Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

UCB Interim / Quarterly Report 2011

Jul 29, 2011

4017_ir_2011-07-29_568baf61-0544-4c96-a89a-c2bdadc7da68.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

Halfjaarlijks financieel verslag 2011

Kerncijfers

  • De omzet steeg in de eerste zes maanden van 2011 met 2% tot € 1 679 miljoen. De netto-omzet bedroeg € 1 501 miljoen, wat 5% hoger is dan de voorgaande tussentijdse periode als gevolg van de sterke prestaties van de kernproducten Cimzia®, Vimpat®, Neupro®, evenals Keppra® in de E.U. en Japan gedeeltelijk gecompenseerd door generische concurrentie op de portefeuille mature producten.
  • De royalty-inkomsten en -vergoedingen daalden met 10%, door lagere royalty's op Toviaz® en andere royalty-inkomsten.
  • Overige opbrengsten daalden met 22% door mijlpalen in de verkoop en winstdeling.
  • De recurrente EBITDA klokte af op € 443 miljoen, tegenover € 398 miljoen in 2010, een stijging met 11% die voornamelijk voortvloeit uit de hogere omzet.
  • De nettowinst steeg van € 148 miljoen in de eerste helft van 2010 naar € 199 miljoen in de eerste helft van 2011, een weerspiegeling van het sterke bedrijfsresultaat en lagere netto financiële lasten en winstbelastingen.
  • De kern-WPA bereikte € 1,44 in vergelijking met € 1,17 in de eerste helft van 2010.
Voor de zes maanden, eindigend op 30 juni1 Actueel Verschil
€ miljoen 2011 2010 Actuele
wissel
koersen
Constante
wissel
koersen
Opbrengsten 1 679 1 644 2% 3%
Netto-omzet 1 501 1 431 5% 6%
Royalty-inkomsten en -vergoedingen 96 107 -10% -10%
Overige opbrengsten 82 106 -22% -21%
Brutowinst 1 158 1 098 5% 7%
Marketing- en verkoopkosten -405 -405 0% 1%
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -337 -320 6% 7%
Algemene kosten en administratiekosten -91 -98 -7% -6%
Overige bedrijfsbaten/lasten(-) -6 -7 -27% -21%
Recurrente EBIT (REBIT) 319 268 19% 22%
Niet-recurrente baten/lasten (-) -14 4 n.s. n.s.
EBIT (operationele winst) 305 272 12% 15%
Netto financiële lasten -63 -83 -24% -22%
Winst vóór winstbelastingen 242 189 28% 31%
Winstbelastingen -44 -42 6% 7%
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 198 147 34% 37%
Winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 1 1 n.s. n.s.
Nettowinst (na minderheidsbelangen) 199 148 34% 36%
Recurrente EBITDA 443 398 11% 13%
Aangepaste nettowinst 2 203 151 34% 36%
Kern nettowinst 258 211 23% 24%
Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) 58 22 163% n.s.
Netto financiële schuld1 1 418 1 525 -7% n.s.
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 78 139 -44% n.s.
Gewogen gemiddeld aantal aandelen - niet
verwaterd
179,5 180,1
Winst per aandeel (€ per niet-verwaterd 1,10 0,82 n.s. n.s.
gewogen gemiddeld aandeel)
Aangepaste winst per aandeel
(€ per niet-verwaterd gewogen gemiddeld
aandeel)
1,44 1,17 23% 25%

1 Uitgezonderd voor de nettoschuld, waar 2010 is gerelateerd tot de situatie zoals gepubliceerd in de geauditeerde geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2010.

2 Aangepast voor impact na belasting van niet-recurrente, eenmalige posten en de bijdrage na belasting van niet-voorgezette activiteiten.

Inhoudsopgave

Kerncijfers 1
Belangrijke gebeurtenissen in 2011 3
Halfjaarlijks managementverslag 5
1. Netto-omzet per product 5
2. Netto-omzet volgens geografisch gebied 7
3. Royalty-inkomsten en -vergoedingen 9
4. Overige opbrengsten 9
5. Brutowinst 10
6. Recurrente EBIT en recurrente EBITDA 11
7. Nettowinst en aangepaste nettowinst 11
8. Balans 12
9. Kasstroomoverzicht 13
10. Risico's
11. Vooruitzichten voor 2011 13
Verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 15
Verkorte geconsolideerde balans 16
Verkort geconsolideerd kasstroomoverzicht 17
Verkort geconsolideerd overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen 18
Toelichting bij het verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag 20
1. Algemene informatie 20
2. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving 20
3. Gesegmenteerde informatie 21
4. Seizoensgebonden activiteiten 23
5. Organisatie van de Groep en belangrijke gebeurtenissen/transacties 23
6. Overige bedrijfsbaten en -lasten 23
7. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 23
8. Reorganisatiekosten 23
9. Overige baten en lasten 23
10. Winstbelasting 24
11. Beëindigde bedrijfsactiviteiten 24
12. Elementen van andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 24
13. Immateriële activa 24
14. Materiële vaste activa 25
15. Financiële en overige activa 25
16. Waardevermindering op voorraden 25
17. Vaste activa aangehouden voor verkoop 25
18. Kapitaal en reserves 25
19. Dividenden 26
20. Leningen 26
21. Obligaties 27
22. Voorzieningen 28
23. Transacties met verbonden partijen 28
24. Juridische schikkingen
25. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen 28
26. Gebeurtenissen na de tussentijdse balansdatum 29
27. 'Reële waarde hierarchie 30

Verslag van de commissaris omtrent de beperkte controle van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie voor de periode afgesloten op 30 juni 2011

Verantwoordelijkeheidssverklaring 32

Belangrijkste gebeurtenissen in 2011

Er hebben zich een aantal belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of zullen beïnvloeden:

Belangrijke overeenkomsten/initiatieven

  • Strategische alliantie op het vlak van neurologie met Synosia/Biotie Therapies: In januari 2011 werd Synosia overgenomen door Biotie Therapies, waardoor een leidinggevend bedrijf onstond dat zich toespitst op het ontwikkelen van producten op het gebied van het centrale zenuwstelsel. UCB bezit 9,5% van de aandelen van Biotie Therapies en heeft een licentie voor de exclusieve, wereldwijde rechten op de ontwikkelingsverbinding, SYN-115, en rechten op een tweede verbinding, SYN-118, voor niet-weesindicaties. Het fase-2b-programma voor SYN-115 voor de behandeling van de ziekte van Parkinson (PD) startte in april 2011 waarvan de kernresultaten in de eerste helft van 2013 worden verwacht. De resultaten van de fase-2astudie van SYN-118 in PD, die door Biotie Therapies gerapporteerd werden in mei 2011, vertoonden geen significante verbetering in de metingen in de motorische functie van PD, in vergelijking met placebo. Biotie Therapies overweegt ontwikkelingsopties voor deze ontwikkelingsverbinding en is van plan om verdere plannen later in het jaar aan te kondigen.
  • UCB optimaliseert het productienetwerk: In maart 2011 werd de overname door Aesica van de productiebedrijven van UCB in Duitsland en Italië afgerond. Dit nieuwe partnerschap maakt deel uit van de strategie van UCB om het productienetwerk te optimaliseren en tegelijkertijd de aanvoer van onze producten op de lange termijn veilig te stellen en een langetermijntoekomst te garanderen voor de productiefaciliteiten en de werknemers daarvan.
  • Research Alliance met Harvard University en K.U. Leuven: In juni 2011 lanceerden UCB en Harvard University hun innovatieve Research Alliance. De samenwerkingsovereenkomst biedt een unieke brug tussen het bedrijfsleven en de academische wereld voor de ontdekking van geneesmiddelen. Beide partijen zullen van elkaar leren via samenwerking en wederzijdse ideeënuitwisseling. UCB brengt zijn expertise op het gebied van het genereren van antilichamen en farmacochemie in en stelt maximaal USD 6 miljoen, gespreid over twee jaar, ter beschikking voor het financieren van specifieke innovatieve onderzoeksprojecten, geleid door wetenschappers van Harvard. De samenwerking focust op het centrale zenuwstelsel (CZS) en immunologie, twee belangrijke onderzoeksdomeinen voor UCB.

UCB en de Katholieke Universiteit Leuven (K.U. Leuven) tekenden in april 2011 een overeenkomst over onderzoekssamenwerking in het domein van de immunologie. Binnen dit kader van de overeenkomst zullen onderzoekers van beide organisaties een aantal jaren nauw samenwerken om therapieën te ontwikkelen voor patiënten met ernstige immunologische aandoeningen.

Update over de reglementering en vooruitgang van de pijplijn

Centrale zenuwstelsel (CZS)

  • De nieuwe fase-3-studie ter evaluatie van brivaracetam als aanvullende therapie bij de behandeling van partiële aanvallen bij volwassen epilepsiepatiënten is aan de gang en de kernresultaten worden in de eerste helft van 2013 verwacht.
  • In maart 2011 heeft het Committee for Medicinal Products for Human Use (CHMP) van het European Medicines Agency (EMEA) UCB geïnformeerd dat Xyrem® (natriumoxybaat) niet zal worden aanbevolen als behandeling voor het fibromyalgie-syndroom bij volwassenen.
  • Voor het epilepsiegeneesmiddel Vimpat® (lacosamide), loopt het ontwikkelingsprogramma (fase 3) in de VS voor monotherapie van partiële aanvallen zoals gepland. De eerste resultaten worden verwacht in het tweede kwartaal 2013. Er is tevens een klinisch fase-3-programma aan de gang, zoals gepland, in heel Europa, ter evaluatie van de doeltreffendheid en veiligheid van Vimpat® als monotherapie bij volwassen patiënten. De kernresultaten worden verwacht in het vierde kwartaal van 2014.

De eerste resultaten van het klinische fase-2-testprogramma van Vimpat® voor aanvullende therapie bij primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen (PGTCS) worden verwacht in het vierde kwartaal van 2011.

• In overeenstemming met de eisen van de FDA, is UCB bezig met de ontwikkeling van een patchformule van Neupro® (rotigotine), die stabiel blijft op kamertemperatuur, voor de behandeling van de ziekte van Parkinson (PD) en het rustelozebenensyndroom (restless legs syndrom of RLS). UCB wil de patch in de loop van 2012 beschikbaar stellen aan Amerikaanse patiënten, onder voorbehoud van wettelijke goedkeuring.

In Japan rapporteerde UCB's partner, Ostuka Pharmaceutical in juni 2011 positieve fase 3-resultaten voor Neupro® bij gevorderde stadia van de ziekte van Parkinson. De resultaten toonden de werkzaamheid en veiligheid aan, en werden gepresenteerd op het 15e International Congress of Parkinson's Disease and Movement Disorders van de Movement Disorders Society in juni 2011. De klinische fase-3-studie werd uitgevoerd in Japan als een dubbelblinde, dubbelplacebogecontroleerde studie tussen rotigotine in transdermale patch, ropinirol in orale tabletten en placebo. Het betrof 420 patiënten die leden aan de ziekte van Parkinson in een gevorderd stadium, waarbij het therapeutische effect op tremoren, houding en stijfheid geëvalueerd werd, gebruikmakend van de totale score van UPDRS Deel III. De indiening bij de Japanse autoriteiten wordt verwacht in het eerste kwartaal 2012. In 2002, verwierf Otsuka de exclusieve ontwikkelings- en marketingrechten voor Neupro® voor de Japanse markt.

Immunologie

• Twee fase-3-klinische-studies met Cimzia® voor de behandeling van reumatoïde artritis (RA) in Japan werden eerder dan gepland positief afgerond en beide onderzoeken beantwoordden aan de vooropgestelde doelstellingen. De indiening van een aanvraag tot goedkeuring bij de Japanse overheden wordt voorbereid in samenwerking met UCB's partner, Otsuka Pharmaceutical. De indiening bij de Japanse autoriteiten wordt verwacht in maart 2012.

In mei 2011 kondigde UCB aan dat het van plan is om de eerste door de industrie gesponsorde anti-TNF vergelijkende studie te starten, waarbij de relatieve doeltreffendheid van Cimzia ® en Humira® (adalimumab), voor bepaalde vooraf bepaalde parameters bij de behandeling van matige tot ernstige reumatoïde artritis (RA) geëvalueerd zal worden. De studie omvat een responsgebaseerde therapeutische beslissing in week 12 en evalueert de invloed van een vroege respons en beslissing op de klinische resultaten en de resultaten voor de patiënt op lange termijn (104 weken). De aanvang van deze studie staat gepland voor het vierde kwartaal van 2011.

De fase-3-studies voor Cimzia® bij psoriatische artritis en ankylosing spondylitis liggen op schema. De kernresultaten worden verwacht aan het einde van 2011. Er worden besprekingen gevoerd met regelgevende instanties in de VS en de EU over een fase-3-studie bij juveniele reumatoïde artritis, om het studieontwerp af te ronden.

  • De rekrutering voor de fase-3-studies (EMBODY™ 1 en EMBODY™ 2) voor epratuzumab bij patiënten met matige tot ernstige systemische lupus erythematosus (SLE) is aan de gang, zoals gepland. Er dienen ongeveer 780 patiënten, gerandomiseerd in iedere studie, gerekruteerd te worden. De eerste resultaten worden in de eerste helft van 2014 verwacht.
  • CDP7851 ("sclerostine antilichaam", tevens bekend als AMG 785), een nieuwe therapie voor osteoporose, rapporteerde positieve toplineresultaten van de klinische fase-2-studie, waarin CDP7851 vergeleken werd met placebo bij postmenopauzale vrouwen met lage botmineraaldichtheid voor de behandeling van postmenopauzale osteoporose (PMO). Het fase-3-programma zal starten na afloop van het overleg met de regelgevende instanties in de VS en de EU.

Er zijn twee fase-2-studies in fractuurgenezing (genezing van tibiafracturen en heupfracturen) aan de gang. De eerste kernresultaten worden verwacht in 2012. Amgen en UCB werken samen aan de ontwikkeling van CDP7851/AMG785 voor de behandeling van botgerelateerde aandoeningen, waaronder PMO en fractuurgenezing.

• Een fase-2b-programma voor olokizumab (anti-IL 6) voor de behandeling van matige tot ernstige reumatoïde artritis (RA) is momenteel in de rekruteringsfase. De kernresultaten worden verwacht in het derde kwartaal van 2012.

Managementverslag over het eerste semester 2011

De financiële informatie in dit managementverslag moet worden gelezen in samenhang met het verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag en de geconsolideerde jaarrekening op 31 december 2010. Dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag werd beperkt gecontroleerd, niet geauditeerd.

Wijziging van de groep: Als resultaat van de afstoting van de resterende niet-farmaceutische activiteiten (zoals Surface Specialities) in februari 2005, rapporteert UCB de resultaten van deze activiteiten als deel van de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.

Recurrente en niet-recurrente posten: Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven ("niet-recurrente" posten). Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst), is een regel voor "recurrente EBIT" (REBIT of recurrente operationele winst) opgenomen die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de onderneming weerspiegelt. De recurrente EBIT is gelijk aan de regel "operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, herstructurering en overige baten en lasten" die in de geconsolideerde jaarrekening gerapporteerd is.

Aangepaste nettowinst: Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB voor beide beschouwde periodes beïnvloeden, worden afzonderlijk behandeld ("niet-recurrente posten" en "eenmalige posten"). Voor likefor-like-vergelijkingsdoeleinden werd een regel opgenomen voor "aangepaste nettowinst", die de lopende winst na belastingen van de biofarmaceutische activiteiten weergeeft. De aangepaste nettowinst is gelijk aan de regel "winst" in de geconsolideerde jaarrekening, aangepast voor niet-voortgezette activiteiten en de impact na belasting van niet-recurrente posten en eenmalige posten.

Kern-WPA: De aangepaste nettowinst, zoals hierboven gedefinieerd, met toevoeging van de afschrijving na belasting van immateriële activa die gekoppeld zijn aan de verkoop, per niet verwaterd aandeel.

Kernproducten: De 'kernproducten' zijn UCB's nieuw gelanceerde producten, met name Cimzia®, Vimpat® en Neupro®. UCB's prioriteit is de verdere lancering en groei van deze drie producten.

€ miljoen Actueel juni Verschil %
2011 2010 Actuele wisselkoersen Constante wisselkoersen
Kernproducten 285 177 61% 67%
Cimzia® 143 83 72% 79%
Vimpat® 97 55 76% 83%
Neupro® 45 39 17% 17%
Rijpe producten 1 216 1 254 -3% -3%
Keppra® (incl. Keppra® XR) 507 460 10% 11%
Zyrtec® (incl. Zyrtec-D®/Cirrus®) 166 150 11% 6%
Xyzal® 68 63 7% 2%
omeprazole 37 31 19% 26%
venlafaxine XR 36 97 -63% -61%
Nootropil® 36 32 13% 14%
Metadate™ CD 34 29 16% 23%
Tussionex™ 24 45 -45% -42%
Andere producten 308 347 -12% -11%
Totaal netto-omzet 1 501 1 431 5% 6%

1. Netto-omzet per product

De netto-omzet bedraagt € 1 501 miljoen, 5% meer dan vorig jaar.

Kernproducten

  • Cimzia® (certolizumab pegol), beschikbaar in de VS (mei 2009), Europa (oktober 2009) en Australië (december 2010) voor patiënten met matige tot ernstige reumatoïde artritis (RA), en beschikbaar in de VS (april 2008) en Zwitserland voor de ziekte van Crohn (CD) behaalde een netto-omzet van € 143 miljoen, een stijging van € 60 miljoen of 72% ten opzichte van vorig jaar.
  • Vimpat® (lacosamide), tegen epilepsie, beschikbaar in Europa (september 2008), de VS (juni 2009) en Azië (midden 2010) als aanvullende therapie voor de behandeling van partiële aanvallen, behaalde een netto-omzet van € 97 miljoen, een stijging van 76% ten opzichte van vorig jaar.
  • Neupro® (rotigotine), tegen de ziekte van Parkinson en het rustelozebenensyndroom (RLS), noteerde een nettoomzet die steeg van € 39 miljoen in 2010 naar € 45 miljoen in 2011, vooral in Europese landen.

Mature producten

  • Keppra® (levetiracetam), voor epilepsie, bereikte een netto-omzet van € 507 miljoen (waarvan € 41 miljoen voor Keppra® XR), wat overeenkomt met een stijging van 10% ten opzichte van vorig jaar. De verdere erosie na het verstrijken van het octrooi in Noord-Amerika (-13%) werd gecompenseerd door het aanhoudende leiderschap op de Europese markt, mede dankzij de vertraging van de opkomst van generische geneesmiddelen (+20%), en een stijging van 25% in de "rest van de wereld", die het resultaat was van de lancering van E Keppra ® in Japan (september 2010).
  • Zyrtec® (cetirizine, inclusief Zyrtec®-D/Cirrus®), tegen allergie, zag de netto-omzet met 11% stijgen naar € 166 miljoen, als gevolg van een stijging van 15% in de verkoop in Japan, dit wegens een sterk allergisch seizoen.
  • Xyzal® (levocetirizine), tegen allergie, noteerde een netto-omzet van € 68 miljoen, een stijging van 7% in vergelijking met 2010, wegens een hevig pollenseizoen in Japan. De omzet van Xyzal® in de VS is niet geconsolideerd. Het aandeel van UCB in de winstdelingsovereenkomst met sanofi-aventis in de VS is opgenomen onder "overige opbrengsten".
  • omeprazole, een generisch product tegen hyperaciditeit, behaalde een netto-omzet van € 37 miljoen tegenover € 31 miljoen vorig jaar.
  • venlafaxine XR, een behandeling tegen zware depressieve en sociale angststoornissen, rapporteerde een nettoomzet van € 36 miljoen in de VS, een daling van 63%, te wijten aan de opkomst van generische concurrentie (augustus 2010). UCB bezit de exclusieve rechten van Osmotica om venlafaxine hydrochloride XR te commercialiseren en verkopen in de VS.
  • Nootropil® (piracetam), tegen cognitieve stoornissen, zag zijn netto-omzet stijgen met 13%, van € 32 miljoen naar € 36 miljoen.
  • Metadate™ CD (methylphenidate HCI), tegen ADHD (aandachtstekort-hyperactiviteitsstoornis), behaalde een netto-omzet van € 34 miljoen, een stijging van 16%.
  • Tussionex™ (hydrocodonpolistirex en chlorfeniraminepolistirex), het hoestmiddel, behaalde een netto-omzet van € 24 miljoen, een daling van 45% in vergelijking met vorig jaar, te wijten aan de invloed van verdere generische concurrentie. De netto-omzet omvat de generische geneesmiddelen, gelanceerd door de generische arm van UCB in de VS.
  • Andere producten: de netto-omzet voor andere producten daalde met 12%, van € 347 miljoen naar € 308 miljoen, als gevolg van afgestoten producten in 2010 en van Amerikaanse producten die generische concurrentie kregen.

Netto-omzet - S1 2011 – € 1 501 miljoen

2. Netto-omzet volgens geografisch gebied

  • De door UCB gerapporteerde netto-omzet in Noord-Amerika bedroeg € 482 miljoen in de eerste zes maanden van 2011, een daling van 9% ten opzichte van het jaar voordien. Bij constante wisselkoersen, zou dit een daling van 4% betekenen. Cimzia®, dat sinds april 2008 is goedgekeurd als behandeling van de ziekte van Crohn (CD) en sinds mei 2009 is goedgekeurd tegen reumatoïde artritis (RA), behaalde een netto-omzet van € 107 miljoen, tegenover € 72 miljoen vorig jaar. Het epilepsiemiddel Vimpat®, verkrijgbaar als aanvullende therapie voor de behandeling van partiële aanvallen, werd in mei 2009 gelanceerd en behaalde in de eerste helft van 2011 een netto-omzet van € 69 miljoen, een stijging met € 29 miljoen. De Keppra®-franchise verloor eind 2008 de exclusiviteit, wat gedeeltelijk werd gecompenseerd door de lancering van Keppra®XR. Dat leidde tot een omzetdaling tot € 127 miljoen in de eerste helft van 2011, een verlies van 13% ten opzicht van het voorgaande jaar. Venlafaxine XR daalde met € 61 miljoen tot € 35 miljoen. De netto-omzet van Tussionex™ bedroeg € 24 miljoen, een daling van 45% ten opzichte van vorig jaar, als gevolg van verdere generische concurrentie sinds oktober 2010. De netto-omzet van de andere producten in deze regio klokte af op € 119 miljoen, een daling van 10%.
  • De netto-omzet in Europa bedroeg € 736 miljoen in 2011, een stijging van 11%, in vergelijking met 2010. De netto-omzet van Cimzia® is meer dan verdrievoudigd, van € 11 miljoen tot € 34 miljoen als gevolg van lanceringen over heel Europa in 2010. Verdere nationale lanceringen in de eerste helft van 2010 van het epilepsiegeneesmiddel Vimpat® droegen € 27 miljoen bij tot de netto-omzet, tegenover € 15 miljoen in de eerste helft van 2010. De netto-omzet van Neupro® steeg met 16% ten opzichte van het voorgaande jaar voor de behandeling van de ziekte van Parkinson en het rustelozebenensyndroom en bereikte € 45 miljoen. De nettoomzet van Keppra® vertegenwoordigde € 333 miljoen, een stijging van 17% tegenover dezelfde periode vorig jaar, vanwege een tot nu toe vertraagde opkomst van generische geneesmiddelen. Het allergiegeneesmiddel Xyzal® verloor 21% door de komst van generische concurrentie in Europa, terwijl de netto-omzet van Zyrtec® licht steeg tot € 39 miljoen. Nootropil® bleef stabiel en was nog altijd goed voor € 20 miljoen netto-omzet in Europa. Alle andere producten droegen € 195 miljoen bij tot de Europese netto-omzet, een daling met 8% tegenover vorig jaar.
  • De netto-omzet in de "rest van de wereld" bedroeg € 275 miljoen in 2011, een stijging van 13%, vooral wegens een sterk allergisch seizoen en E Keppra® in Japan. Zyrtec® en Xyzal® droegen € 150 miljoen bij, waarvan € 121 miljoen in Japan. De netto-omzet van het toonaangevende geneesmiddel Keppra® vertoonde een groei van 25% ten opzichte van het voorgaande jaar,die vooral te danken is aan E Keppra®. Alle kernproducten Cimzia®, Vimpat® en Neupro® zijn verkrijgbaar in "de rest van de wereld".
€ miljoen 2011 / 2010 verschil
Voor zes maanden, eindigend 30 juni Actueel Actuele wisselkoersen Constante wisselkoersen
2011 2010 € miljoen % € miljoen %
Netto-omzet Noord-Amerika 482 531 -50 -9% -22 -4%
Kernproducten
Cimzia® 107 72 34 47% 40 56%
Vimpat® 69 40 29 73% 33 83%
Andere producten
Keppra® (inclusief Keppra® XR) 127 146 -18 -13% -11 -8%
venlafaxine XR 35 96 -61 -63% -59 -61%
Tussionex™ 24 45 -20 -45% -19 -42%
Andere 119 132 -14 -10% -7 -5%
Netto-omzet Europa 1 736 661 75 11% 70 11%
Kernproducten
Cimzia® 34 11 24 227% 23 223%
Vimpat® 27 15 12 79% 12 78%
Neupro® 45 38 6 16% 6 16%
Andere producten
Keppra® 333 277 56 20% 55 20%
Xyzal® 42 53 -11 -21% -12 -22%
Zyrtec® (inclusief Cirrus®) 39 36 3 10% 2 7%
Nootropil® 20 19 1 4% 1 3%
Andere 195 211 -16 -8% -17 -8%
Netto-omzet rest van de wereld 275 243 32 13% 24 10%
Kernproducten
Cimzia® 2 0 2 n.s. 2 n.s.
Vimpat® 1 0 1 n.s. 1 n.s.
Neupro® 1 0 1 n.s. 1 n.s.
Andere producten
Zyrtec® (inclusief Cirrus®) 124 108 16 15% 10 9%
Keppra® 47 37 9 25% 9 24%
Xyzal® 26 9 16 176% 14 153%
Nootropil® 16 13 3 26% 4 31%
Andere 59 76 -16 -22% -16 -21%
Niet toegewezen 8 - 4 12 n.s. 12 n.s.
Totaal netto-omzet 1 501 1 431 70 5% 84 6%

1 De netto-omzet van Rusland en Turkije eerder omvat onder Europa werden opnieuw ingedeeld in de "rest van de wereld" in 2010

Netto-omzet - S1 2011 – € 1 501 miljoen

3. Royalty-inkomsten en -vergoedingen

€ miljoen, voor zes maanden, eindigend 30 juni Actueel Verschil %
2011 2010 Actuele wisselkoersen Constante wisselkoersen
Biotechnology IP 54 50 7% 5%
Toviaz® 17 22 -24% -24%
Zyrtec® VS 14 9 54% 63%
Andere 11 26 -53% -54%
Royalty-inkomsten en -vergoedingen 96 107 -10% -10%

De royalty-inkomsten en -vergoedingen voor de eerste helft van 2011 bedroegen € 96 miljoen, een daling van € 11 miljoen of 10% in vergelijking met het voorgaande jaar. De royalty's op intellectueel eigendom (IP) in biotechnologie bereikten € 54 miljoen of een stijging van 7%, hoewel de netto-variatie in de royalty's daalde met 9% (zie royaltylasten opgenomen als onderdeel van de kostprijs van de omzet). De royalty's betaald door Pfizer voor de overactieveblaasbehandeling Toviaz® (fesoterodine) daalden met 24% tot € 17 miljoen. De royaltyopbrengsten uit de verkoop zonder voorschrift van Zyrtec® in de VS bedroegen in juni 2011 € 14 miljoen, vergeleken met € 9 miljoen het voorgaande jaar. De andere royaltyopbrengsten daalden met € 15 miljoen, voornamelijk in de Amerikaanse markt, als gevolg van de afgestoten producten kleinere producten in 2010 en generische concurrentie.

4. Overige opbrengsten

€ miljoen, voor zes maanden, eindigend 30 juni Actueel Verschil %
2011 2010 Actuele wisselkoersen Constante wisselkoersen
Omzet van de contractproductie 43 48 -11% -10%
ProvasTM en andere winstdeling 19 15 29% 29%
Otsuka 6 8 -31% -31%
Xyzal® VS winstdeling 3 17 -84% -83%
Equasym® verkoopmijlpalen 0 9 n.s. n.s.
Andere 11 9 -27% -25%
Overige opbrengsten 82 106 -22% -21%

Netto-omzet - S1 2010 – € 1 431 miljoen

De overige opbrengsten voor de eerste helft van 2011 bedroegen € 82 miljoen, een daling van 22%. De omzet uit contractproductie daalde tot € 43 miljoen, 11% lager in vergelijking met het voorgaande jaar. De omzet uit contractproductie is grotendeels het resultaat van de akkoorden met GSK, die in 2009 werden bekendgemaakt. De winstdelingsovereenkomst met Novartis voor de cardiovasculaire geneesmiddelen ProvasTM, Jalra® and Icandra® in Duitsland vertegenwoordigt € 19 miljoen, een stijging van 29%. De overige aan Otsuka gerelateerde opbrengsten voor 2011 hebben te maken met de terugbetaling van OenO-uitgaven die zijn erkend als onderdeel van de overeenkomsten die Otsuka en UCB in juni 2008 aangingen voor E Keppra® en Cimzia® in Japan. De winstdeling met sanofi-aventis voor Xyzal® in de VS genereerde € 3 miljoen, een daling van 84% als gevolg van de generische toetreding in december 2010 en veranderde contractuele termijnen. Sinds 1 maart 2010 staat sanofi-aventis VS volledig in voor de commercialisering van Xyzal®. UCB blijft een percentage van de winst op Xyzal® ontvangen, zij het een kleiner percentage dan vroeger. UCB behaalde geen verkoopsmijlpalen met betrekking tot Equasym® in de eerste helft van 2011, de overeenkomst met Shire werd aangekondigd in februari 2009.

5. Brutowinst

€ miljoen, voor zes maanden, eindigend 30 juni Actueel Verschil %
2011 2010 Actuele
wissel
koersen
Constante
wisselkoersen
Opbrengsten 1 679 1 644 2% 3%
Netto-omzet 1 501 1 431 5% 6%
Royalty-inkomsten en -vergoedingen 96 107 -10% -10%
Overige opbrengsten 82 106 -22% -21%
Kostprijs van de omzet -521 -546 -5% -4%
Kostprijs van de omzet voor producten en diensten -372 -375 -1% -1%
Royaltylasten -70 -85 -18% -16%
Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van
immateriële activa
-79 -86 -8% -9%
Brutowinst 1 158 1 098 5% 7%
waarvan
Producten en diensten 1 211 1 163 4% 5%
Netto royalty-inkomsten 26 22 18% 12%
Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van
immateriële activa
-79 -86 -8% -9%

Het brutobedrijfsresultaat van € 1 158 miljoen is 5% hoger dan in 2010, ten gevolge van de stijging van de nettoomzet en de lagere kostprijs van de omzet.

De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van aan de omzet gekoppelde immateriële activa:

  • Kostprijs van de omzet voor producten en diensten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten daalde met € 3 miljoen van € 375 miljoen in 2010 naar € 372 miljoen in 2011. Deze daling is het gecombineerde resultaat van verbeterde industriële efficiëntie op het gebied van rendement en afval, consolidatie van externe partners en verbeteringen in de biotechnologische productie.
  • Royaltylasten: de uitbetaalde royalty's daalden van € 85 miljoen in 2010 naar € 70 miljoen in 2011, voornamelijk als gevolg van het feit dat de toenemende royalty's in verband met Cimzia® en Vimpat® ruimschoots gecompenseerd worden door lagere kosten ten gevolge van de generische concurrentie van venlafaxine hydrochloride XR, waarvan UCB de exclusieve rechten van Osmotica, op de marketing en verkoop in de VS, bezit.
€ miljoen, voor zes maanden, eindigend 30 juni Actueel Verschil %
2011 2010 Actuele wisselkoersen Constante wisselkoersen
Biotechnology IE -21 -14 49% 49%
Andere -49 -71 -31% -29%
Royaltylasten -70 -85 -18% -16%

Afschrijving van aan de omzet gekoppelde immateriële activa: volgens IFRS 3 (Bedrijfscombinaties) heeft UCB in zijn balans een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa opgenomen, die verband houden met de overname van Celltech en Schwarz Pharma (lopend onderzoek en ontwikkeling, productie van knowhow, royaltystromen, handelsbenamingen enz.). De afschrijvingskosten van de immateriële activa, waarvoor reeds producten zijn gelanceerd, vertegenwoordigen € 79 miljoen voor het eerste semester van 2011, vergeleken met € 86 miljoen voor het eerste semester van 2010, zijn € 7 miljoen lager ten opzichte van dezelfde periode in 2010 als gevolg van de bijzondere waardevermindering van Toviaz® in december 2010.

€ miljoen Actueel juni Verschil %
2011 2010 Actuele wisselkoersen Constante wisselkoersen
Opbrengsten 1 679 1 644 2% 3%
Netto-omzet 1 501 1 431 5% 6%
Royalty-inkomsten en -vergoedingen 96 107 -10% -10%
Overige opbrengsten 82 106 -22% -21%
Brutowinst 1 158 1 098 5% 7%
Marketing- en verkoopkosten -405 -405 0% 1%
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -337 -320 6% 7%
Algemene kosten en administratiekosten -91 -98 -7% -6%
Overige bedrijfsbaten en -lasten (-) -6 -7 -27% -28%
Totale operationele lasten -839 -830 1% 2%
Recurrente EBIT (REBIT) 319 268 19% 22%
Plus: Afschrijving van immateriële activa 91 94 -3% -4%
Plus: Afschrijvingslasten 33 37 -9% -11%
Recurrente EBITDA (REBITDA) 443 398 11% 13%

6. Recurrente EBIT & recurrente EBITDA

De bedrijfskosten, die marketing- en verkoopkosten, onderzoeks- en ontwikkelingskosten, algemene en administratiekosten en andere bedrijfsopbrengsten/-kosten omvatten, bedroegen € 839 miljoen in het eerste halfjaar van 2011, tegenover € 830 miljoen in de tussentijdse periode vorig jaar, € 9 miljoen meer, als gevolg van:

  • € 17 miljoen meer aan onderzoeks-en ontwikkelingskosten ten gevolge van de doorlopende levenscyclusontwikkeling voor Cimzia®, Vimpat®, Neupro®, E Keppra® en bepaalde andere snellopende projecten.
  • € 7 miljoen minder aan algemene en administratieve kosten,
  • € 1 miljoen minder aan andere bedrijfsopbrengsten/-kosten (-), hoofdzakelijk door de herclassificatie van afschrijvingen, die verband houden met niet-productieve immateriële activa.

De recurrente EBIT stijgt met 19% tot € 319 miljoen wegens de hogere netto-omzet en de lagere kostprijs van verkochte producten.

De recurrente EBITDA is met 11% gestegen naar € 443 miljoen, of een stijging van € 45 miljoen vergeleken met 2010, als gevolg van de hogere opbrengsten en brutowinst.

€ miljoen, voor zes maanden, eindigend 30 juni Actueel Verschil %
2011 2010 Actuele
wisselkoersen
Constante
wisselkoersen
Recurrente EBIT 319 268 19% 22%
Kosten van bijzondere waardeverminderingen -6 -5 20% 20%
Reorganisatiekosten -3 -19 -86% -86%
Andere niet-recurrente baten/lasten (-) -5 28 -120% -119%
Totaal niet-recurrente baten/lasten (-) -14 4 n.v.t. n.v.t.
EBIT (operationele winst) 305 272 12% 15%
Netto financiële lasten -63 -83 -24% -22%
Winst vóór winstbelastingen 242 189 28% 31%
Winstbelastingen -44 -42 6% 7%
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 198 147 34% 37%
Plus: Winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 1 1 n.s. n.s.
Nettowinst 199 148 34% 37%
Min: Eenmalige financiële en andere posten na
belastingen
5 4 21% 15%
Min: Winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -1 -1 n.s. n.s.
Aangepaste nettowinst (na
minderheidsbelangen)
203 151 34% 36%
Plus: Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van
immateriële activa na belastingen
55 59 -8% -9%
Kern nettowinst 258 211 23% 24%
Gewogen gemiddeld aantal aandelen (niet
verwaterd) in miljoen
179,5 180,1
Kern nettowinst per aandeel (€) 1,44 1,17 23% 25%

7. De nettowinst, aangepaste nettowinst en kernopbrengsten

• De totale niet-recurrente baten/lasten (-) bedroegen € 14 miljoen verlies voor belastingen, en omvatten € 4 miljoen bijzondere waardevermindering van SYN-118, € 3 miljoen afvloeiingskosten en € 5 miljoen andere niet-recurrente lasten voornamelijk tengevolge van bijkomende afschrijfvingen.

De totale niet-recurrente baten/lasten (-) op 30 juni 2010 omvatten € 5 miljoen bijzondere waardevermindering voor Mylotarg®, € 19 miljoen reorganisatiekosten, die vooral te maken hebben met de herstructurering van de primaire markt gezondheidszorg in Japan en Turkije, gecompenseerd door € 28 miljoen aan inkomsten in verband met de afstoting van kleine activiteiten.

  • De financiële nettolasten bedroegen € 63 miljoen vergeleken met € 83 miljoen in 2010, een daling van € 20 miljoen als gevolg van lagere rentevoeten en de beëindiging van de afdekkingsboekhouding op rentedragende derivaten in 2010. De eerste helft van 2010 omvatte tevens een uitgave van € 7 miljoen met betrekking tot de éénmalige intrekking van de optie voor contante betaling in verband met de converteerbare obligatie.
  • Het gemiddelde belastingtarief voor recurrente activiteiten bedraagt 21% in de eerste helft van 2011, tegenover 22% in dezelfde periode vorig jaar.
  • De nettowinst na minderheidsbelangen voor het eerste halfjaar bedroeg € 199 miljoen, of € 51 miljoen meer dan vorig jaar.
  • Aangepast voor de impact na belasting van eenmalige posten en eenmalige financiële lasten en voor de bijdrage na belasting uit niet-voortgezette activiteiten, bedroeg de aangepaste nettowinst € 203 miljoen, 34% meer dan de € 151 miljoen aangepaste nettowinst voor het eerste halfjaar van 2010.
  • De kern-WPA (winst per aandeel), die de impact na belastingen van de afschrijving van immateriële activa weerspiegelt, steeg van € 1,17 in juni 2010 naar € 1,44 per einde juni 2011, op basis van 179,5 miljoen aandelen in juni 2011 na 180,1 miljoen aandelen in juni 2010.

8. Balans (zie balansoverzicht hierna)

  • Immateriële vaste activa: Als gevolg van de lopende afschrijving van de immateriële activa in verband met de overname van Celltech in 2004 en Schwarz Pharma in 2006 (€ 72 miljoen), de impact van de daling van de Amerikaanse dollar en het Britse pond, daalden de immateriële activa met € 125 miljoen van € 1 641 miljoen per 31 december 2010 naar € 1 516 miljoen per 30 juni 2011.
  • Goodwill: Een daling van de goodwill met € 200 miljoen tussen 31 december 2010 en 30 juni 2011 weerspiegelt de impact van de daling van de Amerikaanse dollar en het Britse pond.
  • Overige vaste activa: de overige vaste activa daalde met € 21 miljoen, van € 879 miljoen naar € 858 miljoen, voornamelijk door de daling in de financiële derivaten, gecompenseerd met stijging van de WILEX en Biotie Therapies investeringen gemeten tegen marktwaarde.
  • Vlottende activa: de daling van € 1 731 miljoen per 31 December 2010 tot € 1 616per 30 juni 2011 weerspiegelt een stijging in de handelsvorderingen, lagere cash en de afhandeling van de activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop gerelateerd aan Aesica.
  • Eigen vermogen: Het eigen vermogen van UCB, € 4 753 miljoen, verhoogde met € 161 miljoen tussen 31 december 2010 en 30 juni 2011. Het eigen vermogen steeg met het bedrag van de nettowinst na minderheidsbelangen (€ 199 miljoen), de eeuwigdurende obligatie (€ 295 miljoen), en de aanpassingen aan de reële waarde met betrekking tot financiële derivaten en de voor verkoop beschikbare financiële activa (€ 15 miljoen), die werden verrekend in het eigen vermogen, en het eigen vermogen daalde met de cumulatieve omrekeningsverschillen als gevolg van de daling van de Amerikaanse dollar en het Britse pond (€ 128 miljoen), het dividend aan de aandeelhouders van de eeuwigdurende obligatie (€7 miljoen) en met € 177 miljoen, als gevolg van gedeclareerde dividenden op de resultaten over 2010.
  • Langlopende schulden: de daling van de langlopende schulden van € 2 524 miljoen naar € 2 473 miljoen vloeit voort uit de lagere marktwaarde van de financiële derivaten en het gebruik van provisies.
  • Kortlopende schulden: de daling van de kortlopende schulden van € 1 853 miljoen naar € 1 282 miljoen houdt voornamelijk verband met de terugbetaling van de kredietvoorziening en lagere handels- en andere schulden.
  • Nettoschuld: De nettoschuld van € 1 418 miljoen, een daling van € 107 miljoen in vergelijking met € 1 525 miljoen per eind december 2010, vloeide voornamelijk voort uit de de stijging in de onderliggende nettorentabiliteit en de eeuwigdurende obligatie, gecompenseerd met de betaling van het dividend over de resultaten van 2010, de aankoop van eigen aandelen en de terugbetaling van de kredietvoorziening.

9. Kasstroomoverzicht (zie kasstroomoverzicht hierna)

De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstromen wordt beïnvloed door de volgende elementen:

  • De daling van de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten van € 139 miljoen in de eerste helft van 2010 naar € 78 miljoen in dezelfde periode van 2011 is het gevolg van een stijging van de onderliggende netto-rentabiliteit die tenietgedaan wordt door hogere handelsvorderingen, verdere betalingen in verband met herstructureringen aangekondigd in vorige jaren, betalingen van andere provisies en een daling van de handelsschulden en de overige te betalen vorderingen en uitzonderlijke elementen.
  • De daling van de kasstromen uit investeringsactiviteiten van € 17 miljoen in de eerste helft van 2010 naar € 50 miljoen in dezelfde periode van 2011 weerspiegelt de hogere uitgaven in materiële en immateriële activa in de eerste helft van 2011.
  • De daling van de kasstromen uit financieringsactiviteiten tot € -184 miljoen vloeit voort uit de uitkering van het dividend voor de resultaten van 2010, die € 176 miljoen van de gedeclareerde € 180 miljoen bedroeg, de aankoop van eigen aandelen, de terugbetaling van kortlopende schulden, gedeeltelijk gecompenseerd door de uitgifte van een hybride obligatie.

10. Risico's

In overeenstemming met artikel 13 § 5 van het Belgische Koninklijk Besluit van 14 november 2007 stelt UCB dat de fundamentele risico's waarmee de Vennootschap wordt geconfronteerd, in wezen ongewijzigd zijn gebleven in vergelijking met deze die worden beschreven op de pagina's 97-100 van het jaarverslag 2010. De Raad van Bestuur en de Chief Operating Decision Makers, zijnde het Uitvoerend Comité, evalueren regelmatig de door UCB gelopen bedrijfsrisico's.

11. Vooruitzichten voor 2011: Vooruitzichten aangepast

In 2011 wordt verwacht dat de financiële resultaten van UCB verder ondersteund worden door de voortgaande groei van Cimzia®, Vimpat® en Neupro® evenals de effecten van het verstrijken van octrooien voor Keppra®. Op basis van het halfjaarlijkse financiële rapport en de verwachtingen van de ondernemingen voor de rest van het financiële jaar 2011, worden opbrengsten voorzien van ongeveer € 3,1 miljard. De recurrente EBITDA en de kern WPA worden verwacht aan de hoogste grens van € 650 - € 680 miljoen en € 1,60 - € 1,70 respectievelijk.

Verkort geconsolideerde winst- en verliesrekening

Voor zes maanden, eindigend op 30 juni
Toelichting
2011 2010
€ miljoen Beperkte Beperkte
controle controle
Voortgezette bedrijfsactiviteiten
Netto-omzet
3
1 501 1 431
Royalties 96 107
Overige opbrengsten 82 106
Opbrengsten 1 679 1 644
Kostprijs van de omzet -521 -546
Brutowinst 1 158 1 098
Marketing- en verkoopkosten -405 -405
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -337 -320
Algemene kosten en administratiekosten -91 -98
Overige bedrijfsbaten en -lasten (-)
6
-6 -7
Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van 319 268
activa, reorganisatiekosten en overige bedrijfsbaten en –
lasten
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa
7
-6 -5
Reorganisatiekosten
8
-3 -19
Overige baten en lasten (-)
9
-5 28
Operationele winst 305 272
Financiële opbrengsten
*
42 54
Financieringskosten
*
-105 -137
Winst vóór winstbelastingen 242 189
Winstbelasting
10
-44 -42
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 198 147
Beëindigde bedrijfsactiviteiten
Winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
11
1 1
Winst van de periode 199 148
Toekenbaar aan:
Aandeelhouders van UCB N.V. 199 150
Minderheidsbelangen 0 -2
Winst per aandeel berekend op de winst toerekenbaar aan de
aandeelhouders van de Vennootschap over de periode

Gewone winst per aandeel (€)
**
1,10 0,82

Verwaterde winst per aandeel (€)
***
1,04 0,81

* De netto wisselkoersverliezen werden geherclassificeerd van Financiële inkomsten naar Financieringskosten in de Verkorte geconsolideerde winst-en-verliesrekening van juni 2010.

** Het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen tijdens de tussentijdse periode bedraagt voor de berekening van de gewone winst per aandeel 179 507 737 (2010: 180 101 429).

*** Het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen tijdens de tussentijdse periode bedraagt voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel 197 037 749 (2010: 197 142 174).

Voor zes maanden, eindigend op 30 juni
€ miljoen
Toelichting 2011
Beperkte
controle
2010
Beperkte
controle
Winst van de periode 199 148
Andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
Netto winst/verlies(-) op de voor verkoop beschikbare investeringen 12 2 6
Winstbelasting 0 0
2 6
Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten -128 303
Effectief gedeelte van winst/verlies(-) op kasstroomafdekkingen 12 13 -55
Winstbelasting 0 0
13 -55
Netto winst/verlies(-) op afdekking van netto-investeringen in
buitenlandse activiteiten
Winstbelasting
12 0
0
0
0
0 0
Andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, na
belastingen
-113 254
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de 86 402
periode, na belastingen
Toekenbaar aan:
Aandeelhouders van UCB N.V. 86 402
Minderheidsbelangen -1 0
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de 85 402
periode, na belastingen

Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Verkorte geconsolideerde balans

€ miljoen Toelichting 30 juni 2011 31 december 2010
Beperkte controle Geauditeerd
ACTIVA
Vaste activa
Immateriële activa 13 1 516 1 641
Goodwill 4 518 4 718
Materiële vaste activa 14 500 505
Uitgestelde belastingvorderingen 198 217
Personeelsbeloningen 22 18
Investeringen in geaffilieerde ondernemingen 0 16
Financiële en overige activa (inclusief financiële derivaten) 15 138 123
Totaal vaste activa 6 892 7 238
Vlottende activa
Voorraden 16 436 434
Handelsvorderingen en overige vorderingen 766 705
Te ontvangen belastingen 4 9
Financiële en overige activa (inclusief financiële derivaten) 69 61
Geldmiddelen en kasequivalenten 341 494
1 616 1 703
Afgestoten activa geclassificeerd als aangehouden voor 17 0 28
verkoop
Totaal vlottende activa 1 616 1 731
Totaal activa 8 508 8 969
EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen
Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan
aandeelhouders van UCB 18,19 4 752 4 590
Minderheidsbelangen 1 2
Totaal eigen vermogen 4 753 4 592
Langlopende verplichtingen
Leningen 20 43 32
Obligaties 21 1 683 1 683
Andere financiële verplichtingen (incl. financiële derivaten) 31 43
Uitgestelde belastingverplichtingen 298 316
Personeelsbeloningen 108 105
Voorzieningen 22 199 218
Handels- en overige verplichtingen 111 127
Totaal langlopende verplichtingen 2 473 2 524
Kortlopende verplichtingen
Leningen 20 37 308
Andere financiële verplichtingen (incl. financiële derivaten) 47 79
Voorzieningen 22 57 92
Handels- en overige verplichtingen 1 015 1 172
Te betalen belastingen 126 198
1 282 1 849
Afgestoten verplichtingen geclassificeerd als aangehouden 0 4
voor verkoop
Totaal kortlopende verplichtingen 1 282 1 853
Totaal verplichtingen 3 755 4 377
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 8 508 8 969

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

2011 2010
Voor zes maanden, eindigend op 30 juni Beperkte Beperkte
€ miljoen controle controle
Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB N.V. 199 150
Minderheidsbelangen -1 -2
Afschrijvingen van vaste activa 30 33
Afschrijving van immateriële activa 97 94
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 6 5
Verlies/Winst(-) op de vervreemding van materiële vaste activa 0 0
Verlies/Winst(-) op de vervreemding van andere dan materiële vaste activa
In eigen vermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen
0
1
-24
-1
Winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -1 -1
Winst uit afgestoten activiteiten, andere dan beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Netto-rente baten(-)/lasten 65 84
Bijzondere waardevermindering van financiële activa 0 0
Netto niet-geldelijke financieringskosten 115 -179
Financiële instrumenten – verandering in reële waarde -38 36
Dividendinkomsten 0 0
Winstbelasting 44 42
Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten voor veranderingen in werkkapitaal,
voorzieningen en personeelsbeloningen 517 237
Afname/toename(-) van voorraden -11 14
Afname/toename(-) van handelsvorderingen en overige vorderingen en andere
activa
-75 134
Afname/toename(-) van handelsverplichtingen en overige verplichtingen -154 -78
Netto-wijziging van voorzieningen en personeelsbeloningen -42 -47
Geldmiddelen gegenereerd uit bedrijfsactiviteiten 235 260
Ontvangen rente
Betaalde rente
20
-61
13
-63
Betaalde winstbelastingen -116 -71
KASSTROMEN UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN 78 139
Verwerving van immateriële activa -23 -9
Verwerving van materiële vaste activa -36 -13
Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen -3 0
Verwerving van overige investeringen 0 -5
Ontvangsten uit verkoop van immateriële vaste activa 2 0
Ontvangsten uit verkoop van materiële vaste activa 2 2
Ontvangsten uit verkoop van bedrijfsactiviteiten, na aftrek van overgedragen
geldmiddelen 8 0
Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen 0 8
Ontvangen dividenden 0 0
KASSTROMEN UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN -50 -17
Ontvangsten uit leningen 307 1 130
Terugbetaling van leningen -566 -682
Terugbetaling van verplichtingen uit hoofde van financiële leasingovereenkomsten -1 -1
Opbrengsten uit de uitgifte van eeuwigdurende achtergestelde obligaties 295 0
Inkoop van eigen aandelen -42 0
Uitgekeerde dividenden aan UCB aandeelhouders, na aftrek van dividenden betaald
op eigen aandelen -176 -172
KASSTROMEN UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN -184 275
KASSTROMEN UIT BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN 0 0
NETTO TOENAME/(AFNAME) VAN GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN -156 397
Geldmiddelen en kasequivalenten verminderd met bankvoorschotten in rekening
courant per 1 januari 478 466
Effect van wisselkoerswijzigingen 0 7
GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN VERMINDERD MET
VOORSCHOTTEN IN REKENING-COURANT PER 30 JUNI 322 870

Verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag

Verkort geconsolideerd overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen

Voor zes maanden, eindigend op 30 juni 2011

€ m
iljo
en
Aa
n
Cu
la
mu
Vo
or
de
len
Ing
e
tie
ve
rko
ve
op
Afd
ek
kin
g
ka
ita
al
p
Hy
ko
ch
te
Ov
er
Ov
e-
rek
om
e
be
sch
ik
Ka
s
va
n
To
taa
l
en bri
de
eig
en
dra
ge
rig
e
nin
gs
ba
re
str
oo
m
tto
ne
Min
de
r-
eig
en
uit
ifte
g
ka
i
p
aa
n
ge
n r
e
res
er-
hil
ve
rsc
inv
te
es
afd
ek
inv
te
es
he
ids
-
ve
rm
o
mi
pre
e
l
taa
de
len
lta
at
su
ve
s
len rin
ge
n
kin
ge
n
rin
ge
n
To
l
taa
be
lan
ge
n
ge
n
Ba
lan
1
ja
i 2
01
1
s p
er
nu
ar
2
15
1
-1
25
2
56
8
28
0
-3
42
1 2 55 4
59
0
2 4
59
2
Wi
t v
de
rio
de
ns
an
pe
19
9
19
9
19
9
Ov
ige
lise
erd
iet
er
ge
rea
e e
n n
-1
28
2 13 -1
13
-1 -1
14
lise
erd
ult
ate
ge
rea
e r
es
n
To
al
ali
de
nie
ta
t
ge
re
se
er
e
n
19
9
-1
28
2 86 -1 85
ali
de
lta
te
ge
re
se
er
re
su
n
Div
ide
nd
en
-1
77
-1
77
-1
77
Op
nd
ele
eb
rde
be
tal
ing
aa
n g
as
ee
en
7 7 7
Ov
bo
ek
ing
tu
er
sse
n r
es
erv
es
ek
hte
ei
de
len
Ing
oc
ge
n a
an
-4
2
-4
2
-4
2
Uit
ifte
wi
du
de
g
va
n e
eu
g
ren
29
5
29
5
29
5
hte
ste
lde
ob
lig
ati
ac
rge
es
Div
ide
nd
de
elh
de
aa
n a
an
ou
rs
va
n
-7 -7 -7
ig
du
de
hte
ste
lde
ee
uw
ren
ac
rge
ob
lig
ati
es
(
Ba
lan
3
0 j
i 2
01
1
be
rk
te
s p
er
un
pe
2
15
1
29
5
-1
67
2
59
0
28
0
-4
70
3 15 55 4
75
2
1 4
75
3
le)
nt
co
ro

Toekenbaar aan aandeelhouders van UCB N.V.

Verkort geconsolideerd overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen

Voor zes maanden, eindigend op 30 juni 2010

To ke
nb
ere
aa
r a
nd
lho
ud
an
aa
ee
CB
n U
ers
va
N
.V.
€ m
iljo
en
Vo
or
Aa
nd
ele
n
Ing
e
rko
ve
op
ka
ita
al
p
ko
ch
te
Ov
erg
e
be
sch
ik
Ka
s
Afd
ek
kin
g
Min
de
r-
en eig
en
dra
ge
n
Cu
lat
iev
mu
e
ba
re
str
oo
m
ett
va
n n
o-
he
ids
-
uit
ifte
g
aa
n
ul
res
Ov
eri
ge
rek
ing
om
en
s
inv
es
afd
ek
inv
es
-
be
lan
-
To
l e
ige
taa
n
mi
pre
e
de
len
taa
t
res
erv
es
hil
len
ve
rsc
ing
ter
en
kin
ge
n
ing
ter
en
To
l
taa
ge
n
ve
rm
og
en
lan
ja
i 2
Ba
1
01
0
s p
er
nu
ar
2
15
1
-1
25
2
63
0
23
2
-5
23
0 -5 55 4
41
5
2 4
41
7
Wi
de
rio
de
t v
ns
an
pe
15
0
15
0
-2 14
8
Ov
ige
lise
erd
iet
er
ge
rea
e e
n n
30
3
6 -5
5
25
4
25
4
lise
erd
ult
ate
ge
rea
e r
es
n
To
ta
al
ali
de
nie
t
ge
re
se
er
e
n
15
0
30
3
6 55 40
4
-2 40
2
ali
de
lta
te
ge
re
se
er
re
su
n
Div
ide
nd
en
-1
73
-1
73
-1
73
Op
nd
ele
eb
rde
be
tal
ing
aa
n g
as
ee
en
7 7 7
Ov
bo
ek
ing
tu
er
sse
n r
es
erv
es
7 -7 0 0
Ing
ek
hte
ei
de
len
oc
ge
n a
an
-7 -7 -7
Eig
ek
ld
t g
en
ve
rm
og
en
sco
mp
on
en
op
pe
49 49 49
ba
ob
lig
ati
rte
aa
n c
on
ve
er
re
e
(
Ba
lan
3
0 j
i 2
01
0
be
rk
te
s p
er
un
pe
2
15
1
-1
25
2
60
7
28
1
-2
20
6 -6
0
55 4
69
5
0 4 6
95
le)
nt
co
ro

Toelichting bij het verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag

1. Algemene informatie

UCB N.V., de moedermaatschappij, (hierna "UCB" of "de Vennootschap") is een naamloze vennootschap die is opgericht in België en er ook haar hoofdzetel heeft. Dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag van de Vennootschap voor de eerste zes maanden eindigend op 30 juni 2011 (hierna "de tussentijdse financiële periode") bevat de geconsolideerde balans en resultaten van de Vennootschap en haar dochterondernemingen (samen "de Groep").

UCB N.V. staat genoteerd op Euronext Brussel. De Groep is een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in twee therapeutische gebieden, namelijk het centrale zenuwstelsel (czs) en immunologie. UCB heeft ook een selectieve aanwezigheid in de primaire zorg.

Dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag werd op 28 juli 2011 goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur.

Dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag werd beperkt gecontroleerd, niet geauditeerd.

De geconsolideerde jaarrekening van de Groep per 31 december 2010 is op verzoek verkrijgbaar op het statutaire adres van de Vennootschap, Researchdreef 60, B-1070 Brussel, België of op de volgende webpagina: www.ucb.com/investors/calendar/2010.

2. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving

2.1. Grondslag voor de opstelling

Het verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag is opgesteld in overeenstemming met de International Accounting Standard (IAS) 34 (tussentijdse financiële verslaggeving), zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Dit tussentijds verslag bevat niet al de informatie die verplicht gerapporteerd moet worden in de volledige geconsolideerde jaarrekening en moet samen met de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2010 worden gelezen.

De opstelling van dit verkort financieel verslag vereist dat het management schattingen maakt en veronderstellingen doet die een invloed hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen en de bekendmaking van voorwaardelijke activa en verplichtingen op de datum van dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag en de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en lasten tijdens de verslagperiode. Indien in de toekomst zou blijken dat deze schattingen en veronderstellingen, die door het management redelijk geacht worden op dit ogenblik in de gegeven omstandigheden, zouden afwijken van de werkelijke resultaten, dan zullen de originele schattingen en veronderstellingen aangepast worden. De effecten van deze wijzigingen zullen weerspiegeld worden in de periode waarin ze geacht worden noodzakelijk te zijn.

Het geconsolideerde financiële verslag wordt voorgesteld in euro en alle waarden zijn afgerond tot het dichtstbijzijnde miljoen, tenzij anders vermeld.

2.2. Wijzigingen in de boekhoudkundige waarderingsgrondslagen en informatieverschaffing

Dit tussentijds verkort geconsolideerd financieel verslag is opgesteld volgens dezelfde grondslagen voor de financiële verslaggeving als die welke gebruikt zijn bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep afgesloten per 31 december 2010.

De volgende nieuwe normen, amendementen of interpretaties moeten verplicht voor het eerst worden toegepast in het boekjaar dat begint op 1 januari 2011, maar zijn momenteel niet relevant voor de Groep (aangezien ze geen enkele invloed hebben op de financiële positie of prestaties van de Groep):

  • IAS 24, (amendement), Transacties met verbonden partijen.
  • IAS 32, (amendement), Financiële instrumenten: Presentatie Classificatie van claimemissies.
  • Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS 2010.

  • IFRIC 14, (amendement), Vooruitbetaling van minimale financieringseisen.

  • IFRIC 19, Aflossing van financiële verplichtingen met aandeelbewijzen.

De normen, interpretaties en amendementen, die in 2011 gepubliceerd maar nog niet van kracht zijn, werden niet vervroegd goedgekeurd door de Groep.

2.3. Wisselkoersen

De volgende belangrijkste wisselkoersen zijn gebruikt bij de opstelling van dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag:

Slotkoers Gemiddelde koers
Equivalent van € 1 2011 2010 2011 2010
USD 1,451 1,337 1,402 1,324
JPY 116,900 108,460 114,871 120,919
GBP 0,903 0,857 0,868 0,869
CHF 1,222 1,248 1,270 1,435

De slotkoersen zijn de dagkoersen op 30 juni 2011 en 31 december 2010, de gemiddelde koersen zijn de gemiddelden voor de eerste zes maanden van het jaar.

3. Gesegmenteerde informatie

De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk noch gezamenlijk. De Chief Operating Decision Makers, zijnde de Raad van Bestuur, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als een enkel segment opereert. Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de productomzet, de geografische gebieden en de inkomsten te danken aan de belangrijkste klanten.

3.1. Omzet per product informatie

De netto-omzet bestaat uit:

Voor zes maanden, eindigend op 30 juni 2011 2010
Beperkte Beperkte controle
€ miljoen controle
Keppra® (incl. Keppra® XR) 507 460
Zyrtec® (incl. Zyrtec-D®/Cirrus®) 166 150
Cimzia® 143 83
Vimpat® 97 55
Xyzal® 68 63
Neupro® 45 39
venlafaxine XR 36 97
omeprazole 37 31
Nootropil® 36 32
Metadate™ CD 34 29
Tussionex™ 24 45
Andere producten 308 347
Totaal netto-omzet 1 501 1 431

3.2. Geografische informatie

De onderstaande tabel toont de netto-omzet op elke geografische markt waar zich klanten bevinden:

2011 2010
Voor zes maanden, eindigend op 30 juni Beperkte Beperkte controle
€ miljoen controle
Noord-Amerika 482 531
Duitsland 173 179
Frankrijk 99 92
Italië 89 72
Spanje 82 75
Verenigd Koninkrijk en Ierland 85 66
België 21 22
Rest van de Wereld 470 394
Totaal netto-omzet 1 501 1 431

De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer in iedere geografische markt waar de activa zich bevinden:

Materiële vaste activa
Voor zes maanden, eindigend op 30 juni
€ miljoen
2011
Beperkte
controle
2010
Geauditeerd1
België 204 198
Noord-Amerika 91 98
Verenigd Koninkrijk en Ierland 86 91
Duitsland 24 24
Frankrijk 2 2
Italië 0 0
Spanje 2 2
Rest van de Wereld 91 90
Totaal 500 505

3.3. Informatie over belangrijke klanten

UCB heeft één klant die individueel meer dan 10% van de totale netto-omzet vertegenwoordigt op het einde van juni 2011 (2010: één grote klant).

In de VS vertegenwoordigde de verkoop aan 3 groothandelaars ongeveer 83% van de omzet in de VS (2010: 82%).

4. Seizoensgebonden activiteiten

De opbrengsten van de Groep in het bedrijfssegment biofarmaceutica zijn tot op zekere hoogte seizoensgebonden. De opbrengsten afkomstig van de allergiefranchise schommelen volgens de hevigheid van het pollenseizoen in de verschillende geografische gebieden waar de Groep actief is.

Nochtans kan er op een geconsolideerde basis geen systematisch of voorspelbaar seizoensgebonden karakter in de bedrijfsactiviteiten van de Groep in zijn geheel onderkend worden.

1 De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is 31 december 2010

5. Organisatie van de Groep en belangrijke gebeurtenissen/transacties

In de tussentijdse periode werden er geen belangrijke wijzigingen aangebracht aan de samenstelling van de Groep, met uitzondering van het volgende:

  • In de loop van 2010 bezat UCB een belang in Synosia Therapeutics Holdings AG (hierna te noemen 'Synosia'), dat werd opgenomen als een investering in een geassocieerde onderneming. Tijdens 2011 werd Synosia overgenomen door Biotie Therapies en dus nam de Groep afstand van haar investering in Synosia in ruil voor een belang in Biotie Therapies. Deze nieuwe investering werd geclassificeerd als een voor verkoop beschikbaar financieel actief (zie Toelichting 15 voor meer details), aangezien de Groep geen belangrijke invloed heeft op Biotie Therapies.
  • Tijdens de periode vonden geen bedrijfscombinaties plaats. In maart 2011 werd de overname door Aesica van de productiebedrijven van UCB in Duitsland en Italië afgerond. Toelichtingen 8 en 11 bevatten meer informatie over de stopgezette activiteiten en de herstructureringsactiviteiten.
  • Op 8 maart 2011 rondde UCB N.V. de plaatsing van € 300 miljoen eeuwigdurende achtergestelde obligaties (de "obligaties") af. De eeuwigdurende achtergestelde obligaties werden uitgegeven aan 99,499% en bieden beleggers een coupon van 7,75% per jaar gedurende de eerste vijf jaar. De obligaties zijn niet-gedateerd maar UCB zal een recht hebben om de obligaties af te lossen, 5 jaar na de datum van hun uitgifte, in 2016 en ieder kwartaal daarna. Zie Toelichting 18.2 voor meer details.

6. Overige bedrijfsbaten en -lasten

De overige bedrijfsbaten/-lasten (-) bedroegen € 6 miljoen lasten in de tussentijdse periode (2010: € 7 miljoen lasten), hoofdzakelijk door de herclassificatie van afschrijvingen, die verband houden met niet-productieve immateriële activa.

7. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa

Op het einde van elke rapporteringsperiode beoordeelt het management of er een indicatie is dat een actief in waarde zou zijn verminderd. Als deze indicatie aanwezig is, raamt het management het recupereerbare bedrag van het actief om na te gaan of er een uitzonderlijke waardevermindering moet worden erkend. Uitzonderlijke waardeverminderingen die in vorige tussentijdse perioden voor bepaalde financiële activa werden erkend, worden niet teruggenomen.

In de eerste helft van 2011 heeft het management de niet-financiële activa (inclusief immateriële activa en goodwill) op waardeverminderingen herzien op basis van externe en interne indicatoren en vastgesteld dat er een waardevermindering moet worden geboekt van € 6 miljoen, waarvan € 4 miljoen met betrekking tot SYN-118 dient opgenomen te worden in de tussenperiode (2010: € 5 miljoen, voornamelijk op het Mylotarg® immaterieel actief).

8. Reorganisatiekosten

De reorganisatiekosten van € 3 miljoen (2010: € 19 miljoen) waren toe te schrijven aan afvloeiingskosten. De kosten in juni 2010 waren gerelateerd aan de herstructurering van de primaire markt van de gezondheidszorg in Japan en Turkije.

9. Overige baten en lasten

De overige baten/lasten (-) bedroegen € 5 miljoen lasten in 2011 (2010: € 28 miljoen baten), voornamelijk ten gevolge van bijkomende afschrijvingen. De baten in 2010 waren voornamelijk het gevolg van de afstoting van andere activiteiten dan beëindigde bedrijfsactiviteiten.

10. Winstbelasting

De winstbelasting voor de zes maanden die eindigden op 30 juni 2011 wordt toegerekend op basis van de aanslagvoet die zou gelden voor de verwachte totale jaarlijkse winst, die een geraamde gemiddelde jaarlijkse effectieve aanslagvoet is, toegepast op de inkomsten voor belastingen op 30 juni.

Voor zes maanden, eindigend op 30 juni 2011 2010
€ miljoen Beperkte controle Beperkte controle
Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting -41 -91
Uitgestelde winstbelasting -3 49
Totale winstbelastingen -44 -42

De geconsolideerde effectieve aanslagvoet voor de Groep met betrekking tot de voortgezette activiteiten voor de zes maanden bedraagt 18,3% (2010: 22,2%).

De effectieve aanslagvoet voor de Groep, exclusief de belastingimpact van de eenmalige afschrijving op nietfinanciële activa, reorganisatiekosten en de vermogensaanwas bedraagt 20,6% (2010: 22,0%).

11. Beëindigde bedrijfsactiviteiten

De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten, € 1 miljoen (2010: € 1 miljoen), was het gevolg van de gedeeltelijke terugneming van voorzieningen in verband met de chemische activiteiten van de Groep.

12. Elementen van andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Voor zes maanden, eindigend op 30 juni 2011 2010
€ miljoen Beperkte Beperkte
controle controle
Voor verkoop beschikbare financiële activa:
Winst / verlies (-) gedurende het jaar 2 6
Min: Herclassificatie voor winst/verlies (-) bevat in de winst- en verliesrekening 0 0
2 6
Kasstroomafdekkingen:
Winst / verlies (-) gedurende het jaar 13 -60
Min: Herclassificatie voor winst/verlies (-) bevat in de winst- en verliesrekening 0 -5
13 -55
Afdekking van netto-investeringen:
Winst / verlies (-) gedurende het jaar 0 0
Min: Herclassificatie voor winst/verlies (-) bevat in de winst- en verliesrekening 0 0
0 0

13. Immateriële activa

Tijdens de periode betaalde de Groep ongeveer € 6 miljoen (2010: € 3 miljoen) voor het verwerven van immateriële activa door middel van verscheidene licentie- en samenwerkingsovereenkomsten. Daarnaast kapitaliseerde de Groep € 17 miljoen (2010: € 6 miljoen) kosten voor de ontwikkeling van software.

In de eerste helft van het jaar boekte de Groep totale waardeverminderingslasten van € 6 miljoen (2010: € 5 miljoen) op haar immateriële activa. De waardeverminderingslasten worden in Toelichting 7 gedetailleerd en zijn in de winst-en-verliesrekening opgenomen in de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa".

Er werden geen materiële verkopen van immateriële activa gerealiseerd in de tussentijdse periode.

De afschrijvingslast voor de periode bedroeg € 97 miljoen (2010: € 94 miljoen).

14. Materiële vaste activa

Tijdens de periode betaalde de Groep ongeveer € 36 miljoen (2010: € 13 miljoen) voor de aankoop van nieuwe materiële activa, met inbegrip van investeringen in de bouw van een biotechnologische pilootfabriek in België.

De Groep verkocht ook bepaalde materiële activa met een boekwaarde van ongeveer € 2 miljoen (2010: € 2 miljoen).

Er werd geen uitzonderlijke waardevermindering vastgesteld na de controle van de materiële activa op indicaties van waardeverminderingen (2010: € 0 miljoen).

De afschrijvingslast voor de periode bedroeg € 30 miljoen (2010: € 33 miljoen).

In de zes maanden, eindigend op 30 juni 2011 werden er geen financieringskosten gekapitaliseerd, omdat er in de tussentijdse periode geen activa in aanmerking kwamen in 'Activa in opbouw'.

15. Financiële en overige activa

De niet-courante financiële en overige activa bedroegen € 138 miljoen op 30 juni 2011 (2010: € 123 miljoen).

Op 12 oktober 2010, kondigde UCB N.V. een strategisch partnerschap aan met Synosia Therapeutics Holding AG (hierna 'Synosia'), waarin UCB een licentie voor exclusieve, wereldwijde rechten verwierf op SYN-115, voor de behandeling van de ziekte van Parkinson, en een optie van rechten op SYN-118, voor niet-weesindicaties. Volgens de overeenkomst nam UCB een participatie in Synosia voor een totaal bedrag van 20 miljoen USD.

Op 11 januari 2011 kondigde Biotie Therapies (hierna 'Biotie') de overname van Synosia aan. Biotie is gevestigd in Turku, Finland en is gespecialiseerd in het ontwikkelen van geneesmiddelen voor aandoeningen van het centrale zenuwstelsel en inflammatoire ziekten. De aandelen van het bedrijf zijn genoteerd op de NASDAQ OMX Helsinki Ltda. Als gevolg van de overname heeft UCB afstand gedaan van haar belang in Synosia in ruil voor een aandelenpositie van 9,5% in Biotie, voorheen 20% van Synosia. De totale investering in Biotie bedraagt € 20 miljoen aan het einde van de periode.

Op 10 juni 2010 heeft UCB haar vroege pijplijnalliantie met WILEX AG versterkt. De totale investering in WILEX bedraagt € 14 miljoen (2010: € 14 miljoen) of 15,38% van het totaal aantal aandelen.

De investeringen in WILEX en Biotie zijn geclassificeerd als beschikbaar voor verkoop en bij de oorspronkelijke boeking tegen reële waarde gewaardeerd. De stijging van de reële waarde met betrekking tot de investering in Synosia, die € 2 miljoen bedraagt op 30 juni 2011, werd geboekt onder 'andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten' (zie Toelichting 12).

De totale stijging is voornamelijk toe te schrijven aan de herclassificatie van de eerder genoemde investering in Synosia van een "Investering in een geassocieerde onderneming" naar "Financiële en andere activa".

16. Waardevermindering op voorraden

De kostprijs van de omzet bevat een bedrag van € 8 miljoen euro voor de zes maanden, eindigend op 30 juni 2011 (2010: € 28 miljoen) met betrekking tot afschrijvingen van voorraden om te komen tot de opbrengstwaarde van de aangehouden voorraden.

17. Vaste activa aangehouden voor verkoop

Er zijn geen overige vaste activa aangehouden voor verkoop op 30 juni 2011 (2010: € 28 miljoen en dit was voornamelijk het gevolg van de afstoting van andere activiteiten dan beëindigde bedrijfsactiviteiten).

18. Kapitaal en reserves

18.1. Aandelenkapitaal en uitgiftepremie

Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 550 miljoen per 30 juni 2011 (2010: € 550 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 183 365 052 aandelen (2010: 183 365 052 aandelen).

De aandelen van de Vennootschap hebben geen nominale waarde. Op 30 juni 2011, werden 72 410 764 aandelen (2010: 72 422 921) geregistreerd en 110 954 288 (2010: 110 942 131) waren aandelen aan toonder/gedematerialiseerde aandelen. De houders van UCB-aandelen hebben recht op dividenden zoals vastgesteld en op één stem per aandeel op de Aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap.

Er is geen niet-geplaatst toegestaan kapitaal.

18.2. Hybride kapitaal

Op 8 maart 2011, rondde UCB N.V. de plaatsing van € 300 miljoen eeuwigdurende achtergestelde obligaties (de "obligaties") af. De eeuwigdurende achtergestelde obligaties, die als 'Eigen vermogensinstrumenten' voor de Groep in aanmerking komen krachtens IAS32 (Financiële instrumenten: informatieverschaffing en presentatie) werden uitgegeven aan 99,499% en bieden beleggers een coupon van 7,75% per jaar gedurende de eerste vijf jaar. De obligaties zijn niet-gedateerd maar UCB zal een recht hebben om de obligaties af te lossen, 5 jaar na de datum van hun uitgifte, in 2016 en ieder kwartaal daarna. De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.

Dienovereenkomstig werd de rente niet gepresenteerd als rentelasten in de winst-en-verliesrekening, maar werd geboekt overeenkomstig de boekingen van dividenden aan aandeelhouders, die vervat zijn in het "Overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen". Eventuele transactiekosten worden in mindering gebracht van het hybride kapitaal, rekening houdend met de belastingimpact.

Het hybride kapitaal bedraagt € 288 miljoen per einde juni 2011. De € 7 miljoen dividend aan aandeelhouders van eeuwigdurende achtergestelde obligaties werden geboekt in het overgedragen resultaat.

18.3. Ingekochte eigen aandelen

De Groep verwierf 1 114 259 aandelen (2010: 233 740) van UCB N.V. voor een totaal van € 37 miljoen (2010: € 7 miljoen) en gaf 25 280 eigen aandelen (2010: 236 839 eigen aandelen) uit voor een totaalbedrag van € 1 miljoen (2010: € 7 miljoen) in de eerste helft van het jaar. Op 30 juni 2009 hield de Groep 4 254 529 aandelen in eigen beheer (2010: 3 165 952 aandelen). Deze ingekochte eigen aandelen werden verworven teneinde te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de toegekende aandelen die aan de Raad van Bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden.

In de eerste helft van 2011 heeft UCB N.V. 800 000 opties aangekocht voor een totale premie van € 6 miljoen.

18.4. Overige reserves

De overige reserves bedragen € 280 miljoen (2010: € 281 miljoen) en omvatten de volgende items:

  • de IFRS-acquisitiemeerwaarde die werd gerealiseerd tijdens de Schwarz Pharma-bedrijfscombinatie voor € 232 miljoen en;
  • de eigen vermogenscomponent gekoppeld aan de converteerbare obligatie van € 48 miljoen (2010: € 49 miljoen) als gevolg van de beslissing van UCB om de optie voor contante betaling, gekoppeld aan de converteerbare obligatie, in te trekken.

18.5. Cumulatieve omrekeningsverschillen

De cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigen de cumulatieve valuta-omrekeningsverschillen in verband met de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro gebruiken.

19. Dividenden

Het voorstel van de Raad van Bestuur om een bruto-dividend van € 0,98 per aandeel (2010: € 0,96 per aandeel) of € 180 miljoen (2010: € 176 miljoen) voor het boekjaar 2010 uit te keren, werd goedgekeurd door de aandeelhouders van UCB tijdens de Algemene Aandeelhoudersvergadering van 28 april 2011, en werd bijgevolg geboekt in de eerste helft van 2011.

20. Leningen

Op 1 december 2010 kondigde UCB N.V. een wijziging van de kredietfaciliteit aan die heeft geresulteerd in de verlaging van de kredietfaciliteit van € 1,5 miljard naar € 1 miljard. De kredietfaciliteit werd verlengd van 2012 tot 2015. De gewijzigde faciliteit vervalt op 14 december 2015.

Tijdens de eerste helft van 2011 betaalde UCB de doorlopende kredietfaciliteit volledig terug. Om deze reden bedroeg het totale bedrag van de opname € 0 miljoen per einde juni 2011 (2010: € 299 miljoen). Op 30 juni 2011 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep gelijk aan 5,39% (2010: 4,71%) vóór afdekking. De betalingen van de vlottende rentevoet zijn aan specifieke kasstroomafdekking onderhevig en vaste rentevoetbetalingen zijn aan reëlewaardeafdekkingen onderhevig, wat de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep op 4,35% (2010: 4,29%) na afdekking vaststelt.

Tijdens de huidige tussentijdse periode is UCB geen belangrijke nieuwe leningen aangegaan en heeft geen bestaande leningen opnieuw onderhandeld.

De evolutie van de schuldgraad van de Groep (lange en korte termijn, inclusief financiële leasingverplichtingen) kan als volgt gedetailleerd worden:

2011
Beperkte 2010
€ miljoen controle Geauditeerd2
Saldo per 1 januari 340 589
Bankvoorschotten in rekening-courant 17 20
Bankleningen 302 545
Financiële leases 21 24
Kortetermijnleningen toegestaan onder bestaande leningsovereenkomsten 307 3 034
Terugbetalingen -565 -3 286
Leningen -564 -3 283
Financiële leases -1 -3
Nettoverandering van de bankvoorschotten in rekening-courant 3 -3
Impact van veranderingen in vreemde valuta -5 6
Afdekking van netto-investeringen 0 0
Op de verslagleggingsdatum 80 340
Bankvoorschotten in rekening-courant 20 17
Bankleningen 40 302
Financiële leases 20 21

21. Obligaties

Tijdens de huidige interim-periode, heeft UCB geen nieuwe obligaties uitgegeven, met uitzondering van de uitgifte van de hybride obligatie die is geboekt als een eigen-vermogensinstrument (zie Toelichting 18.2 voor meer details).

2 De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is 31 december 2010

De boekwaarden van de obligaties zijn als volgt:

Couponrente Eindvervaldag 2011
Beperkte 2010
€ miljoen controle Geauditeerd3
Niet-courant
Converteerbare obligatie 4,50% 2015 438 432
Particuliere obligatie 5,75% 2014 750 756
Institutionele euro-obligatie 5,75% 2016 495 495
Totaal langlopende verplichtingen 1 683 1 683

21.1. Converteerbare obligatie

De converteerbare obligatie wordt in de balans geboekt en als volgt berekend:

2011
Beperkte 2010
€ miljoen controle Geauditeerd3
Saldo per 1 januari 432 421
Effectieve interestkosten 16 33
Nominale opgebouwde interest/nog niet verschuldigd -4 -4
Nominale opgebouwde interest van vorige periode, betaald in huidige periode 4 4
Betaalde rente -11 -23
Niet-afgeschreven transactiekosten bij initiële boeking 0 0
Afschrijvingskosten voor de periode 1 1
Op de verslagleggingsdatum 438 432

21.2. Particuliere obligatie

De boekwaarde van de particuliere obligatie voor de zes maanden tot 30 juni 2011 bedroeg € 750 miljoen (31 december 2010: € 756 miljoen). De Groep wijst financiële derivaten onder reëlewaardeafdekkingen toe aan de particuliere obligatie. De daling van de boekwaarde van de particuliere obligatie is volledig toerekenbaar aan de daling van de reële waarde van het afgedekte deel van de particuliere obligatie, en wordt bijna volledig tenietgedaan door een wijziging in de reële waarde van de overeenkomstige financiële derivaten.

21.3. Institutionele euro-obligatie

De boekwaarde van de retailobligatie voor de zes maanden tot 30 juni bedroeg € 495 miljoen (31 december 2010: € 495 miljoen). De Groep wijst financiële derivaten onder reëlewaardeafdekkingen toe aan de institutionele euroobligatie.

22. Voorzieningen

22.1. Milieuvoorzieningen

De milieuvoorzieningen daalden met € 1 miljoen (2010: € 1 miljoen) tijdens de huidige tussentijdse periode als gevolg van de vrijmaking van bepaalde milieuvoorzieningen in verband met de verkoop van de activiteit Surface Specialties. Dat heeft te maken met de afgestoten sites waarover UCB de volle verantwoordelijkheid heeft behouden, in overeenstemming met de contractuele voorwaarden die zijn afgesproken met Cytec Industries Inc. In de eerste helft van 2011 werd een deel van de voorzieningen in verband met de activiteit Surface Specialties teruggeboekt.

3 De rapporteringsdatum voor de vergelijkende periode is 31 december 2010

22.2. Reorganisatievoorzieningen

De reorganisatievoorzieningen daalden met € 20 miljoen (2010: € 46 miljoen) tijdens de huidige tussentijdse periode, inclusief de verdere betalingen in verband met het SHAPE-programma dat werd aangekondigd in augustus 2008, de organisatorische wijzigingen in België die werden aangekondigd in november 2009, de uitstap uit de primaire zorgsector in de VS, zoals aangekondigd in januari 2010 en de reorganisatie van de primaire zorgsector activiteiten in Japan (zie Toelichting 8).

22.3. Andere voorzieningen

De overige voorzieningen daalden met € 33 miljoen (2010: 20 miljoen) tijdens de huidige tussentijdse periode, en houden voornamelijk verband met belastingrisico's, productaansprakelijkheid en gerechtelijke vorderingen. Voorzieningen voor belastingrisico's worden opgenomen indien UCB van oordeel is dat de belastingdiensten een door de Groep of een dochteronderneming ingenomen belastingstandpunt zouden kunnen betwisten. Voorzieningen voor rechtszaken omvatten voornamelijk voorzieningen voor geschillen waar UCB of een dochteronderneming gedagvaard wordt voor claims van voormalige werknemers. Voorzieningen voor productaansprakelijkheid hebben betrekking op de risico's die verband houden met de normale bedrijfsvoering en waarvoor de Groep aansprakelijk kan worden gesteld door de verkoop van deze types geneesmiddelen. Er wordt met betrekking tot de bovenvermelde risico's samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vakexperts een evaluatie gemaakt.

23. Transacties met verbonden partijen

Er waren geen wijzigingen met betrekking tot de verbonden partijen die in het Jaarverslag 2010 werden geïdentificeerd en vermeld.

De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening voor de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité, voor de eerste zes maanden waarin ze hun mandaat uitoefenden, eindigend op 30 juni 2011.

2011
Beperkte
€ miljoen controle
Kortlopende personeelsvergoedingen 3
Ontslagvergoedingen 0
Uitkeringen na uittreding 1
Op aandelen gebaseerde betalingen 2
Totaal vergoedingen van managers op sleutelposities 6

24. Juridische schikkingen

• Op 8 februari 2011 kondigden UCB en PDL BioPharma, Inc., een Amerikaans biotechbedrijf gespecialiseerd in gehumaniseerde antilichamen, aan dat de bedrijven een definitieve vaststellingsovereenkomst hebben gesloten als oplossing voor alle geschillen tussen beide partijen, onder meer die betreffende UCB's gepegyleerd nagemaakt gehumaniseerd antilichaamfragment Cimzia® en PDL's patenten die bekendstaan als de "Queen et al."-patenten. In het kader van de vaststellingsovereenkomst verbindt PDL zich ertoe om voor het product Cimzia® van UCB geen royalty's van UCB te eisen onder de Queen-patentportfolio, in ruil voor de eenmalige betaling van US\$ 10 miljoen en de gezamenlijke oplossing van andere geschillen tussen beide bedrijven, waaronder twee lopende patentgeschillen bij het Amerikaanse Patent and Trademark Office en een oppositie tegen patent bij het Europees Octrooibureau. UCB is geen bijkomende betalingen verschuldigd aan PDL in het kader van de Queen-patenten met betrekking tot de Cimzia® verkoop voor om het even welke indicatie en voor de verkoop van een product in ontwikkeling dat al dan

niet goedgekeurd zal worden binnen het kader van de Queen-patenten. De bedragen werden voorzien in 2010.

• Op 9 juni 2011 heeft UCB een overeenkomst bereikt met het Department of Justice (DoJ) in de VS om een onderzoek naar voormalige marketing- en promotieactiviteiten van Keppra® op te lossen in de VS. De kwesties, die het onderwerp van dit onderzoek uitmaakten, vonden meer dan zes jaar geleden plaats , en UCB heeft volledige medewerking verleend aan de Verenigde Staten vanaf het moment dat UCB op de hoogte was van dit onderzoek. Volgens de overeenkomst heeft UCB U.S. schuldig gepleit aan een wanbedrijf en is overeengekomen om 8,6 miljoen US dollar te betalen op grond van de Federal Food, Drug and Cosmetic Act. UCB sloot ook een aparte civiele schikking en zal 25,8 miljoen US dollar betalen en zal ook een bescheiden bedrag aan de programma's van de Verenigde Staten en State Medicaid overmaken, teneinde beschuldigingen op grond van de False Claims Act op te lossen. UCB heeft tevens een vijfjarige Corporate Integrity-overeenkomst gesloten met de inspecteur-generaal van het Amerikaanse Department of Health and Human Services. Deze Corporate Integrity-overeenkomst legt UCB U.S. op om extra voorlichtings- en opleidingsinitiatieven voor Amerikaanse en een aantal globale medewerkers, een bekendmakingsprogramma, bewakings- en auditprocedures te implementeren, alsmede aan alle andere verplichtingen met betrekking tot de marketing, promotie en verkoop van onze producten in de VS, te voldoen. De bedragen werden voorzien in 2010.

25. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen

25.1. Voorwaardelijke activa en verplichtingen

Er hebben geen belangrijke gebeurtenissen plaatsgevonden in de eerste helft van het jaar en er werden bijgevolg geen materiële veranderingen aangebracht in de voorwaardelijke activa en voorwaardelijke verplichtingen die in het jaarverslag 2010 werden onthuld (p.129).

De Groep blijft actief betrokken in gedingen, eisen en onderzoeken, waaronder, maar niet beperkt tot, productaansprakelijkheid en patentbetwistingen. Deze en andere lopende zaken kunnen leiden tot aansprakelijkheden, burgerlijke en strafrechtelijke boetes, verlies van productexclusiviteit en ander kosten, boetes en onkosten die verbonden zijn aan bevindingen strijdig met UCB's belangen.

25.2. Aankoopverplichtingen

Op 30 juni 2011 had de Groep kapitaalverbintenissen voor ongeveer € 358 miljoen, hoofdzakelijk in verband met de aankoop van materiële vaste activa voor de constructie van een biotechnologische pilootfabriek in Eigenbrakel, België en een biotechnologische fabriek in Bulle, Zwitserland.

De Groep sloot verschillende licentie- en samenwerkingsovereenkomsten met verschillende partijen. Op 30 juni 2011 had de Groep verplichtingen in verband met de immateriële activa in de tweede jaarhelft te betalen voor ongeveer € 30 miljoen. Deze betalingen zijn normaal verschuldigd na het bereiken van specifieke mijlpaalgebeurtenissen voor producten in ontwikkeling en licentieovereenkomsten met derde partijen.

25.3. Garanties

Tijdens de zes maanden, eindigend op 30 juni 2011 kende de onderneming geen nieuwe garanties toe. Bijkomend kon de Groep de garanties met € 6 miljoen reduceren, voornamelijk met betrekking tot de productiecapaciteitovereenkomsten van 4 miljoen.

26. Gebeurtenissen na de tussentijdse balansdatum

Er hebben geen gebeurtenissen plaatsgevonden na het afsluiten van de rapporteringsperiode.

27. Reële waarde hiërarchie

Alle financiële instrumenten, die aan hun reële waarde gewaardeerd zijn, worden onderverdeeld in drie categorieën, die als volgt gedefinieerd zijn:

  • Niveau 1 Genoteerde marktprijzen
  • Niveau 2 Waarderingstechnieken (markt-waarneembaar)
  • Niveau 3 Waarderingstechnieken (niet-markt-waarneembaar)

De onderstaande tabel geeft de financiële activa en passiva van de Groep weer, gemeten aan de reële waarde op 30 juni 2011.

Financiële activa tegen reële waarde

€ miljoen
30 juni 2011
Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa
Voor verkoop beschikbare
Genoteerde aandelen 34 0 0 34
Genoteerde schuldinstrumenten 4 0 0 4
Afgeleide financiële activa
Valutatermijncontracten - kasstroomafdekkingen 0 17 0 17
Termijncontracten - reële waarde via winst of
verlies
0 55 0 55
Rentevoetderivaten - kasstroomafdekkingen 0 0 0 0
Rentevoetderivaten - reële waarde via winst of
verlies
0 6 0 6

Financiële passiva tegen reële waarde

€ miljoen
30 juni 2011 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële verplichtingen
Afgeleide financiële passiva
Valutatermijncontracten - kasstroomafdekkingen 0 3 0 3
Termijncontracten - reële waarde via winst of 0 35 0 35
verlies
Rentevoetderivaten - kasstroomafdekkingen 0 0 0 0
Rentevoetderivaten - reële waarde via winst of 0 32 0 32
verlies
Derivaten gekoppeld aan converteerbare 0 0 0 0
obligatie

De onderstaande tabel geeft de financiële activa en passiva van de Groep, gemeten aan de reële waarde op 31 december 2010, weer.

Financiële activa tegen reële waarde

€ miljoen
31 december 2010
Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa
Voor verkoop beschikbare
Genoteerde aandelen 15 0 0 15
Genoteerde schuldinstrumenten 3 0 0 3
Afgeleide financiële activa
Valutatermijncontracten - kasstroomafdekkingen 0 9 0 9
Termijncontracten - reële waarde via winst of
verlies
0 54 0 54
Rentevoetderivaten - kasstroomafdekkingen 0 0 0 0
Rentevoetderivaten - reële waarde via winst of
verlies
0 13 0 13

Financiële passiva tegen reële waarde

€ miljoen
31 december 2010
Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële verplichtingen
Afgeleide financiële passiva
Valutatermijncontracten - kasstroomafdekkingen 0 9 0 9
Termijncontracten - reële waarde via winst of
verlies
0 60 0 60
Rentevoetderivaten - kasstroomafdekkingen 0 0 0 0
Rentevoetderivaten - reële waarde via winst of
verlies
0 44 0 44
Derivaten gekoppeld aan converteerbare
obligatie
0 0 0 0

Tijdens de tussentijdse periode vonden geen overboekingen plaats tussen Niveau-1 en Niveau-2 van reëlewaardebepalingen, en geen overboekingen van en naar Niveau-3 van reëlewaardebepalingen.

Er waren geen veranderingen in het doel van enigerlei financieel actief dat vervolgens resulteerde in een andere classificatie van dat actief.

In 2011 waren er geen significante wijzigingen in de zakelijke of de economische omstandigheden die de reële waarde van financiële activa of financiële passiva van de Groep beïnvloeden.

Verslag van de commissaris omtrent de beperkte controle van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie voor de periode afgesloten op 30 juni 2011

Wij hebben een beperkte controle uitgevoerd van de in bijlage opgenomen geconsolideerde balans van UCB N.V. en haar dochtervennootschappen op 30 juni 2011 en de daarbij horende geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerde overzicht van de wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht over de periode van zes maanden afgesloten op die datum, evenals van de verkorte toelichtingen. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de opstelling en presentatie van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid om een besluit te formuleren over deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie op basis van onze beperkte controle.

Wij hebben onze beperkte controle uitgevoerd overeenkomstig de aanbevelingen van het Instituut der Bedrijfsrevisoren met betrekking tot de beperkte controle. De controle bestond dus hoofdzakelijk uit de analyse, de vergelijking en bespreking van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie en was bijgevolg minder uitgebreid dan een volkomen controle van deze informatie.

Bij onze beperkte controle zijn geen gegevens aan het licht gekomen die belangrijke aanpassingen vereisen van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie opdat deze, in alle materiële opzichten, correct zou zijn opgesteld in overeenstemming met IAS 34 zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Brussel, 28 juli 2011

De commissaris PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren bcvba vertegenwoordigd door

Bernard Gabriëls Bedrijfsrevisor

Verantwoordelijkheidsverklaring

We bevestigen hierbij dat, naar ons beste weten, de verkorte financiële verslagen voor de periode van zes maanden die eindigt op 30 juni 2011, die werden opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse financiële verslaggeving" zoals aanvaard door de Europese Unie, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, de passiva, de financiële positie en de winst/het verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, en dat het tussentijdse beheersverslag een reëel overzicht geeft van de belangrijke gebeurtenissen die zich in de eerste zes maanden van het boekjaar hebben voorgedaan, van de belangrijke transacties met de verbonden partijen, en van hun impact op de geconsolideerde financiële verslagen, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden voor de resterende zes maanden van het boekjaar.

In naam van de Raad van Bestuur

Roch DOLIVEUX, Detlef THIELGEN,

Chairman of Executive Committee & CEO Executive Vice President & CFO