AI assistant
UCB — Interim / Quarterly Report 2014
Jul 30, 2014
4017_ir_2014-07-30_b48143a5-e037-490a-a357-3cb4a81f299f.pdf
Interim / Quarterly Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Halfjaarlijks financieel verslag 2014 30 juli 2014 Halfjaarlijks financieel verslag 2014 30 juli 2014
Inhoudsopgave
| 1. | Overzicht van de bedrijfsprestaties1 | 3 |
|---|---|---|
| 1.1. Kerncijfers |
3 | |
| 1.2. Belangrijkste gebeurtenissen in 2014 |
4 | |
| 2. | Analyse van de bedrijfs- en financiële | |
| resultaten1 | 6 | |
| 2.1. Netto-omzet per product |
6 | |
| 2.2. Netto-omzet per geografisch gebied |
8 | |
| 2.3. Royaltyinkomsten en -vergoedingen |
10 | |
| 2.4. Overige opbrengsten |
10 | |
| 2.5. Brutowinst |
10 | |
| 2.6. Recurrente EBIT en recurrente EBITDA |
11 | |
| 2.7. Nettowinst en kernopbrengsten |
12 | |
| 2.8. Balans |
13 | |
| 2.9. Kasstroomoverzicht |
14 | |
| 2.10.Vooruitzichten voor 2014 | 14 | |
| 3. | Verkorte geconsolideerde jaarrekening | 15 |
| 3.1. Verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening |
15 | |
| 3.2. Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten |
16 | |
| 3.3. Verkorte geconsolideerde balans |
17 | |
| 3.4. Verkort geconsolideerd kasstroomoverzicht |
18 | |
| 3.5. Verkort geconsolideerd overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen |
19 | |
| 4. | Toelichting | 20 |
| 4.1. Algemene informatie |
20 | |
| 4.2. Grondslag voor de opstelling |
20 | |
| 4.3. Grondslagen voor de verslaglegging |
20 | |
| 4.4. Schattingen |
22 | |
| 4.5. Financieel risicobeheer |
22 | |
| 4.6. Gesegmenteerde informatie |
24 |
| 4.7. | Seizoensgebonden activiteiten | 25 | |
|---|---|---|---|
| 4.8. | Overige bedrijfsbaten / -lasten (-) | 26 | |
| 4.9. | Bijzondere waardevermindering van niet financiële activa |
26 | |
| 4.10.Reorganisatiekosten | 26 | ||
| 4.11.Overige baten en lasten | 26 | ||
| 4.12.Financiële opbrengsten en financieringskosten |
26 | ||
| 4.13.Winstbelastingen (-) / tegoeden | 26 | ||
| 4.14.Beëindigde bedrijfsactiviteiten | 27 | ||
| 4.15.Immateriële activa | 27 | ||
| 4.16.Goodwill | 27 | ||
| 4.17.Materiële vaste activa | 27 | ||
| 4.18.Financiële en overige activa | 28 | ||
| 4.19.Waardevermindering op voorraden | 28 | ||
| 4.20.Kapitaal en reserves | 28 | ||
| 4.21.Dividenden | 30 | ||
| 4.22.Leningen | 30 | ||
| 4.23.Obligaties | 31 | ||
| 4.26.Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht |
34 | ||
| 4.27.Transacties met verbonden partijen | 36 | ||
| 4.28.Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen |
37 | ||
| 4.29.Gebeurtenissen na de tussentijdse balansdatum |
37 | ||
| 5. | Verslag van de commissaris | 38 | |
| 6. | Verantwoordingsverklaring | 39 | |
| 7. | Verklarende woordenlijst | 40 |
1. Overzicht van de bedrijfsprestaties1
1.1. Kerncijfers
- De opbrengsten stegen in de eerste zes maanden van 2014 met 6% tot € 1 757 miljoen, of met 10% aan constante wisselkoersen (CW). De netto-omzet bedroeg € 1 562 miljoen, een verhoging van 7% (+11% CW), als gevolg van de prestaties van de kernproducten Cimzia® , Vimpat® en Neupro® , die de concurrentie van generische geneesmiddelen op Keppra® meer dan overcompenseren en andere rijpe producten. Royaltyinkomsten en -vergoedingen bedroegen € 81 miljoen. Overige opbrengsten stegen met 8% als gevolg van betalingen van Sanofi en de Europese Investeringsbank.
- Recurring EBITDA steeg ondanks de tegenwind van de wisselkoersen tot € 391 miljoen, een verhoging van 29% (+40% CW), als gevolg van een sterke nettoomzetgroei, lagere bedrijfskosten met stabiele kosten voor onderzoek en ontwikkeling.
- Nettowinst steeg van € 68 miljoen met 66% tot € 113 miljoen.
- De kernwinst per aandeel (WPA) bedroeg € 1,22 tegen € 0,70 in de eerste helft van 2013.
| Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni1 | Actueel | Verschil | ||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2014 | 2013 (herwerkt)2 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Opbrengsten | 1 757 | 1 657 | 6% | 10% |
| Netto-omzet | 1 562 | 1 466 | 7% | 11% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 81 | 85 | -5% | -6% |
| Overige opbrengsten | 114 | 106 | 8% | 9% |
| Brutowinst | 1 195 | 1 139 | 5% | 10% |
| Marketing- en verkoopkosten | -375 | -413 | 9% | 5% |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -446 | -444 | 0% | -2% |
| Algemene kosten en administratiekosten | -102 | -107 | 5% | 3% |
| Overige bedrijfsbaten / -lasten (-) | 2 | 3 | -7% | -8% |
| Recurrente EBIT (REBIT) | 274 | 178 | 54% | 74% |
| Niet recurrente baten / -lasten (-) | -47 | -19 | >-100% | >100% |
| EBIT (operationele winst) | 227 | 159 | 43% | 64% |
| Netto financiële lasten | -67 | -72 | 7% | 6% |
| Winst vóór winstbelastingen | 160 | 87 | 83% | >100% |
| Winstbelastingen (-) / tegoeden | -48 | -22 | >-100% | >-100% |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 112 | 65 | 71% | >100% |
| Winst / verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 1 | 3 | -58% | -58% |
| Nettowinst | 113 | 68 | 66% | 100% |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 137 | 59 | >100% | >100% |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -24 | 9 | >-100% | >-100% |
| Recurrente EBITDA | 391 | 303 | 29% | 40% |
| Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) | 91 | 152 | -40% | nvt |
| Netto financiële schuld3 | 1 729 | 2 000 | -14% | nvt |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 174 | 2 | >100% | nvt |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen (miljoen - niet-verwaterd) |
191 | 182 | 5% | nvt |
| Winst per aandeel (€ per gewogen gemiddeld aandeel - niet-verwaterd) |
0,72 | 0,32 | >100% | >100% |
| Winst per aandeel (€ per gewogen gemiddeld aandeel - niet-verwaterd) |
1,22 | 0,70 | 75% | 92% |
1 Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de financiële en bedrijfsresultaten niet gelijk is aan de weergegeven som.
2 Herwerkt als gevolg van de toepassing van IFRS 10.
3 Met uitzondering van de netto financiële schuld, waar 2013 de balans per 31 december 2013 betreft, en herwerkt is.
1.2. Belangrijkste gebeurtenissen in 2014
Er hebben zich een aantal belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of zullen beïnvloeden:
Belangrijke overeenkomsten / initiatieven
- Januari 2014 UCB en Biogen Idec sluiten overeenkomsten af voor het commercialiseren van geneesmiddelen tegen multiple sclerose en hemofilie in Azië. Deze samenwerking maakt gebruik van UCB's know-how en aanwezigheid in Azië om Biogen Idec's innovatieve therapieën tot bij patiënten in nieuwe markten te brengen. Deze exclusiviteitsovereenkomsten verlenen aan UCB het recht om producten van Biogen Idec te commercialiseren in Zuid Korea, Hongkong, Thailand, Singapore, Maleisië en Taiwan. In China worden de producten zowel ontwikkeld als gecommercialiseerd.
- Maart 2014 Vervroegde terugbetaling van UCB Converteerbare Obligaties UCB voltooide de conversie van haar € 500 miljoen converteerbare obligaties met coupon van 4,50% en met vervaldatum in 2015, en had gekozen om vervroegd terug te betalen in januari 2014. De resulterende kapitaal is € 583 516 974 met een totaal aantal aandelen met stemrechtverlenende effecten van 194 505 658.
- Maart 2014 UCB en Sanofi sluiten partnerschap af voor baanbrekende innovatie bij immuungemedieerde ziekten. Samen zullen ze innovatieve anti-inflammatoire kleine moleculen ontdekken en ontwikkelen die potentieel een waaier aan immuungemedieerde ziekten kunnen behandelen op terreinen zoals gastro-enterologie en artritis. Volgens de voorwaarden van de overeenkomst zullen UCB en Sanofi kosten en baten delen op een 50/50-basis. UCB
heeft het recht op initiële vooruitbetalingen en mijlpaalbetalingen voor de preklinische en klinische ontwikkeling vanwege Sanofi, en kunnen mogelijk € 100 miljoen overtreffen.
- Juni 2014 Europese Investeringsbank (EIB) en UCB werken samen aan versnelde ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor patiënten. Deze innovatieve samenwerking tussen de twee partijen houdt in dat de EIB via een 'risicodelende ontwikkelingsfinanciering' tot € 75 miljoen beschikbaar stelt aan UCB, die hiermee de ontwikkelingsactiviteiten van geselecteerde geneesmiddelen kan bekostigen.
- Juli 2014 UCB en Dermira gaan strategische samenwerking aan op gebied van dermatologie om Cimzia® toegankelijker te maken voor patiënten. Dermira verkrijgt exclusieve rechten om Cimzia® als behandeling voor psoriasis te ontwikkelen in de VS, Canada en de Europese Unie. Deze samenwerking heeft tot doel Cimzia® toegankelijker te maken voor patiënten en is gedreven door gunstige fase 2 onderzoeksresultaten bij psoriasis en fase 3 onderzoeksresultaten bij psoriatische artritis.
Update over de reglementering en vooruitgang van de pijplijn
Centraal zenuwstelsel (CZS)
- In maart 2014 gaf UCB wereldwijde rechten voor tozadenant (SYN115), een selectieve remmer van de adenosine-2a-receptor momenteel in ontwikkeling voor de behandeling van de ziekte van Parkinson, terug aan Biotie. Deze beslissing werd genomen na evaluatie van UCB's vroege en gevorderde klinische ontwikkelingspijplijn en preklinische mogelijkheden. Er zijn geen twijfels over de veiligheid of efficiëntie van tozadenant.
- Besprekingen met regelgevende instanties in de VS, de Europese Unie en Azië om over te gaan tot fase 3 ontwikkeling van Vimpat® (lacosamide) voor primaire, gegeneraliseerde tonische-clonische aanvallen (PGTCA) steunen het besluit van UCB om de fase 3 klinische testprogramma begin 2015 te starten.
• In juli 2014, positieve topline fase 3-resultaten dat brivaracetam de frequentie van partiële aanvallen vermindert en de responspercentages significant verbetert, beide met statistische significantie. De vaakst gemelde ongewenste bijwerkingen zijn slaperigheid, duizeligheid, vermoeidheid en hoofdpijn. Deze studie werd opgezet om de werkzaamheid en veiligheid van brivaracetam (100 en 200 mg/dag, zonder titratie) te evalueren in vergelijking met placebo, als aanvullende behandeling bij volwassen patiënten die lijden aan focale epilepsie met partiële aanvallen die niet volledig onder controle zijn ondanks gelijktijdige behandeling met één of twee andere anti-epileptica. Aanvragen bij regelgevende instanties in de VS en de Europese Unie zijn gepland voor begin 2015.
Immunologie
- In januari 2014, het New England Journal of Medicine (NEJM) publiceerde de resultaten van een fase 2 onderzoek naar romosozumab (CDP7851 / AMG785) bij osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met lage botmineraaldichtheid (BMD) in de lumbale wervelkolom en de heup. In juni 2014 werden de eerste patiënten ingeschreven in een fase 3-studie naar de werkzaamheid en veiligheid van romosozumab bij mannen met osteoporose te vergelijken; eerste resultaten worden verwacht in de tweede helft van 2016.
- UCB4940, een grote molecule voor immunologische ziekten heeft met succes fase 1 en "POC-lite" (proof-ofconcept) afgesloten. Fase 2 begon in juni 2014 en eerste headline resultaten worden tijdens de tweede helft van 2015 verwacht.
- UCB5857, een zeer specifieke klein molecule (NCE) PI3K Delta Inhibitor voor immunologische ziekten, werd succesvol tijdens de fase 1-onderzoek. Fase 2 onderzoeken zouden begin 2015 moeten starten.
- Wat UCB7665 betreft, een grote molecule voor immunologische ziekten, werd fase 1 gestart.
2. Analyse van de bedrijfs- en financiële resultaten1
De financiële informatie in dit managementverslag moet worden gelezen in samenhang met het verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag en de geconsolideerde jaarrekening van 31 december 2013. Dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag werd beperkt nagezien, niet geauditeerd.
Wijziging van de groep: Als resultaat van de afstoting van de resterende niet-farmaceutische activiteiten (zoals Surface Specialities) in februari 2005, rapporteert UCB de resultaten van deze activiteiten als deel van de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.
Recurrente en niet-recurrente posten: Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven ('nietrecurrente' posten). Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst), is een regel voor 'recurrente EBIT' (REBIT of recurrente operationele winst) opgenomen die de lopende rentabiliteit van
de biofarmaceutische activiteiten van de onderneming weerspiegelt. De recurrente EBIT is gelijk aan de regel 'operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, herstructurering en overige baten en lasten' die in de geconsolideerde jaarrekening gerapporteerd wordt.
Kern-WPA: Kern-WPA is de kern-nettowinst, of de nettowinst die kan worden toegekend aan UCBaandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van nietvoorgezette activiteiten, en de nettoafschrijving van immateriële activa die verbonden is met verkopen per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.
Kernproducten: De "kernproducten" zijn UCB's recent geïntroduceerde geneesmiddelen Cimzia® , Vimpat® en Neupro® . UCB's prioriteit is de verdere lancering en groei van deze drie producten.
2.1. Netto-omzet per product
| € miljoen | Actueel juni | Verschil % | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 | Actuele wisselkoersen |
CW | ||
| Kernproducten | 672 | 537 | 25% | 29% | |
| Cimzia® | 353 | 272 | 30% | 35% | |
| Vimpat® | 217 | 185 | 17% | 21% | |
| Neupro® | 102 | 80 | 27% | 29% | |
| Andere producten | 890 | 929 | -4% | 0% | |
| Keppra® (inclusief Keppra® XR) | 339 | 361 | -6% | -2% | |
| Zyrtec® (inclusief Zyrtec-D® / Cirrus® ) |
93 | 133 | -30% | -25% | |
| MetadateTM CD (inclusief methylphenidate ER) | 66 | 18 | >100% | >100% | |
| Xyzal® | 48 | 47 | 2% | 4% | |
| Nootropil® | 26 | 29 | -9% | 0% | |
| omeprazole | 24 | 30 | -22% | -18% | |
| Andere | 294 | 310 | -5% | -2% | |
| Totale netto-omzet | 1 562 | 1 466 | 7% | 11% |
De netto-omzet steeg tot € 1 562 miljoen in de eerste zes maanden van 2014, 7% hoger dan in de eerste zes maanden van 2013, of +11% aan constante wisselkoersen (CW).
Kernproducten
Cimzia® (certolizumab pegol), voor inflammatoire TNFgemedieerde ziekten, zette zijn groei verder en haalde een nettoverkoop van € 353 miljoen, +30% (+35% CW), ondersteund door het continu toegankelijker te maken voor patiënten in Japan (partner Astellas) en door bijkomende indicaties voor patiënten in de VS en de Europese Unie.
Vimpat® (lacosamide), als aanvullende therapie voor de behandeling van epilepsie, bleef stijgen in de eerste zes maanden van 2014, met 17% (+21 CW) en behaalde een netto-omzet van € 217 miljoen.
Neupro® (rotigotine), de pleister voor de ziekte van Parkinson (PD) en het rustelozebenensyndroom (RLS), bereikte een netto-omzet die steeg dankzij ruimere toegangbaarheid voor patiënten in de VS sinds 2012 en de introductie in Japan in 2013 (partner Otsuka). Neupro® haalde een netto-omzet van € 102 miljoen, +27% (+29% CW) in de eerste zes maanden van 2014.
Andere producten
Keppra® (levetiracetam), voor epilepsie, daalde zoals verwacht en haalde een netto-omzet van € 339 miljoen, 6% (-2% CW) minder dan vorig jaar, gedreven door de netto-omzet in de VS en Europa. Echter, in opkomende
Netto-omzet - S1 2014
markten en in Japan (partner Otsuka, E Keppra® ) is er een sterke groei aan met respectievelijk +12% en +48%.
Zyrtec® (cetirizine), voor allergie, kende een daling van de netto-omzet met 30% tot € 93 miljoen (-25% CW) als gevolg van de generische concurrentie.
Metadate TM CD (methylphenidate HCI, inclusief methylphenidate ER) voor aandacht tekort en hyperactiviteit (ADHD), behaalde een netto-omzet van € 66 miljoen, tegenover € 18 miljoen in de eerste zes maanden van 2013, ondersteund door eigen generische producten.
Xyzal® (levocetirizine), voor allergie, behaalde een stabiele netto-omzet van € 48 miljoen, +2%.
Nootropil® (piracetam), voor cognitieve stoornissen, boekte een netto-omzet van € 26 miljoen (-9%).
omeprazole, een generisch product voor hyperaciditeit, boekte een netto-omzet van € 24 miljoen (-22%, -18% CW) als gevolg van de competitieve marktomgeving.
Andere producten: de netto-omzet van de andere producten daalde tot € 294 miljoen (-5%). Aan constante wisselkoersen (CW) was de daling 2%.
Netto-omzet - S1 2013
€ 1 466 miljoen
2.2. Netto-omzet per geografisch gebied
| € miljoen | Actueel juni | Verschil - actuele wisselkoersen |
Verschil - constante wisselkoersen |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 | € miljoen | % | € miljoen | % | |
| Netto-omzet Noord-Amerika | 669 | 580 | 90 | 15% | 120 | 21% |
| Cimzia® | 214 | 174 | 40 | 23% | 50 | 29% |
| Vimpat® | 158 | 139 | 19 | 13% | 26 | 19% |
| Neupro® | 24 | 16 | 8 | 50% | 9 | 56% |
| Keppra® (inclusief Keppra® XR) | 97 | 112 | -15 | -13% | -11 | -9% |
| Metadate™ CD (inclusief methylphenidate ER) | 66 | 18 | 48 | >100% | 51 | >100% |
| omeprazole | 24 | 30 | -7 | -22% | -6 | -18% |
| Andere | 86 | 90 | -4 | -4% | 0 | 0% |
| Netto-omzet Europa | 572 | 567 | 5 | 1% | 6 | 1% |
| Cimzia® | 106 | 78 | 28 | 36% | 29 | 37% |
| Vimpat® | 52 | 42 | 10 | 25% | 10 | 25% |
| Neupro® | 67 | 60 | 6 | 11% | 6 | 11% |
| Keppra® | 141 | 162 | -21 | -13% | -21 | -13% |
| Zyrtec® (inclusief Cirrus® ) |
39 | 37 | 2 | 6% | 2 | 7% |
| Xyzal® | 24 | 25 | -1 | -4% | -1 | -3% |
| Nootropil® | 13 | 14 | -1 | -5% | -1 | -4% |
| Andere | 131 | 149 | -19 | -12% | -19 | -13% |
| Netto-omzet Japan | 114 | 107 | 7 | 6% | 18 | 17% |
| Cimzia® | 19 | 8 | 11 | >100% | 14 | >100% |
| Neupro® | 8 | 2 | 6 | >100% | 6 | >100% |
| E Keppra® | 39 | 26 | 13 | 48% | 17 | 66% |
| Zyrtec® (inclusief Cirrus® ) |
35 | 61 | -26 | -43% | -22 | -36% |
| Xyzal® | 12 | 10 | 2 | 22% | 2 | 22% |
| Andere | 0 | 0 | 0 | -11% | 0 | 0% |
| Netto-omzet opkomende markten | 147 | 164 | -17 | -11% | -1 | -1% |
| Cimzia® | 3 | 3 | 0 | -22% | 0 | -15% |
| Vimpat® | 2 | 2 | 1 | 56% | 1 | 72% |
| Neupro® | 1 | 1 | 0 | 12% | 0 | 24% |
| Keppra® | 44 | 40 | 5 | 12% | 9 | 23% |
| Nootropil® | 13 | 15 | -2 | -12% | 1 | 5% |
| Zyrtec® (inclusief Cirrus® ) |
12 | 26 | -14 | -56% | -13 | -49% |
| Xyzal® | 8 | 10 | -2 | -19% | -1 | -10% |
| Andere | 64 | 67 | -3 | -6% | 2 | 3% |
| Netto-omzet rest van de wereld | 49 | 53 | -4 | -8% | -2 | -4% |
| Cimzia® | 12 | 9 | 3 | 28% | 3 | 36% |
| Vimpat® | 4 | 2 | 2 | 69% | 2 | 83% |
| Neupro® | 2 | 1 | 1 | >100% | 1 | >100% |
| Keppra® | 18 | 22 | -4 | -16% | -3 | -13% |
| Zyrtec® (inclusief Cirrus® ) |
4 | 5 | 0 | -2% | 0 | -2% |
| Xyzal® | 2 | 2 | 0 | 1% | 0 | 1% |
| Andere | 6 | 12 | -6 | -52% | -6 | -50% |
| Niet toegewezen | 12 | -4 | 15 | nvt | 15 | nvt |
| Totale netto-omzet | 1 562 | 1 466 | 96 | 7% | 156 | 11% |
De netto-omzet in Noord-Amerika bedroeg € 669 miljoen in de eerste zes maanden van 2014, een stijging met 15% ten opzichte van het jaar voordien. Tegen constante wisselkoersen (CW) zou deze stijging 21% bedragen. De netto-omzet van Cimzia® steeg met +23% (+29% CW) tot € 214 miljoen. Vimpat® haalde een netto-omzet van € 158 miljoen, een stijging met 13% (+19% CW). Neupro® haalde een netto-omzet van € 24 miljoen, een stijging met 50% (+56% CW). De netto-omzet van Keppra® daalde naar € 97 miljoen, een daling van 13% (-9% CW), als gevolg van de competitieve marktomgeving. De nettoomzet van Metadate™ CD klokte af op € 66 miljoen, in vergelijking met € 18 miljoen in de eerste zes maanden van 2013, ondersteund door generische producten geïntroduceerd in 2013. Omeprazole haalde een nettoomzet van € 24 miljoen (-22%; -18% CW). De nettoomzet van de andere producten in deze regio klokte af op € 86 miljoen, een daling met 4% (0% CW).
De netto-omzet in Europa bedroeg € 572 miljoen in de eerste zes maanden van 2014 (+1%). De netto-omzet van Cimzia® steeg met 36% tot € 106 miljoen. De epilepsiemedicijn Vimpat® zag zijn netto-omzet stijgen met 25% tot € 52 miljoen. Neupro® haalde een nettoomzet van € 67 miljoen, een stijging van 11%. De nettoomzet van Keppra® daalde met 13% tot € 141 miljoen, een gevolg van de generische concurrentie en prijsverlagingen. Allergiefranchise Zyrtec® haalde een netto-omzet van € 39 miljoen (+6%) terwijl Xyzal® daalde met 4% tot € 24 miljoen, als gevolg van de competitieve
marktomgeving. Alle andere producten vertegenwoordigden een netto-omzet van € 144 miljoen van de netto-omzet in Europa, een daling met 13% ten opzichte van het vorig jaar, meestal ten gevolg van generische concurrentie.
De netto-omzet in Japan bedroeg € 114 miljoen, een verhoging van 6% (+17% CW). Onlangs gelanceerde medicijnen in 2013 - met onze partners, Cimzia® en Neupro® haalden een netto-omzet van € 19 miljoen, na € 8 miljoen en € 8 miljoen na € 2 miljoen respectievelijk. De netto-omzet van E Keppra® bedroeg € 39 miljoen, een stijging van 48% (+66% CW). Zyrtec® , ook beïnvloedt door generische concurrentie, daalde met 43% tot € 35 miljoen terwijl de netto-omzet van Xyzal® bedroeg € 12 miljoen (+22%).
De netto-omzet in de opkomende markten bedroeg € 147 miljoen in de eerste zes maanden van 2014, een daling met 11% (-1% CW), onder impuls van de portefeuille met rijpe producten zoals de allergie producten, terwijl de nieuwe geneesmiddelen Cimzia® ,Vimpat® en Neupro® verder werden geïntroduceerd in deze markten.
De netto-omzet in de rest van de wereld bedroeg € 49 miljoen, een daling met 8% (-4% CW). Terwijl Cimzia® , Vimpat® en Neupro® met succes worden gelanceerd in deze landen, leiden de concurrentie tegenover de rijpe producten tot deze daling.
Netto-omzet - S1 2013 € 1 466 miljoen
Noord-Amerika: VS en Canada
Europa: Albanië, België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk (inclusief Franse gebieden), Griekenland, Hongarije, Ierland, Ijsland, Italië, Letland, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovakije, Slovenië, Spanje, Tsjechische Republiek, VK, Zweden, Zwitserland en Vaticaanstad
Opkomende markten: Brazilië, Rusland, Indië, China, Mexico en Turkije
2.3. Royaltyinkomsten en -vergoedingen
| € miljoen | Actueel juni | Verschil % | ||
|---|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 | Actuele wisselkoersen | CW | |
| Biotechnologisch IE | 37 | 42 | -13% | -16% |
| Toviaz® | 8 | 14 | -40% | -40% |
| Zyrtec® VS | 13 | 10 | 31% | 36% |
| Andere | 23 | 19 | 18% | 19% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 81 | 85 | -5% | -6% |
De royaltyinkomsten en -vergoedingen in de eerste zes maanden van 2014 daalden met 5% tot € 81 miljoen in vergelijking met vorig jaar. De royalty's op intellectuele eigendom (IE) in biotechnologie en de door Pfizer betaalde royalty's voor Toviaz® (fesoterodine), voor de
behandeling van een overactieve blaas, daalden als gevolg van de competitieve marktomgeving terwijl de in de VS ontvangen royalty's voor Zyrtec® bij de verkoop zonder voorschrift en de overige royaltyinkomsten door de opbrengsten van in licentie gegeven producten stegen.
2.4. Overige opbrengsten
| € miljoen | Actueel juni | Verschil % | ||
|---|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 | Actuele wisselkoersen | CW | |
| Opbrengsten uit contractproductie | 30 | 45 | -33% | -32% |
| Novartis product winstdeling | 14 | 16 | -10% | -10% |
| Astellas (Cimzia® ) / Otsuka (E Keppra® , Neupro® ) |
12 | 28 | -57% | -57% |
| Andere | 58 | 17 | >100% | >100% |
| Overige opbrengsten | 114 | 106 | 8% | 9% |
Andere opbrengsten voor de eerste helft van 2014 stegen tot € 114 miljoen (+8%), grotendeels het resultaat van betalingen ontvangen van Sanofi op de wetenschappelijke en strategische samenwerkingsovereenkomst voor de ontdekking en ontwikkeling van innovatieve anti-inflammatoire kleine moleculen (bekendgemaakt in maart 2014) en van ontwikkelingsfinanciering van geselecteerde UCB geneesmiddelen uit de EIB (bekendgemaakt in juni 2014). De omzet uit contractproductie daalde naar € 30 miljoen, door de beeindiging van de contractproductie voor de produkten Delsym™ and Equasym® . De winstdelingsovereenkomst met Novartis voor bepaalde producten in Duitsland leverde € 14 miljoen. De mijlpaalbetalingen voor Cimzia® en E Keppra® in Japan bedroeg € 12 miljoen. In 2013, UCB kreeg een vooruitbetaling van R-Pharm voor de licentie van olokizumab, en is vermeld onder "Andere".
2.5. Brutowinst
| € miljoen | Actueel juni | Verschil % | ||
|---|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 (herwerkt)1 | Actuele | CW | |
| wisselkoersen | ||||
| Opbrengsten | 1 757 | 1 657 | 6% | 10% |
| Netto-omzet | 1 562 | 1 466 | 7% | 11% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 81 | 85 | -5% | -6% |
| Overige opbrengsten | 114 | 106 | 8% | 9% |
| Kostprijs van de omzet | -562 | -518 | -9% | -9% |
| Kostprijs van de omzet voor producten en diensten | -405 | -372 | -9% | -9% |
| Royaltylasten | -88 | -68 | -30% | -30% |
| Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van immateriële activa |
-69 | -78 | 12% | 11% |
| Brutowinst | 1 195 | 1 139 | 5% | 10% |
1 Herwerkt als gevolg van de toepassing van IFRS 10.
De brutowinst van € 1 195 miljoen ligt 5% hoger in de eerste helft van 2014 als gevolg van de stijging van de netto-omzet.
Kostprijs van de omzet bestaat uit drie onderdelen:
- De kostprijs van de omzet voor producten en diensten steeg met € 33 miljoen tot € 405 miljoen, of 9%, als gevolg van de hogere verkoop en de productmix.
- De royaltylasten stegen tot € 88 miljoen als gevolg van de hogere royalty's op de kernproducten van UCB.
| € miljoen | Actueel juni | Verschil % | ||
|---|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 | Actuele wisselko |
CW | |
| ersen | ||||
| Biotechnologisch IE | -23 | -21 | -10% | -7% |
| Andere | -65 | -47 | -39% | -41% |
| Royaltylasten | -88 | -68 | -30% | -30% |
• Afschrijving van de aan omzet gekoppelde immateriële activa: UCB heeft op zijn balans een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa staan, die verband houden met de overname van Celltech en Schwarz Pharma (lopend onderzoek en ontwikkeling, productie van kennis, royaltystromen, handelsbenamingen enz.). De afschrijvingskosten van de immateriële activa waarvoor al producten zijn gelanceerd, zijn goed voor € 69 miljoen in de eerste helft van 2014 dat € 9 miljoen lager is dan in dezelfde periode van 2013, voornamelijk vanwege het aflopen van de afschrijvingstermijn van bepaalde immateriële activa.
2.6. Recurrente EBIT en recurrente EBITDA
| € miljoen | Actueel juni | Verschil % | ||
|---|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 (herwerkt)1 | Actuele wisselkoersen |
CW | |
| Opbrengsten | 1 757 | 1 657 | 6% | 10% |
| Netto-omzet | 1 562 | 1 466 | 7% | 11% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 81 | 85 | -5% | -6% |
| Overige opbrengsten | 114 | 106 | 8% | 9% |
| Brutowinst | 1 195 | 1 139 | 5% | 10% |
| Marketing- en verkoopkosten | -375 | -413 | 9% | 5% |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -446 | -444 | 0% | -2% |
| Algemene kosten en administratiekosten | -102 | -107 | 5% | 3% |
| Overige bedrijfsbaten / -lasten (-) | 2 | 3 | -7% | -8% |
| Totale operationele lasten | -920 | -961 | 4% | 2% |
| Recurrente EBIT (REBIT) | 274 | 178 | 54% | 74% |
| Afschrijving van immateriële activa | 84 | 94 | -11% | -11% |
| Afschrijving van materiële vaste activa | 33 | 31 | 4% | 5% |
| Recurrente EBITDA (REBITDA) | 391 | 303 | 29% | 40% |
1 Herwerkt als gevolg van de toepassing van IFRS 10.
De operationele lasten, die marketing- en verkoopkosten, onderzoeks- en ontwikkelingskosten, algemene kosten en administratiekosten en overige bedrijfsopbrengsten/-kosten omvatten, daalden met 4% naar € 920 miljoen, en zijn het gevolg van:
- € 38 miljoen lagere marketing- en verkoopkosten aangezien voortdurende verbetering en voortdurend streven naar een betere toewijzing van middelen;
- stabiele onderzoeks-en ontwikkelingskosten ten gevolge van een ver gevorderde pijplijn die zich in
de laatste fase van het klinische ontwikkelingsproces bevindt en een groeiende vroege pijplijn;
• € 5 miljoen minder algemene en administratieve kosten als gevolg van voortdurende verbeteringen; De recurrente EBIT is gestegen met 54% (+74% CW) tot € 274 miljoen.
• Afschrijving van de aan omzet gekoppelde immateriële activa daalde van € 94 miljoen naar € 84 miljoen als gevolg van de afloop van de afwaardering periode van bepaalde immateriële vaste activa;
De recurrente EBITDA steeg met 29% (+40% CW) tot € 391 miljoen in vergelijking met dezelfde periode in 2013. Ondanks de tegenwind van vreemde valutakoersen, weerspiegelt dit de hogere netto-omzet en de lagere bedrijfskosten, terwijl de onderzoeks- en ontwikkelingsuitgaven stabiel bleven.
• De afschrijvingslasten stegen met € 2 miljoen tot € 33 miljoen;
2.7. Nettowinst en kernopbrengsten
| € miljoen | Actueel juni | Verschil % | ||
|---|---|---|---|---|
| 2014 | 2013 (herwerkt)1 | Actuele wisselkoersen |
Constante wisselkoersen |
|
| Recurrente EBIT | 274 | 178 | 54% | 74% |
| Kosten van bijzondere waardevermindering | -26 | -8 | >-100% | >-100% |
| Reorganisatiekosten | -14 | -11 | -28% | -30% |
| Nettowinst op afstotingen | 11 | 8 | 19% | 14% |
| Overige niet-recurrente baten/lasten (-) | -18 | -8 | >-100% | >-100% |
| Totale niet-recurrente baten/lasten (-) | -47 | -19 | >-100% | >-100% |
| EBIT (operationele winst) | 227 | 159 | 43% | 64% |
| Netto financiële lasten (-) | -67 | -72 | 7% | 6% |
| Winst vóór winstbelastingen | 160 | 87 | 83% | >100% |
| Winstbelastingen (-) / tegoeden | -48 | -22 | >-100% | >-100% |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 112 | 65 | 71% | 106% |
| Winst / verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 1 | 3 | -58% | -58% |
| Nettowinst | 113 | 68 | 66% | 100% |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 137 | 59 | >100% | >100% |
| Toerekenbaar aan de minderheidsbelangen | -24 | 9 | >-100% | >-100% |
| Nettowinst toerekenbaar aan de UCB aandeelhouders |
137 | 59 | >100% | >100% |
| Eénmalige financiële en andere posten na belastingen | 46 | 14 | >100% | >100% |
| Winst / verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -1 | -3 | 58% | 58% |
| Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van immateriële activa |
69 | 78 | -12% | -11% |
| Belastingen op afschrijvingen van immateriële activa | -18 | -21 | 15% | 15% |
| Kern nettowinst toerekenbaar aan de UCB aandeelhouders |
233 | 127 | 84% | >100% |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen (miljoen) | 191 | 182 | 5% | nvt |
| Kern-WPA toerekenbaar aan de UCB | 1,22 | 0,70 | 75% | 92% |
| aandeelhouders |
1 Herwerkt als gevolg van de toepassing van IFRS 10.
Totale niet-recurrente baten / lasten (-) bedroegen € 47 miljoen kosten vóór belastingen, na € 19 miljoen kosten in 2013, waaronder € 35 miljoen bijzondere waardeverminderingen gerelateerd aan tozadenant, € 14 miljoen afvloeiingskosten, € 11 miljoen meerwaarden op de verkoop van materiële vaste activa en € 10 miljoen andere kosten als gevolg van geschillen.
De niet-recurrente kosten op 30 juni 2013 bevatten € 8 miljoen waardeverminderingen en € 11 miljoen afvloeiingskosten.
De netto financiële lasten bedroegen € 67 miljoen tegenover € 72 miljoen in 2013, een daling van 7% als gevolg van de vervroegde terugbetaling van de converteerbare obligaties in maart 2014, gedeeltelijk gecompenseerd door rentelasten in verband met de
€ 350 miljoen ongedekte obligaties van hogere rang uitgegeven in oktober 2013.
Het gemiddelde belastingtarief op recurrente activiteiten bedraagt 24%, tegenover 23% in dezelfde periode vorig jaar. Een terugneming van voorzieningen verminderde het 2013 belastingtarief.
De nettowinst bedroeg € 113 miljoen, een verhoging van 66%.
De nettowinst die kan worden toegekend aan minderheidsbelangen bedroeg € -24 miljoen, na € 9 miljoen in de eerste helft van 2013.
De nettowinst die kan worden toegekend aan de aandeelhouders van UCB voor de eerste helft van het
2.8. Balans
De immateriële activa daalden met € 59 miljoen van € 1 312 miljoen op 31 december 2013 tot € 1 253 miljoen op 30 juni 2014. Dit omvat de bijzondere waardevermindering van tozadenant (€ 35 miljoen), de lopende afschrijving van de immateriële vaste activa (€ 84 miljoen) vooral een gevolg van de overname van Celltech in 2004 en Schwarz Pharma in 2006, de toevoeging van immateriële activa voornamelijk door licentieovereenkomsten deals (€ 11 miljoen), kapitalisatie van softwareontwikkeling kosten (€ 13 miljoen) en de impact van de sterkere Amerikaanse dollar en het Britse pond.
Een stijging van de goodwill met € 35 miljoen tot € 4 729 miljoen tussen 31 december 2013 en 30 juni 2014 weerspiegelt de impact van de stijging van de Amerikaanse dollar en van het Britse pond.
De overige vaste activa stegen met € 93 miljoen, van € 1 330 miljoen naar € 1 423 miljoen, hoofdzakelijk door de materiële vaste activa en uitgestelde belastingvorderingen.
De daling van de vlottende activa van € 2 424 miljoen op 31 december 2013 tot € 2 319 miljoen op 30 juni 2014 is het gevolg van een daling van de geldmiddelen en kasequivalenten. Cash blijft op € 638 miljoen, om
jaar bedroeg € 137 miljoen, d.w.z. € 78 miljoen hoger dan het jaar voordien. De nettowinst toegekend aan de UCBaandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële éénmalige posten, de bijdrage na belasting van niet-voorgezette activiteiten, en de netto-afschrijving die verbonden is met verkopen, leidt tot een kern-nettowinst van € 233 miljoen, 84% meer dan in 2013.
De kern-WPA, de weerspiegeling van de nettowinst toegekend aan de UCB- aandeelhouders na de nettoeffecten van niet-recurente posten, éénmalige financiële gebeurtenissen en de afschrijving van immateriële activa, steeg van € 0,70 in juni 2013 tot € 1,22 eind juni 2014, op basis van een gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen van 191 miljoen (2013: 182 miljoen).
de terugbetaling van de retail obligatie die afloopt in november 2014 te verzekeren. Voorraden en handelsvorderingen als onderdeel van het werkkapitaal bleven stabiel.
Het eigen vermogen van UCB bedraagt € 4 657 miljoen, waarvan 48% totale passiva en eigen vermogen, een stijging met € 334 miljoen tussen 31 december 2013 en 30 juni 2014. De voornaamste wijzigingen houden verband met de nettowinst na minderheidsbelangen (€ 113 miljoen), de netto conversie van de converteerbare obligatie (€ 419 miljoen) gecompenseerd door dividenduitkering (€ -199 miljoen).
De daling van langlopende schulden van € 3 092 miljoen tot € 2 767 vloeit voort uit de conversie van de converteerbare obligatie.
Een lichte daling van de kortlopende schulden van € 2 345 miljoen naar € 2 300 miljoen.
De netto-schuld van € 1 729 miljoen, een daling van € 271 miljoen ten opzichte van € 2 000 miljoen eind december 2013, is het gevolg van de dividenduitkering na de resultaten van 2013 en de dividenduitkering met betrekking tot de eeuwigdurende achtergestelde obligatie, de verdere investering in materiële en immateriële activa, gecompenseerd door de onderliggende netto-rentabiliteit.
2.9. Kasstroomoverzicht
De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstromen werd beïnvloed door de volgende elementen:
- De kasstroom uit bedrijfsactiviteiten bedroeg € 174 miljoen in de eerste helft van 2014 tegenover € 2 miljoen in dezelfde periode van 2013. Dit is een gevolg van de onderliggende netto rentabiliteit en een verbeterd werkkapitaal.
- De kasstroom uit investeringsactiviteiten vertoont een uitstroom van € 86 miljoen in de eerste zes maanden van 2014 ten opzichte van € 140 miljoen in de overeenkomstige periode van 2013, rekening houdend
2.10. Vooruitzichten voor 2014
Voor 2014 verwacht UCB dat Cimzia® , Vimpat® en Neupro® zullen blijven groeien en bepalend zullen zijn voor de groei van de onderneming.
UCB bevestigt dat de opbrengsten voor 2014 tot ongeveer € 3,5-3,6 miljard zal groeien. De recurrente EBITDA zal naar verwachting stijgen tot € ongeveer 740-770 miljoen. De kernwinst per aandeel (WPA) weerspiegelt een hoger aantal aandelen en wordt verwacht tussen € 1,90-2,05 op basis van 192 miljoen uitstaande aandelen.
met de geëngageerde investeringen in de biologische fabriek in Bulle (Zwitserland).
• De kasstroom uit financieringsactiviteiten kende een uitstroom van € 201 miljoen in vergelijking met een instroom van € 192 miljoen in de eerste helft van 2013. De 2014 uitstroom omvat voornamelijk het dividend aan aandeelhouders van UCB. De 2013 instroom is het gevolg van de uitgifte van de particuliere obligatie en de tweede schijf van de Europese Investeringsbank, gecompenseerd door het dividend uitgekeerd aan de UCB-aandeelhouders.
3. Verkorte geconsolideerde jaarrekening
3.1. Verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni € miljoen |
Toelichting | 2014 Beperkt nazicht |
2013 Herwerkt1 |
|---|---|---|---|
| Voortgezette bedrijfsactiviteiten | |||
| Netto-omzet | 4.6 | 1 562 | 1 466 |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 81 | 85 | |
| Overige opbrengsten | 114 | 106 | |
| Opbrengsten | 1 757 | 1 657 | |
| Kostprijs van de omzet | -562 | -518 | |
| Brutowinst | 1 195 | 1 139 | |
| Marketing- en verkoopkosten | -375 | -413 | |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -446 | -444 | |
| Algemene kosten en administratiekosten | -102 | -107 | |
| Overige bedrijfsbaten / -lasten (-) | 4.8 | 2 | 3 |
| Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige bedrijfsbaten en –lasten |
274 | 178 | |
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa | 4.9 | -26 | -8 |
| Reorganisatiekosten | 4.10 | -14 | -11 |
| Overige baten/ lasten (-) | 4.11 | -7 | 0 |
| Operationele winst | 227 | 159 | |
| Financiële inkomsten | 4.12 | 31 | 32 |
| Financieringskosten | 4.12 | -98 | -104 |
| Winst/verlies (-) vóór belastingen | 160 | 87 | |
| Winstbelastingen (-) / tegoeden | 4.13 | -48 | -22 |
| Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 112 | 65 | |
| Beëindigde bedrijfsactiviteiten Winst / verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten |
4.14 | 1 | 3 |
| Winst van de periode | 113 | 68 | |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB N.V. | 137 | 59 | |
| Toerekenbaar aan de minderheidsbelangen | -24 | 9 | |
| Gewone winst per aandeel (€)2 | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 0,71 | 0,31 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0,01 | 0,01 | |
| Totale gewone winst per aandeel | 0,72 | 0,32 | |
| Verwaterde winst per aandeel (€)3 | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 0,71 | 0,31 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0,01 | 0,01 | |
| Totale verwaterde winst per aandeel | 0,72 | 0,32 | |
1 Herwerkt als gevolg van de toepassing van IFRS 10.
2 Het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen tijdens de tussentijdse periode bedraagt voor de berekening van de gewone winst per aandeel 190 661 655 (2013: 181 899 163).
3 Het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen tijdens de tussentijdse periode bedraagt voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel 190 661 655 (2013: 192 997 083).
3.2. Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni € miljoen |
2014 Beperkt nazicht |
2013 Herwerkt1 |
|---|---|---|
| Winst van de periode | 113 | 68 |
| Andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | ||
| Items toegewezen aan de winst- en verliesrekening in toekomstige perioden |
||
| Nettowinst/-verlies(-) op de voor verkoop beschikbare investeringen | -1 | -2 |
| Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten | 32 | -16 |
| Effectief gedeelte van winst/verlies(-) op kasstroomafdekkingen | -19 | 13 |
| Nettowinst/-verlies(-) op afdekking van netto-investeringen in buitenlandse activiteiten |
0 | 0 |
| Winstbelasting met betrekking tot de onderdelen van de andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten toegewezen aan de winst-en verliesrekening in toekomstige perioden |
0 | 0 |
| Items niet toegewezen aan de winst- en verliesrekening in toekomstige perioden |
||
| Herwaardering van de toegezegde pensioenregelingen | -48 | -24 |
| Winstbelasting met betrekking tot de onderdelen van de andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten niet toegewezen aan de winst en verliesrekening in toekomstige perioden |
3 | 3 |
| Andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, winst/verlies (-), voor de periode na belastingen |
-33 | -26 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen |
80 | 42 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB N.V. | 102 | 34 |
| Toerekenbaar aan de minderheidsbelangen | -22 | 8 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen |
80 | 42 |
1 Herwerkt als gevolg van de toepassing van IFRS 10.
3.3. Verkorte geconsolideerde balans
| € miljoen | Toelichting | 30 juni 2014 Beperkt nazicht |
31 december 2013 Herwerkt1 |
1 januari 2013 Herwerkt1 |
|---|---|---|---|---|
| Vaste active | ||||
| Immateriële activa | 4.15 | 1 253 | 1 312 | 1 386 |
| Goodwill | 4.16 | 4 729 | 4 694 | 4 808 |
| Materiële vaste activa | 4.17 | 736 | 722 | 602 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 561 | 498 | 505 | |
| Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële | 4.18 | 126 | 110 | 132 |
| elementen) | ||||
| Totaal vaste activa | 7 405 | 7 336 | 7 433 | |
| Vlottende activa | ||||
| Voorraden | 4.19 | 625 | 627 | 616 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 1 008 | 972 | 828 | |
| Te ontvangen belastingen | 9 | 9 | 13 | |
| Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële | 39 | 66 | 40 | |
| elementen) | ||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 638 | 750 | 326 | |
| Verplichtingen die worden afgestoten, geclassifieerd als | 0 | 0 | 0 | |
| aangehouden voor verkoop | ||||
| Totaal vlottende activa | 2 319 | 2 424 | 1 823 | |
| Totale activa | 9 724 | 9 760 | 9 256 | |
| Eigen vermogen | ||||
| Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan | 4.20 - 4.21 | 4 810 | 4 454 | 4 486 |
| aandeelhouders van UCB | ||||
| Minderheidsbelangen | -153 | -131 | -123 | |
| Totaal eigen vermogen | 4 657 | 4 323 | 4 363 | |
| Langlopende verplichtingen | ||||
| Leningen | 4.22 | 266 | 269 | 193 |
| Obligaties | 4.23 | 1 388 | 1 758 | 1 697 |
| Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële | 4.24 | 8 | 13 | 39 |
| elementen) | ||||
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 100 | 112 | 123 | |
| Personeelsbeloningen | 351 | 294 | 290 | |
| Voorzieningen | 4.25 | 326 | 330 | 435 |
| Handels- en overige verplichtingen | 328 | 316 | 304 | |
| Totaal langlopende verplichtingen | 2 767 | 3 092 | 3 081 | |
| Kortlopende verplichtingen | ||||
| Leningen | 4.22 | 133 | 135 | 197 |
| Obligaties | 4.23 | 581 | 588 | 0 |
| Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële | 4.24 | 183 | 195 | 200 |
| elementen) | ||||
| Voorzieningen | 4.25 | 38 | 46 | 51 |
| Handels- en overige verplichtingen | 1 263 | 1 267 | 1 299 | |
| 102 | 114 | 65 | ||
| Te betalen belastingen | ||||
| Verplichtingen die worden afgestoten, geclassifieerd als | 0 | 0 | 0 | |
| aangehouden voor verkoop | ||||
| Totaal kortlopende verplichtingen | 2 300 | 2 345 | 1 812 | |
| Totale verplichtingen | 5 067 | 5 437 | 4 893 |
1 Herwerkt als gevolg van de toepassing van IFRS 10
3.4. Verkort geconsolideerd kasstroomoverzicht
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | Toelichting | 2014 | 2013 |
|---|---|---|---|
| € miljoen | Beperkt nazicht | Herwerkt1 | |
| Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB N.V. Minderheidsbelangen |
137 -24 |
59 9 |
|
| Aanpassing voor winst(-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -1 | -3 | |
| Aanpassing voor niet-geldelijke transacties | 4.26 | 70 | 162 |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele | 4.26 | 48 | 22 |
| activiteiten Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings |
4.26 | 40 | 52 |
| en financieringsactiviteiten Wijzigingen in het werkkapitaal |
4.26 | 11 | -261 |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 281 | 40 | |
| Betaalde belastingen gedurende de periode | -107 | -38 | |
| Netto kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 174 | 2 | |
| Verwerving van immateriële activa | -31 | -34 | |
| Verwerving van materiële vaste activa | -60 | -118 | |
| Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen |
-10 | 0 | |
| Verwerving van overige investeringen | 0 | -1 | |
| Subtotaal verwervingen | -101 | -153 | |
| Ontvangsten uit verkoop van immateriële vaste activa | 12 | 0 | |
| Ontvangsten uit verkoop van materiële vaste activa | 3 | 12 | |
| Ontvangsten uit verkoop van bedrijfsactiviteiten, na aftrek van | 0 | 0 | |
| overgedragen geldmiddelen | |||
| Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen | 0 | 1 | |
| Ontvangen dividenden | 0 | 0 | |
| Subtotaal ontvangsten | 15 | 13 | |
| Netto kasstromen uit investeringsactiviteiten | -86 | -140 | |
| Ontvangsten uit kapitaalsuitgifte | 0 | 3 | |
| Ontvangsten uit uitgifte van obligaties | 0 | 249 | |
| Terugkoop van obligaties (-) | 0 | 0 | |
| Ontvangsten uit leningen | 186 | 461 | |
| Terugbetaling van leningen (-) | -186 | -325 | |
| Terugbetaling van verplichtingen uit hoofde van financiële | |||
| leasingovereenkomsten | -2 | -1 | |
| Inkoop / uitgifte van eigen aandelen | 47 | 42 | |
| Uitgekeerde dividenden aan UCB aandeelhouders, na aftrek van | -222 | -205 | |
| dividenden betaald op eigen aandelen Ontvangen rente |
5 | 13 | |
| Betaalde rente | -29 | -45 | |
| Netto kasstromen uit financieringsactiviteiten | -201 | 192 | |
| Kasstromen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | -2 | |
| Netto toename / afnamen (-) van geldmiddelen en kasequivalenten | -113 | 52 | |
| Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van de periode |
745 | 316 | |
| Effect van wisselkoersschommelingen | 1 | -1 | |
| Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode |
633 | 367 | |
| Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten | 638 | 379 | |
| Waarvan bankvoorschotten | -5 | -12 |
1 Herwerkt als gevolg van de toepassing van IFRS 10
3.5. Verkort geconsolideerd overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB N.V. | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Aandelenkapitaal en uitgiftepremies |
Hybride kapitaal | Ingekochte eigen aandelen |
Overgedragen resultaat |
Overige reserves | omrekenings Cumulatieve verschillen |
Voor verkoop investeringen beschikbare |
afdekkingen Kasstroom |
netto-investeringen Afdekking van |
Totaal | Minderheidsbelang en |
Totaal eigen vermogen |
| Balans per 1 januari 2014 (herwerkt)1 |
2 154 | 295 | -168 | 2 510 | 61 | -469 | -6 | 22 | 55 | 4 454 | -131 | 4 323 |
| Winst van de periode | 137 | 137 | -24 | 113 | ||||||||
| Overige gerealiseerde en niet gerealiseerde (-) resultaten |
-45 | 30 | -1 | -19 | -35 | 2 | -33 | |||||
| Totaal gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten |
137 | -45 | 30 | -1 | -19 | 102 | -22 | 80 | ||||
| Kapitaalsverhoging | 460 | 460 | 460 | |||||||||
| Dividenden | -199 | -199 | -199 | |||||||||
| Op aandelen gebaseerde betalingen |
13 | 13 | 13 | |||||||||
| Overboeking tussen reserves | 14 | -14 | 0 | 0 | ||||||||
| Ingekochte eigen aandelen | 33 | 33 | 33 | |||||||||
| Aandelencomponent gekoppeld aan de converteerbare obligatie |
-41 | -41 | -41 | |||||||||
| Dividend aan aandeelhouders van eeuwigdurende achtergestelde obligaties |
-12 | -12 | -12 | |||||||||
| Bedrijfscombinaties | 0 | 0 | ||||||||||
| Balans per 30 juni 2014 (beperkt nazicht) |
2 614 | 295 | -121 | 2 435 | -25 | -439 | -7 | 3 | 55 | 4 810 | -153 | 4 657 |
| Saldo per 1 januari 2013 | 2 151 | 295 | -239 | 2 662 | 49 | -378 | -3 | -4 | 55 | 4 588 | 5 | 4 593 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Als gevolg van de toepassing van IFRS 10 (Toelichting 4.3) |
-102 | -102 | -128 | -230 | ||||||||
| Balans per 1 januari 2013 (herwerkt)1 |
2 151 | 295 | -239 | 2 560 | 49 | -378 | -3 | -4 | 55 | 4 486 | -123 | 4 363 |
| Winst van de periode | 59 | 59 | 9 | 68 | ||||||||
| Overige gerealiseerde en niet gerealiseerde (-) resultaten |
-21 | -15 | -2 | 13 | -25 | -1 | -26 | |||||
| Totaal gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten |
0 | 0 | 0 | 59 | -21 | -15 | -2 | 13 | 0 | 34 | 8 | 42 |
| Kapitaalsverhoging | 3 | 3 | 3 | |||||||||
| Dividenden | -182 | -182 | -182 | |||||||||
| Op aandelen gebaseerde betalingen |
7 | 7 | 7 | |||||||||
| Overboeking tussen reserves | 17 | -17 | 0 | 0 | ||||||||
| Ingekochte eigen aandelen | 25 | 25 | 25 | |||||||||
| Aandelencomponent gekoppeld aan de converteerbare obligatie |
0 | 0 | ||||||||||
| Dividend aan aandeelhouders van eeuwigdurende achtergestelde obligaties |
-11 | -11 | -11 | |||||||||
| Bedrijfscombinaties | 0 | 0 | ||||||||||
| Balans per zondag 30 juni 2013 (herwerkt)1 |
2 154 | 295 | -197 | 2 416 | 28 | -393 | -5 | 9 | 55 | 4 362 | -115 | 4 247 |
1 Herwerkt als gevolg van de toepassing van IFRS 10
4. Toelichting
4.1. Algemene informatie
UCB N.V. (hierna 'UCB' of 'de Vennootschap') en haar dochterondernemingen (samen 'de Groep') vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in twee therapeutische gebieden, namelijk aandoeningen van het centraal zenuwstelsel en immunologie.
Deze verkorte geconsolideerde tussentijds financiële informatie van de Vennootschap voor de eerste zes maanden eindigend op 30 juni 2014 (hierna 'de tussentijdse periode') bevat de Vennootschap en haar dochterbedrijven.
UCB is een naamloze vennootschap die genoteerd is op de Euronext Brussels Stock Exchange, opgericht en gevestigd in België. De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te B-1070 Brussel, België.
Dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag werd op 29 juli 2014 goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur. Dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag werd beperkt nagezien, niet geauditeerd.
De geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het jaar dat eindigde per 31 december 2013 is verkrijgbaar op de UCB website.
4.2. Grondslag voor de opstelling
Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie is opgesteld conform International Accounting Standard (IAS) 34 ('Tussentijdse financiële verslaggeving'), zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
Dit tussentijds verslag bevat niet alle informatie die verplicht gerapporteerd moet worden in de volledige
4.3. Grondslagen voor de verslaglegging
Deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie is opgesteld volgens dezelfde grondslagen voor de financiële verslaggeving als deze die gebruikt zijn bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep afgesloten per 31 december 2013.
In 2014, de Groep heeft de IFRS 10 standaard, Geconsolideerde jaarrekening, besloten toe te passen. Deze bouwt voort op de bestaande principes door het bepalen van het sleutelbegrip zeggenschap als de bepalende factor of een entiteit moet worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij. De toepassing van deze standaard heeft geleid tot de consolidatie van de twee entiteiten die klinische proeven voor de groep beheren. IAS 27, de vorige standaard, vereiste geen consolidatie van deze entiteiten als de Groep geen stemrecht houdt in de entiteiten en een meerderheid nodig is om beslissingen te nemen.
geconsolideerde jaarrekening en moet samen met de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2013 worden gelezen, die is opgesteld in overeenstemming met IFRS.
Dit geconsolideerd tussentijds financieel verslag is uitgedrukt in euro (€) en alle waarden zijn afgerond tot het dichtstbijzijnde miljoen, tenzij anders vermeld.
Onderstaande tabellen geven het effect op het overzicht van de financiële positie, het overzicht van het totaalresultaat, de winst per aandeel en de kasstroomoverzicht.
IFRS 11, Gezamenlijke Overeenkomsten, wil gebruikers van jaarrekeningen meer duidelijkheid bieden over de betrokkenheid van een entiteit bij gezamenlijke overeenkomsten, door te eisen dat de entiteit aangeeft welke de contractuele rechten en verplichtingen zijn die voortkomen uit de gezamenlijke overeenkomsten waarin deze participeert, onafhankelijk van de wettelijke structuur van de overeenkomst. De toepassing van IFRS 11 had geen financiële impact op de Groep.
Er zijn geen andere IFRS of IFRIC dat voor de eerste keer toepasbaar zijn in dit tussentijds verslag, die een materiële impact zouden kunnen hebben op de Groep.
Effect op balans
| Stijging / daling (-) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 31 dec 2013 | 1 jan 2013 | |||
| Activa | -147 | -101 | |||
| Vaste activa | |||||
| Immateriële activa | -150 | -102 | |||
| Totaal vaste activa | -150 | -102 | |||
| Vlottende activa | |||||
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | -7 | -7 | |||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 9 | 8 | |||
| Totaal vlottende activa | 2 | 1 | |||
| Passiva | 132 | 129 | |||
| Langlopende verplichtingen | |||||
| Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële elementen) | 123 | 125 | |||
| Totaal langlopende verplichtingen | 123 | 125 | |||
| Kortlopende verplichtingen | |||||
| Handels- en overige verplichtingen | 9 | 4 | |||
| Totaal kortlopende verplichtingen | 9 | 4 | |||
| Passiva | |||||
| Eigen vermogen | -279 | -230 | |||
| Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | -150 | -102 | |||
| Minderheidsbelangen | -129 | -128 |
Effect op de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
| Stijging / daling (-) | ||||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 31 dec 2013 | Zes maanden eindigend op 30 juni 2013 |
||
| Stijging / (daling) | ||||
| Netto-omzet | ||||
| Overige opbrengsten | ||||
| Opbrengsten | ||||
| Kostprijs van de omzet | 11 | 4 | ||
| Brutowinst | 11 | 4 | ||
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -44 | -19 | ||
| Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, | -33 | -15 | ||
| reorganisatiekosten en overige bedrijfsbaten en –lasten | ||||
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa | ||||
| Reorganisatiekosten | ||||
| Overige baten / lasten (-) | ||||
| Operationele winst | -33 | -15 | ||
| Financieringskosten | -21 | -4 | ||
| Winst / verlies (-) vóór belastingen | -54 | -19 | ||
| Winstbelastingen (-) / tegoeden | ||||
| Winst / verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | -54 | -19 | ||
| Toerekenbaar aan de UCB aandeelhouders | -46 | -33 | ||
| Toerekenbaar aan de minderheidsaandeelhouders | -8 | 14 | ||
| WPA | -0,26 | -0,19 |
Effect op de kasstroomoverzicht
Stijging / daling (-)
| € miljoen | Zes maanden eindigend | |
|---|---|---|
| 31 dec 2013 | op 30 juni 2013 | |
| Stijging / (daling) | ||
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | -18 | -30 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | 28 | 33 |
| Netto toename / afname (-) van geldmiddelen en kasequivalenten | 10 | 3 |
4.4. Schattingen
De opstelling van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie vereist dat het management een oordeel vormt, schattingen en veronderstellingen maakt die een invloed hebben op de toepassing van de grondslagen voor de verslaglegging en op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen, opbrengsten en lasten.
Bij de opstelling van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie waren de belangrijke
4.5. Financieel risicobeheer
Financiële risicofactoren
De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico's die voortvloeien uit zijn onderliggende activiteiten: marktrisico's (waaronder valutarisico's, renterisico's en prijsrisico's), kredietrisico's en liquiditeitsrisico's. Dit verkort geconsolideerd financieel verslag bevat niet alle informatie over het financieel risicobeheer en
Liquiditeitsrisico
In vergelijking met eind vorig jaar waren er geen wezenlijke wijzigingen in de contractuele nietverdisconteerde kasuitstromen voor financiële verplichtingen.
Schatting van reële waarde
Alle financiële instrumenten, die aan hun reële waarde gewaardeerd zijn, worden onderverdeeld in drie categorieën, die als volgt gedefinieerd zijn:
- Niveau 1 Genoteerde (niet aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa en verplichtingen;
- Niveau 2 Andere waarderingstechnieken waarvan alle inputs (behalve genoteerde prijzen) die een aanzienlijk effect hebben op de geboekte reële waarde, waarneembaar zijn, hetzij direct, hetzij indirect;
- Niveau 3 Waarderingsmethodes die inputs gebruiken die een aanzienlijk effect op de geboekte reële waarde hebben die niet op observeerbare marktgegevens zijn gebaseerd.
Alle toegelichte reële waarde metingen zijn recurrente reële waarde metingen.
Als gevolg van de toepassing van IFRS 13, geeft de Groep de krediet en niet-performante risico's in de waarderingstechnieken weer, maar deze veranderingen hadden geen materiële impact op de waardering.
de informatieverschaffing die vereist is in de jaarrekening en dient samen met de jaarrekening van de Groep per 31 december 2013 gelezen te worden. Er waren geen wijzigingen in het Financial Risk Management Committee (FRMC).
oordelen die het management heeft gevormd bij de toepassing van de door de Groep gehanteerde grondslagen voor financiële verslaglegging en de belangrijke bronnen van schattingsonzekerheden dezelfde als die welke van toepassing waren op de geconsolideerde financiële staten voor het jaar
eindigend op 31 december 2013.
De onderstaande tabel geeft de financiële activa en passiva weer van de Groep, gemeten tegen de reële waarde op 30 juni 2014, en is gegroepeerd in overeenstemming met de reële waarde hiërachie.
Financiële activa tegen reële waarde
| € miljoen - 30 juni 2014 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare activa | ||||
| Genoteerde aandelen | 25 | 0 | 0 | 25 |
| Genoteerde schuldinstrumenten | 2 | 0 | 0 | 2 |
| Afgeleide financiële activa | ||||
| Valutatermijncontracten - kasstroomafdekkingen | 0 | 6 | 0 | 6 |
| Termijncontracten - reële waarde via winst of verlies | 0 | 8 | 0 | 8 |
| Rentederivaten - kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentederivaten - reële waarde via winst of verlies | 0 | 32 | 0 | 32 |
| Call optie voor minderheidsbelangen | 0 | 0 | 0 | 0 |
Financiële passiva tegen reële waarde
| € miljoen - 30 juni 2014 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Afgeleide financiële passiva | ||||
| Valutatermijncontracten - kasstroomafdekkingen | 0 | 5 | 0 | 5 |
| Termijncontracten - reële waarde via winst of verlies | 0 | 21 | 0 | 21 |
| Rentederivaten - kasstroomafdekkingen | 0 | 2 | 0 | 2 |
| Rentederivaten - reële waarde via winst of verlies | 0 | 7 | 0 | 7 |
De onderstaande tabellen geven de financiële activa en passiva weer van de Groep, gemeten tegen de reële waarde op 31 december 2013 en zijn gegroepeerd in overeenstemming met de reële waarde hiërachie.
Financiële activa tegen reële waarde
| € miljoen - 31 december 2013 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare activa | ||||
| Genoteerde aandelen | 17 | 0 | 0 | 17 |
| Genoteerde schuldinstrumenten | 2 | 0 | 0 | 2 |
| Afgeleide financiële activa | ||||
| Valutatermijncontracten - kasstroomafdekkingen | 0 | 24 | 0 | 24 |
| Termijncontracten - reële waarde via winst of verlies | 0 | 17 | 0 | 17 |
| Rentederivaten - kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentederivaten - reële waarde via winst of verlies | 0 | 1 | 0 | 1 |
| Call optie voor minderheidsbelangen | 0 | 0 | 0 | 0 |
Financiële passiva tegen reële waarde
| € miljoen - 31 december 2013 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Afgeleide financiële passiva | ||||
| Valutatermijncontracten - kasstroomafdekkingen | 0 | 1 | 0 | 1 |
| Termijncontracten - reële waarde via winst of verlies | 0 | 24 | 0 | 24 |
| Rentederivaten - kasstroomafdekkingen | 0 | 1 | 0 | 1 |
| Rentederivaten - reële waarde via winst of verlies | 0 | 15 | 0 | 15 |
In de tussentijdse periode vonden geen overboekingen plaats tussen niveau 1 en niveau 2 van reëlewaardebepalingen, en geen overboekingen van en naar niveau 3 van reële-waardebepalingen.
Waarderingstechnieken voor de reële-waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële waarde-hiërarchie gebruiken ofwel de "verdisconteerde cash flow" of de "Black en Scholes" methode (alleen voor FX opties) en publiek beschikbare marktinformatie.
Reële-waardebepalingen met gebruik van significante onobserveerbare input (niveau 3).
De reële waarde van de calloptie, ontvangen als element van de Meizler-overname, besproken in Toelichting 6 van het 2013 jaarverslag, werd vastgesteld aan de hand van een Monte-Carlosimulatiemodel. Naast de marktvolatiliteit en de Braziliaanse risicovrije rentevoet, bevatten de
belangrijkste in dit waarderingsmodel toegepaste hypothesen onobserveerbare inputs voor verwachte omzet en EBITDA-bedragen.
De reële waarde per eind juni 2014 bedraagt nul.
Wisselkoersen
De volgende belangrijkste wisselkoersen zijn gebruikt bij de opstelling van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie:
| Equivalent van € 1 | Slotkoers | Gemiddelde koers | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 30 juni 2014 | 31 december 2013 | 30 juni 2014 | 30 juni 2013 | |||
| USD | 1,369 | 1,379 | 1,371 | 1,313 | ||
| JPY | 138,670 | 145,140 | 140,670 | 125,170 | ||
| GBP | 0,800 | 0,832 | 0,821 | 0,851 | ||
| CHF | 1,214 | 1,225 | 1,221 | 1,230 |
4.6. Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend Comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen en wijzen middelen toe op
ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert. Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de netto-omzet per product, de geografische markten en de inkomsten uit de belangrijkste klanten:
Omzet per product informatie
De netto-omzet bestaat uit:
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| € miljoen | Beperkt nazicht | Beperkt nazicht |
| Cimzia® | 353 | 272 |
| Keppra® (inclusief Keppra® XR) | 339 | 361 |
| Vimpat® | 217 | 185 |
| Neupro® | 102 | 80 |
| Zyrtec® (inclusief Zyrtec-D® / Cirrus® ) |
93 | 133 |
| MetadateTM CD (inclusief methylphenidate ER) | 66 | 18 |
| Xyzal® | 48 | 47 |
| Nootropil® | 26 | 29 |
| omeprazole | 24 | 30 |
| Andere producten | 294 | 310 |
| Totale netto-omzet | 1 562 | 1 466 |
Geografische informatie
De onderstaande tabel toont de netto-omzet van elke geografische markt waar zich klanten bevinden:
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| € miljoen | Beperkt nazicht | Beperkt nazicht |
| Noord Amerika | 669 | 580 |
| Opkomende markten | 147 | 164 |
| Duitsland | 115 | 118 |
| Japan | 114 | 107 |
| Italië | 80 | 72 |
| Frankrijk | 76 | 80 |
| Spanje | 68 | 65 |
| VK en Ierland | 59 | 57 |
| België | 16 | 16 |
| Rest van de wereld | 218 | 207 |
| Totale netto-omzet | 1 562 | 1 466 |
De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich bevinden:
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| € miljoen | Beperkt nazicht | Gecontroleerd1 |
| Zwitserland | 276 | 248 |
| België | 238 | 259 |
| Noord Amerika | 92 | 91 |
| VK en Ierland | 83 | 80 |
| Duitsland | 20 | 21 |
| Opkomende markten | 16 | 13 |
| Japan | 7 | 7 |
| Spanje | 1 | 1 |
| Frankrijk | 0 | 0 |
| Andere landen | 3 | 2 |
| Totaal activa (materiële vaste activa) | 736 | 722 |
1 De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is 31 december 2013.
Informatie over belangrijke klanten
UCB heeft twee klanten die individueel meer dan 10% van de totale netto-omzet vertegenwoordigen op het einde van juni 2014 (juni 2013: één grote klant).
4.7. Seizoensgebonden activiteiten
De opbrengsten van de Groep in het bedrijfssegment biofarmaceutica zijn tot op zekere hoogte seizoensgebonden. De opbrengsten afkomstig van de allergiefranchise schommelen volgens de hevigheid van het pollenseizoen in de verschillende geografische gebieden waar de Groep actief is.
In de VS maakte de verkoop aan drie groothandelaars ongeveer 85% uit van de omzet in de VS (juni 2013: 86%).
Nochtans, kan er op een geconsolideerde basis, geen systematisch of voorspelbaar seizoensgebonden karakter in de bedrijfsactiviteiten van de Groep in zijn geheel onderkend worden.
4.8. Overige bedrijfsbaten / -lasten (-)
De overige operationele bedrijfsbaten/-lasten(-) bedroegen € 2 miljoen opbrengsten in de tussentijdse periode (2013: € 3 miljoen lasten). Baten bestaan hoofdzakelijk uit de terugbetaling van ontwikkelingskosten door derden en de terugneming van voorzieningen, gecompenseerd door de afschrijving van nietproductiegerelateerde immateriële activa.
4.9. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa
Op het einde van elke rapporteringsperiode beoordeelt het management of er een indicatie is dat een actief in waarde zou zijn verminderd. Als deze indicatie aanwezig is, raamt het management het recupereerbare bedrag van het actief om na te gaan of er een uitzonderlijke waardevermindering moet worden erkend. Uitzonderlijke waardeverminderingen die in vorige tussentijdse perioden voor bepaalde niet-financiële activa werden erkend, worden niet teruggenomen.
In de loop van de eerste helft van het jaar 2014 herzag management de niet-financiële activa op bijzondere waardeverminderingen (inclusief immateriële activa en
4.10. Reorganisatiekosten
De reorganisatiekosten van € 14 miljoen (2013: € 11 miljoen) waren toe te schrijven aan afvloeiingskosten.
4.11. Overige baten en lasten
De overige baten / lasten (-) bedroegen € 7 miljoen in 2014 (2013: € 0 miljoen) en is vooral het gevolg van juridische kosten, de gedeeltelijke omkering van de verzekering met betrekking tot de beschadigde biotechfabriek in Bulle (Zwitserland) (€ 8 miljoen kosten), gecompenseerd door een winst van € 11 miljoen op de verkoop van immateriële vaste activa.
In 2013 waren de overige baten en lasten van € 8 miljoen toe te schrijven aan juridische kosten, gecompenseerd door € 8 miljoen winsten op de verkoop van materiële activa.
4.12. Financiële opbrengsten en financieringskosten
De financiële baten en lasten bedroegen € 67 miljoen aan lasten (2013: € 72 miljoen).
4.13. Winstbelastingen (-) / tegoeden
De winstbelasting voor de zes maanden eindigend op 30 juni 2014 wordt toegerekend op basis van de aanslagvoet die zou gelden voor de verwachte totale jaarlijkse winst, die een geraamde gemiddelde jaarlijkse effectieve aanslagvoet is, toegepast op de inkomsten voor belastingen op 30 juni.
goodwill) op basis van externe en interne indicatoren en boekte een bijzondere waardevermindering van € 35 miljoen in verband met het immateriële activa tozadenant (2013: een waardevermindering van € 8 miljoen vooral als gevolg van het immateriële activa CMC544, een ontwikkelingsproject in de oncologie in licentie gegeven aan Pfizer).
De waardeverminderingslast met betrekking tot de materiële vaste activa van de Groep in verband met de schade in de biotechfabriek in Bulle (Zwitserland) na de explosie in 2013 werd omgekeerd voor € 8 miljoen in de 2014 tussentijdse periode.
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| € miljoen | Beperkt nazicht | Herwerkt |
| Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting | -109 | -45 |
| Uitgestelde winstbelasting | 61 | 23 |
| Totale winstbelastingen (-) / tegoeden | -48 | -22 |
De geconsolideerde effectieve aanslagvoet voor de Groep met betrekking tot de voortgezette activiteiten voor de zes maanden bedraagt 30% (2013: 25%).
De effectieve aanslagvoet voor de Groep, exclusief de belastingimpact van de éénmalige afschrijving op niet-
4.14. Beëindigde bedrijfsactiviteiten
De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten, € 1 miljoen (2013: € 3 miljoen) was het gevolg van de partiële tegenboeking van provisies voor voormalige folie- en chemische activiteiten van de groep.
4.15. Immateriële activa
Tijdens de periode voegde de Groep ongeveer € 11 miljoen (2013: € 24 miljoen) immateriële activa met betrekking tot licentieovereenkomsten. Daarnaast activeerde de Groep € 13 miljoen (2013: € 10 miljoen) kosten voor de ontwikkeling van software.
In de eerste helft van het jaar boekte de Groep waardeverminderingen op zijn immateriële activa voor een bedrag van € 35 miljoen met betrekking tot tozadenant (2013: € 6 miljoen). De bijzondere waardeverminderingen staan nader omschreven in
4.16. Goodwill
De goodwill werd voor een bedrag van € 35 miljoen beïnvloed door wisselkoersschommelingen.
In de eerste helft van het jaar boekte de Groep geen bijzondere waardeverminderingslasten op zijn goodwill.
4.17. Materiële vaste activa
Tijdens de periode investeerde de Groep ongeveer € 60 miljoen (2013: € 118 miljoen) voornamelijk voor de aanschaf van nieuwe materiële vaste activa in de biotechfabriek in Bulle (Zwitserland) ter ondersteuning van nieuwe producten.
financiële activa, reorganisatiekosten en de gerealiseerde éénmalige inkomsten, bedraagt 24% (2013: 23%).
Toelichting 4.9 en zijn in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa".
Er werden geen materiële verkopen van immateriële activa gerealiseerd in de tussentijdse periode.
De afschrijvingslast voor de periode bedroeg € 84 miljoen (2013: € 94 miljoen).
De Groep verkocht ook diverse materiële vaste activa, met een boekwaarde van ongeveer € 3 miljoen (2013: € 3 miljoen).
Na de herziening van de materiële vaste activa voor een indicatie van bijzondere waardevermindering, € 0 miljoen
(2013: € 1 miljoen) van bijzondere waardeverminderingen werd beoordeeld voor de periode.
In de eerste helft van het jaar heeft de Groep € 8 miljoen waardeverminderingen met betrekking tot de schade in de biotechfabriek in Bulle (Zwitserland) omgekeerd. De bijzondere waardeverminderingen staan nader
4.18. Financiële en overige activa
De niet-courante financiële en overige activa bedroegen € 126 miljoen op 30 juni 2014 (december 2013: € 110 miljoen).
4.19. Waardevermindering op voorraden
De kostprijs van de omzet voor de zes maanden eindigend op 30 juni 2014 bevat een bedrag van € 12 miljoen (2013: € 11 miljoen) herkende vergoedingen
4.20. Kapitaal en reserves
Aandelenkapitaal en uitgiftepremies
Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 584 miljoen per 30 juni 2014 (2013: € 550 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen (2013: 183 427 152 aandelen). Er is geen maatschappelijk niet-geplaatst kapitaal.
Op 30 juni 2014 bedroegen de uitgiftepremies € 2 030 miljoen (2013: € 1 604 miljoen), en steeg door de conversie van de converteerbare obligatie:
• € 396 miljoen gerelateerd aan nieuwe uitgeven aandelen;
Hybride kapitaal
Op 18 maart 2011 rondde UCB N.V. de plaatsing van € 300 miljoen eeuwigdurende achtergestelde obligaties ('de obligaties') af. Deze werden uitgegeven tegen 99,499% en bieden beleggers jaarlijks een coupon van 7,75% gedurende de eerste vijf jaar. De obligaties hebben geen eindvervaldag maar UCB heeft het recht om de obligaties af te lossen op de vijfde verjaardag van hun uitgifte, op 18 maart 2016 en ieder kwartaal daarna. Na de eerste oproepdatum is de interest gebaseerd op 3-maanden vlottende EURIBOR + 988,9 bps. De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.
omschreven in Toelichting 4.9 en zijn in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa".
De afschrijvingslast voor de periode bedroeg € 28 miljoen (2013: € 27 miljoen).
De stijging is gerelateerd aan investeringen in Dermira, Inc, Lomus Pharma, Inc en Beryllium, Inc, gecompenseerd door een daling van de reële waarde van de Wilex en Biotie Therapies investeringen.
om de opgenomen in de boekwaarde voorraden te reduceren tot hun netto opbrengstwaarde.
- € 38 miljoen gerelateerd aan de vermogenscomponent gekoppeld aan de converteerbare obligatie;
- € -15 miljoen gerelateerd aan het kapitaalsgedeelte van de converteerbare obligatie, netto belastingen, en
- € 5 miljoen gerelateerd aan transactiekosten en niet betaalde interesten.
De achtergestelde obligaties met een eeuwigdurende looptijd worden beschouwd als een eigenvermogensinstrument voor de Groep conform IAS 32: informatieverschaffing en presentatie omwille van de volgende kenmerken:
- de obligaties hebben een eeuwigdurende looptijd;
- ze zijn achtergesteld;
- en UCB mag verkiezen om de interestbetalingen over te dragen indien er geen verplichte betaling plaatsvonden
in de voorbije 12 maanden gerelateerd tot junior effecten of terugkopen of de afkoop van de nominale waarde van de junior effecten.
Dienovereenkomstig werd de rente niet gepresenteerd als rentelasten in de winst-en-verliesrekening, maar werd ze geboekt in overeenstemming met de boekingen van dividenden aan aandeelhouders, die vervat zijn in het 'Overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen'. Eventuele transactiekosten worden in mindering gebracht
Ingekochte eigen aandelen
De Groep verwierf 3 186 638 aandelen (2013: 527 564 aandelen) van UCB N.V. voor een totaal bedrag van € 120 miljoen (2013: € 20 miljoen) en gaf 4 320 694 eigen aandelen (2013: 1 575 272 eigen aandelen) uit voor een totaal bedrag van € 116 miljoen (2013: € 59 miljoen) in de eerste helft van het jaar.
De Groep behield 3 009 004 eigen aandelen (waarvan 2,5 miljoen gerelateerd tot aandelenruil) op 30 juni 2014 (december 2013: 4 143 060 aandelen waarvan 3,7 miljoen gerelateerd tot aandelenruil). Deze ingekochte eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de
Overige reserves
De overige reserves bedragen € -25 miljoen (2013: € 61 miljoen) en omvatten de volgende items:
- de IFRS-acquisitiemeerwaarde die werd gerealiseerd tijdens de Schwarz Pharma-bedrijfscombinatie voor € 232 miljoen (2013: € 232 miljoen);
- de vermogenscomponent gekoppeld aan de converteerbare obligatie voor € 0 miljoen (2013: € 41 miljoen) als gevolg van UCB's beslissing om de optie voor contante betaling in te trekken op de converteerbare obligatie (zie aandelenkapitaal en uitgiftepremies);
Cumulatieve omrekeningsverschillen
De cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigen de cumulatieve valutaomrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro (€) gebruiken.
van het hybride kapitaal, rekening houdend met belastingeffecten.
Het hybride kapitaal bedroeg € 295 miljoen per 30 juni 2014. De dividenden gerelateerd tot de eerste helft van 2014 bedragen € 12 miljoen voor de aandeelhouders van de eeuwigdurende achtergestelde obligaties werden geboekt in het overgedragen resultaat.
toegekende aandelen die aan de Raad van Bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden.
In het lopende jaar werden 200 000 callopties uitgeoefend op UCB-aandelen voor een totale premie van € -1 miljoen (2013: 460 000 callopties voor € -3 miljoen).
- de herwaarderingswaarde van de toegezegdpensioenverplichting voor € -223 miljoen (2013: € -178 miljoen), werd hoofdzakelijk beïnvloed door de lagere disconto voeten;
- de afkoopverplichting gerelateerd tot Meizler Biopharma voor € -23 miljoen (2013: € -23 miljoen); en
- de aankoop van de resterende 25% minderheidsbelangen in Schwarz Pharma Zuhai Company Ltd. Voor € -11 miljoen (2013: € -11 miljoen).
4.21. Dividenden
Het voorstel van de Raad van Bestuur om een brutodividend van € 1,04 per aandeel (2013: € 1,02 per aandeel) uit te keren aan de houders van de 194 505 658 UCB-aandelen, of een totale uitkering van € 202 miljoen
(2013: € 186 miljoen) voor boekjaar 2013 werd goedgekeurd door de UCB-aandeelhouders op hun jaarlijkse algemene vergadering van 24 april 2014, en werd bijgevolg verwerkt in de eerste helft van 2014.
4.22. Leningen
Op 30 juni 2014 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep gelijk aan 4,43% (juni 2013: 4,42%) vóór afdekking. Betalingen van variabele rente zijn aan specifieke kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan reële waardeafdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 3,15% (juni 2013: 3,56%) na afdekking.
Naast de uitstaande obligaties in de kapitaalmarkten en de gesyndiceerde leningsovereenkomst (niet getrokken per 30 juni 2014) beschikt UCB over bepaalde bindende en niet-bindende bilaterale financieringsovereenkomsten alsook over een Belgisch commercial paper programma. In deze context heeft UCB een zevenjarige variabele
rente bulletlening met de Europese Investeringsbank (EIB) getekend waarvan een eerste schijf van € 150 miljoen werd ontvangen in mei 2012, vervallend in 2019, en een tweede schijf van € 100 miljoen werd ontvangen in april 2013, vervallend in 2020. Deze lening werd toegekend aan UCB in ondersteuning van zijn onderzoek- en ontwikkelingsprogramma in het centraal zenuwstelsel.
De evolutie van de schuldgraad van de Groep (op lange en korte termijn, inclusief financiële leasingverplichtingen) wordt hieronder weergegeven:
| Boekwaarde | Reële waarde | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2014 | 2013 (gecontroleerd)1 | 2014 | 2013 (gecontroleerd)1 |
| Langlopend | ||||
| Bankleningen | 250 | 250 | 250 | 250 |
| Overige langetermijnleningen | 6 | 7 | 6 | 7 |
| Financiële leases | 10 | 12 | 10 | 12 |
| Totaal langlopende leningen | 266 | 269 | 266 | 269 |
| Kortlopend | ||||
| Bankvoorschotten in rekening-courant | 5 | 5 | 5 | 5 |
| Kortlopende component van bankleningen | 126 | 103 | 126 | 103 |
| Schuldpapier en andere | 0 | 24 | 0 | 24 |
| kortetermijnleningen | ||||
| Financiële leases | 3 | 3 | 3 | 3 |
| Totaal kortlopende leningen | 134 | 135 | 134 | 135 |
| Totaal leningen | 399 | 404 | 399 | 404 |
1 De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is 31 december 2013.
4.23. Obligaties
De boekwaarde en reële waarde van obligaties zijn als volgt:
| € miljoen | Coupon | Eind verval | Boekwaarde | Reële waarde | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| rente | dag | 2014 | 2013 | 2014 | 2013 | |
| Langlopend | ||||||
| Converteerbare obligatie | 4.500% | 2015 | 0 | 406 | 0 | 597 |
| Institutionele euro-obligatie | 5,750% | 2016 | 517 | 516 | 551 | 549 |
| EMTN programma | 3,284% | 2019 | 20 | 20 | 21 | 20 |
| EMTN programma | 3,292% | 2019 | 55 | 55 | 57 | 55 |
| Particuliere obligatie | 3,750% | 2020 | 255 | 248 | 270 | 255 |
| Institutionele euro-obligatie | 4,125% | 2021 | 360 | 344 | 388 | 360 |
| Particuliere obligatie | 5,125% | 2023 | 181 | 169 | 205 | 186 |
| Totaal langlopende | 1 388 | 1 758 | 1 492 | 1 425 | ||
| verplichtingen | ||||||
| Momenteel | ||||||
| Particuliere obligatie | 5,750% | 2014 | 581 | 588 | 586 | 595 |
| Totaal kortlopende | 581 | 588 | 586 | 595 | ||
| verplichtingen |
1 De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is dinsdag 31 december 2013.
Converteerbare obligatie
In september 2009 gaf UCB ongedekte converteerbare obligaties van hogere rang uit voor een totale hoofdsom van € 500 miljoen en met vervaldatum op 22 oktober 2015 (dwz. 6 jaar durende termijn). De converteerbare obligaties werden uitgegeven tegen 100% van de hoofdsom, met een coupon van 4,5% halfjaarlijks te betalen op het einde van de periode. De conversieprijs was op € 38,746 vastgesteld. Obligatiehouders hebben het recht de obligatie te converteren in nieuwe en/of bestaande (naar keuze van de Vennootschap) aandelen van de Vennootschap.
In april 2012 heeft UCB voor een bedrag van € 70 miljoen aan uitstaande converteerbare obligaties gekocht, met een totale opbrengst van € 82 miljoen.
UCB heeft gebruik gemaakt van de optie tot vervroegde terugbetaling van de € 500 miljoen converteerbare
obligaties op 12 maart 2014. Een aantal obligatiehouders hebben hun conversierechten met betrekking tot een totaal aantal van 9 985 converteerbare obligaties (waarvan 8 585 aangehouden door derde partij beleggers) uitgeoefend, wat aanleiding gaf tot twee kapitaalverhogingen voor een totaal bedrag van € 33 miljoen kapitaal en € 396 miljoen in uitgiftepremie, en de daaruit volgende uitgifte van 11 078 506 nieuwe UCBaandelen. De overblijvende 15 converteerbare obligaties, met een totale nominale waarde van € 750 000, werden niet geconverteerd maar op 12 maart 2014 vervroegd terugbetaald tegen nominale waarde verhoogd met de verlopen interesten tot die datum.
Op 19 maart 2014 had UCB N.V. geen converteerbare obligaties meer uitstaan.
De converteerbare obligatie wordt in de balans opgenomen en als volgt berekend:
| € miljoen | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| Beperkt nazicht | Gecontroleerd1 | |
| Saldo per 1 januari | 406 | 393 |
| Effectieve interestkosten | 5 | 31 |
| Nominale opgebouwde interest / nog niet verschuldigd | -3 | -4 |
| Nominale opgebouwde interest van vorige periode, betaald in huidige periode | 0 | 4 |
| Betaalde rente | 0 | -19 |
| Niet-afgeschreven transactiekosten bij initiële boeking | 0 | 1 |
| Afschrijvingskosten voor de periode | 0 | 0 |
| Terugkoop van converteerbare obligatie | -1 | 0 |
| Terugkoop van converteerbare obligatie | -407 | 0 |
| Op verslagleggingsdatum | 0 | 406 |
1 De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is 31 december 2013.
Particuliere obligaties
Met vervaldatum in 2014 / 2023
Gedurende oktober 2009 voltooide UCB een openbare emissie van obligaties met een vaste couponrente ter waarde van € 750 miljoen, die afloopt in 2014 en bedoeld is voor particuliere beleggers. Deze particuliere obligaties worden tegen 100% van hun hoofdsom afgekocht en hebben een coupon en een effectieve rentevoet van 5,75% per jaar. De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.
In september 2013 deed UCB een onvoorwaardelijk openbaar ruilaanbod voor maximaal € 250 miljoen van de € 750 miljoen particuliere obligaties die in november 2014 aflopen en die een brutocoupon van 5,75% hebben. Bestaande obligatiehouders kregen de kans om hun bestaand obligaties om te wisselen voor nieuw uitgegeven obligaties die in oktober 2023 vervallen in een ruilverhouding van 1 tot 1. Deze obligaties dragen een couponrendement van 5,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,398% per jaar bedraagt. Op het einde van de ruilperiode werden 175 717 bestaande obligaties voor omwisseling aangeboden, goed voor
Institutionele euro-obligatie
Met vervaldatum in 2016
In december 2009 voltooide UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde ter waarde van € 500 miljoen, die in 2016 aflopen en bedoeld zijn voor institutionele beleggers. Deze obligaties werden uitgegeven tegen 99,635% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden.
een nominaal bedrag van € 176 miljoen. De bestaande obligaties die in het kader van het omruilaanbod omgewisseld werden, zijn door UCB geannuleerd. Bijgevolg zijn er nog 574 283 uitstaande obligaties die in 2014 vervallen.
De 175 717 nieuwe obligaties, voor een nominaal bedrag van € 176 miljoen, werden in oktober 2013 uitgegeven. De nieuwe obligaties zijn genoteerd op de NYSE Euronext Brussel.
Met vervaldatum in 2020
In maart 2013 rondde UCB een emissie van € 250 miljoen aan obligaties af in de vorm van een openbare aanbieding aan particuliere beleggers in België in het kader van zijn EMTN-Programma. De obligaties werden uitgegeven tegen 101,875% van de nominale waarde. De particuliere obligatie heeft een coupon van 3,75% per jaar een effectief rendement van 3,444% per jaar. De obligaties zijn genoteerd op de gereglementeerde markt NYSE Euronext Brussel.
Deze obligaties dragen een couponrendement van 5,75% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,8150% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.
Met vervaldatum in 2021
In september 2013 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 350 miljoen, die in 2021 aflopen en uitgegeven worden in het kader van zijn EMTN-programma. Deze obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven tegen 99,944%
EMTN programma
Met vervaldatum in 2019
In november 2013 heeft UCB voor € 55 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,292% per jaar en een effectief rendement van 3,384% per jaar. De obligaties zijn genoteerd op de NYSE Euronext te Brussel.
van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 4,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 4,317% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op de NYSE Euronext te Brussel.
Met vervaldatum in 2019
In december 2013 heeft UCB voor € 20 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,284% per jaar en een effectief rendement van 3,356% per jaar. De obligaties zijn genoteerd op de NYSE Euronext te Brussel.
Reëlewaardeafdekking
De Groep wijst financiële derivaten onder reëlewaardeafdekkingen toe aan de particuliere obligaties en de institutionele euro-obligaties. De wijziging in de boekwaarde van de particuliere obligatie is volledig te wijten aan de wijziging in de reële waarde van
4.24. Overige financiële verplichtingen
De overige financiële verplichtingen bevatten een onderhandse aandelenruil van € 2,5 miljoen UCBaandelen OTC ter waarde van € 155 miljoen (31 december 2013: 3,7 miljoen UCB-aandelen OTC ter waarde van € 167 miljoen) (zie Toelichting 4.27), en afgeleide financiële verplichtingen ter waarde van € 35 miljoen (2013: € 41 miljoen).
4.25. Voorzieningen
Milieuvoorzieningen
De milieuvoorzieningen daalden van € 30 miljoen per eind december 2013 tot € 29 miljoen in de huidige tussentijdse periode als gevolg van de terugneming van bepaalde milieuvoorzieningen in verband met de verkoop van de activiteiten van Surface Specialties. Dit geldt voor de afgestoten vestigingen waarvoor UCB volledig
het gehedgde deel van de particuliere obligatie, en wordt nagenoeg volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van de corresponderende afgeleide financiële instrumenten.
verantwoordelijk is gebleven, in overeenstemming met de contractuele bepalingen die zijn overeengekomen met Cytec Industries Inc. In de eerste helft van 2014 werd een deel van de voorzieningen met betrekking tot het bedrijf Surface Specialties teruggeboekt.
Reorganisatievoorzieningen
De reorganisatievoorzieningen daalden van € 25 miljoen per eind december 2013 tot € 19 miljoen aan het einde van de huidige tussentijdse periode, en omvatten de verdere betalingen in verband met het SHAPEprogramma dat werd aangekondigd in augustus 2008 en andere afvloeiingskosten voor voorgaande jaren.
Belastingvoorzieningen
De belastingvoorzieningen bleven constant op € 294 miljoen per eind december 2013 en 30 juni 2014. Voorzieningen voor belastingrisico's worden opgenomen als UCB van oordeel is dat de belastingdiensten een door de Groep of een dochteronderneming ingenomen belastingstandpunt zouden kunnen betwisten.
Andere voorzieningen
De andere voorzieningen daalden met € 27 miljoen eind december 2012 tot € 22 miljoen op 30 juni 2014 en hebben vooral betrekking tot productaansprakelijkheid en gerechtelijke proceskosten. Voorzieningen voor rechtszaken omvatten voornamelijk voorzieningen voor geschillen waar UCB of een dochteronderneming gedagvaard wordt voor claims van voormalige werknemers. Voorzieningen voor productaansprakelijkheid hebben betrekking op de risico's die verband houden met de normale bedrijfsvoering en waarvoor de Groep aansprakelijk kan worden gesteld door de verkoop van deze types geneesmiddelen. Er wordt met betrekking tot de bovenvermelde risico's samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vak-experts een evaluatie gemaakt.
4.26. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht geeft de operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten weer.
UCB past de indirecte methode toe voor de operationele kasstromen. Het nettoresultaat is aangepast voor:
- de effecten van niet-geldelijke transacties zoals afschrijvingen en waardeverminderingen, bijzondere waardeverminderingsverliezen, provisies, waarderingen tegen reële waarde enz., alsook de veranderingen inzake werkkapitaal;
- baten en lasten die verband houden met kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten.
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | 2014 | 2013 |
|---|---|---|
| € miljoen | Beperkt nazicht | Herwerkt |
| Aanpassing voor niet-geldelijke transacties Afschrijvingen en waardeverminderingen |
70 111 |
162 120 |
| Afschrijvingen / Terugnemingen (-) van bijzondere waardeverminderingen | 28 | 8 |
| In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen | -2 | -10 |
| Andere niet geldelijke transacties in de winst- en verliesrekening | -45 | -17 |
| Als gevolg van de toepassing van IAS 39 | 11 | 18 |
| Niet-gerealiseerde wisselkoerswinst (-) / verlies | -26 | 42 |
| Wijziging in voorzieningen en personeelsvergoedingen | -4 | 3 |
| Voorraadwijzigingen en voorzieningen voor dubieuze debiteuren | -3 | -2 |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele | 48 | 22 |
| activiteiten | ||
| Belastinglast voor de periode | 48 | 22 |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en | 40 | 52 |
| financieringsactiviteiten | ||
| Winst (-) / verlies uit de verkoop van vaste activa | -10 | -9 |
| Betaalde / ontvangen(-) dividenden | 0 | 0 |
| Betaalde / ontvangen(-) intresten | 50 | 61 |
| Wijzigingen in het werkkapitaal | ||
| Voorraadbewegingen per geconsolideerde balans | 2 | -31 |
| Handels- en overige vorderingen en andere activabewegingen per geconsolideerde | -13 | -88 |
| balans | ||
| Handels- en overige schulden, beweging per geconsolideerde balans | -4 | -58 |
| Zoals opgenomen in de geconsolideerde balans en gecorrigeerd met: | -15 | -177 |
| Niet-geldelijke posten1 | 28 | -67 |
| Wijzigingen in voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit operationele activiteiten |
3 | 2 |
| Wijzigingen in te ontvangen/te betalen intresten afzonderlijk vermeld onder | -28 | -37 |
| kasstromen uit operationele activiteiten | ||
| Wijzigingen in te ontvangen dividenden afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit | 0 | 0 |
| investeringsactiviteiten | ||
| Wijzigingen in te betalen dividenden afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit | 23 | 23 |
| financieringsactiviteiten | ||
| Wijziging bij nog te betalen bedrag vermeld onder kasstroom uit beëindigde activiteiten |
0 | 0 |
| Aanpassingen voor de omrekening van vreemde valuta | 0 | -5 |
| Zoals opgenomen in het geconsolideerd kasstroomoverzicht | 11 | -261 |
1 Niet-geldelijke posten houden hoofdzakelijk verband met transfers van de ene rubriek naar de andere, met niet-geldelijke bewegingen die verband houden met een nieuwe waardering door een geassocieerde deelneming in een vreemde munt en andere bewegingen die verband houden met toevoegingen/verwijderingen binnen de consolidatiekring of met fusies van entiteiten.
4.27. Transacties met verbonden partijen
Vergoedingen van managers op sleutelposities
Er waren geen wijzigingen met betrekking tot de verbonden partijen die in het jaarverslag 2013 werden geïdentificeerd en vermeld.
De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening voor de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité, voor de eerste zes maanden waarin ze hun mandaat uitoefenden, eindigend 30 juni 2014.
| € miljoen | 2014 Beperkt nazicht |
|---|---|
| Kortlopende personeelsvergoedingen | 5 |
| Ontslagvergoedingen | 0 |
| Uitkeringen na uittreding | 1 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | 3 |
| Totale vergoedingen van managers op sleutelposities |
9 |
Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
Verklaringen ontvangen in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 betreffende de aangifte van belangrijke aandelenparticipaties1
| Laatste wijziging: 3 juli 2014 | Momenteel | Stemgerechtigd1 | Laatste relevante notificatie |
|---|---|---|---|
| Kapitaal | € 583 516 974 | 19 maart 2014 | |
| Totaal aantal stemgerechtigden (= denominator) | 194 505 658 | ||
| Financière de Tubize N.V. ('Tubize') | 66 370 000 | 34,12% | |
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 66 370 000 | 34,12% | 1 maart 2012 |
| UCB N.V. | 5 865 535 | 3,02% | |
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 255 535 | 0,13% | 2 juli 2014 |
| gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)2 | 4 160 000 | 2,14% | 8 april 2014 |
| gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)2 | 1 450 000 | 0,75% | 20 juni 2014 |
| UCB Fipar N.V. | 1 297 569 | 0,67% | |
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 247 569 | 0,13% | 2 juli 2014 |
| gelijkgestelde financiële instrumenten2 | 1 050 000 | 0,54% | 20 juni 2014 |
| Schwarz Vermögensverwaltung GmbH Co. KG ('Schwarz') | 2 471 404 | 1,27% | |
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 2 471 404 | 1,27% | 1 maart 2012 |
| Tubize3+4 + UCB S.A./N.V. + UCB Fipar N.V. + Schwarz4 | 76 004 508 | 39,08% | |
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 69 344 508 | 35,65% | |
| gelijkgestelde financiële instrumenten2 | 6 660 000 | 3,42% | |
| Free float5 (stemrechtverlenende effecten (aandelen)) | 121 983 579 | 62,71% | |
| Capital Research and Management Company | |||
| (dochtervenootshap van The Capital Group Companies Inc.) | |||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 13 905 411 | 7,15% | 8 januari 2014 |
| Vanguard Health Care Fund | |||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 9 345 949 | 4,80% | 3 maart 2014 |
-
Alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totaal aantal stemrechten.
-
De gelijkgestelde financiële instrumenten, in de zin van artikel 6 van het Koninklijk besluit van 14 februari 2008, op de openbaarmaking van grote aandeelhouders, die, indien uitgeoefend, een extra stemrecht verlenen.
-
Tubize controleert UCB N.V., dat op haar beurt onrechtstreeks UCB Fipar N.V. controleert | art. 6, §5, 2°en art. 9, §3, 2 van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.
-
Tubize en Schwarz hebben verklaard samen te werken | art. 6, §4 en art. 9, §3, 3° van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.
-
Free float zijnde de UCB-aandelen niet gehouden door Tubize, UCB N.V., UCB Fipar N.V. of Schwarz. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met aandelen gehouden door deze entiteiten, met uitzondering van gelijkgestelde financiële instrumenten.
4.28. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen
Voorwaardelijke activa en verplichtingen
Er hebben geen belangrijke gebeurtenissen plaatsgevonden in de eerste helft van het jaar en er werden bijgevolg geen wezenlijke veranderingen aangebracht in de voorwaardelijke activa en verplichtingen die in het jaarverslag voor 2013 beschreven staan (p. 117).
De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen, claims en onderzoeken. Deze en andere lopende zaken kunnen leiden tot aansprakelijkheden, burgerlijke en strafrechtelijke boetes, verlies van productexclusiviteit en andere kosten, boetes en onkosten die verbonden zijn aan bevindingen die strijdig zijn met UCB's belangen.
UCB blijft verdedigende partij in iets minder dan 4 600 Reglan® -productaansprakelijkheidsrechtszaken. Deze gevallen werden grotendeels geconsolideerd in drie verschillende jurisdicties, met name San Francisco, Philadelphia en Atlantic City. Elk geschil betreft claims voor letsels als gevolg van het vermeende nalaten te waarschuwen voor het risico geassocieerd met het gebruik van metoclopramide gedurende meer dan 12 weken. Het merendeel van de gevallen betreft schade als gevolg van het gebruik van generische metoclopramide. Een aantal juridische vragen moeten worden beantwoord vóór de rechtbanken een uitspraak kunnen doen, en deze
Aankoopverplichtingen
Op 30 juni 2014 heeft de Groep zich verbonden om € 35 miljoen (2013: € 43 miljoen) te besteden meestal aan kapitaaluitgaven voor de bouw van een biotechfabriek in Bulle (Zwitserland) en IT infrastructuur. De nieuwe fabriek zou in 2015 operationeel moeten zijn.
UCB sloot verschillende lange termijn samenwerkingsovereenkomsten met verschillende farmaceutische,
kunnen de timing en de uitspraak beïnvloeden. Er zijn geen gevallen gepland voor proef gedurende het jaar 2014. Het is te vroeg om met zekerheid het resultaat of potentiële aansprakelijkheid van deze geschillen die in de toekomst voor de rechter kunnen komen te voorspellen. De onderneming is van mening dat het een goede verdediging heeft tegenover deze claims.
UCB Pharma N.V. (UCB) is een gedaagde in een proces geïnitieerd door Desitin Arzneimittel GmbH (Desitin) aanhangig bij de arrondissementsrechtbank van Hamburg (Duitsland). Desitin eist een schadevergoeding voor de geleden schade van de handhaving van een rechterlijk bevel verkregen door UCB tegen Desitin's handelsmerk "Kepmini" waarvan het bevel later werd ingetrokken. Desitin eist een schadevergoeding ten bedrage van € 10 miljoen. De rechtbank heeft een eerste hoorzitting voor 28 oktober 2014 ingesteld. De onderneming is van mening dat het een goede verdediging heeft tegenover deze claim. Voorts heeft de Groep een aantal diverse overeenkomsten afgesloten om te voorzien in mogelijke voorwaardelijke verplichtingen. Het valt niet te verwachten dat uit de voorwaardelijke verplichtingen enige andere materiële verplichtingen zullen ontstaan dan vermeld in Toelichting 39 van het jaarverslag 2013.
klinische proef exploitanten en private equity ondernemingen. Zulke samenwerkingsovereenkomsten omvatten mijlpaalbetalingen die afhankelijk zijn van succesvolle klinische ontwikkelingen of van het behalen van specifieke verkoopdoelstellingen. Op 30 juni 2014 had de Groep voor ongeveer € 6 miljoen aan verplichtingen in verband met immateriële activa die in de tweede jaarhelft betaald moeten worden.
Garanties
De garanties die in de loop van de normale bedrijfsvoering ontstaan, zullen naar verwachting niet resulteren in enige wezenlijke financiële verliezen.
4.29. Gebeurtenissen na de tussentijdse balansdatum
Er hebben geen gebeurtenissen plaatsgevonden na het afsluiten van de rapporteringsperiode.
5. Verslag van de commissaris omtrent de beperkte controle van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie voor de periode afgesloten op 30 juni 2014
Inleiding
We hebben een beperkt nazicht uitgevoerd van de in bijlage opgenomen verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie van UCB N.V. en haar dochtervennootschappen (de "Groep") op 30 juni 2014, die de verkorte geconsolideerde balans op 30 juni 2014 en de verkorte geconsolideerde winst-en-verliesrekening, het verkorte geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, de verkorte geconsolideerde staat van wijzigingen in het eigen vermogen en het verkorte geconsolideerd kasstroomoverzicht over de periode van zes maanden afgesloten op die datum omvat, evenals van de toelichtingen. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk dat deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie is opgesteld en gepresenteerd in overeenstemming met IAS 34 zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid om een besluit te formuleren over deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie op basis van ons beperkt nazicht.
Omvang van het beperkt nazicht
We hebben ons beperkt nazicht uitgevoerd overeenkomstig met de "International Standard on Review Engagements 2410 - Review of interim financial information performed by the independent auditor of the entity". Een nazicht bestaat uit vragen van inlichtingen aan hoofdzakelijk financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het toepassen van analytische en andere procedures van nazicht. Een beperkt nazicht is substantieel minder uitgebreid dan een volkomen controle uitgevoerd volgens "International Standards on Auditing" en laat ons bijgevolg niet toe om met zekerheid te stellen dat we kennis hebben van alle belangrijke gegevens die
zouden geïdentificeerd zijn indien we een volkomen controle zouden hebben uitgevoerd. Wij verstrekken dus geen controleverslag.
Conclusie
Op basis van ons beperkt nazicht is niets onder onze aandacht gekomen dat ons doet aannemen dat de bijgaande verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie, in alle materiële opzichten niet opgesteld zou zijn in overeenstemming met IAS 34 zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
Sint-Stevens-Woluwe, 29 juli 2014
PwC Bedrijfsrevisoren Vertegenwoordigd door
Jean Fossion Bedrijfsrevisor
6. Verantwoordingsverklaring
We bevestigen hierbij dat, naar ons beste weten, de verkorte financiële verslagen voor de periode van zes maanden die eindigt op 30 juni 2014, die werden opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse financiële verslaggeving" zoals aanvaard door de Europese Unie, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, de passiva, de financiële positie en de winst/het verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, en dat het tussentijdse beheersverslag een
reëel overzicht geeft van de belangrijke gebeurtenissen die zich in de eerste zes maanden van het boekjaar hebben voorgedaan, van de belangrijke transacties met de verbonden partijen, en van hun impact op de geconsolideerde financiële verslagen, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden voor de resterende zes maanden van het boekjaar.
In naam van de Raad van Bestuur
Roch DOLIVEUX, Jean-Christophe TELLIER, Detlef THIELGEN, Chief Executive Officer Chairman of the Executive Committee & CEO-Elect Chief Financial Officer
7. Verklarende woordenlijst
EBIT / Earnings Before Interest and Taxes
Bedrijfsresultaat zoals vermeld in de geconsolideerde jaarrekening.
EMA / European Medicines Agency
Instantie die verantwoordelijk is voor de beoordeling van geneesmiddelen ter bescherming en bevordering van de gezondheid van mens en dier. www.emea.europa.eu
FDA / U.S. Food and Drug Administration
Agentschap binnen het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid en Human Services is verantwoordelijk voor de bescherming en bevordering van de gezondheid van de natie. www.fda.gov
Gewogen gemiddeld aantal aandelen
Aantal uitstaande gewone aandelen aan het begin van de periode, aangepast voor het aantal aandelen ingekocht of uitgegeven in de periode, vermenigvuldigd met een tijdfactor.
Kern-WPA / kernwinst per aandeel
Nettowinst die kan worden toegekend aan UCBaandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van nietvoorgezette activiteiten, en de nettoafschrijving die verbonden is met verkopen, verdeeld door het aantal uistaande aandelen.
Kernproducten
De "kernproducten" zijn UCB's recent geïntroduceerde geneesmiddelen Cimzia® , Vimpat® en Neupro® . UCB's prioriteit is de verdere lancering en groei van deze drie producten.
Netto financiële schuld
Langlopende en kortlopende leningen en bankkredieten minder obligaties, beperkt storting van contant geld met betrekking tot financiële lease-overeenkomsten, geldmiddelen en kasequivalenten.
Recurrente EBIT (REBIT)
Bedrijfsresultaat gecorrigeerd voor bijzondere waardeverminderingen, herstructureringskosten en andere bijzondere baten en lasten.
Recurrente EBITDA (REBITDA / Recurring Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization charges)
Bedrijfsresultaat gecorrigeerd voor amortisatie, afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen, herstructureringskosten en andere bijzondere baten en lasten.
Werkkapitaal
Omvat voorraden, handelsvorderingen en overige vorderingen en handelsschulden en overige schulden, verplicht binnen en na 12 maanden.