AI assistant
UCB — Interim / Quarterly Report 2011
Jul 29, 2011
4017_ir_2011-07-29_568baf61-0544-4c96-a89a-c2bdadc7da68.pdf
Interim / Quarterly Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Halfjaarlijks financieel verslag 2011
Kerncijfers
- De omzet steeg in de eerste zes maanden van 2011 met 2% tot € 1 679 miljoen. De netto-omzet bedroeg € 1 501 miljoen, wat 5% hoger is dan de voorgaande tussentijdse periode als gevolg van de sterke prestaties van de kernproducten Cimzia®, Vimpat®, Neupro®, evenals Keppra® in de E.U. en Japan gedeeltelijk gecompenseerd door generische concurrentie op de portefeuille mature producten.
- De royalty-inkomsten en -vergoedingen daalden met 10%, door lagere royalty's op Toviaz® en andere royalty-inkomsten.
- Overige opbrengsten daalden met 22% door mijlpalen in de verkoop en winstdeling.
- De recurrente EBITDA klokte af op € 443 miljoen, tegenover € 398 miljoen in 2010, een stijging met 11% die voornamelijk voortvloeit uit de hogere omzet.
- De nettowinst steeg van € 148 miljoen in de eerste helft van 2010 naar € 199 miljoen in de eerste helft van 2011, een weerspiegeling van het sterke bedrijfsresultaat en lagere netto financiële lasten en winstbelastingen.
- De kern-WPA bereikte € 1,44 in vergelijking met € 1,17 in de eerste helft van 2010.
| Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni1 | Actueel | Verschil | ||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2011 | 2010 | Actuele wissel koersen |
Constante wissel koersen |
| Opbrengsten | 1 679 | 1 644 | 2% | 3% |
| Netto-omzet | 1 501 | 1 431 | 5% | 6% |
| Royalty-inkomsten en -vergoedingen | 96 | 107 | -10% | -10% |
| Overige opbrengsten | 82 | 106 | -22% | -21% |
| Brutowinst | 1 158 | 1 098 | 5% | 7% |
| Marketing- en verkoopkosten | -405 | -405 | 0% | 1% |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -337 | -320 | 6% | 7% |
| Algemene kosten en administratiekosten | -91 | -98 | -7% | -6% |
| Overige bedrijfsbaten/lasten(-) | -6 | -7 | -27% | -21% |
| Recurrente EBIT (REBIT) | 319 | 268 | 19% | 22% |
| Niet-recurrente baten/lasten (-) | -14 | 4 | n.s. | n.s. |
| EBIT (operationele winst) | 305 | 272 | 12% | 15% |
| Netto financiële lasten | -63 | -83 | -24% | -22% |
| Winst vóór winstbelastingen | 242 | 189 | 28% | 31% |
| Winstbelastingen | -44 | -42 | 6% | 7% |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 198 | 147 | 34% | 37% |
| Winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 1 | 1 | n.s. | n.s. |
| Nettowinst (na minderheidsbelangen) | 199 | 148 | 34% | 36% |
| Recurrente EBITDA | 443 | 398 | 11% | 13% |
| Aangepaste nettowinst 2 | 203 | 151 | 34% | 36% |
| Kern nettowinst | 258 | 211 | 23% | 24% |
| Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) | 58 | 22 | 163% | n.s. |
| Netto financiële schuld1 | 1 418 | 1 525 | -7% | n.s. |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 78 | 139 | -44% | n.s. |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen - niet verwaterd |
179,5 | 180,1 | ||
| Winst per aandeel (€ per niet-verwaterd | 1,10 | 0,82 | n.s. | n.s. |
| gewogen gemiddeld aandeel) Aangepaste winst per aandeel (€ per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aandeel) |
1,44 | 1,17 | 23% | 25% |
1 Uitgezonderd voor de nettoschuld, waar 2010 is gerelateerd tot de situatie zoals gepubliceerd in de geauditeerde geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2010.
2 Aangepast voor impact na belasting van niet-recurrente, eenmalige posten en de bijdrage na belasting van niet-voorgezette activiteiten.
Inhoudsopgave
| Kerncijfers | 1 | |
|---|---|---|
| Belangrijke gebeurtenissen in 2011 | 3 | |
| Halfjaarlijks managementverslag | 5 | |
| 1. | Netto-omzet per product | 5 |
| 2. | Netto-omzet volgens geografisch gebied | 7 |
| 3. | Royalty-inkomsten en -vergoedingen | 9 |
| 4. | Overige opbrengsten | 9 |
| 5. | Brutowinst | 10 |
| 6. | Recurrente EBIT en recurrente EBITDA | 11 |
| 7. | Nettowinst en aangepaste nettowinst | 11 |
| 8. | Balans | 12 |
| 9. | Kasstroomoverzicht | 13 |
| 10. | Risico's | |
| 11. | Vooruitzichten voor 2011 | 13 |
| Verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening | ||
| Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 15 | |
| Verkorte geconsolideerde balans | 16 | |
| Verkort geconsolideerd kasstroomoverzicht | 17 | |
| Verkort geconsolideerd overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen | 18 | |
| Toelichting bij het verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag | 20 | |
| 1. | Algemene informatie | 20 |
| 2. | Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving | 20 |
| 3. | Gesegmenteerde informatie | 21 |
| 4. | Seizoensgebonden activiteiten | 23 |
| 5. | Organisatie van de Groep en belangrijke gebeurtenissen/transacties | 23 |
| 6. | Overige bedrijfsbaten en -lasten | 23 |
| 7. | Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa | 23 |
| 8. | Reorganisatiekosten | 23 |
| 9. | Overige baten en lasten | 23 |
| 10. | Winstbelasting | 24 |
| 11. | Beëindigde bedrijfsactiviteiten | 24 |
| 12. | Elementen van andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 24 |
| 13. | Immateriële activa | 24 |
| 14. | Materiële vaste activa | 25 |
| 15. | Financiële en overige activa | 25 |
| 16. | Waardevermindering op voorraden | 25 |
| 17. | Vaste activa aangehouden voor verkoop | 25 |
| 18. | Kapitaal en reserves | 25 |
| 19. | Dividenden | 26 |
| 20. | Leningen | 26 |
| 21. | Obligaties | 27 |
| 22. | Voorzieningen | 28 |
| 23. | Transacties met verbonden partijen | 28 |
| 24. | Juridische schikkingen | |
| 25. | Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen | 28 |
| 26. | Gebeurtenissen na de tussentijdse balansdatum | 29 |
| 27. | 'Reële waarde hierarchie | 30 |
Verslag van de commissaris omtrent de beperkte controle van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie voor de periode afgesloten op 30 juni 2011
| Verantwoordelijkeheidssverklaring | 32 |
|---|---|
Belangrijkste gebeurtenissen in 2011
Er hebben zich een aantal belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of zullen beïnvloeden:
Belangrijke overeenkomsten/initiatieven
- Strategische alliantie op het vlak van neurologie met Synosia/Biotie Therapies: In januari 2011 werd Synosia overgenomen door Biotie Therapies, waardoor een leidinggevend bedrijf onstond dat zich toespitst op het ontwikkelen van producten op het gebied van het centrale zenuwstelsel. UCB bezit 9,5% van de aandelen van Biotie Therapies en heeft een licentie voor de exclusieve, wereldwijde rechten op de ontwikkelingsverbinding, SYN-115, en rechten op een tweede verbinding, SYN-118, voor niet-weesindicaties. Het fase-2b-programma voor SYN-115 voor de behandeling van de ziekte van Parkinson (PD) startte in april 2011 waarvan de kernresultaten in de eerste helft van 2013 worden verwacht. De resultaten van de fase-2astudie van SYN-118 in PD, die door Biotie Therapies gerapporteerd werden in mei 2011, vertoonden geen significante verbetering in de metingen in de motorische functie van PD, in vergelijking met placebo. Biotie Therapies overweegt ontwikkelingsopties voor deze ontwikkelingsverbinding en is van plan om verdere plannen later in het jaar aan te kondigen.
- UCB optimaliseert het productienetwerk: In maart 2011 werd de overname door Aesica van de productiebedrijven van UCB in Duitsland en Italië afgerond. Dit nieuwe partnerschap maakt deel uit van de strategie van UCB om het productienetwerk te optimaliseren en tegelijkertijd de aanvoer van onze producten op de lange termijn veilig te stellen en een langetermijntoekomst te garanderen voor de productiefaciliteiten en de werknemers daarvan.
- Research Alliance met Harvard University en K.U. Leuven: In juni 2011 lanceerden UCB en Harvard University hun innovatieve Research Alliance. De samenwerkingsovereenkomst biedt een unieke brug tussen het bedrijfsleven en de academische wereld voor de ontdekking van geneesmiddelen. Beide partijen zullen van elkaar leren via samenwerking en wederzijdse ideeënuitwisseling. UCB brengt zijn expertise op het gebied van het genereren van antilichamen en farmacochemie in en stelt maximaal USD 6 miljoen, gespreid over twee jaar, ter beschikking voor het financieren van specifieke innovatieve onderzoeksprojecten, geleid door wetenschappers van Harvard. De samenwerking focust op het centrale zenuwstelsel (CZS) en immunologie, twee belangrijke onderzoeksdomeinen voor UCB.
UCB en de Katholieke Universiteit Leuven (K.U. Leuven) tekenden in april 2011 een overeenkomst over onderzoekssamenwerking in het domein van de immunologie. Binnen dit kader van de overeenkomst zullen onderzoekers van beide organisaties een aantal jaren nauw samenwerken om therapieën te ontwikkelen voor patiënten met ernstige immunologische aandoeningen.
Update over de reglementering en vooruitgang van de pijplijn
Centrale zenuwstelsel (CZS)
- De nieuwe fase-3-studie ter evaluatie van brivaracetam als aanvullende therapie bij de behandeling van partiële aanvallen bij volwassen epilepsiepatiënten is aan de gang en de kernresultaten worden in de eerste helft van 2013 verwacht.
- In maart 2011 heeft het Committee for Medicinal Products for Human Use (CHMP) van het European Medicines Agency (EMEA) UCB geïnformeerd dat Xyrem® (natriumoxybaat) niet zal worden aanbevolen als behandeling voor het fibromyalgie-syndroom bij volwassenen.
- Voor het epilepsiegeneesmiddel Vimpat® (lacosamide), loopt het ontwikkelingsprogramma (fase 3) in de VS voor monotherapie van partiële aanvallen zoals gepland. De eerste resultaten worden verwacht in het tweede kwartaal 2013. Er is tevens een klinisch fase-3-programma aan de gang, zoals gepland, in heel Europa, ter evaluatie van de doeltreffendheid en veiligheid van Vimpat® als monotherapie bij volwassen patiënten. De kernresultaten worden verwacht in het vierde kwartaal van 2014.
De eerste resultaten van het klinische fase-2-testprogramma van Vimpat® voor aanvullende therapie bij primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen (PGTCS) worden verwacht in het vierde kwartaal van 2011.
• In overeenstemming met de eisen van de FDA, is UCB bezig met de ontwikkeling van een patchformule van Neupro® (rotigotine), die stabiel blijft op kamertemperatuur, voor de behandeling van de ziekte van Parkinson (PD) en het rustelozebenensyndroom (restless legs syndrom of RLS). UCB wil de patch in de loop van 2012 beschikbaar stellen aan Amerikaanse patiënten, onder voorbehoud van wettelijke goedkeuring.
In Japan rapporteerde UCB's partner, Ostuka Pharmaceutical in juni 2011 positieve fase 3-resultaten voor Neupro® bij gevorderde stadia van de ziekte van Parkinson. De resultaten toonden de werkzaamheid en veiligheid aan, en werden gepresenteerd op het 15e International Congress of Parkinson's Disease and Movement Disorders van de Movement Disorders Society in juni 2011. De klinische fase-3-studie werd uitgevoerd in Japan als een dubbelblinde, dubbelplacebogecontroleerde studie tussen rotigotine in transdermale patch, ropinirol in orale tabletten en placebo. Het betrof 420 patiënten die leden aan de ziekte van Parkinson in een gevorderd stadium, waarbij het therapeutische effect op tremoren, houding en stijfheid geëvalueerd werd, gebruikmakend van de totale score van UPDRS Deel III. De indiening bij de Japanse autoriteiten wordt verwacht in het eerste kwartaal 2012. In 2002, verwierf Otsuka de exclusieve ontwikkelings- en marketingrechten voor Neupro® voor de Japanse markt.
Immunologie
• Twee fase-3-klinische-studies met Cimzia® voor de behandeling van reumatoïde artritis (RA) in Japan werden eerder dan gepland positief afgerond en beide onderzoeken beantwoordden aan de vooropgestelde doelstellingen. De indiening van een aanvraag tot goedkeuring bij de Japanse overheden wordt voorbereid in samenwerking met UCB's partner, Otsuka Pharmaceutical. De indiening bij de Japanse autoriteiten wordt verwacht in maart 2012.
In mei 2011 kondigde UCB aan dat het van plan is om de eerste door de industrie gesponsorde anti-TNF vergelijkende studie te starten, waarbij de relatieve doeltreffendheid van Cimzia ® en Humira® (adalimumab), voor bepaalde vooraf bepaalde parameters bij de behandeling van matige tot ernstige reumatoïde artritis (RA) geëvalueerd zal worden. De studie omvat een responsgebaseerde therapeutische beslissing in week 12 en evalueert de invloed van een vroege respons en beslissing op de klinische resultaten en de resultaten voor de patiënt op lange termijn (104 weken). De aanvang van deze studie staat gepland voor het vierde kwartaal van 2011.
De fase-3-studies voor Cimzia® bij psoriatische artritis en ankylosing spondylitis liggen op schema. De kernresultaten worden verwacht aan het einde van 2011. Er worden besprekingen gevoerd met regelgevende instanties in de VS en de EU over een fase-3-studie bij juveniele reumatoïde artritis, om het studieontwerp af te ronden.
- De rekrutering voor de fase-3-studies (EMBODY™ 1 en EMBODY™ 2) voor epratuzumab bij patiënten met matige tot ernstige systemische lupus erythematosus (SLE) is aan de gang, zoals gepland. Er dienen ongeveer 780 patiënten, gerandomiseerd in iedere studie, gerekruteerd te worden. De eerste resultaten worden in de eerste helft van 2014 verwacht.
- CDP7851 ("sclerostine antilichaam", tevens bekend als AMG 785), een nieuwe therapie voor osteoporose, rapporteerde positieve toplineresultaten van de klinische fase-2-studie, waarin CDP7851 vergeleken werd met placebo bij postmenopauzale vrouwen met lage botmineraaldichtheid voor de behandeling van postmenopauzale osteoporose (PMO). Het fase-3-programma zal starten na afloop van het overleg met de regelgevende instanties in de VS en de EU.
Er zijn twee fase-2-studies in fractuurgenezing (genezing van tibiafracturen en heupfracturen) aan de gang. De eerste kernresultaten worden verwacht in 2012. Amgen en UCB werken samen aan de ontwikkeling van CDP7851/AMG785 voor de behandeling van botgerelateerde aandoeningen, waaronder PMO en fractuurgenezing.
• Een fase-2b-programma voor olokizumab (anti-IL 6) voor de behandeling van matige tot ernstige reumatoïde artritis (RA) is momenteel in de rekruteringsfase. De kernresultaten worden verwacht in het derde kwartaal van 2012.
Managementverslag over het eerste semester 2011
De financiële informatie in dit managementverslag moet worden gelezen in samenhang met het verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag en de geconsolideerde jaarrekening op 31 december 2010. Dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag werd beperkt gecontroleerd, niet geauditeerd.
Wijziging van de groep: Als resultaat van de afstoting van de resterende niet-farmaceutische activiteiten (zoals Surface Specialities) in februari 2005, rapporteert UCB de resultaten van deze activiteiten als deel van de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.
Recurrente en niet-recurrente posten: Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven ("niet-recurrente" posten). Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst), is een regel voor "recurrente EBIT" (REBIT of recurrente operationele winst) opgenomen die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de onderneming weerspiegelt. De recurrente EBIT is gelijk aan de regel "operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, herstructurering en overige baten en lasten" die in de geconsolideerde jaarrekening gerapporteerd is.
Aangepaste nettowinst: Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB voor beide beschouwde periodes beïnvloeden, worden afzonderlijk behandeld ("niet-recurrente posten" en "eenmalige posten"). Voor likefor-like-vergelijkingsdoeleinden werd een regel opgenomen voor "aangepaste nettowinst", die de lopende winst na belastingen van de biofarmaceutische activiteiten weergeeft. De aangepaste nettowinst is gelijk aan de regel "winst" in de geconsolideerde jaarrekening, aangepast voor niet-voortgezette activiteiten en de impact na belasting van niet-recurrente posten en eenmalige posten.
Kern-WPA: De aangepaste nettowinst, zoals hierboven gedefinieerd, met toevoeging van de afschrijving na belasting van immateriële activa die gekoppeld zijn aan de verkoop, per niet verwaterd aandeel.
Kernproducten: De 'kernproducten' zijn UCB's nieuw gelanceerde producten, met name Cimzia®, Vimpat® en Neupro®. UCB's prioriteit is de verdere lancering en groei van deze drie producten.
| € miljoen | Actueel juni | Verschil % | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | 2010 | Actuele wisselkoersen | Constante wisselkoersen | ||
| Kernproducten | 285 | 177 | 61% | 67% | |
| Cimzia® | 143 | 83 | 72% | 79% | |
| Vimpat® | 97 | 55 | 76% | 83% | |
| Neupro® | 45 | 39 | 17% | 17% | |
| Rijpe producten | 1 216 | 1 254 | -3% | -3% | |
| Keppra® (incl. Keppra® XR) | 507 | 460 | 10% | 11% | |
| Zyrtec® (incl. Zyrtec-D®/Cirrus®) | 166 | 150 | 11% | 6% | |
| Xyzal® | 68 | 63 | 7% | 2% | |
| omeprazole | 37 | 31 | 19% | 26% | |
| venlafaxine XR | 36 | 97 | -63% | -61% | |
| Nootropil® | 36 | 32 | 13% | 14% | |
| Metadate™ CD | 34 | 29 | 16% | 23% | |
| Tussionex™ | 24 | 45 | -45% | -42% | |
| Andere producten | 308 | 347 | -12% | -11% | |
| Totaal netto-omzet | 1 501 | 1 431 | 5% | 6% |
1. Netto-omzet per product
De netto-omzet bedraagt € 1 501 miljoen, 5% meer dan vorig jaar.
Kernproducten
- Cimzia® (certolizumab pegol), beschikbaar in de VS (mei 2009), Europa (oktober 2009) en Australië (december 2010) voor patiënten met matige tot ernstige reumatoïde artritis (RA), en beschikbaar in de VS (april 2008) en Zwitserland voor de ziekte van Crohn (CD) behaalde een netto-omzet van € 143 miljoen, een stijging van € 60 miljoen of 72% ten opzichte van vorig jaar.
- Vimpat® (lacosamide), tegen epilepsie, beschikbaar in Europa (september 2008), de VS (juni 2009) en Azië (midden 2010) als aanvullende therapie voor de behandeling van partiële aanvallen, behaalde een netto-omzet van € 97 miljoen, een stijging van 76% ten opzichte van vorig jaar.
- Neupro® (rotigotine), tegen de ziekte van Parkinson en het rustelozebenensyndroom (RLS), noteerde een nettoomzet die steeg van € 39 miljoen in 2010 naar € 45 miljoen in 2011, vooral in Europese landen.
Mature producten
- Keppra® (levetiracetam), voor epilepsie, bereikte een netto-omzet van € 507 miljoen (waarvan € 41 miljoen voor Keppra® XR), wat overeenkomt met een stijging van 10% ten opzichte van vorig jaar. De verdere erosie na het verstrijken van het octrooi in Noord-Amerika (-13%) werd gecompenseerd door het aanhoudende leiderschap op de Europese markt, mede dankzij de vertraging van de opkomst van generische geneesmiddelen (+20%), en een stijging van 25% in de "rest van de wereld", die het resultaat was van de lancering van E Keppra ® in Japan (september 2010).
- Zyrtec® (cetirizine, inclusief Zyrtec®-D/Cirrus®), tegen allergie, zag de netto-omzet met 11% stijgen naar € 166 miljoen, als gevolg van een stijging van 15% in de verkoop in Japan, dit wegens een sterk allergisch seizoen.
- Xyzal® (levocetirizine), tegen allergie, noteerde een netto-omzet van € 68 miljoen, een stijging van 7% in vergelijking met 2010, wegens een hevig pollenseizoen in Japan. De omzet van Xyzal® in de VS is niet geconsolideerd. Het aandeel van UCB in de winstdelingsovereenkomst met sanofi-aventis in de VS is opgenomen onder "overige opbrengsten".
- omeprazole, een generisch product tegen hyperaciditeit, behaalde een netto-omzet van € 37 miljoen tegenover € 31 miljoen vorig jaar.
- venlafaxine XR, een behandeling tegen zware depressieve en sociale angststoornissen, rapporteerde een nettoomzet van € 36 miljoen in de VS, een daling van 63%, te wijten aan de opkomst van generische concurrentie (augustus 2010). UCB bezit de exclusieve rechten van Osmotica om venlafaxine hydrochloride XR te commercialiseren en verkopen in de VS.
- Nootropil® (piracetam), tegen cognitieve stoornissen, zag zijn netto-omzet stijgen met 13%, van € 32 miljoen naar € 36 miljoen.
- Metadate™ CD (methylphenidate HCI), tegen ADHD (aandachtstekort-hyperactiviteitsstoornis), behaalde een netto-omzet van € 34 miljoen, een stijging van 16%.
- Tussionex™ (hydrocodonpolistirex en chlorfeniraminepolistirex), het hoestmiddel, behaalde een netto-omzet van € 24 miljoen, een daling van 45% in vergelijking met vorig jaar, te wijten aan de invloed van verdere generische concurrentie. De netto-omzet omvat de generische geneesmiddelen, gelanceerd door de generische arm van UCB in de VS.
- Andere producten: de netto-omzet voor andere producten daalde met 12%, van € 347 miljoen naar € 308 miljoen, als gevolg van afgestoten producten in 2010 en van Amerikaanse producten die generische concurrentie kregen.
Netto-omzet - S1 2011 – € 1 501 miljoen
2. Netto-omzet volgens geografisch gebied
- De door UCB gerapporteerde netto-omzet in Noord-Amerika bedroeg € 482 miljoen in de eerste zes maanden van 2011, een daling van 9% ten opzichte van het jaar voordien. Bij constante wisselkoersen, zou dit een daling van 4% betekenen. Cimzia®, dat sinds april 2008 is goedgekeurd als behandeling van de ziekte van Crohn (CD) en sinds mei 2009 is goedgekeurd tegen reumatoïde artritis (RA), behaalde een netto-omzet van € 107 miljoen, tegenover € 72 miljoen vorig jaar. Het epilepsiemiddel Vimpat®, verkrijgbaar als aanvullende therapie voor de behandeling van partiële aanvallen, werd in mei 2009 gelanceerd en behaalde in de eerste helft van 2011 een netto-omzet van € 69 miljoen, een stijging met € 29 miljoen. De Keppra®-franchise verloor eind 2008 de exclusiviteit, wat gedeeltelijk werd gecompenseerd door de lancering van Keppra®XR. Dat leidde tot een omzetdaling tot € 127 miljoen in de eerste helft van 2011, een verlies van 13% ten opzicht van het voorgaande jaar. Venlafaxine XR daalde met € 61 miljoen tot € 35 miljoen. De netto-omzet van Tussionex™ bedroeg € 24 miljoen, een daling van 45% ten opzichte van vorig jaar, als gevolg van verdere generische concurrentie sinds oktober 2010. De netto-omzet van de andere producten in deze regio klokte af op € 119 miljoen, een daling van 10%.
- De netto-omzet in Europa bedroeg € 736 miljoen in 2011, een stijging van 11%, in vergelijking met 2010. De netto-omzet van Cimzia® is meer dan verdrievoudigd, van € 11 miljoen tot € 34 miljoen als gevolg van lanceringen over heel Europa in 2010. Verdere nationale lanceringen in de eerste helft van 2010 van het epilepsiegeneesmiddel Vimpat® droegen € 27 miljoen bij tot de netto-omzet, tegenover € 15 miljoen in de eerste helft van 2010. De netto-omzet van Neupro® steeg met 16% ten opzichte van het voorgaande jaar voor de behandeling van de ziekte van Parkinson en het rustelozebenensyndroom en bereikte € 45 miljoen. De nettoomzet van Keppra® vertegenwoordigde € 333 miljoen, een stijging van 17% tegenover dezelfde periode vorig jaar, vanwege een tot nu toe vertraagde opkomst van generische geneesmiddelen. Het allergiegeneesmiddel Xyzal® verloor 21% door de komst van generische concurrentie in Europa, terwijl de netto-omzet van Zyrtec® licht steeg tot € 39 miljoen. Nootropil® bleef stabiel en was nog altijd goed voor € 20 miljoen netto-omzet in Europa. Alle andere producten droegen € 195 miljoen bij tot de Europese netto-omzet, een daling met 8% tegenover vorig jaar.
- De netto-omzet in de "rest van de wereld" bedroeg € 275 miljoen in 2011, een stijging van 13%, vooral wegens een sterk allergisch seizoen en E Keppra® in Japan. Zyrtec® en Xyzal® droegen € 150 miljoen bij, waarvan € 121 miljoen in Japan. De netto-omzet van het toonaangevende geneesmiddel Keppra® vertoonde een groei van 25% ten opzichte van het voorgaande jaar,die vooral te danken is aan E Keppra®. Alle kernproducten Cimzia®, Vimpat® en Neupro® zijn verkrijgbaar in "de rest van de wereld".
| € miljoen | 2011 / 2010 verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voor zes maanden, eindigend 30 juni | Actueel | Actuele wisselkoersen | Constante wisselkoersen | |||
| 2011 | 2010 | € miljoen | % | € miljoen | % | |
| Netto-omzet Noord-Amerika | 482 | 531 | -50 | -9% | -22 | -4% |
| Kernproducten | ||||||
| Cimzia® | 107 | 72 | 34 | 47% | 40 | 56% |
| Vimpat® | 69 | 40 | 29 | 73% | 33 | 83% |
| Andere producten | ||||||
| Keppra® (inclusief Keppra® XR) | 127 | 146 | -18 | -13% | -11 | -8% |
| venlafaxine XR | 35 | 96 | -61 | -63% | -59 | -61% |
| Tussionex™ | 24 | 45 | -20 | -45% | -19 | -42% |
| Andere | 119 | 132 | -14 | -10% | -7 | -5% |
| Netto-omzet Europa 1 | 736 | 661 | 75 | 11% | 70 | 11% |
| Kernproducten | ||||||
| Cimzia® | 34 | 11 | 24 | 227% | 23 | 223% |
| Vimpat® | 27 | 15 | 12 | 79% | 12 | 78% |
| Neupro® | 45 | 38 | 6 | 16% | 6 | 16% |
| Andere producten | ||||||
| Keppra® | 333 | 277 | 56 | 20% | 55 | 20% |
| Xyzal® | 42 | 53 | -11 | -21% | -12 | -22% |
| Zyrtec® (inclusief Cirrus®) | 39 | 36 | 3 | 10% | 2 | 7% |
| Nootropil® | 20 | 19 | 1 | 4% | 1 | 3% |
| Andere | 195 | 211 | -16 | -8% | -17 | -8% |
| Netto-omzet rest van de wereld | 275 | 243 | 32 | 13% | 24 | 10% |
| Kernproducten | ||||||
| Cimzia® | 2 | 0 | 2 | n.s. | 2 | n.s. |
| Vimpat® | 1 | 0 | 1 | n.s. | 1 | n.s. |
| Neupro® | 1 | 0 | 1 | n.s. | 1 | n.s. |
| Andere producten | ||||||
| Zyrtec® (inclusief Cirrus®) | 124 | 108 | 16 | 15% | 10 | 9% |
| Keppra® | 47 | 37 | 9 | 25% | 9 | 24% |
| Xyzal® | 26 | 9 | 16 | 176% | 14 | 153% |
| Nootropil® | 16 | 13 | 3 | 26% | 4 | 31% |
| Andere | 59 | 76 | -16 | -22% | -16 | -21% |
| Niet toegewezen | 8 | - 4 | 12 | n.s. | 12 | n.s. |
| Totaal netto-omzet | 1 501 | 1 431 | 70 | 5% | 84 | 6% |
1 De netto-omzet van Rusland en Turkije eerder omvat onder Europa werden opnieuw ingedeeld in de "rest van de wereld" in 2010
Netto-omzet - S1 2011 – € 1 501 miljoen
3. Royalty-inkomsten en -vergoedingen
| € miljoen, voor zes maanden, eindigend 30 juni | Actueel | Verschil % | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | 2010 | Actuele wisselkoersen | Constante wisselkoersen | ||
| Biotechnology IP | 54 | 50 | 7% | 5% | |
| Toviaz® | 17 | 22 | -24% | -24% | |
| Zyrtec® VS | 14 | 9 | 54% | 63% | |
| Andere | 11 | 26 | -53% | -54% | |
| Royalty-inkomsten en -vergoedingen | 96 | 107 | -10% | -10% |
De royalty-inkomsten en -vergoedingen voor de eerste helft van 2011 bedroegen € 96 miljoen, een daling van € 11 miljoen of 10% in vergelijking met het voorgaande jaar. De royalty's op intellectueel eigendom (IP) in biotechnologie bereikten € 54 miljoen of een stijging van 7%, hoewel de netto-variatie in de royalty's daalde met 9% (zie royaltylasten opgenomen als onderdeel van de kostprijs van de omzet). De royalty's betaald door Pfizer voor de overactieveblaasbehandeling Toviaz® (fesoterodine) daalden met 24% tot € 17 miljoen. De royaltyopbrengsten uit de verkoop zonder voorschrift van Zyrtec® in de VS bedroegen in juni 2011 € 14 miljoen, vergeleken met € 9 miljoen het voorgaande jaar. De andere royaltyopbrengsten daalden met € 15 miljoen, voornamelijk in de Amerikaanse markt, als gevolg van de afgestoten producten kleinere producten in 2010 en generische concurrentie.
4. Overige opbrengsten
| € miljoen, voor zes maanden, eindigend 30 juni | Actueel | Verschil % | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | 2010 | Actuele wisselkoersen | Constante wisselkoersen | ||
| Omzet van de contractproductie | 43 | 48 | -11% | -10% | |
| ProvasTM en andere winstdeling | 19 | 15 | 29% | 29% | |
| Otsuka | 6 | 8 | -31% | -31% | |
| Xyzal® VS winstdeling | 3 | 17 | -84% | -83% | |
| Equasym® verkoopmijlpalen | 0 | 9 | n.s. | n.s. | |
| Andere | 11 | 9 | -27% | -25% | |
| Overige opbrengsten | 82 | 106 | -22% | -21% |
Netto-omzet - S1 2010 – € 1 431 miljoen
De overige opbrengsten voor de eerste helft van 2011 bedroegen € 82 miljoen, een daling van 22%. De omzet uit contractproductie daalde tot € 43 miljoen, 11% lager in vergelijking met het voorgaande jaar. De omzet uit contractproductie is grotendeels het resultaat van de akkoorden met GSK, die in 2009 werden bekendgemaakt. De winstdelingsovereenkomst met Novartis voor de cardiovasculaire geneesmiddelen ProvasTM, Jalra® and Icandra® in Duitsland vertegenwoordigt € 19 miljoen, een stijging van 29%. De overige aan Otsuka gerelateerde opbrengsten voor 2011 hebben te maken met de terugbetaling van OenO-uitgaven die zijn erkend als onderdeel van de overeenkomsten die Otsuka en UCB in juni 2008 aangingen voor E Keppra® en Cimzia® in Japan. De winstdeling met sanofi-aventis voor Xyzal® in de VS genereerde € 3 miljoen, een daling van 84% als gevolg van de generische toetreding in december 2010 en veranderde contractuele termijnen. Sinds 1 maart 2010 staat sanofi-aventis VS volledig in voor de commercialisering van Xyzal®. UCB blijft een percentage van de winst op Xyzal® ontvangen, zij het een kleiner percentage dan vroeger. UCB behaalde geen verkoopsmijlpalen met betrekking tot Equasym® in de eerste helft van 2011, de overeenkomst met Shire werd aangekondigd in februari 2009.
5. Brutowinst
| € miljoen, voor zes maanden, eindigend 30 juni | Actueel | Verschil % | ||
|---|---|---|---|---|
| 2011 | 2010 | Actuele wissel koersen |
Constante wisselkoersen |
|
| Opbrengsten | 1 679 | 1 644 | 2% | 3% |
| Netto-omzet | 1 501 | 1 431 | 5% | 6% |
| Royalty-inkomsten en -vergoedingen | 96 | 107 | -10% | -10% |
| Overige opbrengsten | 82 | 106 | -22% | -21% |
| Kostprijs van de omzet | -521 | -546 | -5% | -4% |
| Kostprijs van de omzet voor producten en diensten | -372 | -375 | -1% | -1% |
| Royaltylasten | -70 | -85 | -18% | -16% |
| Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van immateriële activa |
-79 | -86 | -8% | -9% |
| Brutowinst | 1 158 | 1 098 | 5% | 7% |
| waarvan | ||||
| Producten en diensten | 1 211 | 1 163 | 4% | 5% |
| Netto royalty-inkomsten | 26 | 22 | 18% | 12% |
| Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van immateriële activa |
-79 | -86 | -8% | -9% |
Het brutobedrijfsresultaat van € 1 158 miljoen is 5% hoger dan in 2010, ten gevolge van de stijging van de nettoomzet en de lagere kostprijs van de omzet.
De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van aan de omzet gekoppelde immateriële activa:
- Kostprijs van de omzet voor producten en diensten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten daalde met € 3 miljoen van € 375 miljoen in 2010 naar € 372 miljoen in 2011. Deze daling is het gecombineerde resultaat van verbeterde industriële efficiëntie op het gebied van rendement en afval, consolidatie van externe partners en verbeteringen in de biotechnologische productie.
- Royaltylasten: de uitbetaalde royalty's daalden van € 85 miljoen in 2010 naar € 70 miljoen in 2011, voornamelijk als gevolg van het feit dat de toenemende royalty's in verband met Cimzia® en Vimpat® ruimschoots gecompenseerd worden door lagere kosten ten gevolge van de generische concurrentie van venlafaxine hydrochloride XR, waarvan UCB de exclusieve rechten van Osmotica, op de marketing en verkoop in de VS, bezit.
| € miljoen, voor zes maanden, eindigend 30 juni | Actueel | Verschil % | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | 2010 | Actuele wisselkoersen | Constante wisselkoersen | ||
| Biotechnology IE | -21 | -14 | 49% | 49% | |
| Andere | -49 | -71 | -31% | -29% | |
| Royaltylasten | -70 | -85 | -18% | -16% |
• Afschrijving van aan de omzet gekoppelde immateriële activa: volgens IFRS 3 (Bedrijfscombinaties) heeft UCB in zijn balans een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa opgenomen, die verband houden met de overname van Celltech en Schwarz Pharma (lopend onderzoek en ontwikkeling, productie van knowhow, royaltystromen, handelsbenamingen enz.). De afschrijvingskosten van de immateriële activa, waarvoor reeds producten zijn gelanceerd, vertegenwoordigen € 79 miljoen voor het eerste semester van 2011, vergeleken met € 86 miljoen voor het eerste semester van 2010, zijn € 7 miljoen lager ten opzichte van dezelfde periode in 2010 als gevolg van de bijzondere waardevermindering van Toviaz® in december 2010.
| € miljoen | Actueel juni | Verschil % | ||
|---|---|---|---|---|
| 2011 | 2010 | Actuele wisselkoersen | Constante wisselkoersen | |
| Opbrengsten | 1 679 | 1 644 | 2% | 3% |
| Netto-omzet | 1 501 | 1 431 | 5% | 6% |
| Royalty-inkomsten en -vergoedingen | 96 | 107 | -10% | -10% |
| Overige opbrengsten | 82 | 106 | -22% | -21% |
| Brutowinst | 1 158 | 1 098 | 5% | 7% |
| Marketing- en verkoopkosten | -405 | -405 | 0% | 1% |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -337 | -320 | 6% | 7% |
| Algemene kosten en administratiekosten | -91 | -98 | -7% | -6% |
| Overige bedrijfsbaten en -lasten (-) | -6 | -7 | -27% | -28% |
| Totale operationele lasten | -839 | -830 | 1% | 2% |
| Recurrente EBIT (REBIT) | 319 | 268 | 19% | 22% |
| Plus: Afschrijving van immateriële activa | 91 | 94 | -3% | -4% |
| Plus: Afschrijvingslasten | 33 | 37 | -9% | -11% |
| Recurrente EBITDA (REBITDA) | 443 | 398 | 11% | 13% |
6. Recurrente EBIT & recurrente EBITDA
De bedrijfskosten, die marketing- en verkoopkosten, onderzoeks- en ontwikkelingskosten, algemene en administratiekosten en andere bedrijfsopbrengsten/-kosten omvatten, bedroegen € 839 miljoen in het eerste halfjaar van 2011, tegenover € 830 miljoen in de tussentijdse periode vorig jaar, € 9 miljoen meer, als gevolg van:
- € 17 miljoen meer aan onderzoeks-en ontwikkelingskosten ten gevolge van de doorlopende levenscyclusontwikkeling voor Cimzia®, Vimpat®, Neupro®, E Keppra® en bepaalde andere snellopende projecten.
- € 7 miljoen minder aan algemene en administratieve kosten,
- € 1 miljoen minder aan andere bedrijfsopbrengsten/-kosten (-), hoofdzakelijk door de herclassificatie van afschrijvingen, die verband houden met niet-productieve immateriële activa.
De recurrente EBIT stijgt met 19% tot € 319 miljoen wegens de hogere netto-omzet en de lagere kostprijs van verkochte producten.
De recurrente EBITDA is met 11% gestegen naar € 443 miljoen, of een stijging van € 45 miljoen vergeleken met 2010, als gevolg van de hogere opbrengsten en brutowinst.
| € miljoen, voor zes maanden, eindigend 30 juni | Actueel | Verschil % | ||
|---|---|---|---|---|
| 2011 | 2010 | Actuele wisselkoersen |
Constante wisselkoersen |
|
| Recurrente EBIT | 319 | 268 | 19% | 22% |
| Kosten van bijzondere waardeverminderingen | -6 | -5 | 20% | 20% |
| Reorganisatiekosten | -3 | -19 | -86% | -86% |
| Andere niet-recurrente baten/lasten (-) | -5 | 28 | -120% | -119% |
| Totaal niet-recurrente baten/lasten (-) | -14 | 4 | n.v.t. | n.v.t. |
| EBIT (operationele winst) | 305 | 272 | 12% | 15% |
| Netto financiële lasten | -63 | -83 | -24% | -22% |
| Winst vóór winstbelastingen | 242 | 189 | 28% | 31% |
| Winstbelastingen | -44 | -42 | 6% | 7% |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 198 | 147 | 34% | 37% |
| Plus: Winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 1 | 1 | n.s. | n.s. |
| Nettowinst | 199 | 148 | 34% | 37% |
| Min: Eenmalige financiële en andere posten na belastingen |
5 | 4 | 21% | 15% |
| Min: Winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -1 | -1 | n.s. | n.s. |
| Aangepaste nettowinst (na minderheidsbelangen) |
203 | 151 | 34% | 36% |
| Plus: Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van immateriële activa na belastingen |
55 | 59 | -8% | -9% |
| Kern nettowinst | 258 | 211 | 23% | 24% |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen (niet verwaterd) in miljoen |
179,5 | 180,1 | ||
| Kern nettowinst per aandeel (€) | 1,44 | 1,17 | 23% | 25% |
7. De nettowinst, aangepaste nettowinst en kernopbrengsten
• De totale niet-recurrente baten/lasten (-) bedroegen € 14 miljoen verlies voor belastingen, en omvatten € 4 miljoen bijzondere waardevermindering van SYN-118, € 3 miljoen afvloeiingskosten en € 5 miljoen andere niet-recurrente lasten voornamelijk tengevolge van bijkomende afschrijfvingen.
De totale niet-recurrente baten/lasten (-) op 30 juni 2010 omvatten € 5 miljoen bijzondere waardevermindering voor Mylotarg®, € 19 miljoen reorganisatiekosten, die vooral te maken hebben met de herstructurering van de primaire markt gezondheidszorg in Japan en Turkije, gecompenseerd door € 28 miljoen aan inkomsten in verband met de afstoting van kleine activiteiten.
- De financiële nettolasten bedroegen € 63 miljoen vergeleken met € 83 miljoen in 2010, een daling van € 20 miljoen als gevolg van lagere rentevoeten en de beëindiging van de afdekkingsboekhouding op rentedragende derivaten in 2010. De eerste helft van 2010 omvatte tevens een uitgave van € 7 miljoen met betrekking tot de éénmalige intrekking van de optie voor contante betaling in verband met de converteerbare obligatie.
- Het gemiddelde belastingtarief voor recurrente activiteiten bedraagt 21% in de eerste helft van 2011, tegenover 22% in dezelfde periode vorig jaar.
- De nettowinst na minderheidsbelangen voor het eerste halfjaar bedroeg € 199 miljoen, of € 51 miljoen meer dan vorig jaar.
- Aangepast voor de impact na belasting van eenmalige posten en eenmalige financiële lasten en voor de bijdrage na belasting uit niet-voortgezette activiteiten, bedroeg de aangepaste nettowinst € 203 miljoen, 34% meer dan de € 151 miljoen aangepaste nettowinst voor het eerste halfjaar van 2010.
- De kern-WPA (winst per aandeel), die de impact na belastingen van de afschrijving van immateriële activa weerspiegelt, steeg van € 1,17 in juni 2010 naar € 1,44 per einde juni 2011, op basis van 179,5 miljoen aandelen in juni 2011 na 180,1 miljoen aandelen in juni 2010.
8. Balans (zie balansoverzicht hierna)
- Immateriële vaste activa: Als gevolg van de lopende afschrijving van de immateriële activa in verband met de overname van Celltech in 2004 en Schwarz Pharma in 2006 (€ 72 miljoen), de impact van de daling van de Amerikaanse dollar en het Britse pond, daalden de immateriële activa met € 125 miljoen van € 1 641 miljoen per 31 december 2010 naar € 1 516 miljoen per 30 juni 2011.
- Goodwill: Een daling van de goodwill met € 200 miljoen tussen 31 december 2010 en 30 juni 2011 weerspiegelt de impact van de daling van de Amerikaanse dollar en het Britse pond.
- Overige vaste activa: de overige vaste activa daalde met € 21 miljoen, van € 879 miljoen naar € 858 miljoen, voornamelijk door de daling in de financiële derivaten, gecompenseerd met stijging van de WILEX en Biotie Therapies investeringen gemeten tegen marktwaarde.
- Vlottende activa: de daling van € 1 731 miljoen per 31 December 2010 tot € 1 616per 30 juni 2011 weerspiegelt een stijging in de handelsvorderingen, lagere cash en de afhandeling van de activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop gerelateerd aan Aesica.
- Eigen vermogen: Het eigen vermogen van UCB, € 4 753 miljoen, verhoogde met € 161 miljoen tussen 31 december 2010 en 30 juni 2011. Het eigen vermogen steeg met het bedrag van de nettowinst na minderheidsbelangen (€ 199 miljoen), de eeuwigdurende obligatie (€ 295 miljoen), en de aanpassingen aan de reële waarde met betrekking tot financiële derivaten en de voor verkoop beschikbare financiële activa (€ 15 miljoen), die werden verrekend in het eigen vermogen, en het eigen vermogen daalde met de cumulatieve omrekeningsverschillen als gevolg van de daling van de Amerikaanse dollar en het Britse pond (€ 128 miljoen), het dividend aan de aandeelhouders van de eeuwigdurende obligatie (€7 miljoen) en met € 177 miljoen, als gevolg van gedeclareerde dividenden op de resultaten over 2010.
- Langlopende schulden: de daling van de langlopende schulden van € 2 524 miljoen naar € 2 473 miljoen vloeit voort uit de lagere marktwaarde van de financiële derivaten en het gebruik van provisies.
- Kortlopende schulden: de daling van de kortlopende schulden van € 1 853 miljoen naar € 1 282 miljoen houdt voornamelijk verband met de terugbetaling van de kredietvoorziening en lagere handels- en andere schulden.
- Nettoschuld: De nettoschuld van € 1 418 miljoen, een daling van € 107 miljoen in vergelijking met € 1 525 miljoen per eind december 2010, vloeide voornamelijk voort uit de de stijging in de onderliggende nettorentabiliteit en de eeuwigdurende obligatie, gecompenseerd met de betaling van het dividend over de resultaten van 2010, de aankoop van eigen aandelen en de terugbetaling van de kredietvoorziening.
9. Kasstroomoverzicht (zie kasstroomoverzicht hierna)
De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstromen wordt beïnvloed door de volgende elementen:
- De daling van de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten van € 139 miljoen in de eerste helft van 2010 naar € 78 miljoen in dezelfde periode van 2011 is het gevolg van een stijging van de onderliggende netto-rentabiliteit die tenietgedaan wordt door hogere handelsvorderingen, verdere betalingen in verband met herstructureringen aangekondigd in vorige jaren, betalingen van andere provisies en een daling van de handelsschulden en de overige te betalen vorderingen en uitzonderlijke elementen.
- De daling van de kasstromen uit investeringsactiviteiten van € 17 miljoen in de eerste helft van 2010 naar € 50 miljoen in dezelfde periode van 2011 weerspiegelt de hogere uitgaven in materiële en immateriële activa in de eerste helft van 2011.
- De daling van de kasstromen uit financieringsactiviteiten tot € -184 miljoen vloeit voort uit de uitkering van het dividend voor de resultaten van 2010, die € 176 miljoen van de gedeclareerde € 180 miljoen bedroeg, de aankoop van eigen aandelen, de terugbetaling van kortlopende schulden, gedeeltelijk gecompenseerd door de uitgifte van een hybride obligatie.
10. Risico's
In overeenstemming met artikel 13 § 5 van het Belgische Koninklijk Besluit van 14 november 2007 stelt UCB dat de fundamentele risico's waarmee de Vennootschap wordt geconfronteerd, in wezen ongewijzigd zijn gebleven in vergelijking met deze die worden beschreven op de pagina's 97-100 van het jaarverslag 2010. De Raad van Bestuur en de Chief Operating Decision Makers, zijnde het Uitvoerend Comité, evalueren regelmatig de door UCB gelopen bedrijfsrisico's.
11. Vooruitzichten voor 2011: Vooruitzichten aangepast
In 2011 wordt verwacht dat de financiële resultaten van UCB verder ondersteund worden door de voortgaande groei van Cimzia®, Vimpat® en Neupro® evenals de effecten van het verstrijken van octrooien voor Keppra®. Op basis van het halfjaarlijkse financiële rapport en de verwachtingen van de ondernemingen voor de rest van het financiële jaar 2011, worden opbrengsten voorzien van ongeveer € 3,1 miljard. De recurrente EBITDA en de kern WPA worden verwacht aan de hoogste grens van € 650 - € 680 miljoen en € 1,60 - € 1,70 respectievelijk.
Verkort geconsolideerde winst- en verliesrekening
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni Toelichting |
2011 | 2010 |
|---|---|---|
| € miljoen | Beperkte | Beperkte |
| controle | controle | |
| Voortgezette bedrijfsactiviteiten | ||
| Netto-omzet 3 |
1 501 | 1 431 |
| Royalties | 96 | 107 |
| Overige opbrengsten | 82 | 106 |
| Opbrengsten | 1 679 | 1 644 |
| Kostprijs van de omzet | -521 | -546 |
| Brutowinst | 1 158 | 1 098 |
| Marketing- en verkoopkosten | -405 | -405 |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -337 | -320 |
| Algemene kosten en administratiekosten | -91 | -98 |
| Overige bedrijfsbaten en -lasten (-) 6 |
-6 | -7 |
| Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van | 319 | 268 |
| activa, reorganisatiekosten en overige bedrijfsbaten en – | ||
| lasten | ||
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 7 |
-6 | -5 |
| Reorganisatiekosten 8 |
-3 | -19 |
| Overige baten en lasten (-) 9 |
-5 | 28 |
| Operationele winst | 305 | 272 |
| Financiële opbrengsten * |
42 | 54 |
| Financieringskosten * |
-105 | -137 |
| Winst vóór winstbelastingen | 242 | 189 |
| Winstbelasting 10 |
-44 | -42 |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 198 | 147 |
| Beëindigde bedrijfsactiviteiten | ||
| Winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 11 |
1 | 1 |
| Winst van de periode | 199 | 148 |
| Toekenbaar aan: | ||
| Aandeelhouders van UCB N.V. | 199 | 150 |
| Minderheidsbelangen | 0 | -2 |
| Winst per aandeel berekend op de winst toerekenbaar aan de | ||
| aandeelhouders van de Vennootschap over de periode | ||
| • Gewone winst per aandeel (€) ** |
1,10 | 0,82 |
| • Verwaterde winst per aandeel (€) *** |
1,04 | 0,81 |
* De netto wisselkoersverliezen werden geherclassificeerd van Financiële inkomsten naar Financieringskosten in de Verkorte geconsolideerde winst-en-verliesrekening van juni 2010.
** Het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen tijdens de tussentijdse periode bedraagt voor de berekening van de gewone winst per aandeel 179 507 737 (2010: 180 101 429).
*** Het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen tijdens de tussentijdse periode bedraagt voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel 197 037 749 (2010: 197 142 174).
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni € miljoen |
Toelichting | 2011 Beperkte controle |
2010 Beperkte controle |
|---|---|---|---|
| Winst van de periode | 199 | 148 | |
| Andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | |||
| Netto winst/verlies(-) op de voor verkoop beschikbare investeringen | 12 | 2 | 6 |
| Winstbelasting | 0 | 0 | |
| 2 | 6 | ||
| Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten | -128 | 303 | |
| Effectief gedeelte van winst/verlies(-) op kasstroomafdekkingen | 12 | 13 | -55 |
| Winstbelasting | 0 | 0 | |
| 13 | -55 | ||
| Netto winst/verlies(-) op afdekking van netto-investeringen in buitenlandse activiteiten Winstbelasting |
12 | 0 0 |
0 0 |
| 0 | 0 | ||
| Andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, na belastingen |
-113 | 254 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de | 86 | 402 | |
| periode, na belastingen | |||
| Toekenbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van UCB N.V. | 86 | 402 | |
| Minderheidsbelangen | -1 | 0 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de | 85 | 402 | |
| periode, na belastingen |
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
Verkorte geconsolideerde balans
| € miljoen | Toelichting | 30 juni 2011 | 31 december 2010 |
|---|---|---|---|
| Beperkte controle | Geauditeerd | ||
| ACTIVA | |||
| Vaste activa | |||
| Immateriële activa | 13 | 1 516 | 1 641 |
| Goodwill | 4 518 | 4 718 | |
| Materiële vaste activa | 14 | 500 | 505 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 198 | 217 | |
| Personeelsbeloningen | 22 | 18 | |
| Investeringen in geaffilieerde ondernemingen | 0 | 16 | |
| Financiële en overige activa (inclusief financiële derivaten) | 15 | 138 | 123 |
| Totaal vaste activa | 6 892 | 7 238 | |
| Vlottende activa | |||
| Voorraden | 16 | 436 | 434 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 766 | 705 | |
| Te ontvangen belastingen | 4 | 9 | |
| Financiële en overige activa (inclusief financiële derivaten) | 69 | 61 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 341 | 494 | |
| 1 616 | 1 703 | ||
| Afgestoten activa geclassificeerd als aangehouden voor | 17 | 0 | 28 |
| verkoop | |||
| Totaal vlottende activa | 1 616 | 1 731 | |
| Totaal activa | 8 508 | 8 969 | |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | |||
| Eigen vermogen | |||
| Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan | |||
| aandeelhouders van UCB | 18,19 | 4 752 | 4 590 |
| Minderheidsbelangen | 1 | 2 | |
| Totaal eigen vermogen | 4 753 | 4 592 | |
| Langlopende verplichtingen | |||
| Leningen | 20 | 43 | 32 |
| Obligaties | 21 | 1 683 | 1 683 |
| Andere financiële verplichtingen (incl. financiële derivaten) | 31 | 43 | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 298 | 316 | |
| Personeelsbeloningen | 108 | 105 | |
| Voorzieningen | 22 | 199 | 218 |
| Handels- en overige verplichtingen | 111 | 127 | |
| Totaal langlopende verplichtingen | 2 473 | 2 524 | |
| Kortlopende verplichtingen | |||
| Leningen | 20 | 37 | 308 |
| Andere financiële verplichtingen (incl. financiële derivaten) | 47 | 79 | |
| Voorzieningen | 22 | 57 | 92 |
| Handels- en overige verplichtingen | 1 015 | 1 172 | |
| Te betalen belastingen | 126 | 198 | |
| 1 282 | 1 849 | ||
| Afgestoten verplichtingen geclassificeerd als aangehouden | 0 | 4 | |
| voor verkoop | |||
| Totaal kortlopende verplichtingen | 1 282 | 1 853 | |
| Totaal verplichtingen | 3 755 | 4 377 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 8 508 | 8 969 |
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
| 2011 | 2010 | |
|---|---|---|
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | Beperkte | Beperkte |
| € miljoen | controle | controle |
| Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB N.V. | 199 | 150 |
| Minderheidsbelangen | -1 | -2 |
| Afschrijvingen van vaste activa | 30 | 33 |
| Afschrijving van immateriële activa | 97 | 94 |
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa | 6 | 5 |
| Verlies/Winst(-) op de vervreemding van materiële vaste activa | 0 | 0 |
| Verlies/Winst(-) op de vervreemding van andere dan materiële vaste activa In eigen vermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen |
0 1 |
-24 -1 |
| Winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | -1 | -1 |
| Winst uit afgestoten activiteiten, andere dan beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 |
| Netto-rente baten(-)/lasten | 65 | 84 |
| Bijzondere waardevermindering van financiële activa | 0 | 0 |
| Netto niet-geldelijke financieringskosten | 115 | -179 |
| Financiële instrumenten – verandering in reële waarde | -38 | 36 |
| Dividendinkomsten | 0 | 0 |
| Winstbelasting | 44 | 42 |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten voor veranderingen in werkkapitaal, | ||
| voorzieningen en personeelsbeloningen | 517 | 237 |
| Afname/toename(-) van voorraden | -11 | 14 |
| Afname/toename(-) van handelsvorderingen en overige vorderingen en andere activa |
-75 | 134 |
| Afname/toename(-) van handelsverplichtingen en overige verplichtingen | -154 | -78 |
| Netto-wijziging van voorzieningen en personeelsbeloningen | -42 | -47 |
| Geldmiddelen gegenereerd uit bedrijfsactiviteiten | 235 | 260 |
| Ontvangen rente Betaalde rente |
20 -61 |
13 -63 |
| Betaalde winstbelastingen | -116 | -71 |
| KASSTROMEN UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN | 78 | 139 |
| Verwerving van immateriële activa | -23 | -9 |
| Verwerving van materiële vaste activa | -36 | -13 |
| Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen | -3 | 0 |
| Verwerving van overige investeringen | 0 | -5 |
| Ontvangsten uit verkoop van immateriële vaste activa | 2 | 0 |
| Ontvangsten uit verkoop van materiële vaste activa | 2 | 2 |
| Ontvangsten uit verkoop van bedrijfsactiviteiten, na aftrek van overgedragen | ||
| geldmiddelen | 8 | 0 |
| Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen | 0 | 8 |
| Ontvangen dividenden | 0 | 0 |
| KASSTROMEN UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN | -50 | -17 |
| Ontvangsten uit leningen | 307 | 1 130 |
| Terugbetaling van leningen | -566 | -682 |
| Terugbetaling van verplichtingen uit hoofde van financiële leasingovereenkomsten | -1 | -1 |
| Opbrengsten uit de uitgifte van eeuwigdurende achtergestelde obligaties | 295 | 0 |
| Inkoop van eigen aandelen | -42 | 0 |
| Uitgekeerde dividenden aan UCB aandeelhouders, na aftrek van dividenden betaald | ||
| op eigen aandelen | -176 | -172 |
| KASSTROMEN UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN | -184 | 275 |
| KASSTROMEN UIT BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN | 0 | 0 |
| NETTO TOENAME/(AFNAME) VAN GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN | -156 | 397 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten verminderd met bankvoorschotten in rekening | ||
| courant per 1 januari | 478 | 466 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 0 | 7 |
| GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN VERMINDERD MET | ||
| VOORSCHOTTEN IN REKENING-COURANT PER 30 JUNI | 322 | 870 |
Verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag
Verkort geconsolideerd overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen
Voor zes maanden, eindigend op 30 juni 2011
| € m iljo en |
Aa n |
Cu la mu |
Vo or |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| de len |
Ing e |
tie ve |
rko ve op |
Afd ek kin g |
||||||||
| ka ita al p |
Hy |
ko ch te |
Ov er |
Ov e- |
rek om e |
be sch ik |
Ka s |
va n |
To taa l |
|||
| en | bri de |
eig en |
dra ge |
rig e |
nin gs |
ba re |
str oo m |
tto ne |
Min de r- |
eig en |
||
| uit ifte g |
ka i p |
aa n |
ge n r e |
res er- |
hil ve rsc |
inv te es |
afd ek |
inv te es |
he ids - |
ve rm o |
||
| mi pre e |
l taa |
de len |
lta at su |
ve s |
len | rin ge n |
kin ge n |
rin ge n |
To l taa |
be lan ge n |
ge n |
|
| Ba lan 1 ja i 2 01 1 s p er nu ar |
2 15 1 |
-1 25 |
2 56 8 |
28 0 |
-3 42 |
1 | 2 | 55 | 4 59 0 |
2 | 4 59 2 |
|
| Wi t v de rio de ns an pe |
19 9 |
19 9 |
19 9 |
|||||||||
| Ov ige lise erd iet er ge rea e e n n |
-1 28 |
2 | 13 | -1 13 |
-1 | -1 14 |
||||||
| lise erd ult ate ge rea e r es n |
||||||||||||
| To al ali de nie ta t ge re se er e n |
19 9 |
-1 28 |
2 | 86 | -1 | 85 | ||||||
| ali de lta te ge re se er re su n |
||||||||||||
| Div ide nd en |
-1 77 |
-1 77 |
-1 77 |
|||||||||
| Op nd ele eb rde be tal ing aa n g as ee en |
7 | 7 | 7 | |||||||||
| Ov bo ek ing tu er sse n r es erv es |
||||||||||||
| ek hte ei de len Ing oc ge n a an |
-4 2 |
-4 2 |
-4 2 |
|||||||||
| Uit ifte wi du de g va n e eu g ren |
29 5 |
29 5 |
29 5 |
|||||||||
| hte ste lde ob lig ati ac rge es |
||||||||||||
| Div ide nd de elh de aa n a an ou rs va n |
-7 | -7 | -7 | |||||||||
| ig du de hte ste lde ee uw ren ac rge |
||||||||||||
| ob lig ati es |
||||||||||||
| ( Ba lan 3 0 j i 2 01 1 be rk te s p er un pe |
2 15 1 |
29 5 |
-1 67 |
2 59 0 |
28 0 |
-4 70 |
3 | 15 | 55 | 4 75 2 |
1 | 4 75 3 |
| le) nt co ro |
Toekenbaar aan aandeelhouders van UCB N.V.
Verkort geconsolideerd overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen
Voor zes maanden, eindigend op 30 juni 2010
| To | ke nb ere aa r a |
nd lho ud an aa ee |
CB n U ers va |
N .V. |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € m iljo en |
Vo or |
||||||||||
| Aa nd ele n |
Ing e |
rko ve op |
|||||||||
| ka ita al p |
ko ch te |
Ov erg e |
be sch ik |
Ka s |
Afd ek kin g |
Min de r- |
|||||
| en | eig en |
dra ge n |
Cu lat iev mu e |
ba re |
str oo m |
ett va n n o- |
he ids - |
||||
| uit ifte g |
aa n |
ul res |
Ov eri ge |
rek ing om en s |
inv es |
afd ek |
inv es - |
be lan - |
To l e ige taa n |
||
| mi pre e |
de len |
taa t |
res erv es |
hil len ve rsc |
ing ter en |
kin ge n |
ing ter en |
To l taa |
ge n |
ve rm og en |
|
| lan ja i 2 Ba 1 01 0 s p er nu ar |
2 15 1 |
-1 25 |
2 63 0 |
23 2 |
-5 23 |
0 | -5 | 55 | 4 41 5 |
2 | 4 41 7 |
| Wi de rio de t v ns an pe |
15 0 |
15 0 |
-2 | 14 8 |
|||||||
| Ov ige lise erd iet er ge rea e e n n |
30 3 |
6 | -5 5 |
25 4 |
25 4 |
||||||
| lise erd ult ate ge rea e r es n |
|||||||||||
| To ta al ali de nie t ge re se er e n |
15 0 |
30 3 |
6 | 55 | 40 4 |
-2 | 40 2 |
||||
| ali de lta te ge re se er re su n |
|||||||||||
| Div ide nd en |
-1 73 |
-1 73 |
-1 73 |
||||||||
| Op nd ele eb rde be tal ing aa n g as ee en |
7 | 7 | 7 | ||||||||
| Ov bo ek ing tu er sse n r es erv es |
7 | -7 | 0 | 0 | |||||||
| Ing ek hte ei de len oc ge n a an |
-7 | -7 | -7 | ||||||||
| Eig ek ld t g en ve rm og en sco mp on en op pe |
49 | 49 | 49 | ||||||||
| ba ob lig ati rte aa n c on ve er re e |
|||||||||||
| ( Ba lan 3 0 j i 2 01 0 be rk te s p er un pe |
2 15 1 |
-1 25 |
2 60 7 |
28 1 |
-2 20 |
6 | -6 0 |
55 | 4 69 5 |
0 | 4 6 95 |
| le) nt co ro |
Toelichting bij het verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag
1. Algemene informatie
UCB N.V., de moedermaatschappij, (hierna "UCB" of "de Vennootschap") is een naamloze vennootschap die is opgericht in België en er ook haar hoofdzetel heeft. Dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag van de Vennootschap voor de eerste zes maanden eindigend op 30 juni 2011 (hierna "de tussentijdse financiële periode") bevat de geconsolideerde balans en resultaten van de Vennootschap en haar dochterondernemingen (samen "de Groep").
UCB N.V. staat genoteerd op Euronext Brussel. De Groep is een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in twee therapeutische gebieden, namelijk het centrale zenuwstelsel (czs) en immunologie. UCB heeft ook een selectieve aanwezigheid in de primaire zorg.
Dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag werd op 28 juli 2011 goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur.
Dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag werd beperkt gecontroleerd, niet geauditeerd.
De geconsolideerde jaarrekening van de Groep per 31 december 2010 is op verzoek verkrijgbaar op het statutaire adres van de Vennootschap, Researchdreef 60, B-1070 Brussel, België of op de volgende webpagina: www.ucb.com/investors/calendar/2010.
2. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving
2.1. Grondslag voor de opstelling
Het verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag is opgesteld in overeenstemming met de International Accounting Standard (IAS) 34 (tussentijdse financiële verslaggeving), zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
Dit tussentijds verslag bevat niet al de informatie die verplicht gerapporteerd moet worden in de volledige geconsolideerde jaarrekening en moet samen met de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2010 worden gelezen.
De opstelling van dit verkort financieel verslag vereist dat het management schattingen maakt en veronderstellingen doet die een invloed hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen en de bekendmaking van voorwaardelijke activa en verplichtingen op de datum van dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag en de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en lasten tijdens de verslagperiode. Indien in de toekomst zou blijken dat deze schattingen en veronderstellingen, die door het management redelijk geacht worden op dit ogenblik in de gegeven omstandigheden, zouden afwijken van de werkelijke resultaten, dan zullen de originele schattingen en veronderstellingen aangepast worden. De effecten van deze wijzigingen zullen weerspiegeld worden in de periode waarin ze geacht worden noodzakelijk te zijn.
Het geconsolideerde financiële verslag wordt voorgesteld in euro en alle waarden zijn afgerond tot het dichtstbijzijnde miljoen, tenzij anders vermeld.
2.2. Wijzigingen in de boekhoudkundige waarderingsgrondslagen en informatieverschaffing
Dit tussentijds verkort geconsolideerd financieel verslag is opgesteld volgens dezelfde grondslagen voor de financiële verslaggeving als die welke gebruikt zijn bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep afgesloten per 31 december 2010.
De volgende nieuwe normen, amendementen of interpretaties moeten verplicht voor het eerst worden toegepast in het boekjaar dat begint op 1 januari 2011, maar zijn momenteel niet relevant voor de Groep (aangezien ze geen enkele invloed hebben op de financiële positie of prestaties van de Groep):
- IAS 24, (amendement), Transacties met verbonden partijen.
- IAS 32, (amendement), Financiële instrumenten: Presentatie Classificatie van claimemissies.
-
Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS 2010.
-
IFRIC 14, (amendement), Vooruitbetaling van minimale financieringseisen.
- IFRIC 19, Aflossing van financiële verplichtingen met aandeelbewijzen.
De normen, interpretaties en amendementen, die in 2011 gepubliceerd maar nog niet van kracht zijn, werden niet vervroegd goedgekeurd door de Groep.
2.3. Wisselkoersen
De volgende belangrijkste wisselkoersen zijn gebruikt bij de opstelling van dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag:
| Slotkoers | Gemiddelde koers | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Equivalent van € 1 | 2011 | 2010 | 2011 | 2010 | |
| USD | 1,451 | 1,337 | 1,402 | 1,324 | |
| JPY | 116,900 | 108,460 | 114,871 | 120,919 | |
| GBP | 0,903 | 0,857 | 0,868 | 0,869 | |
| CHF | 1,222 | 1,248 | 1,270 | 1,435 |
De slotkoersen zijn de dagkoersen op 30 juni 2011 en 31 december 2010, de gemiddelde koersen zijn de gemiddelden voor de eerste zes maanden van het jaar.
3. Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk noch gezamenlijk. De Chief Operating Decision Makers, zijnde de Raad van Bestuur, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als een enkel segment opereert. Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de productomzet, de geografische gebieden en de inkomsten te danken aan de belangrijkste klanten.
3.1. Omzet per product informatie
De netto-omzet bestaat uit:
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | 2011 | 2010 |
|---|---|---|
| Beperkte | Beperkte controle | |
| € miljoen | controle | |
| Keppra® (incl. Keppra® XR) | 507 | 460 |
| Zyrtec® (incl. Zyrtec-D®/Cirrus®) | 166 | 150 |
| Cimzia® | 143 | 83 |
| Vimpat® | 97 | 55 |
| Xyzal® | 68 | 63 |
| Neupro® | 45 | 39 |
| venlafaxine XR | 36 | 97 |
| omeprazole | 37 | 31 |
| Nootropil® | 36 | 32 |
| Metadate™ CD | 34 | 29 |
| Tussionex™ | 24 | 45 |
| Andere producten | 308 | 347 |
| Totaal netto-omzet | 1 501 | 1 431 |
3.2. Geografische informatie
De onderstaande tabel toont de netto-omzet op elke geografische markt waar zich klanten bevinden:
| 2011 | 2010 | |
|---|---|---|
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | Beperkte | Beperkte controle |
| € miljoen | controle | |
| Noord-Amerika | 482 | 531 |
| Duitsland | 173 | 179 |
| Frankrijk | 99 | 92 |
| Italië | 89 | 72 |
| Spanje | 82 | 75 |
| Verenigd Koninkrijk en Ierland | 85 | 66 |
| België | 21 | 22 |
| Rest van de Wereld | 470 | 394 |
| Totaal netto-omzet | 1 501 | 1 431 |
De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer in iedere geografische markt waar de activa zich bevinden:
| Materiële vaste activa | ||||
|---|---|---|---|---|
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni € miljoen |
2011 Beperkte controle |
2010 Geauditeerd1 |
||
| België | 204 | 198 | ||
| Noord-Amerika | 91 | 98 | ||
| Verenigd Koninkrijk en Ierland | 86 | 91 | ||
| Duitsland | 24 | 24 | ||
| Frankrijk | 2 | 2 | ||
| Italië | 0 | 0 | ||
| Spanje | 2 | 2 | ||
| Rest van de Wereld | 91 | 90 | ||
| Totaal | 500 | 505 |
3.3. Informatie over belangrijke klanten
UCB heeft één klant die individueel meer dan 10% van de totale netto-omzet vertegenwoordigt op het einde van juni 2011 (2010: één grote klant).
In de VS vertegenwoordigde de verkoop aan 3 groothandelaars ongeveer 83% van de omzet in de VS (2010: 82%).
4. Seizoensgebonden activiteiten
De opbrengsten van de Groep in het bedrijfssegment biofarmaceutica zijn tot op zekere hoogte seizoensgebonden. De opbrengsten afkomstig van de allergiefranchise schommelen volgens de hevigheid van het pollenseizoen in de verschillende geografische gebieden waar de Groep actief is.
Nochtans kan er op een geconsolideerde basis geen systematisch of voorspelbaar seizoensgebonden karakter in de bedrijfsactiviteiten van de Groep in zijn geheel onderkend worden.
1 De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is 31 december 2010
5. Organisatie van de Groep en belangrijke gebeurtenissen/transacties
In de tussentijdse periode werden er geen belangrijke wijzigingen aangebracht aan de samenstelling van de Groep, met uitzondering van het volgende:
- In de loop van 2010 bezat UCB een belang in Synosia Therapeutics Holdings AG (hierna te noemen 'Synosia'), dat werd opgenomen als een investering in een geassocieerde onderneming. Tijdens 2011 werd Synosia overgenomen door Biotie Therapies en dus nam de Groep afstand van haar investering in Synosia in ruil voor een belang in Biotie Therapies. Deze nieuwe investering werd geclassificeerd als een voor verkoop beschikbaar financieel actief (zie Toelichting 15 voor meer details), aangezien de Groep geen belangrijke invloed heeft op Biotie Therapies.
- Tijdens de periode vonden geen bedrijfscombinaties plaats. In maart 2011 werd de overname door Aesica van de productiebedrijven van UCB in Duitsland en Italië afgerond. Toelichtingen 8 en 11 bevatten meer informatie over de stopgezette activiteiten en de herstructureringsactiviteiten.
- Op 8 maart 2011 rondde UCB N.V. de plaatsing van € 300 miljoen eeuwigdurende achtergestelde obligaties (de "obligaties") af. De eeuwigdurende achtergestelde obligaties werden uitgegeven aan 99,499% en bieden beleggers een coupon van 7,75% per jaar gedurende de eerste vijf jaar. De obligaties zijn niet-gedateerd maar UCB zal een recht hebben om de obligaties af te lossen, 5 jaar na de datum van hun uitgifte, in 2016 en ieder kwartaal daarna. Zie Toelichting 18.2 voor meer details.
6. Overige bedrijfsbaten en -lasten
De overige bedrijfsbaten/-lasten (-) bedroegen € 6 miljoen lasten in de tussentijdse periode (2010: € 7 miljoen lasten), hoofdzakelijk door de herclassificatie van afschrijvingen, die verband houden met niet-productieve immateriële activa.
7. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa
Op het einde van elke rapporteringsperiode beoordeelt het management of er een indicatie is dat een actief in waarde zou zijn verminderd. Als deze indicatie aanwezig is, raamt het management het recupereerbare bedrag van het actief om na te gaan of er een uitzonderlijke waardevermindering moet worden erkend. Uitzonderlijke waardeverminderingen die in vorige tussentijdse perioden voor bepaalde financiële activa werden erkend, worden niet teruggenomen.
In de eerste helft van 2011 heeft het management de niet-financiële activa (inclusief immateriële activa en goodwill) op waardeverminderingen herzien op basis van externe en interne indicatoren en vastgesteld dat er een waardevermindering moet worden geboekt van € 6 miljoen, waarvan € 4 miljoen met betrekking tot SYN-118 dient opgenomen te worden in de tussenperiode (2010: € 5 miljoen, voornamelijk op het Mylotarg® immaterieel actief).
8. Reorganisatiekosten
De reorganisatiekosten van € 3 miljoen (2010: € 19 miljoen) waren toe te schrijven aan afvloeiingskosten. De kosten in juni 2010 waren gerelateerd aan de herstructurering van de primaire markt van de gezondheidszorg in Japan en Turkije.
9. Overige baten en lasten
De overige baten/lasten (-) bedroegen € 5 miljoen lasten in 2011 (2010: € 28 miljoen baten), voornamelijk ten gevolge van bijkomende afschrijvingen. De baten in 2010 waren voornamelijk het gevolg van de afstoting van andere activiteiten dan beëindigde bedrijfsactiviteiten.
10. Winstbelasting
De winstbelasting voor de zes maanden die eindigden op 30 juni 2011 wordt toegerekend op basis van de aanslagvoet die zou gelden voor de verwachte totale jaarlijkse winst, die een geraamde gemiddelde jaarlijkse effectieve aanslagvoet is, toegepast op de inkomsten voor belastingen op 30 juni.
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | 2011 | 2010 |
|---|---|---|
| € miljoen | Beperkte controle | Beperkte controle |
| Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting | -41 | -91 |
| Uitgestelde winstbelasting | -3 | 49 |
| Totale winstbelastingen | -44 | -42 |
De geconsolideerde effectieve aanslagvoet voor de Groep met betrekking tot de voortgezette activiteiten voor de zes maanden bedraagt 18,3% (2010: 22,2%).
De effectieve aanslagvoet voor de Groep, exclusief de belastingimpact van de eenmalige afschrijving op nietfinanciële activa, reorganisatiekosten en de vermogensaanwas bedraagt 20,6% (2010: 22,0%).
11. Beëindigde bedrijfsactiviteiten
De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten, € 1 miljoen (2010: € 1 miljoen), was het gevolg van de gedeeltelijke terugneming van voorzieningen in verband met de chemische activiteiten van de Groep.
12. Elementen van andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
| Voor zes maanden, eindigend op 30 juni | 2011 | 2010 |
|---|---|---|
| € miljoen | Beperkte | Beperkte |
| controle | controle | |
| Voor verkoop beschikbare financiële activa: | ||
| Winst / verlies (-) gedurende het jaar | 2 | 6 |
| Min: Herclassificatie voor winst/verlies (-) bevat in de winst- en verliesrekening | 0 | 0 |
| 2 | 6 | |
| Kasstroomafdekkingen: | ||
| Winst / verlies (-) gedurende het jaar | 13 | -60 |
| Min: Herclassificatie voor winst/verlies (-) bevat in de winst- en verliesrekening | 0 | -5 |
| 13 | -55 | |
| Afdekking van netto-investeringen: | ||
| Winst / verlies (-) gedurende het jaar | 0 | 0 |
| Min: Herclassificatie voor winst/verlies (-) bevat in de winst- en verliesrekening | 0 | 0 |
| 0 | 0 |
13. Immateriële activa
Tijdens de periode betaalde de Groep ongeveer € 6 miljoen (2010: € 3 miljoen) voor het verwerven van immateriële activa door middel van verscheidene licentie- en samenwerkingsovereenkomsten. Daarnaast kapitaliseerde de Groep € 17 miljoen (2010: € 6 miljoen) kosten voor de ontwikkeling van software.
In de eerste helft van het jaar boekte de Groep totale waardeverminderingslasten van € 6 miljoen (2010: € 5 miljoen) op haar immateriële activa. De waardeverminderingslasten worden in Toelichting 7 gedetailleerd en zijn in de winst-en-verliesrekening opgenomen in de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa".
Er werden geen materiële verkopen van immateriële activa gerealiseerd in de tussentijdse periode.
De afschrijvingslast voor de periode bedroeg € 97 miljoen (2010: € 94 miljoen).
14. Materiële vaste activa
Tijdens de periode betaalde de Groep ongeveer € 36 miljoen (2010: € 13 miljoen) voor de aankoop van nieuwe materiële activa, met inbegrip van investeringen in de bouw van een biotechnologische pilootfabriek in België.
De Groep verkocht ook bepaalde materiële activa met een boekwaarde van ongeveer € 2 miljoen (2010: € 2 miljoen).
Er werd geen uitzonderlijke waardevermindering vastgesteld na de controle van de materiële activa op indicaties van waardeverminderingen (2010: € 0 miljoen).
De afschrijvingslast voor de periode bedroeg € 30 miljoen (2010: € 33 miljoen).
In de zes maanden, eindigend op 30 juni 2011 werden er geen financieringskosten gekapitaliseerd, omdat er in de tussentijdse periode geen activa in aanmerking kwamen in 'Activa in opbouw'.
15. Financiële en overige activa
De niet-courante financiële en overige activa bedroegen € 138 miljoen op 30 juni 2011 (2010: € 123 miljoen).
Op 12 oktober 2010, kondigde UCB N.V. een strategisch partnerschap aan met Synosia Therapeutics Holding AG (hierna 'Synosia'), waarin UCB een licentie voor exclusieve, wereldwijde rechten verwierf op SYN-115, voor de behandeling van de ziekte van Parkinson, en een optie van rechten op SYN-118, voor niet-weesindicaties. Volgens de overeenkomst nam UCB een participatie in Synosia voor een totaal bedrag van 20 miljoen USD.
Op 11 januari 2011 kondigde Biotie Therapies (hierna 'Biotie') de overname van Synosia aan. Biotie is gevestigd in Turku, Finland en is gespecialiseerd in het ontwikkelen van geneesmiddelen voor aandoeningen van het centrale zenuwstelsel en inflammatoire ziekten. De aandelen van het bedrijf zijn genoteerd op de NASDAQ OMX Helsinki Ltda. Als gevolg van de overname heeft UCB afstand gedaan van haar belang in Synosia in ruil voor een aandelenpositie van 9,5% in Biotie, voorheen 20% van Synosia. De totale investering in Biotie bedraagt € 20 miljoen aan het einde van de periode.
Op 10 juni 2010 heeft UCB haar vroege pijplijnalliantie met WILEX AG versterkt. De totale investering in WILEX bedraagt € 14 miljoen (2010: € 14 miljoen) of 15,38% van het totaal aantal aandelen.
De investeringen in WILEX en Biotie zijn geclassificeerd als beschikbaar voor verkoop en bij de oorspronkelijke boeking tegen reële waarde gewaardeerd. De stijging van de reële waarde met betrekking tot de investering in Synosia, die € 2 miljoen bedraagt op 30 juni 2011, werd geboekt onder 'andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten' (zie Toelichting 12).
De totale stijging is voornamelijk toe te schrijven aan de herclassificatie van de eerder genoemde investering in Synosia van een "Investering in een geassocieerde onderneming" naar "Financiële en andere activa".
16. Waardevermindering op voorraden
De kostprijs van de omzet bevat een bedrag van € 8 miljoen euro voor de zes maanden, eindigend op 30 juni 2011 (2010: € 28 miljoen) met betrekking tot afschrijvingen van voorraden om te komen tot de opbrengstwaarde van de aangehouden voorraden.
17. Vaste activa aangehouden voor verkoop
Er zijn geen overige vaste activa aangehouden voor verkoop op 30 juni 2011 (2010: € 28 miljoen en dit was voornamelijk het gevolg van de afstoting van andere activiteiten dan beëindigde bedrijfsactiviteiten).
18. Kapitaal en reserves
18.1. Aandelenkapitaal en uitgiftepremie
Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 550 miljoen per 30 juni 2011 (2010: € 550 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 183 365 052 aandelen (2010: 183 365 052 aandelen).
De aandelen van de Vennootschap hebben geen nominale waarde. Op 30 juni 2011, werden 72 410 764 aandelen (2010: 72 422 921) geregistreerd en 110 954 288 (2010: 110 942 131) waren aandelen aan toonder/gedematerialiseerde aandelen. De houders van UCB-aandelen hebben recht op dividenden zoals vastgesteld en op één stem per aandeel op de Aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap.
Er is geen niet-geplaatst toegestaan kapitaal.
18.2. Hybride kapitaal
Op 8 maart 2011, rondde UCB N.V. de plaatsing van € 300 miljoen eeuwigdurende achtergestelde obligaties (de "obligaties") af. De eeuwigdurende achtergestelde obligaties, die als 'Eigen vermogensinstrumenten' voor de Groep in aanmerking komen krachtens IAS32 (Financiële instrumenten: informatieverschaffing en presentatie) werden uitgegeven aan 99,499% en bieden beleggers een coupon van 7,75% per jaar gedurende de eerste vijf jaar. De obligaties zijn niet-gedateerd maar UCB zal een recht hebben om de obligaties af te lossen, 5 jaar na de datum van hun uitgifte, in 2016 en ieder kwartaal daarna. De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.
Dienovereenkomstig werd de rente niet gepresenteerd als rentelasten in de winst-en-verliesrekening, maar werd geboekt overeenkomstig de boekingen van dividenden aan aandeelhouders, die vervat zijn in het "Overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen". Eventuele transactiekosten worden in mindering gebracht van het hybride kapitaal, rekening houdend met de belastingimpact.
Het hybride kapitaal bedraagt € 288 miljoen per einde juni 2011. De € 7 miljoen dividend aan aandeelhouders van eeuwigdurende achtergestelde obligaties werden geboekt in het overgedragen resultaat.
18.3. Ingekochte eigen aandelen
De Groep verwierf 1 114 259 aandelen (2010: 233 740) van UCB N.V. voor een totaal van € 37 miljoen (2010: € 7 miljoen) en gaf 25 280 eigen aandelen (2010: 236 839 eigen aandelen) uit voor een totaalbedrag van € 1 miljoen (2010: € 7 miljoen) in de eerste helft van het jaar. Op 30 juni 2009 hield de Groep 4 254 529 aandelen in eigen beheer (2010: 3 165 952 aandelen). Deze ingekochte eigen aandelen werden verworven teneinde te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de toegekende aandelen die aan de Raad van Bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden.
In de eerste helft van 2011 heeft UCB N.V. 800 000 opties aangekocht voor een totale premie van € 6 miljoen.
18.4. Overige reserves
De overige reserves bedragen € 280 miljoen (2010: € 281 miljoen) en omvatten de volgende items:
- de IFRS-acquisitiemeerwaarde die werd gerealiseerd tijdens de Schwarz Pharma-bedrijfscombinatie voor € 232 miljoen en;
- de eigen vermogenscomponent gekoppeld aan de converteerbare obligatie van € 48 miljoen (2010: € 49 miljoen) als gevolg van de beslissing van UCB om de optie voor contante betaling, gekoppeld aan de converteerbare obligatie, in te trekken.
18.5. Cumulatieve omrekeningsverschillen
De cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigen de cumulatieve valuta-omrekeningsverschillen in verband met de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro gebruiken.
19. Dividenden
Het voorstel van de Raad van Bestuur om een bruto-dividend van € 0,98 per aandeel (2010: € 0,96 per aandeel) of € 180 miljoen (2010: € 176 miljoen) voor het boekjaar 2010 uit te keren, werd goedgekeurd door de aandeelhouders van UCB tijdens de Algemene Aandeelhoudersvergadering van 28 april 2011, en werd bijgevolg geboekt in de eerste helft van 2011.
20. Leningen
Op 1 december 2010 kondigde UCB N.V. een wijziging van de kredietfaciliteit aan die heeft geresulteerd in de verlaging van de kredietfaciliteit van € 1,5 miljard naar € 1 miljard. De kredietfaciliteit werd verlengd van 2012 tot 2015. De gewijzigde faciliteit vervalt op 14 december 2015.
Tijdens de eerste helft van 2011 betaalde UCB de doorlopende kredietfaciliteit volledig terug. Om deze reden bedroeg het totale bedrag van de opname € 0 miljoen per einde juni 2011 (2010: € 299 miljoen). Op 30 juni 2011 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep gelijk aan 5,39% (2010: 4,71%) vóór afdekking. De betalingen van de vlottende rentevoet zijn aan specifieke kasstroomafdekking onderhevig en vaste rentevoetbetalingen zijn aan reëlewaardeafdekkingen onderhevig, wat de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep op 4,35% (2010: 4,29%) na afdekking vaststelt.
Tijdens de huidige tussentijdse periode is UCB geen belangrijke nieuwe leningen aangegaan en heeft geen bestaande leningen opnieuw onderhandeld.
De evolutie van de schuldgraad van de Groep (lange en korte termijn, inclusief financiële leasingverplichtingen) kan als volgt gedetailleerd worden:
| 2011 | ||
|---|---|---|
| Beperkte | 2010 | |
| € miljoen | controle | Geauditeerd2 |
| Saldo per 1 januari | 340 | 589 |
| Bankvoorschotten in rekening-courant | 17 | 20 |
| Bankleningen | 302 | 545 |
| Financiële leases | 21 | 24 |
| Kortetermijnleningen toegestaan onder bestaande leningsovereenkomsten | 307 | 3 034 |
| Terugbetalingen | -565 | -3 286 |
| Leningen | -564 | -3 283 |
| Financiële leases | -1 | -3 |
| Nettoverandering van de bankvoorschotten in rekening-courant | 3 | -3 |
| Impact van veranderingen in vreemde valuta | -5 | 6 |
| Afdekking van netto-investeringen | 0 | 0 |
| Op de verslagleggingsdatum | 80 | 340 |
| Bankvoorschotten in rekening-courant | 20 | 17 |
| Bankleningen | 40 | 302 |
| Financiële leases | 20 | 21 |
21. Obligaties
Tijdens de huidige interim-periode, heeft UCB geen nieuwe obligaties uitgegeven, met uitzondering van de uitgifte van de hybride obligatie die is geboekt als een eigen-vermogensinstrument (zie Toelichting 18.2 voor meer details).
2 De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is 31 december 2010
De boekwaarden van de obligaties zijn als volgt:
| Couponrente | Eindvervaldag | 2011 | ||
|---|---|---|---|---|
| Beperkte | 2010 | |||
| € miljoen | controle | Geauditeerd3 | ||
| Niet-courant | ||||
| Converteerbare obligatie | 4,50% | 2015 | 438 | 432 |
| Particuliere obligatie | 5,75% | 2014 | 750 | 756 |
| Institutionele euro-obligatie | 5,75% | 2016 | 495 | 495 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 1 683 | 1 683 |
21.1. Converteerbare obligatie
De converteerbare obligatie wordt in de balans geboekt en als volgt berekend:
| 2011 | ||
|---|---|---|
| Beperkte | 2010 | |
| € miljoen | controle | Geauditeerd3 |
| Saldo per 1 januari | 432 | 421 |
| Effectieve interestkosten | 16 | 33 |
| Nominale opgebouwde interest/nog niet verschuldigd | -4 | -4 |
| Nominale opgebouwde interest van vorige periode, betaald in huidige periode | 4 | 4 |
| Betaalde rente | -11 | -23 |
| Niet-afgeschreven transactiekosten bij initiële boeking | 0 | 0 |
| Afschrijvingskosten voor de periode | 1 | 1 |
| Op de verslagleggingsdatum | 438 | 432 |
21.2. Particuliere obligatie
De boekwaarde van de particuliere obligatie voor de zes maanden tot 30 juni 2011 bedroeg € 750 miljoen (31 december 2010: € 756 miljoen). De Groep wijst financiële derivaten onder reëlewaardeafdekkingen toe aan de particuliere obligatie. De daling van de boekwaarde van de particuliere obligatie is volledig toerekenbaar aan de daling van de reële waarde van het afgedekte deel van de particuliere obligatie, en wordt bijna volledig tenietgedaan door een wijziging in de reële waarde van de overeenkomstige financiële derivaten.
21.3. Institutionele euro-obligatie
De boekwaarde van de retailobligatie voor de zes maanden tot 30 juni bedroeg € 495 miljoen (31 december 2010: € 495 miljoen). De Groep wijst financiële derivaten onder reëlewaardeafdekkingen toe aan de institutionele euroobligatie.
22. Voorzieningen
22.1. Milieuvoorzieningen
De milieuvoorzieningen daalden met € 1 miljoen (2010: € 1 miljoen) tijdens de huidige tussentijdse periode als gevolg van de vrijmaking van bepaalde milieuvoorzieningen in verband met de verkoop van de activiteit Surface Specialties. Dat heeft te maken met de afgestoten sites waarover UCB de volle verantwoordelijkheid heeft behouden, in overeenstemming met de contractuele voorwaarden die zijn afgesproken met Cytec Industries Inc. In de eerste helft van 2011 werd een deel van de voorzieningen in verband met de activiteit Surface Specialties teruggeboekt.
3 De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is 31 december 2010
22.2. Reorganisatievoorzieningen
De reorganisatievoorzieningen daalden met € 20 miljoen (2010: € 46 miljoen) tijdens de huidige tussentijdse periode, inclusief de verdere betalingen in verband met het SHAPE-programma dat werd aangekondigd in augustus 2008, de organisatorische wijzigingen in België die werden aangekondigd in november 2009, de uitstap uit de primaire zorgsector in de VS, zoals aangekondigd in januari 2010 en de reorganisatie van de primaire zorgsector activiteiten in Japan (zie Toelichting 8).
22.3. Andere voorzieningen
De overige voorzieningen daalden met € 33 miljoen (2010: 20 miljoen) tijdens de huidige tussentijdse periode, en houden voornamelijk verband met belastingrisico's, productaansprakelijkheid en gerechtelijke vorderingen. Voorzieningen voor belastingrisico's worden opgenomen indien UCB van oordeel is dat de belastingdiensten een door de Groep of een dochteronderneming ingenomen belastingstandpunt zouden kunnen betwisten. Voorzieningen voor rechtszaken omvatten voornamelijk voorzieningen voor geschillen waar UCB of een dochteronderneming gedagvaard wordt voor claims van voormalige werknemers. Voorzieningen voor productaansprakelijkheid hebben betrekking op de risico's die verband houden met de normale bedrijfsvoering en waarvoor de Groep aansprakelijk kan worden gesteld door de verkoop van deze types geneesmiddelen. Er wordt met betrekking tot de bovenvermelde risico's samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vakexperts een evaluatie gemaakt.
23. Transacties met verbonden partijen
Er waren geen wijzigingen met betrekking tot de verbonden partijen die in het Jaarverslag 2010 werden geïdentificeerd en vermeld.
De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening voor de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité, voor de eerste zes maanden waarin ze hun mandaat uitoefenden, eindigend op 30 juni 2011.
| 2011 | |
|---|---|
| Beperkte | |
| € miljoen | controle |
| Kortlopende personeelsvergoedingen | 3 |
| Ontslagvergoedingen | 0 |
| Uitkeringen na uittreding | 1 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | 2 |
| Totaal vergoedingen van managers op sleutelposities | 6 |
24. Juridische schikkingen
• Op 8 februari 2011 kondigden UCB en PDL BioPharma, Inc., een Amerikaans biotechbedrijf gespecialiseerd in gehumaniseerde antilichamen, aan dat de bedrijven een definitieve vaststellingsovereenkomst hebben gesloten als oplossing voor alle geschillen tussen beide partijen, onder meer die betreffende UCB's gepegyleerd nagemaakt gehumaniseerd antilichaamfragment Cimzia® en PDL's patenten die bekendstaan als de "Queen et al."-patenten. In het kader van de vaststellingsovereenkomst verbindt PDL zich ertoe om voor het product Cimzia® van UCB geen royalty's van UCB te eisen onder de Queen-patentportfolio, in ruil voor de eenmalige betaling van US\$ 10 miljoen en de gezamenlijke oplossing van andere geschillen tussen beide bedrijven, waaronder twee lopende patentgeschillen bij het Amerikaanse Patent and Trademark Office en een oppositie tegen patent bij het Europees Octrooibureau. UCB is geen bijkomende betalingen verschuldigd aan PDL in het kader van de Queen-patenten met betrekking tot de Cimzia® verkoop voor om het even welke indicatie en voor de verkoop van een product in ontwikkeling dat al dan
niet goedgekeurd zal worden binnen het kader van de Queen-patenten. De bedragen werden voorzien in 2010.
• Op 9 juni 2011 heeft UCB een overeenkomst bereikt met het Department of Justice (DoJ) in de VS om een onderzoek naar voormalige marketing- en promotieactiviteiten van Keppra® op te lossen in de VS. De kwesties, die het onderwerp van dit onderzoek uitmaakten, vonden meer dan zes jaar geleden plaats , en UCB heeft volledige medewerking verleend aan de Verenigde Staten vanaf het moment dat UCB op de hoogte was van dit onderzoek. Volgens de overeenkomst heeft UCB U.S. schuldig gepleit aan een wanbedrijf en is overeengekomen om 8,6 miljoen US dollar te betalen op grond van de Federal Food, Drug and Cosmetic Act. UCB sloot ook een aparte civiele schikking en zal 25,8 miljoen US dollar betalen en zal ook een bescheiden bedrag aan de programma's van de Verenigde Staten en State Medicaid overmaken, teneinde beschuldigingen op grond van de False Claims Act op te lossen. UCB heeft tevens een vijfjarige Corporate Integrity-overeenkomst gesloten met de inspecteur-generaal van het Amerikaanse Department of Health and Human Services. Deze Corporate Integrity-overeenkomst legt UCB U.S. op om extra voorlichtings- en opleidingsinitiatieven voor Amerikaanse en een aantal globale medewerkers, een bekendmakingsprogramma, bewakings- en auditprocedures te implementeren, alsmede aan alle andere verplichtingen met betrekking tot de marketing, promotie en verkoop van onze producten in de VS, te voldoen. De bedragen werden voorzien in 2010.
25. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen
25.1. Voorwaardelijke activa en verplichtingen
Er hebben geen belangrijke gebeurtenissen plaatsgevonden in de eerste helft van het jaar en er werden bijgevolg geen materiële veranderingen aangebracht in de voorwaardelijke activa en voorwaardelijke verplichtingen die in het jaarverslag 2010 werden onthuld (p.129).
De Groep blijft actief betrokken in gedingen, eisen en onderzoeken, waaronder, maar niet beperkt tot, productaansprakelijkheid en patentbetwistingen. Deze en andere lopende zaken kunnen leiden tot aansprakelijkheden, burgerlijke en strafrechtelijke boetes, verlies van productexclusiviteit en ander kosten, boetes en onkosten die verbonden zijn aan bevindingen strijdig met UCB's belangen.
25.2. Aankoopverplichtingen
Op 30 juni 2011 had de Groep kapitaalverbintenissen voor ongeveer € 358 miljoen, hoofdzakelijk in verband met de aankoop van materiële vaste activa voor de constructie van een biotechnologische pilootfabriek in Eigenbrakel, België en een biotechnologische fabriek in Bulle, Zwitserland.
De Groep sloot verschillende licentie- en samenwerkingsovereenkomsten met verschillende partijen. Op 30 juni 2011 had de Groep verplichtingen in verband met de immateriële activa in de tweede jaarhelft te betalen voor ongeveer € 30 miljoen. Deze betalingen zijn normaal verschuldigd na het bereiken van specifieke mijlpaalgebeurtenissen voor producten in ontwikkeling en licentieovereenkomsten met derde partijen.
25.3. Garanties
Tijdens de zes maanden, eindigend op 30 juni 2011 kende de onderneming geen nieuwe garanties toe. Bijkomend kon de Groep de garanties met € 6 miljoen reduceren, voornamelijk met betrekking tot de productiecapaciteitovereenkomsten van 4 miljoen.
26. Gebeurtenissen na de tussentijdse balansdatum
Er hebben geen gebeurtenissen plaatsgevonden na het afsluiten van de rapporteringsperiode.
27. Reële waarde hiërarchie
Alle financiële instrumenten, die aan hun reële waarde gewaardeerd zijn, worden onderverdeeld in drie categorieën, die als volgt gedefinieerd zijn:
- Niveau 1 Genoteerde marktprijzen
- Niveau 2 Waarderingstechnieken (markt-waarneembaar)
- Niveau 3 Waarderingstechnieken (niet-markt-waarneembaar)
De onderstaande tabel geeft de financiële activa en passiva van de Groep weer, gemeten aan de reële waarde op 30 juni 2011.
Financiële activa tegen reële waarde
| € miljoen 30 juni 2011 |
Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Financiële activa | ||||
| Voor verkoop beschikbare | ||||
| Genoteerde aandelen | 34 | 0 | 0 | 34 |
| Genoteerde schuldinstrumenten | 4 | 0 | 0 | 4 |
| Afgeleide financiële activa | ||||
| Valutatermijncontracten - kasstroomafdekkingen | 0 | 17 | 0 | 17 |
| Termijncontracten - reële waarde via winst of verlies |
0 | 55 | 0 | 55 |
| Rentevoetderivaten - kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentevoetderivaten - reële waarde via winst of verlies |
0 | 6 | 0 | 6 |
Financiële passiva tegen reële waarde
| € miljoen | ||||
|---|---|---|---|---|
| 30 juni 2011 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële verplichtingen | ||||
| Afgeleide financiële passiva | ||||
| Valutatermijncontracten - kasstroomafdekkingen | 0 | 3 | 0 | 3 |
| Termijncontracten - reële waarde via winst of | 0 | 35 | 0 | 35 |
| verlies | ||||
| Rentevoetderivaten - kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentevoetderivaten - reële waarde via winst of | 0 | 32 | 0 | 32 |
| verlies | ||||
| Derivaten gekoppeld aan converteerbare | 0 | 0 | 0 | 0 |
| obligatie |
De onderstaande tabel geeft de financiële activa en passiva van de Groep, gemeten aan de reële waarde op 31 december 2010, weer.
Financiële activa tegen reële waarde
| € miljoen 31 december 2010 |
Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Financiële activa | ||||
| Voor verkoop beschikbare | ||||
| Genoteerde aandelen | 15 | 0 | 0 | 15 |
| Genoteerde schuldinstrumenten | 3 | 0 | 0 | 3 |
| Afgeleide financiële activa | ||||
| Valutatermijncontracten - kasstroomafdekkingen | 0 | 9 | 0 | 9 |
| Termijncontracten - reële waarde via winst of verlies |
0 | 54 | 0 | 54 |
| Rentevoetderivaten - kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentevoetderivaten - reële waarde via winst of verlies |
0 | 13 | 0 | 13 |
Financiële passiva tegen reële waarde
| € miljoen 31 december 2010 |
Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Financiële verplichtingen | ||||
| Afgeleide financiële passiva | ||||
| Valutatermijncontracten - kasstroomafdekkingen | 0 | 9 | 0 | 9 |
| Termijncontracten - reële waarde via winst of verlies |
0 | 60 | 0 | 60 |
| Rentevoetderivaten - kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentevoetderivaten - reële waarde via winst of verlies |
0 | 44 | 0 | 44 |
| Derivaten gekoppeld aan converteerbare obligatie |
0 | 0 | 0 | 0 |
Tijdens de tussentijdse periode vonden geen overboekingen plaats tussen Niveau-1 en Niveau-2 van reëlewaardebepalingen, en geen overboekingen van en naar Niveau-3 van reëlewaardebepalingen.
Er waren geen veranderingen in het doel van enigerlei financieel actief dat vervolgens resulteerde in een andere classificatie van dat actief.
In 2011 waren er geen significante wijzigingen in de zakelijke of de economische omstandigheden die de reële waarde van financiële activa of financiële passiva van de Groep beïnvloeden.
Verslag van de commissaris omtrent de beperkte controle van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie voor de periode afgesloten op 30 juni 2011
Wij hebben een beperkte controle uitgevoerd van de in bijlage opgenomen geconsolideerde balans van UCB N.V. en haar dochtervennootschappen op 30 juni 2011 en de daarbij horende geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerde overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht over de periode van zes maanden afgesloten op die datum, evenals van de verkorte toelichtingen. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de opstelling en presentatie van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid om een besluit te formuleren over deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie op basis van onze beperkte controle.
Wij hebben onze beperkte controle uitgevoerd overeenkomstig de aanbevelingen van het Instituut der Bedrijfsrevisoren met betrekking tot de beperkte controle. De controle bestond dus hoofdzakelijk uit de analyse, de vergelijking en bespreking van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie en was bijgevolg minder uitgebreid dan een volkomen controle van deze informatie.
Bij onze beperkte controle zijn geen gegevens aan het licht gekomen die belangrijke aanpassingen vereisen van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie opdat deze, in alle materiële opzichten, correct zou zijn opgesteld in overeenstemming met IAS 34 zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
Brussel, 28 juli 2011
De commissaris PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren bcvba vertegenwoordigd door
Bernard Gabriëls Bedrijfsrevisor
Verantwoordelijkheidsverklaring
We bevestigen hierbij dat, naar ons beste weten, de verkorte financiële verslagen voor de periode van zes maanden die eindigt op 30 juni 2011, die werden opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse financiële verslaggeving" zoals aanvaard door de Europese Unie, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, de passiva, de financiële positie en de winst/het verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, en dat het tussentijdse beheersverslag een reëel overzicht geeft van de belangrijke gebeurtenissen die zich in de eerste zes maanden van het boekjaar hebben voorgedaan, van de belangrijke transacties met de verbonden partijen, en van hun impact op de geconsolideerde financiële verslagen, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden voor de resterende zes maanden van het boekjaar.
In naam van de Raad van Bestuur
Roch DOLIVEUX, Detlef THIELGEN,
Chairman of Executive Committee & CEO Executive Vice President & CFO