AI assistant
UCB — Annual Report 2025
Feb 26, 2026
4017_10-k_2026-02-26_9c7a8e03-c028-4b56-b315-f2e1fa4aa33f.xhtml
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
ucb-2025-12-31-1-nl iso4217:EURiso4217:EURxbrli:shares2138008J191VLSGY5A092025-01-012025-12-312138008J191VLSGY5A092024-01-012024-12-312138008J191VLSGY5A092025-12-312138008J191VLSGY5A092024-12-312138008J191VLSGY5A092023-12-312138008J191VLSGY5A092024-12-31ucb:UitgegevenKapitaalEnAandelenpremie2138008J191VLSGY5A092024-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember2138008J191VLSGY5A092024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember2138008J191VLSGY5A092024-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember2138008J191VLSGY5A092024-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember2138008J191VLSGY5A092024-12-31ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember2138008J191VLSGY5A092024-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember2138008J191VLSGY5A092024-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember2138008J191VLSGY5A092024-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember2138008J191VLSGY5A092025-01-012025-12-31ucb:UitgegevenKapitaalEnAandelenpremie2138008J191VLSGY5A092025-01-012025-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember2138008J191VLSGY5A092025-01-012025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember2138008J191VLSGY5A092025-01-012025-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember2138008J191VLSGY5A092025-01-012025-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember2138008J191VLSGY5A092025-01-012025-12-31ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember2138008J191VLSGY5A092025-01-012025-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember2138008J191VLSGY5A092025-01-012025-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember2138008J191VLSGY5A092025-01-012025-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember2138008J191VLSGY5A092025-12-31ucb:UitgegevenKapitaalEnAandelenpremie2138008J191VLSGY5A092025-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember2138008J191VLSGY5A092025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember2138008J191VLSGY5A092025-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember2138008J191VLSGY5A092025-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember2138008J191VLSGY5A092025-12-31ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember2138008J191VLSGY5A092025-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember2138008J191VLSGY5A092025-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember2138008J191VLSGY5A092025-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember2138008J191VLSGY5A092023-12-31ucb:UitgegevenKapitaalEnAandelenpremie2138008J191VLSGY5A092023-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember2138008J191VLSGY5A092023-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember2138008J191VLSGY5A092023-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember2138008J191VLSGY5A092023-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember2138008J191VLSGY5A092023-12-31ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember2138008J191VLSGY5A092023-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember2138008J191VLSGY5A092023-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember2138008J191VLSGY5A092023-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember2138008J191VLSGY5A092024-01-012024-12-31ucb:UitgegevenKapitaalEnAandelenpremie2138008J191VLSGY5A092024-01-012024-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember2138008J191VLSGY5A092024-01-012024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember2138008J191VLSGY5A092024-01-012024-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember2138008J191VLSGY5A092024-01-012024-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember2138008J191VLSGY5A092024-01-012024-12-31ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember2138008J191VLSGY5A092024-01-012024-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember2138008J191VLSGY5A092024-01-012024-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember2138008J191VLSGY5A092024-01-012024-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember Geïntegreerd jaarverslag 2025 © UCB Biopharma SRL, 2026. Alle rechten voorbehouden. GL-07-2600002 Datum van opstelling: Februari 2026 De missie van UCB om het leven van mensen met ernstige ziekten te veranderen, vormt de basis voor onze groei op lange termijn. Door wetenschappelijke uitmuntendheid te combineren met een duidelijke focus op de behoeften van patiënten, bouwen we aan een pijplijn van innovatie en een bedrijf dat klaar is om blijvende waarde te leveren, niet alleen in de komende jaren, maar ook ver in de toekomst. Over dit verslag Het Geïntegreerd jaarverslag 2025 bevat het directieverslag in overeenstemming met artikel 12 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in België. Alle informatie die moet worden opgenomen in een dergelijk directieverslag overeenkomstig de artikelen 3:6 en 3:32 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen de verklaring inzake Deugdelijk Bestuur, inclusief het bezoldigingsverslag, het overzicht van de bedrijfsprestaties en de Duurzaamheidsverklaring van UCB) wordt gerapporteerd in alle verschillende secties van dit Geïntegreerd jaarverslag. Met betrekking tot duurzaamheidsinformatie is dit Geïntegreerd jaarverslag opgesteld volgens de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Bepaalde onderdelen van dit rapport, namelijk de sectie Duurzaamheidsverklaring en de Financiële gegevens, zijn door Forvis Mazars gecontroleerd. De controlerapporten vindt u op pagina 125 en 262. Dit document bevat informatie over onderzoeksgeneesmiddelen die door geen enkele autoriteit ter wereld voor enig gebruik zijn goedgekeurd, of over nieuwe indicaties voor goedgekeurde producten. De veiligheid en doeltreffendheid van deze onderzoeksgeneesmiddelen of nieuwe indicaties moeten nog worden vastgesteld. Voor goedgekeurde geneesmiddelen kan de voorschrijfinformatie van land tot land verschillen. Dankbetuigingen Ons werk is nooit af - we blijven voortdurend zoeken naar nieuwe manieren om oplossingen te bieden die het leven van de mensen die we bedienen echt verbeteren. Dat vereist nieuwsgierigheid, toewijding en samenwerking. Hiervoor willen we onze dank uitspreken aan alle collega’s, patiënten en zorgverleners, aandeelhouders en partners, zonder wie dit verslag niet mogelijk was geweest. We zijn Shareen, een medewerkster van UCB die met een ernstige ziekte leeft, en haar familie dankbaar dat we hun foto op de omslag mogen plaatsen. We willen ook Nicholas Brooke (oprichter en uitvoerend directeur van The Synergist) en Seth Ginsberg (voorzitter van de Global Healthy Living Foundation) bedanken voor hun beoordeling van het Geïntegreerd jaarverslag. Dankzij hun inzichten konden we beter rekening houden met het perspectief van mensen met ernstige ziekten, en dankzij hun voortdurende samenwerking met UCB kunnen we betere, op patiënten gebaseerde beslissingen nemen. We creëren waarde 4 Strategisch verslag 5 Brief aan onze stakeholders 8 UCB in een notendop 14 Doel en strategie van UCB 20 Onze therapeutische focus 28 Vooruitgang in onze landen in 2025 33 Prestaties van UCB in 2025 36 Management van UCB 43 Risicobeheer 47 Duurzaamheidsverklaring 48 Algemene informatie 52 Milieu-informatie 81 Sociale informatie 110 Bestuursinformatie 128 Verklaring inzake deugdelijk bestuur 177 Jaarrekening Accounting for Value 2025: UCB U.S. Sustainable Access and Pricing Transparency Report 270 Woordenlijst voor patiënten, nu en in de toekomst. Ons doel in actie Pagina 15 Vrouwen in de vruchtbare leeftijd helpen om beter geïnformeerde beslissingen te nemen over hun gezondheid. Pagina 16 Het gezamenlijk ontwikkelen van gemeenschapsgerichte benaderingen voor de behandeling van Parkinson. Pagina 28 Vooruitgang in onze landen in 2025 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 4 Strategisch verslag Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 5 Brief aan onze stakeholders Beste lezer, patiënten, collega's, zorgverleners, aandeelhouders en vertegenwoordigers van de gemeenschappen waarin we leven en werken, Bij UCB zijn wij allemaal trots op wat we hebben bereikt als we terugkijken op 2025. In een jaar dat gekenmerkt werd door aanhoudende wereldwijde onzekerheid en snelle veranderingen in de gezondheidszorg, hebben we sterke groei gerealiseerd. Onze prestaties dit jaar weerspiegelen echter meer dan alleen financiële groei. Ze bewijzen dat we onze langetermijnambitie blijven waarmaken om ervoor te zorgen dat mensen met ernstige ziekten en hun zorgverleners een zo goed mogelijk leven kunnen leiden, een leven dat zo vrij mogelijk is van de last en onzekerheid van de ziekte. Onze prestaties tonen de kracht van onze strategie, de veerkracht die we in de loop der tijd hebben opgebouwd en de heldere doelstellingen die aan elke keuze die we maken ten grondslag liggen. Gedurende 2025 hebben we ons bewogen in een volatiel macro- economisch en geopolitiek landschap. Toeleveringsketens bleven zich aanpassen aan toenemende geopolitieke spanningen, aanhoudende handelsonzekerheden en sectorspecifieke tegenwind. Toch liet UCB in deze omgeving zien wat een bedrijf dat gefocust en doelgericht is, en dat zich laat leiden door de wetenschap, kan bereiken. We hebben beter gepresteerd dan oorspronkelijk verwacht en het bereik van onze medicijnen vergroot. Dit succes is geen toeval. Het is het resultaat van jarenlange doelbewuste investeringen in innovatie, differentiatie en uitvoering. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 6 Brief aan onze stakeholders vervolg Een sterke positie We bevinden ons nu in een decennium van verwachte groei, waarin we in alle regio's een toenemende vraag naar onze medicijnen zien. Tegelijkertijd hebben we ons gericht op het versterken van onze onderliggende capaciteiten. Het resultaat is dat ons bedrijf er vandaag de dag aanzienlijk anders uitziet dan een jaar geleden. We leveren op een nieuwe schaal, met meerdere parallele lanceringen in verschillende regio's, en presteren daarmee bovengemiddeld voor een bedrijf van onze omvang. Dit getuigt van de ambitie, discipline en expertise van onze teams. Nog belangrijker is dat deze sterke positie ons in staat stelt om met vertrouwen een onzekere toekomst tegemoet te treden. Dit betekent dat we externe schommelingen kunnen opvangen en ons daaraan kunnen aanpassen en dat we kunnen blijven investeren in innovatie. Maar bovenal stelt het ons in staat om onze verplichtingen jegens patiënten, zorgverleners, partners, aandeelhouders, werknemers en de gemeenschappen die we bedienen, na te komen, zowel nu als in de toekomst. Ons vertrouwen is gebouwd op het belang van ons doel. Naarmate de wereld blijft veranderen door factoren zoals de klimaatcrisis of geopolitieke verschuivingen, draagt de behandeling en ondersteuning die we bieden aan mensen met ernstige ziekten bij aan het opbouwen van veerkrachtigere gemeenschappen. Daarom richten we onze energie en investeringen op gebieden waar we ons wezenlijk kunnen onderscheiden en innovatie kunnen nastreven die wordt geleid door diepgaande wetenschappelijke expertise en biologische inzichten. Deze focus vormt de basis van ons portfolio en onze keuzes op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, evenals de financiële, ecologische en sociale impact die we kunnen realiseren. UCB heeft consequent prioriteit gegeven aan hoge investeringen in onderzoek en ontwikkeling, ruim boven het branchegemiddelde. Die aanhoudende inzet vertaalt zich nu in doelgerichte oplossingen binnen de immunologie en neurologie. Onze pijplijn voor geneesmiddelen in een laat stadium vordert gestaag, met meerdere fase 3-programma's in uitvoering, waaronder nieuwe studies bij kinderen. De ontwikkeling van ons portfolio op het gebied van epilepsie, van symptomatische aanvalspreventie tot de behandeling van ontwikkelings- en epileptische encefalopathieën, laat zien hoe biologische en klinische inzichten onze wetenschap beïnvloeden. De vooruitgang in de ontwikkeling van de volgende generatie antilichamen, inclusief multispecifieke programma's zoals galvokimig1, laat zien hoe we voortbouwen op het succes van ons IL-17A/F-onderzoek om de toekomst van de behandeling van auto-immuunziekten vorm te geven. Ook in de toekomst blijven we ons richten op het verbeteren van de gelijke toegang voor alle patiënten die baat kunnen hebben bij onze oplossingen. Een jaar van uitmuntende uitvoering Gedifferentieerde innovatie is een hoeksteen van onze prestaties, maar moet wel worden ondersteund door een effectieve uitvoering. Dit jaar hebben we meerdere productlanceringen gerealiseerd in verschillende therapeutische gebieden, in diverse landen en in een dynamische omgeving met betrekking tot regelgeving. Het feit dat we vijf belangrijke groeifactoren — BIMZELX®▼ (bimekizumab)2, RYSTIGGO®▼ (rozanolixizumab) 3, ZILBRYSQ®▼ (zilucoplan)4, FINTEPLA®▼ (fenfluramine)5 en EVENITY® (romosozumab)6 — tegelijk kunnen opschalen, weerspiegelt onze diepgaande, multidisciplinaire capaciteiten, van klinische ontwikkeling tot samenwerking met de medische sector, van markttoegang tot productie en levering. "We leveren op een ongekende schaal en presteren bovengemiddeld voor een bedrijf van onze omvang. Dit getuigt van de ambitie, discipline en expertise van onze teams." Onze +26% (+29% CW7) groei in opbrengsten en de aangepaste EBITDA-marge van 34% van de opbrengsten in 2025 (31,4% exclusief andere eenmalige operationele posten) werden gedreven door een evenwichtige mix van gedifferentieerde geneesmiddelen voor diverse immunologische en neurologische aandoeningen. In 2025 leverden de vijf belangrijkste groeifactoren van UCB sterke, brede prestaties op voor alle goedgekeurde indicaties, wat zowel wetenschappelijke differentiatie als gedisciplineerde wereldwijde uitvoering weerspiegelde. BIMZELX® zette zijn uitzonderlijke groei voort en breidde zich uit naar 50 landen, met een snelle toepassing bij psoriasis en hidradenitis suppurativa, ondersteund door een diepgaand en duurzaam resultatenprofiel op de lange termijn. RYSTIGGO® en ZILBRYSQ® hebben gezorgd voor een aanzienlijke groei in de behandeling van gegeneraliseerde myasthenia gravis, waarbij versnelde introducties, een sterke vraag en nieuwe toedieningsmogelijkheden de patiëntervaring en de toegang tot de geneesmiddelen hebben verbeterd. FINTEPLA® heeft zijn rol als basistherapie bij ernstige, zeldzame vormen van epilepsie, zoals het Dravet-syndroom en het Lennox-Gastaut-syndroom, versterkt. Ondertussen bewees EVENITY® opnieuw zijn waarde als middel voor botvorming, bereikte het wereldwijd meer dan een miljoen patiënten en leverde het aanzienlijke inkomsten op via het ▼ Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Professionele zorgverleners wordt gevraagd alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. 1. Galvokimig bevindt zich momenteel in de klinische ontwikkelingsfase en is door geen enkele regelgevende instantie wereldwijd goedgekeurd voor gebruik. 2. BIMZELX ® EU SmPC. Beschikbaar: Bimzelx, INN-bimekizumab. Laatst bekeken: Februari 2026 3. RYSTIGGO® EU SmPC. Beschikbaar: Rystiggo, INN-rozanolixizumab. Laatst bekeken: Februari 2026 4. ZILBRYSQ® EU SmPC. Beschikbaar: Zilbrysq, INN-zilucoplan. Laatst bekeken: Februari 2026 5. FINTEPLA® EU SmPC. Beschikbaar: Fintepla, INN-fenfluramine. Laatst bekeken: Februari 2026 6. EVENITY® EU SmPC: Evenity, INN-romosozumab. Laatst bekeken: Februari 2026 7. Constante wisselkoers partnerschapsmodel van UCB. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 7 Brief aan onze stakeholders vervolg "De wereld om ons heen verandert voortdurend en elk onderdeel van het wereldwijde zorgsysteem evolueert, maar wij geloven dat UCB beter dan ooit is uitgerust om met deze veranderingen om te gaan." In 2025 bereikten we ook een andere belangrijke mijlpaal met de goedkeuring van KYGEVVI™ (doxecitine and doxribtimine) door de Amerikaanse FDA. Dit is de eerste en enige goedgekeurde behandeling voor mensen met thymidinekinase 2-deficiëntie (TK2d)1, een uiterst zeldzame, levensbedreigende, genetische mitochondriale ziekte. In januari 2026 ontving KYGEVVI® ook een positief advies van het Committee for Medicinal Products for Human Use (CHMP) van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). Het feit dat we deze vooruitgang tegelijkertijd op meerdere therapeutische gebieden kunnen boeken, toont aan dat we kunnen rekenen op een gediversifieerd en veerkrachtig portfolio. Deze brede groei biedt ons een sterke basis voor de komende jaren en meer vertrouwen voor onze stakeholders, zelfs nu de externe omgeving blijft veranderen. Onze activiteiten verder ontwikkelen We ondersteunen onze ambities op lange termijn met weloverwogen keuzes over waar we investeren en hoe we ons als organisatie ontwikkelen. In 2025 hebben we ons portfolio en onze capaciteiten verder opnieuw ingericht, zodat we ons kunnen blijven richten op de gebieden waarin we ons het meest onderscheiden. We hebben gerichte investeringen gedaan in capaciteit, waaronder een versnelde uitbreiding van de biomanufacturing in de VS, zodat we voorbereid zijn op de toekomstige vraag van patiënten. We hebben onze strategische herstructurering van het portfolio ook voortgezet door gevestigde producten af te stoten, onze aanwezigheid in hoogwaardige sectoren uit te breiden en onze samenwerking in de hele waardeketen te versterken. Dit jaar hebben we onze duurzame impact voor een gezondere toekomst vergroot door patiënten in alle regio's te bereiken en tegelijkertijd de billijke toegang te verbeteren door samen met patiëntengemeenschappen en belanghebbenden in de gezondheidszorg schaalbare oplossingen te ontwikkelen. We hebben vooruitgang geboekt in de richting van onze klimaatdoelstellingen om netto nul uitstoot te bereiken en in de richting van onze inzet voor waterbesparing. Onze vooruitgang werd erkend doordat we sterke prestaties op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur bleven leveren, en daarvoor ook erkenning kregen, waaronder een prestigieuze A-score voor klimaatverandering van CDP. Vol vertrouwen vooruitkijken Iedereen bij UCB, alsmede onze andere belanghebbenden, kunnen met vertrouwen de toekomst tegemoet zien. De wereld om ons heen verandert voortdurend en elk onderdeel van het wereldwijde zorgsysteem evolueert, maar wij geloven dat UCB beter dan ooit is uitgerust om met deze veranderingen om te gaan. Geen enkele partij kan de gezondheidszorg helemaal alleen transformeren en samenwerking is altijd essentieel geweest voor de manier waarop UCB te werk gaat. Ook dit jaar hebben we onze sterke samenwerking met patiëntengemeenschappen, wetenschappelijke experts, betalers, toezichthouders, leveranciers en branchegenoten voortgezet. Deze relaties zorgen ervoor dat onze inzichten diepgaander zijn, onze wetenschap sterker is en de oplossingen die we aandragen daadwerkelijk voordelen opleveren voor individuen en hun families. De kracht die we in 2025 hebben laten zien, heeft geresulteerd in een financiële prognose voor 2026 waarin de opbrengsten bij constante wisselkoersen (CW) zullen groeien met een hoog enkelcijferig tot laag dubbelcijferig percentage. De aangepaste EBITDA zal naar verwachting groeien met een hoog enkelcijferig percentage tot een hoog percentage in de dubbele cijfers bij constante wisselkoersen (CW). Gecorrigeerd voor andere eenmalige operationele posten wordt in 2025 een groei verwacht van een hoog percentage in de dubbele cijfers tot een hoog percentage in de dubbele cijfers bij constante wisselkoersen (CW). Dit weerspiegelt onze uitzonderlijke commerciële prestaties, opmerkelijke O&O-resultaten en ons vertrouwen in het realiseren van voortdurende groei en impact. We gaan vooruit met een cultuur die geworteld is in leren, samenwerking en zorgzaamheid, een cultuur die ons in staat stelt ons aan te passen, te groeien en leiding te geven in een wereld die voortdurend verandert. Onze missie blijft onveranderd: waarde creëren voor mensen met ernstige ziekten, zowel nu als in de toekomst. We zullen doelgericht blijven innoveren, gedisciplineerd te werk gaan en met nederigheid en menselijkheid handelen. Door nieuwe relaties aan te knopen met patiënten, zorgverleners, partners en gemeenschappen binnen het farmaceutische ecosysteem, en door de bestaande relaties te versterken, kunnen we beter bijdragen aan een toekomst waarin meer mensen een zo goed mogelijk leven kunnen leiden. Dank aan al onze collega's, partners en aandeelhouders voor hun vertrouwen in ons en voor hun deelname aan de verdere reis van UCB. Jean-Christophe Tellier, Chief Executive Officer Jonathan Peacock, Voorzitter van de Raad van Bestuur van UCB 1. KYGEVVI™ is in de VS goedgekeurd voor de behandeling van thymidinekinase 2-deficiëntie (TK2d) bij volwassenen en kinderen met een leeftijd waarop de symptomen zich voordoen op of vóór de leeftijd van 12 jaar. KYGEVVI™ is door geen enkele andere regelgevende instantie goedgekeurd. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 8 Brief aan onze stakeholders vervolg Uitmuntendheid leveren Alles wat we doen, begint met een simpele vraag: hoe kunnen we mensen met ernstige ziekten helpen om eenzo goed mogelijk leven te leiden? Belangrijke cijfers Door de dagelijkse realiteit van individuen en de biologische mechanismen achter hun aandoeningen Opbrengsten € 7 741 mln. (2024: € 6 152 mln.) Patiënten bereikt 1 > 3,1 mln. (2024: >3,1 mln.) te begrijpen, zetten we deze inzichten om in baanbrekende behandelingen binnen de immunologie, neurologie en andere gebieden waar onze expertise aansluit bij onvervulde behoeften. Door onze wetenschap te richten op de gebieden die Aangepaste EBITDA € 2 636 mln. (2024: € 1 476 mln.) Moleculen in klinische ontwikkeling 8 (2024: 9) er het meest toe doen, vertalen we onderscheidende innovatie naar een sterke commerciële uitvoering en duurzame prestaties voor het komende decennium en daarna. Immunologie Neurologie Lancering van UCB-medicijnen in verschillende regio's2 56 (2024: 76) O&O/omzetratio 24% (2024: 29%) 1. Het totaal aantal patiënten in 2025 wordt berekend op basis van het voortschrijdend jaartotaal (MAT) aan patiënten (geschatte daadwerkelijk behandelde patiënten) aan het einde van K3 2025, zoals verstrekt met invoergegevens van een externe bron. Onder het totaal aantal patiënten vallen mensen die toegang hebben gehad tot de volgende oplossingen: BIMZELX ®, BRIVIACT ®, CIMZIA®, EVENITY ®, FINTEPLA®, KEPPRA ®, NAYZILAM®, RYSTIGGO®, VIMPAT ® en ZILBRYSQ ®. 2. Dit omvat de lancering van de kerngeneesmiddelen van UCB (BIMZELX ®, BRIVIACT ®, EVENITY®, FINTEPLA ®, RYSTIGGO ® en ZILBRYSQ ®) in alle regio’s door UCB en externe distributeurs. Als een geneesmiddel voor meerdere indicaties op de markt is gebracht, wordt het slechts één keer meegeteld. * Vanaf december 2025 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 9 UCB in een notendop Een wereldwijde aanwezigheid. Een wereldwijde impact. Onze cultuur van samenwerking en nieuwsgierigheid wordt gevormd door een wereldwijd team van mensen die gedreven zijn om wetenschappelijke grenzen te verleggen en de gezondheid en het welzijn van de gemeenschappen waar we deel van uitmaken te verbeteren. Vanuit ons hoofdkantoor in België en bijna 40 landen wereldwijd werken we nauw samen met een divers netwerk van patiënten, zorgverleners, zorgprofessionals en andere belanghebbenden. Europa VS Rest van de wereld 10 117 UCB-medewerkers met > 100 nationaliteiten 1 6 859 medewerkers 5 O&O-centra 1 885 medewerkers 4 O&O-centra 1 373 medewerkers 1 O&O-centra 50% :50% Mannen:Vrouwen medewerkers 41% :59% Mannen:Vrouwen medewerkers 58% :42% Mannen:Vrouwen medewerkers 56 lanceringen van onze geneesmiddelen in alle geografische gebieden2 Hoofdkantoo r Brussel > 3,1 mln. hebben toegang tot onze geneesmiddelen 3 1. Het aantal werknemers wordt gerapporteerd op basis van het aantal werknemers op 31 december 2025. Dit is het aantal actieve (inclusief vaste en tijdelijke) contractuele reguliere en uitgezonden UCB-werknemers. De volgende groepen werknemers vallen hier niet onder: inactieve werknemers, stagiairs, studenten en leerlingen van derden. 2. Dit omvat de lancering van de kerngeneesmiddelen van UCB (BIMZELX ®, BRIVIACT®, EVENITY®, FINTEPLA ®, RYSTIGGO ® en ZILBRYSQ®) in alle regio’s door UCB en externe distributeurs. Als een geneesmiddel voor meerdere indicaties op de markt is gebracht, wordt het slechts één keer meegeteld. 3. Het totaal aantal patiënten in 2025 wordt berekend op basis van het voortschrijdend jaartotaal (MAT) aan p atiënten (geschatte daadwerkelijk behandelde patiënten) aan het einde van K3 2025, zoals verstrekt met invoergegevens van een externe bron. Onder het totaal aantal patiënten vallen mensen die toegang hebben gehad tot de volgende oplossingen: BIMZELX®, BRIVIACT®, CIMZIA®, EVENITY®, FINTEPLA ®, KEPPRA®, NAYZILAM ®, RYSTIGGO®, VIMPAT ® en ZILBRYSQ®. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 10 UCB in een notendop vervolg Ongekende groei Een bewezen staat van dienst op het gebied van ambitie, innovatie en uitvoering vormt de basis voor de groei van UCB. Onze vijf kerngeneesmiddelen (BIMZELX ®, RYSTIGGO ®, ZILBRYSQ ®, FINTEPLA ® en EVENITY ®) zorgen momenteel voor een decennium van RYSTIGGO ® € 332 mln. Netto-omzet > 2,4 K patiënten bereikt duurzame groei. Door voortdurende investeringen in wereldwijde lanceringen en een robuuste onderzoeks- en ontwikkelingspijlijn (O&O) leggen we ook de basis voor de toekomst van UCB op lange termijn. Dit wordt ondersteund door strategische toewijzing van middelen, gedisciplineerd kostenbeheer en de grote energie en betrokkenheid van onze medewerkers. 14% ZILBRYSQ ® € 217 mln. Netto-omzet > 1,3 K patiënten bereikt 83% FINTEPLA ® € 427 mln. Netto-omzet > 14 K patiënten bereikt 16% 73% 11% 19% 3% 74% 9% 81% BIMZELX ® € 2 227 mln. Netto-omzet > 116 K patiënten bereikt 10% Netto-omzet per regio l Europa l VS l Rest van de wereld EVENITY ® 1 € 137 mln. Netto-omzet 1,3 M patiënten bereikt 1. EVENITY ® voor patiënten met osteoporose wordt wereldwijd gecommercialiseerd door Amgen, Astellas en UCB, waarbij de netto- omzet buiten Europa door de partners wordt gerapporteerd. 7% Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 11 UCB in een notendop vervolg Innoveren voor de volgende generatie Bij UCB blijft innovatie nooit stilstaan. Het is een voortdurende cyclus van leren, testen en verfijnen die gericht is op het aanpakken van onvervulde behoeften en het leveren van onderscheidende oplossingen voor mensen met ernstige ziekten. Vandaag investeren we in de volgende golf van wetenschappelijke doorbraken, waarbij we vooruitgang in combinatorische biologie, digitale antilichaamtechnologie en precisiedatawetenschap combineren. n Neurologie n Immunologie Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Indicatie en status/volgende mijlpaal bimekizumab (IL-17 A/F) Head-to-head-onderzoek na goedkeuring versus risankizumab bij PsA: H1 2026 Palmoplantar pustulosis (PPP): 2028 bimekizumab (IL-17 A/F) 1. MOG-antilichaamziekte: H2 2026 2. Oculaire myasthenia gravis: Fase 3 start in 2026 rozanolixizumab (FcRn-remmer) 1. CDKL5-deficiëntiestoornis: Positieve fase 3 - regelgevingsaanvraag in voorbereiding 2. RETT-syndroom Fase 3 start in H1 2026 fenfluramine (5-HT-agonist) Systemische lupus erythematodes: 1e positieve fase 3, 2e fase 3: 2028 dapirolizumab pegol (anti-CD40L antilichaam) Stereotypische langdurige aanvallen: H2 2026 STACCATO® alprazolam (benzodiazepine) Ziekte van Alzheimer: Veelbelovende fase 2a – Fast Track-status bepranemab (anti-tau antilichaam) Ziekte van Parkinson: Positieve fase 2a, volgende stappen worden momenteel geëvalueerd glovadalen (positieve allosterische modulatoren van de D1-receptor) 1. Atopische dermatitis: Fase 2b is gestart, de eerste resultaten worden in 2028 verwacht 2. Niet-cystische fibrose bronchiëctasieën (NCFB): Fase 2a start in 2026 3. Chronische obstructieve longziekte (COPD): Fase 2a start in 2026 UCB9741/galvokimig (IL-13 en IL-17 A/F) * In samenwerking met Biogen; 1e fase 3-studie; 5-HT = 5-hydroxytryptamine of serotonine; CD40L = CD40-ligand; CDKL5 = cycline-afhankelijke kinase-achtige 5; H = halfjaar; IL = interleukine; FcRn = Neonataal fragment kristalliseerbare receptor; MOG = Myeline oligodendrocyte glycoproteïne; PsA = Psoriatische artritis. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 12 UCB in een notendop vervolg Het succes van UCB wordt geschraagd door onze holistische aanpak die op lange termijn bekijkt hoe we een positieve impact hebben op mensen die leven met ernstige ziekten, onze aandeelhouders, onze collega’s en onze gemeenschappen, en tegelijkertijd onze ecologische voetafdruk verkleinen. We streven ernaar te blijven groeien en tegelijkertijd te voldoen aan de maatschappelijke verwachtingen, waaronder het integreren van gelijke toegang tot geneesmiddelen en onze impact op het milieu als integraal onderdeel van onze bedrijfsvoering. We weten dat de uitdagingen waar onze wereld voor staat - van de klimaatcrisis tot toenemende ongelijkheid - onlosmakelijk verbonden zijn met gezondheid en welzijn, en dat elke zakelijke beslissing die we nemen een mogelijk effect heeft op de mensen die we ondersteunen, onze gemeenschappen en de planeet. Ons model voor waardecreatie Voetnoten voor pagina 13 1. De totale kasstroom die door de onderneming wordt gegenereerd, exclusief dividenden die aan aandeelhouders worden betaald, alsmede uitgaande kasstromen voor de overname van dochterondernemingen en binnenkomende kasstromen uit de afstoting van bedrijfseenheden of dochterondernemingen en de verkoop van financiële beleggingen. 2. De reikwijdte omvat alle studies in fase 1 tot en met 4 en niet-interventionele prospectieve studies die actief waren in 2025. Een actief onderzoek is elk onderzoek waarbij gedurende het jaar een patiënt werd gescreend of behandeld. 3. Het aantal werknemers wordt gerapporteerd op basis van het aantal werknemers op 31 december 2025. Dit is het aantal actieve (inclusief vaste en tijdelijke) contractuele reguliere en uitgezonden UCB-werknemers. De volgende groepen werknemers vallen hier niet onder: inactieve werknemers, stagiairs, studenten en leerlingen van derden. 4. Dit cijfer omvat alle UCB-medewerkers per 31 december 2025 die behoren tot de functies Onderzoek en Vroege Ontwikkeling, en alle functies gerelateerd aan wetenschappers of met de term “wetenschapper” in hun functietitel. 5. Dit aantal omvat samenwerkingen met de academische wereld en onderzoekscentra gericht op wetenschappelijke innovatie, evenals de betrokkenheid van UCB bij verschillende publiek-private consortia van verschillende omvang. 6. Het totaal aantal patiënten in 2025 wordt berekend op basis van het voortschrijdend jaartotaal (MAT) aan patiënten (geschatte daadwerkelijk behandelde patiënten) aan het einde van K3 2025, zoals verstrekt met invoergegevens van een externe bron. Onder het totaal aantal patiënten vallen mensen die toegang hebben gehad tot de volgende oplossingen: BIMZELX®, BRIVIACT ®, CIMZIA®, EVENITY®, FINTEPLA®, KEPPRA®, NAYZILAM®, RYSTIGGO®, VIMPAT® en ZILBRYSQ®. 7. Dit omvat de lancering van de kerngeneesmiddelen van UCB (BIMZELX®, EVENITY®, FINTEPLA®, RYSTIGGO ® en ZILBRYSQ®) in alle regio’s door UCB en externe distributeurs in 2025. Als een geneesmiddel voor meerdere indicaties op de markt is gebracht, wordt het slechts één keer meegeteld. 8. Dit cijfer vertegenwoordigt het aantal rollen die zijn gecreëerd in UCB binnen een specifieke tijdsperiode en zijn vervuld door een kandidaat na een actief wervingsproces, ongeacht de bron van de kandidaat (intern of extern) op alle niveaus van de organisatie. Dit cijfer vertegenwoordigt in grote lijnen het aantal mogelijkheden van UCB die zijn gecreëerd en daarna vervuld over al onze regio’s, zonder tijdelijk personeel, aannemers en consultants. Dit cijfer telt functieverzoeken die zijn aangemaakt tussen 1 januari en 31 december 2025, met de aanvraagstatus Aangenomen en de begindatum tussen 1 januari en 31 december. 9. De retentiepercentages worden berekend als 100% min het percentage van permanente medewerkers die om vrijwillige redenen zijn vertrokken, gedeeld door het gemiddelde aantal permanente medewerkers tijdens de verslagperiode (tussen 1 januari en 31 december 2025). 10. Dit cijfer omvat alle non-profitorganisaties die worden geholpen met donaties en filantropische bijdragen, ongeacht het bedrag. 11. Dit aantal verwijst naar door UCB geschreven manuscripten, artikelen, brieven/redactionele artikelen in 2025. 12. Dit is exclusief uitstoot van Scope 3 (Categorie 1), vergeleken met onze basislijn voor 2019 in absolute aantallen. 13. Science Based Targets initiative of soortgelijke initiatieven. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 13 UCB in een notendop vervolg Middelen waarop we vertrouwen Hoe we waarde creëren Waarde die we creëren Financieel Financieel € 11 mld. eigen vermogen € 7 mln. netto geldmiddelen € 1,45 dividend per aandeel (aanbevolen) € 2 636 mln. aangepaste EBITDA Onderzoek en Ontwikkeling € 264 mln. winstbelasting € 1 516 mln. organische kasstroom1 € 1 822 mln. geïnvesteerd in O&O Sociaal Sociaal Goedkeuring en terugbetaling > 3,1 mln. patiënten bereikt 6 56 lanceringen van onze geneesmiddelen in alle regio's 7 5 660 patiënten die deelnemen aan klinische onderzoeken2 394 betrokken patiëntenorganisaties 10 117 werknemers wereldwijd 3, inclusief 412 O&O wetenschappers4 € 6,2 mln. donaties en filantropische bijdragen 2 113 banen gecreëerd8 95,9% retentiepercentage 9 Productie 67 non-profitorganisaties wereldwijd geholpen 10 177 wetenschappelijke publicaties 11 196 samenwerkingsverba nden in onderzoek5 >19 000 leveranciers Milieu Milieu Distributie en commercialisering 210 326 MWh verbruikte energie 484 440 m3 water onttrokken -35,8% CO2 uitgestoten 12 77,6% van leveranciers met CO2 - uitstoot afgestemd met SBTi 13 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 14 Doel en strategie van UCB Ons doel is waarde te creëren voor patiënten, nu en in de toekomst. Door onze unieke inzichten te combineren met een gezamenlijke aanpak, ontdekken en ontwikkelen we onderscheidende behandelingen die inspelen op onvervulde behoeften van patiënten en die daadwerkelijke verbeteringen creëren voor mensen die lijden aan ernstige ziekten. We onderbouwen onze innovaties met duidelijke bewijzen van de impact van onze geneesmiddelen op patiënten, gezinnen en gezondheidszorgsystemen. Onze innovaties bevorderen een duurzame impact voor een gezondere toekomst en creëren waarde die niet alleen in cijfers uit te drukken is: gevierde momenten, nagestreefde dromen en genoten simpele geneugten. Een strategie die ons onderscheidt Wij hebben een uniek inzicht in de biologie van patiënten en ziekteprocessen, waardoor we onze middelen kunnen richten op gebieden waar differentiatie belangrijker is dan schaalvergroting. Door te luisteren naar en te leren van patiënten, zorgverleners en zorgprofessionals, begrijpen we de uitdagingen van ziekte en verkrijgen we inzichten waarmee we onvervulde behoeften vroegtijdig kunnen signaleren, nieuwe strategieën kunnen ontwikkelen om ziekteprocessen te beïnvloeden en nieuwe therapieën kunnen creëren om deze effectief aan te pakken. Door alle onderdelen van UCB af te stemmen op het vinden van nieuwe manieren om de behandeling van complexe aandoeningen daadwerkelijk te verbeteren, zorgen we ervoor dat we onze impact op de lange termijn verankeren met onze strategie. Van onderzoek en ontwikkeling (O&O) en betrokkenheid van patiënten tot het minimaliseren van onze impact op het milieu, onze strategie biedt focus en stabiliteit. Deze duidelijkheid ondersteunt strategische besluitvorming en de toewijzing van middelen te midden van geopolitieke onzekerheid, marktvolatiliteit en snelle technologische veranderingen. Onze strategie zorgt er ook voor dat innovatie verder gaat dan alleen ontdekking. Het gaat ook om toegang en bereik. Er wordt geïnvesteerd in programma's en partnerschappen die ervoor zorgen dat de mensen die onze medicijnen het hardst nodig hebben die medicijnen ook krijgen. Van vroege betrokkenheid van belanghebbenden tot toegang op maat: onze aanpak streeft ernaar wetenschappelijke vooruitgang om te zetten in concrete impact in de praktijk. Gedurende heel 2025 hebben onze teams zich blijven inzetten om lacunes in de zorg te dichten door rechtstreeks in contact te treden met patiënten en andere belanghebbenden. Deze aanpak zorgt ervoor dat de persoonlijke ervaringen van patiënten bepalend zijn voor de ontwikkeling en levering van onze medicijnen. Binnen al onze therapeutische aandachtsgebieden bouwen we langdurige, op vertrouwen gebaseerde partnerschappen op met patiëntengemeenschappen, zorgverleners, gemeenschapsleiders en lokale belangenbehartigers om inzicht te krijgen in de belemmeringen waarmee deze groepen te maken hebben, zoals een vertraagde diagnose of beperkte toegang tot klinische studies. Dit stelt ons in staat verder te gaan dan traditionele participatiemodellen door expertise uit de gemeenschap te betrekken bij het ontwerp van studies, toegangsinitiatieven en educatieve projecten. We zorgen ervoor dat gelijkwaardige toegang begint bij onderzoek en ontwikkeling, zodat we met doelgerichte, op bewijs gebaseerde innovatie kunnen inspelen op de unieke behoeften van patiënten. Wanneer potentiële behandelingen voor groepen die onevenredig zwaar door ziekten worden getroffen niet worden onderzocht, wordt ongelijkheid in de gezondheidszorg versterkt. Ons doel is om bij te dragen aan positieve verandering door onderzoek en ontwikkeling zo te ontwerpen dat deze groepen vanaf het begin worden betrokken, zodat elke patiënt de kans krijgt om te profiteren van wetenschappelijke vooruitgang. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 15 Doel en strategie van UCB vervolg Vrouwen in de vruchtbare leeftijd helpen om beter geïnformeerde beslissingen te nemen over hun gezondheid. We hebben een leidende positie verworven in het vergaren van bewijsmateriaal om vrouwen in de vruchtbare leeftijd beter te informeren over zwangerschap, gezinsplanning en borstvoeding. Deze toewijding begon met CIMZIA® 1 en vormt sindsdien de basis voor onze aanpak. De unieke moleculaire structuur van CIMZIA® maakte het mogelijk om het gebruik van de behandeling tijdens de zwangerschap te onderzoeken in een tijd waarin de meeste bedrijven onderzoek bij deze populatie vermeden. UCB heeft ook belangrijke WoCBA-initiatieven op het gebied van epilepsie bevorderd, waarbij we voortdurend bewijzen leveren en het bewustzijn vergroten om vrouwen gedurende hun vruchtbare jaren te ondersteunen. Voortbouwend op deze uitgebreide expertise en de positieve feedback van de FDA en EMA, versterkt UCB zijn betrokkenheid door de mogelijkheid te onderzoeken om eerder bewijs te genereren voor zwangere vrouwen met systemische lupus erythematosus (SLE), een populatie die te maken heeft met grote onvervulde behoeften gedurende het hele traject van gezinsplanning en zwangerschap. Naast klinische onderzoeken maken we gebruik van innovatieve methoden om bewijs te verzamelen. Door middel van een onderzoek op sociale media, waarbij meer dan 1,2 miljoen berichten uit Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten werden geanalyseerd, kregen we meer inzicht in de cruciale lacunes in de zorgverzekering voor vrouwen die te maken hebben met zwangerschap en chronische ziekten. We werken samen met vooraanstaande patiëntenorganisaties en experts wereldwijd om gesprekken op gang te brengen en concrete acties te stimuleren met betrekking tot deze belangrijke kwesties. Voortbouwend op dit leiderschap breiden we onze focus strategisch uit om de behoeften van kinderen, adolescenten en ouderen beter te begrijpen en daaraan te voldoen. Deze ontwikkeling versterkt de inzet van UCB om het leven van mensen met ernstige ziekten en hun families in een breed scala aan populaties te verbeteren. 1. CIMZIA® EU SmPC. Beschikbaar: Cimzia, INN-certolizumab pegol Laatst bezocht: Februari 2026 Vastberaden in het creëren van een positieve maatschappelijke impact. We onderzoeken voortdurend nieuwe manieren om een breed scala aan bevolkingsgroepen te bereiken, gezondheidsverschillen aan te pakken en onze wetenschap zo in te zetten dat deze de grootste impact heeft. Het realiseren van daadwerkelijke verbeteringen in het leven van de mensen die we bedienen, betekent het cultiveren van een cultuur van waardecreatie, dialoog, samenwerking en respect met onze belanghebbenden. We begrijpen ook dat de waarde die we creëren vele vormen aanneemt die niet allemaal in financiële termen meetbaar zijn. Een betere levenskwaliteit, vroegere diagnoses, verminderde ongelijkheid en duurzamere werkwijzen dragen allemaal bij aan de maatschappelijke waarde op lange termijn die UCB wil creëren. In 2025 bevestigden we de resultaten van onze dubbele materialiteitsbeoordeling uit 2023, waarbij we de belangrijkste prioriteitsgebieden identificeerden die nauw verbonden zijn met ons doel en waar we de grootste maatschappelijke impact kunnen hebben. Wetenschappelijke innovatie We innoveren om onvervulde medische behoeften op het gebied van neurologie, immunologie en andere zeldzame aandoeningen te begrijpen en aan te pakken. We beginnen met het blootleggen van de moleculaire en biologische complexiteit van ziekten. Door inzichten uit de genomica, proteomica en andere geavanceerde instrumenten te combineren, verdiepen we ons begrip van de onderliggende oorzaken van ziekten en de patiëntengroepen die het meest baat kunnen hebben bij gerichte oplossingen. Dankzij geavanceerde digitale technologieën, waaronder combinatorische biologie, rationeel geneesmiddelenontwerp en kunstmatige intelligentie, kunnen we veelbelovende therapeutische kandidaten sneller en nauwkeuriger identificeren. Deze aanpak zorgt ervoor dat we medicijnen ontwikkelen die de oorzaken van de ziekte aanpakken en niet alleen de symptomen. Onze innovatieve aanpak vormt de basis van onze klinische onderzoeken en geneesmiddelenontwikkeling en zorgt ervoor dat deze is afgestemd op specifieke ziekten en locaties door te testen in de praktijk. Dit stelt ons in staat om efficiëntere, patiëntgerichte onderzoeken op te zetten en tegelijkertijd vooruitgang te boeken op gebieden zoals deelname op afstand, betere betrokkenheid van families bij pediatrische onderzoeken en het bereiken van een bredere patiëntenpopulatie om uiteindelijk de resultaten voor de patiënt te verbeteren. 86% succespercentage fase 3 Gelijke toegang tot geneesmiddelen Onze rol reikt verder dan het ontdekken en ontwikkelen van oplossingen voor de behandeling van ernstige ziekten. We moeten er ook voor zorgen dat onze medicijnen de patiënten bereiken die ze nodig hebben. Dit begint met de erkenning dat niet alle patiënten of bevolkingsgroepen ziekte of toegang tot zorg op dezelfde manier ervaren. Door ons begrip van patiënten voortdurend te verdiepen met behulp van rijkere data en inzichten kunnen we onderzoek en ontwikkeling van begin tot eind verbeteren, tot aan de distributie en levering. Op deze manier streven we ernaar om toegangsbelemmeringen, zoals beperkte bekendheid, beschikbaarheid, betaalbaarheid, toegankelijkheid en acceptatie, weg te nemen zodat patiënten die baat kunnen hebben bij de geneesmiddelen van UCB er ook toegang toe krijgen. Voor patiënten met onvervulde medische behoeften die geen toegang hebben tot behandelingen via klinische studies of commerciële programma's ontwikkelen we programma's met vroege toegang, zoals programma's met beheerde toegang en toegang na afloop van een klinische studie. Deze programma's stellen het welzijn van de patiënt voorop, bieden opties wanneer er geen alternatieve behandelingen beschikbaar zijn en garanderen de voortzetting van de zorg voor patiënten die baat hebben gehad bij behandelingen in klinische studies. 78% toegang tot onze medicijnen in 2025 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 16 Doel en strategie van UCB vervolg Initiatieven om de toegang te verbeteren, bestrijken onze gehele waardeketen en omvatten samenwerkingen met vele gedreven mensen en inspirerende organisaties. Hieronder worden enkele hoogtepunten van ons werk in 2025 vermeld. Het gezamenlijk ontwikkelen van gemeenschapsgerichte benaderingen voor de behandeling van Parkinson. Bepaalde gemeenschappen met mensen die aan de ziekte van Parkinson lijden, zijn ondervertegenwoordigd in klinisch onderzoek. Om deze lacunes aan te pakken, werkte UCB samen met 14 gemeenschapsleiders, patiënten, zorgverleners en experts op het gebied van klinische studies in de VS en het VK om een nieuwe visie te ontwikkelen op hoe een rechtvaardig onderzoeksontwerp eruit kan zien. Het Parkinson’s Health Equity in R&D Community Leaders Board, dat begin 2025 van start ging, biedt strategische richtlijnen om de vertegenwoordiging van ondervertegenwoordigde bevolkingsgroepen in klinische onderzoeken naar de ziekte van Parkinson te verbeteren. Samen hebben we zes oplossingen ontwikkeld die zijn gebaseerd op input vanuit de gemeenschap en die zich richten op twee prioriteiten: 1. Het ontwerpen van inclusieve studies en het integreren van de meningen van patiënten in de klinische onderzoeken van UCB. 2. Het vergroten van de bewustwording en het begrip van O&O en klinische studies binnen ondervertegenwoordigde gemeenschappen. We hebben nu de mogelijkheid om onderzoeken op te zetten die de ervaringen van patiënten in de praktijk echt weerspiegelen, omdat elke oplossing concrete plannen bevat voor inclusieve werving en betere retentie. Deze aanpak legt de basis voor onderzoek dat het bewijsmateriaal verbetert, de gelijkheid versterkt en betere resultaten oplevert voor mensen met de ziekte van Parkinson, terwijl er tegelijkertijd een model wordt gevormd voor inclusiviteit binnen de bredere portefeuille van UCB. Verbetering van de epilepsiezorg door samenwerking binnen de gemeenschap In de VS hebben volwassenen met epilepsie twee keer zoveel kans op een depressie en velen ondervinden aanzienlijke problemen bij het verkrijgen van specialistische zorg, het omgaan met problemen omtrent de zorgverzekering en het omgaan met de emotionele en sociale gevolgen van hun aandoening. In samenwerking met de Morehouse School of Medicine (Morehouse SOM) versterken we zorgtrajecten en koppelen we patiënten effectiever met de ondersteuning die ze nodig hebben. Het project, gevestigd in de staat Georgia, maakt gebruik van een model met gemeenschapsgezondheidswerkers (Community Health Workers, CHW) dat is ontwikkeld om zowel de medische als de niet-medische factoren aan te pakken die van invloed zijn op de gezondheidsresultaten. CHW's zijn vertrouwde, lokaal gewortelde mensen binnen de gemeenschap die patiënten helpen om problemen op te lossen. Door de integratie van CHW's met de huisartsenzorg, neurologie, geestelijke gezondheidszorg en sociale diensten, creëert het programma een gecoördineerde, duurzame aanpak voor de behandeling van epilepsie. Het vroege succes bij het koppelen van patiënten met de broodnodige zorg heeft al geleid tot plannen om het model uit te breiden naar andere staten in de VS. Verbetering van de toegang tot epilepsiebehandeling in Rwanda Bijna 80% van de mensen met epilepsie woont in lage- en middeninkomenslanden, waar de lacunes in de behandeling kunnen oplopen tot meer dan 75% als gevolg van beperkte gezondheidszorginfrastructuur, ongelijke middelen, gebrek aan toegang tot en bewustzijn van de zorg, evenals stigmatisering en andere factoren. Dit is te zien in Rwanda, waar mensen met epilepsie te maken hebben met verschillende uitdagingen met betrekking tot zorg, zoals onderdiagnose, stigma en een tekort aan opgeleid zorgpersoneel. Rwanda is het eerste land ten zuiden van de Sahara dat de epilepsiemedicijnen van UCB beschikbaar stelt. Levetiracetam is nu beschikbaar en wordt vergoed voor alle mensen met epilepsie in Rwanda. Dit is een cruciale eerste stap voor ons in een regio waar we nog niet eerder commercieel actief zijn geweest. De inzichten en ervaringen die we opdoen, zullen ons helpen de toegang tot zorg verder te verbeteren en partnerschappen in de hele regio op te bouwen. U kunt hier een film bekijken over het stigma en de obstakels waar mensen met epilepsie in Rwanda vaak mee te maken krijgen en over het werk dat wordt verricht om de toegang tot zorg te verbeteren. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 17 Doel en strategie van UCB vervolg Betrokkenheid van patiënten We werken samen met patiënten, hun zorgverleners en hun vertegenwoordigers in alle stadia van de levenscyclus van onze oplossingen, van vroeg onderzoek tot na de lancering ervan. Het UCB-kader voor betrokkenheid van patiënten zorgt ervoor dat de stem van patiënten wordt gehoord en dat hun inzichten integraal onderdeel uitmaken van onze besluitvorming. We maken gebruik van initiatieven voor betrokkenheid van patiënten en alle beschikbare gegevens over patiëntenervaringen om ervoor te zorgen dat onze besluitvorming gebaseerd is op de meest waardevolle en relevante inzichten van mensen die met een ziekte leven. Deze aanpak stelt ons in staat om samen met onderzoekers, branchegenoten en de bredere gemeenschap oplossingen te ontwikkelen van het begin tot het einde van de waardeketen, van onderzoek tot implementatie. 394 patiëntenorganisaties die in 2025 betrokken waren Gezondheid van de planeet Er bestaat een intrinsiek verband tussen de gezondheid van onze planeet en de gezondheid van de mensen die erop leven. UCB streeft ernaar aanzienlijke vooruitgang te boeken op het gebied van milieuduurzaamheid door de operationele voetafdruk te verkleinen en systemische veranderingen in de hele waardeketen door te voeren. We blijven ons inzetten voor onze klimaatdoelstelling van netto nul CO2-uitstoot en onze doelen om het waterverbruik en de afvalproductie op al onze locaties te verminderen. Daarbij integreren we principes van duurzaam ontwerpen in onze processen en minimaliseren we de milieu- impact van onze geneesmiddelen vanaf de vroegste ontwikkelingsfase. Onze inspanningen reiken ook verder dan onze eigen activiteiten: door middel van gerichte begeleiding en betrokkenheid werken we nauw samen met onze leveranciers om onze milieu-impact in de hele waardeketen te verminderen. Omdat duurzame vooruitgang collectieve actie vereist, pleiten we actief voor systeemverandering en werken we samen met branchegenoten en bredere coalities om de overgang naar een duurzamere toekomst te versnellen. 77,6% van onze leveranciersgerelateerde uitstoot met CO2e-doelstellingen afgestemd met SBTi1 Gezondheid, veiligheid en welzijn De waarde die we creëren, begint bij onze medewerkers, want alleen collega's die veilig en gezond zijn, kunnen optimaal presteren en grenzen verleggen. Daarom creëren we een veilige werkomgeving waarin samenwerking wordt bevorderd en waarin onze medewerkers al hun energie en aandacht kunnen richten op het ontdekken en aanbieden van essentiële behandelingen voor degenen die ze nodig hebben. Wij zijn ervan overtuigd dat letsel en gevaarlijke incidenten te voorkomen zijn. Ons wereldwijde programma voor gezondheid, veiligheid en welzijn (HSWB) geeft prioriteit aan veiligheid op de werkplek, risicobeperking en het welzijn van medewerkers. We implementeren processen ter ondersteuning van proactieve risicobeoordeling, training, voorbereiding op noodsituaties en een alomvattend gezondheids- en veiligheidsbeheer. 81,2% Gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindex Onze HSWB-aanpak richt zich op vier belangrijke gebieden. Ten eerste streven we ernaar om overal hoge normen voor gezondheid en veiligheid te handhaven voor werknemers en derden, met als doel nul arbeidsongevallen. Ten tweede beheersen en minimaliseren we de impact van chemicaliën op werknemers, het milieu en de gemeenschappen, om het gebruik ervan waar mogelijk bewust te verminderen. Ten derde is volledige naleving van alle relevante regelgeving verankerd in elke laag van onze bedrijfsvoering. Tot slot streven we ernaar om omstandigheden te creëren die het welzijn, de ontwikkeling en de voldoening van onze medewerkers bevorderen, wat resulteert in een positieve cultuur, een betere mentale gezondheid en een hogere retentie. Inclusie Inclusie is een van de waarden die bepalend zijn voor onze samenwerking en de manier waarop we patiënten helpen. We staan open voor verschillende perspectieven, respecteren ieders stem en streven ernaar dat elke collega zich gewaardeerd en gesterkt voelt. We integreren inclusieprincipes actief in alle lagen van onze bedrijfsvoering door middel van initiatieven zoals inclusieve werving, prestatiebeheer, gelijke beloning en actieve werknemersgemeenschappen. Dat betekent dat we mensen moeten werven en behouden die onze waarden delen, kunnen omgaan met complexe situaties en prestaties kunnen leveren, ongeacht hun achtergrond. Dit versterkt onze cultuur, stimuleert nieuwe ideeën en helpt ons om daadwerkelijk iets te betekenen voor mensen die lijden aan ernstige ziekten. 71,8% Inclusie-index 1. Science Based Targets initiative of soortgelijke initiatieven. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 18 Doel en strategie van UCB vervolg Ethische bedrijfsvoering Onze toewijding om altijd integer te handelen, geldt voor al onze medewerkers en zakenpartners wereldwijd. Dit omvat onder meer hoe we ons houden aan wet- en regelgeving en hoe we opkomende technologieën zoals AI inzetten op een manier die zowel efficiënt als nauwkeurig, ethisch en verantwoord is. Het omvat ook hoe we voortdurend een cultuur van ethisch leiderschap versterken, waarin dialoog, samenwerking en respect voorop staan. Onze strategie ‘Leiden door ethiek’ bouwt voort op onze jarenlange inzet voor ethiek en bedrijfsintegriteit door collega's op alle niveaus uit te rusten met de vaardigheden, hulpmiddelen en ondersteuning die nodig zijn om te navigeren door het huidige complexe besluitvormingslandschap. Door een cultuur te bevorderen die ethisch bewustzijn in de hele organisatie verankert, willen we elke beslissing afstemmen op de bredere visie van UCB om een verantwoordelijke en toekomstgerichte leider in de gezondheidszorg te worden. 93% van de werknemers gaf aan de afgelopen twaalf maanden geen onethisch gedrag of wanpraktijken bij UCB te hebben waargenomen, wat 12 punten boven de externe benchmark ligt1 Voor meer informatie over ons werk op deze aandachtsgebieden kunt u de Duurzaamheidsverklaring op pagina 47 raadplegen. 1. De resultaten worden vergeleken met benchmarkgegevens van collega's die worden verstrekt door het Ethisphere- platform voor bedrijven die dit of een soortgelijk platform gebruiken voor vergelijkingsdoeleinden. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 19 Doel en strategie van UCB vervolg Samenwerking binnen het farmaceutische ecosysteem Marktvolatiliteit, technologische veranderingen en de toenemende gevolgen van de klimaatcrisis hebben allemaal invloed op de gezondheidsbehoeften van gemeenschappen en op het vermogen van gezondheidszorgsystemen om daarmee om te gaan. We zetten ons in om een actieve partner te zijn bij het ontwikkelen en leveren van gezondheidsoplossingen die een verschil maken voor de maatschappij. In 2025 zetten we onze samenwerking met belanghebbenden voort om de wetenschap vooruit te helpen, betere zorgtrajecten vorm te geven, gelijke toegang te bevorderen en onze impact op het milieu te verminderen. Deze samenwerkingspartners dagen ons denken uit en laten ons kennismaken met nieuwe ideeën en perspectieven. Door de patiëntengemeenschap, medewerkers, partners en technologie met elkaar te verbinden, willen we een krachtig netwerk voor innovatie creëren. Naast het vergroten van het bereik van onze geneesmiddelen, maken we ook gebruik van strategische partnerschappen om onze interne capaciteiten te versterken en innovatie te versnellen. In 2025 sloot UCB een licentieovereenkomst af voor het gebruik van XtalFold™, het AI-gestuurde platform van Ailux Biologics dat snelle en nauwkeurige structurele inzichten levert om de ontdekking en ontwikkeling van biologische geneesmiddelen te versnellen. We hebben onze inspanningen op het gebied van digitale innovatie ook uitgebreid door middel van een strategische samenwerking met Domino Data Lab om een geavanceerde statistische computeromgeving voor de levenswetenschappenindustrie te moderniseren. ESG-ratings 13,7 Duurzame analyses 2024: 13,7 AA MSCI 2024: AA B- ISS ESG 2024: B- A CDP klimaatverandering 2024: A- A- CDP waterzekerheid 2024: A- B CO 2-score ® door Axylia en BeTruth20 Evolutie van de manier waarop we werken Onze digitale transformatiestrategie verbindt gegevens, mensen en wetenschap om waarde te creëren in al onze vestigingen wereldwijd. Naast het stimuleren van interne efficiëntie, verbetert het integreren van digitaal denken en digitale tools in onze gehele waardeketen de manier waarop we onze onderscheidende oplossingen ontdekken, ontwikkelen en leveren. Digitale innovatie verandert de manier waarop we klinische studies ontwerpen en uitvoeren. Ons Digital Smart Trials Hub in het Verenigd Koninkrijk, dat is ontwikkeld in samenwerking met King's College London en de Britse overheid, is een pionier op het gebied van gegevensgestuurde, inclusieve onderzoeksmethoden. Deze samenwerking heeft als doel onderzoek sneller, efficiënter en representatiever te maken. Onze samenwerking met Schrödinger integreert ook geavanceerde modellering en computationeel ontwerp om ontdekkingen te versnellen en de gegevenskwaliteit te verbeteren binnen belangrijke O&O-gebieden zoals multispecifieke geneesmiddelen en digitale antilichaamtechnologie. Gegevensanalyse, AI en machine learning versnellen onze ontwikkelingsactiviteiten. Dit jaar hebben we de toegankelijkheid en betrokkenheid van patiënten verder verbeterd door middel van gedecentraliseerde klinische onderzoeken (DCT) en speciale digitale platforms zoals ONWARD™ en CIMplicity®. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 20 Onze therapeutische focus We zetten onze diepgaande wetenschappelijke expertise, ons begrip van de patiënt en onze middelen in op zorgvuldig geselecteerde gebieden met een grote onvervulde behoefte. Door behandelingen te ontwikkelen op het gebied van immunologie, neurologie en andere gebieden waar onze expertise het leven van individuen kan verbeteren, dragen we bij aan de gezondheid, de veerkracht en het welzijn van samenlevingen wereldwijd op de lange termijn. Immunologie • Atopische dermatitis • Ankyloserende spondylitis • Ziekte van Crohn • Chronische obstructieve longziekte • Hidradenitis suppurativa • Juveniele idiopathische artritis • Niet-radiografische axiale spondyloartritis • Niet-cystische fibrose bronchiëctasieën • Osteoporose • Palmoplantaire pustulose • Plaque-psoriasis • Artritis psoriatica • Reumatoïde artritis • Systemische lupus erythematosus Neurologie • Ziekte van Alzheimer • Epilepsie en zeldzame epileptischesyndromen • Gegeneraliseerde myasthenia gravis • Myeline oligodendrocyt glycoproteïne-antilichaamziekte (MOG) • Ziekte van Parkinson • Thymidinekinase 2-deficiëntie Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 21 Onze therapeutische focus vervolg Immunologie Meer informatie We streven ernaar een wereld te creëren zonder immuungemedieerde ontstekingsziekten. Hoewel er aanzienlijke vooruitgang is geboekt in de behandeling van deze ziekten, is er nog veel werk aan de winkel om de enorme druk die ze uitoefenen op mensen en hun hulpverlening te verlichten. Ook dit jaar hebben we weer gebruikgemaakt van op bewijs gebaseerde, onderscheidende wetenschap om geneesmiddelen te ontwikkelen die inspelen op een breed scala aan onvervulde behoeften. In 2025 hebben BIMZELX®, EVENITY ® en CIMZIA® onze aanhoudende prestaties bewezen, gebaseerd op onze traditie van wetenschappelijke innovatie. Na de succesvolle wereldwijde lancering van BIMZELX® voor diverse indicaties en in verschillende regio's, hebben we de mogelijkheden ervan in 2025 verder uitgebreid naar nieuwe ziektegebieden. De prestaties van ons portfolio worden aangevuld door een pijplijn met middelen zoals dapirolizumab pegol voor de behandeling van systemische lupus erythematosus (SLE) en galvokimig voor atopische dermatitis (AtD). We blijven ons inzetten om onze leidende positie in de immunologie te versterken en de zorg voor mensen met immunologische aandoeningen te verbeteren door onze aanpak van klinisch onderzoek voortdurend te ontwikkelen aan de hand van gegevensgeneratie. "In 2025 werd de effectiviteit van BIMZELX® als behandeling voor een reeks complexe en uitdagende immunologische aandoeningen met een aanzienlijke onvervulde behoefte verder bevestigd." Ons portfolio De kracht van ons immunologieportfolio is gebaseerd op gerichte innovatie, gedisciplineerde uitvoering en een duidelijke focus op de waarde voor de patiënt. BIMZELX® bleef een sterke groeimotor in diverse indicaties en regio's. Het getuigt van de kracht van onze aanpak: gedifferentieerde wetenschap op schaal, ondersteund door multidisciplinaire samenwerking en flexibele lanceringen. BIMZELX®, de eerste en enige IL-17A- en IL-17F-remmer, is nu 1. More Than Just a Fracture: A Call to Action on Osteoporosis and Bone Health in the Context of Healthy Aging. Beschikbaar: https://globalcoalitiononaging.com/wp-content/uploads/2022/10/GCOA_BHI_More-Than-Just-a-Fracture_Definition-CTA_Oct2022.pdf. Laatst bekeken: december 2025. 2. Diffenderfer, B. W., Wang, Y., Pearman, L., Pyrih, N., & Williams, S. A. (2023). Real-World Management of Patients With Osteoporosis at Very High Risk of Fracture. The Journal of the American Academy of Orthopaedic Surgeons, 31(6), e327–e335. Beschikbaar op: https:// journals.lww.com/10.5435/JAAOS-D-22-00476. Laatst bekeken: december 2025. goedgekeurd in 51 landen en door 22 regelgevende instanties wereldwijd, en bereikt meer dan 116 000 patiënten over de hele wereld. In 2025 werd er meer bewijs geleverd voor de effectiviteit van BIMZELX® als behandeling voor een reeks complexe en uitdagende immunologische aandoeningen met een aanzienlijke onvervulde behoefte, wat leidde tot een sterke acceptatie voor alle vijf goedgekeurde indicaties: psoriasis (PSO), psoriatische artritis (PsA), ankyloserende spondylitis (AS), niet-radiografische axiale spondyloartritis (nr-axSpA) en hidradenitis suppurativa (HS). Deze groeiende hoeveelheid bewijzen bevestigde de aanhoudende effectiviteit van BIMZELX op de lange termijn en de duurzame ziektebestrijding door het middel binnen het gehele reumatologie- en dermatologieportfolio. Uit gegevens die werden gepresenteerd op de bijeenkomst van de American Academy of Dermatology (AAD) bleek dat bij twee derde van de patiënten de huid gedurende vijf jaar volledig vrij bleef van psoriasis. Dit onderstreept het potentieel van BIMZELX® voor de langdurige behandeling van deze chronische ontstekingsaandoening. Meerdere BIMZELX®-gegevensanalyses bij HS toonden aan dat de ziektebestrijding, de verbetering van de huidpijn, het verdwijnen van drainagekanalen en een hoeveelheid van nul drainagekanalen tot drie jaar na de diagnose aanhielden. Dit biedt hoop voor een langdurige behandeling van de ziekte en een vermindering van de last voor mensen met HS. Uit gegevens over een periode van drie jaar, gepresenteerd op het congres van de European Alliance of Associations for Rheumatology (EULAR), bleek dat BIMZELX® potentieel heeft voor de langdurige beheersing van ontstekingen. Bij alle patiënten met AS en nr-axSpA werden blijvende verbeteringen in het fysieke functioneren waargenomen. Meer dan de helft van de PsA-patiënten behield na drie jaar symptoomverlichting volledige huidgenezing en verdwijning van gezwollen gewrichten. Als we naar de toekomst kijken, verwachten we dat de resultaten van onze nieuwste fase 3b BE BOLD-studie naar psoriasisartritis, waarin BIMZELX® wordt vergeleken met SKYRIZI®, in 2026 bekend zullen worden gemaakt. Als enige goedgekeurde sclerostineremmer vormt EVENITY® een essentieel onderdeel van ons immunologieportfolio. Met 1,3 miljoen behandelde patiënten wereldwijd onderscheidt EVENITY® zich door zijn werkingsmechanisme. Het geneesmiddel heeft een dubbel effect: het bevordert de botvorming, vermindert de botresorptie en verlaagt het risico op secundaire breuken bij postmenopauzale vrouwen met ernstige osteoporose. Wereldwijd wordt osteoporose nog steeds veel te weinig gediagnosticeerd en behandeld. Eén op de drie vrouwen boven de 50 krijgt te maken met een botbreuk door botontkalking1 (een klinisch signaal van onderliggende osteoporose), maar bij 80% van hen wordt dit niet gediagnosticeerd of behandeld2. Ondanks wereldwijde richtlijnen die botvormende middelen aanbevelen voor vrouwen met een zeer hoog risico op botbreuken, krijgt slechts 4-7% van de in aanmerking komende patiënten er een. We blijven investeren in het vergaren van verder bewijsmateriaal om de voordelen die EVENITY® op dit gebied kan bieden volledig te kunnen benutten. Ons Fracture Liaison Service Academy & Network (FAN)- programma helpt ziekenhuizen bij het opzetten van expertisecentra en het opleiden van specialisten in optimaal beheer van de botgezondheid. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 22 Onze therapeutische focus vervolg Betere resultaten leveren voor mensen met hidradenitis suppurativa HS is een van de meest pijnlijke, onbegrepen en vaak onbehandelde chronische ontstekingsziekten. Voor velen zorgt de ziekte voor jarenlange vertraging in de diagnose, onvoorspelbare opvlammingen en een aanzienlijke emotionele belasting. In 2025 hebben we onze inzet om de toekomst van Hs-behandeling te transformeren, versterkt door middel van een raamwerk dat is uiteengezet in ons UCB-visierapport 2025. Bij UCB geloven we dat een wereld zonder HS mogelijk is. We nemen stappen om dat te realiseren. Onze aanpak is gebaseerd op drie kernpijlers: Zorgen voor een revolutie in de wetenschap We bevorderen het wetenschappelijk begrip van HS door middel van samenwerkingen die de biologische achtergrond van de ziekte onthullen en meer gepersonaliseerde zorg mogelijk maken. Onze samenwerking met Stanford University onderzoekt digitale fenotypering en computationele ontdekking van HS-mechanismen, terwijl gezamenlijk onderzoek met de University of California San Francisco een van de meest uitgebreide HS-patiëntenregisters opbouwt ter ondersteuning van het genereren van biomarkers en bewijs uit de praktijk. Zorg verbeteren Om de zorg voor mensen met HS te verbeteren, zijn een vroegere diagnose en consistente, op bewijs gebaseerde interventie nodig. We investeren in de opleiding van zorgprofessionals via initiatieven zoals HIDRACENSUS 7.3 in Europa en de Make HStory-campagne in de VS, die erop gericht zijn artsen te helpen HS eerder te herkennen en in te grijpen binnen de cruciale periode waarin dit mogelijk is. Menselijkheid herstellen Vooruitgang in de behandeling van HS betekent dat we verder moeten kijken dan alleen medicijnen en dat we ook stigma, isolatie en ongelijke toegang tot zorg moeten aanpakken. Door middel van live evenementen die vertegenwoordigers van de HS-gemeenschap, samenwerkingsverbanden met patiëntenorganisaties en digitale storytelling-partnerschappen samenbrengen, versterken we de stem van patiënten en zorgen we voor meer steun vanuit de gemeenschap. De samenwerking met de HS Coalition in de VS draagt verder bij aan beleidsveranderingen die gericht zijn op het verbeteren van de toegang tot zorg en het aanpakken van ongelijkheden daarin. CIMZIA® blijft een van de belangrijkste successen van UCB binnen de immunologie. Het is een fundamentele anti-TNF-therapie die wereldwijd is goedgekeurd voor zeven indicaties en die voortdurend nieuwe inzichten en een onderscheidende klinische waarde oplevert. In 2025 ontving CIMZIA ® goedkeuring in de VS voor de behandeling van actieve polyarticulaire juveniele idiopathische artritis (pJIA) bij patiënten van twee jaar en ouder. De unieke Fc-vrije moleculaire structuur maakt het bijzonder geschikt voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd en voor patiënten met reumatoïde artritis en een hoog reumafactorgehalte, waardoor gepersonaliseerde behandelingsopties mogelijk zijn waarbij veiligheid en precisie voorop staan. Onze pijplijn Mensen met aandoeningen zoals lupus, atopische dermatitis en andere immunodermatologische aandoeningen hebben behandelingen nodig die daadwerkelijke, langdurige verbeteringen in hun leven opleveren. Onze pijplijn voor immunologie weerspiegelt onze toewijding om nieuwe manieren te vinden om zinvolle oplossingen te bieden voor de behandeling van ernstige ziekten en om nieuwe instrumenten, technologieën en samenwerkingsverbanden te verkennen. In 2025 hebben we onze tweede fase 3-studie voor dapirolizumab pegol1 voortgezet, ons nieuwe Fc-vrije anti-CD40L-therapeuticum dat is ontworpen om meerdere ontstekingsroutes die centraal staan bij systemische lupus erythematosus (SLE) breed te moduleren. Dankzij de unieke werkingswijze heeft dapirolizumab pegol de potentie om het immuunsysteem weer in balans te brengen bij een ziektegebied waar vrouwen onevenredig zwaar worden getroffen en de behandelingsmogelijkheden beperkt zijn. Dapirolizumab pegol zorgde voor een statistisch significante verbetering van de matige tot ernstige ziekteactiviteit in week 48, gemeten met BICLA, een vastgesteld, samengesteld primair werkzaamheidseindpunt voor het meten van de klinische ziekteactiviteit op basis van de medische voorgeschiedenis van de patiënt, klinisch onderzoek en laboratoriumtests. We konden op EULAR ook verdere analyses presenteren van onze eerste fase 3- studie met dapirolizumab pegol, waaruit bleek dat het middel effectief was op meerdere klinische eindpunten, waaronder vermoeidheid en ziekteactiviteit. 1. Dapirolizumab pegol bevindt zich momenteel in de klinische ontwikkelingsfase en is door geen enkele regelgevende instantie wereldwijd goedgekeurd voor gebruik. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 23 Onze therapeutische focus vervolg Ons multispecifieke antilichaamplatform van de volgende generatie heeft met galvokimig een grote stap voorwaarts gezet. Dit molecuul is ontworpen om tegelijkertijd IL-13, IL-17A en IL-17F te remmen en zo meerdere ontstekingsroutes aan te pakken die voorkomen bij atopische dermatitis. Nieuwe proof-of-concept- gegevens over atopische dermatitis, gepresenteerd op het congres van de European Academy of Dermatology and Venereology (EADV) in 2025, toonden klinisch betekenisvolle verbeteringen aan. Dit is een voorbeeld van hoe onze onderscheidende wetenschap en diepgaande immunologische kennis het mogelijk maken therapieën te ontwikkelen die meerdere ontstekingsfactoren tegelijk aanpakken. Na de positieve resultaten van fase 2a zijn we een fase 2b-dosisbepalingsstudie gestart. We hebben de ontwikkeling van bimekizumab ook voortgezet via Luisteren, samenwerken en de wetenschap vooruit helpen bij de behandeling van systemische lupus erythematosus. een nieuw klinisch programma dat is ontworpen om de voordelen ervan uit te breiden naar patiëntengroepen die in het verleden moeite hebben gehad om adequate zorg te krijgen. Fase 3 van het BE SEEN-programma werd in 2025 gestart om bimekizumab te evalueren bij palmoplantaire pustulose (PPP), een pijnlijke en invaliderende inflammatoire huidaandoening waarvoor geen goedgekeurde behandelingsopties beschikbaar zijn in de VS, de EU of China. PPP vertegenwoordigt een kzwaarbelaste populatie en wij geloven dat BIMZELX ® een reëel potentieel heeft om hen te helpen om effectiever om te gaan met hun aandoening. Pediatrische studies voor bimekizumab bij psoriasis, hidradenitis suppurativa (HS) en juveniele idiopathische artritis zijn gedurende het jaar gevorderd. We onderzoeken de mogelijkheid om de dubbele IL-17A/F-remming van het geneesmiddel uit te breiden naar jongere patiëntengroepen, waar de behandelingsmogelijkheden vaak beperkt zijn en de langdurige ziektelast aanzienlijk kan zijn. Deze uitbreiding onderstreept ons streven om BIMZELX® te vestigen als een fundamentele therapie voor diverse ontstekingsziekten. Systemische lupus erythematosus (SLE) is een chronische, onvoorspelbare auto-immuunziekte die meerdere organen aantast. Naar schatting is 90% van de mensen met lupus vrouw, waarbij personen van Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse, Aziatische en inheemse Amerikaanse afkomst een groter risico lopen op een vroege aanvang en een ernstiger verloop van de ziekte. Hoewel lupus organen, mobiliteit en de gezondheid op lange termijn aantast, ervaren veel mensen met de ziekte ook ernstige vermoeidheid. Dit symptoom blijft vaak onbehandeld omdat zorgverleners geen effectieve behandeling kunnen bieden aan hun patiënten. Het combineren van gedegen wetenschap met een sterke betrokkenheid van patiënten. UCB heeft samengewerkt met vooraanstaande patiëntenorganisaties uit de VS en Europa om te begrijpen hoe we SLE-patiënten die te maken hebben met ernstige vermoeidheid beter kunnen ondersteunen. Deze samenwerking resulteerde in FATIGUE-PRO, de eerste lupus-specifieke tool die is ontworpen om de unieke, door lupus ervaren vermoeidheid op een betekenisvolle manier in kaart te brengen. FATIGUE-PRO is ontwikkeld in samenwerking met patiënten en verfijnd door nauwe samenwerking tussen patiënten en experts. De tool meet aspecten van vermoeidheid die generieke schalen niet dekken, zoals de mentale, cognitieve en fysieke vermoeidheid die centraal staan in de ervaring van patiënten die leven met lupus. Een onderscheidende, op bewijs gebaseerde kans Dapirolizumab pegol (DZP) is een nieuwe Fc-vrije anti-CD40L- therapie die zich richt op een centrale route in de pathogenese van lupus. Uit de resultaten van de fase 3 PHOENYCS GO- studie bleek dat DZP een statistisch significante vermindering van de ziekteactiviteit teweegbracht en patiënten in staat stelde de dosis glucocorticoïden te verlagen. Deze resultaten zijn niet alleen belangrijk voor patiënten vanwege de bescherming van hun organen op de lange termijn; naast het stabiliseren van de ziekteactiviteit op meerdere vlakken en met verschillende uitkomstmaten, verbeterde DZP ook de vermoeidheid. Deze unieke observatie is bevestigd door de patiëntenadviesraden van UCB en gesprekken met belangenbehartigers voor lupuspatiënten. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 24 Onze therapeutische focus vervolg Neurologie Meer informatie Al meer dan dertig jaar bouwen we aan onze leidende positie in de neurologie en ontwikkelen we een portfolio dat zowel wetenschappelijke diepgang als geografisch bereik weerspiegelt. In die tijd hebben onze medicijnen bijgedragen aan de verbetering van de levens van miljoenen mensen over de hele wereld. Een essentieel onderdeel van onze missie is de voortdurende samenwerking met zorgprofessionals, patiënten en hun zorgverleners. Hun inzichten helpen ons de realiteit van het leven met een neurologische aandoening, de gebieden waarop onze onderscheidende innovatie de grootste impact kan hebben en de mogelijkheden om de toegang tot onze medicijnen verder uit te breiden beter te begrijpen. Ons portfolio Ons portfolio op het gebied van neurologie is een belangrijke pijler van onze groei en onderscheidend vermogen op de lange termijn. "Onze groeiende wereldwijde gMG- aanwezigheid zorgt ervoor dat patiënten over de hele wereld toegang krijgen tot een dubbele therapieportfolio met op hun specifieke ziekte gerichte behandelingsopties die worden ondersteund door een innovatief patiëntervaringsmodel." In 2025 bleef de commerciële groei sterk, zowel voor bestaande als voor nieuw gelanceerde geneesmiddelen, dankzij een gedisciplineerde uitvoering en uitgebreide toegang voor patiënten. In 2025 hebben we aanzienlijke vooruitgang geboekt in de verbetering van de zorg voor mensen met gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG), dankzij de voortdurende wereldwijde uitrol van RYSTIGGO® en ZILBRYSQ®. Onze groeiende wereldwijde aanwezigheid helpt ervoor zorgen dat patiënten over de hele wereld toegang krijgen tot een dubbele therapieportfolio met op hun specifieke ziekte gerichte behandelingsopties die worden ondersteund door een innovatief patiëntervaringsmodel. Dankzij ons geavanceerde patiëntenondersteuningsprogramma hebben we het traject voor het starten en voortzetten van de therapie aanzienlijk verbeterd, waardoor de therapietrouw en de algehele resultaten voor de patiënt zijn verbeterd. Onze toewijding aan wetenschappelijk leiderschap bleef onverminderd groot. Tijdens de jaarlijkse AANEM-bijeenkomst en de wetenschappelijke sessie van MGFA in 2025 presenteerde ons team nieuwe gegevens die het corticosteroïdbesparingspotentieel van, de verbetering van de levenskwaliteit door en de verdraagzaamheid en effectiviteit van onze therapieën op lange termijn aantonen. Dit bevestigde nogmaals het klinische voordeel dat onze oplossingen kunnen bieden aan mensen met gMG. Door de veranderingen in de regelgeving in 2025 is het bereik van RYSTIGGO® aanzienlijk vergroot. Goedkeuringen in Europa, China en Japan maken nu zelfmedicatie via een infusiepomp of handmatige toediening mogelijk, waardoor patiënten meer flexibiliteit en autonomie krijgen. In Japan heeft de lancering van het ONWARDTM-programma voor thuisbezorging en ondersteuning de zelfstandigheid van patiënten verder vergroot door uitgebreide zorgcoördinatie en 24/7 digitale hulpmiddelen te bieden. Onze C5i-therapie van de volgende generatie, ZILBRYSQ®, heeft wereldwijd belangrijke mijlpalen bereikt als de eerste gerichte C5- complementremmer voor gMG die door de patiënt zelf kan worden toegediend. We hebben vergoedingen verkregen en vooruitgang in regelgeving behaald in diverse belangrijke regio's, zoals Duitsland, en goedkeuringen verkregen in Korea, China en Hongkong. Belangrijk is dat ZILBRYSQ® het eerste C5i-product is dat in Quebec, Canada, is geregistreerd, wat een belangrijke stap voorwaarts betekent voor de toegang tot de Canadese markt. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 25 Onze therapeutische focus vervolg Camp Small Steps: Het opzetten van een ondersteuningsinfrastructuur voor gezinnen met het Dravet- syndroom. Voor gezinnen die te maken hebben met ontwikkelings- en epileptische encefalopathieën (DEE's) wordt het dagelijks leven bepaald door de behoefte aan veiligheid, zintuiglijke waarneming en routine. Het kan lastig zijn om kinderen ervaringen te bieden die andere gezinnen als vanzelfsprekend beschouwen, zoals alledaagse buitenactiviteiten. In 2025 werkte UCB in de Verenigde Staten samen met de Dravet Syndrome Foundation (DSF) aan de bouw van Camp Small Steps. Elk detail van deze unieke, zintuigveilige en volledig toegankelijke kampervaring is vormgegeven op basis van inzichten van mensen met het Dravet-syndroom (DS) en hun verzorgers. In 2025 organiseerde het pilotprogramma vijf kampevenementen waarmee meer dan 448 leden van de DS-gemeenschap nieuwe ervaringen konden beleven in gezinsverband, zonder angst of beperkingen. De reactie vanuit de gemeenschap is buitengewoon positief: 96% van de ondervraagde mantelzorgers gaf aan dat ze graag nog eens zouden deelnemen. Deelnemers hebben hun ervaringen massaal gedeeld in de besloten Facebook-groep van DSF met 3 500 leden, waardoor de bekendheid van het programma via authentieke mond-tot- mondreclame is vergroot. Dit laat zien hoeveel gezinnen baat zouden kunnen hebben bij projecten zoals Camp Small Steps en we zijn er trots op dat we deel uitmaken van de groeiende ondersteuningsinfrastructuur voor gezinnen die met DEE's leven. FINTEPLA® blijft aanzienlijke voordelen bieden aan mensen met zeldzame epileptische syndromen. Dit jaar lieten gegevens die in Epilepsy and Behavior zijn gepubliceerd aanhoudende positieve resultaten zien voor kinderen en volwassenen met het Lennox- Gastaut-syndroom (LGS), waaronder een vermindering van de frequentie van aanvallen, verbeterd functioneren en verbeteringen in angst- en depressieniveaus bij zorgverleners. Onze pijplijn Ons portfolio op het gebied van epilepsie richt zich op verschillende vormen van epilepsie en andere aanvalsstoornissen door middel van een geclusterde aanpak die onderzoek, expertise en patiëntinzichten combineert binnen onderling verbonden ziektegebieden. Deze strategie bouwt voort op onze reeds bestaande basis om de vooruitgang te versnellen voor mensen met zeldzame en moeilijk te behandelen vormen van epilepsie. Fenfluramine, dat zich al heeft bewezen als basistherapie voor het Dravet-syndroom (DS) en LGS, heeft positieve resultaten laten zien in fase 3-onderzoeken naar CDKL5-deficiëntie (CDD). Deze uiterst zeldzame en ernstige ontwikkelings- en epileptische encefalopathie met refractaire epilepsie die op jonge leeftijd begint en met ernstige algehele neurologische ontwikkelingsachterstanden resulteert vaak in intellectuele, motorische, corticale visuele en slaapstoornissen als belangrijkste kenmerken. Naar aanleiding van deze resultaten zijn we van plan de gegevens ter goedkeuring voor te leggen aan de regelgevende instanties, zodat deze potentiële behandeling beschikbaar komt voor mensen met CDD. Er is ook een fase 3-studie gepland voor het Rett-syndroom, een ernstige (genetische) neurologische ontwikkelingsstoornis die voornamelijk bij vrouwen voorkomt. Gezien de grote onvervulde behoefte en de beperkte behandelingsmogelijkheden, is de start van het programma gepland voor de eerste helft van 2026. Daarnaast wordt er gewerkt aan een tabletvorm van FINTEPLA® om patiënten en zorgverleners nog meer voordeel te bieden met een gemakkelijk toe te dienen optie. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 26 Onze therapeutische focus vervolg STACCATO® alprazolam, een draagbare inhalator voor eenmalig gebruik voor de snelle beëindiging van aanvallen die langdurig kunnen worden, is fase 3 ingegaan. Het middel heeft de potentie om patiënten en zorgverleners een snelle en eenvoudig toe te dienen noodoptie te bieden tijdens actieve aanvallen. Viering van het vijfjarig bestaan van het baanbrekende Rare Disease Connect in Neurology (RDCN)-programma. Onze pijplijn kwam tot bloei met de goedkeuring van KYGEVVITM (doxecitine en doxribtimine) door de Amerikaanse FDA voor de behandeling van volwassenen en kinderen met thymidinekinase 2- deficiëntie (TK2d), waarbij de symptomen zich voordoen op of vóór de leeftijd van 12 jaar. Dit is de eerste en tot nu toe enige goedgekeurde behandeling voor deze uiterst zeldzame, levensbedreigende, genetische mitochondriale ziekte. In januari 2026 ontving KYGEVVI® een positief advies van het Committee for Medicinal Products for Human Use (CHMP) van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). RYSTIGGO ® bevindt zich in fase 3 voor de MOG-antilichaam- geassocieerde ziekte (MOGAD) en we zijn van plan een fase 3- studie te starten voor oculaire myasthenia gravis in 2026, waardoor het potentieel van het FcRn-werkingsmechanisme verder wordt gemaximaliseerd. Bij de ziekte van Alzheimer leverde bepranemab1, het antistof van UCB voor tau in het middendomein, veelbelovende fase 2a- resultaten. Dit leverde het eerste bewijs van een biologisch en klinisch effect van een ziekte-modificerende therapie die zich richt op tau in het middendomein. Hoewel het primaire eindpunt niet werd bereikt in de volledige studiepopulatie, werden consistente voordelen waargenomen in vooraf gedefinieerde patiëntsubgroepen. We blijven gesprekken voeren met regelgevende instanties over de volgende ontwikkelingsfase. Bij bewegingsstoornissen heeft glovadalen2, een oraal beschikbaar, hersenpenetrerend klein molecuul voor de ziekte van Parkinson, positieve resultaten laten zien in fase 2a, waarbij veelbelovende symptoomcontrole en verdraagzaamheid werden aangetoond. RDCN is een wereldwijd, door experts geleid en door vakgenoten gedreven forum dat hoogwaardig onderwijs blijft bieden dat is gebaseerd op solide principes van volwassenenonderwijs. RDCN is in 2021 opgericht om de op bewijs gebaseerde praktijk en de patiëntresultaten bij myasthenia gravis (MG) te verbeteren. RDCN bevordert een wereldwijde gemeenschap van neuromusculaire specialisten, verpleegkundigen, apothekers, patiëntenorganisaties en het bredere multidisciplinaire team om de kennis en zorg op het gebied van myasthenia gravis te transformeren. De bijeenkomst kende een indrukwekkende wereldwijde opkomst van 36 internationaal gerenommeerde leden van de faculteit en stuurgroep, 144 MG-specialisten uit 25 landen, 17 gespecialiseerde verpleegkundigen uit vijf landen en 21 vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties uit 16 landen. Een kenmerkend aspect van RDCN is het speciale traject voor patiëntenorganisaties. Dit traject zorgt ervoor dat mensen met MG, mantelzorgers en organisaties die zeldzame ziektegemeenschappen vertegenwoordigen, kunnen samenwerken met zowel zorgprofessionals (HCP) als patiëntenorganisaties (PO) die deelnemen aan zowel het HCP- als het PO-traject. Het programma blijft zijn gestelde ambitie waarmaken door de vooraf gedefinieerde succesdoelen te behalen. Het programma wordt beoordeeld als 'van wereldklasse' op basis van de waarschijnlijkheid dat deelnemers het programma zullen aanbevelen, en meer dan 80% van de deelnemers is het er sterk mee eens dat ze de opgedane kennis in hun klinische praktijk zullen toepassen. RDCN heeft ook diverse brancheprijzen gewonnen voor haar educatieve programma en ontwerp. In 2025 won RDCN een Silver Effie Europe Award 1. Bepranemab bevindt zich momenteel in de klinische ontwikkelingsfase en is door geen enkele regelgevende instantie wereldwijd goedgekeurd voor gebruik. 2. Glovadalen bevindt zich momenteel in de klinische ontwikkelingsfase en is door geen enkele regelgevende instantie wereldwijd goedgekeurd voor gebruik. in de nieuw opgerichte categorie Gezondheidseffectiviteit; deze erkenning benadrukt dat RDCN een impactvol, op bewijs gebaseerd initiatief voor medische scholing is dat het gedrag van zorgprofessionals, de klinische praktijk en uiteindelijk de patiëntresultaten verbetert. "Zelden zien we zo'n internationale vertegenwoordiging en kennisuitwisseling bij MG." Professor Sarah Hoffmann, Senior neuroloog, Afdeling Neurologie, Charité – Universitätsmedizin Berlin Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 27 Toegang uitbreiden en toekomstige innovatie stimuleren Deze tijdlijn laat de omvangrijke hoeveelheid praktijk- en klinische gegevens zien die de immunologische en neurologische geneesmiddelen van UCB ondersteunen, en die het afgelopen jaar op de meest gerespecteerde wetenschappelijke topcongressen zijn gepresenteerd. Deze voorbeelden tonen gezamenlijk de diepgang en de degelijkheid van het bewijsmateriaal aan dat ten grondslag ligt aan onze inzet voor het verbeteren van de zorg voor mensen met ernstige ziekten. Immunologie Neurologie EHSF — Gegevens over een periode van twee jaar uit de BE HEARD- onderzoeken naar BIMZELX®, waaruit bleek dat de ziekte bij HS onder controle bleef. EULAR — Uit drie jaar onderzoek met fase 3- studies naar BIMZELX® is gebleken dat het middel een blijvende werkzaamheid en ontstekingsremming biedt bij PsA en nr-axSpA. Uit fase 3-gegevens voor dapirolizumab pegol bleek ook een verbetering van de vermoeidheid en een afname van de ziekteactiviteit bij SLE.1 EADV — We hebben de resultaten bekendgemaakt van de eerste succesvolle klinische studie met galvokimig bij patiënten met matige tot ernstige atopische dermatitis. Uit de BIMZELX®-gegevens bleek ook sprake te zijn van aanhoudende ziektebestrijding en remissie bij HS en matige tot ernstige PSO. ACR — Drie jaar aan reumatologische gegevens over BIMZELX® toonden aan dat het middel de ontsteking bij PsA en nr-axSpA langdurig onder controle hield. AAD — Vijf jaar aan gegevens over BIMZELX ® toonden aanhoudende huidverbetering en langdurige werkzaamheid bij matige tot ernstige plaque-psoriasis. WCO-IOF-ESCEO — Uit praktijkonderzoek is gebleken dat romosozumab effectief is bij patiënten met een hoog risico op botbreuken. UMDF — We gaven drie presentaties, waaronder een presentatie over gegevens over het ziekteverloop van TK2d bij onbehandelde patiënten. MDS — We presenteerden de laatste Fase 2a-gegevens van glovadalen in de ziekte van Parkinson. AANEM — We presenteerden 18 samenvattingen, waaronder nieuwe post-hoc analyses waarin rekening werd gehouden met het afbouwen van de corticosteroïdedosis tijdens de behandeling met RYSTIGGO ® en de impact van ZILBRYSQ ® op de MG-QoL15r-items. EAN — We presenteerden zes samenvattingen, waaronder nieuwe gegevens en analyses die van belang zijn voor mensen met epilepsie en gegeneraliseerde myasthenia gravis. MDA — We hebben gegevens bekendgemaakt uit studies met onze pyrimidine-nucleosidetherapie, doxecitine en doxribtimine, bij mensen met TK2d. AD/PD — We presenteerden acht wetenschappelijke samenvattingen, inclusief belangrijke gegevens uit onze innovatieve onderzoeksprogramma's naar neurodegeneratieve aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson en de ziekte van Alzheimer. IEC — Gegevens van een open label-vervolgstudie toonden de veiligheid op lange termijn van FINTEPLA® en het algehele functioneren aan bij kinderen en volwassenen met het Dravet- syndroom of het Lennox-Gastaut- syndroom. AES — We presenteerden primaire werkzaamheids- en veiligheidsresultaten van een fase 3-studie met fenfluramine bij CDD, definitieve resultaten van een langetermijn open label-vervolgstudie met FINTEPLA ® bij het Dravet-syndroom en het Lennox-Gastaut-syndroom, en bevindingen over de ziektelast van ontwikkelings- en epileptische encefalopathieën. AAN — We presenteerden 24 samenvattingen over uiteenlopende ziekten, zoals zeldzame vormen van epilepsie, DS en LGS, gegeneraliseerde myasthenia gravis en TK2d. EPNS — We presenteerden samenvattingen over TK2d en epilepsieën, waaronder zeldzame ontwikkelings- en epileptische encefalopathieën zoals DS en LGS. MGFA — Meerdere gegevenssets uit ons portfolio in gMG werden gepresenteerd, waaronder RYSTIGGO® en ZILBRYSQ®. Meer informatie over deze congressen en gegevens vindt u op de vorige pagina's van dit verslag en op onze website www.ucb.com * Dit molecuul bevindt zich momenteel in de klinische ontwikkelingsfase en is door geen enkele regelgevende instantie wereldwijd goedgekeurd voor gebruik. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 28 Vooruitgang in onze landen in 2025 In alle regio's waar we actief zijn, werken onze teams aan het verbeteren van de toegang tot gezondheidszorg en het versterken van zorgstelsels. Hoewel elke markt anders is, richten wij ons altijd op het vertalen van onze innovatie naar positieve resultaten voor mensen die leven met ernstige ziekten. De volgende casestudy's laten een deel van het werk zien dat onze teams dit jaar hebben gedaan. Verenigd Koninkrijk: Het versterken van onze rol als betrouwbare leverancier aan de National Health Service. In 2025 voltooide UCB de Modern Slavery Assessment Tool (MSAT) van het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken als onderdeel van zijn voortdurende streven naar het identificeren en beheersen van risico's met betrekking tot moderne slavernij binnen zijn toeleveringsketen. MSAT is een erkende tool voor risico-identificatie en -beheer die is ontworpen om organisaties in de publieke sector en hun leveranciers te helpen inzicht te krijgen in mogelijke risico's met betrekking tot moderne slavernij bij de goederen en diensten die ze inkopen. Als Evergreen-leverancier van de National Health Service (NHS) zet UCB zich in voor netto nul uitstoot en ethische doelstellingen in de toeleveringsketen. Het gebruik van MSAT om ons bestuur, ons beleid en onze processen voor het beheersen van risico's met betrekking tot moderne slavernij te beoordelen, is een belangrijk onderdeel van deze inzet. We behaalden een totaalscore van 78%, inclusief 100% voor bestuur en voor beleid en procedures. De evaluatie bracht mogelijkheden aan het licht om de risicobeoordeling, het risicobeheer en de due diligence verder te versterken. Wij zetten ons ervoor in om onze aanpak van moderne slavernij voortdurend te verbeteren. Canada: Samenwerking met Muscular Dystrophy Canada De langdurige samenwerking tussen UCB Canada en Muscular Dystrophy Canada (MDC) heeft er in 2025 voor gezorgd dat de stem van mensen met gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) verder werd versterkt. Een van de hoogtepunten van het jaar was onze gezamenlijke inspanning om ervoor te zorgen dat een landelijk media-item op CTV News werd uitgezonden. Het item draaide om een door MDC ondersteunde patiënt die persoonlijke ervaringen en inzichten deelde als iemand met gMG. Dit aangrijpende moment versterkte de ervaringen van patiënten, droeg bij aan een beter publiek begrip en pleitte voor een meer gelijke toegang tot behandelingen. Deze authentieke patiëntinzichten van organisaties zoals MDC vormen een essentieel onderdeel van onze patiëntgerichte innovatie. Door ze vroegtijdig in onze processen te integreren, kunnen we onze strategieën voor toegang tot de gezondheidszorg vormgeven. Onze voortdurende samenwerking met MDC laat zien hoe vertrouwensrelaties kunnen worden omgezet in krachtige belangenbehartiging die bijdraagt aan betere resultaten voor de gMG-gemeenschap in heel Canada. Zwitserland: Introductie van een innovatief en duurzaam beursstandconcept Op de 107e conferentie van de Zwitserse Vereniging voor Dermatologie en Venerologie (SGDV) in St. Gallen presenteerde UCB een innovatief standconcept dat zich richtte op duurzaamheid en bewustwording rondom ziekten. De beurs maakte gebruik van de principes van de circulaire economie en toonde massief hout met Cradle to Cradle- certificering, gerecyclede kunststof panelen en onbehandelde natuurlijke materialen. Elk onderdeel is ontworpen voor eenvoudige scheiding, hergebruik en recycling, waarbij het gebruik van verf en lijm is vermeden om de impact op het milieu te minimaliseren. Traditionele gedrukte afbeeldingen werden vervangen door energiezuinige led-schermen die flexibele content weergeven. Alle informatie werd digitaal verstrekt, waardoor er geen wegwerpafdrukken nodig waren en er geen wegwerpgeschenken werden uitgedeeld. Voor apparatuur, installaties en catering werd prioriteit gegeven aan lokale inkoop ter ondersteuning van regionale partners en ter vermindering van transportemissies. Deze maatregelen resulteerden in een besparing van maar liefst 2,5 ton afval, waarmee een nieuwe maatstaf werd gezet voor duurzame beursstands en -tentoonstellingen. We hebben ook de SSDV 2025 Duurzaamheidsprijs gewonnen, wat de positieve voordelen van deze aanpak nog eens extra benadrukt. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 29 Vooruitgang in onze landen in 2025 vervolg Frankrijk: Het bevorderen van dialoog en innovatie tijdens de derde bijeenkomst van patiëntenverenigingen van UCB UCB Frankrijk organiseerde in 2025 de derde editie van zijn patiëntgerichte bijeenkomsten, waaraan deelnemers van 20 Franse patiëntenverenigingen deelnamen. Samen onderzochten we hoe onderzoek door en voor patiënten in de praktijk kan worden toegepast om zorgtrajecten te verbeteren. De besprekingen benadrukten de groeiende rol van door patiënten gerapporteerde uitkomsten (PROM's) bij het verbeteren van hun dagelijkse kwaliteit van leven en lieten zien hoe deze tools de klinische praktijk kunnen verrijken door een opener en betekenisvollere dialoog tussen patiënten en zorgverleners te bevorderen. De deelnemers bespraken ook praktijkvoorbeelden van nieuwe onderzoeksbenaderingen, waaronder participatieve methoden en diverse samenwerkingsverbanden. Naast technische en methodologische overwegingen boden de bijeenkomsten patiëntenverenigingen een waardevolle gelegenheid om van gedachten te wisselen, ervaringen te delen en samen te werken aan oplossingen die de dagelijkse realiteit beter weerspiegelen. Italië: Het vergroten van de betrokkenheid van patiënten bij beslissingen binnen de Nationale gezondheidsdienst In samenwerking met Alta Scuola di Economia e Management dei Sistemi Sanitari (ALTEMS), Università Cattolica, hield UCB Italië op 30 oktober 2025 een rondetafelgesprek “Sanità Partecipata” in Rome. De institutionele bijeenkomst bracht vertegenwoordigers van het parlement, wetenschappelijke verenigingen, patiëntenorganisaties en gezondheidsinstellingen samen, waaronder de directeur- generaal voor gezondheidsplanning bij het Ministerie van Volksgezondheid en de Commissaris van het Italiaanse Nationale agentschap voor regionale gezondheidszorg (AGENAS). Het evenement was gericht op het bevorderen van een rechtvaardiger, duurzamer en transparanter nationaal gezondheidszorgstelsel door middel van actieve betrokkenheid van patiënten bij de besluitvorming. Er vindt een duidelijke verschuiving plaats van diensten die voor mensen zijn ontworpen naar beleid dat mét mensen wordt ontwikkeld, waardoor vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid binnen het gezondheidszorgsysteem worden versterkt. De inzichten die tijdens de rondetafelbijeenkomst zijn opgedaan, zullen de basis vormen voor de ontwikkeling van een nieuw bestuursmodel dat de patiëntervaring centraal stelt en deze erkent als een strategische hulpbron. Deze aanpak sluit aan bij de opkomende nationale en Europese regelgeving en versterkt tegelijkertijd de gelijkheid en toegang tot de zorg in het hele land. "Het evenement was gericht op het bevorderen van een rechtvaardiger, duurzamer en transparanter nationaal gezondheidszorgstelsel door middel van actieve betrokkenheid van patiënten bij de besluitvorming." Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 30 Vooruitgang in onze landen in 2025 vervolg Zuid-Korea: De toegang van patiënten tot nieuwe oplossingen vergroten In Korea werd de expertise van UCB op het gebied van epilepsie aangevuld met de introductie van een van de oplossingen van UCB voor mensen met psoriasis. We leveren nu wereldwijd toonaangevende geneesmiddelen voor ernstige immunologische aandoeningen aan het Koreaanse gezondheidszorgstelsel. Door nauw samen te werken met patiëntengroepen, belangrijke opinieleiders, beleidsmakers en besluitvormers dragen we bij aan een duurzamer ecosysteem voor innovatie in de gezondheidszorg. Onze focus blijft erop gericht ervoor te zorgen dat Koreaanse patiënten profiteren van nieuwe therapieën die daadwerkelijke verbeteringen in hun levenskwaliteit opleveren. Taiwan: Het doorbreken van barrières voor de zorg bij zeldzame vormen van epilepsie. Al meer dan veertig jaar beperken wettelijke voorschriften de behandelingsmogelijkheden voor mensen met het Dravet-syndroom (DS) en het Lennox-Gastaut-syndroom (LGS) in Taiwan. UCB Taiwan ondernam actie om verandering teweeg te brengen met een gerichte lobbycampagne van 15 maanden, waarbij medische verenigingen, patiëntenorganisaties en gezondheidsautoriteiten werden verenigd. De samenwerking leidde tot de eerste opheffing van de wettelijke beperkingen voor een verboden stof in Taiwan, waardoor er effectievere behandelingsopties beschikbaar kwamen voor mensen met DS en LGS. Het initiatief heeft niet alleen het lokale zorglandschap getransformeerd, maar ook een nieuwe standaard gezet voor innovatie op het gebied van regelgeving in de hele sector. Turkije: De doorlooptijd voor goedkeuring van behandelingen wordt teruggebracht tot een derde van het landelijke gemiddelde UCB Turkije heeft uitmuntende regelgeving opnieuw gedefinieerd door in 2025 als een van de eerste bedrijven de toegang van patiënten tot innovatieve therapieën te versnellen door middel van wereldwijde partnerschappen. In samenwerking met het Turkse Geneesmiddelenagentschap (TİTCK), de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) hebben we met succes twee baanbrekende behandelingen voor myasthenia gravis geregistreerd via de Collaborative Registration Procedure (CRP) van de WHO. Deze aanpak heeft de goedkeuringstijden teruggebracht tot slechts een derde van het landelijk gemiddelde, waardoor patiënten in recordtijd levensveranderende behandelingen kunnen krijgen. Door de beste werkwijzen te bevorderen en dit nieuwe traject te doorlopen, draagt UCB Turkije bij aan het Australië: Pleitbezorger zijn voor toegang voor patiënten UCB Australië nam deel aan PharmAus2025, het belangrijkste jaarlijkse evenement van Medicines Australia, samen met 700 andere belanghebbenden uit de sector, waaronder artsen, patiëntengroepen en beleidsmakers. De aanwezigen pleitten gezamenlijk voor snellere en rechtvaardigere toegang tot nieuwe geneesmiddelen die al zijn goedgekeurd door de nationale regelgevende instantie van het land, de Therapeutic Goods Administration (TGA). Het thema van het evenement in 2025 was "De beste nieuwe medicijnen wanneer je ze nodig hebt" en we gebruikten onze eerste tentoonstelling om de aandacht te vestigen op HS. Onze immersieve stand bootste een ogenschijnlijk normale woonkamer na om het ongemak te laten zien dat HS-patiënten dagelijks ervaren. Dit omvatte elementen zoals het gebruik van kussens gevuld met golfballen om pijn te simuleren en boeiende gesprekken op gang te brengen. Deze interactieve aanpak hielp bezoekers, waaronder parlementsleden, de daadwerkelijke gevolgen te begrijpen die vertragingen in de diagnose van HS kunnen hebben voor mensen die aan de ziekte lijden. vormgeven van de toekomst van de regelgevingswetenschap en stelt UCB Turkije nieuwe normen vast voor de manier waarop internationale samenwerking de toegang tot de zorg kan verbeteren. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 31 Vooruitgang in onze landen in 2025 vervolg Brazilië: Het stimuleren van inclusief leiderschap en impact UCB Brazilië benoemde in januari 2025 Cynthia Diaféria tot zijn eerste vrouwelijke algemeen directeur. We zetten ons actief in voor inclusie op het hoogste niveau om ervoor te zorgen dat beslissingen altijd gebaseerd zijn op de best beschikbare vaardigheden, ervaring en perspectieven. Echt leiderschap zorgt ervoor dat mensen de ruimte krijgen om hun beste werk te leveren, terwijl tegelijkertijd ambitie en verantwoordelijkheid worden gestimuleerd. Bij het terugblikken op haar eerste jaar als algemeen directeur van UCB Brazilië, zei Cynthia: "In 2025 hebben we de wetenschap vooruitgeholpen, de toegang tot zorg vergroot en onze rol in de zorg voor patiënten met complexe en zeldzame ziekten versterkt. Dit was mogelijk dankzij een betrokken en inclusief team, verenigd door de impact die we willen creëren." Duitsland: De kloof tussen generaties overbruggen Net als in veel andere landen heeft de demografische verschuiving in Duitsland gevolgen voor de gezondheidszorg. Met een vergrijzende beroepsbevolking en veel babyboomers die de pensioenleeftijd naderen, is samenwerking tussen generaties essentieel voor inclusiviteit, innovatie en het behoud van waardevolle kennis. Er blijven echter vooroordelen en frustraties tussen generaties bestaan die overwonnen moeten worden. Met als doel het bewustzijn te vergroten, de dialoog aan te wakkeren en betekenisvolle banden te scheppen, lanceerde de Duitse Raad voor Inclusie in 2025 de Maand van de Generaties. De 31 dagen durende campagne bestond uit flexibele, laagdrempelige activiteiten, waaronder één op één ontmoetingen tussen verschillende generaties, koffiegesprekken met discussies in kleine groepen, een interactieve tentoonstelling en een toespraak van een oprichtsterduo dat bestond uit een moeder en haar dochter. Er waren ook wekelijkse nieuwsrubrieken met onder meer boekaanbevelingen, feedback van deelnemers, voorbeelden van goede praktijken en diepgaande analyses. Met meer dan 100 sprekers, 30 duo's van verschillende generaties, zes informele gesprekken onder het genot van een kopje koffie en overweldigend positieve feedback was de campagne een succes. Japan: Japanse innovatie aan de wereld presenteren UCB Japan en UCB Ventures organiseerden in juni de Innovatiedag van UCB in het Belgische paviljoen tijdens de OsakaKansai Expo 2025. De expo trok van april tot oktober meer dan 25,5 miljoen bezoekers uit meer dan 150 deelnemende landen en regio's. Tijdens de Week van Gezondheid en Welzijn nodigde UCB Japan besluitmakers van 12 baanbrekende Japanse startups uit om hun nieuwste doorbraken te presenteren en in gesprek te gaan met durfkapitaalbedrijven en vertegenwoordigers van UCB. Japan is een koploper op het gebied van medisch onderzoek, met een robuust ecosysteem voor geneesmiddelenontwikkeling en overheidsinitiatieven gericht op de internationalisering van startups. We hebben waardevolle inzichten verkregen in de wetenschappelijke prestaties van elk bedrijf, waarmee de basis is gelegd voor mogelijke samenwerkingen tussen UCB en deze innovatieve ondernemingen. De Innovatiedag van UCB was een belangrijke mijlpaal in ons voortdurende werk om inzichten van patiënten te combineren met geavanceerde oplossingen om wereldwijd tegemoet te komen aan onvervulde behoeften van patiënten. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 32 Vooruitgang in onze landen in 2025 vervolg Spanje: Een bekroonde aanpak om de toegang te verbeteren Het UNION Project Spain is een baanbrekend initiatief dat is ontworpen om de gelijke toegang tot epilepsiezorg in heel Spanje te verbeteren. Het project was het resultaat van een nauwe samenwerking tussen UCB en wetenschappelijke verenigingen, klinische teams, ziekenhuismanagement, beleidsmakers en patiëntenorganisaties. Gezamenlijk hebben we ons ten doel gesteld de gebrekkige afstemming tussen verschillende belanghebbenden in de gezondheidszorg en de daaruit voortvloeiende inconsistente behandeling van epilepsie aan te pakken. Het initiatief standaardiseerde de zorgtrajecten voor epilepsiepatiënten in zeven pilot-ziekenhuizen, waardoor meer dan 60% van de patiënten zich hield aan de geoptimaliseerde multidisciplinaire protocollen voor epilepsiezorg en -behandeling. Een belangrijke mijlpaal was de basis voor 's werelds eerste 'aanvalscode', die 24/7 gecoördineerde spoedeisende hulp bij epilepsie garandeert en een nieuwe norm voor epilepsiebeheer heeft vastgesteld. Dit werd aangevuld met eenvoudig, gestructureerd educatief materiaal over de diagnose en behandeling van epilepsie om patiënten en hun families te helpen. De volgende fase zou zijn om het project landelijk uit te rollen, de betrokkenheid van patiënten verder te vergroten en te pleiten voor beleidsverandering. China: Patiëntinzichten integreren om innovatie te stimuleren UCB China integreert patiëntenperspectieven in de vroegste ontwikkelingsfasen door middel van overlegsessies met patiënten en zorgverleners die leven met de ziekte van Alzheimer (AD) en oculaire myasthenia gravis (OMG). Deze sessies hebben waardevolle, bruikbare inzichten opgeleverd die de studieprotocollen hebben vormgegeven en de basis hebben gevormd voor discussies met regelgevende instanties. Ze hebben ook richting gegeven aan de wereldwijde prioriteiten en ontwerpbeslissingen van het klinische onderzoek van het Chinese team. Vroege patiëntenbetrokkenheid versterkt niet alleen de participatie, maar versnelt ook de ontwikkeling en optimaliseert de inzet van middelen. Dit helpt ons oplossingen te leveren die daadwerkelijk aansluiten op de behoeften van de patiënt. Belangrijk is dat deze initiatieven de stem van de patiënt wereldwijd versterken, zinvolle samenwerking tussen patiënten, onderzoekers en beleidsmakers bevorderen en de centrale rol van patiëntgerichte waarde-innovatie bij de vooruitgang van de gezondheidszorg wereldwijd versterken. Mexico: De lat hoger leggen voor ethisch leiderschap De aanhoudende inzet van UCB Mexico voor integriteit en ethisch handelen werd nationaal erkend, aangezien we de vijfde plaats behaalden in de lijst van 'Meest ethische bedrijven van Mexico' in het onderzoek van AMITAI en El Economista. We behaalden ook de tweede plaats in de categorie Ethische Filosofie en de vierde plaats voor Bevordering van een Ethische Cultuur. Deze prestatie weerspiegelt een sterke, voortdurende strategie voor nalevingseducatie die wordt aangestuurd door het leiderschapsteam van het land. De Nalevingsweek fungeert als een belangrijke katalysator die ethisch gedrag en naleving van regelgeving verankert in de dagelijkse bedrijfsvoering in plaats van naleving als een eenmalige activiteit te beschouwen. In 2025 gaf onze Algemeen directeur persoonlijk leiding aan twee workshops over ethisch gedrag, waarmee hij vanuit zijn leiderschapsfunctie duidelijk maakte dat ethiek en naleving van de regels kernwaarden van het bedrijf zijn. Deze op leiderschap gebaseerde aanpak stemt lokale gebruiken af op wereldwijde normen, versterkt het bestuur en benadrukt de boodschap dat integriteit een belangrijke drijfveer is voor duurzaam succes. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 33 Prestaties van UCB in 2025 Het succes van UCB wordt geschraagd door onze holistische aanpak die op lange termijn geïntegreerd bekijkt hoe we een positieve impact zullen hebben op mensen die leven met ernstige ziekten, onze collega’s en gemeenschappen, onze aandeelhouders en het milieu. Dit wordt weerspiegeld in de manier waarop we onze prestaties meten, zoals hoe we groei stimuleren en waarde creëren voor aandeelhouders (financiële prestaties), maar ook voor patiënten en medewerkers terwijl we onze impact op de planeet minimaliseren (extra-financiële prestaties), zoals weergegeven in de tabel hiernaast. De financiële en extra-financiële gegevens worden gerapporteerd voor de periode 1 januari – woensdag 31 december 2025. In het geval van de gegevens over de toegang tot geneesmiddelen loopt de rapportageperiode van dinsdag 1 oktober 2024 tot dinsdag 30 september 2025. Financiële gegevens worden halfjaarlijks gerapporteerd en extra- financiële gegevens worden jaarlijks gerapporteerd. Dit Geïntegreerd jaarverslag is gepubliceerd op 26 februari 2026. 1. Gecorrigeerd voor andere eenmalige operationele posten, bedraagt de aangepaste EBITDA-ratio 31,4% voor 2025. 2. Dit aantal omvat activa die tot fase 1 en verder zijn gevorderd. Financiële prestaties 2024 2025 Waarde voor aandeelhouders Opbrengsten (€ miljoen) 6 152 7 741 Aangepaste EBITDA/omzetratio 1 24,0% 34,0% O&O kosten/omzetratio 29% 24% Kernwinst per aandeel (€) 4,98 9,99 Dividend per aandeel (€) 1,39 1,45 Extra-financiële prestaties 2024 2025 Waarde voor patiënten # Moleculen in klinische ontwikkeling2 9 8 Access Coverage Performance Index 82% 78% Time to Access Index 55% 43% Waarde voor mensen Gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindex 64,1% 81,2% Inclusie-index 70,8% 71,8% Waarde voor de planeet Absolute vermindering in CO₂e-emissies van Scope 1, 2 en 3 (behalve scope 3, categorie 1) -33% -35,8% % leveranciers (naar CO₂e-emissies) die zich hebben gecommitteerd aan wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen 67,8% 77,6% Absolute vermindering van wateronttrekking -20% -22% Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 34 Prestaties van UCB in 2025 vervolg Netto-omzet product BIMZELX ® >200% FINTEPLA® +26% RYSTIGGO ® +65% EVENITY ® +33% ZILBRYSQ® 3 X Kerncijfers Financiële prestaties Onze sterke financiële prestaties zijn van vitaal belang om ervoor te zorgen dat we de middelen hebben om te blijven investeren in innovatie en onze groei te stimuleren om mensen die leven met neurologische en immunologische ziekten langdurige waarde te bieden. De opbrengsten in 2025 stegen naar € 7 741 miljoen (+26% ; +29% CW1) en de netto-omzet ging omhoog naar € 7 388 miljoen (+32%; +35% CW1). Deze groei was het gevolg van de sterke, consistente prestaties van de groeiaandrijvers van UCB: BIMZELX®,EVENITY ®,FINTEPLA®,RYSTIGGO® en ZILBRYSQ®, dankzij sterke uitvoering. De aangepaste EBITDA (winst voor belastingen, rente en afschrijvingen) steeg met 79% naar € 2 636 miljoen (+87% CW1), wat een dubbelcijferige omzetgroei weerspiegelt, alsmede een verbeterde brutomarge dankzij een betere productmix, hogere operationele kosten met goede kostenbeheersing door de forse investeringen in de wereldwijde lanceringen, gecombineerd met hogere bedrijfsbaten door de aanhoudende nettowinstbijdrage van EVENITY® en de opbrengsten uit productverkoop. De aangepaste EBITDA-ratio voor 2025 (als percentage van de opbrengsten) bedroeg 34,0% , tegenover 24,0% in 2024. Gecorrigeerd voor de overige operationele eenmalige posten bedroeg de aangepaste EBITDA € 2.431 miljoen, wat neerkomt op een aangepaste EBITDA-ratio van 31,4%. De kernwinst per aandeel bedroeg € 9,99 na € 4,98 in 2024 op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van € 190 miljoen. Financiële richtlijn 2025 Het jaar 2026 zal de onwrikbare focus van UCB op uitmuntende innovatie en uitvoering weerspiegelen, waarmee voortdurend resultaten worden geboekt. Het sterke momentum en de veerkracht van het bedrijf worden ondersteund door een portfolio van vijf onderscheidende groeiaandrijvers, BIMZELX®, RYSTIGGO®, ZILBRYSQ®, FINTEPLA ®en EVENITY® , die elk inspelen op belangrijke onvervulde medische behoeften door middel van unieke werkingsmechanismen. De groei zal worden ondersteund door de verbeterde toegang van patiënten tot BIMZELX® en zal de verwachte daling van de netto-omzet van BRIVIACT® als gevolg van het verlies van exclusiviteit in de VS en Europa ruimschoots compenseren. Voor 2026 verstrekt UCB verwachtingen bij constante wisselkoersen. Het verstrekken van financiële verwachtingen tegen constante wisselkoersen (CW) is een gangbare praktijk bij bedrijven die wereldwijd actief zijn. Het ondersteunt het inzicht in de onderliggende operationele prestaties en verbetert de vergelijkbaarheid tussen verschillende jaren en bedrijven. De opbrengsten zullen naar verwachting stijgen met een hoog eencijferig percentage tot een laag dubbelcijferig percentage bij constante wisselkoersen. UCB zal blijven investeren in de wereldwijde lanceringen om potentiële nieuwe oplossingen te bieden voor mensen met een ernstige ziekte en zal zich blijven inzetten om te investeren in onderzoek en ontwikkeling die haar ontwikkelingspijplijn in de vroege en late fase bevorderen. De onderliggende winstgevendheid, aangepaste EBITDA, zal naar verwachting stijgen met een hoog eencijferig percentage tot een hoog dubbelcijferig percentage bij constante wisselkoersen. Gecorrigeerd voor overige operationele eenmalige posten in 2025 wordt een groei van aangepaste EBITDA in de bandbreedte van hoge tien tot hoge twintig procent verwacht bij constante wisselkoersen. De hierboven vermelde financiële verwachtingen voor 2026 zijn berekend op dezelfde basis als de werkelijke cijfers voor 2025 en zijn gebaseerd op de huidige regels en voorschriften. Zie de financiële Prestatiebeoordeling van het bedrijf Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 35 Prestaties van UCB in 2025 vervolg Extra-financiële prestaties Extra-financiële prestatie-indicatoren geven een beeld van hoe we werken aan een gezondere toekomst waarin we streven naar gelijke toegang tot onze geneesmiddelen, waarin we onze processen en geneesmiddelen milieuvriendelijker maken, waarin onze organisatie het welzijn van medewerkers ondersteunt en waarin inclusie bepaalt hoe we samenwerken en patiënten behandelen. De extra-financiële prestatie-indicatoren zijn vastgesteld om de belangrijkste impact van onze activiteiten op de samenleving en de planeet te beoordelen, meten en rapporteren en hebben betrekking op onze materiële onderwerpen, zoals vastgesteld in de laatste materialiteitsbeoordeling. UCB is blijven innoveren om nieuwe oplossingen te ontdekken voor mensen met ernstige immunologische en neurologische ziekten, wat tot uiting komt in een klinische ontwikkelingspijplijn met 8 moleculen. In 2025 zetten we onze inspanningen voort om onze geneesmiddelen in verschillende regio's beschikbaar te maken. Onze access coverage performance-index bereikte 78%, met 60 positieve gevallen op het gebied van toegang, waaronder vergoedingen, dekking op subnationaal niveau en toegangsprogramma's. We blijven ons inzetten om patiënten tijdig oplossingen te bieden, zoals gemeten door onze Time to Access (TTA) Index. We hebben onze TTA-doelstelling voor 2025 niet gehaald, omdat de onderhandelingen met betalers langer hebben geduurd dan verwacht in een economische situatie waarin de overheidsbudgetten steeds meer onder druk staan. In 2025 hebben we ook de beschikbaarheid van onze geneesmiddelen in verschillende landen met een laag en gemiddeld inkomen (LMIC) behouden. Als we kijken naar de manier waarop we waarde creëren voor onze medewerkers, zijn we doorgegaan met ons traject om een inclusieve organisatie te worden, waarbij het welzijn van onze medewerkers centraal staat in onze programma's. Dit wordt weerspiegeld in onze resultaten voor 2025, die een positieve ontwikkeling van onze gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindex laten zien die voornamelijk werd gedreven door betere veiligheidsresultaten binnen de hele organisatie. Onze inclusie- index bleef sterk, omdat we inclusieprincipes blijven integreren in alle lagen van onze bedrijfsvoering. Tegelijkertijd hebben we onze inspanningen om de CO2e-uitstoot te verminderen opgevoerd, met name door in gesprek te gaan met onze leveranciers die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van onze emissies. Inspanningen om geneesmiddelen beschikbaar te maken die zijn gecommercialiseerd door UCB of externe distributeurs FINTEPLA® BIMZELX® 40 landen 4 LMIC 42 landen 4 LMIC RYSTIGGO® ZILBRYSQ® 17 landen 1 LMIC 15 landen 0 LMIC EVENITY® CIMZIA® 27 landen 2 LMIC 55 landen 11 LMIC BRIVIACT® VIMPAT® 44 landen 3 LMIC 52 landen 11 LMIC KEPPRA® 48 landen 12 LMIC Deze sterke prestaties worden weerspiegeld door ESG-scores: Sustainalytics heeft UCB op de tweede plaats gezet in de biotechnologiesector en CDP heeft ons een A-score toegekend voor klimaatverandering. Hierdoor behoren we tot de 4% van de bedrijven met een A-score onder meer dan 22.000 bedrijven wereldwijd die hierover gegevens openbaar maken. In 2026 streven we naar vooruitgang op financieel, milieu- en maatschappelijk gebied en blijven we toonaangevend op het gebied van ESG-ratings. Update voor klinische pijplijn UCB blijft zich inzetten voor innovatie en is voortdurend op zoek naar nieuwe manieren om zinvolle oplossingen te bieden aan mensen met ernstige immunologische en neurologische aandoeningen. Deze toewijding komt tot uiting in de robuuste pijplijn voor klinische ontwikkeling, die momenteel één middel in fase 4 (na goedkeuring) omvat, één middel waarvoor een aanvraag is ingediend, en een gediversifieerde portefeuille van vier fase 3- en drie fase 2-programma's gericht op verschillende patiëntengroepen. Ook in 2025 is UCB drie wereldwijde fase 3-studies gestart met bimekizumab voor pediatrische indicaties: psoriasis, hidradenitis suppurativa en juveniele idiopathische artritis. Daarnaast is het bedrijf van plan om in 2026 een fase 3-programma met fenfluramine te starten voor patiënten met het Rett-syndroom en een fase 3-programma met rosanolixizumab voor oculaire myasthenia gravis (OMG). UCB zal het potentieel van galvokimig bij aandoeningen van de luchtwegen onderzoeken: twee indicaties van de luchtwegen, chronische obstructieve longziekte (COPD) en niet-cystische fibrose bronchiectasie (NCFB), met respectievelijke proof-of-concept-studies (fase 2a) die later in 2026 van start gaan. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 36 Management van UCB Raad van Bestuur De Raad van Bestuur bepaalt de strategische richting van UCB, houdt toezicht op de prestaties van het management en zorgt voor effectief risicobeheer en interne controles. Om ervoor te zorgen dat de focus, het toezicht en de monitoring van cruciale gebieden gewaarborgd blijven, heeft de Raad drie specialistische commissies in het leven geroepen. UCB werkt volgens een one-tier- bestuursmodel, waarbij het bedrijf wordt bestuurd door een Raad van Bestuur en wordt geleid door een Uitvoerend Comité. Drie commissies op bestuursniveau zijn gespecialiseerd in specifieke gebieden, waaronder het Auditcomité, het Wetenschappelijk Comité en het Governance-, Benoemings- en Auditcomité Het Auditcomité ondersteunt de Raad bij het toezicht op het management van UCB en de UCB Groep als geheel. Wetenschappelijk Comité Het Wetenschappelijk Comité staat de Raad bij in zijn beoordeling van de kwaliteit van O&O van UCB en de concurrentiële positie hiervan. Het beoordeelt de O&O- strategie die door het management van UCB is voorgesteld en communiceert zijn aanbevelingen aan de Raad van Bestuur. Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité (GNCC) Het Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité (GNCC) zorgt ervoor dat het benoemings- en herverkiezingsproces objectief en professioneel verloopt. Het stelt ook het Remuneratiebeleid voor niet-uitvoerende bestuurders en uitvoerende managers voor. Remuneratiecomité. Duurzaamheid is een strategische kwestie voor het gehele bestuur, dus er is geen aparte commissie voor. Meer informatie over het bestuur bij UCB is beschikbaar in het Corporate Governance Charter van UCB en in de Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur. Corporate Governance Charter van UCB Verklaring inzake deugdelijk bestuur Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 37 Raad van Bestuur Op 31 december 2025 bestond de Raad van Bestuur van UCB uit 14 leden, waarvan 9 onafhankelijke bestuurders. Op 1 januari 2026 bestond de Raad van Bestuur van UCB uit 15 leden, waarvan 10 onafhankelijke bestuurders. Jonathan Peacock Onafhankelijk bestuurder, Voorzitter van de Raad van Bestuur b. 1958 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2021. Einde termijn in 2029. Ervaring: Jonathan heeft meer dan 30 jaar ervaring in farmaceutica, biotechnologie, bedrijfsfinanciering en -strategie, waaronder wereldwijde CFO-functies bij Amgen en Novartis Pharma, leiderschap in de Raad van Bestuur bij het opbouwen van jonge biotechnologiebedrijven en leidinggevende functies in bedrijfsfinanciering en -strategie als partner bij McKinsey en PricewaterhouseCoopers. Belangrijkste externe benoemingen • Voorzitter van de Raad van Bestuur van Bluesphere Bio, Inc. • Bestuurslid van Real Chemistry • Voorzitter van de Raad van Bestuur van Avantor, Inc (Einde mandaat januari 2026) Jean-Christophe Tellier Uitvoerend bestuurder, CEO b. 1959 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2014. Einde termijn in 2026. Ervaring: Jean-Christophe heeft meer dan 35 jaar ervaring in de farmaceutische sector bij Ipsen en Novartis, waar hij verschillende leidinggevende functies bekleedde in verschillende delen van de wereld. Belangrijkste externe benoemingen • Lid van BCR (Biopharmaceutical CEOs Roundtable) • Lid van het bestuur van de European Federation of Pharmaceutical Associations (EFPIA) • Bestuurslid van PhRMA (Pharmaceutical Research and Manufacturers of America) • Lid van de Raad van Toezicht van Servier • Bestuurslid bij Brain & Mind (vertegenwoordiger van UCB France) Charles-Antoine Janssen Directeur, Vice-voorzitter van de Raad van Bestuur b. 1971 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2012. Einde termijn in 2028. Ervaring: Charles-Antoine heeft meer dan 20 jaar ervaring met bedrijfsvoering, M&A en BD en bekleedde verschillende leidinggevende posities bij UCB. Vandaag de dag beheert hij private-equity- activiteiten en impactfondsen. Belangrijkste externe benoemingen: • Lid van de Raad van Bestuur van Financière de Tubize SA • Medeoprichter en co-CEO van Kois s.a. • Managing partner van HealthKois, HealthQuad 1 & 2 • Partner van Impact Expansion • Bestuurslid van particuliere bedrijven Jan Berger Onafhankelijk bestuurder b. 1957 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2019. Einde termijn in 2027. Ervaring: Jan heeft meer dan 30 jaar managementervaring in de gezondheidszorg met bewezen resultaten als senior leidinggevende in de 3 sectoren van private, publieke en overheidsdiensten. Belangrijkste externe benoemingen: • Lid van de Raad van Bestuur van BC Platforms (privaat) • Lid van de Raad van Bestuur van Aitia (Einde mandaat september 2025) Mandaten van bestuursleden in beursgenoteerde ondernemingen zijn gemarkeerd met een * Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 38 Raad van Bestuur vervolg Maëlys Castella Onafhankelijk bestuurder, Lid van het Auditcomité b. 1966 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2023. Einde termijn in 2027. Ervaring: Maëlys heeft meer dan 30 jaar ervaring als senior executive in financiën, strategie en marketing voor industriële B2B- en B2C-bedrijven, waaronder de functie van CFO bij Akzonobel en verschillende leidinggevende functies bij Air Liquide en Total. Ze is tevens een gecertificeerd uitvoerend coach. Belangrijkste externe benoemingen: • Bestuurslid en voorzitter van het auditcomité van Arxada • Directeur van Aminona Consulting • Lid van de Raad van Bestuur en voorzitter van het auditcomité van BIC (Einde mandaat mei 2025) • Lid van de Raad van Bestuur en voorzitter van het auditcomité van C&A (Einde mandaat juni 2025) Kay Davies Onafhankelijk bestuurder, voorzitter van het GNCC, lid van het Wetenschappelijk comité b. 1951 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2014. Einde termijn in 2026. Ervaring: Meer dan 30 jaar in wetenschappelijk onderzoek aan de universiteit van Oxford. Belangrijkste externe benoemingen: • Lid van de Raad van Bestuur van Oxford Biomedica • Lid van de wetenschappelijke adviesraad van Sarepta Therapeutics • Niet-uitvoerende bestuurder van Thomas White Limited Nefertiti Greene Onafhankelijk bestuurder, Lid van het GNCC b. 1971 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2024. Einde termijn in 2028. Ervaring: Nefertiti heeft meer dan 30 jaar ervaring in de gezondheidszorg, waaronder in de farmaceutische sector, medische technologie en diergezondheid, in functies zoals Hoofd bedrijfsstrategie en stafchef van de CEO bij Johnson & Johnson, President algemene chirurgie bij Wound Closure Ethicon VS en wereldwijd en President Infectieziekten en Vaccin (IDV) bij Janssen VS. Belangrijkste externe benoemingen: • Global President of Mars Veterinary Health bij Mars Petcare (Mars Inc., 2022-heden) • Lid van de Executive Leadership Council (ELC) • Lid van de Board of Trustees; lid van de commissies Audit, Compliance and Risk, Quality and Finance, Children's Hospital of Philadelphia (CHOP) (Einde mandaat december 2025) Pierre Gurdjian Onafhankelijk bestuurder, Lid van het GNCC b. 1961 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2016. Einde termijn in 2028. Ervaring: Pierre was Senior Partner bij McKinsey, waar hij bijna drie decennia actief was en senior professional was op het gebied van filantropie en onderwijs. Hij was ook de Voorzitter van de Raad van Bestuur van de Université Libre de Bruxelles (2016 - 2023). Belangrijkste externe benoemingen: • Voorzitter van de Raad van Bestuur van Solvay • Lid van de Raad van Bestuur van Lhoist Mandaten van bestuursleden in beursgenoteerde ondernemingen zijn gemarkeerd met een * Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 39 Raad van Bestuur vervolg Stef Heylen Bestuurder, Lid van het Wetenschappelijk Comité b. 1958 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2025. Einde termijn in 2029. Ervaring: Ervaren leidinggevende met meer dan 35 jaar ervaring in geneesmiddelenontwikkeling en leiderschapsrollen, waaronder CEO van Janssen Pharmaceutica NV en COO van Janssen R&D Worldwide. Hij is momenteel voorzitter van de Raad van Bestuur van AZ Turnhout en bekleedt bestuursfuncties bij verschillende ziekenhuizen en biotechnologiebedrijven, wat zijn betrokkenheid bij innovatie in de gezondheidszorg en duurzame ontwikkeling weerspiegelt. Belangrijkste externe benoemingen: • Voorzitter van de Raad van Bestuur van AZ Turnhout • Bestuurslid van UZA • Bestuurslid van AZ Herentals • Bestuurslid van ExeVir (vertegenwoordigt SFPIM) • Waarnemer bij de Raad van Bestuur van reMYND (vertegenwoordigt SFPIM) • Bestuurslid van Alzheimer Liga Vlaanderen Cyril Janssen Bestuurder b. 1971 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2015. Einde termijn in 2027. Ervaring: Cyril is een ervaren investeerder met meer dan 25 jaar ervaring in langlopende familiebedrijven, beursgenoteerde aandelenmarkten, durfkapitaal en private equity. Cyril is ook een bestuurslid van verschillende beursgenoteerde en particuliere bedrijven en heeft een sterke focus op ESG- onderwerpen, met name bestuur en volksgezondheid en welzijn. Belangrijkste externe benoemingen: • Lid van de Raad van Bestuur van Financière de Tubize SA • Lid van de Raad van Bestuur van FEJ SRL • Lid van de Raad van Bestuur van verschillende familiebedrijven Fiona Powrie Onafhankelijk Directeur, Lid van het Wetenschappelijk Comité b. 1963 UCB Bestuursmandaat: Voor het eerst benoemd in 2025 (aanvang mandaat in januari 2026). Einde termijn in 2029. Ervaring: Een internationaal erkende immunoloog die baanbrekende bijdragen heeft geleverd aan het begrip van de rol van het immuunsysteem bij de gezondheid van de darmen en darmziekten, en die momenteel onderzoek leidt om deze bevindingen te vertalen naar klinische vooruitgang voor patiënten met inflammatoire darmziekten. Ze heeft talloze onderscheidingen ontvangen, waaronder een verkiezing tot lid van de Royal Society en de titel Dame Commander of the British Empire. Belangrijkste externe benoemingen: • Governor Wellcome Trust, Vicevoorzitter sinds 2021 • Directeur van het Kennedy Institute of Rheumatology en hoogleraar Musculoskeletale Wetenschappen aan de Universiteit van Oxford, Verenigd Koninkrijk Cédric van Rijckevorsel Directeur, Lid van het Auditcomité b. 1970 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2014. Lid van het Auditcomité sinds 2024. Einde termijn in 2026. Ervaring: Na meer dan 20 jaar in de bank- en financiële sector, voornamelijk in Investment Management, heeft Cédric een wereldwijd netwerk opgebouwd van investeerders en belangrijke opinieleiders op het gebied van digitalisering, gezondheidstechnologie, Smart City-technologieën, blockchain en klimaatgerelateerde technologieën. Belangrijkste externe benoemingen: • Lid van de Raad van Bestuur van Financière de Tubize SA • Lid van de Raad van Bestuur van Barnfin SA • Managing en stichtend partner van AlgoScient Sàrl • Onafhankelijk bestuurder van Apricus Finance (Zwitserland) Mandaten van bestuursleden in beursgenoteerde ondernemingen zijn gemarkeerd met een * Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 40 Raad van Bestuur vervolg Rodolfo Savitzky Onafhankelijk bestuurder, Voorzitter van het Auditcomité b. 1962 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2016. Einde termijn in 2028. Ervaring: Rodolfo heeft meer dan 30 jaar ervaring in de farmaceutische industrie, consumentengoederen en IT-diensten, waaronder huidige Groep-CFO-functies bij Recipharm en eerdere CFO-functies bij Lonza en SoftwareOne. Hij heeft diverse financiële functies gehad bij Novartis en P&G en heeft een bestuursleiderschapsfunctie gehad in openbare en door PE gesteunde bedrijven. Belangrijkste externe benoemingen: • Lid van de Raad van Bestuur van Recipharm • Lid van de Raad van Bestuur van Worldline • Lid van de Raad van Bestuur van SoftwareOne (Einde mandaat mei 2025) • Lid van de Raad van Bestuur en het Auditcomité van EUROAPI S.A. (Einde mandaat december 2025) Dolca Thomas Onafhankelijk bestuurder, Lid van het Wetenschappelijk Comité b. 1970 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2024. Einde termijn in 2028. Ervaring: Dolca is een senior leidinggevende arts met meer dan 20 jaar ervaring op medisch gebied en op het gebied van geneesmiddelenontwikkeling en operaties in de gezondheidszorg en de biotechnologiesector. Ze heeft formele klinische training gehad in interne geneeskunde, nefrologie, transplantatiegeneeskunde en immunologie. Belangrijkste externe benoemingen: • CEO en bestuurslid voor Neolaia • Bestuurslid van Ventus Therapeutics. Voorzitter van het O&O-comité • Wetenschappelijk adviseur van AnaptysBio • Senior adviseur bij Samsara Biocapital • Lid van de Raad van Bestuur van Allakos Inc (Einde mandaat mei 2025) Ulf Wiinberg Onafhankelijk bestuurder, Lid van het GNCC b. 1958 UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2016. Einde termijn in 2028. Ervaring: Ulf heeft bijna 20 jaar ervaring in hogere leidinggevende functies in farmaceutische ondernemingen en in gezondheidszorgorganisaties. Belangrijkste externe benoemingen: • Lid van de Raad van Bestuur van Alfa Laval AB • Lid van de Raad van Bestuur van Mink Therapeutics Mandaten van bestuursleden in beursgenoteerde ondernemingen zijn gemarkeerd met een * Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 41 Uitvoerend Comité Op 31 december 2024 bestond het Uitvoerend Comité van UCB uit acht leden. Jean-Christophe Tellier CEO, Voorzitter van het Uitvoerend Comité b. 1959 Mandaat Uitvoerend Comité UCB: Kwam in 2011 bij UCB. In 2015 benoemd tot CEO. Ervaring: Jean-Christophe heeft meer dan 35 jaar ervaring in de farmaceutische sector bij Ipsen en Novartis, waar hij verschillende leidinggevende functies bekleedde in verschillende delen van de wereld. Belangrijkste externe benoemingen: • Lid van BCR (Biopharmaceutical CEOs Roundtable) • Lid van het bestuur van de European Federation of Pharmaceutical Associations (EFPIA) • Bestuurslid van PhRMA (Pharmaceutical Research and Manufacturers of America) • Lid van de Raad van Toezicht van Servier • Bestuurslid bij Brain & Mind (vertegenwoordiger van UCB France) Emmanuel Caeymaex Uitvoerend vicepresident, Patiëntbewijs b. 1969 Mandaat Uitvoerend Comité UCB: Trad in 1994 in dienst bij UCB. Benoemd in 2015. Ervaring: Emmanuel heeft meer dan 30 jaar brede ervaring in biofarmaceutische commercialisering, ontwikkeling en algemeen management voor organisaties wereldwijd. Belangrijkste externe benoemingen: • Voorzitter van Inteliphage SRL Sandrine Dufour Uitvoerend vicepresident, CFO b. 1966 Mandaat Uitvoerend Comité UCB: Kwam in 2020 bij UCB. Benoemd in 2020. Ervaring: Sandrine heeft meer dan 30 jaar ervaring op het gebied van financiën, fusies en overnames, strategie en digitale transformatie in de telecom- en mediasector. Ze heeft leidinggevende functies bekleed bij Vivendi, SFR en Proximus. Belangrijkste externe benoemingen: • Lid van de Raad van Bestuur van WPP Jean-Luc Fleurial Uitvoerend vicepresident, Chief Human Resources Officer b. 1965 Mandaat Uitvoerend Comité UCB: Kwam in 2017 bij UCB. Benoemd in 2017. Ervaring: Jean-Luc heeft meer dan 25 jaar ervaring in het ontwikkelen en implementeren van talentstrategieën in verschillende regio's en bedrijven. Hij heeft ervaring in de sector consumentengoederen bij Procter & Gamble en in de farmaceutische industrie bij Bristol Myers Squibb en UCB. Geen externe benoemingen. Mandaten van leden van het Uitvoerend Comité in beursgenoteerde ondernemingen zijn gemarkeerd met een * Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 42 Uitvoerend Comité vervolg Alistair Henry Uitvoerend vicepresident, Chief Scientific Officer b. 1967 Mandaat Uitvoerend Comité UCB: Kwam in 2004 bij UCB. Benoemd in 2024. Ervaring: Een biofysicus met meer dan 25 jaar ervaring in het ontdekken van geneesmiddelen en het ontwikkelen van technologie. Geen externe benoemingen. Denelle Waynick Johnson Uitvoerend vicepresident, Algemeen juridisch adviseur b. 1967 Mandaat Uitvoerend Comité UCB: Kwam in 2023 bij UCB. Benoemd in 2023. Ervaring: Denelle heeft meer dan 35 jaar ervaring, waarvan meer dan 20 jaar in de gezondheidszorg en levenswetenschappen, waaronder leidinggevende functies bij Merck, MyoKardia en Saniona. Geen externe benoemingen. Kirsten Lund-Jurgensen Uitvoerend vicepresident, Patiëntvoorziening b. 1959 Mandaat Uitvoerend Comité UCB: Kwam in 2019 bij UCB. Benoemd in 2019. Ervaring: Een apotheker met 38 jaar ervaring in de productie en bevoorrading van biofarmaceutische producten, met leidinggevende functies bij SmithKline Beecham in Duitsland, Australië en de VS, en senior leidinggevende functies bij Pfizer in de VS. Geen externe benoemingen. Fiona du Monceau Uitvoerend vicepresident, Patiëntimpact b. 1978 Mandaat Uitvoerend Comité UCB: Kwam in 2024 bij UCB. Benoemd in 2024. Ervaring: Fiona heeft meer dan 20 jaar ervaring in de biotechnologie-, VC- en farmaceutische industrie, het leiden van teams en het op de markt brengen van nieuwe innovatieve geneesmiddelen voor patiënten, van onderzoek tot commercialisering in verschillende regio's. Geen externe benoemingen. Mandaten van leden van het Uitvoerend Comité in beursgenoteerde ondernemingen zijn gemarkeerd met een * Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 43 Risicobeheer Onze aanpak van risicobeheer stelt teams binnen UCB in staat om belangrijke risico's te herkennen en te beoordelen en om passende reactiestrategieën te ontwikkelen. Door potentiële risico's (zowel positief als negatief) te analyseren in een steeds volatielere, complexere, sneller veranderende en onduidelijke omgeving, kunnen we weloverwogen beslissingen nemen om onze strategie vooruit te helpen en impact te maken. We streven ernaar om strenge risicobeheersingspraktijken te verankeren in elk onderdeel van onze strategie, planning, budgettering en prestatiebewaking. Bedrijfsrisico's en opkomende risico's aanpakken Ons geïntegreerde risicobeheersysteem stelt het Uitvoerend Comité, de Raad van Bestuur en de Auditcommissie van UCB in staat om bedrijfsrisico's en opkomende risico's effectief te evalueren en te beheren en zo afstemming te waarborgen met onze strategische doelstellingen, prioriteiten op korte en lange termijn en kernwaarden. Meer informatie over de governance en het toezicht op risicobeheer is te vinden in de Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur op pagina 128. De risico's waarmee we te maken hebben, veranderen voortdurend, dus onze aanpak is ook dynamisch. Nieuwe of gewijzigde risico's worden gedurende het hele jaar beoordeeld en opnieuw beoordeeld om de waarschijnlijkheid, de potentiële impact en de beschikbare reactietijd in kaart te brengen. We kijken naar meerdere dimensies, zoals potentiële financiële verliezen, reputatieschade en de impact op onze milieu-, maatschappelijke en bestuurlijke praktijken. De toepassing van ons risicobeheerkader vereist dat we onderscheid maken tussen bedrijfsrisico's en opkomende risico's. Bedrijfsrisico's zijn algemeen bekend en vormen belangrijke factoren die een wezenlijke invloed kunnen hebben op het vermogen van een organisatie om haar strategische doelstellingen te bereiken. Ze worden actief gecontroleerd en beheerd via formele plannen en bestuursprocessen. Opkomende risico's daarentegen zijn potentiële bedreigingen die zich in de toekomst kunnen voordoen, maar waarvan de waarschijnlijkheid, het tijdstip en de impact nog zeer onzeker zijn. Ze vereisen vaak nader onderzoek voordat ze als bedrijfsrisico's kunnen worden geclassificeerd. We houden voortdurend de opkomende risico's in de gaten en rapporteren over deze risico's, die onze strategische ambities op lange termijn kunnen beïnvloeden. Hieronder volgen enkele voorbeelden van opkomende trends die we in 2024 hebben behandeld en die in 2025 zijn geïntegreerd in ons actief beheerde raamwerk voor bedrijfsrisicobeheer: • Beleids-, prijs- en geopolitieke risico's die voortvloeien uit de complexe wisselwerking tussen handelsspanningen en aanhoudende geopolitieke instabiliteit. • Ons vermogen om kunstmatige intelligentie (AI) op te schalen in lijn met onze strategische ambities en doelstellingen. Gedurende het jaar zijn er verschillende nieuwe opkomende risico's geïdentificeerd, waaronder: • Geopolitieke instabiliteit en polarisatie. • Verstoringen door generatieve AI (waaronder deepfakes en andere vormen van toename van nepnieuws en desinformatie over gezondheidskwesties). • Veranderende verwachtingen van zorgverleners en de maatschappij ten aanzien van waardecreatie. • Geavanceerde therapeutische methoden. Bedrijfsrisicoplannen We maken bedrijfsrisicoplannen die een beschrijving bevatten van het risico, de context en de acties die nodig zijn om op het risico te reageren. Deze plannen stellen het Uitvoerend Comité en de Raad in staat om de effectiviteit van onze risicobeheerstrategieën te beoordelen. De beschikking over duidelijke kaders, tools en ondersteuning vormt de basis voor ons vermogen om gezamenlijk risico's binnen onze organisatie te beheren. Alle medewerkers kunnen gebruikmaken van ons gecentraliseerde, digitale, wereldwijde risicobeheersysteem en een online kenniscentrum. Daarnaast vormt periodieke training voor belangrijke belanghebbenden binnen het risicobeheernetwerk een aanvulling op en verbetering van het risicobeheerkader, de governance en de richtlijnen voor strategische besluitvorming die online beschikbaar zijn. Een verplichte, wereldwijde training in risicobeheer voor alle managers is ontwikkeld en klaar om in januari 2026 van start te gaan. Belangrijkste bedrijfsrisico's in 2025 De meeste risico's die we in 2024 hebben beheerd, zijn blijven evolueren en relevant gebleven in 2025. We hebben er een toegevoegd die specifiek ingaat op de aanhoudende beperkingen op het gebied van prijsstelling, vergoeding en toegang binnen publiek gefinancierde gezondheidszorgsystemen. Het risico met betrekking tot maatschappelijke en milieuverwachtingen is niet langer een van onze belangrijkste risico's, aangezien we een TCFD/TNFD-beoordeling hebben afgerond (zie het onderdeel Milieu van de Duurzaamheidsverklaring). Dit jaar integreren we de resultaten actief in ons risicobeheersysteem. Het voldoen aan maatschappelijke verwachtingen en het leveren van waarde aan de patiënt blijft onze kernprioriteit en dit wordt nu specifiek aangepakt in reactieplannen voor het nieuwe risico met betrekking tot prijsstelling, vergoeding en toegang. Het volgende overzicht geeft details over aanvullende belangrijke bedrijfsrisico's, waaronder zowel bedreigingen als kansen. Er bestaan meerdere onderlinge verbanden tussen onze belangrijkste risico's. Daarom streven we ernaar een holistisch perspectief te behouden bij het controleren van onze reactieplannen en het aanpassen ervan aan een veranderende operationele omgeving. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 44 Risicobeheer vervolg Risico Impact Respons Beleids- en prijsstellingsrisico's, inclusief financiering van innovatie De situatie omtrent prijsstelling en markttoegang is zeer complex en onderhevig aan voortdurende economische, politieke en sociale druk. • Negatieve sociaaleconomische ontwikkelingen kunnen het vermogen of de bereidheid van betalers om onze geneesmiddelen aan te schaffen verminderen, wat een negatieve impact kan hebben op de omzet en de operationele prestaties. • Deze omstandigheden kunnen ook van invloed zijn op de regelgevende instanties, waardoor markttoelatingsprocedures en de beveiliging van de toeleveringsketen mogelijk vertraagd of gecompliceerd worden. • Financiële beperkingen kunnen investeringen in innovatie beperken, waardoor het risico op een tragere productontwikkeling en een verminderd concurrentievermogen toeneemt. • Wijzigingen in de regelgeving kunnen de nalevingsrisico's op korte termijn verhogen. • De verkoop, winst en marktpositie kunnen negatief worden beïnvloed. • Blijven innoveren op het gebied van kostenbeheer en productie-efficiëntie. • Nieuwe technologieën, procedures of benaderingen introduceren en implementeren. • Blijven investeren in gedifferentieerde innovaties, prijsstelling op basis van waarde en vroegtijdig extern contact met betalers. • Horizonscanning op landenniveau uitvoeren om te anticiperen op trends en prioriteit te geven aan externe betrokkenheid en interne planning. Aanhoudende beperkingen op het gebied van prijsstelling, vergoeding en toegang binnen publiek gefinancierde gezondheidszorgsystemen Publiek gefinancierde gezondheidszorgsystemen kampen met krappere budgetten als gevolg van stijgende defensie-uitgaven, een vergrijzende bevolking, inflatie en oplopende therapiekosten. • Deze situatie vergroot de kans op beperkte geneesmiddelenlijsten, vertraagde toegang voor patiënten tot innovatieve geneesmiddelen en hogere verwachtingen ten aanzien van bewijs uit de praktijk. • Farmaceutische bedrijven staan steeds meer onder druk om de kosten van innovatie in evenwicht te brengen, wat de snelheid en beschikbaarheid van nieuwe therapie- ontwikkelingen beperkt. • De trendontwikkeling proactief in de gaten houden. • Waardeproposities en productportfolio's verfijnen. • Prioriteit geven aan externe betrokkenheid bij het aantonen van de waarde van innovatieve geneesmiddelen om tegemoet te komen aan onvervulde behoeften van patiënten. Volatiliteit van de geopolitieke en economische vooruitzichten Het risico op geopolitieke conflicten, handelsbeperkingen en inflatie beïnvloedt de leveringszekerheid, klinische activiteiten, markttoegang en de stabiliteit van het gezondheidszorgsysteem op de lange termijn. • Geopolitieke conflicten, regionale spanningen, sanctieregimes en economische instabiliteit verstoren in toenemende mate handelsroutes, energiemarkten en grensoverschrijdende wetenschappelijke samenwerking. • Landen leggen steeds vaker beperkingen op aan grensoverschrijdende handel, uitwisseling van intellectueel eigendom en samenwerking op het gebied van biotechnologie om de binnenlandse productie en veiligheid te versterken. • Kosten, winst en marktpositie kunnen negatief worden beïnvloed. • AI-tools en interne risico-experts gebruiken om de veranderende situatie te monitoren en te volgen, de ontwikkeling van risico's snel te beoordelen en deze risico's op basis van vastgestelde drempelwaarden te escaleren naar de risicocomités van UCB. • Ervoor zorgen dat er reactieplannen/taakgroepen aanwezig zijn om een flexibele respons te garanderen en de veerkracht in alle getroffen delen van de waardeketen te optimaliseren. • Focus op crisisbeheer en bedrijfscontinuïteit. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 45 Risicobeheer vervolg Risico Impact Respons Toeleveringsketen veerkracht van netwerk De toeleveringsketens van biofarmaceutische producten worden steeds complexer en kwetsbaarder voor geopolitieke of milieuschokken. Ons vermogen om aan de markt te leveren is mede afhankelijk van de veerkracht van onze kritieke leveranciers. De toenemende volatiliteit in de beschikbaarheid van grondstoffen, de afhankelijkheid van één enkele leverancier, geopolitieke verstoringen en kwaliteitsgebreken vergroten allemaal het risico op verstoringen in de waardeketen van farmaceutische producten. • Storingen bij de leverancier of bij UCB kunnen de beschikbaarheid van producten in gevaar brengen. Deze verstoringen kunnen het gevolg zijn van factoren zoals geopolitieke instabiliteit, handelstarieven, macro- economische volatiliteit, extreme weersomstandigheden of kwaliteitsproblemen binnen UCB of bij zijn externe partners. • De toenemende volatiliteit vergroot de kwetsbaarheid van kritieke biologische componenten, steriele verbruiksartikelen en gespecialiseerde API-leveranciers, waardoor het risico op producttekorten toeneemt met mogelijke gevolgen voor patiënten. • De verkoop, winst en marktpositie kunnen negatief worden beïnvloed. • De systemen voor meerdere leveranciers, de due diligence van leveranciers en de vroegtijdige waarschuwingssystemen versterken om de continuïteit van de levering te waarborgen en de toegang van patiënten tot zorg te garanderen. • De monitoring van kritieke toeleveranciers verbeteren, onze totale productiecapaciteit optimaliseren en knelpunten in onze toeleveringsketen wegnemen. • De snelle identificatie en beheer van risico's verbeteren. • De ontwikkeling van risico's onmiddellijk beoordelen via gespecialiseerde taakgroepen en waar nodig verdere maatregelen nemen. Het regelgevingskader wordt steeds complexer en gefragmenteerder Een steeds nationalistischer aanpak en verschillen in regelgeving tussen regio's kunnen het concurrentielandschap veranderen of de kosten van de bedrijfsvoering verhogen. Regelgevingshervormingen kunnen leiden tot aanzienlijke operationele veranderingen, met gevolgen voor de toewijzing van middelen en de strategische planning. • We zullen ons wellicht snel moeten aanpassen aan een veelvoud aan regelgeving die binnenkort wordt ingevoerd, zoals: • Handelsbeperkingen. • Chemische stoffen: verbod op PFAS, herclassificatie van DCM (oplosmiddel) en beperkingen op chemische stoffen in verpakkingen en apparaten, wat voortdurende samenwerking met regelgevende instanties vereist. • De versnipperde regelgeving met betrekking tot AI en gegevens kan de integratie van AI vertragen vanwege de vele nalevingsuitdagingen. • Risico op inbreuken op compliance kan toenemen. • De verkoop, winst en marktpositie kunnen negatief worden beïnvloed. • Het scannen van regelgeving op landenniveau verbeteren om de ontwikkeling van regelgeving direct te kunnen beoordelen en indien nodig verdere actie te ondernemen. • Meer maatregelen nemen om de naleving te controleren en te garanderen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 46 Risicobeheer vervolg Risico Impact Respons Cyberaanvallen (directe/indirecte effecten) De farmaceutische sector is steeds meer afhankelijk van digitale technologieën, toeleveringsketens in de gezondheidszorg en apparaten die verbonden zijn aan het internet der dingen, wat nieuwe kwetsbaarheden met zich meebrengt.Cyberdreigingen worden steeds geavanceerder en AI- gestuurde technologieën worden daarbij steeds vaker gebruikt. • Het toenemende aantal cyberaanvallen kan aanzienlijke financiële gevolgen hebben en de patiëntenzorg verstoren. • Het aantal organisaties dat het slachtoffer wordt van afpersing zonder bestandsversleuteling is toegenomen. • We kunnen indirect worden getroffen als gevolg van cyberaanvallen op derden in de waardeketen. Dit kan ons vermogen om te produceren en de productkwaliteit te waarborgen, beperken. • Een cyberaanval kan de privacy van patiënten of andere belanghebbenden in gevaar brengen en ons vermogen beperken om onze activiteiten voort te zetten of toekomstige zakelijke kansen te benutten. • Kosten, winst en marktpositie kunnen negatief worden beïnvloed. • Onze veelzijdige strategie voor cyberbeveiliging en gegevensbeheer versterken. • Blijven investeren in actieve programma's voor preventie, detectie en respons bij cyberaanvallen. • Zorgen voor continue monitoring en analyses, detectie en respons bij inbraakpogingen, beveiligingstests en trainingen en campagnes ter bevordering van gebruikersbewustzijn. • Robuuste processen, procedures en controles handhaven om te blijven voldoen aan de wetgeving voor gegevensprivacy. Vermogen om AI op te schalen Naar verwachting zal AI de productiviteit van O&O versnellen en het ontwerp en de uitvoering van klinische onderzoeken verbeteren. De integratie van AI en andere opkomende technologieën in verschillende aspecten van de bedrijfsvoering brengt risico's en kansen met zich mee. Het ontwikkelen, implementeren en beheren van AI- technologie brengt uitdagingen met zich mee op het gebied van nauwkeurigheid, efficiëntie en betrouwbaarheid. • Om de voordelen van AI te benutten, zijn grote hoeveelheden data en investeringen nodig, samen met specifieke vaardigheden. • De mogelijkheid om te investeren, toegang te krijgen tot gegevens of talent aan te trekken, kan belangrijke initiatieven vertragen en de kosten verhogen. • Onzekerheid over de regelgeving kan aanzienlijke middelen vereisen om te voldoen aan bestaande en nieuwe wetgeving. • Als we ons niet snel genoeg of op een verantwoorde, ethische en conforme manier aanpassen, kan dit ons vermogen beperken om onze strategische doelstellingen te realiseren en onze activiteiten te handhaven. Bovendien kunnen de risico's met betrekking tot regelgeving, rechtszaken, naleving, ethiek, vertrouwelijkheid en gegevensbescherming toenemen. • Kosten, winst en marktpositie kunnen negatief worden beïnvloed. • Identificatie en invoering van AI en opkomende technologieën versnellen om de operaties te optimaliseren. • Robuuste strategieën voor gegevensbeheer en training in gebruikersbewustzijn implementeren. • Actief bestuur handhaven. • Nieuwe procedures of benaderingen in gebruik nemen en deze waar nodig implementeren. Groei op lange termijn en portfolioconcentratie Ons tienjarenplan voor groei vereist een sterke discipline in het portfoliobeheer en een rigoureuze kapitaaltoewijzing. • De prestaties van individuele activa in combinatie met het risico op inefficiënties tijdens snelle uitbreiding kunnen het vermogen om de groei na grote lanceringen vol te houden in gevaar brengen. • Onverwachte, plotselinge bijwerkingen op activa kunnen UCB blootstellen aan ernstige financiële gevolgen en reputatieschade. • Meer maatregelen om ervoor te zorgen dat er snel kan worden gereageerd en om de veerkracht te optimaliseren. • Strategische kansen, zowel organische als niet-organische, continu controleren en beoordelen, en de kapitaaltoewijzing ter ondersteuning van duurzame groei aansturen. • De reeds bestaande processen, procedures en controles actief controleren om vroegtijdige signalen te detecteren. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 47 Duurzaamheidsverklaring Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 48 Algemene informatie UCB zet zich in voor duurzame praktijken in al onze bedrijfsactiviteiten. De volgende verklaring bevat details van onze duurzaamheidsverslaggeving voor het hele jaar 2025, in overeenstemming met de vereisten van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) voor informatieverschaffing over onze materiële onderwerpen zoals gedefinieerd in onze dubbele materialiteitsbeoordeling. Voor dit Geïntegreerd jaarverslag met betrekking tot het jaar 2025 volgen de rapportageverplichtingen van UCB over niet-financiële informatie de regels van de Richtlijn voor verslaglegging over maatschappelijk verantwoord ondernemen (Corporate Sustainability Reporting Directive, CSRD), zoals geïmplementeerd in de Belgische wetgeving en de Taxonomieverordening van de EU (Verordening 2020/852). Waar van toepassing verwijzen we in dit verslag ook naar andere rapportagestandaarden op het gebied van duurzaamheid die we op vrijwillige basis toepassen, zoals het rapportagekader van de SASB (Sustainability Accounting Standards Board). BP-1 Basis voor voorbereiding Het verslag geeft aan hoe de activiteiten van UCB de zorgen en belangen van belanghebbenden respecteren en erop reageren en richt zich voornamelijk op de verwachtingen van beleggers. Het verslag is echter waardevol voor veel verschillende belanghebbenden. Het beoordelen, meten en rapporteren van de positieve en negatieve impact van onze activiteiten op de samenleving en de planeet is een belangrijk aspect van de betrokkenheid van UCB bij belanghebbenden. De presentatie van het verslag van 2025 is uitgevoerd rekening houdend met de materiële onderwerpen uit onze materialiteitsbeoordeling die eind 2023 werd uitgevoerd en de voortdurende herbeoordeling van materiële kwesties, die de leidraad vormde voor de inzet van UCB op het gebied van duurzame prestaties in 2025. BP-2 Specifieke omstandigheden Alle gegevens in deze verklaring hebben betrekking op het boekjaar 2025, tenzij anders vermeld (zoals voor de Access Coverage Performance-index, Time to Access-index en het aantal bereikte patiënten). De reikwijdte van de consolidatie voor sociale en bestuursgerelateerde informatie is dezelfde als voor de jaarrekening, maar de reikwijdte van de consolidatie voor milieugerelateerde informatie kan verschillen. Voor energie-, water- en afvalgegevens omvat het toepassingsgebied alle productiefabrieken, laboratoria, de kantoren in eigendom en alle belangrijke kantoren van dochterondernemingen. Over het algemeen geven we prioriteit aan het gebruik van gegevens die direct beschikbaar zijn in onze systemen. Bij gebrek aan directe gegevens maken we gebruik van schattingen die over het algemeen worden beschreven in de Grondslagen voor financiële verslaggeving voor elke specifieke maatstaf. De meetgegevens met betrekking tot broeikasgasemissies, energieverbruik, waterverbruik en afval omvatten schattingen voor locaties van UCB kleiner dan 500 m 2. Meetgegevens met betrekking tot onze broeikasgasemissies die verband houden met onze eigen activiteiten hebben een grotere hoeveelheid primaire gegevens, terwijl de broeikasgasemissies van de waardeketen (bijvoorbeeld ingekochte goederen en diensten) een grotere meetonzekerheid hebben. Deze onzekerheid komt voort uit het feit dat het berekeningsmodel uitgaat van emissiefactoren op basis van gemiddelden, samengevoegde gegevens of op uitgaven gebaseerde informatie. Complexiteit en onzekerheid werden ook hoger ingeschat bij de maatstaven voor eerlijke toegang tot geneesmiddelen, in het bijzonder bij de maatstaven ontwikkeld door UCB (Access Coverage Performance-index en Time to Acces-index, in grote lijnen toegelicht in de methodologie van de maatstaven) en de bereikte patiënten, berekend aan de hand van geschatte gemiddelde doses. In het kader van een betere afstemming op de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) heeft UCB de eerder in het Jaarverslag 2024 vermelde genderloonkloof aangepast. De indicator is herberekend om de door de ESRS voorgeschreven formule weer te geven, gedefinieerd als het verschil tussen het gemiddelde bruto-uurloon van mannelijke werknemers en dat van vrouwelijke werknemers, gedeeld door het gemiddelde bruto- uurloon van mannelijke werknemers. In het vorige verslag werd een alternatieve formule toegepast, wat resulteerde in een omgekeerde weergave van de indicator; de onderliggende loongegevens blijven ongewijzigd. Daarnaast is het gerapporteerde verbruik van zelf opgewekte hernieuwbare energie die niet als brandstof wordt gebruikt, gecorrigeerd om een typografische fout te verhelpen. De waarde is herzien van 11.834 MWh naar 11.384 MWh, en het percentage recyclebare inhoud in verkochte UCB-producten en -verpakkingen is herzien van 62,3% naar 75%, aangezien vorig jaar gebruik werd gemaakt van beperkte steekproefgegevens van recyclebare inhoud per voorraadeenheid (SKU) en we in 2025 de steekproef hebben vergroot en opnieuw hebben toegepast op de in 2024 verkochte volumes. Toekomstgerichte informatie, waaronder doelstellingen, is per definitie onzeker. Ga voor meer informatie naar het gedeelte 'Toekomstgerichte verklaringen'. Risicobeheer en interne controles met betrekking GOV-5 tot duurzaamheidsrapportage Wij beschouwen interne controles op duurzaamheidsrapportage als een continu verbeteringsproces en streven ernaar deze controles elk jaar te versterken naarmate de vereisten, systemen en verwachtingen van belanghebbenden evolueren. UCB heeft een intern controlekader geïmplementeerd om de nauwkeurigheid, volledigheid en betrouwbaarheid te waarborgen van de duurzaamheidsinformatie die wordt bekendgemaakt onder de Richtlijn voor verslaglegging over maatschappelijk verantwoord ondernemen (CSRD) en de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Dit kader is geïntegreerd in het bestuursmodel van UCB en sluit aan bij het interne controlekader van COSO (Committee of Sponsoring Organizations). Risico's worden zowel op centraal als op lokaal niveau geëvalueerd, waardoor de afstemming tussen bedrijfsbrede processen en individuele gegevenseigenaren wordt gewaarborgd. Omdat we het belang van de strategische duurzaamheidsmaatstaven van UCB erkennen, passen we een speciaal controlekader voor kwantitatieve maatstaven toe om de traceerbaarheid en gegevensintegriteit te waarborgen. Dit betreft onder meer duidelijke eigendom, verantwoordelijkheid, documentatienormen, audittrails en periodieke evaluaties van methodologieën en gegevensbronnen. De verantwoordelijkheid voor het implementeren van interne controles die vereist zijn voor niet-financiële kerncijfers ligt bij de gegevenseigenaren, die moeten zorgen voor consistente methodologieën en nauwkeurigheid van de gegevens. Risico's met betrekking tot duurzaamheidsverslaglegging worden beoordeeld aan de hand van zelfbeoordelingschecklists, waardoor de verantwoordingsplicht wordt versterkt en hiaten vroegtijdig kunnen worden opgespoord. Global Internal Audit voert onafhankelijke thematische beoordelingen uit, waarvan de bevindingen worden gerapporteerd aan het Auditcomité en worden geïntegreerd in de verbeteringscyclus. Met deze maatregelen waarborgt UCB dat de duurzaamheidsrapportage transparant en betrouwbaar blijft en in overeenstemming is met toonaangevende praktijken. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 49 Algemene informatie vervolg IRO-1 Materialiteitsbeoordeling Aan het eind van 2023 voerde UCB een gestructureerde dubbele Upstreamprocessen Eigen activiteiten Downstreamprocessen materialiteitsbeoordeling uit in overeenstemming met de vereisten van de CSRD en de ESRS. Het doel was om de meest relevante onderwerpen op het gebied van milieu-, sociale en bestuursonderwerpen (ESG) voor UCB te identificeren, gebaseerd op hoe de onderwerpen financiële risico's en kansen voor het bedrijf zouden kunnen creëren. Hierbij werd rekening gehouden met de eigen impact van het bedrijf op mens en milieu. De Winning van grondstoffen Onderzoek en Ontwikkeling UCB Onderzoeks- en ontwikkelingscentra Toeleveringsketen en distributie resultaten van deze dubbele materialiteitsbeoordeling vormden de leidraad voor onze inspanningen in 2025 en zijn geïntegreerd in de strategie van het bedrijf. Sinds 2018 zet UCB zich in voor een Energie en water (ingekocht en geproduceerd) geïntegreerde benadering van duurzame prestaties om beter Regelgevende autoriteiten en betalers Regelgevende instanties Nationale en lokale gezondheidsorganen Organen inzake beoordeling van gezondheidstechnologie (Health technology assessment, HTA) Particuliere verzekeringsmaatschappijen maatschappelijke waarde te leveren voor de belangrijkste Aanvragen en goedkeuring belanghebbenden, waaronder patiënten, aandeelhouders, werknemers en gemeenschappen, terwijl we onze ecologische Statistieken van patiënten voetafdruk minimaliseren. Materialiteitsbeoordelingen maken deel Productie Productiefabrieken van UCB uit van deze aanpak, omdat ze niet alleen een leidraad vormen voor de verslaglegging, maar ook voor de bedrijfsstrategie en de Ingekochte producten en diensten Organisaties voor contractproductie (Contract manufacturing organizations, CMO's) Klinisch onderzoek en wetenschappelijke organisaties Financiële instellingen Andere leveranciers (inclusief reservepersoneel) inspanningen om onze impact te verbeteren. Onze materialiteitsbeoordeling voor 2023 was gebaseerd op de Commercialisering Activiteiten in alle landen waar UCB werkzaam is Externe distributeurs buiten de regio's van UCB volgende aanpak: Zorgprofessionals Patiënten en patiëntenorganisaties CO 2e-emissies, werkzame farmaceutische bestanddelen (API's) en afval Vervoer (lucht, water en land) Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 50 Algemene informatie vervolg Onze materialiteitsbeoordeling voor 2023 was gebaseerd op de volgende aanpak: 1 De reikwijdte en doelstelling van de materialiteitsbeoordeling bepalen Het bepalen van de reikwijdte van de beoordeling omvatte een identificatie van de belangrijkste activiteiten van UCB, het in kaart brengen van de waardeketen en de geografische gebieden die in aanmerking moesten worden genomen. De ESRS-onderwerpen, subonderwerpen en entiteits-/sectorspecifieke onderwerpen op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur voor UCB werden vervolgens in kaart gebracht en geclusterd om een op maat gemaakte lijst van onderwerpen voor de beoordeling op te stellen die volledigheid en naleving van de CSRD waarborgde. 2 Onderwerpen en gevolgen, risico's en kansen (IRO) identificeren Op basis van de geïdentificeerde onderwerpen is een betrokkenheidsstrategie voor belanghebbenden ontwikkeld door de belangrijkste interne en externe belanghebbenden te selecteren die via directe (bijvoorbeeld semigestructureerde gesprekken en workshops) en indirecte methoden (bijvoorbeeld interne en externe deskresearch) geraadpleegd moeten worden. Bij het proces waren belanghebbenden uit de belangrijkste regio's van UCB betrokken, en soms ook daarbuiten, inclusief lokale analyses van specifieke landen.¹ Zowel de betrokken als de geïnteresseerde belanghebbenden werden geraadpleegd, waaronder de werknemers van UCB, het UCB Sustainability Governance Committee, de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend comité van UCB en de UCB External Sustainability Advisory Board. Geselecteerde vertegenwoordigers van groepen belanghebbenden zoals leveranciers, zakenpartners, patiëntenorganisaties, brancheverenigingen, ngo's en stichtingen werden ook geïnterviewd. Gevolgen, risico's en kansen werden vastgesteld in de eigen activiteiten van UCB en in de upstream- of downstreamwaardeketen. De niet-uitputtende lijst van geraadpleegde interne en externe bronnen voor deskresearch omvatte: • Interne informatiebronnen van UCB (bijvoorbeeld Geïntegreerde jaarverslagen, resultaten van de Task Force on Climate-Related Financial Disclosure (TCFD), Human Rights Salience Assessment, enz.) • Publieke media-aandacht voor UCB en/of waardeketen en/of soortgelijke ondernemingen • Sector- en/of overheidsrapporten • Wetenschappelijk onderzoek • ENCORE (Exploring Natural Capital Opportunities, Risks and Exposure) • Gegevensanalyse Refinitiv • Materiaal of notulen van eerdere gesprekken met belanghebbenden, zoals personeelsenquêtes en roadshows voor investeerders. Uit deze deskresearch en de raadpleging van belanghebbenden werd voor elk beoordeeld onderwerp een geconsolideerde lijst van IRO's afgeleid. 3 Impact en financiële materialiteit beoordelen Alle kwalitatieve input die werd gebruikt om IRO te beoordelen, werd vertaald naar kwantitatieve input op basis van een set gedefinieerde drempels voor elk van de beoordeelde criteria. Impactmaterialiteit werd onafhankelijk van financiële materialiteit beoordeeld door te kijken naar positieve en negatieve gevolgen en risico's en kansen voor elk vastgesteld thema. Voor de materialiteit van de impact werd de beoordeling van elke positieve of negatieve impact op de samenleving en het milieu gebaseerd op ernst (bijvoorbeeld omvang, reikwijdte en herstelbaarheid voor negatieve impact) en waarschijnlijkheid. De criteria van waarschijnlijkheid en herstelbaarheid werden afgestemd op de methodologie voor Enterprise Risk Management van UCB. De omvang van impactmaterialiteit werd voornamelijk beoordeeld aan de hand van kwalitatieve input, waarbij kwantitatieve gegevens alleen in aanmerking werden genomen voor onderwerpen met betrekking tot het milieu (d.w.z. 'Matiging van klimaatverandering', 'Wateronttrekking, -verbruik en -lozing' en 'Circulaire economie'). De beoordeelde impact werd als materieel aangemerkt wanneer deze de materialiteitsdrempels bereikte, met scores gecategoriseerd als belangrijk, significant of kritiek. Voor financiële materialiteit werden duurzaamheidsgerelateerde risico's en kansen geïdentificeerd, geëvalueerd en geprioriteerd aan de hand van een vooraf gedefinieerde set drempelwaarden. Risico's en kansen werden beoordeeld aan de hand van de criteria waarschijnlijkheid en omvang van financiële gevolgen op de korte, middellange of lange termijn. Beide criteria werden afgestemd op de methodologie voor Enterprise Risk Management van UCB. De omvang van de financiële gevolgen omvatte het vermogen van UCB om middelen te blijven gebruiken of verkrijgen, de gevolgen voor haar reputatie (in termen van vertrouwen, media-aandacht en relatie met autoriteiten) en ESG-gerelateerde (milieu, sociaal en bestuur) risico's en kansen. De beoordeelde risico's en kansen werden als materieel aangemerkt wanneer ze de financiële materialiteitsdrempels bereikten, met scores die ze categoriseerden als significant of kritiek. Tot slot werden de risico's en kansen onafhankelijk van de beoordeelde effecten voor elk duurzaamheidsthema beoordeeld. De drempelwaarden en evaluatiecriteria die werden gebruikt om de gevolgen, risico’s en kansen te beoordelen, volgden de aanbevelingen van de ESRS. Enkele van de belangrijkste veronderstellingen waren: • Clusteren van gelijksoortige (sub)onderwerpen zoals gedefinieerd in de ESRS-normen in één duurzaamheidsthema om de identificatie van IRO's tijdens interviews en workshops te vergemakkelijken. Sommige van de door de ESRS gedefinieerde onderwerpen waren toegesneden op onze sector (bijvoorbeeld veerkracht van het gezondheidsstelsel in de context van de ESRS-subonderwerpen 'toegang tot informatie' en 'toegang tot producten en diensten'), naast enkele andere onderwerpen die werden geïdentificeerd tijdens het proces (bijvoorbeeld ethisch gebruik van technologie). • Gebruik van input van enkele belanghebbenden als proxy voor een hele groep belanghebbenden. • Veronderstelling dat de geraadpleegde belanghebbenden inzichten zouden delen over de onderwerpen waarover zij de meeste kennis hebben. • Overname van bestaande Enterprise Risk Management-criteria of op maat gemaakte categorieën ontwikkeld voor omvang, reikwijdte en herstelbaarheid van IRO, ervan uitgaande dat deze goed geschikt zijn voor de beoordeling van alle duurzaamheidsthema's. 1. Dit werd gedaan voor België, Brazilië, China, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Mexico, Spanje, Zwitserland, Turkije, het VK en de VS. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 51 Algemene informatie vervolg 4 Materiële thema's valideren De volgende resultaten van de materialiteitsbeoordeling zijn gepresenteerd aan en gevalideerd door het Uitvoerend Comité en de Raad van Bestuur. Het ERM-team (Enterprise Risk Management) en het Corporate Strategy-team waren actief betrokken bij de dubbele materialiteitsbeoordeling. De resultaten (van risico's en kansen) van de financiële impact van de dubbele materialiteitsbeoordeling werden volledig geïntegreerd in het ERM-raamwerk. We gaan voortdurend in gesprek met groepen belanghebbenden gedurende de activiteiten van UCB en dergelijke interacties bieden inzichten voor de voortdurende risicobeheersprocessen van de onderneming. In 2025 hebben we de lijst met IRO's herzien om te bevestigen dat ze nog steeds relevant zijn. Dit gebeurde door middel van een beoordeling van alle IRO's door het Global Sustainability-team, interne experts op dit gebied en het Corporate Strategy-team. De evaluatie omvatte overwegingen met betrekking tot het huidige geopolitieke landschap, veranderingen en trends op het gebied van regelgeving, evenals inzichten uit interne/externe enquêtes. De lijst met materiële onderwerpen bleef grotendeels ongewijzigd, met als toevoeging het onderwerp 'Bedrijfscultuur', dat voorheen een subonderwerp was van 'Ethische bedrijfspraktijken'. 'Relatie met leveranciers' werd niet-materieel, maar initiatieven in onze waardeketen die van invloed zijn op andere materiële onderwerpen worden ondergebracht in het specifieke onderwerp (zoals acties van leveranciers rond 'Aanpassing aan klimaatverandering', 'Mitigatie van klimaatverandering' en 'Mensenrechten in de waardeketen'). Het onderwerp 'Rechten van medewerkers en arbeidsomstandigheden' werd ook niet-materieel, en 'Diversiteit, gelijkheid en inclusie' werd omgedoopt tot simpelweg 'Inclusie' om de focus op dit aspect te verscherpen en tegelijkertijd te waarborgen dat onze langdurige toewijding aan eerlijkheid, respect en gelijke kansen duidelijk, duurzaam en in overeenstemming met de veranderende wereldwijde verwachtingen blijft. Aanpassing aan klimaatverandering Ontwikkeling van werknemers Privacy en gegevensbescherming Onderwerpen die vanuit impact oogpunt materieel zijn Onderwerpen die zowel vanuit financieel als impactoogpunt materieel zijn Mitigatie van klimaatverandering Verontreiniging van lucht, water en bodem Wateronttrekking, -verbruik en -lozing Wetenschappelijke innovatie Gelijke toegang tot geneesmiddelen Veerkracht van het gezondheidsstelsel Betrokkenheid van patiënten Patiëntveiligheid Productkwaliteit Verantwoorde verkoop en marketing Gezondheid, veiligheid en welzijn van werknemers Inclusie Mensenrechten in de waardeketen Ethisch gebruik van technologie Circulaire economie Ethische bedrijfsvoering Politieke invloed en belangenbehartiging Onderwerpen die vanuit financieel oogpunt materieel zijn Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 52 Milieu- informatie Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 53 Beleidsoverzicht milieuduurzaamheid Toepassingsgebied van het beleid Alle collega's en partners van UCB wereldwijd, alle divisies, dochterondernemingen, filialen en andere entiteiten die onder operationeel beheer van UCB staan, ongeacht hun locatie. Verantwoordelijk voor de implementatie De Chief Financial Officer is het lid van het Uitvoerend Comité van UCB dat onze ambitie en prestaties op het vlak van milieuduurzaamheid sponsort, naast het hoofd van Sustainability, Corporate Affairs & Risk. Het hoofd van Environmental Sustainability is verantwoordelijk voor de implementatie van het beleid en zorgt voor de periodieke herziening ervan. Internationaal erkende instrumenten In overeenstemming met het Akkoord van Parijs en het Science-Based Targets Initiative (SBTi). Het beleid is ook afgestemd op de norm ISO 14001. Beschikbaarheid Het beleid is beschikbaar op de website van UCB en het intranet. Beschrijving van de belangrijkste inhoud Het beleid bevat milieubeginselen en verbintenissen voor het aanpakken van mitigatie en veerkracht op het gebied van klimaatverandering, het ontwikkelen van duurzame geneesmiddelen en het beschermen van natuurlijke hulpbronnen. De principes die in dit wereldwijde beleid zijn vastgelegd, worden geïmplementeerd via lokale beleidsregels en normen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 54 Mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering E1 E1 SBM-3 Gevolgen, risico's en kansen Klimaatverandering Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Mitigatie van klimaatverandering Actueel Uitstoot van broeikasgassen (Scope 1 en 2) van de eigen activiteiten van UCB (fossiele brandstof voor energie of bedrijfswagens, verbruikte elektriciteit). Actueel Uitstoot van broeikasgassen (Scope 3), afkomstig van upstream- en downstreamactiviteiten. Het niet nakomen van de publiekelijk verklaarde netto-nulverplichtingen van UCB vormt een reputatierisico, vooral nu er steeds meer aandacht is voor de verantwoordelijkheid van bedrijven op milieugebied. Recente juridische stappen tegen bedrijven wegens milieuschade onderstrepen het toenemende belang van verantwoord ondernemen en het belang om voorop te lopen op het gebied van duurzaamheidsdoelstellingen. Verschuiving in de markt naar minder koolstofintensieve producten en hogere verwachtingen van de zorgsector voor koolstofarme producten en activiteiten. Aanpassing aan klimaatverandering Verstoringen van de toeleveringsketen en de productie als gevolg van een toename in de frequentie en/of de ernst van extreme temperaturen, orkanen, hagelstormen, bosbranden, met de nadruk op waterschaarste en overstromingen voor UCB- locaties en leveranciers. Positieve impact Negatieve impact Risico Kans Korte termijn Middellange termijn Lange termijn Upstream Eigen activiteiten Downstream E1 IRO-1 Beoordeling van klimaatgerelateerde risico's Klimaatgerelateerde risico's, waaronder zowel fysieke risico's als risico's in verband met transitiescenario's, zijn ingebed in het kader voor bedrijfsrisicobeheer van UCB. Verschillende teams evalueren systematisch de milieu-impact van hun activiteiten om milieuoverwegingen te integreren in zowel de dagelijkse activiteiten als de strategische beslissingen. Dit zorgt ervoor dat 'bottom-up'-risico's – waaronder klimaatgerelateerde risico's – systematisch worden geïdentificeerd, beoordeeld en geëvalueerd vanuit financieel, reputatie- en ESG-perspectief. Elk risico wordt beoordeeld op impact en waarschijnlijkheid, waarbij zowel rekening wordt gehouden met de 'tijd tot impact' als de 'tijd om te handelen', en aangevuld met een 'top-down/outside-in'-visie. Als aanvulling op deze interne beoordeling werkt UCB samen met externe klimaatadviesbureaus die scenarioanalyses uitvoeren die zijn afgestemd op de TCFD-richtlijnen (Task Force on Climate- related Financial Disclosures). De resultaten van deze scenarioanalyse worden geïntegreerd in het ERM-systeem van UCB. 2025 TCFD klimaatscenarioanalyse In 2025 heeft UCB zijn klimaatscenarioanalyse bijgewerkt in overeenstemming met de aanbevelingen van de TCFD. Met ondersteuning van externe deskundigen en interne belanghebbenden omvatte de beoordeling zowel fysieke als transitierisico's en -kansen op korte termijn (2030), middellange termijn (2050) en lange termijn (2075+), waarmee het bereik van eerdere beoordelingen (op meer dan 140 locaties) werd uitgebreid. Fysieke risico's werden beoordeeld aan de hand van Shared Socioeconomic Pathways (SSP)-scenario's (SSP1-2.6, SSP2-4.5, SSP5-8.5) en transitierisico's aan de hand van Network for Greening the Financial System (NGFS)-scenario's (huidig beleid, nationaal vastgestelde bijdragen en netto nul in 2050). Deze scenario's bestrijken een breed scala aan plausibele klimaat- en beleidspaden en zijn in overeenstemming met de macro-aannames die worden gebruikt in de langetermijnplanning van UCB. Een eerste screening bracht 14 fysieke en acht transitiemogelijkheden en - risico's aan het licht. Elk daarvan werd geanalyseerd en geprioriteerd op basis van materialiteit, ernst en waarschijnlijkheid. De resultaten zijn geïntegreerd in het ERM-systeem. Fysieke risico's en operationele veerkracht De bijgewerkte analyse bevestigt dat de belangrijkste fysieke risico's voor UCB verband houden met overstromingen, stormen en cyclonen, en waterstress en droogte op bepaalde productie- en O&O-locaties en in de toeleveringsketen. Drie locaties – Saitama (Japan), Bulle (Zwitserland) en Braine-l'Alleud (België) – werden aangemerkt als blootgesteld aan fysieke risico's, zoals cyclonen/tyfonen, aardverschuivingen, bodemdaling of overstromingen, afhankelijk van de geolocatie. UCB beheert deze risico's door middel van risicobeperkende maatregelen, zoals dubbele bevoorradingsstrategieën voor belangrijke materialen waar dat haalbaar is, en locatiespecifieke risicobeperkende maatregelen, waaronder waterbesparingsprojecten en veerkrachtige infrastructuur. De inzichten uit de scenarioanalyse worden gebruikt om beslissingen te nemen over grote investeringen in locaties, diversificatie van de toeleveringsketen en upgrades van infrastructuur en apparatuur op middellange en lange termijn. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 55 Mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering vervolg Overgangsrisico's, kansen en aanpasbaarheid van bedrijfsmodellen De overgangsrisico's werden op bedrijfsniveau geëvalueerd, rekening houdend met het feit dat ze zich op meerdere locaties voordoen. Belangrijke drijfveren zijn onder meer de zich ontwikkelende mechanismen voor koolstofbeprijzing en het klimaatbeleid, evenals veranderingen in de regelgeving en de markt die van invloed zijn op transport en fossiele grondstoffen. Deze ontwikkelingen kunnen de exploitatiekosten verhogen, maar ook kansen creëren, aangezien gezondheidszorgstelsels steeds vaker medicijnen met een kleinere ecologische voetafdruk verwachten. Het transitieplan van UCB, dat is afgestemd op de Net-Zero-norm van het Science Based Targets-initiatief (SBTi), en tools zoals de Green Product Scorecard helpen de uitstoot te verminderen en innovatie te sturen in de richting van producten met een lagere impact. De scorekaart beoordeelt de milieuprestaties gedurende de hele levenscyclus van het product om de belangrijkste impactfactoren en reductiemogelijkheden voor O&O en productie te identificeren. Als biofarmaceutisch bedrijf varieert het aanpassingsvermogen van UCB naargelang de activiteit die mogelijk door het risico wordt beïnvloed. Het aanpassen of diversifiëren van een contractfabrikant of logistieke route weg van een risicovol gebied is complex en zal meerdere jaren in beslag nemen, maar blijft haalbaar. Het veranderen van de samenstelling van een goedgekeurd geneesmiddel om een aan het klimaat blootgestelde grondstof te vervangen, is daarentegen aan strenge beperkingen onderworpen en vaak niet realistisch. Bij het selecteren en rangschikken van responsopties wordt naast deze regelgevende en operationele beperkingen ook rekening gehouden met de 'tijd tot impact'. Strategische en financiële veerkracht opbouwen Het opbouwen van veerkracht houdt in dat klimaatrisico's voortdurend worden geïntegreerd in de kernprocessen van het bedrijf. Klimaatgerelateerde risico's en kansen worden dus steeds meer geïntegreerd in de strategieontwikkeling, kapitaalallocatie en financiële planning van UCB. Na de scenarioanalyse voor 2025 heeft UCB een financiële kwantificering uitgevoerd van enkele fysieke en transitierisico's die als het meest relevant werden beoordeeld. Voor elk risico werden de mogelijke gevolgen voor de inkomsten, de exploitatiekosten en de kapitaaluitgaven beoordeeld in het kader van de drie klimaatscenario's en, voor zover mogelijk, voor de periodes 2030, 2040 en 2050. Het werk combineert externe klimaatindicatoren met interne gegevens en deskundig oordeel. UCB is van plan deze scenarioanalyse periodiek te herhalen en te verfijnen om rekening te houden met de evoluerende wetenschap en regelgeving en om de veerkracht van zijn bedrijfsmodel ten opzichte van klimaatverandering verder te versterken. 1. Leadership in Energy and Environmental Design/Building Research Establishment Environmental Assessment Method E1-1 Klimaattransitieplan UCB zet zich volledig in om tegen 2045 een netto-nul-uitstoot van broeikasgassen te realiseren. Onze wetenschappelijk onderbouwde doelstelling omvat: • Scope 1-emissies veroorzaakt door verbranding van gas of brandstof op UCB-locaties en door het wagenpark van UCB wereldwijd, en vluchtige emissies. • Scope 2-emissies, veroorzaakt door elektriciteit verbruikt als energiebron op UCB-locaties en gekochte warmte. • Scope 3-emissies, waaronder brandstof- en energiegerelateerde emissies, verwerking van het ter plaatse gegenereerde afval, zakenreizen en woon-werkverkeer van werknemers (voor collega's die niet over een bedrijfswagen beschikken), upstreamtransport en distributie van onze grondstoffen en afgewerkte producten, upstream gehuurde activa, en verwerking van het afval van UCB-producten na gebruik aan het einde van de levensduur. • Scope 3-emissies (Categorie 1) van aangekochte goederen en diensten (gekoppeld aan leveranciers van UCB) (een categorie die meer dan 75% van onze totale broeikasgasemissies vertegenwoordigt) waarvoor in 2028 een specifieke verbintenis is aangegaan. Het tienjarige klimaattransitieplan van UCB is volledig ingebed in onze bedrijfsstrategie en financiële planning. Dit omvat alle zakelijke behoeften om milieubewuste investeringen te financieren (d.w.z. de huidige infrastructuur en apparatuur upgraden), activiteiten die nodig zijn om onze waardeketen koolstofvrij te maken en plannen om duurzame kenmerken in te bouwen in nieuwe investeringen (d.w.z. een green-by-design- benadering). De strategie van UCB om energie koolstofarm te maken, richt zich op het verminderen van emissies in Scope 1, Scope 2 en upstream gehuurde activa in Scope 3. Dit omvat de overgang naar 100% hernieuwbare energie door over te schakelen op hernieuwbare elektriciteit, hetzij door aankoop of productie, het verminderen van onze behoefte aan aardgas en het overstappen van aardgas op biogas. Dit transitieplan en het bijbehorende budget zijn volledig goedgekeurd door het Uitvoerend Comité. Financieel wordt het klimaattransitieplan van UCB ondersteund door een jaarlijks budget voor kapitaaluitgaven en operationele uitgaven van ongeveer 8 miljoen euro, dat jaarlijks wordt aangepast aan de hand van de lopende projecten en behoeften. Het plan wordt ontwikkeld en gevalideerd door bestuursorganen zoals het Environmental Sustainability Steering Committee (gevormd door onder andere het Global Head of Sustainability, Chief Financial Officer, Chief Procurement Officer en Head of Infrastructure), die belangrijke initiatieven in kaart brengen, beoordelen en prioriteren, en zorgen voor algehele consolidatie voordat het plan definitief wordt goedgekeurd. Deze bedragen omvatten niet alle projecten die bijdragen aan de milieutransitie van UCB. Sommige investeringen zijn opgenomen in product- of projectspecifieke budgetten. Zo vallen bijvoorbeeld 'green-by-design'-gebouwen niet onder het LEED/BREEAM1- certificeringsprogramma van UCB, dat streeft naar minimaal een 'Gold'- of 'Very Good'-rating voor nieuwbouw en renovaties, om zo de locked-in-emissies te helpen verminderen. Ook initiatieven zoals de ontwikkeling van de Green Product-scorekaart en inspanningen om de Process Mass Intensity (PMI) te verbeteren, die ecodesign tijdens de productontwikkeling ondersteunen, maken geen deel uit van het budget voor het klimaattransitieplan. UCB is niet uitgesloten van EU-benchmarks die zijn afgestemd op Parijs in overeenstemming met de uitsluitingscriteria vermeld in artikel 12, lid 1, onder d) tot en met g), en artikel 12, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 van de Commissie (verordening inzake klimaatbenchmarks). Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 56 Mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering vervolg Daarnaast streven we naar het koolstofvrij maken via andere hefbomen als onderdeel van het transitieplan van UCB naar netto-nul: ktCO 2e Tegen 2045 Tegen 2030 Scope 1 en 2 Absolute Co2 e-reductie met 73% ten opzichte van het basisjaar 2019. • 100% hernieuwbare elektriciteit in alle UCB-locaties via productie ter plaatse, overeenkomst voor de aankoop van energie (Power Purchase Agreement, PPA), hernieuwbare elektriciteit die rechtstreeks wordt betrokken van elektriciteitsleveranciers (contract of garanties van oorsprong). • Koolstofarm maken van warmte klaar om in te zetten in alle locaties die eigendom zijn van UCB (elektrificatie, efficiëntie en hernieuwbare bronnen). • Opslag en transport van biogeneesmiddelen bij een hogere temperatuur. • 70% elektrische voertuigen in wagenpark UCB. Scope 3 Absolute Co2e-reductie met 48% ten opzichte van het basisjaar 2019. 80% van leveranciers naar uitstoot met wetenschappelijk onderbouwde doelen tegen 2028. • Versnelling van het Air to Ocean- programma, onderzoek naar spoorwegalternatieven, gebruik van duurzame brandstof. • Hergebruik van oplosmiddelen, ontwikkeling van groene chemie, toepassing van duurzaam ontwerp. • Vermijden, prioriteren van essentiële verplaatsingen en overstappen op vervoerswijzen met minder impact. • 50% van de UCB-werknemers biedt een portfolio van duurzamere mobiliteitsopties aan. • Actieve bijdrage aan programma's voor de circulaire economie voor farmaceutische verpakkingen en apparaten. • Actieve vooruitgang naar de certificeringsdoelstelling van UCB (BREEAM, LEED, ISO, My Green Lab...). • Milieudoel vastgesteld en bereikt voor alle UCB-geneesmiddelen. Scope 1, 2 en 3 Absolute Co 2e-reductie met 90% ten opzichte van het basisjaar 2019. Resterende emissies neutraliseren. • Overschakelen naar een koelmiddel met een laag aardopwarmingsvermogen en warmte koolstofarm maken op alle locaties die eigendom zijn van UCB. • 100% hernieuwbare energie gebruikt door leveranciers in het toepassingsgebied. • My Green Lab was van toepassing op alle laboratoria van UCB en werd gebruikt in de toeleveringsketen van UCB. • 100% elektrische voertuigen in wagenpark UCB. 100% van de UCB-werknemers biedt een portfolio van duurzamere mobiliteitsopties aan. • Overschakelen op koolstofarme brandstof voor alle resterende emissies van zakenreizen, transport en distributie. • Actieve bijdrage aan alle zinvolle industriële coalities voor het koolstofarm maken van de waardeketen. • Ecodesign is verankerd in de manier van werken van UCB. • Proactieve verkenning van nieuwe initiatieven en toepassing van mogelijke nieuwe technologieën. Scope 3.1 = betrokkenheidsdoel tegen 2028. n Scope 1 n Scope 2 n Resterend Scope 3: 3.3; 3.4; 3.5; 3.6; 3.7; 3.8; 3.12 n Scope 3.1: Gekochte goederen en diensten Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 57 Mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering vervolg E1-2 Beleidslijnen Ons milieubeleid benadrukt onze toewijding aan het beperken van en aanpassen aan klimaatverandering door middel van een overgangsplan voor klimaatverandering. Dit plan is gericht op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, het verbeteren van de energie-efficiëntie en het bevorderen van duurzame praktijken in de hele waardeketen, van de inkoop van grondstoffen tot de afvalverwerking van producten. We richten ons op zowel mitigatiestrategieën (uitstoot verminderen) als adaptatiestrategieën (aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering). We volgen de standaarden en initiatieven van derden door netto-nuldoelen te stellen die zijn afgestemd op het Akkoord van Parijs en zijn gevalideerd door het Science-Based Targets-initiatief (SBTi). E1-3 Acties Energie en energiegerelateerde activiteiten (Scopes 1, 2 en 3) UCB zet zijn transitie naar hernieuwbare energie voort en richt zich daarbij op zowel het elektriciteits- als het gasverbruik van zijn wereldwijde vestigingen. Onze ontkolingsstrategie wordt geleid door een fundamenteel principe: we richten ons eerst op het verbeteren van de efficiëntie, gevolgd door de overgang naar schonere energiebronnen. Dit betekent dat we prioriteit geven aan het verminderen van het verbruik door middel van energie-audits, geoptimaliseerde HVAC-systemen (verwarming, ventilatie en airconditioning), warmteterugwinningsprojecten en milieubeheertools die gestructureerd inzicht bieden in de prestaties van apparatuur en als leidraad dienen voor investeringsbeslissingen. We blijven ons ook inzetten voor laboratoria via het certificeringsprogramma My Green Lab. We verminderen geleidelijk onze afhankelijkheid van fossiel aardgas door middel van verschillende mogelijkheden. Dit omvat het aansluiten op lokale hernieuwbare stoomnetwerken, indien beschikbaar, en het onderzoeken van projecten voor warmteproductie ter plaatse met behulp van biomassa en geothermische energie op locaties met voldoende potentieel. We maken ook steeds meer gebruik van biogas dat via certificaten wordt verkregen en uitsluitend uit afval wordt geproduceerd. Onze ambitie is om tegen 2030 100% biogasdekking te bereiken voor Scope 1-emissies. Om de overstap naar hernieuwbare elektriciteit te ondersteunen, combineert UCB de aankoop van gecertificeerde hernieuwbare opties, lokale opwekking en langetermijnverplichtingen op de markt. In deze context: • Heeft UCB in 2023 een fysieke overeenkomst voor de aankoop van energie (Power Purchase Agreement, PPA) ondertekend voor onze vestiging in België. • Om de duurzaamheid van onze hernieuwbare elektriciteitsvoorziening op lange termijn te versterken, heeft UCB in 2024 een virtuele overeenkomst voor de aankoop van energie (Virtual Power Purchase Agreement, VPPA) ondertekend als onderdeel van de Energize-coalitie, een brancheoverschrijdend initiatief dat bedrijven ondersteunt bij de toegang tot hernieuwbare energie. Deze overeenkomst maakte de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur voor zonne-energie in Europa mogelijk en zal, zodra deze in 2026 operationeel is, extra hernieuwbare capaciteit aan het net toevoegen. Wagenpark (Scope 1) UCB versnelt de overgang van zijn bedrijfswagenpark naar elektrische voertuigen (EV) als onderdeel van zijn bredere ontkolingsstrategie. Onze ambitie is om tegen 2030 70% elektrische voertuigen te realiseren. Om dit doel te bereiken, ontwikkelen we een strategie op landenniveau en geven we prioriteit aan de uitrol in markten met een gunstige laadinfrastructuur en gunstige omstandigheden voor de invoering van elektrische voertuigen. Om deze transitie te ondersteunen, installeren we oplaadpunten in de kantoren waar de infrastructuur dit toelaat en stimuleren we bewustwordingsprogramma's voor medewerkers om het gebruik ervan aan te moedigen. Verantwoord inkopen (Scope 3) UCB werkt samen met leveranciers, waaronder organisaties voor contractproductie (Contract manufacturing organizations, CMO's), om hun transitie naar koolstofarme activiteiten te versnellen, met de focus op leveranciers die 80% van de koolstofvoetafdruk van onze ingekochte goederen en diensten vertegenwoordigen. We hanteren selectiecriteria waarbij leveranciers met wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen voorrang krijgen en duurzaamheidsclausules in contracten worden opgenomen. UCB digitaliseert ook zijn CO₂e-gegevensverzameling en verfijnt de berekeningen van uitgaven tot productvoetafdruk voor een betere differentiatie met leveranciers. Via zijn Supplier Recognition Program erkent UCB leveranciers die ambitieuze klimaatdoelstellingen nastreven en duurzaamheidspraktijken integreren. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 58 Mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering vervolg In 2025 hebben we een duurzaamheidscampagne voor leveranciers gehouden, waarbij ongeveer 100 leveranciers bijeenkwamen om verantwoord inkopen te bevorderen en onze samenwerkingsaanpak te versterken. Om leveranciers te ondersteunen bij hun transitie naar koolstofneutraliteit bieden we ook tools, richtlijnen en mogelijkheden voor betrokkenheid, aangevuld met deelname aan belangrijke initiatieven binnen de sector: • Energize: Een samenwerking tussen farmaceutische bedrijven om de invoering van hernieuwbare elektriciteit te versnellen door middel van training en gezamenlijke VPPA in de EU en de VS. • Activate: Een wereldwijd programma dat fabrikanten van werkzame farmaceutische bestanddelen (Active Pharmaceutical Ingredients, API's) helpt bij het ontwikkelen van routekaarten voor ontkoling en het bijhouden van meetbare verbeteringen op het gebied van duurzaamheid. • Converge: Stelt laboratoriumleveranciers in staat om duurzaamheidsprestaties te monitoren en te beheren, de transparantie te verbeteren en een effectief plan voor koolstofreductie te implementeren. Koolstofarme distributie (Scope 3) Ons uitgebreide 'Air to Ocean'-programma is erop gericht meer distributie te verschuiven naar zeevrachtvervoer en beoordeelt de haalbaarheid om dit uit te breiden naar vervoer per spoor. In 2025 hebben we met succes de maritieme verzending van producten die een gecontroleerde temperatuur vereisen (+2 °C tot +8 °C) gevalideerd. Deze prestatie garandeert de productintegriteit tijdens het zeetransport en stelt ons in staat om zeevracht uit te breiden naar een breder deel van ons portfolio. Daarnaast blijven we de aanschaf van Sustainable Aviation Fuel (SAF)-certificaten onderzoeken als aanvullende oplossing voor luchtvervoer wanneer dit nog steeds noodzakelijk is. Mobiliteit van werknemers (Scope 3) We zetten ons in om een duurzame mobiliteitsmentaliteit in de cultuur van UCB te integreren en gedragsverandering te stimuleren op het gebied van woon-werkverkeer, het wagenpark van het bedrijf en zakenreizen. Deze veranderingen vergen tijd en een mentaliteitsverandering. Om deze transformatie mogelijk te maken, versterken we onze bestuursstructuren en integreren we mobiliteitsdoelstellingen in onze bedrijfsdoelstellingen, waardoor verantwoorde mobiliteit een gedeelde prioriteit wordt binnen de hele organisatie. In 2025 hebben we ons reisbeleid aangepast om bewust reizen te bevorderen door niet-essentiële reizen te verminderen, vliegreizen naar bestemmingen die binnen drie uur met de trein bereikbaar zijn te beperken en virtuele samenwerking aan te moedigen. Daarnaast testen we een inclusieve, locatiespecifieke methode waarbij we gegevens en werknemersprofielen combineren om voor elke locatie een op maat gemaakt mobiliteitsplan te ontwerpen. 1. De doelgrens voor het toepassingsgebied omvat landgerelateerde emissies en verwijderingen door bio-energiegrondstoffen. 2. Hieronder vallen brandstof- en energiegerelateerde activiteiten, upstreamtransport en -distributie, afval dat vrijkomt bij activiteiten, zakenreizen, woon-werkverkeer van werknemers, upstream gehuurde activa en de verwerking van verkochte producten aan het einde van de levensduur. E1-4 Doelstellingen Onze doelen voor de nabije toekomst voor 2030 zijn onder andere:1 • Vermindering van de absolute Scope 1- en 2- broeikasgasemissies met 73%, uitgaande van een basisjaar 2019. • Vermindering van de absolute Scope 3-2 broeikasgasemissies met 48%, uitgaande van een basisjaar 2019. • 80% van onze leveranciers van goederen en diensten, op basis van emissies, heeft tegen 2028 wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen. Voor 2026 hebben we als doel dat onze Scope 1-, 2- en 3- emissies (behalve 3.1) met 4% afnemen ten opzichte van 2025 en dat 80% van onze leveranciers op basis van emissies wetenschappelijk onderbouwde doelen heeft. Onze langetermijnambitie tegen 2045 is om de absolute Scope 1-, 2- en 3-broeikasgasemissies met 90% te verlagen ten opzichte van het basisjaar 2019. UCB heeft zich er ook toe verbonden om alle resterende emissies te neutraliseren zodra we onze reductiedoelstelling hebben bereikt, waardoor netto-nul-uitstoot wordt gegarandeerd. De grenzen van onze inventarisatie van broeikasgasemissies zijn volledig in overeenstemming met het GHG-protocol en de SBTi- vereisten. Daarnaast houden we ons bij het stellen van doelen aan het 1,5°C-kader, zodat de klimaatdoelen consistent zijn met de wereldwijde ambitie om de temperatuurstijging te beperken en een overgang naar netto-nulemissies te ondersteunen. De doelstellingen van UCB zijn gevalideerd door de SBTi om er zeker van te zijn dat onze uitgangswaarde en ons doelbereik representatief zijn voor de betreffende activiteiten en rekening houdt met invloeden van externe factoren. Dit validatieproces omvat de beoordeling van de uitgangswaarde, de inventarisatie van broeikasgasemissies, het doelbereik, de streefdatum en de afstemming op de klimaatwetenschap, met name het 1,5°C-kader. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 59 Mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering vervolg Maatstaven E1-5 Energieverbruik en -mix 2024 2025 Brandstofverbruik van steenkool en steenkoolproducten (MWh) 0 0 Brandstofverbruik uit ruwe olie, aardolie en andere fossiele bronnen (MWh) 838 737 Brandstofverbruik uit aardgas (MWh) 20 506 43 131 Energie (elektriciteit) uit andere fossiele bronnen (MWh) 2 277 2 059 Verbruik van zelf opgewekte niet-hernieuwbare energie (MWh) 1 994 1 977 Verbruik van gekochte of aangekochte elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen (MWh) 23 72 Totaal verbruik van fossiele energie (MWh) 25 637 47 977 Aandeel fossiele bronnen in totaal energieverbruik (%) 13,0% 22,8% Verbruik uit nucleaire bronnen (MWh) 1 089 1 079 Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen in totaal energieverbruik (%) 0,5% 0,5% Brandstofverbruik voor hernieuwbare bronnen, inclusief biomassa (MWh) 78 000 63 000 Verbruik van gekochte of aangekochte elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen (MWh) 80 946 83 485 Verbruik van zelf opgewekte niet-brandstof hernieuwbare energie (MWh) 11 384 14 785 Totaal verbruik van hernieuwbare energie (MWh) 170 330 161 270 Aandeel hernieuwbare bronnen in totaal energieverbruik (%) 86,4% 76,7% Aandeel hernieuwbare bronnen in totaal elektriciteitsverbruik (%) 100% 100% Totaal energieverbruik (MWh) 197 057 210 326 Energie-intensiteit per netto-opbrengst 2024 2025 Totaal energieverbruik per netto-opbrengst (MWh/m€) 34,7 28,1 In 2025 bleef UCB 100% hernieuwbare elektriciteit gebruiken in al haar productielocaties, kantoren en laboratoria, terwijl het de veerkracht van haar hernieuwbare elektriciteitsvoorziening verder versterkte door een gediversifieerde mix van inkoopbenaderingen. Het grootste deel van de hernieuwbare elektriciteit (ongeveer 70%) wordt geleverd via directe groene leveringscontracten. Daarnaast wordt ongeveer 15% betrokken via overeenkomsten voor de aankoop van energie en wordt ongeveer 14% gedekt door certificaten voor hernieuwbare energie (voor de kantoren in de VS en Brazilië, gehuurde laboratoria en de locatie in Saitama). Een klein deel wordt zelf opgewekt door middel van zonnepanelen die zijn geïnstalleerd op gebouwen die eigendom zijn van UCB, waar dit structureel haalbaar is. UCB bleef ook de uitstoot van thermische energie in haar belangrijkste productielocaties verminderen door prioriteit te geven aan optimalisatie- en efficiëntiemaatregelen. Vooruitgang op het gebied van hernieuwbare warmteoplossingen werd geboekt door middel van lokale projecten, zoals biomassa- en geothermische systemen. Hoewel deze inspanningen worden voortgezet, is het aandeel van hernieuwbare energie in onze energiemix in 2025 gedaald als gevolg van een lager aandeel biomethaancertificaten. Desalniettemin blijven we ons sterk inzetten voor onze langetermijntransitie, weg van aardgas. Grondslagen voor financiële verslaggeving Gegevens over het verbruik van elektriciteit, gas en brandstof worden verzameld aan de hand van energiefacturen voor al onze productiefabrieken, laboratoria en kantoren met een oppervlakte van meer dan 500 m2. Dit om nauwkeurigheid en volledigheid te garanderen. Voor onze kantoren kleiner dan 500 m 2 en volgens een materialiteitsbenadering schatten we het energieverbruik in op basis van activiteit, geografische gegevens en vierkante meters. Hernieuwbare elektriciteit wordt geconsolideerd door een combinatie van metingen van zelf geproduceerde hernieuwbare elektriciteit, directe aankoop bij leveranciers via contractuele overeenkomsten, overeenkomsten voor de aankoop van energie en certificaten voor hernieuwbare elektriciteit, die alle aspecten van ons verbruik van hernieuwbare elektriciteit dekken. Daarnaast wordt ons biomethaanverbruik geverifieerd door de aankoop van biomethaancertificaten, wat het toepassingsgebied van hernieuwbare energie compleet maakt. Het verbruik van kernenergie wordt gemeten door de energiemix te analyseren van locaties waar onze activiteiten zijn gevestigd en ons aandeel kernenergie te berekenen van de elektriciteit die van het net wordt betrokken. De netto-inkomsten van sectoren met een grote impact op het klimaat die worden gebruikt om de energie-intensiteit te berekenen, zijn afgestemd op de omzet teller voor de openbaarmaking volgens de EU Taxonomie voor activiteiten die verband houden met de productie van geneesmiddelen. De specifieke regels uit het financiële overzicht voor afstemming zijn: Netto-omzet vóór hedging (€ 7 294 miljoen) + Omzet uit contractproductie ( € 184 miljoen) + Mijlpalen ontvangen door UCB met betrekking tot UCB-producten die al op de betreffende markten zijn verkocht (€ 9 miljoen) = Netto-inkomsten uit activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat (€ 7 487 miljoen). Netto-inkomsten uit activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat (€ 7 487 miljoen) + Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet (€ 94 miljoen) + Royaltyinkomsten en -vergoedingen (€ 88 miljoen) + Andere inkomsten dan contractproductie en mijlpalen ontvangen door UCB met betrekking tot UCB -producten die al op de betreffende markten zijn verkocht (€ 35 miljoen) = Totale netto-opbrengsten in overeenstemming met IFRS 15 (€ 7 704 miljoen). Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 60 Mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering vervolg E1-6 GHG-emissie Uitgangswaarde 2024 2025 Jaarlijks % doelstelling/ Basisjaar Bruto Scope 1 broeikasgasemissies (tCO2e) 44 059 21 718 22 194 -49,6% Stationaire verbranding (gas en brandstof) 27 171 5 655 8 863 -67,4% Mobiele verbranding (wagenpark) 12 982 12 867 10 346 -20,3% Vluchtige emissies 3 905 3 196 2 986 -23,5% Percentage van Scope 1 broeikasgasemissies van gereguleerde regelingen voor de handel in emissierechten (%) 24% 42% 39% —% Bruto locatiegebaseerd Scope 2 broeikasgasemissies (tCO2e) 20 056 16 291 16 238 -19,0% Bruto marktgebaseerd Scope 2 broeikasgasemissies (tCO2e) 5 316 5 15 -99,7% Totaal bruto indirecte (Scope 3) broeikasgasemissies (tCO2e) 568 003 769 143 849 796 49,6% 1 Ingekochte goederen en diensten 469 714 692 013 776 696 65,4% 2 Kapitaalgoederen — — — —% 3 Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten 11 167 9 129 9 038 -19,1% 4 Upstreamtransport en -distributie 39 512 30 443 27 953 -29,3% 5 Bedrijfsafval 1 155 1 568 1 986 72,0% 6 Zakenreizen 31 016 24 873 24 312 -21,6% 7 Woon-werkverkeer van werknemers 10 763 7 562 6 809 -36,7% 8 Upstream gehuurde activa (locatiegebaseerd) 2 044 821 985 -51,8% 9 Downstreamtransport en -distributie — — — —% 10 Verwerking van verkochte producten — — — —% 11 Gebruik van verkochte producten — — — —% 12 Verwerking van verkochte producten aan het einde van hun levensduur 2 630 2 733 2 017 -23,3% 13 Downstream gehuurde activa — — — —% 14 Franchises — — — —% 15 Investeringen — — — —% Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) (tCO2 e) 632 118 807 152 888 228 40,5% Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) (tCO2e) 617 378 790 866 871 574 41,2% Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) (tCO2e) behalve 3.1 147 664 98 853 94 878 -35,8% Intensiteit broeikasgas per netto-opbrengst 2024 2025 Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) per netto- opbrengst (tCO 2e/m€) 131,2 114,7 Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) per netto-opbrengst (tCO2e/ m€) 128,5 112,6 Betrokkenheid GHG-leveranciers 2024 2025 % leveranciers (naar broeikasgasemissies) met wetenschappelijk onderbouwde doelstelling 67,8% 77,6% In 2025 hebben we sterke vooruitgang geboekt en onze doelstelling van een reductie van 4% voor de totale uitstoot in Scope 1, 2 en 3 (met uitzondering van 3.1) gehaald. Dit bevestigt dat ons traject naar decarbonisatie robuust blijft en in lijn is met onze strategische ambities. De Scope 1-emissies zijn gestegen, wat een weerspiegeling is van het gefaseerde karakter van onze routekaart, waarbij grote projectgestuurde reducties in stappen plaatsvinden in plaats van via lineaire jaarlijkse dalingen. Ondanks deze variabiliteit blijft ons langetermijntraject in lijn met onze doelstellingen voor 2030. De Scope 2-emissies bleven stabiel, wat de blijvende impact onderstreept van onze overgang naar 100% hernieuwbare elektriciteit, waarmee wij onze doelstelling voor 2030 eerder dan gepland hebben bereikt. De emissies van ons wagenpark bleven verbeteren, ondersteund door de versnellende verschuiving naar elektrische voertuigen in heel Europa, met name in België. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 61 Mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering vervolg Grondslagen voor financiële verslaggeving De rapportage over broeikasgasemissies beslaat de periode van 1 januari t/m 31 december. De 'bruto' terminologie voor UCB betekent dat we onze broeikasgasemissies rapporteren volgens de reikwijdte van onze doelstelling zonder koolstofkredieten te annuleren. UCB volgt de richtlijnen van het broeikasgasprotocol voor alle rapportering van broeikasgasemissies, waaronder uitstoot van Scope 1, 2 en 3. Voor rapportering van broeikasgasemissies wordt gebruikgemaakt van de consolidatiebenadering van de operationele controle om de organisatorische grens te bepalen. UCB volgt de aanpak van het Science Based Target-initiatief om een reeks emissiebronnen die minder dan 10% van de totale broeikasgasinventaris van UCB vertegenwoordigen, uit te sluiten van de rapportage over de broeikasgasemissies van UCB. De volgende emissies zijn uitgesloten: • Scope 1: Mobiele verbranding (wagenpark). Landen zonder bestaande of geplande EV-infrastructuur werden uitgesloten (Roemenië, Griekenland, Turkije, Rusland, Polen, Tsjechië, Bulgarije, Hongarije, Slowakije, Canada, Mexico en Brazilië). Deze uitsluiting heeft ook invloed op gerelateerde emissies van Scope 3 - Categorie 3 (brandstof- en energiegerelateerde activiteiten). • Scope 3, categorie 2: Kapitaalgoederen zijn buiten beschouwing gelaten vanwege de kortlopende aard van de contracten, waardoor de mogelijkheid om CO₂e- berekeningen te verfijnen buiten op uitgaven gebaseerde schattingen beperkt is. • Scope 3, categorie 6: Zakenreizen. Verkoopvertegenwoordigers, die zorgprofessionals bezoeken, werden buiten beschouwing gelaten om zich te concentreren op niet-essentiële zakelijke reizen. • Scope 3, categorie 7 en 8: Woon-werkverkeer van werknemers en Upstream gehuurde activa. Kantoren van minder dan 500m² werden buiten beschouwing gelaten vanwege hun minimale impact. Deze ruimtes, vaak gehuurde delen van grotere gebouwen met beperkte controle over het energieverbruik, vertegenwoordigen minder dan 5% van het personeelsbestand van UCB en 2% van de totale kantoorruimte. • Scope 3, categorie 9, 10 en 15: Downstreamtransport en - distributie, verwerking van verkochte producten en investeringen werden buiten beschouwing gelaten omdat ze immaterieel zijn en moeilijk aan te pakken binnen de invloedssfeer van UCB. • Scope 3, categorie 11, 13 en 14: Gebruik van verkochte producten, downstream gehuurde activa en franchises worden niet gerapporteerd omdat ze niet relevant zijn voor UCB-activiteiten. De netto-omzet die wordt gebruikt om de broeikasgasintensiteit te berekenen, is hetzelfde omzetcijfer als in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening. Het percentage leveranciers (op basis van hun broeikasgasemissies) met wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen wordt berekend aan de hand van de resultaten van onze jaarlijkse enquête over de mate van koolstofbeheer (getoetst aan de SBTi-website en online openbare informatie over de status van dewetenschappelijk onderbouwde doelstellingen van de bedrijven). We berekenen dit percentage als volgt: totale broeikasgasemissies van leveranciers die een wetenschappelijk onderbouwde doelstelling hebben vastgelegd of gevalideerd / totale broeikasgasemissies van 3.1 'Ingekochte goederen en diensten'. We hebben ook een daling van de Scope 3-emissies (exclusief 3.1) geregistreerd, voornamelijk dankzij verbeteringen op het gebied van transport en distributie. Ondanks hogere verzendvolumes daalden de emissies dankzij de uitbreiding van ons 'Air to Ocean'- programma, dat luchtvracht verplaatst naar zeevracht. In 2025 hebben we 50% van de volumes die in aanmerking komen voor zeevracht (met uitzondering van weg- en spoorvervoer) verscheept, wat een belangrijke mijlpaal is. De kwalificatie van drie extra routes met gecontroleerde temperatuur (2–8 °C) toont eens te meer de schaalbaarheid van het programma aan en versterkt ons vertrouwen in het loskoppelen van operationele groei van klimaatimpact. Er waren ook positieve signalen op het gebied van mobiliteit van werknemers: zakenreizen stabiliseerden zich en werden beter gecontroleerd, en dankzij betere gegevens over woon- werkverkeer konden de daarmee samenhangende emissies nauwkeuriger worden geëvalueerd en geanalyseerd. De broeikasgasemissies aan het einde van de levensduur daalden met 26% op jaarbasis, voornamelijk als gevolg van de strategische afstoting van onderdelen van de portefeuille neurologie en allergie. Wat betreft onze doelstelling voor leveranciersbetrokkenheid hebben we een sterk resultaat behaald: 77,6% van de leveranciers (op basis van broeikasgasemissies) heeft nu klimaatwetenschappelijk onderbouwde doelstellingen, wat hoger is dan onze doelstelling voor 2025. Deze vooruitgang is essentieel voor het realiseren van absolute reducties op lange termijn in Ingekochte goederen en diensten. Onze volgende grote uitdaging wordt het verzamelen van meer gedetailleerde en betrouwbare gegevens om onze CO₂-berekeningsmethode verder te verfijnen, zodat de resultaten een nauwkeuriger beeld geven van onze werkelijke voetafdruk. Deze inspanning vereist een aanzienlijke samenwerking en zal ook extra eisen stellen aan onze leveranciers. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 62 Mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering vervolg Biogene CO 2 -emissies 2024 2025 Scope 1 (tCO2 ) 23 400 18 900 Scope 2 (tCO2 ) 50 129 Grondslagen voor financiële verslaggeving Biogene CO₂-emissies zijn broeikasgasemissies die het gevolg zijn van de verbranding of biologische afbraak van koolstof die door planten tijdens hun groei is opgeslagen, bijvoorbeeld in biomassa of biogas. Deze emissies verschillen van fossiele emissies en worden afzonderlijk bijgehouden in overeenstemming met internationale normen. Bij UCB hebben de huidige biogene CO₂-emissies voornamelijk betrekking op: • Scope 1: Biogene CO₂-emissies door de verbranding van biomethaan. • Scope 2: Biogene CO₂-uitstoot door het verbruik van aangekochte warmte die wordt geproduceerd uit hout. Andere biogene bronnen zullen opnieuw worden beoordeeld naarmate onze activiteiten en energievoorziening evolueren. Grondslagen voor financiële verslaggeving Het project tot herstel van Desa'a Forest (Gold Standard ID: 5618) is een grootschalig herbebossingsinitiatief, waarbij alle gegenereerde kredieten worden geclassificeerd als verwijderingen. Het project paste aanvankelijk de CDM 1 - herbebossingsmethodologie ACM0003 toe, die onlangs is vervangen door de nieuwe VM0047-methodologie van Verra; validatie onder dit bijgewerkte kader wordt verwacht in 2026. Tegen het einde van 2025 is 7813 hectare hersteld voor UCB, waarbij naar schatting 7,6 miljoen bomen zijn geplant. Het EcoMakala-initiatief genereert ongeveer 79% verwijderingskredieten via het Herbebossingsproject EcoMakala (Gold Standard ID: 5391) en 21% reductiekredieten via het EcoMakala Energy Project, dat zich richt op verbeterde kookfornuizen en duurzame houtskoolproductie. Vanaf 2025 zijn in totaal 626.213 VER- kredieten uitgegeven in het kader van het EcoMakala- project, waarvan 449.700 VER-kredieten zijn aangekocht door UCB. Hoewel hun huidige bijdrage nog beperkt is, integreert UCB geleidelijk energie uit biomassa in haar energiemix ter ondersteuning van de inspanningen voor CO₂-reductie, waaronder warmte op basis van biomethaan en biomassa. Als onderdeel van deze transitie hanteert UCB hoge normen op het gebied van kwaliteit, duurzaamheid en traceerbaarheid van grondstoffen, in overeenstemming met best practices en veranderende wettelijke vereisten. Voor biomethaan betekent dit dat uitsluitend gebruik wordt gemaakt van grondstoffen op basis van afval en residuen, met uitsluiting van energiegewassen. Voor biogene Scope 1-emissies zien we een daling in 2025 ten opzichte van 2024. Dit weerspiegelt de inherente variabiliteit van onze routekaart naar decarbonisatie, waarbij de vooruitgang wordt gestimuleerd door grote projecten in plaats van lineaire, jaarlijkse reducties. Deze variabiliteit heeft ook invloed op het jaarlijkse aandeel van biomethaan. Voor aangekochte warmte in Scope 2 zien we een stijging in 2025, als gevolg van een volledig jaar gebruik van houtgestookte warmte in Zwitserland na de invoering ervan eind 2024. E1-7 Koolstofkrediet Koolstofkredieten gepland om in de toekomst te 2024 2025 Totaal (tCO2 e) 707 772 689 212 UCB blijft in 2025 samenwerken met WeForest en CO2logic om er zeker van te zijn dat onze koolstofkredieten uit natuurbehoudprojecten voldoen aan de wereldwijde normen. Deze kredieten zijn afkomstig van natuurlijke bronnen en natuurbehoudprojecten. Hoewel UCB nog niet begonnen is met het annuleren van deze kredieten, schatten onze partners de uitstoot in op basis van lopende projecten, die ook een positieve impact hebben op de lokale gemeenschappen. We zijn van plan om transparant te rapporteren over onze inspanningen om koolstof te reduceren en te verwijderen, afhankelijk van de beschikbaarheid van gegevens. Naast de planning om te investeren in neutralisatiemethoden die aansluiten bij de EU-regelgeving en het SBTi-kader wanneer ze beschikbaar zijn, speelt UCB een rol in het bijdragen tot globale neutraliteit buiten onze waardeketen via de twee eerder genoemde sleutelprojecten: het herstel van Desa’a Forest in Noord-Ethiopië (in samenwerking met WeForest) en de herbebossing van EcoMakala in het Virunga National Park in de Democratische Republiek Congo (in samenwerking metCO2logic). E1-8 Interne koolstofbeprijzing In 2025 bleef UCB interne mechanismen voor koolstofbeprijzing onderzoeken in het kader van haar inzet voor milieuduurzaamheid. De organisatie heeft de betrokkenheid van interne belanghebbenden vergroot en contacten gelegd met externe collega's in de vorm van de Carbon Pricing Initiative- groep. Deze inspanningen hebben het inzicht van UCB in kaders voor interne koolstofbeprijzing, relevante toepassingsgebieden en best practices vergroot, terwijl ze tegelijkertijd waardevolle inzichten hebben opgeleverd in adoptietrends en praktische implementatiestrategieën. Vooruitkijkend ligt de prioriteit van UCB voor 2026 bij het valideren van de reikwijdte van een proefprogramma dat is ontworpen om interne koolstofbeprijzing binnen geselecteerde categorieën of bedrijfsonderdelen te testen. Dit proefproject zal een belangrijke stap zijn om de waarde te valideren van het invoeren van interne koolstofbeprijzing voor het versnellen van emissiereductie- en optimalisatieprojecten, het vergroten van het bewustzijn van werknemers en het integreren van milieuoverwegingen in kernbeslissingsprocessen. 1. Clean Development Mechanism Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 63 Vervuiling E2 Gevolgen, risico's en kansen Verontreiniging van lucht, water en bodem Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Verontreiniging van water, lucht en bodem Actueel Rechtstreeks vrijkomen van afval (oplosmiddelen, chemicaliën, plastic, uitstoot anders dan broeikasgassen, enz.) van productiefabrieken van UCB die het milieu en de maatschappij beïnvloeden (waterstromen, velden, enz.). Verontreiniging van lucht en bodem Actueel Rechtstreeks vrijkomen van afval (oplosmiddelen, chemicaliën, plastic, uitstoot anders dan broeikasgassen, enz.) van uitbestede producten en diensten (CMO's) die het milieu en de maatschappij beïnvloeden (waterstromen, velden, enz.). Luchtvervuiling Actueel Indirect vrijkomen van emissies anders dan broeikasgassen en ozon op leefniveau door organische oplosmiddelen die reageren in de atmosfeer en de luchtvervuiling doen toenemen. Waterverontreiniging Actueel Vrijkomen van werkzame farmaceutische bestanddelen (Active Pharmaceutical Ingredients, API's) in het milieu via uitscheiding door de patiënt na gebruik van een geneesmiddel. Zorgwekkende stoffen Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Zorgwekkende stoffen Potentieel Gebruik of onbedoelde vrijgave van zorgwekkende stoffen (substances of concern, SoC) tijdens productieactiviteiten. Wijzigingen in de regelgeving die vervanging van SoC vereisen, kunnen van invloed zijn op de (her)goedkeuringstermijnen van producten. Positieve impact Negatieve impact Risico Kans Korte termijn Middellange termijn Lange termijn Upstream Eigen activiteiten Downstream E2 IRO-1 Beoordeling van risico's in verband met vervuiling Risico's in verband met vervuiling zijn geïntegreerd in het risicobeheerproces van UCB. UCB heeft de parameters van de in 2025 uitgevoerde Nature- beoordeling (met behulp van het kader en de methodologie van de 'Task force on Nature-related Financial Disclosures') zodanig gedefinieerd dat deze ook de gevolgen van vervuiling, risico's en kansen omvat die geen verband houden met zorgwekkende stoffen. We hebben het gemodelleerd op basis van twee scenario's (duurzame wereld versus gedegradeerde wereld) en drie tijdsbestekken (basisjaar, 2030, 2050). Tegelijkertijd hebben we strengere regelgeving getest die relevant is voor de bestrijding van vervuiling. De resultaten van de beoordeling zullen worden gebruikt voor de volgende dubbele materialiteitsupdates. In de toekomst zullen we deze beoordeling periodiek actualiseren naarmate externe regels, Nature-modellen en databases zich verder ontwikkelen. Voor zorgwekkende stoffen biedt intern productveiligheids- en nalevingsbeheer een gestandaardiseerd kader om de bijbehorende risico's te identificeren, nieuwe informatie over gevaren en ontwikkelingen op het gebied van regelgeving te beoordelen en de nodige maatregelen te bepalen. Dit beleid geldt voor de gehele bedrijfsportefeuille, van onderzoek en ontwikkeling in een vroeg stadium tot commerciële productactiviteiten. Verontreiniging van water, lucht en bodem E2-1 Beleidslijnen Het milieubeleid van UCB richt zich op luchtemissies, bodem- en afvalwaterbeheer, door middel van milieurisicobeoordeling, preventie en paraatheidsplannen voor potentiële operationele incidenten. In het beleid wordt de nadruk gelegd op het minimaliseren van vervuiling als een belangrijk onderdeel van het streven van UCB naar milieuduurzaamheid. We richten ons op het voorkomen van schade aan het milieu door maatregelen te nemen om vervuiling door onze activiteiten te beheersen en te verminderen. We doen dit door natuurlijke bronnen en ecosystemen te beschermen en door de naleving van milieuregelgeving te garanderen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 64 Vervuiling vervolg Ons beleid is erop gericht om incidenten en noodsituaties te voorkomen en om de gevolgen voor mens en milieu te beheersen en te beperken als ze zich toch voordoen. Elke locatie moet beschikken over een noodplan en een paraatheidsproces om te garanderen dat nadelige milieugebeurtenissen op de juiste manier worden aangepakt. Dit proces zorgt er op zijn minst voor dat er alarm wordt geslagen, dat er zo snel mogelijk een onderzoek wordt ingesteld, dat de relevante partijen worden geïnformeerd, dat er relevante noodmaatregelen worden getroffen en dat het voorval wordt geclassificeerd op basis van de ernst ervan. Aanzienlijke lekkages worden gemeld via een aangifte bij de autoriteiten, zoals wettelijk vereist, waarbij maatregelen ter beperking van de schade worden genomen. Ze worden ook eenmaal per jaar op mondiaal niveau geconsolideerd en in ons jaarverslag bekendgemaakt volgens de classificatie op basis van ernst. Het beleid omvat de volgende subonderwerpen: • Luchtvervuiling: We zetten ons in om luchtemissies tijdens productieprocessen proactief te beheren en zorgen ervoor dat de luchtkwaliteit op een veilig niveau blijft. • Waterverontreiniging: UCB zet zich in voor een effectieve behandeling van afvalwater in het kader van zijn streven naar een duurzaam beheer van waterbronnen. Dit houdt in dat afvalwater zodanig wordt behandeld dat het voldoet aan de milieunormen en de impact op aquatische ecosystemen tot een minimum wordt beperkt. Dit gebeurt door waterverontreiniging te voorkomen en te beperken tijdens de hele levenscyclus van geneesmiddelen van UCB. • Bodemvervuiling: We minimaliseren bodemvervuiling door de milieurisico's verbonden aan onze activiteiten te beheren. Dit omvat het beoordelen van het milieurisico van farmaceutische producten, het onderhouden van paraatheidsplannen om de gevolgen van eventuele operationele incidenten te beperken en het beheren van bodemverontreiniging als deze zich voordoet. Voor onze kantoren en kleine laboratoria vernieuwen we momenteel ons beheersysteem op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu (HS&E) om ervoor te zorgen dat alle filialen kunnen profiteren van een reeks minimale HS&E-vereisten. In 2025 werd een nieuwe vervuilingsnorm ingevoerd, waarmee een uitgebreid kader werd vastgesteld voor het voorkomen en beheersen van vervuiling in al onze gehuurde kantoren. E2-2 Acties Laboratoria van UCB en gehuurde kantoren Voor onze laboratoria streven we ernaar dat alle laboratoria van UCB tegen 2030 My Green Lab-gecertificeerd zijn. Het behalen van de My Green Lab-certificering draagt bij aan het voorkomen van vervuiling door het bevorderen van duurzame praktijken op het gebied van chemisch beheer en afvalvermindering (onder andere vermindering van de milieu-impact door energie- efficiëntie, minimalisering van emissies en gebruik van hulpbronnen) in alle activiteiten van onze laboratoria. Productiefabrieken van UCB Voor productiefabrieken waar vervuiling een belangrijk punt van zorg is, hebben we beheersystemen ingevoerd om milieu- incidenten te beheersen en te voorkomen, waardoor de impact van onze activiteiten tot een minimum wordt beperkt. Al onze productiefabrieken zijn ISO 14001 gecertificeerd. Met de focus op afvalwaterlozing controleren we water dat uit onze productiefabrieken wordt geloosd om er zeker van te zijn dat het voldoet aan de wettelijke normen. De gebruikte maatstaven zijn onder andere Chemisch Zuurstofverbruik (CZV), waarmee we het organische gehalte in afvalwater kunnen bepalen, BZV (biologisch zuurstofverbruik) en TSS (totaal zwevende deeltjes). Onze productiefabrieken zijn uitgerust met eigen afvalwaterzuiveringsinstallaties en worden vervolgens naar een extern rioolsysteem geleid, of het afvalwater wordt rechtstreeks naar een extern rioolsysteem afgevoerd. In dit laatste geval wordt de behandeling beheerd door een derde partij die zich houdt aan de lokale regelgeving. In het geval van een inbreuk, zelfs als het incident niet significant is, melden we deze systematisch aan de autoriteiten. In 2025 registreerden de autoriteiten geen inbreuken op de productiefabrieken van UCB. Realtime monitoring van microverontreinigingen in afvalwater en complexe combinaties van verontreinigingen als werkzame farmaceutische bestanddelen (API) In overeenstemming met ons milieubeleid, waarin we ons ertoe verbinden om onze impact op het milieu proactief te verminderen en verder te gaan dan wat wettelijk vereist is, hebben we in 2025 aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van realtime monitoring van microverontreinigingen in water. Deze inspanningen weerspiegelen onze ambitie om proactief verder te gaan dan onze wettelijke verplichtingen door geavanceerde technologieën en risicobeoordelingsmethoden te implementeren die duurzaamheid op lange termijn ondersteunen. Op de campus van UCB in Braine-l'Alleud (België) werd aanzienlijke vooruitgang geboekt door het gebruik van ToxMate-technologie voor biologische monitoring van lozingen. Dit systeem detecteert continu potentiële microverontreinigingen in afvalwater en complexe combinaties van verontreinigende stoffen die traditionele sensoren mogelijk niet opmerken. Biologische reacties worden nu statistisch geïnterpreteerd, waarbij de reactiviteit van micro-organismen wordt geactiveerd bij concentratiedrempels, met als doel onder het PNEL (Predicted No Effect Level) te blijven. Ondertussen zijn we op de locatie in Bulle (Zwitserland) begonnen met onze eerste meetcampagnes van API-lozingen in afvalwater, afgestemd op geplande productieactiviteiten. Deze campagnes hebben tot doel de milieurisico's te beoordelen door de gemeten concentraties te vergelijken met de PNEL. Een volledige inventarisatie van alle API's en de milieu-impact ervan per productielijn zal naar verwachting in 2026 worden voltooid. Vandaag hebben we 88% van de lijnen in kaart gebracht. Vrijwillige openbaarmaking van milieurisico's van geneesmiddelen Als geneesmiddelenfabrikant is het grootste deel van ons materiële waterkwaliteitsrisico het gevolg van de uitscheiding van API's door patiënten na gebruik van onze geneesmiddelen. De beoordeling van de milieurisico's van UCB-geneesmiddelen na gebruik gebeurt volgens erkende normen, zoals de richtlijnen van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). De resultaten van de milieurisicobeoordeling van UCB-geneesmiddelen (ERA) worden sinds 2023 openbaar gemaakt en zijn beschikbaar in het subgedeelte Maatstaven. De resultaten wijzen erop dat het onwaarschijnlijk is dat ze risico's opleveren voor aquatische milieus of rioolwaterzuiveringsinstallaties en dat ze na gebruik naar verwachting niet significant zullen bioaccumuleren. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 65 Vervuiling vervolg Zorgwekkende of zeer zorgwekkende stoffen E2-2 E2-3 E2-1 Beleidslijnen Het onderwerp van zorgwekkende stoffen (SoC) en zeer zorgwekkende stoffen (SVHC) wordt beheerd onder het Regulated Substances Program en zal explicieter aan bod komen in het Regulated Substances Policy, waarvan de publicatie is uitgesteld tot het eerste kwartaal van 2026 en de uitrol binnen de organisatie later in 2026. Het Regulated Substances Program heeft tot doel het gebruik van gevaarlijke stoffen tot een minimum te beperken en vervanging te bevorderen. Het programma versterkt het verantwoord beheer van gevaarlijke stoffen in alle activiteiten en de hele portefeuille van UCB. Het programma behandelt op uitgebreide wijze aspecten op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu in de waardeketen en gedurende de hele levenscyclus van grondstoffen, tussenproducten en eindproducten. Het toezicht op het programma wordt gewaarborgd door de Executive Vice President, Patient Supply die deel uitmaakt van het Uitvoerend Comité van UCB. Acties Via een gecentraliseerd chemisch veiligheidssysteem worden de door UCB ingekochte, gedistribueerde en geproduceerde chemicaliën gecontroleerd. Met dit systeem kunnen zorgwekkende stoffen (SoC) en zeer zorgwekkende stoffen (SVHC) worden geïdentificeerd die bij interne activiteiten worden gebruikt, om naleving van de regelgeving en een verantwoord beheer van gezondheids-, veiligheids- en milieurisico's in verband met gevaarlijke chemische stoffen te waarborgen. UCB hanteert een kader voor regelgevingsmonitoring om updates over de gevarenclassificatie van stoffen te monitoren en te communiceren, waardoor nieuw geclassificeerde SoC's en SVHC's tijdig kunnen worden geïdentificeerd en passende risicobeperkende maatregelen kunnen worden genomen. UCB werkt actief samen met relevante brancheorganisaties om zich aan te sluiten bij ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en best practices. Systemen voor milieu- en veiligheidsbeheer regelen het gebruik van gevaarlijke chemicaliën om emissies te beheersen en blootstelling tijdens productieactiviteiten te voorkomen. Chemische risico's worden beoordeeld en beheerd door middel van een hiërarchie van controlemaatregelen, waaronder eliminatie, vervanging, technische en administratieve maatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). Werknemers krijgen een opleiding in chemische veiligheid en hebben toegang tot informatie over gevaren via een gecentraliseerd platform voor veiligheidsinformatiebladen (SDS), waar nodig ondersteund door medisch toezicht. Er zijn rampenplannen, maatregelen ter voorkoming van lekkages en responsmaatregelen getroffen om de gevolgen voor het milieu tot een minimum te beperken. Doelstellingen Verontreiniging van water, lucht en bodem UCB-vestigingen houden toezicht op en streven naar naleving van lokale milieuregels en -vergunningen (bijvoorbeeld inzake waterlozing of overtredingen op het gebied van afvalwater). UCB streeft naar transparantie door de conclusies van milieurisicobeoordelingen die aan regelgevende instanties zijn voorgelegd, te publiceren. Een programma voor veilige lozing, gericht op afvalwaterverontreiniging door de productie van API's, wordt momenteel geïmplementeerd in alle activiteiten van UCB. Na afronding van de huidige proeffase zal het programma naar verwachting kwantitatieve rapportage over API-concentraties in afvalwater van onze productielocaties mogelijk maken. UCB streeft ernaar om deze maatstaf openbaar te maken zodra het programma volledig operationeel is, zodat deze niveaus onder de Predicted No-Effect Concentration blijven. Zorgwekkende stoffen Zorgwekkende (SoC) en zeer zorgwekkende stoffen (SVHC) worden momenteel lokaal beheerd volgens de landenspecifieke regelgeving. Via haar Regulated Substances Program definieert UCB een wereldwijde ambitie voor het verantwoord gebruik van deze stoffen. Het programma voorziet in gecentraliseerd toezicht en beheer, met als doel het gebruik van gevaarlijke stoffen geleidelijk te verminderen door middel van een op chemische gevaren gebaseerde aanpak. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 66 Vervuiling vervolg Maatstaven E2-4 Verontreiniging van water, lucht en bodem Werkzame farmaceutische bestanddelen Merknaam UCB Generieke naam Milieu-risiconiveau Link BIMZELX ® bimekizumab Verwaarloosbaar¹ https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Bimzelx.pdf BRIVIACT® brivaracetam Verwaarloosbaar https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Briviact.pdf CIMZIA® certolizumab pegol Verwaarloosbaar¹ https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Cimzia.pdf CIRRUS® levocetirizine / pseudo-efedrine N.v.t.2 / EVENITY® romosozumab Verwaarloosbaar¹ https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Evenity.pdf FERRO SANOL ® ijzer (II) -glycine sulfaatcomplex Verwaarloosbaar¹ https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Ferro%20Sanol.pdf FINTEPLA® fenfluramine Verwaarloosbaar https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Fintepla.pdf KEPPRA® levetiracetam Verwaarloosbaar https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Keppra.pdf NAYZILAM® midazolam N.v.t.2 / NEUPRO® rotigotine Laag https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Neupro.pdf RYSTIGGO® rozanolixizumab Verwaarloosbaar1 https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Rystiggo.pdf VIMPAT® lacosamide Verwaarloosbaar https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Vimpat.pdf XYREM® natriumoxybaat Verwaarloosbaar https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Xyrem.pdf XYZAL® levocetirizine N.v.t.2 / ZILBRYSQ® zilucoplan Verwaarloosbaar https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Zilbrysq.pdf ZYRTEC® cetirizine N.v.t.2 / Een groeiend aantal geneesmiddelen van UCB zijn peptiden of eiwitten, die als van nature voorkomende stoffen waarschijnlijk geen milieurisico's met zich meebrengen. Volgens de EMA-richtlijnen breken deze stoffen snel af in het menselijk lichaam en in de natuur, waardoor hun impact op het milieu minimaal is. Daarentegen zijn de potentiële waterverontreinigende stoffen binnen het toepassingsgebied van UCB de API's die niet van nature voorkomen. De potentiële impact hiervan hangt af van factoren zoals de bestemming in het milieu en de ecotoxiciteit, waaronder bioaccumulatie en chronische aquatische toxiciteit. 1. Gezien hun aard is het onwaarschijnlijk dat vitaminen, elektrolyten, aminozuren, peptiden, eiwitten, koolhydraten en lipiden een significant risico voor het milieu vormen, dus is er geen PEC (Predicted Environmental Concentration) of PNEC (Predicted No-Effect Concentration) berekend. 2. Momenteel nog onvoldoende gegevens beschikbaar. 3. Wennmalm A, Gunnarsson B. Pharmaceutical management through environmental product labeling in Sweden. 2009 Jul;35(5):775-7. doi: 10.1016/j.envint.2008.12.008. Epub 3 feb 2009. PMID: 19193440. Grondslagen voor financiële verslaggeving We volgen de wetenschappelijke richtlijn van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) over de milieurisicobeoordeling van geneesmiddelen voor menselijk gebruik om de risico's van waterverontreiniging door onze geneesmiddelen te bepalen. Het milieurisico wordt beoordeeld aan de hand van de Predicted Environmental Concentration (PEC) en Predicted No- Effect Concentration (PNEC) op basis van OESO-protocollen. Voor geneesmiddelen in het milieu als gevolg van uitscheiding door patiënten bepaalt de verhouding tussen de PEC en de PNEC het risiconiveau voor het milieu, in navolging van wetenschappelijke aanbevelingen3: • PEC/PNEC lager dan 0,1: onbeduidend milieu-risiconiveau • PEC/PNEC tussen 0,1 en 1: laag milieu-risiconiveau • PEC/PNEC tussen 1 en 10: middelmatig milieu-risiconiveau • PEC/PNEC hoger dan 10: hoog milieu-risiconiveau De PEC (Predicted Environmental Concentration, voorspelde concentratie in het milieu), die een schatting geeft van de hoeveelheid farmaceutische stoffen die naar verwachting in het milieu terechtkomt, wordt voor elk geneesmiddel beoordeeld. Deze beoordelingen zijn gebaseerd op conservatieve, worst-case veronderstellingen, waaronder het maximaal verwachte gebruik van geneesmiddelen van UCB en de hoogste potentiële concentratie in water, aangenomen dat geen afbraak optreedt in het menselijk lichaam of tijdens rioolwaterzuivering. De PNEC (Predicted No-Effect Concentration), die staat voor de maximale hoeveelheid farmaceutische stoffen waaronder geen schade aan het milieu wordt verwacht, wordt berekend volgens de richtlijnen van het EMA. Dit wordt bepaald als een tiende van de slechtste ecotoxiciteitswaarde die beschikbaar is voor elk farmaceutisch middel, waarbij ecotoxiciteitsmetingen worden uitgevoerd volgens de OESO-testnormen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 67 Vervuiling vervolg Lekkages 2024 2025 Totaal significante lekkages 0 2 Totaal volume van significante lekkages (liter) 0 10 500 In 2025 werden twee belangrijke milieu-incidenten met lekkages vastgesteld bij UCB-vestigingen. Beide incidenten werden onmiddellijk onder controle gebracht en afgehandeld in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke vereisten en interne procedures. Op de campus van Braine in België deed zich in februari een procesgerelateerde overstroming voor. Het incident werd onmiddellijk onder controle gebracht, beoordeeld en gemeld aan de bevoegde milieuautoriteiten. Er zijn inmiddels corrigerende en preventieve maatregelen genomen om de betrouwbaarheid van de apparatuur te verbeteren en het risico op herhaling te verminderen. Op de locatie Bulle in Zwitserland werd in december een onbedoelde lozing geconstateerd. De lozing werd snel gestopt, intern geëscaleerd en wordt momenteel verder technisch onderzocht. Preventieve verbeteringen, waaronder verbeterde klepregelsystemen, worden ingezet om toekomstige incidenten te voorkomen. Grondslagen voor financiële verslaggeving Een lek is elk accidenteel vrijkomen van een gevaarlijke stof die gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid, het land, de vegetatie, de waterlopen en het grondwater. Significante lekkages worden gerapporteerd door aangifte bij de autoriteiten, zoals wettelijk vereist, ondersteund door rapporten met risicobeperkende maatregelen en de resultaten van de maatregelen. De berekening van de lekindex is gebaseerd op drie criteria: de aard, het volume en de bestemming van een lek (Lekindex = N x V x F). Elke stof krijgt een score, afhankelijk van het belang ervan, waarbij N (Nature, aard) verwijst naar de gevaarlijke aard van de betrokken stof(fen); V (Volume) verwijst naar de omvang van de lozing of het vrijkomen van de stof en F (Fate, bestemming) verwijst naar de mate waarin de stof in het ontvangende milieu terechtkomt. We herkennen een significant lek als de Spill Index de score van 30 overschrijdt. E2-5 Zorgwekkende stoffen Om de rapportage over zorgwekkende stoffen (SoC) te versterken, ontwikkelt UCB een centraal systeem voor chemisch beheer. Dit systeem geeft in eerste instantie prioriteit aan SoC en SVHC die worden gebruikt in interne productieprocessen, waar de volumes en bijbehorende risico's het grootst zijn. Na verloop van tijd zal het toepassingsgebied worden uitgebreid met stoffen die in laboratoria worden gebruikt en met de chemische samenstelling van andere producten in het UCB-portfolio. Dit maakt een uitgebreider toezicht en levenscyclusbeheer mogelijk. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 68 Wateronttrekking, -verbruik en -lozing E3 Gevolgen, risico's en kansen Water Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Wateronttrekking Opschaling van gerecycled afvalwater om wateronttrekking in gebieden met hoge watertekorten te verminderen. Actueel De grote hoeveelheden water die worden onttrokken voor de productie van oplossingen in de productiefabrieken van UCB hebben een impact op de beschikbaarheid van water voor ecosystemen en gemeenschappen. Potentieel De grote hoeveelheden water die worden onttrokken voor de productie van oplossingen in de productiefabrieken van de CMO's van UCB hebben een impact op de beschikbaarheid van water voor ecosystemen en gemeenschappen. Positieve impact Negatieve impact Risico Kans Korte termijn Middellange termijn Lange termijn Upstream Eigen activiteiten Downstream E3 IRO-1 Beoordeling van watergerelateerde risico's Risico's in verband met water en afhankelijkheden zijn geïntegreerd in het risicobeheerproces van UCB. Voortbouwend op de eerdere beoordeling van de risico's en kansen van klimaatverandering voor de waardeketen van UCB, heeft UCB in de TCFD-beoordeling van 2022 zijn analyse in 2025 geactualiseerd met een bredere dekking van locaties en waardeketens, en door een aanvullende beoordeling toe te voegen van impact en afhankelijkheden van de natuur (met behulp van de internationale kaders van de 'Task Force on Climate-related Financial Disclosures' en de 'Taskforce on Nature- related Financial Disclosures', die bedrijven helpen bij het identificeren, beoordelen en openbaar maken van risico's en kansen, impact en afhankelijkheden). Water wordt dus geanalyseerd aan de hand van beide kaders: klimaatgedreven waterstress/droogte (volgens de best practices van het TCFD-kader en de TCFD-methodologie), gemodelleerd aan de hand van SSP-scenario's SSP1-2.6, SSP2-4.5, SSP5-8.5 voor de periode 2030, 2040 en 2050, en natuurafhankelijkheid/impact op zoetwater- en mariene hulpbronnen (volgens de best practices van het TNFD-kader en de TNFD-methodologie), gemodelleerd aan de hand van twee scenario's: een duurzame/gedegradeerde wereld in 2030 en 2050. Watergerelateerde risico's, afhankelijkheden en operationele veerkracht Wat betreft zoetwatertekort of droogte, bevinden zich van de 147 beoordeelde locaties één UCB-locatie en 16% van de beoordeelde locaties in de waardeketen in gebieden die te maken hebben met een groot structureel risico op waterstress. De vestiging van UCB in Braine-l'Alleud in België, waar productie, laboratoria, magazijnen en andere ondersteunende functies zijn ondergebracht, is de belangrijkste vestiging van UCB die hierdoor wordt getroffen. Mitigatiemaatregelen omvatten het behalen van onze doelstelling voor waterbesparing door het implementeren van efficiëntieprojecten, het onderzoeken van mogelijkheden voor lokale waterbeheermaatregelen, het waarborgen van dubbele of alternatieve bronnen, het opstellen van continuïteitsplannen op locatieniveau en het benutten van nauwkeurige inzichten om beslissingen over kapitaaluitgaven en netwerken te onderbouwen. Voor de afhankelijkheid van mariene hulpbronnen zijn bepaalde microbiologische vrijgavetests afhankelijk van uit de zee afkomstige materialen, bijvoorbeeld bloed van de degenkrab. Dit leidt tot blootstelling aan leveringsbeperkingen en discontinuïteitsrisico's, regelgevende en ethische controle, zorgen over biodiversiteit, prijsvolatiliteit en mogelijke testknelpunten als de beschikbaarheid afneemt. UCB gaat geleidelijk over naar alternatieven door niet-dierlijke testmethoden (bijvoorbeeld op recombinatie gebaseerde endotoxinetests) te valideren en te implementeren, wanneer deze wetenschappelijk onderbouwd en aanvaardbaar zijn voor regelgevers. Strategische en financiële veerkracht opbouwen Kwalitatief gezien concentreert het risico zich op een beperkt aantal locaties; de respons richt zich op vermindering van de watervraag, investeringen in veerkracht en diversificatie van de watervoorziening. UCB zal de wateranalyse periodiek actualiseren en integreren in de risicobeheerstrategie en financiële langetermijnplanning van UCB. E3-1 Beleidslijnen Ons milieubeleid omvat algemene principes voor waterbeheer, waarin onze inzet voor waterbehoud, effectieve afvalwaterbehandeling en duurzaam beheer van waterbronnen om de impact op aquatische ecosystemen te minimaliseren, wordt beschreven. Daarnaast worden de risico's van waterschaarste beperkt door minder water te onttrekken, de waterefficiëntie te verbeteren en water te recyclen in productiefabrieken. In het beleid wordt de nadruk gelegd op het verhogen van de efficiëntie en het hergebruik van waterbronnen, met een focus op gebieden met hoge watertekorten. Dit komt overeen met ons doel om wateronttrekking te verminderen waar dit het meest nodig is. In lijn met ons beleid streven we ernaar producten te ontwerpen die minder impact hebben op watergerelateerde problemen en die bijdragen aan het behoud van mariene hulpbronnen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 69 Wateronttrekking, -verbruik en -lozing vervolg E3-2 Acties Onze waterintensiteit voor bioproducten verlagen Voor al onze biologische moleculen berekenen we de waterprocesmassa-intensiteit (water-PMI) met behulp van de maatstaf ontwikkeld door biofarmaceutische industrieën die lid zijn van de American Chemical Society Green Chemistry Institute Pharmaceutical Roundtable. Elk nieuw biologisch geneesmiddel van UCB heeft bij de lancering een streefwaarde voor water-PMI die minstens 20% lager ligt dan het gemiddelde uitgangscijfer (het uitgangscijfer wordt gevormd door het gemiddelde water-PMI van het productieproces voor biologische moleculen op het moment dat de streefwaarde werd vastgesteld), geïntegreerd in onze Green Product Scorecard (meer informatie over de Green Product- scorekaart vindt u in het gedeelte Circulaire economie). Vanaf 2025 behalen drie biologische producten van UCB die momenteel in ontwikkeling zijn al PMI-resultaten met reducties die veel beter zijn dan de PMI-doelstelling voor water, en nieuwe processen voor de productie van andere biologische producten laten een voortdurende vermindering van de waterintensiteit zien. Specifieke maatregelen in gebieden met hoge watertekorten Belangrijke productiefabrieken hebben actieplannen voor de lange termijn om de wateronttrekking te verminderen en risico's in gebieden met watertekorten te verkleinen door water te controleren, te verminderen en te recyclen, waaronder acties zoals het optimaliseren van watermonsters, het automatiseren van koeltorenventilatoren en het verbeteren van de efficiëntie van HVAC-systemen. Zo is er in 2025 een onderzoek naar waterefficiëntie uitgevoerd in enkele gebouwen op de campus van Braine-l'Alleud (België), dat in 2026 zal worden omgezet in een actieplan. In Bulle (Zwitserland) hebben we waterbesparende initiatieven en projecten uitgevoerd in het biofabricagegebouw, waaronder het sluiten van open circuits die worden gebruikt voor monitoring, het optimaliseren van reinigingscycli en processen voor het opstarten van zuiveringsinstallaties voor water, wat heeft geleid tot een besparing van meer dan 4000 m³ per jaar. Onze acties voor waterbehoud hebben voornamelijk betrekking op de campus in Braine-l'Alleud (België), aangezien dit onze enige grote eigen productiefabriek is in een gebied met hoge of extreem hoge watertekorten zoals gedefinieerd door de WRI Aqueduct mapping tool. Andere UCB-locaties in gebieden met een waterrisico zijn beperkt tot kantoren en kleine laboratoria. In 2025 zijn we verder gegaan met het gedetailleerde ontwerp van waterrecyclingsprojecten op de campus in Braine-l'Alleud (België) en de productiefabrieken van Bulle (Zwitserland) met water om de hoeveelheid onttrokken water te verminderen. Deze projecten zullen in fasen worden uitgevoerd, met als doel een volledige implementatie in 2030 en een besparing van 26% ten opzichte van het waterverbruik in 2024 op deze twee locaties. E3-3 Doelstellingen Onze doelstelling voor waterbesparing is een absolute reductie van 15% in 2030 ten opzichte van 2019. Deze vrijwillige doelstelling gaat gepaard met een strikte naleving van de regelgeving op het gebied van water en afvalwater. De productie van biofarmaceutica is een waterintensief proces. Naarmate de pijplijn van UCB zich ontwikkelt, moeten we de productiecapaciteit verhogen om nieuwe productlanceringen te ondersteunen, waaronder verscheidene biofarmaceutische producten, wat een aanzienlijke uitdaging vormt voor onze absolute waterdoelstelling in m³. Dit vormt in absolute cijfers een aanzienlijke uitdaging voor onze waterdoelstelling. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 70 Wateronttrekking, -verbruik en -lozing vervolg E3-4 Maatstaven Water Basisjaar 2019 2024 2025 Verschil (%) Basisjaar Leidingwater (stad) (m3) 554 427 470 472 451 296 -18,6% Grond- en oppervlaktewater (m 3) 65 848 27 134 33 144 -49,7% Totaal water onttrokken (m 3) 620 275 497 606 484 440 -21,9% Totaal water onttrokken in gebieden met een waterrisico, inclusief gebieden met grote watertekorten (m3) 300 091 268 115 287 287 -4,3% Percentage van wateronttrekking in gebieden met watertekorten 48,4% 53,9% 59,3% 22,5% Waterintensiteit (m 3/ m €) 126,2 81,0 62,6 -50,4% Totaal water gerecycled (m 3) — 957 2 124 — De totale wateronttrekking van UCB daalde met 3% ten opzichte van 2024. De afstoting van onze vestiging in Zhuhai in China droeg bij aan deze daling en compenseerde de stijgingen als gevolg van de groei van de activiteiten op andere locaties. Daarnaast werd deze vermindering verder bevorderd door efficiëntieprojecten in onze fabriek in Zwitserland, zoals geoptimaliseerde reinigingscycli en verbeterde waterbemonstering tijdens de productie, en de implementatie van waterrecycling in sanitaire voorzieningen in onze fabriek in Japan. De hoeveelheid onttrokken water in gebieden met een hoog of extreem hoog risico op waterstress is met 4,3% gedaald ten opzichte van ons basisjaar 2019. Het totale aandeel van de wateronttrekking in gebieden met een hoge waterstress is echter toegenomen. Onze campus in Braine-l'Alleud is verantwoordelijk voor ongeveer 80% van het waterverbruik in deze gebieden, en dankzij het industriële waterrecyclingproject dat momenteel op deze locatie wordt ontworpen, kunnen we het verbruik nog verder terugdringen. De inzichten uit dit project zullen worden gebruikt bij de uitrol van soortgelijke initiatieven op andere locaties. Grondslagen voor financiële verslaggeving UCB geeft de voorkeur aan statistieken over wateronttrekking boven waterverbruik, omdat gegevens over wateronttrekking een beter inzicht geven in het totale watergebruik en de afhankelijkheid van waterbronnen, in navolging van het CDP-standpunt. UCB rapporteert over wateronttrekking voor al zijn locaties en definieert dit als het totale volume water dat tijdens de rapportageperiode uit alle bronnen (inclusief oppervlaktewater, grondwater, regenwater en gemeentelijke watervoorziening) binnen de grenzen van de locatie is onttrokken. Meer in het bijzonder rapporteren alle UCB-locaties die groter zijn dan 500 m² hun wateronttrekking op basis van facturen van leveranciers. Als er geen facturen beschikbaar zijn en er geen watermeters kunnen worden geïnstalleerd, wordt het verbruik geschat op basis van locatieactiviteiten, geografische locatie en vierkante meters. Locaties die eigendom zijn van UCB zijn uitgerust met een netwerk van strategisch geplaatste watermeters om de wateronttrekking te controleren, afwijkingen op te sporen en onmiddellijk de hoofdoorzaken van afwijkingen te onderzoeken. De verzamelde gegevens worden maandelijks vergeleken met de ontvangen facturen om de nauwkeurigheid te garanderen. De netto-omzet die wordt gebruikt om de waterintensiteit te berekenen, is hetzelfde omzetcijfer als in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 71 Circulaire economie E5 Gevolgen, risico's en kansen Circulaire economie Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Afval Actueel Weggooien van wegwerphulpmiddelen die nodig zijn voor zelfmedicatie van biofarmaceutische oplossingen. Positieve impact Negatieve impact Risico Kans Korte termijn Middellange termijn Lange termijn Upstream Eigen activiteiten Downstream E5 IRO-1 E5-1 Beoordeling van risico's in verband met de circulaire economie Hulpbronnen, grondstoffen en circulariteit zijn geïntegreerd in het bedrijfsrisicobeheerproces van UCB. UCB heeft parameters gedefinieerd voor de beoordeling van afhankelijkheden/effecten en risico's/kansen, waaronder grondstoffen (volgens de best practices van het kader en de methodologie van de Taskforce on Nature-related Financial Disclosures). We hebben het gemodelleerd op basis van twee scenario's (duurzame wereld versus gedegradeerde wereld) en drie tijdsbestekken (basisjaar, 2030, 2050). We hebben grondstoffen op basis van fossiele brandstoffen (bijv. oplosmiddelen, aardgas), enkele biogrondstoffen (bijv. rubber) en enkele belangrijke strategische grondstoffen (bijv. maïs, hout, palmolie, suiker) toegevoegd. Wereldwijd erkende databases (bijv. NGFS, IEA) hielpen ons bij het modelleren van de ontwikkeling van prijzen en beschikbaarheid. Interne expertise werd gebruikt om gegevens te verzamelen en gerelateerde circulariteitshefbomen in kaart te brengen (bijv. substitutie, gerecycled materiaal, hergebruik). Beide werden gecombineerd om voor elk geanalyseerd item een geschikte methodologie vast te stellen. Onder de huidige reikwijdte en de drempels voor de materialiteit van de risico-impact en waarschijnlijkheid van UCB werden geen risico's, kansen, afhankelijkheden of effecten met betrekking tot grondstoffen als materieel beoordeeld. In de toekomst zullen we deze beoordeling periodiek actualiseren naarmate externe regels, Nature-modellen en databases zich verder ontwikkelen. Beleidslijnen Ons milieubeleid richt zich op praktijken die ernaar streven de duurzame bevoorrading van hulpbronnen te garanderen, de efficiëntie van hulpbronnen te optimaliseren en het toegenomen gebruik van secundaire (gerecyclede) hulpbronnen te onderstrepen. Het beleid omvat maatregelen om afval op verantwoorde wijze te beheren en ervoor te zorgen dat afval op de best beschikbare manier wordt afgevoerd. We bevorderen de circulaire economie door uitgebreide recycling van oplosmiddelen te implementeren, de recyclebaarheid van verpakkingen te verbeteren, het gebruik van hernieuwbare materialen te verhogen en de Green Product-scorekaart (beschreven in het subgedeelte Acties) te gebruiken om de efficiëntie van hulpbronnen voortdurend te optimaliseren. 1. Onze interne LCA-tool is ontwikkeld door ERM International Group – op basis van Ecoinvent 3.6 Database en Process Mass Intensity (PMI) ontwikkeld door ACS GCI PR. 2. De Green Product-scorekaart van UCB is gebaseerd op een gestroomlijnde levenscyclusanalyse, vergezeld van verschillende workshops om interdepartementale expertise samen te brengen met betrekking tot contactpunten zoals productontwikkeling, industrialisatie, verpakking, marketing of strategie. Kansen werden in kaart gebracht, geprioriteerd en gebruikt om een aangepaste routekaart op te stellen voor het verminderen van de ecologische voetafdruk met een bijbehorende doelstelling voor elk geneesmiddel. E5-2 Acties Verbetering van de efficiëntie van hulpbronnen op basis van de Green Product-scorekaart van UCB De Green Product-scorekaart van UCB beoordeelt de milieuprestaties van onze producten bij ontwerp, ontwikkeling en productie, gebaseerd op een levenscyclusanalyse (LCA) van begin tot eind.(LCA). 1 Dit strekt zich uit van de koolstofvoetafdruk en de waterimpact van grondstoffen via productie, distributie en gebruik, tot de verwerking van afval van verpakkingen en hulpmiddelen na gebruik. We beoordelen verschillende segmenten van onze productlevenscyclus om mogelijkheden voor het optimaliseren van hulpbronnen te ontdekken. De Green Product-scorekaart is afgestemd op het kader van de afvalhiërarchie en is opgebouwd rond de volgende hiërarchie: voorkomen van instroom en uitstroom; verminderen van instroom en uitstroom; en gebruikmaken van gerecyclede instroom terwijl de recyclebaarheid van uitstroom wordt verbeterd. Alle kernproducten van UCB vallen onder onze Green Product- scorekaart, die voor elk product aangepaste doelstellingen bevat². Oplosmiddelen verminderen en vervangen Oplosmiddelen zijn de belangrijkste bron voor de productie van kleine moleculen die worden gebruikt als werkzame farmaceutische bestanddelen (API's). Via de Green Product- scorekaart van UCB moet voor elk geneesmiddel een gericht actieplan worden opgesteld op basis van vervanging van oplosmiddelen voor groenere instroom, vermindering, hergebruik en recycling in deze volgorde van prioriteit. Alle actieplannen zijn opgesteld aan de hand van een uitgebreide analyse met behulp van de Process Mass Intensity (PMI)-meting en het Global Warming Potential (GWP - in kilogram CO2e-uitstoot gekoppeld aan het gebruik van grondstoffen voor de productie van 1 kg actieve stof), beide ontwikkeld door het Green Chemistry Institute (GCI) Pharmaceutical Roundtable van de American Chemical Society (ACS). Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 72 Circulaire economie vervolg In 2025 werd vooruitgang geboekt bij het verminderen van de milieu-impact van een API-proces dat momenteel in ontwikkeling is. Een project dat in 2024 op laboratoriumschaal een vermindering van 64% in het gebruik van grondstoffen in drie productiestappen liet zien, wordt nu voorbereid voor industriële implementatie. Dit is een belangrijke stap in een reeks initiatieven die zijn ontworpen om de doelstelling voor het Global Warming Potential van het API-productieproces te bereiken. Om de implementatie te ondersteunen, organiseert UCB workshops tussen verschillende afdelingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van expertise in productontwikkeling, industrialisatie, verpakking en strategische planning. Naast API's gebruikt UCB zijn Formulation Environmental Decision Tool (FEDT) om verschillende samenstellingen en productieprocessen van geneesmiddelen te vergelijken, waarbij het ontwikkelingsteam van geneesmiddelen systematisch naar de meest duurzame opties wordt geleid. E5-3 Minimalisering van verpakkingen en apparaatbronnen en circulariteit De benadering 'green-by-design' van UCB integreert milieuoverwegingen in haalbaarheidsstudies voor alle verpakkingen en die bedoeld zijn voor gebruik door patiënten. Hierbij wordt in een vroeg ontwerpstadium gebruik gemaakt van feedback van een brede groep beoogde gebruikers over de perceptie van duurzaamheid van verpakkingen en apparaten. We werken ook nauw samen met onze partners en organisaties voor contractproductie (CMO's) om ervoor te zorgen dat de criteria voor veiligheid en duurzaam ontwerp worden opgenomen in de oplossingen die zij ontwerpen voor onze geneesmiddelen. Na het herontwerp in 2024 van de verpakking van de voorgevulde spuit CIMZIA® 200 mg voor Japan, hebben we het initiatief uitgebreid naar het herontwerpen van de verpakkingen van de CIMZIA®-spuit en -auto-injector voor Europa en andere landen. Het vernieuwde ontwerp geeft prioriteit aan recyclebaarheid en wordt naar verwachting begin 2027 gelanceerd. Lopende initiatieven ter bevordering van circulariteit van medische hulpmiddelen in de levenscyclus van UCB-geneesmiddelen omvatten onze deelname aan de non-profit Circularity in Primary Pharmaceutical Packaging Accelerator (CiPPPA) in het Verenigd Koninkrijk en returpen™, een baanbrekend programma voor de recycling van medisch afval in Denemarken. We evalueren ook de haalbaarheid van de lancering van een soortgelijk programma in België en we onderzoeken actief pan-Europese synergieën om een uitgebreide end-to-end-strategie voor hetbeheer van afval van medische hulpmiddelen en verpakkingen te bevorderen. Doelstellingen UCB heeft een vrijwillige absolute reductiedoelstelling vastgesteld voor afvalproductie ter plaatse en heeft zich ertoe verbonden om onze afvalproductie tegen 2030 met 18% te verminderen ten opzichte van 2019. UCB heeft doelstellingen vastgesteld om de duurzame inkoop van grondstoffen te vergroten, de efficiëntie van grondstoffen te optimaliseren en het toegenomen gebruik van secundaire (gerecyclede) grondstoffen te stimuleren, die worden geïmplementeerd via het programma Green Product-scorekaart. Doelstellingen van de Green Product-scorekaart om onze productvoetafdruk te verkleinen, omvatten maatstaven over de Process Mass Intensity (PMI) om het gebruik van hulpbronnen te optimaliseren, 'green-by-design'-principes over circulariteit, afvalverwerking en de ecologische voetafdruk van producten. Producten krijgen een algemene score op basis van deze statistieken en elke oplossing van UCB wordt om de drie tot vier jaar opnieuw geëvalueerd om nieuwe verbetermogelijkheden op te nemen. Bovendien omvatten de klimaatdoelstellingen van UCB de fase aan het einde van de levensduur van onze producten, waarbij de afvalverwerking na gebruik wordt aangepakt om de impact op het milieu verder te beperken. E5-5 Maatstaven Afval 2024 2025 Hoeveelheid gevaarlijk afval met andere bestemming en klaargemaakt voor hergebruik — 6 Hoeveelheid gevaarlijk afval met andere bestemming voor recycling 1 475 1 203 Hoeveelheid gevaarlijk afval met andere bestemming voor andere terugwinningsmethoden — — Totale hoeveelheid gevaarlijk afval met andere bestemming 1 475 1 209 Hoeveelheid gevaarlijk afval met andere bestemming en klaargemaakt voor hergebruik — 1 Hoeveelheid niet-gevaarlijk afval met andere bestemming voor recycling 2 431 2 027 Hoeveelheid niet-gevaarlijk afval met andere bestemming voor andere terugwinningsmethoden 294 15 Totale hoeveelheid niet-gevaarlijk afval met andere bestemming 2 725 2 044 Totale hoeveelheid afval met andere bestemming 4 140 3 253 Hoeveelheid gevaarlijk afval die wordt afgevoerd voor verbranding 1 483 1 739 Hoeveelheid gevaarlijk afval die wordt afgevoerd voor stortplaats 1 — Hoeveelheid gevaarlijk afval die wordt afgevoerd voor andere afvalverwijdering 33 18 Totale hoeveelheid gevaarlijk afval die wordt afgevoerd 1 517 1 757 Hoeveelheid niet-gevaarlijk afval die wordt afgevoerd voor verbranding 619 704 Hoeveelheid niet-gevaarlijk afval die wordt afgevoerd voor stortplaats 27 50 Hoeveelheid niet-gevaarlijk afval die wordt afgevoerd voor andere afvalverwijdering — — Totale hoeveelheid niet-gevaarlijk afval die wordt afgevoerd 646 753 Totale hoeveelheid afval die wordt afgevoerd 2 163 2 510 Totale hoeveelheid niet-gerecycled afval 2 457 2 533 Percentage niet-gerecycled afval 39% 44% Totale hoeveelheid gevaarlijk afval 2 932 2 966 Totale hoeveelheid niet-gevaarlijk afval 3 371 2 797 Totale hoeveelheid geproduceerd radioactief afval 0,008 0,007 Totale hoeveelheid geproduceerd afval 6 303 5 763 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 73 Circulaire economie vervolg UCB blijft zich inspannen om de afvalproductie op locatie te minimaliseren en het aandeel afval dat niet wordt gestort te vergroten, door de beste beschikbare opties na te streven, zoals hergebruik en recycling, dat in 2025 56,4% bedroeg. Onze gerapporteerde afvalvolumes zijn met 9,6% gedaald ten opzichte van 2024. Deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan het bredere gebruik van primaire gegevens, ter vervanging van eerdere conservatieve schattingen op basis van worstcasescenario's, en aan de afstoting van de productielocatie in Zhuhai, China. Om de vergelijkbaarheid tussen verschillende jaren te waarborgen, zullen gegevens van vóór 2025 opnieuw worden berekend met onze meest recente methodologie zodra we een formele herberekening van het basisjaar starten. Grondslagen voor financiële verslaggeving De uitstroom van middelen van UCB op locatie bestaat uit de totale hoeveelheid informatie over gevaarlijk en niet-gevaarlijk afval in alle locaties zoals bepaald door de lokale wetgeving op de plaats van productie, die tijdens de rapporteringsperiode door UCB-locaties werd gecreëerd. UCB-locaties rapporteren over afvalinformatie op basis van informatie over afvalbeheer, zoals facturen voor afvalbeheer of afvalbalansen waarmee onze afvalstroom (type afval geassocieerd met het type behandeling) wereldwijd kan worden gevolgd. UCB heeft onlangs de nauwkeurigheid en gedetailleerdheid van haar afvalrapportage verbeterd, waaronder details over afvalcategorieën en bijbehorende verwerkingsmethoden. Dit detailniveau was echter vóór 2023 niet beschikbaar. Als gevolg hiervan is het niet mogelijk om de afvalvoetafdruk met behulp van de nieuwe methodologie met terugwerkende kracht te berekenen, en kunnen er geen vergelijkingen worden gemaakt met de referentie van 2019 voor elke categorie en elk type behandeling. Producten en materialen 2024 2025 Percentage op schaal recyclebare inhoud in producten en verpakkingen van UCB 75% 72% Afvalsamenstelling van afgedankte producten van UCB Karton 23,7% Papier 17,0% Metaal 2,5% Plastic 25,4% Glas 31,4% Grondslagen voor financiële verslaggeving De downstream uitstroom van middelen van UCB bestaat uit de verpakkingsmaterialen en medische hulpmiddelen die betrekking hebben op de geneesmiddelen die tijdens het verslagjaar werden verkocht. Elk verpakt product wordt gedetailleerd beschreven in een Master Bill of Material, waarin alle componenten en de bijbehorende gewichten worden gespecificeerd. Deze gegevens worden gecombineerd met de totale verkoopvolumes voor het verslagjaar om het totale gewicht van de uitstroom te bepalen. De recyclebaarheid op schaal van de uitstromen wordt beoordeeld met behulp van de tool van de Ellen MacArthur Foundation, die speciaal is gemaakt om plastic goederen die in de praktijk en op schaal recyclebaar zijn te onderscheiden van plastic goederen die alleen technisch recyclebaar zijn. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 74 EU Taxonomie Definities De EU Taxonomie (Verordening (EU) 2020/852) stelt een classificatiesysteem vast dat door de Europese Unie wordt gebruikt om de milieuduurzaamheid van specifieke economische activiteiten te beoordelen. Deze beoogt de transitie naar een koolstofarme en hulpbronnenefficiënte economie te ondersteunen door ondernemingen en financiële marktdeelnemers een gemeenschappelijk kader en technische screeningscriteria te bieden. Hoewel de taxonomie bedoeld is om investeringen naar duurzamere activiteiten te leiden, is de praktische toepassing ervan nog in ontwikkeling en blijft de betrokkenheid van investeerders in dit stadium ongelijk. Binnen dit kader wordt een economische activiteit beschouwd als in aanmerking komend voor de taxonomie wanneer deze is beschreven in de gedelegeerde handelingen ter aanvulling van de Taxonomieverordening. Het in aanmerking komen weerspiegelt het toepassingsgebied van de EU Taxonomie, maar zegt op zichzelf niets over de milieuprestaties. Een activiteit wordt beschouwd als afgestemd op de taxonomie wanneer: • deze voldoet aan alle toepasselijke technische screeningcriteria; • deze een substantiële bijdrage levert aan ten minste één van de milieudoelstellingen van de EU; • en deze geen ernstige afbreuk doet (GEAD) aan de anderen; en • deze wordt uitgevoerd in overeenstemming met de minimumgaranties op het gebied van mensenrechten, corruptiebestrijding, eerlijke concurrentie en verantwoordelijke belastingheffing. De zes milieudoelstellingen die in de EU Taxonomie zijn vastgesteld, zijn: klimaatmitigatie, klimaatadaptatie, duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen, de transitie naar een circulaire economie, preventie en bestrijding van verontreiniging, en de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen. Voor de farmaceutische industrie is de preventie en bestrijding van verontreiniging de doelstelling die het meest wordt beïnvloed, en daarom wordt dit beschouwd als een substantiële bijdrage. Activiteiten die niet in de gedelegeerde handelingen worden beschreven, worden beschouwd als niet in aanmerking komend voor de taxonomie. Deze activiteiten vallen buiten het toepassingsgebied van de beoordeling volgens het huidige taxonomiekader. Naarmate het regelgevingsklimaat zich verder ontwikkelt, met name door de Omnibus-wijzigingen, kan ook het bereik van in aanmerking komende en afgestemde activiteiten worden uitgebreid. Onze activiteiten n Niet in aanmerking komend 3% n In aanmerking komend 97% Omzet n Niet in aanmerking komend 3% n In aanmerking komend 97% CapEx n Niet in aanmerking komend 76% n In aanmerking komend 24% OpEx Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 75 EU Taxonomie vervolg Voor de taxonomie in aanmerking komend Tussen 2024 en 2025 hebben we geen wijzigingen aangebracht in onze methodologie. Deze blijft in overeenstemming met die welke in de vorige verslagperiode werd toegepast. We blijven rapporteren onder onze kernactiviteit '1.2 Vervaardiging van geneesmiddelen' voor de KPI's CapEx en OpEx. We hebben de benadering gevolgd dat de enige economische activiteit van de UCB Groep de vervaardiging van geneesmiddelen is. Alle OpEx en CapEx ondersteunen deze economische activiteit waarmee we inkomsten genereren. Onze missie is dan ook om gedifferentieerde geneesmiddelen te produceren die zoveel mogelijk patiënten bereiken. De kern van onze activiteit is oplossingen te bieden aan patiënten door geneesmiddelen voor hen te produceren. Aangezien de wetgeving zich verder heeft ontwikkeld, met vrijwillige toepassing voor de verslaggeving over 2025 en van toepassing op ons volgend jaarverslag, zullen wij in 2026 een grondige herziening van deze methodologie uitvoeren om volledige afstemming op de nieuwe regelgevingsvereisten te waarborgen. Op de taxonomie afgestemd UCB is toegewijd aan het leveren van innovatieve en gedifferentieerde behandelingsopties aan patiënten. Als onderdeel van ons streven naar duurzame prestaties hebben we een uitgebreid onderzoek uitgevoerd om te beoordelen of onze kernactiviteit, de 'Vervaardiging van geneesmiddelen', in overeenstemming is met de technische screeningcriteria (TSC) van de EU Taxonomie. Naast de focus van onze analyse op deze kernactiviteit hebben wij onze beoordeling geconcentreerd op de twee strategische productielocaties van UCB, die samen de ruggengraat vormen van onze industriële capaciteit voor biologische en farmaceutische productie. Deze locaties produceren werkzame farmaceutische bestanddelen (API's), die de producten met de grootste ecologische voetafdruk vormen. Beide locaties doorlopen momenteel actief het taxonomiebeoordelingsproces. Volgens het EU-taxonomiesysteem kunnen geneesmiddelen alleen als duurzaam worden beschouwd als ze aan specifieke criteria voldoen. Daarbij wordt onder meer gecontroleerd of de bestanddelen van nature voorkomen, biologisch afbreekbaar of gemineraliseerd zijn, of aangetoond dat er geen technisch haalbare alternatieve bestanddelen zijn. Het beoordelen van de milieuprestaties van geneesmiddelen vereist een uitgebreide en zeer specifieke gegevensverzameling, met name met betrekking tot de eigenschappen van de bestanddelen. Bovendien vereist de taxonomie verificatie met betrekking tot de aanwezigheid van bepaalde zorgwekkende stoffen en het ontbreken van bruikbare vervangingsmiddelen, wat aanvullend wetenschappelijk, regelgevend en operationeel bewijs vereist. Ondanks de complexiteit van de EU Taxonomie steunt UCB de implementatie van het Taxonomiekader van de EU. We erkennen de waarde van een gemeenschappelijke definitie voor ecologisch duurzame omzet, CapEx en OpEx. In 2025 hebben we ons proces voor het beoordelen van gegevenslacunes voortgezet. In ons geval blijkt uit een gedetailleerde beoordeling dat een aanzienlijk deel van onze API's al voldoet aan de criteria van de EU Taxonomie met betrekking tot milieuvervuiling, hetzij door aangetoonde biologische afbreekbaarheid, hetzij door mineralisatiepotentieel. De andere API's worden nog geëvalueerd, aangezien er aanvullende tests nodig zijn voordat conclusies kunnen worden getrokken. Uit onze analyse is gebleken dat onze producten aan sommige criteria voldoen, maar niet aan alle. Deze 'alles of niets'-benadering resulteert in een afstemming van 0%. We delen de bezorgdheid van de European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations1 en haar leden dat de TSC niet afdoende de duurzame praktijken van de farmaceutische industrie weergeven. Wij zijn van mening dat in de huidige aanpak de unieke kenmerken van geneesmiddelen niet worden erkend en dat milieuverbeteringen die aan deze producten worden aangebracht, niet worden gestimuleerd. UCB zet zich al meer dan 15 jaar in om de ecologische voetafdruk van onze activiteiten en onze geneesmiddelen te verkleinen. Ons beleid, onze acties, doelstellingen en prestaties om onze impact op de planeet te minimaliseren worden gepresenteerd in de 'Duurzaamheidsverklaring'. Hoewel de EU Taxonomie nog niet volledig is afgestemd op de realiteit van onze sector, zal UCB de technische criteria blijven hanteren als leidraad voor het vormgeven van onze langetermijnambities en het ondersteunen van toekomstige milieuverbeteringen. Gezien de complexiteit van de EU Taxonomie is het echter mogelijk dat we ons niet verbinden aan veranderingen die verband houden met het afstemmingsproces als deze niet redelijk zijn of niet aansluiten bij onze strategische doelen. 1. Hoe de EU milieuduurzaamheid van nieuwe geneesmiddelen kan bevorderen Minimumgaranties Ethiek en bedrijfsintegriteit is een prioriteitsgebied voor UCB en we hebben verschillende praktijken die ernaar streven de minimumgaranties te beschermen zoals gedefinieerd in de EU Taxonomie. Tegen 2028 zullen we due diligence-processen beoordelen en harmoniseren om te voldoen aan de richtlijn Corporate Sustainability Due Diligence. Onze inzet voor het respecteren van mensenrechten in onze waardeketen wordt beschreven in het gedeelte 'Werknemers in de waardeketen' en onze praktijken ter bestrijding van omkoping en corruptie worden beschreven in het gedeelte 'Zakelijk gedrag'. UCB zal eventuele wijzigingen in de EU Taxonomie regelgeving blijven volgen en in overweging nemen, samen met de algemene paraatheidsprocedures voor het Jaarverslag van volgend jaar. Economische activiteiten die in aanmerking komen voor de taxonomie Economische activiteiten Beschrijving 1.2 Vervaardiging van geneesmiddelen Productie en verkoop van geneesmiddelen die door de Groep of door een organisatie voor contractproductie (CMO) worden geproduceerd, bedoeld voor patiënten met ziekten in immunologie, neurologie en andere therapeutische gebieden. We beschouwen als in aanmerking komend voor de taxonomie onder activiteit 1.2, de opbrengsten uit geneesmiddelen en OpEx en CapEx die de activa ondersteunen die gebruikt worden voor de productie van de geneesmiddelen. Onze KPI's en waarderingsgrondslagen De kritische prestatie-indicatoren (KPI's) zijn onder andere de omzet KPI, de CapEx KPI en de OpEx KPI. Voor de presentatie van de taxonomie-KPI's gebruiken we de templates in Bijlage II van de Gedelegeerde Handeling Rapportering. Geen van onze activiteiten draagt bij aan meerdere milieudoelstellingen en daarom is uitsplitsing van KPI's niet nodig. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 76 EU Taxonomie vervolg Omzettemplate voor boekjaar 2025 Criteria inzake substantiële bijdrage Criteria “Geen ernstige afbreuk doen aan” (GEAD) Economische activiteiten Code Omzet (€ miljoen) Aandeel omzet, jaar 2025 % Klimaat- mitigatie J; N; niak (a) Klimaat- adaptatie J; N niak (a) Water J; N; niak (a) Verontreiniging J; N; niak (a) Circulaire economie J; N; niak (a) Biodiversiteit J; N; niak (a) Klimaat- mitigatie J/N Klimaat- adaptatie J/N Water J/N Verontreiniging J/N Circulaire economie J/N Biodiversiteit J/N Minimum- garanties J/N Aandeel van op taxonomie afgestemde of ervoor in aanmerking komende omzet, jaar 2024 % Categorie faciliterende activiteit F Categorie transitie- ondersteunende activiteit T A. Voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) Vervaardiging van geneesmiddelen PBV 1.2 - 0% - - - - - - - - - - - - - 0% - - Omzet ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) - 0% - - - - - - - - - - - - - 0% - - A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) iak; niak (b) iak; niak (b) iak; niak (b) iak; niak (b) iak; niak (b) iak; niak (b) Vervaardiging van geneesmiddelen PBV 1.2 7 487 97% niak niak niak iak niak niak - - - - - - - 93% - - Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) 7 487 97% 0% 0% 0% 97% 0% 0% - - - - - - - 93% - - A. Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) 7 487 97% 0% 0% 0% 97% 0% 0% - - - - - - - 93% - - B. Niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten Omzet niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (B) 217 3% Totaal 7 704 100% (a) J Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling. N Neen, is een voor de taxonomie in aanmerking komende maar niet daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling. niak Niet in aanmerking komend, deze activiteit komt niet voor de taxonomie in aanmerking voor de desbetreffende milieudoelstelling. (b) iak Voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling. niak Niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 77 EU Taxonomie vervolg CapEx-template voor boekjaar 2025 Criteria inzake substantiële bijdrage Criteria “Geen ernstige afbreuk doen aan” (GEAD) Economische activiteiten Code CapEx (€ miljoen) Aandeel CapEx, jaar 2025 % Klimaat- mitigatie J; N; niak (a) Klimaat- adaptatie J; N niak (a) Water J; N; niak (a) Verontreiniging J; N; niak (a) Circulaire economie J; N; niak (a) Biodiversiteit J; N Niak (a) Klimaat- mitigatie J/N Klimaat- adaptatie J/N Water J/N Verontreiniging J/N Circulaire economie J/N Biodiversiteit J/N Minimum- garanties J/N Aandeel van op taxonomie afgestemde of ervoor in aanmerking komende CapEx, jaar 2024 % Categorie faciliterende activiteit F Categorie transitie- ondersteunende activiteit T A. Voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) Vervaardiging van geneesmiddelen PBV 1.2 - 0% - - - - - - - - - - - - - 0% - - CapEx ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) - 0% - - - - - - - - - - - - - 0% - - A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) iak; niak (b) iak; niak (b) iak; niak (b) iak; niak (b) iak; niak (b) iak; niak (b) Vervaardiging van geneesmiddelen PBV 1.2 601 97% niak niak niak iak niak niak - - - - - - - 95% - - CapEx voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) 601 97% 0% 0% 0% 97% 0% 0% - - - - - - - 95% - - A. CapEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) 601 97% 0% 0% 0% 97% 0% 0% - - - - - - - 95% - - B. Niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten CapEx van niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (B) 17 3% Totaal 618 100% (a) J Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling. N Neen, is een voor de taxonomie in aanmerking komende maar niet daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling. niak Niet in aanmerking komend, deze activiteit komt niet voor de taxonomie in aanmerking voor de desbetreffende milieudoelstelling. (b) iak Voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling. niak Niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 78 EU Taxonomie vervolg OpEx-template voor boekjaar 2025 Criteria inzake substantiële bijdrage Criteria “Geen ernstige afbreuk doen aan” (GEAD) Aandeel van op taxonomie afgestemde of ervoor in aanmerking komende OpEx, jaar 2024 % Economische activiteiten Code OpEx (€ miljoen) Aandeel OpEx, jaar 2025 % Klimaat- mitigatie J; N; niak (a) Klimaat- adaptatie J; N; niak (a) Water J; N; niak (a) Verontreiniging J; N; niak (a) Circulaire economie J; N; niak (a) Biodiversiteit J; N Niak (a) Klimaat- mitigatie J/N Klimaat- adaptatie J/N Water J/N Verontreiniging J/N Circulaire economie J/N Biodiversiteit J/N Minimum- garanties J/N Categorie faciliterende activiteit F Categorie transitie- ondersteunende activiteit T A. Voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) Vervaardiging van geneesmiddelen PBV 1.2 - 0% - - - - - - - - - - - - - 0% - - OpEx van ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) - 0% - - - - - - - - - - - - - 0% - - A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) iak; niak (b) iak; niak (b) iak; niak (b) iak; niak (b) iak; niak (b) iak; niak (b) Vervaardiging van geneesmiddelen PBV 1.2 120 24% niak niak niak iak niak niak - - - - - - - 23% - - OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) 120 24% 0% 0% 0% 24% 0% 0% - - - - - - - 23% - - A. OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) 120 24% 0% 0% 0% 24% 0% 0% - - - - - - - 23% - - B. Niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten OpEx van niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (B) 387 76% Totaal 507 100% (a) J Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling. N Neen, is een voor de taxonomie in aanmerking komende maar niet daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling. niak Niet in aanmerking komend, deze activiteit komt niet voor de taxonomie in aanmerking voor de desbetreffende milieudoelstelling. (b) iak Voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling. niak Niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 79 EU Taxonomie vervolg UCB NV- Geconsolideerde informatieverschaffing overeenkomstig artikel 8 van de Taxonomieverordening In dit gedeelte presenteren we als niet-financiële moederonderneming het aandeel van onze groepsomzet, kapitaaluitgaven (CapEx) en operationele uitgaven (OpEx) volgens de vereisten van de EU Taxonomie voor de rapporteringsperiode van 2025. Deze houden verband met het in aanmerking komen voor de taxonomie en het afgestemd zijn op de taxonomie van de economische activiteit '1.2 Vervaardiging van geneesmiddelen' met betrekking tot de PBV-milieudoelstelling (Preventie en Bestrijding van Verontreiniging), in overeenstemming met artikel 8 van de Taxonomieverordening. Omzet-KPI In 2024 en in 2025 gebruikten we het bedrag van de opbrengsten volgens IFRS 15 als noemer, dit is de totale netto-omzet zoals weergegeven in Toelichting 7 - Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten . Om de teller te berekenen, bekijken we de netto-omzet vóór afdekking, de contractproductie en de mijlpaalbetalingen die UCB ontvangt met betrekking tot UCB- producten die al op de betrokken markt zijn verkocht. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 80 EU Taxonomie vervolg CapEx-KPI De CapEx-KPI is gedefinieerd als voor de taxonomie in aanmerking komende CapEx (teller) gedeeld door onze totale CapEx (noemer). De totale kapitaaluitgaven bestaan uit verwervingen aan materiële en immateriële vaste activa gedurende het boekjaar, vóór afschrijvingen en waardeaanpassingen, inclusief die als gevolg van herwaarderingen en bijzondere waardeverminderingen, en exclusief veranderingen in de reële waarde. Deze omvat verwervingen van materiële vaste activa (IAS 16), immateriële activa (IAS 38) en gebruiksrechten van activa (IFRS 16). Goodwill is niet opgenomen in CapEx, omdat het niet gedefinieerd is als een immaterieel actief in overeenstemming met IAS 38. Voor meer informatie over onze grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot onze CapEx, zie het Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving (Toelichting 3 Samenvatting van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving). De noemer kan in overeenstemming worden gebracht met de verwervingen die terug te vinden zijn in Toelichting 20 Immateriële activa en Toelichting 22 Materiële vaste activa. De noemer moet ook verwervingen van materiële en immateriële vaste activa omvatten die voortvloeien uit bedrijfscombinaties (zie de toevoegingen in Toelichting 8 Bedrijfscombinaties) maar we hebben er geen voor de boekjaren 2024 en 2025. Om de teller te bepalen, gaan we ervan uit dat activa en processen verband houden met economische activiteiten die in aanmerking komen voor de taxonomie als ze essentiële onderdelen zijn voor het uitvoeren van een economische activiteit. OpEx-KPI EU Taxonomie definieert OpEx anders dan financiële verslaggeving, daarom is OpEx zoals gedefinieerd door de EU Taxonomie niet gelijk zijn aan de totale operationele uitgaven in de jaarrekening. De OpEx-KPI is gedefinieerd als voor de taxonomie in aanmerking komende OpEx (teller) gedeeld door het totaal gedefinieerd als taxonomie-OpEx (noemer). Volgens de EU-taxonomieverordering1 bestaan de totale OpEx uit directe niet-gekapitaliseerde kosten met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling (O&O), renovatiemaatregelen voor gebouwen, korte-termijn leaseovereenkomsten, aangekochte maar niet- gekapitaliseerde fabrieks- en laboratoriumapparatuur en alle vormen van onderhoud en reparatie. Alle andere directe uitgaven die verband houden met het dagelijkse onderhoud van materiële vaste activa door de entiteit of door derden aan wie activiteiten zijn uitbesteed en die nodig zijn om de continue en effectieve werking van het actief te garanderen, moeten ook deel uitmaken van de noemer. In de noemer is slechts rekening gehouden met een klein deel van de O&O-uitgaven, aangezien afschrijvingen en indirecte kosten buiten beschouwing zijn gelaten. Voor afschrijvingen zijn de kosten buiten beschouwing gelaten om een dubbeltelling te voorkomen, aangezien activa die worden afgeschreven in voorgaande jaren al zijn opgenomen in CapEx. Voor de overige O&O uitgaven geldt dat veel van deze uitgaven betrekking hebben op uitgaven die niet direct gerelateerd zijn aan projecten. OpEx voor de rapportage van de EU Taxonomie mag geen overheadkosten, grondstoffen, kosten van werknemers die machines bedienen, kosten voor het beheer van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten en elektriciteit, vloeistoffen of reagentia die nodig zijn om de materiële vaste activa te bedienen, omvatten. Tijdens de klinische en preklinische ontwikkelingsfasen in de biofarmaceutische industrie is er nog steeds behoorlijk wat onzekerheid of deze projecten zullen leiden tot goedkeuring door de regelgevende instanties en dus tot producten die inkomsten zullen genereren. Daarom zijn de O&O-uitgaven die rechtstreeks verband houden met projecten (zoals opgenomen in de noemer) niet beschouwd als OpEx die in aanmerking komen voor de taxonomie (voor de teller) voor de economische activiteit 'Vervaardiging van geneesmiddelen'. De uitgaven voor onderhoud en reparatie zijn bepaald op basis van de onderhouds- en reparatiekosten die zijn toegewezen aan onze interne kostenplaatsen. De gerelateerde kostenposten zijn terug te vinden op verschillende lijnen in onze winst- en verliesrekening, waaronder kostprijs van de omzet (operationeel onderhoud) en algemene en administratiekosten (zoals onderhoud van IT-systemen). Over het algemeen omvatten deze uitgaven kosten voor diensten en materiaal voor dagelijks onderhoud, evenals voor regelmatig en ongepland onderhoud en reparatiemaatregelen. Deze kosten worden direct toegerekend aan de materiële vaste activa. Dit omvat geen uitgaven die verband houden met de dagelijkse werking van de materiële vaste activa, zoals grondstoffen, kosten van medewerkers die de machines bedienen, elektriciteit of vloeistoffen die nodig zijn om de materiële vaste activa te laten werken. Afschrijvingen zijn ook niet opgenomen in de OpEx-KPI. Kosten voor renovatiemaatregelen aan gebouwen en korte-termijn leaseovereenkomsten zijn ook opgenomen in de teller en noemer van de OpEx-KPI. Contextuele informatie UCB voert geen activiteiten uit in de nucleaire of fossiele brandstofsector. Activiteiten in verband met kernenergie 1. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en uitrol van innovatieve installaties voor elektriciteitsopwekking die energie produceren uit nucleaire processen met een minimum aan afval van de splijtstofcyclus. Nee 2. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw en veilige exploitatie van nieuwe nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof, alsook verbetering van de veiligheid daarvan, met gebruikmaking van de beste beschikbare technologieën. Nee 3. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de veilige exploitatie van bestaande nucleaire installaties die elektriciteit of proceswarmte produceren, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof uit kernenergie, alsook verbetering van de veiligheid daarvan. Nee Activiteiten in verband met fossiel gas 4. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw of exploitatie van installaties voor elektriciteitsopwekking die elektriciteit produceren uit fossiele gasvormige brandstoffen. Nee 5. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmte-/koudekrachtkoppeling met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. Nee 6. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmteopwekking die warmte/koude produceren met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. Nee 1. Mededeling van de Commissie over de interpretatie van wettelijke bepalingen van de EU Taxonomie, februari 2022 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 81 Sociale informatie Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 82 Sociale informatie vervolg Overzicht mensenrechtenbeleid Toepassingsgebied van het beleid Alle medewerkers van UCB, inclusief degenen die namens ons werken. De verwachtingen van derden worden gedefinieerd in de Responsible Sourcing Standards for Business Partners van UCB. Verantwoordelijk voor de implementatie De Chief Ethics and Compliance Officer fungeert als de belangrijkste sponsor voor UCB-brede mensenrechtenactiviteiten en rapporteert regelmatig over mensenrechtenkwesties aan de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité van UCB. Internationaal erkende instrumenten In overeenstemming met de International Bill of Human Rights, de Declaration on Fundamental Principles and Rights at Work en het UN Global Compact (waarvan UCB ondertekenaar is). Wij bevestigen ook onze inzet voor de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. Beschikbaarheid Het beleid is beschikbaar op de website van UCB en het intranet. Werknemers worden via een verplichte training over dit beleid geïnformeerd. Beschrijving van de belangrijkste inhoud Het beleid definieert de verbintenis van UCB op het gebied van mensenrechten, rollen, verantwoordelijkheden en de belangrijkste principes die ten grondslag liggen aan beslissingen en activiteiten om mensenrechten te waarborgen en te handhaven. De vastgestelde verbintenissen omvatten risico's in verband met derden (met name arbeidsrechten, milieu-impact, corruptie) en non-discriminatie, non-intimidatie en eerlijke behandeling van UCB- werknemers, het recht op gezondheid en ethische klinische proeven. Hierin wordt ook vastgelegd hoe UCB belangrijke mensenrechtenkwesties in kaart brengt, due diligence uitvoert, in gesprek gaat met rechthebbenden en maatregelen neemt wanneer er negatieve gevolgen optreden. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 83 Eigen personeelsbestand S1 S1 SBM-3 Gevolgen, risico's en kansen Inclusie Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Diversiteit, maatregelen tegen geweld en intimidatie op het werk Potentieel Bevordering van inclusiepraktijken in het personeelsbestand van UCB (bijvoorbeeld gelijke promotie, inclusieve werving) kan leiden tot een toename van de tevredenheid en het welzijn van de werknemers. Actueel Intimidatie en discriminatie, die gemeld moeten worden via de UCB Integrity Line, kunnen van invloed zijn op het welzijn, de productiviteit en het behoud van personeel. Diversiteit Actueel Gebrek aan vertegenwoordiging in het personeelsbestand van UCB op alle niveaus van de organisatie (met inbegrip van het uitvoerend niveau in het bijzonder) kan leiden tot ontmoediging van werknemers, verlies van productiviteit en uiteindelijk Actueel Een gebrek aan gelijke kansen voor loopbaanontwikkeling kan leiden tot ontmoediging van werknemers, productiviteitsverlies en uiteindelijk verloop. Bedrijfsleiders inzetten als facilitators om de principes van inclusie binnen UCB te bevorderen (bijv. diversiteit in klinische proeven, gelijke kansen en gelijke beloning), wat moet leiden tot een betere reputatie, het aantrekken van talent, productiviteit en bredere marktinzichten. Ontwikkeling van werknemers Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Training en ontwikkeling van vaardigheden Het onvermogen om werknemers bij te scholen en te werven met de nieuwe technologische vaardigheden die de industrie nodig heeft (bijvoorbeeld AI, machinaal leren) met de vereiste snelheid van de bedrijfstransformatie kan leiden tot Het bereiken van sociale, ecologische en financiële prestaties kan leiden tot een grotere aantrekkingskracht van het bedrijf op jongere generaties. Gezondheid, veiligheid en welzijn Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Gezondheid en veiligheid Actueel Streven naar hoge normen voor gezondheid, veiligheid en welzijn van werknemers (boven de wettelijke verplichtingen) en ervoor zorgen dat werknemers zich veilig voelen om zich uit te spreken. Actueel Oude/verouderde infrastructuur en apparatuur in de productie en de gevolgen daarvan voor de fysieke veiligheid van werknemers. Actueel Organische oplosmiddelen gebruiken met toxische en kankerverwekkende eigenschappen die rechtstreeks gevolgen hebben voor de werknemer van UCB en hun familie. Actueel Productieactiviteiten met een hoog risico, zoals werken op hoogte, in besloten ruimtes, in explosieve atmosferen, met apparatuur onder druk of in de buurt van bouwactiviteiten, met dodelijke afloop of ernstige verwondingen tot gevolg. Balans tussen werk en privé Actueel Hoge werkdruk en lange werktijden, wat leidt tot beeldschermvermoeidheid, gebrek aan beweging, burn-outs en een afname van de werkefficiëntie. Gezondheid en veiligheid en balans tussen werk en Reputatie- en beleggersrisico van UCB met betrekking tot wereldwijde ambities en doelstellingen/beleid/maatregelen op het gebied van gezondheid, veiligheid en welzijn (HSWB). Positieve impact Negatieve impact Risico Kans Korte termijn Middellange termijn Lange termijn Upstream Eigen activiteiten Downstream Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 84 Eigen personeelsbestand vervolg Inclusie S1-4 S1-1 Beleidslijnen In 2025 bleef UCB de principes van inclusie in de gehele organisatie integreren, zoals uiteengezet in de Gedragscode van UCB, het Mensenrechtenbeleid en ander intern beleid in het hele bedrijf. In 2026 blijven we ons beleid beoordelen en bijwerken zoals nodig om te benadrukken dat we ons blijven inzetten om deze principes op een wettelijk conforme manier te bevorderen, terwijl we discriminatie in ons personeelsbestand en onze toeleveringsketen blijven voorkomen. Op de implementatie van dit beleid wordt toegezien door de Chief Human Resources Officer (lid van het Uitvoerend Comité) en het Global Head of Inclusion. UCB volgt de toepasselijke lokale wetten en voorschriften inzake inclusie op de werkplek en non-discriminatie. Dit omvat ook specifieke lokale richtlijnen op gebieden zoals aanpassingen voor mindervaliden en ouderschapsverlof op elke markt. S1-4 Acties Onze wereldwijde routekaart voor inclusie moet ervoor zorgen dat deze principes in alle aspecten van ons bedrijf worden verweven. Deze initiatieven worden ondersteund door interne pleitbezorgers te voorzien van middelen om het bewustzijn en begrip te vergroten en door ons te blijven inzetten voor inclusieve werving en voor gelijke beloning, zoals mogelijk vereist door de toepasselijke wetgeving. Het netwerk van inclusieve gemeenschappen van UCB staat open voor alle werknemers. Ze bestaan uit negen Local Inclusion Councils, acht resourcegroepen voor werknemers (Employee Resource Groups, ERG) en bondgenoten. Deze gemeenschappen helpen ervoor te zorgen dat de principes van inclusie op lokaal niveau in al onze bedrijfsactiviteiten worden geïntegreerd. Hun activiteiten omvatten het opzetten van mentorprogramma's, het organiseren van gemeenschapsevenementen en het voorlichten van het bredere personeelsbestand over het belang van inclusie. Tijdens de maandelijkse 'ERG Office Hours' vinden er uitwisselingen plaats tussen het Global Inculsion-team, ERG- leiders en een gezamenlijke community, waardoor interactie en het delen van best practices tussen deze groepen wordt aangemoedigd. Deze uitwisselingen dienen als platform om inzichten en feedback van ERG te verkrijgen, zodat eventuele uitdagingen bij het bevorderen van een inclusieve werkomgeving kunnen worden aangepakt. De inzet van UCB voor gelijke kansen en non-discriminatie is ook ingebed in al onze talentprocessen, die worden ondersteund door een uitgebreide portfolio voor onboarding en leren. Onze wervingsprocessen zijn erop gericht te garanderen dat onze interne talentenpool consequent wordt benut voor nieuwe kansen, inclusief het publiceren van alle openstaande vacatures om de transparantie te vergroten. Wervingsmanagers zijn getraind in het bevorderen van gelijke kansen en het beperken van vooroordelen in onze processen voor het aantrekken van talent. Dit geldt ook voor het plaatsen van vacatures, werving, sollicitatiegesprekken en indienstneming. Ontwikkeling van werknemers S1-1 Beleidslijnen Onze wereldwijde talentstrategie moet ervoor zorgen dat gestructureerde interne mobiliteit, professionele ontwikkeling en verwijzingsprogramma's de ontwikkeling van vaardigheden en het delen van expertise aanmoedigen. Via het interne groeicentrum voor werknemers en hun Learning and Talent Partners hebben alle werknemers van UCB toegang tot leerplatforms en cross- functionele vaardigheidsontwikkeling en kunnen ze interne mobiliteits- en leiderschapskansen verkennen. Dit wordt ondersteund door meer investeringen in versnelde leerprogramma's voor leiderschap, meer aandacht voor de ontwikkeling van digitale vaardigheden (bijvoorbeeld AI) en transversale vaardigheden om onze veranderende bedrijfsstrategie te ondersteunen. Er is een proces voor capaciteitsopbouw om ervoor te zorgen dat we voortdurend de huidige en toekomstige vaardigheidstekorten in het personeelsbestand aanpakken. Onze talentstrategie is erop gericht het risico te beperken dat UCB achterop raakt bij de industrienormen op het vlak van technologie en bredere vaardigheden van het personeelsbestand, evenals de kans dat werknemers elders aan de slag gaan als gevolg van ontevredenheid over de vooruitgang van hun persoonlijke ontwikkeling. Dit valt onder het toezicht van de Chief Human Resources Officer, die deel uitmaakt van het Uitvoerend Comité. De ontwikkelingspraktijken van het personeel van UCB zijn in overeenstemming met de lokale regelgeving (bijvoorbeeld de Belgische arbeidswetgeving over het jaarlijkse trainingsplan en individuele trainingsrechten). Acties We ondersteunen de vooruitgang van werknemers via voortdurende persoonlijke ontwikkelingsplannen en toegang tot leer- en mobiliteitsplatforms. Dit wordt ondersteund door een cultuur van levenslang leren binnen UCB. • Om de toegang tot leren te verbreden en beter tegemoet te komen aan de uiteenlopende ontwikkelingsbehoeften van onze medewerkers, hebben we in 2025 de uitrol van wereldwijde leerplatforms versneld, waardoor LinkedIn Learning beschikbaar is voor alle medewerkers die hiervan gebruik willen maken. • Om interne mobiliteit aan te moedigen, hebben we een sterke strategie voor jonge carrières, ondersteund door een interne marktplaats voor mogelijkheden en een carrièresite om carrièremogelijkheden te stimuleren onder bestaande werknemers. Deze hebben ons geholpen om onze interne mobiliteitsdoelstelling voor 2025 ruimschoots te halen. • We hebben actief promotie gemaakt voor UCB's Transversal Learning Portfolio, ons gecentraliseerde aanbod dat is ontworpen om alle medewerkers te helpen bij het opbouwen van cruciale transversale vaardigheden, wat heeft geresulteerd in een aanzienlijke toename van zowel de deelname als het totale bereik. • Bedrijfsbrede 'leadership learning'-programma's hebben als doel leidinggevenden (van lijnmanagers tot senior executives) uit te rusten met de juiste vaardigheden op het gebied van people management en de juiste mentaliteit om een groeicultuur onder hun teams te bevorderen. • In 2025 hebben we ons evaluatieproces voor prestaties en groei herzien, dat in 2026 zal worden geïmplementeerd. De vernieuwde aanpak zorgt voor meer duidelijkheid en transparantie met betrekking tot prestatieverwachtingen en introduceert een nieuwe dimensie, namelijk 'groei van jezelf en anderen', waarbij feedback, leren en ontwikkeling worden benadrukt als integrale onderdelen van prestaties. • Om toptalent op het gebied van onderzoek en ontwikkeling (O&O) aan te trekken, te ontwikkelen en te behouden in een concurrerend farmaceutisch talentlandschap, organiseren we verschillende initiatieven die specifiek gericht zijn op wetenschappers en O&O-professionals. Dit omvat korte jobrotaties om werknemers te helpen hun professionele horizon te verbreden en in contact te komen met andere UCB- teams, interne doctoraatsmogelijkheden om onze topafgestudeerden te ontwikkelen en te behouden, externe PhD-sponsorprogramma's met toonaangevende academische instellingen in het VK en de EU om onze talentenpool voor jonge carrières te versterken en mentorprogramma's met senior leiders. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 85 Eigen personeelsbestand vervolg Gezondheid, veiligheid en welzijn S1-4 S1-1 Beleidslijnen Bij UCB vormen de gezondheid, veiligheid en het welzijn van al onze medewerkers de basis voor onze operationele uitmuntendheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid. We zetten ons in voor het bevorderen van een cultuur waarin iedereen, of het nu gaat om werknemers, opdrachtnemers of bezoekers, zich kan ontplooien in een veilige, gezonde en ondersteunende werkomgeving. Wij zijn ervan overtuigd dat alle letsels voorkomen kunnen worden en we streven er voortdurend naar om alle potentiële gevaren uit te bannen door middel van proactief risicobeheer en de implementatie van toonaangevende programma's. • We ontwerpen, exploiteren en onderhouden onze faciliteiten volgens de industrienormen om schade aan onze mensen en het milieu te voorkomen. • Wij zorgen ervoor dat alle toepasselijke vereisten van de wet- en regelgeving met betrekking tot gezondheid, veiligheid en welzijn worden nageleefd. • We integreren gezondheid, veiligheid, welzijn en productbeheer in onze bedrijfsstrategie, planning en besluitvormingsprocessen. • We stellen duidelijke verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden vast voor prestaties op het gebied van gezondheid, veiligheid en welzijn op elk organisatieniveau. • Wij bieden uitgebreide informatie, instructies, procedures, trainingen en middelen om onze collega's in staat te stellen veilig te werken en bij te dragen aan een cultuur van gezamenlijke waakzaamheid en voortdurende verbetering. • We evalueren en verbeteren onze werkwijzen regelmatig om te zorgen voor voortdurende naleving, risicobeperking en de bevordering van onze doelstellingen op het gebied van gezondheid, veiligheid en welzijn. Het wereldwijde beleid inzake gezondheid, veiligheid en welzijn (HSWB) wordt ondersteund door een reeks wereldwijde operationele procedures die de belangrijkste processen van ISO 45001 regelen; deze laatste worden omgezet in lokale procedures die van toepassing zijn op locatieniveau, rekening houdend met de lokale operationele en regelgevende specifieke kenmerken. Het beleid wordt onderschreven door onze CEO, Chief Human Resources Officer, Executive Vice President, Patient Supply en Head of Health, Safety and Wellbeing. Acties In 2025 lanceerde UCB een uitgebreid, meerjarig veiligheidsprogramma op de campus van Braine-l'Alleud (België), een strategische locatie voor onderzoek, ontwikkeling en productie. Dit initiatief is bedoeld om de robuustheid van ons veiligheidsbeheersysteem te versterken en onze veiligheidsprestaties aanzienlijk te verbeteren. Onze doelstelling voor de middellange termijn is om ISO 45001-certificering voor de campus te behalen, waarmee we onderstrepen dat we ons inzetten voor internationale normen op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk. Een hoeksteen van dit programma is de ontwikkeling van Safety Leadership binnen ons managementteam, te beginnen bij de senior leidinggevenden. Door onze leidinggevenden geavanceerde veiligheidscompetenties bij te brengen, bevorderen we een cultuur van verantwoordelijkheid en proactief risicobeheer in de hele organisatie. Naast dit programma dat specifiek gericht is op de campus van Braine, zijn er in 2025 verschillende belangrijke initiatieven gelanceerd of voortgezet. Ons programma voor het beperken van risico's met een hoge ernstgraad verloopt volgens plan en richt zich op drie prioritaire gebieden: technische beoordeling van fysieke activa, implementatie van operationele normen en verbetering van vaardigheden en competenties. Daarnaast hebben we veiligheidsvereisten voor grote kapitaalprojecten gedefinieerd en gestandaardiseerd, zodat elk nieuw bouwproject voldoet aan onze strenge veiligheidseisen, van ontwerp tot uitvoering tot voltooiing. Om continue verbetering te ondersteunen, hebben we onze rapportagetool voor bijna- ongevallen en gevaarlijke situaties verbeterd en vereenvoudigd. Hierdoor kunnen potentiële risico's tijdig worden geïdentificeerd en opgelost, wat een transparante en responsieve veiligheidscultuur bevordert. Ons programma voor verkeersveiligheid blijft een prioriteit, met bijzondere aandacht voor de Verenigde Staten, waar UCB het grootste wagenpark heeft. Het programma is ook uitgebreid naar alle UCB-medewerkers op vrijwillige basis, waarmee we ons streven naar het welzijn van onze medewerkers zowel op als buiten de werkplek versterken. We zijn verder gegaan met de ontwikkeling van ons programma 'The Essentials', een initiatief dat ervoor moet zorgen dat onze beheersystemen voor gezondheid en veiligheid robuust en doelgericht zijn en effectief bijdragen aan risicobeheersing en de voortdurende verbetering van de prestaties van de organisatie op het gebied van gezondheid, veiligheid en welzijn. Onze productielocatie in Japan (Saitama) heeft met succes haar ISO 45001-certificering vernieuwd, na de succesvolle hercertificering van onze productielocatie in Zwitserland (Bulle) in 2024. We hebben het wereldwijde crisismanagement versterkt door een geharmoniseerd kader te ontwerpen en in te voeren, wereldwijd beleid te ontwikkelen, de infrastructuur te verbeteren met een crisiskamer en een proefproject in Italië te starten om te beginnen met de wereldwijde uitrol. In 2026 liggen de prioriteiten bij het voltooien van de uitrol, het afronden van de documentatie, het operationeel maken van de crisisruimte en het uitbreiden van trainingsprogramma's. Wat het welzijn betreft, hebben we, in overeenstemming met onze luisterstrategie, wereldwijde focusgroepen georganiseerd om de onderliggende oorzaken van uitdagingen op het gebied van geestelijke gezondheid en werkdruk in kaart te brengen. We hebben ook de podcast 'Mental Health Happy Hour' gelanceerd in samenwerking met het Resilience Institute, waarbij we gedurende het jaar vijf afleveringen hebben uitgebracht om het welzijn en de mentale veerkracht van medewerkers te ondersteunen. Ten slotte hebben we op directieniveau een stuurgroep voor gezondheid, veiligheid, welzijn en bedrijfsvoering (HSWB) opgericht om strategisch toezicht en bestuur te bieden voor onze talrijke initiatieven, programma's en projecten op het gebied van HSWB. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 86 Eigen personeelsbestand vervolg Processen voor het betrekken van het S1-2 eigen personeel van UCB In 2025 hebben we ons nog meer toegelegd op luisteren als strategisch middel om inclusie, welzijn, ethische bedrijfsvoering en betrokkenheid te bevorderen. Onze aanpak weerspiegelt de ambitie van UCB om een werkplek te creëren waar elke stem telt en inzichten worden omgezet in zinvolle acties. Door te evolueren van eenmalige enquêtes naar een continu luistermodel, verankeren we dialoog in het hart van onze cultuur en zorgen we ervoor dat signalen worden opgevangen, geanalyseerd en opgevolgd op het juiste niveau binnen de organisatie. We betrekken onze medewerkers en hun vertegenwoordigers bij het bevorderen van vertrouwen, psychologische veiligheid en gedeelde verantwoordelijkheid. Ons doel is ervoor te zorgen dat medewerkers zich gehoord en gesterkt voelen, terwijl leidinggevenden worden toegerust om op een meer gericht niveau te luisteren en actie te ondernemen op basis van inzichten die de inclusie, het welzijn en de betrokkenheid verbeteren. In juli werd één wereldwijde pulse-enquête uitgevoerd, met een focus op inclusie, die 1000 werknemers bereikte en een deelnamegraad van ongeveer 50% kende. De Pulse biedt tijdige inzichten en minimaliseert de enquêtevermoeidheid. Deze enquête vormde een aanvulling op onze wereldwijde werknemersenquête in september. Naast enquêtes hebben we ons kwalitatieve inzicht verdiept door middel van twee grote focusgroepinitiatieven. Ongeveer 200 medewerkers namen aan elk evenement deel en verdiepten zich in cruciale onderwerpen zoals welzijn en gelijke kansen. Deze sessies boden rijke inzichten in praktijkervaringen en hielpen bij het identificeren van systematische en lokale factoren die van invloed zijn op het sentiment van medewerkers. Aanvullende kanalen, waaronder AI-gestuurd social listening op externe platforms, exitgesprekken en informele discussieforums, zorgden ervoor dat feedback via meerdere contactpunten werd verzameld. Luisteren heeft alleen effect als het tot actie leidt. In 2025 hebben we het bestuur en de verantwoordingsplicht versterkt om ervoor te zorgen dat inzichten de basis vormen voor beslissingen en veranderingen stimuleren. Strategisch toezicht wordt uitgeoefend door het Uitvoerend Comité, ondersteund door een Werknemersadviesraad en een speciaal wereldwijd luisterteam. Lokale managers blijven verantwoordelijk voor het aanpakken van teamspecifieke uitdagingen, terwijl structurele problemen worden doorgegeven aan het senior management om te worden opgelost. Het sluiten van de feedbackloop door middel van transparante communicatie blijft een prioriteit, omdat dit het vertrouwen versterkt en aanmoedigt om te blijven deelnemen aan luisterinitiatieven. Herstelkanalen voor het S1-3 eigen personeel van UCB We hebben duidelijke kanalen ingesteld waarlangs werknemers incidenten of zorgen kunnen melden en we zetten ons in om negatieve gevolgen voor ons personeel snel en effectief aan te pakken. Onze onderzoeksprocessen zijn ontworpen om zorgen snel en eerlijk aan te pakken en we bevorderen het vertrouwen door regelmatige training en communicatie, om deze mechanismen onder de aandacht te brengen. Om te zorgen voor voortdurende verbetering werken we voortdurend ons beleid bij, verbeteren we onze trainingsprogramma's en passen we waar nodig nieuwe technologieën toe. Kanalen voor het melden van incidenten Om ervoor te zorgen dat elke stem wordt gehoord en gewaardeerd, zijn er meerdere kanalen voor werknemers om zorgen te uiten of vertrouwelijk feedback te geven. Deze omvatten de UCB Integrity Line (beschikbaar in meer dan 200 talen en toegankelijk voor iedereen die een kwestie wil melden via een online platform of via telefoongesprekken) en degelijke incidenten- en rapporteringssystemen, evenals de stimulering van open gesprekken tussen werknemers, hun managers en aangewezen vertegenwoordigers van het bedrijf. Managers die meldingen ontvangen van hun teamleden moeten deze ook melden bij Ethiek en bedrijfsintegriteit (Ethics and Business Integrity, E&BI). Alle ingediende klachten leiden tot een beoordeling, gevolgd door een vertrouwelijk onderzoek, dat kan leiden tot corrigerende disciplinaire maatregelen. De Chief Ethics and Compliance Officer van UCB is verantwoordelijk voor effectieve processen voor werknemers om hun stem te laten horen en voor een passend onderzoek naar alle meldingen. Het hoofd Global Investigations van UCB volgt en bewaakt de status van de rapporten en onderzoeken. UCB neemt alle meldingen serieus en voert een grondig onderzoek uit. Wanneer meldingen worden ontvangen via de UCB Integrity Line of via E&BI, Talent Partners, Legal of een ander kanaal, ontvangt de melder een ontvangstbevestiging en informatie over hoe statusupdates over de melding kunnen worden verkregen. Mechanismen voor rapportering over gezondheid, veiligheid en welzijn UCB heeft robuuste wereldwijde en lokale procedures ingesteld om te zorgen voor een consistente en tijdige melding, onderzoek, rapportage en communicatie van alle ongewenste voorvallen op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu (HSE). Deze processen zijn bedoeld om de onderliggende oorzaken te achterhalen, corrigerende maatregelen te nemen en functieoverschrijdend leren te bevorderen om herhaling te voorkomen. Het toepassingsgebied van deze procedures strekt zich uit tot alle medewerkers van UCB wereldwijd, inclusief uitzendkrachten, door derden beheerde opdrachtnemers, consultants en bezoekers. Proactief risicobeheer is een hoeksteen van onze veiligheidscultuur. Medewerkers worden aangemoedigd om gevaarlijke situaties actief te signaleren en te melden voordat er incidenten plaatsvinden, zodat de organisatie risico's snel kan aanpakken en de veiligheid op de locatie voortdurend kan verbeteren. UCB volgt de HSE-prestaties aan de hand van vastgestelde KPI's en doelstellingen, waarbij zowel voorlopende als achterblijvende indicatoren worden meegenomen. De maandelijkse resultaten worden samengevoegd in een globaal dashboard dat wordt gedeeld met leidinggevenden, zodat kritieke kwesties tijdig kunnen worden geanalyseerd en geëscaleerd. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 87 Eigen personeelsbestand vervolg Behandeling van klachten UCB heeft uitgebreide mechanismen om klachten of grieven van werknemers snel, eerlijk en transparant te behandelen, waaronder vertrouwelijke Employee Assistance Programs 1 (EAPs) in de meeste landen en een netwerk van vertrouwenspersonen die verantwoordelijk zijn voor het behandelen van grieven en klachten op lokaal niveau. Hierdoor hebben werknemers toegang tot mechanismen voor ondersteuning en oplossing binnen hun regio. S1-5 Anti-vergeldingsbeleid UCB hanteert een strikt anti-vergeldingsbeleid om alle werknemers te beschermen die zorgen uiten of wangedrag melden. Er bestaan vertrouwelijke meldingskanalen voor werknemers om hun bezorgdheid te uiten zonder bang te hoeven zijn dat hun identiteit bekend wordt gemaakt. Dit zijn bijvoorbeeld de UCB Integrity Lineen lokale vertrouwenspersonen of talentvertegenwoordigers. Onze EAP biedt vertrouwelijke ondersteuning en hulpmiddelen voor werknemers die te maken hebben met persoonlijke of werkgerelateerde problemen en biedt een extra laag van bescherming en ondersteuning voor werknemers die misschien aarzelen om problemen te melden uit angst voor vergelding. UCB voert regelmatig training en bewustmakingsprogramma's uit om werknemers te informeren over hun rechten en de bescherming die voor hen beschikbaar is. Hierbij wordt de nadruk gelegd op het belang van het melden van zorgen en ons streven om klokkenluiders te beschermen. Bewustzijn bevorderen en vertrouwen opbouwen We bewaken voortdurend de effectiviteit van de herstelprocessen door middel van prestatie-evaluaties (KPI's), regelmatige audits en beoordelingen om eventuele hiaten of verbeterpunten vast te stellen en ervoor te zorgen dat onze aanpak effectief blijft en tegemoet komt aan de behoeften van ons personeel. Dit wordt ook gemeten via onze jaarlijkse enquête over de beleving van ethiek en bedrijfsintegriteit. De verzamelde feedback helpt ons bij het in kaart brengen van gebieden die voor verbetering vatbaar zijn en zorgt ervoor dat onze communicatie-inspanningen effectief zijn en het vertrouwen van onze werknemers genieten. UCB verzamelt ook feedback van werknemersvertegenwoordigers en comités over de doeltreffendheid van onze rapporteringsprocessen. Doelstellingen In 2025 hebben we de volgende doelstellingen vastgesteld: Indicator Doelstelling 2025 Doelstelling 2026 Gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindex > 81% ≥ 81% Totaal aantal geregistreerde letsels (Total Recordable Injury Rate, TRIR) <2,53 ≤ 2,10 Verzuimongevallenratio (Lost Time Injury Rate, LTIR) <2,17 ≤ 1,70 Inclusie-index 75% 75% Werknemers melden dat ze goede mogelijkheden hebben om te leren en te groeien >70% >70% Deze doelstellingen omvatten alle werknemers van UCB wereldwijd (eigen personeelsbestand, zowel werknemers als niet- werknemers, in het geval van veiligheidsdoelstellingen). Deze doelstellingen werden ontwikkeld op basis van voortdurende feedback van verschillende teams binnen UCB voordat ze werden goedgekeurd en bekrachtigd door het Uitvoerend Comité van UCB. Talent Partners kunnen de prestaties en bijdragen van hun partnerteams bijhouden en beoordelingen uitvoeren om de resultaten te evalueren en te bepalen welke verbeteringen nodig zijn. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 88 Eigen personeelsbestand vervolg Maatstaven S1-6 Grondslagen voor financiële verslaggeving Het aantal werknemers wordt gerapporteerd op basis van het aantal werknemers op 31 december. Dit is het aantal actieve (inclusief vaste en tijdelijke) contractuele reguliere en uitgezonden UCB-werknemers. De volgende groepen werknemers vallen hier niet onder: inactieve werknemers, stagiairs, studenten en leerlingen van derden. De uitsplitsing wordt gegeven voor landen waar UCB een 'aanzienlijk aantal werknemers' heeft. UCB heeft de drempel van aanzienlijk aantal werknemers vastgesteld op 300 werknemers (een lagere drempel dan de ESRS). Tijdelijke werknemers zijn actieve contractuele UCB-werknemers in headcount met een contract van bepaalde duur (tijdelijke periode). UCB heeft geen contracten voor werknemers zonder gegarandeerde uren, dus deze maatstaf is niet van toepassing. Kenmerken van UCB-werknemers Aantal per land en geslacht 2024 2025 Land Man Vrouw Totaal werknemers Man Vrouw Totaal werknemers Europa 3 118 3 123 6 241 3 440 3 419 6 859 België 1 711 1 480 3 191 1 988 1 718 3 706 Duitsland 218 325 543 227 340 567 VK 372 463 835 380 503 883 Zwitserland 426 249 675 466 270 736 Andere Europese landen 391 606 997 379 588 967 Intercontinentaal 716 513 1 229 797 576 1 373 Japan 475 132 607 496 147 643 Andere intercontinentale landen 241 381 622 301 429 730 VS 788 1 120 1 908 775 1 110 1 885 Totaal 4 622 4 756 9 378 5 012 5 105 10 117 2024 2025 Vaste en tijdelijke contracten naar geslacht Man Vrouw Totaal Man Vrouw Totaal Aantal vaste werknemers (aantal) 4 466 4 586 9 052 4 830 4 935 9 765 Aantal tijdelijke werknemers (aantal) 156 170 326 182 170 352 Aantal werknemers met niet-gegarandeerde uren (aantal) N/A N/A N/A N/A N/A N/A Totaal 4 622 4 756 9 378 5 012 5 105 10 117 2024 2025 Vaste en tijdelijke contracten per regio Europa VS Intercontinenta Totaal Europa VS Intercontinenta Totaal Aantal vaste werknemers (aantal) 6 089 1 902 1 061 9 052 6 667 1 878 1 220 9 765 Aantal tijdelijke werknemers (aantal) 152 6 168 326 192 7 153 352 Aantal werknemers met niet- gegarandeerde uren (aantal) N/A N/A N/A N/A N/A N/A N/A N/A Totaal 6 241 1 908 1 229 9 378 6 859 1 885 1 373 10 117 Het totale personeelsbestand van UCB steeg in 2025 met 8%, van 9 378 in 2024 tot 10 117 , wat een bewuste uitbreiding van ons talentbestand weerspiegelt. Deze groei ondersteunt ons vermogen om de wetenschap vooruit te helpen, onze operationele uitmuntendheid te versterken en onze betrokkenheid bij patiënten, partners en gezondheidszorgsystemen wereldwijd te verdiepen. De groei van het personeelsbestand was geografisch breed gespreid, met opmerkelijke stijgingen op verschillende kernlocaties, wat de voortdurende investeringen in strategische markten onderstreept. De groei werd voornamelijk gestimuleerd door ons vaste personeelsbestand, dat groeide van 9 052 tot 9 765 werknemers. Vaste contracten bleven een klein en stabiel deel van het totale personeelsbestand uitmaken, met een stijging van slechts 326 tot 352. Dit evenwicht onderstreept het streven van UCB om langetermijncapaciteiten op te bouwen en tegelijkertijd de werkzekerheid voor onze medewerkers te ondersteunen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 89 Eigen personeelsbestand vervolg Vertrek 2024 2025 Vrijwillig Onvrijwillig Totaal Vrijwillig Onvrijwillig Totaal Europa 259 148 407 199 164 363 Intercontinentaal 120 355 475 91 79 170 VS 131 78 209 130 104 234 Totaal 510 581 1 091 420 347 767 Personeelsverloop 2024 2025 Vrijwillig Onvrijwillig Totaal Vrijwillig Onvrijwillig Totaal Administratief/ondersteunend personeel 4,5% 5,0% 9,5% 3,5% 1,8% 5,3% Directie 3,9% 2,6% 6,5% 3,7% 4,4% 8,1% Managers/professionals 4,8% 3,5% 8,3% 3,2% 2,2% 5,4% Verkoopteam 8,2% 7,4% 15,6% 8,2% 7,7% 15,9% Technisch personeel 4,9% 1,6% 6,5% 3,6% 2,4% 6,0% Totale verloop 5,3% 4,2% 9,5% 4,1% 3,1% 7,2% MDR-M S1-9 Diversiteitsstatistieken Gendervertegenwoordiging op uitvoerend niveau 2024 2025 Man Vrouw Totaal Man Vrouw Totaal Werknemers op topmanagementniveau (aantal) 98 68 166 97 74 171 Werknemers op topmanagementniveau (percentage) 59% 41% 100% 57% 43% 100% Leeftijdsverdeling van werknemers 2024 2025 <30 30-50 >50 <30 30-50 >50 Europa 412 3 839 1 897 491 4 217 2 151 Intercontinentaal 44 945 333 35 986 352 VS 58 1 019 831 55 968 862 Totaal 514 5 803 3 061 581 6 171 3 365 Grondslagen voor financiële verslaggeving Het totale verloop is het percentage van werknemers met een vast contract die vrijwillig en onvrijwillig zijn vertrokken in de laatste 12 maanden op het gemiddeld aantal werknemers met een vast contract in 12 maanden. Grondslagen voor financiële verslaggeving Op basis van de wereldwijde werknemersenquête meet de Inclusie-index de mate waarin werknemers van UCB het gevoel hebben erbij te horen, hun vertrouwen, psychologische veiligheid, integratie van verschillen en inclusiviteit in de besluitvorming. Voor een gewogen gemiddelde wordt gebruikgemaakt van de antwoorden op de enquête over de genoemde drijfveren. De formule is Score Inclusie-index = (Score Erbij horen * 1/3) + (Scores voor vertrouwen en psychologische veiligheid * 1/3) + (Scores voor het integreren van verschillen en voor inclusieve besluitvorming * 1/3). De index maakt gebruik van een gewogen gemiddelde van drie pijlers: Erbij horen, je veilig voelen en volledig deelnemen en je vrij uiten. De pijler 'Je veilig voelen' wordt gevormd door de drijfveren voor inclusie: vertrouwen en psychologische veiligheid. De pijler 'Volledig deelnemen en je vrij uiten' wordt gevormd door de drijfveren voor inclusie: integratie van verschillen en inclusieve besluitvorming. 'Erbij horen' is de zwaarstwegende drijfveer voor inclusie, omdat het een op zichzelf staande pijler is. Overige statistieken 2024 2025 Inclusie-index 70,8% 71,8% In 2025 heeft UCB haar luisterstrategie herzien en verbeterd, waarbij de jaarlijkse werknemersenquête voor alle werknemers opnieuw is ingevoerd. Daarnaast werden wereldwijde focusgroepen ingevoerd om gesignaleerde kansen uit de resultaten van 2024 verder te onderzoeken en diepgaandere inzichten te verkrijgen. Halverwege het jaar werd een pulse- enquête uitgevoerd om de impact van de lopende inspanningen te monitoren. De perceptie van inclusie door medewerkers, gemeten aan de hand van de inclusie-index, is verbeterd ten opzichte van vorig jaar, waardoor we dichter bij onze doelstelling van 75% voor 2027 zijn gekomen. Over het algemeen lieten de meeste factoren die inclusie bevorderen een verbetering zien, namelijk 'erbij horen', 'vertrouwen', 'verschillen integreren' en 'inclusieve besluitvorming'. Psychologische veiligheid bleek echter de enige factor te zijn die achteruitging, wat aangeeft dat hier extra aandacht aan moet worden besteed. Hoewel vooruitgang ons dichter bij onze doelstellingen brengt, is er nog ruimte voor verbetering. De gedetailleerde resultaten van alle initiatieven worden geanalyseerd, gedeeld en besproken met leidinggevende teams en belangrijke belanghebbenden. Tegelijkertijd ontvangt elke teamleider een rapport met de resultaten van het team en worden zij aangemoedigd om deze gezamenlijk te bekijken, afspraken te maken over aandachtsgebieden en actie te ondernemen, daarbij ondersteund door hun respectievelijke Talent Partner. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 90 Eigen personeelsbestand vervolg S1-13 Ontwikkeling van werknemers 2024 2025 Werknemers melden dat ze goede mogelijkheden hebben om te leren en te groeien 68,5% 68,0% 2024 2025 Man Vrouw Man Vrouw % beoordelingsgesprekken 92% 92% 87% 85% % evaluatiegesprekken 81% 84% 85% 88% Gemiddeld aantal 52,8 43,3 58,1 46,7 De perceptie van werknemers dat ze leren en goede carrièremogelijkheden hebben, is essentieel voor een goede werknemerservaring en uiteindelijk voor het behoud van personeel. Het is dus van cruciaal belang dat werknemers het gevoel hebben dat ze leren en groeien. Hoewel we onze doelstelling voor 2025, namelijk dat 70% van de werknemers aangeeft 'goede kansen te hebben om te leren en te groeien bij UCB', niet volledig hebben bereikt, blijven de resultaten bemoedigend en vormen ze een sterke basis voor verdere vooruitgang. In 2026 willen we dit resultaat verder versterken door de tevredenheid van onze medewerkers over ons aanbod op het gebied van leren en ontwikkeling nauwlettend te volgen, onder meer via de NPS (Net Promoter Score) van de beschikbare trainingen. S1-14 Grondslagen voor financiële verslaggeving • Vragen over leren en groeien in de enquêtes over de ervaringen van werknemers bij UCB waren gebaseerd op de antwoorden van werknemers op de volgende vraag: 'Ik heb goede mogelijkheden om te leren en te groeien bij UCB'. De score voor 2025 is gebaseerd op de wereldwijde werknemersenquête van 2025. • Het percentage van de beoordelingsgesprekken is het percentage UCB-werknemers die in aanmerking komen voor het prestatiebeoordelingstraject en die voor de verslagperiode een prestatiebeoordeling hebben ontvangen op het totale aantal UCB-werknemers op 31 december. De gebruikte formule is het aantal werknemers met prestatiebeoordeling in verslagperiode / UCB personeelsbestand 31 december * 100. • Het percentage loopbaanontwikkelingsgesprekken is het percentage UCB-werknemers die in aanmerking komen voor het talentreviewtraject en die voor de verslagperiode een talentbeoordeling hebben ontvangen op het totale aantal UCB-werknemers op 31 december. De gebruikte formule is het aantal werknemers met talentbeoordeling in verslagperiode / UCB personeelsbestand 31 december * 100. Gezondheid, veiligheid en welzijn 2024 2025 % werknemers waarvoor gezondheids- en veiligheidsbeheersystemen gelden 63,7% 66,1% Aantal dodelijke ongevallen 0 0 Totaal aantal geregistreerde werkgerelateerde ongevallen 55 42 Percentage geregistreerde werkgerelateerde ongevallen (TRIR) 2,81 2,21 Totaal aantal verzuimdagen door werkgerelateerd letsel 466 889 Aantal incidenten met werkverlet 2,41 1,85 HSWB-index 64,1% 81,2% In 2025 bereikte de HSWB-index 81,2%, waarmee de doelstelling werd overschreden en een aanzienlijke verbetering werd gerealiseerd ten opzichte van 2024. De componenten 'HSWB- enquête' en 'Werknemersstatistieken' bleven grotendeels stabiel ten opzichte van vorig jaar, terwijl de totale stijging voornamelijk werd veroorzaakt door de component veiligheidsprestaties, zoals weergegeven in de LTIR. Opvallend is dat het aantal arbeidsongevallen op de campus van Braine-l'Alleud (België) met de helft is gedaald ten opzichte van 2024. Het meerjarige veiligheidsprogramma dat in 2025 van start ging, heeft bijgedragen aan deze vooruitgang en onderstreept zowel het strategische belang van veiligheid als de essentiële rol die elk individu speelt bij het voorkomen van ongevallen. Voortbouwend op de vernieuwing van de ISO 45001-certificeringen in Bulle (Zwitserland) en Saitama (Japan), zal de voortgang van de campus in Braine op weg naar certificering de consistentie en robuustheid van ons veiligheidsbeheerkader verder versterken en de betrokkenheid van onze medewerkers vergroten. Hoewel dit niet expliciet in de index tot uiting komt, blijven we ons ook richten op het voorkomen van ernstig letsel en dodelijke ongevallen. We zijn verheugd te kunnen melden dat er in 2025 geen ernstig letsel of dodelijke ongevallen (SIF) hebben plaatsgevonden. We blijven de mogelijke evolutie van de HSWB-index evalueren en overwegen een mogelijke herziening voor 2026-2027 om de manier waarop we de impact meten verder te verbeteren. Met deze evaluatie kunnen we de bijdragen van elk onderdeel opnieuw beoordelen en nagaan of de geselecteerde indicatoren nog steeds geschikt zijn om de prestaties nauwkeurig weer te geven. Grondslagen voor financiële verslaggeving Het percentage geregistreerde werkgerelateerde ongevallen of Total Recordable Injury Rate (TRIR) verwijst naar het aantal geregistreerde ongevallen die zich hebben voorgedaan in de periode van een jaar in verhouding tot het totale aantal gewerkte uren in de periode, per miljoen gewerkte uren. Lost time incident rate (LTIR) verwijst naar het aantal registreerbare ongevallen die ertoe leiden dat een persoon een of meer dagen afwezig is van de werkplek, die zich hebben voorgedaan in de periode van een jaar, in verhouding tot het totale aantal gewerkte uren in de periode, per miljoen gewerkte uren. De statistieken hebben betrekking op het eigen personeelsbestand van UCB, zowel werknemers als niet-werknemers, met uitzondering van de HSWB-index (die alleen betrekking heeft op werknemers). De veiligheid binnen de HSWB-index wordt gemeten aan de hand van een combinatie van maatstaven, waaronder de LTIR, die 30% van de index uitmaakt. De resterende 70% is gebaseerd op onze HSWB-indicator, die resultaten van onze jaarlijkse werknemersenquête combineert met werknemersgegevens, zoals hoeveel mensen promotie krijgen, hoeveel betrokken zijn bij persoonlijke ontwikkelingsplannen of hoeveel toegang hebben tot een hulpprogramma voor werknemers en tot sport. De prestaties worden gemeten over een kalenderjaar, van januari tot december 2025. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 91 Eigen personeelsbestand vervolg S1-16 Bezoldigingsmaatstaven Onaangepaste loonkloof tussen mannen en vrouwen Land 2024 2025 België 1,6% -0,2% Duitsland 9,5% 11,1% Japan 2,9% 2,9% Zwitserland -4,3% -5,8% Verenigd Koninkrijk 12,7% 11,9% Verenigde Staten 8,6% 8,5% UCB-populatie (gewogen gemiddelde) 4,9% 3,4% Onze ambitie op het gebied van gelijke beloning is gebaseerd op onze kernwaarden en culturele basis en garandeert dat beloningen eerlijk zijn in verhouding tot individuele bijdragen en de marktrealiteit. De afgelopen jaren hebben we onze positie op het gebied van gelijke beloning per land gemeten en regelmatig gecontroleerd (rekening houdend met aangepaste beloningsverschillen). We hebben mechanismen en instrumenten geïmplementeerd die ervoor zorgen dat er acties worden ondernomen voor een rechtvaardige beloning, op het moment van werving en stapsgewijs tijdens onze jaarlijkse beloningscycli. Een deel van onze loonkloof tussen mannen en vrouwen kan worden toegeschreven aan het feit dat het bedrijf een groter aandeel vrouwen heeft in functies op instapniveau en een kleiner aandeel in de topfuncties, waar de beloning hoger is. Intern hebben we een methodologie toegepast om de eerlijkheid van individuele salarissen te beoordelen door de werkelijke salarissen te vergelijken met de voorspelde eerlijke salarissen. Deze methodologie houdt rekening met legitieme factoren die van invloed zijn op loonverschillen, zoals functieniveau, anciënniteit en prestaties door de tijd heen. Op basis hiervan kunnen we de gecorrigeerde loonkloof tussen mannen en vrouwen (Gender pay gap, GPG) meten. In de meeste landen met veel werkgelegenheid valt de gecorrigeerde GPG binnen de marge van -/+2%, waaronder de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en Zwitserland. Grondslagen voor financiële verslaggeving De genderloonkloof meet het verschil in gemiddeld loon tussen mannen en vrouwen binnen de organisatie. De maatstaven hebben betrekking op het gemiddelde basissalaris van mannen ten opzichte van het gemiddelde basissalaris van vrouwen (niet-aangepaste loonkloof), uitgedrukt als percentage van het gemiddelde salaris van mannelijke werknemers. De methode die wordt gebruikt om deze maatstaven te berekenen, is (Gemiddeld bruto- uurloon voor mannelijke werknemers - Gemiddeld bruto- uurloon voor vrouwelijke werknemers) / Gemiddeld bruto- uurloon voor mannelijke werknemers) * 100. De loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt gedefinieerd op landenniveau en de loonkloof tussen mannen en vrouwen bij UCB wordt berekend op basis van een populatiegewogen gemiddelde van de loonkloof tussen mannen en vrouwen in elk afzonderlijk land. We rapporteren de informatie voor landen waar we een aanzienlijk aantal werknemers hebben (meer dan 300). Bezoldigingsratio Land 2024 2025 België 15,5 15,8 Duitsland 7,0 3,0 Japan 4,6 4,7 Zwitserland 4,4 4,7 Verenigd Koninkrijk 4,4 5,6 Verenigde Staten 4,1 4,0 Grondslagen voor financiële verslaggeving De maatstaf voor de bezoldigingsratio meet de verhouding tussen de jaarlijkse basisbeloning van de hoogstbetaalde persoon in het land en de mediaan van de jaarlijkse basisbeloning voor alle werknemers in het land, exclusief de hoogstbetaalde persoon. Incidenten, klachten en ernstige gevolgen voor de S1-17 mensenrechten 2024 2025 Aantal klachten ingediend via kanalen voor mensen in het eigen personeelsbestand om zorgen te uiten (mensenrechten) 9 6 Aantal gegronde meldingen van discriminatie 5 9 Bedrag aan boetes, straffen en schadevergoedingen als gevolg van discriminatie-incidenten en klachten over mensenrechten 0 0 Aantal ernstige mensenrechtenkwesties en incidenten met betrekking tot eigen personeel 0 0 Bedrag aan boetes, straffen en schadevergoedingen als gevolg van ernstige incidenten inzake mensenrechten 0 0 Het aantal gegronde meldingen van discriminatie omvat typen zaken van gegronde meldingen van discriminatie en intimidatie. In alle onderbouwde gevallen werden de betrokken werknemers onderzocht en leidden de bewezen gevallen tot disciplinaire maatregelen. Meer informatie over de soorten zaken (behalve discriminatie) die zijn gemeld en de resultaten daarvan is te vinden in het gedeelte Ethische bedrijfspraktijken. Grondslagen voor financiële verslaggeving • In het aantal klachten dat werd ingediend via kanalen voor mensen in het eigen personeelsbestand om zorgen over mensenrechten kenbaar te maken, wordt rekening gehouden met samengevoegde meldingen van alle meldingskanalen van UCB, met inbegrip van meldingen aan de UCB Integrity Line en van andere kanalen, met inbegrip van de afdelingen Ethiek en bedrijfsintegriteit, Talent en Legal, evenals managers en senior leidinggevenden. Deze cijfers zijn exclusief de onderbouwde meldingen van discriminatie. • Onderbouwde rapporten zijn bewezen waar, ondersteund door bewijs. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 92 Werknemers in de waardeketen S2 S2 SBM-3 Gevolgen, risico's en kansen Werknemers in de waardeketen Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Gezondheid en veiligheid, arbeidstijden, kinderarbeid, dwangarbeid, sociale dialoog UCB voldoet niet aan de toekomstige regelgeving inzake due diligence op het gebied van mensenrechten (zie de Corporate Sustainability Due Diligence Directive) die een impact heeft op UCB. Risico op reputatieschade en rechtszaken vanwege schendingen van mensenrechten. Gezondheid en veiligheid Potentieel Het gebruik van chemische stoffen door organisaties voor contractproductie (CMO’s) of andere zakenpartners die gevestigd zijn in regio’s buiten Europa, waar dergelijke stoffen sterk gereguleerd zijn, kan de gezondheid van werknemers op de lange termijn beïnvloeden doordat zij worden blootgesteld aan giftige stoffen of onveilige werkomstandigheden. Positieve impact Negatieve impact Risico Kans Korte termijn Middellange termijn Lange termijn Upstream Eigen activiteiten Downstream We definiëren werknemers in de waardeketen als werknemers die werken voor onze directe leveranciers (Tier-1), d.w.z. onze CMO's en andere zakenpartners, en werknemers in de waardeketen bij de onderleveranciers van directe zakenpartners, zowel upstream als downstream. Voor werknemers van buiten UCB die op UCB- locaties werken, zie het gedeelte Gezondheid, veiligheid en welzijn voor meer informatie over verwante onderwerpen voor gezondheids- en veiligheidsbeheer. We hebben een aantal groepen werknemers in de waardeketen aangewezen die bijzonder kwetsbaar zijn, zoals kinderen, vrouwen of arbeidsmigranten. Mensenrechtenrisico's beoordelen in de S2 IRO-1 waardeketen UCB heeft directe leveranciers in landen met een systemisch risico op kinderarbeid in het algemeen, waaronder landen als Brazilië, India, Mexico en Turkije, en met een risico op mogelijke dwangarbeid in India. Als zodanig is er een effectbeoordeling bijgewerkt om de hotspots met betrekking tot mensenrechten en milieukwesties (d.w.z. grondstoffen, landen en industriesectoren) in onze waardeketen te identificeren. De beoordeling was gebaseerd op een aantal datapunten, waaronder de waardeketenanalyse van UCB, risico-informatie op het EcoVadis-platform en beschikbare gegevens uit het rapport Material Specific Human Rights & Environmental Impact Assessment (2020) van het Pharmaceutical Supply Chain Initiative (PSCI) over risicovolle grondstoffen die worden gebruikt in de farmaceutische industrie, in combinatie met openbaar beschikbare informatiebronnen over waardeketenrisico's, zoals MVO Risico Checker, Fairtrade, de lijst van goederen geproduceerd door kinderarbeid of gedwongen arbeid van het Amerikaanse ministerie van Arbeid, en de database over kinderarbeid van UNICEF. De risico-evaluatie werd uitgevoerd volgens de UN Guiding Principles on Business and Human Rights, rekening houdend met de ernst en waarschijnlijkheid van het risico. We hebben gebieden in kaart gebracht die systematisch te maken kunnen hebben met mogelijke kinderarbeid, dwangarbeid of mensenhandel, en mogelijk getroffen kwetsbare groepen. We hebben ook vastgesteld welke mensenrechten per gebied gevaar lopen, zoals het recht op onderwijs en het recht op eerlijke arbeidsomstandigheden. Op basis van onze beoordeling lopen we het grootste risico om bij te dragen aan of in verband te worden gebracht met arbeids- en mensenrechten, waaronder gezondheids- en veiligheidsrisico's, wanneer we werken met CMO's of gebruikmaken van specifieke grondstoffen met een hoog risico uit landen met systematisch verhoogde risico's, ook al zijn onze aankoopvolumes van dergelijke producten laag. De effectbeoordeling van UCB, gebaseerd op onze analyse van de waardeketen voor de materialen waarop PSCI de aandacht vestigt, stelde een matig systematisch risico vast op kinderarbeid, gedwongen of verplichte arbeid met betrekking tot sommige grondstoffen die hun oorsprong vinden in de landbouw of mijnbouw. Hieronder vallen grondstoffen of producten die palmoliederivaten, suiker of aluminium bevatten. We beseffen dat er een systematisch risico is op kinderarbeid of dwangarbeid in sommige landen die deze grondstoffen in het algemeen leveren, zoals Indonesië, Maleisië, Thailand en India. In de meeste gevallen kopen we deze grondstoffen niet rechtstreeks in en komen ze van buiten onze eerstelijnsleveranciers. We hebben momenteel beperkt zicht op de landen van herkomst van grondstoffen in onze waardeketen buiten de directe Tier 1-leveranciers. In ons streven om de transparantie van de herkomst van dergelijke grondstoffen te verbeteren, hebben we in 2025 een vragenlijst over duurzaamheid van grondstoffen geïntroduceerd bij onze leveranciers en zijn we van plan volgend jaar technologische oplossingen in te voeren om de transparantie in onze waardeketen te verbeteren. Voor de grondstoffen die palmoliederivaten bevatten, hebben we zicht op de leveranciers van UCB die gecertificeerd zijn door de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO). Deze certificering is inclusief criteria voor arbeidsomstandigheden en mensenrechten. Tot nu toe hebben we geen bewijs van kinderarbeid of gedwongen of verplichte arbeid onder werknemers in onze waardeketen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 93 Werknemers in de waardeketen vervolg S2-1 Beleidslijnen Onze verwachtingen inzake hoge ethische werknormen, respect voor mensenrechten en eerlijke behandeling in de activiteiten van onze zakenpartners worden uiteengezet in onze contractmodellen voor leveranciers, evenals in organisatiebrede UCB-beleidslijnen: • Gedragscode • Mensenrechtenbeleid • Responsible Sourcing Standards for Business Partners • Beleid inzake gezondheid, veiligheid en welzijn • Third Party Risk Management Policy • Anti-vergeldingsbeleid In ons Mensenrechtenbeleid verplichten we ons om in gesprek te gaan met houders van rechten, waaronder werknemers in onze waardeketen en individuen in de gemeenschappen waarin we actief zijn. We verwachten van onze zakenpartners dat ze ernaar streven om negatieve gevolgen voor de mensenrechten in alle onderdelen van hun bedrijf te voorkomen, dat ze expliciet de veiligheid en gezondheid van hun werknemers waarborgen, dat ze hun personeel eerlijk en tijdig belonen en dat ze elke vorm van intimidatie of discriminatie afwijzen, en meer in het algemeen dat ze integer handelen tijdens het zakendoen. Daarnaast beschrijven we onze verwachtingen dat zakenpartners de impact van hun activiteiten op het milieu minimaliseren om te voorkomen dat houders van rechten worden geschaad. In de Normen voor verantwoord inkopen voor zakelijke partners van UCB wordt van zakelijke partners verwacht dat zij de richtlijnen van de Verenigde Naties voor bedrijven en mensenrechten en de richtlijnen van de OESO voor multinationale ondernemingen voor verantwoord zakelijk gedrag naleven. Zakelijke partners ondersteunen en respecteren internationaal uitgeroepen mensenrechten en zorgen ervoor dat ze niet medeplichtig zijn aan schendingen van mensenrechten. De Responsible Sourcing Standards voor Business Partners staan onder toezicht van de Chief Procurement Officer. Zowel het Mensenrechtenbeleid als de Responsible Sourcing Standards for Business Partners verbieden expliciet kinderarbeid en elke vorm van moderne slavernij, inclusief dwangarbeid of mensenhandel, door onze zakenpartners. UCB verwacht ook dat zakenpartners deze, of gelijkwaardige normen, toepassen in hun eigen upstreamwaardeketen. Er is ons Beleid inzake gezondheid, veiligheid en welzijn (zie het gedeelte Gezondheid, veiligheid en welzijn) voor werknemers van buiten UCB die werken op UCB-locaties waar ook ter wereld, naast stafleden, werknemers en bezoekers van UCB. In 2025 hebben we het interne beleid voor risicobeheer door derden geïntroduceerd, dat ook milieu-, sociale en governance- risico's omvat en waarin onze toezegging wordt uiteengezet om due diligence uit te voeren in onze waardeketens om materiële risico's en potentiële en daadwerkelijke negatieve effecten te beheren. Daarnaast hebben we een anti-vergeldingsbeleid opgesteld (meer informatie hierover vindt u in het gedeelte Ethische bedrijfsvoering). Onze Modern Slavery Act Statement (VK), Transparency Act (Noorwegen), en Fighting Against Forced Labour and Child Labour in Supply Chains Statement (Canada) zijn openbaar beschikbaar. Betrokkenheid bij werknemers in de S2-2 waardeketen We gaan voortdurend in gesprek met houders van rechten, waaronder leveranciers, werknemers in onze waardeketen en mensen die wonen in de gemeenschappen waarin we actief zijn. Dit doen we door middel van audits bij leveranciers op locatie, EcoVadis-gesprekken en voortdurend contact met zakenpartners. Audits van leveranciers op locatie zijn afgestemd op de protocollen van het Pharmaceutical Supply Chain Initiative (PSCI). Onderdeel van het auditprotocol is het interviewen van medewerkers, waaronder supervisors en werknemers op de werkvloer. De frequentie van het contact hangt af van de auditintervallen van de leverancier, de kriticiteit van de zakenpartner en eerdere auditbevindingen, maar ook van andere criteria (bijvoorbeeld of er eerdere audits van de leverancier door branchegenoten beschikbaar zijn in de gedeelde PSCI- ledendatabase). We beoordelen de effectiviteit van de opdracht door de afsluiting van correctieve actieplannen (CAP's) met betrekking tot de auditbevindingen te monitoren. Het beheren van de betrokkenheid van CMO's is de verantwoordelijkheid van het hoofd van External Manufacturing. We gaan ook de dialoog aan met leveranciers via het EcoVadis- platform. We nodigen onze kritische, strategische en leveranciers met hoge volumes uit om door EcoVadis geëvalueerd te worden op hun duurzaamheidsthema's en, waar nodig, CAP's aan te vragen om hun duurzaamheidsniveau te verbeteren. Betrokkenheid vindt plaats via aangewezen vertegenwoordigers van leveranciers die de EcoVadis-beoordeling uitvoeren en verantwoordelijk zijn voor de vastgestelde verbeterpunten, inclusief die met betrekking tot arbeids- en mensenrechten. De vertegenwoordigers van UCB hebben regelmatig contact met onze belangrijkste zakenpartners om duurzaamheidsthema's te bespreken naast commerciële en kwaliteitsgerelateerde zaken. Door middel van dergelijke interacties moedigen we onze partners aan om duurzame praktijken na te streven met betrekking tot hun eigen werknemers en werknemers in de waardeketen. Herstelkanalen voor werknemers in de S2-3 waardeketen In het geval dat UCB een negatieve impact op de mensenrechten veroorzaakt, zullen we proberen dit te herstellen. Alle werknemers in onze waardeketen kunnen potentiële klachten over mensenrechten melden bij de UCB Integrity Line. Als onderdeel van ons Mensenrechtenbeleid verplichten we ons om een kanaal te bieden voor het melden van klachten en een klachtenmechanisme dat is afgestemd op het UNGP, zodat houders van rechten die negatieve gevolgen ondervinden hun zorgen kenbaar kunnen maken. Alle gegronde gevallen van wangedrag worden doorgegeven aan het management, zodat passende actie kan worden ondernomen en een oplossing kan worden gezocht. Het onderzoeks- en herstelproces volgt de principes die zijn vastgelegd in ons anti-vergeldingsbeleid en onze standaard operationele procedures voor wereldwijde onderzoeken. De fundamentele waarborgen met betrekking tot 'geen vergelding' en vertrouwelijkheid zijn van toepassing op alle kwesties die bij ons worden aangekaart. Zie voor meer informatie het gedeelte Ethische bedrijfsvoering. In onze Responsible Sourcing Standards for Business Partners eisen we van zakenpartners dat ze klachtenmechanismen opzetten die toegankelijk zijn voor interne en externe belanghebbenden om zorgen te melden, zonder vergelding of dreiging met vergelding. Zakenpartners informeren hun werknemers ook dat zij de UCB Integrity Line kunnen gebruiken om klachten te melden over niet-naleving van de normen van UCB. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 94 Werknemers in de waardeketen vervolg S2-4 Acties Een belangrijk initiatief in 2025 was een gerichte duurzaamheidscampagne om geselecteerde leveranciers te betrekken die nog niet voldeden aan bepaalde duurzaamheidsnormen in de beoordeling van EcoVadis of zich nog niet hadden aangesloten bij het Science Based Targets- initiatief (SBTi). Het senior management presenteerde de strategie en duurzaamheidsdoelstellingen van UCB tijdens campagnewebinars, terwijl het inkoopteam nauw samenwerkte met leveranciers om hun vooruitgang te ondersteunen. Om verbeteringsinspanningen verder te ondersteunen, hebben we een uitgebreide Duurzaamheidsgids gepubliceerd. Als gevolg van deze voortdurende campagne zien we een grotere betrokkenheid van leveranciers bij het SBTi en een grotere dekking van EcoVadis binnen ons leveranciersbestand. De verbeterde dekking helpt om werkelijke en potentiële negatieve problemen met betrekking tot werknemers in de waardeketen beter te monitoren en vast te stellen, en om corrigerende maatregelen van ons leveranciersnetwerk te vragen. De gemiddelde EcoVadis-score van onze leveranciers op het gebied van arbeid en mensenrechten is gestegen naar 65,4 (2024: 64), wat boven de gemiddelde score van 52 voor arbeid en mensenrechten van het EcoVadis-netwerk ligt (2024: 50). We hebben onze due diligence-maatregelen versterkt door onze effectbeoordeling van arbeids- en mensenrechtenrisico’s bij te werken. Daarnaast hebben we nieuwe digitale tools en vragenlijsten gelanceerd om de duurzaamheidsprestaties van onze leveranciers te evalueren, waaronder een nieuwe tool voor het monitoren van controverses met betrekking tot onze zakelijke partners met een bredere reikwijdte dan voorheen. We hebben onze interne richtlijnen herzien en trainingen gegeven over hoe duurzaamheidscriteria worden beoordeeld tijdens het selectieproces van leveranciers en periodieke risicobeoordelingen. Daarnaast hebben we de duurzaamheidsgerelateerde contractclausules in het sjabloon van de Master Service Agreement van UCB bijgewerkt om de duurzaamheidsprestaties van onze leveranciers te stimuleren. We hebben samen met leveranciers voorbereidingen getroffen om te voldoen aan de verordening van de Europese Unie inzake ontbossingsvrije producten (EU) 2023/1115, die ook mensenrechtenvereisten omvat. De toepassing van de verordening is uitgesteld tot 2026. We hebben onze toeleveranciers ondersteund bij het vergroten van hun kennis over mensenrechten door hen toegang te geven tot trainingsprogramma's zoals de EcoVadis Academy, webinarseries voor capaciteitsopbouw van het Responsible Health Initiative over mensenrechten, en leveranciergerichte on-demand Learnster-cursussen van het Pharmaceutical Supply Chain Initiative. In 2025 breidde UCB de audits ter plaatse uit naar onderwerpen op het gebied van arbeid, mensenrechten en ethiek, naast gezondheid en veiligheid, milieu en governance- en managementsystemen, indien relevant voor de geauditeerde leverancier. We hebben ons auditprogramma ook uitgebreid, zodat het naast CMO's ook andere zakenpartners omvat. We hebben in 2025 in totaal zes audits uitgevoerd (zes in 2024), waarvan vijf volledige audits waren. Tijdens een audit ter plaatse bij een CMO werd een cruciale bevinding met betrekking tot disciplinaire maatregelen vastgesteld. Er zijn corrigerende maatregelen genomen en deze worden actief opgevolgd. Als tijdens een audit ter plaatse een kritieke bevinding aan de orde wordt gesteld, zullen interne UCB-experts de situatie beoordelen en escaleren voor follow-upactie in de risicobeheerinstrumenten van UCB voor mitigerende maatregelen. Als lid van het Pharmaceutical Supply Chain Initiative (PSCI) hebben we toegang tot auditrapporten met betrekking tot sommige van onze zakenpartners die zijn uitgevoerd door andere PSCI-leden, waardoor we hun prestaties indirect kunnen beoordelen. Intern hebben we de capaciteit op het gebied van mensenrechten in onze inkoopteams versterkt en een online cursus 'Human Rights Due Diligence and Procurement' aangeboden aan nieuwe inkoopcollega's en het External Manufacturing-team betrokken bij inkoopactiviteiten. Dit om hun vaardigheden op het gebied van mensenrechtenbeheer in de waardeketen te vergroten. S2-5 Doelstellingen We streven ernaar om onze kritische, strategische leveranciers met hoge volumes in ons wereldwijde leveranciersnetwerk te betrekken via het EcoVadis-platform. Indicator Doelstelling 2025 Doelstelling 2026 Externe uitgaven voor leveranciers met een geldige EcoVadis-score 70% 75% Hernieuwde beoordeling van leveranciers om hun EcoVadis-score op het gebied van arbeids- en mensenrechten te verbeteren 50% 50% In 2026 willen we het aandeel van externe uitgaven voor leveranciers met een geldige EcoVadis-score verhogen tot 75% en streven we ernaar dat ten minste 50% van de opnieuw beoordeelde leveranciers hun EcoVadis-score op het gebied van arbeid en mensenrechten verbeteren. Deze doelstellingen zijn gedefinieerd in samenwerking met de belangrijkste interne belanghebbenden die betrokken zijn bij het beheer van leveranciersrelaties, waaronder ons External Manufacturing-team dat CMO's beheert. Verbetering in deze scores is naar schatting gecorreleerd met het feit dat onze toeleveranciers hun negatieve impact op werknemers in de waardeketen verminderen en mogelijk hun positieve impact op werknemers in de waardeketen vergroten. Werknemers in de waardeketen, hun legitieme vertegenwoordigers of betrouwbare gevolmachtigden zijn niet rechtstreeks betrokken bij het vaststellen van de doelen. UCB zal methoden onderzoeken om hen in de toekomst te betrekken bij het stellen van doelen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 95 Werknemers in de waardeketen vervolg MDR-M Grondslagen voor financiële verslaggeving • Het bereik van de doelen en maatstaven omvat het wereldwijde leveranciersnetwerk en het referentiejaar is het jaar van de vorige EcoVadis-beoordeling. De verslagperiode is het kalenderjaar 2025. • Uitgaven van leveranciers met een geldige score in EcoVadis worden gedeeld door de leveranciersgerelateerde uitgaven van UCB om de dekking van de uitgaven te berekenen. • De EcoVadis-score voor arbeids- en mensenrechten beoordeelt de prestaties van toeleveranciers op materiële onderwerpen, waaronder arbeidsomstandigheden (zoals gezondheid en veiligheid, werktijden, sociale dialoog) en andere werkgerelateerde onderwerpen (zoals kinder- en dwangarbeid). • Het percentage leveranciers dat hun EcoVadis-score voor arbeids- en mensenrechten in de rapportageperiode heeft verbeterd ten opzichte van hun vorige beoordeling, is direct beschikbaar op het EcoVadis-platform. De doeltreffendheid wordt geëvalueerd door de score van het leveranciersnetwerk van UCB op het gebied van arbeids- en mensenrechten te vergelijken met de algemene score van het EcoVadis-netwerk op het gebied van arbeids- en mensenrechten. Maatstaven 2024 2025 % van uitgaven gedekt door EcoVadis beoordeelde leveranciers 69% 73% % leveranciers die hun EcoVadis-score voor arbeid en mensenrechten hebben verbeterd 45% 63% In 2025 was 73% van de inkoopuitgaven van UCB gedekt door een geldige EcoVadis-score. De doelstelling van 70% werd overschreden en er was verbetering ten opzichte van ons niveau voor 2024 (69%). We zullen onze inspanningen voortzetten om onze leveranciers actief aan te moedigen om de EcoVadis- beoordeling uit te voeren en een minimumscore van ten minste 45 te behalen. In 2025 verbeterde 63% van de leveranciers van UCB hun score op het gebied van arbeids- en mensenrechten (2024: 45%), vergeleken met de vorige beoordeling, die boven de doelstelling van 50% lag. We streven ernaar om dit resultaat in 2026 te behouden door toeleveranciers aan te moedigen om de voorgestelde corrigerende actieplannen (CAP's) met betrekking tot arbeids- en mensenrechten uit te voeren en door middelen voor capaciteitsopbouw beschikbaar te stellen via PSCI, EcoVadis en het Responsible Health Initiative. De verbetering van EcoVadis- scores en vooruitgang bij het afsluiten van CAP's is hoe de prestaties worden afgezet tegen de doelstellingen. In 2025 werden er geen meldingen via de Integrity Line van UCB ingediend met betrekking tot werknemers in de waardeketen die door een niet-werknemer werden gemeld (in 2024 werd één geval gemeld, dat ongegrond bleek te zijn). Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 96 Patiënten vervolg Patiënten S4 S4 SBM-3 Gevolgen, risico's en kansen Wetenschappelijke innovatie Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Wetenschappelijke innovatie Actueel Gevestigde expertise en baanbrekend onderzoek en innovatie die de levenskwaliteit van patiënten blijven verbeteren. Potentieel Gebruik van technologische oplossingen zoals AI die het ontdekken en ontwikkelen van medicijnen versnellen. Risico van uitval van O&O in verband met innovatie. Patiënten bereiken via oplossingen die tegemoetkomen aan hun onvervulde behoeften. Gelijke toegang tot geneesmiddelen Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Gelijke toegang tot geneesmiddelen Actueel Opschalen van modellen voor gezondheidsgelijkheid in India en Rwanda. Potentieel De toegang tot de oplossingen van UCB vergroten via lokale partnerschappen voor gezondheidsgelijkheid met publieke, private en niet-statelijke partijen in geselecteerde regio's. Potentieel De toegang uitbreiden door de verschillende bedrijfsmodellen in alle regio's van UCB te ontwikkelen. Actueel Lanceringsequentiestrategieën (ook bekend als 'internationale referentieprijsstrategieën') die de lancering van nieuwe oplossingen uitstellen in landen die potentieel lagere prijzen kunnen veroorzaken. Gebrek aan een gemeenschappelijke definitie van de waarde van farmaceutische oplossingen voor de samenleving (er worden vaak verschillende aannames en inputs gebruikt), wat leidt tot verschillen in dekking en druk (inclusief regelgeving) om de richtprijzen te verlagen. Externe krachten (bijvoorbeeld markttoelating, negatieve Health Technology Assessments (HTA), dekking door betaler) en interne krachten (bijvoorbeeld gebrek aan focus/gebrek aan interne afstemming) vertragen de lancering en in sommige gevallen de commercialisering van oplossingen van UCB. De wereldwijde prijsstelling en markttoegang zijn zeer complex en onderhevig aan voortdurende economische, politieke en sociale druk, wat aanzienlijke onzekerheid creëert voor onze wereldwijde prijsstrategie. Het ontwikkelen van de verschillende bedrijfsmodellen in alle regio's en activiteiten van UCB (met inbegrip van het verstrekken van vrijwillige licenties aan instellingen en partners in landen met een laag of middeninkomen). Diversiteit in klinische proeven Potentieel Gebrek aan implementatie van diversiteit in klinisch onderzoek als gevolg van onvoldoende vertegenwoordiging van relevante patiëntengroepen om klinische kennis te bevorderen, wat leidt tot geneesmiddelen die ongeschikt zijn voor de behoeften van verschillende patiëntenpopulaties. Gebrek aan aandacht voor diversiteit in klinische onderzoeken kan leiden tot reputatieschade en het risico dat de regelgeving niet wordt nageleefd. Positieve impact Negatieve impact Risico Kans Korte termijn Middellange termijn Lange termijn Upstream Eigen activiteiten Downstream Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 97 Patiënten vervolg Patiëntveiligheid Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Gezondheid en veiligheid Actueel Onverwachte gebeurtenissen die van invloed zijn op de baten-risicoverhouding van klinische proeven. Het niet-handhaven van patiëntveiligheid, inclusief naleving van de opleidingseisen op het gebied van veiligheidsrapportage, kan leiden tot reputatieschade, boetes van regelgevende instanties, verlies van marktaandeel, wat de winstgevendheid en aandeelhouderswaarde van het bedrijf en de gezondheid van de patiënt kan aantasten. Productkwaliteit Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Gezondheid en veiligheid Actueel Patiënten beschermen met meer dan alleen naleving van de regels door consistente resultaten van hoge kwaliteit te leveren. Dit omvat het proactief overtreffen van kwaliteitsnormen, het voorkomen van namaak en het handhaven van een betrouwbare productlevering om met vertrouwen en integriteit aan de behoeften van patiënten te voldoen. Het niet-handhaven van een hoge productkwaliteit kan leiden tot reputatieschade, boetes van regelgevende instanties, verlies van marktaandeel, wat de winstgevendheid en aandeelhouderswaarde van het bedrijf en de gezondheid van de patiënt kan aantasten. Veerkracht van de gezondheidsstelsels Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Veerkracht van de gezondheidsstelsels Actueel Toegenomen medische en wetenschappelijke kennis van zorgprofessionals in gebieden met een laag of middeninkomen. Potentieel UCB zou rechtstreeks gezondheidszorgsystemen kunnen versterken (bijvoorbeeld door informatie te verstrekken, bij te dragen tot een snellere diagnose, de duurzaamheid op lange termijn van de distributiekanalen te verzekeren). Potentieel Meer samenwerking met derden, zoals lokale overheidsinstanties, betalers en collega's, om zorgstelsels te versterken in verschillende regio's. Fragmentatie van het zorgstelsel in het algemeen (d.w.z. gebrek aan holistische benadering in en binnen landen, gebrek aan duidelijke definities en richtlijnen, gefragmenteerde patiëntenpopulaties). Inefficiënties van het gezondheidszorgsysteem die de financiële prestaties van UCB beïnvloeden. Gebrek aan zorgprofessionals beïnvloedt de toegang van patiënten tot oplossingen van UCB en verergert de ongelijkheid. Externe druk, zoals inflatie en economische uitdagingen, die van invloed zijn op investeringsbeslissingen, de keuze van het bedrijfsmodel en de prestaties op lange termijn met betrekking tot de veerkracht van het zorgstelsel. Positieve impact Negatieve impact Risico Kans Korte termijn Middellange termijn Lange termijn Upstream Eigen activiteiten Downstream Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 98 Patiënten vervolg Privacy en gegevensbescherming Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Privacy Potentieel Mogelijke openbaarmaking van gevoelige gezondheidsgegevens van patiënten als gevolg van datalekken of cyberaanvallen, met ernstige gevolgen voor patiënten als de gegevens in handen vallen van onbevoegde personen. UCB-breed risico op datalekken of cyberaanvallen, wat leidt tot reputatieschade, operationele verstoring en gevolgen voor wet- en regelgeving. Nieuwe regelgeving op het gebied van gegevens, privacy, digitalisering, AI en cyberbeveiliging die gevolgen kan hebben voor de activiteiten van UCB en de nalevingskosten kan verhogen. Verantwoorde verkoop en marketing Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Toegang tot kwaliteitsinformatie, verantwoorde marketingpraktijken Potentieel KPI's voor duurzame impact integreren in de verkoop- en marketingteams in alle activiteiten van UCB kan de afstemming bevorderen in de strategische richting van UCB als een bedrijf dat positieve impact bevordert. Reputatierisico's en financiële risico's (rechtszaken) door onethische verkoop- en marketingpraktijken. Betrokkenheid van patiënten Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Vrijheid van meningsuiting, non-discriminatie Actueel Oplossingen leveren die tegemoetkomen aan de behoeften, prioriteiten en voorkeuren van patiënten door van onderzoek tot markt met hen te 'co-creëren', wat leidt tot betere resultaten, toegang en ervaring voor patiënten. Door patiënten niet te betrekken, kan UCB aanzienlijke financiële schade oplopen omdat de resultaten die de oplossing oplevert niet zijn afgestemd op de behoeften, prioriteiten en voorkeuren van patiënten. Consistent en systematisch partnerschappen met patiëntengemeenschappen integreren in de hele waardeketen. Non-discriminatie Verdere toename van consistente en systematische partnerschappen met patiëntengemeenschappen, in de hele waardeketen die leiden tot een op de patiënt afgestemde besluitvorming en co-creatie bij het nastreven van het gemeenschappelijke doel om de resultaten voor patiënten te verbeteren. Positieve impact Negatieve impact Risico Kans Korte termijn Middellange termijn Lange termijn Upstream Eigen activiteiten Downstream Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 99 Patiënten vervolg Wetenschappelijke innovatie S4-1 Beleidslijnen Wetenschappelijke innovatie bij UCB wordt gestuurd door een reeks kaders, besluitvormingsorganen, comités en strategieën. Elk van deze onderdelen heeft specifieke doelstellingen en werkterreinen die de hele O&O-waardeketen bestrijken, onder toezicht van onze Chief Medical Officer en Chief Scientific Officer (die deel uitmaakt van ons Uitvoerend Comité), en bestuurslichamen voor de portefeuille. Wetenschappelijke innovatie in onze pijplijn wordt gekanaliseerd aan de hand van belangrijke beslissingscriteria die op elk beslissingsmoment en in elke onderzoeksfase worden toegepast, zoals strategische geschiktheid en innovatiepotentieel, wetenschappelijke onderbouwing, risico en haalbaarheid (met een uitgebreide beoordeling van biologische, technische en waardecreërende risico's). Een gestructureerd kader wijst middelen doelgericht toe en brengt onze portfolio in balans over verschillende dimensies, variërend van pre-pijplijn en onderzoeksprojecten tot technologieplatforms, ontwikkeling vóór en na de Proof of Concept-fasen, modaliteiten en patiëntenpopulaties. Besluitvormingsorganen op het gebied van O&O houden uitgebreid toezicht op de hele waardeketen en zorgen voor waardegedreven, consistent en op feiten gebaseerd bestuur. Deze organen vergemakkelijken de goedkeuring van nieuwe onderzoeksdoelen, begeleiden de selectie van kandidaten en brengen projecten op gang die moeten leiden tot geneesmiddelen zonder risico. Ze houden ook toezicht op de beoordeling en bekrachtigen de proof-of-concept-criteria, zodat de overgang van kandidaat naar product naadloos verloopt. Dit gestructureerde bestuursproces helpt bij het beheren van de gevolgen, risico's en mogelijkheden van wetenschappelijke innovatie. UCB volgt een benadering voor externe betrokkenheid dat benaderingen en processen schetst om samen te werken met de bredere wetenschappelijke gemeenschap, met inbegrip van wetenschappelijke partnerschappen en sponsoring. Deze aanpak maakt het mogelijk om partnerschappen nauwkeurig te volgen, zorgt voor strategische afstemming op portefeuilleniveau en bevordert consistentie, naleving en transparantie. Ons Mensenrechtenbeleid met betrekking tot het recht op gezondheid en wetenschappelijke innovatie sluit nauw aan bij onze ambitie om te voorzien in onvervulde medische behoeften door middel van gedifferentieerde oplossingen. We hanteren een patiëntgerichte aanpak die prioriteit geeft aan de rechten en behoeften van mensen met ernstige ziekten in onze wetenschappelijke innovatiestrategie. In ons onderzoek wordt dit aangetoond door onze benadering van menselijke pathobiologie, die streeft naar een diepgaand begrip van biologische veranderingen in menselijke ziekten. Daartoe identificeren we de etiologische mechanismen van ziekten, ontwerpen we menselijke functionele modellen om hypotheses te testen en vergroten we ons begrip van de heterogeniteit van patiënten. S4-4 Acties UCB werkt actief samen met patiënten, zorgprofessionals en andere belanghebbenden om inzicht te krijgen in hun zorgen en om hun feedback vanaf de vroegste stadia op te nemen in onze innovatieprocessen. Onze geïntegreerde onderzoeksbenadering zorgt voor een evenwichtige focus op het blootleggen van ziektetrajecten, het begrijpen van de behoeften van patiënten en het benutten van geavanceerde technologieën om innovatieve behandelingen te ontwikkelen. De dimensie 'maatschappelijke behoeften' in onze beoordeling van onvervulde medische behoeften (UMN), die de huidige en toekomstige impact van ziekten op patiënten en de samenleving in kaart brengt, zorgt ervoor dat van onze wetenschappelijke innovatie-inspanningen erkend wordt dat ze zijn gericht op essentiële behoeften en afgestemd zijn op gezondheidsprioriteiten en ziektelast. Dit geeft richting aan onze inspanningen om niet alleen wetenschappelijk betrouwbaar, maar ook maatschappelijk relevant te zijn door bij te dragen aan het verminderen van de wereldwijde ziektelast. Onze strategische partnerschappen vullen onze O&O- inspanningen aan, versterken deze en maximaliseren de impact ervan op patiënten door samenwerking en innovatie te bevorderen. Deze omvatten bilaterale onderzoekssamenwerkingen, gedeelde PhD-beurzen, overeenkomsten voor het in- en uitlicentiëren van activa en deelname aan publiek-private consortia. UCB speelt een leidende rol in publiek-private samenwerkingsverbanden op meerdere niveaus – van lokale betrokkenheid, zoals de S3-strategie voor gentherapie van het Waalse Gewest, tot Europees leiderschap in het PFAS Innovative Health Initiative. Milieuduurzaamheid is vanaf het begin verankerd in onze onderzoeksambities, met initiatieven gericht op het verminderen van verboden stoffen, waaronder het minimaliseren van het gebruik van organische oplosmiddelen. Daarnaast investeert UCB Ventures in startende ondernemingen in de biowetenschappen en technologie door langetermijnfinanciering te verstrekken, met als doel baanbrekende innovaties mogelijk te maken op gebieden die grenzen aan of verder reiken dan de kernactiviteiten van UCB. Tot slot werken we tijdens het ontwikkelingsproces in een vroeg stadium samen met regelgevers en beleidsmakers. We doen dit door middel van directe, onderwerpspecifieke interacties en vertegenwoordiging in consortia die de hele industrie omvatten, om ervoor te zorgen dat onze wetenschappelijke innovaties aan alle noodzakelijke normen voldoen en duurzaamheid op de lange termijn ondersteunen. Gelijke toegang tot geneesmiddelen S4-1 Beleidslijnen We streven ernaar onze geneesmiddelen beschikbaar te maken voor zoveel mogelijk patiënten en werken nauw samen met lokale gezondheidszorgsystemen, betalers en partners om de toegang te verbeteren door middel van aangepaste benaderingen die zowel de waarde van onze geneesmiddelen, de behoeften van mensen met ernstige ziekten als de specifieke kenmerken van individuele zorgstelsels weerspiegelen. Via ons Health Equity Framework integreren we strategieën voor eerlijke toegang, van innovatie tot het bereiken van de patiënt, in combinatie met ons op waarde gebaseerde prijskader en vroegtijdige betrokkenheid van betalers. Het is bedoeld om beter inzicht te krijgen in belemmeringen voor een eerlijke toegang voor patiënten tot de geneesmiddelen die ze nodig hebben, en UCB te begeleiden bij het ontwikkelen van de juiste aanpak om onze toegangsambities waar te maken. We ontwerpen en bouwen onze prijsstrategieën op zoals uiteengezet in ons Global Pricing Governance Policy, dat het besluitvormingsproces beschrijft voor het bepalen van de lanceringsprijs en het herprijzen van producten van UCB. Ons prijskader op basis van waarde is verankerd in de creatie van waarde voor de patiënt in de context van individuele gezondheidszorgsystemen die patiënten gebruiken om toegang te krijgen tot zorg. In deze gestructureerde aanpak worden inzichten van patiënten over hun vermogen om te betalen en toegang te krijgen tot geneesmiddelen (bijvoorbeeld betaalbaarheidscriteria, wachttijden voor behandeling, interacties met zorgverleners) gecombineerd met aanvullende context over het vermogen van lokale zorgstelsels om innovatie te belonen, om de waarde te analyseren die elke UCB-behandeling kan opleveren, waarbij verbeteringen worden gemeten in indicatoren zoals de levenskwaliteit van patiënten en de doeltreffendheid van de behandeling. Het daaruit resulterende prijsmodel erkent verschillen in gezondheidsecosystemen en patiëntbehoeften, en Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 100 Patiënten vervolg wederzijds gedefinieerde prioriteiten in het bereiken van gezondheidsresultaten. Het Uitvoerend Comité beoordeelt regelmatig onze aanpak met betrekking tot de prijsstelling, toegankelijkheid en betaalbaarheid van onze geneesmiddelen. Het is belangrijk op te merken dat onze toegangsprestaties ook afhangen van de prioriteiten van betalers, de duur van de onderhandelingen en de waarde die voor onze oplossingen wordt ervaren. UCB verbindt zich ertoe de zelfregulerende codes van de industrie na te leven, waaronder de EFPIA-praktijkcode inzake relaties tussen de farmaceutische industrie en patiëntenorganisaties. Onze benaderingen voor prijsstelling en vergoeding voldoen ook aan de lokale wet- en regelgeving. S4-4 Acties UCB-teams zijn verantwoordelijk voor het vertalen van wetenschappelijke informatie naar boodschappen waarin de waarde van onze geneesmiddelen wordt uitgelegd. Ze helpen ons om sneller toegang te krijgen tot de markten en ondersteunen de ontwikkeling van onderhandelingsstrategieën. Voorafgaand aan de lancering van een nieuw geneesmiddel wordt een prijsstrategie opgesteld die in lijn is met onze basisprincipes: de gezondheid en waarde voor patiënten verbeteren, innovatie ondersteunen en het juiste doen voor de juiste patiënt, met specifieke aandacht voor het product en de gezondheidszorgsystemen. Bij UCB betekent het respecteren van het recht op gezondheid dat we onze geneesmiddelen zo breed mogelijk beschikbaar maken voor mensen met een onvervulde behoefte. We hebben een aantal programma's voor vroege toegang tot geneesmiddelen van UCB geïntroduceerd en we ondersteunen programma's voor levering aan patiënten op naam (Named Patient Supply, NPS), waar dat mogelijk is. Opkomende alternatieve bedrijfsmodellen, waaronder modellen voor gezondheidsgelijkheid en ondersteuningsprogramma's voor patiënten in de VS, maken deel uit van onze inspanningen om het voor mensen gemakkelijker te maken om toegang te krijgen tot onze geneesmiddelen. Meer details over hoe UCB een innovatief, competitief en op waarde gebaseerd systeem in de VS wil aanmoedigen waarin de patiënt centraal staat, zijn te vinden in ons U.S. Sustainable Access and Pricing Transparency Report. Wat onze benadering op het gebied van gezondheidsgelijkheid betreft, lopen er belangrijke initiatieven om eerlijke toegang te bieden en tekortkomingen in de behandeling in specifieke situaties aan te pakken: • We breiden ons model voor gezondheidsgelijkheid in India uit om de behandeling voor mensen met epilepsie te verbeteren. • Nadat levetiracetam in 2024 werd goedgekeurd en opgenomen in de openbare ziektekostenverzekering van Rwanda, werd de orale oplossing in 2025 geïntroduceerd om behandelingsopties voor pediatrische patiënten te garanderen. • We hebben een end-to-end-benadering van gezondheidsgelijkheid ontwikkeld die begint in de vroege klinische ontwikkelingsfase, wanneer we het potentieel van elke kandidaat evalueren om gelijkheidsbarrières voor achtergestelde bevolkingsgroepen te verminderen of onbedoeld te verergeren. Vervolgens integreren we overwegingen met betrekking tot belemmeringen voor gezondheidsgelijkheid in plannen voor het genereren van bewijs. Voor onze huidige commerciële portefeuille onderzoeken we mogelijkheden voor samenwerkingsverbanden op het gebied van zorgoptimalisatie in de VS voor patiënten met hidradenitis suppurativa, myasthenia gravis, systemische lupus erythematodes en het syndroom van Dravet in stedelijke proof of concept-projecten en voor patiënten met het syndroom van Dravet in geselecteerde Europese landen. We hebben ook een uitgebreid netwerk van distributeurs en partners opgericht om de aanwezigheid van onze producten te verzekeren in markten waar we geen UCB-activiteiten hebben, waaronder landen met een laag of middeninkomen. Patiëntveiligheid S4-1 Beleidslijnen Ons wereldwijde Farmacovigilantiesysteem (geneesmiddelenbewaking) zorgt ervoor dat we informatie over veiligheid bewaken, beoordelen en rapporteren aan regelgevende instanties. Het systeem wordt regelmatig bijgewerkt in overeenstemming met alle farmacovigilantievereisten. Het GPV- team (Global Pharmacovigilance) is verantwoordelijk voor het bewaken, volgen en auditen van statistieken om de naleving van interne standaardoperationeleprocedures en externe regelgeving te beoordelen door middel van regelmatige beoordelingen, audits en inspecties. Het Farmacovigilantiesysteem wordt ondersteund door ander fundamenteel organisatiebreed beleid dat is ontworpen om de gezondheid en veiligheid van patiënten te beschermen, waaronder het Mensenrechtenbeleid, waarin we ons ertoe verbinden geneesmiddelen te leveren volgens de hoogste kwaliteitsnormen en patiënten te beschermen tegen schade. We respecteren de privacyrechten van patiënten, zorgprofessionals en andere belanghebbenden die ons vertrouwen in het zorgvuldig beheren en beschermen van persoonsgegevens en houden dienstverleners aan vergelijkbare hoge privacynormen. We informeren personen over het verzamelen en verwerken van hun persoonsgegevens door middel van ons Privacybeleid voor Farmacovigilantie. We verzamelen en verwerken persoonsgegevens uitsluitend voor specifieke en legitieme zakelijke doeleinden en beveiligen dergelijke gegevens tegen ongeoorloofde toegang en misbruik, zoals verder beschreven in het gedeelte Privacy en beveiliging van gegevens. S4-4 Acties Om de veiligheid van producten van UCB te garanderen en potentiële veiligheidsproblemen op te sporen, verzamelen we voortdurend informatie over bijwerkingen van onze producten (inclusief onverwachte reacties) via voortdurende systeembeoordelingen, audits/inspecties en nalevingscontroles. UCB vergemakkelijkt ook de communicatie en informatie- uitwisseling over patiënt- of productveiligheid tussen professionals in de gezondheidszorg, regelgevende instanties en de farmaceutische industrie. Alle acties met betrekking tot patiëntveiligheid worden ondernomen in overeenstemming met de regelgevende instanties en goedgekeurd door de UCB Benefit Risk Board (BRB). Deze wordt voorgezeten door onze plaatsvervangend Chief Medical Officer, met inbreng van patiëntenvertegenwoordigers, in het geval van een significante impact op het voordeel/risico. De BRB beoordeelt regelmatig alle producten en nieuwe gegevens om ervoor te zorgen dat alle mogelijke veranderingen in risico- batenverhouding van een product worden beoordeeld en op de juiste manier worden meegedeeld aan de gezondheidsautoriteiten. Als er zorgen worden geuit over de veiligheid van een van onze geneesmiddelen, ondernemen we onmiddellijk actie volgens de wettelijke kaders. Aangewezen functies binnen Global Pharmacovigilance (GPV) starten een medische beoordeling, op basis van de GPV-standaardoperationele procedure (SOP) voor geautoriseerde producten en op basis van de Benefit/Risk and Medical Safety SOP's voor geautoriseerde producten en producten die nog niet zijn onderzocht. Daarnaast houdt de Global Pharmacovigilance Quality Council toezicht op de systeemprestaties, audits en inspecties en geeft deze advies over niet-naleving of het risico op tekortkomingen bij de uitvoering van activiteiten op het gebied van geneesmiddelenbewaking of audits en inspecties. Er wordt ook een maandelijks rapport met de teams voor geneesmiddelenbewaking en het hogere GPV-management gedeeld om een actueel overzicht te geven van de naleving en prestaties van kritieke processen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 101 Patiënten vervolg Productkwaliteit S4-4 S4-1 Beleidslijnen UCB werkt volgens duidelijk omschreven beleidslijnen en gedegen procedures die zijn ontworpen om de uitmuntendheid van elk farmaceutisch product dat wij leveren te waarborgen. De kern van dit kader wordt gevormd door het kwaliteitsbeleid van UCB, het document op het hoogste niveau binnen ons kwaliteitsmanagementsysteem. Hierin worden de normen vastgelegd die gedurende de gehele levenscyclus van het product worden toegepast en wordt ons streven om geneesmiddelen van uitzonderlijke kwaliteit te leveren, het vertrouwen van patiënten te versterken en de reputatie van UCB te beschermen, opnieuw bevestigd. Patiëntveiligheid en welzijn zijn fundamentele ethische principes bij UCB. Ons mensenrechtenbeleid omvat een ferme toezegging om het recht op gezondheid te handhaven en geneesmiddelen te produceren volgens de strengste kwaliteitsnormen. Het kwaliteitsmanagementsysteem van UCB bestrijkt alle fasen van de productlevenscyclus en omvat specifieke beleidsregels en bedrijfsprocedures voor het beheer van klachten over productkwaliteit en terugroepingsprocessen. Hierin wordt beschreven hoe we kwaliteitsgerelateerde risico's of problemen die van invloed kunnen zijn op eindgebruikers identificeren, beoordelen en aanpakken. Deze vereisten zijn volledig in overeenstemming met de Gedragscode en gelden voor alle bedrijfsfuncties, vestigingen en dochterondernemingen van UCB. Zo wordt naleving van de relevante Good Practices voor de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen gewaarborgd. Ons Klachtenbeleid garandeert dat uitgebreide lokale en wereldwijde mechanismen aanwezig zijn om klachten over productkwaliteit te ontvangen en af te handelen. Dit omvat: • UCBCares ® voor alle gecommercialiseerde producten; • Specifieke lokale meldingskanalen, zoals vereist door de toepasselijke nationale regelgeving; en • Het klinische team van UCB voor alle klachten over productkwaliteit met betrekking tot geneesmiddelen voor onderzoek. Acties UCB hanteert een uitgebreid kwaliteitscontroleprogramma waarbij alle processen, faciliteiten en externe partners periodiek worden geëvalueerd om te waarborgen dat ze voldoen aan de wettelijke normen en de eisen van ons kwaliteitsmanagementsysteem. Prestatiestatistieken worden continu gemonitord om kwaliteitsrisicobeheer te ondersteunen en voortdurende verbeteringen te bevorderen. Elke klacht over de kwaliteit van een product die een risico vormt voor de volksgezondheid of voor deelnemers aan een klinisch onderzoek, wordt beoordeeld via het escalatieproces voor kwaliteitsproblemen. Deze evaluatie bepaalt welke maatregelen nodig zijn, waaronder mogelijk het informeren van de relevante gezondheidsautoriteit en het starten van een terugroepactie. Verder is elke medewerker van UCB verantwoordelijk voor het onmiddellijk melden en escaleren (via het Recall Escalation Process) van alle informatie die mogelijk kan leiden tot het terugroepen van een product van UCB. Veerkracht van de gezondheidsstelsels S4-1 Beleidslijnen We definiëren Veerkracht van de gezondheidsstelsels (Health Systems Resilience,HSR) als het proces van het ondersteunen, opbouwen en versterken van duurzame infrastructuur en diensten in de gezondheidszorg, evenals het bevorderen van op feiten gebaseerd beleid om te zorgen voor continue zorgverlening in diverse zorgomgevingen. Gezien de rol van UCB in het ecosysteem van de gezondheidszorg, beseffen we dat het versterken van zorgstelsels gebeurt in verschillende stadia van de waardeketen. Hoewel ons werk begint met wetenschappelijke innovatie, komen onze inspanningen om gezondheidszorgsystemen te versterken pas in een later stadium op de voorgrond te staan: zorgen voor toegang, capaciteitsopbouw en veerkracht op de lange termijn. De belangrijkste gebieden waarop UCB de meeste impact kan hebben op de veerkracht van zorgstelsels zijn onder andere: • Patient Access Programs, die betaalbaarheid en ondersteuningsinitiatieven verbeteren; • Publiek-private samenwerkingsverbanden, die samenwerken met overheden en ngo's om zorgstelsels te versterken; en • Capaciteitsopbouw en betrokkenheid van de gemeenschap, ter ondersteuning van opleidingen voor personeel in de gezondheidszorg en het verstrekken van beurzen, fellowships en educatieve programma's. Door aan deze gebieden te werken, wil UCB een zinvolle bijdrage leveren aan veerkrachtige zorgstelsels. Patient Access Programs Hoewel we van mening zijn dat snelle en veilige wettelijke goedkeuring de meest effectieve en duurzame weg is naar brede toegang voor patiënten, begrijpen we ook dat patiënten met ernstige, levensbedreigende of levensveranderende ziekten mogelijk beperkte behandelingsopties hebben. In deze omstandigheden kunnen de Early Access-programma's van UCB, ook bekend als Expanded Access-programma's, Compassionate Use-programma's of Managed Access-programma's, een pad bieden naar onderzoeksbehandelingen voordat ze commercieel beschikbaar zijn. Het beleid van UCB inzake vroege toegang tot geneesmiddelen, waar deze programma's onder vallen, is openbaar. We laten ons leiden door de vraag hoe we patiënten na het programma toegang kunnen blijven geven, hoe we kunnen integreren met bestaande zorgstelsels en hoe we patiënten die onze behandelingen nodig hebben, toegang kunnen blijven bieden. UCB streeft ernaar samen te werken met overheden en zorgstelsels om patiënten zo snel en veilig mogelijk van onze innovatieve behandelingen te voorzien. Bovendien streeft UCB ernaar om patiënten die hebben deelgenomen aan onze klinische onderzoeken en die naar het oordeel van hun arts baat hebben bij de behandeling, te blijven behandelen via Post-Trial Access- programma's. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 102 Patiënten vervolg Publiek-private samenwerkingsverbanden Onze inspanningen op dit gebied richten zich op gerichte initiatieven die de capaciteiten van zorgstelsels over de hele wereld moeten vergroten. Omdat we inzien dat UCB niet in zijn eentje de veerkracht van het zorgstelsel kan verbeteren, zetten we ons in voor strategische partnerschappen waarin onze expertise en middelen effectief kunnen worden ingezet en versterkt. UCB houdt zich actief bezig met wereldwijd gezondheidszorgbeleid en openbare aangelegenheden om patiënten en zorgstelsels te ondersteunen. Door strategische wereldwijde betrokkenheid zorgt UCB voor afstemming in beleidspositionering en belangenbehartiging om oplossingen in belangrijke ziektegebieden te bevorderen. Het bedrijf bevordert de samenwerking tussen regionale beleidsexperts en belanghebbenden om beleid voor ziektegebieden en bredere zorginitiatieven te stimuleren. Externe financiering en medische subsidies In het kader van onze inzet voor patiënten en zorgverleners en het versterken van zorgsystemen en het vergroten van wetenschappelijke en medische kennis, steunt UCB een verscheidenheid aan organisaties via financieringsinitiatieven waaronder sponsoring, lidmaatschappen, medische subsidies en donaties, gezamenlijk 'Externe financiering' genoemd. • Sponsoring is financiële steun aan een belanghebbende in de gezondheidszorg, zoals een organisatie, instelling of patiëntenorganisatie, voor de ondersteuning van een evenement of programma zoals bonafide wetenschappelijke, medische, gezondheidszorggerelateerde of andere activiteiten of andere initiatieven die gericht zijn op het verbeteren van onderwijs, het bevorderen van medische kennis, het ondersteunen van onderzoek of het dienen van verwante doeleinden, die relevant zijn voor de therapeutische interessegebieden van UCB. • Via lidmaatschappen verschaft UCB financiering voor bedrijfslidmaatschap, deelname aan en betrokkenheid bij brancheorganisaties, groepen en verenigingen die gericht zijn op de interessegebieden van UCB. • Medische subsidies zijn financiële steun van UCB voor niet- aangevraagde en onafhankelijk ontwikkelde projecten of programma's, verstrekt aan een openbare of andere non- profitorganisatie of patiëntenorganisatie, met als doel de gezondheidszorg en het onderzoek te verbeteren of medische of wetenschappelijke kennis te bevorderen. • Donaties en filantropische bijdragen zijn financiële steun in natura die UCB gratis schenkt aan een publieke of andere non- profitorganisatie ten behoeve van de maatschappij, zonder dat daarvoor in ruil een tastbaar voordeel wordt verwacht. Alle steun voor Externe financiering wordt verleend volgens een strikt ethische procedure en volgens de regels, conform een gedefinieerd globaal kader en via het beheer van aanvragen met behulp van het Global Funding System van UCB. Elke financieringsaanvraag vereist een specifieke indieningsprocedure, specifieke ondersteunende documentatie, speciale beoordelaars en beoordelingscriteria. Elke financieringsaanvraag wordt beoordeeld op basis van verdienste, onvervulde behoeften, bedrijfsinteressegebieden, overeenstemming met wettelijke, ethische en professionele verplichtingen en fiscale verantwoordelijkheid. Door een welomschreven kader te handhaven, verkleint UCB de risico's, beschermt het bedrijf zijn reputatie en wordt het vertrouwen binnen de zorggemeenschap bevorderd. S4-4 Acties Om vertragingen bij de diagnose van chronische ontstekingsziekten aan te pakken, ondersteunt UCB initiatieven die schaalbare oplossingen in gezondheidszorgsystemen integreren. Het programma FASTRAX van UCB richt zich op het verkorten van de tijd die nodig is voor het stellen van een diagnose bij axiale spondyloartritis (axSpA) door middel van landspecifieke samenwerkingsverbanden in Europa en Noord-Amerika. In de Verenigde Staten werkt FASTRAX samen met het University Hospitals Cleveland Medical Center, waar een digitale oplossing die is geïntegreerd in elektronische medische dossiers helpt bij het identificeren van patiënten met mogelijk niet-gediagnosticeerde axSpA, waardoor doorverwijzing en toegang tot gespecialiseerde zorg worden versneld. UCB is een actieve partner in grote, publiek-private onderzoeksconsortia met meerdere belanghebbenden die tot doel hebben een gemeenschappelijke wetenschappelijke basis te leggen voor toekomstige innovatie. Via het Innovative Health Initiative (IHI) AutoPiX-consortium werkt UCB samen met academische instellingen, clinici, patiëntenvertegenwoordigers en industriële partners aan de ontwikkeling van klinisch gevalideerde, AI-gestuurde beeldvormingsinstrumenten voor reumatoïde artritis, artritis psoriatica en axSpA, met als doel een nauwkeurigere diagnose en beter afgestemde behandelingsmethoden mogelijk te maken. Binnen de reumatologie is UCB een langdurige partner van de Foundation for Research in Rheumatology (FOREUM), ondersteund door EULAR, de European Alliance of Associations for Rheumatology, en gericht op het stimuleren van onafhankelijk onderzoek van topkwaliteit. Deze samenwerking omvat initiatieven van de FOREUM Academy Bootcamp en onderzoeksoproepen gericht op gebieden die belangrijk zijn voor UCB. UCB levert ook een bijdrage aan internationale consortia die wetenschappelijke normen en resultaatmetingen op het gebied van complexe immuungemedieerde ziekten bevorderen. Het project Treatment Response Measure for Systemic Lupus Erythematosus (TRM‑SLE) brengt academici, regelgevende instanties, patiëntenvertegenwoordigers en de industrie samen om een nieuwe maatstaf voor de uitkomsten van klinische proeven te ontwikkelen en te valideren, waarin voor patiënten relevante domeinen zijn geïntegreerd. Tegelijkertijd neemt UCB deel aan het Accelerating Medicines Partnership® for Autoimmune and Immune‑Mediated Diseases (AMP AIM), een initiatief van verschillende belanghebbenden dat hoogwaardige datasets genereert om meer inzicht te krijgen in ziekten zoals systemische lupus erythematodes, reumatoïde artritis en psoriatische aandoeningen. Op het gebied van zeldzame ziekten werkt UCB samen met wereldwijde en regionale initiatieven om de paraatheid van gezondheidszorgstelsels te versterken en de toegang tot innovatie te versnellen. UCB ondersteunt ook de missie van de Global Alliance for Rare Diseases (GARD) om de toegang tot behandelingen voor zeldzame ziekten te verbeteren in landen met een laag of middeninkomen, waar patiënten vaak te maken hebben met aanzienlijke belemmeringen voor diagnose en behandeling. Via deze partnerschappen ondersteunt UCB gedeelde wetenschappelijke infrastructuur, het genereren van gegevens en de validatie van nieuwe hulpmiddelen die ten goede komen aan de bredere medische gemeenschap. Deze voortdurende betrokkenheid weerspiegelt het streven van UCB naar patiëntgerichte innovatie, betrouwbare wetenschap en langdurige samenwerking om gezondheidszorgstelsels te versterken en de resultaten voor mensen met ernstige chronische en zeldzame ziekten wereldwijd te verbeteren. Onze toewijding aan gelijke toegang tot geneesmiddelen wordt beschreven in het gedeelte Gelijke toegang tot geneesmiddelen, inclusief onze Access Coverage Performance-index waaronder ook Managed Access-programma's vallen. Onze betrokkenheid bij patiëntenorganisaties wordt verder besproken in het gedeelte Betrokkenheid bij patiënten, inclusief het bedrag aan financiering dat aan dergelijke groepen wordt verstrekt. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 103 Patiënten vervolg Privacy en gegevensbescherming S4-1 Beleidslijnen UCB voldoet aan de wetgeving inzake privacy en gegevensbescherming in alle rechtsgebieden waar wij actief zijn. Ons programma voor gegevensbescherming, dat is gebaseerd op wereldwijde en lokale beleidsregels die zijn afgestemd op ons algemene beleid voor gegevensbescherming, zorgt voor consistente normen. Particulieren kunnen voor verzoeken met betrekking tot privacy rechtstreeks contact opnemen met UCB of via UCBCares ® . We hanteren robuuste protocollen voor incidentrespons om eventuele gegevensincidenten snel aan te pakken en indien nodig te communiceren met de betrokken personen. Naarmate de regelgeving evolueert, blijft UCB zijn programma versterken om voortdurende naleving te garanderen en vertrouwen te wekken. Alle IT-systemen en -toepassingen voldoen aan het IT Governance-proces van UCB dat ervoor zorgt dat het beleid en de normen voor beveiliging en privacy en gegevensbescherming worden nageleefd, evenals toepasselijke regelgevingsvereisten waaronder Network and Information Security Directive 2 (NIS2). UCB voert regelmatig interne en externe audits uit om naleving te verifiëren en garandeert het juiste niveau van privacy en gegevensbescherming. S4-4 Acties Gedurende het hele jaar heeft UCB zijn gegevensbeschermingsprogramma verder versterkt om aan de toenemende zakelijke behoeften te voldoen en zich aan te passen aan de veranderende technologieën en wettelijke vereisten. Belangrijke initiatieven waren gericht op het verbeteren van ons beleidskader en het herontwerpen van processen waarbij de nadruk sterk lag op het verbeteren van de ervaring van de eindgebruiker. In 2025 hebben we onze privacyverklaringen op onze website volledig herzien om duidelijke, transparante informatie te verstrekken over hoe we persoonsgegevens verzamelen, gebruiken en beschermen, en hoe personen hun rechten kunnen uitoefenen. De wereldwijde trend van toenemende incidenten op het gebied van cyberbeveiliging was in alle sectoren terug te vinden. Bij UCB hebben we in 2025 enkele incidenten en datalekken geregistreerd, waaronder twee die moesten worden gemeld aan de toezichthoudende autoriteiten. Echter, geen van deze datalekken heeft geleid tot een hoog risico voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen. UCB heeft een veelzijdige strategie voor cyberbeveiliging en gegevensbeheer, samen met actieve programma's voor de juiste preventie-, detectie- en responscontroles en voortdurende verbeteringen om kritieke informatiemiddelen en systemen te beschermen. Daarnaast beschikt UCB over processen voor cyberincidenten en crisisbeheer om grote beveiligingsincidenten te beheren (bijvoorbeeld datalekken of malware). Dit omvat continue bewaking en analyse, detectie en reactie op inbraakincidenten, beveiligingstests en bewustmakingstrainingen en -campagnes voor gebruikers. UCB voert regelmatig incident- en crisisoefeningen uit om ons vermogen om te reageren op potentiële cyberincidenten te testen en te verbeteren. We hebben gekozen voor ISO 27001- certificering om te voldoen aan de Europese NIS2-richtlijn en de lokale uitvoeringswetten, waaronder de Belgische NIS2-wet die in 2024 werd gepubliceerd. Andere belangrijke onderdelen van dit nalevingsprogramma zijn trainingen om mensen bewust te maken van cyberbeveiliging, planning voor bedrijfscontinuïteit, leveranciersrisicobeheer en het melden van grote incidenten aan de relevante autoriteiten. Daarnaast bleef UCB zich inzetten voor het bevorderen van een cultuur van privacybewustzijn door ervoor te zorgen dat alle medewerkers essentiële trainingen op het gebied van privacy en gegevensbescherming kregen. Deze inspanningen weerspiegelen onze proactieve aanpak om persoonsgegevens te beschermen en het vertrouwen van patiënten, partners en belanghebbenden te versterken. Verantwoorde verkoop en marketing S4-1 Beleidslijnen Onze promotiestrategieën zijn geworteld in waarheid en nauwkeurigheid en moeten altijd een duidelijke en legitieme intentie hebben, in het bijzonder bij het communiceren van complexe medische en wetenschappelijke informatie. We geven prioriteit aan transparantie in al onze marketingactiviteiten, of deze nu gericht zijn op zorgprofessionals, patiënten, het publiek, overheidsinstanties of andere belanghebbenden. We zetten ons in voor verantwoorde en correcte promotie en we moedigen het gebruik van onze producten alleen aan op basis van de goedgekeurde doeleinden, ondersteund door de juiste wetenschappelijke bewijzen en de voordelen hiervan voor patiënten. We bieden geen beloningen voor het voorschrijven of kopen van onze geneesmiddelen en we verbieden ten strengste iedere vorm van off-label promotie van onze producten. Onze belangrijkste relevante bedrijfsbeleidsregels voor verantwoorde verkoop en marketing omvatten: • Beleid van UCB inzake social media • Gedragscode van UCB. Om de naleving van specifieke lokale wetten, branchecodes en voorschriften met betrekking tot farmaceutische verkoop en marketing te waarborgen, ontwikkelen onze landelijke filialen lokale beleidslijnen in overeenstemming met de Gedragscode van UCB. Alle werknemers moeten een jaarlijkse training volgen over deze belangrijke beleidsregels om de kennis erover en de naleving ervan te versterken. We passen onze marketingprincipes ook zorgvuldig aan voor elk product en elke patiëntenpopulatie, en garanderen zo verantwoorde praktijken en het grootste respect voor patiënten. Deze benadering is vooral belangrijk bij ons werk voor behandelingen van zeldzame en zeer zeldzame ziekten, waarbij gevoeligheid en verantwoordelijkheid van het grootste belang zijn. Social media We erkennen ook de unieke uitdagingen van social media, en we zetten ons in om ervoor te zorgen dat alle werknemers van UCB op verantwoorde wijze omgaan met inhoud met betrekking tot UCB op alle platforms. Inhoud die op de socialmediakanalen van UCB wordt geplaatst, moet voldoen aan onze normen voor waarheidsgetrouwe en niet-misleidende communicatie. Alleen aangewezen personen zijn gemachtigd om namens UCB berichten te plaatsen. Het Beleid van UCB inzake social media staat werknemers toe om interactie te hebben met de inhoud van de social media van UCB als ze de beginselen van het beleid volgen, waaronder: • Goed oordelen als ambassadeurs van UCB, met respect communiceren op platforms voor social media, zowel tijdens als buiten werktijd; • Duidelijk hun verbondenheid met UCB bekendmaken wanneer ze betrokken zijn bij goedgekeurde berichten; en • Het vertrouwen beschermen dat mensen met ernstige ziekten in ons stellen. We geven geen medisch advies en delen geen gepatenteerde of vertrouwelijke informatie. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 104 Patiënten vervolg Er wordt regelmatig training gegeven over het beleid inzake social media, en werknemers die het beleid van UCB inzake social media niet volgen, worden onderworpen aan disciplinaire maatregelen. We controleren alle middelen voor social media om er zeker van te zijn dat ze voldoen aan de vereisten. We bieden ook training voor mensen die namens ons werken of betrokken zijn (bijvoorbeeld woordvoerders en influencers) om er zeker van te zijn dat zij ons beleid volgen. UCB past zich aan de opkomende trends en bedrijfsontwikkelingen in deze context aan. Buiten de standaard promotionele activiteiten, voert UCB doorlopend strenge controles uit van de interacties met zorgprofessionals om te garanderen dat verbintenissen ethisch en in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving worden uitgevoerd. S4-2 S4-4 Acties Alle werknemers krijgen training en worden regelmatig geïnformeerd om ervoor te zorgen dat ze het verbod op off-label promotie begrijpen. Voor degenen die betrokken zijn bij de verkoop en marketing wordt extra training gegeven over verantwoorde en ethische praktijken. Werknemers moeten ook een jaarlijkse opfriscursus volgen over het beleid van UCB inzake social media, dat duidelijke richtlijnen geeft over toelaatbare en verboden betrokkenheid. Om nauwkeurigheid, objectiviteit en transparantie te garanderen, wordt alle promotionele en wetenschappelijke communicatie met betrekking tot onze producten beoordeeld door getrainde leden van de teams voor juridische zaken, regelgevende zaken en medische zaken. Deze teams controleren ook regelmatig wetswijzigingen en andere ontwikkelingen met betrekking tot het gebruik van gerichte marketing in de gezondheidszorg. Interacties met zorgprofessionals worden regelmatig beoordeeld door middel van ons risicobeoordelingsproces voor ethiek en naleving en worden gecontroleerd en verder beoordeeld door het Global Internal Audit-team. De activiteiten van al het personeel van UCB, met inbegrip van de verkopers, worden regelmatig gecontroleerd om ervoor te zorgen dat onze normen worden nageleefd. Meldingen van wangedrag worden onderzocht en ongepaste acties worden aangepakt met corrigerende of disciplinaire maatregelen. Werknemers die ons beleid overtreden, kunnen disciplinaire maatregelen tegemoet zien, waaronder ontslag. Betrokkenheid bij patiënten We werken samen met patiënten en hun vertegenwoordigers in alle stadia van de levenscyclus van onze oplossingen, van vroeg onderzoek tot na de lancering ervan. Door patiëntenbetrokkenheid zinvol, systematisch en consistent te implementeren in onze kernactiviteiten, zorgen we ervoor dat de behoeften van mensen die leven met ernstige ziekten worden begrepen en opgenomen in onze besluitvorming. Zo kan UCB oplossingen op maat ontwikkelen en gespecialiseerde diensten aanbieden die mensen ondersteunen tijdens hun hele behandeltraject. Het UCB Patient Engagement Framework is opgezet door een multifunctionele stuurgroep (bestaande uit senior leidinggevenden van Patient Evidence, Clinical Operations, Medical Affairs en Therapeutic Areas) en in overleg met patiëntenvertegenwoordigers. Het kader is onze centrale richtlijn om betrokkenheid in te bedden in de hele levenscyclus van een geneesmiddel. Dit doen we door middel van voortdurende inventarisatie van en inzicht in de behoeften van patiënten en co- creatie om betere resultaten voor patiënten te behalen. Dit heeft als doel patiënten en hun vertegenwoordigers een stem te geven in verschillende zorgstelsels. Het is ontwikkeld om specifieke betrokkenheidsstrategieën op een multifunctionele manier te ontwerpen, in overeenstemming met kaders en hulpmiddelen die zijn ontwikkeld door Patient-Focused Medicines Development (PFMD). Geleid door standaard operationele procedures (SOP's) kunnen belangrijke activiteiten op maat worden gecombineerd om aan te sluiten bij specifieke kenmerken van de patiëntenpopulatie en de strategische intentie van UCB. De SOP's van UCB zijn ontworpen in afstemming met de beste praktijkaanbevelingen van farmaceutische instanties zoals EFPIA, PhRMA en IFPMA. Onze aanpak is gebaseerd op specifieke onderzoeksvragen om de inbreng van patiënten, naast die van clinici en andere belanghebbenden, te betrekken bij de besluitvorming (bijvoorbeeld door deelname aan patiëntenraden en adviesraden, interviews met patiënten, focusgroepen en andere onderzoeken naar patiëntervaringen), te beginnen met onvervulde behoeften en afgestemd op de specifieke fase van de ontwikkeling van een geneesmiddel, zoals vroeg onderzoek of klinische ontwikkeling, en afgestemd op de doelstellingen van patiëntengemeenschappen. In onze end-to-end-benadering ondernemen we, vanaf het eerste onderzoek tot na de lancering, actie zodat mensen die onze geneesmiddelen gebruiken deze volledig begrijpen en op de juiste manier gebruiken. Voor patiënten die onze geneesmiddelen gebruiken, hebben we speciale medewerkers van UCBCares®, die vragen over onze behandelingen in lokale talen beantwoorden en die advies geven over welke diensten er zijn en wat we kunnen bieden. Patiëntenorganisaties, individuele patiënten, hun verzorgers en andere patiëntdeskundigen hebben UCB-contactpunten aangewezen aan wie feedback kan worden gegeven of vragen kunnen worden gesteld over betrokkenheidsactiviteiten, wat het onderscheidt van geneesmiddelenbewaking. UCB heeft een aantal maatregelen getroffen om de betrokkenheid van patiënten te bevorderen: • Interne capaciteitsopbouw op het gebied van patiëntenbetrokkenheid en belangenbehartiging, waarbij patiëntenbetrokkenheid wordt gepositioneerd als een cruciale factor voor strategische besluitvorming en organisatiecultuur. Verhoogd bewustzijn binnen de hele onderneming en een patiëntgerichte cultuur door middel van het bedrijfsbrede programma voor gedragsverandering 'Let Us Leap', dat onder meer bestond uit betrokkenheidssessies met verschillende teams. • Ontwikkeling van een uniform kader voor resultaten en KPI's om de waarde en impact van patiëntenbetrokkenheid binnen UCB te meten, waardoor het management duidelijk inzicht krijgt in de bijdrage, voortgang en strategisch rendement op investeringen. Er is een bijbehorende routekaart voor het meten van patiëntenbetrokkenheid ontwikkeld, die vanaf 2026 gefaseerd zal worden geïmplementeerd. • De Health Equity R&D Community Leaders Board heeft zes impactvolle oplossingen ontwikkeld voor verdere evaluatie door asset-/kandidaatteams voor mogelijke integratie. • Het perspectief van patiënten en zorgverleners bleef meegenomen in beslissingen over de voordelen en risico's van verschillende geneesmiddelen. Activiteiten worden beoordeeld volgens de richtlijnen van de Patient Engagement Quality Guidance van de Patient Focused Medicines Development (PFMD) in een vroeg stadium en deze aanpak zal worden uitgebreid op basis van de ontwikkelde resultaten en KPI-kader. Via een speciale portal hebben interne belanghebbenden toegang tot het Framework en andere relevante richtlijnen, SOP's en aanvullende bronnen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 105 Patiënten vervolg S4-3 Herstelkanalen voor patiënten We verplichten ons om alle externe houders van mensenrechten, inclusief patiënten, duidelijke en toegankelijke kanalen te bieden om problemen te melden, onder andere via de UCB Integrity Line en UCBCares ®. Klachten worden verzameld van diverse bronnen waaronder de markt (bijvoorbeeld patiënten, zorgprofessionals, groothandelaren), partners en derde partijen op het gebied van logistiek of partijen die betrokken zijn bij klinische onderzoeken (bijvoorbeeld patiënten, onderzoekers, klinische locaties, levering van klinische onderzoeken). Specifieke vragen over ziekten of producten worden beantwoord via UCBCares®, het wereldwijde ondersteuningscentrum van UCB dat dient als kritische brug tussen het bedrijf, zorgprofessionals en patiënten. Het behandelt jaarlijks meer dan 58.000 vragen en biedt realtime, gelokaliseerde hulp bij de producten van UCB. Deze vragen hebben betrekking op leveringen, medische vragen, vragen over klantenservice, veiligheidsvragen en klachten over productkwaliteit. Via UCBCares® ondersteunen we patiënten en zorgprofessionals om hun gezondheidsvaardigheden te verbeteren, zodat ze weloverwogen beslissingen kunnen nemen over hun gezondheid en behandelingsopties. Elk verzoek en elke reactie wordt gevolgd en gecontroleerd. We werken ook samen met artsen, beantwoorden hun vragen en helpen hen waar nodig bij het begeleiden en ondersteunen van hun patiënten. Daarnaast werken we samen met zorgprofessionals om geneesmiddelen aan patiënten te leveren met behulp van datagestuurde inzichten, waardoor we zinvolle ondersteuningsprogramma's voor patiënten kunnen opzetten en gepersonaliseerde ondersteuning kunnen bieden voor de juiste opslag en toediening. Zo zorgen we ervoor dat patiënten onze behandelingen op de juiste manier gebruiken. Patiënten kunnen eventuele klachten over productkwaliteit rechtstreeks melden via UCBCares®, die vervolgens worden beoordeeld door aangewezen werknemers binnen UCB. Hierdoor wordt een uitgebreid onderzoek gestart, geleid door een Global Quality-standaardoperationele procedure (SOP) die betrekking heeft op alle producten die door UCB in alle stadia worden vervaardigd, geleverd of gedistribueerd. Alle bijbehorende acties van UCB worden gecontroleerd en gevolgd tot ze zijn voltooid. Dit proces wordt jaarlijks geëvalueerd om de effectiviteit van het programma te waarborgen. Alle rapporten worden onmiddellijk, vertrouwelijk en onpartijdig beoordeeld. In gevallen waarin we kunnen bevestigen dat UCB heeft bijgedragen aan een negatieve impact, zoeken we samen met de betrokken belanghebbenden naar een passende oplossing. Patiënten kunnen rechtstreeks contact opnemen met UCB om hun bezorgdheid te uiten, met inbegrip van het melden van ongewenste bijwerkingen, en informatie over veiligheidsrapportage wordt opgenomen in alle relevante communicatie aan patiënten en op de website van UCB. Alle werknemers van UCB en andere relevante personen worden getraind in de vereisten voor veiligheidsrapportering en zijn verplicht om alle informatie over mogelijke ongewenste bijwerkingen onmiddellijk op te sturen ter beoordeling. Daarnaast bieden we, in overeenstemming met de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP), een klachtenmechanisme voor rechthebbenden die negatieve gevolgen ondervinden van onze activiteiten. Wij hanteren diverse belangrijke beleidsregels die mensen beschermen die onze kanalen gebruiken om hun zorgen of behoeften kenbaar te maken. Deze beleidsregels zorgen ervoor dat ze worden beschermd tegen vergelding. Deze omvatten de UCB Global Incident Review and Investigations Procedure, de Gedragscode, het Mensenrechtenbeleid en het Anti-vergeldingsbeleid van UCB. Met betrekking tot zaken rondom patiëntveiligheid zijn entiteiten van de UCB Groep genoemd als verweerders in verschillende productaansprakelijkheidsrechtszaken in Frankrijk. De eisers in deze rechtszaken voeren aan dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep, ingenomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijk letsel hebben opgelopen. Voor gegronde zaken heeft UCB compensatie geboden. Raadpleeg voor meer informatie de financiële Toelichting 34 Voorzieningen. S4-5 Doelstellingen De jaarlijkse Access Coverage Performance- en Time to Access- index volgen onze prestaties, waarbij wordt gekeken naar hoe UCB-geneesmiddelen met handelsvergunning markttoegang hebben verkregen die het gebruik door patiënten mogelijk maakt, en hoeveel vroegere positieve nationale beslissingen voor vergoeding werden ontvangen in vergelijking met typische industriële benchmarks in de landen waar UCB actief is. De methodologie voor deze twee KPI's wordt verder uitgelegd in het volgende gedeelte. Hoewel we er in principe naar streven om alle patiënten die onze geneesmiddelen nodig hebben te bereiken, erkennen we dat er in de praktijk gevallen zullen zijn waarin we geen toegang kunnen bieden door het ontbreken van afstemming tussen alle partijen. Daarom hebben we prestatiedoelen voor toegangsdekking vastgesteld als erkenning voor deze uitdagingen. Beide jaarlijkse doelstellingen worden globaal vastgesteld en opgesplitst per regio, geneesmiddel en land. De doelstellingen worden bepaald met inbreng van verschillende belanghebbenden in de UCB-markten en -filialen. Sommige doelen worden ook gedeeld en besproken met ons Compensation and Benefits-team dat verantwoordelijk is voor het opnemen van doelstellingen op gebied van toegang tot geneesmiddelen in het plan voor langetermijnincentives (LTI) van senior managers. Eenmaal vastgesteld, worden de doelstelling van elk jaar en de kwartaalresultaten meegedeeld aan de leidinggevenden van UCB en andere relevante belanghebbenden, waarbij dashboards beschikbaar zijn die een beeld geven van de prestaties ten opzichte van de doelstelling per regio en per product. De voortgang van deze doelstellingen wordt maandelijks geëvalueerd en de bevindingen worden besproken met betrokken belanghebbenden uit regio's en landen. Doelstelling 2025 Doelstelling 2026 Access Coverage Performance Index 82% 79% Time to Access Index 50% 38% Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 106 Patiënten vervolg MDR-M Maatstaven Wetenschappelijke innovatie 2024 2025 Aantal moleculen in ontwikkeling 9 8 Aantal klinische ontwikkelingsprogramma's in de pijplijn 9 12 Percentage van omzet geherinvesteerd in O&O 29% 24% We herinvesteren consequent een aanzienlijk deel van onze inkomsten in O&O, omdat we ons ervan bewust zijn dat wetenschappelijke innovatie een langetermijninvestering is om ons vermogen te behouden, zodat we impactvolle oplossingen leveren voor degenen die we van dienst zijn. De resultaten van de O&O-investeringen van UCB worden verder beschreven in het gedeelte over de update van de klinische pijplijn. Grondslagen voor financiële verslaggeving • Aantal moleculen in ontwikkeling omvat het aantal UCB- moleculen in klinische ontwikkeling die doorgaan naar fase 2 tot indiening. Dergelijke moleculen zijn inclusief de moleculen die werden ontwikkeld in samenwerking met andere farmaceutische bedrijven en werden ingediend op de verslagdatum. • Pijplijnprogramma's voor klinische ontwikkeling verwijzen naar alle klinische programma's die worden uitgevoerd met hetzelfde onderzoeksgeneesmiddel, inclusief bijkomende indicaties voor moleculen op de markt, op de verslagdatum. • Het percentage van de omzet dat opnieuw wordt geïnvesteerd in O&O wordt berekend door het totale bedrag in EUR aan onderzoeks- en ontwikkelingskosten voor de verslagperiode te delen door het totale bedrag in EUR aan netto-inkomsten voor dezelfde verslagperiode (beide gerapporteerd in de geconsolideerde winst-en- verliesrekening). Gelijke toegang tot geneesmiddelen 2024 2025 Access Coverage Performance Index 82% 78% Time to Access Index 55% 43% De sterke wereldwijde prestaties van UCB op het gebied van toegangsdekking verzekeren dat we trouw blijven aan onze aspiratie om een steeds groter aantal van de patiënten te bereiken die onze geneesmiddelen nodig hebben. In 2025 kwamen we uit op 78%, bijna de doelstelling van 82%, als gevolg van langdurige onderhandelingen die gericht waren op het behoud van de langetermijnwaarde van onze geneesmiddelen en tegelijk op het waarborgen van toegang voor zoveel mogelijk patiënten. We hebben in totaal 60 positieve toegangscases gerealiseerd, waaronder vergoedingen, subnationale dekking en toegangsprogramma's. Meer dan de helft van deze cases had betrekking op BIMZELX®, met reumatologische indicaties op kop (psoriatische artritis en AxSpa zijn goed voor 36% van het totale aantal cases), terwijl de toegang voor de indicatie hidradenitis suppurativa dit jaar sterk is gegroeid met een aandeel van 12% van deze positieve cases. Voor onze neurologieportefeuille leverde FINTEPLA® met een aandeel van 24% de grootste bijdrage aan de Access Coverage Performance-index, terwijl RYSTIGGO ® en ZILBRYSQ® samen goed waren voor 20% van de positieve gevallen. Op nationaal niveau liep Nederland voorop met de meeste nationale vergoedingen in het afgelopen jaar, terwijl de VS erin slaagde om BIMZELX® in zes extra kanalen te laten opnemen. Ons nieuwe basisuitgangspunt voor 2026 voor de Access Coverage Performance-index zal worden vastgesteld op 68%. Dit weerspiegelt het komende verlies van exclusiviteit van BRIVIACT® en de opname van nieuwe UCB-producten die naar verwachting toegang zullen krijgen. We bleven ons inspannen om patiënten tijdig oplossingen te bieden en bereikten een Time to Access-index van 43%, hoewel we onze doelstelling van 50% voor 2025 niet hebben gehaald. De belangrijkste reden voor dit tekort waren de langdurige onderhandelingen, die gericht waren op het behoud van de langetermijnwaarde van onze activa en tegelijk op het waarborgen van toegang voor zoveel mogelijk patiënten. De resultaten van het voorgaande jaar voor deze index vormen geen basislijn, omdat we elk jaar uitgaan van een nulbasislijn. In 2025 werden 34 nationale vergoedingsbeslissingen genomen die voorliepen op de sectorbenchmark, hetzelfde aantal als in 2024. Het merendeel (62%) is gerelateerd aan BIMZELX®. Voor de gecombineerde portefeuille van neurologie en zeldzame ziekten hebben we de time-to-access voor FINTEPLA ® en ZILBRYSQ® volgens plan gerealiseerd, terwijl RYSTIGGO® niet binnen de verwachte termijn is gerealiseerd. De portefeuille neurologie en zeldzame ziekten nam een groter aandeel in de totale productmix van Time to Access in, met een stijging van 39% inaar 47% in 2024. Dit hogere aandeel van producten voor zeldzame ziekten, in combinatie met de druk op de kosteneffectiviteit in gezondheidsecosystemen, vereiste extra inspanningen om tijdige toegang te blijven garanderen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 107 Patiënten vervolg Grondslagen voor financiële verslaggeving We definiëren dekking 'Access coverage' als vergoede toegang tot het geneesmiddel, ongeacht eventuele toegepaste beperkingen of aanwezigheid van een toegangsprogramma, terwijl 'No Access' wordt gedefinieerd als geen vergoede toegang tot het geneesmiddel. De statistieken omvatten 35 beoordeelde landen, naast alle producten waarvoor in die regio's goedkeuring is verkregen en waarvoor het patent niet is verlopen, en alle indicaties waarvoor goedkeuring is verkregen. De reikwijdte van de Access KPI’s omvat alle geneesmiddelen en indicatiecombinaties van UCB. Dit wordt bepaald door de inclusiecriteria: i) de markttoelating van het product door regionale of nationale autoriteiten (zoals de EMA voor Europa, FDA voor de VS of PMDA voor Japan); ii) UCB is de houder van de markttoelating voor dat specifieke land. We volgen geen data voor KEPPRA® en NEUPRO®, aangezien deze worden beschouwd als historische activa, waarop voor het grootste deel van de wereld geen patent meer rust. We zijn van mening dat deze producten vandaag de dag breed toegankelijk zijn en voldoen aan de behoeften van patiënten dankzij beschikbare oplossingen op de markt. Deze worden daarom niet specifiek gemeten als onderdeel van de performance-indicator, die sinds 2021 de toegangsprestaties volgt voor nieuwe marktlanceringen. Ons uitgangsjaar voor de rapportageperiode was 1 oktober 2024 tot 30 september 2025. Access Coverage Performance Index • De index is gebaseerd op het totale aantal vergoedingsvermeldingen en toegangsprogramma's voor een product/indicatie in een land in het boekjaar, gedeeld door het totale aantal producten/indicaties in een land dat een markttoelating heeft of zal krijgen en worden naar verwachting vergoed volgens de benchmark voor de sector (geleverd door het bedrijf IQVIA Ltd.) in dat jaar. • Gebruikte formule: Totaal aantal vergoedingsvermeldingen en toegangsprogramma's voor een product/indicatie in een land/het totale aantal producten/indicaties in een land dat een markttoelating heeft of zal krijgen en worden naar verwachting vergoed volgens de benchmark voor de sector in dat jaar. • Voor deze landen, voor elk product en elke indicatie wordt subnationale toegang gedefinieerd op DMU-niveau (Decision Making Unit). Het type DMU’s (bijvoorbeeld regio’s, ziekenhuizen, ziekenfondsen) kan per land en product verschillen, afhankelijk van het lokale gezondheidssysteem van een land. De DMU’s worden gewogen aan de hand van bevolkingsgegevens of patiëntgegevens die overeenkomen met de DMU. Voor de weging worden gegevens gebruikt van officiële overheids- of gezondheidsstatistieken. We beoordelen of elke DMU toegang of geen toegang heeft. Als de som van DMU-gewichten die toegang hebben ≥ 66% is, dan overwegen we toegang voor ons product in dit land. We beschouwen de opname van een product in het ziekenhuisformularium of een bestaand contract als bewijs. Er kunnen zich gevallen voordoen waarin subnationale gegevens niet onmiddellijk beschikbaar zijn in de maanden na het bereiken van een nationale prijs- of vergoedingsnotering. In dit geval gaan we uit van een periode van zes maanden waarin we een 'voorwaardelijke toegang' beschouwen totdat er subnationale gegevens beschikbaar zijn. Als er tijdens deze periode gegevens beschikbaar zijn, schakelen we over naar Subnationale toegangsmeting. Als er na zes maanden geen gegevens beschikbaar zijn, gaan we ervan uit dat de toegang niet is bereikt. • 49 regio's en kanalen zijn in totaal opgenomen (de VS is opgesplitst in tien kanalen; Brazilië, Canada en Mexico zijn opgesplitst in publieke en private kanalen, het VK is opgesplitst in Engeland, Wales en Schotland), uit drie grote regio's (de EU, Intercontinentaal en de VS) waar we actief zijn. Programma voor beheerde toegang • De term 'toegangsprogramma' verwijst naar alle mechanismen waarin een product kan worden gebruikt voordat het wordt vergoed. • Onder toegangsprogramma's wordt toegang overwogen voor een product binnen een land, bepaald aan de hand van drie specifieke criteria: i) het programma moet actief zijn en wordt pas meegeteld na markttoelating; ii) er moet een derde partij zijn (bijvoorbeeld een ziekenhuis) die de behandeling van de patiënt financieel dekt (noch de patiënt noch UCB dekken het) en iii) er mag geen limiet zijn voor het aantal patiënten dat zich inschrijft in het programma. Time to Access (TTA) Index • Volgt de tijd tussen de vergunning voor het in de handel brengen en de beslissing van de betalers om vergoeding te bieden voor nieuwe UCB-geneesmiddelen of de instelling van een toegangsprogramma - gemeten ten opzichte van de mediane tijd tot vergoeding in de individuele markten waar UCB actief is. • Een reeks onafhankelijk verkregen TTA-sectorbenchmarks is gebruikt als de externe benchmarks voor evaluatie. Deze onafhankelijk verkregen TTA-sectorbenchmarks, opgesteld door IQVIA op verzoek en op aanwijzing van UCB, vertegenwoordigen een maatstaf voor het mediane aantal dagen van markttoelating tot publieke vergoeding, en deze worden afzonderlijk bepaald voor elk land waar UCB actief is. IQVIA verzamelt en evalueert deze 'TTA benchmarks' voor UCB en werkt deze jaarlijks bij. • Gemeten ten opzichte van een sectorreferentie die IQVIA voor UCB heeft opgesteld. Deze referentie meet de mediane tijd (dagen) tussen markttoelating en opname in de vergoedingslijst voor producten van UCB die verwacht worden tijdens het relevante toepassingsjaar (zoals geïdentificeerd aan de hand van de 'TTA-benchmarks' van de sector) en die de relevante mediane tijd tot vergoeding niet overschreden hebben. • Gebruikte formule: het aantal landen die tijdig goedkeuring hebben gekregen voor prijsstelling en vergoeding of een toegangsprogramma binnen het jaar (ten opzichte van 'TTA- benchmarks' uit de sector) / het aantal landen waarvan werd verwacht dat ze binnen het jaar goedkeuring zouden krijgen voor prijsstelling en vergoeding (zoals geïdentificeerd met behulp van de 'TTA-benchmarks' uit de sector) * 100. • Time to Access wordt gemeten voor de landen waar UCB aanwezig is, wat betekent dat het lokale Pricing & Access- team verantwoordelijk is voor de onderhandelingen over vergoeding en prijs. • Voor een toegangsprogramma wordt de datum van toegang beschouwd als de datum van de eerste patiënt die zich inschrijft voor het programma. • TTA is alleen van toepassing op nationaal niveau (zelfs als er subnationaal niveau bestaat) en publiek kanaal (als er publieke en private kanalen bestaan). Voor de VS houden we alleen rekening met de eerste indicatie van het merk. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 108 Patiënten vervolg Aantal landen en landen met een laag of middeninkomen (LMIC) waar de oplossingen van UCB aanwezig zijn, per oplossing 2024 2025 Aantal landen Aantal landen met een laag en middeninkomen Aantal landen Aantal landen met een laag en middeninkomen BIMZELX® 35 3 42 4 BRIVIACT® 42 4 44 3 CIMZIA® 56 13 55 11 EVENITY® 28 2 27 2 FINTEPLA® 35 2 40 4 KEPPRA® 48 12 48 12 RYSTIGGO® 6 0 17 1 VIMPAT® 53 11 52 11 ZILBRYSQ® 9 0 15 0 In 2025 zijn we erin geslaagd om het bereik van onze bestaande producten (KEPPRA ®, VIMPAT ®, BRIVIACT®, en CIMZIA ®) buiten onze aangesloten landen uit te breiden naar verschillende landen met een laag of middeninkomen (LMIC's). Dit jaar hebben we de voetafdruk van FINTEPLA ® uitgebreid van 35 naar 40 landen, waaronder twee nieuwe LMIC's, en die van BIMZELX ® van 35 naar 42 landen, waaronder één extra LMIC. Ook onze portefeuille van zeldzame ziekten kende een aanzienlijke groei: ZILBRYSQ® breidde zijn aanwezigheid uit van 9 naar 15 landen (een stijging van 67%) en RYSTIGGO ® breidde uit van 6 naar 17 landen, waaronder nu ook één LMIC. Nettoprijswijziging in de VS In 2025 was de nettoprijswijziging in de VS (na kortingen) gemiddeld -1,7% in de Amerikaanse productportfolio (wijziging catalogusprijs gemiddeld 4,9%). Dit weerspiegelt onze aanzienlijke marktkortingen om ervoor te zorgen dat patiënten toegang hebben tot de geneesmiddelen van UCB. Grondslagen voor financiële verslaggeving Nettoprijsverandering vertegenwoordigt de verandering van jaar tot jaar in de gemiddelde nettoprijs, die WAC is min kortingen, rabatten, vergoedingen en retourzendingen, berekend op productniveau en gewogen over de productportfolio van het bedrijf in de VS. De gebruikte methodologie kan verschillen van die van andere bedrijven. Grondslagen voor financiële verslaggeving • Aanwezigheid in een land wordt in overweging genomen wanneer de volgende criteria van toepassing zijn: i) UCB heeft verkopen van het product, hetzij rechtstreeks, hetzij via een partner, in het land (geregistreerd in onze systemen of in IQVIA-rapporten); ii) in het geval van geen geregistreerde verkopen, bestaat er gepubliceerd bewijs van vergoeding van het product (bijvoorbeeld opname in de positieve lijst van het land). • Het toepassingsgebied omvat landen waar UCB filialen heeft en landen waar UCB actief is via partners. • We gebruiken de definitie van de Wereldbank van landen en landen met een laag of middeninkomen. Andere maatstaven voor gelijke toegang tot geneesmiddelen 2024 2025 Aantal mensen dat gebruik heeeft gemaakt van de oplossingen van UCB >3.1 million >3.1 million Aantal mensen ondersteund via ondersteuningsprogramma's voor patiënten in de VS. 188 246 201 144 Grondslagen voor financiële verslaggeving Het totaal aantal patiënten wordt berekend op basis van het voortschrijdend jaartotaal (MAT) aan patiënten (geschatte daadwerkelijk behandelde patiënten) aan het einde van K3 2025, zoals verstrekt met invoergegevens van een externe bron. Onder het totaal aantal patiënten vallen mensen die toegang hebben gehad tot de volgende oplossingen: BIMZELX ®, BRIVIACT®, CIMZIA ®, EVENITY®, FINTEPLA®, KEPPRA®, NAYZILAM ®, RYSTIGGO®, VIMPAT® en ZILBRYSQ®. Grondslagen voor financiële verslaggeving • Kritieke inspectiebevindingen: Vastgesteld door inspecteurs van de regelgevende autoriteit voor farmacovigilantie en vervolgens gepresenteerd in het volgende formaat: het aantal afzonderlijke kritieke bevindingen in de verslagperiode als teller en het aantal farmacovigilantie-inspecties in de verslagperiode als noemer. • Nalevingspercentage rapportering: Het percentage individuele veiligheidsrapporten dat door UCB of namens UCB tijdig werd ingediend bij de regelgevende instanties in de Europese Unie, in overeenstemming met de reglementaire vereisten, vergeleken met het totale aantal ingediende individuele veiligheidsrapporten. Patiëntveiligheid Inspecties in het kader van de geneesmiddelenbewaking 2024 2025 Kritieke inspectiebevindingen 0 0 Tijdige rapportage van bijwerkingen 98% 98% In 2025 werden er geen kritieke inspectiebevindingen gemeld door de bevoegde autoriteiten. 98% van de individuele veiligheidsrapporten werden door UCB tijdig ingediend bij de bevoegde autoriteiten. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 109 Patiënten vervolg Productkwaliteit Terugroepingen 2024 2025 Klasse I 0 0 Klasse II 1 1 Klasse III 0 0 In 2025 rapporteerde UCB 55 inspecties in ons interne en externe netwerk over de verschillende Good Practices (GxP's). Dit omvatte 33 inspecties uitgevoerd door verschillende gezondheidsautoriteiten en regelgevende agentschappen in ons intern netwerk van UCB-entiteiten in onze operationele markten. Evenzo ondergingen partners en verkopers van UCB in totaal 22 inspecties uitgevoerd door gezondheidsautoriteiten en regelgevende instellingen. In 2025 heeft UCB vrijwillig 23 partijen E Keppra®-tabletten uit de Japanse markt teruggeroepen nadat tijdens het verpakken scheurtjes in de blisterfolie waren ontdekt. Hoewel er geen klachten of bijwerkingen in verband met dit defect zijn gemeld en stabiliteitsgegevens een robuust profiel ondersteunen, zelfs onder open omstandigheden, werd de terugroepactie uit voorzorg ingezet, terwijl de continuïteit van de levering werd gehandhaafd. Grondslagen voor financiële verslaggeving Terugroepacties is het aantal door UCB binnen een bepaalde periode geïnitieerde terugroepacties. Dit wordt berekend op basis van maandelijkse interne gegevensverzameling en controle, waarbij interne dossiers worden bijgehouden en geclassificeerd per product. Het terugroepproces van UCB wordt periodiek beoordeeld door regelgevende instanties en interne auditors. Het aantal inspecties in het interne netwerk van UCB over de hele levenscyclus van het product en volgens de verschillende 'Good Practices'-voorschriften houdt het aantal inspecties bij die door gezondheidsautoriteiten, regelgevende instanties of aangemelde instanties (voor hulpmiddelen) worden uitgevoerd bij UCB-entiteiten voor een bepaalde periode. Het aantal inspecties in het externe netwerk over de hele levenscyclus van het product en volgens de verschillende 'Good Practices'-voorschriften houdt het aantal inspecties bij die door gezondheidsautoriteiten, regelgevende instanties of aangemelde instanties (voor hulpmiddelen) worden uitgevoerd bij verkopers en partners van UCB voor een bepaalde periode. Wij verwachten dat externe verkopers en partners UCB op de hoogte stellen van relevante inspecties, zoals overeengekomen in contracten. Betrokkenheid van patiënten Interactie met patiëntenorganisaties 2024 2025 Financiering verstrekt aan patiëntenorganisaties (miljoen euro) 11,4 8,5 Activiteiten rondom betrokkenheid van patiënten 190 143 Aantal betrokken patiëntenorganisaties 383 394 In 2025 werkte UCB samen met 394 patiëntenorganisaties. Dit hield meer dan € 8,5 miljoen aan financiering in voor patiëntenorganisaties. 143 activiteiten op het gebied van patiëntenbetrokkenheid werden bijgehouden via het Activity Notification Form-systeem in 2025. We zijn momenteel bezig met het invoeren van een uitgebreide routekaart voor metingen om ervoor te zorgen dat belangrijke beslissingen worden onderbouwd door patiënten, inclusief nieuwe KPI's. Grondslagen voor financiële verslaggeving • Het aantal betrokken patiëntenorganisaties is een optelsom van alle patiëntengroepen en -organisaties die betrokken zijn bij een activiteit die wordt bijgehouden via het Activity Notification Form-systeem, subsidies, donaties of sponsoring met een overdracht van waarde. De activiteit moet hebben plaatsgevonden (een activiteit kan worden aangemaakt, ingediend of goedgekeurd maar geannuleerd voordat deze plaatsvindt) of de betaling moet zijn verricht. • Activiteiten voor patiëntenbetrokkenheid worden gedefinieerd als het aantal voltooide evenementen met deelname van patiëntenorganisaties die plaatsvonden in 2025, zoals bijgehouden door ons Activity Notification Form-systeem Aan elk evenement kunnen meerdere patiëntenorganisaties deelnemen. Lopende activiteiten die in 2025 zijn gestart maar nog niet zijn afgerond, zijn niet in dit aantal opgenomen. • De financiering verstrekt aan patiëntenorganisaties is de som van het bedrag in euro van alle overdracht van waarde aan patiëntenorganisaties tijdens activiteiten van fee for service, subsidies, donaties of sponsoring (gebaseerd op verrichte betaling en ingevuld in bronsystemen) in belangrijke markten voor UCB. • Het beleid van UCB vereist dat een Activity Notification Form wordt beoordeeld en goedgekeurd voordat er wordt samengewerkt met belanghebbenden uit de gezondheidszorg. Het Activity Notification Form moet duidelijk alle informatie met betrekking tot de opdrachtactiviteit bevatten om een formele beoordeling en evaluatie van de beoordeling te goeder trouw en de analyse van de reële marktwaarde mogelijk te maken. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 110 Informatie Bestuur Bestuursinformatie Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 111 Bestuursinformatie vervolg Beleidsoverzicht Gedragscode Toepassingsgebied van het beleid Dit beleid geldt voor alle werknemers, agenten en consultants die UCB vertegenwoordigen. Verantwoordelijk voor de implementatie De implementatie van dit beleid staat onder toezicht van de Chief Ethics and Compliance Officer, die rapporteert aan de General Counsel en directe toegang heeft tot het senior management, waaronder het Uitvoerend Comité, de CEO en de Raad van Bestuur. Internationaal erkende instrumenten In overeenstemming met en expliciet verwijzend naar de VN-Verklaring van de Rechten van de Mens en de Verklaring van Helsinki. Beschikbaarheid De Code is beschikbaar in 24 talen op de website van UCB en het intranet en is ontwikkeld met inbreng van een breed scala aan werknemers via de resourcegroep voor werknemers (Employee Resource Groups, ERG's) zodat een diverse groep werknemers een stem heeft gekregen. Werknemers worden via een verplichte training over dit beleid geïnformeerd. Beschrijving van de belangrijkste inhoud De Gedragscode van UCB versterkt onze ethische principes en legt verantwoording en verwachtingen vast, evenals principes van ethische besluitvorming, vrijuit spreken en niet-vergelding. In 2025 werd de Code herzien om de focus op deze dimensie te verscherpen en tegelijkertijd te waarborgen dat ons langdurige streven naar eerlijkheid, respect en gelijke kansen duidelijk, duurzaam en in overeenstemming met de veranderende mondiale verwachtingen blijft. Het niveau van uitmuntendheid dat wordt verwacht op het gebied van normen voor inkoop werd ook versterkt. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 112 Zakelijk gedrag G1 Gevolgen, risico's en kansen Ethische bedrijfsvoering Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Zakelijk gedrag Tarieven en een niet-geharmoniseerde implementatie van de wereldwijde minimumbelasting kunnen leiden tot een daling van de aangepaste EBITDA (tarieven) en mogelijke dubbele belasting (nettowinstgevendheid). Dit vermindert de cashflows van UCB en beperkt de middelen die beschikbaar zijn voor investeringen in innovatie. Politieke invloed en belangenbehartiging Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Politieke invloed en belangenbehartiging Potentieel Meer samenwerking met derden, zoals lokale overheidsinstanties, betalers en collega's, om zorgstelsels te versterken. Ethisch gebruik van technologie Subthema IRO-type Tijdskader Waardeketen Beschrijving Data en technologie Ethisch gebruik van technologie en AI bij UCB kan leiden tot meer efficiëntie en waardecreatie (er zijn bijvoorbeeld minder patiënten nodig in klinische proeven, minder middelen nodig in de productie, de resultaten van experimenten kunnen sneller worden voorspeld en er zijn minder dieren nodig in de ontwikkeling van preklinische proeven). Positieve impact Negatieve impact Risico Kans Korte termijn Middellange termijn Lange termijn Upstream Eigen activiteiten Downstream G1-1 Bedrijfscultuur Bij UCB is cultuur een belangrijke drijfveer voor het creëren van waarde. Cultuur bepaalt hoe we samenwerken, beslissingen nemen en zinvolle resultaten boeken voor patiënten, medewerkers, aandeelhouders en de samenleving. Ons cultureel referentiekader is meer dan ooit verankerd in de vier principes van de Patient Value Strategy (PVS) van UCB: van ruis naar signaal; van taak naar waarde; ruimte met consistentie; en behulpzaamheid en vrijgevigheid. Deze vier principes geven weer hoe we ons presenteren en samenwerken, waarbij we ons doel koppelen aan ons bedrijfsmodel en onze langetermijnambities. De hoogste leidinggevende die verantwoordelijk is voor het vormgeven en ontwikkelen van de cultuur van UCB is de Chief Human Resource Officer (CHRO), een lid van het Uitvoerend Comité. De CHRO ziet erop toe dat culturele principes worden geïntegreerd in strategische talentprocessen, waaronder leiderschapskwaliteiten, organisatieontwikkeling, werving en prestatie- en groeimanagement, waardoor de samenhang tussen de wereldwijde activiteiten van UCB wordt versterkt. UCB heeft in 2025 zijn culturele evolutie voortgezet om de consistentie in onze werkwijze tussen teams en regio's te vergroten. In plaats van een nieuw model te introduceren, werd het PVS-kader herzien om te voorzien in nieuwe organisatorische behoeften, waaronder resultaatgerichte benaderingen, duidelijkere verantwoordelijkheden, op toestemming gebaseerde besluitvorming, een sterkere externe oriëntatie en continu leren. Om meer duidelijkheid te scheppen en een gemeenschappelijk begrip te kweken van wat deze veranderingen in de praktijk vereisen, heeft UCB 12 gedragsmatige 'begrippen' ingevoerd onder de vier PVS-principes. Deze begrippen vertalen de principes naar concrete, waarneembare gedragingen die als leidraad dienen voor hoe medewerkers luisteren, prioriteiten stellen, samenwerken, omgaan met onzekerheid en een evenwicht vinden tussen waardecreatie op korte en lange termijn. Door deze verwachtingen expliciet te maken, worden interpretatieverschillen beperkt en ontstaat er een gemeenschappelijke basis voor gesprekken over leiderschap, ontwikkeling en prestaties. Gedurende 2025 werden het vernieuwde PVS-kader en de 12 begrippen ervan geleidelijk ingebed in belangrijke personeelsprocessen, waardoor het verband tussen cultuur, organisatorische effectiviteit en duurzame prestaties werd versterkt. Het prestatie- en groeikader van UCB werd versterkt door de geëvolueerde PVS-principes te integreren in de gedragsdimensie van prestatiebeoordeling en doelstelling. Deze verduidelijking draagt bij aan consistentere, zinvollere gesprekken tussen managers en medewerkers en verbetert de afstemming tussen verwacht gedrag en gewenste resultaten. Daarnaast wordt onze cultuur ook versterkt door verschillende gevestigde procesfasen voor talentontplooiing: • jaarlijkse beoordelingsgesprekken en talentbeoordelingen; • programma's voor leiderschapsontwikkeling met gestructureerde feedback gekoppeld aan PVS-principes; Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 113 Zakelijk gedrag vervolg • belonings- en erkenningssystemen die aansluiten bij culturele verwachtingen; • wervingsrichtlijnen die onze waarden weerspiegelen; • op maat gemaakte cultuurtraining en onboarding. G1-1 Bedrijfscultuur 2024 2025 De Score werknemersbetrokkenheid van UCB 76% 78% Hoogpresterende benchmark van de top 10% van wereldwijde bedrijven 82% 82% Het luisteren naar werknemers evolueerde ook aanzienlijk in 2025 met een meer gerichte en geïntegreerde strategie. De wereldwijde werknemersenquête bereikte een deelnamepercentage van 62% en leverde meer dan 13.000 opmerkingen op. Onze betrokkenheidsscore steeg naar 78% (+2 punten), met hoge scores op het gebied van trots (83%) en doelgerichtheid (81%). Deze inzichten helpen ons om de culturele evolutie te volgen, prioritaire acties te sturen en ons begrip te versterken van hoe medewerkers de cultuur van UCB in hun dagelijkse werk ervaren. Grondslagen voor financiële verslaggeving De score voor werknemersbetrokkenheid is afgeleid van de anonieme jaarlijkse werknemersenquête en is gebaseerd op belangrijke factoren en benchmarkgegevens van een externe leverancier genaamd Glint. De betrokkenheidsscore meet zingeving, personeelsbehoud, trots om bij UCB te werken en de waarschijnlijkheid dat UCB wordt aanbevolen als een uitstekende plek om te werken. Ethische bedrijfsvoering Beleidslijnen De belangrijkste beleidsregels op het gebied van zakelijk gedrag zijn onze Gedragscode en het anti‑omkopings‑ en anticorruptiebeleid (Anti-Bribery Anti-Corruption, ABAC), onder toezicht van het programma Ethiek & Bedrijfsintegriteit (E&BI) van UCB. Deze beleidslijnen zijn van toepassing op en worden ter beschikking gesteld van alle personeelsleden en externe aannemers als onderdeel van de initiële inwerkperiode en de jaarlijkse vereiste training, en waar relevant wordt ernaar verwezen in de contracten van UCB met derden. Bij de indiensttreding van nieuwe personeelsleden geeft UCB een training over naleving die is afgestemd op de functie van de persoon, met inbegrip van het verwachte zakelijke gedrag met betrekking tot hun functie en verantwoordelijkheden. Activiteiten op het gebied van ethiek en naleving, waaronder de implementatie van deze twee beleidsregels, staan onder toezicht van de Chief Ethics and Compliance Officer, die rapporteert aan de General Counsel en directe toegang heeft tot het senior management, waaronder het Uitvoerend Comité, de CEO en de Raad van Bestuur. Daarnaast geeft de Chief Ethics & Compliance Officer jaarlijkse presentaties aan het Uitvoerend Comité, de Raad en het Auditcomité van de Raad. Zich uitspreken en anti-vergelding Als een werknemer van UCB iets ziet waarvan hij of zij denkt dat het illegaal of onethisch is, of dat in strijd is met de ethische beginselen van de Gedragscode, dan wordt van hen verwacht dat ze dit onder de aandacht brengen van een supervisor of manager. Werknemers kunnen ook contact opnemen met de afdeling E&BI, Talent (HR) of de afdeling Juridische Zaken, of via de 24/7 bereikbare UCB Integrity Line. UCB heeft een strikt anti-vergeldingsbeleid. Medewerkers worden aangemoedigd om situaties te melden zonder angst voor vergelding, en ze worden niet gestraft voor het te goeder trouw melden, zelfs als blijkt dat er geen overtreding heeft plaatsgevonden. Vergelding in welke vorm dan ook wordt niet getolereerd en iedereen die betrokken is bij vergelding wordt onderworpen aan disciplinaire maatregelen, tot en met ontslag. De Chief Ethics and Compliance Officer volgt melders ook op om ervoor te zorgen dat ze geen last hebben van vergelding na het melden van wangedrag en monitort eventuele negatieve werkgerelateerde acties die het gevolg kunnen zijn van het melden van wangedrag. Beheer van inkomende klachten Er wordt een vaste, onafhankelijke procedure gebruikt om alle inkomende klachten tijdig te beoordelen en te onderzoeken en de melder wordt regelmatig op de hoogte gehouden, indien bekend. Dit proces wordt geleid door een Global Head of Investigations die deel uitmaakt van het E&BI-team, dat werkt onder leiding van de Chief Ethics & Compliance Officer en met betrokkenheid van Juridische Zaken en Talent Leaders. De onderzoeksresultaten worden gebruikt ter ondersteuning van de analyse van hoofdoorzaken en om corrigerende maatregelen en eventuele disciplinaire maatregelen uit te werken. De Raad van Bestuur, het Uitvoerend Comité en het Auditcomité van de Raad van Bestuur krijgen regelmatig updates over het proces. Acties Het programma Ethiek en bedrijfsintegriteit (E&BI) van UCB is gericht op het mogelijk maken van strategieën die de financiële, sociale en milieuprestaties verbeteren door middel van ethische praktijken en leiderschap. Het programma is opgebouwd op basis van de gevestigde elementen van compliance programma’s gedefinieerd door het Amerikaanse Office of the Inspector General en aangepast aan de lokale vereisten van elk land. Elementen zijn onder meer leiderschap en bestuur; risicobeoordelingen en due diligence (zorgvuldigheid); normen, beleidslijnen en procedures; training en communicatie; systemen voor werknemersrapportering; case management en onderzoeken; testen en toezicht; naleving door derden en voortdurende verbetering. Jaarlijkse beoordelingen van werknemers omvatten ethische zakelijke overwegingen als een prestatiemaatstaf bij het vaststellen van individuele doelstellingen. Medewerkers die de richtlijnen niet naleven worden onderworpen aan disciplinaire maatregelen in overeenstemming met het disciplinaire beleid van UCB. Daarnaast worden derden beoordeeld op risico's met betrekking tot ethiek en bedrijfsintegriteit en kunnen ze worden onderworpen aan audits en toezicht door Ethics and Business Integrity of Interne Audit op basis van vastgestelde of nieuwe risico's. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 114 Zakelijk gedrag vervolg Het E&BI-programma werkt samen met de bedrijfsleiding om de ethische principes van UCB te integreren in de dagelijkse activiteiten en beslissingen, en benadrukt het belang ervan in relatie tot onze bedrijfsactiviteiten via regelmatige communicatie, richtlijnen en belangrijke evenementen. In 2025 omvatte dit: • De lopende strategie 'Leading Through Ethics' om ethisch leiderschap en een ethische cultuur te bevorderen, waaronder leiderschapstraining gericht op ethische besluitvorming, en een communicatiestrategie waarin ethiek wordt benadrukt en ethiekgerelateerde maatstaven zijn opgenomen in prestatiemanagement. • De jaarlijkse Global Ethics Day, met als thema 'Empowered by Integrity: Doing the Right Thing Together', omvatte activiteiten op alle UCB-locaties en berichten van leidinggevenden over hun toewijding aan ethiek in hun zakelijke activiteiten. • UCB voert duidelijke prestatiemaatstaven in voor het hele bedrijf die elementen van ethiek, naleving en zakelijke integriteit zullen omvatten. Hierbij wordt naleving en ethisch gedrag gekoppeld aan werknemersprestaties en beloning. • De tool voor ethische besluitvorming van UCB wordt voortdurend verbeterd met aanvullende actuele richtlijnen, casestudy's en vragen op hoog niveau op relevante gebieden. Zo kunnen medewerkers hun vaardigheden op het gebied van ethische besluitvorming oefenen en toepassen op dilemma's waarmee ze in hun werk worden geconfronteerd. Grondslagen voor financiële verslaggeving De jaarlijkse anonieme enquête Ethics and Business Integrity Perception Survey, in 2025 voor het eerst intern uitgevoerd, is de input voor het berekenen van scores op het gebied van leiderschap, druk en rechtvaardigheid in organisaties. De geleverde percentages zijn de aantallen respondenten die het eens zijn met stellingen die verband houden met ethisch zakendoen bij UCB, zoals 'Ik geloof dat er disciplinaire maatregelen worden genomen wanneer personen zich schuldig maken aan onethisch gedrag of wangedrag bij UCB'. De resultaten worden vergeleken met benchmarkgegevens van collega's, verstrekt door een extern bedrijf, Ethisphere, op basis van gegevens van bedrijven die hun enquêtes uitvoeren met Ethisphere. Ethische cultuur en naleving Onze jaarlijkse anonieme enquête over de perceptie van ethiek en bedrijfsintegriteit, intern uitgevoerd en vergeleken met branchegegevens die door een derde partij zijn verstrekt, geeft UCB gegevens op over hoe collega’s ethische beginselen en gedragingen zien, begrijpen, beleven en toepassen, en een vergelijking met sectorgenoten. Met behulp van dashboards en statistieken kunnen managers hun teams voortdurend coachen en het goede voorbeeld geven als het gaat om inzet voor het belang van Ethics & Compliance. De resultaten van onze enquête van 2025 waren over het algemeen vergelijkbaar met die van 2024, wat een verbetering betekende op een aantal belangrijke aandachtsgebieden in het voorgaande jaar. Het responspercentage van de werknemers was gelijk aan dat van het voorgaande jaar (54% in zowel 2024 als 2025). De perceptie van de ethiek van het senior management is sinds 2024 aanzienlijk verbeterd en is gestegen tot 95% van de benchmark (tegenover 91% van de benchmark in 2024). De resultaten lieten een lichte daling zien in de perceptie van werknemers van hun directe leidinggevenden als ethische leiders, van 100% van de benchmark in 2024 naar 95% van de benchmark in 2025. De perceptie van organisatorische rechtvaardigheid nam eveneens toe, van 88% van de benchmark in het voorgaande jaar tot 90% van de benchmark in 2025. De resultaten op het gebied van rechtvaardigheid in organisaties lieten een toename zien in het vertrouwen van werknemers dat UCB haar anti-vergeldingsbeleid handhaaft. Uit enquêtegegevens bleek ook een voortdurende vermindering in de beleving van druk op de werkplek. Deze resultaten zullen worden gebruikt om de belangrijkste aandachtsgebieden voor 2026 te bepalen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 115 Zakelijk gedrag vervolg Klachtenindicatoren Meting 2024 2025 Aantal gemelde gevallen per 100 werknemers 1,78 1,73 % meldingen dat onderzoek wordt 67% 58% Anonieme meldingen 34% 27% Gemiddelde behandeltijd van zaken 47 dagen 56 dagen Onderbouwingspercentage 48% 53% Onderzoeken met disciplinaire maatregelen 48% 53% Het aantal gemelde gevallen per 100 werknemers in 2025 bleef consistent met de cijfers van 2024, waarbij 8% van de gevallen voortkwam uit monitoring en auditing en 92% van de gevallen voortkwam uit klachtenmechanismen van UCB. Uit de enquête over ethiek en bedrijfsintegriteit van 2025 bleek een aanzienlijke daling van het aantal werknemers dat melding maakte van waargenomen wangedrag, van 6,8% in 2024 naar 3% in 2025. Bovendien bleek uit de enquêtegegevens van 2025 dat 88% van de werknemers aangaf bereid te zijn om wangedrag te melden omdat 'dat het juiste is om te doen'. Ongeveer de helft van de werknemers (gelijk aan voorgaande jaren en ongeveer 4% boven de externe benchmark) bevestigde dat zij waargenomen wangedrag hadden gemeld. Er worden voortdurend inspanningen geleverd om het vertrouwen en de bewustwording van werknemers om zich uit te spreken te vergroten. De toename van de gemiddelde behandeltijd van zaken ten opzichte van 2024 kan worden verklaard door de toenemende complexiteit van zaken, waarbij voor verschillende zaken uitgebreid onderzoek en beoordeling nodig is. Grondslagen voor financiële verslaggeving In de klachtenindicatoren wordt rekening gehouden met samengevoegde meldingen van alle meldingskanalen van UCB, met inbegrip van meldingen aan de UCB Integrity Line en van andere kanalen, met inbegrip van de afdelingen Ethiek en bedrijfsintegriteit, Talent en Legal, evenals managers. Onderzoeksresultaat kwestie type 2025 n Onderbouwd n Niet onderbouwd n Doorverwe zen n In behandeling Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 116 Zakelijk gedrag vervolg G1-3 Anti-omkoping en anti-corruptie Anti‑omkopings‑ en anticorruptiebeleid (ABAC) Het anti‑omkopings‑ en anticorruptiebeleid (ABAC) van UCB is bedoeld om ervoor te zorgen dat het personeel van UCB, evenals derden die handelen namens UCB, de toepasselijke wereldwijde regels tegen omkoping en corruptie begrijpen en naleven. Het is online en op ons intranet toegankelijk. In dit beleid worden de belangrijkste anti-omkoping- en anti- corruptieprincipes van UCB uiteengezet, ondersteund door aanvullende procedures en richtlijnen die beschrijven hoe UCB risico's op omkoping en corruptie bij onze bedrijfsactiviteiten opspoort, voorkomt en beperkt. Bij het opstellen van het anti‑omkopings‑ en anticorruptiebeleid werd rekening gehouden met de inbreng van de belangrijkste belanghebbenden binnen UCB, onder meer over onderwerpen in verband met ethiek en bedrijfsintegriteit, juridische aangelegenheden, wereldwijde interne audit, politieke bijdragen, intercontinentale toepasbaarheid en financieringsactiviteiten. Het voldoet aan de normen die zijn opgesteld door verschillende instanties in de farmaceutische industrie, waaronder (maar niet beperkt tot) de International Federation of Pharmaceutical Manufacturers & Associations (IFPMA), de European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations (EFPIA), Pharmaceutical Research and Manufacturers of America (PhRMA) en de anti-omkopingsconventie van de OESO. Preventie en opsporing van corruptie en omkoping UCB identificeerde betrokkenheid met de belanghebbenden in de gezondheidszorg als het primaire risicogebied voor anti- omkomping en anti-corruptie (ABAC). Het E&BI-team voert een risicobeoordeling uit voor elke markt waar UCB actief is, om de lokale risico’s met betrekking tot verschillende onderwerpen, waaronder corruptie, te beoordelen. Dit gebeurt in overeenstemming met een vastgesteld rotatieschema of op basis van problemen waar nodig. Wanneer deze risico’s worden vastgesteld, worden zij aangepakt via een risicobeperkend plan dat samen met de lokale leiderschapsteams wordt ontwikkeld en aan het wereldwijde E&BI-leiderschapsteam wordt gerapporteerd voor follow-up. Onderzoekers of onderzoekscommissies staan los van managementketens die betrokken zijn bij het voorkomen en opsporen van corruptie of omkoping. De Global Internal Audit- afdeling controleert periodiek de wereldwijde activiteiten van UCB om risico’s vast te stellen en te beoordelen in overeenstemming met een vastgesteld rotatieschema of waar passend op basis van problemen. Als onderdeel van het goedgekeurde auditplan voor 2025 en in aanvulling op de procedures voor financiële zekerheid, heeft de afdeling 39 beoordelingen uitgevoerd van verschillende filialen, partners en wereldwijde functies. De beoordelingen van lokale vestigingen, filialen en partners worden uitgevoerd volgens een risicogebaseerde cyclus en omvatten onder andere een evaluatie van de procedures en controles voor anti-omkomping en anti-corruptie. Ze controleren, handhaven en volgen continu alle compliancegerelateerde bevindingen op. Alle incidenten van omkoping en corruptie die via het monitoringprogramma worden ontdekt, komen terecht bij het onderzoeksteam binnen Ethics en bedrijfsintegriteit, dat onafhankelijk van de landenorganisaties opereert om volledige onafhankelijkheid van het proces te garanderen. Bovendien worden alle gevallen van omkoping en corruptie die door medewerkers of externe belanghebbenden via onze Integrity Line of andere meldingskanalen worden gemeld, onmiddellijk onderzocht. Na afloop van het onderzoek worden corrigerende maatregelen en eventueel noodzakelijke disciplinaire maatregelen getroffen. G1-4 Incidenten van corruptie of omkoping In 2025 werden geen materiële incidenten van corruptie of omkoping vastgesteld. Er waren geen materiële gevallen van omkoping en corruptie die hebben geleid tot boetes of veroordelingen voor overtredingen van wetgeving ter bestrijding van corruptie en omkoping. Grondslagen voor financiële verslaggeving Het totale aantal onderbouwde onderzoeken naar corruptie en/of omkoping dat tijdens de verslagperiode werd gemeld of plaatsvond, wordt berekend aan de hand van gegevens van het systeem dat wordt gebruikt om de gevallen op te volgen die via de UCB Integrity Line en andere kanalen werden gemeld. Het totale aantal veroordelingen en het totale bedrag aan boetes voor overtredingen van de wetgeving ter bestrijding van corruptie en omkoping aan UCB in de verslagperiode wordt verstrekt door het Global Litigation-team. Een bevestigd incident (van corruptie en omkoping) is een melding die onderbouwd is bevonden. Gegronde meldingen van corruptie omvatten geen meldingen van corruptie die aan het einde van de verslagperiode nog in onderzoek zijn. Een vaststelling zoals onderbouwd door een rechtbank is niet vereist. Een onderbouwd rapport is bewezen waar, geldig of ondersteund door bewijs te zijn. Aantal voltooide trainingen • 99% van de werknemers had de Gedragscode-training gevolgd. • 98% van de werknemers had de anti-omkopings- en anticorruptietraining (ABAC) gevolgd. ABAC-training Alle medewerkers Trainingsdekking Totaal aantal vereiste werknemers 10 117 Totaal aantal werknemers dat heeft meegedaan 9 904 Leveringsmethode en duur Computerondersteunde training 0,25 uur Frequentie Hoe vaak is training vereist Jaarlijks Behandelde thema’s Definitie van corruptie X Beleid X Procedures bij verdenking/detectie X Uit de gegevens voor 2025 blijkt dat zowel de training over Gedragscode als die over ABAC in heel UCB nog steeds goed worden doorlopen. Werknemers die de vereiste training niet binnen de toegestane tijd afronden, krijgen individuele follow-ups van het team Ethiek en bedrijfsintegriteit en de voltooiingspercentages worden elke maand nauwkeurig bijgehouden. Grondslagen voor financiële verslaggeving • De voltooiingspercentages van de Gedragscode zijn gebaseerd op de berekening van het aandeel van de werknemers die de training voor de Gedragscode van UCB met succes hebben voltooid of die zich binnen de vereiste termijn bevinden om de training in de verslagperiode te voltooien (d.w.z. op 31 december 2025). • De voltooiing van de anti-omkopings- en anticorruptietraining (ABAC) wordt berekend op basis van het percentage werknemers dat de ABAC-training met succes heeft voltooid of dat zich binnen de vereiste termijn bevinden om de training in de verslagperiode te voltooien (d.w.z. op 31 december 2025). • Deze nalevingspercentages zijn de som van de werknemers die de training hebben voltooid en de werknemers die nog binnen de termijn zijn om de verplichte trainingen te voltooienen eraan te voldoen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 117 Zakelijk gedrag vervolg G1-5 Politieke invloed en belangenbehartiging Beleidslijnen UCB zet zich in voor de voortdurende evolutie van ecosystemen voor gezondheidszorg die innovatie erkennen en belonen, op waarde gebaseerde zorg aanmoedigt en gelijke toegang tot geneesmiddelen bevordert. Gezien de verschillende regelgevende omgevingen in de verschillende regio's, passen we onze benadering van het overheidsbeleid aan, terwijl we consistent blijven in onze mondiale inzet voor ethische betrokkenheid en afstemming op ons doel. Dit onderwerp is opgenomen in de Gedragscode van UCB en onze inzet houdt ook in dat we ons houden aan de rapportageverplichtingen voor lobbyactiviteiten en de beperkingen op bijdragen aan politieke campagnes in de landen waar we actief zijn. Waar toegestaan in bepaalde landen en wanneer geautoriseerd door de leiding van het land en de Juridische Afdeling of de lokale juridisch adviseur, neemt UCB deel aan het politieke proces. Ondersteunde kandidaten worden geselecteerd op basis van opvattingen, stemgedrag en standpunten ten aanzien van vraagstukken die de belangen en waarden weerspiegelen van UCB, onze werknemers en de patiënten die we nu en in de toekomst dienen. Het beleid inzake het gebruik van bedrijfsmiddelen voor politieke activiteiten, specifiek voor de VS, bepaalt dat geen enkele werknemer van het bedrijf bedrijfsmiddelen mag gebruiken, of toestemming mag geven voor het gebruik van bedrijfsmiddelen om een politieke bijdrage te leveren aan, of een uitgave te doen ten gunste van een kandidaat of politieke commissie, tenzij de werknemer vooraf toestemming heeft gekregen van het hoofd van U.S. Corporate Affairs and Sustainability, of zijn of haar aangestelde. In de EU houdt het Global Head of Sustainability, Corporate Affairs & Risk toezicht op de uitvoering van politieke invloed en belangenbehartiging. In de VS worden de inspanningen van UCB rond dit thema gecontroleerd door het hoofd van U.S. Corporate Affairs and Sustainability en het hoofd van U.S. Public Policy & Government Relations. Acties UCB is opgenomen in de volgende transparantieregisters: • EU – Transparantieregister (identificatienummer: 294359117093-66) • Duitsland – Lobbyregister Deutscher Bundestag (identificatienummer: R001559) • België – Lobbyregister/Registre des Lobbies (identificatienummer: N.v.t.) • VS – UCB Inc. of interne werknemers worden geregistreerd op federaal, staats- en lokaal niveau, op basis van de bepalingen inzake registratie en openbaarmaking van elk getroffen rechtsgebied. Het is gebruikelijk voor bedrijven in de VS om kandidaten te steunen via Political Action Committees (PAC's). Het Amerikaanse filiaal van UCB heeft een PAC (U-PAC) om kandidaten op federaal en staatsniveau te steunen en alle bijdragen zijn openbaar beschikbaar. Alle bijdragen van U-PAC en UCB aan bedrijfscampagnes worden vóór het leveren van een dergelijke bijdrage zowel intern beoordeeld door de U-PAC Raad van Bestuur, die bestaat uit kaderleden en werknemers van UCB, als door een externe politieke juridisch adviseur, Politicom Law LLP. We bekijken routinematig alle kandidaatbijdragen en onze criteria om ervoor te zorgen dat kandidaten die worden gesteund door U- PAC de standpunten van het bedrijf over innovatie, betaalbare toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg en gezondheidsgelijkheid uitdragen. Dit is de maatstaf die we gebruiken om te beslissen welke kandidaten we steunen. In 2025 hield UCB zich bezig met belangenbehartiging met betrekking tot de volgende onderwerpen: Innovatie • Stimulansen om constante investeringen in innovatie mogelijk te maken. • Voorstellen om het systeem van intellectueel eigendom te versterken. • Wijzigingen in het belastingbeleid die een negatieve invloed zouden hebben gehad op voormalige Amerikaanse bedrijven met directe buitenlandse investeringen in de VS. • Handelsbeleid dat een negatieve impact zou hebben op biofarmatische innovatie en toekomstige investeringen. • Versterking van het concurrentievermogen van Europa op het gebied van farmaceutisch onderzoek, ontwikkeling en productie. Op waarde gebaseerde zorg • Oprichting van adviesraden voor zeldzame ziekten om patiënten meer inspraak te geven in het overheidsbeleid met betrekking tot zeldzame ziekten. • Pleiten voor het wegnemen van belemmeringen voor gelijke toegang tot zorg. • Pleiten voor het onderzoeken van de gehele toeleveringsketen van voorgeschreven geneesmiddelen om hervormingen te identificeren die de toegang en betaalbaarheid verbeteren en tegelijkertijd ruimte bieden voor voortdurende innovatie om mensen met ernstige ziekten betere behandelingen te bieden. Gelijke toegang • Het wegnemen van belemmeringen voor fabrikanten om patiënten te helpen die hun geneesmiddelen niet kunnen betalen. • Mechanismen voor patiënten om medisch noodzakelijke behandelingen te krijgen en onnodige toegangsbelemmeringen te vermijden. • Verbeterde toegang tot therapieën in Medicaid-programma's (voor minderbedeelden, waaronder gemeenschappen met een lage sociaaleconomische status in de VS.) • Uitbreiding van de dekking en toegang tot verschillende toedieningswijzen en zorglocaties voor verschillende therapieën. Politieke bijdagen 2024 2025 Indirecte politieke bijdragen (in duizenden EUR) 100 118 Indirecte politieke bijdragen worden door UCB alleen in de VS gedaan, volgens standaard lokale praktijken. Ongeveer een kwart van het bedrag aan politieke bijdragen dat voor 2025 werd gerapporteerd, werd gedaan via het U-PAC, terwijl ongeveer 60% werd gedaan via lobbyorganisaties in staten waar dat is toegestaan. Het resterende bedrag had betrekking op bedrijfsbijdragen aan verkiezingscampagnes. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 118 Zakelijk gedrag vervolg Ethisch gebruik van technologie UCB beschikt over een sterk technologiebeheer en onze benadering van AI ontwikkelt zich in lijn met de ontwikkeling ervan en de gerelateerde regelgeving, rekening houdend met de bredere maatschappelijke implicaties, complexe ethische kwesties en gevolgen voor de mensenrechten die zich voordoen. MDR-P Beleidslijnen De Gedragscode van UCB betreft zaken die te maken hebben met AI en zorgt ervoor dat ethische praktijken worden nageleefd in al onze activiteiten, terwijl het Beleid inzake acceptabel IT-gebruik interne richtlijnen geeft voor het ethisch gebruik van de IT- systemen van UCB. Gedragscode van UCB De Gedragscode van UCB helpt onze collega's om slimme en ethische keuzes te maken over AI-technologie, in combinatie met voortdurende training. In de Code worden de verwachtingen van UCB met betrekking tot technologie, waaronder kunstmatige intelligentie, uiteengezet. Specifiek met betrekking tot AI wordt in de Gedragscode beschreven hoe wij ons ervoor inzetten om AI op een transparante manier te gebruiken, met respect voor de menselijke autonomie en in lijn met ons doel om het leven van mensen met ernstige ziekten te verbeteren. We overwegen zorgvuldig welke taken we aan AI overlaten en treffen de nodige veiligheidsmaatregelen om ervoor te zorgen dat we er op verantwoorde wijze gebruik van maken. Bovendien zijn AI- systemen bij UCB conform de normen voor gegevensbescherming, zodat persoonlijke gegevens privé blijven. De beschrijvingen van de manier waarop ze werken (in begrijpelijke termen) zijn direct beschikbaar. Beleid inzake acceptabel IT-gebruik Het Beleid inzake acceptabel IT-gebruik, dat beschikbaar is in het gereguleerde documentbeheersysteem van UCB, garandeert dat alle digitale systemen, apparaten en data van UCB worden gebruikt op een betrouwbare en veilige manier en in overeenstemming met de regels zijn. Ethisch, conform en legaal gebruik van technologie beschermt werknemers, partners, patiënten en UCB tegen schade, voorkomt misbruik en ondersteunt verantwoord digitaal handelen. Het beleid is van toepassing op iedereen die gebruikmaakt van IT- systemen, apparaten of gegevens van UCB, met inbegrip van werknemers, opdrachtnemers, consultants, tijdelijke werknemers, externe partners en anderen die namens UCB handelen. Het omvat: • Pc's, mobiele apparaten (telefoons en tablets), media, netwerk, e-mail, internetgebruik, opslag, servers, applicaties, cloudoplossingen en andere netwerk- en verbonden apparaten. • Alle gegevens van UCB in elektronisch formaat die worden aangemaakt, verworven, geraadpleegd, opgeslagen, verwerkt of verzonden van of door UCB of partners (namens UCB) en waarvoor UCB verantwoordelijk of aansprakelijk is of waarbij UCB anderszins een legitiem zakelijk belang heeft. In het beleid wordt ook de nadruk gelegd op een aantal belangrijke ethische verantwoordelijkheden: • Gebruik alleen geautoriseerde systemen en software, inclusief GenAI-oplossingen, bij het uitvoeren van UCB-activiteiten. • Bescherm gegevens door de regels van UCB inzake privacy, classificatie en levenscyclus te volgen, met inbegrip van beperkingen op lokale opslag, persoonlijke apparaten, gecontroleerde GxP-documenten en gebruik van persoonlijke e-mail. • Communiceer op een transparante en verantwoordelijke manier en gebruik geen technologieën zoals kortstondige of zelfvernietigende berichten die de vereiste bewaring verhinderen. • Gebruik technologie voor legitieme doeleinden en binnen wettelijke en organisatorische grenzen, inclusief beperkt en redelijk persoonlijk gebruik wanneer dit geen risico's met zich meebrengt. • Ondersteun een cultuur van verantwoordelijkheid door de veiligheidsrichtlijnen te volgen, verdachte activiteiten te melden en het recht van UCB te respecteren om systemen te monitoren in overeenstemming met de wetgeving en het bedrijfsbeleid. MDR-A Acties In 2025 werden onder andere de volgende acties ondernomen: • Voortzetting van de GenAI Hub (opgericht in 2024) die adviseert over de ethische overwegingen van opkomende technologieën, evenals het begeleiden van onze gebruikscases over het ethische gebruik van AI. • Als onderdeel van het UCB AI-alfabetiseringsprogramma werd in augustus 2025 een verplichte training 'Verantwoord gebruik van AI' voor alle medewerkers ingevoerd. • De oprichting van een transversaal team op het gebied van juridische zaken, intellectueel eigendom en ethiek om risicobeoordelingen voor AI-toepassingen uit te voeren. • Er is een zelfbeoordelingsinstrument ontwikkeld om UCB- medewerkers te helpen bij het beoordelen van hun AI- gerelateerde gebruikscases in het kader van de Europese wet inzake AI. • Er is een wereldwijd beleid voor verantwoord gebruik van AI ontwikkeld dat zich momenteel in de formele goedkeuringsprocedure bevindt. Het is ontworpen om aan te sluiten bij het bestaande beleid van UCB, zoals de Gedragscode en het beleid inzake acceptabel IT-gebruik. • Er zijn standaardclausules met betrekking tot het gebruik van AI toegevoegd aan geselecteerde contractuele sjablonen voor werkbeschrijvingen, en er wordt gewerkt aan een uitgebreide reeks bepalingen die begin 2026 zullen worden opgenomen in het sjabloon van de Master Services Agreement. • We zijn momenteel bezig met het bijwerken van het beleid inzake acceptabel gebruik van IT om aanvullende elementen op te nemen over ethisch gebruik van technologie, naast andere updates. De laatste update van het beleid vond plaats in maart 2025 en versterkte de algemene ethische thema's met betrekking tot digitale technologie. De laatste update omvat dan ook: duidelijkere en bredere ethische verantwoordelijkheid, explicieter beheer van AI en nieuwe technologieën, waarbij wordt bepaald dat alleen geautoriseerde tools mogen worden gebruikt voor de activiteiten en bedrijfsvoering van UCB, versterking van de data-ethiek, evenwichtige en ethische richtlijnen voor persoonlijk gebruik en andere zaken. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 119 European Sustainability Reporting Standards (ESRS) Index UCB heeft gerapporteerd in overeenstemming met de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) voor de periode van 1 januari 2025 - 31 december 2025, in overeenstemming met de vereisten van de Richtlijn voor verslaglegging over maatschappelijk verantwoord ondernemen (CSRD). ESRS 2 - Algemene informatie Openbaarmakingsplicht Pagina BP-1: Basis voor voorbereiding 48 BP‑2: Specifieke omstandigheden 48, 120 GOV‑1: Bestuurlijke rollen 36-42, 136, 141-143 GOV‑2: Bestuur 137, 141 GOV‑3: Stimuleringsregelingen 148-149, 151-152 GOV‑4: Due diligence 120 GOV‑5: Risicobeheer 43, 46, 48 SBM‑1: Strategie, bedrijfsmodel en waardeketen 8-11, 12-19, 49 SBM‑2: Belanghebbenden 49-51 SBM‑3: Strategie en bedrijfsmodel 49-51 IRO‑1: Processen voor IRO's 49-51 IRO‑2: Behandelde openbaarmakingsverplichtingen 119-120 IRO-2 ESRS E1 - Klimaatverandering Openbaarmakingsplicht Pagina ESRS 2 GOV‑3: Stimuleringsregelingen 151, 157 E1‑1: Transitieplan 55-56 ESRS 2 SBM‑3: Strategie en bedrijfsmodel 54 ESRS 2 IRO‑1: Processen voor IRO's 49-51, 54-55 E1‑2: Beleidslijnen 53, 57 E1‑3: Acties 57-58 E1‑4: Doelstellingen 58 E1‑5: Energieverbruik en -mix 59 E1‑6: GHG-emissie 60-62 E1‑7: Opgeheven broeikasgas 62 E1‑8: Interne koolstofbeprijzing 62 ESRS E2 - Vervuiling Openbaarmakingsplicht Pagina ESRS 2 IRO‑1: Processen voor IRO's 49, 51, 63 E2‑1: Beleidslijnen 53, 63-65 E2‑2: Acties 64-65 E2‑3: Doelstellingen 65 E2‑4: Verontreiniging van lucht, water en bodem 66-67 E2‑5: Zorgwekkende en zeer zorgwekkende stoffen 67 ESRS E3 - Water en mariene hulpbronnen Openbaarmakingsplicht Pagina ESRS 2 IRO‑1: Processen voor IRO's 49, 51, 68 E3‑1: Beleidslijnen 53, 68 E3‑2: Acties 69 E3‑3: Doelstellingen 69 E3‑4: Waterverbruik 70 ESRS E5 - Gebruik van hulpbronnen en circulaire economie Openbaarmakingsplicht Pagina ESRS 2 IRO‑1: Processen voor IRO's 49, 51, 71 E5‑1: Beleidslijnen 53, 71 E5‑2: Acties 71-72 E5‑3: Doelstellingen 72 E5‑5: Uitstromen van hulpbronnen 72-73 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 120 European Sustainability Reporting Standards (ESRS) Index ESRS S1 - Eigen personeel Openbaarmakingsplicht Pagina ESRS 2 SBM‑2: Belanghebbenden 49-51 ESRS 2 SBM‑3: Strategie en bedrijfsmodel 83 S1‑1: Beleidslijnen 82, 84-85 S1‑2: Betrokkenheid bij eigen werknemers 86 S1‑3: Negatieve impact herstellen 86-87 S1‑4: Actie 84-85 S1‑5: Doelstellingen 87 S1‑6: Kenmerken van werknemers 88-89 S1‑9: Diversiteit 89 S1‑13: Training en ontwikkeling 90 S1‑14: Gezondheid, veiligheid en welzijn 90 S1‑16: Bezoldiging 91 S1‑17: Incidenten 91 ESRS S2 - Werknemers in de waardeketen Openbaarmakingsplicht Pagina ESRS 2 SBM‑2: Belanghebbenden 49-51 ESRS 2 SBM‑3: Strategie en bedrijfsmodel 92 ESRS 2 IRO‑1: Processen voor IRO's 49, 51, 92 S2‑1: Beleidslijnen 82, 93 S2‑2: Betrokkenheid bij werknemers in de waardeketen 93 S2‑3: Negatieve impact herstellen 93 S2‑4: Actie 94 S2‑5: Doelstellingen 94 MDR-M: Maatstaven 95 ESRS S4 - Consumenten en eindgebruikers Openbaarmakingsplicht Pagina ESRS 2 SBM‑2: Belanghebbenden 49-51 ESRS 2 SBM‑3: Strategie en bedrijfsmodel 96-98 S4‑1: Beleidslijnen 82, 99-104 S4‑2: Betrokkenheid bij consumenten en eindgebruikers 104 S4‑3: Negatieve impact herstellen 105 S4‑4: Actie 99-104 S4‑5: Doelstellingen 105 MDR-M: Maatstaven 106-109 ESRS G1 - Zakelijk gedrag Openbaarmakingsplicht Pagina ESRS 2 GOV‑1: Bestuurlijke rollen 137 ESRS 2 IRO‑1: Processen voor IRO's 49-51 G1‑1: Bedrijfscultuur en zakelijk gedrag 112-115 G1‑3: ABAC-preventie 116 G1‑4: ABAC-incidenten 116 G1‑5: Politieke invloed en lobbying 117 Verklaring over due diligence GOV-4 Kernelementen van due diligence op het gebied van milieu en maatschappij Pagina a. Due diligence verankeren in bestuur, strategie en bedrijfsmodel 14, 49-51, 53, 82, 111, 141 b. Betrokken belanghebbenden betrekken bij alle belangrijke stappen van due diligence 49-51, 86, 93, 104 c. Nadelige gevolgen vaststellen en beoordelen 49-51, 54-55, 63, 68, 71, 92 d. Acties ondernemen om deze negatieve gevolgen aan te pakken 57-58, 64-65, 69, 71-72, 84-85, 94, 99-104, 113-114 e. De effectiviteit van deze inspanningen bijhouden en communiceren 58-62, 65-67, 69-70, 72-73, 87-91, 94-95, 105-109, 113-114 BP-2 Opname door verwijzing Openbaarmakingsplicht Pagina ESRS 2 GOV-1 (21 a-e) 136, 142-143 ESRS 2 GOV-1 (22 a-d) 36, 42, 141 ESRS 2 GOV-1 (23 a, b) 141 ESRS 2 GOV-2 (26 a-c) 137, 141 ESRS 2 GOV-3 (29 a-e) 148-149, 151-152 ESRS 2 GOV-5 (36 c-d) 43-46 ESRS 2 SBM-1 (40 a) 8-11 ESRS 2 SBM-1 (40 e, g) 12-19 ESRS 2 SBM-1 (42 a, b) 12-13 ESRS E-1 GOV-3 (13) 151, 157 G1 GOV-1 (5 a, b) 137 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 121 Lijst van datapunten die voortkomen uit andere EU-wetgeving De onderstaande tabel geeft een overzicht van de datapunten die zijn afgeleid van andere Europese wetgeving, zoals vermeld in ESRS 2 Bijlage B. Het geeft aan waar deze datapunten in ons rapport te vinden zijn en geeft aan welke datapunten als 'Niet materieel' worden beoordeeld. Openbaarmakingsplicht Datapunt Referentie SFDR Referentie Pillar 3 Referentie benchmarkregelgeving Referentie EU- klimaatwetgeving Pagina/ relevantie ESRS 2 GOV-1 21 (d): Genderdiversiteit bestuur l l 142 ESRS 2 GOV-1 21 (e): Percentage bestuursleden dat onafhankelijk is l 142 ESRS 2 GOV-4 30: Verklaring over due diligence l 120 ESRS 2 SBM-1 40 (d) i: Betrokkenheid bij activiteiten gerelateerd aan fossiele brandstoffen l l l N.v.t. ESRS 2 SBM-1 40 (d) ii: Betrokkenheid bij activiteiten gerelateerd aan chemicaliënproductie l l N.v.t. ESRS 2 SBM-1 40 (d) iii: Betrokkenheid bij activiteiten gerelateerd aan controversiële wapens l l N.v.t. ESRS 2 SBM-1 40 (d) iv: Betrokkenheid bij activiteiten gerelateerd aan de teelt en productie van tabak l N.v.t. ESRS E1-1 14: Transitieplan om klimaatneutraliteit te bereiken tegen 2050 l 56 ESRS E1-1 16 (g): Ondernemingen uitgesloten van aan Parijs aangepaste benchmarks l l 55 ESRS E1-4 34: Doelstellingen voor reductie van broeikasgasemissies l l l 58 ESRS E1-5 38: Energieverbruik uit fossiele bronnen uitgesplitst naar bronnen l 59 ESRS E1-5 37: Energieverbruik en -mix l 59 ESRS E1-5 40-43: Energie-intensiteit in verband met activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat l 59 ESRS E1-6 44: Bruto Scope 1-, 2-, 3- en totale broeikasgasemissies l l l 60 ESRS E1-6 53-55: Intensiteit bruto-broeikasgasemissies l l l 60 ESRS E1-7 56: Opheffingen van broeikasgassen en koolstofkredieten l 62 ESRS E1-9 66: Blootstelling van de benchmarkportefeuille aan klimaatgerelateerde fysieke risico's l N.v.t. ESRS E1-9 66 (a): Uitsplitsing van geldbedragen naar acuut en chronisch fysiek risico 66 (c): Locatie van belangrijke activa met een materieel fysiek risico l N.v.t. ESRS E1-9 67 (c): Uitsplitsing van de boekwaarde van de vastgoedactiva naar energie-efficiëntieklasse l N.v.t. ESRS E1-9 69: Mate van blootstelling van de portefeuille aan klimaatgerelateerde kansen l N.v.t. ESRS E2-4 Hoeveelheid van elke in bijlage II van de E-PRTR-verordening genoemde verontreinigende stof die in de lucht, het water en de bodem wordt uitgestoten l 66-67 ESRS E3-1 9: Water en mariene bronnen l 68 ESRS E3-1 13: Speciaal beleid l 68 ESRS E3-1 14: Duurzame oceanen en zeeën l N.v.t. ESRS E3-4 28 (c): Totaal gerecycled en hergebruikt water l 70 ESRS E3-4 29: Totaal waterverbruik in m 3 per netto-opbrengst uit eigen activiteiten l 70 ESRS 2 SBM-3 E4 16 (a) l N.v.t. ESRS 2 SBM-3 E4 16 (b) l N.v.t. ESRS 2 SBM-3 E4 16 (c) l N.v.t. ESRS E4-2 24 (b): Duurzame landbouwpraktijken of duurzaam landbouwbeleid l N.v.t. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 122 Lijst van datapunten die voortkomen uit andere EU-wetgeving vervolg Openbaarmakingsplicht Datapunt Referentie SFDR Referentie Pillar 3 Referentie benchmarkregelgeving Referentie EU- klimaatwetgeving Pagina/ relevantie ESRS E4-2 24 (c): Duurzame praktijken of beleidslijnen voor oceanen en zeeën l N.v.t. ESRS E4-2 24 (d): Beleid om ontbossing aan te pakken l 94 ESRS E5-5 37 (d): Niet-gerecycled afval l 72 ESRS E5-5 39: Gevaarlijk afval en radioactief afval l 72 ESRS 2 SBM-3 S1 14 (f): Risico op incidenten met dwangarbeid l N.v.t. ESRS 2 SBM-3 S1 14 (g): Risico op incidenten met kinderarbeid l N.v.t. ESRS S1-1 20: Toezeggingen inzake mensenrechtenbeleid l 82 ESRS S1-1 21: Due diligence-beleid voor kwesties die aan de orde komen in de fundamentele verdragen 1 tot en met 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie l 82 ESRS S1-1 22: Processen en maatregelen ter voorkoming van mensenhandel l N.v.t. ESRS S1-1 23: Beleid of beheersysteem voor ongevallenpreventie op de werkplek l 85-87 ESRS S1-3 32 (c): Mechanismen voor klachtenbehandeling l 86-87 ESRS S1-14 88 (b) en (c): Aantal dodelijke ongevallen en aantal en percentage werkgerelateerde ongevallen l l 90 ESRS S1-14 88 (e): Aantal verzuimdagen door verwondingen, ongevallen, sterfgevallen of ziekte l 90 ESRS S1-16 97 (a): Onaangepaste loonkloof tussen mannen en vrouwen l l 91 ESRS S1-16 97 (b): Buitensporige verhouding CEO-salarissen l 91 ESRS S1-17 103 (a): Incidenten van discriminatie l 91 ESRS S1-17 104 (a): Niet-naleving van de UNGP's inzake bedrijfsleven en mensenrechten en de OESO-richtlijnen l l 91 ESRS 2 SBM-3 S2 11 (b): Aanzienlijk risico op kinderarbeid of dwangarbeid in de waardeketen l 92 ESRS S2-1 17:Toezeggingen inzake mensenrechtenbeleid l 82 ESRS S2-1 18: Beleid met betrekking tot werknemers in de waardeketen l 93 ESRS S2-1 19: Niet-naleving van de UNGP's over beginselen inzake bedrijfsleven en mensenrechten en de OESO- richtlijnen l 95 ESRS S2-1 19: Due diligence-beleid voor kwesties die aan de orde komen in de fundamentele verdragen 1 tot en met 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie l 82 ESRS S2-4 36: Mensenrechtenkwesties en incidenten in verband met de waardeketen upstream en downstream l 95 ESRS S3-1 16: Toezeggingen inzake mensenrechtenbeleid l N.v.t. ESRS S3-1 17: Niet-naleving van de UNGP's inzake bedrijfsleven en mensenrechten, ILO-beginselen en de OESO- richtlijnen l l N.v.t. ESRS S3-4 36: Mensenrechtenkwesties en -incidenten l N.v.t. ESRS S4-1 16: Beleid met betrekking tot consumenten en eindgebruikers l 82, 99-104 ESRS S4-1 17: Niet-naleving van de UNGP's inzake bedrijfsleven en mensenrechten en de OESO-richtlijnen l l 105 ESRS S4-4 35: Mensenrechtenkwesties en -incidenten l N.v.t. ESRS G1-1 10 (b): Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie l N.v.t. ESRS G1-1 10 (d): Bescherming van klokkenluiders l N.v.t. ESRS G1-4 24 (a): Boetes voor overtreding van wetgeving ter bestrijding van corruptie en omkoping l l 116 ESRS G1-4 24 (b): Normen ter bestrijding van corruptie en omkoping l 116 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 123 Sustainability Accounting Standard Board (SASB) Index Referentie verslag Veiligheid van deelnemers aan klinische proeven HC-BP-210a 1. Per regio bespreken van het beheerproces om de kwaliteit en de veiligheid van de patiënt tijdens klinische proeven te waarborgen Patiëntveiligheid Productkwaliteit 2. Aantal inspecties met betrekking tot het beheer van klinische proeven en geneesmiddelenbewaking die resulteerden in: (1) vrijwillige remediëring van entiteit of (2) regelgevende of administratieve acties tegen de entiteit Productkwaliteit 3. Totaal bedrag van geldelijke verliezen als gevolg van juridische procedures in verband met klinische proeven in ontwikkelingslanden Materiële regelingen zijn opgenomen in Toelichting 34 Provisions Toegang tot geneesmiddelen HC-BP-240a 1. Beschrijving van acties en initiatieven ter bevordering van de toegang tot gezondheidsproducten voor prioritaire ziekten en in prioritaire landen, zoals gedefinieerd door de Access to Medicine Index Doel en strategie van UCB Gelijke toegang tot geneesmiddelen Veerkracht van de gezondheidsstelsels 2. Lijst van producten op de List of Prequalified Medicinal Products van de WHO als deel van haar Prequalification of Medicines Programme (PQP) UCB heeft geen producten in de List of Prequalified Medicinal Products van de WHO Betaalbaarheid en prijsstelling HC-BP-240b 2. Procentuele wijziging in: (1) gewogen gemiddelde catalogusprijs en (2) gewogen gemiddelde nettoprijs in de productportefeuille vergeleken met vorig jaar Gelijke toegang tot geneesmiddelen 3. Procentuele wijziging in: (1) catalogusprijs en (2) nettoprijs van product met grootste stijging ten opzichte van vorige verslagperiode UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB-boekhoudstandaarden Veiligheid van geneesmiddelen HC-BP-250a 1. Producten opgenomen in openbare databases voor medische productveiligheid of waarschuwingen voor ongewenste voorvallen Beschikbaar op FDA Adverse Event Reporting System (FAERS), het EU EudraVigilance-systeem en VigiBase van de WHO 2. Aantal sterfgevallen die verband houden met producten Beschikbaar op FDA Adverse Event Reporting System (FAERS) en het EU EudraVigilance-systeem (deze twee databases bevatten over het algemeen dezelfde gevallen) 3. (1) Aantal terugroepacties, (2) totaal aantal teruggeroepen eenheden Productkwaliteit 4. Totaal aantal producten aanvaard voor terugname, hergebruik of verwijdering UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB-boekhoudstandaarden 5. Aantal handhavingsmaatregelen van de FDA naar aanleiding van overtredingen van huidige goede productiepraktijken (good manufacturing practices, GMP), per type UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB-boekhoudstandaarden Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 124 Sustainability Accounting Standard Board (SASB) Index vervolg Referentie verslag Namaakgeneesmiddelen HC-BP-260a 1. Beschrijving van de methoden en technologieën die worden gebruikt om de traceerbaarheid van producten in de hele toeleveringsketen te handhaven en namaak te voorkomen UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB-boekhoudstandaarden 2. Bespreking van het proces om klanten en zakenpartners te waarschuwen voor potentiële of bekende risico’s in verband met namaakproducten UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB-boekhoudstandaarden 3. Aantal acties dat heeft geleid tot invallen, inbeslagnemingen, arrestaties en/of indiening van strafrechtelijke vervolging in verband met namaakproducten UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB-boekhoudstandaarden Ethische marketing HC-BP-270a 1. Totaal bedrag van geldelijke verliezen als gevolg van juridische procedures in verband met valse marketingclaims Materiële regelingen zijn opgenomen in Toelichting 34. Voorzieningen 2. Beschrijving van de ethische code voor het promoten van off-label gebruik van producten Verantwoorde verkoop en marketing Werving, ontwikkeling en behoud van werknemers HC-BP-330a 1. Bespreking van inspanningen voor de werving en het behoud van talent voor wetenschappers en onderzoeks- en ontwikkelingspersoneel Ontwikkeling van werknemers 2. (1) Vrijwillig en (2) onvrijwillig verloop voor: (a) kaderleden/senior managers, (b) mid-level managers, (c) professionals, en (d) alle anderen Kenmerken van UCB-werknemers Beheer van de toeleveringsketen HC-BP-430a 1. Percentage van: (1) de faciliteiten van de entiteit en (2) faciliteiten van Tier I-leveranciers die deelnemen aan het Rx-360 International Pharmaceutical Supply Chain Consortium auditprogramma of gelijkwaardige auditprogramma’s van derden voor de integriteit van de toeleveringsketen en de ingrediënten UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB-boekhoudstandaarden Bedrijfsethiek HC-BP-510a 1. Totaal bedrag van geldelijke verliezen als gevolg van juridische procedures in verband met corruptie en omkoping Materiële regelingen zijn opgenomen in Toelichting 34. Voorzieningen 2. Beschrijving van de ethische code inzake interacties met professionals in de gezondheidszorg Verantwoorde verkoop en marketing Activiteiten in cijfers HC-BP-000 A. Aantal behandelde patiënten Brief aan belanghebbenden B. Aantal geneesmiddelen (1) in portfolio en (2) in onderzoek en ontwikkeling (fasen 1 tot en met 3) www.ucb.com/our-products UCB in een notendop Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 125 Verslag van de commissaris betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van UCB NV op 31 december 2025 Aan de algemene vergadering In het kader van de wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van UCB NV (de 'Vennootschap') and filialen (samen 'de Groep'), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor. Wij werden benoemd door de algemene vergadering van 25 april 2024, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad van UCB NV, voor het uitvoeren van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van de Groep, opgenomen in de Duurzaamheidsverklaring van Geïntegreerd Jaarverslag op 31 december 2025 en voor de jaar afgesloten op deze datum (hierna de 'duurzaamheidsinformatie'). Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2026. Wij hebben onze assuranceopdracht over de duurzaamheidsinformatie van UCB uitgevoerd voor twee opeenvolgende jaren. Conclusie met een beperkte mate van zekerheid Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep uitgevoerd. Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assurance-informatie is niets onder onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap, in alle van materieel belang zijnde opzichten: • niet is opgesteld in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de overeenstemming met de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (European Sustainability Reporting Standards (ESRS)); • niet in overeenstemming is met het door de Vennootschap uitgevoerde proces ('het Proces') om de op grond van de Europese standaarden volgens de beschrijving in toelichting 'Algemene informatie - materialiteitsbeoordeling' openbaar gemaakte duurzaamheidsverklaring vast te stellen; en • de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de 'Taxonomieverordening') betreffende de openbaarmaking van de informatie, opgenomen in subsectie 'EU Taxonomie' van het deel van het jaarverslag met betrekking tot milieugerelateerde aspecten, niet naleeft. Basis voor de conclusie Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie ('ISAE 3000 (Herzien)'), zoals in België van toepassing. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag 'Verantwoordelijkheden van de commissaris. betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie'. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (ISQM 1) toe, die vereist dat het kantoor een kwaliteitsmanagementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt, inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de naleving van ethische vereisten, professionele normen en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten. Wij hebben van de Raad van Bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance- informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 126 Verslag van de commissaris betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van UCB NV vervolg Verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur betreffende het opstellen van de duurzaamheidsinformatie De Raad van Bestuur van de Vennootschap is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van een Proces en voor het toelichten van dit Proces in toelichting 'Algemene informatie - materialiteitsbeoordeling' van de duurzaamheidsinformatie. Deze verantwoordelijkheid omvat: • het begrijpen van de context waarin de activiteiten en zakelijke betrekkingen van de Vennootschap plaatsvinden en het ontwikkelen van inzicht in haar betrokken belanghebbenden; • het identificeren van de feitelijke en potentiële effecten (zowel negatieve als positieve) in verband met duurzaamheidskwesties, alsook van risico’s en opportuniteiten die de financiële positie, de financiële prestaties, de kasstromen, de toegang tot financiering of de kapitaalkosten van de groep op korte, middellange of lange termijn beïnvloeden of waarvan redelijkerwijs zou kunnen worden verwacht dat zij hierop een invloed zullen hebben; • het beoordelen van de materialiteit van de vastgestelde gevolgen, risico’s en kansen in verband met duurzaamheidskwesties door passende drempelwaarden te selecteren en toe te passen; en • het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn. De Raad van Bestuur van de Vennootschap is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces vastgestelde informatie bevat, • in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (European Sustainability Reporting Standards (ESRS)); en • met naleving van de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de 'Taxonomieverordening') betreffende de openbaarmaking van de informatie opgenomen in subsectie Openbaarmaking EU Taxonomie van het deel van het jaarverslag met betrekking tot milieugerelateerde aspecten, overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de 'Taxonomieverordening'). Deze verantwoordelijkheid omvat: • het opzetten, implementeren en in stand houden van dergelijke interne beheersingsmaatregelen die de Raad van Bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van duurzaamheidsverklaring die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat; en • het kiezen en toepassen van geschikte methoden voor duurzaamheidsverslaggeving, en het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn. Het auditcomité is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheidsverslaggevingsproces van de Vennootschap. Inherente beperkingen bij het opstellen van de duurzaamheidsinformatie Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS wordt van de Raad van Bestuur van de Vennootschap vereist dat zij de toekomstgerichte informatie opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en over mogelijke toekomstige maatregelen van de Groep. De feitelijke uitkomst zal waarschijnlijk anders zijn, aangezien verwachte gebeurtenissen vaak niet plaatsvinden zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assuranceverslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden. Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in België van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie “Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden”, zijn minder uitgebreid dan in het geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze opdracht. Aangezien de toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie en de veronderstellingen waarop deze is gebaseerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijk voordoen en/of door mogelijke acties van de Vennootschap. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met diegene opgenomen in de toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie. Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie, met betrekking tot het Proces, omvatten: • Het verwerven van inzicht in het Proces, maar niet met het oog op het verstrekken van een conclusie over de effectiviteit van het Proces, met inbegrip van de uitkomst van het Proces; en • Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden om te evalueren of het Proces in overeenstemming is met de beschrijving van het Proces door de Groep, zoals toegelicht in toelichting 'Algemene informatie - materialiteitsbeoordeling'. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 127 Verslag van de commissaris betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van UCB NV vervolg Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie omvatten: • Het verwerven van inzicht in de beheersingsomgeving van de entiteit, de relevante processen en informatiesystemen voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, maar zonder de opzet van specifieke controleactiviteiten te beoordelen, onderbouwende informatie over hun implementatie te verkrijgen of de effectieve werking van de opgezette interne beheersingsmaatregelen te toetsen; • Het identificeren van de gebieden waar van materieel belang zijnde afwijkingen waarschijnlijk zullen optreden in de duurzaamheidsinformatie, of deze nu het gevolg zijn van fraude of fouten; en • Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden die inspelen op gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de duurzaamheidsinformatie zich waarschijnlijk zullen voordoen. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing. Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden om assurance- informatie te verkrijgen over de duurzaamheidsinformatie. De werkzaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke mate van zekerheid was uitgevoerd. De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen. Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot het Proces, hebben wij: • Inzicht verworven in het Proces door: • het verzoeken om inlichtingen teneinde inzicht te verwerven in de bronnen van informatie gebruikt door het management (bijv. betrokkenheid van belanghebbenden, bedrijfsplannen en strategiedocumenten); en • het beoordelen van de interne documentatie van de Groep van haar Proces; en • Geëvalueerd of de assurance-informatie verkregen uit onze werkzaamheden over het door de Groep geïmplementeerde Proces in overeenstemming was met de beschrijving van het Proces zoals uiteengezet in toelichting 'Algemene informatie - materialiteitsbeoordeling'. Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie, hebben wij: • Inzicht verworven in de verslaggevingsprocessen van de Groep die relevant zijn voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, met inbegrip van de consolidatieprocessen, door inzicht te verkrijgen in de controleomgeving, processen en informatiesystemen van de Groep die relevant zijn voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring, maar niet door het ontwerp van bepaalde controleactiviteiten te evalueren, bewijsmateriaal te verzamelen over hun implementatie of hun effectiviteit te testen; • Geëvalueerd of de informatie zoals vastgesteld door het Proces is opgenomen in de duurzaamheidsverklaring; • Geëvalueerd of de structuur en het opstellen van de duurzaamheidsverklaring overeenstemt met de ESRS; • Om inlichtingen verzocht bij relevant personeel en cijferanalyses uitgevoerd op geselecteerde informatie in de duurzaamheidsverklaring; • Gegevensgerichte assurancewerkzaamheden uitgevoerd op basis van een steekproef op geselecteerde informatie in de duurzaamheidsverklaring; • Assurance-informatie verkregen over de methoden voor het ontwikkelen van schattingen en toekomstgerichte informatie; geëvalueerd zoals beschreven in de sectie “verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie”; • Inzicht verworven in het proces voor het vaststellen van economische activiteiten die in aanmerking komen voor de EU Taxonomie en daarop zijn afgestemd voor omzet, CAPEX en OPEX en de bijbehorende toelichtingen in de duurzaamheidsverklaring; • de nalevingsprocessen, -methoden en -gegevens voor de betreffende activiteiten geëvalueerd, de naleving van de minimumwaarborgen beoordeeld aan de hand van personeelsonderzoeken en analytische procedures uitgevoerd voor op de EU Taxonomie afgestemde toelichtingen; • De presentatie en het gebruik van EU-taxonomiesjablonen geëvalueerd in overeenstemming met de relevante vereisten; • aansluiting gezocht en gezorgd voor consistentie tussen de gerapporteerde economische activiteiten volgens de EU Taxonomie en de posten in de geconsolideerde jaarrekening, inclusief de toelichtingen in de bijbehorende toelichtingen. Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid verricht, en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep. Brussel, 25 februari 2026 Forvis Mazars Bedrijfsrevisoren BV Reviseurs d'Entreprises SRL Commissaris Vertegenwoordigd door Sébastien Schueremans Bedrijfsrevisor Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 128 Verklaring inzake deugdelijk bestuur Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 129 Verklaring inzake deugdelijk bestuur Introductiebrief van de voorzitter van het Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité Beste lezer, 2025 was een cruciaal jaar voor UCB, dat werd gekenmerkt door een sterke uitvoering van onze strategie en aanzienlijke vooruitgang in de richting van onze langetermijndoelstellingen. UCB heeft in 2025 solide zakelijke en financiële resultaten geboekt, haar pijplijn verder ontwikkeld en haar belangrijkste doelstellingen overtroffen. We zijn innovatieve oplossingen blijven lanceren die gebaseerd zijn op onze sterke wetenschappelijke fundamenten in immunologie en neurologie. Deze prestaties (waaronder meerdere goedkeuringen voor nieuwe producten en een omzetgroei met dubbele cijfers) onderstrepen de evolutie van UCB tot een wereldwijde leider in onze sectoren en vormen een solide basis voor het decennium van groei dat we hebben ingezet. Een van de belangrijkste mijlpalen van 2025 was de invoering van het nieuwe Bezoldigingsbeleid van UCB, dat door de aandeelhouders met overweldigende steun werd goedgekeurd tijdens de jaarlijkse Algemene vergadering. We zijn dankbaar voor deze blijk van vertrouwen. Het bijgewerkte beleid was een noodzakelijke stap om ons verloningskader af te stemmen op de snelle groei van UCB, de toegenomen wereldwijde schaalgrootte en de verwachtingen van de aandeelhouders. Het versterkt het verband tussen verloning en duurzame prestaties, integreert best practices uit de markt (zoals verbeterde afstemming van langetermijnincentives en wereldwijde benchmarking met collega's) en zorgt ervoor dat we concurrerend blijven bij het Kay Davies Voorzitter, bestuur, benoemings- en remuneratiecomité aantrekken en behouden van toptalent op mondiaal niveau. De krachtige steun van investeerders bevestigt dat onze benadering van prestatieverloning en ons beleid inzake de verloning van bestuurders positief ontvangen worden en de langetermijnstrategie van UCB ondersteunen. Wat betreft de effectiviteit van de Raad hebben we in 2025 een uitgebreide evaluatie uitgevoerd. Na een beperkte interne evaluatie in 2024 hebben we in 2025 een onafhankelijke externe beoordelaar ingeschakeld om de prestaties en dynamiek van onze Raad grondig te onderzoeken. Ik ben verheugd te kunnen melden dat de evaluatie positief is verlopen. Hieruit blijkt dat onze Raad wordt erkend als een goed presterend, gedegen en toekomstgericht bestuursorgaan, dat strategisch inzicht, gedisciplineerd bestuur en een sterke cultuur van vertrouwen combineert. De Raad behoort tot de top in zijn sector en geeft voortdurend blijk van professionaliteit, cohesie en langetermijnvisie. De nadruk voor de volgende fase ligt niet op correctie, maar op ontwikkeling: het blijven verfijnen van de effectiviteit van de Raad, het toekomstbestendig maken van de samenstelling van de Raad, en het versterken van haar wendbaarheid in een steeds complexere omgeving. De voortdurende verbetering van het bestuur is een hoeksteen van onze bedrijfsvoering, en dit rigoureuze beoordelingsproces zorgt ervoor dat we de lat voor de prestaties van de Raad steeds hoger leggen ter ondersteuning van de groei en het succes van UCB. De samenstelling van en de opvolging binnen de Raad bleven dit jaar belangrijke aandachtspunten voor de GNCC. Na de ingrijpende vernieuwing in 2024 stond de samenstelling van de Raad in 2025 garant voor zowel continuïteit als nieuwe perspectieven om de groei van UCB te begeleiden. We hebben voordeel gehaald uit de bijdragen van onze recent aangestelde directeur, Stef Heylen, die nu volledig is geïntegreerd en waardevolle expertise meebrengt op het gebied van wetenschap, patient value en zijn ervaring als CEO en COO in de farmaceutische sector. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 130 Introductiebrief vervolg "Bij al deze ontwikkelingen heeft het GNCC zich laten leiden door de kernwaarden van UCB en ons streven naar duurzame waardecreatie." Tijdens de Algemene vergadering in 2025 bevestigden de aandeelhouders hun vertrouwen in ons leiderschap door het mandaat van onze bestuursvoorzitter, Jonathan Peacock, voor een nieuwe termijn te verlengen. Dit zorgt voor stabiliteit terwijl we de kansen die voor ons liggen, benutten. In 2025 adviseerde de GNCC met genoegen de benoeming van Fiona Powrie, PhD, tot lid van de Raad van Bestuur vanaf 1 januari 2026, en erkende daarmee haar uitzonderlijke wetenschappelijke leiderschap en diepgaande expertise in immunologie, die het toezicht door de Raad op de langetermijnagenda van UCB voor onderzoek en innovatie verder zullen versterken. We hebben ook onze proactieve opvolgingsplanning voor bestuurs- en directiefuncties voortgezet. Dit omvatte het opstarten van een gestructureerd proces van opvolgingsplanning en het vastleggen van de toekomstige competenties en diversiteitsvereisten die we tot doel stellen voor komende benoemingen in de Raad. Deze inspanningen zijn gericht op het toekomstbestendig maken van het leiderschap van UCB: ervoor zorgen dat we de juiste mix van ervaring, onafhankelijkheid, vaardigheden, competentie en vernieuwend denken in de Raad hebben om de strategische koers van UCB te ondersteunen en de hoogste bestuursnormen te handhaven. Bij al deze ontwikkelingen heeft het GNCC zich laten leiden door de kernwaarden van UCB en ons streven naar duurzame waardecreatie. Wij hechten veel waarde aan de betrokkenheid van onze aandeelhouders en belanghebbenden. Uw feedback en steun gedurende 2025 hebben een belangrijke rol gespeeld bij het nemen van onze beslissingen over governance, benoemingen en verloningen. Ook in de toekomst blijven we ons inzetten voor robuuste bestuurspraktijken die langetermijnprestaties bevorderen. Dit omvat voortdurende transparantie in onze informatieverschaffing, afstemming van verloningen voor leidinggevenden op patient value en rendement voor aandeelhouders, en zorgvuldig beheer van de cultuur en ethiek van UCB. Tot slot wil ik u namens de GNCC en de hele Raad bedanken voor uw voortdurende vertrouwen en samenwerking. We gaan 2026 vol vertrouwen tegemoet, in het besef dat we beschikken over het juiste team, de juiste strategie en een sterk bestuur om duurzame prestaties en innovatie te leveren ten behoeve van alle belanghebbenden. Hoogachtend, Kay Davies Voorzitter, bestuur, benoemings- en remuneratiecomité Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 131 3.1 Reikwijdte van rapportering Als een Belgische vennootschap die genoteerd is op Euronext Brussel en die de hoogste normen inzake deugdelijk bestuur nastreeft, is UCB NV (“UCB”) door de Belgische wet (in het bijzonder artikel 3:6 1 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen of het “WVV”) verplicht de Belgische Corporate “Governance Code 20202” of de “Code 2020” toe te passen die beiden sinds 1 januari 2020 van toepassing zijn. De Code 2020 is gebaseerd op het “pas toe of leg uit”- principe. Het Belgische vennootschapsrecht en de Belgische Corporate Governance Code verplichten UCB ertoe om een Corporate Governance Charter aan te nemen en te publiceren en jaarlijks een Verklaring inzake deugdelijk bestuur op te nemen in het (Geïntegreerd) jaarverslag. De Raad van Bestuur van UCB (de “Raad”) heeft sinds 2005 een Corporate Governance Charter (het “Charter”) vastgelegd. Het beschrijft de belangrijkste aspecten van deugdelijk bestuur bij UCB, inclusief de bestuursstructuur, het aandeelhouderschap en het intern reglement van de Raad, zijn comités en het Uitvoerend Comité, en de regels van toepassing op aandeelhoudersvergaderingen. Het Charter wordt regelmatig bijgewerkt en herzien door de Raad om in overeenstemming te zijn met de toepasselijke zijnde wet- en regelgeving, de Corporate Governance Code, internationale standaarden en de evolutie van UCB. De laatste versie van het Charter is beschikbaar op de UCB- website. In overeenstemming met principe 1.3 van de Code 2020 dient UCB alle materiële wijzigingen aan het Corporate Governance Charter (het Charter) van de vennootschap mee te delen. In december 2025 werd een amendement op het UCB Charter goedgekeurd, waarmee de drempel voor goedkeuring door de Raad werd verhoogd tot € 100.000.000. De vorige drempel van € 50.000.000 werd meer dan tien jaar geleden vastgesteld, toen UCB een heel andere omvang had en zich aan het ontwikkelen was tot een biofarmaceutisch bedrijf. De verhoging van de drempel stelt de Raad van Bestuur in staat zich te concentreren op zaken die van groter belang zijn voor de strategie van UCB, terwijl het management meer flexibiliteit krijgt om zich te richten op operationele zaken. De wijziging moet worden begrepen in de context van het verwachte decennium van groei van UCB en is van kracht geworden op 1 januari 2026. Zoals vereist door het WVV en de Code 2020 publiceert UCB elk jaar een Verklaring inzake deugdelijk bestuur, die deel uitmaakt van het Geïntegreerd jaarverslag en die o.a. alle informatie vereist door de wet, een beschrijving hoe de Code 2020 werd toegepast in het laatste boekjaar en, indien van toepassing, toelichting bij afwijkingen van de bepalingen van deze Code (toepassing van de “pas-toe-of-leg-uit”-benadering) bevat. Deze sectie van het Geïntegreerd jaarverslag vormt de Verklaring inzake deugdelijk bestuur voor het jaar 2025. In overeenstemming met de Richtlijn inzake duurzaamheid van bedrijven (“CSRD”) en de bijbehorende Belgische wetgeving (“CSRD-wet”) is UCB verplicht om uitgebreide duurzaamheidsverslagen op te stellen die voldoen aan de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Deze normen, die zijn ontwikkeld door de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG), zorgen voor transparantie en vergelijkbaarheid in de verslaglegging over milieu-, sociale en bestuursaspecten (ESG). In dit verband wordt specifiek verwezen naar het hoofdstuk 'Duurzaamheidsverklaring' van dit Geïntegreerde jaarverslag. De nieuwe openbaarmakingen met betrekking tot aspecten van deugdelijk bestuur conform de hieronder genoemde ESRS- classificatie zijn daarentegen hierna in deze paragraaf over deugdelijk bestuur opgenomen: 1. ESRS 2 GOV-1, 21 (a), 21 (b), 21 (c), 21 (d), 21 (e), 22 (a), 22 (b), 22 (c), 22 (c i), 22 (c ii), 22 (c iii), 22 (d), 23, 23 (a), 23 (b), 2. ESRS 2 GOV-2, 26 (a), 26 (b), 26 (c), 3. ESRS 2 - GOV 3, 29, 29 (a), 29 (b), 29 (c), 29 (d), 29 (e) met betrekking tot verloningsaspecten zijn specifiek opgenomen in het remuneratieverslag (paragraaf 3.8 hieronder). 1. Artikel 3:6 van het WVV verwijst naar het Koninklijk Besluit van 12 mei 2019 over de toepasselijkheid van de Belgische Corporate Governance Code 2020 op beursgenoteerde vennootschappen. 2. De 'Belgische Corporate Governance Code 2020' is beschikbaar op de website van de Corporate Governance Commissie (https://corporategovernancecommittee.be/assets/pagedoc/2003973319-1651062453_1651062453-2020- belgian-code-on-corporate-governance.pdf) Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 132 3.2 Kapitaal en aandelen 3.2.1 Kapitaal In 2025 is het kapitaal van UCB niet gewijzigd. Op 31 december 2025 bedroeg het kapitaal € 583 516 974 en werd het vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen, allemaal volledig volgestort. (“UCB-aandelen”). Deze situatie is sinds 13 maart 2014 onveranderd gebleven. 3.2.2 Aandelen UCB-aandelen zijn, naar keuze van de aandeelhouder, op naam of gedematerialiseerd, in overeenstemming met het WVV. UCB- aandelen op naam worden ingeschreven in UCB’s register van aandelen op naam. Alle UCB-aandelen zijn toegelaten tot notering en verhandeling op de beurs Euronext Brussel. Elk aandeel geeft het recht op één stem (volgens het principe “één aandeel, één stem”). De jaarlijkse algemene vergadering is bevoegd om het resultaat van elk boekjaar toe te wijzigen. In lijn met het dividendbeleid op lange termijn van UCB stelt de Raad een brutodividend voor van € 1,45 per aandeel. Als het dividend wordt goedgekeurd door de jaarlijkse Algemene vergadering op 30 april 2026, zal het nettodividend van € 1,015 per aandeel (na Belgische bronbelasting van 30%) betaalbaar zijn vanaf 6 mei 2026 tegen afgifte van coupon nummer 29. 3.2.3 Eigen aandelen In overeenstemming met artikel 12 van de statuten van UCB (de “Statuten van UCB”), heeft de buitengewone Algemene vergadering van 25 april 2024 beslist om de Raad van Bestuur te machtigen, voor een periode van twee jaar die aanvangt op 1 juli 2024 en eindigt op 30 juni 2026 te machtigen, om op of buiten de beurs, door aankoop, omruiling, inbreng of om het even welke andere wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, tot 10% van het totale aantal aandelen van de Vennootschap te verwerven, berekend op de datum van elke verwerving, tegen een prijs of een tegenwaarde per aandeel (i) van maximaal de hoogste koers van het aandeel van de vennootschap op de beurs Euronext Brussel op de datum van de verwerving en (ii) van minimaal een (1) euro, zonder afbreuk te doen aan artikel 8:5 van het Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. De Vennootschap mag, samen met haar directe of indirecte dochtervennootschappen, evenals personen die handelen in hun eigen naam maar voor rekening van de Vennootschap of haar directe of indirecte dochtervennootschappen, als gevolg van dergelijke overname(s) niet meer dan 10% van het totaal aantal aandelen uitgegeven door de Vennootschap verwerven, berekend op het moment van de relevante verwerving. Deze machtiging strekt zich uit tot elke verwerving van aandelen van de Vennootschap, direct of indirect, door de directe dochterondernemingen van de Vennootschap, overeenkomstig artikel 7:221 van het WVV. Een verlenging van deze machtiging voor een periode van twee jaar, aflopende op 30 juni 2028, zal worden voorgelegd aan de buitengewone Algemene vergadering van 30 april 2026. In 2025 heeft UCB 700 000 UCB-aandelen verworven en 1 018 955 UCB-aandelen vervreemd. Op 31 december 2025 was UCB NV eigenaar van 4 144 296 UCB-aandelen, die 2,13% van het totale aantal UCB-aandelen vertegenwoordigen. Het hield geen andere UCB-effecten aan. De UCB-aandelen werden verworven door UCB om de verplichtingen van UCB in te dekken die voortvloeien uit de aandelenoptieplannen, aandelentoekenningsplannen en prestatieaandelenplannen voor werknemers. Geen van de verbonden vennootschappen van UCB bezit UCB-aandelen per 31 december 2025. 3.2.4 Toegestaan kapitaal De buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 25 april 2024 besloot om de Raad te machtigen (en om de statuten overeenkomstig te wijzigen) om gedurende twee jaar, tot 28 mei 2026, het aandelenkapitaal in één of meerdere malen te verhogen, onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, en dit binnen de grenzen van het WVV. • (1) met maximaal 5% van het aandelenkapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten (al dan niet ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen); • (2) met maximaal 10% van het aandelenkapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders niet wordt beperkt of uitgesloten. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 133 3.2 Kapitaal en aandelen vervolg Het totale bedrag waarmee de Raad het aandelenkapitaal kan verhogen door een combinatie van de machtigingen zoals bepaald onder (1) en (2), is in ieder geval beperkt tot maximaal 10% van het aandelenkapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging. De Raad is bovendien uitdrukkelijk gemachtigd om deze machtiging te gebruiken, binnen de beperkingen zoals bepaald onder (1) en (2) hierboven en in de BCAA, voor de volgende verrichtingen: • een kapitaalverhoging of de uitgifte van converteerbare obligaties of van warranten waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten, • een kapitaalverhoging of de uitgifte van converteerbare obligaties of inschrijvingsrechten waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen, en • een kapitaalverhoging door omzetting van reserves. Een dergelijke kapitaalverhoging kan om het even welke vorm aannemen, met inbegrip van, maar zonder beperking tot, een inbreng in geldmiddelen of in natura, met of zonder uitgiftepremie, met uitgifte van aandelen beneden, boven of tegen nominale waarde, door omzetting van reserves en/of uitgiftepremies en/of overgedragen winst, voor zover maximaal door de Wet is toegestaan. Elke beslissing van de Raad om gebruik te maken van deze machtiging vereist een meerderheid van 75%. De Raad heeft de bevoegdheid, met recht van indeplaatsstelling, om de statuten te wijzigen om daarin de kapitaalverhogingen weer te geven die het gevolg zijn van de uitoefening van deze machtiging. Het WVV laat niet toe om gebruik te maken van deze machtiging vanaf het ogenblik dat de Vennootschap op de hoogte werd gebracht door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (‘FSMA’) over een publiek overnamebod. Per 31 december 2025 maakte de Raad geen gebruik van deze machtiging. Aangezien de machtiging verleend door de buitengewone Algemene vergadering van 25 april 2024 in 2026 afloopt, zal aan de buitengewone Algemene vergadering van 30 april 2026 een verlenging van het maatschappelijk kapitaal voor een nieuwe periode van twee jaar, tot en met 2028, worden voorgesteld. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 134 3.3 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur 3.3.1 Referentieaandeelhouder De grootste aandeelhouder van UCB is Financière de Tubize SA (hierna ook de “Referentieaandeelhouder” of “Tubize” genoemd), een Belgisch bedrijf genoteerd op de beurs Euronext Brussel. Op basis van openbaar beschikbare informatie bezat Tubize 70 562 935 UCB-aandelen van een totaal van 194 505 658 (oftewel 36,28% ) op 31 juli 2025. De aandeelhoudersstructuur van de Referentieaandeelhouder van UCB, evenals de belangrijkste elementen van de aandeelhoudersovereenkomst die van toepassing is tussen de aandeelhouders van Financière de Tubize SA, die in onderling overleg handelen, zijn beschikbaar op de website van Financière de Tubize (www.financiere-tubize.be). Overeenkomstig regel 8.7 van de Code 2020 'moet de Raad van Bestuur overleggen of het passend is dat de vennootschap een relatieovereenkomst sluit met belangrijke aandeelhouders of aandeelhouders met zeggenschap.' De Raad is van oordeel dat er momenteel geen behoefte is aan de opstelling van een relatieovereenkomst. Het Corporate Governance Charter van UCB, de huidige samenstelling van de Raad van Bestuur en de regels van het WVV en het Belgisch vennootschapsrecht bieden een voldoende duidelijk kader aan de Raad van Bestuur en de referentieaandeelhouder. Bovendien is de Referentieaandeelhouder van UCB zelf een beursgenoteerde onderneming en als zodanig onderworpen aan uitgebreide openbaarmakingsverplichtingen. 3.3.2 Transparantieverklaringen In de loop van 2025 heeft UCB de volgende transparantieverklaringen gedaan of ontvangen in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen. UCB heeft drie transparantieverklaringen ontvangen van BlackRock, Inc. d.d. 7 maart, 11 maart en 3 juli 2025. In de meest recente transparantieverklaring van 3 juli 2025 heeft BlackRock, Inc. bekendgemaakt dat, na de overname of verkoop van de zeggenschap over een onderneming van de BlackRock-groep die een deelnemingsbelang in UCB heeft, haar aandelenbezit (rekening houdend met het belang van haar gelieerde ondernemingen) in UCB op 1 juli 2025 bestond uit 10.848.463 UCB-aandelen met stemrecht en 118.231 gelijkgestelde financiële instrumenten, wat samen 5,64% vertegenwoordigt van het totale aantal uitgegeven aandelen van de onderneming ( 194 505 658), tegenover 5,07% (9.725.971 UCB-aandelen en 126.101 gelijkgestelde financiële instrumenten) in de vorige verklaring van 11 maart 2025. UCB ontving daarnaast vier transparantieverklaringen van FMR LLC op 12 juni, 9 juli, 8 augustus en 7 oktober 2025. In haar laatste transparantieverklaring heeft FMR LLC. meegedeeld dat, ingevolge een verwerving van UCB-aandelen met stemrecht door haar verbonden ondernemingen, haar deelneming in UCB is gestegen en op 6 oktober 2025 de drempel van 7,5% heeft overschreden. Op 6 oktober 2025 had FMR LLC. (rekening houdend met de deelnemingen van haar verbonden ondernemingen) 14.655.548 UCB-aandelen met stemrecht, wat neerkomt op 7,53% van het totale aantal door de vennootschap uitgegeven aandelen (194 505 658 ), tegenover 6,86% (13.351.678 UCB-aandelen) in de vorige verklaring van 8 augustus 2025. Alle verklaringen en gerelateerde persberichten zijn te vinden op de website van UCB. 3.3.3 Relaties met en tussen aandeelhouders We verwijzen u naar Toelichting 44.4 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur voor een overzicht van de relaties tussen UCB en haar aandeelhouders. Verder is UCB niet op de hoogte van overeenkomsten tussen haar aandeelhouders, met uitzondering van de hieronder vermelde informatie. Op maandag 25 augustus 2025 ontving UCB een bijgewerkte verklaring overeenkomstig artikel 74, §8, van de Wet op de openbare overnamebiedingen van Tubize (beschikbaar op de website van UCB), waarin Tubize verklaarde dat het sinds woensdag 31 juli 2024 60.381 UCB-aandelen verwierf, waardoor het in totaal 70 562 935 aandelen bezit, wat neerkomt op 36,28% van het totale aantal door de vennootschap uitgegeven aandelen (194 505 658). Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 135 3.3 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur vervolg 3.3.4 Aandeelhoudersstructuur Naast de verklaringen hierboven vermeld onder 3.3.2 en 3.3.3, houdt UCB ook UCB-aandelen aan (zie boven – eigen aandelen). De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek. Hieronder vindt u een bijgewerkt overzicht van de aandeelhoudersstructuur van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten), op basis van het aandelenregister van UCB, de transparantieverklaringen ontvangen in uitvoering van de Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, de kennisgeving ontvangen in uitvoering van artikel 74, §8 van de Wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, de kennisgevingen aan de AFM in uitvoering van de Wet van 2 augustus 2002 op het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en, in voorkomend geval, recentere publieke bekendmakingen (situatie op 31 december 2025): Verklaringen ontvangen in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 betreffende de openbaarmaking van belangrijke Laatste wijziging: 31 december 2025 Situatie per Aandelenkapitaal € 583 516 974 13 maart 2014 Totaal aantal stemrechten (= noemer) 194 505 658 1 Financière de Tubize SA (‘Tubize’) stemrechtverlenende effecten (aandelen) 70 562 935 36,28% 31 juli 2025 2 UCB NV stemrechtverlenende effecten (aandelen) 4 144 296 2,13% 31 december 2025 gelijkgestelde financiële instrumenten (opties) 1 0 —% 6 maart 2017 gelijkgestelde financiële instrumenten (andere) 1 0 —% 18 december 2015 Totaal 4 144 296 2,13% Free float 2 (effecten met stemrecht (aandelen)) 119 798 427 61,59% 3 BlackRock, Inc. stemrechtverlenende effecten (aandelen) 10 848 463 5,58% 1 juli 2025 4 FMR LLC stemrechtverlenende effecten (aandelen) 14 655 548 7,53% 6 oktober 2025 1. Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6, §6, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen. 2. Free float zijn de UCB-aandelen die niet gehouden worden door de Referentieaandeelhouder (Tubize) en UCB NV. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met stemrechtverlenende effecten (aandelen) gehouden door deze entiteiten, gelijkgestelde financiële instrumenten worden uitgesloten. 3.3.5 Algemene vergadering van aandeelhouders In overeenstemming met de statuten vindt de jaarlijkse Algemene vergadering van aandeelhouders (de'Algemene vergadering') plaats op de laatste donderdag van april om 11.00 CET. In 2025 vond de algemene vergadering plaats op 24 april. In 2026 zal de vergadering plaatsvinden op 30 april, . De regels aangaande de agenda, de procedure voor het bijeenroepen van vergaderingen, toelating tot de vergaderingen, de procedure voor het uitoefenen van stemrecht en andere details kan men vinden in de statuten en in het Charter, die beschikbaar zijn op de website van UCB. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 136 3.4 Raad van Bestuur en comités van de Raad Het bestuur van UCB is gebaseerd op een “monistische” structuur. Dit betekent dat de onderneming wordt beheerd door een Raad van Bestuur en wordt geleid door een Uitvoerend Comité, waarvan de respectieve functies en verantwoordelijkheden hierna zijn gedefinieerd in overeenstemming met de statuten van de Vennootschap en het Charter. De Raad koos niet voor een 'duale' structuur, gebaseerd op een afzonderlijke Raad van Toezicht en een Raad van Beheer. De Raad nam hierbij in overweging dat het huidige systeem een passend evenwicht van bevoegdheden voorziet tussen de Raad en het management, en de samenstelling van de Raad is in overeenstemming met de huidige aandeelhoudersstructuur en bedrijfsactiviteiten van UCB. De Raad wilde eveneens niet op permanente wijze de bevoegdheden toegekend door de wet aan de Raad in de huidige monistische structuur delegeren aan het management, noch de algemene vertegenwoordiging van UCB. Overeenkomstig de Belgische Corporate Governance Code 2020 moet de Raad van Bestuur zijn bestuursstructuur minstens om de vijf jaar evalueren. De laatste evaluatie werd in december 2024 door de Raad uitgevoerd, en de huidige bestuursstructuur werd bevestigd. 3.4.1 Raad van Bestuur Samenstelling van de Raad en onafhankelijke bestuurders Samenstelling Raad en veranderingen in 2025 Raadpleeg de sectie Management van UCB van het Geïntegreerd jaarverslag 2025 voor de samenstelling en biografieën van de leden van de Raad van Bestuur op 31 december 2025 . De Secretaris van de Raad is Xavier Michel, Group Secretary General. De rol en de verantwoordelijkheden van de secretaris van de Raad worden beschreven in het Charter. Tijdens de Algemene vergadering van 24 april 2025 werd het mandaat van de heer Jonathan Peacock (onafhankelijk bestuurder) met vier jaar verlengd. Na zijn herbenoeming bleef de heer Jonathan Peacock voorzitter van de Raad van Bestuur. Tevens is mevrouw Susan Gasser (onafhankelijk bestuurder) afgetreden als lid van de Raad van Bestuur met ingang van de datum van de Algemene vergadering van 2025. In dit verband heeft de Algemene vergadering de benoeming goedgekeurd van: (i) mevrouw Fiona Powrie als een nieuwe onafhankelijke bestuurder, met ingang van 1 januari 2026, en (ii) de heer Stef Heylen als een nieuwe bestuurder die de Referentieaandeelhouder vertegenwoordigt, met onmiddellijke ingang, elk tot het einde van de Algemene vergadering van 2029. Op 31 december 2025 voldeden de heer Jonathan Peacock, mevrouw Jan Berger, mevrouw Maëlys Castella, mevrouw Kay Davies, de heer Pierre L. Gurdjian, de heer Ulf Wiinberg, mevrouw Nefertiti Greene, mevrouw Dolca Thomas en de heer Rodolfo Savitzky aan de onafhankelijkheidscriteria zoals vastgelegd in artikel 7:87 van het WVV, in bepaling 3.5 van de Code 2020 en door de Raad van Bestuur. Met ingang van 1 januari 2026 zal mevrouw Fiona Powrie toetreden tot de Raad van Bestuur als een onafhankelijk bestuurder. Charles-Antoine Janssen, Cyril Janssen, Cédric van Rijckevorsel en Stef Heylen zijn vertegenwoordigers van de Referentieaandeelhouder en kwalificeren bijgevolg niet als onafhankelijk bestuurder. Jean-Christophe Tellier, de CEO van UCB, komt evenmin in aanmerking om als onafhankelijk bestuurder te zetelen. Hij is ook de enige uitvoerend bestuurder in de Raad van UCB. In 2025 was de Raad bijgevolg samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders: van de 14 leden waren er 9 onafhankelijk (64% in plaats van 54% in 2024). In 2025 bestond de Raad ook uit 5 vrouwen op een totaal van 14 leden (36% in plaats van 38% in 2023), overeenkomstig de vereiste genderdiversiteit van artikel 7:86 van het WVV. In de Raad van Bestuur zijn geen werknemers en arbeiders vertegenwoordigd. De arbeiders en werknemers zijn vertegenwoordigd in de ondernemingsraden die zijn opgericht overeenkomstig het WVV en de wet van 20 september 1948 tot organisatie van het bedrijfsleven. Na hun benoeming door de Algemene vergadering 2025, zijn de heer Stef Heylen en mevrouw Fiona Powrie lid geworden van het Wetenschappelijk Comité (Fiona Powrie treedt op 1 januari 2026 in functie). Sinds de Algemene vergadering 2025 bestaat de Raad uit 14 leden. Vanaf 1 januari 2026 zal de Raad bestaan uit 15 leden tot de jaarlijkse Algemene vergadering van 30 april 2026 ('Algemene vergadering 2026'). Verwachte veranderingen in de Raad in 2026 De mandaten van de heer Jean-Christophe Tellier, de heer Cédric van Rijckevorsel en mevrouw Kay Davies vervallen aan het einde van de Algemene vergadering 2026. Nadat het GNCC hun prestaties naar behoren heeft beoordeeld, zal de Raad tijdens deze Algemene vergadering 2026 voorstellen het mandaat van de heer Jean-Christophe Tellier en de heer Cédric van Rijckevorsel te verlengen voor een nieuwe periode van vier jaar. Mevrouw Kay Davies treedt af aan het einde van de Algemene vergadering 2026. Mevrouw Kay Davies wordt als voorzitter van de GNCC vervangen door mevrouw Nefertiti Greene. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 137 3.4 Raad van Bestuur en comités van de Raad vervolg Na bevestiging van de bovenvermelde herbenoemingen en het verstrijken van het mandaat door de Algemene vergadering van 30 april 2026 en in overeenstemming met het Charter zal de Raad bestaan uit 14 leden. De Raad zal samengesteld blijven uit een meerderheid van onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurders. Alle bijzondere comités van de Raad blijven ook samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders: • Auditcomité: Rodolfo Savitzky (voorzitter en onafhankelijk), Maëlys Castella (onafhankelijk) en Cédric van Rijckevorsel (niet- onafhankelijk); • GNCC: Nefertiti Greene (voorzitter en onafhankelijk), Charles- Antoine Janssen (niet-onafhankelijk), Pierre L. Gurdjian (onafhankelijk) en Ulf Wiinberg (onafhankelijk); • Wetenschappelijk Comité: Dolca Thomas (onafhankelijk), Stef Heylen (niet-onafhankelijk) en Fiona Powrie (onafhankelijk). Jean-Christophe Tellier blijft de enige uitvoerend bestuurder (CEO) in de Raad. Na de voorgestelde vernieuwingen en benoemingen, en indien goedgekeurd door de Algemene vergadering 2026, zal de Raad nog steeds bestaan uit vijf vrouwen van de 14 leden (36%) en blijft hij voldoen aan de vereisten inzake genderdiversiteit van artikel 7:86 van het WVV. Werking van de Raad In 2025 kwam de Raad zes keer samen voor zijn periodieke vergaderingen, inclusief voor zijn jaarlijkse driedaagse strategische vergadering in juni. Alle vergaderingen werden fysiek gehouden. Van tijd tot tijd, zelfs als de vergadering fysiek wordt gehouden, kan bij uitzondering een hybride vergadering worden georganiseerd om de aanwezigheid per videoconferentie mogelijk te maken van een of meer leden van de Raad die niet in staat zouden zijn om te reizen of op een andere manier fysiek aanwezig te zijn (bijv. om gezondheidsredenen). De aanwezigheidsgraad van zijn leden op zijn periodieke vergaderingen was als volgt: Aanwezighei dsgraad Jonathan Peacock Voorzitter 100% Charles-Antoine Janssen Vicevoorzitter 100% Jean-Christophe Tellier Uitvoerend bestuurder 100% Jan Berger 100% Maëlys Castella 100% Kay Davies 100% Stef Heylen 100% Nefertiti Greene 100% Pierre L. Gurdjian 100% Cyril Janssen 100% Cédric van Rijckevorsel 100% Rodolfo Savitzky 100% Dolca Thomas 100% Ulf Wiinberg 83% * Samenstelling sinds de Algemene vergadering van 24 april 2025. De aanwezigheidsgraad met betrekking tot Stef Heylen is berekend vanaf juli 2025, na zijn benoeming door de Algemene vergadering van 24 april 2025. Vergaderingen Naast de periodieke vergaderingen kwam de Raad van Bestuur ook bijeen via kortere ad-hoc-videoconferenties om specifieke projecten of dringende zaken te bespreken en besluiten hierover te nemen. De Raad organiseerde ook een aantal informele sessies om na te denken over specifieke onderwerpen of kwesties (bijv. training over NIS2, follow-up van de nieuwe aanpak en impact van de Amerikaanse regering, beoordeling van activa), eventueel met externe sprekers om de ervaring te verbeteren en/of om een perspectief van buitenaf te bieden. De Raad heeft in 2025 besprekingen gevoerd, evaluaties verricht en besluiten genomen op de volgende gebieden: • De UCB-strategie en het algemene toezicht op de uitvoering ervan door het management, met inbegrip van duurzaamheidskwesties en de integratie van duurzaamheid in de algemene ambitie en activiteiten van de Vennootschap, de innovatiestrategie op lange termijn, en de productiecapaciteiten. • De algemene strategie van de Vennootschap, inclusief de digitale en AI-strategie. • Het monitoren van de prestaties van het bedrijf in de specifieke context van een intense groeifase en de meervoudige lanceringen van BIMZELX®, ZILBRYSQ®, RYSTIGGO®, FINTEPLA® en de voortdurende groei van EVENITY® en BRIVIACT® in meerdere rechtsgebieden. • Het monitoren van de geopolitieke context, inclusief de potentiële impact van Amerikaanse invoerrechten en de prijsstelling op basis van de meestbegunstigingsclausule (Most Favored Nation, MFN) op de activiteiten van de Vennootschap. • Toezicht op activiteiten op het gebied van productie en toeleveringsketen, met name in de context van de groeifase en met het oog op meer dan tien jaar groei, waaronder productkwaliteit, met een focus op onder andere de veerkracht van de toeleveringsketen en productie, door middel van de geplande bouw van een productielocatie in de Verenigde Staten. • De invoering van het Bezoldigingsbeleid van 2025. • Financiële en niet-financiële rapportering en communicatie naar de markt toe, inclusief het bijwerken van de richtlijnen. • De toewijzing van middelen, geldmiddelen en CapEx en het jaarlijks budget. • Beoordeling en strategie van de innovatie- en O&O-portfolio. • Opvolgingsplanning en wijzigingen in de Raad en het Uitvoerend Comité. • Zakelijke ontwikkelingsprojecten en fusie- en overnameprojecten. • Cultuur en leiderschap • Ethische bedrijfsvoering. • Risicomanagement (inclusief ESG-gerelateerde risico's) en cyberbeveiliging, met name in de context van de implementatie van de Netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn 2 (NIS2). In overeenstemming met haar bestuursregels hield de Raad ook twee uitvoerende zittingen in 2025 (d.w.z. zittingen in afwezigheid van de CEO, het enige uitvoerend lid van de Raad): één in juni en één in december. Er waren in 2025 geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen en een lid van de Raad die tot een belangenconflict aanleiding zouden kunnen geven, met uitzondering van het vermelde in sectie 3.13. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 138 3.4 Raad van Bestuur en comités van de Raad vervolg Overzicht van IT en cyberveiligheid bij de Raad Het globale overzicht van de digitale strategie, de IT-strategie en cyberveiligheid maakt deel uit van de missie van de Raad. Het management is verantwoordelijk voor de implementatie van de strategie en de plannen. Elk jaar houdt de Raad, en met name het Auditcomité, specifieke zittingen met betrekking tot digitale/IT- en cyberveiligheidsstrategieën en -activiteiten, waar de Chief Digital & Technology Officer en het hoofd van IT-beveiliging aan deelnemen. De algemene cyberveiligheidsstrategie, de implementatie daarvan en de daaraan toegekende middelen worden beoordeeld en besproken met de Raad en het Auditcomité. De digitale transformatie en strategie zijn volledig ingebed in de algemene UCB-strategie zoals gedefinieerd door de Raad, op voorstel van het Uitvoerend Comité. In 2025 was de evaluatie van de cyberveiligheidsstrategie en -activiteiten door de Raad ook gericht op, en omvatte deze ook een evaluatie van de impact en implementatie op groepsniveau van de Netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn (NIS2). Een NIS2-training voor de Raad van Bestuur is in de loop van 2025 voor het eerst georganiseerd. De naleving van NIS2 wordt jaarlijks op groepsniveau beoordeeld. Evaluatie van de Raad In overeenstemming met zijn Charter (sectie 3.5) moet de Raad op regelmatige basis en minstens om de twee jaar een evaluatie doen. De voorzitter van het GNCC is verantwoordelijk voor de uitvoering van het proces ter beoordeling van de doeltreffendheid van de Raad en voor de rapportage van de resultaten aan de Raad. In november 2025 werd een volledige beoordeling uitgevoerd. Deze beoordeling werd uitgevoerd door een onafhankelijke derde partij. De resultaten van de beoordeling leiden tot de conclusie dat de Raad een goed presterend, gedegen en toekomstgericht bestuursorgaan is, dat strategisch inzicht, gedisciplineerd bestuur en een sterke cultuur van vertrouwen combineert, tot de top van de raden van bestuur in zijn sector behoort en consequent blijk geeft van professionaliteit, samenhang en een langetermijnvisie. De beoordeling bevestigde dat de nadruk voor de volgende fase niet op correctie ligt, maar op ontwikkeling: het blijven verfijnen van de effectiviteit van de Raad, het toekomstbestendig maken van de samenstelling van de Raad en het versterken van de wendbaarheid in een steeds complexere omgeving. Erebestuurders De Raad heeft de volgende bestuurders benoemd als erebestuurders: • Karel Boone, Erevoorzitter • Evelyn du Monceau, Erevoorzitter • Mark Eyskens, Erevoorzitter • Georges Jacobs de Hagen, Erevoorzitter • Daniel Janssen, Erevicevoorzitter • Gerhard Mayr, Erevoorzitter • Prins Lorenz van België • Alan Blinken • Alice Dautry • Arnoud de Pret • Roch Doliveux • Peter Fellner • Guy Keutgen • Jean-Pierre Kinet • Tom McKillop • Gaëtan van de Werve • Jean-Louis Vanherweghem • Bridget van Rijckevorsel • Norman J. Ornstein • Albrecht De Graeve 3.4.2 Comités van de Raad Auditcomité De Raad heeft een Auditcomité opgezet waarvan de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het WVV, de Code 2020, en het Charter. Het is samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders, allen niet- uitvoerend bestuurders, en wordt voorgezeten door Rodolfo Savitzky, sinds zijn benoeming als onafhankelijk bestuurder door de Algemene vergadering van 2024. Alle leden beschikken over de deskundigheid op het gebied van audit en boekhouding zoals vereist door artikel 7:99 van het WVV. Gedurende 2025 was het Auditcomité als volgt samengesteld: Einde man daat Onafha nkelijk bestuur der Aanwezighei dsgraad Rodolfo Savitzky Voorzitter 2028 x 100% Maëlys Castella 2027 x 100% Cédric van Rijckevorsel 2026 100% * Samenstelling sinds de Algemene vergadering van 24 april 2025 Vergaderingen Het Auditcomité vergaderde vier keer in 2025 . Elke vergadering van het Auditcomité omvat aparte besloten sessies die alleen worden bijgewoond door respectievelijk de interne auditors en de commissarissen zonder dat het management aanwezig is. Indien nodig werden de vergaderingen van het Auditcomité, al dan niet deels, bijgewoond door de commissarissen. De vergaderingen van het Auditcomité werden fysiek gehouden in 2025. De vergaderingen van het Auditcomité werden ook geheel of gedeeltelijk bijgewoond door Jonathan Peacock (voorzitter van de Raad van Bestuur), Jean-Christophe Tellier (CEO), Sandrine Dufour (Executive Vice President – Chief Financial Officer), Thomas Debeys (Head of Global Internal Audit), Caroline Vancoillie (Head of Group Finance), Denelle Waynick Johnson (Head of Ethics and Legal Affairs) en Xavier Michel (Group Secretary General), met als functie secretaris van het Auditcomité. Afhankelijk van de onderwerpen die tijdens de vergaderingen aan bod kwamen, namen ook andere leden van het management en het personeel deel. In 2025, en in overeenstemming met zijn intern reglement (zie het Charter op de website van UCB), hield het Auditcomité toezicht op het financiële rapporteringsproces (met inbegrip van de jaarrekening en de communicatie naar de markt toe). Het Auditcomité richtte zich ook op compliance en interne controle; het risicobeheerproces van de vennootschap en de doeltreffendheid ervan; het interne auditplan, de verwezenlijking ervan en de doeltreffendheid van de Global Internal Audit-functie; de onafhankelijkheid van de commissaris, inclusief de verlening van bijkomende diensten aan UCB (die het Auditcomité beoordeelde en waarvoor het de vergoedingen goedkeurde); de statutaire audit van de halfjaarlijkse, jaarlijkse en geconsolideerde rekeningen; de evolutie van de fiscale omgeving en de mogelijke impact ervan op UCB. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 139 3.4 Raad van Bestuur en comités van de Raad vervolg Bestuur, benoemings- en remuneratiecomité De Raad richtte een bestuur, benoemings- en remuneratiecomité ('GNCC') op, waarvan de samenstelling, de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het WVV, de Code 2020 en het Charter. Gedurende 2025 was het GNCC als volgt samengesteld: Einde mandaat Onafhankelijk bestuurder Aanwezigheidsgraad Kay Davies Voorzitter 2026 X 100% Charles- Antoine Janssen 2028 100% Pierre L. Gurdjian 2028 X 100% Ulf Wiinberg 2028 X 75% Nefertiti Greene 2028 X 100% * Samenstelling sinds de Algemene vergadering van 24 april 2025 Na het verwachte vertrek van Kay Davies aan het einde van de Algemene vergadering van 2026, zal Nefertiti Greene haar vervangen als voorzitter van het GNCC. Vergaderingen Het GNCC kwam in 2025 vier keer bijeen voor zijn periodieke vergaderingen, in februari, juli, oktober en december. De vergaderingen van het comité werden bijgewoond door Jonathan Peacock (voorzitter van de Raad van Bestuur), Jean-Christophe Tellier (uitvoerend bestuurder en CEO), behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden, en door Jean- Luc Fleurial (Executive Vice President - Chief Human Resources Officer), die optreedt als secretaris van het GNCC, behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden of op de remuneratie van de uitvoerend bestuurder en de CEO. De vergaderingen van het GNCC werden fysiek gehouden. Een meerderheid van de leden van het GNCC is onafhankelijk, inclusief de voorzitter, en voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van de Code 2020 en van de Raad. Alle leden hebben de nodige deskundigheid en expertise op het gebied van het remuneratiebeleid zoals vereist door artikel 7:100, §2 van het WVV. Het GNCC kwam ook bijeen via kortere ad-hocvergaderingen (soms in een hybride of virtueel formaat) om specifieke projecten of urgente zaken te bespreken en/of hierover beslissingen te nemen. In 2025, en in overeenstemming met zijn intern reglement (zie het Charter op de website van UCB), focuste het GNCC zich voornamelijk op het volgende: • Beoordeling en aanbevelingen met betrekking tot de benoemingen (herbenoemingen) die ter goedkeuring aan de Raad worden voorgelegd. • Beoordeling van de prestaties van de leden van het Uitvoerend Comité, evenals van hun bezoldiging en verwante aanbevelingen aan de Raad. Het GNCC heeft het remuneratieverslag over het bezoldigingsbeleid 2024, de toe te kennen korte- en lange-termijnincentives aan het management (inclusief de CEO) en de prestatiecriteria, KPI's en doelstellingen waaraan deze toekenningen en bonussen gekoppeld zijn, en de definitie van de belangrijkste voorwaarden van het lange- termijnincentiveplan (LTI) van de Groep beoordeeld en ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd. Het GNCC heeft ook een aanbeveling gedaan met betrekking tot de invoering van het Bezoldigingsbeleid van 2025. • Opvolgingsplanning van de leden van de Raad, het Uitvoerend Comité en Senior Executives. Dit omvatte relevante voorstellen of aanbevelingen aan de Raad over de toekomstige samenstelling en de comités van de Raad, effectief vanaf goedkeuring door de algemene vergadering van 30 april 2026 (zie hierboven). • Beoordeling en controle van de ontwikkelingen op het gebied van de normen en wetgeving met betrekking tot deugdelijk bestuur, waaronder een beoordeling van de belangrijkste uitkomsten en feedback van de stemming op de algemene vergadering van 2025 en de Governance & Sustainable Performance-roadshows die in maart en november 2025 met beleggers zijn georganiseerd. • In het laatste kwartaal van het jaar werd een volledige evaluatie van de prestaties van de Raad uitgevoerd (zie hierboven voor meer informatie). Wetenschappelijk Comité Het wetenschappelijk comité staat de Raad bij in zijn beoordeling van de kwaliteit van UCB’s O&O en de concurrentiële positie hiervan. Het Wetenschappelijk Comité bestaat uit leden die beschikken over wetenschappelijke en medische expertise en die allemaal onafhankelijk zijn. Gedurende 2025 was het Wetenschappelijk Comité als volgt samengesteld: Einde mandaat Onafhankelijk bestuurder Aanwezigheidsgraad Kay Davies Voorzitter 2026 X 100% Stef Heylen 2029 50% Dolca Thomas 2028 X 100% * Samenstelling sinds de Algemene vergadering van 24 april 2025. De aanwezigheidsgraad met betrekking tot Stef Heylen is berekend vanaf juli 2025, na zijn benoeming tot het Wetenschappelijk Comité. Eerdere verplichtingen beperkten zijn beschikbaarheid voor alle vergaderingen. Na het vertrek van Susan Gasser uit de Raad aan het einde van de Algemene vergadering van 2026 bestond het Wetenschappelijk Comité uit drie leden, waarbij Stef Heylen in de loop van 2025 tot het Wetenschappelijk Comité toetrad. In afwachting van het verwachte vertrek van Kay Davies aan het einde van de Algemene vergadering van 2026, is Fiona Powrie (benoemd als onafhankelijk bestuurder door de Algemene vergadering van 2025) vanaf 1 januari 2026 toegetreden tot het Wetenschappelijk Comité. Vergaderingen Het Comité komt regelmatig bijeen met Alistair Henry, de Chief Scientific Officer van UCB en Jean-Christophe Tellier (CEO). De leden van het Wetenschappelijk Comité zijn ook nauw betrokken bij de activiteiten van UCB’s Wetenschappelijke Adviesraad (WAR), samengesteld uit gereputeerde externe medisch- wetenschappelijke experts (doorgaans twee vergaderingen per jaar). De WAR, samengesteld uit ad-hoc-experts, geeft wetenschappelijk beoordeling en strategische input in hun expertisegebied over de beste manier om UCB te positioneren als een robuustere en succesvolle leider in de biofarmaceutische sector en om het Uitvoerend Comité te adviseren over strategische keuzes op het gebied van het vroege stadium van O&O. Bovendien brengt het Wetenschappelijk Comité verslag uit aan de Raad over het oordeel van de WAR over UCB’s onderzoeksactiviteiten en strategische oriëntatie. In 2025 werden er twee fysieke WAR-vergaderingen gehouden. De onderwerpen van deze vergaderingen waren gericht op het vaststellen van principes en een routekaart voor een duurzame pijplijn voor vroege ontwikkeling, het verbeteren van de efficiëntie van klinische ontwikkeling en het optimaliseren van de maximalisatie van activa. Gedurende het hele jaar bleven de leden van het Wetenschappelijk Comité regelmatig bijeenkomen met Alistair Henry, de Chief Scientific Officer van UCB, om een voortdurende betrokkenheid bij en dialoog over de wetenschap en de vroege pijplijn te onderhouden. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 140 3.5 Uitvoerend Comité Samenstelling van het Uitvoerend Comité In 2025 was het Uitvoerend Comité als volgt samengesteld: • Jean-Christophe Tellier: Chief Executive Officer & Voorzitter van het Uitvoerend Comité • Emmanuel Caeymaex: Executive Vice President • Kirsten Lund-Jurgensen: Executive Vice President • Jean-Luc Fleurial: Executive Vice President • Sandrine Dufour: Executive Vice President • Denelle J. Waynick Johnson: Executive Vice President • Alistair Henry: Executive Vice President • Fiona du Monceau: Executive Vice President Raadpleeg de sectie Management van UCB van het Geïntegreerd jaarverslag van 2025 voor de biografieën van de leden van het Uitvoerend Comité op 31 december 2025. De samenstelling van het Uitvoerend Comité weerspiegelt de werkwijze van de groep en is gericht op het bevorderen van wendbaarheid, kruiselingse samenwerking en de transversale dimensie van de organisatie. Xavier Michel, Group Secretary General, treedt op als secretaris van het Uitvoerend Comité, en verzekert zo de link tussen de Raad van Bestuur, het Uitvoerend Comité en de bredere organisatie. Erevoorzitters van het Uitvoerend Comité De volgende personen werden benoemd tot erevoorzitter van het Uitvoerend Comité: • Roch Doliveux • Georges Jacobs de Hagen • Daniel Janssen Werking van het Uitvoerend Comité Het Uitvoerend Comité kwam bijeen op regelmatige basis, gemiddeld één tot twee dagen per maand in 2025. De leden van het Uitvoerend Comité komen daarnaast regelmatig, en ten minste eenmaal per week, informeel bijeen. In 2025 waren er geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen, en een lid van het Uitvoerend Comité die tot een belangenconflict konden leiden. De werking, competenties en delegatie van bevoegdheden van het Uitvoerend Comité worden verder beschreven in het Charter. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 141 3.6 Bestuur op het gebied van duurzaamheid UCB heeft haar ambitie op het vlak van duurzaamheid ingebed in haar totale UCB-strategie zoals gedefinieerd door de Raad, op voorstel van het Uitvoerend Comité. Duurzaamheid wordt beschouwd als een aangelegenheid voor de volledige Raad (strategie) en daarom is er binnen de Raad geen specifiek duurzaamheidscomité opgericht. De Raad van Bestuur bepaalt en houdt toezicht op de strategie van de organisatie, met inbegrip van aan duurzaamheid gerelateerde risico's, op basis van voorstellen van het Uitvoerend Comité. Milieu- en maatschappelijke onderwerpen zijn formeel geïntegreerd in de agenda van de Raad van Bestuur na de beoordeling van het UCB Charter. De Raad bevestigt de opname van de duurzaamheidsinformatie in het wereldwijde rapportagekader op voorstel van het Auditcomité. Op dit moment hebben vier leden van de Raad uitgebreide ervaring en expertise op het gebied van ESG/duurzaamheid. Deze deskundigheid wordt beoordeeld op basis van hun eigen beroepservaring. Om ervoor te zorgen dat alle leden van het bestuur toegang hebben tot expertise op het gebied van duurzaamheid, worden er jaarlijks verschillende sessies over duurzaamheid georganiseerd met de volledige Raad, waaronder één sessie met de externe duurzaamheidsadviesraad. Het GNCC biedt advies en toezicht op de bezoldigingscriteria voor het uitvoerend management en beveelt KPI’s met betrekking tot duurzaamheid aan voor de bezoldigingsplannen. Het GNCC zorgt ervoor dat er op het niveau van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité een passend bestuur is om toezicht te houden op materiële milieu- en sociale onderwerpen. Het adviseert en ondersteunt de Raad bij het integreren van criteria voor sociale en milieugerelateerde ervaring/vaardigheden in het wervings-/ vernieuwingsproces van leden van de Raad en in het beoordelingsproces van de Raad. Ook zorgt het ervoor dat de leden van de Raad toegang hebben tot de nodige expertise en kennis op het gebied van duurzaamheid. Het Auditcomité houdt toezicht op het kader, de kwaliteit en de processen van de extra-financiële rapportering, evenals op het kader en de processen voor risicobeheer in verband met duurzaamheid. Het Auditcomité heeft aanvullende verantwoordelijkheden, zoals vastgelegd in het Charter, op grond van de Richtlijn voor verslaglegging over maatschappelijk verantwoord ondernemen. UCB valt onder het toepassingsgebied van bedrijven die verplicht zijn om zich te houden aan de Richtlijn voor verslaglegging over maatschappelijk verantwoord ondernemen en in deze context is het Auditcomité ook belast met het toezicht op de doeltreffendheid van de interne controle, de risicobeheersystemen en de interne auditfuncties van de onderneming met betrekking tot duurzaamheidskwesties, alsmede met de borging van de jaarlijkse duurzaamheidsverslaggeving en met het informeren van de Raad van Bestuur over de uitkomsten van de borging van de duurzaamheidsverslaggeving. Het Uitvoerend Comité fungeert als de strategische schakel tussen de Raad van Bestuur en de operationele activiteiten en houdt toezicht op de implementatie van de strategie, inclusief duurzaamheidskwesties, die door de Raad van Bestuur is goedgekeurd. Het Uitvoerend Comité is rechtstreeks verantwoordelijk voor de sociale en milieuaspecten van duurzame prestaties. Elk lid van het Uitvoerend Comité is sponsor van een van de zeven strategische duurzaamheidsthema’s (wetenschappelijke innovatie, eerlijke toegang tot medicijnen, betrokkenheid van patiënten, gezondheid, veiligheid en welzijn, inclusie, gezondheid van de planeet en ethische bedrijfspraktijken). Ze werken samen met interne experts rond deze thema's om de sociale en milieu-impact van UCB te verbeteren en presenteren regelmatig voortgangsupdates (inclusief voortgang richting doelstellingen) aan het gehele Uitvoerend Comité. UCB heeft ook een externe duurzaamheidsadviesraad (ESAB), samengesteld uit een mix van externe internationale experts in duurzaamheid die kunnen inspireren, uitdagen en adviseren over de duurzaamheidsdimensie van UCB’s strategie en resultaten en een perspectief “van buiten naar binnen” kunnen bieden. De ESAB komt drie keer per jaar bijeen en het Uitvoerend Comité neemt deel aan deze vergaderingen. Leden van de Raad hebben toegang tot de vergaderingen van de ESAB en ten minste twee leden van de Raad nemen deel aan elk van deze vergaderingen. Verder wordt jaarlijks een zitting van een halve dag gehouden. Deze stond gepland voor oktober 2025, waarbij de volledige Raad samenkwam met de volledige ESAB. De leden van deze externe adviesraad zijn momenteel (i) mevrouw Sandrine Dixson-Declève (voormalig voorzitter Club van Rome en uitvoerend voorzitter van Earth4All), (ii) mevrouw Charlotte Ersbøll (trustee Forum for the Future), (iii) de heer Michael Manganiello (voorzitter en CEO bij Pyxis Partners) en (iv) de heer Bright Simons (oprichter en voorzitter mPedigree). De heer Elhadj As Sy en mevrouw Teresa Fogelberg waren in 2025 lid van de ESAB en namen deel aan alle drie de vergaderingen die gedurende het jaar werden gehouden. Na de vernieuwing van de samenstelling van de ESAB zijn hun mandaten beëindigd. Jaarlijks wordt een verslag van de ESAB voorgelegd aan de Raad van Bestuur van UCB. Het verslag met betrekking tot hun interactie met UCB in 2025 werd gedeeld met de Raad van UCB in februari 2026. Om de sociale en milieudeskundigheid van de Raad verder te vergroten en te garanderen dat de juiste vaardigheden en expertise beschikbaar zijn of ontwikkeld zullen worden om toezicht te houden op duurzaamheidskwesties, is er een op maat gemaakt programma ontwikkeld dat gericht is op strategische materiële onderwerpen van UCB. De eerste sessie werd in december 2025 gehouden. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 142 3.7 Diversiteit op het niveau van de Raad en het Uitvoerend Comité Deze sectie bevat alle informatie vereist door de artikelen 3:32, §2 en 3:6, §2, 6° van het WVV. Diversiteit op het niveau van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité maakt deel uit van de algemene ambitie van UCB inzake inclusie, zoals beschreven in de sectie Inclusie van dit verslag en waarnaar uitdrukkelijk wordt verwezen. Diversiteit op het niveau van de Raad van Bestuur Voor de Raad van Bestuur werden de Belgische wettelijke vereisten op het vlak van genderdiversiteit nageleefd en deze werden ook geïntegreerd in het proces voor rekrutering en benoeming van de Raad. Wanneer er vervangingen of benoemingen voor de Raad worden overwogen, houdt UCB systematisch rekening met het verbeteren van de diversiteit binnen de Raad. De Raad bestaat sinds eind 2025 uit 14 leden, waarvan 5 vrouwen en 9 mannen, met 7 verschillende nationaliteiten (zie ook hierboven). Voortbouwend op de feedback van onze belanghebbenden en de integratie daarvan zijn nadere bijzonderheden over de diversiteit van de vaardigheden en de specifieke geografische deskundigheid van de leden van de Raad van Bestuur opgenomen in het Geïntegreerd jaarverslag. Naast genderdiversiteit streeft de Raad van Bestuur van UCB altijd naar een evenwichtige mix van diversiteit in termen van vaardigheden, ervaring, geografische expertise, nationaliteit, leeftijd, onafhankelijkheid, ambtstermijn en elk ander relevant criterium. Deze diversiteitsdimensies worden ook meegenomen in de opvolgingsplanning en het wervingsproces dat door het GNCC wordt beheerd. De samenstelling van de Raad kan als volgt worden gevisualiseerd: Verdeling van vaardigheden binnen de Raad Ervaring in kernindustrie Zakelijk leiderschap en strategie Financiën, boekhouding en risico's Duurzaamheid en ESG Specifieke geografische expertise (Europa, VS, Azië) n Europa 12 n Azië 6 n VS 10 Nationaliteit 7 landen n Amerikaans (VS) n Belgisch n Brits n Brits/Amerikaans (VS) n Deens/Zweeds/Amerikaans (VS) n Frans n Mexicaans/Zwitsers Leeftijd Gemiddeld: 62 n >60 n >55 n >50 n <50 Ambtstermijn Gemiddeld: 7 n >12 jaar n <12 jaar n <8 jaar n <4 jaar Gender n Mannen n Vrouwen Status n Onafhankelijk n Niet-onafhankelijk Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 143 3.7 Diversiteit op het niveau van de Raad en het Uitvoerend Comité vervolg Diversiteit op het niveau van het Uitvoerend Comité Voor onze functies van Uitvoerend Comité bekijken we onze talenten vanuit een diversiteitsperspectief, om een robuust en divers successieplan te verzekeren, en alle aanbevelingen naar toekomstige samenstelling toe worden strikt op deze basis gedaan. In het algemeen ligt de nadruk bij de opvolgingsplanning voor UCB-leiders in verband met diversiteit op het simuleren van scenario's voor genderbalans en het zorgen voor een gebalanceerde pool van senior leiders die zijn blootgesteld aan diverse professionele en culturele ervaringen. De leden van het Uitvoerend Comité zijn ook samen met andere leiders begonnen aan een meerstappenprogramma om vooroordelen aan te pakken en inclusieve teams en leiderschap te ontwikkelen. In het algemeen zijn de belangrijkste HR-processen (onder meer op het gebied van aanwerving en verloning) herzien om ervoor te zorgen dat de beginselen inzake diversiteit, gelijkheid en inclusie in de processen en systemen zijn verankerd. Vandaag hebben de leidinggevenden van UCB gevarieerde opleidingen genoten en hebben zij een multidisciplinaire professionele achtergrond. De Raad bestaat sinds juli 2024 uit 8 leden, waarvan 4 vrouwen en 4 mannen, met 5 verschillende nationaliteiten. Per 31 december 2025 kunnen de kenmerken inzake diversiteit voor het Uitvoerend Comité als volgt visueel voorgesteld worden: • De grootte van het Uitvoerend Comité is bedoeld om te focussen op de kernactiviteiten van de vennootschap, om UCB toe te laten haar Patient Value Strategy verder te ontwikkelen. • Vandaag de dag is onze aanpak niet om diversiteit, gelijkheid en inclusie te formaliseren in een reeks beleidsmaatregelen, maar om actief een cultuur en praktijk van diversiteit, kansengelijkheid en inclusie te promoten. • Indien u meer wilt lezen over diversiteit, gelijkheid en inclusie in het algemeen bij UCB, bezoek dan de sectie Inclusie. Nationaliteit 5 landen n Amerikaans (VS) n Belgisch n Brits n Frans n Duits Leeftijd Gemiddeld: 58 n >60 n >55 n <55 Ambtstermijn Gemiddeld: 5 n >10 jaar n <10 jaar n <5 jaar Gender n Mannen n Vrouwen Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 144 3.8 Remuneratieverslag Hoogtepunten van de prestaties in 2025 2025 was een jaar van strategische vooruitgang, gedisciplineerde uitvoering en veerkrachtige prestaties voor UCB. We bleven onze ambities voor groei op lange termijn nastreven, terwijl we ons door een wisselvallig macro-economisch en geopolitiek landschap bewogen. De hieronder beschreven verwezenlijkingen hebben rechtstreeks invloed gehad op de verloningsbeslissingen van de CEO en het Uitvoerend Comité en worden ondersteund door een sterke link tussen prestaties en verloning. UCB heeft wederom een jaar met sterke financiële en operationele resultaten achter de rug, dankzij de voortdurende focus op de vijf belangrijkste groeifactoren: BIMZELX®, FINTEPLA®, RYSTIGGO®, ZILBRYSQ® en EVENITY®. Deze geneesmiddelen bleven uitstekend presteren en droegen bij aan een omzetgroei met dubbele cijfers, terwijl het patiëntenaandeel in de belangrijkste therapeutische gebieden sterk groeide. De bedrijfsresultatencoëfficiënt, die bonusuitkeringen financiert op basis van de resultaten van de aangepaste EBITDA, overtrof de doelstelling, ondersteund door beter dan verwachte omzetresultaten en veerkrachtige bedrijfsprestaties. Wat betreft de waarde voor patiënten zette UCB een reeks lanceringen in verschillende regio's voort, waarmee het bedrijf aanzienlijke vooruitgang boekte in het aanbieden van innovatieve oplossingen aan mensen met ernstige ziektes. We hebben solide successen geboekt bij het verkrijgen van terugbetalingen in verschillende markten, waardoor patiënten toegang hebben gekregen tot onze innovatieve behandelingen, terwijl we te maken hadden met een veranderende dynamiek bij de betalers. We hebben ook een aanzienlijk aantal beslissingen over terugbetalingen bereikt die eerder werden genomen dan de industrienormen, wat onze toewijding weerspiegelt om waarde te behouden en tegelijkertijd de toegang voor patiënten te maximaliseren. UCB versterkte zijn cultuur en capaciteiten door de ontwikkeling, het welzijn, de veiligheid en de inclusie van zijn medewerkers te bevorderen en tegelijkertijd de verbondenheid tussen leidinggevenden binnen de hele organisatie te verdiepen. Tegelijkertijd leidde een krachtig streven naar versnelling van onze ambities op milieugebied tot een verbetering van het milieuprofiel van onze activa. We hebben onze koolstofarme aanpak binnen de uitvoering van klinische proeven gestimuleerd en zijn dichter bij onze netto-nuldoelstellingen voor CO₂e gekomen door gerichte maatregelen voor emissiereductie en betrokkenheid van leveranciers. Al deze resultaten samen tonen aan dat UCB in staat blijft om zijn strategie uit te voeren, te investeren in toekomstige groei, de impact op patiënten te vergroten en discipline te handhaven in overeenstemming met onze duurzame prestatiegerichte mentaliteit. In dit verslag blikken we terug op 2025 en staan we stil bij de wijze waarop onze verwezenlijkingen invloed hebben gehad op de verloning van onze bestuurders. Algemene vergadering en betrokkenheid van de belanghebbenden We zijn heel blij met de sterke steun van onze aandeelhouders, die tot uiting komt in de positieve stemresultaten voor ons remuneratieverslag van 2024 (95,59%) en het remuneratiebeleid van 2025 (96,07%) tijdens de Algemene vergadering van 2025, waaruit de grote steun voor de kritieke verbeteringen blijkt die we hebben doorgevoerd terwijl UCB transformeert als bedrijf en een decennium van groei ingaat. In 2025 hebben we een open en constructieve dialoog gevoerd met veel van onze investeerders en met proxy-adviseurs om inzicht te krijgen in hun prioriteiten, feedback te verzamelen over onze werkwijze en de ontwikkeling van onze verloningsaanpak te bespreken. Terwijl UCB zijn transformatie versnelt en zijn positie voor duurzame groei versterkt, hebben deze discussies bijgedragen aan het vormgeven van onze nieuwe prioriteiten op het gebied van verloning en het waarborgen van een robuuste, toekomstbestendige basis. In 2026 brengen we geen materiële wijzigingen aan in het Remuneratiebeleid, na de belangrijke wijzigingen die in 2025 zijn doorgevoerd, en zijn we ervan overtuigd dat het beleid ook voor 2026 van toepassing blijft. (Zie het gedeelte 'Remuneratiebeleid - Vooruitblik' hieronder). Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 145 3.8 Remuneratieverslag vervolg 2025 bezoldigingsresultaten in een notendop Vaste bezoldiging Het jaarlijkse basissalaris wordt zodanig vastgesteld dat leidinggevenden van een hoog kaliber kunnen worden aangetrokken en behouden, in overeenstemming met hun functie en verantwoordelijkheden, die zich ontwikkelen overeenkomstig de prestaties, vaardigheden en ervaring en marktbewegingen. Jaarlijks basissalaris (JBS) Eenjarig variabel (bonus) Variabele (cash) kortetermijnincentive (STI) waarvan het behalen is gekoppeld aan specifieke financiële en extra-financiële doelstellingen die zijn afgeleid van het (jaarlijkse) strategische plan van het bedrijf, waarbij de focus ligt op kortetermijndoelstellingen die cruciaal zijn voor het bedrijf en gewenst leiderschapsgedrag, met het oog op het stimuleren van langetermijngroei. Prestatiecriteria (CEO-uitbetaling) Het CPM bereikte het maximale niveau voor de CEO en het Uitvoerend Comité (en de bredere organisatie) en de individuele doelstellingen voor de CEO werden ook boven de doelstelling behaald. 1. Overgangsjaar van het beleid. De bonusdoelstelling voor de CEO is verhoogd van 90% naar 100% met ingang van april 2025, na goedkeuring van het nieuwe beleid door de Algemene vergadering (effectieve bonusdoelstelling van 97,5% van JBS voor 2025). De maximale bonus voor 2025 bedraagt dus 171% van JBS en de maximale uitbetaling werd bereikt. 2. Bonus uit te betalen in maart 2026 op basis van de prestaties in 2025, berekend op JBS aan het einde van 2025. Bonusresultaat niet te vergelijken met het werkelijke salaris dat in 2025 is ontvangen en elders in dit verslag wordt vermeld (inclusief salaris vóór en na de prestatiegerelateerde salarisverhoging op 1 maart). 3. Voor de andere leden van het Uitvoerend Comité vertegenwoordigt dit cijfer het gemiddelde IPM vermenigvuldigd met het CPM en toegepast op de doelstelling. Maximum 150% Doelstelling 100% 0% Bedrijfsresultatencoëfficiënt (CPM): Adj. EBITDA € 1 399 711 Maximum 175% Doelstelling 100% CEO Jean-Christophe Tellier 0% CEO Algemene STI-uitbetaling (CPM x IPM): Inclusief individuele doelstellingen Doelstellingsopportuniteit 1 (als % van het jaarlijks basissalaris) Maximale toekenning opportuniteit (als % van het jaarlijks basissalaris) 1 2025 uitbetaling kortetermijnincentive (als % van JBS)23 CEO Jean-Christophe Tellier 100% 171% 171% € 2 399 907 Andere leden van het Uitvoerend Comité 65% 113,75% 112,6% € 5 408 701 € 4 725 659 Andere leden van het Uitvoerend Comité Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 146 3.8 Remuneratieverslag vervolg Langetermijnincentive (LTI) Variabele aandelenverloning beoogt een gevoel van eigenaarschap te stimuleren en te delen in het succes van het bedrijf. Het behalen van de doelstellingen is gekoppeld aan het creëren van stakeholderwaarde op de lange termijn, waardoor zowel de retentie wordt verbeterd als de resultaten worden gestimuleerd door een sterke afstemming op prestatiebeloning. Vanaf 2025 is het nieuwe remuneratiebeleid van kracht waarbij voor de CEO een doelstelling van 370% is vastgesteld en voor de andere leden van het Uitvoerend Comité de doelstelling kan variëren tussen 90% en 300%, afhankelijk van hun functie en profiel. De definitieve verwerving van rechten die plaatsvond in 2025, evenals de aanstaande definitieve verwerving in 2026, zoals hieronder weergegeven, waren gebaseerd op het vorige remuneratiebeleid, waarbij de doelstelling voor de CEO respectievelijk 140% en 80% van het JBS voor het Uitvoerend Comité bedroeg. Maximum 150% Doelstelling 100% 0% 2022-2024 Prestatieaandelenplan definitief verworven in 2025 Maximum 150% Doelstelling 100% 0% 2023-2025 Prestatieaandelenplan definitief te verwerven 1 april 2026 LTI-doelstelling (als % van het jaarlijks basissalaris) 2025 Prestatie aandelenplan definitief verworven (2022 toekenning) Maximale opportuniteit ex. evolutie van de aandelenkoers (als % van JBS)1 Langetermijnincentive definitief verworven waarde in 202523 CEO Jean-Christophe Tellier 140% 100% Uitbetaling 315% 482% € 6.753.068 Andere leden van het Uitvoerend Comité 80% 100% Uitbetaling 162% N.v.t. € 6.405.270 1. LTI-doelstelling plus potentiële individuele prestatievermenigvuldigingsfactor bij toekenning van +50% en maximale uitbetaling van het prestatieaandelenplan van 150% (beleid vóór 2025). 2. Verhouding voor andere leden van het Uitvoerend Comité niet relevant vanwege wijzigingen in de samenstelling van het Comité tussen het moment van toekenning en het moment van definitieve verwerving. 3. De gerapporteerde waarde is afhankelijk van de ontwikkeling van de aandelenkoers tussen toekenning en verwerving, en van het behalen van de prestatievoorwaarden in het Prestatieaandelenplan. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 147 3.8 Remuneratieverslag vervolg Hoogtepunten van het Remuneratiebeleid van 2025 Het Remuneratiebeleid van 2025 bevatte verschillende belangrijke wijzigingen ten opzichte van het vorige plan. Deze veranderingen weerspiegelen de ingrijpende transformatie van UCB, zowel wat betreft wereldwijde reikwijdte als prestaties, waardoor het bedrijf klaar is voor een decennium van groei en onze status als wereldleider op het gebied van immunologie en neurologie versterkt. Naarmate de activiteiten van UCB complexer zijn geworden en de internationale voetafdruk van het bedrijf is uitgebreid, is de behoefte aan een Raad van Bestuur en een Uitvoerend Comité met ruime, wereldwijde ervaring toegenomen. De wijzigingen in het remuneratiebeleid, die aan onze aandeelhouders werden voorgelegd en door hen werden goedgekeurd, waren essentieel om te verzekeren dat UCB competitief blijft ten opzichte van andere topbedrijven. Dit is van cruciaal belang voor het aantrekken en behouden van uitzonderlijk internationaal talent dat in staat is om op lange termijn waarde te creëren voor alle belanghebbenden. Hoewel UCB een aantrekkelijke waardepropositie biedt, blijft een competitieve verloning een sleutelfactor om een divers, hooggekwalificeerd managementteam met een bewezen staat van dienst aan te trekken. De belangrijkste punten van het herziene beleid zijn: • Wereldwijde referentiegroep Er werd een nieuwe Wereldwijde referentiegroep ontwikkeld met de steun van externe adviseurs (WTW) en deze groep neemt belangrijke criteria in overweging, zoals geografische afstemming, relevantie voor de sector, onze concurrenten voor sleutelfuncties, innovatiegerichte peers, bedrijfsomvang en complexiteit. De aangepaste Referentiegroep wil het unieke profiel van UCB als een volwassen biofarmaceutisch bedrijf dat snel groeit en dynamisch is, weerspiegelen, en die onze specifieke markt voor wereldwijde talenten weerspiegelt, inclusief bedrijven die aanwezig zijn in de VS, een belangrijke markt voor UCB met een aanzienlijke talentenpool. • Evolutie van de bestuurdersvergoeding Om de positie van UCB ten opzichte van de bijgewerkte Referentiegroep weer te geven, werden aanpassingen doorgevoerd in het remuneratiebeleid van onze niet- uitvoerende bestuurders. Het doel is om op zijn minst op één lijn te zitten met de biofarmaceutische niveaus in Europa, terwijl we talenten van buiten Europa kunnen aantrekken als ze een profiel hebben dat de Raad van Bestuur zou kunnen aanvullen. Onze Raad van Bestuur bestaat voor ongeveer een derde uit Amerikaanse leden. Amerikaanse en wereldwijde expertise wordt steeds belangrijker voor UCB. Het is dus belangrijk om competitief te zijn voor deze profielen. Bij de ontwikkeling van de bezoldiging wordt ook rekening gehouden met de veranderende rollen van de leden van de Raad van Bestuur, die tijdens deze cruciale fase voor UCB complexer worden. De wijzigingen met betrekking tot de verloning van de Raad van Bestuur omvatten het volgende: • Jaarlijkse vergoeding voor de Raad van Bestuur: verhoging van de vergoedingen voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur, de Vice-voorzitter en leden van de Raad van Bestuur waarbij wordt gestreefd naar ten minste het 25e percentiel van de Wereldwijde referentiegroep. • Presentiegelden van de Raad van Bestuur: afschaffing van de presentiegelden om een eenvoudigere aanpak mogelijk te maken die de verantwoordelijkheden en bijdragen van het hele jaar weerspiegelt in plaats van alleen het bijwonen van vergaderingen. • Jaarlijkse vergoeding voor het Comité: Verhoging van de vergoedingen voor de leden van het Wetenschappelijk Comité, omdat dit comité een buitengewone tijdsinzet vereist in vergelijking met onze andere comités en een essentiële bijdrage levert aan ons vermogen om innovatie en toekomstig succes te stimuleren. • Invoering van richtlijnen voor het aandeelhouderschap van onze bestuursleden om hun belangen verder af te stemmen op die van de aandeelhouders, in de geest van de Belgische Wet op het deugdelijk bestuur 2020 (de 'Code 2020'). Niet- uitvoerende bestuurders zouden in elk van de eerste drie jaar na hun benoeming moeten investeren in UCB-aandelen ter waarde van 1/3 van hun jaarlijkse vergoeding (na belastingen). Zodra het houdniveau is bereikt, worden de aandelen aangehouden tot ten minste één jaar na afloop van het mandaat. • Wijzigingen in de verloningsaanpak voor de CEO en het Uitvoerend Comité De verloningsaanpak voor onze CEO en het Uitvoerend Comité werd herzien, zodat deze beter aansluit bij de praktijken in de markt waarin we actief zijn. Hierbij ligt de nadruk specifiek op prestaties op de lange termijn en waardecreatie. De volgende wijzigingen zijn aangebracht: • Afschaffing van bestuursvergoedingen voor uitvoerende bestuurders, die van oudsher bovenop de vergoeding als uitvoerend bestuurder werden betaald, om beter aan te sluiten bij de wereldwijde marktpraktijk. • Jaarlijkse bonus: Verhoging van de beoogde jaarlijkse bonus van 90% naar 100% van het basissalaris voor de CEO om een passende concurrentiepositie van de totale verloning ten opzichte van de Wereldwijde referentiegroep te waarborgen. • Verlaging van de individuele prestatiemultiplier die individuele doelstellingen erkent van maximaal 175% naar 150% om de individuele uitbetalingsmogelijkheid in evenwicht te brengen met die van de bedrijfsresultatencoëfficiënt (het totale bonusmaximum van 175% van het basissalaris blijft ongewijzigd). • Langetermijnincentives: De onderstaande wijzigingen zijn doorgevoerd om te zorgen voor duidelijkere en marktconforme niveaus die ook leiden tot een sterkere afstemming tussen leidinggevenden en het creëren van duurzame aandeelhouderswaarde. • CEO: de doelstelling voor LTI is verhoogd tot 370% van het basissalaris en de vermenigvuldigingsfactor is afgeschaft (ter vergelijking: de vorige LTI-doelstelling bedroeg 140% van het basissalaris en er kon een prestatievermenigvuldigingsfactor van maximaal +50% worden toegepast). • Leden van het Uitvoerend Comité: de doelstelling voor LTI is verhoogd tot tussen 90% en 300% van het basissalaris, afhankelijk van de functie en het profiel, en de vermenigvuldigingsfactor is afgeschaft (voorheen was de doelstelling voor LTI 80% van het basissalaris met een prestatievermenigvuldigingsfactor van maximaal +50%). • Voor onze CEO en het Uitvoerend Comité werd meer nadruk gelegd op prestatieaandelen in de LTI-mix (van 70% naar 80%) en het aandeel in aandelenopties verminderd (van 30% naar 20%). • Aandeelhoudersvereisten: verhoging van de aandeelhoudersvereiste voor de CEO tot 300% van het bruto basissalaris (van 150%) en tot 100% voor leden van het Uitvoerend Comité (van 50%), om nog beter aan te sluiten bij de belangen van de aandeelhouders. Wij zijn van mening dat deze beleidswijzigingen ons beter in staat stellen om wereldwijd talent aan te trekken en te behouden. Dit kan ons helpen om op lange termijn waarde te creëren voor onze stakeholders. Ook sluiten we hiermee beter aan bij de best practices op het gebied van remuneratiebeleid in onze sector. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 148 3.8 Remuneratieverslag vervolg Toepassing van het remuneratiebeleid Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend Comité en de niet-uitvoerende bestuurders van UCB werd herzien en gevalideerd door het GNCC op 25 februari 2025 en goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 26 februari 2025. Het beleid werd goedgekeurd door de Algemene vergadering van aandeelhouders van 24 april 2025 en werd van kracht per 1 januari 2025. Bij onze beslissingen over de bezoldiging van de CEO en het Uitvoerend Comité hebben we rekening gehouden met de volgende factoren: • De prestaties van de vennootschap ten opzichte van zowel korte- als langetermijndoelstellingen. • Individuele en collectieve bijdragen. • Onze verloningsfilosofie, zoals toegepast op het bredere werknemersbestand. Alle beslissingen over bezoldiging die verband houden met 2025 werden genomen in overeenstemming met ons goedgekeurde remuneratiebeleid. De belangrijkste aanbevelingen voor de CEO en het Uitvoerend Comité van het Governance, Nomination and Compensation Committee (GNCC) aan de Raad van Bestuur van UCB waren de volgende: • De jaarlijkse bonusuitkeringen werden bepaald op basis van de prestaties ten opzichte van de doelstellingen en de beoordeling door het GNCC van het prestatieniveau van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité. • Bedrijfsdoelstellingen Bedrijfsprestaties gekoppeld aan het creëren van aandeelhouderswaarde bereikten de bedrijfsresultatencoëfficiënt, bepaald door de prestatie van onze aangepaste EBITDA voor 2025, het maximale uitbetalingsniveau (150%), dankzij uitstekende uitvoering, sterke lanceringen en voortgezet kostenbeheer. • Individuele doelstellingen • Als onderdeel van de individuele doelstellingen van de CEO werden de doelstellingen met betrekking tot de aandeelhouderswaarde, vertegenwoordigd door financiële doelstellingen, aanzienlijk overschreden, met name de omzet, die onze verwachtingen overtrof. De kasstroom werd ook positief beïnvloed. • Wat betreft onze doelstellingen voor 2025 met betrekking tot de waarde voor de patiënt, gemeten aan de hand van de doelstellingen voor toegang en voortgang van de pijplijn, presteerden we iets onder de doelstelling. • De doelstellingen met betrekking tot onze mensen en de planeet zijn behaald. Ook andere persoonlijke doelen werden bereikt, waaronder cultuur, leiderschap, opvolgingsplanning voor cruciale functies en externe betrokkenheid bij belangrijke stakeholders. Deze prestaties resulteerden in een totale bonusbetaling boven de doelstelling voor de CEO volgens de individuele prestatiecoëfficiënt aanbevolen door het GNCC, en gecombineerd met de toepassing van de maximale bedrijfsresultatencoëfficiënt (die maximumniveaus bereikte op 150%). Zie de sectie Jaarlijkse beloningsresultaten, Variabele beloning, hieronder, voor meer informatie. Het Prestatieaandelenplan 2022-2024 (dat in april 2025 definitief werd verworven) had drie prestatiemaatstaven: De prestaties op beide financiële maatstaven (dat wil zeggen Aangepaste cumulatieve operationele kasstroom en Samengestelde jaarlijkse omzetgroei) overtroffen de doelstelling aanzienlijk. De ambitieuze doelstelling die in 2022 voor 2024 was vastgesteld voor onze meting van de Time to Access werd niet volledig behaald. Over het geheel genomen zou het plan voor meer dan 100% definitief zijn verworven, maar zoals overeengekomen met onze aandeelhouders bij de herformulering van de plandoelstellingen, was de uitbetaling voor de CEO en het Uitvoerend Comité begrensd tot 100%. Het Prestatieaandelenplan 2023-2025 (dat in april 2026 definitief verworven moet worden op basis van de prestaties van 2023-2025, zoals volledig gerapporteerd met verwervingswaarden in het Remuneratieverslag 2026). Dit plan had 5 maatstaven: De prestaties ten opzichte van beide financiële maatstaven (namelijk omzet en aangepaste EBITDA-ratio) overtroffen de doelstelling. De drie niet-financiële maatstaven waren: Toegang voor patiënten, Wetenschappelijke innovatie en Inclusie. • De doelstelling voor Time to Access werd niet volledig behaald vanwege enkele vertragingen bij de prijsonderhandelingen om de langetermijnwaarde van onze producten veilig te stellen. • Voor wetenschappelijke innovatie werd de doelstelling overschreden. • Onze KPI met betrekking tot gendergelijkheid op leidinggevend niveau, een doelstelling die was vastgelegd in ons plan voor 2023-2025 en gekoppeld was aan een evenwichtige vertegenwoordiging in ons management, kwam heel dicht in de buurt van onze ambitie om een afspiegeling te zijn van de samenleving waarin we actief zijn en de patiënten die we bedienen. Zie hieronder in Uitkomst remuneratie 2025 (voor doelstellingen en gerelateerde resultaten). Aandelenopties definitief verworven in 2025, met de gerapporteerde waarde op de datum van verwerving, voor de CEO en het Uitvoerend Comité, zoals gedeeld later in dit verslag. De gerapporteerde waarden vertegenwoordigen het aantal oorspronkelijk toegekende opties vermenigvuldigd met de stapsgewijze stijging van de aandelenkoers tussen de datum van toekenning en de datum van verwerving (zoals verder in dit verslag wordt beschreven). Remuneratiebeleid - Vooruitblik Voor 2026 worden geen wezenlijke wijzigingen aangebracht in het remuneratiebeleid. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 149 3.8 Remuneratieverslag vervolg Toepassing van het Remuneratiebeleid in 2025 Het is belangrijk om op te merken dat 2025 een jaar van beleidsverandering was voor UCB. De hieronder beschreven resultaten voor 2025 omvatten een toepassing van zowel het vorige als het nieuwe remuneratiebeleid. De verwervingswaarde van LTI vertegenwoordigen toekenningen die zijn gedaan onder het vorige beleid. De vergoeding van de Raad van Bestuur werd eveneens bijgewerkt vanaf de Algemene vergadering van 2025. Uitvoerend Comité 1. Totale bezoldiging Uitvoerend Comité Het totale bezoldigingspakket van de leden van het Uitvoerend Comité bestaat uit de volgende elementen, die hierna verder worden toegelicht: Totale bezoldiging In de totale bezoldiging leggen we een sterke nadruk op de totale directe verloning (basissalaris plus bonus en langetermijnincentives). De totale directe verloningsmix bij het niveau van het doel geeft een hoger gewicht aan variabele elementen. De beoogde mix van totale directe bezoldiging voor de CEO en het Uitvoerend Comité is als volgt: n Salaris 30% n Bonus 29% n LTI (Long-Term Incentives) 41% CEO Vaste bezoldiging Variabele bezoldiging Overige n Salaris 41% n Bonus 26% n LTI (Long-Term Incentives) 33% Basissalaris Uitvoerend Comité Eenjarig variabel (beloning) Buitengewone elementen Vergoedingen 1 De impact van de prestaties op de bezoldiging kan als volgt Meerjarig variabel (LTI) Pensioen kosten geïllustreerd worden voor de CEO en wordt hieronder meer in detail beschreven. Maximum Overige extralegale voordelen Prestaties op doelstelling Minimum n Basissalaris n Variabele verloning 1. Vanaf 24 april 2025 zijn er geen bestuursvergoedingen verschuldigd aan uitvoerende bestuurders (dat wil zeggen de CEO). Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 150 3.8 Remuneratieverslag vervolg 2. Referentiegroep en competitieve positionering UCB is in 2025 veranderd van een Europese referentiegroep naar een Wereldwijde referentiegroep voor het vergelijken van het verloningsbeleid en -beslissingen. De overgang van een Europese referentiegroep naar een Wereldwijde referentiegroep voor de remuneratie van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité werd doorgevoerd omdat UCB als bedrijf een transformatie ondergaat en een decennium van groei is ingegaan, waarbij een aanzienlijk deel van de inkomsten buiten Europa wordt gegenereerd. Het vermogen om wereldwijd toptalent aan te trekken en te behouden in een steeds competitiever wordende talentenpool is daarom nog belangrijker geworden om deze prestaties in een steeds complexere omgeving te kunnen blijven leveren. De Wereldwijde referentiegroep bestaat uit concurrenten op het gebied van zowel talent als bedrijfsactiviteiten, en omvat zowel dynamische, snelgroeiende bedrijven als gevestigde bedrijven. Om aan te sluiten bij de wereldwijde aanwezigheid en talentbehoeften van UCB, bestaat de Wereldwijde referentiegroep voor 40% uit bedrijven die hun hoofdkantoor in de VS hebben. De mediane omzet en marktkapitalisatie van deze groep weerspiegelen ook de huidige en verwachte omvang van UCB. UCB wenst zich momenteel competitief te positioneren rondom de marktmediaan voor de CEO en het Uitvoerend Comité van deze referentiegroep voor alle elementen van de totale directe bezoldiging (basissalaris + variabele bezoldiging). Het vergoedingsniveau van elk lid van het Uitvoerend Comité wordt bepaald overeenkomstig de ervaring van de persoon in vergelijking met de referentie en rekening houdend met zijn/haar impact op de bedrijfsresultaten. Voor de Raad van Bestuur wordt gestreefd naar tenminste het 25e percentiel van de Wereldwijde referentiegroep, terwijl het doel is om het mediane niveau van de Europese referentiegroep te bereiken. Wereldwijde referentiegroep •Roche Holding AG •AstraZeneca PLC •Bayer AG •Bristol-Myers Squibb •Sanofi SA •Novartis AG •Amgen •Merck KGaA •GlaxoSmithKline PLC •Biogen •H. Lundbeck A/S •BioNTech •Ipsen SA •Jazz Pharmaceuticals •Incyte Corporation •Alnylam Pharmaceuticals Inc. •Genmab •BioMarin Pharmaceutical Inc. •Sobi •argenx BV 3. Bezoldigingscomponenten Uitvoerend Comité Vaste bezoldiging Salariselement Beschrijving Basissalaris Het basissalaris wordt bepaald op basis van de specifieke verantwoordelijkheden van de functie en van het mediaanniveau van basissalaris in de markt voor gelijkaardige rollen. Er wordt ook rekening gehouden met de invloed van het individu op het bedrijf en met zijn/haar niveau van kennis en ervaring. Vergoedingen Vanaf 24 april 2025 worden er geen bestuurdersvergoedingen meer betaald aan uitvoerende bestuurders (dat wil zeggen de CEO) bovenop hun vergoeding als uitvoerend bestuurder. Overige extralegale voordelen De leden van het Uitvoerend Comité ontvangen voordelen die in overeenstemming zijn met het remuneratiebeleid van UCB, waaronder deelname aan een ziektekostenplan, een levensverzekering voor kaderleden en extralegale voordelen voor kaderleden zoals een bedrijfswagen. De leden van het Uitvoerend Comité kunnen ook bijkomende voordelen in natura krijgen, in overeenstemming met ons standaard Global Mobility beleid. Deze bedragen kunnen van jaar tot jaar variëren, en worden in deze sectie vermeld omdat zij steeds terugkomen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 151 3.8 Remuneratieverslag vervolg Variabele bezoldiging Salariselement Beschrijving Bonus Uitbetalingsformule Voor het bonusdoel geldt een dubbele prestatiecoëfficiënt (niet additief) die het behalen van bedrijfs- en individuele doelstellingen beloont. In 2025 werd het bonustarget ingesteld op 100% van het basissalaris van de CEO1 en 65% van het basissalaris van de andere leden van het Uitvoerend Comité. De totale bonusmogelijkheid is begrensd tot 175% van de doelstelling voor de CEO en het Uitvoerend Comité. Bedrijfsdoelstellingen Om de focus op inkomstengroei maar ook op onderliggende rentabiliteit aan te moedigen, beschouwt UCB de jaarlijkse aangepaste winst voor aftrek van belastingen, rente en afschrijvingen (Adjusted Earnings Before Interest Tax Depreciation and Amortization, “Adj. EBITDA”) als een gedeelde prestatiemaatstaf voor 2025 op korte termijn voor de CEO en het Uitvoerend Comité, alsook voor het bredere personeelsbestand. Deze doelstelling wordt voor de hele onderneming bepaald en wordt vertaald in een uitbetalingscurve die ervoor zorgt dat alleen een aanvaardbaar prestatieniveau wordt beloond. De filosofie is dat Adj. EBITDA, als een maatstaf voor de onderliggende rentabiliteit van UCB, ervoor zorgt dat het algemene bonusplan zichzelf financiert en collectieve inspanningen in de hele organisatie beloont. Voor prestaties tussen de aangegeven uitbetalingsniveaus wordt lineaire interpolatie toegepast om de uitbetaling te bepalen (uitbetalingscurve 2025): Adj. EBITDA vs. doelstelling <90% 90% 95% 98% 100% 102% 105% 109% Uitbetaling vs. doelstelling —% 50% 75% 95% 100% 107,5% 125% 150% Individuele doelstellingen De individuele prestaties worden gemeten volgens de mate waarin de jaarlijkse doelstellingen bereikt zijn, en volgens het gedrag dat het individu vertoont met betrekking tot de beginselen van UCB op het gebied van patiëntenwaarden. De individuele doelstellingen van de CEO vertegenwoordigen hoofdzakelijk de algemene bedrijfsdoelstellingen, die zowel financiële als extra-financiële prioriteiten omvatten (met uitsluiting van Adj. EBITDA, zoals hierboven beschreven). De individuele doelstellingen van de CEO vertegenwoordigen de waarde die UCB wil creëren voor haar verschillende belanghebbenden. De jaarlijkse prestaties worden op een holistische manier gemeten door de GNCC en de verloningsresultaten worden goedgekeurd door de Raad, waarbij zowel rekening wordt gehouden met de impact op korte termijn als met de duurzaamheid op lange termijn. Prestatiemaatstaf Waardecreatie Financiële prioriteiten Onze financiële gezondheid is de sleutel tot onze algemene duurzaamheid en ons vermogen om waarde te blijven creëren voor patiënten, onze werknemers en de samenleving, nu en in de toekomst. We zijn er sterk op gericht de volgende financiële doelstellingen te verwezenlijken: • Opbrengsten • Nettowinst (via de hierboven besproken 'CPM') • Netto-omzet over ons productportfolio • Kasstroomgeneratie Niet-financiële prioriteiten • Waarde voor patiënten – een pijplijn van gedifferentieerde oplossingen uitbouwen en de toegang voor patiënten tot deze oplossingen verbeteren • Waarde voor onze mensen – een werkomgeving bevorderen waarin onze mensen kunnen groeien door zich gelukkig, gezond en veilig te voelen • Waarde voor de planeet – UCB omvormen tot een koolstofarme en groene economie • Overig – andere strategische jaarlijkse doelen van het bedrijf en persoonlijke ontwikkelingsdoelen. De overige doelstellingen van het Uitvoerend Comité zijn afgeleid van dezelfde doelstellingen en aangepast naar gelang van hun specifieke invloedssfeer. Jaarlijks basissalaris Doelstelling-incentive 1 (100% van het basissalaris voor CEO en 65% van het basissalaris voor leden van het Uitvoerend Comité) Bedrijfsdoelstellingen (0%-150%) Totale uitbetalings factor (0% -175%) Individuele doelstellingen (0%-150%) Gerealiseerde jaarbonus 1. Overgangsjaar van het beleid De bonusdoelstelling voor de CEO is verhoogd van 90% naar 100% met ingang van april 2025, na goedkeuring van het nieuwe beleid door de Algemene vergadering (effectieve bonusdoelstelling van 97,5% van ABS voor 2025). Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 152 3.8 Remuneratieverslag vervolg Variabele bezoldiging Salariselement Beschrijving Langetermijnincentives Het LTI-programma is een incentive- programma met twee niveaus, dat het volgende omvat: Een aandelenoptieplan dat 20% van de LTI-toekenning vertegenwoordigt en een prestatie aandelen plan voor 80%. De waarde van de toegekende LTI's wordt vertaald in een aantal langetermijnincentives, rekening houdend met de onderliggende waarde van elke toekenning. De daadwerkelijke toekenning vertegenwoordigt (sinds 2025) 370% van het huidige basissalaris voor de CEO en tussen 90% en 300% van het basissalaris (afhankelijk van de functie en het individuele profiel) voor de andere leden van het Uitvoerend Comité op het moment dat de toekenning wordt vastgesteld. De hieronder vermelde verwervingsresultaten hebben betrekking op toekenningen die zijn gedaan op basis van het vorige remuneratiebeleid. De vorige doelstelling voor de CEO was 140% van het basissalaris, terwijl voor de leden van het Uitvoerend Comité de doelstelling 80% van het basissalaris was. De LTI-mix was voorheen vastgesteld op 70% in prestatieaandelen en 30% in aandelenopties. Het GNCC had voorheen ook de mogelijkheid om een prestatievermenigvuldigingsfactor toe te passen op de toekenningsdoelstelling van 0% tot 150% van de doelstelling. Aandelenopties Ons aandelenoptieplan heeft een minimale wachttijd van drie jaar. Vanaf het moment van definitieve verwerving kan de begunstigde de optie uitoefenen tot 10 jaar na de datum van toekenning Door duurzame prestaties bepaalt de evolutie van de aandelenkoers de realiseerbare waarde van dit langetermijnincentiveplan. UCB faciliteert niet het aangaan van derivatencontracten in verband met de aandelenopties, noch dekken wij het daaraan verbonden risico af, aangezien dit niet in overeenstemming is met het doel van de aandelenopties. Voor begunstigden met een Belgisch contract kunnen de in april 2025 toegekende opties niet vóór 1 januari 2029 worden uitgeoefend en vindt de belastingheffing plaats op het moment van toekenning, overeenkomstig de Belgische belastingwetgeving (ongeacht of er winst wordt gerealiseerd of niet). Voor begunstigden in andere landen geldt een wachtperiode van drie jaar. Prestatieaandelen Voor prestatieaandelen geldt een wachttijd van drie jaar en worden zij definitief verworven indien vooraf bepaalde ondernemingsdoelstellingen worden gehaald. Deze doelstellingen zijn afgestemd op de doelstellingen van het bedrijf om waarde te creëren voor haar belanghebbenden en weerspiegelen de strategische prioriteiten van het bedrijf gedurende de prestatieperiode. De toekenning in 2023, die in april 2026 definitief verworven wordt op basis van de prestaties in 2023-2025 , was gebaseerd op 5 prestatiecriteria (zie details van de resultaten hieronder): Maatstaf Gewicht Financieel 75% Opbrengsten 37,5 Adj. EBITDA-ratio 37,5 Extra-financieel 25% Time to Access 10% Wetenschappelijke innovatie 10% Overig - Inclusie 5% De toekenning voor 2026 (die in 2029 wordt verworven op basis van de prestaties in 2026-2028) is gebaseerd op de volgende vijf prestatiecriteria (de criteria waren grotendeels hetzelfde voor de toekenningen van 2024 en 2025). Maatstaf Gewicht Financieel 75% Omzetgroei 37,5% Adj. EBITDA-ratio 37,5% Extra-financieel 25% Time to Access 10% Wetenschappelijke innovatie 10% Overig - Inclusie 5% De financiële criteria stimuleren een focus op groei en duurzaamheid, zodat UCB kan blijven investeren in innovatieve oplossingen voor patiënten. De KPI 'Time to Access' vertegenwoordigt het belang dat wij hechten aan het juiste doen voor patiënten, door ervoor te zorgen dat zij optimaal en tijdig toegang hebben tot betaalbare oplossingen. Wetenschappelijke innovatie is essentieel voor ons vermogen om in de toekomst waarde te creëren voor patiënten. Onze inclusiemaatstaf verwijst sinds 2025 naar onze inclusie-index, die het gevoel van verbondenheid, vertrouwen, psychologische veiligheid, integratie van verschillen en inclusieve besluitvorming van onze medewerkers weergeeft, zoals gemeten in onze werknemersenquête. Het aantal toegekende aandelen wordt aan het einde van de prestatieperiode aangepast op basis van de prestaties van de vennootschap ten opzichte van de bij de toekenning bepaalde doelstellingen. Dit is gebaseerd op een uitbetalingscurve die rekening houdt met de waarschijnlijkheid dat verschillende prestatieniveaus worden bereikt. prestatieniveau Uitbetaling Onder drempel 0% Drempel 50% Dichtbij doelstelling 75-80% Doelstelling 100% Boven doelstelling 120-125% Maximum 150% Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 153 3.8 Remuneratieverslag vervolg Vaste bezoldiging Salariselement Beschrijving Buitengewone elementen Eventuele eenmalige beloningen voor 2025, zoals indiensttredingspremies of ontslagvergoedingen, worden gerapporteerd in het Remuneratieverslag en uitgewerkt in ons Remuneratiebeleid. De vennootschap kan beslissen om aan nieuwe leden van het Uitvoerend Comité een 'indiensttredingspremie' toe te kennen, doorgaans in de vorm van aandelen. Dit is geen automatische praktijk en er wordt rekening gehouden met verschillende factoren, zoals verliezen die de betrokkene anders zou lijden bij het verlaten van een andere werkgever of andere verwante negatieve cashflow-effecten. Eventuele indiensttredingspremies worden door het GNCC goedgekeurd. Pensioen De CEO neemt deel aan een pensioenplan van het type cash balance dat volledig gefinancierd wordt door UCB en aan het aanvullend vaste bijdragenplan voor het hoger management van UCB. De andere leden van het Uitvoerend Comité nemen elk deel aan de pensioenplannen van hun land van overeenkomst; de in België gevestigde ambtsdragers nemen deel aan dezelfde plannen als de CEO. 4. Overige beleidsvoorzieningen Terugvorderings- en malusbepalingen Terugvorderings- en malusbepalingen zijn van kracht voor de variabele verloningsplannen van onze CEO en leden van het Uitvoerend Comité. De Raad van Bestuur kan beslissen – onder voorbehoud van de toepasselijke wetgeving – om onbetaalde of niet-verworven incentivepremies in te houden (malus), of om incentivepremies terug te vorderen die werden uitbetaald of definitief verworven werden (terugvordering) in geval van (i) bewijs van fraude of ernstig wangedrag en/of (ii) materiële schending van de gedragscode en handelscode van UCB, en/of (iii) het zich inlaten met gedragingen of handelingen waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat ze reputatieschade berokkenen aan UCB en/of in geval van materiële negatieve herformulering van de financiële resultaten van de vennootschap. In 2025 werden deze clausules niet geactiveerd. Aandeelhoudersrichtlijnen Terwijl het gewicht van LTI in de totale loonmix ertoe leidt dat de leden van het Uitvoerend Comité op elk moment een belangrijk belang hebben in niet-definitief verworven (en definitief verworven) LTI, hebben we, in 2021, aandeelhoudersrichtlijnen voor onze CEO en leden van het Uitvoerend Comité geïntroduceerd. De houdniveaus werden in 2025 opnieuw herzien (en verhoogd). De vereiste is dat de huidige CEO en leden van het Uitvoerend Comité een minimum veelvoud van hun jaarlijks bruto basissalaris in UCB-aandelen bezitten (in bezit als gevolg van het definitief verwerven van aandelentoekenningen, performance shares of uitgeoefende aandelenopties), bereikt over een opbouwperiode van vijf jaar en nadien de drempel handhaven. In 2025 is de vereiste drempel verhoogd van 150% naar 300% van het jaarlijkse bruto basissalaris voor de CEO en van 50% naar 100% voor leden van het Uitvoerend Comité. Opzeggingsregelingen Gelet op het internationaal karakter van ons Uitvoerend Comité evenals de spreiding van onze uiteenlopende activiteiten over verschillende geografische gebieden, worden de arbeidsovereenkomsten van onze leden beheerst door verschillende rechtsstelsels. In 2014 werd een Belgisch dienstenovereenkomst opgemaakt voor Jean-Christophe Tellier met een opzeggingsregeling die vergelijkbaar is met de regeling die in voege was onder zijn vroeger Amerikaans arbeidscontract, zijnde een forfaitair bedrag overeenstemmend met 18 maanden basissalaris verhoogd met de werkelijke gemiddelde bonus die hij ontving tijdens de drie voorgaande jaren indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst of in geval van wijziging in controle van UCB. Het contract van Emmanuel Caeymaex werd getekend vóór de inwerkingtreding van de Belgische Wet op het deugdelijk bestuur van 6 april 2010 die het niveau van opzeggingsvergoedingen beperkt. Hij heeft geen specifieke opzeggingsregeling in zijn Belgisch contract. In geval van onvrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zijn de lokale arbeidswetgeving en gebruiken van toepassing. Jean-Luc Fleurial en Sandrine Dufour hadden Belgische arbeidsovereenkomsten met een opzeggingsbeding dat hen recht geeft op een opzeggingsvergoeding van 12 maanden basissalaris en bonus indien de onderneming de overeenkomst beëindigt of in geval van een wijziging in de controle van UCB. Kirsten Lund-Jurgensen en Denelle Waynick-Johnson hebben een Amerikaanse arbeidsovereenkomst en hebben elk een beding in die overeenkomst dat voorziet in een vertrekpremie van 12 maanden basissalaris en doelbonus indien de onderneming de overeenkomst beëindigt of in geval van een wijziging in de controle van UCB. Alistair Henry heeft een arbeidsovereenkomst in het Verenigd Koninkrijk en heeft geen specifieke beëindigingsbepalingen in zijn contract. In geval van onvrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zijn de lokale arbeidswetgeving en gebruiken van het Verenigd Koninkrijk van toepassing. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 154 3.8 Remuneratieverslag vervolg Niet-uitvoerende bestuurders Het niveau van de vergoedingen voor de Raad van Bestuur wordt vastgesteld rekening houdend met de wereldwijde referentiegroep van UCB, gezien onze behoefte om wereldwijd experts aan te trekken met een grondige kennis van onze sector en context. De volgende wijzigingen zijn doorgevoerd in het remuneratiebeleid dat van toepassing is vanaf de Algemene vergadering van 2025: • Verhoging van de vergoedingen voor de Voorzitter, de Vice-voorzitter en leden van de Raad van Bestuur waarbij wordt gestreefd naar ten minste het 25e percentiel van de niveaus van de Wereldwijde referentiegroep. • Afschaffing van het presentiegeld Raad van Bestuur, waarbij rekening wordt gehouden met de verantwoordelijkheden en bijdragen gedurende het hele jaar. • Verhoging van vergoedingen voor de leden van het Wetenschappelijk Comité, omdat dit comité een buitengewone tijdsinzet vereist in vergelijking met onze andere comités en een essentiële bijdrage levert aan ons vermogen om innovatie en toekomstig succes te stimuleren. • Invoering van richtlijnen voor het aandeelhouderschap van bestuursleden om hun belangen verder af te stemmen op die van de aandeelhouders, in de geest van de Belgische Wet op het deugdelijk bestuur 2020 (de 'Code 2020'). Gedurende de eerste drie jaar van hun benoeming moeten de leden van de Raad van Bestuur elk jaar een bedrag investeren dat gelijk is aan een derde van hun netto jaarlijkse vergoeding in de investering van UCB-aandelen om aan de aandeelhoudersvereiste te voldoen. Gegevens van vergelijkbare bedrijven vormen de belangrijkste referentie. Volgens het 2025 Remuneratiebeleid hebben niet-uitvoerende bestuurders recht op de volgende vergoedingen (vanaf de Algemene vergadering 2025): Raad Vergoedingen Comité Overige Jaarlijkse bezoldiging Controle Wetenschappelijk 2 GNCC Reisvergoeding 3 Voorzitter 425 000 - - - 45 000 Vicevoorzitter 200 000 45 000 Bestuurders 160 000 45 000 Voorzitter van het Comité 1 45 000 35 000 45 000 Lid van het Comité 1 22 500 45 000 17 000 45 000 Conform het beleid ontvangen niet-uitvoerende bestuursleden geen variabele of op aandelen gebaseerde beloningen, noch hebben zij recht op voordelen. Dit is een afwijking van Principe 7.6 van de Wet op het deugdelijk bestuur (de “Code 2020”). De invoering van aandeelhoudersrichtlijnen in het Remuneratiebeleid voor 2025, heeft als doel verdere afstemming van de belangen van niet-uitvoerende bestuurders op die van aandeelhouders, in de geest van de Belgische Wet op het deugdelijk bestuur 2020. 1. Cumulatief met de jaarlijkse vergoedingen voor de Raad, behalve voor de Voorzitter, zoals opgenomen in de jaarlijkse vergoedingen voor de Raad 2. Er is geen functie van Voorzitter van het Wetenschappelijk Comité 3. De reiskostenvergoeding geldt voor al onze niet-uitvoerende bestuurders die wonen op een locatie met een tijdsverschil van minstens 5 uur ten opzichte van België en wordt uitbetaald als een jaarlijkse vaste forfaitaire vergoeding. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 155 3.8 Remuneratieverslag vervolg 2025 Uitkomst bezoldigingsbeleid van de CEO en van de leden van het Uitvoerend Comité Totale bezoldiging samenvatting Hieronder wordt een overzicht gegeven van de totale directe bezoldiging van onze CEO en de leden van het Uitvoerend Comité: Naam begunstigde – Functie Vaste bezoldiging Variabele bezoldiging Totale directe bezoldiging Basissalaris Eenjarig variabel (bonus) Definitief verworven meerjarig variabel (LTI) Jean-Christophe Tellier - CEO € 1 399 711 € 2 399 907 € 6 753 068 € 10 552 686 Andere leden van het Uitvoerend Comité € 4 725 659 € 5 408 701 € 6 405 270 € 16 539 630 De totale directe bezoldiging van de CEO (basissalaris + bonus + definitief verworven LTI) voor 2025 bedraagt € 10 552 686 (exclusief pensioenbijdragen en andere voordelen), tegenover € 6 168 397 in 2024, wat neerkomt op een algehele stijging van de totale directe bezoldiging van 71% tegenover 2024. De stijging houdt voornamelijk verband met de aanzienlijk gestegen aandelenkoers op de datum van onvoorwaardelijk worden (1 januari 2025) van de toekenning van aandelenopties voor 2021, in vergelijking met het vorige plan, evenals met de waarde bij onvoorwaardelijk worden van de prestatieaandelen voor 2022-2024 in 2025, zoals hieronder wordt besproken. De bonus van 2025 voor de CEO was 15% hoger dan het voorgaande jaar, deels als gevolg van de verhoging van de individuele bonusdoelstelling van 90% naar 100% per april 2025 en deels omdat de negatieve modificator van -5% voor de HSWB-index niet van toepassing was voor 2025. De totale directe beloning van het Uitvoerend Comité (basissalaris + bonus + definitief verworven LTI) voor 2025 bedraagt € 16 539 630, of een stijging van 1% ten opzichte van € 16 453 473 in 2024 (exclusief pensioenbijdragen en andere voordelen). De samenstelling van het Uitvoerend Comité is gewijzigd tussen 2024 en 2025. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de totale bezoldiging van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité: Naam begunstigde – Functie 1 - Vaste bezoldiging 2- Variabele bezoldiging 3 - Buitengewone elementen 4 - Pensioenkosten 5 - Totale bezoldiging met definitief verworven LTI Verhouding tussen vaste en variabele bezoldiging met definitief verworven LTI Basissalaris Vergoedingen Overige extralegale voordelen Eenjarig variabel (bonus)) Definitief verworven meerjarig variabel (LTI) Vast [(1 + 4) / (5 – 3)] Variabel [2 / (5 -3)] Jean-Christophe Tellier - CEO € 1 399 711 € 28 667 € 1 425 577 € 2 399 907 € 6 753 068 € 0 € 427 437 € 12 434 367 26% 74% Andere leden van het Uitvoerend Comité € 4 725 659 € 0 € 3 432 441 € 5 408 701 € 6 405 270 € 1 167 005 € 1 076 601 € 22 215 677 44% 56% Het Prestatieaandelenplan van 2022-2024 is op 1 april 2025 definitief verworven met een verwervingsniveau van 100% van de oorspronkelijk toegekende aandelen. De in 2021 toegekende aandelenopties zijn definitief verworven op 1 januari 2025 voor de werknemers met een Belgische overeenkomst, inclusief de CEO. Voor de andere leden werden de in 2022 toegekende opties definitief verworven op 1 april 2025. De definitief verworven waarde van de aandelenopties voor de CEO vertegenwoordigde € 3 349 631 in 2025, terwijl de totale definitief verworven waarde voor de rest van het Uitvoerend Comité (niet noodzakelijk uitgeoefend in 2025) € 2 878 328 vertegenwoordigde . De aanzienlijke stijging kan voornamelijk worden toegeschreven aan de sterke stijging van de aandelenkoers tijdens de wachtperiode, dankzij de zeer sterke bedrijfsresultaten en een grotendeels risicovrije pijplijn. Overige baten verwijst naar de door de werkgever gedragen kosten in verband met voordelen in overeenstemming met het remuneratiebeleid van UCB. Deze omvatten een levensverzekering voor leidinggevenden en een bedrijfswagen. Leden van het Uitvoerend Comité kunnen ook profiteren van ons standaard Global Mobility beleid, indien van toepassing. De gerapporteerde waarde van deze voordelen in natura varieert aanzienlijk van jaar tot jaar. Deze volatiliteit weerspiegelt voornamelijk boekhoudkundige en fiscale effecten, zoals het tijdstip van uitoefening van aandelenopties, daarmee verband houdende belasting- en socialezekerheidsbetalingen in verschillende rechtsgebieden, en belastingcorrecties in het kader van internationale mobiliteit. Deze variaties leiden niet tot een extra nettovergoeding voor de CEO en het Uitvoerend Comité en zijn geen weerspiegeling van wijzigingen in de onderliggende vergoeding. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 156 3.8 Remuneratieverslag vervolg A. Vaste beloning Basissalaris De tabel hieronder toont de basissalarissen voor 2025 van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité: Naam begunstigde - Functie 2025 Jean-Christophe Tellier - CEO 1 399 711 Andere leden van het Uitvoerend Comité 4 725 659 Het salaris van de CEO evolueerde met 3% (van € 1 354 734 in 2024 ) en daalde met 1% voor de andere leden van het Uitvoerend Comité (van € 4 791 093 in 2024). Let op: tussen 2024 en 2025 hebben er verschillende wijzigingen plaatsgevonden in de samenstelling van het Uitvoerend Comité. Vergoedingen De CEO heeft sinds 24 april 2025 geen recht meer op bestuurdersvergoedingen als lid van de Raad van Bestuur van UCB. Voor 2025 bedroegen deze vergoedingen € 28 667 (€ 26 667 aan jaarlijkse vergoedingen en € 2 000 aan presentiegeld). Overige extralegale voordelen Verzekeringen, evenals uitkeringen die verschuldigd zijn overeenkomstig ons standaard Global Mobility beleid en ons Remuneratiebeleid, worden opgenomen onder 'andere voordelen'. Het tijdstip waarop sommige voordelen worden toegekend in het kader van het Global Mobility beleid, wisselkoersschommelingen en de ontwikkeling van de aandelenkoers hebben bijgedragen aan een opmerkelijke variatie in het te rapporteren bedrag, ook voor de CEO. Voor de CEO vertegenwoordigden deze andere voordelen een bedrag van € 1 425 577 (vergeleken met € 116 475 in 2024 ), terwijl dit voor de andere leden van het Uitvoerend Comité neerkwam op een totaalbedrag van€ 3 432 441 (vergeleken met € 2 457 053 in 2024). De bonus individuele prestatievermenigvuldigingsfactor ('IPM') die wordt toegekend voor de individuele doelstellingen van de CEO werd door de GNCC aan de Raad voorgesteld op basis van de prestatiebeoordeling aan het einde van de cyclus en zoals hieronder samengevat: 0% Bedrijfsresultatencoëfficiënt (CPM)- Adj. EBITDA CEO Algemene STI-uitbetaling (CPM x IPM) Inclusief individuele doelstellingen B. Variabele bezoldiging Bonus ('Eenjarig variabel') 2025 prestaties ten opzichte van doelstellingen De verwezenlijking van prestatiedoelstellingen werd gemeten tijdens de periode die begon op 1 januari 2025 en eindigde op 31 december 2025. De bedrijfsresultatencoëfficiënt wordt bepaald door de huidige Adj. EBITDA vergeleken met het budget, tegen constante wisselkoersen. Dankzij een voortdurende focus op het beheersen van de bedrijfskosten, in combinatie met uitzonderlijk goed presterende inkomsten, werd de doelstelling voor 2025 overtroffen en werd het maximale niveau van de bedrijfsresultatencoëfficiënt van 150% bereikt. De individuele prestatievermenigvuldiger werd voorgesteld door het GNCC, waarbij rekening werd gehouden met de prestaties van de CEO ten opzichte van de belangrijkste prioriteitsgebieden die hieronder zijn weergegeven. Het maximum van 175% van de doelstelling voor de bonus werd bereikt voor de CEO en verschillende leden van het Uitvoerend Comité. De HSWB- modificator werd niet toegepast omdat de drempel voor 2025 werd bereikt. Wij zijn van mening dat UCB in 2025 wederom aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt voor wat betreft onze toezeggingen om duurzame waarde te creëren voor patiënten, onze mensen, aandeelhouders en de samenleving. De CEO heeft individuele prestatiecoëfficiënten voor elk van de andere leden van het Uitvoerend Comité voorgelegd aan het GNCC ter overweging vóór de goedkeuring door de Raad. De totale waarde van de aan het Uitvoerend Comité uitgekeerde bonussen bedroeg € 5 408 701. 2025 Bonus Doelstelling % van Basissalaris1 Werkelijk % van basissalaris Werkelijk bedrag Jean-Christophe Tellier 100% 171% € 2 399 907 Andere leden van het Uitvoerend Comité 65% 114% € 5 408 701 1 Voor de bonustarget van de CEO van 90% tot april 2025. Per april 2025 100% Maximum 150% Doelstelling 100% Maximum 175% Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 157 3.8 Remuneratieverslag vervolg Prestatiemaatstaf 2025 Prestaties van de CEO op de belangrijkste prioritaire gebieden Aandeelhouderswaarde (BOVEN DOELSTELLING GEREALISEERD) UCB bleef zich richten op de vijf groeifactoren BIMZELX ®, FINTEPLA ®, RYSTIGGO ®, ZILBRYSQ ® en EVENITY ® , met een dubbelcijferige omzetgroei en een sterk groeiend patiëntenaandeel. Deze financiële sterke cijfers zijn gebaseerd op de uitstekende uitvoering van de vijf groeifactoren van UCB, waardoor de toegang voor patiënten aanzienlijk werd uitgebreid en de impact van UCB op neurologische en immunologische aandoeningen werd versterkt. Intern mobiliseerde de CEO de organisatie om wereldwijde lanceringen gedisciplineerd uit te voeren en operationele uitmuntendheid te bevorderen, waarbij de brutomarge en kostenefficiëntie werden verbeterd en tegelijkertijd strategische investeringen werden voortgezet. Deze prestatie stelt UCB in staat om zijn innovatiegedreven groeitraject voort te zetten tot in 2026. Aangepaste EBITDA maakt geen deel uit van de individuele doelstellingen omdat het de bedrijfsresultatencoëfficiënt vormt (doelstelling werd ook overtroffen). Waarde voor patiënten (DEELS BEHAALD) In 2025 waren onze toegangsresultaten solide. Onze Access Coverage Performance Index bereikte 78% (tegenover een doelstelling van 82%). Wat betreft de Time to Access werden in 2025 34 nationale vergoedingsbeslissingen verkregen vóór de benchmark van de sector, hetzelfde aantal als in 2024, met een TTA van 43% (onder onze doelstelling van 50%). Om het wereldwijde doel van 50% te halen, moesten we de benchmark van de sector overtreffen in zes extra vergoedingen. De belangrijkste reden voor dit tekort waren de langdurige onderhandelingen, die tot doel hadden de langetermijnwaarde van onze activa te behouden en er tegelijkertijd voor te zorgen dat we zoveel mogelijk patiënten toegang konden bieden. De onderzoekspijplijn heeft in de loop van het jaar aanzienlijke vooruitgang geboekt, waarbij sommige projecten sneller vorderden dan gepland, nieuwe fasen van klinische proeven werden gestart en positieve resultaten in de late fase van het onderzoek de voortzetting van de ontwikkeling ondersteunden. Ook in de VS is één nieuw geneesmiddel goedgekeurd. Ondertussen hebben enkele programma's vertraging opgelopen en moeten deze nauwlettend worden gevolgd. Voor verschillende middelen die onlangs positieve onderzoeksresultaten hebben opgeleverd, worden beslissingen over de volgende ontwikkelingsstap voorbereid. Waarde voor onze mensen (BEHAALD) De betrokkenheid van onze medewerkers steeg zoals beoogd tot 78% (tegenover 76% in 2024) en uit onze werknemersenquête bleek ook dat werknemers een steeds sterker gevoel van zingeving ervaren in hun rol bij UCB. UCB heeft voor 2027 een inclusie-indexdoelstelling van ≥75% vastgesteld. Het resultaat voor 2025 was 71,8%, een stijging ten opzichte van 2024 (70,8%), waarmee we in de goede richting gaan volgens een bewuste focus binnen de organisatie. De prestaties ten opzichte van de HSWB-indexdoelstelling zijn aanzienlijk verbeterd ten opzichte van vorig jaar dankzij gerichte inspanningen binnen de hele organisatie. Dit jaar is het resultaat 81,2% (tegenover een doelstelling van 81%), met een drempel van 80% om de negatieve vermenigvuldigingsfactor te activeren. Waarde voor de planeet (BEHAALD) In 2025 werden impactvolle projecten opgeleverd, waardoor de duurzaamheid op het gebied van innovatie van medische hulpmiddelen, de productie van geneesmiddelen en de distributie ervan werd bevorderd en de Green Scorecard-score van 14 van de 18 geneesmiddelen werd verbeterd (tegenover een doelstelling van 18). Wat betreft de CO2e-netto-nuldoelstelling blijven we tegen het einde van 2025 sterke vooruitgang boeken en onze belofte nakomen: • een daling van 4% van de door ons gecontroleerde CO2e-uitstoot (tegenover een doelstelling van -4%) • 77,6% leveranciers met wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen (tegenover een doelstelling van 75%) Overige doelen (BEHAALD) Als onderdeel van de voortdurende transformatie van UCB hebben we de vernieuwde cultuur en leiderschapsverwachtingen dieper in de organisatie verankerd, de uitvoering van het bedrijfsmodel versterkt om flexibelere en effectievere werkwijzen te ondersteunen, de opvolging en talentvoorbereiding voor cruciale leidinggevende functies versterkt en de betrokkenheid van regelgevende instanties, betalers en investeerders vergroot om het vertrouwen in en de steun voor onze strategische koers te behouden. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 158 3.8 Remuneratieverslag vervolg LTI ('Meerjarig variabel') In 2025 kregen de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité een LTI-toelage toegekend in overeenstemming met het Remuneratiebeleid 2025. A) LTI toegekend in 2025 De onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal aandelenopties en prestatiaandelen dat in 2025 is toegekend: Aandelenopties Prestatieaandelen Totale waarde bij toekenning3 Naam begunstigde - Functie Aantal toegekende aandelenopties Datum van definitieve verwerving Uitoefenprijs 1 Binomiale waarde per eenheid 2 Binomiale waarde bij toekenning Aantal toegekende prestatieaandelen Datum van definitieve verwerving Binomiale waarde per eenheid 2 Waarde bij toekenning Jean-Christophe Tellier - CEO 17 200 1-jan.-29 162,75 52,51 € 903 172 23 136 1-apr.-28 156,17 € 3 613 149 € 4 516 321 Emmanuel Caeymaex 5 757 1-jan.-29 162,75 52,51 € 302 300 7 743 1-apr.-28 156,17 € 1 209 224 € 1 511 524 Fiona du Monceau 5 200 1-jan.-29 162,75 52,51 € 273 052 6 994 1-apr.-28 156,17 € 1 092 253 € 1 365 305 Sandrine Dufour 8 731 1-jan.-29 162,75 52,51 € 458 465 11 744 1-apr.-28 156,17 € 1 834 060 € 2 292 525 Jean-Luc Fleurial 3 968 1-jan.-29 162,75 52,51 € 208 360 5 337 1-apr.-28 156,17 € 833 479 € 1 041 839 Alistair Henry 6 132 1-apr.-28 162,75 52,51 € 321 991 8 248 1-apr.-28 156,17 € 1 288 090 € 1 610 081 Kirsten Lund-Jurgensen 4 026 1-apr.-28 162,75 52,51 € 211 405 5 415 1-apr.-28 156,17 € 845 661 € 1 057 066 Denelle J. Waynick Johnson 4 083 1-apr.-28 162,75 52,51 € 214 398 5 492 1-apr.-28 156,17 € 857 686 € 1 072 084 1. Gemiddelde van de slotkoersen tussen 2 maart en 31 maart van het jaar of slotkoers van 31 maart zoals bepaald door de Belgische of andere relevante wetgeving. 2. Binomiale waarde: een objectieve techniek om langetermijnincentives te waarderen waarbij een reële waarde van de prijs van het aandeel wordt bepaald over de looptijd van een langetermijnincentive. 3. Hoewel het beleid voorziet in een LTI-doelstelling voor de toekenning, uitgedrukt als percentage van de ABS, kan de waarde van de toekenning op 1 april (toekenningsdatum) hoger of lager zijn, afhankelijk van de evolutie van de aandelenkoers tussen de gebruikte referentieperiode (gemiddelde over een maand van half februari tot half maart) en de aandelenkoers op 1 april. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 159 3.8 Remuneratieverslag vervolg B) Definitieve verwerving van LTI's in 2025 Onderstaande tabel geeft een gedetailleerd overzicht van het aantal aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen, die in voorgaande jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité werden toegekend (opgenomen in de vorige jaarverslagen) en die in het kalenderjaar definitief zijn verworven: Aandelenopties Prestatieaandelen Toekenningsdatum Datum van definitieve verwerving Aantal definitief verworven (niet uitgeoefend) Uitoefenprijs Datum van toekenning Datum van definitieve verwerving Prestatieperiode Totaal aantal definitief verworven aandelen2 Share market value upon vesting 3 Totale waarde bij definitieve verwerving (€) Jean-Christophe Tellier - CEO 1-apr.-21 1-jan.-25 30 490 79,99 1-apr.-22 1-apr.-25 2022-2024 20 778 163,8 3 403 436 Emmanuel Caeymaex 1-apr.-21 1-jan.-25 8 551 79,99 1-apr.-22 1-apr.-25 2022-2024 5 913 163,8 968 549 Fiona du Monceau 1 Sandrine Dufour 1-apr.-21 1-jan.-25 8 128 79,99 1-apr.-22 1-apr.-25 2022-2024 6 711 163,8 1 099 262 Jean-Luc Fleurial 1-apr.-21 1-jan.-25 6 626 79,99 1-apr.-22 1-apr.-25 2022-2024 4 627 163,8 757 903 Alistair Henry 1 Iris Löw-Friedrich 1-apr.-21 1-apr.-25 7 699 102,04 1-apr.-22 1-apr.-25 2022-2024 5 735 161,8 927 923 Kirsten Lund-Jurgensen 1-apr.-21 1-apr.-25 5 746 108,45 1-apr.-22 1-apr.-25 2022-2024 4 281 163,8 701 228 Denelle Waynick Johnson 1 1. Fiona du Monceau, Denelle Waynick Johnson en Alistair Henry traden toe tot het Uitvoerend Comité na de toekenning van LTI in 2022. 2. De prestatieaandelen van 2022 zijn voor 100% van de doelstelling definitief verworven. 3. Marktwaarde van het UCB-aandeel op de datum waarop het definitief wordt verworven, gedefinieerd als het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op die datum, tenzij door de lokale wetgeving gespecificeerd. De prestatieaandelen zijn in april 2025 definitief geworden met betrekking tot de toekenning van april 2022. De definitieve verwerving van die toegekende prestatieaandelen was afhankelijk van de prestaties gedurende drie jaar op basis van de volgende criteria voor 2022-2024: • Aangepaste cumulatieve operationele kasstroom (45% weging) • Samengestelde jaarlijkse omzetgroei (45% weging) • Time to Access (10% weging) Zoals reeds gerapporteerd in het Remuneratieverslag over 2024, werden de doelstellingen voor het Prestatieaandelenplan 2022-2024 naar aanleiding van de betrokkenheid van de aandeelhouders discretionair aangepast, aangezien de lancering van BIMZELX® in de VS pas eind 2023 plaatsvond, terwijl het oorspronkelijke plan uitging van een lancering twee jaar eerder, zouden de inkomsten van BIMZELX ® in de VS en de gerelateerde kasstroom uit het plan 2022-2024 worden verwijderd en zou de uitbetalingscurve opnieuw worden ingesteld. De werkelijke omzet en kasstroom van BIMZELX® in de VS zouden ook worden uitgesloten. Rekening houdend met de feitelijke prestaties aan het einde van 2024, die de aangepaste doelstellingen overschreden, werd overeengekomen dat als de uiteindelijke uitbetaling meer dan 100% zou zijn, er een bovengrens zou worden gesteld aan de uitbetaling van 100% voor de CEO en het Uitvoerend Comité. Doelstelling 100% Maximum 150% 0% 2022-2024 Prestatieaandelenplan definitief verworven in 2025 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 160 3.8 Remuneratieverslag vervolg 3) Definitieve verwerving van LTI's in 2026 Het Prestatieaandelenplan 2023-2025 (dat in april 2026 definitief verworven wordt en gerapporteerd kan worden in het Remuneratieverslag 2026) had vijf maatstaven en de totale uitbetaling bedraagt 117,5% van de doelstelling. • De prestaties ten opzichte van beide financiële maatstaven – omzet en aangepaste EBITDA-ratio – overtroffen de doelstellingen aanzienlijk, wat wijst op een sterke en gedisciplineerde uitvoering. • De Time to access-doelstelling van 3 jaar werd niet volledig gehaald, wat voornamelijk te wijten was aan vertragingen bij de prijsonderhandelingen om de langetermijnwaarde van onze producten veilig te stellen. • Wetenschappelijke innovatie bleef een strategische pijler, met 23 goedkeuringen en verschillende successen in een vroeg stadium gedurende deze periode, boven de vastgestelde doelstelling. Dit omvat de prioriteitsbeoordeling die in 2023 door de Amerikaanse FDA is toegekend voor de Biologic License Application (BLA) voor rozanolixizumab voor de behandeling van gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG), een werkelijk uitzonderlijke prestatie. • De KPI met betrekking tot gendergelijkheid op leidinggevend niveau, een doelstelling die was vastgelegd in ons plan voor 2023-2025 en gekoppeld was aan een evenwichtige vertegenwoordiging in ons management, kwam heel dicht in de buurt van onze ambitie om een afspiegeling te zijn van de samenleving waarin we actief zijn en de patiënten die we bedienen. Prestatie-indicator Weging Doelbandbreedte Werkelijke prestatie Verwachte uitbetaling Opbrengsten 37,5% Min. 0% Doelstelling Max. 150% € 7 741m 150% € 5900m € 7500m Aangepaste EBITDA-ratio 37,5% Min. 0% Doelstelling Max. 150% 34% 100% 29% 36% Wetenschappelijke innovatie 10% Min. 0% Doelstelling Max. 150% Boven doelstelling 117,5% Time to Access 10% Min. 0% Doelstelling Max. 150% 49% 80% 45% 61% Overig - Inclusie 5% Min. 0% Doelstelling Max. 150% 44% 80% 37% 50% Totaal: 117,5% Werkelijke prestatie Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 161 3.8 Remuneratieverslag vervolg 4) LTI verbeurd in 2025 Onderstaande aandelenopties en prestatieaandelen die in voorgaande jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité werden toegekend, zijn in 2025 vervallen: Naam1 Specificatie van het plan Datum van toekenning Aantal vervallen toegekende aandelen Datum verval 2 Iris Löw-Friedrich Performance Shares 1-apr.-23 6541 30-apr.-25 Iris Löw-Friedrich Performance Shares 1-apr.-24 7282 30-apr.-25 Iris Löw-Friedrich Stock Options 1-apr.-23 7054 30-okt.-25 Iris Löw-Friedrich Stock Options 1-apr.-24 9795 30-okt.-25 1. Iris Löw-Friedrich heeft UCB eind april 2025 verlaten. 2. Op basis van de regels van het Prestatieaandelenplan vervielen niet-definitief verworven prestatieaandelen op de datum van beëindiging. Op basis van de regels van het Aandelenoptieplan van UCB vervielen aandelenopties zes maanden na beëindiging, dat wil zeggen eind oktober 2025. De aandelenopties die in 2023 en 2024 zijn toegekend, zijn vóór hun respectieve datum van definitieve verwerving vervallen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 162 3.8 Remuneratieverslag vervolg C. Buitengewone elementen Ontslagvergoedingen In 2025 verliet Iris Löw-Friedrich het bedrijf en ontving zij een vergoeding van € 1 167 005, conform het geldende contract. De vergoeding was gelijk aan één jaar basissalaris en bonus. Indiensttredingspremies Er werden geen indiensttredingspremies toegekend in 2025. D. Pensioenkosten Naam begunstigde - Functie Pensioenkosten Jean-Christophe Tellier - CEO € 427 437 Andere leden van het Uitvoerend Comité € 1 076 601 Zie de sectie Toepassing van het remuneratiebeleid voor meer informatie over de toepasselijke pensioenregelingen. E. Relatieve vergelijking van de beloning Bezoldiging van niet-uitvoerende bestuurders, het Uitvoerend Comité en de werknemers en de bedrijfsresultaten gedurende 5 jaar De onderstaande tabel is een samenvatting van de evolutie van de totale bezoldiging van onze niet-uitvoerende bestuurders, CEO, het Uitvoerend Comité en onze gemiddelde werknemer en vergeleken met de bedrijfsresultaten over de voorbije vijf jaar, hier weergegeven door de jaarlijkse groei van de inkomsten en Adj. EBITDA. 2021 2022 2023 2024 2025 Bezoldiging van de Raad € 1 690 833 € 1 771 822 € 1 676 333 € 1 891 265 € 2 576 583 Verandering jaar op jaar 16,00% 4,80% -5,40% 12,80% 36,20% Bezoldiging van de CEO1 € 6 244 384 € 5 808 530 € 4 199 791 € 6 793 643 € 12 434 367 Verandering jaar op jaar -8,6% -7,0% -27,7% 61,8% 83,0% Bezoldiging van de leden van het Uitvoerend Comité 2 € 16 953 966 € 16 725 716 € 13 838 749 € 19 774 268 € 22 215 677 Verandering jaar op jaar -11,0% -1,3% -17,3% 42,9% 12,3% Bedrijfsprestaties Inkomsten (verandering jaar op jaar) bij reële koersen 8% -4% -6% 17% 26% bij constante koersen 10% -7% -5% 19% 29% Adj. EBITDA (verandering jaar op jaar) bij reële koersen 14% -23% 7% 9% 79% bij constante koersen 21% -21% -1% 18% 87% Totale bezoldiging van de werknemers(in miljoen EUR) € 1 382 € 1 491 € 1 510 € 1 836 € 1 922 VTE 8 431 8 546 8 745 9 299 9 646 Gemiddelde kosten per VTE (IFRS) € 163 922 € 174 459 € 172 670 € 198 938 € 199 208 Verandering jaar op jaar 9,73% 6,43% -1,03% 15,21% 0,14% 1. Bestuursvergoedingen worden gerapporteerd als deel van de totale bezoldiging van de CEO. De CEO ontvangt vanaf 24 april 2025 geen bestuursvergoedingen meer. De samenstelling van het Uitvoerend Comité is de afgelopen jaren gewijzigd. Eventuele buitengewone elementen worden niet in de vergoeding van het Uitvoerend Comité opgenomen wegens hun eenmalig karakter. De gemiddelde bezoldiging van de werknemers wordt berekend op basis van de werkelijke salaris- en uitkeringskosten van de werknemers (exclusief werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid en bezoldiging van CEO), gedeeld door het aantal werknemers, op jaarbasis. Totale bezoldiging van CEO tegenover de laagst bezoldigde werknemer De onderstaande tabel toont een vergelijking van de bezoldiging van onze CEO (in €) voor 2025 met de bezoldiging van de laagstbetaalde voltijdse werknemer van UCB SA (in €) voor 2025. De bezoldiging omvat een vaste en een variabele bezoldiging (definitief verworven LTI voor onze CEO), alsmede personeelsbeloningen, exclusief werkgeverslasten voor sociale zekerheid. 2025 Verhouding van de totale bezoldiging van de CEO tegenover laagst bezoldigde werknemer 1:164 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 163 3.8 Remuneratieverslag vervolg F. Op aandelen gebaseerde bezoldiging van de CEO en het Uitvoerend Comité Aandeelhoudersrichtlijnen In 2021 heeft UCB aandeelhoudersrichtlijnen voor zijn CEO en leden van het Uitvoerend Comité geïmplementeerd. Deze richtlijnen zijn in 2025 herzien en bijgewerkt. Elk lid heeft vijf jaar om zijn respectievelijke vereiste te bereiken, vanaf het in voege treden van deze richtlijn (d.w.z. april 2026). Op dit moment voldoen de CEO en de leden van het Comité die langer in dienst zijn aan de vereiste (met name degenen die 5 jaar of meer in dienst zijn per 31 december 2025). LTI-informatie De onderstaande tabellen geven een overzicht van het begin- en eindsaldo, alsook van de bewegingen in het jaar van de op aandelen gebaseerde bezoldiging voor elk van de leden van het Uitvoerend Comité (zowel huidige als voormalige). Naam begunstigde De voornaamste voorwaarden van de aandelenoptieplannen Informatie over het afgesloten boekjaar Beginsaldo In het jaar Eindsaldo Specificatie van het plan Toekennings datum Datum van definitieve verwerving Uitoefenperiode Uitoefenprijs (€) Uitstaande aandelenoptiesaan het begin van het jaar Toegewezen aandelenopties Definitief verworven aandelenopties Uitgeoefende aandelenopties Niet-definitief verworven aandelenopties Definitief verworven maar niet uitgeoefende aandelenopties Aantal Waarde (€) 1 Aantal Waarde (€) 2,3 Jean-Christophe Tellier - CEO Aandelenopties 1-apr.-16 1-jan.-20 6,25 jaar 67,24 38 792 38 792 1-apr.-17 1-jan.-21 6,25 jaar 70,26 39 273 39 273 1-apr.-18 1-jan.-22 6,25 jaar 66,18 44 741 44 741 1-apr.-19 1-jan.-23 6,25 jaar 76,09 39 623 39 623 1-apr.-20 1-jan.-24 6,25 jaar 76,21 40 214 40 214 1-apr.-21 1-jan.-25 6,25 jaar 79,99 30 490 30 490 3 349 631 30 490 1-apr.-22 1-jan.-26 6,25 jaar 102,04 27 892 27 892 1-apr.-23 1-jan.-27 6,25 jaar 79,97 27 369 27 369 1-apr.-24 1-jan.-28 6,25 jaar 109,80 37 876 37 876 1-apr.-25 1-jan.-29 6,25 jaar 162,75 17 200 903 172 17 200 Emmanuel Caeymaex Aandelenopties 1-apr.-17 1-jan.-21 6,25 jaar 70,26 2 822 2 822 1-apr.-18 1-jan.-22 6,25 jaar 66,18 11 741 11 741 1-apr.-19 1-jan.-23 6,25 jaar 76,09 10 499 10 499 1-apr.-20 1-jan.-24 6,25 jaar 76,21 10 966 10 966 1-apr.-21 1-jan.-25 6,25 jaar 79,99 8 551 8 551 939 413 3 000 5 551 1-apr.-22 1-jan.-26 6,25 jaar 102,04 7 937 7 937 1-apr.-23 1-jan.-27 6,25 jaar 79,97 8 011 8 011 1-apr.-24 1-jan.-28 6,25 jaar 109,80 10 393 10 393 1-apr.-25 1-jan.-29 6,25 jaar 162,75 5 757 302 300 5 757 Fiona du Monceau Aandelenopties 1-apr.-24 1-jan.-28 6,25 jaar 109,80 7 727 7 727 1-apr.-25 1-jan.-29 6,25 jaar 162,75 5 200 273 052 5 200 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 164 3.8 Remuneratieverslag vervolg Naam begunstigde De voornaamste voorwaarden van de aandelenoptieplannen Informatie over het afgesloten boekjaar Beginsaldo In het jaar Eindsaldo Specificatie van het plan Toekennings datum Datum van definitieve verwerving Uitoefenperiode Uitoefenprijs (€) Uitstaande aandelenoptiesaan het begin van het jaar Toegewezen aandelenopties Definitief verworven aandelenopties Uitgeoefende aandelenopties Niet-definitief verworven aandelenopties Definitief verworven maar niet uitgeoefende aandelenopties Aantal Waarde (€) 1 Aantal Waarde (€) 2,3 Sandrine Dufour Aandelenopties 1-apr.-21 1-jan.-25 6,25 jaar 79,99 8 128 8 128 892 942 8 128 1-apr.-22 1-jan.-26 6,25 jaar 102,04 9 008 9 008 1-apr.-23 1-jan.-27 6,25 jaar 79,97 9 179 9 179 1-apr.-24 1-jan.-28 6,25 jaar 109,80 12 582 12 582 1-apr.-25 1-jan.-29 6,25 jaar 162,75 8 731 458 465 8 731 Jean-Luc Fleurial Aandelenopties 1-apr.-19 1-jan.-23 6,25 jaar 76,09 8 405 8 405 1-apr.-21 1-jan.-25 6,25 jaar 79,99 6 626 6 626 727 932 5 000 1 626 1-apr.-22 1-jan.-26 6,25 jaar 102,04 6 211 6 211 1-apr.-23 1-jan.-27 6,25 jaar 79,97 6 329 6 329 1-apr.-24 1-jan.-28 6,25 jaar 109,80 8 289 8 289 1-apr.-25 1-jan.-29 6,25 jaar 162,75 3 968 208 360 3 968 Alistair Henry 4 Aandelenopties 1-apr.-25 1-apr.-28 7 jaar 162,75 6 132 321 991 6 132 Iris Löw-Friedrich Aandelenopties 1-apr.-18 1-apr.-21 7 jaar 66,18 12 12 1-apr.-19 1-apr.-22 7 jaar 76,09 10 739 10 739 1-apr.-20 1-apr.-23 7 jaar 76,21 11 775 11 775 1-apr.-21 1-apr.-24 7 jaar 79,99 8 514 8 514 1-apr.-22 1-apr.-25 7 jaar 102,04 7 699 7 699 475 490 7 699 1-apr.-23 1-apr.-26 7 jaar 79,97 7 054 1-apr.-24 1-apr.-27 7 jaar 109,80 9 795 Kirsten Lund- Jurgensen Stock Appreciation rights 1-apr.-22 1-apr.-25 7 jaar 108,45 5 746 5 746 318 041 5 746 1-apr.-23 1-apr.-26 7 jaar 82,44 6 477 6 477 1-apr.-24 1-apr.-27 7 jaar 114,40 8 473 8 473 1-apr.-25 1-apr.-28 7 jaar 162,75 4 026 211 405 4 026 Denelle J. Waynick Johnson Stock Appreciation rights 1-apr.-23 1-apr.-26 7 jaar 82,44 6 529 6 529 1-apr.-24 1-apr.-27 7 jaar 114,40 9 281 9 281 1-apr.-25 1-apr.-27 7 jaar 162,75 4 083 214 398 4 083 1. Binomiale waarde op toekenningsdatum 2. Het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op de datum waarop de opties definitief worden verworven, verminderd met de uitoefenprijs maal het aantal aandelenopties 3. Het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel bedroeg € 78,63 op 1 januari 2024. Het bedroeg € 113,65 op 1 april 2024. 4. Alistair Henry is toegetreden tot het Uitvoerend Comité na de toekenning van 1 april 2024. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 165 3.8 Remuneratieverslag vervolg Naam begunstigde De belangrijkste voorwaarden van de prestatieaandelenplannen Informatie over het afgesloten boekjaar Beginsaldo In het jaar Eindsaldo Specificatie van het plan Prestatieperiode Datum van toekenning Datum van definitieve verwerving Uitstaande prestatieaandelen - begin van het jaar Toegekende aandelen Definitief verworven aandelen Afhankelijk van prestatievoorwa arden - niet- definitief verworven Aantal Waarde (€) 1 Aantal Waarde (€) 2, 3 Jean-Christophe Tellier - CEO Prestatieaandelen 2022-2024 01-avr-22 01-avr-25 20 778 20 778 3 403 436 2023-2025 01-avr-23 01-avr-26 25 378 25 378 2024-2026 01-avr-24 01-avr-27 28 158 28 158 2025-2027 01-avr-25 01-avr-28 23 136 3 613 149 23 136 Emmanuel Caeymaex Prestatieaandelen 2022-2024 01-avr-22 01-avr-25 5 913 5 913 968 549 2023-2025 01-avr-23 01-avr-26 7 428 7 428 2024-2026 01-avr-24 01-avr-27 7 726 7 726 2025-2027 01-avr-25 01-avr-28 7 743 1 209 224 7 743 Fiona du Monceau Prestatieaandelen 2024-2026 01-avr-24 01-avr-27 5 744 5 744 2025-2027 01-avr-25 01-avr-28 6 994 1 092 253 6 994 Sandrine Dufour Prestatieaandelen 2022-2024 01-avr-22 01-avr-25 6 711 6 711 1 099 262 2023-2025 01-avr-23 01-avr-26 8 512 8 512 2024-2026 01-avr-24 01-avr-27 9 354 9 354 2025-2027 01-avr-25 01-avr-28 11 744 1 834 060 11 744 Jean-Luc Fleurial Prestatieaandelen 2022-2024 01-avr-22 01-avr-25 4 627 4 627 757 903 2023-2025 01-avr-23 01-avr-26 5 869 5 869 2024-2026 01-avr-24 01-avr-27 6 162 6 162 2025-2027 01-avr-25 01-avr-28 5 337 833 479 5 337 Alistair Henry Prestatieaandelen 2025-2027 01-avr-25 01-avr-28 8248 1 288 090 8 248 Iris Löw-Friedrich Prestatieaandelen 2022-2024 01-avr-22 01-avr-25 5 735 5735 927 923 2023-2025 01-avr-23 01-avr-26 6 541 2024-2026 01-avr-24 01-avr-27 7 282 Kirsten Lund- Jurgensen Prestatieaandelen 2022-2024 01-avr-22 01-avr-25 4 281 4 281 701 228 4 281 2023-2025 01-avr-23 01-avr-26 6 006 6 006 2024-2026 01-avr-24 01-avr-27 6 299 6 299 2025-2027 01-avr-25 01-avr-28 5 415 845 661 5 415 Denelle Waynick Johnson Prestatieaandelen 2023-2025 01-avr-23 01-avr-26 6054 6 054 2024-2026 01-avr-24 01-avr-27 6899 6 899 2025-2027 01-avr-25 01-avr-28 5 492 857 686 5 492 1. Binomiale waarde van de prestatieaandelen op 1 april 2025. Binomiale waarde: een objectieve techniek om langetermijnincentives te waarderen waarbij een reële waarde van de prijs van het aandeel wordt bepaald over de looptijd van een langetermijnincentive. 2. Marktwaarde van het UCB-aandeel op de datum waarop het definitief wordt verworven, gedefinieerd als het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op die datum, tenzij door de lokale wetgeving gespecificeerd. 3. Voor Iris Löw-Friedrich is de waardering gebaseerd op de lage prijs op de datum van definitieve verwerving in overeenstemming met de Duitse wetgeving. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 166 3.8 Remuneratieverslag vervolg Bezoldiging van niet-uitvoerend bestuurders voor 2025 In 2025 heeft het remuneratiebeleid voor leden van de Raad van Bestuur belangrijke wijzigingen ondergaan om concurrerend te blijven ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen. Deze wijzigingen werden van kracht op 24 april 2025. De volgende tabel geeft een overzicht van de bezoldiging die elke niet-uitvoerend bestuurder in 2025 heeft ontvangen. Dit omvat de vaste jaarlijkse vergoeding voor leden van de Raad van Bestuur en de comités, het presentiegeld per vergadering van de Raad (tot 24 april 2025) en de eventueel betaalde reiskostenvergoedingen. Bezoldiging bestuurders Bezoldiging als bestuurder Bezoldiging als lid van het Comité Aanwezigheidsgraad (6 vergaderingen) Vaste bezoldiging als bestuurder Presentiegeld Raad van Bestuur Reisvergoeding Auditcomité GNCC Wetenschappelijk Comité Totaal Jonathan Peacock Voorzitter 6/6 € 393 333 € 45 000 € 438 333 Charles-Antoine Janssen Vicevoorzitter 6/6 € 173 333 € 2 000 € 17 000 € 192 333 Jean-Christophe Tellier Uitvoerend bestuurder 1 6/6 € 26 667 € 2 000 € 28 667 Pierre L. Gurdjian 6/6 € 133 333 € 2 000 € 17 000 € 152 333 Jan Berger 6/6 € 133 333 € 2 000 € 45 000 € 180 333 Kay Davies Lid van het Wetenschappelijk Comité en Voorzitter van het GNCC 6/6 € 133 333 € 2 000 € 35 000 € 37 500 € 207 833 Cyril Janssen 6/6 € 133 333 € 2 000 € 135 333 Cédric van Rijckevorsel 6/6 € 133 333 € 2 000 € 22 500 € 157 833 Susan Gasser2 2/2 € 26 667 € 2 000 € 7 500 € 36 167 Ulf Wiinberg 5/6 € 133 333 € 2 000 € 45 000 € 17 000 € 197 333 Maëlys Castella 6/6 € 133 333 € 2 000 € 22 500 € 157 833 Nefertiti Greene 6/6 € 133 333 € 2 000 € 45 000 € 17 000 € 197 333 Rodolfo Savitzky Voorzitter van het Auditcomité 6/6 € 133 333 € 2 000 € 45 000 € 180 333 Stef Heylen3 4/4 € 106 667 € 18 750 € 125 417 Dolca Thomas 6/6 € 133 333 € 2 000 € 45 000 € 37 500 € 217 833 € 2 060 000 Eindtotaal: € 2 605 250 1. Ontvangt vanaf 24 april 2025 geen bestuursvergoedingen meer 2. Treedt af als lid van het Wetenschappelijk Comité op 24 april 2025 3. Treedt toe tot het Wetenschappelijk Comité op 24 april 2025 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 167 3.9 Belangrijkste kenmerken van interne controle- en risicobeheersystemen van UCB 3.9.1 Interne controle Als bestuursorgaan van UCB biedt de Raad UCB ondernemend leiderschap, en is hij verantwoordelijk voor het goedkeuren van de strategie en doelstellingen van de vennootschap. Dit omvat het toezicht op de ontwikkeling, implementatie en handhaving van een effectief systeem van interne controles, zoals hieronder verder beschreven, maar ook risicobeheerprocessen zoals verder beschreven in de sectie hieronder. Het Auditcomité staat de Raad bij in zijn opdracht van toezicht op de interne controle- en risicobeheerprocessen opgesteld door het management van UCB en de UCB Groep in haar geheel, op de doeltreffendheid van de algemene interne controleprocessen van UCB, het globale proces van financiële verslaggeving, de commissaris (met inbegrip van zijn benoemingsprocedure), en de Global Internal Audit-afdeling en de doeltreffendheid daarvan. Het management van UCB staat in voor de ontwikkeling en en handhaving binnen UCB van passende interne controles om op de meest doeltreffende manier redelijke zekerheid te bieden betreffende de betrouwbaarheid van de financiële informatie en de naleving van toepasselijke wet- en regelgeving . Op het interne- controleproces wordt wereldwijd op geautomatiseerde wijze toegezien door de Interne Audit afdeling wat betreft toegang tot systemen en splitsing van taken, het uitvoeren van testen op zelfcontrole beoordelingen, en het toezien op permanente controles. Er worden informatiesystemen ontwikkeld om de langetermijndoelstellingen van UCB te ondersteunen, die beheerd worden door een professioneel Digital Technology-team. Als een belangrijk onderdeel van het interne controlesysteem van het management herbekijkt UCB jaarlijks haar business plan en bereidt ze een gedetailleerd jaarlijks budget voor elk boekjaar voor, dat wordt beoordeeld en goedgekeurd door de Raad. Een managementrapporteringssysteem werd opgezet, dat de bedrijfsleiding zicht geeft op financiële en operationele prestatie- indicatoren. Maandelijks worden door de bedrijfsleiding financiële verslagen voorbereid om elk belangrijk onderdeel van de activiteiten af te dekken. Afwijkingen ten opzichte van het budget of van eerdere verwachtingen worden geanalyseerd, verklaard en tijdig op gereageerd. Naast de regelmatige beraadslagingen van de Raad, komt ook het Uitvoerend Comité minstens maandelijks samen om de prestaties te bespreken, waarbij, indien nodig, over specifieke projecten wordt overlegd. De Global Internal Audit-functie is een onafhankelijke, objectieve controle- en adviesafdeling, bedoeld om waarde toe te voegen en de activiteiten van een organisatie te verbeteren. Ze helpt UCB haar doelstellingen te bereiken door middel van een systematische, gedisciplineerde aanpak om de doeltreffendheid van haar processen met betrekking tot risicobeheer, controle en bestuur te beoordelen en verbeteren. De Global Internal Audit-groep implementeert een jaarlijks Audit Plan bestaande uit financiële, compliance en operationele beoordelingen. Dit Plan werd beoordeeld en goedgekeurd door het Auditcomité en omvat de relevante bedrijfsactiviteiten. Het programma omvat onafhankelijke beoordelingen van de interne controle- en risicobeheerssystemen. De voltooiing van het Auditplan, evenals een samenvatting van de bevindingen en de status van corrigerende maatregelen, worden regelmatig, maar ten minste eenmaal per jaar, aan het Auditcomité gerapporteerd. UCB nam formele procedures aan voor de interne controle aangaande financiële rapportering, waaraan wordt gerefereerd als de “Transparantie Richtlijn Procedure”. Deze procedure is erop gericht het risico van selectieve openbaarmaking te beperken; draagt ertoe bij dat de bekendmaking door UCB van alle belangrijke informatie aan haar beleggers, schuldeisers en toezichthouders precies, volledig en tijdig gebeurt dat zij de toestand van UCB correct weergeeft; en draagt ertoe bij adequate openbaarmaking te garanderen van belangrijke financiële en niet- financiële informatie en belangrijke gebeurtenissen, transacties en risico’s. Het proces bestaat uit een aantal onderdelen. Bepaalde personen op sleutelposities in het interne controleproces, waaronder alle leden van het Uitvoerend Comité, dienen schriftelijk te verklaren dat ze de vereisten van UCB inzake financiële rapportering begrijpen en hebben nageleefd, inclusief dat zij redelijke zekerheid verschaffen betreffende de efficiëntie en doeltreffendheid van de activiteiten, de betrouwbaarheid van financiële informatie en naleving van de wet- en regelgeving. Om te verzekeren dat zij de uitgebreide waaier aan potentiële problemen kunnen inschatten, wordt hen een gedetailleerde in te vullen checklist bezorgd , die hen kan helpen bij hun verklaring. Verder wordt een gedetailleerde, wereldwijde beoordeling uitgevoerd van verkopen, kredieten en daaraan verbonden bruto-naar-netto rekeningen, vorderingen, handelsvoorraden, overlopende rekeningen, voorzieningen, reserves en betalingen. De financiële directeurs/ vertegenwoordigers van alle afzonderlijke juridische entiteiten dienen daarnaast schriftelijk te bevestigen dat hun financiële rapportering in deze domeinen op betrouwbare gegevens is gesteund en dat hun resultaten correct zijn weergegeven overeenkomstig de geldende vereisten. Deze procedures worden gecoördineerd door de Global Internal Audit-afdeling vóór de vrijgave van de halfjaar- en jaarresultaten. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met het Chief Accounting Office, alsook met de belangrijkste interne belanghebbenden en de commissaris. Gepaste opvolging wordt gegeven aan elk potentieel probleem en eventuele wijzigingen aan de gerapporteerde financiële informatie of openbaarmakingen worden geëvalueerd. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met de CEO en CFO, en nadien met het Auditcomité, voorafgaand aan de bekendmaking van de rekeningen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 168 3.9 Belangrijkste kenmerken van interne controle- en risicobeheersystemen van UCB vervolg 3.9.2 Risicobeheer De volledige UCB-groep en al haar dochtervennootschappen wereldwijd engageren zich ertoe om een effectief risicobeheerkader te voorzien en om de risico’s te minimaliseren die een impact kunnen hebben op onze mogelijkheid om onze strategische plannen en doelstellingen te verwezenlijken. Daarom heeft de UCB-groep de volgende praktijken inzake risicobeheer aangenomen: Een globaal risicobeheerbeleid dat van toepassing is op de hele UCB Groep en haar wereldwijde dochtervennootschappen, beschrijft het engagement van UCB om doorheen de UCB Groep een doeltreffend risicobeheersysteem te voorzien en beschrijft het kader en het ontwerp ervan voor het beheren van de belangrijkste risico's bij UCB. De Raad is verantwoordelijk voor de goedkeuring van de strategie van de UCB-groep en voor de evaluatie van en het toezicht op de effectieve implementatie van de systemen en processen voor risicobeheer door de UCB-groep. De Raad, ondersteund door het Auditcomité, herziet op regelmatige basis de gebieden waarin risico's een grote impact zouden kunnen hebben op de financiële situatie, reputatie of duurzaamheid van de UCB-groep. Het Auditcomité controleert het algemene risicobeheersysteem van UCB. Het Uitvoerend Comité is verantwoordelijk voor de implementatie van de risicobeheerstrategie en -doelstellingen, en voor het bepalen van de prioritisering, controle en toezicht op de risico’s die kritiek zijn voor het succes van UCB. De Global Internal Audit-functie is belast met de onafhankelijke en regelmatige controle en validatie van het risicobeheersysteem binnen UCB. Daarnaast heeft de Global Internal Audit-functie als opdracht om, in overleg met de business, te beslissen over maatregelen om vastgestelde risico's aan te pakken en te controleren. Het Head of Enterprise Risk Management (ERM) informeert het Uitvoerend Comité en de Raad van Bestuur periodiek en informeert ook jaarlijks het Auditcomité. De Risk2Value-groep (R2V), bestaande uit vertegenwoordigers van het management van alle bedrijfsfuncties, coördineert het proces van identificatie, beoordeling, prioritering en respons op ondernemingsniveau voor alle soorten risico’s, waaronder duurzaamheids- en ESG-risico’s. R2V wordt ondersteund door het ERM Stuurcomité, dat bestaat uit leden van het Uitvoerend Comité en senior leiders. Zij bieden strategisch leiderschap en bepalen de uiteindelijke prioritisering van risico’s. Het ERM-proces wordt ondersteund door een wereldwijd risicomanagementsysteem om daadwerkelijke of potentiële risico's of blootstelling daaraan effectief te beoordelen, te rapporteren en te beheren. De bronnen van risico-informatie omvatten de beoordeling van de bedrijfsfuncties (bottom-up), de inbreng van de leiding (top-down) en de externe context van de organisatie (outside-in). De verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor risico's op elk niveau ligt bij het relevante managementteam. Elk toprisico staat onder toezicht van een lid van het Uitvoerend Comité dat ervoor verantwoordelijk is om de aard van het risico te begrijpen en UCB in staat te stellen erop te reageren. De Enterprise Risk Management-groep licht op permanente basis zijn bestuursstructuur en engagement met belanghebbenden door, om te zorgen dat robuuste doorlichtingen, prioritisering en antwoorden worden verkregen. Ons risicobeheersysteem is gebaseerd op actuele plannen, ramingen en projecties van het management en ons risicoprofiel en evolueert voortdurend naarmate interne en externe factoren en bijbehorende risicoaannames in de tijd veranderen. Indien u meer wilt leren over de belangrijkste risico's en over milieugerelateerde en sociale risico's, bezoek dan de sectie Risicobeheer. Bezoek voor meer informatie over financiële risico's de financiële Toelichting 5 Financieel risicobeheer. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 169 3.10 Persoonlijke beleggingstransacties en handel in UCB-aandelen De Raad heeft een Dealing Code aangenomen om handel met voorkennis en marktmisbruik te voorkomen, in het bijzonder tijdens de periodes voorafgaand aan de publicatie van resultaten of informatie die de prijs van UCB-effecten zou kunnen beïnvloeden, of, in voorkomend geval, de prijs van effecten uitgegeven door een derde partij-vennootschap. In 2016 werd een Dealing Code goedgekeurd door de Raad om de regels te weerspiegelen van EU Verordening nr. 596/2014 over Marktmisbruik, Richtlijn 2014/57/EU over strafsancties voor marktmisbruik en de Belgische wet van 2 augustus 2002 over het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, zoals gewijzigd door de wet van 27 juni 2016, die van kracht werd op 3 juli 2016. In 2017 herbekeek UCB de Dealing Code en werkte deze bij om deze nieuwe wetgeving weer te geven en overwegingen met betrekking tot ethiek op te nemen in overeenstemming met onze Patient Value Strategy. In 2019 werden enkele praktische zaken aangepast in de Dealing Code. In 2024 werd de Dealing Code verder bijgewerkt om de wijzigingen in de Verordening Marktmisbruik te weerspiegelen die zijn ingevoerd door verordening (EU) 2024/2809 van 23 oktober 2024 tot wijziging van verordeningen (EU) 2017/1129, (EU) nr. 596/2014 en (EU) nr. 600/2014 om de kapitaalmarkten in de Unie aantrekkelijker te maken voor ondernemingen en de toegang tot kapitaal voor kleine en middelgrote ondernemingen te vergemakkelijken (de zogenoemde “Listing Act”). UCB blijft de implementatie van de Noteringswet en de mogelijke impact op haar Dealing Code nauwlettend volgen in 2026. De Dealing Code omvat regels voor bestuurders, het uitvoerend management en werknemers op sleutelposities, die verbieden om UCB-aandelen of andere financiële instrumenten verbonden met het UCB-aandeel te verhandelen tijdens een bepaalde periode vóór de bekendmaking van haar financiële resultaten (zogenaamde “gesloten periodes”). Verder verbiedt deze aan personen die voorkennis bezitten of weldra zouden kunnen bezitten om te handelen in UCB-aandelen of andere gerelateerde effecten. De Raad heeft de Group General Counsel (Denelle J. Waynick Johnson) en de Group Secretary General (Xavier Michel) aangeduid als Insider Trading Compliance Officers. Hun taken en verantwoordelijkheden worden in de Dealing Code bepaald. In overeenstemming met de Dealing Code heeft de Vennootschap de lijst vastgelegd van personen met leidinggevende verantwoordelijkheid (bestuurders en leden van het Uitvoerend Comité) en de lijst van personen op sleutelposities, die de Insider Trading Compliance Officer(s) vooraf moeten informeren en goedkeuring moeten krijgen voor de transacties in UCB-aandelen en verbonden effecten die ze willen uitvoeren voor eigen rekening. Transacties in effecten van de Vennootschap door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid of door personen nauw met hen verbonden, moeten ook gemeld worden aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA), de Belgische markten -toezichthouder . De procedure voor dergelijke rapportering en de verplichtingen die hieraan verbonden zijn, zijn ook opgenomen in de Dealing Code van UCB. De Dealing Code is openbaar beschikbaar op de website van UCB. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 170 3.11 Externe controle De externe commissaris is het auditkantoor Mazars Bedrijfsrevisoren – Réviseurs d’Entreprises CVBA – Bolwerklaan 21, bus 8, 1210 Sint-Joost-ten-Node (Brussel) – België (“Forvis Mazars”), momenteel vertegenwoordigd door dhr. Sébastien Schueremans. Dit auditkantoor werd in eerste instantie benoemd door de Algemene vergadering van 29 april 2021 voor een mandaat van drie jaar (wettelijke termijn), dat eindigde op de Algemene vergadering van 2024. Tijdens de Algemene vergadering van 2024 werd dit mandaat verlengd voor een periode van drie jaar en uitgebreid tot het verstrekken van het borgingsoordeel inzake de duurzaamheidsverslaggeving zoals vastgelegd in Richtlijn (EU) 2022/2464 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 537/2014, Richtlijn 2004/109/EG, Richtlijn 2006/43/EG en Richtlijn 2013/34/EU, in het kader van de duurzaamheidsverslaggeving van ondernemingen. Forvis Mazars werd benoemd tot commissaris in alle dochtervennootschappen van de UCB Groep wereldwijd. In 2025 betaalde UCB de volgende vergoedingen aan haar commissaris: 2025 – Actueel Controle van de (geconsolideerde) jaarrekening (€) Andere diensten met betrekking tot attestering (€) Belastingadviesopdrachten (€) Andere opdrachten buiten de audit (€) Totaal (€) Forvis Mazars Belgium (Commissaris) Audit van de jaarrekening: 903 482 76 250 — 21 704 1 251 516 Beperkte zekerheid over de duurzaamheidsverklaring 250 080 Forvis Mazars andere verbonden netwerken 1 583 684 — 31 400 53 564 1 668 648 Totaal 2 487 166 326 330 31 400 75 268 2 920 164 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 171 3.12 Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 3.12.1 Kapitaalstructuur van UCB, met vermelding van de verschillende soorten aandelen, en, voor elke soort aandelen, van de rechten en plichten die eraan verbonden zijn en het percentage van het geplaatste aandelenkapitaal dat erdoor wordt vertegenwoordigd op 31 december 2024. 31 december 2025 Vanaf 13 maart 2014 bedraagt het aandelenkapitaal van UCB € 583 516 974, vertegenwoordigd door 194 505 658 volledig volgestortte aandelen zonder nominale waarde. Aan alle UCB- aandelen zijn dezelfde rechten verbonden. Er zijn geen verschillende soorten van UCB-aandelen (sectie 3.2.2). 3.12.2 Wettelijke of statutaire beperkingen op de overdracht van effecten Beperkingen op de overdracht van effecten zijn enkel van toepassing op niet volledig volgestorte aandelen, overeenkomstig artikel 11 van de statuten van UCB (de “Statuten”), dat bepaalt: ('…) b) Elke aandeelhouder van niet volledig volgestorte aandelen die alle of een deel van zijn effecten wenst af te staan zal zijn voornemen bij een ter post aangetekende brief aan de raad van bestuur betekenen, waarbij hij de naam van de kandidaat- overnemer, het aantal te koop gestelde effecten, de prijs en de voorwaarden van de geplande afstand aangeeft. De Raad van Bestuur kan zich per aangetekende brief binnen een maand na deze kennisgeving tegen deze verkoop verzetten, door aan de verkopende aandeelhouder een andere kandidaat als koper voor te stellen. De door de Raad voorgestelde kandidaat zal over een recht van voorkoop beschikken op de te koop gestelde effecten tenzij de kandidaat verkoper, binnen de vijftien dagen, verkiest aan de afstand te verzaken. Het recht van voorkoop zal worden uitgeoefend tegen een eenheidsprijs gelijk aan de laagste van de twee zoals hierna bepaalde bedragen: • De gemiddelde sluitingskoers van het gewoon UCB aandeel op de 'continumarkt' op Euronext Brussels van de 30 open beursdagen die de betekening waarvan sprake in voorgaande alinea voorafgaan, verminderd met het nog te volstorten bedrag; • De eenheidsprijs die ter goedkeuring wordt aangeboden door de derde. Voormelde kennisgeving door de Raad van Bestuur zal gelden als kennisgeving van de uitoefening van het recht van voorkoop, in naam en voor rekening van de door de Raad voorgestelde kandidaat-overnemer. De prijs zal betaalbaar zijn binnen de maand van deze kennisgeving, onverminderd de door de kandidaat- overnemer gunstigere aangeboden voorwaarden. c) Indien de Raad van Bestuur niet antwoordt binnen de maand van de kennisgeving, op de kennisgeving waarvan sprake in de eerste alinea van subsectie b), zal de verkoop in voordeel van de kandidaat-overnemer kunnen plaatsvinden, aan voorwaarden die minstens gelijk zijn aan deze bepaald in gezegde kennisgeving. (…') Op dit moment is het kapitaal van UCB volledig volgestort. 3.12.3 Houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden, en een beschrijving van deze rechten Er zijn geen dergelijke effecten. 3.12.4 Mechanisme voor de controle van enig aandelenplan voor werknemers wanneer de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend Er is geen dergelijk systeem. 3.12.5 Wettelijke of statutaire beperkingen van de uitoefening van het stemrecht De bestaande UCB-aandelen verlenen de houders ervan stemrecht op de algemene vergadering. Overeenkomstig artikel 38 van de statuten, zijn de volgende beperkingen van toepassing: 'Ieder aandeel geeft recht op één stem. Iedere persoon of entiteit die aandelen, al dan niet op naam, in het kapitaal van de vennootschap verwerft of erop intekent, waaraan stemrecht is verbonden, zal verplicht zijn binnen de door de wet voorgeschreven termijn het aantal verworven of ingeschreven aandelen aan te geven, samen met het totale aantal aandelen dat hij bezit, wanneer dat aantal in totaal meer bedraagt dan een aandeel van 3% van het totale aantal stemrechten dat, vóór een eventuele vermindering, in een algemene vergadering kan worden uitgeoefend. Dezelfde procedure zal moeten worden gevolgd telkens wanneer de persoon die verplicht is de bovenvermelde initiële verklaring af te leggen, zijn stemrecht verhoogt tot 5%, 7,5%, 10% en vervolgens voor elke bijkomende 5% van de totale stemrechten die hij zoals hierboven bepaald heeft verworven, of wanneer zijn stemrecht na de verkoop van aandelen daalt tot onder één van de bovenvermelde limieten. Dezelfde kennisgevingverplichtingen zijn van toepassing op effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten indien zij de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst (dit wil zeggen een overeenkomst die krachtens het toepasselijke recht bindend is), reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven. Opdat de kennisgevingverplichtingen toepassing zouden vinden, moet de houder, al dan niet op termijn, hetzij het onvoorwaardelijke recht hebben om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven hetzij naar eigen goeddunken gebruik kunnen maken van zijn recht om dergelijke stemrechtverlenende effecten al dan niet te verwerven. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 172 3.12 Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 vervolg Indien het recht van de houder om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven enkel afhangt van een gebeurtenis die de houder vermag te doen plaatshebben of te verhinderen wordt dit recht als onvoorwaardelijk beschouwd. Deze verklaringen zullen gebeuren in de gevallen en overeenkomstig de modaliteiten voorzien in de geldende wetgeving betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Niet-naleving van deze wettelijke verplichting zal kunnen worden bestraft op de wijze bepaald in de toepasselijke artikelen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Niemand kan op de algemene vergadering aan de stemming deelnemen voor meer stemrechten dan degene verbonden aan aandelen waarvan hij, overeenkomstig voorgaande alinea, het bezit ter kennis heeft gegeven, minstens twintig dagen voor de datum van de vergadering.' Het stemrecht verbonden aan UCB-aandelen die UCB of haar rechtstreekse of onrechtstreekse dochtervennootschappen aanhouden zoals het geval kan zijn, wordt van rechtswege geschorst. 3.12.6 Aandeelhoudersovereenkomsten die bekend zijn bij UCB en aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en/of van de uitoefening van stemrechten UCB heeft geen kennis van de inhoud van schriftelijke overeenkomsten die zouden kunnen leiden tot beperkingen op de overdracht van haar effecten en/of de uitoefening van stemrechten. 3.12.7 A. Regels voor de benoeming en vervanging van leden van de Raad Artikel 15 van de Statuten: 'De vennootschap wordt bestuurd door een Raad van Bestuur van ten minste drie leden, al dan niet aandeelhouders, die door de algemene vergadering worden benoemd voor een termijn die ten laatste eindigt aan het einde van de vierde jaarlijkse algemene vergadering volgend op de datum waarop hun benoeming is ingegaan. De algemene vergadering kan te allen tijde, zonder opgave van redenen en met onmiddellijke ingang, een einde maken aan het mandaat van iedere bestuurder. De uittredende bestuurders zijn herverkiesbaar. De opdracht der niet herkozen uittredende bestuurders eindigt onmiddellijk na de gewone algemene vergadering. De algemene vergadering bepaalt de vaste of variabele bezoldiging van de bestuurders en het bedrag van hun presentiegeld, te boeken ten laste van de operationele kosten.' De algemene vergadering beslist bij gewone meerderheid over deze aangelegenheden. De regels betreffende de samenstelling van de Raad van Bestuur worden uitvoerig beschreven in sectie 3.2 van het Charter als volgt: Samenstelling van de Raad van Bestuur (sectie 3.2.1 van het Charter) 'De Raad is van mening dat een aantal van 10 tot 15 leden aangewezen is met het oog op een efficiënte besluitvorming enerzijds en de bijdrage van ervaring en kennis op verschillende gebieden anderzijds. Een dergelijk aantal maakt het ook mogelijk om de samenstelling van de Raad zonder grote wijzigingen. Dit gaat verder dan de wetgeving en de statuten van UCB, die bepalen dat de Raad uit minstens drie leden moet bestaan. De algemene vergadering beslist over het aantal bestuurders, op voorstel van de Raad. Een grote meerderheid van de leden van de Raad zijn niet- uitvoerend bestuurders. De curricula vitae van de bestuurders en van de kandidaat-bestuurders kunnen worden geraadpleegd op de website van UCB (www.ucb.com). Deze curricula vitae vermelden ook de bestuursmandaten die elk lid van de Raad in andere beursgenoteerde vennootschappen uitoefent.' Benoeming van bestuurders (sectie 3.2.2 van het Charter) 'De bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering, op voorstel van de Raad en op aanbeveling van het GNCC. Wanneer de Raad kandidaten aan de algemene vergadering voorstelt, houdt hij in het bijzonder rekening met volgende criteria: • een grote meerderheid van de bestuurders zijn niet-uitvoerend bestuurders; • ten minste drie niet-uitvoerend Bestuurders zijn onafhankelijk overeenkomstig de algemene wettelijke definitie, de criteria van de Code 2020 en de door de Raad vastgestelde criteria; • geen enkele individuele bestuurder of een groep van bestuurders kan de besluitvorming domineren; • de samenstelling van de Raad garandeert diversiteit van een breed scala aan standpunten, ervaringen en vaardigheden, en draagt bij tot de ervaring, kennis en bekwaamheid die vereist zijn voor de gespecialiseerde internationale activiteiten van UCB, met dien verstande dat overeenkomstig het Belgisch Wetboek van vennootschappen en verenigingen ten minste een derde van de bestuursleden van een ander geslacht moet zijn dan de overige leden; en • kandidaten zijn volledig beschikbaar om hun functies uit te oefenen en oefenen niet meer dan vijf bestuursmandaten uit in genoteerde vennootschappen. Wijzigingen in hun andere relevante verbintenissen en hun nieuwe verbintenissen buiten de Vennootschap moeten worden gemeld aan de Voorzitter van de Raad en de Secretaris van de Vennootschap wanneer zij zich voordoen. Het GNCC verzamelt informatie, die de Raad in staat stelt om zich ervan te verzekeren dat de voornoemde criteria vervuld zijn op het ogenblik van de (her)benoemingen en tijdens de duur van het mandaat. Voor elke nieuwe benoeming van een bestuurder voert het GNCC een beoordeling uit van reeds aanwezige en vereiste vaardigheden, en kennis en ervaring in de Raad. Het profiel van de ideale kandidaat wordt opgemaakt op basis van die beoordeling en aan de Raad voorgesteld voor bespreking en definitieve vaststelling. Eens het profiel is vastgesteld, selecteert het GNCC kandidaten die voldoen aan het profiel, en dit in overleg met de leden van de Raad (inclusief de voorzitter van het Uitvoerend Comité) en eventueel met behulp van een wervingsbureau. Het GNCC doet de aanbeveling van de uiteindelijke kandidaat aan de Raad. Bij het doen van een dergelijke aanbeveling wordt relevante informatie aan de Raad verstrekt (zoals een curriculum vitae, een beoordeling, een lijst van de beklede functies en, indien van toepassing, alle noodzakelijke informatie over de onafhankelijkheid van de kandidaat). De Raad beslist over de voorstellen die aan de aandeelhouders ter goedkeuring zullen worden voorgelegd.' Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 173 3.12 Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 vervolg Duur van mandaten en leeftijdsgrens (sectie 3.2.4 van het Charter) 'Bestuurders worden benoemd door de Algemene vergadering van aandeelhouders voor een termijn die uiterlijk afloopt aan het einde van de vierde algemene vergadering volgend op de datum waarop hun benoeming van kracht werd, en hun termijn kan worden verlengd. Daarnaast werd een leeftijdsgrens van 70 jaar vastgelegd. Een bestuurder zal zijn/haar mandaat ter beschikking stellen op de dag van de algemene vergadering die volgt op zijn/haar 70ste verjaardag. De Raad mag uitzonderingen voorstellen op die regel.' Procedure voor benoeming, verlenging van termijnen (sectie 3.2.5 van het Charter) “Het proces van benoeming en herverkiezing van Bestuurders wordt geleid door het GNCC, dat aanbevelingen doet aan de Raad en ernaar streeft om een optimaal niveau van bekwaamheden en ervaring binnen UCB en haar Raad te handhaven. De Raad beoordeelt de voorstellen tot (her)benoeming, ontslag en eventuele terugtreding van een bestuurder, op aanbeveling van het GNCC. Het GNCC beoordeelt alle bestuurders die kandidaat zijn voor herbenoeming bij de volgende algemene vergadering, voor wat betreft hun toewijding en doeltreffendheid, waarna aan de Raad een aanbeveling met betrekking tot hun herbenoeming wordt gedaan. Speciale aandacht wordt gegeven aan de evaluatie van de Voorzitster van de Raad en de Voorzitters van de comités van de Raad. De evaluatie wordt uitgevoerd door de Voorzitster van het GNCC en de Vicevoorzitter van de Raad of een ander lid van het GNCC, die samenzitten met elke bestuurder in hun hoedanigheid van bestuurder en, in voorkomend geval, in hun hoedanigheid van Voorzitter of lid van een comité van de Raad. De Voorzitter van de Raad en het GNCC wordt beoordeeld door de Vicevoorzitter van de Raad en een senior onafhankelijk bestuurder. De sessies zijn gebaseerd op een vragenlijst (en kunnen interviews omvatten) en gaan onder meer over de rol van de bestuurder in het bestuur van de onderneming en de effectiviteit van de Raad van Bestuur, en hoe zij onder andere hun toewijding, bijdrage en constructieve betrokkenheid bij de discussies en besluitvorming evalueren. Feedback wordt bezorgd aan het GNCC, dat op zijn beurt rapporteert aan de Raad en aanbevelingen maakt aangaande de voorgestelde herbenoemingen. De Raad legt zijn voorstellen betreffende benoemingen, herbenoemingen, ontslag of eventuele terugtreding van bestuurders voor aan de algemene vergadering. Deze voorstellen worden meegedeeld aan de algemene vergadering als onderdeel van de agenda van de betreffende algemene vergadering. De algemene vergadering van aandeelhouders besluit over elk voorstel tot benoeming van bestuurders afzonderlijk en de voorstellen van de Raad op dit gebied worden aangenomen met een meerderheid van de stemmen. Wanneer een plaats van bestuurder openvalt, heeft de Raad het recht om voorlopig in de vacature te voorzien, waarbij het zijn beslissing kan laten bekrachtigen door de eerstvolgende algemene vergadering. De Raad ziet erop toe dat er een opvolgingsplanning voor de leden van de Raad bestaat. De benoemingsvoorstellen vermelden of de kandidaat al of niet wordt voorgedragen als uitvoerend bestuurder, bepalen de voorgestelde duur van het mandaat (d.w.z. niet meer dan vier jaar, in overeenstemming met de statuten) en delen mee waar alle nuttige informatie over de professionele kwalificaties van de kandidaat, alsook diens belangrijkste functies en bestuursmandaten kunnen worden bekomen of geraadpleegd. De Raad geeft ook aan of de kandidaat voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van het WVV en de Code 2020, zoals het feit dat een bestuurder, om als 'onafhankelijk' te worden gekwalificeerd, geen mandaat van meer dan twaalf jaar mag uitoefenen als niet-uitvoerend lid van de Raad. Het voorstel zal aan de Algemene vergadering worden voorgelegd om dit onafhankelijke karakter te erkennen, waarbij de Raad van Bestuur bevestigt dat er geen aanwijzingen zijn voor enig element dat twijfel zou kunnen doen ontstaan over deze onafhankelijkheid. Deze bepalingen zijn ook van toepassing op voorstellen voor benoemingen die uitgaan van aandeelhouders. De voorstellen voor benoeming zijn beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com).” Het Charter bepaalt bijkomend dat een bestuurder als onafhankelijk kwalificeert als hij of zij geen zakelijke of andere relaties met de UCB-groep heeft die zijn/haar onafhankelijk oordeel zou kunnen in het gedrang brengen. Bij de beoordeling van dit criterium houdt de Raad rekening met een betekenisvolle status als afnemer, leverancier of aandeelhouder van de UCB Groep op een individuele basis. 3.12.7. B. Regels voor de wijziging van de statuten van UCB De regels met betrekking tot statutenwijzigingen worden bepaald door het WVV. De beslissing om de Statuten te wijzigen moet genomen worden door de algemene vergadering, in principe met een meerderheid van 75% van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat tenminste 50% van het aandelenkapitaal van UCB aanwezig of vertegenwoordigd is op de vergadering. Indien op de eerste buitengewone algemene vergadering het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, dan kan een tweede buitengewone algemene vergadering worden bijeengeroepen, die kan beslissen zonder aanwezigheidsquorum. In uitzonderlijke omstandigheden (bijvoorbeeld wijziging van het doel van de vennootschap, wijziging van rechten verbonden aan effecten) zijn bijkomende aanwezigheids- en stemquoravereisten van toepassing. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 174 3.12 Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 vervolg 3.12.8 Bevoegdheden van de Raad van Bestuur, in het bijzonder wat de mogelijkheid tot uitgifte of inkoop van aandelen betreft Bevoegdheden van de Raad van Bestuur De Raad is het bestuursorgaan van UCB. De Raad heeft de bevoegdheid om alle beslissingen te nemen over alle aangelegenheden die de Wet niet uitdrukkelijk toewijst aan de algemene vergadering van aandeelhouders. Voor alle zaken waarvoor de Raad verantwoordelijk is, werkt hij nauw samen met het Uitvoerend Comité. De meeste beslissingen die door de Raad moeten worden genomen, worden voorgesteld door het Uitvoerend Comité. Het Uitvoerend Comité bestaat uit het topmanagement van UCB. Het zorgt voor de implementatie, de toetsing en de coördinatie van de strategische plannen van de UCB Groep op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, operaties, financiële, administratieve, risico- en juridische kwesties, personeelsbeleid en investeringen. De Raad is bevoegd om aandelen uit te geven of in te kopen. De buitengewone algemene vergadering van 25 april 2024 heeft beslist om (i) de machtiging van de Raad van Bestuur (en de bijhorende machtiging om de statuten te wijzigen) om het maatschappelijk aandelenkapitaal te verhogen, onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, in één of meerdere transacties, voor een nieuwe periode van twee jaar te hernieuwen, binnen de grenzen en onder de voorwaarden zoals hierboven uiteengezet in sectie 3.2.4 Toegestaan kapitaal, en (ii) de machtiging van de Raad, voor een nieuwe periode van twee jaar, die aanvangt op 1 juli 2024 en afloopt op 30 juni 2026, om rechtstreeks of onrechtstreeks, op of buiten de beurs, door aankoop, ruil, inbreng of op eender welke andere wijze, tot 10% van het totale aantal aandelen van de Vennootschap, berekend op de datum van elke verwerving, te verwerven, binnen de grenzen en onder de voorwaarden zoals hierboven uiteengezet onder 3.2.3 Eigen aandelen. Deze bevoegdheden zullen ter verlenging worden voorgelegd aan de Algemene vergadering van 2026, opnieuw voor een periode van twee jaar, tot 2028. 3.12.9 Belangrijke overeenkomsten waarbij UCB partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over UCB na een openbaar overnamebod, evenals de gevolgen daarvan, behalve indien zij zodanig van aard zijn dat openbaarmaking ervan UCB ernstig zou schaden; deze afwijkende regeling is niet van toepassing indien UCB specifiek verplicht is om dergelijke informatie openbaar te maken op grond van andere wettelijke vereisten • Een kredietovereenkomst ter waarde van € 1 miljard miljoen tussen, onder meer, UCB en diverse dochterondernemingen van UCB, als oorspronkelijke ontleners en oorspronkelijke garantstellers, BNP Paribas Fortis SA/NV als agent en diverse andere financiële instellingen als oorspronkelijke kredietverstrekkers per 27 maart 2023, met een controlewijzigingsclausule die werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 27 april 2023, waaronder alle ontleners, in bepaalde omstandigheden, terugbetaling van hun aandeel in de lening kunnen opeisen, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, bij een wijziging in de controle over UCB. • Euro Medium Term Note Program van 6 maart 2013, met een laatste bijwerking van de basisprospectus op 17 oktober 2023, zoals aangevuld op 24 oktober 2023 en 5 maart 2024, ter waarde van € 5 miljard (het “EMTN Programma”). Clausule 5(e)(i) bepaalt dat, voor Notes uitgegeven onder het EMTN Programma waarin een ’controlewijziging put recht’ is opgenomen in de finale voorwaarden, elke houder van dergelijke Note, ingevolge een wijziging van de controle over UCB, het recht heeft om de terugbetaling van die Note te eisen door uitoefening van een dergelijk ‘put’-recht. In overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV is de hoger beschreven controlewijzigingsclausule waarin het EMTN- programma van 6 maart 2013 voorziet, goedgekeurd door de algemene vergaderingen gehouden van 2013 tot en met 2025, met betrekking tot alle series van Notes die in het kader van het EMTN-programma zouden worden uitgegeven binnen de 12 maanden na elk van die algemene vergaderingen en waarop die controlewijziging van toepassing is verklaard. Een gelijkaardige goedkeuring in overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV zal worden voorgelegd aan de Algemene vergadering van 30 april 2026 met betrekking tot Notes die onder het EMTN Programma zouden uitgegeven worden van 30 april 2026 tot en met 29 april 2027, en waarop een dergelijke controlewijzigingsclausule van toepassing zou zijn. • Onderhandse obligatie van 1,000% met een looptijd tot 1 oktober 2027 voor een bedrag van € 150 miljoen uitgegeven op 1 oktober 2020 in het kader van het Euro Medium Term Note- programma van 6 maart 2013, waarop de controlewijzigingsclausule van dit programma van toepassing is. • Institutionele obligatie van 1,000% met een looptijd tot 30 maart 2028 voor een bedrag van € 500 miljoen uitgegeven op 30 maart 2021 in het kader van het Euro Medium Term Note- programma van 6 maart 2013, waarop de controlewijzigingsclausule van dit programma van toepassing is. • Retailobligatie van 5,200% met een looptijd tot 21 november 2029 voor een bedrag van € 300 miljoen uitgegeven op 21 november 2023 in het kader van het Euro Medium Term Note- programma van 18 oktober 2023, waarop de controlewijzigingsclausule van dit programma van toepassing is. • Institutionele obligatie van 4,2500 % met een looptijd tot zaterdag 30 maart 2030 voor een bedrag van € 500 miljoen uitgegeven op woensdag 20 maart 2024 in het kader van het Euro Medium Term Note-programma van dinsdag 24 oktober 2023, waarop de controlewijzigingsclausule van dit programma van toepassing is. • Kredietovereenkomst ter waarde van € 350 miljoen tussen UCB als ontlener en de EIB en waarvan de controlewijzigingsclausule werd voorgelegd aan de algemene vergadering van 28 april 2022, en op grond waarvan, in bepaalde omstandigheden, het krediet, inclusief de toe te rekenen interest en alle andere toe te rekenen en uitstaande bedragen, onmiddellijk opeisbaar en betaalbaar wordt – naar goeddunken van de EIB – bij een wijziging van controle over UCB. • Een kredietovereenkomst oorspronkelijk ter waarde van U.S.$ 2 070 miljoen tussen, onder meer, UCB en UCB Biopharma SRL, als ontleners, en BNP Paribas Fortis SA/NV en Bank of America Merrill Lynch International Designated Activity Company als “bookrunners” van 10 oktober 2019, en waaronder een eerste, tweede en derde aanvullende faciliteit voor een totaalbedrag van respectievelijk € 90 miljoen, € 90 miljoen en U.S.$ 80 miljoen tussen UCB en de kredietverstrekker van de eerste, tweede en derde aanvullende faciliteit per 28 juli 2022, 19 januari 2023 en 29 februari 2024 werden afgesloten en waarvan de afsluiting niet leidt tot een overschrijding van het oorspronkelijke bedrag van deze faciliteit , met een controlewijzigingsclausule, waaronder alle leners, in bepaalde omstandigheden, terugbetaling van hun aandeel in de lening kunnen opeisen, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, bij wijziging van de controle over UCB. In overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 175 3.12 Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 vervolg heeft de algemene vergadering van 30 april 2020 deze controlewijzigingsclausule goedgekeurd. De tweede aanvullende faciliteit (EUR 90 miljoen) werd volledig vergoed in januari 2026. • Een Schuldschein-leningsovereenkomst ter waarde van • € 20,5 miljoen tussen UCB, als ontlener, UCB Biopharma SRL, als garantsteller, en ING Bank, een filiaal van ING-DIBA AG, als oorspronkelijke kredietverstrekker per 2 november 2022, met een controlewijzigingsclausule, waaronder alle leners in bepaalde omstandigheden, terugbetaling van hun aandeel in de lening kunnen opeisen, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, bij wijziging van controle over UCB, en waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 27 april 2023 in overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV. • Een Schuldschein-leningsovereenkomst ter waarde van • € 15,0 miljoen tussen UCB, als ontlener, UCB Biopharma SRL, als garantsteller, en ING Bank, een filiaal van ING-DIBA AG, als oorspronkelijke kredietverstrekker per 2 november 2022, met een controlewijzigingsclausule, waaronder alle leners in bepaalde omstandigheden, terugbetaling van hun aandeel in de lening kunnen opeisen, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, bij wijziging van controle over UCB, en waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 27 april 2023 in overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV. • Een Schuldschein-leningsovereenkomst ter waarde van • € 30,0 miljoen tussen UCB, als ontlener, UCB Biopharma SRL, als garantsteller, en ING Bank, een filiaal van ING-DIBA AG, als oorspronkelijke kredietverstrekker per donderdag 24 augustus 2023, met een controlewijzigingsclausule waaronder alle leners in bepaalde omstandigheden terugbetaling van hun aandeel in de lening kunnen opeisen, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, bij wijziging van controle over UCB, en waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 29 april 2021 in overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV. • De aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van UCB, waaronder UCB jaarlijks aandelen toekent aan bepaalde werknemers op basis van graad en prestatiecriteria, worden volgens de regels van beide plannen definitief verworven na drie jaar, op voorwaarde dat de begunstigde doorlopend in dienst blijft bij de UCB Groep. Zij worden ook definitief verworven bij een wijziging van controle of fusie. De algemene vergadering van 25 april 2019 heeft deze controlewijzigingsclausule goedgekeurd in alle bestaande en toekomstige LTI-plannen van UCB. Op 31 december 2025 staat het volgende aantal toegekende aandelen en prestatieaandelen uit: • 2.474.250 toegekende aandelen, waarvan er 922.041 definitief verworven zullen worden in 2026; • 450.056 prestatieaandelen, waarvan er 154.554 definitief verworven zullen worden in 2026. De controlewijzigingsclausules opgenomen in de overeenkomsten met leden van het Uitvoerend Comité, worden verder beschreven in het Remuneratieverslag (sectie 3.8). 3.12.10 Overeenkomsten tussen UCB en zijn bestuurders of werknemers die vergoedingen voorzien wanneer de bestuurders ontslag nemen, zonder geldige reden, moeten afvloeien of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt als gevolg van een openbaar overnamebod Voor meer informatie, zie de sectie Remuneratieverslag (sectie 3.8) over de belangrijkste contractuele voorwaarden inzake aanwervings- en ontslagregelingen van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité. Er zijn geen andere overeenkomsten die voorzien in specifieke vergoedingen voor de leden van de Raad in het geval van beëindiging naar aanleiding van een openbaar overnamebod. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 176 3.13 Belangenconflicten – Toepassing van artikel 7:96 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen De Raad paste artikel 7:96 van het WVV toe op 27 januari 2025 in verband met de herziene bezoldiging en voorgestelde langetermijnincentives voor de CEO (relevant uittreksel uit de notulen van de vergadering): '(...) Voorafgaand aan enige beraadslaging of beslissing door de Raad van Bestuur met betrekking tot de goedkeuring van de herziene bezoldiging en voorgestelde lange termijn incentives voor de CEO die moeten worden opgenomen in het nieuwe Bezoldigingsbeleid, verklaarde J.-C. Tellier dat hij een direct financieel belang had bij de uitvoering van genoemde beslissingen. In overeenstemming met art. 7:96 van het WVV, trok hij zich terug uit de vergadering van de Raad van Bestuur en nam hij niet deel aan de beraadslaging en stemming met betrekking tot deze kwesties. De Raad van Bestuur heeft vastgesteld dat art. 7:96 van het WVV van toepassing was op deze verrichtingen. De financiële gevolgen van deze beslissingen worden gedetailleerd beschreven in het Remuneratieverslag en het Remuneratieverslag dat betrekking heeft op de betreffende inkomstenjaren. Zowel het Remuneratieverslag als het Verslag over de bezoldiging, opgesteld in overeenstemming met de regels zoals vastgelegd in het WVV, voorzien in een gedetailleerde rechtvaardiging van de beslissingen die de Raad heeft genomen, op aanbeveling van het GNCC, met betrekking tot de bezoldiging van J.-C. Tellier en de andere leidinggevenden. Omdat de te nemen beslissingen ook betrekking hadden op de leden van het Uitvoerend Comité, verliet J.-L. Fleurial (hoewel geen lid van de Raad) de vergadering voor er werd beraadslaagd of beslist over deze kwesties. (...) ' De Raad paste ook artikel 7:96 van het WVV toe op woensdag 26 februari 2025 in verband met de beslissingen over de remuneratie van de CEO, de prestatiebonus en LTI-toekenningen (relevant uittreksel uit de notulen van de vergadering): '(…) Voorafgaand aan enige beraadslaging of beslissing door de Raad van Bestuur met betrekking tot de goedkeuring van (i) de resultaten van de bedrijfsresultatencoëfficiënt en de HSWB- modifier (gezondheid, veiligheid en welzijn) voor de bonus van 2024 (uitbetaling in 2025), (ii) de LTI-wachtperiode (resultaten van het Prestatieaandelenplan 2022-2024), (iii) de LTI-toekenningen van 2025 inclusief de KPI's, doelstellingsinstelling en uitbetalingscurve-instelling voor het Prestatieaandelenplan 2025-2027, (iv) de doelstelling-instelling en HSWB-modifier voor de ondernemingsbonus van 2025, (v) de goedkeuring van de CEO-bonus op basis van de prestaties van 2024, het CEO- basissalaris van 2025 en de CEO-LTI-toekenning van 2025 (inclusief aandelenopties en prestatieaandelen), (vi) het Remuneratieverslag van 2024, (vii) het Bezoldigingsbeleid van 2025, en (viii) de goedkeuring van de doelstelling van de CEO voor 2025, verklaarde J.-C. Tellier dat hij een direct financieel belang had bij de uitvoering van genoemde beslissingen. In overeenstemming met art. 7:96 van het WVV, trok hij zich terug uit de vergadering van de Raad van Bestuur en nam hij niet deel aan de beraadslaging en stemming met betrekking tot deze kwesties. De Raad van Bestuur heeft vastgesteld dat art. 7:96 van het WVV van toepassing was op deze verrichtingen. Verder werd aangegeven dat alle beslissingen met betrekking tot de hierboven genoemde onderwerpen door de Raad van Bestuur werden genomen in overeenstemming met het Bezoldigingsbeleid zoals goedgekeurd door de Algemene vergadering. De financiële gevolgen van deze beslissingen worden gedetailleerd beschreven in het Remuneratieverslag dat betrekking heeft op de betreffende inkomstenjaren. Zowel het Bezoldigingsbeleid als het Verslag over de bezoldiging, opgesteld in overeenstemming met de regels zoals vastgelegd in het WVV, voorzien in een gedetailleerde rechtvaardiging van de beslissingen die de Raad heeft genomen, op aanbeveling van het GNCC, met betrekking tot de bezoldiging van J.-C. Tellier en de andere leidinggevenden. J.-L. Fleurial verliet de vergadering eveneens voor er werd beraadslaagd of beslist over deze kwesties. (...)' Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 177 Jaarrekening Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 178 1. Overzicht van de bedrijfsprestaties 1.1. Kerncijfers Actueel1 Verschil € miljoen 2025 2024 Actuele wisselkoersen CW 2 Opbrengsten 7 741 6 152 26% 29% Netto-omzet 7 388 5 613 32% 35% Royaltyinkomsten en -vergoedingen 88 78 12% 17% Overige opbrengsten 265 461 -43% -41% Aangepaste brutowinst 6 134 4 819 27% 31% Brutowinst 5 751 4 400 31% 34% Marketing- en verkoopkosten -2 485 -2 075 20% 22% Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -1 822 -1 781 2% 4% Algemene en administratiekosten -264 -272 -3% -2% Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 829 564 47% 52% Aangepaste EBIT 2 009 836 >100% >100% Bijzondere waardevermindering, reorganisatiekosten en overige baten/lasten (-) -61 488 >-100% >-100% EBIT (operationele winst) 1 948 1 324 47% 55% Netto financiële kosten (-) -126 -161 -22% -45% Winst vóór belastingen 1 822 1 163 57% 70% Winstbelastingen (-) -264 -98 >100% >100% Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 1 558 1 065 46% 59% Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 N/A N/A Winst 1 558 1 065 46% 59% Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 1 558 1 065 46% 59% Aangepaste EBITDA 2 636 1 475 79% 87% Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) 449 322 39% Netto financiële kaspositie / schuld (-) 7 -1 454 >-100% Kasstroom uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 2 291 1 242 85% Gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd (miljoen) 190 190 0% WPA (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd) 8,20 5,61 46% 59% Kern-WPA (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd) 9,99 4,98 >100% >100% 1. Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de bedrijfsprestaties niet gelijk is aan de weergegeven som. 2. CW: constante wisselkoersen zonder afdekkingen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 179 Overzicht van de bedrijfsprestaties vervolg n Netto-omzet € 7 388 mln. n Royaltyinkomsten en -vergoedingen € 88 mln. n Overige opbrengsten € 265 mln. € 7 741 mln. Opbrengsten In 2025 lieten de opbrengsten een sterke groei zien van 26% tot € 7 741 miljoen, een stijging van 29% bij constante wisselkoersen (CW). Netto-omzet € 7 388 mln. De netto-omzet steeg tot € 7 388 miljoen, een stijging van 32% (+35% CW). Deze groei was het gevolg van de sterke prestaties van de groeiaandrijvers van UCB: BIMZELX®, EVENITY®, FINTEPLA®, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ® die hun netto-omzetbijdrage meer dan verdubbeld hebben. De royaltyinkomsten en -vergoedingen bedroegen € 88 miljoen en de overige opbrengsten bereikten € 265 miljoen. Aangepaste EBITDA € 2 636 mln. De aangepaste EBITDA (bedrijfsresultaat vóór interesten, belastingen en afschrijvingen) steeg naar € 2 636 miljoen (+79% ; +87% CW), wat een dubbelcijferige opbrengstengroei weerspiegelt, alsmede een verbeterde brutomarge dankzij een betere productmix, hogere operationele kosten met goede kostenbeheersing door de forse investeringen in de wereldwijde lanceringen, gecombineerd met hogere bedrijfsbaten door de aanhoudende nettowinstbijdrage van EVENITY ® en overige eenmalige bedrijfsbaten/-lasten . De aangepaste EBITDA-ratio voor 2025 (als percentage van de opbrengsten) bedroeg 34,0%, tegenover 24,0% in 2024. Gecorrigeerd voor de overige eenmalige bedrijfsbaten/- lasten, bedroeg de aangepaste EBITDA € 2.431 miljoen, wat neerkomt op een aangepaste EBITDA- ratio van 31,4%. Winst € 1 558 mln. De winst steeg van € 1 065 miljoen naar € 1 558 (46%; 59% CW) dankzij een opbrengstengroei met dubbele cijfers, hogere operationele kosten als gevolg van de forse investeringen in de productlanceringen, de nettobijdrage van EVENITY®. De kernwinst per aandeel bedroeg € 9,99 tegenover € 4,98 in 2024 op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van 190 miljoen. Dit overzicht van de bedrijfsprestaties is gebaseerd op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingsgroep UCB, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen. De afzonderlijke statutaire jaarrekening van UCB NV, opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen, evenals het verslag van de Raad van bestuur aan de Algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris, zullen binnen de statutaire termijnen neergelegd worden bij de Nationale Bank van België en zijn verkrijgbaar op aanvraag of via onze website. De aangepaste brutowinst is de brutowinst zonder de afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet. Reorganisatiekosten, bijzondere waardevermindering en overige baten/lasten (-): Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven. Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst), wordt ook de ‘aangepaste EBIT’ (onderliggende operationele winst) opgenomen, die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de vennootschap weerspiegelt. De aangepaste EBIT is gelijk aan de regel ‘operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten’ die in de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen. Aangepaste EBITDA (bedrijfsresultaat vóór interesten, belastingen en afschrijvingen) is de operationele winst gecorrigeerd voor afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten en lasten. De kern-WPA is de kernwinst, of de winst toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB, aangepast voor de impact na belasting van reorganisatiekosten, bijzondere waardeverminderingen, overige baten en lasten, de bijdrage na belasting van beëindigde bedrijfsactiviteiten en de netto-afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet, per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 180 Overzicht van de bedrijfsprestaties vervolg 1.2. Belangrijke gebeurtenissen Er hebben zich verschillende belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of zullen beïnvloeden: Macro-economisch UCB is actief binnen en wordt beïnvloed door complexe mondiale en regionale macro-economische en politieke omgevingen. Het mondiale landschap blijft zeer onzeker na de ontwikkelingen in 2025, die worden gekenmerkt door aanhoudende geopolitieke conflicten, toenemende geopolitieke fragmentatie, sociale druk en veranderende omstandigheden op de financiële markten. Hoewel de inflatie in verschillende regio's is afgenomen, blijft de onderliggende druk ongelijkmatig en blijven de trajecten van de economische groei in de kernmarkten van UCB uiteenlopen. Belangrijke overeenkomsten en initiatieven In januari 2025 sloot UCB een licentieovereenkomst af voor XtalFold™, een AI-platform voor biologische geneesmiddelen ontwikkeld door Ailux Biologics, een divisie van XtalPi. UCB zal XtalFold™ inzetten voor de ontdekking en ontwikkeling van biologische geneesmiddelen. XtalFold™ is een bedrijfseigen, op AI gebaseerde softwaresuite die snelle en nauwkeurige structurele inzichten biedt om innovatie in biologische geneesmiddelen in meerdere fasen te versnellen. In mei 2025 kondigden UCB en Domino Data Lab, aanbieder van een toonaangevend datawetenschapsplatform dat door 's werelds grootste bedrijven wordt gebruikt, een strategische samenwerking aan die gericht is op de modernisering van een statistische computeromgeving (SCE) voor de levenswetenschappenindustrie. In juni 2025 kondigde UCB plannen aan voor een aanzienlijke investering in een nieuwe, ultramoderne productiefaciliteit voor biologische geneesmiddelen in de Verenigde Staten. Het project zal naar verwachting de groeiende patiëntenpopulatie van UCB in de VS bedienen en een geschatte economische impact van ongeveer 5 miljard dollar genereren. UCB heeft tevens bevestigd haar samenwerking met Amerikaanse contractproducenten (CMO's) verder uit te breiden om de ondersteuning voor de productie van haar groeiaandrijvers en toekomstige producten te waarborgen. Update over de regelgeving en pijplijn UCB blijft zich inzetten voor innovatie en is voortdurend op zoek naar nieuwe manieren om zinvolle oplossingen te bieden aan mensen met ernstige immunologische en neurologische aandoeningen. Deze toewijding komt tot uiting in de robuuste pijplijn voor klinische ontwikkeling, die momenteel één middel in fase 4 (na goedkeuring) omvat, één middel waarvoor een aanvraag is ingediend, en een gediversifieerde portefeuille van vier fase 3- en drie fase 2-programma's gericht op verschillende patiëntengroepen. Ook is UCB in 2025 gestart met drie wereldwijde fase 3-studies met bimekizumab voor pediatrische indicaties: psoriasis, hidradenitis suppurativa en juveniele idiopathische artritis. Daarnaast is het bedrijf van plan om in 2026 een fase 3-programma met fenfluramine te starten voor patiënten met het Rett-syndroom en een fase 3-programma met rosanolixizumab voor oculaire myasthenia gravis (oMG). UCB zal het potentieel van galvokimig bij aandoeningen van de luchtwegen onderzoeken: twee indicaties van de luchtwegen, chronische obstructieve longziekte (COPD) en niet- cystische fibrose bronchiectasie (NCFB), met respectievelijke proof-of-concept-studies (fase 2a) die later in 2026 van start gaan. De bijgewerkte tijdlijnen voor de klinische ontwikkelingsprogramma's van UCB, met daarbij updates over de regelgeving en voortgang van de pijplijn sinds 1 januari 2025 tot de publicatiedatum van dit verslag, worden hieronder weergegeven. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 181 Overzicht van de bedrijfsprestaties vervolg n Neurologie n Immunologie Klinische ontwikkelingspijplijn van UCB Indicatie en status/volgende mijlpaal Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 bimekizumab (IL-17 A/F) Head-to-head-onderzoek na goedkeuring versus risankizumab bij PsA: H1 2026 Palmoplantar pustulosis (PPP): 2028 bimekizumab (IL-17 A/F) 1. MOG-antilichaamziekte: H2 2026 2. Oculaire myasthenia gravis: Fase 3 start in 2026 rozanolixizumab (FcRn-remmer) 1. CDKL5-deficiëntiestoornis: Positieve fase 3 - goedkeuringsaanvraag in voorbereiding 2. RETT-syndroomFase 3 start in H1 2026 fenfluramine (5-HT-agonist) Systemische lupus erythematodes*: 1e positieve fase 3, 2e fase 3: 2028 dapirolizumab pegol (anti-CD40L antilichaam) Stereotypische langdurige aanvallen: H2 2026 STACCATO® alprazolam (benzodiazepine) Ziekte van Alzheimer: Veelbelovende fase 2a – Fast Track-status bepranemab (anti-tau antilichaam) Ziekte van Parkinson: Positieve fase 2a, volgende stappen worden momenteel geëvalueerd glovadalen (positieve allosterische modulatoren van de D1-receptor) 1. Atopische dermatitis: Fase 2b is gestart, de eerste resultaten worden in 2028 verwacht 2. Niet-cystische fibrose bronchiëctasieën (NCFB): Fase 2a start in 2026 3. Chronische obstructieve longziekte (COPD): Fase 2a start in 2026 UCB9741/galvokimig (IL-13 en IL-17 A/F) * In samenwerking met Biogen; 1e fase 3-studie; 5-HT = 5-hydroxytryptamine of serotonine; CD40L = CD40-ligand; CDKL5 = cycline-afhankelijke kinase-achtige 5; H = halfjaar; IL = interleukine; FcRn = Neonataal fragment kristalliseerbare receptor; MOG = Myeline oligodendrocyte glycoproteïne; PsA = Psoriatische artritis. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 182 Overzicht van de bedrijfsprestaties vervolg Update over de regelgeving In januari 2025 keurde het Japanse Ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn (MHLW) de 320 mg/2 ml auto-injector voor BIMZELX® goed. In januari 2025 kreeg RYSTIGGO ® (rozanolixizumab) goedkeuring van de EU voor zelftoediening via een infuus (spuitpomp) of een nieuwe handmatige injectietechniek met een duwbewegingsmethode. In mei 2025 ontving UCB van het Japanse Agentschap voor Farmaceutische Producten en Medische Hulpmiddelen (PMDA) goedkeuring voor zelftoediening thuis met een infusiepomp of een nieuwe handmatige injectietechniek met een duwbewegingsmethode voor RYSTIGGO®. In november 2025 keurde de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) KYGEVVI™ (doxecitine en doxribtimine) goed, waarmee het middel de eerste en tot nu toe enige goedgekeurde therapie werd voor volwassenen en kinderen met thymidinekinase 2-deficiëntie (TK2d). Deze beslissing werd in januari 2026 op de voet gevolgd door het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) van het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA), dat een positief advies uitbracht waarin werd aanbevolen om KYGEVVI® in de handel te brengen. Na goedkeuring zal KYGEVVI® de eerste en enige behandelingsoptie in de Europese Unie zijn die is geïndiceerd voor de behandeling van pediatrische en volwassen patiënten met een genetisch bevestigde thymidinekinase 2-deficiëntie (TK2d). Deze mijlpalen vergroten de aanwezigheid van UCB op het gebied van neuromusculaire aandoeningen en tonen aan dat de inspanningen op gebieden met een grote onvervulde medische behoefte worden voortgezet. Update over de pijplijn Klinische ontwikkelingsfase 2 Galvokimig is een therapie op basis van multispecifieke antilichamen die IL-13, IL-17A en IL-17F remt door binding aan albumine, met een matige halfwaardetijd. De fase 2a-studie bij matige tot ernstige atopische dermatitis (een type eczeem, wat de meest voorkomende ontstekingshuidziekte is) toonde positieve en overtuigende proof-of-concept-gegevens. In december 2025 is UCB gestart met een fase 2b-programma met galvokimig bij deelnemers met atopische dermatitis om de optimale dosis en het optimale doseringsschema te onderzoeken waarbij het middel subcutaan wordt toegediend, met blinde dosering tot week 52. De eerste belangrijke resultaten worden verwacht in 2028. Donzakimig (UCB1381) is een multispecifiek, Fc-vrij antilichaamgebaseerd therapeutisch middel dat IL-13 remt, een belangrijke mediator van ontsteking, en IL-22, dat de integriteit van de huidbarrière aantast bij atopische dermatitis (AtD). De proof-of-concept-studie van fase 2a naar atopische dermatitis (AtD) heeft het primaire eindpunt bereikt en er zijn geen nieuwe veiligheidsrisico's vastgesteld. In lijn met de portefeuillediscipline en focus van UCB, zal op dit moment de prioriteit gegeven worden aan andere opportuniteiten, waaronder het programma met galvokimig. Bepranemab richt zich op pathologisch tau om de behandeling van de ziekte van Alzheimer (AD) te verbeteren. Het gunstige effect van bepranemab bij een lage tau-spiegel in een vroeg stadium van de ziekte in de fase 2-studie TOGETHER baant de weg voor verdere ontwikkeling. UCB onderhoudt constructieve contacten met regelgevende instanties om de ontwikkelingsstrategie voor bepranemab bij AD af te stemmen. In februari 2026 heeft de Amerikaanse FDA de Fast Track-status toegekend aan bepranemab. Dit proces is bedoeld om de ontwikkeling van geneesmiddelen voor de behandeling van ernstige aandoeningen te versnellen en in een onvervulde medische behoefte te voorzien. Glovadalen (UCB0022), een oraal beschikbaar, hersenpenetrerend klein molecuul dat wordt onderzocht voor de behandeling van de ziekte van Parkinson, heeft positieve resultaten laten zien in fase 2a. Het bedrijf evalueert momenteel de volgende stappen voor het ontwikkelingsprogramma en onderzoekt mogelijkheden voor het middel bij neurologische aandoeningen die verband houden met een tekort aan dopamine. Klinische ontwikkelingsfase 3 en verder UCB is een fase 3-programma gestart, BE SEEN, om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab bij palmoplantaire pustulose (PPP) te evalueren. PPP is een zeldzame, chronische inflammatoire huidaandoening waarvoor in de VS, de EU en China geen goedgekeurde behandelingsopties beschikbaar zijn. De eerste belangrijke resultaten worden verwacht in 2028. UCB evalueert de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab bij pediatrische patiënten in wereldwijde fase 3-studies. • met matige tot ernstige hidradenitis suppurativa (HS). Het onderzoek omvat kinderen van 9 jaar en ouder, evenals adolescenten van 12 tot en met 17 jaar. Pediatrische HS vertegenwoordigt een aanzienlijke onvervulde behoefte, aangezien ongeveer een derde van alle gevallen zich in deze populatie voordoet en bijna de helft van de patiënten aangeeft dat de symptomen tijdens de kindertijd zijn begonnen. De eerste belangrijke resultaten worden verwacht in de tweede helft van 2027. • met psoriasis ten opzichte van ustekinumab. Het onderzoek omvat mensen van 6 tot en met 17 jaar. Psoriasis begint vaak in de kindertijd; ongeveer een derde van de gevallen ontstaat in deze periode. De prevalentie ervan neemt gestaag toe van 1 tot 18 jaar, volgens een lineair patroon. De eerste belangrijke resultaten worden verwacht in 2028. • met juveniele psoriatische artritis en enthesitis-gerelateerde artritis – twee zeldzame subtypes van juveniele idiopathische artritis (JIA). Het onderzoek omvatte mensen van 2 tot en met 17 jaar. De eerste belangrijke resultaten worden verwacht in 2028. Voor STACCATO® alprazolam (benzodiazepine, langdurige aanvallen) worden de eerste resultaten in 2026 verwacht. De werving van patiënten en hun verzorgers voor dit ambitieuze en innovatieve fase 3-programma verloopt voorspoedig en UCB is van plan de eerste belangrijke resultaten nu in de tweede helft van 2026 te presenteren. In juni 2025 maakte UCB positieve resultaten bekend van de GEMZ fase 3-studie naar fenfluramine bij een CDKL5-deficiëntiestoornis (CDD). CDD is een uiterst zeldzame ontwikkelings- en epileptische encefalopathie (DEE) met refractaire epilepsie die op jonge leeftijd begint en met ernstige algehele neurologische ontwikkelingsachterstanden resulterend in intellectuele, motorische, corticale visuele en slaapstoornissen als belangrijkste kenmerken. Deze encefalopathie wordt veroorzaakt door pathogene varianten in het cycline-afhankelijke kinase-achtige 5-gen (CDKL5), dat zich op het X- chromosoom bevindt. Naar schatting treft CDD ongeveer 1 op de 40.000 tot 60.000 levendgeborenen, waarbij de symptomen zich voordoen op een gemiddelde leeftijd van zes weken. UCB zal de aanvraagdossiers voor goedkeuring door de regelgevende instanties in het eerste kwartaal van 2026 versturen. UCB heeft besloten een fase 3-studie met fenfluramine te starten voor patiënten met het Rett- syndroom, waarmee we ons bereik uitbreiden buiten epilepsie. RETT is een ernstige (genetische) neurologische ontwikkelingsstoornis die voornamelijk bij vrouwen voorkomt. De start van het onderzoek is gepland voor de eerste helft van 2026. BE BOLD is een rechtstreeks vergelijkende fase 4-studie na goedkeuring, waarin bimekizumab, een IL-17A- en IL-17F-remmer, wordt vergeleken met risankizumab, een IL-23-remmer, bij de behandeling van volwassenen met actieve psoriatische artritis (PsA). BE BOLD is de eerste vergelijkende studie in PsA waarin de superioriteit van een IL-17A- en IL-17F-remmer ten opzichte van een IL-23-remmer wordt geëvalueerd. Dankzij een snellere werving dan verwacht worden de eerste belangrijke resultaten nu in de eerste helft van 2026 verwacht. Alle andere klinische programma's verlopen volgens plan. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 183 Overzicht van de bedrijfsprestaties vervolg 1.3. Netto-omzet per product Actueel Verschil € miljoen 2025 2024 Actuele wisselkoersen CW Kernproducten 6 922 5 077 36% 41% Immunologie 4 318 2 743 57% 63% BIMZELX® 2 227 607 >100% >100% CIMZIA® 1 954 2 033 -4% 0% EVENITY® 137 103 33% 33% Neurologie 2 603 2 334 12% 15% BRIVIACT® 758 686 11% 14% KEPPRA® (inclusief KEPPRA ® XR / E KEPPRA ®) 439 582 -25% -22% FINTEPLA® 427 340 26% 30% RYSTIGGO® 332 202 65% 71% VIMPAT® 303 329 -8% -5% ZILBRYSQ® 217 72 >100% >100% NAYZILAM® 128 124 3% 8% Gevestigde merken 373 517 -28% -27% Netto-omzet vóór afdekking 7 294 5 593 30% 35% Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet 94 19 N/A Totale netto-omzet 7 388 5 613 32% 35% De totale netto-omzet in 2025 steeg naar € 7 388 miljoen, een stijging van 32% ten opzichte van vorig jaar of een stijging van 35% bij constante wisselkoersen (CW). De netto-omzet vóór “aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet” is met 30% ( 35% CW) gestegen. De aangemerkte afdekkingen weerspiegelen de gerealiseerde transactionele afdekkingsactiviteiten van UCB. Deze groei werd in 2025 gedreven door de sterke prestaties van de groeiaandrijvers van UCB, die allemaal dubbele groeicijfers of beter lieten zien: BIMZELX® (inmiddels het grootste geneesmiddel in het portfolio), FINTEPLA®, RYSTIGGO®, ZILBRYSQ® en EVENITY®. CIMZIA® is het tweede grootste geneesmiddel in het portfolio. BRIVIACT® rapporteerde een aanhoudende groei met dubbele cijfers in het laatste jaar van de patentbescherming ervan in de VS en de EU. De vijf groeiaandrijvers van UCB (€ miljoen) n 2025 n 2024 n BIMZELX® € 2 227 mln. n CIMZIA® € 1 954 mln. n BRIVIACT® € 758 mln. n KEPPRA® € 439 mln. n FINTEPLA® € 427 mln. n RYSTIGGO® € 332 mln. n VIMPAT® € 303 mln. n ZILBRYSQ® € 217 mln. n EVENITY® € 137 mln. n NAYZILAM® € 128 mln. n Gevestigde merken € 373 mln. € 7 294 mln. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 184 Overzicht van de bedrijfsprestaties vervolg BIMZELX® (bimekizumab), de eerste en enige IL-17A- en IL-17F-remmer, is nu verkrijgbaar in meer dan 50 landen wereldwijd voor vijf indicaties: psoriasis (PSO), actieve psoriatische artritis (PSA), actieve ankyloserende spondylitis (AS), actieve niet-radiografische axiale spondyloartritis (nr-axSpA) en hidradenitis suppurativa (HS). De stijging van meer dan 200% wordt veroorzaakt door een sterke vraag in alle indicaties, waaronder een sterk momentum in HS, in combinatie met een gunstige mix van betalers in de VS. PSO was goed voor 53% van de wereldwijde netto-omzet van BIMZELX®. HS, een aandoening die vaak niet wordt gediagnosticeerd maar waarvoor een aanzienlijke medische behoefte bestaat, was goed voor 28%, terwijl PSA, AS en nr-axSpA samen 19% vertegenwoordigden. In 2025 hadden meer dan 116 000 patiënten toegang tot het product. De wereldwijde netto-omzet bedroeg € 2 227 miljoen tegenover € 607 miljoen in 2024. FINTEPLA® (fenfluramine) heeft eind 2025 meer dan 14 000 patiënten en hun families bereikt die lijden aan aanvallen als gevolg van zeldzame epileptische syndromen. FINTEPLA® is een potentieel baanbrekende therapie voor diverse ontwikkelings- en epileptische encefalopathieën (DEE's) en biedt een fundamentele behandelingsoptie bij het Dravet-syndroom en een erkende optie bij het Lennox- Gastaut-syndroom. De netto-omzet steeg tot € 427 miljoen, een stijging van 26% (+30% CW). RYSTIGGO ® (rozanolixizumab) is een behandelingsoptie voor mensen met gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) die een snelle en langdurige werkzaamheid biedt. RYSTIGGO® heeft in 2025 meer dan 2 400 mensen bereikt die leven met gMG. In 2025 steeg de netto-omzet naar € 332 miljoen tegenover € 202 miljoen in 2024. ZILBRYSQ® (zilucoplan) is de eerste en enige subcutane, gerichte C5-complementremmer die eenmaal daags wordt toegediend en heeft meer dan 1 300 mensen met myasthenia gravis (MG) bereikt in 2025. De netto-omzet in 2025 bedroeg € 217 miljoen tegenover € 72 miljoen in 2024. EVENITY® (romosozumab), de enige sclerostineremmer en leider op verschillende markten voor botverbeteraars, is sinds de wereldwijde lancering in 2019 door meer dan 1 300 000 (2024: 900 000) vrouwen met postmenopauzale osteoporose met een hoog risico op breuken gebruikt. De netto- omzet in Europa steeg met 33% naar € 137 miljoen (+33% CW). EVENITY® voor patiënten met osteoporose wordt wereldwijd gecommercialiseerd door Amgen, Astellas en UCB, waarbij de netto- omzet buiten Europa door de partners wordt gerapporteerd. De wereldwijde nettowinstbijdrage van EVENITY® wordt opgenomen onder ‘Overige bedrijfsbaten’. Andere kernproducten van UCB CIMZIA® (certolizumab pegol), rapporteerde een wereldwijde netto-omzet van € 1 954 miljoen(-4%; 0% CW). Deze prestatie weerspiegelt een volumegroei (+ 4%) die ruimschoots wordt gecompenseerd door een daling van de nettoprijzen. Sinds 2024 is CIMZIA® niet langer beschermd door een patent in de VS en de EU. Er is geen sprake van concurrentie op het gebied van biosimilaire producten, noch op dit moment, noch op korte termijn. BRIVIACTDe netto-omzet voor ® (brivaracetam) steeg naar € 758 miljoen, een toename van 11% (+14% CW), waarmee de piekverkoopdoelstelling van 'minstens € 600 miljoen' al in 2024 werd overtroffen, ruim vóór 2026, het jaar waarin de exclusiviteit in de VS (februari) en Europa (augustus) afloopt. Dit werd gedreven door een aanhoudende, sterke groei in alle regio's waar BRIVIACT® beschikbaar is voor patiënten. In juni 2024 werd BRIVIACT® in Japan goedgekeurd als monotherapie en aanvullende therapie bij de behandeling van partiële aanvallen. BRIVIACT® heeft een andere werkingswijze dan VIMPAT® en onderscheidt zich van KEPPRA®. KEPPRA® (levetiracetam) rapporteerde een lagere netto-omzet van € 439 miljoen (-25%; -22% CW; -7% CW exclusief afstotingen), als gevolg van de concurrentie van generieke geneesmiddelen in alle regio's en de strategische afstoting van het neurologieportfolio in China in november 2024. Het wegvallen van de exclusiviteit in de VS en Europa vond meer dan 10 jaar geleden plaats. Levetiracetam is een belangrijk geneesmiddel voor de behandeling van epilepsie en beïnvloedt het leven van miljoenen mensen. VIMPAT® (lacosamide) ondervindt sinds 2022 concurrentie van generieke geneesmiddelen in de VS en Europa, en sinds december 2025 in Japan vanwege het vervallen van de exclusiviteit. De netto- omzet daalde naar € 303 miljoen (-8%; -5% CW; +1% CW exclusief afstotingen). NAYZILAM® (midazolam) Nasal SprayCIV, de neusspray voor noodbehandeling van epileptische clusteraanvallen, rapporteerde een netto-omzet van € 128 miljoen +3% (+8% CW). Gevestigde merken van UCB De netto-omzet van de gevestigde merken, waaronder NEUPRO® (rotigotine), de pleister voor de ziekte van Parkinson en het rusteloze benensyndroom, en UCB's portfolio van allergieproducten met ZYRTEC® (cetirizine), inclusief ZYRTEC®-D/Cirrus® en XYZAL® (levocetirizine), bedroeg € 373 miljoen, -28% (-27% CW). Dit weerspiegelt de verkoop van twee gevestigde merken en de strategische afstoting van het portfolio op het gebied van neurologie en allergie in China in november 2024, evenals een productverkoop in de tweede helft van 2025 en de maturiteit van het portfolio. Gecorrigeerd voor de productverkoop en portfolio-afstoting bedroegen de prestaties van het portfolio van gevestigde merken -13% CW. De aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd als netto-omzet bedroegen € +94 miljoen tegenover € +19 miljoen in 2024. Als onderdeel van haar valuta-afdekkingsstrategie heeft UCB de verwachte kasstromen in vreemde valuta voor 2025 gedurende 2024 afgedekt. Het afdekkingsresultaat vloeit hoofdzakelijk voort uit de waardedaling van de US$ en is opgenomen in de netto-omzet. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 185 Overzicht van de bedrijfsprestaties vervolg 1.4. Netto-omzet per geografisch gebied Actueel Verschil actuele wisselkoersen Verschil CW (CW) € miljoen 2025 2024 € miljoen % € miljoen % Netto-omzet VS 4 609 3 036 1 573 52% 1 769 58% BIMZELX® 1 657 287 1 370 >100% 1 441 >100% CIMZIA® 1 208 1 289 -81 -6% -29 -2% BRIVIACT® 578 540 39 7% 63 12% FINTEPLA® 355 294 61 21% 76 26% RYSTIGGO® 270 184 86 47% 97 53% ZILBRYSQ® 157 56 101 >100% 108 >100% NAYZILAM® 128 124 4 3% 10 8% KEPPRA® 107 123 -16 -13% -12 -9% VIMPAT® 68 56 12 21% 15 26% Gevestigde merken 81 83 -1 -2% 2 2% Netto-omzet Europa 1 758 1 582 176 11% 175 11% CIMZIA® 427 436 -9 -2% -9 -2% BIMZELX® 424 255 169 66% 169 66% KEPPRA® 194 199 -5 -3% -5 -3% BRIVIACT® 138 120 18 15% 18 15% EVENITY® 137 103 34 33% 34 33% VIMPAT® 96 116 -20 -17% -20 -17% FINTEPLA® 59 41 18 44% 18 44% ZILBRYSQ® 35 8 27 >100% 27 >100% RYSTIGGO® 31 8 24 >100% 24 >100% Gevestigde merken 217 296 -79 -27% -79 -27% Netto-omzet Japan 315 257 58 23% 68 26% VIMPAT® 84 85 -1 -2% 1 1% BIMZELX® 62 32 30 94% 32 >100% E KEPPRA® 40 65 -25 -39% -24 -37% CIMZIA® 39 28 10 37% 12 41% RYSTIGGO® 27 10 17 >100% 18 >100% ZILBRYSQ® 24 8 17 >100% 17 >100% BRIVIACT® 16 1 15 >100% 15 >100% FINTEPLA® 9 2 7 >100% 7 >100% Gevestigde merken 14 25 -11 -46% -11 -44% Netto-omzet internationale markten 612 718 -106 -15% -64 -9% CIMZIA® 280 280 0 0% 19 7% KEPPRA® 99 196 -96 -49% -86 -44% BIMZELX® 85 33 52 >100% 58 >100% VIMPAT® 55 71 -16 -23% -13 -19% BRIVIACT® 25 24 0 2% 2 6% FINTEPLA® 4 2 1 53% 1 58% RYSTIGGO® 3 0 3 N/A 4 N/A Gevestigde merken 61 111 -50 -46% -47 -43% Netto-omzet vóór afdekking 7 294 5 593 1 701 30% 1 948 35% Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet 94 19 74 >100% Totale netto-omzet 7 388 5 613 1 775 32% 1 948 35% Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 186 Overzicht van de bedrijfsprestaties vervolg n Japan € 315 mln. n Internationale markten € 612 mln. n Europa € 1 758 mln. n VS € 4 609 mln. € 7 294 mln. netto-omzet vóór afdekking De netto-omzet in de VS steeg tot € 4 609 miljoen met 52% (+58% CW), dankzij de fantastische lancering van BIMZELX ®, dat nu is goedgekeurd voor alle vijf indicaties. De groei werd mede mogelijk gemaakt door de succesvolle lancering van RYSTIGGO®, ZILBRYSQ ® en FINTEPLA®. CIMZIA liet een goede volumegroei zien (+ 4%), die echter ruimschoots werd gecompenseerd door een daling van de nettoprijzen. Sinds 2024 is CIMZIA ® niet langer patentrechtelijk beschermd in de VS. Er is geen sprake van concurrentie op het gebied van biosimilaire producten, noch op dit moment, noch op korte termijn. De netto-omzet in Europa steeg met 11% ( +11% CW) tot € 1 758 miljoen, gedreven door de sterke groei van BIMZELX®, het nieuwe productportfolio voor de behandeling van gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG), RYSTIGGO® en ZILBRYSQ®, evenals EVENITY® en FINTEPLA®, en ondersteund door de dubbelcijferige groei van BRIVIACT®, waarvan de exclusiviteit in augustus 2026 vervalt. CIMZIA ® liet een goede volumegroei zien (+3%), die echter werd gecompenseerd door een daling van de prijzen. CIMZIA ® is niet langer beschermd door een patent in de EU. Er is geen sprake van concurrentie op het gebied van biosimilaire producten, noch op dit moment, noch op korte termijn. De afname van het portfolio van gevestigde merken weerspiegelt de verkoop van de rechten op twee gevestigde merken in november 2024, evenals een productverkoop in de tweede helft van 2025. Gecorrigeerd voor beide gebeurtenissen bedroeg de omzet van de gevestigde merken € 186 miljoen, -17% CW. De netto-omzet in Japan steeg naar € 315 miljoen, na eerder € 257 miljoen te hebben bereikt in 2024 (+23%, +26% CW). Dit werd mogelijk gemaakt door de groeiaandrijvers BIMZELX®, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ®, alsmede door het recent gelanceerde middel BRIVIACT®. Sinds april 2025 levert UCB CIMZIA® aan patiënten in Japan, aangezien de samenwerking met de Japanse partner op het gebied van productpromotie is beëindigd. De verkopen op de Japanse markt worden daarom door UCB geboekt vanaf de tweede helft van 2025. VIMPAT® bleef stabiel bij constante wisselkoersen, ondanks concurrentie van generieke geneesmiddelen sinds december 2025. De netto-omzet op internationale markten bedroeg € 612 miljoen (-15%; -9% CW) inclusief de groeibijdrage van BIMZELX®, CIMZIA® en FINTEPLA®. Deze groei werd ruimschoots gecompenseerd door de gevolgen van de strategische afstoting van het mature portfolio van UCB op het gebied van neurologie en allergie in China in november 2024. Na correctie voor deze afstoting groeide de netto- omzet met +18% (CW). De aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet bedroegen € 94 miljoen (€ 19 miljoen in 2024) en weerspiegelen de gerealiseerde transactionele afdekkingsactiviteiten van UCB. Deze houden vooral verband met de Amerikaanse dollar, de Japanse yen, het Britse pond en de Zwitserse frank. 1.5. Royaltyinkomsten en -vergoedingen Actueel Verschil € miljoen 2025 2024 Actuele wisselkoersen CW Biotechnologische IE 54 60 -10% -6% Overige 34 19 83% 92% Royaltyinkomsten en -vergoedingen 88 78 12% 17% In 2025 stegen de royaltyinkomsten en -vergoedingen tot € 88 miljoen, tegenover € 78 miljoen in 2024. De inkomsten uit biotechnologische intellectuele eigendom bestaan uit royalty's op producten die op de markt worden gebracht en waarbij gebruik wordt gemaakt van de intellectuele eigendom van UCB voor antilichamen. “Overige” omvatten royalty’s van het vroegere allergieportfolio van UCB en royalty’s op producten die door UCB werden ontwikkeld en waarvoor UCB samenwerkt met een partner of waarvoor een licentie werd verleend. 1.6. Overige opbrengsten Actueel Verschil € miljoen 2025 2024 Actuele wisselkoersen CW Omzet uit contractproductie 184 79 >100% >100% Overige 81 382 -79% -78% Overige opbrengsten 265 461 -43% -41% Overige opbrengsten bedroegen € 265 miljoen, een daling van 43%. De omzet uit contractproductie is aanzienlijk gestegen van € 79 miljoen naar € 184 miljoen als gevolg van de toegenomen vraag naar contractproductie na de verkoop van gevestigde merken in de afgelopen twee jaar. Om een ononderbroken levering aan patiënten te garanderen, is in de overeenkomsten vastgelegd dat UCB deze producten zal blijven produceren en leveren aan de overnemende partij gedurende een individuele overgangsperiode. De "Overige" opbrengsten, waaronder betalingen van O&O-licentiepartners of mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet, daalden tot € 81 miljoen. Dit omvat in 2025 Biogen voor dapirolizumab pegol bij lupus (SLE, fase 3-programma) en mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet voor FINTEPLA®. In 2024 leidde de succesvolle afronding van de verkoop van de rechten van twee gevestigde merken, Atarax ® en Nootropil® voor Europa en geselecteerde landen in Latijns-Amerika en de regio Azië/Stille Oceaan, in november 2024 tot overige opbrengsten van € 157 miljoen, die zich in 2025 niet herhaalden. Ook deed het volgende zich niet opnieuw voor in 2025: Opbrengsten uit beëindiging van de overeenkomst voor minzasolmin (€ 92 miljoen) en mijlpaalbetalingen in verband met de goedkeuring van FINTEPLA® voor de behandeling van epileptische aanvallen geassocieerd met het Lennox- Gastraut-syndroom (LGS) in Japan (€ 34 miljoen). Bovendien eindigde de samenwerking voor CIMZIA ® in Japan in april 2025. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 187 Overzicht van de bedrijfsprestaties vervolg 1.7. Brutowinst Actueel Verschil € miljoen 2025 2024 Actuele wisselkoersen CW Opbrengsten 7 741 6 152 26% 29% Netto-omzet 7 388 5 613 32% 35% Royaltyinkomsten en -vergoedingen 88 78 12% 17% Overige opbrengsten 265 461 -43% -41% Kostprijs van de omzet -1 990 -1 752 14% 15% Kostprijs van de omzet voor producten en diensten -1 487 -1 227 21% 22% Royaltylasten -120 -106 13% 20% Aangepaste brutowinst 6 134 4 819 27% 31% Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet -383 -419 -9% -6% Brutowinst 5 751 4 400 31% 34% In 2025 bedroeg de brutowinst vóór "afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet", of de aangepaste brutowinst, € 6 134 miljoen ( +27% ; +31% CW) en liet een nog betere prestatie zien dan de toplijn dankzij de verbeterde productmix die werd gestimuleerd door de vijf groeiaandrijvers. De aangepaste brutomarge bedroeg 79,2% , een verbetering ten opzichte van 2024 , toen de aangepaste brutomarge 78,3% bedroeg. De brutowinst na "afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet" bedroeg € 5 751 miljoen, met een verbeterde brutomarge van 74,3% ten opzichte van 71,5% in 2024, inclusief lagere afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet. De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet. • De kostprijs van de omzet voor producten en diensten steeg minder snel dan de toplijn naar € 1 487 miljoen (+21%; +22% CW) dankzij de verbeterde productmix door de vijf groeiaandrijvers. • De royaltylasten liepen op tot € 120 miljoen tegenover € 106 miljoen. • Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet: Onder IFRS 3 heeft UCB op haar balans een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa opgenomen die verband houden met de overname van RA Pharma (2020) en Zogenix (2022) (lopend onderzoek en ontwikkeling, productiekennis, royaltystromen, handelsnamen enz.). De afschrijvingskosten van de immateriële activa waarvoor al producten op de markt zijn gebracht, zijn gedaald tot € 383 miljoen (tegenover € 419 miljoen) na de afstoting van bepaalde gevestigde merken en het einde van de Cimzia- patentbescherming in 2024. 1.8. Aangepaste EBIT en aangepaste EBITDA Actueel Verschil € miljoen 2025 2024 Actuele wisselkoersen CW Opbrengsten 7 741 6 152 26% 29% Netto-omzet 7 388 5 613 32% 35% Royaltyinkomsten en -vergoedingen 88 78 12% 17% Overige opbrengsten 265 461 -43% -41% Aangepaste brutowinst 6 134 4 819 27% 31% Brutowinst 5 751 4 400 31% 34% Marketing- en verkoopkosten -2 485 -2 075 20% 22% Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -1 822 -1 781 2% 4% Algemene en administratiekosten -264 -272 -3% -2% Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 829 564 47% 52% Totale bedrijfskosten -3 742 -3 564 5% 7% Aangepaste EBIT 2 009 836 >100% >100% Plus: Afschrijvingen van immateriële activa 433 467 -7% -5% Plus: Afschrijvingen van materiële vaste activa 194 174 11% 13% Aangepaste EBITDA 2 636 1 476 79% 87% De bedrijfskosten, waaronder marketing- en verkoopkosten, onderzoeks- en ontwikkelingskosten, algemene en administratiekosten en overige bedrijfsbaten/-lasten, stegen slechts met 5% naar € 3 742 miljoen. Dit werd ondersteund door hogere overige bedrijfsbaten. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 188 Overzicht van de bedrijfsprestaties vervolg De t otale bedrijfskosten ten opzichte van de opbrengsten (bedrijfskostenratio) zijn gedaald van 58% in 2024 naar 48% en bestaan uit: • 20% hogere marketing- en verkoopkosten van € 2 485 miljoen (+22% CW), gedreven door voortdurende gerichte en aanzienlijke investeringen in de wereldwijde lanceringsactiviteiten voor de vijf groeiaandrijvers van UCB: wereldwijde BIMZELX®-lanceringsactiviteiten voor vijf indicaties, wereldwijde lanceringsactiviteiten voor FINTEPLA® voor twee indicaties, wereldwijde RYSTIGGO®- en ZILBRYSQ®-lanceringsactiviteiten en de voortdurende uitbreiding van EVENITY ® in Europa. • 2% hogere onderzoeks- en ontwikkelingskosten van € 1 822 miljoen (+4% CW) weerspiegelen de voortdurende investeringen in de innovatieve O&O-pijplijn van UCB, die één fase 4-middel (na goedkeuring), één middel in voorbereiding voor indiening, vier fase 3-projecten, drie fase 2- projecten plus diverse klinische studies die later in 2026 van start zullen gaan, evenals lopende onderzoeksactiviteiten in een vroeger stadium, omvatten. Meer informatie over het klinische ontwikkelingsprogramma is te vinden onder “1.2 Belangrijke gebeurtenissen”. De O&O-ratio bereikte 24% in 2025, tegenover 29% in 2024, dankzij vrijwel stabiele kosten en een sterke groei van opbrengsten. • 3% lagere algemene en administratiekosten van € 264 miljoen (-2% CW) als gevolg van voortdurende kostenbeheersing, operationele verbetering en uitmuntendheid. Bovendien deed het boekhoudkundige effect van lange-termijnincentives (LTI) dat van invloed was in 2024 zich niet opnieuw voor in 2025. • De overige bedrijfsbaten stegen tot € 829 miljoen, tegenover € 564 miljoen in 2024, gedreven door de netto bijdrage van € 632 miljoen (+32%) van EVENITY®. EVENITY® wordt wereldwijd bij de patiënten gebracht door Amgen, Astellas en UCB, waarbij de netto-omzet buiten Europa gerapporteerd wordt door de partners. De nettowinstbijdrage van buiten Europa wordt dus hier weerspiegeld. 'Overige' vertegenwoordigt eenmalige ontvangsten uit de verkoop van gevestigde merken in de tweede helft van 2025 (€ 315 miljoen), gedeeltelijk gecompenseerd door eenmalige kosten (€ 111 miljoen) als gevolg van de afwikkeling van contractuele verplichtingen. Actueel Verschil € miljoen 2025 2024 Actuele wisselkoersen CW Samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling en commercialisering van EVENITY® 632 481 32% 39% Overige 198 83 >100% >100% Totaal overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 829 564 47% 52% Hogere opbrengsten als gevolg van de sterke groei van de netto-omzet, een verbeterde brutomarge door een betere productmix, hogere bedrijfskosten met goede kostenbeheersing gedreven door de forse investeringen in de wereldwijde lanceringen, gecombineerd met hogere bedrijfsbaten door de aanhoudende nettowinstbijdrage van EVENITY® en overige eenmalige bedrijfsbaten/-lasten leidden tot een verhoogde aangepaste EBIT (bedrijfsresultaat vóór interesten en belastingen) van € 2 009 miljoen, een stijging van >100% . De totale afschrijvingen van immateriële activa (productgerelateerd en overige) bedroegen € 433 miljoen tegenover € 467 miljoen. De afschrijvingen van materiële vaste activa liepen op tot € 194 miljoen tegenover € 174 miljoen. De aangepaste EBITDA (bedrijfsresultaat vóór interesten, belastingen en afschrijvingen) steeg met 79% naar € 2 636 miljoen (+87% CW), wat een dubbelcijferige opbrengstengroei weerspiegelt, alsmede een verbeterde brutomarge dankzij een betere productmix, hogere bedrijfskosten met goede kostenbeheersing gedreven door de forse investeringen in de wereldwijde lanceringen, gecombineerd met hogere bedrijfsbaten door de aanhoudende nettowinstbijdrage van EVENITY® en de eenmalige ontvangsten uit de verkoop van producten, gedeeltelijk gecompenseerd door eenmalige kosten als gevolg van de afwikkeling van contractuele verplichtingen. De aangepaste EBITDA-ratio voor 2025 (als % van de opbrengsten) bereikte 34,0%, tegenover 24,0% in 2024. Gecorrigeerd voor de overige eenmalige bedrijfsbaten/-lasten bedroeg de aangepaste EBITDA € 2.431 miljoen, wat neerkomt op een aangepaste EBITDA-ratio van 31,4%. 1.9. Winst Actueel Verschil € miljoen 2025 2024 Actuele wisselkoersen CW Aangepaste EBIT 2 009 836 >100% >100% Kosten van bijzondere waardeverminderingen 0 -73 -100% -100% Reorganisatiekosten -36 -25 41% 43% Winst/verlies (-) op afstotingen -2 578 >-100% >-100% Overige baten/lasten (-) -23 8 >-100% >-100% Totale bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten/lasten (-) -61 488 >-100% >-100% EBIT (operationele winst) 1 948 1 324 47% 55% Netto financiële kosten (-) -126 -161 -22% -45% Winst vóór belastingen 1 822 1 163 57% 70% Winstbelastingen -264 -98 >100% >100% Winst 1 558 1 065 46% 59% De totale bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten/lasten (-) bedroegen een resultaat van € -61 miljoen (tegenover baten van € 488 miljoen in 2024). De baten in 2024 werden voornamelijk gegenereerd door de succesvolle afronding van de afstoting van het mature portfolio van UCB op het gebied van neurologie en allergie in China. De netto financiële kosten bedroegen € 126 miljoen, een daling ten opzichte van € 161 miljoen in 2024 . Schuldvermindering en rendement op investeringen van geldmiddelen waren de drijvende krachten achter deze ontwikkeling, die gedeeltelijk werd gecompenseerd door hogere kosten voor hedging. De winstbelastingen stegen tot € 264 miljoen in 2025, vergeleken met € 98 miljoen in 2024, wat resulteerde in een effectieve belastingvoet van 14% (2024: 8%). De belastingvoet van 2025 weerspiegelt het voortgezette en duurzame gebruik van O&O-stimuleringsmaatregelen en de bijkomende erkenning van uitgestelde belastingvorderingen op fiscale verliezen. In 2024 bedroeg de effectieve belastingvoet gecorrigeerd voor de impact van een afstoting in China, 14%. Gedreven door een opbrengstengroei met dubbele cijfers, hogere bedrijfskosten als gevolg van de forse investeringen in de productlanceringen, de aanhoudende bijdrage van EVENITY®, bedroeg de winst van de Groep € 1 558 miljoen tegenover € 1 065 miljoen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 189 Overzicht van de bedrijfsprestaties vervolg 1.10. Kern-WPA Actueel Verschil € miljoen 2025 2024 Actuele wisselkoersen CW Winst 1 558 1 065 46% 59% Totale bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten (-) / lasten 61 -488 >-100% >-100% Winstbelasting op bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige lasten / tegoed (-) -15 15 >-100% >-100% Winst (-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 N/A N/A Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet 383 419 -9% -6% Winstbelasting op afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet -86 -65 33% 37% Kernwinst 1 900 947 >100% >100% Gewogen gemiddeld aantal aandelen (miljoen) 190 190 0% Kern-WPA 9,99 4,98 >100% >100% De winst, gecorrigeerd voor het effect na belastingen van aan te passen elementen, de financiële eenmalige posten, de bijdrage na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten en de netto- afschrijving van immateriële activa gerelateerd aan omzet, bedroeg een kernwinst van € 1 900 miljoen (>100%; >100% CW), wat leidde tot een kernwinst per aandeel (WPA) van € 9,99 vergeleken met € 4,98 in 2024 , op een niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen van 190 miljoen (stabiel). 1.11. Kapitaalinvesteringen De totale kapitaalinvesteringen bedragen € 449 miljoen (2024: € 322 miljoen) en zijn als volgt: • In 2025 bedroegen de investeringen in materiële vaste activa als gevolg van de biofarmaceutische activiteiten van UCB € 281 miljoen (2024: € 234 miljoen) en houden voornamelijk verband met de bouw van de gentherapiefaciliteit in België, de nieuwe campuslocatie in het VK en IT-hardware. • De verwerving van immateriële activa bedroeg € 168 miljoen in 2025 (2024: € 88 miljoen) en heeft betrekking op software, geactiveerde in aanmerking komende ontwikkelingskosten en mijlpaalbetalingen, alsook de kapitalisatie van externe ontwikkelingskosten voor studies na goedkeuring door de regelgevende instanties. 1.12. Balans De immateriële activa daalden met € 635 miljoen, van € 4 082 miljoen op 31 december 2024 naar € 3 447 miljoen op 31 december 2025, voornamelijk als gevolg van de lopende afschrijvingen van immateriële activa ( € 433 miljoen) en het negatieve effect van de omrekening van vreemde valuta (€ 422 miljoen) door een zwakkere Amerikaanse dollar; dit werd gecompenseerd door € 220 miljoen toevoegingen (gerelateerd aan licentieovereenkomsten, software en geactiveerde in aanmerking komende ontwikkelingskosten). Goodwill bedraagt € 5 091 miljoen, een daling van € 371 miljoen, voornamelijk als gevolg van een zwakkere Amerikaanse dollar in vergelijking met december 2024 . Overige vaste activa bedragen € 3 565 miljoen of zijn € 551 miljoen hoger dan vorig jaar, en omvatten toevoegingen aan materiële vaste activa van € 398 miljoen, voornamelijk gerelateerd aan de gentherapiefaciliteit in België en de nieuwe campus in het Verenigd Koninkrijk, gecompenseerd door afschrijvingen van € 194 miljoen, en een toename van uitgestelde belastingvorderingen gerelateerd aan timingverschillen. De vlottende activa zijn gestegen van € 4 788 miljoen per 31 december 2024 naar € 6 054 miljoen per 31 december 2025 en omvatten een iets hogere voorraad gekoppeld aan de vijf groeiproducten en hogere uitstaande handelsvorderingen als gevolg van de omzetstijging, en hogere geldmiddelen en kasequivalenten gedreven door onderliggende winstgevendheid, inclusief de afstoting van niet- kernactiva, gedeeltelijk gecompenseerd door de vervroegde aflossing van bepaalde leningen. Het eigen vermogen van UCB, dat € 10 867 miljoen bedroeg, liet een toename zien van € 838 miljoen tussen 31 december 2024 en 31 december 2025. De belangrijkste wijzigingen vloeien voort uit de nettowinst (€ 1 558 miljoen), gecompenseerd door de omrekening van de valuta in US$ en GBP (€ -727 miljoen) en de dividenduitkeringen (€ -264 miljoen). De langlopende verplichtingen bedroegen € 2 890 miljoen, een daling van € 900 miljoen, voornamelijk gedreven door de vrijwillige vervroegde aflossing van bepaalde leningen ( € 641 miljoen). De kortlopende verplichtingen bedragen € 4 401 miljoen, een stijging van € 873 miljoen, en omvatten hogere uitstaande handels- en overige verplichtingen en hogere te betalen belastingen. De netto financiële kaspositie bedroeg € 7 miljoen per eind december 2025, vergeleken met een netto financiële schuld van € 1 454 miljoen per eind december 2024 . De daling houdt verband met de hogere kaspositie als gevolg van de onderliggende netto winstgevendheid, inclusief de ontvangsten uit de verkoop van een niet-kernactief. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 190 Overzicht van de bedrijfsprestaties vervolg 1.13. Kasstroomoverzicht De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstroom wordt beïnvloed door de volgende elementen: • De kasstroom uit operationele activiteiten bedroeg € 2 291 miljoen vergeleken met € 1 242 miljoen in 2024 . De kasinstroom is het gevolg van de onderliggende nettowinstgevendheid en werkkapitaal, dat hogere uitstaande schulden omvat aan het einde van het jaar, gedeeltelijk gecompenseerd door een toename van de voorraden gelinkt aan de vijf productgroeiaandrijvers en hogere uitstaande vorderingen als gevolg van de groeiende netto-omzet. • De kasstroom uit investeringsactiviteiten vertoonde een uitstroom van € 389 miljoen , vergeleken met een instroom van € 282 miljoen in 2024. De investeringsactiviteiten in 2025 omvatten voornamelijk kapitaalinvesteringen voor € 449 miljoen die worden gecompenseerd door de ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen van € 88 miljoen. De kasstroom uit investeringsactiviteiten in 2024 werd voornamelijk beïnvloed door de ontvangsten uit de afstoting van het mature portfolio van UCB op het gebied van neurologie en allergie in China. • De kasstroom uit financieringsactiviteiten vertegenwoordigde een netto-uitstroom van € 1 214 miljoen, voornamelijk als gevolg van de vrijwillige vervroegde terugbetaling van bepaalde leningen (€ 641 miljoen) zonder uitgifte van nieuwe schuld, het aan aandeelhouders van UCB uitgekeerde dividend (€ -264 miljoen), de verwerving van eigen aandelen (€ -121 miljoen) en betaalde rente (€ -128 miljoen). 1.14. Financieel vooruitzicht 2026 Ook het jaar 2026 zal de onwrikbare focus van UCB op innovatie en uitmuntende uitvoering weerspiegelen, waarbij UCB zal blijven resultaten leveren. Het sterke momentum en de veerkracht van het bedrijf worden ondersteund door een portfolio van vijf gedifferentieerde groeiaandrijvers, BIMZELX ®, RYSTIGGO®, ZILBRYSQ ®, FINTEPLA ® en EVENITY ® , die elk inspelen op belangrijke onvervulde medische behoeften door middel van unieke werkingsmechanismen. De groei zal worden ondersteund door het uitbreiden van de toegang van patiënten tot BIMZELX ® en zal de verwachte daling van de netto-omzet van BRIVIACT® als gevolg van het verlies van exclusiviteit in de VS en Europa ruimschoots compenseren. Voor 2026 verstrekt UCB een vooruitzicht bij constante wisselkoersen. Het verstrekken van een financieel vooruitzicht tegen constante wisselkoersen (CW) is een gangbare praktijk bij bedrijven die wereldwijd actief zijn. Het ondersteunt het inzicht in de onderliggende operationele prestaties en verbetert de vergelijkbaarheid tussen verschillende jaren en bedrijven. De opbrengsten zullen naar verwachting stijgen met een hoog eencijferig tot een laag dubbelcijferig percentage bij constante wisselkoersen. UCB zal blijven investeren in een sterke wereldwijde uitvoering om potentiële nieuwe oplossingen te bieden voor mensen met een ernstige ziekte en zal zich blijven inzetten om te investeren in onderzoek en ontwikkeling die de ontwikkelingspijplijn in de late fase bevorderen. De onderliggende winstgevendheid, aangepaste EBITDA, zal naar verwachting stijgen met een percentage tussen een hoog eencijferig getal en hoog tiental bij constante wisselkoersen. Gecorrigeerd voor overige eenmalige bedrijfsbaten/-lasten in 2025 wordt een aangepaste EBITDA-groei verwacht met een percentage tussen een hoog tiental en hoog twintigtal bij constante wisselkoersen. Het hierboven vermelde financieel vooruitzicht voor 2026 is berekend op dezelfde basis als de werkelijke cijfers voor 2025 en zijn gebaseerd op de huidige regels en voorschriften. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 191 2. Geconsolideerde jaarreken ing 2.1 Geconsolideerde winst- en verliesrekening Voor het boekjaar eindigend op 31 december € miljoen Toelichting 2025 2024 VOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITEN Netto-omzet 6 7 388 5 613 Royaltyinkomsten en -vergoedingen 88 78 Overige opbrengsten 10 265 461 Opbrengsten 7 741 6 152 Kostprijs van de omzet -1 990 -1 752 Brutowinst 5 751 4 400 Marketing- en verkoopkosten -2 485 -2 075 Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -1 822 -1 781 Algemene en administratiekosten -264 -272 Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 13 829 564 Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten 2 009 836 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 14 0 -73 Reorganisatiekosten 15 -36 -25 Overige baten/lasten (-) 16 -25 586 Operationele winst 1 948 1 324 Financiële opbrengsten 17 81 39 Financiële kosten 17 -207 -200 Winst vóór belastingen 1 822 1 163 Winstbelastingen 18 -264 -98 Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 1 558 1 065 Beëindigde bedrijfsactiviteiten Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 9 0 0 Winst 1 558 1 065 Voor het boekjaar eindigend op 31 december € miljoen Toelichting 2025 2024 Toerekenbaar aan: Aandeelhouders van UCB NV 1 558 1 065 Minderheidsbelangen 0 0 Gewone winst per aandeel (€) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 41.1 8,20 5,61 uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 41.1 0,00 0,00 Totale gewone winst per aandeel 8,20 5,61 Verwaterde winst per aandeel (€) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 41.2 8,03 5,48 uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 41.2 0,00 0,00 Totale verwaterde winst per aandeel 8,03 5,48 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 192 Geconsolideerde jaarrekening vervolg 2.2 Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten Voor het boekjaar eindigend op 31 december € miljoen Toelichting 2025 2024 Winst van de periode 1 558 1 065 Overige onderdelen van het totaalresultaat Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere perioden: - Nettowinst/-verlies (-) op financiële activa (FVOCI) 89 0 - Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten -727 371 - Effectief gedeelte van winst/verlies (-) op kasstroomafdekkingen 185 -139 - Winstbelasting met betrekking tot de overige onderdelen van het totaalresultaat die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere perioden -50 30 Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere perioden: - Herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten 33 72 6 - Winstbelasting met betrekking tot de overige onderdelen van het totaalresultaat die nooit overgeboekt worden naar de winst of het verlies in latere perioden -10 0 Overige onderdelen van het totaalresultaat voor de periode na belastingen -441 268 Totaalresultaat voor de periode, na belastingen 1 117 1 333 Toerekenbaar aan: Aandeelhouders van UCB NV 1 117 1 333 Minderheidsbelangen 0 0 Totaalresultaat voor de periode, na belastingen 1 117 1 333 2.3 Geconsolideerde balans Voor het boekjaar eindigend op 31 december € miljoen Toelichting 2025 2024 Activa Vaste activa Immateriële activa 20 3 447 4 082 Goodwill 21 5 091 5 462 Materiële vaste activa 22 1 915 1 754 Uitgestelde belastingvorderingen 32 1 383 1 020 Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 23 268 241 Totaal vaste activa 12 104 12 559 Vlottende activa Voor het boekjaar eindigend op 31 december € miljoen Toelichting 2025 2024 Voorraden 24 1 496 1 309 Handelsvorderingen en overige vorderingen 25 1 861 1 526 Te ontvangen belastingen 36 112 50 Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 23 308 300 Geldmiddelen en kasequivalenten 26 2 251 1 573 Activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 9.2 26 30 Totaal vlottende activa 6 054 4 788 Totaal activa 18 158 17 347 Eigen vermogen en verplichtingen Eigen vermogen Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 27 10 867 10 029 Minderheidsbelangen 23.6 0 0 Totaal eigen vermogen 10 867 10 029 Langlopende verplichtingen Leningen 29 754 1 539 Obligaties 30 1 429 1 424 Overige financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 31 32 65 Uitgestelde belastingverplichtingen 32 109 91 Personeelsbeloningen 33 159 228 Voorzieningen 34 229 227 Handels- en overige verplichtingen 35 92 101 Te betalen belastingen 36 86 114 Totaal langlopende verplichtingen 2 890 3 789 Kortlopende verplichtingen Leningen 29 62 63 Obligaties 30 0 0 Overige financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 31 83 128 Voorzieningen 34 137 172 Handels- en overige verplichtingen 35 3 951 3 019 Te betalen belastingen 36 168 147 Verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 9.2 0 0 Totaal kortlopende verplichtingen 4 401 3 529 Totaal verplichtingen 7 291 7 318 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 18 158 17 347 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 193 Geconsolideerde jaarrekening vervolg 2.4 Geconsolideerd kasstroomoverzicht Voor het boekjaar eindigend op 31 december € miljoen Toelichting 2025 2024 Jaarwinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 1 558 1 065 Aanpassing voor niet-geldelijke transacties 37 619 590 Aanpassing voor posten apart te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten 37 263 98 Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten 37 84 -465 Wijzigingen in het werkkapitaal 37 303 168 Werkkapitaal gerelateerd aan overnames / afstotingen 0 -28 Ontvangen rente 17 46 29 Kasstromen uit operationele activiteiten 2 873 1 457 Betaalde belastingen gedurende de periode -582 -215 Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit operationele activiteiten: Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 2 291 1 242 Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 Netto kasstromen uit operationele activiteiten 2 291 1 242 Verwerving van materiële vaste activa 22 -281 -234 Verwerving van immateriële activa 20 -168 -88 Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen 0 0 Verwerving van overige investeringen -18 -19 Subtotaal verwervingen -467 -341 Ontvangsten uit de verkoop van materiële vaste activa 1 0 Ontvangsten uit verkoop van dochterondernemingen, na aftrek van overgedragen geldmiddelen 0 0 Ontvangsten uit afstoting van een bedrijfseenheid, na aftrek van overgedragen geldmiddelen -11 619 Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen 88 4 Subtotaal ontvangsten uit verkopen 78 623 Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit investeringsactiviteiten: Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten -389 282 Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit investeringsactiviteiten: -389 282 Voor het boekjaar eindigend op 31 december € miljoen Toelichting 2025 2024 Ontvangsten uit (+)/terugbetaling van (-) obligaties 30.3 0 495 Ontvangsten uit leningen 29 0 77 Terugbetalingen van leningen (-) 29 -641 -756 Terugbetaling van leaseverplichtingen 29 -60 -53 Verwerving (-) van eigen aandelen 27 -121 -162 Uitgekeerde dividenden aan aandeelhouders van UCB, na aftrek van dividenden betaald op eigen aandelen 42 -264 -259 Betaalde rente 17 -128 -160 Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit financieringsactiviteiten: Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten -1 214 -818 Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit financieringsactiviteiten -1 214 -818 Netto toename/afname (-) van geldmiddelen en kasequivalenten 688 706 Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 688 706 Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van de periode 1 573 861 Effect van wisselkoersschommelingen -10 6 Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode 2 251 1 573 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 194 Geconsolideerde jaarrekening vervolg 2.5 Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen 2025 Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV € miljoen Aandelenkapitaal en uitgiftepremies Eigen aandelen Overgedragen resultaat Overige reserves Cumulatieve omrekeningsverschillen Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) Kasstroomafdekkingen Totaal Minderheidsbelangen Totaal eigen vermogen Balans per 1 januari 2025 2 614 (384) 7 395 (3) 426 36 (55) 10 029 – 10 029 Winst van de periode – – 1 558 – – – – 1 558 – 1 558 Overige onderdelen van het totaalresultaat – – – 62 (727) 89 135 (441) – (441) Totaalresultaat – – 1 558 62 (727) 89 135 1 117 – 1 117 Dividenden (Toelichting 41.4) – – (264) – – – – (264) – (264) Op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting 28) – – 118 – – – – 118 – 118 Overboeking tussen reserves – 128 (128) – – – – – – – Eigen aandelen (Toelichting 27) – (133) – – – – – (133) – (133) Balans per 31 december 2025 2 614 (389) 8 679 59 (301) 125 80 10 867 – 10 867 2024 Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV € miljoen Aandelenkapitaal en uitgiftepremies Eigen aandelen Overgedragen resultaat Overige reserves Cumulatieve omrekeningsverschillen Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) Kasstroomafdekkingen Totaal Minderheidsbelangen Totaal eigen vermogen Balans per 1 januari 2024 2 614 (353) 6 578 (9) 55 40 50 8 975 – 8 975 Winst van de periode – – 1 065 – – – – 1 065 – 1 065 Overige onderdelen van het totaalresultaat – – – 6 371 (4) (105) 268 – 268 Totaalresultaat – – 1 065 6 371 (4) (105) 1 333 – 1 333 Dividenden (Toelichting 41.4) – – (259) – – – – (259) – (259) Op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting 28) – – 104 – – – – 104 – 104 Overboeking tussen reserves – 102 (102) – – – – – – – Eigen aandelen (Toelichting 27) – (133) – – – – – (133) – (133) Afstoting van dochteronderneming – – 9 – – – – 9 – 9 Balans per 31 december 2024 2 614 (384) 7 395 (3) 426 36 (55) 10 029 – 10 029 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 195 3. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 196 1 Algemene informatie 196 2 Aanvullende toelichtingen met betrekking tot specifieke onderwerpen voor 2025 196 3 Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving 209 4 Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen 211 5 Financieel risicobeheer 219 6 Gesegmenteerde informatie 220 7 Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten 222 8 Bedrijfscombinaties 222 9 Beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 223 10 Overige opbrengsten 223 11 Operationele kosten volgens aard 223 12 Kosten voor personeelsbeloningen 224 13 Overige bedrijfsbaten/-lasten 224 14 Bijzondere waardevermindering van niet- financiële activa 224 15 Reorganisatiekosten 224 16 Overige baten/lasten 224 17 Financiële opbrengsten en financiële kosten 225 18 Winstbelastingen (-) /tegoeden 226 19 Componenten van de overige onderdelen van het totaalresultaat (inclusief minderheidsbelangen) 227 20 Immateriële activa 228 21 Goodwill 229 22 Materiële vaste activa 231 23 Financiële en overige activa 232 24 Voorraden 232 25 Handelsvorderingen en overige vorderingen 233 26 Geldmiddelen en kasequivalenten 233 27 Kapitaal en reserves 234 28 Op aandelen gebaseerde betalingen 237 29 Leningen 239 30 Obligaties 240 31 Overige financiële verplichtingen 241 32 Uitgestelde belastingvorderingen en - verplichtingen 243 33 Personeelsbeloningen 246 34 Voorzieningen 247 35 Handels- en overige verplichtingen 247 36 Te betalen belastingen 248 37 Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht 249 38 Financiële instrumenten per categorie 251 39 Afgeleide financiële instrumenten 252 40 Leaseovereenkomsten 253 41 Winst per aandeel 254 42 Dividend per aandeel 254 43 Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen 256 44 Transacties met verbonden partijen 256 45 Gebeurtenissen na de balansdatum 257 46 UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd) Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 196 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 1. Algemene informatie UCB NV (UCB of de 'Vennootschap') en haar dochterondernemingen (samen 'de Groep') vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in twee belangrijke therapeutische gebieden: neurologie en immunologie. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2025 omvat de Vennootschap en haar dochterbedrijven. Binnen de Groep hebben UCB Pharma SA, UCB Biopharma SRL, UCB S.R.O en UCB Inc., allemaal 100% dochterondernemingen, bijkantoren. UCB Pharma SA en UCB Biopharma SRL hebben bijkantoren in het Verenigd Koninkrijk, UCB S.R.O en UCB Inc. hebben bijkantoren in respectievelijk Slovakije en Puerto Rico. Deze bijkantoren zijn geïntegreerd in hun rekeningen. UCB NV, de moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap die in België opgericht en gevestigd is. De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te B-1070 Brussel, België . UCB is genoteerd op de beurs Euronext Brussels. De Raad van Bestuur heeft deze geconsolideerde jaarrekening en statutaire jaarrekening van UCB NV goedgekeurd voor publicatie op 26 februari 2026. De aandeelhouders zullen verzocht worden de statutaire jaarrekening van UCB NV goed te keuren op de Algemene Vergadering van 30 april 2026. 2. Aanvullende toelichtingen met betrekking tot specifieke onderwerpen voor 2025 2.1. Impact van de macro-economische en geopolitieke situatie op de financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB De UCB Groep blijft de veranderende macro-economische en geopolitieke omgeving nauwlettend volgen. Hoewel de inflatie in verschillende regio's is afgenomen, blijft de onderliggende druk ongelijkmatig en blijven de trajecten van de economische groei in de kernmarkten van UCB uiteenlopen. UCB wordt ook beïnvloed door de toegenomen geopolitieke onzekerheid. Met name beleidsontwikkelingen in de Verenigde Staten, namelijk de invoering van importheffingen op farmaceutische producten en de introductie van een Most Favored Nation (MFN)-prijsmodel, vormen potentiële financiële en operationele risico's. Hoewel deze maatregelen nog niet definitief zijn vastgesteld of volledig zijn geïmplementeerd, kunnen ze, indien ze worden aangenomen, een negatief effect hebben op de generatie van opbrengsten, de kostenstructuur en de prijsflexibiliteit van de Groep op de Amerikaanse markt. In overeenstemming met IAS 36 heeft de Groep een test op bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd met betrekking tot haar goodwill en immateriële activa. De berekeningen van de bedrijfswaarde zijn gebaseerd op kasstroomprognoses die redelijke en onderbouwde veronderstellingen weerspiegelen. Deze veronderstellingen geven de beste schatting weer van het management van de economische omstandigheden die naar verwachting zullen heersen gedurende de resterende economische levensduur van de activa, in overeenstemming met IAS 36.33. Hoewel de Groep meerdere macro-economische en regelgevende scenario's heeft overwogen, wijzen de resultaten van de test op bijzondere waardeverminderingen erop dat er in alle geteste scenario's nog steeds voldoende ruimte is tussen de bedrijfswaarde en de boekwaarde. De Groep blijft de ontwikkelingen nauwlettend volgen en zal haar beoordelingen indien nodig bijwerken zodat deze eventuele belangrijke veranderingen in de externe omgeving weerspiegelen. 2.2. Impact van de klimaatgerelateerde risico's op de financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB UCB streeft ernaar om rekening te houden met milieukwesties bij de ontwikkeling van haar bedrijfsstrategie. In 2025 heeft UCB haar klimaatscenarioanalyse bijgewerkt in overeenstemming met de aanbevelingen van de Task Force on Climate-Related Financial Disclosures (TCFD) (zie het hoofdstuk Milieu-informatie van de Duurzaamheidsverklaring pagina 54). UCB heeft een financiële kwantificering uitgevoerd van enkele fysieke en transitierisico's die als het meest relevant werden beoordeeld. Voor elk risico werden de potentiële effecten op de opbrengsten, de kostprijs van de omzet en de bedrijfskosten, alsook op de kapitaalinvesteringen beoordeeld in drie klimaatscenario's en voor de periodes 2030, 2040 en 2050, voor zover dat haalbaar was. De financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB zoals gerapporteerd in de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2025 worden niet wezenlijk beïnvloed door deze klimaatscenarioanalyse. Hoewel uit deze analyse bleek dat de toekomstige effecten aanzienlijk kunnen zijn, moet UCB nog meer gedetailleerde locatiebeoordelingen uitvoeren om inzicht te krijgen in het nettorisico, rekening houdend met de huidige mitigatiemaatregelen, en om waar nodig actieplannen te ontwikkelen. De klimaatscenarioanalyse heeft niet geleid tot bijzondere waardeverminderingen van activa of wijzigingen in de gebruiksduur. UCB is van plan deze klimaatscenarioanalyse periodiek te herhalen en te verfijnen om rekening te houden met de evoluerende wetenschap en regelgeving, om de risico's te blijven monitoren en de veerkracht van het bedrijfsmodel ten opzichte van klimaatverandering te blijven versterken. 3. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving De voornaamste grondslagen die toegepast werden om deze geconsolideerde jaarrekening op te stellen, worden hierna uiteengezet. Deze grondslagen werden consequent toegepast voor alle weergegeven jaren, tenzij anders vermeld. 3.1. Grondslag voor de opstelling De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS-normen) en interpretaties gepubliceerd door de IFRS Interpretatiecommissie (IFRS IC) zoals deze goedgekeurd werden door de Europese Unie per 31 december 2025. Voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met de IFRS-normen zijn bepaalde kritische schattingen nodig. Het vereist tevens dat de directie haar beoordelingsvermogen gebruikt in de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. De domeinen die een hoger niveau van beoordeling of complexiteit met zich meebrengen, of domeinen waarin de veronderstellingen en schattingen belangrijk zijn voor de geconsolideerde jaarrekening, worden in Toelichting 4 Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen verduidelijkt. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 197 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg UCB heeft een dochteronderneming in Turkije, UCB Pharma A.S., met de Turkse lira als functionele valuta, de valuta van een hyperinflatoire economie. De activa, verplichtingen, eigen vermogensposten, inkomsten en kosten van UCB Pharma A.S. werden niet aangepast overeenkomstig IAS 29 inzake Hyperinflatie alvorens te worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van UCB per 31 december 2025 aangezien UCB de impact van de herwerking als niet materieel heeft beoordeeld. In overeenstemming met de grondslagen voor financiële verslaggeving van UCB zoals vermeld in dit Geïntegreerd jaarverslag 2025, worden de activa en verplichtingen van UCB Pharma A.S. omgerekend aan de hand van de koers per 31 december 2025 (Slotkoers TRY = 50,472). De inkomsten en kosten worden omgerekend aan de hand van de gemiddelde wisselkoers van december 2025 (Gemiddelde koers TRY = 44,387). 3.2. Nieuwe en gewijzigde standaarden toegepast door de Groep Een wijziging in IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen: Gebrek aan inwisselbaarheid is voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar dat begint op 1 januari 2025. Deze wijziging heeft echter geen invloed op UCB. 3.3. Wijzigingen aan standaarden die werden gepubliceerd maar nog niet werden toegepast Op 9 april 2024 is IFRS 18, 'Presentatie en toelichting in de jaarrekening', uitgegeven door de IASB. Dit is de nieuwe standaard voor de presentatie en toelichting van de jaarrekening, met de nadruk op updates met betrekking tot de winst- en verliesrekening. De belangrijkste nieuwe concepten die in IFRS 18 worden geïntroduceerd, hebben betrekking op de structuur van de winst- en verliesrekening, vereiste toelichtingen in de jaarrekening voor bepaalde prestatiemaatstaven voor winst of verlies die buiten de jaarrekening van een entiteit worden gerapporteerd (dat wil zeggen door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven); en aangescherpte principes voor samenvoeging en opsplitsing die van toepassing zijn op de primaire financiële staten van de jaarrekening en toelichtingen in het algemeen. Deze nieuwe standaard zal een impact hebben op de presentatie van de geconsolideerde winst- en verliesrekening van de Groep. UCB beoordeelt momenteel de impact. Op 30 mei 2024 heeft de IASB wijzigingen in de classificatie en waardering van financiële instrumenten (wijzigingen in IFRS 9 en IFRS 7) uitgegeven. UCB beoordeelt momenteel de impact van deze wijzigingen. Er zijn geen andere standaarden of wijzigingen aan standaarden die nog niet van kracht zijn en waarvan verwacht kan worden dat ze een materiële impact op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep hebben. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 198 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 3.4. Consolidatie 3.4.1. Dochterondernemingen Dochterondernemingen zijn alle entiteiten (waaronder gestructureerde entiteiten) waarover de Groep zeggenschap heeft. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit wanneer de Groep blootgesteld is aan, of recht heeft op, variabele inkomsten van de entiteit en de mogelijkheid heeft om haar macht over de entiteit uit te oefenen teneinde de hoogte van de variabele inkomsten te beïnvloeden. Dochterondernemingen worden volledig geconsolideerd vanaf de datum waarop de zeggenschap aan de Groep wordt overgedragen. Ze worden gedeconsolideerd vanaf de datum waarop die zeggenschap eindigt. Bedrijfscombinaties worden door de Groep administratief verwerkt volgens de overnamemethode. De waarde die wordt overgedragen voor de overname van een dochteronderneming is gelijk aan de som van de reële waarden van de overgedragen activa, de aangegane verbintenissen en de deelnemingen die door de Groep worden uitgegeven. De waarde die wordt overgedragen omvat de reële waarde van om het even welke actief- of passiefpost die voortvloeit uit een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst. Overnamegerelateerde kosten worden geboekt in de winst- en verliesrekening naarmate ze worden opgelopen. In een bedrijfscombinatie verworven identificeerbare activa en aangegane verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Voor elke overname boekt de Groep enig minderheidsbelang in de overgenomen partij tegen reële waarde of tegen het evenredige deel in de netto activa van de overgenomen partij. Voorwaardelijke vergoedingen die door de Groep moeten worden overgedragen, worden geboekt tegen reële waarde op de overnamedatum. Latere wijzigingen van de reële waarde van de voorwaardelijke vergoedingen die verondersteld worden een actief of verplichting te zijn, worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Voorwaardelijke vergoedingen geclassificeerd als eigen vermogen worden niet opnieuw gewaardeerd, en de daaropvolgende afwikkeling wordt verwerkt binnen eigen vermogen. Goodwill wordt initieel gewaardeerd als het positieve verschil tussen enerzijds het totaal van de overgedragen vergoedingen en de reële waarde van minderheidsbelangen en anderzijds de netto verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen. Indien deze vergoeding minder is dan de reële waarde van de netto-activa van de overgenomen dochteronderneming, dan wordt het verschil in de winst- en verliesrekening opgenomen. Intragroepstransacties, intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten op transacties tussen groepsmaatschappijen worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig, zijn de grondslagen voor financiële verslaggeving van dochterondernemingen gewijzigd om consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen te verzekeren. 3.4.2. Wijzigingen in de eigendomsbelangen in dochterondernemingen zonder wijziging van zeggenschap De Groep beschouwt transacties met minderheidsbelangen, die niet resulteren in een verlies van zeggenschap, als transacties met aandeelhouders van de Groep. Voor aankopen van minderheidsbelangen wordt het verschil tussen de prijs die betaald werd en het overeenstemmende verworven aandeel tegen de boekwaarde van de netto-activa van de dochteronderneming opgenomen in het eigen vermogen. Ook winst of verlies uit de verkoop aan minderheidsbelangen wordt opgenomen in het eigen vermogen. 3.4.3. Verkoop van een dochteronderneming Wanneer de Groep niet langer de controle heeft, wordt een eventueel behouden belang in de entiteit geherwaardeerd tegen reële waarde, en wordt het verschil met de boekwaarde in de winst- en verliesrekening opgenomen. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een geassocieerde deelneming, joint venture of financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in de overige onderdelen van het totaalresultaat met betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in de overige onderdelen van het totaalresultaat worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening. 3.4.4. Geassocieerde deelnemingen Geassocieerde deelnemingen zijn bedrijven waarop de Groep een invloed van betekenis heeft maar waarover de Groep geen zeggenschap heeft. Dit zal in het algemeen het geval zijn wanneer de Groep tussen 20% en 50% van de stemrechten bezit. Investeringen in geassocieerde deelnemingen worden geboekt in overeenstemming met de vermogensmutatiemethode en initieel opgenomen tegen kostprijs. De boekwaarde wordt vermeerderd of verminderd, voor het opnemen van het aandeel van de investeerder, na de overnamedatum, in de winst of het verlies van de entiteit waarin is geïnvesteerd. De investeringen van de Groep in geassocieerde deelnemingen omvatten goodwill die bij de overname werd geïdentificeerd. Wanneer de Groep stopt met het boeken van een deelneming onder de vermogensmutatiemethode ten gevolge van een verlies van invloed van betekenis, wordt het eventueel behouden belang in deze deelneming geherwaardeerd tegen reële waarde waarbij het verschil met de boekwaarde in de winst- en verliesrekening wordt geboekt. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in de overige onderdelen van het totaalresultaat met betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in de overige onderdelen van het totaalresultaat worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening. Indien het eigendomsbelang in een geassocieerde deelneming wordt gereduceerd maar een invloed van betekenis behouden blijft, wordt slechts een evenredig gedeelte van de eerder in de overige onderdelen van het totaalresultaat geboekte bedragen overgeboekt naar de winst- en verliesrekening. Het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming na de overname wordt geboekt in de winst- en verliesrekening en haar aandeel in de bewegingen van de overige onderdelen van het totaalresultaat wordt geboekt in de overige onderdelen van het totaalresultaat, met een overeenkomstige aanpassing van de boekwaarde van de investering. De cumulatieve bewegingen na de overname worden geboekt tegenover de boekwaarde van de investering. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming haar belangen in de geassocieerde deelneming evenaart of overschrijdt, inclusief andere ongedekte vorderingen, boekt de Groep geen verdere verliezen, behalve als ze verplichtingen heeft opgelopen of betalingen heeft verricht in naam van de geassocieerde deelneming. De boekwaarde van de geassocieerde deelnemingen wordt onderzocht op bijzondere waardeverminderingen in overeenstemming met de richtlijnen zoals beschreven in Toelichting 3.10 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen de Groep en haar geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep in de geassocieerde deelnemingen. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig zijn de grondslagen voor de financiële verslaggeving van Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 199 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg geassocieerde deelnemingen gewijzigd om de consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen voor financiële verslaggeving te verzekeren. Verwateringswinsten en -verliezen uit investeringen in geassocieerde deelnemingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt. 3.5. Gesegmenteerde informatie De Groep is actief in één bedrijfssegment, nl. biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend Comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert. 3.6. Omrekening van vreemde valuta Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening werden de volgende belangrijke wisselkoersen gebruikt: Slotkoers Gemiddelde koers 2025 2024 2025 2024 USD 1,174 1,035 1,128 1,082 JPY 184,060 162,890 168,727 163,661 GBP 0,872 0,827 0,857 0,846 CHF 0,931 0,940 0,937 0,952 De slotkoersen zijn de spotkoersen op 31 december 2025 en 31 december 2024. 3.6.1. Functionele en presentatievaluta De posten in de enkelvoudige jaarrekening van elk van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd met behulp van de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in euro (€), zijnde de functionele valuta van de Vennootschap en de presentatievaluta van de Groep. 3.6.2. Transacties en saldi Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta aan de hand van de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Wisselkoerswinsten en -verliezen die voortvloeien uit de afwikkeling van dergelijke transacties en uit de omrekening van monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta uitgedrukt zijn aan het einde van het jaar, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen onder Financiële opbrengsten of Financiële kosten (Toelichting 17 Financiële opbrengsten en financiële kosten), behalve wanneer het gaat om bedragen die worden uitgesteld in de overige onderdelen van het totaalresultaat, zoals kwalificerende kasstroomafdekkingen en kwalificerende afdekkingen van netto-investeringen of wanneer deze toe te schrijven zijn aan een deel van de netto-investering in een buitenlandse activiteit. Wisselkoersverschillen op monetaire financiële activa in vreemde valuta die aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat worden gewaardeerd, worden deels in de winst- en verliesrekening en deels in de overige onderdelen van het totaalresultaat opgenomen. Voor het erkennen van wisselkoerswinsten en -verliezen overeenkomstig IAS 21 worden de activa behandeld alsof ze aangehouden worden aan geamortiseerde kostprijs in de vreemde valuta. Bijgevolg worden wisselkoersverschillen op geamortiseerde kostprijs en voortvloeiend uit veranderingen in de geamortiseerde kostprijs (zoals rente berekend volgens de effectieve- rentemethode en bijzondere waardeverminderingsverliezen) in de winst- en verliesrekening opgenomen. Alle andere winsten en verliezen (d.w.z. veranderingen in de reële waarde, met inbegrip van wisselkoersverschillen daarop) worden opgenomen in de overige onderdelen van het totaalresultaat. Wisselkoersverschillen op een in vreemde valuta uitgedrukt niet-monetair financieel actief gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat worden opgenomen in de overige onderdelen van het totaalresultaat als deel van de toename of afname van de reële waarde. 3.6.3. Groepsvennootschappen De resultaten en de financiële positie van alle entiteiten van de Groep (waarvan geen enkele een valuta van een hyperinflatoire economie heeft, met uitzondering van de Turkse entiteit) die een functionele valuta hebben die verschilt van de presentatievaluta, worden als volgt naar de presentatievaluta omgerekend: • de activa en passiva voor elke gepresenteerde balans worden omgerekend aan de slotkoers op de datum van die balans; • de opbrengsten en kosten voor elke winst- en verliesrekening worden omgerekend aan de gemiddelde wisselkoersen (tenzij dit gemiddelde geen redelijke benadering is van het cumulatief effect van de koersen die van kracht zijn op de transactiedata; in dat geval worden de opbrengsten en de kosten omgerekend aan de koersen op de transactiedata); en • alle daaruit voortvloeiende wisselkoersverschillen worden geboekt in de overige onderdelen van het totaalresultaat (vermeld als 'cumulatieve omrekeningsverschillen'). Voor de consolidatie worden wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de netto- investering in buitenlandse bedrijfsactiviteiten en van leningen en andere valuta-instrumenten die bedoeld zijn als afdekkingen van dergelijke investeringen, opgenomen in de overige onderdelen van het totaalresultaat. Wanneer buitenlandse bedrijfsactiviteiten gedeeltelijk of volledig worden vervreemd of verkocht, worden de wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen vermogen, in de winst- en verliesrekening opgenomen als een winst of verlies op de verkoop. Goodwill en reële waarde-aanpassingen bij de overname van een buitenlandse entiteit worden behandeld als activa en passiva van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers omgerekend. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 200 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 3.7. Opbrengsten Opbrengsten worden erkend als de zeggenschap over een goed of dienst wordt overgedragen aan een klant. 3.7.1. Netto-omzet Netto-omzet omvat de opbrengsten die erkend worden als gevolg van de overdracht van zeggenschap over goederen aan de klant. Het bedrag van de erkende opbrengsten is het bedrag dat werd toegewezen aan de prestatieverplichting die vervuld werd met inachtname van de variabele vergoeding. Het geraamde bedrag van de variabele vergoeding wordt opgenomen in de transactieprijs voor zover dat het zeer waarschijnlijk is dat er zich geen significante tegenboeking zal voordoen in het bedrag van de erkende cumulatieve opbrengsten zodra de onzekerheid verbonden aan de variabele vergoeding vervolgens opgelost is. De variabele vergoeding die in de transactieprijs is opgenomen, heeft betrekking op verkoopretours, rabatten, commerciële kortingen en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (charge-backs) toegekend aan verschillende klanten en die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma's, inclusief de programma's 'Medicaid Drug Rebate', 'Federal Medicare' in de VS en andere alsook op de extra heffingen op de vergoeding van Amerikaanse merkgeneesmiddelen op voorschrift in de VS. Een verplichting wordt erkend voor verwachte verkoopretours, rabatten, commerciële kortingen en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (charge-backs) of andere terugbetalingen die direct of indirect worden gedaan ten aanzien van klanten met betrekking tot de gerealiseerde verkopen tot het einde van de rapporteringsperiode. De betalingsvoorwaarden kunnen verschillend zijn van contract tot contract maar er wordt geacht dat er geen financieringselement aanwezig is. Bijgevolg wordt de transactieprijs niet aangepast voor de effecten van een significante financieringscomponent. Zodra de zeggenschap over de producten is overgedragen aan de klant wordt een vordering erkend aangezien dit het tijdstip is waarop de vergoeding onvoorwaardelijk is, aangezien enkel het verstrijken van de tijd nog vereist is voordat de betaling verschuldigd is. De transactieprijs wordt aangepast voor elke te betalen vergoeding aan de klant (direct of indirect) die economisch gelinkt is aan de opbrengsten uit een contract aangegaan met een klant tenzij een betaling wordt gedaan voor onderscheiden diensten ontvangen van de klant. In het laatste geval wordt de reële waarde van de ontvangen diensten geraamd en opgenomen onder de marketing- en verkoopkosten. Het bedrag van de variabele vergoeding wordt geraamd op basis van historische ervaring en de specifieke bepalingen in de individuele overeenkomsten. De netto-omzet wordt weergegeven exclusief btw, andere omzet-gerelateerde belastingen of enige andere bedragen die worden geïnd voor rekening van derden, zoals de overheid of overheidsinstellingen. 3.7.2. Royaltyinkomsten Royalty's gebaseerd op omzet die voortvloeien uit het in licentie geven van intellectuele eigendom worden erkend als de daaropvolgende onderliggende verkopen plaatsvinden op voorwaarde dat de prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is op dat moment. 3.7.3. Overige opbrengsten Overige opbrengsten omvatten opbrengsten uit licentie- en winstdelingsovereenkomsten en verkoopovereenkomsten met betrekking tot activa waarvoor geen netto-boekwaarde (meer) in de geconsolideerde balans is opgenomen, evenals opbrengsten uit contractproductieovereenkomsten. De onderliggende prestatieverplichtingen kunnen vervuld zijn op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de specifieke situatie. Voor de prestatieverplichtingen die vervuld worden over een bepaalde periode, worden de opbrengsten erkend gebaseerd op een patroon dat het best de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant reflecteert. Gewoonlijk wordt deze vooruitgang gemeten op basis van een input- methode waarbij de opgelopen kosten en uren in verhouding tot het totaal van de verwachte op te lopen kosten en uren gebruikt wordt als een basis. Elke variabele vergoeding die beloofd werd in ruil voor een licentie of intellectuele eigendom en die gebaseerd is op het bereiken van bepaalde omzetdoelen wordt op dezelfde manier geboekt als de royalty's gebaseerd op omzet. Dit is namelijk op het moment dat de gerelateerde verkopen plaatsvinden op voorwaarde dat de betreffende prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is. Elke variabele vergoeding zoals een ontwikkelingsmijlpaalbetaling die beloofd werd in ruil voor ontwikkelingsactiviteiten of intellectuele eigendom die in licentie werd gegeven, wordt enkel opgenomen in de transactieprijs zodra het zeer waarschijnlijk is dat de gerelateerde mijlpaal zal worden behaald, hetgeen dan resulteert in een inhaalbeweging van opbrengsten op dat moment voor alle prestaties tot op dat moment. Vooruitbetalingen of licentierechten waarvoor er navolgende prestatieverplichtingen zijn, worden aanvankelijk opgenomen als uitgestelde opbrengsten en worden als opbrengsten erkend wanneer de prestatieverplichtingen vervuld zijn over de periode van de ontwikkelingssamenwerking of de productieverplichting. 3.8. Kostprijs van de omzet De kostprijs van de omzet omvat voornamelijk de directe productiekosten, de daarmee verband houdende indirecte productiekosten en de afschrijvingen van de gerelateerde immateriële activa, alsook verleende diensten. Opstartkosten worden als kosten opgenomen op het moment dat ze gemaakt worden. Royaltylasten die rechtstreeks verband houden met verkochte goederen worden opgenomen in 'kostprijs van verkochte goederen'. 3.9. Onderzoek en ontwikkeling 3.9.1. Intern gegenereerde immateriële activa, uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling Alle interne onderzoekskosten worden als lasten opgenomen naarmate ze gemaakt worden. Interne ontwikkelingskosten worden enkel geactiveerd als ze voldoen aan de opnamecriteria van IAS 38 'Immateriële activa'. Vanwege de lange ontwikkelingsperiodes en aanzienlijke onzekerheden in verband met de ontwikkeling van nieuwe producten (zoals de risico's met betrekking tot het resultaat van klinische proeven alsook de kans op wettelijke goedkeuring) werd geconcludeerd dat de interne ontwikkelingskosten van de Groep over het algemeen niet in aanmerking komen voor activering als immateriële activa. Op 31 december 2025 voldeden geen interne ontwikkelingskosten aan de opnamecriteria. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 201 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 3.9.2. Verworven immateriële activa Betalingen voor de verwerving van lopende onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten via licentieovereenkomsten, bedrijfscombinaties of afzonderlijke aankopen van activa worden als immateriële activa geactiveerd, op voorwaarde dat deze afzonderlijk identificeerbaar zijn, door de Groep gecontroleerd worden en naar verwachting toekomstige economische voordelen zullen opleveren. Vermits afzonderlijk verworven onderzoeks- en ontwikkelingsactiva steeds geacht worden te voldoen aan het waarschijnlijkheidscriterium van IAS 38 en het bedrag van de betalingen betrouwbaar kan worden bepaald, worden vooruitbetalingen en mijlpaalbetalingen aan derden voor farmaceutische producten of compounds waarvoor de goedkeuring om deze op de markt te brengen nog niet door de regelgevende instanties verleend werd, geboekt als immateriële activa. Ze worden lineair afgeschreven over hun geschatte levensduur zodra de producten gecommercialiseerd worden. 3.10. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa Op elke verslagdatum beoordeelt de Groep de boekwaarde van haar immateriële activa, goodwill, materiële vaste activa en geassocieerde deelnemingen om na te gaan of er aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering bestaan. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat om de omvang van het bijzonder waardeverminderingsverlies te bepalen. Ongeacht of er al dan niet aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering zijn, vindt jaarlijks een evaluatie plaats van de nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en van de goodwill. Deze activa worden niet afgeschreven. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt geboekt voor het bedrag waarmee de boekwaarde van het actief zijn realiseerbare waarde overtreft. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde van een individueel actief te schatten, schat de Groep de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid (KGE) waartoe het actief behoort. De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de reële waarde verminderd met de kosten voor de verkoop en de bedrijfswaarde. Om de bedrijfswaarde te bepalen, hanteert de Groep schattingen van toekomstige kasstromen die door het actief of de kasstroomgenererende eenheid worden gegenereerd, waarbij ze dezelfde methoden volgt die worden gebruikt bij de initiële waardering van het actief of de kasstroomgenererende eenheid en zich baseert op de plannen van elke bedrijfsactiviteit op middellange termijn. De geschatte kasstromen worden verdisconteerd op basis van een passende rentevoet, die de huidige marktevaluaties van de tijdswaarde van geld weerspiegelen, en de risico's die inherent zijn aan het actief of de kasstroomgenererende eenheid. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek 'Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa'. Voor niet-financiële activa, andere dan de goodwill, die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, wordt op elke verslagdatum beoordeeld of een terugname van het bijzonder waardeverminderingsverlies noodzakelijk is. De terugname van de bijzondere waardevermindering wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt enkel teruggenomen voor zover de boekwaarde van het actief niet hoger ligt dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na aftrek van de afschrijvingen, indien er geen bijzonder waardeverminderingsverlies was geboekt. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden nooit teruggenomen. Immateriële activa worden product per product (d.w.z. per compound) beoordeeld voor een bijzondere waardevermindering. 3.11. Reorganisatiekosten, overige baten en lasten De uitgaven die door de Groep worden gedaan met het oog op een betere positionering om het hoofd te bieden aan de economische omgeving waarin ze opereert, zijn in de winst- en verliesrekening als 'reorganisatiekosten' opgenomen. De minderwaarden en meerwaarden uit de afstoting van immateriële activa en/of materiële vaste activa die een bedrijfstak vormen, en verhogingen of terugnemingen van voorzieningen voor geschillen, andere dan belastinggeschillen of geschillen met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als 'overige baten en lasten'. 3.12. Winstbelastingen De belastingkost voor de periode omvat de verschuldigde en uitgestelde winstbelastingen. Belastingkosten worden geboekt in de winst- en verliesrekening, behalve wanneer ze betrekking hebben op posten die opgenomen zijn in de overige onderdelen van het totaalresultaat of direct in het eigen vermogen. Indien bepaalde posten opgenomen worden in de overige onderdelen van het totaalresultaat of in het eigen vermogen, wordt de belasting erop eveneens geboekt in de overige onderdelen van het totaalresultaat of, desgevallend, direct in het eigen vermogen. Voor de grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt verwezen naar Toelichting 3.13.2 Belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling onder 3.13 Overheidssubsidies. De over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting wordt berekend op basis van de fiscale wetgeving die van kracht is of wezenlijk van kracht is op de balansdatum in de landen waar de dochterondernemingen van de Vennootschap actief zijn en belastbare winsten genereren. De verschuldigde en terug te vorderen winstbelastingen worden gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om deze te compenseren en de intentie bestaat om het saldo op netto basis af te handelen of om de belastingvorderingen en -schulden gelijktijdig te realiseren. De uitgestelde winstbelasting wordt, volgens de balansmethode, erkend op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de geconsolideerde jaarrekening en de overeenkomstige fiscale waarde die bij de berekening van de belastbare winst wordt gebruikt. De uitgestelde belastingverplichtingen worden doorgaans geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen, en uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst fiscale winsten beschikbaar zullen zijn die aangewend kunnen worden voor het verrekenen van aftrekbare tijdelijke verschillen, overgedragen belastingkredieten en overgedragen verliezen, rekening houdend met de functie en het risicoprofiel van de betrokken belastbare entiteit. Uitgestelde winstbelastingen worden niet erkend indien zij ontstaan bij de eerste boeking van goodwill of uit de eerste boeking van een actief of een verplichting in een transactie (andere dan bij een bedrijfscombinatie) die op het ogenblik van de transactie noch de boekhoudkundige winst, noch de belastbare winst beïnvloedt. De boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen wordt op elke balansdatum beoordeeld en wordt verlaagd in zoverre het niet langer waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winsten beschikbaar zullen zijn om het mogelijk te maken het voordeel van die uitgestelde belastingvordering geheel of gedeeltelijk aan te wenden. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 202 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Uitgestelde winstbelasting wordt berekend tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn in de periode waarin de verplichting afgewikkeld wordt of de vordering gerealiseerd wordt. De Groep houdt enkel rekening met fiscale wetgeving die wezenlijk van kracht is bij de raming van het bedrag van de uitgestelde winstbelastingen dat erkend dient te worden. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden niet verdisconteerd. Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen en -vorderingen erkend voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en fiscale waarde van investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten indien de Vennootschap in staat is om het tijdstip van de tegenboeking van de tijdelijke verschillen te controleren en een tegenboeking van de verschillen in de nabije toekomst onwaarschijnlijk is. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden alleen gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde en terug te vorderen winstbelasting te compenseren en indien de uitgestelde winstbelastingen betrekking hebben op dezelfde belastbare entiteit en dezelfde belastingautoriteit. 3.13. Overheidssubsidies Overheidssubsidies worden erkend tegen reële waarde indien er een redelijke zekerheid bestaat dat deze subsidies ontvangen zullen worden en dat de Groep zal voldoen aan alle voorwaarden die eraan verbonden zijn. 3.13.1. Terugvorderbare voorschotten ontvangen van de overheid De Groep ontvangt contante betalingen van de overheid om hiermee bepaalde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gedeeltelijk te financieren. De betalingen ontvangen van de overheid dienen door de Groep terugbetaald te worden indien zij beslist om de resultaten van de onderzoeksfase van het betreffende project verder te exploiteren en commercialiseren. Indien de Groep beslist om niet verder te gaan met de resultaten van de onderzoeksfase, dienen de ontvangen voorschotten niet terugbetaald te worden. In dit geval dienen de rechten op de onderzoeksresultaten overgedragen te worden aan de overheid. Wanneer de Groep deze voorschotten ontvangt, worden deze opgenomen onder de langlopende verplichtingen. Alleen wanneer er voldoende zekerheid bestaat dat de Groep deze voorschotten niet zal moeten terugbetalen, worden deze voorschotten als overheidssubsidies erkend en opgenomen in 'Overige bedrijfsbaten'. Meer bepaald is dit op het ogenblik dat de overheid de ontvangst van de onderzoeksresultaten bevestigt alsook hun akkoord met de beslissing van de Groep om niet verder te gaan met het onderzoek. 3.13.2. Belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling Het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) wordt beschouwd als een overheidssubsidie voor investeringen in vaste activa indien er geen bijkomende relevante voorwaarden moeten voldaan worden die niet direct gerelateerd zijn aan deze activa. Het belastingkrediet wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening evenredig met de kosten die het krediet beoogt te compenseren. Indien het belastingkrediet ontvangen werd om onderzoeks- en ontwikkelingskosten die niet worden geactiveerd, te compenseren, wordt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling opgenomen in de winst- en verliesrekening op het zelfde moment en in mindering van de betreffende onderzoeks- en ontwikkelingskosten opgenomen onder 'onderzoeks- en ontwikkelingskosten'. Indien het belastingkrediet ontvangen werd om afschrijvingen op immateriële activa zoals bv. licenties te compenseren, wordt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling erkend in de winst- en verliesrekening over de (resterende) gebruiksduur van het actief en opgenomen onder 'Overige bedrijfsbaten'. Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat niet kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt als een uitgestelde belastingvordering geboekt. In dit geval kan het belastingkrediet voor O&O ofwel (i) worden ontvangen in de vorm van een belastingteruggaaf in contanten na de wettelijk voorgeschreven wachttijd, ofwel (ii) worden verrekend met toekomstige belastbare inkomsten. Als het belastingkrediet voor O&O niet door de belastingautoriteiten kan worden terugbetaald, wordt de invorderbaarheid van de uitgestelde belastingvordering op regelmatige basis geëvalueerd, zoals voor de andere uitgestelde belastingvorderingen. Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt in mindering gebracht van de schuld voor te betalen belastingen. 3.14. Rente- en dividendinkomsten Rente wordt proportioneel met de tijd opgenomen, rekening houdend met het effectieve rendement van het actief. Dividenden worden opgenomen op het moment dat de aandeelhouder het recht verkrijgt de betaling te ontvangen. 3.15. Immateriële activa 3.15.1. Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa (gezamenlijk 'immateriële activa' genoemd) worden opgenomen tegen historische kostprijs. Immateriële activa die zijn verworven door een bedrijfscombinatie worden geboekt tegen de reële waarde op de overnamedatum. Immateriële activa (behalve goodwill) worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. In het geval van een licentie gerelateerd aan een compound of een product, wanneer het product (dat de compound bevat) voor het eerst gecommercialiseerd wordt). De geschatte gebruiksduur is gebaseerd op de kortste van enerzijds de economische gebruiksduur (gewoonlijk tussen 5 en 20 jaar) en anderzijds de looptijd van het contract. Immateriële activa (behalve goodwill) worden geacht een bepaalde economische gebruiksduur te hebben. Bijgevolg zijn er geen immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur geïdentificeerd. 3.15.2. Computersoftware Verworven licenties voor computersoftware worden geactiveerd op basis van de kostprijs die betaald werd voor de verwerving en ingebruikstelling van de specifieke software. Deze kosten worden lineair afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur (3 tot 5 jaar). 3.16. Goodwill Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen en vertegenwoordigt het verschil tussen de overgedragen vergoeding en de belangen van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen onderneming en de reële waarde van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming. Goodwill wordt aanvankelijk opgenomen als een actief tegen kostprijs en wordt daarna gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Goodwill die voortvloeit uit de overname van dochterondernemingen wordt apart in de balans opgenomen, terwijl goodwill die ontstaat door de overname van geassocieerde deelnemingen, wordt opgenomen in de investering in geassocieerde deelnemingen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 203 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg UCB is werkzaam in één segment en heeft bijgevolg één kasstroomgenererende eenheid voor de test op bijzondere waardeverminderingen. Aangezien goodwill geacht wordt een onbepaalde gebruiksduur te hebben, wordt deze jaarlijks en telkens wanneer er een indicatie voor een bijzondere waardevermindering is, getoetst op bijzondere waardeverminderingen door het vergelijken van de boekwaarde met de realiseerbare waarde. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid kleiner is dan de boekwaarde van de eenheid, wordt het bijzonder waardeverminderingsverlies eerst toegewezen aan de goodwill van de kasstroomgenererende eenheid en wordt het vervolgens op een evenredige basis aan de andere activa van de eenheid toegewezen op basis van de boekwaarde van elk actief in de eenheid. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden niet teruggenomen. Bij afstoting van een dochteronderneming of geassocieerde deelneming wordt het toe te rekenen bedrag van de goodwill opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies uit de afstoting van de entiteit. Indien de reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen de kostprijs van de bedrijfscombinatie overschrijdt, wordt het positieve verschil dat na herbeoordeling overblijft direct in de winst- en verliesrekening opgenomen. 3.17. Materiële vaste activa Alle materiële vaste activa worden geboekt tegen kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderings-verliezen, behalve materiële vaste activa in aanbouw die geboekt worden tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. De kosten omvatten alle rechtstreeks toerekenbare kosten om het actief gebruiksklaar te maken voor zijn beoogde gebruik. Aangekochte software die integraal deel uitmaakt van de functionaliteit van de betreffende uitrusting wordt als onderdeel van die uitrusting geactiveerd. Financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerkend komend actief, worden geactiveerd als onderdeel van de kostprijs van dat actief. Kosten na eerste opname worden enkel opgenomen in de boekwaarde van het actief of als afzonderlijk actief erkend, naargelang het geval, wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die hieraan verbonden zijn naar de Groep zullen vloeien en wanneer de kostprijs ervan op een betrouwbare wijze kan worden bepaald. Alle overige kosten voor herstel en onderhoud worden als lasten opgenomen wanneer ze zich voordoen. Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode om de kosten van activa, uitgezonderd terreinen en vaste activa in aanbouw, toe te kennen aan hun restwaarde over hun geschatte gebruiksduur. De afschrijving begint wanneer het actief gebruiksklaar is. Terreinen worden niet afgeschreven. De restwaarde en de gebruiksduur van een actief worden ten minste aan het eind van elk boekjaar opnieuw bekeken en indien de verwachtingen afwijken van de vorige schattingen, wordt (worden) de wijziging(en) administratief verwerkt als (een) schattingswijziging(en) in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten. De volgende gebruiksduren zijn van toepassing op de voornaamste categorieën van materiële vaste activa: Gebouwen 20-33 jaar Machinepark 7-15 jaar Laboratoriummateriaal 7 jaar Prototypemateriaal 3 jaar Meubilair 7 jaar Voertuigen 5-7 jaar Computermateriaal 3 jaar Gebruiksrechten van activa Levensduur van de activa of indien korter, de leasetermijn Winst en verlies uit afstotingen worden bepaald op basis van de vergelijking tussen de ontvangsten uit de afstoting en de boekwaarde, en worden in de winst- en verliesrekening onder 'overige bedrijfsbaten en -lasten' geboekt. Vastgoedbeleggingen betreffen terreinen en gebouwen die aangehouden worden om huuropbrengsten te genereren. Deze activa worden aanvankelijk geboekt tegen kostprijs en worden afgeschreven op een lineaire basis over hun geschatte gebruiksduur. De onderliggende gebruiksduur komt overeen met die van materiële vaste activa die aangewend worden voor eigen gebruik. Gezien het geringe bedrag van vastgoedbeleggingen, worden deze niet afzonderlijk op de balans vermeld. 3.18. Leaseovereenkomsten De Groep huurt verschillende gebouwen, uitrustingen en wagens en de huurovereenkomsten worden meestal afgesloten voor een vaste korte- of lange-termijn periode. De huurvoorwaarden worden op een individuele basis onderhandeld en omvatten een breed scala van verschillende algemene voorwaarden. De leaseovereenkomsten leggen geen convenanten op maar de geleasede activa mogen niet gebruikt worden als zekerheid voor leningsdoeleinden. Leaseovereenkomsten worden opgenomen als een gebruiksrecht van activa en overeenkomstige verplichting op de datum waarop het geleasede actief beschikbaar is voor gebruik door de Groep. Elke leasebetaling wordt opgesplitst in enerzijds de terugbetaling van de verplichting en anderzijds een financiële kost. De financiële kost wordt toegerekend aan de winst- en verliesrekening over de periode van de leaseovereenkomst zodat een constante periodieke interestvoet wordt gegenereerd op het uitstaand saldo van de verplichting voor elke periode. Het gebruiksrecht van activa wordt lineair afgeschreven over het kortste van de gebruiksduur van het actief of de leaseperiode. De activa en verplichtingen voortvloeiend uit een leaseovereenkomst worden aanvankelijk gewaardeerd op basis van een contante waarde. Leaseverplichtingen omvatten de netto contante waarde van de volgende leasebetalingen: • vaste betalingen (inclusief in wezen vaste betalingen), verminderd met alle te ontvangen huurvoordelen; • variabele leasebetalingen die gebaseerd zijn op een index of een tarief. Er zijn geen leaseovereenkomsten waarvoor de Groep verwacht een bepaald bedrag te moeten betalen als gegarandeerde restwaarde of om een aankoopoptie uit te oefenen waarbij het redelijk zeker is dat de Groep deze optie zal uitoefenen of enige schadevergoeding zou moeten betalen voor het beëindigen van de leaseovereenkomst ingeval de leasetermijn het uitoefenen van deze optie om de leaseovereenkomst te beëindigen, weerspiegelt. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 204 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg De leasebetalingen worden verdisconteerd aan de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst, indien deze rentevoet kan worden bepaald, of aan de marginale rentevoet van de Groep. Gebruiksrechten van activa worden gewaardeerd aan kostprijs die het volgende omvat: • het bedrag van de oorspronkelijke waardering van de leaseverplichting; • leasebetalingen gedaan op het moment van of voor de aanvangsdatum; • initiële directe kosten (behalve voor de leaseovereenkomsten die al bestonden op overgangsdatum), en • herstelkosten. Gebruiksrechten van activa worden opgenomen als onderdeel van de materiële vaste activa en leaseverplichtingen als onderdeel van de leningen in de balans. Alle leasebetalingen die vervallen binnen 12 maanden worden als kortlopende verplichtingen geclassificeerd. Alle leasebetalingen die vervallen na minstens 12 maanden na balansdatum worden als langlopende verplichtingen geclassificeerd. Betalingen voor korte-termijn leaseovereenkomsten en leaseovereenkomsten voor activa met geringe waarde worden op een lineaire basis erkend als een kost in de winst- en verliesrekening. Korte-termijn leaseovereenkomsten zijn leaseovereenkomsten met een leasetermijn van 12 maanden of minder. Activa met geringe waarde omvatten voornamelijk IT-materiaal (laptops, tablets, mobiele telefoons, pc's) en klein kantoormaterieel en meubilair. Sommige leaseovereenkomsten voor wagens bevatten variabele leasebetalingen. Het betreft leaseovereenkomsten voor wagens die een finale huuraanpassingsclausule bevatten: bij het beëindigen van de leaseovereenkomst wordt een definitieve afrekening opgemaakt om de finale huuraanpassing te bepalen. Deze finale huuraanpassing is een huurbetaling (of terugbetaling) die het werkelijk gebruik van de geleasede wagen weerspiegelt. Dit finale bedrag is niet gekend bij aanvang van de leaseovereenkomst. Het bedrag van de huuraanpassing is geen gespecifieerd bedrag maar hangt af van gekende factoren zoals de maandelijkse afschrijving en de initiële aanschaffingskost en verschillende factoren die niet gekend zijn bij aanvang van de leaseovereenkomst, zoals kilometerstand, staat van het voertuig, slijtage, schade, geografie van de operatie, verwijderingskanaal en andere factoren. Al deze factoren samen vertegenwoordigen in het algemeen het 'gebruik' van het voertuig. Betalingen die variëren afhankelijk van het gebruik van het onderliggend actief en meer bepaald van de kilometerstand van het voertuig zijn variabele leasebetalingen. De finale huuraanpassing wordt erkend als een kost, of ingeval het een terugbetaling betreft, als een vermindering van de kost wanneer gerealiseerd. In een aantal leaseovereenkomsten voor gebouwen en wagens, aangegaan door de Groep, zijn opties om contracten te verlengen opgenomen. Deze voorwaarden worden gebruikt om de operationele flexibiliteit bij het beheer van contracten te maximaliseren. De aangehouden opties om contracten te verlengen kunnen alleen door de Groep worden uitgeoefend en niet door de respectieve leasinggever. Er zijn geen belangrijke leaseovereenkomsten waarbij de Groep de leasinggever is. 3.19. Financiële activa: investeringen 3.19.1. Classificatie De Groep classificeert haar financiële activa in de volgende categorieën: deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (FVPL), deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI), deze die aan geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd. De classificatie hangt af van de manier waarop de Groep de financiële activa beheert (businessmodel) en van de contractuele voorwaarden van de kasstromen. De investeringen zijn opgenomen onder de vaste activa, behalve wanneer de directie van plan is de investering te verkopen binnen de 12 maanden na de balansdatum. Geregelde aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de transactiedatum – de datum waarop de Groep zich verbindt tot de aankoop of verkoop van het actief. Financiële activa worden niet langer opgenomen als de rechten om kasstromen uit de investeringen te ontvangen, vervallen zijn of zijn overgedragen, en de Groep alle risico's en voordelen verbonden aan de eigendom hoofdzakelijk heeft overgedragen. Voor activa gewaardeerd tegen reële waarde, zullen winsten en verliezen opgenomen worden in de winst- en verliesrekening of in de overige onderdelen van het totaalresultaat. Voor investeringen in eigen-vermogensinstrumenten die niet aangehouden worden voor handelsdoeleinden, zal dit afhangen van het feit of de Groep bij eerste opname een onherroepelijke keuze heeft gemaakt om het eigen-vermogensinstrument te boeken als financieel actief gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat. 3.19.2. Waardering Bij de eerste opname waardeert de Groep een financieel actief tegen zijn reële waarde plus transactiekosten die direct toe te rekenen zijn aan de aanschaffing van het financieel actief, in geval het een financieel actief betreft dat niet gewaardeerd wordt tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Transactiekosten voor financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden opgenomen als kost in de winst- en verliesrekening. Financiële activa met in contract besloten afgeleide financiële instrumenten worden in hun geheel beschouwd voor het bepalen of hun kasstromen enkel de betaling van hoofdsom en rente betreffen. Schuldinstrumenten De Groep heeft momenteel geen investeringen in schuldinstrumenten. Eigen-vermogensinstrumenten De Groep waardeert alle eigen-vermogensinstrumenten na eerste opname tegen reële waarde. Ingeval de directie van de Groep ervoor gekozen heeft om de winsten en verliezen ten gevolge van de wijzigingen in reële waarde op eigen-vermogensinstrumenten te tonen in de overige onderdelen van het totaalresultaat, is er geen herclassificatie na eerste opname van winsten en verliezen door wijzigingen in reële waarde naar de winst- en verliesrekening op het ogenblik dat de investering niet langer wordt opgenomen in de balans. Dividenden afkomstig van dergelijke investeringen blijven opgenomen in de winst- en verliesrekening onder financiële opbrengsten op het moment dat de Groep het recht verkrijgt de betaling te ontvangen. Bijzondere waardeverminderingsverliezen (en terugname van bijzondere waardeverminderingsverliezen) op eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde met Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 205 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg verwerking van de waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat worden niet afzonderlijk van de andere wijzigingen in de reële waarde gerapporteerd. Alle wijzigingen in de reële waarde van de financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als financiële opbrengsten/lasten. De reële waarde van genoteerde beleggingen is gebaseerd op de huidige biedkoersen. Als de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), bepaalt de Groep de reële waarde door middel van waarderingstechnieken. 3.20. Afgeleide financiële instrumenten en afdekkingsactiviteiten De Groep maakt gebruikt van afgeleide financiële instrumenten om haar blootstelling aan valuta- en renterisico's die voortvloeien uit haar operationele, financierings- en investeringsactiviteiten af te dekken. De Groep voert geen speculatieve transacties uit. Afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname geboekt tegen reële waarde en toerekenbare transactiekosten worden in de winst- en verliesrekening geboekt als ze zich voordoen. Afgeleide financiële instrumenten worden daarna geherwaardeerd tegen reële waarde. De Groep houdt ook rekening met het kredietrisico en het risico van wanprestatie in haar waarderingstechnieken, wat zorgt voor een verwaarloosbare impact op de waardering van derivaten als gevolg van wijzigingen in de credit- of debetmarge gerealiseerd op tegenpartijen waarmee financiële markttransacties afgesloten worden. De methode voor het erkennen van de daaruit voortvloeiende winsten of verliezen hangt af van het feit of het afgeleide financiële instrument als een afdekkingsinstrument is aangemerkt, en zo ja, van de aard van de afgedekte post. De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen, reële-waardeafdekkingen of afdekkingen van netto-investeringen. De Groep documenteert bij het afsluiten van de transactie de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie, alsook haar doelstellingen en strategie inzake risicobeheer waarvoor de verschillende afdekkingstransacties werden aangegaan. De Groep past deze beoordeling aan wanneer nodig bijvoorbeeld wanneer de afdekkingsratio opnieuw wordt geëvalueerd of wanneer de analyse van de oorzaken van afdekkingsineffectiviteit wordt aangepast. De volledige reële waarde van een afgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie meer dan 12 maanden bedraagt, en als vlottend actief of kortlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie minder dan 12 maanden bedraagt. In contract besloten afgeleide financiële instrumenten bij financiële verplichtingen worden van het basiscontract gescheiden en afzonderlijk geboekt indien de economische kenmerken en risico's van het basiscontract en van het in contract besloten afgeleide financiële instrument niet nauw met elkaar verbonden zijn, een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in contract besloten afgeleide financieel instrument zou beantwoorden aan de definitie van een afgeleid financieel instrument, en indien het gecombineerde instrument niet tegen reële waarde in de winst- en verliesrekening wordt geboekt. De Groep is ook Virtual Power Purchase Agreements (VPPA's) voor hernieuwbare energie aangegaan om haar ESG-doelstellingen te realiseren. VPPA's bevatten van nature een in contract besloten afgeleid financieel instrument, dat als zodanig wordt erkend en gewaardeerd in overeenstemming met de IFRS 9-standaarden. De waardering van het in contract besloten afgeleid financieel instrument binnen de VPPA (Virtual Power Purchase Agreement) is gebaseerd op een waarderingsmodel dat gebruikmaakt van de verdisconteerde kasstromenmethode, die rekening houdt met de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen uit de verwachte productie-output en elektriciteitsprijzen gedurende de resterende looptijd van de VPPA. Deze (vereenvoudigde) waarderingsbenadering omvat alle materiële factoren die marktdeelnemers in overweging zouden nemen bij het bepalen van een transactieprijs voor het in contract besloten afgeleide financiële instrument in een reguliere markttransactie. Deze VPPA-overeenkomsten voorzien ook in de levering van Guarantees of Origin (GoOs), waarvan de waardering bij aanvang wordt bepaald en los staat van de waardering van het in contract besloten afgeleide financiële instrument. De verkregen GoOs worden niet als afzonderlijke financiële activa behandeld, omdat de Groep gebruikmaakt van de vrijstelling voor 'eigen gebruik', en worden op kasbasis erkend. 3.20.1. Kasstroomafdekkingen Het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, wordt opgenomen in de overige onderdelen van het totaalresultaat. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder 'Financiële opbrengsten/ Financiële kosten'. Wanneer optiecontracten worden gebruikt om een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie af te dekken, merkt de Groep enkel de intrinsieke waarde van de opties aan als afdekkingsinstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijzigingen in de intrinsieke waarde van de opties worden erkend in de overige onderdelen van het totaalresultaat. De wijzigingen in de tijdswaarde van de opties die betrekking hebben op de afgedekte positie (gealigneerde tijdswaarde) worden ook erkend in de overige onderdelen van het totaalresultaat. Deze zullen worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten/kosten) zodra de afgedekte transactie de winst- en verliesrekening beïnvloedt (in het geval van transactiegerelateerde afdekkingen) of over de periode van de afdekking (in het geval van tijdsperiodegerelateerde afdekkingen). Wanneer termijncontracten worden gebruikt om verwachte toekomstige transacties af te dekken, merkt de Groep over het algemeen enkel de wijziging in reële waarde van het termijncontract met betrekking tot de spot component aan als afdekkingsinstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten worden erkend in de overige onderdelen van het totaalresultaat. De wijzigingen in de forward component van het contract dat betrekking heeft op de afgedekte positie (gealigneerde forward component) wordt erkend in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten/kosten). Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in intrinsieke waarde van de opties of met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten geaccumuleerd in de overige onderdelen van het totaalresultaat worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in de periode dat de afgedekte positie de winst- en verliesrekening beïnvloedt op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winst- en verliesrekening heeft beïnvloed. Als de kasstroomafdekking van een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie leidt tot de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, dan worden de daarmee verband houdende winsten of verliezen op het voorheen in de overige onderdelen van het totaalresultaat erkende afgeleide financieel instrument, opgenomen in de initiële waardering van het actief of de verplichting wanneer het actief of de verplichting wordt erkend. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 206 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Wanneer termijncontracten en financiële instrumenten met vreemde valuta basis spreads worden gebruikt in afdekkingen beslist de Groep voor elke afdekkingsrelatie afzonderlijk of de wijzigingen in de valuta basis spreads geboekt worden zoals de tijdswaarde van opties of deze wijzigingen in waarde opgenomen worden in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten). Wanneer een afdekkingsinstrument vervalt, verkocht wordt of beëindigd wordt, of wanneer een afdekking niet langer aan de criteria voor hedge accounting beantwoordt, wordt de geaccumuleerde uitgestelde winst of verlies in de overige onderdelen van het totaalresultaat op dat moment behouden in de overige onderdelen van het totaalresultaat tot de verwachte toekomstige transactie plaats vindt, resulterend in de erkenning van een niet-financieel actief of niet-financiële verplichting. Zodra verwacht wordt dat een verwachte toekomstige transactie zich niet meer zal voordoen, worden de geaccumuleerde winsten of verliezen opgenomen onder de overige onderdelen van het totaalresultaat onmiddellijk overgeboekt naar de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten). 3.20.2. Reële-waardeafdekkingen Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als reële-waardeafdekkingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt onder 'Financiële opbrengsten/Financiële kosten', samen met eventuele wijzigingen in de reële waarde van het afgedekte actief of de afgedekte verplichting die aan het afgedekte risico toegerekend kunnen worden. 3.20.3. Afdekkingen van netto-investeringen Afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten worden geboekt op vergelijkbare wijze met kasstroomafdekkingen. Elke winst of elk verlies op het afdekkingsinstrument met betrekking tot het effectieve gedeelte van de afdekking wordt opgenomen in de cumulatieve omrekeningsverschillenreserve. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve gedeelte wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder 'Financiële opbrengsten/ Financiële kosten'. De in het eigen vermogen geaccumuleerde winsten en verliezen worden naar de winst- en verliesrekening overgeboekt wanneer de buitenlandse bedrijfsactiviteit (gedeeltelijk) wordt afgestoten of wordt verkocht. 3.20.4. Afgeleide financiële instrumenten die niet in aanmerking komen voor hedge accounting Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die niet kwalificeren voor hedge accounting worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening geboekt onder 'Financiële opbrengsten/Financiële kosten'. 3.21. Voorraden Grondstoffen, verbruiksproducten, goederen die aangekocht werden voor doorverkoop, goederen in bewerking en afgewerkte goederen worden gewaardeerd tegen de kostprijs of de netto realiseerbare waarde als die lager is. De kostprijs wordt bepaald aan de hand van de gewogen gemiddelde kostenmethode. De kostprijs van goederen in bewerking en afgewerkte goederen omvat alle kosten voor de verwerking en andere kosten die gemaakt worden om de voorraden naar hun huidige locatie en in hun huidige toestand te brengen. De bewerkingskosten omvatten de productiekosten en de gerelateerde vaste en variabele indirecte productiekosten (inclusief afschrijvingslasten). De netto realiseerbare waarde vertegenwoordigt de geschatte verkoopprijs verminderd met alle geschatte afwerkingskosten en de nog te maken kosten voor marketing, verkoop en distributie. Materialen voor klinische proeven zijn werkzame stoffen en ontwikkelingsbenodigdheden die worden gebruikt bij O&O-activiteiten. Aangezien deze niet worden gebruikt om in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening te worden verkocht, voldoen zij niet aan de definitie van voorraden. Deze worden echter in de balans gepresenteerd als andere vlottende activa, aangezien de materialen voor klinische proeven voldoen aan de definitie van een actief, aangezien het waarschijnlijk is dat zij zullen resulteren in toekomstige economische voordelen voor de Groep en aangezien hun kostprijs of waarde op betrouwbare wijze kan worden gemeten. 3.22. Handelsvorderingen Handelsvorderingen worden bij eerste opname geboekt tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode na aftrek van een voorziening voor verwachte kredietverliezen. Voor het bepalen van de verwachte kredietverliezen, past de Groep de vereenvoudigde benadering toe die is toegestaan door IFRS 9, die vereist dat levenslange verliezen worden opgenomen vanaf de eerste opname van de vorderingen. De Groep identificeerde twee categorieën handelsvorderingen: vorderingen op particuliere klanten en vorderingen op klanten in de publieke sector. Voor elk van deze categorieën maakt de Groep gebruik van een matrix om de voorziening voor levenslang verwachte kredietverliezen te bepalen. In geval er een indicatie of aanwijzing van bijzondere waardevermindering is voor een specifieke vordering, zal een bijzondere waardevermindering worden opgenomen voor het bedrag van de levenslang verwachte kredietverliezen. Voor alle vorderingen die gedekt zijn door een kredietverzekering of door een factoringovereenkomst zonder verhaal, zullen de levenslang verwachte kredietverliezen worden berekend rekening houdend met deze dekking. 3.23. Geldmiddelen en kasequivalenten Ten behoeve van de presentatie in het Kasstroomoverzicht omvatten geldmiddelen en kasequivalenten banktegoeden en contanten, korte-termijninvesteringen van geldmiddelen, waaronder investeringen in geldmarktfondsen, termijndeposito's, direct opvraagbare deposito's en overige kortlopende, uiterst liquide beleggingen met originele looptijden van drie maanden of minder die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen, en voorschotten in rekening-courant. Voorschotten in rekening-courant, in de balans, worden opgenomen onder de leningen onder kortlopende verplichtingen. 3.24. Vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de Vennootschap die ofwel afgestoten is, ofwel geclassificeerd is als aangehouden voor verkoop. Het moet ofwel een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, ofwel deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht. Vaste activa of een groep activa die wordt afgestoten, worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en een verkoop als zeer waarschijnlijk wordt beschouwd. Vaste activa en groepen activa die worden afgestoten, worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door hun voortgezette gebruik. Bijzondere waardeverminderingsverliezen bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop worden in de Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 207 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg winst- en verliesrekening geboekt. Vaste activa die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop worden niet afgeschreven. 3.25. Aandelenkapitaal 3.25.1. Gewone aandelen Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen. Bijkomende kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen of opties worden in mindering van de ontvangen bedragen in het eigen vermogen gepresenteerd, na aftrek van belastingen. De Vennootschap heeft geen preferente aandelen of verplicht aflosbare preferente aandelen uitgegeven. 3.25.2. Eigen aandelen Wanneer een onderneming van de Groep aandelen van de Vennootschap koopt (eigen aandelen) wordt de betaalde som, inclusief de toerekenbare directe kosten (na aftrek van winstbelastingen) in mindering gebracht van het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap tot de aandelen geannuleerd of verkocht zijn. Wanneer dergelijke aandelen later worden verkocht, wordt elke ontvangen vergoeding, na aftrek van de rechtstreeks toerekenbare bijkomende transactiekosten en het gerelateerde winstbelastingseffect, opgenomen in het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap. 3.26. Obligaties en leningen Obligaties, leningen en voorschotten in rekening-courant worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde, na aftrek van de opgelopen transactiekosten, en worden vervolgens gewaardeerd tegen hun geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieve rentemethode. Verschillen tussen de ontvangsten (na aftrek van transactiekosten) en de afwikkeling of aflossing van leningen worden erkend over de looptijd van de leningen, overeenkomstig de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. Leningen worden geclassificeerd als kortlopende verplichtingen, behalve wanneer de Groep een onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting voor ten minste 12 maanden na de balansdatum uit te stellen. De gelopen interesten op obligaties en leningen zijn opgenomen onder de kortlopende 'Handels- en overige verplichtingen'. Het betreft de nominale rente of coupon die onderdeel uitmaakt van 'Handels- en overige verplichtingen'. De impact van transactiekosten en/of uitgifte onder de 100% is inbegrepen in de bedragen voor 'Leningen' of 'Obligaties'. 3.27. Handelsschulden Handelsschulden worden bij eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode. 3.28. Personeelsbeloningen 3.28.1. Pensioenverplichtingen De Groep kent verschillende vergoedingen na uitdiensttreding toe, waaronder zowel toegezegd- pensioenregelingen als toegezegde-bijdragenregelingen. Een toegezegde-bijdragenregeling is een pensioenplan waarbij de Groep vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit en geen wettelijke of feitelijke verplichting heeft om bijkomende bijdragen te betalen indien het fonds over onvoldoende middelen zou beschikken om aan alle werknemers de voordelen te betalen die resulteren uit het dienstverband van de werknemer in de lopende periode en in voorgaande perioden. Verplichtingen voor bijdragen aan toegezegde-bijdragenregelingen worden als kosten voor personeelsvergoedingen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening opgenomen wanneer ze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde bijdragen worden als een actief geboekt voor zover deze terugbetaalbaar zijn in contanten of tot een vermindering van toekomstige betalingen zullen leiden. Toegezegd-pensioenregelingen bepalen een bedrag voor pensioenuitkering dat een werknemer bij pensionering zal ontvangen, meestal op basis van één of meer factoren, zoals leeftijd, aantal dienstjaren en loon. De verplichting, opgenomen in de geconsolideerde balans, met betrekking tot de toegezegd-pensioenregelingen, is de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. Een eventueel surplus dat voortvloeit uit deze berekening wordt beperkt tot de contante waarde van eventuele economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verminderingen van toekomstige bijdragen aan de regeling. De brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt berekend door onafhankelijke actuarissen volgens de 'projected unit credit'-methode. Een volledige actuariële waardering op basis van bijgewerkte personeelsgegevens wordt ten minste om de drie jaar uitgevoerd. Daarnaast is een volledige actuariële waardering eveneens vereist indien de nettoschommeling in de balans van het ene jaar op het andere meer dan 10% bedraagt als gevolg van omstandigheden met betrekking tot de regeling (significante wijzigingen in lidmaatschap, wijzigingen in de regeling enz.). In jaren waar een volledige actuariële waardering niet vereist is, worden prognoses ('roll-forwards' genoemd) gebruikt op basis van het voorgaande jaar met bijgewerkte veronderstellingen (disconteringsvoet, loonsverhoging, verloop). Voor deze roll-forwardwaarderingen worden de gegevens van de individuele werknemers gebruikt van de laatste volledige waarderingsdatum, rekening houdend met veronderstellingen op het vlak van loonsverhogingen en mogelijk verloop. Bij alle waarderingen worden de verplichtingen gewaardeerd op de toepasselijke balansdatum en de marktwaarde van de pensioenfondsbeleggingen wordt eveneens op deze datum gerapporteerd, onafhankelijk van het feit of het een volledige of een roll-forwardwaardering betreft. De contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt bepaald door de geschatte toekomstige kasuitstromen te verdisconteren op basis van de marktrendementen van hoogwaardige ondernemingsobligaties waarvan de looptijd consistent is met de looptijd van de verplichtingen van de Groep en waarvan de valuta dezelfde is als die waarin de beloningen verwacht worden te zullen worden betaald. Herwaarderingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen, de impact van de limiet op activa (indien van toepassing) en het rendement op fondsbeleggingen (excl. rente) worden onmiddellijk opgenomen in de balans samen met een tenlasteneming of creditering van de overige onderdelen van het totaalresultaat in de periode waarin deze zich voordoen. Herwaarderingen die opgenomen zijn in de overige onderdelen van het totaalresultaat worden nooit naar de winst- en verliesrekening overgeboekt. De entiteit kan deze in de overige onderdelen van het totaalresultaat opgenomen bedragen evenwel overboeken binnen het eigen vermogen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt in de winst- en verliesrekening in de periode van de wijziging van de regeling. Nettorente wordt berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettoverplichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. De kosten voor toegezegde pensioenrechten worden onderverdeeld in drie categorieën: • aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, winsten en verliezen op inperkingen en afwikkelingen; • netto rentekosten of -inkomsten; • herwaardering. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 208 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg De Groep neemt de eerste twee componenten van de kosten voor toegezegde pensioenen op onder de personeelskosten in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening (in de operationele kosten volgens aard). Netto rentekosten of -inkomsten worden opgenomen als onderdeel van de operationele winst. Winsten en verliezen als gevolg van inperkingen worden opgenomen als pensioenkosten van verstreken diensttijd. Herwaarderingen worden geboekt onder de overige onderdelen van het totaalresultaat. 3.28.2. Overige vergoedingen na uitdiensttreding Sommige ondernemingen van de Groep verlenen hun gepensioneerden medische zorgverlening na uitdiensttreding. De nettoverplichting van de Groep is het bedrag van toekomstige beloningen die werknemers hebben verdiend in ruil voor hun dienstverband in de lopende en voorgaande perioden. De verwachte kosten van deze beloningen worden erkend over de periode van tewerkstelling, op basis van dezelfde methodologie als deze die gebruikt wordt voor de toegezegd-pensioenregelingen. 3.28.3. Ontslagvergoedingen Ontslagvergoedingen zijn verschuldigd wanneer het dienstverband van een werknemer wordt beëindigd vóór de normale pensioendatum, of wanneer een werknemer in ruil voor deze vergoedingen vrijwillig ontslag aanvaardt. De Groep neemt ontslagvergoedingen op wanneer ze zich aantoonbaar heeft verbonden tot hetzij de beëindiging van het dienstverband van huidige werknemers volgens een gedetailleerd formeel plan zonder de mogelijkheid dat het plan ingetrokken wordt, hetzij de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod dat aan de werknemers gedaan werd om vrijwillig ontslag te stimuleren. Vergoedingen die na meer dan 12 maanden na de balansdatum invorderbaar worden, worden naar hun contante waarde verdisconteerd. 3.28.4. Overige lange-termijnpersoneelsbeloningen De verplichtingen voor jubileumpremies en beloningen voor het in dienst zijn gedurende een lange periode worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige betalingen met betrekking tot diensten verstrekt door werknemers tot op het einde van de verslagperiode, gebruik makend van de 'projected unit credit'-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met verwachte toekomstige loonsverhogingen, ervaringen inzake personeelsverloop en dienstverleningsperioden. Verwachte toekomstige betalingen worden verdisconteerd op basis van de marktrendementen van hoogwaardige ondernemingsobligaties waarvan de looptijd en de valuta zo nauw mogelijk overeenkomen met deze van de geschatte toekomstige kasuitstromen. Herwaarderingen ten gevolge van ervaringsaanpassingen en wijzigingen in actuariële veronderstellingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. 3.28.5. Winstdeling en bonusregelingen De Groep neemt een verplichting en een last op voor bonussen en winstdeling op basis van een formule waarbij de winst die toewijsbaar is aan de werknemers van de Vennootschap, na bepaalde correcties, in aanmerking genomen wordt. De Groep neemt een voorziening op wanneer een betrouwbare schatting van de verplichting kan worden gemaakt, aangezien er een praktijk uit het verleden bestaat voor betalingen van bonussen en winstdelingen die een feitelijke verplichting heeft doen ontstaan. 3.28.6. Op aandelen gebaseerde betalingen De Groep beheert verschillende in eigen-vermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen als beloning voor de werknemers. De reële waarde van de diensten die worden ontvangen van de werknemers in ruil voor de toekenning van aandelenopties, wordt als last opgenomen. Het totaalbedrag dat wordt opgenomen in kosten, wordt bepaald door verwijzing naar de reële waarde van de toegekende aandelenopties, waarbij geen rekening wordt gehouden met de impact van eventuele voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde toekenningsvoorwaarden die niet marktgerelateerd zijn (bijvoorbeeld winstgevendheid, gedurende een bepaalde tijd in dienst blijven bij de entiteit). Toekenningsvoorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde voorwaarden die niet marktgerelateerd zijn, worden opgenomen in de veronderstellingen over het aantal opties dat verwacht wordt onvoorwaardelijk te worden. Het totale bedrag van de kost wordt opgenomen over de wachtperiode, hetgeen de periode is gedurende dewelke alle bepaalde toekenningsvoorwaarden moeten worden vervuld. De reële waarde van het aandelenoptieplan wordt bepaald op de toekenningsdatum volgens het waarderingsmodel van Black & Scholes, dat rekening houdt met de verwachte looptijd en het annuleringspercentage van de opties. Op elke balansdatum herziet de entiteit haar schattingen van het aantal opties dat naar verwachting onvoorwaardelijk zal worden. Ze neemt de impact van de herziening van de oorspronkelijke schattingen desgevallend op in de winst- en verliesrekening, met een overeenkomstige aanpassing in het eigen vermogen. De reële waarde van het bedrag dat betaalbaar is aan werknemers op basis van 'share appreciation rights', fantoomaandelenoptieplannen, fantoomaandelentoekenningsplannen en fantoomprestatieaandelenplannen die in geldmiddelen worden afgewikkeld, wordt geboekt als een last, met een overeenstemmende verhoging van de verplichtingen over de periode gedurende dewelke de werknemers onvoorwaardelijk recht krijgen op de betaling. De verplichting wordt geherwaardeerd op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling. Alle wijzigingen in de reële waarde van de verplichtingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als personeelskosten. 3.29. Voorzieningen Voorzieningen worden opgenomen in de balans wanneer: • er een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting is als gevolg van een gebeurtenis in het verleden; • het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen omvatten, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen; en • het bedrag van de verplichting betrouwbaar geschat kan worden. Het bedrag dat als voorziening opgenomen wordt, is de beste schatting van de vereiste uitgaven om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting vereist zullen zijn om de verplichting af te wikkelen, aan de hand van een disconteringsvoet die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico's die inherent zijn aan de verplichting. De verhoging van de voorziening vanwege het verstrijken van tijd wordt als rentelast geboekt. Een voorziening voor reorganisatiekosten wordt geboekt wanneer de Groep een gedetailleerd formeel plan heeft en ze bij de betrokkenen een geldige verwachting gewekt heeft dat ze de reorganisatie zal doorvoeren door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijkste kenmerken ervan aan de betrokkenen mee te delen. Milieuvoorzieningen vloeien hoofdzakelijk voort uit wettelijke contractuele verplichtingen. Voor meer informatie over deze milieu- en andere voorzieningen verwijzen wij naar Toelichting 34 Voorzieningen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 209 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 4. Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen Schattingen en beoordelingen worden voortdurend geëvalueerd en zijn gebaseerd op historische ervaring en andere factoren, inclusief de verwachtingen betreffende toekomstige gebeurtenissen die redelijk worden geacht gezien de omstandigheden. 4.1. Kritische beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep Opbrengstenerkenning De Groep is betrokken partij bij licentieverleningsovereenkomsten die gepaard kunnen gaan met vooruitbetalingen, ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet en royalty's die zich verspreid over verschillende jaren kunnen voordoen en bepaalde toekomstige contractuele verplichtingen kunnen inhouden. Voor alle licentieverleningsovereenkomsten waarbij een licentie wordt toegekend samen met andere goederen en diensten, maakt de Groep eerst een beoordeling over het feit of de licentie al dan niet beschouwd dient te worden als een afzonderlijke prestatieverplichting of niet. Indien het toekennen van de licentie beschouwd wordt als een afzonderlijke prestatieverplichting, worden de opbrengsten met betrekking tot de overdracht van de licentie erkend op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de aard van de licentie. Opbrengsten worden enkel gespreid over een bepaalde periode indien de Groep ontwikkelings-, productie- of andere activiteiten uitvoert die een significante impact hebben op de getransfereerde intellectuele eigendom, waarbij de licentiehouder wordt blootgesteld aan de effecten van deze activiteiten, indien deze activiteiten geen afzonderlijke dienst vertegenwoordigen. Indien de Groep van oordeel is dat deze voorwaarden niet vervuld zijn, worden de opbrengsten die resulteren uit licentieverleningsovereenkomsten erkend op het ogenblik dat de zeggenschap over de licentie getransfereerd wordt. Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend en ingeval de input-methode als de beste methode wordt beschouwd om de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant weer te geven, kan enige beoordeling nodig zijn bij de toepassing van deze methode, met name bij het inschatten van de totale op te lopen kosten en uren. In dit geval gebruikt de Groep haar beste schatting op basis van ervaringen uit het verleden en actuele kennis en vooruitgang van de te verstrekken dienst. Schattingen worden op continue basis opnieuw beoordeeld. Gezien de activiteiten van de Groep, biedt de input-methode in de meeste gevallen de meest getrouwe weergave van de overdracht van de dienst aan de klant. Voor licenties die gebundeld worden met andere diensten (zoals bijvoorbeeld ontwikkelings- of productiediensten) zal de Groep een beoordeling maken over het feit of de gecombineerde prestatieverplichting vervuld wordt op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode. Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend, zal de Groep beoordelen over welke periode de diensten worden verstrekt. De Groep zal ook een beoordeling maken bij het toewijzen van de verschillende componenten van de transactieprijs aan de verschillende prestatieverplichtingen in geval er, naast de overdracht van de licentie, ook andere prestatieverplichtingen in de licentieverleningsovereenkomst opgenomen zijn. Opbrengstenerkenning voor licentieverleningsovereenkomsten is bijgevolg gebaseerd op de specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan elke licentieverleningsovereenkomst. Dit kan ertoe leiden dat kasontvangsten aanvankelijk geboekt worden als contractuele verplichtingen en dan overgeboekt worden naar de opbrengsten in de volgende verslagperiodes op basis van de diverse voorwaarden die in de overeenkomst vermeld worden. Beëindigde bedrijfsactiviteiten Bedrijfsactiviteiten die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop of die verkocht werden, worden gepresenteerd als beëindigde bedrijfsactiviteiten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening indien de bedrijfsactiviteiten een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht. De inschatting van wat een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit is, gebeurt geval per geval en hangt af van de grootte van de bedrijfsactiviteiten in termen van opbrengsten, brutowinst of totale waarde van activa en verplichtingen in vergelijking met de totale bedrijfsactiviteiten van de Groep. Op basis van deze beoordeling wordt de afstoting van de ontwikkelde neurologie- en allergie-activiteiten van UCB in China, waaronder KEPPRA®, VIMPAT®, NEUPRO®, ZYRTEC®, XYZAL® en de productiefaciliteit in Zhuhai aan CBC Group en Mubadala Investment Company in 2024, niet beschouwd als een beëindigde bedrijfsactiviteit. Leaseovereenkomsten Voor het bepalen van de leasetermijn houdt het management rekening met alle feiten en omstandigheden die een economisch voordeel inhouden bij het uitoefenen van een optie om een contract te verlengen of te beëindigen. De beoordeling wordt herzien indien zich een belangrijke gebeurtenis of een significante wijziging in de omstandigheden voordoet die een invloed kan hebben op deze beoordeling. Gedurende het lopende boekjaar zijn geen materiële aanvullende leaseverplichtingen en gebruiksrechten van activa erkend als gevolg van de herziening van leasetermijnen om rekening te houden met het effect van het uitoefenen van opties om een contract te verlengen. Per 31 december 2025 werden potentiële toekomstige kasuitstromen van ongeveer € 13 miljoen (niet-verdisconteerd) niet opgenomen in de leaseverplichting, omdat het niet redelijk zeker is dat de leases zullen worden verlengd (of niet worden beëindigd). 4.2. Kritische boekhoudkundige schattingen en veronderstellingen De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie, vereist dat de directie schattingen en veronderstellingen maakt die invloed hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen, de toelichting van voorwaardelijke activa en verplichtingen op de datum van de jaarrekening en de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten tijdens de verslagperiode. De directie baseert haar schattingen op ervaring en cijfers uit het verleden evenals verscheidene andere veronderstellingen die worden geacht redelijk te zijn in de gegeven omstandigheden, waarvan de resultaten de basis vormen voor de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten die mogelijks niet onmiddellijk blijken uit andere bronnen. De werkelijke resultaten zullen per definitie afwijken van deze schattingen. Schattingen en veronderstellingen worden periodiek herzien en de effecten van herzieningen worden in de jaarrekening weerspiegeld in de periode waarin ze geacht worden noodzakelijk te zijn. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 210 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 4.2.1. Omzetreducties De Groep heeft accruals geboekt voor verwachte verkoopretouren, terugvorderingen (charge-backs) en andere rabatten, inclusief de programma’s 'Medicaid Drug Rebate' en 'Federal Medicare' in de Verenigde Staten en gelijksoortige rabatten in andere landen. Dergelijke schattingen zijn gebaseerd op analyses van bestaande contractuele verplichtingen of wetgevingen, historische trends en op de ervaring van de Groep. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de accruals die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties. In het algemeen worden de kortingen, rabatten en andere verminderingen die op de factuur worden vermeld in de winst- en verliesrekening opgenomen als een onmiddellijke vermindering van de bruto-omzet. De verkoopretouren, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat en in de balans in de toepasselijke accrualrekening gepresenteerd, en afgetrokken van de omzet. Alle omzetreducties worden beschouwd als deel uitmakend van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs. Het bedrag van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs wordt zo bepaald dat de totale transactieprijs de prijs is die door het management wordt ingeschat als zijnde niet onderworpen aan beperkingen. 4.2.2. Immateriële activa en goodwill De Groep heeft immateriële activa met een boekwaarde van € 3 447 miljoen (Toelichting 20 Immateriële activa ) en goodwill met een boekwaarde van € 5 091 miljoen ( Toelichting 21 Goodwill). De immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. bij de start van de commercialisering van de gerelateerde producten). De directie schat dat de economische gebruiksduur voor verworven lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten gelijk is aan de periode dat deze producten genieten van de patentbescherming of de exclusiviteit van gegevens. Voor de immateriële activa die verworven worden door een bedrijfscombinatie en die compounds bevatten die gecommercialiseerd worden maar waarvoor geen patentbescherming of exclusiviteit van gegevens bestaat, schat de directie dat de economische gebruiksduur gelijk is aan de periode waarin deze compounds substantieel alle geldelijke bijdragen zullen realiseren. Deze immateriële activa en goodwill worden regelmatig getoetst op bijzondere waardeverminderingen en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er eventueel van een bijzondere waardevermindering sprake is. De nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en goodwill worden minstens jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen. Om te beoordelen of er sprake is van enige bijzondere waardevermindering, gebeuren de schattingen op basis van de verwachte toekomstige kasstromen uit het gebruik van deze activa en hun eventuele verkoop. Deze geraamde kasstromen worden dan aangepast aan de contante waarde, met toepassing van een gepaste disconteringsvoet die de risico's en onzekerheden die gepaard gaan met de geraamde kasstromen weerspiegelt. De werkelijke resultaten kunnen sterk afwijken van dergelijke schattingen van verdisconteerde toekomstige kasstromen. Factoren zoals de opkomst of afwezigheid van concurrentie, technische veroudering of rechten die lager liggen dan verwacht, kunnen leiden tot een verkorting van de economische gebruiksduur en tot bijzondere waardeverminderingen. De Groep paste de volgende basisveronderstellingen toe voor de berekening van de 'bedrijfswaarde', die vereist is voor de test op bijzondere waardeverminderingen van immateriële activa en goodwill op het einde van het jaar: • Groeiratio voor de eindwaarde 2% • Disconteringsvoet met betrekking tot goodwill en immateriële activa voor verkochte producten 8,25% Omdat de kasstromen ook rekening houden met de belastinguitgaven wordt een disconteringsvoet na belastingen gebruikt in de testen op bijzondere waardeverminderingen. De directie is van mening dat het gebruik van de disconteringsvoet na belastingen overeenstemt met de resultaten van het gebruik van een disconteringsvoet vóór belastingen toegepast op kasstromen vóór belastingen. 4.2.3. Milieuvoorzieningen De Groep heeft voorzieningen voor kosten voor milieusanering aangelegd die beschreven staan in Toelichting 34 Voorzieningen . De belangrijkste elementen van de milieuvoorzieningen betreffen de kosten om vervuilde sites volledig te saneren en opnieuw in te richten en om vervuiling op sommige andere sites te behandelen, vooral diegene die verband houden met de afgestoten chemische en filmactiviteiten van de Groep. Toekomstige kosten voor milieusanering worden beïnvloed door een aantal onzekerheden, waaronder de ontdekking van aangetaste sites (waarvan men voorheen niet wist dat ze aangetast waren), de methode en omvang van het milieuherstel, het percentage van vervuiling dat aan de Groep toe te schrijven is en de financiële capaciteiten van de andere mogelijk verantwoordelijke partijen. Gezien de moeilijkheden die inherent zijn aan het inschatten van de verplichtingen op dit gebied, kan niet worden gegarandeerd dat er geen extra kosten zullen zijn naast de momenteel reeds voorziene bedragen. De impact van de milieuherstelmaatregelen op de resultaten van de bedrijfsactiviteiten kan niet voorspeld worden vanwege de onzekerheid betreffende het bedrag en de timing van toekomstige uitgaven en de resultaten van toekomstige activiteiten. Indien dergelijke wijzigingen zich zouden voordoen, kan dit een impact hebben in de toekomst op de in de balans geboekte voorzieningen. 4.2.4. Personeelsbeloningen De Groep heeft momenteel talrijke toegezegd-pensioenregelingen die beschreven staan in Toelichting 33 Personeelsbeloningen. De berekening van de activa of verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is gebaseerd op statistische en actuariële veronderstellingen. Dit is in het bijzonder het geval voor de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten die beïnvloed wordt door veronderstellingen met betrekking tot de discontovoeten die gebruikt worden om tot de contante waarde van toekomstige pensioenverplichtingen te komen en veronderstellingen over toekomstige stijgingen van salarissen en beloningen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 211 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Verder maakt de Groep gebruik van statistische veronderstellingen inzake toekomstige terugtrekkingen van deelnemers uit de regelingen en schattingen inzake de levensverwachting. De gebruikte actuariële veronderstellingen kunnen sterk verschillen van de werkelijke resultaten vanwege wijzigingen in de markt- en economische omstandigheden, een hoger of lager personeelsverloop, langere of kortere levensverwachting van deelnemers en andere wijzigingen in de geëvalueerde factoren. Deze verschillen zouden een invloed kunnen hebben op de activa of verplichtingen die in de toekomst in de balans zullen worden geboekt. 4.2.5. Belastingposities De Groep is actief in meerdere rechtsgebieden waar vaak een complexe juridische en fiscale regelgeving van toepassing is. De Groep werkt constructief mee met de fiscale autoriteiten. Waar nodig raadpleegt UCB consultants en juridische adviseurs om opinies te krijgen over fiscale wetgeving en principes. De posities met betrekking tot de inkomstenbelasting worden als gefundeerd beschouwd door de Groep en zijn bedoeld om uitdagingen door de fiscus te weerstaan. Het wordt evenwel erkend dat sommige posities onzeker zijn en interpretaties bevatten van complexe fiscale wetgeving alsook transfer pricing overwegingen, die zouden betwist kunnen worden door de fiscus. De Groep beoordeelt deze posities op basis van technische aspecten en dit op een regelmatige basis gebruik makend van alle beschikbare informatie (wetgeving, jurisprudentie, regelgeving, gevestigde praktijken, gezaghebbende doctrine, alsook op basis van de huidige staat van besprekingen met de fiscale autoriteiten, waar van toepassing). Een verplichting wordt opgenomen voor elk item waarvoor het onwaarschijnlijk is dat de positie kan standhouden bij onderzoek door de fiscale autoriteiten en na gebruik van alle rechtsmiddelen om de positie voor de rechtbank te verdedigen, op basis van alle relevante informatie. De verplichting wordt berekend als zijnde de meest waarschijnlijke uitkomst voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting of de verwachte waarde voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting en verrekenprijzen, afhankelijk van welke methode verwacht wordt een betere voorspelling te geven van de uitkomst van elke onzekere belastingpositie, met het oog op het weergeven van de waarschijnlijkheid dat een aanpassing bij onderzoek wordt erkend. Deze inschattingen zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die bestaan op het einde van de verslagperiode. De belastingverplichting en kost inzake winstbelastingen bevatten boetes en nalatigheidsinteresten die voortvloeien uit fiscale geschillen. Een vordering voor aanpassingen naar aanleiding van een belastingcontrole wordt erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht, op basis van de technische aspecten van de fiscale zaak, dat een Onderling Overleg of Arbitrageprocedure kan voorzien in een overeenkomstige aanpassing in één of meerdere rechtsgebieden. De vordering wordt berekend als de verwachte waarde (in verband met kwesties inzake verrekenprijzen) van de recupereerbaarheid in de vennootschapsbelasting in het betreffende rechtsgebied na voltooiing van het Onderling Overleg of Arbitrageprocedure. De Groep heeft een netto uitgestelde belastingvordering van € 1 273 miljoen erkend (Toelichting 32 Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen). De opname van uitgestelde belastingvorderingen is gebaseerd op de vraag of het waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn in de toekomst waartegen de terugboeking van tijdelijke verschillen kan worden afgezet. Indien de tijdelijke verschillen betrekking hebben op verliezen of overdraagbare belastingvoordelen (zoals innovatieaftrek), wordt de beschikbaarheid van voldoende verwachte belastbare winsten om met de belastingvoordelen te compenseren, ook in overweging genomen, rekening houdend met de functie en het risicoprofiel van de betrokken belastbare entiteit. Belangrijke elementen die het management heeft beoordeeld bevatten de erkenning op de balans van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot verliezen in rechtsgebieden waar verliezen werden gemaakt in voorgaande perioden, maar waar nu winsten worden gemaakt en waarvan verwacht wordt dat er ook in de nabije toekomst winsten zullen worden gemaakt. In dergelijke gevallen heeft het management de beste inschatting gemaakt van de juiste waarde van deze activa hetgeen de inschatting omvat van de lengte van de toekomstige periode die gebruikt dient te worden voor dergelijke beoordelingen. Deze beoordelingen worden geval per geval gemaakt, rekening houdend met de oorsprong en aard van de verwachte inkomsten, gebaseerd op de functionele profielen van de betrokken entiteiten en dit entiteit per entiteit. Deze periode overschrijdt echter in de meeste gevallen niet de periode van vijf jaar. Verschillen in de verwachte belastbare winst en de werkelijke winstgevendheid of een verlaging van de verwachte toekomstige belastbare winsten zouden de uitgestelde belastingvorderingen die in toekomstige perioden worden erkend, kunnen beïnvloeden. Uitgestelde belastingvorderingen worden in beperkte mate erkend voor entiteiten die momenteel nog verlieslatend zijn of geen gebruik maken van hun belastingvoordelen, waarbij winstprognoses een betrouwbare indicator vormen voor de toekomstige fiscale winst. Het management heeft de impact van de internationale belastinghervorming van de OESO ('Belastinguitdagingen als gevolg van de digitalisering van de economie') op de opname en waardering van uitgestelde belastingvorderingen beoordeeld en is tot de conclusie gekomen dat er geen bijkomende materiële uitgestelde belastingvorderingen moeten worden opgenomen per balansdatum. 5. Financieel risicobeheer De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico's die voortvloeien uit haar onderliggende activiteiten en bedrijfsfinancieringsactiviteiten. Deze financiële risico's bestaan uit marktrisico's (waaronder valutarisico's, renterisico's en prijsrisico's), kredietrisico's en liquiditeitsrisico's. Deze toelichting geeft informatie over de blootstelling van de Groep aan en het beheer van de bovengenoemde risico's en over het kapitaalbeheer van de Groep. 5.1. Marktrisico Het marktrisico is het risico dat veranderingen in de marktprijzen, zoals wisselkoersen, rentevoeten en beurskoersen, de winst- en verliesrekening van de Groep of de waarde van haar activa en verplichtingen zouden beïnvloeden. Het doel van het marktrisicobeheer is blootstelling aan dergelijke risico's te beheren en in de hand te houden. De Groep gaat financiële derivaten aan en gaat ook financiële verplichtingen aan, of houdt financiële activa aan, om het marktrisico te beheren. Waar mogelijk, streeft de Groep ernaar hedge accounting te gebruiken om volatiliteit in de winst- en verliesrekening te beheren. De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve doeleinden. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 212 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 5.1.1. Valutarisico De Groep is over de hele wereld actief en is blootgesteld aan schommelingen in vreemde valuta die invloed hebben op haar in euro uitgedrukte kasstromen, nettowinst en haar financiële positie. De Groep beheert actief haar posities in vreemde valuta en sluit, indien van toepassing, transacties af die gericht zijn op het behoud van de waarde van bestaande activa en verplichtingen of verwachte transacties. Om deze afdekkingsdoelstellingen te bereiken, gaat de Groep valutafinancieringstransacties aan en maakt zij gebruik van financiële derivaten, waaronder termijncontracten, valuta-opties en cross-currency swaps. De instrumenten ter afdekking van blootstelling aan transacties worden voornamelijk aangegaan in Amerikaanse dollar, Britse pond, Japanse yen en Zwitserse frank, d.w.z. de valuta waarin de Groep haar grootste risico's loopt. Het beleid van de Groep voor financieel risicobeheer bestaat erin om zowel (i) de impact af te dekken van het herwaarderen van activa en verplichtingen in vreemde valuta naar de functionele valuta van de relevante dochterondernemingen, als om (ii) binnen vastgestelde beleidsrisicolimieten, de impact af te dekken van koersschommelingen op de verwachte netto kasstromen van de Groep in vreemde valuta, en dit over een periode die doorgaans maximaal 24 maanden bedraagt. De Groep heeft bovendien bepaalde investeringen in bedrijfsactiviteiten in het buitenland, waarvan de netto-activa (of netto-verplichtingen) blootgesteld zijn aan het risico van de omrekeningsverschillen van vreemde valuta. De omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van in vreemde valuta uitgedrukte jaarrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen van de Groep alsook van gelijkgestelde netto-investeringsposities in buitenlandse activiteiten en afdekkingen van netto-investeringen worden weergegeven als cumulatieve omrekeningsverschillen in het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen van de Groep. 5.1.2. Effect van wisselkoersschommelingen Per 31 december 2025 zou de impact op het eigen vermogen en op de winst na belastingen over het jaar als volgt geweest zijn indien de euro met 10% was versterkt of verzwakt ten opzichte van de volgende valuta, met behoud van alle andere variabelen, gebaseerd op de uitstaande saldi voor de valuta en afdekkingsinstrumenten op die datum: Per 31 december 2025 € miljoen Wijziging in wisselkoers. Versterking / verzwakking (-) EUR Impact op eigen vermogen: Verlies (-)/winst Impact op winst- en verliesrekening: Verlies (-)/winst USD 10% 96 0 (10)% -118 0 GBP 10% -5 20 (10)% 6 -24 CHF 10% -51 -1 (10)% 62 1 JPY 10% 9 0 (10)% -11 0 Per 31 december 2024 € miljoen Wijziging in wisselkoers. Versterking / verzwakking (-) EUR Impact op eigen vermogen: Verlies (-)/winst Impact op winst- en verliesrekening: Verlies (-)/winst USD 10% 52 5 (10)% -64 -6 GBP 10% -6 3 (10)% 8 -3 CHF 10% -60 1 (10)% 74 -1 JPY 10% 10 1 (10)% -12 -2 5.1.3. Renterisico Wijzigingen in rentevoeten kunnen leiden tot variaties in renteopbrengsten en -kosten die voortvloeien uit rentedragende activa en verplichtingen. Daarnaast kunnen ze invloed hebben op de reële waarde van bepaalde financiële activa, verplichtingen en instrumenten, zoals beschreven in het volgende onderdeel over het marktrisico van financiële activa. De rentevoeten op de belangrijkste schuldinstrumenten van de Groep zijn zowel vast als variabel, zoals beschreven in Toelichting 29 Leningen en 30 Obligaties. De Groep maakt gebruik van rentederivaten om het renterisico te beheren, zoals beschreven in Toelichting 39 Afgeleide financiële instrumenten. De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten (renteswaps) als afdekkingsinstrumenten, ofwel onder reële-waardeafdekkingen tegen vastrentende financiële activa en verplichtingen, ofwel onder kasstroomafdekkingen tegen financiële activa of verplichtingen met variabele rentevoet. Onder reële- waardeafdekkingen zijn zowel de afgeleide financiële instrumenten als de afgedekte positie geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Onder kasstroomafdekkingen worden alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan verplichtingen van de Groep met variabele rentevoet, geboekt in het eigen vermogen. 5.1.4. Effect van wijzigingen in de rentevoeten Een verhoging van de rentevoeten met 300 basispunten op balansdatum zou het eigen vermogen hebben verhoogd met € 21 miljoen (vergeleken met € 40 miljoen in 2024); een verlaging van de rentevoeten met 300 basispunten zou het eigen vermogen hebben verlaagd met € 23 miljoen (vergeleken met € 44 miljoen in 2024). Een verhoging of verlaging van de rentevoeten met 300 basispunten op balansdatum zou een impact van respectievelijk € 0 miljoen en € 0 miljoen gehad hebben op de winst- en verliesrekening (2024: € -1 miljoen en € 1 miljoen). Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 213 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Alle renteafdekkingen worden onder IFRS 9 aangemerkt als kasstroomafdekkingen of reële- waardeafdekkingen en bijgevolg wordt, behalve in geval van minimale afdekkingsinefficiëntie en beëindigde toegewezen afdekkingen, het resultaat van een verandering in de rentecurve geboekt via het eigen vermogen, respectievelijk gecompenseerd door de herwaardering via de winst- en verliesrekening van de afgedekte positie. Naast renteafdekkingen hebben veranderingen in rentevoeten ook invloed op de waardering van termijncontracten, valutaopties en cross-currency swaps, maar het netto-effect werd verondersteld neutraal te zijn, rekening houdend met een parallelle verschuiving in de rentecurves van beide valuta. Het betreft hier allemaal berekeningen vóór belastingen. 5.1.5. Virtual Power Purchase Agreement (elektriciteitsprijsrisico) In juli 2024 heeft de Groep drie Virtual Power Purchase Agreements (VPPA’s) voor hernieuwbare energie gesloten met betrekking tot drie zonne-energiecentrales in Spanje. VPPA's bevatten van nature een ingebed derivaat op elektriciteitsprijzen, dat als zodanig wordt gewaardeerd in overeenstemming met de IFRS 9-normen. De Groep heeft deze derivaten niet aangewezen voor kasstroomafdekking-accounting. Als gevolg hiervan wordt de verandering van de reële waarde ten opzichte van de initiële waardering opgenomen onder financiële resultaten, na identificatie van het deel dat betrekking heeft op de Garanties van Oorsprong (GoO's), samen met de pro rata temporis lineaire afschrijving van de initiële waardering. 5.1.6. Prijsgevoeligheid van de Virtual Power Purchase Agreement De onderstaande tabel toont de gevoeligheid van de berekeningen van de waarde van het derivaat als gevolg van wijzigingen van de elektriciteitsprijzen zoals deze werden toegepast bij de waardering van de VPPA. Per 31 december 2025 € miljoen Wijziging Impact op VPPA-derivaat Gevoeligheid aan het disconteringspercentage +1% 0 -1% 0 Gevoeligheid aan de elektriciteitsmarktprijs +10% 1 -10% -1 Gevoeligheid aan de vewachte elektriciteitsproductie +5% 0 -5% 0 Per 31 december 2024 € miljoen Wijziging Impact op VPPA-derivaat Gevoeligheid aan het disconteringspercentage +1% 0 -1% 0 Gevoeligheid aan de elektriciteitsmarktprijs +10% 1 -10% -1 Gevoeligheid aan de verwachte elektriciteitsproductie +5% 0 -5% 0 5.1.7. Overige risico's in verband met de marktprijs Wijzigingen in de reële waarde van bepaalde financiële activa en afgeleide financiële instrumenten kunnen het nettoresultaat of de financiële positie van de Groep beïnvloeden. Langlopende financiële activa worden voor contractuele doeleinden aangehouden. Het risico van waardeverlies wordt beheerd door beoordelingen te maken alvorens over te gaan tot investering, en door continue opvolging van de resultaten van de investeringen en contractanten en wijzigingen in hun risicoprofiel. Investeringen in aandelen omvatten investeringen door UCB Ventures en investeringen in ondernemingen waarop UCB geen invloed van betekenis heeft. Deze investeringen zijn geclassificeerd als financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (OCI). Alle winsten en verliezen ten gevolge van wijzigingen in reële waarde worden getoond in de overige onderdelen van het totaalresultaat . Zoals in 2024, verwierf de Groep in de loop van 2025 eigen aandelen, welke in het eigen vermogen werden geboekt. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 214 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 5.2. Kredietrisico Kredietrisico ontstaat uit de mogelijkheid dat de tegenpartij in een transactie mogelijk niet in staat of niet bereid is aan haar verplichtingen te voldoen, waardoor de Groep een financieel verlies lijdt. Handelsvorderingen zijn onderworpen aan een beleid van actief risicobeheer, waarbij de nadruk ligt op de inschatting van de risico's die verbonden zijn aan specifieke landen, de beschikbaarheid van krediet, lopende kredietbeoordeling en klantencontroleprocedures. Onder de handelsvorderingen zijn er bepaalde concentraties van kredietrisico's van tegenpartijen, met name in de Verenigde Staten, vanwege de verkoop via groothandelaars (Toelichting 25 Handelsvorderingen en overige vorderingen). Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals op de Internationale Markten en Zuid-Europese, Oost-Europese en Scandinavische landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten. In de Verenigde Staten heeft de Groep een financieringsovereenkomst voor handelsvorderingen afgesloten waardoor deze niet langer in de balans dienen opgenomen te worden. Conform de algemene voorwaarden van de overeenkomst, behoudt UCB geen enkel risico van niet-betaling of laattijdig betalingsrisico met betrekking tot de overgedragen handelsvorderingen. De blootstelling van andere financiële activa aan kredietrisico's wordt beheerd door het beleid van de Groep om kredietposities te beperken tot hoogwaardige tegenpartijen, kredietratings regelmatig te evalueren en voor elke individuele tegenpartij bepaalde limieten vast te leggen. De criteria die zijn vastgelegd door de Groepsthesaurie voor het investeringsbeleid zijn gebaseerd op langetermijnkredietbeoordelingen die algemeen worden beschouwd als zijnde van hoge kwaliteit en op een 5-jarige 'Credit Default Swap'-koers. Waar het aangewezen is om het risico te beperken, worden met de respectieve tegenpartijen nettingovereenkomsten afgesloten op grond van een ISDA-raamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association). De maximale blootstelling aan kredietrisico's die voortvloeien uit financiële activiteiten, nettingovereenkomsten buiten beschouwing gelaten, is gelijk aan de boekwaarde van financiële activa plus de positieve reële waarde van derivaten. 5.3. Liquiditeitsrisico Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet in staat zal zijn om haar financiële verplichtingen na te komen op de vervaldag. De aanpak van de Groep voor liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te zorgen dat zij altijd over voldoende liquide middelen beschikt om haar verplichtingen op de vervaldag na te komen, in normale omstandigheden, geen onaanvaardbare verliezen te lijden en de reputatie van de Groep te vrijwaren. De Groep houdt voldoende reserves van geldmiddelen en onmiddellijk realiseerbare verhandelbare effecten aan om op elk moment aan haar liquiditeitsbehoeften te kunnen voldoen. Daarnaast beschikt de Groep over bepaalde ongebruikte toegezegde doorlopende kredietfaciliteiten. Op de balansdatum heeft de Groep de volgende liquiditeitsbronnen beschikbaar: • geldmiddelen en kasequivalenten ( Toelichting 26 Geldmiddelen en kasequivalenten ): € 2 251 miljoen (2024: € 1 573 miljoen) • ongebruikte doorlopende kredietfaciliteiten (Toelichting 29 Leningen): ): € 1 miljard (2024: € 1 miljard): deze gesyndiceerde, toegezegde doorlopende kredietfaciliteit van € 1 miljard, gekoppeld aan duurzaamheidscriteria, werd in 2023 opgezet met een vervaldatum in 2028, inclusief de optie om verlengingen van maximaal twee extra jaren aan te vragen. Na het tweede verzoek tot verlenging in februari 2025 is de vervaldatum verlengd tot 2030 voor verplichtingen ten bedrage van in totaal € 928 miljoen in het kader van de doorlopende kredietfaciliteit, met uitzondering van € 72 miljoen, die op 2029 blijft staan. Deze faciliteit was per eind 2025 niet opgenomen. De onderstaande tabel geeft een analyse van de contractuele vervaldagen van de schuldverplichtingen en financiële derivaten van de Groep. Ze zijn geclassificeerd volgens de resterende looptijd vanaf de balansdatum tot de contractuele vervaldag, met uitzondering van de impact van netting. De hieronder vermelde bedragen met betrekking tot de financiële derivaten zijn een indicatie van de niet-verdisconteerde contractuele kasstromen. De bedragen met betrekking tot financiële schulden zijn indicatief voor de niet-verdisconteerde contractuele kasstromen, met inbegrip van rente berekend op basis van overeenkomsten met vaste rente of, bij gebreke daaraan, de laatst beschikbare vaststelling van de relevante referentierentevoet. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 215 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Per 31 december 2025 € miljoen Toelichting Balanstotaal Contractuele kasstroom (inclusief rente) Minder dan 1 jaar Tussen 1 en 2 jaar Tussen 2 en 5 jaar Meer dan 5 jaar Bankleningen en andere langetermijnleningen 29 634 766 29 29 374 334 Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 29 0 0 0 0 0 0 Leaseverplichtingen 29 182 207 64 48 58 37 Private uitgifte met vervaldatum in 2027 30 144 154 2 152 0 0 Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2028 30,1 474 515 5 5 505 0 Retail obligatie met vervaldatum in 2029 30,2 308 363 16 16 331 0 Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2030 30,3 503 606 21 21 564 0 Handels- en overige verplichtingen 35 3 864 3 864 3 772 1 64 27 Voorschotten in rekening-courant 29 0 0 0 0 0 0 Renteswaps -3 -3 -12 -7 16 0 Valutaderivaten die worden gebruikt voor het afdekken van kasstromen en netto-investeringen Uitgaand 4 868 4 864 4 0 0 Inkomend 4 883 4 879 4 0 0 Valutaderivaten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening Uitgaand 2 060 2 060 0 0 0 Inkomend 2 060 2 060 0 0 0 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 216 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Per 31 december 2024 € miljoen Toelichting Balanstotaal Contractuele kasstroom (inclusief rente) Minder dan 1 jaar Tussen 1 en 2 jaar Tussen 2 en 5 jaar Meer dan 5 jaar Bankleningen en andere langetermijnleningen 29 1 393 1 673 91 179 971 432 Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 29 3 3 3 0 0 0 Leaseverplichtingen 29 206 234 60 53 71 50 Private uitgifte met vervaldatum in 2027 30 140 156 2 2 152 0 Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2028 30 463 520 5 5 510 0 Retail obligatie met vervaldatum in 2029 30 313 379 16 16 347 0 Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2030 30 508 627 21 21 64 521 Handels- en overige verplichtingen 35 3 120 3 120 3 019 2 75 24 Voorschotten in rekening-courant 29 0 0 0 0 0 0 Renteswaps -84 -84 -40 -18 -35 9 Valutaderivaten die worden gebruikt voor het afdekken van kasstromen en netto-investeringen Uitgaand 5 268 5 268 0 0 0 Inkomend 5 258 5 258 0 0 0 Valutaderivaten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening Uitgaand 1 509 1 509 0 0 0 Inkomend 1 496 1 496 0 0 0 5.4. Kapitaalrisicobeheer Het kapitaalbeheerbeleid van de Groep is erop gericht om financiële stabiliteit te waarborgen en de aandeelhouderswaarde te optimaliseren, waardoor duurzame impact kan worden gecreëerd voor mensen met ernstige ziekten en voor de samenleving. € miljoen Toelichting 2025 2024 Totaal leningen 29 816 1 602 Obligaties 30 1 429 1 424 Min: geldmiddelen en kasequivalenten, obligaties en in pand gegeven contanten met betrekking tot de financiële leaseverplichting 23, 26 -2 251 -1 573 Netto financiële kaspositie (-) / schuld -7 1 454 Totaal eigen vermogen 10 867 10 029 Totaal financieel kapitaal 10 860 11 482 Gearing ratio —% 13% 5.5. Schatting van reële waarde De reële waarde van financiële instrumenten die worden verhandeld op actieve markten (zoals financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat) is gebaseerd op de prijsnoteringen op de balansdatum. De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald door middel van gangbare waarderingstechnieken zoals optieprijsstellingsmodellen en geschatte contante waarden van kasstromen. De Groep gebruikt verschillende methodes en maakt veronderstellingen die gebaseerd zijn op de marktomstandigheden en krediet- en verzuimrisico's op elke balansdatum. Voor de overige financiële instrumenten worden andere methodes gebruikt om de reële waarde te bepalen, zoals waardeberekening op basis van contante waarde van verwachte kasstromen. De reële waarde van de renteswaps is berekend als de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van het termijncontract wordt bepaald op grond van de contante waarde van de omgewisselde bedragen van de vreemde valuta, tegen de actuele koers op de balansdatum. De boekwaarde min de voorziening voor bijzondere waardevermindering van handelsvorderingen en de boekwaarde van handelsschulden wordt verondersteld de reële waarde te benaderen. De reële waarde van financiële verplichtingen die in de toelichting wordt opgenomen, wordt bepaald door middel van het verdisconteren van de toekomstige contractuele kasstromen tegen de huidige marktrentevoeten waarover de Groep beschikt voor soortgelijke financiële instrumenten. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 217 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 5.5.1. Hiërarchie van de reële waarde IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de reële waarde waarderingen volgens de volgende hiërarchie: • Niveau 1: genoteerde (niet-aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa en verplichtingen; • Niveau 2: andere technieken waarvan alle inputs die een aanzienlijk effect hebben op de geboekte reële waarde, waarneembaar zijn, hetzij direct, hetzij indirect; • Niveau 3: technieken die inputs gebruiken die een aanzienlijk effect op de geboekte reële waarde hebben die niet op observeerbare marktgegevens zijn gebaseerd. Alle toegelichte reële waarde waarderingen zijn recurrente reële waarde waarderingen. 5.5.2. Financiële activa aan reële waarde 31-dec-25 € miljoen Toelichting Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal Financiële activa Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) 23 Genoteerde aandelen 277 0 0 277 Genoteerde schuldinstrumenten 0 0 0 0 Afgeleide financiële instrumenten activa 39 Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 90 0 90 Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 0 11 0 11 Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen 0 7 0 7 Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 0 14 0 14 Afgeleide financiële instrumenten overige activa 0 3 0 3 Overige financiële activa, exclusief afgeleide instrumenten 23 31-dec-24 € miljoen Toelichting Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal Financiële activa Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) 23 Genoteerde aandelen 243 0 0 243 Genoteerde schuldinstrumenten 0 0 0 0 Afgeleide financiële activa 39 Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 11 0 11 Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 0 3 0 3 Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen 0 95 0 95 Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 13 0 13 Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 0 24 0 24 Afgeleide financiële instrumenten overige activa 0 5 0 5 Overige financiële activa, exclusief afgeleide instrumenten 23 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 218 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 5.5.3. Financiële verplichtingen aan reële waarde 31-dec-25 € miljoen Toelichting Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal Financiële verplichtingen Afgeleide financiële instrumenten verplichtingen 39 Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 5 0 5 Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 0 4 0 4 Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen 0 72 0 72 Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 3 0 3 Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 0 31 0 31 Overige financiële verplichtingen, exclusief afgeleide instrumenten 31 31-dec-24 € miljoen Toelichting Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal Financiële verplichtingen Afgeleide financiële instrumenten verplichtingen 39 Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 107 0 107 Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 0 14 0 14 Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen 0 7 0 7 Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 2 0 2 Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 0 63 0 63 Overige financiële verplichtingen, exclusief afgeleide instrumenten 31 In de verslagperiode die werd afgesloten op 31 december 2025 hebben er geen overboekingen plaatsgevonden tussen niveau 1 en niveau 2 van de reële waarde waarderingen en geen overboekingen van of naar niveau 3 van de reële waarde waarderingen. Waarderingstechnieken voor de reële-waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële waarde-hiërarchie gebruiken ofwel de 'verdisconteerde cash flow' of de 'Black & Scholes'-methode (alleen voor vreemde valuta-opties) en publiek beschikbare marktinformatie. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 219 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 5.6. Netting van financiële activa en financiële verplichtingen Hoewel de Groep posten heeft die onderhevig zijn aan een afdwingbare netting- of soortgelijke raamovereenkomst worden de financiële activa en financiële verplichtingen bruto in de balans opgenomen als niet aan de eisen is voldaan om ze netto op te nemen. De onderstaande reconciliaties hebben betrekking op de posten die onderhevig zijn aan een afdwingbare netting- of soortgelijke raamovereenkomst en die niet op een netto basis zijn opgenomen in de balans. De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare nettingovereenkomsten: 31 december 2025 Gerelateerde niet op de balans verrekende posten Nettobedragen € miljoen Bruto financiële activa op de balans Financiële instrumenten Ontvangen zekerheden Derivaten 125 67 0 58 Overige 0 0 0 0 Totaal 125 67 0 58 31 december 2025 Gerelateerde niet op de balans verrekende posten Nettobedragen € miljoen Bruto financiële verplichtingen op de balans Financiële instrumenten Ontvangen zekerheden Derivaten 115 67 0 48 Overige 0 0 0 0 Totaal 115 67 0 48 Met de respectieve tegenpartijen zijn ISDA-raamovereenkomsten (International Swaps and Derivatives Association) afgesloten die de compensatie van financiële activa en passiva mogelijk maken. Dit is van toepassing op de reële waarde-afwikkeling in geval van niet-betaling, maar geldt niet op de afsluitdatum 31 december 2025. De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare nettingovereenkomsten: 31 december 2024 Gerelateerde niet op de balans verrekende posten Nettobedragen € miljoen Bruto financiële activa op de balans Financiële instrumenten Ontvangen zekerheden Derivaten 151 113 0 38 Overige 0 0 0 0 Totaal 151 113 0 38 31 december 2024 Gerelateerde niet op de balans verrekende posten Nettobedragen € miljoen Bruto financiële verplichtingen op de balans Financiële instrumenten Ontvangen zekerheden Derivaten 193 113 0 80 Overige 0 0 0 0 Totaal 193 113 0 80 6. Gesegmenteerde informatie De Groep is actief in één bedrijfssegment, nl. biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend Comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert. Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de netto-omzet per product, de geografische markten en de opbrengsten afkomstig van de belangrijkste klanten. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 220 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 6.1. Omzet per product De netto-omzet bestaat uit: € miljoen 2025 2024 BIMZELX® 2 227 607 CIMZIA® 1 954 2 033 BRIVIACT® 758 686 KEPPRA® (inclusief KEPPRA® XR / E KEPPRA®) 439 582 FINTEPLA® 427 340 RYSTIGGO® 332 202 VIMPAT® 303 329 ZILBRYSQ® 217 72 EVENITY® 137 103 NAYZILAM® 128 124 Overige producten 373 517 Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet 94 19 Totale netto-omzet 7 388 5 613 6.2. Geografische informatie De onderstaande tabel toont de netto-omzet in elke geografische markt waar de klanten zich bevinden: € miljoen 2025 2024 VS 4 609 3 036 Europa – Andere 441 401 Duitsland 425 364 Japan 315 257 Spanje 271 244 Frankrijk (inclusief Franse gebieden) 195 177 Italië 183 171 VK en Ierland 165 164 België 77 61 China 20 143 Andere landen 592 575 Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet 94 19 Totale netto-omzet 7 388 5 613 De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich bevinden: € miljoen 2025 2024 België 1 147 1 032 VK en Ierland 330 269 Zwitserland 236 217 Verenigde Staten 133 169 Duitsland 23 24 Japan 18 17 China 3 1 Andere landen 25 25 Totaal 1 915 1 754 6.3. Informatie over belangrijke klanten UCB heeft drie klanten die individueel meer dan 8% van de totale netto-omzet vertegenwoordigen voor 2025 en 2024: • Mckesson, VS, waarvoor de netto-omzet 2025 € 1260 miljoen bedraagt (17% van de totale netto- omzet) ( 2024: € 838 miljoen, 15% van de netto-omzet) • Cardinal Health, VS, waarvoor de netto-omzet 2025 € 596 miljoen bedraagt (8% van de totale netto-omzet) ( 2024: € 547 miljoen, 10% van de netto-omzet) • Cencora, VS, waarvoor de netto-omzet 2025 € 619 miljoen bedraagt (8% van de totale netto- omzet) (2024: € 488 miljoen, 9% van de netto-omzet) 7. Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten De Groep heeft volgende bedragen erkend met betrekking tot opbrengsten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening: € miljoen 2025 2024 Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten 7 704 6 115 Opbrengsten uit overeenkomsten waarbij risico's en voordelen worden gedeeld 37 37 Totale omzet 7 741 6 152 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 221 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 7.1. Uitsplitsing van opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten Actueel Timing van de opbrengstenerkenning 2025 2024 € miljoen 2025 2024 Op een bepaald moment in de tijd Over een bepaalde periode Op een bepaald moment in de tijd Over een bepaalde periode Netto-omzet VS 4 609 3 036 4 609 0 3 035 0 BIMZELX® 1 657 287 1 657 0 287 0 CIMZIA® 1 208 1 289 1 208 0 1 289 0 BRIVIACT® 578 540 578 0 540 0 FINTEPLA® 355 294 355 0 294 0 RYSTIGGO® 270 184 270 0 184 0 ZILBRYSQ® 157 56 157 0 56 0 NAYZILAM® 128 124 128 0 124 0 KEPPRA® 107 123 107 0 123 0 VIMPAT® 68 56 68 0 56 0 Gevestigde merken / Andere producten 81 83 81 0 83 0 Netto-omzet Europa 1 758 1 582 1 758 0 1 581 0 CIMZIA® 427 436 427 0 436 0 BIMZELX® 424 255 424 0 255 0 KEPPRA® 194 199 194 0 199 0 BRIVIACT® 138 120 138 0 120 0 EVENITY® 137 103 137 0 103 0 VIMPAT® 96 116 96 0 116 0 FINTEPLA® 59 41 59 0 41 0 ZILBRYSQ® 35 8 35 0 8 0 RYSTIGGO® 31 8 31 0 8 0 Gevestigde merken / Andere producten 217 296 217 0 296 0 Netto-omzet Japan 315 257 315 0 257 0 VIMPAT® 84 85 84 0 85 0 BIMZELX® 62 32 62 0 32 0 E KEPPRA® 40 65 40 0 65 0 CIMZIA® 39 28 39 0 28 0 RYSTIGGO® 27 10 27 0 10 0 ZILBRYSQ® 24 8 24 0 8 0 BRIVIACT® 16 1 16 0 1 0 Actueel Timing van de opbrengstenerkenning 2025 2024 € miljoen 2025 2024 Op een bepaald moment in de tijd Over een bepaalde periode Op een bepaald moment in de tijd Over een bepaalde periode FINTEPLA® 9 2 9 0 2 0 Gevestigde merken / Andere producten 14 25 14 0 25 0 Netto-omzet internationale markten 612 718 612 0 718 0 CIMZIA® 280 280 280 0 280 0 KEPPRA® 99 196 99 0 196 0 BIMZELX® 85 33 85 0 33 0 VIMPAT® 55 71 55 0 71 0 BRIVIACT® 25 24 25 0 24 0 FINTEPLA® 4 2 4 0 2 0 RYSTIGGO® 3 0 3 0 0 0 Gevestigde merken / Andere producten 61 111 61 0 111 0 Netto-omzet vóór afdekking 7 294 5 593 7 294 0 5 593 0 Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet 94 19 94 0 19 0 Totale netto-omzet 7 388 5 613 7 388 0 5 613 0 Royaltyinkomsten en - vergoedingen 88 78 88 0 78 0 Opbrengsten uit contractproductie 184 79 184 0 79 0 Inkomsten uit licentieovereenkomsten (vooruitbetalingen, ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet) 40 178 32 8 45 133 Opbrengsten uit diensten, andere leveringen, verkoop van activa 4 167 2 2 167 0 Totaal overige opbrengsten 228 424 218 10 291 133 Totaal opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten 7 704 6 115 7 694 10 5 982 133 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 222 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 7.2. Contractuele activa en verplichtingen De Groep heeft de volgende opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen erkend: € miljoen Toelichting 2025 2024 Contractuele verplichtingen die voortvloeien uit licentieovereenkomsten Langlopend 35 0 0 Kortlopend 35 1 8 Contractuele verplichtingen die voortvloeien uit andere overeenkomsten 0 0 Totale opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen 1 8 De Groep heeft geen opbrengstgerelateerde contractuele activa. De opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen hebben vooral betrekking op nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten. Deze verplichtingen zijn afgenomen door de opname van opbrengsten gedurende het jaar als gevolg van prestatieverplichtingen die zijn nagekomen in 2025. De volgende tabel toont hoeveel van de opbrengsten die in de huidige verslagperiode werden erkend, opgenomen was in het saldo van contractuele verplichtingen aan het begin van de periode en hoeveel van de opbrengsten betrekking heeft op prestatieverplichtingen die in voorgaande perioden werden vervuld. € miljoen 2025 2024 Erkende opbrengsten opgenomen in het saldo van contractuele verplichtingen aan het begin van de periode 8 132 Opbrengsten resulterend uit andere overeenkomsten 0 0 Opbrengsten resulterend uit licentieovereenkomsten 8 132 Erkende opbrengsten met betrekking tot prestatieverplichtingen die in voorgaande perioden werden vervuld 161 122 Omzet van producten 50 28 Opbrengsten resulterend uit licentieovereenkomsten 111 94 De volgende tabel toont nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten: € miljoen Toelichting 2025 2024 Totaal bedrag van de transactieprijs toegewezen aan ontwikkelingsovereenkomsten die op 31 december gedeeltelijk of volledig onvervuld zijn 35 1 8 Nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten 1 8 Het management verwacht dat 100% van de transactieprijs die toegewezen is aan de onvervulde ontwikkelingsovereenkomsten per 31 december 2025, erkend zal worden in de opbrengsten in de volgende verslagperiode. De bedragen die hierboven werden opgenomen, omvatten geen variabele vergoeding die beperkt is. De nog te vervullen prestatieverplichtingen hebben betrekking op ontwikkelingsactiviteiten die volgend jaar moeten worden uitgevoerd. Alle andere ontwikkelings-, productie- of andere serviceovereenkomsten hebben een looptijd van maximaal één jaar of worden gefactureerd op basis van de gepresteerde tijd. Zoals toegestaan onder IFRS 15, wordt de transactieprijs die is toegewezen aan deze onvervulde overeenkomsten niet toegelicht. Er werden geen activa erkend voor gemaakte kosten om een contract na te komen. 8. Bedrijfscombinaties Er waren geen bedrijfscombinaties in 2025. 9. Beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 9.1. Beëindigde bedrijfsactiviteiten Voor 2025 en 2024 waren er geen winsten of verliezen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten. 9.2. Activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop De activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per 31 december 2025, hebben betrekking op voorraden na de verkoop van niet-kernproducten uit het portfolio van gevestigde merken. De activa die worden aangehouden voor verkoop per 31 december 2024, hebben eveneens betrekking op voorraden en een immaterieel actief na de verkoop van niet-kernproducten uit het portfolio van gevestigde merken. Aangezien niet alle marktvergunningen aan de koper worden overgedragen bij de afronding van de verkoop, is UCB in sommige landen nog steeds eigenaar van de voorraden voor deze niet- kernproducten uit het portfolio van gevestigde merken. Er werd geen afwaardering geboekt op deze voorraden. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 223 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 10. Overige opbrengsten € miljoen 2025 2024 Vooruitbetalingen, mijlpaalbetalingen en terugbetalingen 81 382 Opbrengsten uit contractproductie 184 79 Totaal overige opbrengsten 265 461 In de loop van 2025 heeft UCB mijlpaalbetalingen en terugbetalingen van verschillende partijen geboekt ter waarde van € 81 miljoen, voornamelijk gelinkt aan: • Biogen, voor de gezamenlijke ontwikkeling van antilichaam dapirolizumab pegol bij lupus (SLE, fase 3-programma); • Syndax voor licentiemijlpalen voor Axatilimab (in de VS op de markt gebracht als Niktimvo® (monoklonaal antilichaam voor de behandeling van chronische graft-versus-hostziekte). De opbrengsten uit contractproductieactiviteiten houden voornamelijk verband met het afsluiten van loonfabricageovereenkomsten na de afstoting van gevestigde merken in het huidige jaar en voorgaande jaren. Overige opbrengsten voor 2024 omvatten € 157 miljoen in verband met de verkoop van rechten op de gevestigde merken Atarax® en Nootropil®. 11. Operationele kosten volgens aard De onderstaande tabel toont een aantal kostenitems die in de winst- en verliesrekening worden geboekt met een classificatie op basis van hun aard binnen de Groep: € miljoen Toelichting 0 0 Kosten voor personeelsbeloningen 12 2 154 2 050 Afschrijvingen van materiële vaste activa 22 194 174 Afschrijvingen van immateriële activa 20 433 467 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa (netto) 14 0 73 Totaal 2 781 2 764 12. Kosten voor personeelsbeloningen € miljoen Toelichting 2025 2024 Lonen en salarissen 1 504 1 439 Kosten voor sociale zekerheid 233 214 Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegd- pensioenregelingen 33 65 62 Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegde bijdragenregelingen 23 20 Op aandelen gebaseerde betalingen aan werknemers en bestuurders 28 188 183 Verzekering 62 48 Overige personeelsbeloningen 79 84 Totaal kosten voor personeelsbeloningen 2 154 2 050 De totale kosten voor personeelsbeloningen worden toegerekend aan functionele lijnen binnen de winst- en verliesrekening. De overige personeelsbeloningen bestaan voornamelijk uit ontslagvergoedingen, afvloeiingsregelingen en uitkeringen voor langdurige/tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Aantal werknemers per 31 december 2025 2024 Met maandloon 3 186 3 023 Directie 6 931 6 355 Totaal 10 117 9 378 Meer informatie over vergoedingen na uitdiensttreding en op aandelen gebaseerde betalingen vindt u in Toelichtingen 28 Op aandelen gebaseerde betalingen en 33 Personeelsbeloningen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 224 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 13. Overige bedrijfsbaten/-lasten € miljoen 2025 2024 Voorzieningen -20 15 Waardevermindering handels- en overige vorderingen 6 -6 Winst/verlies (-) uit de verkoop van vaste activa -1 -4 Terugbetaling door derden van ontwikkelingskosten 4 10 Ontvangen overheidssubsidies 9 7 Samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling en commercialisering van EVENITY® 632 481 Overige baten/lasten (-) 199 61 Totaal overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 829 564 Het resultaat van de samenwerkingsovereenkomst met Amgen voor de ontwikkeling en commercialisering van EVENITY® bedroeg € 632 miljoen baten (in vergelijking met € 481 miljoen baten in 2024 ). Alle doorrekeningen van kosten voor ontwikkeling en commercialisering naar/van Amgen worden geclassificeerd als overige bedrijfsbaten/lasten. Het equivalent totale netto doorrekeningen per 31 december 2025 bestond uit € 655 miljoen aan marketing- en verkoopbaten (€ 494 miljoen in 2024 ) en € -23 miljoen aan ontwikkelingskosten (€ -13 miljoen in 2024). De voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op btw-risico's en risico's in verband met de recupereerbaarheid van subsidies. In 2025 heeft de Groep de opbrengsten uit de verkoop van gevestigde merken (€ 315 miljoen) en eenmalige kosten (€ 111 miljoen) als gevolg van de afwikkeling van contractuele verplichtingen opgenomen in de regel 'Overige baten/lasten (-)'. 14. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa Een beoordeling van de realiseerbare waarden van de activa van de Groep heeft niet geresulteerd in de erkenning van bijzondere waardeverminderingsverliezen ( 2024 : € 73 miljoen ). In 2024 werd een bijzondere waardevermindering van € 73 miljoen opgenomen, voornamelijk als gevolg van de beëindiging van de ontwikkeling van minzasolmin. In 2025 werden geen bijzondere waardeverminderingsverliezen geboekt voor materiële vaste activa van de Groep ( 2024: € 0 miljoen ). Geen redelijkerwijs mogelijke wijziging in één van de basisveronderstellingen waarop het management zich heeft gebaseerd voor de bepaling van de realiseerbare waarde van de activa zou aanleiding kunnen geven tot een boekwaarde die zijn realiseerbare waarde overschrijdt. 15. Reorganisatiekosten De reorganisatiekosten voor het jaar dat eindigde op 31 december 2025 bedroegen € 36 miljoen ( 2024:€ 25 miljoen ) en hebben betrekking op nieuwe organisatiemodellen en bedrijfsstopzetting. De opgenomen voorzieningen voor herstructurering zoals gedefinieerd in IAS 37.70 voldoen aan de criteria van IAS 37.72. 16. Overige baten/lasten De totale overige baten/lasten bedroegen lasten van € 25 miljoen (2024 : baten van € 586 miljoen) en houden voornamelijk verband met de toename van de milieuvoorzieningen, de toename van de Distilbène-voorziening (zie Toelichting 34 Voorzieningen ) en de kosten in verband met geschillen betreffende kernproducten. Voor 2024 zijn de overige baten/lasten voornamelijk gerelateerd aan de winst op de afstoting van het mature portfolio van UCB op het gebied van neurologie en allergie in China, waaronder KEPPRA ®, VIMPAT®, NEUPRO ®, ZYRTEC®, XYZAL ® en de productielocatie in Zhuhai aan CBC Group en Mubadala Investment Company (€ 578 miljoen ) en de tegenboeking van de Distilbène-voorziening (€ 18 miljoen, zie Toelichting 34 Voorzieningen) gecompenseerd door kosten in verband met geschillen over kernproducten. 17. Financiële opbrengsten en financiële kosten De netto financiële kosten voor het jaar bedroegen € 126 miljoen (2024: € 161 miljoen). Het detail van de financiële kosten en financiële opbrengsten is als volgt: Financiële kosten € miljoen 2025 2024 Rentekosten van: Retail- en institutionele obligaties -44 -39 Overige leningen -65 -101 Rentederivaten -10 -11 Financiële kosten op leaseovereenkomsten -9 -8 Nettoverlies op rentederivaten 0 -2 Nettoverliezen op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten 0 -29 Nettoverliezen uit wisselkoersverschillen -69 0 Overige netto financiële opbrengsten/kosten (-) -10 -10 Totaal financiële kosten -207 -200 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 225 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Financiële opbrengsten € miljoen 2025 2024 Rentebaten: op bankdeposito's 46 29 op rentederivaten 0 0 Nettowinst op rentederivaten 3 0 Nettowinst op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten 31 0 Nettowinst uit wisselkoersverschillen 0 10 Totaal financiële opbrengsten 81 39 18. Winstbelastingen (-) /tegoeden € miljoen 2025 2024 Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting -630 -455 Uitgestelde winstbelasting 366 358 Totale winstbelastingen (-)/tegoeden -264 -98 De Groep is actief in verschillende landen en is bijgevolg onderworpen aan winstbelastingen in diverse fiscale rechtsgebieden. Voor 2025 verschilt de effectieve winstbelasting van de Groep van het bedrag dat zou voortvloeien uit de toepassing van het gewogen gemiddelde wettelijke belastingpercentage op de geconsolideerde winst vóór belastingen. De winstbelastingen die erkend werden in de winst- en verliesrekening kunnen als volgt worden gedetailleerd: € miljoen 2025 2024 Winst vóór belastingen 1 822 1 163 Winstbelastingen (-) berekend op basis van lokale belastingpercentages die van toepassing zijn in de respectievelijke landen -442 -279 Theoretisch belastingpercentage 24% 24% Erkende winstbelasting voor de periode -630 -455 Erkende uitgestelde winstbelasting 366 358 Totale winstbelastingen -264 -98 Effectief belastingpercentage 14% 8% Verschil tussen theoretische en erkende winstbelastingen 178 181 Verworpen uitgaven -255 -35 Niet-belastbare inkomsten 7 13 Stijging(-)/daling in verplichtingen voor onzekere belastingposities 25 -48 Belastingtegoeden 68 182 Wijziging in belastingpercentages -14 39 Aanpassingen aan de winstbelasting voor de periode gerelateerd aan voorgaande jaren 32 7 Aanpassingen aan de uitgestelde winstbelasting gerelateerd aan voorgaande jaren -27 1 Netto-effect van voorheen niet erkende uitgestelde belastingvorderingen en niet-erkenning van uitgestelde belastingvorderingen voor huidig boekjaar 412 110 Bronbelasting -1 -21 Pillar 2 -121 -67 Overige belastingen 52 -1 Totaal verschil tussen theoretische en erkende winstbelastingen 178 181 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 226 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Het theoretisch belastingpercentage voor 2025 is 24%, in overeenstemming met 2024 . Het effectieve belastingpercentage van de Groep voor 2025 is 14%, wat het gecombineerd effect weergeeft van een winstbelasting die over de verslagperiode verschuldigd is en een tegoed voor wat betreft de uitgestelde winstbelasting. De voornaamste redenen van het effectieve belastingpercentage kunnen als volgt worden samengevat: Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting: • Gunstige impact van fiscale stimulansen, voornamelijk met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling in belangrijke jurisdicties. • Impact van de internationale belastinghervorming ('OESO Pillar 2') in belangrijke jurisdicties. • Daling van belangrijke onzekere belastingposities. • Belastingeffecten van niet-strategische afstotingen van UCB. Uitgestelde winstbelasting: • Erkenning van aanvullende belastingvorderingen, waaronder overgedragen verliezen en aftrek voor innovatie-inkomsten, ondersteund door de verwachte toekomstige belastbare winsten. • Fiscale gevolgen van strategische interne reorganisaties in belangrijke jurisdicties. Factoren die de kost voor winstbelastingen in de toekomst zullen beïnvloeden De Groep is zich bewust van een aantal factoren die van invloed kunnen zijn op haar toekomstig effectief belastingpercentage. Deze omvatten de verwachte mix van winsten en verliezen in de jurisdicties waarin de Groep actief is, de mogelijke erkenning van momenteel niet-erkende fiscale verliezen en andere belastingvoordelen als uitgestelde belastingvorderingen, en de uitkomst van lopende of toekomstige belastingcontroles. Bedrijfsherstructureringen, acquisities, desinvesteringen en overige strategische transacties kunnen ook gevolgen hebben voor de toekomstige kost voor winstbelastingen van de Groep. Bovendien kunnen wijzigingen in de binnenlandse fiscale wetgeving in jurisdicties waarin de Groep actief is, alsook de ontwikkelingen van internationale fiscale regelgeving een aanzienlijke impact hebben. UCB heeft de internationale belastinghervorming ('OESO Pillar 2') doorgevoerd, die inmiddels in de meeste relevante jurisdicties is ingevoerd. Deze regels zullen naar verwachting van invloed blijven op de fiscale positie van UCB op langere termijn (zie Toelichting 32 Uitgestelde belastingvorderingen en - verplichtingen ). UCB volgt de besprekingen tussen de EU en de VS over de interactie tussen Pillar 2 en het Amerikaanse belastingstelsel en de verdere wereldwijde invoering van Pillar 2. Naast de ontwikkelingen binnen de OESO volgt UCB nauwlettend het belastingbeleid en de wetswijzigingen in de Europese Unie en in andere belangrijke jurisdicties met aanzienlijke verkoop- of O&O-activiteiten, waaronder België, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. De Groep volgt ook bredere discussies over het Amerikaanse belasting- en handelsbeleid die van invloed kunnen zijn op haar bedrijfsomgeving in de Verenigde Staten. OESO Pillar 2 Op basis van de financiële gegevens per 31 december 2025 heeft de Groep een beoordeling uitgevoerd van haar Pillar 2-winstbelastingen voor 2025. Uit de beoordeling blijkt dat voor het merendeel van de jurisdicties waarin de Groep actief is, het effectieve belastingtarief van Pillar 2 hoger is dan de minimumdrempel van 15% en dat er in die jurisdicties geen aanvullende belasting wordt verwacht. In een beperkt aantal jurisdicties zal naar verwachting geen tijdelijke vrijstelling van toepassing zijn en zullen winstbelastingen op grond van Pillar 2 verschuldigd zijn. De toepassing van de Pillar 2-regels in de geconsolideerde jaarrekening van UCB voor 2025, heeft geleid tot extra kosten ten gevolge van winstbelastingen van € 121 miljoen. Op basis van de voorbereiding van de nalevingsverplichtingen voor Pillar 2 voor 2024, aangewakkerd door aanvullende verduidelijkingen van de OESO en lokale belastingautoriteiten, heeft de Groep € 29 miljoen vrijgemaakt van de voorziening voor Pillar 2 die in het voorgaande jaar was opgebouwd. 19. Componenten van de overige onderdelen van het totaalresultaat (inclusief minderheidsbelangen) 1 € miljoen 1 januari 2024 Bewegingen van 2024 na belastingen 31 december 2024 Bewegingen van 2025 na belastingen 31 december 2025 Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere perioden: 145 262 407 -503 -96 Cumulatieve omrekeningsverschillen 56 371 427 -727 -300 Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) 39 -4 35 89 124 Kasstroomafdekkingen 50 -105 -55 135 80 Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere perioden: -197 6 -191 62 -129 Herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten -197 6 -191 62 -129 Totaal overige onderdelen van het totaalresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders -52 268 216 -441 -225 1. Verworven minderheidsbelang (NCI) Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 227 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 20. Immateriële activa 2025 € miljoen Handels- merken, patenten en licenties Overige Totaal Bruto-boekwaarde per 1 januari 7 578 556 8 134 Verwervingen 142 78 220 Verkopen -34 -13 -47 Overboeking van de ene rubriek naar een andere 33 2 35 Effect van wisselkoerswijzigingen -670 -9 -679 Bruto-boekwaarde per 31 december 7 049 614 7 663 Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 1 januari -3 704 -348 -4 052 Afschrijvingen voor het jaar -382 -51 -433 Verkopen 29 12 41 Overboeking van de ene rubriek naar een andere -29 0 -29 Effect van wisselkoerswijzigingen 251 6 257 Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december -3 835 -381 -4 216 Netto-boekwaarde per 31 december 3 214 233 3 447 2024 € miljoen Handels- merken, patenten en licenties Overige Totaal Bruto-boekwaarde per 1 januari 7 258 522 7 780 Verwervingen 87 62 149 Verkopen -103 -33 -136 Overboeking van de ene rubriek naar een andere -5 3 -2 Afstotingen 0 -1 -1 Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop -32 0 -32 Effect van wisselkoerswijzigingen 373 4 376 Bruto-boekwaarde per 31 december 7 578 556 8 134 Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 1 januari -3 218 -330 -3 548 Afschrijvingen voor het jaar -419 -48 -467 Verkopen 103 31 134 Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen in de winst- en verliesrekening -73 0 -73 Overboeking van de ene rubriek naar een andere 5 0 5 Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop 29 0 29 Effect van wisselkoerswijzigingen -131 -2 -133 Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december -3 704 -348 -4 052 Netto-boekwaarde per 31 december 3 873 208 4 082 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 228 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg De Groep schrijft alle immateriële activa af zodra ze in gebruik worden genomen. De afschrijving van immateriële activa wordt toegeschreven aan de kostprijs van de omzet voor alle immateriële activa die verband houden met compounds. De afschrijvingen met betrekking tot software worden toegeschreven aan de functies die deze software gebruiken. Het merendeel van de immateriële activa van de Groep is uit vorige overnames voortgekomen. Gedurende 2025 heeft de Groep immateriële activa verworven voor een totaalbedrag van € 220 miljoen (2024: € 149 miljoen). Deze toevoegingen vloeien voort uit licentieovereenkomsten, software en geactiveerde externe ontwikkelingskosten voor studies uitgevoerd na goedkeuring door de regelgevende instanties. Met betrekking tot de software en in aanmerking komende softwareontwikkelingskosten heeft de Groep € 47 miljoen geactiveerd (2024 : € 35 miljoen). Verkopen in 2025 en 2024 hadden hoofdzakelijk betrekking op oude licenties en software die niet langer werden gebruikt. In de loop van het jaar erkende de Groep bijzondere waardeverminderingsverliezen voor een totaal bedrag van € 0 miljoen (2024 : € 73 miljoen). In 2024 werd een bijzonder waardeverminderingsverlies opgenomen voornamelijk als gevolg van de beëindiging van de ontwikkeling van minzasolmin. De afschrijvingskosten voor de periode bedroegen € 433 miljoen (2024: € 467 miljoen) Er was ook een transfer van activa voor een bedrag van € 6 miljoen vanuit materiële vaste activa naar immateriële activa. Voorts was er een effect van de omrekening van vreemde valuta van € -422 miljoen in 2025 (2024: € 243 miljoen), voornamelijk gerelateerd aan een zwakkere USD. Overige immateriële activa omvatten vooral software en lopende ontwikkelingsprojecten. Deze activa worden pas afgeschreven zodra ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer de betreffende producten voor het eerst gecommercialiseerd worden) en overgeboekt naar de rubriek licenties. 21. Goodwill € miljoen 2025 2024 Netto-boekwaarde per 1 januari 5 462 5 254 Overname 0 0 Wisselkoerswijzigingen op overname 0 0 Effect van wisselkoerswijzigingen -371 208 Netto-boekwaarde per 31 december 5 091 5 462 De Groep controleert de goodwill elk jaar op bijzondere waardeverminderingen of vaker als er aanwijzingen zijn dat er mogelijks een bijzondere waardevermindering zou moeten geboekt worden op de goodwill. Bij het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen functioneert de Groep als één segment, biofarmaceutische producten, met één enkele kasstroomgenererende eenheid (KGE) die het laagste niveau vertegenwoordigt waarop de goodwill wordt gemonitord. Het realiseerbare bedrag van de kasstroomgenererende eenheid wordt bepaald op basis van de bedrijfswaardeberekeningen, en de methodologie die toegepast werd voor het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen is dezelfde als deze die in 2024 werd toegepast. Basisveronderstellingen Deze berekeningen steunen op kasstroomprognoses op basis van de financiële gegevens die aan de grondslag liggen van het door het management en de raad van bestuur goedgekeurde strategisch plan en die een periode van 9 jaar bestrijken. Gezien de aard van de sector worden de langetermijnprognoses gebruikt om de passende levenscycli van producten volledig te modelleren op basis van de verstrijkdatum van het patent en het therapeutische gebied. Deze langetermijnprognoses, gebaseerd op de resultaten uit het verleden en de verwachtingen van het management inzake marktontwikkelingen, worden aangepast voor specifieke risico's en omvatten: • de omzetgroeipercentages van pas geïntroduceerde producten; • de waarschijnlijkheid dat nieuwe producten en/of indicaties de commercialiseringsfase halen; • de slaagkansen van toekomstige productlanceringen en de verwachte data daarvan; • de erosie-effecten na het verstrijken van octrooien. Bij de vergelijking met 2024 zijn de basisveronderstellingen aangepast, rekening houdend met de laatste ontwikkelingen op het gebied van de kansen op succes en de erosie na het verstrijken van octrooien. Voor de berekeningen van de 'bedrijfswaarde' die nodig zijn voor de test op bijzondere waardeverminderingen, werd een disconteringsvoet van 8,25% gebruikt. Rekening houdend met de huidige marktontwikkelingen worden de kasstromen van na de geplande prognosetermijn (eindwaarde) geëxtrapoleerd met behulp van een geschat groeipercentage van 2%, vergeleken met 2% in 2024. Dit groeicijfer is niet hoger dan het gemiddelde groeipercentage op lange termijn voor de desbetreffende gebieden waarin de KGE actief is. De meeste inkomsten en uitgaven van de Groep worden geboekt in EUR- en USD-landen. De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt bij het opstellen van de toekomstige kasstromen: Prognoses over 9 jaar 2024 USD 1.16 - 1.21 1.10 - 1.12 GBP 0.83 - 0.86 0.85 - 0.86 JPY 159 - 160 159 - 166 CHF 0.85 - 0.93 0.89 - 0.96 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 229 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Uitgaande van de risicovrije langetermijnrente op generieke EU-overheidsobligaties op 20 jaar (2024: 20 jaar), wordt de toegepaste disconteringsvoet bepaald op basis van de gewogen gemiddelde kapitaalkost voor DCF-modellen, inclusief de benchmark op 20 jaar (2024: 20 jaar) voor de kosten van schulden en eigen vermogen. Gelet op de aard van de sector, heeft de Groep een disconteringsvoet toegepast van 8,25% (2024: 8,25%). De disconteringsvoet wordt minstens één keer per jaar herzien. Aangezien de kasstromen pas na belasting worden opgenomen in de berekening van de bedrijfswaarde van de KGE, wordt een disconteringsvoet na belasting gebruikt om consistent te blijven. Het gebruik van de disconteringsvoet na winstbelasting benadert het resultaat van het gebruik van een tarief vóór belasting toegepast op kasstromen vóór belasting. Er werd een belastingpercentage gehanteerd tot 25% ( 2024: 22%). Gevoeligheidsanalyse Op basis van wat hierboven werd beschreven, heeft het management geoordeeld dat geen enkele redelijke verandering in om het even welke basisveronderstelling voor het bepalen van de realiseerbare waarde ertoe zou leiden dat de boekwaarde van de KGE wezenlijk hoger zou worden dan zijn realiseerbare waarde. Ter informatie: de gevoeligheidsanalyse die gebruik maakt van een groeipercentage van -3% gecombineerd met een disconteringsvoet onder de 18% geeft geen aanleiding tot een bijzondere waardevermindering van de goodwill. 22. Materiële vaste activa 2025 € miljoen Terrein en gebouwen Installaties en machines Kantoorinrich- ting,computer-uitrusting, voertuigen en andere Activa in aanbouw Totaal Bruto-boekwaarde per 1 januari 1 002 1 217 229 777 3 225 Verwervingen 11 23 45 319 398 Verkopen -13 -87 -36 -1 -137 Overboeking van de ene rubriek naar een andere 233 243 8 -487 -3 Effect van wisselkoerswijzigingen -36 -11 -10 -6 -63 Bruto-boekwaarde per 31 december 1 197 1 385 236 602 3 420 Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari -509 -833 -129 0 -1 471 Afschrijvingskosten voor het jaar -58 -91 -45 0 -194 Verkopen 12 85 36 0 133 Effect van wisselkoerswijzigingen 16 6 5 0 27 Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december -539 -833 -133 0 -1 505 Netto-boekwaarde per 31 december 658 552 103 602 1 915 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 230 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 2024 € miljoen Terrein en gebouwen Installaties en machines Kantoorinrich- ting,computer-uitrusting, voertuigen en andere Activa in aanbouw Totaal Bruto-boekwaarde per 1 januari 953 1 188 201 641 2 983 Verwervingen 53 21 55 208 337 Verkopen -19 -24 -33 -1 -77 Afstoting -21 -16 -3 -3 -43 Overboeking van de ene rubriek naar een andere 18 45 6 -72 -3 Effect van wisselkoerswijzigingen 18 3 3 4 28 Bruto-boekwaarde per 31 december 1 002 1 217 229 777 3 225 Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari -483 -779 -126 0 -1 388 Afschrijvingskosten voor het jaar -51 -85 -38 0 -174 Verkopen 18 23 33 0 74 Afstoting 14 11 3 0 28 Overboeking van de ene rubriek naar een andere -1 0 0 0 -1 Effect van wisselkoerswijzigingen -6 -3 -1 0 -10 Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december -509 -833 -129 0 -1 471 Netto-boekwaarde per 31 december 493 384 100 777 1 754 Er zijn geen eigendomsbeperkingen op de materiële vaste activa en er zijn evenmin materiële vaste activa in onderpand gegeven ter dekking van schulden. In 2025 verwierf de Groep materiële vaste activa voor een totaalbedrag van € 398 miljoen (2024 : € 337 miljoen ). Deze verwervingen omvatten gebruiksrechten van activa voor een bedrag van € 49 miljoen (2024: € 98 miljoen ). De activa in aanbouw hebben voornamelijk betrekking op de gentherapielocatie (België) en de nieuwe campuslocatie in het Verenigd Koninkrijk. Andere verwervingen hebben betrekking op de vernieuwing van de kantooromgeving, de faciliteiten in het gebouw, IT-hardware en andere installaties en uitrusting. Gedurende het jaar heeft de Groep geen bijzondere waardeverminderingsverliezen erkend (2024: bijzondere waardevermindering van € 0 miljoen). De afschrijvingskosten voor het jaar bedroegen € -194 miljoen (2024: € -174 miljoen) en omvatten de afschrijvingen op gebruiksrechten van activa (€ -62 miljoen ). Gekapitaliseerde financieringskosten Er werden geen financieringskosten gekapitaliseerd in 2025 ( 2024: € 0 miljoen). Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 231 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 23. Financiële en overige activa 23.1. Financiële en overige vaste activa € miljoen Toelichting 2025 2024 Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) (excl. afgeleide financiële instrumenten) 23.3 165 144 Langlopende leningen en voorschotten 52 28 Afgeleide financiële instrumenten 39 18 41 Restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland 24 24 Overige financiële activa 9 4 Financiële en overige vaste activa 268 241 23.2. Financiële en overige vlottende activa € miljoen Toelichting 2025 2024 Materiaal voor klinische studies 84 85 Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) (excl. afgeleide financiële instrumenten) 23.3 112 99 Toegestane leningen aan derde partijen 5 6 Afgeleide financiële instrumenten 39 107 110 Financiële en overige vlottende activa 308 300 23.3. Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) (exclusief afgeleide financiële instrumenten) De vlottende en vaste financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (excl. afgeleide financiële instrumenten) omvatten het volgende: € miljoen 2025 2024 Aandelen 277 243 Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) (excl. afgeleide financiële instrumenten) 277 243 De evolutie in de boekwaarde van de financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) (excl. afgeleide financiële instrumenten) is als volgt samengesteld: 2025 2024 € miljoen Aandelen Aandelen Per 1 januari 243 190 Verwervingen 35 56 Verkopen -14 -1 Winsten/verliezen(-) op reële waarde via de overige onderdelen van het totaalresultaat 13 -2 Per 31 december 277 243 Voor meer informatie over de afgeleide financiële instrumenten waarvan de reële- waardeveranderingen via de overige onderdelen van het totaalresultaat worden verwerkt, verwijzen wij naar Toelichting 39 Afgeleide financiële instrumenten. Voor de financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs, benadert de boekwaarde de reële waarde. De Groep heeft geen investeringen in schuldinstrumenten. De aandelen omvatten investeringen door UCB Ventures en investeringen in ondernemingen waarop UCB geen invloed van betekenis heeft. Deze investeringen zijn geclassificeerd als financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI). Deze investeringen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Alle winsten en verliezen ten gevolge van wijzigingen in reële waarde worden getoond in de overige onderdelen van het totaalresultaat. De toevoegingen aan de financiële activa aan FVOCI in het jaar omvatten € 18 miljoen aan nieuwe investeringen of verhogingen van bestaande investeringen. De winsten en verliezen op reële waarde die via de overige onderdelen van het totaalresultaat lopen, hebben geleid tot een nettowinst van € 13 miljoen . De financiële vlottende activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (€ 112 miljoen in 2025 tegenover € 99 miljoen in 2024) hebben betrekking op definitief verworven lange-termijnincentives toegekend aan werknemers. Deze worden in bewaring gehouden voor rekening van de relevante deelnemers op een afzonderlijke effectenrekening van UCB. Er is een overeenkomstige verplichting opgenomen onder Overige verplichtingen (Toelichting 35 Handels- en overige verplichtingen). Aangezien deze aandelen worden aangehouden voor rekening van de betrokken deelnemers en niet voor rekening van UCB, worden ze niet behandeld als eigen aandelen in overeenstemming met IAS 32.33. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 232 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 23.4. Investeringen in geassocieerde deelnemingen De Groep heeft geen materiële investeringen in geassocieerde deelnemingen. 23.5. Gezamenlijke activiteiten Er werden geen gezamenlijke activiteiten aangegaan door de Groep in 2025. 23.6. Dochterondernemingen met materiële minderheidsbelangen Per 31 december 2025 en 2024 zijn er geen geaccumuleerde minderheidsbelangen. 24. Voorraden € miljoen 2025 2024 Grond- en hulpstoffen 229 167 Goederen in bewerking 866 889 Afgewerkte producten 401 254 Goederen aangekocht voor doorverkoop 1 0 Voorraden 1 497 1 309 De kostprijs van de voorraden die zijn opgenomen als kost in 'kostprijs van de omzet’ bedroeg € 1 119 miljoen ( 2024 : € 944 miljoen ). Er zijn geen voorraden als onderpand gegeven, noch zijn er voorraden die geboekt zijn tegen hun netto realiseerbare waarde. De waardeverminderingen op voorraden bedroegen € 66 miljoen in 2025 (2024 : € 35 miljoen) en zijn opgenomen in de kostprijs van de omzet. De totale voorraad steeg met € 188 miljoen en omvat onder andere de verdere opbouw van BIMZELX®, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ®. 25. Handelsvorderingen en overige vorderingen € miljoen 2025 2024 Handelsvorderingen 1 344 1 026 Min: voorziening voor waardevermindering -12 -18 Handelsvorderingen – netto 1 332 1 008 Te ontvangen BTW 64 49 Te ontvangen interesten 14 20 Vooruitbetaalde onkosten 190 173 Nog te ontvangen inkomsten 0 0 Overige vorderingen 236 255 Te ontvangen royalty's 24 21 Handelsvorderingen en overige vorderingen 1 861 1 526 De boekwaarde van handelsvorderingen en overige vorderingen benadert hun reële waarde. Met betrekking tot handelsvorderingen wordt de reële waarde geacht overeen te komen met de boekwaarde verminderd met de voorziening voor waardeverminderingen, en voor alle andere vorderingen benadert de boekwaarde de reële waarde, gezien de korte looptijd van deze bedragen. Er bestaat enige concentratie van kredietrisico bij de handelsvorderingen. Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten. De Groep werkt samen met specifieke groothandelaars in bepaalde landen. De grootste uitstaande handelsvordering op één klant in 2025 is 21% ( 2024: 18% ) namelijk op McKesson Corp. U.S. De toename in overige vorderingen is voornamelijk het gevolg van te ontvangen mijlpaalbetalingen en partnerschappen. De ouderdomsanalyse van de handelsvorderingen van de Groep per jaareinde is als volgt: 2025 2024 € miljoen Bruto- boekwaarde Waardevermindering Bruto- boekwaarde Waardevermindering Niet vervallen 1 251 0 983 0 Vervallen – minder dan één maand 57 0 18 0 Vervallen – langer dan een maand en niet langer dan drie maanden 20 0 3 0 Vervallen – langer dan drie maanden en niet langer dan zes maanden 3 0 2 0 Vervallen – langer dan zes maanden en niet langer dan één jaar 1 -1 8 -7 Vervallen – langer dan één jaar 13 -11 13 -11 Totaal 1 344 -12 1 026 -18 Op basis van historische percentages van wanbetaling, meent de Groep dat er geen voorziening voor waardeverminderingen nodig is voor handelsvorderingen die nog niet vervallen zijn. Dit betreft 93% (2024: 96%) van het uitstaande saldo op de balansdatum. De bewegingen in de voorziening voor waardeverminderingen op handelsvorderingen worden hieronder vermeld: € miljoen 2025 2024 Saldo per 1 januari -18 -13 Waardevermindering opgenomen in de winst- en verliesrekening 0 -9 Gebruik/terugname van voorziening voor waardevermindering 7 3 Effect van wisselkoerswijzigingen -1 0 Saldo per 31 december -12 -18 De overige categorieën binnen handels- en overige vorderingen bevatten geen activa waarvoor een waardevermindering is geboekt. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 233 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg De boekwaarden van de handels- en overige vorderingen van de Groep zijn in de volgende valuta uitgedrukt: € miljoen 2025 2024 EUR 428 357 USD 1 088 776 JPY 74 67 GBP 55 67 CNY 10 62 CHF 19 20 KRW 9 9 Andere valuta 178 168 Handelsvorderingen en overige vorderingen 1 861 1 526 De maximale blootstelling aan kredietrisico op de rapporteringsdatum is de reële waarde van elke categorie van vorderingen zoals hierboven vermeld. De Groep houdt geen enkel onderpand als zekerheid aan. 26. Geldmiddelen en kasequivalenten € miljoen 2025 2024 Kortlopende geldbeleggingen 2 028 1 411 Banktegoed en beschikbaar saldo 223 162 Geldmiddelen en kasequivalenten (uitgezonderd voorschotten in rekening-courant) 2 251 1 573 € 59 miljoen (€ 62 miljoen in 2024) van het bovenstaande bedrag aan contanten en kortetermijndeposito’s wordt aangehouden in landen met restrictieve regelgeving inzake kapitaalexport uit het land anders dan via normale dividenduitkeringen, zoals Brazilië, China, India, Zuid-Korea, Rusland en Turkije, of in lokale kortetermijndeposito's van groepsentiteiten in overeenstemming met de lokale reservevereisten. Ten behoeve van de presentatie in het Kasstroomoverzicht omvatten geldmiddelen en kasequivalenten banktegoeden en contanten, korte-termijninvesteringen van geldmiddelen, waaronder investeringen in geldmarktfondsen, termijndeposito's, direct opvraagbare deposito's en overige kortlopende, uiterst liquide beleggingen met originele looptijden van drie maanden of minder die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen, en voorschotten in rekening-courant. Voorschotten in rekening-courant, in de balans, worden opgenomen onder de leningen onder kortlopende verplichtingen. € miljoen Toelichting 2025 2024 Geldmiddelen en kasequivalenten 2 251 1 573 Voorschotten in rekening-courant 29 0 0 Geldmiddelen en kasequivalenten (inclusief voorschotten in rekening-courant) 2 251 1 573 27. Kapitaal en reserves 27.1. Aandelenkapitaal en uitgiftepremies Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 584 miljoen (2024: € 584 miljoen ), en wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen (2024 : 194 505 658 aandelen). De aandelen van de Vennootschap hebben geen nominale waarde. Op 31 december 2025 waren 71 340 322 aandelen geregistreerd en waren er 123 165 336 gedematerialiseerde aandelen. Houders van UCB-aandelen hebben recht op dividenden, zoals vastgesteld, en op één stem per aandeel op de algemene aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap. Er is geen maatschappelijk niet-geplaatst kapitaal. Op 31 december 2025 bedroegen de uitgiftepremies € 2 030 miljoen ( 2024: € 2 030 miljoen). 27.2. Eigen aandelen De Groep verwierf via UCB SA/NV 700 000 eigen aandelen ( 2024 : 1 300 000) voor een totaalbedrag van € 121 miljoen (2024 : € 162 miljoen ) en droeg 1 018 955 eigen aandelen over (2024 : 1 565 838) voor een totaalbedrag van € 85 miljoen (2024: € 128 miljoen). Netto-transfer van 318 955 eigen aandelen voor een nettobedrag van € -36 miljoen. In 2025 verwierf of verkocht de Groep geen eigen aandelen als gevolg van aandelenruiltransacties ( 2024: 0 verworven en 0 verkocht). Per 31 december 2025 had de Groep 4 144 296 eigen aandelen in bezit waarvan geen gerelateerd aan aandelenruiltransacties (2024: 4 463 251). Deze eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de uitoefening van aandelenopties en de toekenning van prestatieaandelen aan de leden van het Uitvoerend Comité en aan bepaalde categorieën van werknemers. In het lopende jaar werden geen callopties op UCB-aandelen aangekocht (2024: 0) en werden er geen callopties uitgeoefend ( 2024: 0). Per 31 december 2025 hield de Groep geen opties aan op UCB-aandelen (31 december 2024: 0). 27.3. Overige reserves Overige reserves bedroegen € 59 miljoen (2024: € -3 miljoen) waarbij de wijziging betrekking heeft op de herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten voor € 62 miljoen, waardoor de totale herwaarderingswaarde uitkomt op € -137 miljoen (2024:€ -199 miljoen ). 27.4. Cumulatieve omrekeningsverschillen De reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigt de cumulatieve valuta- omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro gebruiken. De reserve omvat ook de gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekking van netto-investeringen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 234 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 28. Op aandelen gebaseerde betalingen De Groep heeft verschillende in eigen-vermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde op aandelen gebaseerde betalingen, waaronder een aandelenoptieplan, een 'Stock Appreciation Rights'- plan (recht op de meerwaarde op de aandelen), een aandelentoekenningsplan en een prestatieaandelenplan om werknemers te vergoeden voor geleverde diensten. Het aandelenoptieplan, het aandelentoekenningsplan en het prestatieaandelenplan worden in eigen- vermogensinstrumenten afgewikkeld, terwijl het 'Stock Appreciation Rights'-plan in geld afgewikkeld wordt. Naast deze plannen hanteert de Groep ook aandelenaankoopplannen voor werknemers in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten alsook 'fantoomaandelenplannen'. De kosten die opgelopen worden voor deze plannen zijn niet materieel. 28.1. Aandelenoptieplan en 'Stock Appreciation Rights'-plan Het governance, benoemings- en remuneratiecomité (Governance, Nomination and Compensation Committee, 'GNCC') kende opties op aandelen van UCB toe aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior Executives en de hogere kaders van de UCB Groep. De uitoefenprijs van de in het kader van deze plannen toegekende opties is gelijk aan de laagste van de volgende twee waarden: • het gemiddelde van de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext te Brussel tijdens de periode van 30 dagen vóór het aanbod; of • de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext Brussel op de dag vóór de toekenning. Een aangepaste uitoefenprijs wordt vastgelegd voor die begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist om van een verminderde belasting te kunnen genieten. De opties worden uitoefenbaar na een wachtperiode van drie jaar, behalve voor de rechthebbende werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een langere wachtperiode vereist om van een lager belastingpercentage te kunnen genieten. Wanneer een werknemer de Groep verlaat, vervallen zijn/haar opties gewoonlijk na zes maanden. Bij overlijden of pensioen van een werknemer of in het geval van onvrijwillig ontslag wanneer er bij de toekenning belastingen werden betaald, blijven de opties verworven. De Groep is niet verplicht om de opties terug te kopen of te vereffenen in geld. De opties zijn niet overdraagbaar (behalve bij overlijden). Het 'Stock Appreciation Rights' (SARs)-plan heeft dezelfde kenmerken als het aandelenoptieplan, behalve dat het voor UCB-werknemers in de Verenigde Staten bestemd is. Dit plan wordt afgewikkeld in geldmiddelen. 28.2. Aandelentoekenningsplan Het 'GNCC' kende gratis aandelen van UCB toe aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior Executives en de hogere en middenkaders van de UCB Groep. Aan de aandelen die gratis toegekend werden, zijn voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode verbonden waarbij de begunstigden verplicht zijn om drie jaar in dienst te blijven na de toekenningsdatum. De toegekende aandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden. In dat geval worden de aandelen onmiddellijk definitief verworven (volledig in geval van overlijden en verminderd pro rata temporis in geval van pensionering). De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode. 28.3. Prestatieaandelenplan Het 'GNCC' kende prestatieaandelen toe aan de Senior Executives voor specifieke doelstellingen in overeenstemming met de strategische prioriteiten van het bedrijf. De prestatieaandelen zijn gebonden aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in dienst moet blijven (de wachtperiode) om de prestatieaandelen definitief te verwerven en het aantal toegekende aandelen wordt aangepast op het einde van de wachtperiode op basis van de prestaties van het bedrijf ten opzichte van haar doelstellingen. Prestatieaandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve in geval van overlijden, waarbij ze onmiddellijk definitief verworven zijn, en in geval van pensionering, waarbij ze pro rata temporis worden verminderd. Het aantal definitief verworven aandelen wordt aangepast op basis van de prestaties van het bedrijf ten opzichte van haar doelstellingen en wordt geleverd op de oorspronkelijke datum van definitieve verwerving (de derde verjaardag van de toekenning). De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode. 28.4. Fantoomaandelenoptie-, aandelentoekennings- en -prestatieaandelenplannen De Groep heeft ook plannen voor fantoomaandelenopties, fantoomaandelentoekenningen en fantoomprestatieaandelen (collectief 'fantoomaandelenplannen' genoemd). Deze 'fantoomaandelenplannen' worden toegekend aan bepaalde personeelsleden die een arbeidscontract hebben bij bepaalde verbonden ondernemingen van de Groep en die onder dezelfde regels vallen als de aandelenoptie-, aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van de Groep, behalve wat de afwikkeling ervan aangaat. Per 31 december 2025 waren er 265 deelnemers ( 2024 : 242) voor deze plannen en de kost voor deze op aandelen gebaseerde betalingsplannen is immaterieel. 28.5. Aandelenaankoopplan voor Noord-Amerikaanse medewerkers Dit plan is bedoeld om werknemers van met UCB verbonden ondernemingen in Noord-Amerika de kans te bieden gewone aandelen van de Groep te kopen. Aandelen worden gekocht met een korting van 15% die wordt gefinancierd door UCB. Werknemers sparen een bepaald percentage van hun salaris door looninhouding en de aandelen worden aangekocht met de bijdragen van de werknemer, na belastingen. De aandelen worden aangehouden door een onafhankelijke bankinstelling op een rekening op naam van de medewerker. De beperking op deelname van de werknemers aan dit plan is als volgt: • tussen 1% en 10% van de vergoeding van elke deelnemer; • US$ 25 000 per jaar per deelnemer; Per 31 december 2025 waren er 1 003 deelnemers (2024: 978). Er zijn geen specifieke toekenningsvoorwaarden en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 235 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 28.6. Aandelenplan in het Verenigd Koninkrijk Het is de doelstelling van deze regeling om het bezit van UCB-aandelen door werknemers in het Verenigd Koninkrijk aan te moedigen. Deelnemers sparen een bepaald deel van hun salaris via looninhoudingen en UCB biedt één gratis aandeel voor elk aandeel dat iedere deelnemer koopt. De aandelen worden aangehouden op een rekening op naam van de medewerker door een onafhankelijke vennootschap die optreedt als trustinstelling. Werknemersbijdragen aan het plan zijn beperkt tot het laagste van volgende bedragen: • 10% van de vergoeding van elke deelnemer; • GBP 1 800 per jaar per deelnemer. Per 31 december 2025 waren er 512 deelnemers (2024: 501) en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel. 28.7. Kosten voor op aandelen gebaseerde betalingen De totale kosten voor op aandelen gebaseerde betalingen van de Groep bedroegen € 188 miljoen (2024: € 183 miljoen), en zijn als volgt opgenomen in de relevante functionele lijnen in de winst- en verliesrekening: € miljoen 2025 2024 Kostprijs van de omzet 11 10 Marketing- en verkoopkosten 74 56 Onderzoeks- en ontwikkelingskosten 69 73 Algemene en administratiekosten 34 44 Totale operationele kosten 188 183 waarvan in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkeld: Aandelenoptieplannen 9 7 Aandelentoekenningsplannen 114 99 Prestatieaandelenplan 25 19 waarvan afgewikkeld in geldmiddelen: Stock Appreciation Rights'-plan 35 49 Fantoomaandelenoptie-, aandelentoekennings- en - prestatieaandelenplannen 5 9 28.8. Aandelenoptieplannen De bewegingen in het aantal uitstaande aandelenopties en hun bijhorende gewogen gemiddelde uitoefenprijs per 31 december zijn: 2025 2024 Gewogen gemiddelde reële waarde (€) Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (€) Aantal aandelenopties Gewogen gemiddelde reële waarde (€) Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (€) Aantal aandelenopties Uitstaand per 1 januari 19,85 84,85 2 301 188 15,62 75,62 2 993 082 + nieuwe opties toegekend 43,36 162,94 179 965 31,51 110,18 443 155 + Opties omgezet in andere plannen 11,87 65,32 1 650 (-) Opgegeven opties 23,27 91,83 59 924 23,33 92,30 32 678 (-) uitgeoefende opties 15,40 76,45 574 527 12,96 69,77 1 102 021 (-) vervallen opties 10,97 67,35 6 593 9,60 58,12 2 000 Uitstaand per 31 december 23,46 94,95 1 840 109 19,85 84,85 2 301 188 Aantal volledig onvoorwaardelijk geworden opties: Per 1 januari 1 063 434 1 794 129 Per 31 december 772 898 1 063 434 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 236 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Per 31 december 2025 zijn de vervaldata en uitoefenprijzen van de uitstaande aandelenopties als volgt: Laatste datum van uitoefening Uitoefenprijzen (€) Aantal aandelenopties 31 maart 2026 67,24 27 530 31 maart 2027 [70.26 - 72.71] 110 416 31 maart 2028 66,18 137 595 31 maart 2029 [76.09-76.56] 161 537 31 maart 2030 [76.21-79] 138 464 31 maart 2031 [79.99-81.12] 151 436 31 maart 2032 [102.04-108.45] 218 872 31 maart 2033 [79.97-82.44] 305 168 31 maart 2034 [109.80-114.40] 411 683 31 maart 2035 [162.75-170.62] 177 408 Totaal uitstaand 1 840 109 De reële waarde wordt berekend aan de hand van het Black & Scholes-waarderingsmodel. De volatiliteit werd voornamelijk bepaald op basis van de historisch waargenomen aandelenkoersen van UCB over de laatste vijf jaar. De waarschijnlijkheid van een vervroegde uitoefening wordt weergegeven in de verwachte looptijd van de opties. Het verwachte percentage voor opgegeven aandelenopties is gebaseerd op het werkelijke personeelsverloop in de categorieën die in aanmerking komen voor compensatie door aandelenopties. De belangrijkste veronderstellingen die gehanteerd werden bij de waardering van de reële waarde van de aandelenopties toegekend in 2025 en 2024 zijn: 2025 2024 Aandelenprijs op toekenningsdatum € 162,75 114,40 Gewogen gemiddelde uitoefenprijs € 162,94 110,18 Verwachte volatiliteit % 27,73 28,53 Verwachte looptijd van de opties Jaren 5,00 5,00 Verwachte dividendopbrengst % 0,85 1,19 Risicovrije rentevoet % 2,66 2,61 Verwacht jaarlijks percentage voor opgegeven aandelenopties % 7,00 7,00 28.9. Stock Appreciation Rights (SARs)-plan De bewegingen van de SARs en de variabelen die gebruikt werden in het waarderingsmodel per 31 december 2025 zijn in de onderstaande tabel terug te vinden. De reële waarde van de SARs op de toekenningsdatum wordt bepaald aan de hand van het Black & Scholes-model. De reële waarde van de verplichting wordt geherwaardeerd op elke rapporteringsdatum. 2025 2024 Uitstaande rechten per 1 januari 726 746 829 481 + nieuwe rechten toegekend 86 120 248 658 (-) Rechten omgezet van andere plannen 1 650 (-) opgegeven rechten 17 915 48 053 (-) uitgeoefende rechten 168 984 278 659 (-) vervallen rechten 1 500 23 031 Uitstaande rechten per 31 december 624 467 726 746 De significante veronderstellingen die gehanteerd werden voor de waardering van de reële waarde van de 'stock appreciation rights' zijn: Aandelenprijs op jaareinde € 238,60 192,20 Uitoefenprijs € 162,75 114,40 Verwachte volatiliteit % 28,46 28,90 Verwachte looptijd van de opties Jaren 5,00 5,00 Verwachte dividendopbrengst % 0,58 0,71 Risicovrije rentevoet % 2,71 2,50 Verwacht jaarlijks percentage voor opgegeven aandelenopties % 7,00 7,00 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 237 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 28.10. Aandelentoekenningsplannen De kost voor de op aandelen gebaseerde betalingen met betrekking tot deze aandelentoekenningsplannen wordt gespreid over de wachtperiode van drie jaar. De begunstigden hebben geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode. De evolutie in het aantal uitstaande toegekende aandelen per 31 december is als volgt: 2025 2024 Aantal aandelen Gewogen gemiddelde reële waarde (€) Aantal aandelen Gewogen gemiddelde reële waarde (€) Uitstaand per 1 januari 2 728 187 101 2 398 099 89 + nieuwe toegekende aandelen 521 241 164 1 205 476 115 (-) opgegeven toegekende aandelen 114 235 113 193 638 98 (-) toegekende aandelen omgezet in fantoomplannen 200 106 (-) definitief verworven en uitgekeerde toegekende aandelen 660 943 106 681 550 82 Uitstaand per 31 december 2 474 250 113 2 728 187 101 28.11. Prestatieaandelenplannen De evolutie in het aantal uitstaande prestatieaandelen per 31 december is als volgt: 2025 2024 Aantal aandelen Gewogen gemiddelde reële waarde (€) Aantal aandelen Gewogen gemiddelde reële waarde (€) Uitstaand per 1 januari 493 595 101 466 789 89 + nieuwe toegekende prestatieaandelen 182 180 163 224 554 114 (-) opgegeven prestatieaandelen 31 315 103 45 513 98 (-) definitief verworven prestatieaandelen 130 471 108 152 235 83 Uitstaand per 31 december 513 989 116 493 595 101 29. Leningen De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt: 2024 Kasstromen Niet-contante wijzigingen 2025 € miljoen Uit financierings- activiteiten Toename/Afname van geldmiddelen Transfer van langlopend naar kortlopend Wisselkoers- wijzigingen Overige Langlopend Bankleningen 1 394 -638 0 0 -122 1 635 Leaseovereenkomsten 145 0 0 -43 -9 26 119 Totaal langlopende leningen 1 539 -638 0 -43 -131 27 754 Kortlopend Voorschotten in rekening-courant 0 0 0 0 0 0 0 Kortlopende component van bankleningen -1 0 0 0 0 0 -1 Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 3 -3 0 0 0 0 0 Leaseovereenkomsten 61 -60 0 43 -4 23 63 Totaal kortlopende leningen 63 -63 0 43 -4 23 62 Totaal leningen 1 602 -701 0 0 -135 50 816 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 238 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Per 31 december 2025 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep (exclusief leaseovereenkomsten) gelijk aan 3,40% (2024 : 4,08%) vóór hedging. Betalingen van variabele rente zijn aan aangemerkte kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan aangemerkte reële waarde-afdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 3,91% ( 2024: 4,56%) na hedging. De vergoedingen die betaald werden voor de plaatsing van de obligaties (Toelichting 30 Obligaties) en de gewijzigde kredietfaciliteiten worden afgeschreven over de levensduur van de instrumenten. Waar dit onder hedge accounting van toepassing is, wordt de reële waarde van de langlopende leningen bepaald op basis van de contante waarde van de betalingen van de schuldinstrumenten, aan de hand van de toepasselijke rentecurve en de kredietspread van UCB voor de verschillende valuta. Aangezien de bankleningen een variabele rentevoet dragen die dagelijks tot halfjaarlijks wordt herzien, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële waarde. Wat de kortlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden aangezien het effect van de verdiscontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd. Op 27 maart 2023 tekende de Groep een aan duurzaamheidscriteria gekoppelde doorlopende kredietfaciliteitsovereenkomst van € 1 miljard, vervallend in 2028 (inclusief de optie om verdere verlengingen van de vervaldatum aan te vragen met maximaal twee bijkomende jaren). Deze nieuwe faciliteit verving de doorlopende kredietfaciliteit van € 1 miljard, die op 9 januari 2025 zou vervallen en vervolgens werd opgezegd. Op grond van het tweede verzoek tot verlenging, in februari 2025, werd de vervaldatum van verplichtingen voor een totaalbedrag van € 928 miljoen onder deze doorlopende kredietfaciliteit verlengd tot 2030. Voor € 72 miljoen blijft de vervaldatum in 2029 vastgesteld. Per 31 december 2025 waren er geen uitstaande bedragen onder de doorlopende kredietfaciliteit (2024: € 0 miljoen). Bovendien staat er per 31 december 2025 nog US$ 378 miljoen uit onder een bilaterale, toegezegde bulletkredietfaciliteitovereenkomst van € 350 miljoen (2024: US$ 378 miljoen), die in november 2021 werd aangegaan en op 8 september 2023 volledig werd opgenomen voor een equivalent bedrag van US$ 378 miljoen. Deze bilaterale kredietovereenkomst vervalt in 2031. Per 31 december 2025 bleven drie incrementele faciliteiten die waren verstrekt onder de bulletkredietfaciliteitovereenkomst die de Groep in 2019 was aangegaan voor de overname van Ra Pharmaceuticals, Inc. en die in 2024 volledig was terugbetaald, uitstaan: een bilaterale lening van € 90 miljoen (2024: € 90 miljoen), verstrekt als eerste incrementele faciliteit, opgenomen op 3 oktober 2022 en met vervaldatum in 2029, nog een bilaterale lening van € 90 miljoen (2024: € 90 miljoen), vastgelegd als tweede incrementele faciliteit, opgenomen op 26 januari 2023 en met een vervaldatum in 2028, en een kredietovereenkomst van US$ 80 miljoen (2024: US$ 80 miljoen), opgenomen op 10 juli 2024 en met vervaldatum in 2029. In januari 2026 heeft de Groep vrijwillig die tweede incrementele faciliteit van € 90 miljoen met vervaldatum in 2028 vervroegd terugbetaald. Per 31 december 2025 heeft de Groep vrijwillig de bulletkredietfaciliteitovereenkomst vervroegd terugbetaald, die afloopt in 2027 en die de Groep in 2022 is aangegaan om de overname van Zogenix, Inc. te financieren (2024: US$ 600 miljoen). De uitstaande rentevoetafdekkingen die waren aangegaan in verband met deze lening zijn niet langer aangemerkt als kasstroomafdekkingen en vervolgens beëindigd. Bovendien heeft de Groep in 2025 ook vrijwillig bepaalde tranches van de Schuldscheindarlehen (SSD)-transactie, die zij op 2 november 2022 als een transactie met meerdere tranches was aangegaan, vervroegd terugbetaald. Als gevolg hiervan blijft er per 31 december 2025 € 36 miljoen (2024: € 144 miljoen) en US$ 0 miljoen (2024: US$ 20 miljoen) uitstaan in het kader van deze transactie. De Schuldscheindarlehen (SSD)-transactie met één tranche die de Groep op 24 augustus 2023 is aangegaan voor een bedrag van € 30 miljoen, staat ook nog steeds open per 31 december 2025 (2024: € 30 miljoen). Naast de bovengenoemde krediet- en faciliteitenovereenkomsten heeft de Groep ook toegang tot de Belgische markt voor commercial paper, waaronder per 31 december 2025 € 0 miljoen uitstond (2024: € 0 miljoen) en heeft zij ook toegang tot bepaalde niet-toegezegde bilaterale kredietfaciliteiten. Geen van de uitstaande schulden of niet-opgenomen kredietfaciliteiten van de Groep zijn onderworpen aan financiële convenanten. De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen van leningen met variabele rentevoet. Onder kasstroomafdekkingen worden alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan verplichtingen van de Groep met variabele rentevoet, geboekt in het eigen vermogen. Raadpleeg Toelichting 5.3 Liquiditeitsrisico voor de analyse van de looptijden van de leningen van de Groep (uitgezonderd overige financiële verplichtingen). De boekwaarden van de leningen van de Groep zijn in de volgende valuta uitgedrukt: € miljoen 2025 2024 USD 467 1 142 EUR 318 426 GBP 8 10 CNY 1 4 JPY 7 5 Overige 15 15 Totaal leningen 816 1 602 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 239 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 30. Obligaties De boekwaarde en reële waarde van obligaties zijn als volgt: Boekwaarde Reële waarde € miljoen Couponrente Vervaldag 2024 Kasstromen Reële waarde aanpassingen Andere bewegingen 2025 2024 2025 Institutionele euro-obligatie 1,000% 2028 463 0 10 1 474 466 478 EMTN Note1 1,000% 2027 140 0 3 1 144 140 143 Retail obligatie 5,200% 2029 313 0 -4 -1 308 320 318 Institutionele euro-obligatie 4,250% 2030 508 0 -6 1 503 514 514 Totaal obligaties 1 424 0 3 2 1 429 1 440 1 453 waarvan: Langlopend 1 424 0 3 2 1 429 1 440 1 453 Kortlopend 0 0 0 0 0 0 0 Derivaten gebruikt voor hedging 19 0 -3 0 16 waarvan: Vaste activa (-) 19 0 -3 0 16 Vlottende activa (-) 0 0 0 0 0 Langlopende verplichtingen (+) 0 0 0 0 0 Kortlopende verplichtingen (+) 0 0 0 0 0 1. EMTN: Euro Medium Term Note. De reële waarde van de EMTN-notes kan niet nauwkeurig worden bepaald door de beperkte liquiditeit in de handel op de secundaire markt voor dit programma, en is voor rapporteringsdoeleinden vervangen door de boekwaarde. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 240 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 30.1. Retail obligaties Met vervaldatum in 2029: In november 2023 voltooide UCB een openbare uitgifte van vastrentende obligaties ter waarde van € 300 miljoen, vervallend in 2029 en bedoeld voor particuliere beleggers. Deze particuliere obligaties zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost en dragen een couponrendement van 5,20% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,2216% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel. 30.2. Institutionele euro-obligaties Met vervaldatum in 2028: In maart 2021 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 500 miljoen, die in 2028 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN- programma. Deze obligaties zijn in maart 2021 uitgegeven tegen 99,751% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 1,00% per jaar, terwijl het effectief rendement 1,1231% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel. Met vervaldatum in 2030: In maart 2024 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 500 miljoen, die in 2030 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN- programma. Deze obligaties zijn in maart 2024 uitgegeven tegen 99,482% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 4,25% per jaar, terwijl het effectief rendement 4,4328% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel. 30.3. EMTN-notes Met vervaldatum in 2027: In oktober 2020 heeft UCB voor € 150 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2027. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes dragen een couponrendement van 1,00% per jaar, terwijl het effectief rendement 1,0298% per jaar bedraagt. De notes zijn genoteerd op Euronext Brussel. 30.4. Reële-waardeafdekking De Groep wijst afgeleide financiële instrumenten onder reële-waardeafdekkingen toe aan de particuliere obligaties en de institutionele euro-obligaties. De wijziging in de boekwaarde van de obligaties is volledig te wijten aan de wijziging in de reële waarde van het afgedekte deel van de obligaties, en wordt nagenoeg volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van het corresponderende afgeleide financiële instrument. 31. Overige financiële verplichtingen Boekwaarde Reële waarde € miljoen Toelichting 2025 2024 2025 2024 Langlopend Afgeleide financiële instrumenten 39 32 65 32 65 Overige financiële verplichtingen 0 0 0 0 Totaal langlopende overige financiële verplichtingen 32 65 32 65 Kortlopend Afgeleide financiële instrumenten 39 83 128 83 128 Overige financiële verplichtingen 0 0 0 0 Totaal kortlopende overige financiële verplichtingen 83 128 83 128 Totaal overige financiële verplichtingen 115 193 115 193 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 241 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 32. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen 32.1. Opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen € miljoen 2024 Overname/ Afstotingen Aanpassing O&O Beweging van het jaar Overige onderdelen van het totaalresultaat - Kasstroomafdekkingen Overige onderdelen van het totaalresultaat - Pensioenen Effect van wisselkoerswijzigingen 2025 Immateriële activa -744 0 0 91 0 0 86 -567 Materiële vaste activa -20 0 0 -49 0 0 1 -68 Voorraden 425 0 0 50 0 0 -4 471 Handelsvorderingen en overige vorderingen 45 0 0 8 -49 0 -3 1 Personeelsbeloningen 36 0 0 3 0 -11 0 28 Voorzieningen 23 0 0 6 0 0 -2 27 Overige korte-termijnverplichtingen 202 0 0 154 -1 0 -30 326 Ongebruikte fiscale verliezen 281 1 0 105 0 0 -12 376 Ongebruikte belastingtegoeden 679 0 9 -2 0 0 -7 679 Totaal netto uitgestelde belastingvorderingen/verplichtingen(-) 929 1 9 366 -50 -11 29 1 273 € miljoen 2023 Overname/ Afstotingen Aanpassing O&O Beweging van het jaar Overige onderdelen van het totaalresultaat - Kasstroomafdekkingen Overige onderdelen van het totaalresultaat - Pensioenen Effect van wisselkoerswijzigingen 2024 Immateriële activa -802 0 0 108 0 0 -50 -744 Materiële vaste activa -20 0 0 0 0 0 0 -20 Voorraden 323 0 0 101 0 0 1 425 Handelsvorderingen en overige vorderingen 12 0 0 -3 34 0 1 44 Personeelsbeloningen 39 0 0 -4 0 0 0 35 Voorzieningen 3 0 0 22 0 0 -1 24 Overige korte-termijnverplichtingen 141 -1 0 55 -3 0 12 204 Ongebruikte fiscale verliezen 197 0 0 79 0 0 6 282 Ongebruikte belastingtegoeden 625 0 50 0 0 0 4 679 Totaal netto uitgestelde belastingvorderingen/verplichtingen(-) 518 -1 50 358 31 0 -27 929 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 242 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Op 31 december 2025 heeft de Groep een totaal aan netto uitgestelde belastingvorderingen opgenomen van € 1 273 miljoen. Op basis van historische belastbare winsten en geprojecteerde toekomstige fiscale winsten over de perioden waarin verrekenbare tijdelijke verschillen naar verwachting zullen worden tegengeboekt, is de Groep van mening dat het waarschijnlijk is dat de geboekte uitgestelde belastingvorderingen zullen worden gerealiseerd. In overeenstemming met de toepasselijke richtlijnen heeft de Groep een redelijke waarderingsperiode en methode (rekening houdend met de functie en het risicoprofiel van elke betrokken belastbare entiteit) geëvalueerd om de erkenning van zijn uitgestelde belastingposities te ondersteunen. In 2025 noteerde de Groep een algemene stijging van de netto uitgestelde belastingvorderingen, als gevolg van een stijging van de uitgestelde belastingvorderingen in combinatie met een meer gematigde stijging van de uitgestelde belastingverplichtingen. De belangrijkste drijfveren achter deze beweging worden hieronder uiteengezet: • Gebruik en herwaardering van uitgestelde belastingen: Overgedragen fiscale verliezen werden verrekend met belastbare winsten in belangrijke entiteiten en aanvullende belastingvorderingen werden opgenomen op basis van verwachte toekomstige belastbare winsten. • Immateriële activa: Uitgestelde belastingverplichtingen bleven afnemen op acquisitiegerelateerde immateriële activa. Het effect wordt versterkt door herwaardering van vreemde valuta. Overige mutaties in uitgestelde belastingen hebben betrekking op wijzigingen in posten in de balans, zoals voorzieningen voor retouren en kortingen, voorraden, overige vorderingen en materiële vaste activa, het effect van wijzigingen in de belastingwetgeving en de herwaardering van uitgestelde belastingvorderingen in vreemde valuta. In 2025 bleven de uitgestelde belastingvorderingen in verband met O&O en andere belastingkredieten stabiel, dankzij aanhoudende O&O-investeringen die succesvolle O&O-belastingkredietclaims mogelijk maakten, bijna volledig gecompenseerd door ontvangen terugbetalingen en het gebruik van overgedragen kredieten in België, Zwitserland, Duitsland en de VS. Belastinghervormingen UCB valt onder de toepassing van de Pillar 2 internationale belastinghervorming, die van kracht is in de meeste rechtsgebieden waar de Groep actief is. In 2023 heeft de Europese Unie de IASB-wijzigingen op IAS 12 goedgekeurd met betrekking tot de implementatie van de Pillar 2-modelregels, die voorzien in een tijdelijke uitzondering op de opname en vermelding van uitgestelde belastingen die voortvloeien uit deze regels. Deze uitzondering moet onmiddellijk worden toegepast in overeenstemming met IAS 8, en de Groep heeft deze dienovereenkomstig toegepast. De impact van doorgevoerde wijzigingen in belastingtarieven (die van invloed zijn op uitgestelde belastingbalansen) en van de Pillar 2-modelregels (minimaal effectief belastingtarief van 15%) is door het management beoordeeld. De Groep blijft ook bredere ontwikkelingen op het gebied van belastinghervormingen in belangrijke jurisdicties volgen. Dit omvat onder meer wijzigingen in de vennootschapsbelastingstelsels en internationale belastingkaders. Op dit moment wordt niet verwacht dat deze wijzigingen een wezenlijke invloed zullen hebben op de uitgestelde belastingpositie van de Groep. Uitgestelde belastingvorderingen op belastingkredieten De groep heeft uitgestelde belastingvorderingen erkend op belastingkredieten. Aan het einde van het jaar bedroeg de uitgestelde belastingvordering in verband met belastingkredieten voor O&O € 606 miljoen (2024: € 595 miljoen), wat zal resulteren in een toekomstig contant belastingvoordeel. Andere belastingkredieten ten bedrage van in totaal € 73 miljoen hebben betrekking op de in België beschikbare definitief belaste inkomsten, de renteaftrek in Duitsland en de uitgestelde belastingvordering voortvloeiend uit de Amerikaanse regelgeving van 2022 inzake de kapitalisatie van O&O-uitgaven. Uitgestelde belastingvorderingen op verliezen UCB registreerde een substantieel gebruik van overgedragen fiscale verliezen in belangrijke jurisdicties in 2025, terwijl in andere jurisdicties enkele aanvullende fiscale verliezen werden gegenereerd. Een uitgestelde belastingvordering van € 376 miljoen (2024: € 281 miljoen) werd opgenomen met betrekking tot overgedragen fiscale verliezen van in totaal € 1 542 miljoen (2024: € 1 187 miljoen), op basis van de conclusie van de Groep dat de betreffende entiteiten in de nabije toekomst voldoende belastbare winsten zullen genereren om deze verliezen te kunnen benutten. Deze beoordeling is gebaseerd op betrouwbare prognoses die de functie en het risicoprofiel van de entiteiten weergeven, evenals eventuele beperkingen die van toepassing kunnen zijn. Deze verliezen hebben zich opgebouwd in jurisdicties waarin UCB opereert en vervallen niet. In overeenstemming met de geldende richtlijnen heeft de Groep een uitgestelde belastingvordering opgenomen op een deel van de fiscaal overdraagbare verliezen en de ongebruikte verrekenbare innovatie-aftrek in handen van de belangrijkste IE-eigenaar van de Groep in België. Rekening houdend met de functie en het risicoprofiel van deze entiteit heeft het management diepgaande kwalitatieve en kwantitatieve analyses uitgevoerd ter ondersteuning van een gedeeltelijke voor risico gecorrigeerde erkenning van deze uitgestelde belastingvorderingen, rekening houdend met de belastbare situatie van de entiteit binnen de waarderingsperiode. Op basis van de vele reglementaire goedkeuringen op belangrijke markten voor nieuwe gelanceerde activa en de prestaties van activa in een later stadium, is het waarschijnlijk dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn volgens de langetermijnprognose van UCB om de bestaande belastingattributen te gebruiken in de volgende drie boekjaren. Om de beschikbaarheid van de toekomstige belastbare winsten in te schatten, werd gebruik gemaakt van niet-verdisconteerde prognoses. 32.2. Ongebruikte fiscale verliezen Per 31 december 2025 had de Groep € 4 728 miljoen (2024: € 5 134 miljoen) aan bruto ongebruikte fiscale verliezen en aftrek voor innovatie inkomsten waarvoor geen uitgestelde belastingvordering is opgenomen. Volgens de huidige wetgeving vervallen deze belastingvoordelen niet. Op basis van de bestaande prognoses en de toepasselijke wetgeving wordt verwacht dat het merendeel van deze belastingvoordelen binnen de komende tien jaar zal worden benut. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 243 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 32.3. Tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering of -verplichting erkend werd In tegenstelling tot 2024 zijn er eind 2025 vrijwel geen uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot de deelnemingsvrijstelling en de renteaftrek die nog niet zijn opgenomen. De opgenomen uitgestelde belastingvorderingen bedragen € 193 miljoen bruto / € 48 miljoen netto voor de aftrek van ontvangen dividenden en € 45 miljoen bruto / € 11 miljoen netto voor de renteaftrek, waarbij slechts zeer beperkte saldi niet zijn opgenomen. Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen ontstaan bij investeringen in dochterondernemingen, aangezien er een 100% deelnemingsvrijstelling van toepassing is op toekomstige uitkeringen uit het eigen vermogen. 32.4. Uitgestelde winstbelastingen direct erkend in de overige onderdelen van het totaalresultaat € miljoen 2025 2024 Uitgestelde belastingen op pensioenen -11 0 Uitgestelde belasting op winsten op reële waarde van financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) -1 -4 Uitgestelde belastingen op effectief gedeelte van de wijzigingen in reële waarde van kasstroomafdekkingen -49 34 Uitgestelde winstbelastingen direct erkend in de overige onderdelen van het totaalresultaat -61 30 33. Personeelsbeloningen De meeste werknemers zijn gedekt door pensioenplannen die door bedrijven van de Groep financieel ondersteund worden. De aard van dergelijke regelingen is afhankelijk van de wettelijke voorschriften en fiscale vereisten van de landen waarin de werknemers tewerkgesteld zijn. De Groep beheert zowel toegezegde-bijdragenregelingen als toegezegd-pensioenregelingen. 33.1. Toegezegde-bijdragenregelingen Regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding worden geclassificeerd als 'toegezegde- bijdragenregelingen' als de Groep vaste bijdragen betaalt in een apart fonds of aan een onafhankelijke financiële instelling en verder geen wettelijke of uitdrukkelijke verplichtingen heeft om bijkomende bijdragen te betalen. Daarom worden er in de balans van de Groep geen activa of passiva opgenomen met betrekking tot dergelijke regelingen, afgezien van gewone vooruitbetalingen en de toe te rekenen bijdragen. In verschillende landen (waaronder België) beheert UCB pensioenplannen die zijn gestructureerd als toegezegde-bijdragenregelingen, maar die wettelijke of contractuele minimumgaranties bevatten. Aangezien de Groep een verplichting heeft in verband met deze garanties, worden deze regelingen behandeld als toegezegd-pensioenregelingen onder IAS 19. Wanneer betrouwbare schattingen kunnen worden gemaakt voor materiële regelingen, worden deze gewaardeerd volgens de 'projected unit credit'-methode. De resulterende waarderingen worden samengevoegd met die van de andere toegezegd-pensioenregelingen. 33.2. Toegezegd-pensioenregelingen De Groep beheert verscheidene toegezegd-pensioenregelingen. De toegekende voordelen omvatten voornamelijk pensioenvoordelen en jubileumpremies. De voordelen worden toegekend conform de lokale marktpraktijken en regelgeving. Deze regelingen zijn ofwel niet-gefinancierd ofwel gefinancierd via externe pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Bij (gedeeltelijk) gefinancierde regelingen worden de fondsbeleggingen afzonderlijk aangehouden in fondsen die door de trustees beheerd worden. Indien een regeling niet- gefinancierd is, met name voor de belangrijkste toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland, wordt voor de pensioenverplichting een verplichting opgenomen in de balans van de Groep. Voor gefinancierde regelingen is de Groep aansprakelijk voor het negatieve verschil tussen de reële waarde van de fondsbeleggingen en de contante waarde van de bruto verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Bijgevolg wordt in de geconsolideerde balans van de Groep een verplichting (of een actief indien de regeling overgefinancierd is) opgenomen. Alle belangrijke regelingen worden jaarlijks beoordeeld door onafhankelijke actuarissen. Voor UCB zijn de belangrijkste risico's verbonden aan de toegezegd-pensioenplannen de disconteringsvoet, de inflatie en de levensverwachting. De belangrijkste risico's zijn deze met betrekking tot regelingen in België, Zwitserland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Voor de regelingen in België wordt de levensverwachting niet als een risico beschouwd, vermits pensioenen er worden uitgekeerd als een forfaitair bedrag of geëxternaliseerd worden vóór ze worden betaald als een annuïteit. In het kader van haar globaal risicobeheer voert UCB jaarlijks een globale risicoanalyse uit voor de toegezegd-pensioenregelingen in haar belangrijkste landen (België, Zwitserland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) en beoordeelt zij het risico van verslechtering van de financiële positie rekening houdend met de 'Value-at-Risk'. • In het VK, voor het 'Celltech Pension and Insurance Scheme', ligt de focus op het geleidelijk verminderen van de risico's met betrekking tot de investeringen om zo zelfvoorzienend te worden. Om de disconterings- en inflatierisico's beter te beheren, blijft het plan de afdekking van zowel rente- als inflatierisico's versterken. • In België heeft UCB alle Belgische toegezegd-pensioenregelingen en kassaldopensioenplannen gesloten voor nieuwkomers vanaf 31 december 2019 en een nieuw kassaldopensioenplan ingevoerd met ingangsdatum van 1 januari 2020 met het wettelijk vereiste gegarandeerde rendement. Nu de regelgeving en bestuursvereisten toenemen, ligt onze focus nog steeds op het aanpassen aan deze nieuwe regelgevingen. Tegelijkertijd monitoren en optimaliseren we voortdurend onze beleggingsstrategieën om op de lange termijn voordelen voor onze leden veilig te stellen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 244 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Het in de geconsolideerde balans opgenomen bedrag dat voortvloeit uit de verplichtingen van de Groep met betrekking tot haar toegezegd-pensioenregelingen is als volgt: € miljoen Toelichting 2025 2024 Contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten 1 173 1 150 Reële waarde van fondsbeleggingen -1 092 -981 Tekort voor gefinancierde plannen 81 169 Impact van de limiet op activa 1 1 Netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten 82 170 Plus: Verplichting met betrekking tot in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen 28 77 58 Totale verplichtingen uit personeelsbeloningen 159 228 waarvan: Gedeelte opgenomen als langlopende verplichtingen 159 228 Gedeelte opgenomen als vaste activa 0 0 90% van de netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten heeft betrekking op toegezegd-pensioenplannen in België, Duitsland, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. De evolutie in de contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten in het lopende jaar is als volgt: € miljoen 2025 2024 Per 1 januari 1 150 1 100 Aan het huidig dienstjaar toegerekende pensioenkosten 61 56 Rentekosten 36 34 Herwaarderingswinst (-)/verlies: Effect van wijzigingen in demografische veronderstellingen -3 0 Effect van wijzigingen in financiële veronderstellingen -65 -9 Effect van ervaringsaanpassingen 34 8 Effect van wisselkoerswijzigingen -9 8 Pensioenbetalingen uit het plan -24 -38 Pensioenbetalingen door de werkgever -6 -5 Bijdragen door deelnemers 6 5 Overige -7 -9 Per 31 december 1 173 1 150 De evolutie in de reële waarde van de fondsbeleggingen in het lopende jaar is als volgt: € miljoen 2025 2024 Per 1 januari 981 889 Renteopbrengsten 33 29 Herwaarderingswinst/verlies (-): Rendement op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) 37 7 Effect van wisselkoerswijzigingen -9 7 Bijdragen door deelnemers 6 5 Werkgeversbijdragen 82 98 Pensioenbetalingen uit het plan -29 -43 Betaalde onkosten, belastingen en premies -9 -11 Per 31 december 1 092 981 De reële waarde van de fondsbeleggingen bedraagt € 1 092 miljoen (2024: € 981 miljoen), wat neerkomt op 93% (2024: 85% ) van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Het totale tekort van € 81 miljoen (2024: € 169 miljoen) zal naar verwachting weggewerkt worden over de geschatte resterende gemiddelde duur van het dienstverband van het huidige lidmaatschap. De bedragen die zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van deze toegezegd- pensioenplannen zijn de volgende: € miljoen 2025 2024 Totaal aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, (inclusief pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst (-)/verlies uit afwikkelingen) 61 56 Netto rentekosten 2 4 Herwaardering van andere lange-termijnpersoneelsbeloningen 0 0 Administratiekosten en belastingen 2 2 Componenten van kosten voor toegezegde pensioenen die zijn geboekt in de winst- en verliesrekening 65 62 Herwaarderingswinst (-)/verlies: Effect van wijzigingen in demografische veronderstellingen -3 0 Effect van wijzigingen in financiële veronderstellingen -65 -9 Effect van ervaringsaanpassingen 34 8 Rendement op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) -37 -7 Wijzigingen in de limiet op activa / verplichting verlieslatend contract (excl. renteopbrengsten) 0 1 Componenten van kosten voor toegezegde pensioenen die zijn geboekt in de overige onderdelen van het totaalresultaat -71 -7 Totale componenten van kosten voor toegezegde pensioenen -6 55 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 245 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg De totale aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de netto rentekosten, de herwaardering van andere lange-termijnpersoneelsbeloningen, administratiekosten en belastingen voor het jaar zijn opgenomen onder de kosten voor personeelsbeloningen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. 73% van de kosten voor toegezegde pensioenen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening hebben betrekking op toegezegd-pensioenregelingen in België en het Verenigd Koninkrijk. De herwaardering van de netto verplichting uit hoofde van toegekende pensioenrechten is opgenomen in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten als onderdeel van de overige onderdelen van het totaalresultaat. De totale herwaarderingen resulteerden in een winst van € 71 miljoen in 2025 vergeleken met een winst van € 7 miljoen in 2024. De winst in 2025 is voornamelijk het gevolg van een hoger rendement op fondsbeleggingen en van hogere disconteringsvoeten. De winst in 2024 is voornamelijk het gevolg van een hoger rendement op fondsbeleggingen en een stijging van de disconteringsvoeten. Het reële rendement op de fondsbeleggingen bedraagt €37 miljoen (2024: €7 miljoen) en het reële rendement op de restitutierechten bedraagt € 0 miljoen (2024: € 0 miljoen). De opsplitsing van de geboekte kosten over de functionele lijnen is als volgt: € miljoen 2025 2024 Kostprijs van de omzet 25 20 Marketing- en verkoopkosten 7 6 Onderzoeks- en ontwikkelingskosten 22 23 Algemene en administratiekosten 12 13 Overige baten en lasten -1 0 Totaal 65 62 De voornaamste categorieën van fondsbeleggingen op het einde van de verslagperiode zijn als volgt: € miljoen 2025 2024 Geldmiddelen en kasequivalenten 18 42 Eigen-vermogensinstrumenten 321 287 Europa 89 82 VS 46 63 Rest van de wereld 186 142 Schuldinstrumenten 378 313 Bedrijfsobligaties 135 97 Overheidsobligaties 157 180 Overige 86 36 Vastgoed 81 69 In aanmerking komende verzekeringscontracten 117 111 Beleggingsfondsen 157 141 Overige 20 18 Totaal 1 092 981 Nagenoeg alle aandelen en schuldinstrumenten beschikken over beurskoersen in actieve markten. Vastgoed kan gerangschikt worden als niveau 3-instrument op basis van de definities in IFRS 13, Waardering tegen reële waarde. De in de fondsen aangehouden activa bevatten geen directe beleggingen in aandelen van de UCB Groep, noch in onroerend goed of andere activa die gebruikt worden door de Groep, al kan het wel zijn dat UCB-aandelen deel uit maken van de investeringen in beleggingsfondsen. De voornaamste gewogen gemiddelde actuariële veronderstellingen die zijn gebruikt, zijn als volgt: Eurozone VK Overige Percentage % 2025 2024 2025 2024 2025 2024 Disconteringsvoet 4,06 3,43 5,60 5,50 1,39 1,01 Inflatie 2,00 2,00 2,70 3,00 N/A N/A Belangrijke actuariële veronderstellingen voor de bepaling van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten zijn de disconteringsvoet en de inflatie. De volgende gevoeligheidsanalyses werden bepaald op basis van redelijkerwijze mogelijke fluctuaties in de veronderstellingen die zich voordoen op het einde van de verslagperiode. • Als de disconteringsvoet 50 basispunten hoger (lager) zou zijn, dan zou de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten dalen met € 67 miljoen (stijgen met € 75 miljoen) als alle overige veronderstellingen constant zouden blijven. • Als het inflatiepercentage zou stijgen (dalen) met 25 basispunten, dan zou de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten stijgen met €21 miljoen (dalen met €20 miljoen) als alle overige veronderstellingen constant zouden blijven. De cijfers zoals boven vermeld houden geen rekening met eventuele onderlinge relaties tussen de veronderstellingen, met name tussen de disconteringsvoet, verwachte loonsverhogingen en inflatiepercentages. De dochterondernemingen van de Groep moeten de verwachte verdiende pensioenrechten op jaarbasis financieren. De financiering is doorgaans gebaseerd op lokale actuariële vereisten en in dit kader wordt de disconteringsvoet bepaald op basis van een risicovrije interestvoet. Onderfinanciering in verband met verstreken diensttijd wordt voldaan door het opzetten van herstelplannen en beleggingsstrategieën rekening houdend met de het profiel van de verplichtingen, de juiste periodes voor de aflossing van verplichtingen voor verstreken diensttijd, lokale regelgeving en de financiële mogelijkheden van de onderneming. De gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenregelingen op het einde van de rapporteringsperiode bedraagt 12,40 jaar (2024: 13,40 jaar). Dit cijfer kan verder worden uitgesplitst in een gemiddelde duur voor volgende regio's: • Eurozone: 10,50 jaar (2024: 11,90 jaar); • Verenigd Koninkrijk: 12,80 jaar (2024: 14,00 jaar); • Andere regio’s: 18,00 jaar (2024: 18,00 jaar). De Groep verwacht in de loop van het volgende boekjaar een bijdrage te doen van €82 miljoen aan de toegezegd-pensioenregelingen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 246 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Om de drie jaar wordt een 'ALM' (asset-liability management)-studie uitgevoerd. In die studies worden beleggingsstrategieën geanalyseerd in het licht van risico- en rendementsprofielen om een strategische beleggingstoewijzing vast te stellen of te valideren. In Zwitserland werd een dergelijke studie uitgevoerd in 2023. Deze studie resulteerde in een kleine aanpassing van de portfolio van de activa. In België werd in 2024 een ALM-studie uitgevoerd, waaruit bleek dat onze portfolio van activa effectief is in het in evenwicht brengen van risico en rendement. Bij het bepalen van een langetermijnstrategie voor de pensioenplannen, houdt het beleggingscomité rekening met enkele door de Groep gedefinieerde basisprincipes zoals: • een goed evenwicht tussen het bijdrageniveau dat aanvaardbaar is voor UCB en het niveau van het beleggingsrisico dat aan de verplichtingen verbonden is: • vermindering van de volatiliteit door een diversificatie van de beleggingen; • het niveau van het beleggingsrisico dient af te hangen van de financiële situatie van de regelingen en hun schuldpositie; en • verzekering van de naleving van plaatselijke financieringsvoorschriften, indien van toepassing. 34. Voorzieningen De wijzigingen in voorzieningen worden hieronder weergegeven: € miljoen Milieu Herstructurering Overige Totaal Per 1 januari 2025 22 11 366 399 Ontstaan in het jaar 2 26 202 230 Tegenboeking ongebruikte bedragen 0 -1 -43 -44 Overboeking van de ene rubriek naar een andere 0 0 -179 -179 Effect van wisselkoerswijzigingen 0 0 -4 -4 Gebruikt in het jaar -1 -6 -29 -36 Per 31 december 2025 23 30 313 366 Langlopend gedeelte 23 18 187 229 Kortlopend gedeelte 0 12 126 137 Totale voorzieningen 23 30 313 366 34.1. Milieuvoorzieningen UCB heeft bepaalde milieuverplichtingen behouden die vooral verband hielden met het afstoten van Films (2004) en vestigingen waarover UCB de volle verantwoordelijkheid heeft behouden, in overeenstemming met de contractuele voorwaarden. 34.2. Reorganisatievoorzieningen De voorzieningen voor reorganisatie die in 2025 werden aangelegd, hebben betrekking op verdere optimalisatie van de bedrijfsmodellen. Het gebruik heeft vooral betrekking op nieuwe bedrijfsmodellen in Europa. 34.3. Overige voorzieningen De overige voorzieningen hebben, in lijn met vorig jaar, voornamelijk betrekking op: • voorzieningen voor rechtszaken die voornamelijk voorzieningen omvatten voor geschillen waar UCB of een dochteronderneming gedagvaard wordt voor claims van voormalige werknemers van UCB; • voorzieningen voor productaansprakelijkheid die betrekking hebben op de risico's die gepaard gaan met de normale bedrijfsvoering en waarvoor de Groep aansprakelijk kan worden gesteld door de verkoop van dit soort geneesmiddelen. UCB is momenteel gedaagde in verschillende productaansprakelijkheidsrechtzaken in Frankrijk met betrekking tot Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep. De eisers in deze rechtszaken voeren aan dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène genomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijk letsel hebben opgelopen (zie Toelichting 43.3 Voorwaardelijke verplichtingen). De voorziening met betrekking tot Distilbène steeg met € 13 miljoen tot een totaal van € 111 miljoen. ( 2024: € 98 miljoen) om de geschatte netto toekomstige kasuitstromen weer te geven, wat neerkomt op een stijging van € 12 miljoen bovenop het effect van de verdiscontering dat wordt gecompenseerd door de betalingen. De impact van verdiscontering bedraagt € 3 miljoen en is onderdeel van de overige financiële kosten (zie Toelichting 17 Financiële opbrengsten en financiële kosten). De voorziening werd verdisconteerd op basis van een disconteringsvoet variërend van 2,24% tot 4,25% (2024: 2,77%). Indien de disconteringsvoet 25 basispunten lager zou zijn, zou de voorziening met € 2 miljoen toenemen, aan een disconteringsvoet van 0% zou de voorziening met € 39 miljoen toenemen; • voorzieningen voor herstelkosten voor geleasede gebouwen als gevolg van de toepassing van IFRS 16 (€ 6 miljoen) (2024: € 7 miljoen) (zie Toelichting 40 Leaseovereenkomsten); • voorzieningen met betrekking tot de recupereerbaarheid van te ontvangen belastingen, andere dan winstbelastingen. • afwikkeling van contractuele verplichtingen (€ 111 miljoen); • lopende claims en geschillen voor zover er op de balansdatum een bestaande verplichting bestaat die op betrouwbare wijze kan worden gewaardeerd. Er wordt met betrekking tot de bovenvermelde risico's een evaluatie gemaakt samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vak-experts. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 247 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 35. Handels- en overige verplichtingen € miljoen 2025 2024 Overige schulden 92 100 Totaal langlopende handels- en overige verplichtingen 92 100 € miljoen 2025 2024 Handelsschulden 817 750 Te ontvangen facturen 82 81 Te betalen belastingen, andere dan winstbelastingen 27 17 Lonen en sociale zekerheidsbijdragen 459 422 Overige schulden 142 145 Uitgestelde inkomsten in verband met ontwikkelingsovereenkomsten 7 16 Overige uitgestelde inkomsten 16 12 Te betalen royalty's 28 23 Te betalen rabatten/kortingen en overige omzetreducties 1 901 1 235 Gelopen interesten 34 46 Overige toe te rekenen kosten 438 272 Totaal kortlopende handels- en overige verplichtingen 3 951 3 019 De handels- en overige verplichtingen worden grotendeels geclassificeerd als kortlopend en bijgevolg worden de boekwaarden van de totale handels- en overige verplichtingen verondersteld een redelijke benadering te zijn van hun reële waarde. 'Te betalen rabatten/kortingen en overige omzetreducties' bevatten rabatten, terugvorderingen (chargebacks), kortingen en voorzieningen voor verwachte verkoopretouren met betrekking tot producten die verkocht werden in de VS aan verschillende klanten die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma's inclusief de programma's 'Medicaid Drug Rebate', 'Federal Medicare' en andere. De verkoopretouren en omzetreducties worden geboekt in dezelfde periode als de onderliggende verkopen als een vermindering van de omzet. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de voorzieningen die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties. De voorzieningen worden beoordeeld en regelmatig aangepast gelet op de contractuele en wettelijke verplichtingen, historische trends, ervaring uit het verleden en verwachte marktomstandigheden. Alle retouren, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat, afgetrokken van de omzet en in de toepasselijke voorzieningsrekening op de balans gepresenteerd. De schatting voor toekomstige retouren van producten is gebaseerd op verschillende factoren zoals onder andere historische retourpercentages, vervaldatum per product, retourpercentage per afgesloten batch, effectief verwerkte retouren alsook alle andere specifiek geïdentificeerde verwachte retouren ten gevolge van gekende factoren zoals verlies van exclusiviteit van patent, terugroepingen van producten en stopzettingen of een veranderende competitieve omgeving. Aanpassingen aan deze voorzieningen kunnen noodzakelijk zijn in de toekomst gebaseerd op herwerkte schattingen betreffende onze veronderstellingen, hetgeen een impact zou hebben op het geconsolideerd resultaat uit onze bedrijfsactiviteiten. De verplichting voor verkoopretouren en reducties in de VS die opgenomen is als onderdeel van de verplichting voor te betalen rabatten en kortingen bedraagt € 1 597 miljoen per 31 december 2025 (31 december 2024: € 1 023 miljoen). 36. Te betalen belastingen Te betalen belastingen omvatten verplichtingen voor onzekere belastingposities voor een bedrag van € 117 miljoen (2024: € 139 miljoen). Het saldo daalde in 2025, voornamelijk als gevolg van de terugboeking van verschillende posten na de afsluiting van belastingcontroles in bepaalde jurisdicties waar de Groep actief is. De daling weerspiegelt ook de herbeoordeling van bestaande onzekere belastingposities, wat resulteerde in zowel opwaartse als neerwaartse aanpassingen, afhankelijk van de aard van de onderliggende risico's. Schulden met betrekking tot onzekere belastingposities worden geboekt wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een ingenomen belastingpositie moeilijk of niet houdbaar is als deze wordt aangevochten door de belastingautoriteiten en nadat alle rechtsmiddelen zijn uitgeput. De terug te vorderen belastingen omvatten vorderingen voor belastingvermindering voortvloeiend uit Onderlinge Overleg/Arbitrage-procedures voor een bedrag van € 26 miljoen (2024: € 23 miljoen). Deze activa worden alleen erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een Onderlinge Overleg/Arbitrageprocedure zal resulteren in een overeenkomstige aanpassing in één of meerdere jurisdicties. De stijging weerspiegelt het aantal nieuwe zaken, terwijl het totale saldo ook herbeoordelingen omvat op basis van de status en de verwachte uitkomst van lopende procedures. De beoordeling van zowel onzekere belastingposities als de overeenkomstige aanpassingen wordt uitgevoerd met behulp van de methode van het meest waarschijnlijke bedrag (voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting) of de methode van de verwachte waarde (voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting en verrekenprijzen), waar van toepassing, en in overeenstemming met IFRIC 23. Zie Toelichting 4.2.5 Belastingposities voor meer gedetailleerde informatie inzake de inschatting door de Groep van onzekere belastingposities. Op netto-basis heeft de Groep een voorziening van € 91 miljoen (2024: € 116 miljoen) aangelegd voor onzekere belastingposities en blijft zij de nodige procedures volgen om belastingvermindering zeker te stellen waar mogelijk. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 248 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg UCB wordt geconfronteerd met belastingcontroles in een aantal landen waar de Groep actief is. De zaken die worden onderzocht, kunnen complex zijn en in sommige gevallen kan het meerdere jaren duren voordat ze zijn opgelost. De Groep houdt nauwlettend toezicht op de verplichtingen die zijn opgenomen voor onzekere belastingposities die aan het einde van 2025 zijn geregistreerd en die zowel de status van lopende controles als de resultaten van recent afgeronde controles weerspiegelen. 37. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht geeft de operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten weer. UCB past de indirecte methode toe voor de operationele kasstromen. De nettowinst is aangepast voor: • de effecten van niet-geldelijke transacties zoals afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingsverliezen, voorzieningen, waarderingen tegen reële waarde enz., alsook de wijzigingen inzake werkkapitaal; • opbrengsten en kosten die verband houden met kasstromen uit investerings- of financieringsactiviteiten. Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2025 hebben voornamelijk betrekking op belastingkredieten (€ 120 miljoen) waarvoor het cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden. Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2024 hebben voornamelijk betrekking op belastingkredieten (€ 148 miljoen) waarvoor het cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden. € miljoen Toelichting 2025 2024 Aanpassing voor niet-geldelijke transacties 619 590 Afschrijvingen 11, 22, 20 627 641 Kosten van bijzondere waardevermindering/terugname (-) 11, 14 0 73 Kost voor in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen -10 2 Overige niet-geldelijke transacties in de winst- en verliesrekening -120 -148 Als gevolg van de toepassing van IFRS 9 17 -33 30 (Niet-)gerealiseerde wisselkoerswinst (-)/verlies -14 -43 Wijziging in voorzieningen en personeelsbeloningen 154 24 Voorraadwijzigingen en voorzieningen voor dubieuze debiteuren 15 11 Aanpassing voor posten apart te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten 263 98 Belastingkost voor de periode uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 18 263 98 Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten 84 -465 Winst(-)/verlies uit de verkoop van vaste activa 2 -596 Renteopbrengsten (-) / -kosten 82 131 Wijzigingen in het werkkapitaal Voorraadbewegingen per geconsolideerde balans -188 -278 Handelsvorderingen en overige vorderingen en andere activa, beweging per geconsolideerde balans -368 -258 Handels- en overige schulden, beweging per geconsolideerde balans1 645 623 Zoals opgenomen in de geconsolideerde balans en gecorrigeerd met: 89 87 Niet-geldelijke posten2 104 89 Wijzigingen in voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit operationele activiteiten -15 -11 Aanpassingen voor de omrekening van vreemde valuta 1 124 3 Zoals opgenomen in het geconsolideerd kasstroomoverzicht 303 168 1. Omvat een bedrag van € 822 miljoen per 31 december 2025 voor rabatten en kortingen gekoppeld aan omzet (31 december 2024: € 301 miljoen). 2. Niet-geldelijke posten houden hoofdzakelijk verband met transfers van de ene rubriek naar de andere, met niet-geldelijke bewegingen die verband houden met de toekenning van aandelen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 249 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 38. Financiële instrumenten per categorie 31 december 2025 € miljoen Toelichting Activa tegen geamortiseerde kostprijs Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen via winst en verlies (FVPL) Activa gebruikt voor hedging Activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) Totaal Activa zoals opgenomen in de balans Financiële en overige activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten en geassocieerde deelnemingen) 23 174 0 0 277 451 Afgeleide financiële activa 39 0 28 97 0 125 Handels- en overige vorderingen (inclusief vooruitbetaalde kosten) 25 1 861 0 0 0 1 861 Geldmiddelen en kasequivalenten 26 2 251 0 0 0 2 251 Totaal 4 286 28 97 277 4 688 31 december 2025 € miljoen Toelichting Verplichtingen aan reële waarde via winst en verlies (FVPL) Verplichtingen gebruikt voor hedging Verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs Totaal Verplichtingen zoals opgenomen in de balans Leningen 29 0 0 816 816 Obligaties 30 -16 0 1 445 1 429 Afgeleide financiële instrumenten verplichtingen 39 35 80 0 115 Handels- en overige verplichtingen 35 0 0 4 043 4 043 Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) 31 0 0 0 0 Totaal 19 80 6 304 6 403 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 250 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 31 december 2024 € miljoen Toelichting Activa tegen geamortiseerde kostprijs Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen via winst en verlies (FVPL) Activa gebruikt voor hedging Activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) Totaal Activa zoals opgenomen in de balans Financiële en overige activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten en geassocieerde deelnemingen) 23 147 0 0 243 390 Afgeleide financiële activa 39 0 32 119 0 151 Handels- en overige vorderingen (inclusief vooruitbetaalde kosten) 25 1 526 0 0 0 1 526 Geldmiddelen en kasequivalenten 26 1 573 0 0 0 1 573 Totaal 3 246 32 119 243 3 640 31 december 2024 € miljoen Toelichting Verplichtingen aan reële waarde via winst en verlies (FVPL) Verplichtingen gebruikt voor hedging Verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs Totaal Verplichtingen zoals opgenomen in de balans Leningen 29 0 0 1 602 1 602 Obligaties 30 -19 0 1 443 1 424 Afgeleide financiële instrumenten verplichtingen 39 77 116 0 193 Handels- en overige verplichtingen 35 0 0 3 120 3 120 Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) 31 0 0 0 0 Totaal 58 116 6 165 6 339 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 251 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 39. Afgeleide financiële instrumenten Activa Verplichtingen € miljoen Toelichting 2025 2024 2025 2024 Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 90 11 5 107 Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 11 3 4 14 Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen 7 95 72 7 Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 13 3 2 Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 14 24 31 63 Overige afgeleide financiële instrumenten 3 5 0 0 Totaal 125 151 115 193 waarvan: Langlopend 23, 31 18 41 32 65 Kortlopend 23, 31 107 110 83 128 De volledige reële waarde van een afdekkingsderivaat wordt geclassificeerd als een vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd meer dan 12 maanden bedraagt, en als een vlottend actief of kortlopende verplichting als de looptijd minder dan 12 maanden bedraagt. De kasstroomafdekkingen die door de Groep werden uitgevoerd, werden als effectief beoordeeld en per 31 december 2025 werd een netto niet-gerealiseerde winst van € 108 miljoen (per 31 december 2024: netto niet-gerealiseerd verlies van € 77 miljoen) vóór uitgestelde belasting opgenomen in het eigen vermogen aangaande deze transacties. Deze winsten/verliezen zullen naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt in de periode waarin de afgedekte verwachte toekomstige transacties de winst of het verlies beïnvloeden. De kasstroomafdekkingen die niet langer werden aangemerkt als kasstroomafdekkingen in 2024 (wat leidde tot een winst van € 1 miljoen in de winst-en-verliesrekening in 2024) maar die op 31 december 2024 nog steeds uitstaand waren, zijn in 2025 afgewikkeld. 39.1. Wisselkoersderivaten Het beleid van de Groep met betrekking tot het gebruik van financiële derivatencontracten wordt beschreven in Toelichting 5 Financieel risicobeheer . De Groep heeft verschillende valutacontracten afgesloten met als doel de waarde te behouden van zeer waarschijnlijke verwachte transacties, bestaande activa en passiva of bepaalde investeringen in buitenlandse activiteiten. De volgende tabel toont de opsplitsing van de valutaderivaten per uitdrukkingsvaluta (verkochte valuta weergave) per 31 december 2025: Notionele bedragen in € miljoen USD GBP EUR JPY CHF Andere valuta Totaal Termijncontracten 829 162 124 5 6 15 1 141 Valutaswaps 2 788 35 2 425 241 41 259 5 789 Optie/collar 0 0 0 0 0 0 0 Totaal 3 617 197 2 549 246 47 274 6 930 Op basis van dezelfde verkochte valuta zijn de reële waarden van de derivatencontracten op vreemde valuta als volgt: Activa Verplichtingen € miljoen 2025 2024 2025 2024 USD 79 0 7 123 GBP 0 0 0 0 EUR 4 102 72 2 JPY 21 6 0 1 CHF 0 0 0 0 Andere valuta 3 2 2 3 Totaal valutaderivaten 107 110 81 129 De looptijdanalyse voor de valutaderivaten wordt hieronder vermeld: € miljoen 2025 2024 1 jaar of minder 26 -19 1-5 jaar 0 0 Langer dan 5 jaar 0 0 Totaal valutaderivaten – netto activa/netto verplichtingen (-) 26 -19 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 252 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 39.2. Rentederivaten De Groep gebruikt verschillende rentederivaten om haar blootstelling aan de wijzigende rentevoeten op haar leningen te beheren. De data voor de prijsherzieningen en de afschrijvingskenmerken komen overeen met die van de vastrentende obligaties en variabelrentende notes. De uitstaande rentederivaten zijn als volgt: Contracttype Voor perioden van/tot Te ontvangen valuta Te ontvangen notionele waarde Te ontvangen tarief Te betalen valuta Te betalen notionele waarde Te betalen tarief EIS 1 april 2021 1 oktober 2027 EUR 150 -0,25% EUR 150 EURIBOR 6M EIS 30 maart 2021 30 maart 2028 EUR 500 -0,22% EUR 500 EURIBOR 6M EIS 21 november 2023 21 november 2029 EUR 300 3,02% EUR 300 EURIBOR 3M EIS 20 maart 2024 20 maart 2030 EUR 500 2,58% EUR 500 EURIBOR 3M EIS 8 december 2023 8 december 2026 USD 375 SOFR USD 375 4,22% EIS 8 december 2026 8 juni 2028 USD 375 SOFR USD 375 3,43% 39.3. Afdekking van netto-investeringen in een buitenlandse entiteit Alle gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekkingen van netto- investeringen worden opgenomen in Cumulatieve Omrekeningsverschillen. Deze winsten en verliezen zullen in het eigen vermogen geboekt blijven en zullen alleen in de winst- en verliesrekening opgenomen worden als de Groep de onderliggende activa niet meer in bezit heeft. 39.4. Virtual Power Purchase Agreements In juli 2024 heeft de Groep drie Virtual Power Purchase Agreements (VPPA's) voor hernieuwbare energie gesloten ter ondersteuning van zonne-energiecentrales in Spanje. De reële waarde van het VPPA-contract wordt bepaald met behulp van de verdisconteerde kasstromenmethode, na identificatie van de waarde van de ingebedde Garanties van Oorsprong (GoO's). Wijzigingen in de reële waarde ten opzichte van de initiële waardering van de contracten worden opgenomen onder financiële baten en lasten, samen met de afschrijving van de initiële waardering indien relevant. Per 31 december 2025 werden de VPPA-contracten gewaardeerd op € 3 miljoen, wat resulteerde in een verlies van € 2 miljoen in 2025 en € 1 miljoen boven de initiële waardering. De initiële waardering wordt afgeschreven vanaf het begin van de productie. 40. Leaseovereenkomsten 40.1. Bedragen opgenomen in de balans De balans geeft de volgende bedragen weer met betrekking tot leaseovereenkomsten: € miljoen Toelichting 2025 2024 Gebouwen 22 96 121 Installaties en machines 22 15 16 Kantooruitrusting en voertuigen 22 80 82 Totaal gebruiksrechten van activa 191 219 Langlopend 29 119 145 Kortlopend 29 63 61 Totaal leaseverplichtingen 182 206 De verwerving van gebruiksrechten van activa gedurende boekjaar 2025 bedroeg € 49 miljoen. Per 31 december 2025 zijn er geen verplichtingen voor gegarandeerde restwaarde inbegrepen in de leaseverplichtingen. Per 31 december 2025 bedroegen leaseverbintenissen voor nog niet begonnen leases € 14 miljoen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 253 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 40.2. Bedragen opgenomen in de winst- en verliesrekening De winst- en verliesrekening geeft de volgende bedragen weer met betrekking tot leaseovereenkomsten: € miljoen Toelichting 2025 2024 Afschrijvingskosten van gebruiksrechten van activa 22 64 58 Gebouwen 22 28 29 Installaties en machines 22 1 1 Kantooruitrusting en voertuigen 22 35 28 Rentekosten (opgenomen onder financiële kosten) 17 9 8 Kosten in verband met kortlopende leaseovereenkomsten 3 2 Kosten in verband met leaseovereenkomsten voor activa met geringe waarde die geen kortlopende leaseovereenkomsten zijn 12 11 Totale kosten met betrekking tot leaseovereenkomsten 88 79 De totale kasuitstroom voor leaseovereenkomsten in 2025 bedroeg € 60 miljoen . In 2025 waren er geen materiële opbrengsten uit onderverhuring. 41. Winst per aandeel 41.1. Gewone winst per aandeel € 2025 2024 Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 8,20 5,61 Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0,00 0,00 Gewone winst per aandeel 8,20 5,61 De gewone winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop, met uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden. 41.2. Verwaterde winst per aandeel € 2025 2024 Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 8,03 5,48 Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0,00 0,00 Verwaterde winst per aandeel 8,03 5,48 Verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop gedurende het jaar, met uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden, gecorrigeerd voor het aantal potentiële gewone aandelen met verwateringseffect die gekoppeld zijn aan de uitgifte van aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen. Het aantal potentiële gewone aandelen met verwateringseffect, wordt berekend op basis van het gemiddelde aantal tijdens de verslagperiode uitstaande aandelenopties als het verschil tussen de gemiddelde marktprijs van gewone aandelen tijdens de verslagperiode en de gewogen gemiddelde uitoefenprijs van de aandelenopties, en op basis van het gemiddelde aantal tijdens de verslagperiode uitstaande toegekende aandelen en prestatieaandelen. Aandelenopties hebben alleen een verwaterend effect wanneer de gemiddelde marktprijs boven de uitoefenprijs ligt (aandelenopties zijn 'in the money'). Voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel, waren er geen correctie-elementen voor de winst die aan de aandeelhouders van de Vennootschap kan worden toegerekend. 41.3. Winst De berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel die toerekenbaar is aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij is gebaseerd op de volgende gegevens: Basis € miljoen 2025 2024 Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV 1 558 1 065 Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV 1 558 1 065 Verwaterd € miljoen 2025 2024 Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV 1 558 1 065 Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV 1 558 1 065 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 254 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 41.4. Aantal aandelen In duizend aandelen 2025 2024 Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel 190 119 189 986 Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterde winst per aandeel 194 183 194 547 42. Dividend per aandeel De bruto-dividenden uitgekeerd in 2025 (voor het jaar dat eindigde op 31 december 2024) en 2024 (voor het jaar dat eindigde op 31 december 2023) bedroegen respectievelijk € 264 miljoen (€ 1,39 per aandeel) en € 259 miljoen ( € 1,36 per aandeel). Een dividend voor het afgelopen jaar dat eindigde op 31 december 2025 van € 1,45 per aandeel, goed voor een totaal dividend van € 276 miljoen , zal voorgesteld worden tijdens de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering op 30 april 2026. Overeenkomstig IAS 10, Gebeurtenissen na de verslagperiode, is het voorgestelde dividend niet als een verplichting geboekt op het einde van het jaar. 43. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen 43.1. Kapitaal- en overige verbintenissen Op 31 december 2025 heeft de Groep zich verbonden om € 362 miljoen (2024: € 181 miljoen) te besteden, voornamelijk met betrekking tot verwachte kapitaalinvesteringen voor de vernieuwing van onderzoeksfaciliteiten, de nieuwe fabriek voor gentherapie en het Belgian Biotech Operations Center (BBOC) op de campus in Braine-l'Alleud (België), de nieuwe campus in het Verenigd Koninkrijk, interne capaciteitsuitbreiding op de productielocatie in Bulle (Zwitserland), software, laboratorium- en andere apparatuur. De Groep sloot een aantal ontwikkelingsovereenkomsten op lange termijn af met verschillende farmaceutische bedrijven, universiteiten en financiële investeerders. Zulke samenwerkingsovereenkomsten kunnen mijlpaalbetalingen omvatten die afhankelijk zijn van succesvolle klinische ontwikkelingen of van het behalen van specifieke verkoopdoelstellingen. Op 31 december 2025 bedroeg het maximumbedrag dat betaald zou worden als alle toekomstige mijlpalen zouden worden gerealiseerd, exclusief variabele royaltybetalingen die gebaseerd zijn op de verkochte eenheden en bedragen die reeds werden voorzien voor reeds behaalde mijlpalen maar nog niet verschuldigd zijn, € 1 192 miljoen op niet-verdisconteerde basis en niet aangepast voor risico's. € miljoen 2025 2024 Minder dan 1 jaar 0 172 Tussen 1 en 5 jaar 329 326 Langer dan 5 jaar 862 761 Totaal 1 192 1 259 UCB heeft verschillende overeenkomsten gesloten met contractproductie-organisaties voor het leveren van haar producten. De uitstaande verbintenissen ten aanzien van deze contractproductie- organisaties bedragen € 1 681 miljoen eind 2025 tot 2035 (2024: € 1 442 miljoen tot 2034). Bovendien heeft UCB een uitstaande verbintenis voor de reservering van productiecapaciteit van € 9 miljoen per eind 2025. Als onderdeel van de innovatiestrategie van UCB, heeft UCB een risicokapitaalfonds opgericht, UCB Ventures. Het fonds is voornamelijk bedoeld om het innovatie-ecosysteem van UCB meer ruimte te geven, een betere kijk op nieuwe technologieën, producten, platformen en kanalen te creëren om UCB's bestaande activiteiten uit te breiden of aan te vullen, netwerken en strategische relaties te ontwikkelen in de risicokapitaal-investeerdersgemeenschap en het identificeren van opportuniteiten die UCB anders niet zou zien. In dit kader heeft UCB eind 2025 uitstaande verbintenissen voor een totaal bedrag van € 32 miljoen met betrekking tot risicokapitaalinvesteringen. 43.2. Waarborgen De garanties die voortvloeien uit de normale bedrijfsvoering, zullen naar verwachting niet leiden tot materiële financiële verliezen. 43.3. Voorwaardelijke verplichtingen De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen, claims en onderzoeken. De lopende zaken kunnen leiden tot aansprakelijkheden, burgerlijke en strafrechtelijke sancties, verlies van productexclusiviteit en andere kosten, boetes en uitgaven die verbonden zijn aan uitkomsten die nadelig zijn voor de belangen van UCB. Potentiële kasuitstromen die weergegeven worden in een voorziening kunnen, in bepaalde gevallen, geheel of gedeeltelijk gecompenseerd worden door een verzekering. UCB heeft geen voorzieningen aangelegd voor mogelijke schadegevallen voor bijkomende juridische claims tegen onze dochterondernemingen als UCB van mening is dat een betaling ofwel niet waarschijnlijk is of niet betrouwbaar kan worden geschat. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 255 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 1. Zaken betreffende intellectuele eigendom (geselecteerde zaken) Wij beschermen met kracht onze octrooiportefeuille en ons vermogen om geneesmiddelen naar patiënten te brengen waar en wanneer wij dat nodig achten. Bijgevolg is UCB als eiser en gedaagde betrokken bij verschillende geschillen in verschillende rechtsgebieden in de VS en Europa. NEUPRO® Verenigde Staten Als reactie op een Paragraaf IV-certificering heeft UCB in december 2024 een rechtszaak aangespannen tegen Aurobindo om een Amerikaans patent af te dwingen dat eind 2027 afloopt dat betrekking heeft op een aspect van NEUPRO®. Vanwege de wettelijke wachttijd van 30 maanden vóór goedkeuring door de FDA zou Aurobindo niet in staat zijn eerder dan augustus 2027 een generieke versie op de markt te brengen. We hebben dit geschil met Aurobindo op gunstige voorwaarden opgelost. NAYZILAM ® Verenigde Staten In 2021 heeft Cipla een ANDA ingediend waarin de geldigheid van bepaalde NAYZILAM ®-octrooien wordt aangevochten. UCB heeft daarop een rechtszaak aangespannen tegen Cipla. Cipla voerde een inbreuk vanwege UCB op haar ANDA aan. De rechtszaak vond plaats in oktober 2023 en we wachten de uitspraak van de rechtbank af. EVENITY® Duitsland In 2023 spande OssiFi-Mab LLC ('OMAB') een rechtszaak aan tegen UCB Pharma SA, UCB Pharma GmbH en Amgen in Duitsland waarin het aanvoerde dat EVENITY® inbreuk maakt op het Duitse deel van een Europees octrooi. Ter verdediging hebben UCB Pharma GmbH en UCB Pharma SA gezamenlijk, evenals Amgen, verzet aangetekend bij het Europees Octrooibureau (EOB) om het octrooi van OMAB ongeldig te laten verklaren. Daarnaast heeft UCB Pharma B.V. in Nederland een rechtszaak aangespannen om het Nederlandse deel van het octrooi van OMAB ongeldig te laten verklaren. In oktober 2024 oordeelde de Oppositieafdeling van het EOB in het voordeel van UCB en herriep het patent van OMAB in zijn geheel. Daarna heeft OMAB haar inbreukvordering in Duitsland ingetrokken. In september 2025 heeft de Kamer van Beroep van het EOB het beroep van OMAB verworpen en het octrooi van OMAB herroepen, waarmee deze zaak is beëindigd. FINTEPLA® Italië / Europa In 2025 heeft Frau Pharma UCB (als opvolger van Zogenix) in Italië aangeklaagd wegens vermeende inbreuk op de lopende Europese productiepatentaanvraag van Frau met betrekking tot Fintepla. De rechtbank heeft UCB opgedragen bepaalde commerciële gegevens aan Frau te verstrekken, waaraan UCB heeft voldaan, maar UCB is ook in beroep gegaan. In een verwante zaak heeft UCB Frau gedagvaard om het eigendom van Frau op het lopende Europese octrooi te betwisten, en het EOB heeft de toekenning van het octrooi opgeschort in afwachting van de uitkomst van de eigendomsprocedure. De Italiaanse rechtbank heeft in het voordeel van Frau geoordeeld en het EOB kan het octrooi verlenen, dat volgens UCB ongeldig is en waartegen het bedrijf bezwaar zal maken. 2. Productaansprakelijkheidszaken Distilbène productaansprakelijkheidsrechtzaak – Frankrijk Entiteiten van de UCB Groep zijn genoemd als verweerders in verschillende productaansprakelijkheidsrechtszaken in Frankrijk. De eisers in deze rechtszaken voeren aan dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep, ingenomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijk letsel hebben opgelopen. De Groep heeft een voorziening aangelegd (zie Toelichting 34 Voorzieningen in dit 2025 Jaarverslag). 3. Algemene geschillenbeslechting 340B-programma voor de prijsstelling van geneesmiddelen In december 2021 (bijgewerkt in 2024) heeft UCB een 340B-beleid geïmplementeerd, dat beperkingen stelt aan het gebruik van contractapotheken door bepaalde gedekte entiteiten, terwijl er tegelijk voor wordt gezorgd dat kwetsbare en onderbediende patiëntengroepen nog steeds toegang hebben tot UCB-geneesmiddelen. In september 2022 spande UCB een rechtszaak aan tegen het federale agentschap dat 340B beheert, de Health Resources and Services Administration (HRSA), als reactie op de brief van HRSA waarin werd gesteld dat het 340B-beleid van UCB in strijd was met de wet. In september 2024 oordeelde de rechtbank dat het 340B-beleid van UCB niet in strijd is met de wet. In december 2024 spande UCB een rechtszaak aan tegen de HRSA om de certificering (en hercertificering) van de status van gedekte entiteit van acht Sagebrush-onderafdelingen aan te vechten. Deze Sagebrush-onderafdelingen waren ten onrechte door HRSA gecertificeerd als voor 340B in aanmerking komende klinieken, waardoor ze aanzienlijke prijsverlagingen op de producten van UCB konden verkrijgen. Amgen en Eli Lilly zijn mede-eisers in de zaak. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 256 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 44. Transacties met verbonden partijen 44.1. Verkopen en diensten binnen de groep Gedurende de boekjaren afgesloten op 31 december 2025 en 2024 werden alle transacties binnen de UCB Groep uitgevoerd op basis van beoordelingen van wederzijds economisch voordeel van de betrokken partijen, en werden de toepasselijke voorwaarden vastgesteld in overeenstemming met criteria van marktconforme onderhandelingen en eerlijk handelen, en met het oog op de creatie van waarde voor de gehele UCB Groep. De voorwaarden die van toepassing waren op transacties binnen de UCB Groep waren gelijkaardig aan de voorwaarden die van toepassing waren op transacties met derde partijen. Met betrekking tot de verkoop van tussentijdse en afgewerkte producten gingen deze criteria gepaard met het principe van de verhoging van de productiekosten van elke partij met een onafhankelijk vastgestelde winstmarge. Met betrekking tot de diensten die geleverd werden binnen de UCB Groep gingen deze criteria vergezeld van het principe van voldoende vergoedingen om de kosten te dekken die door elke partij werden gemaakt en een marktconforme winstmarge. De binnen de UCB Groep uitgevoerde transacties vormen standaardtransacties voor een biofarmaceutische groep. Deze transacties omvatten de aankoop en verkoop van tussentijdse en afgewerkte medische producten, deposito’s en leningen voor verbonden ondernemingen van de UCB Groep, alsook gecentraliseerde functies en activiteiten van de UCB Groep om de operaties te optimaliseren. 44.2. Financiële transacties met andere verbonden partijen dan verbonden ondernemingen van UCB NV In 2025 zijn er geen materiële financiële transacties geweest met andere verbonden partijen dan de verbonden ondernemingen van UCB NV. 44.3. Vergoedingen van managers op sleutelposities De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening voor de leden van de Raad van bestuur en het Uitvoerend Comité, voor het jaargedeelte waarin ze hun mandaat uitoefenden. 2025 2024 Korte-termijnpersoneelsbeloningen 22 19 Ontslagvergoedingen 1 0 Vergoedingen na uitdiensttreding 3 2 Op aandelen gebaseerde betalingen 15 12 Totale vergoedingen van managers op sleutelposities 41 33 Korte-termijnpersoneelsbeloningen omvatten lonen (inclusief socialezekerheidsbijdragen), tijdens het jaar verdiende bonussen, autoleasing en andere vergoedingen indien van toepassing. Op aandelen gebaseerde betalingen omvatten de afschrijving over de wachtperiode van de reële waarde van toegekende aandeelbewijzen en omvatten ook aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen zoals in Toelichting 28 Op aandelen gebaseerde betalingen nader wordt uitgelegd. Er zijn door de Vennootschap of door een dochteronderneming van de Groep geen leningen toegekend aan een bestuurder of kaderlid van de Groep en er zijn evenmin garanties in die zin gegeven. 44.4. Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur De grootste aandeelhouder van UCB is Financière de Tubize SA (hierna ook de 'Referentieaandeelhouder' of 'Tubize' genoemd), een Belgisch bedrijf genoteerd op Euronext Brussel. Op basis van de meest recente openbare bekendmaking, had Tubize op 31 juli 2025 70 562 935 UCB- aandelen in bezit op een totaal aantal van 194 505 658 (dat wil zeggen 36,28%). Voor de aandeelhoudersstructuur verwijzen wij naar de website van Financière de Tubize SA: www.financiere- tubize.be. UCB bezit ook UCB-aandelen. De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek. Voor een overzicht van de belangrijke deelnemingen van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten) op basis van de transparantiemeldingen ontvangen krachtens de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, verwijzen wij naar 3.3.4 Aandeelhoudersstructuur onder het hoofdstuk Deugdelijk Bestuur van dit Geïntegreerd jaarverslag 2025. 45. Gebeurtenissen na de balansdatum Er hebben zich na het einde van de verslagperiode geen belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die een impact zouden kunnen hebben op de geconsolideerde jaarrekening van UCB. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 257 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg 46. UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd) Naam en maatschappelijke zetel Aandelen Meerderheidsaandeelhouder Australië UCB Australia Pty. Ltd. - Level 1, 1155 Malvern Road - 3144 Malvern, Victoria 100% UCB NV Engage Therapeutics Australia Pty. Ltd., Level 1, 1155 Malvern Road - 3144 Malvern, Victoria 100% Engage Therapeutics, Inc. België UCB Fipar SA - Allée de la Recherche, 60 - 1070 Brussel (BE 0403.198.811) 100% UCB Belgium NV UCB Biopharma SRL - Allée de la Recherche, 60 - 1070 Brussel (BE 0543.573.053) 100% UCB Pharma NV UCB Belgium SA - Allée de la Recherche, 60 - 1070 Brussel (BE 0402.040.254) 100% UCB Pharma NV UCB Developed Brands SRL1 - Allée de la Recherche, 60 - 1070 Brussel (BE 1017.533.562) 100% UCB Manufacturing, Inc. UCB Pharma SA - Allée de la Recherche, 60 - 1070 Brussel (BE 0403.096.168) 100% UCB NV Sifar SA2 - Allée de la Recherche, 60 - 1070 Brussel (BE 0453.612.580) 100% UCB Pharma NV UCB Ventures SA - Allée de la Recherche, 60 - 1070 Brussel (BE 0667.816.096) 100% UCB NV UCB Ventures Belgium SA - Allée de la Recherche, 60 - 1070 Brussel (BE 0668.388.891) 100% UCB Ventures SA Brazilië UCB Biopharma Ltda - Av. Presidente Juscelino Kubitschek, nº 1327, 5° andar, Condominio Edificio Intemacional Plaza II - CEP: 04543 - 011 São Paulo 100% UCB NV Bulgarije UCB Bulgaria EOOD - 2B Srebarna street, fl. 9, office 8B, Lozenetz, Sofia 1407 100% UCB NV Canada UCB Canada Inc. - 2201 Bristol Circle, Suite 602 - ON L6H0J8 Oakville 100% UCB Holdings Inc. China UCB Trading (Shanghai) Co Ltd - Suite 317, 439 No.1 Fu Te Road West, Shanghai (Pilot Free Trade Zone) 100% UCB NV UCB Pharma (Hong Kong) Ltd - Rooms 156 and 157, 20/F, Cityplaza Three, 14 Taikoo Wan Road - Tai Koo, Hongkong 100% UCB Pharma GmbH UCB Pharma (Zhuhai) Company Ltd 3 - Section A., Workshop, No.3 Science and Technology 05th Road, Innovation Coast, National Hi-Tech Industrial Development Zone - Zhuhai Guangdong Province 100% UCB Pharma GmbH Denemarken UCB Nordic AS - Edvard Thomsens Vej 14, 7 - 2300 Kopenhagen 100% UCB Pharma NV Duitsland UCB Pharma GmbH - Rolf-Schwarz-Schütte Platz 1 - 40789 Monheim am Rhein 100% UCB GmbH UCB GmbH - Rolf-Schwarz-Schütte Platz 1 - 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Pharma NV UCB BioSciences GmbH - Rolf-Schwarz-Schütte Platz 1 - 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Pharma GmbH Cosmix Verwaltungs GmbH2 - Rolf-Schwarz-Schütte Platz 1 - 40789 Monheim am Rhein 100% Ra Pharmaceuticals, Inc. Finland UCB Pharma Oy Finland - Bertel Jungin aukio 5, 6.krs - 02600 Espoo 100% UCB Pharma NV Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 258 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Naam en maatschappelijke zetel Aandelen Meerderheidsaandeelhouder Frankrijk UCB Pharma SAS - Tour Emblem 7 Allée de l'Arche, 92400 Courbevoie 100% UCB NV Griekenland UCB A.E. - 63 Agiou Dimitriou Street - 17456 Alimos - Athene 100% UCB NV Hongarije UCB Hungary Ltd - Obuda Gate Building Arpád Fejedelem ùtja 26 - 28 - 1023 Boedapest 100% UCB NV Ierland UCB (Pharma) Ireland Ltd - United Drug House Magna Drive, Magna Business Park, City West Road - Dublin 24 100% UCB NV UCB Manufacturing Ireland Ltd - United Drug House Magna Drive, Magna Business Park, City West Road - Dublin 24 100% UCB NV Zogenix ROI Limited 4 - Trinity House, Charleston Road - Ranelagh, Dublin 6, D06 C8X4 100% Zogenix International Limited India UCB India Private Ltd - Building No. - P3, Unit No. - 103, 1st Floor, Prithvi Complex, Kalher Pipe Line, Kalher, Bhiwandi, Thane - 421302 Maharashtra 100% UCB NV Italië UCB Pharma SpA - Via Varesina 162 - 20156 Milaan 100% UCB NV Zogenix S.r.l. 2- Via Varesina 162 - 20156 Milaan 100% Zogenix International Limited Japan UCB Japan Co Ltd - Shinjuku Grand Tower, 8-17-1 Nishi-Shinjuku 160-0023 Shinjuku, Tokio 100% UCB NV Mexico UCB de Mexico SA de C. V. - Av. Ejército Nacional 843-B Antara I Piso 3, Col Granada. Delg. Miguel Hidalgo C.P. 11520 CDMX, C.P. 11520 Mexico-Stad 100% UCB NV Nederland UCB Pharma B. V. (Netherlands) - Hoge Mosten 2 - 4822 NH Breda 100% UCB Pharma NV Noorwegen UCB Pharma A.S. - Haakon VIIs gate 6 - 0161 Oslo 100% UCB Pharma NV Oekraïne UCB Ukraine LLC - 19 Grygoriya Skovorody Str., Business - center 'Podol Plaza' - 04070 Kiev 100% UCB Pharma GmbH Oostenrijk UCB Pharma Gesellschaft m.b.H. - Twin Tower, Wienerbergstrasse 11/12a - 1100 Wien 100% UCB Pharma NV Polen Vedim Sp. z.o.o. - Ul. L. Kruczkowskiego, 8, 00 - 380 Warschau 100% UCB NV UCB Pharma Sp. z.o.o. - Ul. L. Kruczkowskiego, 8, 00 - 380 Warschau 100% UCB NV Portugal UCB Pharma (Produtos Farmaceuticos) Lda - Rua do Silval, nº 37, piso 1, S1.3, 2780-373 Oeiras 100% UCB NV Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 259 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Naam en maatschappelijke zetel Aandelen Meerderheidsaandeelhouder Roemenië UCB Pharma Romania S.R.L. - 165 Calea Floreasca, One Tower Building, 3rd Floor, 1st district - Boekarest 14459 100% UCB NV Rusland UCB Pharma LLC - 16 Mitinskaya Street, Premises 509B , 125430, Moskou 100% UCB NV UCB Pharma Logistics LLC - Prensky Naberezhnye, 10, block C, 13th floor , 123112 Moskou 100% UCB NV Spanje UCB Pharma SA - Plaza de Manuel Gómez Moreno, s/n, Edificio Bronce, 5th floor - 28020 Madrid 100% UCB NV Taiwan UCB Pharmaceuticals (Taiwan) Ltd - 12F.-2, No.88, Dunhua N. Rd., Songshan Dist - 10551 Taipei 100% UCB NV Tsjechische republiek UCB S.R.O. - Jankovcova 1518/2 - 170 00 Praha 7 100% UCB NV Turkije UCB Pharma A.S. - Palladium Tower, Barbaros Mah., Kardelen Sok. No.2, Kat.24/80, -34746 Istanboel 100% UCB NV VK UCB (Investments) Ltd - 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE 100% UCB NV Celltech Group Ltd - 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE 100% UCB (Investments) Ltd Celltech Pension Trustees Ltd - 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE 100% Celltech Group Ltd Celltech R&D Ltd - 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE 100% Celltech Group Ltd Darwin Discovery Ltd2 - 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE 100% Celltech Group Ltd UCB Pharma Ltd - 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE 100% Celltech Group Ltd Zogenix Europe Limited - 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE 100% UCB Biosciences Inc. Zogenix International Limited - Windlesham Campus, Sunninghill Road, Windlesham, Surrey GU20 6PP 100% Zogenix Europe Limited VS UCB Holdings, Inc. - Corporation Trust Center, 1209 Orange Street - 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Pharma NV UCB, Inc. - Corporation Trust Center, 1209 Orange Street - 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Holdings Inc. UCB Biosciences, Inc. - Corporation Trust Center, 1209 Orange Street - 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Inc. UCB Manufacturing, Inc. - Corporation Trust Center, 1209 Orange Street - 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Inc. Ra Pharmaceuticals, Inc.5 - Corporation Trust Center, 1209 Orange Street - 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Holdings Inc. Engage Therapeutics, Inc. - Corporation Trust Center, 1209 Orange Street - 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Holdings Inc. Zogenix, Inc. 5 - Corporation Trust Center, 1209 Orange Street - 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Biosciences Inc. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 260 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening vervolg Naam en maatschappelijke zetel Aandelen Meerderheidsaandeelhouder Zuid-Korea UCB Korea Co Ltd. - 4th Fl., A+ Asset Tower, 369 Gangnam-daero, Seocho-gu - 06621 Seoul 100% UCB NV Zweden UCB Pharma AB (Sweden) - Olof Palmes gata 29, 111 22 Stockholm 100% UCB Pharma NV Zwitserland UCB Farchim SA (A.G.- Ltd.) - ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 - 1630 Bulle 100% UCB Pharma NV Doutors Réassurance SA - ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 - 1630 Bulle 100% UCB Farchim SA UCB-Pharma AG - ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 - 1630 Bulle 100% UCB Farchim SA UCB Medical Devices SA - ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 - 1630 Bulle 100% UCB Farchim SA 1. UCB Developed Brands SRL is opgericht op 13 december 2024 en had een eerste verlengd boekjaar tot 31 december 2025 en is opgenomen in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening voor 2024 en 2025 sinds de oprichting. 2. Darwin Discovery Ltd (UK), Sifar SA (BE), Zogenix S.r.l. (Italië) en Cosmix Verwaltungs GmbH (Duitsland) zijn respectievelijk op 2 januari, 19 december, 7 februari 2025 en 21 maart 2025 ontbonden en zijn tot aan de ontbinding opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor respectievelijk 2024 en 2025. 3. UCB Pharma (Zhuhai) Company Ltd is afgestoten op 29 november 2024 en is totdat de afstoting plaats vond, opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor 2024. 4. Zogenix ROI Limited (Ierland) is per 31 oktober 2024 in liquidatie gesteld. 5. Zogenix, Inc. en Ra Pharmaceuticals, Inc. zijn respectievelijk op 1 april 2024 en op 1 januari 2025 gefuseerd met respectievelijk UCB BioSciences, Inc. en met UCB Holdings, Inc. en zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor 2024 en 2025 tot op het moment van de fusie. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 261 4. Verantwoordelijkheidsverklaring We bevestigen hierbij dat, voor zover we weten, de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2025, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen (International Financial Reporting Standards), zoals aangenomen door de Europese Unie en met de wettelijke verplichtingen die in België van toepassing zijn, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, passiva, financiële positie en winst of verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen en dat het verslag van de Raad van Bestuur een reëel overzicht geeft van de ontwikkeling en prestaties van het bedrijf en de positie van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden die ze verwachten. Ondertekend door Jean-Christophe Tellier (CEO) en Sandrine Dufour (CFO) in naam van de Raad van Bestuur Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 262 5. Verslag van de commissaris Boekjaar 31.12.2025 Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van aandeelhouders over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van UCB NV (de “Vennootschap”) en haar filialen (samen “de Groep”), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar. Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 25 april 2024, overeenkomstig het voorstel van de raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2026. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap gedurende vijf opeenvolgende jaren uitgevoerd. Verslag over de geconsolideerde jaarrekening Oordeel zonder voorbehoud Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2025 omvat, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Deze geconsolideerde jaarrekening vertoont een totaal van de geconsolideerde balans van EUR 18.158 miljoen en de geconsolideerde winst- en verliesrekening sluit af met een winst van het boekjaar (toegekend aan aandeelhouders) van EUR 1.558 miljoen. Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep per 31 december 2025, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS accounting standards) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Basis voor het oordeel zonder voorbehoud Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA’s) zoals van toepassing in België. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie “Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle- informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Kernpunten van de controle Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden. Aanzienlijke beoordelingen en inschattingen van verkoopkortingen, rabatten en verkoopretouren die zijn opgenomen in de Verenigde Staten (VS) (zie Toelichtingen 3.7.1 Netto-omzet, 4.2.1 Omzetreducties en 35 Handels- en overige verplichtingen). Beschrijving van het kernpunt van de controle In de VS verkoopt de UCB Groep producten aan verschillende klanten die deel uitmaken van commerciële en overheidscontractuele regelingen of andere terugbetalings- programma's (Medicaid, Medicare of een gelijkaardig schema). Dit proces leidt tot belangrijke aanpassingen van de bruto- omzet in de vorm van verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en verkoopretouren. We hebben dit punt als een kernpunt van onze controle opgenomen omdat aanzienlijke bedragen van deze niet- afgewikkelde aanpassingen op het einde van het boekjaar als voorziening in de geconsolideerde jaarrekening geboekt worden op de balans. Het proces voor het bepalen van deze voorzieningen is complex en is afhankelijk van contractvoorwaarden en regelgeving, evenals prognoses van verkoopvolumes per distributiekanaal en inschattingen van verwachte retouren van producten. Zoals vermeld in Toelichting 35 Handels- en overige verplichtingen bedraagt de voorziening op 31 december 2025 EUR 1.597 miljoen (EUR 1.023 miljoen op 31 december 2024). Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle Onze testen waren gericht op de voorzieningen voor verkoopkortingen, terugvorderingen, rabattenenproductretouren die aan het einde van het jaar zijn opgenomen, aangezien het proces voor deze voorzieningen gebruik maakt van grote hoeveelheden gegevens met betrekking tot verkoopvolumes en kortingen uit meerdere bronnen die, samengenomen, een aanzienlijke beoordeling vereisen door het management in een complexe Amerikaanse gezondheidszorgomgeving. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 263 Verslag van de commissaris vervolg We hebben de berekeningen van het management van de voorzieningen voor verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en productretouren verkregen en de in de berekening van de voorzieningen gehanteerde data getest. We hebben de volgende procedures uitgevoerd: • We hebben de volledigheid en nauwkeurigheid van de voorzieningen beoordeeld door het proces dat door het management wordt toegepast, hetwelke wordt gebruikt om de saldi aan het einde van het jaar te berekenen en vast te leggen, te begrijpen en te testen. • We hebben de wiskundige nauwkeurigheid van de saldi aan het einde van het jaar getest en de bedragen vergeleken met onze eigen, onafhankelijk verwachtingen (inhoudelijke analyse). Onze onafhankelijke verwachtingen werden ontwikkeld op basis van verkoopcijfers, ontvangen historische kortingsfacturen, aangepast voor huidige volumes, kortingspercentages zoals opgenomen in verkoopcontracten en overeenkomsten met derde partijen en gecorrigeerd voor bedrijfs- of industriespecifieke factoren. • We hebben de belangrijkste beoordelingen en veronderstellingen in de analyse van de directie beoordeeld en we hebben andere bekende factoren, zoals generieke deelnemers en overheidsinformatie en wettelijke of regelgevende informatie, in aanmerking genomen. We hebben de veronderstellingen beoordeeld die worden gebruikt om de standaard vertragingstijden voor commerciële kortingen, Medicare-kortingen, Medicaid- kortingen, contante kortingen, terugvorderingen en retouren te bepalen. • We onderzochten declaraties van derden en externe gegevens, we bemonsterde kortings- en terugvorderingsfacturen ontvangen na jaareinde en we hebben de inschattingen van het management beoordeeld aangaande de aanwezige voorraad in de verschillende distributiekanalen. • Wij hebben een vergelijking gemaakt met soortgelijke ondernemingen (beursgenoteerd en niet- beursgenoteerd). • We hebben retrospectieve testen uitgevoerd die de opgebouwde voorzieningen in vorige perioden vergeleken met de feitelijke kortingen, terugvorderingen, rabatten of ontvangen retouren om de historische nauwkeurigheid van het management te testen bij het berekenen van deze voorzieningen. Bij het bepalen van de geschiktheid van het beleid voor de erkenning van opbrengsten in overeenstemming met IFRS 15, zoals toegepast door het management, met betrekking tot het berekenen van verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en productretouren krachtens contractuele en wettelijke vereisten, is er ruimte voor beoordeling. We hebben geen materiële verschillen geïdentificeerd tussen onze onafhankelijke verwachtingen en de voorzieningen en we vonden de beoordelingen van het management redelijk. Bovendien zijn de toegepaste grondslagen consistent, in alle materiële opzichten, met IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Boekwaarde van goodwill en immateriële activa (zie Toelichtingen 3.10 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa, 3.15 Immateriële activa, 3.16 Goodwill, 4.2.2 Immateriële activa en goodwill, 14 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa, 20 Immateriële activa en 21 Goodwill) Beschrijving van het kernpunt van de controle De UCB Groep heeft voor EUR 3.447 miljoen immateriële activa (31 december 2024 – EUR 4.082 miljoen), bestaande uit licenties, patenten en gedeponeerde handelsmerken en EUR 5.091 miljoen aan goodwill op 31 december 2025 (31 december 2024 – EUR 5.462 miljoen). De boekwaarde van de goodwill en immateriële activa zijn afhankelijk van toekomstige kasstromen en wanneer deze kasstromen niet voldoen aan de verwachtingen van de Groep, bestaat het risico dat de activa een waardevermindering moeten ondergaan. De door de Groep uitgevoerde analyse van bijzondere waardeverminderingen bevatten een aantal belangrijke beoordelingen en veronderstellingen, waaronder omzetgroei, het succes van nieuwe productintroducties, vervaldata voor octrooien, winstmarges, eindwaarden en disconteringsvoet. Wijzigingen in deze veronderstellingen kunnen leiden tot een wijziging in de boekwaarde van immateriële activa en goodwill. Op basis hiervan hebben we dit punt als een kernpunt van onze controle opgenomen. Zoals in toelichting 21 Goodwill vermeld heeft de Groep één kasstroomgenererende eenheid ("CGU"), Biopharmaceuticals, voor het testen van de goodwill op bijzondere waardeverminderingen. Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle Wij verkregen de analyses van de UCB Groep voor de evaluatie van bijzondere waardeverminderingen en voerden de volgende procedures uit: • We hebben de redelijkheid van de methodologie en de belangrijkste veronderstellingen getest, met inbegrip van winst- en kasstroomgroei, eindwaarden, de impact van het verstrijken van octrooien, prijseffecten, potentiële productveroudering, de waarschijnlijkheid van succes voor pijplijnproducten en de selectie van disconteringsvoeten. • Wij hebben de onderbouwing van de veronderstellingen door het management beoordeeld, waaronder een vergelijking van de relevante veronderstellingen met prognoses uit de sector en economische prognoses. Daarbij hebben wij samengewerkt met onze interne waarderingsspecialisten. • We hebben ook het proces geëvalueerd ter voorbereiding van het strategisch plan van de Groep dat werd goedgekeurd door de raad van bestuur van UCB. • We hebben de sensitiviteitsanalyse van het management verkregen en geëvalueerd om de impact van redelijkerwijs mogelijke veranderingen in de belangrijkste veronderstellingen vast te stellen en we hebben onze eigen onafhankelijke sensitiviteitsberekeningen uitgevoerd om de neerwaartse veranderingen in de modellen van het management te kwantificeren die vereist zijn om tot een bijzondere waardevermindering te leiden. • Wij hebben ook de redelijkheid van de voorspelde verdisconteerde kasstromen beoordeeld door ze te vergelijken met de marktkapitalisatie van de Groep. De beoordeling door het management van de realiseerbare waarde van de activa van de Groep heeft niet geleid tot de opname van bijzondere waardeverminderingsverliezen in 2025 (zie Toelichting 14 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa). Als gevolg van onze werkzaamheden, hebben wij vastgesteld dat de hoogte van de waardevermindering passend is. Verder hebben wij geconstateerd dat de beoordelingen van het management werden onderbouwd door redelijke veronderstellingen die onredelijke negatieve veranderingen zouden vereisen voordat een materiele waardevermindering noodzakelijk was. Met betrekking tot de CGU Biopharmaceuticals hebben we bevestigd dat dit het laagste niveau is waarop het management goodwill voor interne doeleinden controleert, dat het consistent is met de manier waarop de resultaten en de financiële positie van de Groep worden gerapporteerd aan het directiecomité en de raad van bestuur en dat het aldus voldoet aan IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 264 Verslag van de commissaris vervolg Opname van uitgestelde belastingvorderingen en onzekere belastingposities (zie Toelichtingen 3.12 Winstbelastingen, 4.2.5 Belastingposities, 32 Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen en 36 Te betalen belastingen). Beschrijving van het kernpunt van de controle De UCB Groep heeft aanzienlijke fiscale verliezen uit vroegere en huidige bedrijfsresultaten. Er bestaat een inherente onzekerheid bij het beoordelen van zowel de beschikbaarheid van verliezen en belastingkredieten als bij het voorspellen van toekomstige belastbare winsten, wat de mate bepaalt waarin uitgestelde belastingvorderingen kunnen worden opgenomen. Bovendien kunnen de beschikbaarheid en het bedrag van de fiscale verliezen en belastingkredieten worden beïnvloed door lopende belastingcontroles. Op 31 december 2025, heeft de Groep EUR 1.273 miljoen aan uitgestelde belastingvorderingen erkend (31 december 2024 – EUR 929 miljoen). Het proces voor het bepalen van uitgestelde belastingvorderingen is complex en vereist een aanzienlijke mate van oordeelsvorming. Dit zijn de redenen waarom de opname van uitgestelde belastingvorderingen in onze controle belangrijk wordt geacht. De groep is actief in een complexe, multinationale belastingomgeving en er zijn openstaande belasting- en verrekenprijzenaangelegenheden met belastingautoriteiten. Oordeel is vereist bij het bepalen van verplichtingen die vereist zijn met betrekking tot onzekere belastingposities. Daarom worden ook de verplichtingen voor onzekere belastingposities als een kernpunt van de controle beschouwd. Op 31 december 2025, heeft de Groep verplichtingen opgenomen van EUR 117 miljoen met betrekking tot onzekere belastingposities (31 december 2024 – EUR 139 miljoen). Schulden met betrekking tot onzekere belastingposities worden geboekt wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een ingenomen belastingpositie moeilijk of niet houdbaar is als deze wordt aangevochten door de belastingautoriteiten en nadat alle rechtsmiddelen zijn uitgeput. Aangaande onzekere belastingposities heeft de Groep een provisie voor terug te vorderen belastingen geboekt door toepassing van de Regeling Onderling Overleg en dit voor een bedrag van EUR 26 miljoen (31 december 2024 – EUR 23 miljoen). De belastingvorderingen geboekt onder activa als gevolg van de Regeling Onderling Overleg worden geboekt wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een Regeling Onderling Overleg een gelijkaardige aanpassing voorziet in één of meerdere rechtsgebieden. Dit betekent dat de Groep, op netto-basis, een voorziening heeft geboekt van EUR 91 miljoen (31 december 2024 – EUR 116 miljoen) ter dekking van onzekere belastingposities. Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle Wij hebben de geschiktheid van de belangrijkste veronderstellingen en inschattingen van het management geëvalueerd, met name de waarschijnlijkheid om voldoende toekomstige belastbare winsten te genereren ter ondersteuning van de opname van uitgestelde belastingvorderingen. We evalueerden de mogelijke effecten van belastingcontroles op de beschikbaarheid van fiscale verliezen en belastingvoordelen (en de noodzaak om een verplichting voor onzekere belastingposities te erkennen, indien dit noodzakelijk wordt geacht). We hebben gekeken naar de status van recente en lopende belastingcontroles, de uitkomsten van eerdere controles, de oordelende posities ingenomen in belastingaangiften en inschattingen van het lopende jaar en ontwikkelingen in de belastingomgeving. Samen met onze eigen specialisten op het vlak van internationale belastingen hebben we de correspondentie met de relevante belastingautoriteiten en bepaalde externe belastingadviezen beoordeeld en geëvalueerd. Op basis van deze informatie hebben we de veronderstellingen geanalyseerd en beoordeeld dewelke het management heeft gebruikt om belastingverplichtingen te bepalen. We besluiten dat de verplichtingen voor onzekere belastingposities werden bepaald in overeenstemming met IFRIC 23. Wij hebben beoordeeld of de informatieverstrekking door de UCB Groep over de gevoeligheid van de erkenning van uitgestelde belastingvorderingen voor redelijke mogelijke veranderingen in belangrijke veronderstellingen, de bijbehorende inherente risico's en de toelichtingen met betrekking tot belasting- en onzekere belastingposities weerspiegelt. Naar aanleiding van ons werk hebben we vastgesteld dat de conclusies van het management met betrekking tot de opname van uitgestelde belastingvorderingen en de recupereerbaarheid passend zijn. We hebben ook vastgesteld dat de verplichtingen voor onzekere belastingposities en de bijbehorende toelichtingen aanvaardbaar zijn. Lopende rechtszaken, claims en onderzoeken door regelgevende instanties (zie Toelichtingen 3.29 Voorzieningen, 4.2.3 Milieuvoorzieningen, 13 Overige bedrijfsbaten/-lasten, 16 Overige baten/lasten, 34 Voorzieningen en 43 Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen) Beschrijving van het kernpunt van de controle De farmaceutische industrie is een sterk gereguleerde sector, die het inherente risico voor rechtszaken, claims en onderzoeken door regelgevende instanties verhoogt. De UCB Groep is betrokken bij een aantal juridische acties, waaronder productaansprakelijkheid, commerciële geschillen en onderzoeken door regelgevende instanties, die een belangrijke invloed kunnen hebben op de jaarrekening. De Groep voldoet aan de vereisten van IAS 37 voor het evalueren en boeken van voorzieningen voor bepaalde risico's. Het boeken van een voorziening of een voorwaardelijke verplichting ter dekking van het juridisch risico vereist van nature het gebruik van een professioneel oordeel omdat het moeilijk is de uitkomst van geschillen die kunnen ontstaan, in te schatten. Gezien de aard van de lopende procedures tegen de Groep en het gebruik van ramingen bij het bepalen van de voorzieningen, beschouwen wij de lopende geschillen, vorderingen en reglementaire onderzoeken als een essentiële audit aangelegenheid. Op 31 december 2025, beschikte de Groep over voorzieningen voor EUR 366 miljoen (31 december 2024 – EUR 399 miljoen) onder meer met betrekking tot feitelijke juridische acties die tegen de Groep werden ingesteld en worden deze voorzieningen in Toelichting 34 Voorzieningen uiteengezet, evenals de vermelding van voorwaardelijke verplichtingen in Toelichting 43 Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen met betrekking tot lopende onderzoeken door regelgevende instanties of juridische claims waarbij de bestuurders menen dat zij een goede verdediging hebben tegen de claims. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 265 Verslag van de commissaris vervolg Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle We hebben actuele of lopende juridische claims en claims van regelgevende instanties besproken met de General Counsel van de Groep om de status van elke zaak te begrijpen. Onze controlewerkzaamheden waren gericht op het volgende: • We bespraken feitelijke of hangende juridische en regelgevende claims met de General Counsel van de Groep om ons begrip van de status van elke zaak bij te werken. • Wij hebben onze eigen verwachting van de waarschijnlijke uitkomst vastgesteld en de voorziene bedragen inhoudelijk getoetst door de bij de bepaling van de voorzieningen gebruikte veronderstellingen te evalueren aan de hand van besprekingen en door te verwijzen naar de feitelijke (vergelijkbare) rechterlijke uitspraken, naar beschikbare documentatie zoals correspondentie met externe juridische adviseurs en door onafhankelijke bevestigingen te verkrijgen van de externe juridische adviseurs. • Wij hebben de volledigheid van de wettelijke en reglementaire materies nagegaan door navraag te doen bij de General Counsel van de Groep en door het lezen van de notulen van de vergaderingen van het directiecomité en de raad van bestuur, en hebben geen andere wettelijke materies kunnen vaststellen die ons nog niet bekend gemaakt waren. • We evalueerden de veronderstellingen met betrekking tot de geboekte voorzieningen en hebben de gebruikte veronderstellingen besproken met het management van UCB en beoordeeld. Onze testen hebben geen afwijkingen van materieel belang in de opgenomen voorzieningen geïdentificeerd. Wij hebben geconstateerd dat in de context van de jaarrekening van de Groep de beoordelingen door het management en de geboekte voorzieningen redelijk zijn en dat de toelichtingen met betrekking tot juridische en regelgevende zaken, voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen in Toelichting 34 Voorzieningen en 43 Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen in overeenstemming waren met de vereisten van IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie. Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS accounting standards) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten. Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen. Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden. Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit: • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle- informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep; • het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen; • het concluderen of de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven; Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 266 Verslag van de commissaris vervolg • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld; • het verkrijgen van voldoende en geschikte controle- informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel. Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle. Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving. Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het verslag over de geconsolideerde jaarrekening, met inbegrip van de duurzaamheidsinformatie en de andere informatie opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. Verantwoordelijkheden van de commissaris In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het verslag van de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen. Aspecten betreffende het verslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie opgenomen in het verslag over de geconsolideerde jaarrekening Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die het voorwerp uitmaakt van ons afzonderlijk verslag, dewelke een ‘Conclusie zonder voorbehoud’, betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot deze duurzaamheidsinformatie inhoudt. Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het verslag, zijn wij van oordeel dat dit verslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, en is dit verslag opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden. Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid • Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep. • De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening. European Single Electronic Format (ESEF) Wij hebben ook, overeenkomstig de ontwerp norm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”). Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna “geconsolideerde financiële overzichten”) opgenomen in het jaarlijks financieel verslag. Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening. Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde financiële overzichten opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van het Groep per 31 december 2025 in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening. Andere vermeldingen Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014. Brussels, 25 februari 2026 Forvis Mazars Bedrijfsrevisoren BV Commissaris Vertegenwoordigd door Sébastien Schueremans Bedrijfsrevisor Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 267 6. Verkorte sta tutaire jaarrekening van UCB NV 6.1. Inleiding Overeenkomstig het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, is er besloten om een ingekorte versie van de statutaire jaarrekening van UCB NV te presenteren. De statutaire jaarrekening van UCB NV wordt opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen. Er dient opgemerkt te worden dat enkel de hierboven weergegeven geconsolideerde jaarrekening een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van de UCB Groep. De statutaire commissaris heeft een verklaring zonder voorbehoud afgeleverd en bevestigd dat de niet-geconsolideerde jaarrekening van UCB NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van UCB NV en overeenstemt met alle wettelijke en reglementaire bepalingen. Overeenkomstig de wetgeving zal deze afzonderlijke jaarrekening, samen met het managementverslag van de Raad van Bestuur aan de algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris ingediend worden bij de Nationale Bank van België binnen de statutaire termijnen. Deze documenten zijn beschikbaar op onze website www.ucb.com of op eenvoudig verzoek aan: UCB NV Corporate Communication Researchdreef 60 – 1070 Brussel, België 6.2. Balans € miljoen 2025 2024 Activa Oprichtingskosten 7 9 Immateriële activa 0 0 Materiële vaste activa 36 38 Financiële activa 9 501 9 501 Vaste activa 9 543 9 547 Vorderingen op meer dan 1 jaar 2 078 2 998 Vorderingen op ten hoogste 1 jaar 291 25 Korte-termijn investeringen 577 528 Banktegoed en beschikbaar saldo 2 40 Overlopende rekeningen en nog te ontvangen inkomsten 17 67 Vlottende activa 2 966 3 658 Totaal activa 12 509 13 206 Verplichtingen Kapitaal 584 584 Uitgiftepremie 2 000 2 000 Reserves 6 554 6 454 Overgedragen winst 24 16 Eigen vermogen 9 162 9 053 Voorzieningen 52 44 Voorzieningen en uitgestelde belastingen 52 44 Schulden op meer dan 1 jaar 2 802 3 562 Schulden op ten hoogste 1 jaar 420 462 Toe te rekenen kosten en over te dragen opbrengsten 74 84 Kortlopende verplichtingen 3 296 4 109 Totaal verplichtingen 12 509 13 206 Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 268 Verkorte statutaire jaarrekening van UCB vervolg 6.3. Winst- en verliesrekening € miljoen 2025 2024 Bedrijfsopbrengsten 110 101 Bedrijfskosten -161 -149 Bedrijfsresultaat -50 -48 Financiële opbrengsten 619 667 Financiële kosten -185 -228 Financieel resultaat 434 440 Winst vóór belastingen 384 391 Winstbelastingen 0 -1 Te bestemmen winst van het boekjaar 383 390 6.4. Winstbestemmingsrekening € miljoen 2025 2024 Te bestemmen winst van het boekjaar 383 390 Overgedragen winst van het vorige boekjaar 16 91 Te bestemmen winst 400 481 Overboeking naar andere reserves 100 200 Overboeking naar kapitaal en reserves 100 200 Over te dragen winst 24 16 Over te dragen resultaat 24 16 Dividenden 276 264 Uit te keren winst 276 264 Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, zal het bruto dividend worden bepaald op: € 1,45 €1,39 Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, en rekening houdend met de fiscale regelgeving, zal het totale netto dividend na belasting per aandeel worden vastgesteld op: €1,015 €0,973 De activiteiten van UCB NV genereerden in 2025 financiële inkomsten ten belope van € 414 miljoen die afkomstig zijn van financiële vaste activa in verbonden ondernemingen. De nettowinst komt uit op € 383 miljoen na belastingen. Het bedrag dat beschikbaar is voor uitkering bedraagt € 400 miljoen , met inbegrip van € 16 miljoen overgedragen winst van vorig jaar. Het geplaatst kapitaal van UCB NV wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen zonder nominale waarde per 31 december 2025. Per 31 december 2025 bezit UCB NV 4 144 296 eigen aandelen om te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de toegekende aandelen die aan de Raad van Bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden. De Raad van Bestuur stelt voor om een bruto dividend van € 1,45 per aandeel uit te betalen. Als dit dividendvoorstel wordt goedgekeurd door de Algemene vergadering op 30 april 2026 zal het netto dividend van € 1,015 per aandeel betaalbaar zijn per 6 mei 2026 tegen afgifte van coupon nummer 27. De aandelen ingekocht door UCB NV hebben geen recht op een dividend. Per 31 december 2025 hebben 190 361 362 UCB-aandelen recht op een dividend, wat neerkomt op een totale uitkering van € 276 miljoen. Dit bedrag kan wijzigen afhankelijk van het aantal UCB- aandelen in handen van UCB NV op de datum waarop het dividend wordt goedgekeurd. De Raad van Bestuur zal het aantal UCB-aandelen waarvoor een dividend betaalbaar is, meedelen tijdens de algemene vergadering en zal het totaal bedrag dat moet uitgekeerd worden, ter goedkeuring voorleggen. De jaarrekening van 2025 zal dienovereenkomstig worden aangepast. 6.5. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving De Raad van Bestuur heeft de volgende beslissingen genomen in overeenstemming met Artikel 3:6 van het Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. 6.5.1. Materiële vaste activa Materiële vaste activa die van derden zijn gekocht, zijn tegen aankoopprijs opgenomen in de activa van de balans; activa die door het bedrijf zelf geproduceerd worden, zijn gewaardeerd tegen hun kostprijs. De aankoop- of kostprijs wordt 'prorata temporis’ lineair afgeschreven. De volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages werden toegepast: Administratieve gebouwen 3% Industriële gebouwen 5% Gereedschap 15% Meubilair en kantoorbenodigdheden 15% Voertuigen 20% Computerapparatuur en kantoorbenodigdheden 33,30% Prototypemateriaal 33,30% Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 269 Verkorte statutaire jaarrekening van UCB vervolg 6.5.2. Financiële activa UCB deelnemingen werden gewaardeerd in overeenstemming met het deel dat werd aangehouden in het eigen vermogen van de betrokken UCB bedrijven. Aandelen die geen deel uitmaken van de UCB-bedrijven worden gewaardeerd tegen kostprijs. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt wanneer de waardering een permanent verlies in realiseerbare waarde laat zien. 6.5.3. Vorderingen en schulden Deze worden tegen hun boekwaarde weergegeven. Een afschrijving op vorderingen wordt geboekt indien de terugbetaling op de vervaldatum geheel of gedeeltelijk onzeker of twijfelachtig is. 6.5.4. Activa en verbintenissen in vreemde valuta Transacties in vreemde valuta worden verwerkt tegen de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Niet-monetaire activa en passiva (materiële en immateriële activa, participaties) die in een vreemde munt uitgedrukt zijn, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva die uitgedrukt zijn in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum. Gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen worden erkend in de winst- en verliesrekening. 6.5.5. Voorzieningen Alle risico's die de onderneming loopt, maken het voorwerp uit van voorzieningen die elk jaar herzien worden aan de hand van de principes van voorzichtigheid, goede trouw en oprechtheid. Voorzieningen worden tegen de normale waarde geboekt. 6.5.6. Vreemde valuta Afgeleide financiële instrumenten worden geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, tenzij het afgeleide financiële instrument geen compenserende tegenpost heeft in de enkelvoudige jaarrekening. In dit geval zal het afgeleide financiële instrument alleen in de toelichting opgenomen worden als een buiten-balans verplichting en bijgevolg geen impact hebben op de balans en/of de winst- en verliesrekening. Het bedrag dat toegelicht wordt als buiten-balans verplichting zal in lijn zijn met de IFRS-methodologie. Bovendien zal het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, geclassificeerd worden op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening of de balans waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winst- en verliesrekening beïnvloedt of resulteert in de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting. 6.5.7. Reële waarde-aanpassingen op leningen die worden overgenomen Leningen die zijn overgenomen, worden erkend in de balans tegen nominale waarde. Alle verschillen tussen de nominale waarde en de aanschaffingswaarde worden erkend op een overlopende rekening en opgenomen in de winst- en verliesrekening pro rata temporis op een lineaire basis over de resterende looptijd van de leningen. Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 270 Woordenlijst Aangepaste brutowinst Brutowinst zonder de afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet Aangepaste EBIT (bedrijfsresultaat vóór interesten en belastingen) Operationele winst gecorrigeerd voor bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten Aangepaste EBITDA (bedrijfsresultaat vóór interesten, belastingen en afschrijvingen) Operationele winst gecorrigeerd voor afschrijvingen, bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten ABAC (Anti-bribery and anti-corruption) Anti-omkoping en anti-corruptie Access Coverage Performance Verwijst naar het aandeel van UCB-producten/indicaties die een onderhandelde vergoedingslijst of een onderhandeld programma voor beheerde toegang hebben bereikt in een bepaalde markt waarop wij actief zijn, waardoor patiënten toegang krijgen tot en kunnen profiteren van de oplossingen van UCB. ALM (Asset-liability management) Afstemming activa/passiva API’s (Active pharmaceutical ingredients) Werkzame farmaceutische bestanddelen BRB/Benefit Risk Board Verantwoordelijk voor het beoordelen van de baten- risicoverhouding van elk product in de UCB-portfolio BREEAM Building Research Establishment Environmental Assessment Method, (d.w.z. duurzaamheidscertificering om de milieuprestaties van gebouwen te beoordelen) CGU (Cash generating unit) Kasstroomgenererende eenheid CHMP Committee for Medicinal Products for Human Use CMO’s (Contract manufacturing organizations) Organisaties voor contractproductie CO2e Koolstofdioxide-equivalent CSRD Richtlijn voor verslaglegging over maatschappelijk verantwoord ondernemen CW (Constante wisselkoersen) Constante wisselkoersen DMA Dubbele materialiteitsbeoordeling DMU (Decision making unit) Besluitvormingseenheid DTA (Deferred tax asset) Uitgestelde belastingvordering E&BI (Ethics and business integrity) Ethiek en bedrijfsintegriteit EBIT/Earnings Before Interest and Taxes Operationele winst zoals vermeld in de geconsolideerde jaarrekening Eigen vermogen Nettowaarde van een bedrijf, berekend als de totale activa min de totale passiva EMA Europees Geneesmiddelenbureau EPS/Winst per aandeel Nettowinst van het bedrijf gedeeld door de uitstaande gewone aandelen ERG’s (Employee resource groups) Resourcegroepen voor werknemers ESG (Environmental, social and governance) Milieu, sociaal en bestuur ESRS European Sustainability Reporting Standards Extra-financieel De door UCB gebruikte term voor informatie die gewoonlijk als 'niet-financieel' wordt aangeduid Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 271 FDA Food and Drug Administration in de VS Agentschap binnen het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid en Human Services dat verantwoordelijk is voor de bescherming en bevordering van de volksgezondheid www.fda.gov Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen via winst en verlies (FVPL) Financiële activa die vervolgens worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en- verliesrekening Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat (FVOCI) Financiële activa die vervolgens worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat Financiële eenmalige posten Winsten en verliezen voortvloeiend uit de verkoop van financiële vaste activa (andere dan afgeleide financiële instrumenten en restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen) alsook bijzondere waardeverminderingsverliezen op deze financiële vaste activa worden beschouwd als financiële eenmalige posten FVOCI (Fair value through other comprehensive income) Reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat Gevestigde merken Portfolio van UCB-geneesmiddelen van hoge kwaliteit die niet langer beschermd zijn door een patent, met bewezen waarde voor patiënten en artsen gedurende vele jaren Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen Aantal uitstaande gewone aandelen aan het begin van een bepaalde periode, gecorrigeerd voor het aantal aandelen dat is teruggekocht of uitgegeven gedurende de periode, vermenigvuldigd met een tijdfactor GHG-emissie Broeikasgasemissies Head-to-head-onderzoek Klinisch onderzoek waarbij de ene behandeling met de andere wordt vergeleken om te bepalen welke effectiever is HSE (Health, safety, environment) Gezondheid, veiligheid, milieu HSWB (Health, Safety and Wellbeing) Gezondheid, veiligheid en welzijn HTA (Health technology assessment) Beoordeling van gezondheidstechnologie ILO (International Labour Organization) Internationale Arbeidsorganisatie IP (Intellectual property) Intellectueel eigendom IRO’s Gevolgen, risico’s en kansen ISO 14001 Internationaal erkende norm voor milieubeheersystemen Kernproducten BIMZELX®, BRIVIACT®, CIMZIA®, EVENITY®, FINTEPLA®, KEPPRA®, NAYZILAM®, NAYZILAM®, VIMPAT® en ZILBRYSQ®. Kern-WPA/Kernwinst per aandeel Winst toe te rekenen aan de aandeelhouders van UCB, aangepast voor de impact na belasting van reorganisatiekosten, bijzondere waardeverminderingen, overige baten en lasten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van beëindigde bedrijfsactiviteiten, en de netto afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet, per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen KPI’s (Key performance indicators) Kritieke prestatie-indicatoren LEED Leadership in Energy and Environmental Design duurzaamheidscertificering om de milieuprestaties van gebouwen te beoordelen LMI Lage en middeninkomens LTI (Long-Term Incentives) Lange-termijnincentives zijn gericht op het motiveren en behouden van belangrijk talent gedurende een periode van minimaal drie jaar. Bij UCB omvat dit toegekende aandelen, aandelenopties en prestatieaandelen Markttoelating Het verlenen van een vergunning voor de verkoop van een geneesmiddel, gebaseerd op een beoordeling van het bewijsmateriaal dat is aangevoerd om de werkzaamheid, kwaliteit en veiligheid van het product aan te tonen. NCI (Non-controlling interest) Minderheidsbelangen Nettodividend Het bedrag dat een aandeelhouder van UCB ontvangt na aftrek van de Belgische bronbelasting, die momenteel 30% bedraagt. Voor bepaalde categorieën beleggers kunnen lagere bronbelastingtarieven van toepassing zijn. Netto financiële kaspositie(-)/schuld Langlopende en kortlopende leningen, obligaties en voorschotten in rekening-courant verminderd met voor verkoop beschikbare obligaties, in pand gegeven contanten met betrekking tot financiële leaseovereenkomsten, geldmiddelen en kasequivalenten Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 272 OCI (Other comprehensive income) Overige onderdelen van het totaalresultaat OLE Open-label extension One-tier-bestuursmodel Een bestuursmodel waarbij een bedrijf wordt bestuurd door één orgaan, de Raad van bestuur, die uit uitvoerende en niet- uitvoerende bestuurders kan bestaan (in tegenstelling tot een dual- tier-bestuursstructuur die is gebaseerd op een Raad van Commissarissen bestaande uit niet-uitvoerende leden en een Raad van bestuur bestaande uit uitvoerende leden). Het one-tier- bestuursmodel sluit niet uit dat de Raad van bestuur specifieke managementbevoegdheden delegeert aan een feitelijk orgaan zoals het Uitvoerend Comité in het geval van UCB. Op vergelijkbare basis Aanpassingen aan de opbrengsten in 2025 in verband met de bijdrage aan de toplijn uit afstotingen (opbrengsten en netto- omzet) en de beëindiging van Minzasolmin Op waarde gebaseerde prijsstelling Een 'op waarde gebaseerde benadering van prijsstelling' is gebaseerd op het principe dat prijzen de waarde van een nieuw geneesmiddel voor patiënten, gezondheidssystemen en de samenleving moeten weerspiegelen ten opzichte van de huidige zorgstandaard. OpEx Operationele kosten Organische kasstroom De totale kasstroom die door de Vennootschap wordt gegenereerd, exclusief dividenden die aan aandeelhouders worden betaald, alsmede uitgaande kasstromen voor de overname van dochterondernemingen en binnenkomende kasstromen uit de verkoop van bedrijfseenheden of dochterondernemingen en de verkoop van financiële beleggingen. Patiëntaantal 2025 Het aantal patiënten wordt berekend op basis van het voortschrijdend jaartotaal (MAT) aan patiënten (geschatte daadwerkelijk behandelde patiënten) aan het einde van K3 2025, zoals verstrekt met invoergegevens van een externe bron. Voor de groeiaandrijvers BIMZELX®, FINTEPLA®, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ®, de meest recente wereldwijd actieve patiënten worden gerapporteerd. Onder het totaal aantal patiënten vallen mensen die toegang hebben gehad tot de volgende oplossingen: BIMZELX®, BRIVIACT®, CIMZIA®, EVENITY®, FINTEPLA®, KEPPRA®, RYSTIGGO®, VIMPAT® en ZILBRYSQ®. PFAS Per- en polyfluoralkylstoffen PMDA Pharmaceuticals and Medical Devices Agency (Japan) PPA’s (Power purchase agreement) Overeenkomsten voor de aankoop van energie Proof-of-concept Een klinische proef in een vroeg stadium om voorlopige gegevens te verzamelen over de werkzaamheid, veiligheid en optimale dosering van het geneesmiddel PSP (Performance Share Plan) Het prestatieaandelenplan dat gewone UCB-aandelen toekent aan in aanmerking komende kaderleden. De toekenningen worden drie jaar na toekenning definitief verworven, in afwachting van bepaalde voorwaarden, waaronder het voldoen aan vooraf vastgestelde bedrijfsbrede doelstellingen. SASB/Sustainability Accounting Standards Board SASB is een organisatie die boekhoudstandaarden voor duurzaamheid ontwikkelt en onderhoudt voor beursgenoteerde bedrijven om investeerders te voorzien van beslissingsrelevante informatie over financieel belangrijke duurzaamheidskwesties. Vanaf augustus 2022 heeft de International Sustainability Standards Board (ISSB) van de IFRS Foundation de verantwoordelijkheid voor de SASB-standaarden overgenomen. SBTi (Science Based Targets initiative) Het Science Based Targets initiative (SBTi) is een gezamenlijk initiatief van de Verenigde Naties, het Carbon Disclosure Project, het World Resources Institute en het Wereld Natuur Fonds (WNF). Het ondersteunt organisaties bij het vaststellen van klimaatdoelstellingen in lijn met de COP21 klimaattop in Parijs. SOP’s (Standard operating procedures) Standaard operationele procedures TTA (Time to Access) TTA (tijd tot toegang), d.w.z. het aantal dagen dat een land nodig heeft om van de markttoelating van een geneesmiddel over te gaan tot het verkrijgen van een onderhandelde vergoedingslijst (nationaal niveau) voor dat geneesmiddel of tot een onderhandeld programma voor beheerde toegang Vijf groeiaandrijvers BIMZELX®, EVENITY®, FINTEPLA®, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ®. Werkkapitaal Omvat voorraden, handelsvorderingen en overige vorderingen en handelsschulden en overige schulden, verplicht binnen en na 12 maanden Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value UCB Geïntegreerd jaarverslag 2025 273 Toekomstgerichte verklaring Geïntegreerd jaarverslag Dit Geïntegreerd jaarverslag bevat toekomstgerichte verklaringen met inbegrip van maar niet beperkt tot verklaringen met de woorden “gelooft”, “verwacht”, “veronderstelt”, “is van plan”, “streeft naar”, “schat”, “kan”, “zal”, en “verder” en vergelijkbare uitdrukkingen. Deze toekomstgerichte verklaringen zijn gebaseerd op bestaande plannen, ramingen en overtuigingen van het management. Alle uitspraken, behalve uitspraken die historische feiten inhouden, zijn uitspraken die beschouwd dienen te worden als toekomstgerichte verklaringen, met inbegrip van ramingen van inkomsten, operationele marges, kapitaaluitgaven, contanten, andere financiële informatie, de verwachte juridische, politieke, reglementaire of klinische resultaten en andere soortgelijke ramingen en resultaten. Per definitie bieden dergelijke toekomstgerichte verklaringen geen garantie op resultaten in de toekomst en zijn ze onderhevig aan bekende en onbekende risico’s, onzekerheden en veronderstellingen die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten, de financiële toestand, het rendement of de prestaties van UCB, of de resultaten van de sector, beduidend afwijken van eventuele toekomstige resultaten, rendementen of prestaties die expliciet of impliciet door de toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt in dit Geïntegreerd jaarverslag. Belangrijke factoren die tot dergelijke verschillen zouden kunnen leiden, omvatten, maar zijn niet beperkt tot: de wereldwijde verspreiding en impact van oorlogen, pandemieën en terrorisme, de algemene geopolitieke omgeving, klimaatverandering, veranderingen in de algemene economische, bedrijfs- en concurrentieomstandigheden, het onvermogen om de nodige reglementaire goedkeuringen te verkrijgen of om ze te verkrijgen tegen aanvaardbare voorwaarden of binnen het verwachte tijdsbestek, kosten verbonden aan onderzoek en ontwikkeling, veranderingen in de vooruitzichten voor producten in de pijplijn of in ontwikkeling bij UCB, effecten van toekomstige rechterlijke uitspraken of overheidsonderzoeken, veiligheids-, kwaliteits-, gegevensintegriteits- of fabricageproblemen; verstoring van de toeleveringsketen en risico’s voor bedrijfscontinuïteit, potentiële of daadwerkelijke inbreuken op de beveiliging en privacy van gegevens, of verstoringen van onze informatietechnologiesystemen, productaansprakelijkheidsclaims, betwisting van octrooibescherming voor producten of productkandidaten, concurrentie van andere producten, waaronder biosimilars, ontwrichtende technologieën/ bedrijfsmodellen, veranderingen in wetten of voorschriften, wisselkoersschommelingen, veranderingen of onzekerheden in belastingwetten of de administratie van dergelijke wetten, en werving, behoud en naleving van haar werknemers. Er is geen garantie dat nieuwe productkandidaten in de pijplijn worden ontdekt of geïdentificeerd, of dat nieuwe indicaties voor bestaande producten worden ontwikkeld en goedgekeurd. De overgang van concept naar commercieel product is onzeker; preklinische resultaten garanderen geen veiligheid en werkzaamheid van kandidaat-producten bij mensen. Tot nu toe kan de complexiteit van het menselijk lichaam niet worden gereproduceerd in computermodellen, celcultuursystemen of diermodellen. De tijdsduur om klinische proeven te voltooien en om goedkeuring van de regelgevende instanties voor productmarketing te krijgen, heeft in het verleden gevarieerd en UCB verwacht in de toekomst soortgelijke onvoorspelbaarheid. Producten of potentiële producten die het onderwerp zijn van partnerschappen, joint ventures of licentiesamenwerkingen kunnen onderhevig zijn aan geschillen tussen de partners of kunnen niet zo veilig, effectief of commercieel succesvol blijken te zijn als UCB aan het begin van een dergelijk partnerschap had gedacht. De inspanningen van UCB om andere producten of bedrijven te verwerven en om de activiteiten van dergelijke overgenomen bedrijven te integreren, zijn mogelijk niet zo succesvol als UCB op het moment van acquisitie wellicht heeft gedacht. UCB of anderen kunnen ook problemen ontdekken met betrekking tot de veiligheid, de bijwerkingen of met de productie van haar producten en/of apparaten nadat deze op de markt gebracht zijn. De ontdekking van significante problemen met een product vergelijkbaar met een van de producten van UCB dat betrekking heeft op een hele klasse producten, kan een wezenlijk nadelig effect hebben op de verkoop van de hele klasse van getroffen producten. Bovendien kunnen de verkoopcijfers worden beïnvloed door internationale en binnenlandse trends in georganiseerde zorg en kostenbeheersing in de gezondheidszorg, waaronder prijsdruk, politieke en publieke gedetailleerde controle, patronen of praktijken van klanten en voorschrijvers, en het vergoedingsbeleid opgelegd door externe betalers evenals wetgeving van invloed op activiteiten en resultaten van biofarmaceutische prijzen en vergoedingen. Tenslotte zou een storing, cyberaanval of inbreuk op de informatiebeveiliging de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de gegevens en systemen van UCB in gevaar kunnen brengen. Gezien deze onzekerheden wordt het publiek ervoor gewaarschuwd geen overmatig vertrouwen te hechten aan dergelijke toekomstgerichte verklaringen. Deze toekomstgerichte verklaringen gelden enkel op de publicatiedatum van dit Geïntegreerd jaarverslag, en houden geen rekening met mogelijke gevolgen van de evoluerende gebeurtenis of risico, zoals hierboven genoemd of andere tegenslagen, tenzij anders is aangegeven. Het Bedrijf blijft ontwikkelingen nauwgezet volgen om het financiële belang van deze gebeurtenissen, al naargelang het geval, voor UCB te beoordelen. UCB wijst uitdrukkelijk elke verplichting af om toekomstgerichte verklaringen in dit Geïntegreerd jaarverslag bij te werken, hetzij om de feitelijke resultaten te bevestigen, hetzij om enige verandering in haar toekomstgerichte verklaringen met betrekking daartoe of enige verandering in gebeurtenissen, omstandigheden of omstandigheden te rapporteren of weer te geven waarop een dergelijke verklaring is gebaseerd, tenzij een dergelijke verklaring vereist is op grond van toepasselijke wet en regelgeving. Taal van het verslag In overeenstemming met de Belgische wet moet UCB haar Geïntegreerd jaarverslag in het Frans en het Nederlands opstellen. UCB heeft ook een Engelse versie van dit verslag. Beschikbaarheid van het Geïntegreerd jaarverslag Het Geïntegreerd jaarverslag is beschikbaar op de investor-website van UCB (www.ucb.com/investors). Andere informatie op de website van UCB of op een andere website maakt geen deel uit van dit Geïntegreerd jaarverslag. Financiële kalender 30 april 2026 Jaarlijkse algemene vergadering 30 juli 2026 Financiële resultaten over het eerste halfjaar Contact Investeerdersrelaties Antje Witte Head of Investor Relations E-mail: [email protected] [email protected] Sahar Yazdian Investor Relations Lead E-mail: [email protected] Communicatie Gwendoline Ornigg Head of Global Corporate Communication E-mail: [email protected] Duurzaamheid Veronique Toully Head of Sustainability, Corporate Affairs and Risk E-mail: [email protected] UCB Researchdreef 60 – 1070 Brussel, België, Tel: +32 2 559 99 99 – Fax:+32 2 559 99 00 BTW BE0403.053.608 www.ucb.com © 2025 UCB, België. Alle rechten voorbehouden ucb.com Ontworpen en geproduceerd door Black Sun Global. Een bedrijf van de Positive Change Group. ucb.com © UCB Biopharma SRL, 2026. Alle rechten voorbehouden. GL-07-2600002 Datum van opstelling: Februari 2026