AI assistant
X-FAB — Annual Report 2025
Mar 31, 2026
9898_10-k_2026-03-31_11909784-cc28-40b1-87d1-8742a46cd26d.pdf
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer

Inhoud
| 1. | Brief aan alle Belanghebbenden | 05 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 2. | X-FAB in één oogopslag | ||||
| 3. | Onze cultuur | 09 | |||
| 4. | Onze business | 12 | |||
| 5. | Geconsolideerde jaarrekening van X-FAB | 23 | |||
| 5.1 | Overzicht van de belangrijke ontwikkelingen | 23 | |||
| 5.2 | Verklaring van de Raad van Bestuur | 23 | |||
| 5.3 | Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van XFab Silicon Foundries SE over de geconsolideerde jaarrekeningover het boekjaar eindigend op 31 december 2025 | 23 | |||
| 5.4 | Geconsolideerde jaarrekening | 29 | |||
| Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening | 34 | ||||
| 1 | Basisinformatie en beschrijving van de activiteiten van de X-FABSilicon Foundries SE-Groep | 34 | |||
| 2 | Groepsstructuur | 34 | |||
| 3 | Basis van opstelling | 35 | |||
| 3.1 | Overeenstemmingsverklaring | 35 | |||
| 3.2 | Basis van waardering | 35 | |||
| 3.3 | Functionele en presentatievaluta | 35 | |||
| 3.4 | Gebruik van beoordelingen, veronderstellingen enonzekerheden i.v.m. schattingen | 35 | |||
| 4 | Samenvatting van de grondslagen voor financiële verslaggeving | 36 | |||
| 4.1 | Basis van consolidatie | 36 | |||
| 4.2 | Omrekening van vreemde valuta | 37 | |||
| 4.3 | Opbrengsten uit contracten met klanten | 37 | |||
| 4.4 | Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 38 | |||
| 4.5 | Financieringsbaten en -lasten | 38 |
| 4.6 | Huuropbrengsten uit vastgoedbeleggingen | 38 |
|---|---|---|
| 4.7 | Personeelsvoordelen | 38 |
| 4.8 | Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 39 |
| 4.9 | Immateriële vaste activa | 39 |
| 4.10 | Bijzondere waardevermindering | 39 |
| 4.11 | Financiële instrumenten | 40 |
| 4.12 | Afgeleide financiële instrumenten | 43 |
| 4.13 | Voorraden | 43 |
| 4.14 | Geldmiddelen en kasequivalenten | 43 |
| 4.15 | Eigen vermogen | 43 |
| 4.16 | Voorzieningen | 44 |
| 4.17 | Leases | 44 |
| 4.18 | Subsidies | 46 |
| 4.19 | Inkomstenbelasting | 46 |
| 4.20 | Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving | 47 |
| 48 | ||
| 49 | ||
| 6.1 | Omzet | 49 |
| 6.2 | Kostprijs van de omzet | 49 |
| 6.3 | Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 49 |
| 6.4 | Verkoopkosten | 50 |
| 6.5 | Algemene en administratieve kosten | 50 |
| 6.6 | Uitgaven volgens soort | 50 |
| 6.7 | Huuropbrengsten uit vastgoedbeleggingen | 51 |
| 6.8 | Huurlasten met betrekking tot vastgoedbeleggingen | 51 |
| BedrijfscombinatiesToelichtingen bij de geconsolideerde resultatenrekening |
| 6.9 | Overige baten | 51 | |
|---|---|---|---|
| 6.10 | Overige kosten | 51 | |
| 6.11 | Financieringsbaten | 52 | |
| 6.12 | Financieringslasten | 52 | |
| 6.13 | Inkomstenbelasting | 52 | |
| 6.14 | Winst per aandeel | 55 | |
| 7 | Toelichting op de balans | 56 | |
| 7.1 | Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 56 | |
| 7.2 | Immateriële vaste activa | 58 | |
| 7.3 | Voorraden | 59 | |
| 7.4 | Contractactiva | 59 | |
| 7.5 | Handels- en overige vorderingen | 59 | |
| 7.6 | Overige activa | 60 | |
| 7.7 | Geldmiddelen en kasequivalenten | 61 | |
| 7.8 | Eigen vermogen | 61 | |
| 7.9 | Dividenden | 62 | |
| 7.10 | Leningen en overige financieringsverplichtingen | 63 | |
| 7.11 | Overige langlopende verplichtingen | 67 | |
| 7.12 | Handelsschulden en overige kortlopende verplichtingen | 68 | |
| 7.13 | Voorzieningen | 69 | |
| 8 | Toelichting bij het kasstroomoverzicht | 69 | |
| 9 | Gesegmenteerde informatie | 70 | |
| 10 | Financiële instrumenten - reële waarden en risicobeheer | 71 | |
| 11 | Leases | 74 | |
| 12 | Transacties met verbonden partijen | 75 | |
| 13 | Andere toelichtingen | 77 | |
| 13.1 | Aankoopverplichtingen en onvoorziene omstandigheden | 77 | |
| 13.2 | Onopgeloste juridische geschillen en claims | 77 |
| 13.3Werknemers | 77 | |
|---|---|---|
| Lijst van deelnemingen13.4 | 78 | |
| Commissaris en bezoldiging van de Commissaris13.5 | 78 | |
| Gebeurtenissen na de verslagperiode14 | 78 | |
| 6. | Duurzaamheid bij X-FAB | 80 |
| Voorwoord – Brief van het ESG-comité | 80 | |
| Algemene toelichtingen ESRS 26.1 | 81 | |
| 6.1.1 Grondslag voor het opstellen (BP-1) | 81 | |
| 6.1.2 Specifieke omstandigheden (BP-2) | 81 | |
| 6.1.3 Gebruik van infaseringsbepalingen overeenkomstig bijlage C bijESRS 1 | 82 | |
| 6.1.4 Governance | 83 | |
| 6.1.5 Strategie | 87 | |
| 6.1.6 Belangen en opvattingen van stakeholders (ESRS 2 SBM-2) | 90 | |
| 6.1.7 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerkingdaarvan met strategie en businessmodel (ESRS 2 SBM-3) | 92 | |
| 6.1.8 Processen om materiële IRO's in kaart te brengen en teanalyseren (ESRS 2 IRO-1) | 103 | |
| 6.1.9 ESRS-rapportage-eisen binnen de reikwijdte van ESRS 2IRO-2 | 107 | |
| 6.2 Milieu | 114 | |
| 6.2.1 EU-taxonomie | 114 | |
| 6.2.2 E1 Klimaatverandering | 119 | |
| 6.2.3 E2 Verontreiniging | 127 | |
| 6.2.4 E3 Water en mariene hupbronnen | 133 | |
| 6.2.5 E5 Materiaalgebruik en circulaire economie | 135 | |
| 6.3 Sociaal | 139 | |
| 6.3.1 S1 Eigen personeel | 140 | |
| 6.4 Governance | 147 | |
| 6.5 Verslag van de commissaris betreffende de beperkte mate vanzekerheid met betrekking tot de geconsolideerde | ||
|---|---|---|
| duurzaamheidsinformatie van X-Fab Silicon Foundries SE | 147 | |
| 7. | Verklaring m.b.t. deugdelijk bestuur | 153 |
| Aandeelhouders7.1 | 153 | |
| 7.2Managementstructuur | 153 | |
| Raad van Bestuur7.3 | 154 | |
| Comités7.4 | 156 | |
| 7.5Uitvoerend Management | 157 | |
| 7.6Diversiteitsbeleid | 157 | |
| 7.7Remuneratieverslag | 157 | |
| 7.8Beleid inzake bepaalde transacties | 161 | |
| 7.9Procedures voor interne controle en risicoanalyse met betrekkingtot de financiële verslaggeving | 162 | |
| 7.10Beschrijving van bepaalde informatie uit de statuten en elementendie relevant zijn voor een overnamebod | 163 | |
| 7.11Commissaris | 164 | |
| Naleving van de Belgische Corporate Governance Code7.12 | 165 | |
| 8. | Informatie voor de aandeelhouders | 166 |
| 9. | Uittreksel uit de statutaire jaarrekening van X-FAB SiliconFoundries SE | 167 |
| 10. | Risicofactoren | 169 |
| 11. | Woordenlijst | 173 |
Toelichting:
The Annual Financial Report in ESEF format is the official version of X-FAB's Financial Report. Other versions are provided on a voluntary basis for convenience. In the event of any conflict, the Annual Financial Report in ESEF format shall prevail. The ESEF version can be downloaded here: www.xfab.com/investors.
Geachte Belanghebbenden,

Namens de raad van bestuur van X-FAB Silicon Foundries heb ik het genoegen u het jaarverslag voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 voor te stellen. Dit verslag werd opgesteld in overeenstemming met de artikelen 3:6 en 3:32 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (BWVV).
Toegewijd aan het succes van X-FAB
Dit is mijn eerste brief aan u als CEO van X-FAB. Op 6 februari 2026 had ik de eer om Rudi De Winter op te volgen. In de voorbije 15 jaar heeft Rudi X-FAB uitgebouwd tot een toonaangevende Europese pure-play gieterij en een referentie op het vlak van gespecialiseerde technologieën voor de analoge wereld. Zijn inzet voor X-FAB was grenzeloos. Ik ben Rudi en de raad van bestuur dan ook dankbaar voor het vertrouwen dat zij in mij stellen om deze belangrijke rol op te nemen voor X-FAB en onze Belanghebbenden. X-FAB is een sterk bedrijf met solide waarden, unieke capaciteiten en een duidelijke ambitie: dé gieterij bij uitstek worden voor de analoge wereld. Ik zal voortbouwen op deze sterke fundamenten en onze koers voortzetten met als doel duurzame
halfgeleideroplossingen te bieden die bijdragen aan een betere wereld, en tegelijk een rendabele onderneming uit te bouwen die het succes van al onze Belanghebbenden ondersteunt. Mijn prioriteiten zijn:
Verdere specialisatie van onze technologieën: X-FAB is een gespecialiseerde gieterij met een uitzonderlijke breedte en diepgang aan technologieën. Een duidelijke troef die we de komende jaren nog sterker willen uitbouwen. Naast onze eigen CMOS- en SOI-platformtechnologieën blijven we volop inzetten op de ontwikkeling van maatwerkoplossingen, in nauwe samenwerking met onze klanten. Deze co-creatie, gedragen door onze expertise in microsystemen, fotonica en halfgeleiders met brede bandafstand, stimuleert zowel de vraag als de waardecreatie binnen X-FAB.
Diversificatie van activiteiten en klantenbestand: Een bredere spreiding van onze activiteiten en klantenbasis maakt X-FAB veerkrachtiger en vermindert afhankelijkheden. We bouwen daarbij voort op de synergieën tussen de toepassingen en markten die we al bedienen en de markten waarin we willen uitbreiden. Zo blijven sensorproducten voor de automobielsector cruciaal voor het Internet of Things (IoT), dat AI-systemen voedt, en voor opkomende trends zoals humanoïde robots. Ook vermogenselektronica voor elektrische mobiliteit en hernieuwbare energie spelen een cruciale rol in datacenters. Onze technologieën sluiten bovendien aan bij grote wereldwijde trends, zoals de algehele elektrificatie en efficiëntere gezondheidszorg voor een vergrijzende bevolking. Dit vormt een stevige basis voor duurzame groei op lange termijn.
Discipline en nauwkeurigheid in alles wat we doen: X-FAB maakt toepassingen mogelijk die essentieel zijn voor de verkeersveiligheid en die levens helpen redden. Dit vraagt om een compromisloze focus op kwaliteit en betrouwbaarheid. Deze prioriteit blijft dan de kern van alles wat we doen, zodat we sterke en duurzame samenwerkingen met zowel bestaande als nieuwe klanten kunnen blijven uitbouwen.
Onze activiteiten in 2025
2025 was opnieuw een jaar in een dynamisch veranderende omgeving, met zowel kansen als uitdagingen voor onze Vennootschap.
De opkomst van AI, de groei van datacenters en de voortdurende energietransitie richting hernieuwbare energie deden de vraag naar efficiënte vermogensconversie sterk toenemen. Dat stimuleerde het herstel van onze siliciumcarbide-activiteiten en opende nieuwe mogelijkheden in galliumnitride, wat bijdroeg aan onze industriële omzet. In combinatie met het algemene herstel van de industriële eindmarkt Toelichtingerden we een sterke jaar-op-jaar groei van 19% in 2025.
Onze expertise in sensoren en microsystemen bleef veel belangstelling wekken. De behoefte aan geavanceerde medische toepassingen om de efficiëntie en effectiviteit van de zorg voor de vergrijzende bevolking te verbeteren, leidde tot een significante stijging van maar liefst 26% in onze medische activiteiten.
De automobielsector bleef ook in 2025 uitdagend. Aanhoudende geopolitieke onzekerheden en twijfels rond de overstap naar volledig elektrische voertuigen zorgden ervoor dat veel consumenten de aankoop van een nieuwe wagen uitstelden. Daarnaast kampten enkele van onze klanten in de automobielsector met langdurige voorraadafbouw, waardoor de omzet in onze grootste eindmarkt met slechts een bescheiden 1% groeide.
In totaal realiseerden we een omzet van USD 870,3 miljoen, een stijging van 7% op jaarbasis, met een EBITDAmarge van 22,6%.
Ondanks deze uitdagingen en onzekerheden zagen we in 2025 ook een aantal bijzonder positieve ontwikkelingen. In CMOS verdubbelden we de waferleveringen van onze populaire 180nm BCD-on-SOI-technologie en realiseerden we belangrijke 'design wins' voor onze volgende generatie 110nm CMOS.
Onze microsystemenactiviteiten doorbraken voor het eerst de grens van USD 100 miljoen omzet. Daarnaast behaalden we grote 'design wins' in onze strategische eindmarkten, waaronder een toepassing voor photoncounting computed tomography (PCCT) in de medische sector, een nieuwe generatie MEMS-versnellingssensoren voor de automobielsector en een hogeresolutie inkjetprintkop voor industriële toepassingen. Ook onze inkomsten uit fotonica-prototyping namen sterk toe: in 2025 vertegenwoordigden ze 8% van de totale prototypingomzet. Onze activiteiten rond halfgeleiders met brede bandafstand evolueerden eveneens positief. We zagen een gestage toename van siliciumcarbidewaferstarts, met een nieuw record in het vierde kwartaal van 2025, en nieuwe 'design wins' voor onze galliumnitridetechnologie.
Klaar voor de toekomst
In 2025 bereikten we belangrijke mijlpalen die X-FAB stevig positioneren voor de toekomst.
Ten eerste hebben we ons driejarige capaciteitsuitbreidingsprogramma succesvol afgerond en de productie opgestart in onze nieuwe cleanroom in Maleisië. Hiermee beschikken we over de nodige capaciteit om de toekomstige groei van zowel de Groep als onze klanten te ondersteunen.
Daarnaast hebben we de financiering ontvangen in het kader van de EU Chips Act voor de verdere uitbouw van onze site in Erfurt (Duitsland) tot microsysteemhub van de X-FAB-Groep. Onze geavanceerde expertise in microsystemen – inclusief capaciteiten zoals wafer-level packaging, heterogene integratie en 3D-stapeling — maakt het mogelijk om compacte, gestroomlijnde en hoogwaardige systemen te ontwikkelen die innovatie in alle eindmarkten stimuleren. De kansen die deze technologieën bieden, gecombineerd met de blijvende belangstelling, vormen een solide basis voor duurzame groei in de toekomst.
Tot slot moet onze organisatie ons helpen onze doelen te bereiken. Het versterken van de link tussen onze technologieën en de verwachtingen van klanten in onze kernmarkten is essentieel voor de vooruitgang van onze Vennootschap. Daarom hebben we in 2025 een belangrijke organisatorische stap gezet door technologie en bedrijfsontwikkeling voor onze strategische domeinen te bundelen in drie business units: Smart CMOS & SOI, Microsystems & Photonics, en Wide Bandgap. Deze structuur zal de verdere diversificatie van de activiteiten en het klantenbestand van X-FAB versnellen en ondersteunen.
Ik ben ervan overtuigd dat X-FAB klaar is voor de volgende fase. We hebben duidelijke doelstellingen en prioriteiten vastgelegd en concrete initiatieven opgestart om onze sterke expertise en capaciteiten maximaal te benutten. Alles is erop gericht om duurzame waarde te creëren voor al onze Belanghebbenden.
Dank u voor uw blijvende vertrouwen in X-FAB. Ik kijk ernaar uit om samen met u onze Groep verder naar succes te leiden, in 2026 en ver daarna.
Na de afsluiting van 2025 hebben zich geen vermeldenswaardige gebeurtenissen voorgedaan.
Met vriendelijke groeten,
Damien Macq
CEO
X-FAB in één oogopslag
Gespecialiseerde gieterij voor analoog/gemengd-signaalhalfgeleidertechnologieën, met strategische focus op de automobiel, industriële en medische markt.


3. ONZE CULTUUR
ONZE VISIE
De gieterij bij uitstek zijn voor de analoge wereld.
ONZE MISSIE
We zetten ons volledig in om de gieterij bij uitstek te zijn voor de analoge wereld door ons te concentreren op innovatieve oplossingen en een uitmuntende productie die voldoen aan de verwachtingen van de klant, waardoor al onze belanghebbenden kunnen rekenen op langdurig succes.
ONZE WAARDEN
Sterke waarden leggen de basis voor het succes van X-FAB, de manier waarop we samenwerken en met elkaar en met onze belanghebbenden omgaan. Bij X-FAB plaatsen wij onze klanten centraal in wat wij doen. Onze waarden integriteit & respect, teamwerk, betrokkenheid en innovatie leiden ons elke dag om een klantgericht bedrijf te zijn.
Sociale media hoogtepunten 2025


4. ONZE BUSINESS
X-FAB is een wereldwijde gieterijgroep die een uitgebreid scala van gespecialiseerde technologieën en ontwerp-IP aanbiedt waarmee haar klanten toonaangevende halfgeleiderproducten kunnen ontwikkelen die worden geproduceerd in de zes waferfabrieken van X-FAB, gevestigd in Maleisië, Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten. Met expertise in analoog/gemengd-signaaltechnologieën, microsystemen, fotonica en halfgeleiders met brede bandafstand is X-FAB de ontwikkelings- en productiepartner voor haar klanten, die voornamelijk de automobiel-, industriële en medische eindmarkten bedienen.
Het bedrijfsmodel van de gespecialiseerde gieterij
In de halfgeleiderindustrie bestaan er twee verschillende bedrijfsmodellen: het 'fabless' of fabriekloze gieterijmodel en het geïntegreerde model. Terwijl de zogenaamde IDMs (Integrated Device Manufacturers, fabrikanten van geïntegreerde apparaten) de volledige waardeketen dekken, betekent het fabless gieterijmodel dat de halfgeleiderwaardeketen is opgesplitst in bedrijven die gespecialiseerd zijn in het ontwerpen van IC's (Integrated Circuits, geïntegreerde schakelingen), de zogenaamde fabriekloze bedrijven, en de bedrijven die procestechnologieën en productiecapaciteiten aanbieden, de zogenaamde gieterijen.
De voordelen zijn specialisatie-effecten aan beide kanten, de vrijheid van fabless bedrijven om de gieterij met het beste technologische aanbod voor hun behoeften te selecteren en de hogere efficiëntie die gieterijen kunnen bereiken door de vraag van veel verschillende klanten te consolideren om het gebruik te verhogen en van de hoge operationele hefboomwerking te profiteren. Bovendien hoeven de klanten van X-FAB, voornamelijk fabless bedrijven, geen concurrentie te vrezen, aangezien X-FAB geen eigen producten ontwerpt.
Als gespecialiseerde gieterij is X-FAB de ontwikkelings- en productiepartner voor klanten die analoog/gemengd-signaal-IC's, microsystemen, fotonica en halfgeleiders met brede bandafstand (SiC en GaN) ontwerpen voor gebruik in hun eigen producten of die van hun klanten. X-FAB biedt een modulair, hooggespecialiseerd portfolio van procestechnologieën en bijbehorende ontwerp-IP, dat innovatieve halfgeleiderproducten mogelijk maakt. Klanten van X-FAB ontwerpen hun producten op basis van deze technologieën en contracteren X-FAB voor hun productie.

Fig. 4.1: Waardeketens voor gieterijen, fabless bedrijven en IDM' s
De X-FAB-groep heeft een gevestigde staat van dienst met meer dan 30 jaar ervaring in het aanbieden van eigen productieprocessen en geavanceerde technische en ontwerpondersteuning. Uitstekende service, betrouwbaarheid, een lange levensduur van processen en eersteklas technische ondersteuning, dat is waar X-FAB voor staat.
Het technologieaanbod van X-FAB.
Bij X-FAB kunnen klanten kiezen uit een breed scala aan geavanceerd opties voor halfgeleidertechnologieën, -ontwerpen en -processen, waaronder complementaire metaaloxide-halfgeleiders (CMOS), silicium op isolator (SOI), siliciumcarbide en galliumnitride (GaN), fotonicaprocessen voor fotonisch geïntegreerde schakelingen (PIC's), evenals micro-elektromechanische systemen (MEMS) en microsystemen. De klanten kunnen gebruikmaken van verschillende functies om IC's te ontwikkelen die specifiek zijn afgestemd op hun eisen inzake eindgebruik en om productprestaties, productgrootte, stroomverbruik en andere parameters te optimaliseren. Op dit moment biedt de gieterij procestechnologieën aan met elementafmetingen van 1,0 µm op wafers van 150 mm en 350 nm, 180 nm, 130 nm en 110 nm op wafers van 200 mm.
CMOS en SOI: de openplatformtechnologieën van X-FAB
De overgrote meerderheid van de technologieën van X-FAB zijn gebaseerd op CMOS, waarbij SOI een gespecialiseerde variant is die een zogenaamde SOI-laag biedt voor betere technische prestaties in bepaalde elektrische parameters. Deze processen zijn beschikbaar voor alle klanten en omvatten primitieve analoge apparaten met geoptimaliseerde prestaties zoals geluidsarme transistoren, hoogspanningstransistoren (tot 700 volt doorslagspanning) of geïntegreerde sensorelementen zoals optische sensordiodes.
Hoewel deze openplatformtechnologieën meestal meerdere toepassingen en soms meer dan één markt aanspreken, zijn de meeste ervan geschikt voor gebruik in de automobielindustrie en verdragen ze hoge temperaturen van -40°C tot 175°C. In 2025 bedroegen de opbrengsten uit de CMOS-technologieën van X-FAB USD 732,7 miljoen.
Het uitgebreide IP-aanbod omvat de mogelijkheid voor klanten om bepaalde IP-blokken aan te passen, waardoor ze X-FAB IP kunnen mengen met en afstemmen op hun eigen IP voor geoptimaliseerde functionaliteit. Om nieuwe producten snel en eenvoudig te kunnen ontwerpen, levert X-FAB ook procesontwerpsets (process design kits = PDK's), bibliotheken met digitale en analoge schakelelementen en complexe IP-blokken zoals ingebedde flashgeheugens, bijbehorende software en adviesdiensten.
Het DNA van X-FAB: analoog/gemengd-signaal-IC'S
X-FAB produceert microchips en andere halfgeleidercomponenten die signalen uit de fysieke wereld verwerken, zoals geluid, licht, druk, beweging en temperatuur. Deze componenten bereiden analoge sensoringangen voor op digitale verwerking of zetten digitale gegevens opnieuw om in analoge signalen.
Gemengd-signaal geïntegreerde schakelingen (ook wel "analoog/gemengd-signaal-IC's" genoemd) combineren zowel digitale als analoge componenten op één chip. Naarmate steeds meer elektronische producten rechtstreeks met de fysieke wereld interageren, blijft de vraag naar deze gemengd-signaal-IC's toenemen. Zij worden een steeds essentiëler onderdeel van moderne elektronische systemen binnen de automobiel-, industriële en medische sector.
Het openplatformtechnologieportfolio van X-FAB (zie Figuur 4.2) heeft een bereik van 1,0 μm tot 110 nm. Al deze technologieën delen het gemeenschappelijke beginsel van hoge modulariteit en ondersteunen de selectie van de verschillende proceskenmerken op basis van de specifieke productbehoeften, wat een breed scala aan toepassingen mogelijk maakt. Het technologieportfolio wordt continu verbeterd, gedreven door de vraag van de klant en de behoeften van toekomstige producten. Bestaande technologieën worden continu bijgewerkt met verbeterde kenmerken en nieuwe modules, waardoor het toepassingsgebied wordt uitgebreid en de prestaties worden verbeterd terwijl het onderliggende platform ongewijzigd blijft.

Fig. 4.2: Openplatformprocesportfolio en -functies van X-FAB
Een belangrijk voordeel van de openplatformtechnologieën van X-FAB is hun modulariteit. Digitale kenmerken kunnen worden gecombineerd met een breed scala aan analoge functies, waaronder hoogspanning, geïntegreerde sensoren en MEMS. Individuele modules en kenmerken kunnen worden geselecteerd op basis van de productvereisten, wat een breed scala aan producten mogelijk maakt en tegelijkertijd helpt om het klantenbestand voor de technologie te vergroten.
De strenge vereisten voor automobieltoepassingen bepalen vaak de belangrijkste proceskenmerken van openplatformtechnologieën. Een goed voorbeeld hiervan is de diepe sleufisolatie (DTI, Deep Trench Isolation) in de BCD-on-SOI-technologieën van 180 nm en 110 nm van X-FAB. DTI vormt de basis voor robuuste en betrouwbare nietgeleidende isolatie tussen laag- en hoogspanningsgebieden op een chip. Aandrijvingscircuits die werken tot 375 volt kunnen worden geplaatst naast gevoelige versterkers die lage spanningen van slechts enkele mV verwerken. DTI biedt betrouwbare bescherming tegen elektrostatische ontlading (ESD) en elektromagnetische interferentie (EMI), waardoor het veilig is voor gebruik in auto's.
X-FAB ondersteunt de automobielkwaliteitsnorm AEC-Q100 grade 0 tot 175°C volgens dewelke IC's kunnen worden ontwikkeld die voldoen aan de hoge temperatuureisen in de automobielsector. Dergelijke hoge temperaturen kunnen voorkomen in de buurt van de verbrandingsmotor in hybride elektrische voertuigen, in batterijbeheersystemen of dicht bij de omvormer van elektrische voertuigen.
CMOS & SOI: hoogtepunten in 2025
• De BCD-on-SOI-technologie van 110 nm werd enorm uitgebreid. Met de introductie van bijkomende hoogspanningstransistoren in het spanningsbereik van 40V–95V werden krachtige oplossingen mogelijk, bijvoorbeeld voor ultrasone detectie. In vergelijking met de overeenkomstige 180 nm BCD-on-SOI-technologie werd de aanweerstand aanzienlijk verlaagd, wat kleinere en efficiëntere schakelingontwerpen
mogelijk maakt. Deze platformuitbreiding biedt klanten van X-FAB nieuwe opportuniteiten om kostenefficiënte en robuuste IC's te ontwerpen voor de automobielsector, de industrie en de medische wereld.
• Binnen deze 110 nm BCD-on-SOI-technologie breidt de introductie van verschillende vluchtige en niet-vluchtige geheugenoplossingen de mogelijkheden voor complexere microprocessorgebaseerde toepassingen verder uit. Een nieuw flash/EEPROMgeheugen is inmiddels klaar voor prototypeproductie. Dit eerste megabit-Flashgeheugen van X-FAB is gebaseerd op de bewezen en robuuste SONOStechnologie en biedt een extreem hoge betrouwbaarheid over het volledige automobiel-temperatuurbereik van -40°C tot 175°C. De combinatie met een 12 kb EEPROM zorgt bovendien voor een ruimtebesparend productontwerp.
Daarnaast biedt X-FAB energiezuinige en betrouwbare RAM- en ROM-oplossingen die het stroomverbruik tot een minimum beperken. Deze geheugenopties ondersteunen flexibele configuratie, waardoor gebruikers via een compiler geheugeneigenschappen kunnen afstemmen op specifieke toepassingsvereisten. Het one-time programmablegeheugen van X-FAB is bij uitstek geschikt voor de configuratie van systemen met talrijke analoge schakelcomponenten. Bovendien ondersteunt dit type geheugen de implementatie van compactere softwarefuncties, wat het ideaal maakt voor uiteenlopende microprocessorgebaseerde ontwerpen. Het beproefde 'floating gate' geheugenconcept van de Vennootschap vormt hierbij het fundament voor de nietvluchtige geheugenoplossingen. Deze zijn ontworpen voor uitzonderlijke betrouwbaarheid, zelfs in de meest veeleisende omgevingen. De extra flexibiliteit van de compiler zorgt ervoor dat deze geheugenproducten optimaal aansluiten op specifieke productvereisten.
• Het 180 nm-technologieplatform voor optische sensoren werd uitgebreid met nieuwe procesopties. In combinatie met een nieuw wafermateriaal kunnen fotodiodepixels sneller worden uitgelezen en wordt een hogere lichtgevoeligheid in het infraroodbereik bereikt. Deze procesverbeteringen ontsluiten nieuwe toepassingsmogelijkheden binnen zowel de industriële als de medische sector.
Bedrijfsontwikkelingen: hoogtepunten in 2025
• Het 110 nm BCD-on-SOI-proces wint steeds meer aan populariteit bij klanten. Naast het succes van deze technologie voor geïntegreerde motoraandrijvingen, die worden ingezet in uiteenlopende toepassingen binnen de automobielsector, robotica en sinds kort ook datacenters, maken ook steeds meer klanten in de medische sector gebruik van de mogelijkheden van dit proces. Dankzij de unieke eigenschappen van het proces kan de chipomvang worden verkleind en kunnen extra functies worden geïntegreerd. In 2025 ontwikkelden klanten prototypes voor toepassingen waarbij miniaturisatie cruciaal is, zoals loodvrije pacemakers of ultrasone toepassingen waarbij een hoge dichtheid aan hoogspanningsschakelelementen een hogere beeldresolutie oplevert. In tegenstelling tot het 180 nm BCD-on-SOI-proces van X-FAB, waarbij spanningsbereiken van respectievelijk 0V tot 200V of -100V tot +100V draagbare
ultrasone sondekoppen mogelijk maken, leent het 110 nm BCD-on-SOI-proces zich uitstekend voor beeldvormingstoepassingen zoals slimme katheters die in of op het menselijk lichaam worden gebruikt of aangebracht, bijvoorbeeld slimme pleisters (smart patches).
- Investeringen in de vestiging van Kuching maakten de ontwikkeling mogelijk van een nieuwe generatie CMOS-platform met een structuurbreedte van 110 nm. Door de vroege betrokkenheid van twee gevestigde automobielleveranciers en hun engagement voor sleutelproducten, konden de platformspecificaties nauwkeurig worden afgestemd. Dit zet het succes voort dat X-FAB heeft geboekt met de productie van geïntegreerde motoraandrijvingen. De elektrische motoren die door deze chips worden aangestuurd, vinden hun weg naar talrijke toepassingen, zoals ventilatoren, pompen en positioneringssystemen. De nauwe samenwerking met belangrijke klanten bij de ontwikkeling van de 110 nm CMOS-technologie verzekert activiteiten in deze sector voor de komende tien jaar.
- De toonaangevende positie van X-FAB in 180 nm BCD-on-SOI-technologie wordt bevestigd door het stabiele aantal klantenprojecten dat van dit proces gebruikmaakt. In 2025 startten niet alleen bestaande klanten nieuwe projecten op, maar kozen ook nieuwe spelers steeds vaker voor deze technologie. Zowel Europese als Aziatische leveranciers van componenten voor ultrasone apparatuur en fabrikanten van ultrasone toestellen lanceerden ontwikkelingsprojecten. Daarnaast stimuleert de voortdurende innovatie van batterijen voor volledig elektrische en hybride voertuigen de vraag naar nieuwe chips voor batterijbeheersystemen.
- Voorts wordt 180 nm-sensortechnologie steeds vaker toegepast in geavanceerde beeldverwerkingssystemen. Dit omvat onder meer trilineaire camerasystemen, waarbij de beeldsensor drie dicht bij elkaar geplaatste pixelrijen bevat, één voor elk van de drie primaire kleuren (rood, groen en blauw). Trilineaire camera's zijn bijzonder geschikt voor de inspectie van producten op rol zoals folie of papier, of voor de controle van gekleurd drukwerk. Ook prototypes van beeldsensoren die gebruikmaken van time delay integration leveren een aanzienlijke bijdrage aan de omzet. Time delay integration (TDI) is een techniek voor voorwaartse bewegingscompensatie waarmee beelden van bewegende objecten bij weinig licht kunnen worden vastgelegd, bijvoorbeeld in de lucht- en ruimtevaart.
- De 350 nm-procesfamilie van X-FAB kende in 2025 een hernieuwde dynamiek dankzij een stijging van de prototype-inkomsten. Deze technologie is ideaal voor analoge toepassingen en biedt een uitstekende prijs-prestatieverhouding voor klanten met kleine tot middelgrote productvolumes. De vraag wordt voornamelijk gedreven door de industriële eindmarkt, met toepassingen die gebruikmaken van de optische sensoren van de 350 nm-processen. Door de standaardvoedingsspanning van 5V die gangbaar is in industriële elektronica, en aangezien de 350 nm-processen van X-FAB hiervoor compatibel zijn ontworpen, krijgen deze processen vaak de voorkeur boven de 180 nm-sensortechnologieën van X-FAB.
Microsystemen: de brug tussen de fysieke en de micro-elektronische wereld
In 2025 bleef X-FAB onverminderd inzetten op de ontwikkeling van geïntegreerde microsysteemoplossingen. Haar technologische expertise in MEMS, 3D-stapeling, heterogene integratie en Through-Silicon-Via (TSV)-technologie maakt de ontwikkeling mogelijk van geavanceerde System-on-Chip-ontwerpen voor kleinere, performantere, efficiëntere en betrouwbaardere componenten tegen lagere systeemkosten. De omzet uit microsystemen bedroeg in 2025 USD 100,7 miljoen, een stijging van 11% ten opzichte van het voorgaande jaar.
Overzicht van de belangrijkste microsysteemcompetenties:
| MEMS | Micro-elektromechanische systemen en sensoren, met focus opinertiële en druksensoren, evenals gespecialiseerde transducers |
|---|---|
| 3D-stapeling | Technologie voor de verticale integratie van meerdere componentlagenof wafers om prestaties, afmetingen of functionaliteit te optimaliseren |
| Heterogene | Combinatie van verschillende technologieën en materialen binnen één |
| integratie | geïntegreerd systeem |
| Through-Silicon-Via | Technologie om gestapelde lagen elektrisch met elkaar te verbinden, |
| technology (TSV) | gebruikt voor 3D-integratie |
De kerntechnologieën van X-FAB voor microsystemen maken gebruik van een gemeenschappelijke, schaalbare productie-infrastructuur. Dit maakt co-optimalisatie mogelijk van apparaten, interconnecties en verpakking op waferniveau, terwijl de efficiëntie en synergieën van een hoogvolume-gieterijmodel behouden blijven. Door nauwe co-creatie met klanten, leveranciers en onderzoekspartners worden deze competenties vertaald naar maatoplossingen voor toepassingen in de automobiel-, industriële en medische sector, die op grote schaal kunnen worden geproduceerd.
De TSV-technologie van X-FAB maakt compacte 3D-integratie van sensoren en andere componenten mogelijk. Dit is bijzonder waardevol voor medische beeldvorming, röntgenen infraroodsensoriek, biosensoriek en andere geavanceerde toepassingen. De technologie biedt ontwerpflexibiliteit, verbeterde prestaties en nieuwe integratiemogelijkheden. X-FAB werkt samen met grote OEM's en systeemintegratoren, waarbij ze TSV's toepast op wafers uit de eigen CMOS-productie en op wafers van andere gieterijen.
In 2025 startte X-FAB met de opzet van een nieuwe productielijn voor grootschalige productie van piëzo-elektrische componenten. Deze nieuwe piëzo-MEMS-lijn maakt gebruik van aluminiumnitride. In tegenstelling tot conventionele dunnefilm-piëzomaterialen is dit materiaal volledig compatibel met de CMOS-waferproductie. Dit maakt monolithische integratie met geïntegreerde schakelingen mogelijk, wat resulteert in aantrekkelijke componentprestaties, terwijl het loodvrij is en zo bijdraagt aan de duurzaamheidsdoelstellingen van X-FAB. In nauwe samenwerking met een grote OEM
ontwikkelt X-FAB haar piëzo-actuatortechnologie continu verder, met concrete plannen voor introductie in diverse medische en industriële toepassingen.
X-FAB is momenteel bezig met de transitie van de vestiging in Erfurt (Duitsland) van CMOS-waferproductie naar het centrale knooppunt voor microsysteemoplossingen binnen de groep. Dit meerjarenprogramma, ondersteund door financiering in het kader van de EU Chips Act, zal de capaciteiten verder uitbreiden, schaalvoordelen verbeteren en de ontwerpflexibiliteit versterken. Als onderdeel hiervan is X-FAB in 2025 gestart met de migratie van haar MEMS-platformen van 6-inch wafers naar de volgende generatie versnellings- en druksensortechnologieën op 200 mm wafers.
Belangrijke microsysteemproducten in 2025 waren onder meer een contactloze thermometer van medische kwaliteit voor draagbare en mobiele apparaten. Deze maakt gebruik van de far-infrared (FIR)-sensor van X-FAB, die hoge precisie en laag energieverbruik in een compact ontwerp combineert. Daarnaast werd de 3D-integratietechnologie van X-FAB ingezet voor de volgende generatie koplampen in de automobielsector, waarbij stapeling op waferniveau en geavanceerde interconnecties werden toegepast voor betere optische prestaties, een hogere systeembetrouwbaarheid en tegelijk een lagere assemblagecomplexiteit.
Voortbouwend op haar expertise in druk- en inertiële sensoren realiseerde X-FAB een doorbraak in samenwerking met Chinese klanten. Om haar positie in dit snel evoluerende ecosysteem te versterken, stimuleert X-FAB lokale samenwerkingen en stemt ze haar platformroadmaps af op de vereisten van regionale OEM's en Tier 1-toeleveranciers.
In 2025 boekte X-FAB verdere vooruitgang in haar activiteiten rond siliciumfotonica. Fotonische IC's combineren de kracht van siliciumtechnologie met geavanceerde fotonica. Ze zijn volledig compatibel met CMOS-technologie, maken ultrasnelle datatransmissie mogelijk en ondersteunen de ontwikkeling van compacte, uiterst efficiënte componenten. Door technologie, ontwerp en systeemintegratie te cooptimaliseren, benut X-FAB haar expertise in heterogene integratie, wat de toegevoegde waarde aanzienlijk verhoogt. Drie projecten rond siliciumfotonica met belangrijke partners waren in 2025 in ontwikkeling en vertegenwoordigden 10% van de totale prototypeinkomsten. Samen met haar strategische partner Ligentec in Zwitserland specialiseert X-FAB zich in de integratie van hoogwaardige materialen, zoals lithiumniobaat of siliciumgermanium, met siliciumfotonica voor toepassingen in datacommunicatie, telecommunicatie, medische technologie en kwantumcomputing. X-FAB is eveneens actief betrokken bij het door de EU gefinancierde photonixFAB-project, dat tot doel heeft een concurrerend, industrieel fotonicaplatform te ontwikkelen dat schaalbaar is voor massaproductie om zo de Europese markt te versterken. Al deze activiteiten verruimen de gevestigde Europese fotonica-toeleveringsketen en versterken de technologische soevereiniteit in kritieke technologieën.
X-FAB zet zich in om het volledige innovatiepotentieel te benutten in samenwerking met onderzoeks- en technologieorganisaties (RTO's) in Europa en daarbuiten.
Door R&D-expertises te combineren met haar productiecapaciteit, versnelt X-FAB het traject van concept tot industrialisatie. Een sprekend voorbeeld is de strategische samenwerkingsovereenkomst tussen X-FAB en het Fraunhofer Institute for Electronic Nano Systems (ENAS), met als doel innovatie in microtechnologie sneller marktrijp te maken. Dit model stelt X-FAB in staat om nieuwe technologieën vlot te valideren, risico's bij opschaling te beperken en haar platformen nauwgezet af te stemmen op reële toepassingsvereisten.
Technologieën met brede bandafstand: sleutel tot de elektrificatie van alles
X-FAB heeft zich gepositioneerd als een toonaangevende leverancier van halfgeleiders met brede bandafstand (WBG). Nadat ze als eerste gespecialiseerde gieterij siliciumcarbide-technologie (SiC) introduceerde, heeft X-FAB nu haar portfolio van halfgeleidergieterijprocessen uitgebreid met galliumnitride-op-silicium (GaN-on-Si) technologie.
De toevoeging van GaN aan de bestaande SiC-processen onderscheidt X-FAB verder en stelt klanten in staat het meest geschikte brede bandafstandsmateriaal te selecteren voor hun specifieke toepassingen. Deze uitbreiding versterkt X-FAB's uitgebreide verwerkingsmogelijkheden met brede bandafstand en maakt het voor klanten mogelijk energiezuinige oplossingen te ontwikkelen voor toepassingen variërend van netinfrastructuur tot batterijsystemen en GPU-systemen in de automobielsector.
In 2025 waren producten met brede bandafstand goed voor 4% van de totale omzet, waarvan het grootste deel afkomstig was uit de SiC-activiteiten van X-FAB. Intussen bleef de GaN-activiteit van X-FAB zich richten op projecten in de ontwikkelingsfase.
Zowel GaN als SiC bieden unieke voordelen: SiC presteert uitstekend bij hogere temperaturen en spanningen, terwijl GaN van nature hogere frequenties aankan. Dat maakt GaN bij uitstek geschikt voor de voedingen van dataservers. X FAB beschouwt GaN en SiC dan ook als complementaire technologieën.
GaN-on-Si is een veelbelovende technologie vanwege het vermogen om bij hoge frequenties te schakelen met een lage aan-weerstand. Hierdoor kunnen compacte chips worden vervaardigd die efficiënt hoge spanningen verwerken. Zowel de lagere aanweerstand als de hogere schakelsnelheid beperken de warmteontwikkeling tijdens gebruik, wat resulteert in een hogere en efficiëntere vermogensconversie. Dit is met name van groot belang voor sectoren zoals elektrische voertuigen (EV's), datacenters en consumentenelektronica.
In moderne architecturen voor vermogensconversie beheert SiC doorgaans de initiële hoogspanningsfases vanaf het elektriciteitsnet, terwijl de daaropvolgende fases steeds vaker door GaN worden afgehandeld. Deze overgang biedt aanzienlijke voordelen ten opzichte van traditionele siliciumoplossingen: een hogere vermogensdichtheid, lagere stromen met minder koperdraad, een verbeterde efficiëntie en kleinere chipafmetingen. Samen zorgt dit voor een aanzienlijke kostenreductie.
De SiC- en GAN-processen vormen een aanvulling op het aanbod van X-FAB voor vermogenselektronica op de automobielmarkt en de industriële markt. Een groeiend aantal klanten dat gebruik maakt van de technologie met een brede bandafstand van X-FAB, een sterke stijging van de inkomsten uit prototyping en toenemende productievolumes van een verscheidenheid aan klanten ondersteunen de veelbelovende vooruitzichten voor dit bedrijfsonderdeel van X-FAB.
Oplossingen op basis van X-FAB's SiC-technologie worden in uiteenlopende markten toegepast. In de automobielsector maken ze geavanceerde EV-tractieomvormers, ingebouwde laders en DC-DC-omvormers mogelijk. De industriële sector zet deze in voor motoraandrijvingen, industriële vermogensconversie, fabrieksautomatisering en hoogefficiënte systemen. Daarnaast ondersteunt de SiC-technologie van X-FAB de groei van hernieuwbare energie en opslag via geoptimaliseerde oplossingen voor zonneomvormers, netwerkomvormers en energieopslagplatformen. Bovendien wordt deze technologie ingezet in nauwkeurige, betrouwbaarheid-kritische medische toepassingen en strekt het bereik zich uit tot bredere markten zoals servers, datacenters, EV-laadinfrastructuur, lucht- en ruimtevaart en defensie. De GaN-on-Si-technologie van X-FAB richt zich voornamelijk op toepassingen in voedingen voor dataservers, wat het belang van deze technologie voor die sector onderstreept. Andere markten zijn de lucht- en ruimtevaartindustrie, waar GaN-materialen een superieure stralingsbestendigheid bieden vergeleken met andere hoogvermogen-technologieën.
Sinds de introductie van het SiC-gieterijaanbod ondersteunt X-FAB klanten continu bij de ontwikkeling van diodes en transistorproducten op haar veelzijdige technologieplatform. Via het XbloX-platform biedt X-FAB eenvoudige toegang tot een gestandaardiseerd, maar flexibel assortiment bewezen SiC-procestechnologieën die de ontwikkeling van geavanceerde vermogensapparaten versnellen. Van snelle prototyping tot volumeproductie: het modulaire en volledig schaalbare XbloX-platform helpt ontwikkelaars van SiC-apparaten om technische evaluaties en technologische implementaties te versnellen, waardoor de overgang van start naar volledige productie tot wel negen maanden sneller kan verlopen dan via traditionele methoden.
Innovatie: een essentieel onderdeel van X-FAB
Innovatie is een van de kernwaarden van X-FAB en is op alle niveaus van de Vennootschap verankerd. X-FAB's collaboratieve en vooruitstrevende cultuur wordt aangemoedigd door interne innovatieprogramma's en multidisciplinaire teams. Binnen de Groep wordt hierop ingespeeld via verschillende initiatieven, zoals hackathons, interne projecten en door de overheid gefinancierde programma's. X-FAB nam deel aan in totaal acht publiek gefinancierde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten op staats-, federaal en EU-niveau, waarvan er twee in 2025 werden afgerond. In 2025 waren er 18 nieuwe octrooiaanvragen en werden 18 octrooien toegekend voor een totale octrooiportefeuille van 452 octrooien en octrooiaanvragen.
Investeringen in bijkomende capaciteit, mogelijkheden en productiviteitsverbeteringen
X-FAB heeft fors geïnvesteerd in de uitbreiding van haar productiecapaciteit om optimaal in te spelen op de groeiende vraag van haar klanten. De productiecapaciteit is uitgebreid op de 200 mm CMOS-vestigingen in Kuching, Corbeil-Essonnes en Dresden, evenals in de SiC-gieterij in Lubbock, terwijl investeringen in microsysteemtechnologieën zijn gedaan in de vestigingen in Erfurt en Itzehoe, naast capaciteitsuitbreiding.
In september 2025 opende X-FAB een nieuwe, ultramoderne productielijn in de Sarawakfaciliteit in Maleisië, met 6.000 vierkante meter aan cleanroomruimte, gerealiseerd in slechts twee jaar, van eerste spadesteek tot de start van de productie. Dit verhoogde de maandelijkse wafer-startcapaciteit van de vestiging van 30.000 naar 40.000, met als bijzonder hoogtepunt dat de capaciteit voor X-FAB's zeer succesvolle 180 nm BCD-on-SOI-technologie meer dan verdubbelde.
Een belangrijke drijfveer voor productiviteitsverbetering is automatisering, standaardisering en digitalisering van processen. In 2025 heeft X-FAB verdere stappen gezet in de implementatie van haar roadmap voor automatisering om de fabrieksefficiëntie en productiviteit te verhogen. Deze omvat softwaregestuurde materiaalbeweging, geautomatiseerde installatie en monitoring van apparatuur, en geautomatiseerde transportsystemen. Automatiseringsprojecten zijn op alle locaties in volle gang en worden in 2026 voortgezet.
Klantgerichtheid: langdurige relaties en hoge mate van productaanpassing
De meeste klanten van X-FAB zijn fabless halfgeleiderbedrijven: bedrijven die geen eigen productie en expertise in procestechnologie hebben, maar voor deze diensten en de daaraan verbonden kennis afhankelijk zijn van gieterijbedrijven. Een kleiner deel van het klantenbestand van X-FAB bestaat uit fabrikanten van originele uitrustingen (OEM) of fabrikanten van geïntegreerde apparaten (IDM). X-FAB heeft een gevarieerde basis van meer dan 400 klanten wereldwijd en wint voortdurend nieuwe klanten in haar kernmarkten (zie Figuur 4.3).
X-FAB hanteert een partnergerichte aanpak in de samenwerking met haar klanten, met als doel samen langdurig succes te behalen en innovatieve producten te creëren die bijdragen aan een betere wereld.

Fig. 4.3: Aantal klanten van X-FAB volgens jaaromzet
Meteen een schot in de roos
Als gespecialiseerde gieterij onderscheidt X-FAB zich door haar sterke klantgerichtheid en uitgebreide dienstverlening. Klanten waarderen vooral de volledige ondersteuning van X-FAB gedurende het hele ontwikkeltraject van een microchip: van de keuze van de juiste procestechnologieën, het chipontwerp, de prototypering en de kwalificatie tot uiteindelijk de overgang naar massaproductie.
X-FAB legt sterk de nadruk op klantenondersteuning om optimaal gebruik te maken van haar technologieën en snel resultaten te behalen. De tijd om de markt te bereiken is cruciaal en wordt voornamelijk bepaald door de tijd die nodig is voor het maken van een prototype en de ontwerpkwalificatie. Het doel is om 'first-time-right'-ontwerpen te maken, d.w.z. ervoor te zorgen dat de ontwerpen van de klant meteen correct functioneren vanaf het eerste prototype. Om dit te bereiken, investeert X-FAB aanzienlijk in haar ontwerp-IP en nauwkeurige ontwerpsimulaties, zodat klanten exact kunnen voorspellen hoe hun chips in echt silicium zullen presteren. X-FAB biedt haar klanten een aantal tools en diensten voor ontwerpbegeleiding, zoals weergegeven in Fig. 4.4.
Fig. 4.4: X-FAB's tools en diensten voor ontwerpondersteuning
X-FAB biedt haar gespecialiseerde CMOS-technologieën (openplatformtechnologieën) aan met een sterke ontwerpondersteuning, die klanten vaak de beste in de categorie noemen. Klanten die kiezen voor de modulaire open-platformtechnologieën van X-FAB (CMOS), krijgen gratis toegang tot nauwkeurige ontwerpmodellen, ontwerpbibliotheken en complexe ontwerp-IP-blokken die snelle en eenvoudige ontwerpen mogelijk maken die erop gericht zijn vanaf de eerste keer goed te zijn. In tegenstelling tot concurrenten ontwikkelt X-FAB deze ontwerp-IP intern, zonder afhankelijk te zijn van externe leveranciers. Gedurende het gehele chipontwikkelingsproces hebben klanten direct toegang tot de procesexpertise van X-FAB via een netwerk van Field Application Engineers en 24/7 ondersteuning via een hotline.
Microsystemen zijn zeer specifiek en vereisen de ontwikkeling van klantspecifieke technologieën. Dergelijke technologieën vereisen nauwe interacties met de klanten om alle uitdagingen van gelijktijdige technologie- en apparaatontwikkeling te beheren. Dit voegt aanzienlijke waarde toe en stimuleert klantrelaties op de lange termijn.

Fig. 4.5: Illustratieve levenscyclus voor de automobielindustrie: analoog/gemengd-signaalproducten zijn veel gespecialiseerder voor hun toepassingen en worden vele jaren gebruikt
Door de hoge mate van productaanpassing, is X-FAB als gespecialiseerde gieterij minder kwetsbaar voor de extreme prijs- en vraagvolatiliteit die veel concurrenten in de bredere gieterijmarkt ervaren. De focus van X-FAB op nauwkeurig op maat gemaakte producten resulteert in kleinere productievolumes per product en vereist meer technische input per eenheid waardoor een hoge toegevoegde waarde voor de klant wordt gecreëerd.
De beschikbaarheid op lange termijn van deze kwaliteitsproducten is van essentieel belang voor de klanten van X-FAB, aangezien X-FAB de enige bron is voor de meeste producten die het produceert. Een groot deel van deze producten heeft een lange levenscyclus van tien jaar of meer. Het eerste medische MEMS-product van X-FAB, een sensor voor bloeddrukmeting, is bijvoorbeeld al meer dan 25 jaar in productie.
Al deze aspecten dragen bij aan een zeer nauwe klantenbinding. De uitmuntende ondersteuning die X FAB biedt gedurende de gehele ontwikkeling en levenscyclus van een product, evenals de aanzienlijke inspanning die een klant moet leveren om producten naar andere gieterijen te migreren, een inspanning die vaak gelijkstaat aan een volledig nieuw ontwerptraject, resulteren in een sterke klantenloyaliteit.

Fig. 4.6: X-FAB wil haar activiteiten onderscheiden door een combinatie van unieke technologieën en uitstekende technische ondersteuning. Een sterke troef van X-FAB is de nauwe samenwerking met de klanten in elke fase van de levensduur van een IC-product. Van een offerteaanvraag en het kiezen van de meest geschikte procestechnologie tot de start van de massaproductie: de gespecialiseerde teams van FAB staan de klant bij met technische, commerciële en logistieke ondersteuning en advies.
Strategische markten voor X-FAB

Fig. 4.7: De strategische markten en belangrijkste toepassingsgebieden van X-FAB
X-FAB bedient voornamelijk de automobiel, industriële en medische eindmarkten (AIM), die dezelfde hoge eisen stellen aan kwaliteit en betrouwbaarheid en vergelijkbare lange productlevenscycli kennen. Bijgevolg legt X-FAB de strategische focus op AIM terwijl het op de markt voor consumenten-, communicatie- en computer- (CCC)-producten verkoopt wanneer de productvereisten technologieën vereisen die binnen het portfolio van X-FAB vallen.
De bedrijfsontwikkeling in 2025 werd enerzijds gekenmerkt door aanhoudende aanpassingen van de voorraadniveaus door klanten in de automobielsector en anderzijds door het herstel van de medische en industriële eindmarkten. De automobielactiviteiten van X-FAB bleven licht boven het niveau van het voorgaande jaar, met een groei van 1% ten opzichte van het voorgaande jaar. Het businessvolume in de industriële eindmarkt groeide met 19%, na een periode van duurzaam herstel en een toegenomen vraag naar SiC voor datacenters, elektrische voertuigen (EV en hybride) en toepassingen in hernieuwbare energie. De omzet uit medische toepassingen steeg met 26%, gedreven door een toenemende vraag naar medische contactloze temperatuursensoren, chips voor DNA-sequencing en ultrasone toepassingen.
Nieuwe prototyping-activiteiten en productlanceringen in X-FAB's BCD-on-SOIprocessen voor automobiel- en medische toepassingen zullen de toekomstige bedrijfsresultaten positief beïnvloeden. De industriële CMOS-inkomsten bevestigen de opwaartse trend die in het vierde kwartaal van 2024 begon, evenals het einde van de voorraadaanpassingen in de industriële eindmarkt. Binnen de medische sector blijven de boekingen bovengemiddeld, met een sterke groei van toepassingen voor persoonlijke medische apparaten, zoals contactloze temperatuursensoren, en medische beeldvorming, met name ultrasone apparaten.
Het technologieportfolio van X-FAB, met de nadruk op technologieën voor vermogenselektronica, sensoren en microsystemen, is strategisch afgestemd op mondiale prioriteiten. Hieronder vallen de algehele elektrificatie in het kader van wereldwijde decarbonisatie-initiatieven en de vooruitgang in de gezondheidszorg voor een vergrijzende bevolking. Deze strategische afstemming creëert aanzienlijke kansen binnen X-FAB's voornaamste eindmarkten, zijnde de medische, industriële en automobielsector, en stimuleert duurzame groei op lange termijn.
Automobielelektronica – Wij denken automobiel
De automobielsector stelt hoge eisen aan haar leveranciers: betrouwbaarheid en kwaliteit zijn essentieel, en klanten moeten kunnen vertrouwen op zowel de producten als de bedrijven die erachter staan. Deze waarden zitten diep verankerd in het DNA van X-FAB. Tegelijkertijd ondersteunt X-FAB haar klanten actief bij het realiseren van innovatieve concepten voor de voertuigen van morgen.
Een van de meest ingrijpende verschuivingen in de automobielindustrie is de overgang naar elektrische mobiliteit. Ondanks een tijdelijke afvlakking van deze trend, zal het aandeel elektrische en hybride voertuigen naar verwachting gestaag blijven groeien. De verschuiving naar elektrische mobiliteit zal de groei van halfgeleiders voor de automobielsector blijven stimuleren, aangezien elektrische voertuigen meer dan het dubbele aan halfgeleidercomponenten bevatten vergeleken met auto's met een verbrandingsmotor (ICE). X-FAB blijft hierbij een stabiele partner voor zowel ICE-wagens als alle types elektrische voertuigen.
Vandaag de dag kan ongeveer twee derde van alle chips in een voertuig worden vervaardigd met de technologieën van X-FAB. De Vennootschap biedt een breed portfolio aan productieprocessen die bijzonder geschikt zijn voor componenten die de interface vormen met de fysieke wereld, inclusief het detecteren en verwerken van positie, licht, temperatuur, beweging en elektrische stroom.
Chips gefabriceerd door X-FAB worden in het hele voertuig ingezet: van het interieur en het motorcompartiment tot een breed scala aan hulpsystemen voor de bestuurder. Typische toepassingen zijn onder meer klimaatbeheersingssystemen (HVAC), elektronische besturingssystemen die mechanische verbindingen vervangen (X-by-wire), binnenverlichting, handsfree-communicatie, parkeerhulp, bandenspanningscontrole en antiblokkeersystemen (ABS).
Elektrificatie brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee op het gebied van energiebeheer. De batterij van een elektrisch voertuig bestaat uit duizenden individuele cellen, die stuk voor stuk continu gemonitord moeten worden op parameters zoals temperatuur, spanning, stroom en laadstatus. Deze taak wordt uitgevoerd door batterijbeheersystemen (BMS), waarin vaak meerdere gespecialiseerde halfgeleidercomponenten zijn geïntegreerd. De technologieën van X-FAB zijn bijzonder geschikt voor deze toepassingen, omdat ze uiterst betrouwbaar functioneren onder hoge spanningen en verhoogde temperaturen. Daarnaast dragen geavanceerde transistoren,
geproduceerd in de SiC-gieterij van X-FAB, bij aan een verbeterde efficiëntie en een groter rijbereik van elektrische voertuigen, met toepassingen zoals ingebouwde laders, omvormers voor HVAC en aandrijflijnen.
Tegelijkertijd verbeteren nieuwe hulpsystemen voor de bestuurder, zoals adaptieve cruisecontrol, hulp bij het wisselen van rijstrook en dodehoekdetectie, de verkeersveiligheid aanzienlijk en effenen ze de weg naar autonoom rijden. Milieuoverwegingen blijven eveneens een kernpunt, waarbij van hybride voertuigen wordt verwacht dat ze een hogere efficiëntie en lagere emissies behalen.
Toepassingen van piëzo-elektrische materialen
Piëzo-elektrische actuatoren en sensoren zijn essentieel in tal van alledaagse apparaten en industrieën. Ze bezitten het unieke vermogen om mechanische druk om te zetten in elektrische energie (sensoren) en vice versa (actuatoren). Dit stelt hen in staat om beweging of geluid te genereren uit elektriciteit, of juist fysieke krachten te vertalen naar een elektrisch signaal. Veel draagbare elektronica maakt gebruik van minuscule piëzo-elektrische luidsprekers om geluid te produceren. Het grote voordeel is dat deze piëzo-luidsprekers zeer compact kunnen zijn en heel weinig stroom verbruiken, terwijl ze toch een verrassend krachtig geluid voortbrengen. In medische ultrasone apparatuur vormen piëzo-elektrische kristallen de kern van de handsonde die artsen gebruiken. Bij een elektrische puls trillen deze kristallen razendsnel en zenden ze hoogfrequente geluidsgolven uit in het lichaam. Zodra deze geluidsgolven interne structuren raken en teruggekaatst worden, fungeren diezelfde kristallen als sensoren: ze trillen door de terugkerende echo's en zetten die mechanische trilling weer om in elektrische signalen. Piëzo-elektrische actuatoren worden gebruikt in precisie-instrumenten zoals geavanceerde microscopen, cameralenzen en telescopen. Deze instrumenten vereisen vaak uiterst verfijnde en nauwkeurige bewegingen die met conventionele elektromotoren onmogelijk zijn. Een krachtige microscoop gebruikt bijvoorbeeld een piëzoelektrische actuator voor een uiterst fijne focusinstelling of om een preparaatglas met microscopische stapjes te verplaatsen. Het piëzo-element vervormt lichtjes zodra er spanning wordt aangelegd, wat zeer nauwkeurige en herhaalbare bewegingen mogelijk maakt die optische onderdelen met nanometerprecisie kunnen positioneren.
Industriële elektronica – Wij maken de toekomst mogelijk
De markt voor specifieke analoge chips voor industriële producten is enorm divers en versnipperd. Deze chips zijn nodig in tal van sectoren, van luchtvaartelektronica tot geautomatiseerde fabrieken. Ongeveer 60% van de huidige klanten van X-FAB is actief in de industriële sector en vertrouwt erop dat X-FAB deze chips consistent gedurende 10 tot 15 jaar kan leveren.
Vier grote wereldwijde trends veranderen de manier waarop we produceren, consumeren en leven: de digitale verbinding van volledige waardeketens, bekend als Industrie 4.0, toegenomen fabrieksautomatisering door slimme machines en robots, de opkomst van smart cities die technologie benutten voor efficiënter gebouw- en dienstenbeheer, en de vooruitgang in duurzame energie, inclusief hernieuwbare bronnen en grotere efficiëntie. Samen vormen deze krachten de motor achter de volgende industriële revolutie.
In het tijdperk van AI drijft de behoefte aan energiezuinige datacenters de vraag naar de siliciumcarbide-technologieën van X-FAB aan. Deze zijn cruciaal voor de infrastructuur van datacenters: ze maken efficiëntere vermogensconversie en compactere energiebeheersystemen mogelijk door verliezen te beperken, dankzij de hoogspanningsen hogetemperatuureigenschappen van siliciumcarbide. Siliciumcarbide-technologieën spelen ook een sleutelrol bij de efficiënte opwekking, opslag en distributie van hernieuwbare energie. Tegelijkertijd stimuleert fotonica, met in het bijzonder silicium- en heterogene fotonische integratie, de ontwikkeling van optische verbindingen met ultrahoge bandbreedte en lage latentie voor datacenters en quantum computing.
Dankzij haar jarenlange focus op de specifieke behoeften van industriële klanten is X-FAB uitstekend gepositioneerd om hen optimaal te ondersteunen. De Vennootschap biedt efficiënte samenwerking, zelfs bij kleinere productievolumes, evenals sterke ontwerpondersteuning en toegang tot hoogwaardige intellectuele eigendom. Met haar geavanceerde technologieën voor de automobielsector, die voldoen aan strenge industriële normen, geniet X-FAB een reputatie van ongekende betrouwbaarheid, gestoeld op duurzame klantrelaties en een toewijding aan langetermijnlevering en dual sourcing.
Medische elektronica – Wij redden levens
X-FAB produceert microchips voor medische apparatuur waarbij een veilige en nauwkeurige werking essentieel is, en soms zelfs van levensbelang. Deze chips bevinden zich in producten zoals pacemakers, ruggenmergstimulatoren, hoortoestellen en medische beeldvormingsapparatuur zoals echo- en röntgendetectoren.
Implanteerbare apparaten zijn van onschatbare waarde voor patiënten met chronische aandoeningen. Voortdurend onderzoek in dit domein opent de deur naar nieuwe behandelingen, bijvoorbeeld voor reuma, beroertes of obesitas. Draagbare diagnostische apparaten zullen medische beeldvorming en tests aan huis mogelijk maken, met vorderingen zoals draadloze draagbare ultrageluidsondes en 3D-beeldvorming.
Sinds 2007 zijn de kosten voor DNA-sequencing gedaald. Hierdoor is het toepassingsgebied verbreed van de gezondheidszorg en -onderzoek naar pathogeendetectie en voedselveiligheid. Deze toegankelijkheid stimuleert gepersonaliseerde geneeskunde, wat leidt tot effectievere behandelingen en lagere zorgkosten.
Lab-on-a-chip-technologie verwerkt minuscule monsters op een kleine chip. Door de naadloze integratie van CMOS- en MEMS-technologieën stroomlijnt X-FAB de productie, waardoor klanten al hun oplossingen bij één gespecialiseerde leverancier kunnen onderbrengen.
Consument, communicatie en computer – Wij verbinden mensen
De chiptechnologieën van X-FAB tillen consumentenelektronica naar een hoger niveau. Ze maken functies mogelijk zoals optische sensoren, automatische scherpstelling in camera's, haptische feedback, aanraakschermen en gebarenherkenning. Dit maakt mobiele apparaten niet alleen gebruiksvriendelijker, maar ook intuïtiever.
Producten voor Augmented Reality (AR) en Virtual Reality (VR) zijn afhankelijk van sensoren, gemengd-signaalchips en draadloze componenten, terwijl de hoogspannings-CMOS- en SOI-technologieën van X-FAB de energie-efficiëntie van deze apparaten verbeteren.
X-FAB-chips verlagen tevens het stroomverbruik en verlengen de levensduur van de batterij in producten zoals AC/DC-laders, schakelaars voor 5G-basisstations en batterijbeheersystemen voor draadloos elektrisch gereedschap.

5. GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VAN X-FAB
5.1 Overzicht van de belangrijke ontwikkelingen
Opbrengsten en resultaten
De totale omzet van de Groep bedroeg in 2025 USD 870.255 duizend (2024: USD 816.383 duizend), goed voor een stijging van 6,6% in vergelijking met het vorige jaar. Deze stijging werd voornamelijk gedreven door een sterke omzetgroei in de industriële en medische eindmarkten, terwijl de activiteiten van X-FAB voor de automobielsector slechts een lichte groei van 1% realiseerden in vergelijking met het vorige jaar. De Groep boekte in 2025 een nettowinst van USD 30.128 duizend tegenover een nettowinst van USD 61.526 duizend in het voorgaande jaar.
De brutowinst steeg van USD 182.949 duizend in 2024 naar USD 184.403duizend in 2025 als gevolg van de hogere verkoopopbrengsten.
Kostprijs van de omzet
De kostprijs van de omzet omvat materiaaluitgaven zoals grondstoffen, kosten voor het onderhoud van de vaste activa, afschrijvingen, personeelskosten en kosten gemaakt voor externe diensten. In 2025 steeg de kostprijs van de omzet met USD 52.418 duizend, wat neerkomt op 8,3% ten opzichte van het boekjaar 2024. De stijging van de kostprijs lag hoger dan de stijging van de opbrengsten, voornamelijk als gevolg van een afname van de voorraden en een toename van de afschrijvingen.
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten
De onderzoeks- en ontwikkelingskosten bedroegen USD 49.691 duizend in 2025, goed voor 5,7% van de omzet (2024: 6%). Ten opzichte van het voorgaande jaar bleven de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling op een vergelijkbaar niveau. De onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten van de Groep zijn gericht op de ontwikkeling van nieuwe productieprocessen, de optimalisatie van bestaande processen met behulp van de voornaamste procestechnologieën van de Groep en de ontwikkeling van nieuwe ICfuncties om te voldoen aan de behoeften van de klanten op het gebied van analoge/ gemengde signalen.
Verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten
De verkoopkosten, algemene en administratiekosten stegen met 1% in 2025.
Overige opbrengsten en overige kosten
De overige kosten omvatten eenmalige kosten ten bedrage van USD 6.002 duizend uit een schikking in het kader van de heronderhandeling van een langetermijnovereenkomst voor de inkoop van onbewerkte SiC-wafers (toelichting 6.10).
Financieel resultaat
De netto financiële uitgave van de Groep (financieringslasten min financieringsbaten) bedroeg USD 35.937 duizend (voorgaande jaar: netto uitgave van USD 2.254 duizend). De uitgavenstijging is voornamelijk het gevolg van hogere niet-gerealiseerde valutaaffecten op in euro uitgedrukte leningen.
5.2 Verklaring van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur verklaart, namens en voor rekening van de Vennootschap, dat, voor zover hun bekend,
- de geconsolideerde jaarrekening die is opgesteld in overeenstemming met de IFRS zoals toegepast binnen de EU, een getrouw beeld geeft van de activa, passiva, balans en resultatenrekening van de Vennootschap en de entiteiten opgenomen in de consolidatie als geheel; en
- het jaarverslag een getrouw beeld geeft van de ontwikkeling en resultaten van de Vennootschap en de entiteiten opgenomen in de consolidatie, evenals een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waaraan ze zijn blootgesteld.
5.3 Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van X-Fab Silicon Foundries SE over de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar eindigend op 31 december 2025
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van X-Fab Silicon Foundries SE (de "Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen de "Groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening en de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt een geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 27 april 2023, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2025. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep uitgevoerd gedurende 18 opeenvolgende boekjaren.
Verslag over de geconsolideerde jaarrekening
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 opgesteld in overeenstemming met de IFRS boekhoudnormen zoals uitgegeven door de International Accounting Standards Board, zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat het geconsolideerd overzicht van de financiële positie op 31 december 2025, alsook het geconsolideerd overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum evenals de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing. Het totaal van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie bedraagt USD 1.946.985 duizend en het geconsolideerd overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten sluit af met een winst van het boekjaar van USD 30.128 duizend.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de financiële toestand van de Groep op 31 december 2025, alsook van haar geconsolideerde resultaten en van haar geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de IFRS boekhoudnormen zoals uitgegeven door de International Accounting Standards Board, zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Basis voor het oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Kernpunten van de controle
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Waardering van uitgestelde belastingvorderingen
We verwijzen naar toelichting 4.19 van de geconsolideerde jaarrekening voor de waarderingsregels inzake uitgestelde belastingen en naar toelichting 6.13 voor de informatieverschaffing met betrekking tot uitgestelde belastingen per 31 december 2025.
Omschrijving
De Groep, die activiteiten heeft in verschillende belastingjurisdicties met de daaruit voortvloeiende verplichtingen, heeft een aanzienlijk bedrag aan ongebruikte overdraagbare fiscale verliezen (USD 287,4 miljoen) en aftrekbare tijdelijke verschillen (USD 148,2 miljoen) waarvoor het een uitgestelde belastingvordering van USD 61,9 miljoen op 31 december 2025 heeft erkend.
Uitgestelde belastingvorderingen worden alleen erkend voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winsten, waarmee deze ongebruikte overdraagbare fiscale verliezen en aftrekbare tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend, aanwezig zullen zijn. Er is een hoge graad van beoordelingsvermogen vereist om het bedrag van de waarschijnlijke toekomstige belastbare winsten in te schatten die de erkenning van uitgestelde belastingvorderingen onderbouwen.
Onze controlewerkzaamheden
In samenwerking met onze eigen fiscale specialisten hebben we een beoordeling gemaakt van de capaciteit van de Groep om de uitgestelde belastingvorderingen te verrekenen. Onze procedures omvatten:
-
Het bekomen van de prognoses van het belastbaar inkomen in de verschillende belastingjurisdicties en deze afstemmen met de laatste, door de Raad van Bestuur, goedgekeurde begroting en prognoses;
-
Beoordeling van de consistentie en betrouwbaarheid van de aanpak van de Groep inzake opmaak van begrotingen door historische begrotingen te vergelijken met werkelijke resultaten;
-
Het in vraag stellen van de belangrijkste aannames gebruikt door het management in zijn budgetprognoses, zoals inschattingen van toekomstige groei, door deze te vergelijken met onze eigen verwachtingen gebaseerd op onze kennis van de markt en de kennis dat we hebben verkregen tijdens onze audit;
-
Herberekening van de uitgestelde belastingvorderingen die bestaan uit een combinatie van tijdelijke verschillen tussen de belastbare waarde en de boekwaarde en overdraagbare fiscale verliezen;
-
Beoordeling of de uitgestelde belastingvorderingen op passende wijze werden erkend in de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2025 op basis van de mate waarin ze kunnen worden gerealiseerd door toekomstige belastbare winsten;
-
Beoordeling van de adequaatheid van de relevante toelichtingen.
Beoordeling van aanwijzingen voor bijzondere waardevermindering en de bepaling van de gebruikswaarde voor kasstroom genererende eenheden
We verwijzen naar toelichting 4.10 van de geconsolideerde jaarrekening voor de waarderingsregels inzake bijzondere waardevermindering en naar toelichting 7.1 voor de informatieverschaffing met betrekking tot materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen per 31 december 2025.
Omschrijving
De netto boekwaarde van materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen per 31 december 2025 bedraagt USD 1.220,3 miljoen, wat 62,7% van de totale activa van de Groep vertegenwoordigt. Zoals beschreven in toelichting 4.10, beoordeelt het management op elke verslagdatum of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardevermindering. Als er een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van de kasstroom genererende eenheid, waartoe de onroerende goederen, installaties en uitrusting behoren, geschat. Management heeft twee aanwijzingen voor mogelijke bijzondere waardevermindering geïdentificeerd, zoals beschreven in toelichting 7.1 van de geconsolideerde jaarrekening. Management heeft vervolgens elke relevante kasstroom genererende eenheid getest waarvoor aanwijzingen voor bijzondere waardevermindering zijn geïdentificeerd.
Dit proces omvatte projecties en aannames voor inkomsten, veranderingen in werkkapitaal, economische prestaties van de activa, de heersende marktrentevoeten en gewogen gemiddelde kost van kapitaal (WACC). Management concludeerde dat de realiseerbare waarde (in casus gebruikswaarde) van elke relevante kasstroom genererende eenheid de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid per 31 december 2025 overtrof en dat er bijgevolg geen bijzonder waardeverminderingsverlies hoeft te worden erkend per 31 december 2025.
We hebben de beoordeling van aanwijzingen voor bijzondere waardevermindering en van de bepaling van de gebruikswaarde voor elke kasstroom genererende eenheden geïdentificeerd als een kernpunt van de controle. Dit proces vereist aanzienlijk beoordelingsvermogen voor de identificatie van aanwijzingen voor bijzondere waardevermindering en de bepaling van de kritische aannames zoals de WACC, de geprojecteerde groeipercentages van de inkomsten en het toekomstige groeipercentage dat wordt gebruikt bij de bepaling van de gebruikswaarde van de kasstroom genererende
eenheid. De onderliggende berekeningen zijn van nature complex en vereisen het gebruik van specialisten.
Onze controlewerkzaamheden
In samenwerking met onze eigen waarderingsspecialisten hebben we de volgende procedures uitgevoerd:
- We hebben navraag gedaan bij het management over de indicatoren die zij beoordeelden als mogelijke aanwijzingen voor bijzondere waardevermindering voor kasstroom genererende eenheden;
- We hebben het ontwerp van belangrijke interne controles geëvalueerd met betrekking tot de beoordeling van bijzondere waardeverminderingsindicatoren door het management. Dit omvatte controles met betrekking tot bepaalde belangrijke aannames die door het management werden gebruikt bij het bepalen van de gebruikswaarde van de kasstroom genererende eenheid, zoals de WACC en de verwachte kasstromen;
- We hebben de beoordeling van het management geïnspecteerd en overwogen of er op basis van onze kennis van het bedrijf, de operationele omgeving, de sectorkennis, de huidige marktomstandigheden en andere tijdens de controle verkregen informatie verdere indicatoren hadden moeten worden beoordeeld;
- We hebben de nauwkeurigheid van de berekeningen van het management voor de kasstroom genererende eenheid die aan een bijzondere waardeverminderingstest werd onderworpen beoordeeld, inclusief de onderliggende gegevens die werden gebruikt, en overwogen of de lijst van geteste kasstroom genererende eenheden volledig was;
- We hebben de waarderingstechnieken, aannames en gegevens die door het management werden gebruikt om hun boekhoudkundige schattingen voor de gebruikswaarde te maken geëvalueerd.
- We hebben belangrijke aannames en inschattingen naar redelijkheid geëvalueerd, zoals de disconteringsvoet die werd toegepast in de gebruikswaarde berekening.
- We hebben sensitiviteitsanalyses uitgevoerd op de WACC en de toekomstige groeipercentages die door management werden gebruikt om de impact van wijzigingen in de aannames te beoordelen en te beoordelen of er aanwijzingen waren voor managementbias bij de selectie van deze aannames.
- We hebben de volledigheid, nauwkeurigheid en relevantie van de door IAS 36 vereiste toelichtingen geëvalueerd.
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de IFRS
boekhoudnormen zoals uitgegeven door de International Accounting Standards Board, zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België na. Een wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
• het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg
is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
- het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
- het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
- het concluderen of de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om haar continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep haar continuïteit niet langer kan handhaven;
- het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
- het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, met inbegrip van de duurzaamheidsinformatie.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, te verifiëren, en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening
Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die het voorwerp uitmaakt van ons afzonderlijk verslag betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot deze duurzaamheidsinformatie. Deze sectie betreft niet de assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Voor dit deel van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening verwijzen wij naar ons afzonderlijk verslag hieromtrent.
De geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld zonder de bepalingen van artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, inzake het opstellen van duurzaamheidsinformatie na te leven waardoor er omwille van materiële en diepgaande aangelegenheden een afkeurende conclusie werd geformuleerd met betrekking tot de assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, en met uitzondering van het effect op het jaarverslag van de hierboven vermelde aangelegenheid, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van
materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, en met uitzondering van het effect op het jaarverslag van de hierboven vermelde aangelegenheid, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
- Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening verricht en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
- De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Europees uniform elektronisch formaat (ESEF)
Wij hebben ook, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van het jaarrapport met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna "ESEF"), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: "Gedelegeerde Verordening") en met het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt (hierna: het "KB van 14 november 2007").
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van een jaarrapport, in overeenstemming met de ESEF vereisten, met inbegrip van de geconsolideerde jaarrekening in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna "digitale geconsolideerde jaarrekening").
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat van het jaarrapport en de markeertaal XBRL van de digitale geconsolideerde jaarrekening in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening en het KB van 14 november 2007.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het digitaal formaat van het jaarrapport en de markering van informatie in de officiële Nederlandstalige versie van de geconsolideerde jaarrekening, opgenomen in het jaarrapport van X-Fab Silicon Foundries SE per 31 december 2025, en die beschikbaar zullen zijn in het Belgische officiële mechanisme voor de opslag van gereglementeerde informatie (STORI) van de FSMA, in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening en het KB van 14 november 2007.
Andere vermelding
• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Hasselt, 30 maart 2026
KPMG Bedrijfsrevisoren Commissaris vertegenwoordigd door
Herwig Carmans Bedrijfsrevisor
5.4 Geconsolideerde jaarrekening
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar eindigend op 31 december
| in duizenden US dollar | Toelichting | 2025 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Omzet | 6.1/12 | 870.255 | 816.383 |
| Kostprijs van de omzet | 6.2/6.6/12 | (685.852) | (633.434) |
| Brutowinst | 184.403 | 182.949 | |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 6.3/6.6/12 | (49.691) | (49.785) |
| Verkoopkosten | 6.4/6.6/12 | (9.197) | (9.070) |
| Algemene en administratieve kosten | 6.5/6.6 | (48.152) | (47.351) |
| Huuropbrengsten en -uitgaven uitvastgoedbeleggingen | 6.7/6.8/12 | 2.777 | 2.770 |
| Bijzondere waardevermindering ophandelsvorderingen | 7,4 | (481) | (2) |
| Overige opbrengsten en overige kosten | 6.9/6.10/12 | (3.234) | 6.032 |
| Bedrijfsresultaat | 76.425 | 85.543 | |
| Financieringsbaten | 6.11/12 | 34.747 | 36.006 |
| Financieringslasten | 6.12/12 | (70.684) | (38.260) |
| Netto financieringsbaten/(lasten) | (35.937) | (2.254) | |
| Winst vóór belastingen | 40.488 | 83.289 | |
| Inkomstenbelasting | 6,13 | (10.360) | (21.763) |
| Winst voor de periode | 30.128 | 61.526 |
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (vervolg) over het boekjaar eindigend op 31 december
| in duizenden US dollar | Toelichting | 2025 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Winst voor de periode | 30.128 | 61.526 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten | |||
| Posten die nooit zullen wordenovergeboekt naar het resultaat | |||
| Herwaardering van de verplichtinguit toegezegdepensioenverplichtingen (actief) | 7,11 | 293 | (37) |
| Posten die zijn of kunnen wordenovergeboekt naar het resultaatals volgt: | |||
| Valuta-omrekeningsverschillenvoor buitenlandse activiteiten | 90 | 763 | |
| Niet-gerealiseerde resultatenvoor de periode/(verlies), naaftrek van belastingen | 383 | 726 | |
| Totaal gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten voor deperiode | 30.511 | 62.252 | |
| Gewogen gemiddeld aantaluitstaande aandelen, gewoon enverwaterd | 6,14 | 130.631.921 | 130.631.921 |
| Winst per aandeel | |||
| Gewoon en verwaterd (in US dollar) | 6,14 | 0,23 | 0,47 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
Geconsolideerde balans
| in duizenden US dollar | Toelichting | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||
| Vaste activa | |||
| Materiële vaste activa | 7,1 | 1.220.272 | 1.144.620 |
| Vastgoedbeleggingen | 7,1 | 7.007 | 7.412 |
| Immateriële vaste activa | 7,2 | 9.522 | 6.319 |
| Overige activa | 7,6 | 25 | 42 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 6,13 | 61.855 | 66.725 |
| Totaal vaste activa | 1.298.681 | 1.225.118 | |
| Vlottende activa | |||
| Voorraden | 7,3 | 264.659 | 281.765 |
| Contractactiva | 7,4 | 20.753 | 18.092 |
| Handels- en overige vorderingen | 7.5/12 | 88.990 | 96.648 |
| Belastingvorderingen | 6,13 | 2.153 | 1.830 |
| Overige activa | 7,6 | 77.435 | 67.423 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 7,7 | 194.314 | 215.837 |
| Totaal vlottende activa | 648.304 | 681.595 | |
| Totaal activa | 1.946.985 | 1.906.713 | |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | |||
| Eigen vermogen | |||
| Aandelenkapitaal | 7,8 | 432.745 | 432.745 |
| Uitgiftepremie | 7,8 | 348.709 | 348.709 |
| Overgedragen resultaat | 7,8 | 272.069 | 241.648 |
| Cumulatieve omrekeningsverschillen | 7,8 | 552 | 462 |
| Eigen aandelen | 7,8 | (770) | (770) |
| Totaal eigen vermogen | 1.053.305 | 1.022.794 | |
| Langlopende verplichtingen | |||
| Leningen en overige financieringsverplichtingen | 7,10 | 187.895 | 369.616 |
| Overige verplichtingen en voorzieningen | 7,11 | 3.577 | 4.257 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 191.472 | 373.873 | |
| Kortlopende verplichtingen | |||
| Leningen en overige financieringsverplichtingen | 7.12/12 | 292.512 | 44.517 |
| Handelsschulden | 7,10 | 54.805 | 67.658 |
| Verschuldigde belastingen | 6,13 | 8.217 | 7.737 |
| Voorzieningen | 7,13 | 13.365 | 11.978 |
| Overige verplichtingen | 7,12 | 333.309 | 378.157 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 702.208 | 510.046 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 1.946.985 | 1.906.713 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen
| in duizenden US dollar | Toelichting | Uitgegeven envolgestorteaandelen | Aandelenkapitaal | Uitgiftepremie | Overgedragenresultaat | Cumulatieveomrekeningsverschillen | Eigen aandelen | Totaal eigenvermogen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Op 31 december 2023 | 130.781.669 | 432.745 | 348.709 | 180.159 | (301) | (770) | 960.542 | |
| Winst voor de periode | — | — | — | 61.526 | — | — | 61.526 | |
| Herwaardering van de verplichting uit hoofdevan toegezegde pensioenplannen | — | — | — | (37) | — | — | (37) | |
| Valuta-omrekeningsverschillen | — | — | — | — | 763 | — | 763 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerderesultaten | — | — | — | 61.489 | 763 | — | 62.252 | |
| Op 31 december 2024 | 130.781.669 | 432.745 | 348.709 | 241.648 | 462 | (770) | 1.022.794 | |
| Winst voor de periode | — | — | — | 30.128 | — | — | 30.128 | |
| Herwaardering van de verplichting uit hoofdevan toegezegde pensioenplannen | — | — | — | 293 | — | — | 293 | |
| Valuta-omrekeningsverschillen | — | — | — | — | 90 | — | 90 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerderesultaten | — | — | — | 30.421 | 90 | — | 30.511 | |
| Op 31 december 2025 | 130.781.669 | 432.745 | 348.709 | 272.069 | 552 | (770) | 1.053.305 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening..
Geconsolideerd kasstroomoverzicht | over het boekjaar eindigend op 31 december
| in duizenden US dollar | Toelichting | 2025 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten: | |||
| Winst voor de periode | 30.128 | 61.526 | |
| Inkomstenbelasting | 6,13 | 10.360 | 21.763 |
| Resultaten vóór belastingen | 40.488 | 83.289 | |
| Afstemming tussen nettoresultaat en kasstroom uit bedrijfsactiviteiten: | 159.505 | 106.148 | |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen, voor effect van premies en subsidies | 6.6/7.1/7.2 | 120.402 | 103.386 |
| Waardevermindering van investeringspremies en -subsidies | 6.6 | (5.464) | (3.735) |
| Rentebaten en -lasten (netto) | 6.11/6.12 | 16.352 | 5.525 |
| Verlies/(winst) op de verkoop van materiële vaste activa (netto) | 6.9/6.10/7.1/7.2 | (1.516) | (4.030) |
| Verlies/(winst) op verkoop van dochteronderneming | 6,10 | — | 1.144 |
| Verlies/ (winst) op de wijzigingen in de reële waarde van derivaten en financiële activa (netto) | (1.309) | — | |
| Overige niet-contante transacties (netto) | 8 | 31.040 | 3.858 |
| Wijzigingen in werkkapitaal | (50.882) | 8.726 | |
| Daling/(stijging) van de handels- en overige vorderingen | 7,4 | 7.294 | 30.808 |
| Daling/(stijging) van overige activa | 7,5 | (9.044) | 5.687 |
| Daling/(stijging) van de voorraden | 7,3 | 17.106 | (9.733) |
| Daling/(stijging) van contractactiva | (2.662) | 5.919 | |
| (Daling)/stijging van de handelsschulden | 7.11/8 | (10.578) | (17.373) |
| (Daling)/stijging van de overige verplichtingen en voorzieningen | 7.11/7.12/7.13 | (52.998) | (6.582) |
| (Betaalde)/ontvangen belastingen | (4.981) | (2.113) | |
| (Betaalde)/ontvangen belastingen | 144.130 | 196.050 | |
| Netto geldmiddelen uit operationele activiteiten | |||
| Betalingen voor materiële vaste activa en immateriële activa | 7.1/7.2 | (204.129) | (509.467) |
| Betalingen voor investeringen in vastgoedbeleggingen | 7,1 | — | (84) |
| Betalingen voor materiële vaste activa en immateriële activa | 9.861 | — | |
| Betalingen voor investeringen in vastgoedbeleggingen | 5 | — | (1.633) |
| Ontvangsten uit de verkoop van materiële vaste activa | 7,1 | 1.591 | 4.024 |
| Ontvangen rente | 6.11/6.12 | 4.445 | 11.032 |
| Netto geldmiddelen gebruikt bij investeringsactiviteiten | (188.232) | (496.128) |
| in duizenden US dollar | Toelichting | 2025 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Ontvangsten uit leningen en overige financieringsverplichtingen | 7,10 | 104.506 | 209.669 |
| Terugbetaling van leningen en overige financieringsverplichtingen | 7,10 | (75.256) | (124.237) |
| Ontvangsten uit verkoop- en leaseback-overeenkomsten | 7.10/8 | 30.098 | 60.584 |
| Betaling van leaseverplichtingen | 7,10 | (24.013) | (12.502) |
| Betaalde rente | 6.10/6.11 | (20.763) | (17.214) |
| Netto geldmiddelen uit/(bij) financieringsactiviteiten | 14.572 | 116.300 | |
| Effecten van wisselkoerswijzigingen op kassaldi | 8.007 | (6.086) | |
| Netto stijging/(daling) van de geldmiddelen en kasequivalenten | (29.530) | (183.778) | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van de periode | 215.837 | 405.701 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode | 194.314 | 215.837 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
1 Basisinformatie en beschrijving van de activiteiten van de X-FAB Silicon Foundries SE-Groep
X-FAB Silicon Foundries SE (hierna "X-FAB SE", "de Vennootschap" of "de moedermaatschappij" genoemd, en, samen met de dochterondernemingen, "X-FAB SE-Groep" of "de Groep") is een Europese naamloze vennootschap (Societas Europaea/SE) geregistreerd onder nummer BE0882.390.885 in het rechtspersonenregister van de rechtbank van koophandel in Antwerpen, afdeling Hasselt, België. De zetel van de moedermaatschappij is gevestigd in Transportstraat 1, 3980 Tessenderlo, België.
De Groep heeft geen geassocieerde deelnemingen, joint ventures, gezamenlijke activiteiten of investeringen in niet-geconsolideerde gestructureerde entiteiten (entiteiten die zodanig zijn opgezet dat stem- of soortgelijke rechten niet de dominante factor zijn bij het bepalen welke partij zeggenschap heeft over de entiteit).
De X-FAB SE-Groep is een van 's werelds toonaangevende gieterijen gespecialiseerd in analoog/gemengd-signaaltechnologieën.
Analoog/gemengd-signaalproducten zijn schakelingen die zowel digitale als analoge signalen kunnen verwerken. Als gespecialiseerde gieterij ontwikkelt de Groep haar eigen technologieën en biedt ze haar klanten een uitgebreid gamma aan diensten inzake productontwikkeling (ontwerpondersteuning) en productie. De X-FAB SE-Groep produceert geïntegreerde schakelingen volgens klantenontwerpen en levert deze in de vorm van siliciumwafers. Hiervoor biedt de X-FAB SE-Groep speciale technologiemodules, celbibliotheken en ontwerpsets aan, waarmee de klanten van de Groep specifieke schakelingen met brede functiespectrums kunnen ontwikkelen en hun ontwikkelingsprocessen kunnen versnellen.
Tot de klanten van de X-FAB SE-Groep behoren bedrijven die zich toeleggen op de ontwikkeling van geïntegreerde schakelingen (IC's) en hun productie overlaten aan anderen ("Fabless companies"). De klanten van de Groep bevinden zich voornamelijk in de communicatie-, automobiel-, consumenten- en industriële productsectoren en zijn gevestigd in Europa, de Verenigde Staten en Azië.
2 Groepsstructuur
De structuur van de X-FAB SE-Groep per 31 december 2025 wordt hieronder geïllustreerd.

X-FAB Dresden GmbH & Co. KG verwijst naar X-FAB Dresden GmbH & Co. KG en X-FAB Dresden Verwaltungs-GmbH
De belangrijkste activiteiten van de Groep zijn in handen van X-FAB Semiconductor Foundries GmbH (X-FAB GmbH), X-FAB Dresden GmbH & Co. KG (X-FAB Dresden), X-FAB Texas Inc., Lubbock, Texas (X-FAB Texas), X-FAB Sarawak Sdn. Bhd. (X-FAB Sarawak) en X-FAB Frankrijk SAS (X-FAB Frankrijk), die elk op hun respectieve locaties waferfabrieken exploiteren. X-FAB MEMS Foundry Itzehoe GmbH (MFI) en X-FAB MEMS Foundry GmbH (XMF) bieden procestechnologieën aan voor de productie van micromechanische sensoren voor de detectie van druk, versnelling, rotatie en IR-straling, inclusief geïntegreerde oplossingen die MEMS en CMOS combineren. De overige entiteiten verlenen diensten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, marketing en verkoop, en administratie aan andere entiteiten van de Groep of dienen voor administratieve doeleinden.
3 Basis van opstelling
3.1 Overeenstemmingsverklaring
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Alle IFRS- en IAS-standaarden voor verslaggeving en bijbehorende interpretaties zijn toegepast voor zover zij van kracht waren en op de datum van publicatie van deze jaarrekening door de Europese Unie waren goedgekeurd.
De geconsolideerde jaarrekening van de X-FAB SE-Groep over het boekjaar eindigend op 31 december 2025 werd door de Raad van Bestuur voor publicatie vrijgegeven op 26 maart 2026.
3.2 Basis van waardering
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld op een historische kostenbasis, behalve voor afgeleide financiële activa en passiva gewaardeerd tegen reële waarde en de nettoverplichting uit toegezegde pensioenverplichtingen, die wordt gewaardeerd tegen de huidige waarde van de toegezegde verplichting verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen.
3.3 Functionele en presentatievaluta
De geconsolideerde jaarrekening is uitgedrukt in US dollar (USD), zijnde de functionele en presentatievaluta van de moedermaatschappij en de belangrijkste exploitatieondernemingen van de Groep. De bedragen werden afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal behoudens anders vermeld. Afrondingsverschillen zijn mogelijk.
3.4 Gebruik van beoordelingen, veronderstellingen en onzekerheden i.v.m. schattingen
Het opstellen van deze geconsolideerde jaarrekening vereist dat het management beoordelingen, veronderstellingen en schattingen maakt, die van invloed zijn op de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep en de gerapporteerde bedragen van activa en passiva, baten en lasten. De werkelijke bedragen kunnen afwijken van deze schattingen.
De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend herzien. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de herziening plaatsvindt en in toekomstige perioden.
Beoordelingen
Bepaling van functionele valuta
Er werd geoordeeld dat de functionele valuta van de holdingmaatschappij en de meeste dochterondernemingen de U.S dollar (USD) is, vanwege het feit dat deze valuta de meeste invloed heeft op de verkoopprijzen van goederen en diensten. Dochterondernemingen met een andere functionele valuta (voornamelijk de euro) zijn niet significant voor de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
Met betrekking tot de holdingmaatschappij is de beoordeling gebaseerd op het feit dat de holding fungeert als een holding voor participaties (in operationele dochterondernemingen met US dollar (USD) als functionele valuta). De enige activiteit bestaat uit de reallocatie van de Groepskosten die worden gemaakt en vervolgens doorbelast in US dollars. Daarom wordt de US dollar beschouwd als de meest geschikte functionele valuta van de holding voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening..
Opname van opbrengsten (toelichting 4.3)
PCM-wafers die door de Groep worden vervaardigd en verkocht, zijn doorgaans klantspecifiek, d.w.z. dat wanneer er voor een klant goederen worden vervaardigd, X-FAB een voordeel voor de klant creëert dat door X-FAB niet alternatief kan worden aangewend. De Groep voert een analyse uit van verkoopcontracten om te bepalen of zij een afdwingbaar recht op betaling heeft voor voltooid werk indien een klant een onvoltooid contract annuleert om andere redenen dan het in gebreke blijven van X-FAB. Wanneer de Groep geen afdwingbaar recht heeft in het geval van een annulering, worden de opbrengsten uit de verkoop van PCM-wafers opgenomen wanneer de verzending heeft plaatsgevonden. Indien daarentegen de verkoop onder contracten waarbij de Groep klantspecifieke goederen levert en waarvoor zij tevens een afdwingbaar recht op betaling heeft voor voltooid werk indien een klant een onvoltooid contract annuleert om andere redenen dan het in gebreke blijven van X-FAB, dan worden de verkoopopbrengsten in de loop der tijd opgenomen, d.w.z. over de periode waarin de Groep haar prestatieverplichtingen uit hoofde van de contracten nakomt, proportioneel aan de vervulling van deze prestatieverplichtingen onder de contracten. De opbrengst die wordt opgenomen wordt bepaald op basis van de voortgang van de nakoming van de prestatieverplichtingen van de Groep onder elk contract, berekend op basis van de gemaakte kosten als percentage van de verwachte totale kosten voor de uitvoering van het contract (de 'cost-to-cost'-methode).
Facturen zijn meestal betaalbaar binnen 30 dagen.
Er worden aan de klanten geen kortingen op de gefactureerde bedragen aangeboden in ruil voor onmiddellijke betaling van facturen. Verkoopprijzen bij klanten omvatten geen significante financieringscomponent.
Opname van gebruiksrechten en leaseverplichtingen (toelichtingen 4.17 en 11)
De Groep neemt gebruiksrechten en leaseverplichtingen op voor bepaalde activa die onder leasingovereenkomsten worden aangehouden. Sommige leasecontracten van de Groep bevatten opties voor verlenging of beëindiging. Bij het bepalen van de leaseperiode voor deze contracten hield de Groep rekening met alle relevante feiten en omstandigheden om te beoordelen of deze opties zullen worden uitgeoefend. Deze beoordeling heeft impact op de leaseperiode, wat op zijn beurt een significant effect heeft op het bedrag van de leaseverplichtingen en de waardering van het opgenomen gebruiksrecht. Indien de Groep wijzigingen aanbrengt in haar beoordeling over de uitoefening van de opties voor verlenging of beëindiging, kan het nodig zijn om de opgenomen gebruiksrechten en leaseverplichtingen te verhogen of te verlagen.
Veronderstellingen en onzekerheden i.v.m. schattingen
Informatie over onzekerheden i.v.m. veronderstellingen en schattingen die een significant risico op een materiële aanpassing in het volgende boekjaar met zich meebrengen, is opgenomen in de volgende toelichtingen:
Opname van uitgestelde belastingvorderingen (toelichting 6.13)
Uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt wanneer het waarschijnlijk wordt geacht dat in toekomstige perioden fiscale besparingen zullen worden gerealiseerd door het gebruik van overgedragen verliezen en door de omkering van belastbare tijdelijke verschillen die ontstaan op het verschil tussen de boekhoudkundige en fiscale waarde van de activa van de Groep. Belastbare winsten en de omkering van tijdelijke verschillen in het volgende boekjaar kunnen afwijken van de veronderstelde bedragen. Ook veronderstellingen die in het volgende boekjaar worden gemaakt omtrent toekomstige belastbare winsten en omkeringen van volgende jaren kunnen wijzigen. Dergelijke wijzigingen kunnen leiden tot een materiële aanpassing.
Waardering van verwachte kredietverliezen (VKV) op handelsvorderingen (toelichting 7.5)
Waardeverminderingen worden aangelegd om rekening te houden met schattingen van het bedrag van VKV's op vorderingen. De uiteindelijke waarde van kredietverliezen op vorderingen in het volgende boekjaar kan afwijken van de bedragen opgenomen als waardeverminderingen in het boekjaar eindigend op 31 december 2025, wat kan leiden tot een materiële aanpassing.
De belangrijke oordelen van het management bij de toepassing van de grondslagen voor de financiële verslaggeving van de Groep en de belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden waren dezelfde als deze die van toepassing waren op de geconsolideerde jaarrekening per en voor het boekjaar eindigend op 31 december 2024.
Bepaling van reële waarden
Een aantal grondslagen voor de financiële verslaggeving en informatieverschaffing van de Groep vereisen de bepaling van reële waarden, zowel voor financiële als niet-financiële activa en verplichtingen.
Indien informatie van derden wordt gebruikt om de reële waarde te bepalen, wordt het van derden verkregen bewijsmateriaal beoordeeld om de conclusie te onderbouwen dat
dergelijke waarderingen voldoen aan de vereisten van IFRS 13, met inbegrip van het niveau in de reële-waarde-hiërarchie waarin dergelijke waarderingen moeten worden geclassificeerd.
Bij het bepalen van de reële waarde van een actief of verplichting maakt de Groep zoveel mogelijk gebruik van op de markt waarneembare gegevens.
Reële waarden worden als volgt ingedeeld in verschillende niveaus van een reële-waardehiërarchie gebaseerd op de inputs gebruikt in de waarderingstechnieken:
Niveau 1: genoteerde (niet-aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa of passiva.
Niveau 2: andere technieken waarbij alle inputs die een significant effect hebben op de opgenomen reële waarde direct of indirect waarneembaar zijn.
Niveau 3: technieken waarbij gebruik wordt gemaakt van inputs die een significant effect hebben op de opgenomen reële waarde en die niet gebaseerd zijn op waarneembare marktgegevens.
Indien de inputs gebruikt om de reële waarde van een actief of passief te bepalen in verschillende niveaus van de reële-waarde-hiërarchie kunnen worden geclassificeerd, dan wordt de waardering tegen reële waarde in zijn geheel ingedeeld op hetzelfde niveau van de reële-waarde-hiërarchie als de input van het laagste niveau die significant is voor de gehele waardering.
De Groep waardeert overdrachten tussen niveaus van de reële-waarde-hiërarchie aan het einde van de verslagperiode waarin de wijziging zich heeft voorgedaan.
Meer informatie over de veronderstellingen die zijn gebruikt bij het bepalen van de reële waarde is opgenomen in de volgende toelichtingen:
- 7.1 Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen
- 7.5 Handels- en overige vorderingen
- 7.10 Leningen en overige financieringsverplichtingen
- 10 Financiële instrumenten reële waarden en risicobeheer
4 Samenvatting van de grondslagen voor financiële verslaggeving
4.1 Basis van consolidatie
In de consolidatie opgenomen entiteiten
De geconsolideerde jaarrekening omvat de jaarrekening van de moedermaatschappij en haar dochterondernemingen, die entiteiten zijn waarover de moedermaatschappij
rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap heeft. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit wanneer ze blootgesteld is aan of rechten heeft op variabele opbrengsten uit haar betrokkenheid bij de entiteit en in staat is deze opbrengsten te beïnvloeden door haar zeggenschap over de entiteit. Zeggenschap wordt doorgaans verkregen door het bezit van een meerderheid van de aandelen.
De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum waarop voor het eerst sprake is van zeggenschap tot aan de datum waarop deze eindigt.
De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden opgesteld voor hetzelfde verslagjaar als de moedermaatschappij, waarbij consistente waarderingsgrondslagen worden toegepast.
Alle interne balansen, transacties, baten en lasten, evenals winsten en verliezen die voortvloeien uit transacties binnen de Groep, worden volledig geëlimineerd in deze geconsolideerde jaarrekening.
Er zijn geen minderheidsbelangen in dochterondernemingen.
4.2 Omrekening van vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta worden initieel geboekt tegen de wisselkoers van de functionele valuta op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva in vreemde valuta worden omgerekend tegen de functionele valutakoers per balansdatum. Alle verschillen worden in het resultaat opgenomen. Niet-monetaire posten die op basis van historische kostprijs in vreemde valuta worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de wisselkoers op datum van de eerste transactie. Indien de functionele valuta van een geconsolideerde entiteit verschilt van de presentatievaluta van de Groep, worden de activa en passiva van die entiteit omgerekend in de presentatievaluta tegen de slotkoers op balansdatum, terwijl het eigen vermogen omgerekend wordt tegen de historische koersen en de resultatenrekening wordt omgerekend tegen de gemiddelde koers van de verslagperiode. Alle hieruit voortvloeiende verschillen worden verwerkt in de cumulatieve omrekeningsverschillen in het eigen vermogen.
4.3 Opbrengsten uit contracten met klanten
Verkoopopbrengsten worden gewaardeerd op basis van de vergoeding die is vastgelegd in een contract met een klant. De opbrengsten worden opgenomen na aftrek van kortingen, bonussen en rabatten.
Er is geen significante onzekerheid met betrekking tot de aard, het bedrag of de timing van de opbrengsten of de kasstromen van de gerapporteerde opbrengsten. De Groep neemt opbrengsten op wanneer de controle over een goed of dienst aan een klant wordt overgedragen.
Verkoop van process control wafers (PCM-wafers)
PCM-wafers zijn goederen die in het algemeen klantspecifiek zijn, d.w.z. dat wanneer er voor een klant goederen worden vervaardigd, X-FAB een voordeel voor de klant creëert dat door X-FAB niet alternatief kan worden aangewend. In het algemeen worden opbrengsten uit de verkoop van wafers op een bepaald moment opgenomen, zijnde wanneer de wafers zijn voltooid en aan de klant zijn geleverd. De Groep rapporteert ook opbrengsten uit verkoop van wafers die in de loop der tijd worden opgenomen, d.w.z. op basis van de vooruitgang die wordt geboekt bij het vervullen van de prestatieverplichting van de Groep uit hoofde van het leveringscontract. Opbrengsten uit verkoop van wafers die in de loop der tijd worden opgenomen, vertegenwoordigen de rechten van de Groep op vergoeding voor voltooid maar nog niet gefactureerd werk op de verslagdatum voor wafers die worden verkocht in het kader van langetermijncontracten die voldoen aan de criteria voor opname van de opbrengsten in de loop der tijd. Contracten met klanten voldoen aan de criteria voor opname in de loop der tijd wanneer het werk dat uit hoofde van het contract wordt uitgevoerd een voordeel creëert dat door X-FAB niet alternatief kan worden aangewend (bijvoorbeeld vanwege de specifieke aard van het product of vanwege exclusiviteitsovereenkomsten) en X-FAB tevens een afdwingbaar recht heeft op betaling voor de uitvoering van het voltooide werk. De vooruitgang met betrekking tot de nakoming van de prestatieverplichtingen van de Groep uit hoofde van dergelijke contracten wordt bepaald op basis van de 'cost-to-cost'-methode, aangezien X-FAB van mening is dat deze maatstaf de transformatie van het onderhanden werk het meest getrouw weergeeft.
De Groep ontvangt vooruitbetalingen van klanten voor toekomstige waferverkopen en deposito's voor capaciteitsreserveringen in het kader van bepaalde langetermijncontracten met klanten. Deze bedragen, die aanvankelijk worden opgenomen als overige verplichtingen, omvatten de variabele vergoeding voor de goederen die in het kader van het contract aan de klant worden overgedragen. Bij het opnemen van opbrengst voor het contract moet de Groep een schatting maken van het bedrag van de variabele vergoeding waarop zij recht zal hebben in ruil voor de overdracht van de beloofde goederen aan de klant. Voor zover een deel van de vooruitbetaling door X-FAB zal worden ingehouden zonder dat X-FAB de bedragen hoeft te verrekenen met geldige aankooporders (bijvoorbeeld wanneer er een tekort is aan orders van klanten vergeleken met de bedragen die zijn overeengekomen in het kader van het verkoopcontract wanneer X-FAB het recht heeft om de vooruitbetaalde opbrengst in te houden), omvat de opbrengst die wordt opgenomen als opbrengst voor de goederen die zijn geleverd bedragen die toerekenbaar zijn aan het verwachte tekort. De variabele vergoeding wordt echter alleen in de transactieprijs opgenomen voor zover het zeer waarschijnlijk is dat er geen belangrijke terugboeking zal plaatsvinden in het bedrag van de opgenomen cumulatieve opbrengst wanneer de onzekerheid in verband met de variabele vergoeding wordt weggenomen.
Facturen zijn meestal betaalbaar binnen 30 dagen. Er worden aan de klanten geen kortingen op de gefactureerde bedragen aangeboden in ruil voor onmiddellijke betaling van facturen. Verkoopprijzen bij klanten omvatten geen significante financieringscomponent.
Verkoop van eenmalige engineeringdiensten (NRE) en technologiediensten
Bij het verlenen van eenmalige engineeringdiensten (NRE) en technologiediensten creëert X-FAB een voordeel voor een klant dat door X-FAB niet alternatief kan worden aangewend, aangezien de gemaakte prototypen van de wafers meestal klantspecifiek zijn. Facturen worden uitgegeven in overeenstemming met de contractvoorwaarden – gebaseerd op mijlpalen – en zijn meestal betaalbaar binnen 30 dagen. X-FAB heeft een afdwingbaar recht op betaling voor werkzaamheden die zijn voltooid tot de afgesproken mijlpalen. Opbrengsten worden daarom in de loop der tijd opgenomen en X-FAB maakt gebruik van een praktische uitvoering om de voortgang te meten. Facturering op basis van mijlpalen is een redelijke benadering van de geboekte vooruitgang bij het voltooien van de prestatieverplichting. Er worden aan de klanten geen kortingen op de gefactureerde bedragen aangeboden in ruil voor onmiddellijke betaling van facturen. Verkoopprijzen bij klanten omvatten geen significante financieringscomponent.
Huur- en overige inkomsten
De opbrengsten uit huur- en overige inkomsten worden opgenomen gedurende de periode waarin de betreffende dienst wordt verleend (zie toelichting 4.6 hieronder).
Garantieverplichtingen
De Groep verstrekt gewoonlijk garanties voor gebreken die bestonden op het ogenblik van de verkoop, zoals vereist door de algemene verkoopsvoorwaarden. Dit zijn garanties van het verzekeringstype die worden geboekt als garantievoorzieningen op basis van ervaring uit het verleden. Er worden geen garanties van het servicetype verkocht, noch afzonderlijk, noch gebundeld met de verkoop van producten van de Groep.
Contractkosten en kosten voor voldoening van contracten
Er werden door de Groep kosten gemaakt voor het verkrijgen van contracten die kapitalisatie vereisen; het uitstel van deze kosten is echter niet relevant voor de geconsolideerde jaarrekening.
Kosten die zouden zijn gemaakt voor het voldoen aan contracten die kapitalisatie vereisen, worden geboekt als activa in overeenstemming met IAS 2 Voorraden, IAS 16 Materiële vaste activa of IAS 38 Immateriële vaste activa.
4.4 Onderzoeks- en ontwikkelingskosten
De onderzoeks- en ontwikkelingskosten omvatten personeelskosten, afschrijvingen en andere rechtstreeks toerekenbare kosten en worden toegewezen op basis van processen, d.w.z. hebben betrekking op onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten die geen verband houden met de verbetering van de bestaande productietechnologieën. Kosten gemaakt voor de verbetering van bestaande productietechnologieën gebruikt in operationele productielijnen worden toegerekend aan de kostprijs van de omzet.
De onderzoeks- en ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment waarop ze worden gemaakt. De X-FAB SE-Groep is van mening dat de uitgevoerde
ontwikkelingswerkzaamheden niet in aanmerking komen voor activatie, omdat het bedrag van de toekomstige voordelen gerelateerd aan het gebruik van de verrichte werkzaamheden wordt gekenmerkt door een hoge mate van onzekerheid totdat de projecten zijn afgerond.
Overheidssubsidies worden toegekend aan de Groep voor haar onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten in de vorm van contante belastingbetalingen of belastingkredieten. IAS 20 Overheidssubsidies wordt toegepast op alle subsidies, met inbegrip van de onderzoeks- en ontwikkelingssubsidies die X-FAB Frankrijk ontvangt en die worden uitbetaald via het Franse stelsel voor vennootschapsbelasting. De subsidies worden opgenomen bij de baten en, naargelang het geval, als vaste of vlottende activa, wanneer er een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de entiteit zal voldoen aan de relevante voorwaarden zoals uiteengezet in de voorwaarden van de subsidieovereenkomst en dat de subsidie zal worden ontvangen. Deze batengerelateerde subsidies worden systematisch opgenomen in de resultatenrekening wanneer de entiteit de kosten die de subsidies beogen te compenseren, als last opneemt.
4.5 Financieringsbaten en -lasten
Rentebaten of -lasten worden opgenomen volgens de effectieve-rentemethode. Dividendopbrengsten worden in de resultatenrekening opgenomen op de datum waarop het recht van de Groep op betaling is gevestigd.
4.6 Huuropbrengsten uit vastgoedbeleggingen
Huuropbrengsten uit operationele leases van vastgoedbeleggingen worden lineair over de leaseperiode opgenomen. Verstrekte huurincentives worden opgenomen als integraal onderdeel van de totale huurinkomsten en over de looptijd van de huurovereenkomst.
4.7 Personeelsvoordelen
Personeelsvoordelen bestaan uit personeelsvoordelen op korte termijn, uitkeringen in toegezegde bijdragenregelingen en een pensioenplan in geval van lange diensttijd bij dochteronderneming X-FAB Frankrijk. De Groep heeft geen op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten.
Personeelsvoordelen op korte termijn worden als last opgenomen wanneer de gerelateerde dienst wordt verleend. Een verplichting wordt opgenomen voor het bedrag dat naar verwachting zal worden betaald als de Groep op dat moment een wettelijke of constructieve verplichting heeft om dit bedrag te betalen als gevolg van in het verleden verleende diensten door de werknemer en als de verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat.
Verplichtingen voor bijdragen aan toegezegde bijdragenregelingen worden als last opgenomen wanneer de gerelateerde dienst wordt verleend. Vooruitbetaalde bijdragen worden opgenomen als een actief voor zover een terugbetaling in contanten of een vermindering van toekomstige betalingen mogelijk is.
De nettoverplichting van de Groep met betrekking tot het pensioenplan in geval van lange diensttijd wordt berekend op basis van een schatting van het toekomstige voordeel dat werknemers verdienden in de lopende en voorgaande perioden. Dit bedrag wordt verdisconteerd en de reële waarde van eventuele fondsbeleggingen in mindering gebracht. De verplichting wordt jaarlijks berekend door een onafhankelijke externe deskundige actuaris volgens de projected unit credit-methode. Wanneer de berekening resulteert in een mogelijk actief voor de Groep, is het opgenomen actief beperkt tot de huidige waarde van de beschikbare economische voordelen in de vorm van toekomstige terugbetalingen uit het plan of verlagingen van toekomstige bijdragen aan het plan. Om de huidige waarde van de economische voordelen te berekenen, wordt rekening gehouden met de toepasselijke minimale financieringsvereisten. Herwaarderingen van de nettopensioenverplichtingen, die bestaan uit actuariële winsten en verliezen, het rendement op fondsbeleggingen (exclusief interest) en het effect van het activaplafond (indien van toepassing, exclusief interest), worden onmiddellijk opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten. De Groep bepaalt de nettorentelasten (baten) op de nettopensioenverplichtingen (activa) voor de gegeven periode door de disconteringsvoet toe te passen die wordt gebruikt om de brutoverplichting uit toegezegde pensioenverplichtingen aan het begin van het boekjaar te waarderen tegen de toenmalige nettopensioenverplichtingen (activa), rekening houdend met eventuele wijzigingen in de nettopensioenverplichtingen (activa) tijdens de gegeven periode als gevolg van bijdragen en uitkeringen. Nettorentelasten en andere kosten in verband met toegezegde pensioenregelingen worden opgenomen in de resultatenrekening. Wanneer de voordelen van een plan worden gewijzigd of wanneer een plan wordt beperkt, wordt de resulterende wijziging in het voordeel dat betrekking heeft op in het verleden verleende diensten of op de winst of het verlies op de beperking, onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening. De Groep neemt winsten en verliezen op de afwikkeling van een toegezegde pensioenregeling op wanneer de afwikkeling plaatsvindt.
Ontslagvergoedingen worden als last opgenomen op het moment dat de Groep het aanbod van deze vergoedingen niet meer kan intrekken of, indien dit vroeger is, op het moment dat de Groep de kosten van een herstructurering opneemt. De vergoedingen worden verdisconteerd als niet verwacht wordt dat ze volledig vereffend zullen zijn binnen 12 maanden na de verslagdatum.
4.8 Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen
Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. De aanschaffingskosten omvatten uitgaven die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de verwerving van het actief. Deze grondslagen voor financiële verslaggeving werden overeenkomstig IAS 40 ook toegepast op de vastgoedbeleggingen volgens het kostprijsmodel.
Afschrijvingen worden lineair geboekt voor materiële vaste activa, fabrieks- en kantooruitrusting en vastgoedbeleggingen. Afschrijvingen worden berekend om de kostprijs van materiële vaste activa, verminderd met hun geschatte restwaarden, lineair af te schrijven over hun geschatte gebruiksduur. Als belangrijke onderdelen van materiële vaste activa een verschillende gebruiksduur hebben, dan worden ze administratief verwerkt als afzonderlijke (belangrijke onderdelen van) materiële vaste activa.
De volgende gebruiksduur wordt toegepast als basis voor de berekening van de afschrijvingen:
- Gebouwen inclusief vastgoedbeleggingen: op 40-50 jaar
- Fabrieks- en kantooruitrusting: lineair op 3-10 jaar
Financieringskosten werden niet geactiveerd, omdat er geen financieringskosten werden gemaakt in de periode voor de opbouw of verwerving van in aanmerking komende activa. Kosten gemaakt om de gebruiksduur van activa te verlengen of die de prestaties of capaciteit van activa verhogen, worden waar van toepassing geactiveerd. Onderhouds- en reparatiekosten worden als last opgenomen op het moment waarop ze worden gemaakt.
Activa worden geboekt als onttrekking bij verkoop of sloop. De resulterende winst of het resulterende verlies wordt opgenomen in de resultatenrekening onder de rubriek "Overige baten" of "Overige kosten", naargelang het geval.
4.9 Immateriële vaste activa
Aangekochte immateriële vaste activa worden erkend tegen aanschaffingswaarde, inclusief, waar van toepassing, eigen werk dat wordt geactiveerd bij het voorbereiden van de immateriële activa voor gebruik en lineair afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur. De toegepaste gebruiksduur is vijf jaar.
Intern gegenereerde immateriële vaste activa werden niet geactiveerd, omdat niet werd voldaan aan de criteria voor activatie (zie toelichting 4.4).
De Groep heeft geen immateriële vaste activa met onbepaalde gebruiksduur.
4.10 Bijzondere waardevermindering
De boekwaarde van de niet-financiële activa van de Groep, met uitzondering van voorraden en uitgestelde belastingvorderingen (waarvoor afzonderlijke beoordelingen worden uitgevoerd), wordt op elke verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat.
De realiseerbare waarde van een actief of een kasstroomgenererende eenheid is de hoogste waarde van enerzijds de bedrijfswaarde en anderzijds de reële waarde minus de verkoopkosten. Bij het bepalen van de bedrijfswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun contante waarde met behulp van een disconteringsvoet vóór belastingen die de huidige marktbeoordelingen van de tijdswaarde van geld en de specifieke risico's van het actief weerspiegelt. Voor de toetsing op bijzondere waardevermindering worden activa gegroepeerd in de kleinste groep activa die een instroom van kasmiddelen genereert uit voortgezet gebruik, die in ruime mate onafhankelijk is van de instroom van kasmiddelen van andere activa of groepen van activa (de "kasstroomgenererende eenheid").
Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt opgenomen, indien de boekwaarde van een actief of de kasstroomgenererende eenheid ervan hoger is dan de geschatte realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de resultatenrekening. Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen met betrekking tot kasstroomgenererende eenheden worden eerst in mindering gebracht op de boekwaarde van eventuele aan de eenheden toegerekende goodwill en vervolgens op de boekwaarde van de andere activa in de eenheid (groep van eenheden), in een pro-rata verhouding.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen, als er een wijziging is opgetreden in de schattingen gebruikt om de realiseerbare waarde te bepalen. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt uitsluitend teruggenomen voor zover de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na aftrek van afschrijvingen of amortisatie, indien geen bijzonder waardeverminderingsverlies was opgenomen.
4.11 Financiële instrumenten Erkenning en eerste waardering
Handelsvorderingen worden voor de eerste keer opgenomen wanneer ze zijn ontstaan, d.w.z. wanneer de goederen en diensten worden geleverd en de opbrengsten voor die goederen en diensten worden opgenomen. Aan- en verkopen van financiële activa volgens standaardmarktconventies werden administratief verwerkt op de afwikkelingsdatum. Alle andere financiële activa en passiva worden initieel opgenomen wanneer de Groep een partij wordt bij de contractuele bepalingen van het financiële instrument. De handelsvorderingen van de Groep omvatten geen belangrijke financieringscomponent en de bedragen opgenomen voor handelsvorderingen worden initieel opgenomen tegen de transactieprijs. Alle andere financiële activa en passiva worden initieel opgenomen tegen reële waarde plus (of min, indien van toepassing) voor posten die niet worden opgenomen tegen reële waarde via winst of verlies (RWWV), transactiekosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de verwerving of uitgifte.
Classificatie en waardering na eerste opname
Bij de eerste erkenning wordt een financieel actief geclassificeerd als gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs; RWNGR – schuldbelegging; RWNGR – aandelenbelegging; of RWWV.
(a) Financiële activa tegen afgeschreven kostprijs
Een financieel actief wordt geclassificeerd als gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs als het voldoet aan de twee volgende voorwaarden en niet werd aangemerkt als gewaardeerd tegen RWWV:
- het wordt aangehouden binnen een bedrijfsmodel dat tot doel heeft activa aan te houden om contractuele kasstromen te innen; en
- de contractuele bepalingen ervan genereren op bepaalde data kasstromen die uitsluitend betalingen van de hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom zijn.
(b) Schuldbeleggingen tegen reële waarde via andere niet-gerealiseerde resultaten (RWNGR)
Een schuldbelegging wordt geclassificeerd als gewaardeerd tegen reële waarde via andere niet-gerealiseerde resultaten als ze voldoet aan de twee volgende voorwaarden en niet werd aangemerkt als gewaardeerd tegen RWWV:
- ze wordt aangehouden binnen een bedrijfsmodel dat zijn doel bereikt door contractuele kasstromen te innen en financiële activa te verkopen; en
- de contractuele bepalingen ervan genereren op bepaalde data kasstromen die uitsluitend betalingen van de hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom zijn.
(c) Aandelenbeleggingen tegen reële waarde via andere niet-gerealiseerde resultaten (RWNGR)
Een aandelenbelegging wordt geclassificeerd als gewaardeerd tegen reële waarde via andere niet-gerealiseerde resultaten als ze niet wordt aangehouden voor handelsdoeleinden en de Groep er onherroepelijk voor kiest om toekomstige wijzigingen in de reële waarde van de belegging weer te geven via andere niet-gerealiseerde resultaten. Deze keuze wordt voor elke belegging afzonderlijk gemaakt.
(d) Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde via winst of verlies (RWWV)
Alle financiële activa die niet zijn geclassificeerd als gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs of RWNGR zoals hierboven beschreven, worden gewaardeerd tegen RWWV. Hiertoe behoren alle afgeleide financiële activa, aandelenbeleggingen aangehouden voor handelsdoeleinden en eigenvermogensinstrumenten niet aangehouden voor handelsdoeleinden, maar waarvoor de Groep geen wijzigingen in de reële waarde wenste weer te geven via andere niet-gerealiseerde resultaten.
Bij de eerste erkenning kan de Groep onherroepelijk een financieel actief aanmerken dat op een andere manier voldoet aan de vereisten om te worden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs, RWNGR of RWWV, indien dit een boekhoudkundige wanverhouding elimineert of aanzienlijk beperkt die anders zou ontstaan. Dergelijke aanmerkingen werden door de Groep niet gedaan.
Financiële activa - beoordeling van het bedrijfsmodel
De Groep beoordeelt de doelstelling van het bedrijfsmodel waarin een financieel actief wordt aangehouden op portefeuilleniveau, aangezien dit het beste de manier weerspiegelt waarop het bedrijf wordt beheerd en informatie aan het management wordt verstrekt. De beoordeelde informatie omvat:
- de vermelde beleidslijnen en doelstellingen voor de portefeuille en de werking van de beleidslijnen in de praktijk. Er wordt onder meer vermeld of de strategie van het management zich richt op het behalen van contractuele rentebaten, het handhaven van een bepaald renteprofiel, het afstemmen van de duur van de financiële activa op de duur van gerelateerde passiva of verwachte kasuitstromen of het realiseren van kasstromen door de verkoop van de activa;
- hoe de prestaties van de portefeuille worden geëvalueerd en gerapporteerd aan het management van de Groep;
- de risico's die van invloed zijn op de prestaties van het bedrijfsmodel (en de financiële activa binnen dat bedrijfsmodel) en hoe deze risico's worden beheerd;
- hoe managers van het bedrijf worden vergoed, bijv. of de vergoeding gebaseerd is op de reële waarde van de beheerde activa of de geïnde contractuele kasstromen; en
- de frequentie, het volume en de timing van de verkoop van financiële activa in voorgaande perioden, de redenen voor dergelijke verkopen en verwachtingen inzake toekomstige verkoopactiviteiten.
Overdrachten van financiële activa aan derden bij transacties die niet in aanmerking komen voor onttrekking uit de balans, worden voor dit doel niet beschouwd als verkopen, in overeenstemming met de voortdurende erkenning van de activa door de Groep.
Financiële activa die worden aangehouden voor handelsdoeleinden of worden beheerd en waarvan de prestaties worden geëvalueerd op basis van de reële waarde, worden gewaardeerd tegen RWWV.
Financiële activa - beoordeling of contractuele kasstromen uitsluitend betalingen van hoofdsom en rente betreffen
Met het oog op deze beoordeling wordt het begrip 'hoofdsom' gedefinieerd als de reële waarde van het financiële actief bij de eerste erkenning. 'Rente' wordt gedefinieerd als een vergoeding voor de tijdswaarde van geld, voor het kredietrisico dat verbonden is aan de hoofdsom die gedurende een bepaalde periode uitstaat en voor andere elementaire kredietrisico's en kosten (bijv. liquiditeitsrisico en administratieve kosten). Daarnaast betekent de term ook winstmarge.
Bij de beoordeling of de contractuele kasstromen uitsluitend betalingen van hoofdsom en rente zijn, houdt de Groep rekening met de contractuele bepalingen van het instrument.
Er wordt onder meer beoordeeld of het financiële actief een contractuele termijn bevat die de timing of het bedrag van contractuele kasstromen zodanig zou kunnen wijzigen dat het actief niet meer aan deze voorwaarde zou voldoen.
Bij de beoordeling houdt de Groep rekening met:
- toevallige gebeurtenissen die het bedrag of de timing van kasstromen zouden wijzigen;
- voorwaarden die de contractuele couponrente kunnen wijzigen, inclusief instrumenten met variabele rente;
- vooruitbetalings- en uitbreidingsmogelijkheden; en
- voorwaarden die de aanspraak van de Groep op kasstromen van specifieke activa beperken (bijv. non-recourse-instrumenten (d.w.z. met beperkte mogelijkheid tot verhaal).
De mogelijkheid tot vooruitbetaling stemt overeen met het criterium dat uitsluitend betalingen van hoofdsom en rente toegelaten zijn, indien het vooruitbetaalde bedrag in hoofdzaak onbetaalde bedragen van hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom vertegenwoordigt, die een redelijke aanvullende vergoeding voor vroegtijdige beëindiging van het contract kunnen omvatten. Voor een financieel actief dat is verworven met een korting of premie op zijn contractuele nominale waarde, wordt de mogelijkheid die vooruitbetaling toelaat of vereist van een bedrag dat in hoofdzaak het contractuele nominale bedrag plus opgebouwde (maar onbetaalde) contractuele rente vertegenwoordigt (dat eveneens een redelijke aanvullende vergoeding voor vroegtijdige beëindiging kan omvatten), bovendien behandeld als in overeenstemming met dit criterium indien de reële waarde van de vooruitbetaling niet significant is bij de eerste erkenning.
Financiële activa – waardering na eerste opname en winsten en verliezen Financiële activa tegen RWWV
Deze activa worden vervolgens gewaardeerd tegen reële waarde. Nettowinsten en verliezen, inclusief eventuele rente- of dividendopbrengsten, worden opgenomen in de resultatenrekening. De Groep maakt geen gebruik van hedge accounting en past bijgevolg geen alternatieve toegestane boekhoudkundige behandelingen toe voor derivaten die zijn aangemerkt als afdekkingsinstrument.
Financiële activa tegen afgeschreven kostprijs
Deze activa worden vervolgens gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode.
De afgeschreven kostprijs wordt verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. Renteopbrengsten, wisselkoerswinsten en -verliezen en bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de resultatenrekening.
Eventuele winsten of verliezen door onttrekking uit de balans worden in de resultatenrekening opgenomen.
Schuldbeleggingen tegen RWNGR
Deze activa worden vervolgens gewaardeerd tegen reële waarde. Renteopbrengsten berekend volgens de effectieve-rentemethode, wisselkoerswinsten en -verliezen en bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de resultatenrekening.
Overige nettowinsten en -verliezen worden opgenomen in andere niet-gerealiseerde resultaten.
Bij onttrekking uit de balans worden de winsten en verliezen die werden gecumuleerd in andere niet-gerealiseerde resultaten, overgeboekt naar de resultatenrekening.
Aandelenbeleggingen tegen RWNGR
Deze activa worden vervolgens gewaardeerd tegen reële waarde. Dividenden worden opgenomen bij de baten in de resultatenrekening, tenzij het duidelijk is dat het dividend een deel van de kosten van de investering recupereert. Overige nettowinsten en verliezen worden opgenomen in andere niet-gerealiseerde resultaten en worden nooit overgeboekt naar de resultatenrekening.
Financiële passiva
Financiële passiva worden geclassificeerd als gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs of RWWV. Een financiële verplichting wordt geclassificeerd als RWWV als ze werd geclassificeerd als 'aangehouden voor handelsdoeleinden', het om een derivaat gaat, of als zodanig werd aangemerkt bij de eerste erkenning, waarbij de Groep geen verplichtingen als RWWV is aangegaan. Financiële passiva tegen RWWV worden gewaardeerd tegen reële waarde en de nettowinsten en -verliezen, inclusief eventuele rentekosten, worden opgenomen in de resultatenrekening. Overige financiële passiva worden vervolgens gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. Rentekosten en wisselkoerswinsten en -verliezen worden opgenomen in de resultatenrekening. Eventuele winsten of verliezen door onttrekking uit de balans worden eveneens in de resultatenrekening opgenomen.
Onttrekking uit de balans
Financiële activa
De Groep onttrekt een financieel actief uit de balans wanneer de contractuele rechten op de kasstromen uit het financiële actief vervallen, of wanneer de Groep de rechten om contractuele kasstromen te ontvangen overdraagt via een transactie waarbij het merendeel van de risico's en voordelen van eigendom van het financieel actief wordt overgedragen, of waarbij de Groep het merendeel van deze risico's en voordelen van eigendom niet overdraagt of behoudt en de zeggenschap over het financiële actief evenmin behoudt
De Groep sluit transacties af waarbij activa die zijn opgenomen in de balans worden overgedragen, maar alle of nagenoeg alle risico's en voordelen van de overgedragen activa worden behouden. In deze gevallen worden de overgedragen activa niet uit de balans onttrokken.
Financiële passiva
De Groep onttrekt een financiële verplichting uit de balans wanneer de contractuele verplichtingen werden afgewikkeld of geannuleerd, of vervallen. De Groep onttrekt eveneens een financiële verplichting uit de balans wanneer de voorwaarden worden gewijzigd en de kasstromen van de gewijzigde verplichting aanzienlijk verschillen. In dit geval wordt, op basis van de gewijzigde voorwaarden, een nieuwe financiële verplichting opgenomen tegen reële waarde.
Wanneer een financiële verplichting wordt onttrokken uit de balans, wordt het verschil tussen de gedelgde boekwaarde en de betaalde vergoeding (inclusief overgedragen nietcontante activa of overgenomen verplichtingen) opgenomen in de resultatenrekening.
Compensatie
Er worden in deze geconsolideerde jaarrekening geen financiële activa of passiva op nettobasis gepresenteerd.
Bijzondere waardevermindering
De Groep neemt waardeverminderingen op voor de verwachte kredietverliezen (VKV's) tijdens de levensduur van financiële activa. Deze worden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs.
Verliesvoorzieningen voor handelsvorderingen worden altijd gewaardeerd tegen een bedrag dat gelijk is aan de VKV's over de volledige levensduur.
Om te bepalen of het kredietrisico van een financieel actief aanzienlijk is toegenomen sinds de eerste erkenning en om de VKV's te schatten, baseert de Groep zich op redelijke en ondersteunbare informatie die relevant en beschikbaar is zonder buitensporige kosten of inspanningen. De informatie omvat kwantitatieve en kwalitatieve gegevens en analyses die zijn gebaseerd op de historische ervaring en geïnformeerde kredietbeoordeling van de Groep, evenals toekomstgerichte gegevens.
De maximale periode die in aanmerking wordt genomen voor het schatten van VKV's is de maximale contractperiode tijdens dewelke de Groep is blootgesteld aan kredietrisico.
De waardering van VKV's voor vorderingen die niet onderhevig zijn aan een kredietverslechtering wordt gezamenlijk beoordeeld op basis van een kansgewogen schatting van kredietverliezen, afhankelijk van het aantal dagen dat de saldi achterstallig zijn. Verwachte kredietverliezen worden gewaardeerd op basis van eerdere ervaringen met het innen van vergelijkbare vorderingen, aangezien de Groep dit beschouwt als een redelijke benadering van de huidige waarde van de mogelijk te verwachten tekorten. VKV's worden
verdisconteerd tegen de effectieve rentevoet van het financieel actief als wordt bepaald dat het disconteringeffect materieel is. Op basis van de contractuele afspraken zijn de vorderingen in verzuim wanneer de saldi niet betaald zijn op de vervaldatum. Aanmaningsprocedures worden gestart wanneer een vordering vijf dagen achterstallig is. Vorderingen worden geclassificeerd als 'onderhevig aan een kredietverslechtering' vanaf de datum waarop de vordering 90 dagen achterstallig is, ondanks toegepaste aanmaningsprocedures, of vanaf de datum waarop de Groep andere specifieke aanwijzingen krijgt dat een significante kredietverslechtering heeft plaatsgevonden. Vorderingen die onderhevig zijn aan een kredietverslechtering worden per geval beoordeeld en inschattingen van inbaarheid worden gebaseerd op de beschikbare informatie over het openstaande saldo, inclusief besprekingen met de klant, beoordelingen van de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie, beschikbare tegenvorderingen of zekerheid, een goed begrip van het economische klimaat waarin de klant actief is en ervaringen met de klant en met soortgelijke inningsprocedures.
De desbetreffende bedragen worden afgeschreven wanneer de Groep van mening is dat er geen realistisch vooruitzicht bestaat op inning van de vordering en wanneer geen verdere handhavingsactiviteiten worden ondernomen. Wanneer een klant in liquidatie is, worden de uitstaande bedragen genoteerd en gemonitord in een doorlopend liquidatieregister totdat het liquidatieproces is voltooid.
Er worden geen verliesvoorzieningen aangelegd voor geldmiddelen en kasequivalenten, omdat is vastgesteld dat, gezien de goede reputatie van de bankpartners van de Groep, het kredietrisico op de verslagdatum zo laag is dat de VKV's zowel op de datum van hun eerste erkenning als sinds hun eerste erkenning onbeduidend zijn.
Reële waarde van geldmiddelen en kasequivalenten en kortlopende vorderingen en schulden
De reële waarde van geldmiddelen en kasequivalenten, kortlopende vorderingen en verplichtingen benadert hun boekwaarde vanwege hun kortlopend karakter.
4.12 Afgeleide financiële instrumenten
De Groep houdt afgeleide financiële instrumenten aan om bepaalde valuta- en renterisico's af te dekken. In contracten besloten derivaten worden gescheiden van het basiscontract en afzonderlijk verantwoord indien het basiscontract geen financieel actief is en aan bepaalde criteria is voldaan. Afgeleide financiële instrumenten worden niet aangemerkt als afdekkingsinstrumenten ten behoeve van hedge accounting en worden derhalve geclassificeerd als gewaardeerd tegen reële waarde via winst of verlies.
Winsten en verliezen als gevolg van veranderingen in de reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten worden opgenomen in de resultatenrekening onder financiële opbrengsten en kosten. De reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten wordt in de balans gepresenteerd als overige vlottende activa en/of overige kortlopende verplichtingen, al naar gelang van toepassing, tenzij hun looptijd langer is dan 12 maanden, in welk geval ze als langlopend worden gepresenteerd.
4.13 Voorraden
Voorraden van grondstoffen, verbruiksgoederen en benodigdheden worden gewaardeerd tegen hun aanschaffingswaarde of tegen de netto realiseerbare waarde indien deze laatste lager is. De kostprijs van voorraden omvat alle inkoopkosten, conversiekosten en andere kosten die zijn gemaakt om de voorraden op hun huidige locatie en in hun huidige staat te brengen, en wordt bepaald op basis van de gewogen gemiddelde aanschaffingswaarde. Waardeverminderingen worden opgenomen als de boekwaarde hoger is dan de verwachte verkoopprijs, verminderd met de geschatte kosten om de voorraden en de kosten van marketing-, verkoop- en distributieactiviteiten te voltooien. Een 100% waardevermindering wordt opgenomen voor voorraden zonder realiseerbare waarde.
4.14 Geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit liquide middelen, kasmiddelen, cheques en beschikbare tegoeden op lopende bankrekeningen met een oorspronkelijke looptijd van vier weken of minder. Het gebruik van de gerapporteerde geldmiddelen en kasequivalenten is over het algemeen niet onderworpen aan beperkingen, met uitzondering van termijndeposito's die in toelichting 7.7 als geldmiddelen worden gerapporteerd.
4.15 Eigen vermogen
Aandelenkapitaal
Het nominaal gestorte bijdragebedrag op elk aandeel wordt als maatschappelijk kapitaal geboekt.
Uitgiftepremie
Bijkomende kosten die direct toerekenbaar zijn aan de uitgifte van aandelenkapitaal worden in mindering gebracht op de uitgiftepremierekening, verminderd met eventuele fiscale effecten.
Eigen aandelen
De Groep rapporteert eigen aandelen als aftrekkingen van het vermogen van de Groep tegen inkoopprijs.
Eigenvermogensinstrumenten en financiële passiva
De eigenvermogensinstrumenten en financiële passiva (inclusief aandelenkapitaal, terugbetaalbare preferente aandelen, en andere leningen en financieringsverplichtingen) worden ingedeeld volgens de economische realiteit van de contractuele regelingen die werden aangegaan. Een eigenvermogensinstrument is een contract dat een resterend belang in de activa van de Groep weergeeft, na aftrek van alle verplichtingen. Dividenden en uitkeringen met betrekking tot eigenvermogensinstrumenten worden direct ten laste van de reserves gebracht. Uitgegeven eigenvermogensinstrumenten worden geboekt tegen de ontvangen opbrengsten, na aftrek van directe uitgiftekosten. Een financiële verplichting bestaat wanneer er een contractuele verplichting is om geldmiddelen of een ander financieel actief aan een andere entiteit te leveren of om financiële activa of
financiële verplichtingen onder mogelijk ongunstige voorwaarden te ruilen. Bovendien zijn contracten die ertoe leiden dat de entiteit een variabel aantal van haar eigenvermogensinstrumenten levert, financiële verplichtingen. Aandelen die dergelijke verplichtingen bevatten, worden geclassificeerd als financiële verplichtingen. Financieringskosten en winsten of verliezen met betrekking tot financiële verplichtingen worden opgenomen in de resultatenrekening. De boekwaarde van de verplichting wordt verhoogd met de financieringskosten en verminderd met betalingen met betrekking tot die verplichting.
4.16 Voorzieningen
Voorzieningen worden aangelegd wanneer er (in rechte afdwingbare of feitelijke) huidige verplichtingen bestaan die voortvloeien uit gebeurtenissen in het verleden en naar verwachting zullen resulteren in een uitstroom van middelen waarvan de timing of hoeveelheid onzeker is. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen het verdisconteerde bedrag van de verwachte toekomstige kasstromen die voortvloeien uit de respectieve verplichting, tegen een disconteringsvoet vóór belastingen die de huidige marktbeoordelingen van de tijdswaarde van geld en de specifieke risico's van de verplichting weerspiegelt. De afwikkeling van de verdiscontering wordt opgenomen als financieringslasten. Indien de Groep verwacht dat een voorziening geheel of gedeeltelijk zal worden terugbetaald, bijvoorbeeld in het kader van een verzekeringscontract, wordt de terugbetaling opgenomen als een afzonderlijk actief, maar alleen wanneer de terugbetaling vrijwel zeker is. De last met betrekking tot een voorziening wordt opgenomen in de resultatenrekening. Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden voorzieningen verdisconteerd tegen een disconteringsvoet vóór belastingen die de huidige marktbeoordelingen van de tijdswaarde van geld en van het specifieke risico van de verplichting weerspiegelt.
Een voorziening voor herstructurering wordt opgenomen wanneer de Groep een gedetailleerd en formeel herstructureringsplan heeft goedgekeurd en de herstructurering ofwel is aangevangen ofwel publiekelijk is aangekondigd. Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt opgenomen voor elk specifiek contract waarbij de onvermijdelijke kosten om de verplichtingen uit het contract na te komen hoger zijn dan de economische voordelen die naar verwachting uit hoofde van het contract zullen worden ontvangen.
4.17 Leases
De Groep beoordeelt of een contract een leaseovereenkomst is of bevat. Een contract is of bevat een leaseovereenkomst als een contract het recht geeft om gedurende een bepaalde periode het gebruik van een aangeduid actief te controleren in ruil voor een vergoeding.
De Groep als huurder
De leasingovereenkomsten van de Groep betreffen voornamelijk activa zoals commercieel vastgoed, productieapparatuur en infrastructuurapparatuur.
De Groep neemt de gebruiksrechten en leaseverplichtingen op voor de meeste activa, d.w.z. dat ze op de balans worden gezet. De Groep koos er echter voor om geen gebruiksrechten en leaseverplichtingen op te nemen voor de leasing van activa met een lage waarde. De Groep neemt de leasebetalingen van deze leaseovereenkomsten lineair over de leaseperiode op als lasten. De Groep paste de keuze tot vereenvoudiging onder IFRS 16 niet toe en koos dus voor scheiding van de lease- en andere componenten van een leaseovereenkomst. Bij aanvang of herbeoordeling van een contract dat een leasecomponent bevat, wijst de Groep de vergoeding in het contract toe aan elke leaseen andere component van het respectieve contract op basis van de relatieve onafhankelijke prijzen.
De Groep neemt de gebruiksrechten op onder de "materiële vaste activa" in de balans, op dezelfde lijn als de onderliggende activa van dezelfde aard die eigendom zijn van de Groep. De Groep leaset geen panden die worden geclassificeerd als vastgoedbeleggingen.
De Groep neemt leaseverplichtingen op onder "leningen en overige financieringsverplichtingen" als kortlopende of langlopende verplichtingen, naargelang het geval.
De Groep neemt een gebruiksrecht en een leaseverplichting op bij de aanvang van de lease. Het gebruiksrecht wordt in eerste instantie gewaardeerd tegen kostprijs. Deze omvat het initiële bedrag van de leaseverplichting, gecorrigeerd voor leasebetalingen die op of voor de ingangsdatum zijn gedaan, plus eventuele initiële directe kosten en een schatting van de kosten voor ontmanteling en verwijdering van het onderliggende actief of herstel van het onderliggende actief of de locatie waarop het zich bevindt, verminderd met eventueel ontvangen huurincentives.
Het gebruiksrecht wordt vervolgens lineair afgeschreven vanaf de ingangsdatum tot het einde van de leaseperiode, tenzij de leaseovereenkomst de eigendom van het onderliggende actief aan het einde van de leaseperiode overdraagt aan de Groep of de kostprijs van het gebruiksrecht aangeeft dat de Groep een aankoopoptie zal uitoefenen. In dat geval wordt het gebruiksrecht afgeschreven over de gebruiksduur van het onderliggende actief, die op dezelfde basis wordt bepaald als bij materiële vaste activa. Daarnaast wordt het gebruiksrecht periodiek verminderd met eventuele waardeverminderingen en aangepast aan bepaalde herwaarderingen van de leaseverplichting.
De leaseverplichting wordt initieel gewaardeerd tegen de huidige waarde van de leasebetalingen die niet zijn betaald op de ingangsdatum, verdisconteerd tegen de impliciete rentevoet in de leaseovereenkomst of, als dat percentage niet onmiddellijk kan worden bepaald, de incrementele debetrentevoet van de Groep. Over het algemeen hanteert de Groep een schatting van de incrementele debetrentevoet als disconteringsvoet.
De Groep bepaalt de incrementele debetrentevoet op basis van rentevoeten van verschillende externe financieringsbronnen en doet bepaalde aanpassingen om de voorwaarden van de lease en het soort geleased actief weer te geven.
Leasebetalingen die werden opgenomen in de waardering van de leaseverplichting omvatten het volgende:
- vaste betalingen, met inbegrip van in economische zin vaste betalingen;
- variabele leasebetalingen die afhankelijk zijn van een index of rente, aanvankelijk gewaardeerd op basis van de index of rente op de begindatum;
- bedragen die naar verwachting betaalbaar zijn onder een restwaardegarantie; en
- de uitoefenprijs onder een aankoopoptie die de Groep vrijwel zeker zal uitoefenen, leasebetalingen in een optionele verlengingsperiode als de Groep vrijwel zeker een verlengingsoptie zal uitoefenen, en boetes voor vervroegde beëindiging van een leaseovereenkomst tenzij de Groep redelijk zeker is dat de lease niet vroegtijdig zal worden beëindigd.
Sommige leasecontracten van de Groep bevatten opties voor verlenging of beëindiging. Bij het bepalen van de leaseperiode voor deze contracten houdt de Groep rekening met alle relevante feiten en omstandigheden om te beoordelen of het vrijwel zeker is dat deze opties zullen worden uitgeoefend. Deze beoordeling heeft impact op de leaseperiode, wat op zijn beurt een significant effect heeft op het bedrag van de leaseverplichtingen en de waardering van het opgenomen gebruiksrecht.
Over het algemeen hanteert de Groep een schatting van de incrementele debetrentevoet als disconteringsvoet.
De leaseverplichting wordt geherwaardeerd wanneer toekomstige leasebetalingen wijzigen door een veranderde index of rente, als er een wijziging is in het door de Groep geschatte bedrag dat naar verwachting verschuldigd zal zijn onder een restwaardegarantie, als er een verandering optreedt in het oordeel van de Groep omtrent de uitoefening van een optie tot aankoop, verlenging of beëindiging of als er een herziene, in economische zin vaste leasebetaling is. Wanneer de leaseverplichting op deze manier wordt geherwaardeerd, wordt de boekwaarde van het gebruiksrecht dienovereenkomstig aangepast of, als deze tot nul wordt herleid, opgenomen in de resultatenrekening.
Kortlopende leaseovereenkomsten en leasing van activa met een lage waarde De Groep koos ervoor om geen gebruiksrechten of leaseverplichtingen op te nemen voor de leasing van activa met een lage waarde of voor kortlopende leases, waaronder IT-apparatuur. De Groep neemt de leasebetalingen van deze leaseovereenkomsten lineair over de leaseperiode op als lasten.
Verkoop- en leasebacktransacties
Wanneer de Groep een verkoop- en leasebacktransactie aangaat met een koper-huurder, bepaalt ze of de overdracht in aanmerking komt als een verkoop. Deze bepaling is gebaseerd op de vereisten voor het voldoen aan een prestatieverplichting in IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten. Indien de overdracht als een verkoop wordt gekwalificeerd en de transactie marktconform is, splitst de Groep de vorige boekwaarde
van het onderliggende actief op in (a) een actief uit hoofde van het gebruiksrecht dat voortvloeit uit de leaseback en (b) de rechten op het onderliggende actief die door de koper-huurder worden behouden aan het einde van de leaseback. De Groep neemt een deel van de totale winst of het totale verlies op de verkoop op. Het opgenomen bedrag wordt berekend door de totale winst of het totale verlies op te splitsen in (a) een nietopgenomen bedrag met betrekking tot de door de verkoper-verhuurder behouden rechten en (b) een opgenomen bedrag met betrekking tot de rechten van de koperhuurder op het onderliggende actief aan het einde van de leaseback. De leaseback zelf wordt dan administratief verwerkt volgens het boekhoudkundig model van de verhuurder. Aanpassingen zijn vereist indien de vergoeding voor de verkoop niet tegen reële waarde is en/of de betalingen voor de lease niet tegen de markttarieven zijn. Deze aanpassingen resulteren in de opname van een vooruitbetaling om voorwaarden onder de marktvoorwaarden weer te geven en/of een aanvullende financiering die door de koper-huurder aan de verkoper-verhuurder wordt verstrekt om voorwaarden boven de marktvoorwaarden weer te geven.
De Groep als verhuurder
De Groep verhuurt op verschillende locaties commercieel vastgoed dat eigendom is van de Groep maar niet wordt gebruikt voor eigen commerciële doeleinden. De Groep classificeerde deze leases als operationele leaseovereenkomsten, omdat ze niet alle risico's en voordelen overdragen die verband houden met de eigendom van de activa.
Bij aanvang of wijziging van een contract dat een leasecomponent bevat, wijst de Groep de vergoeding in het contract toe aan elke leasecomponent op basis van de relatieve onafhankelijke prijzen.
Als de Groep optreedt als verhuurder, gaat hij bij aanvang van elke lease na of het een financiële of operationele lease betreft. De Groep beoordeelt voornamelijk of de leaseovereenkomst het merendeel van de risico's en voordelen die verband houden met de eigendom van het onderliggende actief overdraagt. Is dit het geval, dan is de lease een financiële lease; is dit niet het geval, dan is het een operationele lease. Bij de beoordeling houdt de Groep rekening met bepaalde indicatoren, bijvoorbeeld of de leaseovereenkomst het merendeel van de economische levensduur van het actief overspant.
Als de Groep een onderverhuurder is, verantwoordt hij zijn belangen afzonderlijk in de hoofdhuur en onderhuur. De Groep beoordeelt de classificatie als onderhuur op basis van het gebruiksrecht dat voortvloeit uit de hoofdhuur, niet op basis van het onderliggende actief. Als een hoofdhuur een kortlopende leaseovereenkomst is waarop de Groep de hierboven beschreven vrijstelling toepast, classificeert hij de onderhuur als een operationele lease. Als een overeenkomst lease- en andere componenten bevat, past de Groep IFRS 15 toe om de vergoeding in het contract toe te wijzen.
Alle leaseovereenkomsten die de Groep tot nu toe als verhuurder heeft afgesloten, zijn geclassificeerd als operationele lease en hebben betrekking op vastgoedbeleggingen die aan derden worden verhuurd.
De Groep neemt leasebetalingen ontvangen uit operationele leases lineair over de leaseperiode op als baten, onder "omzet uit de huur van investeringseigendommen".
4.18 Subsidies
De Groep ontvangt overheidssteun in de vorm van overheidssubsidies en investeringssubsidies die afhankelijk zijn van de verwerving van bepaalde activa die in aanmerking komen voor de respectievelijke subsidies. Subsidies en steunmaatregelen met betrekking tot activa worden opgenomen wanneer er een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de entiteit zal voldoen aan de relevante voorwaarden van de toekenning en dat de subsidie zal worden ontvangen. Ze worden systematisch in de resultatenrekening opgenomen naarmate de entiteit de kosten die de subsidies beogen te compenseren, als last opneemt. De ontvangen investeringspremies en -subsidies verminderen de aankoopkosten voor de relevante gesubsidieerde activa geboekt onder materiële vaste activa.
Voor het ontvangen van overheidssteun gelden wettelijke bepalingen en specifieke voorwaarden die aan de toepasselijke subsidies zijn verbonden.
4.19 Inkomstenbelasting
Inkomsten en uitgaven voor de inkomstenbelasting omvatten de verschuldigde en verrekenbare belastingen en uitgestelde belastingen. Inkomstenbelastingen worden opgenomen in de resultatenrekening, behalve voor zover ze verband houden met een bedrijfscombinatie, of met posten die rechtstreeks in het eigen vermogen of in de nietgerealiseerde resultaten worden opgenomen.
De actuele belasting omvat de verwachte te betalen of terug te vorderen belasting over de belastbare winst of het belastbare verlies voor het jaar en eventuele aanpassingen aan de te betalen of terug te vorderen belasting met betrekking tot voorgaande jaren. Het bedrag van de te betalen of terug te vorderen actuele belasting is de beste schatting van het belastingbedrag dat naar verwachting zal worden betaald of ontvangen. Het wordt gewaardeerd op basis van de belastingtarieven die zijn vastgesteld of materieel zijn vastgesteld op de verslagdatum.
Actuele belastingvorderingen en -verplichtingen worden alleen gesaldeerd als aan bepaalde criteria is voldaan.
De Groep heeft de uitzondering toegepast op het opnemen en bekendmaken van informatie over uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot inkomstenbelastingen van Pijler 2 in overeenstemming met de wijzigingen in IAS 12 die in mei 2023 zijn uitgegeven.
Uitgestelde belastingen weerspiegelen de fiscale effecten van tijdelijke verschillen tussen de boekwaarden van activa en passiva voor financiële verslaggevingsdoeleinden en de bedragen die worden gebruikt voor belastingdoeleinden en de uitgestelde voordelen die
verwacht worden van ongebruikte fiscale verliezen, ongebruikte belastingkredieten en andere overgedragen kredieten, waarbij bedragen alleen worden opgenomen wanneer de realisatie ervan door het management als waarschijnlijk wordt beschouwd. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gewaardeerd tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn op belastbare winst in de jaren waarin deze tijdelijke verschillen naar verwachting zullen worden gerealiseerd of afgewikkeld, op basis van belastingtarieven die op de verslagdatum zijn vastgesteld of materieel zijn vastgesteld.
De waardering van uitgestelde belastingverplichtingen en uitgestelde belastingvorderingen weerspiegelt de fiscale gevolgen die zouden voortvloeien uit de manier waarop de onderneming op de balansdatum verwacht de boekwaarde van haar activa en passiva te realiseren of af te wikkelen.
Uitgestelde belastingvorderingen worden niet verdisconteerd en worden in de balans opgenomen als vaste activa. Kortlopende belastingvorderingen worden niet verrekend met kortlopende belastingverplichtingen en uitgestelde belastingvorderingen worden niet verrekend met uitgestelde belastingen, tenzij de entiteit een in rechte afdwingbaar recht heeft om de opgenomen bedragen te salderen en dat zij van plan is om ofwel op nettobasis af te wikkelen ofwel het actief te realiseren en tegelijkertijd de verplichting af te wikkelen. Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waarmee de uitgestelde belastingvorderingen kunnen worden verrekend.
Op elke balansdatum beoordeelt de Groep de niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en de boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen opnieuw. De Groep neemt een voorheen niet-opgenomen uitgestelde belastingvordering op in zoverre het waarschijnlijk is geworden dat de toekomstige belastbare winst het mogelijk zal maken de uitgestelde belastingvordering te recupereren. De waarschijnlijkheid van erkenning is gebaseerd op de verwachte fiscale winst in de huidige bedrijfsplanning van de Groep. De Groep vermindert daarentegen de boekwaarde van een uitgestelde belastingvordering in zoverre het niet langer waarschijnlijk is dat voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn om het voordeel van een deel of het geheel van de uitgestelde belastingvordering te kunnen gebruiken.
Er wordt een uitgestelde belastingverplichting opgenomen voor alle belastbare tijdelijke verschillen, tenzij de uitgestelde belastingverplichting voortvloeit uit de eerste erkenning van goodwill of de eerste erkenning van activa of passiva in een transactie die geen bedrijfscombinatie is en die geen invloed heeft op de commerciële of fiscale winst of verlies.
4.20 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving Nieuwe boekhoudregels
Wijzigingen in IAS 21 De effecten van wisselkoersschommelingen: Gebrek aan
inwisselbaarheid (uitgegeven op 15 augustus 2023) die van kracht is voor boekjaren die beginnen op of voor 1 januari 2025, is door de Groep voor het eerst toegepast bij het opstellen van deze geconsolideerde jaarrekening. De wijziging had geen significante invloed op de geconsolideerde jaarrekening van de X-FAB Groep.
Nieuwe standaarden voor verslaggeving, wijzigingen in standaarden en interpretaties van kracht voor boekjaren die aanvangen na 1 januari 2026
Een aantal nieuwe standaarden voor verslaggeving en wijzigingen van standaarden voor verslaggeving is van kracht voor boekjaren die aanvangen na 1 januari 2026. De Groep heeft bij de opstelling van deze geconsolideerde jaarrekening geen van de aanstaande nieuwe of gewijzigde standaarden voor verslaggeving vervroegd toegepast.
De Groep is nog bezig met de evaluatie van de impact van de nieuwe standaard IFRS 18, in het bijzonder wat betreft de structuur van de resultatenrekening van de Groep, het kasstroomoverzicht, de aanvullende vereiste informatieverschaffing en de wijze waarop informatie in de jaarrekening wordt gegroepeerd.
De overige wijzigingen zullen naar verwachting geen materiële invloed hebben op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
Wijzigingen in de classificatie en waardering van financiële instrumenten— Wijzigingen in IFRS 9 en IFRS 7, uitgegeven op 30 mei 2024, maken de vereisten duidelijker en consistenter, waardoor er minder verschillen in boekhoudpraktijken zijn.
De wijzigingen omvatten:
- Verduidelijkingen over de classificatie van financiële activa met kenmerken op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur (ESG) en vergelijkbare kenmerken — ESGgerelateerde kenmerken in leningen kunnen van invloed zijn op de vraag of de leningen worden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs of tegen reële waarde. Om eventuele diversiteit in de praktijk op te lossen, verduidelijken de wijzigingen hoe de contractuele kasstromen van dergelijke leningen moeten worden beoordeeld.
- Verduidelijkingen over de datum waarop een financieel actief of een financiële verplichting uit de balans wordt onttrokken. De IASB heeft ook besloten om een boekhoudkundige beleidsoptie te ontwikkelen waarmee een onderneming een financiële verplichting kan afboeken voordat zij op de afwikkelingsdatum contant geld oplevert, mits aan specifieke criteria wordt voldaan.
Daarnaast heeft de International Accounting Standards Board aanvullende openbaarmakingsvereisten ingevoerd om de transparantie voor beleggers te vergroten met betrekking tot beleggingen in aandeleninstrumenten die zijn aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten en financiële instrumenten met voorwaardelijke kenmerken, bijvoorbeeld kenmerken die zijn gekoppeld aan ESG-gerelateerde doelen.
De wijzigingen zijn van kracht voor jaarlijkse verslagperioden die beginnen op of na 1 januari 2026. Eerdere toepassing is toegestaan. Deze wijzigingen zijn goedgekeurd door de EU.
Contracten die verwijzen naar natuurafhankelijke elektriciteit - Wijzigingen in IFRS 9
en IFRS 7, uitgegeven op 18 december 2024, zullen entiteiten helpen de financiële effecten van natuurafhankelijke elektriciteitscontracten, die vaak gestructureerd zijn als afnameovereenkomsten voor elektriciteit (PPA's), beter te rapporteren. Natuurafhankelijke elektriciteitscontracten helpen entiteiten om hun elektriciteitsvoorziening veilig te stellen via bronnen zoals wind- en zonne-energie. De hoeveelheid elektriciteit die onder deze contracten wordt opgewekt, kan variëren op basis van onbeheersbare factoren zoals weersomstandigheden. De huidige verslaggevingsvereisten geven mogelijk niet correct weer hoe deze contracten de prestaties van een entiteit beïnvloeden.
De wijzigingen omvatten:
- verduidelijking van de toepassing van de vereisten voor 'eigen gebruik';
- het toestaan van hedge accounting indien deze contracten worden gebruikt als afdekkingsinstrumenten; en
- het toevoegen van nieuwe openbaarmakingsvereisten om beleggers in staat te stellen het effect van deze contracten op de financiële prestaties en kasstromen van een onderneming te begrijpen.
De wijzigingen zijn van kracht voor jaarlijkse verslagperioden die beginnen op of na 1 januari 2026. Eerdere toepassing is toegestaan. Deze wijzigingen zijn goedgekeurd door de EU.
Jaarlijkse verbeteringen, Volume 11, uitgegeven op 18 juli 2024, bevatten verduidelijkingen, vereenvoudigingen, correcties en wijzigingen die gericht zijn op het verbeteren van de consistentie van verschillende IFRS-boekhoudkundige standaarden.
De gewijzigde standaarden zijn:
- IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards (IFRS of Internationale financiële verslaggevingsstandaarden);
- IFRS 7 Financiële instrumenten: Informatieverschaffing en de bijbehorende richtlijnen voor de implementatie van IFRS 7;
- IFRS 9 Financiële instrumenten;
- IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening; en
- IAS 7 Kasstroomoverzicht.
De wijzigingen zijn van kracht voor jaarlijkse verslagperioden die beginnen op of na 1 januari 2026. Eerdere toepassing is toegestaan. Deze wijzigingen zijn goedgekeurd door de EU.
IFRS 18 Presentatie en informatieverschaffing in de jaarrekening, uitgegeven op 9 april 2024, zal IAS 1 Presentatie van de Jaarrekening vervangen. De nieuwe standaard introduceert de volgende belangrijke nieuwe vereisten:
- a. Entiteiten zijn verplicht om alle inkomsten en uitgaven in vijf categorieën in te delen in de resultatenrekening, namelijk de operationele, investerings-, financierings-, beëindigde bedrijfsactiviteiten- en inkomstenbelastingcategorieën. Daarnaast moeten entiteiten een nieuw gedefinieerd operationeel winstsubtotaal presenteren. De nettowinst van entiteiten zal niet veranderen.
- b. Door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven (MPM's) worden voortaan in één enkele toelichting in de jaarrekening openbaar gemaakt.
- c. Er worden verbeterde richtlijnen gegeven voor het groeperen van informatie in de jaarrekening.
Daarnaast zijn alle entiteiten verplicht om het subtotaal van het bedrijfsresultaat te gebruiken als uitgangspunt voor het kasstroomoverzicht bij de presentatie van operationele kasstromen volgens de indirecte methode.
De standaard is van kracht voor jaarlijkse verslagperioden die beginnen op of na 1 januari 2027. Eerdere toepassing is toegestaan.
IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoording: Informatie,
uitgegeven op 9 mei 2024, en de wijzigingen, uitgegeven op 21 augustus 2025, zullen in aanmerking komende dochterondernemingen toestaan om de IFRS-boekhoudkundige standaarden toe te passen met verminderde openbaarmakingsvereisten. Een dochteronderneming zal de nieuwe standaard kunnen toepassen in haar geconsolideerde, afzonderlijke of individuele jaarrekening, mits, op de verslagdatum:
- a. de dochteronderneming geen publieke verantwoording heeft; en
- b. de moedermaatschappij de geconsolideerde jaarrekening opstelt volgens de IFRS-boekhoudkundige standaarden.
De standaard (en de bijbehorende wijzigingen) is van kracht voor jaarlijkse verslagperioden die beginnen op of na 1 januari 2027. Eerdere toepassing is toegestaan. De standaard (en de bijbehorende wijzigingen) werd nog niet goedgekeurd door de EU.
Omrekening naar een hyperinflationaire presentatievaluta – Wijzigingen in IAS 21,
uitgegeven op 13 november 2025, verduidelijken hoe entiteiten de jaarrekening moeten omrekenen van een niet-hyperinflationaire valuta naar een hyperinflationaire valuta. Om de diversiteit in de praktijk te beperken en de bruikbaarheid van de informatie voor beleggers te verbeteren, verduidelijken de wijzigingen dat:
- a. een entiteit met een niet-hyperinflationaire functionele valuta de slotkoers op de laatste verslagdatum gebruikt bij de omrekening van alle bedragen in de jaarrekening (inclusief vergelijkende cijfers) naar haar presentatievaluta; en
- b. een entiteit de slotkoers op de laatste verslagdatum gebruikt bij de omrekening van alle bedragen (met uitzondering van vergelijkende cijfers) van een buitenlandse activiteit met een niet-hyperinflationaire functionele valuta, en de algemene prijsindex toepast om de vergelijkende cijfers te herrekenen.
De wijzigingen zijn van kracht voor jaarlijkse verslagperioden die beginnen op of na 1 januari 2027. Eerdere toepassing is toegestaan. De standaard werd nog niet goedgekeurd door de EU.
5 Bedrijfscombinaties
De Groep is in het boekjaar 2025 geen bedrijfscombinaties aangegaan.
6 Toelichtingen bij de geconsolideerde resultatenrekening 6.1 Omzet
De opbrengsten die volledig en uitsluitend voortvloeien uit contracten met klanten, omvatten het volgende (er wordt verwezen naar toelichting 9 voor de omzet per geografische concentratie):
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Bruto-omzet PCM-wafers | 799.936 | 734.783 |
| Bruto-omzet NRE en technologiediensten | 83.180 | 96.884 |
| Opbrengsten uit de verkoop van PCM wafers opgenomen in deloop der tijd | 2.662 | (5.919) |
| Overige omzet | 5 | 14 |
| Kortingen en garantiekredieten | (15.528) | (9.379) |
| Totaal | 870.255 | 816.383 |
De omzet uit de productie steeg met 8,8%, gedreven door een hogere vraag, in het bijzonder vanuit de industriële en medische eindmarkten. De omzet uit prototyping daalde met 14,1%.
Opbrengsten uit de verkoop van PCM-wafers worden over het algemeen opgenomen op het specifieke moment dat de wafers worden geleverd aan de klant. Daarnaast worden de opbrengsten opgenomen in de loop der tijd voor bepaalde langlopende contracten die voldoen aan de criteria voor opname van opbrengsten in de loop der tijd. Opbrengsten uit verkoop van wafers die in de loop der tijd worden opgenomen, vertegenwoordigen de rechten van de Groep op vergoeding voor voltooid maar nog niet gefactureerd werk op de verslagdatum met betrekking tot de verkoop van wafers in het kader van langetermijncontracten die voldoen aan de criteria voor opname van opbrengsten in de loop der tijd. Zoals beschreven in toelichting 7.12 hieronder, ontvangt de Groep vooruitbetalingen van klanten voor toekomstige waferverkopen en deposito's voor capaciteitsreserveringen in het kader van dergelijke langetermijncontracten met klanten.
De Groep heeft geen opbrengsten van variabele vergoedingen van klanten opgenomen voor tekorten aan orders van klanten, noch opgelopen of verwachte contractboetes of neerwaartse herzieningen van eerder opgenomen opbrengsten in het boekjaar 2025 of 2024, omdat op dit moment wordt verwacht dat alle klantorders volledig aan de klanten zullen worden geleverd zonder tekorten. Daarnaast worden er in het lopende jaar worden geen opbrengsten opgenomen uit prestatieverplichtingen die in eerdere jaren werden vervuld (bv. gewijzigde transactieprijs).
6.2 Kostprijs van de omzet
De kostprijs van de omzet omvat het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Personeelskosten | (228.693) | (216.109) |
| Materiaalkosten | (154.476) | (174.451) |
| Kosten van vaste activa (onderhoud, reserveonderdelen enz.) | (101.155) | (102.265) |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (107.972) | (92.319) |
| Infrastructuurkosten | (78.463) | (75.759) |
| Externe diensten | (10.461) | (5.807) |
| Wijzigingen in voorraden | (24.517) | 16.947 |
| Subsidies | 26.997 | 19.943 |
| Overige | (7.112) | (3.614) |
| Totaal | (685.852) | (633.434) |
De stijging van de kostprijs van de omzet met 8,3% weerspiegelt de stijging van de opbrengsten van 6,6%, in combinatie met een daling in de voorraden. De afschrijvingen zijn gestegen als gevolg van de voltooiing van investeringen in capaciteit.
6.3 Onderzoeks- en ontwikkelingskosten
De onderzoeks- en ontwikkelingskosten omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Personeelskosten | (39.026) | (39.878) |
| Materiaalkosten | (10.128) | (8.075) |
| Kosten van vaste activa (incl. onderhoud software, enz.) | (5.414) | (3.800) |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (2.040) | (1.718) |
| Infrastructuurkosten | (1.054) | (984) |
| Externe diensten | (645) | (606) |
| Subsidies | 6.045 | 4.908 |
| Overige | 2.571 | 368 |
| Totaal | (49.691) | (49.785) |
Het beleid van X-FAB bestaat er onder meer in om een consistent percentage onderzoeks- en ontwikkelingskosten te behouden ten aanzien van de opbrengsten.
6.4 Verkoopkosten
De verkoopkosten omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Personeelskosten | (8.746) | (8.095) |
| Advertentie- en verkoopkosten van goederen | (713) | (985) |
| Externe diensten | (251) | (258) |
| Infrastructuurkosten | (155) | (156) |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (117) | (123) |
| Overige | 785 | 548 |
| Totaal | (9.197) | (9.069) |
6.5 Algemene en administratieve kosten
De algemene en administratieve kosten omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Personeelskosten | (27.719) | (27.594) |
| Externe diensten | (6.743) | (7.051) |
| Kosten van vaste activa (onderhoud software, enz.) | (7.123) | (6.177) |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (2.819) | (3.366) |
| Verzekeringen, contributies en vergoedingen | (2.081) | (1.600) |
| Infrastructuurkosten | (1.350) | (1.249) |
| Overige | (317) | (314) |
| Totaal | (48.152) | (47.351) |
Stijgingen van de softwarekosten omvatten kosten voor lopende werkzaamheden aan wijzigingen van het ERP-systeem.
6.6 Uitgaven volgens soort
In de resultatenrekening worden de uitgaven ingedeeld naar functie. De kosten omvatten de afschrijvingskosten voor materiële vaste activa die worden toegerekend aan de volgende posten:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Inbegrepen in de kostprijs van de omzet | (107.249) | (91.462) |
| Inbegrepen in de onderzoeks- en ontwikkelingskosten | (1.780) | (1.172) |
| Inbegrepen in de verkoopkosten | (117) | (123) |
| Inbegrepen in de algemene en administratieve kosten | (2.155) | (2.328) |
| Inbegrepen in de kosten met betrekking totvastgoedbeleggingen en overige kosten | (2.017) | (1.918) |
| Totaal | (113.318) | (97.003) |
De afschrijvingen namen toe door de kapitalisatie van materiaal voor capaciteitsuitbreidingen.
De kosten omvatten de afschrijvingskosten van immateriële vaste activa die worden toegerekend aan de volgende posten:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Inbegrepen in de kostprijs van de omzet | (723) | (857) |
| Inbegrepen in de onderzoeks- en ontwikkelingskosten | (260) | (546) |
| Inbegrepen in de algemene en administratieve kosten | (664) | (1.038) |
| Totaal | (1.647) | (2.441) |
De personeelskosten volgens functie in de resultatenrekening omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Lonen en salarissen | (229.819) | (222.972) |
| Sociale-zekerheidskosten | (50.597) | (46.433) |
| Bijdragen aan toegezegde bijdrageregelingen | (15.060) | (13.132) |
| Overige personeelskosten | (8.234) | (9.140) |
| Totaal | (303.710) | (291.677) |
De stijging van de personeelskosten ten opzichte van het voorgaande jaar is voornamelijk te wijten aan de algemene toename van de bedrijfsactiviteit.
Toegezegde bijdrageregelingen bestaan voornamelijk uit bijdragen van werkgevers aan wettelijke regelingen op basis van toegezegde bijdrageregelingen van de staat.
6.7 Huuropbrengsten uit vastgoedbeleggingen
De huuropbrengsten uit vastgoedbeleggingen omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Omzet uit geleverde technische diensten | 7.631 | 8.446 |
| Omzet uit de huur van investeringseigendommen | 6.035 | 6.293 |
| Totaal | 13.666 | 14.739 |
De verhuur van onroerend goed en de technische dienstverlening voor huurders vertegenwoordigen activiteiten buiten de kernactiviteiten van de X-FAB SE-Groep. Technische diensten omvatten voornamelijk de toevoer van stroom, water, koelwater, ultrapuur water, bulkgassen of gecomprimeerde droge lucht.
6.8 Huurlasten met betrekking tot vastgoedbeleggingen
De lasten met betrekking tot vastgoedbeleggingen omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Uitgaven voor geleverde technische diensten | (8.821) | (9.746) |
| Uitgaven in verband met de verhuur van vastgoedbeleggingen | (2.067) | (2.222) |
| Totaal | (10.888) | (11.968) |
Uitgaven in verband met vastgoedbeleggingen hebben voornamelijk betrekking op afschrijvingen en onderhoud van gebouwen.
6.9 Overige baten
De overige baten omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Winsten op verkopen van materiële vaste activa | 1.534 | 3.985 |
| Inkomsten uit andere administratieve diensten/kostendeling | 543 | 839 |
| Inkomsten uit de verkoop van materiaal | 342 | 287 |
| Inkomsten uit doorbelasting | 84 | 3.462 |
| Beslechting van een handelsgeschil | — | 950 |
| Overige | 1.075 | 1.513 |
| Totaal | 3.578 | 11.036 |
De inkomsten uit doorbelasting in het voorgaande jaar zijn voornamelijk het resultaat van kosten voor softwareonderhoud doorgerekend aan Melexis, een voormalige verbonden partij, zoals opgenomen in toelichting 12.
Winsten op de verkoop van materiële vaste activa in 2025 en 2024 hadden voornamelijk betrekking op de verkoop van technische machines en apparatuur die voorheen door X-FAB Frankrijk werden gebruikt voor technologieën die in bedrijf waren bij haar voorganger, voordat deze door de X-FAB Groep werd overgenomen.
6.10 Overige kosten
De overige kosten omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Heronderhandeling van een langetermijnovereenkomst | (6.002) | — |
| Niet-aftrekbare overige belastingen | (110) | (213) |
| Kosten uit doorbelasting | (84) | (3.462) |
| Verlies op verkoop van dochteronderneming | — | (1.030) |
| Verliezen op verkopen van materiële vaste activa | (18) | (3) |
| Overige | (599) | (296) |
| Totaal | (6.813) | (5.004) |
Gedurende het boekjaar heeft de Groep een schikkingsovereenkomst bereikt met een van haar waferleveranciers met betrekking tot een langlopend leveringscontract voor onbewerkte SiC-wafers. Na onderhandelingen zijn de Groep en de leverancier een volledige en definitieve schikking overeengekomen. Deze schikking resulteerde in een netto eenmalige betaling door de Groep van USD 6.002duizend, welke tijdens de verslagperiode is voldaan. Door deze schikking vervallen alle historische rechten en verplichtingen van beide partijen met betrekking tot de contractuele aangelegenheden. In het kader van deze schikking hebben de Groep en de leverancier hun commerciële relatie herbevestigd en zijn zij overeengekomen hun samenwerking voort te zetten onder herziene operationele afspraken.
De kosten onderhevig aan doorbelasting in het voorgaande jaar hebben voornamelijk betrekking op kosten in verband met de doorbelasting van softwareonderhoud aan voormalige verbonden partijen.
Het verlies op de verkoop van een dochteronderneming in het boekjaar 2024 is ontstaan door de sluiting en liquidatie van de Russische dochteronderneming van de Groep.
6.11 Financieringsbaten
De financieringsbaten omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Rente op financiële activa gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs: | ||
| Rente op geldmiddelen en kasequivalenten | 4.445 | 11.137 |
| Verandering in reële waarde van financiële activa en passiva tegenreële waarde via winst of verlies: | ||
| Veranderingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten | 1.309 | — |
| Overige: | ||
| Opbrengsten uit wisselkoersverschillen | 28.992 | 24.869 |
| Total | 34.746 | 36.006 |
Opbrengsten uit wisselkoersverschillen komen voort uit effecten van wisselkoerswijzigingen op in Maleisische ringgit en euro uitgedrukte kassaldi. Het nettoresultaat (opbrengst min uitgave vermeld in toelichting 6.12) uit wisselkoersverschillen daalde naar USD -20.894 duizend (2024: winst van USD 3.337 duizend) door niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen op in euro uitgedrukte leningen bij een gestegen EUR/USD-koers.
Veranderingen in de waarde van afgeleide financiële instrumenten vloeiden voort uit valutatermijncontracten die tijdens het jaar werden aangegaan om de waardeschommelingen te compenseren van leningen en overige financieringsverplichtingen die niet uitgedrukt zijn in de verslagvaluta. Alle afgeleide financiële instrumenten die tijdens het boekjaar zijn gebruikt, zijn op of vóór de balansdatum vervallen. Hedge accounting werd niet toegepast.
6.12 Financieringslasten
De financieringslasten omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Rente op financiële passiva gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs: | ||
| Rente op leningen en overige financieringsverplichtingen | (19.984) | (16.117) |
| Overige rente | (814) | (545) |
| Overige: | ||
| Kosten uit wisselkoersverschillen | (49.886) | (21.532) |
| Overige | — | (66) |
| Totaal | (70.684) | (38.260) |
De wisselkoersuitgaven zijn voornamelijk het gevolg van wisselkoersverliezen op omrekeningsverschillen van in euro uitgedrukte leningen.
6.13 Inkomstenbelasting
De inkomstenbelastingen omvatten voornamelijk de Belgische vennootschapsbelasting, de Duitse vennootschaps- en handelsheffingen (plus solidariteitstoeslag), de Franse vennootschapsbelasting en de Maleisische vennootschapsbelasting. De federale inkomstenbelastingen in de Verenigde Staten werden tijdens de verslagperiode niet geheven, aangezien er in dit land geen belastbare inkomsten werden gegenereerd of voldoende fiscale verliezen beschikbaar waren om belastbare inkomsten te compenseren.
België, het rechtsgebied waar de "uiteindelijke moedermaatschappij" (d.w.z. X-FAB Silicon Foundries SE) van de X-FAB Groep gevestigd is, heeft formeel de wetgeving van Pijler 2 (wereldwijde minimumbelasting) aangenomen in december 2023, die vanaf 2024 van kracht is (d.w.z. voor de boekjaren die beginnen op of na 31 december 2023). Overeenkomstig de scopingsregels van de Pijler Twee-wetgeving vallen de entiteiten van de X-FAB Groep pas vanaf 1 januari 2026 onder het toepassingsgebied van de Global Minimum Tax (wereldwijde minimumbelasting) regels.
In 2026 verwacht X-FAB in aanmerking te komen voor de zogenaamde Pijler Twee 'Safe Harbors' voor alle landen waar de X-FAB Groep actief is, met uitzondering van Maleisië. In de rechtsgebieden waar de 'Safe Harbor' van toepassing is, wordt de Pijler Twee aanvullende belasting (top-up tax) geacht nul te zijn. In Maleisië wordt het effectieve belasting-tarief per rechtsgebied hoofdzakelijk bepaald door X-FAB Sarawak. X-FAB Sarawak heeft een effectief belastingtarief van minder dan 15%. Niettemin verwacht X-FAB in 2026 niet onderworpen te zijn aan een aanvullende belasting in (of met betrekking tot) haar Maleisische activiteiten vanwege de impact van specifieke aanpassingen die voorzien zijn in de Pijler Tweewetgeving. Dit leidt tot andere effectieve (GloBE-)belastingtarieven (Global Anti-Base Erosion) dan de tarieven die berekend zijn overeenkomstig paragraaf 86 van IAS 12.
De Groep heeft de uitzondering toegepast op het opnemen en bekendmaken van informatie over uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot inkomstenbelastingen van Pijler 2 in overeenstemming met de wijzigingen in IAS 12 die in mei 2023 zijn uitgegeven.
De inkomstenbelastingen omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Actuele belastingen: | ||
| Werkelijke belastinglast voor de periode | (6.553) | (5.574) |
| Aanpassing van de belastinglasten van voorgaande jaren | 1.063 | 914 |
| (5.490) | (4.660) | |
| Uitgestelde belastingen | (4.870) | (17.104) |
| Totaal | (10.360) | (21.764) |
Het Belgische belastingtarief dat van toepassing is op het resultaat van de Groep bedroeg 25,00% in 2025 en 2024. De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen van de buitenlandse dochterondernemingen worden gewaardeerd op basis van lokale belastingtarieven. De diverse Duitse activiteiten van de Groep zijn onderworpen aan federale inkomstenbelastingen en lokale belastingen op handelsactiviteiten, die resulteren in toepasselijke belastingtarieven tussen 31,58% en 32,28%. Het federale belastingtarief van toepassing op het resultaat van de Groep in de Verenigde Staten bedraagt 21,00%, het belastingtarief van toepassing op het resultaat in Maleisië bedraagt 24,00% en het belastingtarief van toepassing op X-FAB Frankrijk is 25,00%.
De afstemming van de theoretische belastinglast op basis van de IFRS-nettowinst vóór belastingen is voor de jaren 2025 en 2024 als volgt:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Resultaat vóór belastingen | 40.488 | 83.289 |
| Theoretische belastingen tegen het gecombineerdetoepasselijke Belgische belastingtarief | (10.122) | (20.822) |
| Opname van voorheen niet-opgenomen uitgesteldebelastingen op tijdsverschillen en fiscale verliezen | 17.190 | 12.080 |
| Verliezen in het lopende jaar waarvoor geen uitgesteldebelastingvordering is opgenomen | (22.692) | (13.161) |
| Aanpassing van in de lopende periode geboektebelastingverplichtingen uit de vorige periode | 1.063 | 914 |
| Effect van belastingvrije inkomsten | 4.046 | 4.383 |
| Valuta-effecten | 1.048 | (3.948) |
| Effect van permanente verschillen | 342 | (193) |
| Effect van niet-aftrekbare uitgaven | 394 | 13 |
| Effect van verschillende belastingtarieven van toepassing opbuitenlandse activiteiten | (1.477) | (1.062) |
| Verschillen die alleen gelden voor bijzondere belastingen | (152) | 32 |
| Inkomsten/(uitgaven) voor vennootschapsbelastingenopgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening | (10.360) | (21.764) |
Voorheen niet-opgenomen uitgestelde belastingen op tijdelijke verschillen en fiscale verliezen resulteren in uitgestelde belastingbaten aangezien de Groep de uitgestelde belastingen op tijdelijke verschillen en fiscale verliezen die naar verwachting in de nabije toekomst zullen worden gerealiseerd, opneemt. Zoals hieronder wordt beschreven, is het bedrag dat wordt opgenomen in de balans gebaseerd op de huidige bedrijfsplanning van de Groep. Het gerapporteerde bedrag bestaat uit uitgestelde belastingvorderingen van USD 50.389 duizend die op 31 december 2025 werden opgenomen in de Maleisische
dochteronderneming van de Groep (31 december 2024: USD 51.015 duizend), van USD 0 duizend (31 december 2024: USD 0 duizend) die werden opgenomen in de Amerikaanse dochteronderneming en van USD 11.313 duizend (31 december 2024: USD 15.946 duizend) die werden opgenomen in de Duitse entiteiten van de Groep. De resultatenrekening omvat de opname van voorheen niet-opgenomen uitgestelde belastingen op tijdsverschillen en overgedragen fiscale verliezen voor een bedrag van USD 17.190 duizend (voorgaand jaar: USD 12.081 duizend) op basis van de boekwaarde op de verslagdatum, verminderd met het in het voorgaande jaar opgenomen bedrag, nadat het in het vorige jaar opgenomen bedrag werd verminderd met de in het lopende jaar geboekte activa.
Verliezen in het lopende jaar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering is opgenomen, ontstonden voornamelijk in het lopende en de vorige jaren bij de dochteronderneming van de Groep in Frankrijk en Texas.
Effecten van belastingvrije inkomsten hebben voornamelijk betrekking op diverse belastingvrije posten van X-FAB Sarawak, bijvoorbeeld rentebaten, wisselkoerswinsten, en winsten uit de verkoop van vaste activa.
Valuta-effecten hebben voornamelijk betrekking op het effect van wisselkoersschommelingen op in euro uitgedrukte fiscale boekwaarden in 2025 en 2024.
De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen ontstaan als volgt uit tijdelijke verschillen en ongebruikte fiscale verliezen:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingvorderingen – niet-opgenomenbedragen | ||
| Op ongebruikte fiscale verliezen | 287.406 | 226.375 |
| Op tijdelijke verschillen | ||
| Materiële vaste activa/kapitaalsubsidies | 143.863 | 254.201 |
| Overige tijdelijke verschillen | 10.528 | 9.009 |
| Totaal niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen | 441.797 | 489.585 |
| Uitgestelde belastingvorderingen – opgenomen bedragen | ||
| Op ongebruikte fiscale verliezen | 12.403 | 24.515 |
| Op tijdelijke verschillen: | ||
| Op materiële vaste activa/kapitaalsubsidies | 49.707 | 44.789 |
| Op overige tijdelijke verschillen | (256) | (2.579) |
| Totaal opgenomen uitgestelde belastingvorderingen | 61.854 | 66.725 |
De X-FAB SE-Groep boekt uitgestelde belastingvorderingen die het gevolg zijn van tijdelijke verschillen en van ongebruikte fiscale verliezen die de uitgestelde belastingverplichtingen overschrijden, maar alleen voor zover de realisatie van deze activa op basis van de bedrijfsplanning van de Groep waarschijnlijk wordt geacht. Deze beoordeling omvat een beoordeling door het management van de verwachte winsten en verliezen in het ondernemingsplan en een beperking van de opname van toekomstige belastingvoordelen om rekening te houden met mogelijke variaties ten opzichte van het ondernemingsplan. Dienovereenkomstig zijn opgenomen en niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen onderhevig aan schattingsonzekerheden en bestaat er een significant risico dat de boekwaarde in latere perioden zal moeten worden aangepast. De schattingen zijn met name afhankelijk van de schattingsonzekerheden die inherent zijn aan de bedrijfsplanning en die van invloed zijn op het waarschijnlijke gebruik van ongebruikte fiscale verliezen en onderhevig zijn aan mogelijke wisselkoerswijzigingen die de omvang van de tijdelijke verschillen beïnvloeden.
Niet-opgenomen tijdelijke verschillen op materiële vaste activa en andere tijdelijke verschillen die kunnen worden gebruikt om toekomstige belastbare winst te compenseren, hebben voornamelijk betrekking op een investeringspremie van de Maleisische dochteronderneming van de Groep. De investeringspremie bedraagt USD 795.979 duizend op 31 december 2025 (31 december 2024: USD 831.478 duizend).
Meer bepaald voor de beoordeling van toekomstige beschikbare belastbare winst werd er een risico-gecorrigeerde winstbenadering toegepast op de prognoses opgenomen in de bedrijfsplanning van de Groep. Deze methode werd toegepast om het risico weer te geven dat de werkelijke belastbare winst niet zou voldoen aan de verwachtingen. De Raad van Bestuur heeft bepaald dat het aangewezen is om de verwachte toekomstige belastbare winst voor deze component aan te passen met een risicofactor, gezien het inherente risico op de halfgeleidermarkt en het specifieke volatiliteitsrisico van de wisselkoersen die van invloed zijn op de beoordeling. Bovendien heeft de Raad van Bestuur bepaald dat de belastbare inkomsten vanaf 2029 niet waarschijnlijk worden geacht zoals vereist volgens de IFRSstandaarden en niet in aanmerking worden genomen om het bedrag te bepalen van de op te nemen uitgestelde belastingvorderingen.
Met name de belastingwetgeving in de rechtsgebieden waarin de Groep actief is, voorziet in de volledige of gedeeltelijke kwijtschelding van ongebruikte fiscale verliezen wanneer zich belangrijke wijzigingen voordoen in het direct of indirect bezit van het eigen vermogen van de belastbare entiteit. Bijgevolg bestaat er een risico dat opgenomen en niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen niet kunnen worden gerealiseerd indien dergelijke transacties in de toekomst plaatsvinden.
X-FAB SE en haar dochterondernemingen hebben als volgt ongebruikte verliezen op de vennootschapsbelasting:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Overgedragen Belgische fiscale verliezen | 5.760 | — |
| Overgedragen Duitse vennootschapsrechtelijke fiscale | 106.567 | 105.650 |
| verliezenOvergedragen Duitse handelsrechtelijke fiscale verliezen | 168.552 | 144.484 |
| Overgedragen Amerikaanse federale fiscale verliezen | 183.578 | 155.610 |
| Overgedragen Amerikaanse staatsrechtelijke fiscale verliezen | 54.258 | 26.087 |
| Overgedragen Maleisische fiscale verliezen | 370.362 | 336.061 |
| Overgedragen Franse fiscale verliezen | 515.882 | 392.414 |
De Franse en Duitse fiscale verliezen van de Groep kunnen voor onbepaalde tijd worden overgedragen. In Frankrijk en Duitsland gelden echter wel beperkingen op de bedragen die in een bepaald jaar kunnen worden gebruikt. Indien ongebruikt, vervallen de Amerikaanse federale fiscale verliezen van voor 2017 na een periode van 20 jaar. De Amerikaanse federale fiscale verliezen van USD 0,4 miljoen liepen af in 2025 (2024: USD 0 miljoen). De Groep schat dat er in 2026 nog Amerikaanse federale fiscale verliezen zullen aflopen voor een bedrag van USD 0 miljoen, tenzij ze nog worden gebruikt. Maleisische zakelijke verliezen die niet worden opgenomen, vervallen na een periode van zeven jaar. De ongebruikte fiscale verliezen wijzigden als gevolg van fiscale verliezen tijdens het jaar, fiscale verliezen die tijdens het jaar werden gecompenseerd en bovendien als gevolg van wisselkoerswijzigingen. Onbeduidende wijzigingen vloeiden voort uit schattingswijzigingen tussen de datum waarop de geconsolideerde jaarrekening van het voorgaande jaar werd opgesteld en de afronding van de belastingaangiften en belastingaanslagen van de afzonderlijke entiteiten.
Belangrijke uitgestelde belastingslatenties ontstaan met betrekking tot voorwaartse verliescompensatie en met betrekking tot tijdelijke verschillen in materiële vaste activa. Een overzicht van de bewegingen is opgenomen in onderstaande tabel. Uitgestelde belastingslatenties op overige balansposities worden hiertoe op gecombineerde basis gepresenteerd.
| in duizenden US dollar | Overgedragenfiscaleverliezen | Materiële vasteactiva | Overigetijdelijkeverschillen | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Balance at Saldo op 1januari 2024 | 34.976 | 51.505 | (2.709) | 83.772 |
| Opgenomen in deresultatenrekening | (10.461) | (6.716) | 73 | 15.795 |
| Opgenomen in andereniet-gerealiseerderesultaten | — | — | — | — |
| Verworven inbedrijfscombinaties | — | — | 57 | |
| Balance at Saldo op 31december 2024 | 24.515 | 44.789 | (2.579) | 66.725 |
| Verrekening van debelastingen | — | 1.322 | (1.322) | — |
| Net balance atNettosaldo op 31december 2024 | 24.515 | 46.111 | (3.901) | 66.725 |
| Balance at Saldo op 1januari 2025 | 24.515 | 44.789 | (2.579) | 66.725 |
| Opgenomen in deresultatenrekening | (12.112) | 4.918 | 2.323 | (4.871) |
| Opgenomen in andereniet-gerealiseerderesultaten | — | — | — | — |
| Balance at Saldo op 31december 2025 | 12.403 | 49.707 | (256) | 61.854 |
| Verrekening van debelastingen | — | 187 | (187) | — |
| Net balance atNettosaldo op 31december 2025 | 12.403 | 49.894 | (443) | 61.854 |
Wijzigingen in de opgenomen uitgestelde belastingvorderingen resulteerden in een uitgestelde belastingopbrengst van USD 4.870 duizend (2024: winst van USD 17.046 duizend). De daling in voorheen niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen op materiële vaste activa en andere in 2025 opgenomen tijdelijke verschillen ten opzichte van 2024 is het gevolg van een lager dan eerder verwacht niveau van belastbare inkomsten uit de huidige en toekomstige geplande bedrijfsresultaten bij de dochterondernemingen van de Groep. Dit heeft geleid tot een toename van de uitgestelde belastingvorderingen op tijdelijke verschillen die in de toekomst kunnen worden verrekend met belastbare inkomsten.
Er zijn geen lasten of baten van inkomstenbelasting geboekt op posten die opgenomen zijn in de niet-gerealiseerde resultaten (vorig jaar: geen).
6.14 Winst per aandeel
De winst per aandeel wordt berekend door de winst over de periode toerekenbaar aan de gewone aandeelhouders (zoals gerapporteerd in de resultatenrekening en andere nietgerealiseerde resultaten) te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal uitstaande aandelen gedurende de periode.
Het gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen is gelijk aan het aantal uitstaande gewone aandelen voor de jaren eindigend op 31 december 2025 en 31 december 2024.
Er zijn geen instrumenten met een potentieel verwaterend effect op het eigen vermogen uitgegeven gedurende de jaren eindigend op 31 december 2025 en 31 december 2024. Bijgevolg is er geen potentiële verwatering van de winst toerekenbaar aan aandeelhouders en geen verschil tussen gewone en verwaterde winst per aandeel.
7 Toelichting op de balans
7.1 Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen
| in duizenden US dollar | Gronden | Gebouwen | Technischemachines enuitrusting | Fabrieks- enkantooruitrusting | Activa in opbouw | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nettoboekwaarde op 1 januari 2025 | 14.078 | 49.581 | 440.158 | 7.105 | 633.696 | 1.144.618 |
| Gecumuleerde historische kostprijs op 1 januari 2025 | 14.360 | 134.731 | 1.503.433 | 38.930 | 633.696 | 2.325.150 |
| Toevoegingen | — | (694) | 19.035 | 787 | 169.615 | 188.743 |
| Buitengebruikstellingen | — | (10) | (10.253) | (505) | — | (10.768) |
| Herclassificaties | — | 10.936 | 156.056 | 1.980 | (168.733) | 239 |
| Effect van wisselkoersschommelingen | — | — | — | — | (46) | (46) |
| Gecumuleerde historische kostprijs op 31 december 2025 | 14.360 | 144.963 | 1.668.271 | 41.192 | 634.532 | 2.503.318 |
| Gecumuleerde afschrijvingen op 1 januari 2025 | (282) | (85.150) | (1.063.275) | (31.825) | — | (1.180.532) |
| Toevoegingen | (35) | (4.705) | (104.775) | (3.507) | — | (113.022) |
| Buitengebruikstellingen | — | 10 | 10.184 | 500 | — | 10.694 |
| Herclassificaties | — | — | (187) | — | — | (187) |
| Gecumuleerde afschrijvingen op 31 december 2025 | (317) | (89.845) | (1.158.053) | (34.832) | — | (1.283.047) |
| Nettoboekwaarde op 31 december 2025 | 14.043 | 55.118 | 510.218 | 6.360 | 634.532 | 1.220.271 |
| Nettoboekwaarde op 1 januari 2024 | 14.065 | 48.781 | 317.448 | 7.271 | 346.923 | 734.488 |
| Gecumuleerde historische kostprijs op 1 januari 2024 | 14.307 | 129.605 | 1.325.987 | 35.934 | 346.923 | 1.852.756 |
| Toevoegingen | — | 185 | 86.509 | 903 | 421.065 | 508.662 |
| Buitengebruikstellingen | — | — | (34.182) | (182) | (1.365) | (35.729) |
| Herclassificaties | 53 | 4.941 | 124.921 | 2.235 | (132.927) | (777) |
| Wijziging in consolidatie | — | — | 198 | 40 | — | 238 |
| Gecumuleerde historische kostprijs op 31 december 2024 | 14.360 | 134.731 | 1.503.433 | 38.930 | 633.696 | 2.325.150 |
| Gecumuleerde afschrijvingen op 1 januari 2024 | (242) | (80.824) | (1.008.539) | (28.663) | — | (1.118.268) |
| Toevoegingen | (40) | (4.326) | (88.631) | (3.638) | — | (96.635) |
| Buitengebruikstellingen | — | — | 33.895 | 476 | — | 34.371 |
| Gecumuleerde afschrijvingen op 31 december 2023 | (282) | (85.150) | (1.063.275) | (31.825) | — | (1.180.532) |
| Nettoboekwaarde op 31 december 2024 | 14.078 | 49.581 | 440.158 | 7.105 | 633.696 | 1.144.618 |
Materiële vaste activa
Aanvullingen inzake technische machines en uitrusting en toevoegingen aan activa in opbouw hebben voornamelijk betrekking op kapitaalinvesteringen in technische machines bij X-FAB Frankrijk (USD 27 miljoen, 2024: USD 84 miljoen), X-FAB Sarawak (USD 119 miljoen, 2024: USD 371 miljoen), X-FAB Texas (USD 3 miljoen, 2024: USD 19 miljoen), X-FAB Erfurt (USD 6 miljoen, 2024: USD 5 miljoen), X-FAB Dresden (USD 13 miljoen, 2024: USD 30 miljoen), X-FAB MEMS Foundry Itzehoe (USD 3 miljoen, 2024: USD 3 miljoen) en X-FAB MEMS Foundry (USD 28 miljoen, 2024: USD 16 miljoen), verminderd met overheidssubsidies van USD 10 miljoen (2024: USD 20 miljoen). Activa in opbouw omvatten voornamelijk investeringen in technische machines. Toevoegingen in materiële vaste activa resulteerden in 2025 in een kasuitstroom van USD 204.129 duizend (2024: USD 509.467 duizend). Er wordt verwezen naar het kasstroomoverzicht.
De Groep ontving investeringssubsidies met betrekking tot de verwerving van in aanmerking komende activa voor een bedrag van USD 9.861 duizend (2024: USD 20.113 duizend). Het betreft voornamelijk subsidies ontvangen in het kader van de US CHIPS ACT.
Er waren aanwijzingen voor een mogelijke bijzondere waardevermindering van materiële vaste activa bij de kasstroomgenererende eenheid X-FAB Texas en X-FAB Frankrijk op 31 december 2025, gezien marktontwikkelingen voor bepaalde producten die binnen die eenheden worden vervaardigd. Er werden toetsingen op bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd om te bepalen of een afboeking van de boekwaarde van vaste activa vereist was. Uit deze toetsingen bleek dat geen afboekingen vereist waren, omdat de realiseerbare waarden op basis van de gebruikswaarde hoger waren dan de boekwaarden van de betrokken activa.
Daarnaast was er een mogelijke aanwijzing voor een bijzondere waardevermindering voor de Groep als geheel, omdat de marktkapitalisatie van de Groep onder de boekwaarde van het eigen vermogen van de Groep daalde in 2025. Er zijn geen gedetailleerde toetsingen op bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd voor andere kasstroomgenererende eenheden. Voor de andere kasstroomgenererende eenheden was het op basis van eerdere berekeningen, actuele resultaten en specifieke extrapolatie van de bedrijfsplanning duidelijk dat hun realiseerbare waarden op basis van de gebruikswaarde niet lager konden zijn dan hun respectieve boekwaarden.
De gecumuleerde historische kosten werden verminderd met ontvangen investeringssubsidies ten bedrage van USD 165.630 duizend (31 december 2024: USD 155.772 duizend) en de gecumuleerde afschrijvingen werden verminderd met USD 136.349 duizend (31 december 2023: USD 130.885 duizend).
Per 31 december 2025 werden materiële vaste activa met een boekwaarde van USD 87 miljoen (31 december 2024: USD 20 miljoen) verstrekt als onderpand aan externe kredietverleners. De boekwaarde van technische machines en uitrusting omvat een bedrag van USD 36,2 miljoen (31 december 2024: USD 57,1 miljoen) dat niet in handen is van de Groep, maar wordt aangehouden in het kader van leasingovereenkomsten, zoals vermeld in toelichting 11.
Vastgoedbeleggingen
De vastgoedbeleggingen bestaan uit onroerend goed verhuurd aan derden door X-FAB GmbH, X-FAB Dresden, X-FAB Texas en X-FAB Frankrijk. De huurovereenkomsten, waarvan de meeste op verschillende tijdstippen tot 2025 aflopen, worden na afloop van de huurovereenkomst voortgezet, tenzij ze door een van beide partijen worden opgezegd binnen opzegtermijnen van één maand tot zes maanden.
De vastgoedbeleggingen worden verantwoord tegen aanschaffingswaarde verminderd met lineaire afschrijvingen. De boekwaarden en reële waarden van dit onroerend goed op verslagdatum zijn als volgt:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Nettoboekwaarde, begin van de periode | 7.412 | 7.171 |
| Toevoegingen | — | 84 |
| Afschrijvingen | (405) | (575) |
| Herclassificaties | — | 732 |
| Nettoboekwaarde, einde van de periode | 7.007 | 7.412 |
| Gecumuleerde kost | 34.463 | 34.463 |
| Gecumuleerde afschrijvingen | (27.454) | (27.049) |
| Reële waarde | 32.075 | 34.693 |
De eigendommen worden geherclassificeerd tussen de categorieën terreinen en gebouwen en vastgoedbeleggingen wanneer er een wijziging optreedt in het gebruik van het onroerend goed (bijvoorbeeld wanneer een voorheen door de Groep gebruikt onroerend goed aan derden wordt verhuurd of wanneer de Groep een voorheen aan derden verhuurd onroerend goed gebruikt).
Toevoegingen aan vastgoedbeleggingen vertegenwoordigen werk dat werd gekapitaliseerd op de bestaande vastgoedbeleggingen van de Groep.
De reële waarden van de vastgoedbeleggingen hebben betrekking op eigendommen in Duitsland (31 december 2025: USD 15.032 duizend; 31 december 2024: USD 19.087 duizend), de VS (31 december 2024: USD 1.491 duizend; 31 december 2024: USD 1.791 duizend) en Frankrijk (31 december 2025: USD 15.552 duizend; 31 december 2024: USD 13.815 duizend). De waarderingen die worden gebruikt om de reële waarde van de vastgoedbeleggingen te bepalen, zijn geclassificeerd als reële waarde op niveau 3 op basis van de input van de gebruikte waarderingstechnieken. De waarderingen van de vastgoedbeleggingen van de Groep worden jaarlijks bijgewerkt. In de VS en Frankrijk werden de waarderingen uitgevoerd door onafhankelijke externe deskundigen met de juiste beroepskwalificaties en de nodige expertise in de locaties en categorieën van
onroerend goed. In Duitsland worden ze uitgevoerd door het management van de X-FAB SE-Groep, berekend op basis van verdisconteerde toekomstige kasstromen en de verdiscontering van toekomstige huursommen tegen een disconteringsvoet van 6,0% (31 december 2024: 6,0%). Het waarderingsmodel houdt rekening met de huurprijs per vierkante meter, verwachte huurgroei, overige kosten en looptijd van de contracten.
Er werden geen bijzondere waardeverminderingen geboekt op vastgoedbeleggingen in 2025 of 2024.
De volgende tabel toont een looptijdanalyse van te ontvangen leasebetalingen uit vastgoedbeleggingen en de niet-verdisconteerde leasebetalingen die moeten worden ontvangen na de verslagdatum.
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| 2025 | 5.689 | |
| 2026 | 5.489 | 5.350 |
| 2027 | 4.965 | 1.901 |
| 2028 | 1.281 | 1.397 |
| 2029 | 1.115 | 1.144 |
| 2030 | 1.100 | — |
| Totaal | 13.950 | 15.481 |
Na de verslagdatum, op 13 februari 2026, heeft de Groep de verkoop afgerond van een vastgoedbelegging met een boekwaarde van USD 3.196 duizend. De verkoopprijs, te betalen in contanten, bedroeg USD 4.873 duizend.
7.2. Immateriële vaste activa
De mutaties in immateriële vaste activa waren als volgt:
| in duizenden US dollar | Licenties | Betalingen oprekening | Totaal |
|---|---|---|---|
| Nettoboekwaarde op 1 januari 2025 | 2.234 | 4.085 | 6.319 |
| Gecumuleerde historische kostprijs op 1januari 2025 | 66.982 | 4.085 | 71.067 |
| Toevoegingen | 29 | 4.678 | 4.707 |
| Buitengebruikstellingen | (19) | — | (19) |
| Herclassificaties | 217 | (257) | (40) |
| Effect van wisselkoersschommelingen | — | 46 | 46 |
| Gecumuleerde historische kostprijs op 31december 2024 | 67.209 | 8.552 | 75.761 |
| Gecumuleerde afschrijvingen op 1 januari 2025 | (64.748) | — | (64.748) |
| Toevoegingen | (1.510) | — | (1.510) |
| Buitengebruikstellingen | 19 | — | 19 |
| Gecumuleerde afschrijvingen op 31 december2024 | (66.239) | — | (66.239) |
| Nettoboekwaarde op 31 december 2025 | 970 | 8.552 | 9.522 |
| Nettoboekwaarde op 1 januari 2024 | 4.005 | 1.622 | 5.627 |
| Gecumuleerde historische kostprijs op 1januari 2024 | 63.937 | 1.622 | 65.559 |
| Toevoegingen | 234 | 2.927 | 3.161 |
| Buitengebruikstellingen | — | — | — |
| Herclassificaties | 2.811 | (464) | 2.347 |
| Gecumuleerde historische kostprijs op 31december 2024 | 66.982 | 4.085 | 71.067 |
| Gecumuleerde afschrijvingen op 1 januari 2024 | (59.932) | — | (59.932) |
| Toevoegingen | (2.441) | — | (2.441) |
| Buitengebruikstellingen | — | — | — |
| Herclassificatie | (2.375) | — | (2.375) |
| Gecumuleerde afschrijvingen op 31 december2023 | (64.748) | — | (64.748) |
| Nettoboekwaarde op 31 december 2024 | 2.234 | 4.085 | 6.319 |
Immateriële vaste activa in de balans bevatten geen geactiveerde kosten van intern gegenereerde activa. Betalingen op rekening hebben betrekking op vooruitbetalingen en mijlpaalbetalingen voor de verwerving van softwarelicenties en de aanpassing van dergelijke software in een project dat nog niet volledig is voltooid. Er wordt verwezen naar toelichting 4.9.
Er werd in 2025 of 2024 geen bijzondere waardevermindering op de boekwaarde van betalingen op rekening geboekt.
7.3 Voorraden
De voorraden omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 167.333 | 160.618 |
| Werk in uitvoering | 90.106 | 118.354 |
| Afgewerkte producten | 16.749 | 9.941 |
| Handelswaar | — | 6 |
| Afwaarderingen | (9.529) | (7.154) |
| Totaal | 264.659 | 281.765 |
De wijzigingen in werk in uitvoering en afgewerkt product voor een totaal bedrag van USD 20.140 duizend werden opgenomen in de kostprijs van de omzet in 2025 (2024: USD 19.072 duizend). Afschrijvingen worden geboekt ten laste van de voorraden en opgenomen als kost in de periode van USD 4.376 duizend (2024: USD 2.125 duizend). Er werden geen afschrijvingen teruggenomen. Voorraden vertegenwoordigen in hun geheel bedragen die naar verwachting binnen twaalf maanden worden gerealiseerd.
Voorraden voor de productie van wafers in het kader van contracten waarvoor de verkoop in de loop der tijd wordt opgenomen, worden niet opgenomen onder werk in uitvoering; in plaats daarvan worden ze als uitgave geboekt onder de kostprijs van de omzet, waarbij de bijbehorende rechten op vergoeding voor voltooid maar nog niet gefactureerd werk op de verslagdatum worden opgenomen onder contractactiva (toelichting 7.4 hieronder).
7.4 Contractactiva
Contractactiva hebben betrekking op de rechten van de Groep op vergoeding voor voltooid maar niet gefactureerd werk op de verslagdatum op waferverkopen die in de loop der tijd worden opgenomen. Er zijn geen bijzondere waardeverminderingen op contractactiva opgenomen. De contractactiva gaan over naar vorderingen wanneer de rechten onvoorwaardelijk worden. Dit gebeurt meestal wanneer de Groep een factuur naar de klant stuurt.
7.5 Handels- en overige vorderingen
De handels- en overige vorderingen omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 90.488 | 97.806 |
| Bedragen verschuldigd door verbonden entiteiten | 196 | 172 |
| Waardeverminderingen | (1.694) | (1.331) |
| Totaal | 88.990 | 96.647 |
Handelsvorderingen hebben over het algemeen een looptijd van 30 tot 90 dagen en zijn niet-rentedragend. Ze worden ten behoeve van de financiële verslaggeving geclassificeerd als financiële activa tegen afgeschreven kostprijs. De reële waarde van de handelsvorderingen benadert hun boekwaarde, rekening houdend met de getroffen waardeverminderingen. De bedragen die door verbonden partijen verschuldigd zijn, hebben betrekking op saldi van handelsvorderingen.
Per 31 december is de veroudering van de handelsvorderingen (derden, na aftrek van waardeverminderingen) als volgt:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Noch vervallen, noch in waarde verminderd | 60.630 | 74.547 |
| 1 tot 30 dagen na vervaldatum | 11.026 | 7.910 |
| 31 tot 60 dagen na vervaldatum | 1.311 | 1.188 |
| 61 tot 360 dagen na vervaldatum | 7.021 | 3.662 |
| > 360 dagen na vervaldatum | 8.806 | 9.169 |
| Totaal | 88.794 | 96.476 |
De Groep waardeert de verwachte kredietverliezen uit handelsvorderingen met behulp van een waardeverminderingentabel om de verwachte verliezen op saldi van handelsvorderingen te meten, inclusief die bij verbonden partijen. De waardeverminderingen zijn gebaseerd op het aantal dagen dat elk saldo achterstallig is. De beoordeling van verwachte verliezen op saldi van handelsvorderingen die niet onderhevig zijn aan geleden verliezen, is gebaseerd op eerdere ervaringen met kredietverliezen. De Groep beschouwt dit als een redelijke benadering van te verwachten verliezen, aangezien er geen aanwijzingen zijn dat er in de toekomst belangrijke veranderingen binnen de sector zullen plaatsvinden. Er is geen verwacht kredietverlies geboekt op vooruitbetalingen onder langetermijnovereenkomsten voor de levering van wafers ten bedrage van USD 10,5 miljoen, die zijn opgenomen in de bedragen met een achterstand van meer dan 360 dagen (vorig jaar: 61-360 dagen achterstand), aangezien de betalingen voorafgaand aan de dienstverlening dienen te gebeuren. Er wordt geen analyse van vorderingen per
geografische regio of per klanttype uitgevoerd, aangezien X-FAB voornamelijk wereldwijde klanten heeft en er dus geen significant verschil in risico's bestaat tussen de geografische regio's waar X-FAB actief is of de klanttypes die X-FAB bedient. Het bedrag aan handelsvorderingen op verbonden partijen wordt apart vermeld van de handelsvorderingen in de bovenstaande tabel en in de informatie over verbonden partijen in toelichting 12 hieronder. Daarnaast boekte X-FAB verschillende aanvullende waardeverminderingen voor afzonderlijke beoordelingen voor tegoeden met verminderde kredietwaardigheid.
De Groep identificeert risicoconcentraties op basis van significante blootstellingen. Er zijn twee (vorig jaar: één) handelsvorderingen op klanten met individuele saldi van meer dan 10% van het totale saldo aan handelsvorderingen per december, goed voor USD 16.229 duizend (vorig jaar: USD 46.475 duizend), wat 18% (vorig jaar: 48%) van het totale bedrag aan handelsvorderingen op de verslagdatum vertegenwoordigt.
De volgende tabellen geven informatie over de blootstelling aan kredietrisico en de verliescompensaties die zijn gemaakt voor tegoeden die geen kredietverliezen hebben op 31 december 2025 en 31 december 2024:
| 31 december 2025 | |||
|---|---|---|---|
| in duizenden US dollar | Gewogengemiddeldverliespercentage | Brutoboekwaarde | Voorzieningvoorverliezen |
| Noch vervallen, noch in waarde verminderd | 0,08 % | 60.630 | (49) |
| 1 tot 30 dagen na vervaldatum | 0,08 % | 11.026 | (9) |
| 31 tot 60 dagen na vervaldatum | 1,50 % | 1.311 | (20) |
| 61 tot 90 dagen na vervaldatum | 3,75 % | 857 | (32) |
| Meer dan 90 dagen vervallen (behoudenskredietverslechtering) | 9,75 % | 4.209 | (410) |
| Totaal | 78.033 | (520) |
| 31 december 2024 | |||
|---|---|---|---|
| in duizenden US dollar | Gewogengemiddeldverliespercentage | Brutoboekwaarde | Voorzieningvoorverliezen |
| Noch vervallen, noch in waarde verminderd | 0,08 % | 74.803 | (60) |
| 1 tot 30 dagen na vervaldatum | 0,08 % | 7.910 | (6) |
| 31 tot 60 dagen na vervaldatum | 1,50 % | 1.188 | (18) |
| 61 tot 90 dagen na vervaldatum | 3,75 % | 123 | (5) |
| Meer dan 90 dagen vervallen (behoudenskredietverslechtering) | 9,75 % | 2.124 | (207) |
| Totaal | 86.148 | (296) |
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Saldo op 1 januari | (1.331) | (1.319) |
| Opgenomen waardeverminderingsverlies | (142) | (103) |
| Gebruik van de waardeverminderingen | — | 8 |
| Terugboeking van de waardeverminderingen | — | 2 |
| Netto herwaardering van voorziening voor verliezen | (221) | 81 |
| Saldo op 31 december | (1.694) | (1.331) |
Er werden gedurende de periode geen saldi afgeschreven die nog moeten worden geïnd.
7.6 Overige activa
De overige activa omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Overige activa | 77.435 | 67.423 |
| Overige vaste activa | 25 | 42 |
| Totaal | 77.460 | 67.465 |
De overige vlottende activa omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Te ontvangen subsidies R&D | 38.283 | 26.795 |
| Vooruitbetaalde kosten | 14.071 | 17.538 |
| Te ontvangen investeringspremies en -subsidies | 9.762 | 9.890 |
| Vorderingen uit energietoeslagen | 5.949 | 5.706 |
| Belastingen (overige) | 6.833 | 6.337 |
| Derivaten | 1.309 | — |
| Deposito's | 526 | 483 |
| Overige | 702 | 674 |
| Totaal | 77.435 | 67.423 |
Te ontvangen investeringssubsidies hebben betrekking op in aanmerking komende materiële vaste activa toegekend aan X-FAB Texas (zie toelichting 7.1).
Te ontvangen subsidies voor onderzoek en ontwikkeling in 2025 omvatten belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling en belastingkredieten voor concurrentievermogen en werkgelegenheid ten bedrage van USD 22.480 duizend, toerekenbaar aan X-FAB Frankrijk (31 december 2024: USD 17.876 duizend).
Belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling en belastingkredieten voor concurrentievermogen en werkgelegenheid voor een totaalbedrag van USD 0 duizend, toerekenbaar aan X-FAB Frankrijk (2024: USD 0 duizend) werden in 2025 zonder verhaal verkocht aan een bank. Bij de eerste opname verantwoordt X-FAB Frankrijk de te ontvangen subsidies als een verlaging van de kostprijs van de omzet en van de onderzoeks- en ontwikkelingskosten, in overeenstemming met de manier waarop de Groep gesubsidieerde kosten algemeen voorstelt. De verkoop versnelt de instroom van kasmiddelen uit belastingkredieten; wanneer de kredieten niet worden verkocht, kunnen zij worden verrekend met door X-FAB Frankrijk verschuldigde inkomstenbelasting of zullen zij op een latere datum aan X-FAB Frankrijk worden betaald indien er geen inkomstenbelasting hoeft te worden betaald. Als gevolg van de verkoop zullen deze terugbetalingen rechtstreeks door de bank worden ontvangen. Er zijn geen lopende verplichtingen meer waaraan X-FAB Frankrijk moet voldoen met betrekking tot de belastingkredieten, de kredieten zijn niet langer in de balans opgenomen en de door de bank ontvangen bedragen zijn opgenomen als geldmiddelen en kasequivalenten.
Vooruitbetaalde kosten hebben betrekking op vooruitbetalingen voor grondstoffen.
De deposito's vertegenwoordigen voornamelijk als onderpand verschafte effecten en worden geclassificeerd als vlottende activa omdat ze ofwel in verband staan met
contractuele regelingen die op korte termijn kunnen worden geannuleerd, ofwel naar verwachting op andere gronden binnen twaalf maanden zullen worden vrijgegeven.
7.7 Geldmiddelen en kasequivalenten
De geldmiddelen en kasequivalenten omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en banksaldi | 150.791 | 153.164 |
| Aan restricties onderhevige geldmiddelen | 2.615 | 4.018 |
| Termijndeposito's | 40.908 | 58.484 |
| Totaal | 194.314 | 215.837 |
Termijndeposito's en sommige liquide middelen brengen rente op tegen variabele rentevoeten gebaseerd op de dagelijkse depositorente. Aan restricties onderhevige geldmiddelen verwijst naar in pand gegeven geldmiddelen tegen bankgaranties voor elektriciteitskosten en inklaringskosten bij X-FAB Sarawak. De reële waarde van liquide middelen en kortetermijndeposito's is gelijk aan de boekwaarde.
7.8 Eigen vermogen
Aandelenkapitaal
X-FAB Silicon Foundries SE had 130.781.669 volgestorte gewone aandelen in omloop per 31 december 2025 en 31 december 2024. Elk aandeel heeft één stem op de algemene vergadering van de Vennootschap. Er zijn geen onuitgegeven aandelen goedgekeurd voor uitgifte.
Uitgiftepremie
De uitgiftepremie van X-FAB Silicon Foundries SE vertegenwoordigt het teveel aan gestort kapitaal voor aandelen op het moment van uitgifte ten opzichte van de fractiewaarde van de aandelen.
Overgedragen resultaat
Het overgedragen resultaat vertegenwoordigt de gecumuleerde winsten en verliezen van de Groep samen met het gecumuleerde saldo van de herwaardering van toegezegde pensioenregelingen van de Groep.
Cumulatieve omrekeningsverschillen
De omrekeningsreserve omvat alle wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de jaarrekening van buitenlandse activiteiten die een andere functionele valuta dan USD hebben.
Eigen aandelen
Op 31 december 2025 bezat de Groep 149.748 eigen aandelen van X-FAB Silicon Foundries SE, aangehouden door haar volle dochteronderneming X-FAB GmbH. Op basis van de aanschaffingsprijs van EUR 11,25 per aandeel hebben de ingekochte eigen aandelen het eigen vermogen van de moedermaatschappij verminderd met USD 770 duizend (31 december 2024: USD 770 duizend).
Op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten
De Groep had geen op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten en geen aandelenoptieprogramma's gedurende de jaren geëindigd op 31 december 2025 of 31 december 2024.
Machtiging tot inkoop eigen aandelen
Overeenkomstig het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen staan de statuten toe dat de Vennootschap op of buiten de beurs eigen aandelen, winstbewijzen of bijbehorende certificaten verwerft bij besluit goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders met een meerderheid van ten minste 75% van de uitgebrachte stemmen, wanneer ten minste 50% van het maatschappelijk kapitaal en ten minste 50% van de eventuele winstbewijzen aanwezig of vertegenwoordigd zijn. De voorafgaande goedkeuring door de aandeelhouders is niet vereist indien de Vennootschap de aandelen koopt om ze aan de werknemers van de Vennootschap aan te bieden.
De aandelen, winstbewijzen of bijbehorende certificaten kunnen alleen worden verworven met fondsen die anders beschikbaar zouden zijn voor dividenduitkering. De totale nominale waarde of fractiewaarde van de aandelen, winstbewijzen of bijbehorende certificaten die door de Vennootschap worden gehouden, kan op geen enkel moment meer bedragen dan 20% van het maatschappelijk kapitaal. Stemrechten verbonden aan aandelen die door de Vennootschap worden gehouden als eigen aandelen, worden opgeheven.
Op 28 april 2022 heeft een buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders de Raad van Bestuur gemachtigd om tot 20% van de uitstaande aandelen in te kopen tegen een prijs die niet lager is dan 10% onder de laagste slotkoers van de laatste 30 beursdagen voorafgaand aan de transactie en niet hoger dan 5% boven de hoogste slotkoers van de laatste 30 beursdagen voorafgaand aan de transactie. Deze machtiging is geldig voor vijf jaar vanaf 28 april 2022.
Bovenstaande machtiging is eveneens geldig indien de verwerving geschiedde door een van de dochterondernemingen waarover de Vennootschap rechtstreeks zeggenschap uitoefent, zoals bepaald in artikel 5 SE-regelgeving juncto artikel 7:221 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
De Raad van Bestuur is bevoegd om de aandelen, winstbewijzen of bijbehorende certificaten geheel of gedeeltelijk te desinvesteren tegen een prijs die hij bepaalt, op of buiten de beurs of in het kader van zijn remuneratiebeleid aan werknemers, bestuurders of
consulenten van de Vennootschap of om elk ernstig en dreigend nadeel voor de Vennootschap te voorkomen. Deze machtiging is geldig zonder beperking in de tijd, behalve wanneer de desinvestering wordt uitgevoerd om ernstige en dreigende schade voor de Vennootschap te voorkomen, in welk geval de machtiging verstreken is op 2 mei 2025. De machtiging heeft betrekking op de vervreemding van de aandelen, winstbewijzen of bijbehorende certificaten door een rechtstreekse dochteronderneming van de Vennootschap, zoals bepaald in artikel 5 SE-regelgeving juncto artikel 7:221 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
7.9 Dividenden
In de jaren 2025 en 2024 zijn geen dividenden vastgesteld of uitbetaald.
Krachtens het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen beslissen de aandeelhouders op de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders over de winstverdeling op basis van de meest recente geauditeerde statutaire jaarrekening van de Vennootschap. Dividenden kunnen in geld of in natura worden uitgekeerd. De aandeelhouders mogen echter geen dividend uitkeren, indien de Vennootschap niet eerst ten minste 5% van haar winst voor het boekjaar heeft gereserveerd totdat deze reserve een bedrag heeft bereikt dat gelijk is aan 10% van haar maatschappelijk kapitaal (de "Wettelijke reserve") of indien, na een dergelijk dividend, het niveau van het netto-actief aangepast voor het niet-afgeschreven saldo van de oprichtingskosten en geactiveerde onderzoeksen ontwikkelingskosten van de Vennootschap daalt tot onder het bedrag van het gestort kapitaal van de Vennootschap en van haar niet-uitgekeerde kosten. De Raad van Bestuur kan een interim-dividend uitkeren, mits voldaan is aan bepaalde voorwaarden zoals bepaald in het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
7.10 Leningen en overige financieringsverplichtingen
De ongebruikte kredietlijnen van de Groep beschikbaar via bankleningen zijn als volgt:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Ongebruikte kredietlijnen | ||
| Ongebruikt deel van de doorlopende kredietfaciliteit in meerdere valutauitgedrukt in EUR of in USD – variabele rentevoeten | — | 133.197 |
| Rentevoet USD: SOFR + 1,25% | ||
| Rentevoet EUR: EURIBOR +1,0% | ||
| Ongebruikt deel van de doorlopende kredietfaciliteit in meerdere valutauitgedrukt in EUR of in USD – variabele rentevoeten | 155.616 | 193.175 |
| Rentevoet USD: SOFR + 1,7% | ||
| Rentevoet EUR: EURIBOR +1,35% | ||
| Ongebruikte kredietlijnen, uitgedrukt in euro – vaste rentevoeten | 8.230 | 7.311 |
| Rentevoet: 3,9–4,57% | ||
| Overige ongebruikte kredietlijnen, uitgedrukt in euro – variabele rentevoeten | 2.351 | 2.089 |
| Rentevoeten: EURIBOR +2,5% |
De boekwaarden van de leningen en overige financieringsverplichtingen van de Groep per 31 december zijn weergegeven in de volgende tabel:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Bankleningen en rekening-courantkredieten | ||
| Bankleningen met vaste rente in EUR | 55.088 | 64.142 |
| Maturiteit: 2026–2029 | ||
| Rentevoeten: 0,9–4,27% | ||
| Aflossingen in maandelijkse of driemaandelijkse termijnen | ||
| Bankleningen met vaste rente in USD | 415 | 530 |
| Maturiteit: 2026-2028 | ||
| Rentevoeten: 8,25-8,5% | ||
| Aflossingen in maandelijkse termijnen/op de vervaldag | ||
| Bankleningen met variabele rente in EUR | 51.869 | 26.110 |
| Maturiteit: 2029 | ||
| Rentevoeten: EURIBOR +0,95% | ||
| Aflossingen in maandelijkse of driemaandelijkse termijnen | ||
| Variabele rente doorlopende kredietfaciliteit uitgedrukt in USD | 143.610 | 143.231 |
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Maturiteit: 2026 | ||
| Rentevoeten: SOFR + 1,25% | ||
| Terugbetaling op de vervaldag | ||
| Variabele rente doorlopende kredietfaciliteit uitgedrukt in EUR | 67.015 | 75.197 |
| Maturiteit: 2026 | ||
| Rentevoeten: EURIBOR + 1,0% | ||
| Terugbetaling op de vervaldag | ||
| Variabele rente doorlopende kredietfaciliteit uitgedrukt in USD | 30.000 | — |
| Maturiteit: 2029 | ||
| Rentevoeten: SOFR + 1,7% | ||
| Variabele rente doorlopende kredietfaciliteit uitgedrukt in EUR | 16.911 | 6.825 |
| Maturiteit: 2029 | ||
| Rentevoeten: EURIBOR + 1,35% | ||
| Terugbetaling op de vervaldag | ||
| Leasingovereenkomsten | ||
| Leasingverplichtingen uitgedrukt in EUR | 82.017 | 62.360 |
| Maturiteit: 2026–2034 | ||
| Rentevoeten: 0,15–4,67% | ||
| Aflossingen in maandelijkse termijnen | ||
| Leasingverplichtingen uitgedrukt in USD | 8.321 | 8.376 |
| Maturiteit: 2026–2038 | ||
| Rentevoeten: 3,32% | ||
| Aflossingen in maandelijkse termijnen | ||
| Leasingverplichtingen uitgedrukt in MYR | 25.161 | 27.362 |
| Maturiteit: 2026–2034 | ||
| Rentevoeten: 4,66% | ||
| Aflossingen in maandelijkse termijnen | ||
| Totaal | 480.407 | 414.133 |
| Kortlopende leningen en overige financieringsverplichtingen | 292.512 | 44.517 |
| Langlopende leningen en overige financieringsverplichtingen | 187.895 | 369.616 |
De bankleningen met variabele rente omvatten leningen ten belope van USD 142.000 duizend en EUR 73.500 duizend (31 december 2024: USD 142.000 duizend en EUR 78.500 duizend) in het kader van de overeenkomst betreffende de doorlopende kredietfaciliteit in meerdere valuta van de Groep ten belope van EUR 200.000.000 ("de faciliteit") gesloten tussen de moedermaatschappij en haar belangrijkste dochterondernemingen en een syndicaat van acht internationale banken op 1 december 2021 en 1 augustus 2024. Beide kredietfaciliteiten hebben een looptijd van vijf jaar tot december 2026 en juli 2029, met een optie voor X-FAB om een verlenging van de vervaldatum van de faciliteit aan te vragen voor één jaar extra tot december 2027 en juli 2030. De opties kunnen niet eerder dan 90 dagen voor en niet later dan 45 dagen voor de oorspronkelijke einddata worden uitgeoefend.
De leningen onder de initiële faciliteit, aangegaan op 1 december 2021 en met een vervaldatum in december 2026, worden per 31 december 2025 gerapporteerd als kortlopende verplichtingen. Het management verwacht deze leningen op de vervaldatum te herfinancieren of te verlengen. De leningen onder de tweede faciliteit werden als langlopend gepresenteerd, aangezien de Groep het recht heeft om deze verplichtingen voor ten minste 12 maanden te herfinancieren of te verlengen.
Bankleningen met variabele rente per 31 december 2025 omvatten USD 29.392 duizend voortvloeiend uit de afwikkeling van een valutatermijncontract, dat op 7 januari 2026 werd vereffend.
De bewegingen in leningen en overige financieringsverplichtingen omvatten wisselkoersverliezen van USD 32.048 duizend als gevolg van de omrekening van in euro uitgedrukte leningen en overige financieringsverplichtingen (2024: wisselkoerswinsten van USD 8.214 duizend).
De reële waarden van de leningen en overige financieringsverplichtingen van de Groep wordt voorgesteld in toelichting 10.
Ongeveer 15% van de leningen van de Groep zijn aangegaan tegen een vaste rentevoet (31 december 2024: 20%). Er wordt verwezen naar toelichting 10. Bankleningen en rekening-courantkredieten van USD 3.055 duizend (2024: USD 2.531 duizend) worden gedekt door waarborgen op installaties, machines en terreinen (zie toelichting 7.1).
Contractuele looptijden
De contractuele looptijden van de niet-afgeleide financiële verplichtingen (inclusief financiële leaseverplichtingen) van de Groep per 31 december 2025 en 31 december 2024 zijn weergegeven in de onderstaande tabel. De bedragen in de tabel zijn nietverdisconteerd en omvatten geen interesten, aangezien de meeste verplichtingen
verband houden met kredietfaciliteiten waarvoor de interesten kunnen schommelen in de tijd, afhankelijk van het niveau van het gebruikte deel van deze faciliteiten:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| 2025 | 40.667 | |
| 2026 | 291.908 | 259.718 |
| 2027 | 42.720 | 32.261 |
| 2028 | 43.301 | 32.544 |
| 2029 | 77.929 | 25.576 |
| 2030–2038 | 24.549 | 23.366 |
| Totaal | 480.407 | 414.132 |
De Groep is blootgesteld aan een liquiditeitsrisico in die zin dat de looptijd van bankleningen, die worden gepresenteerd op basis van de contractuele betalingsverplichtingen, kan worden vervroegd indien de Groep zijn contractuele verplichtingen uit de bankleningsovereenkomsten niet nakomt. Er zijn ook liquiditeitsrisico's die ontstaan indien de leningfaciliteiten van de Groep op de vervaldatum niet worden verlengd, niet worden vervangen door nieuwe faciliteiten, of indien verlengingen of vervangende faciliteiten enkel beschikbaar zijn tegen andere voorwaarden dan de tot dusver geldende.
De volgende tabel geeft een aansluiting weer van de mutaties in de schulden aan de kasstromen die voortvloeien uit financieringsactiviteiten voor het jaar 2025:
| in duizenden US dollar | Verplichtingen | Eigen vermogen | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Leningen enoverigefinancieringsverplichtingen | Leaseverplichting | Aandelenkapitaal | Uitgiftepremie | Overgedragenresultaat | Total | |
| Saldo op 1 januari 2025 | 316.035 | 98.098 | 432.745 | 348.709 | 241.647 | 1.437.234 |
| Wijzigingen in financieringskasstromen | ||||||
| Ontvangsten uit leningen en overige financieringsverplichtingen | 104.506 | — | — | — | — | 104.506 |
| Terugbetaling van leningen en overige financieringsverplichtingen | (75.256) | — | — | — | — | (75.256) |
| Ontvangsten uit verkoop- en leaseback-overeenkomsten en nieuweleases | — | 30.098 | — | — | — | 30.098 |
| Betaling van leaseverplichtingen, incl. interest | — | (24.013) | — | — | — | (24.013) |
| Betaalde rente | (20.763) | — | — | — | — | (20.763) |
| Totaal wijzigingen in financieringskasstromen | 8.487 | 6.085 | — | — | — | 14.572 |
| Overige wijzigingen | ||||||
| Effect van wisselkoersschommelingen | 21.717 | 10.371 | — | — | — | 32.088 |
| In verband met verplichtingen | ||||||
| Verlenging van bestaande leasecontracten | — | 945 | — | — | — | 945 |
| Vergoedingen voor doorlopende kredietfaciliteit | (2.129) | — | (2.129) | |||
| Rentekosten | 20.798 | — | — | — | — | 20.798 |
| In verband met eigen vermogen | — | — | — | — | — | |
| Totaal overige wijzigingen i.v.m. verplichtingen | 18.669 | 945 | — | — | — | 19.614 |
| Totaal overige wijzigingen i.v.m. eigen vermogen | — | — | — | — | — | — |
| Saldo op 31 december 2025 | 364.908 | 115.499 | 432.745 | 348.709 | 241.647 | 1.503.508 |
The following table provides a reconciliation of the movements in liabilities to the cash flows arising from financing activities for the year 2024:
| in duizenden US dollar | Verplichtingen | Eigen vermogen | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Leningen enoverigefinancieringsverplichtingen | Leaseverplichting | Aandelenkapitaal | Uitgiftepremie | Overgedragenresultaat | Total | |
| Saldo op 1 januari 2024 | 239.369 | 21.608 | 432.745 | 348.709 | 180.158 | 1.222.589 |
| Wijzigingen in financieringskasstromen | ||||||
| Ontvangsten uit leningen en overige financieringsverplichtingen | 209.669 | — | — | — | — | 209.669 |
| Terugbetaling van leningen en overige financieringsverplichtingen | (124.237) | — | — | — | — | (124.237) |
| Ontvangsten uit verkoop- en leaseback-overeenkomsten | — | 60.584 | — | — | — | 60.584 |
| Betaling van leaseverplichtingen | — | (12.502) | — | — | — | (12.502) |
| Betaalde rente | (17.214) | — | — | — | — | (17.214) |
| Totaal wijzigingen in financieringskasstromen | 68.218 | 48.082 | — | — | — | 116.300 |
| Overige wijzigingen | ||||||
| Effect van wisselkoersschommelingen | (8.214) | (2.904) | — | — | — | (11.118) |
| In verband met verplichtingen | ||||||
| Nieuwe leases in het vorige jaar, fondsen ontvangen in hetlopende jaar | — | 27.903 | — | — | — | 27.903 |
| Verlenging van bestaande leasecontracten | — | 3.409 | — | — | — | 3.409 |
| Rentekosten | 16.662 | — | — | — | — | 16.662 |
| In verband met eigen vermogen | — | — | — | — | 61.489 | 61.489 |
| Totaal overige wijzigingen i.v.m. verplichtingen | 16.662 | 31.312 | — | — | — | 47.974 |
| Totaal overige wijzigingen i.v.m. eigen vermogen | — | — | — | — | 61.489 | 61.489 |
| Saldo op 31 december 2024 | 316.035 | 98.098 | 432.745 | 348.709 | 241.647 | 1.437.234 |
7.11 Overige langlopende verplichtingen
De overige langlopende verplichtingen omvatten hoofdzakelijk de toegezegde pensioenverplichtingen en uitgestelde huurinkomsten.
De overige langlopende verplichtingen omvatten een bedrag van USD 2.645 duizend op 31 december 2025 (31 december 2024: USD 4.157 duizend) voor de netto pensioenverplichtingen uit hoofde van een pensioenplan in geval van lange diensttijd bij de dochteronderneming van de Groep X-FAB Frankrijk. Een bijkomend bedrag van USD 126 duizend (31 december 2024: USD 0 duizend) aan toegezegde pensioenverplichtingen uit hoofde van deze regeling is geboekt als overige kortlopende verplichtingen. De nettoverplichting uit toegezegde pensioenregelingen bestaat uit toegezegde pensioenverplichtingen uit hoofde van dit plan van USD 7.893 duizend (31 december 2024: USD 8.475 duizend) verminderd met de fondsbeleggingen geboekt tegen hun reële waarde van USD 5.120 duizend (31 december 2024: USD 4.318 duizend). In het kader van deze regeling kent X-FAB Frankrijk aan haar werknemers een forfaitaire uitkering toe bij het bereiken van de pensioenleeftijd van 65 jaar (voor managementwerknemers) en 62 jaar (voor andere werknemers). De uitkering is afhankelijk van het eindsalaris van de werknemer en de tijd dat de werknemer in dienst is geweest bij X-FAB Frankrijk. Medewerkers zijn niet verplicht om bij te dragen aan de regeling. De verplichting opgenomen voor de toekomstige brutoverplichting uit hoofde van deze regeling wordt gepresenteerd na aftrek van de activa van het financieringsplan die "afgezonderd" zijn om te voldoen aan verplichtingen uit de regeling. De fondsbeleggingen per 31 december 2025 bestaan uit beleggingen in een fonds dat wordt beheerd door een financiële instelling waarvan de onderliggende activa betrekking hebben op langlopende obligaties met kapitaalgaranties van USD 2.200 duizend (31 december 2024: USD 1.910 duizend) en aandelenspaarplannen met een waarde van USD 2.920 duizend (31 december 2024: USD 2.408 duizend).
Dienovereenkomstig zijn er typische risico's voor dergelijke toegezegde pensioenverplichtingen, d.w.z. actuariële risico's die verband houden met de onzekerheden van de geschatte verplichtingen uit hoofde van de regeling en met de verwachte prestaties van de beleggingsactiva die worden aangehouden om de verplichtingen uit hoofde van de regeling te compenseren.
| in duizenden US dollar | Brutoverplichtinguit hoofde vantoegezegdepensioenrechten | Reëlewaarde vanplanactiva | Nettopensioenverplichtingen |
|---|---|---|---|
| 1 januari 2025 | 8.475 | (4.318) | 4.157 |
| Opgenomen in resultatenrekening: | |||
| Aan het dienstjaar toegerekendepensioenkosten | 803 | — | 803 |
| Valuta-effecten bij omrekening in USD | 1.001 | (704) | 297 |
| Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten: | |||
| Rendement op fondsbeleggingen | — | (98) | (98) |
| Actuariële verliezen | (193) | — | (193) |
| Overige: | |||
| Betaalde voordelen | (2.193) | — | (2.193) |
| 31 december 2025 | 7.893 | (5.120) | 2.773 |
| 1 januari 2024 | 9.057 | (4.360) | 4.697 |
| Opgenomen in resultatenrekening: | |||
| Aan het dienstjaar toegerekendepensioenkosten | 782 | — | 782 |
| Valuta-effecten bij omrekening in USD | (493) | 110 | (383) |
| Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten: | |||
| Rendement op fondsbeleggingen | — | (68) | (68) |
| Actuariële verliezen | 104 | — | 104 |
| Overige: | |||
| Betaalde voordelen | (975) | — | (975) |
| 31 december 2024 | 8.475 | (4.318) | 4.157 |
De belangrijkste veronderstellingen bij de berekening van de brutoverplichting uit toegezegde pensioenverplichtingen waren als volgt:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 3,96% | 3,32% |
| Personeelsverloop | 5,00% | 5,00% |
| Sociale-zekerheidskosten | 47,00% | 47,00% |
De gebruikte disconteringsvoet wordt berekend op basis van de rendementen op bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit. De toekomstige salarisgroei wordt verondersteld 1,0% hoger te liggen dan de inflatie (31 december 2024: 1,0%). Veronderstellingen over toekomstige sterftecijfers zijn gebaseerd op gepubliceerde statistieken en sterftetabellen.
De Groep verwacht in 2026 geen bijdragen te betalen aan het financieringsplan.
Redelijkerwijs zouden mogelijke wijzigingen op 31 december 2025 en 31 december 2024 in één van de actuariële veronderstellingen, waarbij andere veronderstellingen constant blijven, de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenverplichtingen hebben beïnvloed waardoor de gedisconteerde bedragen van de netto verplichting wijzigen met de hieronder vermelde bedragen:
| in duizenden US dollar | Stijging op31 december2025 | Daling op31 december2025 | Stijging op31 december2024 | Daling op31 december2024 |
|---|---|---|---|---|
| Disconteringsvoet (+0,25%beweging) | — | 133 | — | 138 |
| Toekomstige salarisgroei(+0,25% beweging) | 138 | — | 146 | — |
De brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenverplichtingen is niet materieel gevoelig voor een redelijkerwijs mogelijke wijziging in het veronderstelde sterftecijfer.
7.12 Handelsschulden en overige kortlopende verplichtingen
Handelsschulden zijn niet-rentedragend en worden gewoonlijk op 60 dagen betaald. De handelsschulden bedroegen op 31 december 2025 in totaal USD 54.805 duizend (USD 67.658 duizend op 31 december 2024). Deze daling is het gevolg van betalingen voor kapitaaluitgaven.
De overige kortlopende verplichtingen omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Toe te rekenen verplichtingen | 29.124 | 29.968 |
| Voor nog niet ontvangen facturen | 27.119 | 28.048 |
| Royalty's | 456 | 622 |
| Verkoopcommissies | 537 | 481 |
| Kosten personeelsvereniging | 647 | 588 |
| Overige | 365 | 229 |
| Ontvangen voorschotten | 281.016 | 323.915 |
| Over te dragen inkomsten | 1.312 | 814 |
| Personeelsgerelateerde verplichtingen | 21.842 | 23.458 |
| Loon | 1.159 | 2.078 |
| Verdiende vakantiedagen, incentives | 14.678 | 15.758 |
| Bedrijfsvoorheffing | 1.407 | 1.310 |
| Sociale-zekerheidskosten | 4.598 | 4.312 |
| Overige | 15 | 2 |
| Totaal | 333.309 | 378.157 |
De ontvangen voorschotten hebben betrekking op vooruitbetalingen van klanten voor toekomstige waferverkopen van USD 43.567 duizend (31 december 2024: USD 40.718 duizend) en deposito's voor capaciteitsreserveringen ontvangen in het kader van langetermijnovereenkomsten gesloten met klanten voor USD 237.449 duizend (31 december 2024: USD 283.197 duizend). Deze bedragen vertegenwoordigen contractverplichtingen zoals gedefinieerd in IFRS 15 en zullen, afhankelijk van de respectieve overeenkomsten met de klant, verrekend worden door ontvangen voorschotten te verrekenen met leveringen van wafers of door verrekening met handelsvorderingen binnen de komende drie tot vijf jaar.
Alle vooruitbetalingen van klanten voor toekomstige waferverkopen en deposito's voor capaciteitsreserveringen worden geboekt als kortlopend of langlopend op basis van de gebruikelijke classificatieprincipes, d.w.z. posten die afgewikkeld worden binnen de normale bedrijfscyclus worden geclassificeerd als kortlopend, zelfs als verwacht wordt dat ze na twaalf maanden afgewikkeld zullen worden. De Groep verwacht echter dat vooruitbetalingen van klanten voor toekomstige waferverkopen en deposito's voor capaciteitsreserveringen voor een totaal van USD 132.005 duizend pas na meer dan 12 maanden zullen worden afgewikkeld (31 december 2024: USD 225.311 duizend).
7.13 Voorzieningen
De voorzieningen omvatten het volgende:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Kortlopende voorzieningen | 13.365 | 11.978 |
| Langlopende voorzieningen | 885 | 54 |
| Totaal | 14.250 | 12.032 |
De kortlopende voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op garantiekosten.
De voorzieningen voor garantieverplichtingen worden geraamd op basis van de ervaring van de Groep met het aantal claims in het verleden en de kennis van lopende claims, samen met een evaluatie van de correctiekosten. Klanten kunnen claims indienen tot zes maanden na de leveringsdatum. Het toegenomen bedrijfsvolume resulteerde in een toename van de garantievoorzieningen in het boekjaar.
De langlopende voorzieningen hebben betrekking op jubileumuitkeringen voor werknemers die worden verwerkt in overeenstemming met IAS 19, waarin schattingen van het toekomstige personeelsverloop zijn opgenomen, gebaseerd op de ervaring van de Groep met het personeelsverloop in de afgelopen jaren.
De mutaties in de voorzieningen gedurende het jaar waren als volgt:
| in duizenden US dollar | Garantievoorzieningen | Voorzieningenvoorwerknemers | Overige | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| 1 januari 2025 | 11.484 | 416 | 132 | 12.032 |
| Voorzien | 7.917 | 623 | 469 | 9.009 |
| Gebruikt | (6.598) | (43) | — | (6.641) |
| Vrijgegeven | (134) | (1) | (234) | (369) |
| Effect vanwisselkoersschommelingen | 154 | 10 | 55 | 219 |
| 31 december 2025 | 12.823 | 1.005 | 422 | 14.250 |
| in duizenden US dollar | Garantievoorzieningen | Voorzieningenvoorwerknemers | Overige | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| 1 januari 2024 | 8.523 | 593 | 716 | 9.832 |
| Voorzien | 6.696 | 29 | 237 | 6.962 |
| Gebruikt | (3.563) | (212) | (791) | (4.566) |
| Vrijgegeven | (125) | (1) | — | (126) |
| Effect vanwisselkoersschommelingen | (47) | 7 | (30) | (70) |
| 31 december 2024 | 11.484 | 416 | 132 | 12.032 |
8 Toelichting bij het kasstroomoverzicht
De wijziging in handelsschulden in werkkapitaal betreft exclusief wijzigingen in de bedragen van uitstaande verplichtingen voor toevoegingen aan materiële vaste activa, aangezien betalingen voor toevoegingen aan vaste activa bij de betaling worden geboekt in het kasstroomoverzicht.
Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten omvatten significante bedragen van vooruitbetalingen van klanten voor de toekomstige levering van wafers en ontvangsten en terugbetalingen van deposito's voor capaciteitsreserveringen in het kader van langetermijnovereenkomsten gesloten met klanten. De bedragen van vooruitbetalingen van klanten en deposito's voor capaciteitsreserveringen die worden overgedragen om te worden verrekend met handelsvorderingen of voor terugbetaling aan klanten, worden opgenomen onder overige kortlopende verplichtingen zoals gerapporteerd in toelichting 7.12.
De niet-contante transacties omvatten voornamelijk de afwikkeling van handelsvorderingen door verrekening van verschuldigde bedragen met vooruitbetalingen van klanten en deposito's voor capaciteitsreserveringen, de opname van afschrijvingen en waardeverminderingen, de effecten van wisselkoersschommelingen op de waardering van financiële activa en passiva, waardeverminderingen geboekt op handelsvorderingen en toename en vrijgave van voorzieningen.
Het verschil tussen de uitstroom van kasmiddelen voor investeringen en de toevoegingen in materiële vaste activa is voornamelijk toe te schrijven aan het niveau van openstaande facturen voor toevoegingen die op het einde van het boekjaar werden opgenomen.
De Groep is in 2024 "sale and leaseback"-transacties aangegaan voor materiële vaste activa. De instroom van kasmiddelen uit die transactie werd ontvangen in 2024 en bedroeg USD 60.584 duizend.
9 Gesegmenteerde informatie
Operationeel segment
De Groep beheert haar CMOS-, SiC- en MEMS-operaties als één enkel operationeel segment. Operationele beslissingen worden op product- en technologisch niveau genomen door de Voorzitter en Chief Executive Officer, die wordt bijgestaan door het managementteam van de moedermaatschappij. Dienovereenkomstig heeft X-FAB haar CEO geïdentificeerd als haar belangrijkste operationele besluitvormer met het oog op het definiëren van segmenten in overeenstemming met IFRS 8. Er worden geen afzonderlijke bedrijfsresultaten voor de CMOS-, SIC- en MEMS-operaties gebruikt door de operationele besluitvormer om de activiteiten van X-FAB te beheren, de prestaties te beoordelen of beslissingen te nemen over de toewijzing van middelen. Bijgevolg heeft X-FAB bepaald dat haar activiteiten één enkel segment vormen.
Geografische concentraties
De volgende tabel toont een analyse van de omzet (gebaseerd op de factureringslocatie van de klant) en vaste activa per geografisch gebied voor de verslagperiode.
Omzet per geografisch gebied:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Europa | 586.835 | 550.500 |
| België | 379.493 | 365.731 |
| Duitsland | 94.456 | 94.849 |
| Verenigd Koninkrijk | 54.836 | 50.646 |
| Oostenrijk | 12.836 | 13.756 |
| Frankrijk | 18.583 | 7.688 |
| Zwitserland | 8.400 | 5.864 |
| Zweden | 5.543 | 1.646 |
| Denemarken | 3.239 | 2.090 |
| Overige | 3.775 | 2.566 |
| Nederland | 2.404 | 1.947 |
| Finland | 1.904 | 1.429 |
| Ierland | 1.366 | 2.288 |
| Azië | 205.188 | 186.368 |
| China | 109.222 | 102.537 |
| Japan | 50.006 | 31.297 |
| Singapore | 11.818 | 13.548 |
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Thailand | 11.326 | 23.224 |
| Taiwan | 8.245 | 5.571 |
| Zuid-Korea | 8.560 | 8.137 |
| Nieuw-Zeeland | 3.513 | 425 |
| Maleisië | 1.902 | 898 |
| Overige | 596 | 731 |
| Verenigde Staten van Amerika | 77.184 | 77.244 |
| Rest van de wereld | 1.048 | 2.271 |
| Totaal | 870.255 | 816.383 |
Vaste activa per geografisch gebied:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Maleisië | 698.439 | 607.040 |
| Frankrijk | 237.768 | 248.627 |
| Duitsland | 205.192 | 185.263 |
| Verenigde Staten van Amerika | 95.427 | 117.463 |
| Totaal | 1.236.826 | 1.158.393 |
Vanaf 2025 sluiten de cijfers in de bovenstaande tabel de effecten van uitgestelde belastingvorderingen en financiële instrumenten uit. Deze gewijzigde presentatie is ook doorgevoerd in de vergelijkende informatie.
Belangrijke klanten
De Groep heeft één (2024: één) klant met een omzet van meer dan 10% van de geconsolideerde externe inkomsten van de Groep. De totale omzet van deze klant bedroeg USD 377.156 duizend in 2025 (2024: USD 364.240 duizend).
10 Financiële instrumenten - reële waarden en risicobeheer
Boekhoudkundige classificaties en reële waarden
De volgende tabellen tonen de boekwaarden en reële waarden van financiële activa en financiële passiva, respectievelijk gewaardeerd tegen reële waarde via winst of verlies en gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs, inclusief hun niveaus in de reële-waardehiërarchie.
| 31 december 2025 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| in duizenden US dollar | Boekwaarde | Reële waarde | |||
| Totaal | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal | |
| Financiële activa gewaardeerdtegen afgeschreven kostprijs | |||||
| Handels- en overige vorderingen | 88.990 | ||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 194.314 | ||||
| Financiële passiva gewaardeerdtegen afgeschreven kostprijs | |||||
| Handelsschulden | (54.805) | ||||
| Bankleningen, rekeningcourantkredieten enleaseverplichtingen | (480.407) | (483.046) | (483.046) | ||
| 31 december 2024 | |||||
| Financiële activa gewaardeerd | |||||
| tegen afgeschreven kostprijsHandels- en overige vorderingen | 96.648 | ||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 215.837 | ||||
| Financiële passiva gewaardeerdtegen afgeschreven kostprijs | |||||
| Handelsschulden | (67.658) | ||||
| Bankleningen, rekeningcourantkredieten enleaseverplichtingen | (414.133) | (418.212) | (418.212) |
Financiële instrumenten gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs
De boekwaarde van geldmiddelen en kasequivalenten, rekening-courantkredieten, handels- en overige vorderingen en handelsschulden benadert hun reële waarde als gevolg van de korte looptijd van deze financiële instrumenten.
De reële waarde van de langlopende verplichtingen van de Groep is gebaseerd op hun contante waarde berekend door discontering van toekomstige kasstromen tegen actuele rentevoeten die beschikbaar zijn voor schulden met hetzelfde looptijdprofiel.
De belangrijkste financiële instrumenten van de Groep die niet tegen reële waarde worden gewaardeerd zijn geldmiddelen en kasequivalenten, handelsvorderingen, overige vlottende activa, overige vaste activa, handels- en overige schulden, bankschulden en langlopende leningen
Er hebben geen overdrachten van activa of passiva plaatsgevonden tussen niveaus van de reële-waarde-hiërarchie in het lopende of voorgaande jaar.
Financiële activa en passiva geboekt tegen reële waarde via winst of verlies
De Groep bezat geen financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde via winst of verlies op 31 december 2025 of 31 december 2024.
De Groep ging in het boekjaar 2025 valutatermijncontracten aan om de waardeschommelingen in leningen en overige financieringsverplichtingen die niet in de verslagvaluta zijn uitgedrukt, te compenseren. Alle afgeleide financiële instrumenten die tijdens het boekjaar werden gebruikt, vervielen op of vóór de balansdatum. Hedge accounting werd niet toegepast.
Financiële activa en passiva geboekt tegen reële waarde via andere nietgerealiseerde resultaten
De Groep bezat geen financiële activa en passiva geboekt tegen reële waarde via andere niet-gerealiseerde resultaten in het lopende of voorgaande boekjaar.
Beheer van risico's verbonden aan financiële instrumenten
De belangrijkste financiële verplichtingen van de X-FAB SE-Groep omvatten bankleningen en rekening-courantkredieten en handelsschulden. Het hoofddoel van deze financiële verplichtingen is de financiering van de activiteiten van de Groep. De Groep heeft diverse financiële activa zoals handelsvorderingen, geldmiddelen en kortetermijndeposito's, die rechtstreeks voortvloeien uit haar activiteiten.
Financiële activa in de vorm van vrij beschikbare liquide middelen op korte termijn worden in bewaring gegeven bij banken met een hoge kredietwaardigheid.
Leveringen door de Groep zijn onderworpen aan het voorbehoud van eigendomsrechten totdat de klant de goederen heeft betaald. Over het algemeen wordt geen verdere zekerheid gesteld.
Hoewel de Groep in het lopende of vorige boekjaar geen afgeleide financiële instrumenten bezat, sluit ze af en toe afgeleide financiële instrumenten af om de wisselkoers- en renterisico's te beheren die voortvloeien uit de financieringsbronnen van de Groep wanneer het risico op financieel verlies of het liquiditeitsrisico te groot lijkt.
Dergelijke transacties worden uitsluitend aangegaan om het risico van contractueel overeengekomen of zeer waarschijnlijke transacties te beperken. Deze transacties worden als RWWV geclassificeerd voor boekhoudkundige doeleinden, omdat de Groep ze formeel niet administratief verwerkt met behulp van hedge accounting-technieken.
De belangrijkste risico's die voortvloeien uit de financiële instrumenten van de Groep, zijn marktrisico's (rente- en valutarisico' s), kredietrisico's en liquiditeitsrisico's. De Raad van Bestuur evalueert en stelt het beleid voor het beheer van elk van deze risico's vast. De belangrijkste doelstelling bij het beheersen van deze risico's is het minimaliseren van het risico op financieel verlies en het risico op inmenging in het vermogen van de Groep om haar commerciële doelstellingen na te streven. Hieronder volgt voor elk risico een overzicht van de gehanteerde grondslagen.
Renterisico
De blootstelling van de X-FAB SE-Groep aan het risico van veranderingen in de marktrente heeft voornamelijk betrekking op de langlopende schuldverplichtingen van de Groep met variabele rentevoeten. Het beleid van de Groep bestaat erin de rentelasten te beheersen met behulp van een mix van vaste en variabele schulden. Om dit te beheren, zou de Groep renteswaps kunnen aangaan, waarbij de Groep ermee instemt om op bepaalde tijdstippen het verschil tussen de vaste en variabele rentebedragen, berekend op basis van een overeengekomen notionele hoofdsom, te ruilen. Op 31 december 2025 werd ongeveer 15% van de leningen van de Groep (exclusief financiële leases) aangegaan tegen een vaste rentevoet (31 december 2024: 20%).
Valutarisico
De balans van de Groep kan worden beïnvloed door veranderingen in de dollarkoersen, in het bijzonder bewegingen ten opzichte van de euro (EUR) en de Maleisische ringgit (MYR). Dit risico heeft voornamelijk betrekking op transacties in vreemde valuta.
De volgende tabel geeft een analyse van monetaire activa en passiva per valuta, uitgedrukt in duizenden USD.
Activa en passiva uitgedrukt in EUR:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Handelsvorderingen | 18.400 | 24.777 |
| Overige activa | 52.864 | 39.461 |
| Geldmiddelen | 78.210 | 66.238 |
| Verplichtingen | ||
| Handelsschulden | 21.083 | 13.226 |
| Leningen en overige financieringsverplichtingen | 272.900 | 234.634 |
| Overige verplichtingen en voorzieningen | 106.200 | 119.606 |
Activa en passiva uitgedrukt in MYR:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Handelsvorderingen | — | 8 |
| Overige activa | 167 | 517 |
| Geldmiddelen | 35.041 | 25.551 |
| Verplichtingen | ||
| Handelsschulden | 422 | 555 |
| Leningen en overige financieringsverplichtingen | 25.161 | 27.362 |
| Overige verplichtingen en voorzieningen | 2.058 | 1.767 |
Het beleid van de Groep is erop gericht geselecteerde valutarisico's te beheersen door het aangaan van termijncontracten voor de aankoop of verkoop van valuta (forwardtransacties voor valuta) voor specifieke bedragen aan vreemde valuta in afwachting van transacties die contractueel zijn vastgelegd of zeer waarschijnlijk zijn.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening zijn de volgende wisselkoersen gebruikt:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| USD/EUR | ||
| Slotkoers | 0,851 | 0,957 |
| Gemiddelde koers | 0,885 | 0,924 |
| USD/MYR | ||
| Slotkoers | 4,047 | 4,465 |
| Gemiddelde koers | 4,284 | 4,575 |
De Groep heeft ook valutarisico's die voortvloeien uit aan- of verkopen wanneer operationele eenheden transacties uitvoeren in andere valuta's dan hun functionele valuta.
Ongeveer 43% (2024: 41%) van de omzet van de Groep en 50% (2024: 45%) van de kosten van de Groep worden uitgedrukt in andere valuta's dan de functionele valuta van de operationele eenheid die de omzet realiseert.
De volgende tabel laat de gevoeligheid zien voor veranderingen in de reële waarde van monetaire activa en passiva in het resultaat vóór belastingen van de Groep voor redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in de USD/EUR- en USD/MYR-wisselkoersen, waarbij alle andere variabelen constant worden gehouden en exclusief de effecten van valutaderivaten. Wij hebben ook geoordeeld dat de gevoeligheid voor veranderingen in de reële waarde van monetaire activa en passiva voor winst vóór belastingen een goede benadering is van het effect op het eigen vermogen van de Groep, aangezien het bijhorende belastingeffect niet significant zou zijn.
| USD/EUR | Stijging/(daling) in wisselkoers EUR | Effect op winst vóór belastingen |
|---|---|---|
| 2025 | 5 % | (12.535) |
| -5 % | 12.535 | |
| 2024 | 5 % | (11.293) |
| -5 % | 11.293 | |
| USD/MYR | Stijging/(daling) in wisselkoersMYR | Effect op winst vóór belastingen |
| 2025 | 20 % | 1.304 |
| -20 % | (1.304) | |
| 2024 | 20 % | (722) |
De Groep is van mening dat een redelijkerwijs mogelijke wijziging van andere wisselkoersen, waarbij alle andere variabelen constant worden gehouden, geen significante invloed zal hebben op het resultaat vóór belastingen en het eigen vermogen van de Groep.
Het valutarisico dat ontstaat bij het omzetten van vreemde valuta's in een functionele valuta die verschilt van de presentatievaluta kan als niet-materieel worden beschouwd, aangezien het niet-significante valuta's betreft.
Kredietrisico
De voornaamste kredietrisicoconcentraties die van invloed zijn op de financiële activa van de Groep, hebben betrekking op handelsvorderingen (zie toelichting 7.5), saldi met verbonden partijen (toelichting 12) en tegoeden en kortetermijndeposito's bij banken (toelichting 7.7).
De Groep handelt uitsluitend met erkende, kredietwaardige derden. Het is het beleid van de Groep dat alle klanten die op kredietvoorwaarden willen handelen, onderworpen zijn aan kredietcontroleprocedures. Daarnaast worden de saldi van vorderingen voortdurend bewaakt om ervoor te zorgen dat de Groep geen significant risico loopt op kredietverliezen. Het maximale risico wordt vertegenwoordigd door de boekwaarde vermeld in toelichtingen 7.5 en 7.6. Met betrekking tot kredietrisico's die voortvloeien uit financiële activa, met inbegrip van geldmiddelen en kasequivalenten, is de maximale blootstelling van de Groep aan kredietrisico's die voortvloeien uit het in gebreke blijven van de tegenpartij, gelijk aan hun boekwaarde op de balans.
De Groep heeft geen verwachte kredietverliezen voor geldmiddelen en kasequivalenten geboekt, aangezien elke waardering van het verwachte verlies op 12 maanden als nietsignificant wordt beschouwd vanwege de degelijke kredietwaardigheid van de respectieve banken.
Liquiditeitsrisico
De Groep bewaakt het risico op een tekort aan middelen en op moeilijkheden bij het nakomen van de verplichtingen verbonden aan financiële verplichtingen. Het doel van de Groep is om een evenwicht te bewaren tussen continuïteit van financiering en flexibiliteit door het gebruik van bankleningen, bankschulden en andere financiële instrumenten. Op basis van de positieve kasstroomprognoses en het overschot aan vlottende activa ten opzichte van kortlopende verplichtingen was er per 31 december 2025 of 31 december 2024 geen significant liquiditeitsrisico. De verwachte instroom van kasmiddelen uit handels- en overige vorderingen met vervaldatum binnen twee maanden bedraagt in totaal USD 88.990 duizend (31 december 2024: USD 96.647 duizend). Handelsschulden zijn binnen 12 maanden opeisbaar. Een analyse van de looptijd van financiële verplichtingen en beschikbare kredietlijnen wordt gegeven in toelichting 7.10.
Beheer van het kapitaal
De primaire doelstelling van het kapitaalbeheer van de Groep is ervoor te zorgen dat de Groep een sterke kredietwaardigheid en gezonde kapitaalratio's behoudt om haar activiteiten te ondersteunen en de aandeelhouderswaarde te maximaliseren. Voorts streeft het management ernaar te allen tijde een stabiel niveau van kassaldi beschikbaar te houden voor onmiddellijk gebruik en de beschikbare kasmiddelen ten minste op het huidige niveau te handhaven, dan wel te verhogen, en ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de financiële convenanten die aan de rentedragende leningen en overige financieringsverplichtingen verbonden zijn. Deze doelen kunnen worden bereikt door een combinatie van instroom van kasmiddelen en het gebruik van nieuwe externe financieringsregelingen. De Groep beheert haar kapitaalstructuur (bestaande uit eigen vermogen en leningen) en past deze aan in het licht van de veranderingen in de economische omstandigheden. Om haar kapitaalstructuur aan te passen, kan de Groep ervoor kiezen maatregelen te nemen zoals het uitvoeren van betalingen of het aanpassen van dividendbetalingen aan aandeelhouders, het teruggeven van kapitaal aan aandeelhouders of het aantrekken van nieuw kapitaal door de uitgifte van nieuwe aandelen of het aanpassen van het niveau van de leningen. In de boekjaren eindigend op 31 december 2025 en 31 december 2024 zijn de doelstellingen, beleidslijnen en processen voor het kapitaalbeheer van de Groep niet gewijzigd.
De twee doorlopende kredietfaciliteiten in meerdere valuta van de Groep van EUR 200.000.000 zijn beschikbaar voor de moedermaatschappij en haar belangrijkste dochterondernemingen en kan worden gebruikt voor investeringen in euro en US dollar, algemene werkkapitaalvereisten en algemene bedrijfsdoeleinden (inclusief overnames).
De twee doorlopende kredietfaciliteiten in meerdere valuta van de Groep van EUR 200.000.000 bevatten voorwaarden die bepalen dat de leningnemer ervoor moet zorgen dat de verhouding van de totale nettoschuld niet meer bedraagt dan 3 maal zijn EBITDA (3,5 keer onder bepaalde nauw omschreven omstandigheden), anders is de lening op verzoek terugbetaalbaar. Sommige andere bankleningsovereenkomsten bevatten gelijkaardige vereisten. Daarnaast vereisen bepaalde leaseovereenkomsten dat de leningverstrekkers toestemming geven voor aanvullende leningen indien de verhouding van de nettoschuld van de Groep meer dan 4 maal zijn EBITDA bedraagt. De Groep voldeed gedurende het boekjaar en op 31 december 2025 aan deze convenanten.
De doorlopende kredietfaciliteit in meerdere valuta van de Groep en andere bankleningen bevatten bepaalde andere aanvullende convenanten die typisch zijn voor dergelijke leningsovereenkomsten en die een aantal vereisten opleggen aan de leningnemer, waaronder, onder andere, vroegtijdige beëindiging en verrekening van saldi van activa met saldi van vervallen verplichtingen in geval van een wezenlijk geval van verzuim, negatieve verpandingsclausules, verplichtingen om bepaalde informatie te verstrekken met betrekking tot de financiële toestand van de leningnemer en bepalingen inzake wijziging van zeggenschap. Vervroegde terugbetalingen van geleende bedragen kunnen worden geëist of verrekend met saldi van activa en verlengingen of opnames van bijkomende tranches in het kader van kredietovereenkomsten zijn mogelijk niet beschikbaar indien er zich een geval van wanbetaling voordoet of indien de Groep haar andere verplichtingen onder dergelijke voorwaarden niet nakomt. Een herclassificatie van de leningen, die momenteel als langlopende verplichtingen naar kortlopende verplichtingen worden geboekt, kan vereist zijn indien zich binnen 12 maanden na de verslagdatum een wanbetaling of verzuim voordoet.
11 Leases
De Groep heeft verschillende leaseovereenkomsten voor het gebruik van commerciële eigendommen, infrastructuur en technische uitrusting en machines. De overeenkomsten lopen over verschillende perioden tot 2038 en hebben een rentevoet tussen 0,15% en 4,66% (31 december 2024: 0,15% en 4,66%). De contractuele regelingen variëren van lease tot lease. Sommige regelingen omvatten aankoopopties tegen een prijs die lager is dan de verwachte reële waarde van de activa aan het einde van de leaseperiode, zodat de Groep verwacht dat deze op een later tijdstip zullen worden verworven. Andere leases zijn voor een vaste periode en worden verlengd tenzij ze door één van de partijen worden opgezegd, of bevatten opties tot verlenging van de leaseperiode die door de Groep kunnen worden uitgeoefend.
De boekwaarden van gebruiksrechten geboekt als materiële vaste activa waren als volgt:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Nettoboekwaarde op 1 januari | 57.153 | 17.588 |
| Toevoegingen | 1.621 | 44.074 |
| Afschrijvingen | (4.780) | (4.536) |
| Buitengebruikstellingen | — | 1 |
| Herclassificaties | (17.817) | 26 |
| Nettoboekwaarde op 31 december | 36.177 | 57.153 |
Voor leaseovereenkomsten met verlengingsopties die door de Groep kunnen worden uitgeoefend, beoordeelt de Groep bij de aanvang van de lease of het redelijk zeker is dat de verlengingsopties zullen worden uitgeoefend. De Groep beoordeelt achteraf opnieuw of het redelijk zeker is dat dergelijke opties zullen worden uitgeoefend indien zich een belangrijke gebeurtenis of belangrijke veranderingen in omstandigheden voordoen waarop de Groep invloed kan uitoefenen. Indien de Groep de opties tot verlenging uitoefent, worden de toekomstige uitstroom van kasmiddelen onder leasingovereenkomsten, de opgenomen gebruiksrechten en de leaseverplichtingen verhoogd. De Groep maakt geen schattingen van dergelijke potentiële verhogingen, aangezien de belangrijkste opties tot verlenging in de toekomst liggen en de bedragen en beschikbare operationele alternatieven kunnen veranderen. Het algemene niveau van gebruiksrechten en leaseverplichtingen zal waarschijnlijk niet wezenlijk veranderen.
De toekomstige minimale leasebetalingen verschuldigd uit leaseverplichtingen zijn als volgt:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Minimaleleasingbetaling | Huidigewaarde | Minimaleleasingbetaling | Huidigewaarde | |
| 2026 | 29.807 | 25.237 | ||
| 2027–2038 | 101.287 | 90.262 | ||
| 2025 | 21.566 | 17.439 | ||
| 2026–2038 | 93.362 | 80.698 | ||
| Totaal | 131.094 | 115.499 | 114.928 | 98.137 |
| Rente | (15.596) | (15.596) | (16.791) | (16.791) |
| Verplichting | 115.498 | 99.903 | 98.137 | 81.346 |
De kosten met betrekking tot kortlopende leases bedroegen USD 939 duizend (2024: USD 938 duizend) en de kosten met betrekking tot leases van activa met een lage waarde (exclusief kortlopende leases van activa met een lage waarde) bedroegen USD 26 duizend (2024: USD 27 duizend).
De Groep is twee verkoop- en leasebackovereenkomsten aangegaan in 2025. Deze leaseovereenkomsten genereerden USD 30.098 duizend (EUR 25.600 duizend) aan financieringskasstromen, ontvangen in 2025. Terugbetaling van de leaseverplichting vindt plaats gedurende vijf jaar in maandelijkse termijnen samen met rente op basis van een EURIBOR plus een overeengekomen leenmarge.
12 Transacties met verbonden partijen
Transacties met aandeelhouders en hun dochterondernemingen
Verbonden partijen zijn juridische entiteiten, natuurlijke personen (en hun nauwe familieleden) die invloed kunnen uitoefenen op X-FAB SE en haar dochterondernemingen, of waarover X-FAB SE en haar dochterondernemingen controle of gezamenlijke controle uitoefenen of een significante invloed hebben. Verbonden partijen omvatten ook entiteiten die onder controle staan van dergelijke juridische entiteiten, natuurlijke personen (en hun nauwe familieleden). De natuurlijke personen die voldoen aan de definitie van verbonden partijen omvatten personen met een sleutelpositie in het management van de X-FAB SE Groep, wiens vergoeding hieronder en in het jaarlijkse remuneratieverslag van de Groep wordt gerapporteerd.
Vergoeding van personen met leidinggevende functies
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Personeelsvoordelen op korte termijn | 1.380 | 1.300 |
| Personeelsvoordelen op korte termijn voor leden van hetmanagement die niet op de loonlijst van de Vennootschapstaan (CEO, CFO en COO) | 1.024 | 1.048 |
| Vergoeding op lange termijn | 52 | 49 |
| Vergoeding bestuurders | 173 | 188 |
| Totaal | 2.629 | 2.585 |
De personen met sleutelposities zoals hierboven vermeld per 31 december 2025 zijn onder meer de CEO, CTO, CFO en COO van de Groep, de CEO van X-FAB Dresden, de CEO van X-FAB Sarawak, de CEO van X-FAB Texas, de CEO van X-FAB Erfurt en de CEO van X-FAB Frankrijk. De hierboven vermelde kortetermijnpersoneelsvoordelen voor leden van het management die niet op de loonlijst van de Vennootschap staan, vertegenwoordigen
betalingen voor de levering van managers in sleutelposities door afzonderlijke managemententiteiten.
Uitkeringen toegekend na uitdiensttreding betreft bijdragen geleverd aan pensioenregelingen op basis van toegezegde bijdrageregelingen ten behoeve van personen met een sleutelpositie, die hoofdzakelijk bestaan uit wettelijke bijdragen van werkgevers aan door de staat gefinancierde toegezegde bijdrageregelingen. De toegezegde bijdrage is gebaseerd op een vast percentage van het (beperkte) brutoloon bepaald door de nationale wetgeving. Onder deze regelingen zijn er geen minimale garanties door de werkgever voor uitkeringen toegekend na uitdiensttreding.
Overige transacties met verbonden partijen
De Groep is in het boekjaar en in het voorgaande jaar transacties aangegaan met entiteiten waarover controle of gezamenlijke controle wordt uitgeoefend door leden van de raad van bestuur of hun nauwe familieleden. Deze transacties waren als volgt:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Verkoop aan X Display Company Technology | 330 | 515 |
| Totaal | 330 | 515 |
De aankopen, uitgaven en andere transacties met aandeelhouders en hun dochterondernemingen zijn als volgt:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Diensten verleend door Elex | — | 17 |
| Diensten verleend door X-Celeprint | 96 | 32 |
| Royalty's van X-Celeprint | 29 | — |
| Totaal | 125 | 49 |
De voorwaarden voor de handelsbetrekkingen tussen X-FAB en haar verbonden partijen zijn in overeenstemming met die welke zijn overeengekomen tussen onafhankelijke partijen in vergelijkbare omstandigheden.
In onderstaande tabellen zijn de in de balans opgenomen saldi met de aandeelhouders en hun dochterondernemingen weergegeven.
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen op X-Celeprint | — | 32 |
| Handelsvorderingen op X Display Company Technology | 134 | 140 |
| Totaal | 134 | 172 |
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Handelsschulden van andere verbonden partijen | 18 | 18 |
| Totaal | 18 | 18 |
Vorderingen jegens verbonden partijen hebben betrekking op handelsvorderingen, dragen geen rente en zijn betaalbaar volgens de normale krediettermijnen.
13 Andere toelichtingen
13.1 Aankoopverplichtingen en onvoorziene omstandigheden
De aankoopverplichtingen omvatten het volgende per 31 december:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Aankoopverplichtingen voor: | ||
| Materiële vaste activa | 61.202 | 167.821 |
| Immateriële vaste activa | 2.201 | 34 |
| Materiaal en diensten | 2.416 | 4.503 |
| Totaal | 65.819 | 172.358 |
De aankoopverplichtingen hebben voornamelijk betrekking op aankooporders voor investeringen in technische machines.
Verplichtingen betreffende ontvangen investeringssubsidies en steunmaatregelen
Diverse Groepsentiteiten ontvangen subsidies en steunmaatregelen in verband met de verwerving van bepaalde in aanmerking komende activa (activa-gerelateerde subsidies en steunmaatregelen) en subsidies ter compensatie van onderzoeks- en ontwikkelingskosten (inkomstengerelateerde subsidies). Er worden geen materiële bedragen aan andere soorten overheidssteun ontvangen.
Met name XMF, X-FAB Texas en X-FAB Dresden ontvangen subsidies en steunmaatregelen in verband met de verwerving van bepaalde in aanmerking komende activa (activa-gerelateerde subsidies en steunmaatregelen). De subsidieregels schrijven voor dat de activa waarop investeringssubsidies zijn ontvangen, worden behouden voor een periode van vijf jaar (de subsidieregels, die grotendeels van toepassing zijn op dezelfde activa, gelden voor een vergelijkbare periode van drie jaar) en dat specifieke personeelsniveaus op specifieke locaties worden gehandhaafd. Indien niet aan deze voorwaarden kan worden voldaan, kunnen de subsidies en steunmaatregelen gedeeltelijk terugbetaalbaar zijn. Het totale bedrag aan in het verleden ontvangen subsidies en steunmaatregelen (en bijgevolg in mindering gebracht op de boekwaarde van de activa) op materiële vaste activa bedroeg USD 165,6 miljoen (31 december 2024: USD 155,8. miljoen); voor de in dat totaal opgenomen ontvangen subsidies en steunmaatregelen van in totaal USD 33,6 miljoen is nog niet volledig voldaan aan de bewaarplicht.
13.2 Onopgeloste juridische geschillen en claims
De Groep is zich niet bewust van onopgeloste juridische geschillen, claims of procedures die een belangrijke financiële impact zouden kunnen hebben op de Groep.
13.3 Werknemers
Het gemiddelde aantal werknemers in dienst van de Groep gedurende het jaar was als volgt:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Productie | 3.824 | 3.926 |
| Onderzoek en ontwikkeling | 318 | 316 |
| Verkoop, marketing en administratie | 318 | 319 |
| Stagiairs | 140 | 135 |
| Totaal | 4.600 | 4.696 |
Het totale aantal werknemers in dienst van de Groep op 31 december was als volgt:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Productie | 3.715 | 3.879 |
| Onderzoek en ontwikkeling | 320 | 306 |
| Verkoop, marketing en administratie | 321 | 318 |
| Stagiairs | 140 | 149 |
| Totaal | 4.496 | 4.652 |
Toelichting: Aantal werknemers zonder contractarbeiders
13.4 Lijst van deelnemingen
| Entiteit | Plaats van oprichting | Hoofdactiviteiten | Participatie in % |
|---|---|---|---|
| X-FAB Silicon Foundries SE | Tessenderlo-Ham, België | Holdingmaatschappij | |
| X-FAB Semiconductor Foundries GmbH | Erfurt, Duitsland | Waferproductie | 100,00 % |
| X-FAB Dresden GmbH & Co. KG | Dresden, Duitsland | Waferproductie | 100,00 % |
| X-FAB Dresden Verwaltungs-GmbH | Dresden, Duitsland | Geen activiteit | 100,00 % |
| X-FAB Texas Inc. | Texas, VS | Waferproductie | 100,00 % |
| X-FAB Sarawak Sdn. Bhd. | Kuching, Maleisië | Waferproductie | 100,00 % |
| X-FAB France SAS | Corbeil-Essonnes, Frankrijk | Waferproductie | 100,00 % |
| X-FAB Japan KK | Yokohama, Japan | Tradingmaatschappij | 100,00 % |
| X-FAB MEMS Foundry GmbH | Erfurt, Duitsland | Waferproductie | 100,00 % |
| X-FAB MEMS Foundry Itzehoe GmbH | Itzehoe, Duitsland | Waferproductie | 100,00 % |
| X-FAB Global Services GmbH | Erfurt, Duitsland | R&D, administratieve dienst | 100,00 % |
| M-MOS Semiconductor Sdn. Bhd. | Kuching, Maleisië | Wafer front-end proces | 100,00 % |
| M-MOS Semiconductor Hong Kong Ltd. | Hong Kong | R&D (Onderzoek & Ontwikkeling) | 100,00 % |
13.5 Commissaris en bezoldiging van de Commissaris
Tijdens de algemene vergadering van 27 april 2023 werd KPMG Bedrijfsrevisoren BV herbenoemd tot commissaris van de Vennootschap voor de jaren 2023, 2024 en 2025.
De kost m.b.t de audit en andere diensten voor de periode was als volgt:
| in duizenden US dollar | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Audit cost | ||
| KPMG | 691 | 603 |
| Other audit firms | 113 | 118 |
| Other services | ||
| KPMG | 207 | 167 |
| Total | 1.011 | 888 |
14 Gebeurtenissen na de verslagperiode
Op 13 februari 2026 heeft de Groep de verkoop afgerond van een vastgoedbelegging met een boekwaarde van USD 3.196 duizend. De verkoopprijs, te betalen in contanten, bedroeg USD 4.873 duizend.
Tessenderlo-Ham, 24 maart 2026
Gedelegeerd bestuurder, CEO
FAJEL Consultants SPRL Vertegenwoordigd door Damien Macq CEO

6. DUURZAAMHEID BIJ X-FAB
Voorwoord – Brief van het ESG-comité
Geachte Belanghebbenden,
Met genoegen presenteren wij de eerste duurzaamheidsverklaring van X-FAB, opgesteld op basis van de richtlijn betreffende duurzaamheidsrapportage door ondernemingen (CSRD) en de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRS). Dit verslag markeert een belangrijke mijlpaal in de verdere integratie van milieu-, sociale en governance-aspecten binnen het bestuur, de strategie en de activiteiten van X-FAB.
Als wereldwijde gespecialiseerde halfgeleidergieterij speelt X-FAB een sleutelrol in de ontwikkeling van technologieën die bijdragen aan belangrijke maatschappelijke en milieudoelstellingen, zoals elektrificatie, energie-efficiëntie, industriële automatisering en gezondheidszorg. Tegelijk zijn wij ons ervan bewust dat de productie van halfgeleiders veel grondstoffen en energie vraagt en gepaard gaat met complexe waardeketens. Die dubbele rol brengt voor X-FAB een duidelijke verantwoordelijkheid met zich mee om zowel de positieve als negatieve impact van onze activiteiten te begrijpen, te beheren en hierover transparant te rapporteren.
In 2025 heeft X-FAB op bestuursniveau een ESG-comité opgericht om het toezicht op duurzaamheidsgerelateerde onderwerpen te versterken en de Raad van Bestuur te ondersteunen bij het vervullen van haar verantwoordelijkheden onder de CSRD. Samen met het Uitvoerend Management en de werkgroep Duurzaamheid heeft het ESG-comité toegezien op de opstelling van dit verslag, inclusief de uitvoering en validatie van de eerste dubbele materialiteitsanalyse (DMA) van X-FAB, volledig conform de ESRS-vereisten.
De DMA bevestigde dat de materiële duurzaamheidsthema's voor X-FAB voornamelijk verband houden met:
- Klimaatverandering en energieverbruik,
- Verontreiniging, water- en grondstoffenbeheer,
- Gezondheid en veiligheid op het werk, arbeidsvoorwaarden en gelijke behandeling.
Op dit moment werden geen duurzaamheidsgerelateerde risico's of kansen als financieel materieel geïdentificeerd. Wel kwamen er talrijke materiële impacts naar voren—zowel positief als negatief—binnen onze eigen activiteiten en in de waardeketen. Deze bevindingen worden transparant weergegeven in dit verslag en vormen het kompas voor de verdere uitbouw van onze duurzaamheidsstrategie, beleidslijnen, acties en doelstellingen.
Dit verslag weerspiegelt ook het huidige maturiteitsniveau van X-FAB. Hoewel wij reeds beschikken over stevig verankerde beheersystemen—zoals ISO 14001- en ISO 50001 certificeringen, sterke kwaliteits- en veiligheidsnormen en solide governance-structuren, zijn bepaalde ESRS-specifieke elementen, waaronder groepsbrede beleidslijnen, meetbare doelstellingen en transitieplannen, nog in ontwikkeling. Waar dat het geval is, zijn we daar expliciet en transparant over en maken we gebruik van de overgangsregelingen die de ESRS biedt.
Vooruitkijkend beschouwt het ESG-comité dit rapport niet als een eindpunt, maar als een vertrekpunt. Vanuit deze basis zal X-FAB:
- duurzaamheidsaspecten nog dieper verankeren in strategische en operationele besluitvorming,
- de gegevenskwaliteit, interne controles en transparantie in de waardeketen versterken,
- beleidslijnen, acties en doelstellingen verder aanscherpen en formaliseren in lijn met de ESRS-verwachtingen,
- de dialoog met medewerkers, klanten, leveranciers, investeerders en andere belanghebbenden blijven voortzetten.
Wij danken alle collega's binnen X-FAB die aan dit verslag hebben bijgedragen, evenals onze belanghebbenden voor hun betrokkenheid en feedback. Wij blijven ons inzetten voor continue verbetering, naleving van regelgeving en geloofwaardige, transparante duurzaamheidsrapportage.
Het ESG-comité van X FAB
6.1 Algemene toelichtingen ESRS 2
6.1.1 Grondslag voor het opstellen (BP-1)
6.1.1.1 Grondslag voor de duurzaamheidsverklaring
De duurzaamheidsverklaring is op geconsolideerde basis opgesteld. De consolidatiekring is dezelfde als die voor de jaarrekening.
Wat betreft milieuthema's en de bijbehorende kwantitatieve gegevens is de productievestiging in Itzehoe (Duitsland) echter niet opgenomen in de berekening van de geconsolideerde gegevens. Aangezien X-FAB niet de eigenaar is van het cleanroomgebouw, de facilitaire infrastructuur en delen van de apparatuur, en het geen volledige operationele en financiële zeggenschap heeft over deze productievestiging, is X-FAB voor het verkrijgen van de benodigde gegevens afhankelijk van de verhuurder. Op dit moment beschikken wij niet over de verifieerbare milieugegevens die nodig zijn om hierover te kunnen rapporteren. De impact van de productievestiging in Itzehoe is niet materieel met betrekking tot de financiële en duurzaamheidsresultaten van X-FAB voor het boekjaar 2025. X-FAB is van plan om de productievestiging in Itzehoe in de toekomst in de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring op te nemen, wat mogelijk zal worden gemaakt door de invoering van een adequaat systeem voor verifieerbare verzameling van de relevante duurzaamheidsgegevens voor deze productievestiging.
6.1.1.2 Reikwijdte van de waardeketen
De duurzaamheidsverklaring heeft zowel betrekking op de eigen bedrijfsactiviteiten van X-FAB als op de upstream- en downstreamwaardeketen. In het kader van de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) heeft X-FAB zich bij de beoordeling van de upstream- en downstreamwaardeketen voornamelijk geconcentreerd op tier 1-leveranciers en directe klanten.
6.1.1.3 Uitsluiting van specifieke informatie
Om intellectueel eigendom, knowhow en resultaten van innovatie te beschermen, maakt X-FAB gebruik van de mogelijkheid om specifieke informatie over intellectueel eigendom, knowhow of resultaten van innovatie weg te laten in dit duurzaamheidsverslag.
6.1.2 Specifieke omstandigheden (BP-2)
6.1.2.1 Tijdshorizonten
De tijdshorizonten die in aanmerking worden genomen bij het beoordelen van de impacts, risico's en kansen zijn dezelfde als deze die gedefinieerd zijn in ESRS 2, paragraaf 9.
6.1.2.2 Schattingen en maatstaven voor de waardeketen
X-FAB rapporteert geen gegevens over de waardeketen, met uitzondering van scope 3-broeikasgasemissies. Voor deze emissies zijn schattingen toegepast op specifieke categorieën. Meer details over de basis van de opstelling en de nauwkeurigheid van de gegevens voor scope 3-categorieën zijn te vinden in het deel Milieu.
6.1.2.3 Bronnen van schattingen en onzekerheid over de uitkomsten
Wanneer de volledige gegevens niet beschikbaar waren, hebben we voor bepaalde belangrijke maatstaven gebruikgemaakt van schattingen. Onze methoden, aannames en de mogelijke onzekerheden die aan deze waarden verbonden zijn, worden toegelicht in de relevante hoofdstukken.
6.1.2.4 Wijzigingen in de opstelling of presentatie van duurzaamheidsinformatie
Aangezien dit verslag de eerste duurzaamheidsverklaring is die is opgesteld in overeenstemming met de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (European Sustainability Reporting Standards-ESRS) in het kader van de richtlijn wat betreft standaarden voor duurzaamheidsrapportage (Corporate Sustainability Reporting Directive-CSRD), zijn er geen eerdere rapportageperiodes die aan de ESRS voldoen ter vergelijking. Om het hoogste niveau van gegevenskwaliteit en naleving van de regelgeving te waarborgen, heeft de Vennootschap in 2025 een uitgebreide herziening van haar dubbele materialiteitsanalyse (DMA) uitgevoerd. Deze bijgewerkte methodologie omvat alle relevante impacts en sectorspecifieke benchmarks. Om zinvolle transparantie te bieden vanaf het begin zijn de duurzaamheidsgegevens voor zowel de rapportageperiodes 2024 als 2025 verzameld en gepresenteerd volgens deze bijgewerkte DMA-methodologie van 2025. Deze aanpak zorgt voor volledige consistentie en vergelijkbaarheid tussen de cijfers van het huidige en het voorgaande jaar in dit eerste verslag.
6.1.2.5 Rapportage voortvloeiend uit andere wetgeving of algemeen aanvaarde richtlijnen voor duurzaamheidsrapportage
X-FAB heeft dit verslag opgesteld in overeenstemming met de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRS) en de richtlijn wat betreft standaarden voor duurzaamheidsrapportage (CSRD). Er zijn geen andere standaarden voor duurzaamheidsrapportage toegepast.
6.1.2.6 Opname door middel van verwijzingen
Wij hebben gebruikgemaakt van de mogelijkheid om informatie in deze duurzaamheidsverklaring op te nemen door middel van verwijzingen, zoals gedefinieerd in ESRS 1. De informatie die door middel van verwijzingen is opgenomen, staat in de onderstaande tabel.
| Rapportage-eis | Referentiedocument | Verwijzing naar sectie |
|---|---|---|
| GOV-1 | Jaarverslag (Verklaring m.b.t.deugdelijk bestuur zoals vereist doorhet Belgisch Wetboek vanVennootschappen en Verenigingen) | Hoofdstuk 6 |
| SBM-1 | Jaarverslag 2025 - Geconsolideerdejaarrekening | Hoofdstuk 5, sectie 9 |
| EU-taxonomie | •Toelichtingen bij degeconsolideerde jaarrekening•Toelichtingen bij degeconsolideerderesultatenrekening | •Hoofdstuk 5, Toelichting 6.1Omzet•Hoofdstuk 5, Toelichting 7.1Materiële vaste activa envastgoedbeleggingen |
6.1.3 Gebruik van infaseringsbepalingen overeenkomstig bijlage C bij ESRS 1
X-FAB heeft ervoor gekozen om in overeenstemming met de ingefaseerde rapportageeisen zoals uiteengezet in bijlage C bij ESRS 1, zoals gewijzigd bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1416 van de Commissie, de volledige rapportage-eisen voor de volgende duurzaamheidsthema's weg te laten voor de huidige rapportageperiode:
- ESRS E4 (Biodiversiteit en ecosystemen)
- ESRS S2 (Werknemers in de waardeketen)
- ESRS S3 (Getroffen gemeenschappen)
- ESRS S4 (Consumenten en eindgebruikers)
- Beoogde financiële effecten (ESRS E1–9, ESRS E3–5, ESRS E5–6)
- Bepaalde informatie onder ESRS S1 (Kenmerken van medewerkers niet in loondienst (ESRS S1–7); Gevallen van beroepsziekten (ESRS S1–14 88d); Aantal dagen verzuim door letsel en overlijden als gevolg van arbeidsongevallen, beroepsziekten en sterfgevallen door beroepsziekte (ESRS S1–14 88e); Gezondheid en veiligheid met betrekking tot medewerkers niet in loondienst (relevante paragrafen onder ESRS S1–14)
Hoewel deze thema's in onze materialiteitsanalyse als materieel voor onze bedrijfsvoering zijn geïdentificeerd, maken wij gebruik van de regelgevende verlichting die de gewijzigde overgangsregels bieden om onze middelen te concentreren op de implementatie van de Algemene Rapportage en andere materiële thematische standaarden.
De volgende lijst van thema's onder de respectieve thematische standaarden is als materieel beoordeeld en zal voor de huidige rapportageperiode worden weggelaten:
• ESRS E4 (Biodiversiteit en ecosystemen)
| ESRS thema | ESRS subthema | ESRS sub-subthema |
|---|---|---|
| Biodiversiteit enecosystemen | Directe drukfactoren opbiodiversiteitsverlies | Verandering in gebruik van land,verandering in zoetwatergebruiken verandering in zeegebruik |
| Biodiversiteit enecosystemen | Directe drukfactoren opbiodiversiteitsverlies | Directe exploitatie |
| Biodiversiteit enecosystemen | Directe drukfactoren opbiodiversiteitsverlies | Verontreiniging |
| Biodiversiteit enecosystemen | Impacts op de toestand vansoorten | Populatiegrootte soorten |
| Biodiversiteit enecosystemen | Impacts op de omvang en detoestand van ecosystemen | Landdegradatie |
| Biodiversiteit enecosystemen | Impacts op de omvang en detoestand van ecosystemen | Verwoestijning |
| Biodiversiteit enecosystemen | Impacts op de omvang en detoestand van ecosystemen | Bodemafdekking |
• ESRS S2 (Werknemers in de waardeketen)
| ESRS thema | ESRS subthema | ESRS sub-subthema |
|---|---|---|
| Werknemers in dewaardeketen | Andere arbeidsrechten | Gedwongen arbeid |
• ESRS S3 (Getroffen gemeenschappen)
| ESRS thema | ESRS subthema | ESRS sub-subthema |
|---|---|---|
| Getroffen gemeenschappen Economische, sociale en | culturele rechten vangemeenschappen | Adequate huisvesting |
| Getroffen gemeenschappen Rechten inheemse volken | Vrijwillige, voorafgaande engeïnformeerde instemming |
• ESRS S4 (Consumenten en eindgebruikers)
| ESRS thema | ESRS subthema | ESRS sub-subthema |
|---|---|---|
| Consumenten eneindgebruikers | Persoonlijke veiligheidconsumenten en/ofeindgebruikers | Veiligheid en gezondheid |
In ons businessmodel en onze strategie wordt uitdrukkelijk rekening gehouden met de impacts die verband houden met deze thema's. Wij hebben governancestructuren en strategische initiatieven opgezet om ervoor te zorgen dat alle noodzakelijke stappen worden genomen om materiële impacts in onze activiteiten en in onze waardeketen te beheren en te matigen.
X-FAB neemt de volgende maatregelen om het optreden of de toename van negatieve impacts op de volgende themagebieden te voorkomen:
• ESRS E4 (Biodiversiteit en ecosystemen)
Onze bedrijfsstrategie integreert het beheer van biodiversiteitsrisico's in onze gehele waardeketen. Via onze inkoopovereenkomsten eisen wij van leveranciers dat zij de toepasselijke wet- en regelgeving (waaronder milieuwetgeving) naleven. De impact op de biodiversiteit wordt geminimaliseerd door de strategische keuze van vestigingen: alle operationele faciliteiten bevinden zich binnen aangewezen industriegebieden, waarbij geen enkele vestiging zich in of nabij natuurreservaten of andere beschermde gebieden met een hoge biodiversiteitswaarde bevindt.
• ESRS S2 (Werknemers in de waardeketen)
Via onze inkoopovereenkomsten eisen wij van leveranciers dat zij de toepasselijke wet- en regelgeving (waaronder sociale wetgeving) naleven.
• ESRS S3 (Getroffen gemeenschappen)
Onze interne governance, planning en ethische normen bepalen hoe onze groei lokale gemeenschappen beïnvloedt, waarbij wij ervoor zorgen dat wij het sociale en economische welzijn van degenen die door onze activiteiten worden getroffen, versterken in plaats van schaden.
• ESRS S4 (Consumenten en eindgebruikers)
Al onze vestigingen zijn gecertificeerd volgens IATF (International Automotive Task Force) 16949, wat een consistente kwaliteit en betrouwbaarheid voor onze klanten garandeert. Onze procestechnologieën zijn ontworpen voor een lange levensduur en bieden duurzame oplossingen die voldoen aan de verwachtingen van de eindgebruiker en die duurzaam productgebruik ondersteunen. Wij hanteren een Gedragscode met duidelijke verbintenissen op het gebied van mensenrechten en klantbelangen, waarmee ethisch gedrag in onze activiteiten en waardeketen wordt versterkt.
Tot op heden heeft X-FAB geen tijdgebonden doelen vastgesteld met betrekking tot de hierboven genoemde duurzaamheidskwesties, heeft het geen specifiek duurzaamheidsbeleid of gestructureerde maatregelen om daadwerkelijke of potentiële negatieve impacts aan te pakken, en het rapporteert momenteel geen bijbehorende maatstaven.
Specificatie van datapunten onder materiële thema's die niet worden gerapporteerd
X-FAB zal bepaalde datapunten die onder de materiële thema's vallen en niet onderworpen zijn aan overgangsbepalingen voor het huidige rapportagejaar, niet rapporteren. De redenen voor het niet rapporteren worden hieronder vermeld:
1. ESRS E2: Informatie over microplastics onder rapportage-eis E2-4, 28 (b).
X-FAB heeft zijn materialen, processen en emissies beoordeeld en bevestigd dat er geen op polymeren gebaseerde microplastics worden gebruikt, gegenereerd of vrijgegeven, aangezien chemisch-mechanische planarisatie (CMP)-slurry uitsluitend minerale (silica/ siliciumdioxide) deeltjes bevat die niet voldoen aan de wettelijke definitie van microplastics. Alle slurryresiduen worden beheerd via gecontroleerde afvalwaterzuivering of erkende afvalverwijdering. Aangezien er geen emissies van microplastics zijn geïdentificeerd, zijn er geen rapporteerbare kwantitatieve gegevens onder ESRS E2-4, 28 (b).
2. ESRS E5: Het percentage biologische materialen onder rapportage-eis E5-4, 31 (b). X-FAB koopt geen biologische materialen in. Om die reden kunnen er geen gegevens worden gerapporteerd.
3. ESRS E5: Het aandeel recycleerbare inhoud van producten onder rapportage-eis E5-5, 36 (c).
X-FAB-producten zijn noch recyclebaar, noch repareerbaar. Om die reden kunnen er geen gegevens worden gerapporteerd.
4. ESRS E5: De totale hoeveelheid radioactief afval onder rapportage-eis E5-5, 39. X-FAB produceert geen radioactief afval dat moet worden verwijderd. Om die reden kunnen er geen gegevens worden gerapporteerd.
6.1.4 Governance
6.1.4.1 De rol van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management (ESRS 2 GOV-1)
X-FAB heeft gekozen voor een 'eenlagige' bestuursstructuur waarbij de Raad van Bestuur het uiteindelijke besluitvormingsorgaan is, met algehele verantwoordelijkheid voor het management van en het bestuur over de Vennootschap. Het dagelijks bestuur van X-FAB is door de Raad van Bestuur gedelegeerd aan de Chief Executive Officer (CEO). De CEO is de voorzitter van het Uitvoerend Management. Het Uitvoerend Management is verantwoordelijk voor het leiden van X-FAB in overeenstemming met de globale strategie, waarden, planning en budgetten zoals uiteengezet en goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
Samenstelling van de Raad van Bestuur
De CEO is het enige lid van de Raad van Bestuur met een uitvoerend mandaat. Er zijn zeven niet-uitvoerende bestuurders, van wie er vier onafhankelijk zijn. Dat betekent dat 50% van de leden van de Raad van Bestuur onafhankelijk is.
Onze Raad van Bestuur bestaat uit acht leden, van wie er drie vrouwen zijn (37,5%) en vijf mannen zijn (62,5%). Zij zijn afkomstig uit diverse sectoren, nationaliteiten, culturele achtergronden en leeftijdscategorieën. Onze raad van bestuur heeft een genderdiversiteitsratio van 3:5 (vrouw-manverhouding).
Zoals de cv's van de leden van de Raad van Bestuur in sectie 7.3 van dit jaarverslag aantonen, beschikken de leden van de Raad van Bestuur over een rijke achtergrond aan relevante ervaring in verschillende sectoren (waaronder de halfgeleiderindustrie en haar producten) en geografische locaties, waardoor X-FAB over de vereiste expertise beschikt om te navigeren in de omgeving waarin het opereert.
De CEO vertegenwoordigt de werknemers en andere medewerkers in de Raad van Bestuur van de Vennootschap. Op het niveau van de productievestigingen worden werknemers en medewerkers vertegenwoordigd in de lokale administratieve, bestuurlijke of toezichthoudende organen, bijvoorbeeld door een vertegenwoordiger van de ondernemingsraad.
Samenstelling van het Uitvoerend Managementteam
Het Uitvoerend Managementteam is samengesteld uit de CEO, de CFO, de CTO, de COO en de sitemanagers van X-FAB Frankrijk, X-FAB Sarawak, X-FAB Texas, X-FAB Erfurt en X-FAB Dresden. Zij hebben een rijke achtergrond aan relevante ervaring binnen X-FAB of elders in de halfgeleidersector. Zij zijn afkomstig uit en gevestigd in de verschillende regio's waar X-FAB actief is.
Ons Uitvoerend Managementteam bestaat uit negen leden, van wie één vrouw is (11%) en acht mannen zijn (89%), wat resulteert in een vrouw-manverhouding van 1:8. De leden van het Uitvoerend Managementteam worden vermeld in de tabel in sectie 7.5 van dit jaarverslag. De tabel bevat ook de functie en leeftijd van de leden, waaruit zowel geografische als leeftijdsdiversiteit blijkt.
Taken en verantwoordelijkheden
Zoals vastgelegd in het Corporate Governance Charter draagt de Raad van Bestuur de overkoepelende verantwoordelijkheid voor het toezicht op de impacts, risico's en kansen die verbonden zijn aan onze activiteiten. Het Auditcomité en het ESG-comité ondersteunen de Raad van Bestuur. Het Auditcomité ondersteunt de Raad van Bestuur bij zijn toezichthoudende taken met betrekking tot de interne controles en fungeert als aanspreekpunt voor de externe auditors. Het ESG-comité, dat in 2025 is opgericht, bestaat uit de CEO en twee onafhankelijke bestuurders. Het management rapporteert tijdens elke vergadering van dit comité over de uitvoering van de ESG-strategie en is verantwoordelijk voor het opstellen van de vereiste rapportage van de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap. De Werkgroep Duurzaamheid draagt zorg voor de dagelijkse uitvoering van alle taken met betrekking tot duurzaamheid van de Vennootschap.
Doelen worden vastgelegd op het niveau van het Uitvoerend Management en vervolgens goedgekeurd door de Raad van Bestuur. Na goedkeuring worden deze doelen regelmatig door de relevante manager gerapporteerd aan het Uitvoerend Management en de Raad van Bestuur (of aan een van de comités van de Raad van Bestuur). Bepaalde hoofddoelen worden vertaald in concrete KPI's voor personen op het niveau van het Uitvoerend Management.
Bovendien is het de taak van het Uitvoerend Management om interne controles in te voeren (d.w.z. systemen om financiële en andere metrische gegevens te identificeren, te beoordelen, te beheren en te monitoren) op basis van het door de Raad van Bestuur goedgekeurde kader. De interne controle- en risicobeoordelingsprocedures met betrekking tot het proces van duurzaamheidsrapportage worden gecoördineerd door de VP Kwaliteit en de CEO. Dergelijke procedures zijn ingesteld om te waarborgen dat de duurzaamheidsrapportage gebaseerd is op betrouwbare informatie en dat de continuïteit van de rapportage in overeenstemming met de ESRS gewaarborgd is. Het proces van interne controle is gebaseerd op de volgende principes:
- Gegevens worden nauwkeurig geregistreerd en opgeslagen in een geautomatiseerd wereldwijd enterprise resource planning (ERP)-systeem door de verschillende bedrijfsonderdelen van X-FAB.
- De duurzaamheidsinformatie wordt in eerste instantie opgesteld en gerapporteerd door de relevante afdelingen in de verschillende juridische entiteiten van X-FAB wereldwijd.
- Vervolgens zal de Werkgroep Duurzaamheid de opgestelde en gerapporteerde lokale financiële informatie beoordelen en consolideren voordat deze wordt opgenomen in het geconsolideerde duurzaamheidsverslag.
Indien bepaalde tekortkomingen worden vastgesteld, wordt dit gerapporteerd aan het Uitvoerend Management om te bepalen welke passende maatregelen kunnen worden genomen.
De risicobeoordeling in verband met de duurzaamheidsrapportage is gebaseerd op de volgende principes:
- Risico's waarmee de Vennootschap wordt geconfronteerd, worden gedetecteerd en gemonitord door de verantwoordelijken van de verschillende afdelingen van de Vennootschap.
- Het geautomatiseerde ERP-systeem biedt de verantwoordelijken van de afdelingen permanente toegang tot de informatie die relevant is voor de bedrijfsactiviteiten van hun functionele gebied voor monitoring-, controle- en sturingsdoeleinden.
- Een gegevensbeveiligingssysteem, gebaseerd op antivirussoftware, interne en externe back-ups van gegevens en het beheer van toegangsrechten tot informatie, beschermt de bedrijfsinformatie en waarborgt de continuïteit van de duurzaamheidsrapportage.
De adequaatheid en integriteit van deze IT-systemen en procedures worden regelmatig beoordeeld.
De leden van onze Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management zijn afkomstig uit een breed scala aan sectoren en achtergronden: sommige leden hebben jarenlange ervaring in de activiteiten van halfgeleiderbedrijven, terwijl anderen hun ervaring in verandermanagement, de academische wereld of algemeen management inbrengen.
Samen beschikken zij over de nodige vaardigheden en expertise om duurzaamheidsinitiatieven doeltreffend te begeleiden. Terwijl de leden van de Raad van Bestuur, het Uitvoerend Management en de Werkgroep Duurzaamheid hun vaardigheden en kennis op het gebied van duurzaamheid blijven opbouwen en ontwikkelen, zorgt X-FAB voor directe toegang tot externe deskundigen in de sector en regelmatige opleidingsprogramma's om hiaten te voorkomen. Naarmate X-FAB steeds meer rapporteert over zijn materiële impacts, risico's en kansen, zullen de betrokken personen nieuwe inzichten verwerven en automatisch hun kennis verdiepen van de thema's die voor X-FAB van belang zijn.
6.1.4.2 Duurzaamheidskwesties die door de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management zijn behandeld (ESRS 2 GOV-2)
In 2025 heeft de Werkgroep Duurzaamheid de dubbele materialiteitsanalyse uitgevoerd en als onderdeel daarvan voor het eerst de lijst van materiële impacts, risico's en kansen opgesteld in overeenstemming met de ESRS. Deze lijst is gedeeld met en goedgekeurd door het ESG-comité. Het ESG-comité komt minstens twee keer per jaar bijeen. In de toekomst zal het ESG-comité, op basis van input van de Werkgroep Duurzaamheid, advies geven over de implementatie van due diligence en over de resultaten en doeltreffendheid van het beleid, maatregelen, maatstaven en doelen.
De impacts die als materieel worden beschouwd, worden inherent door de Raad van Bestuur in aanmerking genomen bij het bepalen van de strategie van X-FAB. Onze strategie is om te blijven focussen op onze gespecialiseerde technologieën. Deze technologieën bieden oplossingen waarmee wij enkele van de belangrijkste megatrends van vandaag kunnen aanpakken, zoals de 'elektrificatie van alles' om klimaatverandering tegen te gaan, of de behoefte aan efficiëntere gezondheidszorg om de groeiende en vergrijzende bevolking beter te kunnen opvangen. Het Uitvoerend Management houdt rekening met deze impacts, risico's en kansen bij het in de praktijk brengen van de strategie.
Bij het opstellen van de lijst van materiële impacts, risico's en kansen zijn we al begonnen met initiatieven om bepaalde materiële impacts aan te pakken. Op het gebied van klimaatmitigatie hebben wij het bewustzijn binnen de Vennootschap vergroot en externe deskundigen ingeschakeld om een betrouwbare berekening van de koolstofvoetafdruk te definiëren. Dit vormt de uitgangsbasis voor de doelen op dit gebied.
6.1.4.3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen (ESRS 2 GOV-3)
Het remuneratiebeleid van X-FAB legt de principes vast voor de vergoeding van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management van de Vennootschap. Dit beleid is op 24 april 2025 door de aandeelhouders goedgekeurd. De Raad van Bestuur stelt, op aanbeveling van het Benoemings- en Vergoedingscomité, de individuele vergoeding van het Uitvoerend Management vast in overeenstemming met dit remuneratiebeleid. Het Benoemings- en Vergoedingscomité evalueert de prestaties van de CEO en bespreekt met de CEO de prestaties van de andere leden van het Uitvoerend Management op basis van de richtlijnen van dit remuneratiebeleid.
Elk jaar stelt de Raad van Bestuur, op advies van het Benoemings- en Vergoedingscomité, de doelstellingen vast die de CEO en de andere leden van het Uitvoerend Management in het komende jaar moeten behalen in het licht van de prestatiecriteria in dit remuneratiebeleid.
Als zodanig kunnen de individuele doelstellingen van leden van het Uitvoerend Management zowel financiële als niet-financiële doelen omvatten om de variabele vergoeding te bepalen. Dergelijke niet-financiële doelen voor het Uitvoerend Management kunnen doelen zijn die de ESG-strategie van de Vennootschap ondersteunen. Gedurende het rapportagejaar waren de individuele doelstellingen, afhankelijk van de functie van elk lid van het Uitvoerend Management, reeds gekoppeld aan een of meer kwalitatieve doelstellingen op het gebied van duurzaamheid, zoals het terugdringen van de CO2-uitstoot en het stimuleren van technologische innovatie ter ondersteuning van de strijd tegen klimaatverandering en ter bevordering van gezondheid en welzijn.
Niet alle leden van het uitvoerend management hadden doelen die rechtstreeks gekoppeld waren aan de ESG-strategie van de Vennootschap, maar voor de leden die dergelijke doelen wel hadden, vertegenwoordigen deze doorgaans ongeveer 10% van het deel van de kortetermijncashbonus dat gekoppeld is aan de prestaties van de persoon, de afdeling of de vestiging.
6.1.4.4 Due-diligenceverklaring (ESRS 2 GOV-4)
De onderstaande tabel biedt een mapping van waar in ons jaarverslag wij informatie over ons due-diligenceproces geven, met inbegrip van hoe wij de belangrijkste aspecten en stappen van het due-diligenceproces toepassen.
| Kernelementen van due diligence | Secties in het Jaarverslag | Verwijzing naar sectie |
|---|---|---|
| Due diligence integreren in governance, strategie enbusinessmodel | •Verklaring m.b.t. deugdelijk bestuur (hoofdstuk 7)•ESRS 2 GOV-2•GOV-3 | •6.1.4 Governance |
| Getroffen stakeholders betrekken bij alle belangrijkestappen van de due diligence | •ESRS 2 IRO-1•GOV-2•SBM-2 | •6.1.8 Processen om materiële IRO's in kaart te brengen en te analyseren (ESRS 2IRO-1);•6.1.4 Governance;•6.1.7 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan metstrategie en businessmodel (ESRS 2 SBM-3) |
| Negatieve impacts in kaart brengen en beoordelen | •ESRS 2 IRO-1•SBM-3 | •6.1.8 Processen om materiële IRO's in kaart te brengen en te analyseren (ESRS 2IRO-1);•6.1.7 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan metstrategie en businessmodel (ESRS 2 SBM-3) |
| Maatregelen nemen om die negatieve impacts aan tepakken | •ESRS 2 - MDR-A | •6.2.2.6 MDR-A: Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien vanklimaatverandering (E1-3);•6.2.3.4 MDR-A: Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien vanverontreiniging (E2-2);•6.2.4.4 MDR-A: Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van water(E3-2); 6.2.5.4 MDR-A: Beleid en middelen inzake materiaalgebruik en circulaireeconomie (E5-2);•6.3.1.5 MDR-A: Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingenom wat eigen personeel betreft materiële risico's te mitigeren en materiële kansente benutten, en de effectiviteit van die maatregelen (S1-4) |
| De effectiviteit van deze inspanningen monitoren endaarover communiceren | •ESRS 2 - MDR-T•ESRS 2 - MDR-M | •6.2.2.7 MDR-T: Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie (E1-4);Maatstaven (E1) 6.2.2.8-6.2.2.9;•6.2.3.5 MDR-T: Doelen wat betreft verontreiniging (E2-3); Maatstaven (E2)6.2.3.6.-6.2.3.8;•6.2.4.5 MDR-T: Doelen wat betreft water (E3-3); Maatstaven (E3) 6.2.4.6;•6.2.5.5 MDR-T: Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie (E5-3);Maatstaven (E5) 6.2.5.6.-6.2.5.7;•6.3.1.6 MDR-T: Doelen wat betreft eigen personeel (S1-5); Maatstaven (S1)6.3.1.7-6.3.1.11 |
6.1.4.5 Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportage (ESRS 2 GOV-5)
Onze risicobeheersings- en interne controleprocessen zijn bedoeld om alle aspecten van de duurzaamheidsrapportage te omvatten en vallen onder de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur, het Auditcomité en het ESG-comité. Deze reikwijdte omvat de governance, systemen voor gegevensverzameling, werkstromen voor gegevensverwerking en IT-platformen die worden gebruikt om duurzaamheidsgegevens te verzamelen, te valideren en openbaar te maken in alle rapporterende entiteiten en
functies. Het Auditcomité ondersteunt de Raad van Bestuur bij zijn toezichthoudende taken met betrekking tot de interne controles, terwijl het ESG-comité toezicht houdt op de uitvoering van de ESG-strategie door het management. De Financiële en Juridische Afdeling ondersteunt bij de interpretatie van de eisen en de consistentie van zowel kwantitatieve als kwalitatieve datapunten. De Interne Auditor maakt integraal deel uit van het interne controlesysteem van X-FAB en rapporteert minstens twee keer per jaar aan de Raad van Bestuur.
De risicobeoordelingsaanpak begint met het definiëren van de aangewezen stakeholders en deskundigen voor elk onderwerp van de duurzaamheidsrapportage. Deze stakeholders zijn verantwoordelijk voor de risico-identificatie. De aanpak beoogt het verkrijgen van een gedocumenteerd risico-universum dat de typische risico's op het gebied van duurzaamheidsrapportage omvat (bijv. volledigheid en integriteit van gegevens, timing/ beschikbaarheid van inputs, nauwkeurigheid van schattingen en afhankelijkheden van ITsystemen) in overeenstemming met de ESRS-richtlijnen. De stakeholders identificeren voortdurend potentiële risico's, rekening houdend met factoren zoals trends in de sector, wijzigingen in de regelgeving en interne beoordelingen. De volgende stap bestaat uit de analyse en evaluatie van deze risico's. De analyse en evaluatie van deze risico's volgen een gestructureerde scoringsmethodologie om consistentie binnen de onderneming te waarborgen. Elk geïdentificeerd risico wordt beoordeeld op een gedefinieerde waarschijnlijkheidsschaal, variërend van zeer onwaarschijnlijk (1) tot zeer waarschijnlijk (5), en een impactschaal, variërend van verwaarloosbaar (1) tot extreem (5). Bij deze impactbeoordeling wordt specifiek gekeken naar mogelijke effecten op de integriteit van gegevens, rapportagetermijnen en naleving van regelgeving. Om risicobeheerders te ondersteunen bij hun evaluatie, maken wij gebruik van specifieke scoringscriteria zoals historische foutpercentages, de mate van afhankelijkheid van externe databronnen en de inherente complexiteit van de betrokken berekeningsmethoden. Vervolgens wordt een totale risicoscore berekend als het product van waarschijnlijkheid en impact, zodat wij risico's kunnen indelen in drie categorieën: Laag (1-6), Gemiddeld (7-12) en Hoog (13-25). Deze indeling fungeert als een formele escalatietrigger: elk risico boven de drempel 'Gemiddeld' vereist een gedocumenteerd mitigatieplan en wordt onderworpen aan een formele beoordeling door de Werkgroep Duurzaamheid. Risico's die als hoog worden ingedeeld, worden onderworpen aan een verdere escalatiebeoordeling en toezicht door het ESG-comité om ervoor te zorgen dat er voldoende middelen en controles worden toegewezen.
Op basis van de hierboven beschreven uitgebreide evaluatiemethodologie hebben wij het inherente operationele risico op onjuiste verklaringen geïdentificeerd, aangezien duurzaamheidsinformatie wordt verzameld uit verschillende afdelingen en geografische locaties, wat in theorie kan leiden tot verschillen in interpretatie, berekening of menselijke fouten. Andere geïdentificeerde risico's omvatten mogelijke vertragingen in de gegevens van de upstreamwaardeketen, inconsistenties in de schattingsmethodologieën tussen vestigingen en lacunes in de IT-toegangscontroles.
Om deze risico's aan te pakken, zijn wij begonnen met de invoering van een bedrijfsbreed systeem van interne controles op onze duurzaamheidsrapportagegegevens. Dit interne controlesysteem is gebaseerd op de volgende pijlers:
• Gestandaardiseerde gegevensverzameling: Er werden uniforme sjablonen en rapportagepakketten verstuurd naar alle productievestigingen. Deze sjablonen werden ingevuld door de managers van de respectieve vestigingen en vervolgens op groepsniveau gecontroleerd en gevalideerd door aangewezen gegevensbeheerders.
- Analytische controles: Wij hebben analytische controles uitgevoerd om afwijkingen in de gegevens te analyseren. Dit omvat variatieanalyses van periode tot periode om de geloofwaardigheid, consistentie en vergelijkbaarheid van de gerapporteerde informatie te waarborgen. De drempels voor variantietriggers en documentatievereisten voor onderzoeken zijn vastgelegd in onze controleprocedures.
- Plausibiliteitscontroles: In een tweede instantie voert de Werkgroep Duurzaamheid een gegevensvalidatie uit. Wanneer er bijvoorbeeld een aanzienlijke stijging optreedt in bepaalde datapunten, raadpleegt de Werkgroep Duurzaamheid de manager van de vestiging om de plausibiliteit van die stijging te controleren en vergelijkt de Werkgroep Duurzaamheid de energierekeningen of soortgelijke bewijsstukken met de gerapporteerde verbruiksgegevens.
Naarmate wij in de komende jaren meer ervaring en meer vergelijkbare gegevens opbouwen, zullen deze pijlers verder worden ontwikkeld en verbeterd.
De bevindingen van de risicobeoordeling en de interne controles met betrekking tot het duurzaamheidsrapportageproces worden eerst besproken binnen de Werkgroep Duurzaamheid. De Werkgroep Duurzaamheid analyseert deze bevindingen en ontwikkelt mitigerende maatregelen, die vervolgens worden geïntegreerd in relevante interne processen (bijv. wijzigingen in standaardwerkprocedures, updates van IT-controles, aanvullende opleiding voor gegevensbeheerders) en aan het ESG-comité worden voorgelegd indien ze materieel zijn. Niet-materiële punten worden onmiddellijk door de Werkgroep Duurzaamheid aangepakt en opgelost.
Om adequaat toezicht door de bestuurs- en toezichthoudende organen te waarborgen, worden de bevindingen van de risicobeoordeling en de doeltreffendheid van de interne controles periodiek gerapporteerd aan en besproken met het ESG-comité, evenals ad hoc bij materiële bevindingen. Voor het eerste jaar van de rapportage volgens de CSRD waren deze interne controles grotendeels gebaseerd op steekproeven en werden ze nog niet systematisch toegepast om te waarborgen dat alle materiële fouten daadwerkelijk zouden worden gesignaleerd.
6.1.5 Strategie
• Strategie, businessmodel en waardeketen (ESRS 2 SBM-1)
6.1.5.1 Overzicht van de strategie
Kwaliteit en duurzaamheid zijn de fundamenten van onze bedrijfsvoering. X-FAB streeft ernaar om hoogwaardige producten en diensten te leveren die niet alleen aan de verwachtingen van klanten voldoen, maar ook een positieve bijdrage leveren aan het milieu en de samenleving. Wij zetten ons in om onze ecologische voetafdruk te verkleinen, duurzame praktijken in de hele toeleveringsketen te bevorderen en een cultuur van continue verbetering te stimuleren om een duurzamere toekomst te waarborgen voor de generaties van morgen.
Belangrijkste producten en diensten
X-FAB is een wereldwijde gieterijgroep die een uitgebreid scala van gespecialiseerde technologieën en ontwerp-IP aanbiedt waarmee zijn klanten toonaangevende halfgeleiderproducten kunnen ontwikkelen die worden geproduceerd in de productievestigingen van X-FAB over de hele wereld. De gespecialiseerde technologieën die X-FAB aanbiedt, omvatten analoog/gemengd-signaal-IC's (geïntegreerde schakelingen), microsystemen en technologieën met een brede bandafstand (siliciumcarbide en galliumnitride).
Het technologieportfolio van X-FAB omvat:
- Hoogspannings-CMOS en -SOI: Modulaire platformtechnologieën met knooppunten van 1,0 µm tot 110 nm die de integratie van diverse functionaliteiten op één chip mogelijk maken, zoals analoog/gemengd-signaal, digitaal, niet-vluchtig geheugen of RF. Deze chips ondersteunen een doorslagspanning tot 700 V en zijn gekwalificeerd voor een temperatuurbereik van -40 °C tot +175 °C, waardoor ze bijzonder geschikt zijn voor automobieltoepassingen.
- Microsystemen: De technologieën variëren van micro-elektromechanische systemen (MEMS) met of zonder geïntegreerde CMOS tot microfluidica en heterogene integratie. Ze bieden op maat gemaakte microsysteemoplossingen voor diverse toepassingen in de automobiel-, industriële en medische eindmarkten.
- Halfgeleiders met een brede bandafstand: Halfgeleidersubstraten van siliciumcarbide (SiC) en galliumnitride (GaN) bieden een superieure efficiëntie in vergelijking met silicium en maken de ontwikkeling mogelijk van energiezuinige oplossingen voor toepassingen zoals tractieomvormers voor elektrische voertuigen, ingebouwde laders, industriële stroomomzetting, zonne-omvormers of netomvormers.
- Siliciumfotonica: De combinatie van op silicium gebaseerde halfgeleidertechnologie en fotonica maakt energiezuinige en kleinere apparaten mogelijk voor toepassingen variërend van hogesnelheidsgegevensoverdracht tot sensortechnologie. X-FAB is ook betrokken bij het door de EU gefinancierde photonixFAB-project voor fotonische IC's die worden gebruikt voor telecom, datacommunicatie, quantum computing en LiDARtoepassingen.
De diensten van X-FAB omvatten waferproductie, ontwerp- en IP-ondersteuning en ontwikkeling van klantspecifieke technologieën:
-
Waferproductiediensten: productie in zes wereldwijde waferfabs (Duitsland, Frankrijk, Maleisië, VS).
-
Ontwerpondersteuning en IP-bibliotheken: intern ontwikkelde ontwerpmodellen, PDK's, analoge en digitale bibliotheken, embedded flash en advies voor 'first-timeright' prototyping.
-
Klantspecifieke technologieën: op maat gemaakte procesontwikkeling, met name op het gebied van MEMS en SiC, waarvoor nauwe technische samenwerking vereist is.
-
Non-recurring engineering (NRE) & technologiediensten: prototyping, procesaanpassing en engineeringcontracten op basis van mijlpalen.
-
Uitbesteding en overdrachten van fabs: hosting van klantspecifieke processen, productie via een tweede bron en ondersteuning bij volledige migraties van fabs.
Belangrijkste markten en klantengroepen
De activiteiten van X-FAB zijn afgestemd op specifieke marktsegmenten waarin hoge betrouwbaarheid vereist is, waaronder:
- Automobielsector: sensorinterfaces, IC's voor energiebeheer, elektronica voor veiligheidskritische toepassingen; sterke aanwezigheid in de Europese toeleveringsketen voor de automobielsector.
- Industrie: automatisering, besturingssystemen en robuuste analoog/gemengdsignaalchips voor toepassingen met een lange levenscyclus.
- Medische sector: chips voor implantaten, diagnostische apparatuur en andere medische technologieën die een hoge betrouwbaarheid vereisen.
Het klantenbestand van X-FAB is breed en wereldwijd – het bedient meer dan 400 klanten over de hele wereld. Dit varieert van bekende fabless ontwerpbedrijven tot kleinere fabrikanten van apparaten en zelfs enkele fabrikanten van geïntegreerde apparaten (IDM's) die een deel van hun productie uitbesteden. Deze gediversifieerde klantenportefeuille weerspiegelt de rol van X-FAB als faciliterende gieterij in meerdere sectoren, met een bijzonder sterke aanwezigheid in de Europese toeleveringsketen voor de automobielindustrie.
In december 2025 hadden wij wereldwijd in totaal 4.470 werknemers in dienst.
Het aantal werknemers per geografische regio wordt weergegeven in de onderstaande tabel:
| Werknemers per regio | 2025 |
|---|---|
| Regio | Aantal werknemers |
| EMEA | 2.509 |
| Noord-Amerika | 424 |
| Azië | 1.537 |
In 2025 boekte de X-FAB-Groep een totale omzet van USD 870,3 miljoen.
De kernactiviteiten van X-FAB worden ingedeeld onder de ESRS-sector Elektronica. De Groep beheert zijn activiteiten als één enkel operationeel segment in overeenstemming met IFRS 8. Voor meer informatie hieromtrent wordt verwezen naar hoofdstuk 5 (Geconsolideerde jaarrekening van X-FAB), sectie 9 (Gesegmenteerde informatie) van het jaarverslag 2025.
Naast zijn primaire productieactiviteiten identificeert X-FAB de sectoren Energie & Nutsvoorzieningen en Chemie als significant voor zijn duurzaamheidsprofiel.
- Energie & Nutsvoorzieningen: geïdentificeerd vanwege het energie-intensieve karakter van cleanroomactiviteiten en de afhankelijkheid van stabiele, in toenemende mate hernieuwbare energiebronnen.
- Chemie: weerspiegelt de inkoop en verwerking van gespecialiseerde gassen en chemicaliën die essentieel zijn voor de fabricage van wafers. Deze sectoren zijn geïntegreerd in onze dubbele materialiteitsanalyse, aangezien zij de gebieden met het hoogste potentieel voor milieu-impact (Scope 1 & 2-emissies) en regelgevingsrisico's (bijv. PFAS-beheer) vertegenwoordigen.
De duurzaamheidsdoelen van X-FAB zijn gecategoriseerd naar de belangrijkste stakeholdergroepen en productcategorieën:
• Producten: Een van de primaire ESG-doelen van X-FAB is het stimuleren van innovatie in halfgeleidertechnologieën die bijdragen aan cruciale duurzaamheidsdoelstellingen: het matigen van klimaatverandering en het bieden van gezondheidszorg aan een vergrijzende bevolking. De gespecialiseerde technologieën van X-FAB – hoogspannings-CMOS en -SOI, microsystemen en SiC- en GaN-technologieën met een brede bandafstand – verbeteren de energie-efficiëntie en systeemprestaties van vermogenselektronica in de automobielsector, systemen voor hernieuwbare energie, industriële automatisering en medische apparatuur. X-FAB versterkt continu zijn vaardigheden en capaciteiten om de mondiale transitie naar groene energie en elektrische mobiliteit mogelijk te maken, evenals vooruitgang voor een efficiëntere en effectievere gezondheidszorg.
- Activiteiten: X-FAB streeft naar een vermindering van de CO2 -emissies, zoals gedefinieerd in onze ESG-doelstellingen. Dit omvat een aantal activiteiten, zoals het verhogen van het aandeel ingekochte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen of het verminderen van het specifieke energieverbruik. Het uiteindelijke doel is om vooruitgang te boeken richting koolstofneutraliteit op lange termijn.
- Sociaal: X-FAB houdt zich momenteel aan de ZVEI-Gedragscode in alle productievestigingen in Europa, Azië en de VS om sterke sociale en ethische normen te handhaven. X-FAB is voornemens om begin 2026 over te stappen op de Gedragscode van de Responsible Business Alliance (RBA) en de vereisten daarvan stapsgewijs te implementeren. Daarnaast heeft X-FAB een specifieke ESGdoelstelling vastgelegd om diversiteit en inclusie te versterken en gelijke kansen voor alle werknemers te waarborgen.
Het huidige productportfolio van X-FAB is sterk afgestemd op zijn duurzaamheidsgerelateerde doelen. Onze kernmarkten - de automobiel-, industriële en medische sector - zijn goed voor meer dan 90% van onze omzet.
- Automobielsector en industrie: De hoogspannings-CMOS- en SOI-oplossingen van X-FAB, evenals de SiC- en GaN- technologieën (siliciumcarbide en galliumnitride) met een brede bandafstand, zijn 'cruciale enablers' voor decarbonisatie (bijv. omvormers voor elektrische voertuigen en zonne-energie).
- Medische sector: De CMOS-sensor- en microsysteemoplossingen van X-FAB ondersteunen de gezondheidszorg bij de preventie, diagnose, behandeling en monitoring van ziekten.
Wij zijn van mening dat deze belangrijke productgroepen rechtstreeks bijdragen aan onze missie om technologieën te leveren die de energie-efficiëntie en de gezondheid van de mens verbeteren.
6.1.5.2 Businessmodel en waardeketen

Fig. 6.1: X-FAB binnen de halfgeleiderwaardeketen
De upstreamwaardeketen van X-FAB wordt gekenmerkt door de inkoop van grondstoffen, verbruiksartikelen en apparatuur die nodig zijn voor de waferproductie. De meest kritische inputs zijn siliciumwafers, gespecialiseerde substraten zoals siliciumcarbide (SiC), evenals hoogzuivere gassen, chemicaliën en fotolakken. Naast grondstoffen berust het businessmodel van X-FAB op aanzienlijke inputs van energie (voornamelijk elektriciteit voor de cleanroomactiviteiten) en hoogzuiver water, die essentieel zijn voor het productieproces. X-FAB vertrouwt ook op geavanceerde halfgeleiderapparatuur en reserveonderdelen om de productiecapaciteit te behouden en uit te breiden.
Leveranciers worden beheerd in een wereldwijd systeem dat alle vestigingen overspant. Nieuwe leveranciers moeten een kwalificatie ondergaan, inclusief procesaudits, certificering en nalevingscontroles. Prestaties worden jaarlijks beoordeeld, met corrigerende maatregelen in geval van ondermaatse prestaties. Verantwoorde inkoop is een integraal onderdeel van het upstreammodel. X-FAB handhaaft de rapportage over conflictmineralen en eist dat alle strategische leveranciers volledige traceerbaarheid bieden en uitsluitend inkopen bij gecertificeerde conflictvrije smelters. De aanpak om inputs veilig te stellen omvat ook langetermijnovereenkomsten met belangrijke leveranciers om de continuïteit van de bedrijfsvoering in een volatiele marktomgeving te waarborgen.
X-FAB bedient ongeveer 400 klanten wereldwijd, waarvan de meeste fabless halfgeleiderbedrijven zijn, aangevuld met Integrated Device Manufacturers (IDM's) en Original Equipment Manufacturers (OEM's). De bedrijfsvoering van de groep is sterk verankerd in de automobiel-, industriële en medische sector. Als pure-play gieterij ontwerpt of verhandelt X-FAB geen eigen producten, maar produceert het op basis van ontwerpen van klanten, waarbij volledige bescherming van intellectueel eigendom en neutraliteit worden gewaarborgd. De primaire outputs zijn verwerkte halfgeleiderwafers en bijbehorende technische diensten. De klantrelatie strekt zich uit over de gehele levenscyclus: processelectie, ontwerpondersteuning, prototyping, kwalificatie en volumeproductie. X-FAB verbindt zich tot langetermijnbeschikbaarheid van zijn processen, doorgaans voor ten minste zeven jaar en vaak voor meer dan vijftien jaar, wat met name van cruciaal belang is voor automobiel- en medische toepassingen met lange productlevenscycli.
Ter ondersteuning van een efficiënte ontwikkeling levert X-FAB procesontwerpkits, IP-bibliotheken en prototypingdiensten zoals 'multi-project wafer shuttles', waardoor de instapkosten zelfs voor kleinere klanten beheersbaar blijven. Tijdens de productie wordt de kwaliteit gewaarborgd door ISO- en voor de automobielsector gecertificeerde fabs, naleving van de AEC-Q100-normen en een cultuur waarin geen fouten worden getolereerd. Klanten krijgen toegang tot realtimerapportage over productie- en opbrengstgegevens.
Downstream coördineert X-FAB ook aanvullende diensten via ons X-CHAINpartnerecosysteem, dat verpakking, testen en logistiek omvat. Hierdoor krijgen klanten toegang tot kant-en-klare oplossingen, waarbij de kwaliteits- en vertrouwelijkheidsnormen gewaarborgd blijven.
De upstreamwaardeketen van X-FAB is zeer complex en weerspiegelt de afhankelijkheid van de wereldwijde halfgeleiderindustrie van talrijke gespecialiseerde inputs. Deze toeleveringsketens worden gekenmerkt door structuren met meerdere niveaus, grensoverschrijdende afhankelijkheden en een aanzienlijke mate van technologische en regelgevende specialisatie. Naast tier 1-leveranciers strekken de materiaalstromen zich vaak uit over meerdere niveaus van raffinaderijen, smelterijen en grondstoffenleveranciers, wat volledige traceerbaarheid en directe invloed tot een grote uitdaging maakt. Gezien deze complexiteit, en in overeenstemming met gangbare praktijk in de sector, richt X-FAB zich hoofdzakelijk op het beheer van tier 1-leveranciers. Deze aanpak zorgt ervoor dat de meest relevante zakelijke relaties systematisch worden beoordeeld. Hoewel X-FAB het belang van duurzaamheidsrisico's verder stroomopwaarts erkent, ligt de focus op tier-1-leveranciers als het niveau waarop de Vennootschap zowel de sterkste invloed heeft als het hoogste vermogen om risico's en nalevingsverplichtingen doeltreffend te beheren.
De downstreamwaardeketen van X-FAB wordt gekenmerkt door beperkte transparantie en traceerbaarheid met betrekking tot de uiteindelijke toepassing van onze producten. Als pure-play gieterij vervaardigt X-FAB geen eindproducten voor de gebruiker, maar produceert het halfgeleiderwafers die dienen als componenten binnen grotere geïntegreerde systemen. Deze wafers worden verder verwerkt door klanten en vervolgens door stroomafwaartse fabrikanten ingebed in complexe modules, elektronische systemen of apparatuur. Vanwege deze positie in de toeleveringsketen heeft X-FAB geen directe contractuele relatie met eindgebruikers en weinig zicht op de uiteindelijke markten, regio's of producttoepassingen waarin zijn chips worden ingezet. Dit structurele kenmerk maakt het uitdagend om de sociale en milieu-impacts van zijn producten volledig te traceren voorbij de directe interface met de klant. X-FAB richt zijn beoordeling van de toeleveringsketen daarom op zijn directe klanten. Via deze tier 1-klantrelaties kan de Vennootschap invloed uitoefenen door middel van contractuele afspraken, kwaliteitsnormen, duurzaamheidseisen en gezamenlijke productontwikkeling. Hoewel wordt erkend dat er bredere stroomafwaartse risico's en impacts bestaan, wordt het vermogen van X-FAB om deze te monitoren en te beheren inherent beperkt door zijn rol als stroomopwaartse leverancier binnen de wereldwijde halfgeleiderwaardeketen.
6.1.6 Belangen en opvattingen van stakeholders (ESRS 2 SBM-2)
In augustus 2024 werden de resultaten van de interne dubbele materialiteitsanalyse (DMA), die werd uitgevoerd volgens de GRI-standaarden, gedeeld met belangrijke externe stakeholders, waaronder banken, investeerders, klanten en leveranciers. Deze groepen werden geselecteerd vanwege hun cruciale rol in het ecosysteem van de Vennootschap en hun vermogen om waardevolle feedback te geven over de prestaties en gegevenscapaciteiten van de Vennootschap. Als kernonderdeel van het DMA-proces werd er een online-enquête gehouden onder de geïdentificeerde stakeholders om op systematische wijze externe perspectieven in kaart te brengen en deze in de analyse te integreren.
De enquête was bedoeld om uitgebreide inzichten vanuit verschillende standpunten te verzamelen en sloot direct aan bij de materiële thema's die in de interne DMA waren geïdentificeerd.
Aan de stakeholders werd gevraagd om feedback te geven over de huidige praktijken, het beleid en de prestaties van Vennootschap op zowel de financiële als de ecologische/ sociale dimensies van de bedrijfsvoering. Er werd hen ook gevraagd om aan te geven welke themastandaarden onder de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) zij bijzonder belangrijk vinden voor hun besluitvorming en betrokkenheid bij de Vennootschap. Het doel was om te evalueren hoe goed de acties van de Vennootschap aansluiten bij de externe verwachtingen, sectornormen en evoluerende trends in de regelgeving.
Deze verzamelde feedback werd zorgvuldig geëvalueerd. De suggesties voor verbetering werden opgenomen in de processen voor DMA 2025. Dit leidde tot de identificatie van aanvullende impacts, risico's en kansen (IRO's), die werden opgenomen in de 'longlist' (zoals thema's onder ESRS E2, E3, S2 en G). De stakeholderbetrokkenheid tijdens de rapportageperiode heeft niet geleid tot wijzigingen in de strategie of het businessmodel van X-FAB.
Voor 2025 werd de systematische beoordeling van de stakeholders uitgevoerd als onderdeel van de implementatie van het milieubeheersysteem in overeenstemming met ISO 14001:2015. Tijdens dit proces werden alle relevante belanghebbenden, zoals klanten, werknemers, leveranciers en financiële instellingen, geïdentificeerd (zie de onderstaande tabel). Interne deskundigen werden geraadpleegd om de informatie te valideren en om hun daadwerkelijke of potentiële behoeften en verwachtingen met betrekking tot de prestaties van de onderneming te beoordelen. Ter voorbereiding van de longlist voor het rapportagejaar 2025 werd de beoordeling van de stakeholders overgenomen van de systematische beoordeling van de stakeholders volgens ISO 9001:2015.
| Stakeholder | Belangrijkste verwachtingen | Betrokkenheidsmethode |
|---|---|---|
| Werknemers | •Veiligheid en gezondheid op het werk•Mensenrechten•Talent aantrekken en betrokkenheid | •Wereldwijd intranet•Wereldwijd prestatiebeheersysteem voor werknemers•Maak kennis met het management•Regelmatige personeelsinformatie (via e-mail, videoboodschappen, enschermen in de vestigingen)•Enquêtes |
| Normalisatie-instellingen/-organisaties | •Bereiken en handhaven van naleving van relevante normen•Bevorderen van normen in de toeleveringsketen•Bijdragen aan normalisatie | •Directe uitwisseling met vertegenwoordigers op groeps- envestigingsniveau (Kwaliteit, Technologie, Operations, Facility, EHS, IT) |
| Klanten | •Volledige naleving van contractueel overeengekomen vereisten•Productie van concurrerende producten mogelijk maken•Realiseren van winstgevende en duurzame bedrijfsvoering•Voldoen aan de vraag naar volume, tijdige levering garanderen•Halen van productkwaliteits- en betrouwbaarheidsdoelen; voldoen aanklantspecifieke eisen•Bewijs leveren voor naleving van normen (bijv. door certificeringen);gegevensbeveiliging | •Tevredenheidsenquêtes bij klanten•Controle en herziening van het businessplan•Managementbeoordeling•Klantenrelatiebeheer•Herziening van contracten•Orderinvoer, planning en levering•Controle van klantprojecten•Klantspecifieke vereisten |
| Investeerders | •Realiseren van winstgevende en duurzame bedrijfsvoering•Rekening houden met de effecten van klimaatverandering op deactiviteiten van X-FAB | •Investeerdersrelatiebeheer•EnSimiMaV; Europese ESG-rapportagestandaard – CSRD (CorporateSustainability Reporting Directive) |
| Banken | •Tijdige terugbetaling van leningen ontvangen | •Controlling•Kapitaaluitgaven•Debiteurenbeheer•Risicobeheer |
| Wetgevers, overheden, overheidsinstanties | •Waarborgen van naleving van alle wettelijke vereisten | •Beheer van wettelijke naleving |
| Leveranciers (externe aanbieders),zakenpartners incl. certificeringsinstelling | •Vaststellen van gedefinieerde inkoopfrequentie en -hoeveelheid•Waarborgen van tijdige betaling | •Leveranciersbeheer |
| Onderzoekspartners, universiteiten | •Realiseren van gezamenlijk onderzoek en ontwikkeling•Voorbereiden van de industrialisatie van onderzoeksresultaten | •Innovatiebeheer•Kennisbeheer |
| Aandeelhouders, investeerders, ratingbureausals beïnvloeders | •Realiseren van winstgevende en duurzame bedrijfsvoering | •Investeerdersrelatiebeheer |
X-FAB heeft een ESG-comité ingesteld dat toezicht houdt op de verschillende duurzaamheidsgerelateerde activiteiten. Deze worden regelmatig gepresenteerd aan de Raad van Bestuur van de Vennootschap. Het comité werd geïnformeerd over de resultaten van de stakeholderbetrokkenheid tijdens de reguliere vergaderingen in 2025.
6.1.7 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel (ESRS 2 SBM-3)
Om de materiële impacts, risico's en kansen (IRO's) te identificeren, heeft X-FAB een dubbele materialiteitsanalyse (DMA) uitgevoerd in overeenstemming met ESRS 1. In deze sectie wordt beschreven hoe deze IRO's zich verhouden tot onze bedrijfsactiviteiten en worden de strategieën gepresenteerd die zijn ontwikkeld om hier doeltreffend mee om te gaan.
Via de DMA is een aantal materiële impacts geïdentificeerd, die zijn samengevat in de onderstaande tabel. Er zijn geen significante risico's of kansen geïdentificeerd. Gedurende de DMA en op basis van de vastgestelde drempelwaarden voor het bepalen van materiële impacts, risico's en kansen is geen van de risico's en kansen als materieel beoordeeld.
Dit weerspiegelt de stabiele en veerkrachtige aanpak van de activiteiten van X-FAB en de grenzen van zijn businessmodel. X-FAB ontwikkelt en verkoopt geen eigen functionele producten, maar levert technologieën en productiediensten om producten voor andere bedrijven te vervaardigen.
De relevante impacts zijn meestal van lange of middellange termijn en doen zich voor in de gehele waardeketen:
| Thematisch | Subthematisch | Sub-subthematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Klimaatverandering | Klimaatmitigatie | Hoge broeikasgasemissies door deproductie van siliciumwafers, specialegassen (SF6, NF3) en chemicaliëndragen bij aan klimaatverandering. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | ||
| Klimaatverandering | Klimaatmitigatie | Het leveren van IC-ontwerpdiensten ende productie van wafers voor energieefficiënte toepassingen (EV-voedingssystemen, omvormers voor hernieuwbare energie) vergroot de positieveimpact op het klimaat. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |||
| Klimaatverandering | Klimaatmitigatie | De productie van halfgeleiders maakteen aanzienlijke vermindering vanemissies van broeikasgassen indownstreamsectoren mogelijk. | Positief | Potentieel | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | ||
| Klimaatverandering | Klimaatmitigatie | Het wereldwijde transport van wafers,chemicaliën, fotomaskers en targetsdraagt bij aan aanzienlijke emissies vanbroeikasgassen en een grote CO2-voetafdruk. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |||
| Klimaatverandering | Klimaatmitigatie | Perfluorverbindingen (PFC's) engefluoreerde gassen met een hoogaardopwarmingsvermogen dragen bijaan emissies van broeikasgassen, maaraangezien er geen effectievevervangingsmiddelen zijn, blijven ze vancruciaal belang voor de sector. Dit maaktinspanningen om de emissies teverminderen zeer uitdagend. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Thematisch | Subthematisch | Sub-subthematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Klimaatverandering | Klimaatmitigatie | Zwavelhexafluoride (SF6), dat wordtgebruikt bij het reinigen van etskamersen het testen van wafervermogensapparatuur, is een krachtig broeikasgas;er wordt onderzoek gedaan naarconcepten voor hergebruik in eengesloten cyclus. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | |
| Klimaatverandering | Klimaatmitigatie | Het gebruik van gestandaardiseerdebroeikasgasmethodologieën verbetertde kwaliteit en vergelijkbaarheid van degegevens in de waardeketen envergroot tegelijkertijd de transparantieen het vertrouwen. | Positief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Klimaatverandering | Klimaatmitigatie | Systematische kwantificering van demilieu-impact van producten (focus opPCF) is essentieel om te voldoen aanwettelijke en klantvereisten, concurrerend te blijven en besparingspotentieelte identificeren; integratie van dezepraktijk zorgt voor transparantie bijaankoopbeslissingen. | Positief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Klimaatverandering | Klimaatmitigatie | Het gebruik van EPD's (Type III, ISO14025/EN 15804/ISO 21930) metproductcategorievoorschriften kantransparante, geverifieerdecommunicatie over levenscyclusimpactsmogelijk maken; uitdagingen op hetgebied van afstemming moeten wordeningepland. | Positief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Klimaatverandering | Klimaatmitigatie | Onvoldoende beschikbaarheid vanprimaire gegevens in de toeleveringsketen (48% rapporteert slechts0-10% primaire gegevens) ondermijntde gegevenskwaliteit, vertraagt deimplementatie en verhoogt de kostenvan milieubeoordelingen. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | |
| Klimaatverandering | Klimaatmitigatie | Onvoldoende afstemming op debroeikasgasreductiedoelstellingen vande klanten heeft ook een negatiefeffect op dit doel vanuit het inside-outperspectief. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Thematisch | Subthematisch | Sub-subthematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Klimaatverandering | Klimaatmitigatie | Broeikasgasemissies in de hele waardeketen (eigen activiteiten, leveranciers,aannemers, distributeurs en klanten)dragen bij aan klimaatverandering,creëren aanzienlijke negatieve milieuimpacts en koppelen productie aan deverantwoordelijkheid voor dekoolstofvoetafdruk van de klant. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Klimaatverandering | Energie | Energieopwekking/energieverbruik | Door componenten aan te bieden voorhernieuwbare energie, elektrificatie endigitalisering, heeft de sector eenpositieve impact op de verminderingvan broeikasgasemissies in de gehelewaardeketen. | Positief | Potentieel | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Klimaatverandering | Energie | Energieopwekking/energieverbruik | Hoog elektriciteitsverbruik bij eigenactiviteiten en in de waardeketen(leveranciers, onderaannemers) creëertnegatieve effecten op de stabiliteit vanhet elektriciteitsnet en debeschikbaarheid voor anderegebruikers. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Verontreiniging | Luchtverontreiniging | Verontreiniging van de lucht dooremissies als gevolg van productie- enlogistieke activiteiten. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Luchtverontreiniging | Productieprocessen die hogetemperaturen en het gebruik vanchemicaliën vereisen, kunnen VOS enandere verontreinigende stoffenuitstoten, wat gevolgen heeft voor hetmilieu en de volksgezondheid. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Luchtverontreiniging | Gebruik en hantering van gevaarlijkechemicaliën en gassen bij de activiteitencreëren negatieve impacts op de lokaleluchtkwaliteit. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Luchtverontreiniging | Accidentele verontreiniging doorleveranciers of onderaannemers, zoalshet vrijkomen van gevaarlijke gassen,zou de lokale luchtkwaliteit negatiefkunnen beïnvloeden. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Thematisch | Subthematisch | Sub-subthematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verontreiniging | Waterverontreiniging | Verontreiniging van water door emissiesvan nitraten, fosfaten, pesticiden enprioritaire stoffen (zoals gedefinieerddoor lokale autoriteiten) als gevolg vanproductieprocessen. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |||
| Verontreiniging | Waterverontreiniging | Teruggave van gebruikt water aanwaterlichamen na zuivering (alleengezuiverd water wordt geloosd; | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |||
| Verontreiniging | Waterverontreiniging | 3 van de 5 vestigingen lozen gebruiktwater rechtstreeks in waterlichamen) | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Waterverontreiniging | Gebruik en hantering van gevaarlijkechemicaliën en gassen bij de activiteitenkunnen lokale waterbronnenverontreinigen. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Waterverontreiniging | Accidentele verontreiniging doorleveranciers of onderaannemers, zoalshet vrijkomen van gevaarlijkechemicaliën, zou lokale waterbronnenkunnen verontreinigen. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Bodemverontreiniging | Onjuiste behandeling van afval en deverwijdering ervan kan verontreinigingvan bodemwater veroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle vestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Bodemverontreiniging | Onjuiste behandeling van afval en deverwijdering ervan kanbodemverontreiniging veroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle vestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Bodemverontreiniging | Onjuiste hantering van gevaarlijkechemicaliën en gassen bij de activiteitenkan leiden tot bodemverontreiniging. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle vestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Verontreiniging vanlevendeorganismenen voedselbronnen | Accidentele lekken of morsingen doorleveranciers of onderaannemers kunnenbodemverontreiniging veroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | ||
| Verontreiniging | Verontreiniging vanlevendeorganismenen voedselbronnen | Onjuiste behandeling van afval en deverwijdering ervan kan verontreinigingvan levende organismen veroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Thematisch | Subthematisch | Sub-subthematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verontreiniging | Verontreiniging vanlevendeorganismenen voedselbronnen | Het vrijkomen van gevaarlijkechemicaliën en gassen bij de activiteitenkan schadelijk zijn voor levendeorganismen en voedselbronnen inomliggende ecosystemen. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Zorgwekkendestoffen | Accidentele verontreiniging doorleveranciers of onderaannemers zouschadelijk kunnen zijn voor levendeorganismen en voedselbronnen in lokaleecosystemen. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |||
| Verontreiniging | Zorgwekkendestoffen | Onjuiste hantering van gevaarlijkechemicaliën zoals zuren, oplosmiddelenen fotoresists door leveranciersveroorzaakt milieu- en gezondheidsschade (alle productielanden, in hetbijzonder Maleisië) (Tier 1). | Positief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |||
| Verontreiniging | Zorgwekkendestoffen | Het verminderen van PFAS kan eenpositief effect hebben op het verkleinenvan de ecologische voetafdruk. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Zeer zorgwekkendestoffen | Gevaarlijk afval dat ontstaat bijproductieprocessen kan impacts op hetmilieu en de gemeenschap hebben alshet niet op de juiste manier wordtbeheerd. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Korte termijn | |||
| Verontreiniging | Zeer zorgwekkendestoffen | Gebruik van SOC's, COR en anderegevaarlijke stoffen in de productie kanbij onjuiste hantering leiden totverontreiniging | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Zeer zorgwekkendestoffen | Het gebruik en het potentieel vrijkomenvan PFAS kan, vanwege hun potentiëlepersistentie en toxiciteit, leiden totlangdurige accumulatie in lucht, water enbodem, met nadelige impacts opecosystemen en de menselijkegezondheid. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Zeer zorgwekkendestoffen | Omdat er op dit gebied nog maar weinigonderzoek is gedaan, kunnen nieuwenanomaterialen schade toebrengen aanlevende organismen en leiden totverontreiniging bij verrijking. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Thematisch | Subthematisch | Sub-subthematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verontreiniging | Zeer zorgwekkendestoffen | Gevaarlijke stoffen die bij de productieworden gebruikt, waaronder SVHC's,kunnen potentieel schadelijk zijn voorecosystemen en levende organismen. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Zeer zorgwekkendestoffen | Bij onjuiste hantering kan het gebruik ofhet vrijkomen van SVHC's doorleveranciers of onderaannemersnegatieve milieu-impacts veroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Verontreiniging | Microplastics | Het niet vervangen van gevaarlijkematerialen zou het bestaande probleemvan verontreiniging kunnen verergeren. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |||
| Water enmarienehulpbronnen | Water | Waterverbruik | Microplastics die vrijkomen tijdens deproductie kunnen in het milieuterechtkomen (bijv. door lozing vangezuiverd water in open waterlichamen)en zo verontreiniging veroorzaken. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | ||
| Water enmarienehulpbronnen | Water | Waterverbruik | Het verbeteren van productieprocessenen machines (zowel voor effectiviteit alsefficiëntie) en het investeren inwaterrecycling en ultrazuiver waterverminderen het waterverbruik. | Positief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Water enmarienehulpbronnen | Water | Waterverbruik | De Europese halfgeleiderindustrie heeftgeavanceerde gesloten waterrecyclingen hergebruiksystemengeïmplementeerd, waardoor debehoefte aan externe watervoorzieningen de productie van afvalwateraanzienlijk zijn verminderd. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Water enmarienehulpbronnen | Water | Waterverbruik | Fabrikanten van halfgeleiders hebbenmeetbare verbeteringen in waterefficiëntie bereikt door procesoptimalisatie en upgrades van apparatuur,waardoor waterintensieve activiteitenzijn verminderd terwijl de productiekwaliteit behouden blijft. Dit leidt ook toteen vermindering van het waterverbruik. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Water enmarienehulpbronnen | Water | Waterverbruik | Beperkt gebruik van geavanceerdegesloten waterrecycling zou hetwaterverbruik kunnen verhogen. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Thematisch | Subthematisch | Sub-subthematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Water enmarienehulpbronnen | Water | Waterverbruik | Beperkte verbetering van de waterefficiëntie in processen en apparatuurkan bijdragen aan een hogerwaterverbruik. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Water enmarienehulpbronnen | Water | Waterverbruik | Bedrijven in de sector hebben principesvan waterbeheer (water stewardship)verankerd in duurzaamheidsstrategieënen concrete doelen gesteld voor devermindering van het waterverbruik enefficiëntie. Dit draagt positief bij aan devermindering van het waterverbruik. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Water enmarienehulpbronnen | Water | Waterverbruik | Beperkte integratie van waterbeheerprincipes en meetbare reductiedoelstellingen kan bijdragen aan een hogerwaterverbruik. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Water enmarienehulpbronnen | Water | Wateronttrekking | Verbeterde systemen voor het beheervan watervoorraden, inclusiefefficiëntiemaatregelen en recycling ingesloten kringloop, leiden totvermindering van het waterverbruik. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | Productievestigingen inMaleisië, de VS,Duitsland enFrankrijk | Lange termijn | |
| Water enmarienehulpbronnen | Water | Wateronttrekking | De vraag naar hoogzuiver water (UPW)in waferfabrieken veroorzaakt lokalewaterstress, vooral in regio's metwaterschaarste (Tier 1). | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Circulaireeconomie | Materiaalinstromen,incl.materiaalgebruik | De productie van halfgeleiders is zeerwaterintensief en vereist grote volumesultrazuiver water voor het reinigen enverwerken van wafers, wat aanzienlijkedruk op lokale hulpbronnen en milieuimpacts kan veroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | |
| Circulaireeconomie | Materiaalinstromen,incl.materiaalgebruik | Het verbruik van kritieke grondstoffenen speciale gassen minimaliseert hunreserves. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | |
| Circulaireeconomie | Materiaalinstromen,incl.materiaalgebruik | Vermindering van het gebruik vandergelijke materialen, zoals bijv.hergebruik van zwavelzuur en hettoepassen van circulaire technologieën,is gunstig vanuit het inside-outperspectief. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn |
| Thematisch | Subthematisch | Sub-subthematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Circulaireeconomie | Materiaalinstromen,incl.materiaalgebruik | Restafval dat door leveranciers enaannemers wordt gegenereerd, kan eennegatieve impact hebben op het milieudoor het gebruik van stortplaatsen enafvalverwerkingsprocessen. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | |
| Circulaireeconomie | Materiaalinstromen,incl.materiaalgebruik | Verminderd gebruik van zeldzamemetalen is gunstig vanuit het inside-outperspectief. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | |
| Circulaireeconomie | Materiaalinstromen,incl.materiaalgebruik | Circulariteit van aluminium vermindertde energie-intensiteit vergeleken metprimaire productie en ondersteunt dedecarbonisatie van faciliteiten. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | |
| Circulaireeconomie | Materiaalinstromen,incl.materiaalgebruik | Circulair gebruik van edelmetalen enspeciale metalen door terugwinning enraffinage verkleint de voetafdruk op hetgebied van zoetwater en energie, terwijlde ingebedde emissies worden verlaagd. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | ||
| Circulaireeconomie | Materiaaluitstromenm.b.t.producten endiensten | Het vergroten van de recyclebaarheiden terugnamesystemen voor apparatuurdie halfgeleiders bevat, ondersteunt decirculaire economie en vermindert dedruk op grondstoffen. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | |
| Circulaireeconomie | Materiaaluitstromenm.b.t.producten endiensten | Fabrikanten hebben financiële enorganisatorische verplichtingen voor deverwerking van hun producten aan heteinde van hun levensduur, waarbij zijmoeten zorgen voor een correcterecycling en verwijdering. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | |
| Circulaireeconomie | Materiaaluitstromenm.b.t.producten endiensten | Terugname-/revisieprogramma's vanleveranciers voor componenten enmaterialen versterken de veerkracht vande toeleveringsketen en decirculariteitsprestaties. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | ||
| Circulaireeconomie | Materiaaluitstromenm.b.t.producten endiensten | Door de toepassing van ecodesignprincipes kunnen fabrikanten delevensduur van producten verlengen, demilieu-impacts verminderen en zichpositief onderscheiden op wereldwijdemarkten. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn |
| Thematisch | Subthematisch | Sub-subthematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Circulaireeconomie | Afval | Actieve betrokkenheid van alle actoren(recyclers, gemeenten, detailhandelaars,consumenten) creëert kansen voorefficiëntere inzamelsystemen en hogereterugwinningspercentages, waardoor deecologische voetafdruk wordt verkleind. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | |||
| Circulaireeconomie | Afval | Elektronisch afval van apparaten aan heteinde van hun levensduur (automobielsector, industrie, medische sector) diechips bevatten, leidt tot gevaarlijk afvalals het niet op de juiste manier wordtgerecycled. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | |
| Circulaireeconomie | Afval | Onvoldoende terugwinning in eengesloten kringloop van materialen voorde productie van halfgeleiders (bijv.speciale gassen, fotoresists, slurry,zeldzame metalen) leidt tot uitputtingvan hulpbronnen en afval. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | |
| Circulaireeconomie | Afval | Tekortkomingen in het afvalbeheer (bijv.niet-conforme afvalverwerkers,ophoping, restafval van eigenactiviteiten, verwijdering van productenaan het einde van de levensduur)kunnen de milieubelasting verhogen. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | |
| Eigenpersoneel | Arbeidsvoorwaarden | Werktijden | Sputterdoelen (die edelmetalenbevatten) bieden een hoogwaardigecirculariteit dankzij terugwinnings-/raffinagecycli met aanzienlijkevermijding van primaire mijnbouw. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | Alle vestigingen | Middellangetermijn | ||
| Eigenpersoneel | Arbeidsvoorwaarden | Eerlijke lonen | Ondersteuning van ouderschapsverlofen zorgtaken. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | Alle vestigingen | Korte termijn | ||
| Eigenpersoneel | Arbeidsvoorwaarden | Veiligheid engezondheid | Ervoor zorgen dat tijdelijke of deeltijdsewerknemers een gelijk loon ontvangenvoor gelijk werk. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle vestigingen | Korte termijn | ||
| Eigenpersoneel | Arbeidsvoorwaarden | Veiligheid engezondheid | Onvoldoende implementatie vanveiligheids- en gezondheidsvoorschriften kan leiden tot ernstigearbeidsongevallen, waaronder dodelijkeongevallen. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Korte termijn |
| Thematisch | Subthematisch | Sub-subthematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eigenpersoneel | Arbeidsvoorwaarden | Veiligheid engezondheid | Gebruik van chemische materialen bij deproductie kan schade aan degezondheid veroorzaken. | Positief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | ||
| Eigenpersoneel | Arbeidsvoorwaarden | Veiligheid engezondheid | Halfgeleiderfabrieken implementerenrisicobeperkende maatregelen -systemen voor gevaarlijke gassen,gescheiden afzuiging,veiligheidsvergrendelingen, redundantecontroles - die de werknemersbeschermen tegen blootstelling aanchemicaliën tijdens hun normaleactiviteiten | Positief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | ||
| Eigenpersoneel | Arbeidsvoorwaarden | Veiligheid engezondheid | Gevaarlijke procesgassen wordenbeheerd via geautomatiseerde, geslotensystemen met scheiding van gevaren,veiligheidsvergrendelingen enredundante controles om blootstellingvan de werknemers tot een minimum tebeperken. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | ||
| Eigenpersoneel | Arbeidsvoorwaarden | Veiligheid engezondheid | In productieomgevingen met een hogeintensiteit kunnen onvoldoendeveiligheidsmaatregelen ongevallen enletsel veroorzaken, wat tot ernstigeschade kan leiden. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | ||
| Eigenpersoneel | Gelijkebehandelingen gelijkekansen vooriedereen | Maatregelentegen gewelden intimidatieop dewerkvloer | Beroepsrisico's zoals blootstelling aangevaarlijke chemicaliën, RSI-klachten ofpsychische problemen kunnen leiden totziekte, uitputting of een slecht welzijnvan werknemers. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle vestigingen | Middellangetermijn |
Alle materiële impacts die via de DMA zijn geïdentificeerd, worden door het management in overweging genomen bij het beoordelen van de strategie en prioriteiten van de organisatie.
De geïdentificeerde materiële impacts kunnen mensen of het milieu op positieve of negatieve wijze treffen op korte, middellange of lange termijn. De producten en technologieën van X-FAB worden geassocieerd met een verbeterde energie-efficiëntie en lagere emissies tijdens het gebruik, wat de inzet van hernieuwbare energie en elektrificatie kan ondersteunen. Tegelijkertijd worden er broeikasgasemissies gegenereerd bij de productie van wafers en speciale gassen, door chemicaliën en via logistieke activiteiten, wat bijdraagt aan klimaatverandering.
Milieu-impacts omvatten emissies naar lucht en water, de omgang met en het gebruik van gevaarlijke stoffen, de lozing van afvalwater en afvalbeheer. Maatregelen voor efficiënt waterverbruik en recycling worden toegepast om het verbruik van hulpbronnen te verminderen; de hoge vraag naar ultrazuiver water in bepaalde regio's blijft echter een voortdurende operationele uitdaging. Praktijken uit de circulaire economie, zoals materiaalrecycling en ecodesign, worden in delen van de waardeketen toegepast, terwijl er uitdagingen blijven bestaan met betrekking tot terugwinning in een gesloten kringloop en het genereren van afvalmaterialen.
Met betrekking tot sociale aspecten worden positieve impacts geassocieerd met aspecten van arbeidsvoorwaarden, beloning, gezondheid en veiligheid op het werk, en maatregelen om gelijke behandeling te bevorderen. Potentiële negatieve impacts hebben betrekking op blootstelling aan gevaarlijke stoffen op de werkplek, incidenten waarbij gezondheids- en veiligheidsmaatregelen mogelijk ontoereikend zijn, repetitieve belasting of psychosociale stressoren, en tekortkomingen in de implementatie van waarborgen tegen intimidatie en voor arbeidsrechten in delen van de waardeketen.
X-FAB erkent de aanwezigheid van zowel positieve als negatieve materiële impacts en past beheersmaatregelen toe om deze in zijn eigen activiteiten en waardeketen aan te pakken en te monitoren.
Als onderdeel van het voorbereidende proces voor de DMA 2025 werden alle dochterondernemingen van X-FAB geanalyseerd via een gestructureerde pre-screening om potentieel materiële duurzaamheidsthema's en impactfactoren te identificeren. Deze beoordeling omvatte het in kaart brengen van de locatie, kernactiviteiten, belangrijkste productgroepen en het personeel van elke dochteronderneming, gevolgd door een classificatie van hun activiteiten met betrekking tot potentiële negatieve of positieve effecten op mens en milieu, afhankelijkheid van natuurlijke, menselijke en sociale hulpbronnen, en blootstelling aan externe risicofactoren.
Daarnaast werden belangrijke zakelijke relaties en partnerschappen in de waardeketen beoordeeld om indirecte impacts te identificeren die voortvloeien uit leveranciers en bredere bedrijfsactiviteiten. Strategische doelstellingen werden eveneens geanalyseerd om gebieden met een potentiële positieve impact te bepalen, evenals hiaten waar negatieve impacts zouden kunnen ontstaan, om ervoor te zorgen dat materiële duurzaamheidsimpacts duidelijk gekoppeld zijn aan de strategische prioriteiten en het businessmodel van de Vennootschap.
X-FAB is primair betrokken bij materiële impacts via de eigen productieactiviteiten van halfgeleiders van de Vennootschap en de stroomopwaartse en stroomafwaartse zakelijke relaties die nodig zijn om deze activiteiten uit te voeren en te commercialiseren.
X-FAB heeft nog geen specifieke veerkrachtanalyse uitgevoerd volgens de eisen van de ESRS, maar wij ontwikkelen onze duurzaamheidsrapportage voortdurend en zijn voornemens dergelijke beoordelingen in de toekomst op te nemen.
Onze Vennootschap heeft een ESG-comité en wij werken volgens een beleid voor milieu, gezondheid en veiligheid dat gecertificeerd is volgens ISO 14001 en ISO 50001. Wij rapporteren regelmatig over deze initiatieven aan onze Raad van Bestuur. In ons verslag over 2024 benadrukten wij dat onze siliciumcarbide-activiteiten robuust bleven tijdens een marktdaling, wat getuigt van ons aanpassingsvermogen en onze verbintenis om te investeren in toekomstige groei. Samen illustreren deze elementen onze inspanningen op het gebied van duurzaamheid en veerkracht, terwijl wij een formele veerkrachtanalyse voorbereiden.
Wat betreft impact evalueert X-FAB actief hoe zijn activiteiten het milieu en de samenleving beïnvloeden, waarbij ervoor wordt gezorgd dat negatieve effecten tot een minimum worden beperkt en positieve bijdragen worden gemaximaliseerd. De Vennootschap volgt deze impacts om te voldoen aan de CSRD-vereisten en de transparantie in haar rapportage te vergroten. Hoewel er geen significante risico's en kansen zijn geïdentificeerd binnen het DMA-proces, monitort X-FAB binnen het risicobeheer de financiële negatieve impacts die de duurzaamheid van de Vennootschap op de lange termijn zouden kunnen beïnvloeden. Wat betreft kansen onderzoekt X-FAB hoe duurzaamheidstrends en innovaties waarde kunnen creëren, zowel door in te spelen op de marktvraag naar duurzame producten als door de operationele efficiëntie te verbeteren. Deze kansen worden benut om ervoor te zorgen dat X-FAB concurrerend en veerkrachtig blijft in het licht van de veranderende ecologische en sociale verwachtingen.
Vergeleken met de voorgaande rapportageperiode lag er een grotere nadruk op het implementeren van de vereisten van de CSRD en de ESRS, en de DMA werd dienovereenkomstig uitgevoerd.
Alle materiële IRO's werden geïdentificeerd en geprioriteerd in alle door de ESRS gedefinieerde thema's en gekoppeld aan de ESRS-rapportage-eisen, aangezien er na interne beoordeling geen materiële entiteitsspecifieke thema's werden weerhouden.
6.1.8 Processen om materiële IRO's in kaart te brengen en te analyseren (ESRS 2 IRO-1)
In overeenstemming met ESRS 1 (hoofdstuk 3, paragraaf 21) moet de duurzaamheidsverklaring informatie bevatten over materiële impacts, risico's en kansen die zijn geïdentificeerd in een materialiteitsanalyse waarbij de beginselen van dubbele materialiteit worden toegepast. Dubbele materialiteit omvat de materialiteit van impacts en financiële materialiteit. De materialiteit van impacts verwijst naar de materiële informatie over hoe de onderneming mensen of het milieu beïnvloedt met betrekking tot een duurzaamheidsaspect. Financiële materialiteit verwijst naar de materiële informatie over risico's en kansen in verband met een duurzaamheidsaspect.
De DMA werd met name uitgevoerd op basis van de volgende specificaties en aanbevelingen: Richtlijn (EU) 2022/2464 van 14 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 537/2014 en de Richtlijnen 2004/109/EG, 2006/43/EG en 2013/34/EU met betrekking tot duurzaamheidsrapportage door ondernemingen (CSRD); ESRS 1, AR16: Overzicht van mogelijke duurzaamheidsaspecten op het gebied van milieu, sociale zaken en governance; ESRS 1, hoofdstuk 3 'Dubbele materialiteit als basis voor duurzaamheidsrapportage', in het bijzonder paragraaf 3.3; ESRS 2 IRO-1, IRO-2 en SBM-3: Rapportage-eisen met betrekking tot de DMA; Definities van de ESRS; Implementatierichtlijn 1 (IG 1) DMA van de European Financial Reporting Advisory Group (hierna "EFRAG"); Implementatierichtlijn 2 (IG 2) Waardeketen van de EFRAG.
Op basis van de gestelde eisen en aanbevelingen omvatte de DMA de volgende hoofdfasen:
• Analyse en beschrijving van de zakelijke omgeving:
Deze analyse heeft betrekking op de kernactiviteiten en zakelijke relaties, evenals partnerschappen, de context waarin deze plaatsvinden, en inzicht in de belangrijkste getroffen stakeholders evenals de gebruikers van het duurzaamheidsverslag. Er werd rekening gehouden met een beschrijving van de gehele waardeketen, de geografische specifieke kenmerken van de dochterondernemingen, het wettelijk kader, input van interne deskundigen, evenals openbaar beschikbare informatie en informatie verstrekt door relevante brancheorganisaties.
X-FAB hanteert een op risico's gebaseerd 'due diligence'-proces om de daadwerkelijke en potentiële impacts op mens en milieu te identificeren en te prioriteren. Dit proces focust op gebieden waar het risico op negatieve impacts inherent verhoogd is vanwege ons businessmodel als halfgeleidergieterij:
- Specifieke activiteiten: Wij geven voorrang aan het monitoren van onze productieactiviteiten, met name de hantering van gevaarlijke chemicaliën, grootschalig waterverbruik en energie-intensieve waferproductie.
- Zakelijke relaties: Onze analyse focust op kritische leveranciers van grondstoffen (waaronder 3TG-mineralen) en gespecialiseerde chemicaliën. We gebruiken de IATF (International Automotive Task Force) 16949-kwaliteitsbeheers- en RMI (Responsible Minerals Initiative)-kaders om de naleving en ethische normen van deze partners te evalueren.
- Regio's: Wij identificeren verhoogde risico's door onze wereldwijde productievestigingen en toeleveringsketen af te zetten tegen landspecifieke indices, zoals die voor waterstress en regionale arbeidsnormen (bijv. op onze locaties in Zuidoost-Azië).
- Prioritering: Potentiële impacts worden geprioriteerd op basis van hun ernst en waarschijnlijkheid (zie hieronder). Deze beoordeling vormt de basis voor onze strategische focus en zorgt ervoor dat mitigatiemaatregelen worden gericht op de belangrijkste milieu- en sociale risico's.
• Identificatie van daadwerkelijke en potentiële IRO's met betrekking tot duurzaamheidskwesties (identificatie van impacts):
Op basis van de hierboven beschreven verzamelde en geanalyseerde informatie werden potentiële en daadwerkelijke positieve en negatieve impacts evenals risico's en kansen (IRO's) met betrekking tot milieu-, sociale en governance-aspecten geïdentificeerd in de hele waardeketen. Deze werden vastgelegd in een 'longlist' van IRO's. Hiervoor volgde X-FAB de voorschriften in bijlage A bij ESRS 1: Lijst van duurzaamheidsaspecten die onder de ESRS vallen, gecategoriseerd per thema, sub-thema en sub-sub-thema. Om een voldoende stakeholdersbetrokkenheid te waarborgen, werd elke IRO toegewezen aan
interne deskundigen en gekoppeld aan de belangrijkste externe stakeholders. De interne deskundigen gaan over tot een evaluatie tijdens de volgende stap van de DMA. De belangen van de belangrijkste externe stakeholders werden indirect meegenomen door gebruik te maken van hun feedback die werd gegeven tijdens een stakeholdersenquête als onderdeel van de voorbereiding van de duurzaamheidsrapportage 2024.
X-FAB heeft de impacts en financiële risico's en kansen geïdentificeerd en beoordeeld aan de hand van een geïntegreerde dubbele materialiteitsaanpak. Ons proces zorgde ervoor dat duurzaamheidsgerelateerde impacts en afhankelijkheden niet afzonderlijk worden bekeken, maar vertaald konden worden naar financiële implicaties voor ons businessmodel.
Tijdens de DMA hebben we vastgesteld hoe onze milieu- en sociale effecten kunnen leiden tot financiële verplichtingen. Dit omvatte bijvoorbeeld het beoordelen hoe broeikasgasemissies, afval of het beheer van chemicaliën zouden kunnen leiden tot hogere regelgevingskosten, koolstofbelastingen of potentiële reputatierisico's die onze toegang tot kapitaal zouden kunnen beïnvloeden. Wij hebben onze operationele afhankelijkheden van kritieke hulpbronnen (met name water, energie en gespecialiseerde grondstoffen) geëvalueerd om financiële risico's te identificeren. Hieronder vielen potentiële productieonderbrekingen als gevolg van schaarste aan hulpbronnen, prijsvolatiliteit op de energiemarkten of knelpunten in de toeleveringsketen die onze operationele marges en de stabiliteit van onze omzet zouden kunnen beïnvloeden. Ons proces bracht ook financiële kansen aan het licht die voortvloeien uit onze effecten en afhankelijkheden. Door gebruik te maken van onze expertise in de productie van energie-efficiënte halfgeleiders, hebben wij groeikansen geanalyseerd in markten die zich richten op de groene transitie (bijv. elektrificatie van de automobielindustrie en medische technologie), wat onze financiële prestaties op de lange termijn zou kunnen verbeteren. Potentiële duurzaamheidsgerelateerde risico's en kansen werden opgenomen in een uitgebreide 'longlist' en vervolgens gefilterd aan de hand van een drempelwaarde voor financiële materialiteit. Na deze beoordeling werden geen risico's of kansen als materieel geïdentificeerd, waardoor er geen verdere rapportage volgt in deze duurzaamheidsverklaring.
• Beoordeling en bepaling van materiële IRO's met betrekking tot duurzaamheidskwesties (beoordeling van de significantie van de impacts):
In deze stap werden de door ESRS 1 vereiste evaluatiecriteria voor impactmaterialiteit (inside-out perspectief) en financiële materialiteit (outside-in perspectief) toegepast op elke IRO van de longlist.
Elke duurzaamheidskwestie die als impact (inside-out) was geïdentificeerd, werd beoordeeld op basis van de aard (positief of negatief), de schaal en de reikwijdte van de negatieve of positieve impact, de onomkeerbaarheid van de negatieve impact en de waarschijnlijkheid van optreden. Daarnaast werden de waardeketen, de getroffen stakeholders, de tijdshorizon en de mogelijkheid van een schending van de mensenrechten aan elke IRO gekoppeld.
Elke duurzaamheidskwestie die vanuit financieel perspectief als risico of kans was geïdentificeerd, werd beoordeeld op basis van de volgende criteria: de aard (negatief voor risico's en positief voor kansen), de mate van directe en indirecte impacts op de EBITDA (winst vóór rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie) van de onderneming en de waarschijnlijkheid van optreden. Daarnaast werden de waardeketen, de getroffen stakeholders en de tijdshorizon aan elke IRO gekoppeld.
Duurzaamheidsgerelateerde risico's werden geïdentificeerd zoals hierboven beschreven en vervolgens beoordeeld volgens de ESRS-criteria. Een volledig uitgebreid prioriteringsproces is nog in ontwikkeling, aangezien de marktpraktijken voor het kwantificeren van duurzaamheidsgerelateerde risico's ten opzichte van andere risicotypen nog niet volledig ontwikkeld zijn. In overeenstemming met ESRS 2 §53(c)(iii) verduidelijken wij hoe duurzaamheidsgerelateerde risico's worden geprioriteerd ten opzichte van andere risicocategorieën, waarbij we erkennen dat de integratie van duurzaamheidsrisicoprocessen in het enterprise risk management (ERM)-systeem van de Vennootschap nog in ontwikkeling is.
In dit stadium is er nog geen specifiek kwantitatief risicobeoordelingsinstrument voor duurzaamheidsgerelateerde risico's toegepast dat deze risico's direct op dezelfde scoreschaal plaatst als andere bedrijfsrisico's. In plaats daarvan worden duurzaamheidsgerelateerde risico's geëvalueerd op basis van kwalitatieve criteria (zoals waarschijnlijkheid, ernst van mogelijke gevolgen en relevantie over bepaalde tijdshorizonten), die eveneens worden meegenomen in de dubbele materialiteitsanalyse. Deze criteria bieden een basis om duurzaamheidsgerelateerde risico's te vergelijken met andere soorten risico's in narratieve en governancerapportage.
Duurzaamheidsgerelateerde risico's die via dit proces worden geïdentificeerd, worden gedocumenteerd in het interne risicoregister en besproken in het kader van bredere risicodiscussies met management- en bestuursorganen, zodat stakeholders het relatieve belang ervan kunnen begrijpen, zelfs bij het ontbreken van een uniform kwantitatief risicomodel.
Geplande ontwikkelingen omvatten de verdere uitbouw van een ERM-kader waarin duurzaamheidsgerelateerde risico's volledig worden afgestemd op andere risicocategorieën en worden geëvalueerd met behulp van consistente risicobeoordelingsschalen, methodologieën en documentatiepraktijken, waardoor de vergelijkbaarheid tussen risicotypes in toekomstige rapportage wordt ondersteund.
• Clustering en prioritering van de IRO's (identificatie van materiële impacts):
In deze stap werd een drempelwaarde toegepast om te bepalen welke IRO's materieel zijn voor X-FAB. De keuze van de drempelwaarde was gebaseerd op een evenwicht tussen de dekking van materiële thema's en een praktische focus voor het vervolgens stellen van doelen en plannen van acties. Het omvat tevens het bovenste bereik van de hoogst beoordeelde IRO's.
• Validatie op basis van interne beleidslijnen en richtlijnen
Om te waarborgen dat er door het toepassen van de drempelwaarden geen relevante aspecten ontbreken die onder het governancekader, het beleid en interne richtlijnen vallen, is een interne consistentiecontrole uitgevoerd.
Het besluitvormingsproces met betrekking tot duurzaamheid bij X-FAB wordt beheerst door een duidelijke hiërarchie die toezicht en een interne validatie waarborgt. De identificatie en evaluatie van duurzaamheidskwesties worden beheerd door het duurzaamheidsteam, waarbij het ESG-comité fungeert als het primaire orgaan voor het beoordelen en officieel bevestigen van de materialiteit van alle geïdentificeerde thema's. Dit comité valideert de bevindingen om te waarborgen dat deze in lijn zijn met de strategische koers van de Vennootschap en een niveau van consistentie handhaven dat vergelijkbaar is met dat van marktleiders.
Om de betrouwbaarheid en transparantie van onze duurzaamheidsrapportage te waarborgen, heeft X-FAB een robuust systeem van interne controles opgezet dat specifiek gericht is op de dubbele materialiteitsanalyse (DMA). Dit kader waarborgt dat onze rapportage in overeenstemming is met de ESRS-eisen en een objectief beeld geeft van de impact en financiële risico's van onze Vennootschap. Onze DMA wordt beheerst door een formeel Methodologiehandboek waarin de reikwijdte over onze hele waardeketen wordt gedefinieerd. Wij hebben specifieke kwantitatieve en kwalitatieve drempels ingevoerd om een reproduceerbare analyse van de impacts, risico's en kansen (IRO's) te waarborgen. Elke beslissing – inclusief de motivering voor onderwerpen die als nietmaterieel worden beschouwd – wordt gedocumenteerd om een duidelijke auditspoor te bieden voor externe verificatie. Strategisch toezicht is verankerd op het hoogste niveau, waarbij ons ESG-comité de definitieve materialiteitsresultaten actief valideert. De identificatie van IRO's verloopt volgens een gestandaardiseerd proces dat gebaseerd is op de ESRS-themalijsten en benchmarks in de sector. Wij verrijken deze analyse door middel van een gestructureerde stakeholderbetrokkenheid, die formeel wordt geregistreerd om de relevantie van onze bevindingen te onderbouwen. De DMA is geïntegreerd in onze jaarlijkse managementcyclus, zodat deze wijzigingen in ons businessmodellen in de wereldwijde regelgeving weerspiegelt. Voorafgaand aan externe controle voert het ESG-comité een onafhankelijke beoordeling uit van het proces en de bijbehorende controles om te bevestigen dat aan alle procedurele vereisten is voldaan en dat de resultaten gebaseerd zijn op een degelijke verifieerbare basis.
Wat betreft de integratie in het bedrijfsbeheer wordt het proces om duurzaamheidsgerelateerde impacts, risico's en kansen te identificeren, te beoordelen en te beheren momenteel uitgevoerd via het specifieke kader van de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) en is het nog niet volledig ingebed in het algemene risicobeheersysteem van de Vennootschap. Hoewel een holistische integratie momenteel wordt ontwikkeld als onderdeel van een uitgebreide toekomstige aanpak, vertrouwt X-FAB momenteel op specifieke, geïsoleerde analysesystemen om duurzaamheidsfactoren te monitoren. Deze omvatten ad-hocbeoordelingen en gespecialiseerde auditsystemen, met name op het gebied van milieu, veiligheid en gezondheid (EHS), evenals expliciete risicoanalyses binnen de toeleveringsketen. Deze bestaande mechanismen stellen de Vennootschap in staat om specifieke operationele risico's te evalueren terwijl het bredere geïntegreerde beheerskader wordt afgerond.
Op basis van de meest recente beoordeling die binnen dit kader is uitgevoerd, zijn er op dit moment geen duurzaamheidsgerelateerde risico's of kansen geïdentificeerd die materieel zijn voor X-FAB. Hoewel duurzaamheidsfactoren worden gemonitord via de audit- en toeleveringsketenprocessen om potentiële verschuivingen in het profiel van de Vennootschap op te sporen, leiden ze momenteel dus niet tot een specifieke financiële materialiteitsrapportage.
De robuustheid van de beoordeling wordt gewaarborgd door diverse inputparameters, waaronder gegevens van wereldwijde productievestigingen, stakeholdersbetrokkenheid en een reikwijdte van activiteiten die alle geconsolideerde dochterondernemingen dekt. Dit proces wordt voortdurend verfijnd; met name de DMA-methodologie werd in 2025 aanzienlijk aangepast en verbeterd ten opzichte van de periode 2024, waarbij de reikwijdte is uitgebreid met aanvullende materiële thema's.
Voor het beheer van de geïdentificeerde impacts ontwikkelt X-FAB momenteel specifieke beleidslijnen en strategische benaderingen die in de komende jaren zullen worden geïmplementeerd. Dit stappenplan is erop gericht negatieve externe effecten te minimaliseren en positieve bijdragen te maximaliseren, met de intentie om deze strategieën volledig in te bedden in de algemene beheerprocessen van de Vennootschap zodra deze volwassen zijn.
6.1.9 ESRS-rapportage-eisen binnen de reikwijdte van ESRS 2 IRO-2
De onderstaande inhoudsopgave bevat een lijst van alle datapunten die voortkomen uit andere EU-wetgeving zoals vermeld in bijlage B bij ESRS 2, inclusief de uitkomst van de DMA en de verwijzingen naar de relevante secties:
ESRS 2 IRO-2: Rapportage van de lijst van datapunten die voortkomen uit andere EU-wetgeving en informatie over hun plaats in de duurzaamheidsverklaring
| Rapportage-eis / betrokken datapunt | Verwijzing naar andere EU-wetgevingESRS 2, bijlage B | DMA-resultaat | Verwijzing naar sectie |
|---|---|---|---|
| ESRS 2 GOV-1 / Genderdiversiteit Raad van Bestuur alinea 21(d) | SFRD; Benchmarkverordening | N.v.t. | 6.1.4.1 De rol van de Raad van Bestuur en het UitvoerendManagement (ESRS 2 GOV-1) / Samenstelling |
| ESRS 2 GOV-1 / Percentage onafhankelijke bestuurders alinea 21(e) | Benchmarkverordening | N.v.t. | 6.1.4.1 De rol van de Raad van Bestuur en het UitvoerendManagement (ESRS 2 GOV-1) / Samenstelling |
| ESRS 2 GOV-4 / Due-diligenceverklaring alinea 30 | SFRD | N.v.t. | 6.1.4.4 Due-diligenceverklaring |
| ESRS 2 SBM-1 / Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. activiteitenfossiele brandstoffen alinea 40(d) i | SFRD; Pijler 3; Benchmarkverordening | Niet relevant | N.v.t. |
| ESRS 2 SBM-1 / Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. chemischeproductie alinea 40(d) ii | SFRD; Benchmarkverordening | Niet relevant | N.v.t. |
| ESRS 2 SBM-1 / Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. controversiëlewapens alinea 40(d) iii | SFRD; Benchmarkverordening | Niet relevant | N.v.t. |
| ESRS 2 SBM-1 / Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. teelt enproductie tabak alinea 40(d) iv | Benchmarkverordening | Niet relevant | N.v.t. |
| ESRS E1-1 / Transitieplan om tegen 2050 klimaatneutraliteit tebereiken alinea 14 | Verwijzing naar EU-klimaatwet | Materieel | 6.2.2.2 Transitieplan voor klimaatmitigatie |
| ESRS E1-1 / Ondernemingen uitgesloten van op Overeenkomst vanParijs afgestemde benchmarks alinea 16(g) | Pijler 3; Benchmarkverordening | Materieel | 6.2.2.2 Transitieplan voor klimaatmitigatie |
| ESRS E1-4 / Doelen BKG-emissiereductie alinea 34 | Referentie SFRD; Pijler 3;Benchmarkverordening | Materieel | 6.2.2.7 MDR-T: Doelen inzake klimaatmitigatie enklimaatadaptatie |
| ESRS E1-5 / Totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen,uitgesplitst naar bronnen (alleen sectoren met grote klimaatimpact)alinea 38 | SFRD | Materieel | 6.2.2.8 Energieverbruik en energiemix |
| ESRS E1-5 / Energieverbruik en energiemix alinea 37 | SFRD | Materieel | 6.2.2.8 Energieverbruik en energiemix |
| ESRS E1-5 / Energie-intensiteit activiteiten in sectoren met groteklimaatimpact alinea's 40 t/m 43 | SFRD | Materieel | 6.2.2.8 Energieverbruik en energiemix |
| ESRS E1-6 / Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale BKG-emissiesalinea 44 | SFRD; Pijler 3; Benchmarkverordening | Materieel | 6.2.2.9 Bruto scope 1, 2, 3 en totale BKG-emissies |
| ESRS E1-6 / Intensiteit bruto-BKG- emissies alinea's 53 t/m 55 | SFRD; Pijler 3; Benchmarkverordening | Materieel | 6.2.2.9 Bruto scope 1, 2, 3 en totale BKG-emissies |
| ESRS E1-7 / BKG-verwijderingen en carbon credits alinea 56 | Verwijzing naar EU-klimaatwet | Niet relevant | 6.2.2.9 Bruto scope 1, 2, 3 en totale BKG-emissies |
| ESRS E1-9 / Blootstelling benchmarkportefeuille aan fysiekeklimaatrisico's alinea 66 | Benchmarkverordening | Materieel | Het datapunt is weggelaten vanwege de ESRSinfaseringsbepalingen. |
Jaarverslag 2025 // Duurzaamheid bij X-FAB
| Rapportage-eis / betrokken datapunt | Verwijzing naar andere EU-wetgevingESRS 2, bijlage B | DMA-resultaat | Verwijzing naar sectie |
|---|---|---|---|
| ESRS E1-9 / Uitsplitsing geldbedragen in acuut en chronisch fysiekrisico alinea 66(a) ESRS E1-9 / Locatie significante activa diematerieel fysiek risico lopen alinea 66(c) | Pijler 3 | Materieel | Het datapunt is weggelaten vanwege de ESRSinfaseringsbepalingen. |
| ESRS E1-9 / Uitsplitsing boekwaarde vastgoedactiva naar energieefficiëntieklasse alinea 67(c) | Pijler 3 | Materieel | Het datapunt is weggelaten vanwege de ESRSinfaseringsbepalingen. |
| ESRS E1-9 / Mate blootstelling portefeuille aan klimaatkansen alinea69 | Benchmarkverordening | Materieel | Het datapunt is weggelaten vanwege de ESRSinfaseringsbepalingen. |
| ESRS E2-4 / Hoeveelheid emissies naar lucht, water en bodem vanelke verontreinigende stof in bijlage II bij E-PRTR- verordening(Europees register uitstoot en overbrenging verontreinigendestoffen) alinea 28 | SFRD | Materieel | 6.2.3.6 Verontreiniging van lucht, water en bodem |
| ESRS E3-1 / Water en mariene hulpbronnen alinea 9 | SFRD | Materieel | 6.2.4.3 MDR-P: Beleid ten aanzien van water |
| ESRS E3-1 / Specifiek beleid alinea 13 | SFRD | Materieel | 6.2.4.3 MDR-P: Beleid ten aanzien van water |
| ESRS E3-1 / Duurzame oceanen en zeeën alinea 14 | SFRD | Niet materieel | N.v.t. |
| RS E3-4 / Totale hoeveelheid gerecycled en hergebruikt water alinea28(c) | SFRD | Materieel | 6.2.4.6 Maatstaven voor waterverbruik |
| ESRS E3-4 / Totaal waterverbruik in m3 per netto-opbrengst eigenactiviteiten alinea 29 | SFRD | Materieel | 6.2.4.6 Maatstaven voor waterverbruik |
| ESRS 2- SBM 3 - E4 / alinea 16(a) i | SFRD | Materieel | Het datapunt is weggelaten vanwege de ESRSinfaseringsbepalingen. |
| ESRS 2- SBM 3 - E4 / alinea 16(b) | SFRD | Materieel | Het datapunt is weggelaten vanwege de ESRSinfaseringsbepalingen. |
| ESRS 2- SBM 3 - E4 / alinea 16(c) | SFRD | Materieel | Het datapunt is weggelaten vanwege de ESRSinfaseringsbepalingen. |
| ESRS E4-2 / Praktijken of beleid duurzaam beheer bodem /duurzame landbouw alinea 24(b) | SFRD | Niet relevant | N.v.t. |
| ESRS E4-2 Praktijken of beleid duurzaam beheer oceanen / zeealinea 24(c) | SFRD | Niet relevant | N.v.t. |
| ESRS E4-2 Beleid tegen ontbossing alinea 24(d) | SFRD | Materieel | Het datapunt is weggelaten vanwege de ESRSinfaseringsbepalingen. |
| ESRS E5-5 / Niet-gerecycled afval alinea 37(d) | SFRD | Materieel | 6.2.5.7 Maatstaven voor materiaaluitstromen |
| ESRS E5-5 / Gevaarlijk afval en radioactief afval alinea 39 | SFRD | Materieel (gevaarlijk afval/radioactief afval niet relevant | 6.2.5.7 Maatstaven voor materiaaluitstromen |
| ESRS 2- SBM3 - S1 / Risico incidenten gedwongen arbeid alinea 14(f) | SFRD | Materieel | 6.3.1.1 Materiële impacts, risico's en kansen en dewisselwerking daarvan met strategie en businessmodel(SBM-3) |
| Rapportage-eis / betrokken datapunt | Verwijzing naar andere EU-wetgevingESRS 2, bijlage B | DMA-resultaat | Verwijzing naar sectie |
|---|---|---|---|
| ESRS 2- SBM3 - S1 / Risico incidenten kinderarbeid alinea 14(g) | SFRD | Materieel | 6.3.1.1 Materiële impacts, risico's en kansen en dewisselwerking daarvan met strategie en businessmodel(SBM-3) |
| ESRS S1-1 / Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleidalinea 20 | SFRD | Materieel | 6.3.1.2 MDR-P: Beleid ten aanzien van eigen personeel |
| ESRS S1-1 / Due-diligencebeleid rond kwesties aan de orde infundamentele verdragen 1 t/m 8 van InternationaleArbeidsorganisatie alinea 21 | Benchmarkverordening | Materieel | 6.3.1.2 MDR-P: Beleid ten aanzien van eigen personeel |
| ESRS S1-1 / Procedures en maatregelen ter voorkoming vanmensenhandel alinea 22 | SFRD | Materieel | 6.3.1.2 MDR-P: Beleid ten aanzien van eigen personeel |
| ESRS S1-1 / Beleid of beheersystem ter voorkoming vanarbeidsongevallen alinea 23 | SFRD | Materieel | 6.3.1.2 MDR-P: Beleid ten aanzien van eigen personeel |
| ESRS S1-3 / Klachtenregelingen alinea 32(c) | SFRD | Materieel | 6.3.1.2 MDR-P: Beleid ten aanzien van eigen personeel |
| ESRS S1-14 / Aantal sterfgevallen en aantal en aandeelarbeidsongevallen alinea 88(b) en (c) | SFRD; Benchmarkverordening | Materieel | 6.3.1.9 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven |
| ESRS S1-14 / Aantal verzuimdagen als gevolg van letsel, ongevallen,dodelijke ongevallen of ziekte alinea 88(e) | SFRD | Materieel | Het datapunt is weggelaten vanwege de ESRSinfaseringsbepalingen. |
| ESRS S1-16 / Niet-gecorrigeerde loonkloof man-vrouw alinea 97(a) | SFRD; Benchmarkverordening | Niet materieel | N.v.t. |
| ESRS S1-16 / Ratio buitensporige beloning CEO alinea 97(b) | SFRD | Niet materieel | N.v.t. |
| ESRS S1-17 / Gevallen van discriminatie alinea 103(a) | SFRD | Materieel | 6.3.1.10 Incidenten klachten en ernstige impacts op hetgebied van mensenrechten |
| ESRS S1-17 / Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rightsen OESO- richtlijnen alinea 104(a) | SFRD; Benchmarkverordening | Materieel | 6.3.1.10 Incidenten klachten en ernstige impacts op hetgebied van mensenrechten |
| ESRS 2- SBM3 – S2 / Aanzienlijk risico kinderarbeid of gedwongenarbeid in waardeketen alinea 11(b) | SFRD | Materieel | Het datapunt is weggelaten vanwege de ESRSinfaseringsbepalingen. |
| ESRS S2-1 / Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleidalinea 17 | SFRD | Materieel | Het datapunt is weggelaten vanwege de ESRSinfaseringsbepalingen. |
| ESRS S4-4 / Mensenrechten-problemen en -incidenten alinea 35 | SFRD | Niet materieel | N.v.t. |
| ESRS G1-1 / VN-Verdrag tegen corruptie alinea 10(b) | SFRD | Niet materieel | N.v.t. |
| ESRS G1-1 / Bescherming klokkenluiders alinea 10(d) | SFRD | Niet materieel | N.v.t. |
| ESRS G1-4 / Geldboeten voor overtredingen wetgeving tegencorruptie en omkoping alinea 24(a) | SFRD; Benchmarkverordening | Niet materieel | N.v.t. |
| ESRS G1-4 / Normen bestrijding corruptie en omkoping alinea 24(b) | SFRD | Niet materieel | N.v.t. |
De onderstaande inhoudsopgave bevat een lijst van de rapportage-eisen waaraan is voldaan bij het opstellen van de duurzaamheidsverklaring, naar aanleiding van de uitkomst van de DMA, inclusief de verwijzingen naar de secties met de betreffende rapportage en hun plaats in de duurzaamheidsverklaring.
Rapportage van de lijst van ESRS-rapportage-eisen waaraan is voldaan bij het opstellen van de duurzaamheidsverklaring naar aanleiding van de uitkomst van de materialiteitsanalyse
| Rapportage-eis | Rapportage-eis en referentie | Verwijzing naar sectie/Toelichtingen |
|---|---|---|
| ESRS 2 - Algemene rapportage | ||
| BP-1 | Algemene basis voor het opstellen van duurzaamheidsverklaringen | 6.1.1 Grondslag voor het opstellen (BP-1) |
| BP-2 | Rapportage over specifieke omstandigheden | 6.1.2 Specifieke omstandigheden (BP-2) |
| GOV-1 | De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | 6.1.4.1 De rol van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management |
| GOV-2 | Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema's door bestuurs-, leidinggevende entoezichthoudende organen van de onderneming | 6.1.4.2 Duurzaamheidskwesties die door de Raad van Bestuur en hetUitvoerend Management zijn behandeld |
| GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | 6.1.4.3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen (ESRS 2GOV-3) |
| GOV-4 | Due-diligenceverklaring | 6.1.4.4 Due-diligenceverklaring |
| GOV-5 | Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportage | 6.1.4.5 Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportage |
| SBM-1 | Strategie, businessmodel en waardeketen | 6.1.5 Strategie |
| SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | 6.1.6 Belangen en opvattingen van stakeholders (ESRS 2 SBM-2) |
| SBM-3 | Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | 6.1.7 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan metstrategie en businessmodel |
| IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en kansen in kaart te brengen en teanalyseren | 6.1.8 Processen om materiële IRO's in kaart te brengen en te analyseren |
| IRO-2 | Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverklaringen van de onderneming | 6.1.9 ESRS-rapportage-eisen binnen de reikwijdte |
| MDR-P | Beleid aangenomen voor het managen van materiële duurzaamheidsthema's | Behandeld onder de relevante specifieke thema's |
| MDR-A | Maatregelen en middelen wat betreft materiële duurzaamheidsthema's | |
| MDR-M | Maatstaven voor materiële duurzaamheidsthema's | |
| MDR-T | Effectiviteit van beleid en maatregelen monitoren aan de hand van doelen | |
| ESRS E1 – Klimaatverandering | ||
| GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | 6.1.4.3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen |
| E1-1 | Transitieplan voor klimaatmitigatie | 6.2.2.2 Transitieplan voor klimaatmitigatie |
| SBM-3 | Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | 6.2.2.3 Materiële IRO's en de wisselwerking daarvan met strategie enbusinessmodel |
| IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en kansen in kaart te brengen en teanalyseren | 6.2.2.4 De processen om materiële klimaatgerelateerde impacts, risico's enkansen in kaart te brengen en te analyseren |
| E1-2 | MDR-P: Beleid ten aanzien van klimaatverandering | 6.2.2.5 MDR-P: Beleid ten aanzien van klimaatverandering |
| E1-3 | MDR-A: Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering | 6.2.2.6 MDR-A: Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien vanklimaatverandering |
| Rapportage-eis | Rapportage-eis en referentie | Verwijzing naar sectie/Toelichtingen |
|---|---|---|
| E1-4 | MDR-T: Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | 6.2.2.7 MDR-T: Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie |
| E1-5 | Energieverbruik en energiemix | 6.2.2.8 Energieverbruik en energiemix |
| E1-6 | Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale broeikasgasemissies | 6.2.2.9 Bruto scope 1, 2, 3 en totale BKG-emissies |
| E1-7 | Broeikasgasverwijderingen en projecten voor broeikasgasmitigatie gefinancierd uit carbon credits | 6.2.2.9 Bruto scope 1, 2, 3 en totale BKG-emissies |
| ESRS E2 – Verontreiniging | ||
| IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en kansen in kaart te brengen en teanalyseren | 6.2.3.1 Proces voor het in kaart brengen van materiële impacts, risico's enkansen |
| E2-1 | MDR-P: Beleid ten aanzien van verontreiniging | 6.2.3.3 MDR-P: Beleid ten aanzien van verontreiniging |
| E2-2 | MDR-A: Maatregelen en middelen wat betreft verontreiniging | 6.2.3.4 MDR-A: Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien vanverontreiniging |
| E2-3 | MDR-T: Doelen wat betreft verontreiniging | 6.2.3.5 MDR-T: Doelen wat betreft verontreiniging |
| E2-4 | Verontreiniging van lucht, water en bodem | 6.2.3.6 Verontreiniging van lucht, water en bodem |
| E2-5 | Zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen | 6.2.3.7 Zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen |
| E2-6 | Beoogde financiële effecten van materiële impacts, risico's en kansen | 6.2.3.8 Beoogde financiële effecten van materiële risico's en kansen watbetreft verontreiniging |
| ESRS E3 – Water | ||
| IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en kansen in kaart te brengen en teanalyseren | 6.2.4.2 Proces voor het in kaart brengen van materiële impacts, risico's enkansen |
| E3-1 | MDR-P: Beleid ten aanzien van water | 6.2.4.3 MDR-P: Beleid ten aanzien van water |
| E3-2 | MDR-A: Maatregelen en middelen wat betreft water | 6.2.4.4 MDR-A: Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien vanwater |
| E3-3 | MDR-T: Doelen wat betreft water | 6.2.4.5 MDR-T: Doelen wat betreft water |
| E3-4 | Waterverbruik | 6.2.4.6 Maatstaven voor waterverbruik |
| E2-5 | Beoogde financiële effecten van materiële impacts, risico's en kansen | Onder voorbehoud van de infasering |
| ESRS E5 – Materiaalgebruik en circulaire economie | ||
| IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en kansen in kaart te brengen en teanalyseren | 6.2.5.2 Proces voor het in kaart brengen van materiële impacts, risico's enkansen |
| E5-1 | MDR-P: Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie | 6.2.5.3 MDR-P: Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaireeconomie |
| E5-2 | MDR-A: Beleid en middelen inzake materiaalgebruik en circulaire economie | 6.2.5.4 MDR-A: Beleid en middelen inzake materiaalgebruik en circulaireeconomie |
| E5-3 | MDR-T: Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie | 6.2.5.5 MDR-T: Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie |
| E5-4 | Materiaalinstromen | 6.2.5.6 Maatstaven voor materiaalinstromen |
| E5-5 | Materiaaluitstromen | 6.2.5.7 Maatstaven voor materiaaluitstromen |
| Rapportage-eis | Rapportage-eis en referentie | Verwijzing naar sectie/Toelichtingen |
|---|---|---|
| E5-6 | Beoogde financiële effecten van materiële impacts, risico's en kansen | Onder voorbehoud van de infasering |
| ESRS S1 – Eigen personeel | ||
| SBM-3 | Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | 6.3.1.1 Materiële IRO's en de wisselwerking daarvan met strategie enbusinessmodel |
| S1-1 | Beleid ten aanzien van eigen personeel | 6.3.1.2 MDR-P: Beleid ten aanzien van eigen personeel |
| S1-2 | Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts | 6.3.1.4 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigenwerknemers om zorgen kenbaar te maken |
| S1-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar temaken | 6.3.1.4 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigenwerknemers om zorgen kenbaar te maken |
| S1-4 | Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreftmateriële risico's te mitigeren en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen | 6.3.1.5 MDR-A: Acteren op materiële impacts op eigen personeel, enbenaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico's te mitigerenen materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen |
| S1-5 | Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieveimpacts en het beheersen van materiële risico's en kansen | 6.3.1.6 MDR-T: Doelen wat betreft het eigen personeel |
| S1-6 | Kenmerken van de werknemers van de onderneming | 6.3.1.7 Kenmerken van de werknemers van de onderneming |
| S1-10 | Leefbare lonen | 6.3.1.8 Leefbare lonen |
| S1-14 | Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven | 6.3.1.9 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven |
| S1-17 | Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten | 6.3.1.10 Incidenten klachten en ernstige impacts op het gebied vanmensenrechten |
| Governance | 6.4 Governance |
Om de materiële informatie te identificeren die in deze duurzaamheidsverklaring wordt vermeld, heeft X-FAB een gestructureerd beoordelingsproces toegepast met zowel kwantitatieve drempelwaarden als kwalitatieve criteria, in lijn met ESRS 1.
1. Bepaling van de materiële thema's
We hebben materiële impacts, risico's en kansen (IRO's) geïdentificeerd met de volgende aanpak:
- Kwantitatieve drempelwaarde voor scoring: X-FAB maakte gebruik van een gedefinieerd scoringsmodel om het belang van elke IRO te evalueren. Alle IRO's werden als materieel beschouwd als hun totale score voor impact of financiële materialiteit hoger was dan een door de Vennootschap vastgestelde drempelwaarde van 60% van de maximaal mogelijke beoordelingswaarde. Deze drempelwaarde werd gekozen na het modelleren van verschillende scenario's om een evenwicht te vinden tussen uitgebreide rapportage en operationele relevantie.
- Beginsel van ernst (mensenrechten en vangnet voor grote impact): In strikte overeenstemming met ESRS 1 hebben wij voorrang gegeven aan impacts met een hoge graad van ernst, in het bijzonder die met betrekking tot de mensenrechten. Ongeacht de kwantitatieve score of waarschijnlijkheid werd elke impact die de maximale beoordelingsscore kreeg voor schaal, reikwijdte of onomkeerbaar karakter automatisch als materieel geclassificeerd.
2. Bepaling van de te rapporteren informatie
Zodra de materiële duurzaamheidskwesties waren geïdentificeerd, bepaalde X-FAB de specifieke inhoud (datapunten en kwalitatieve beschrijvingen) die gerapporteerd moet worden door middel van een kwalitatieve beoordeling.
• Koppeling aan rapportage-eisen: Wij hebben de richtsnoeren gevolgd van EFRAG Explanation ID 177 (Mapping sustainability matters with disclosure requirements - Koppeling van duurzaamheidskwesties aan rapportage-eisen). Voor elke duurzaamheidskwestie die als materieel werd beoordeeld, werden de bijbehorende datapunten die in de thematische ESRS zijn gedefinieerd, als verplicht voor rapportage behandeld.
Bepaalde thematische rapportagegegevens of individuele datapunten zijn echter weggelaten in overeenstemming met de vereenvoudigings- en verlichtingsmaatregelen (de zogenaamde 'Quick Fix'-amendementen krachtens Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1416 van de Commissie), of zijn niet gerapporteerd vanwege een huidig gebrek aan beschikbare gegevens of omdat de datapunten niet aansloten bij de interne processen van de Vennootschap. Meer informatie over deze weglatingen is reeds verstrekt in sectie 6.1.3 Gebruik van infaseringsbepalingen overeenkomstig bijlage C bij ESRS 1.
6.2 Milieu
6.2.1 EU-taxonomie
De Europese Green Deal is een reeks initiatieven van de Europese Commissie met als overkoepelende doelstelling dat de EU tegen 2050 klimaatneutraal moet zijn. In deze context en om investeringen van de financiële sector naar duurzamere technologieën en bedrijven te kanaliseren, heeft de EU een gemeenschappelijk classificatiesysteem ontwikkeld, de zogenaamde EU-taxonomie, dat bedoeld is om bedrijven, investeerders en beleidsmakers een leidraad te bieden over welke economische activiteiten als ecologisch duurzaam kunnen worden beschouwd.
De Taxonomieverordening (Verordening (EU) 2020/852) is op 22 juni 2020 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en op 12 juli 2020 in werking getreden. In de EU-taxonomie worden specifieke prestatiecriteria gedefinieerd om de bijdrage van een economische activiteit aan zes milieudoelstellingen te beoordelen: beperking van de klimaatverandering, aanpassing aan de klimaatverandering, duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen, overgang naar een circulaire economie, voorkoming en bestrijding van verontreiniging en bescherming en herstel van de biodiversiteit en ecosystemen. Voor elke milieudoelstelling zijn technische selectiecriteria gedefinieerd door middel van gedelegeerde handelingen.
De Gedelegeerde Klimaathandeling (Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 van de Commissie, zoals gewijzigd door Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2485 van de Commissie) legt de technische selectiecriteria vast die bepalen of een economische activiteit wezenlijk bijdraagt tot de doelstelling van mitigatie van of aanpassing aan de klimaatverandering. De Gedelegeerde Milieuhandeling (Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2486 van de Commissie) legt de technische selectiecriteria vast om de voorwaarden te bepalen waaronder een economische activiteit kan worden gekwalificeerd als een activiteit die wezenlijk bijdraagt tot het duurzame gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen, tot de overgang naar een circulaire economie, tot de preventie en bestrijding van vervuiling of tot de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en ecosystemen. Deze gedelegeerde handelingen bevatten de zogenaamde Do No Significant Harm (DNSH)-criteria om te waarborgen dat bijdragende activiteiten geen aanzienlijke schade toebrengen aan andere milieudoelstellingen. Voorts omvatten ze ook minimale waarborgen met betrekking tot mensenrechten, corruptie, belastingen en eerlijke concurrentie.
Vanaf 1 januari 2024 moeten bedrijven rapporteren over de geschiktheid en afstemming van hun activiteiten met betrekking tot alle zes de milieudoelstellingen. Het is duidelijk dat halfgeleiders essentieel zijn om de doelen van de Europese Green Deal te bereiken en om koolstofneutraliteit te bereiken tegen 2050. Het is echter niet duidelijk hoe de taxonomiemethodologie moet worden toegepast op de halfgeleiderindustrie, en, in het bijzonder, op de gieterijsector waarin X-FAB actief is. In de volgende paragrafen wordt de aanpak van X-FAB beschreven op basis van de huidige stand van het wetgevend kader.
Beoordeling door X-FAB
De EU-taxonomie vermeldt momenteel geen activiteit die specifiek de activiteiten van X-FAB beschrijft. De activiteit die de operaties van X-FAB het best beschrijft is activiteit 3.6 "Fabricage van andere koolstofarme technologieën". In deze context verwijzen we naar de verschillen tussen een IDM en een gespecialiseerde gieterij binnen een fabless/ gieterijmodel, zoals beschreven in Hoofdstuk 4. Als gieterij biedt X-FAB een modulair, hooggespecialiseerd portfolio van procestechnologieën en bijbehorende ontwerp-IP, dat innovatieve halfgeleiderproducten mogelijk maakt. Klanten van X-FAB ontwerpen hun producten op basis van deze technologieën en contracteren X-FAB voor hun productie. X-FAB weet niet altijd wat de eindmarkt of eindtoepassing is waarin zijn producten zullen worden gebruikt.
Een economische activiteit wordt geacht in aanmerking te komen wanneer zij overeen-komt met de beschrijving in een van de gedelegeerde handelingen die aangenomen zijn door de Commissie. Hoewel het mogelijk is dat onze klanten oplossingen bieden voor een van de andere milieudoelstellingen, hebben de technologieën die wij als in aanmerking komend beschouwen duidelijke voordelen voor de doelstelling van klimaatmitigatie. Dit wordt mede ingegeven door het feit dat onze technologieën zijn ontworpen met onze kernmarkten — de automobiel-, industriële en medische sector — in het achterhoofd. In deze markten is klimaatmitigatie duidelijk de belangrijkste doelstelling. Aangezien wij niet beschikken over betrouwbare gegevens over de eindtoepassing, geven wij er de voorkeur aan om behoudend te rapporteren en onze beoordeling te beperken tot de bijdrage aan klimaatmitigatie. We concluderen daarom dat X-FAB geen economische activiteiten heeft die in aanmerking komen voor de taxonomie met betrekking tot de overige vijf milieudoelstellingen.
Een activiteit komt in aanmerking voor mitigatie van de klimaatverandering in deze categorie als de activiteit tot doel heeft om een wezenlijke vermindering van de BKGemissies in een andere sector van de economie mogelijk te maken. De vervaardiging van halfgeleiders kan derhalve een activiteit zijn die in aanmerking komt voor de taxonomie voor zover zij een andere economische activiteit in staat stelt wezenlijke BKGemissiereducties te realiseren.
X-FAB levert technologieën die onze klanten in staat stellen innovatieve oplossingen te ontwikkelen die het potentieel hebben om het energieverbruik en de emissies van broeikasgassen (BKG) te verminderen.
Om te bepalen of deze technologieën in aanmerking komen volgens de Taxonomieverordening, hebben wij daarom een classificatie van de technologieën zelf opgesteld. De classificatie is een kwalitatieve benadering waarbij technologieën worden vergeleken met eerdere generaties. Daarnaast worden typische toepassingen voor dergelijke technologieën in overweging genomen om te kunnen bepalen of de technologieën het potentieel hebben om aanzienlijke BKG-reducties in andere sectoren van de economie mogelijk te maken. Deze analyse wordt jaarlijks uitgevoerd om rekening te houden met scenario's voor het einde van de levensduur, nieuwe technologieën of andere veranderingen in het technologieportfolio.
- Technologieën vergelijken met eerdere generaties: de SOI-technologieën van X-FAB bieden bijvoorbeeld een superieure isolatie voor hoge spanningen op chips, evenals tussen verschillende spanningsniveaus op dezelfde chip. Deze eigenschap maakt het mogelijk om chips te ontwerpen met een verbeterde energie-efficiëntie in vergelijking met chips in standaard CMOS-technologieën. Deze isolatiecapaciteit maakt het ontwerp van chips met een laag stroomverbruik mogelijk.
- Typische toepassingen identificeren: door robuuste analoog/gemengd-signaal-CMOS-processen, MEMS en halfgeleiders met een brede bandafstand aan te bieden, draagt X-FAB bij tot het creëren van duurzame en energie-efficiënte producten op verschillende gebieden, zoals mobiliteit en de energiesector Sensoren en vermogensapparaten verbeteren de energie-efficiëntie van elektrische voertuigen en optimaliseren het energiegebruik van de aandrijflijn. Hoogspanningstechnologieën zoals siliciumcarbide ondersteunen de overgang naar hernieuwbare energiebronnen door een efficiënte opwekking, omzetting en opslag van energie mogelijk te maken. Vanwege hun materiaaleigenschappen bieden ook andere technologieën met een brede bandafstand, zoals galliumnitride (GaN), de mogelijkheid om systemen met een maximale energie-efficiëntie te ontwikkelen.
Een in aanmerking komende activiteit moet voldoen aan de volgende criteria om als afgestemd te worden ingedeeld.
-
- Ze moet wezenlijk bijdragen aan ten minste één van de milieudoelstellingen.
-
- Ze mag geen significante schade toebrengen aan een van de andere milieudoelstellingen.
-
- Ze moet worden uitgevoerd met inachtneming van bepaalde minimumgaranties.
Om wezenlijk bij te dragen aan mitigatie van de klimaatverandering moet de economische activiteit technologieën vervaardigen die aantoonbaar gericht zijn op wezenlijke BKGemissiereducties gedurende de levenscyclus vergeleken met de best presterende alternatieve/alternatief technologie/product/oplossing die/dat op de markt beschikbaar is. De BKG-reductie gedurende de levenscyclus zou kunnen worden beoordeeld op basis van de emissies en toepassingen gedurende de levenscyclus van het product. Als pureplay gieterij beschikken wij echter niet over de nodige informatie van de eindmarkt om een dergelijke beoordeling van de volledige levenscyclus te maken. Omdat wij geen wezenlijke vermindering van de BKG-emissies gedurende de levenscyclus kunnen aantonen in vergelijking met de best presterende alternatieve/alternatief technologie/product/ oplossing die/dat op de markt beschikbaar is, kan X-FAB niet voldoen aan dit eerste criterium om een wezenlijke bijdrage aan ten minste één van de milieudoelstellingen aan te tonen. Zonder aan deze fundamentele eis te voldoen, is afstemming onder de Taxonomieverordening niet mogelijk, waardoor verdere beoordeling van de criteria inzake het niet berokkenen van aanzienlijke schade of de naleving van minimale waarborgen overbodig is. X-FAB rapporteert derhalve een afstemming van 0% van zijn activiteiten. We blijven de wetgeving en goede werkpraktijken op de voet volgen, staan in contact met
brancheorganisaties in de halfgeleidersector over dit onderwerp en zullen onze aanpak indien nodig herzien.
1. Omzet
Voor de rapportage van de omzet in deze sectie wordt de definitie van omzet volgens de International Financial Reporting Standards (IFRS) gebruikt. Wij verwijzen naar Hoofdstuk 5, Toelichting 6.1 (Omzet) van de toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening, waarin de opbrengsten uit contracten met klanten en de verschillende componenten daarvan worden gespecificeerd. De omzet voor niet-afgewerkte producten die onder IFRS 15 erkend moet worden is buiten beschouwing gelaten.
Het aandeel van de omzet uit activiteiten die in aanmerking komen voor de taxonomie bleef in 2025 stabiel ten opzichte van 2024, hoewel de omzet iets hoger was als gevolg van een algemene groei van de activiteiten.
Op basis van de hierboven beschreven onzekerheden en de huidige stand van de wetgeving, acht X-FAB het voorzichtig om een afstemming van 0% te rapporteren. Dit is consistent met 2024.
2. Kapitaaluitgaven
De Gedelegeerde Rapportagehandeling (Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie) geeft een definitie van kapitaaluitgaven. Kapitaaluitgaven omvatten toevoegingen aan materiële en immateriële activa tijdens het boekjaar vóór waardeverminderingen, afschrijvingen en eventuele herwaarderingen, met inbegrip van deze die voortvloeien uit opwaarderingen en bijzondere waardeverminderingen, voor het desbetreffende boekjaar en exclusief veranderingen in de reële waarde. Ze omvatten betalingen voor materiële vaste activa en immateriële activa, evenals betalingen voor investeringen in vastgoedbeleggingen, zoals gespecificeerd in de toelichtingen bij de geconsolideerde resultatenrekening (Hoofdstuk 5, Toelichting 7.1 Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen).
Kapitaaluitgaven kunnen worden ingedeeld in twee types:
-
- Kapitaaluitgaven voor technologie: kapitaaluitgaven die deel uitmaken van een plan om onze economische activiteiten, die in aanmerking komen voor de taxonomie, uit te breiden (type B). Het in aanmerking komen voor kapitaaluitgaven voor technologie is gebaseerd op dezelfde criteria die worden gebruikt voor het bepalen van het in aanmerking komen voor de omzet. Om dezelfde redenen als hierboven acht X-FAB het voorzichtig om een afstemming van 0% te rapporteren.
-
- Kapitaaluitgaven voor faciliteiten: deze kapitaaluitgaven hebben betrekking op de investering in individuele maatregelen die het mogelijk maken om doelactiviteiten koolstofarm te maken of die tot broeikasgasreducties leiden (type C). Ze kunnen activiteiten omvatten, zoals bijvoorbeeld de installatie, onderhoud en herstelling van energiezuinige apparatuur (CCM 7.3); of de installatie van apparatuur voor
waterbehandeling. Aangezien dit echter geen kernactiviteiten van X-FAB zijn en ze in totaal minder dan 10% van de totale kapitaaluitgaven uitmaken, worden ze als nietmaterieel beschouwd en niet afzonderlijk gerapporteerd. Het aandeel van de kapitaaluitgaven voor andere economische activiteiten (niet voor technologie) dan activiteit 3.6 dat als 'niet-materieel' werd weggelaten, bedroeg 0,8%.
De in aanmerking komende kapitaaluitgaven voor technologie in 2025 zijn lager dan in 2024, aangezien het meerjarige capaciteitsuitbreidingsplan van X-FAB bijna is afgerond.
3. Operationele uitgaven
Volgens de Gedelegeerde Rapportagehandeling omvatten de operationele uitgaven directe niet-geactiveerde kosten in verband met onderzoek en ontwikkeling, maatregelen voor de renovatie van gebouwen, leaseovereenkomsten van korte duur, onderhoud en
reparatie, en alle andere directe uitgaven in verband met het dagelijkse onderhoud van materiële vaste activa door de Vennootschap of door derden waaraan activiteiten zijn uitbesteed die nodig zijn voor een continu en doeltreffend functioneren van dergelijke activa. X-FAB focust op kosten in verband met onderzoek en ontwikkeling, aangezien de andere kosten die onder deze definitie zouden kunnen vallen waarschijnlijk onbeduidend zijn in vergelijking daarmee.
Het aandeel van de in aanmerking komende O&O-activiteiten is bepaald door te kijken naar dezelfde categorisering van technologieën als voor het bepalen van het in aanmerking komen voor de omzet. Om dezelfde redenen als hierboven acht X-FAB het voorzichtig om een afstemming van 0% te rapporteren.
De volgende tabellen geven het resultaat van de analyse in de vereiste vorm.
| Aandeel van de omzet, kapitaaluitgaven en operationele uitgaven uit producten of diensten die verband houden met de voor taxonomie in aanmerking komende of op | |
|---|---|
| taxonomie afgestemde economische activiteiten – rapportage voor het jaar 2025 (samenvattende KPI's) |
| KPI | Totaal | Aandeelvoor detaxonomie | Op detaxonomieafge | Aandeelop detaxonomie | milieudoelstelling | Uitsplitsing van op de taxonomieafgestemde activiteiten per | Aandeelfaciliterendeactiviteiten | Aandeeltransitieactiviteiten | Nietbeoordeeldeactiviteiten | Op detaxonomieafgestemde | Aandeel opdetaxonomie | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in aanmerkingkomendeactiviteiten | stemdeactiviteiten | afgestemdeactiviteiten | Klimaatmitigatie | Klimaatadaptatie | Water | Circulaireeconomie | Verontreiniging | Biodiversiteit | die als nietmaterieelzijnbeschouwd | activiteiten invorig boekjaar2024 | afgestemdeactiviteitenin vorigboekjaar2024 | ||||||
| In USD | % | In USD | % | % | % | % | % | % | % | % | % | % | In USD | % | |||
| Omzet* | 867.593.628,00 | 59% | 0 | 0% | – | –% | –% | –% | –% | –% | –%% | – | % | 0% | 0% | ||
| Kapitaaluitgaven | 204.111.321,00 | 70% | 0 | 0% | – | –% | –% | –% | –% | –% | –%% | – | % | 1% | 2.648.000,00 | 1% | |
| Operationeleuitgaven | 49.690.523,00 | 39% | 0 | 0% | – | –% | –% | –% | –% | –% | –%% | – | % | 0% | 0% |
* De omzet voor niet-afgewerkte producten die onder IFRS 15 erkend moet worden is buiten beschouwing gelaten.
Aandeel van de omzet, kapitaaluitgaven en operationele uitgaven uit producten of diensten die verband houden met de voor taxonomie in aanmerking komende of op taxonomie afgestemde economische activiteiten – rapportage voor het jaar 2025 (uitsplitsing van de activiteiten)
Omzet
| Economischeactiviteiten | Code | Voor detaxonomie inaanmerkingkomende KPI(voor detaxonomie inaanmerkingkomend aandeelvan de omzet) | Op detaxonomieafgestemde KPI(monetairewaarde van deomzet) | Op detaxonomieafgestemde KPI(op detaxonomieafgestemdaandeel van deomzet) | afgestemde activiteiten | Milieudoelstelling van op de taxonomie | Faciliterendeactiviteit | Transitieactiviteit | Op detaxonomie | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| mKlitiimgaaatiet | adKlimapaatattie | Water | ecCirconulomaireie | Vreerinonigintg | Biodiversiteit | afgestemdaandeel vanvoor detaxonomie inaanmerkingkomendeactiviteiten | |||||||
| % | In USD | % | % | % | % | % | % | % | (E indien vantoepassing) | (T indien vantoepassing) | % | ||
| Productie vananderekoolstofarmetechnologieën | CCM 3.6 | 59% | 0% | – | –% | –% | –% | –% | –% | % | 0% | ||
| Som van de afstemming perdoelstelling | – | –% | –% | –% | –% | –% | % | ||||||
| Totale KPI (omzet) | –% | – | –% | –% | –% | –% | –% | –%% | –% | –% |
Kapitaaluitgaven
| Economischeactiviteiten | Code | Voor detaxonomie inaanmerkingkomende KPI(voor detaxonomie inaanmerkingkomend aandeelvan de omzet) | Op detaxonomieafgestemde KPI(monetairewaarde van deomzet) | Op detaxonomieafgestemde KPI(op detaxonomieafgestemdaandeel van deomzet) | Milieudoelstelling van op de taxonomieafgestemde activiteiten | Faciliterendeactiviteit | Transitieactiviteit | Op detaxonomieafgestemdaandeel vanvoor detaxonomie inaanmerkingkomendeactiviteiten | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| mKlitiimgaaatiet | adKlimapaatattie | Water | ecCirconulomaireie | Vreerinonigintg | Biodiversiteit | ||||||||
| % | In USD | % | % | % | % | % | % | % | (E indien vantoepassing) | (T indien vantoepassing) | % | ||
| Productie vananderekoolstofarmetechnologieën | CCM 3.6 | 70% | 0 | 0% | – | –% | –% | –% | –% | –% | % | 0% | |
| Som van de afstemming perdoelstelling | – | –% | –% | –% | –% | –% | % | ||||||
| Totale KPI (omzet) | –% | – | –% | –% | –% | –% | –% | –%% | –% | –% |
Operationele uitgaven
| Economischeactiviteiten | Code | Voor detaxonomie inaanmerkingkomende KPI(voor detaxonomie inaanmerkingkomend aandeelvan de omzet) | Op detaxonomieafgestemde KPI(monetairewaarde van deomzet) | Op detaxonomieafgestemde KPI(op detaxonomieafgestemdaandeel van deomzet) | afgestemde activiteiten | Milieudoelstelling van op de taxonomie | Faciliterendeactiviteit | Transitieactiviteit | Op detaxonomieafgestemdaandeel vanvoor detaxonomie inaanmerkingkomendeactiviteiten | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| mKlitiimgaaatiet | adKlimapaatattie | Water | ecCirconulomaireie | Vreerinonigintg | Biodiversiteit | ||||||||
| % | In USD | % | % | % | % | % | % | % | (E indien vantoepassing) | (T indien vantoepassing) | % | ||
| Productie vananderekoolstofarmetechnologieën | CCM 3.6 | 39% | 0 | 0% | – | –% | –% | –% | –% | –% | % | 0% | |
| Som van de afstemming perdoelstelling | – | –% | –% | –% | –% | –% | % | ||||||
| Totale KPI (omzet) | –% | – | –% | –% | –% | –% | –% | –%% | –% | –% |
6.2.2 E1 Klimaatverandering
6.2.2.1 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen(GOV-3)
Details over hoe financiële en niet-financiële doelen worden gebruikt om de variabele verloning van uitvoerende managers te bepalen, zijn opgenomen in sectie GOV-3 onder 6.1.4.1 Rol van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management (ESRS 2 GOV-1).
6.2.2.2 Transitieplan voor klimaatmitigatie (E1-1)
Op de rapportagedatum beschikt X-FAB nog niet over een formeel transitieplan voor klimaatmitigatie zoals gedefinieerd door ESRS E1. Niettemin ondersteunen wij de doelstellingen van de Akkoord van Parijs en de klimaatwetgeving van de Europese Unie. Wij zijn voornemens in de komende jaren een gedetailleerd transitieplan te ontwikkelen en aan te nemen. Dit plan zal onze decarbonisatiedoelen (Scopes 1–3) uiteenzetten, de belangrijkste hefbomen voor decarbonisatie identificeren, de vereiste investeringen uiteenzetten en beschrijven hoe het plan zal worden geïntegreerd in onze bedrijfsstrategie en financiële planning. Wij zullen in toekomstige duurzaamheidsverslagen rapporteren over de voortgang.
6.2.2.3 Materiële IRO's en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel (SBM-3)
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de impacts met betrekking tot de klimaatverandering die wij in onze DMA 2025 hebben geïdentificeerd en als materieel hebben beoordeeld. Er zijn geen materiële risico's of kansen geïdentificeerd.
| Sub-thematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigen activiteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Klimaatmitigatie | Hoge broeikasgasemissies door deproductie van siliciumwafers, specialegassen (SF6, NF3) en chemicaliën dragen bijaan klimaatverandering (Maleisië, Duitsland,Frankrijk, VS) (Tier 1 & Tier 2) | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn | |
| Klimaatmitigatie | Het leveren van IC-ontwerpdiensten en deproductie van wafers voor energieefficiënte toepassingen (EV-voedingssystemen, omvormers voor hernieuwbareenergie) vergroot de positieve impact ophet klimaat (wereldwijde markt) | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn | ||
| Klimaatmitigatie | De productie van halfgeleiders maakt eenaanzienlijke vermindering van emissies vanbroeikasgassen in downstreamsectorenmogelijk. | Positief | Potentieel | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn | |
| Klimaatmitigatie | Het wereldwijde vervoer van wafers, chemicaliën, fotomaskers en targets draagt bij aanaanzienlijke emissies van broeikas-gassen eneen grote CO2-voetafdruk. (Tier 1) | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn | ||
| Klimaatmitigatie | Perfluorverbindingen (PFC's) engefluoreerde gassen met een hoogaardopwarmingsvermogen dragen bij aanemissies van broeikasgassen, maaraangezien er geen effectievevervangingsmiddelen zijn, blijven ze vancruciaal belang voor de sector. Dit maaktinspanningen om de emissies teverminderen zeer uitdagend. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Sub-thematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigen activiteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Klimaatmitigatie | Zwavelhexafluoride (SF₆), dat wordtgebruikt bij het reinigen van etskamers enhet testen van wafervermogensapparatuur,is een krachtig broeikasgas; er wordtonderzoek gedaan naar concepten voorhergebruik in een gesloten cyclus. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn |
| Klimaatmitigatie | Het gebruik van gestandaardiseerdebroeikasgasmethodologieën verbetert dekwaliteit en vergelijkbaarheid van degegevens in de waardeketen en vergroottegelijkertijd de transparantie en hetvertrouwen. | Positief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Klimaatmitigatie | Systematische kwantificering van de milieuimpact van producten (focus op PCF) isessentieel om te voldoen aan wettelijke enklantvereisten, concurrerend te blijven enbesparingspotentieel te identificeren;integratie van deze praktijk zorgt voortransparantie bij aankoopbeslissingen. | Positief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Klimaatmitigatie | Het gebruik van EPD's (Type III, ISO 14025/EN 15804/ISO 21930) met productcategorievoorschriften kan transparante,geverifieerde communicatie overlevenscyclusimpacts mogelijk maken;uitdagingen op het gebied van afstemmingmoeten worden ingepland. | Positief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Klimaatmitigatie | Onvoldoende beschikbaarheid van primairegegevens in de toeleveringsketen (48%rapporteert slechts 0-10% primaire gegevens) ondermijnt de gegevens-kwaliteit,vertraagt de implementatie en verhoogt dekosten van milieu-beoordelingen. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn |
| Klimaatmitigatie | Onvoldoende afstemming op debroeikasgasreductiedoelstellingen van deklanten heeft ook een negatief effect op ditdoel vanuit het inside-out perspectief. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Klimaatmitigatie | Broeikasgasemissies in de helewaardeketen (eigen activiteiten,leveranciers, aannemers, distributeurs enklanten) dragen bij aan klimaatverandering,creëren aanzienlijke negatieve milieuimpacts en koppelen productie aan deverantwoordelijkheid voor dekoolstofvoetafdruk van de klant. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
| Sub-thematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigen activiteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Energie | Door componenten aan te bieden voorhernieuwbare energie, elektrificatie endigitalisering, heeft de sector een positieveimpact op de vermindering van broeikasgasemissies in de gehele waardeketen. | Positief | Potentieel | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn | |
| Energie | Hoog elektriciteitsverbruik bij eigenactiviteiten en in de waardeketen(leveranciers, onderaannemers) creëertnegatieve effecten op de stabiliteit van hetelektriciteitsnet en de beschikbaarheid voorandere gebruikers. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alle productievestigingen | Lange termijn |
X-FAB heeft een kwalitatieve beoordeling van de klimaatrisico's uitgevoerd voor al onze vestigingen en constateerde over het algemeen een lage tot gemiddelde blootstelling aan ernstige natuurrampen, waarbij sommige locaties een hogere gevoeligheid vertonen voor windgerelateerde gebeurtenissen. Gezien de kwetsbaarheid van onze sector voor milieuverstoringen beoordelen wij regelmatig natuurlijke en technische gevaren, risico's in de toeleveringsketen en vestigingsspecifieke noodplannen. Hoewel een volledige kwantitatieve klimaatscenarioanalyse nog in uitvoering is, wijzen benchmarks op basis van sectorinzichten en publieke gegevens op verhoogde risico's van extreem weer in bepaalde vestigingen, terwijl andere gevaren minimaal blijven. Opgemerkt moet worden dat er in dit stadium nog geen formele klimaatveerkrachtanalyse volgens de specifieke eisen van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) is uitgevoerd. We zijn voornemens om in de toekomst klimaatscenariomodellering te integreren in onze risicobeheerprocessen om de operationele veerkracht verder te versterken.
6.2.2.4 De processen om materiële klimaatgerelateerde impacts, risico's en kansen in kaart te brengen en te analyseren (IRO-1)
De gebruikte methodologieën en het uitgevoerde proces om impacts, risico's en kansen (IRO's) met betrekking tot klimaatverandering in kaart te brengen, zijn in overeenstemming met die beschreven in sectie 6.1.8, inclusief de toegepaste tijdshorizonten.
Tijdens de screeningactiviteiten om de impacts op klimaatverandering in kaart te brengen, met name onze huidige broeikasgasemissies en emissiebronnen, lag de focus op productievestigingen met de huidige productie- en vervoersprocessen en energiebronnen, evenals op de wereldwijd georiënteerde upstream- en downstreamwaardeketen. Openbaar beschikbare en algemeen aanvaarde bevindingen over de oorzaken en bronnen van emissies binnen de halfgeleiderindustrie werden gebruikt om de IRO's af te leiden.
X-FAB is een wereldwijd actief bedrijf met productievestigingen in Europa, Noord-Amerika en Azië. Onze producten worden wereldwijd gebruikt, net zoals onze waardeketen wereldwijd verankerd is. Op basis van deze omstandigheden en de wetenschappelijke bevindingen zoals erkend in het kader van ESRS, heeft X-FAB potentiële daadwerkelijke klimaatgerelateerde fysieke en transitierisico's (bijv. gerelateerd aan wet- en regelgeving of marktontwikkelingen) in de eigen activiteiten en de waardeketen verondersteld en deze meegenomen in de DMA door ze op te nemen in de longlist en de bijbehorende evaluatie. Individuele activa en bedrijfsactiviteiten werden niet afzonderlijk beschouwd.
Als basis voor het in kaart brengenen beoordelen van fysieke risico's, specifiek voor de productievestigingen, is een voorlopige eerste evaluatie van verschillende klimaatgerelateerde gevaren gebruikt (overstromingen, tornado's, aardbevingen etc.) uit 2024, die oorspronkelijk voor interne doeleinden is opgesteld op basis van openbaar beschikbare nationale bronnen die relevante informatie over mogelijke risicoclassificatie bieden (bijv. Federal Emergency Management Agency, METEO France, Climate Change Knowledge Portal, Adequate Water Risk Atlas, enz.).
Voor de huidige rapportageperiode is geen verdere analyse van mogelijke scenario's uitgevoerd. Wij zijn echter voornemens om de bestaande eerste evaluatie in de komende rapportageperiodes uit te breiden in overeenstemming met de ESRS.
6.2.2.5 MDR-P: Beleid ten aanzien van klimaatverandering (E1-2)
Voor het rapportagejaar 2025 heeft X-FAB nog geen specifiek beleid, specifieke maatregelen of doelen met betrekking tot klimaatverandering vastgelegd. Onze belangrijkste focus voor dit jaar lag op de succesvolle uitvoering en bevestiging van de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) en het leggen van een solide gegevensbasis. Gezien onze huidige capaciteit op het gebied van middelen heeft het prioriteren van deze fundamentele rapportagevereisten de ontwikkeling van formeel beleid, formele maatregelen en doelen tijdelijk in de weg gestaan. De Vennootschap is momenteel bezig met de ontwikkeling van dit beleid. Wij verwachten een volledige aanname en integratie ervan in onze managementsystemen in de komende jaren, waarbij wij waarborgen dat specifieke doelen en actieplannen worden afgestemd op onze langetermijnstrategie voor duurzaamheid. Wij erkennen dat de productie van hoogwaardige microchips en microsensoren aanzienlijke hoeveelheden materialen en energie vereist. Daarom streven wij naar een evenwicht tussen milieu-, sociale en economische vereisten om onze impact op toekomstige generaties tot een minimum te beperken. Om de milieu-impacts te beheersen, maakt de Groep gebruik van een geïntegreerd milieubeheersysteem dat is gecertificeerd volgens ISO 14001:2015, aangevuld met een beleid voor milieu, gezondheid en veiligheid (EHS) en een energiebeheersysteem dat gebaseerd is op ISO 50001:2018. Deze kaders bieden algemene milieucontroles, maar vormen nog geen alomvattend beleid ten aanzien van klimaatverandering. In toekomstige verslagen zullen deze maatregelen worden gespecificeerd en uitgebreid om een meer alomvattend beleidskader te creëren.
6.2.2.6 MDR-A: Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering (E1-3)
Er worden momenteel klimaatmitigatieactiviteiten geïdentificeerd en geïmplementeerd via standaard operationele en kapitaalinvesteringsprocessen. De onderneming hanteert geen geformaliseerd, groepsbreed decarbonisatieprogramma. Er zijn geen klimaatadaptatiemaatregelen geïmplementeerd of gepland. Klimaatgerelateerde investeringen worden gefinancierd via reguliere processen van kapitaaluitgaven. De onderneming hanteert geen afzonderlijk klimaatspecifiek mechanisme voor het bijhouden van kapitaaluitgaven of operationele uitgaven. Relevante uitgaven zijn opgenomen onder de toevoegingen aan materiële vaste activa in de geconsolideerde jaarrekening.
6.2.2.7 MDR-T: Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie (E1-4)
X-FAB heeft voor de huidige rapportageperiode nog geen geformaliseerd klimaatdoel vastgelegd dat volledig voldoet aan de specifieke eisen van ESRS E1. In de komende jaren zal X-FAB klimaatdoelen definiëren als onderdeel van onze evoluerende decarbonisatieroadmap.
Wij werken aan de integratie van absolute emissiereductiedoelen en controleren de wetenschappelijke consistentie ervan zoals vereist door de ESRS. Gedetailleerde informatie over de specifieke klimaatgerelateerde doelen zal in toekomstige rapportagecycli worden uitgebreid naarmate onze decarbonisatieroadmaps evolueren.
6.2.2.8 Energieverbruik en energiemix (E1-5)
| Energieverbruik en energiemix | 2024 | 2025 | ||
|---|---|---|---|---|
| 1 | Brandstofverbruik uit kolen en kolenproducten(MWh) | 0,00 | 0,00 | |
| 2 | Brandstofverbruik uit ruwe olie enaardolieproducten (MWh) | 2.381,00 | 2.503,00 | |
| 3 | Brandstofverbruik uit aardgas (MWh) | 39.291,00 | 36.537,00 | |
| 4 | Brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen(MWh) | 0,00 | 0,00 | |
| 5 | Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit,warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen(MWh) | 149.032,00 | 165.132,00 | |
| 6 | Totaal verbruik fossiele energie (MWh)(berekend als som lijnen 1 t/m 5) | 190.703,00 | 204.171,00 | |
| Aandeel fossiele bronnen in totaleenergieverbruik (%) | 34,00 | 34,00 | ||
| 7 | Verbruik uit nucleaire bronnen (MWh) | 127.308,00 | 129.648,00 | |
| Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen in totaleenergieverbruik (%) | 23,00 | 22,00 | ||
| 8 | Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen, incl.biomassa (ook industrieel en gemeentelijk afvalvan biologische oorsprong, biogas, waterstof uithernieuwbare bronnen enz.) (MWh) | 0,00 | 48,00 | |
| 9 | Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit,warmte, stoom en koeling uit hernieuwbarebronnen (MWh) | 242.001,00 | 259.952,00 | |
| 10 | Verbruik zelfopgewekte hernieuwbare energie uitandere bronnen dan brandstof (niet-brandstof)(MWh) | 0,00 | 0,00 | |
| 11 | Totaal verbruik hernieuwbare energie (MWh)(berekend als som lijnen 8 t/m 10) | 242.001,00 | 260.001,00 | |
| Aandeel hernieuwbare bronnen in totaleenergieverbruik (%) | 43,00 | 43,79 | ||
| Totale energieverbruik (MWh) (berekend als somlijnen 6 en 11) | 560.011,00 | 593.772,00 |
In dit rapportagejaar bedroeg het totale energieverbruik van X-FAB 593.772 MWh, waarvan 204.171 MWh afkomstig was uit fossiele bronnen, 129.648 MWh uit nucleaire bronnen en 260.001 MWh uit hernieuwbare bronnen. Dit omvat het energieverbruik van onze productievestigingen, met uitzondering van Itzehoe, evenals de verkoopkantoren. De gerapporteerde hoeveelheden zijn gebaseerd op meterstanden, facturen, van externe leveranciers ontvangen certificaten of zijn geschat op basis van benchmarkgegevens per FTE.
Aangezien alle activiteiten van X-FAB zich in sectoren met een grote klimaatimpact bevinden, heeft de Vennootschap het totale energieverbruik uit fossiele bronnen uitgesplitst naar verbruik uit ruwe olie en aardolieproducten (2.503 MWh), verbruik uit aardgas (36.537 MWh) en verbruik van ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom of koeling uit fossiele bronnen (165.132 MWh). X-FAB verbruikt geen brandstof uit steenkool of steenkoolproducten, noch uit andere fossiele bronnen.
Per 31 december 2025 bedroeg het aandeel hernieuwbare energie in de totale energiemix van X-FAB 43,79%. Het energieverbruik van X-FAB uit hernieuwbare bronnen heeft betrekking op de volgende bronnen: (i) brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen, waaronder biomassa, en (ii) verbruik van ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen. Er is geen eigen opwekking van niethernieuwbare energie voor onze activiteiten.
Energie-intensiteit van activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact
| Energie-intensiteit per netto-opbrengst | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Totaal energieverbruik van activiteiten in sectoren met eengrote klimaatimpact per netto-opbrengst van activiteiten insectoren met een grote klimaatimpact (MWh/miljoen USD) | 685,97 | 682,26 |
Aangezien de geconsolideerde activiteiten van de X-FAB-Groep vallen onder NACE C26.11 – Vervaardiging van elektronische componenten, wordt 100% van de geconsolideerde netto-opbrengst beschouwd als toe te rekenen aan activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact. De netto-opbrengst die als noemer wordt gebruikt, komt overeen met de post 'Totale omzet' in de geconsolideerde jaarrekening voor het huidige rapportagejaar.
Totaal energieverbruik activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact
| Energie-intensiteit van activiteiten in sectoren met groteklimaatimpact (MWh) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| 560.011,00 | 593.772,00 |
Het totale energieverbruik uit activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact komt overeen met het totale energieverbruik van X-FAB, aangezien alle activiteiten worden toegerekend aan de energie-intensieve sector, zoals hierboven beschreven.
6.2.2.9 Bruto scope 1, 2, 3 en totale BKG-emissies (E1-6)

Fig. 6.2: X-FAB-activiteiten gebruikt voor broeikasgasrapportage
Organisatorische begrenzing
De organisatorische begrenzing volgt de benadering op basis van operationele zeggenschap en omvat alle entiteiten en locaties wereldwijd waarover operationele zeggenschap wordt uitgeoefend met uitzondering van de vestiging in Itzehoe, die is uitgesloten van de reikwijdte van de gegevensverzameling voor alle milieuthema's, zoals beschreven in paragraaf 6.1.1 Grondslag voor het opstellen. Alle gerapporteerde scope 1 en scope 2-emissies hebben betrekking op entiteiten binnen de boekhoudkundig
geconsolideerde groep met uitzondering van de vestiging in Itzehoe. Er zijn geen geassocieerde deelnemingen, joint ventures of niet-geconsolideerde dochterondernemingen onder operationele zeggenschap die afzonderlijke rapportage vereisen.
Methodologie
De broeikasgasinventaris is opgesteld in overeenstemming met de GHG Protocol Corporate Standard en de GHG Corporate Value Chain (Scope 3) Standard. Scope 2 emissies worden berekend en gerapporteerd met zowel de locatiegebaseerde als de marktgebaseerde methode in overeenstemming met de GHG Protocol Scope 2 Guidance. Emissies worden berekend door activiteitsgegevens te vermenigvuldigen met bijbehorende emissiefactoren en worden gerapporteerd in metrische ton CO2 -equivalent.
De in de inventaris opgenomen broeikasgassen zijn koolstofdioxide (CO2 ), methaan (CH4 ), distikstofoxide (N2O), hydrofluorkoolstoffen (HFK's), perfluorkoolstoffen (PFK's), zwavelhexafluoride (SF6 ) en stikstoftrifluoride (NF3 ). De emissies worden omgerekend naar CO2 -equivalent met behulp van de waarden voor het aardopwarmingspotentieel over 100 jaar, in overeenstemming met het toepasselijke beoordelingsrapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (AR4, 5 en 6).
Er worden geen koolstofverwijderingen, carbon credits, emissierechten of andere compensatie-instrumenten afgetrokken van de scope 1-, scope 2- of scope 3-emissies.
Biogene CO2 -emissies door de verbranding van biomassa bedroegen 9,7 metrische ton in scope 1 en 60,5 metrische ton in scope 2. Deze emissies worden, in overeenstemming met de ESRS-eisen, apart gerapporteerd van de fossiele broeikasgasemissies.
Scope 1-categorieën broeikasgasemissies
Scope 1 omvat directe emissies van stationaire verbranding, mobiele verbranding, vluchtige emissies en procesemissies in vestigingen onder operationeel zeggenschap. Voor grote productievestigingen worden de daadwerkelijke activiteitsgegevens gebruikt. Voor kleinere kantoren zonder primaire gegevens zijn de emissies geschat met behulp van een kantoorenergiecalculator op basis van vloeroppervlak en voltijdse equivalenten.
Voor mobiele verbranding zijn voor Frankrijk gegevens over het directe brandstofverbruik toegepast. Voor Duitsland zijn gegevens over brandstof- en elektriciteitskosten, samen met het aantal en de typen voertuigen, omgerekend naar geschat verbruik op basis van gemiddelde prijzen. Vluchtige en procesemissies zijn gebaseerd op daadwerkelijke gegevens van vestigingen.
Scope 2-categorieën broeikasgasemissies
Scope 2 omvat indirecte emissies van ingekochte elektriciteit, warmte, koeling en stoom. De emissies worden berekend met zowel de locatiegebaseerde als de marktgebaseerde methode in overeenstemming met de GHG Protocol Scope 2 Guidance. Leveranciersspecifieke emissiefactoren zijn gebruikt voor marktgebaseerde rapportage waar
beschikbaar, onder meer voor Erfurt en Frankrijk. Voor andere productievestigingen zijn 'residual grid'-emissiefactoren toegepast voor marktgebaseerde berekeningen en 'gridaverage'-emissiefactoren voor locatiegebaseerde berekeningen. Voor kleinere kantoren zonder primaire verbruiksgegevens zijn de elektriciteitsgerelateerde emissies geschat op basis van vloeroppervlak en voltijdse equivalenten.
Bij de berekening van de marktgebaseerde scope 2-emissies is geen gebruik gemaakt van contractuele instrumenten zoals garanties van oorsprong, hernieuwbare-energiecertificaten, stroomafnameovereenkomsten of soortgelijke marktgebaseerde energieattribuutcertificaten.
Scope 3-categorieën broeikasgasemissies
Alle 15 door het GHG Protocol gedefinieerde scope 3-categorieën zijn gescreend op relevantie. Scope 3-emissies worden berekend aan de hand van een combinatie van primaire leveranciersspecifieke gegevens, activiteitsgebaseerde methoden en op uitgaven gebaseerde emissiefactoren. Er zijn geen scope 3-verwijderingen, vermeden emissies of carbon credits opgenomen. Voor het rapportagejaar is 47% van de scope 3 emissies gebaseerd op primaire leveranciersspecifieke gegevens. De categorieën met gekwantificeerde emissies worden als materieel beschouwd voor de rapportageperiode.
Scope 3.1 Gekochte goederen en diensten
Emissies worden berekend aan de hand van een combinatie van leveranciersspecifieke en secundaire gegevens. Waferemissies zijn gebaseerd op leveranciersspecifieke emissiefactoren. Chemicaliën en gassen worden omgerekend naar kilogram met een hiërarchische conversiebenadering. Waar specifieke emissiefactoren niet beschikbaar waren, zijn gewogen gemiddelde emissiefactoren toegepast. Overige operationele uitgaven worden berekend met een uitgaven-gebaseerde methode op basis van de CEDA-database.
Scope 3.2 Kapitaalgoederen
Gegevens over kapitaaluitgaven worden berekend met behulp van een op uitgaven gebaseerde methode en gekoppeld aan emissiefactoren uit de CEDA-database.
Scope 3.3 Brandstof- en energieactiviteiten (niet opgenomen in scope 1 of scope 2)
Emissies zijn gebaseerd op dezelfde activiteitsgegevens die worden gebruikt voor scope 1 en scope 2. De scope 3-componenten die in de emissiefactoren zijn verwerkt, zijn toegepast om de upstreamproductie, -transmissie en -levering van brandstoffen en energiedragers weer te geven.
Scope 3.4 Upstreamvervoer en -distributie
De emissies van inkomend vervoer worden berekend aan de hand van op uitgaven gebaseerde gegevens die zijn gekoppeld aan emissiefactoren. Voor Corbeil-Essonnes zijn de emissies van uitgaand verover geschat op basis van de ratio van scope 1- en scope 2 emissies ten opzichte van andere productievestigingen.
Scope 3.5 Afval geproduceerd bij activiteiten
De grote productievestigingen hebben de daadwerkelijke afvalgegevens verstrekt. Waar geen activiteitsgegevens beschikbaar waren, zijn schattingen gemaakt op basis van het soort afval en kantooroppervlak en proportioneel bijgewerkt naar veranderingen in voltijdse equivalenten.
Scope 3.6 Zakelijk reisverkeer
Voor de Duitse productievestigingen is gebruikgemaakt van activiteitsgebaseerde gegevens uit interne boekingssystemen. Voor andere vestigingen zijn de uitgavengegevens omgezet in emissies met behulp van geëxtrapoleerde emissiefactoren afgeleid van Duitse activiteitsgebaseerde gegevens.
Scope 3.7 Woon-werkverkeer werknemers
Emissies worden berekend op basis van het aantal woon-werkverkeerdagen per werknemer, de gemiddelde woon-werkverkeerafstand per regio en de vervoerswijze. Emissiefactoren van het UK Department for Energy Security and Net Zero zijn toegepast.
Scope 3.8 Upstream geleasede activa
Upstream geleasede activa worden niet afzonderlijk gerapporteerd omdat alle geleasede activa van de Vennootschap al zijn opgenomen in scope 1- en Scope 2-emissies onder de benadering op basis van operationele zeggenschap.
Scope 3.9 Downstreamvervoer en -distributie
Emissies van vervoer van verkochte producten zijn opgenomen wanneer het transport door de Vennootschap wordt betaald.
Scope 3.10 Verwerking verkochte producten
Deze categorie is uitgesloten omdat het momenteel niet mogelijk is om een redelijke schatting van de emissies te maken, aangezien de stroomafwaartse toepassingen te divers zijn.
Scope 3.11 Gebruik verkochte producten
Deze categorie is uitgesloten omdat het momenteel niet mogelijk is om een redelijke schatting van de emissies te maken, aangezien de stroomafwaartse toepassingen te divers zijn.
Scope 3.12 End-of-life-verwerking verkochte producten
Deze categorie is uitgesloten omdat het momenteel niet mogelijk is om een redelijke schatting van de emissies te maken, aangezien de stroomafwaartse toepassingen te divers zijn.
Scope 3.13 Downstream geleasede activa
Deze categorie is beoordeeld en als niet relevant geïdentificeerd, aangezien X-FAB niet optreedt als verhuurder.
Scope 3.14 Franchises
Deze categorie is beoordeeld en als niet relevant geïdentificeerd, aangezien X-FAB niet werkt met franchises.
Scope 3.15 Investeringen
Naast hedgingactiviteiten in de normale bedrijfsvoering maakt belegging in financiële instrumenten deel uit van de bedrijfsactiviteiten van X-FAB.
Methodologische verschillen ten opzichte van de BKG-inventaris van 2021
In vergelijking met 2021 is de rapportagebegrenzing voor 2024 en 2025 uitgebreid van vijf grote productievestigingen naar alle operationele vestigingen, inclusief kantoren. De gekwantificeerde impact van het opnemen van de bijkomende vestigingen bedraagt ongeveer 300 tCO2eq.
De inventaris van 2021 omvatte stationaire verbranding, ingekochte elektriciteit, stadsverwarming en procesemissies. Mobiele verbranding en vluchtige emissies zijn vanaf 2024 opgenomen. De gekwantificeerde impact van het opnemen van deze bijkomende scope 1-bronnen bedraagt ongeveer 4.000 tCO2eq.
De scope 2-rapportage maakt vanaf 2024 een onderscheid tussen locatiegebaseerde en marktgebaseerde methoden.
Scope 1-, 2-, 3- emissies en totale broeikasgasemissies1
| 2024 | 2025 | Verandering ten opzichte van vorig jaar | ||
|---|---|---|---|---|
| Scope 1-emissies | ||||
| Scope 1-emissies (ton CO2-eq) | 86.576,00 | 77.693,00 | -10 % | |
| Percentage scope 1-emissies van gereglementeerde emissiehandelssystemen (%) | — | — | ||
| Scope 2-emissies | ||||
| Bruto locatiegebaseerde scope 2-emissies (ton CO2-eq) | 110.713,00 | 107.873,00 | -3 % | |
| Bruto marktgebaseerde scope 2-emissies (ton CO2-eq) | 91.300,00 | 100.678,00 | +10 % | |
| Significante scope 3-emissies | ||||
| Totaal bruto indirecte (scope 3) emissies (ton CO2-eq) | 320.488,00 | 308.911,00 | -4 % | |
| 1. Gekochte goederen en diensten | 178.069,00 | 193.775,00 | +9 % | |
| 2. Kapitaalgoederen | 62.345,00 | 38.262,00 | -39 % | |
| 3. Brandstof- en energieactiviteiten | 63.378,00 | 63.381,00 | — % | |
| 4. Upstreamvervoer en -distributie | 8.807,00 | 3.647,00 | -59 % | |
| 5. Afval geproduceerd bij activiteiten | 912,00 | 1.029,00 | +13 % | |
| 6. Zakelijk reisverkeer | 1.828,00 | 945,00 | -48 % | |
| 7. Woon-werkverkeer werknemers | 3.314,00 | 3.335,00 | +1 % | |
| 8. Upstream geleasede activa | Niet van toepassing | |||
| 9. Downstreamvervoer en -distributie | 1.835,00 | 4.537,00 | +147 % | |
| 10 Verwerking verkochte producten | ||||
| 11 Gebruik verkochte producten | Uitgesloten | |||
| 12 End-of-life-verwerking verkochte producten | ||||
| 13 Downstream geleasede activa | ||||
| 14 Franchises | Niet van toepassing | |||
| 15 Investeringen | ||||
| Totale broeikasgasemissies | ||||
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) (ton CO2-eq) | 517.777,00 | 494.477,00 | -5 % | |
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) (ton CO2-eq) | 498.364,00 | 487.282,00 | -2 % |
1 Alle emissies zijn weergegeven als marktgebaseerd, tenzij anders vermeld.
Er zijn momenteel geen emissiereductiedoelen vastgesteld volgens de ESRS. X-FAB werkt actief aan de ontwikkeling van dergelijke doelen en is voornemens deze bekend te maken zodra ze zijn afgerond en goedgekeurd.
BKG-intensiteit per netto-opbrengst
Onze milieuprestaties worden gemeten aan de hand van de intensiteit van onze BKGemissies, een maatstaf waarmee we onze koolstofefficiëntie kunnen volgen in verhouding tot onze economische groei. Deze wordt berekend door onze totale broeikasgasemissies te delen door onze netto-opbrengst. In de afgelopen twee jaar is onze netto-opbrengst gestaag gestegen, van USD 816,38 miljoen in 2024 tot USD 870,3 miljoen in 2025. Door onze emissies te normaliseren ten opzichte van deze opbrengstcijfers kunnen wij de impact van onze duurzaamheidsinitiatieven nauwkeuriger beoordelen.
Onze broeikasgasintensiteit wordt weergegeven in de onderstaande tabel:
| Broeikasgasintensiteitper netto-opbrengst(ton CO2-eq/miljoen USD) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Totale broeikasgasemissies(locatiegebaseerd) per nettoopbrengst | 634,24 | 568,17 |
| Totale broeikasgasemissies(marktgebaseerd) per nettoopbrengst | 610,46 | 559,90 |
X-FAB heeft tijdens het rapportagejaar 2025 geen reducties of verwijderingen van BKGemissies gefinancierd via klimaatmitigatieprojecten buiten de eigen waardeketen door middel van carbon credits, en een dergelijke financiering is momenteel ook niet gepland.
6.2.3 E2 Verontreiniging
6.2.3.1 Materiële IRO's met betrekking tot verontreiniging
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de impacts met betrekking tot verontreiniging die wij in onze DMA 2025 hebben geïdentificeerd en als materieel hebben beoordeeld Er zijn geen materiële risico's of kansen geïdentificeerd.
| Sub-thematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigen activiteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Luchtverontreiniging | Verontreiniging van de lucht door emissiesals gevolg van productie- en logistiekeactiviteiten. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Luchtverontreiniging | Productieprocessen die hogetemperaturen en het gebruik vanchemicaliën vereisen, kunnen VOS enandere verontreinigende stoffen uitstoten,wat gevolgen heeft voor het milieu en devolksgezondheid. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Luchtverontreiniging | Gebruik en hantering van gevaarlijkechemicaliën en gassen bij de activiteitencreëren negatieve impacts op de lokaleluchtkwaliteit. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Luchtverontreiniging | Accidentele verontreiniging doorleveranciers of onderaannemers, zoals hetvrijkomen van gevaarlijke gassen, zou delokale luchtkwaliteit negatief kunnenbeïnvloeden. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Sub-thematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigen activiteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Waterverontreiniging | Verontreiniging van water door emissiesvan nitraten, fosfaten, pesticiden enprioritaire stoffen (zoals gedefinieerd doorlokale autoriteiten) als gevolg vanproductieprocessen. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn | ||
| Waterverontreiniging | Terugvoer van gezuiverd afvalwater naarwaterlichamen (alleen gezuiverd afvalwaterwordt geloosd; 3 van de 5 vestigingenvoeren het gezuiverde afvalwaterrechtstreeks terug naar waterlichamen) | Negatief | Potentieel | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn | ||
| Waterverontreiniging | Gebruik en hantering van gevaarlijkechemicaliën en gassen bij de activiteitenkunnen lokale waterbronnenverontreinigen. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Waterverontreiniging | Accidentele verontreiniging doorleveranciers of onderaannemers, zoals hetvrijkomen van gevaarlijke chemicaliën, zoulokale waterbronnen kunnenverontreinigen. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Waterverontreiniging | Onjuiste behandeling van afval en deverwijdering ervan kan verontreiniging vanbodemwater veroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Bodemverontreiniging | Onjuiste behandeling van afval en deverwijdering ervan kanbodemverontreiniging veroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle vestigingen | Lange termijn |
| Bodemverontreiniging | Onjuiste hantering van gevaarlijkechemicaliën en gassen bij de activiteitenkan leiden tot bodemverontreiniging. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle vestigingen | Lange termijn |
| Bodemverontreiniging | Accidentele lekken of morsingen doorleveranciers of onderaannemers kunnenbodemverontreiniging veroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alle vestigingen | Lange termijn |
| Verontreinigingvan levendeorganismen envoedselbronnen | Onjuiste behandeling van afval en deverwijdering ervan kan verontreiniging vanlevende organismen veroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn | |
| Verontreinigingvan levendeorganismen envoedselbronnen | Het vrijkomen van gevaarlijke chemicaliënen gassen bij de activiteiten kan schadelijkzijn voor levende organismen envoedselbronnen in omliggendeecosystemen. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Sub-thematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigen activiteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verontreinigingvan levendeorganismen envoedselbronnen | Accidentele verontreiniging doorleveranciers of onderaannemers zouschadelijk kunnen zijn voor levendeorganismen en voedselbronnen in lokaleecosystemen. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Zorgwekkendestoffen | Onjuiste hantering van gevaarlijkechemicaliën zoals zuren, oplosmiddelen enfotoresists door leveranciers veroorzaaktmilieu- en gezondheidsschade (alleproductielanden, in het bijzonder Maleisië)(Tier 1). | Negatief | Potentieel | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn | ||
| Zorgwekkendestoffen | Het verminderen van PFAS kan een positiefeffect hebben op het verkleinen van deecologische voetafdruk. | Positief | Potentieel | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn | ||
| Zorgwekkendestoffen | Gevaarlijk afval dat ontstaat bijproductieprocessen kan impacts op hetmilieu en de gemeenschap hebben als hetniet op de juiste manier wordt beheerd. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Zeerzorgwekkendestoffen | Gebruik van SOC's, COR en anderegevaarlijke stoffen in de productie kan bijonjuiste hantering leiden tot verontreiniging | Negatief | Potentieel | ✓ | Alleproductievestigingen | Korte termijn | ||
| Zeerzorgwekkendestoffen | Het gebruik en het potentieel vrijkomen vanPFAS kan, vanwege hun potentiëlepersistentie en toxiciteit, leiden totlangdurige accumulatie in lucht, water enbodem, met nadelige impacts opecosystemen en de menselijke gezondheid. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Zeerzorgwekkendestoffen | Omdat er op dit gebied nog maar weinigonderzoek is gedaan, kunnen nieuwenanomaterialen schade toebrengen aanlevende organismen en leiden totverontreiniging bij verrijking. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Zeerzorgwekkendestoffen | Gevaarlijke stoffen die bij de productieworden gebruikt, waaronder SVHC's,kunnen potentieel schadelijk zijn voorecosystemen en levende organismen. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Zeerzorgwekkendestoffen | Bij onjuiste hantering kan het gebruik of hetvrijkomen van SVHC's door leveranciers ofonderaannemers negatieve milieu-impactsveroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Sub-thematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigen activiteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Zeerzorgwekkendestoffen | Het niet vervangen van gevaarlijkematerialen zou het bestaande probleemvan verontreiniging kunnen verergeren. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Microplastics | Microplastics die vrijkomen tijdens deproductie kunnen in het milieuterechtkomen (bijv. door lozing vangezuiverd water in open waterlichamen) enzo verontreiniging veroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
6.2.3.2 Proces voor het in kaart brengen van materiële impacts, risico's en kansen (IRO-1)
Het proces voor het in kaart brengen van materiële impacts, risico's en kansen wat betreft verontreiniging sluit aan bij onze algemene methodologie zoals uiteengezet onder IRO-1 van ESRS 2 (sectie 6.1. 8).
6.2.3.3 MDR-P: Beleid ten aanzien van verontreiniging (E2-1)
Voor het rapportagejaar 2025 heeft X-FAB nog geen specifiek beleid, specifieke maatregelen of doelen met betrekking tot verontreiniging vastgelegd. Onze belangrijkste focus voor dit jaar lag op de succesvolle uitvoering en bevestiging van de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) en het leggen van een solide gegevensbasis. Gezien onze huidige capaciteit op het gebied van middelen heeft het prioriteren van deze fundamentele rapportagevereisten de ontwikkeling van formeel beleid, formele maatregelen en doelen tijdelijk in de weg gestaan. De Vennootschap is momenteel bezig met de ontwikkeling van dit beleid. Wij verwachten een volledige aanname en integratie ervan in onze managementsystemen in de komende jaren, waarbij wij waarborgen dat specifieke doelen en actieplannen worden afgestemd op onze langetermijnstrategie voor duurzaamheid.
6.2.3.4 MDR-A: Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van verontreiniging (E2-2)
Momenteel zijn de actieplannen van X-FAB met betrekking tot verontreiniging nog niet volledig ontwikkeld in overeenstemming met de vereisten van de European Sustainability Reporting Standards. Dit is voornamelijk te wijten aan het huidige ontbreken van een geformaliseerd, overkoepelend beleid op groepsniveau dat specifiek gericht is op de preventie en beheersing van verontreiniging.
Wij erkennen de noodzaak van een samenhangende, groepsbrede aanpak. De komende jaren zetten wij ons in voor de ontwikkeling en formalisering van een wereldwijd beleid ter bestrijding van verontreiniging. Tegelijkertijd werken wij aan het verbeteren van onze interne gegevensverzamelingsprocessen om een duidelijk en nauwkeurig gegevenslandschap te creëren.
Zodra deze fundamentele elementen – wereldwijd beleid en robuuste gegevens – aanwezig zijn, zullen wij strategisch groepsbrede acties definiëren, implementeren en consolideren. Deze systematische aanpak zal ervoor zorgen dat onze toekomstige initiatieven doeltreffend zijn, voldoen aan de ESRS en optimaal zijn afgestemd op de algemene duurzame koers en langetermijndoelstellingen van de Vennootschap.
6.2.3.5 MDR-T: Doelen wat betreft verontreiniging (E2-3)
X-FAB heeft nog geen formele, meetbare doelen met betrekking tot verontreiniging vastgesteld. X-FAB zal passende doelen bepalen en vaststellen als onderdeel van onze voortdurende inspanningen op het gebied van duurzaamheid.
De belangrijkste reden voor het nog ontbreken van deze doelen is de voortdurende verfijning van onze inventaris van verontreinigende stoffen en de basisgegevens voor emissies naar lucht, water en bodem. Om ervoor te zorgen dat de toekomstige doelen zowel ambitieus als haalbaar zijn, implementeren wij momenteel verbeterde monitoringsystemen in al onze belangrijkste productievestigingen. Wij geven voorrang aan de opbouw van een robuuste gegevensbasis boven het vaststellen van willekeurige doelwaarden. Wij verwachten de komende jaren specifieke reductiedoelen voor belangrijke verontreinigende stoffen te definiëren en openbaar te maken. In de tussentijd blijven wij onze milieuprestaties monitoren aan de hand van bestaande maatstaven voor naleving van regelgeving.
6.2.3.6 Maatstaven voor verontreiniging van lucht, water en bodem (E2-4)
ERSR E2 vereist dat ondernemingen elke verontreinigende stof rapporteren die is opgenomen in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad 1 (Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, 'EPRTR-verordening') en die in de lucht, het water en de bodem wordt uitgestoten, met uitzondering van BKG's die worden gerapporteerd in overeenstemming met ESRS E1 Klimaatverandering; de consolidatie omvat alleen de emissies van installaties waarvoor de toepasselijke drempelwaarde zoals gespecificeerd in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 166/2006 wordt overschreden. In overeenstemming met deze vereiste geeft de onderstaande tabel een overzicht van de verontreinigende stoffen waarvoor dit het geval is:
Verontreiniging van lucht, water en bodem
| In kilogram | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Verontreinigende stof uitgestoten in de lucht | 0 | 2.124,00 |
| Ammoniak (NH3) | 0 | 2.124,00 |
| Verontreinigende stof uitgestoten in water | 27.690,00 | 32.972,00 |
| Ammoniak (NH3) | 17.582,00 | 14.498,00 |
| Fluoriden (als totale F) | 10.108,00 | 18.474,00 |
Verontreiniging in de zin van de ESRS wordt gedefinieerd als de directe of indirecte introductie, als gevolg van menselijke activiteiten, van verontreinigende stoffen (stoffen, trillingen, warmte, geluid, licht of andere verontreinigende factoren) in lucht, water of bodem, die schadelijk kunnen zijn voor de menselijke gezondheid en/of het milieu, die schade kunnen veroorzaken aan materiële eigendommen, of die voorzieningen en andere legitieme gebruiksvormen van het milieu kunnen aantasten of verstoren. Het overzicht in de tabel omvat daarom lucht- en waterverontreiniging door stoffen afkomstig van X-FAB-faciliteiten; X-FAB veroorzaakt geen bodemverontreiniging; de verwerking van gevaarlijk afval in de vorm van stortplaatsafval valt onder E5 (Afval).
De in de tabel weergegeven verontreinigende stoffen worden uitgestoten in de vestigingen in Frankrijk en Kuching. X-FAB Frankrijk valt rechtstreeks onder het toepassingsgebied van de EPRTR-verordening en rapporteert hierover in overeenstemming met de nationale en Europese vereisten. X-FAB Sarawak past de Maleisische nationale wetgeving inzake verontreinigingsbeheersing toe, zoals de Clean Air Regulation 2014 en de Industrial Effluent Regulation 2009. Hier worden regelmatige metingen uitgevoerd in overeenstemming met de vereisten van de genoemde regelgeving en onderzocht door de verantwoordelijke lokale autoriteiten.
De faciliteiten in Duitsland (Erfurt en Dresden) en de VS/Texas (waar de EU-capaciteitsdrempels analoog worden toegepast, aangezien dit niet door de lokale wetgeving wordt vereist) vallen niet onder het toepassingsgebied van de EPRTR-verordening zoals gedefinieerd in bijlage I en worden daarom niet in het overzicht opgenomen.
Tijdens het boekjaar is X-FAB gestart met productie in een nieuwe cleanroom in Maleisië. Deze uitbreiding verhoogt de productiecapaciteit en verkort de doorlooptijden. De toename van de waterverontreiniging door fluoriden en de nieuwe luchtverontreiniging door ammoniak die in deze periode waarneembaar is, kunnen door deze omstandigheden worden verklaard.
6.2.3.7 Maatstaven voor zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen (E2-5)
Als fabrikant van halfgeleiderwafers gebruikt X-FAB bepaalde stoffen die zijn geclassificeerd als zorgwekkende stoffen (SoC) of zeer zorgwekkende stoffen (SVHC) binnen gesloten apparatuur voor de behandeling van onze producten in alle productievestigingen. SoC worden gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1272/2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels (CLP-verordening) en gepubliceerd door het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) in het kader van de aanpassing aan de technische vooruitgang (ATP). De criteria voor SVHC zijn gedefinieerd in artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH), en de stoffen zelf worden eveneens door het ECHA vermeld.
Het gebruik van dergelijke stoffen is gangbare praktijk in de halfgeleiderindustrie. Tegelijkertijd gelden er voor de hantering en het gebruik van deze stoffen strenge wettelijke voorschriften op nationaal en internationaal niveau, waaronder regelgeving op het gebied van chemische veiligheid, milieubescherming, gezondheid op het werk en emissiebeheersing. X-FAB opereert binnen deze regelgevende kaders en past gevestigde beheerssystemen voor milieu, gezondheid en veiligheid toe om te zorgen voor conforme opslag, hantering, monitoring en verwijdering van relevante stoffen.
X-FAB genereert geen nieuwe SoC of SVHC. De stoffen worden ingekocht en worden met name gebruikt als natte chemicaliën of oplosmiddelen in fotolithografieprocessen voor het verwijderen van fotoresist, lift-off of reinigingsprocessen. Na voltooiing van de verwerking worden de SoC/SVHC via speciale reinigingsprocessen uit de producten verwijderd en vervolgens afgevoerd via het systeem voor de verwerking van chemisch afval.
De identificatie van relevante SoC is gebaseerd op ATP 21. De gerapporteerde hoeveelheden geven de massa van chemische producten weer die stoffen bevatten met een geharmoniseerde CLP-gevarenindeling (breed CLP-toepassingsgebied). De berekening is gebaseerd op de vermenigvuldiging van alle gefactureerde hoeveelheden aangekochte stoffen uit de inkoopadministratie met de respectieve dichtheden. De productie van halfgeleiders vereist aanzienlijke hoeveelheden chemische producten voor processen zoals het reinigen van wafers, etsen, fotolithografie en oppervlaktebehandeling. Veel van deze producten bevatten stoffen die volgens de CLP-verordening als gevaarlijk zijn ingedeeld. Bijgevolg weerspiegelen de gerapporteerde hoeveelheden die tijdens de rapportageperiode zijn ingekocht de totale omvang van de chemische inputs die nodig zijn voor de werking van onze halfgeleiderfabrieken.
De massa aan door X-FAB gebruikte en ingekochte SVHC is aanzienlijk lager vergeleken met SoC, aangezien de REACH-kandidatenlijst een beperkte subgroep van gevaarlijke stoffen vertegenwoordigt. De gerapporteerde hoeveelheden weerspiegelen het beperkte aantal SVHC's dat in de productieprocessen van X-FAB wordt gebruikt en zijn berekend op basis van een vermenigvuldiging van alle gefactureerde hoeveelheden uit de inkoopadministratie met de respectieve dichtheden.
De massa aan SoC/SVHC die de faciliteiten verlaat als emissie en/of afval is gebaseerd op het principe van behoud van massa. Volgens dit principe wordt aangenomen dat stoffen die het operationele systeem van X-FAB binnenkomen, het systeem na verloop van tijd
verlaten via emissies en/of afvalstromen en/of transformatie in chemische processen. Bij gebrek aan gedetailleerde procesmonitoring tijdens deze rapportageperiode wordt de totale massa aan relevante stoffen die het operationele systeem binnenkomen daarom gebruikt als benadering voor de totale massa die de faciliteiten verlaat. X-FAB is voornemens de methodologie in toekomstige rapportageperioden verder te verfijnen door de interne systemen voor chemische inventarisatie te verbeteren, wat een nauwkeurigere toewijzing van stoffen aan de verschillende operationele processtromen mogelijk maakt.
Zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen
| In kilogram | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| SoC: massa die wordt gebruikt of ingekocht | 24.248.797,00 | 25.166.487,00 |
| SoC: massa die de faciliteiten verlaat als emissie en/of afval | 24.248.797,00 | 25.166.487,00 |
| SVHC: massa die wordt gebruikt of ingekocht | 19.255,00 | 16.208,00 |
| SVHC: massa die de faciliteiten verlaat als emissie en/of afval | 19.255,00 | 16.208,00 |
6.2.3.8 Beoogde financiële effecten van materiële risico's en kansen wat betreft verontreiniging (E2-6)
Voor 2024 en 2025 waren er geen grote CAPEX in verband met ernstige incidenten en lozingen (verontreiniging) in enige X-FAB-vestiging.
Gegevens betreffende uitgaven voor de sanering van lucht-, water- en bodemverontreiniging zijn momenteel niet beschikbaar, aangezien we bezig zijn met het verbeteren van onze interne gegevensverzamelsystemen. Deze cijfers zullen in toekomstige verslagen worden bekendgemaakt zodra de verfijnde monitoringprocessen volledig zijn opgezet.
6.2.4 E3 Water en mariene hupbronnen
6.2.4.1 Materiële IRO's met betrekking tot water
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de impacts met betrekking tot water die wij in onze DMA 2025 hebben geïdentificeerd en als materieel hebben beoordeeld Er zijn geen materiële risico's of kansen geïdentificeerd.
| Subthematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Waterverbruik | Het verbeteren van productieprocessen en machines (zowelvoor effectiviteit als efficiëntie) en het investeren inwaterrecycling en ultrazuiver water verminderen hetwaterverbruik. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn | ||
| Waterverbruik | De Europese halfgeleiderindustrie heeft geavanceerdegesloten waterrecycling- en hergebruiksystemengeïmplementeerd, waardoor de behoefte aan externewatervoorziening en de productie van afvalwater aanzienlijkzijn verminderd. | Positief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Waterverbruik | Fabrikanten van halfgeleiders hebben meetbareverbeteringen in waterefficiëntie bereikt doorprocesoptimalisatie en upgrades van apparatuur, waardoorwaterintensieve activiteiten zijn verminderd terwijl deproductiekwaliteit behouden blijft. Dit leidt ook tot eenvermindering van het waterverbruik. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Waterverbruik | Beperkt gebruik van geavanceerde gesloten waterrecyclingzou het waterverbruik kunnen verhogen. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Waterverbruik | Beperkte verbetering van de waterefficiëntie in processenen apparatuur kan bijdragen aan een hoger waterverbruik. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Waterverbruik | Bedrijven in de sector hebben principes van waterbeheer(water stewardship) verankerd in duurzaamheidsstrategieënen concrete doelen gesteld voor de vermindering van hetwaterverbruik en efficiëntie. Dit draagt positief bij aan devermindering van het waterverbruik. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Waterverbruik | Beperkte integratie van waterbeheerprincipes en meetbarereductiedoelstellingen kan bijdragen aan een hogerwaterverbruik. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Waterverbruik | Verbeterde systemen voor het beheer van watervoorraden,inclusief efficiëntiemaatregelen en recycling in geslotenkringloop, leiden tot vermindering van het waterverbruik. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
| Wateronttrekking | De vraag naar hoogzuiver water (UPW) in waferfabriekenveroorzaakt lokale waterstress, vooral in regio's metwaterschaarste (Tier 1). | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | Productievestigingenin Maleisië, de VS,Duitsland en Frankrijk | Lange termijn | |
| Wateronttrekking | De productie van halfgeleiders is zeer waterintensief envereist grote volumes ultrazuiver water voor het reinigen enverwerken van wafers, wat aanzienlijke druk op lokalehulpbronnen en milieu-impacts kan veroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Lange termijn |
6.2.4.2 Proces voor het in kaart brengen van materiële impacts, risico's en kansen IRO-1
Het proces voor het in kaart brengen van materiële impacts, risico's en kansen wat betreft water sluit aan bij onze algemene methodologie zoals uiteengezet onder IRO-1 van ESRS 2 (sectie 6.1.8).
6.2.4.3 MDR-P: Beleid ten aanzien van water (E3-1)
Voor het rapportagejaar 2025 heeft X-FAB nog geen specifiek beleid, specifieke maatregelen of doelen met betrekking tot water vastgelegd. Onze belangrijkste focus voor dit jaar lag op de succesvolle uitvoering en bevestiging van de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) en het leggen van een solide gegevensbasis. Gezien onze huidige capaciteit op het gebied van middelen heeft het prioriteren van deze fundamentele rapportagevereisten de ontwikkeling van formeel beleid, formele maatregelen en doelen tijdelijk in de weg gestaan. De Vennootschap is momenteel bezig met de ontwikkeling van dit beleid. Wij verwachten een volledige aanname en integratie ervan in onze managementsystemen in de komende jaren, waarbij wij waarborgen dat specifieke doelen en actieplannen worden afgestemd op onze langetermijnstrategie voor duurzaamheid.
6.2.4.4 MDR-A: Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van water (E3-2)
Tijdens het rapportagejaar beschikte X-FAB niet over een formeel goedgekeurd waterbeleid of een geconsolideerd actieplan op groepsniveau in overeenstemming met de vereisten van ESRS E3. Bijgevolg werden watergerelateerde acties niet ontwikkeld binnen een gestructureerd governancekader dat volledig is afgestemd op de ESRS. Maatregelen inzake waterbeheer worden momenteel opgestart, geïmplementeerd en gemonitord op vestigingsniveau. Deze activiteiten zijn operationeel gedreven en vestigingsspecifiek. Zij zijn niet geconsolideerd in een groepsbreed actieplan en vallen evenmin onder een geharmoniseerde centrale sturing of monitoringstructuur zoals voorzien onder ESRS E3-3.
De ontwikkeling van een geconsolideerd kader voor waterbeheer op groepsniveau, met inbegrip van duidelijk gedefinieerde verantwoordelijkheden, monitoringmechanismen en strategische doelstellingen, is gepland voor toekomstige rapportageperioden.
6.2.4.5 MDR-T: Doelen wat betreft water (E3-3)
X-FAB bevindt zich momenteel in een overgangsfase, waarin onze roadmap voor hulpbronnenbeheer blijft evolueren. Wij erkennen uitdrukkelijk dat wij geen watergerelateerde doelstellingen hebben gedefinieerd in overeenstemming met de vereisten van de ESRS. Hoewel wij vestigingsspecifieke operationele doelstellingen handhaven, zullen in de komende jaren aanvullende meetbare en tijdsgebonden doelen voor waterverbruik en -impact verder worden gedefinieerd om volledige toekomstige afstemming op het ESRS-kader te waarborgen.
6.2.4.6 Maatstaven voor waterverbruik (E3-4)
De onderstaande tabel toont de belangrijkste geconsolideerde watergerelateerde gegevens voor de rapportagejaren 2024 en 2025, in overeenstemming met ESRS E3 'Water en mariene hulpbronnen'. De gegevens worden op geconsolideerde basis gepresenteerd om het totale waterverbruik van de organisatie over alle relevante activiteiten weer te geven en zo de transparantie en vergelijkbaarheid tussen rapportageperioden te ondersteunen. Eventuele aanvullende toelichtingen die nodig zijn voor de interpretatie van deze cijfers worden naast de tabel verstrekt.
Gegevens met betrekking tot waterverbruik
| In kubieke meter | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Totaal waterverbruik | 1.074.300,00 | 923.073,00 |
| Totaal waterverbruik in gebieden met waterrisico (met inbegripvan gebieden met grote waterstress) | 96.614,00 | 123.611,00 |
| Totaal gerecycleerd en hergebruikt water | 1.250.285,00 | 1.371.630,00 |
| Totaal opgeslagen water | 17.224,00 | 17.224,00 |
| Veranderingen in wateropslag | 0 | 0 |
| Waterintensiteitsratio: totaal waterverbruik in eigen activiteitenin kubieke meter per USD miljoen netto-opbrengst | 1.315,93 | 1060,64 |
X-FAB berekent het waterverbruik als de totale wateronttrekking min de totale lozing, wat de nettohoeveelheid water vertegenwoordigt die in onze processen wordt gebruikt en niet terug in het milieu wordt geloosd. In het kader van onze due-diligenceprocedures op milieugebied en in overeenstemming met de vereisten van ESRS E3 hebben wij een waterrisicobeoordeling uitgevoerd voor alle operationele vestigingen. Met behulp van de WRI Aqueduct Water Risk Atlas hebben wij onze locaties geanalyseerd op de huidige waterstress. Uit deze analyse bleek dat twee vestigingen zich bevinden in gebieden met een hoge waterstress: Erfurt (Duitsland) en Lubbock (VS). In 2025 bedroeg het totale waterverbruik van X-FAB 923.073,00 m³, waarvan 123.611,00 m3 in risicogebieden voor water, waaronder gebieden met een hoge waterstress. De gegevens worden verzameld in onze productievestigingen, met uitzondering van de vestiging in Itzehoe. De gegevens over het waterverbruik zijn afkomstig uit directe metingen en facturen.
Per 31 december 2025 bedroeg de totale hoeveelheid gerecycled en hergebruikt water 1.371.630 m³. Gerecycled en hergebruikt water wordt gedefinieerd als water en afvalwater (behandeld of onbehandeld) dat meer dan eens is gebruikt voordat het buiten de grenzen van de onderneming of de gedeelde faciliteiten wordt geloosd, waardoor de waterbehoefte wordt verminderd. Dit kan plaatsvinden in hetzelfde proces (gerecycled) of in een ander proces binnen dezelfde faciliteit (eigen of gedeeld met andere ondernemingen) of in een andere faciliteit van de onderneming (hergebruikt). Om de waarden te berekenen, zijn de processen voor hergebruik van water of recycling van water voor elke
vestiging afzonderlijk geregistreerd om dubbeltelling te voorkomen. De waarden in m³ voor elk proces werden geschat of gemeten, afhankelijk van de omstandigheden in de respectieve vestigingen, en vervolgens geconsolideerd op groepsniveau.
Voor alle vestigingen zijn de wateropslagvolumes bepaald, met uitzondering van Lubbock (VS). In de faciliteit van Lubbock is de wateropslag gerapporteerd als nul en wordt al het water onttrokken en gebruikt op on-demand basis. De waarden voor wateropslag zijn berekend op basis van het volume aan ruw water en de opslagtanks per locatie, en vervolgens geconsolideerd op groepsniveau.
Aandeel verkregen via directe meting, via steekproeven en extrapolatie, of via beste schattingen
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de ratio's van gemeten, steekproefsgewijs bepaalde en geschatte waarden voor watergerelateerde maatstaven.
| % Gemeten van totaalvolume | % Steekproef vantotaal volume | % Geschat van totaalvolume | |
|---|---|---|---|
| Totaal waterverbruik | 100 | 0 | 0 |
| Totaal gerecycleerden hergebruikt water | 76 | 5 | 19 |
| Totaal opgeslagenwater | 76 | 0 | 19 |
6.2.5 E5 Materiaalgebruik en circulaire economie
6.2.5.1 Materiële IRO's met betrekking tot materiaalgebruik en circulaire economie
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de impacts met betrekking tot materiaalgebruik en circulaire economie die wij in onze DMA 2025 hebben geïdentificeerd en als materieel hebben beoordeeld Er zijn geen materiële risico's of kansen geïdentificeerd.
| Sub-thematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Materiaalinstromen, incl.materiaalgebruik | Het verbruik van kritieke grondstoffen en specialegassen minimaliseert hun reserves. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn |
| Materiaalinstromen, incl.materiaalgebruik | Vermindering van het gebruik van dergelijke materialen,zoals bijv. hergebruik van zwavelzuur en het toepassenvan circulaire technologieën, is gunstig vanuit het insideout perspectief. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn |
| Materiaalinstromen, incl.materiaalgebruik | Restafval dat door leveranciers en aannemers wordtgegenereerd, kan een negatieve impact hebben op hetmilieu door het gebruik van stortplaatsen enafvalverwerkingsprocessen. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn |
| Materiaalinstromen, incl.materiaalgebruik | Verminderd gebruik van platina/palladium (katalysatoren,targets) is gunstig vanuit het inside-out perspectief. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn |
| Materiaalinstromen, incl.materiaalgebruik | Circulariteit van aluminium vermindert de energieintensiteit vergeleken met primaire productie enondersteunt de decarbonisatie van faciliteiten. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn |
| Materiaalinstromen, incl.materiaalgebruik | Circulair gebruik van edelmetalen en speciale metalendoor terugwinning en raffinage verkleint de voetafdrukop het gebied van zoetwater en energie, terwijl deingebedde emissies worden verlaagd. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn |
| Sub-thematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Materiaalinstromen, incl.materiaalgebruik | Het vergroten van de recyclebaarheid enterugnamesystemen voor apparatuur die halfgeleidersbevat, ondersteunt de circulaire economie en vermindertde druk op grondstoffen. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn | |
| Materiaaluitstromen m.b.t.producten endiensten | Fabrikanten hebben financiële en organisatorischeverplichtingen voor de verwerking van hun productenaan het einde van hun levensduur, waarbij zij moetenzorgen voor een correcte recycling en verwijdering. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn |
| Materiaaluitstromen m.b.t.producten endiensten | Terugname-/revisieprogramma's van leveranciers voorcomponenten en materialen versterken de veerkrachtvan de toeleveringsketen en de circulariteitsprestaties. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn |
| Materiaaluitstromen m.b.t.producten endiensten | Door de toepassing van ecodesignprincipes kunnenfabrikanten de levensduur van producten verlengen, demilieu-impacts verminderen en zich positiefonderscheiden op wereldwijde markten. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn | |
| Materiaaluitstromen m.b.t.producten endiensten | Actieve betrokkenheid van alle actoren (recyclers,gemeenten, detailhandelaars, consumenten) creëertkansen voor efficiëntere inzamelsystemen en hogereterugwinningspercentages, waardoor de ecologischevoetafdruk wordt verkleind. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn |
| Afval | Elektronisch afval van apparaten aan het einde van hunlevensduur (automobielsector, industrie, medischesector) die chips bevatten, leidt tot gevaarlijk afval als hetniet op de juiste manier wordt gerecycled. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn | ||
| Afval | Onvoldoende terugwinning in een gesloten kringloop vanmaterialen voor de productie van halfgeleiders (bijv.speciale gassen, fotoresists, slurry, zeldzame metalen)leidt tot uitputting van hulpbronnen en afval. | Negatief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn |
| Afval | Tekortkomingen in het afvalbeheer (bijv. niet-conformeafvalverwerkers, ophoping, restafval van eigen activiteiten,verwijdering van producten aan het einde van delevensduur) kunnen de milieubelasting verhogen. | Negatief | Potentieel | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn |
| Afval | Sputterdoelen (die edelmetalen bevatten) bieden eenhoogwaardige circulariteit dankzij terugwinnings-/raffinagecycli met aanzienlijke vermijding van primairemijnbouw. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | ✓ | ✓ | Alleproductievestigingen | Middellangetermijn |
6.2.5.2 Proces voor het in kaart brengen van materiële impacts, risico's en kansen (IRO-1)
Het proces voor het in kaart brengen van materiële impacts, risico's en kansen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie sluit aan bij onze algemene methodologie zoals uiteengezet onder IRO-1 van ESRS2 (sectie 6.1.8).
6.2.5.3 MDR-P: Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie (E5-1)
Voor het rapportagejaar 2025 heeft X-FAB nog geen specifiek beleid, specifieke maatregelen of doelen met betrekking tot materiaalgebruik en circulaire economie vastgelegd. Onze belangrijkste focus voor dit jaar lag op de succesvolle uitvoering en bevestiging van de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) en het leggen van een solide gegevensbasis. Gezien onze huidige capaciteit op het gebied van middelen heeft het prioriteren van deze fundamentele rapportagevereisten de ontwikkeling van formeel beleid, formele maatregelen en doelen tijdelijk in de weg gestaan. De Vennootschap is momenteel bezig met de ontwikkeling van dit beleid. Wij verwachten een volledige aanname en integratie ervan in onze managementsystemen in de komende jaren, waarbij wij waarborgen dat specifieke doelen en actieplannen worden afgestemd op onze langetermijnstrategie voor duurzaamheid.
6.2.5.4 MDR-A: Beleid en middelen inzake materiaalgebruik en circulaire economie (E5-2)
Op dit moment beschikken wij niet over een formeel, bedrijfsbreed beleid inzake circulaire economie, noch over een geconsolideerd wereldwijd actieplan dat aansluit bij de rapportageverwachtingen van ESRS E5 met betrekking tot materiaalgebruik en praktijken op het gebied van circulaire economie. Hoewel er gedurende het jaar lokaal circulaire maatregelen worden geïmplementeerd, worden deze nog niet gecoördineerd of gerapporteerd op groepsniveau.
Wij erkennen het belang van gestructureerde governance voor thema's op het gebied van circulaire economie, zoals vereist door ESRS E5, waaronder beleid, maatregelen en middelen, en doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie. ESRS E5 vraagt om transparante rapportage van deze elementen om aan te tonen hoe organisaties omgaan met de impacts en de overgang naar circulaire praktijken. Dienovereenkomstig zijn wij van plan om voor toekomstige rapportageperioden een wereldwijd beleid inzake circulaire economie en een groepsbreed actieplan te ontwikkelen om de consistentie, de afstemming op ESRS E5 en de consolidatie van de inspanningen op het gebied van circulaire economie op groepsniveau te verbeteren.
6.2.5.5 MDR-T: Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie (E5-3)
X-FAB heeft nog geen formele, meetbare doelen met betrekking tot circulaire economie vastgesteld. X-FAB zal passende doelen bepalen en vaststellen als onderdeel van onze voortdurende inspanningen op het gebied van duurzaamheid. De belangrijkste reden voor dit uitstel is de huidige complexiteit bij het opzetten van een voldoende gedetailleerde en consistente gegevensbasis voor onze wereldwijde activiteiten en diverse
productcategorieën. Om ervoor te zorgen dat toekomstige doelen niet alleen ambitieus zijn, maar ook wetenschappelijk onderbouwd en verifieerbaar, geven we momenteel voorrang aan de harmonisatie van onze interne gegevensverzamelingsprocessen.
6.2.5.6 Maatstaven voor materiaalinstromen (E5-4)
Als leverancier van oplossingen die specifiek afgestemd zijn op onze klanten en die voldoen aan zeer hoge technische en kwaliteitsnormen in de sector, zijn wij afhankelijk van bepaalde materiaalstromen, waarvan de circulariteit op haar beurt gedeeltelijk wordt beperkt door deze vereisten. Tijdens deze rapportageperiode heeft X-FAB zich gericht op de belangrijkste componenten en de momenteel beschikbare inkoopprocessen. Op basis hiervan zijn twee hoofdcategorieën van materiaalinstromen in termen van de ESRS gedefinieerd: producten en technische componenten, met inbegrip van verpakking, waaronder wafers, targets en maskers, en materialen, waaronder chemicaliën, gassen, kritieke grondstoffen, zeldzame aardmetalen evenals verpakking:
| Categoriemateriaalinstromen | Omschrijving | Totaal gewicht (kg) | |
|---|---|---|---|
| 2024 | 2025 | ||
| Producten en technischecomponenten, met inbegripvan verpakking | Wafers, targets, fotomaskersen verpakking | 79.428,00 | 78.262,00 |
| Materialen | Chemicaliën, gassen, kritiekegrondstoffen, zeldzameaardmetalen | 113.431.745,00 | 112.212.175,00 |
| Materialen (alleenverpakkingsmateriaal –biologisch) | Papier, kartonnen dozen enhout | 606.699,00 | 402.554,00 |
| Materialen (alleenverpakkingsmateriaal –niet-biologisch) | Gemengd plastic,piepschuim, gemengdverpakkingsmateriaal | 118.975,00 | 119.435,00 |
De technische componenten en materialen, met uitzondering van verpakking, bevatten geen biologische materialen, noch bevatten ze secundaire hergebruikte of gerecyclede materialen. Halfgeleiders zijn gebaseerd op anorganische materialen; de productie ervan vindt plaats in een ultra schone, steriele omgeving waar elk biologisch materiaal een verontreinigende stof zou vormen. In de productspecificaties worden organische of biologische inputs uitdrukkelijk vermeden vanwege de eisen op het gebied van betrouwbaarheid, levensduur en veiligheid. Vanwege deze eis maakt X-FAB geen gebruik van secundaire of gerecyclede materialen, wat in overeenstemming is met de gangbare praktijk.
Het totale gewicht van wafers, targets en fotomaskers is berekend op basis van de vermenigvuldiging van de ingekochte aantallen, afgeleid uit ons ERP-systeem (Enterprise Resources Planning), en het gespecificeerde of gemiddelde gewicht van de specifieke component. De cijfers voor de verpakking zijn berekend op basis van de registratie van verpakkingsafval. Het gewicht van de materialen, chemicaliën en gassen is ook berekend op basis van het aantal bestelde artikelen en/of het volume en de respectieve dichtheid (voor gassen) of het gewicht in kg (voor andere elementen).
6.2.5.7 Maatstaven voor materiaalinstromen (E5-5)
De volgende belangrijke producten en materialen komen uit ons productieproces:
- analoog/gemengd-signaal geïntegreerde schakelingen (IC's): chips die signalen uit de echte wereld (bijv. druk, licht, geluid) en digitale gegevens kunnen verwerken;
- hoogspannings-IC's: ondersteunen een doorslagspanning tot 700V, breed gekwalificeerd voor automobieltoepassingen;
- micro-elektromechanische systemen (MEMS): op maat gemaakte microsysteemoplossingen voor sensoren, actuatoren en medische toepassingen;
- siliciumcarbide-componenten (SiC): halfgeleidersubstraat met brede bandkloof dat een superieure efficiëntie biedt; en
- silicium-op-isolator (SOI)- en complementaire metaaloxide-halfgeleidertechnologieën (CMOS): modulaire platformtechnologieën van 1,0 µm tot 110 nm-knooppunten, geschikt voor analoge, RF-, BCD- en hoge-temperatuurvereisten.
Duurzaamheid van onze producten
Onze producten zijn ontworpen en gekwalificeerd om te voldoen aan de strenge eisen van de automobiel-, industriële en medische markt. X-FAB heeft een trackrecord van meer dan 30 jaar productie-ervaring en biedt zijn klanten een langdurige leveringscontinuïteit van meer dan 15 jaar, met name voor automobiel- en industriële technologieën, ondersteund door duale inkoop voor belangrijke procesknooppunten om langdurige betrouwbaarheid en stabiliteit te waarborgen. Ter ondersteuning van de productprestaties op lange termijn hanteert X-FAB standaard een levensduur van de procestechnologie van ten minste 7 jaar (en in veel gevallen meer dan 10 jaar) om te voldoen aan de eisen van de productlevenscyclus in de automobiel-, industriële en vergelijkbare markten.
Repareerbaarheid
Halfgeleidercomponenten zijn inherent niet-repareerbare componenten vanwege hun monolithische structuur en ingekapselde ontwerp; in de standaardpraktijk van de sector worden defecte halfgeleiders vervangen in plaats van gerepareerd, waarbij de duurzaamheid wordt gewaarborgd door middel van kwalificatie van de betrouwbaarheid en levensduurtesten in plaats van maatregelen voor repareerbaarheid.
Recyclebaar materiaal
Halfgeleiders en hun componenten zijn niet ontworpen voor reparatie, revisie of direct hergebruik op componentniveau. Aan het einde van hun levensduur worden ze verwerkt als onderdeel van elektronisch afvalstromen, waarbij de terugwinning voornamelijk gericht is op waardevolle metalen zoals goud, koper en aluminium. Materiaalterugwinning vindt bijgevolg downstream plaats op systeemniveau in plaats van via een circulair ontwerp op productniveau.
Rapportage over gegenereerd afval
De onderstaande tabel geeft informatie over het gegenereerde afval. De gespecificeerde afvalhoeveelheden zijn het resultaat van onze eigen productieprocessen en worden door de productievestigingen beheerd in overeenstemming met de nationale regelgeving:
| Categorie van de soort nuttige toepassing | Gevaarlijk afval (kg) | Niet-gevaarlijk afval (kg) | Totaal nuttige toepassing | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | ||
| Voorbereiding voor hergebruik | 63.433,00 | 67.522,00 | 57.350,00 | 43.310,00 | 120.783,00 | 110.832,00 | |
| Recycling | 1.084.095,00 | 1.096.328,00 | 4.312.279,00 | 2.395.611,00 | 5.396.374,00 | 3.491.939,00 | |
| Andere nuttige toepassingen | 2.360.428,00 | 2.570.627,00 | 847.568,00 | 901.272,00 | 3.207.996,00 | 3.471.899,00 | |
| Subtotaal voor nuttige toepassing | 3.507.956,00 | 3.734.477,00 | 5.217.197,00 | 3.340.193,00 | 8.725.153,00 | 7.074.670,00 | |
| Gevaarlijk afval (kg) | Niet-gevaarlijk afval (kg) | Totaal verwijdering | |||||
| Categorie van de afvalverwerking/-verwijdering | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | |
| Verbranding | 225.744,00 | 285.759,00 | 0,00 | 0,00 | 225.744,00 | 285.759,00 | |
| Storten | 351.764,00 | 326.819,00 | 350.921,00 | 296.342,00 | 702.685,00 | 623.161,00 | |
| Andere vormen van afvalverwijdering | 54.453,00 | 45.227,00 | 10.520,00 | 0,00 | 64.973,00 | 45.227,00 | |
| Subtotaal voor afvalverwijdering | 631.961,00 | 657.805,00 | 361.441,00 | 296.342,00 | 993.402,00 | 954.147,00 | |
| Totaal gegenereerd afval | 4.139.917,00 | 4.392.282,00 | 5.578.638,00 | 3.636.535,00 | 9.718.555,00 | 8.028.817,00 | |
| Percentage niet-gerecyclede afval | 10 % | 12 % |
Afvalstromen en de verwijdering daarvan worden nauwlettend gemonitord in de productievestigingen en vinden plaats in overeenstemming met de toepasselijke nationale regelgeving.
Er gelden traceerbaarheidsvereisten, in het bijzonder voor de verwijdering van gevaarlijk afval. De gepresenteerde hoeveelheden zijn berekend op basis van de relevante gegevens uit de afvalbeheersystemen die in de vestigingen zijn geïmplementeerd, afvallogboeken en facturen. Afval wordt gescheiden ingezameld volgens de respectieve afvalcategorieën en overgedragen aan erkende afvalverwerkingsbedrijven voor terugwinning of verwijdering. Tijdens de inzameling en vlak voor het transport worden de verschillende afvalfracties doorgaans gewogen. Hierdoor kan het gewicht voor elke afvalstroom worden geregistreerd en gedocumenteerd. De geregistreerde gewichtsgegevens vormen de basis voor het hierboven gepresenteerde overzicht.
De belangrijkste afvalstromen die vrijkomen bij de verwerking van wafers omvatten chemisch afval, zoals zuren, oplosmiddelen en fotoresistafval, dat meestal gevaarlijk is, evenals slib van de afvalwaterzuivering. Metaal-, silicium- en harshoudend afval wordt ook gegenereerd tijdens de verwerkingsstappen van halfgeleiders. Verdere afvalstromen ontstaan uit logistieke en operationele ondersteunende functies. Deze omvatten verpakkingsafval dat voornamelijk bestaat uit papier, karton, lege chemische vaten, plastic en hout van binnenkomende materialen en zendingen. Elektronisch en apparatuurafval wordt gegenereerd tijdens onderhoud, vervanging of buitenbedrijfstelling van productieapparatuur.
X-FAB genereert geen radioactief afval; daarom kunnen hierover geen gegevens worden gerapporteerd.
6.3 Sociaal
6.3.1 S1 Eigen personeel
6.3.1.1 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel (SBM-3)
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de impacts met betrekking tot eigen personeel die wij in onze DMA 2025 hebben geïdentificeerd en als materieel hebben beoordeeld Er zijn geen materiële risico's of kansen geïdentificeerd.
| Subthematisch | Beschrijving van de impact | Impactcategorie | Classificatie | Upstreamwaardeketen | Eigenactiviteiten | Downstreamwaardeketen | Getroffenbedrijfseenheden | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Arbeidsvoorwaarden | Ondersteuning van ouderschapsverlof enzorgtaken. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | Alle vestigingen | Middellangetermijn | ||
| Arbeidsvoorwaarden | Ervoor zorgen dat tijdelijke of deeltijdse werknemers een gelijk loon ontvangen voor gelijk werk. | Positief | Daadwerkelijk | ✓ | Alle vestigingen | Korte termijn | ||
| Arbeidsvoorwaarden | Onvoldoende implementatie van veiligheids- engezondheidsvoorschriften kan leiden tot ernstigearbeidsongevallen, waaronder dodelijkeongevallen. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle vestigingen | Korte termijn | ||
| Arbeidsvoorwaarden | Gebruik van chemische materialen bij de productiekan schade aan de gezondheid veroorzaken. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Korte termijn | ||
| Arbeidsvoorwaarden | Halfgeleiderfabrieken implementeren risicobeperkende maatregelen - systemen voor gevaarlijkegassen, gescheiden afzuiging, veiligheidsvergrendelingen, redundante controles - die dewerknemers beschermen tegen blootstelling aanchemicaliën tijdens hun normale activiteiten. | Positief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | ||
| Arbeidsvoorwaarden | Gevaarlijke procesgassen worden beheerd viageautomatiseerde, gesloten systemen metscheiding van gevaren, veiligheidsvergrendelingenen redundante controles om blootstelling van dewerknemers tot een minimum te beperken. | Positief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | ||
| Arbeidsvoorwaarden | In productieomgevingen met een hoge intensiteitkunnen onvoldoende veiligheidsmaatregelenongevallen en letsel veroorzaken, wat tot ernstigeschade kan leiden. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | ||
| Arbeidsvoorwaarden | Beroepsrisico's zoals blootstelling aan gevaarlijkechemicaliën, RSI-klachten of psychischeproblemen kunnen leiden tot ziekte, uitputting ofeen slecht welzijn van werknemers. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle productievestigingen | Middellangetermijn | ||
| Gelijkebehandeling engelijke kansenvoor iedereen | Onvoldoende of ondoeltreffende implementatievan maatregelen tegen geweld en intimidatie opde werkvloer kan leiden tot niet-naleving vanfundamentele arbeids- en mensenrechten. | Negatief | Potentieel | ✓ | Alle vestigingen | Middellangetermijn |
In 2025 vallen alle werknemers die bij alle dochterondernemingen van X-FAB op de loonlijst staan, onder het toepassingsgebied van de respectieve rapportage in dit verslag. Deze werknemers worden beschouwd als mogelijk getroffen door de significante impacts die voortvloeien uit onze activiteiten.
Werknemers zijn personen die op basis van een formele arbeidsovereenkomst bij X-FAB in dienst zijn, bijdragen aan de doelstellingen van de Groep en opereren binnen de organisatiestructuren ervan. Zij ontvangen een vergoeding en secundaire arbeidsvoorwaarden en werken onder leiding en toezicht van X-FAB.
Niet-werknemers zijn personen die bijdragen aan de activiteiten van X-FAB zonder in dienst te zijn op basis van een directe arbeidsovereenkomst en zonder in juridische zin deel uit te maken van ons eigen personeelsbestand (werknemers die worden geleverd door uitzendbureaus, aannemers en consultants die werken op basis van dienstverleningsovereenkomsten).
De positieve en negatieve impacts die in de bovenstaande tabel worden weergegeven, hebben betrekking op het gehele personeelsbestand van X-FAB wereldwijd en zijn niet beperkt tot bepaalde regio's, functieniveaus, contracttypes of demografische groepen. Als wereldwijde halfgeleidergieterij met productievestigingen in Europa, de Verenigde Staten en Maleisië erkent X-FAB dat deze impacts zich op verschillende manieren kunnen manifesteren, afhankelijk van lokale regelgevingskaders, culturele omgevingen en operationele omstandigheden. De Vennootschap streeft er daarom naar om de bijbehorende risico's en kansen te beheren op een manier die relevant en passend is voor elke werkomgeving.
Sommige negatieve impacts zijn van bijzonder belang in de context van de waferfabrieken van X-FAB. De productie van halfgeleiders omvat complexe productieprocessen, waaronder het omgaan met chemicaliën, het bedienen van geavanceerde apparatuur in cleanroomomgevingen en ploegendienst. Deze kenmerken vereisen een sterke focus op gezondheid op het werk, procesveiligheid en het welzijn van de werknemers, met name voor het productiepersoneel.
X-FAB onderneemt specifieke activiteiten om positieve impacts voor zijn personeelsbestand te genereren, met name door middel van arbeidsvoorwaarden die gunstig zijn voor ouders met jonge kinderen en het principe van gelijk loon voor gelijk werk. Om werknemers met ouderlijke of zorgverantwoordelijkheden te ondersteunen, biedt X-FAB ouderschapsverlofvoordelen in overeenstemming met lokale regelgeving en stimuleert het flexibele afwezigheidsregelingen, waardoor ouders en verzorgers een evenwicht kunnen vinden tussen professionele en persoonlijke verplichtingen.
Op de rapportagedatum heeft X-FAB geen formeel transitieplan geïmplementeerd dat specifiek gericht is op het verminderen van milieu-impacts of het realiseren van klimaatneutrale activiteiten die wezenlijke gevolgen zouden hebben voor het eigen personeel. Bijgevolg zijn er tijdens de rapportageperiode geen materiële positieve of
negatieve impacts op werknemers of niet-werknemers vastgesteld die voortvloeien uit dergelijke transitiemaatregelen.
De activiteiten van X-FAB, die voornamelijk bestaan uit de productie van halfgeleiderwafers en aanverwante ondersteunende functies in Europa, de Verenigde Staten en Maleisië, worden niet beschouwd als met een significant risico op incidenten van gedwongen arbeid, verplichte arbeid of kinderarbeid binnen het eigen personeel. De arbeidsverhoudingen worden geregeld door de toepasselijke nationale arbeidswetgeving en interne nalevingsnormen, en er zijn tijdens de rapportageperiode geen dergelijke incidenten vastgesteld.
6.3.1.2 MDR-P: Beleid ten aanzien van eigen personeel (S1-1)
Bij de dubbele materialiteitsanalyse zijn er materiële impacts geïdentificeerd met betrekking tot werktijden, eerlijke lonen, gezondheid en veiligheid op het werk, evenals maatregelen tegen geweld, intimidatie en discriminatie op de werkplek. Op de rapportagedatum zijn er geen materiële risico's of kansen met betrekking tot het eigen personeel geïdentificeerd.
Tenzij anders vermeld, is het hieronder beschreven beleid groepsbreed van toepassing op alle X-FAB-werknemers en contractmedewerkers die aan X-FAB zijn toegewezen. Op de rapportagedatum is het interne beleidskader van X-FAB nog niet volledig afgestemd op de eisen van ESRS S1. Hoewel de kernprincipes met betrekking tot gezondheid, veiligheid en gelijke behandeling zijn vastgelegd, ontbreken momenteel nog specifieke gedetailleerde vereisten en expliciete verwijzingen naar internationale kaders (bijv. de UNGP's). X-FAB zal zijn wereldwijde beleidskader in de komende rapportageperiodes verder verfijnen en formaliseren om ervoor te zorgen dat het voldoet aan alle rapportageeisen van ESRS S1-1.
Werktijden en eerlijke lonen
Wat betreft de materiële impacts van werktijden en eerlijke lonen hanteert X-FAB momenteel geen uniform, geconsolideerd wereldwijd beleid. In plaats daarvan worden deze gebieden geregeld door lokale arbeidsovereenkomsten, collectieve arbeidsovereenkomsten en de naleving van nationale wettelijke vereisten in de respectievelijke rechtsgebieden waar de Vennootschap actief is. Dit zorgt ervoor dat de beloning voldoet aan of hoger is dan de lokale minimumloonnormen en dat de werktijden voldoen aan de wettelijke limieten. Op de rapportagedatum zijn er geen directe plannen om een gecentraliseerd wereldwijd beleid voor deze specifieke thema's in te voeren, aangezien de lokale nalevingsmechanismen als doeltreffend worden beschouwd.
Veilige en verantwoorde werkomgeving
Gezondheid en veiligheid op het werk zijn verankerd in het beleid voor milieu, gezondheid en veiligheid van de X-FAB-groep, dat in maart 2025 door de CEO is ondertekend. X-FAB voert zijn activiteiten uit op een manier die de gezondheid en veiligheid van werknemers en andere stakeholders waarborgt en tegelijkertijd negatieve milieu-impacts voorkomt.
Deze verbintenis wordt geïmplementeerd via een beheerssysteem voor milieu, gezondheid en veiligheid dat is afgestemd op ISO 14001. Het systeem is gebaseerd op principes zoals naleving van de regelgeving, risicobeperking, ongevallenpreventie, waarborging van de veiligheid van personen, competentieontwikkeling, prestatiebeoordeling en voortdurende verbetering. Het biedt een gestructureerd kader voor de preventie van arbeidsongevallen en het beheer van de operationele veiligheid. Het beleid wordt via het interne portaal meegedeeld aan alle werknemers en fysiek aangeplakt in de productievestigingen in de relevante lokale talen.
Gelijke behandeling en een respectvolle werkplek
X-FAB bevordert een bedrijfscultuur die is gebaseerd op gelijke kansen, waardigheid en wederzijds respect. Het wereldwijde beleid inzake gelijke behandeling, dat in 2024 is geïmplementeerd na consolidatie van lokaal beleid tot een uniform wereldwijd kader, verbiedt discriminatie en intimidatie op basis van wettelijk beschermde kenmerken, waaronder ras, huidskleur, leeftijd, nationale afkomst, religie, geslacht, handicap, seksuele geaardheid en genderidentiteit.
De implementatie ervan wordt ondersteund door verplichte opleiding, waaronder een elearningmodule over onbewuste vooroordelen, die is bedoeld om bewustzijn en consistente toepassing binnen de hele organisatie te waarborgen.
Verbintenissen op het gebied van mensenrechten
X-FAB heeft de ZVEI-Gedragscode aangenomen, die de verbintenissen ten aanzien van menselijke waardigheid en internationaal erkende arbeidsnormen weerspiegelt. Deze omvatten beginselen die in overeenstemming zijn met de fundamentele arbeidsverdragen van de IAO, zoals het verbod op kinderarbeid en dwangarbeid, non-discriminatie, vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen. Het beleid gaat niet expliciet in op mensenhandel.
De gedragscode zet een op beginselen gebaseerd mensenrechtenkader voor de activiteiten op. Hoewel het beleid in overeenstemming is met internationaal erkende arbeidsnormen, wordt er niet expliciet verwezen naar specifieke kaders zoals de VN-richtlijnen inzake bedrijfsleven en mensenrechten (UNGP's) of de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.
Betrokkenheid en klachtenmechanismen
X-FAB bevordert de dialoog met zijn personeel via interne communicatieplatforms, vormen van managementbetrokkenheid en gestructureerde werknemerstevredenheidsenquêtes, waaronder de 'Barometer'-enquête. Feedback draagt bij aan de voortdurende verbetering van de werkomgeving.
Werknemers kunnen hun zorgen kenbaar maken via managementkanalen, de afdeling People & Culture of een vertrouwelijk klokkenluidersmechanisme. Meldingen worden vertrouwelijk behandeld en worden beschermd door een beginsel van verbod op
represailles. Wanneer kwesties gegrond blijken, worden corrigerende maatregelen genomen in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving.
Op de rapportagedatum bestaan er geen afzonderlijke beleidsverbintenissen voor gerichte positieve actieprogramma's voor specifieke kwetsbare groepen die verder gaan dan de vastgestelde beginselen van gelijke behandeling.
Via dit beleid en deze systemen beheert X-FAB de gezondheid en veiligheid op het werk en bevordert het een respectvolle, niet-discriminerende werkomgeving in al zijn activiteiten.
6.3.1.3 De dialoog met eigen personeel (S1-2)
X-FAB betrekt zijn personeel via gestructureerde communicatievormen en periodieke enquêtes om inzicht te krijgen in de perspectieven van werknemers op de arbeidsvoorwaarden en potentiële impacts. De verkregen inzichten vormen de basis voor managementbeslissingen en voortdurende verbetering en maken deel uit van de doorlopende aanpak van X-FAB voor het identificeren, beoordelen en aanpakken van deze impacts.
Mechanismen voor dialoog
De dialoog vindt rechtstreeks plaats met werknemers via meerdere kanalen, waaronder het wereldwijde intranet, 'Maak kennis met het management'-sessies en regelmatige informatie die wordt verstrekt via e-mail, videoboodschappen en communicatieschermen op locatie. Deze formaten faciliteren een voortdurende dialoog tussen vestigingen en regio's.
De 'Barometer'-werknemersbetrokkenheidsenquête biedt gestructureerde feedback. Deze is tot nu toe drie keer uitgevoerd (2013, 2016 en 2021). De deelnamepercentages worden voor elke cyclus bijgehouden en gedocumenteerd. De volgende enquête is gepland voor 2026. Na elke enquête heeft het management de resultaten beoordeeld en gedocumenteerde actieplannen goedgekeurd. Deze actieplannen worden zowel centraal als lokaal opgevolgd, waarbij de voortgang op groeps- en vestigingsniveau wordt gemonitord.
Er wordt rekening gehouden met aanvullende feedback met betrekking tot de veiligheid op het werk en de omringende werkomgeving.
Rol en governance
De operationele verantwoordelijkheid voor een gestructureerde dialoog met werknemers ligt bij de Vice President People & Culture op groepsniveau. Deze verantwoordelijkheid is verankerd in de functieomschrijving en omvat het toezicht op terugkerende vormen van dialoog, enquêteprocessen en vervolgactieplannen.
De resultaten op het gebied van werknemersbetrokkenheid worden maandelijks formeel aan het uitvoerend management gerapporteerd via KPI-monitoring, beheersverslagen en vestigingsoverzichten. Deze verslagen bevatten indicatoren met betrekking tot het personeel en belangrijke resultaten op het gebied van betrokkenheid.
Werknemersvertegenwoordigers
X-FAB heeft geen wereldwijde kaderovereenkomst gesloten met betrekking tot de mensenrechten van zijn personeel.
De dialoog met werknemersvertegenwoordigers verloopt voornamelijk via lokale structuren. In Europa valt ongeveer 98 procent van de arbeidsovereenkomsten onder collectieve arbeidsovereenkomsten. In Frankrijk is in januari 2024 een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst in werking getreden. Collectieve arbeidsovereenkomsten worden doorgaans niet toegepast op niet-Europese locaties en zijn daarom niet van kracht in die regio's.
Aandacht voor specifieke werknemersgroepen is verankerd in lokale dialoog- en overlegprocessen waar dit vereist is door de toepasselijke arbeidswetgeving en in het kader van het wereldwijde beleid inzake gelijke behandeling. In sommige rechtsgebieden voorzien vertegenwoordigingsstructuren van het personeel in overleg over zaken die specifieke groepen werknemers aangaan.
Beoordeling van de effectiviteit
De effectiviteit van betrokkenheidsmechanismen wordt beoordeeld aan de hand van enquêteresultaten en personeelsgerelateerde prestatie-indicatoren. Naast de resultaten van betrokkenheidsenquêtes monitort X-FAB indicatoren zoals het personeelsverloop, het ziekteverzuim en het ontslagpercentage, zowel op groeps- als op vestigingsniveau.
Afwijkingen of trends in deze indicatoren kunnen aanleiding geven tot een evaluatie door het management en het opstellen van corrigerende actieplannen.
In rechtsgebieden met formele werknemersvertegenwoordigingen, waaronder Duitsland en Frankrijk, worden regelmatig overlegvergaderingen gehouden. Deze vergaderingen worden gedocumenteerd en bieden een bijkomend gestructureerd forum waarin de standpunten van het personeel kunnen worden meegenomen in managementbeslissingen.
6.3.1.4 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken (S1-3)
X-FAB hanteert formele processen om negatieve impacts op zijn personeel aan te pakken en te verhelpen en biedt toegankelijke kanalen waarin werknemers hun zorgen kunnen uiten.
Klachtenkanalen
Werknemers kunnen hun zorgen kenbaar maken via hun directe leidinggevende, een andere leidinggevende in de hiërarchie of de afdeling People & Culture. Wanneer deze contacten in een specifieke situatie niet geschikt zijn, kunnen zorgen vertrouwelijk worden gemeld via een speciaal meldingskanaal op groepsniveau, waaronder een e-mailadres voor ethische kwesties en een aangewezen postadres. De wereldwijde klokkenluidersprocedure stelt werknemers wereldwijd in staat om vertrouwelijk meldingen in te dienen.
Deze kanalen zijn bedoeld om het melden van mogelijke inbreuken op de wet- of regelgeving, onethisch gedrag, zaken die waarschijnlijk schade toebrengen aan een ander of het mogelijk verzwijgen van dergelijke zaken te vergemakkelijken.
Herstelproces
Het Klokkenluidersbeleid definieert de procedures voor de behandeling van klachten, waaronder kwesties die verband houden met zorgen over mensenrechten. Hoewel de hulplijn meldingen over potentiële schendingen van wet- of regelgeving, activiteiten die indruisen tegen het belang van de Vennootschap en zaken die waarschijnlijk schadelijk zijn voor een andere persoon faciliteert, omvatten deze criteria inherent ook schendingen van de mensenrechten. Meldingen worden vertrouwelijk behandeld en zonder onnodige vertraging onderzocht. Indien gewenst kunnen melders feedback krijgen over de resultaten.
Indien wangedrag wordt aangetoond, worden corrigerende of disciplinaire maatregelen bepaald in overeenstemming met de geldende procedures en wettelijke vereisten.
Toegankelijkheid en bescherming
Het bewustzijn van meldingskanalen wordt bevorderd door een verplichte introductie voor nieuwe werknemers, die opleiding over de Gedragscode en het relevante bedrijfsbeleid omvat. De meldingsprocedures zijn toegankelijk via het bedrijfsintranet en, indien van toepassing, in gedrukte vorm.
X-FAB hanteert een beginsel van verbod op represailles voor personen die te goeder trouw hun zorgen uiten. Het klokkenluidersbeleid bepaalt dat meldingen vertrouwelijk worden behandeld en dat er inspanningen worden gedaan om de identiteit van de klokkenluider te beschermen, met inachtneming van wettelijke vereisten.
Monitoring en effectiviteit
Meldingen worden per geval onderzocht in overeenstemming met het klokkenluidersbeleid. Het huidige kader is gericht op het onderzoeken en oplossen van individuele gevallen.
Op de rapportagedatum is er geen geformaliseerd groepsbreed proces gedefinieerd voor geaggregeerde rapportage of periodieke effectiviteitsbeoordeling van klachtenmechanismen. De 'Barometer'-enquête biedt algemeen inzicht in de percepties van de werknemers, maar vormt geen specifieke beoordeling van het bewustzijn van klachtenmechanismen.
6.3.1.5 MDR-A: Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico's te mitigeren en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen (S1-4)
In de dubbele materialiteitsanalyse zijn materiële negatieve impacts op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk, evenals geweld, intimidatie en discriminatie, en materiële positieve impacts met betrekking tot werktijden en eerlijke lonen geïdentificeerd.
X-FAB neemt gerichte maatregelen om negatieve impacts op zijn personeel te voorkomen, te beperken en te verhelpen. Daarnaast zijn er maatregelen genomen om positieve impacts met betrekking tot de werktijden te ondersteunen. In de dubbele materialiteitsanalyse van 2025 zijn er geen materiële risico's of kansen met betrekking tot het eigen personeel geïdentificeerd.
Gezondheid en veiligheid op het werk
Gezien het inherente risicoprofiel van de halfgeleiderproductie hanteert X-FAB in alle productievestigingen een gestructureerd milieu-, gezondheids- en veiligheidsbeheersysteem (EHS) om negatieve impacts op het personeel te voorkomen en te beperken.
Preventieve maatregelen omvatten engineering en technische controles om gevaarlijke stoffen in te dammen en te monitoren, het minimaliseren van het gebruik van chemicaliën waar dit technisch haalbaar is, gedisciplineerd procesveiligheidsbeheer, continue milieumonitoring, preventieve onderhouds- en inspectieprogramma's, en verplichte veiligheidsopleiding met handhaving van de vereisten voor persoonlijke beschermingsmiddelen.
Gerichte initiatieven op vestigingsniveau vullen dit kader aan. In 2025 heeft de vestiging van Erfurt maatregelen ingevoerd om de handmatige verwerking van gevaarlijk afval te verminderen, waaronder de directe verwijdering van vast afval dat verontreinigd is met reinigingsoplossing na het etsen, in plaats van de eerdere interne spoelprocedure. Er zijn speciale bewustmakingsdagen, veiligheidsinformatiecampagnes en rondes in de vestigingen georganiseerd om de EHS-competentie te versterken en veilige werkpraktijken te bekrachtigen.
In cleanroomomgevingen, waar een groot deel van de werknemers werkzaam is, gelden aanvullende beschermingsmaatregelen. Hygiëne- en beschermingsplannen omvatten maatregelen voor huidbescherming, ergonomische en op maat gemaakte cleanroomschoenen, deels gepersonaliseerde kleding en het verstrekken van gehoorbescherming. Deze maatregelen zijn bedoeld om gezondheidsschade te voorkomen en een veilige werkomgeving te waarborgen.
De operationele veiligheid wordt verder ondersteund door een wereldwijd preventief onderhoudssysteem dat is bedoeld om storingen aan apparatuur en daarmee samenhangende gevaren, zoals elektrische risico's, het lekken van chemicaliën of mechanische defecten, te voorkomen. Preventieve onderhoudsacties worden
geactiveerd op basis van vastgestelde tijdsintervallen of wanneer specifieke prestatieparameters van apparatuur worden bereikt.
De effectiviteit van maatregelen op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk wordt bijgehouden aan de hand van vastgestelde veiligheidsprestatie-indicatoren, waaronder de frequentie en ernst van ongevallen. Deze maatstaven worden in de loop van de tijd gemonitord om trends te beoordelen en waar nodig corrigerende maatregelen te nemen.
Gelijke behandeling en preventie van intimidatie
Om negatieve impacts van discriminatie en intimidatie te voorkomen, heeft X-FAB in 2024 een wereldwijd beleid voor gelijke behandeling geïmplementeerd, na de consolidatie van lokaal beleid tot een uniform kader. Het beleid wordt ondersteund door een verplichte e-learningmodule over onbewuste vooroordelen, waarbij werknemers de inhoud van het beleid moeten doornemen en kennistoetsen moeten afleggen.
Er worden regelmatig nalevingscontroles uitgevoerd in de vestigingen om na te gaan of de geldende arbeidswetgeving en wettelijke vereisten worden nageleefd. In Duitsland en Frankrijk worden personeelsgerelateerde kwesties onderworpen aan formeel overleg met de werknemersvertegenwoordigers, in overeenstemming met de geldende arbeidswetgeving. Deze controles zijn bedoeld om het risico op niet-naleving van de arbeidswetgeving en fundamentele arbeidsrechten te verminderen.
Wanneer er zorgen worden geuit via de in S1-3 beschreven klachtenmechanismen, worden er onderzoeken uitgevoerd in overeenstemming met het klokkenluidersbeleid en worden er corrigerende of disciplinaire maatregelen vastgesteld wanneer wangedrag wordt bevestigd.
Werktijden
X-FAB ondersteunt werknemers bij het vinden van een evenwicht tussen professionele en persoonlijke verantwoordelijkheden door middel van flexibele werkregelingen. Er worden flexibele werktijdmodellen en individuele werktijdoplossingen aangeboden waar dit operationeel haalbaar is, rekening houdend met de diverse omstandigheden van het internationale personeel. De 'Flex@Work'-aanpak maakt mobiel werken mogelijk voor functies die geschikt zijn voor uitvoering op afstand.
Werknemers krijgen betaald verlof voor belangrijke privéaangelegenheden zoals verhuizing of huwelijk. Werkende ouders ontvangen financiële steun in geval van ziekte van hun kinderen. In Duitsland maken collectieve arbeidsovereenkomsten het voor werknemers boven een bepaalde leeftijdsgrens mogelijk om hun wekelijkse werktijd waar nodig te verkorten. In verschillende Aziatische vestigingen helpen flexibele begin- en eindtijden werknemers om hun werk en privéleven beter op elkaar af te stemmen.
Deze maatregelen zijn bedoeld om ouderschapsverlof en zorgtaken te ondersteunen en bij te dragen aan de inzetbaarheid op de lange termijn.
Eerlijke lonen
Eerlijke lonen zijn in de dubbele materialiteitsanalyse geïdentificeerd als een materiële positieve impact. Het loon wordt bepaald in overeenstemming met de geldende arbeidswetgeving en, indien van toepassing, collectieve arbeidsovereenkomsten. Op de rapportagedatum zijn er op dit gebied geen aanvullende actieprogramma's op groepsniveau opgezet.
Effectiviteit en middelen
De effectiviteit wordt beoordeeld aan de hand van veiligheidsindicatoren en feedbackmechanismen voor werknemers. Het beheer van materiële impacts wordt ondersteund door speciale EHS-teams, coördinatie op groepsniveau, kapitaalinvesteringen in veiligheidscontroles, budgetten voor preventief onderhoud, opleidingsprogramma's, HR-middelen voor naleving en mechanismen voor de afhandeling van klachten.
Door middel van deze maatregelen streeft X-FAB ernaar om veilige en respectvolle arbeidsomstandigheden te handhaven in al zijn activiteiten.
6.3.1.6 MDR-T: Doelen wat betreft het eigen personeel (S1-5)
Op de rapportagedatum heeft X-FAB op groepsniveau geen formele, tijdgebonden en resultaatgerichte doelen vastgesteld die specifiek betrekking hebben op het verminderen van negatieve impacts of het bevorderen van positieve impacts op het eigen personeel.
De prestaties op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk worden gemonitord aan de hand van vastgestelde indicatoren, waaronder gegevens over de frequentie van ongevallen en letsel met verzuim. De productievestigingen zijn verplicht om arbeidsongevallen en letsel met verzuim via een gestructureerd meldingsproces te rapporteren, en sommige vestigingen definiëren operationele veiligheidsdoelen op lokaal niveau. Deze lokale doelen vormen geen geconsolideerde groepsbrede doelen in de zin van ESRS S1-5.
Het beleid van de Groep legt verbintenissen vast op het gebied van ongevallenpreventie, risicobeperking en voortdurende verbetering, die worden geïmplementeerd via het beheerssysteem voor milieu, gezondheid en veiligheid, en worden ondersteund door voortdurende prestatiemonitoring, zoals beschreven in S1-4.
In de dubbele materialiteitsanalyse van 2025 zijn er geen materiële risico's of kansen met betrekking tot het eigen personeel geïdentificeerd. Bijgevolg zijn er geen specifieke doelen vastgesteld met betrekking tot het beheer van personeelsgerelateerde risico's of het benutten van personeelsgerelateerde kansen.
Er is momenteel geen geformaliseerd proces op groepsniveau voor het vaststellen van personeelsgerelateerde doelen in overleg met de werknemers of werknemersvertegenwoordigers.
6.3.1.7 Kenmerken van de werknemers van de onderneming (S1-6)
De volgende tabellen geven een uitsplitsing van het personeelsbestand van X-FAB naar gender, land en type contract.
Deze gegevens dienen als de uniforme basis voor alle kwalitatieve en kwantitatieve sociale informatieverschaffing in dit verslag. Door de definitie van werknemers in alle maatstaven op elkaar af te stemmen, waarborgen we consistentie en vergelijkbaarheid in overeenstemming met de ESRS-eisen. Deze cijfers vormen het primaire uitgangspunt voor alle daaropvolgende berekeningen en KPI's die in de sectie 'Sociaal' worden vermeld.
In overeenstemming met de ESRS-eisen zijn gegevens met betrekking tot de sociale thematische standaard (S1-6) voor de rapportageperiode 2024 uitgesloten van het CSRD-verslag voor 2025. Het gegevensverzamelingsproces voor 2024 was niet in overeenstemming met de verplichte definities en criteria die vereist zijn voor naleving van de CSRD. Om een consistente en conforme rapportagebasis te waarborgen, zijn deze gegevens weggelaten om methodologische afwijkingen te voorkomen. De prestatiegegevens voor 2024, verzameld onder het vorige rapportagekader, blijven beschikbaar in het vorig jaar gepubliceerde jaarverslag van 2024.
Aantal werknemers naar gender
| In aantal personeelsleden | 2025 |
|---|---|
| Man | 3.192 |
| Vrouw | 1.278 |
| Overig | 0 |
| Totaal aantal werknemers | 4.470 |
Per 31 december 2025 had X-FAB 4.470 werknemers, van wie 3.192 man en 1.278 vrouw waren. Geen enkele werknemer rapporteerde 'overig' en alle werknemers hebben hun gender gerapporteerd per 31 december 2025.
Aantal werknemers per land
| In aantal personeelsleden | 2025 |
|---|---|
| Duitsland | 1.480 |
| Frankrijk | 1.029 |
| VS | 424 |
| Maleisië | 1.537 |
De aantallen personeelsleden voor de volgende locaties zijn weggelaten omdat het personeelsbestand kleiner is dan de rapportagedrempel van 50 werknemers: België, Japan, Hongkong, het Verenigd Koninkrijk en Taiwan.
Aantal werknemers per type contract
| In aantal personeelsleden | 2025 | |
|---|---|---|
| Type contract | Vrouw | Man |
| Vaste werknemers | 1.188 | 3.008 |
| Tijdelijke werknemers | 184 | 90 |
| Oproep-krachten | 0 | 0 |
Met het oog op de gegevensverzameling en -rapportage hebben we binnen X-FAB de volgende definities van contracttypes gehanteerd om consistentie en transparantie in onze personeelsrapportage te waarborgen:
- Vast contracten voor onbepaalde duur: Werknemers die zijn aangeworven met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur zonder vooraf bepaalde einddatum.
- Tijdelijk contracten voor bepaalde duur: Werknemers die zijn aangeworven met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur voor een bepaalde periode of een specifiek project.
- Oproepkrachten Werknemers van wie de arbeidsovereenkomst geen minimum- of vast aantal werkuren specificeert of garandeert.
Deze definities zijn gebruikt bij het opstellen van de personeelsgegevens voor de rapportageperiode 2025. De cijfers in de bijgaande tabel weerspiegelen onze geconsolideerde aanpak voor het vastleggen van de personeelssamenstelling per type contract.
Personeelsverloop
| 2025 | |
|---|---|
| Personeelsverloop (aantal personeelsleden) | 283 |
| Percentage personeelsverloop (%) | 6,33 |
Het aantal werknemers dat de Vennootschap tijdens de rapportageperiode heeft verlaten, wordt beschouwd als normale fluctuatie. Dit omvat ontslag en pensionering van werknemers. Het percentage personeelsverloop wordt berekend door het aantal vertrekkers te delen door het gemiddelde aantal werknemers gedurende een rapportagejaar.
6.3.1.8 Leefbare lonen (S1-10)
X-FAB verbindt zich ertoe een concurrerend vergoedings- en secundaire arbeidsvoorwaardenpakket te bieden dat aansluit bij de economische realiteit van elke regio waar het actief is. De Vennootschap houdt zich minimaal strikt aan alle geldende loonwetgeving en collectieve arbeidsovereenkomsten, waaronder minimumlonen, regels voor overuren en wettelijk verplichte secundaire arbeidsvoorwaarden. Geen enkele werknemer van X- FAB verdient minder dan het leefbare loon zoals gedefinieerd door de ESRS-standaarden, waardoor wordt gewaarborgd dat ons personeel wereldwijd een eerlijke en duurzame vergoeding ontvangt.
6.3.1.9 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven (S1-14)
| Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Het percentage personen dat onder het beheerssysteem voorgezondheid en veiligheid valt (in %) | 100 | 100 |
| Het aantal sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen enberoepsziekten van andere werknemers | 0 | 0 |
| Het aantal sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen enberoepsziekten van eigen personeel | 0 | 0 |
| Het aantal te registreren arbeidsongevallen van eigenpersoneel | 35 | 36 |
| Het percentage te registreren arbeidsongevallen van eigenpersoneel (in %) | 5,43 | 5,91 |
Bij X-FAB valt 100% van ons eigen personeel onder het beheerssysteem voor gezondheid en veiligheid. X-FAB heeft in dit rapportagejaar geen sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen geregistreerd – noch als gevolg van letsel, noch als gevolg van ziekte – in ons gehele personeelsbestand en in onze toeleveringsketen. Het aantal te registreren arbeidsongevallen bedroeg 36 voor de werknemers van X-FAB, met een percentage van 5,91 in het rapportagejaar 2025.
6.3.1.10 Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten (S1-17)
Voor het boekjaar 2025 meldt X-FAB nul incidenten met betrekking tot discriminatie en intimidatie. Er zijn geen ernstige impacts op het gebied van mensenrechten of bijbehorende klachten geïdentificeerd. Bijgevolg zijn er geen boetes, sancties of gerechtelijke procedures opgelegd aan de Vennootschap met betrekking tot deze zaken.
6.3.1.11 Weggelaten materiële datapunten
Informatie over weggelaten datapunten is reeds verstrekt in sectie 6.1.3 Gebruik van infaseringsbepalingen overeenkomstig bijlage C bij ESRS 1.
6.4 Governance
X-FAB hanteert hoge normen op het gebied van toezicht op de Vennootschap en transparantie. Op basis van de resultaten van onze dubbele materialiteitsanalyse is dit specifieke gegevenspunt als niet-materieel geïdentificeerd. Bijgevolg wordt in deze sectie geen specifieke beschrijving van deze informatie gegeven in het kader van de specifieke thematische ESRS-eisen.
Om volledige transparantie te waarborgen, wordt echter alle relevante informatie over de samenstelling, de rol en het beleid van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management bekendgemaakt in de volgende secties:
- Verklaring m.b.t. deugdelijk bestuur Gedetailleerde informatie in overeenstemming met de vereisten van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen wordt bekendgemaakt in de sectie Corporate Governance van het jaarverslag (hoofdstuk 7).
- ESRS 2 Algemene toelichtingen: toezicht van het bestuur wat betreft duurzaamheidskwesties wordt behandeld in de sectie ESRS 2-GOV van dit verslag.
6.5 Verslag van de commissaris betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaam-heidsinformatie van X-Fab Silicon Foundries SE
Aan de algemene vergadering
In het kader van de wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van X-Fab Silicon Foundries SE (de "Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen de "Groep"), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor.
Wij werden benoemd door de algemene vergadering van 24 april 2025, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité van de Vennootschap voor het uitvoeren van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep, opgenomen in hoofdstuk 6. Duurzaamheid van het jaarverslag op 31 december 2025 en voor het boekjaar afgesloten op deze datum (hierna "de duurzaamheidsinformatie").
Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2025. Wij hebben onze assuranceopdracht
over de duurzaamheidsinformatie van de Groep uitgevoerd gedurende 2 opeenvolgende boekjaren.
Afkeurende Conclusie
Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van de Groep uitgevoerd.
Vanwege de significante aangelegenheden die staan beschreven in de sectie 'Basis voor de afkeurende conclusie' van onderhavig verslag is de duurzaamheidsinformatie van de Groep niet opgesteld in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de overeenstemming met de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (European Sustainability Reporting Standards ("ESRS")).
Niettegenstaande de hierboven tot uitdrukking gebrachte afkeurende conclusie, hebben onze werkzaamheden in het kader van een beperkte mate van zekerheid uitsluitend met betrekking tot (i) het door de Groep uitgevoerde proces ("het Proces") om de openbaar gemaakte duurzaamheidsinformatie vast te stellen in overeenstemming met ESRS 2/ IRO-1 zoals toegelicht in sectie 6.1. Algemene toelichtingen inclusief Grondslag voor het opstellen (BP-1) van de duurzaamheidsinformatie en (ii) de openbaarmaking van de informatie vereist op basis van artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de "Taxonomieverordening") opgenomen in sectie 6.2.1. EU-Taxonomie hebben geen aangelegenheden geïdentificeerd die aanleiding zouden geven tot een aanpassing van onze conclusie met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot deze onderdelen.
Bijgevolg vloeit de in dit verslag tot uitdrukking gebrachte afkeurende conclusie uitsluitend voort uit de in de basis voor de afkeurende conclusie r beschreven aangelegenheden met betrekking tot de opstelling van de duurzaamheidsinformatie in overeenstemming met ESRS.
Basis voor de afkeurende conclusie
Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie ("ISAE 3000 (Herzien)"), zoals in België van toepassing.
In hoofdstuk 6 "Duurzaamheid bij X-Fab" van het geconsolideerde jaarverslag stelt de raad van bestuur dat de opstelling van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep in overeenstemming met de Europese Duurzaamheidsrapportagenormen (ESRS) zich nog in een vroeg stadium van implementatie bevindt.
Tijdens onze beperkte assurance-opdracht hebben we verschillende materiële zaken vastgesteld die de duurzaamheidsinformatie beïnvloeden, waaruit bleek dat de eisen van ESRS niet werden toegepast.
Deze zaken omvatten onder andere:
Milieuzaken (ESRS E1, E2, E3, E5)
De toelichtingen met betrekking tot milieuzaken (ESRS E1, E2, E3 en E5) bevatten materiële afwijkingen die de volledigheid en nauwkeurigheid van de gerapporteerde datapunten en de kwalitatieve informatie aantasten, meer bepaald:
- De gerapporteerde in- en uitstroom zijn onderschat, met inbegrip van gebruikte chemicaliën (ESRS E5-4) en de totale hoeveelheid gegenereerd afval (ESRS E5-5);
- (zeer) zorgwekkende stoffen worden overschat door het gebruik van een ongeschikte meetmethode (ESRS E2-5);
- emissies naar lucht en water zijn onvolledig gerapporteerd doordat bepaalde types verontreinigende stoffen werden uitgesloten op basis van lokale wettelijke interpretaties in plaats van ESRS-vereisten (ESRS E2-4);
- milieumetrics worden op specifieke locaties onderschat vanwege onvolledige data toegang zonder toepassing van de vereiste schattingstechnieken (ESRS E1, E2, E3, E5);
- Het verbruik van hernieuwbare energie is onderschat, wat resulteert in een overeenkomstige overschatting van het niet-hernieuwbare energieverbruik als gevolg van een onvolledige inventarisatie van certificaten voor hernieuwbare energie (ESRS E1-5);
- er bestaan inconsistenties tussen kwalitatieve verklaringen; en
- vereiste toelichtingen over methodologieën en belangrijke aannames die aan milieumetrics ten grondslag liggen ontbreken, wat de transparantie en interpreteerbaarheid beperkt.
Sociale zaken (ESRS S1)
Voor sociale toelichtingen met betrekking tot het eigen personeel omvatten de fouten
- een onderschatting van het totaal aantal gepresteerde uren op een specifieke locatie als gevolg van registratiefouten met impact op indicatoren inzake gezondheid en veiligheid (ESRS S1-14);
- het ontbreken van vereiste vergelijkende cijfers voor de kenmerken van de werknemers van de onderneming (ESRS S1-6); en
- inconsistenties tussen kwalitatieve verklaringen (ESRS S1).
Gezamenlijk beïnvloeden deze afwijkingen de betrouwbaarheid, vergelijkbaarheid en interne samenhang van de gerapporteerde sociale informatie aan.
Governance zaken (ESRS 2)
Verschillende kwalitatieve afwijkingen werden vastgesteld in het governance sectie:
- In de toelichtingen over de dubbele materialiteitsbeoordeling wordt gesteld dat er geen materiële risico's of kansen zijn vastgesteld, terwijl in andere secties wel naar dergelijke risico's en kansen wordt verwezen, hetgeen leidt tot interne inconsistentie (ESRS 2);
- er werd geen formele veerkrachtanalyse met betrekking tot duurzaamheidskwesties uitgevoerd of gerapporteerd (ESRS 2), en de toelichtingen onder ESRS 2 GOV1– GOV5 bevatten onvoldoende details over rollen en verantwoordelijkheden, trainingsen stimuleringsindicatoren, geïntegreerde due diligence-processen en de (on)volwassenheid van het interne controlesysteem; en
- de governance-toelichtingen verschaffen onvoldoende duidelijkheid over het ontwerp, de implementatie en de operationele effectiviteit van interne controles met over duurzaamheidsrapportage en verwijzen niet naar een specifiek intern controlekader (ESRS 2 GOV).
De Raad van Bestuur erkent in sectie 6.1.4.5 Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportage van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie dat de processen en controles van de Groep ter ondersteuning van de duurzaamheidsrapportage niet systematisch waren toegepast tijdens het eerste jaar van CSRDimplementatie van de Vennootschap en op verschillende gebieden vertrouwden op steekproeven en data-aggregatie op hoog niveau. Het management erkent verder dat gelet op het immature niveau van de controleomgeving bepaalde materiële fouten mogelijk niet werden geïdentificeerd vóór de finalisatie.
We zijn er niet in geslaagd de hierboven beschreven fouten betrouwbaar te kwantificeren op basis van het beschikbare bewijs in het kader van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid gelet op de onderliggende oorzaken, waaronder onvolledige onderliggende datasets, onopgeloste analytische inconsistenties, het ontbreken van vereiste schattingstechnieken, foutieve classificatie van outputs en immature processen en controles.
De hierboven beschreven aangelegenheden vormen materiële afwijkingen van de vereisten van de ESRS en zijn materieel en van diepgaande invloed voor de duurzaamheidsinformatie van de Groep hetgeen resulteert onze afkeurende conclusie.
Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag "Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie".
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (ISQM 1) toe, die vereist dat het kantoor een kwaliteitsmanagementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt, inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de naleving van ethische vereisten, professionele normen en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze afkeurende conclusie.
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan betreffende het opstellen van de duurzaamheidsinformatie
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van het Proces en voor het toelichten van dit Proces in toelichting 6.1. Algemene toelichtingen inclusief Grondslag voor het opstellen (BP-1) van de duurzaamheidsinformatie. Deze verantwoordelijkheid omvat:
- het begrijpen van de context waarin de activiteiten en zakelijke betrekkingen van de Groep plaatsvinden en het ontwikkelen van inzicht in haar betrokken belanghebbenden;
- het identificeren van de feitelijke en potentiële effecten (zowel negatieve als positieve) in verband met duurzaamheidskwesties, alsook van risico's en opportuniteiten die de financiële positie, de financiële prestaties, de kasstromen, de toegang tot financiering of de kapitaalkosten van de Groep op korte, middellange of lange termijn beïnvloeden of waarvan redelijkerwijs zou kunnen worden verwacht dat zij hierop een invloed zullen hebben;
- het beoordelen van de materialiteit van de vastgestelde effecten, risico's en opportuniteiten in verband met duurzaamheidskwesties door passende drempelwaarden te selecteren en toe te passen; en
- het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces vastgestelde informatie bevat,
• in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de toepasbare ESRS; en
• met naleving van de vereisten in artikel 8 van de Taxonomieverordening betreffende de openbaarmaking van de informatie opgenomen in Subsectie 6.2.1. EU-Taxonomie;
Deze verantwoordelijkheid omvat:
- het opzetten, implementeren en in stand houden van dergelijke interne beheersingsmaatregelen die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van duurzaamheidsinformatie die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat; en
- het kiezen en toepassen van geschikte methoden voor duurzaamheidsverslaggeving, en het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Het auditcomité is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheidsverslaggevingsproces van de Vennootschap.
Inherente beperkingen bij het opstellen van de duurzaamheidsinformatie
Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS, wordt van het bestuursorgaan van de Vennootschap vereist dat het de toekomstgerichte informatie opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige maatregelen van de Groep. De feitelijke uitkomst zal waarschijnlijk anders zijn, aangezien verwachte gebeurtenissen vaak niet plaatsvinden zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn.
Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assuranceverslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden.
Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in België van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie "Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden", zijn minder uitgebreid dan in het geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze opdracht.
Aangezien de toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie en de veronderstellingen waarop deze is gebaseerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijk voordoen en/of door mogelijke acties van de Groep. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met diegene opgenomen in de toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie.
Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie, met betrekking tot het Proces, omvatten:
- het verwerven van inzicht in het Proces, maar niet met het oog op het verstrekken van een conclusie over de effectiviteit van het Proces, met inbegrip van de uitkomst van het Proces; en
- het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden om te evalueren of het Proces in overeenstemming is met de beschrijving van het Proces door de Groep, zoals toegelicht in toelichting 6.1. Algemene toelichtingen inclusief Grondslag voor het opstellen (BP-1).
Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie omvatten:
- het verwerven van inzicht in de beheersingsomgeving van de Groep, de relevante processen en informatiesystemen voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, maar zonder de opzet van specifieke controleactiviteiten te beoordelen, onderbouwende informatie over hun implementatie te verkrijgen of de effectieve werking van de opgezette interne beheersingsmaatregelen te toetsen;
- het identificeren van de gebieden waar van materieel belang zijnde afwijkingen waarschijnlijk zullen optreden in de duurzaamheidsinformatie, of deze nu het gevolg zijn van fraude of fouten; en
- het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden die inspelen op gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de duurzaamheidsinformatie zich waarschijnlijk zullen voordoen. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden
Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden om assurance-informatie te verkrijgen over de duurzaamheidsinformatie. De werkzaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn
uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke mate van zekerheid was uitgevoerd.
De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot het Proces, hebben wij:
- inzicht verworven in het Proces door:
- het verzoeken om inlichtingen teneinde inzicht te verwerven in de bronnen van informatie gebruikt door het management; en
- het beoordelen van de interne documentatie van de Groep van haar Proces; en
- geëvalueerd of de assurance-informatie verkregen uit onze werkzaamheden over het door de Groep geïmplementeerde Proces in overeenstemming was met de beschrijving van het Proces zoals uiteengezet in toelichting 6.1. Algemene toelichtingen inclusief Grondslag voor het opstellen (BP-1).
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie, hebben wij onder meer:
-
inzicht verworven in de verslaggevingsprocessen van de Groep die relevant zijn voor het opstellen van haar duurzaamheidsinformatie, op basis van het verzoeken van inlichtingen, het verwerven van inzicht in de beheersingsomgeving van de Groep, de relevante processen en informatiesystemen voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie;
-
geëvalueerd of de materiele informatie zoals vastgesteld door het Proces is opgenomen in de duurzaamheidsinformatie;
-
geëvalueerd of de structuur en het opstellen van de duurzaamheidsinformatie overeenstemt met de ESRS;
-
om inlichtingen verzocht bij relevant personeel en cijferanalyses uitgevoerd op geselecteerde informatie in de duurzaamheidsinformatie;
-
gegevensgerichte assurancewerkzaamheden uitgevoerd op basis van een steekproef op geselecteerde informatie in de duurzaamheidsinformatie;
-
assurance-informatie verkregen over de methoden voor het ontwikkelen van materiele schattingen en toekomstgerichte informatie geëvalueerd zoals beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie";
-
inzicht verworven in het proces van de Groep voor het identificeren van economische activiteiten die voor de taxonomie in aanmerking komen en op de taxonomie afgestemd zijn en de overeenkomstige toelichtingen in de duurzaamheidsinformatie;
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid verricht, en zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
Hasselt, 30 maart 2026
KPMG Bedrijfsrevisoren Commissaris vertegenwoordigd door
Herwig Carmans Bedrijfsrevisor
Mike Boonen Bedrijfsrevisor

7. Verklaring m.b.t. deugdelijk bestuur
Het koninklijk besluit van 12 mei 2019 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 17 mei 2019) heeft de Belgische Corporate Governance Code 2020 aangeduid als de referentiecode voor Belgische beursgenoteerde vennootschappen. Deze Code kan gedownload worden op de website van de Belgische Commissie Corporate Governance (www.corporategovernancecommittee.be).
In het licht van het "comply-or-explainprincipe" van de Code geeft sectie 7.12 een overzicht van de bepalingen van de Belgische Corporate Governance Code 2020 die X-FAB niet naleeft, samen met een toelichting van de redenen voor de niet-naleving.
Het Corporate Governance Charter van X-FAB is in overeenstemming met de Corporate Governance Code 2020. Het Corporate Governance Charter kan worden geraadpleegd op de Investeerderspagina van de website van de Vennootschap.
7.1 Aandeelhouders
X-FAB streeft naar een transparante en duidelijke communicatie met haar aandeelhouders. Een actieve bijdrage door de aandeelhouders wordt aangemoedigd door X-FAB.
Om dit doel te bereiken, kunnen aandeelhouders alle belangrijke en relevante informatie vinden op de website van X-FAB. X-FAB publiceert haar jaarverslagen, halfjaarverslagen, statutaire verslagen, kwartaalresultaten en financiële agenda op haar website in de rubriek "Investeerders". X-FAB is zich ervan bewust dat de publicatie van deze verslagen en informatie ten goede komt aan de vertrouwensrelatie met haar aandeelhouders en andere belanghebbenden.
Bovendien verbindt X-FAB zich ertoe de rechten van de aandeelhouders te garanderen.
-
Tijdens de algemene Aandeelhoudersvergadering leidt de Voorzitter de vergadering op zodanige wijze dat er voldoende tijd is om vragen te beantwoorden die aandeelhouders kunnen hebben met betrekking tot het jaarverslag, bijzondere verslagen en/of de agendapunten.
-
Uiterlijk 30 dagen voor de algemene vergadering worden de agenda en andere relevante documenten gepubliceerd op verschillende plaatsen, waaronder de website van X-FAB en het Belgisch Staatsblad.
-
Aandeelhouders die ten minste 10 % van het aandelenkapitaal vertegenwoordigen, hebben het recht om punten en/of voorstellen tot besluit aan de agenda toe te voegen.
-
Tijdens de algemene vergadering hebben aandeelhouders stemrecht over elk agendapunt. Indien zij de algemene vergadering niet kunnen bijwonen, hebben zij het recht om een gevolmachtigde aan te wijzen.
-
De notulen van de algemene vergadering met de stemmingsuitslagen worden na afloop van de algemene vergadering in een speciaal register bijgehouden.
Hoofdstuk 8 toont de aandeelhoudersstructuur van X-FAB op basis van de ontvangen transparantiekennisgevingen.
7.2 Managementstructuur
X-FAB heeft gekozen voor een "eenlagige" bestuursstructuur waarbij de Raad van Bestuur het uiteindelijke besluitvormingsorgaan is, met algehele verantwoordelijkheid voor het management van en het bestuur over de Vennootschap. De Raad van Bestuur is bevoegd om alle handelingen te stellen die noodzakelijk of nuttig zijn voor de verwezenlijking van het doel van de Vennootschap, met uitzondering van die handelingen die krachtens de wet of de statuten uitdrukkelijk voorbehouden zijn aan de vergadering van Aandeelhouders of andere bestuursorganen. Als zodanig bepaalt de Raad van Bestuur onder meer de algemene beleidslijnen, beslist over belangrijke strategische, financiële en operationele aangelegenheden en houdt toezicht op het management van de Vennootschap.
De Raad van Bestuur heeft comités opgericht (een Auditcomité, een Benoemings- en Vergoedingscomité en een ESG-comité) om specifieke kwesties te analyseren en de Raad van Bestuur hierover te adviseren. De beslissingsbevoegdheid blijft berusten bij de Raad van Bestuur zelf.
Het dagelijks bestuur van X-FAB is door de Raad van Bestuur gedelegeerd aan de Chief Executive Officer, Sensinnovat BV, vast vertegenwoordigd door Rudi De Winter, die de Vennootschap louter met zijn handtekening kan vertegenwoordigen binnen en buiten het kader van het dagelijks bestuur. Voor acties die buiten het kader van het dagelijks bestuur vallen, wordt X-FAB eveneens geldig vertegenwoordigd door twee bestuurders die gezamenlijk optreden. In 2025 kondigde X FAB haar opvolgingsplan voor de CEO aan. Volgens dit plan trad Rudi De Winter op 6 februari 2026 terug als CEO en werd hij op dezelfde dag opgevolgd door Damien Macq. Meer details hierover zijn te vinden in het persbericht van 30 oktober 2025.
De Chief Executive Officer is tevens Voorzitter van het Uitvoerend Management. Het Uitvoerend Management is verantwoordelijk voor het leiden van X-FAB in overeenstemming met de globale strategie, waarden, planning en budgetten zoals uiteengezet en goedgekeurd door de Raad van Bestuur. Het Uitvoerend Management is ook verantwoordelijk voor het screenen van de verschillende risico's en kansen die de Vennootschap op korte, middellange of lange termijn zou kunnen tegenkomen, alsook voor het waarborgen dat er systemen zijn om deze risico's en kansen te identificeren en aan te pakken.
7.3 Raad van Bestuur
Samenstelling
Overeenkomstig Artikel 15 van de statuten van X-FAB bestaat de Raad van Bestuur uit ten minste vijf leden. Ten minste drie leden moeten onafhankelijk zijn overeenkomstig Artikel 7:87 BWVV. Op de datum van dit jaarverslag telt de Raad van Bestuur acht leden, van wie er drie inderdaad onafhankelijk zijn, zoals gedefinieerd in Code 2020. Mevrouw Ling Qi, die Vlinvlin BV vertegenwoordigt, heeft haar mandaat in de Raad van Bestuur voortijdig beëindigd om meer tijd te besteden aan nieuwe professionele verbintenissen. Zij trad na de jaarlijkse Algemene Vergadering op 24 april 2025 uit de Raad van Bestuur.
Minstens de helft van de Raad van Bestuur bestaat uit niet-uitvoerende leden en er is minstens één uitvoerend lid. Onafhankelijke bestuurders zijn niet-uitvoerende bestuurders.
De duur van het mandaat van de bestuurders is naar Belgisch recht beperkt tot zes jaar (hernieuwbaar), maar de Corporate Governance Code beveelt aan deze te beperken tot vier jaar. De bestuurders van X-FAB worden benoemd voor een periode van vier jaar bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen in de algemene vergadering, na advies van het Benoemings- en Vergoedingscomité. Op dezelfde wijze kan de algemene vergadering te allen tijde een bestuurder herroepen. Er is geen leeftijdsgrens voor bestuurders en bestuurders met een aflopend mandaat kunnen worden herbenoemd binnen de grenzen voorzien in het BWVV.
De Chief Executive Officer is het enige lid van de Raad van Bestuur met een uitvoerend mandaat. De Voorzitter van de Raad van Bestuur is Tan Sri Datuk Amar dr. Hamid Bin Bugo.
De samenstelling van de Raad van Bestuur houdt reeds rekening met Artikel 7:86 BWVV, dat voorschrijft dat een derde van de leden van een ander geslacht moet zijn.
De bestuurders van X-FAB zijn:
| Naam | Leeftijd | Mandaat vervalt in | Functie |
|---|---|---|---|
| Dato Sri dr. Wan Lizozman bin Wan Omar | 61 | 2026 | Niet-uitvoerendbestuurder |
| Sensinnovat BV (Vertegenwoordigd doorRudi De Winter) | 65 | 2029 | Gedelegeerdbestuurder, CEO |
| Roland Duchâtelet | 79 | 2029 | Niet-uitvoerendbestuurder |
| Thomas Hans-Jürgen Straub | 71 | 2029 | Niet-uitvoerendbestuurder |
| Tan Sri Datuk Amar Dr. Hamid bin Bugo | 80 | 2029 | Niet-uitvoerendbestuurder(Voorzitter) |
| Aurore NV (vertegenwoordigd doorChristine Juliam) | 65 | 2026 | Niet-uitvoerenden onafhankelijkbestuurder |
| Christel Verschaeren | 61 | 2029 | Niet-uitvoerenden onafhankelijkbestuurder |
| Estelle Iacona | 53 | 2029 | Niet-uitvoerenden onafhankelijkbestuurder |
| Vlinvlin BV (vertegenwoordigd door LingQi) tot 24 april 2025 | 55 | 2027 | Niet-uitvoerendbestuurder |
Sensinnovat BV wordt vertegenwoordigd door Rudi De Winter. Dhr. De Winter werd in 2011 mede-CEO en werd CEO in 2014. Tussen 1996 en 2011 was hij Chief Executive Officer en Gedelegeerd Bestuurder van Melexis NV. Voorafgaand aan die datum was dhr. De Winter van 1984 tot 1985 werkzaam als ontwikkelingsingenieur bij Mietec Alcatel (België) en van 1985 tot 1989 als ontwikkelingsmanager bij Elmos GmbH (Duitsland). In 1990 werd dhr. De Winter samen met dhr. Duchâtelet bestuurder van XTRION NV, de moedermaatschappij van X-FAB, tot 14 november 2023. Dhr. De Winter behaalde een diploma Ingenieur Elektronica aan de Universiteit Gent.
Tijdens zijn loopbaan heeft Roland Duchâtelet verschillende bedrijven opgericht en een vijftigtal overnames of verkopen van bedrijven georganiseerd. Hij is sinds 2000 actief in de internetbusiness en was van 2007 tot 2010 lid van de Belgische Senaat. Dhr. Duchâtelet is houder van de diploma's van Ingenieur Elektronica en Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven en behaalde een MBA aan dezelfde universiteit.
Thomas Hans-Jürgen Straub heeft meer dan 30 jaar ervaring in het management van halfgeleiderbedrijven. Van 1982 tot 1990 was dhr. Straub hoofd Centrale Planning bij Kombinat Mikroelektronik in Erfurt. Daarna werd dhr. Straub lid van de Raad van Bestuur van PTC Electronic AG, een holdingmaatschappij die achttien dochterondernemingen bestuurde. Van 1991 tot 1999 was dhr. Straub directeur van verschillende bedrijven, waaronder Mikroelektronik und Technologie-Gesellschaft mbH, Dresden en Thesys Gesellschaft für Mikroelektronik mbH, Erfurt. Van 1999 tot 2014 was dhr. Straub Chief Executive Officer van X-FAB. Dhr. Straub behaalde een diploma Economie aan de Hochschule für Ökonomie Berlin (Berlin Business School).
Tan Sri Datuk Amar dr. Hamid bin Bugo werkte als personeelsdirecteur voor Malaysia LNG Sdn Bhd, een joint venture tussen Petronas, Shell en Mitsubishi. Hij was de eerste general manager van de Land Custody and Development Authority in Sarawak, was permanent secretaris bij het ministerie van Resource Planning en staatssecretaris van Sarawak. Tan Sri Datuk Amar dr. Hamid bin Bugo zetelde ook in de Raad van Bestuur van verschillende bedrijven, overheidsinstellingen en liefdadigheidsorganisaties. Na zijn studie Economie en Politicologie aan de universiteit van Canterbury, Nieuw-Zeeland, behaalde hij een postgraduaat Onderwijs aan het Christchurch Teachers' College, Nieuw-Zeeland, en een certificaat in bedrijfsstudies aan het Harvard Institute of Development Studies, VS. Tan Sri Datuk Amar dr. Hamid bin Bugo ontving een eredoctoraat in de handel van de universiteit van Lincoln, Nieuw-Zeeland. Momenteel is hij Voorzitter van de National Library Council of Malaysia en Petroleum Sarawak Berhad.
Dato Sri dr. Wan Lizozman bin Wan Omar is staatssecretaris van Financiën van Sarawak. Daarvoor was hij adjunct-staatssecretaris van Financiën en voorheen permanent secretaris bij het ministerie van Stedelijke Ontwikkeling en Natuurlijke Hulpbronnen en het ministerie van Huisvesting van Sarawak. Naast zijn functie als staatssecretaris van Financiën is Dato Sri dr. Wan Lizozman bin Wan Omar Voorzitter van twee met de Maleisische deelstaatregering gelieerde ondernemingen en directeur van verschillende staatsbedrijven. Bovendien is hij lid van de Raad van Bestuur van de Sarawak Economic Development Corporation (SEDC) en de Sarawak Timber Industry Development Corporation (STIDC). Zijn academische kwalificaties omvatten een certificaat in Zuidoost-Aziatische studies aan de Columbia University, New York City, VS, een bachelor in de Economische en Politieke Wetenschappen van de University of Northern Illinois, VS, gevolgd door een master in internationale zaken (Economische Ontwikkeling) van de School of International & Public Affairs, Columbia University, New York City, VS. In 2014 behaalde hij een doctoraat in bedrijfsstudies aan de UNIMAS (University Malaysia Sarawak).
Aurore NV wordt vertegenwoordigd door Christine Juliam. Ze begon haar carrière in klinische research bij MSD in België alvorens over te stappen naar productmanagement en vervolgens naar verantwoordelijkheden op het gebied van verkoop, marketing en bedrijfsplanning. In juli 1996 begon ze voor Abbott Belgium te werken als directeur van de divisie Farmaceutische producten en in 2006 trad ze toe tot Nycomed als Gedelegeerd Bestuurder België/Luxemburg. Vanaf 2011 was ze Regiohoofd Frankrijk, Nederland, België
en Luxemburg voor Nycomed, dat in hetzelfde jaar door Takeda werd overgenomen. Vervolgens leidde mevrouw Juliam tussen 2013 en 2017 Takeda Italië en Frankrijk als country manager, waarna zij tot 2020 de rol van divestment lead vervulde. Tussen 2021 en 2022 ging mevr. Juliam als algemeen manager aan de slag bij Orifarm. Mevr. Juliam behaalde een doctoraat in de geneeskunde aan de Universiteit Gent, een licentiaat marketing aan het St.Aloysiuscollege in Brussel, een master in management aan de Solvay Commercial School in Brussel en een MBA aan de Northwestern University.
Christel Verschaeren werkte gedurende 29 jaar bij IBM. Ze bekleedde verschillende technische en commerciële leidinggevende functies op het gebied van general business, channel sales en inside sales. Ze leidde drie jaar lang Business Operations voor IBM België/ Luxemburg. In 2005 werd ze directeur van Business Transformation & IT voor IBM Europa. Van 2010 tot 2012 was ze directeur Global Organizational Change Management. Van 2012 tot 2016 was ze de VP van CIO Services in EMEA. Mevr. Verschaeren behaalde een master Economie aan de Universiteit Antwerpen.
Estelle Iacona is hoogleraar natuurkunde aan de CentraleSupélec. Ze was van 2008 tot 2012 directeur van het EM2C-laboratorium (CNRS, École Centrale Parijs), waarna ze actief was als decaan en adjunct-directeur Research van de École Centrale in Parijs en van de CentraleSupélec. Van 2016 tot 2019 was zij uitvoerend vicevoorzitter Academische Zaken bij de CentraleSupélec. Ze was ook lid van de Raad van Bestuur van de École Centrale Casablanca. In 2020 werd mevrouw Iacona verkozen tot senior vicevoorzitter bij de Universiteit Paris-Saclay, en in 2022 Voorzitter van deze universiteit. Sinds juli 2024 is zij verantwoordelijk voor de internationale strategie voor hoger onderwijs en onderzoek bij het Franse Ministerie van Hoger Onderwijs, Onderzoek en Innovatie (MESRI). Mevr. Iacona behaalde een diploma Ingenieur en licentiaat in de Wetenschappen aan de universiteit van Nantes (Polytech'Nantes) en een doctoraat in Physics of Transfer aan de École Centrale in Parijs.
Vlinvlin BV wordt vertegenwoordigd door Ling Qi. Mevr. Qi heeft meer dan 20 jaar ervaring in internationaal bedrijfsmanagement. Momenteel is ze CEO van twee multimedia- en animatiefilmbedrijven. Daarnaast was ze consultant voor buitenlandse investeringsbedrijven in China, beschikt zij over uitgebreide ervaring in de halfgeleiderindustrie als bestuurslid van een in Europa gevestigde wafergieterij en was zij werkzaam als bestuurder van een Belgische private bank. Mevr. Qi behaalde een diploma in Internationale Handel en Engels aan de Universiteit van Liaoning en een certificaat Nederlands aan de Universiteit Antwerpen.
Benoeming en vervanging van bestuurders
De statuten (Artikel 16) en het Corporate Governance Charter van X-FAB bevatten specifieke regels met betrekking tot de (her)benoeming, introductie en evaluatie van bestuurders. De bestuurders worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar door de algemene vergadering van aandeelhouders, die hun mandaat te allen tijde kan herroepen. Voor een benoeming of ontslag is een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist.
Indien en wanneer binnen de Raad van Bestuur een bestuursfunctie vroegtijdig vacant wordt, hebben de overblijvende bestuurders het recht om tijdelijk een nieuwe bestuurder te benoemen tot de eerstvolgende algemene vergadering die deze benoeming zal bevestigen. Deze benoeming zal dan op de agenda van de volgende algemene vergadering worden geplaatst.
Het Benoemings- en Vergoedingscomité doet aanbevelingen aan de Raad van Bestuur met betrekking tot de benoeming van bestuurders, de CEO en de andere leden van het Uitvoerend Management. Het Comité zal voorstellen van de leden van de Raad van Bestuur of andere relevante partijen in overweging nemen.
Werking van de Raad van Bestuur
Het huishoudelijk reglement van de Raad maakt deel uit van het Corporate Governance Charter. In principe vergadert de Raad van Bestuur driemaandelijks. Bijkomende vergaderingen kunnen te allen tijde mits passende kennisgeving worden bijeengeroepen om in te spelen op de specifieke behoeften van de Vennootschap. Een vergadering van de Raad van Bestuur moet in ieder geval worden bijeengeroepen indien minstens twee bestuurders hierom verzoeken.
De Raad van Bestuur vergaderde acht keer in 2025 en besprak onder meer de volgende onderwerpen:
- de financiële resultaten van de Groep;
- het bedrijfsplan en de kapitaaluitgaven;
- het budget voor het boekjaar 2026; en
- ESG-bestuur.
Dato Sri dr. Wan Lizozman bin Wan Omar was verontschuldigd voor één vergadering en werd bij volmacht vertegenwoordigd op twee andere vergaderingen van de Raad van Bestuur. Zowel Christel Verschaeren als Vlinvlin BV werden bij volmacht vertegenwoordigd op één vergadering. Voor het overige hebben alle leden van de Raad van Bestuur alle vergaderingen bijgewoond.
Onder leiding van de Voorzitter evalueert de Raad regelmatig haar reikwijdte, samenstelling, prestaties en die van de comités, evenals de interactie met het Uitvoerend Management. In 2023 voerde de Raad een evaluatie uit via een anonieme enquête, aangevuld met een open bespreking van de resultaten. Er werden geen problemen vastgesteld en de Raad was tevreden over de samenstelling en werking.
7.4 Comités
Auditcomité
Het Auditcomité adviseert de Raad van Bestuur over boekhoudkundige zaken, audits en interne controles, zoals verder beschreven in het Corporate Governance Charter van de Vennootschap. Het Auditcomité staat ook het Uitvoerend Management bij in zijn beoordeling en opvolging van de aanbevelingen van de commissaris.
Het Auditcomité bestaat uit vier niet-uitvoerende leden: Aurore NV, vertegenwoordigd door Christine Juliam, onafhankelijk bestuurder en Voorzitter; Christel Verschaeren, onafhankelijk bestuurder; Tan Sri Datuk Amar dr. Hamid bin Bugo, niet-uitvoerend bestuurder; en Estelle Iacona, onafhankelijk bestuurder.
Overeenkomstig Artikel 7:99 BWVV beschikken de leden van het Auditcomité over een collectieve expertise op het vlak van de activiteiten van de Vennootschap. Ten minste een van hen moet beschikken over deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit. Gezien zijn opleiding en ruime ervaring als lid van de Raad van Bestuur van verschillende vennootschappen voldoet Tan Sri Datuk Amar dr. Hamid bin Bugo aan deze vereiste.
In 2025 kwam het Auditcomité vier keer bijeen. Tijdens deze vergaderingen werden het auditplan en de belangrijkste auditaangelegenheden met de externe commissaris besproken. Andere besproken onderwerpen waren de vereisten voor ESG-rapportage, erkenning van opbrengsten en uitgestelde belastingvorderingen. Mevr. Verschaeren werd bij volmacht vertegenwoordigd op één vergadering. Alle leden van het Auditcomité en de externe commissaris waren aanwezig op alle vergaderingen.
Benoemings- en Vergoedingscomité
Het Benoemings- en Vergoedingscomité adviseert de Raad van Bestuur voornamelijk over aangelegenheden betreffende de benoeming en vergoeding van bestuurders en leden van het Uitvoerend Management.
Het Benoemings- en Vergoedingscomité is samengesteld uit vijf niet-uitvoerende leden: Christel Verschaeren, Voorzitter; Aurore NV, vertegenwoordigd door Christine Juliam, onafhankelijk bestuurder; Dato Sri dr. Wan Lizozman bin Wan Omar, niet-uitvoerend bestuurder; Tan Sri Datuk Amar dr. Hamid bin Bugo, niet-uitvoerend bestuurder; en Estelle Iacona, onafhankelijk bestuurder.
Het Benoemings- en Vergoedingscomité vergaderde vier keer in 2025. Tijdens deze vergaderingen werden aangelegenheden zoals de vergoeding van het Uitvoerend Management, de opvolgingsplanning voor de CEO en een geactualiseerd remuneratiebeleid besproken. Mevr. Verschaeren werd bij volmacht vertegenwoordigd op één vergadering. Alle leden van het Benoemings- en Vergoedingscomité woonden alle vergaderingen bij.
7.5 Uitvoerend Management
Samenstelling
Het Uitvoerend Management is samengesteld uit de volgende leden:
| Naam | Leeftijd | Functie |
|---|---|---|
| Rudi De Winter | 65 | Chief Executive Officer |
| Alba Morganti | 57 | Chief Financial Officer |
| Jörg Doblaski | 47 | Chief Technology Officer |
| Damien Macq | 59 | Chief Operations Officer |
| Lee Boon Chun | 56 | Chief Executive Officer, X-FAB Sarawak |
| Dr. Gabriel Kittler | 47 | Chief Executive Officer, X-FAB Erfurt |
| Dr. Sébastien Daveau | 51 | Chief Executive Officer, X-FAB France |
| Rico Tillner | 43 | Chief Executive Officer X-FAB Texas |
| Michael Woittennek | 45 | Chief Executive Officer, X-FAB Dresden |
Werking
Het Uitvoerend Managementteam is samengesteld uit de CEO, de CFO, de CTO, de COO en de sitemanagers van X-FAB Frankrijk, X-FAB Sarawak, X-FAB Texas, X-FAB Erfurt en X-FAB Dresden. De leden worden benoemd en ontslagen door de Raad van Bestuur na advies van de CEO en het Benoemings- en Vergoedingscomité.
Het Uitvoerend Managementteam voert de taken uit die worden opgelegd door de Raad van Bestuur en de CEO, onder het uiteindelijke toezicht van de Raad van Bestuur.
De CEO leidt het Uitvoerend Managementteam, binnen het kader dat door de Raad van Bestuur wordt vastgesteld en onder zijn uiteindelijke toezicht. De CEO zit het Uitvoerend Managementteam voor.
7.6 Diversiteitsbeleid
Het Vergoedingscomité en de Raad van Bestuur zien erop toe dat diversiteitscriteria zoals leeftijd, geslacht en achtergrond in aanmerking worden genomen bij de selectieprocedures en het beheer van de opvolgingsplanning.
Aan het einde van het verslagjaar waren drie van de acht leden van de Raad van Bestuur vrouwen. Bijgevolg is de samenstelling van de Raad in overeenstemming met de vereisten van het BWVV inzake diversiteit. Ook het Uitvoerend Managementteam bestaat uit een divers team wat leeftijd, achtergrond en geslacht betreft.
7.7 Remuneratieverslag
De vergoeding van bestuurders en leden van het Uitvoerend Management wordt geregeld door het remuneratiebeleid van X-FAB dat te vinden is op www.xfab.com/investors. Dit remuneratiebeleid werd goedgekeurd door de Aandeelhoudersvergadering op 24 april 2025. Dit remuneratieverslag is opgesteld overeenkomstig artikel 3:6, §3 BWVV.
Totale vergoeding
De toepassing van het remuneratiebeleid in 2025 voor bestuurders en leden van het Uitvoerend Management leidde tot de effectieve vergoeding zoals weergegeven in de tabel op de volgende bladzijde.
De niet-uitvoerende en onafhankelijke bestuurders ontvangen een vergoeding voor hun mandaat als bestuurder. Die vergoeding bestaat uit een vast jaarlijks bedrag van EUR 15,000. Bij de vergoeding van bestuurders wordt rekening gehouden met hun lidmaatschap(pen) van comités van de Raad; voor elk lidmaatschap van een comité van de Raad ontvangen bestuurders een extra vast bedrag van EUR 5,000 per comité. Dergelijke vergoeding staat los van hun deelname aan de vergaderingen van de Raad of de comités van de Raad.
Roland Duchâtelet heeft afstand gedaan van zijn recht om als niet-uitvoerend bestuurder een vergoeding te ontvangen. In 2025 ontving Vlinvlin BV (vertegenwoordigd door Ling Qi) een bijkomende vergoeding van USD 3.163 voor consultancydiensten verleend aan de afdeling Strategie bovenop en naast haar werk als bestuurder van de Vennootschap. Hans-Jürgen Straub ontving een bijkomende vergoeding van USD 11.296 voor zijn mandaat in de raad van commissarissen van X-FAB Semiconductor Foundries GmbH.
Leden van het Uitvoerend Management die tewerkgesteld zijn bij bedrijven van de X-FAB-Groep op basis van een arbeidsovereenkomst, genieten ook van groepsverzekeringspolissen in hun respectieve thuislanden die verschillende pensioen-, levensverzekerings-, invaliditeits- en ziektekostenverzekeringsuitkeringen bieden, wat allemaal toegezegde-bijdrageregelingen zijn. Al deze elementen van groepsverzekeringen zijn in overeenstemming met de marktpraktijken van het thuisland en vertegenwoordigen slechts een klein deel van hun respectieve vergoedingspakketten. Het basissalaris van de leden van het Uitvoerend Management die werknemer zijn, omvat niet de werkgeversbijdragen.
| In US dollar | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam, functie | 2. Variabele vergoeding | ||||||
| Basissalaris | Vergoedingen | Andere voordelen | Eenjarig variabel | Meerjarig variabel | |||
| Roland Duchâtelet, niet-uitvoerend bestuurder | — | — | — | — | — | ||
| Thomas Hans-Jürgen Straub, niet-uitvoerend bestuurder | 16.943,00 | — | 11.296,00 | — | — | ||
| Tan Sri Datuk Amar dr. Hamid bin Bugo, niet-uitvoerend bestuurder | 28.239,00 | — | — | — | — | ||
| Dato Sri dr. Wan Lizozman bin Wan Omar, niet-uitvoerend bestuurder | 22.591,00 | — | — | — | — | ||
| Aurore NV (vertegenwoordigd door Christine Juliam), onafhankelijk bestuurder | 28.239,00 | — | — | — | — | ||
| Christel Verschaeren, onafhankelijk bestuurder | 28.239,00 | — | — | — | — | ||
| Estelle Iacona, onafhankelijk bestuurder | 28.239,00 | — | — | — | — | ||
| Vlinvlin BV (vertegenwoordigd door Ling Qi), niet-uitvoerend bestuurder tot 24april 2025 | 5.391,00 | — | 3.163,00 | — | — | ||
| Sensinnovat BV, vast vertegenwoordigd door Rudi De Winter, directeur, CEO | 412.286,00 | — | — | — | 51.536,00 | ||
| Uitvoerend Management excl. Sensinnovat BV | 1.530.951,23 | — | 147.522,32 | 207.882,00 | — | ||
| In US dollar | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Naam, functie | 3. Buitengewoneposten | 4. Pensioenlasten | 5. Totale vergoeding | 6. Verhouding van de vaste en variabelevergoeding | |
| Roland Duchâtelet, niet-uitvoerend bestuurder | — | — | — | Fixed: | 100% |
| Thomas Hans-Jürgen Straub, niet-uitvoerend bestuurder | — | — | 28.239,00 | Fixed: | 100% |
| Tan Sri Datuk Amar dr. Hamid bin Bugo, niet-uitvoerend bestuurder | — | — | 28.239,00 | Fixed: | 100% |
| Dato Sri dr. Wan Lizozman bin Wan Omar, niet-uitvoerend bestuurder | — | — | 22.591,00 | Fixed: | 100% |
| Aurore NV (vertegenwoordigd door Christine Juliam), onafhankelijk bestuurder | — | — | 28.239,00 | Fixed: | 100% |
| Christel Verschaeren, onafhankelijk bestuurder | — | — | 28.239,00 | Fixed: | 100% |
| Estelle Iacona, onafhankelijk bestuurder | — | — | 28.239,00 | Fixed: | 100% |
| Vlinvlin BV (vertegenwoordigd door Ling Qi), niet-uitvoerend bestuurder | — | — | 8.554,00 | Fixed: | 100% |
| Sensinnovat BV, vast vertegenwoordigd door Rudi De Winter, directeur, CEO | — | — | 463.821,00 | Fixed: | 89% |
| Variable: | 11% | ||||
| Uitvoerend Management excl. Sensinnovat BV | — | 106.940,05 | 1.993.295,84 | Fixed: | 90% |
| Variable: | 10% | ||||
| 2.629.456,84 |
Toepassing van de prestatiecriteria CEO
De variabele vergoeding voor de CEO is een bonus in contanten die beperkt is tot 50% van het jaarlijkse basissalaris. Ze bevat elementen op korte, middellange en lange termijn:
- korte termijn: 50% van de variabele vergoeding is gebaseerd op prestatiecriteria gemeten over één boekjaar;
- middellange termijn: 25% is gebaseerd op prestatiecriteria gemeten over twee boekjaren; en
- lange termijn: 25% is gebaseerd op prestatiecriteria gemeten over drie boekjaren.
De cashbonus voor de CEO wordt berekend op basis van jaarlijks vastgelegde doelstellingen die een weerspiegeling zijn van de criteria voor de algemene bedrijfsprestaties die worden gemeten op geconsolideerde basis van de X-FAB-Groep. Waar financiële indicatoren worden gebruikt, zijn deze gebaseerd op gerapporteerde cijfers bepaald in overeenstemming met de IFRS-boekhoudkundige standaard. De doelstellingen zijn als volgt:
- 50% van de cashbonus (het kortetermijndeel) hangt af van het behalen van de EBITdoelstelling van X-FAB gemeten over het prestatiejaar om de bonus te koppelen aan het bedrijfsresultaat van X-FAB; en
- 50% van de cashbonus (het middellange- en langetermijndeel) is afhankelijk van de vraag of X-FAB een omzetgroei genereert die hoger ligt dan het sectorgemiddelde over de afgelopen een of twee jaar, waarbij de sectorgemiddelde groei wordt bepaald aan de hand van het McClean Report van TechInsights. De prognoses voor optoelektronica, sensoren en actuatoren, en discrete (O-S-D) apparaten worden als referentiewaarde gebruikt.
Kortetermijncashbonus (eenjarig variabel)
De resultaten voor het prestatiejaar 2025 worden weergegeven in de onderstaande tabel. In 2025 bedroeg de EBIT USD 76,4 miljoen. Dit betekent dat 0% van de kortetermijncashbonus zal worden uitbetaald.
| In US dollar | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Prestatiecriteria | a) | Minimumdrempelprestatie | a) | Maximale prestatie | a) | Gemeten prestatie | |
| b) | Overeenkomstige vergoeding | b) | Overeenkomstige vergoeding | b) | Resultaat werkelijke vergoeding | ||
| Algemene bedrijfsprestaties | a) | 80.000.000 a) | 140.000.000 a) | 76.425.000 | |||
| Relatieve weging 50% | b) | 0 b) | 103.071 b) | 0 | |||
| Totale bonus | 0 | 103.071 | 0 |
Middellange- en langetermijncashbonus (twee- en driejaarlijks variabel)
De twee- en driejaarlijkse variabele vergoeding van de CEO hangt af van het feit of X-FAB in de afgelopen een of twee jaar een omzetgroei heeft gegenereerd die hoger is dan het sectorgemiddelde, waarbij de statistieken voor de markt van opto-elektronica, sensoren en actuatoren, en discrete (O-S-D) apparaten, gepubliceerd in het McClean Report 2025 door TechInsights, als referentiewaarde worden gebruikt.
De resultaten voor het prestatiejaar 2025 worden weergegeven in de onderstaande tabel. In 2025 steeg de omzet met 5,5% in vergelijking met 2024. Het sectorgemiddelde steeg slechts met 4%. De omzetgroei ten opzichte van 2023 bedroeg min 4,3%, terwijl het sectorgemiddelde een daling van slechts 0,4% liet zien. Dit resulteert in de bonusberekening die wordt weergegeven in de volgende tabel.
| In US dollar | ||||
|---|---|---|---|---|
| Prestatiecriteria | a) | Drempelprestatie | a) | Gemeten prestatie |
| b) | Overeenkomstige vergoeding | b) | Resultaat werkelijke vergoeding | |
| Omzetgroei over het afgelopen jaar | a) | Omzetgroei >4% | a) | -5.5% |
| b) | 51.536 b) | 51.536 | ||
| Omzetgroei over de afgelopen twee jaar | a) | Omzetgroei > -0,4% | a) | -4.3% |
| b) | 51.536 b) | 0 | ||
| Totale bonus | 103.072 | 51.536 |
Andere leden van het Uitvoerend Management
De variabele vergoeding voor de andere leden van het Uitvoerend Management bestaat uit een kortetermijncashbonus uitgedrukt als een vast bedrag:
- 50% is gebaseerd op de algemene bedrijfsprestaties gemeten via het behalen van de EBIT-doelstelling van de Vennootschap teneinde de bonus te koppelen aan het bedrijfsresultaat van de Vennootschap; en
- 50% is gebaseerd op een beoordeling van de individuele, afdelings- of vestigingsprestaties gemeten aan de hand van het bereiken van vooraf bepaalde doelstellingen binnen de door de CEO bepaalde criteria.
Momenteel zijn er geen langetermijnincentives voorzien voor leden van het Uitvoerend Management.
De resultaten voor het prestatiejaar 2025 worden weergegeven in de onderstaande tabel. In 2025 bedroeg de EBIT USD 76,4 miljoen. Dit betekent dat 0% van de kortetermijncashbonus, die gekoppeld is aan het bedrijfsresultaat van de Vennootschap, zal worden uitbetaald.
| In US dollar | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Prestatiecriteria | a) | Minimumdrempelprestatiea) | Maximale prestatie | a) | Gemeten prestatie |
| b) | Overeenkomstige vergoedingb) | Overeenkomstige vergoeding | b) | Resultaat werkelijke vergoeding | |
| Algemene bedrijfsprestaties | a) | 80.000.000 a) | 140.000.000 a) | 76.425.000 | |
| Relatieve weging 50% | b) | 0 b) | 265.924 b) | 0 | |
| Individuele/teamprestatie | a) | Individueel bepaalda) | Individueel bepaald | a) | Individueel bepaald |
| Relatieve weging 50% | b) | 0 b) | 265.924 b) | 207.882 | |
| Totale bonus | 0 | 531.848 | 207.882 |
Op aandelen gebaseerde vergoeding
Het remuneratiebeleid van X-FAB voorziet niet in een op aandelen gebaseerde vergoeding voor bestuurders of leden van het Uitvoerend Management.
Jaarlijkse evolutie van de vergoeding
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de jaarlijkse evolutie van de totale vergoeding, de ontwikkelingen en prestaties van X-FAB, en de gemiddelde vergoeding van de werknemers.
Niet-financiële prestatiecriteria zijn niet gekoppeld aan de vergoeding en worden daarom niet vermeld. Voor een overzicht van de niet-financiële onderwerpen verwijzen wij naar hoofdstuk 6 van dit jaarverslag. Met het oog op vergelijkbaarheid wordt de jaarlijkse evolutie van de vergoeding alleen gerapporteerd sinds de tenuitvoerlegging van Richtlijn (EU) 2017/828 wat betreft het aanmoedigen van de betrokkenheid van aandeelhouders op lange termijn.
| Naam | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| Jaarlijkse evolutie van de vergoeding (Uitvoerend Management) | |||||
| •Vaste vergoeding | -4,1 % | 4,2 % | 24,1 % | 4,5 % | 4,6 % |
| •Variabele vergoeding | +100% | -33,4 % | 133,4 % | -51,1 % | -14,4 % |
| •Totale vergoeding | 21,3 % | -2,5 % | 38,3 % | -9,2 % | 2,5 % |
| Jaarlijkse evolutie van de ontwikkelingen en prestaties (in duizenden US dollar) | |||||
| •Prestatiecriteria (EBIT) | 77.192 | 57.335 | 157.675 | 85.542 | 76.425 |
| •Nettowinst | 83.640 | 52.491 | 161.895 | 61.526 | 30.128 |
| Jaarlijkse evolutie van de gemiddelde vergoeding van de werknemers op geconsolideerde basis* | 8,39 % | -1,58 % | 7,98 % | -0,62 % | 6,3% |
*De gemiddelde vergoeding van de werknemers werd berekend op basis van de cijfers vermeld in toelichtingen 6.6 en 13.3 (lonen en salarissen) in dit jaarverslag (personeelskosten en gemiddeld aantal medewerkers). Sociale lasten, kosten van pensioenen en voordelen zijn niet inbegrepen.
In 2025 was de verhouding tussen de hoogste en laagste vergoeding 87,0 tot 1. De hoogste vergoeding die voor deze vergelijking is gebruikt, omvat de totale vergoeding van een lid van het Uitvoerend Management. De laagste vergoeding omvat het basissalaris, de variabele vergoeding en andere voordelen zoals verzekeringen en pensioenbijdragen.
Alle cijfers in bovenstaande tabel worden op geconsolideerde basis van de X-FAB-Groep gepresenteerd.
Ontslagvergoedingen
Er werden geen ontslagvergoedingen betaald in 2025.
Gebruik van terugvorderingsclausules
Er werden geen terugvorderingen toegepast in 2025.
Stemming van de aandeelhouders
Het remuneratieverslag voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 werd goedgekeurd op de jaarlijkse Aandeelhoudersvergadering van 24 april 2025, met een meerderheid van 99,5% van de 67,8% geldig uitgebrachte stemmen. Het remuneratieverslag werd met een ruime meerderheid goedgekeurd. Echter, door de wissel van CEO zal X-FAB de algemene vergadering van 30 april 2026 verzoeken om een nieuw remuneratiebeleid goed te keuren.
7.8 Beleid inzake bepaalde transacties
Algemene voorwaarden van transacties met verbonden partijen
Alle transacties met verbonden partijen werden uitgevoerd onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan degene die gelden bij zakelijke transacties.
Belangenconflicten in de Raad van Bestuur
Volgens artikel 7:96 BWVV moet een lid van de Raad van Bestuur de andere bestuurders informeren over elk agendapunt van de Raad van Bestuur dat hem/haar een rechtstreeks of onrechtstreeks belangenconflict van financiële aard berokkent. In dat geval mag de betreffende bestuurder niet deelnemen aan de beraadslaging en stemming over dit agendapunt.
Er was één belangenconflict volgens artikel 7:96 BWVV in het boekjaar 2025. Dit belangenconflict had betrekking op de voorgestelde uitbesteding van de interne auditfunctie aan Sensinnovat BV tijdens de Raad van Bestuur van 29 juli 2025:
Voorafgaand aan de bespreking over het uitbesteden van de interne auditfunctie aan Sensinnovat BV, verklaarde Rudi De Winter, permanente vertegenwoordiger van Sensinnovat BV en bestuurder van de Vennootschap, een belang van vermogensrechtelijke aard te hebben dat strijdig is met de beslissingen die binnen het toepassingsgebied van de bevoegdheden van de Raad van Bestuur vallen met betrekking tot deze uitbesteding. Dit belangenconflict vloeit voort uit het feit dat Sensinnovat BV bestuurder is van de Vennootschap en tegelijkertijd aangesteld zou kunnen worden als interne auditfunctie. Aangezien de interne auditfunctie vergoed zal worden, zijn er financiële gevolgen voor de Vennootschap. De Vennootschap zal bijkomende vergoedingen moeten betalen aan Sensinnovat BV als compensatie voor het verlenen van de interne auditdiensten. Krachtens artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (de "SE-Verordening") juncto Artikel 7:96 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen belet een belangenconflict de betrokken bestuurders om deel te nemen aan de beraadslagingen en te stemmen over de beslissing waarvoor een potentieel belangenconflict bestaat. Daarom verliet Rudi De Winter de zaal voordat de beraadslagingen en de stemming begonnen.
De Raad van Bestuur nam vervolgens kennis van de voorgestelde uitbesteding. Rekening houdend met het gemelde belangenconflict, besloot de Raad van Bestuur de uitbesteding van de interne auditfunctie aan Sensinnovat BV goed te keuren tegen een marktconforme vergoeding. De Raad van Bestuur is van oordeel dat de door Sensinnovat BV voorgestelde structuur een efficiënte oplossing biedt om hooggekwalificeerde specialisten met uitgebreide ervaring en expertise in de sector ter beschikking van X-FAB te stellen, zonder hen voltijds op de loonlijst te moeten zetten. De Raad benadrukte het belang van de onafhankelijkheid van de interne auditfunctie. In dat kader zal deze functie uitsluitend instructies kunnen ontvangen van het Auditcomité. Er zal een auditcharter worden opgesteld om de diensten nader te omschrijven. Op basis van deze overwegingen concludeerde de Raad van Bestuur dat de uitbesteding van de interne auditfunctie aan Sensinnovat BV in het belang is van de Vennootschap. In ruil voor de bijkomende vergoedingen van de Vennootschap aan Sensinnovat BV zal de Vennootschap immers interne auditdiensten van hoge kwaliteit ontvangen. De Raad van Bestuur heeft daarom beslist de uitbesteding van de interne auditfunctie aan Sensinnovat BV goed te keuren zoals voorgesteld aan de Raad.
Overeenkomstig Artikel 7:97 BWVV moeten beursgenoteerde vennootschappen een bijzondere procedure volgen alvorens beslissingen te nemen of verrichtingen uit te voeren betreffende (i) de relaties van de beursgenoteerde vennootschap met een verbonden vennootschap, met uitzondering van de dochtervennootschappen, en (ii) de relaties tussen een dochtervennootschap van de beursgenoteerde vennootschap en een verbonden vennootschap van de dochtervennootschap, met uitzondering van een dochtervennootschap van de dochtervennootschap. Voorafgaand aan de beslissing of verrichting moet een comité bestaande uit drie onafhankelijke bestuurders, zo nodig bijgestaan door één of meer onafhankelijke deskundigen, een schriftelijk advies opstellen voor de Raad van Bestuur.
De commissaris geeft een oordeel over de juistheid van de informatie in het advies van het comité en in de notulen van de beslissing van de Raad van Bestuur.
Het advies van het comité, een uittreksel uit de notulen van de vergaderingen van de Raad van Bestuur en het advies van de commissaris moeten worden opgenomen in het jaarverslag van de Vennootschap.
In 2025 waren er geen belangenconflicten waarop de procedure van Artikel 7:97 BWVV moest worden toegepast.
Overige verrichtingen met bestuurders en het Uitvoerend Management
Zoals bepaald in sectie 6 van het Corporate Governance Charter van X-FAB dienen de leden van de Raad van Bestuur hun persoonlijke en zakelijke aangelegenheden zodanig te regelen dat conflicten met X-FAB worden vermeden. Bovendien is het de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management niet toegestaan om, rechtstreeks of onrechtstreeks, overeenkomsten te sluiten met X-FAB of een van de dochterondernemingen voor het leveren van betaalde diensten of goederen, tenzij de Raad van Bestuur daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven. Dergelijke overeenkomsten moeten altijd volgens het "at arm's length"-principe worden afgesloten. Er wordt verwezen naar toelichting 12 over transacties met verbonden partijen.
In 2025 waren er geen transacties tussen de Vennootschap en de bestuurders of uitvoerende managers waarbij sprake was van een belangenconflict.
Handel met voorkennis
In overeenstemming met de Belgische Corporate Governance Code 2020 en de EU-Verordening inzake Marktmisbruik (EU nr. 596/2014) werd het beleid van X-FAB inzake handel met voorkennis in februari 2025 aangepast en goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
X-FAB voldoet aan de Belgische bepalingen inzake handel met voorkennis en marktmisbruik. Wat dat betreft wordt een lijst bijgehouden van alle personen met leidinggevende verantwoordelijkheden en alle andere personen die toegang hebben tot gevoelige informatie, die van invloed kan zijn op de koers van het aandeel.
Het doel van het beleid van X-FAB inzake handel met voorkennis is het voorkomen van misbruik van voorkennis. Verder moeten de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management, alvorens aandelen van de Vennootschap te verhandelen, groen licht krijgen van de Compliance Officer en verslag uitbrengen zodra de transactie is voltooid. Verder moeten de leden van de Raad van Bestuur, het Uitvoerend Management en nauw verbonden personen al hun transacties boven een bepaalde drempel in X-FABaandelen melden aan de Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, die deze kennisgevingen op haar website zal publiceren.
De naleving van het beleid inzake handel met voorkennis van X-FAB zal worden ondersteund en gecontroleerd door de Compliance Officer.
7.9 Procedures voor interne controle en risicoanalyse met betrekking tot de financiële verslaggeving
De procedures voor interne controle en risicoanalyse met betrekking tot het proces van financiële verslaggeving worden gecoördineerd door de Chief Financial Officer. Dergelijke procedures zijn ingevoerd om te waarborgen dat de financiële verslaggeving gebaseerd is op betrouwbare informatie en dat de continuïteit van de financiële verslaggeving in overeenstemming met de IFRS-principes voor financiële verslaggeving is gewaarborgd.
Het proces van interne controle met betrekking tot de financiële verslaggeving is gebaseerd op de volgende principes:
- • Gegevens over transacties of het gebruik van activa van de Vennootschap worden nauwkeurig geregistreerd en opgeslagen in een geautomatiseerd, wereldwijd Enterprise Resource Planning (ERP)-systeem door de verschillende X-FAB business units.
- De boekhoudkundige verrichtingen worden geregistreerd in wereldwijd gestandaardiseerde rekeningstelsels
- De financiële informatie wordt in eerste instantie opgesteld en gerapporteerd door de boekhoudkundige teams in de verschillende juridische entiteiten van X-FAB wereldwijd.
- Daarom zullen de financiële managers van de verschillende X-FAB-locaties de opgestelde en gerapporteerde lokale financiële informatie doornemen alvorens deze naar het Global Finance Department te sturen.
- In het Global Finance Department ondergaat de financiële informatie een definitieve beoordeling voordat deze in de geconsolideerde jaarrekening wordt opgenomen.
X-FAB wordt geldig vertegenwoordigd door louter de handtekening van de CEO voor alle aspecten binnen en buiten het dagelijks bestuur van de Vennootschap. Aan leden van het Uitvoerend Management worden specifieke bevoegdheden toegekend om X-FAB te vertegenwoordigen in aangelegenheden die verband houden met het functionele gebied waarvoor zij verantwoordelijk zijn.
Voor handelingen die buiten het kader van het dagelijks bestuur vallen, wordt de Vennootschap geldig vertegenwoordigd door twee bestuurders die samen optreden.
Indien bepaalde tekortkomingen worden ontdekt, zal dit aan het Uitvoerend Management worden gemeld om te bepalen welke passende maatregelen kunnen worden genomen.
De risicoanalyse in verband met de financiële verslaggeving is gebaseerd op de volgende principes:
-
De risico's waarmee de Vennootschap wordt geconfronteerd, worden opgespoord en opgevolgd door de verantwoordelijken van de verschillende afdelingen van de Vennootschap.
-
Het geautomatiseerde ERP-systeem biedt de verantwoordelijke personen van de afdelingen permanent toegang tot de financiële informatie die relevant is voor de bedrijfsactiviteiten van hun functionele gebied met het oog op toezicht, controle en sturing.
-
Het afsluiten van de rekeningen aan het einde van elke maand garandeert dat de financiële gevolgen van de geïdentificeerde risico's nauwlettend worden opgevolgd om te kunnen anticiperen op mogelijke negatieve evoluties.
-
De financiële resultaten worden ook maandelijks beoordeeld op een wereldwijd niveau.
-
Een systeem voor gegevensbescherming gebaseerd op antivirussoftware, interne en externe back-ups van gegevens en controle op toegangsrechten tot informatie, beschermt de informatie van de Vennootschap en garandeert de continuïteit van de financiële verslaggeving. De toereikendheid en integriteit van deze IT-systemen en procedures worden regelmatig getoetst.
-
X-FAB voert interne controles uit om de financiële verslaggeving en het risicobeheer van de Vennootschap te beoordelen.
7.10 Beschrijving van bepaalde informatie uit de statuten en elementen die relevant zijn voor een overnamebod
Kapitaalstructuur
Het maatschappelijk kapitaal van X-FAB bedraagt EUR 657.456.850,68 en wordt vertegenwoordigd door 130.781.669 gelijke aandelen zonder nominale waarde. De aandelen zijn op naam of gedematerialiseerd.
Beperkingen op de overdracht van effecten
De statuten bevatten geen beperkingen op de overdracht van de aandelen. De Raad van Bestuur is bovendien niet op de hoogte van beperkingen die door de wet worden opgelegd aan de overdracht van aandelen door aandeelhouders, behalve in het kader van de regels inzake marktmisbruik.
Beperkingen op het uitoefenen van stemrecht
Elk aandeel geeft recht op één stem. De statuten bevatten geen beperkingen op het stemrecht en elke aandeelhouder kan zijn stemrecht uitoefenen mits hij geldig tot de algemene vergadering wordt toegelaten en zijn rechten niet zijn geschorst. Op grond van Artikel 11 van de statuten is de Vennootschap gerechtigd de uitoefening van de rechten verbonden aan effecten die aan meerdere houders toebehoren op te schorten totdat ten overstaan van de Vennootschap één persoon als vertegenwoordiger van het effect is benoemd.
Niemand kan tijdens de algemene vergadering stemmen aan de hand van stemrechten verbonden aan effecten die niet tijdig zijn gerapporteerd in overeenstemming met de statuten en de wet.
De Raad is niet op de hoogte van andere beperkingen die door de wet worden opgelegd aan de uitoefening van het stemrecht.
Overeenkomsten onder aandeelhouders
Er zijn geen aandeelhoudersovereenkomsten van kracht.
Aanpassingen van de statuten
Onder de bijzondere wettelijke quorumvereisten vallen onder meer wijzigingen van de statuten, de uitgifte van nieuwe aandelen, converteerbare obligaties of warrants en beslissingen over fusies en splitsingen, die vereisen dat ten minste 50 % van het aandelenkapitaal aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien het quorum niet is bereikt, kan een tweede vergadering worden bijeengeroepen waarop geen quorum van toepassing is.
Onder aangelegenheden met bijzondere meerderheidsvereisten vallen onder meer beslissingen over fusies en splitsingen, waarvoor een meerderheid van ten minste 75 % van de uitgebrachte stemmen vereist is.
Bevoegdheid van de Raad van Bestuur om eigen aandelen uit te geven, in te kopen of af te stoten
De statuten bepalen dat de Raad van Bestuur het maatschappelijk kapitaal van de Vennootschap in één of meerdere malen mag verhogen met een (gecumuleerd) bedrag van maximum EUR 657.456.850,68. Deze bevoegdheid kan worden verlengd overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake. De Raad van Bestuur kan deze bevoegdheid uitoefenen gedurende een periode van vijf (5) jaar vanaf de datum van publicatie in de Bijlage bij het Belgisch Staatsblad van de aanpassing van deze statuten, goedgekeurd door de algemene Aandeelhoudersvergadering van 28 april 2022.
De Raad van Bestuur is verder gemachtigd door Artikel 13 van de statuten om eigen aandelen in de Vennootschap te verwerven, rechtstreeks, door een persoon die in zijn/ haar naam handelt in naam van de Vennootschap of via een directe dochtermaatschappij zoals bedoeld en afgebakend in Artikel 7:221 BWVV en wel onder de volgende voorwaarden:
- Deze machtiging geldt voor een aantal eigen aandelen, winstbewijzen of bijbehorende certificaten dat ten hoogste gelijk is aan het totale aantal eigen aandelen in het bezit van de Vennootschap gelijk aan de vooropgestelde limiet van 20 %, zoals bepaald in Artikel 5 van de SE-verordening juncto Artikel 7:215 e.v. BWVV.
- Op grond van deze machtiging moet een aandeel worden verworven tegen een prijs die voldoet aan de wettelijke vereisten, maar die in ieder geval niet meer dan 10 % onder de laagste slotkoers van de laatste 30 beursdagen voorafgaand aan de transactie en niet meer dan 5 % boven de hoogste slotkoers van de laatste 30 beursdagen voorafgaand aan de transactie zal liggen.
- Deze machtiging is geldig voor vijf jaar vanaf 28 april 2022.
Bij besluit van de algemene Aandeelhoudersvergadering gehouden op 28 april 2022 is de Raad van Bestuur bevoegd om alle aandelen, winstbewijzen of bijbehorende certificaten van de Vennootschap geheel of gedeeltelijk af te stoten.
- Dit kan te allen tijde en tegen een prijs die zij bepaalt, op of buiten de beurs of in het kader van het remuneratiebeleid aan personeel in de zin van Artikel 1:27 BWVV of om elk ernstig en dreigend nadeel voor de Vennootschap te voorkomen.
- De machtiging heeft betrekking op de afstoting van aandelen, winstbewijzen of bijbehorende certificaten van de Vennootschap door een rechtstreekse dochtervennootschap in de zin van Artikel 7:221 BWVV.
- De machtiging is geldig zonder enige beperking in de tijd, behalve wanneer de afstoting tot doel heeft ernstige en dreigende schade te voorkomen, in welk geval de machtiging geldig was tot 2 mei 2025: drie (3) jaar vanaf de datum van publicatie van de machtiging in de Bijlage bij het Belgisch Staatsblad (2 mei 2022).
Bevoegdheid van de Raad van Bestuur om een kapitaalverhoging door te voeren
Volgens de statuten was de Raad van Bestuur uitdrukkelijk gemachtigd om een kapitaalverhoging, in welke vorm dan ook, door te voeren, waaronder, maar niet beperkt tot, een kapitaalverhoging die gepaard gaat met beperking of intrekking van het voorkeurrecht, zelfs nadat de Vennootschap van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) een kennisgeving zou ontvangen van een overnamebod op de aandelen van de Vennootschap. Indien dit het geval is, moet de kapitaalverhoging echter voldoen aan de aanvullende voorwaarden die zijn vastgelegd in Artikel 5 van de SE-verordening juncto Artikel 7:202 BWVV. De bevoegdheden van de Raad van Bestuur blijven drie (3) jaar van kracht, vanaf de datum van de statutenwijziging goedgekeurd door de algemene Aandeelhoudersvergadering van 28 april 2022 (tot 28 april 2025). De bevoegdheden kunnen worden hernieuwd voor een volgende periode van drie jaar op basis van een besluit van de algemene Aandeelhoudersvergadering die beraadslaagt en beslist in overeenstemming met de toepasselijke regels. Indien de Raad van Bestuur beslist tot verhoging van het toegestane kapitaal op grond van deze machtiging, zal deze verhoging worden afgetrokken van het resterende deel van het toegestane kapitaal.
Overige elementen
De Vennootschap heeft geen effecten uitgegeven met bijzondere zeggenschapsrechten.
Er zijn geen overeenkomsten gesloten tussen de Vennootschap en haar bestuurders of medewerkers die voorzien in vergoeding indien, als gevolg van een overnamebod, de bestuurders ontslag zouden nemen of zonder geldige reden worden ontslagen of indien het dienstverband van de medewerkers wordt beëindigd.
7.11 Commissaris
KPMG Bedrijfsrevisoren BV, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1930 Zaventem, Luchthaven, Brussel Nationaal 1K, werd benoemd tot commissaris van de Vennootschap. Dhr. Herwig Carmans, bedrijfsrevisor, werd aangesteld als permanente vertegenwoordiger van de commissaris.
De honoraria voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening bedroegen USD 691.378, excl. btw. In 2025 werden bijkomende honoraria aangerekend voor andere diensten voor een bedrag van USD 207.242, excl. btw. Niet-auditgerelateerde diensten hebben voornamelijk betrekking op certificeringsopdrachten en naleving van de belastingwetgeving. Een extra honorarium van USD 112.955 werd in rekening gebracht voor de beperkte zekerheidsovereenkomst in het kader van de CSRD.
7.12 Naleving van de Belgische Corporate Governance Code
X-FAB voldoet aan de principes van de Code 2020. In het licht van het "comply-orexplainprincipe" van de Code wijst het volgende overzicht op die bepalingen van de Code die X-FAB niet naleeft, samen met een toelichting van de redenen voor de niet-naleving:
- In tegenstelling tot aanbeveling 7.9 van de Code 2020 dienen de leden van het Uitvoerend Management geen minimumdrempel aan aandelen in de Vennootschap aan te houden. Bovendien kent de Vennootschap geen aandelen, opties of andere rechten om aandelen te verwerven toe aan haar leden van het Uitvoerend Management. Er dient echter opgemerkt te worden dat de CEO in 2025 een belangrijke aandeelhouder is van de Vennootschap. De Raad van Bestuur is van oordeel dat de beurskoers van een vennootschap niet altijd een correcte weerspiegeling is van de prestaties van die vennootschap, aangezien er vele externe factoren zijn die ook de koers van een financieel instrument beïnvloeden.
- De financiële cijfers die een impact hebben op het niveau van de bedrijfscomponent van de variabele vergoeding, nl. de EBIT-doelstelling, zijn een belangrijker element dat de waardering van de Vennootschap stuurt. Als dusdanig zijn de bestuurders van oordeel dat er een duidelijke afstemming is tussen de aandeelhouders enerzijds en het management anderzijds.
- In tegenstelling tot aanbeveling 7.6 van de Code 2020 voor niet-uitvoerende bestuurders ontvangen de bestuurders geen aandelen in de Vennootschap als onderdeel van hun vergoeding. Het doel van de aanbeveling is om de belangen van niet-uitvoerende bestuurders beter af te stemmen op het langetermijnbelang van de aandeelhouder. Bij X-FAB is dat langetermijnaandeelhoudersperspectief voldoende vertegenwoordigd in de Raad van Bestuur, aangezien zowel de CEO als één bestuurder belangrijke (indirecte) aandeelhouders van de Vennootschap zijn.
8. INFORMATIE VOOR DE AANDEELHOUDERS
Aandeelhoudersstructuur
| AANTAL AANDELEN | AANDEEL IN % | |
|---|---|---|
| Elex NV | 32.672.778 | 25,0 |
| Sensinnovat BV | 32.572.329 | 24,9 |
| Sarawak Technology Holdings Sdn. Bhd. | 14.948.655 | 11,4 |
| Openbaar | 50.587.907 | 38,7 |
| TOTAAL | 130.781.669 | 100,0 |
Totaal aantal stemmen: 130.781.669

Informatie over de aandelen
| Eerste dag van Toelichtingring: | 4. April 2017 |
|---|---|
| Beurs: | Euronext Paris |
| Ticker: | XFAB |
| ISIN: | BE0974310428 |
| Aantal uitstaande aandelen op 31 december 2025: | 130.781.669 |
| Marktkapitalisatie op 31 december 2025: | EUR 676.141.228,73 |
Financiële kalender
April 30, 2026 July 30, 2026 Publicatie van de resultaten voor K1 2026 Publicatie van de resultaten voor K2 2026 Jaarlijkse algemene vergadering
September 1, 2026 October 29, 2026
Publicatie van de halfjaarverslag 2026 Publicatie van de resultaten voor K3 2026
Contactinformatie
X-FAB Silicon Foundries SE Investor Relations Transportstraat 1 3980 Tessenderlo-Ham België Telefoon: +32 1361 3627
@ [email protected] <www.xfab.com>
9. UITTREKSEL UIT DE STATUTAIRE JAARREKENING VAN X-FAB SILICON FOUNDRIES SE
De afzonderlijke jaarrekening van X-FAB Silicon Foundries SE, de moedermaatschappij van de Groep, werd gecontroleerd in overeenstemming met de Belgische wettelijke voorschriften. Het verslag van de commissaris is 'zonder voorbehoud' en bevestigt dat de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de Belgische boekhoudnormen en dat deze een getrouw beeld geeft van de financiële toestand en resultaten van X-FAB Silicon Foundries SE in overeen-stemming met alle wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften.
De afzonderlijke jaarrekening zal, samen met het afzonderlijk verslag van de Raad van Bestuur aan de algemene vergadering van aandeelhouders en het verslag van de commissaris, worden neergelegd bij de Nationale Bank van België overeenkomstig de wettelijke indieningsdata. Bovendien is deze beschik-baar op de website van de Vennootschap of op aan-vraag verkrijgbaar bij de maatschappelijke zetel van de Vennootschap in de Transportstraat 1, 3980 Tessenderlo.
De afzonderlijke jaarrekening wordt hierna in verkorte vorm weergegeven.
De verkorte statutaire jaarrekening van X-FAB Silicon Foundries SE wordt in duizenden EUR gepresenteerd daar de functionele valuta van de statutaire jaarre-kening de euro is.
Participaties in verbonden ondernemingen worden opgenomen tegen hun aanschaffingswaarde.
Verkorte niet-geconsolideerde resultatenrekening
Voor het jaar eindigend op 31 december
| in duizenden EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | ||
| Omzet | 3.650 | 20.074 |
| Bedrijfslasten | ||
| Diensten en overige goederen | (2.815) | (19.159) |
| Salarissen, sociale-zekerheidskosten en pensioenen | (313) | (291) |
| Waardeverminderingen | (6) | (9) |
| Bedrijfswinst (verlies) | 516 | 615 |
| Financiele opbrengsten | ||
| Inkomsten uit vlottende activa | 24.329 | 15.510 |
| Inkomsten uit financiele vaste activa | 100 | 1.020 |
| Overige financiele inkomsten | — | 2.083 |
| Financiele kosten | ||
| Kosten van schulden | (1.164) | (222) |
| Overige financiele lasten | (4.322) | — |
| Eenmalige financiële lasten | (59.282) | — |
| Netto financieel resultaat | (40.339) | 18.391 |
| Winst / (-verlies) vóór belastingen | (39.823) | 19.006 |
| Vennootschapsbelasting | (30) | (349) |
| Winst / (-verlies) over de periode | (39.853) | 18.657 |
Verkorte niet-geconsolideerde balans
| in duizenden EUR | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| ACTIVA | ||
| Vaste activa | ||
| Kosten bij uitgifte van leningen | 2.157 | 2.157 |
| Andere uitrusting | 22 | 28 |
| Financiële activa | ||
| Aangesloten ondernemingen | ||
| Participaties | 1.092.855 | 1.137.750 |
| Totaal vaste activa | 1.095.034 | 1.139.935 |
| Vlottende activa | ||
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | ||
| Overige vorderingen | 19.975 | 36.971 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 43.130 | 19.296 |
| Overlopende rekeningen | 126 | 66 |
| Totaal vlottende activa | 63.231 | 56.333 |
| Totaal activa | 1.158.265 | 1.196.268 |
| EIGEN VERMOGEN EN PASSIVA | ||
| Vermogen | ||
| Kapitaal | ||
| Aandelenkapitaal – uitgegeven | 657.457 | 657.457 |
| Agio | 92.902 | 92.902 |
| Reserves | ||
| Wettelijke reserves | 20.775 | 20.775 |
| Reserve voor eigen aandelen | 562 | 562 |
| Overgedragen winst | 354.139 | 393.992 |
| Totaal eigen vermogen | 1.125.835 | 1.165.688 |
| in duizenden EUR | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Kortlopende schulden | ||
| Schulden op ten hoogste één jaar | ||
| Handelsschulden | 31.518 | 6.535 |
| Overige kortlopende schulden | 312 | 500 |
| Belastingen | 479 | 23.443 |
| Toe te rekenen kosten en over te dragenopbrengsten | 121 | 102 |
| Totaal kortlopende schulden | 32.430 | 30.580 |
| Totaal eigen vermogen en passiva | 1.158.265 | 1.196.268 |
10. RISICOFACTOREN
Een belegging in aandelen brengt risico's en onzekerheden met zich mee. Alvorens te beslissen om te beleggen in aandelen van X-FAB, dienen de informatie in dit jaarverslag en in het bijzonder de hieronder beschreven risico's en onzekerheden zorgvuldig te worden gelezen en overwogen. Het optreden van deze risico's kan een negatieve invloed hebben op de activiteiten, bedrijfsresultaten en financiële toestand van de onderneming.
Risico's met betrekking tot de business van X-FAB en de halfgeleiderindustrie
Structurele trends op de markten voor de eindproducten die door de klanten van X-FAB worden geproduceerd, of de materiële volatiliteit in de vraag naar deze producten kunnen een invloed hebben op het vermogen van X-FAB om de verkoopen winstniveaus te handhaven of te verhogen.
Een aanzienlijk deel van de inkomsten van X-FAB is afkomstig van klanten die IC's gebruiken, geproduceerd door de Groep als componenten voor de productie van een breed scala aan producten, waaronder automobiel-, industriële, medische en communicatieapparatuur. Indien de vraag van de consument naar deze producten volatiel is, of indien de vroegere en verwachte structurele groeitendensen in deze sectoren niet aanhouden, kan dit leiden tot een verminderde vraag naar analoog/gemengd-signaal-IC's van X-FAB.
Een wereldwijde systeemeconomische of financiële crisis, toegenomen politieke onzekerheid of toegenomen economisch protectionisme kunnen een negatief effect hebben op X-FAB.
De activiteiten van X-FAB zijn onderworpen aan inherente en indirecte risico's die voortvloeien uit algemene en sectorspecifieke economische omstandigheden op de markten waarin de onderneming actief is. In de afgelopen jaren hebben verschillende grote systeemeconomische en financiële crisissen en gebeurtenissen die tot politieke onzekerheid hebben geleid, de wereldwijde bedrijfsomstandigheden, de halfgeleiderindustrie en diverse consumenten- en industriële markten negatief beïnvloed. De bescherming van X-FAB tegen baisses is beperkt, aangezien een grote meerderheid van de klantencontracten geen minimale ordervereisten bevat. Als gevolg daarvan kan elke daling of langzame groei van het BBP, veroorzaakt door politieke onzekerheid, veranderingen in de handelsregelgeving of bredere economische omstandigheden, die leiden tot lagere consumenten- en industriële uitgaven, een negatieve invloed hebben op de klanten van X-FAB en leiden tot een lagere vraag naar zijn analoog/gemengd-signaal-IC's.
Een aanzienlijk deel van de omzet van X-FAB is afkomstig van een relatief beperkt aantal klanten, van wie de grootste klant een verbonden partij is.
De grootste klant van X-FAB, Melexis, was in 2025 goed voor 43% van de omzet van de Groep, terwijl de drie grootste klanten van de Groep goed waren voor 53% van de omzet en de vijf grootste klanten voor 58% van de omzet gedurende het jaar. Het is geen enkele klant van X-FAB contractueel verboden om bij andere halfgeleiderleveranciers in te kopen. In het verleden zijn klanten met weinig of geen kennisgeving naar andere halfgeleiderleveranciers overgestapt of hebben zij de Groep meegedeeld dat zij halfgeleiders voor nieuwe eindproducten van andere halfgeleider-fabrikanten zouden betrekken. Veranderingen in de relaties van X-FAB met zijn topklanten, het verlies van een of meer van deze klanten of een verandering in de concurrentiepositie van een van deze klanten kunnen een wezenlijk nadelig effect hebben op X-FAB.
Door de relatief vaste kostenstructuur van X-FAB is zijn vermogen om de winstgevendheid te verhogen afhankelijk van zijn vermogen om passende benuttingsniveaus te handhaven.
De winstgevendheid van de activiteiten van X-FAB hangt nauw samen met het benuttingsniveau. Het vermogen van X-FAB om de benuttingsniveaus te verbeteren of te handhaven hangt onder meer af van de algemene economische omgeving, het succes van zijn belangrijkste klanten en zijn vermogen om de technologieën en processen aan te bieden die nodig zijn om concurrerend te blijven. Als de benuttings-niveaus niet worden gehandhaafd of verbeterd, kan dit een wezenlijk nadelig effect hebben op X-FAB.
X-FAB ondervindt moeilijkheden bij het voorspellen van de vraag en is daardoor mogelijk niet in staat zijn productiecapaciteit af te stemmen op de vraag.
Moeilijkheden bij het voorspellen van toekomstige activiteiten maken het moeilijker om optimale benuttingsniveaus te bereiken en te handhaven en om de capaciteitsbehoeften van de activiteiten van X-FAB adequaat te voorspellen. Aangezien klanten gewoonlijk bestellingen plaatsen op korte termijn, kan X-FAB moeilijkheden ondervinden om de vraag nauwkeurig te voorspellen. Significante capaciteitsproblemen of onvermogen of vertraging bij het verplaatsen van de productie naar een andere fabriek kan de relaties van X-FAB met zijn klanten schaden en leiden tot omzetverlies. Bovendien kunnen kleine veranderingen in de verkoop bij de OEM's tot voorraadcorrecties in de hele toeleveringsketen leiden. Het proces van order-plaatsing bij X-FAB tot assemblage van het eindproduct bij de OEM kan ongeveer tien maanden duren. Een kleine variatie in de verkoop, in combinatie met een negatieve of positieve groei van het marktseg-ment, kan dan ook leiden tot overreacties in de toeleveringsketen. Aangezien X-FAB zich aan het einde van de keten bevindt, worden de effecten daar nog versterkt.
Het is mogelijk dat X-FAB er niet in slaagt om zijn productiecapaciteit en mogelijkheden te vergroten.
In het kader van zijn strategie om de capaciteit uit te breiden, wil X-FAB de mogelijkheden en capaciteit van de bestaande vestigingen van de Groep uitbreiden.
Dit hangt af van de tijdige beschikbaarheid van appara-tuur, alsook van het vermogen om dergelijke nieuwe apparatuur tijdig te installeren en te kwalificeren. Hoewel X-FAB momenteel geen toekomstige over-names plant, kan de Groep op middellange termijn bijkomende ondernemingen of productielocaties overnemen. X-FAB kan ook proberen zijn productie-capaciteit te vergroten door nieuwe productielocaties te ontwikkelen. Het niet succesvol integreren van een overgenomen onderneming, productie of technologie of het niet realiseren van de gewenste synergieën kan de toekomstige uitbreiding van X-FAB belemmeren.
Het is mogelijk dat X-FAB niet alle verwachte voordelen van de overname van de kernactiviteiten van Altis realiseert.
X-FAB verwierf de Altis-activa in 2016, waaronder een vestiging in Corbeil-Essonnes, Frankrijk. Het integra-tieproces omvat een reeks technologische introduc-ties, capaciteitsverbeteringen, systeemtoepassingen in de hele Groep en de implementatie van kosten-efficiënte maatregelen. X-FAB kan te maken krijgen met vertragingen of onderbrekingen in dit integra-tieproces, onder meer als gevolg van vertragingen in de kwalificaties van klanten in de fab of de noodzaak om bijkomende investeringen te doen. Er kan geen zekerheid worden gegeven dat deze integratie succes-vol zal zijn, dat X-FAB zal voldoen aan de gerichte synergieën of financiële opbrengsten in de nieuwe faciliteit, of dat X-FAB in staat zal zijn om alle bestaan-de klanten te behouden om zo een bevredigend gebruik van de productie te verzekeren tijdens de overgangsperiode.
De kans bestaat dat de verwachtingen van X-FAB ten aanzien van een toename van het markt-aandeel van gieterijen niet worden ingelost.
Een belangrijk onderdeel van de strategie van X-FAB is de overtuiging dat de markt voor gieterijen zal groeien dankzij de toegenomen uitbesteding van gespecialiseerde technologieën door IDM's en de toenemende prevalentie van fabless bedrijven. Hoewel deze trend zich op de markt voor digitale IC's heeft voorgedaan, is het mogelijk dat deze trend zich niet in dezelfde mate ontwikkelt op de markt voor gespecialiseerde technologieën. Als de toenemende marktgroei voor gieterijen zou vertragen of omkeren, zou dit een wezenlijk negatief effect kunnen hebben op X-FAB.
X-FAB kan te maken krijgen met toenemende concurrentie.
Hoewel X-FAB actief is in een beperkt marktsegment binnen de bredere halfgeleiderindustrie, wordt de Groep geconfronteerd met concurrentie van andere halfgeleiderproducenten, waarvan sommige meer productie-, financiële, onderzoeks- en ontwikkelings- en marketingmiddelen hebben dan X-FAB. Op lange termijn kunnen deze concurrenten een groter deel van de nieuwe klanten winnen dan X-FAB of bestaande klanten van X-FAB binnenhalen. Als X-FAB niet hetzelfde niveau van ontwerp- en engineeringonder-steuning, capaciteit of geavanceerde mogelijkheden kan bieden als de concurrenten, kan dit een wezenlijk nadelig effect hebben op X-FAB.
X-FAB kan te maken krijgen met prijsdruk vanwege de concurrentie. Concurrenten kunnen een impact hebben op de verkoopprijzen van X-FAB en de vraag naar zijn diensten. Hoewel X-FAB in het verleden geen noe-menswaardige prijsdruk heeft
ondervonden, is er geen zekerheid dat dit in de toekomst ook het geval zal zijn. Significante dalingen van ASP's (Average Selling Prices) kunnen een wezenlijk nadelig effect hebben op X-FAB.
X-FAB kan te maken krijgen met prijsverhogingen van zijn leveranciers.
X-FAB vervaardigt analoog/gemengd-signaal-IC's met behulp van eigen procestechnologieën, silicium-wafers van derden en andere grondstoffen. Veranderingen in de beschikbaarheid of prijzen van dergelijke wafers, grondstoffen, elektriciteit, reserveonderdelen enz. kunnen een effect hebben op de operationele marge als de extra kosten niet kunnen worden op-genomen in de prijzen voor de klanten van X-FAB.
In 2025 vertegenwoordigden de kosten van onbe-werkte wafers 11 % van de totale verkoopkosten.
Voor de meeste onbewerkte wafers gebruikt X-FAB meer dan één leverancier om de beschikbaarheid van de vereiste volumes te vrijwaren, maar ook om flexibel te blijven. Dit vergt echter ook een grotere inspanning om de nodige kwalificaties van de leveranciers te verkrijgen.
X-FAB kan boetes oplopen als het de voorwaarden van bestaande langetermijncontracten met klanten en leveranciers niet nakomt.
X-FAB heeft langetermijnovereenkomsten gesloten met een aantal klanten en leveranciers. De langetermijncontracten met klanten bevatten gebruik- of betaalregelingen die de overeengekomen waferhoeveelheden en prijzen voor de activiteit van een klant met X-FAB vastleggen voor een periode van drie jaar. Dergelijke regelingen bieden X-FAB meer zicht op zijn toekomstige activiteitsniveaus. Mocht X-FAB echter niet in staat zijn de overeengekomen hoeveelheden op tijd te leveren, dan zal het een boete moeten betalen. Op soortgelijke wijze bevatten de langetermijninkoopcontracten met leveranciers gebruik- of betaalregelingen en kan X-FAB een boete oplopen als het niet de overeengekomen hoeveelheden afneemt van leveranciers waarmee het dergelijke contracten heeft.
De activiteiten van X-FAB kunnen worden verstoord door een onbetrouwbare of ontoereikende stroomvoorziening.
Een betrouwbare stroomvoorziening is essentieel om een waferfabriek te handhaven. Ongeplande onderbrekingen kunnen aanzienlijke schade veroorzaken aan werk in uitvoering en apparatuur. Bovendien kan in tijden van toegenomen geopolitieke spanningen en wereldwijde concurrentie om schaarse hulpbronnen de energievoorziening in sommige regio's ontoereikend worden.
X-FAB is onderhevig aan risico's in verband met wisselkoersschommelingen.
X-FAB boekt zijn financiële resultaten in Amerikaanse dollar, maar ontvangst opbrengsten en maakt kosten in verschillende valuta, waaronder de euro en de Malei-sische ringgit. Veranderingen in de wisselkoers van de US dollar ten opzichte van de euro of de Maleisische ringgit kunnen leiden tot wisselkoersverliezen in een bepaald jaar, vergeleken
met voorgaande exploitatie-perioden, of tot een ongelijke relatie tussen uitgaven in lokale valuta en omzet in US dollar. X-FAB streeft naar een natuurlijke afdekking van de activiteiten, waardoor de ontwikkeling van de winstgevendheid van X-FAB grotendeels onafhankelijk zou zijn van wisselkoers-schommelingen; het is echter mogelijk dat dit niet doeltreffend is in het voorkomen van wisselkoers-verliezen.
Prijs-, krediet-, liquiditeits- en kasstroomrisico's en risico's in verband met het gebruik van financiële instrumenten worden beschreven in toelichting 10 bij de geconsolideerde jaarrekening van X-FAB in hoofdstuk 5.
X-FAB is onderhevig aan risico's verbonden aan elke vorm van cybercriminaliteit.
De activiteiten van X-FAB kunnen worden verstoord door ongeoorloofd gebruik of diefstal van kritieke gegevens, alsmede door sabotage, virussen of andere kwaadwillige activiteiten gericht tegen de IT-infra-structuur van het bedrijf. Dit kan gevolgen hebben voor de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaar-heid van gegevens en/of ITsystemen van het bedrijf. X-FAB heeft maatregelen genomen om de IT-infra-structuur van het bedrijf robuust en veilig te maken en heeft ultramoderne veiligheids- en controlekaders en -technologie geïmplementeerd. Elke significante on-derbreking of storing van de IT-systemen van X-FAB of elke significante inbreuk op de veiligheid kan een negatief effect hebben op de activiteiten, bedrijfs-resultaten, financiële toestand en kasstromen van de Onderneming.
X-FAB is ook onderhevig aan de volgende risico's:
-
X-FAB is ook onderhevig aan de volgende risico's:
-
X-FAB is afhankelijk van succesvolle technologische vooruitgang.
-
X-FAB is voor zijn productieprocessen afhankelijk van de succesvolle aankoop van materialen, machines en componenten.
-
De activiteiten van X-FAB kunnen tijdelijk negatief worden beïnvloed door onderbrekingen in de toeleveringsketen of de marktvraag als gevolg van een pandemie of epidemie.
-
X-FAB is mogelijk niet in staat het personeel aan te werven of te behouden dat nodig is voor het realiseren van zijn groeistrategie.
-
X-FAB kan worden getroffen door een vermin-dering van overheidssubsidies en steun en kan mogelijk niet voldoen aan de voorwaarden en verplichtingen die uit dergelijke subsidie-programma's voortvloeien.
-
Studies van de sector, prognoses en groeisnel-heden met betrekking tot de halfgeleidermarkt als geheel zijn mogelijk geen indicatie voor de activiteiten van X-FAB op de analoog/gemengd-signaal-halfgeleidermarkt.
-
Het vermogen van X-FAB om met succes te concurreren en toekomstige groei te realiseren zal deels afhangen van zijn vermogen om zijn eigen technologie te beschermen.
-
X-FAB kan worden onderworpen aan vorderingen wegens vermeende inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van derden.
-
X-FAB is afhankelijk van de intellectuele eigendomsrechten van derden, en het niet in stand houden of verwerven van licenties kan schade toebrengen aan de activiteiten van de Groep.
-
X-FAB kan nadelig worden beïnvloed door productieonderbrekingen.
-
De activiteiten van X-FAB kunnen nadelig worden beïnvloed door veranderingen in exportcontrole-voorschriften, handelsbeperkingen en economi-sche sancties.
-
Als X-FAB moeilijkheden ondervindt bij het bereiken van aanvaardbare productrendementen of procesprestaties als gevolg van fabricage-problemen, kan dit leiden tot vertraagde leveringen.
-
De verzekeringsdekking van X-FAB is mogelijk niet toereikend om onderbrekingen of zakelijke verliezen te compenseren.
-
De activiteiten van X-FAB kunnen worden beïnvloed door verstoringen van zowel zijn eigen activiteiten als die van zijn leveranciers, veroorzaakt door ernstige weersomstandigheden waarvan de frequentie toeneemt als gevolg van de klimaatverandering.
-
X-FAB zou materiële kosten kunnen maken om te voldoen aan de regelgeving, met inbegrip van milieu-, gezondheids- en veiligheidswetten, vooral als gevolg van de klimaatverandering. Wijzigingen in deze voorschriften kunnen aanzienlijke wijzigingen in het productieproces vereisen of zelfs de aankoop van extra apparatuur.
-
X-FAB kan onderworpen worden aan proces-voering, geschillen of andere juridische procedures.
-
X-FAB vertoont een aanzienlijk bedrag aan uitgestelde belastingvorderingen op zijn balans.
-
Een lage of ontbrekende motivatie van de werknemer en ongelukken als gevolg van menselijk falen kunnen een negatieve invloed hebben op de activiteiten van X-FAB.
-
Culturele verschillen kunnen ertoe leiden dat de vestigingen van X-FAB niet meer op elkaar zijn afgestemd, wat een negatieve invloed heeft op de activiteiten van X-FAB.
-
X-FAB kan worden onderworpen aan dwangsommen indien de arbeidsrechten of milieuvoorschriften worden geschonden.
-
Het publieke imago van X-FAB kan negatief worden beïnvloed door de impact van de bedrijfsactiviteiten op het milieu.
Risico's verbonden aan de aandelen
• De toekomstige verkoop van aanzienlijke hoeveel-heden gewone aandelen van X-FAB of de percep-tie dat een dergelijke verkoop zou kunnen plaats-vinden, zou de marktwaarde van de aandelen negatief kunnen beïnvloeden.
- X-FAB is mogelijk niet in staat om dividenden uit te keren.
- Beleggers met een andere referentievaluta dan euro zullen bij het beleggen in de aandelen onderhevig zijn aan wisselkoersrisico's.
- Elke verkoop, aankoop of ruil van aandelen kan onderworpen worden aan de belasting op financiële transacties.
- Bepaalde bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en de statuten kunnen een invloed hebben op potentiële overnamepogingen en kunnen de marktprijs van de aandelen beïnvloeden.
Toekomstgerichte informatie
Dit jaarverslag kan toekomstgerichte verklaringen bevatten. Toekomstgerichte verklaringen zijn verklaringen met betrekking tot of gebaseerd op de huidige intenties, overtuigingen of verwachtingen van ons management met betrekking tot, onder andere, de toekomstige bedrijfsresultaten van X-FAB, de financiële toestand, liquiditeit, vooruitzichten, groei, strategieën of ontwikkelingen in de sector waarin wij actief zijn. Door hun aard zijn toekomstgerichte verklaringen onderhevig aan risico's, onzekerheden en veronderstellingen die ertoe zouden kunnen leiden dat de werkelijke resultaten of toekomstige gebeur-tenissen wezenlijk verschillen van die welke daardoor expliciet of impliciet tot uiting komen. Deze risico's, onzekerheden en aannames kunnen een negatieve invloed hebben op de uitkomst en financiële gevolgen van de hierin beschreven plannen en gebeurtenissen.
De toekomstgerichte verklaringen in dit jaarverslag met betrekking tot de trends of huidige activiteiten mogen niet worden beschouwd als een verklaring dat dergelijke trends of activiteiten in de toekomst zullen aanhouden. We nemen geen verplichting op ons om toekomstgerichte verklaringen te actualiseren of te herzien, hetzij als gevolg van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of anderszins, tenzij wettelijk vereist. U mag geen ongepast vertrouwen stellen in dergelijke toekomstgerichte verklaringen, die pas vanaf de datum van dit jaarverslag gelden.
De informatie in dit jaarverslag kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Er wordt geen enkele verklaring of garantie, uitdrukkelijk noch stilzwijgend, gegeven met betrekking tot de billijkheid, juistheid, redelijkheid of volledigheid van de hierin opgenomen informatie en daarin mag geen vertrouwen worden gesteld.
11. WOORDENLIJST
| Automotive Electronics Council (raad voor deautomobielelektronica) |
|---|
| Kunstmatige intelligentie |
| Automobiel, industrieel, medisch |
| Analoog gemengd-signaal |
| Aanpassing aan de technische vooruitgang |
| Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen |
| Bipolair-CMOS-DMOS |
| Belgische algemeen aanvaarde boekhoudkundigegrondslagen, die verwijzen naar het in België van toepassingzijnde boekhoudkundig referentiestelsel |
| Batterijbeheersysteem |
| Kapitaaluitgaven |
| Consument, communicatie, computer |
| Gegevens over kapitaaluitgaven |
| Indeling, etikettering en verpakking |
| Complementaire metaaloxide-halfgeleider |
| Chemische Mechanische Planarisatie |
| X-FAB Silicon Foundries SE |
| Richtlijn wat betreft standaarden voorduurzaamheidsrapportage |
| Curriculum vitae |
| Toegezegde pensioenverplichtingen |
| Dubbele Materialiteitsbeoordeling |
| Desoxyribonucleïnezuur |
| Deep trench isolatie |
| EBIT | Winst vóór netto financiële kosten envennootschapsbelastingen, gelijk aan het bedrijfsresultaat,zoals gepresenteerd in de historische financiële informatie |
|---|---|
| EBITDA | Winst voor netto financiële kosten,vennootschapsbelastingen, waardeverminderingen enafschrijvingen |
| ECHA | Europees Agentschap voor chemische stoffen |
| ECL | Verwacht kredietverlies |
| EEA | Export Excellence Awards in Maleisië |
| EFRAG | Europees Adviesorgaan voor Financiële Rapportering |
| EHS | Milieu, gezondheid en veiligheid |
| EMEA | Europa, Midden-Oosten en Afrika |
| EPDs | Milieuproductverklaring |
| EPRTR | Europees register uitstoot en overbrenging verontreinigendestoffen |
| ERM | Risicobeheersysteem van de Vennootschap |
| ERP | Planning van bedrijfsmiddelen |
| ESEF | Europees uniform elektronisch formaat |
| ESG | Milieu, sociale zaken, bestuur |
| ESRS | Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage |
| EV | Elektrisch voertuig |
| Fab | Faciliteit voor waferproductie |
| FSMA | De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten |
| FTE | Voltijds equivalent |
| FVOCI | Reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten |
| FVTPL | Reële waarde door de winst- en verliesrekening |
| GaN | Galliumnitride |
| GDP | Bruto binnenlands product |
|---|---|
| GHG | Broeikasgassen |
| GRI | Wereldwijd verslaggevingsinitiatief |
| GWP | Aardopwarmingspotentieel |
| High Temp | Hoge temperaturen |
| HR | Human resources |
| IAASB | International Auditing and Assurance Standards Board (Raadvoor Internationale Audit- en Verzekeringsnormen) |
| IATF | Internationale taskforce automobielsector |
| IC | Geïntegreerde schakeling |
| IDM | Fabrikant van geïntegreerde apparaten |
| IFRS | De Internationale financiële verslaggevingsstandaarden zoalsgoedgekeurd door de Europese Unie |
| ILO | Internationale Arbeidsorganisatie |
| IoT | Internet of things - Internet van de dingen (ivd) |
| IP | Intellectuele eigendom |
| IROs | Impacts, risico's en kansen |
| ISA's | Internationale auditnormen |
| KPI | Kritieke prestatie-indicator |
| LiDAR | Beeldvorming, detectie en plaatsbepaling met licht |
| MEMS | Micro-elektromechanische systemen |
| MESRI | Frans Ministerie van Hoger Onderwijs, Onderzoek enInnovatie |
| MFI | X-FAB MEMS Foundry Itzehoe GmbH |
| M-MOS | M-MOS Semiconductor Sdn. Bhd. |
| MWh | Megawattuur |
| NRE | Eenmalige engineeringdiensten |
| NVM | Niet-vluchtig geheugen |
| OCI | Niet-gerealiseerde resultaten |
| OECD | Organisatie voor Economische Samenwerking enOntwikkeling |
|---|---|
| OEM | Fabrikant van originele uitrustingen |
| OpEx | Operationele uitgaven |
| PCF | CO₂-voetafdruk van product |
| PCM | Procescontrolebewaking |
| PDK | Procesontwerpkits |
| PFC | Geperfluoreerde koolwaterstoffen |
| RBA | Alliantie voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen |
| REACH | Registratie, evaluatie, autorisatie en beperking van chemischestoffen |
| RF | Radiofrequentie |
| RMI | Initiatief voor verantwoorde mineraalwinning |
| SBM | Strategie en businessmodel |
| SE-verordening | Verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad van 8 oktober2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap(SE) |
| SFRD | Beschrijving van de functionele systeemvereisten |
| SiC | Siliciumcarbide |
| SoCs | Zorgwekkende stoffen |
| SOI | Silicium-op-isolator |
| SVHC | Zeer zorgwekkende stoffen |
| UNGPs | VN-richtlijnen inzake bedrijfsleven en mensenrechten |
| UPW | Ultrapuur water |
| VOCs | Vluchtige organische stoffen |
| X-CHAIN | X-FAB-netwerk van ontwerp- en toeleveringspartners |
| X-FAB Dresden | X-FAB Dresden GmbH & Co. KG en X-FAB DresdenVerwaltungs-GmbH |
| X-FAB France | X-FAB France SAS |
| X-FAB GmbH | X-FAB Semiconductor Foundries GmbH |
| X-FAB Japan | X-FAB Japan K.K. |
|---|---|
| X-FAB Sarawak | X-FAB Sarawak Sdn. Bhd. |
| X-FAB SE | X-FAB Silicon Foundries SE |
| X-FAB Texas | X-FAB Texas Inc. |
| X-FAB, X-FAB SEgroep of de Groep | X-FAB Silicon Foundries SE samen met haardochtermaatschappijen |
| XMF | X-FAB MEMS Foundry GmbH |
| ZVEI | Sectorvereniging voor elektriciteit, Duitsland |
