 53 718
in 000€ < 1 jaar 2-5 jaar > 5 jaar Totaal
Op 31 december 2024
Financiële schulden 18 763 5 884 4 550 29 197
Lease verplichtingen 3 129 6 202 1 620 10 951
Handelsschulden 9 207 9 207
Overige schulden* 1 775 879 2 654
Totaal 32 874 12 965 6 170 52 009

*Om de presentatie in overeenstemming te brengen met die van het lopende jaar zijn de vergelijkende cijfers aangepast ten opzichte van het jaarverslag 2024

Interestrisico

De groep heeft een mix van leningen en leasings met een vaste interestvoet en financieringen met variabele interest, met name factoring schulden, "straight loans" en een aantal investeringskredieten.

Een toename van de interestvoet met 1% voor de financieringen met variable interestvoet per 31 december 2025, zou aanleiding geven tot een toename van de interestkost van k€ 169 (2023: k€ 113).

De Groep maakt gebruik van afgeleide financiële instrumenten, zoals renteswaps, om haar renterisico's af te dekken. De Groep beheert en vermindert de impact van wijzigingen in de rentetarieven op leningen met een totale hoofdsom van k€ 3 299 (2024: k€ 1 915) door middel van vasterenteswaps. De verandering in de reële waarde van een afdekkingsinstrument wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen als financiële baten/lasten.

Kredietrisico

Kredietrisico verwijst naar het risico waarbij een tegenpartij zijn contractuele verplichtingen niet zou nakomen en wat zou kunnen resulteren in een financieel verlies voor de Groep. Om het risico van

financiële verliezen te beperken werkt de Groep alleen met kredietwaardige tegenpartijen om een eventueel financieel verlies uit niet-betaling te beperken.

Vooraleer een nieuwe klant wordt aanvaard, evalueert de Groep de kredietwaardigheid van de klant aan de hand van externe informatie en tools. Het kredietrisico wordt continu opgevolgd en het management evalueert constant het klantenbestand op haar kredietwaardigheid. De Groep verleent krediet aan zijn klanten in het kader van de gewone bedrijfsactiviteit. Doorgaans eist de Groep geen onderpand of andere zakelijke zekerheden om de verschuldigde bedragen te dekken. Alle vorderingen zijn inbaar, behalve deze waarvoor een voorziening voor dubieuze debiteuren is aangelegd.

De gemiddelde kredietperiode voor verkochte diensten bedraagt 30-90 dagen. Intresten worden niet systematisch aangerekend op vervallen vorderingen. De Groep voert maandelijks een gedetailleerde analyse uit op al haar handelsvorderingen.

De netto boekwaarde van de financiële activa opgenomen in de jaarrekening geeft het maximale kredietrisico weer.

De waardeverminderingen op de handelsvorderingen en contract activa bedragen k€ 707 op 31 december 2025 (2024: k€ 478). De Groep past de vereenvoudigde methode toe voor het berekenen van de verwachte kredietverliezen. De voorzieningenmatrix is gebaseerd op historische wanbetalingspercentages, rekening houdend met huidige economische omstandigheden en toekomstgerichte informatie. De verwachte verliesratio's zijn onder andere gebaseerd op historische kredietverliezen op niveau van elke dochteronderneming aangezien elke entiteit een verschillend klantenbestand en krediet risico heeft. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende ouderdomscategorieën, aangezien het kredietrisico toeneemt naarmate vorderingen langer openstaan.

in 000€ Vervallen
Op 31 december 2025 Nietvervallen < 30 d 31-60 d 61-90 d > 91 d Totaal
Handelsvorderingen(exclwaardevermindering) 15 185 3 372 950 586 1 698 21 791
Contract activa 13 889 13 889
Verliesratio's (gemiddeld% perouderdomscategorie) 1,0% 1,0% 4,0% 11,0% 18,0%
Verwachtekredietverliezen -geboekte
waardevermindering -60 -38 -44 -54 -511 -707
Totaal 34 973

De ouderdomsbalans van de handelsvorderingen en contract activa is als volgt:

in 000€ Vervallen
Op 31 december 2024 Nietvervallen < 30 d 31-60 d 61-90 d > 91 d Totaal
Handelsvorderingen(exclwaardevermindering) 12 598 3 409 1 583 705 1 878 20 173
Contract activa 15 128 15 128
Geboektewaardevermindering -478 -478
Totaal 34 823

Kapitaal management

Het belangrijkste objectief van de Groep is om de mogelijkheid en de vrijwaring te garanderen om te opereren als "going concern" en om als dusdanig een meerwaarde te creëren voor de aandeelhouders.

De Groep bepaalt het bedrag van het kapitaal in verhouding tot het risico. De Groep beheert de kapitaalstructuur en corrigeert deze bij wijzigende economische omstandigheden en financieringsbehoeften. Hierbij focust de Groep met name op haar totaal eigen vermogen en de netto financiële schuld, waarbij ze de externe ratio's (zoals besproken in toelichting 2.12) opvolgt.

De netto financiële schuldgraad (netto financiële schuld tegenover het totaal vermogen) van de Groep bedraagt eind 2025 83 % (2024: 96 %), een daling als gevolg van de daling van de netto financiële schuld bij een stijgend totaal vermogen.

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Financiële schulden 38 138
Liquide middelen en kasequivalenten 13 457 13 434
Netto financiële schuldpositie 24 704
Totaal vermogen en schulden 99 948 98 217
Netto financiële schuldgraad 22% 25%

Overige risico's

De vennootschap werd op 10 juni 2025 veroordeeld als medeschuldenaar voor een bedrag van EUR 2 583 515,91 in het kader van een derdenbeslag op vordering van ABN Amro Bank N.V. Overeenkomstig artikel 1542 van het gerechtelijk wetboek kan de derde-beslagene die zijn verklaring niet tijdig of nauwkeurig heeft gedaan, medeschuldenaar worden verklaard, voor het geheel of een gedeelte van de oorzaken van het beslag en kosten. Het totale bedrag inclusief kosten ten rechtsplegingsvergoeding ten belope van EUR 2 685 862,04 werd opgenomen in de balans per 31 December 2025 onder de rubriek 'Overige kortlopende schulden' (via de 'Overige bedrijfskosten'). De vennootschap betwist deze vordering integraal en heeft hoger beroep aangetekend tegen haar veroordeling. De zaak in hoger beroep is momenteel hangende. Indien de vennootschap ABN Amro Bank N.V. zou moeten betalen, heeft zij regres op de hoofdschuldenaar en kan zij het bedrag dat zij betaalt, bij deze schuldenaar recupereren. Derhalve

werd tevens een vordering van de vennootschap opgenomen onder de rubriek 'Overige kortlopende activa' (via de 'Overige bedrijfsopbrengsten'). Zij loopt dan het solvabiliteitsrisico van deze schuldenaar. De vennootschap schat het risico op oninbaarheid van deze vordering als zeer gering, mede door de ontwikkelingen na balansdatum (zie volgende alinea).

Op 22 april 2026, datum van de goedkeuring door de Raad van Bestuur van het jaarverslag en de IFRS Financials voor publicatie, vernam de vennootschap dat de hoofdschuldenaar een betaling aan ABN Amro Bank N.V. heeft uitgevoerd tot voldoening van de schuld. Hierdoor mag verwacht worden dat de lopende procedures worden stopgezet zonder financiële gevolgen of risico's voor ABO-Group.

2.27. Relaties met verbonden partijen

De vergoedingen voor de CEO, bestuursleden en uitvoerend management zijn als volgt:

Voor het jaar eindigend op31 december
in 000€ 2025 2024
Korte-termijn beloningen 798 808
Einde-loopbaan beloningen 14 15
Totaal 812 823

Daarnaast werd er een bedrag van k€ 130 gestort in een 'fonds de dotation' in Frankrijk, gelinkt aan de heer Frank De Palmenaer, dat investeringen in innovatieve regionale ontwikkelingsinitiatieven beoogt.

De volgende tabel geeft het totaal bedrag van de transacties met verbonden partijen voor elk relevant jaar:

2025 (in 000€) Verkoop vandiensten Aankopenvan diensten Interestopbrengsten Interestkosten Vordering Schuld
Frank De Palmenaer 42 5
Ideplus 84 7 24
Hilde De Smet 1 20 2
Aandeelhouders vande groep 1 104 49 31
Bezoldigingenbestuurders 115 29
Binergy Meer 30
Délo Boringenbestuurder 86 239
Demey INFRAbureau bvbestuurder 143 24
Eco Reest Holding bvbestuurder 134
MEET HET bvbestuurders 247 229
Rimeco nv bestuurder 159 32
STUDIE- ENEXPERTISEBUREAU DEPALMENAER nv 349 10 134
Geosonda BV (BE)bestuurder 181 31
Geosonda BV (NL)bestuurder 188 1 12 49 227
Anderevennootschappen ondercontrole & eigendomvanmeerderheidsaandeelhouder 4 15
Andere verbondenpartijen 1 602 1 12 332 721

2024* (in 000€) Verkoop vandiensten Aankopenvan diensten Interestopbrengsten Interestkosten Vordering Schuld
Frank De Palmenaer 3 5
Ideplus 71 6 6
Hilde De Smet 21
Aandeelhouders vande groep 92 0 0 9 11
Bezoldigingenbestuurders 115 20
Binergy Meer 30
Demey INFRAbureau bvbestuurder 213 2 42 28
Eco Reest Holding bvbestuurder 189
MEET HET bv
bestuurders 228 359
Rimeco nv bestuurder 177 15
STUDIE- ENEXPERTISEBUREAU DEPALMENAER nv 336 8 84
Geosonda BV (BE)bestuurder 180 14
Geosonda BV (NL)bestuurder 183 2 12 49 200
Anderevennootschappen ondercontrole & eigendomvanmeerderheidsaandeelhouder 3 4
Andere verbondenpartijen 3 1 621 4 12 133 720

*De vergelijkende cijfers zijn aangepast ten opzichte van het jaarverslag 2024 om de presentatie in overeenstemming te brengen met die van het lopende jaar samen met aanpassingen conform IAS 24

De voornaamste transacties met verbonden partijen zijn de volgende:

  • Vendor loans in het kader van de recente overnames, aangegaan met de bestuurders van MEET HET bv om bepaalde investerings- en werkkapitaalnoden af te dekken;
  • Verhuur van kantoren aan de Groep door verbonden partijen Studie- en Expertisebureau De Palmenaer en gebruik van haar poetsdienst alsook huur van kantoren bij Ideplus waarbij de aandeelhouder van de Groep eveneens aandeelhouder is van de verbonden partijen;
  • Erelonen Advocaat Meester Hilde De Smet, echtgenote van Frank De Palmenaer;
  • De vordering op Binergy Meer komt op vervaldag op het moment dat het saldo van de realisatie van een biomassa centrale in de schoot van de vennootschap Binergy Meer positief is;
  • Managementvergoedingen van de bestuurders van de respectievelijke vennootschappen opgenomen onder andere verbonden partijen

Alle transacties met de verbonden partijen zijn aan marktvoorwaarden. Er zijn geen transacties met geassocieerde vennootschappen.

De voornaamste mutaties ten opzichte van 2024 in posities met verbonden partijen betreffen

  • Toename aankopen van diensten en openstaande schuld m.b.t. Délo Boringen. Sinds 1 juli 2025 is de Groep voor 70% aandeelhouder van Délo Boringen;
  • Afname van de Vendor Loan MEET HET bv.

2.28. Vergoeding van de commissaris

De vergoeding van de commissaris is als volgt:

Per 31 december 2025 (in 000€) ForvisMazars Andereauditors Totaal
Auditmandaat 154 88 242
Overige 1 1
Totaal 155 88 243

2.29. Gebeurtenissen na balansdatum

Met betrekking tot de ABN Amro rechtszaak zijn de volgende gebeurtenissen te melden:

Op 23 februari 2026 publiceerde de vennootschap een persbericht in het kader van een schuldherschikking door haar hoofdaandeelhouder waarbij zij ook betrokken was.

Op 22 april 2026, datum van de goedkeuring door de Raad van Bestuur van het jaarverslag en de IFRS Financials voor publicatie, vernam de vennootschap dat de hoofdschuldenaar een betaling aan ABN Amro Bank N.V. heeft uitgevoerd tot voldoening van de schuld. Hierdoor mag verwacht worden dat de lopende procedures worden stopgezet zonder financiële gevolgen of risico's voor ABO-Group.

Deze gebeurtenissen hebben zich in 2026 voorgedaan en hebben geen betrekking op omstandigheden die op balansdatum bestonden. Bijgevolg resulteren deze gebeurtenissen, conform IAS 10, niet in een aanpassing van de financiële staten per 31 December 2025. Voor meer informatie verwijzen we naar de IFRS Financials per 31 December 2025, toelichting 2.26.

Voorts werd met ingang van 1 januari 2026 het Management Comité uitgebreid met drie bijkomende leden: een COO voor België, Alexander De Palmenaer, een COO voor Nederland, Gijs Van Reusel (vast vertegenwoordiger van een management vennootschap) en de CHRO, Karen Mestdagh. Dit past in de strategische beslissing om in ieder land een operationeel eindverantwoordelijke te hebben en om het personeelsbeleid te harmoniseren.

Voor het overige zijn er geen feiten na balansdatum te melden.

2.30. Overzicht van de geconsolideerde entiteiten

Land 2025 2024
Dochterondernemingen
ABO Beheer BV Nederland 100,0% 100,0%
ABO Logistics NV België 100,0% 100,0%
ABO Milieuconsult BV Nederland 100,0% 100,0%
ABO NV België 100,0% 100,0%
ABO Research BV België 100,0% 100,0%
ABO-Group Environment NV België 100,0% 100,0%
ABO-GROUP Nederland BV Nederland 100,0% 100,0%
E20 (Energy To Zero Consult NV) België 100,0% 100,0%
ERG Environnement SAS Frankrijk 100,0% 100,0%
ERG Equipement SARL Frankrijk 100,0% 100,0%
ERG Holding SA Frankrijk 100,0% 100,0%
ERG SAS Frankrijk 100,0% 100,0%
GEO+ Environnement Frankrijk 100,0% 100,0%
Geomet BV Nederland 100,0% 100,0%
Geosonda BV België 100,0% 100,0%
Geosonda BV Nederland 70,0% 70,0%
Geosonda Environment NV België 100,0% 100,0%
Geosonic France Frankrijk 100,0% 100,0%
Innogeo SARL Frankrijk 100,0% 100,0%
SCI NicERG Frankrijk 100,0% 100,0%
Sialtech BV Nederland 100,0% 100,0%
Translab Environmental Consult NV België 100,0% 100,0%
SEGED SAS Frankrijk 100,0% 100,0%
DynaOpt SARL Frankrijk 0,0% 100,0%
MEET HET BV België 70,0% 70,0%
Rimeco NV België 100,0% 100,0%
SWBO BV België 100,0% 100,0%
Eau Et Perspectives SAS Frankrijk 100,0% 100,0%
Infrabureau Demey BV België 100,0% 100,0%
Van Der Poel BV Nederland 70,0% 70,0%
Gebouwen Inspectie Nederland BV Nederland 70,0% 70,0%
Eco Reest Bodem BV Nederland 70,0% 70,0%
Eco Reest BV Nederland 70,0% 70,0%
Eco Reest Holding BV Nederland 70,0% 70,0%
Délo Boringen BV België 70,0% 0,0%
Geassocieerde ondernemingen
GIE Gauss Monitoring Frankrijk 40,0% 40,0%

We verwijzen naar Toelichting 2.4 voor de bedrijfscombinaties van Délo Boringen BV gedurende 2025.

In toelichting 2.11 wordt de wijziging met betrekking tot de putoptie over het minderheidsbelang van Geosonda BV (Nederland) besproken.

DynaOpt SARL fusioneerde met Innogeo SARL gedurende 2025.

3. NON-GAAP Maatstaven

De EBITDA is gebruikt als een basis voor de prestatie maatstaf per segment. We berekenen de EBITDA als winst (verlies) voor belastingen plus financiële kosten, min financiële opbrengsten, plus afschrijvingskosten.

in 000€ 2025 2024
Operationele winst (a) 3 338 4 897
Afschrijvingen klantenrelaties (b) -1 247 -915
Overige afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen (c) -7 178 -6 334
EBITDA (d) = a-b-c 11 763 12 146

De solvabiliteitsratio wordt gedefinieerd als eigen vermogen op totale activa.

in 000€ 2025 2024
Eigen vermogen (e) 28 907 27 716
Totaal activa (f) 99 948 98 217
Solvabiliteit (e/f) 28,92% 28,22%

Voor bancaire doeleinden hanteren wij een aangepaste ratio waarbij het eigen vermogen wordt gecorrigeerd voor overige immateriële vaste activa (immateriële vaste activa excl. klantenrelaties) en vorderingen op financiële vaste activa.

in 000€ 2025 2024
Eigen Vermogen (e) 28 907 27 716
- overige immateriële vaste activa (g) -325 -385
Gecorrigeerd eigen vermogen (e-g) 28 582 27 331
Totaal activa (f) 99 948 98 217
- overige immateriële vaste activa (g) -325 -385
Gecorrigeerde totale activa (f-g) 99 623 97 832
Solvabiliteit (e-g)/(f-g) 28,69% 27,94%
Klantenrelatie (h) 7 669 8 315
Overige (i) 325 385

Immateriële vaste activa (h+i) 7 994 8 700

De netto financiële schuld wordt gedefinieerd als de som van de financiële verplichtingen op korte en lange termijn, verminderd met de beschikbare geldmiddelen en kasequivalenten. In het kader van de bancaire convenanten wordt de schuldgraad opgevolgd aan de hand van de leverage ratio netto financiële schuld ten opzichte van EBITDA.

in 000€ 2025 2024
Financiële schulden op minder dan één jaar (j) 19 019 21 810
Financiële schulden op meer dan één jaar (k) 16 656 16 328
Liquide middelen en kasequivalenten (l) 13 457 13 434
Netto financiële schuld (NFS) (m) = j+k-l 22 218 24 704
in 000€ 2025 2024
Netto financiële schuld (m) 22 218 24 704
EBITDA (d) 11 763 12 146
Leverage = m/d 1,9 2,0

De Groep beheert haar kapitaalstructuur in functie van risico en financieringsbehoeften, met focus op het totaal vermogen en de netto financiële schuld. De verhouding netto financiële schuld ten opzichte van totaal vermogen wordt hierbij opgevolgd als indicator voor de financiële hefboom.

in 000€ 2025 2024
Netto financiële schuld (m) 22 218 24 704
Totaal vermogen (f) 99 948 98 217
Netto financiële schuldgraad = m/f 22% 25%
in 000€ 2025 2024
Omzet (n) 106 450 95 856
EBITDA (d) 11 763 12 146
EBITDA-marge = d/n 11% 13%

4. Enkelvoudige jaarrekening ABO-Group Environment

De volgende informatie werd gehaald uit de enkelvoudige jaarrekening volgens Belgische boekhoudnormen van ABO-Group Environment NV. Deze enkelvoudige jaarrekening zal samen met het verslag van de raad van bestuur en het verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van aandeelhouders binnen de wettelijke termijn aan de Nationale Bank van België worden bezorgd. Deze documenten zijn ook beschikbaar op aanvraag bij: ABO-Group Environment NV, Derbystraat 255, 9051 Gent.

Men dient op te merken dat alleen de geconsolideerde jaarrekening, zoals hiervoor toegelicht, een getrouw beeld geeft van de financiële positie en de prestaties van de Groep. Aangezien ABO-Group

Environment NV in essentie het overkoepelende moederbedrijf is, dat zijn investeringen tegen kostprijs opneemt in zijn nietgeconsolideerde jaarrekening, geven deze afzonderlijke financiële staten slechts een beperkt beeld van de financiële positie van ABO-Group Environment NV. Om deze reden achtte de raad van bestuur het gepast om slechts een ingekorte versie van de niet-geconsolideerde balans en winstverliesrekening te presenteren, opgemaakt in overeenstemming met de Belgische boekhoudnormen voor de jaren eindigend op 31 december 2025 en 31 december 2024.

in 000€ 2025 2024
Vaste Activa 37 845 39 200
Immateriële Vaste Activa 470 575
Materiële Vaste Activa 2 401 2 759
Financiële Vaste Activa 34 973 35 866
Vlottende Activa 10 628 13 345
Overige activa (looptijd < 1 jaar) 10 628 13 345
Totaal activa 48 472 52 545
Eigen Vermogen 25 149 30 419
Aandelenkapitaal en uitgiftepremies 171 096 171 096
Reserves -145 948 -140 677
Voorzieningen voor risico's en kosten - -
Schulden op meer dan één jaar 7 228 7 895
Schulden op ten hoogste één jaar 16 096 14 230
Totaal passiva 48 472 52 545

Verkorte niet-geconsolideerde winst- en verliesrekening van ABO-Group Environment NV:

in 000€ 2025 2024
Bedrijfsopbrengsten 6 644 34 165
Omzet 3 823 3 074
Andere bedrijfsopbrengsten 2 821 90
Bedrijfskosten 8 655 3 308
Bedrijfsresultaat -2 011 -143
Financieel resultaat -3 258 743
Financiële opbrengsten 2 257 1 524
Financiële kosten - 5 515 -781
Resultaat voor belastingen -5 269 600
Resultaat van het boekjaar -5 270 592

Algemeen

De beweging in de statutaire cijfers van ABO-Group Environment van 2024 naar 2025 wordt voornamelijk verklaard door enerzijds de uitzonderlijke waardeverminderingen op participaties en intercompany vorderingen ten belope van 6,4 Mio en anderzijds het aanleggen van een schuld (via bedrijfskosten) en een vordering (via andere bedrijfsopbrengsten) van 2,7 Mio in het kader van een

rechtzaak ten aanzien van ABN Amro Bank. We verwijzen naar rubriek 2.26 overige risico's in dat verband.

Specifiek

De financiële vaste activa, vertegenwoordigen 72 % van het balanstotaal en zijn gedaald door de afwaardering op deelnemingen ten belope van 1,8 Mio deels gecompenseerd door de acquisitie van Délo boringen (0,8 Mio).

De overige activa op korte termijn betreffen in hoofdzaak intercompany vorderingen dewelke voor 4,6 Mio werden afgewaardeerd. Daar tegenover bevat deze rubriek een vordering van 2,7 Mio in het kader van de ABN Amro case.

De daling van het eigen vermogen vloeit voort uit de resultaatsallocatie.

De stijging in de korte termijn schulden is hoofdzakelijk te wijten aan de toename in schuld m.b.t. ABN Amro Bank (+2,7 Mio).

De omzet bestaat hoofdzakelijk uit doorfacturaties aan groepsentiteiten en is toegenomen door de gestegen groepsactiviteiten. Zowel de bedrijfskosten als andere bedrijfsopbrengsten zijn toegenomen gerelateerd aan de rechtszaak met ABN Amro Bank (+2,7 Mio).

De financiële opbrengsten zijn toegenomen door de verhoging van de ontvangen dividenden. De financieële kosten bevatten naast de interestlasten tevens de afwaarderingen op de intercompany vorderingen ten belope van 4,6 Mio.

Het boekjaar sluit af met een verlies van 5,3 Mio in hoofdzaak door de uitzonderlijke afwaarderingen ten bedrage van 6,4 Mio.

Het statutair verslag van de commissaris is 'zonder voorbehoud' en bevestigt dat de enkelvoudige jaarrekening van ABO-Group Environment NV, opgesteld volgens de Belgische boekhoudnormen voor het jaar eindigend op 31 december 2025, een getrouw beeld geeft van de financiële positie van ABO-Group Environment NV in overeenstemming met alle wettelijke en regelgevende verordeningen.

7. VERKLARING VAN DE COMMISSARIS

Manhattan Office Tower Bolwerklaan 21 bus 8 1210 Brussel België Tel: +32 (0)2 779 02 02 www.forvismazars.com/be

ABO-Group Environment NV

Verslag van de commissaris

Boekjaar 31.12.2025

Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van ABO-Group Environment NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025

In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van ABO-Group Environment NV (de "Vennootschap") en haar filialen (samen "de Groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening en de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt een geheel en is ondeelbaar.

Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 29 mei 2024, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2026. Wij hebben de wettelijke controle van de jaarrekening van de Vennootschap uitgevoerd gedurende twee opeenvolgende boekjaren.

Verslag over de geconsolideerde jaarrekening

Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2025 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd totaal resultaat, het geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en de geconsolideerde kasstroomtabel over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van de geconsolideerde balans KEUR 99.948 bedraagt en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar van KEUR 777.

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de geconsolideerde financiële toestand van de Groep op 31 december 2025 alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

Basis voor het oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.

Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Kernpunten van de controle

Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.

Opbrengsterkenning en waardering van de gerelateerde contract activa

Verwijzing naar de toelichting (2. Presentatiebasis) van de geconsolideerde jaarrekening: 2.8, 2.17

Omschrijving van het kernpunt

De geconsolideerde omzet en de gerelateerde contract activa, betrekking op nog te factureren prestaties voor klanten, bedragen respectievelijk KEUR 106.450 en KEUR 13.889. De omzet en de contract activa hebben voornamelijk betrekking op diensten geleverd op basis van 'time & material' contracten (consulting) en in beperkte mate op contracten met een vaste prijs (testing en monitoring). 'Time & material' contracten worden maandelijks gefactureerd of geboekt als een op te stellen factuur. Contracten met een vaste prijs worden in resultaat genomen a rato van de oplevering van het project.

Verantwoording

De volledigheid, het bestaan en de afgrenzing van de opbrengsten en de gerelateerde contract activa betreft een kernpunt van de controle, waarbij te veel of te weinig opbrengsten zouden kunnen worden erkend in combinatie met een over- of onderschatting van de contract activa.

Uitgevoerde werkzaamheden

Onze controlewerkzaamheden omvatten onder meer het volgende:

  • Verkrijgen van een grondig inzicht en beoordeling van de interne controle over de omzetverantwoording en waardering van de contract activa.
  • Statistisch selecteren van transacties op basis van omzet en contract activa. Voor deze selectie hebben we de omzet aangesloten met onderliggende facturen. Voor de nog te factureren bedragen op jaareinde, hebben we het bestaan en volledigheid gecontroleerd via een afloopcontrole waarbij de werkelijke facturatie geverifieerd werd met de voorziene bedragen per jaareinde.
  • Uitvoeren van cut-off testen van verkopen op het einde van het boekjaar ter verificatie van toerekening aan de correcte boekhoudperiode.
  • Testen van debiteuren door bevestigingen te vragen aan de klanten en door ontvangen betalingen na het einde van het jaar af te stemmen met de debiteurensaldi op het einde van het boekjaar.
  • Beoordeling van de adequaatheid van de informatie opgenomen in Toelichting 2.8 en 2.17 van de Geconsolideerde Jaarrekening.

ABO-Group Environment

Ondernemingsnummer: BE0477.032.538

Boekwaarde van goodwill en immateriële vaste activa

Verwijzing naar de toelichting (2. Presentatiebasis) van de geconsolideerde jaarrekening: 2.4, 2.5, 2.6

Omschrijving van het kernpunt

De goodwill en immateriële vaste activa bedragen respectievelijk KEUR 2.437 en KEUR 7.994. De waardering is gebaseerd op schattingen en veronderstellingen van het bestuursorgaan, met name inzake toekomstige kasstromen en disconteringsvoeten.

Verantwoording

De waardering van goodwill en de immateriële vaste activa vormt een belangrijke aangelegenheid voor onze controle wegens het materiële karakter van deze balansposten en de belangrijke oordeelsvorming die vereist is bij de door de onderneming jaarlijks uitgevoerde analyse van bijzondere waarderverminderingen (impairment test) overeenkomstig IAS 36. Deze analyse van bevat een aantal belangrijke beoordelingen en veronderstellingen, waaronder kasstromen, eindwaarden en disconteringsvoeten. Wijzigingen in deze veronderstellingen kunnen leiden tot een wijziging in de waardering van de goodwill en de immateriële vaste activa. Op basis hiervan hebben we dit punt als een kernpunt van onze controle opgenomen.

Uitgevoerde werkzaamheden

  • Verkrijgen van een grondig inzicht en beoordeling van de interne controle over de uitgevoerde analyse van bijzondere waardeverminderingen.
  • We hebben de redelijkheid van de methodologie en de belangrijkste veronderstellingen van het management beoordeeld, waaronder de kasstromen, eindwaarden en disconteringsvoeten. Daarbij hebben wij beroep gedaan op onze interne waarderingsspecialisten.
  • We hebben de door het management uitgevoerde sensitiviteitsanalyse op de impairment test geëvalueerd door na te gaan of deze betrekking heeft op de voornaamste waarderingsveronderstellingen en redelijk mogelijke wijzigingen daarvan om te bepalen in welke mate wijzigingen in die veronderstellingen een impact kunnen hebben.
  • Beoordeling van de adequaatheid van de informatie opgenomen in Toelichting 2.4, 2.5, 2.6 van de geconsolideerde Jaarrekening.

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.

Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening

Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.

Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België na. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorganen de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven.

Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
  • het concluderen of de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controleinformatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;

  • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
  • het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.

Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.

Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.

Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.

Verantwoordelijkheden van de commissaris

In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (herziene versie 2023) bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.

Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening

Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening, zijnde:

  • Sectie "2.3 Kerncijfers";

een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.

Vermelding betreffende de onafhankelijkheid

  • Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
  • De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.

European Single Electronic Format (ESEF)

Wij hebben ook, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van het jaarrapport met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna "ESEF"), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: "Gedelegeerde Verordening") en met het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van een jaarrapport, in overeenstemming met de ESEF vereisten, met inbegrip van de geconsolideerde jaarrekening in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna "digitale geconsolideerde jaarrekening").

Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.

Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van het jaarrapport en de markeertaal XBRL van de digitale geconsolideerde jaarrekening opgenomen in het jaarrapport in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.

Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het digitaal formaat van het jaarrapport en de markering van informatie in de officiële versie van de geconsolideerde jaarrekening op genomen in het jaarrapport van ABO-Group Environment NV per 31 december 2025 en die beschikbaar zullen zijn in het Belgische officiële mechanisme voor de opslag van gereglementeerde informatie (STORI) van de FSMA in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening en het koninklijk besluit van 14 november 2007.

Andere vermeldingen

Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.

Brussel, 24 april 2026

Forvis Mazars Bedrijfsrevisoren BV

Commissaris

Vertegenwoordigd door

Jurgen Ostyn Bedrijfsrevisor