AI assistant
UCB — Interim / Quarterly Report 2017
Jul 27, 2017
4017_ir_2017-07-27_2dbce997-e3f2-4ce3-8c92-18004ac12cc8.pdf
Interim / Quarterly Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Halfjaarlijks financieel verslag 2017 Brussel, 27 juli 2017
Inhoudstafel
1. Overzicht van de bedrijfsprestaties1 .......................3
| 1.1. | Belangrijkste hoogtepunten 3 | |
|---|---|---|
| 1.2. | Belangrijkste gebeurtenissen in 2017 4 | |
| 1.3. | Netto-omzet per product 7 | |
| 1.4. | Netto-omzet per geografisch gebied8 | |
| 1.5. | Royaltyinkomsten en -vergoedingen10 | |
| 1.6. | Overige opbrengsten 10 | |
| 1.7. | Brutowinst 11 | |
| 1.8. | Recurrente EBIT en recurrente EBITDA12 | |
| 1.9. | Winst 13 | |
| 1.10. | Kern-WPA14 | |
| 1.11. | Balans 14 | |
| 1.12. | Kasstroomoverzicht 15 | |
| 1.13. | Vooruitzichten voor 2017 (bijgewerkt)15 |
2. Verkorte geconsolideerde winsten verliesrekening .....................16
| 2.1. | Verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening16 |
|---|---|
| 2.2. | Verkort geconsolideerd overzicht van gerealiseerde |
| en niet-gerealiseerde resultaten 17 | |
| 2.3. | Verkorte geconsolideerde balans 18 |
| 2.4. | Verkort geconsolideerd kasstroomoverzicht 19 |
| 2.5. | Verkort geconsolideerd mutatieoverzicht van het |
| eigen vermogen 20 | |
| 3. | Toelichting 21 |
| 3.1. | Algemene informatie 21 |
| 3.2. | Grondslag voor de opstelling 21 |
| 3.3. | Grondslagen voor financiële verslaggeving 21 |
| 3.4. | Schattingen 24 |
| 3.5. | Financieel risicobeheer25 |
| 3.6. | Gesegmenteerde informatie 28 |
| 3.7. | Seizoensgebonden activiteiten 29 |
| 3.8. | Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten |
| 29 | |
| 3.9. | Bedrijfscombinatie30 |
| 3.10. | Activa van een groep activa die wordt afgestoten, |
| geclassificeerd als aangehouden voor verkoop31 | ||
|---|---|---|
| 3.11. | Overige bedrijfsbaten / -lasten (-) 32 |
| 5. | Verantwoordingsverklaring46 | |
|---|---|---|
| 4. | Verslag van de commissaris 45 |
|
| 3.33. | Gebeurtenissen na de tussentijdse balansdatum44 | |
| 3.32. | Samenstelling en werking van het uitvoerend comité 44 |
|
| 3.31. | Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen 41 | |
| 3.30. | Dividenden41 | |
| 3.29. | Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur40 | |
| 3.28. | Transacties met verbonden partijen 39 | |
| kasstroomoverzicht38 | ||
| 3.27. | Toelichting bij het geconsolideerde | |
| 3.26. | Voorzieningen38 | |
| 3.25. | Overige financiële verplichtingen38 | |
| 3.24. | Obligaties36 | |
| 3.23. | Leningen35 | |
| 3.22. | Kapitaal en reserves35 | |
| 3.21. | Waardevermindering op voorraden 34 | |
| 3.20. | Financiële en overige activa 34 | |
| 3.19. | Materiële vaste activa34 | |
| 3.18. | Goodwill34 | |
| 3.17. | Immateriële activa33 | |
| 3.16. | Winstbelastingen 33 | |
| 3.15. | Financiële opbrengsten en financiële kosten33 | |
| 3.14. | Overige baten en lasten32 | |
| 3.13. | Reorganisatiekosten32 | |
| 3.12. | Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 32 |
|
6. Verklarende woordenlijst...........47
1. Overzicht van de bedrijfsprestaties1
1.1. Belangrijkste hoogtepunten
- De opbrengsten stegen in de eerste zes maanden van 2017 met 12% tot € 2,2 miljard, of 10% aan constante wisselkoersen (CW). De netto-omzet bedroeg € 2,0 miljard, een verhoging van 10% (+9% CW). Aangepast voor de afstotingen in 2016 en eenmalige overige opbrengsten in 2017, bedroeg de stijging in opbrengsten en netto-omzet respectievelijk 13% en 14%. Deze groei is het gevolg van de voortdurende prestaties van de kernproducten. Royaltyinkomsten en vergoedingen bedroegen € 58 miljoen (+14%). Overige opbrengsten stegen tot € 136 miljoen (+48%) door de eenmalige overige opbrengsten van € 56 miljoen als gevolg van een licentieovereenkomst met betrekking tot Xyzal® (levocetirizine) zonder voorschrift in de VS.
- Recurrente EBITDA groeide met 35% (+32% CW) tot € 742 miljoen, gedreven door de hogere brutowinst en een verbeterde bedrijfskostenratio.
- De winst van de Groep bedroeg € 451 miljoen, tegenover € 316 miljoen (43%; 38% CW), waarvan € 431 miljoen kan worden toegerekend aan de aandeelhouders van UCB en € 20 miljoen aan minderheidsbelangen.
- De kernwinst per aandeel (WPA) bedroeg € 2,53 tegen € 1,72 in de eerste helft van 2016.
| Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni1 | Actueel | Verschil | ||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2017 | 2016 3 | Actuele wisselkoersen |
Constante wisselkoersen |
| Opbrengsten | 2 230 | 1 996 | 12% | 10% |
| Netto-omzet | 2 036 | 1 853 | 10% | 9% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 58 | 51 | 14% | 15% |
| Overige opbrengsten | 136 | 92 | 48% | 45% |
| Brutowinst | 1 666 | 1 424 | 17% | 15% |
| Marketing- en verkoopkosten | -464 | -448 | 3% | 2% |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -474 | -458 | 4% | 4% |
| Algemene en administratiekosten | -93 | -87 | 6% | 6% |
| Overige bedrijfsbaten / -lasten (-) | -16 | 1 | n.v.t. | n.v.t. |
| Recurrente EBIT (REBIT) | 619 | 432 | 43% | 39% |
| Niet-recurrente baten/lasten (-) | 1 | 50 | -99% | -98% |
| EBIT (operationele winst) | 619 | 482 | 28% | 24% |
| Netto financiële kosten | -55 | -65 | -15% | -15% |
| Aandeel in de winst van geassocieerde deelnemingen | 0 | 0 | n.v.t. | n.v.t. |
| Winst vóór belastingen | 564 | 417 | 35% | 31% |
| Winstbelastingen (-)/tegoeden | -114 | -91 | 25% | 21% |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 450 | 325 | 38% | 34% |
| Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 1 | -9 | n.v.t. | n.v.t. |
| Winst | 451 | 316 | 43% | 38% |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 431 | 300 | 44% | 39% |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 20 | 16 | 47% | 42% |
| Recurrente EBITDA | 742 | 549 | 35% | 32% |
| Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) | 90 | 71 | 29% | n.v.t. |
| Netto financiële schuld² | 987 | 838 | -18% | n.v.t. |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 294 | 258 | 14% | n.v.t. |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen (niet verwaterd) | 188 | 188 | 0% | n.v.t. |
| Winst per aandeel (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet verwaterd) |
2,29 | 1,59 | 39% | 34% |
| Kernwinst per aandeel (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd) |
2,53 | 1,72 | 47% | 42% |
1 Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de bedrijfsprestaties niet gelijk is aan de weergegeven som.
2 Voor de netto financiële schuld is de vergelijkende periode de balans per 31 december 2016.
3 Na herclassificaties naar aanleiding van IFRS 15.
De financiële informatie in dit managementverslag moet worden gelezen in samenhang met de verkorte geconsolideerde tussentijds financiële informatie en de geconsolideerde jaarrekening op 31 december 2016. Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie werd onderworpen aan een beperkt nazicht, niet geauditeerd.
Wijziging van de groep: Als gevolg van de afstoting van de activiteiten Films (in september 2004), Surface Specialities (in februari 2005) en Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. (in november 2015), rapporteert UCB de resultaten van deze activiteiten als deel van de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.
Recurrente en niet-recurrente posten: Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven ("niet-recurrente" posten).
Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst), wordt ook "recurrente EBIT" (REBIT of recurrente operationele winst) opgenomen, die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de onderneming weerspiegelt. De recurrente EBIT is gelijk aan de regel 'operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en -lasten' die in de geconsolideerde jaarrekening gerapporteerd wordt.
Kern-WPA is de kern-nettowinst, of de winst die kan worden toegekend aan UCB aandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële eenmalige posten, éénmalige winstbelastingen, de bijdrage na belasting van beëindigde bedrijfsactiviteiten, en de netto afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet, per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.
1.2. Belangrijkste gebeurtenissen in 2017
Er hebben zich verschillende belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of zullen beïnvloeden:
Belangrijke overeenkomsten / initiatieven
- Januari/februari 2017 Als onderdeel van haar innovatiestrategie heeft UCB zich verbonden om bijkomend US\$ 20 miljoen te investeren in risicokapitaalfondsen die investeren in innovatieve bedrijven werkzaam in de sector van biowetenschappen en gezondheidszorg.
- Februari 2017 Als gevolg van de goedkeuring van Xyzal® Allergy 24H door het US Food and Drug Administration Agentschap als zonder voorschrift verkrijgbare behandeling voor de verlichting van symptomen die gepaard gaan met seizoensgebonden allergieën en allergieën die zich het hele jaar door voordoen, heeft UCB recht op gegarandeerde betalingen voor een totaal bedrag van US\$ 75 miljoen te betalen over 10 jaar door Chattem Inc., een onderneming van de Sanofi-groep, als gevolg van een licentieovereenkomst met betrekking tot Xyzal® zonder voorschrift in de VS die afgesloten werd in 2015. Deze licentieovereenkomst weerspiegelt de strategie van UCB om haar niet-kernactiviteiten in licentie te geven.
- Maart 2017 Het Patent- en Merkenbureau van de VS heeft de geldigheid van het Amerikaanse octrooi RE38,551 met betrekking tot Vimpat® tijdens de Tussen Partijen Beoordeling bevestigd.
- April 2017 UCB en Q-State Biosciences gingen een meerjarige strategische ontdekkingssamenwerking aan. Het gezamenlijke programma zal een precisie-
medicijnbenadering gebruiken voor de ontwikkeling van nieuwe therapeutische middelen voor epilepsie, en in het bijzonder genetisch gedefinieerde subtypes van epilepsie bij kinderen. Geen financiële details worden bekendgemaakt.
- Juni 2017 UCB heeft het resterende aandeel van 73% in Beryllium LLC verkregen en bezit nu 100%. Beryllium LLC is een onderzoeksbedrijf gespecialiseerd in eiwituitdrukking en structurele biologie, waardoor de capaciteit van UCB in eiwittechniek en structurele biologie verbeterd wordt. (Voor meer informatie, zie Toelichting 3.9)
- Sinds juni 2017 is Besponsa® (inotuzumab ozogamicine) in de EU goedgekeurd als monotherapie voor de behandeling van volwassenen met recidiverende of refractaire CD22-positieve Bcelvoorloper acute lymfoblastische leukemie, waarbij het de eerste en enige antilichaamconjugaat wordt die beschikbaar is voor patiënten met dit type leukemie in de Europese Unie. In de VS werd een Biologics License Application geaccepteerd voor het indienen en Priority Review verleend in maart 2017. Besponsa® komt voort uit een samenwerking tussen Pfizer Inc. en UCB. Pfizer heeft de volledige verantwoordelijkheid voor alle productie- en klinische ontwikkelingsactiviteiten voor deze molecule. Bij commercialisering heeft UCB recht op royalty's.
Update over de reglementering en vooruitgang van de pijplijn
Neurologie
• In januari 2017 heeft UCB een aanvullende aanvraag voor nieuw geneesmiddel bij de Amerikaanse autoriteiten ingediend voor Briviact® (brivaracetam) als monotherapie bij de behandeling van partieel beginnende aanvallen bij patiënten met epilepsie van 16 jaar en ouder.
In juli heeft UCB een vergunning ingediend bij de EUautoriteiten voor Briviact® (brivaracetam) als aanvullende behandeling van partiële aanvallen bij kinderen met epilepsie vanaf 4 jaar en ouder. Aanvullingen werden ingediend bij de Amerikaanse autoriteiten om Briviact® uit te breiden als monotherapie en aanvullende therapie bij kinderen met epilepsie vanaf 4 jaar en ouder.
- In februari, de fase 2a studie met padsevonil (UCB0942) – in ontwikkeling voor zeer resistente epileptische patiënten bij wie reeds vier anti-epilepsie geneesmiddelen geen verbetering hebben gegeven en die ten minste vier aanvallen per week hebben – heeft positieve top-line resultaten aangetoond en zal verder ontwikkeld worden. Uitgebreide resultaten worden gepresenteerd op toekomstige wetenschappelijke bijeenkomsten.
- In maart, werd de indiening voor Vimpat® (lacosamide) aanvaard door de Amerikaanse FDA voor pediatrische patiënten met partieel beginnende aanvallen vanaf vier jaar en ouder, op basis van de extrapolatie van de bestaande gegevens.
In juli heeft het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik van het Europees Geneesmiddelenbureau een positief advies aangenomen over Vimpat® als behandeling van epilepsie bij kinderen van 4 tot 16 jaar. Ook in maart heeft Vimpat® in een fase 3 studie positieve resultaten behaald als aanvullende therapie bij patiënten met epilepsie (partiële aanvallen, ≥ 4 tot <17 jaar). Uitgebreide resultaten worden gepresenteerd op toekomstige wetenschappelijke bijeenkomsten en zullen voorgelegd worden aan de regelgevende instanties.
- In maart begon een fase 2a studie met rozanolixizumab (UCB7665) bij myasthenia gravis (MG), een zeldzame, invaliderende neurologische autoimmuunziekte. De eerste resultaten worden verwacht in de tweede helft van 2018.
- In juli begon een fase 1b open label studie met UCB3491/radiprodil bij patiënten met refractaire infantiele spasmen. De eerste hoofdresultaten worden verwacht in de eerste helft van 2018.
- Alle overige klinische ontwikkelingsprogramma's verlopen zoals gepland.
Immunologie
• In januari 2017, hebben UCB en haar partner Dermira positieve top-line resultaten aangekondigd voor CIMPACT, een fase 3 placebo gecontroleerde klinische studie ter evaluatie van Cimzia® (certolizumab pegol) bij volwassen patiënten met matige-tot-ernstige chronische plaque psoriasis. Dit voltooide de positieve resultaten van CIMPASI-2 en CIMPASI-1 in het vierde kwartaal van 2016. In juli hebben UCB en haar partner Dermira marketingaanvragen voor Amerikaanse en EUregelgevende instanties voor Cimzia® in psoriasis ingediend.
In februari, om de lijnuitbreiding voor Japan te ondersteunen, is een fase 3 studie ter evaluatie van Cimzia® bij volwassen patiënten met psoriasis en artritis psoriatica begonnen waarvan de eerste resultaten in het vierde kwartaal van 2018 worden verwacht. In maart, heeft de FDA een "Complete Response Letter" (volledige beantwoordingsbrief) uitgegeven in verband met de herziening van een voorgestelde nieuwe indicatie voor Cimzia® voor de behandeling van polyarticulaire juveniele idiopathische artritis (pJIA). De FDA-brief betreft de betrouwbaarheid van de ingediende farmacokinetische gegevens. UCB werkt samen met zowel de FDA als het betrokken bioanalytische laboratorium om aan het probleem te werken en overeenstemming te halen over de verdere stappen om Cimzia® ter beschikking te stellen van jonge patiënten. Dit heeft geen invloed op enig ander programma met Cimzia®.
Gegevens uit de CRIB- en CRADLE-studies voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd werden in mei en juni, respectievelijk, bij de Europese en Amerikaanse gezondheidsdiensten ingediend. CRADLE was een studie waarin de concentratie van Cimzia® in volwassen moedermelk van lacterende moeders werd beoordeeld, terwijl CRIB de overdracht van Cimzia® van de moeder naar het zuigeling via de placenta evalueerde.
• In juni is de fase 2a studie waarin bimekizumab werd toegediend als adjuvante therapie bij patiënten met reumatoïde artritis die niet volledig reageerden op de initiële TNF-therapie voltooid. Primaire eindpunt werd voldaan en geen nieuw veiligheidssignaal werd waargenomen. De gegevens geven echter geen voldoende patiëntwaardepotentieel voor de studiepopulatie aan om op dit moment verder te gaan met fase 2b. In lijn met de strategie voor patiëntwaarde zal UCB de inspanningen richten op het definiëren van een specifieke patiënt-subpopulatie die het meest waarschijnlijk remissie met adjuvante therapie kunnen
bereiken. Indien deze succesvol geïdentificeerd is, zou een dergelijke populatie kunnen worden onderzocht in een fase 2b studie.
In juli werden positieve resultaten bereikt voor bimekizumab in een fase 2b-studie voor patiënten met psoriasis: 79% van de patiënten bereikte een verbetering van 90% of meer van de huiduitslag en 60% van de patiënten bereikte volledige verbetering in week 12, een secundaire effectiviteitsvariabele. UCB is klaar om snel vooruit te gaan in haar fase 3 klinisch ontwikkelingsprogramma naar bimekizumab in psoriasis en blijft vorderingen maken in de klinische proeven in een vroeger stadium van artritris psoriatica en spondylitis ankylopoetica (eerste fase 2b resultaten in 2018).
• Alle overige klinische ontwikkelingsprogramma's verlopen zoals gepland.
Osteologie
• In mei hebben UCB en Amgen aangekondigd dat de romosozumab ARCH-studie zowel primaire eindpunten als het secundaire eindpunt heeft bereikt. Een eerste analyse leert dat er 24 maanden lang een significante daling was van de frequentie van nieuwe wervelfracturen, klinische fracturen (primaire eindpunten) en niet-wervelfracturen (secundair eindpunt) bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose die een hoog risico hebben op fracturen, wanneer hun behandeling start met 12 maanden romosozumab en pas daarna alendronaat. Dit in tegenstelling tot een behandeling met enkel alendronaat. Een onevenwicht in positief beoordeelde cardiovasculaire ernstige bijwerkingen werd opgetekend als een nieuw veiligheidssignaal. Dit nieuw waargenomen hart- en vaatveiligheidssignaal moet worden beoordeeld als onderdeel van het algemene voordeel: risicoprofiel voor romosozumab. UCB en Amgen zullen aan de slag gaan met regelgevende instanties wereldwijd en medische experten in dit domein om deze data grondig te evalueren.
In juli hebben de Amerikaanse autoriteiten een "Complete Response Letter" (volledige beantwoordingsbrief) uitgegeven. Met de beschikbaarheid van gegevens uit de ARCH-studie, heeft het Agentschap gevraagd dat de werkzaamheidsen veiligheidsdata van de studie in de aanvraag worden geïntegreerd. De herindiening zal ook de werkzaamheids- en veiligheidsgegevens bevatten uit de BRIDGE-studie, de fase 3-studie die romosozumab bij mannen met osteoporose evalueert, die ook werden aangevraagd. Deze aanvraag zal worden aangepakt in de vorm van een herindiening, dat is een verlenging van de huidige herziening. De oorspronkelijke indiening omvatte gegevens uit de FRAME-studie van postmenopauzale vrouwen met osteoporose.
1.3. Netto-omzet per product
De totale netto-omzet bedraagt € 2 036 miljoen in de eerste zes maanden van 2017, i.e. 10% meer dan vorig jaar of +9% meer bij constante wisselkoersen (CW). Exclusief de afstotingen in 2016 steeg de totale netto-omzet met 14% (+ 13% CW). Deze verhoging is het gevolg van de sterke groei van de kernproducten Cimzia®, Vimpat®, Keppra ®, Briviact ®
en Neupro®, die een gecombineerde netto-omzet van € 1 741 miljoen halen, i.e. +18%, of 85% van de totale nettoomzet van UCB.
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | Actueel | Verschil | ||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2017 | 2016 1 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Kernproducten | 1 741 | 1 480 | 18% | 14% |
| Immunologie / Cimzia® | 663 | 598 | 11% | 9% |
| Neurologie | ||||
| Vimpat® | 477 | 381 | 25% | 22% |
| Keppra® (inclusief Keppra® XR + E Keppra ®) | 412 | 352 | 17% | 16% |
| Neupro® | 154 | 142 | 9% | 8% |
| Briviact® | 36 | 7 | > 100% | > 100% |
| Gevestigde merken | 302 | 375 | -19% | -16% |
| Zyrtec® (inclusief Zyrtec-D®/Cirrus®) | 61 | 68 | -10% | -12% |
| Xyzal® | 54 | 54 | 1% | -1% |
| Nootropil® | 22 | 22 | 0% | 4% |
| Venlafaxine ER | 1 | 55 | -98% | -98% |
| Overige producten | 163 | 176 | -7% | -7% |
| Netto-omzet vóór hedging | 2 043 | 1 855 | 10% | 9% |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet | -8 | -1 | > 100% | n.v.t. |
| Totale netto-omzet | 2 036 | 1 853 | 10% | 9% |
1 Na herclassificaties naar aanleiding van IFRS 15
Kernproducten
- Cimzia® (certolizumab pegol), voor mensen die met inflammatoire TNF gemedieerde ziekten leven, de netto-omzet steeg tot € 663 miljoen, +11% (+9% CW), gedreven door een duurzame groei in concurrerende markten. In Japan weerspiegelt de netto-omzet met partner Astellas verschillende verzendingspatronen, terwijl de interne groei van deze markt verder ging met 16%.
- Vimpat® (lacosamide) met een netto-omzet van € 477 miljoen, +25% (+22% CW) bereikt meer en meer mensen die met epilepsie leven. Sinds augustus 2016 is Vimpat® ook beschikbaar in Japan, in samenwerking met Daiichi Sankyo. Sinds december 2016 is Vimpat® goedgekeurd als monotherapie in de Europese Unie.
-
Keppra® (levetiracetam) behaalde een netto-omzet van € 412 miljoen (+17%; +16% CW) en profiteerde van voorraad effecten die plaatsvonden op de meeste markten. De groei is echter gedreven door internationale markten en Japan. In Japan weerspiegelt de netto-omzet van E Keppra® met partner Otsuka verschillende verzendingspatronen, in vergelijking met vorig jaar.
-
Briviact® (brivaracetam) is nu beschikbaar voor patiënten met epilepsie in de EU sinds januari 2016 en in de VS sinds juni 2016 en rapporteert een netto-omzet van € 36 miljoen.
- Neupro® (rotigotine) voor de behandeling van de ziekte van Parkinson (PD) en het rustelozebenensyndroom (RLS), bereikte een netto-omzet van € 154 miljoen, +9% (+8% CW). In Japan weerspiegelt de netto-omzet van Neupro® met partner Otsuka verschillende verzendingspatronen, in vergelijking met vorig jaar. De marktprestaties van Neupro® in Japan tonen een groei van 14%.
Gevestigde merken
• Zyrtec® (cetirizine, inclusief Zyrtec®-D/Cirrus®) en Xyzal® (levocetirizine), beide tegen allergieën, hadden een netto-omzet van € 61 miljoen (-10%; -12% CW) en € 54 miljoen (+1%; -1% CW) respectievelijk, door de generische concurrentie. Xyzal® werd beïnvloed door de generische concurrentie, vooral in de VS en Europa, die gecompenseerd werd door de groei in Japan.
- Nootropil® (piracetam), voor cognitieve stoornissen, boekte een stabiele netto-omzet van € 22 miljoen (+4% CW).
- Andere producten: De netto-omzet voor de andere gevestigde merken verminderde tot € 163 miljoen (-7%; -7% CW). Dit komt hoofdzakelijk door de afstoting van de nitraatactiviteiten in 2016. Aangepast voor deze afstoting, zou het bedrijf stabiel zijn.
- Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet en niet toegewezen waren € 8 miljoen negatief (€ 1 miljoen negatief in de eerste helft van 2016), en geven UCB's transactionele indekkingsactiviteiten weer die erkend moeten worden in de "netto-omzet" in overeenstemming met IFRS. Deze houden vooral verband met de Amerikaanse dollar en de Britse pond.
1.4. Netto-omzet per geografisch gebied
- De netto-omzet in de VS haalde € 983 miljoen (+13%; +10% CW). Deze groei is het gevolg van de voortdurende prestaties van de kernproducten die een netto-omzet van € 972 miljoen haalden - i.e. 99% van de netto-omzet van UCB in de VS. De franchise voor Keppra® haalde een omzet van € 109 miljoen, een stijging met 10% (7% CW) die profiteerde van voorraad effecten die plaatsvonden in het eerste kwartaal. De netto-omzet van de gevestigde merken bedroeg € 12 miljoen na € 64 miljoen als gevolg van de afstotingen, namelijk Venlafaxine ER in november 2016. Gecorrigeerd voor deze afstoting steeg de netto-omzet met 21%.
- De Europese netto omzet bedroeg € 629 miljoen (+3%; +4% CW), gedreven door de verdere groei van de gecombineerde netto-omzet van de kernproducten van € 467 miljoen – wat 75% van UCB's netto-omzet in Europa vertegenwoordigt. De Allergiefranchise Zyrtec® haalde een omzet van € 31 miljoen (-15%) en de andere producten vertegenwoordigden € 128 miljoen (-5%) - ten gevolge van generische concurrentie en afstoting.
- De netto-omzet van Japan wordt beïnvloed door de verschillende verzendingspatronen naar de respectieve partners van UCB in deze markt en bedroeg € 177 miljoen, een stijging met 43% (+40% CW). Deze groei is het gevolg van een sterke E Keppra® netto-
omzet van € 93 miljoen (+91%), ondersteund door voorraad effecten (partner Otsuka). De netto-omzet van Cimzia® bedroeg € 18 miljoen (na € 19 miljoen), terwijl de groei op de markt bleef met +16% (partner: Astellas). Vimpat® werd in september 2016 gelanceerd samen met partner Daiichi Sankyo en haalde een netto-omzet van € 6 miljoen. Neupro® had een netto-omzet van € 17 miljoen na € 19 miljoen (partner: Otsuka). Het allergie product Zyrtec® bleef stabiel met € 15 miljoen terwijl Xyzal® een verhoging van 24% optekende tot € 27 miljoen.
- De netto-omzet in de internationale markten bedroeg € 255 miljoen, een verhoging van +1% (+0% CW). De duurzame groei van de kernproducten werd gecompenseerd door de gevolgen van de afstotingen binnen de gevestigde merken portefeuille.
- Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet en niet toegewezen waren € 8 miljoen negatief (€ 1 miljoen negatief in de eerste helft van 2016), en geven UCB's transactionele indekkingsactiviteiten weer die erkend moeten worden in de "netto-omzet" in overeenstemming met IFRS. Deze houden vooral verband met de Amerikaanse dollar en de Britse pond.
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | Actueel | Verschil - actuele wisselkoersen |
Verschil – constante wisselkoersen (CW) |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2017 | 2016 1 | € miljoen | % | € miljoen | % |
| Netto-omzet VS | 983 | 869 | 115 | 13% | 85 | 10% |
| Cimzia® | 420 | 372 | 48 | 13% | 35 | 9% |
| Vimpat® | 368 | 291 | 77 | 26% | 66 | 23% |
| Keppra® (inclusief Keppra® XR) | 109 | 99 | 10 | 10% | 7 | 7% |
| Neupro® | 50 | 39 | 11 | 29% | 10 | 25% |
| Briviact® | 25 | 4 | 21 | > 100% | 20 | > 100% |
| Gevestigde merken | 12 | 64 | -53 | -83% | -53 | -82% |
| Venlafaxine ER | 1 | 55 | -54 | -98% | -54 | -98% |
| Netto-omzet Europa | 629 | 609 | 20 | 3% | 25 | 4% |
| Cimzia® | 176 | 165 | 12 | 7% | 14 | 9% |
| Keppra® | 119 | 121 | -2 | -1% | -1 | -1% |
| Vimpat® | 82 | 72 | 11 | 15% | 11 | 15% |
| Neupro® | 80 | 77 | 4 | 5% | 4 | 5% |
| Briviact® | 11 | 3 | 7 | > 100% | 8 | > 100% |
| Gevestigde merken | 160 | 172 | -12 | -7% | -11 | -6% |
| Zyrtec® (inclusief Cirrus®) | 31 | 37 | -5 | -15% | -5 | -15% |
| Overige producten | 128 | 135 | -7 | -5% | -6 | -4% |
| Netto-omzet Japan | 177 | 124 | 53 | 43% | 50 | 40% |
| E Keppra® | 93 | 48 | 44 | 91% | 42 | 87% |
| Cimzia® | 18 | 19 | -1 | -5% | -1 | -7% |
| Neupro® | 17 | 19 | -2 | -9% | -2 | -9% |
| Vimpat® | 6 | |||||
| Gevestigde merken | 43 | 37 | 6 | 15% | 5 | 13% |
| Xyzal® | 27 | 22 | 5 | 24% | 5 | 22% |
| Zyrtec® | 15 | 15 | 0 | 2% | 0 | 0% |
| Netto-omzet internationale markten | 255 | 253 | 2 | 1% | -1 | 0% |
| Cimzia® | 48 | 42 | 6 | 15% | 5 | 13% |
| Vimpat® | 20 | 18 | 2 | 14% | 2 | 10% |
| Keppra® | 91 | 84 | 7 | 8% | 7 | 9% |
| Briviact® | 1 | 0 | 0 | > 100% | 0 | > 100% |
| Neupro® | 6 | 7 | -1 | -8% | -1 | -12% |
| Gevestigde merken | 89 | 101 | -13 | -13% | -15 | -15% |
| Netto-omzet vóór hedging | 2 043 | 1 855 | 189 | 10% | 158 | 9% |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet |
-8 | -1 | -7 | > 100% | ||
| Totale netto-omzet | 2 036 | 1 853 | 183 | 10% | 158 | 9% |
1 Na herclassificaties naar aanleiding van IFRS 15
1.5. Royaltyinkomsten en -vergoedingen
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | Actueel | Verschil | ||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2017 | 2016 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Biotechnologische IE | 32 | 26 | 20% | 24% |
| Zyrtec® VS | 17 | 15 | 10% | 8% |
| Toviaz® | 8 | 6 | 27% | 26% |
| Overige | 1 | 3 | -49% | -49% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 58 | 51 | 14% | 15% |
In de eerste zes maanden van 2017 stegen de royaltyinkomsten en –vergoedingen van € 51 miljoen tot € 58 miljoen (14%; 15% CW).
De biotechnologishe IP steeg dankzij royalty's voor een monoklonaal antilichaam van UCB's antilichaam platform.
Royalties verzameld voor Zyrtec® in de VS nam toe met € 2 miljoen of 10%.
De franchiseroyalties betaald door Pfizer voor Toviaz® (fesoterodine), de behandeling voor een overactieve blaas, stegen met € 2 miljoen of 27%.
1.6. Overige opbrengsten
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | Actueel | Verschil | ||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2017 | 2016 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Opbrengsten uit contractproductie | 47 | 49 | -4% | -5% |
| Product winstdeling | 12 | 12 | 2% | 1% |
| Samenwerkingen in Japan | 6 | 10 | -42% | -42% |
| Samenwerkingen in China | 0 | 10 | -98% | -98% |
| Xyzal® in de VS | 56 | - | n.v.t. | n.v.t. |
| Overige | 15 | 10 | 43% | 43% |
| Overige opbrengsten | 136 | 92 | 48% | 45% |
Overige opbrengsten stegen van € 92 miljoen tot € 136 miljoen (+48%) door de eenmalige overige opbrengsten van € 56 miljoen als gevolg van een licentieovereenkomst met betrekking tot Xyzal® zonder voorschrift in de VS.
De opbrengsten uit de contractproductie bedroegen € 47 miljoen en bevatten de contractproductie met betrekking tot de afstoting van de nitratenactiviteiten van de gevestigde merken in 2016.
De product winstdelingsovereenkomsten voor Dafiro® / Provas® (2016) en Xyzal® haalden € 12 miljoen opbrengsten.
De samenwerkingsactiviteiten in Japan omvatten de samenwerking met Otsuka gefocust op E Keppra® en met Daiichi Sankyo voor Vimpat® en leverden een opbrengst van € 6 miljoen, tegen € 10 miljoen.
Onze samenwerkingen in China omvatten de marktrechten in 2016 voor UCB's allergie franchise en de opbrengst bereikte € 10 miljoen in 2016. Dit partnerschap is nu overgedragen.
De "overige" opbrengsten bedroegen € 15 miljoen (43%) en omvatten mijlpaalbetalingen en andere betalingen van onze R&D-partners.
1.7. Brutowinst
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | Actueel | Verschil | ||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2017 | 2016 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Opbrengsten | 2 230 | 1 996 | 12% | 10% |
| Netto-omzet | 2 036 | 1 853 | 10% | 9% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 58 | 51 | 14% | 15% |
| Overige opbrengsten | 136 | 92 | 48% | 45% |
| Kostprijs van de omzet | -564 | -572 | 1% | 2% |
| Kostprijs van de omzet voor producten en diensten | -393 | -403 | -5% | -4% |
| Royaltylasten | -110 | -107 | 3% | 3% |
| Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet | -61 | -62 | -3% | -3% |
| Brutowinst | 1 666 | 1 424 | 17% | 15% |
In de eerste zes maanden van 2017, bereikte de brutowinst € 1 666 miljoen, een verhoging van 17%, als gevolg van de netto-omzetgroei en een verbeterde productmix in het algemeen, maar ook gedreven door de afstotingen in 2016. De kernproducten vertegenwoordigen nu 85% van de netto-omzet van UCB, tegenover 80% per juni 2016. De bruto winstmarge steeg tot 75%, in vergelijking met 71% in de eerste helft van 2016.
De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van aan de omzet gekoppelde immateriële activa:
De kostprijs van omzet voor producten en diensten daalde met 5% tot € 393 miljoen.
Royalty uitgaven zijn licht gestegen tot € 110 miljoen van € 107 miljoen als gevolg van de groei van de op de markt gebrachte kernproducten, voornamelijk Cimzia® en Vimpat®, en werden beïnvloed door royalty's voor de gevestigde merken die na de afstotingen in 2016 zijn afgelopen.
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni |
Actueel | Verschil | ||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2017 | 2016 | Actuele wissel koersen |
CW |
| Biotechnologische IE |
0 | 1 | n.v.t. | n.v.t. |
| Overige | -110 | -108 | 3% | 3% |
| Royaltylasten | -110 | -107 | 3% | 3% |
Afschrijving van immateriële activa gerelateerd aan
omzet: Onder IFRS 3 ("Bedrijfscombinaties") heeft UCB op zijn balans een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa staan, die verband houden met de overnames van Celltech en Schwarz Pharma (lopend onderzoek en ontwikkeling, productiekennis, royaltystromen, handelsbenamingen, enz.). De afschrijvingskosten van de immateriële activa waarvoor al producten zijn gelanceerd, waren stabiel op € 61 miljoen.
1.8. Recurrente EBIT en recurrente EBITDA
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | Actueel | Verschil | ||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2017 | 2016 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Opbrengsten | 2 230 | 1 996 | 10% | 9% |
| Netto-omzet | 2 036 | 1 853 | 10% | 9% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 58 | 51 | 14% | 15% |
| Overige opbrengsten | 136 | 92 | 48% | 45% |
| Brutowinst | 1 666 | 1 424 | 17% | 15% |
| Marketing- en verkoopkosten | -464 | -448 | 3% | 2% |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -474 | -458 | 4% | 4% |
| Algemene en administratiekosten | -93 | -87 | 6% | 6% |
| Overige bedrijfsbaten / -lasten (-) | -16 | 1 | n.v.t. | n.v.t. |
| Totale bedrijfskosten | -1 047 | -992 | 6% | 5% |
| Recurrente EBIT (REBIT) | 619 | 432 | 43% | 39% |
| Afschrijving van immateriële activa | -78 | -82 | -5% | -5% |
| Afschrijving van materiële vaste activa | -45 | -36 | 28% | 28% |
| Recurrente EBITDA (REBITDA) | 742 | 549 | 35% | 32% |
De bedrijfskosten, die de marketing- en verkoopkosten, de kosten voor onderzoek en ontwikkeling, de algemene en administratiekosten en andere bedrijfsopbrengsten/-lasten omvatten, bedroegen € 1 047 miljoen, 6% meer dan vorig jaar, en weerspiegelen:
- 3% meer marketing- en verkoopkosten, voor € 464 miljoen. Dit weerspiegelt de voortdurende groei van de kernproducten, inclusief de lopende lancering van Briviact®.
- 4% meer onderzoeks- en ontwikkelingskosten, die € 474 miljoen bedroegen. Invoering van de klinische ontwikkelingspijplijn in de late fase en hogere opbrengsten leidden tot een R&D-ratio van 21% in de eerste zes maanden van 2017.
- 6% meer algemene en administratiekosten van € 93 miljoen;
- overige bedrijfslasten van € 16 miljoen, voornamelijk door de samenwerking met Amgen ter voorbereiding van de commercialisering van romosozumab.
De totale bedrijfskosten in verhouding tot de opbrengsten (bedrijfskosten-ratio) verbeterden naar 47% na 50%.
De recurrente EBIT steeg van € 432 miljoen in de eerste zes maanden van 2016 naar € 619 miljoen.
- de totale afschrijving van immateriële activa (product gerelateerde en andere) bedroeg € 78 miljoen;
- de afschrijvingslasten op materiële vaste activa stegen met 28% tot € 45 miljoen.
Zoals bepaald in de overeenkomst tussen UCB en Lonza voor de productie door Lonza van gepegyleerde actieve bulkproducten op basis van antilichaamfragmenten, heeft UCB deelgenomen in de voorfinanciering van de betreffende kapitaaluitgaven. De afschrijvingskosten op deze investering voor een bedrag van € 5 miljoen voor de eerste zes maanden van 2017 (in vergelijking met € 5 miljoen voor de eerste zes maanden van 2016) zijn opgenomen in de kostprijs van de omzet en werden weer toegevoegd met het oog op de berekening van de recurrente EBITDA.
De recurrente EBITDA bereikte € 742 miljoen na € 549 miljoen, een verhoging van 35%, en wordt aangedreven door een hogere brutowinst en een verbeterde bedrijfskosten-ratio.
1.9. Winst
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | Actueel | Verschil | ||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2017 | 2016 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Recurrente EBIT | 619 | 432 | 43% | 39% |
| Kosten van bijzondere waardeverminderingen | 4 | -11 | n.v.t. | n.v.t. |
| Reorganisatiekosten | -7 | -9 | -24% | -23% |
| Nettowinst op afstotingen | 0 | 77 | n.v.t. | n.v.t. |
| Overige niet-recurrente baten/lasten (-) | 3 | -7 | 7% | 6% |
| Totale niet-recurrente baten / lasten (-) | 1 | 50 | -99% | -98% |
| EBIT (operationele winst) | 619 | 482 | 28% | 24% |
| Netto financiële kosten | -55 | -65 | -15% | -15% |
| Resultaat van geassocieerde deelnemingen | 0 | 0 | n.v.t. | n.v.t. |
| Winst vóór belastingen | 564 | 417 | 35% | 31% |
| Winstbelastingen | -114 | -91 | 25% | 21% |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 450 | 325 | 38% | 34% |
| Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 1 | -9 | n.v.t. | n.v.t. |
| Winst | 451 | 316 | 43% | 38% |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 431 | 300 | 44% | 39% |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 20 | 16 | 47% | 42% |
| Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 431 | 300 | 44% | 39% |
De totale niet-recurrente baten / lasten (-) bedroegen € 1 miljoen baten vóór belastingen, na € 50 miljoen baten vóór belastingen in 2016, inclusief reorganisatiekosten en kosten voor geschillen gecompenseerd door de terugname van waardeverminderingen en voorzieningen. Op 30 juni 2016 is de belangrijkste aandrijver van deze baten de winst (€ 75 miljoen) op de afstoting van UCB's nitratenactiviteiten, deel van de gevestigde merken, in China, Europa en andere geselecteerde markten, gecompenseerd door de bijzondere waardevermindering op de oncologie moleculen en herstructureringskosten.
De netto financiële kosten bedroegen € 55 miljoen, tegen € 65 miljoen in 2016, inclusief de waardevermindering van het Lannett-warrant van € 28 miljoen (in verband met de afstoting van Kremers Urban).
De winstbelastingen bedroegen € 114 miljoen tegenover € 91 miljoen in juni 2016. Het gemiddeld effectief belastingpercentage met betrekking tot de recurrente activiteiten bedraagt 20%, tegenover 25% in dezelfde periode vorig jaar.
De winst/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten leidde tot een boekwinst van € 1 miljoen, tegenover een verlies van € 9 miljoen in 2016.
De winst van de Groep bedroeg € 451 miljoen, tegenover € 316 miljoen, waarvan € 431 miljoen kan worden toegerekend aan de aandeelhouders van UCB en € 20 miljoen aan minderheidsbelangen. Voor de eerste zes maanden van 2016 haalde UCB een winst van € 316 miljoen, waarvan € 300 miljoen toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB en € 16 miljoen aan minderheidsbelangen.
1.10. Kern-WPA
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | Actueel | Verschil | ||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2017 | 2016 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Winst | 451 | 316 | 43% | 38% |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 431 | 300 | 44% | 39% |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 20 | 16 | 47% | 42% |
| Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 431 | 300 | 44% | 39% |
| Totale niet-recurrente baten (-) / lasten | -1 | -50 | n.v.t. | n.v.t. |
| Winstbelasting op niet-recurrente lasten (-)/baten | -1 | -9 | n.v.t. | n.v.t. |
| Financiële éénmalige baten (-) / lasten | 0 | 28 | n.v.t. | n.v.t. |
| Winstbelasting op financiële éénmalige baten / lasten (-) | 0 | 0 | n.v.t. | n.v.t. |
| Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -1 | 9 | n.v.t. | n.v.t. |
| Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet | 61 | 62 | n.v.t. | n.v.t. |
| Winstbelasting op afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet |
-12 | -16 | n.v.t. | n.v.t. |
| Kern-winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 477 | 325 | 47% | 42% |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen (miljoen) | 188 | 188 | 0% | n.v.t. |
| Kern-WPA toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 2,53 | 1,72 | 47% | 42% |
.
De winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB, gecorrigeerd voor het effect na belastingen van nietrecurrente elementen, financiële eenmalige posten, de bijdragen na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten en de netto afschrijving van immateriële activa gerelateerd aan omzet, geeft aanleiding tot een kern-winst toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB van
€ 477 miljoen (+47%; +42% CW), wat leidt tot een kernwinst per aandeel (WPA) van € 2,53 per aandeel, ten opzichte van € 1,72 in 2016, op een niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen van 188 miljoen
1.11. Balans
De immateriële activa daalden met € 55 miljoen van € 875 miljoen per 31 december 2016 tot € 820 miljoen op 30 juni 2017. Dit omvat de lopende afschrijvingen op immateriële activa (€ 78 miljoen), de waardevermindering (€ 2 miljoen), deels gecompenseerd door de terugname van waardevermindering (€ 6 miljoen) en toevoegingen in het kader van licentieafspraken, software en geactiveerde in aanmerking komende software-ontwikkelingskosten.
De goodwill daalde van € 5 178 miljoen per 31 december 2016 naar € 4 971 miljoen als gevolg van de zwakkere Amerikaanse dollar in vergelijking met december 2016, inclusief de € 9 miljoen in verband met de overname van Beryllium LLC.
De overige vaste activa daalden met € 13 miljoen,
De daling van de vlottende activa van € 2 331 miljoen op 31 december 2016 tot € 2 200 miljoen op 30 juni 2017 is het gevolg van een daling van de geldmiddelen en kasequivalenten.
Het eigen vermogen van UCB bedraagt € 5 533 miljoen, een toename van € 56 miljoen tussen 31 december 2016 en 30 juni 2017. De voornaamste wijzigingen komen voort uit de nettowinst (€ 451 miljoen), beïnvloed door de negatieve omrekeningsverschillen van de Amerikaanse dollar en de Britse pond (€ 198 miljoen), gecompenseerd door de dividenduitkering (€ 217 miljoen) en inkoop van eigen aandelen (€ 97 miljoen).
De langlopende schulden bedragen € 2 293 miljoen, op hetzelfde niveau van december 2016.
De kortlopende verplichtingen bedragen € 1 980 miljoen, een daling van € 438 miljoen, door lagere loonverplichtingen en een afname in handelsschulden.
De nettoschuld steeg met € 149 miljoen, van € 838 miljoen eind december 2016 tot € 987 miljoen eind juni 2017, en heeft voornamelijk betrekking op de betaling van dividenden op het resultaat van 2016, de verwerving van eigen aandelen gecompenseerd door de onderliggende netto rentabiliteit.
1.12. Kasstroomoverzicht
De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstromen wordt beïnvloed door de volgende elementen:
- De kasstroom uit operationele activiteiten bedroeg € 325 miljoen, waarvan € 294 miljoen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten, in vergelijking met € 258 miljoen in 2016. Deze werd bereikt ondanks een licht verhoogd werkkapitaal.
- De kasstroom uit investeringsactiviteiten vertoonde in 2017 een uitstroom van € 109 miljoen (voortgezette bedrijfsactiviteiten) in vergelijking met een inkomende kasstroom van € 83 miljoen in 2016, na de afstoting van niet-kernactiva.
- De kasstroom uit financieringsactiviteiten heeft een uitstroom van € 374 miljoen, waaronder de inkoop van eigen aandelen, dividendbetalingen en terugbetaling van kortlopende leningen.
1.13. Vooruitzichten voor 2017 bijgewerkt
UCB verwacht voortdurende bedrijfsgroei door de kernproducten die steeds meer patiënten bereiken.
De belangrijkste financiële prestatie-indicatoren van UCB worden nu als volgt verwacht :
- Opbrengsten 2017 in het bereik van € 4,35 4,45 miljard,
- recurrente EBITDA in het bereik van € 1,15 1,25 miljard en
- kern-winst per aandeel in het bereik van € 3,70 4,15 op basis van een verwacht gemiddelde van 188 miljoen uitstaande aandelen.
.
2. Verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening
2.1. Verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni € miljoen |
Toelichting | 2017 Beperkt nazicht |
2016 Beperkt nazicht3 |
|---|---|---|---|
| VOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITEN Netto-omzet |
3.6 | 2 036 | 1 853 |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 58 | 51 | |
| Overige opbrengsten | 136 | 92 | |
| Opbrengsten | 3.8 | 2 230 | 1 996 |
| Kostprijs van de omzet | -564 | -572 | |
| Brutowinst | 1 666 | 1 424 | |
| Marketing- en verkoopkosten | -464 | -448 | |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -474 | -458 | |
| Algemene en administratiekosten | -93 | -87 | |
| Overige bedrijfsbaten / -lasten (-) | 3.11 | -16 | 1 |
| Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten |
619 | 432 | |
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa | 3.12 | 4 | -11 |
| Reorganisatiekosten | 3.13 | -7 | -9 |
| Overige baten/lasten (-) | 3.14 | 3 | 70 |
| Operationele winst | 619 | 482 | |
| Financiële opbrengsten | 3.15 | 12 | 29 |
| Financiële kosten | 3.15 | -67 | -94 |
| Netto financiële kosten | 3.15 | -55 | -65 |
| Aandeel in de winst van geassocieerde deelnemingen | 0 | 0 | |
| Winst vóór belastingen | 564 | 417 | |
| Winstbelastingen | 3.16 | -114 | -91 |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 450 | 325 | |
| BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN | |||
| Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 3.10 | 1 | -9 |
| WINST | 451 | 316 | |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB NV | 431 | 300 | |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 20 | 16 | |
| GEWONE WINST PER AANDEEL (€)1 | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 2,29 | 1,64 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | -0,05 | |
| Totale gewone winst per aandeel | 2,29 | 1,59 | |
| VERWATERDE WINST PER AANDEEL (€)2 | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 2,29 | 1,64 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | -0,05 | |
| Totale verwaterde winst per aandeel | 2,29 | 1,59 |
1 Het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen tijdens de tussentijdse periode bedraagt voor de berekening van de gewone winst per aandeel 188 252 891 (2016: 188 253 608).
2 Het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen tijdens de tussentijdse periode bedraagt voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel 188 252 891 (2016: 188 253 608).
3 Na herclassificaties naar aanleiding van IFRS 15.
2.2. Verkort geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni € miljoen |
2017 Beperkt nazicht |
2016 Beperkt nazicht |
|---|---|---|
| Winst van de periode | 451 | 316 |
| Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere perioden: | ||
| Nettowinst / -verlies (-) op de voor verkoop beschikbare financiële activa | -7 | -9 |
| Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten | -198 | -141 |
| Effectief gedeelte van winst / verlies (-) op kasstroomafdekkingen | 126 | -11 |
| Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde resultaten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere perioden |
-42 | |
| Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere perioden: | ||
| Herwaardering van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten | 14 | -117 |
| Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde resultaten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere perioden |
-2 | 6 |
| Niet-gerealiseerde resultaten voor de periode na belastingen | -109 | -272 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen | 342 | 44 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB NV | 315 | 26 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 27 | 18 |
2.3. Verkorte geconsolideerde balans
| € miljoen | Toelichting | 30 juni 2017 Beperkt nazicht |
31 dec 2016 Gecontroleerd |
|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||
| Vaste activa | |||
| Immateriële activa | 3.17 | 820 | 875 |
| Goodwill | 3.18 | 4 971 | 5 178 |
| Materiële vaste activa | 3.19 | 676 | 678 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 898 | 953 | |
| Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) | 3.20 | 241 | 197 |
| Totaal vaste activa | 7 606 | 7 881 | |
| Vlottende activa | |||
| Voorraden | 3.21 | 610 | 578 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 809 | 884 | |
| Te ontvangen belastingen | 27 | 5 | |
| Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) | 140 | 86 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 589 | 761 | |
| Activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassifieerd als aangehouden voor verkoop |
25 | 17 | |
| Totaal vlottende activa | 2 200 | 2 331 | |
| Totaal activa | 9 806 | 10 212 | |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN Eigen vermogen |
|||
| Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 3.22 | 5 613 | 5 584 |
| Minderheidsbelangen | -80 | -107 | |
| Totaal eigen vermogen | 5 533 | 5 477 | |
| Langlopende verplichtingen | |||
| Leningen | 3.23 | 316 | 331 |
| Obligaties | 3.24 | 1 234 | 1 243 |
| Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) | 3.25 | 74 | 94 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 43 | 10 | |
| Personeelsbeloningen | 472 | 479 | |
| Voorzieningen | 3.26 | 106 | 105 |
| Handels- en overige verplichtingen | 48 | 55 | |
| Totaal langlopende verplichtingen | 2 293 | 2 317 | |
| Kortlopende verplichtingen | |||
| Leningen | 3.23 | 27 | 27 |
| Obligaties | 3.24 | 0 | 0 |
| Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) | 3.25 | 65 | 142 |
| Voorzieningen | 3.26 | 38 | 61 |
| Handels- en overige verplichtingen | 1 582 | 1 860 | |
| Te betalen belastingen | 268 | 328 | |
| Verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd | 0 | 0 | |
| als aangehouden voor verkoop | |||
| Totaal kortlopende verplichtingen | 1 980 | 2 418 | |
| Totaal verplichtingen | 4 273 | 4 735 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 9 806 | 10 212 |
2.4. Verkort geconsolideerd kasstroomoverzicht
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni € miljoen |
Toelichting | 2017 Beperkt nazicht |
2016 Beperkt nazicht |
|---|---|---|---|
| Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 431 | 300 | |
| Minderheidsbelangen | 20 | 16 | |
| Aanpassing voor winst(-)/verlies uit geassocieerde deelnemingen | 0 | 0 | |
| Aanpassing voor niet-geldelijke transacties | 3.27 | 90 | 160 |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten | 3.27 | 114 | 91 |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten |
3.27 | 16 | -51 |
| Wijzigingen in het werkkapitaal | 3.27 | -225 | -205 |
| Ontvangen rente | 9 | 25 | |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 455 | 336 | |
| Betaalde belastingen gedurende de periode | -130 | -364 | |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit operationele activiteiten: | 325 | -28 | |
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 294 | 258 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 31 | -286 | |
| NETTO KASSTROMEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN | 325 | -28 | |
| Verwerving van immateriële activa | -44 | -15 | |
| Verwerving van materiële vaste activa | -46 | -55 | |
| Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen | -7 | 0 | |
| Verwerving van overige investeringen | -14 | -2 | |
| Subtotaal verwervingen | -111 | -72 | |
| Ontvangsten uit verkoop van immateriële vaste activa | 0 | 1 | |
| Ontvangsten uit verkoop van materiële vaste activa | 1 | 0 | |
| Ontvangsten uit verkoop van bedrijfsactiviteiten, na aftrek van overgedragen geldmiddelen | 0 | 329 | |
| Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen | 1 | 2 | |
| Ontvangen dividenden | 0 | 0 | |
| Subtotaal ontvangsten uit verkopen | 2 | 333 | |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit investeringsactiviteiten: | -109 | 260 | |
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | -109 | 83 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 177 | |
| NETTO KASSTROMEN UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN | -109 | 260 | |
| Ontvangsten uit kapitaalsuitgifte | 0 | -300 | |
| Ontvangsten uit uitgifte van obligaties | 0 | 0 | |
| Terugbetaling van obligaties (-) | 0 | 0 | |
| Ontvangsten uit leningen | 9 | 15 | |
| Terugbetaling van leningen (-) | -26 | -94 | |
| Terugbetaling van financiële leaseverplichtingen Inkoop (-)/vervreemding van eigen aandelen |
0 -105 |
-1 -49 |
|
| Uitgekeerde dividenden aan aandeelhouders van UCB, na aftrek van dividenden | |||
| betaald op eigen aandelen | -217 | -230 | |
| Betaalde rente | -35 | -39 | |
| Netto kasstromen uit financieringsactiviteiten | -374 | -698 | |
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | -374 | -698 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | |
| NETTO KASSTROMEN UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN | -374 | -698 | |
| Netto toename / afname (-) van geldmiddelen en kasequivalenten | -158 | -466 | |
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | -189 | -357 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 31 | -109 | |
| NETTO GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN AAN HET BEGIN VAN DE PERIODE | 756 | 1 277 | |
| Effect van wisselkoersschommelingen | -22 | -24 | |
| NETTO GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN AAN HET EINDE VAN DE PERIODE | 576 | 787 |
2.5. Verkort geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen
TOEREKENBAAR AAN AANDEELHOUDERS VAN UCB NV
| € miljoen | Aandelenkapitaal en uitgiftepremies |
Hybride kapitaal | Eigen aandelen | Overgedragen resultaat |
Overige reserves | omrekeningsversc Cumulatieve hillen |
financiële activa Voor verkoop beschikbare |
Kasstroomafdekki ngen |
Totaal | Minderheidsbelan gen |
Totaal eigen vermogen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Balans per 1 januari 2017 | 2 614 | 0 | -283 | 3 263 | -164 | 132 | 42 | -20 | 5 584 | -107 | 5 477 |
| Winst van de periode | 431 | 431 | 20 | 451 | |||||||
| Niet-gerealiseerde resultaten | 12 | -205 | -7 | 84 | -116 | 7 | -109 | ||||
| Totaal gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten |
431 | 12 | -205 | -7 | 84 | 315 | 27 | 342 | |||
| Dividenden | -217 | -217 | -217 | ||||||||
| Op aandelen gebaseerde betalingen |
28 | 28 | 28 | ||||||||
| Overboeking tussen reserves | 48 | -48 | 0 | 0 | |||||||
| Eigen aandelen | -97 | -97 | -97 | ||||||||
| Balans per 30 juni 2017 (beperkt nazicht) |
2 614 | -332 | 3 457 | -152 | -73 | 35 | 64 | 5 613 | -80 | 5 533 | |
| Balans per 1 januari 2016 | 2 614 | 295 | -295 | 2 915 | -66 | 182 | 43 | -16 | 5 672 | -126 | 5 546 |
| Winst van de periode | 300 | 300 | 16 | 316 | |||||||
| Niet-gerealiseerde resultaten | -111 | -143 | -9 | -11 | -274 | 2 | -272 | ||||
| Totaal gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten |
300 | -111 | -143 | -9 | -11 | 26 | 18 | 44 | |||
| Dividenden | -207 | -207 | -207 | ||||||||
| Op aandelen gebaseerde betalingen |
10 | 10 | 10 | ||||||||
| Overboeking tussen reserves | 16 | -16 | 0 | 0 | |||||||
| Eigen aandelen | -26 | -26 | -26 | ||||||||
| Kapitaalvermindering | -295 | -295 | -295 | ||||||||
| Dividend aan aandeelhouders van eeuwigdurende achtergestelde obligaties |
-5 | -5 | -5 | ||||||||
| Balans per 30 juni 2016 (beperkt nazicht) |
2 614 | 0 | -305 | 2 997 | -177 | 39 | 34 | -27 | 5 175 | -108 | 5 067 |
3. Toelichting
3.1. Algemene informatie
UCB NV (UCB of "de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in drie therapeutische gebieden namelijk neurologie, immunologie en osteologie.
Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie van de Vennootschap voor de eerste zes maanden eindigend op 30 juni 2017 (hierna 'de tussentijdse periode') omvat de Vennootschap en haar dochterondernemingen. Binnen de Groep hebben UCB Pharma NV en UCB S.R.O, beiden 100 % dochterondernemingen, bijkantoren, respectievelijk in het VK en Slovakije, die geïntegreerd zijn in hun rekeningen.
UCB NV, de moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap die in België opgericht en gevestigd is. De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te 1070 Brussel, België. UCB NV is genoteerd op de beurs Euronext Brussel. Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie werd op 26 juli 2017 goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur. Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie werd onderworpen aan een beperkt nazicht en is niet geauditeerd.
De geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het jaar dat eindigde op 31 december 2016 is verkrijgbaar op de UCB-website.
3.2. Grondslag voor de opstelling
Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met International Accounting Standard (IAS) 34 ('Tussentijdse financiële verslaggeving'), zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie bevat niet alle informatie die verplicht gerapporteerd moet worden in de volledige geconsolideerde jaarrekening en moet samen met de geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2016 worden gelezen, die is opgesteld in overeenstemming met IFRS.
Dit geconsolideerd tussentijds financieel verslag is uitgedrukt in euro (€) en alle waarden zijn afgerond tot het dichtstbijzijnde miljoen, tenzij anders vermeld.
3.3. Grondslagen voor financiële verslaggeving
De grondslagen voor financiële verslaggeving die toegepast werden voor het opmaken van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie zijn volledig in overeenstemming met deze die gebruikt werden bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het jaar afgesloten op 31 december 2016, met uitzondering van de toepassing van IFRS 15, Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten (zie volgende paragrafen).
Nieuwe standaarden en wijzigingen aan standaarden die door de Groep werden toegepast
De Groep heeft besloten om IFRS 15, Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten (uitgegeven in mei 2014) toe te passen. In overeenstemming met de overgangsbepalingen in IFRS 15, werden de nieuwe regels retrospectief toegepast en werden de vergelijkende cijfers voor het boekjaar 2016 aangepast. Er werd gebruik gemaakt van volgende praktische uitzonderingen: voor beëindigde contracten met variabele vergoeding werd de
transactieprijs op de datum van de beëindiging van het contract gebruikt, het niet toelichten van de transactieprijs toegewezen aan de resterende prestatieverplichtingen en verduidelijking van wanneer verwacht wordt dat deze bedragen erkend zullen worden in opbrengsten voor alle rapporteringsperioden voor 1 januari 2017.
Bepaalde wijzigingen aan bestaande standaarden en jaarlijkse verbeteringen aan standaarden zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2017 (onderworpen aan goedkeuring door EU). De Groep diende echter haar grondslagen voor financiële verslaggeving niet aan te passen en diende ook geen retroactieve aanpassingen te doen ten gevolge van de toepassing van deze wijzigingen en verbeteringen aan de standaarden.
De verduidelijkingen aan IFRS 15, Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten (uitgegeven in april 2016), en van toepassing vanaf 1 januari 2018 (onderworpen aan goedkeuring door EU) werden vervroegd toegepast met ingang van 2017 alhoewel het effect van de vervroegde toepassing in vergelijking met een toepassing vanaf 1 januari 2018 nihil is aangezien de Groep geen gebruik gemaakt heeft van de bijkomende praktische uitzonderingen bij overgang en aangezien de andere wijzigingen enkel verduidelijkingen betreffen van de bestaande richtlijnen in IFRS 15.
Wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving ten gevolge van de toepassing van IFRS 15, Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten
Als gevolg van de toepassing van IFRS 15, Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten, werden de grondslagen voor de financiële verslaggeving voor opbrengsten als volgt herwerkt:
Opbrengsten worden erkend als de zeggenschap over een goed of dienst wordt overgedragen aan een klant.
Netto-omzet:
Netto-omzet omvat de opbrengsten die erkend worden als gevolg van de overdracht van zeggenschap over goederen aan de klant.
Het bedrag van de erkende opbrengsten is het bedrag dat werd toegewezen aan de prestatieverplichting die vervuld werd met inachtname van de variabele vergoeding. Het geraamde bedrag van de variabele vergoeding wordt opgenomen in de transactieprijs voor zover dat het zeer waarschijnlijk is dat er zich geen significante tegenboeking zal voordoen in het bedrag van de erkende cumulatieve opbrengsten zodra de onzekerheid verbonden aan de variabele vergoeding vervolgens opgelost is. De variabele vergoeding die in de transactieprijs is opgenomen, heeft betrekking op verkoopretours, rabatten, commerciële kortingen en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (charge-backs) toegekend aan verschillende klanten en die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma's, inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate", "Federal Medicare" in de VS en andere alsook op de extra heffingen op de vergoeding van Amerikaanse merkgeneesmiddelen op voorschrift in de VS. Een contractuele verplichting wordt erkend voor verwachte verkoopretours, rabatten, commerciële kortingen en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (chargebacks) of andere terugbetalingen die direct of indirect worden gedaan ten aanzien van klanten met betrekking tot de gerealiseerde verkopen tot het einde van de rapporteringsperiode. De betalingsvoorwaarden kunnen
verschillend zijn van contract tot contract maar er wordt geacht dat er geen financieringselement aanwezig is. Bijgevolg wordt de transactieprijs niet aangepast voor de effecten van een significante financieringscomponent. Zodra de zeggenschap over de producten is overgedragen aan de klant wordt een vordering erkend aangezien dit het tijdstip is waarop de vergoeding onvoorwaardelijk is aangezien enkel het verstrijken van de tijd nog vereist is voordat de betaling verschuldigd is.
De transactieprijs wordt aangepast voor elke te betalen vergoeding aan de klant (direct of indirect) die economisch gelinkt is aan de opbrengsten uit een contract aangegaan met een klant tenzij een betaling wordt gedaan voor onderscheiden diensten ontvangen van de klant. In het laatste geval wordt de reële waarde van de ontvangen diensten geraamd en opgenomen onder de marketing- en verkoopkosten.
Het bedrag van de variabele vergoeding wordt geraamd op basis van historische ervaring en de specifieke bepalingen in de individuele overeenkomsten.
De netto-omzet wordt weergegeven exclusief btw, andere omzet-gerelateerde belastingen of enige andere bedragen die worden geïnd voor rekening van derden.
Royaltyinkomsten en -vergoedingen:
Royalty's gebaseerd op omzet die voortvloeien uit het in licentie geven van intellectuele eigendom worden erkend als de daaropvolgende onderliggende verkopen plaatsvinden op voorwaarde dat de prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is op dat moment.
Overige opbrengsten:
De overige opbrengsten omvatten opbrengsten uit licentieen winstdelingsovereenkomsten, evenals opbrengsten uit contractproductieovereenkomsten. De onderliggende prestatieverplichtingen kunnen vervuld zijn op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de specifieke situatie.
Voor de prestatieverplichtingen die vervuld worden over een bepaalde periode, worden de opbrengsten erkend gebaseerd op een patroon dat het best de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant reflecteert. Gewoonlijk wordt deze vooruitgang gemeten op basis van een input-methode waarbij de opgelopen kosten en uren in verhouding tot het totaal van de verwachte op te lopen kosten en uren gebruikt wordt als een basis.
Elke variabele vergoeding die beloofd werd in ruil voor een licentie of intellectuele eigendom en die gebaseerd is op het bereiken van bepaalde omzetdoelen wordt op dezelfde manier geboekt als de royalty's gebaseerd op omzet. Dit is namelijk op het moment dat de gerelateerde verkopen plaatsvinden op voorwaarde dat de betreffende prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is.
Elke variabele vergoeding zoals een
ontwikkelingsmijlpaalbetaling die beloofd werd in ruil voor ontwikkelingsactiviteiten of intellectuele eigendom die in licentie werd gegeven, wordt enkel opgenomen in de transactieprijs zodra het zeer waarschijnlijk is dat de gerelateerde mijlpaal zal worden behaald, hetgeen dan resulteert in een inhalingsbeweging van opbrengsten op dat moment voor alle prestaties tot op dat moment.
Vooruitbetalingen of licentierechten waarvoor er navolgende prestatieverplichtingen zijn, worden aanvankelijk opgenomen als uitgestelde opbrengsten en worden als opbrengsten erkend wanneer de prestatieverplichtingen vervuld zijn over de periode van de ontwikkelingssamenwerking of de productieverplichting.
Impact van de wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving ten gevolge van de toepassing van IFRS 15 Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten op de verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening voor de zes maanden eindigend op 30 juni 2016
Ten gevolge van de toepassing van de gewijzigde grondslagen voor financiële verslaggeving als gevolg van de toepassing van IFRS 15 Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten, op een volledig retrospectieve
basis, werden volgende herclassificaties gedaan in de verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening voor de zes maanden eindigend op 30 juni 2016:
- Herclassificatie van overheidsheffingen zoals 'clawbacks', 'paybacks' en de extra heffingen op de vergoeding van Amerikaanse merkgeneesmiddelen op voorschrift in de VS van Overige bedrijfslasten en Marketing- en verkoopkosten naar netto-omzet voor een totaal bedrag van EUR 32 miljoen. Onder IFRS 15 dient de transactieprijs alle bedragen ontvangen voor rekening van derde partijen zoals de overheid of overheidsinstellingen uit te sluiten. Bijgevolg werden deze heffingen geherclassificeerd naar netto-omzet.
- Herclassificatie van commissies die betaald worden aan klanten van Marketing- en verkoopkosten naar Nettoomzet voor een bedrag van € 15 miljoen aangezien deze commissies onder IFRS 15 beschouwd worden als deel uitmakend van de transactieprijs.
- Herclassificatie van betalingen aan klanten en agenten voor onderscheiden diensten van Netto-omzet naar Marketing- en verkoopkosten voor een bedrag van € 24 miljoen.
Er was geen belangrijk effect op de geconsolideerde balans per 1 januari 2016.
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni 2016 € miljoen |
Zoals oorspronkelijk |
Herclassificaties naar aanleiding |
Zoals herwerkt |
|---|---|---|---|
| weergegeven | van IFRS 15 | ||
| VOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITEN | |||
| Netto-omzet | 1 876 | -23 | 1 853 |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 51 | 51 | |
| Overige opbrengsten | 92 | 92 | |
| Opbrengsten | 2 019 | -23 | 1 996 |
| Kostprijs van de omzet | -572 | -572 | |
| Brutowinst | 1 447 | -23 | 1 424 |
| Marketing- en verkoopkosten | -451 | 3 | -448 |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -458 | -458 | |
| Algemene en administratiekosten | -87 | -87 | |
| Overige bedrijfsbaten / -lasten (-) | -19 | 20 | 1 |
| Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van | 432 | 432 | |
| activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten | |||
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa | -11 | -11 | |
| Reorganisatiekosten | -9 | -9 | |
| Overige baten/lasten (-) | 70 | 70 | |
| Operationele winst | 482 | 482 | |
| Financiële opbrengsten | 29 | 29 | |
| Financiële kosten | -94 | -94 | |
| Netto financiële kosten | -65 | -65 | |
| Aandeel in de winst van geassocieerde deelnemingen | 0 | 0 | |
| Winst vóór belastingen | 417 | 417 | |
| Winstbelastingen | -91 | -91 | |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 325 | 325 |
| BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN | ||
|---|---|---|
| Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -9 | -9 |
| WINST | 316 | 316 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB NV | 300 | 300 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 16 | 16 |
| GEWONE WINST PER AANDEEL (€) | ||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 1,64 | 1,64 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -0,05 | -0,05 |
| Totale gewone winst per aandeel | 1,59 | 1,59 |
| VERWATERDE WINST PER AANDEEL (€) | ||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 1,64 | 1,64 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -0,05 | -0,05 |
| Totale verwaterde winst per aandeel | 1,59 | 1,59 |
Impact van nieuwe standaarden die nog niet werden toegepast door de Groep
IFRS 9, Financiële instrumenten
IFRS 9, Financiële instrumenten, behandelt de classificatie, waardering en het niet langer in de balans opnemen van financiële activa en financiële verplichtingen en voert nieuwe regels in voor hedge accounting en een nieuw model voor verwachte kredietverliezen voor financiële activa. De standaard is van toepassing vanaf 1 januari 2018. De Groep onderzoekt momenteel de volledige impact van IFRS 9 maar verwacht geen materiële impact ten gevolge van de toepassing van IFRS 9 op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
IFRS 16, Leaseovereenkomsten
IFRS 16, Leaseovereenkomsten is van toepassing vanaf 1 januari 2019 en behandelt de opname, waardering, presentatie en informatieverschaffing van leaseovereenkomsten. Volgens de nieuwe standaard moet de leasingnemer alle leaseovereenkomsten in de balans opnemen, met uitzondering van korte termijn leasecontracten (looptijd van 12 maanden of minder) en leasecontracten met een lage waarde. Lessor-accounting blijft grotendeels ongewijzigd ten opzichte van IAS 17. De Groep onderzoekt momenteel nog de volledige impact van deze nieuwe norm.
Er zijn geen andere standaarden of wijzigingen aan bestaande standaarden die nog niet van kracht zijn en waarvan verwacht kan worden dat ze een materiële impact op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep hebben.
3.4. Schattingen
De opstelling van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie vereist dat het management een oordeel vormt, schattingen en veronderstellingen maakt die een invloed hebben op de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving en op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen, opbrengsten en kosten.
Bij de opstelling van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie waren de belangrijke beoordelingen die het management heeft gemaakt bij de toepassing van de door de Groep gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en de belangrijke bronnen van schattingsonzekerheden dezelfde als deze die van toepassing waren op de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar eindigend op 31 december 2016.
Vanwege de wijzigingen in de grondslagen voor de toepassing van IFRS 15, zijn de kritische beoordelingen bij het toepassen van de grondslagen voor de erkenning van de opbrengsten als volgt aangepast: De Groep is ook betrokken partij bij licentieverleningsovereenkomsten die gepaard kunnen gaan met vooruitbetalingen, ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet en royalty's die zich verspreid over verschillende jaren kunnen voordoen en bepaalde toekomstige contractuele verplichtingen kunnen inhouden. Voor alle licentieverleningsovereenkomsten waarbij een licentie wordt toegekend samen met andere goederen en diensten, maakt de Groep eerst een beoordeling over het feit of de licentie al dan niet beschouwd dient te worden als een afzonderlijke prestatieverplichting of niet. Indien het toekennen van de licentie beschouwd wordt als een
afzonderlijke prestatieverplichting, worden de opbrengsten met betrekking tot de overdracht van de licentie erkend op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de aard van de licentie. Opbrengsten worden enkel gespreid over een bepaalde periode indien de Groep ontwikkelings- of productieactiviteiten uitvoert die een significante impact hebben op de getransfereerde intellectuele eigendom, waarbij de licentiehouder wordt blootgesteld aan de effecten van deze activiteiten, indien deze activiteiten geen afzonderlijke dienst vertegenwoordigen. Indien de Groep van oordeel is dat deze voorwaarden niet vervuld zijn, worden de opbrengsten die resulteren uit licentieverleningsovereenkomsten erkend op het ogenblik dat de zeggenschap over de licentie getransfereerd wordt. Voor licenties die gebundeld worden met andere diensten (zoals bijvoorbeeld ontwikkelings- of productiediensten) zal de Groep een beoordeling maken over het feit of de gecombineerde prestatieverplichting vervuld wordt op een bepaald moment in de tijd of over een
3.5. Financieel risicobeheer
Financiële risicofactoren
De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico's die voortvloeien uit haar onderliggende activiteiten en bedrijfsfinancieringsactiviteiten. Deze financiële risico's bestaan uit marktrisico's (waaronder valutarisico's, renterisico's en prijsrisico's), kredietrisico's en liquiditeitsrisico's. Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie bevat niet alle informatie over het financieel risicobeheer en de informatieverschaffing die vereist is in de jaarrekening en dient samen met de jaarrekening van de Groep per 31 december 2016 gelezen te worden. Er waren geen wijzigingen in het Financial Risk Management Committee (FRMC).
Liquiditeitsrisico
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet in staat zal zijn om haar financiële verplichtingen na te komen op de vervaldag. De aanpak van de Groep voor liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te zorgen dat zij altijd over voldoende liquide middelen beschikt om haar verplichtingen op de vervaldag na te komen, in normale omstandigheden, zonder onaanvaardbare verliezen te lijden en zonder risico van aantasting van de reputatie van de Groep.
bepaalde periode. Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend, zal de Groep beoordelen over welke periode de diensten worden verstrekt. De Groep zal ook een beoordeling maken bij het toewijzen van de verschillende componenten van de transactieprijs aan de verschillende prestatieverplichtingen in geval er, naast de overdracht van de licentie, ook andere prestatieverplichtingen in de licentieverleningsovereenkomst opgenomen zijn. Opbrengstenerkenning voor licentieverleningsovereenkomsten is bijgevolg gebaseerd op de specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan elke licentieverleningsovereenkomst. Dit kan ertoe leiden dat kasontvangsten aanvankelijk geboekt worden als contractuele verplichtingen en dan overgeboekt worden naar de opbrengsten in de volgende verslagperiodes op basis van de diverse voorwaarden die in de overeenkomst vermeld worden.
In vergelijking met eind vorig jaar waren er geen wezenlijke wijzigingen in de contractuele niet-verdisconteerde kasuitstromen voor financiële verplichtingen.
Schatting van reële waarde
IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de reële waarde waarderingen volgens de volgende hiërarchie:
- Niveau 1 Genoteerde (niet aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa en verplichtingen;
- Niveau 2 Andere technieken waarvan alle inputs die een aanzienlijk effect hebben op de geboekte reële waarde, waarneembaar zijn, hetzij direct, hetzij indirect;
- Niveau 3 Technieken die inputs gebruiken die een aanzienlijk effect op de geboekte reële waarde hebben die niet op observeerbare marktgegevens zijn gebaseerd.
- Alle toegelichte reële waarde waarderingen zijn recurrente reële waarde waarderingen.
Financiële activa tegen reële waarde
| € miljoen | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| 30 juni 2017 | ||||
| Voor verkoop beschikbare financiële activa | ||||
| Genoteerde aandelen | 68 | 0 | 0 | 68 |
| Genoteerde schuldinstrumenten | 1 | 0 | 0 | 1 |
| Afgeleide financiële activa | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 80 | 0 | 80 |
| Termijncontracten - reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 37 | 0 | 37 |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 50 | 0 | 50 |
| Warranten | 0 | 0 | 0 | 0 |
Financiële passiva tegen reële waarde
| € miljoen | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| 30 juni 2017 | ||||
| Afgeleide financiële passiva | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 8 | 0 | 8 |
| Termijncontracten - reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 33 | 0 | 33 |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 2 | 0 | 2 |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële |
0 | 5 | 0 | 5 |
| instrumenten) Warranten aan de aandeelhouders van Edev Sàrl |
0 | 0 | 92 | 92 |
De onderstaande tabellen geven de financiële activa en passiva weer van de Groep, die gewaardeerd zijn tegen reële waarde op 31 december 2016 en zijn gegroepeerd in overeenstemming met de reële waarde hiërarchie.
Financiële activa tegen reële waarde
| € miljoen | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| 31 december 2016 | ||||
| Voor verkoop beschikbare financiële activa | ||||
| Genoteerde aandelen | 64 | 0 | 0 | 64 |
| Genoteerde schuldinstrumenten | 3 | 0 | 0 | 3 |
| Afgeleide financiële activa | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 10 | 0 | 10 |
| Termijncontracten - reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 37 | 0 | 37 |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening Andere financiële activa (exclusief afgeleide financiële |
0 | 61 | 0 | 61 |
| instrumenten) Warranten |
0 | 0 | 0 | 0 |
Financiële passiva tegen reële waarde
| € miljoen | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| 31 december 2016 | ||||
| Afgeleide financiële passiva | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 51 | 0 | 51 |
| Termijncontracten - reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 50 | 0 | 50 |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 2 | 0 | 2 |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) |
0 | 6 | 0 | 6 |
| Warranten aan de aandeelhouders van Edev Sàrl | 0 | 0 | 127 | 127 |
In de tussentijdse periode vonden geen overboekingen plaats tussen niveau 1 en niveau 2 van de reële waarde waarderingen, en geen overboekingen van en naar niveau 3 van de reële waarde waarderingen.
Waarderingstechnieken voor de reële-waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële waarde-hiërarchie gebruiken ofwel de "verdisconteerde cash flow" of de "Black en Scholes" methode (alleen voor vreemde valuta-opties) en publiek beschikbare marktinformatie. Er is geen wijziging gebeurd in de waarderingstechnieken in vergelijking met december 2016 (zie Toelichting 4.5 van het jaarverslag voor 2016).
Reële-waardebepalingen met gebruik van significante niet observeerbare inputgegevens (niveau 3).
De reële waarde van de door een dochteronderneming uitgegeven warranten wordt bepaald via een modelberekening van de verdisconteerde netto contante waarde van de geschatte kasuitstromen. Er is geen wijziging gebeurd in de waarderingstechnieken in vergelijking met december 2016. De waarde van de warranten is gebaseerd op de winstgevendheid van de dochteronderneming en de belangrijkste veronderstellingen in het waarderingsmodel omvatten niet observeerbare inputgegevens voor verwachte netto-omzet, mijlpaalgebeurtenissen en disconteringsvoet. De gebruikte disconteringsvoet is 8,2%. Een stijging/daling in netto-omzet met 10% zou leiden tot een stijging/daling van de reële waarde van de warranten met 0%. Een daling/stijging van de disconteringsvoet met 1% zou leiden tot een stijging/daling van de reële waarde van de warranten met 1%. De wijziging in reële waarde sinds december 2016, erkend in de winst- en verliesrekening, bedraagt € 6 miljoen en is opgenomen in financiële kosten/opbrengsten (zie Toelichting 3.15).
De volgende tabel laat de wijzigingen zien voor niveau 3 instrumenten.
| € miljoen | Warranten | Totaal |
|---|---|---|
| 1 januari 2017 | 127 | 127 |
| Contante aankoop van extra | 0 | 0 |
| warranten | ||
| Contante afwikkeling van warranten | -33 | -33 |
| Effect van wijzigingen in de reële | 6 | 6 |
| waarde opgenomen in de winst- en | ||
| verliesrekening | ||
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -8 | -8 |
| 30 juni 2017 | 92 | 92 |
Wisselkoersen
De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt bij de opstelling van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie:
| Slotkoers | Gemiddelde koers | |||
|---|---|---|---|---|
| Equivalent van € 1 |
30 juni 2017 |
31 dec 2016 |
30 juni 2017 |
30 juni 2016 |
| US\$ | 1,141 | 1,055 | 1,082 | 1,116 |
| JPY | 128,23 | 123,040 | 121,624 | 124,399 |
| GBP | 0,877 | 0,854 | 0,86 | 0,779 |
| CHF | 1,095 | 1,073 | 1,076 | 1,096 |
3.6. Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica.
Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend Comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen, en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert.
Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de netto-omzet per product, de geografische markten en de opbrengsten afkomstig van de belangrijkste klanten:
Omzet per product informatie
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni € miljoen |
2017 Beperkt nazicht |
2016 Beperkt nazicht |
|---|---|---|
| Cimzia® | 663 | 598 |
| Vimpat® | 477 | 381 |
| Keppra® (inclusief Keppra® XR) | 412 | 352 |
| Neupro® | 154 | 142 |
| Zyrtec® (inclusief Zyrtec D®/Cirrus®) |
61 | 68 |
| Xyzal® | 54 | 54 |
| Briviact® | 36 | 7 |
| Nootropil® | 22 | 22 |
| Venlafaxine ER | 1 | 55 |
| Overige producten | 163 | 176 |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto omzet |
-8 | -1 |
| Totale netto-omzet | 2 036 | 1 853 |
1 Na herclassificaties naar aanleiding van IFRS 15
Geografische informatie
De onderstaande tabel toont de netto-omzet in elke geografische markt waar de wettelijke verkoopsentiteiten zich bevinden:
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni € miljoen |
2017 Beperkt nazicht |
2016 Beperkt nazicht |
|---|---|---|
| Verenigde Staten | 983 | 869 |
| Japan | 177 | 124 |
| Europa – overige (met uitzondering van België) |
160 | 156 |
| Duitsland | 151 | 139 |
| Spanje | 86 | 80 |
| Italië | 79 | 75 |
| Frankrijk (inclusief Franse gebieden) |
77 | 78 |
| China | 72 | 72 |
| VK en Ierland | 64 | 68 |
|---|---|---|
| België | 18 | 17 |
| Brazilië | 15 | 16 |
| Andere landen | 162 | 160 |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto omzet |
-8 | -1 |
| Totale netto-omzet | 2 036 | 1 853 |
1 Na herclassificaties naar aanleiding van IFRS 15
De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich bevinden:
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni € miljoen |
2017 Beperkt nazicht |
2016 Gecontrol eerd1 |
|---|---|---|
| Zwitserland | 301 | 300 |
| België | 271 | 269 |
| VK en Ierland | 41 | 45 |
| Verenigde Staten | 26 | 29 |
| Japan | 15 | 13 |
| China | 11 | 13 |
| Duitsland | 2 | 3 |
| Brazilië | 3 | 2 |
| Andere landen | 6 | 4 |
| Totaal activa (materiële vaste activa) |
676 | 678 |
1 De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is 31 december 2016.
Informatie over belangrijke klanten
UCB heeft één klant die individueel meer dan 16 % van de totale netto-omzet vertegenwoordigt per einde juni 2017.
In de VS vertegenwoordigde de verkoop aan 3 groothandelaars ongeveer 80 % van de omzet in de VS (juni 2016: 84%).
3.7. Seizoensgebonden activiteiten
De opbrengsten van de Groep in het biofarmaceutische segment omvatten seizoensgebonden opbrengsten afkomstig van de allergiefranchise die schommelen volgens de hevigheid van het pollenseizoen in de verschillende geografische gebieden waar de Groep actief is.
Nochtans, kan er op een geconsolideerde basis, geen systematisch of voorspelbaar seizoensgebonden karakter in de bedrijfsactiviteiten van de Groep in zijn geheel onderkend worden.
3.8. Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten
De Groep heeft volgende bedragen erkend met betrekking tot opbrengsten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening:
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni € miljoen |
2017 Beperkt nazicht |
2016 Beperkt nazicht |
|---|---|---|
| Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten | 2 212 | 1 985 |
| Opbrengsten uit overeenkomsten waarbij risico's en voordelen worden gedeeld |
18 | 11 |
| Totaal opbrengsten | 2 230 | 1 996 |
1 Na herclassificaties naar aanleiding van IFRS 15
Uitsplitsing van opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | Actueel | Timing van de opbrengstenerkenning | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2017 2016 1 |
2017 | 2016 1 | |||
| Op een bepaald moment in de tijd |
Over een bepaalde periode |
Op een bepaald moment in de tijd |
Over een bepaalde periode |
|||
| Netto-omzet VS | 983 | 869 | 983 | 869 | ||
| Cimzia® | 420 | 372 | 420 | 372 | ||
| Vimpat® | 368 | 291 | 368 | 291 | ||
| Keppra® (inclusief Keppra® XR) | 109 | 99 | 109 | 99 | ||
| Neupro® | 50 | 39 | 50 | 39 | ||
| Briviact® | 25 | 4 | 25 | 4 | ||
| Gevestigde merken | 12 | 64 | 12 | 64 |
| Netto-omzet Europa | 629 | 609 | 629 | 609 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Cimzia® | 176 | 165 | 176 | 165 | ||
| Keppra® | 119 | 121 | 119 | 121 | ||
| Vimpat® | 82 | 72 | 82 | 72 | ||
| Neupro® | 80 | 77 | 80 | 77 | ||
| Briviact® | 11 | 3 | 11 | 3 | ||
| Gevestigde merken | 160 | 172 | 160 | 172 | ||
| Netto-omzet Japan | 177 | 124 | 177 | 124 | ||
| E Keppra® | 93 | 48 | 93 | 48 | ||
| Cimzia® | 18 | 19 | 18 | 19 | ||
| Neupro® | 17 | 19 | 17 | 19 | ||
| Vimpat® | 6 | 6 | ||||
| Gevestigde merken | 43 | 37 | 43 | 37 | ||
| Netto-omzet internationale markten | 255 | 253 | 255 | 253 | ||
| Cimzia® | 48 | 42 | 48 | 42 | ||
| Vimpat® | 20 | 18 | 20 | 18 | ||
| Keppra® | 91 | 84 | 91 | 84 | ||
| Briviact® | 1 | 1 | ||||
| Neupro® | 6 | 7 | 6 | 7 | ||
| Gevestigde merken | 89 | 101 | 89 | 101 | ||
| Netto-omzet vóór hedging | 2 043 | 1 855 | 2 043 | 1 855 | ||
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar | -8 | -1 | -8 | -1 | ||
| netto-omzet | ||||||
| Totale netto-omzet | 2 036 | 1 853 | 2 036 | 1 853 | ||
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 59 | 51 | 59 | 51 | ||
| Opbrengsten uit contractproductie | 47 | 49 | 47 | 49 | ||
| Inkomsten uit licentieovereenkomsten | 66 | 24 | 56 | 10 | 11 | 13 |
| (vooruitbetalingen, | ||||||
| ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet) |
||||||
| Opbrengsten voortvloeiend uit diensten & overige | 5 | 8 | 5 | 4 | 4 | |
| leveringen | ||||||
| Totaal overige opbrengsten | 118 | 81 | 103 | 15 | 64 | 17 |
| Totaal opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten |
2 212 | 1 985 | 2 197 | 15 | 1 968 | 17 |
1 Na herclassificaties naar aanleiding van IFRS 15
3.9. Bedrijfscombinatie
Op 2 juni 2017 verhoogde UCB haar aandelenbelang in Beryllium LLC van 27% naar volledige eigendom. Beryllium LLC is een bedrijf dat zich bezighoudt met onderzoek en gespecialiseerd is in proteïne expressie en structurele biologie, gevestigd in Bainbridge, Washington en Bedford, Massachusetts (VS). UCB werkt reeds verschillende jaren op succesvolle wijze samen met Beryllium LLC en verwierf een belang van 27% in het bedrijf in 2014. De overname van Beryllium LLC zal UCB in staat stellen om haar bekwaamheid in proteïne engineering en structurele biologie te versterken, hetgeen de bestaande en toekomstige ontwikkelingspijplijn van UCB ten goede zal komen. Beryllium LLC zal ook haar veelbelovend micro RNA targeting platform verder onderzoeken en ontwikkelen. UCB verhoogde haar aandelenbelang tot
100% van de uitgegeven en uitstaande aandelen van Beryllium LLC door het betalen van een netto-bedrag van € 7 miljoen aan de externe aandeelhouders van Beryllium LLC, nadat € 7 miljoen terugbetaald was aan UCB, als vergoeding voor de preferente aandelen serie A die door UCB werden aangehouden in Beryllium LLC sinds 2014, inclusief opgebouwde dividenden. UCB deed een initiële toewijzing van de aankoopprijs (zie onderstaande tabel). Gezien de recente datum waarop de overname plaats vond, werd de initiële boekhoudkundige verwerking van de bedrijfscombinatie nog niet gefinaliseerd. De goodwill vertegenwoordigt verwachte synergiën met het super netwerk van UCB en onderzoek naar kernantilichamen en kleine moleculen; alsook de ervaren werknemers. Het wordt niet verwacht dat de goodwill fiscaal aftrekbaar is.
Aanpassingen als gevolg van de initiële toewijzing van de aankoopprijs hebben voornamelijk betrekking op de identificatie van immateriële activa zoals het micro RNA targeting platform, contracten met klanten, kennis inzake research en standaard operationele procedures. De reële waarde van de overgenomen vorderingen is geraamd op EUR 1 miljoen. Alle contractuele kasstromen worden verwacht te worden geïnd. Er werden geen voorwaardelijke verplichtingen geïdentificeerd. Er werden kosten met betrekking tot de overname voor een bedrag van € 1 miljoen opgenomen onder Overige Lasten. Er werd
geen materiële winst of verlies erkend als gevolg van het herwaarderen aan reële waarde van het aandelenbelang in Beryllium LLC aangehouden door UCB voor de bedrijfscombinatie. De opbrengsten en winst of verlies van Beryllium LLC opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor de rapporteringsperiode sinds de overname zijn niet materieel. De opbrengsten en winst of verlies van Beryllium LLC (exclusief de intragroepsbedragen met UCB) indien de datum van overname 1 januari 2017 zou zijn geweest, zijn ook niet
| € miljoen | Initiële openingsbalans |
Aanpassingen als gevolg van de initiële toewijzing van de aankoopprijs |
Aangepaste openingsbalans (nog niet finaal) |
|---|---|---|---|
| Totale aankoopprijs | 7 | 7 | |
| Betaalde vergoeding in cash (netto) | 7 | 7 | |
| Voorwaardelijke vergoeding | - | - | |
| Afwikkeling van de vordering op Beryllium LLC voor het opgenomen bedrag |
4 | 4 | |
| Reële waarde van de voorheen aangehouden investering | 4 | 4 | |
| Opgenomen bedrag voor identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen |
-2 | -4 | -6 |
| Vaste activa | -2 | -4 | -6 |
| Vlottende activa | -2 | -2 | |
| Langlopende verplichtingen | 2 | 2 | |
| Kortlopende verplichtingen | - | - | |
| Goodwill | 13 | -4 | 9 |
materieel.
3.10. Activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop
De activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per 30 juni 2017 hebben betrekking op de gebouwen van de vestiging in Monheim in Duitsland (€ 16 miljoen) alsook op de intellectuele eigendom met betrekking tot Metadate® en Tussionex® (€ 9 miljoen). In 2016 besloot UCB om de gebouwen van de vestiging in Monheim te verkopen en om een overeenkomst af te sluiten om het gedeelte dat momenteel door UCB wordt gebruikt, terug te huren. Momenteel zijn de onderhandelingen met de koper aan de gang. Onderhandelingen met derde partijen zijn aan de gang voor wat betreft de intellectuele eigendom voor Metadate® en Tussionex®. Er is geen bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt vermits de geschatte verkoopprijs niet lager ligt dan de boekwaarde van deze activa.
De activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per
31 december 2016 hebben betrekking op de gebouwen van de vestiging in Monheim in Duitsland.
Per 30 juni 2017 werden er geen activiteiten geclassificeerd als beëindigde bedrijfsactiviteiten. De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten per 30 juni 2017 ten belope van € 1 miljoen heeft betrekking op een gedeeltelijke terugname van voorzieningen in verband met de voormalige folieactiviteiten. Het verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten per 30 juni 2016 bedraagt € 9 miljoen en heeft betrekking op bijkomende kosten met betrekking tot de verkoop van Kremers Urban Pharmaceuticals, Inc. ("KU"), voorheen de dochteronderneming van de Groep in de VS, gespecialiseerd in generische geneesmiddelen, die in november 2015 verkocht werd aan Lannett Company, Inc., alsook op een gedeeltelijke terugname van voorzieningen in verband met de voormalige folie- en chemische activiteiten voor € 2 miljoen.
3.11. Overige bedrijfsbaten / -lasten (-)
De overige bedrijfsbaten / -lasten (-) bedroegen € 16 miljoen lasten in de tussentijdse periode (2016: € 1 miljoen baten) en omvatten voornamelijk overheidssubsidies (€ 6 miljoen) alsook het resultaat van de samenwerkingsovereenkomst met Amgen voor de ontwikkeling en commercialisering van EVENITYTM voor een bedrag van € 25 miljoen (lasten). Vanaf 2017 worden alle doorrekeningen van kosten voor ontwikkeling en commercialisering naar / van Amgen geclassificeerd als overige bedrijfsbaten / -lasten. In 2016 werden netto doorrekeningen voor ontwikkelingskosten voor een bedrag van € 22 miljoen (lasten) gepresenteerd als onderdeel van de onderzoeks- en ontwikkelingskosten. De netto doorrekeningen voor commercialiseringskosten voor een bedrag van € 4 miljoen (lasten) werden gepresenteerd
als onderdeel van de marketing- en verkoopkosten. Het equivalent totale netto doorrekeningen per juni 2017 bestaat uit € 20 miljoen marketing- en verkoopkosten en € 5 miljoen ontwikkelingskosten.
In 2016 hadden de overige bedrijfsbaten (na herclassificaties naar aanleiding van IFRS 15, zie Toelichting 3.3) voornamelijk betrekking op overheidssubsidies gecompenseerd door de afschrijving op niet-product gerelateerde immateriële activa.
3.12. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa
Op het einde van elke rapporteringsperiode beoordeelt het management of er een indicatie is dat een actief in waarde zou zijn verminderd. Indien dergelijke indicatie aanwezig is, raamt het management de realiseerbare waarde van het actief om na te gaan of er een bijzonder waardeverminderingsverlies moet worden erkend.
In de loop van de eerste helft van 2017 heeft het management de niet-financiële activa op bijzondere waardeverminderingen beoordeeld (inclusief immateriële activa en goodwill) op basis van externe en interne indicatoren en besloot om een bijzondere waardevermindering te boeken van € 2 miljoen voor een narcotisch hoestonderdrukkend middel. De bijzondere
waardevermindering op inotuzumab ozogamicin, in licentie gegeven aan Pfizer, voor een bedrag van € 6 miljoen die geboekt werd in 2013, werd teruggenomen aangezien Pfizer bekend maakte dat de Europese Commissie Besponsa® (inotuzumab ozogamicin) goedgekeurd heeft als monotherapie voor de behandeling van volwassenen met recidiverende of refractaire Acute Lymfatische Leukemie (ALL). In 2016 werd een bijzondere waardevermindering van € 11 miljoen erkend voor de intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot twee kleine moleculen aangekocht van Wilex in 2009.
3.13. Reorganisatiekosten
De reorganisatiekosten voor een bedrag van € 7 miljoen (2016: € 9 miljoen) waren toe te schrijven aan afvloeiingskosten.
3.14. Overige baten en lasten
De overige baten / lasten (-) bedroegen € 4 miljoen baten in 2017 (2016: € 70 miljoen baten) en hebben voornamelijk betrekking op de terugname van de voorziening met betrekking tot Distilbène in Frankrijk voor € 10 miljoen (Toelichting 3.26 en Toelichting 3.31) gecompenseerd door juridische kosten met betrekking tot intellectuele eigendom.
In de eerste helft van 2016 waren de overige baten voornamelijk het resultaat van een winst van € 49 miljoen op de verkoop van de nitratenactiviteiten in China aan Jilin
Yinglian Biopharmaceutical en financiële partner PAG Asia en een winst van € 25 miljoen op de verkoop van de nitratenactiviteiten in Europa, Turkije, Zuid-Korea en Mexico aan Merus Labs International Inc., voornamelijk gecompenseerd door juridische kosten.
3.15. Financiële opbrengsten en financiële kosten
De financiële opbrengsten en kosten bedroegen € 55 miljoen kosten (2016: € 65 miljoen kosten). De financiële kosten per juni 2016 bevatten reële waarde verliezen en bijzondere waardeverminderingsverliezen op de warrant ontvangen naar aanleiding van de verkoop van KU voor een bedrag van € 28 miljoen.
3.16. Winstbelastingen
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni € miljoen |
2017 Beperkt nazicht |
2016 Beperkt nazicht |
|---|---|---|
| Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting |
-85 | -152 |
| Uitgestelde winstbelasting | -29 | 61 |
| Totale winstbelastingen | -114 | -91 |
De Groep is actief in een internationale context en is bijgevolg onderworpen aan winstbelastingen in alle jurisdicties waar ze actief is en in verhouding tot de ontplooide activiteiten.
3.17. Immateriële activa
Tijdens de periode verwierf de Groep ongeveer € 27 miljoen immateriële activa (2016: € 0.5 miljoen) als gevolg van licentieovereenkomsten, waarvan de mijlpaalbetaling aan Dermira (€ 10 miljoen) en de mijlpaalbetaling voor Briviact® (€ 13 miljoen) de meest significante waren. Daarnaast activeerde de Groep € 18 miljoen (2016: € 21 miljoen) voor software en software-ontwikkelingskosten die in aanmerking komen voor activering.
In de eerste helft van het jaar boekte de Groep waardeverminderingen op haar immateriële activa voor een bedrag van € 2 miljoen (2016: € 11 miljoen). Daarnaast was er een terugname van een vorige waardevermindering op een immaterieel actief voor € 6 miljoen (2016: € 0 miljoen). De bijzondere waardeverminderingen worden nader omschreven in Toelichting 3.12 en zijn in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa".
Het geconsolideerde effectief belastingpercentage van de Groep met betrekking tot de voortgezette bedrijfsactiviteiten voor de zes maanden bedraagt 20,2% (2016: 21,9%).
Het effectief belastingpercentage van de Groep exclusief éénmalige posten is 20,1% (2016: 25,3%).
Het effectief belastingpercentage voor de periode tot juni 2017 was lager dan vorig jaar als gevolg van een bijkomende erkenning van uitgestelde belastingvorderingen op fiscale verliezen en de afronding van een lopende fiscale controle.
De totale verkopen van immateriële activa gedurende de eerste zes maanden van 2017 bedragen € 3 miljoen. Activa voor een bedrag van € 9 miljoen werden getransfereerd naar activa aangehouden voor verkoop en hebben betrekking op Metadate® en Tussionex® (zie Toelichting 3.10).
De afschrijvingskost voor de periode bedroeg € 78 miljoen (2016: € 78 miljoen).
Het effect van wisselkoersschommelingen bedroeg € -19 miljoen (2016: € -19 miljoen).
Er was ook een transfer van activa voor een bedrag van € 2 miljoen naar immateriële activa vanuit materiële vaste activa.
3.18. Goodwill
De goodwill werd voor een bedrag van € 217 miljoen beïnvloed door wisselkoersschommelingen. Er werd bijkomende goodwill erkend voor een bedrag van € 9 miljoen als gevolg van de overname van Beryllium LLC op 2 juni 2017.
In de eerste helft van het jaar erkende de Groep geen bijzondere waardeverminderingsverliezen op haar goodwill.
3.19. Materiële vaste activa
Tijdens de periode investeerde de Groep ongeveer € 47 miljoen (2016: € 32 miljoen) voor het verwerven van nieuw materiaal waarvan € 16 miljoen gerelateerd is aan werkzaamheden om de capaciteit van de fabriek in Bulle (Zwitserland) uit te breiden.
De Groep verkocht ook diverse materiële vaste activa, met een boekwaarde van ongeveer € 1 miljoen (2016: € 0 miljoen).
Na de beoordeling van eventuele aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering op materiële vaste activa werden geen bijzondere waardeverminderingsverliezen (2016: € 0 miljoen) geboekt voor de periode.
De afschrijvingskost voor de periode bedroeg € 37 miljoen (2016: € 36 miljoen).
Als gevolg van wisselkoerswijzigingen daalde de nettoboekwaarde van materiële vaste activa met € 11 miljoen (2016: € -4 miljoen).
Er was ook een transfer van activa voor een bedrag van € 2 miljoen vanuit materiële vaste activa naar immateriële activa.
3.20. Financiële en overige activa
De financiële en overige vaste activa bedroegen € 241 miljoen op 30 juni 2017 in vergelijking met € 197 miljoen in december 2016. De stijging is voornamelijk gerelateerd aan de lange termijn vordering (€ 36 miljoen) op Chattem Inc. als gevolg van de goedkeuring van Xyzal® Allergy 24 HR door het Food and Drug Administration Agentschap in de VS als een zonder voorschrift verkrijgbare behandeling voor de verlichting van symptomen die gepaard gaan met seizoensgebonden allergieën en allergieën die zich het hele jaar door voordoen als gevolg van een licentieovereenkomst met betrekking tot Xyzal® zonder voorschrift in de VS die afgesloten werd in 2015 (zie Toelichting 41 in ons Jaarverslag over 2016). De financiële
3.21. Waardevermindering op voorraden
De kostprijs van de omzet voor de zes maanden eindigend op 30 juni 2017 bevat een bedrag van € 4 miljoen opbrengsten of terugname van waardeverminderingen op
vaste activa stegen verder met € 16 miljoen als gevolg van de investeringen gedaan in UCB Ventures, het risicokapitaalfonds van UCB, en met € 16 miljoen als gevolg van een stijging in uitstaande derivaten door hogere kasstroomafdekkingen. De stijging in financiële en overige vaste activa wordt gecompenseerd door een daling van de reële waarde van de beleggingen in aandelen (€ 7 miljoen), het niet langer in de balans opnemen van de participatie in Beryllium LLC (€ 7 miljoen), de afschrijving op de voorgefinancierde kapitaaluitgave door Lonza (€ 6 miljoen) en de afwikkeling van de royalty vordering op Beryllium LLC bij de overname (€ 4 miljoen).
voorraden (2016: € - 11 miljoen) teneinde de boekwaarde van de voorraden in overeenstemming te brengen met hun realiseerbare waarde.
3.22. Kapitaal en reserves
Aandelenkapitaal en uitgiftepremies
Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 584 miljoen per 30 juni 2017 (2016: € 584 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen (2016: 194 505 658 aandelen). Er is geen maatschappelijk nietgeplaatst kapitaal.
Op 30 juni 2017 bedroegen de uitgiftepremies € 2 030 miljoen (2016: € 2 030 miljoen)
Hybride kapitaal
Op 18 maart 2016 oefende UCB NV haar recht uit om de € 300 miljoen eeuwigdurende achtergestelde obligaties af te lossen, die uitgegeven waren tegen 99,499% en die de beleggers een jaarlijkse coupon van 7,75% boden gedurende de eerste vijf jaar.
Deze obligaties waren genoteerd op de beurs van Luxemburg en werden beschouwd als een eigenvermogensinstrument onder IAS 32. Bijgevolg worden de rentekosten geboekt als dividenden aan aandeelhouders. In het overgedragen resultaat werd een bedrag van € 5 miljoen opgenomen als dividend aan aandeelhouders van de eeuwigdurende achtergestelde obligaties voor de periode van 1 januari tot 18 maart 2016. Eventuele transactiekosten werden in mindering gebracht van het hybride kapitaal, rekening houdend met belastingeffecten.
Eigen aandelen
De Groep verwierf 1 700 000 aandelen (juni 2016: 700 000 aandelen) voor een totaal bedrag van € 113 miljoen (juni 2016: € 48 miljoen) en verkocht 1 108 693 eigen aandelen (2016: 736 361 eigen aandelen) voor een totaal bedrag van € 58 miljoen (juni 2016: € 38 miljoen) in de eerste helft van het jaar.
De Groep behield 6 419 669 eigen aandelen (waarvan geen gerelateerd aan aandelenruiltransacties) op 30 juni 2017 (juni 2016: 6 213 861 aandelen waarvan geen gerelateerd aan aandelenruiltransacties). Deze eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de uitoefening van aandelenopties en de
3.23. Leningen
Op 30 juni 2017 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep gelijk aan 3,01% (juni 2016: 3,65%) vóór indekking. Betalingen van variabele rente zijn aan aangemerkte kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan aangemerkte reële waarde-afdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 2,31% (juni 2016: 2,96%) na indekking.
toekenning van prestatieaandelen aan de leden van het Uitvoerend Comité en aan bepaalde categorieën van werknemers.
In het lopende jaar werden geen callopties op UCBaandelen aangekocht, 1 000 000 opties op UCB-aandelen werden terug verkocht aan de bancaire tegenpartijen. Per 30 juni 2017 behield de Groep 435 000 opties op UCBaandelen (juni 2016: 1 435 000).
Overige reserves
De overige reserves bedragen € -152 miljoen (2016: € -164 miljoen) en omvatten de volgende items:
- de IFRS-acquisitiemeerwaarde die werd gerealiseerd tijdens de Schwarz Pharma-bedrijfscombinatie voor € 232 miljoen (2016: € 232 miljoen);
- de herwaardering van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten voor een bedrag van € -350 miljoen (2016: € -362 miljoen) wordt hoofdzakelijk beïnvloed door de wijziging in de disconteringsvoeten en hoger rendement op fondsbeleggingen;
- de aankoop van de resterende 25% minderheidsbelangen in Schwarz Pharma Zuhai Company Ltd. voor € -11 miljoen in 2012 (2016: € -11 miljoen); en
- de aankoop van de resterende 30% minderheidsbelangen in UCB Biopharma SA (Brazilië) voor € -23 miljoen in 2014 (2016: € -23 miljoen).
Cumulatieve omrekeningsverschillen
De reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigt de cumulatieve valutaomrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro gebruiken. De reserve omvat ook de niet gerealiseerde gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekking van netto-investeringen.
Aangezien de bankleningen een variabele rentevoet dragen die om de zes maanden wordt bijgewerkt, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële waarde. Wat de kortlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden aangezien het effect van de verdiscontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd.
Naast de uitstaande schuld, obligaties in de kapitaalmarkten en de gesyndiceerde leningsovereenkomst (niet getrokken per 30 juni 2017) beschikt UCB over bepaalde bindende en niet-bindende bilaterale financieringsovereenkomsten alsook over een Belgisch commercial paper programma.
De boekwaarden van de leningen zijn als volgt:
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni € miljoen |
2017 Beperkt nazicht |
2016 Gecontrole erd1 |
|---|---|---|
| Langlopend | ||
| Bankleningen | 312 | 326 |
| Overige langetermijnleningen |
0 | 0 |
| Financiële leases | 4 | 5 |
| Totaal langlopende leningen |
316 | 331 |
| Kortlopend | ||
| Voorschotten in rekening courant |
13 | 5 |
| Kortlopende component van bankleningen |
11 | 12 |
| Schuldpapier en andere kortetermijnleningen |
1 | 8 |
| Financiële leases | 2 | 2 |
| Totaal kortlopende leningen | 27 | 27 |
| Totaal leningen | 343 | 358 |
- De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is 31 december 2016.
3.24. Obligaties
De boekwaarde en reële waarde van obligaties zijn als volgt:
| Boekwaarde | Reële waarde | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Couponren te |
Eindverval dag |
30 juni 2017 Beperkt nazicht |
31 dec 2016 Gecontrolee rd |
30 juni 2017 Beperkt nazicht |
31 dec 2016 Gecontrolee rd |
| Langlopend | ||||||
| EMTN programma1 | 3,284% | 2019 | 20 | 20 | 20 | 20 |
| EMTN programma1 | 3,292% | 2019 | 55 | 55 | 55 | 55 |
| Particuliere obligatie | 3,750% | 2020 | 255 | 256 | 270 | 273 |
| Institutionele euro-obligatie | 4,125% | 2021 | 366 | 370 | 389 | 394 |
| Institutionele euro-obligatie | 1,875% | 2022 | 349 | 350 | 360 | 358 |
| Particuliere obligatie | 5,125% | 2023 | 189 | 192 | 208 | 215 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 1 234 | 1 243 | 1 302 | 1 315 | ||
| Kortlopend | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Totaal kortlopende verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
1 De reële waarde van het EMTN-programma kan niet nauwkeurig worden bepaald door de beperkte liquiditeit in secundair markt handelen voor dit programma, en is voor rapporteringsdoeleinden vervangen door de boekwaarde.
Particuliere obligaties
Met vervaldatum in 2020
In maart 2013 rondde UCB een emissie van € 250 miljoen aan obligaties af in de vorm van een openbare aanbieding aan particuliere beleggers in België in het kader van haar EMTN-programma. De obligaties werden uitgegeven tegen 101,875% van de nominale waarde. De particuliere obligatie heeft een coupon van 3,75% per jaar een effectief rendement van 3,444% per jaar. De obligaties noteren op de gereglementeerde markt Euronext Brussel.
Met vervaldatum in 2023
In oktober 2009 voltooide UCB een openbare emissie van obligaties met een vaste couponrente ter waarde van € 750 miljoen, met een couponrendement en een effectieve rentevoet van 5,75 % per jaar, die bedoeld is voor particuliere beleggers.
In september 2013 deed UCB een onvoorwaardelijk openbaar ruilaanbod voor maximaal € 250 miljoen van de € 750 miljoen particuliere obligaties die in november 2014 afliepen en die een bruto-coupon van 5,75% hadden. Bestaande obligatiehouders kregen de kans om hun bestaande obligaties om te wisselen voor nieuw uitgegeven obligaties die in oktober 2023 vervallen in een ruilverhouding van 1 tot 1. Deze obligaties dragen een couponrendement van 5,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,398% per jaar bedraagt.
Op het einde van de ruilperiode werden 175 717 bestaande obligaties voor omwisseling aangeboden, goed voor een nominaal bedrag van € 176 miljoen. De 175 717 nieuwe obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven en zijn genoteerd op Euronext te Brussel. De bestaande obligaties die in het kader van het omruilaanbod omgewisseld werden, zijn door UCB geannuleerd. De 574 283 uitstaande particuliere obligaties zijn vervallen en afgelost in november 2014.
Institutionele euro-obligatie
Met vervaldatum in 2021
In september 2013 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 350 miljoen, die in januari 2021 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN-programma. Deze obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven tegen 99,944% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 4,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 4,317% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel.
Met vervaldatum in 2022
In april 2015 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 350 miljoen, die in april 2022 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN-programma. Deze obligaties zijn in april 2015 uitgegeven tegen 99,877% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 1,875% per jaar, terwijl het effectief rendement 2,073% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel.
EMTN-programma
Met vervaldatum in 2019
In november 2013 heeft UCB voor € 55 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,292% per jaar en een effectief rendement van 3,384% per jaar. De notes zijn genoteerd op Euronext te Brussel.
Met vervaldatum in 2019
In december 2013 heeft UCB voor € 20 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,284% per jaar en een effectief rendement van 3,356% per jaar. De notes zijn genoteerd op Euronext te Brussel.
Reële waarde-afdekkingen
De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als reële-waardeafdekkingen van de particuliere obligaties en de institutionele euro-obligaties. De wijziging in de boekwaarde van de obligaties is volledig te wijten aan de wijziging in de reële waarde van het gehedgde deel van de obligaties, en wordt nagenoeg volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van het corresponderende afgeleide financiële instrument.
3.25. Overige financiële verplichtingen
De overige financiële verplichtingen bevatten afgeleide financiële instrumenten voor een bedrag van € 48 miljoen (2016: € 109 miljoen). De overige financiële verplichtingen bevatten een verplichting van € 92 miljoen (2016: € 127 miljoen) voortvloeiend uit de uitgifte van warranten aan de aandeelhouders van Edev Sàrl (zie Toelichting 3.5).
3.26. Voorzieningen
Milieuvoorzieningen
De milieuvoorzieningen daalden van € 20 miljoen per eind december 2016 tot € 19 miljoen op het einde van de tussentijdse periode als gevolg van de terugname van bepaalde milieuvoorzieningen in verband met de verkoop van de activiteiten Films.
Reorganisatievoorzieningen
De voorzieningen voor reorganisatie daalden van € 26 miljoen eind december 2016 naar € 17 miljoen op het einde van de tussentijdse periode. Het gebruik van de voorziening wordt gedeeltelijk gecompenseerd door voorzieningen voor verdere optimalisatie.
Overige voorzieningen
De overige voorzieningen daalden van € 120 miljoen eind december 2016 naar € 109 miljoen eind juni 2017. De daling heeft betrekking op het verder gebruik van de voorziening met betrekking tot de verkoop van de fabriek in Shannon (totale provisie eind december 2016 bedroeg € 11 miljoen) en de vermindering van de voorziening voor het productaansprakelijkheidsgeschil inzake Distilbène (€ 9 miljoen) (zie Toelichting 3.31). De toevoegingen aan de overige voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op voorzieningen voor geschillen en productgerelateerde royaltybetalingen. Er wordt een evaluatie gemaakt met betrekking tot deze risico's samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vak-experts en het huidig uitstaand bedrag werd beoordeeld als zijnde de beste inschatting door het management van de kosten om de verplichtingen van de Groep af te wikkelen op balansdatum.
3.27. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht geeft de operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten weer.
UCB past de indirecte methode toe voor de operationele kasstromen. Het nettoresultaat is aangepast voor:
- de effecten van niet-geldelijke transacties zoals afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingsverliezen, provisies, waarderingen tegen reële waarde enz., alsook de wijzigingen inzake werkkapitaal;
- opbrengsten en kosten die verband houden met kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten.
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| € miljoen | Beperkt | Beperkt |
| nazicht | nazicht | |
| Aanpassing voor niet-geldelijke transacties | 90 | 160 |
| Afschrijvingen | 115 | 114 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen/terugname (-) | -4 | 39 |
| Kost voor in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen | -20 | -5 |
| Overige niet-geldelijke transacties in de winst- en verliesrekening | -32 | -23 |
| Als gevolg van de toepassing van IAS 39 | -5 | -11 |
| Niet-gerealiseerde wisselkoerswinst (-) / verlies | 51 | 34 |
| Wijziging in voorzieningen en personeelsbeloningen | -15 | 6 |
| Voorraadwijzigingen en voorzieningen voor dubieuze debiteuren | 0 | 5 |
| Aanpassing voor posten afzonderlijk te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten |
114 | 91 |
| Belastingkost voor de periode uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 114 | 91 |
| Belastingkost voor de periode uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten |
16 | -51 |
| Winst (-) / verlies uit de verkoop van vaste activa | 0 | -78 |
| Opbrengsten uit (-)/ kosten van dividenden | 0 | 0 |
| Renteopbrengsten (-) / -kosten | 16 | 27 |
| Wijzigingen in het werkkapitaal | ||
| Voorraadbewegingen per geconsolideerde balans | -33 | -24 |
| Handels- en overige vorderingen en andere activa, beweging per geconsolideerde balans | 84 | -102 |
| Handels- en overige schulden, beweging per geconsolideerde balans | -293 | -90 |
| Zoals opgenomen in de geconsolideerde balans en gecorrigeerd met: | -242 | -216 |
| Niet-geldelijke posten 1 | -16 | 3 |
| Wijzigingen in voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit operationele activiteiten |
0 | 1 |
| Wijzigingen in te ontvangen/te betalen intresten afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit operationele activiteiten |
8 | -10 |
| Wijzigingen in te ontvangen dividenden afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit investeringsactiviteiten |
0 | 0 |
| Wijzigingen in te betalen dividenden afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit financieringsactiviteiten |
0 | 23 |
| Aanpassingen voor de omrekening van vreemde valuta | 25 | -6 |
| Zoals opgenomen in het geconsolideerd kasstroomoverzicht | -225 | -205 |
- Niet-geldelijke posten houden hoofdzakelijk verband met transfers van de ene rubriek naar de andere, met niet-geldelijke bewegingen die verband houden met een nieuwe waardering van een geassocieerde deelneming in een vreemde munt en andere bewegingen die verband houden met toevoegingen aan/verwijderingen uit de consolidatiekring of met fusies van entiteiten.
3.28. Transacties met verbonden partijen
Vergoedingen van managers op sleutelposities
Er waren geen wijzigingen met betrekking tot de verbonden partijen die in het Jaarverslag 2016 werden geïdentificeerd en vermeld.
De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening voor de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité, voor de eerste zes maanden eindigend op 30 juni 2017 waarin ze hun mandaat uitoefenden.
| € miljoen | 2017 Beperkt nazicht |
|---|---|
| Kortetermijnpersoneelsbeloningen | 7 |
| Ontslagvergoedingen | 0 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | 1 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | 0 |
| Totale vergoedingen van managers op sleutelposities |
8 |
3.29. Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
Verklaringen ontvangen in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 betreffende de belangrijke deelnemingen
| Laatste wijziging: 30 juni 2017 Situatie op |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
| Kapitaal | € 583 516 974 | ||||
| Totaal aantal stemrechten (= noemer) | 194 505 658 | 13 maart 2014 | |||
| 1 | Financière de Tubize SA ("Tubize") | 18 december 2015 | |||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 68 076 981 | 35,00% | |||
| 2 | Schwarz Vermögensverwaltung GmbH Co. KG ('Schwarz') | 13 maart 2014 | |||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 2 471 404 | 1,27% | |||
| Tubize + Schwarz3 | |||||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 70 548 385 | 36,27% | |||
| 3 | UCB NV | ||||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 3 229 094 | 1,66% | 30 juni 2017 | ||
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 | 0 | 0,00% | 6 maart 2017 | ||
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 | 0 | 0,00% | 18 december 2015 | ||
| Totaal | 3 229 094 | 1,66% | |||
| 4 | UCB Fipar SA | ||||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 3 190 575 | 1,64% | 30 juni 2017 | ||
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 | 435 000 | 0,22% | 3 juni 2015 | ||
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 | 0 | 0,00% | 25 december 2015 | ||
| Totaal | 3 625 575 | 1,86% | |||
| UCB NV + UCB Fipar SA2 | 6 854 669 | 3,52% | |||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 6 419 669 | 3,30% | |||
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 | 435 000 | 0,22% | |||
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 | 0 | 0,00% | |||
| Free float4 (stemrechtverlenende effecten (aandelen)) | 117 537 604 | 60,43% | |||
| 5 | The Capital Group Companies Inc. | 26 mei 2017 | |||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 19 407 367 | 9,98% | |||
| 6 | Vanguard Health Care Fund | 28 oktober 2014 | |||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 9 741 353 | 5,01% | |||
| 7 | Wellington Management Group LLP | 23 februari 2017 | |||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 5 909 710 | 3,04% | |||
| 8 | BlackRock, Inc. | 1 juni 2017 | |||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 5 836 096 | 3,00% |
Alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totaal aantal stemrechten.
1 Gelijkgestelde financiële instrumenten, in de zin van artikel 6 van het Koninklijk besluit van 14 februari 2008, op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, die, indien uitgeoefend, bijkomende stemrechten verlenen.
2 UCB NV controleert onrechtstreeks UCB Fipar SA | artikel 6, §5, 2° en artikel 9, §3, 2° van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.
3 Tubize en Schwarz hebben verklaard in onderling overleg te handelen | artikel 6, §4 en artikel 9, §3, 3° van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.
4 Free float zijn UCB-aandelen niet aangehouden door de Referentieaandeelhouder (Tubize), Schwarz, UCB NV of UCB Fipar SA. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met aandelen aangehouden door deze entiteiten, met uitzondering van gelijkgestelde financiële instrumenten.
3.30. Dividenden
Het voorstel van de raad van bestuur om een bruto-dividend van € 1,15 per aandeel (2016: € 1,10 per aandeel) uit te betalen aan de houders van UCB aandelen gerechtigd op een dividend of 191 003 169 aandelen werd goedgekeurd op 27 april 2017. De 3 502 489 aandelen ingekocht door UCB NV op de datum van dividendbetaling hebben geen recht op een dividend. Een dividend voor een totaal bedrag van € 220 miljoen (of € 217 miljoen na aftrek van dividenden betaald op eigen aandelen) werd uitgekeerd (2016:
€ 210 miljoen of € 207 miljoen na aftrek van dividenden betaald op eigen aandelen) voor het boekjaar 2016 zoals goedgekeurd door de UCB-aandeelhouders op hun jaarlijkse algemene vergadering van 27 april 2017, en werd bijgevolg weergegeven in de eerste helft van 2017.
3.31. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen
Belangrijke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden in de eerste helft van het jaar 2017 waardoor de voorwaardelijke activa en verplichtingen die in het Jaarverslag voor 2016 beschreven staan werden bijgewerkt (p. 145).
Kapitaal- en overige verbintenissen
Per 30 juni 2017 heeft de Groep zich verbonden om € 72 miljoen (eind 2016: € 69 miljoen) te besteden voornamelijk met betrekking tot kapitaalinvesteringen voor de biotechfabriek in Bulle (Zwitserland), de installatie van nieuwe productielijnen en processen (België) en het vernieuwen van de fabriek in Japan en China.
UCB sloot een aantal ontwikkelingsovereenkomsten op lange termijn af met verschillende farmaceutische bedrijven, bedrijven die klinische studies uitvoeren en financiële investeerders. Zulke samenwerkingsovereenkomsten kunnen mijlpaalbetalingen omvatten die afhankelijk zijn van succesvolle klinische ontwikkelingen of van het behalen van specifieke verkoopdoelstellingen. Op 30 juni 2017 had de Groep voor ongeveer € 2 miljoen aan verplichtingen in verband met immateriële activa die in de tweede jaarhelft betaald moeten worden.
UCB heeft verschillende overeenkomsten gesloten met contractproductie-organisaties voor het leveren van haar producten. De uitstaande verbintenissen ten aanzien van deze contractproductie-organisaties bedragen € 501 miljoen per 30 juni 2017.
Als onderdeel van de innovatiestrategie van UCB, heeft UCB een risicokapitaalfonds opgericht, UCB Ventures. In dit kader heeft UCB resterende investeringsverbintenissen aan risicokapitaalfondsen voor een bedrag van US\$ 23 miljoen.
Garanties
De garanties die in de loop van de normale bedrijfsvoering ontstaan, zullen naar verwachting niet resulteren in enige wezenlijke financiële verliezen.
Voorwaardelijke verplichtingen
De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen, claims en onderzoeken. De lopende zaken kunnen leiden tot verplichtingen, burgerlijke en strafrechtelijke boetes, verlies van productexclusiviteit en andere kosten, boetes en onkosten die verbonden zijn aan bevindingen die strijdig zijn met UCB's belangen.
Mogelijke kasuitstromen gereflecteerd in een voorziening kunnen geheel of gedeeltelijk gecompenseerd worden door een verzekering in bepaalde gevallen. UCB heeft geen voorzieningen aangelegd voor mogelijke schadegevallen voor bepaalde bijkomende juridische claims tegen onze dochterondernemingen indien UCB momenteel van mening is dat een betaling ofwel niet waarschijnlijk is of niet betrouwbaar kan worden ingeschat.
- Zaken betreffende intellectuele eigendom (geselecteerde zaken)
Vimpat®
Delaware District Court rechtszaak: In juni 2013 diende UCB een aanklacht in bij het District Court van Delaware tegen 16 beklaagden, die goedkeuring wilden verkrijgen van hun generische versies van Vimpat®. De beklaagden dienden paragraaf IV certificaten in, die onder meer de geldigheid van het RE38,551 ('551) Vimpat® patent betwistten. Op 12 augustus 2016 oordeelde rechter Stark ten gunste van UCB en handhaafde de geldigheid van het patent. De beklaagden hebben beroep aangetekend bij het Hof van Beroep op federaal niveau. Een mondeling betoog is gepland voor 8 augustus 2017.
> Tussen Partijen Beoordeling (TPB):
In november 2015 diende Argentum Pharmaceuticals een verzoekschrift in voor een TPB voor het Patent- en Merkenbureau van de VS (US Patent and Trademark Office – USPTO) en voor de Patent Onderzoek en Beroep Raad (Patent Trial and Appeal Board – PTAB), om het Vimpat® '551 patent ongeldig te laten verklaren. In mei 2016 voerde de PTAB hun beoordeling uit. Mylan, Breckenridgde en Alembic hebben zich aangesloten bij de TPB. Op 22 maart 2017 handhaafde de PTAB de geldigheid van het '551 patent. Argentum ging niet in beroep tegen deze beslissing, maar Mylan, Breckenridge, en Alembic hebben beroep aangetekend bij het Hof van Beroep op federaal niveau.
-
Ex Parte heronderzoek: In maart 2016 diende Argentum Pharmaceuticals een verzoekschrift in voor een ex parte heronderzoek voor de Patent Onderzoek en Beroep Raad (Patent Trial and Appeal Board – PTAB), om het Vimpat® '551 patent ongeldig te laten verklaren. Op 16 juni 2016 verklaarde de USPTO het verzoek tot heronderzoek ontvankelijk. Op 7 december 2016 maakte het USPTO zijn eerste nietfinale bevindingen bekend. De zaak is hangende.
-
Accord VK rechtszaak: In juli 2016 diende Accord Healthcare een verzoekschrift in voor het High Court in het Verenigd Koninkrijk, om een verklaring van ongeldigheid en terugtrekking te vragen van het Europees patent (UK) 0 888 829, dat lacosamide bekendmaakt en claimt. De rechtszaak is gepland voor september 2017.
Zydus II Delaware District Court rechtszaak: In oktober 2016 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Zydus Pharmaceuticals, die goedkeuring wilde verkrijgen van zijn tweede generische versie van Vimpat®. De beklaagde diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van het '551 Vimpat® patent betwist. Zydus was een beklaagde in de originele Vimpat® rechtszaak hierboven vermeld. Zydus diende een verzoekschrift in om deze rechtszaak te verdagen in afwachting van het resultaat van de Vimpat® rechtszaak hierboven vermeld, de hangende TPB en het verdaagde heronderzoek. We hebben de Court op de hoogte gebracht van de gunstige TPB beslissing. Tot op heden werd nog geen beslissing genomen met betrekking tot het verzoekschrift.
Accord Nederland rechtszaak: Op 29 juni 2017 heeft Accord een dagvaarding ingediend bij het gerechtshof van Den Haag, om het Nederlandse Vimpat® patent en SPC ongeldig te laten verklaren. De rechtszaak is gepland voor 5 oktober 2018.
Neupro®
Watson Delaware District Court rechtszaak: In augustus 2014 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Watson Pharmaceuticals, die goedkeuring wilde verkrijgen van zijn generische versie van Neupro®. Watson diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Neupro® betwist. De rechtszaak werd gehouden in juni 2017. We wachten momenteel op de beslissing.
> Zydus Delaware District Court rechtszaak:
In november 2016 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Zydus Pharmaceuticals, die goedkeuring wilde verkrijgen van zijn generische versie van Neupro®. Zydus diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Neupro® betwist. De zaak is hangende.
> Mylan Delaware District Court rechtszaak:
In maart 2017 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Mylan Pharmaceuticals, die goedkeuring wilde verkrijgen van zijn generische versie van Neupro®. Mylan diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Neupro® betwist. De zaak is hangende.
Toviaz®
> Mylan Tussen Partijen Beoordeling (TPB):
In januari 2016 diende Mylan Pharmaceuticals een verzoekschrift in voor een TPB voor het Patent- en Merkenbureau van de VS (US Patent and Trademark Office – USPTO), om alle in het Orange Book opgesomde patenten in verband met Toviaz® ongeldig te laten verklaren. In juli 2016 voerde de Patent Onderzoek en Beroep Raad (Patent Trial and Appeal Board – PTAB) zijn onderzoek uit. Alembic, Torrent en Amerigan sloten zich aan bij het verzoekschrift. Op 19 juli 2017 handhaafde de PTAB de geldigheid van alle patenten opgenomen in het Orange Book. We wachten momenteel af of Mylan beroep zal aantekenen tegen deze uitspraak.
> Torrent Delaware District Court rechtszaak:
In februari 2017 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Torrent Pharmaceuticals Ltd. En Torrent Pharma Inc., die goedkeuring wilden verkrijgen van hun generische versie van Toviaz®. Torrent diende te laat een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Toviaz® betwist. In de Verenigde Staten wordt Toviaz® verdeeld door Pfizer. Deze zaak is hangende. In juni 2013 spande UCB zijn eerste rechtszaak aan om de geldigheid van bepaalde Toviaz®
patenten te verdedigen, tegen negen generische bedrijven, en op 20 april 2016 oordeelde rechter Sleet ten gunste van Pfizer/UCB en handhaafde de geldigheid van alle patenten opgenomen in het Orange Book. Geen enkele verweerder tekende beroep aan tegen de uitspraak. De tweede rechtszaak die UCB aanspande om bepaalde Toviaz® patenten te verdedigen was de Mylan rechtszaak die hierboven wordt beschreven, waarbij rechter Sleet opnieuw ten gunste van Pfizer/UCB oordeelde op 26 januari 2017 en Mylan ging niet in beroep tegen deze uitspraak.
Adair Patent rechtszaak – Chugai
Op 14 december 2016 diende Chugai Pharmaceuticals een verzoekschrift in bij het Patent Court van het Verenigd Koninkrijk, om bevestiging te krijgen dat hun product Actemra® UCB's US Patent 7,556,771 niet schendt. De zaak is hangende. De rechtszaak is momenteel gepland voor februari 2018.
- Productaansprakelijkheidszaken
Reglan® productaansprakelijkheidsrechtzaak
UCB blijft verweerder in een beperkt aantal Reglan® productaansprakelijkheidsrechtszaken. De rechtszaken werden grotendeels geconsolideerd in drie verschillende jurisdicties, met name Philadelphia, San Francisco, en New Brunswick. Elk geschil betreft claims voor letsels als gevolg van het vermeende nalaten te waarschuwen voor het risico geassocieerd met het gebruik van metoclopramide gedurende meer dan 12 weken. Het merendeel van de gevallen betreft vermeende letsels als gevolg van het gebruik van generische metoclopramide. Alhoewel de Vennootschap van mening is dat ze een verdediging ten gronde heeft tegenover deze claims, en om de kosten en afleiding van een rechtszaak te voorkomen, heeft zij een vertrouwelijke Master dadingsovereenkomst gesloten die een kader schept waarbinnen alle claims tegen de Vennootschap worden opgelost voor een bedrag dat binnen de grenzen ligt van de bestaande verzekeringsdekking van de Vennootschap. De belangrijkste jurisdicties zijn opgenomen in een gezamenlijk beding in juni 2017, hetgeen resulteerde in het definitief afwijzen van praktisch alle rechtszaken (ongeveer 4 400 in de laatste maanden). Dit leidde tot de financiering door de verzekeringsmaatschappij van het afwikkelingsfonds, verminderd met een bepaald ingehouden bedrag om ongeveer 5 rechtszaken te verdedigen die buiten de schikking vielen. De Vennootschap voorziet dat de schikking gefinaliseerd zal zijn in Q4 2017, waarbij de Vennootschap dan alle overblijvende rechtszaken die buiten de schikking vallen, krachtig zal verdedigen.
Distilbène productaansprakelijkheidsrechtzaak – Frankrijk
Entiteiten van de UCB Groep zijn genoemd als verweerders in verschillende productaansprakelijkheidsrechtszaken in Frankrijk. De eisers in deze rechtszaken beweren dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep, ingenomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijke letsels hebben opgelopen. De Groep heeft een
productaansprakelijkheidsverzekering maar gezien deze dekking door de verzekering onvoldoende zal zijn, heeft de Groep een provisie aangelegd van € 60 miljoen met betrekking tot deze zaak (Toelichting 3.14 en Toelichting 3.26).
- Onderzoeken
Zuidelijk district van New York – Pharmacy Benefit Managers en Cimzia®
In maart 2016 ontving de Vennootschap een burgerlijke onderzoeksaanvraag (Civil Investigative Demand – CID) van de Civil Frauds Unit van het kantoor van de VS procureur in het zuidelijke district van New York. De CID vraagt de Vennootschap om alle contracten (vanaf januari 2006 tot en met vandaag) tussen de Vennootschap en elke Pharmacy Benefit Manager (PBM) over Cimzia® te identificeren en te verstrekken, met inbegrip van alle documenten die nodig zijn om alle diensten geleverd door een PBM evenals alle betalingen aan een PBM aan te tonen.
In augustus 2016 werden alle gevraagde documenten overhandigd aan de overheid. De Vennootschap werkt samen met het kantoor van de VS procureur in reactie op de bezorgde CID.
- Overige zaken
Rechtszaak met betrekking tot verkochte activiteiten – Desmopressin
In oktober 2008 diende Apotex Inc. een klacht in tegen UCB, Lonza Braine S.A. en S&D Chemicals (Canada) Ltd. bij het Superior Court van Ontario in Toronto, Ontario, Canada, voor contractbreuk en om schadevergoeding te verkrijgen voor de beweerde niet-levering van het geneesmiddel desmopressin aan Apotex. UCB stootte dit geneesmiddel af als onderdeel van zijn Bioproducten business aan Lonza in 2006. Lonza diende een tegenclaim in tegen UCB en S&D Chemicals, UCB diende een tegenclaim in tegen Lonza en S&D Chemicals, en S&D Chemicals diende een tegenclaim in tegen UCB en Lonza. De rechtszaak wordt verdergezet in 2018.
5. Afgesloten juridische zaken
Ahrens ERISA rechtszaak
In februari 2015 werd er een klacht ingediend bij het Amerikaanse District Court voor het noordelijke district van Georgia, waarin UCB Holdings Inc., UCB Inc. Defined Benefit Pension Plan, en het administratieve comité van het UCB Inc. Defined Benefit Pension Plan als verweerders werden gedaagd. De klacht zoekt een collectieve vordering (class action) status en stelt claims te verdedigen voor bepaalde pensioenvoordelen namens bepaalde huidige en voormalige werknemers van UCB, Inc. die voorheen werkzaam waren bij twee verschillende voorgaande ondernemingen die in de jaren 90 door UCB, Inc. zijn verworven. Op 6 januari 2016 heeft de rechtbank UCB's verzoek tot afwijzing van vijf van de tien claims in deze zaak toegekend. De zaak werd bemiddeld in augustus 2016 en op 19 mei 2017 heeft de rechtbank het verzoek tot voorafgaande goedkeuring toegestaan voor de dading. Sinds 19 juni 2017 kan niet meer in beroep gegaan worden tegen deze dading.
Mylan Delaware District Court rechtszaak: In januari 2015 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Mylan Pharmaceuticals, die goedkeuring wilde verkrijgen van zijn generische versie van Toviaz®. Mylan diende te laat een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Toviaz® betwist. In de Verenigde Staten wordt Toviaz® verdeeld door Pfizer. Op 26 januari 2017 oordeelde rechter Sleet ten gunste van Pfizer/UCB en handhaafde de geldigheid van alle patenten opgenomen in het Orange Book. Mylan ging niet in beroep tegen deze beslissing.
Procureur-generaal van New York – Medicaid kortingen
Op 22 juni 2015 ontving de Vennootschap een dagvaarding van het kantoor van de procureur-generaal van New York, de Medicaid Fraud Control Unit ("NYAG"), op zoek naar documenten in verband met vermeende onderbetaling van Medicaid kortingen voor bepaalde perioden tussen 2002 en 2005. In maart 2017 vernam UCB dat de overheid nagelaten had om tussen te komen in de rechtszaak waarop de eiser de zaak definitief afwees. Deze zaak is afgesloten.
Het wordt niet verwacht dat er enige materiële verplichtingen zullen ontstaan uit de voorwaardelijke verplichtingen andere dan deze die voorzien werden (zie Toelichting 3.26 alsook Toelichting 31 van het Jaarverslag voor 2016).
3.32. Samenstelling en werking van het uitvoerend comité
Met ingang van 1 juli 2017 was de samenstelling van het Uitvoerend comité als volgt:
- Jean-Christophe Tellier, CEO en voorzitter van het uitvoerend comité
- Emmanuel Caeymaex, Immunology Patient Value Unit Head
- Iris Löw-Friedrich, Chief Medical Officer
- Pascale Richetta, Bone Disorders Patient Value Unit Head
- Anna Richo, General Counsel
- Bharat Tewarie, Chief Marketing Officer
- Detlef Thielgen, Chief Financial Officer
- Charl van Zyl, Head of Patient Value Operations
- Jeff Wren, Neurology Patient Value Unit Head
Fabrice Enderlin, Chief Talent Officer, en Ismail Kola, New Medicines™ Patient Value Unit Head en Chief Scientific Officer, zullen met ingang van 31 december 2017 met pensioen gaan en UCB verlaten.
Alexander Moscho zal op 1 oktober 2017 lid worden van het uitvoerend Comité van UCB om de nieuw opgerichte rol van Head of Corporate Strategy & Business Development in te nemen.
3.33. Gebeurtenissen na de tussentijdse balansdatum
Na de verslagperiode zijn er geen belangrijke gebeurtenissen.
4. Verslag van de commissaris
omtrent de beperkte controle van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie voor de periode afgesloten op 30 juni 2017
Inleiding
We hebben een beperkt nazicht uitgevoerd van de in bijlage opgenomen verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie van UCB NV en haar dochtervennootschappen (de "Groep") op 30 juni 2017, die de verkorte geconsolideerde balans op 30 juni 2016 en de verkorte geconsolideerde winst-en-verliesrekening, het verkorte geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten, de verkorte geconsolideerde staat van wijzigingen in het eigen vermogen en het verkorte geconsolideerd kasstroomoverzicht over de periode van zes maanden afgesloten op die datum omvat, evenals van de toelichtingen. De raad van bestuur is verantwoordelijk dat deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie is opgesteld en gepresenteerd in overeenstemming met IAS 34 zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid om een besluit te formuleren over deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie op basis van ons beperkt nazicht.
Omvang van het beperkt nazicht
We hebben ons beperkt nazicht uitgevoerd overeenkomstig met de "International Standard on Review Engagements 2410 - Review of interim financial information performed by the independent auditor of the entity". Een nazicht bestaat uit vragen van inlichtingen aan hoofdzakelijk financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het toepassen van analytische en andere procedures van nazicht. Een beperkt nazicht is substantieel minder uitgebreid dan een volkomen controle uitgevoerd volgens "International Standards on Auditing" en laat ons bijgevolg niet toe om met zekerheid te stellen dat we kennis hebben van alle belangrijke gegevens die zouden geïdentificeerd zijn indien we een volkomen controle zouden hebben uitgevoerd. We brengen dan ook geen controle verslag uit.
Conclusie
Op basis van ons beperkt nazicht is niets onder onze aandacht gekomen dat ons doet aannemen dat de bijgaande verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie, in alle materiële opzichten niet opgesteld zou zijn in overeenstemming met IAS 34 zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
Sint-Stevens-Woluwe, 26 juli 2017
PwC Bedrijfsrevisoren
Vertegenwoordigd door
Romain Seffer*
Bedrijfsrevisor/Réviseur d'entreprises
5. Verantwoordingsverklaring
We bevestigen hierbij dat, naar ons beste weten, de verkorte geconsolideerde financiële informatie voor de periode van zes maanden die eindigt op 30 juni 2017, die werd opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse financiële verslaggeving" zoals aanvaard door de Europese Unie, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, de passiva, de financiële positie en de winst/het verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, en dat het tussentijdse beheersverslag een reëel overzicht geeft van de belangrijke gebeurtenissen die zich in de eerste zes maanden van het boekjaar hebben voorgedaan, van de belangrijke transacties met de verbonden partijen, en van hun impact op de verkorte geconsolideerde financiële informatie, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden voor de resterende zes maanden van het boekjaar.
In naam van de raad van bestuur
Jean-Christophe TELLIER, Detlef THIELGEN, Chief Executive Officer Chief Financial Officer
6. Verklarende woordenlijst
CW
Constante wisselkoersen
EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) / Winst vóór rente en belastingen
Operationele winst zoals vermeld in de geconsolideerde jaarrekening
EMA / European Medicines Agency
Instantie die verantwoordelijk is voor de beoordeling van geneesmiddelen ter bescherming en bevordering van de gezondheid van mens en dier www.emea.europa.eu
FDA / U.S. Food and Drug Administration
Agentschap binnen het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid en Human Services dat verantwoordelijk is voor de bescherming en bevordering van de gezondheid van de natie www.fda.gov
Financiële éénmalige posten
Winsten en verliezen voortvloeiend uit de verkoop van financiële vaste activa (andere dan afgeleide financiële instrumenten en restitutierechten voor toegezegdpensioenregelingen) alsook bijzondere
waardeverminderingsverliezen op deze financiële vaste
activa worden beschouwd als financiële eenmalige posten
Gevestigde merken
Portfolio van 150 geneesmiddelen van hoge kwaliteit die niet langer beschermd zijn door een patent, met bewezen waarde voor patiënten en dokters gedurende vele jaren
Gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen
Aantal uitstaande gewone aandelen aan het begin van de periode, aangepast voor het aantal aandelen ingekocht of uitgegeven gedurende de periode, vermenigvuldigd met een tijdswegingsfactor
Kern-WPA / Kern-winst per aandeel
Winst die kan worden toegerekend aan UCB aandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële eenmalige posten, éénmalige winstbelastingen, de bijdrage na belasting van beëindigde bedrijfsactiviteiten, en de nettoafschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet, gedeeld door het niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen
KU
Kremers Urban Pharmaceuticals, Inc., eerder de Amerikaanse specialiteitgenetica-filiaal van de groep die in november 2015 aan Lannett Company, Inc. werd verkocht
Netto financiële schuld
Langlopende en kortlopende leningen, obligaties en voorschotten in rekening-courant verminderd met voor verkoop beschikbare obligaties, in pand gegeven contanten met betrekking tot financiële leaseovereenkomsten, geldmiddelen en kasequivalenten
PA
Partieel beginnende aanvallen, ook bekend als focale aanvallen
PGTCA
Primaire, gegeneraliseerde tonische-clonische aanvallen
PMDA / Pharmaceuticals And Medical Devices Agency
Japanse regelgevende autoriteit belast met de bescherming van de gezondheid van de bevolking door het verzekeren van de veiligheid, efficiëntie en kwaliteit van geneesmiddelen en medische toestellen http://www.pmda.go.jp/english/
Recurrente EBIT (REBIT)
Operationele winst gecorrigeerd voor bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten
Recurring EBITDA (REBITDA / Recurring Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization charges)
Operationele winst gecorrigeerd voor afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten en lasten
Werkkapitaal
Omvat voorraden, handelsvorderingen en overige vorderingen en handelsschulden en overige schulden, verplicht binnen en na 12 maanden
WPA
Winst per aandeel
Financiële kalender
| 20 oktober 2017 | Interimverslag |
|---|---|
| 22 februari 2018 | Jaarrekening voor 2017 |
Toelichting
Deze niet-geauditeerde verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële staten zijn opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie, met inbegrip van IAS 34 - Tussentijdse financiële verslaggeving. Bij het opstellen van deze financiële staten op 30 juni 2017 en voor de zes maanden eindigend op 30 juni 2016 werden dezelfde grondslagen voor financiële verslaggeving en boekhoudkundige schattingen gebruikt als in de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2016, tenzij anders aangegeven. Geen van de nieuwe of herziene IFRSstandaarden en interpretaties die verplicht van toepassing zijn met ingang vanaf 1 januari 2016 heeft een belangrijke invloed op dit tussentijds verslag gehad.
Dit tussentijds verslag geeft slechts een verklaring van de gebeurtenissen en transacties die belangrijk zijn om de veranderingen in de financiële positie en de financiële prestaties sinds de laatste jaarlijkse verslagperiode te begrijpen, en dient daarom te worden gelezen in samenhang met de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2016, beschikbaar op de website van de UCB (www.ucb.com). Andere informatie op de website van UCB of op andere websites, maakt geen deel uit dit halfjaarlijks verslag.
Officiële taal van het verslag
Volgens de Belgische wet moet UCB haar jaarverslag in het Frans en het Nederlands publiceren. UCB heeft ook een Engelse versie van dit jaarverslag.
Toekomstgerichte verklaringen
Dit halfjaarverslag bevat uitspraken over de toekomst op basis van bestaande plannen, ramingen en overtuigingen van het management. Alle uitspraken, behalve uitspraken die historische feiten inhouden, zijn uitspraken die beschouwd dienen te worden als toekomstgerichte verklaringen, met inbegrip van ramingen van inkomsten, operationele marges, kapitaaluitgaven, contanten, andere financiële informatie, de verwachte juridische, politieke, reglementaire of klinische resultaten en andere soortgelijke ramingen en resultaten. Per definitie bieden dergelijke toekomstgerichte verklaringen geen garantie op resultaten in de toekomst en zijn ze onderhevig aan risico's, onzekerheden en aannemingen die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten beduidend kunnen afwijken van de
toekomstgerichte verklaringen die in dit halfjaarverslag uitgedrukt worden. Belangrijke factoren die tot dergelijke verschillen zouden kunnen leiden zijn: wijzigingen in de algemene economische, zakelijke en concurrentiële situatie, het mislopen van de vereiste reglementaire goedkeuringen of het niet tegen aanvaardbare voorwaarden kunnen verkrijgen ervan, kosten in verband met onderzoek en ontwikkeling, wijzigingen in de vooruitzichten van producten die in de pijplijn zitten of door UCB ontwikkeld worden, gevolgen van toekomstige wettelijke uitspraken of onderzoeken door de overheid, claims in verband met productaansprakelijkheid, aanvechting van de patentbescherming van producten of kandidaat-producten, wijzigingen in de wetgeving, wisselkoersschommelingen, wijzigingen of onzekerheden in de belastingwetgeving of de handhaving van deze wetten en het aanwerven en behouden van het personeel.
Voorts vormt in dit document vervatte informatie geen aanbod tot verkopen of uitnodiging tot formuleren van een aanbod tot kopen van om het even welke effecten en is er geen sprake van aanbod, verzoek of verkoop van effecten in om het even welke jurisdictie waar een dergelijk aanbod, verzoek of verkoop onwettig zou zijn vóór de registratie of kwalificatie volgens de effectenwetgeving van deze jurisdictie. UCB geeft deze informatie vrij vanaf de datum van dit persbericht en wijst uitdrukkelijk de verantwoordelijkheid af om de informatie in dit persbericht bij te werken, zowel om de feitelijke resultaten te bevestigen of om een wijziging van de verwachtingen te melden.
Er is geen enkele garantie dat kandidaat-producten in de pijplijn goedgekeurd zullen worden als product of dat er nieuwe indicaties voor bestaande producten ontwikkeld en goedgekeurd zullen worden. Producten of potentiële producten die het onderwerp zijn van samenwerkingen, joint ventures of licentiesamenwerkingen kunnen onderhevig zijn aan verschillen tussen de partners. UCB of anderen kunnen ook problemen ontdekken met betrekking tot de veiligheid, de bijwerkingen of met de productie van zijn producten nadat deze op de markt gebracht zijn.
Bovendien kunnen de verkoopcijfers beïnvloed worden door nationale en internationale tendensen op het gebied van kostenbeheersing in de gezondheidszorg en het terugbetalingsbeleid opgelegd door derde betalers, evenals door de wetgeving die de prijs en de terugbetaling van biofarmaceutica beïnvloedt.
Over UCB
UCB, Brussel, België (www.ucb.com) is een wereldwijd biofarmaceutisch bedrijf dat zich toelegt op het ontdekken en ontwikkelen van innovatieve geneesmiddelen en oplossingen voor het transformeren van het leven van mensen met ernstige ziekten van het immuunsysteem of het centraal zenuwstelsel. Het bedrijf telt meer dan 7 500 medewerkers in zowat 40 landen. In 2016 bedroegen de inkomsten € 4,2 miljard. UCB is genoteerd op de NYSE Euronext te Brussel (symbool: UCB). Volg ons op Twitter: @UCB_news Contacten
Investor Relations Antje Witte Investor Relations, UCB T +32.2.559.94.14 [email protected]
Isabelle Ghellynck Investor Relations, UCB T+32.2.559.95.88 [email protected]
Bekijk onze IR App
of
Corporate Communications France Nivelle Global Communications, UCB T +32.2.559.91.78 [email protected]
Laurent Schots Media Relations, UCB T+32.2.559.92.64 [email protected]