Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

UCB Annual Report 2023

Feb 28, 2024

Preview isn't available for this file type.

Download source file

UCB SA © UCB Biopharma SRL, 2024. Alle rechten voorbehouden. Datum van opstelling: Februari 2024 | GL-BK-2400010

Geïntegreerd jaarverslag 2023

Geïnspireerd door patiënten. Gedreven door wetenschap.

UCB | UCB in een notendop

Welkom bij ons geïntegreerd jaarverslag 2023

Het geïntegreerd jaarverslag 2023 van UCB bevat onze prestaties over 2023, en geeft inzicht in de manier waarop we waarde creëren voor degenen voor wie we zorgen – ernstig zieke mensen, medewerkers, gemeenschappen, de planeet en onze aandeelhouders – nu en in de toekomst.

Over dit verslag

Het geïntegreerd jaarverslag 2023 bevat het directieverslag in overeenstemming met artikel 12 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in België. Alle informatie die moet worden opgenomen in een dergelijk directieverslag overeenkomstig de artikelen 3:6 en 3:32 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen de verklaring inzake Deugdelijk Bestuur, inclusief het bezoldigingsverslag, het overzicht van de bedrijfsprestaties en de verklaring van UCB over extra- financiële informatie) wordt gerapporteerd in alle verschillende secties van dit geïntegreerd jaarverslag.

Wat de extra-financiële informatie betreft, werd dit geïntegreerd jaarverslag opgesteld met de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) in het achterhoofd, aangezien UCB het traject doorloopt om te voldoen aan de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Geselecteerde extra-financiële informatie aangeduid met de Griekse letter bèta (β ) is gecontroleerd door PwC Bedrijfsrevisoren. Het beperkte assurance-rapport is te vinden op pagina 292. De Sustainability Accountability Standards Board (SASB) standaarden van de IFRS Foundation zijn ook als referentie gebruikt. Daarnaast steunen we de aanbeveling van de Task Force on Climate-Related Financial Disclosures (TCFD) en de TCFD-informatie van UCB is te vinden in dit verslag en in meer detail hier .

UCB valt onder de EU-taxonomieverordening als een beursgenoteerd bedrijf met meer dan 500 medewerkers. Nu de Environmental Delegated Act 1 in werking is getreden en de activiteiten in verband met de productie van farmaceutische producten en werkzame farmaceutische bestanddelen (API's) aan het toepassingsgebied van de taxonomie zijn toegevoegd, zijn er vanaf dit jaar nieuwe in aanmerking komende activiteiten van toepassing voor UCB. We blijven toekomstige rapportageverplichtingen en hun impact volgen.

Dit document bevat informatie over onderzoeksgeneesmiddelen die door geen enkele autoriteit ter wereld voor enig gebruik zijn goedgekeurd, of over nieuwe indicaties voor goedgekeurde producten. De veiligheid en doeltreffendheid van deze onderzoeksgeneesmiddelen of nieuwe indicaties moeten nog worden vastgesteld. Voor goedgekeurde geneesmiddelen kan de voorschrijfinformatie van land tot land verschillen.

1 Gedelegeerde verordeningen zijn niet-wetgevingshandelingen die door de Europese Commissie worden vastgesteld en die dienen om niet-essentiële onderdelen van de wetgeving te wijzigen of aan te vullen.

Inhoud

  • UCB in een notendop
  • Brief aan onze belanghebbenden
  • Belangrijke cijfers
  • Waar we staan
  • Ons doel en onze strategie
  • Wetenschappelijke innovatie
  • De therapeutische focus van UCB
    • Neurologie
    • Immunologie
  • Hoe UCB waarde creëert
  • Deugdelijk bestuur
  • Onze prestaties
    • Kerncijfers
    • Update over regelgeving en vooruitgang van de pijplijn
    • Bedrijfsvoering van UCB in 2023
  • Innoveren voor duurzame prestaties
    • Toegang tot geneesmiddelen
    • Gezondheid, veiligheid en welzijn van medewerkers
    • Diversiteit, gelijkheid en inclusie
    • Gezondheid van de planeet
    • Ethische bedrijfsvoering
  • Risicobeheer
  • Data en rapportering
  • Duurzaamheidsverklaring
    • Algemene informatie
    • Basis voor voorbereiding
    • Materialiteitsbeoordeling
    • Duurzaam ondernemen in 2023 – Maatschappelijk
      • Wetenschappelijke innovatie
      • Gelijke toegang tot geneesmiddelen
      • Veerkracht van het gezondheidsstelsel
      • Patiëntveiligheid
      • Productkwaliteit
      • Patiëntbetrokkenheid
    • Gezondheid, veiligheid en welzijn van medewerkers
    • Diversiteit, gelijkheid en inclusie van medewerkers
    • Rechten van medewerkers en arbeidsomstandigheden
    • Ontwikkeling van medewerkers
    • Mensenrechten
    • Mensenrechten in de waardeketen
    • Verantwoorde verkoop en marketing
    • Privacy en gegevensbescherming
    • Duurzaam ondernemen in 2023 – Milieu
      • Bestrijding van en aanpassing aan de klimaatcrisis
      • Wateronttrekking, -verbruik en -lozing
      • Vervuiling
      • Circulaire economie
      • Informatie over EU-taxonomie
    • Duurzaam ondernemen in 2023 – Bestuur
      • Ethische bedrijfsvoering
      • Politieke invloed en belangenbehartiging
      • Betalingspraktijken
      • Ethisch gebruik van technologie
  • Ons deugdelijk bestuur
    • Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur
      • Reikwijdte van het verslag
      • Kapitaal en aandelen
      • Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
      • Raad van bestuur en bestuurscommissies
      • Uitvoerend Comité
      • Diversiteit op niveau van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité
      • Bezoldigingsverslag
      • Belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen van UCB
      • Persoonlijke beleggingstransacties en handel in UCB-aandelen
      • Externe controle
      • Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007
      • Belangenconflicten – Toepassing van artikel 7:96 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
  • Jaarrekening
    • Geconsolideerde jaarrekening
    • Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening
    • Verantwoordelijkheidsverklaring
    • Verslag van de commissaris
    • Verkorte statutaire jaarrekening van UCB NV
  • Accounting for Value
  • 2023 UCB U.S. Sustainable Access and Pricing Transparency Report
  • Woordenlijst
  • Verklaring inzake de verwachtingen van het geïntegreerd jaarverslag
  • Taal van het verslag
  • Beschikbaarheid van het geïntegreerd jaarverslag
  • Financiële kalender
  • Contact

UCB in een notendop

Het is de ambitie van UCB om het leven van ernstig zieke mensen te veranderen, zodat ze het beste uit hun leven kunnen halen – zo vrij mogelijk van de uitdagingen en onzekerheid van het ziek zijn. Deze toewijding komt tot uiting in onze onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van neurologie, immunologie en andere gebieden waar onze expertise, innovatie en ambitie aansluiten bij onvervulde behoeften. We streven naar duurzame groei die ons in staat stelt een positieve impact te hebben op de samenleving en tegelijkertijd onze impact op de planeet te verkleinen.

Beste lezer, patiënten, collega's, zorgverleners, aandeelhouders en vertegenwoordigers van de gemeenschappen waarin we leven en werken,

Als bedrijf dat geïnspireerd wordt door patiënten en gedreven wordt door wetenschap, weten we dat onze toekomst onlosmakelijk verbonden is met ons vermogen om te innoveren en te groeien. Het is onze missie om het leven van mensen met ernstige ziekten te veranderen door wetenschappelijke vooruitgang te vertalen naar gedifferentieerde geneesmiddelen die de zorgstandaard verhogen en zoveel mogelijk patiënten bereiken. Ons werk in 2023 weerspiegelde ons doel om waarde te creëren voor patiënten, nu en in de toekomst. Niet alleen hebben onze geneesmiddelen het leven van meer dan 3,2 miljoen patiënten over de hele wereld beïnvloed, maar na een ongekende reeks successen gevoed door innovatie, richten we ons de komende jaren op het leveren van steeds meer waarde aan patiënten, de samenleving en aandeelhouders.

Dit jaar verliep niet zonder uitdagingen, zoals de opvallende vertraging van het in de VS op de markt brengen van BIMZELX® ▼ ( bimekizumab ), waarbij de UCB-teams een niet-aflatende veerkracht lieten zien bij hun inspanningen om een complexe en uitgebreide reglementaire herziening te doorstaan.

Geïnspireerd door patiënten, gedreven door wetenschap

Vandaag staat UCB aan het begin van een ongeëvenaarde lanceringscyclus. Met 14 belangrijke reglementaire goedkeuringen voor UCB-geneesmiddelen in zes patiëntenpopulaties en op drie continenten kunnen we nu meer nieuwe, gedifferentieerde behandelingsopties bieden aan mensen die leven met ernstige ziekten. We waren vooral blij met de goedkeuring van BIMZELX® door de Amerikaanse FDA (Food and Drug Administration) voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige plaquepsoriasis 1. Vandaag zijn wereldw 18.000 2 patiënten behandeld met BIMZELX®. Dankzij de groeifase die we nu ingaan, hebben we een sterke positie om te blijven investeren in innovatie en kunnen we onze aandeelhouders een concurrerend rendement bieden. Tegelijkertijd kunnen we onze medewerkers aantrekkelijke kansen bieden, en bieden we de gemeenschappen waarin we leven blijvende steun en streven we ernaar onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Het is onze ambitie om mensen met ernstige ziekten te helpen het leven te leiden dat ze willen. Deze nieuwe goedkeuringen bieden ons de kans om precies dat te doen – patiënten gedifferentieerde waarde bieden. Met BIMZELX® bieden we de eerste en enige IL-17A- en IL-17F-remmer voor matige tot ernstige plaque-psoriasis, nu goedgekeurd in 41 landen. Een uitgebreid klinisch programma, waaronder drie Fase 3-studies, toonde aan dat BIMZELX® superieure niveaus van klaring van de huid opleverde in vergelijking met placebo, ustekinu mab en adalimumab, en over het algemeen goed werd verdragen 3.# Brief aan onze belanghebbenden

Vandaag staat UCB aan het begin van een ongeëvenaarde lanceringscyclus, waarbij het onze prioriteit is om meer nieuwe, gedifferentieerde behandelingsopties te bieden aan mensen die leven met ernstige ziekten.

Brief aan onze belanghebbenden

We zijn verheugd opnieuw solide financiële resultaten te kunnen laten zien, waarbij 2023 een jaar was met goede productgroei en sterke lanceringen. Zoals verwacht zagen we de impact van het verlies van exclusiviteit voor twee producten afnemen en dankzij de sterke opbrengsten van onze geneesmiddelen die de groei stimuleren, stegen onze inkomsten in de tweede helft van het jaar opnieuw, met een toename van bijna 3% ten opzichte van de eerste helft van het jaar. Dankzij een voortdurende slimme toewijzing van middelen en een sterke bijdrage van EVENITY ® konden we investeren in onze productlanceringen.

De inkomsten in 2023 werden gedreven door de aanhoudende groei van de kernproductportfolio van UCB; BRIVIACT ®, NAYZILAM ® en FINTEPLA ® vertoonden een groei met dubbele cijfers in vergelijking met vorig jaar en CIMZIA ® vertoonde een stabiele performance en een stijging bij constante wisselkoersen. EVENITY ® en het onlangs gelanceerde BIMZELX ® hebben de omzet meer dan verdubbeld, een prestatie die meer dan teniet werd gedaan door de gekende effecten van het verlies van exclusiviteit voor VIMPAT ® in de VS en Europa en E KEPPRA ® in Japan.

Elke dag dagen we onszelf uit om onze impact te maximaliseren en tegelijkertijd een bedrijfsvoering na te streven die generaties overbrugt. We gebruiken onze groei om te blijven investeren in innovatie, en verplichten onszelf dit te doen op een manier die waarde creëert voor de samenleving en onze aandeelhouders en die respectvol is voor de planeet.

In 2023 hebben we de tijdige toegang voor patiënten tot onze oplossingen in verschillende regio's verbreed, zoals gemeten door onze Access Coverage Performance Index en onze Time to Access Index. De geneesmiddelen van UCB zijn in toenemende mate beschikbaar voor patiënten in lage- en middeninkomenslanden 9 en we hebben onze sociale bedrijfsaanpak uitgebreid in India, Brazilië en Rwanda om de epilepsiezorg in achtergestelde gemeenschappen te verbeteren.

Terwijl de klimaatcrisis het wereldwijde risicolandschap blijft domineren en we er overal ter wereld mee te maken krijgen, hebben we aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het verminderen van onze uitstoot. Dit is in lijn met onze belofte om wetenschappelijk onderbouwde net-zerodoelstellingen vast te stellen volgens het Science-Based Targets Initiative. Vestigingen van UCB worden nu voorzien van 100% her- nieuwbare elektriciteit en bijna 60% van de leveranciersgere- lateerde uitstoot voldoet aan wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen.

Aan de basis van onze inspanningen en successen op gebied van duurzame innovatie stonden meer dan 9 000 UCB-me- dewerkers, die we blijven ondersteunen door middel van een diverse, inclusieve en boeiende werkomgeving. Simpel gezegd hebben we een langetermijnvisie en slagen we alleen als iedereen in dit traject – patiënten, artsen, zorgverleners, onze gemeenschappen, en de planeet – er ook van profiteert.

De start van een decennium van groei

De inzet van de medewerkers van UCB is onze grootste kracht als het gaat om waarde creëren voor patiënten en de maatschappij in een nieuw decennium van groei . We waren vastberaden bij het navigeren door een complexe en uitgebrei- de FDA-review voor BIMZELX ® . We hebben de recente gevolgen van het verlies van exclusiviteit grotendeels opgevangen en we hebben onze financiële verwachting ondanks tegenwind waargemaakt. 2023 was het keerpunt.

Vandaag de dag vertrouwen we op vijf motoren die onze toekomstige groei gaan stimuleren: EVENI- TY ® ,FINTEPLA ® ▼ (fenfluramine), BIMZELX ® , RYSTIGGO ® en ZILBRYSQ ® . Deze vijf geneesmiddelen vormen samen met onze voortdurende inzet op gebied van innovatie de ruggengraat van ons groeitraject. Dit heeft geleid tot een pijplijn voor klinische ontwikkeling van twaalf lopende programma's gericht op tien verschillende patiëntenpopulaties. Naar verwachting behalen elf van deze twaalf klinische programma's in 2024 toplineresultaten.

We houden vast aan onze financiële doelstelling voor 2025 om een omzet van ten minste € 6 miljard te realiseren . Voor 2024 mikt UCB op een stijging van de omzet tot € 5,5 - € 5,7 miljard, rekening houdend met de lanceringen en de aan- houdende solide bijdrage van de bestaande productportfolio. Met een jaar van productlanceringen voor de boeg krijgen we de kans om de zorgstandaard wereldwijd te verhogen voor al die mensen die leven met ernstige immunologische en neurolo- gische aandoeningen. Ons werk zit er pas op als zij kunnen pro- fiteren van onze wetenschappelijke innovatie. Door de kansen te grijpen die voor ons liggen, blijven we trouw aan ons doel om het leven van mensen te verbeteren, nu en in de toekomst.

Dank aan jullie allemaal – onze aandeelhouders en partners, onze collega's en hun gezinnen – voor jullie aandeel in dat traject.

Jean-Christophe Tellier, Algemeen directeur

Jonathan Peacock, Voorzitter van de Raad van Bestuur van UCB

UCB in een notendop

BIMZELX ® is ook goedgekeurd in de Europese Unie 4 , Japan 5 en Groot-Brittannië 6 voor volwassenen met artritis psoriatica, ankylose- rende spondylitis en niet-radiografische axiale spondyloartritis. Ook zijn we er trots op dat we het eerste bedrijf zijn dat volwas- sen patiënten met gegeneraliseerde myasthenia gravis de keuze biedt uit twee nieuwe doelgerichte therapieën. RYSTIGGO ® ▼ ( rozanolixizumab ) en ZILBRYSQ ® ▼ ( zilucoplan ), elk met een verschil- lend werkingsmechanisme , staan voor ons streven te voorzien in de onvervulde behoeften van de patiënten met gegeneraliseerde myasthenia gravis en die van andere zeldzame patiëntenpopulaties – waar geen twee mensen hun ziekte op dezelfde manier ervaren.

Waarde leveren voor ons bedrijf en de samenleving Net zoals we waarde wilden creëren in artritis psoriatica en gegenera- liseerde myasthenia gravis hebben we in 2023 ook gebruik gemaakt van onze sterke punten om oplossingen te bieden voor volwasse- nen met osteoporose en voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd. .

EVENITY ® ▼ ( romosozumab ) heeft in de meeste Europese landen sinds de lancering met onze partners in 2019 ongeveer een derde van het patiëntenaandeel in het segment van botversterkers in handen. Het geneesmiddel heeft het leven van meer dan 600 000 mensen met een hoog risico op breuken wereldwijd positief beïnvloed en was in 2023 goed voor een wereldwijde omzet van meer dan US$ 1 miljard in 2023.

Ook is CIMZIA ® ( certolizumab pegol ) markt- leider in de EU en de VS op het gebied van merkgebonden anti-TNF (Tumor Necrose Factor) en blijft het een relevante behandelingsoptie voor vrouwen met chronische reumatische aandoeningen die een gezin willen stichten of hun gezin willen uitbreiden 7 . CIMZIA ® is ook een prominente behandeling voor volwassen patiënten met niet-ra- diografische axiale spondyloartritis in de VS en heeft een significante werkzaamheid aangetoond voor patiënten met reumatoïde artritis en hoge reumafactorwaarden via een post hoc analyse van de EXXELE- RATE-studie 8 .

▼ Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Professionele zorgverleners wordt gevraagd alle vermoedelijke bijwerkingen te melden.

1 BIMZELX ® Goedgekeurd door de Amerikaanse FDA voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige plaque-psoriasis. Beschikbaar op https://www.ucb.com/stories- media/Press-Releases/article/BIMZELXR-Approved-by-the-US-FDA-for-the-Treatment-of-Adults-with-Moderate-to-Severe-Plaque-Psoriasis. Laatst geraadpleegd: December 2023.

2 Vanaf eind 2023.

3 Reich K, Papp KA, Blauvelt A, et al. Bimekizumab versus ustekinumab for the treatment of moderate to severe plaque psoriasis (BE VIVID): efficacy and safety from a 52-week, multicentre, double-blind, active comparator and placebo-controlled phase 3 trial. Lancet. 2021;397(10273):487–498. Gordon KB, Foley P, Krueger JG, et al. Bimekizumab efficacy and safety in moderate to severe plaque psoriasis (BE READY): a multicentre, double-blind, placebo-controlled, randomised withdrawal phase 3 trial. Lancet. 2021;397(10273):475–486. Warren RB, Blauvelt A, Bagel J, et al. Bimekizumab versus Adalimumab in Plaque Psoriasis. N Engl J Med. 2021;385(2):130–141.

4 UCB ontvangt nieuwe goedkeuringen van de Europese Commissie voor BIMZELX® (bimekizumab ) voor de behandeling van artritis psoriatica en axiale spondyloartritis. Beschikbaar op https://www.ucb.com/stories-media/Press-Releases/article/UCB-Receives-New-European-Commission-Approvals-for-BIMZELXRVbimekizumab-for-the-Treatment-of-Psoriatic-Arthritis- and-Axial-Spondyloarthritis. Laatst geraadpleegd: December 2023.

5 BIMZELX® (bimekizumab ) krijgt goedkeuring in Japan voor de behandeling van artritis psoriatica, niet-radiografische axiale spondyloartritis en ankyloserende spondylitis. Beschikbaar op https://www.ucb.com/stories-media/Press-Releases/article/BIMZELXR-bimekizumab-Receives-Approval-in-Japan-for-the-Treatment-of-Psoriatic-Arthritis-Non-radiographic-Axial- Spondyloarthritis-and-Ankylosing-Spondylitis. Laatst geraadpleegd: Februari 2024.

6 BIMZELX ® Verenigd Koninkrijk SPC. Beschikbaar op: https://www.medicines.org.uk/emc/product/12833/smpc/print. Laatst geraadpleegd: Februari 2024.

7 CIMZIA ® mag tijdens de zwangerschap alleen worden gebruikt indien klinisch noodzakelijk.

8 Post hoc analyse toonde een zinvolle werkzaamheid van certolizumab pegol voor RA-patiënten met hoge RF-niveaus (reumafactor). Beschikbaar op https://www.ucb.com/stories- media/Press-Releases/article/Post-hoc-analysis-showed-meaningful-efficacy-of-certolizumab-pegol-for-RA-patients-with-high-Rheumatoid-Factor-RF-levels. Laatst geraadpleegd: Februari 2024.# Geïntegreerd jaarverslag 2023

UCB in een notendop

CIMZIA ® en VIMPAT ® zijn bijvoorbeeld beschikbaar voor patiënten in 14 en 12 landen met een laag of gemiddeld inkomen, gecommercialiseerd door UCB of derde distributeurs.

Belangrijke cijfers 2023 2022
omzet in € miljoen 5 517 5 517
O&O/omzetratio 31 % 30%
Adj. EBITDA/omzetratio 25,7 % 22,8%
  • 3,2 miljoen mensen hebben onze oplossingen gebruikt

  • Sustainalytics- rating: 17,3 (2022: 16,8)
  • MSCI- rating: AA (2022: AA)
  • ISS ESG- rating: C+ (2022: C+)
  • CDP-rating:
    • Waterveiligheid: B (2022: B)
    • Klimaatverandering: A- (2022: B)

1 Voor de berekening van de patiëntenaantallen voor 2023 is UCB overgestapt op een externe bron om de controleerbaarheid te vergemakkelijken. Patiëntenaantallen in 2023 en vergelijkingen tussen jaren in dit document zijn berekend aan de hand van het voortschrijdend jaartotaal aan patiënten (schatting werkelijk behandeld) aan het einde van Q3 2023, zoals aangeleverd door een derde partij, tenzij anders vermeld. Onder het totaal aantal patiënten vallen mensen die toegang hebben gehad tot de volgende oplossingen: BIMZELX ® , BRIVIACT ® , CIMZIA ® , EVENITY ® , FINTEPLA ® , KEPPRA ® , NAYZILAM ® , NEUPRO ® en VIMPAT ® . Vanaf december 2023

  • 10 moleculen in klinische ontwikkeling (2022: 9)
  • 9 083 UCB-medewerkers wereldwwijde (2022: 8 703)
  • vermindering van de CO₂e- uitstoot die UCB rechtstreeks controleert: -55 % (2022: 29,9%)
  • Van onze leveranciers- gerelateerde uitstoot met CO₂ doelstellingen afgestemd met SBTi³: 59,4 % (2022: 58%)

2 De CO₂e-emissies die UCB rechtstreeks controleert, zijn Scope 1, 2 en 3 emissies (uitgezonderd de emissies van ingekochte goederen en diensten), vergeleken met onze uitgangswaarde van 2015 in absolute cijfers.
3 Science Based Target Initiative of soortgelijke initiatieven.

Waar we staan

We investeren aanzienlijk in biofarmaceutisch(e) onderzoek en ontwikkeling en maken gebruik van technologieën en wetenschappelijke innovaties om oplossingen te ontwikkelen die een echt betekenisvolle impact hebben op het leven van mensen met ernstige ziekten. Belangrijke centra in Europa, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Azië ondersteunen ons engagement voor onderzoek en ontwikkeling. Van ons hoofdkantoor in België tot 36 landen over de hele wereld, onze 9 083 medewerkers¹ zetten zich elke dag in voor ons doel.

¹ Toepassingsgebied van het verslag: dit aantal vertegenwoordigt alle reguliere actieve medewerkers van UCB per 31 december 2023. Studenten, leerlingen, stagiairs, medewerkers met verlof en aannemers worden niet opgenomen in de personeelsgegevens.

Ons doel en onze strategie

Waarde creëren voor patiënten, nu en in de toekomst

We zijn vastbesloten om langdurige waarde te leveren aan mensen die leven met neurologische en immunologische ziekten, we handelen doelgericht en zorgvuldig en geven prioriteit aan duurzaamheid als onze bedrijfsaanpak. Met meer dan 95 jaar ervaring erkennen we onze verantwoordelijkheid om nu en in de toekomst een positieve verandering in de samenleving teweeg te brengen. We ontwikkelen onze benadering van waardecreatie voortdurend en houden daarbij rekening met zowel financiële als extra- financiële dimensies.

De kern van onze strategie is een niet-aflatende toewijding aan het ondersteunen van mensen die leven met ernstige ziekten. We willen een betekenisvol verschil maken in hun leven – door onderscheidende oplossingen te bedenken die voorzien in onvervulde behoeften, terwijl we rekening houden met de veerkracht van het gezondheidsstelsel, de financiering die nodig is voor voortdurende innovatie en het financiële rendement dat onze aandeelhouders verwachten. En als mondiale uitdagingen zoals de klimaatcrisis of sociale ongelijkheid groter worden, erkennen we dat er dringend gezamenlijke actie nodig is om samen te bouwen aan een gezondere, rechtvaardigere wereld. We benadrukken het aanhoudende succes van ons bedrijf, omdat groei ons in staat stelt meer te investeren in innovatie, patiënten en de samenleving te laten profiteren, aandeelhouders op de lange termijn te belonen en een succesvolle weg voor het bedrijf uit te stippelen.

Terwijl UCB hard op weg is naar een groenere en meer inclusieve toekomst in de gezondheidszorg, is ons engagement om waarde te creëren voor patiënten gebaseerd op:

  • Patiëntgerichte innovatie
  • Uitmuntendheid in wetenschap en technologie
  • Leiderschap in duurzaamheid
  • Een organisatiecultuur die waarde toevoegt voor patiënten

Deze zelfde toewijding om duurzame groei te stimuleren, wordt weerspiegeld in onze hele waardeketen. We ondernemen stappen om ervoor te zorgen dat toegang tot eerlijke, diverse en inclusieve klinische studies, gelijke toegang tot geneesmiddelen, ethische bedrijfspraktijken en milieudoelstellingen prioriteit krijgen in de manier waarop we zaken doen. Bij het voortzetten van ons werk op het gebied van Onderzoek en Ontwikkeling (O&O) en het produceren van oplossingen voor mensen die leven met ernstige ziekten, streven we naar een nauwe samenwerking met partners in onze end-to-end waardeketen om gezamenlijk en gecoördineerd vooruitgang te boeken bij het aanbieden van gedifferentieerde geneesmiddelen aan patiënten. Deze inspanningen zijn van toepassing op onze upstreampartners, zoals de leveranciers van grondstoffen die in onze productie worden gebruikt, en op onze downstreampartners, waaronder nationale gezondheidsautoriteiten.

Onze ambitie

Gedifferentieerde oplossingen ontwikkelen die voorzien in onvervulde behoeften in de immunologie en neurologie – van symptoombehandeling naar ziekteverandering en mogelijk naar genezing.

Onze wetenschappelijke innovatie is gericht op:

  • Trajecten – De onderliggende biologische oorzaken van ziekten blootleggen en nieuwe manieren ontdekken om potentiële behandelingen te identificeren en te valideren.
  • Populaties – Het verdiepen van onze kennis van patiëntenpopulaties (inclusief genetica, gedrag en ziektevariaties) en gebieden waar nog onvervulde behoeften voorkomen, om kennis te vertalen naar de klinische praktijk.
  • Platformen – Geavanceerde technologieplatformen gebruiken om moleculen te genereren, onze kennis te vergroten en onze pijplijn te versnellen.
Wetenschappelijke innovatie Aantal
Actieve klinische studies 60
Omzet geïnvesteerd in O&O 31 %
Moleculen in klinische ontwikkeling 10

Onze benadering van onderzoek en ontwikkeling stelt de mensen die we van dienst zijn centraal. UCB's ongekende niveau van goedkeuringen en lanceringen in 2023 is een bewijs van onze expertise in ziektebiologie en een erfenis van diepgaand inzicht in patiënten. Binnen onze belangrijkste platformen – kleine moleculen, biologische/grote moleculen en gentherapie – investeren en onderzoeken we actief, terwijl we voortdurend leren van mensen die leven met ernstige ziekten. We versterken onze onderzoeksinspanningen in de biologie van epilepsie, neurodegeneratie en microgliale disfunctie, immuungemedieerde ontsteking, genomica en biologische engineering om onze wetenschappelijke en patiëntinzichten te bevorderen.

We kunnen 's-werelds gezondheidsuitdagingen niet alleen oplossen en samenwerking is stevig verankerd in onze O&O- activiteiten. We investeren in betekenisvolle relaties met mensen die beschikken over de technologie, datamogelijkheden en expertise om de transformatie van de gezondheidszorg op de meest impactvolle manier te stimuleren. We werken openlijk samen met ventures, de academische wereld en biotech om ons in de voorhoede van de wetenschappelijke vooruitgang te positioneren. In 2023 zijn we bijvoorbeeld een nieuwe strategische onderzoekssamenwerking aangegaan met Ariceum Therapeutics GmbH en een hebben we een nieuwe samenwerking met Aitia aangekondigd voor geneesmiddelenonderzoek inzake de ziekte van Huntington. Aitia is leider in de toepassing van Causal AI en "Digital Twins" om nieuwe geneesmiddelen te ontdekken en te ontwikkelen. Onze belangrijkste O&O-partners blijven echter mensen met ernstige ziekten. We begrijpen dat we alleen door te luisteren naar en te leren van patiënten onze wetenschap kunnen omzetten in geneesmiddelen die volledig aangepast zijn aan hun realiteit en aan hun behoeften voldoen.

Het integreren van diversiteit en inclusie in klinische studies is van cruciaal belang om ongelijkheden op gezondheidsgebied aan te pakken. Daarom streven we er voortdurend naar om manieren te vinden om de inclusie van ondervertegenwoordigde populaties in onze klinische studies te verbeteren. Een voorbeeld hiervan is de oprichting van onze nieuwe Community Leaders DG&I Board, die als onderdeel van onze Patient Engagement Council for Parkinson's Research de banden versterkt. We blijven onze prestaties op het gebied van DG&I in onze klinische onderzoeken benchmarken en onszelf uitdagen hoe we kunnen verbeteren. Als we een momentopname van de Amerikaanse deelnemers aan klinische studies uit 2023 vergelijken met een momentopname van dezelfde gegevens uit 2021, dan zien we een duidelijke opwaartse trend in het percentage Afrikaans-Amerikaanse deelnemers. Hoewel het Aziatische bevolkingspercentage een lichte daling laat zien, is het veel hoger wanneer de wereldwijde vertegenwoordiging van deze populatie wordt beoordeeld (inclusief klinische onderzoeken die zijn uitgevoerd in de regio Azië-Pacific). Onder overige nieuwe samenwerkingsinitiatieven in 2023 valt onze deelname aan het door PhRMA gefinancierde initiatief Equitable Breakthroughs in Medicine (Gelijke doorbraken in de geneeskunde) dat medische expertise verenigt met de noodzaak om de klinische diversiteit in ondervertegenwoordigde gemeenschappen te verbeteren.# UCB | Onze doelstelling en strategie

20 Evolutie van onderzoek en ontwikkeling

Onze kennis van ziekten en biologie neemt snel toe en het tempo van de technologische vooruitgang is adembenemend. Bij UCB hebben we een fundamenteel engagement om deze vooruitgang te gebruiken om nieuwe deuren voor geneesmiddelenonderzoek te openen. Als onderdeel van dat engagement blijven we onze eigen mensen ontwikkelen, investeren we in de volgende generatie wetenschap en technologieën en werken we wereldwijd samen met wetenschappelijke partners en experts zodat we een betekenisvolle impact kunnen hebben op de volksgezondheid. Hierdoor kunnen we modaliteiten van de volgende generatie onderzoeken, zoals de mogelijkheid om nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen via gentherapie en gerichte eiwitafbraak met behulp van de kracht van kunstmatige intelligentie (AI). Maar we kunne ook gevestigde modaliteiten nieuw leven inblazen (bijv. chemie met kleine moleculen) terwijl we voortbouwen op onze kernexpertise in neurologie en immunologie. Ons doel is niet alleen om het ontdekken en ontwikkelen van geneesmiddelen te versnellen, maar we gaan ook voor meer precisie en personalisatie om gezondheidsproblemen aan te pakken en het leven van mensen met ernstige ziekten echt te verbeteren.

Door een grotere beschikbaarheid van gegevens en geavanceerde algoritmen kunnen we de pathobiologie beter begrijpen, betere uitgangspunten voor ontdekkingsprogramma's selecteren en de toegang tot vroege innovatie verbreden. De betrokkenheid van UCB bij OpenFold, een non-profit AI-onderzoeksconsortium, verbetert bijvoorbeeld digitaal moleculair design met behulp van deep learning en open-source onderzoek om bij te dragen aan wetenschappelijke vooruitgang. AI kan onze klinische onderzoeken ook efficiënter en effectiever maken door grote hoeveelheden gegevens te analyseren, reacties van patiënten te voorspellen en snel patronen te identificeren die voor menselijke analisten misschien niet zichtbaar zijn. Dit kan leiden tot nauwkeurigere voorspellingen over de werkzaamheid en verdraagbaarheid van een geneesmiddel. Deze technologieën worden in toenemende mate toegepast in onze onderzoekspijplijn, waar alle recente aanvaardingen van targets in de portfolio van UCB zijn beoordeeld en geprioriteerd met behulp van digitale platformen.

Onze Digitale zorgtransformatie stelt ons in staat om nieuwe oplossingen te ontwikkelen door middel van digitale innovatie, terwijl we ons incubatieprogramma voor digitale gezondheid, DCTx, blijven ontwikkelen om de grenzen van digitale gezondheid te verleggen door middel van partnerschappen. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat in elke fase van het ontwikkelingstraject rekening wordt gehouden met de unieke uitdagingen van de mensen die we van dienst zijn, zodat we oplossingen kunnen bieden die hun leven verbeteren. We benadrukken de rol van patiënten als 'co-creators' in het O&O-proces om uit de eerste hand inzicht te krijgen in hun behoeften en zorgen. Op deze manier willen we hen ondersteunen bij het aangaan van de praktische uitdagingen waarmee ze in hun dagelijks leven worden geconfronteerd.

21 Geïntegreerd jaarverslag 2023

De therapeutische focus van UCB

  • Ziekte van Alzheimer
  • Auto-immuun encefalitis
  • Epilepsie en epileptische syndromen
  • Gegeneraliseerde myasthenia gravis
  • Myeline Oligodendrocyt Glycoproteine Antibody Disease (MOG(AD))
  • Ziekte van Parkinson
  • Thymidine kinase 2 deficiency (TK2d)
  • Atopische dermatitis
  • Axiale spondyloartritis
  • Ziekte van Crohn
  • Hidradenitis suppurativa
  • Juveniele idiopathische artritis
  • Niet-radiografische axiale spondyloartritis
  • Osteoporotische fracturen
  • Plaque-psoriasis
  • Artritis psoriatica
  • Reumatoïde artritis
  • Systemische lupus erythematodes
  • Ernstig fibromyalgiesyndroom

ZIEKTEGEBIEDEN

We worden gedreven door onze toewijding aan mensen met ernstige ziekten en die een inspiratie zijn voor ons onderzoek en onze ontwikkeling op het gebied van neurologie, immunologie en andere gebieden waar onze expertise, innovatie en ambitie afgestemd worden op onvervulde behoeften.

UCB | Onze doelstelling en strategie

22 als eerstelijns- en tweedelijns toevoeging in de internationale con- sensus over diagnose en behandeling van het syndroom van Dra- vet 1 en wordt een erkende waardevolle optie voor het syndroom van Lennox-Gastaut. NAYZILAM ® (midazolam) werd erkend als een aanbevolen neusspray tegen epileptische aanvallen voor de gespecificeerde groep volwassenen. We hebben de werving uit- gebreid voor klinische onderzoeken naar STACCATO ® alprazolam 2 – een experimentele behandeling voor de mogelijke beëindiging van acute langdurige epileptische aanvallen. Daarnaast zijn we een samenwerking aangegaan met de Loulou Foundation om Fase 3-onderzoek te bevorderen naar het gebruik van fenflurami- ne voor de behandeling van CDKL5-deficiëntiestoornis (CDD) 3, een zeldzame stofwisselingsziekte en epileptische encefalopathie.

NEUROLOGIE

Neurologie

Ons rijke erfgoed op het gebied van epilepsie – met meer dan 30 jaar onderzoek naar en ontwikkeling van genees- middelen tegen epilepsie die het behandelingsland- schap helpen veranderen – drijft ons tot het creëren van innovatieve oplossingen die een betekenisvolle impact hebben op het leven van mensen. In samenwerking met mensen die leven met neurologische aandoeningen, hun verzorgers en professionals in de gezondheidszorg, geven we prioriteit aan onderzoek dat wordt geleid door weten- schappelijke vooruitgang en inzichten van patiënten. De therapieën van UCB transformeren reeds de zorg voor meer dan 2,4 miljoen mensen met epilepsie en aanvalsstoornissen wereldwijd.

In 2023 behield BRIVIACT ® (brivaracetam) zijn plaats als een van de meest voorgeschreven merkmedicijnen tegen aanvallen achter generieke geneesmiddelen. FINTEPLA ® is een basistherapie voor het syndroom van Dravet en wordt aanbevolen

1 Wirrell EC, Hood V, Knupp KG, Meskis MA, Nabbout R, Scheffer IE, et al. International consensus on diagnosis and management of Dravet syndrome Epilepsia. 2022;63:1761–1777. Beschikbaar op: https://doi.org/10.1111/epi.17274. Laatst geraadpleegd: Februari 2024.

2 STACCATO ® alprazolam is door geen enkele autoriteit ter wereld goedgekeurd voor de mogelijke beëindiging van acute langdurige epileptische aanvallen.

3 fenfluramine is wereldwijd door geen enkele autoriteit goedgekeurd voor de behandeling van CDD.

Focus portfolio epilepsie

23 Geïntegreerd jaarverslag 2023

In 2023 ontwikkelden we ook nieuwe behandelingsmogelijkheden voor mensen met zeldzame neurologische ziekten. Als eerste orga- nisatie bieden we de volwassen gemeenschap van gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) de keuze uit twee doelgerichte therapieën 1 (RYSTIGGO ® en ZILBRYSQ ® ) voor een ziekte die geen twee mensen op dezelfde manier ervaren. Hier erkennen we dat we werken voor veel kleinere patiëntenpopulaties die moeilijker te vinden en te behan- delen zijn en die een meer persoonlijke aanpak nodig hebben.

Het platform Rare Disease Connect in Neurology (RDCN) zette wereldwijd een community op voor zorgverleners én mensen met neurologische aandoeningen. Ons Amerikaanse patiëntenpanel bracht daarnaast individuen, zorgverleners en gezinnen die die met gMG te maken hebben in contact met UCB-teams om samen te kijken welke levensveranderende opties er zijn. Dankzij andere nieuwe samenwerkingsverbanden werden patiën- ten en zorgverleners betrokken bij de baten-risicoanalyse voor de behandeling van thymidine kinase 2 deficiency (TK2d), waaronder een nieuwe stuurgroep voor patiënten in de aanloop naar onze geplande reglementaire indiening van doxecitine en doxribtimine (doxTM) 2.

We hebben ook onze patiënteninzichten verdiept om gepersonaliseer- de ondersteuning te bieden aan mensen met epilepsie, zeldzame epilepsiesyndromen en gegeneraliseerde myasthenia gravis, die UCB-producten voorgeschreven hebben gekregen, via patiënton- dersteunende diensten zoals ONWARD™ en UCBCares ® . UCB heeft ook samengewerkt met verschillende externe partners om patiënte- ninzichten te verzamelen over onverklaarbare, onverwachte dood bij epilepsie (Sudden Unexpected Death in Epilepsy, SUDEP). Een van die partners is Neurava, een startup op het gebied van medische appara- tuur die gebruik maakt van baanbrekend epilepsieonderzoek om voor mensen met epilepsie nieuwe draagbare oplossingen te ontwikkelen die aanvallen en dreigend SUDEP-risico kunnen herkennen en mensen kunnen waarschuwen.

1 Door de goedkeuringen van RYSTIGGO ® en ZILBRYSQ ® voor de behandeling van volwassenen met gMG in de EU, de VS en Japan.

Daarnaast nemen we ook actief deel aan initiatieven van TransCelerate ten behoeve van de diversiteit van deelnemers aan klinische proeven. Daarnaast werkt UCB samen met meerdere initiatieven van Tufts University die gericht zijn op het bevorderen van klinische diversiteit onder het onderzoekspersoneel, voortbouwend op de bevindingen van een onderzoek die een verband legt tussen een divers personeelsbestand voor klinisch onderzoek en een grotere diversiteit onder de vrijwilligers van klinische studies.

1 UCB 2021 Snapshot omvatte alle onderzoeken voltooid in de periode 2015-2020, met n>25 patiënten, alleen APAC uitgesloten, & OLE – 8 852 deelnemers. UCB 2023 Snapshot omvatte alle onderzoeken met voltooide deelname in de periode 2018 – 2023, alleen APAC uitgesloten en OLE – 10 053 deelnemers.

2 M. Rottas, P. Thadeio, R. Simons, et al., Demographic diversity of participants in Pfizer sponsored clinical trials in the United States, Contemporary Clinical Trials, Vol 106, July 2021.

Verdeling van ras en etniciteit onder deelnemers aan UCB-onderzoeken in de VS

Snapshot UCB-gegevens 2021 vs 2023 Gegevens Amerikaanse volkstelling
2
Patiëntvriendelijke protocollen Gedecentraliseerde klinische onderzoeken (GKO’s) Nieuwe richtlijnen en trainingsmodule voor klinische ontwikkelingsteams van UCB
Etnische vertegenwoordiging in de klinische onderzoeksteams We verankeren diversiteit en inclusie in wetenschappelijke innovatie via...

UCB | Onze doelstelling en strategie

Neurologie

Doxecitine en doxribtimine zijn wereldwijd door geen enkele autoriteit goedgekeurd voor gebruik. We hebben onze patiënteninzichten verdiept om tegemoet te komen aan de onvervulde behoeften van mensen met epilepsie en zeldzame syndromen.

ONWARD™, zet potentieel om in vooruitgang

ONWARD™ is een uitgebreide supportservice voor patiënten die speciaal is ontworpen om tegemoet te komen aan de individuele behoeften van iedereen die leeft met een zeldzame ziekte en die een UCB-behandeling (RYSTIGGO®, FINTEPLA®, ZILBRYSQ®) voorgeschreven krijgt. ONWARD™ is samen met de community voor zeldzame ziekten ontwikkeld en biedt patiënten persoonlijke ondersteuning via een uitgebreid omnichannel-aanbod dat kan bestaan uit een toegewijde verpleegkundige casemanager, thuiszorg, coaching, ondersteuning bij het volgen van symptomen en begeleiding bij verzekeringen en financiële ondersteuning. ONWARD™ werd in eerste instantie gelanceerd in de VS en in Japan en is uitgegroeid tot een wereldwijd programma dat gemakkelijk kan worden aangepast aan lokale marktbehoeften.

2023 Prestaties

  • 2,8 miljoen UCB neurologische oplossingen beschikbaar voor patiënten met neurologische aandoeningen wereldwijd
  • 82 mensen met neurologische aandoeningen bereikt
  • Gerichte therapieën – RYSTIGGO® and ZILBRYSQ® – bieden nieuwe behandelingsmogelijkheden voor gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) bij volwassenen
Product Verkoop 2023
BRIVIACT® € 576 M
FINTEPLA® € 226 M
NAYZILAM® € 94 M
KEPPRA® € 636 M
VIMPAT® € 394 M

Immunologie

We omarmen de mogelijkheid om een wereld te creëren zonder immuungemedieerde ontstekingsziekten. Deze ziekten leggen een enorme druk op patiënten en hulpverlening en hoewel er de afgelopen jaren vooruitgang is geboekt, zijn er nog steeds aanzienlijke onvervulde behoeften. We maken gebruik van op bewijs gebaseerde, baanbrekende wetenschap om levensveranderende behandelingen en gepersonaliseerde diensten te leveren die inspelen op hardnekkige onvervulde behoeften binnen het ecosysteem van de gezondheidszorg. Door gebruik te maken van data, technologie en innovatief wetenschappelijk onderzoek willen we het leven van mensen die met deze ziekten leven, verbeteren. Ons doel is niet alleen om het ontdekken en ontwikkelen van geneesmiddelen te versnellen, maar we gaan ook voor meer precisie en personalisatie om gezondheidsproblemen aan te pakken en het leven van mensen met ernstige ziekten echt te verbeteren.

2023 Prestaties

  • >18.000 UCB immunologische oplossingen beschikbaar voor patiënten
  • 1 mensen profiteren nu van behandeling met BIMZELX®
  • >600.000 mensen met een hoog risico op breuken hebben sinds de lancering op 36 markten EVENITY® gebruikt
Product Verkoop 2023
BIMZELX® € 148 M
CIMZIA® € 2.087 M
EVENITY® € 60 M

1 Vanaf eind 2023.

In 2023 werd BIMZELX® in de VS¹ goedgekeurd voor de behandeling van matige tot ernstige plaque-psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie of fototherapie. Dit was een belangrijke mijlpaal, net als in Canada², Europa³, Groot-Brittannië⁴ en Japan⁵, waar het snel een belangrijke behandelingsoptie begint te worden voor mensen met matige tot ernstige psoriasis⁶. Deze impact strekt zich nu uit tot volwassenen met artritis psoriatica, niet-radiografische axiale spondyloartritis en ankyloserende spondylitis na goedkeuringen in de EU⁷, Groot-Brittannië⁴ en Japan⁸. Daarnaast zijn de eerste aanvragen voor bimekizumab voor behandeling van matige tot ernstige hidradenitis suppurativa (HS)⁹ ingediend bij het Europese Geneesmiddelenbureau¹⁰ en het Japanse Ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn.

Tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de American Academy of Dermatology in maart 2023 kondigde UCB de eerste gedetailleerde positieve resultaten aan van twee Fase 3-studies, BE HEARD I en BE HEARD II, waarin de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab bij de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige hidradenitis suppurativa wordt geëvalueerd. Uit de gegevens bleek dat patiënten die werden behandeld met bimekizumab in week 16 significante verbeteringen ten opzichte van placebo bereikten in de tekenen en symptomen van de ziekte. De respons bleef tot 48 weken behouden¹¹.

EVENITY® bleef zich wereldwijd profileren als koploper in behandelingen tegen botontkalking en bouwde voort op de positieve impact die het geneesmiddel sinds de lancering had op het leven van meer dan 600.000 mensen met een hoog risico op breuken. Bovendien bereikte EVENITY® een wereldwijde omzet van meer dan 1 miljard US$, waarbij de distributie in Europa wordt geleid door UCB, in Japan door Astellas Pharma en in de VS door Amgen. De aanhoudende groei wordt ondersteund door het toenemende besef dat prioriteit moet worden gegeven aan het gebruik van botvormende middelen als eerste stap in de reeks behandelingen voor mensen met een zeer hoog fractuurrisico. Door zich vanaf het begin te richten op het versterken van de botgezondheid, is deze aanpak gericht op het bieden van een proactieve strategie voor mensen met een zeer hoog risico op breuken als gevolg van osteoporose.

¹ BIMZELX® Goedgekeurd door de Amerikaanse FDA voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige plaque-psoriasis. Beschikbaar op: https://www.ucb.com/stories-media/Press-Releases/article/BIMZELX-Approved-by-the-US-FDA-for-the-Treatment-of-Adults-with-Moderate-to-Severe-Plaque-Psoriasis. Laatst geraadpleegd: December 2023.
² Canada Productmonografie. Beschikbaar op: https://pdf.hres.ca/dpd_pm/00064702.PDF. Laatst geraadpleegd: December 2023.
³ UCB kondigt de goedkeuring door de Europese Commissie aan van BIMZELX® (bimekizumab) voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige plaque-psoriasis. Beschikbaar op https://www.ucb.com/stories-media/Press-Releases/article/UCB-Announces-European-Commission-Approval-of-BIMZELX-bimekizumab-for-the-Treatment-of-Adults-with-Moderate-to-Severe-Plaque-Psoriasis. Laatst geraadpleegd: December 2023.
⁴ BIMZELX® Verenigd Koninkrijk SPC. Beschikbaar op: https://www.medicines.org.uk/emc/product/12833/smpc/print. Laatst geraadpleegd: Februari 2024
⁵ BIMZELX® (bimekizumab) Goedgekeurd in Japan voor de behandeling van plaque-psoriasis, gegeneraliseerde pustuleuze psoriasis en psoriatische erytrodermie. Beschikbaar op https://www.ucb.com/stories-media/Press-Releases/article/BIMZELX-bimekizumab-Approved-in-Japan-for-the-Treatment-of-Plaque-Psoriasis-Generalized-Pustular-Psoriasis-and-Psoriatic-Erythroderma. Laatst geraadpleegd: December 2023.
⁶ BIMZELX® is nu goed voor meer dan een derde van de nieuwe voorschriften voor IL-17-remmers bij psoriasis.
⁷ UCB ontvangt nieuwe goedkeuringen van de Europese Commissie voor BIMZELX® (bimekizumab) voor de behandeling van artritis psoriatica en axiale spondyloartritis. Beschikbaar op https://www.ucb.com/stories-media/Press-Releases/article/UCB-Receives-New-European-Commission-Approvals-for-BIMZELX-bimekizumab-for-the-Treatment-of-Psoriatic-Arthritis-and-Axial-Spondyloarthritis. Laatst geraadpleegd: December 2023.
⁸ Pharmaceuticals and Medical Devices Agency Beschikbaar op: https://www.pmda.go.jp/english/review-services/reviews/approved-information/drugs/0001.html. Laatst geraadpleegd: December 2023.
⁹ bimekizumab is door geen enkele autoriteit ter wereld goedgekeurd voor de behandeling van hidradenitis suppurativa.
¹⁰ UCB kondigt de registratie-aanvraag in de EU aan voor Bimekizumab voor de behandeling van matige tot ernstige hidradenitis suppurativa. Beschikbaar op: https://www.ucb.com/stories-media/Press-Releases/article/UCB-Announces-EU-Regulatory-Filing-for-Bimekizumab-for-the-Treatment-of-Moderate-to-Severe-Hidradenitis-Suppurativa. Laatst geraadpleegd: December 2023.
¹¹ Bimekizumab Fase 3-gegevens bij hidradenitis suppurativa tonen klinisch significante, betekenisvolle en duurzame respons gedurende 48 weken. Beschikbaar op: https://www.ucb.com/stories-media/Press-Releases/article/Bimekizumab-Phase-3-Data-in-Hidradenitis-Suppurativa-Show-Clinically-Meaningful-Deep-and-Maintained-Response-over-48-Weeks. Laatst geraadpleegd: Februari 2024.

Ondersteunen van mensen met osteoporose

UCB werkt samen met belanghebbenden in de gezondheidszorg om de preventie van fragiliteitsfracturen te prioriteren als het gaat om kostenbeheer in de gezondheidszorg en het verminderen van de impact van vergrijzing. In december 2023 verwelkomde het Capture the Fracture®-programma van de International Osteoporosis Foundation de 900ste Fracture Liaison Service (FLS). Het programma blijft groeien en we zijn trots dat we het aantal en de kwaliteit van FLS wereldwijd kunnen verhogen, best practices kunnen uitwisselen onder zorgprofessionals en secundaire preventie wereldwijd tot prioriteit in de gezondheidszorg kunnen maken.

In Japan blijft UCB samenwerken met de maatschappij, beleidsmakers en externe experts om de zorgstandaard voor fragiliteitsfracturen te verbeteren. Een gecoördineerde aanpak van de zorg na een breuk, waarbij orthopedische, osteoporose- en valpreventiediensten, maatschappelijk werkers en eerstelijnszorgartsen worden samengebracht om ervoor te zorgen dat mensen met een fragiliteitsfractuur optimale, gepersonaliseerde zorg kunnen krijgen, zal uiteindelijk de impact van fragiliteitsfracturen op de gezondheidszorg verkleinen en ervoor zorgen dat mensen met osteoporose het leven kunnen leiden dat ze willen.

CIMZIA® liet wereldwijd ook een gezonde volumegroei zien. Het blijft een relevante behandelingsoptie voor volwassen vrouwen met chronische reumatische aandoeningen die een gezin willen stichten of hun gezin willen uitbreiden¹².Daarnaast blijft CIMZIA ® het snelst groeiende geneesmiddel op de merkgebonden markt voor TNF-remmers (Tumor Necrosis Factor) in de EU en de VS. CIMZIA ® is ook een prominente behandeling voor volwassen patiënten met niet-radiografische axiale spondyloartritis in de VS en heeft een significante werkzaamheid aangetoond voor patiënten met reumatoïde artritis en hoge Rf-niveaus via een post hoc analyse van de EXXELERATE-studie 13 . UCB blijft samenwerken aan drie Europese multistakeholder-partnerschappen die aanzienlijke vooruitgang boeken in artritis psoriatica (PsA) en axiale spondyloartritis (axSpA): HIPPOCRATES , Rheumacensus en EuroSpA . We hebben ook ons werk met de hidradenitis suppurativa (Hs)-community in de VS uitgebreid via de HS Coalition en presenteerden we over obstakels bij de toegang tot tijdige en adequate behandeling, zorg en hulpmiddelen voor HS-patiënten in bepaalde Amerikaanse staten op het 8e jaarlijkse symposium over Hidradenitis Suppurativa Advances 14 . De evolutie van onze reumatologieportfolio stelt ons in staat om nieuwe patiëntenpopulaties te helpen, zodat deze een betere levenskwaliteit kunnen bereiken. Onze innovatieve pijplijn is gericht op het stimuleren van wetenschappelijke vooruitgang in chronische auto-immuunziekten waar nog een zeer grote behoefte bestaat. Denk bijvoorbeeld aan dapirolizumab pegol , een onderzoek naar een gehumaniseerd monovalent gepegyleerd Fab-antilichaamfragment voor systemische lupus erythematosus (SLE) 16,17,18,19 . 12 CIMZIA ® mag tijdens de zwangerschap alleen worden gebruikt indien klinisch noodzakelijk. 13 Smolen J, Taylor P, Tanaka Y, Cara C, Lauwerys B, Xavier R, Curtis J, Mikuls T, Weinblatt M. Do High RF Titers Impact Response to TNF Inhibitors? Comparison of Certolizumab Pegol and Adalimumab in Patients with RA and High Titers of RF: A Post Hoc Analysis of a Phase 4 Trial [abstract]. Artritis Rheumatol. 2023; 75 (suppl 9). https://acrabstracts.org/abstract/do- high-rf-titers-impact-response-to-tnf-inhibitors-comparison-of-certolizumab-pegol-and-adalimumab-in-patients-with-ra-and-high-titers-of-rf-a-post-hoc-analysis-of-a-phase-4-trial/. Laatst geraadpleegd in februari 2024. 14 UCB versterkt engagement voor het bevorderen van zorg in hidradenitis suppurativa met zes abstracts op SHSA 2023. Beschikbaar op: https://www.ucb.com/stories-media/Press- Releases/article/UCB-Reinforces-Commitment-to-Advancing-Care-in-Hidradenitis-Suppurativa-with-Six-Abstracts-at-SHSA-2023. Laatst geraadpleegd: Februari 2024. 15 Sabat, R., Jemec, G.B.E., Matusiak, Ł. et al. Hidradenitis suppurativa. Nat Rev Dis Primers 6, 18 (2020). https://doi.org/10.1038/s41572-020-0149-1 16 Furie R. et al. Efficacy and Safety of Dapirolizumab Pegol in Patients with Moderately to Severely Active Systemic Lupus Erythematosus: A Randomized, Placebo-Controlled Study Ann Rheum Dis. 2019;78;2:775. Beschikbaar op: https://acrabstracts.org/abstract/efficacy-and-safety-of-dapirolizumab-pegol-in-patients-with-moderately-to-severely-active-systemic-lupus- erythematosus-a-randomized-placebo-controlled-study/. Laatst geraadpleegd: Februari 2024. 17 A Study to Evaluate the Efficacy and Safety of Dapirolizumab Pegol in Study Participants With Moderately to Severely Active Systemic Lupus Erythematosus (PHOENYCS GO). Lopend onderzoek: NCT04294667. Beschikbaar op: https://clinicaltrials.gov/study/NCT04294667. Laatst geraadpleegd: Februari 2024. 18 A Study to Evaluate the Safety of Dapirolizumab Pegol in Study Participants With Systemic Lupus Erythematosus Lopend onderzoek: Beschikbaar op: https://clinicaltrials.gov/study/NCT04976322. Laatst geraadpleegd: Februari 2024. 19 Dapirolizumab pegol is wereldwijd door geen enkele autoriteit goedgekeurd voor de behandeling van SLE.

Samenwerking ter ondersteuning van mensen die leven met hidradenitis suppurativa

Hidradenitis suppurativa (HS) is een chronische aandoening waaraan ongeveer 1 op de 100 mensen lijdt en die wordt gekenmerkt door pijnlijke ontstekingen en abcessen 15 . In de Verenigde Staten steunt UCB de HS Coalition , een collectief dat zich toelegt op het samenbrengen van expertise, onderzoek en beleid om het bewustzijn te verhogen en ongelijkheden in de zorg voor HS aan te pakken. De coalitie richt zich op het bevorderen van een ondersteunende omgeving voor alle mensen die beïnvloed worden door HS, met een bijzondere nadruk op het pleiten voor beleid dat levens positief kan beïnvloeden. Daarnaast ondersteunt UCB een samenwerkingsproject met The Health Policy Partnership (HPP), gericht op het benadrukken van de lasten en belemmeringen voor mensen die leven met HS. Door middel van dit initiatief probeert een diverse groep experts, waaronder patiëntenvertegenwoordigers en professionals uit de gezondheidszorg, het bewustzijn van de impact van HS te vergroten en te pleiten voor zinvolle verandering. Door een stem te zijn voor de getroffenen en te pleiten voor betere ondersteuning en middelen, streven we ernaar om het welzijn van mensen die leven met HS te verbeteren.

29 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Hoe UCB waarde creëert

In onze bedrijfsaanpak kijken we holistisch naar onze belanghebbenden om de maatschappelijke gezondheid te verbeteren: we willen niet alleen waarde creëren voor mensen met ernstige ziekten, maar ook voor onze medewerkers die patiëntenoplossingen ontdekken, ontwikkelen en leveren, voor de aandeelhouders die in ons bedrijf investeren en ons werk financieren, voor de maatschappij waarin we wonen en werken, terwijl we de impact op de planeet, ons gezamenlijke thuis, minimaliseren. Deze geïntegreerde benadering om duurzame groei te stimuleren is de leidraad voor onze manier van zakendoen, met toekomstige generaties in gedachten. Deze geïntegreerde benadering om duurzame groei te stimuleren is de leidraad voor onze manier van zakendoen, met toekomstige generaties in gedachten.

UCB | Onze doelstelling en strategie

30

| | Inputs | Outputs # Raad van Bestuur

Fiona du Monceau

Bestuurder
Vice-voorzitter van de Raad van Bestuur
Voorzitter van het Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité

Nationaliteit: Belgisch
geb. 1978
UCB Bestuursmandaat: Benoemd in 2021. Einde termijn in 2025.

Ervaring: Meer dan 30 jaar ervaring in farmaceutica, biotechnologie, bedrijfsfinanciering en -strategie, waaronder wereldwijde CFO-functies bij Amgen en Novartis Pharma, leiderschap in de Raad van Bestuur bij het opbouwen van jonge biotechbedrijven en leidinggevende functies in bedrijfsfinanciering en -strategie als partner bij McKinsey en Price Waterhouse.

Belangrijkste externe benoemingen
* Voorzitter van de Raad van Bestuur van Avantor, Inc*
* Voorzitter van de Raad van Bestuur van Bluesphere Bio, Inc.
* Bestuurslid van Real Chemistry

Jean-Christophe Tellier

Uitvoerend bestuurder en CEO

Nationaliteit: Frans
geb. 1959
UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2014. Einde termijn in 2026.

Ervaring: Meer dan 30 jaar in de farmaceutische sector, bij Ipsen en Novartis, waar hij verschillende leidinggevende functies bekleedde in verschillende delen van de wereld.

Belangrijkste externe benoemingen
* Lid van BCR (Biopharmaceutical CEOs Roundtable)
* Lid van het bestuur van de European Federation of Pharmaceutical Associations (EFPIA)
* Bestuurslid van PhRMA (Pharmaceutical Research and Manufacturers of America)
* Lid van de Raad van Toezicht van Servier

Jan Berger

Onafhankelijk bestuurder

Nationaliteit: Amerikaans
geb. 1957
UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2019. Einde termijn in 2027.

Ervaring: Meer dan 30 jaar management-ervaring in de gezondheidszorg met bewezen resultaten als senior leidinggevende in de 3 sectoren van private, publieke en overheidsdiensten

Belangrijkste externe benoemingen
* Lid van de Raad van Bestuur van Aitia
* Lid van de Raad van Bestuur van BC Platforms (privaat)
* Lid van de Raad van Bestuur van Upfront Health (privaat)

Mandaten van bestuursleden in beursgenoteerde ondernemingen zijn gemarkeerd met een *


33 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Susan Gasser

Onafhankelijk bestuurder

Nationaliteit: Zwitsers
geb. 1955
UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2021. Einde termijn in 2025.

Ervaring:
* Directeur van het Friedrich Miescher Institute for Biomedical Research, deel van de Novartis Research Foundation (2004 - 2019)
* Raad van Bestuur van het Genomics Institute van de Novartis Foundation (2014 - 2018)
* Hoogleraarschappen (2001-heden)
* Nestlé Nutrition Council (internationale wetenschappelijke Raad) (2008 - 2018)

Belangrijkste externe benoemingen
* Directeur van de ISREC Foundation
* Lid Swiss Wissenschaftsrat (Zwitserse Wetenschapsraad, SSC)
* Lid ETH Board (Raad van Bestuur van het ETH Domain)
* Voorzitter van de Strategische Raad van het Helmholtz Society Health Program
* Wetenschappelijk adviseur, VI Partners AG*

Maëlys Castella

Onafhankelijk bestuurder

Nationaliteit: Frans
geb. 1966
UCB Bestuursmandaat: Lid van de Raad van Bestuur sinds 2023. Einde termijn in 2027.

Ervaring: Meer dan 30 jaar ervaring als senior executive in financiën, strategie en marketing voor industriële B2B- en B2C-bedrijven (Akzonobel, Air Liquide, Total). Gecertificeerd uitvoerend coach.

Belangrijkste externe benoemingen
* Bestuurslid en voorzitter van het auditcomité van BIC*
* Lid van de Raad van Bestuur en voorzitter van het auditcomité van C&A
* Directeur van Aminona Consulting

Kay Davies

Onafhankelijk bestuurder
Voorzitter van het Wetenschappelijk Comité
Lid van het Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité

Nationaliteit: Brits
geb. 1951
UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2014. Einde termijn in 2026.

Ervaring: Meer dan 20 jaar in wetenschappelijk onderzoek aan de universiteit van Oxford.

Belangrijkste externe benoemingen
* Lid van de Raad van Bestuur van Oxford Biomedica*
* Lid van de wetenschappelijke adviesraad van Sarepta Therapeutics
* Niet-uitvoerende bestuurder van Thomas White Limited

Albrecht De Graeve

Bestuurder

Nationaliteit: Belgisch
geb. 1955
UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2010. Einde termijn in 2025.

Ervaring: Meer dan 30 jaar wereldwijd actief in verschillende industriële sectoren (Alcatel, VRT, Bekaert, Telenet en Sibelco)

Belangrijkste externe benoemingen
* Voorzitter van de Raad van Bestuur van Sibelco NV
* Onafhankelijk bestuurder van Bank Nagelmackers
* Onafhankelijk voorzitter van het Welvaartsfonds NV

Mandaten van bestuursleden in beursgenoteerde ondernemingen zijn gemarkeerd met een *


Raad van Bestuur UCB | Onze doelstelling en strategie 34

Charles-Antoine Janssen

Bestuurder
Lid van het Auditcomité

Nationaliteit: Belgisch
geb. 1971
UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2012. Einde termijn in 2024.

Ervaring: Meer dan 20 jaar operationele ervaring, met inbegrip van UCB waar hij verschillende leidinggevende posities bekleedde. Vandaag de dag beheert hij private-equity-activiteiten en impactfondsen.

Belangrijkste externe benoemingen
* Lid van de Raad van Bestuur van Financière de Tubize SA*
* Managing partner van HealthQuad
* Managing Partner van Kois SA
* Partner van Kois-gerelateerde fondsen
* Partner van Impact Expansion
* Bestuurslid van private ondernemingen en impact investment-activiteiten

Pierre Gurdjian

Onafhankelijk bestuurder
Lid van het Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité

Nationaliteit: Belgisch
geb. 1961
UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2016. Einde termijn in 2024.

Ervaring:
* Senior Partner bij McKinsey and Co. waar hij bijna drie decennia actief was en senior professional op het gebied van filantropie en onderwijs.
* Voorzitter van de Raad van Bestuur van de Université Libre de Bruxelles (2016 - 2023)

Belangrijkste externe benoemingen
* Lid van de Raad van Bestuur van Lhoist
* Voorzitter van de Raad van Bestuur van Solvay*

Cyril Janssen

Bestuurder

Nationaliteit: Belgisch
geb. 1971
UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2015. Einde termijn in 2027.

Ervaring: Met meer dan 20 jaar ervaring als onafhankelijk adviseur heeft Cyril mandaten bekleed in zowel de audiovisuele als niet-gouvernementele sector. Als sterke pleitbezorger voor het welzijn van kinderen lag de focus van Cyril de afgelopen 10 jaar op investeren in initiatieven met een sterke maatschappelijke impact en die gericht zijn op het gemakkelijker maken van het leven voor gezinnen.

Belangrijkste externe benoemingen
* Lid van de Raad van Bestuur van Financière de Tubize SA*
* Lid van de Raad van Bestuur van FEJ SRL

Cédric van Rijckevorsel

Bestuurder

Nationaliteit: Belgisch
geb. 1970
UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2014. Einde termijn in 2026.

Ervaring: Meer dan 20 jaar in de bancaire en financiële sector, hoofdzakelijk bij IDS Capital. In die jaren heeft hij specifiek een wereldwijd netwerk opgebouwd van private-equityinvesteerders en belangrijke opinieleiders in digitalisering, gezondheids-technologie, Smart-City-technologieën, blockchain en klimaatgerelateerde technologieën.

Belangrijkste externe benoemingen
* Lid van de Raad van Bestuur van Financière de Tubize SA*
* Lid van de Raad van Bestuur van Barnfin SA
* Directeur en oprichter van IDS Capital (Zwitserland en het VK)
* Onafhankelijk bestuurder van Apricus Finance (Zwitserland)

Ulf Wiinberg

Onafhankelijk bestuurder

Nationaliteit: Deens/Zweeds
geb. 1958
UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2016. Einde termijn in 2024.

Ervaring: Bijna 20 jaar in hogere leidinggevende functies in farmaceutische ondernemingen en in gezondheidszorg-organisaties.

Belangrijkste externe benoemingen
* Lid van de Raad van Bestuur van Alfa Laval AB
* Lid van de Raad van Bestuur van Agenus Inc

* Lid van de Raad van Bestuur van Mink Therapeutics*
* CEO van X-Vax Therapeutics Inc.

Mandaten van bestuursleden in beursgenoteerde ondernemingen zijn gemarkeerd met een *


35 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Uitvoerend Comité

Op 31 december 2023 was het Uitvoerend Comité van UCB als volgt samengesteld:

Jean-Christophe Tellier

Uitvoerend bestuurder en CEO

Nationaliteit: Frans
geb. 1959
Kwam in 2011 bij UCB. In 2015 benoemd tot CEO.

Ervaring: Meer dan 30 jaar in de farmaceutische sector, bij Ipsen en Novartis, waar hij verschillende leidinggevende functies bekleedde in verschillende delen van de wereld.

Belangrijkste externe benoemingen
* Lid van BCR (Biopharmaceutical CEOs Roundtable)
* Lid van het bestuur van de European Federation of Pharmaceutical Associations (EFPIA)
* Bestuurslid van PhRMA (Pharmaceutical Research and Manufacturers of America)
* Lid van de Raad van Toezicht van Servier

Emmanuel Caeymaex

Executive Vice President Immunology Solutions & Head of U.S.

Nationaliteit: Belgisch
geb. 1969
Kwam in 1994 bij UCB. Benoemd in 2015.

Ervaring: Meer dan 25 jaar brede ervaring in biofarmaceutische commercialisering, ontwikkeling en algemeen management, wereldwijd.

Geen externe benoemingen

Sandrine Dufour

Executive Vice President Chief Financial Officer

Nationaliteit: Frans
geb. 1966
Kwam in 2020 bij UCB. Benoemd in 2020.

Ervaring: Meer dan 25 jaar ervaring op het gebied van financiën, fusies en overnames, strategie en digitale transformatie in de telecom- en mediasector met leidinggevende posities bij Vivendi, SFR en Proximus.

Belangrijkste externe benoemingen
* Lid van de Raad van Bestuur van WPP*

Jean-Luc Fleurial

Executive Vice President Chief Human Resources Officer

Nationaliteit: Frans
geb. 1965
Kwam in 2017 bij UCB. Benoemd in 2017.

Ervaring: Meer dan 20 jaar ervaring in het ontwikkelen en implementeren van talentstrategieën in verschillende regio's en bedrijven, voornamelijk bij Procter & Gamble en Bristol Myers Squibb.

Geen externe benoemingen

Mandaten van leden van het Uitvoerend Comité in beursgenoteerde ondernemingen zijn gemarkeerd met een *


UCB | Onze doelstelling en strategie 36

Iris Löw-Friedrich

Executive Vice President & Chief Medical Officer

Nationaliteit: Duits
geb. 1960
Kwam in 2006 bij UCB. Benoemd in 2008.Ervaring: Arts, gecertificeerd in interne geneeskunde, met meer dan 20 jaar ervaring in de ontwikkeling van geneesmiddelen.

Belangrijkste externe benoemingen
* Voorzitter van de Raad van Toezicht van Evotec SE
* Lid van de Strategische Adviesraad van Helmholtz Health Association
* Lid van de Raad van Toezicht van Fresenius SE & Co. KGaA

* Lid van de Raad van Bestuur van TransCelerate
* Bestuurslid van de PhRMA Foundation
* Lid van het bestuur van MAPS (Medical Affairs Professional Society)

Kirsten Lund- Jurgensen
Executive Vice President, Supply & Technology Solutions
Nationaliteit: Duits
geb. 1959
Kwam in 2019 bij UCB. Benoemd in 2019.

Ervaring: Apotheker, met meer dan 35 jaar ervaring in de productie en bevoorrading van biofarmaceutische producten, met leidinggevende functies bij SmithKline Beecham in Duitsland, Australië en de VS, en senior leidinggevende functies bij Pfizer in de VS.

Geen externe benoemingen

Dhaval Patel
Executive Vice President & Chief Scientific Officer
Nationaliteit: Amerikaans
geb. 1961
Kwam in 2017 bij UCB. Benoemd in 2017

Ervaring: Meer dan 30 jaar ervaring in O&O en in immunologie, meer in het bijzonder bij Novartis en in de academische wereld bij het Duke University Medical Center en de Universiteit van North Carolina

Belangrijkste externe benoemingen
* Voorzitter van de Raad van Bestuur van Mimetas
* Lid van de Raad van Bestuur van Anokion
* Lid van de raad van bestuur van Priothera
* Lid van de Raad van Bestuur van Quell Therapeutics
* Klinisch professor geneeskunde aan de Universiteit van North Carolina

Denelle J. Waynick Johnson
Executive Vice President & General Counsel
Nationaliteit: Amerikaans
geb. 1967
Kwam in 2023 bij UCB. Benoemd in 2023.

Ervaring: Meer dan 30 jaar ervaring, waarvan 20 jaar in de gezondheidszorg, waaronder leidinggevende functies bij UCB, MyoKardia en Saniona. Bekleedde eerdere leidinggevende functies bij UCB waaronder Vice President, Legal Affairs (VS), U.S. General Counsel & Head, Global Enterprise Risk Management.

Geen externe benoemingen

Mandaten van leden van het Uitvoerend Comité in beursgenoteerde ondernemingen zijn gemarkeerd met een *

37 Geïntegreerd jaarverslag 2023
Onze prestaties
Duurzaam ondernemen voor een beter leven
UCB 38 39
Geïntegreerd jaarverslag 2023
Onze prestaties

2021 2022 2023
Financiële prestaties
Duurzame groei
Omzet (€ miljoen) 5 777 5 517 5 252
Aangepaste EBITDA/omzetratio 28% 22,8% 25,7%
O&O kosten/omzetratio 28% 30% 31%
Extra-financiële prestaties
Waarde voor patiënten
# Moleculen in klinische ontwikkeling¹ 7 9 10
Access Coverage Performance Index² N.v.t. 55% 68%
Time to Access Index N.v.t. 41% 50%
Waarde voor medewerkers
Gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindex 81,9% 80,4% 81,5%
Diversiteit, gelijkheid en inclusie
% Vrouw/man [directieniveau] 37%/63% 38%/62% 38%/62%
Inclusie-index³ N.v.t. 71% 70,3%
Waarde voor de planeet
Absolute vermindering van CO₂-uitstoot voor activiteiten waarover we direct controle hebben⁴ -62% -58% -55%
% leveranciers (naar CO₂-uitstoot) die zich hebben gecommitteerd aan wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen 21% 30% 59%
Absolute vermindering van wateronttrekking⁵ -29% -35% -41%

¹ Dit aantal omvat middelen die tot fase 1 en verder zijn gevorderd. Gevoelige informatie wordt niet openbaar gemaakt, omdat het de innovatieresultaten zijn.
² Zoals gepubliceerd in het geïntegreerd jaarverslag 2022, werd eind 2022 een nieuwe uitgangswaarde voor de Access Coverage Performance Index vastgesteld om extra landen en extra producten (FINTEPLA ®, RYSTIGGO ® and ZILBRYSQ ® ) op te nemen. Alle indicaties waarvan het octrooi in 2023 afliep, werden eveneens uit de uitgangswaarde verwijderd. De uitgangswaarde om de resultaten van 2023 te vergelijken is derhalve 55% vergoeding voor patiënten.
³ Het resultaat van de inclusie-index voor 2022 is aangepast van 70,7% naar 71% als gevolg van wijzigingen in het systeem, dat nu betere samenvoegingen geeft van de resultaten van de wereldwijde personeelsenquête.
⁴ De CO₂e-emissies die UCB rechtstreeks controleert, zijn Scope 1, 2 en 3 emissies (uitgezonderd de emissies van ingekochte goederen en diensten), vergeleken met onze uitgangswaarde van 2015 in absolute cijfers.
⁵ Vermindering van wateronttrekking vergeleken met de uitgangswaarde 2015.

De financiële en extra-financiële gegevens worden gerapporteerd voor de periode 1 januari – 31 december 2023. In het geval van de gegevens over de toegang tot geneesmiddelen loopt de rapportageperiode van 1 oktober 2022 tot 30 september 2023. Financiële gegevens worden halfjaarlijks gerapporteerd en extra-financiële gegevens worden jaarlijks gerapporteerd. Dit geïntegreerd jaarverslag is gepubliceerd op 22 februari 2023.

Ons bedrijfssucces wordt geschraagd door onze holistische aanpak die op lange termijn bekijkt hoe UCB een positieve impact kan hebben op mensen die leven met ernstige ziekten, onze collega’s en gemeenschappen, onze aandeelhouders en onze planeet.

UCB | Onze prestaties 40

1.1 Kerncijfers

¹ Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de bedrijfsprestaties niet gelijk is aan de weergegeven som.
² CW: constante wisselkoersen zonder afdekkingen.

Actueel Verschil
€ miljoen 2023 2022 Actuele wisselkoersen
Opbrengsten 5 252 5 517 -5%
Netto-omzet 4 867 5 140 -5%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 77 85 -9%
Overige opbrengsten 308 292 5%
Aangepaste brutowinst 4 033 4 239 -5%
Brutowinst 3 545 3 843 -8%
Marketing- en verkoopkosten -1 594 -1 489 7%
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -1 630 -1 670 -2%
Algemene en administratiekosten - 230 - 225 2%
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 566 216 >100%
Aangepaste EBIT 657 675 -3%
Bijzondere waardevermindering, reorganisatiekosten en overige baten/-lasten (-) - 53 - 90 -41%
EBIT (operationele winst) 604 585 3%
Netto financiële kosten - 163 - 74 >100%
Winst vóór belastingen 441 511 -14%
Winstbelastingen - 98 - 91 8%
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 343 420 -18%
Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 - 2 -100%
Winst 343 418 -18%
Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 343 418 -18%
Aangepaste EBITDA¹ 1 349 1 260 7%
Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) 316 371 -15%
Netto financiële schuld (-) - 2 177 - 2 000 9%
Kasstroom uit voortgezette operationele activiteiten 761 1 119 -32%
Gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd (miljoen) 190 190 0%
WPA (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet- verwaterd) 1,81 2,20 -18%
Kern-WPA (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd) 4,20 4,37 -4%

41 Geïntegreerd jaarverslag 2023

In 2023 bedroegen de opbrengsten € 5 252 miljoen, een daling met -5% (-6% bij constante wisselkoersen (CW)). De netto-omzet bedroeg € 4 867 miljoen, een daling met -5% (-6% CW). De netto-omzet vóór “aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet” – die de door UCB gerealiseerde kasstroomafdekkingsactiviteiten weerspiegelt – daalde met -9% (-6% CW). Dit is het gevolg van de aanhoudende groei van de productportfolio van UCB – BRIVIACT ®, NAYZILAM ® en FINTEPLA ® vertoonden namelijk een groei met dubbele cijfers. CIMZIA ® is het grootste geneesmiddel in de portfolio, met stabiele prestaties en een stijging bij constante wisselkoersen. EVENITY ® en het onlangs gelanceerde BIMZELX ® hebben de netto-omzet meer dan verdubbeld. Deze prestatie werd overgecompenseerd door de bekende gevolgen van het verlies van exclusiviteit voor VIMPAT ® in de VS en Europa en voor E KEPPRA ® in Japan. Royaltyinkomsten en -vergoedingen bedroegen € 77 miljoen, overige opbrengsten bedroegen € 308 miljoen. De aangepaste EBITDA is gestegen naar € 1 349 miljoen (7%; -1% CW), ondanks lagere opbrengsten door generieke erosie, hoge bedrijfskosten – als gevolg van de investeringen in de toekomstige groei van UCB, namelijk in productlanceringen – en gecompenseerd door hoge overige bedrijfsbaten. De aangepaste EBITDA-ratio voor 2023 (als percentage van de opbrengsten) bedroeg 25,7%, tegenover 22,8% in 2022. De winst bedroeg € 343 miljoen tegenover € 418 miljoen, een daling met -18% (-34% CW). De kernwinst per aandeel bedroeg € 4,20 na € 4,37 in 2022 op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van 190 miljoen.

Aangepaste EBITDA € 1 349 miljoen
Opbrengsten € 5 252 miljoen
Netto-omzet € 4 867 miljoen
Winst € 343 miljoen

UCB | Onze prestaties 42

Dit overzicht van de bedrijfsprestaties is gebaseerd op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingsgroep UCB, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen. De afzonderlijke statutaire jaarrekening van UCB NV, opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen, evenals het verslag van de Raad van bestuur aan de Algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris, zullen binnen de statutaire termijnen neergelegd worden bij de Nationale Bank van België en zijn verkrijgbaar op aanvraag of via onze website.

Wijziging van de reikwijdte: Als gevolg van de afstoting van niet-biofarmaceutische activiteiten in het verleden rapporteert UCB de resultaten van die activiteiten als onderdeel van de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.

De aangepaste brutowinst is de brutowinst zonder de afschrijving van immateriële activa gerelateerd aan de omzet.

Reorganisatiekosten, bijzondere waardevermindering en overige baten/lasten (-): Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven (posten “reorganisatiekosten, bijzondere waardevermindering en overige baten/lasten”).

Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst), wordt ook de “aangepaste EBIT” (onderliggende operationele winst) opgenomen, die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de onderneming weerspiegelt.# De aangepaste EBIT is gelijk aan de regel “operationele winst vóór bijzondere waardeverminderingen van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten” die opgenomen is in de geconsolideerde jaarrekening. Aangepaste EBITDA (bedrijfsresultaat voor interesten, belastingen en afschrijvingen) is de operationele winst gecorrigeerd voor amortisatie, afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten en lasten. Kern-WPA is de kern-winst, of de winst toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB, aangepast voor de impact na belasting van reorganisatiekosten, bijzondere waardeverminderingen, overige baten en lasten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van beëindigde bedrijfsactiviteiten, en de netto afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet, per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.

1.2 Belangrijke gebeurtenissen

Macro-economisch

UCB is actief in en wordt beïnvloed door wereldwijde of regionale macro-economische en politieke omgevingen, waaronder de oorlog tegen Oekraïne, alsook de mogelijke gevolgen van grote hervormingen in de gezondheidszorg. In 2023 zijn de rentevoeten snel gestegen en is de inflatie verder toegenomen. Net zoals talloze andere bedrijven ervaart UCB de impact van de toenemende rentevoeten en inflatie in verschillende aspecten van haar activiteit, waaronder stijgende kosten voor grondstoffen en lonen. Dankzij een sterke kostendiscipline kon UCB deze effecten in 2023 verzachten.

Oorlog tegen Oekraïne

UCB laat zich leiden door haar doel om waarde te creëren voor patiënten, nu en in de toekomst, en door haar focus op het bijdragen aan een meer inclusieve en duurzame wereld. Daarom is UCB gedreven om de impact van deze oorlog op haar werknemers, patiënten en hun respectieve gemeenschappen te beperken. Lees de volledige verklaring over het standpunt van UCB op www.ucb.com/UCBs-response- to-the-conflict-in-Ukraine . Voor de huidi ge impact op de resultaten, financiële toestand en kasstromen verwijzen wij naar Toelichting 2 . 1 van dit financieel verslag.

Conflicten in het Midden-Oosten

Het Israëlisch-Palestijns conflict is zeer verontrustend. Wij leven mee met iedereen die dierbaren heeft verloren, gewond is geraakt of getroffen is door deze golf van geweld in de regio.

Important agreements/initiatives

In januari 2023 verkocht UCB een portfolio van gevestigde merken van vijf in Europa gecommercialiseerde op voorschrift verkrijgbare geneesmiddelen. De portfolio bestaat uit farmaceutische producten in verschillende therapeutische categorieën die geen deel uitmaken van de kernactiviteiten. Deze verkoop heeft € 145 miljoen opgebracht.

In februari 2023 is FINTEPLA ® ( fenfluramine ) orale oplossing, naast de indicatie voor het syndroom van Dravet, goedgekeurd in de Europese Unie (EU) voor de behandeling van aanvallen die gepaard gaan met het syndroom van Lennox-Gastaut (LGS) als aanvullende therapie bij andere anti-epileptica voor patiënten van twee jaar en ouder. Deze goedkeuring en de handhaving van de erkenning van FINTEPLA ® als weesgeneesmiddel heeft geleid tot de betaling aan de aandeelhouders van het "Voorwaardelijk Waarderecht" (VWR; $ 2 per aandeel Zogenix, Inc. (bruto)), zoals overeengekomen bij de overname van Zogenix, Inc.

Eind 2023 beëindigde UCB haar copromotieovereenkomst in de VS voor CIMZIA ® met Ferring Pharmaceuticals die in 2020 werd aangegaan voor de indicatie ziekte van Crohn. UCB blijft CIMZIA ® bevorderen voor de ziekte van Crohn door middel van omnichannel- en interne ondersteuning 1 . BRIVIACT®, NAYZILAM® en FINTEPLA® lieten dubbele groeicijfers zien. CIMZIA® is het grootste geneesmiddel in de portfolio, met stabiele prestaties en een constante stijging.

1 CIMZIA ® is niet goedgekeurd voor de behandeling van de ziekte van Crohn in de EU.

43 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Update over regelgeving en vooruitgang van de pijplijn

In 2023 ontvingen we 14 belangrijke reglementaire goedkeuringen voor UCB-geneesmiddelen en startten we meer dan 6 reglementaire aanvragen in de belangrijkste regio's van de VS, de EU en Japan. De update van de tijdlijn voor de klinische ontwikkelings- programma's van UCB, met daarbij updates over regelgeving en vooruitgang van de pijplijn vanaf 1 januari 2023 tot de publicatiedatum van dit verslag, wordt hieronder weergegeven.

UCB | Onze prestaties

44 Geïntegreerd jaarverslag 2023

45

In februari 2023 kondigde UCB de Europese markttoelating aan voor FINTEPLA ® ( fenfluramine ) bij het syndroom van Lennox- Gastaut (LGS). Daarnaast heeft de Europese Commissie ook de aanbeveling van het Comité voor weesgeneesmiddelen (COMP) van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) overgenomen om de erkenning als weesgeneesmiddel voor FINTEPLA ® te handhaven.

In juni 2023 heeft de Amerikaanse FDA in een Priority Review toestemming verleend voor het commercialiseren van RYSTIGGO ® ( rozanolixizumab-noli ) voor de behandeling van volwassen patiënten met gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG). Rozanolixizumab-noli injectie voor subcutane infusie is een gehumaniseerd IgG4 monoklonaal antilichaam gericht tegen de neonatale Fc-receptor (FcRn) voor de behandeling van volwassenen met gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) die anti-acetylcholinereceptor-(AChR) of anti-spierspecifieke tyrosinekinase(MuSK)-antilichaampositief zijn 1 .

In juni 2023 heeft de Europese Commissie een toestemming verleend voor het commercialiseren van BIMZELX ® ( bimekizumab ) voor de behandeling van volwassen patiënten met actieve psoriatische artritis (PsA), volwassenen met actieve axiale spondyloartritis (axSpA) en volwassenen met actieve niet-radiografische axiale spondyloartritis (n-rAxSpA) 2 . Dit volgt op een positief advies van het Comité voor geneesmiddelen voor humaan gebruik (CHMP) voor bimekizumab voor deze indicaties vanaf april 2023.

In juni 2023 is FINTEPLA ® bovendien ingediend bij de Pharmaceuticals and Medical Devices Agency (PMDA) in Japan voor de behandeling van patiënten met het syndroom van Lennox-Gastaut (LGS), nadat de erkenning als weesgeneesmiddel werd verleend in mei 2023.

In juni 2023 is E KEPPRA ® ( levetiracetam ) ook goedgekeurd in Japan voor de behandeling van partieel beginnende epilepsieaanvallen bij jonge patiënten (1 maand -< 4 jaar).

In juli 2023 heeft het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) de aanvraag voor een toestemming voor het commercialiseren van bimekizumab ter beoordeling aanvaard voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige hidradenitis suppurativa (HS) 3 , een chronische, terugkerende en invaliderende huidziekte met een grote onvervulde medische behoefte 4 .

In juli 2023 heeft UCB de aanvraag voor een toestemming voor het commercialiseren van het epilepsiegeneesmiddel BRIVIACT ® ( brivaracetam ) ingediend bij de PMDA in Japan. Deze aanvraag is voor de behandeling van partieel beginnende aanvallen (POS) met of zonder secundaire generalisatie bij volwassen patiënten (≥16 jaar) als monotherapie en adjuvante therapie.

In september 2023 kondigde UCB de goedkeuring van RYSTIGGO ® ( rozanolixizumab ) en ZILBRYSQ ® ( zilucoplan ) aan voor de behandeling van volwassen patiënten met gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) in Japan. RYSTIGGO ® is geïndiceerd voor patiënten die onvoldoende reageren op corticosteroïden of niet-corticosteroïde immunosuppressiva, terwijl ZILBRYSQ ® geïndiceerd is voor patiënten die onvoldoende reageren op steroïden of andere immunosuppressiva. In februari 2023 heeft de PMDA in Japan de aanvraag voor rozanolixizumab met prioriteit ter beoordeling aanvaard.

In oktober 2023 kondigde UCB aan dat de Amerikaanse FDA ZILBRYSQ ® ( zilucoplan ) heeft goedgekeurd voor de behandeling van volwassenen met gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) die anti-acetylcholinereceptorantilichaampositief (anti-AChRAb+) zijn. ZILBRYSQ ® is de eerste eenmaal daagse subcutane, gerichte C5-complementremmer voor gMG. Het is de eerste eenmaal daagse, zelf toe te dienen op gMG gerichte therapie.

In oktober 2023 heeft de Amerikaanse FDA BIMZELX ® ( bimekizumab-bkzx ), de eerste en enige IL-17A- en IL-17F- remmer, goedgekeurd voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige plaque psoriasis die in aanmerking komen voor systemische therapie of fototherapie.

In november 2023 heeft UCB bimekizumab ingediend bij de PMDA in Japan voor de behandeling van hidradenitis suppurativa (HS), een chronische, pijnlijke en invaliderende huidziekte.

In december 2023 is ZILBRYSQ ® ( zilucoplan ) goedgekeurd in de Europese Unie voor de behandeling van volwassenen met gMG die anti-AChRAb+ zijn. In september 2023 heeft UCB een positief advies van het CHMP ontvangen voor zilucoplan voor de behandeling van volwassenen met gMG in Europa.

In december 2023 is BIMZELX ® goedgekeurd in Japan voor de behandeling van volwassen patiënten met actieve psoriatische artritis (PsA), volwassen patiënten met actieve ankyloserende spondylitis (AS) en volwassen patiënten met actieve niet- radiografische axiale spondyloartritis (nr-axSpA). In januari 2023 heeft de PMDA in Japan de aanvraag voor BIMZELX ® voor deze indicaties ter beoordeling aanvaard.

Update over regelgeving

1 UCB announces U.S. FDA approval of RYSTIGGO® ( rozanolixizumab-noli ) for the treatment of adults with generalized myasthenia gravis. Beschikbaar op: https://www.ucb.com/stories- media/Press-Releases/article/UCB-announces-US-FDA-approval-of-RYSTIGGOR-rozanolixizumab-noli-for-the-treatment-of-adults-with-generalized-myasthenia-gravis. Laatst geopend: februari 2024.
2 UCB Receives New European Commission Approvals for BIMZELX® ( bimekizumab ) for the Treatment of Psoriatic Arthritis and Axial Spondyloarthritis. Beschikbaar op: https://www. ucb.com/stories-media/Press-Releases/article/UCB-Receives-New-European-Commission-Approvals-for-BIMZELXRVbimekizumab-for-the-Treatment-of-Psoriatic-Arthritis-and-Axial- Spondyloarthritis. Laatst geopend: februari 2024.# UCB | Onze prestaties

3 bimekizumab is door geen enkele regelgevende instantie ter wereld goedgekeurd voor de behandeling van hidradenitis suppurativa. 4 UCB Announces EU Regulatory Filing for Bimekizumab for the Treatment of Moderate to Severe Hidradenitis Suppurativa. Beschikbaar op: https://www.ucb.com/stories-media/Press- Releases/article/UCB-Announces-EU-Regulatory-Filing-for-Bimekizumab-for-the-Treatment-of-Moderate-to-Severe-Hidradenitis-Suppurativa. Laatst geopend: februari 2024.

UCB | Onze prestaties 46

5 In samenwerking met Biogen
6 In samenwerking met Roche/Genentech
7 In samenwerking met Novartis

In het begin van januari 2024 is RYSTIGGO ® (rozanolixizumab) goedgekeurd in de Europese Unie voor de behandeling van volwassenen met gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) die anti-acetylcholinereceptor- (AChR) of anti-spierspecifieke tyrosinekinase(MuSK)-antilichaampositief zijn. In november 2023 heeft UCB een positief advies van het CHMP ontvangen voor rozanolixizumab voor de behandeling van volwassenen met gegeneraliseerde myasthenia gravis in Europa.

In februari 2024 kondigde UCB aan dat de Amerikaanse FDA de aanvullende aanvragen van de biologische licentie (sBLA) waarbij goedkeuring wordt gevraagd voor BIMZELX ® (bimekizumab-bkzx) voor drie nieuwe indicaties voor spondyloartritis heeft aanvaard: psoriatische artritis (PsA), niet-radiografische axiale spondyloartritis (nr-axSpA) en ankyloserende spondylitis (AS). De vierde sBLA voor hidradenitis suppurativa (HS) is ook ingediend bij de FDA. UCB verwacht actie en potentiële goedkeuring van de FDA voor alle indicaties vóór eind 2024.

De update van de tijdlijn voor het klinisch ontwikkelings- programma van UCB, met daarbij updates over regelgeving en vooruitgang van de pijplijn vanaf 1 januari 2023 tot de publicatiedatum van dit verslag wordt hierboven weergegeven.

47 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Vooruitgang in de pijplijn

In maart 2023 publiceerde UCB resultaten van twee fase 3-studies, BE HEARD I en BE HEARD II, die de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab 1 evalueren bij volwassenen met matige tot ernstige hidradenitis suppurativa (HS) 2 . HS is een chronische, terugkerende, pijnlijke en invaliderende inflammatoire huidziekte. Bij HS-patiënten treden opflakkeringen van de ziekte en hevige pijn op, die een grote invloed kunnen hebben op de levenskwaliteit. De twee fase 3-studies voldeden aan hun primaire en belangrijke secundaire eindpunten met statistische significantie en consistente klinische relevantie. De positieve resultaten van deze twee studies vormen de basis voor de indiening van wereldwijde regelgevende licentieaanvragen voor bimekizumab bij hidradenitis suppurativa, die gestart zijn in het derde kwartaal van 2023 3 .

In november 2023 werden de eerste patiënten opgenomen in een fase 2a-studie met UCB0022. UCB0022 is ontworpen om de potentie van endogene dopamine te versterken 'waar en wanneer nodig'. UCB0022 is een oraal beschikbare, hersenpenetrerende, kleine molecule die werkt als een positieve allosterische modulator van de dopamine-1-receptor. UCB0022 zou als symptomatische behandeling een aanzienlijke, positieve impact kunnen hebben op de levenskwaliteit van mensen met symptomen van Parkinson, ondanks een voldoende gedoseerde behandeling zonder vervelende bijwerkingen die het gevolg kunnen zijn van overstimulatie van de dopaminereceptor. De eerste resultaten worden verwacht in de eerste helft van 2025.

In de loop van 2023 hebben UCB9741 en UCB1381 succesvolle vooruitgang geboekt en zijn ze overgegaan naar de fase 2a-status. De eerste hoofdresultaten worden verwachten in de tweede helft van 2024.

Atopische dermatitis (AtD) is een veelvoorkomende inflammatoire huidaandoening die vaker voorkomt bij kinderen. Ondanks de ontwikkeling van de zorgstandaard blijven er onvervulde behoeften bestaan voor patiënten met matige tot ernstige AtD. Er wordt aangenomen dat meerdere immuunroutes de pathobiologie van AtD aandrijven, en bijgevolg ontwikkelt UCB twee antilichamen die gericht zijn op specifieke routes. Alle overige klinische ontwikkelingsprogramma’s verlopen zoals gepland.

1 bimekizumab is door geen enkele regelgevende instantie ter wereld goedgekeurd voor de behandeling van hidradenitis suppurativa.
2 Bimekizumab Phase 3 Data in Hidradenitis Suppurativa Show Clinically Meaningful, Deep and Maintained Response over 48 Weeks. Beschikbaar op: https://www.ucb.com/stories-media/ Press-Releases/article/Bimekizumab-Phase-3-Data-in-Hidradenitis-Suppurativa-Show-Clinically-Meaningful-Deep-and-Maintained-Response-over-48-Weeks. Laatst geopend: februari 2024.
3 UCB Announces EU Regulatory Filing for Bimekizumab for the Treatment of Moderate to Severe Hidradenitis Suppurativa. Beschikbaar op: https://www.ucb.com/stories-media/Press- Releases/article/UCB-Announces-EU-Regulatory-Filing-for-Bimekizumab-for-the-Treatment-of-Moderate-to-Severe-Hidradenitis-Suppurativa. Laatst geopend: februari 2024.

UCB | Onze prestaties 48

Bedrijfsvoering van UCB in 2023

1.3 Netto-omzet per product

Actueel € miljoen 2023 2022 Verschil Actuele wissel- koersen Verschil CW
Kernproducten
Immunologie 2 295 2 145 7% 10%
CIMZIA ® 2 087 2 085 0% 3%
BIMZELX ® 148 35 >100% >100%
EVENITY ® 60 25 >100% >100%
Neurologie 1 945 2 532 -23% -20%
KEPPRA ® (inclusief KEPPRA ® XR / E KEPPRA ®) 636 729 -13% -8%
BRIVIACT ® 576 485 19% 21%
VIMPAT ® 394 1 124 -65% -63%
FINTEPLA ® 226 116 94% 99%
NAYZILAM ® 94 78 21% 24%
RYSTIGGO ® 19 0 N/A N/A
Gevestigde merken 577 630 -8% -5%
NEUPRO ® 280 305 -8% -7%
ZYRTEC ® 87 85 2% 10%
XYZAL ® 57 57 0% 3%
Overige producten 153 183 -16% -12%
Netto-omzet vóór hedging 4 817 5 307 -9% -6%
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet 50 -167 N/A
Totale netto-omzet 4 867 5 140 -5% -6%

De totale netto-omzet in 2023 bedroeg € 4 867 miljoen, een daling met -5% ten opzichte van vorig jaar of -6% tegen constante wisselkoersen (CW). De netto-omzet vóór “aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet” daalde met -9% (-6% CW). De aangemerkte afdekkingen weerspiegelen de gerealiseerde transactionele afdekkingsactiviteiten van UCB. Deze netto-omzet in 2023 is het gevolg van de aanhoudende groei van de productportfolio van UCB – BRIVIACT ®, NAYZILAM ®, FINTEPLA ® vertoonden namelijk een groei met dubbele cijfers. CIMZIA ® is het grootste geneesmiddel in de portfolio, met stabiele prestaties en een stijging bij constante wisselkoersen. EVENITY ® en het onlangs gelanceerde BIMZELX ® hebben de netto-omzet meer dan verdubbeld. Deze prestatie werd overgecompenseerd door de bekende gevolgen van het verlies van exclusiviteit voor VIMPAT ® in de VS en Europa en voor E KEPPRA ® in Japan.

49 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Kernproducten

CIMZIA ® (certolizumab pegol) bereikte meer dan 180 000 mensen (+8%) met een inflammatoire TNF-gemedieerde ziekte en verhoogde de netto-omzet tot € 2 087 miljoen (+0%; +3% CW). In de VS vertoont CIMZIA ® een sterkere groei dan de anti-TNF-markt – gebaseerd op differentiatie. Zowel in Europa als op de internationale markten zet CIMZIA ® zijn groeitrend voort. De volumegroei van CIMZIA ® in de VS blijft robuust met een stijging van 5%. In Japan was de volumegroei eveneens positief, maar overgecompenseerd door de geregelde verplichte prijsverlaging.

KEPPRA ® (levetiracetam) bereikte meer dan 1,7 miljoen mensen met epilepsie en kende een netto-omzet van € 636 miljoen (-13%; -8% CW). Dit werd gedreven door de generieke erosie voor E KEPPRA ® in Japan. In de VS en Europa weerspiegelen de prestaties de concurrentie van generieke geneesmiddelen, aangezien in deze regio’s het verlies van exclusiviteit meer dan 10 jaar geleden plaatsvond. De epilepsiegeneesmiddelen afkomstig van UCB worden vandaag gebruikt door ongeveer 40% van de epilepsiepatiënten in de VS en Europa en bijna 30% van de patiënten in Japan.

BRIVIACT ® (brivaracetam) werd gebruikt door meer dan 190 000 mensen (+23%) met epilepsie, waardoor de netto- omzet steeg tot € 576 miljoen, een toename van19% (+21% CW). Dit wordt gedreven door een aanhoudende groei met dubbele cijfers in alle regio’s waar BRIVIACT ® beschikbaar is voor patiënten. BRIVIACT ® wordt momenteel beoordeeld door de regelgevende instanties in Japan. BRIVIACT ® heeft een andere werkingswijze dan VIMPAT ® en onderscheidt zich van KEPPRA ® .

VIMPAT ® (lacosamide) werd gebruikt door meer dan 500 000 mensen (-27%) met epilepsie en ondervindt sinds 2022 concurrentie van generieke geneesmiddelen in de VS (maart) en in Europa (september) als gevolg van het verlies van exclusiviteit in deze twee regio’s. In Japan laat de netto-omzet een aanhoudende groei zien. Al met al daalde de netto-omzet tot € 394 miljoen (-65%; -63% CW).

FINTEPLA ® (fenfluramine) bereikte meer dan 3 000 patiënten en hun families die leven met aanvallen geassocieerd met zeldzame epileptische syndromen (het syndroom van Dravet en het syndroom van Lennox-Gastaut) eind 2023. De netto- omzet bedroeg € 226 miljoen (94%, 99% CW). FINTEPLA ® werd toegevoegd aan de productportfolio van UCB in maart 2022.

BIMZELX ® (bimekizumab) is beschikbaar voor mensen met psoriasis in meer dan 40 landen, waaronder de VS sinds halverwege november 2023. Bovendien is het beschikbaar voor mensen met actieve psoriatische artritis (PsA), actieve ankyloserende spondylitis (AS) en actieve niet-radiografische axiale spondyloartritis (nr-axSpA) in Europa sinds mei 2023 en in Japan sinds december 2023. Meer dan 18 000 patiënten gebruikten het product eind 2023. De gerapporteerde netto- omzet bedroeg € 148 miljoen na € 35 miljoen in 2022.

NAYZILAM ® (midazolam) Nasal SprayCIV, de nasale reddingsbehandeling voor clusters van epilepsieaanvallen in de VS, bereikte meer dan 70 000 patiënten en een netto-omzet van € 94 miljoen na € 78 miljoen, een toename van 21% (+24% CW).

EVENITY ® (romosozumab) bereikte sinds de wereldwijde lancering ervan meer dan 600 000 (2022: 400 000) vrouwen met ernstige postmenopauzale osteoporose met een hoog risico op breuken.# UCB | Onze prestaties 50

Product

€ miljoen % in totaal
Immunologie
CIMZIA ® 2 087
BIMZELX ® 148
EVENITY ® 60
Neurologie
KEPPRA ® 636
BRIVIACT ® 576
VIMPAT ® 394
FINTEPLA ® 226
NAYZILAM ® 94
RYSTIGGO ® 19
Gevestigde merken 577
Netto-omzet vóór hedging 4 817

Gevestigde merken

De prestaties van de netto-omzet van gevestigde merken waren licht negatief (-8%, tot € 577 miljoen (-5% CW) als gevolg van de maturiteit van de portfolio en de verkoop van gevestigde merken in Europa in het begin van 2023. Gecorrigeerd voor deze verkoop bedroegen de prestaties van de portfolio van gevestigde merken -3%.

NEUPRO ® (rotigotine), de pleisters voor de ziekte van Parkinson en het rustelozebenensyndroom, gebruikt door meer dan 370 000 mensen, kende een stabiele netto-omzet van € 280 miljoen (-8%; -7% CW) in een concurrerende marktomgeving, ook onder invloed van generieke geneesmiddelen. Een ander belangrijk deel van de portfolio van gevestigde merken bestaat uit de allergieproducten van UCB, namelijk ZYRTEC ® (cetirizine , inclusief ZYRTEC ® -D / CIRRUS ® ) en XYZAL ® (levocetirizine) .

De aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet bedroegen € +50 miljoen na € -167 miljoen in 2022. Als onderdeel van haar valuta-afdekkingsstrategie heeft UCB de verwachte kasstromen in vreemde valuta voor 2023 gedurende 2022 afgedekt. Het afdekkingsresultaat vloeit hoofdzakelijk voort uit de waardestijging van de US$ (naast de Japanse yen, het Britse pond en de Zwitserse frank) en is opgenomen in de netto-omzet.

Geïntegreerd jaarverslag 2023

Actueel Verschil – actuele wisselkoersen Verschil – constante wisselkoersen (CW)
€ miljoen 2023 2022
Netto-omzet – VS 2 454 2 902
CIMZIA ® 1 364 1 381
BRIVIACT ® 445 380
FINTEPLA ® 201 107
KEPPRA ® 132 156
VIMPAT ® 96 706
NAYZILAM ® 94 78
RYSTIGGO ® 19 0
BIMZELX ® 9 0
Gevestigde merken 94 94
Netto-omzet – Europa 1 397 1 414
CIMZIA ® 428 416
KEPPRA ® 205 206
VIMPAT ® 140 272
BRIVIACT ® 110 88
BIMZELX ® 112 29
EVENITY ® 60 25
FINTEPLA ® 21 8
Gevestigde merken 321 370
Netto-omzet – Japan 269 324
E KEPPRA ® 97 149
VIMPAT ® 83 68
CIMZIA ® 39 51
BIMZELX ® 16 4
FINTEPLA ® 1 1
Gevestigde merken 33 51
Netto-omzet – internationale markten 697 667
CIMZIA ® 257 237
KEPPRA ® 202 217
VIMPAT ® 75 77
BRIVIACT ® 21 17
BIMZELX ® 12 2
FINTEPLA ® 3 1
Gevestigde merken 127 115
Netto-omzet vóór hedging 4 817 5 307
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet 50 - 167
Totale netto-omzet 4 867 5 140

1.4 Netto-omzet per geografisch gebied

De netto-omzet in de VS bedroeg € 2 454 miljoen (-15%; -13% CW). Dit weerspiegelt de verwachte daling van de netto-omzet van VIMPAT ® door de concurrentie van generieke geneesmiddelen sinds eind maart 2022. De netto-omzet van CIMZIA ® was stabiel, dankzij een volumegroei van 5%, wat duidt op betere prestaties dan de anti-TNF-markt. De door octrooien beschermde epilepsiefranchise, bestaande uit BRIVIACT ®, FINTEPLA ® en NAYZILAM ®, vertoonde een groei met dubbele cijfers. RYSTIGGO ® werd gelanceerd in juli 2023 en rapporteerde een netto-omzet van € 19 miljoen. BIMZELX ® werd halverwege november gelanceerd in de VS en heeft nu al een netto-omzet van € 9 miljoen bereikt.

De netto-omzet in Europa bedroeg € 1 397 miljoen (-1%; -1% CW) – dankzij de sterke groei van BRIVIACT ®, EVENITY ®, BIMZELX ® en FINTEPLA ® die de aanhoudende invloed van de concurrentie van generieke geneesmiddelen voor VIMPAT ® sinds september 2022 en de aanhoudende generieke erosie voor KEPPRA ® compenseert. De portfolio van gevestigde merken weerspiegelt de beginnende generieke erosie voor NEUPRO ® in Europa met een netto-omzet van € 145 miljoen (-11%) en de verkoop van gevestigde merken in januari 2023. De netto-omzet, gecorrigeerd voor deze verkoop, is gedaald met 1%.

De netto-omzet in Japan bedroeg € 269 miljoen na € 324 miljoen in 2022 (-17%; -9% CW). De daling weerspiegelt de geregelde verplichte prijsverlaging en de generieke erosie sinds begin januari 2022 voor E KEPPRA ® na het verlies van exclusiviteit. VIMPAT ® blijft een groei met dubbele cijfers

€ miljoen % in totaal
Japan 269
Internationale markten 697
Europa 1 397
VS 2 454
Netto-omzet vóór hedging 4 817

vertonen. Concurrentie van generieke geneesmiddelen wordt pas eind 2025 verwacht. Voor CIMZIA ® was de groei in volume positief maar deze werd meer dan gecompenseerd door de geregelde verplichte prijsverlaging. BIMZELX ® vertoont een aanzienlijke groei en FINTEPLA ® werd gelanceerd in de tweede helft van 2022 met partner Nippon Shinyaku, die de verkoop in de markt boekt.

De netto-omzet op de internationale markten bedroeg € 697 miljoen, met een sterke groeibijdrage van CIMZIA ®, BRIVIACT ® en BIMZELX ® (+5%; +14% CW). De netto-omzet in China, de grootste markt in deze regio, bedroeg € 143 miljoen (-10%; -3% CW).

De aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet bedroegen € 50 miljoen (€-167 miljoen in 2022) en weerspiegelen de gerealiseerde transactionele afdekkingsactiviteiten van UCB. Deze houden vooral verband met de Amerikaanse dollar, de Japanse yen, het Britse pond en de Zwitserse frank.

1.5 Royaltyinkomsten en -vergoedingen

Actueel Verschil
€ miljoen 2023 2022
Biotechnologische IE 55 56
Overige 23 29
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 77 85

In 2023 zijn de royaltyinkomsten en -vergoedingen gedaald tot € 77 miljoen na € 85 miljoen. De inkomsten uit biotechnologische IE kwamen van royalty’s van op de markt gebrachte producten die gebruik maken van de intellectuele eigendom van UCB op het gebied van antilichamen. Andere royalty’s betreffen het allergieproduct en de franchiseroyalty’s die Pfizer betaalt voor de overactieve blaas behandeling TOVIAZ ® ( fesoterodine ) die de concurrentie van generieke geneesmiddelen weerspiegelt.

53 Geïntegreerd jaarverslag 2023

1.6 Overige opbrengsten

Actueel Verschil
€ miljoen 2023 2022
Omzet uit contractproductie 119 103
Overige 189 189
Overige opbrengsten 308 292

1.7 Brutowinst

Actueel Verschil
€ miljoen 2023 2022
Opbrengsten 5 252 5 517
Netto-omzet 4 867 5 140
Royalty-inkomsten en -vergoedingen 77 85
Overige opbrengsten 308 292
Kostprijs van de omzet - 1 707 - 1 674
Kostprijs van de omzet voor producten en diensten - 1 115 - 1 067
Royaltylasten - 104 - 212
Aangepaste brutowinst 4 033 4 239
Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet - 488 - 396
Brutowinst 3 545 3 843

De overige opbrengsten stegen tot € 308 miljoen of met +5%. De omzet uit contractproductie is gestegen naar € 119 miljoen van € 103 miljoen door de verkoop van een productportfolio die heeft geleid tot een hogere activiteit voor contractproductie. De “overige” opbrengsten bleven stabiel op € 189 miljoen en omvatten partnerschapsactiviteiten in Japan (FINTEPLA ®, CIMZIA ® en een eenmalige mijlpaalbetaling van € 70 miljoen voor VIMPAT ® ), verdere mijlpaalbetalingen en overige betalingen van O&O-partners en licentiepartners, waaronder Biogen voor dapirolizumab pegol bij lupus (SLE), Roche voor bepranemab bij de ziekte van Alzheimer en Novartis voor de ontwikkeling van minzasolmin bij de ziekte van Parkinson.

In 2023 is de brutowinst vóór “afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet” € 4 033 miljoen (-5%; -6% CW) en in overeenstemming met de netto-omzet. De aangepaste brutomarge ten opzichte van 2022 was stabiel op 76,8%. De lagere royaltylasten werden gedeeltelijk gecompenseerd door een hogere kostprijs van de omzet uit contractproductie gerelateerd aan de verkoop van gevestigde merken.

De brutowinst na “afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet” bedroeg € 3 545 miljoen – een brutomarge van 67,5% na 69,7% in 2022 en is het gevolg van de toevoeging van afschrijvingen voor FINTEPLA ® . De afschrijvingen voor FINTEPLA ® werden eind 2023 herzien na een schikking in een octrooigeschil in de VS. UCB beschouwt het verlies van exclusiviteit in de VS nu voor het vierde kwartaal van 2033.

De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet:
• De kostprijs van de omzet voor producten en diensten steeg tot € 1 115 miljoen – als gevolg van de productmix en inflatiekosten.
• Royaltylasten daalden tot € 104 miljoen na € 212 miljoen als gevolg van het verstrijken van het octrooi voor VIMPAT ® in de VS en Europa wat heeft geleid tot lagere royaltylasten.# UCB | Onze prestaties 54

1.8 Aangepaste EBIT en aangepaste EBITDA

€ miljoen 2023 2022 Verschil Actueel Verschil CW
Opbrengsten 5 252 5 517 -5% -6%
Netto-omzet 4 867 5 140 -5% -6%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 77 85 -9% -7%
Overige opbrengsten 308 292 5% 6%
Aangepaste brutowinst 4 033 4 239 -5% -6%
Brutowinst 3 545 3 843 -8% -9%
Marketing- en verkoopkosten -1 594 -1 489 7% 10%
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -1 630 -1 670 -2% -1%
Algemene en administratiekosten -230 -225 2% 3%
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 566 216 >100% >100%
Totale bedrijfskosten -2 888 -3 168 -9% -7%
Aangepaste EBIT 657 675 -3% -15%
Plus: Afschrijvingen van immateriële activa 533 439 21% 24%
Plus: Afschrijvingen van materiële vaste activa 159 146 8% 9%
Aangepaste EBITDA 1 349 1 260 7% -1%

De bedrijfskosten, waaronder de marketing- en verkoopkosten, de kosten voor onderzoek en ontwikkeling, de algemene en administratiekosten en overige bedrijfsbaten/-lasten, daalden met 9% tot € 2.888 miljoen in vergelijking met € 3.168 miljoen in 2022, die uitgaven in verband met de toevoeging en integratie van Zogenix bevatten. Dit weerspiegelt de hogere marketing- en verkoopkosten, de lagere kosten voor onderzoek en ontwikkeling, de iets hogere algemene en administratiekosten en de overige bedrijfsbaten, die meer dan verdubbelden. De totale bedrijfskosten in verhouding tot de opbrengsten (bedrijfskostenratio) verbeterden tot 55% na 57% in 2022, bestaande uit:

  • 7% hogere marketing- en verkoopkosten van € 1.594 miljoen (+10% CW), dankzij gerichte herallocatie en kostendiscipline kon worden geïnvesteerd in de lancerings- en pre-lanceringsactiviteiten voor de groeiaandrijvers van UCB: Wereldwijde lanceringen van FINTEPLA ® bij twee indicaties, wereldwijde lanceringen van BIMZELX ® bij tot vier indicaties, wereldwijde lanceringen van RYSTIGGO ® en ZILBRYSQ ® voor mensen met gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG).
  • 2% lagere onderzoeks- en ontwikkelingskosten van € 1.630 miljoen (-1% CW) weerspiegelen de voortdurende investeringen in de vorderende O&O-pijplijn van UCB, die vandaag bestaat uit 10 potentiële nieuwe behandelingsopties in klinische studies voor patiënten met ernstige ziekten in vijf fase 3-studies en zeven proof-of-conceptstudies (fase 2a), evenals lopende onderzoeksactiviteiten in een vroeger stadium. Meer informatie over het klinische ontwikkelingsprogramma is te vinden onder “1.2 Belangrijke gebeurtenissen”. De O&O-ratio bereikte 31% in 2023, na 30% in 2022 als gevolg van lagere opbrengsten.
  • 2% hogere algemene en administratiekosten van € 230 miljoen (+3% CW).
  • De overige bedrijfsbaten stegen tot € 566 miljoen, na € 216 miljoen in 2022 – gedreven door de nettobijdrage van € 368 miljoen (+53%) van EVENITY ® . EVENITY ® werd wereldwijd succesvol gelanceerd door Amgen, Astellas en UCB sinds 2019, met een netto-omzet buiten Europa gerapporteerd door de partners. De winstbijdrage van buiten Europa wordt dus hier weerspiegeld. De "overige" bedrijfsbaten zijn voornamelijk afkomstig van de verkoop van een portfolio van gevestigde merken in Europa (€ 145 miljoen) in het begin van 2023. In 2022 bestonden de overige bedrijfslasten voornamelijk uit afschrijvingen op vorderingen.

55 Geïntegreerd jaarverslag 2023

1.9 Winst

€ miljoen 2023 2022 Verschil Actueel Verschil CW
Aangepaste EBIT 657 675 -3% -15%
Kosten van bijzondere waardeverminderingen -5 0 N/A N/A
Reorganisatiekosten -13 -42 -69% -66%
Winst/verlies (-) op afstotingen -24 3 >-100% >-100%
Overige baten/lasten (-) -11 -51 -79% -79%
Totaal bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten/lasten (-) -53 -90 -41% -38%
EBIT (operationele winst) 604 585 3% -13%
Netto financiële kosten (-) -163 -74 >100% >100%
Winst vóór belastingen 441 511 -14% -27%
Winstbelastingen -98 -91 8% 21%
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 343 420 -18% -35%
Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 -2 -100% -100%
Winst 343 418 -18% -34%
€ miljoen 2023 2022 Verschil Actueel Verschil CW
Samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling en commercialisering van Evenity ® 368 240 53% 59%
Overige 198 -24 >-100% >-100%
Totaal overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 566 216 >100% >100%

Als gevolg van lagere opbrengsten door generieke erosie en lagere totale bedrijfskosten daalde de aangepaste EBIT met -3% tot € 657 miljoen, tegenover € 675 miljoen in 2022. De totale afschrijving van immateriële activa (productgerelateerd en overig) bedroeg € 533 miljoen tegenover € 439 miljoen als gevolg van de toevoeging van FINTEPLA ® . Afschrijvingen van materiële vaste activa bedroegen € 159 miljoen en omvatten de eerste afschrijving (€ 27 miljoen) op de nieuwe productie-eenheid voor biologische geneesmiddelen van UCB, waaronder BIMZELX ® . De aangepaste EBITDA (bedrijfsresultaat voor interesten, belastingen en afschrijvingen) steeg met 7% tot € 1.349 miljoen na € 1.260 miljoen (-1% CW), ondanks lagere opbrengsten door generieke erosie, hoge bedrijfskosten – die de investeringen in de toekomstige groei van UCB reflecteren, namelijk in productlanceringen en lopende klinische ontwikkeling – en gecompenseerd door hogere overige bedrijfsbaten. De aangepaste EBITDA-ratio voor 2023 (als percentage van de opbrengsten) bedroeg 25,7%, tegenover 22,8% in 2022. Totaal bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige lasten (-) daalden tot € 53 miljoen kosten (na kosten van € 90 miljoen in 2022). Een gedeeltelijke bijzondere waardevermindering op niet-kernproductrechten, enkele kleinere reorganisatieactiviteiten op de internationale markten en verliezen op afstotingen zijn hier weerspiegeld. In 2022 kwam dit voornamelijk door vergoedingen en reorganisatiekosten in verband met de overname van Zogenix in maart 2022. De netto financiële kosten stegen tot € 163 miljoen van € 74 miljoen in 2022, gebaseerd op hogere rentetarieven en hogere rentekosten als gevolg van een hogere netto financiële schuld na de overname van Zogenix, Inc. in maart 2022. Bovendien hebben positieve wisselkoerswinsten in 2022 zich niet herhaald in 2023. Winstbelastingen bedroegen € 98 miljoen tegenover € 91 miljoen in 2022 met een gemiddelde effectieve belastingvoet van 22% tegen 18% in 2022 vanwege lagere winsten en de inkomstenmix. Winst/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten bedroeg € 0 miljoen na € 2 miljoen verlies vorig jaar. De winst van de Groep bedroeg € 343 miljoen na € 418 miljoen.

56 Geïntegreerd jaarverslag 2023

1.10 Kern-WPA

€ miljoen 2023 2022 Verschil Actueel Verschil CW
Winst 343 418 -18% -34%
Totaal bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten (-) / lasten 53 90 -41% -38%
Winstbelasting op bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige lasten (-) / tegoed -11 -14 -17% -15%
Winst (-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 2 -100% -100%
Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet 488 396 23% 26%
Winstbelasting op afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet -77 -63 22% 22%
Kernwinst 796 829 -4% -18%
Gewogen gemiddeld aantal aandelen (miljoen) 190 190 0%
Kern-WPA 4,20 4,37 -4% -18%

De winst, gecorrigeerd voor het effect na belastingen van aan te passen elementen, financiële eenmalige posten, de bijdragen na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten en de netto afschrijving van immateriële activa gerelateerd aan de omzet, geeft aanleiding tot een kernwinst van € 796 miljoen (-4%; -18% CW), wat leidt tot een kernwinst per aandeel (WPA) van € 4,20 ten opzichte van € 4,37 in 2022, op een niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen van 190 miljoen (stabiel).

1.11 Kapitaalinvesteringen

In 2023 bedroegen de materiële kapitaalinvesteringen als gevolg van de biofarmaceutische activiteiten van UCB € 238 miljoen (2022: € 252 miljoen) en houden voornamelijk verband met de bouw van de biotechnologische fabriek en de gentherapiefaciliteit in België, de faciliteiten in gebouwen en IT-hardware. De verwerving van immateriële activa bedroeg € 78 miljoen in 2023 (2022: € 119 miljoen) en houdt verband met software, ontwikkelingskosten die in aanmerking komen voor activering en mijlpalen, en de kapitalisatie van externe ontwikkelingskosten voor studies na goedkeuring.

57 Geïntegreerd jaarverslag 2023

1.12 Balans

De immateriële activa daalden met € 584 miljoen van € 4.816 miljoen per 31 december 2022 tot € 4.232 miljoen per 31 december 2023. Dit omvat € 84 miljoen aan toevoegingen (in verband met licentieovereenkomsten, software en geactiveerde in aanmerking komende ontwikkelingskosten), gecompenseerd door de afschrijving van het jaar van € 533 miljoen en het negatieve effect van de omrekening van vreemde valuta van € 125 miljoen. Goodwill bedraagt € 5.254 miljoen, een daling van € 86 miljoen, voornamelijk door een zwakkere Amerikaanse dollar ten opzichte van december 2022. Andere vaste activa bedragen € 2.609 miljoen of € 201 miljoen hoger dan vorig jaar en omvatten verwervingen van materiële vaste activa voor € 320 miljoen (waaronder de Bioplant in Braine (BE), de Genesis-site in Braine (BE) en de nieuwe campus in het VK), gecompenseerd door een afschrijving van € 158 miljoen, en stijging van uitgestelde belastingvorderingen gerelateerd aan tijdsverschillen en belastingkredieten voor O&O.De vlottende activa stegen van € 3 304 miljoen per 31 december 2022 tot € 3 444 miljoen per 31 december 2023 en omvatten hogere voorraden, hogere uitstaande handelsvorderingen, gecompenseerd door lagere afgeleide financiële instrumenten en klinisch studiemateriaal. Het eigen vermogen van UCB bedraagt € 8 975 miljoen, een daling van € 89 miljoen tussen 31 december 2022 en 31 december 2023. De belangrijkste veranderingen vloeien voort uit de nettowinst (€ 343 miljoen), gecompenseerd door de omrekening van de valuta’s in US$ en GBP (€ -125 miljoen), de herwaardering van de verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten (€ -85 miljoen), de dividenduitkeringen (€ -252 miljoen) en de verwerving van eigen aandelen (€ -58 miljoen). De langlopende verplichtingen bedroegen € 3 948 miljoen, een stijging van € 256 miljoen. Deze omvatten de vastrentende retailobligatie van € 300 miljoen uitgekeerd in 2023 (vervalt in 2029) en de hogere uitstaande personeelsbeloningen (voornamelijk door de lagere disconteringsvoeten), gecompenseerd door lagere uitgestelde belastingverplichtingen en te betalen belastingen. De kortlopende verplichtingen bedroegen € 2 616 miljoen, een daling van € 496 miljoen. Deze omvatten de terugbetaling van de obligatie van € 176 miljoen en de lagere uitstaande handels- en overige verplichtingen door lagere handelsschulden en de uitbetaling van Voorwaardelijke Waarderechten aan de voormalige aandeel- en obligatiehouders van Zogenix, Inc. (zie Toelichting 8). De netto financiële schuld bedraagt € 2 177 miljoen per eind december 2023, een stijging met € 177 miljoen in vergelijking met € 2 000 miljoen per eind december 2022. De stijging houdt verband met het dividend van 2022, de uitbetaling van Voorwaardelijke Waarderechten aan de voormalige aandeel- en obligatiehouders van Zogenix, Inc. voor een bedrag van € 133 miljoen (zie Toelichting 8) gecompenseerd door de onderliggende nettowinstgevendheid. De nettoschuld ten opzichte van de aangepaste EBITDA-ratio voor 2023 bedraagt 1,6.

1.13 Kasstroomoverzicht

De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstromen wordt beïnvloed door de volgende elementen:

De kasstroom uit operationele activiteiten bedroeg € 761 miljoen in vergelijking met € 1 119 miljoen in 2022. De kasinstroom is het gevolg van de onderliggende nettowinstgevendheid, gecompenseerd door een hoger werkkapitaal, voornamelijk door een stijging van de voorraden en uitstaande vorderingen. De kasstroom uit investeringsactiviteiten vertoonde een uitstroom van € 440 miljoen, vergeleken met een uitstroom van € 1 580 miljoen in 2022. De investeringsactiviteiten in 2023 omvatten voornamelijk kapitaalinvesteringen van € 316 miljoen en de betaling van Voorwaardelijke Waarderechten van € 113 miljoen aan de voormalige aandeelhouders van Zogenix, Inc. (zie Toelichting 8). De kasstroom uit financieringsactiviteiten kende een uitstroom van € 308 miljoen. Deze omvatte voornamelijk de opbrengsten van de retailobligatie van € 300 miljoen, gecompenseerd door de terugbetaling van de retailobligatie die in oktober 2023 is vervallen (€ -176 miljoen), het dividend dat is uitgekeerd aan de aandeelhouders van UCB (€ -252 miljoen) en de betaalde interesten (€ -144 miljoen).

UCB | Onze prestaties
58

fase en vroege ontwikkelingspijplijn bevorderen. Terzelfdertijd zal UCB haar kostendiscipline behouden en, net zoals in 2023, haar producten uit de portfolio die zich aan het eind van de cyclus bevinden, actief beheren.

Onderliggende rentabiliteit, aangepaste EBITDA, wordt verwacht tussen 23,0% – 24,5% van de opbrengsten. De kernwinst per aandeel (kern-WPA) zal naar verwachting uitkomen tussen € 3,70 – 4,40 per aandeel, op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van 190 miljoen. De hierboven vermelde cijfers voor de financiële verwachtingen voor 2024 zijn berekend op dezelfde basis als de werkelijke cijfers voor 2023.

1.14 Financiële verwachtingen voor 2024

Het jaar 2024 zal gekenmerkt worden door intensieve lopende wereldwijde lanceringen van de groeiaandrijvers BIMZELX®, RYSTIGGO®, ZILBRYSQ® en FINTEPLA®, evenals EVENITY®. Voor 2024 streeft UCB naar hogere opbrengsten in het bereik van € 5,5 – € 5,7 miljard, rekening houdend met de lanceringen en aanhoudende solide bijdragen van de bestaande productportfolio. UCB zal de investeringen in de wereldwijde lanceringen versnellen om potentiële nieuwe oplossingen te bieden voor mensen met een ernstige ziekte en zal zich blijven inzetten om te investeren in onderzoek en ontwikkeling die haar late

59

Geïntegreerd jaarverslag 2023

Onze duurzame bedrijfsaanpak richt zich op zes kerngebieden die net zo cruciaal zijn voor ons succes op de lange termijn en onze bijdrage aan de maatschappij als onze financiële prestaties. Deze kerngebieden zijn bovendien intrinsiek verbonden met onze kernexpertise in gezondheid.

Innoveren voor duurzame prestaties

Onze bedrijfsaanpak blijft diep geworteld in innovatie en duurzaamheid. In een wereld waarin alles met elkaar verbonden is, met uitdagingen zoals de klimaatcrisis en sociale ongelijkheid, is het ons doel om betekenisvolle impact en waarde te creëren.

UCB | Onze prestaties
60

In 2023 hebben we een nieuwe materialiteitsbeoordeling uitgevoerd en belanghebbenden gevraagd de problemen te benoemen op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur (ESG) die de grootste invloed hebben, alsook de problemen die voor hen het belangrijkst zijn Dit proces, dat is afgestemd op de normen van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS), vormt de leidraad voor onze inspanningen in de toekomst. Dit zal zichtbaar worden in onze toekomstige verslaglegging die bovendien zal voldoen aan de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Ons 2023-rapport blikt terug op onze voortgang met betrekking tot onze materiële onderwerpen op basis van onze vorige materialiteitsbeoordeling. Voor meer informatie over onze nieuwe gestructureerde dubbele materialiteitsanalyse en hoe we onze niet-financiële prestaties meten, verwijzen we naar de duurzaamheidsverklaring.

DUURZAAMHEIDS VERKLARING

We maken gebruik van op bewijs gebaseerde, baanbrekende wetenschap om levensveranderende behandelingen en gepersonaliseerde diensten te leveren die inspelen op hardnekkige onvervulde behoeften binnen het ecosysteem van de gezondheidszorg.

61

Geïntegreerd jaarverslag 2023

Toegang tot geneesmiddelen

Onze ambitie De methodologie achter de Time to Access Index en Access Coverage Performance Index wordt uitgelegd in het hoofdstuk Data en rapportering in dit rapport.

1 Volgens de definitie en indeling van lage- en middeninkomenslanden van de Wereldbank, beschikbaar op https://data.worldbank.org/income-level/low-and-middle-income

2 De Time to Access Index wordt gemeten ten opzichte van een sectorreferentie die IQVIA voor UCB heeft opgesteld. Deze referentie meet de mediane tijd (dagen) tussen markttoelating en opname in de vergoedingslijst voor producten van UCB die verwacht worden tijdens het relevante toepassingsjaar (zoals geïdentificeerd aan de hand van de "TTA benchmarks" van de sector) en die de relevante mediane tijd tot vergoeding niet overschreden hebben. Deze industriële "TTA-benchmarks" meten de mediane tijd (dagen) tussen markttoelating en vergoedingsnotering voor een product, afzonderlijk voor elk land, en wordt voor UCB jaarlijks bijgewerkt door IQVIA.

3 De Access Coverage Performance Index is gebaseerd op het totale aantal vergoedingsvermeldingen voor een product/indicatie in een land in het boekjaar, gedeeld door het totale aantal producten/ indicaties in een land dat in dat jaar een markttoelating heeft of zal krijgen.

Ervoor zorgen dat tegen 2030 alle patiënten die onze geneesmiddelen nodig hebben in landen waar we actief zijn, er toegang toe hebben op een manier die realistisch is voor patiënten, UCB en de maatschappij. Daarnaast willen we de toegang tot goede zorg en geneesmiddelen verbeteren voor mensen met epilepsie in lage- en middeninkomenslanden¹. We streven binnen al onze activiteiten, van innovatie tot lancering, naar tijdige en eerlijke toegang door:

  • Nauwe samenwerking met de industrie, waardebeoordelaars en zorgstelsels
  • Op maat gemaakt kader voor duurzame toegang en op waarde gebaseerde prijsstelling
  • Programma's voor directe ondersteuning van patiënten
  • Het onderzoeken van alternatieve bedrijfsmodellen, waaronder maatschappelijke bedrijfsmodellen
2022 2023
Time to Access 41 % 55 %
Access Coverage Performance 50 % (β) 68 % (β)

% vroegere positieve beslissingen over vergoeding ten opzichte van de sectorbenchmark
Toegangsdekking bereikt voor UCB-geneesmiddelen

74 064 mensen ondersteund via ondersteuningsprogramma's voor patiënten in de VS.
2 243 mensen ingeschreven in de epilepsieactiviteiten van UCB's sociaal bedrijfsmodel in Mumbai

UCB | Onze prestaties
62

Onze rol in de maatschappij is veel breder dan het ontdekken, ontwikkelen en produceren van behandelingen. We zetten ons ook in om patiënten tijdig toegang te geven tot onze oplossingen, om de vooruitgang op het vlak van toegang en betaalbaarheid te meten en om de waarde van UCB-producten beter aan te tonen, zodat nieuwe geneesmiddelen beschikbaar zijn voor wie ze nodig heeft.

UCB's definitie van toegang (n.): Het vermogen van een patiënt om tijdig en zonder onnodige last de geneesmiddelen te verkrijgen die hij of zij nodig heeft. We hebben een duurzaam toegangskader ontwikkeld dat een leidraad voor de teams om de juiste zakelijke aanpak vorm te geven voor het bereiken van de ambitie van UCB op het vlak van duurzame toegang, gekoppeld aan een billijk prijsmodel en vroegtijdige betrokkenheid van betalers. We integreren toegangsstrategieën van innovatie tot lancering, waaronder aangepaste benaderingen die aansluiten bij de behoeften van mensen met ernstige ziekten en de specifieke kenmerken van individuele gezondheidsstelsels.# Geïntegreerd jaarverslag 2023

UCB | Onze prestaties

Opkomende alternatieve bedrijfsmodellen, waaronder sociale bedrijfsmodellen in India, Brazilië en Rwanda en ondersteuningsprogramma’s voor patiënten in de VS, maken deel uit van onze inspanningen om het voor mensen gemakkelijker te maken om toegang te krijgen tot onze geneesmiddelen.

Product LMIL 44 landen LMIL 33 landen LMIL 50 landen LMIL 19 landen LMIL 43 landen LMIL 54 landen LMIL 50 landen
KEPPRA ® 11
NEUPRO ® 8
VIMPAT ® 12
Bimzelx ® 9
BRIVIACT ® 14
CIMZIA ® 1
FINTEPLA ® 1

Gecommercialiseerd door UCB of externe distributeurs

63 Geïntegreerd jaarverslag 2023

1 Santhosh NS, Sinha S, Satishchandra P. Epilepsy: Indian perspective. Ann Indian Acad Neurol 2014;17(Suppl 1):S3-S11.
2 Kwon C-S, Wagner RG, Carpio A, Jetté N, Newton CR, Thurman DJ. (2022): The worldwide epilepsy treatment gap: A systematic review and recommendations for revised definitions. A report from the ILAE Epidemiology Commission. Epilepsia. 2022;63:551–564

Programma’s voor sociaal ondernemerschap

Wij geloven dat sociale bedrijfsmodellen die voortbouwen op onze erfenis van epilepsiezorg betere zorg en duurzame behandelingsopties kunnen bieden aan minderbedeel- de bevolkingsgroepen, vooral in landen met hardnekkige tekorten op het gebied van diagnose en behandeling. In Mumbai, waar naar schatting 144.000 mensen met epilepsie leven ¹ , heeft ons programma om minderbedeel- de gemeenschappen eenvoudiger toegang te bieden tot diagnose, telebegeleiding, gemeenschapsinterventies voor mensen met epilepsie en zorgverleners, en anti-epileptica van de tweede generatie tegen een gereduceerde prijs, zich opgeschaald naar 8 operationele afdelingen en zijn de activiteiten in 2023 verdubbeld tot 2.243 patiënten. Ook in Brazilië, waar de behandelingskloof voor epilepsie 67% ² is, onderzoeken we nieuwe samenwerkingsverbanden met expertisecentra voor epilepsie en eerstelijnszorg- verleners om de kennis van epilepsiediagnostiek en -behandelingen te vergroten, verankerd in lokale gezond- heidszorgsystemen. In 2023 diende UCB in Rwanda bij de autoriteiten een aanvraag in voor een generieke versie van levetiracetam om de behandelopties voor patiënten te verbreden. In 2023 werd levetiracetam opgenomen in de modellijst van essentiële geneesmiddelen van de Wereldgezondheidsorganisatie . Opkomende alternatieve bedrijfsmodellen, waaronder sociale bedrijfsmodellen in India, Brazilië en Rwanda en ondersteuningsprogramma’s voor patiënten in de VS, maken deel uit van onze inspanningen om het voor mensen gemakkelijker te maken om toegang te krijgen tot onze geneesmiddelen.

UCB | Onze prestaties 64

Onze jaarlijkse doelstellingen houden ons verantwoordelijk voor deze verbintenissen, door na te gaan hoeveel UCB-geneesmidde- len met handelsvergunning een vergoeding kregen die het gebruik door patiënten mogelijk maakt (Access Coverage Performance) en hoeveel vroegere positieve beslissingen voor vergoeding worden ontvangen in vergelijking met typische industriële benchmarks in de landen waar UCB actief is (Time to Access) . In 2023 boekten we sterke vooruitgang met het versnellen van onze toezeggingen voor vergoedingen en overtroffen we de 55% in 2022 en tikten we de 68% aan voor vergoedingen voor UCB- geneesmiddelen. Time to Access, onze tweede indicator, bereikte 50% tegenover 41% in 2022 – wat een verbetering is in de snelheid waarmee nieuwe UCB-geneesmiddelen worden goedgekeurd voor dekking en vergoedingen, wat leidt tot snellere toegang voor patiënten. Hoewel onze performance afhangt van de prioriteiten en beschikbaarheid van betalers, de duur van de onderhandelingen en de gepercipieer- de waarde van onze oplossingen, is UCB proactief in het aanpassen van wetenschappelijke informatie in berichten en dossiers die onze toegang tot markten helpen versnellen, om op waarde gebaseerde overeenkomsten met autoriteiten te bereiken en om onderhan- delingsbenaderingen te ondersteunen wanneer toegang moeilijk wordt. Dit kan bestaan uit Managed Access-programma’s om snel toegang te bieden aan de mensen die onze geneesmiddelen nodig hebben, waar het verkrijgen van nationale prijsstellingen en vergoe- dingslijsten via autoriteiten een uitdaging is. Voor meer informatie over de methodologie en onze processen omtrent gegevensverzameling met betrekking tot toegang, verwij- zen we naar de Duurzaamheidsverklaring. We hebben een duurzaam toegangskader ontwikkeld dat een leidraad voor de teams om de juiste zakelijke aanpak vorm te geven voor het bereiken van de ambitie van UCB op het vlak van duurzame toegang.

  • 68 % Toegangsdekking bereikt voor UCB-geneesmiddelen
  • 50 % Vroegere positieve beslissingen over vergoedingen dan benchmark voor de sector

DUURZAAMHEIDS VERKLARING 65 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Gezondheid, veiligheid en welzijn van medewerkers

Onze ambitie

UCB streeft naar een werkomgeving waarin mensen gelukkig, gezond en veilig zijn en zich kunnen ontwikkelen. Dat betekent streven naar 100% veiligheid binnen onze activiteiten en prioriteit geven aan de gezondheid en het welzijn van UCB-medewerkers. We waarborgen gezondheid, veiligheid en welzijn door:

  • Activiteiten met een hoog risico te beperken
  • De mogelijk schadelijke impact van onze chemicaliën en biologische agentia gedurende de hele levenscyclus van een product te beheren
  • Uitgebreide en gerichte beleidslijnen en programma’s voor het welzijn van medewerkers op te stellen
HSWB-index Totaal aantal geregistreerde letsels
2022 2,21
2023 1,87 (β)

1 TRIR verwijst naar het aantal te registreren ongevallen in een bepaalde periode in verhouding tot het totale aantal gewerkte uren in die periode, per miljoen gewerkte uren. Het toepassingsgebied is hetzelfde als dat van de LTIR.

0 Dodelijke slachtoffers als gevolg van werkgerelateerd letsel of slechte gezondheid

UCB | Onze prestaties 66

We meten onze prestaties op het gebied van gezondheid, veiligheid en welzijn (HSWB) via onze HSWB-index. Veiligheid wordt gemeten via de Lost Time Injury Rate (LTIR) voor UCB-medewerkers, en maakt 30% van de index uit. De resterende 70% is gebaseerd op onze HSWB-indicator, die resultaten van onze wereldwijde medewerkersenquête combineert met medewerkersgegevens, zoals hoeveel mensen promotie krijgen, hoeveel betrokken zijn bij persoonlijke ontwikkelingsplannen of hoeveel toegang hebben tot een hulpprogramma voor medewerkers en tot sport. In 2023 was ons doel om een HSWB-index score van 81% te behalen. Wij geloven dat alle verwondingen en gevaarlijke incidenten te voorkomen zijn. We streven ernaar dat onze werknemers gelukkig en gezond zijn en zich goed kunnen voelen op het werk. In 2023 hebben we wat betreft HSWB belangrijke mijlpalen bereikt. Onze HSWB-indexscore bereikte 81,5%, samen met een HSWB-indicatorscore van 73,6% en een LTIR van 1,34 (β ). Deze resultaten wijzen op duurzame vooruitgang door voort te bou- wen op de resultaten van het voorgaande jaar. Toen scoorden we 80,4% op HSWB, 72% op de HSWB-indicator en behaalden we een LTIR van 1,58. De uitkomsten van onze wereldwijde medewerkersenquête in 2023 waren bijzonder bemoedigend en lieten verbeteringen zien in verschillende aspecten van de gezondheid en het welzijn van medewerkers. Met name de score voor de huidige staat van welzijn steeg naar 73,5%, waarbij significante verbeteringen wer- den waargenomen in fysiek en sociaal welzijn, met stijgingen van respectievelijk 5% en 4%. Het onderzoek bracht echter ook gebieden aan het licht die meer aandacht verdienen, met name wat betreft het energieniveau van medewerkers.

2 Voortbouwend op deze inzichten is UCB van plan om mensen wereldwijd meer bewust te maken van chrononutritie en het be- lang van lichaamsbeweging, de kennis over ons HSWB-aanbod te verbeteren en operationele uitdagingen aan te pakken. Denk bijvoorbeeld aan beperkingen in tijd en middelen en het werken in verschillende tijdzones. We zetten ons in om het vertrouwen in lijnmanagers en collega’s te versterken, terwijl we acties afstemmen op de unieke context van regionale teams zodat we regionale verschillen effectief kunnen aan te pakken. Voor meer informatie over de methodologie en onze processen omtrent gegevensverzameling met betrekking tot gezondheid, veiligheid en welzijn, verwijzen we naar de Duurzaamheids- verklaring.

HSWB-index 81,5 %
Veiligheids- prestatie- indicator 100 %
HSWB- indicator 73,6 %

2 Gebaseerd op reactie op verklaring: "Ik kan de energie vasthouden die ik nodig heb om op een hoog niveau te functioneren".

DUURZAAMHEIDS VERKLARING 67 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Diversiteit, gelijkheid en inclusie

Onze ambitie

Ons doel is om diversiteit, gelijkheid en inclusie (DG&I) te verankeren in alles wat we doen, weerspiegeld in hoe we ons gedragen tegenover elkaar, hoe we werken en hoe we waarde leveren voor patiënten. Via:

  • Inclusieve werving en talentmanagement
  • Capaciteitsopbouw in leiderschap
  • Basis-communities van Employee Resource Group (ERG)
2022 2023
Inclusion-index 71 % 70,3 % (β)
1 Genderevenwicht 38 % / 62 % 38 % / 62 %
2 ERG-leden ca. 2 450 ca. 2 450
ca. 30 % Van het personeel van UCB is actief voorstander van DG&I
ca. 40 DG&I Business Champions betrokken

1 Het belangrijkste principe van de Inclusion-index is dat deze de drijfveren voor inclusie gekoppeld aan Equity (gelijkheid) en Diversity (diversiteit) buiten beschouwing laat, omdat beide percepties zijn. Er is een objectievere meting beschikbaar via Diversity- en Equity-index.
2 Evenwicht tussen mannen en vrouwen op directie- en hogere functieniveaus.
3 Inclusief medewerkers die deelnemen aan ERG (Employee Resource Groups), lokale DG&I-raden, de Business Champions community of de Inclusive Mindset Facilitators community.

UCB | Onze prestaties 68

Wij geloven dat een diverse, rechtvaar- dige en inclusieve werkplek innovatie stimuleert door nieuwe perspectieven, meer vertrouwen tussen teams creëert en bijdraagt aan een lonende en goed presterende organisatie.# Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie (DG&I)

Via onze wereldwijde routekaart voor diversiteit, gelijkheid en inclusie (DG&I) bouwen we aan diverse teams en ontwikkelen we leiders die inclusie bevorderen, waaronder concrete toezeggingen over DG&I voor senior leiders. We zetten ons in om obstakels voor vooruitgang weg te nemen, te zorgen voor een billijke beloning en een gevarieerde pool van talent op te bouwen – intern en extern – door middel van inclusieve werving en prestatiemanagement. We stellen gepassioneerde collega's en communities van verschillende etniciteiten, achtergronden en levenssituaties in staat om deze beweging te stimuleren.

In 2023 hebben we de DG&I-beginselen versterkt in belangrijke beoordelingsgesprekken en wervingsprocessen, waaronder het aanbieden van inclusieve mindset coaching aan HR-partners en -leiders. We hebben ook vooruitgang geboekt met onze DG&I-ambitie door ons netwerk van DG&I-communities uit te breiden. We versterkten onze acht Employee Resource Groups (ERG's), breidden onze negen lokale DG&I-raden uit en lanceerden een nieuwe Business Champion-community om onze DG&I-ambitie in heel UCB te intensiveren. Ongeveer een derde van het UCB-personeel is nu actief voorstander van DG&I door deel te nemen aan ERG's of lokale raden, of klaar te staan als Business Champion of Inclusive Mindset Facilitator. Dankzij datagedreven inzichten zien we welke betekenisvolle acties er voor DG&I op lokaal en bedrijfsniveau nodig zijn.

De Inclusie-enquête uit 2023 toonde aan dat onze bedrijfsbrede focus op psychologische veiligheidspercepties resulteerde in een voortdurende jaar-op-jaar verbetering op dit gebied (+3% ten opzichte van vorig jaar) en dat de resultaten op gebieden zoals vertrouwen in managers en geloof in inclusieve besluitvorming stabiel zijn gebleven. Er werden lagere scores behaald voor indicatoren rond erbij horen, verschillen integreren, diversiteit waarderen en eerlijke behandeling. We zullen aan deze verbeterpunten prioriteit gaan geven als onderdeel van onze collectieve doelstellingen en actieplannen om inclusie te bevorderen.

In gerichte actieplannen worden lokale diversiteitsprioriteiten al weerspiegeld – bijvoorbeeld het stimuleren van etnische diversiteit onder ons Amerikaanse personeelsbestand, het aanmoedigen van medewerkers in het Verenigd Koninkrijk en Ierland om informatie over etniciteit en lichamelijke beperkingen vrijwillig te delen en het compenseren van genderdiversiteit in China door het creëren van een op mannen gerichte ERG.

De Inclusie-index

De Inclusie-index wordt berekend op basis van onze wereldwijde personeelsenquête, die specifieke vragen bevat om perspectief van UCB-medewerkers op inclusie te meten. De index is een gewogen gemiddelde van drie pijlers: Erbij horen, je veilig voelen en volledig deelnemen en je vrij uiten.

  • De pijler “Je veilig voelen” wordt gevormd door de drijfveren voor inclusie: vertrouwen en psychologische veiligheid.
  • De pijler “Volledig deelnemen en je vrij uiten” wordt gevormd door de drijfveren voor inclusie: integratie van verschillen en inclusieve besluitvorming.
  • “Erbij horen” is de zwaarstwegende drijfveer voor inclusie, omdat het een op zichzelf staande pijler is.

Inclusieve groeimogelijkheden

In de VS werd onze ERG Asians Committed to Excellence and Success (ACES) opgericht om Aziatische medewerkers te helpen bij het leggen van contacten en het verkennen van mogelijkheden voor professionele groei, terwijl onze ERG B.E.I.N.G. – Black Employee Interconnecting Network Group – ERG streeft ernaar de Afro-Amerikaanse medewerkers te empoweren en inspireren en hun loopbaanontwikkeling wil ondersteunen. Ook bevordert RAIZ de culturele diversiteit en professionele ontwikkeling van zijn leden, stimuleert het de werving van talent en streeft ernaar te voorzien in de onvervulde behoeften van Latijns-Amerikaanse patiënten in de gezondheidszorg. Al deze gemeenschappen werken nauw samen met ons Amerikaanse DG&I Council om interne talentprocessen inclusiever te maken en intern bewustzijn en onderwijs te bevorderen door middel van mentoring en evenementen binnen de gemeenschap.

Hoewel we op directieniveau en daarboven streven naar een betere balans tussen mannen en vrouwen, met een 45%-55% vrouw-/manverhouding in 2025, was de balans in 2023 hetzelfde (38%/62%) als in 2022. De resultaten van het jaar illustreren de dynamische aard van de DG&I-resultaten en benadrukken de noodzaak van voortdurende aandacht en gestage inzet. Ook in 2024 blijven we door middel van gerichte actie de kracht van onze DG&I-communities inzetten en blijven we leiders verantwoordelijk houden voor het ondersteunen van onze DG&I-doelen voor 2024, zoals gemeten door de DG&I-index.

Voor meer details over de methodologie en onze processen omtrent gegevensverzameling met betrekking tot DG&I, verwijzen we naar de Duurzaamheidsverklaring.

DUURZAAMHEIDS VERKLARING

Geïntegreerd jaarverslag 2023

Gezondheid van de planeet

Onze ambitie

Bijdragen aan de overgang naar een koolstofarme economie door emissies, waterverbruik en afval te verminderen. We verkleinen onze milieu-impact door:

  • Het fossiele-brandstofverbruik, de afvalproductie en het waterverbruik te verminderen
  • Over te gaan op uitsluitend werken met leveranciers die zich binden aan wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen
  • Green-by-design-benaderingen te gebruiken om onze geneesmiddelen te ontwikkelen en te produceren
2015 2021 2022 2023
Absolute vermindering van wateronttrekking (m³) 809 116 m³ N.v.t. 188 ton -31 %
% leveranciers met wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen (per uitstoot) -65 % -35 % 29,9 % -57 %
Absolute vermindering van CO₂-uitstoot die UCB rechtstreeks controleert (ton) -41 % 59,4 % (β) -55 %

¹ CO₂e-emissies die UCB rechtstreeks controleert, zijn Scope 1-, 2- en 3-emissies (uitgezonderd de emissies van ingekochte goederen en diensten).
² d.w.z. ze stijgen één niveau of meer op onze interne schaal van 6 niveaus om de Co2-maturiteit van leveranciers te beoordelen (d.w.z. waar ze zich bevinden op weg naar net-zero). De verschillende schaalniveaus zijn te vinden in: Verantwoorde inkoop | UCB

De Green Product-scorekaart van UCB is gebaseerd op een gestroomlijnde levenscyclusanalyse, vergezeld van verschillende workshops om interdepartementale expertise samen te brengen met betrekking tot contactpunten zoals productontwikkeling, industrialisatie, verpakking, marketing of strategie. Kansen werden in kaart gebracht, geprioriteerd en gebruikt om een aangepaste routekaart op te stellen voor het verminderen van de ecologische voetafdruk met een bijbehorende doelstelling.

  • 35,6 % van de leveranciers (gemeten naar uitstoot) hebben hun “koolstof-maturiteit” verbeterd ²
  • 97 % ongeveer van UCB-producten (naar netto-omzet) is gedekt door de Green Product-scorekaart ³
  • 72 % van kernleveranciers voor UCB-activiteit met op wetenschap gebaseerde doelen (gemeten naar uitstoot)

⁴ Onze interne LCA-tool is ontwikkeld door ERM International Group – op basis van Ecoinvent 3.6 Database en Bio Process Mass Intensity (Bio PMI) ontwikkeld door ACS GCI PR.

We hanteren een bedrijfsaanpak voor de lange termijn, met zowel de huidige als de toekomstige generaties in gedachten, terwijl we ernaar streven om onze groei los te koppelen van onze ecologische voetafdruk. Dit betekent dat we ons uiterste best moeten doen om bij te dragen aan de overgang naar een koolstofarme economie.

De Green Product-scorekaart van UCB beoordeelt de milieu-prestaties van onze producten bij ontwerp, ontwikkeling en productie, gebaseerd op een levenscyclusanalyse (LCA) van begin tot eind ⁴. Dit strekt zich uit van de koolstofvoetafdruk en de waterimpact van grondstoffen (d.w.z. voor geneesmiddelsubstanties, geneesmiddelen, verpakking, hulpmiddelen), via productie, distributie en gebruik, tot de verwerking van afval van verpakkingen en hulpmiddelen na gebruik. We beoordelen verschillende segmenten van onze productlevenscyclus om mogelijkheden te identificeren om de score van onze producten te verbeteren, zoals digitale marketing, partnerschappen, ecodesign voor verpakkingen, distributiestromen, transportmiddelen en productieprocessen. Tegen eind 2023 vielen alle kernproducten van UCB onder onze Green Product-scorekaart, die aangepaste doelstellingen bevat om de ecologische voetafdruk van onze producten te minimaliseren. Tegen eind 2023 vielen alle kernproducten van UCB onder onze Green Product-scorekaart, die aangepaste doelstellingen bevat om de ecologische voetafdruk van onze producten te minimaliseren.

CO2-uitstoot

UCB streeft ernaar wereldwijd CO2-neutraal te zijn. Dit kunnen we bereiken door de uitstoot waar we controle over hebben, te verminderen (-38% tegen 2030 vergeleken met onze basislijn van 2015) voor scope 1, 2 en 3 emissies, leveranciers niet meegenomen, in absolute waarde. Even belangrijk is dat de koolstofvoetafdruk van onze leveranciers ongeveer 90% van onze uitstoot vertegenwoordigen. We streven ernaar om uitsluitend te werken met leveranciers die SBTi-gevalideerde doelen hebben gesteld of die zich hiertoe hebben verplicht, als vereiste om toegang te krijgen tot de lijst met voorkeursleveranciers.

In 2023 boekten we vooruitgang bij de uitvoering van ons transitieplan door de emissies waar we controle over hebben in de meeste categorieën te verminderen, door leveranciers te betrekken bij het bepalen van op wetenschap gebaseerde doelstellingen en door hernieuwbare energiebronnen na te streven (het bereiken van 93,9% hernieuwbare elektriciteit voor alle UCB-vestigingen, inclusief gehuurde kantoren in landen waar we actief zijn en 100% in vestigingen in eigendom, waarvan 18% zelf werd geproduceerd) en een Green-by-design-benadering van UCB-faciliteiten en activa.# UCB | Onze prestaties

We hebben ook een 'groene factor' geïntroduceerd om de beoordelingsscores van leveranciers in ons selectieproces te verhogen, en we hebben nieuwe clausules opgenomen in contracten met onze belangrijkste leveranciers om ervoor te zorgen dat zij zich inzetten wetenschappelijk onderbouwde doelen te stellen en actie te ondernemen op het gebied van decarbonisatie. We hebben ook het aandeel van onze leveranciers (gemeten naar uitstoot) met wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen aanzienlijk verbeterd (naar 59,4%), door duurzaamheid af te dwingen in het selectieproces en hiervoor te pleiten bij onze belangrijkste strategische zakenpartners. We hebben onze doelstelling voor 2025 al bijna bereikt en zijn goed op weg naar onze toekomstige doelstelling van net-zero. We zijn van plan om de My Green Lab-certificering uit te breiden naar alle UCB-labs en we willen het gebruik van hernieuwbare elektriciteit tegen 2030 uitbreiden tot 100% van onze elektriciteit. We onderzochten het ontwerp van geothermische energie in onze vestiging in Eigenbrakel en onderzochten de haalbaarheid om dit uit te breiden naar ons hoofdkantoor in Brussel. We bleven het aandeel biogas uit biomassa-afval verhogen (momenteel 60% voor alle UCB-vestigingen, inclusief gehuurde kantoren in landen waar we actief zijn) om het gebruik van aardgas te vervangen. We onderzochten ook Virtual Power Purchase Agreements in Europa om het traject van ons fysieke stroomcontract in Eigenbrakel voort te zetten na de succesvolle lancering in maart 2023. Het stroomcontract in Eigenbrakel dekt 25% van onze elektriciteitsbehoeften.

Scope 1 en 2 CO₂e-emissies

Scope 3 Co₂e-emissie onder controle van UCB

Vendorselectie met groene factor

UCB is een van de weinige farmaceutische bedrijven die een 'groene factor' heeft geïntroduceerd in het selectieproces voor vendors. Met deze factor willen we evaluatiescores van de leveranciers verhogen en prioriteit geven aan samenwerkingen met partners die zich net als ons inzetten voor bescherming van onze planeet. We vragen onze belangrijkste leveranciers om opnieuw te bevestigen dat ze op wetenschap gebaseerde doelstellingen op gebied van decarbonisatie gaan vaststellen. Nadat alle an- dere scoringscriteria zijn toegepast en de algemene bedrijfsscore is berekend, wordt de groene factor toegevoegd als onderscheidend criterium.

In 2023 hebben we onze totale Scope 1- en scope 2-emissies met 27% verminderd ten opzichte van 2022. Dit was met name te danken aan de overschakeling op biogas uit biomassa- afval ter vervanging van aardgas, de geleidelijke vermindering van het brandstofverbruik in onze faciliteiten en energie- efficiëntiemaatregelen. De overgang naar meer elektrische voertuigen in ons wagenpark en extra vestigingen die overstappen op 100% groene stroom droegen ook bij. De absolute CO₂-emissies van UCB voor de totale Scope 1-, 2- en 3-emissies (exclusief 3.1 – ingekochte goederen en diensten) stegen echter met 6% ten opzichte van 2022. Dit is voornamelijk te wijten aan een terugslageffect voor zakenreizen na de volledige uitfasering van de COVID-19-beperkingen, in combinatie met de lancering van verschillende geneesmiddelen in verschillende landen waardoor de behoefte om te reizen toeneemt, en aan een toename van ongeveer 20% als gevolg van een aanpassing van de emissiefactor-methodologie (d.w.z. om een vliegreis om te zetten in CO₂e volgens de laatste update van de DEFRA-BEIS-database). Dit komt tot uiting in een hogere zakenreisemissie (een toename van 81% bij zakenreizen ten opzichte van 2022). Voor meer informatie over de prestaties, methodologie en onze processen omtrent gegevensverzameling met betrekking tot de beperking van en aanpassing aan de klimaatcrisis, verwijzen we naar de Duurzaamheidsverklaring.

DUURZAAMHEIDS VERKLARING

Wateronttrekking, -verbruik en -lozing

De productie van geneesmiddelen met grote moleculen, ook be- kend als biologische of biofarmaceutische producten, kan een wa- terintensief proces zijn. Naarmate de pijplijn van UCB evolueert en we productiecapaciteit toevoegen om nieuwe productlanceringen te ondersteunen, wordt waterefficiëntie een belangrijke parameter in alle nieuwe processen of installaties om onze impact te beperken en ons risico in gebieden met watertekort te verminderen. Ons doel is om tegen 2030 de wateronttrekking in absolute cijfers met 20% te hebben verminderd (vergeleken met een basiswaarde van 2015) en om alle water- en afvalwatergerelateerde regelgeving strikt na te leven. Om onze bioproducten te classificeren als producten met een lage waterimpact beginnen we bij de ontwikkelingsfase tot aan het commer- ciële productieproces. Dit is belangrijk omdat de productie en zuivering van monoklonale antilichamen (mab) een aanzienlijke hoeveelheid water vereist. Voor al onze biologische moleculen berekenen we de waterproces- massa-intensiteit (water PMI) met behulp van de maatstaf 2 ontwikkeld door biofarmaceutische industrieën die lid zijn van de American Chemical Society Green Chemistry Institute Pharmaceutical Roundtable. We hebben ons tot doel gesteld dat elk nieuw biologisch geneesmiddel dat bij UCB wordt ontwikkeld bij de lancering een water-PMI heeft die minstens 20% lager is dan het huidige gemiddelde. Zo zorgen we ervoor dat onze toekomstige geneesmiddelen door hun ontwerp minder waterinten- sief zijn. Dit wordt ondersteund door een langetermijnplan voor het terugdringen van ons verbruik door het monitoren, verminderen en recyclen van water in al onze faciliteiten. Door bijvoorbeeld de waterbemonstering te optimalise- ren, de ventilatoren van de koeltorens te automatiseren en de efficiëntie van onze HVAC-systemen te verbeteren, bespaarden we in 2023 op onze Eigen- brakel-campus 31 000 m³ of 16% van de totale wateronttrekking. Onze nieu- we Inflexio-fabriek paste onze green-by-design-aanpak toe en verbruikt 25% minder water dan de gemiddelde Belgische biologics-fabriek. We zijn ook doorgegaan met het implementeren van de Cleaning Mass Intensity-metriek om het waterverbruik tijdens reinigingsprocedures in faciliteiten 3 , die meer dan 50% van het waterverbruik voor de productie van biomoleculen kunnen vertegenwoordigen, bij te houden en te verminderen. Voor meer informatie over de methodologie en onze processen omtrent gegevensverzameling met betrekking tot waterverbruik en -lozing, verwijzen we naar de Duurzaamheidsverklaring.

1 Jaarlijks waterverbruik binnen UCB-vestigingen (goed voor 93,6% van FTE). Gedefinieerd als onttrokken – geloosd, zoals berekend voor de grootste vestigingen (d.w.z. productielocaties waar water tijdens het productieproces kan verdampen of kan worden gebruikt in geneesmiddelen en niet wordt geloosd). Voor andere UCB-locaties, zoals kantoren, nemen we aan dat waterverbruik = wateronttrekking.
2 Budzinski K, Blewis M, Dahlin P, D'Aquila D, Esparza J, Gavin J, Ho SV, Hutchens C, Kahn D, Koenig SG, Kottmeier R, Millard J, Snyder M, Stanard B, Sun L. Introduction of a process mass intensity metric for biologics. N Biotechnol. 2019 Mrt 25;49:37-42. doi: 10.1016/j.nbt.2018.07.005. Epub 2018 Aug 16. PMID: 30121383.
3 De intensiteit van de reinigingsmassa (CMI) wordt gemeten via het watervolume en het reinigingsmiddel per volume van de apparatuur. Het doel voor een waterarm proces is een CMI gelijk aan of lager dan 1.

2023 Performance
-9 % 48 % 9 255m³ Totale wateronttrekking op UCB-locaties¹ vergeleken met 2022
Wateronttrekking uit gebieden zonder watertekort Gerecycled en hergebruikt water

Geïntegreerd jaarverslag 2023

Dit komt niet alleen tot uiting in de manier waarop we als farmaceutisch bedrijf voldoen aan onze wettelijke en juridische verplichtingen, maar ook in de manier waarop we een cultuur creëren waarin ethiek en naleving zijn verankerd en waarin we elke dag worden gedreven om integer te handelen. We houden onszelf – en elkaar – aan de hoogste normen en onze beslissingen worden geleid door onze ethische principes:

Ethische bedrijfsvoering

We streven ernaar om dit streven naar ethiek en zakelijke integriteit te verankeren in onze bedrijfscultuur (bijvoorbeeld via prestatiedoelstellingen of selectiecriteria voor leveranciers), en van alle medewerkers en externe medewerkers wordt verwacht dat ze een jaarlijkse training volgen over onze Gedragscode. UCB volgt alle toepasselijke wetten en regelgevende vereisten met betrekking tot onze activiteiten. Wij verplichten ons ertoe om ongepaste beïnvloeding van de beslissingen of acties van anderen te vermijden met ongepaste beloften van waarde, om schending van mensenrechten in onze bedrijfsactiviteiten en de gemeenschappen waarin we actief zijn, te voorkomen, en om onze collega's en alle derde partijen aan dezelfde normen te houden. Om dit kracht bij te zetten, heeft UCB in juli 2023 een eigen Mensenrechtenbeleid uitgegeven, vergezeld van training voor interne en externe belanghebbenden. Bij UCB geloven we dat hoe we zaken doen net zo belangrijk is als wat we doen. We streven ernaar om zaken te doen op een verantwoorde manier – de ethische manier – elke dag opnieuw.

4 Het nalevingspercentage is de som van de medewerkers die de opleiding hebben voltooid en de medewerkers die nog binnen de termijn zijn om de verplichte opleidingen te voltooien en eraan te voldoen. Voor de training Human Rights werd dit percentage in februari gemeten omdat de gegevens voor december nog niet beschikbaar waren op het moment van de rapportage.

2023 Performance 100 % (β) 94 % (β) 100 %
van de UCB- medewerkers voltooide de Gedragscode-training
van de UCB- medewerkers voltooide de anti-omkopings- en anti-corruptietraining
van de medewerkers van UCB voltooide een training over het mensenrechtenbeleid van UCB⁴
Geen materiële acties of geschillen in verband met UCB.

Geen belangrijke mensenrechten- zaken met betrekking tot UCB. Geen materiële gevallen van omkoping en corruptie die resulteerden in boetes voor UCB- overtredingen. Vertrouwen wordt bevorderd door ons gedrag. Integriteit is onvoorwaardelijk. Zorg is de kern. Transparantie maakt ons sterker. Aansprakelijkheid drijft onze missie.

75 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Aan onze jaarlijkse anonieme ethische cultuur- en nalevingsperceptie-enquête werd in alle regio's veel deelgenomen: 46% van de medewerkers vulde de enquête in. De algemene score van UCB steeg met 2,7 punten ten opzichte van 2022 en bereikte een positieve beoordeling van 81,8%, dankzij een duidelijke verbetering in elke regio. Hoge scores, die onze sectorgenoten overtreffen, werden vooral genoteerd in de visie van de medewerkers van de functie Ethics and Compliance van UCB en hoe zij hun collega's en omgeving zien. De resultaten van de enquête worden gebruikt om ervoor te zorgen dat het programma voor Ethics and Compliance dynamisch is en beantwoordt aan de evoluerende behoeften van UCB, waarbij het senior leiderschap plannen ontwerpt voor voortdurende betrokkenheid bij hun teams op basis van de resultaten.

We versterken onze ethische cultuur door alle medewerkers transparante informatie te geven over alle zaken op het gebied van ethiek en naleving die het afgelopen jaar zijn gemeld, inclusief het onderzoeksproces, de uitkomsten en geanonimiseerde voorbeelden.

In 2023 werden 54 nieuwe zaken gemeld. In twee gevallen werd onvoldoende informatie verstrekt en 7 gevallen werden doorverwezen naar de HR-afdeling. In totaal werden 45 onderzoeken afgerond, inclusief 8 zaken die uit 2022 werden overgedragen. Eind 2023 waren acht zaken in behandeling voor voltooiing in 2024. Van de afgeronde onderzoeken werd in 23 gevallen het bewijs geleverd. De resultaten van de afgeronde onderzoeken worden hieronder samengevat:

Discussie op gang brengen over ethiek

UCB bleef managers in de hele organisatie ondersteunen om regelmatig gesprekken over ethiek in hun eigen teams te voeren, door maandelijkse inspiratieboodschappen en denkstarters te delen om discussies over actuele onderwerpen te stimuleren – van bijvoorbeeld hoogtepunten van nieuw beleid tot reflecties van individuele managers over ethiek.

DUURZAAMHEIDS VERKLARING

Voor meer informatie over de methodologie en onze processen omtrent gegevensverzameling met betrekking tot ethische bedrijfsvoering, verwijzen we naar Duurzaamheidsverklaring UCB | Onze prestaties.

76 Geïntegreerd jaarverslag 2023

77

Door het analyseren van potentiële risico's (zowel positief als negatief) kunnen weloverwogen beslissingen worden genomen om onze strategie verder te brengen en impact te hebben in een steeds volatielere, complexere, snel veranderende en ambigue omgeving.

Bedrijfsrisico's en opkomende risico's aanpakken in onze strategische planning

Ons volledig geïntegreerde risicobeheerkader geeft de Raad en het Auditcomité van UCB de mogelijkheid om te evalueren en te overzien hoe het bedrijf bedrijfsrisico's en opkomende risico's beheert in lijn met onze strategie en prioriteiten op korte tot lange termijn. De risico's waarmee we te maken hebben, veranderen en daarom is onze benadering van risicomanagement dynamisch, zodat nieuwe of veranderde risico's kunnen worden beoordeeld en gedurende het jaar opnieuw kunnen worden beoordeeld.

Ons beoordelingsproces omtrent bedrijfsrisico houdt rekening met de waarschijnlijkheid en impact van risico's, en met zowel de tijd om te handelen als de tijd die nodig is om impact te hebben. We beoordelen risico's op potentiële financiële verliezen, reputatieschade en milieu-, maatschappelijke en bestuurlijke praktijken.

In 2023 hebben we ook opkomende risico's die ons vermogen om onze strategische langetermijndoelen te realiseren zouden kunnen beïnvloeden. We definiëren risico's als 'opkomend' als we meer moeten weten over hoe waarschijnlijk het is dat ze zich voordoen, of welke impact ze zouden hebben als ze zich voordoen. We onderzoeken deze verder voordat we beslissen of ze moeten worden geclassificeerd als ondernemingsrisico's.

Voorbeelden van belangrijke opkomende risico's die in 2023 zijn geïdentificeerd, zijn de beschikbaarheid en impact van massa-ge-neratieve AI, de impact van nieuwe verstorende gebeurtenissen op de toeleveringsketen, polycrisis ¹ anticipatie, milieucrisis en de impact van verstorende informatie op de waarde van UCB.

Zorgen voor effectief risicobeheer

We definiëren plannen voor bedrijfsrisico's die een beschrijving bevatten van het risico, de context en de acties die nodig zijn om op het risico te reageren. Deze plannen stellen het Uitvoerend Comité en de Raad in staat om de effectiviteit van onze risicobeheerstrategieën te beoordelen. Het collectieve vermogen om risico's te beheren wordt ondersteund door de toegang tot een duidelijk kader, hulpmiddelen en ondersteuning. Ons gecentraliseerd, digitaal wereldwijd risico- beheersysteem en het Risk @ UCB online resource center zijn beschikbaar voor alle medewerkers die informatie en ondersteuning zoeken voor risicobeheer.

Risicobeheer Bestuur en toezicht

UCB toont voortdurend haar inzet om onzekerheid te behe- ren door verantwoording af te leggen aan de top en door de business aan te zetten tot actie. De verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor risico's op elk niveau ligt bij het betreffende managementteam en op elk bedrijfsrisico wordt toegezien door een lid van het Uitvoerend Comité dat verantwoordelijk is voor het begrijpen van de aard van het risico en voor het mogelijk maken van onze respons hierop.

Voor meer informatie over risicobeheer en onze betrokkenheid bij ons Uitvoerend Comité, Auditcomité en onze Raad van Bestuur, verwijzen we naar onze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

Onze benadering van risicobeheer is om teams in heel UCB in staat te stellen om belangrijke, verticale en transversale risico's te identificeren en te beoordelen en een responsplan op te stellen.

¹ Verzamelterm voor met elkaar verband houdende en gelijktijdige crises van ecologische, geopolitieke en economische aard.

Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur UCB | Onze prestaties

78

Wereldwijde prijs- en concurrentiedruk

Farmaceutische prijzen worden nog steeds kritisch bekeken, met wereldwijde betalers, zowel overheid als particulieren, die op zoek zijn naar middelen om de kosten te verlagen. De toenemende concurrentie maakt de uitdaging nog groter.

Impact Risicobeperkende maatregelen
• Kan de betaalbaarheid voor patiënten beïnvloeden.
• De verkoop, winst en marktpositie kunnen negatief worden beïnvloed.
• Blijven investeren in gedifferentieerde innovaties, prijsstelling op basis van waarde en vroegtijdig extern contact met betalers.
• Horizonscanning op landenniveau om te anticiperen op trends en prioriteit te geven aan externe betrokkenheid en interne planning.

Uitdagingen voor duurzame toegang

UCB heeft als doel gesteld dat tegen 2030 alle patiënten die onze geneesmiddelen nodig hebben in landen waar we actief zijn, toegang hebben op een manier die duurzaam is voor patiënten, de maatschappij en UCB. We willen ook de toegang tot goede zorg en geneesmiddelen verbeteren voor mensen met epilepsie in lage- en middeninkomenslanden. Het risico bestaat dat dit leidt tot een kloof tussen toezegging en uitvoering.

Impact Risicobeperkende maatregelen
• Kan gevolgen hebben voor de toegang van patiënten tot geneesmiddelen en de kwaliteit van de zorg.
• UCB kan kritisch bekeken worden als we geen positieve trend kunnen aantonen in de richting van het bereiken van de 2030 mijlpaal en niet transparant zijn over de redenen.
• Samenwerken met beleidsmakers, patiënten, zorgverleners en andere belanghebbenden om innovatieve bedrijfsmodellen op te zetten om minderbedeelde bevolkingsgroepen te bereiken.
• Blijven samenwerken met gezondheidszorgsystemen die gelijke toegang en betaalbare zorg bieden.
• Het bieden van ondersteunings- en voorlichtings- programma's voor patiënten, waaronder hulp voor patiënten in financiële nood om toegang te krijgen tot onze geneesmiddelen.
• Evaluatie van het operationele model voor vroegtijdige toegang voor patiënten met zeldzame ziekten.

Belangrijkste bedrijfsrisico's in 2023

Het onderstaande overzicht geeft meer details over onze belangrijkste bedrijfsrisico's:

79 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Leverings- en kwaliteitsrisico's van producten

Verstoring van de levering van producten als gevolg van bv. geopolitieke instabiliteit, macro-economische volatiliteit of kwaliteitsproblemen bij UCB of haar derden kunnen de beschikbaarheid van producten in gevaar brengen.

Impact Risicobeperkende maatregelen
• Producttekorten kunnen gevolgen hebben voor patiënten.
• De verkoop, winst en marktpositie kunnen negatief worden beïnvloed.
• Snelle identificatie en beheer van risico's/problemen.
• Er zijn taskforces opgericht om de ontwikkeling van risico's direct te beoordelen en indien nodig verdere actie te ondernemen.
• Meer maatregelen om onze totale productiecapaciteit te optimaliseren/ knelpunten in onze toeleveringsketen weg te nemen.

Het verloop van toptalent beheren

De voortdurende en snel evoluerende competitieve omgeving voor talent kan betekenen dat UCB niet in staat is om een hoog niveau van talentbetrokkenheid te behouden, wat impact heeft op de bedrijfsactiviteiten.

Impact Risicobeperkende maatregelen
• De kwaliteit en uitvoering van onze strategische doelstellingen kan in gevaar komen.
• Ons vermogen om innovatieve geneesmiddelen aan patiënten te leveren, zou beperkt kunnen worden.
• De verkoop, winst en marktpositie kunnen negatief worden beïnvloed.
• Driemaandelijkse benchmarking van beloningen om concurrerend te blijven en waar nodig ad-hoc aanpassingen en retentieplannen maken.
• Ontwikkelingsmogelijkheden: interne mobiliteit en verbeterde leerinitiatieven om groei te ondersteunen en te stimuleren.
• Doorgaan met het monitoren en versterken van lokale en mondiale plannen.

Cyberbeveiliging

Chemische beperkingen
Cyberaanvallen op UCB of derden kunnen leiden tot inbreuk op gegevens of verstoring van IT-systemen, wat kan resulteren in verstoring van de bedrijfsvoering of schending van de vertrouwelijkheid van gegevens.

Impact
* Kan ons vermogen om te produceren en de productkwaliteit te waarborgen beperken.
* De privacy van patiënten of andere belanghebbenden kan in gevaar komen.
* Kan ons vermogen om onze activiteiten voort te zetten toekomstige zakelijke kansen beperken.
* De verkoop, winst en marktpositie kunnen negatief worden beïnvloed.

Risicobeperkende maatregelen
* Veelzijdige strategie voor cyberbeveiliging en gegevensbeheer.
* Actieve programma's voor preventie, detectie en respons bij cyberaanvallen.
* Continue bewaking en analyse, detectie en reactie op inbraakincidenten, beveiligingstests en bewustmakingstrainingen en -campagnes voor gebruikers.
* Robuuste processen, procedures en controles opgezet om te blijven voldoen aan de wetgeving voor gegevensprivacy.

Chemische beperkingen

Regeringen over de hele wereld leggen steeds meer beperkingen op aan het gebruik en het op de markt brengen van chemische stoffen die een bedreiging kunnen vormen voor de volksgezondheid of de duurzaamheid van het milieu. Dit kan gevolgen hebben voor veel aspecten van de chemische waardeketen (bijv. nieuwe producten in ontwikkeling, actieve ingrediënten, hulpmiddelen en verpakking, productieapparatuur, enz.)

Impact
* Beperkingen op het gebruik van of een verbod op van chemische stoffen (bijv. voor PFAS, Nitrosamines, TiO2, enz.).
* Kan de beschikbaarheid van producten voor patiënten beïnvloeden.
* Kan invloed hebben op onze licentie.
* De verkoop, winst en marktpositie kunnen negatief worden beïnvloed.

Risicobeperkende maatregelen
* Voortdurend in kaart brengen en beoordelen van chemische stoffen in bestaande portfolio en infrastructuur om risico's te identificeren en te verminderen.
* Blijven voldoen aan rapportageverplichtingen.
* Actief scannen van de externe omgeving om snel nieuwe regelgeving te identificeren en te plannen.
* Initiëren van vervangingsprojecten voor bekende chemicaliën en voor toekomstige portfolio's.
* Inclusief 'groene chemie' als een belangrijke beslissingsparameter.

Geïntegreerd jaarverslag 2023

UCB 82

Geïntegreerd jaarverslag 2023

UCB 83

Duurzaamheidsverklaring

UCB zet zich in voor duurzame praktijken in al onze bedrijfsactiviteiten. Omdat we vanaf 2024 willen voldoen aan de European Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de European Sustainability Reporting Standards (ESRS), geeft de volgende verklaring meer informatie over onze duurzaamheidsverslaglegging voor het hele jaar 2023 (inclusief beleid, doelen en prestaties op onze materiële onderwerpen).

Algemene informatie

Basis voor voorbereiding

Het geïntegreerde jaarverslag 2023 van UCB voldoet aan artikel 12 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in België. Alle informatie die krachtens artikel 3:6 en 3:32 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen in een dergelijk directieverslag moet worden opgenomen, wordt gerapporteerd in alle verschillende secties van dit geïntegreerd jaarverslag, met inbegrip van de Verklaring van UCB over extra-financiële informatie die betrekking heeft op sociale, milieu-, human resources-, mensenrechten- en anti-omkopings- en anticorruptiepraktijken.

Dit geïntegreerde jaarverslag is opgesteld op basis van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS), nu UCB het traject doorloopt om te voldoen aan de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). De normen van de Sustainability Accountability Standards Board (SASB) werden ook als referentie gebruikt. Daarnaast steunen we de aanbeveling van de Task Force on Climate-Related Financial Disclosures (TCFD). De update van de metriek met betrekking tot koolstofemissies is te vinden in dit rapport en de volledige methodologie voor het beoordelen van risico's en governance deel uitmaakt van onze TCFD-verklaring.

Het rapport toont hoe de activiteiten van UCB de zorgen en belangen van belanghebbenden respecteren en erop reageren en bereid is om verschillende belanghebbenden te bereiken, maar het richt zich voornamelijk tot investeerders. Het beoordelen, meten en rapporteren van de positieve en negatieve impact van onze activiteiten op de samenleving en de planeet is een belangrijk aspect van de betrokkenheid van UCB bij belanghebbenden. De presentatie van het 2023-verslag is opgesteld rekening houdend met de materiële onderwerpen uit onze vorige materialiteitsbeoordeling, die de leidraad vormde voor de inzet van UCB op het gebied van duurzame prestaties in 2023. De dubbele materialiteitsbeoordeling die in 2023 is uitgevoerd en op de volgende pagina's wordt beschreven, zal onze inzet en verslaglegging in 2024 onderbouwen en waar nodig worden bijgewerkt. We hebben besloten om enkele van de nieuwe materiële onderwerpen die tijdens deze oefening werden geïdentificeerd, op te nemen in onze duurzaamheidsverklaring, aangezien deze onderwerpen al deel uitmaken van de gebruikelijke activiteiten van UCB. In de toekomst zullen we er echter naar streven om de meting en rapportering van deze nieuwe onderwerpen te verbeteren en ze verder in ons kader te integreren voor duurzame prestaties.

De CSRD en ESRS zijn alleen van toepassing op de duurzaamheidsverslaglegging van UCB voor het jaar 2024. Voor dit geïntegreerde jaarverslag met betrekking tot het jaar 2023 blijven de rapportageverplichtingen van UCB met betrekking tot niet-financiële informatie conform de regels van de NFRD (Non-Financial Reporting Directive), zoals geïmplementeerd in de Belgische wetgeving en de Taxonomieverordening van de EU (Verordening 2020/852). Waar deze Duurzaamheidsverklaring vrijwillig is gestructureerd, voor zover mogelijk, op basis van het door de CSRD en ESRS voorgestelde kader, vooruitlopend op hun implementatie in 2024, moet deze Duurzaamheidsverklaring daarom niet worden geïnterpreteerd of uitgelegd alsof het de bedoeling was om te voldoen aan de CSRD en ESRS. Waar van toepassing verwijzen we in dit verslag ook naar andere rapportagestandaarden op het gebied van duurzaamheid die we op vrijwillige basis toepassen, zoals het rapportagekader van de SASB (Sustainability Accounting Standard Board).

UCB | Data en rapportering 84
Alle gegevens in deze verklaring hebben betrekking op het boekjaar 2023, tenzij anders vermeld. Elke verandering in methodologie of aanpassing van extra-financiële informatie wordt vermeld (in de tekst of in voetnoten) wanneer de overeenkomstige metriek wordt gepresenteerd. De reikwijdte van de consolidatie voor sociale en bestuursgerelateerde informatie is dezelfde als voor de jaarrekening, maar de reikwijdte van de consolidatie voor milieugerelateerde informatie kan verschillen. Voor energie-, water- en afvalgegevens omvat het toepassingsgebied alle productielocaties, laboratoria, de kantoren in eigendom en een aantal aanvullende kantoren van dochterondernemingen, waarbij ongeveer 94% van ons personeelsbestand betrokken is. CO2e-emissiecijfers zoals wagenpark (scope 1), zakenreizen, woon-werkverkeer van medewerkers en verwerking van verkochte producten aan het einde van de levensduur (scope 3) worden geëxtrapoleerd om 100% van de activiteiten te dekken.

Materialiteitsbeoordeling

In 2023 voerde UCB een gestructureerde dubbele materialiteitsanalyse uit in overeenstemming met de vereisten van de CSRD en de ESRS. Het doel was om de meest relevante onderwerpen op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur (ESG) voor UCB te identificeren, gebaseerd op hoe de onderwerpen financiële risico's en kansen voor het bedrijf zouden kunnen creëren (outside-in perspectief), evenals de eigen impact van het bedrijf op mens en milieu (inside-out perspectief). Sinds 2019 zet UCB zich in voor een geïntegreerde benadering van duurzame prestaties om beter maatschappelijke waarde te leveren voor de belangrijkste belanghebbenden – waaronder patiënten, aandeelhouders, medewerkers en gemeenschappen, terwijl we onze ecologische voetafdruk minimaliseren. Beoordelingen van de materialiteit maken deel uit van deze aanpak, omdat ze niet alleen een leidraad vormen voor de verslaglegging, maar ook voor de bedrijfsstrategie en de inspanningen om onze impact te verbeteren.

Onze materialiteitsbeoordeling voor 2023 was gebaseerd op de volgende aanpak:

  1. De reikwijdte en doelstelling van de materialiteitsbeoordeling bepalen
    Het bepalen van de reikwijdte van de beoordeling omvatte een identificatie van de belangrijkste activiteiten van UCB, het in kaart brengen van de waardeketen en de geografische gebieden die in aanmerking moesten worden genomen. De ESRS-onderwerpen, subonderwerpen en entiteits-/sectorspecifieke onderwerpen op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur (ESG) voor UCB werden vervolgens in kaart gebracht en geclusterd om een op maat gemaakte lijst van ESG-onderwerpen voor de beoordeling op te stellen die volledigheid en naleving van de CSRD waarborgde.

  2. Onderwerpen en impacts, risico's en kansen (IRO) identificeren
    Op basis van de geïdentificeerde onderwerpen is een betrokkenheidsstrategie voor belanghebbenden ontwikkeld door de belangrijkste interne en externe belanghebbenden te selecteren die via directe (bijv. semigestructureerde gesprekken, workshops en IRO-sjablonen) en indirecte methoden (bijv. interne en externe deskreasearch) geraadpleegd moeten worden. Bij het proces waren met name belanghebbenden uit de belangrijkste regio's van UCB betrokken. Het proces richtte zich onder andere op het verkrijgen van meer gedetailleerde lokale analyses in specifieke landen. De beoordeling van de potentiële IRO werd uitgevoerd in nauwe samenwerking met een groot aantal interne en externe belanghebbenden.# Geïntegreerd jaarverslag 2023

Zowel de betrokken als de geïnteresseerde belanghebbenden werden geraadpleegd, waaronder de medewerkers van UCB, het Sustainability Governance Committee, de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité van UCB, de External Sustainability Advisory Board, leveranciers, zakenpartners, patiëntenvertegenwoordigers, sectorverenigingen, NGO's, stichtingen en de media. Er werd impact geïdentificeerd langs de waardeketen van UCB – zowel stroomafwaarts in eigen activiteiten als stroomopwaarts. De niet-uitputtende lijst van geraadpleegde interne en externe bronnen voor deskresearch omvatte:

  • Interne informatiebronnen van UCB (bijv. Geïntegreerde jaarverslagen, resultaten van de Task Force on Climate- Related Financial Disclosure (TCFD), UCB Materiality Update Results 2021, enz.)
  • Publieke media-aandacht voor UCB en/of waardeketen en/of soortgelijke ondernemingen
  • Sector- en/of overheidsrapporten
  • Wetenschappelijk onderzoek
  • ENCORE (Exploring Natural Capital Opportunities, Risks and Exposure)
  • Gegevensanalyse Refinitiv

Via overleg met belanghebbenden en deze extra input werd voor elk beoordeeld onderwerp een geconsolideerde lijst van IRO opgesteld. 1 Dit werd gedaan voor België, Brazilië, China, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Mexico, Spanje, Zwitserland, Turkije, het VK en de VS.

3. Impact en financiële materialiteit beoordelen

Alle kwalitatieve input die werd gebruikt om IRO te beoordelen, werd vertaald naar kwantitatieve input op basis van een set gedefinieerde drempels voor elk van de beoordeelde criteria. Impactmaterialiteit werd onafhankelijk van financiële materialiteit beoordeeld door te kijken naar positieve en negatieve gevolgen en risico's en kansen voor elk duurzaamheidsthema. Voor de materialiteit van de impact werd de beoordeling van elke negatieve impact op de samenleving en het milieu gebaseerd op ernst (bijv. omvang, reikwijdte en herstelbaarheid) en waarschijnlijkheid. Positieve effecten van UCB werden geëvalueerd aan de hand van omvang, reikwijdte en waarschijnlijkheid. De criteria van waarschijnlijkheid en herstelbaarheid werden afgestemd op de methodologie voor Enterprise Risk Management van UCB. De omvang van impactmaterialiteit werd voornamelijk beoordeeld aan de hand van kwalitatieve gegevens, waarbij kwantitatieve gegevens alleen in aanmerking werden genomen voor onderwerpen met betrekking tot het milieu (d.w.z. "Matiging van klimaatverandering", "Wateronttrekking, -verbruik en -lozing" en "Circulaire economie"). De beoordeelde impacts werden als materieel aangemerkt wanneer ze de materialiteitsdrempels bereikten, met scores gecategoriseerd als belangrijk, significant of kritiek.

Voor financiële materialiteit werden duurzaamheids- gerelateerde risico's en kansen geïdentificeerd, geëvalueerd en geprioriteerd aan de hand van een vooraf gedefinieerde set drempelwaarden. Risico's en kansen werden beoordeeld aan de hand van de criteria waarschijnlijkheid en omvang van financiële gevolgen op de korte, middellange of lange termijn. Beide criteria werden afgestemd op de methodologie voor Enterprise Risk Management van UCB. De omvang van de financiële gevolgen omvatte het vermogen van UCB om middelen te blijven gebruiken of verkrijgen, de gevolgen voor haar reputatie – in termen van vertrouwen, media en overheid/regulering – en ESG-gerelateerde risico's en kansen. De beoordeelde risico's en kansen werden als materieel aangemerkt wanneer ze de financiële materialiteitsdrempels bereikten, met scores die ze categoriseerden als significant of kritiek.

De drempelwaarden en evaluatiecriteria die werden gebruikt om de effecten, risico's en kansen te beoordelen, volgden de aanbevelingen van de ESRS. Enkele van de belangrijkste veronderstellingen waren:

  • Clusteren van gelijksoortige (sub)onderwerpen zoals gedefinieerd in de ESRS-normen in één duurzaamheidsthema om de identificatie van IRO's tijdens interviews, workshops of via IRO-sjablonen te vergemakkelijken.
  • Sommige van de door de ESRS gedefinieerde onderwerpen waren toegesneden op onze sector (bijv. veerkracht van het gezondheidsstelsel in de context van de ESRS-subonderwerpen "toegang tot informatie" en "toegang tot producten en diensten"), naast enkele sectorspecifieke onderwerpen die werden geïdentificeerd (bijv. ethisch gebruik van technologie).
  • Gebruik van input van enkele belanghebbenden als proxy voor een hele groep belanghebbenden.
  • Veronderstelling dat de geraadpleegde belanghebbenden inzichten zouden delen over de onderwerpen waarover zij de meeste kennis hebben.
  • Overname van bestaande Enterprise Risk Management- criteria of op maat gemaakte categorieën ontwikkeld voor omvang, reikwijdte en herstelbaarheid van IRO, ervan uitgaande dat deze goed geschikt zijn voor de beoordeling van alle duurzaamheidsthema's.
  • Toepassing van een kwantitatieve beoordeling voor het evalueren van de omvang van milieuthema's (bijv. energie en emissies, wateronttrekking en afval).
  • Het beschouwen van herstelbaarheid als een criterium alleen voor de berekening van negatieve effecten – niet voor positieve effecten.

4. Materiële thema’s valideren

De volgende resultaten van de materialiteitsbeoordeling zijn gepresenteerd aan en gevalideerd door het Uitvoerend Comité en de Raad van Bestuur. Deze bevindingen zullen een leidraad blijven voor onze inspanningen op het gebied van duurzame bedrijfsprestaties en zullen worden geïntegreerd in de bedrijfsstrategie. Daarnaast zullen ze de basis vormen voor het vergroten van onze transparantie en rapportage in 2024 met het oog op naleving van de CSRD. Het Enterprise Risk Management (ERM) team en het Corporate Strategy team waren actief betrokken bij de dubbele materialiteitsbeoordeling om de integratie van risico's in de interne risicolijst en vice versa te waarborgen. De resultaten (risico's en kansen) van de financiële impact (outside-in) van de dubbele materialiteitsbeoordeling werden volledig geïntegreerd in het ERM- raamwerk. Dit proces werd ook afgestemd op de beoordeling van de aandacht voor mensenrechten die in 2023 werd uitgevoerd, en de informatie die in deze twee soorten beoordelingen wordt verzameld, zal voortdurend worden geïntegreerd.

Onderwerpen die zowel vanuit financieel als impact oogpunt materieel zijn

  • Mitigatie van klimaatverandering
  • Adaptatie aan klimaatverandering
  • Circulaire economie
  • Verontreiniging van lucht, water en bodem
  • Ontwikkeling van medewerkers
  • Rechten van medewerkers en arbeidsomstandigheden
  • Wateronttrekking, -verbruik en -lozing
  • Privacy en gegevensbescherming
  • Ethische bedrijfsvoering
  • Wetenschappelijke innovatie
  • Politieke invloed en belangenbehartiging
  • Gelijke toegang tot geneesmiddelen
  • Veerkracht van het gezondheidsstelsel
  • Betrokkenheid van patiënten
  • Patiëntveiligheid en productkwaliteit
  • Gezondheid, veiligheid en welzijn van medewerkers
  • Diversiteit, gelijkheid en inclusie van medewerkers
  • Mensenrechten in de waardeketen
  • Verantwoorde verkoop en marketing
  • Ethisch gebruik van technologie

Onderwerpen die vanuit financieel oogpunt materieel zijn

  • Wetenschappelijke innovatie
  • Betrokkenheid van patiënten
  • Patiëntveiligheid en productkwaliteit
  • Gezondheid, veiligheid en welzijn van medewerkers
  • Diversiteit, gelijkheid en inclusie van medewerkers
  • Mensenrechten in de waardeketen
  • Verantwoorde verkoop en marketing
  • Ethisch gebruik van technologie

Onderwerpen die vanuit impact oogpunt materieel zijn

  • Mitigatie van klimaatverandering
  • Adaptatie aan klimaatverandering
  • Circulaire economie
  • Verontreiniging van lucht, water en bodem
  • Ontwikkeling van medewerkers
  • Rechten van medewerkers en arbeidsomstandigheden
  • Wateronttrekking, -verbruik en -lozing
  • Privacy en gegevensbescherming
  • Ethische bedrijfsvoering
  • Politieke invloed en belangenbehartiging
  • Gelijke toegang tot geneesmiddelen
  • Veerkracht van het gezondheidsstelsel

Wetenschappelijke innovatie

Dankzij wetenschappelijke innovatie kan UCB de ambitie waarmaken om mensen met ernstige ziekten gedifferentieerde behandelingen aan te bieden. Elke dag verrichten onze O&O-teams baanbrekend werk om de wetenschap om te zetten in gedifferentieerde geneesmiddelen waarvan we hopen dat ze de behandelingsparadigma's zullen veranderen door hun ziekteveranderende en zelfs genezende potentieel. We herinvesteren consequent 25-30% van onze inkomsten in O&O, omdat we ons ervan bewust zijn dat wetenschappelijke innovatie een langetermijninvestering is om ons vermogen te behouden, zodat we impactvolle oplossingen leveren voor degenen die we van dienst zijn. Dankzij deze consequente investering in O&O verkregen we belangrijke Fase 3-resultaten uit onze klinische studies naar de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab bij volwassenen met matige tot ernstige hidradenitis suppurativa (HS). Als gevolg daarvan boeken we vooruitgang met de indiening van wereldwijde wettelijke licentieaanvragen voor de periode tot 2024. Verdere klinische ontwikkelingsstudies werden opgestart om potentiële behandelingsopties te onderzoeken voor mensen die leven met de ziekte van Parkinson (UCB0222) en atopische dermatitis (UCB9741). De eerste resultaten worden in 2024 verwacht en alle andere klinische ontwikkelingsprogramma's worden voortgezet zoals gepland.

Betrokkenheid bij patiënten en zorgverleners is een fundamentele pijler van O&O-inspanningen. We zoeken naar de perspectieven van patiënten en zorgverleners vanaf de vroege ontwikkeling (inclusief ziekte-inzicht, ontwikkelingsplannen en protocolontwerp) en consequent tijdens de ontwikkelingslevenscyclus, door middel van patiëntenraden, panels, 1:1 gesprekken, etnografie en marktonderzoeken, afhankelijk van de vraag of we diepgaande langetermijn-partnerschappen willen opbouwen of eenmalige samenwerkingen met een grotere reikwijdte in meerdere geografische gebieden. Dit gebeurt onder toezicht van onze Chief Medical Officer en Chief Scientific Officer. Diverse teams, waaronder publiek-private samenwerkingsteams, venture- en scoutingteams, academische netwerken en patiëntbetrokkenheidsteams, zorgen ervoor dat we goed geïnformeerd blijven over wetenschappelijke innovatie en dat we ons bij onze beslissingen laten leiden door de impact op de patiënt en de maatschappij. Dit omvat het verbeteren van de voorspelbaarheid van de respons voor onze oplossingen, zodat uitgaven in de gezondheidszorg efficiënter kunnen worden besteed, en het vroegtijdig betrekken van regelgevende instanties.

Duurzaam ondernemen in 2023 – Maatschappelijk

In 2023 stelde UCB formele richtlijnen op voor externe innovatieprocessen, om soorten verbintenissen te stroomlijnen (bv. partnerschappen, sponsoring, onderzoeksdiensten) door rollen te definiëren voor verschillende functionele teams.# Het doel hiervan is om de werklast voor wetenschappers te verminderen, gedetailleerde tracering mogelijk te maken, strategische afstemming op portfolioniveau te garanderen, consistentie en naleving te handhaven en transparantie te bieden voor alle aanvragen voor externe betrokkenheid. Het senior leiderschap en de bestuursorganen van de portfolio van UCB controleren het hele jaar door actief de doelstellingen en voeren elk kwartaal prestatiebeoordelingen uit die kwantitatieve en kwalitatieve maatstaven combineren om een evenwicht te garanderen in de focus van de activiteiten en de toewijzing van middelen. Kwantitatieve analyse beoordeelt de omvang van de pijplijn om middelen af te stemmen op groeiambities. Kwalitatieve analyse legt daarentegen de nadruk op differentiatie en innovatie door best-in-class en first-in-class initiatieven met ongekende werkingsmechanismen te evalueren. Daarnaast zorgt de voortdurende beoordeling van onze risico's op portfolio- en programmaniveau, ingedeeld in biologie-, technologie- en waardecreatierisico's, voor een evenwichtige risicostrategie.

2023 Performance

10 12
moleculen in klinische ontwikkeling
klinische ontwikkelings- programma's in de pijplijn
UCB | Data en rapportering 88 89

Gelijke toegang tot geneesmiddelen

We werken nauw samen met gezondheidsstelsels, betalers en partners om de toegang te verbeteren, zodat patiënten en de samenleving kunnen profiteren van onze geneesmiddelen. Ons duurzaam toegangskader, dat in 2023 werd geïmplementeerd, is onze overkoepelende aanpak om te zorgen voor eerlijke toegang tot geneesmiddelen. Het heeft tot doel een beter inzicht te krijgen in toegangsbelemmeringen, gezondheidsinfrastructuren en lokale financiering, het begeleiden van UCB-teams bij het vormgeven van de juiste bedrijfsaanpak om onze ambities op het gebied van rechtvaardige toegang waar te maken, en tegelijkertijd te zorgen voor het verwachte financiële rendement om een robuuste O&O-pijplijn veilig te stellen en het verwachte rendement van onze aandeelhouders te realiseren.

Onze op waarde gebaseerd prijsstellingskader combineert inzichten van patiënten over de mogelijkheid om te betalen met aanvullende context over de bereidheid van lokale gezondheidszorgsystemen om te betalen, naast andere indicatoren over behandelgebieden en productspecifieke context, om de waarde die elke UCB-behandeling kan brengen, te analyseren. Het daaruit resulterende gelaagde prijsmodel erkent verschillen in gezondheidsecosystemen en patiëntbehoeften, en wederzijds gedefinieerde prioriteiten in het bereiken van gezondheidsresultaten.

De jaarlijkse Access Coverage Performance - en Time to Access -index volgen onze prestaties, waarbij wordt gekeken naar hoeveel UCB-geneesmiddelen met handelsvergunning markttoegang hebben verkregen, en hoeveel vroegere positieve beslissingen voor vergoeding werden ontvangen in vergelijking met typische industriële benchmarks in de landen waar UCB actief is Beide jaarlijkse doelstellingen worden wereldwijd vastgesteld en ontwikkeld op markt- en productniveau, waarbij de voortgang elk kwartaal wordt gecontroleerd en waar nodig opnieuw wordt beoordeeld met betrokken belanghebbenden 1. Tegen 2030 willen we een Access Coverage Performance van 90% bereiken en qua Time to Access 90% van de tijd boven de sectorbenchmark presteren, zodat meer mensen zo snel mogelijk kunnen profiteren van onze geneesmiddelen 2. Hoewel we er in principe naar streven om alle patiënten die onze geneesmiddelen nodig hebben te bereiken, erkennen we dat er in de praktijk gevallen zullen zijn waarin we geen toegang kunnen bieden door het ontbreken van afstemming tussen alle partijen. Daarom hebben we ons langetermijndoel gesteld op 90% toegang tot onze geneesmiddelen als erkenning voor deze uitdagingen.

  • Onze Access Coverage Performance Index volgt de dekking en vergoeding van geneesmiddelen van UCB, gebaseerd op het aantal UCB-producten die een onderhandelde vergoedingsnotering of een onderhandeld programma voor beheerde toegang hebben bereikt in de markten waar we actief zijn 3. Het omvat 44 regio's en kanalen 4, naast alle producten waarvoor in die regio's goedkeuring is verkregen en waarvoor het patent nog niet is verlopen, en alle indicaties waarvoor goedkeuring is verkregen. We definiëren "Access Coverage” als onderhandelde vergoede toegang tot het geneesmiddel, ongeacht eventuele toegepaste beperkingen, terwijl "No Access" wordt gedefinieerd als geen vergoede toegang tot het geneesmiddel.
  • De Time to Access-index 5 volgt de waargenomen tijd tussen de vergunning voor het in de handel brengen en de beslissing van de betalers om dekking en vergoeding te bieden voor nieuwe UCB-geneesmiddelen – gemeten ten opzichte van de mediane tijd tot vergoeding in de individuele markten waar UCB actief is, zoals geëvalueerd door IQVIA. Deze "TTA-benchmarks" verwijzen naar het mediane aantal dagen dat een land nodig heeft om van de markttoelating van een geneesmiddel over te gaan tot het verkrijgen van een onderhandelde vergoedingslijst (nationaal niveau) voor dat geneesmiddel of tot een onderhandeld programma voor beheerde toegang.

Voor volledige details over de methodologie, veronderstellingen en afwijkingen die we gebruiken om onze maatstaven voor toegang tot geneesmiddelen te beoordelen, verwijzen we naar de Bijlage "Maatstaven toegang tot geneesmiddelen".

  1. Verschillende belanghebbenden zijn betrokken bij het vaststellen van deze jaarlijkse doelstellingen. Het Access Performance-team verzamelt gegevens en beoordeelt de haalbaarheid van doelstellingen door uitwisseling met Regional Access Leaders (Europa, Internationale Markten en VS) en lokale Access Managers in onze vestigingen. Verschillende scenario's worden vervolgens voorgelegd aan het hoofd Global Access and Pricing External Engagement en het hoofd Sustainability, Corporate Affairs & Risks, die de uiteindelijke doelen voor de periode afstemmen en overeenkomen. In een later stadium worden sommige doelen ook gedeeld en besproken met ons Compensation and Benefits-team dat verantwoordelijk is voor het opnemen van doelstellingen op gebied van Toegang tot geneesmiddelen in het Lange-termijnincentives-plan van senior managers. Zodra de doelen zijn vastgesteld, worden ze uitgerold en worden de regio's en aangesloten bedrijven op de hoogte gebracht van de te behalen doelen voor de nieuwe periode.
  2. De periode die in aanmerking wordt genomen om onze ambitie te bereiken loopt van 2022 tot en met 2030. Jaarlijkse mijlpaaldoelstellingen worden benaderd door een lineaire progressie toe te passen die elk jaar wordt herzien op basis van de laatste resultaten en haalbaarheidsanalyse met onze belanghebbenden in regio's en UCB-vestigingen.
  3. De Access Coverage Performance Index is gebaseerd op het totale aantal vergoedingsvermeldingen voor een product/indicatie in een land in het boekjaar, gedeeld door het totale aantal producten/indicaties in een land dat in dat jaar een markttoelating heeft of zal krijgen. Gebruikte formule: Totaal aantal vergoedingsvermeldingen bereikt voor elk product/ indicatie in elk land / Totaal aantal producten/indicaties in elk land die een markttoelating hebben of zullen krijgen.
  4. In totaal zijn dit 44 regio's en kanalen (de VS is opgesplitst in vijf kanalen; Brazilië, Canada en Mexico zijn opgesplitst in publieke en private kanalen, het V.K. is opgesplitst in Engeland, Wales en Schotland), uit drie grote regio's (de EU, Internationale Markten en de VS) waar we actief zijn.
  5. De Time to Access Index wordt gemeten ten opzichte van een sectorreferentie die IQVIA voor UCB heeft opgesteld. Deze referentie meet de mediane tijd (dagen) tussen markttoelating en opname in de vergoedingslijst voor producten van UCB die verwacht worden tijdens het relevante toepassingsjaar (zoals geïdentificeerd aan de hand van de "TTA benchmarks" van de sector) en die de relevante mediane tijd tot vergoeding niet overschreden hebben. Deze industriële "TTA-benchmarks" meten de mediane tijd (dagen) tussen markttoelating en vergoedingsnotering voor een product, afzonderlijk voor elk land, en wordt voor UCB jaarlijks bijgewerkt door IQVIA. Gebruikte formule: # landen die tijdig goedkeuring hebben gekregen voor prijsstelling en vergoeding of een programma voor beheerde toegang binnen het jaar (ten opzichte van "TTA-benchmarks" uit de sector) / # landen waarvan werd verwacht dat ze binnen het jaar goedkeuring zouden krijgen voor prijsstelling en vergoeding (zoals geïdentificeerd met behulp van de "TTA-benchmarks" uit de sector) * 100

89 Geïntegreerd jaarverslag 2023

In de VS blijven we investeren in nieuwe oplossingen en partnerschappen om de kansengelijkheid in de gezondheidszorg te verbeteren en om ervoor te zorgen dat degenen die onze geneesmiddelen nodig hebben, er toegang toe hebben. Meer details over hoe UCB een innovatief, competitief en op waarde gebaseerd systeem wil aanmoedigen waarin de patiënt centraal staat, zijn te vinden in ons U.S. Sustainable Access and Pricing Transparency Report in de bijlage.

In 2023 was de nettoprijswijziging in de VS (na kortingen) gemiddeld 0,4% in de Amerikaanse productportfolio (wijziging catalogusprijs gemiddeld 5,7%). Dit weerspiegelt onze aanzienlijke marktkortingen om ervoor te zorgen dat patiënten toegang hebben tot de geneesmiddelen van UCB. Op productniveau was de grootste procentuele verandering een stijging van de catalogusprijs met 5,9% en een nettoprijsverandering van 20,8% van 2022 tot 2023. Dit is een gevolg van verschillende externe factoren, waaronder beleidswijzigingen inzake geneesmiddelenprijzen en het effect van bepaalde contractwijzigingen in ons bedrijf.

In lijn met ons duurzaam toegangskader erkent onze sociale bedrijfsaanpak de uitdagingen die de toegang tot gezondheidszorg en geneesmiddelen in lagere en middeninkomensomgevingen belemmeren.# Belangrijke initiatieven om duurzame toegang te bieden in een aantal specifieke situaties zijn onder andere:

Naast het opschalen van onze sociale activiteiten in India en het ontwikkelen van een innovatieve samenwerking in Brazilië om de behandelingskloof aan te pakken voor mensen uit lagere sociaaleconomische lagen, testen we in andere landen met een grote onvervulde behoefte en waar UCB geen commerciële aanwezigheid heeft, zoals Rwanda, voortdurend nieuwe benaderingen om lokale, duurzame toegang mogelijk te maken. In juli 2023 werd levetiracetam opgenomen in de 24ste editie van de modellijst van essentiële geneesmiddelen (EML) van de Wereldgezondheidsorganisatie¹.

Tijdens de beoordeling van de aanvraag diende UCB een brief in bij de WHO, ondertekend door CEO Jean Christophe Tellier, waarin we publiekelijk de steun van UCB uitspraken voor de opname in de EML. In oktober 2023 hebben we ook een registratiedossier ingediend bij de Rwandese Food and Drug Authority voor INN (generiek) levetiracetam, gevolgd door een prijsdossier voor publieke en private vergoeding.

¹ Samenvatting van het rapport van de 24ste WHO Expert Committee on Selection and Use of Essential Medicines. Beschikbaar op: https://iris.who.int/bitstream/handle/10665/371291/WHO-MHP-HPS-EML-2023.01-eng.pdf Laatst bekeken: December 2023.
² Toezeggingen COP26 Gezondheidsprogramma beschreven op: https://www.who.int/initiatives/alliance-for-transformative-action-on-climate-and-health/cop26-health-programme. Laatst geraadpleegd: Februari 2024.

Veerkracht van het gezondheidsstelsel

Externe klappen voor gezondheidsstelsels, zoals pandemieën, oorlog, klimaatcrisis of economische volatiliteit kunnen de continuïteit en kwaliteit van de gezondheidszorg verstoren. Het vermogen van gezondheidsstelsels om te herstellen en zich uiteindelijk sneller aan te passen om de impact van deze klappen te minimaliseren, vertegenwoordigt de veerkracht van het stelsel en vereist een multidisciplinaire aanpak om deze op te bouwen. Hoewel UCB niet verantwoordelijk is voor het aanpakken van alle factoren van veerkracht binnen gezondheidsstelsels, creëert het ontwikkelen van onze eigen wendbaarheid in het formuleren van oplossingen voor patiënten, zorgverleners en gezondheidsstelsels kansen voor ons om eraan bij te dragen en onze activiteiten te behouden. De mogelijke oplossingen zijn multidisciplinair van aard en gebaseerd op een grondige inventarisatie van de behoeften. Onze routekaart om het gezondheidsstelsel veerkrachtiger te maken en de kansengelijkheid in gezondheid te verbeteren is een integraal onderdeel van ons duurzame toegangskader.

Het voorkomen van en aanpassen aan de klimaatcrisis is een belangrijke factor voor het versterken van de veerkracht van gezondheidsstelsels over de hele wereld, waarbij verschillende onderzoeken aantonen dat CO2e² afkomstig van farmaceutische producten tot wel een derde van de koolstofvoetafdruk van gezondheidsstelsels kan uitmaken. Na de lancering van de door de VN en WGO gesteunde internationale programma Health Care Without Harm en de tijdens COP26² aangegane verplichting voor landen om hun impact op het klimaat te verminderen, hebben 75 landen klimaatreductiedoelen gesteld binnen hun gezondheidsstelsels. UCB zet zich in om gezondheidsstelsels in de landen waar we actief zijn te ondersteunen om deze doelen te bereiken. Dit doen we door te werken aan het leveren van groenere geneesmiddelen, onder andere via onze Green Product-scorekaart. De veerkracht van het gezondheidsstelsel werd in 2023 door UCB, als onderdeel van onze update van de materialiteitsbeoordeling, geïdentificeerd als een nieuw materieel onderwerp. Daarom zullen we in 2024 kritieke prestatie-indicatoren gaan definiëren om onze prestaties op dit gebied beter te kunnen meten.

  • Onze sociale activiteiten in India uitbreiden
  • Onderzoeken van nieuwe sociale bedrijfsmodellen in Brazilië en Rwanda
  • Toenemende beschikbaarheid van levetiracetam in geselecteerde LMIC

UCB | Data en rapportering 90

Patiëntveiligheid

UCB heeft robuuste systemen om de veiligheid van patiënten te garanderen. Ons Farmacovigilantiesysteem (geneesmiddelenbewaking) zorgt ervoor dat we informatie over patiëntveiligheid bewaken, beoordelen en rapporteren aan regelgevende instanties. Het systeem wordt regelmatig bijgewerkt in overeenstemming met alle lokale vereisten. Als onderdeel hiervan bewaken en controleren we de naleving van interne standaard operationele procedures en externe regelgeving.

Om de veiligheid van farmaceutische producten voor patiënten te garanderen, doet UCB het volgende:

  • Bewaken en verzamelen van informatie over bijwerkingen van onze producten, waaronder onverwachte bijwerkingen.
  • Systematisch verzamelen, analyseren en interpreteren van gegevens uit verschillende bronnen om potentiële veiligheidsproblemen gerelateerd aan UCB-producten te identificeren.
  • Evalueren van de risico's en voordelen van onze producten en implementeren van strategieën om risico's te minimaliseren en voordelen te maximaliseren.
  • Melden van ongewenste bijwerkingen en veiligheidsinformatie aan regelgevende instanties in overeenstemming met de voorschriften.
  • Vergemakkelijken van de communicatie en informatie-uitwisseling over patiënt- of productveiligheid tussen professionals in de gezondheidszorg, regelgevende instanties en de farmaceutische industrie.

Alle acties met betrekking tot patiëntveiligheid worden ondernomen in overeenstemming met de regelgevende instanties en goedgekeurd door de UCB Benefit Risk Board (BRB). Voorgezeten door onze Chief Medical Officer en met inbegrip van patiëntenvertegenwoordigers controleert en adviseert de BRB over risico-batenverhouding van producten in de hele UCB-portfolio van ontwikkelde en goedgekeurde producten – onafhankelijk van commerciële plannen. Interne discussies worden afgestemd op meningen van externe technische experts, waardoor gedetailleerde wetenschappelijke nauwkeurigheid en analyses worden geleverd die zijn gebaseerd op inzichten van patiënten. De BRB beoordeelt regelmatig alle producten en nieuwe gegevens om ervoor te zorgen dat alle mogelijke veranderingen in risico-batenverhouding van een product worden beoordeeld en op de juiste manier worden meegedeeld aan de gezondheidsautoriteiten.

Patiënten kunnen rechtstreeks contact opnemen met UCB om hun bezorgdheid te uiten, met inbegrip van het melden van ongewenste bijwerkingen, en informatie over veiligheidsrapportage wordt opgenomen in alle relevante communicatie en op de website van UCB. Alle medewerkers van UCB en andere relevante personen worden getraind in de vereisten voor veiligheidsrapportering en zijn verplicht om alle informatie over mogelijke ongewenste bijwerkingen die worden vastgesteld, rechtstreeks naar ons team voor patiëntveiligheid te sturen voor herziening. Als er een veiligheidssignaal wordt geïdentificeerd, worden de gegevens beoordeeld om een mogelijk of klinisch relevant risico vast te stellen. Veiligheidsrisico's en aandachtspunten worden gemonitord via systematische signaaldetectie en beoordelingsactiviteiten. Wanneer er veranderingen in het veiligheidsprofiel van een product worden vastgesteld, beoordelen we of er behoefte is aan verdere risicobeperking en implementeren we deze indien nodig, met de juiste rapportage en toestemming van de relevante regelgevende instanties. Deze analyse, in combinatie met de reguliere routinematige toezichtsactiviteiten voor productveiligheid, zorgt voor een holistisch en objectief beoordelingsproces voor product- en patiëntveiligheid.

2023 Performance

Kritische bevindingen van EMA-inspectie over farmacovigilantie 0
Nalevingspercentage van training in veiligheidsrapportage-verplichtingen van UCB (doel: 90%) 99 %
Nalevingspercentage bij het melden van ongewenste bijwerkingen aan regelgevende instanties 97 %

91 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Productkwaliteit

De kwaliteit van onze producten is van het grootste belang bij UCB, met interne processen, onwrikbare principes en nauwgezette protocollen om uitmuntendheid te garanderen in elk farmaceutisch product dat we afleveren.

Om de veiligheid, naleving en kwaliteit van onze producten te garanderen, doet UCB het volgende:

  • Hanteren van kwaliteitsprincipes in onze bedrijfsactiviteiten om ervoor te zorgen dat patiënten betrouwbare producten en oplossingen ontvangen door ons consequent te houden aan strenge kwaliteits-, veiligheids- en regelgevingsnormen.
  • Voldoen aan relevante regels, wetten en interne kwaliteitsnormen en -vereisten, zodat we kunnen garanderen dat onze praktijken consistent voldoen aan de vereisten van de sector.
  • Onderhouden van een Kwaliteitsmanagementsysteem (QMS) dat is afgestemd op de evoluerende kwaliteitsdoelstellingen van de sector.
  • Bevorderen van de kwaliteitscultuur, risicopreventie en voortdurende verbetering door individuele verantwoordelijkheid voor het handhaven van hoge kwaliteitsnormen aan te leren en te stimuleren.
  • Uitvoeren van beleid en procedures die verankerd zijn in de principes die zijn uiteengezet in het Enterprise Quality Manual en de Gedragscode van UCB.
  • Benadrukken van gegevensintegriteit als kernprincipe voor alle bedrijfsactiviteiten.

Ons Kwaliteitsbeleid is ons QMS-document van het hoogste niveau. Hiermee wordt de levering van producten van topkwaliteit verzekerd, het vertrouwen van patiënten verdiend en de reputatie van UCB beschermd. De Enterprise Quality Manual (EQM), afgestemd op de Gedragscode en het Kwaliteitsbeleid van UCB, is universeel van toepassing op alle bedrijfsfuncties, locaties en vestigingen van UCB onder de voorschriften van Good Practice. Het omvat alle processen gedurende de gehele levenscyclus van het product, waar nodig aangevuld met domeinspecifieke kwaliteitshandboeken. Consumenten kunnen problemen aan de orde stellen via klachten over productkwaliteit, die worden ontvangen door aangewezen functies binnen UCB.# Geïntegreerd Jaarverslag 2023

Data en rapportering

Hierdoor wordt een uitgebreid onderzoek gestart, geleid door de Global Quality Standard Operating Procedure (SOP) die betrekking heeft op producten die door UCB in alle stadia worden vervaardigd, geleverd of gedistribueerd. Klachten worden verzameld van bronnen waaronder de markt (bijv. patiënten, zorgverleners, groothandelaren), partners en derde partijen op het gebied van logistiek (3PL's) of partijen die betrokken zijn bij klinische onderzoeken (bijv. patiënten, onderzoekers, klinische locaties, levering van klinische onderzoeken). Alle bijbehorende acties van UCB worden gecontroleerd en gevolgd tot ze zijn voltooid. Dit proces wordt beschreven in het kwaliteitsbeleid van UCB en de SOP en wordt jaarlijks geëvalueerd om de doeltreffendheid van het programma te garanderen.

1 Een kritieke terugroeping is een terugroeping op patiëntniveau – klasse 1 en/of met een aanzienlijke impact op de markt en/of op de bedrijfsreputatie.

2023 Performance

Terugroepingen Inspecties Kritieke terugroepingen Vrijwillige terugroepingen van klasse II Vrijwillige terugroepingen van klasse III
0 2 72 0

Inspecties in ons interne en externe netwerk over de verschillende Good Practices (GxP's).

Om nadelige gevolgen te voorkomen, maakt UCB gebruik van een proces om kwaliteitsproblemen te beoordelen, noodzakelijke terugroepingen te vergemakkelijken en een Quality Management Framework te onderhouden dat wereldwijd voldoet aan de regelgeving inzake archieven wereldwijd. Bewakings- en controlesystemen, interne/ externe audits en belangrijke prestatie-indicatoren die door het Quality Leadership Team worden beoordeeld, zorgen voor een continue beheersing van kwaliteitsrisico's en stimuleren prestatieverbeteringen. Maandelijkse rapporten informeren relevante bedrijfsproceseigenaren en bevorderen een proactieve aanpak door middel van bruikbare inzichten.

UCB | Data en rapportering 92

2 Aantal evenementen met deelname van patiëntenorganisaties die in 2023, zoals bijgehouden door ons Activity Notification Form-systeem. Aan elk evenement kunnen meerdere patiëntenorganisaties uit verschillende landen deelnemen.

3 Dit is het aantal activiteiten dat in 2023 is voltooid. Lopende activiteiten die in 2023 zijn gestart maar nog niet zijn afgerond, zijn niet in dit aantal opgenomen.

4 Het beleid van UCB vereist dat een Activity Notification Form wordt beoordeeld en goedgekeurd voordat er wordt samengewerkt met belanghebbenden uit de gezondheidszorg. Het Activity Notification Form moet duidelijk alle informatie met betrekking tot de opdrachtactiviteit bevatten om een formele beoordeling en evaluatie van de beoordeling te goeder trouw en de analyse van de reële marktwaarde mogelijk te maken.

Patiëntbetrokkenheid

We gaan sterke banden aan met mensen die leven met ernstige ziekten. Zo identificeren we de meest veelbelovende innovaties door naar de persoon te kijken en niet alleen naar de ziekte. We onderhouden deze banden door voortdurend samen te werken met patiëntengemeenschappen in alle stadia en domeinen van de levenscyclus van geneesmiddelen. De ambitie van UCB wat patiëntbetrokkenheid betreft is dat het creëren van waarde met en voor mensen die leven met ernstige ziekten de norm wordt. We willen ervoor zorgen dat we binnen elke patiëntenpopulatie samenwerken met patiënten en hun vertegenwoordigers gedurende de hele levenscyclus van onze oplossingen, van vroeg onderzoek tot lanceringen.

Het Patient Engagement Framework van UCB ondersteunt deze ambitie van systematische, voortdurende en consistente betrokkenheid van patiënten geïntegreerd in de waardeketen. Dit zorgt ervoor dat de behoeften, ervaringen en voorkeuren van patiënten de basis vormen voor de besluitvorming.

In 2023 hebben we een standaardwerkprocedure voor patiëntbetrokkenheid ontwikkeld en ingevoerd, geleid door een speciale functie voor patiëntbetrokkenheid, met aanvullende operationele hulpmiddelen, naast een bedrijfsbreed leerprogramma en de lancering van een academie voor patiëntbetrokkenheid. Voor specifieke patiëntenpopulaties worden plannen gedefinieerd op globaal niveau, maar ook op nationaal niveau om rekening te houden met geografische bijzonderheden.

We blijven de standpunten van patiënten integreren door patiënten als niet-stemgerechtigde leden zitting te laten nemen in onze Benefit Risk Board en door te luisteren naar onze medewerkers die leven met ernstige ziekten. Jaarlijkse PatientView-enquêtes geven waardevolle feedback rechtstreeks van patiëntengroepen over onze reputatie op het gebied van patiëntbetrokkenheid waarbij wordt gekeken naar indicatoren zoals transparantie, patiëntgerichtheid, relaties met patiëntengroepen, betrokkenheid bij O&O, patiëntinformatie en patiëntveiligheid.

Opmerkelijke resultaten voor 2023 waren onder andere dat UCB in het Verenigd Koninkrijk de hoogste waardering kreeg (nummer 1 van de 17 beoordeelde bedrijven) op de "Corporate Reputation of Pharma"-enquête, een belangrijke prestatie voor UCB. Wereldwijd stonden op de tweede plaats voor neurologie bij mensen die leven met neurologische aandoeningen, evenals het bedrijf dat de meeste vooruitgang had geboekt met patiënten met zeldzame ziekten in het verslagjaar. De effectiviteit van onze processen voor patiëntbetrokkenheid zal verder worden gevolgd door een CRM-systeem (Customer Relationship Management) voor patiëntbetrokkenheid, dat in 2024 zal worden gelanceerd.

MEER INFORMATIE

2023 Performance

Betrokken patiëntenorganisaties Strategieën Patiëntbetrokkenheid Financiering voor patiëntenorganisaties
126 86 >€ 2,8 miljoen

2 bijgehouden via het systeemActivity Notification Form
3

Patiëntenorganisaties, individuele patiënten, hun verzorgers en andere patiëntexperts hebben contactpersonen aangewezen (ook wel leads patiëntbetrokkenheid) aan wie feedback of vragen over betrokkenheidsactiviteiten kunnen worden gesteld, wat het anders maakt dan farmacovigilantie. Specifieke vragen over ziekten of producten worden daarentegen beantwoord via het UCBCares ® programma, dat elk individueel verzoek en antwoord volgt en controleert.

93 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Gezondheid, veiligheid en welzijn van medewerkers

Medewerkers kunnen feedback geven over het welzijnsbeleid en de welzijnspraktijken via de jaarlijkse enquête, maar ook door contact op te nemen met lokale welzijnscomités en -experts. In 2023 introduceerde UCB initiatieven om het welzijn van het personeel te verbeteren. Dit omvatte speciale welzijnstraining via ons leiderschapsprogramma, gericht op het herkennen van tekenen van burn-out om onze teams beter te kunnen ondersteunen. Diensten en ondersteuning werden versterkt door middel van een nieuw medewerkersportaal met leermiddelen en gecentraliseerde contacten voor het Employee Assistance Program, evenals nieuwe lokale initiatieven zoals programma's voor financieel welzijn en certificeringen voor een gezonde werkplek. Ons welzijnsteam breidde uit naar extra markten en verdiepte hun betrokkenheid intern om meer zichtbaarheid te geven aan welzijnsinitiatieven, op basis van feedback uit onze jaarlijkse enquête.

Het beleid van UCB inzake gezondheid, veiligheid en welzijn (HSWB) heeft betrekking op alle medewerkers, personeel van derden, bezoekers, contractanten en consultants in alle UCB-entiteiten, is afgestemd op de ISO 45001-normen en voldoet aan alle lokale vereisten, wettelijk of anderszins. We stellen HSWB-verantwoordelijkheden vast, bieden training voor relevante procedures en integreren productveiligheidsoverwegingen in al onze activiteiten. Voorafgaand aan de implementatie worden het HSWB- beleid en de HSWB-praktijken van UCB formeel besproken in ondernemersraden of HSWB-comités en ontwikkeld met inbreng van medewerkers. Ze omvatten het rapporteren van gevaarlijke situaties en bijna-ongelukken, het beoordelen van functierisico's en procesrisico's, het selecteren van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM), het onderzoeken van ongewenste voorvallen en het vaststellen van bijbehorende corrigerende en preventieve maatregelen.

Elke medewerker wordt aangemoedigd om gevaarlijke situaties proactief te identificeren en te melden voordat er een ongeval gebeurt, zodat de veiligheid op onze locatie voortdurend wordt verbeterd. Elk jaar beoordelen risicobeoordelingsteams de potentiële gevaren van elke activiteit om te bepalen of er nieuwe risicobeperkende maatregelen nodig zijn. Onze apparatuur, installaties en faciliteiten worden regelmatig gesaneerd. Alle UCB-medewerkers moeten voldoende gekwalificeerd zijn, hetzij door opleiding, ervaring of training, alvorens de taken uit te voeren die bij hun rol horen. Op specifieke locaties met activiteiten met een hoge impact, zoals productielocaties, zijn gezondheidswerkers ter plaatse en op alle USB-locaties zijn EHBO-vrijwilligers aanwezig.

We blijven via onze HSWB-index meten hoe we het doen.

  • Onze veiligheidsprestatie-indicator die bestaat uit de Lost Time Injury Rate (LTIR) voor UCB-medewerkers, is goed voor 30%. LTIR verwijst naar het aantal arbeidsongevallen die ertoe leiden dat iemand een of meer dagen niet komt werken na de dag van het letsel, per miljoen gewerkte uren. In januari 2023 hebben we de reikwijdte van deze meting uitgebreid tot personeel van derden (externe medewerkers onder direct toezicht van een UCB-medewerker). De meetperiode is een kalenderjaar.
  • Onze HSWB-indicator combineert de resultaten van onze jaarlijkse wereldwijde HSWB-enquête met relevante perso- neelsgegevens, zoals promotiepercentage, mate van betrok- kenheid bij persoonlijke ontwikkelingsplannen en dekking van bijstandsprogramma’s voor medewerkers. Enquêteresultaten wegen voor 65% mee, en personeelsmaatstaven voor 35%; samen zijn ze goed voor 70% van de HSWB-index.# HSWB-index

Veiligheids- prestatie- indicator

100%

HSWB-indicator

73,6%

HSWB-index (LTIR x 30%) (HSWB-indicator x 70%) + waarbij de "HSWB-indicator" als volgt wordt berekend

  • Lichamelijk welzijn
  • Mentaal welzijn
  • Interactie met zorg
  • Sociaal welzijn
  • Doel & groei
  • Huidige staat van HSWB x 55%
  • Personeels- gegevens x 35%
  • Hefbomen voor ver- andering x 10%

DG&I is een bedrijfsbrede prioriteit voor UCB.

We hebben concrete doelen gesteld voor DG&I, waaronder onze doelstellingen om tegen 2025 een genderevenwicht te bereiken met een verhouding van ten minste 45-55% op het hoogste leidinggevende niveau (d.w.z. directie en hoger), om een gelijke vertegenwoordiging te bevorderen die de lokale demografie weerspiegelt en om onze scores in onze jaarlijkse Inclusie-index te verbeteren. Onze lokale markten stellen elk jaar specifieke doelen die de lokaal ondervertegenwoordigde groepen weerspiegelen, met als doel het bereiken van specifieke doelen in 2025. Deze doelstellingen worden ondersteund door richtlijnen voor DG&I-gerelateerde communicatie, het uitrusten van interne belangenbehartigers met informatie over DG&I om het begrip te vergroten, en het voortzetten van inclusieve wervings- en beloningsinitiatieven die in voorgaande jaren zijn gestart.

Bij UCB vallen alle medewerkers en personeel van derden (externe medewerkers onder direct toezicht van een UCB-medewerkers) onder ons gezondheids- en veiligheidsbeleid. Dit beleid en ons gezondheids- en veiligheidsbeheersysteem zijn gebaseerd op de ISO45001-vereisten, waarvoor een aantal van onze vestigingen (met de nadruk op de productielocaties) is gecertificeerd. Naast de Lost Time Incident Rate, Total Recordable Injury Rate en Health, Safety and Wellbeing Index bewaakt UCB ook andere maatstaven met betrekking tot gezondheid en veiligheid. In 2023 waren er 0 dodelijke slachtoffers door werkgerelateerd letsel of een werkgerelateerde slechte gezondheid, hetzelfde aantal als in 2022. In 2023 werden 311 verloren dagen door werkgerelateerd letsel als gevolg van arbeidsongevallen gemeld, ten opzichte van met 378 dagen in 2022. Beide maatstaven hebben betrekking op UCB-medewerkers en personeel van derden.

Op het gebied van veiligheid op het werk omvatten de nieuwe programma's voor 2023 onder andere een veiligheidsbeoordeling van onze productielocaties (waarbij ons 'safe-by-design'-maturiteitsniveau wordt geëvalueerd en de nodige saneringsplannen worden opgesteld) en een project om een beter inzicht te krijgen in de risico's van chemische stoffen op de werkplek (bijv. per- en polyfluoralkyl [PFAS]). Elders heeft ons PLCA-programma (Potentially Life Changing Activities) aanzienlijke vooruitgang geboekt in het beperken van risico's die samenhangen met activiteiten met een hoog risico. In 2023 hebben we acht van de elf geïdentificeerde risicovolle activiteiten aangepakt. Daarnaast blijven we prioriteit geven aan safe-by-design-praktijken, door te investeren in uitgebreide normen, integratie van infrastructuur en training van personeel om ervoor te zorgen dat de uitvoering van taken veilig en efficiënt blijft. Onze proactieve aanpak strekt zich uit tot de veiligheid van de bestuurder, met een robuust opleidingsprogramma dat in 2023 werd geïmplementeerd voor meer dan 2 000 UCB-medewerkers. Hiermee wordt opnieuw onze toewijding aan het bevorderen van een veilige werkomgeving voor onze medewerkers en hun gezinnen bevestigd.

Diversiteit, gelijkheid en inclusie van medewerkers

Definitie van DG&I:

Term Definitie
Diversiteit De geaccumuleerde rijkdom van unieke achtergronden, levens en culturele ervaringen van mensen en de diversiteit van gedachten die dit met zich meebrengt voor ons werk.
Gelijkheid Ervoor zorgen dat alle medewerkers eerlijke kansen krijgen voor ontwik- keling, vooruitgang, vergoeding en beloning in functie van hun ambities.
Inclusie Individuele verschillen respecteren en de voordelen die dit biedt, benutten om meer impact en waarde in ons werk te creëren.

Medewerkers per subgroep en leeftijdsgroep, vrouwen

2023 (β) 2022
≤ 29j 30-49j ≥ 50j Totaal ≤ 29j 30-49j ≥ 50j Totaal
Administratie/ondersteuning 44 247 210 501 47 248 195 490
Hoger kader 0 13 45 58 1 12 42 55
Managers, professionals en GDP's 1 172 2112 963 3 249 162 2 039
Verkoopteam 47 409 299 755 41 429 255 725
Technisch personeel 13 51 16 80 14 46 12 72
Totaal 276 2 832 1 535 4 643 265 2 774 1 375 4 414

Medewerkers per subgroep en leeftijdsgroep, mannen

2023 (β) 2022
≤ 29j 30-49j ≥ 50j Totaal ≤ 29j 30-49j ≥ 50j Totaal
Administratie/ondersteuning 60 194 117 371 45 174 117 336
Hoger kader 0 29 66 95 0 24 65 89
Managers, professionals en GDP's 1 123 1 725 2 831 105 1 708 944 2 757
Verkoopteam 38 425 329 792 48 421 293 762
Technisch personeel 32 208 111 351 30 216 99 345
Totaal 253 2 581 1 606 4 440 228 2 543 1 518 4 289

Deeltijdse en voltijdse contracten per geslacht

2023 (β) 2022
Vrouwen Mannen Totaal Vrouwen Mannen Totaal
Deeltijdcontract 485 148 633 469 126 595
Voltijdcontract 4 158 4 292 8 450 3 945 4 163 8 108
Totaal 4 643 4 440 9 083 4 414 4 289 8 703

¹ Graduate Development Program participants

Medewerkers per regio en geslacht

2023 (β) 2022
Vrouwen Mannen Totaal Vrouwen Mannen Totaal
Europa 2 913 2 834 5 747 2 751 2 721 5 472
België 1 379 1,548 2,927 1 288 1 477 2 765
Duitsland 309 188 497 304 189 493
VK 478 383 861 474 389 863
Zwitserland 232 393 625 212 368 580
Rest van Europa 515 322 837 473 298 771
Internationale markten (IM) 672 843 1,515 688 849 1 537
China 247 153 400 245 162 407
Japan 123 446 569 128 433 561
Rest van IM 302 244 546 315 254 569
VS 1058 763 1 821 975 719 1 694
Totaal 4 643 4 440 9 083 4 414 4 289 8 703

Aantal inwoners VS naar ras

2023 (β) 2022
Aantal % Aantal %
Wit 1 183 65% 1 109 65,5%
Niet gespecificeerd 280 15,4% 247 14,6%
Afro-Amerikaans 155 8,5% 148 8,7%
Aziatisch 156 8,6% 146 8,6%
Twee of meer rassen 25 1,4% 23 1,4%
Wenst niet te antwoorden 18 1,0% 16 0,9%
Amerikaans-Indiaans/Inheems Alaskaans 3 0,2% 3 0,2%
Inheems Hawaïaans of ander Pacifisch eiland 1 0,1% 2 0,1%
Totaal 1 821 100% 1 694 100%

Rechten van medewerkers en arbeidsomstandigheden

Patiëntwaarde-pijlers 2023 2022
Oplossingen Patiëntwaarde 8 212 7 895
PW Vroege oplossingen 749 741
PW Ontwikkelingsoplossingen 1 209 1 157
PW Immunologie-oplossingen 1 474 1 402
PW Neurologie-oplossingen 2 063 1 986
PW Leverings- en technologie-oplossingen 2 717 2 609
Ondersteunende functies Patiëntwaarde 851 806
PW Corporate Development and Finance 483 414
PW Legal Affairs 137 158
PW Talent and Company Reputation 231 234
CEO-kantoor 2 2
Totaal 9 083 8 703

Vaste en tijdelijke contracten per regio

2023 (β) 2022
Europa Inter- nationale markten VS Totaal Europa Inter- nationale markten VS Totaal
Tijdelijk contract 150 310 6 466 144 311 4 459
Vast contract 5 597 1 205 1 815 8 617 5 328 1 226 1 690 8 244
Totaal 5 747 1 515 1 821 9 083 5 472 1 537 1 694 8 703

Vaste en tijdelijke contracten naar geslacht

2023 (β) 2022
Vrouwen Mannen Totaal Vrouwen Mannen Totaal
Tijdelijk contract 244 222 466 239 220 459
Vast contract 4 399 4 218 8 617 4 175 4 069 8 244
Totaal 4 643 4 440 9 083 4 414 4 289 8 703

¹ Toepassingsgebied van het verslag: dit aantal vertegenwoordigt alle actieve medewerkers van UCB per 31 december 2023. Studenten, leerlingen, stagiairs, medewerkers met verlof en aannemers worden niet opgenomen in de personeelsgegevens.
² In 2023 vond er een kleine organisatorische verandering plaats waarbij de functies Sustainability, Corporate Affairs & Risks werden samengevoegd. Deze functies werden voorheen gerapporteerd onder PW Talent and Company Reputation en PW Legal Affairs en worden nu gerapporteerd onder het CEO-kantoor. De Global Internal Audit-functie werd voorheen gerapporteerd onder de PW Corporate Development and Finance en wordt nu ook gerapporteerd onder het CEO kantoor.
³ UCB heeft geen medewerkers zonder gegarandeerde uren.

Naast het monitoren van bepaalde personeelscijfers beoordelen we ook hoe de medewerkers van UCB hun werkomstandigheden ervaren via onze wereldwijde medewerkersenquête. De enquêtes van UCB zijn ontworpen om ons te helpen belangrijke aspecten van onze bedrijfscultuur en medewerkersbetrokkenheid bij te houden. We kunnen ons doel om waarde te creëren voor onze belanghebbenden en onszelf alleen bereiken als we ons inzetten voor een werkomgeving waarin ieder van ons zich kan ontplooien. In 2023 had onze wereldwijde medewerkersenquête een respons van 76% (tegenover 77% in 2022). Onze wereldwijde betrokkenheidsscore was 74/100 (β ) (hetzelfde niveau als in 2022), tegenover een benchmark van 79/100 van de top 25% hoog presterende wereldwijde sector die het Glint-platform gebruikt.

Ontwikkeling van medewerkers

We investeren in onze medewerkers om hen in staat te stellen te leiden, te innoveren en te groeien. Gestructureerd beleid zorgt ervoor dat alle kandidaten die solliciteren op openstaande functies bij UCB een gelijke beoordeling krijgen bij de werving, terwijl interne mobiliteit, professionele ontwikkeling en verwijzingsprogramma's de ontwikkeling van vaardigheden, het delen van expertise en het leggen van contacten met getalenteerde kandidaten aanmoedigen. We ondersteunen levenslang leren door middel van duidelijke richtlijnen over hoe je je kunt bijscholen om nieuwe carrièremijlpalen te bereiken. Alle medewerkers van UCB hebben toegang tot leerplatforms en functieoverschrijdende scholingsmogelijkheden, zoals het UCB RISE Learning Experience Platform, om vaardigheden te beoordelen en te ontwikkelen, interne mobiliteitsmogelijkheden te verkennen en inhoud te delen onder collega's. In 2023 stellen we duidelijke ontwikkelingsdoelen voor onze medewerkers vast die afgestemd zijn op de algemene doelstellingen van UCB.# UCB | Data en rapportering 100

Ons 3-staps groeimodel (Reflect, Develop, Impact) begeleidde de professionele ontwikkeling, inclusief een hernieuwde focus op leiderschap en management. Daarnaast biedt het Employee Growth Center (gelanceerd in 2023) toegang tot een breed scala aan beschikbare tools, platforms, leerprogramma's en hulpmiddelen. Om het platform te promoten, werden er verschillende sessies gehouden – wat leidde tot meer dan 15.000 views in 2023. Een jaarlijks communicatieplan bevordert tegelijkertijd een groeimindset bij onze medewerkers. 24,3% van de vacatures werd ingevuld door huidige medewerkers, een daling ten opzichte van 27% in 2022. Dit is het gevolg van een hoger algemeen wervingsvolume in 2023. 411 vacatures werden in 2023 vervuld door interne medewerkers, hoewel dit een aanzienlijke verbetering is ten opzichte van 2022 (324 vervulde vacatures), is het percentage van 23,4% vervulde vacatures door interne kandidaten in 2023 achtergebleven bij de ambitie van 30% van UCB. Het grote aantal openstaande vacatures betekent dat UCB eerder heeft vertrouwd op een instroom van externe kandidaten dan op interne mobiliteit. Het behoud van werknemers 4 steeg tot meer dan 92,5%. Dit wordt weerspiegeld in onze resultaten voor 2023 omtrent de betrokkenheid van medewerkers, waaruit blijkt dat de doelgerichtheid van medewerkers met 3% is toegenomen en de werktevredenheid met 2%. Onze talentenmarkt is zeer competitief, gezien de gespecialiseerde aard van onze sector. Om toptalent op het gebied van onderzoek en ontwikkeling (O&O) aan te trekken, te ontwikkelen en te behouden, hebben we verschillende initiatieven die specifiek gericht zijn op wetenschappers en O&O-professionals. In 2023 omvatte dit:
* Blijven aanbieden van jobrotaties tussen verschillende functies voor alle medewerkers die bij Development Solutions werken, om hun professionele ervaring uit te breiden door samen te werken in verschillende afdelingen. Hieronder valt de uitrol van een Internal Opportunity Marketplace, die al het O&O-talent de mogelijkheid biedt om kortlopende opdrachten of projecten te verkennen en aan te vragen binnen alle bedrijfsonderdelen en die op zijn beurt ook collega's uit andere gebieden in staat stelt om mogelijkheden op gebied van wetenschap te verkennen.
* Het aanbieden van een mentorprogramma tussen kaderleden van UCB en junior werknemers om opkomend talent te ontwikkelen en van ons Project Leader Learning- traject, dat tot doel heeft de medewerkers van UCB te verrijken met technische, wetenschappelijke en leiderschapsvaardigheden die een projectleider nodig heeft.
* Ernaar streven om de beste O&O-talenten aan te trekken en te behouden door een reeks interne en externe doctoraten aan verschillende academische instellingen in het VK en de EU te blijven financieren

Nieuwe medewerkers per regio

2023 (β) 2022
Europa 663 516
België 358 233
Duitsland 42 31
VK 85 114
Zwitserland 76 57
Rest van Europa 102 81
Internationale markten (IM) 226 205
China 59 62
Japan 78 85
Rest van IM 89 58
VS 320 340
Totaal 1.209 1.061

4 De berekeningsmethode voor de blijfkans van medewerkers is als volgt: 100% – percentage vrijwillig vertrek van medewerkers in de afgelopen 12 maanden.

Geïntegreerd jaarverslag 2023 99

Nieuwe medewerkers per regio en leeftijdsgroep, vrouwen

2023 (β) 2022
≤ 29j 30–49j ≥ 50j Totaal ≤ 29j 30–49j ≥ 50j Totaal
Europa 85 234 44 363 60 169 40 269
België 48 119 18 185 34 71 11 116
Duitsland 1 22 1 24 2 9 7 18
VK 15 31 3 49 11 41 9 61
Zwitserland 11 19 3 33 8 12 2 22
Rest van Europa 10 43 19 72 5 36 11 52
Internationale markten (IM) 16 77 8 101 26 69 6 101
China 9 31 40 80 15 29 0 44
Japan 9 1 10 10 3 17 6 26
Rest van IM 7 37 7 51 8 23 0 31
VS 17 110 83 210 13 119 74 206
Totaal 118 421 135 674 99 357 120 576

Nieuwe medewerkers per regio en leeftijdsgroep, mannen

2023 (β) 2022
≤ 29j 30–49j ≥ 50j Totaal ≤ 29j 30–49j ≥ 50j Totaal
Europa 70 189 41 300 44 172 31 247
België 45 113 15 173 24 87 6 117
Duitsland 13 5 18 18 1 11 1 13
VK 7 19 10 36 8 35 10 53
Zwitserland 15 25 3 43 7 24 4 35
Rest van Europa 3 19 8 30 4 15 10 29
Internationale markten (IM) 21 89 15 125 13 74 17 104
China 10 9 19 38 8 10 0 18
Japan 4 54 10 68 5 41 13 59
Rest van IM 7 26 5 38 0 23 4 27
VS 13 60 37 110 12 70 52 134
Totaal 104 338 93 535 69 316 100 485

Verloop per regio

2023 (β) 2022
Europa 392 417
België 167 203
Duitsland 29 23
VK 87 83
Zwitserland 39 37
Rest van Europa 70 71
Internationale markten (IM) 241 218
China 63 85
Japan 68 63
Rest van IM 110 70
VS 182 247
Totaal 815 882

Verloop per regio en leeftijdsgroep, vrouwen

2023 (β) 2022
≤ 29j 30–49j ≥ 50j Totaal ≤ 29j 30–49j ≥ 50j Totaal
Europa 24 127 59 210 25 121 44 190
België 9 62 16 87 13 53 14 80
Duitsland 5 9 14 28 2 9 3 14
VK 5 28 15 48 5 27 5 37
Zwitserland 7 7 3 17 3 6 2 11
Rest van Europa 3 25 16 44 2 26 20 48
Internationale markten (IM) 8 82 30 120 16 71 12 99
China 5 25 5 35 14 30 1 45
Japan 1 16 1 18 1 13 3 17
Rest van IM 2 41 24 67 1 28 8 37
VS 3 71 43 117 7 83 48 138
Totaal 35 280 132 447 48 275 104 427

Verloop per regio en leeftijdsgroep, mannen

2023 (β) 2022
≤ 29j 30–49j ≥ 50j Totaal ≤ 29j 30–49j ≥ 50j Totaal
Europa 4 102 76 182 27 133 67 227
België 3 46 31 80 16 72 35 123
Duitsland 4 11 15 30 2 3 4 9
VK 1 26 12 39 7 28 11 46
Zwitserland 15 7 22 44 0 16 10 26
Rest van Europa 11 15 26 52 2 14 7 23
Internationale markten (IM) 11 66 44 121 15 81 23 119
China 11 14 3 28 14 23 3 40
Japan 25 25 50 100 0 30 16 46
Rest van IM 27 16 43 86 1 28 4 33
VS 4 30 31 65 7 63 39 109
Totaal 19 198 151 368 49 277 129 455

Personeelsverloop 2023

Vrijwillig Onvrijwillig Totaal vrijwillig en onvrijwillig
Administratief/ondersteunend personeel 2,4% 3,2% 5,6%
Directie 5,2% 3,2% 8,4%
Managers, professionals en GDP’s 2 5,6% 2,3% 7,9%
Verkoopteam 6,9% 5,5% 12,5%
Technisch personeel 3,4% 1,2% 4,6%
Totale verloop 1 5,4% 2,9% 8,3%

1 Het totale verloop is het percentage van werknemers met een vast contract die vrijwillig en onvrijwillig zijn vertrokken in de laatste 12 maanden op het gemiddeld aantal werknemers met een vast contract in 12 maanden.
2 Deelnemers aan het Graduate Development Program.

UCB | Data en rapportering 102

Regelmatige beoordelings- en evaluatiegesprekken 2023

Vrouwen Mannen Totaal
% beoordelingsgesprekken 3 96% 96% 96%
% evaluatiegesprekken 4 93% 90% 91%

3 % beoordelingsgesprekken: % UCB-medewerkers die in aanmerking komen voor het prestatiebeoordelingstraject en die voor de verslagperiode een prestatiebeoordeling hebben ontvangen op het totale aantal UCB-medewerkers op 31 december: # medewerkers met prestatiebeoordeling in verslagperiode / UCB personeelsbestand 31 dec * 100
4 % evaluatiegesprekken: % UCB-medewerkers die in aanmerking komen voor het talentreviewtraject en die voor de verslagperiode een talentbeoordeling hebben ontvangen op het totale aantal UCB-medewerkers op 31 december: # medewerkers met talentbeoordeling voor de verslagperiode / UCB personeelsbestand 31 dec * 100

Gemiddeld aantal opleidingsuren

2023 2022
Gemiddeld aantal opleidingsuren 36 34
Totaal 36 34

Nalevingspercentage verplichte opleidingen

Percentage (%)
Gedragscode 5 100% (β)
Rapportage-verplichtingen op gebied van veiligheid 99%
Gegevensbescherming bij UCB 97%
Bewustzijn inzake phishing 100%
Anti-omkoping en anti-corruptie 94% (β)

5 Het team Ethics & Compliance werkt samen met het team Talent and Company Reputation om de tijdige voltooiing van deze training te bevorderen. Deze omvat een training over mensenrechtenbeleid of procedures met betrekking tot aspecten van mensenrechten die relevant zijn voor de bedrijfsvoering.
6 Het nalevingspercentage is de som van de medewerkers die de opleiding hebben voltooid en de medewerkers die nog binnen de termijn zijn om de verplichte opleidingen te voltooien en eraan te voldoen.

Alle medewerkers Alle medewerkers Alle medewerkers Alle medewerkers Alle medewerkers
Doelgroep Gedragscode Rapportage-verplichtingen op gebied van veiligheid Gegevens- bescherming bij UCB Bewustzijn inzake phishing Anti-omkoping en anti-corruptie
Frequentie Elk jaar Om de 2 jaar Om de 2 jaar Om de 2 jaar Elk jaar
Nalevingspercentage 2023 6 100% (β) 99% 97% 100% 94% (β)
Nalevingspercentage 2022 6 100% 99% 97% 98% 93%

Geïntegreerd jaarverslag 2023 103

1 Meldingen kunnen worden ingediend bij de UCB Integrity Line op https://www.ucb.com/Integrity-line, telefonisch of online in meerdere talen en anoniem.

Mensenrechten

UCB respecteert met trots de rechten en waardigheid van alle mensen. We streven ernaar om schending van mensenrechten – zoals gedefinieerd in de VN- Verklaring van de Rechten van de Mens – binnen alle bedrijfsactiviteiten, waardeketens en de gemeenschappen waarin we actief zijn, te voorkomen. Al onze partners moeten aan dezelfde normen voldoen. We bevorderen hoge ethische werknormen, zorgen ervoor dat medewerkers met waardigheid en respect worden behandeld en houden rekening met mensenrechtenaspecten in programma's die van invloed zijn op patiënten, waaronder activiteiten met betrekking tot toegang tot gezondheidszorg en klinische studies. In juli 2023 publiceerde UCB een eigen Mensenrechtenbeleid. Het dient als basis voor het identificeren van mensenrechten met de hoogste prioriteit (‘salient’) en bijbehorende due diligence-activiteiten die zich richten op acties om voortdurende verbetering van mensenrechtenpraktijken te stimuleren. De prioriteitsgebieden werden bevestigd door middel van een beoordeling van gebieden waar het risico op misstanden op het gebied van mensenrechten het grootst is en de meeste impact heeft. Hierbij werden de volgende gebieden voor 2024 vastgesteld:
* Aan derden gerelateerde risico's (met name arbeidsrechten, milieueffecten, corruptie)
* Geen discriminatie, geen intimidatie, en eerlijke behandeling voor UCB medewerkers
* Klinische onderzoeken
* Kunstmatige intelligentie
* Milieu (verbanden tussen milieu- en maatschappelijke effecten)
* Recht op gezondheid

UCB zal in 2024 een bestuurskader opzetten om toezicht te houden op onze mensenrechtenbenadering en actief de stem van rechthebbenden blijven integreren in onze activiteiten.# Alle UCB-medewerkers moeten de toepasselijke wetten naleven en de mensenrechten respecteren, en krijgen een verplichte jaarlijkse training.

We doen er alles aan om te voorkomen dat we inbreuk maken op de rechten van anderen, zoals vastgelegd in de International Bill of Human Rights en de principes die zijn vastgelegd in de Declaration on Fundamental Principles and Rights at Work van de International Labor Organization. Daarnaast hebben we het Global Compact van de VN ondertekend. UCB-medewerkers worden aangemoedigd om hun manager op de hoogte te brengen of melding doen via de UCB Integrity Line 1 van elke nadelige invloed waarbij het bedrijf, collega's of derden betrokken zijn. Alle ingediende klachten leiden tot een vertrouwelijk onderzoek, dat kan leiden tot corrigerende en disciplinaire maatregelen. UCB heeft ook een strikt anti-vergeldingsbeleid om medewerkers die melding maken te beschermen. We zetten ons in om gedwongen arbeid of kinderarbeid, moderne slavernij en mensenhandel in alle activiteiten en toeleveringsketens te verbieden, te identificeren en te voorkomen. Onze Modern Slavery Act Statement (VK) en Transparantiewet (Noorwegen) zijn openbaar. In 2023 waren er geen materiële schendingen van het mensenrechtenbeleid.

UCB | Data en rapportering 104

2 Voor EcoVadis-scorecards gepubliceerd in 2023, ten opzichte van de vorige beoordeling door de leveranciers.

Mensenrechten in de waardeketen

We zetten ons in voor het respecteren van de rechten en waardigheid van alle mensen en verwachten hoge ethische arbeidsnormen en een eerlijke behandeling bij de activiteiten van onze leveranciers. Wij houden partners in onze waardeketen (waaronder consultants, leveranciers en anderen die handelen namens UCB) aan dezelfde normen als UCB-medewerkers en verwachten van hen dat ze elke vorm van discriminatie of intimidatie op de werkplek beperken en de gezondheid en veiligheid van hun medewerkers garanderen, met inachtneming van de nationale wetgeving.

Onze Gedragscode voor leveranciers is een belangrijk onderdeel waar we tijdens de inkoop rekening mee houden, zodat we er zeker van zijn dat mensenrechten worden gerespecteerd. Deze gedragscode omvat alle onderwerpen uit de norm van de International Labor Organization, met uitzondering van de specifieke vermelding van mensenhandel, werkzekerheid en bescherming van het moederschap. Potentiële vendors moeten akkoord gaan met deze gedragscode voordat ze deelnemen aan een aanbesteding. Deze verplichting is ook opgenomen in leverancierscontracten en algemene voorwaarden.

Externe rechthebbenden kunnen potentiële klachten over mensenrechten melden bij de UCB Integrity Line. We controleren de mensenrechtennormen van strategische leveranciers en potentiële leveranciers via EcoVadis, waar we een minimale doelscore van 45/100 vragen, en via Sphera een online platform voor het monitoren van risicosignalen met betrekking tot eerlijke arbeidspraktijken, mensenrechten en ethisch gedrag. Wanneer risico's worden geïdentificeerd, evalueren we de ernst en de impact, beslissen we over te nemen maatregelen, controleren we de risico's en documenteren we geïdentificeerde risicobeperkende maatregelen (zoals corrigerende actieplannen met prioritaire verbeterinitiatieven) via ons risicobeheersysteem voor de onderneming. Een lage tot zeer lage EcoVadis-score op de pijler Arbeids- en Mensenrechten wordt ook beschouwd als een risicosignaal bij het beslissen over audits ter plaatse bij strategische leveranciers.

We nemen deel aan initiatieven van gelijkwaardige bedrijven om duurzaamheid in de farmaceutische waardeketen te bevorderen en capaciteiten op te bouwen die onze directe leveranciers nodig hebben. Dit omvat het Pharmaceutical Supply Chain Initiative (PSCI) waarmee onze leveranciers toegang hebben tot verschillende leermiddelen. In 2023 organiseerde het PSCI bijvoorbeeld evenementen over de Duitse Supply Chain Due Diligence Act en gendergelijkheid in het personeelsbestand van leveranciers in India. Het komende jaar zijn we van plan om betrouwbare gevolmachtigden te identificeren die de medewerkers in de waardeketen vertegenwoordigen. Daarnaast willen we haalbare manieren evalueren om met hen in contact te treden naast het uitvoeren van persoonlijke audits, en de doeltreffendheid van de UCB Integrity Line als klachtenmechanisme voor medewerkers in de waardeketen te beoordelen. We streven er ook naar om onze uitgaven bij leveranciers met een EcoVadis-score te verhogen, met als doel een dekking van 65% in 2024.

2023 Performance

Geen belangrijke mensenrechten-kwesties of -incidenten 64 % van de leveranciers heeft zijn EcoVadis-score verbeterd 2 (t.o.v. 68% in 2022)
Wereldwijde leveranciers gedekt door EcoVadis 53 % van de beoordeelde leveranciers heeft een EcoVadis-score van meer dan 45/100
91,6 %

105

Geïntegreerd jaarverslag 2023

Verantwoorde verkoop en marketing

Onze promotiestrategieën geven prioriteit aan waarheid en nauwkeurigheid en moeten een duidelijke en legitieme intentie hebben, vooral bij het communiceren van complexe medische en wetenschappelijke informatie. We zijn transparant in onze marketing naar professionals in de gezondheidszorg, patiënten, de bevolking, overheidsinstanties en anderen. We zetten ons in voor verantwoorde en correcte promotie en moedigen het gebruik van onze producten alleen aan op basis van de goedgekeurde doeleinden, de juiste wetenschappelijke verdiensten en de voordelen voor patiënten.

We belonen belanghebbenden niet voor het voorschrijven of kopen van onze geneesmiddelen. We houden ons aan toepasselijke lokale wetten, voorschriften en gedragscodes binnen de sector met betrekking tot ethische marketing 1. Alle medewerkers krijgen training en er wordt constant gecommuniceerd om ervoor te zorgen dat het verbod op off-label promotie wordt begrepen, met aanvullende training over de voorwaarden voor verantwoorde en ethische praktijken voor alle medewerkers die betrokken zijn bij verkoop en marketing.

Om ervoor te zorgen dat promotionele berichten accuraat, objectief en transparant zijn, worden alle Reclame, persberichten en wetenschappelijke mededelingen met betrekking tot onze samenstellingen, producten en ziektes worden voorgelegd aan vakkundig opgeleide teamleden van Juridische Zaken, Regelgeving en Medische Zaken. De activiteiten van het verkooppersoneel worden wereldwijd gecontroleerd en als ongepaste activiteiten worden ontdekt, worden corrigerende of disciplinaire maatregelen genomen. Alle meldingen van ongepaste marketing die via onze meldingskanalen binnenkomen, worden grondig onderzocht. Naast standaardpromotie regelt UCB ook nauwgezet de interacties met beroepsbeoefenaars uit de gezondheidszorg. Dit omvat een robuuste reeks interne controles om ervoor te zorgen dat opdrachten ethisch worden uitgevoerd en in overeenstemming blijven met de toepasselijke regels en voorschriften – zoals beschreven in de Gedragscode en het wereldwijde en lokale beleid. Deze processen worden routinematig beoordeeld als onderdeel van het jaarlijkse risicobeoordelings- en controleplan voor Ethics and Compliance en worden verder beoordeeld door het interne auditteam. Eventuele zorgen kunnen worden gemeld via onze UCB Integrity Line 2, waar alle meldingen worden onderzocht en elke overtreding die tijdens het proces wordt vastgesteld, zal resulteren in een analyse van de hoofdoorzaak, de uitvoering van corrigerende maatregelen en disciplinaire maatregelen, in overeenstemming met het UCB-beleid inzake wangedrag op de werkvloer.

1 Dit omvat WHO-Ethische Criteria voor Geneesmiddelenbevordering, en onder meer ook aan de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, alsook de codes van onder andere EFPIA (European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations), IFPMA (International Federation of Pharmaceutical Manufacturers & Associations) en PhRMA (Pharmaceutical Research and Manufacturers of America).

2 Meldingen kunnen worden ingediend bij de UCB Integrity Line op https://www.ucb.com/Integrity-line, telefonisch of online in meerdere talen en anoniem.

Privacy en gegevensbescherming

Aangezien individuele gezondheidszorgtrajecten steeds afhankelijker worden van digitale infrastructuur, zijn privacy en gegevensbescherming van vitaal belang in alle activiteiten van UCB. Hoewel UCB actief is in talrijke rechtsgebieden met specifieke privacyregels, hanteren wij ook ons eigen beleid en standaardwerkprocedures die ons algemene privacybeleid ondersteunen.

Onze medewerkers krijgen de noodzakelijke privacytraining, en de privacynormen van UCB worden meegedeeld via kennisge- nissen op onze websites (bv. voor internetgebruikers, patiënten, sollicitanten en zorgprofessionals) en wanneer gegevens van personen worden verzameld. Deze kennisgevingen beschrijven in detail hoe UCB verzamelde gegevens opslaat, gebruikt en beschermt. Ze verduidelijken ook dat gebruikers contact kunnen opnemen met UCB voor meer informatie of verdere actie.

In veel situaties verzamelt UCB toestemming voor verschillende soorten gebruik van persoonsgegevens, die allemaal kunnen worden ingetrokken. Ons privacybeleid stelt consumenten in staat om contact op te nemen met UCB met zorgen over privacy – rechtstreeks met het privacyteam of via het UCBCares ® -programma. We hanteren ook protocollen voor het reageren op incidenten om een goede respons te garanderen aan iedereen van wie de gege- vens betrokken kunnen zijn bij een incident. Naarmate de privacyregels evolueren, blijft UCB haar privacy- beleid bijwerken. In 2023 hebben we ons privacyteam uitgebreid en nieuwe operationele modellen ontwikkeld om onze wereldwijde commitment op gebied van privacy te ondersteunen.# UCB | Data en rapportering

UCB heeft een veelzijdige strategie voor cyberbeveiliging en gegevensbeheer, samen met actieve programma's voor de juiste preventie-, detectie- en responscontroles en voortdurende verbeteringen om intellectueel eigendom en kritieke informatie-middelen te beschermen. Dit omvat continue bewaking en analyse, detectie en reactie op inbraakincidenten, beveiligingstests en bewustmakingstrainingen en -campagnes voor gebruikers. Daarnaast heeft UCB een Cyber Crisis-programma waarmee we grote beveiligingsincidenten (bijv. datalekken of malware) goed kunnen aankunnen. In 2023 steeg volgens de wereldwijde trend het aantal potentiële datalekken, waaronder IT-beveiliging. Er is één incident gemeld bij de Braziliaanse gegevensbeschermingsautoriteit. Geen van deze incidenten heeft echter geleid tot een hoog risico voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen. In 2023 begon UCB met de voorbereiding op de komende NIS2-richtlijn die in oktober 2024 van kracht wordt. Omdat UCB het toenemende belang van privacy en gegevensbescherming als een belangrijk onderwerp ziet en om aan te sluiten bij de ESRS-rapportagevereisten, zullen we in 2024 werken aan het definiëren van nieuwe doelstellingen en belangrijke prestatie-indicatoren om onze prestaties op dit gebied beter te meten.

Duurzaam ondernemen in 2023 – Milieu

Bestrijding van en aanpassing aan de klimaatcrisis

Onze wetenschappelijk onderbouwde doelstelling omvat:

  • Scope 1-emissies veroorzaakt door verbranding van gas of brandstof op UCB-locaties en door het wagenpark van UCB wereldwijd.
  • Scope 2-emissies veroorzaakt door elektriciteit verbruikt als energiebron op alle UCB-locaties.
  • Scope 3-emissies waaronder brandstof- en energiegerelateerde emissies, verwerking van het ter plaatse geproduceerde afval, zakenreizen en woon-werkverkeer van medewerkers (voor collega's die niet over een bedrijfswagen beschikken), transport en distributie van onze grondstoffen en afgewerkte producten, evenals emissies aan het einde van de levensduur van producten van UCB die op patiënt- of ziekenhuisniveau worden behandeld.
  • Scope 3-emissies verbonden aan UCB leveranciers, die 90% van onze totale uitstoot vertegenwoordigen, hebben een specifiek doel.

De klimaatambitie van UCB – met inbegrip van de definitie van doelstellingen, KPI's en kader – werd gevalideerd door het Science-Based Targets Initiative (SBTi) en is verankerd in de algemene strategie van UCB zoals bepaald door de Raad, op voorstel van het Uitvoerend Comité. Klimaatgerelateerde zaken staan daarom op de agenda van de voltallige Raad van Bestuur als onderdeel van onze strategie. De voorzitter van de Raad is er, in volledige samenwerking met de CEO, verantwoordelijk voor dat klimaatgerelateerde zaken en de algemene klimaatstrategie van het bedrijf op de agenda van de Raad staan en een integraal onderdeel vormen van de algemene strategie van het bedrijf die jaarlijks wordt herzien en goedgekeurd.

In de toekomst evolueren onze doelstellingen voor de reductie van broeikasgasemissies om onze ambitie te versterken, in lijn met onze belofte om in 2023 de SBTi net-zerodoelstellingen te volgen. Onze kortetermijndoelstelling – voorheen om de absolute Scope 1-, 2- en 3-broeikasgasemissies waar we controle over hebben tegen 2030 met 38% te verlagen ten opzichte van 2015 – wordt herzien en volledig afgestemd op de noodzaak om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 1,5°C, zoals vastgelegd in het akkoord van Parijs.

Een gedetailleerd tienjarig overgangsplan naar klimaatverandering wordt geconsolideerd door alle UCB-afdelingen die een koolstofvoetafdruk hebben, en geïntegreerd in de strategische planning en het financiële meerjarenplan van UCB. Dit omvat alle zakelijke behoeften om groene investeringen te financieren (d.w.z. om de bestaande activa te verbeteren), activiteiten die nodig zijn om onze waardeketen koolstofvrij te maken en plannen om groene kenmerken in te bouwen in nieuwe investeringen (d.w.z. een green-by-design-benadering).

Bijvoorbeeld:

  • Hernieuwbare energie: Onze doelstelling om tegen 2030 100% hernieuwbare energie te bereiken door energie in te kopen of op te wekken uit hernieuwbare bronnen (bv. elektriciteit, biomethaan, geothermische energie) is opgenomen in ons energiekostenbudget. In 2022 hebben we een fysieke Power Purchase Agreement gesloten die 25% van het elektriciteitsverbruik van onze campus in België dekt. Door de aankoop van biogascertificaten die uitsluitend afkomstig zijn van biomassa uit afval kunnen we CO2e terugdringen, omdat we overstappen van aardgas naar een meer koolstofvrije warmteproductie. Door deze verschuiving stemmen we onze activiteiten af op groenere praktijken en bevorderen we onze missie om een duurzamere en milieubewustere toekomst te bevorderen.
  • Energie-efficiëntie vergroten: Er is een budget van € 4 miljoen beschikbaar om de locaties of installaties van UCB energie- en waterbesparend te maken, waaronder efficiëntere HVAC-installaties of het zoeken naar aanvullende warmteterugwinningsprojecten.
  • Investeren in certificering van groene gebouwen: Het budget voor onroerend goed steeg met ongeveer 10-15% van het projectbudget ter ondersteuning van onze ambitie om een minimum Gold / Very good LEED/BREEAM- certificering te behalen voor alle nieuwe gebouwen of grote renovatieprojecten.
  • Groen wagenpark: Als onderdeel van ons faciliteitenbudget hebben we geïnvesteerd in on-site opladers voor elektrische voertuigen (EV) om onze overgang naar een groener wagenpark te ondersteunen. De investering bedroeg onder andere € 1,8 miljoen om 300 opladers te installeren op onze twee Belgische locaties, wat een van de grootste EV-oplaadstations in België is.

UCB past momenteel geen enkel intern prijsmechanisme voor koolstof toe, maar blijft de mogelijke implementatie ervan onderzoeken om ons plan voor de mitigatie van klimaatverandering te ondersteunen.

Lopende initiatieven om de impact van de klimaatverandering te beperken en alle activiteiten van UCB daarop aan te passen, omvatten:

  • Recycling van oplosmiddelen: Een werkzaam farmaceutisch bestanddeel (API) in ontwikkeling verminderde de impact van het productieproces op klimaatverandering met 45% ten opzichte van de oorspronkelijke syntheseroute (kg Co2e per kg API – met behulp van de Process Mass Intensity-berekening). Dit werd bereikt door hergebruik en interne recycling van oplosmiddelen.
  • Verantwoord inkopen: Een uitgebreid programma voor verantwoord inkopen, afgestemd op onze SBTi-doelstelling dat we 60% van onze ingekochte goederen en diensten, gemeten naar uitstoot, bereiken. Tot nu toe is 71% (gemeten naar uitstoot) van onze activiteiten uit contractproductie (strategische kernpartners) SBTi-georiënteerd.
  • Koolstofarme distributie: De distributie van producten via zeevracht (via het 'Air to Ocean'-programma van UCB) bleef stabiel, ondanks een zeer uitdagend jaar met druk op het aanbod als gevolg van de volatiliteit van het aanbod, geopolitieke situaties en een zeevrachtsector die onder druk staat (door bijv. capaciteitsbeperkingen, lage waterstanden in Panama, bezorgdheid over de veiligheid van het Suezkanaal).
  • Resource-optimalisatie: Op UCB productielocaties zijn maatregelen genomen om het energieverbruik te verminderen, waaronder het geven van prioriteit aan luchtrecycling (terugwinning van afgevoerde lucht om de energiebehoefte voor luchtbehandeling te verminderen) en warmteterugwinning (terugwinning van energie uit afgevoerde lucht; terugwinning uit nutsvoorzieningen via koudeproductie, persluchtproductie, enz.)
  • Strijden voor verandering en ondersteunen van leveranciers: UCB maakt deel uit van verschillende verbonden binnen de sector, zoals het Pharmaceutical Supply Chain Initiative, de American Chemical Society GCI Pharmaceutical Roundtable en BioPhorum, evenals bewegingen en samenwerkingsverbanden binnen de sector om de toeleveringsketen koolstofvrij te maken (bijv. het Manufacture 2030 Activate Program). Ons nieuwe Erkenningsprogramma voor Leveranciers erkent de vooruitgang die onze zakenpartners hebben geboekt, terwijl degenen die aan het begin van het traject staan, worden ondersteund door het door UCB gesponsorde Energize-programma met behulp van hulpmiddelen en begeleiding om barrières op de energiemarkt te overwinnen en advies over en toegang tot mogelijkheden voor de aankoop van hernieuwbare energie.
  • Koolstofafvang en -opslag: UCB ondersteunt twee biodiversiteitsprojecten die koolstof afvangen en opslaan via een voortgezette samenwerking met WeForest en CO2logic in het Desa'a-woud in Noord-Ethiopië en het Virunga National Park in de Democratische Republiek Congo om leefgebieden te herstellen en te herbebossen – met als doel dat de projecten Gold Standard en PlanVivo gecertificeerd worden.

De toegenomen verwachting van koolstofarme activiteiten en producten in de gezondheidszorg zou kunnen leiden tot een dalende vraag naar de producten van UCB, indien UCB niet voldoet aan voldoende ambitieuze klimaatdoelstellingen.

Koolstofvoetafdruk

Indicator Definitie – Tons CO₂e 2015 Benchmarkjaar 2023 Verschil (%) 2022/2015
Scope 1
Gas 36 610 9 074 -75%
Brandstof 973 290 -70%
Wagenpark 18 995 11 184 -41%
% elektrische voertuigen in wagenpark UCB 0% 15,5% N.v.t.
Totaal 56 578 20 547 (β) -64%
Scope 2
Elektriciteit (marktgebaseerd) 28 138 1 619 (β) -94%
Elektriciteit (locatiegebaseerd) N.v.t. 17 867 (β) N.v.t.

Geïntegreerd jaarverslag 2023

Scope 1 en 2 Totaal 84 716 22 167 -74%
Intensiteit van Scope 1 en 2 Co2 2 e ton/€m in opbrengsten 21,9 4,2 -81%

Scope 3
| Categorie | Categorie 3 – Activiteiten in verband met energie en brandstoffen | 2 | 15 709 | 8 941 | -43% |
|---|---|---|---|---|---|
| | Categorie 4 – Upstream transport en distributie | 23 319 | 17 172 | -26% |
| | Categorie 5 – Bedrijfsafval | 3 589 | 1 387 | +135% |
| | Categorie 6 – Zakenreizen | 4 46 734 | 25 345 | -46% |
| | Categorie 7 – Woon-werkverkeer van medewerkers | 5 13 949 | 7 420 | -45% |
| | Categorie 12 – Verwerking van verkochte producten aan het einde van hun levensduur | 6,7 3 844 | 2 902 | -25% |
| Totaal | | 104 144 | 63 165 | ( β ) -39% |

Scope 1, 2 en 3 (uitgezonderd Scope 3 Categorie 1)
| | Totaal | 188 861 | 85 332 | -55% |
| Intensiteit Scope 1-, 2- en 3 (uitgezonderd Scope 3 Categorie 1) | Co2 2 e ton/€m in opbrengsten | 48,7 | 16,2 | -67% |

Intensiteit Scope 1-, 2- en 3 (inclusief leveranciers)
| | CO₂e ton/€m in opbrengsten | 222,0 | 169,0 | -23% |

Scope 3 Categorie 1 – Ingekochte goederen en diensten
| | 663 936 | 802 472 | +21% |

% leveranciers (naar CO 2 e uitstoot) die zich inzetten voor doelstellingen zoals SBT
| | 8 8,7% in 2019 (eerste jaar berekend) | 59,4% ( β ) | +50,7 |

  1. UCB rapporteert zijn CO₂-equivalent-emissies volgens de methodologie van het GHG-protocol. De toegepaste emissiefactoren uit de databanken Bilan Carbon en EIO-LCA worden verstrekt en jaarlijks bijgewerkt door de externe specialisten op het gebied van koolstof van UCB. Ook de emissiefactoren van het EIA worden gebruikt. Voor energie worden facturen verzameld van alle sites die deel uitmaken van de rapportering (94% dekking): de productievestigingen, laboratoria en alle locaties van UCB in aanmerking genomen. Voor het andere deel van de scope wordt een extrapolatie gemaakt om 100% van de emissies van UCB te bereiken, en deze worden gerapporteerd.
  2. Ondanks een vermindering van de energie-uitstoot in scope 1 en 2 van UCB kende deze categorie in 2023 een lichte stijging ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit komt door de toepassing van een nauwkeurigere emissiefactor voor biogas.
  3. UCB heeft de nauwkeurigheid van haar gegevens en de rapportage over haar afvalstroom (afvalcategorie en behandelingstype) verbeterd, waardoor verfijnde emissiefactoren kunnen worden gebruikt. De nieuwe methodologie leidt tot een toename van 30% ten opzichte van de vorige (gelijk aan een toename van 319 ton), aangezien het niet mogelijk is om met terugwerkende kracht de koolstofvoetafdruk van afval te berekenen met behulp van de nieuwe methodologie (gedetailleerde gegevens over afvalstromen zijn niet beschikbaar vóór 2023). Daarnaast vonden in 2023 verschillende bouwactiviteiten plaats op onze belangrijkste Belgische campus, wat leidde tot een algemene toename van onze hoeveelheid afval. Afval van UCB-activiteiten is stabiel vergeleken met vorig jaar. Het bouwafval (ongevaarlijk/inert) is eenmalig en wordt 100% gerecycled.
  4. Deze maatstaf omvat zowel zakenreizen per vliegtuig als per trein.
  5. Gedefinieerd als de energie die de medewerkers van UCB verbruiken tijdens het woon-werkverkeer tussen hun eigen woning en de locaties van UCB (gebaseerd op het aantal afgelegde kilometers, de gebruikte vervoerswijze en het aantal dagen op kantoor). Medewerkers van UCB met een bedrijfswagen (gerapporteerd onder Scope 1 – wagenpark en contractanten (vermeld onder Scope 3 – ingekochte goederen en diensten) zijn uitgesloten van deze berekening. Ongeveer 95% van de uitstoot van het woon-werkverkeer van onze medewerkers wordt berekend op basis van gegevens uit 9 landen. De resterende 5% is geëxtrapoleerd met behulp van de gemiddelde T.CO 2 e/commuter. Er worden veronderstellingen gemaakt om de nauwkeurigheid van de gegevens te compenseren (bijv. het hybride modelbeleid van UCB voor de frequentie op locatie), waarbij altijd rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van landen (faciliteiten, gewoonten en locatie) en gecombineerd met het worstcasescenario (bijv. 100% gebruik van eigen auto's in een aantal landen).
  6. Deze maatstaf berekent de CO₂e-uitstoot van de verwerking aan het einde van de levensduur van alle producten die UCB in het verslagjaar op verschillende markten heeft verkocht. Dit omvat alles wat patiënten of zorgverleners weggooien na gebruik van geneesmiddelen van UCB, met uitsluiting van: paletten (tertiaire verpakking stopt bij de verzenddoos); locatie- afval (reeds opgenomen in de maatstaf ‘afval’ van UCB); en vernietigde geneesmiddelen nadat deze de markten hebben bereikt (niet-significante gerelateerde impact). Er wordt een instrument voor levenscyclusanalyse (LCA) gebruikt om de impact van een eindproduct aan het einde van zijn levenscyclus per dosis en per markt te berekenen. Wanneer de LCA nog niet beschikbaar is voor bepaalde SKU’s, wordt een proxy-toewijzing gedaan, waarbij altijd het slechtste scenario wordt gebruikt.
  7. De waarden voor de verwerking van verkochte producten aan het einde van hun levensduur zijn vanaf 2015 gecorrigeerd met nauwkeurigere gegevens, wat leidt tot een gemiddelde emissiedaling van 25% ten opzichte van de eerder gerapporteerde waarden.
  8. Deze maatstaf omvat de jaarlijkse uitgaven bij leveranciers van UCB, omgezet in CO₂e-emissies aan de hand van gemiddelde, op uitgaven gebaseerde emissiefactoren in de sector (uit de databanken Bilan Carbon en EIO-LCA). Leveranciers die reeds onder de andere broeikasgasemissie-scope 1, 2 of 3 van UCB vallen en leveranciers met een CAPEX-uitgave die meer dan 80% van de totale uitgave vertegenwoordigt (die tot de rapporteringscategorie “kapitaalgoederen” behoort) vallen niet onder deze rapporteringscategorie. Leveranciers met niet- gecategoriseerde uitgaven zijn uitgesloten van deze publicatie en vertegenwoordigen slechts 1% van de emissies van aangekochte goederen en diensten van UCB. Daarom houdt de categorie aangekochte goederen en diensten van UCB rekening met meer dan 99% van de CO₂e-uitstoot van zijn leveranciers.

Energieverbruik

Definitie – GigaJoule

2015 Benchmarkjaar 2023 Verschil (%) 2022/2015
Totaal Totaal energieverbruik 1 434 110 932 600
Gas 1 Gasverbruik 652 584 391 526
Stookolie Verbruik stookolie 12 956 4 261
Brandstof voor voertuigen Brandstofverbruik nutsvoertuigen 158 153
Brandstofverbruik wagenpark 2 295 869
Elektriciteit 3 Elektriciteitsverbruik 472 543 361 682
% hernieuwbare elektriciteit 59% 94%
% zelfgeproduceerde elektriciteit in vestigingen eigendom van UCB N.v.t. 18%
Bespaarde energie 4 Bespaarde energie door bezuinigingen en verbeteringen in efficiëntie 6 743 14 929
  1. UCB werkt actief aan de verlaging van haar energieverbruik door energie-efficiëntieprogramma's, door over te schakelen op biogas uit biomassa-afval in plaats van aardgas en door het gebruik van brandstoffen geleidelijk af te bouwen.
  2. De geleidelijke overgang naar een elektrisch wagenpark stelt UCB in staat om het brandstofverbruik van de bedrijfswagens te verminderen. In Europa wordt deze vermindering (gemiddelde daling van -10% in de uitstoot van ons wagenpark) mogelijk gemaakt door de overheidsmaatregelen die in 2023 worden geïmplementeerd en een goede uitbreiding van de infrastructuur.
  3. Vier extra locaties zijn in 2023 overgeschakeld op hernieuwbare elektriciteit.
  4. De belangrijkste reductieprojecten hadden betrekking op optimalisatie van HVAC-efficiëntie en warmteterugwinning.

Waterverbruik, -onttrekking en -lozing

  1. De totale wateronttrekking is de som van het leidingwater (door de stad geleverd water) en het grond- en oppervlaktewater (water dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften aan de omgeving wordt onttrokken) in de loop van de verslagperiode. Voor water worden facturen verzameld van alle locaties die deel uitmaken van de rapportering (94% dekking). De productievestigingen, laboratoria en alle locaties van UCB in aanmerking genomen. De gebieden met waterstress zijn geïdentificeerd als hoog en extreem hoog volgens de 'Aqueduct Water Risk Atlas' database van het World Resources Institute.
  2. De belangrijkste projecten hadden betrekking op het verbeteren van de koeltoren en het recyclen van water uit nutsvoorzieningen.

Definitie -m³

2015 Benchmarkjaar 2023 Verschil (%) 2022/2015
Water Totaal water 809 116 476 866
Leidingwater 629 183 441 345
Grond- en oppervlaktewater 179 933 35 521
Totale wateronttrekking in gebieden met watertekorten 335 539 248 041
Percentage van wateronttrekking in gebieden met watertekorten N.v.t. 52% N.v.t.

| Waterintensiteit | m³ water/€m in opbrengsten | 208,8 | 90,8 | -57% |
| Bespaard water | 6 Waterbesparing door conservering en verbeteringen van de efficiëntie | - | 31 000 | N.v.t. |

We zijn begonnen met een proefproject voor afvalwater- recycling op een van onze grootste productielocaties, een belangrijke stap in ons streven naar verantwoord waterbeheer. Naast recycling willen we ook het waterverbruik actief verminderen en de efficiëntie van HVAC-systemen en reinigingsprocessen verbeteren. We monitoren de milieu-impact van leveranciers en potentiële leveranciers op het gebied van onder andere water, afvalwater, vervuiling en afval via EcoVadis 7 en Sphera . Het online platform van Sphera monitort in realtime risicosignalen die gekoppeld zijn aan fysieke milieurisico's (bijv. tyfoon, overstroming, droogte), evenals de waarschijnlijkheid dat milieu-incidenten zich op specifieke locaties voordoen. Wanneer risico's worden geïdentificeerd, evalueren we de ernst en de impact, beslissen we over te nemen maatregelen, controleren we de risico's en documenteren we geïdentificeerde risicobeperkende maatregelen (zoals corrigerende actieplannen met prioritaire verbeterinitiatieven) via ons risicobeheersysteem voor de onderneming. Daarnaast nemen we deel aan initiatieven van gelijkwaardige bedrijven om duurzaamheid in de farmaceutische waardeketen te bevorderen en capaciteiten op te bouwen die onze directe leveranciers nodig hebben.# Data en rapportering

Dit omvat het Pharmaceutical Supply Chain Initiative (PSCI) waarmee onze leveranciers toegang hebben tot verschillende leermiddelen en waar milieu-, gezondheids- en veiligheidsaudits worden gedeeld met leden om auditmoeheid te voorkomen. In 2023 werden 16 audits op locatie uitgevoerd bij belangrijke strategische leveranciers van UCB.

In het kader van de TCFD-beoordeling die in 2022 werd uitgevoerd, analyseerde UCB de impact van zeven klimaatgerelateerde fysieke gevaren die als potentieel materieel voor onze activiteiten werden gerangschikt, waaronder zware neerslag en overstromingen en de beschikbaarheid van water. De zeven risico's (d.w.z. waterkwaliteit, beschikbaarheid van water, zware neerslag en overstromingen, bosbranden, extreem hoge temperaturen, orkanen en hagelstormen) werden bestudeerd in een hotspotanalyse voor verschillende locaties die belangrijk zijn voor UCB: belangrijke onderzoekshubs, logistiek voor derden, productielocaties van UCB en belangrijke leveranciers (voornamelijk Contract Manufacturing Organizations[CMO's]). Voor elk risico werden twee scores ontwikkeld:

  • Een risicoscore voor klimaatverandering gebaseerd op een combinatie van informatie uit de meest recente wetenschappelijke literatuur (met meer dan 60 referenties) en analyses van klimaatgegevens, waaronder de Aqueduct- tool van het World Resources Institute (WRI), het Coupled Model Intercomparison Project Phase 5 en de waterfilters van het Wereld Natuur Fonds (WNF). Deze risicoscore voor klimaatverandering werd toegekend op basis van de mate van verandering (delta) ten opzichte van de historische periode.
  • Een financiële impact-/materialiteitsscore werd bepaald aan de hand van onze interne Enterprise Risk Management (ERM) en beoordelingskaders voor financiële impact (via informatie verzameld tijdens één workshop en zes gesprekken met belangrijke UCB-belanghebbenden).

De dekking van EcoVadis omvat 55% van de leveranciers van UCB op basis van uitgaven, en 74% van de belangrijkste strategische leveranciers van UCB, zoals CMO's, klinische ontwikkeling, onderzoek, ontwikkeling en distributie. De minimale streefscore is 45/100 voor de milieucategorie. UCB kan te maken krijgen met hogere operationele kosten als gevolg van schade aan de infrastructuur, een mogelijke stijging van de verzekeringskosten, onderbrekingen van de productie en de toeleveringsketen, en aanpassingskosten voor de bescherming van gebouwen.

Voor deze beoordeling werden twee soorten overstromingen overwogen:

  • Rivieroverstromingen: overstromingen die veroorzaakt worden doordat rivieren buiten hun oevers treden als gevolg van langdurige regenval; en
  • Overstromingen vanuit zee: overstromingen vanuit zee hebben betrekking op het concept van de zogenaamde 'extreme zeespiegel', waaronder getijden, stormvloeden en zeespiegelstijging vallen.

Geanalyseerde indicatoren

Overstroming is een zeer lokaal fenomeen en kan aanzienlijk variëren in de directe omgeving van een faciliteit:

  • Inundatiehoogte op de exacte locatie van de faciliteit
  • Gemiddelde inundatiehoogte voor een buffergebied van 5 km rond de faciliteit
  • Maximale inundatiehoogte voor een 5 km buffergebied rond de faciliteit

De totale impact van overstromingen werd niet materieel geacht voor UCB. Er werd een gedetailleerde waterschaarstebeoordeling uitgevoerd voor 2030 en 2050 onder een 2°C- en een 4°C-scenario om de potentiële impact op de activiteiten, bestaande en geplande risicobeperkende maatregelen en mogelijke gevolgen voor de financiën te bepalen. De financiële impact van waterschaarste werd als niet materieel beschouwd voor UCB.

Het veelzijdige risico van waterschaarste werd beoordeeld aan de hand van twee droogtedefinities om de verandering in de watervoorziening te modelleren

Meteorological drought indicators

  • Een meteorologische droogte beschrijft het gebrek aan neerslag gedurende een bepaalde tijd.
  • Voor deze beoordeling worden toekomstige neerslagprojecties uit de klimaatdatabase van de NASA NEX GDDP gebruikt.

Hydrological indicators

  • Een hydrologische droogte beschrijft een tekort aan waterbronnen, waaronder grondwater, rivieren en andere waterreservoirs.
  • Voor deze beoordeling worden toekomstprojecties van verschillende variabelen voor lokale waterbalans gebruikt uit de CO-MICC dataset over zoetwatergerelateerde gevaren van klimaatverandering.
Indicator Alle locaties Geselecteerde locaties, indien relevant
Jaarlijkse neerslag X
Opeenvolgende droge dagen X
Grondwateraanvulling X
Sneeuwopslag X
Productie van blauw water X
Rivierstroming X
Beschikbaarheid van water X

Vervuiling

In 2023 formaliseerden we onze aanpak om informatie bekend te maken over geneesmiddelen van UCB die mogelijk in het milieu terechtkomen. We blijven onze inspanningen vergroten om de milieurisico's in de levenscyclus van onze geneesmiddelen te minimaliseren:

  • In de uitscheidingsproducten van patiënten, het grootste deel van onze uitstroom, waarvoor een milieurisicobeoordeling wordt uitgevoerd volgens erkende normen en die wordt ingediend bij regelgevende instanties;
  • Door onze productieactiviteiten en ons waterbeheer, waarbij we maatregelen voor veilig lozen formeel vastleggen en onze compliance bekendmaken;
  • Door het weggooien van ongebruikte geneesmiddelen, waarbij we gerichte communicatieplannen ontwikkelen om ervoor te zorgen dat ongebruikte geneesmiddelen in de juiste afvalstroom terechtkomen.

In eerste instantie maken we het milieu-risiconiveau van onze geneesmiddelen bekend wanneer ze via de uitscheiding van patiënten in het milieu terechtkomen. Milieurisico verwijst naar het mogelijke schadelijke effect dat geneesmiddelen kunnen hebben op het milieu wanneer ze in het ecosysteem terechtkomen, en meer specifiek in het oppervlaktewater nadat geneesmiddelen door patiënten zijn uitgescheiden.

In alle gevallen waarvoor gegevens zijn gegenereerd, is het risico laag tot onbeduidend bevonden. Het milieu-risiconiveau van de geneesmiddelen van UCB in de tabel werd beoordeeld op basis van gegevens die werden gegenereerd via onze vergunningsaanvragen voor markttoelating. Deze beoordelingen maken gebruik van conservatieve, worst-case veronderstellingen over milieublootstelling, rekening houdend met het maximaal verwachte gebruik van geneesmiddelen van UCB; en de maximale potentiële concentratie in water, waarbij geen afbraak van geneesmiddelen optreedt in het menselijk lichaam of rioolwaterzuivering.

De Predicted Environmental Concentration (PEC) – d.w.z. de hoeveelheid geneesmiddelen die naar verwachting in het milieu terechtkomt – van elk geneesmiddel, hieronder weergegeven, is hoogstwaarschijnlijk overschat. Om het milieurisico te classificeren, wordt de PEC gedeeld door de Predicted No Effect Concentration (PNEC), wat de maximale hoeveelheid geneesmiddelen is waarbij geen schade aan de natuur wordt verwacht. De PNEC wordt berekend volgens de richtlijn van het Europees Geneesmiddelenbureau 3 door gebruik te maken van de slechtste ecotoxiciteitswaarde die voor het geneesmiddel beschikbaar is. Het resultaat van de PEC/PNEC-verhouding definieert als zodanig het milieu-risiconiveau, in overeenstemming met wetenschappelijke aanbevelingen 4 :

  • PEC/PNEC lager dan 0,1: onbeduidend milieu-risiconiveau
  • PEC/PNEC tussen 0,1 & 1: laag milieu-risiconiveau
  • PEC/PNEC tussen 1 & 10: middelmatig milieu-risiconiveau
  • PEC/PNEC hoger dan 10: hoog milieu-risiconiveau

Van geneesmiddelen die vóór 2006 op de markt zijn gebracht, werden gegevens niet door regelgevende instanties vereist. In deze gevallen verbindt UCB zich ertoe om voor het einde van 2025 een risicoclassificatie te geven, hetzij door gegevens te genereren, hetzij op basis van gegevens uit betrouwbare wetenschappelijke literatuur (indien beschikbaar), om dubbele ecotoxicologische tests op drie trofische niveaus te vermijden.

Informatie over PEC en PNEC voor elk geneesmiddel zal in 2024 beschikbaar worden gemaakt op de website UCB.com, waar wordt getoond hoe het milieu-risiconiveau werd berekend op basis van wetenschappelijke gegevens.

3 Guideline on the environment risk assessment of medicinal products for human use; EMEA/CHMP/SWP/4447/00 corr 2; 01. Juni 2006.
4 Wennmalm A, Gunnarsson B. Pharmaceutical management through environmental product labeling in Sweden Environ Int. 2009 Jul;35(5):775-7. doi: 10.1016/j.envint.2008.12.008. Epub 3 feb 2009. PMID: 19193440.
5 Gezien hun aard is het onwaarschijnlijk dat vitaminen, elektrolyten, aminozuren, peptiden, eiwitten, koolhydraten en lipiden een significant risico voor het milieu vormen, dus is er geen PEC of PNEC berekend.
6 Onvoldoende gegevens beschikbaar.
7 VS specifiek.

Merknaam UCB Generieke naam Milieu-risiconiveau
BIMZELX ® bimekizumab Verwaarloosbaar 5
BRIVIACT ® brivaracetam Verwaarloosbaar
CIMZIA ® certolizumab pegol Verwaarloosbaar 5
CIRRUS ® levocetirizine / pseudo-efedrine N.v.t. 6
EVENITY ® romosozumab Verwaarloosbaar 5
FERRO SANOL ® ijzer (II) -glycine sulfaatcomplex Verwaarloosbaar 5
FINTEPLA ® fenfluramine Verwaarloosbaar
KEPPRA ® levetiracetam Verwaarloosbaar
NAYZILAM ® midazolam N.v.t. 6
NEUPRO ® rotigotine Laag
RYSTIGGO ® rozanolixizumab-noli Verwaarloosbaar 5
VIMPAT ® lacosamide Verwaarloosbaar
XYREM ® natriumoxybaat Verwaarloosbaar
XYZAL ® levocetirizine N.v.t. 6
ZILBRYSQ ® zilucoplan Verwaarloosbaar
ZYRTEC ® cetirizine N.v.t. 6

Circulaire economie

We proberen materialen en hulpbronnen zo lang mogelijk in gebruik te houden in al onze activiteiten, van faciliteiten en procesverbetering tot het ontwikkelen en produceren van oplossingen.

1 Deze informatie betreft de totale hoeveelheid afval die door de lokale wetgeving als gevaarlijk en niet-gevaarlijk wordt gedefinieerd (met uitzondering van afvalwater) op de plaats van productie, die door de eigen activiteiten van de belangrijkste sites van UCB (die minimaal 95% van de impact bestrijken) tijdens de verslagperiode werd geproduceerd.# Afvalgegevens worden verzameld per type behandeling

2 Vanaf 2023 heeft UCB haar methodologie voor afvalrapportering verfijnd door gebruik te maken van de precieze informatie over de afvalstroom in plaats van alleen het verwerkingstype (d.w.z. de methodologie die werd gebruikt van 2015 tot 2022). We hebben nu de precieze hoeveelheid afval die wordt afgevoerd, verdeeld over de verschillende soorten afvalverwijdering. Deze exacte splitsingsinformatie is niet beschikbaar vóór 2023.

3 Het percentage teruggewonnen afval daalde ten opzichte van de voorgaande jaren, aangezien UCB sinds 2022 haar teruggewonnen afval rapporteert zonder rekening te houden met verbranding met energieterugwinning, zoals de evolutie van de rapportagestandaarden voorschrijft.

4 Op onze belangrijkste productielocatie in Braine-l'Alleud zijn veel bouwactiviteiten aan de gang, wat leidt tot een aanzienlijke toename van de hoeveelheid afval. Dit bouwafval vertegenwoordigt ongeveer 40% van de totale hoeveelheid afval van UCB in 2023 (anders ongeveer 6 500 ton).

5 Een lek is elk accidenteel vrijkomen van een gevaarlijke stof die gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid, het land, de vegetatie, de waterlopen en het grondwater. UCB gebruikt een standaard operationele procedure om de omvang van een lek te berekenen. De berekening van de lekindex is gebaseerd op drie criteria: de aard, het volume en de bestemming van een lek (lekindex = A x V x B); aan elk criterium wordt een score tussen 1-4 toegekend, afhankelijk van de significantie, en wij erkennen een significante lek wanneer de lekindex de score van 30 overschrijdt.

Afvalproductie

Ton Definitie 2015 2023 Verschil (%) 2022/2015
Totaal geproduceerd afval Totaal 9 745 10 858 11% (β)
Totaal afval met andere bestemming 3 439 1 863 -46%
Verbranding 2 919 1 614 -45%
Stortplaats N.v.t. 111 N.v.t.
Overige verwijdering N.v.t. 138 N.v.t.
Totaal afval met andere bestemming 6 306 8 994 43%
Hergebruik 0 7 N.v.t.
Recycling 3 394 7 661 126%
Terugwinning/regeneratie 2 913 1 327 -54%
% teruggewonnen afval 94,7% 82,9% -12% (β)
Gevaarlijk afval Gevaarlijk afval zoals gedefinieerd door plaatselijk geldende voorschriften 6 455 2 679 -59%
Niet-gevaarlijk afval 3 291 8 179 148%
Overig vast afval (uitgezonderd emissies en afvalwater)
Totaal significante lekkages Totaal aantal significante lekkages (absoluut aantal) 0 0 N.v.t. (β)
Totaal volume van significante lekkages Totaal volume van significante lekkages 0 0 N.v.t.

Door data-analyse en AI te gebruiken, willen we waar mogelijk fysieke tests vermijden en energie- en waterbronnen in onze faciliteiten efficiënt beheren. We zetten ons in om groenere oplosmiddelen te gebruiken en de hoeveelheid gerecycled oplosmiddel te vergroten (inclusief hergebruik van enantiomeren). Daarnaast streven we er al lang naar verpakkingen die vanaf de basis groen zijn, denk bijvoorbeeld aan het gebruik van meer gerecycled materiaal (waar toegestaan door de autoriteiten), het herontwerpen van verzendpallets om plastic afval te verminderen of het optimaliseren van de technologie van verpakkingslijnen om aluminiumfolie te besparen. De inspanningen op het gebied van afvalbeheer ter plaatse omvatten upcycling in de afvalstroom van de productielocatie Braine-l'Alleud en procedures die de hoeveelheid niet-gevalideerd afval verminderen. In 2023 werd 72,8% van de oplosmiddelen (meer dan 1 200 ton) teruggewonnen of geregenereerd uit onze productieactiviteiten in Braine-l'Alleud, België en Bulle, Zwitserland. Een programma voor het recyclen van oplosmiddelen, in samenwerking met een Contract Manufacturing Organization, verminderde de hoeveelheid vers oplosmiddel die in dit proces werd gebruikt met 19% (67 ton) en zou in de toekomst een vermindering van 50% kunnen bereiken. We zijn ook in het bezit van groene bouwcertificaten ( BREEAM Excellent/LEED gold standard) voor alle nieuwe of significant gerenoveerde UCB-gebouwen en -faciliteiten. Het concept van circulariteit blijft ingebed in al onze acties als bedrijf, inclusief het waar mogelijk inkopen van geüpcyclede apparatuur en het beoordelen van toekomstige apparatuur op basis van hun energie-efficiëntieprofiel. Wanneer we productie-, laboratorium- en IT-apparatuur buiten gebruik stellen, zoeken we naar elke mogelijkheid om items op te knappen en terug te verkopen op de markt. Lopende initiatieven om circulariteit te bevorderen in verschillende segmenten van de levenscyclus en producten van UCB-geneesmiddelen omvatten toetreding tot de non-profit Circularity in Primary Pharmaceutical Packaging Accelerator (CiPPPA) in het VK., om circulariteit te vergroten in het gebruik van blisters en medische hulpmiddelen voor auto-injectoren.

2023 Performance

  • 10 858 ton Geproduceerd afval
  • 8 994 ton Afval met andere bestemming
  • 1 863 ton Niet-gerecycled afval
      • 7 via voorbereiding voor hergebruik
      • 7 661 via recycling
      • 1 327 via andere hersteloperaties
      • 1 614 via verbranding
      • 111 via stortplaats
      • 1 38 via andere verwijderingsmethoden

Informatie over EU-taxonomie

UCB NV- Geconsolideerde informatieverschaffing overeenkomstig artikel 8 van de Taxonomie- verordening

De Taxonomie Verordening is een belangrijk onderdeel van het actieplan van de Europese Commissie om kapitaalstromen om te buigen naar een duurzamere economie. Als classi- ficatiesysteem voor ecologisch duurzame economische activiteiten is de Taxonomie een belangrijke stap op weg naar koolstofneutraliteit tegen 2050, in overeenstemming met de klimaatdoelstellingen van de EU. In dit gedeelte presenteren we als extra-financiële moederonderneming het aandeel van onze groepsomzet, kapitaaluitgaven (CapEx) en operationele uitgaven (OpEx) volgens de eisen van de EU-taxonomie voor de verslagperiode van 2023. Deze zijn gekoppeld aan voor de Taxonomie in aanmerking komende en op de Taxonomie afgestemde economische activiteiten met betrekking tot de eerste twee milieudoelstellingen (mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering) en voor de andere vier milieudoelstellingen (duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen, overgang naar de circulaire economie, voorkoming en bestrijding van verontreiniging en bescherming, en herstel van biodiversiteit en ecosystemen) in overeenstemming met artikel 8 van de Taxonomieverordening.

Onze activiteiten

Overzicht

Definities

Onder "voor de Taxonomie in aanmerking komende economische activiteit" wordt verstaan een economische activiteit die wordt beschreven in de gedelegeerde handelingen ter aanvulling van de Taxonomieverordening (gedelegeerde klimaatwet), ongeacht of die economische activiteit voldoet aan een of alle technische screeningscriteria die in die gedelegeerde handelingen zijn vastgesteld. Een economische activiteit is afgestemd op de Taxonomie als deze voldoet aan de technische screeningscriteria zoals gedefinieerd in de Climate Delegated Act en wordt uitgevoerd in overeenstemming met de minimumwaarborgen op het gebied van mensenrechten en consumentenrechten, corruptiebestrijding en omkoping, belastingen en eerlijke concurrentie. Om aan de technische screeningscriteria te voldoen, moet een economische activiteit substantieel bijdragen aan een of meer milieudoelstellingen en tegelijkertijd geen significante schade toebrengen aan een van de andere milieudoelstellingen. Niet in de Taxonomie opgenomen economische activiteit: een economische activiteit die niet is beschreven in de gedelegeerde handelingen ter aanvulling van de Taxonomieverordening.

  • Omzet
  • CapEx
  • OpEx

Economische activiteiten die in aanmerking komen voor en afgestemd zijn op de Taxonomie

We hebben de belangrijkste economische activiteiten van de Groep bekeken om te zien welke daarvan in aanmerking komen voor en in overeenstemming zijn met de Climate Delegated Act. De onderstaande tabel geeft aan voor welke milieudoelstelling de activiteiten in aanmerking komen. Informatie over de mate waarin de economische activiteiten (zoals gedefinieerd in de Climate Delegated Act ) ook op elkaar zijn afgestemd, wordt gegeven in de onderstaande KPI-sjablonen. De sjablonen geven ook duidelijk aan welke milieudoelstelling door de betreffende activiteit wordt nagestreefd. Met de onderstaande activiteiten genereren we inkomsten en over het algemeen maken we zowel CapEx als OpEx voor deze activiteiten. We beschrijven de economische activiteiten die verband houden met de CapEx en OpEx die afzonderlijk in aanmerking komen in de speciale hoofdstukken voor de CapEx- en OpEx-key performance indicators om onze verdere investeringsactiviteiten die niet direct verband houden met onze omzet genererende activiteiten toe te lichten. Dit is het eerste jaar dat er een significante eligibility is vastgesteld voor UCB, na de goedkeuring van de Environmental Delegated Act.. Om activiteiten te identificeren die in aanmerking komen voor Taxonomie hebben we de reikwijdte beperkt tot de entiteiten die een aanzienlijk deel van de CapEx en OpEx vertegenwoordigen. Voor CapEx omvat een aanzienlijk deel de twee belangrijkste productiesites in Braine-l’Alleud, België en Bulle, Zwitserland en andere belangrijke locaties. Voor OpEx omvat een aanzienlijk deel de meest belangrijke entiteiten in termen van aandeel in de totale OpEx. Wat de omzet betreft, is 100% van de opbrengsten opgenomen in het toepassingsgebied. De alignment van de Taxonomie voor de eerste twee doelstellingen, mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering, is nog niet bepaald omdat we momenteel de systemen en methodologie van de Groep aan het verbeteren zijn, zodat we de alignement van de omzet, CapEx en OpEx van de Groep met redelijke zekerheid kunnen volgen en bepalen. De Groep heeft voor deze benadering gekozen om te voorkomen dat de lezers van dit geïntegreerd jaarverslag worden misleid.# Geïntegreerd jaarverslag 2023

Een projectteam werkt aan de geleidelijke implementatie van betrouwbare volgsystemen en een methodologie met technische screeningscriteria om alignment van de omzet, CapEx en OpEx te identificeren. De andere vier doelstellingen zijn beoordeeld op eligibility, maar zijn niet in aanmerking genomen voor aanpassing omdat ze nog niet wettelijk vereist zijn. UCB zal eventuele wijzigingen in de EU Taxonomy-verordening blijven volgen en in overweging nemen, samen met de algemene paraatheidsprocedures voor het geïntegreerd jaarverslag van volgend jaar. UCB voert geen activiteiten uit in de nucleaire of fossiele brandstofsector.

Economische activiteiten die in aanmerking komen voor de Taxonomie

Economische activiteiten Beschrijving
1.2 Vervaardiging van geneesmiddelen Productie en verkoop van geneesmiddelen geproduceerd door de Groep of een door Contract Manufacturing Organization (CMO), bedoeld voor patiënten met ziekten in immunologie, neurologie en andere therapeutische gebieden.

Taxonomie-eligibility

We beschouwen als Taxonomie-eligible onder activiteit 1.2 de inkomsten uit geneesmiddelen en OpEx en CapEx die de activa die worden gebruikt voor de productie van de geneesmiddelen ondersteunen.

Activiteiten in verband met kernenergie

  1. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en uitrol van innovatieve installaties voor elektriciteitsopwekking die energie produceren uit nucleaire processen met een minimum aan afval van de splijtstofcyclus. Geen
  2. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw en veilige exploitatie van nieuwe nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof, alsook verbetering van de veiligheid daarvan, met gebruikmaking van de beste beschikbare technologieën. Geen
  3. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de veilige exploitatie van bestaande nucleaire installaties die elektriciteit of proceswarmte produceren, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof uit kernenergie, alsook verbetering van de veiligheid daarvan. Geen

Activiteiten in verband met fossiel gas

  1. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw of exploitatie van installaties voor elektriciteitsopwekking die elektriciteit produceren uit fossiele gasvormige brandstoffen. Geen
  2. De onderneming voert installaties voor warmtekrachtkoppeling en elektriciteitsopwekking met fossiele gasvormige brandstoffen uit, financiert deze of heeft blootstelling aan de bouw, renovatie en exploitatie ervan. Geen
  3. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmte-/koudekrachtkoppeling met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. Geen

117 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Omzetsjabloon voor boekjaar 2023

Criteria voor een wezenlijke bijdrage Criteria “Geen ernstige afbreuk doen aan” (DNSH) Economische activiteiten Codes Absolute omzet (EUR) Aandeel in omzet % Mitigatie van klimaat- verandering % Adaptatie aan klimaat- verandering % Water en mariene bronnen % Circulaire economie % Vervuiling % Biodiversiteit & eco- systeem % Mitigatie van klimaat- verandering J/N Adaptatie aan klimaat- verandering J/N Water en mariene hulp- bronnen J/N Circulaire economie J/N Vervuiling J/N Bio- diversiteit en eco- systeem J/N Minimum- waarborgen J/N Aandeel van de op de Taxonomie afgestemde omzet 2023 % Aandeel van de op de Taxonomie afgestemde omzet 2022 % Categorie (faciliterende activiteit) Categorie (overgangs- activiteit)
A. TAXONOMIE – IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (Taxonomie afgestemd) Omzet van ecologisch duurzame activiteiten (afgestemd op taxonomie) (A.1)
0 % N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
A.2 Activiteiten die wel in aanmerking komen voor de Taxonomie maar niet ecologisch duurzaam zijn (niet op de Taxonomie afgestemde activiteiten) Vervaardiging van geneesmiddelen 1.2 4 817 99%
Omzet van activiteiten die wel in aanmerking komen voor de Taxonomie maar niet ecologisch duurzaam zijn (niet op de Taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) 4 817 99% N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Totaal (A.1 + A.2) 4 817 99% N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
B. TAXONOMIE – Niet in aanmerking komende ACTIVITEITEN Omzet van taxonomie-niet- subsidiabele activiteiten (B) 50 1%
Totaal (A + B) 4 867 100%

Op de Taxonomie afgestemd per doelstelling

Voor Taxonomie in aanmerking komend per doelstelling
CCM 100%
CCA
WTR
CE
PPC
BIO

Onze KPI's en waarderingsgrondslagen

De belangrijkste prestatie-indicatoren (KPI's) zijn onder andere de omzet KPI, de CapEx KPI en de OpEx KPI. Voor de presentatie van de Taxonomie KPI's gebruiken we de sjablonen in Bijlage II van de Disclosures Delegated Act. Aangezien de KPI's voor het eerst worden gepresenteerd voor de verslagperiode 2023, presenteren we geen vergelijkende cijfers.

UCB | Data en rapportering 118

Criteria voor een wezenlijke bijdrage

Criteria “Geen ernstige afbreuk doen aan” (DNSH)

Economische activiteiten

Codes Absolute omzet (EUR) Aandeel in omzet % Mitigatie van klimaat- verandering % Adaptatie aan klimaat- verandering % Water en mariene bronnen % Circulaire economie % Vervuiling % Biodiversiteit & eco- systeem % Mitigatie van klimaat- verandering J/N Adaptatie aan klimaat- verandering J/N Water en mariene hulp- bronnen J/N Circulaire economie J/N Vervuiling J/N Bio- diversiteit en eco- systeem J/N Minimum- waarborgen J/N Aandeel van de op de Taxonomie afgestemde omzet 2023 % Aandeel van de op de Taxonomie afgestemde omzet 2022 % Categorie (faciliterende activiteit) Categorie (overgangs- activiteit)
A. TAXONOMIE – IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN

A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (Taxonomie afgestemd)

Omzet van ecologisch duurzame activiteiten (afgestemd op taxonomie) (A.1)

0%

A.2 Activiteiten die wel in aanmerking komen voor de Taxonomie maar niet ecologisch duurzaam zijn (niet op de Taxonomie afgestemde activiteiten)

Vervaardiging van geneesmiddelen 1.2 4 817 99% N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Omzet van activiteiten die wel in aanmerking komen voor de Taxonomie maar niet ecologisch duurzaam zijn (niet op de Taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) 4 817 99% N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Totaal (A.1 + A.2) 4 817 99% N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
B. TAXONOMIE – Niet in aanmerking komende ACTIVITEITEN
Omzet van taxonomie-niet- subsidiabele activiteiten (B) 50 1%
Totaal (A + B) 4 867 100%

119 Geïntegreerd jaarverslag 2023

CapEx-sjabloon voor boekjaar 2023

Criteria voor een wezenlijke bijdrage Criteria “Geen ernstige afbreuk doen aan” (DNSH) Economische activiteiten Codes Absolute CapEx (EUR) Aandeel van CapEx % Mitigatie van klimaat- verandering % Adaptatie aan klimaat- verandering % Water en mariene bronnen % Circulaire economie % Vervuiling % Biodiversiteit & eco- systeem % Mitigatie van klimaat- verandering J/N Adaptatie aan klimaat- verandering J/N Water en mariene hulp- bronnen J/N Circulaire economie J/N Vervuiling J/N Bio- diversiteit en ecosysteem J/N Minimum- waarborgen J/N Aandeel van de op de Taxonomie afgestemde CapEx 2023 % Aandeel van de op de Taxonomie afgestemde CapEx 2022 % Categorie (faciliterende activiteit) Categorie (overgangs- activiteit)
A. TAXONOMIE – IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (Taxonomie afgestemd) CapEx van ecologisch duurzame activiteiten (afgestemd op taxonomie) (A.1) 0% N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
A.2 Activiteiten die wel in aanmerking komen voor de Taxonomie maar niet ecologisch duurzaam zijn (niet op de Taxonomie afgestemde activiteiten) Vervaardiging van geneesmiddelen 1.2 167 41%
Behandeling van stedelijk afvalwater 2.2 0 0%
Renovatie van bestaande gebouwen 3.2 34 9%
Vervoer per motorfiets, personenauto en lichte bedrijfsvoertuigen 6.5 24 6%
Bouw van nieuwe gebouwen 7.1 53 13%
Gegevensverwerking, hosting en aanverwante activiteiten 8.1 64 16%
CapEx van activiteiten die wel in aanmerking komen voor de Taxonomie maar niet ecologisch duurzaam zijn (niet op de Taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) 342 85% N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Totaal (A.1 + A.2) 342 85% N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
B. TAXONOMIE – Niet in aanmerking komende ACTIVITEITEN CapEx van taxonomie-niet- subsidiabele activiteiten (B) 62 15%
Totaal (A + B) 404 100%

Aandeel van CapEx/totale CapEx

Op de Taxonomie afgestemd per doelstelling Voor Taxonomie in aanmerking komend per doelstelling
CCM 41%
CCA
WTR 0%
CE 10%
PPC 49%
BIO

UCB | Data en rapportering 120

Criteria voor een wezenlijke bijdrage

Criteria “Geen ernstige afbreuk doen aan” (DNSH)

Economische activiteiten

Codes Absolute CapEx (EUR) Aandeel van CapEx % Mitigatie van klimaat- verandering % Adaptatie aan klimaat- verandering % Water en mariene bronnen % Circulaire economie % Vervuiling % Biodiversiteit & eco- systeem % Mitigatie van klimaat- verandering J/N Adaptatie aan klimaat- verandering J/N Water en mariene hulp- bronnen J/N Circulaire economie J/N Vervuiling J/N Bio- diversiteit en ecosysteem J/N Minimum- waarborgen J/N Aandeel van de op de Taxonomie afgestemde CapEx 2023 % Aandeel van de op de Taxonomie afgestemde CapEx 2022 % Categorie (faciliterende activiteit) Categorie (overgangs- activiteit)
A. TAXONOMIE – IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN

A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (Taxonomie afgestemd)

CapEx van ecologisch duurzame activiteiten (afgestemd op taxonomie) (A.1) 0% N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

OpEx-sjabloon voor boekjaar 2023

Criteria voor een wezenlijke bijdrage

Criteria “Geen ernstige afbreuk doen aan” (DNSH)

Economische activiteiten Codes Absolute OpEx (EUR) Aandeel van OpEx % Mitigatie van klimaat-verandering % Adaptatie aan klimaat-verandering % Water en mariene bronnen % Circulaire economie % Vervuiling % Biodiversiteit & ecosysteem % Mitigatie van klimaat-verandering J/N Adaptatie aan klimaat-verandering J/N Water en mariene hulp-bronnen J/N Circulaire economie J/N Vervuiling J/N Bio-diversiteit en ecosysteem J/N Minimum-waar-borgen J/N Aandeel van de op de Taxonomie afgestemde OpEx 2023 % Aandeel van de op de Taxonomie afgestemde OpEx 2022 % Categorie (faciliterende activiteit) Categorie (overgangs- activiteit)
A. TAXONOMIE – IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (Taxonomie afgestemd)
OpEx van ecologisch duurzame activiteiten (afgestemd op taxonomie) (A.1) 0%
Waarvan faciliterende activiteit
Waarvan overgangsactiviteit
A.2 Activiteiten die wel in aanmerking komen voor de Taxonomie maar niet ecologisch duurzaam zijn (niet op de Taxonomie afgestemde activiteiten)
Vervaardiging van geneesmiddelen 1.2
Behandeling van stedelijk afvalwater 2.2
Renovatie van bestaande gebouwen 3.2
Vervoer per motorfiets, personenauto en lichte bedrijfsvoertuigen 6.5
Bouw van nieuwe gebouwen 7.1
Gegevensverwerking, hosting en aanverwante activiteiten 8.1
CapEx van activiteiten die wel in aanmerking komen voor de Taxonomie maar niet ecologisch duurzaam zijn (niet op de Taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) 342 85%
Totaal (A.1 + A.2) 342 85%
B. TAXONOMIE – Niet in aanmerking komende ACTIVITEITEN
CapEx van taxonomie-niet- subsidiabele activiteiten (B) 62 15%
Totaal (A + B) 404 100%

UCB | Data en rapportering 122

Criteria voor een wezenlijke bijdrage Criteria “Geen ernstige afbreuk doen aan” (DNSH) Economische activiteiten Codes Absolute OpEx (EUR) Aandeel van OpEx % Mitigatie van klimaat-verandering % Adaptatie aan klimaat-verandering % Water en mariene bronnen % Circulaire economie % Vervuiling % Biodiversiteit & ecosysteem % Mitigatie van klimaat-verandering J/N Adaptatie aan klimaat-verandering J/N Water en mariene hulp-bronnen J/N Circulaire economie J/N Vervuiling J/N Bio-diversiteit en ecosysteem J/N Minimum-waar-borgen J/N Aandeel van de op de Taxonomie afgestemde OpEx 2023 % Aandeel van de op de Taxonomie afgestemde OpEx 2022 % Categorie (faciliterende activiteit) Categorie (overgangs- activiteit)
A. TAXONOMIE – IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (Taxonomie afgestemd)
OpEx van ecologisch duurzame activiteiten (afgestemd op taxonomie) (A.1) 0%
Waarvan faciliterende activiteit
Waarvan overgangsactiviteit
A.2 Activiteiten die wel in aanmerking komen voor de Taxonomie maar niet ecologisch duurzaam zijn (niet op de Taxonomie afgestemde activiteiten)
Vervaardiging van geneesmiddelen 1.2
Behandeling van stedelijk afvalwater 2.2
Renovatie van bestaande gebouwen 3.2
Vervoer per motorfiets, personenauto en lichte bedrijfsvoertuigen 6.5
OpEx van activiteiten die wel in aanmerking komen voor de Taxonomie maar niet ecologisch duurzaam zijn (niet op de Taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) 101 22%
Totaal (A.1 + A.2) 101 22%
B. TAXONOMIE – Niet in aanmerking komende ACTIVITEITEN
OpEx van taxonomie-niet- subsidiabele activiteiten (B) 366 78%
Totaal (A + B) 467 100%

OpEx-KPI

Definitie

De OpEx-KPI is gedefinieerd als voor de Taxonomie in aanmerking komende OpEx (teller) gedeeld door onze totale OpEx (noemer).

Omzet-KPI

Definitie

Het aandeel van de voor de Taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten in onze totale omzet is berekend als het deel van de netto-omzet dat afkomstig is van producten die verband houden met voor de Taxonomy in aanmerking komende economische activiteiten (teller) gedeeld door de netto-omzet (noemer), telkens voor het boekjaar van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023.

De noemer van de omzet-KPI is gebaseerd op onze geconsolideerde netto-omzet in overeenstemming met paragraaf 82(a) van IAS 1. Voor meer informatie over onze waarderingsgrondslagen voor onze geconsolideerde netto-omzet, zie de samenvatting van onze belangrijkste waarderingsgrondslagen.

De teller van de omzet-KPI is gedefinieerd als de netto-omzet uit producten die verband houden met voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten 1.2, vervaardiging van geneesmiddelen.

Afstemming

Onze geconsolideerde netto-omzet is verenigbaar met onze geconsolideerde winst-en-verliesrekening in dit verslag.

CapEx-KPI

Definitie

De CapEx-KPI is gedefinieerd als voor de Taxonomie in aanmerking komende CapEx (teller) gedeeld door onze totale CapEx (noemer).

De totale kapitaaluitgaven bestaan uit toevoegingen aan materiële en immateriële vaste activa gedurende het boekjaar, vóór afschrijvingen en waardeaanpassingen, inclusief die als gevolg van herwaarderingen en bijzondere waardeverminderingen, en exclusief veranderingen in de reële waarde. Het omvat acquisities van materiële vaste activa (IAS 16), immateriële vaste activa (IAS 38), activa met gebruiksrechten (IFRS 16) en vastgoedbeleggingen (IAS 40). Goodwill is niet opgenomen in CapEx, omdat het niet gedefinieerd is als immateriële vaste activa in overeenstemming met IAS 38.

Voor meer informatie over onze waarderingsgrondslagen met betrekking tot onze CapEx, zie de samenvatting van onze belangrijkste waarderingsgrondslagen.

Om de teller te bepalen, gaan we ervan uit dat activa en processen verband houden met economische activiteiten die in aanmerking komen voor de Taxonomie als ze essentiële onderdelen zijn voor het uitvoeren van een economische activiteit. Daarom worden alle kapitaaluitgaven in de volgende gebieden beschouwd als de teller van de CapEx-KPI:

  • machines en apparatuur voor het productieproces van onze voor de Taxonomie in aanmerking komende geneesmiddelen,
  • laboratoriumapparatuur voor kwaliteitscontrole en onderzoek en ontwikkeling,
  • het overeenkomstige deel van onze productie- en administratieve gebouwen,
  • leasing van wagenparken geactiveerd onder IFRS 16.

We hanteren over het algemeen het genereren van externe inkomsten als richtlijn om economische activiteiten te identificeren die verband houden met CapEx. CapEx gerelateerd aan activiteiten die uitsluitend onze omzet genererende activiteiten 1.2 ondersteunen, worden dus aan die activiteit toegewezen. Specifieke CapEx in verband met de bouw en renovatie van gebouwen worden rechtstreeks toegewezen aan activiteit 3.2 of 7.1.

Afstemming

Onze totale kapitaaluitgaven zijn verenigbaar met onze geconsolideerde balans in dit verslag. Ze zijn het totaal van de toevoegingen van het bewegingstype voor immateriële activa en materiële vaste activa.

Dubbel tellen

Om dubbeltelling in de CapEx-KPI (en OpEx-KPI) te voorkomen, hebben we de CapEx (OpEx) gerelateerd aan ingekochte outputs toegewezen aan slechts één economische activiteit en milieudoelstelling voor elke CapEx en OpEx die als eligible werd gekwalificeerd.

UCB | Data en rapportering 123

Individueel voor de Taxonomie in aanmerking komende CapEx en OpEx
Economische activiteiten Beschrijving
6.5 Vervoer per motorfiets, personenauto en lichte bedrijfsvoertuigen Waaronder voornamelijk het wagenpark voor medewerkers en de bijbehorende CapEx en OpEx.
8.1 Gegevensverwerking, hosting en aanverwante activiteiten Inclusief CapEx gerelateerd aan gegevensopslag en -verwerking, gekoppeld aan administratieve, productie- en O&O-activiteiten.
7.1 Bouw van nieuwe gebouwen Bouw van gebouwen om de productie van API's en farmaceutische producten te internaliseren.
2.2 Behandeling van stedelijk afvalwater Voornamelijk de voorbehandeling van afvalwater van de productie van biologische producten voordat het naar openbare zuiveringssystemen wordt afgevoerd.
3.2 Renovatie van bestaande gebouwen Renovatie van eigen gebouwen om verouderde delen van bestaande gebouwen te vervangen en de efficiëntie en energieprestaties van productie-, laboratorium- en administratieve faciliteiten te verbeteren.

Contextuele informatie

Omdat we momenteel bezig zijn met het verbeteren van het volgsysteem om alle technische screeningscriteria te valideren zodat we de afstemming van de omzet, CapEx en OpEx kunnen bepalen, hebben we zoals eerder vermeld, het besluit genomen om geen informatie te geven over de afstemming van de Taxonomie om te voorkomen dat lezers misleid worden. Daarom wordt er geen contextuele informatie gegeven die de Taxonomie-alignment verder beschrijft.

UCB | Data en rapportering 124

OpEx-KPI

Definitie

De OpEx-KPI is gedefinieerd als voor de Taxonomie in aanmerking komende OpEx (teller) gedeeld door onze totale OpEx (noemer).# De totale operationele kosten bestaan uit directe niet- gekapitaliseerde kosten met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling, renovatiemaatregelen voor gebouwen, kortlopende leases, ingekochte maar niet-gekapitaliseerde fabrieks- en laboratoriumapparatuur en alle vormen van onderhoud en reparatie. Dit omvat:

  • Uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling die tijdens de verslagperiode als last opgenomen worden in onze geconsolideerde winst-en-verliesrekening. In lijn met onze geconsolideerde jaarrekening omvat dit alle niet- gekapitaliseerde uitgaven die direct toerekenbaar zijn aan onderzoeks- of ontwikkelingsactiviteiten.
  • Het volume van niet-gekapitaliseerde leases werd bepaald in overeenstemming met IFRS 16 en omvat kosten met betrekking tot wagenparken, kortetermijnleases en leases met een lage waarde.
  • De uitgaven voor onderhoud en reparatie zijn bepaald op basis van de onderhouds- en reparatiekosten die zijn toegewezen aan onze interne kostenplaatsen. De gerelateerde kostenposten zijn terug te vinden in verschillende posten op onze winst- en verliesrekening, waaronder productiekosten (operationeel onderhoud) en administratiekosten (zoals onderhoud van IT-systemen).
  • Dit omvat ook renovatiemaatregelen voor gebouwen. Over het algemeen omvat dit kosten voor diensten en materiaal voor dagelijks onderhoud, evenals voor regelmatig en ongepland onderhoud en reparatiemaatregelen. Deze kosten worden direct toegerekend aan de materiële vaste activa.
  • Dit omvat geen uitgaven die verband houden met de dagelijkse werking van de materiële vaste activa, zoals grondstoffen, kosten van medewerkers die de machines bedienen, elektriciteit of vloeistoffen die nodig zijn om de materiële vaste activa te laten werken. Afschrijvingen zijn ook niet opgenomen in de OpEx-KPI.

125 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Duurzaam ondernemen in 2023 – Bestuur

Ethische bedrijfsvoering

Zakelijk gedrag en bedrijfscultuur

De Gedragscode van UCB versterkt onze ethische principes. De Code is beschikbaar in 24 talen en goedgekeurd door het Uitvoerend Comité en de Raad van Bestuur van UCB, en is van toepassing op alle medewerkers, vertegenwoordigers en consultants die handelen namens UCB, en omvat verplichte jaarlijkse opleidingsverwachtingen. Naast overkoepelende ethische principes bevat het 26 toezeggingen over verschillende onderwerpen, zoals anticorruptiepraktijken en antitrust en eerlijke concurrentie, die door deskundigen binnen de onderneming worden onderschreven. Elke eigenaar van een onderwerp ontwikkelt beleid, procedures en instrumenten om de medewerkers van UCB te helpen om in overeenstemming met onze bedrijfsverwachtingen te werken. Er worden opleidingen verstrekt over elk beleid en alle procedures aan de relevante medewerkers.

Het Ethics & Compliance-programma (E&C) van UCB is opgebouwd op basis van de gevestigde elementen van compliance programma’s gedefinieerd door het Amerikaanse Office of Inspector General en aangepast aan de lokale vereisten van elk land. Elementen zijn onder meer leiderschap en bestuur; risicobeoordelingen en due diligence (zorgvuldigheid); normen, beleidslijnen en procedures; opleiding en communicatie; systemen voor werknemersrapportering; case management en onderzoeken; testen en toezicht; naleving door derden en voortdurende verbetering.

Het team Ethics & Compliance werkt samen met het hogere management om de ethische principes van UCB in de organisatie te implementeren. Dit doen ze door regelmatig communicatie over ethiek te verspreiden en jaarlijkse Ethics Days te organiseren voor collega’s waar onderwerpen worden besproken die relevant zijn voor hun bedrijfsactiviteiten. In 2023 omvatte de wereldwijde Ethics Day activiteiten op alle UCB-locaties, met boodschappen van UCB-leiders over het belang van ethiek in alles wat we doen.

UCB wordt geïnformeerd over het vertrouwen in onze mechanismen in onze ethische cultuur- en nalevingsperceptie-enquête waar werknemers elk jaar anoniem aan kunnen deelnemen. Deze enquête wordt gehouden door een derde partij, en UCB ontvangt responsrapporten en een vergelijking met sectorgenoten. De enquête levert gegevens op over hoe collega’s ethische beginselen en gedragingen zien, begrijpen, beleven en toepassen. Onze enquêteresultaten van 2023 zagen een verbetering van 2,7% in alle regio's en alle UCB-organisaties ten opzichte van de resultaten van 2022. Vooral de antwoorden over de perceptie van de functie, de bekendheid van het programma en de middelen, en de perceptie van collega's en de omgeving lagen op of boven het niveau van de vergeleken sectorgenoten.

Toezicht wordt verder gehandhaafd door:

  • Jaarlijkse evaluatie van medewerkers: Medewerkers worden beoordeeld op de wijze waarop zij hun doelstellingen hebben bereikt, met inbegrip van overwegingen inzake ethische bedrijfsvoering. Medewerkers die de richtlijnen niet naleven worden onderworpen aan disciplinaire maatregelen in overeenstemming met het disciplinaire beleid van UCB.
  • Evaluatie van vendors: Vendors worden tijdens het selectieproces beoordeeld op risico’s in verband met ethiek en zakelijke integriteit, en kunnen worden onderworpen aan audits en toezicht door Ethics & Compliance of Interne Audit.
Organisatiemodel

De Ethics & Compliance-middelen zijn verdeeld over operationele teams die zich richten op implementatie, uitvoering, meting en optimalisatie, en zakelijk adviseurs die teams ondersteunen bij het navigeren door E&C-elementen bij de implementatie van bedrijfsactiviteiten. Ethics and Compliance is op alle UCB-locaties aanwezig. De middelen worden regelmatig opnieuw geëvalueerd om ervoor te zorgen dat de programma’s over voldoende personeel beschikken om de zakelijke behoeften van UCB te ondersteunen. Indien nodig worden aanvullende contractuele middelen ingezet om specifieke expertise te verschaffen of de beschikbare ondersteuning te vergroten. De Chief Ethics & Compliance Officer rapporteert aan de General Counsel en heeft directe toegang tot het hogere management, waaronder het Uitvoerend Comité, de CEO en de Raad van bestuur. Daarnaast geeft de Chief Ethics & Compliance Officer jaarlijkse presentaties aan het Uitvoerend Comité, de Raad en het Auditcomité van de Raad.

93,6 % van de respondenten is het ermee eens dat ze een persoonlijke verantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat UCB zich ethisch gedraagt 2,8% boven benchmark
91,9 % van de respondenten vindt dat hun managers zich te allen tijde inzetten voor ethisch gedrag 0,2% boven benchmark

UCB | Data en rapportering

126

Programmameting

We beoordelen de activiteiten voortdurend via monitoring-activiteiten en gebruiken de verkregen gegevens om voortdurende verbetering te stimuleren. Monitoringplannen worden ontwikkeld op basis van beoordelingen van de compliance risico’s die jaarlijks door elk filiaal worden uitgevoerd, en afgestemd met het Global Internal Audit- team (GIA) om dubbel werk tot een minimum te beperken en aandachtspunten te signaleren. De gegevens helpen ook bij het vaststellen van trends die in samenwerking met het hogere management moeten worden aangepakt. Met behulp van dashboards en statistieken kunnen managers hun teams voortdurend coachen en het goede voorbeeld geven als het gaat om inzet voor het belang van Ethics & Compliance. Vendors worden tijdens de selectie getoetst op hun due diligence bij het beoordelen van risico’s in verband met ethiek en zakelijke integriteit, en kunnen worden onderworpen aan audits en toezicht door Ethics & Compliance of Interne Audit.

Zich uitspreken en anti-vergelding

Verantwoordelijk zijn voor het behoud van de reputatie van UCB en het vertrouwen dat patiënten en belanghebbenden in ons bedrijf stellen, is een kernelement van de mindset bij UCB. Onze leiders moeten een vertrouwensvolle en veilige omgeving creëren, waarin collega’s zich kunnen uitspreken, verschillende meningen of ideeën kunnen uiten, gezonde debatten kunnen aangaan en de status quo ter discussie kunnen stellen. Als medewerkers iets zien waarvan ze denken dat het illegaal of onethisch is, of dat in strijd is met de ethische beginselen van de Gedragscode, dan wordt van hen verwacht dat ze dit onder de aandacht brengen van een supervisor of manager. Ze kunnen ook contact opnemen met de afdeling Ethics & Compliance, hun plaatselijke afdeling Talent (HR), of de afdeling Juridische Zaken, of via de 24/7 bereikbare UCB Integrity Line.

Beheer van inkomende klachten

Er wordt een vaste, onafhankelijke procedure gebruikt om alle inkomende klachten tijdig te beoordelen en te onderzoeken. Dit wordt geleid door een E&C Investigation Lead onder leiding van de Chief Ethics & Compliance Officer en met betrokkenheid van Legal en Talent Leaders. Bij anonieme meldingen is de identiteit van de melder niet bekend bij UCB en wordt de hotline beheerd door een derde partij. De onderzoeksresultaten worden gebruikt om corrigerende maatregelen en eventuele disciplinaire maatregelen uit te werken. Ons interne auditteam en het hogere management krijgen regelmatig updates over het proces.

Anti-vergelding en bescherming van klokkenluiders

UCB heeft een strikt anti-vergeldingsbeleid. Medewerkers worden aangemoedigd om situaties te melden zonder angst voor vergelding, en ze worden niet gestraft voor het te goeder trouw melden, zelfs als blijkt dat er geen overtreding heeft plaatsgevonden. Vergelding in welke vorm dan ook wordt niet getolereerd en iedereen die betrokken is bij vergelding wordt onderworpen aan disciplinaire maatregelen, tot en met ontslag. Ethics & Compliance volgt melders ook op om ervoor te zorgen dat ze geen last hebben van vergelding na het melden van wangedrag en monitort eventuele werkgerelateerde acties als gevolg van het melden van wangedrag. UCB heeft de vereisten van de EU-richtlijn inzake klokkenluiders beoordeeld en onze processen en systemen voldoen aan de richtlijn. Naarmate de EU-lidstaten de richtlijnen in hun eigen wetgeving opnemen, worden er aanvullende beoordelingen uitgevoerd om naleving van deze nieuwe voorwaarden te garanderen.# Preventie en opsporing van corruptie en omkoping

De Gedragscode van UCB omvat onder meer de kernprincipes en gedragingen die zijn gericht op het verminderen van de risico’s met betrekking tot omkoping en corruptie. Gezien de aard van onze activiteiten identificeerde UCB onze betrokkenheid met de belanghebbenden in de gezondheidszorg als het primaire risicogebied voor anti-omkomping en anti-corruptie (ABAC: anti-bribery & anti-corruption).

In ons ABAC-beleid en onze ABAC-training worden de belangrijkste anti-corruptie- en anti-omkopingsprincipes uiteengezet, ondersteund door aanvullende procedures en richtlijnen die beschrijven hoe we risico’s op omkoping en corruptie bij onze bedrijfsactiviteiten opsporen, voorkomen en beperken. Op 31 december 2023 had 94% van de medewerkers de training over het ABAC-beleid voltooid (dit nalevingspercentage is een optelsom van medewerkers die de verplichte training hebben voltooid en medewerkers die nog binnen de termijn vallen om de training te voltooien). Deze training wordt jaarlijks gegeven aan alle medewerkers, inclusief het management.

Het team Ethics and Compliance voert een risicobeoordeling uit voor elke markt waar UCB actief is, om de lokale risico’s met betrekking tot verschillende onderwerpen, waaronder corruptie, te beoordelen. Wanneer deze risico’s worden vastgesteld, worden zij aangepakt via een risicobeperkend plan dat samen met de lokale leiderschapsteams wordt ontwikkeld en aan het wereldwijde E&C-leiderschapsteam wordt gerapporteerd voor aanvullende follow-up.

Alle incidenten van omkoping en corruptie die via het monitoringprogramma worden ontdekt, komen terecht bij het onderzoeksteam binnen Ethics and Compliance, dat onafhankelijk van de landenorganisaties opereert om volledige onafhankelijkheid van het proces te garanderen. Bovendien worden alle gevallen van omkoping en corruptie die door medewerkers of externe belanghebbenden via onze Integrity Line of andere meldingskanalen worden gemeld, onmiddellijk onderzocht. Na afloop van het onderzoek worden corrigerende maatregelen en eventueel noodzakelijke disciplinaire maatregelen getroffen.

De Global Internal Audit-afdeling controleert periodiek de wereldwijde activiteiten van UCB op potentiële risico’s met betrekking tot deze gebieden in overeenstemming met een vastgesteld rotatieschema of waar passend op basis van problemen. Als onderdeel van het goedgekeurde Auditplan voor 2023 heeft de Global Internal Audit-afdeling 25 beoordelingen van verschillende vestigingen/filialen/partners uitgevoerd, die onder meer een evaluatie van ABAC-procedures en -controles omvatten. Ze controleren, handhaven en volgen continu alle compliance-gerelateerde bevindingen op.

Incidenten van corruptie of omkoping

In 2023 waren er geen materiële gevallen van omkoping en corruptie die resulteerden in boetes vanwege overtredingen.

Concurrentie en antitrust

UCB blijft zich inzetten voor volledige naleving van alle wetten en regelgeving met betrekking tot concurrentiebeperkend, antitrust- of monopoliegedrag. Ons wereldwijde antitrustbeleid werd in 2021 herzien en er werden wereldwijd aanvullende richtlijnen ingevoerd. We hebben ook een nieuwe reeks e-learnings over EU-concurrentiewetgeving uitgebracht.

In 2023 waren er geen materiële acties of geschillen in verband met UCB.

127 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Politieke invloed en belangenbehartiging

UCB zet zich in voor de voortdurende evolutie van een ecosysteem voor gezondheidszorg en overheidsbeleid dat innovatie erkent en beloont, op waarde gebaseerde zorg aanmoedigt en betaalbare en gelijke toegang tot geneesmiddelen bevordert. Onze belangenbehartiging is gericht op het aanpakken van onvervulde behoeften en het creëren van duurzame oplossingen voor mensen die leven met ernstige ziekten, voor gezondheidsstelsels en de samenleving.

De inspanningen van UCB rond politieke invloed staan onder toezicht van het Head of U.S. Corporate Affairs, Head of U.S. Public Policy & Government Relations, en de Global Head of Sustainability, Corporate Affairs & Risk. Onze benadering van het overheidsbeleid komt overeen met ons doel.

In 2023 hield UCB zich bezig met belangenbehartiging op het gebied van innovatie, op waarde gebaseerde zorg en betaalbare en gelijke toegang. De kwesties waren als volgt:

  • Innovatie:
    • Stimulansen om constante investeringen in innovatie mogelijk te maken, met name op het gebied van zeldzame ziekten.
    • Voorstellen om het systeem van intellectueel eigendom te versterken.
  • Op waarde gebaseerde zorg:
    • Oprichting van adviesraden voor zeldzame ziekten om patiënten meer inspraak te geven in het overheidsbeleid met betrekking tot zeldzame ziekten.
    • Pleiten voor het wegnemen van belemmeringen voor betaalbare en gelijke toegang tot zorg.
  • Pleiten voor het onderzoeken van de gehele toeleveringsketen van voorgeschreven geneesmiddelen om hervormingen te identificeren die de toegang en betaalbaarheid verbeteren en tegelijkertijd ruimte bieden voor voortdurende innovatie om mensen met ernstige ziekten betere behandelingen te bieden.
  • Betaalbare en gelijke toegang:
    • Het wegnemen van belemmeringen voor fabrikanten om patiënten te helpen die hun geneesmiddelen niet kunnen betalen.
    • Mechanismen voor patiënten om medisch noodzakelijke behandelingen te krijgen en onnodige toegangsbelemmeringen te vermijden.
    • Verbeterde toegang tot therapieën in Medicaid-programma’s (voor minderbedeelden, waaronder gemeenschappen met een lage sociaaleconomische status in de VS.)

In 2023 ging in de VS US$ 70.000 van de bijdrages van UCB aan de Pharmaceutical Research and Manufacturers of America (PhRMA) naar politieke kandidaten in Californië. U-PAC (UCB's Political Action Committee) leverde US$ 18.000 aan politieke bijdragen rechtstreeks aan kandidaten. De bijdragen van zowel UCB als het politieke actiecomité (PAC) voor medewerkers van UCB bedroegen samen US$ 88.000. In 2023 verstrekte UCB geen bijdragen in natura.

In de VS zijn per rechtsgebied 7 UCB-medewerkers geregistreerd om te lobbyen, en zijn 16 externe consultants geregistreerd om per rechtsgebied te lobbyen in naam van UCB.

In de EU is UCB opgenomen in de volgende transparantieregisters:

  • EU – Transparantieregister (identificatienummer: 294359117093-66)
  • Duitsland – Lobbyregister Deutscher Bundestag (identificatienummer: R001559)
  • België – Lobbyregister/Registre Des Lobbies (identificatienummer: N.v.t.)

UCB | Data en rapportering 128

Governance voor leveranciers

We behandelen onze leveranciers eerlijk en gelijkwaardig. We hechten veel waarde aan sterke relaties door middel van transparante contracten, duidelijke verwachtingen en regelmatige communicatie. De risico’s en duurzaamheidsprestaties van leveranciers worden beoordeeld aan de hand van specifieke risicodomeinen, rekening houdend met de bedrijfstak van de leverancier. We gaan met strategische en kritieke leveranciers in gesprek tijdens kwartaalvergaderingen voor bedrijfsbeoordeling (of eerder indien nodig), operationele besprekingen en specifieke sessies voor strategische afstemming.

Leveranciers die onder het beheer van het externe netwerk vallen (d.w.z. productie op contractbasis, laboratoriumdiensten op contractbasis, externe logistiek en onderzoeksorganisaties op contractbasis) worden jaarlijks beoordeeld op duurzaamheidsprestaties als onderdeel van risicobeoordelingen.

Ons inkoopteam heeft toegang tot onze Procurement Academy, een verzameling zelfstudiecursussen die zijn gestructureerd op rol en competentie, waaronder modules over leveranciers- en stakeholdermanagement. De inkoopmethodologie van UCB wordt bepaald door de uitgavencategorie en is afgestemd op onze overkoepelende strategische bedrijfsdoelstellingen. Onze inkoopstrategie is een balans tussen kwaliteit, kostenefficiëntie en duurzaamheid om potentiële risico’s te beperken en de continuïteit van de levering te garanderen. Duurzaamheid weegt in totaal 10% mee in onze evaluatiecriteria en houdt rekening met de EcoVadis-score van de leverancier en eventuele aanvullende duurzaamheidsoverwegingen die relevant zijn voor een inkoopproject (bijv. diversiteit of milieupraktijken).

Betalingspraktijken

UCB hanteert een standaard betalingstermijn van 60 of 30 dagen, tenzij een specifieke wettelijke vereiste van toepassing is, en heeft geen specifieke betalingstermijn voor kleine en middelgrote ondernemingen. Wat betreft ons Purchase Requisition-to-Pay-proces, genereren we intern een Inkooporder en moeten leveranciers hun factuur via ons factuurbeheersysteem versturen voor interne goedkeuring en daaropvolgende betaling binnen de geldende termijn. Dit elektronische factuurproces is in een aantal landen nog niet van toepassing (bijv. Brazilië, Mexico, Turkije, Rusland, China). Het duurt gemiddeld 60 dagen om een factuur te betalen vanaf de dag dat de factuur is gepost. Dit aantal wordt berekend voor alle inkooporders die zijn aangemaakt van januari 2023 tot en met december 2023.

Ethisch gebruik van technologie

Door systemen op basis van geavanceerde technologieën en AI te gebruiken en te implementeren, geloven we dat we waarde kunnen toevoegen aan onze wetenschappelijke innovatie en tegelijkertijd voortdurend de juiste zorg, zorg en toezicht kunnen garanderen. Naarmate technologie geavanceerder wordt en meer invloed krijgt, moeten we alert zijn op mogelijke ethische gevolgen, waaronder voor de mensenrechten. We zijn toegewijd aan het volgen van ethische normen in onze beslissingen en handelingen, en ook in de technologie die we gebruiken.

Onze gedragscode heeft betrekking op zaken die verband houden met AI en generatieve AI (GenAI) en zorgt ervoor dat ethische praktijken worden nageleefd in al onze activiteiten en technologieën die we gebruiken. Samen met voortdurende training helpt dit onze collega's om slimme en ethische keuzes te maken over AI-technologie.Naarmate technologieën meer geïntegreerd raken in ons bedrijf, ontwikkelen we een systematische aanpak om ethisch gebruik van technologie in al onze activiteiten te waarborgen. We zijn ons ook bewust van hun mogelijke impact op het milieu. In juni 2023 ontvingen we als eerste farmaceutische bedrijf ter wereld het Sustainable IT Level 2 Label, de hoogst mogelijke certificering. Deze certificering weerspiegelt onze voortdurende inzet om de ecologische voetafdruk van de informatie- en communicatietechnologieën die we gebruiken te verminderen en op verantwoorde wijze zaken te doen. Omdat UCB het toenemende belang van opkomende technologieën als een belangrijk onderwerp ziet en om aan te sluiten bij de ESRS-rapportagevereisten, zullen we in 2024 werken aan het definiëren van belangrijke prestatie-indicatoren om onze prestaties op dit gebied beter te meten.

Ons deugdelijk bestuur

Introductiebrief van de voorzitter van het Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité

Onze toewijding om patiënten duurzame toegang te bieden, past binnen onze toonaangevende inspanningen rond milieu, maatschappij en bestuur (ESG). In het kader van de razendsnel veranderende regelgevingen hebben we deze inspanningen in 2023 verder verdiept, omdat we geloven dat de integratie van deze fundamenten in onze activiteiten integraal deel uitmaakt van het DNA van onze organisatie. We zijn begonnen met de implementatie van de EU- richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (CSRD) en blijven zoeken naar mogelijkheden om ons duurzaamheidsbestuur met het oog op deze richtlijn te verbeteren. Zo hebben we nauwer samengewerkt met de externe duurzaamheidsadviesraad (ESAB) door middel van een gezamenlijke strategische zitting met de volledige Raad van Bestuur in juni 2023. Daarnaast blijven we rekenen op de inzichten van onze gewaardeerde belanghebbenden met betrekking tot onze duurzaamheidsinspanningen door middel van ESG-roadshows in maart en november. De voortdurende dialoog met en het wederzijdse begrip van onze aandeelhouders en andere gewaardeerde belanghebbenden waren belangrijke drijfveren voor onze vooruitgang, met name wat betreft de herziening van het bezoldigingsbeleid die tijdens de komende Algemene vergadering op 25 april 2024 aan de aandeelhouders zal worden voorgelegd. Dankzij uw vertrouwen en samenwerking hebben we de uitdagingen het hoofd kunnen bieden en hebben we geïnvesteerd om nieuwe kansen te grijpen en transformatieve therapieën te bieden aan patiënten die ze nodig hebben. We zijn klaar om de vaart erin te houden dankzij onze focus op duurzame innovatie, strategische partnerschappen en een patiëntgerichte aanpak, waardoor we de komende jaren kunnen rekenen op voortdurende groei en vooruitgang.

Hoogachtend,
Fiona du Monceau
Voorzitter van het GNCC

Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Beste lezer

Als inleiding op het hoofdstuk over ons deugdelijk bestuur van het Geïntegreerd jaarverslag 2023 stel ik, als voorzitter van het Governance-, benoemings- & remuneratiecomité van de Raad van Bestuur (GNCC), de vooruitgang die ons bedrijf in 2023 heeft geboekt met plezier voor. Onze vastberaden toewijding aan het verbeteren van de levens van mensen met ernstige ziekten bleef van uiterst belang in 2023, en het is een voorrecht om de belangrijke stappen die we hebben gezet met jullie te mogen delen. UCB streeft ernaar om gedifferentieerde oplossingen te bieden aan patiënten over de hele wereld, gedreven door ons doel om waarde te creëren, nu en in de toekomst. We willen mensen met ernstige ziekten in staat stellen een bevredigend leven te leiden en de nieuwe goedkeuringen in 2023 zijn een opstap in de richting van dit doel, wat onze toewijding onderstreept om baanbrekende wetenschap te gebruiken om hardnekkige onvervulde behoeften in de gezondheidszorg aan te pakken. Bovendien benadrukken de positieve fase 3-resultaten die gedurende het jaar werden behaald ons vermogen om baanbrekende oplossingen met succes te leveren.

Wat het deugdelijk bestuur van UCB betreft, werd 2023 gekenmerkt door de benoeming van Jonathan Peacock tot voorzitter van de Raad van Bestuur van UCB. Naast de benoeming van Jonathan Peacock tot voorzitter, verwelkomde UCB ook Maëlys Castella als nieuw lid van de Raad en het Auditcomité in april 2023. Daarnaast is ons Uitvoerend Comité ook veranderd: Denelle Waynick Johnson vervangt Bill Silbey als Head of Global Legal Affairs sinds maart 2023 en we zijn actief op zoek naar een geschikte vervanger voor Charl van Zyl na zijn vertrek in juni 2023. Het GNCC blijft zich richten op de opvolgingsplanning voor zowel de Raad van Bestuur als het Uitvoerend Comité. We hebben voortgebouwd op de uitgebreide doorlichting van de Raad van Bestuur, die eind 2022 is uitgevoerd, om een evenwichtige mix van profielen en vaardigheden samen te stellen. Hiermee hopen we onze Raad van Bestuur te versterken om te voldoen aan de veranderende behoeften van het bedrijf en onze groei in het komende decennium te stimuleren. Drie bestuurders – Pierre Gurdjian, Ulf Wiinberg en Charles-Antoine Janssen – zullen hun termijn verlengen na de positieve beoordeling van hun prestaties, en in 2024 zullen er nog eens drie nieuwe bestuurders toetreden tot de Raad van Bestuur van UCB.

3.1 Reikwijdte van rapportering

Als Belgische vennootschap genoteerd op Euronext Brussel, die de hoogste normen inzake deugdelijk bestuur nastreeft, is UCB NV (“UCB”) door de Belgische wet (in het bijzonder artikel 3:6 1 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen of het “WVV”) verplicht de Belgische Corporate Governance Code 2020 2 of de “Code 2020” toe te passen die beide sinds 1 januari 2020 van toepassing zijn. De Code 2020 gebaseerd op het principe “pas toe of leg uit”. Het Belgische vennootschapsrecht en de Belgische Corporate Governance Code verplichten UCB ertoe om een Corporate Governance Charter aan te nemen en te publiceren en om jaarlijks een Verklaring inzake deugdelijk bestuur op te nemen in het Geïntegreerd jaarverslag.

De Raad van Bestuur van UCB (de “Raad”) heeft sinds 2005 een Corporate Governance Charter (het “Charter”) vastgesteld. Het beschrijft de belangrijkste aspecten van deugdelijk bestuur bij UCB, inclusief de bestuursstructuur, het aandeelhouderschap en het intern reglement van de Raad, zijn comités en het Uitvoerend Comité, en de regels van toepassing op aandeelhoudersvergaderingen. Het Charter wordt regelmatig bijgewerkt en jaarlijks herzien door de Raad om in overeenstemming te zijn met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, de Corporate Governance Code, internationale standaarden en de evolutie van UCB. De laatste versie van het UCB Charter is beschikbaar op de UCB website.

In overeenstemming met principe 1.3 van de Code 2020 dient UCB alle materiële wijzigingen aan het Corporate Governance Charter van de vennootschap mee te delen. We bevestigen dat er in 2023 geen materiële wijzigingen zijn aangebracht in het Charter van UCB. Zoals vereist door het WVV en de Code 2020 publiceert UCB ook elk jaar een Verklaring inzake deugdelijk bestuur, dat deel uitmaakt van het Geïntegreerd jaarverslag, en dat alle informatie bevat vereist door de wet, een beschrijving hoe de Code 2020 werd toegepast in het laatste boekjaar en, indien van toepassing, toelichting bij afwijkingen op de bepalingen van deze Code (toepassing van de “pas-toe-of-leg-uit”-benadering). Deze sectie van het Geïntegreerd jaarverslag vormt de Verklaring inzake deugdelijk bestuur voor het jaar 2023.

3.2 Kapitaal en aandelen

3.2.1 Kapitaal

In 2023 is het kapitaal van UCB niet gewijzigd. Op 31 december 2023 bedroeg het kapitaal € 583 516 974, vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen. Het aandelenkapitaal van UCB wordt sinds 13 maart 2014 vertegenwoordigd door 194 505 658 volledig volgestorte aandelen (“UCB-aandelen”).

3.2.2 Aandelen

UCB-aandelen zijn, naar keuze van de aandeelhouder, op naam of gedematerialiseerd, in overeenstemming met het WVV. Ingevolge de Wet van 14 december 2005 werden aandelen aan toonder geleidelijk afgeschaft, wat leidde tot hun omzetting in effecten op naam of gedematerialiseerde effecten vanaf 1 januari 2014, een verplichte verkoop van uitstaande aandelen aan toonder door de Vennootschap in juni 2015 en hun complete afschaffing op het einde van 2015. Per 1 januari 2016 hebben de rechtmatige eigenaars van niet opgeëiste aandelen aan toonder het recht om bij de Deposito- en Consignatiekas de terugbetaling te vorderen van de netto-opbrengst van de onderliggende aandelen, op voorwaarde dat zij op geldige wijze hun hoedanigheid van rechthebbende kunnen aantonen en mits een boete van 10% van de verkoopopbrengst van de onderliggende aandelen aan toonder per begonnen jaar. Meer details zijn beschikbaar op website van UCB.

UCB-aandelen op naam worden ingeschreven in UCB’s register van aandelen op naam. Alle UCB-aandelen zijn toegelaten tot de notering en verhandeling op Euronext Brussels. Elk aandeel geeft recht op één stem (volgens het principe "één aandeel, één stem"). De jaarlijkse algemene vergadering is bevoegd om het resultaat van elk boekjaar toe te wijzen. In lijn met het lange-termijn dividendbeleid van UCB stelt de Raad een bruto-dividend voor van € 1,36 per aandeel (betaald in 2023: € 1,33). Als het dividend wordt goedgekeurd door de algemene vergadering op 25 april 2024, zal het nettodividend van € 0,952 per aandeel betaalbaar zijn vanaf 30 april 2024 tegen afgifte van coupon nummer 27.

1 Artikel 3:6 van het WVV verwijst naar het Koninklijk Besluit van 12 mei 2019 over de toepasselijkheid van de Belgische Corporate Governance Code 2020 op beursgenoteerde vennootschappen.## 3.2.3 Eigen aandelen

In overeenstemming met artikel 12 van de statuten van UCB (de “Statuten van UCB”), heeft de buitengewone Algemene vergadering van 28 april 2022 beslist om de Raad van Bestuur te machtigen, voor een periode van 2 jaar, die aanvangt op 1 juli 2022 en die afloopt op 30 juni 2024, om op of buiten de beurs, door aankoop, omruiling, inbreng of om het even welke andere wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, tot 10% van het totale aantal aandelen van de Vennootschap te verwerven, berekend op de datum van elke verwerving, tegen een prijs of een tegenwaarde per aandeel (i) van maximaal de hoogste koers van het aandeel van de vennootschap op Euronext Brussel op de datum van de verwerving en (ii) van minimaal een (1) euro, zonder afbreuk te doen aan artikel 8:5 van het Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. De Vennootschap mag, samen met haar directe of indirecte dochtervennootschappen, evenals personen die handelen in hun eigen naam maar voor rekening van de Vennootschap of haar directe of indirecte dochtervennootschappen, als gevolg van dergelijke verkrijging(en) niet meer dan 10% van het totaal aantal aandelen uitgegeven door de Vennootschap verwerven, berekend op het moment van de relevante verwerving. Deze machtiging strekt zich uit tot elke verwerving van aandelen van de Vennootschap, direct of indirect, door de directe dochterondernemingen van de Vennootschap, overeenkomstig artikel 7:221 van het WVV. Een verlenging van deze machtiging voor een periode van twee jaar eindigend op 30 juni 2026 wordt voorgelegd aan de algemene vergadering van 25 april 2024. In 2023 heeft UCB NV 500 000 UCB-aandelen verworven en 633 024 UCB-aandelen overgedragen. Op 31 december 2023 was UCB NV eigenaar van 4 729 089 UCB-aandelen, die 2,43% van het totale aantal UCB-aandelen vertegenwoordigen. Het hield geen andere UCB-effecten aan. De UCB-aandelen werden verworven door UCB NV om de verplichtingen van UCB in te dekken die voortvloeien uit de aandelenoptieplannen, aandelentoekenningsplannen en prestatieaandelenplannen voor werknemers. Geen van de verbonden vennootschappen van UCB NV bezat UCB-aandelen per 31 december 2023.

3.2.4 Toegestaan kapitaal

De buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 28 april 2022 besloot om de Raad te machtigen (en om de statuten overeenkomstig te wijzigen) om gedurende twee jaar, tot 23 mei 2024, het kapitaal in één of meer malen te verhogen, onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, en dit binnen de grenzen van het WVV.

  1. Met maximaal 5% van het kapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten (al dan niet ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen);
  2. Met maximaal 10% van het aandelenkapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders niet wordt beperkt of uitgesloten.

Het totale bedrag waarmee de Raad het aandelenkapitaal kan verhogen door een combinatie van de machtigingen zoals bepaald onder (1) en (2), is in ieder geval beperkt tot maximaal 10% van het aandelenkapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging.

De Raad is bovendien uitdrukkelijk gemachtigd om deze machtiging te gebruiken, binnen de beperkingen zoals bepaald onder (i) en (ii) hierboven, voor de volgende verrichtingen:

  1. een kapitaalverhoging of de uitgifte van converteerbare obligaties of van warranten waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten;
  2. een kapitaalverhoging of de uitgifte van converteerbare obligaties of inschrijvingsrechten waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen; en
  3. een kapitaalverhoging door omzetting van reserves.

Een dergelijke kapitaalverhoging kan om het even welke vorm aannemen, met inbegrip van, maar zonder beperking tot, een inbreng in geld of in natura, met of zonder uitgiftepremie, met uitgifte van aandelen beneden, boven of tegen nominale waarde, door omzetting van reserves en/of uitgiftepremies en/ of overgedragen winst, voor zover maximaal door de Wet is toegestaan. Elke beslissing van de Raad om gebruik te maken van deze machtiging vereist een meerderheid van 75%. De Raad heeft de bevoegdheid, met recht van indeplaatsstelling, om de statuten te wijzigen om daarin de kapitaalverhogingen weer te geven die het gevolg zijn van de uitoefening van deze machtiging. Het WVV laat niet toe om gebruik te maken van deze machtiging vanaf het ogenblik dat de Vennootschap op de hoogte werd gebracht door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (‘FSMA’) over een publiek overnamebod. Op 31 december 2023 maakte de Raad geen gebruik van deze machtiging. Aangezien de machtiging verleend door de buitengewone algemene vergadering van 28 april 2022 vervalt in 2024, wordt een hernieuwing van het toegestane kapitaal voor een nieuwe periode van twee jaar, eindigend in 2026, voorgesteld aan de algemene vergadering van 25 april 2024.

3.3 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur

3.3.1 Referentieaandeelhouder

De grootste aandeelhouder van UCB is Financière de Tubize NV (hierna ook de “Referentieaandeelhouder” of “Tubize” genoemd), een Belgisch beursgenoteerd bedrijf op Euronext Brussel. Op basis van de recentste publieke informatie bezat Tubize 70 090 611 UCB-aandelen op een totaal van 194 505 658 (d.w.z. 36,04%) op 31 december 2023 en was haar aandeelhouderstructuur als volgt:

Altaï Invest NV wordt gecontroleerd door Evelyn du Monceau, geboren Evelyn Janssen.
Barnfin NV wordt gecontroleerd door Bridget van Rijckevorsel, geboren Bridget Janssen.

De aandeelhouders van Tubize die behoren tot de familie Janssen, handelen in onderling overleg, d.w.z. dat zij een aandeelhoudersovereenkomst hebben gesloten waarvan de belangrijkste kenmerken hierna zijn weergegeven, gebaseerd op publiek beschikbare informatie:

  • Het doel van het onderling overleg is om via Financière de Tubize NV de stabiliteit van de aandeelhoudersstructuur van UCB te verzekeren, met het oog op de industriële ontwikkeling van deze laatste op lange termijn. In dit perspectief beoogt het om het doorslaggevend belang van de familiale aandeelhouder in de aandeelhoudersstructuur van Financière de Tubize NV te bewaren.
  • De partijen bij het onderling overleg consulteren elkaar over de beslissingen die genomen moeten worden op de aandeelhoudersvergadering van Financière de Tubize NV, en ze proberen, voor zover als mogelijk, een consensus te bereiken. Ze zorgen ervoor dat ze voldoende vertegenwoordigd zijn in de Raad van Bestuur van Financière de Tubize NV. Binnen deze Raad en via hun vertegenwoordigers in de Raad van Bestuur van UCB, consulteren zij elkaar over belangrijke strategische beslissingen die UCB aangaan, en proberen zij, voor zover als mogelijk, een consensus te bereiken.
  • De partijen informeren elkaar vooraleer zij overgaan tot een belangrijke aankoop- of verkoopoperatie van aandelen van Financière de Tubize NV. Er zijn ook voorkooprechten en rechten van herverkoop voorzien binnen de familie.
In onderling overleg Buiten onderling overleg Totaal
Stemrechten % Stemrechten % Stemrechten % Stemrechten
FEJ SRL 8 525 014 19,15% 1 988 800
Daniel Janssen 5 881 677 13,21% -
Altaï Invest NV 4 969 795 11,16% 40 205
Barnfin NV 3 903 835 8,77% -
Jean van Rijckevorsel 11 744 0,03% -
Totaal stemrechten gehouden door de referentieaandeelhouders 23 292 065 52,33% 2 029 005
Andere aandeelhouders - - 19 191 528
Totaal stemrechten 23 292 065 52,33% 21 220 533

Overeenkomstig regel 8.7 van de Code 2020 “ moet de Raad van Bestuur overleggen of het passend is dat de vennootschap een relatieovereenkomst sluit met de belangrijke aandeelhouder of de aandeelhouder met zeggenschap. ” De Raad is van oordeel dat er momenteel geen behoefte is aan de opstelling van een relatieovereenkomst. Het Corporate Governance Charter van UCB, de huidige samenstelling van de Raad van Bestuur en de regels van het WVV bieden een voldoende duidelijk kader aan de Raad van Bestuur en de referentieaandeelhouder. Bovendien is de Referentieaandeelhouder van UCB zelf een beursgenoteerde onderneming en als zodanig onderworpen aan uitgebreide openbaarmakingsverplichtingen.

3.3.2 Transparantieverklaringen

In de loop van 2023 heeft UCB de volgende transparantieverklaringen gedaan of ontvangen in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen:

UCB kreeg transparantieverklaringen van FMR LLC, gedateerd op 24 mei 2023. FMR LLC. heeft meegedeeld dat, ingevolge een verwerving van UCB-aandelen met stemrecht door haar verbonden ondernemingen, haar deelneming in UCB NV is gestegen en op 19 mei 2023 de drempel van 3% heeft overschreden. Op 19 mei 2023 had FMR LLC. (rekening houdend met de deelneming gehouden door haar verbonden ondernemingen) 8 502 358 UCB-aandelen met stemrecht in haar bezit, wat neerkomt op 4,37% van het totale aantal door de vennootschap uitgegeven aandelen (194 505 658), tegenover 3,86% (7 509 016 UCB-aandelen) in de vorige kennisgeving van 3 augustus 2022.# 3.3.3 Relaties met en tussen aandeelhouders

We verwijzen u naar Toelichting 44.4 voor een overzicht van de relaties tussen UCB en haar aandeelhouders. Verder is UCB niet op de hoogte van overeenkomsten tussen haar aandeelhouders, met uitzondering van de hieronder vermelde informatie.

Op 25 augustus 2023 ontving UCB een bijgewerkte verklaring overeenkomstig artikel 74, §8 van de Wet op de openbare overnamebiedingen van Tubize (beschikbaar op de website van UCB), waarin Tubize verklaarde dat het sinds 31 juli 2022 649 750 UCB-aandelen verwierf, waardoor het in totaal 70 090 611 aandelen bezit, wat neerkomt op 36,04% van het totale aantal door de vennootschap uitgegeven aandelen (194 505 658).

UCB | Ons deugdelijk bestuur 136

3.3.4 Aandeelhoudersstructuur

Naast de verklaringen hierboven vermeld onder 3.3.2 en 3.3.3, houdt UCB NV ook UCB-aandelen aan (zie boven – eigen aandelen). De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek. Hieronder vindt u een bijgewerkt overzicht van de aandeelhoudersstructuur van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten), op basis van het aandelenregister van UCB, de transparantieverklaringen ontvangen in uitvoering van de Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, de kennisgeving ontvangen in uitvoering van artikel 74, §8 van de Wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, de kennisgevingen aan de AFM in uitvoering van de Wet van 2 augustus 2002 op het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en, in voorkomend geval, recentere publieke bekendmakingen (situatie op 31 december 2023):

Deelneming Hoeveelheid aandelen %
Financière de Tubize 70 090 611 36,04%
Eigen aandelen 4 755 075 2,44%
Wellington 14 548 260 7,48%
Blackrock 8 764 495 4,51%
FMR 8 312,151 4,27%
Andere institutionele beleggers 67 851 784 34,88%
Particuliere en niet- geïdentificeerde beleggers 20 183 282 10,38%
Totale aandelen 194 505 658 100%

(alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totale aantal stemrechten)

137 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Controlerende en belangrijkste aandeelhouders van UCB per 31 december 2023

Verklaringen ontvangen in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
Laatste wijziging: 31 dec 2023

Situatie per Aandelenkapitaal € 583 516 974 13 maart 2014 Totaal aantal stemrechten (=noemer) 194 505 658 13 maart 2014
1 Financière de Tubize SA (‘Tubize’) 70 090 611 36,04% 31 jul 2023
2 UCB NV 4 729 089 2,43% 31 dec 2023
gelijkgestelde financiële instrumenten (opties) 1 0 0,00% 6 maart 2017
gelijkgestelde financiële instrumenten (andere) 1 0 0,00% 18 dec 2015
Totaal 4 729 089 2,43%
Free float 2 119 685 958 61,53%
3 Wellington Management Group LLP 14 548 260 7,48% 17 nov 2023
4 BlackRock, Inc. 9 412 691 4,84% 13 jan 2020
5 FMR LLC 8 502 358 4,37% 19 mei 2022

(alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totale aantal stemrechten)

1 Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6, §6, van de wet van 2 februari 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.
2 Free float zijn de UCB-aandelen die niet gehouden worden door de Referentieaandeelhouder (Tubize) en UCB NV. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met stemrechtverlenende effecten (aandelen) gehouden door deze entiteiten, gelijkgestelde financiële instrumenten worden uitgesloten.

UCB | Ons deugdelijk bestuur 138

3.3.5 Algemene vergadering van aandeelhouders

In overeenstemming met de statuten vindt de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders (‘Algemene vergadering’) plaats op de laatste donderdag van april om 11.00u CET. In 2023 vond de algemene vergadering plaats op 27 april. In 2024 is dit op 25 april. De regels aangaande de agenda, de procedure voor het bijeenroepen van vergaderingen, toelating tot de vergaderingen, de procedure voor het uitoefenen van stemrecht en andere details kan men vinden in de statuten en in het Charter, die beschikbaar zijn op de website van UCB.

139 Geïntegreerd jaarverslag 2023

3.4 Raad van Bestuur en comités van de Raad

Het bestuur van UCB is gebaseerd op een “monistische” structuur. Dit betekent dat de onderneming wordt beheerd door een Raad van Bestuur en wordt geleid door een Uitvoerend Comité, waarvan de respectieve functies en verantwoordelijkheden hierna zijn gedefinieerd in overeenstemming met de statuten van de Vennootschap en het Charter. De Raad koos niet voor een “duale” structuur, gebaseerd op een afzonderlijke Raad van toezicht en een Raad van beheer. De Raad nam hierbij in overweging dat het huidige systeem een passend evenwicht van bevoegdheden voorziet tussen de Raad en het management, en de samenstelling van de Raad is in overeenstemming met de huidige aandeelhoudersstructuur en bedrijfsactiviteiten van UCB. De Raad wilde eveneens niet op permanente wijze de bevoegdheden toegekend door de wet aan de Raad in de huidige monistische structuur delegeren aan het management, noch de algemene vertegenwoordiging van UCB. De Raad zal zijn bestuursstructuur tenminste elke vijf jaar herbekijken. De laatste herziening gebeurde door de Raad in oktober 2019.

3.4.1 Raad van Bestuur

Samenstelling van de Raad en onafhankelijk bestuurders

Samenstelling Raad en veranderingen in 2023

Raadpleeg het hoofdstuk Ons deugdelijk bestuur van dit Geïntegreerd jaarverslag voor de samenstelling en biografieën van de leden van de Raad van Bestuur op 31 december 2023. De secretaris van de Raad is Xavier Michel, Group Corporate Secretary. De rol en de verantwoordelijkheden van de secretaris van de Raad worden beschreven in het UCB Charter.

Op de algemene vergadering van 27 april 2023 werden de mandaten van Jan Berger (onafhankelijk bestuurder) en Cyril Janssen verlengd voor een termijn van vier jaar. Daarnaast is Viviane Monges op 27 april 2023 teruggetreden uit de Raad van Bestuur en het Auditcomité. Ze heeft een mandaat aanvaard als Voorzitster van de Raad van een andere beursgenoteerde vennootschap en besloot haar mandaat bij UCB te beëindigen, om te vermijden dat ze onvoldoende tijd zou hebben om zich volledig in te zetten als bestuurder van UCB. Om die reden werd Maëlys Castella benoemd tot onafhankelijk bestuurder voor een termijn van vier jaar, ter vervanging van Viviane Monges. Sinds haar benoeming heeft Maëlys Castella Viviane Monges vervangen als onafhankelijk lid van het Auditcomité.

Sinds december 2022 bestaat de Raad uit 13 leden. Na het ongeplande aftreden van Stefan Oschmann in december 2022, om persoonlijke redenen, werd Jonathan Peacock op 8 maart 2023 benoemd tot voorzitter van de Raad van Bestuur. De kandidatuur van Jonathan Peacock voor het voorzitterschap van de Raad van Bestuur werd krachtig gesteund door alle leden van de Raad, na een gespreksprocedure met elk lid van de Raad afzonderlijk uitgevoerd door een externe service provider. Zijn kandidatuur werd ook afgewogen tegen die van potentiële geschikte externe kandidaten. Voor de periode tussen het aftreden van Stephan Oschmann eind 2022 en de benoeming van Jonathan Peacock in het eerste kwartaal van 2023 zat de vicevoorzitter (Fiona du Monceau) de vergaderingen van de Raad van Bestuur voor in afwezigheid van de voorzitter, in overeenstemming met artikel 3.2.6.2 van het Charter.

Op 31 december 2023 kwalificeren Jonathan Peacock, Susan Gasser, Kay Davies, Pierre Gurdjian, Jan Berger, Maëlys Castella en Ulf Wiinberg allemaal als onafhankelijk bestuurder en voldoen ze aan alle onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door de Code 2020 en de Raad. Fiona du Monceau, Charles-Antoine Janssen, Cyril Janssen en Cédric van Rijckevorsel zijn vertegenwoordigers van de Referentieaandeelhouder en zij kunnen bijgevolg niet kwalificeren als onafhankelijk bestuurder. Albrecht De Graeve kwalificeert niet langer als onafhankelijk bestuurder sinds de algemene vergadering van 28 april 2022, omdat de totale duur van zijn bestuursperiode meer dan 12 jaar bedroeg. Jean-Christophe Tellier, de CEO van UCB NV, komt evenmin in aanmerking om als onafhankelijk bestuurder te zetelen. Hij is ook de enige uitvoerend bestuurder in de Raad van UCB.

In 2023 was de Raad bijgevolg samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders: van de 13 leden waren er zeven onafhankelijk. In 2023 bestond de Raad ook uit vijf vrouwen op een totaal van 13 leden (38%), overeenkomstig de vereiste genderdiversiteit van artikel 7:86 van het WVV.

138 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Verwachte veranderingen in de Raad in 2024

De mandaten van Pierre Gurdjian (onafhankelijk bestuurder), Ulf Wiinberg (onafhankelijk bestuurder) en Charles-Antoine Janssen verstrijken op de jaarlijkse algemene vergadering van 25 april 2024 (“Algemene vergadering 2024") en de Raad zal op deze Algemene vergadering, na een grondige prestatie-evaluatie door het GNCC, voorstellen om hun mandaat te hernieuwen voor een nieuwe periode van vier jaar.# Ons deugdelijk bestuur

De Raad heeft in 2023 gewerkt aan zijn opvolgingsplanning en stelt nieuwe benoemingen voor op de algemene vergadering van 25 april 2024. In de verwachting dat twee van zijn leden vóór deze algemene vergadering zullen terugtreden uit de Raad, op basis van de uitkomsten van de doorlichting van de Raad in 2022 (zie hierboven) en om te blijven zorgen voor een evenwichtige mix van vaardigheden in de Raad, zal de Raad aan de Algemene vergadering 2024 voorstellen om (i) Nefertiti Greene en (ii) Dolca Thomas als onafhankelijke bestuurders te benoemen voor een termijn van vier jaar. Na de benoeming als onafhankelijke bestuurder wordt Nefertiti Greene ook lid van het GNCC, terwijl Dolca Thomas lid wordt van het Wetenschappelijk Comité. Nefertiti Greene brengt bijna 30 jaar ervaring in de sector met zich mee op het gebied van algemeen management, commerciële activiteiten, preklinisch en klinisch onderzoek in zowel de farmaceutische als medische technologiesector, evenals een sterke kennis van de Amerikaanse context. Dolca Thomas heeft een wetenschappelijke achtergrond en een uitgebreide carrière in de ontwikkeling van geneesmiddelen. Hiervoor was ze Vice President en Global Head of Translational Medicine for Immunology, Inflammation, and Infectious Disease bij Roche; Vice President of Clinical Development and Clinical Immunophenotyping bij Pfizer, en Vice President en Chief Development Officer van de Biosimilars Research and Development Unit bij Pfizer. Om die reden zal Dolca Thomas dan ook het Wetenschappelijk Comité ondersteunen op het gebied van translationele geneeskunde en klinische ontwikkeling. Daarnaast geeft ze de Raad ook meer inzicht in de Amerikaanse context. Zoals alle nieuwe leden van de Raad, zullen ze allebei genieten van een passend onboardingprogramma, met inbegrip van individuele vergaderingen met elk lid van het Uitvoerend Comité en geselecteerde senior managers van UCB. Naast Nefertiti Greene en Dolca Thomas zal de Raad van Bestuur ook de benoeming van Rodolfo Savitzky als onafhankelijk bestuurder voor een termijn van vier jaar voorstellen aan de Algemene vergadering van 2024. Na zijn benoeming tot onafhankelijk bestuurder wordt Rodolfo Savitzky ook lid en voorzitter van het Auditcomité, ter vervanging van Jonathan Peacock, die inmiddels voorzitter van de Raad is. Rodolfo Savitzky heeft een diploma in Industrial and Systems Engineering van het Monterrey Institute of Technology in Mexico en een MBA in Finance and Economics van de University of Chicago Booth School of Business. De afgelopen 35 jaar bekleedde hij verschillende leidinggevende financiële functies bij P&G, Novartis en Lonza in Europa en Latijns-Amerika. Rodolfo Savitzky is Chief Financial Officer van SoftwareOne sinds januari 2022 en lid van de Raad van Bestuur van EUROAPI S.A. Gezien zijn huidige functies in andere beursgenoteerde vennootschappen zou de heer Rodolfo Savitzky mogelijk geclassificeerd kunnen worden als “overboarded” volgens sommige richtlijnen voor het stemmen bij volmacht. In het kader van zijn benoeming als lid van de Raad van Bestuur van UCB heeft de heer Rodolfo Savitzky zich er tegenover UCB toe verbonden om deze situatie binnen de 12 maanden vanaf zijn benoeming op te lossen. Na bevestiging van de bovenvermelde herbenoemingen door de Algemene vergadering van 25 april 2024 en in overeenstemming met het Charter zal de Raad samengesteld blijven uit een meerderheid van onafhankelijke niet- uitvoerend bestuurders en in overeenstemming blijven met de genderdiversiteitsvereiste van artikel 7:86 van het WVV. Alle bijzondere comités van de Raad zullen ook nog steeds samengesteld zijn uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders. Jean-Christophe Tellier blijft de enige uitvoerend bestuurder (CEO) in de Raad.

Werking van de Raad

In 2023 kwam de Raad zes keer samen voor zijn periodieke vergaderingen, inclusief voor zijn jaarlijkse driedaagse strategische meeting (in 2023 voor het eerst in juni gehouden). Alle vergaderingen werden fysiek gehouden. Van tijd tot tijd, zelfs als de vergadering fysiek wordt gehouden, kan bij uitzondering een hybride vergadering worden georganiseerd om de aanwezigheid per videoconferentie mogelijk te maken van een of meer leden van de Raad die niet in staat zouden zijn om te reizen of op een andere manier fysiek aanwezig te zijn. De aanwezigheidsgraad van zijn leden op zijn periodieke vergaderingen was als volgt:

Aanwezigheids- graad
Jonathan Peacock Voorzitter
Fiona du Monceau Vicevoorzitter
Jean-Christophe Tellier Uitvoerend bestuurder
Jan Berger
Maëlys Castella 1
Kay Davies
Albrecht De Graeve
Susan Gasser
Pierre Gurdjian
Charles-Antoine Janssen
Cyril Janssen
Viviane Monges 2
Cédric van Rijckevorsel
Ulf Wiinberg

1 Lid sinds 27 april 2023
2 Lid tot 27 april 2023

Naast de periodieke vergaderingen kwam de Raad van Bestuur ook bijeen via kortere ad-hoc-videoconferenties om specifieke projecten of dringende zaken te bespreken en besluiten hierover te nemen. De Raad hield ook enkele informele zittingen met betrekking tot specifieke thema's of zaken (bijv. de digitale transformatie of duurzaamheid), waar relevant met externe sprekers, om de ervaring te verbeteren en een extern perspectief te bieden. De Raad heeft in 2023 besprekingen gevoerd, evaluaties verricht en besluiten genomen op de volgende gebieden:

  • de UCB-strategie en het algemene toezicht op de uitvoering ervan door het management, met inbegrip van ESG-aangelegenheden en de integratie van duurzaamheid in de algemene ambitie en activiteiten van de Vennootschap, de innovatiestrategie op lange termijn, en de productiecapaciteiten. Dit omvatte een focus in 2023 op de implementatie van de EU-richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen.
  • De prestaties en financiële situatie van de vennootschap in de bijzondere context van de vertraging in de lancering van BIMZELX ® in de VS en een volatiele omgeving, bijv. oorlogen, energiecrisis, inflatie
  • Financiële en niet-financiële rapportering en communicatie naar de markt toe
  • Toewijzing van middelen en geld en begroting
  • Controle van de lanceringsactiviteiten (BIMZELX ® , RYSTIGGO ® en ZILBRYSQ ® ) en de voorbereidingen voor de lancering
  • Overzicht over activiteiten met betrekking tot de productie en toeleveringsketen
  • Bedrijfsontwikkeling en M&A-projecten
  • Digitale bedrijfstransformatie
  • Cyberveiligheid

In overeenstemming met haar bestuursregels hield de Raad ook twee uitvoerende zittingen in 2023 (d.w.z. zittingen in afwezigheid van de CEO, het enige uitvoerende lid van de Raad): één in juni en één in december. Er waren in 2023 geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen en een lid van de Raad die tot een belangenconflict aanleiding zouden kunnen geven, met uitzondering van het vermelde in sectie 3.12.

Overzicht van IT en cyberveiligheid bij de Raad

Het globale overzicht van de digitale strategie, de IT-strategie en cyberveiligheid maakt deel uit van de missie van de Raad. Het management is verantwoordelijk voor de implementatie van de strategie en de plannen. Elk jaar houdt de Raad, en met name het Auditcomité, specifieke zittingen met betrekking tot digitale/ IT- en cyberveiligheidsstrategieën en -activiteiten, waar de Chief Digital & Technology Officer en het hoofd van IT-beveiliging aan deelnemen. De algemene cyberveiligheidsstrategie, de implementatie daarvan en de toegekende middelen daarvoor worden beoordeeld en besproken met de Raad en het Auditcomité. De digitale transformatie en strategie zijn volledig ingebed in de algemene UCB-strategie zoals gedefinieerd door de Raad, op voorstel van het Uitvoerend Comité. De status en strategie op het gebied van cyberveiligheid worden gewoonlijk één keer per jaar beoordeeld door de Raad. In geval van een incident zal de Raad nauwlettend toezicht houden, onder andere via het Auditcomité en indien nodig met extra ad-hocvergaderingen.

Evaluatie van de Raad

In overeenstemming met zijn Charter (sectie 3.5) moet de Raad een evaluatie doen op regelmatige basis en minstens om de twee jaar. De voorzitter van het GNCC is verantwoordelijk voor de uitvoering van het proces ter beoordeling van de doeltreffendheid van de Raad en voor de rapportage van de resultaten aan de Raad. De laatste beoordeling is in 2022 uitgevoerd door een externe consultant en er is verslag over uitgebracht in het Geïntegreerd Jaarverslag 2022. De lessen van deze beoordeling zijn ook verwerkt in het opvolgingsplan van de Raad wat de diversiteit van de vaardigheden betreft, hetgeen tot uiting komt in de voorgestelde benoemingen die worden voorgelegd aan de Algemene vergadering van 2024. Ten slotte zijn, in het kader van de verlenging van hun bestuursmandaat, de prestaties van Pierre Gurdjian, Ulf Wiinberg en Charles- Antoine Janssen beoordeeld.

Erebestuurders

De Raad heeft de volgende bestuurders benoemd als erebestuurders:

  • Karel Boone, Erevoorzitter
  • Evelyn du Monceau, Erevoorzitter
  • Mark Eyskens, Erevoorzitter
  • Georges Jacobs de Hagen, Erevoorzitter
  • Daniel Janssen, Erevicevoorzitter
  • Gerhard Mayr, Erevoorzitter
  • Prins Lorenz van België
  • Alan Blinken
  • Alice Dautry
  • Arnoud de Pret
  • Roch Doliveux
  • Peter Fellner
  • Guy Keutgen
  • Jean-Pierre Kinet
  • Tom McKillop
  • Gaëtan van de Werve
  • Jean-Louis Vanherweghem
  • Bridget van Rijckevorsel
  • Norman J. Ornstein

3.4.2 Comités van de Raad

Auditcomité

De Raad heeft een Auditcomité opgezet waarvan de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het WVV, de Code 2020, en het Charter. Het is samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijk bestuurders, allemaal niet-uitvoerend bestuurders, en wordt voorgezeten door Jonathan Peacock, sinds zijn benoeming als een onafhankelijk bestuurder door de Algemene vergadering van 29 april 2021.# Auditcomité

Alle leden beschikken over de deskundigheid op het gebied van audit en boekhouding zoals vereist door artikel 7:99 van het WVV.

Einde mandaat Onafhankelijk bestuurder Aanwezig- heidsgraad
Jonathan Peacock Voorzitter 2025 X 100%
Maëlys Castella 1 2027 X 100%
Charles-Antoine Janssen 2024 100%
Viviane Monges 2 2023 X 100%

Het Auditcomité vergaderde vier keer in 2023. Elke vergadering van het Auditcomité omvat aparte besloten sessies die alleen worden bijgewoond door respectievelijk de interne auditors en de commissarissen zonder dat het management aanwezig is. Indien nodig werden de vergaderingen van het Auditcomité, al dan niet deels, bijgewoond door de commissarissen. De vergaderingen van het Auditcomité werden fysiek gehouden in 2023. De vergaderingen van het Auditcomité werden ook geheel of gedeeltelijk bijgewoond door Jean-Christophe Tellier (CEO), Sandrine Dufour (EVP – Chief Financial Officer & Corporate Development), Thomas Debeys (Head of Global Internal Audit), Caroline Vancoillie (Head of Group Finance) en andere leden van het management of het personeel, afhankelijk van het onderwerp (boekhouding, fiscaliteit, risico, pensioenen, kwaliteit, IT enz.) en Xavier Michel (Group Secretary General), met als functie secretaris van het Auditcomité.

In 2023, en in overeenstemming met zijn intern reglement (zie het Charter op de website van UCB ), hield het Auditcomité toezicht op het financiële rapporteringsproces (met inbegrip van de jaarrekening en de communicatie naar de markt toe). Het Auditcomité richtte zich ook op compliance en interne controle; het risicobeheerproces van de vennootschap en de doeltreffendheid ervan; het interne auditplan, de verwezenlijking ervan en de doeltreffendheid van de Global Internal Audit-functie; de onafhankelijkheid van de commissaris, inclusief de verlening van bijkomende diensten aan UCB (die het Auditcomité beoordeelde en waarvoor het de vergoedingen goedkeurde); de statutaire audit van de halfjaar-/ jaar- en geconsolideerde rekeningen; de evolutie van de fiscale omgeving en de mogelijke impact ervan op UCB; het toezicht op de pensioenregelingen en de daaraan verbonden aansprakelijkheid; evenals het proces en het kader voor niet- financiële rapportering en cyberveiligheid.

1 Lid sinds 27 april 2023
2 Lid tot 27 april 2023

Bestuur, benoemings- & remuneratiecomité

De Raad richtte een bestuur, benoemings- & remuneratiecomité (“GNCC”) op, waarvan de samenstelling, de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het WVV, de Code 2020 en het Charter. De huidige samenstelling van het GNCC is als volgt:

Het GNCC kwam in 2023 vier keer bijeen voor zijn periodieke vergaderingen in februari, juli, oktober en december. De vergaderingen van het comité werden bijgewoond door Jean- Christophe Tellier (CEO), behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden, en door Jean-Luc Fleurial (Head of Talent & Company Reputation), die optreedt als secretaris van het GNCC, behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden of op de remuneratie van de CEO. De vergaderingen van het GNCC werden fysiek gehouden. Een meerderheid van de leden van het GNCC is onafhankelijk en voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van de Code 2020 en van de Raad. Alle leden hebben de nodige deskundigheid en expertise op het gebied van het remuneratiebeleid zoals vereist door artikel 7:100, §2 van het WVV.

In 2023, en in overeenstemming met zijn intern reglement (zie het Charter op de website van UCB ), focuste het GNCC zich voornamelijk op het volgende:

  • Beoordelingen en aanbevelingen met betrekking tot de benoemingen die ter goedkeuring aan de Raad worden voorgelegd.
  • Zaken met betrekking tot de bezoldiging: beoordeling van de prestaties van de leden van het Uitvoerend Comité, evenals van hun bezoldiging en verwante aanbevelingen aan de Raad. Het GNCC heeft het verslag over het bezoldigingsbeleid 2022, de toe te kennen korte- en lange- termijnincentives aan het management (inclusief de CEO) en de prestatiecriteria, KPI's en doelstellingen waaraan deze toekenningen en bonussen gekoppeld zijn, evenals de definitie van de belangrijkste voorwaarden van het lange- termijnincentiveplan (LTI) van de Groep, beoordeeld en ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd.
  • Opvolgingsplanning van de leden van de Raad, het Uitvoerend Comité en Senior Executives. Dit omvatte relevante voorstellen of aanbevelingen aan de Raad over de toekomstige samenstelling en de comités van de Raad, effectief vanaf goedkeuring door de algemene vergadering van 25 april 2024 (zie hierboven).
  • Beoordeling en controle van de ontwikkelingen op het gebied van de normen en wetgeving met betrekking tot deugdelijk bestuur, waaronder een beoordeling van de belangrijkste uitkomsten en feedback van de stemming op de algemene vergadering van 2023 en de ESG-roadshows die in maart en november 2023 met beleggers zijn georganiseerd.
  • Nauwkeurig onderzoek van de algemene ontwikkeling van de regelgeving betreffende duurzaamheid, met de nadruk op het nieuwe regime van de EU-richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen en de implementatie ervan bij UCB.
Einde mandaat Onafhankelijk bestuurder Aanwezig- heidsgraad
Fiona du Monceau Voorzitter 2025 100%
Kay Davies 2026 X 100%
Pierre Gurdjian 2024 X 75%
Einde mandaat Onafhankelijk bestuurder Aanwezig- heidsgraad
Kay Davies Voorzitter 2026 X 100%
Susan Gasser 2025 X 100%

Wetenschappelijk Comité

Het Wetenschappelijk Comité staat de Raad bij in zijn beoordeling van de kwaliteit van UCB’s O&O en de concurrentiële positie hiervan. Het Wetenschappelijk Comité is samengesteld uit leden die wetenschappelijke en medische expertise hebben, en die momenteel allen onafhankelijk zijn. Ze vergaderen regelmatig met Dhaval Patel (EVP en Chief Scientific Officer) en Jean-Christophe Tellier (CEO). De leden van het Wetenschappelijk Comité zijn ook nauw betrokken bij de activiteiten van UCB’s Wetenschappelijke Adviesraad (WAR), samengesteld uit gereputeerde externe medisch-wetenschappelijke experts (doorgaans twee vergaderingen per jaar). De WAR, samengesteld uit ad-hoc- experts, geven wetenschappelijk nazicht en strategische input in hun expertisegebied over de beste manier om UCB te positioneren als een robuustere en succesvolle leider in de biofarmaceutische sector en om het Uitvoerend Comité te adviseren over strategische keuzes op het gebied van het vroege stadium van O&O. Bovendien brengt het Wetenschappelijk Comité verslag uit aan de Raad over het oordeel van de WAR over UCB’s onderzoeksactiviteiten en strategische oriëntatie.

In 2023 werden er twee fysieke WAR- vergaderingen gehouden. Deze vergaderingen dienden voor het verkennen van een nieuwe wetenschappelijke doorbraak in het onderzoek naar neuro-inflammatie en een mogelijk opkomend gebied binnen immunologisch onderzoek. De leden van het Wetenschappelijk Comité namen ook deel aan de jaarlijkse beoordelingsvergaderingen van de O&O-portfolio, aan de vergadering over klinische ontwikkeling (Development Solutions) en aan de jaarlijkse beoordeling van Early Solutions Knowledge-Generating Technology and Platforms (Research & Early Development). Gedurende het hele jaar bleven de leden van het Wetenschappelijk Comité regelmatig bijeenkomen met Dhaval Patel, UCB's Chief Scientific Officer, om een voortdurende betrokkenheid bij en dialoog over de wetenschap en de vroege pijplijn te onderhouden. In 2023 bleef het Wetenschappelijk Comité de ontwikkeling van het bedrijfsmodel voor onderzoek, dat in februari 2023 werd geactualiseerd, van nabij volgen.

UCB heeft ook een externe duurzaamheidsadviesraad (ESAB) opgericht, samengesteld uit een mix van externe internationale experts in duurzaamheid, die kunnen inspireren, maar ook uitdagen en adviseren over de duurzaamheidsdimensie van UCB's strategie en resultaten en een perspectief "van buiten naar binnen" kunnen bieden. Leden van de Raad hebben toegang tot de vergaderingen van de ESAB en ten minste twee leden van de Raad nemen om beurt deel aan de vergaderingen van de ESAB. Verder werd een zitting van een halve dag gehouden tijdens de strategische vergadering van de Raad in juni, waarop de volledige Raad samenkwam met de volledige ESAB. De ESAB komt drie keer per jaar samen. Op dit moment zijn de externe leden van deze adviesraad:

  • Elhadj As Sy (voorzitter Kofi Annan Foundation)
  • Sandrine Dixson-Declève (co-voorzitster Club van Rome)
  • Charlotte Ersbøll (trustee Forum for the Future)
  • Teresa Fogelberg (voormalig adjunct-hoofddirecteur GRI)
  • Bright Simons (oprichter en voorzitter mPedigree)

Jaarlijks wordt een verslag van de ESAB voorgelegd aan de Raad van Bestuur van UCB. Het verslag met betrekking tot hun interactie met UCB in 2023 werd gedeeld met de Raad van UCB in februari 2024.

Bestuur voor duurzaamheid

UCB heeft haar ambitie op het vlak van duurzaamheid ingebed in haar totale UCB-strategie zoals gedefinieerd door de Raad, op voorstel van het Uitvoerend Comité. Duurzaamheid wordt beschouwd als een aangelegenheid voor de volledige Raad (strategie) en daarom is er binnen de Raad geen specifiek duurzaamheidscomité opgericht. De Raad van Bestuur bepaalt en houdt toezicht op de strategie- en duurzaamheidskwesties van de organisatie, waaronder risico's in verband met duurzaamheid, op voorstel van het Uitvoerend Comité. De Raad keurt de niet-financiële rapportering goed. Op dit moment hebben ten minste vier leden van de Raad uitgebreide ervaring en expertise op het gebied van ESG/duurzaamheid. Deze expertise wordt beoordeeld op basis van hun eigen professionele ervaring en de expertise gedeeld door de ESAB (zie hieronder).# Om te garanderen dat alle leden van de Raad toegang hebben tot expertise op het gebied van duurzaamheid, zijn er in 2023 verschillende zittingen over duurzaamheid georganiseerd met de volledige Raad, onder andere als onderdeel van de Strategic Board Meeting van juni, waarbij de Raad de gelegenheid had om samen te komen met de ESAB (zie hieronder). Het GNCC biedt advies en toezicht op de bezoldigingscriteria voor het uitvoerend management, beveelt KPI's met betrekking tot duurzaamheid aan voor de bezoldigingsplannen en ziet toe op het deugdelijk bestuur wat duurzaamheid betreft. Het Auditcomité houdt toezicht op het kader, de kwaliteit en de processen van de niet-financiële rapportering, evenals op het kader en het proces voor risicobeheer in verband met duurzaamheid. Het Auditcomité zal extra verantwoordelijkheden hebben onder de EU-richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (CSRD), die van kracht is geworden en die de regels betreffende de verplichte ESG-rapportering moderniseert en versterkt. UCB valt onder het toepassingsgebied van ondernemingen die verplicht zijn om zich te houden aan de CSRD-richtlijn voor ons komende jaarverslag voor het boekjaar 2024, gepland voor publicatie in februari 2025. Het Uitvoerend Comité fungeert als strategische link tussen de Raad en de bedrijfsactiviteit, en houdt toezicht op de implementatie van de strategie – met inbegrip van duurzaamheidskwesties – goedgekeurd door de Raad. Op managementniveau heeft UCB een bestuurscommissie duurzaamheid opgericht en een Head of Sustainability aangesteld die rechtstreeks rapporteert aan de CEO.

UCB | Ons deugdelijk bestuur 146

3.5 Uitvoerend Comité

Samenstelling van het Uitvoerend Comité

In 2023 was het Uitvoerend Comité als volgt samengesteld:

  • Jean-Christophe Tellier: Chief Executive Officer & Voorzitter van het Uitvoerend Comité
  • Dhaval Patel: Executive Vice President – Chief Scientific Officer
  • Iris Löw-Friedrich: Executive Vice President – Chief Medical Officer
  • Emmanuel Caeymaex: Executive Vice President – Immunology Solutions & Head of U.S.
  • Kirsten Lund-Jurgensen Executive Vice President – Supply & Technology Solutions
  • Jean-Luc Fleurial Executive Vice President – Chief Human Resources Officer
  • Sandrine Dufour: Executive Vice President – Chief Financial Officer
  • Denelle J. Waynick Johnson: Executive Vice President – General Counsel sinds april 2023
  • Charl van Zyl Executive Vice President – Neurology Solutions & Head of EU/International tot juni 2023

Raadpleeg de sectie Ons deugdelijk bestuur van het Geïntegreerd jaarverslag van 2023 voor de biografieën van de leden van het Uitvoerend Comité op 31 december 2023.

De samenstelling van het Uitvoerend Comité weerspiegelt de werkwijze van de groep en is gericht op het bevorderen van wendbaarheid, kruiselingse samenwerking en de transversale dimensie van de organisatie. Xavier Michel, Group Secretary General, treedt op als secretaris van het Uitvoerend Comité, en verzekert zo de link tussen de Raad van Bestuur, het Uitvoerend Comité en de bredere organisatie.

Erevoorzitters van het Uitvoerend Comité

De volgende personen werden benoemd tot erevoorzitter van het Uitvoerend Comité:

  • Roch Doliveux
  • Georges Jacobs de Hagen
  • Daniel Janssen

Werking van het Uitvoerend Comité

Het Uitvoerend Comité kwam bijeen op regelmatige basis, gemiddeld 1 tot 2 dagen per maand in 2023. De leden van het Uitvoerend Comité houden ook regelmatig informele vergaderingen. In 2023 waren er geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen, en een lid van het Uitvoerend Comité die tot een belangenconflict konden leiden. De werking, competenties en delegatie van bevoegdheden van het Uitvoerend Comité worden verder beschreven in het Charter.

1 Terwijl Bill Silbey Executive Vice President en General Counsel was tot april 2023.

147 Geïntegreerd jaarverslag 2023

3.6 Diversiteit op het niveau van de Raad en het Uitvoerend Comité

Deze sectie bevat alle informatie vereist door de artikelen 3:32, §2 en 3:6, §2, 6° van het WVV. Diversiteit op het niveau van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité maakt deel uit van de algemene ambitie van UCB inzake diversiteit, gelijkheid en inclusie, zoals beschreven in de sectie Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie van dit verslag en waarnaar uitdrukkelijk wordt verwezen.

Diversiteit op het niveau van de Raad van Bestuur

Voor de Raad van Bestuur werden de Belgische wettelijke vereisten op het vlak van genderdiversiteit nageleefd en deze werden ook geïntegreerd in het proces voor rekrutering en benoeming van de Raad. Wanneer er vervangingen of benoemingen voor de Raad worden overwogen, houdt UCB systematisch rekening met het verbeteren van de geslachtsdiversiteit binnen de Raad. De Raad bestaat momenteel uit 13 leden, waarvan 5 vrouwen en 8 mannen, met 7 verschillende nationaliteiten (zie diagram hiernaast). Voortbouwend op de feedback van onze belanghebbenden en de integratie daarvan, werden nadere bijzonderheden over de diversiteit van de vaardigheden en de specifieke geografische deskundigheid van de leden van de Raad van Bestuur sinds 2022 opgenomen in het Geïntegreerd jaarverslag. Naast genderdiversiteit streeft de Raad van Bestuur van UCB altijd naar een evenwichtige mix van diversiteit in termen van vaardigheden, ervaring, geografische expertise, nationaliteit, leeftijd, onafhankelijkheid, ambtstermijn en elk ander relevant criterium. De diversiteit van de Raad kan als volgt worden gevisualiseerd:

UCB | Ons deugdelijk bestuur 148

149 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Diversiteit op het niveau van het Uitvoerend Comité

Voor onze functies van Uitvoerend Comité bekijken we onze talenten vanuit een diversiteitsperspectief, om een robuust en divers successieplan te verzekeren, en alle aanbevelingen naar toekomstige samenstelling toe worden strikt op deze basis gedaan. In het algemeen ligt de nadruk bij de opvolgingsplanning voor UCB-leiders in verband met diversiteit op het simuleren van scenario's voor genderbalans en het zorgen voor een gebalanceerde pool van senior leiders, die zijn blootgesteld aan diverse professionele en culturele ervaringen. De leden van het Uitvoerend Comité zijn ook samen met andere leiders begonnen aan een meerstappenprogramma om onbewuste vooroordelen aan te pakken en inclusieve teams en leiderschap te ontwikkelen. In het algemeen zijn de belangrijkste HR-processen (onder meer op het gebied van aanwervings- en beloningspraktijken) herzien om ervoor te zorgen dat de DG&I- beginselen in de processen en systemen zijn verankerd. Vandaag komen UCB’s leidinggevenden uit gevarieerde opleidingen en een multidisciplinaire professionele achtergrond. Sinds juli 2023 bestaat het Comité uit 8 leden, waarvan 4 vrouwen en 4 mannen, met 4 verschillende nationaliteiten, wat een toename van de genderdiversiteit betekent ten opzichte van 2022, toen het comité uit 9 leden bestond, waarvan 3 vrouwen en 6 mannen. Per 31 december 2023 kunnen de kenmerken inzake diversiteit voor het Uitvoerend Comité visueel voorgesteld worden als volgt:

UCB | Ons deugdelijk bestuur 150

De grootte van het Uitvoerend Comité is bedoeld om te focussen op de kernactiviteiten van de vennootschap, om UCB toe te laten haar Patient Value Strategy verder te ontwikkelen. Vandaag de dag is onze aanpak niet om diversiteit, gelijkheid en inclusie te formaliseren in een reeks beleidsmaatregelen, maar om actief een cultuur en praktijk van diversiteit, kansengelijkheid en inclusie te promoten. Indien u meer wilt lezen over diversiteit, gelijkheid en inclusie in het algemeen bij UCB, bezoek dan de sectie Diversiteit, gelijkheid en inclusie.

151 Geïntegreerd jaarverslag 2023

3.7 Verslag over de bezoldiging

Bij UCB is ons werk nooit klaar – we zijn voortdurend op zoek naar nieuwe manieren om oplossingen te bieden aan mensen die leven met ernstige ziekten en aan degenen die voor hen zorgen. We innoveren om unieke resultaten te leveren die patiënten helpen hun levensdoelen te bereiken, toegang te garanderen voor zij die onze oplossingen nodig hebben en de beste individuele ervaring te creëren voor hen op een manier die rendabel is voor UCB, onze investeerders en de samenleving. Ons beloningsaanbod is erop gericht getalenteerde mensen aan te trekken, te ontwikkelen, te betrekken en te behouden die ons kunnen helpen ons engagement waar te maken door met succes te navigeren in een complexe bedrijfsomgeving. Onze prioriteit is om in onze beloningen de sterke culturele basis te weerspiegelen die al onze collega's delen, om de waarde te helpen stimuleren die wij voor onze belanghebbenden willen creëren en tegelijkertijd een werkomgeving te bevorderen waarin onze mensen gelukkig, gezond en veilig zijn. In dit verslag blikken we terug op 2023 en staan we stil bij de wijze waarop onze prestaties, waaronder onze vorderingen op het gebied van onze duurzaamheidsambitie, invloed hebben gehad op de beloning van onze bestuurders.

Algemene vergadering en betrokkenheid van de belanghebbenden

In 2023 zijn wij in dialoog blijven gaan met veel van onze investeerders en met volmachtadviseurs om inzicht te krijgen in hun prioriteiten, om hun feedback te vragen over onze praktijken en om ons toekomstige bezoldigingsbeleid vorm te geven. We geloven dat de positieve stemresultaten voor ons Verslag over de bezoldiging van 2022 (92,19%) duiden op een solide vertrouwen in ons bezoldigingsbeleid en de betreffende praktijken, en ons streven naar voortdurende verbetering erkennen. We hebben positieve discussies gevoerd over de balans tussen de betrokkenheid en motivatie van onze bestuurders en eerlijke resultaten met betrekking tot de ervaring van onze belanghebbenden.# Ons deugdelijk bestuur

Toepassing van het bezoldigingsbeleid – Bezoldigingsresultaten van 2023

Onze belangrijkste veranderingen voor 2024 omvatten het opstellen van een bijgewerkt “Bezoldigingsbeleid”, gericht op het afstemmen op veranderende best practices en op het verbeteren van de leesbaarheid en transparantie voor onze belanghebbenden (zie “Bezoldigingsbeleid – Vooruitblik” hieronder).

Hoogtepunten van de prestaties in 2023

2023 was een uitdagend en lonend jaar met meerdere tegenslagen die we succesvol konden omzeilen en die uiteindelijk positief zijn geëindigd voor het merendeel van onze belangrijkste financiële en niet-financiële doelstellingen. Belangrijker nog, na een nooit eerder geziene opeenvolging van wettelijke goedkeuringen, bevinden we ons in een solide positie om waarde op lange termijn te creëren voor al onze belanghebbenden, gezien de vele innovatieve oplossingen die we in 2024 zullen lanceren en die het pad zullen effenen om een impact te betekenen voor patiënten die leven met ernstige ziekten, nu en in de toekomst.

Het jaar bracht verschillende uitdagingen met zich mee, zoals de opmerkelijke vertraging in de introductie van bimekizumab in de VS, waarbij de UCB-teams een niet-aflatende veerkracht getoond hebben bij het navigeren doorheen de complexe en uitgebreide wettelijke goedkeuringsprocessen. We eindigden 2023 met 14 belangrijke wettelijke goedkeuringen van UCB-geneesmiddelen voor zes patiëntenpopulaties en in drie continenten, waardoor we meer nieuwe, gedifferentieerde behandelingsopties kunnen bieden aan mensen die leven met ernstige ziekten. We waren in het bijzonder verheugd over de goedkeuring van BIMZELX ® door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige plaque psoriasis 1 . Vandaag zijn al meer dan 18 000 2 patiënten over de hele wereld behandeld met BIMZELX ® .

Dankzij de groeifase die we nu aangevat hebben, staan we in een sterke positie om te blijven investeren in innovatie en om onze aandeelhouders een concurrerend rendement te bieden. Tegelijkertijd kunnen we hierdoor aantrekkelijke kansen bieden aan onze werknemers, de gemeenschappen waarin we leven, blijven steunen en ernaar streven om onze ecologische voetafdruk te verkleinen.

  • 1 BIMZELX ® Goedgekeurd door de Amerikaanse FDA voor de Behandeling van Volwassenen met Matige tot Ernstige Plaque Psoriasis. Beschikbaar op https://www.ucb.com/stories-media/Press-Releases/article/BIMZELXR-Approved-by-the-US-FDA-for-the-Treatment-of-Adults-with-Moderate-to-Severe-Plaque-Psoriasis. Laatst geraadpleegd: december 2023.
  • 2 Per eind 2023.

Bij onze beslissingen over de bezoldiging van de CEO en het Uitvoerend Comité hebben we rekening gehouden met de volgende factoren:

  • de prestaties van de vennootschap ten opzichte van zowel korte- als langetermijndoelstellingen.
  • de individuele en collectieve bijdrage van het team.
  • onze beloningsfilosofie, zoals toegepast op het bredere werknemersbestand.

Alle beslissingen over bezoldiging die verband houden met 2023 werden genomen in overeenstemming met ons goedgekeurd bezoldigingsbeleid. De belangrijkste aanbevelingen voor de CEO en het Uitvoerend Comité van het Governance, Nomination and Compensation Committee (GNCC) aan de Raad van Bestuur van UCB waren de volgende:

De jaarlijkse bonusuitkeringen werden bepaald op basis van de prestaties ten opzichte van de doelstellingen en de beoordeling door het GNCC van het prestatieniveau van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité. Hoewel de goedkeuring van bimekizumab in de VS later kwam dan gehoopt, werden onze bedrijfsdoelstellingen, ondanks deze tegenslag, grotendeels bereikt of overtroffen. We hebben onze aangepaste EBITDA-doelstelling voor 2023 bereikt, net als de meeste van onze patiëntgerelateerde doelstellingen, gemeten aan de hand van doelstellingen voor toegang en vooruitgang in de pijplijn, en onze doelstellingen voor mens en milieu. De omzet- en kasstroomdoelstellingen voor het jaar werden ook grotendeels bereikt. Deze prestaties hebben geleid tot een totale bonusbetaling boven de doelstelling. Met name voor de CEO lag de uitbetaling op € 1 576 416 (zie verder voor meer details).

De gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindex (HSWB) overschreed de jaarlijkse doelstelling, waardoor de negatieve coëfficiënt voor de CEO en het Uitvoerend Comité niet werd geactiveerd. Het doel van het koppelen van de index aan de bezoldiging van bestuurders is ervoor te zorgen dat de focus ligt op het behoud van een solide basis van zorg voor onze werknemers en zo de lat voor de HSWB-index nog hoger te leggen. Onze maatstaf biedt de leden van het Uitvoerend Comité geen extra voordeel ten opzichte van het voltallige personeel, maar benadeelt het Uitvoerend Comité door hun bonus te verminderen met 5% indien een specifieke drempel ten opzichte van onze jaarlijkse doelstelling niet wordt bereikt. Er is goede vooruitgang geboekt op alle onderdelen van de index, inclusief het resultaat van de wereldwijde werknemersenquête.

De meerjarige vertraging van de goedkeuring van bimekizumab in de VS had echter een directe impact op de uitkomsten van het prestatieaandelenplan van 2020-2022 en de prestaties ten opzichte van beide financiële maatstaven (d.w.z. Aangepaste cumulatieve operationele kasstroom of Samengestelde jaarlijkse omzetgroei) hebben de drempelwaarde voor definitieve verwerving niet bereikt, waardoor er geen uitbetaling was in 2023. De aandelenopties zijn definitief verworven zoals hieronder in dit verslag wordt beschreven.

Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend Comité en de niet-uitvoerende bestuurders van UCB werd herzien en gevalideerd door het GNCC op 19 februari 2021 en goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 24 februari 2021. Het beleid werd goedgekeurd door de Algemene vergadering van aandeelhouders van 29 april 2021 en werd van kracht per 1 januari 2021. In 2022 kreeg het beleid een update, zonder wezenlijke elementen waarvoor een stemming van de aandeelhouders vereist was, behalve de update van de vergoedingen voor de voorzitters van de comités van de Raad, waarvoor een resolutie werd voorgelegd voor een afzonderlijke stemming en die werd goedgekeurd tijdens de Algemene vergadering van 2022.

Bezoldigingsbeleid – Vooruitblik

In 2024 hebben we een nieuw beleid ter stemming voorgelegd en we blijven dit beleid verder ontwikkelen, zoals hieronder samengevat:

  • – Verbeterde leesbaarheid en vereenvoudiging van het beleid, inclusief verduidelijking met betrekking tot betalingen uit het verleden en bestuursvoorwaarden.
  • – Een uitbreiding van de mogelijke soorten criteria die gebruikt worden voor het prestatieaandelenplan, als reactie op de context van strategische langetermijnprioriteiten en waardecreatie voor al onze belanghebbenden.
  • – Verdere verduidelijking van de afwijkingsclausule en discretionaire bevoegdheden van het GNCC met betrekking tot de doelstellingen en resultaten van de beloningsplannen.
  • – Verduidelijking dat de bestaande jaarlijkse speciale reiskostenvergoeding voor leden van de Raad ook van toepassing is op de Voorzitter van de Raad.

We blijven de prestaties ook meten ten opzichte van financiële en niet-financiële criteria in de variabele bezoldiging van onze CEO en leden van het Uitvoerend Comité, evenals voor onze bestuurders in een bredere context, om de prestaties op het vlak van onze belangrijkste prioriteiten voor de komende drie jaar te stimuleren.

In 2024 blijft de maatstaf in het prestatieaandelenplan van 2024-2026 in grote lijnen gelijk aan die in het plan van 2023-2025, hoewel we de doelstellingen hebben aangepast aan onze ambitie voor 2026.

  • • In onze financiële doelstellingen streven we ernaar de waarde van onze lanceringsproducten in te kapselen door middel van omzetdoelstellingen (voor 37,5%) terwijl we tegelijkertijd een verbetering van onze aangepaste EBITDA-marges willen realiseren (voor 37,5%). Daarbij richten we ons niet alleen op topprestaties, maar ook op efficiëntie in het beheer van onze middelen om duurzame groei te waarborgen.
  • • We blijven de tijd tot toegang meten, om ervoor te zorgen dat we beter worden in het brengen van onze oplossingen bij de patiënten die onze producten nodig hebben, in lijn met de best practices in de sector (goed voor 10% van het totale gewicht).
  • • De maatstaf van wetenschappelijke innovatie, die in het vorige plan gericht was op zowel positieve resultaten in een laat stadium als op het aanvullen van de vroege pijplijn, wordt in de volgende cyclus gericht op de meting van positieve fase 2-studies in de cyclus 2024-2026, om ervoor te zorgen dat we ons blijven richten op het aanvullen van onze pijplijn en het leveren van innovatieve oplossingen aan patiënten in de toekomst (goed voor 10% van het totale gewicht).
  • • Vanuit het standpunt van diversiteit, gelijkheid en inclusie (DG&I) blijven we focussen op het verbeteren en behouden van het genderevenwicht op niveau van de bestuurders (goed voor 5% van het totale gewicht).

Hoewel we andere belangrijke niet-financiële maatstaven en doelen hebben in onze bedrijfsdoelstellingen, zoals CO 2 e-reductie en uitgebreidere DG&I-maatregelen, zullen specifieke individuele doelen worden vastgesteld voor elk lid van het Uitvoerend Comité en hun teams in verhouding tot hun vermogen om deze ambities te beïnvloeden, in tegenstelling tot collectieve KPI's in onze variabele verloningsplannen.

Toepassing van het bezoldigingsbeleid in 2023

1. Totale bezoldiging Uitvoerend Comité

Het totale bezoldigingspakket van de leden van het Uitvoerend Comité bestaat uit de volgende elementen, die hierna verder worden toegelicht:

In de totale bezoldiging leggen we een sterke nadruk op de totale directe beloning (basissalaris plus bonus en langetermijnincentives). De totale directe beloningsmix bij het niveau van het doel heeft een hoger gewicht aan variabele elementen.# Geïntegreerd jaarverslag 2023

Vaste bezoldiging Variabele bezoldiging Totale bezoldiging

Basissalaris Bezoldigingen Overige beloningen Eenjarig variabel (bonus) Meerjarig variabel (LTI) Buitengewone posten Pensioenkosten

155 Geïntegreerd jaarverslag 2023

De beoogde mix van totale directe bezoldiging voor de CEO en het Uitvoerend Comité is als volgt:

De impact van de prestaties op de bezoldiging kan als volgt geïllustreerd worden voor de CEO en wordt hieronder meer in detail beschreven. De uitbetalingsmogelijkheid is vergelijkbaar voor andere leden van het Uitvoerend Comité:

Maximum Basissalaris Variabele beloning
Minimum
Prestaties stemmen overeen met doel 100%

100%

2. Referentiegroep en competitieve positionering

UCB verwijst in de eerste plaats naar een Europese referentiegroep voor de vergelijking van het loonbeleid en de loonbeslissingen (zie hieronder), die ongewijzigd blijft ten opzichte van vorig jaar. Een afzonderlijke Amerikaanse referentiegroep wordt gehandhaafd om een goed inzicht in deze markt te garanderen, gezien het internationale karakter van ons Uitvoerend Comité. Deze Amerikaanse referentiegroep wordt ook gebruikt voor het vaststellen van de basissalarissen voor uitvoerende bestuurders met een Amerikaans contract. Deze groep is niet de referentie voor ons loonbeleid, bijvoorbeeld bij het bepalen van de bonus- en LTI- doelstellingsniveaus. Beide groepen omvatten internationale biofarmaceutische (farmaceutische en/of biotechnologische) bedrijven waarmee UCB concurreert om talent. Deze bedrijven hebben verschillende groottes en therapeutische domeinen. Wij geven voorrang aan volledig geïntegreerde, gelijkaardige biofarmaceutische bedrijven die optreden in een complexe, door onderzoek gestuurde omgeving en die zowel ontwikkelings- als commercialiseringscapaciteiten hebben. Waar mogelijk, wensen wij ook bedrijven op te nemen die concurrenten zijn in dezelfde therapeutische domeinen. Terwijl we ondernemingen beogen die min of meer de grootte van UCB reflecteren, is de grootte van de onderneming niet de belangrijkste factor, gezien de beperkte aard van deze groep. Waar nodig worden marktgegevens aangepast aan de omvang van UCB. De samenstelling van de bezoldigingsreferentiegroep wordt regelmatig nagekeken en wordt aangepast wanneer nodig, bijvoorbeeld wanneer consolidatie in de sector naar een minder robuuste marktvergelijking leidt. UCB wenst zich competitief te positioneren op de marktmediaan van deze referentiegroep voor alle elementen van de totale directe bezoldiging (basissalaris + variabele bezoldiging). De bonus en LTI-streefniveaus worden getoetst aan de Europese biofarmaceutische niveaus. Het reële vergoedingsniveau van elke persoon wordt bepaald overeenkomstig de ervaring van de persoon in vergelijking met de referentie en rekening houdend met zijn / haar impact op de bedrijfsresultaten.

Europese referentiegroep

  • Genmab
  • Leo Pharma A/S
  • AstraZeneca PLC
  • Merck KGaA
  • Bayer AG
  • Novartis AG
  • Chiesi Farmaceutici S.p.A.
  • Novo Nordisk A/S
  • GlaxoSmithKline PLC
  • Recordati S.p.A.
  • H. Lundbeck A/S
  • Roche Holding AG
  • Ipsen SA
  • Sanofi SA

UCB | Ons deugdelijk bestuur 156

3. Bezoldigingscomponenten

Uitvoerend Comité

Loonelement – vaste beloning

Basissalaris

Het basissalaris wordt bepaald op basis van de specifieke verantwoordelijkheden van de functie en van het mediaanniveau van basissalaris in de markt voor gelijkaardige rollen. Er wordt ook rekening gehouden met de invloed van het individu op het bedrijf en met zijn/haar niveau van kennis en ervaring.

Bezoldigingen

Alle bestuurdersbezoldigingen die aan uitvoerende bestuurders worden betaald, komen bovenop de bezoldiging die zij als uitvoerend bestuurder ontvangen. Dit is alleen van toepassing op de CEO.

Overige beloningen

De leden van het Uitvoerend Comité ontvangen voordelen die in overeenstemming zijn met het bezoldigingsbeleid van UCB, waaronder deelname aan een ziektekostenplan, een levensverzekering voor kaderleden en extralegale voordelen voor kaderleden zoals een bedrijfswagen. De leden van het Uitvoerend Comité kunnen ook bijkomende voordelen in natura krijgen, in overeenstemming met ons standaard beleid inzake wereldwijde mobiliteit. Deze bedragen kunnen van jaar tot jaar variëren, maar worden in deze sectie vermeld omdat zij steeds terugkomen.

Loonelement – variabele bezoldiging

Beschrijving Bonus
Bedrijfsdoelstellingen

Om de focus op inkomstengroei maar ook op onderliggende rentabiliteit aan te moedigen, beschouwt UCB de jaarlijkse aangepaste winst voor belastingen, rente en afschrijvingen (Adjusted Earnings Before Interest Tax Depreciation and Amortization, “aangepaste EBITDA”) als een gedeelde prestatiemaatstaf voor 2023 op korte termijn voor de CEO en het Uitvoerend Comité, alsook voor het bredere personeelsbestand. Deze doelstelling wordt voor de hele onderneming bepaald en wordt vertaald in een uitbetalingscurve die ervoor zorgt dat alleen een aanvaardbaar prestatieniveau wordt beloond. De filosofie is dat aangepaste EBITDA, als een maatstaf voor de onderliggende rentabiliteit van UCB, ervoor zorgt dat het algemene bonusplan zichzelf financiert en collectieve inspanningen in de hele organisatie beloont. Voor prestaties tussen de aangegeven uitbetalingsniveaus wordt lineaire interpolatie toegepast om de uitbetaling te bepalen (uitbetalingscurve 2023):

Aangepaste EBITDA vs. doelstelling Uitbetaling vs. doelstelling
<85% 0%
85% 30%
90% 86%
100% 100%
107% 114%
113% 150%
  • Jaarlijks basissalaris
  • Doel-incentive (90% van het basissalaris voor CEO & 65% van het basissalaris voor leden van het Uitvoerend Comité)
  • Bedrijfsdoelstellingen (0%-150%)
  • Individuele doelstellingen (0%-175%)
  • Gerealiseerde jaarbonus
  • Totale uitbetalingsfactor (0% -175%)
  • Uitbetalingsformule

157 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Loonelement – variabele bezoldiging

Beschrijving Bonus
Individuele doelstellingen

De individuele prestaties worden gemeten volgens de mate waarin de jaarlijkse doelstellingen bereikt zijn, en volgens het gedrag dat het individu vertoont met betrekking tot de beginselen van UCB op het gebied van patiëntenwaarde. De individuele doelstellingen van de CEO vertegenwoordigen hoofdzakelijk de algemene bedrijfsdoelstellingen, die zowel financiële als niet-financiële prioriteiten omvatten. De individuele doelstellingen van de CEO kunnen worden samengevat in de volgende categorieën, die de waarde vertegenwoordigen die UCB voor alle belanghebbenden wil creëren. In 2023 was er geen specifieke weging vooraf vastgesteld per categorie en werden de prestaties net als in voorgaande jaren op een holistische manier gemeten, rekening houdend met de impact op korte termijn en de algemene duurzaamheid van het bedrijf op lange termijn. Het GNCC en de Raad houden rekening met alle relevante elementen om tot de individuele prestatiecoëfficiënt te komen.

Prestatiemaatstaf Waardecreatie
Financiële prioriteiten Duurzaamheid is onze zakelijke aanpak. Onze financiële gezondheid is de sleutel tot onze algemene duurzaamheid en ons vermogen om waarde te blijven creëren voor patiënten, onze werknemers en de samenleving, nu en in de toekomst. We zijn er sterk op gericht de volgende financiële doelstellingen te verwezenlijken: • opbrengsten • nettowinst • netto-omzet over ons productportfolio • kasstroomgeneratie
Niet-financiële prioriteiten Waarde voor patiënten – een pijplijn van gedifferentieerde oplossingen uitbouwen en de toegang voor patiënten tot deze oplossingen verbeteren
Waarde voor onze mensen – een werkomgeving bevorderen waarin onze mensen kunnen groeien door zich gelukkig, gezond en veilig te voelen
Waarde voor de planeet – UCB omvormen tot een koolstofarme en groene economie
Overige – prioriteiten die meerdere van de bovenstaande omvatten, zoals maatschappelijke waarde of andere strategische doelen van het bedrijf en persoonlijke ontwikkelingsdoelen.

De overige doelstellingen van het Uitvoerend Comité zijn afgeleid van dezelfde doelstellingen en aangepast naar gelang van hun specifieke invloedssfeer.

UCB | Ons deugdelijk bestuur 158

Loonelement – variabele bezoldiging

Beschrijving Langetermijnincentives

Het LTI-programma is een incentive-programma met twee niveaus, dat omvat: Een aandelenoptieplan dat 30% van de LTI-toekenning vertegenwoordigt en een prestatieaandelenplan voor 70%. Het beoogde doel aan LTI's vertegenwoordigde 140% van het basissalaris van de CEO en 80% van het basissalaris van de andere leden van het Uitvoerend Comité. De feitelijke LTI-toekenning wordt van jaar tot jaar aangepast, rekening houdend met individuele prestaties uit het verleden als maatstaf voor toekomstige impact en waardecreatie, en met andere factoren zoals marktpremies voor bepaalde functies. De waarde van de toegekende LTI's wordt vertaald in een aantal lange- termijnincentives, rekening houdend met de onderliggende waarde van elke toekenning. De feitelijke toekenning kan maximaal 150% van de doelstelling bedragen (d.w.z. tot 210% van het huidige basissalaris voor de CEO en 120% van het basissalaris voor de andere leden van het Uitvoerend Comité) op het ogenblik van de vaststelling van de toekenning.

Aandelenopties

Ons optieplan heeft een minimale wachttijd van drie jaar. Vanaf het moment van definitieve verwerving kan de begunstigde de optie uitoefenen tot 10 jaar na de datum van toekenning. Door duurzame prestaties bepaalt de evolutie van de aandelenkoers de realiseerbare waarde van dit langetermijnincentiveplan. UCB faciliteert niet het aangaan van derivatencontracten in verband met de aandelenopties, noch dekken wij het daaraan verbonden risico af, aangezien dit niet in overeenstemming is met het doel van de aandelenopties. Voor in België gevestigde begunstigden kunnen de in april 2023 toegekende opties niet vóór 1 januari 2027 worden uitgeoefend en vindt de belastingheffing plaats op het moment van toekenning, overeenkomstig de Belgische belastingwetgeving. Voor in andere landen gevestigde ambtsdragers kunnen de in april 2023 toegekende opties niet vóór 1 april 2026 worden uitgeoefend.Opties vervallen op de 10e verjaardag vanaf de datum van aanbod.

Prestatieaandelen
Voor prestatieaandelen geldt een wachttijd van drie jaar en zij worden definitief verworven indien vooraf bepaalde ondernemingsdoelstellingen worden gehaald. De toekenning voor 2020, die in 2023 definitief zou worden verworven, was gebaseerd op twee financiële criteria – Aangepaste cumulatieve operationele kasstroom (gewicht van 50%) en Samengestelde jaarlijkse omzetgroei (gewicht van 50%). Ter informatie, de toekenning voor 2023 was gebaseerd op vijf prestatiecriteria: De omzet en aangepaste EBITDA-marge hebben beide een gewicht van 37,5%, de doelstelling voor toegang voor patiënten 10%, wetenschappelijke innovatie 10% en DE&I 5%, met een focus op gendergelijkheid op leidinggevend niveau. De financiële criteria stimuleren een focus op groei en duurzaamheid, zodat wij kunnen blijven investeren in innovatieve oplossingen voor patiënten. De KPI “toegang voor patiënten” vertegenwoordigt het belang dat wij hechten aan het juiste doen voor patiënten, door ervoor te zorgen dat zij optimaal en tijdig toegang hebben tot betaalbare oplossingen. Wetenschappelijke innovatie is essentieel voor ons vermogen om waarde te kunnen creëren voor patiënten in de toekomst, terwijl een genderdivers team van bestuurders past binnen ons doel om overal waar we actief zijn een maatschappelijk representatief team te hebben. Het aantal toegekende aandelen wordt aan het einde van de prestatieperiode aangepast op basis van de prestaties van de vennootschap ten opzichte van de bij de toekenning bepaalde doelstellingen. Indien de bedrijfsresultaten onder een bepaalde grens uitvallen, worden geen aandelen geleverd. Het maximale niveau van definitieve verwerving is 150% van de oorspronkelijke toekenning indien de resultaten de doelstellingen aanzienlijk overtreffen.

159
Geïntegreerd jaarverslag 2023

Salariselement – Buitengewone posten en pensioen

Beschrijving
Buitengewone posten
Eventuele eenmalige beloningen voor 2023, zoals indiensttredingspremies of ontslagvergoedingen, worden gerapporteerd in het Verslag over de bezoldiging en uitgewerkt in ons Bezoldigingsbeleid. De vennootschap kan bijvoorbeeld beslissen om aan nieuwe leden van het Uitvoerend Comité een “indiensttredingspremie” toe te kennen in de vorm van geld of aandelen. Dit is geen automatische praktijk en er wordt rekening gehouden met verschillende factoren, zoals verliezen die de betrokkene anders zou lijden bij het verlaten van een andere werkgever of andere verwante negatieve cashflow-effecten. Eventuele indiensttredingspremies worden door het GNCC beraadslaagd en goedgekeurd.

Pensioen
De CEO neemt deel aan een pensioenplan van het type cash balance dat volledig gefinancierd wordt door UCB en aan het aanvullend vaste bijdragenplan voor het hoger management van UCB. De andere leden van het Uitvoerend Comité nemen elk deel aan de pensioenplannen van hun land van overeenkomst; de in België gevestigde ambtsdragers nemen deel aan dezelfde plannen als de CEO.

  1. Overige beleidsvoorzieningen

Terugvorderings- en malusbepalingen
Sinds 2021 zijn terugvorderings- en malusbepalingen van kracht voor de variabele verloningsplannen van onze CEO en leden van het Uitvoerend Comité. Dit betekent dat de Raad van Bestuur kan beslissen – onder voorbehoud van de toepasselijke wetgeving – om onbetaalde of niet-verworven incentivepremies in te houden (malus), of om incentivepremies terug te vorderen die werden uitbetaald of onvoorwaardelijk zijn geworden (terugvordering) in geval van (i) bewijs van fraude of ernstig wangedrag en/of (ii) materiële schending van de gedragscode en handelscode van UCB, en/ of (iii) het zich inlaten met gedragingen of handelingen waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat ze reputatieschade berokkenen aan UCB en/of in geval van materiële negatieve herformulering van de financiële resultaten van de vennootschap.

Aandeelhoudersrichtlijnen
Terwijl het gewicht van LTI in onze totale loonmix ertoe leidt dat onze leden van het Uitvoerend Comité op elk moment een belangrijk belang hebben in niet-definitief verworven (en definitief verworven) LTI, hebben we, in 2021, aandeelhoudersrichtlijnen voor onze CEO en leden van het Uitvoerend Comité geïntroduceerd. De vereiste is dat de huidige CEO en leden van het Uitvoerend Comité een minimum veelvoud van hun jaarlijks bruto basissalaris in UCB-aandelen bezitten (in bezit als gevolg van het onvoorwaardelijk worden van aandelentoekenningen, prestatieaandelen of uitgeoefende aandelenopties), bereikt over een opbouwperiode van vijf jaar en nadien de drempel handhaven. De vereiste bedraagt 150% van het jaarlijkse bruto basissalaris voor de CEO en 50% van het jaarlijkse bruto basissalaris voor de leden van het Uitvoerend Comité.

Opzeggingsregelingen
Gelet op het internationaal karakter van ons Uitvoerend Comité evenals de spreiding van onze uiteenlopende activiteiten over verschillende geografische gebieden, worden de arbeidsovereenkomsten van onze leden beheerst door verschillende rechtsstelsels. In de loop van 2014 werd een Belgisch dienstenovereenkomst opgemaakt voor Jean-Christophe Tellier met een opzeggingsregeling die vergelijkbaar is met de regeling die in voege was onder zijn vroeger Amerikaans arbeidscontract, zijnde een forfaitair bedrag overeenstemmend met 18 maanden basissalaris verhoogd met de werkelijke gemiddelde bonus die hij ontvangen heeft tijdens de drie voorgaande jaren indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst of in geval van wijziging in controle van UCB. De contracten van Emmanuel Caeymaex en Iris Löw-Friedrich werden getekend vóór de inwerkingtreding van de Belgische Wet op het deugdelijk bestuur van 6 april 2010 die het niveau van opzeggingsvergoedingen beperkt. Emmanuel Caeymaex heeft geen specifieke opzeggingsregeling in zijn Belgisch contract. In geval van onvrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zijn de lokale arbeidswetgeving en gebruiken van toepassing. Iris Löw-Friedrich heeft een Duitse arbeidsovereenkomst waarin een opzeggingstermijn is bedongen van zes maanden en een ontslagvergoeding van één jaar basissalaris plus bonus. Jean-Luc Fleurial, Sandrine Dufour en Dhaval Patel hadden Belgische arbeidsovereenkomsten met een opzeggingsbeding dat hen recht geeft op een opzeggingsvergoeding van 12 maanden basissalaris en bonus indien de onderneming de overeenkomst beëindigt of in geval van een wijziging in de controle van UCB. Vanaf 2024 is Dhaval Patel overgegaan naar een Amerikaanse arbeidsovereenkomst – zijn opzeggingsregeling werd behouden in deze nieuwe arbeidsovereenkomst. UCB | Ons deugdelijk bestuur 160 Kirsten Lund-Jurgensen en Denelle Waynick-Johnson hebben een Amerikaanse arbeidsovereenkomst en hebben elk een beding in die overeenkomst dat voorziet in een vertrekpremie van 12 maanden basissalaris en doelbonus indien de onderneming de overeenkomst beëindigt of in geval van een wijziging in de controle van UCB. Bill Silbey ging in de loop van 2023 met pensioen, terwijl Charl Van Zyl ontslag nam bij het bedrijf. Hoewel beiden een beding in de arbeidsovereenkomst hadden dat voorziet in een vertrekpremie van 12 maanden basissalaris en doelbonus, had geen van beiden recht op een opzeggingsvergoeding gezien de omstandigheden van hun vertrek.

  1. Niet-uitvoerende bestuurders
    De hoogte van de vergoeding van de Raad van Bestuur wordt regelmatig geëvalueerd, zowel in vergelijking met Europese vergelijkbare ondernemingen als met ondernemingen die op de referentie-index van Euronext Brussel (BEL 20) genoteerd zijn. Gegevens van vergelijkbare ondernemingen vormen de voornaamste referentie, gezien onze behoefte om deskundigen met een grondige kennis van onze sector aan te trekken. UCB wenst zich te positioneren op de mediaan van deze referentiegroep. In overeenstemming met het Bezoldigingsbeleid van 2021 en de daaropvolgende aanpassing van de vergoedingen voor de voorzitters van de Comités, goedgekeurd tijdens de Algemene Vergadering van aandeelhouders op 28 april 2022, hebben niet- uitvoerende bestuurders recht op de volgende vergoedingen:
Raad Vergoedingen Comité Overige Jaarlijkse bezoldiging Presentiegeld (per vergadering) Controle Weten- schappelijk GNCC Reis- vergoeding
Voorzitter € 330 000 - - - - - -
Vicevoorzitter € 120 000 € 1 500
Bestuurders € 80 000 € 1 000
Voorzitter van het Comité € 45 000 € 35 000 € 35 000
Lid van het Comité 1 € 22 500 € 22 500 € 17 000
Jaarlijkse speciale reiskostenvergoeding € 45 000

Overeenkomstig het beleid ontvangen niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur geen variabele of aan aandelen verbonden beloning, op grond van het standpunt dat het bezit van aandelen een belangenconflict kan creëren voor mandaten op lange termijn, en hebben zij geen recht op voordelen. Leden van de Raad van Bestuur die woonachtig zijn in een land waar het tijdszoneverschil met België vijf uur of meer bedraagt, krijgen een speciale vergoeding van de reiskosten.
1 Cumulatief met de jaarlijkse vergoedingen voor de Raad, behalve voor de voorzitter, zoals opgenomen in de jaarlijkse vergoedingen voor de Raad

161
Geïntegreerd jaarverslag 2023

Uitkomst bezoldigingsbeleid 2023 van de CEO en van de leden van het Uitvoerend Comité

Totale bezoldiging samenvatting
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de totale directe bezoldiging van onze CEO en de leden van het Uitvoerend Comité:

1 – Vaste bezoldiging 2 Variabele bezoldiging Totale directe bezoldiging
Naam begunstigde – Functie Basissalaris Eenjarig variabel (beloning)
Jean-Christophe Tellier – CEO € 1 290 223 € 1 576 416
Andere leden van het Uitvoerend Comité € 5 194 323 € 3 250 550
1 – Vaste bezoldiging 2 Variabele bezoldiging 3 Buiten- gewone posten 1 4 Pensioen- kosten 5 Totale bezoldiging met defi- nitief verworven LTI Verhouding tussen vaste en variabele bezoldiging met definitief verworven LTI
Naam begunstigde – Functie Basissalaris

Overige beloningen

Eenjarig variabel (beloning) Definitief verworven meerjarig variabel (LTI) Toegekend meerjarig variabel (LTI) Vast [(1 + 4) / (5 – 3)] Variabel [2 / (5 -3)]
Jean-Christophe Tellier – CEO € 1 290 223 € 86 000 € 745 357 € 1 576 416
Andere leden van het Uitvoerend Comité € 5 194 323 € 0 € 2 581 018 € 3 250 550

De toegekende LTI-waarde wordt niet langer weergegeven in de totale directe bezoldiging (of in de totale bezoldiging) en wordt vervangen door een vergelijking van definitief verworven LTI-waarden, om aan te sluiten bij de best practices van de markt en de EU-richtlijnen die zijn gepubliceerd naar aanleiding van de Richtlijn betreffende de rechten van aandeelhouders. Tijdens dit overgangsjaar geven we beide waarden hieronder weer om ze eenvoudiger te kunnen vergelijken van jaar tot jaar.

De totale directe bezoldiging (TDB) van de CEO (basissalaris + bonus + definitief verworven LTI) voor 2023 bedraagt € 2 967 281, tegenover € 7 695 136 in 2022, wat neerkomt op een daling van de totale directe bezoldiging van 61% tegenover 2022. De daling is voornamelijk gerelateerd aan de niet-definitieve verwerving van het PSP voor 2020-2022 in 2023, zoals hieronder besproken. De bonus voor 2023 was 78% hoger dan het voorgaande jaar, grotendeels als gevolg van een hogere bedrijfsresultatencoëfficiënt, waarvoor het resultaat ten opzichte van de doelstelling voor 2023 tussen 100% - 107% van de aangepaste EBITDA vs. doelstelling lag, zoals hierboven getoond in Bezoldiging in 2023.

De TDB van de CEO met toegekende LTI voor 2023 bedraagt € 5 329 503 tegenover € 4 584 934 in 2022, wat neerkomt op een stijging van 16%.

De samengevoegde TDB van het Uitvoerend Comité met definitief verworven LTI voor 2023 bedraagt € 9 563 800, een daling van 41% tegenover € 16 283 471 in 2022. De samengevoegde TDB van het Uitvoerend Comité met toegekende LTI voor 2023 bedraagt € 13 898 584, een stijging van 9% tegenover € 12 694 965 in 2022.

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de totale bezoldiging van onze CEO en de leden van het Uitvoerend Comité:

¹ Buitengewone inkomsten werden eerder gerapporteerd en samengevoegd met de totale bezoldiging van andere leden van het Uitvoerend Comité ten tijde van de toekenningen. Vanwege de overstap naar definitief verworven waarden in de LTI-rapportage voor dit jaar is dit nu opgenomen voor de consistentie.

UC<|im_end|># Waarde voor de planeet (bijna bereikt)

Het milieuprogramma van UCB stond voor bepaalde uitdagingen als gevolg van beperkte middelen en externe druk om te versnellen en het toepassingsgebied uit te breiden. Desondanks zijn er belangrijke mijlpalen bereikt: aan het eind van het jaar hadden alle productscorekaarten (9/9) de doelstellingen bereikt. De uitstoot van zakenreizen door werknemers lag iets onder de doelstelling (20 351 ton kooldioxide vs. <20 000), terwijl onze overstap naar elektrische voertuigen in het wagenpark boven de doelstelling lag (15,49% vs. 15%). Bestaande leveranciers die zich verbinden tot wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen hebben de doelstelling overschreden (55% vs. doelstelling van 45%), maar nieuwe leveranciers presteerden ondermaats (37% vs. doelstelling van 80%).

Overige doelstellingen (overtroffen)

Verschillende doelstellingen, waaronder digitale transformatie, risicobeheer, wettelijke goedkeuringen en uitmuntendheid van lanceringen, worden besproken in de hoogtepunten van de prestaties van het Geïntegreerd jaarverslag. We hebben uitstekende vooruitgang geboekt op al deze gebieden en dit creëert waarde voor al onze belanghebbenden, nu en in de toekomst. Over het geheel genomen zijn wij van mening dat, met het oog op onze context, solide vooruitgang is geboekt voor wat betreft onze toezeggingen om duurzame waarde te creëren voor patiënten, onze mensen, aandeelhouders en de samenleving.

De CEO heeft individuele prestatiecoëfficiënten voor elk van de andere leden van het Uitvoerend Comité voorgelegd aan het GNCC ter overweging vóór de goedkeuring door de Raad. De totale waarde van de aan het Uitvoerend Comité uitgekeerde contante bonussen bedroeg € 3 250 550.

UCB | Ons deugdelijk bestuur 166

LTI (“Meerjarig variabel”)

In 2023 kreeg de CEO en het Uitvoerend Comité een LTI- toekenning tussen de LTI-doelstelling en de maximale beleidswaarde.

A) Toekenning in 2023

De onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal aandelenopties en prestatieaandelen dat in 2023 is toegekend:

Naam begunstigde – Functie Aantal toegekende aandelen-opties Datum van definitieve verwerving Uitoefen- prijs Binomiale waarde per een- heid Binomiale waarde bij toe- kenning Aantal toegekende prestatie- aandelen Datum van definitieve ver- werving Binomiale waarde per eenheid Binomiale waarde bij toekenning Totale binomiale waarde bij toekenning
Jean-Christophe Tellier – CEO 27 369 01-jan-27 79,97 26,99 € 738 689 25 378 01-apr-26 67,94 € 1 724 181 € 2 462 871
Emmanuel Caeymaex 8 011 01-jan-27 79,97 26,99 € 216 217 7 428 01-apr-26 67,94 € 504 658 € 720 875
Sandrine Dufour 9 179 01-jan-27 79,97 26,99 € 247 741 8 512 01-apr-26 67,94 € 578 305 € 826 046
Jean-Luc Fleurial 6 329 01-jan-27 79,97 26,99 € 170 820 5 869 01-apr-26 67,94 € 398 740 € 569 560
Iris Loew-Friedrich 7 054 01-apr-26 79,97 26,99 € 190 387 6 541 01-apr-26 67,94 € 444 396 € 634 783
Kirsten Lund- Jurgensen 6 477 01-apr-26 82,44 26,99 € 174 814 6 006 01-apr-26 67,94 € 408 048 € 582 862
Dhavalkumar Patel 8 315 01-jan-27 79,97 26,99 € 224 422 7 710 01-apr-26 67,94 € 523 817 € 748 239
Bill Silbey 3 0
Charl van Zyl 8 710 01-jan-27 79,97 26,99 € 235 083 8 077 01-apr-26 67,94 € 548 751 € 783 834
Denelle Waynick Johnson 6 529 01-apr-26 82,44 26,99 € 176 218 6 054 01-apr-26 67,94 € 411 309 € 587 526

1 Gemiddelde van de slotkoersen tussen 2 maart en 31 maart van het jaar of slotkoers van 31 maart zoals bepaald door de Belgische of andere relevante wetgeving
2 Binomiale waarde: een objectieve techniek om lange-termijnincentives te waarderen waarbij een reële waarde van de prijs van het aandeel wordt bepaald over de looptijd van een lange-termijnincentive
3 Bill Silbey heeft UCB verlaten op 31 maart 2023. Hij ontving geen nieuwe toegekende LTI van UCB in 2023.

167 Geïntegreerd jaarverslag 2023

B) Definitieve verwerving van LTI's in 2023

Onderstaande tabel geeft een gedetailleerd overzicht van het aantal aandelenopties , toegekende aandelen en prestatieaandelen die in voorgaande jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité werden toegekend (opgenomen in de vorige jaarverslagen) en die in het kalenderjaar 2023 definitief zijn verworven (niet samen te voegen met de informatie in de bovenstaande tabel die de in 2023 toegekende lange- termijnincentives gedetailleerd weergeeft):

Naam begunstigde Specificatie van het plan Datum van toekenning Datum van definitieve verwerving Aantal definitief verworven (niet uit- geoefend) Uitoefen- prijs Datum van toekenning Datum van definitieve verwerving Aantal definitief verworven Marktwaarde van de aandelen bij definitieve verwerving Totale waarde bij definitieve verwerving (€)
Jean-Christophe Tellier - CEO Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 39 623 76,09
Emmanuel Caeymaex Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 10 499 76,09
Sandrine Dufour 1 2 Aandelenopties 01-Jul-20 01-Jul-23 4 000 80,75 323 000 323 000
Jean-Luc Fleurial Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 8 405 76,09
Iris Löw-Friedrich Aandelenopties 01-apr-20 01-apr-23 11 775 76,21
Kirsten Lund-Jurgensen Aandelenopties 01-apr-20 01-apr-23 8 617 79,00
Dhaval Patel Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 14 142 76,09
Bill Silbey 4 Aandelenopties 01-apr-20 01-apr-23 10 858 79,00
Charl van Zyl Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 12 336 76,09
Denelle Waynick Johnson 1 2 Aandelenopties

1 Sandrine Dufour trad in dienst bij UCB na de toekenning van aandelenopties in 2019. Denelle Waynick Johnson trad in dienst bij UCB na de toekenning van aandelenopties in 2020.
2 Sandrine Dufour en Denelle Waynick Johnson traden in dienst bij UCB na de LTI-toekenning van prestatieaandelen in 2020.
3 Marktwaarde van het UCB-aandeel op de datum waarop het definitief wordt verworven, gedefinieerd als het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op die datum, tenzij door de lokale wetgeving gespecificeerd.
4 Bill Silbey is in het eerste kwartaal van 2023 op pensioen gegaan. De prestatieaandelen die in 2020, 2021 en 2022 werden toegekend, werden pro rata temporis definitief verworven, zoals gedefinieerd in de regels van het Prestatieaandelenplan. Voor de prestatieaandelen van 2020 was 1 januari 2023 de overeengekomen datum van definitieve verwerving in het kader van zijn pensioen.

Naam begunstigde Specificatie van het plan Datum van toekenning Datum van definitieve verwerving Aantal definitief verworven (niet uit- geoefend) Uitoefen- prijs Datum van toekenning Datum van definitieve verwerving Aantal definitief verworven Marktwaarde van de aandelen bij definitieve verwerving Totale waarde bij definitieve verwerving (€)
Jean-Christophe Tellier - CEO Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 39 623 76,09
Emmanuel Caeymaex Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 10 499 76,09
Sandrine Dufour 1 2 Aandelenopties 01-Jul-20 01-Jul-23 4 000 80,75 323 000 323 000
Jean-Luc Fleurial Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 8 405 76,09
Iris Löw-Friedrich Aandelenopties 01-apr-20 01-apr-23 11 775 76,21
Kirsten Lund-Jurgensen Aandelenopties 01-apr-20 01-apr-23 8 617 79,00
Dhaval Patel Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 14 142 76,09
Bill Silbey 4 Aandelenopties 01-apr-20 01-apr-23 10 858 79,00
Charl van Zyl Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 12 336 76,09
Denelle Waynick Johnson 1 2 Aandelenopties
Specificatie van het plan Datum van toekenning Datum van definitieve verwerving Prestatie- periode Totaal aantal definitief verworven aandelen Definitief verworven % Marktwaarde van de aandelen bij definitieve verwerving Totale waarde bij definitieve verwerving (€)
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 27 024 0% 0
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 7 369 0% 0
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 5 843 0% 0
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 7 913 0% 0
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 5 791 0% 0
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 8 957 0% 0
Prestatieaandelen in cash 01-Okt-19 01-Okt-23 2023 7 000 100% 78,12 546 840
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-jan-23 2020-2023 6 689 91,67% 73,99 494 919
Prestatieaandelen 01-apr-21 31-mrt-23 2021-2023 4 097 66,67% 83,13 340 584
Prestatieaandelen 01-apr-22 31-mrt-23 2022-2024 1 680 33,33% 83,13 139 658
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 8 413 0% 0

169 Geïntegreerd jaarverslag 2023

De prestatieaandelen die in april 2023 definitief zouden worden verworven, hebben betrekking op de toekenning van april 2020. De definitieve verwerving van die toegekende prestatieaandelen was afhankelijk van de prestaties gedurende drie jaar op basis van de volgende criteria voor 2020 - 2022:

  • Aangepaste cumulatieve operationele kasstroom (gewicht van 50%) – 0% uitbetaling omdat we de drempelwaarde van de kasstroom niet hebben bereikt over de periode ten opzichte van de doelstelling (zoals vastgesteld in 2020).
  • Samengestelde jaarlijkse omzetgroei (gewicht van 50%) – 0% uitbetaling omdat we de drempelwaarde voor omzetgroei (CAGR) niet hebben bereikt over deze periode.

De doelstellingen zijn commercieel gevoelig, vooral in de vroege lanceringsfase van BIMZELX ® in de Verenigde Staten, en bijgevolg wordt deze informatie ook niet openbaar gemaakt. Ten behoeve van onze belanghebbenden zijn wij van mening dat we de lancering van onze nieuwe producten in deze uiterst competitieve omgeving moeten beschermen.

Naam begunstigde Specificatie van het plan Datum van toekenning Datum van definitieve verwerving Aantal definitief verworven (niet uit- geoefend) Uitoefen- prijs Datum van toekenning Datum van definitieve verwerving Aantal definitief verworven Marktwaarde van de aandelen bij definitieve verwerving Totale waarde bij definitieve verwerving (€)
Jean-Christophe Tellier - CEO Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 39 623 76,09
Emmanuel Caeymaex Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 10 499 76,09
Sandrine Dufour 1 2 Aandelenopties 01-Jul-20 01-Jul-23 4 000 80,75 323 000 323 000
Jean-Luc Fleurial Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 8 405 76,09
Iris Löw-Friedrich Aandelenopties 01-apr-20 01-apr-23 11 775 76,21
Kirsten Lund-Jurgensen Aandelenopties 01-apr-20 01-apr-23 8 617 79,00
Dhaval Patel Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 14 142 76,09
Bill Silbey 4 Aandelenopties 01-apr-20 01-apr-23 10 858 79,00
Charl van Zyl Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 12 336 76,09
Denelle Waynick Johnson 1 2 Aandelenopties
Specificatie van het plan Datum van toekenning Datum van definitieve verwerving Prestatie- periode Totaal aantal definitief verworven aandelen Definitief verworven % Marktwaarde van de aandelen bij definitieve verwerving Totale waarde bij definitieve verwerving (€)
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 27 024 0% 0
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 7 369 0% 0
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 5 843 0% 0
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 7 913 0% 0
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 5 791 0% 0
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 8 957 0% 0
Prestatieaandelen in cash 01-Okt-19 01-Okt-23 2023 7 000 100% 78,12 546 840
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-jan-23 2020-2023 6 689 91,67% 73,99 494 919
Prestatieaandelen 01-apr-21 31-mrt-23 2021-2023 4 097 66,67% 83,13 340 584
Prestatieaandelen 01-apr-22 31-mrt-23 2022-2024 1 680 33,33% 83,13 139 658
Prestatieaandelen 01-apr-20 01-apr-23 2020-2023 8 413 0% 0

C) LTI verbeurd in 2023

Onderstaande aandelenopties en prestatieaandelen die in voorgaande jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité werden toegekend, zijn in 2023 vervallen:

Specificatie van het plan Datum van toekenning Aantal vervallen toegekende aandelen Datum verval
Charl van Zyl Prestatieaandelen 01-apr-21 7295 31-aug-23
Charl van Zyl Prestatieaandelen 01-apr-22 6249 31-aug-23
Charl van Zyl Prestatieaandelen 01-apr-23 8077 31-aug-23
Charl van Zyl Aandelenopties 01-apr-21 9141 28-feb-24
Charl van Zyl Aandelenopties 01-apr-23 8710 28-feb-24
Bill Silbey Prestatieaandelen 01-apr-20 608 1-jan-23
Bill Silbey Prestatieaandelen 01-apr-21 2049 31-mrt-23
Bill Silbey Prestatieaandelen 01-apr-22 3359 31-mrt-23

1 De aandelenopties van Charl Van Zyl zullen, op basis van de regels van de aandelenoptieplannen van UCB, 6 maanden na zijn vertrek vervallen, namelijk eind februari 2024.De aan hem toegekende aandelenopties in 2021 en 2023 zullen vervallen vóór hun respectieve datum van definitieve verwerving. 2 Bill Silbey is in het eerste kwartaal van 2023 op pensioen gegaan. De prestatieaandelen die in 2020, 2021 en 2022 werden toegekend, werden pro rata temporis definitief verworven, zoals gedefinieerd in de regels van het Prestatieaandelenplan. Voor de prestatieaandelen van 2020 was 1 januari 2023 de overeengekomen datum van definitieve verwerving in het kader van zijn pensioen.

D) Lopende prestatieaandelenplannen

In november 2023 heeft UCB, tijdens haar jaarlijkse ESG- roadshow, verschillende belangrijke aandeelhouders gevraagd om feedback over het mogelijke geplande gebruik van de discretionaire bevoegdheid van de Raad met betrekking tot de definitieve verwerving van lopende prestatieaandelen. Dit mogelijke gebruik van de discretionaire bevoegdheid is direct en specifiek verwant aan de vertraging van de goedkeuring van BIMZELX ® in de VS, waarvan de impact op de geplande tegenover de feitelijke lancering een aanzienlijke impact heeft gehad op de doelstellingen van het lopende plan. Het eerste plan (2020-22) heeft de drempelniveaus niet bereikt en is dus niet definitief verworven, en de twee volgende plannen zullen de drempelniveaus eveneens niet bereiken op basis van de oorspronkelijke financiële doelstellingen. Dankzij de waardevolle feedback die we hebben ontvangen, hebben we een voorstel dat we later deze maand ter goedkeuring zullen voorleggen aan de Raad van UCB. We hopen dat de beslissing van de Raad duidelijk afgestemd zal zijn op onze aandeelhouders en tegelijk ook de mogelijke voordelen van prestatieaandelen op het vlak van motivatie en behoud van talent zal benutten. De volgende feedback van aandeelhouders over dit proces kwam vaak naar voren:

  • waardering voor de directe betrokkenheid;
  • erkenning van onze zorgen op het vlak van motivatie en behoud, vooral op een kritiek moment voor UCB;
  • een duidelijke boodschap dat de einduitkomsten sterk moeten worden afgestemd op de ervaring van de aandeelhouder;
  • nieuwe uitbetalingsmogelijkheden moeten gematigd zijn, idealiter met een bovengrens;
  • de discretionaire bevoegdheid mag niet alleen gunstig zijn voor het Uitvoerend Comité, maar moet een bredere impact hebben op een uitgebreidere populatie van belangrijke werknemers binnen de organisatie;
  • verwachting van volledige transparantie achteraf naar de aandeelhouders toe (d.w.z. in het Verslag over de bezoldiging), zowel over de redenen voor aanpassingen als over de impact van veranderingen.

UCB | Ons deugdelijk bestuur 170

De context en onze beoogde aanpak: De meerjarige vertraging van de goedkeuring van BIMZELX ® in de VS – eerst door covid, wat heeft geleid tot een vertraging van de FDA-inspecties, vervolgens door de Complete Response Letter en ten slotte door ongebruikelijke bijkomende vertragingen in het goedkeuringsproces van de FDA – heeft geleid tot een meerjarige en betreurenswaardige impact op de prestatieaandelenplannen van UCB. Het plan van 2020-2022 (dat in 2023 definitief zou worden verworven) heeft de uitbetalingsdrempels niet bereikt en daarom hebben noch de CEO, noch de leden van het Uitvoerend Comité prestatieaandelen ontvangen. De bonus van 2022 lag ook aanzienlijk onder de doelstelling. Dit alles geeft wel blijk van de striktheid en afstemming van het bezoldigingsbeleid van UCB. Aangezien BIMZELX ® ons belangrijkste verwachte groeiproduct is en de VS onze grootste markt is, en aangezien de definitieve verwerving van onze prestatieaandelenplannen voor 2021-2023 en 2022-2024 voornamelijk gebaseerd is op twee financiële criteria (nl. Samengestelde jaarlijkse omzetgroei en Aangepaste cumulatieve operationele kasstroom), heeft dit feit bovendien een aanzienlijk domino-effect op deze twee plannen, die de drempelwaarden naar verwachting ook niet zullen bereiken. Nu BIMZELX ® is goedgekeurd in de VS en er tegelijkertijd verschillende andere belangrijke lopende lanceringen zijn, willen we dat ons uitvoerend team (zowel onze bekendgemaakte als onze niet-bekendgemaakte populatie) zich richt op de toekomst en het succes van onze lanceringsplannen verzekert. Wij zijn bezorgd, en we denken dat onze aandeelhouders deze zorg ook delen, om de negatieve impact van een aanzienlijke meerjarige LTI-bezoldiging, gekoppeld aan één (maar zeer belangrijk) element, op de betrokkenheid en het behoud van ons uitvoerend team en belangrijke werknemers, evenals om het risico op ons vermogen om succesvolle lanceringen te realiseren die cruciaal zijn voor de toekomst van het bedrijf. Het is belangrijk om te onthouden dat deze financiële impact gedeeltelijk buiten de controle van het management lag en bijgevolg, om een gevoel van eerlijkheid te waarborgen, zijn we van mening dat een aanpassing van de doelstellingen van het lopende plan gepast en in ieders belang zou zijn. De doelstellingen en drempelwaarden die werden bepaald vóór de toekenningen van het PSP van 2021-2023 en 2022-2024, respectievelijk bepaald in 2020 en 2021, zijn niet langer relevant vanwege de meerjarige vertraging van de lancering van BIMZELX ® in de VS. Hiermee rekening houdend, en om de volledige focus van ons uitvoerend team te waarborgen, stelt de Raad voor om de doelstellingen van de twee plannen aan te passen om de impact op de financiële resultaten van de vennootschap te weerspiegelen.

Voor het plan van 2021-2023
Aangezien de lancering pas eind 2023 plaatsvond, terwijl het oorspronkelijke plan ervan uitging dat de lancering twee jaar eerder zou plaatsvinden, zouden de omzet van BIMZELX ® in de VS en de gerelateerde kasstroom worden aangepast in het plan van 2021-2023 en zou de uitbetalingscurve opnieuw worden bepaald. De werkelijke omzet en kasstroom van BIMZELX ® in de VS zouden ook worden aangepast. Voor de duidelijkheid: de omzet voor FINTEPLA ® in 2023 wordt ook uitgesloten van de resultaten ten behoeve van het plan, omdat de vennootschap van mening is dat de omzet gegenereerd door dit product (overgenomen van Zogenix, Inc. in 2022, voordat de doelstellingen van het plan werden vastgesteld) mogelijk een oneerlijk voordeel zou opleveren voor de deelnemers.

Voor het plan van 2022-2024
Aangezien we in 2024 volop bezig waren met de lancering van BIMZELX ® in de VS, zouden we de oorspronkelijke veronderstellingen voor de omzet en kasstroom van BIMZELX ® in de VS vervangen door recentere budgetveronderstellingen, die eind 2023 werden gemaakt op basis van de feitelijke lancering en waarbij de doelstellingen en uitbetalingscurven van het plan dienovereenkomstig werden aangepast. De doelstelling van het plan zou ook worden verhoogd met een opwaartse aanpassing van het budget voor FINTEPLA ® voor 2024, dat niet in de oorspronkelijke doelstellingen was opgenomen. Aangezien het product sindsdien een integraal onderdeel van de portfolio is geworden, moeten de prestaties ook op gepaste wijze worden gestimuleerd in het laatste jaar van het plan.

In beide plannen worden de doelstellingen en uitbetalingscurven lineair aangepast om dezelfde elasticiteit te waarborgen, door de specifieke factoren in verband met de vertraging van de lancering van BIMZELX ® in de VS te isoleren (alsook de aanpassingen voor de impact van de omzet en kasstroom van FINTEPLA ® , om te garanderen dat er geen oneerlijk voordeel is). Rekening houdend met de feitelijke prestaties zoals gemeten in deze plannen, zou er, als de uiteindelijke uitbetaling meer dan 100% zou zijn, een limiet van 100% worden geplaatst op de uitbetaling voor het Uitvoerend Comité, terwijl er geen limiet zou gelden voor de bredere groep van leidinggevenden die deelnemen aan deze plannen. Definitief verworven waarden in verband met deze plannen zouden worden opgenomen in het Verslag over de bezoldiging van het jaar waarin de respectieve plannen definitief worden verworven (nl. 1 april 2024 en 1 april 2025). De aangepaste doelstellingen en resultaten mogen openbaar worden gemaakt indien deze niet als commercieel gevoelig worden beschouwd.

171 Geïntegreerd jaarverslag 2023

E. Vergelijking van de beloning van de CEO en het Uitvoerend Comité

Bezoldiging van het Uitvoerend Comité, de werknemers en de bedrijfsresultaten over 5 jaar

De onderstaande tabel is een samenvatting van de evolutie van de totale bezoldiging van onze CEO, het Uitvoerend Comité en onze gemiddelde werknemer en vergeleken met de bedrijfsresultaten over de voorbije vijf jaar, hier weergegeven door de jaarlijkse groei van de inkomsten en aangepast EBITDA. Sinds 2023 houdt UCB rekening met definitief verworven LTI-waarden bij de rapportering van de totale bezoldiging in plaats van eerder gerapporteerde toegekende LTI-waarden. Hiervoor vergeleek de onderstaande tabel de LTI-toekenningen voor onze CEO en de leden van ons Uitvoerend Comité. Rekening houdend met de LTI-waarden voor 2023 voor onze CEO, zou de verandering van jaar tot jaar +13% zijn. Rekening houdend met de LTI-waarden voor 2023 voor de leden van ons Uitvoerend Comité, zou de verandering van jaar tot jaar +8,7% zijn.

2019 2020 2021 2022 2023
Bezoldiging van de CEO 1 € 5 813 173 € 6 832 748 € 6 244 384 € 5 808 530 € 4 199 791
Verandering jaar op jaar 9,5% 17,5% -8,6% -7,0% -27,7%
Bezoldiging van de leden van het Uitvoerend Comité 2 € 24 788 507 € 19 049 904 € 16 953 966 € 16 725 716 € 13 838 749
Verandering jaar op jaar 20,3% -23,2% -11,0% -1,3% -17,3%
Bedrijfsprestaties
Inkomsten (verandering jaar op jaar)
bij reële koersen 6% 9% 8% -4% -6%
bij constante koersen 7% 8% 10% -7% -5%
Aangepaste EBITDA (verandering jaar op jaar)
bij reële koersen 2% 1% 14% -23% 7%
bij constante koersen 11% -4% 21% -21% -1%
Totale bezoldiging van de werknemers (in miljoen EUR) 1 169 1 180 1 382 1 491 1 510
FTE 7 429 7 899 8 431 8 546 8 745
Gemiddelde kosten per VTE (IFRS) € 157 361 € 149 392 € 163 922 € 174 459 € 172 670
Verandering jaar op jaar 8,73% -5,06% 9,73% 6,43% -1,03%

1 Vergoedingen voor de Raad van Bestuur worden gerapporteerd als deel van de totale bezoldiging van de CEO.## C. Buitengewone posten

Buitengewone posten

Ontslagvergoedingen

Er waren geen ontslagvergoedingen in 2023. Bill Silbey ging in de loop van 2023 met pensioen, terwijl Charl Van Zyl ontslag nam bij het bedrijf. Geen van beiden had recht op een opzeggingsvergoeding.

Indiensttredingspremies

Er werden geen indiensttredingspremies toegekend in 2023.

Buitengewone inkomsten van € 869.840 hebben betrekking op toegekende aandelen die eerder werden gerapporteerd en samengevoegd met de totale bezoldiging van andere leden van het Uitvoerend Comité ten tijde van de toekenningen. Zie Definitieve verwerving van LTI’s in 2023 voor meer informatie.

D. Pensioenkosten

Naam begunstigde – Functie Pensioenkosten
Jean-Christophe Tellier – CEO € 401.153
Andere leden van het Uitvoerend Comité € 1.693.931

UCB | Ons deugdelijk bestuur 172

Totale bezoldiging van CEO tegenover laagst bezoldigde werknemer

De onderstaande tabel toont een vergelijking van de bezoldiging van onze CEO (in €) voor 2023 met de bezoldiging van de laagstbetaalde voltijdse werknemer van UCB NV (in €) voor 2023. De bezoldiging omvat een vaste en een variabele bezoldiging (definitief verworven LTI voor onze CEO), alsmede personeelsbeloningen, exclusief werkgeverslasten voor sociale zekerheid. Sinds 2023 houdt UCB rekening met definitief verworven LTI-waarden bij de rapportering van de totale bezoldiging (in plaats van eerder gerapporteerde toegekende LTI-waarden). De onderstaande tabel houdt rekening met definitief verworven LTI-waarden. Hiervoor vergeleek de onderstaande tabel de toegekende LTI voor onze CEO, die, rekening houdend met de toegekende LTI voor onze CEO in 2023, zou leiden tot een verhouding van de totale bezoldiging van de CEO tegenover laagst bezoldigde werknemer van 1:93.

F. Op aandelen gebaseerde bezoldiging van de CEO en het Uitvoerend Comité

Aandeelhoudersrichtlijnen

In 2021 implementeerde UCB aandeelhoudersrichtlijnen voor haar CEO en leden van het Uitvoerend Comité. Elk lid heeft vijf jaar om zijn respectievelijke vereiste te bereiken, vanaf het afsluiten van deze richtlijn (d.w.z. april 2026). Op dit moment voldoen de CEO en de leden van het Comité die langer in dienst zijn aan de vereiste (met name degenen die 5 jaar of meer in dienst zijn per 31 december 2023).

LTI-informatie

De onderstaande tabellen geven een overzicht van het begin- en eindsaldo, alsook van de bewegingen in het jaar van de op aandelen gebaseerde bezoldiging voor elk van de leden van het Uitvoerend Comité (zowel huidige als voormalige).

2023 Verhouding van de totale bezoldiging van de CEO tegenover laagst bezoldigde werknemer

173 Geïntegreerd jaarverslag 2023

De voornaamste voorwaarden van de aandelenoptieplannen

Informatie over het afgesloten boekjaar

Naam begunstigde Specificatie van het plan Toekenningsdatum Datum van definitieve verwerving Uitoefenperiode Uitoefenprijs (€) Beginsaldo Aantal In het jaar Toegewezen aandelenopties Eindsaldo Verworven aandelenopties Uitstaande aandelenopties aan het begin van het jaar Uitgeoefende aandelenopties Niet-definitief verworven aandelenopties Definitief verworven maar niet uitgeoefende aandelenopties
Aantal Waarde (€) Aantal
1 23
Jean-Christophe Tellier – CEO Stock appreciation rights 01-apr-13 01-apr-16 7 jaar 49,80 11.272 11.272 0 0
01-apr-14 01-apr-17 7 jaar 58,12 30.656 30.656
Aandelenopties 01-apr-15 01-jan-19 6,25 jaar 67,35 26.800 26.800
01-apr-16 01-jan-20 6,25 jaar 67,24 38.792 38.792
01-apr-17 01-jan-21 6,25 jaar 70,26 39.273 39.273
01-apr-18 01-jan-22 6,25 jaar 66,18 44.741 44.741
01-apr-19 01-jan-23 6,25 jaar 76,09 39.623 100.642 39.623
01-apr-20 01-jan-24 6,25 jaar 76,21 40.214 40.214
01-apr-21 01-jan-25 6,25 jaar 79,99 30.490 30.490
01-apr-22 01-jan-26 6,25 jaar 102,04 27.892 27.892
01-apr-23 01-jan-27 6,25 jaar 79,97 27.369 738.689 27.369
Emmanuel Caeymaex Aandelenopties 01-apr-15 01-jan-19 6,25 jaar 67,35 5.191 5.191
01-apr-16 01-jan-20 6,25 jaar 67,24 9.904 9.904
01-apr-17 01-jan-21 6,25 jaar 70,26 10.822 10.822
01-apr-18 01-jan-22 6,25 jaar 66,18 11.741 11.741
01-apr-19 01-jan-23 6,25 jaar 76,09 10.499 26.667 10.499
01-apr-20 01-jan-24 6,25 jaar 76,21 10.966 10.966
01-apr-21 01-jan-25 6,25 jaar 79,99 8.551 8.551
01-apr-22 01-jan-26 6,25 jaar 102,04 7.937 7.937
01-apr-23 01-jan-27 6,25 jaar 79,97 8.011 216.217 8.011
Sandrine Dufour Aandelenopties 01-apr-21 01-jan-25 6,25 jaar 79,99 8.128 8.128
01-apr-22 01-jan-26 6,25 jaar 102,04 9.008 9.008
01-apr-23 01-jan-27 6,25 jaar 79,97 9.179 247.741 9.179
Jean-Luc Fleurial Aandelenopties 01-apr-18 01-jan-22 6,25 jaar 66,18 7.519 7.519
01-apr-19 01-jan-23 6,25 jaar 76,09 8.405 21.349 8.405
01-apr-20 01-jan-24 6,25 jaar 76,21 8.695 8.695
01-apr-21 01-jan-25 6,25 jaar 79,99 6.626 6.626
01-apr-22 01-jan-26 6,25 jaar 102,04 6.211 6.211
01-apr-23 01-jan-27 6,25 jaar 79,97 6.329 170.820 6.329
Iris Loew-Friedrich Aandelenopties 01-apr-13 01-apr-16 7 jaar 48,69 13.397 13.397 0 0
01-apr-14 01-apr-17 7 jaar 58,12 15.666 15.666
01-apr-15 01-apr-18 7 jaar 67,35 15.521 15.521
01-apr-16 01-apr-19 7 jaar 67,24 14.401 14.401
01-apr-17 01-apr-20 7 jaar 70,26 12.554 12.554
01-apr-18 01-apr-21 7 jaar 66,18 14.472 14.472
01-apr-19 01-apr-22 7 jaar 76,09 10.739 10.739
01-apr-20 01-apr-23 7 jaar 76,21 11.775 28.496 11.775
01-apr-21 01-apr-24 7 jaar 79,99 8.514 8.514
01-apr-22 01-apr-25 7 jaar 102,04 7.699 7.699
01-apr-23 01-apr-26 7 jaar 79,97 7.054 190.387 7.054
Kirsten Lund-Jurgensen Stock appreciation rights 01-apr-20 01-apr-23 7 jaar 79,00 8.617 8.617 0 8.617
01-apr-21 01-apr-24 7 jaar 81,12 6.112 6.112
01-apr-22 01-apr-25 7 jaar 108,45 5.746 5.746
01-apr-23 01-apr-26 7 jaar 82,44 6.477 174.814 6.477
Dhaval Patel Aandelenopties 01-apr-18 01-jan-22 6,25 jaar 66,18 15.273 15.273
01-apr-19 01-jan-23 6,25 jaar 76,09 14.142 35.921 14.142
01-apr-20 01-jan-24 6,25 jaar 76,21 13.328 13.328
01-apr-21 01-jan-25 6,25 jaar 79,99 9.157 9.157
01-apr-22 01-jan-26 6,25 jaar 102,04 8.319 8.319
01-apr-23 01-jan-27 6,25 jaar 79,97 8.315 224.422 8.315

UCB | Ons deugdelijk bestuur 174

De voornaamste voorwaarden van de aandelenoptieplannen

Informatie over het afgesloten boekjaar

Naam begunstigde Specificatie van het plan Toekenningsdatum Datum van definitieve verwerving Uitoefenperiode Uitoefenprijs (€) Beginsaldo Aantal In het jaar Toegewezen aandelenopties Eindsaldo Verworven aandelenopties Uitstaande aandelenopties aan het begin van het jaar Uitgeoefende aandelenopties Niet-definitief verworven aandelenopties Definitief verworven maar niet uitgeoefende aandelenopties
Aantal Waarde (€) Aantal
1 23
Jean-Christophe Tellier – CEO Stock appreciation rights 01-apr-13 01-apr-16 7 jaar 49,80 11.272 11.272 0 0
01-apr-14 01-apr-17 7 jaar 58,12 30.656 30.656
Aandelenopties 01-apr-15 01-jan-19 6,25 jaar 67,35 26.800 26.800
01-apr-16 01-jan-20 6,25 jaar 67,24 38.792 38.792
01-apr-17 01-jan-21 6,25 jaar 70,26 39.273 39.273
01-apr-18 01-jan-22 6,25 jaar 66,18 44.741 44.741
01-apr-19 01-jan-23 6,25 jaar 76,09 39.623 100.642 39.623
01-apr-20 01-jan-24 6,25 jaar 76,21 40.214 40.214
01-apr-21 01-jan-25 6,25 jaar 79,99 30.490 30.490
01-apr-22 01-jan-26 6,25 jaar 102,04 27.892 27.892
01-apr-23 01-jan-27 6,25 jaar 79,97 27.369 738.689 27.369
Emmanuel Caeymaex Aandelenopties 01-apr-15 01-jan-19 6,25 jaar 67,35 5.191 5.191
01-apr-16 01-jan-20 6,25 jaar 67,24 9.904 9.904
01-apr-17 01-jan-21 6,25 jaar 70,26 10.822 10.822
01-apr-18 01-jan-22 6,25 jaar 66,18 11.741 11.741
01-apr-19 01-jan-23 6,25 jaar 76,09 10.499 26.667 10.499
01-apr-20 01-jan-24 6,25 jaar 76,21 10.966 10.966
01-apr-21 01-jan-25 6,25 jaar 79,99 8.551 8.551
01-apr-22 01-jan-26 6,25 jaar 102,04 7.937 7.937
01-apr-23 01-jan-27 6,25 jaar 79,97 8.011 216.217 8.011
Sandrine Dufour Aandelenopties 01-apr-21 01-jan-25 6,25 jaar 79,99 8.128 8.128
01-apr-22 01-jan-26 6,25 jaar 102,04 9.008 9.008
01-apr-23 01-jan-27 6,25 jaar 79,97 9.179 247.741 9.179
Jean-Luc Fleurial Aandelenopties 01-apr-18 01-jan-22 6,25 jaar 66,18 7.519 7.519
01-apr-19 01-jan-23 6,25 jaar 76,09 8.405 21.349 8.405
01-apr-20 01-jan-24 6,25 jaar 76,21 8.695 8.695
01-apr-21 01-jan-25 6,25 jaar 79,99 6.626 6.626
01-apr-22 01-jan-26 6,25 jaar 102,04 6.211 6.211
01-apr-23 01-jan-27 6,25 jaar 79,97 6.329 170.820 6.329
Iris Loew-Friedrich Aandelenopties 01-apr-13 01-apr-16 7 jaar 48,69 13.397 13.397 0 0
01-apr-14 01-apr-17 7 jaar 58,12 15.666 15.666
01-apr-15 01-apr-18 7 jaar 67,35 15.521 15.521
01-apr-16 01-apr-19 7 jaar 67,24 14.401 14.401
01-apr-17 01-apr-20 7 jaar 70,26 12.554 12.554
01-apr-18 01-apr-21 7 jaar 66,18 14.472 14.472
01-apr-19 01-apr-22 7 jaar 76,09 10.739 10.739
01-apr-20 01-apr-23 7 jaar 76,21 11.775 28.496 11.775
01-apr-21 01-apr-24 7 jaar 79,99 8.514 8.514
01-apr-22 01-apr-25 7 jaar 102,04 7.699 7.699
01-apr-23 01-apr-26 7 jaar 79,97 7.054 190.387 7.054
Kirsten Lund-Jurgensen Stock appreciation rights 01-apr-20 01-apr-23 7 jaar 79,00 8.617 8.617 0 8.617
01-apr-21 01-apr-24 7 jaar 81,12 6.112 6.112
01-apr-22 01-apr-25 7 jaar 108,45 5.746 5.746
01-apr-23 01-apr-26 7 jaar 82,44 6.477 174.814 6.477
Dhaval Patel Aandelenopties 01-apr-18 01-jan-22 6,25 jaar 66,18 15.273 15.273
01-apr-19 01-jan-23 6,25 jaar 76,09 14.142 35.921 14.142
01-apr-20 01-jan-24 6,25 jaar 76,21 13.328 13.328
01-apr-21 01-jan-25 6,25 jaar 79,99 9.157 9.157
01-apr-22 01-jan-26 6,25 jaar 102,04 8.319 8.319
01-apr-23 01-jan-27 6,25 jaar 79,97 8.315 224.422 8.315

1 Binomiale waarde op de toekenningsdatum.# Geïntegreerd jaarverslag 2023

De voornaamste voorwaarden van de aandelenoptieplannen

Informatie over het afgesloten boekjaar

Naam begunstigde Specificatie van het plan Toekenningsdatum Datum van definitieve verwerving Uitoefenperiode Uitoefenprijs (€) Beginsaldo In het jaar Eindsaldo
Uitstaande aandelenopties aan het begin van het jaar Toegewezen aandelenopties
Aantal Waarde (€) 1
Bill Silbey Stock appreciation rights 01-apr-18 01-apr-21 7 jaar 66,18 1 966 1 966
01-apr-19 01-apr-22 7 jaar 76,56 8 947 8 947
01-apr-20 01-apr-23 7 jaar 79,00 10 858 10 858
01-apr-21 01-apr-24 7 jaar 81,12 7 701 7 701
01-apr-22 01-apr-25 7 jaar 108,45 6 764 6 764
Charl Van Zyl Aandelenopties 01-apr-19 01-jan-23 6,25 jaar 76,09 12 336 12 336
01-apr-20 01-jan-24 6,25 jaar 76,21 12 520 12 520
01-apr-21 01-jan-25 6,25 jaar 79,99 9 141 9 141
01-apr-23 01-jan-27 6,25 jaar 79,97 8 710 8 710
Denelle Waynick Johnson Stock appreciation rights 01-apr-23 01-apr-26 7 jaar 82,44 6 529 6 529

1 Binomiale waarde op toekenningsdatum
2 Het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op de datum waarop de opties definitief worden verworven, verminderd met de uitoefenprijs maal het aantal aandelenopties
3 De waarde van de “stock appreciation rights” voor Kirsten Lund-Jurgensen en Bill Silbey was negatief op het moment van definitieve verwerving, omdat de uitoefenprijs hoger was dan de waarde op de datum van definitieve verwerving
4 Voor Charl Van Zyl zullen, op basis van de regels van het UCB Stock Option Plan, zijn aandelenopties vervallen 6 maanden na beëindiging, wat het einde van februari 2024 is. Als gevolg hiervan zullen de aandelenopties die aan hem zijn toegekend in 2021 en 2023 vervallen vóór hun datum van definitieve verwerving.

De voornaamste voorwaarden van de plannen voor de toekenning van aandelen

Informatie over het afgesloten boekjaar

Naam begunstigde Specificatie van het plan Datum van toekenning 1 Datum van definitieve verwerving Beginsaldo In het jaar Eindsaldo
Uitstaande toegekende aandelen – begin van het jaar Toegekende aandelen Definitief verworven toegekende aandelen
Aantal Waarde (€) Aantal
Sandrine Dufour Toegekende aandelen in cash 01-Jul-20 01-Jul-23 4 000 4 000 323 000

1 Details over toekenning in het respectievelijke verslag over het bezoldigingsbeleid op het moment van toekenning
2 Het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op de datum waarop het aandeel definitief wordt verworven tenzij gespecificeerd door lokale wetgeving.

De belangrijkste voorwaarden van de prestatieaandelenplannen

Informatie over het afgesloten boekjaar

Naam begunstigde Specificatie van het plan Prestatieperiode Datum van toekenning Datum van definitieve verwerving Beginsaldo In het jaar Eindsaldo
Uitstaande prestatieaandelen – begin van het jaar Toegekende aandelen Definitief verworven aandelen
Aantal Waarde (€) 1 Aantal
Jean-Christophe Tellier – CEO Prestatieaandelen 2020-2022 01-apr-20 01-apr-23 27 024 27 024 2 246 505
2021-2023 01-apr-21 01-apr-24 24 332 24 332
2022-2024 01-apr-22 01-apr-25 20 778 20 778
2023-2025 01-apr-23 01-apr-26 25 378 25 378 1 724 181
Emmanuel Caeymaex Prestatieaandelen 2020-2022 01-apr-20 01-apr-23 7 369 7 369 612 585
2021-2023 01-apr-21 01-apr-24 6 824 6 824
2022-2024 01-apr-22 01-apr-25 5 913 5 913
2023-2025 01-apr-23 01-apr-26 7 428 7 428 504 658
Sandrine Dufour Prestatieaandelen 2021-2023 01-apr-21 01-apr-24 6 486 6 486
2022-2024 01-apr-22 01-apr-25 6 711 6 711
2023-2025 01-apr-23 01-apr-26 8 512 8 512 578 305
Jean-Luc Fleurial Prestatieaandelen 2020-2022 01-apr-20 01-apr-23 5 843 5 843 485 729
2021-2023 01-apr-21 01-apr-24 5 288 5 288
2022-2024 01-apr-22 01-apr-25 4 627 4 627
2023-2025 01-apr-23 01-apr-26 5 869 5 869 398 740
Iris Loew-Friedrich Prestatieaandelen 2020-2022 01-apr-20 01-apr-23 7 913 7 913 652 348
2021-2023 01-apr-21 01-apr-24 6 794 6 794
2022-2024 01-apr-22 01-apr-25 5 735 5 735
2023-2025 01-apr-23 01-apr-26 6 541 6 541 444 396
Kirsten Lund-Jurgensen Prestatieaandelen 2020-2022 01-apr-20 01-apr-23 5 791 5 791 481 406
2021-2023 01-apr-21 01-apr-24 4 878 4 878
2022-2024 01-apr-22 01-apr-25 4 281 4 281
2023-2025 01-apr-23 01-apr-26 6 006 6 006 408 048
Dhaval Patel Prestatieaandelen 2020-2022 01-apr-20 01-apr-23 8 957 8 957 744 595
2021-2023 01-apr-21 01-apr-24 7 307 7 307
2022-2024 01-apr-22 01-apr-25 6 197 6 197
2023-2025 01-apr-23 01-apr-26 7 710 7 710 523 817
Prestatieaandelen in cash 2019-2023 01-Okt-19 01-Okt-23 7 000 7 000 546 840
2019-2024 01-Okt-19 01-Okt-24 7 000 7 000
Bill Silbey Prestatieaandelen 2020-2022 01-apr-20 01-apr-23 7 297 6 689 494 919
2021-2023 01-apr-21 01-apr-24 6 146 4 097 340 584
2022-2024 01-apr-22 01-apr-25 5 039 1 680 139 658

1 Binomiale waarde van de prestatieaandelen op 1 april 2023.# Geïntegreerd Jaarverslag 2023

De Belangrijkste Voorwaarden van de Prestatieaandelenplannen

Informatie over het afgesloten boekjaar

Naam begunstigde Specificatie van het plan Prestatieperiode Datum van toekenning Datum van definitieve verwerving Aantal Beginsaldo In het jaar Waarde (€) 1 Aantal Eindsaldo Uitstaande prestatieaandelen – begin van het jaar Toegekende aandelen Definitief verworven aandelen Afhankelijk van prestatiecriteria – niet-definitief verworven
Aantal Waarde (€) 2 Aantal Waarde (€) 3
Charl Van Zyl Prestatieaandelen 2020-2022 01-apr-20 01-apr-23 8 413 699 373 8 413 0
2021-2023 01-apr-21 01-apr-24 7 295 0
2022-2024 01-apr-22 01-apr-25 6 249 0
2023-2025 01-apr-23 01-apr-26 8 077 548 751 0
Denelle Waynick Johnson Prestatieaandelen 2023-2025 01-apr-23 01-apr-26 6 054 411 309 6 054

1 Binomiale waarde van de prestatieaandelen op 1 april 2023. Binomiale waarde: een objectieve techniek om langetermijnincentives te waarderen waarbij een reële waarde van de prijs van het aandeel wordt bepaald over de looptijd van een langetermijnincentive.
2 Marktwaarde van het UCB-aandeel op de datum waarop het definitief wordt verworven, gedefinieerd als het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op die datum, tenzij door de lokale wetgeving gespecificeerd.
3 Voor Iris Loew-Friedrich is de waardering gebaseerd op de lage prijs op de datum van definitieve verwerving in overeenstemming met de Duitse wetgeving.
4 Bill Silbey is in het eerste kwartaal van 2023 op pensioen gegaan. De prestatieaandelen die in 2020, 2021 en 2022 werden toegekend, werden pro rata temporis definitief verworven, zoals gedefinieerd in de regels van het Prestatieaandelenplan. Voor de prestatieaandelen van 2020 was 1 januari 2023 de overeengekomen datum van definitieve verwerving in het kader van zijn pensioen.
5 Charl Van Zyl heeft ontslag genomen bij UCB. Op basis van de regels van het prestatieaandelenplan van UCB zijn zijn prestatieaandelen vervallen op de datum van zijn vertrek.

Bezoldiging bestuurders

Naam Functie Aanwezigheidsgraad (6 vergaderingen) Vaste bezoldiging als bestuurder Presentiegeld Raad van Bestuur Reiskostenvergoeding Auditcomité GNCC Wetenschappelijk Comité Totaal
Jonathan Peacock Voorzitter 1 en voorzitter van het Auditcomité 6/6 € 288 333 € 1 000 € 7 500 € 45 000 € 341 833
Fiona du Monceau Vicevoorzitter en voorzitter van de GNCC ** 6/6 € 120 000 € 9 000 € 35 000 € 164 000
Jean-Christophe Tellier Uitvoerend bestuurder 6/6 € 80 000 € 6 000 € 86 000
Pierre L. Gurdjian 6/6 € 80 000 € 6 000 € 17 000 € 103 000
Jan Berger 6/6 € 80 000 € 6 000 € 45 000 € 131 000
Kay Davies Voorzitter van het Wetenschappelijk Comité 6/6 € 80 000 € 6 000 € 17 000 € 35 000 € 138 000
Albrecht De Graeve 5/6 € 80 000 € 5 000 € 85 000
Susan Gasser 6/6 € 80 000 € 6 000 € 22 500 € 108 500
Charles-Antoine Janssen 6/6 € 80 000 € 6 000 € 22 500 € 108 500
Cyril Janssen 6/6 € 80 000 € 6 000 € 86 000
Viviane Monges 2 2/2 € 26 667 € 2 000 € 7 500 € 36 167
Cédric van Rijckevorsel 6/6 € 80 000 € 6 000 € 86 000
Ulf Wiinberg 5/6 € 80 000 € 5 000 € 45 000 € 130 000
Maëlys Castella 3 4/4 € 53 333 € 4 000 € 15 000 € 72 333
Eindtotaal: € 1 288 333 € 74 000 € 1 676 333

1 Per 8 maart 2023 (komt in aanmerking voor feitelijke presentiegelden, pro rata reiskostenvergoedingen en bestuurdersvergoedingen tot deze datum)
2 Tot 27 april 2023
3 Per 27 april 2023

Bezoldiging van niet-uitvoerend bestuurders voor 2023

De volgende tabel geeft een overzicht van de bezoldiging die elke niet-uitvoerend bestuurder in 2023 heeft ontvangen. Dit omvat de vaste jaarlijkse vergoeding voor leden van de Raad van Bestuur en de comités, het presentiegeld per vergadering van de Raad en de eventueel betaalde reiskostenvergoedingen.

3.8 Belangrijkste kenmerken van interne controle- en risicobeheersystemen van UCB

3.8.1 Interne controle

Als bestuursorgaan van UCB leidt de Raad UCB als een ondernemer, en is hij verantwoordelijk voor het goedkeuren van de strategie en doelstellingen van de vennootschap. Dit omvat het toezicht op de ontwikkeling, implementatie en handhaving van een effectief systeem van interne controles, zoals hieronder verder beschreven, maar ook risicobeheerprocessen zoals verder beschreven in 3.8.2 hieronder.

Het Auditcomité staat de Raad bij in zijn opdracht van toezicht op de interne controle- en risicobeheerprocessen opgesteld door het management van UCB en de UCB Groep in haar geheel, op de doeltreffendheid van de algemene interne controleprocessen van UCB, het globale proces van financiële verslaggeving, de commissaris (met inbegrip van zijn benoemingsprocedure), en de Global Internal Audit-afdeling en de doeltreffendheid daarvan.

Het management van UCB staat in voor de ontwikkeling en binnen UCB handhaving van passende interne controles om redelijke zekerheid te bieden betreffende de betrouwbaarheid van de financiële informatie, de naleving van toepasselijke wet- en regelgeving op de meest doeltreffende manier. Op het interne-controleproces wordt wereldwijd toegezien door de Interne Audit afdeling op geautomatiseerde wijze voor toegang tot systemen en splitsing van taken, het uitvoeren van testen op zelfcontrole beoordelingen, en het toezien op permanente controles.

Er werden informatiesystemen ontwikkeld om de langetermijndoelstellingen van UCB te ondersteunen, die beheerd worden door een professioneel Information Management team. Als een belangrijk onderdeel van het interne controlesysteem van het management herbekijkt UCB jaarlijks haar business plan en bereidt ze een gedetailleerd jaarlijks budget voor elk boekjaar voor, dat wordt beoordeeld en goedgekeurd door de Raad. Een managementrapporteringssysteem werd opgezet, dat de bedrijfsleiding zicht geeft op financiële en operationele prestatie-indicatoren. Maandelijks worden door de bedrijfsleiding financiële verslagen voorbereid om elk belangrijk onderdeel van de activiteiten af te dekken. Afwijkingen ten opzichte van het budget of van vroegere verwachtingen worden geanalyseerd, verklaard en er wordt tijdig op gereageerd.

Naast de regelmatige beraadslagingen van de Raad, komt ook het Uitvoerend Comité minstens maandelijks samen om de prestaties te bespreken, waarbij, indien nodig, over specifieke projecten wordt overlegd.

De Global Internal Audit-functie is een onafhankelijke, objectieve controle- en adviesafdeling, bedoeld om waarde toe te voegen en de activiteiten van een organisatie te verbeteren. Ze helpt UCB haar doelstellingen te bereiken door middel van een systematische, gedisciplineerde aanpak om de doeltreffendheid van haar processen met betrekking tot risicobeheer, controle en bestuur te beoordelen en verbeteren. De Global Internal Audit-groep implementeert een Audit Plan bestaande uit financiële, compliance en operationele audits en beoordelingen. Dit Plan werd beoordeeld en goedgekeurd door het Auditcomité en omvat de relevante bedrijfsactiviteiten van UCB. Het programma omvat onafhankelijke beoordelingen van de interne controle- en risicobeheersystemen. De bevindingen en de status van de corrigerende maatregelen worden regelmatig schriftelijk aan het Uitvoerend Comité gerapporteerd, en er wordt minstens twee keer per jaar schriftelijk aan het Auditcomité gerapporteerd over de status van de voltooiing van het auditplan alsook over een samenvatting van de bevindingen en corrigerende maatregelen.

UCB nam formele procedures aan voor de interne controle aangaande financiële rapportering, waaraan wordt gerefereerd als de “Transparantie Richtlijn Procedure”.# UCB | Ons deugdelijk bestuur

3.8.1 Financiële Rapportering en Interne Controle

Deze procedure is erop gericht het risico van selectieve openbaarmaking te beperken; draagt ertoe bij dat de bekendmaking door UCB van alle belangrijke informatie aan haar beleggers, schuldeisers en toezichthouders precies, volledig en tijdig gebeurt en de toestand van UCB correct weergeeft; en draagt ertoe bij adequate openbaarmaking te garanderen van belangrijke financiële en niet-financiële informatie en belangrijke gebeurtenissen, transacties en risico’s. Het proces bestaat uit een aantal onderdelen. Bepaalde personen op sleutelposities in het interne controleproces, waaronder alle leden van het Uitvoerend Comité, dienen schriftelijk te verklaren dat ze de vereisten van UCB inzake financiële rapportering begrijpen en hebben nageleefd, inclusief redelijke zekerheid te verschaffen betreffende de efficiëntie en doeltreffendheid van de activiteiten, de betrouwbaarheid van financiële informatie en naleving van de wet- en regelgeving. Om te verzekeren dat zij de uitgebreide waaier aan potentiële problemen kunnen inschatten, wordt hen een gedetailleerde checklist bezorgd om in te vullen, die hen kan helpen bij hun verklaring. Verder wordt een gedetailleerde, wereldwijde beoordeling uitgevoerd van verkopen, kredieten en daaraan verbonden bruto-naar-netto rekeningen, vorderingen, handelsvoorraden, overlopende rekeningen, voorzieningen, reserves en betalingen. De financiële directeurs/ vertegenwoordigers van alle afzonderlijke juridische entiteiten dienen daarnaast schriftelijk te bevestigen dat hun financiële rapportering in deze domeinen op betrouwbare gegevens is gesteund en dat hun resultaten correct zijn weergegeven overeenkomstig de geldende vereisten. Deze procedures worden gecoördineerd door de Global Internal Audit-afdeling vóór de vrijgave van de halfjaar- en jaarresultaten. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met het Chief Accounting Office, alsook met de belangrijkste interne belanghebbenden en de commissaris. Gepaste opvolging wordt gegeven aan elk potentieel probleem en eventuele wijzigingen aan de gerapporteerde financiële informatie of openbaarmakingen worden geëvalueerd. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met de CEO en CFO, en nadien met het Auditcomité, voorafgaand aan de bekendmaking van de rekeningen.

185 Geïntegreerd jaarverslag 2023

3.8.2 Risicobeheer

De volledige UCB Groep en al haar dochtervennootschappen wereldwijd zijn toegewijd om een effectief risicobeheersysteem te voorzien, om de dreigingen te minimaliseren die een impact kunnen hebben op onze mogelijkheid om onze strategische plannen en doelstellingen te verwezenlijken. Daarom heeft de UCB Groep de volgende risicobeheer praktijken aangenomen:

  • Een globaal risicobeheerbeleid, van toepassing op de hele UCB Groep en haar wereldwijde dochtervennootschappen, beschrijft het engagement van UCB om doorheen de UCB Groep een doeltreffend risicobeheersysteem te voorzien en beschrijft het kader en het design voor het beheren van de belangrijkste risico’s bij UCB.
  • De Raad is verantwoordelijk voor de goedkeuring van de strategie van de UCB Groep en voor de evaluatie van en het toezicht op de effectieve implementatie van de systemen en processen voor risicobeheer door de UCB Groep. De Raad, ondersteund door het Auditcomité, herziet op regelmatige basis de gebieden waarin risico’s een grote impact zouden kunnen hebben op de financiële situatie, reputatie of duurzaamheid van de Groep.
  • Het Auditcomité controleert het algemene risicobeheersysteem van UCB.
  • Het Uitvoerend Comité is verantwoordelijk voor de implementatie van de risicobeheerstrategie en -doelstellingen, en voor het verdedigen van de prioritisering, controle en toezicht op de risico’s die kritiek zijn voor UCB’s succes.
  • De Global Internal Audit -functie is belast met de onafhankelijke en regelmatige controle en validatie van het risicobeheersysteem binnen UCB. Daarnaast heeft de Global Internal Audit-functie als opdracht om, in overleg met de business, te beslissen over maatregelen om vastgestelde risico’s aan te pakken en te controleren.
  • Het Head of Enterprise Risk Management bezorgt regelmatig updates aan het Uitvoerend Comité, en op regelmatige basis eveneens aan het Auditcomité en de Raad.
  • Het Risk2Value Table en Strategic Risk Council, samengesteld uit leden van het senior management van alle bedrijfsfuncties, levert strategisch leiderschap ter ondersteuning van het proces van de evaluatie van het vaststellen van risico’s op bedrijfsniveau en het proces voor vaststellen van prioriteiten, en wordt ondersteund door een Enterprise Risk Management dat de reële of potentiële risico’s of blootstelling daaraan op doeltreffende wijze beoordeelt, rapporteert en beheert. De bronnen van risico-informatie omvatten de beoordeling van de bedrijfsfuncties (bottom-up), de inbreng van de leiding (top-down) en de externe context van de organisatie (outside-in).
  • De verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor risico’s op elk niveau ligt bij het relevante managementteam. Elk toprisico staat onder toezicht van een lid van het Uitvoerend Comité, dat ervoor verantwoordelijk is om de aard van het risico te begrijpen en ons in staat te stellen erop te reageren.
  • De Enterprise Risk Management-groep licht op permanente basis zijn bestuursstructuur en engagement met belanghebbenden door, om te zorgen dat robuuste doorlichtingen, prioritisering en antwoorden worden verkregen. Ons risicobeheersysteem is gebaseerd op actuele plannen, ramingen en projecties van het management en ons risicoprofiel evolueert voortdurend naarmate interne en externe factoren en bijbehorende risicoaannames in de tijd veranderen.

3.9 Persoonlijke beleggingstransacties en handel in UCB-aandelen

De Raad heeft een “Dealing Code” aangenomen om handel met voorkennis en marktmisbruik te voorkomen, in het bijzonder tijdens de periodes voorafgaand aan de publicatie van resultaten of informatie die de prijs van UCB effecten zou kunnen beïnvloeden, of, in voorkomend geval, de prijs van effecten uitgegeven door een derde partij-vennootschap. In 2016 werd een nieuwe Dealing Code goedgekeurd door de Raad om de regels te weerspiegelen van EU Verordening nr. 596/2014 over Marktmisbruik, Richtlijn 2014/57/EU over strafsancties voor marktmisbruik en de Belgische wet van 2 augustus 2002 over het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, zoals gewijzigd door de wet van 27 juni 2016, die van kracht werd op 3 juli 2016. In 2017 herbekeek UCB de Dealing Code en werkte deze bij om deze nieuwe wetgeving weer te geven en overwegingen met betrekking tot ethiek op te nemen in overeenstemming met onze Patiëntenwaarde Strategie. In 2019 werden enkele praktische zaken aangepast in de Dealing Code. De Dealing Code omvat regels voor bestuurders, het uitvoerend management en werknemers op sleutelposities, die verbieden om UCB-aandelen of andere financiële instrumenten verbonden met het UCB-aandeel te verhandelen tijdens een bepaalde periode vóór de bekendmaking van haar financiële resultaten (zogenaamde “gesloten periodes”). Verder verbiedt deze aan personen die voorkennis bezitten of weldra zouden kunnen bezitten om te handelen in UCB-aandelen of andere gerelateerde effecten.

De Raad heeft de Group General Counsel (Denelle J. Waynick Johnson) en de Group Secretary General (Xavier Michel) aangeduid als Insider Trading Compliance Officers. Hun taken en verantwoordelijkheden worden in de Dealing Code bepaald. In overeenstemming met de Dealing Code heeft de Vennootschap de lijst vastgelegd van personen met leidinggevende verantwoordelijkheid (bestuurders en leden van het Uitvoerend Comité) en de lijst van personen op sleutelposities, die de Insider Trading Compliance Officer(s) vooraf moeten informeren en goedkeuring moeten krijgen voor de transacties in UCB-aandelen en verbonden effecten die ze willen uitvoeren voor eigen rekening. Transacties in effecten van de Vennootschap door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid of door personen nauw met hen verbonden, moeten ook gemeld worden aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA), de Belgische toezichthouder op de markten. De procedure voor dergelijke rapportering en de verplichtingen die hieraan verbonden zijn, zijn ook opgenomen in de Dealing Code van UCB. De Dealing Code is beschikbaar op de website van UCB.

Indien u meer wilt leren over de belangrijkste risico’s en over milieugerelateerde en sociale risico’s, bezoek dan de sectie Risicobeheer. Voor meer informatie over financiële risico’s, bezoek de financiële Toelichting 5.

UCB | Ons deugdelijk bestuur

186

3.10 Externe controle

De externe commissaris is het auditkantoor Mazars Bedrijfsrevisoren – Réviseurs d'Entreprises CVBA – Bolwerklaan 21, bus 8, 1210 Sint-Joost-ten-Node (Brussel) – België (“Mazars”), momenteel vertegenwoordigd door dhr. Anton Nuttens. Deze commissaris werd benoemd door de algemene vergadering van 29 april 2021 voor een mandaat van drie jaar (wettelijke termijn), dat eindigt op de Algemene vergadering van 2024. Dit mandaat is hernieuwbaar en zal tijdens de Algemene vergadering van 2024 worden voorgelegd voor een nieuwe termijn van drie jaar. Indien het mandaat wordt verlengd, zal Mazars worden vertegenwoordigd door dhr. Sébastien Schueremans. Mazars werd benoemd tot commissaris in alle dochtervennootschappen van de UCB Groep wereldwijd.# Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007

3.11.1 Kapitaalstructuur van UCB, met vermelding van de verschillende soorten aandelen en, voor elke soort aandelen, van de rechten en plichten die eraan verbonden zijn en het percentage van het geplaatste aandelenkapitaal dat erdoor wordt vertegenwoordigd op 31 december 2023

Vanaf 13 maart 2014 bedraagt het aandelenkapitaal van UCB € 583 516 974, vertegenwoordigd door 194 505 658 volledig volgestorte aandelen zonder nominale waarde. Aan alle UCB- aandelen zijn dezelfde rechten verbonden. Er zijn geen verschillende soorten van UCB-aandelen (zie sectie 3.2.2).

3.11.2 Wettelijke of statutaire beperkingen op de overdracht van effecten

Beperkingen op de overdracht van effecten zijn enkel van toepassing op niet volledig volgestorte aandelen, overeenkomstig artikel 11 van de statuten van UCB (de “Statuten”), dat bepaalt als volgt:

(“…) B) Elke aandeelhouder van niet volledig volgestorte aandelen die alle of een deel van zijn effecten wenst af te staan zal zijn voornemen bij een ter post aangetekende brief aan de raad van bestuur betekenen, waarbij hij de naam van de kandidaat- overnemer, het aantal te koop gestelde effecten, de prijs en de voorwaarden van de geplande afstand aangeeft. De Raad van Bestuur kan zich per aangetekende brief binnen een maand na deze kennisgeving tegen deze verkoop verzetten, door aan de verkopende aandeelhouder een andere kandidaat als koper voor te stellen. De door de Raad voorgestelde kandidaat zal over een recht van voorkoop beschikken op de te koop gestelde effecten tenzij de kandidaat verkoper, binnen de vijftien dagen, verkiest aan de afstand te verzaken. Het recht van voorkoop zal worden uitgeoefend tegen een eenheidsprijs gelijk aan de laagste van de twee zoals hierna bepaalde bedragen:

  • De gemiddelde sluitingskoers van het gewoon UCB aandeel op de “continumarkt” op Euronext Brussels van de dertig open beursdagen die de betekening waarvan sprake in voorgaande alinea voorafgaan, verminderd met het nog te volstorten bedrag;
  • De eenheidsprijs die ter goedkeuring wordt aangeboden door de derde.

Voormelde kennisgeving door de Raad van Bestuur zal gelden als kennisgeving van de uitoefening van het recht van voorkoop, in naam en voor rekening van de door de Raad voorgestelde kandidaat-overnemer. De prijs zal betaalbaar zijn binnen de maand van deze kennisgeving, onverminderd de door de kandidaat-overnemer gunstigere aangeboden voorwaarden.

C) Indien de Raad van Bestuur niet antwoord binnen de maand van de kennisgeving, op de kennisgeving waarvan sprake in de eerste alinea van subsectie b), zal de verkoop in voordeel van de kandidaat-overnemer kunnen plaatsvinden, aan voorwaarden die minstens gelijk zijn aan deze bepaald in gezegde kennisgeving. (…”)

Op dit moment is het kapitaal van UCB volledig volgestort.

3.11.3 Houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden, en een beschrijving van deze rechten

Er zijn geen dergelijke effecten.

3.11.4 Mechanisme voor de controle van enig aandelenplan voor werknemers wanneer de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend

Er is geen dergelijk systeem.

3.11.5 Wettelijke of statutaire beperkingen van de uitoefening van het stemrecht

De bestaande UCB-aandelen verlenen de houders ervan stemrecht op de algemene vergadering. Overeenkomstig artikel 38 van de statuten, zijn de volgende beperkingen van toepassing:

“Ieder aandeel geeft recht op één stem. Iedere persoon of entiteit die aandelen, al dan niet op naam, in het kapitaal van de vennootschap verwerft of erop intekent, waaraan stemrecht is verbonden, zal verplicht zijn binnen de door de wet voorgeschreven termijn het aantal verworven of ingeschreven aandelen aan te geven, samen met het totale aantal aandelen dat hij bezit, wanneer dat aantal in totaal meer bedraagt dan een aandeel van 3% van het totale aantal stemrechten dat, vóór een eventuele vermindering, in een algemene vergadering kan worden uitgeoefend. Dezelfde procedure zal moeten worden gevolgd telkens wanneer de persoon die verplicht is de bovenvermelde initiële verklaring af te leggen, zijn stemrecht verhoogt tot 5%, 7,5%, 10% en vervolgens voor elke bijkomende 5% van de totale stemrechten die hij zoals hierboven bepaald heeft verworven, of wanneer zijn stemrecht na de verkoop van aandelen daalt tot onder één van de bovenvermelde limieten. Dezelfde kennisgevingverplichtingen zijn van toepassing op effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten indien zij de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst (dit wil zeggen een overeenkomst die krachtens het toepasselijke recht bindend is), reeds uitgegeven stemrechtverlenende UCB | Ons deugdelijk bestuur 188 effecten te verwerven. Opdat de kennisgevingverplichtingen toepassing zouden vinden, moet de houder, al dan niet op termijn, hetzij het onvoorwaardelijke recht hebben om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven hetzij naar eigen goeddunken gebruik kunnen maken van zijn recht om dergelijke stemrechtverlenende effecten al dan niet te verwerven. Indien het recht van de houder om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven enkel afhangt van een gebeurtenis die de houder vermag te doen plaatshebben of te verhinderen wordt dit recht als onvoorwaardelijk beschouwd. Deze verklaringen zullen gebeuren in de gevallen en overeenkomstig de modaliteiten voorzien in de geldende wetgeving betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Niet- naleving van deze wettelijke verplichting zal kunnen worden bestraft op de wijze bepaald in de toepasselijke artikelen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Niemand kan op de algemene vergadering aan de stemming deelnemen voor meer stemrechten dan degene verbonden aan aandelen waarvan hij, overeenkomstig voorgaande alinea, het bezit ter kennis heeft gegeven, minstens twintig dagen voor de datum van de vergadering.”

Het stemrecht verbonden aan UCB-aandelen die UCB of haar rechtstreekse of onrechtstreekse dochtervennootschappen aanhouden zoals het geval kan zijn, wordt van rechtswege geschorst.

3.11.6 Aandeelhoudersovereenkomsten die bekend zijn bij UCB en aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en/of van de uitoefening van stemrechten

UCB heeft geen kennis van de inhoud van schriftelijke overeenkomsten die zouden kunnen leiden tot beperkingen op de overdracht van haar effecten en/of de uitoefening van stemrechten.

3.11.7 A. Regels voor de benoeming en vervanging van leden van de Raad

Artikel 15 van de Statuten: “De vennootschap wordt bestuurd door een Raad van Bestuur van ten minste drie leden, al dan niet aandeelhouders, die door de algemene vergadering worden benoemd voor een termijn die ten laatste eindigt aan het einde van de vierde jaarlijkse algemene vergadering volgend op de datum waarop hun benoeming is ingegaan. De algemene vergadering kan te allen tijde, zonder opgave van redenen en met onmiddellijke ingang, een einde maken aan het mandaat van iedere bestuurder. De uittredende bestuurders zijn herverkiesbaar. De opdracht der niet herkozen uittredende bestuurders eindigt onmiddellijk na de gewone algemene vergadering. De algemene vergadering bepaalt de vaste of variabele bezoldiging van de bestuurders en het bedrag van hun presentiegeld, te boeken ten laste van de bedrijfskosten.”

De algemene vergadering beslist bij gewone meerderheid over deze aangelegenheden. De regels betreffende de samenstelling van de Raad van Bestuur worden uitvoerig beschreven in sectie 3.2 van het Charter als volgt:

Samenstelling van de Raad van Bestuur (sectie 3.2.1 van het Charter)
“De Raad is van mening dat een aantal van 10 tot 15 leden aangewezen is met het oog op een efficiënte besluitvorming enerzijds en de bijdrage van ervaring en kennis op verschillende gebieden anderzijds. Een dergelijk aantal maakt het ook mogelijk om de samenstelling van de Raad zonder grote mate van ontwrichting te wijzigen. Dit gaat verder dan de wetgeving en de statuten van UCB, die bepalen dat de Raad uit minstens drie leden moet bestaan. De algemene vergadering beslist over het aantal bestuurders, op voorstel van de Raad. Een grote meerderheid van de leden van de Raad zijn niet- uitvoerend bestuurders. De curricula vitae van de bestuurders en van de kandidaat-bestuurders kunnen worden geraadpleegd op de website van UCB (www.ucb.com). Deze curricula vitae vermelden ook de bestuursmandaten die elk lid van de Raad in andere beursgenoteerde vennootschappen uitoefent.”

Benoeming van bestuurders (sectie 3.2.2 van het Charter)
“De bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering, op voorstel van de Raad en op aanbeveling van het GNCC.# UCB | Ons deugdelijk bestuur

Wanneer de Raad kandidaten aan de algemene vergadering voorstelt, houdt hij in het bijzonder rekening met volgende criteria:
• een grote meerderheid van de bestuurders zijn niet-uitvoerend bestuurders;
• ten minste drie niet-uitvoerend Bestuurders zijn onafhankelijk overeenkomstig de algemene wettelijke definitie, de criteria van de Code 2020 en de door de Raad vastgestelde criteria;
• geen enkele individuele bestuurder of een groep van bestuurders kan de besluitvorming domineren;
• de samenstelling van de Raad garandeert diversiteit van vaardigheden, achtergrond, leeftijd en geslacht, en draagt bij tot de ervaring, kennis en bekwaamheid die vereist zijn voor de gespecialiseerde internationale activiteiten van UCB; en
• kandidaten zijn volledig beschikbaar om hun functies uit te oefenen en oefenen niet meer dan vijf bestuursmandaten uit in genoteerde vennootschappen. Wijzigingen in hun andere relevante verbintenissen en hun nieuwe verbintenissen buiten de Vennootschap moeten worden gemeld aan de Voorzitter van de Raad en de Secretaris van de Vennootschap wanneer zij zich voordoen.

189 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Het GNCC verzamelt informatie, die de Raad in staat stelt om zich ervan te verzekeren dat de voornoemde criteria vervuld zijn op het ogenblik van de (her)benoemingen en tijdens de duur van het mandaat. Voor elke nieuwe benoeming van een bestuurder voert het GNCC een beoordeling uit van reeds aanwezige en vereiste vaardigheden, en kennis en ervaring in de Raad. Het profiel van de ideale kandidaat wordt opgemaakt op basis van die beoordeling en aan de Raad voorgesteld voor bespreking en definitieve vaststelling. Eens het profiel is vastgesteld, selecteert het GNCC kandidaten die voldoen aan het profiel, en dit in overleg met de leden van de Raad (inclusief de voorzitter van het Uitvoerend Comité) en eventueel met behulp van een wervingsbureau. Het GNCC doet de aanbeveling van de uiteindelijke kandidaat aan de Raad. Bij het doen van een dergelijke aanbeveling wordt relevante informatie aan de Raad verstrekt (zoals een curriculum vitae, een beoordeling, een lijst van de beklede functies en, indien van toepassing, alle noodzakelijke informatie over de onafhankelijkheid van de kandidaat). De Raad beslist over de voorstellen die aan de aandeelhouders ter goedkeuring zullen worden voorgelegd.”

Duur van mandaten en leeftijdsgrens (sectie 3.2.4 van het Charter)

Bestuurders worden benoemd door de Algemene vergadering van aandeelhouders voor een termijn die uiterlijk afloopt aan het einde van de vierde algemene vergadering volgend op de datum waarop hun benoeming van kracht werd, en hun termijn kan worden verlengd. Daarnaast werd een leeftijdsgrens van 70 jaar vastgelegd. Een bestuurder zal zijn/haar mandaat ter beschikking stellen op de dag van de algemene vergadering die volgt op zijn/haar 70ste verjaardag. De Raad mag uitzonderingen voorstellen op die regel.”

Procedure voor benoeming, verlenging van termijnen (sectie 3.2.5 van het Charter)

“Het proces van benoeming en herverkiezing van Bestuurders wordt geleid door het GNCC, dat aanbevelingen doet aan de Raad en ernaar streeft om een optimaal niveau van bekwaamheden en ervaring binnen UCB en haar Raad te handhaven. De Raad beoordeelt de voorstellen tot (her)benoeming, ontslag en eventuele terugtreding van een bestuurder, op aanbeveling van het GNCC. Het GNCC beoordeelt alle bestuurders die kandidaat zijn voor herbenoeming bij de volgende algemene vergadering, voor wat betreft hun toewijding en doeltreffendheid, waarna aan de Raad een aanbeveling met betrekking tot hun herbenoeming wordt gedaan. Speciale aandacht wordt gegeven aan de evaluatie van de Voorzitster van de Raad en de Voorzitters van de comités van de Raad. De evaluatie wordt uitgevoerd door de Voorzitster van het GNCC en de Vicevoorzitter van de Raad of een ander lid van het GNCC, die samenzitten met elke bestuurder in hun hoedanigheid van bestuurder en, in voorkomend geval, in hun hoedanigheid van Voorzitter of lid van een comité van de Raad. De Voorzitter van de Raad en het GNCC wordt beoordeeld door de Vicevoorzitter van de Raad en een senior onafhankelijk bestuurder. Deze sessies verlopen aan de hand van een vragenlijst en behandelen de rol van de bestuurder in het bestuur van UCB en de doeltreffendheid van de Raad, en onder meer hoe zij hun toewijding, inbreng en constructieve deelname aan de beraadslaging en besluitvorming evalueren. Feedback wordt bezorgd aan het GNCC, dat op zijn beurt rapporteert aan de Raad en aanbevelingen maakt aangaande de voorgestelde herbenoemingen. De Raad legt zijn voorstellen betreffende benoemingen, herbenoemingen, ontslag of eventuele terugtreding van bestuurders voor aan de algemene vergadering. Deze voorstellen worden meegedeeld aan de algemene vergadering als onderdeel van de agenda van de betreffende algemene vergadering. De algemene vergadering van aandeelhouders besluit over elk voorstel tot benoeming van bestuurders afzonderlijk en de voorstellen van de Raad op dit gebied worden aangenomen met een meerderheid van de stemmen. Wanneer een plaats van bestuurder openvalt, heeft de Raad het recht om voorlopig in de vacature te voorzien, waarbij het zijn beslissing kan laten bekrachtigen door de eerstvolgende algemene vergadering. De Raad ziet erop toe dat er een opvolgingsplanning voor de leden van de Raad bestaat. De benoemingsvoorstellen vermelden of de kandidaat al of niet wordt voorgedragen als uitvoerend bestuurder, bepalen de voorgestelde duur van het mandaat (d.i. niet meer dan vier jaar, in overeenstemming met de statuten) en delen mee waar alle nuttige informatie over de professionele kwalificaties van de kandidaat, alsook diens belangrijkste functies en bestuursmandaten kunnen worden bekomen of geraadpleegd. De Raad geeft ook aan of de kandidaat voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van het WVV en de Code 2020, zoals het feit dat een bestuurder, om als “onafhankelijk” te worden gekwalificeerd, geen mandaat van meer dan twaalf jaar mag uitoefenen als niet-uitvoerend lid van de Raad. Er zal aan de algemene vergadering worden voorgesteld om de onafhankelijkheid te bekrachtigen. Deze bepalingen zijn ook van toepassing op voorstellen voor benoemingen die uitgaan van aandeelhouders. De voorstellen voor benoeming zijn beschikbaar op de website van UCB ( www.ucb.com ).”

Het Charter bepaalt bijkomend dat een bestuurder als onafhankelijk kwalificeert als hij of zij geen zakelijke of andere

UCB | Ons deugdelijk bestuur 190

relaties met de UCB Groep heeft die zijn/haar onafhankelijk oordeel zou kunnen in het gedrang brengen. Bij de beoordeling van dit criterium houdt de Raad rekening met een betekenisvolle status als afnemer, leverancier of aandeelhouder van de UCB Groep op een individuele basis.

3.11.7. B. Regels voor de wijziging van de statuten van UCB

De regels met betrekking tot statutenwijzigingen worden bepaald door het WVV. De beslissing om de Statuten te wijzigen, moet genomen worden door de algemene vergadering, in principe met een meerderheid van 75% van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat ten minste 50% van het aandelenkapitaal van UCB aanwezig of vertegenwoordigd is op de vergadering. Indien op de eerste buitengewone algemene vergadering het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, dan kan een tweede buitengewone algemene vergadering worden bijeengeroepen, die kan beslissen zonder aanwezigheidsquorum. In uitzonderlijke omstandigheden (bijvoorbeeld wijziging van het doel van de vennootschap, wijziging van rechten verbonden aan effecten) kunnen bijkomende aanwezigheids- en stemquoravereisten van toepassing zijn.

3.11.8 Bevoegdheden van de Raad van Bestuur, in het bijzonder wat de mogelijkheid tot uitgifte of inkoop van aandelen betreft

Bevoegdheden van de Raad van Bestuur

De Raad is het bestuursorgaan van UCB. De Raad heeft de bevoegdheid om alle beslissingen te nemen over alle aangelegenheden die de Wet niet uitdrukkelijk toewijst aan de algemene vergadering van aandeelhouders. Voor alle zaken waarvoor de Raad verantwoordelijk is, werkt deze nauw samen met het Uitvoerend Comité. De meeste beslissingen die door de Raad moeten worden genomen, worden voorgesteld door het Uitvoerend Comité. Het Uitvoerend Comité bestaat uit het topmanagement van UCB. Het zorgt voor de implementatie, de toetsing en de coördinatie van de strategische plannen van de UCB Groep op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, operaties, financiële, administratieve, risico- en juridische kwesties, personeelsbeleid en investeringen.

De Raad is bevoegd om aandelen uit te geven of in te kopen. De buitengewone algemene vergadering van 30 april 2022 heeft beslist om (i) de machtiging van de Raad van Bestuur (en de bijhorende statutenwijziging) om het maatschappelijk kapitaal te verhogen, onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, in één of meerdere transacties, voor een nieuwe periode van twee jaar te hernieuwen, binnen de grenzen en onder de voorwaarden zoals hierboven uiteengezet in sectie 3.2. 4 Toegestaan kapitaal, en (ii) de machtiging van de Raad, voor een nieuwe periode van twee jaar, die aanvangt op 1 juli 2022 en afloopt op 30 juni 2024, om rechtstreeks of onrechtstreeks, op of buiten de beurs, door aankoop, ruil, inbreng of op eender welke andere wijze, tot 10% van het totale aantal aandelen van de Vennootschap, berekend op de datum van elke verwerving, te verwerven, binnen de grenzen en onder de voorwaarden zoals hierboven uiteengezet onder 3.2.3 Eigen aandelen. Deze bevoegdheden zullen ter verlenging worden voorgelegd aan de Algemene vergadering van 2024, opnieuw voor een periode van twee jaar, tot 2026.# 3.11.9 Important agreements to which UCB is a party and which take effect, undergo amendments or expire in the event of a change of control over UCB following a public takeover bid, as well as their consequences, except where they are of such a nature that their disclosure would seriously prejudice UCB; this derogation is not applicable if UCB is specifically required to disclose such information by virtue of other legal requirements

  • A credit agreement for € 1 billion between, among others, UCB NV and various subsidiaries of UCB NV, as original borrowers and original guarantors, BNP Paribas Fortis SA/NV as agent and various other financial institutions as original lenders dated 27 March 2023, with a change of control clause approved by the general meeting of 27 April 2023, under which all borrowers may, in certain circumstances, demand repayment of their share of the loan, including accrued interest and all other accrued and outstanding amounts, in the event of a change of control over UCB NV.
  • Euro Medium Term Note Program dated 6 March 2013, with a last update of the base prospectus dated 17 October 2023, for an amount of € 5 billion (the “EMTN Program”). Clause 5(e)(i) provides that, for those Notes issued under the EMTN Program in which a 'change of control put right' is included in the final terms, each holder of such Note may, following a change of control over UCB NV, demand repayment of that Note by exercising such a 'put' right. In accordance with article 7:151 of the WVV, the change of control clause described above, which the EMTN Program of 6 March 2013 provides for, has been approved by the general meetings of 25 April 2013, 24 April 2014, 30 April 2015, 28 April 2016, 27 April 2017, 26 April 2018, 25 April 2019, 30 April 2020, 29 April 2021, 28 April 2022 and 27 April 2023 with respect to all series of Notes to be issued under the EMTN Program within the 12 months following those respective general meetings and to which that change of control applies. A similar approval in accordance with article 7:151 of the WVV will be submitted to the general meeting of 25 April 2024 with respect to Notes that would be issued under the EMTN Program from 25 April 2024 up to and including 24 April 2025, and to which such a change of control clause would apply.
  • Private placement bond of 1.000% with a maturity until 1 October 2027 for an amount of € 150 million issued on 1 October 2020 under the Euro Medium Term Note Program of 6 March 2013, to which the change of control clause of this program applies.
  • Institutional bond of 1.000% with a maturity until 30 March 2028 for an amount of € 500 million issued on 30 March 2021 under the Euro Medium Term Note Program of 6 March 2013, to which the change of control clause of this program applies.
  • Retail bond of 5.200% with a maturity until 21 November 2029 for an amount of € 300 million issued on 21 November 2023 under the Euro Medium Term Note Program of 18 October 2023, to which the change of control clause of this program applies.
  • Credit agreement for € 350 million between UCB NV as borrower and the EIB, the change of control clause of which will be submitted to the general meeting of 28 April 2022, and under which, in certain circumstances, the credit, including accrued interest and all other accrued and outstanding amounts, becomes immediately due and payable – at the EIB's discretion – in the event of a change of control over UCB NV.
  • A term credit agreement originally for an amount of US$ 2,070 million between, among others, UCB NV and Biopharma SRL, as borrowers, and BNP Paribas Fortis SA/NV and Bank of America Merrill Lynch International Designated Activity Company as arrangers dated 10 October 2019, and under which a first amending facility for a total amount of € 90 million between UCB NV and the lender of the first amending facility dated 28 July 2022 and a second amending facility agreement for a total amount of € 90 million between UCB NV and the lender of the second amending facility dated 19 January 2023 were established and the establishment of which does not lead to an increase of the outstanding amount exceeding the original amount of this facility, with a change of control clause, under which all borrowers may, in certain circumstances, demand repayment of their share of the loan, including accrued interest and all other accrued and outstanding amounts, in the event of a change of control over UCB NV. In accordance with article 7:151 of the WVV, the general meeting of 30 April 2020 approved this change of control clause.
  • A term credit agreement for US$ 800 million between, among others, UCB NV and Biopharma SRL, as borrowers, and BNP Paribas Fortis SA/NV and Barclays Bank PLC as arrangers dated 19 January 2022, with a change of control clause, under which all borrowers may, in certain circumstances, demand repayment of their share of the loan, including accrued interest and all other accrued and outstanding amounts, in the event of a change of control over UCB NV, and the change of control clause of which will be submitted to the general meeting of 28 April 2022 in accordance with article 7:151 of the WVV.
  • A Schuldschein loan agreement for € 108.5 million between UCB NV, as borrower, UCB Biopharma SRL, as guarantor, and ING Bank, a branch of ING-DIBA AG, as original lender dated 2 November 2022, with a change of control clause, under which all borrowers may, in certain circumstances, demand repayment of their share of the loan, including accrued interest and all other accrued and outstanding amounts, in the event of a change of control over UCB NV, and the change of control clause of which was submitted to the general meeting of 27 April 2023 in accordance with article 7:151 of the WVV.
  • A Schuldschein loan agreement for € 20.5 million between UCB NV, as borrower, UCB Biopharma SRL, as guarantor, and ING Bank, a branch of ING-DIBA AG, as original lender dated 2 November 2022, with a change of control clause, under which all borrowers may, in certain circumstances, demand repayment of their share of the loan, including accrued interest and all other accrued and outstanding amounts, in the event of a change of control over UCB NV, and the change of control clause of which was submitted to the general meeting of 27 April 2023 in accordance with article 7:151 of the WVV.
  • A Schuldschein loan agreement for € 15 million between UCB NV, as borrower, UCB Biopharma SRL, as guarantor, and ING Bank, a branch of ING-DIBA AG, as original lender dated 2 November 2022, with a change of control clause, under which all borrowers may, in certain circumstances, demand repayment of their share of the loan, including accrued interest and all other accrued and outstanding amounts, in the event of a change of control over UCB NV, and the change of control clause of which was submitted to the general meeting of 27 April 2023 in accordance with article 7:151 of the WVV.
  • A Schuldschein loan agreement for US$ 20 million between UCB NV, as borrower, UCB Biopharma SRL, as guarantor, and ING Bank, a branch of ING-DIBA AG, as original lender dated 2 November 2022, with a change of control clause, under which all borrowers may, in certain circumstances, demand repayment of their share of the loan, including accrued interest and all other accrued and outstanding amounts, in the event of a change of control over UCB NV, and the change of control clause of which was submitted to the general meeting of 27 April 2023 in accordance with article 7:151 of the WVV.
  • A Schuldschein loan agreement for € 30 million between UCB NV, as borrower, UCB Biopharma SRL, as guarantor, and ING Bank, a branch of ING-DIBA AG, as original lender dated 24 August 2023, with a change of control clause, under which all borrowers may, in certain circumstances, demand repayment of their share of the loan, including accrued interest and all other accrued and outstanding amounts, in the event of a change of control over UCB NV, and the change of control clause of which will be submitted to the general meeting of 25 April 2024 in accordance with article 7:151 of the WVV.
  • The UCB share award and performance share plans, under which UCB annually grants shares to certain employees based on grade and performance criteria, vest definitively after three years, subject to the beneficiary remaining continuously employed by the UCB Group, in accordance with the rules of both plans. They also vest definitively upon a change of control or merger. The general meeting of 25 April 2019 approved this change of control clause in all existing and future UCB LTI plans. As of 31 December 2023, the following number of awarded shares and performance shares are outstanding:
    • 2,466,340 awarded shares, of which 688,756 will vest in 2024;
    • 473,789 performance shares, of which 157,533 will vest in 2024.# 3.11.10 Overeenkomsten tussen UCB en zijn bestuurders of werknemers die vergoedingen voor zien wanneer de bestuurders ontslag nemen of, zonder geldige redden, moeten afvloeien, of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt als gevolg van een openbaar overnamebod

Voor meer informatie, zie de sectie Verslag over de bezoldiging (3.7) over de belangrijkste contractuele voorwaarden inzake aanwervings- en ontslagregelingen van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité. Er zijn geen andere overeenkomsten die voorzien in specifieke vergoedingen voor de leden van de Raad in het geval van beëindiging naar aanleiding van een openbaar overnamebod.

Naast de leden van het Uitvoerend Comité aangeduid in sectie 3.7. geniet op het einde van 2023 één werknemer buiten de Verenigde Staten van een controlewijzigingsclausule die zijn beëindigingsvergoeding garandeert als de tewerkstelling van de werknemer eindigt naar aanleiding van een openbaar overnamebod.

3.12 Belangenconflicten – Toepassing van artikel 7:96 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen

UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE RAAD VAN 21 FEBRUARI 2023

De Raad paste artikel 7:96 van het WVV toe op 21 februari 2023 in verband met de beslissingen over de remuneratie van de CEO, de prestatiebonus en lange termijn incentives (relevant uittreksel uit de notulen van de vergadering)

“(…) Voorafgaand aan elke beraadslaging of beslissing van de Raad van Bestuur betreffende de goedkeuring van de uitbetaling van de bonus voor 2022, de onvoorwaardelijke LTI en de LTI-plannen voor 2023, de metriek en de toekenningen, de goedkeuring van de CEO-bonus op basis van de prestaties van 2022, het basissalaris van de CEO voor 2023 en de LTI-toekenning van de CEO voor 2023 (met inbegrip van aandelenopties en prestatieaandelen), heeft J.-C. Tellier verklaard dat hij een rechtstreeks financieel belang heeft bij de uitvoering van die beslissingen. In overeenstemming met art. 7:96 van het WVV, trok hij zich terug uit de vergadering van de Raad van Bestuur om niet deel te nemen aan de beraadslaging en stemming met betrekking tot deze kwesties. De Raad van Bestuur heeft vastgesteld dat art. 7:96 van het WVV van toepassing was op deze verrichtingen. Jean-Luc Fleurial verliet de vergadering eveneens voor er werd beraadslaagd of beslist over deze kwesties.

5.1 Bedrijfsresultaten 2022, bonusuitbetaling en PSP- resultaten (plan 2020-2022 definitief verworven in 2023)

Beslissing/acties:

Na evaluatie heeft de Raad met eenparigheid van stemmen BESLOTEN om de aanbevelingen van het governance, benoemings- & remuneratiecomité ("GNCC") met betrekking tot (i) de berekening van de uitbetaling van de bonus voor 2022 goed te keuren (bedrijfsresultatencoëfficiënt of "CPM” (Corporate Performance Multiplier)) op basis van de resultaten voor heel 2022 (aang. EBITDA-doelstelling) en (ii) de definitieve verwerving (en de totale uitbetaling) in 2023 met betrekking tot het prestatieaandelenplan 2020-2022, alsook (iii) de definitieve verwerving van aandelen onder het aandelentoekenningsplan 2020-2022 (uitbetaling 2023).

Met betrekking tot de uitbetaling van de bonus voor het Uitvoerend Comité werd opgemerkt dat de niet-financiële doelstelling met betrekking tot de KPI voor veiligheid, gezondheid en welzijn van werknemers in 2022 niet werd bereikt, maar dat de uiteindelijke prestatie nog steeds boven de drempelwaarde van 80% lag, waardoor de negatieve coëfficiënt niet wordt geactiveerd. Voor het prestatieaandelenplan 2020-2022 werd opgemerkt dat voor het Uitvoerend Comité de totale uitbetaling die in april 2023 definitief zou worden verworven 0% bedroeg, aangezien de doelstellingen van het plan niet werden bereikt.

193 Geïntegreerd jaarverslag 2023

5.2 Doelstellingen voor toekomstige plannen

5.2.1 Bonus voor 2023 – bedrijfsresultatencoëfficiënt

Beslissing/acties:

De Raad heeft verder, op aanbeveling van het GNCC, de aang. EBITDA-doelstelling voor de uitbetaling van bonussen voor 2023 goedgekeurd. De Raad heeft het voorstel van het GNCC goedgekeurd om voor 2023 een aangepaste EBITDA-doelstelling te handhaven [om te focussen op winstgevendheid in een overgangsjaar]. Net als vorig jaar zal de bonus een negatieve coëfficiënt bevatten, die gekoppeld is aan de index voor veiligheid, gezondheid en welzijn van werknemers, als een blijvende collectieve prioriteit voor het Uitvoerend Comité en de CEO. De negatieve coëfficiënt van 5% wordt geactiveerd als de index in 2023 onder 80% zou komen (net als in 2022).

5.2.2 Doelstellingen voor het prestatieaandelenplan voor 2023

Beslissing/acties:

De Raad heeft verder, op aanbeveling van het GNCC, de metriek die wordt gebruikt voor het prestatieaandelenplan voor 2023-2025 (uitbetaling 2026) goedgekeurd, waardoor het niet-financiële gedeelte van de metriek als volgt wordt verhoogd:

(i) 2 financiële KPI’s (gewicht van 75%, tegenover 90% in 2022) – stemt de focus af op begeleiding:

  • Omzetdoelstelling voor 2025 (37,5%) > focus op omzetgroei (in absolute termen) afgestemd op de prioriteit van UCB om patiënten sneller te bereiken en op onze focus op externe begeleiding.
  • Aang. EBITDA-ratio voor 2025 (37,5%) > deze metriek zorgt ervoor dat we kunnen investeren in de toekomst en onze activa kunnen uitbreiden om toekomstige patiëntenwaarde te creëren.

(ii) 3 niet-financiële KPI’s (gewicht van 25%, tegenover 10% in 2022) – versterkt de focus op duurzaamheid:

  • Toegang tot geneesmiddelen (10%) > toont onze toewijding aan duurzaamheid door het juiste te doen voor patiënten. Hiermee stemmen we de doelstelling af op de ambitie van UCB en breiden we onze focus uit naar alle producten met octrooien in 2023.
  • Wetenschappelijke innovatie (10%) > toont het belang aan van de uitvoering in een laat stadium en het aanvullen van de vroege pijplijn om innovatieve oplossingen op lange termijn en op een duurzame manier bij patiënten te brengen.
  • Overige niet-financiële factoren: DE&I (5%) > de genderbalans op leidinggevend niveau verbeteren in overeenstemming met onze ambitie.

5.3 UCB lange-termijn incentives toegekend in 2023

Beslissing:

Op aanbeveling van het GNCC heeft de Raad unaniem BESLOTEN de volgende lange-termijnincentiveplannen en de belangrijkste bepalingen en voorwaarden daarvan goed te keuren:

  • Aandelenoptieplan voor 2023 van UCB

Uitgifte van 600 000 aandelenopties, in principe op 1 april 2023 behoudens uitzonderlijke omstandigheden, voor ongeveer 521 werknemers (werknemers die tussen 1 januari 2023 en 1 april 2023 zijn aangeworven of bevorderd tot een in aanmerking komend niveau niet in aanmerking genomen). De uitoefenprijs van deze opties zal gelijk zijn aan het lagere van (i) het gemiddelde van de slotkoers over de 30 kalenderdagen voorafgaand aan het aanbod (d.w.z. in principe van 1 tot 31 maart 2023) of (ii) de slotkoers op de dag voorafgaand aan het aanbod (in principe 31 maart 2023). UCB zal een andere uitoefenprijs bepalen voor die begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist. De aandelenopties zullen uitoefenbaar zijn na een periode van drie jaar vanaf de datum van aanbod, behalve waar de lokale wetgeving verschilt.

  • Toegekende aandelen en prestatieaandelen (“PSP”) 2023 - 2025 (definitieve verwerving in 2026):

    • Toekenning van een initieel aantal van 1 435 000 aandelen waarvan:
    • (i) een geschat aantal van 1 220 000 aandelen (toegekende aandelen) voor werknemers die in aanmerking komen, namelijk voor ongeveer 2 900 werknemers, volgens de toewijzingscriteria die van toepassing zijn. Deze toegekende aandelen zullen worden toegewezen als en wanneer de in aanmerking komende werknemers in dienst blijven bij de UCB Groep tot de driejarige verjaardag van de toekenning van deze toegekende aandelen;
    • (ii) een geschat aantal van 215 000 aandelen voor werknemers die in aanmerking komen voor het prestatieaandelenplan 2023, namelijk aan ongeveer 150 personen, volgens de toepasselijke toewijzingscriteria. Deze aandelen zullen worden geleverd als en wanneer de in aanmerking komende werknemers in dienst blijven bij de UCB Groep tot de driejarige verjaardag van de toegekende aandelen en het werkelijk toegekende aantal aandelen zal variëren van 0% tot 150% van het aantal oorspronkelijk toegekende aandelen, afhankelijk van de mate waarin de prestatiecriteria zoals vastgesteld door de Raad van UCB NV op het moment van de toekenning werden behaald.

Bij de geraamde cijfers onder (i) en (ii) is geen rekening gehouden met werknemers die tussen 1 januari 2023 en 1 april 2023 zijn aangeworven of bevorderd tot een in aanmerking komend niveau. Afhankelijk van de mate waarin aan de prestatiecriteria wordt voldaan, kan 0 tot 150% van het toegekende PSP definitief worden verworven.

  • Het werd erkend dat de financiële impact van de toekenning van opties voor de Vennootschap gekoppeld is aan het verschil tussen de aankoopprijs van eigen aandelen door de Vennootschap (of de aandelenprijs op de datum van definitieve verwerving voor plannen die in geld worden afgehandeld) enerzijds en de uitoefenprijs van de opties betaald aan de Vennootschap door de begunstigde bij uitoefening van de opties anderzijds. Voor de toegekende aandelen en de prestatieaandelen komt de financiële impact overeen met de waarde van UCB-aandelen op het moment van verwerving door de Vennootschap met het oog op de levering, of op het moment van definitieve verwerving voor plannen die in geld afgehandeld worden.

UCB | Ons deugdelijk bestuur 194# Geïntegreerd jaarverslag 2023

Jaarrekening UCB

1. Overzicht van de bedrijfsprestaties

De sectie Overzicht van de bedrijfsprestaties die dit hoofdstuk inleidde, is verplaatst naar het hoofdstuk Onze prestaties.

2. Geconsolideerde jaarrekening

2.1 Geconsolideerde winst- en verliesrekening

Voor het boekjaar eindigend op 31 december

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Voortgezette bedrijfsactiviteiten
Netto-omzet 6 4.867 5.140
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 77 85
Overige opbrengsten 10 308 292
Opbrengsten 5.252 5.517
Kostprijs van de omzet (1.707) (1.674)
Brutowinst 3.545 3.843
Marketing- en verkoopkosten (1.594) (1.489)
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten (1.630) (1.670)
Algemene en administratiekosten (230) (225)
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 13 566
Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten 657 675
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 14 (5) 0
Reorganisatiekosten 15 (13) (42)
Overige baten/lasten (-) 16 (35) (48)
Operationele winst 604 585
Financiële opbrengsten 17 47 38
Financiële lasten 17 (210) (112)
Winst vóór belastingen 441 511
Winstbelastingen 18 (98) (91)
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 343 420
Beëindigde bedrijfsactiviteiten
Winst (-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 9 0 (2)
Winst 343 418
Toerekenbaar aan:
Aandeelhouders van UCB NV 343 418
Minderheidsbelangen 0 0
Gewone winst per aandeel (€) 41
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 1,81 2,21
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0,00 (0,01)
Totale gewone winst per aandeel 1,81 2,20
Verwaterde winst per aandeel (€) 41
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 1,76 2,15
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0,00 (0,01)
Totale verwaterde winst per aandeel 1,76 2,14

2.2 Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Voor het boekjaar eindigend op 31 december

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Winst van de periode 343 418
Niet-gerealiseerde resultaten
Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere perioden:
- Nettowinst/-verlies (-) op financiële activa (FVOCI) (23) 0
- Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten (125) 272
- Effectief gedeelte van winst/verlies (-) op kasstroomafdekkingen 9 104
- Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde resultaten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere perioden (8) (13)
Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere perioden:
- Herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten 33 (101)
- Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde resultaten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere perioden 16 (13)
Niet-gerealiseerde resultaten (-) voor de periode na belastingen (232) 495
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen 111 913
Toerekenbaar aan:
Aandeelhouders van UCB NV 111 913
Minderheidsbelangen 0 0
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen 111 913

2.3 Geconsolideerde balans

Voor het boekjaar eindigend op 31 december

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Activa
Vaste activa
Immateriële activa 20 4.232 4.816
Goodwill 21 5.254 5.340
Materiële vaste activa 22 1.595 1.434
Uitgestelde belastingvorderingen 32 804 756
Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 23 210 218
Totaal vaste activa 12.095 12.564
Vlottende activa
Voorraden 24 1.031 907
Handelsvorderingen en overige vorderingen 25 1.220 1.051
Te ontvangen belastingen 36 67 78
Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 23 241 369
Geldmiddelen en kasequivalenten 26 861 899
Activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 9.2 24 0
Totaal vlottende activa 3.444 3.304
Totaal activa 15.539 15.868
Eigen vermogen en verplichtingen
Eigen vermogen
Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 27 8.975 9.064
Minderheidsbelangen 23.6 0 0
Totaal eigen vermogen 8.975 9.064
Langlopende verplichtingen
Leningen 29 2.099 2.089
Obligaties 30 897 549
Overige financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 31 64 99
Uitgestelde belastingverplichtingen 32 286 377
Personeelsbeloningen 33 227 162
Voorzieningen 34 212 171
Handels- en overige verplichtingen 35 98 119
Te betalen belastingen 36 65 126
Totaal langlopende verplichtingen 3.948 3.692
Kortlopende verplichtingen
Leningen 29 42 88
Obligaties 30 0 174
Overige financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 31 21 117
Voorzieningen 34 173 191
Handels- en overige verplichtingen 35 2.313 2.492
Te betalen belastingen 36 67 50
Verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 9.2 0 0
Totaal kortlopende verplichtingen 2.616 3.112
Totaal verplichtingen 6.564 6.804
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 15.539 15.868

2.4 Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Voor het boekjaar eindigend op 31 december

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Jaarwinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 343 418
Aanpassing voor niet-geldelijke transacties 37 485 752
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten 37 98 91
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten 37 143 58
Wijzigingen in het werkkapitaal 37 (227) (56)
Werkkapitaal gerelateerd aan overnames 8 (20) (65)
Ontvangen rente 17 33 28
Kasstromen uit operationele activiteiten 855 1.226
Betaalde belastingen gedurende de periode (94) (107)
Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit operationele activiteiten:
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 761 1.119
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Netto kasstromen uit operationele activiteiten 761 1.119
Verwerving van materiële vaste activa 22 (238) (252)
Verwerving van immateriële activa 20 (78) (119)
Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen (113) (1.212)
Verwerving van overige investeringen (18) (17)
Subtotaal verwervingen (447) (1.599)
Ontvangsten uit verkoop van dochterondernemingen, na aftrek van overgedragen geldmiddelen 4 0
Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen 3 19
Subtotaal ontvangsten uit afstotingen 7 19
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit investeringsactiviteiten:
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten (440) (1.580)
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit investeringsactiviteiten: (440) (1.580)
Ontvangsten uit (+)/terugbetaling van (-) obligaties 30.3 124 (262)
Ontvangsten uit leningen 29 473 1.025
Terugbetalingen van leningen (-) 29 (424) (284)
Terugbetaling van leaseverplichtingen 29 (45) (46)
Verwerving (-) van eigen aandelen 27 (40) (42)
Uitgekeerde dividenden aan aandeelhouders van UCB, na aftrek van dividenden betaald op eigen aandelen 27.2 , 42 (252) (247)
Betaalde rente 17 (144) (74)
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit financieringsactiviteiten:
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten (308) 70
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit financieringsactiviteiten (308) 70
Netto toename / afname (-) van geldmiddelen en kasequivalenten 13 (391)
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 13 (391)
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van de periode 859 1.244
Effect van wisselkoersschommelingen (11) 6
Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode 861 859

2.5 Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen

Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV
2023
€ miljoen | Aandelenkapitaal en uitgiftepremies | Eigen aandelen | Overgedragen resultaat | Overige reserves | Cumulatieve omrekeningsverschillen | Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) | Kasstroomafdekkingen | Totaal | Minderheidsbelangen | Totaal eigen vermogen
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---
Balans per 1 januari 2023 | 2.614 | (363) | 6.445 | 76 | 180 | 63 | 49 | 9.064 | - | 9.064
Winst van de periode | - | - | 343 | - | - | - | - | 343 | - | 343
Niet-gerealiseerde resultaten (-) | - | - | - | (85) | (125) | (23) | 1 | (232) | - | (232)
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | - | - | 343 | (85) | (125) | (23) | 1 | 111 | - | 111
Dividenden (Toelichting 42) | - | - | (252) | - | - | - | - | (252) | - | (252)
Op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting 28) | - | - | 85 | - | - | - | - | 85 | - | 85
Overboeking tussen reserves | - | 68 | (68) | - | - | - | - | - | - | -
Eigen aandelen | - | - | - | - | - | - | - | - | - | -# Toelichting 27) - (58) - - - - - (58) - (58) Verkoop van dochteronderneming - - 25 - - - - 25 - 25 Balans per 31 december 2023 2.614 (353) 6.578 (9) 55 40 50 8.975 - 8.975 Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV 2022 € miljoen Aandelenkapitaal en uitgiftepremies Eigen aandelen Overgedragen resultaat Overige reserves Cumulatieve omrekeningsverschillen Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) Kasstroomafdekkingen Totaal Minderheidsbelangen Totaal eigen vermogen Balans per 1 januari 2022 2.614 (395) 6.294 (56) (92) 59 (38) 8.386 - 8.386 Winst van de periode - - 418 - - - - 418 - 418 Niet-gerealiseerde resultaten (-) - - - 132 272 4 87 495 - 495 Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten - - 418 132 272 4 87 913 - 913 Dividenden (Toelichting 42) - - (247) - - - - (247) - (247) Op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting 28) - - 70 - - - - 70 - 70 Overboeking tussen reserves - 90 (90) - - - - - - - Eigen aandelen (Toelichting 27) - (58) - - - - - (58) - (58) Overboeking tussen niet-gerealiseerde resultaten en reserves - - - - - - - - - - Wijzigingen in minderheidsbelangen - - - - - - - - - - Balans per 31 december 2022 2.614 (363) 6.445 76 180 63 49 9.064 - 9.064 PB 203 Geïntegreerd jaarverslag 2023 3. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 1. Algemene informatie 204 2. Aanvullende en met betrekking tot specifieke onderwerpen voor 2023 204 3. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving 206 4. Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen 218 5. Financieel risicobeheer 221 6. Gesegmenteerde informatie 228 7. Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten 229 8. Bedrijfscombinaties 232 9. Beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 234 10. Overige opbrengsten 234 11. Operationele kosten volgens aard 234 12. Kosten voor personeelsbeloningen 235 13. Overige bedrijfsbaten/-lasten 235 14. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 236 15. Reorganisatiekosten 236 16. Overige baten/lasten 236 17. Financiële opbrengsten en financiële kosten 236 18. Winstbelastingen (-)/tegoeden 237 19. Componenten van niet-gerealiseerde resultaten (inclusief minderheidsbelangen) 1 238 20. Immateriële activa 239 21. Goodwill 240 22. Materiële vaste activa 241 23. Financiële en overige activa 242 24. Voorraden 244 25. Handelsvorderingen en overige vorderingen 244 26. Geldmiddelen en kasequivalenten 246 27. Kapitaal en reserves 246 28. Op aandelen gebaseerde betalingen 247 29. Leningen 251 30. Obligaties 252 31. Overige financiële verplichtingen 253 32. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen 254 33. Personeelsbeloningen 256 34. Voorzieningen 260 35. Handels- en overige verplichtingen 261 36. Te betalen belastingen 262 37. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht 263 38. Financiële instrumenten per categorie 264 39. Afgeleide financiële instrumenten 266 40. Leaseovereenkomsten 268 41. Winst per aandeel 269 42. Dividend per aandeel 270 43. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen 270 44. Transacties met verbonden partijen 272 45. Gebeurtenissen na de balansdatum 274 46. UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd) 275 204 205 UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

1. Algemene informatie

UCB NV (UCB of “de Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen “de Groep”) vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in twee belangrijke therapeutische gebieden: neurologie en immunologie. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2023 omvat de Vennootschap en haar dochterbedrijven. Binnen de Groep hebben UCB Pharma SA, UCB Biopharma SRL, UCB S.R.O en UCB Inc., allemaal 100% dochterondernemingen, bijkantoren. UCB Pharma SA en UCB Biopharma SRL hebben bijkantoren in het Verenigd Koninkrijk, UCB S.R.O en UCB Inc. hebben bijkantoren in respectievelijk Slovakije en Puerto Rico. Deze bijkantoren zijn geïntegreerd in hun rekeningen. UCB NV, de moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap die in België opgericht en gevestigd is. De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te B-1070 Brussel, België. UCB NV is genoteerd op de beurs Euronext Brussels. De Raad van Bestuur heeft deze geconsolideerde jaarrekening en statutaire jaarrekening van UCB NV goedgekeurd voor publicatie op 28 februari 2024. De aandeelhouders zullen verzocht worden de statutaire jaarrekening van UCB NV goed te keuren op de Algemene Vergadering van 25 april 2024.

2. Aanvullende toelichtingen met betrekking tot specifieke onderwerpen voor 2023

2.1 Impact van de Russische invasie van Oekraïne op de financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB

UCB laat zich leiden door haar doel om waarde te creëren voor patiënten, nu en in de toekomst, en door haar focus op het bijdragen aan een meer inclusieve en duurzame wereld. Daarom is UCB gedreven om de impact van deze oorlog op haar werknemers, patiënten en hun respectieve gemeenschappen te beperken. In de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2022 was een voorziening van € 7 miljoen opgenomen voor donaties aan Oekraïne. UCB startte een samenwerking met ngo’s voor Oekraïne waarbij per 31 december 2023 reeds € 3 miljoen werd gedoneerd. UCB levert nog steeds essentiële geneesmiddelen aan patiënten in Rusland, maar is ondertussen overgeschakeld op een distributiemodel en heeft de actieve promotie op de markt stopgezet. Er is geen materiële directe of indirecte impact van de Russische invasie in Oekraïne en de opgelegde sancties op de strategische oriëntatie en doelstellingen, de activiteiten, de resultaten, de financiële toestand en de kasstromen van de UCB Groep. Er is eveneens geen materiële impact op de opbrengsten van de Groep. Er waren geen aanzienlijke verstoringen in de toeleveringsketens van de Groep en/of onzekerheden met betrekking tot de productie. Er zijn geen bijkomende belangrijke risico’s of onzekerheden op het niveau van de Groep geïdentificeerd als gevolg van de inval van Rusland in Oekraïne en de daarmee verband houdende gebeurtenissen. Er is geen significant risico van materiële aanpassing van de boekwaarde van activa en verplichtingen van de Groep ontstaan. Er zijn geen materiële beoordelingen gemaakt of significante onzekerheden met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening van UCB per 31 december 2023 als gevolg van de situatie in Oekraïne en er is geen risico voor de continuïteit van de Groep. Er is geen significante toename van het kredietrisico door het effect van gebeurtenissen in verband met de invasie en er is geen materiële impact op de waardering van verwachte kredietverliezen, rekening houdend met toekomstgerichte informatie. De omzet wordt nog steeds gedekt door een kredietverzekering en er zijn momenteel geen problemen met het innen van het geld, maar de geldmiddelen van de Russische dochterondernemingen worden tot een minimum beperkt. Er is geen significant bedrag aan geldmiddelen en kasequivalenten dat niet beschikbaar is voor gebruik door de Groep. Er is geen significante blootstelling aan liquiditeits- en valutarisico en geen materiële impact op de daaraan gerelateerde gevoeligheden met betrekking tot de investeringen van UCB die beïnvloed worden door de inval van Rusland in Oekraïne. Er is geen impact op de afdekkingsrelaties van UCB. De inval heeft geen grote invloed gehad op de liquiditeitspositie van de Groep. De strategie voor het beheer van het liquiditeitsrisico is nog steeds adequaat en geschikt, en is niet veranderd. UCB heeft geoordeeld dat noch de directe noch de indirecte gevolgen van de inval van Rusland in Oekraïne een aanwijzing vormen dat één of meer activa die binnen het toepassingsgebied van IAS 36 vallen, een bijzondere waardevermindering zou(den) hebben ondergaan. Er is geen materiële impact op gevoeligheidsanalyses zoals opgenomen in Toelichting 5.1.2 van deze geconsolideerde jaarrekening voor het jaar afgesloten op 31 december 2023 door de inval van Rusland in Oekraïne en de daarmee verband houdende gebeurtenissen. De inval van Rusland in Oekraïne en de daarmee verband houdende gebeurtenissen hebben invloed gehad op de rentevoeten en de inflatietrends. Bijgevolg is de disconteringsvoet voor het bepalen van de realiseerbare waarde bijgewerkt om deze ontwikkelingen te weerspiegelen, maar dit heeft niet geleid tot significante wijzigingen ten opzichte van de laatste uitgevoerde tests. Als gevolg van de invasie of de opgelegde sancties zijn er geen veranderingen in feiten en omstandigheden die het vermogen van UCB om haar rechten of bestuursbepalingen met betrekking tot haar Russische of Oekraïense dochteronderneming uit te oefenen, aanzienlijk zouden kunnen beperken. Momenteel worden de verwachte toekomstige directe en/of indirecte gevolgen van de Russische invasie in Oekraïne en de opgelegde sancties op de resultaten, de financiële toestand en de kasstromen van UCB en de daarmee verband houdende risico’s als niet materieel beoordeeld, maar UCB zal voortdurend blijven toezien op mogelijke gevolgen. UCB heeft geen steunmaatregelen van de overheid aangevraagd en overweegt dit ook niet. UCB is niet van plan haar risicoafdekkingsstrategie wezenlijk te wijzigen om eventuele directe of indirecte gevolgen van de Russische invasie in Oekraïne aan te pakken.

2.2 Impact van de conflicten in het Midden-Oosten op de financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB

Het Israëlisch-Palestijns conflict is zeer verontrustend. Wij leven mee met iedereen die dierbaren heeft verloren, gewond is geraakt of getroffen is door deze golf van geweld in de regio.

204 205 Geïntegreerd jaarverslag 2023# Er is geen materiële directe of indirecte impact van de conflicten in het Midden-Oosten op de strategische oriëntatie en doelstellingen, de activiteiten, de resutaten, de financiële toestand en de kasstromen van de Groep. Er is eveneens geen materiële impact op de opbrengsten van de Groep. Er waren geen aanzienlijke verstoringen in de toeleveringsketens van de Groep en/of onzekerheden met betrekking tot de productie. Er zijn geen bijkomende belangrijke risico’s of onzekerheden op het niveau van de Groep geïdentificeerd als gevolg van deze conflicten. Er is geen significant risico van materiële aanpassing van de boekwaarde van activa en verplichtingen van de Groep ontstaan. Er zijn geen materiële beoordelingen gemaakt of significante onzekerheden met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening van UCB per 31 december 2023 als gevolg van deze conflicten en er is geen risico voor de continuïteit van de Groep. Er is geen significante toename van het kredietrisico door deze gebeurtenissen en er is geen materiële impact op de waardering van verwachte kredietverliezen, rekening houdend met toekomstgerichte informatie. De Groep heeft geen dochterondernemingen of bijkantoren in de conflictgebieden in het Midden-Oosten.

2.3 Impact van de macro-economische situatie op de financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB

In 2023 zijn de rentevoeten snel gestegen en is de inflatie verder toegenomen. Net zoals talloze andere bedrijven ervaart UCB de impact van de toenemende rentevoeten en inflatie in verschillende aspecten van haar activiteit, waaronder stijgende kosten voor grondstoffen en lonen. Dankzij een sterke kostendiscipline kon UCB deze effecten in 2023 matigen. Door de hogere rentevoeten zijn de kosten van schulden in 2023 gestegen. De macro-economische situatie heeft geen grote impact gehad op onderhandelingen met betrekking tot contractvoorwaarden of investerings- of financieringsbeslissingen. De hoge inflatie en rentevoeten hebben invloed op reële waarde waarderingen, schattingen van verwachte toekomstige kasstromen, disconteringsvoeten voor het bepalen van de contante waarde van kasstromen en de tests op bijzondere waardeverminderingen. Een update van de tests op bijzondere waardeverminderingen heeft niet geleid tot de erkenning van bijzondere waardeverminderingsverliezen. Er is geen materiële impact van de macro-economische situatie op de waardering van de activa en verplichtingen per 31 december 2023.

2.4 Impact van klimaatgerelateerde risico’s op de financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB

UCB streeft ernaar om rekening te houden met milieukwesties bij de ontwikkeling van haar bedrijfsstrategie. Binnen de milieurisico’s en -processen die worden geïdentificeerd volgens het proces omschreven in het hoofdstuk Risicobeheer van dit Geïntegreerd Jaarverslag, heeft UCB haar blootstelling aan klimaatgerelateerde risico’s en mogelijkheden beoordeeld in overeenstemming met de TCFD-aanbevelingen. UCB heeft een klimaatscenarioanalyse uitgevoerd met betrekking tot fysieke en overgangsrisico’s en -mogelijkheden. Er werden vier scenario’s en drie verschillende tijdshorizonten overwogen in deze analyse. Zware neerslag, overstromingen en waterschaarste werden geïdentificeerd als de belangrijkste fysieke risico’s. De beoordeling door UCB van de financiële gevolgen en de financiële kwantificering in 2050 zijn toegelicht in het document Taskforce voor klimaatgerelateerde financiële informatie. Wat de overgangsrisico’s betreft, werden twee risico’s geselecteerd voor diepgaande analyse: hogere kosten door koolstofprijsstelling verschuiving van de marktverwachtingen: lagere opbrengsten door een grotere vraag naar koolstofarme producten Voor elk van deze risico’s zijn de financiële gevolgen en de kwantificering in 2030 toegelicht in het document “Taskforce voor klimaatgerelateerde financiële informatie”. Bij de beoordeling van de financiële impact werd gekeken naar de impact op opbrengsten, impact op kostprijs van de omzet en bedrijfskosten, impact op kapitaaluitgaven, impact op voorraden en kasstroom en impact op marktwaarde en reputatie. UCB zal de bevindingen van de scenarioanalyse opnemen in haar risicobeheersysteem, langetermijnstrategie en risicobeperkingsplanning, en zal klimaatrisico’s en -mogelijkheden blijven beoordelen en identificeren in de toekomst.

206 207

UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

3. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving

De voornaamste grondslagen die toegepast werden om deze geconsolideerde jaarrekening op te stellen, worden hierna uiteengezet. Deze grondslagen werden consequent toegepast voor alle weergegeven jaren, tenzij anders vermeld.

3.1 Grondslag voor de opstelling

De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS-normen) en interpretaties gepubliceerd door de IFRS Interpretatiecommissie (IFRS IC) zoals deze goedgekeurd werden door de Europese Unie per 31 december 2023. Voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met de IFRS-normen zijn bepaalde kritische schattingen nodig. Het vereist tevens dat de directie haar beoordelingsvermogen gebruikt in de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. De domeinen die een hoger niveau van beoordeling of complexiteit met zich meebrengen, of domeinen waarin de veronderstellingen en schattingen belangrijk zijn voor de geconsolideerde jaarrekening, worden in Toelichting 4 verduidelijkt.

3.2 Nieuwe en verbeterde standaarden toegepast door de Groep

Bepaalde wijzigingen aan standaarden zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar dat begint op 1 januari 2023. De Groep diende echter haar grondslagen voor financiële verslaggeving niet aan te passen en diende ook geen retroactieve aanpassingen te doen ten gevolge van de toepassing van deze wijzigingen en verbeteringen aan de standaarden.

UCB heeft een dochteronderneming in Turkije, UCB Pharma A.S., met de Turkse lira als functionele valuta, de valuta van een hyperinflatoire economie. De activa, verplichtingen, eigen vermogensposten, inkomsten en kosten van UCB Pharma A.S. werden niet aangepast overeenkomstig IAS 29 inzake Hyperinflatie alvorens te worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van UCB per 31 december 2023, omdat UCB de impact van de herwerking als niet materieel heeft beoordeeld. In overeenstemming met de grondslagen voor financiële verslaggeving van UCB zoals vermeld in dit Geïntegreerd Jaarverslag 2023, worden de activa en verplichtingen van UCB Pharma A.S. omgerekend aan de koers per 31 december 2023. De inkomsten en kosten worden omgerekend aan de gemiddelde wisselkoers van december 2023.

3.3 Wijzigingen aan standaarden die werden gepubliceerd maar nog niet werden toegepast

Er zijn geen wijzigingen aan standaarden die gepubliceerd werden door de IASB maar nog niet van kracht zijn en waarvan verwacht kan worden dat ze een materiële impact op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep hebben.

UCB valt onder de toepassing van de Pillar 2 internationale belastinghervorming, die in de meeste rechtsgebieden waarin de Groep actief is, van kracht is of wezenlijk van kracht is voor het boekjaar van de Groep dat op 1 januari 2024 begint. In 2023 heeft de Europese Unie de wijzigingen van IASB aan IAS 12 Winstbelastingen met betrekking tot de implementatie van de Pillar 2 standaardbepalingen goedgekeurd. Deze wijzigingen zijn met name bedoeld om tijdelijke vrijstelling te bieden voor het boeken van uitgestelde belastingen die voortvloeien uit de implementatie van de standaardbepalingen van Pillar 2. Deze wijzigingen in IAS 12 moeten onmiddellijk worden toegepast in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten. De Groep heeft de uitzondering toegepast voor het opnemen en toelichten van informatie over uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot winstbelastingen onder Pillar 2 en zal, indien van toepassing, toelichtingen verschaffen met betrekking tot de winstbelastingen voor de periode onder Pillar 2. Hoewel de Pillar 2-wetgeving (wezenlijk) van kracht is, was deze niet van toepassing op het boekjaar 2023 en bijgevolg heeft de Groep geen gerelateerde impact op de winstbelasting voor de periode. Op basis van de meest recente beschikbare belastingaangiften, de rapportering per land en de jaarrekeningen voor de samenstellende entiteiten van de UCB Groep, heeft UCB een voorlopige beoordeling gemaakt van de mogelijke impact op de winstbelastingen onder Pillar 2 voor de Groep. Volgens deze beoordeling liggen de effectieve belastingpercentages onder Pillar 2 in de meeste rechtsgebieden waarin de Groep actief is, boven het minimale effectieve belastingpercentage en wordt er in deze rechtsgebieden dus geen impact van Pillar 2 verwacht. In een zeer beperkt aantal rechtsgebieden is de tijdelijke “safe harbor”-vrijstelling echter niet van toepassing en kan een beperkte impact op de winstbelastingen onder Pillar 2 worden verwacht, gebaseerd op de beste inschattingen die per balansdatum beschikbaar zijn. De Groep zal in 2024 verslag kunnen uitbrengen over deze impact.

3.4 Consolidatie

3.4.1 Dochterondernemingen

Dochterondernemingen zijn alle entiteiten (waaronder gestructureerde entiteiten) waarover de Groep zeggenschap heeft. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit wanneer de Groep blootgesteld is aan, of recht heeft op, variabele inkomsten van de entiteit en de mogelijkheid heeft om haar macht over de entiteit uit te oefenen teneinde de hoogte van de variabele inkomsten te beïnvloeden. Dochterondernemingen worden volledig geconsolideerd vanaf de datum waarop de zeggenschap aan de Groep wordt overgedragen. Ze worden gedeconsolideerd vanaf de datum waarop die zeggenschap eindigt.# 3.4.1 Bedrijfscombinaties

Bedrijfscombinaties worden door de Groep administratief verwerkt volgens de overnamemethode. De waarde die wordt overgedragen voor de overname van een dochteronderneming is gelijk aan de som van de reële waarden van de overgedragen activa, de aangegane verbintenissen en de deelnemingen die door de Groep worden uitge-geven. De waarde die wordt overgedragen omvat de reële waarde van om het even welke actief- of passiefpost die voortvloeit uit een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst. Overnamegerelateerde kosten worden geboekt in de winst- en verliesrekening naarmate ze worden opgelopen. In een bedrijfscombinatie verworven identifi-ceerbare activa en aangegane verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen 206 207 Geïntegreerd jaarverslag 2023 hun reële waarde op de overnamedatum. Voor elke overname boekt de Groep enig minderheidsbelang in de overgenomen partij tegen reële waarde of tegen het evenredige deel in de netto activa van de overgenomen partij. Voorwaardelijke vergoedingen die door de Groep moeten worden overgedragen, worden geboekt tegen reële waarde op de overname-datum. Latere wijzigingen van de reële waarde van de voorwaardelijke vergoedingen die verondersteld worden een actief of verplichting te zijn, worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Voorwaar-delijke vergoedingen geclassificeerd als eigen vermogen worden niet opnieuw gewaardeerd, en de daaropvolgende afwikkeling wordt verwerkt binnen eigen vermogen. Goodwill wordt initieel gewaardeerd als het positieve verschil tussen enerzijds het totaal van de overgedragen vergoedingen en de reële waarde van minderheidsbelangen en anderzijds de netto verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen. Indien deze vergoeding minder is dan de reële waarde van de netto-activa van de overgenomen dochteronderneming, dan wordt het verschil in de winst- en verliesrekening opgenomen. Intragroepstransacties, intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten op transacties tussen groepsmaatschappijen worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overge-dragen actief blijkt. Waar nodig, zijn de grondslagen voor financiële verslaggeving van dochterondernemingen gewijzigd om consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen te verzekeren.

3.4.2 Wijzigingen in de eigendomsbelangen in dochteronder-nemingen zonder wijziging van zeggenschap

De Groep beschouwt transacties met minderheidsbelangen, die niet resulteren in een verlies van zeggenschap, als transacties met aandeelhouders van de Groep. Voor aankopen van minderheids-belangen wordt het verschil tussen de prijs die betaald werd en het overeenstemmende verworven aandeel tegen de boekwaarde van de netto-activa van de dochteronderneming opgenomen in het eigen vermogen. Ook winst of verlies uit de verkoop aan minderheidsbelan-gen wordt opgenomen in het eigen vermogen.

3.4.3 Verkoop van een dochteronderneming

Wanneer de Groep niet langer de controle heeft, wordt een eventueel behouden belang in de entiteit geherwaardeerd tegen reële waarde, en wordt het verschil met de boekwaarde in de winst- en verliesreke-ning opgenomen. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een ge-associeerde deelneming, joint venture of financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.

3.4.4 Geassocieerde deelnemingen

Geassocieerde deelnemingen zijn bedrijven waarop de Groep een invloed van betekenis heeft maar waarover de Groep geen zeg-genschap heeft. Dit zal in het algemeen het geval zijn wanneer de Groep tussen 20% en 50% van de stemrechten bezit. Investeringen in geassocieerde deelnemingen worden geboekt in overeenstemming met de vermogensmutatiemethode en initieel opgenomen tegen kostprijs. De boekwaarde wordt vermeerderd of verminderd, voor het opnemen van het aandeel van de investeerder, na de overnamedatum, in de winst of het verlies van de entiteit waarin is geïnvesteerd. De in- vesteringen van de Groep in geassocieerde deelnemingen omvatten goodwill die bij de overname werd geïdentificeerd. Wanneer de Groep stopt met het boeken van een deelneming onder de vermogensmutatiemethode ten gevolge van een verlies van invloed van betekenis, wordt het eventueel behouden belang in deze deelneming geherwaardeerd tegen reële waarde waarbij het verschil met de boekwaarde in de winst- en verliesrekening wordt geboekt. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening. Indien het eigendomsbelang in een geassocieerde deelneming wordt gereduceerd maar een invloed van betekenis behouden blijft, wordt slechts een evenredig gedeelte van de eerder in niet-gereali-seerde resultaten geboekte bedragen overgeboekt naar de winst- en verliesrekening. Het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming na de overname wordt geboekt in de winst- en verliesre-kening en haar aandeel in de bewegingen van de niet-gerealiseerde resultaten wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten, met een overeenkomstige aanpassing van de boekwaarde van de investe-ring. De cumulatieve bewegingen na de overname worden geboekt tegenover de boekwaarde van de investering. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming haar belangen in de geassocieerde deelneming evenaart of overschrijdt, in-clusief andere ongedekte vorderingen, boekt de Groep geen verdere verliezen, behalve als ze verplichtingen heeft opgelopen of betalingen heeft verricht in naam van de geassocieerde deelneming. De boekwaarde van de geassocieerde deelnemingen wordt onder-zocht op bijzondere waardeverminderingen in overeenstemming met de richtlijnen zoals beschreven in Toelichting 3.10. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen de Groep en haar geassocieerde deelne-mingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep in de geassocieerde deelnemingen. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig zijn de grondslagen voor de financiële verslaggeving van geassocieer-de deelnemingen gewijzigd om de consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen voor financiële verslaggeving te verzekeren. Verwateringswinsten en -verliezen uit investeringen in geassocieerde deelnemingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt. 208 209 UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

3.4.5 Belangen in gezamenlijke activiteiten

Een gezamenlijke activiteit is een gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen, of de joint operators die gezamenlijke zeggenschap hebben over de overeenkomst, rechten hebben op de activa, en ver-plichtingen hebben ten aanzien van de passiva, met betrekking tot de overeenkomst. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afge-sproken delen van de zeggenschap over een overeenkomst en bestaat slechts wanneer beslissingen over relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de zeggenschap delen. Bij het verrichten van activiteiten op grond van gezamenlijke activitei-ten boekt de Groep met betrekking tot haar belang in een gezamen-lijke activiteit:

  • haar activa, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijk aangehouden activa;
  • haar verplichtingen, met inbegrip van haar aandeel in eventuele geza-menlijk aangegane verplichtingen;
  • haar opbrengsten uit de verkoop van haar aandeel in de output van de gezamenlijke activiteiten;
  • haar aandeel in de opbrengsten uit de verkoop van de output van de gezamenlijke activiteiten;
  • haar kosten, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijke kosten.

Wanneer een entiteit van de Groep transacties verricht met een geza-menlijke activiteit waarbij die entiteit joint operator is, wordt de Groep geacht de transacties te verrichten met de andere partijen bij de geza-menlijke activiteit en worden uit de transacties voortvloeiende winsten en verliezen slechts opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep ten belope van de belangen van de andere partijen in de gezamenlijke activiteit.

3.5 Gesegmenteerde informatie

De Groep is actief in één bedrijfssegment, nl. biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend Comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfs-plannen en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert.

3.6 Omrekening van vreemde valuta

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening werden de volgende belangrijke wisselkoersen gebruikt:

Valuta Slotkoers 2023 Slotkoers 2022 Gemiddelde koers 2023 Gemiddelde koers 2022
USD 1,106 1,071 1,081 1,051
JPY 155,850 140,350 151,560 137,767
GBP 0,867 0,886 0,870 0,852
CHF 0,929 0,988 0,971 1,004

De slotkoersen zijn de spotkoersen op 31 december 2023 en 31 december 2022.

3.6.1 Functionele en presentatievaluta

De posten in de enkelvoudige jaarrekening van elk van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd met behulp van de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functi-onele valuta).# 3.6 Valutaomrekeningen

De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in euro (€), zijnde de functionele valuta van de Vennootschap en de presentatievaluta van de Groep.

3.6.2 Transacties en saldi

Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta aan de hand van de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Wisselkoerswinsten en -verliezen die voortvloeien uit de afwikkeling van dergelijke transacties en uit de omrekening van monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta uitgedrukt zijn aan het einde van het jaar, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen onder Financiële opbrengsten of Financiële kosten (Toelichting17), behalve wanneer het gaat om bedragen die worden uitgesteld in niet-gerealiseerde resultaten, zoals kwalificerende kasstroomafdekkingen en kwalificerende afdekkingen van netto-investeringen of wanneer deze toe te schrijven zijn aan een deel van de netto-investering in een buitenlandse activiteit. Wisselkoersverschillen op monetaire financiële activa in vreemde valuta die aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden gewaardeerd, worden deels in de winst- en verliesrekening en deels in niet-gerealiseerde resultaten opgenomen.

Voor het erkennen van wisselkoerswinsten en -verliezen overeenkomstig IAS 21 worden de activa behandeld alsof ze aangehouden worden aan geamortiseerde kostprijs in de vreemde valuta. Bijgevolg worden wisselkoersverschillen op geamortiseerde kostprijs en voortvloeiend uit veranderingen in de geamortiseerde kostprijs (zoals rente berekend volgens de effectieve-rentemethode en bijzondere waardeverminderingsverliezen) in de winst- en verliesrekening opgenomen. Alle andere winsten en verliezen (d.w.z. veranderingen in de reële waarde, met inbegrip van wisselkoersverschillen daarop) worden opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten.

Wisselkoersverschillen op een in vreemde valuta uitgedrukt niet-monetair financieel actief gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten als deel van de toename of afname van de reële waarde.

3.6.3 Groepsvennootschappen

De resultaten en de financiële positie van alle entiteiten van de Groep (waarvan geen enkele een valuta van een hyperinflatoire economie heeft, met uitzondering van de Turkse entiteit) die een functionele valuta hebben die verschilt van de presentatievaluta, worden als volgt naar de presentatievaluta omgerekend:

  • de activa en passiva voor elke gepresenteerde balans worden omgerenkend aan de slotkoers op de datum van die balans;
  • de opbrengsten en kosten voor elke winst- en verliesrekening worden omgerekend aan de gemiddelde wisselkoersen (tenzij dit gemiddelde geen redelijke benadering is van het cumulatief effect van de koersen die van kracht zijn op de transactiedata; in dat geval worden de opbrengsten en de kosten omgerekend aan de koersen op de transactiedata); en
  • alle daaruit voortvloeiende wisselkoersverschillen worden geboekt in niet-gerealiseerde resultaten (vermeld als “cumulatieve omrekeningsverschillen”).

Voor de consolidatie worden wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de netto-investering in buitenlandse bedrijfsactiviteiten en van leningen en andere valuta-instrumenten die bedoeld zijn als afdekkingen van dergelijke investeringen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten. Wanneer buitenlandse bedrijfsactiviteiten gedeeltelijk of volledig worden vervreemd of verkocht, worden de wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen vermogen, in de winst- en verliesrekening opgenomen als een winst of verlies op de verkoop.

Goodwill en reële waarde-aanpassingen bij de overname van een buitenlandse entiteit worden behandeld als activa en passiva van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers omgerekend.

208 209 Geïntegreerd jaarverslag 2023

3.7 Opbrengsten

Opbrengsten worden erkend als de zeggenschap over een goed of dienst wordt overgedragen aan een klant.

3.7.1 Netto-omzet

Netto-omzet omvat de opbrengsten die erkend worden als gevolg van de overdracht van zeggenschap over goederen aan de klant. Het bedrag van de erkende opbrengsten is het bedrag dat werd toegewezen aan de prestatieverplichting die vervuld werd met inachtname van de variabele vergoeding. Het geraamde bedrag van de variabele vergoeding wordt opgenomen in de transactieprijs voor zover dat het zeer waarschijnlijk is dat er zich geen significante tegenboeking zal voordoen in het bedrag van de erkende cumulatieve opbrengsten zodra de onzekerheid verbonden aan de variabele vergoeding vervolgens opgelost is. De variabele vergoeding die in de transactieprijs is opgenomen, heeft betrekking op verkoopretours, rabatten, commerciële kortingen en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (charge-backs) toegekend aan verschillende klanten en die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma’s, inclusief de programma’s “Medicaid Drug Rebate”, “Federal Medicare” in de VS en andere alsook op de extra heffingen op de vergoeding van Amerikaanse merkgeneesmiddelen op voorschrift in de VS. Een verplichting wordt erkend voor verwachte verkoopretours, rabatten, commerciële kortingen en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (charge-backs) of andere terugbetalingen die direct of indirect worden gedaan ten aanzien van klanten met betrekking tot de gerealiseerde verkopen tot het einde van de rapporteringsperiode. De betalingsvoorwaarden kunnen verschillend zijn van contract tot contract maar er wordt geacht dat er geen financieringselement aanwezig is. Bijgevolg wordt de transactieprijs niet aangepast voor de effecten van een significante financieringscomponent. Zodra de zeggenschap over de producten is overgedragen aan de klant wordt een vordering erkend aangezien dit het tijdstip is waarop de vergoeding onvoorwaardelijk is, aangezien enkel het verstrijken van de tijd nog vereist is voordat de betaling verschuldigd is.

De transactieprijs wordt aangepast voor elke te betalen vergoeding aan de klant (direct of indirect) die economisch gelinkt is aan de opbrengsten uit een contract aangegaan met een klant tenzij een betaling wordt gedaan voor onderscheiden diensten ontvangen van de klant. In het laatste geval wordt de reële waarde van de ontvangen diensten geraamd en opgenomen onder de marketing- en verkoopkosten. Het bedrag van de variabele vergoeding wordt geraamd op basis van historische ervaring en de specifieke bepalingen in de individuele overeenkomsten. De netto-omzet wordt weergegeven exclusief btw, andere omzetgerelateerde belastingen of enige andere bedragen die worden geïnd voor rekening van derden, zoals de overheid of overheidsinstellingen.

3.7.2 Royaltyinkomsten

Royalty’s gebaseerd op omzet die voortvloeien uit het in licentie geven van intellectuele eigendom worden erkend als de daaropvolgende onderliggende verkopen plaatsvinden op voorwaarde dat de prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is op dat moment.

3.7.3 Overige opbrengsten

De overige opbrengsten omvatten opbrengsten uit licentie- en winstdelingsovereenkomsten, evenals opbrengsten uit contractproductieovereenkomsten. De onderliggende prestatieverplichtingen kunnen vervuld zijn op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de specifieke situatie. Voor de prestatieverplichtingen die vervuld worden over een bepaalde periode, worden de opbrengsten erkend gebaseerd op een patroon dat het best de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant reflecteert. Gewoonlijk wordt deze vooruitgang gemeten op basis van een input-methode waarbij de opgelopen kosten en uren in verhouding tot het totaal van de verwachte op te lopen kosten en uren gebruikt wordt als een basis.

Elke variabele vergoeding die beloofd werd in ruil voor een licentie of intellectuele eigendom en die gebaseerd is op het bereiken van bepaalde omzetdoelen wordt op dezelfde manier geboekt als de royalty’s gebaseerd op omzet. Dit is namelijk op het moment dat de gerelateerde verkopen plaatsvinden op voorwaarde dat de betreffende prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is. Elke variabele vergoeding zoals een ontwikkelingsmijlpaalbetaling die beloofd werd in ruil voor ontwikkelingsactiviteiten of intellectuele eigendom die in licentie werd gegeven, wordt enkel opgenomen in de transactieprijs zodra het zeer waarschijnlijk is dat de gerelateerde mijlpaal zal worden behaald, hetgeen dan resulteert in een inhaalbeweging van opbrengsten op dat moment voor alle prestaties tot op dat moment. Vooruitbetalingen of licentierechten waarvoor er volgende prestatieverplichtingen zijn, worden aanvankelijk opgenomen als uitgestelde opbrengsten en worden als opbrengsten erkend wanneer de prestatieverplichtingen vervuld zijn over de periode van de ontwikkelingssamenwerking of de productieverplichting.

3.7.4 Rentebaten

Rente wordt proportioneel met de tijd opgenomen, rekening houdend met het effectieve rendement van het actief.

3.7.5 Dividendinkomsten

Dividenden worden opgenomen op het moment dat de aandeelhouder het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.

3.8 Kostprijs van de omzet

De kostprijs van de omzet omvat voornamelijk de directe productiekosten, de daarmee verband houdende indirecte productiekosten en de afschrijvingen van de gerelateerde immateriële activa, alsook verleende diensten. Opstartkosten worden als kosten opgenomen op het moment dat ze gemaakt worden. Royaltylasten die rechtstreeks verband houden met verkochte goederen worden opgenomen in “kostprijs van verkochte goederen”.# Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

3.9 Onderzoek en ontwikkeling

3.9.1 Intern gegenereerde immateriële activa, uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling

Alle interne onderzoekskosten worden als lasten opgenomen naar-mate ze gemaakt worden. Interne ontwikkelingskosten worden enkel geactiveerd als ze voldoen aan de opnamecriteria van IAS 38 “Immate-riële activa”. Vanwege de lange ontwikkelingsperiodes en aanzienlijke onzekerheden in verband met de ontwikkeling van nieuwe producten (zoals de risico’s met betrekking tot het resultaat van klinische proeven alsook de kans op wettelijke goedkeuring) werd geconcludeerd dat de interne ontwikkelingskosten van de Groep over het algemeen niet in aanmerking komen voor activering als immateriële activa. Op 31 december 2023 voldeden geen interne ontwikkelingskosten aan de opnamecriteria.

3.9.2 Verworven immateriële activa

Betalingen voor de verwerving van lopende onderzoeks- en ontwik-kelingsprojecten via licentieovereenkomsten, bedrijfscombinaties of afzonderlijke aankopen van activa worden als immateriële activa geactiveerd, op voorwaarde dat deze afzonderlijk identificeerbaar zijn, door de Groep gecontroleerd worden en naar verwachting toekom-stige economische voordelen zullen opleveren. Vermits afzonderlijk verworven onderzoeks- en ontwikkelingsactiva steeds geacht worden te voldoen aan het waarschijnlijkheidscriterium van IAS 38 en het bedrag van de betalingen betrouwbaar kan worden bepaald, worden vooruitbetalingen en mijlpaalbetalingen aan derden voor farmaceu-tische producten of compounds waarvoor de goedkeuring om deze op de markt te brengen nog niet door de regelgevende instanties verleend werd, geboekt als immateriële activa. Ze worden lineair afgeschreven over hun geschatte levensduur zodra de producten gecommercialiseerd worden.

3.10 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa

Op elke verslagdatum beoordeelt de Groep de boekwaarde van haar immateriële activa, goodwill, materiële vaste activa en geassocieerde deelnemingen om na te gaan of er aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering bestaan. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat om de omvang van het bijzonder waardeverminderingsverlies te bepalen. Ongeacht of er al dan niet aanwijzingen voor een bijzondere waardeverminde-ring zijn, vindt jaarlijks een evaluatie plaats van de nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en van de goodwill. Deze activa worden niet afgeschreven. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt geboekt voor het bedrag waarmee de boekwaarde van het actief zijn realiseerbare waarde overtreft. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde van een individueel actief te schatten, schat de Groep de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid (KGE) waartoe het actief behoort. De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de reële waarde verminderd met de kosten voor de verkoop en de bedrijfswaarde. Om de bedrijfswaarde te bepalen, hanteert de Groep schattingen van toekomstige kasstromen die door het actief of de kasstroomgenere-rende eenheid worden gegenereerd, waarbij ze dezelfde methoden volgt die worden gebruikt bij de initiële waardering van het actief of de kasstroomgenererende eenheid en zich baseert op de plannen van elke bedrijfsactiviteit op middellange termijn. De geschatte kasstro-men worden verdisconteerd op basis van een passende rentevoet, die de huidige marktevaluaties van de tijdswaarde van geld weerspiegelen, en de risico’s die inherent zijn aan het actief of de kasstroomgene-rerende eenheid. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek “Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa”. Voor niet-financiële activa, ande-re dan de goodwill, die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, wordt op elke verslagdatum beoordeeld of een terugna-me van het bijzonder waardeverminderingsverlies noodzakelijk is. De terugname van de bijzondere waardevermindering wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen. Een bijzonder waardeverminderings-verlies wordt enkel teruggenomen voor zover de boekwaarde van het actief niet hoger ligt dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na aftrek van de afschrijvingen, indien er geen bijzonder waardeverminderings-verlies was geboekt. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden nooit teruggenomen. Immateriële activa worden product per product (d.w.z. per com-pound) beoordeeld voor een bijzondere waardevermindering.

3.11 Reorganisatiekosten, overige baten en lasten

De uitgaven die door de Groep worden gedaan met het oog op een betere positionering om het hoofd te bieden aan de economische omgeving waarin ze opereert, zijn in de winst- en verliesrekening als “reorganisatiekosten” opgenomen. De minderwaarden en meerwaarden uit de afstoting van immateriële activa, andere dan activa in ontwikkelingsfase, of materiële vaste activa, en verhogingen of terugnemingen van voorzieningen voor geschil-len, andere dan belastinggeschillen of geschillen met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als ‘overige baten en lasten’.

3.12 Winstbelastingen

De belastingkost voor de periode omvat de verschuldigde en uitgestel-de winstbelastingen. Belastingkosten worden geboekt in de winst- en verliesrekening, behalve wanneer ze betrekking hebben op posten die opgenomen zijn in de niet-gerealiseerde resultaten of direct in het eigen vermogen. Indien bepaalde posten opgenomen worden in de niet-gerealiseerde resultaten of in het eigen vermogen, wordt de belasting erop eveneens geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten of, desgevallend, direct in het eigen vermogen. Voor de grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt verwezen naar Toelichting3.13.2onder Overheidssubsidies. De over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting wordt bere-kend op basis van de fiscale wetgeving die van kracht is of wezenlijk van kracht is op de balansdatum in de landen waar de dochter-ondernemingen van de Vennootschap actief zijn en belastbare winsten genereren. De verschuldigde en terug te vorderen winstbelastingen worden gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om deze te compenseren en de intentie bestaat om het saldo op netto basis af te handelen of om de belastingvorderingen en -schulden gelijktijdig te realiseren. De uitgestelde winstbelasting wordt, volgens de balansmethode, erkend op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de geconsolideerde jaarrekening en de overeenkomstige fiscale waarde die bij de berekening van de belastbare winst wordt gebruikt. De uitgestelde belastingverplichtingen worden doorgaans geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen, en uitgestelde belastingvor-deringen worden geboekt voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst fiscale winsten beschikbaar zullen zijn die aangewend kun-nen worden voor het verrekenen van aftrekbare tijdelijke verschillen, overgedragen belastingkredieten en overgedragen verliezen, rekening houdend met de functie en het risicoprofiel van de betrokken belast-bare entiteit. Uitgestelde winstbelastingen worden niet erkend indien zij ontstaan bij de eerste boeking van goodwill of uit de eerste boeking van een actief of een verplichting in een transactie (andere dan bij een bedrijfscombinatie) die op het ogenblik van de transactie noch de boekhoudkundige winst, noch de belastbare winst beïnvloedt. De boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen wordt op elke balansdatum beoordeeld en wordt verlaagd in zoverre het niet langer waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winsten beschikbaar zullen zijn om het mogelijk te maken het voordeel van die uitgestelde belas-tingvordering geheel of gedeeltelijk aan te wenden. Uitgestelde winstbelasting wordt berekend tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn in de periode waarin de verplichting afgewikkeld wordt of de vordering gerealiseerd wordt. De Groep houdt enkel rekening met fiscale wetgeving die wezenlijk van kracht is bij de raming van het bedrag van de uitgestelde winstbe-lastingen dat erkend dient te worden. Uitgestelde belastingvorderin-gen en -verplichtingen worden niet verdisconteerd. Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen en -vorderingen erkend voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en fiscale waarde van investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten indien de Vennootschap in staat is om het tijdstip van de tegenboeking van de tijdelijke verschillen te controleren en een tegenboeking van de verschillen in de nabije toekomst onwaarschijnlijk is. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden alleen gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde en terug te vorderen winstbelasting te compense-ren en indien de uitgestelde winstbelastingen betrekking hebben op dezelfde belastbare entiteit en dezelfde belastingautoriteit.

3.13 Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden erkend tegen reële waarde indien er een redelijke zekerheid bestaat dat deze subsidies ontvangen zullen worden en dat de Groep zal voldoen aan alle voorwaarden die eraan verbonden zijn.

3.13.1 Terugvorderbare voorschotten ontvangen van de overheid

De Groep ontvangt contante betalingen van de overheid om hiermee bepaalde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gedeeltelijk te financieren. De betalingen ontvangen van de overheid dienen door de Groep terugbetaald te worden indien zij beslist om de resultaten van de onderzoeksfase van het betreffende project verder te exploiteren en commercialiseren.# Indien de Groep beslist om niet verder te gaan met de resultaten van de onderzoeksfase, dienen de ontvangen voor-schotten niet terugbetaald te worden. In dit geval dienen de rechten op de onderzoeksresultaten overgedragen te worden aan de overheid. Wanneer de Groep deze voorschotten ontvangt, worden deze opgenomen onder de langlopende verplichtingen. Alleen wanneer er voldoende zekerheid bestaat dat de Groep deze voorschotten niet zal moeten terugbetalen, worden deze voorschotten als overheidssubsidies erkend en opgenomen in “Overige bedrijfsbaten”. Meer bepaald is dit op het ogenblik dat de overheid de ontvangst van de onderzoeksre-sultaten bevestigt alsook hun akkoord met de beslissing van de Groep om niet verder te gaan met het onderzoek.

3.13.2 Belastingkrediet voor O&O

Het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt beschouwd als een overheidssubsidie voor investeringen in vaste activa indien er geen bijkomende relevante voorwaarden moeten voldaan worden die niet direct gerelateerd zijn aan deze activa. Het belastingkrediet wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening evenredig met de kosten die het krediet beoogt te compenseren. Indien het belastingkrediet ontvangen werd om onderzoeks- en ontwikkelingskosten die niet worden geactiveerd, te compenseren, wordt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling opgenomen in de winst- en verliesrekening op het zelfde moment en in mindering van de betreffende onderzoeks- en ontwikkelingskosten opgenomen onder “onderzoeks- en ontwikkelingskosten”. Indien het belastingkrediet ontvangen werd om afschrijvingen op immateriële activa zoals bv. licenties te compenseren, wordt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling erkend in de winst- en verliesrekening over de (resterende) gebruiksduur van het actief en opgenomen onder “Overige bedrijfsbaten”. Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat niet kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt als een uitgestelde belastingvordering geboekt. In dit geval kan het belastingkrediet voor O&O ofwel (i) worden ontvangen in de vorm van een belastingteruggaaf in contanten na de wettelijk voorgeschreven wachttijd, ofwel (ii) worden verrekend met toekomstige belastbare inkomsten. Als het belastingkrediet voor O&O niet door de belastingautoriteiten kan worden terugbetaald, wordt de invorderbaarheid van de uitgestelde belastingvordering op regelmatige basis geëvalueerd, zoals voor de andere uitgestelde belastingvorderingen. Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt in mindering gebracht van de schuld voor te betalen belastingen.

3.14 Immateriële activa

3.14.1 Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa

Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa (gezamenlijk “immateriële activa” genoemd) worden opgenomen tegen historische kostprijs. Immateriële activa die zijn verworven door een bedrijfscombinatie worden geboekt tegen de reële waarde op de overnamedatum. Immateriële activa (behalve goodwill) worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. In het geval van een licentie gerelateerd aan een compound of een product, wanneer het product (dat de compound bevat) voor het eerst gecommercialiseerd wordt). De geschatte gebruiksduur is gebaseerd op de kortste van enerzijds de economische gebruiksduur (gewoonlijk tussen 5 en 20 jaar) en anderzijds de looptijd van het contract. Immateriële activa (behalve goodwill) worden geacht een bepaalde economische gebruiksduur te hebben. Bijgevolg zijn er geen immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur geïdentificeerd.

3.14.2 Computersoftware

Verworven licenties voor computersoftware worden geactiveerd op basis van de kostprijs die betaald werd voor de verwerving en ingebruikstelling van de specifieke software. Deze kosten worden lineair afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur (3 tot 5 jaar).

3.15 Goodwill

Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen en vertegenwoordigt het verschil tussen de overgedragen vergoeding en de belangen van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen onderneming en de reële waarde van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming. Goodwill wordt aanvankelijk opgenomen als een actief tegen kostprijs en wordt daarna gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Goodwill die voortvloeit uit de overname van dochterondernemingen wordt apart in de balans opgenomen, terwijl goodwill die ontstaat door de overname van geassocieerde deelnemingen, wordt opgenomen in de investering in geassocieerde deelnemingen. UCB is werkzaam in één segment en heeft bijgevolg één kasstroomgenererende eenheid voor de test op bijzondere waardeverminderingen. Aangezien goodwill geacht wordt een onbepaalde gebruiksduur te hebben, wordt deze jaarlijks en telkens wanneer er een indicatie voor een bijzondere waardevermindering is, getoetst op bijzondere waardeverminderingen door het vergelijken van de boekwaarde met de realiseerbare waarde. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid kleiner is dan de boekwaarde van de eenheid, wordt het bijzonder waardeverminderingsverlies eerst toegewezen aan de goodwill van de kasstroomgenererende eenheid en wordt het vervolgens op een evenredige basis aan de andere activa van de eenheid toegewezen op basis van de boekwaarde van elk actief in de eenheid. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden niet teruggenomen. Bij afstoting van een dochteronderneming of geassocieerde deelneming wordt het toe te rekenen bedrag van de goodwill opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies uit de afstoting van de entiteit. Indien de reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen de kostprijs van de bedrijfscombinatie overschrijdt, wordt het positieve verschil dat na herbeoordeling overblijft direct in de winst- en verliesrekening opgenomen.

3.16 Materiële vaste activa

Alle materiële vaste activa worden geboekt tegen kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen, behalve materiële vaste activa in aanbouw die geboekt worden tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. De kosten omvatten alle rechtstreeks toerekenbare kosten om het actief gebruiksklaar te maken voor zijn beoogde gebruik. Aangekochte software die integraal deel uitmaakt van de functionaliteit van de betreffende uitrusting wordt als onderdeel van die uitrusting geactiveerd. Financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief, worden geactiveerd als onderdeel van de kostprijs van dat actief. Kosten na eerste opname worden enkel opgenomen in de boekwaarde van het actief of als afzonderlijk actief erkend, naargelang het geval, wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die hieraan verbonden zijn naar de Groep zullen vloeien en wanneer de kostprijs ervan op een betrouwbare wijze kan worden bepaald. Alle overige kosten voor herstel en onderhoud worden als lasten opgenomen wanneer ze zich voordoen. Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode om de kosten van activa, uitgezonderd terreinen en vaste activa in aanbouw, toe te kennen aan hun restwaarde over hun geschatte gebruiksduur. De afschrijving begint wanneer het actief gebruiksklaar is. Terreinen worden niet afgeschreven. De restwaarde en de gebruiksduur van een actief worden ten minste aan het eind van elk boekjaar opnieuw bekeken en indien de verwachtingen afwijken van de vorige schattingen, wordt (worden) de wijziging(en) administratief verwerkt als (een) schattingswijziging(en) in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten.

De volgende gebruiksduren zijn van toepassing op de voornaamste categorieën van materiële vaste activa:

Categorie Gebruiksduur
Gebouwen 20-33 jaar
Machinepark 7-15 jaar
Laboratoriummateriaal 7 jaar
Prototypemateriaal 3 jaar
Meubilair 7 jaar
Voertuigen 5-7 jaar
Computermateriaal 3 jaar
Gebruiksrechten van activa Levensduur van de activa of indien korter, de leasetermijn

Winst en verlies uit afstotingen worden bepaald op basis van de vergelijking tussen de ontvangsten uit de afstoting en de boekwaarde, en worden in de winst- en verliesrekening onder “overige baten en lasten” geboekt. Vastgoedbeleggingen betreffen terreinen en gebouwen die aangehouden worden om huuropbrengsten te genereren. Deze activa worden aanvankelijk geboekt tegen kostprijs en worden afgeschreven op een lineaire basis over hun geschatte gebruiksduur. De onderliggende gebruiksduur komt overeen met die van materiële vaste activa die aangewend worden voor eigen gebruik. Gezien het geringe bedrag van vastgoedbeleggingen, worden deze niet afzonderlijk op de balans vermeld.

3.17 Leaseovereenkomsten

De Groep huurt verschillende gebouwen, uitrustingen en wagens en de huurovereenkomsten worden meestal afgesloten voor een vaste korte- of lange-termijn periode. De huurvoorwaarden worden op een individuele basis onderhandeld en omvatten een breed scala van verschillende algemene voorwaarden. De leaseovereenkomsten leggen geen convenanten op maar de geleasede activa mogen niet gebruikt worden als zekerheid voor leningsdoeleinden. Leaseovereenkomsten worden opgenomen als een gebruiksrecht van activa en overeenkomstige verplichting op de datum waarop het geleasede actief beschikbaar is voor gebruik door de Groep.# UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

Elke leasebetaling wordt opgesplitst in enerzijds de terugbetaling van de verplichting en anderzijds een financiële kost. De financiële kost wordt toegerekend aan de winst- en verliesrekening over de periode van de leaseovereenkomst zodat een constante periodieke interestvoet wordt gegenereerd op het uitstaand saldo van de verplichting voor elke periode. Het gebruiksrecht van activa wordt lineair afgeschreven over het kortste van de gebruiksduur van het actief of de leaseperiode. De activa en verplichtingen voortvloeiend uit een leaseovereenkomst worden aanvankelijk gewaardeerd op basis van een contante waarde. Leaseverplichtingen omvatten de netto contante waarde van de volgende leasebetalingen: vaste betalingen (inclusief in wezen vaste betalingen), verminderd met alle te ontvangen huurvoordelen; variabele leasebetalingen die gebaseerd zijn op een index of een tarief. Er zijn geen leaseovereenkomsten waarvoor de Groep verwacht een bepaald bedrag te moeten betalen als gegarandeerde restwaarde of om een aankoopoptie uit te oefenen waarbij het redelijk zeker is dat de Groep deze optie zal uitoefenen of enige schadevergoeding zou moeten betalen voor het beëindigen van de leaseovereenkomst ingeval de leasetermijn het uitoefenen van deze optie weerspiegelt. De leasebetalingen worden verdisconteerd aan de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst, indien deze rentevoet kan worden bepaald, of aan de marginale rentevoet van de Groep. Gebruiksrechten van activa worden gewaardeerd aan kostprijs die het volgende omvat: het bedrag van de oorspronkelijke waardering van de leaseverplichting; leasebetalingen gedaan op het moment van of voor de aanvangsdatum; initiële directe kosten (behalve voor de leaseovereenkomsten die al bestonden op overgangsdatum), en herstelkosten. Gebruiksrechten van activa worden opgenomen als onderdeel van de materiële vaste activa en leaseverplichtingen als onderdeel van de leningen in de balans. Alle leasebetalingen die vervallen binnen 12 maanden worden als kortlopende verplichtingen geclassificeerd. Alle 212 213 Geïntegreerd jaarverslag 2023 leasebetalingen die vervallen na minstens 12 maanden na balansdatum worden als langlopende verplichtingen geclassificeerd. Betalingen voor korte-termijn leaseovereenkomsten en leaseovereenkomsten voor activa met geringe waarde worden op een lineaire basis erkend als een kost in de winst- en verliesrekening. Korte-termijn leaseovereenkomsten zijn leaseovereenkomsten met een leasetermijn van 12 maanden of minder. Activa met geringe waarde omvatten voornamelijk IT-materiaal (laptops, tablets, mobiele telefoons, pc’s) en klein kantoormaterieel en meubilair. Sommige leaseovereenkomsten voor wagens bevatten variabele leasebetalingen. Het betreft leaseovereenkomsten voor wagens die een finale huuraanpassingsclausule bevatten: bij het beëindigen van de leaseovereenkomst wordt een definitieve afrekening opgemaakt om de finale huuraanpassing te bepalen. Deze finale huuraanpassing is een huurbetaling (of terugbetaling) die het werkelijk gebruik van de geleasede wagen weerspiegelt. Dit finale bedrag is niet gekend bij aanvang van de leaseovereenkomst. Het bedrag van de huuraanpassing is geen gespecificeerd bedrag maar hangt af van gekende factoren zoals de maandelijkse afschrijving en de initiële aanschaffingskost en verschillende factoren die niet gekend zijn bij aanvang van de leaseovereenkomst, zoals kilometerstand, staat van het voertuig, slijtage, schade, geografie van de operatie, verwijderingskanaal en andere factoren. Al deze factoren samen vertegenwoordigen in het algemeen het “gebruik” van het voertuig. Betalingen die variëren afhankelijk van het gebruik van het onderliggend actief en meer bepaald van de kilometerstand van het voertuig zijn variabele leasebetalingen. De finale huuraanpassing wordt erkend als een kost, of ingeval het een terugbetaling betreft, als een vermindering van de kost wanneer gerealiseerd. In een aantal leaseovereenkomsten voor gebouwen en wagens, aangegaan door de Groep, zijn opties om contracten te verlengen opgenomen. Deze voorwaarden worden gebruikt om de operationele flexibiliteit bij het beheer van contracten te maximaliseren. De aangehouden opties om contracten te verlengen kunnen alleen door de Groep worden uitgeoefend en niet door de respectieve leasinggever. Er zijn geen belangrijke leaseovereenkomsten waarbij de Groep leasinggever is.

3.18 Financiële activa: investeringen

3.18.1 Classificatie

De Groep classificeert haar financiële activa in de volgende categorieën: deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (FVPL), deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI), deze die aan geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd. De classificatie hangt af van de manier waarop de Groep de financiële activa beheert (businessmodel) en van de contractuele voorwaarden van de kasstromen. De investeringen zijn opgenomen onder de vaste activa, behalve wanneer de directie van plan is de investering te verkopen binnen de 12 maanden na de balansdatum. Geregelde aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de transactiedatum – de datum waarop de Groep zich verbindt tot de aankoop of verkoop van het actief. Financiële activa worden niet langer opgenomen als de rechten om kasstromen uit de investeringen te ontvangen, vervallen zijn of zijn overgedragen, en de Groep alle risico’s en voordelen verbonden aan de eigendom hoofdzakelijk heeft overgedragen. Voor activa gewaardeerd tegen reële waarde, zullen winsten en verliezen opgenomen worden in de winst- en verliesrekening of in niet-gerealiseerde resultaten. Voor investeringen in eigenvermoegensinstrumenten die niet aangehouden worden voor handelsdoeleinden, zal dit afhangen van het feit of de Groep bij eerste opname een onherroepelijke keuze heeft gemaakt om het eigenvermogensinstrument te boeken als financieel actief gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten.

3.18.2 Waardering

Bij de eerste opname waardeert de Groep een financieel actief tegen zijn reële waarde plus transactiekosten die direct toe te rekenen zijn aan de aanschaffing van het financieel actief, in geval het een financieel actief betreft dat niet gewaardeerd wordt tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Transactiekosten voor financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden opgenomen als kost in de winst- en verliesrekening. Financiële activa met in contract besloten afgeleide financiële instrumenten worden in hun geheel beschouwd voor het bepalen of hun kasstromen enkel de betaling van hoofdsom en rente betreffen.

Schuldinstrumenten

De Groep heeft momenteel geen investeringen in schuldinstrumenten.

Eigen-vermogensinstrumenten

De Groep waardeert alle eigen-vermogensinstrumenten na eerste opname tegen reële waarde. Ingeval de directie van de Groep ervoor gekozen heeft om de winsten en verliezen ten gevolge van de wijzigingen in reële waarde op eigen-vermogensinstrumenten te tonen in de niet-gerealiseerde resultaten, is er geen herclassificatie na eerste opname van winsten en verliezen door wijzigingen in reële waarde naar de winst- en verliesrekening op het ogenblik dat de investering niet langer wordt opgenomen in de balans. Dividenden afkomstig van dergelijke investeringen blijven opgenomen in de winst- en verliesrekening onder financiële opbrengsten op het moment dat de Groep het recht verkrijgt de betaling te ontvangen. Bijzondere waardeverminderingsverliezen (en terugname van bijzondere waardeverminderingsverliezen) op eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden niet afzonderlijk van de andere wijzigingen in de reële waarde gerapporteerd. Alle wijzigingen in de reële waarde van de financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als financiële opbrengsten/lasten. De reële waarde van genoteerde beleggingen is gebaseerd op de huidige biedkoersen. Als de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), bepaalt de Groep de reële waarde door middel van waarderingstechnieken.

3.19 Afgeleide financiële instrumenten en afdekkingsactiviteiten

De Groep maakt gebruik van afgeleide financiële instrumenten om haar blootstelling aan valuta- en renterisico’s die voortvloeien uit haar operationele, financierings- en investeringsactiviteiten af te dekken. De Groep voert geen speculatieve transacties uit. Afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname geboekt tegen reële waarde en toerekenbare transactiekosten worden in de winst- en verliesrekening geboekt als ze zich voordoen. Afgeleide financiële instrumenten worden daarna geherwaardeerd tegen reële waarde. De Groep houdt ook rekening met het kredietrisico en het risico van wanprestatie in haar waarderingstechnieken, wat zorgt voor een verwaarloosbare impact op de waardering van derivaten als gevolg van wijzigingen in de credit- of debetmarge gerealiseerd op tegenpartijen waarmee financiële markttransacties afgesloten worden. 214 215 UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening De methode voor het erkennen van de daaruit voortvloeiende winsten of verliezen hangt af van het feit of het afgeleide financiële instrument als een afdekkingsinstrument is aangemerkt, en zo ja, van de aard van de afgedekte post. De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen, reële-waardeafdekkingen of afdekkingen van netto-investeringen.# De Groep documenteert bij het afsluiten van de transactie de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie, alsook haar doelstellingen en strategie inzake risicobeheer waarvoor de verschillende afdekkingstransacties werden aangegaan. De Groep past deze beoordeling aan wanneer nodig bijvoorbeeld wanneer de afdekkingsratio opnieuw wordt geëvalueerd of wanneer de analyse van de oorzaken van afdekkingsineffectiviteit wordt aangepast. De volledige reële waarde van een afgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie meer dan 12 maanden bedraagt, en als vlottend actief of kortlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie minder dan 12 maanden bedraagt. In contract besloten afgeleide financiële instrumenten bij financiële verplichtingen worden van het basiscontract gescheiden en afzonderlijk geboekt indien de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract en van het in contract besloten afgeleide financiële instrument niet nauw met elkaar verbonden zijn, een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in contract besloten afgeleide financiële instrument zou beantwoorden aan de definitie van een afgeleid financieel instrument, en indien het gecombineerde instrument niet tegen reële waarde in de winst- en verliesrekening wordt geboekt.

3.19.1 Kasstroomafdekkingen

Het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, wordt opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder “Financiële opbrengsten/Financiële kosten”.

Wanneer optiecontracten worden gebruikt om een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie af te dekken, merkt de Groep enkel de intrinsieke waarde van de opties aan als afdekkingsinstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijzigingen in de intrinsieke waarde van de opties worden erkend in niet-gerealiseerde resultaten. De wijzigingen in de tijdswaarde van de opties die betrekking hebben op de afgedekte positie (gealigneerde tijdswaarde) worden ook erkend in niet-gerealiseerde resultaten. Deze zullen worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten/kosten) zodra de afgedekte transactie de winst- en verliesrekening beïnvloedt (in het geval van transactiegerelateerde afdekkingen) of over de periode van de afdekking (in het geval van tijdsperiodegerelateerde afdekkingen).

Wanneer termijncontracten worden gebruikt om verwachte toekomstige transacties af te dekken, merkt de Groep over het algemeen enkel de wijziging in reële waarde van het termijncontract met betrekking tot de spot component aan als afdekkingsinstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten worden erkend in niet-gerealiseerde resultaten. De wijzigingen in de forward component van het contract dat betrekking heeft op de afgedekte positie (gealigneerde forward component) wordt erkend in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten/kosten).

Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in intrinsieke waarde van de opties of met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten geaccumuleerd in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in de periode dat de afgedekte positie de winst- en verliesrekening beïnvloedt op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winst- en verliesrekening heeft beïnvloed.

Als de kasstroomafdekking van een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie leidt tot de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, dan worden de daarmee verband houdende winsten of verliezen op het voorheen in de niet-gerealiseerde resultaten erkende afgeleide financieel instrument opgenomen in de initiële waardering van het actief of de verplichting wanneer het actief of de verplichting wordt erkend.

Wanneer termijncontracten en financiële instrumenten met vreemde valuta basis spreads worden gebruikt in afdekkingen beslist de Groep voor elke afdekkingsrelatie afzonderlijk of de wijzigingen in de valuta basis spreads geboekt worden zoals de tijdswaarde van opties of deze wijzigingen in waarde opgenomen worden in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten).

Wanneer een afdekkingsinstrument vervalt, verkocht wordt of beëindigd wordt, of wanneer een afdekking niet langer aan de criteria voor hedge accounting beantwoordt, wordt de geaccumuleerde uitgestelde winst of verlies in niet-gerealiseerde resultaten op dat moment behouden in niet-gerealiseerde resultaten tot de verwachte toekomstige transactie plaats vindt, resulterend in de erkenning van een niet-financieel actief of niet-financiële verplichting. Zodra verwacht wordt dat een verwachte toekomstige transactie zich niet meer zal voordoen, worden de geaccumuleerde winsten of verliezen opgenomen onder niet-gerealiseerde resultaten onmiddellijk overgeboekt naar de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten).

3.19.2 Reële-waardeafdekkingen

Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als reële-waardeafdekkingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt onder “Financiële opbrengsten/Financiële kosten”, samen met eventuele wijzigingen in de reële waarde van het afgedekte actief of de afgedekte verplichting die aan het afgedekte risico toegerekend kunnen worden.

3.19.3 Afdekkingen van netto-investeringen

Afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten worden geboekt op vergelijkbare wijze met kasstroomafdekkingen. Elke winst of elk verlies op het afdekkingsinstrument met betrekking tot het effectieve gedeelte van de afdekking wordt opgenomen in de cumulatieve omrekeningsverschillenreserve. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve gedeelte wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder “Financiële opbrengsten/Financiële kosten”. De in het eigen vermogen geaccumuleerde winsten en verliezen worden naar de winst- en verliesrekening overgeboekt wanneer de buitenlandse bedrijfsactiviteit gedeeltelijk wordt afgestoten of wordt verkocht.

3.19.4 Afgeleide financiële instrumenten die niet in aanmerking komen voor hedge accounting

Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die niet kwalificeren voor hedge accounting worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening geboekt onder “Financiële opbrengsten/Financiële kosten”.

3.20 Voorraden

Grondstoffen, verbruiksproducten, goederen die aangekocht werden voor doorverkoop, goederen in bewerking en afgewerkte goederen worden gewaardeerd tegen de kostprijs of de netto realiseerbare waarde als die lager is. De kostprijs wordt bepaald aan de hand van de gewogen gemiddelde kostenmethode. De kostprijs van goederen in bewerking en afgewerkte goederen omvat alle kosten voor de verwerking en andere kosten die gemaakt worden om de voorraden naar hun huidige locatie en in hun huidige toestand te brengen. De bewerkingskosten omvatten de productiekosten en de gerelateerde vaste en variabele indirecte productiekosten (inclusief afschrijvingslasten). De netto realiseerbare waarde vertegenwoordigt de geschatte verkoopprijs verminderd met alle geschatte afwerkingskosten en de nog te maken kosten voor marketing, verkoop en distributie.

Materialen voor klinische proeven zijn werkzame stoffen en ontwikkelingsbenodigdheden die worden gebruikt bij O&O-activiteiten. Aangezien deze niet worden gebruikt om in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening te worden verkocht, voldoen zij niet aan de definitie van voorraden. Deze worden echter in de balans gepresenteerd als andere vlottende activa, aangezien de materialen voor klinische proeven voldoen aan de definitie van een actief, aangezien het waarschijnlijk is dat zij zullen resulteren in toekomstige economische voordelen voor de Groep en aangezien hun kostprijs of waarde op betrouwbare wijze kan worden gemeten.

3.21 Handelsvorderingen

Handelsvorderingen worden bij eerste opname geboekt tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode na aftrek van een voorziening voor verwachte kredietverliezen. Voor het bepalen van de verwachte kredietverliezen, past de Groep de vereenvoudigde benadering toe die is toegestaan door IFRS 9, die vereist dat levenslange verliezen worden opgenomen vanaf de eerste opname van de vorderingen. De Groep identificeerde 2 categorieën handelsvorderingen: vorderingen op particuliere klanten en vorderingen op klanten in de publieke sector. Voor elk van deze categorieën maakt de Groep gebruik van een matrix om de voorziening voor levenslang verwachte kredietverliezen te bepalen. In geval er een indicatie of aanwijzing van bijzondere waardevermindering is voor een specifieke vordering, zal een bijzondere waardevermindering worden opgenomen voor het bedrag van de levenslang verwachte kredietverliezen. Voor alle vorderingen die gedekt zijn door een kredietverzekering of door een factoringovereenkomst zonder verhaal, zullen de levenslang verwachte kredietverliezen worden berekend rekening houdend met deze dekking.# 3.22 Geldmiddelen en kasequivalenten

Ten behoeve van de presentatie in het Geconsolideerd Kasstroomo-verzicht omvatten geldmiddelen en kasequivalenten contanten, direct opvraagbare deposito’s en overige kortlopende, uiterst liquide beleggingen met originele looptijden van drie maanden of minder die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen, en voorschotten in rekening-courant. Voorschotten in rekening-courant worden opgenomen onder de leningen onder kortlopende verplichtingen in de balans.

3.23 Vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de Vennoot-schap die ofwel afgestoten is, ofwel geclassificeerd is als aangehou-den voor verkoop. Het moet ofwel een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, of-wel deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht.

Vaste activa of een groep activa die wordt afgestoten, worden geclas-sificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en een verkoop als zeer waarschijnlijk wordt beschouwd. Vaste activa en groepen activa die worden afgestoten, worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde vermin-derd met de verkoopkosten indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door hun voortgezette gebruik. Bijzondere waardeverminderingsverliezen bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop worden in de winst- en verliesrekening geboekt. Vaste activa die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop worden niet afgeschreven.

3.24 Aandelenkapitaal

3.24.1 Gewone aandelen

Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen. Bijko-mende kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen of opties worden in mindering van de ontvangen bedragen in het eigen vermogen gepresenteerd, na aftrek van belas-tingen. De Vennootschap heeft geen preferente aandelen of verplicht aflosbare preferente aandelen uitgegeven.

3.24.2 Eigen aandelen

Wanneer een onderneming van de Groep aandelen van de Vennoot-schap koopt (eigen aandelen) wordt de betaalde som, inclusief de toerekenbare directe kosten (na aftrek van winstbelastingen) in min-dering gebracht van het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap tot de aandelen geannuleerd of verkocht zijn. Wanneer dergelijke aandelen later worden verkocht, wordt elke ontvangen vergoeding, na aftrek van de rechtstreeks toere-kenbare bijkomende transactiekosten en het gerelateerde winstbelas-tingseffect, opgenomen in het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap.

3.25 Obligaties en leningen

Obligaties, leningen en voorschotten in rekening-courant worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde, na aftrek van de op-gelopen transactiekosten, en worden vervolgens gewaardeerd tegen hun geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieve renteme-thode. Verschillen tussen de ontvangsten (na aftrek van transactiekos-ten) en de afwikkeling of aflossing van leningen worden erkend over de looptijd van de leningen, overeenkomstig de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. Leningen worden geclassificeerd als kortlopende verplichtingen, behalve wanneer de Groep een onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting voor ten minste 12 maanden na de balansdatum uit te stellen.

3.26 Handelsschulden

Handelsschulden worden bij eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode.

3.27 Personeelsbeloningen

3.27.1 Pensioenverplichtingen

De Groep kent verschillende vergoedingen na uitdiensttreding toe, waaronder zowel toegezegd-pensioenregelingen als toegezegde-bij-dragenregelingen. Een toegezegde-bijdragenregeling is een pensioenplan waarbij de Groep vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit en geen wettelijke of feitelijke verplichting heeft om bijkomende bijdragen te betalen indien het fonds over onvoldoende middelen zou beschikken om aan alle werknemers de voordelen te betalen die resulteren uit het dienstverband van de werknemer in de lopende periode en in voor-gaande perioden. Verplichtingen voor bijdragen aan toegezegde-bij-dragenregelingen worden als kosten voor personeelsvergoedingen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening opgenomen wanneer ze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde bijdragen worden als een actief geboekt voor zover deze terugbetaalbaar zijn in contanten of tot een vermindering van toekomstige betalingen zullen leiden.

Toegezegd-pensioenregelingen bepalen een bedrag voor pensioen-uitkering dat een werknemer bij pensionering zal ontvangen, meestal op basis van één of meer factoren, zoals leeftijd, aantal dienstjaren en loon. De verplichting, opgenomen in de geconsolideerde balans, met betrekking tot de toegezegd-pensioenregelingen, is de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioen-rechten verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. Een eventueel surplus dat voortvloeit uit deze berekening wordt be-perkt tot de contante waarde van eventuele economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verminderingen van toekomstige bijdragen aan de regeling.

De brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt berekend door onafhankelijke actuarissen volgens de ‘projected unit credit’-methode. Een volledige actuariële waardering op basis van bijgewerkte personeelsgegevens wordt ten minste om de drie jaar uitgevoerd. Daarnaast is een volledige actuariële waardering eveneens vereist indien de nettoschommeling in de balans van het ene jaar op het andere meer dan 10% bedraagt als gevolg van omstandigheden met betrekking tot de regeling (significante wijzigingen in lidmaat-schap, wijzigingen in de regeling enz.). In jaren waar een volledige actuariële waardering niet vereist is, worden prognoses (“roll-forwards” genoemd) gebruikt op basis van het voorgaande jaar met bijgewerkte veronderstellingen (disconteringsvoet, loonsverhoging, verloop). Voor deze roll-forwardwaarderingen worden de gegevens van de individu-ele werknemers gebruikt van de laatste volledige waarderingsdatum, rekening houdend met veronderstellingen op het vlak van loonsverho-gingen en mogelijk verloop. Bij alle waarderingen worden de verplichtingen gewaardeerd op de toepasselijke balansdatum en de marktwaarde van de pensioen-fondsbeleggingen wordt eveneens op deze datum gerapporteerd, onafhankelijk van het feit of het een volledige of een roll-forward-waardering betreft.

De contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toege-zegde pensioenrechten wordt bepaald door de geschatte toekomsti-ge kasuitstromen te verdisconteren op basis van de marktrendemen-ten van hoogwaardige ondernemingsobligaties waarvan de looptijd consistent is met de looptijd van de verplichtingen van de Groep en waarvan de valuta dezelfde is als die waarin de beloningen verwacht worden te zullen worden betaald.

Herwaarderingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen, de im-pact van de limiet op activa (indien van toepassing) en het rendement op fondsbeleggingen (excl. rente) worden onmiddellijk opgenomen in de balans samen met een tenlasteneming of creditering van niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin deze zich voordoen. Herwaarderingen die opgenomen zijn in niet-gerealiseerde resultaten worden nooit naar de winst- en verliesrekening overgeboekt. De en-titeit kan deze in niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedragen evenwel overboeken binnen het eigen vermogen.

Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt in de winst- en verliesreke-ning in de periode van de wijziging van de regeling. Nettorente wordt berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettover-plichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. De kosten voor toegezegde pensioenrechten worden onderverdeeld in drie categorieën: aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkos-ten van verstreken diensttijd, winsten en verliezen op inperkingen en afwikkelingen; netto rentekosten of -inkomsten; herwaardering. De Groep neemt de eerste twee componenten van de kosten voor toegezegde pensioenen op onder de personeelskosten in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening (in de operationele kosten volgens aard). Netto rentekosten of -inkomsten worden opgenomen als onderdeel van de operationele winst. Winsten en verliezen als gevolg van inperkingen worden opgenomen als pensioenkosten van verstreken diensttijd. Herwaarderingen worden geboekt onder de niet-gerealiseerde resultaten.

3.27.2 Overige vergoedingen na uitdiensttreding

Sommige ondernemingen van de Groep verlenen hun gepensio-neerden medische zorgverlening na uitdiensttreding. De nettover-plichting van de Groep is het bedrag van toekomstige beloningen die werknemers hebben verdiend in ruil voor hun dienstverband in de lopende en voorgaande perioden. De verwachte kosten van deze beloningen worden erkend over de periode van tewerkstelling, op basis van dezelfde methodologie als deze die gebruikt wordt voor de toegezegd-pensioenregelingen.

3.27.3 Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen zijn verschuldigd wanneer het dienstverband van een werknemer wordt beëindigd vóór de normale pensioen-datum, of wanneer een werknemer in ruil voor deze vergoedingen vrijwillig ontslag aanvaardt.# 3.27 Personeelsbeloningen

3.27.1 Ontslagvergoedingen

De Groep neemt ontslagvergoedingen op wanneer ze zich aantoonbaar heeft verbonden tot hetzij de beëindiging van het dienstverband van huidige werknemers volgens een gedetailleerd formeel plan zonder de mogelijkheid dat het plan ingetrokken wordt, hetzij de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod dat aan de werknemers gedaan werd om vrijwillig ontslag te stimuleren. Vergoedingen die na meer dan 12 maanden na de balansdatum invorderbaar worden, worden naar hun contante waarde verdisconteerd.

3.27.4 Overige lange-termijnpersoneelsbeloningen

De verplichtingen voor jubileumpremies en beloningen voor het in dienst zijn gedurende een lange periode worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige betalingen met betrekking tot diensten verstrekt door werknemers tot op het einde van de verslagperiode, gebruik makend van de “projected unit credit”-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met verwachte toekomstige loonsverhogingen, ervaringen inzake personeelsverloop en dienstverleningsperioden. Verwachte toekomstige betalingen worden verdisconteerd op basis van de marktrendementen van hoog-waardige ondernemingsobligaties waarvan de looptijd en de valuta zo nauw mogelijk overeenkomen met deze van de geschatte toekomstige kasuitstromen. Herwaarderingen ten gevolge van ervaringsaanpassingen en wijzigingen in actuariële veronderstellingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.

216 217 Geïntegreerd jaarverslag 2023

3.27.5 Winstdeling en bonusregelingen

De Groep neemt een verplichting en een last op voor bonussen en winstdeling op basis van een formule waarbij de winst die toewijsbaar is aan de aandeelhouders van de Vennootschap, na bepaalde correcties, in aanmerking genomen wordt. De Groep neemt een voorziening op wanneer een betrouwbare schatting van de verplichting kan worden gemaakt, aangezien er een praktijk uit het verleden bestaat voor betalingen van bonussen en winstdelingen die een feitelijke verplichting heeft doen ontstaan.

3.27.6 Op aandelen gebaseerde betalingen

De Groep beheert verschillende in eigenvermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen als beloning voor de werknemers. De reële waarde van de diensten die worden ontvangen van de werknemers in ruil voor de toekenning van aandelenopties, wordt als last opgenomen. Het totaalbedrag dat wordt opgenomen in kosten, wordt bepaald door verwijzing naar de reële waarde van de toegekende aandelenopties, waarbij geen rekening wordt gehouden met de impact van eventuele voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde toekenningsvoorwaarden die niet marktgereleerd zijn (bijvoorbeeld winstgevendheid, gedurende een bepaalde tijd in dienst blijven bij de entiteit). Toekenningsvoorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde voorwaarden die niet marktgerelateerd zijn, worden opgenomen in de veronderstellingen over het aantal opties dat verwacht wordt onvoorwaardelijk te worden. Het totale bedrag van de kost wordt opgenomen over de wachtperiode, hetgeen de periode is gedurende dewelke alle bepaalde toekenningsvoorwaarden moeten worden vervuld. De reële waarde van het aandelenoptieplan wordt bepaald op de toekenningsdatum volgens het waarderingsmodel van Black & Scholes, dat rekening houdt met de verwachte looptijd en het annuleringspercentage van de opties. Op elke balansdatum herziet de entiteit haar schattingen van het aantal opties dat naar verwachting onvoorwaardelijk zal worden. Ze neemt de impact van de herziening van de oorspronkelijke schattingen desgevallend op in de winst- en verliesrekening, met een overeenkomstige aanpassing in het eigen vermogen. De ontvangen bedragen worden, na aftrek van eventuele direct toerekenbare transactiekosten, gecrediteerd in het aandelenkapitaal (nominale waarde) en in de uitgiftepremie wanneer de opties uitgeoefend worden. De reële waarde van het bedrag dat betaalbaar is aan werknemers op basis van “share appreciation rights”, fantoomaandelenoptieplannen, fantoomaandelentoekenningsplannen en fantoomprestatieaandelenplannen die in geldmiddelen worden afgewikkeld, wordt geboekt als een last, met een overeenkomstige verhoging van de verplichtingen over de periode gedurende dewelke de werknemers onvoorwaardelijk recht krijgen op de betaling. De verplichting wordt geherwaardeerd op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling. Alle wijzigingen in de reële waarde van de verplichtingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als personeelskosten.

3.28 Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen in de balans wanneer:
* er een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting is als gevolg van een gebeurtenis in het verleden;
* het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen omvatten, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen; en
* het bedrag van de verplichting betrouwbaar geschat kan worden.

Het bedrag dat als voorziening opgenomen wordt, is de beste schatting van de vereiste uitgaven om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting vereist zullen zijn om de verplichting af te wikkelen, aan de hand van een disconteringsvoet die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico’s die inherent zijn aan de verplichting. De verhoging van de voorziening vanwege het verstrijken van tijd wordt als rentelast geboekt. Een voorziening voor reorganisatiekosten wordt geboekt wanneer de Groep een gedetailleerd formeel plan heeft en ze bij de betrokkenen een geldige verwachting heeft gewekt dat ze de reorganisatie zal doorvoeren door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijkste kenmerken ervan aan de betrokkenen mee te delen. Milieuvoorzieningen vloeien hoofdzakelijk voort uit wettelijke contractuele verplichtingen. Voor meer informatie over deze milieu- en andere voorzieningen verwijzen wij naar Toelichting 34.Toelichting 34.Toelichting 34.Toelichting 34.

218 219 UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

4. Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen

Schattingen en beoordelingen worden voortdurend geëvalueerd en zijn gebaseerd op historische ervaring en andere factoren, inclusief de verwachtingen betreffende toekomstige gebeurtenissen die redelijk worden geacht gezien de omstandigheden.

4.1 Kritische beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep

Opbrengstenerkenning

De Groep is betrokken partij bij licentieverleningsovereenkomsten die gepaard kunnen gaan met vooruitbetalingen, ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet en royalty’s die zich verspreid over verschillende jaren kunnen voordoen en bepaalde toekomstige contractuele verplichtingen kunnen inhouden. Voor alle licentieverleningsovereenkomsten waarbij een licentie wordt toegekend samen met andere goederen en diensten, maakt de Groep eerst een beoordeling over het feit of de licentie al dan niet beschouwd dient te worden als een afzonderlijke prestatieverplichting. Indien het toekennen van de licentie beschouwd wordt als een afzonderlijke prestatieverplichting, worden de opbrengsten met betrekking tot de overdracht van de licentie erkend op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de aard van de licentie. Opbrengsten worden enkel gespreid over een bepaalde periode indien de Groep ontwikkelings-, productie- of andere activiteiten uitvoert die een significante impact hebben op de getransfereerde intellectuele eigendom, waarbij de licentiehouder wordt blootgesteld aan de effecten van deze activiteiten, indien deze activiteiten geen afzonderlijke dienst vertegenwoordigen. Indien de Groep van oordeel is dat deze voorwaarden niet vervuld zijn, worden de opbrengsten die resulteren uit licentieverleningsovereenkomsten erkend op het ogenblik dat de zeggenschap over de licentie getransfereerd wordt. Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend en ingeval de input-methode als de beste methode wordt beschouwd om de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant weer te geven, kan enige beoordeling nodig zijn bij de toepassing van deze methode, met name bij het inschatten van de totale op te lopen kosten en uren. In dit geval gebruikt de Groep haar beste schatting op basis van ervaringen uit het verleden en actuele kennis en vooruitgang van de te verstrekken dienst. Schattingen worden op continue basis opnieuw beoordeeld. Gezien de activiteiten van de Groep, biedt de input-methode in de meeste gevallen de meest getrouwe weergave van de overdracht van de dienst aan de klant. Voor licenties die gebundeld worden met andere diensten (zoals bijvoorbeeld ontwikkelings- of productiediensten) zal de Groep een beoordeling maken over het feit of de gecombineerde prestatieverplichting vervuld wordt op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode. Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend, zal de Groep beoordelen over welke periode de diensten worden verstrekt. De Groep zal ook een beoordeling maken bij het toewijzen van de verschillende componenten van de transactieprijs aan de verschillende prestatieverplichtingen in geval er, naast de overdracht van de licentie, ook andere prestatieverplichtingen in de licentieverleningsovereenkomst opgenomen zijn. Opbrengstenerkenning voor licentieverleningsovereenkomsten is bijgevolg gebaseerd op de specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan elke licentieverleningsovereenkomst. Dit kan ertoe leiden dat kasontvangsten aanvankelijk geboekt worden als contractuele verplichtingen en dan overgeboekt worden naar de opbrengsten in de volgende verslagperiodes op basis van de diverse voorwaarden die in de overeenkomst vermeld worden.# Beëindigde bedrijfsactiviteiten
Bedrijfsactiviteiten die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop of die verkocht werden, worden gepresenteerd als beëindigde bedrijfsactiviteiten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening indien de bedrijfsactiviteiten een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht. De inschatting van wat een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit is, gebeurt geval per geval en hangt af van de grootte van de bedrijfsactiviteiten in termen van opbrengsten, brutowinst of totale waarde van activa en verplichtingen in vergelijking met de totale bedrijfsactiviteiten van de Groep.

Leaseovereenkomsten

Voor het bepalen van de leasetermijn houdt het management rekening met alle feiten en omstandigheden die een economisch voordeel inhouden bij het uitoefenen van een optie om een contract te verlengen of te beëindigen. De beoordeling wordt herzien indien zich een belangrijke gebeurtenis of een significante wijziging in de omstandigheden voordoet die een invloed kan hebben op deze beoordeling. Gedurende het huidige boekjaar was er geen materiële financiële impact als een gevolg van de herziening van leasetermijnen om het effect van het uitoefenen van opties om een contract te verlengen of te beëindigen, weer te geven.

4.2 Kritische boekhoudkundige schattingen en veronderstellingen

De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie, vereist dat de directie schattingen en veronderstellingen maakt die invloed hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen, de toelichting van voorwaardelijke activa en verplichtingen op de datum van de jaarrekening en de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten tijdens de verslagperiode. De directie baseert haar schattingen op ervaring en cijfers uit het verleden evenals verscheidene andere veronderstellingen die worden geacht redelijk te zijn in de gegeven omstandigheden, waarvan de resultaten de basis vormen voor de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten die mogelijks niet onmiddellijk blijken uit andere bronnen. De werkelijke resultaten zullen per definitie afwijken van deze schattingen. Schattingen en veronderstellingen worden periodiek herzien en de effecten van herzieningen worden in de jaarrekening weerspiegeld in de periode waarin ze geacht worden noodzakelijk te zijn.

4.2.1 Omzetreducties

De Groep heeft accruals geboekt voor verwachte verkoopretouren, terugvorderingen (charge-backs) en andere rabatten, inclusief de programma’s “Medicaid Drug Rebate” en “Federal Medicare” in de Verenigde Staten en gelijksoortige rabatten in andere landen. Dergelijke schattingen zijn gebaseerd op analyses van bestaande contractuele verplichtingen of wetgevingen, historische trends en op de ervaring van de Groep. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de accruals die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties. In het algemeen worden de kortingen, rabatten en andere verminderingen die op de factuur worden vermeld in de winst- en verliesrekening opgenomen als een onmiddellijke vermindering van de bruto-omzet. De verkoopretouren, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat en in de balans in de toepasselijke accrualrekening gepresenteerd, en afgetrokken van de omzet. Alle omzetreducties worden beschouwd als deel uitmakend van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs. Het bedrag van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs wordt zo bepaald dat de totale transactieprijs de prijs is die door het management wordt ingeschat als zijnde niet onderworpen aan beperkingen.

4.2.2 Immateriële activa en goodwill

De Groep heeft immateriële activa met een boekwaarde van € 4 232 miljoen (Toelichting 20) en goodwill met een boekwaarde van € 5 254 miljoen (Toelichting 21). De immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. bij de start van de commercialisering van de gerelateerde producten). De directie schat dat de economische gebruiksduur voor verworven lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten gelijk is aan de periode dat deze producten genieten van de patentbescherming of de exclusiviteit van gegevens. Voor de immateriële activa die verworven worden door een bedrijfscombinatie en die compounds bevatten die gecommercialiseerd worden maar waarvoor geen patentbescherming of exclusiviteit van gegevens bestaat, schat de directie dat de economische gebruiksduur gelijk is aan de periode waarin deze compounds substantieel alle geldelijke bijdragen zullen realiseren. Deze immateriële activa en goodwill worden regelmatig getoetst op bijzondere waardeverminderingen en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er eventueel van een bijzondere waardevermindering sprake is. De nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en goodwill worden minstens jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen. Om te beoordelen of er sprake is van enige bijzondere waardevermindering, gebeuren de schattingen op basis van de verwachte toekomstige kasstromen uit het gebruik van deze activa en hun eventuele verkoop. Deze geraamde kasstromen worden dan aangepast aan de contante waarde, met toepassing van een gepaste disconteringsvoet die de risico’s en onzekerheden die gepaard gaan met de geraamde kasstromen weerspiegelt. De werkelijke resultaten kunnen sterk afwijken van dergelijke schattingen van verdisconteerde toekomstige kasstromen. Factoren zoals de opkomst of afwezigheid van concurrentie, technische veroudering of rechten die lager liggen dan verwacht, kunnen leiden tot een verkorting van de economische gebruiksduur en tot bijzondere waardeverminderingen. De Groep paste de volgende basisveronderstellingen toe voor de berekening van de “bedrijfswaarde”, die vereist is voor de test op bijzondere waardeverminderingen van immateriële activa en goodwill op het einde van het jaar:

Omdat de kasstromen ook rekening houden met de belastinguitgaven wordt een disconteringsvoet na belastingen gebruikt in de testen op bijzondere waardeverminderingen.

Veronderstelling Percentage
Groeiratio voor de eindwaarde 2,0%
Disconteringsvoet met betrekking tot goodwill en immateriële activa voor verkochte producten 7,17%

De directie is van mening dat het gebruik van de disconteringsvoet na belastingen overeenstemt met de resultaten van het gebruik van een disconteringsvoet vóór belastingen toegepast op kasstromen vóór belastingen.

4.2.3 Milieuvoorzieningen

De Groep heeft voorzieningen voor kosten voor milieusanering aangelegd die beschreven staan in Toelichting 34. De belangrijkste elementen van de milieuvoorzieningen betreffen de kosten om vervuilde sites volledig te saneren en opnieuw in te richten en om vervuiling op sommige andere sites te behandelen, vooral diegene die verband houden met de afgestoten chemische en filmactiviteiten van de Groep. Toekomstige kosten voor milieusanering worden beïnvloed door een aantal onzekerheden, waaronder de ontdekking van aangetaste sites (waarvan men voorheen niet wist dat ze aangetast waren), de methode en omvang van het milieuherstel, het percentage van vervuiling dat aan de Groep toe te schrijven is en de financiële capaciteiten van de andere mogelijk verantwoordelijke partijen. Gezien de moeilijkheden die inherent zijn aan het inschatten van de verplichtingen op dit gebied, kan niet worden gegarandeerd dat er geen extra kosten zullen zijn naast de momenteel reeds voorziene bedragen. De impact van de milieuherstelmaatregelen op de resultaten van de bedrijfsactiviteiten kan niet voorspeld worden vanwege de onzekerheid betreffende het bedrag en de timing van toekomstige uitgaven en de resultaten van toekomstige activiteiten. Indien dergelijke wijzigingen zich zouden voordoen, kan dit een impact hebben in de toekomst op de in de balans geboekte voorzieningen.

4.2.4 Personeelsbeloningen

De Groep heeft momenteel talrijke toegezegd-pensioenregelingen die beschreven staan in Toelichting 33. De berekening van de activa of verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is gebaseerd op statistische en actuariële veronderstellingen. Dit is in het bijzonder het geval voor de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten die beïnvloed wordt door veronderstellingen met betrekking tot de discontovoeten die gebruikt worden om tot de contante waarde van toekomstige pensioenverplichtingen te komen en veronderstellingen over toekomstige stijgingen van salarissen en beloningen. Verder maakt de Groep gebruik van statistische veronderstellingen inzake toekomstige terugtrekkingen van deelnemers uit de regelingen en schattingen inzake de levensverwachting. De gebruikte actuariële veronderstellingen kunnen sterk verschillen van de werkelijke resultaten vanwege wijzigingen in de markt- en economische omstandigheden, een hoger of lager personeelsverloop, langere of kortere levensverwachting van deelnemers en andere wijzigingen in de geëvalueerde factoren.# 4.2.5 Belastingposities

De Groep is actief in meerdere jurisdicties waar vaak een complexe juridische en fiscale regelgeving van toepassing is. De Groep werkt constructief mee met de fiscale autoriteiten. Waar nodig worden consultants en juridische adviseurs geraadpleegd om opinies te bekomen over fiscale wetgeving en principes. De posities met betrekking tot de inkomstenbelasting worden als gefundeerd beschouwd door de Groep en zijn bedoeld om uitdagingen door de fiscus te weerstaan. Het wordt evenwel erkend dat sommige posities onzeker zijn en interpretaties bevatten van complexe fiscale wetgeving alsook transfer pricing overwegingen, die zouden betwist kunnen worden door de fiscus. De Groep beoordeelt deze posities op basis van technische aspecten en dit op een regelmatige basis gebruik makend van alle beschikbare informatie (wetgeving, jurisprudentie, regelgeving, gevestigde praktijken, gezaghebbende doctrine, alsook op basis van de huidige staat van besprekingen met de fiscale autoriteiten, waar van toepassing). Een verplichting wordt opgenomen voor elk item waarvoor het onwaarschijnlijk is dat de positie kan standhouden bij onderzoek door de fiscale autoriteiten en na gebruik van alle rechtsmiddelen om de positie voor de rechtbank te verdedigen, op basis van alle relevante informatie. De verplichting wordt berekend als zijnde de meest waarschijnlijke uitkomst voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting of de verwachte waarde voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting en verrekenprijzen, afhankelijk van welke methode verwacht wordt een betere voorspelling te geven van de uitkomst van elke onzekere belastingpositie, met het oog op het weergeven van de waarschijnlijkheid dat een aanpassing bij onderzoek wordt erkend. Deze inschattingen zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die bestaan op het einde van de verslagperiode. De belastingverplichting en kost inzake winstbelastingen bevatten boetes en nalatigheidsinteresten die voortvloeien uit fiscale geschillen. Een vordering voor aanpassingen naar aanleiding van een belastingcontrole wordt erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht, op basis van de technische aspecten van de fiscale zaak, dat een Onderling Overleg of Arbitrageprocedure kan voorzien in een overeenkomstige aanpassing in één of meerdere rechtsgebieden. De vordering wordt berekend als de verwachte waarde (in verband met kwesties inzake verrekenprijzen) van de recupereerbaarheid in de vennootschapsbelasting in de betreffende jurisdictie na voltooiing van het Onderling Overleg of Arbitrageprocedure.

De Groep heeft een netto uitgestelde belastingvordering van € 518 miljoen erkend (Toelichting 32). De opname van uitgestelde belastingvorderingen is gebaseerd op de vraag of het waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn in de toekomst waartegen de terugboeking van tijdelijke verschillen kan worden afgezet. Indien de tijdelijke verschillen betrekking hebben op verliezen of overdraagbare belastingvoordelen (zoals innovatieaftrek), wordt de beschikbaarheid van voldoende verwachte belastbare winsten om met de belastingvoordelen te compenseren, ook in overweging genomen, rekening houdend met de functie en het risicoprofiel van de betrokken belastbare entiteit. Belangrijke elementen die het management heeft beoordeeld bevatten de erkenning op de balans van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot verliezen in jurisdicties waar verliezen werden gemaakt in voorgaande perioden, maar waar nu winsten worden gemaakt en waarvan verwacht wordt dat er ook in de nabije toekomst winsten zullen worden gemaakt. In dergelijke gevallen heeft het management de beste inschatting gemaakt van de juiste waarde van deze activa hetgeen de inschatting omvat van de lengte van de toekomstige periode die gebruikt dient te worden voor dergelijke beoordelingen. Deze beoordelingen worden geval per geval gemaakt rekening houdend met de oorsprong en aard van de verwachte inkomsten, gebaseerd op de functionele profielen van de betrokken entiteiten, en dit entiteit per entiteit, maar deze periode overschrijdt in de meeste gevallen niet de periode van vijf jaar. Verschillen in de verwachte belastbare winst en de werkelijke winstgevendheid of een verlaging van de verwachte toekomstige belastbare winsten zouden de uitgestelde belastingvorderingen die in toekomstige perioden worden erkend, kunnen beïnvloeden. Er werden geen materiële uitgestelde belastingvorderingen erkend voor entiteiten die momenteel nog steeds verlieslatend zijn of die hun belastingvoordelen niet gebruiken.

Gelet op de internationale ontwikkelingen inzake belastinghervorming, beoordeelt het management de impact van de aanstaande internationale belastinghervorming van de OESO (“Tax Challenges arising from the Digitalization of the Economy”) op de opname en waardering van uitgestelde belastingvorderingen. Gezien het ontbreken van in werking tredende wetgeving in de landen waar UCB actief is, heeft dit momenteel geen effect.

4.2.6 Waardering van immateriële activa en gerelateerde uitgestelde belastingen verworven in bedrijfscombinaties

Activa die zijn geïdentificeerd als gevolg van een bedrijfscombinatie worden gewaardeerd met inachtneming van het concept van het hoogste en beste gebruik, overeenkomstig IFRS 13, Waardering tegen reële waarde, en IFRS 3, Bedrijfscombinaties, vanuit het oogpunt van een marktdeelnemer. Om de bestaande lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten te waarderen op de effectieve datum van de bedrijfscombinatie, wordt de “multi-period excess earnings”-methode gebruikt, een variante van de inkomstenbenadering die de waarde van een immaterieel actief raamt op basis van de contante waarde van de incrementele kasstromen na belastingen (of “excess earnings”) die enkel aan het immaterieel actief kunnen worden toegeschreven. Als basis voor deze waardering wordt gebruik gemaakt van door de directie opgestelde prospectieve financiële informatie voor de verwachte inkomsten in verband met de lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten. Deze prospectieve financiële informatie heeft meer bepaald betrekking op inkomsten, kosten van verkochte goederen, onderzoeks- en ontwikkelingskosten, distributie-, verkoops- en marketinguitgaven, algemene en administratieve kosten en waarschijnlijkheid van technisch en regelgevend succes (Probability of Technical and Regulatory Success, PTRS) die specifiek zijn voor de lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten. De vaststelling van deze PTRS is gebaseerd op benchmarks en interne analyse. Andere hypothesen hebben betrekking op de belastingvoet en het belastingafschrijvingsvoordeel, de gebruiksduur en de disconteringsvoet. De reële waarde van de lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten wordt beschouwd als af te schrijven voor inkomstenbelastingdoeleinden vanuit het standpunt van een marktdeelnemer. De contante waarde van het belastingvoordeel uit de afschrijving van de activa wordt opgeteld bij de contante waarde van de incrementele kasstromen na belastingen om te komen tot de aangegeven waarde van de lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten. De omvang van de disconteringsvoet die op de verwachte kasstromen wordt toegepast, houdt verband met de huidige kapitaalkosten. De gebruikte disconteringsvoet is een raming van de gewogen gemiddelde kapitaalkost. Alle prospectieve financiële informatie, PTRS en andere aannames worden per geval beoordeeld, rekening houdend met alle specifieke omstandigheden. De werkelijke uitkomsten kunnen sterk afwijken van dergelijke veronderstellingen en kunnen van invloed zijn op de waarde van de immateriële activa en de daarmee samenhangende uitgestelde belastingen in toekomstige perioden. Ten minste eenmaal per jaar en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er een bijzondere waardevermindering zou kunnen bestaan, wordt er een test op bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd. Zie ook Toelichting 4.2.2 Immateriële activa en goodwill.

4.2.7 Beoordeling van de zeggenschap over een investering ingeval meer dan 50% van de aandelen in handen is van minderheidsbelangen

Om te beoordelen of UCB al dan niet zeggenschap heeft over een investering ingeval meer dan 50% van de aandelen in handen is van minderheidsbelangen, worden alle contractuele regelingen tussen UCB en de investering in overweging genomen, alsook de opzet en het doel van de investering, de bevoegdheid om de relevante activiteiten van de investering te sturen, de contractuele risicodeling alsook de bevoegdheid van UCB ten opzichte van de minderheidsbelangen om het rendement van de investering te beïnvloeden.

5. Financieel risicobeheer

De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico’s die voortvloeien uit haar onderliggende activiteiten en bedrijfsfinancieringsactiviteiten. Deze financiële risico’s bestaan uit marktrisico’s (waaronder valutariso’s, renterisico’s en prijsrisico’s), kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. Deze toelichting geeft informatie over de blootstelling van de Groep aan en het beheer van de bovengenoemde risico’s en over het kapitaalbeheer van de Groep.

5.1 Marktrisico

Het marktrisico is het risico dat veranderingen in de marktprijzen, zoals wisselkoersen, rentevoeten en beurskoersen, de winst- en verliesrekening van de Groep of de waarde van haar activa en verplichtingen zouden beïnvloeden. Het doel van het marktrisicobeheer is blootstelling aan dergelijke risico’s te beheren en in de hand te houden. De Groep legt financiële derivaten aan en gaat ook financiële verplichtingen aan, of houdt financiële activa aan, om het marktrisico te beheren. Waar mogelijk, streeft de Groep ernaar hedge accounting te gebruiken om volatiliteit in de winst- en verliesrekening te beheren.# De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve doeleinden.

5.1.1 Valutarisico

De Groep is over de hele wereld actief en is blootgesteld aan schom-melingen in vreemde valuta’s die invloed hebben op haar in euro uitgedrukte nettowinst en financiële positie. De Groep beheert actief haar posities in vreemde valuta’s en sluit, indien van toepassing, trans-acties af die gericht zijn op het behoud van de waarde van bestaande activa en verplichtingen, alsook verwachte transacties. De Groep gebruikt termijncontracten, valutaopties en cross-currency swaps om bepaalde vastgelegde en verwachte deviezenstromen en financiering-stransacties af te dekken. De instrumenten die gekocht worden ter afdekking van blootstelling aan transacties noteren voornamelijk in Amerikaanse dollar, Britse pond, Japanse yen en Zwitserse frank, d.w.z. de valuta’s waarin de Groep haar grootste risico’s loopt. Het beleid van de Groep voor financieel risicobeheer bestaat erin om de impact af te dekken van de omzetting van activa en verplichtingen in vreemde valuta naar de functionele valuta van de relevante dochterondernemingen, alsook om de impact af te dekken van koersschommelingen op de verwach-te kasstromen van de Groep in vreemde valuta, en dit voor minimaal 6 maanden tot maximaal 26 maanden. De Groep heeft bovendien bepaalde investeringen in bedrijfsactivitei-ten in het buitenland, waarvan de netto-activa (of netto-verplichtingen) blootgesteld zijn aan het risico van de omrekeningsverschillen van vreemde valuta’s. De omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van in vreemde valuta uitgedrukte jaarrekeningen van buitenlandse dochter-ondernemingen van de Groep alsook van gelijkgestelde netto-in-vesteringsposities in buitenlandse activiteiten en afdekkingen van netto-investeringen worden weergegeven als cumulatieve omreke-ningsverschillen in het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen van de Groep.

5.1.2 Effect van koersschommelingen

Per 31 december 2023 zou de impact op het eigen vermogen en op de winst na belastingen over het jaar als volgt geweest zijn indien de euro met 10% was versterkt of verzwakt ten opzichte van de volgende valuta’s, met behoud van alle andere variabelen, gebaseerd op de uit-staande saldi voor de valuta en afdekkingsinstrumenten op die datum:

Per 31 december 2023 (€ miljoen)

Wijziging in wisselkoers.Versterking/Verzwakking (-) EUR Impact op eigen vermogen: Verlies (-)/winst Impact op winst- en verlies-rekening: Verlies (-)/winst
USD + 10% 100 2
- 123 - 2
GBP + 10% 1 1
- 1 - 1
CHF + 10% - 66 - 3
81 4
JPY + 10% 2 1
- 2 - 1
222 223

Per 31 december 2022 (€ miljoen)

Wijziging in wisselkoers.Versterking/Verzwakking (-) EUR Impact op eigen vermogen: Verlies (-)/winst Impact op winst- en verlies-rekening: Verlies (-)/winst
USD + 10% 93 8
- 114 - 10
GBP + 10% 2 0
- 2 0
CHF + 10% - 70 1
86 - 1
JPY + 10% 5 1
- 6 - 1

5.1.3 Rentevoetrisico

Rentevoetwijzigingen kunnen leiden tot variaties in renteopbrengsten en -kosten die voortvloeien uit rentedragende activa en verplichtingen. Daarnaast kunnen ze invloed hebben op de reële waarde van bepaal-de financiële activa, verplichtingen en instrumenten, zoals beschreven in het volgende onderdeel over het marktrisico van financiële activa. De rentevoeten op de belangrijkste schuldinstrumenten van de Groep zijn zowel vast als variabel, zoals beschreven in Toelichtingen 29 en 30. De Groep maakt gebruik van rentevoetderivaten om het rentevoetrisi-co te beheren, zoals beschreven in Toelichting 39. De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten (renteswaps) als afdekkingsinstrumenten, ofwel onder reële-waardeafdekkingen tegen vastrentende financiële activa en verplichtingen, ofwel onder kasstroomafdekkingen tegen financiële activa of verplichtingen met variabele rentevoet. Onder reële-waardeafdekkingen zijn zowel de afgeleide financiële instrumenten als de afgedekte positie geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. Onder kasstroomafdekkingen worden alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan verplichtingen van de Groep met variabele rentevoet in het eigen vermogen geboekt.

5.1.4 Effect van wijzigingen in de rentevoeten

Een verhoging van de rentevoeten met 300 basispunten op balans-datum zou het eigen vermogen met € 69 miljoen hebben verhoogd (in 2022 zou een verhoging met 300 basispunten het eigen vermogen met € 119 miljoen hebben verhoogd); een verlaging met 300 basis-punten zou het eigen vermogen met € 77 miljoen hebben verlaagd (in 2022 zou een verlaging met 300 basispunten het eigen vermogen met € 96 miljoen hebben verlaagd). Een verhoging of verlaging van de rentevoeten met 300 basispunten op balansdatum zou geen impact gehad hebben op de winst- en verliesrekening (2022: € 0 miljoen). Alle rentevoetafdekkingen worden onder IFRS 9 aangemerkt als kas-stroomafdekkingen of reële-waardeafdekkingen en bijgevolg wordt, behalve in geval van minimale afdekkingsinefficiëntie, het resultaat van een verandering in de rentevoetcurve geboekt via het eigen vermogen, respectievelijk gecompenseerd door de herwaardering via de winst- en verliesrekening van de afgedekte positie. Naast rentevoe-tafdekkingen hebben veranderingen in rentevoeten ook invloed op de waardering van termijncontracten, valutaopties en cross-currency swaps, maar het netto-effect werd verondersteld neutraal te zijn, reke-ning houdend met een parallelle verschuiving in de rentevoetcurves van beide valuta’s. Het betreft hier allemaal berekeningen vóór belastingen. In functie van de verwachte kasstromen in vreemde valuta’s kan de Groep zich richten op bepaalde gecombineerde niveaus van leningen, investeringen en derivaten in vreemde valuta’s. Ervan uitgaande dat de bovengenoemde derivaten in vreemde valuta’s doorrollen, was de Groep op de balansdatum voornamelijk blootgesteld aan wijzigingen in de rentevoeten van de US$.

5.1.5 Overige risico’s in verband met de marktprijs

Wijzigingen in de reële waarde van bepaalde financiële activa en afgeleide financiële instrumenten kunnen het nettoresultaat of de financiële positie van de Groep beïnvloeden. Langlopende financiële activa, indien van toepassing, worden voor contractuele doeleinden aangehouden, en verhandelbare effecten worden hoofdzakelijk omwille van regelgeving aangehouden. Het risico van waardeverlies wordt beheerd door beoordelingen te maken alvorens over te gaan tot investering, en door continue opvolging van de resultaten van de investeringen en wijzigingen in hun risicoprofiel. Investeringen in aandelen, obligaties, schuldpapieren en overige vastrentende waardepapieren worden gedaan op basis van richtlijnen met betrekking tot liquiditeit en kredietbeoordeling. De bedragen die aan marktprijsrisico’s onderhevig zijn, zijn eerder onbeduidend en daarom wordt aangenomen dat de invloed op het eigen vermogen of op de winst- en verliesrekening van een redelijke verandering van dit marktprijsrisico verwaarloosbaar is. Zoals in 2022, verwierf de Groep in de loop van 2023 eigen aandelen, dewelke in het eigen vermogen werden geboekt.

5.2 Kredietrisico

Kredietrisico ontstaat uit de mogelijkheid dat de tegenpartij in een transactie mogelijk niet in staat of niet bereid is aan haar verplichtingen te voldoen, waardoor de Groep een financieel verlies lijdt. Handels-vorderingen zijn onderworpen aan een beleid van actief risicobeheer, waarbij de nadruk ligt op de inschatting van de risico’s die verbonden zijn aan specifieke landen, de beschikbaarheid van krediet, lopende kredietbeoordeling en klantencontroleprocedures. Onder de han-delsvorderingen zijn er bepaalde concentraties van kredietrisico’s van tegenpartijen, met name in de Verenigde Staten, vanwege de verkoop via groothandelaars (Toelichting 25). Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals op de Internati-onale Markten en Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverze-keringen afgesloten. In de Verenigde Staten heeft de Groep een financieringsovereenkomst voor handelsvorderingen afgesloten waardoor deze niet langer in de balans dienen opgenomen te worden. Conform de algemene voorwaarden van de overeenkomst, behoudt UCB geen enkel risico van niet-betaling of laattijdig betalingsrisico met betrekking tot de overgedragen handelsvorderingen. De blootstelling van andere financiële activa aan kredietrisico’s wordt beheerd door het beleid van de Groep om kredietposities te beperken tot hoogwaardige tegenpartijen, kredietratings regelmatig te evalueren en voor elke individuele tegenpartij bepaalde limieten vast te leggen. De criteria die zijn vastgelegd door de Groepsthesaurie voor het investeringsbeleid zijn gebaseerd op langetermijnkredietbeoorde-lingen die algemeen worden beschouwd als zijnde van hoge kwaliteit en op een 5-jarige “Credit Default Swap”-koers. Waar het aangewezen is om het risico te beperken, worden met de respectieve tegenpartijen salderingsovereenkomsten afgesloten op grond van een ISDA-raamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association). De maximale blootstelling aan kredietrisico’s die voortvloeien uit financiële activiteiten, salderingsovereenkomsten buiten beschouwing gelaten, is gelijk aan de boekwaarde van financië-le activa plus de positieve reële waarde van derivaten.

5.3 Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet in staat zal zijn om haar financiële verplichtingen na te komen op de vervaldag. De aan-pak van de Groep voor liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te zorgen dat zij altijd over voldoende liquide middelen beschikt om haar verplichtingen op de vervaldag na te komen, in normale omstan-digheden, zonder onaanvaardbare verliezen te lijden en zonder risico van aantasting van de reputatie van de Groep.De Groep houdt voldoende reserves van geldmiddelen en onmiddellijk realiseerbare verhandelbare effecten aan om op elk moment aan haar liquiditeitsbehoeften te kunnen voldoen. Daarnaast beschikt de Groep over bepaalde ongebruikte doorlopende bevestigde kredietfaciliteiten. Op de balansdatum heeft de Groep de volgende liquiditeitsbronnen beschikbaar: geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 26): € 861 miljoen (2022: € 899 miljoen) ongebruikte kredietfaciliteiten en niet-opgenomen beschikbaar bedrag onder financieringscontract (Toelichting 29): € 21 miljoen (2022: € 30 miljoen), lineair degressief afgebouwd sinds 2016 en beschikbaar tot 31 maart 2024. ongebruikte doorlopende kredietfaciliteiten (Toelichting 29): € 1 miljard (2022: € 1 miljard); de bestaande toegezegde gesyndiceerde doorlopende kredietfaciliteit van de Groep van € 1 miljard, vervallend in 2025, is opgezegd en vervangen door een nieuwe aan duurzaamheid gekoppelde kredietfaciliteit in 2023 voor hetzelfde bedrag en met een nieuwe vervaldatum in 2028 (inclusief de optie om verdere verlengingen van de vervaldatum aan te vragen met maximaal twee bijkomende jaren). Op grond van het eerste verlengingsverzoek, in februari 2024, werd de vervaldatum van verplichtingen voor een totaalbedrag van € 928 miljoen onder deze doorlopende kredietfaciliteit verlengd tot 2029. Deze faciliteit werd per eind 2023 nog niet opgenomen. Deze faciliteit werd per eind 2023 nog niet opgenomen.

De onderstaande tabel geeft een analyse van de contractuele vervaldagen van de financiële verplichtingen van de Groep. Ze zijn geclassificeerd volgens de resterende looptijd op de balansdatum tot de contractuele vervaldag, met uitzondering van impact van saldering. De hieronder vermelde bedragen met betrekking tot de financiële derivaten zijn een indicatie van de niet-geactualiseerde contractuele kasstromen. De bedragen met betrekking tot leningen zijn indicatief voor de contractuele niet-verdisconteerde kasstromen, met inbegrip van rente berekend op basis van overeenkomsten met vaste rente of, bij gebreke daaraan, de laatst beschikbare vaststelling van de relevante referentierentevoet.

Per 31 december 2023

€ miljoen Toelichting Balanstotaal Contractue-le kasstroom (inclusief rente) Minder dan 1 jaar Tussen 1 en 2 jaar Tussen 2 en5 jaar Meer dan 5 jaar
Bankleningen en andere langetermijnleningen 29 1 981 2 447 124 653 1 126 544
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 29 0 0 0 0 0 0
Leaseverplichtingen 29 160 184 43 34 52 55
Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2028 30 448 525 5 5 515 0
Uitgeven note met vervaldatum in 2027 30 136 157 2 2 153 0
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2023 30 0 0 0 0 0 0
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2029 30 313 395 16 16 47 316
Handels- en overige verplichtingen 35 2 411 2 411 2 313 5 71 22
Voorschotten in rekening-courant 29 0 0 0 0 0 0
Renteswaps - 87 -87 -7 -13 -64 -3
Termijncontracten en andere afgeleide financiële instrumenten gebruikt voor afdekkingsdoeleinden: Uitgaand 3 098 3 098 0 0 0 0
Termijncontracten en andere afgeleide financiële instrumenten gebruikt voor afdekkingsdoeleinden: Inkomend 3 126 3 126 0 0 0 0
Termijncontracten en andere afgeleide financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening: Uitgaand 888 888 0 0 0 0
Termijncontracten en andere afgeleide financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening: Inkomend 880 880 0 0 0 0

Per 31 december 2022

€ miljoen Toelichting Balanstotaal Contractue-le kasstroom (inclusief rente) Minder dan 1 jaar Tussen 1 en 2 jaar Tussen 2 en5 jaar Meer dan 5 jaar
Bankleningen en andere langetermijnleningen 29 1 987 2 337 101 102 2 003 131
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 29 9 9 9 0 0 0
Leaseverplichtingen 29 141 152 42 28 42 40
Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2028 30 420 530 5 5 15 505
Uitgeven note met vervaldatum in 2027 30 129 159 2 2 155 0
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2023 30 174 185 185 0 0 0
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2029 30 0 0 0 0 0 0
Handels- en overige verplichtingen 35 2 611 2 611 2 492 5 81 33
Voorschotten in rekening-courant 29 40 40 40 0 0 0
Renteswaps - 38 -38 9 -5 -35 -7
Termijncontracten en andere afgeleide financiële instrumenten gebruikt voor afdekkingsdoeleinden: Uitgaand 4 696 4 696 0 0 0 0
Termijncontracten en andere afgeleide financiële instrumenten gebruikt voor afdekkingsdoeleinden: Inkomend 4 641 4 641 0 0 0 0
Termijncontracten en andere afgeleide financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening: Uitgaand 3 399 3 399 0 0 0 0
Termijncontracten en andere afgeleide financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening: Inkomend 3 436 3 436 0 0 0 0

5.4 Kapitaalrisicobeheer

Het beleid van de Groep aangaande het kapitaalrisicobeheer bestaat erin de continuïteit van de Groep als “going concern” veilig te stellen om aandeelhouders verder rendement te bieden en patiënten voordelen te blijven bieden, en de externe schuld van de Groep verder te verminderen om tot een kapitaalstructuur te komen die vergelijkbaar is met die van anderen in de sector.

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Totaal leningen 29 2 141 2 177
Obligaties 30 897 723
Min: geldmiddelen en kasequivalenten, obligaties en in pand gegeven contanten met betrekking tot de financiële leaseverplichting 23, 26 - 861 - 899
Netto financiële schuld 2 177 2 000
Totaal eigen vermogen 8 975 9 064
Totaal financieel kapitaal 11 152 11 065
Gearing ratio 20% 18%

5.5 Schatting van reële waarde

De reële waarde van financiële instrumenten die worden verhandeld op actieve markten (zoals financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten) is gebaseerd op de beurskoersen op de balansdatum. De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald door middel van beproefde waarderingstechnieken zoals optieprijsstellingsmodellen en geschatte contante waarden van kasstromen. De Groep gebruikt verschillende methodes en maakt veronderstellingen die gebaseerd zijn op de marktomstandigheden en krediet- en verzuimrisico’s op elke balansdatum. Voor langetermijnschulden worden marktnoteringen gebruikt. Voor de overige financiële instrumenten worden andere methodes gebruikt om de reële waarde te bepalen, zoals waardeberekening op basis van contante waarde van verwachte kasstromen. De reële waarde van de renteswaps is berekend als de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van het termijncontract wordt bepaald op grond van de contante waarde van de omgewisselde bedragen van de vreemde valuta, tegen de actuele koers op de balansdatum. De boekwaarde min de voorziening voor bijzondere waardevermindering van handelsvorderingen en de boekwaarde van handelsschulden wordt verondersteld de reële waarde te benaderen. De reële waarde van financiële verplichtingen die in de toelichting wordt opgenomen, wordt bepaald door middel van het verdisconteren van de toekomstige contractuele kasstromen tegen de huidige marktrentevoeten waarover de Groep beschikt voor soortgelijke financiële instrumenten.

5.5.1 Hiërarchie van de reële waarde

IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de reële waarde waarderingen volgens de volgende hiërarchie:
Niveau 1: genoteerde (niet-aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa en verplichtingen;
Niveau 2: andere technieken waarvan alle inputs die een aanzienlijk effect hebben op de geboekte reële waarde, waarneembaar zijn, hetzij direct, hetzij indirect;
Niveau 3: technieken die inputs gebruiken die een aanzienlijk effect op de geboekte reële waarde hebben die niet op observeerbare marktgegevens zijn gebaseerd.

Alle toegelichte reële waarde waarderingen zijn recurrente reële waarde waarderingen.

5.5.2 Financiële activa aan reële waarde

31 december 2023

€ miljoen Toelichting Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa
Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waarde-veranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) 23
Genoteerde aandelen 190 0 0 190
Genoteerde schuldinstrumenten 0 0 0 0
Afgeleide financiële activa 39
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 38 0 38
Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waarde-veranderingen in de winst- en verliesrekening 0 7 0 7
Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen 0 1 0 1
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 19 0 19
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 0 12 0 12
Andere financiële activa, exclusief afgeleide instrumenten 23 226 227

31 december 2022

€ miljoen Toelichting Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa
Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) 23
Genoteerde aandelen 180 0 0 180
Genoteerde schuldinstrumenten 0 0 0 0
Afgeleide financiële activa 39
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 31 0 31
Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waarde-veranderingen in de winst- en verliesrekening 0 25 0 25
Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen 0 54 0 54
Valutaopties – afdekkingen van netto-investeringen 0 0 0 0
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 38 0 38
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 0 4 0 4
Andere financiële activa, exclusief afgeleide instrumenten 23

5.5.3 Financiële verplichtingen aan reële waarde

31 december 2023

€ miljoen Toelichting Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële verplichtingen
Afgeleide financiële verplichtingen 39
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 4 0 4
Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingenin de winst- en verliesrekening 0 3 0 3
Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen 0 14 0 14
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 5 0 5
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 0 59 0 59
Andere financiële verplichtingen, exclusief afgeleide instrumenten 31

31 december 2022

€ miljoen# Toelichting

Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal

Financiële verplichtingen
Afgeleide financiële verplichtingen 39
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 36 0 36
Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 0 60 0 60
Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen 0 26 0 26
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 2 0 2
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 0 93 0 93
Andere financiële verplichtingen, exclusief afgeleide instrumenten 31 226 227

In de verslagperiode die werd afgesloten op 31 december 2023 hebben er geen overboekingen plaatsgevonden tussen niveau 1 en niveau 2 van de reële waarde waarderingen en geen overboekingen van of naar niveau 3 van de reële waarde waarderingen. Waarderingstechnieken voor de reële-waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële waarde-hiërarchie gebruiken ofwel de “verdis-conteerde cash flow” of de “Black & Scholes” methode (alleen voor vreemde valuta-opties) en publiek beschikbare marktinformatie.

5.6 Saldering van financiële activa en financiële verplichtingen

Hoewel de Groep posten heeft die onderhevig zijn aan een afdwingbare salderings- of soortgelijke raamovereenkomst worden de financiële activa en financiële verplichtingen bruto in de balans opgenomen als niet aan de eisen is voldaan om ze netto op te nemen. De onderstaande reconciliaties hebben betrekking op de posten die onderhevig zijn aan een afdwingbare salderings- of soortgelijke raamovereenkomst en die niet op een netto basis zijn opgenomen in de balans. De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare salderingsraamovereenkomsten:

31 december 2023

Gerelateerde niet op de balans verrekende posten € miljoen Bruto financiële activa op de balans Financiële instrumenten Ontvangenzekerheden Nettobedragen
Financiële instrumenten
Derivaten 77 36 0 41
Overige 0 0 0 0
Totaal 77 36 0 41

31 december 2023

Gerelateerde niet op de balans verrekende posten € miljoen Bruto financiële verplichtingen op de balans Financiële instrumenten Ontvangen zekerheden Nettobedragen
Financiële instrumenten
Derivaten 85 36 0 49
Overige 0 0 0 0
Totaal 85 36 0 49

Met de respectieve tegenpartijen zijn ISDA-raamovereenkomsten (International Swaps and Derivatives Association) afgesloten die de compensatie van financiële activa en passiva mogelijk maken. Dit is van toepassing op de reële waarde-afwikkeling in geval van niet-betaling, maar geldt niet op de afsluitdatum 31 december 2023.

De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare salderingsraamovereenkomsten:

31 december 2022

Gerelateerde niet op de balans verrekende posten € miljoen Bruto financiële activa op de balans Financiële instrumenten Ontvangenzekerheden Nettobedragen
Financiële instrumenten
Derivaten 152 121 0 31
Overige 0 0 0 0
Totaal 152 121 0 31

31 december 2022

Gerelateerde niet op de balans verrekende posten € miljoen Bruto financiële verplichtingen op de balans Financiële instrumenten Ontvangen zekerheden Nettobedragen
Financiële instrumenten
Derivaten 217 121 0 96
Overige 0 0 0 0
Totaal 217 121 0 96

6. Gesegmenteerde informatie

De Groep is actief in één bedrijfssegment, nl. biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend Comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen, en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert. Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de netto-omzet per product, de geografische markten en de opbrengsten afkomstig van de belangrijkste klanten.

6.1 Omzet per product

€ miljoen 2023 2022
CIMZIA® 2 087 2 085
KEPPRA® (including KEPPRA®XR / E KEPPRA®) 636 729
BRIVIACT® 576 485
VIMPAT® 394 1 124
FINTEPLA® 226 116
BIMZELX® 148 35
NAYZILAM® 94 78
EVENITY® 60 25
RYSTIGGO® 19 0
Overige producten 577 630
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet 50 -167
Totale netto-omzet 4 867 5 140

6.2 Geografische informatie

De onderstaande tabel toont de netto-omzet in elke geografische markt waar de klanten zich bevinden:

€ miljoen 2023 2022
VS 2 454 2 902
Europa – Andere 365 348
Duitsland 310 330
Japan 269 324
Spanje 224 213
Frankrijk (inclusief Franse gebieden) 162 169
China 151 154
Italië 143 159
VK en Ierland 133 151
België 52 49
Andere landen 554 507
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet 50 -167
Totale netto-omzet 4 867 5 140

De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich bevinden:

€ miljoen 2023 2022
België 924 771
Zwitserland 240 251
VK en Ierland 215 181
VS 138 151
Duitsland 23 20
China 20 20
Japan 17 19
Andere landen 18 21
Totaal 1 595 1 434

6.3 Informatie over belangrijke klanten

UCB heeft 3 klanten die individueel meer dan 8% van de totale netto-omzet vertegenwoordigen voor 2023 en 2022:
* Mckesson, VS, waarvoor de netto-omzet 2023 € 643 miljoen bedraagt (13% van de totale netto-omzet) (2022: € 977 miljoen, 19% van de netto-omzet)
* Cardinal Health, VS, waarvoor de netto-omzet 2023 € 508 miljoen bedraagt (10% van de totale netto-omzet) (2022: € 680 miljoen, 13% van de netto-omzet)
* Amerisourcebergen Corp, VS, waarvoor de netto-omzet 2023 € 413 miljoen bedraagt (8% van de totale netto-omzet) (2022: € 509 miljoen, 10% van de netto-omzet)

7. Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten

De Groep heeft volgende bedragen erkend met betrekking tot opbrengsten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening:

€ miljoen 2023 2022
Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten 5 222 5 486
Opbrengsten uit overeenkomsten waarbij risico’s en voordelen worden gedeeld 30 31
Totale omzet 5 252 5 517

7.1 Uitsplitsing van opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten

€ miljoen Actueel Timing van de opbrengstenerkenning
2023 2022 2023 2022 2023
Op een bepaald moment in de tijd Over een bepaalde periode
Netto-omzet
VS 2 454 2 902 2 454 0 2 902
CIMZIA® 1 364 1 381 1 364 0 1 381
BRIVIACT® 445 380 445 0 380
FINTEPLA® 201 107 201 0 107
KEPPRA® 132 156 132 0 156
VIMPAT® 96 706 96 0 706
NAYZILAM® 94 78 94 0 78
RYSTIGGO® 19 0 19 0 0
BIMZELX®* 9 0 9 0 0
Gevestigde merken / Andere producten 94 94 94 0 94
Netto-omzet Europa 1 397 1 414 1 397 0 1 414
CIMZIA® 428 416 428 0 416
KEPPRA® 205 206 205 0 206
VIMPAT® 140 272 140 0 272
BRIVIACT® 110 88 110 0 88
BIMZELX®* 112 29 112 0 29
EVENITY® 60 25 60 0 25
FINTEPLA® 21 8 21 0 8
Gevestigde merken / Andere producten 321 370 321 0 370
Netto-omzet Japan 269 324 269 0 324
E KEPPRA® 97 149 97 0 149
VIMPAT® 83 68 83 0 68
CIMZIA® 39 51 39 0 51
BIMZELX®* 16 4 16 0 4
FINTEPLA® 1 1 1 0 1
Gevestigde merken / Andere producten 33 51 33 0 51
Netto-omzet internationale markten 697 667 697 0 667
CIMZIA® 257 237 257 0 237
KEPPRA® 202 217 202 0 217
VIMPAT® 75 77 75 0 77
BRIVIACT® 21 17 21 0 17
BIMZELX®* 12 2 12 0 2
FINTEPLA® 3 1 3 0 1
Gevestigde merken / Andere producten 127 115 127 0 115
Netto-omzet vóór hedging 4 817 5 307 4 817 0 5 307
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet 50 -167 50 0 -167
Totale netto-omzet 4 867 5 140 4 867 0 5 140
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 77 85 77 0 85
Opbrengsten uit contractproductie 119 103 119 0 103
Inkomsten uit licentieovereenkomsten (vooruitbetalingen, ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet) 147 150 87 60 104
Opbrengsten voortvloeiend uit diensten en overige leveringen 12 8 12 0 8
Totaal overige opbrengsten 278 261 218 60 215
Totaal opbrengsten uit contractenaangegaan met klanten 5 222 5 486 5 162 60 5 440

7.2 Contractuele activa en verplichtingen

De Groep heeft de volgende opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen erkend:

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Contractuele verplichtingen die voortvloeien uit licentieovereenkomsten Langlopend 0 35
Kortlopend 140 183
Contractuele verplichtingen die voortvloeien uit andere overeenkomsten 1 0
Totale opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen 140 184
De Groep heeft geen opbrengstgerelateerde contractuele activa. De opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen hebben vooral betrekking op nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten met Otsuka, Genentech en Novartis (zie hieronder). Deze verplichtingen zijn gedaald als gevolg van de opname van opbrengsten gedurende het jaar als gevolg van prestatieverplichtingen die in 2023 werden vervuld. De volgende tabel toont hoeveel van de opbrengsten die in de huidige verslagperiode werden erkend, opgenomen was in het saldo van contractuele verplichtingen aan het begin van de periode en hoeveel van de opbrengsten betrekking heeft op prestatieverplichtingen die in voorgaande perioden werden vervuld.# € miljoen 2023 2022
Erkende opbrengsten opgenomen in het saldo van contractuele verplichtingen aan het begin van de periode 56 41
Opbrengsten resulterend uit andere overeenkomsten 1 0
Opbrengsten resulterend uit licentieovereenkomsten 55 41
Erkende opbrengsten met betrekking tot prestatieverplichtingen die in voorgaande perioden werden vervuld 211 121
Omzet van producten 40 0
Opbrengsten resulterend uit licentieovereenkomsten 171 121

De volgende tabel toont nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten:

# € miljoen Toelichting 2023 2022
Totaal bedrag van de transactieprijs toegewezen aan ontwikkelingsovereenkomsten die op31 december gedeeltelijk of volledig onvervuld zijn 140 183
Vooruitbetalingen ontvangen voor licentieovereenkomsten die worden opgenomen in de opbrengsten naarmate de prestatieverplichtingen worden vervuld 0 0
Nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten 140 183

Het management verwacht dat 39% van de transactieprijs die toegewezen is aan de onvervulde ontwikkelingsovereenkomsten per 31 december 2023, erkend zal worden in de opbrengsten in de volgende verslagperiode. Naar schatting zal 21% in 2025 worden opgenomen en de resterende 40% in de boekjaren 2026 tot en met 2030. De bedragen die hierboven werden opgenomen, omvat-ten geen variabele vergoeding die beperkt is. De nog na te komen prestatieverplichtingen betreffen ontwikkelingsactiviteiten die in de komende jaren moeten worden uitgevoerd. Alle andere ontwikkelings-, productie- of overige dienstenovereen-komsten gelden voor een periode van een jaar of korter of worden gefactureerd op basis van de gepresteerde tijd. Zoals toegestaan onder IFRS 15, wordt de transactieprijs die is toegewezen aan deze onvervulde overeenkomsten niet toegelicht. Er werden geen activa erkend voor gemaakte kosten om een con-tract na te komen.

232 | 233 | UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

8. Bedrijfscombinaties

Overname van Zogenix, Inc.

Op 7 maart 2022 kondigde UCB de succesvolle overname aan van Zogenix, Inc. voor een totale aankoopprijs (overeenkomstig IFRS 3) van € 1,5 miljard (exclusief de terugbetaling van de converteerbare schuld in een afzonderlijke transactie na de afsluiting). UCB verwierf aandelen van Zogenix, Inc. voor een aankoopprijs per aandeel van $ 26 in contanten bij afsluiting, plus een Voorwaardelijk Waarderecht (VWR) voor een potentiële contante betaling van $ 2 bij EU-goedkeu-ring tegen 31 december 2023 van FINTEPLA®als weesgeneesmiddel voor de behandeling van het syndroom van Lennox-Gastaut (LGS). Op 8 februari 2023 is FINTEPLA®orale oplossing goedgekeurd in de EU voor de behandeling van aanvallen die gepaard gaan met LGS als aanvullende therapie bij andere anti-epileptica voor patiënten van twee jaar en ouder. Deze goedkeuring heeft geleid tot de beta-ling van het VWR.

Als gevolg van de overname is Zogenix, Inc. een 100% dochteron-derneming van UCB geworden en werd de notering van de gewone aandelen van Zogenix, Inc. aan de NASDAQ Global Market geschrapt. Zogenix, Inc. is een wereldwijd biofarmaceutisch bedrijf dat therapieën voor zeldzame ziekten op de markt brengt en ontwikkelt. Met de overname van Zogenix, Inc. versterkt UCB haar duurzame patiëntenwaardestrategie en haar voortdurende inzet om tegemoet te komen aan onvervulde behoeften van mensen met epilepsie, met een toenemende focus op mensen met specifieke of zeldzame vormen van epilepsie, waarvoor weinig opties bestaan.

Als aanvulling op het bestaande therapeutische aanbod van UCB biedt de overname van Zogenix, Inc. UCB een goedgekeurd geneesmiddel voor levensbedrei-gende, zeldzame epilepsie bij baby’s en kinderen, gekenmerkt door frequente en ernstige behandelingsresistente aanvallen die bijzonder moeilijk te behandelen zijn. Door gebruik te maken van haar grondige expertise, ervaring en wereldwijde capaciteiten is UCB van plan om patiënten sneller toegang te geven tot de behandeling. De overname bouwt voort op de voortdurende ambities van UCB op het gebied van epilepsie, aangezien het geneesmiddel een aanvul-ling vormt op bestaande symptomatische behandelingen van UCB en een aanzienlijke en gedifferentieerde waarde biedt aan patiënten met het syndroom van Dravet en aan patiënten met aanvallen die gepaard gaan met het syndroom van Lennox-Gastaut en mogelijk andere zeldzame vormen van epilepsie. Dit biedt meer voordelen voor patiënten over heel de wereld, aangezien UCB een gevestigde wereldwijde aanwezigheid met zich meebrengt, samen met grondige O&O-, commerciële, medische en regelgevende expertise met betrekking tot epilepsie. Het bedrijf zal deze expertise benutten om de beschikbaarheid van deze nieuwe behandelingen snel te bevorderen en te optimaliseren, evenals om meer patiënten te bereiken. Ten slotte, maar niet minder belangrijk, versterkt het de toekomstige pijplijn voor epilepsie en de strategische prioriteiten in zeldzame/weesziekten, aangezien de pijplijn van Zogenix, Inc. zal bijdragen aan de pijplijn voor epilepsie van UCB op korte en lange termijn en essentiële kennis zal opleveren in gezondheidsecosystemen voor zeldzame/weesziekten en de toplinegroei van UCB verbetert, aangezien FINTEPLA®in 2020 in de VS en Europa werd gelanceerd en een aanzienlijk potentieel heeft voor gebruik bij andere soorten aanvallen.

De overname heeft bijge-dragen tot de opbrengstengroei van UCB in 2022 en heeft in 2023 de winst van UCB doen toenemen. De totale aankoopprijs vertegenwoordigt een bedrag van € 1 519 mil-joen ($ 1 651 miljoen). UCB is een leningsovereenkomst aangegaan om de overnameprijs gedeeltelijk te financieren (zie Toelichting29Leningen). De aankoopprijs bestaat uit een betaling bij afsluiting van € 1 406 mil-joen en een voorwaardelijke vergoeding (Voorwaardelijk Waarderecht) voor een totaalbedrag van € 113 miljoen. De reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding was geraamd op € 113 miljoen ($ 123 miljoen) bij de overname. Deze reële waarde hield rekening met de veronderstelde waarschijnlijkheid en timing van het bereiken van de regelgevende mijlpalen van de overeenkomst. Er waren geen aanpassingen nodig aan deze schatting sedert de datum van overname. Ondertussen werd de verplichting, gepresenteerd onder overige kortlopende verplichtingen in de openingsbalans voor een bedrag van $ 123 miljoen, betaald in februari 2023.

Onderstaande tabel toont de definitieve bedragen voor de verworven netto-activa en goodwill opgenomen op de overnamedatum:

232 | 233 | Geïntegreerd jaarverslag 2023

# € miljoen Initiële openings-balans Aanpassingen als gevolg van de initiële toewijzing van de aankoopprijs Aangepaste ope-ningsbalans
Totale aankoopprijs 1 519 0 1 519
Betaalde vergoeding in cash 1 406 0 1 406
Voorwaardelijke vergoeding 113 0 113
Opgenomen bedragen van verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen - 101 1 606
Vaste activa
Immateriële activa 0 1 803 1 803
Materiële vaste activa (inclusief gebruiksrechten) 16 0 16
Uitgestelde belastingvorderingen 23 212 235
Overige vaste activa 2 0 2
Vlottende activa
Geldmiddelen 194 0 194
Andere vlottende activa 50 2 52
Langlopende verplichtingen
Uitgestelde belastingen 0 410 410
Schulden en soortgelijke posten 50 - 19 31
Kortlopende verplichtingen
Schulden en soortgelijke posten 264 20 284
Handelsschulden 72 0 72
Goodwill 1 505

De openingsbalans bevat een financiële verplichting van $ 307 miljoen (€ 282 miljoen), die overeenstemt met de converteerba-re notes van hogere rangorde met hoofdsom van $ 230 miljoen en interest van 2,75% (vervaldatum 2027), die in 2020 door Zogenix, Inc. werden uitgegeven. De notes worden gewaar-deerd tegen de reële waarde op de overnamedatum, die de verwachte afwikkeling van de notes kort na de overnamedatum weerspiegelt (tussen 7 maart en 11 april 2022), evenals de bijko-mende Voorwaardelijke Waarderechten die aan de notehouders werden toegekend.

De toewijzing van de aankoopprijs is afgerond. De geschatte reële waarden, hoofdzakelijk bestaande uit immateriële activa, uitgestelde belastingvorderingen, uitgestelde belastingverplich-tingen en goodwill, zoals hierboven vermeld, moeten derhalve als definitief worden beschouwd. Schattingen van de reële waar-de zijn gebaseerd op een complexe reeks beoordelingen van toekomstige gebeurtenissen en onzekerheden, en zijn in hoge mate afhankelijk van schattingen en aannames. De beoordelin-gen voor het bepalen van de geschatte reële waarde die wordt toegewezen aan elke klasse van verworven activa en overgeno-men verplichtingen, evenals de levensduur van activa, kunnen een materiële impact hebben op de bedrijfsresultaten van UCB.

De Groep heeft immateriële activa geïdentificeerd en afzon-derlijk opgenomen voor een totaalbedrag van € 1 803 miljoen. Deze immateriële activa worden lineair afgeschreven vanaf de overname tot het verlies van exclusiviteit. Er zijn geen voorwaardelijke verplichtingen geïdentificeerd die zouden kunnen voldoen aan de opnamevereisten onder IFRS 3. De goodwill is toe te schrijven aan de verwachte synergiën met UCB’s biotechnologische onderzoeksactiviteiten alsook aan het samengevoegde personeelsbestand. Het wordt niet verwacht dat de goodwill fiscaal aftrekbaar is.

Er werden kosten met betrekking tot de overname, waaronder juridische en overige kosten, voor een bedrag van € 41 miljoen opgenomen onder Overige lasten in 2022. Deze betaling kan niet worden beschouwd als onderdeel van de vergoeding die is overgedragen aan de verkopers in ruil voor zeggenschap over Zogenix Inc. in overeenstemming met de bepalingen in IFRS 3 Bedrijfscombinaties.

Er werden opbrengsten van € 143 miljoen opgenomen in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening voor 2022 sinds de overname. Afgezien van de transactie- en overnamekosten bedraagt het verlies van Zogenix, Inc. dat in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor 2022 is opgenomen € 80 miljoen. De bedragen van de opbrengsten en het verlies voor Zogenix, Inc.# UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

in de veronderstelling dat de overnamedatum 1 januari 2022 zou zijn geweest, zouden niet materieel verschillend zijn ge-weest van wat in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor 2022 is opgenomen. Afwikkeling van de converteerbare notes van Zogenix, Inc. na overname Volgens de voorwaarden van de (oorspronkelijke) converteerbare notes vormde de overname van Zogenix, Inc. door UCB een “Ma-ke-Whole Fundamental Change”. Dit heeft geleid tot een tijdelijke aanpassing van de conversiekoers die van toepassing is op de notes als volgt: de vóór 7 maart 2022 geldende conversiekoers was 41,1794 gewone aandelen Zogenix, Inc. per $1 000 hoofdsom van de notes. voor de notes die van 7 maart 2022 tot 11 april 2022 werden gecon-verteerd, geldt een aangepaste conversiekoers, namelijk 47,5994 referentie-eigendomseenheden per $1 000 hoofdsom van de notes (tijdelijke aanpassing in verband met de “Make-Whole Fundamental Change” overeenkomstig § 5.07 van de (oorspronkelijke) voorwaarden van de converteerbare notes. elke note die na 11 april 2022 – 17.00 uur (NY City-tijd) zou zijn gecon-verteerd, zou worden afgewikkeld op basis van de niet-aangepaste conversiekoers, d.w.z. 41,1794 referentie-eigendomseenheden per $1 000 hoofdsom van de notes.

234 235 UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

Vanaf 7 maart 2022 bestaat de referentie-eigendomseenheid uit $ 26 in cash plus één Voorwaardelijk Waarderecht. Na de afronding van de overname werden alle notes geconver-teerd tegen de aangepaste conversiekoers van 47,5994 referen-tie-eigendomseenheden per $ 1 000 hoofdsom van de notes, hetgeen resulteerde in een kasuitstroom van $ 285 miljoen en bijkomende Voorwaardelijk Waarderechten die aan de notehou-ders werden toegekend, in de openingsbalans opgenomen als een financiële verplichting voor een bedrag van $ 22 miljoen en uiteindelijk betaald in februari 2023.

9. Beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop

9.1 Beëindigde bedrijfsactiviteiten

Voor 2023 bedraagt het verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten € 0 miljoen (€ -2 miljoen voor 2022) en het voorgaande jaar heeft voornamelijk betrekking op de aanvullende voorziening in verband met de Filmactiviteiten in België.

9.2 Activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop

De activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per 31 december 2023 hebben betrekking op voorraden na de afstoting van niet-kernproducten uit de gevestigde merken portfolio. Er werden geen activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2022. Aangezien niet alle marktvergunningen reeds aan de koper werden overgedragen, was UCB in sommige landen nog steeds eigenaar van de voorraden voor deze afgestoten niet-kernproducten van gevestig-de merken. Er werd geen afwaardering geboekt op deze voorraden.

10. Overige opbrengsten

€ miljoen 2023 2022
Vooruitbetalingen, mijlpaalbetalingen en terugbetalingen 189 189
Opbrengsten uit contractproductie 119 103
Totaal overige opbrengsten 308 292

In de loop van 2023 heeft UCB mijlpaalbetalingen en terugbetalingen van verschillende partijen geboekt, voornamelijk: Nippon Shinyaku, voornamelijk voor de goedkeuring van FINTEPLA ® in Japan; Biogen, voor de gezamenlijke ontwikkeling van antilichaam dapirolizu- mab pegol bij lupus (SLE); Roche, voor de ontwikkeling van bepranemab bij de ziekte van Alzheimer; en Novartis, voor de ontwikkeling van minzasolmin bij de ziekte van Parkinson. De opbrengsten uit contractproductieactiviteiten houden voorname- lijk verband met het afsluiten van loonfabricageovereenkomsten na de afstoting van gevestigde merken.

11. Operationele kosten volgens aard

De onderstaande tabel toont een aantal kostenitems die in de winst- en verliesrekening worden geboekt met een classificatie op basis van hun aard binnen de Groep:

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Kosten voor personeelsbeloningen 12 1 682 1 658
Afschrijvingen van materiële vaste activa 22 158 146
Afschrijvingen van immateriële activa 20 533 439
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa (netto) 14 5 0
Totaal 2 378 2 243

234 235 Geïntegreerd jaarverslag 2023

12. Kosten voor personeelsbeloningen

€ miljoen 2023 2022
Lonen en salarissen 1 214 1 207
Kosten voor sociale zekerheid 172 167
Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegd-pensioenregelingen 33 53
Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegde bijdragenregelingen 24 21
Op aandelen gebaseerde betalingen aan werknemers en bestuurders 28 104
Verzekering 50 41
Overige personeelsbeloningen 65 73
Totaal kosten voor personeelsbeloningen 1 682 1 658

De totale kosten voor personeelsbeloningen worden toegerekend aan functionele lijnen binnen de winst- en verliesrekening. De overige personeelsbeloningen bestaan voornamelijk uit ontslag-vergoedingen, afvloeiingsregelingen en uitkeringen voor langdurige/tijdelijke arbeidsongeschiktheid.

Aantal werknemers per 31 december 2023 2022
Met maandloon 2 885 2 790
Directie 6 198 5 931
Totaal 9 083 8 721

Meer informatie over vergoedingen na uitdiensttreding en op aandelen gebaseerde betalingen vindt u in Toelichtingen28en 33.

13. Overige bedrijfsbaten/-lasten

€ miljoen 2023 2022
Voorzieningen - 17
Waardevermindering immateriële activa en materiële vaste activa 0 - 2
Waardevermindering handels- en overige vorderingen 26 - 23
Winst/verlies (-) uit de verkoop van vaste activa - 2 - 2
Terugbetaling door derden van ontwikkelingskosten 10 5
Ontvangen overheidssubsidies 2 11
Samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling en commercialisering van EVENITY® 368 240
Overige baten/lasten (-) 179 - 5
Totaal overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 566 216

Het resultaat van de samenwerkingsovereenkomst met Amgen voor de ontwikkeling en commercialisering van EVENITY®bedroeg € 368 miljoen baten (in vergelijking met € 240 miljoen baten in 2022). Alle doorrekeningen van kosten voor ontwikkeling en commer-cialisering naar/van Amgen worden geclassificeerd als overige bedrijfsbaten/lasten. Het equivalent totale netto doorrekeningen per 31 december 2023 bestond uit € 373 miljoen marketing- en verkoopbaten (€ 246 miljoen in 2022) en € - 5 miljoen ontwikkelings-kosten (€ - 6 miljoen in 2022). De voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op btw-risico’s en risico’s in verband met de recupereerbaarheid van subsidies. De Groep heeft de verkoop geboekt van een portfolio van gevestigde merken van vijf in Europa gecommercialiseerde op voorschrift verkrijg-bare geneesmiddelen (€ 145 miljoen).

236 237 UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

14. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa

Een beoordeling van de realiseerbare waarden van de activa van de Groep heeft niet geresulteerd in de erkenning van bijzondere waarde-verminderingsverliezen (2022: € 0 miljoen). Er werd een bijzondere waardevermindering van € 5 miljoen opge-nomen op de IE-rechten voor fesoterodinevoor de VS en Europa, aangezien het verlies van exclusiviteit voor deze regio’s werd bereikt toen de rechten werden verworven na de schikking van het ge-schil over Toviaz®. In 2023 werden geen bijzondere waardeverminderingsverliezen ge-boekt voor materiële vaste activa van de Groep (2022: € 0 miljoen). Geen redelijkerwijs mogelijke wijziging in één van de basisveronder-stellingen waarop het management zich heeft gebaseerd voor de bepaling van de realiseerbare waarde van de activa zou aanleiding kunnen geven tot een boekwaarde die zijn realiseerbare waar-de overschrijdt.

15. Reorganisatiekosten

De reorganisatiekosten voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2023 bedragen € 13 miljoen (2022: € 42 miljoen) en hebben betrekking op nieuwe organisatiemodellen en bedrijfsstop- zetting. De opgenomen voorzieningen voor herstructurering zoals gedefinieerd in IAS 37.70 voldoen aan de criteria van IAS 37.72.

16. Overige baten/lasten

De totale overige baten/lasten vertegenwoordigden lasten van € 35 miljoen (2022: lasten van € 48 miljoen) en omvatten de volgende posten:

  • Verlies op afstotingen: € 24 miljoen in 2023, voornamelijk gere- lateerd aan de verkoop van Nile AI, Inc. Een winst van € 3 miljoen werd opgenomen in 2022 gerelateerd aan de verkoop van Alprosta- dil in Duitsland.
  • Overige lasten: € 11 miljoen in 2023, voornamelijk gerelateerd aan de toename van de milieuvoorzieningen ( Toelichting 34 ) en geschillen over kernproducten (2022: € 51 miljoen, voornamelijk gerelateerd aan kosten voor de overname van Zogenix, Inc. en de voorziening voor Distilbène en vergoedingen voor intellectuele eigendom).

17. Financiële opbrengsten en financiële kosten

De netto financiële kosten voor het jaar bedroegen € 163 miljoen (2022: € 74 miljoen). Het detail van de financiële kosten en financiële opbreng-sten is als volgt:

Financiële kosten

€ miljoen 2023 2022
Rentekosten van:
Retail- en institutionele obligaties - 15 - 16
Overige leningen - 124 - 51
Financiële kosten op leaseovereenkomsten - 5 - 4
Waardevermindering op toegekende langetermijnleningen 0 - 2
Nettoverlies op rentederivaten 0 - 1
Nettoverliezen op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten 0 - 33
Nettoverliezen uit wisselkoersverschillen - 54 0
Overige netto financiële opbrengsten/kosten (-) - 12 - 5
Totaal financiële kosten - 210 - 112

236 237 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Financiële opbrengsten

€ miljoen 2023 2022
Rentebaten: op bankdeposito’s 22 4
op rentederivaten 5 8
Nettowinst op rentederivaten 3 0
Nettowinst op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten 17 0
Nettowinst uit wisselkoersverschillen 0 26
Totaal financiële opbrengsten 47 38

18.# Winstbelastingen

Winstbelastingen (-)/tegoeden € miljoen 2023 2022
Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting - 158 - 183
Uitgestelde winstbelasting 60 92
Totale winstbelastingen (-)/tegoeden - 98 - 91

De Groep is actief in verschillende landen en is bijgevolg onderworpen aan winstbelastingen in veel verschillende fiscale jurisdicties. De kost uit hoofde van winstbelastingen op de winst van de Groep vóór belastingen wijkt licht af van het theoretische bedrag dat tot stand zou komen bij gebruik van het gewogen gemiddelde belastingpercentage dat van toepassing is op winsten (verliezen) van de geconsolideerde ondernemingen.

De winstbelastingen die erkend werden in de winst- en verliesrekening kunnen als volgt worden gedetailleerd:

€ miljoen 2023 2022
Winst vóór belastingen 441 511
Winstbelastingen (-) berekend op basis van lokale belastingpercentages die van toepassing zijn in de respectievelijke landen - 96 - 96
Theoretisch belastingpercentage 22 % 19 %
Erkende winstbelasting voor de periode - 158 - 183
Erkende uitgestelde winstbelasting 60 92
Totale winstbelastingen - 98 - 91
Effectief belastingpercentage 22 % 18 %
Verschil tussen theoretische en erkende winstbelastingen - 2 5
Verworpen uitgaven - 63 - 45
Niet-belastbare inkomsten - 9 - 10
Stijging(-)/daling in verplichtingen voor onzekere belastingposities 49 20
Belastingtegoeden 126 98
Wijziging in belastingpercentages - 30 - 2
Aanpassingen aan de winstbelasting voor de periode gerelateerd aan voorgaande jaren 23 3
Aanpassingen aan de uitgestelde winstbelasting gerelateerd aan voorgaande jaren 4 - 8
Netto-effect van voorheen niet erkende uitgestelde belastingvorderingen en niet-erkenning van uitgestelde belastingvorderingen voor huidig boekjaar - 104 - 48
Bronbelasting - 1 - 2
Overige belastingen 2 - 4
Totaal verschil tussen theoretische en erkende winstbelastingen - 2 5

Het theoretische winstbelastingpercentage bedraagt 22%, in vergelijking met 19% in het voorgaande jaar. Het effectieve belastingpercentage van 22% vloeit voort uit een kost voor wat betreft de winstbelasting die over de verslagperiode verschuldigd is en een tegoed voor wat betreft de uitgestelde winstbelasting. De voornaamste drijfveren voor dit belastingpercentage kunnen als volgt worden samengevat:

Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting:

  • Impact van fiscale stimulansen, voornamelijk met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling in belangrijke jurisdicties.
  • Amerikaanse regelgeving inzake de kapitalisatie en afschrijving van O&O-uitgaven voor belastingbetalers.
  • Hogere verworpen uitgaven met betrekking tot verkoop en marketing ter ondersteuning van de productlanceringsagenda van UCB.
  • Terugname van een aantal reserves voor onzekere belastingposities in belangrijke rechtsgebieden en de positieve uitkomst van een federale belastingcontrole in een belangrijk land.

Uitgestelde winstbelasting:

  • Verhoging van het belastingpercentage met betrekking tot niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen, met name overdraagbare verliezen en innovatie-inkomensaftrek, voornamelijk gedreven door lanceringskosten. Deze verhoging werd gedeeltelijk gecompenseerd door de opname van een uitgestelde belastingvordering in de handen van de belangrijkste IE-eigenaar (zie Toelichting 32).
  • Erkenning van bijkomende uitgestelde belastingvorderingen op belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling die verrekend zullen worden ten opzichte van toekomstige belastbare inkomsten.
  • Herwaardering van belastingvoordelen op basis van het niveau van de verwachte toekomstige belastbare winsten.

Factoren die de kost voor winstbelastingen in de toekomst zullen beïnvloeden

De Groep is op de hoogte van verschillende factoren die het toekomstige effectieve belastingpercentage van de Groep zouden kunnen beïnvloeden, meer bepaald de mix van winsten en verliezen tussen de verschillende landen waarin de Groep actief is, het bedrag van niet erkende verliezen en andere belastingvoordelen die in de toekomst erkend kunnen worden als een uitgestelde belastingvordering op de balans alsook het resultaat van lopende en toekomstige belastingcontroles. Bedrijfsherstructureringen, acquisities, desinvesteringen en overige transacties kunnen ook gevolgen hebben voor de toekomstige kost voor winstbelastingen van de Groep. Wijzigingen in de fiscale wetgeving in jurisdicties waarin de Groep actief is alsook de impact van internationale fiscale regelgeving kunnen ook een belangrijke impact hebben. UCB volgt de implementatie van de internationale belastinghervorming (“OESO Pillar 2”) nauwgezet op, die in 2023 in de meeste rechtsgebieden in lokale wetgeving werd opgenomen met ingang van 1 januari 2024. Deze nieuwe internationale belastingregels zullen een impact hebben op de belastingpositie van UCB op de langere termijn (zie Toelichting 32). Naast de OESO-ontwikkelingen volgt UCB van nabij de fiscale ontwikkelingen in de hele EU en in belangrijke rechtsgebieden met een aanzienlijke omzet of O&O-voetafdruk, zoals België, de VS en het VK.

19. Componenten van niet-gerealiseerde resultaten (inclusief minderheidsbelangen)

€ miljoen 1 januari 2022 Bewegingen van 2022 na belastingen 31 december 2022 Bewegingen van 2023 na belastingen 31 december 2023
Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere perioden: - 72 363 292 - 147 145
Cumulatieve omrekeningsverschillen - 92 272 181 -125 56
Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) 58 4 62 -23 39
Kasstroomafdekkingen - 38 87 49 1 50
Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere perioden: - 243 132 - 112 - 85 - 197
Herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten - 243 132 - 112 - 85 - 197
Totaal niet-gerealiseerde resultaten toerekenbaar aan aandeelhouders - 315 495 180 - 232 - 52
Verworven minderheidsbelang (NCI) 238 239

20. Immateriële activa

2023

€ miljoen Handelsmerken, patenten en licenties Overige Totaal
Bruto-boekwaarde per 1 januari 7 413 503 7 917
Verwervingen 33 51 84
Verkopen - 30 - 23 - 53
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 0 1 1
Afstotingen 0 - 9 - 9
Effect van wisselkoerswijzigingen - 158 - 1 - 159
Bruto-boekwaarde per 31 december 7 258 522 7 780
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 1 januari - 2 789 - 312 - 3 101
Afschrijvingen voor het jaar - 487 - 46 - 533
Verkopen 29 22 51
Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen in de winst- en verliesrekening - 5 0 - 5
Afstotingen 0 6 6
Effect van wisselkoerswijzigingen 34 0 34
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december - 3 218 - 330 - 3 548
Netto-boekwaarde per 31 december 4 040 192 4 232

2022

€ miljoen Handelsmerken, patenten en licenties Overige Totaal
Bruto-boekwaarde per 1 januari 5 359 461 5 820
Verwervingen 45 45 90
Verkopen - 5 - 21 - 26
Bedrijfscombinaties 1 803 0 1 803
Wisselkoerswijzigingen op bedrijfscombinaties 63 0 63
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 4 15 19
Effect van wisselkoerswijzigingen 144 3 147
Bruto-boekwaarde per 31 december 7 413 503 7 916
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 1 januari - 2 376 - 285 - 2 661
Afschrijvingen voor het jaar - 398 - 44 - 442
Verkopen 8 20 28
Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen in de winst- en verliesrekening - 2 0 - 2
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 2 0 2
Effect van wisselkoerswijzigingen - 23 - 2 - 25
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december - 2 789 - 311 - 3 100
Netto-boekwaarde per 31 december 4 624 192 4 816

De Groep schrijft alle immateriële activa af zodra ze in gebruik worden genomen. De afschrijving van immateriële activa wordt toegeschreven aan de kostprijs van de omzet voor alle immateriële activa die verband houden met compounds. De afschrijvingen met betrekking tot software worden toegeschreven aan de functies die deze software gebruiken. Het merendeel van de immateriële activa van de Groep is uit vorige overnames voortgekomen. In 2023 verwierf de Groep immateriële activa voor een totaal van € 84 miljoen (2022: € 90 miljoen). Deze toevoegingen vloeien voort uit licentieovereenkomsten, software en geactiveerde in aanmerking komende ontwikkelingskosten en geactiveerde externe ontwikkelingskosten voor studies uitgevoerd na goedkeuring door de regelgevende instanties. Met betrekking tot de software en in aanmerking komende softwareontwikkelingskosten heeft de Groep € 27 miljoen geactiveerd (2022: € 15 miljoen). In 2022 erkende UCB immateriële activa voor een bedrag van € 1 803 miljoen uit bedrijfscombinaties met Zogenix, Inc. (zie Toelichting 8). Verkopen in 2023 en 2022 hadden hoofdzakelijk betrekking op oude software die niet langer werd gebruikt. In de loop van het jaar erkende de Groep bijzondere waardeverminderingsverliezen voor een totaal bedrag van € 5 miljoen (2022: € 2 miljoen). De afschrijvingskost voor de periode bedroeg € 533 miljoen (2022: € 442 miljoen). Afstotingen met een netto-boekwaarde van € 3 miljoen hebben betrekking op de immateriële activa van Nile Al, Inc. Er was ook een transfer van activa voor een bedrag van € 1 miljoen vanuit materiële vaste activa naar immateriële activa. Voorts was er een effect van de omrekening van vreemde valuta van € -125 miljoen in 2023 (2022: € 122 miljoen). Overige immateriële activa omvatten vooral software en lopende ontwikkelingsprojecten. Deze activa worden pas afgeschreven zodra ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer de betreffende producten voor het eerst gecommercialiseerd worden) en overgeboekt naar de rubriek licenties.

21.# Goodwill

€ miljoen 2023 2022
Netto-boekwaarde per 1 januari 5 340 5 173
Overname - 5 19
Wisselkoerswijzigingen op overname 0 1
Effect van wisselkoerswijzigingen - 80 147
Netto-boekwaarde per 31 december 5 254 5 340

De Groep controleert de goodwill elk jaar op bijzondere waardeverminderingen of vaker als er aanwijzingen zijn dat er mogelijks een bijzondere waardevermindering zou moeten geboekt worden op de goodwill. Bij het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen functioneert de Groep als één segment, biofarmaceutische producten, met één enkele kasstroomgenererende eenheid (KGE) die het laagste niveau vertegenwoordigt waarop de goodwill wordt gemonitord. Het realiseerbare bedrag van de kasstroomgenererende eenheid wordt bepaald op basis van de bedrijfswaardeberekeningen, en de methodologie die toegepast werd voor het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen is dezelfde als deze die in 2022 werd toegepast.

Basisveronderstellingen

Deze berekeningen steunen op kasstroomprognoses op basis van de financiële gegevens die aan de grondslag liggen van het door het management en de raad van bestuur goedgekeurde strategisch plan en die een periode van 10 jaar bestrijken. Gezien de aard van de sector worden de lange-termijnprognoses gebruikt om de passende levenscycli van producten volledig te modelleren op basis van de verstrijk-datum van het patent en het therapeutische gebied. Deze langetermijnprognoses, gebaseerd op de resultaten uit het verleden en de verwachtingen van het management inzake marktontwikkelingen, worden aangepast voor specifieke risico’s en omvatten: de omzetgroeipercentages van pas geïntroduceerde producten; de waarschijnlijkheid dat nieuwe producten en/of indicaties de commercialiseringsfase halen; de slaagkansen van toekomstige productlanceringen en de verwachte data daarvan; de erosie-effecten na het verstrijken van octrooien.

Bij de vergelijking met 2022 zijn de basisveronderstellingen aangepast, rekening houdend met de laatste ontwikkelingen op het gebied van de kansen op succes en de erosie na het verstrijken van octrooien. Voor de berekeningen van de “bedrijfswaarde” die nodig zijn voor de test op bijzondere waardeverminderingen, werd een disconteringsvoet van 7,17 % gebruikt. Rekening houdend met de huidige marktontwikkelingen worden de kasstromen van na de geplande prognosetermijn (eindwaarde) geëxtrapoleerd met behulp van een geschat groeipercentage van 2%, vergeleken met 2% in 2022. Dit groeicijfer is niet hoger dan het gemiddelde groeipercentage op lange termijn voor de desbetreffende gebieden waarin de KGE actief is.

240 241 Geïntegreerd jaarverslag 2023

De meeste inkomsten en uitgaven van de Groep worden geboekt in EUR- en USD-landen. De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt bij het opstellen van de toekomstige kasstromen:

Prognoses over 10 jaar

2022
USD 1.08 - 1.14
GBP 0.84 - 0.88
JPY 128 - 155
CHF 0.91 - 0.98
2022
USD 1.15 - 1.16
GBP 0.85 - 0.96
JPY 111 - 133
CHF 1.02 - 1.04

Uitgaande van de risicovrije kortetermijnrente LIBOR EUR op 6 maanden en de langetermijnrente op generieke EU-overheidsobligaties op 20 jaar (2022: 20 jaar), wordt de toegepaste disconteringsvoet bepaald op basis van de gewogen gemiddelde kapitaalkost voor DCF-modellen, inclusief de benchmark op 20 jaar (2022: 20 jaar) voor de kosten van het eigen en het vreemd vermogen, aangepast voor de specifieke activa en landenrisico’s die gepaard gaan met de KGE. Gelet op de aard van de sector, heeft de Groep een disconteringsvoet toegepast van 7,17% (2022: 6,64%). De disconteringsvoet wordt minstens één keer per jaar herzien. Aangezien de kasstromen pas na belasting worden opgenomen in de berekening van de bedrijfswaarde van de KGE, wordt een disconteringsvoet na belasting gebruikt om consistent te blijven. Het gebruik van de disconteringsvoet na winstbelasting benadert het resultaat van het gebruik van een tarief vóór belasting toegepast op kasstromen vóór belasting. Er werd een belastingpercentage gehanteerd tot 23% (2022: 20%).

Gevoeligheidsanalyse

Op basis van wat hierboven werd beschreven, heeft het management geoordeeld dat geen enkele redelijke verandering in om het even welke basisveronderstelling voor het bepalen van de realiseerbare waarde ertoe zou leiden dat de boekwaarde van de KGE wezenlijk hoger zou worden dan zijn realiseerbare waarde. Ter informatie: de gevoeligheidsanalyse die gebruik maakt van een groeipercentage van -3% gecombineerd met een disconteringsvoet onder de 18% geeft geen aanleiding tot een bijzondere waardevermindering van de goodwill.

22. Materiële vaste activa

2023 € miljoen
Terrein en gebouwen Installaties en machines Kantoorinrichting, computeruitrusting, voertuigen en andere Activa in aanbouw Totaal
Bruto-boekwaarde per 1 januari 903 1 082 181 541 2 707
Verwervingen 23 39 44 214 320
Bedrijfscombinaties 0 0 0 0 0
Verkopen - 11 - 20 - 27 - 3 - 61
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 30 64 5 - 112 - 13
Effect van wisselkoerswijzigingen 8 23 - 2 1 30
Bruto-boekwaarde per 31 december 953 1 188 201 641 2 983
Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari - 440 - 713 - 121 0 - 1 273
Afschrijvingslasten voor het jaar - 51 - 75 - 32 0 - 158
Verkopen 10 14 27 0 51
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 2 11 0 0 13
Bedrijfscombinaties 0 0 0 0 0
Effect van wisselkoerswijzigingen - 4 - 16 0 0 - 20
Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december - 483 - 779 - 126 0 - 1 388
Netto-boekwaarde per 31 december 470 408 76 641 1 595

242 243 UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

2022 € miljoen
Terrein en gebouwen Installaties en machines Kantoorinrichting, computeruitrusting, voertuigen en andere Activa in aanbouw Totaal
Bruto-boekwaarde per 1 januari 828 1 007 167 418 2 420
Verwervingen 12 28 33 231 304
Bedrijfscombinaties 20 0 1 0 21
Verkopen - 4 - 5 - 27 0 - 36
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 43 41 5 - 110 - 21
Effect van wisselkoerswijzigingen 4 11 2 2 19
Bruto-boekwaarde per 31 december 903 1 082 181 541 2 707
Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari - 390 - 640 - 115 0 - 1 145
Afschrijvingslasten voor het jaar - 48 - 70 - 30 0 - 148
Verkopen 3 3 27 0 33
Bedrijfscombinaties - 4 0 - 1 0 - 5
Effect van wisselkoerswijzigingen - 2 - 6 - 2 0 - 10
Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december - 440 - 713 - 121 0 - 1 273
Netto-boekwaarde per 31 december 463 369 60 541 1 434

Er zijn geen eigendomsbeperkingen op de materiële vaste activa en er zijn evenmin materiële vaste activa in onderpand gegeven ter dekking van schulden. In 2023 verwierf de Groep materiële vaste activa voor een totaalbedrag van € 320 miljoen (2022: € 304 miljoen). Deze verwervingen omvatten gebruiksrechten van activa voor een bedrag van € 68 miljoen (2022: € 39 miljoen). € 51 miljoen heeft betrekking op de Bioplant-site in Brain-l’Alleud (België), € 47 miljoen op de Gene Therapy-site (België) en € 38 miljoen op de nieuwe campus in het VK, allemaal gerapporteerd onder activa in aanbouw. In 2022 werden materiële vaste activa met een netto boekwaarde van € 16 miljoen erkend bij de overname van Zogenix, Inc. (zie Toelichting 8). Andere verwervingen hebben betrekking op de vernieuwing van de kantooromgeving, de faciliteiten in het gebouw, IT-hardware en andere installaties en uitrusting. Gedurende het jaar heeft de Groep geen bijzondere waardeverminderingsverliezen erkend (2022: bijzondere waardevermindering van € 0 miljoen). De afschrijvingskosten voor de periode bedroegen € 158 miljoen (2022: € 148 miljoen) en omvatten de afschrijvingen op gebruiksrechten van activa (€ 48 miljoen).

Gekapitaliseerde financieringskosten

Er werden geen financieringskosten gekapitaliseerd in 2023 (2022: € 0 miljoen).

23. Financiële en overige activa

23.1 Financiële en overige vaste activa

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) (excl. afgeleide financiële instrumenten) 23.3 128 134
Deposito’s in contanten 17 16
Afgeleide financiële instrumenten 39 31
Restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland 24 24
Overige financiële activa 10 16
Financiële en overige vaste activa 210 218

242 243 Geïntegreerd jaarverslag 2023

23.2 Financiële en overige vlottende activa

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Materiaal voor klinische studies 133 196
Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) (excl. afgeleide financiële instrumenten) 23.3 62 47
Toegestane leningen aan derde partijen 0 3
Afgeleide financiële instrumenten 39 46
Financiële en overige vlottende activa 241 369

23.3 Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) (exclusief afgeleide financiële instrumenten)

De vlottende en vaste financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (excl.afgeleide financiële instrumenten) omvatten het volgende:

€ miljoen 2023 2022
Aandelen 190 181
Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) (excl. afgeleide financiële instrumenten) 190 181

De evolutie in de boekwaarde van de financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) (excl. afgeleide financiële instrumenten) is als volgt samengesteld:

2023 2022 € miljoen
Aandelen Aandelen
Per 1 januari 181 179
Verwervingen 35 22
Verkopen - 3 - 20
Winsten/verliezen(-) op reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten - 23 0
Per 31 december 190 181

Voor meer informatie over de afgeleide financiële instrumenten waarvan de reële-waardeveranderingen via niet-gerealiseerde resultaten worden verwerkt, verwijzen wij naar Toelichting 39. Voor de financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs, benadert de boekwaarde de reële waarde. De Groep heeft geen investeringen in schuldinstrumenten.# 24. Voorraden

€ miljoen 2023 2022
Grond- en hulpstoffen 161 121
Goederen in bewerking 661 601
Afgewerkte producten 209 184
Goederen aangekocht voor doorverkoop 0 1
Voorraden 1 031 907

De kostprijs van de voorraden die zijn opgenomen als kost in “kostprijs van de omzet” bedroeg € 876 miljoen (2022: € 859 miljoen). Er zijn geen voorraden als onderpand gegeven, noch zijn er voorraden die geboekt zijn tegen hun netto realiseerbare waarde. De waardeverminderingen op voorraden bedroegen € 51 miljoen in 2023 (2022: € 70 miljoen) en zijn opgenomen in de kostprijs van de omzet. De totale voorraad steeg met € 124 miljoen en omvat onder andere de verdere opbouw van Bimzelx®, Rystiggo®en Zilbrysq®.

25. Handelsvorderingen en overige vorderingen

€ miljoen 2023 2022
Handelsvorderingen 763 702
Min: provisie voor waardeverminderingen - 13 - 15
Handelsvorderingen – netto 750 687
Te ontvangen BTW 37 36
Te ontvangen interesten 9 14
Vooruitbetaalde onkosten 147 140
Nog te ontvangen inkomsten 2 1
Overige vorderingen 257 157
Te ontvangen royalty’s 18 17
Handelsvorderingen en overige vorderingen 1 220 1 051

De boekwaarde van handelsvorderingen en overige vorderingen benadert hun reële waarde. Met betrekking tot handelsvorderingen wordt de reële waarde geacht overeen te komen met de boekwaarde verminderd met de voorziening voor waardeverminderingen, en voor alle andere vorderingen benadert de boekwaarde de reële waarde, gezien de korte looptijd van deze bedragen. Er bestaat enige concentratie van kredietrisico bij de handelsvorderingen. Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten. De Groep werkt samen met specifieke groothandelaars in bepaalde landen. De grootste uitstaande handelsvordering op één klant in 2023 is 16% (2022: 14%), namelijk op McKesson Corp. U.S. De toename in overige vorderingen is voornamelijk het gevolg van te ontvangen mijlpaalbetalingen en partnerschappen.

De ouderdomsanalyse van de handelsvorderingen van de Groep per jaareinde is als volgt:

€ miljoen 2023 2022
Bruto-boekwaarde Waardeverminderingen Bruto-boekwaarde Waardeverminderingen
Niet vervallen 721 0 671 0
Vervallen – minder dan één maand 23 0 15 0
Vervallen – langer dan een maand en niet langer dan drie maanden 4 0 2 0
Vervallen – langer dan drie maanden en niet langer dan zes maanden 5 0 6 - 1
Vervallen – langer dan zes maanden en niet langer dan één jaar 0 - 5 1 - 6
Vervallen – langer dan één jaar 10 - 8 7 - 8
Totaal 763 - 13 702 - 15

Op basis van historische percentages van wanbetaling, meent de Groep dat er geen voorziening voor waardeverminderingen nodig is voor handelsvorderingen die nog niet vervallen zijn. Dit betreft 94% (2022: 96%) van het uitstaande saldo op de balansdatum.

De bewegingen in de voorziening voor waardeverminderingen op handelsvorderingen worden hieronder vermeld:

€ miljoen 2023 2022
Saldo per 1 januari - 15 - 18
Bijzondere waardevermindering opgenomen in de winst- en verliesrekening 0 - 2
Benutting/afname van de voorziening voor waardeverminderingen 1 5
Effect van wisselkoerswijzigingen 1 0
Saldo per 31 december - 13 - 15

De overige categorieën binnen handels- en overige vorderingen bevatten geen activa die een waardevermindering hebben ondergaan.

De boekwaarden van de handels- en overige vorderingen van de Groep zijn in de volgende valuta’s uitgedrukt:

€ miljoen 2023 2022
EUR 381 337
USD 508 413
JPY 74 79
GBP 57 48
CNY 34 30
CHF 18 19
KRW 9 10
Andere valuta’s 139 115
Handelsvorderingen en overige vorderingen 1 220 1 051

De maximale blootstelling aan kredietrisico op de rapporteringsdatum is de reële waarde van elke categorie van vorderingen zoals hierboven vermeld. De Groep houdt geen enkel onderpand als zekerheid aan.

26. Geldmiddelen en kasequivalenten

€ miljoen 2023 2022
Korte-termijndeposito’s 681 696
Banktegoed en beschikbaar saldo 180 203
Geldmiddelen en kasequivalenten (uitgezonderd voorschotten in rekening-courant) 861 899

Geldmiddelen en korte-termijndeposito’s van € 63 miljoen worden vooral aangehouden in landen met beperkende regelgeving inzake kapitaalexport uit het land andere dan deze via gewone dividenden, zoals Brazilië, China, India, Korea, Rusland en Turkije. Ten behoeve van de presentatie in het Geconsolideerd Kasstroom-overzicht omvatten geldmiddelen en kasequivalenten contanten, direct opvraagbare deposito’s en overige kortlopende, uiterst liquide beleggingen met originele looptijden van drie maanden of minder die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen, en voorschotten in rekening-courant. Voorschotten in rekening-courant worden opgenomen onder de leningen onder kortlopende verplichtingen in de balans.

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Geldmiddelen en kasequivalenten 861 899
Voorschotten in rekening-courant 29 0
Geldmiddelen en kasequivalenten (inclusief voorschotten in rekening-courant) 861 859

27. Kapitaal en reserves

27.1 Aandelenkapitaal en uitgiftepremies

Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 584 miljoen (2022: € 584 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 194.505.658 aandelen (2022: 194.505.658 aandelen). De aandelen van de Vennootschap hebben geen nominale waarde. Per 31 december 2023 waren er 70.909.344 aandelen op naam en 123.596.314 gedematerialiseerde aandelen. Houders van UCB-aandelen hebben recht op dividenden, zoals vastgesteld, en op één stem per aandeel op de algemene aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap. Er is geen maatschappelijk niet-geplaatst kapitaal. Per 31 december 2023 bedroegen de uitgiftepremies € 2.030 miljoen (2022: € 2.030 miljoen).

27.2 Ingekochte eigen aandelen

De Groep verwierf, via UCB NV, 500.000 eigen aandelen (2022: 500.000) voor een totaalbedrag van € 40 miljoen (2022: € 42 miljoen) en transfereerde 681.671 eigen aandelen (2022: 921.021) voor een totaalbedrag van € 56 miljoen (2022: € 75 miljoen). Netto-transfer van 181.671 eigen aandelen voor een nettobedrag van € 16 miljoen. In 2023 verwierf of verkocht de Groep geen eigen aandelen als gevolg van aandelenruiltransacties (2022: 0 verworven en 0 verkocht). Per 31 december 2023 had de Groep 4.729.089 eigen aandelen in bezit waarvan geen gerelateerd aan aandelenruiltransacties (2022: 4.910.760). Deze eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de uitoefening van aandelenopties en de toekenning van prestatieaandelen aan de leden van het Uitvoerend Comité en aan bepaalde categorieën van werknemers. In het lopende jaar werden geen callopties op UCB-aandelen aangekocht (2022: 0) en werden er geen callopties uitgeoefend (2022: 0). Per 31 december 2023 hield de Groep geen opties aan op UCB-aandelen (31 december 2022: 0).

27.3 Overige reserves

De overige reserves bedragen € -9 miljoen (2022: € 76 miljoen) waarbij de wijziging betrekking heeft op de herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten voor € 85 miljoen, waardoor de totale herwaarderingswaarde uitkomt op €- 205 miljoen (2022: € - 120 miljoen).

27.4 Cumulatieve omrekeningsverschillen

De reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigt de cumulatieve valuta-omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro gebruiken. De reserve omvat ook de niet gerealiseerde gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekking van netto-investeringen.# Op aandelen gebaseerde betalingen

De Groep heeft verschillende in eigen-vermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde op aandelen gebaseerde betalingen, waaronder een aandelenoptieplan, een “Stock Appreciation Rights”-plan (recht op de meerwaarde op de aandelen), een aandelentoeken-ningsplan en een prestatieaandelenplan om werknemers te vergoe-den voor geleverde diensten. Het aandelenoptieplan, het aandelentoekenningsplan en het prestatie-aandelenplan worden in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkeld, terwijl het “Stock Appreciation Rights”-plan in geld afgewikkeld wordt. Naast deze plannen hanteert de Groep ook aandelenaankoopplannen voor werknemers in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten alsook “fantoomaandelenplannen”. De kosten die opgelopen worden voor deze plannen zijn niet materieel.

28.1 Aandelenoptieplan en “stock appreciation rights”-plan

Het governance, benoemings- en remuneratiecomité (Governance, Nomination and Compensation Committee, “GNCC”) kende opties op aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior Executives en de hogere kaders van de UCB Groep. De uitoefenprijs van de in het kader van deze plannen toegekende opties is gelijk aan de laagste van de volgende twee waarden: het gemiddelde van de slotkoers van de UCB aandelen op Euronext te Brussel tijdens de periode van 30 dagen vóór het aanbod; of de slotkoers van de UCB aandelen op Euronext Brussel op de dag vóór de toekenning. Een aangepaste uitoefenprijs wordt vastgelegd voor die begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillen-de uitoefenprijs vereist om van een verminderde belasting te kunnen genieten. De opties worden uitoefenbaar na een wachtperiode van drie jaar, behalve voor de rechthebbende werknemers die onder-worpen zijn aan wetgeving die een langere wachtperiode vereist om van een lager belastingpercentage te kunnen genieten. Wanneer een werknemer de Groep verlaat, vervallen zijn/haar opties gewoonlijk na zes maanden. Bij overlijden of pensioen van een werknemer of in het geval van onvrijwillig ontslag wanneer er bij de toekenning belastingen werden betaald, blijven de opties verworven. De Groep is niet verplicht om de opties terug te kopen of te vereffenen in geld. De opties zijn niet overdraagbaar (behalve bij overlijden).

Het “Stock Appreciation Rights” (SARs)-plan heeft dezelfde kenmer-ken als het aandelenoptieplan, behalve dat het voor UCB-werkne-mers in de Verenigde Staten bestemd is. Dit plan wordt afgewikkeld in geldmiddelen.

28.2 Aandelentoekenningsplan

Het “GNCC” kende gratis aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior Executives en de hogere en mid-denkaders van de UCB Groep. Aan de aandelen die gratis toegekend werden, zijn voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode verbon-den waarbij de begunstigden verplicht zijn om drie jaar in dienst te blijven na de toekenningsdatum. De toegekende aandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk onvoorwaardelijk worden. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.

28.3 Prestatieaandelenplan

Het “GNCC” kende prestatieaandelen toe aan de Senior Executives voor specifieke doelstellingen in overeenstemming met de strategi-sche prioriteiten van het bedrijf. De prestatieaandelen zijn gebonden aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in dienst moet blijven (de wachtperiode) om de prestatieaandelen definitief te verwerven en het aantal toegekende aandelen wordt aangepast op het einde van de wachtperiode op basis van de prestaties van het bedrijf ten opzichte van haar doelstellingen. De prestatieaandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk onvoor-waardelijk worden. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.

28.4 Fantoomaandelenoptie-, -aandelentoekennings- en -prestatieaandelenplannen

De Groep heeft ook plannen voor fantoomaandelenopties, fan-toomaandelentoekenningen en fantoomprestatieaandelen (collectief “fantoomaandelenplannen” genoemd). Deze “fantoomaandelen-plannen” worden toegekend aan bepaalde personeelsleden die een arbeidscontract hebben bij bepaalde verbonden ondernemingen van de Groep en die onder dezelfde regels vallen als de aandelenoptie-, aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van de Groep, behalve wat de afwikkeling ervan aangaat. Per 31 december 2023 wa-ren er 450 deelnemers (2022: 270) voor deze plannen en de kost voor deze op aandelen gebaseerde betalingsplannen is immaterieel.

28.5 Aandelenaankoopplan voor Noord-Amerikaanse medewerkers.

Dit plan is bedoeld om werknemers van met UCB verbonden onder-nemingen in Noord Amerika de kans te bieden gewone aandelen van de Groep te kopen. Aandelen worden gekocht met een korting van 15% die wordt gefinancierd door UCB. Werknemers sparen een bepaald percentage van hun salaris door looninhouding en de aandelen worden aangekocht met de bijdragen van de werknemer, na belastingen. De aandelen worden aangehouden door een onafhankelijke bankinstelling op een rekening op naam van de medewerker. De beperking op deelname van de werknemers aan dit plan is als volgt: tussen 1% en 10% van de vergoeding van elke deelnemer; US$ 25 000 per jaar per deelnemer; maximaal US$ 10 miljoen in totaal in eigendom van Noord-Ameri-kaanse werknemers in alle vormen van aandelenplannen over een voortschrijdende periode van 12 maanden. Per 31 december 2023 had het plan 901 deelnemers (2022: 811). Er zijn geen specifieke toekenningsvoorwaarden en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel.

28.6 Aandelenplan in het Verenigd Koninkrijk

Het is de doelstelling van deze regeling om het bezit van UCB-aan-delen door werknemers in het Verenigd Koninkrijk aan te moedigen. Deelnemers sparen een bepaald deel van hun salaris via looninhoudin-gen en UCB biedt één gratis aandeel voor elk aandeel dat iedere deel-nemer koopt. De aandelen worden aangehouden op een rekening op naam van de medewerker door een onafhankelijke vennootschap die optreedt als trustinstelling. Werknemersbijdragen aan het plan zijn beperkt tot het laagste van volgende bedragen: 10% van de vergoeding van elke deelnemer; GBP 1 800 per jaar per deelnemer. Per 31 december 2023 had het plan 438 deelnemers (2022: 438) en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel.

28.7 Kost voor op aandelen gebaseerde betalingen

De totale kost voor op aandelen gebaseerde betalingen van de Groep bedroeg € 104 miljoen (2022: € 81 miljoen), en is als volgt opgenomen in de relevante functionele lijnen in de winst- en verliesrekening:

€ miljoen 2023 2022
Kostprijs van de omzet 13 12
Marketing- en verkoopkosten 25 20
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten 40 32
Algemene en administratiekosten 26 17
Totale operationele kosten 104 81

waarvan in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkeld:

2023 2022
Aandelenoptieplannen 6 5
Aandelentoekenningsplannen 77 71
Prestatieaandelenplan 15 9

waarvan afgewikkeld in geldmiddelen:

2023 2022
“Stock Appreciation Rights”-plan 3 -
Fantoomaandelenoptie-, aandelentoekennings- en -prestatieaandelenplannen 3 1

28.8 Aandelenoptieplannen

De bewegingen in het aantal uitstaande aandelenopties en hun bijhorende gewogen gemiddelde uitoefenprijs per 31 december zijn:

2023 2022
Gewogen gemiddel-de reële waarde (€) Gewogen gemiddelde uitoefen-prijs (€)
Uitstaand per 1 januari 14.83 73.30
+ nieuwe opties toegekend 20.69 80.02
(-) Opgegeven opties 19.84 85.58
(-) uitgeoefende opties 12.40 52.36
(-) vervallen opties 12.21 48.70
(-) Opties omgezet in andere plannen 0.00 0.00
Uitstaand per 31 december 15.62 75.62

Aantal volledig onvoorwaardelijk geworden opties:

2023 2022
Per 1 januari 1 624 209 1 582 306
Per 31 december 1 794 129 1 624 209

Per 31 december 2023 zijn de vervaldata en uitoefenprijzen van de uitstaande aandelenopties als volgt:

Laatste datum van uitoefening Uitoefenprijzen (€) Aantal aandelenopties
31 maart 2024 58,12 120 597
31 maart 2025 67,35 230 540
31 maart 2026 67,24 238 787
31 maart 2027 [70,26 - 72,71] 299 752
31 maart 2028 66,18 361 641
31 maart 2029 [76,09 - 76,56] 416 366
31 maart 2030 [76,21-79] 397 865
31 maart 2031 [79,99 - 81,12] 301 123
31 maart 2032 [102,04 - 108,45] 294 363
31 maart 2033 [79,97- 82,44] 332 048
Totaal uitstaand 2 993 082

De reële waarde wordt berekend aan de hand van het Black & Scholes-waarderingsmodel. De volatiliteit werd voornamelijk bepaald op basis van de historisch waargenomen aandelenkoersen van UCB over de laatste vijf jaar. De waarschijnlijkheid van een vervroegde uitoefening wordt weergege-ven in de verwachte looptijd van de opties. Het verwachte percenta-ge voor opgegeven aandelenopties is gebaseerd op het werkelijke personeelsverloop in de categorieën die in aanmerking komen voor compensatie door aandelenopties.## 28. Diverse Toelichtingen

28.9 Stock Appreciation Rights (SARs)-plan

De bewegingen van de SARs en de variabelen die gebruikt werden in het waarderingsmodel per 31 december 2023 zijn in de onderstaande tabel terug te vinden. De reële waarde van de SARs op de toekenningsdatum wordt bepaald aan de hand van het Black & Scholes-model. De reële waarde van de verplichting wordt geherwaardeerd op elke rapporteringsdatum.

2023 2022
Uitstaande rechten per 1 januari 749 956 754 249
+ nieuwe rechten toegekend 179 180 148 056
+ rechten omgezet van andere plannen 0 0
(-) opgegeven rechten 28 804 44 029
(-) uitgeoefende rechten 65 151 97 320
(-) vervallen rechten 5 700 11 000
Uitstaande rechten per 31 december 829 481 749 956

De significante veronderstellingen die gehanteerd werden voor de waardering van de reële waarde van de ”stock appreciation rights” zijn:

2023 2022
Aandelenprijs op jaareinde € 78,90 € 73,56
Uitoefenprijs € 82,44 € 108,45
Verwachte volatiliteit % 28,23 27,86
Verwachte looptijd van de opties Jaren 5,00 5,00
Verwachte dividendopbrengst % 1,69 1,77
Risicovrije rentevoet % 2,22 2,91
Verwacht jaarlijks percentage voor opgegeven aandelenopties % 7,00 7,00

28.10 Aandelentoekenningsplannen

De kost voor de op aandelen gebaseerde betalingen met betrekking tot deze aandelentoekenningsplannen wordt gespreid over de wacht-periode van drie jaar. De begunstigden hebben geen recht op dividenden tijdens de wacht-periode.

De evolutie in het aantal uitstaande toegekende aandelen per 31 december is als volgt:

Aantal aandelen Gewogen gemiddelde reële waarde (€) Aantal aandelen Gewogen gemiddelde reële waarde (€)
2023 2022
Uitstaand per 1 januari 2 188 475 89,83 2 334 810 80,58
+ nieuwe toegekende aandelen 1 102 456 82,19 763 466 106,95
(-) opgegeven toegekende aandelen 135 125 89,67 223 810 87,31
(-) toegekende aandelen omgezet in fantoomplannen 6 413 81,46 0 0,00
(-) definitief verworven en uitgekeerde toegekende aandelen 751 294 82,06 685 991 78,21
Uitstaand per 31 december 2 398 099 88,78 2 188 475 89,83

28.11 Prestatieaandelenplannen

De evolutie in het aantal uitstaande prestatieaandelen per 31 december is als volgt:

Aantal aandelen Gewogen gemiddelde reële waarde (€) Aantal aandelen Gewogen gemiddelde reële waarde (€)
2023 2022
Uitstaand per 1 januari 356 223 92,50 467 843 81,02
+ nieuwe toegekende prestatieaandelen 198 472 82,20 185 965 102,11
(-) opgegeven prestatieaandelen 38 526 90,64 150 008 82,88
(-) definitief verworven prestatieaandelen 49 380 82,38 147 577 77,78
Uitstaand per 31 december 466 789 89,41 356 223 92,50

29. Leningen

De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt:

€ miljoen 2022 Kasstromen Niet-contante wijzigingen € miljoen Uit financieringsactiviteiten Toename/Afname van geldmiddelen Transfer van langlopend naar kortlopend Wisselkoerswijzigingen Overige 2023
Langlopend
Bankleningen 1 989 58 0 0 -63 -3 0 1 981
Leaseovereenkomsten 100 -51 0 0 -2 71 0 118
Totaal langlopende leningen 2 089 7 0 0 -65 68 0 2 099
Kortlopend
Voorschotten in rekening-courant 40 0 -40 0 0 0 0 0
Kortlopende component van bankleningen -1 0 0 0 0 0 0 -1
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 9 -9 0 0 0 0 0 0
Leaseovereenkomsten 40 6 0 0 -1 -2 0 43
Totaal kortlopende leningen 88 -3 -40 0 -1 -2 0 42
Totaal leningen 2 177 4 -40 0 -66 66 0 2 141

Per 31 december 2023 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep (exclusief leaseovereenkomsten) gelijk aan 4,89% (2022: 4,05%) vóór hedging. Betalingen van variabele rente zijn aan aangemerkte kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan aangemerkte reële waarde-afdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 5,10% (2022: 3,48%) na hedging. De vergoedingen die betaald werden voor de regeling van de obligaties (Toelichting 30) en de gewijzigde faciliteitsovereenkomst worden afgeschreven over de levensduur van de instrumenten. Waar dit onder hedge accounting van toepassing is, wordt de reële waarde van de langlopende leningen bepaald op basis van de contante waarde van de betalingen van de schuldinstrumenten, aan de hand van de toepasselijke rentecurve en de kredietspread van UCB voor de verschillende valuta’s. Aangezien de bankleningen een variabele rentevoet dragen die dagelijks tot halfjaarlijks wordt herzien, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële waarde. Wat de kortlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden aangezien het effect van de verdiscontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd.

Op 27 maart 2023 tekende de Groep een aan duurzaamheid gekoppelde doorlopende kredietfaciliteitsovereenkomst van € 1 miljard, vervallend in 2028 (inclusief de optie om verdere verlengingen van de vervaldatum aan te vragen met maximaal twee bijkomende jaren). Deze nieuwe faciliteit verving de doorlopende kredietfaciliteit van € 1 miljard, die op 9 januari 2025 zou vervallen en vervolgens werd opgezegd. Na het eerste verlengingsverzoek, in februari 2024, werd de vervaldatum van verplichtingen voor een totaalbedrag van € 928 miljoen onder de doorlopende kredietfaciliteit verlengd tot 2029. Per 31 december 2023 waren er geen uitstaande bedragen onder de doorlopende kredietfaciliteit (2022: € 0 miljoen).

Op 10 oktober 2019 heeft de Groep een bulletkredietfaciliteit van US$ 2,1 miljard met een vervaldatum in 2025 afgesloten, voor de financiering van de verwerving van Ra Pharma. In 2022 is deze overeenkomst gewijzigd om verwijzingen naar US$ LIBOR te vervangen door verwijzingen naar SOFR (Secured Overnight Financing Rate). Per 31 december 2023 was er een uitstaand bedrag van US$ 605 miljoen onder deze kredietfaciliteit (2022: US$ 1,060 miljard), exclusief eventuele aanvullende faciliteiten onder deze kredietfaciliteit.

Op 18 november 2022 is de Groep een bilaterale bindende bulletkredietovereenkomst van € 350 miljoen aangegaan, met een beschikbaarheidsperiode tot november 2023 en een maximale looptijd van 8 jaar vanaf de datum van opname. Op 8 september 2023 heeft de Groep dit volledig opgenomen onder deze overeenkomst voor een equivalent bedrag van US$ 378 miljoen. Deze bilaterale kredietovereenkomst vervalt in 2031.

Op 19 januari 2022 heeft de Groep een bulletkredietfaciliteitsovereenkomst van US$ 800 miljoen met een vervaldatum in 2027 afgesloten, voor de financiering van de overname van Zogenix, Inc. Per 31 december 2023 was er een uitstaand bedrag van US$ 800 miljoen onder deze kredietfaciliteit (2022: US$ 800 miljoen).

Op 8 juli 2022 ondertekende de Groep een bilaterale lening van € 90 miljoen, als eerste aanvullende faciliteit onder de kredietfaciliteitsovereenkomst van US$2,1 miljard, die op 3 oktober 2022 werd opgenomen en een looptijd heeft tot 2029.

Op 26 januari 2023 ondertekende de Groep een bilaterale lening van € 90 miljoen, als tweede aanvullende faciliteit onder de kredietfaciliteitsovereenkomst van US$2,1 miljard, die op 26 januari 2023 werd opgenomen en een looptijd heeft tot 2028.

Op 2 november 2022 is de Groep een multi-tranche “Schuldscheindarlehen” (SSD) aangegaan voor een totaal bedrag van € 144 miljoen en $20 miljoen.

Op 24 augustus 2023 is de Groep een “Schuldscheindarlehen” (SSD) aangegaan voor een bedrag van € 30 miljoen.

De Groep beschikt over bepaalde andere bindende en niet-bindende bilaterale kredietfaciliteiten. In dit verband werd voor de bindende bilaterale overeenkomst een totaalbedrag van € 21 miljoen niet opgenomen op het einde van 2023 (2022: € 30 miljoen, beschikbaar en niet opgenomen), dat beschikbaar blijft tot 31 maart 2024.

De Groep heeft ook toegang tot de Belgische markt voor handelspapier. Per 31 december 2023 was er een uitstaand bedrag van € 0 miljoen (2022: € 8,5 miljoen).

De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen van leningen met variabele rentevoet. Onder kasstroomafdekkingen worden alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan verplichtingen van de Groep met variabele rentevoet, geboekt in het eigen vermogen. Raadpleeg Toelichting 5.3 voor de analyse van de looptijden van de leningen van de Groep (uitgezonderd overige financiële verplichtingen).

De boekwaarden van de leningen van de Groep zijn in de volgende valuta’s uitgedrukt:

€ miljoen 2023 2022
USD 1 699 1 867
EUR 421 284
GBP 3 6
CNY 7 5
JPY 2 3
Overige 9 12
Totaal leningen 2 141 2 177

30. Obligaties

De boekwaarde en reële waarde van obligaties zijn als volgt:

€ miljoen Boekwaarde Coupon rente Vervaldag 2022 Kasstromen Reële waarde aanpassingen Andere bewegingen 2023 Reële waarde 2022 Reële waarde 2023
Institutionele euro-obligatie 420 1,000% 2028 420 0 27 1 448 408 446
EMTN Note 129 1,000% 2027 129 0 8 -1 136 121 132
Particuliere obligatie 0 5,200% 2029 0 300 13 0 313 0 319
Particuliere obligatie 174 5,125% 2023 174 -176 1 1 0 177 0
Totaal obligaties 723 723 124 49 1 897 706 897
waarvan:
Langlopend 549 549 300 48 1 897 529 897
Kortlopend 174 174 -176 1 1 0 177 0
Derivaten gebruikt voor hedging 99 99 0 -49 0 50
waarvan:
Vaste activa (-) 98 98 0 -48 0 50
Vlottende activa (-) 1 1 0 -1 0 0
Langlopende verplichtingen (+) 0 0 0 0 0 0
Kortlopende verplichtingen (+) 0 0 0 0 0 0

EMTN: Euro Medium Term Note.

De reële waarde van het EMTN-programma kan niet nauwkeurig worden bepaald door de beperkte liquiditeit in de handel op de secundaire markt voor dit programma, en is voor rapporteringsdoeleinden vervangen door de boekwaarde.# Geïntegreerd jaarverslag 2023

30. Financiële verplichtingen

30.1 Particuliere obligaties

Met vervaldatum in 2023: In oktober 2009 gaf UCB € 750 miljoen aan vastrentende obligaties uit tegen 5,75% gericht op particuliere beleggers. In september 2013 deed UCB een ruilaanbod voor maximaal € 250 miljoen van deze obligaties, die vervielen in november 2014, voor nieuwe obligaties die vervielen in oktober 2023 met een coupon van 5,125%. Er werden 175.717 obligaties met een waarde van € 176 miljoen omgewisseld. De resterende obligaties vervielen in november 2014 en de nieuwe obligaties werden volledig terugbetaald in oktober 2023.

Met vervaldatum in 2029: In november 2023 voltooide UCB een openbare uitgifte van vastrentende obligaties ter waarde van € 300 miljoen, vervallend in 2029 en bedoeld voor particuliere beleggers. Deze particuliere obligaties zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost en dragen een couponrendement van 5,20% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,2216% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel.

30.2 Institutionele euro-obligatie

Met vervaldatum in 2028: In maart 2021 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 500 miljoen, die in 2028 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN-programma. Deze obligaties zijn in maart 2021 uitgegeven tegen 99,751% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 1,00% per jaar, terwijl het effectief rendement 1,1231% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel.

30.3 EMTN-programma

Met vervaldatum in 2027: In oktober 2020 heeft UCB voor € 150 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2027. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes dragen een couponrendement van 1,00% per jaar, terwijl het effectief rendement 1,0298% per jaar bedraagt. De notes zijn genoteerd op Euronext Brussel.

30.4 Reële-waardeafdekking

De Groep wijst afgeleide financiële instrumenten onder reële-waardeafdekkingen toe aan de particuliere obligaties en de institutionele euro-obligaties. De wijziging in de boekwaarde van de obligaties is volledig te wijten aan de wijziging in de reële waarde van het afgedekte deel van de obligaties, en wordt nagenoeg volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van het corresponderende afgeleide financiële instrument.

31. Overige financiële verplichtingen

€ miljoen Toelichting 2023 2022 2023 2022
Boekwaarde Boekwaarde Reële waarde Reële waarde
Langlopend
Afgeleide financiële instrumenten 39 64 99 64
Overige financiële verplichtingen 0 0 0 0
Totaal langlopende overige financiële verplichtingen 64 99 64 99
Kortlopend
Afgeleide financiële instrumenten 39 21 117 21
Overige financiële verplichtingen 0 0 0 0
Totaal kortlopende overige financiële verplichtingen 21 117 21 117
Totaal overige financiële verplichtingen 85 216 85 216

32. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

32.1 Opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

€ miljoen 2022 Overname/Afstotingen Wisselkoers-wijzigingen op overname Aanpassing O&O Beweging van het jaar Niet-gerealiseerde resultaten - Kasstroom-afdekkingen Niet-gerealiseerde resultaten - Pensioenen Effect van wisselkoers-wijzigingen 2023
Immateriële activa - 915 0 0 0 86 0 0 27 - 802
Materiële vaste activa - 21 0 0 0 2 0 0 - 1 - 20
Voorraden 348 0 0 0 - 24 0 0 - 1 323
Handelsvorderingen en overige vorderingen 33 0 0 0 - 19 0 0 - 1 12
Personeelsbeloningen 12 2 0 0 10 0 16 - 1 39
Voorzieningen 2 1 0 0 2 0 0 - 1 3
Overige korte-termijnverplichtingen 124 0 0 0 27 - 8 0 - 3 141
Netto lease-activa/-verplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Ongebruikte fiscale verliezen 176 2 0 0 23 0 0 - 5 197
Ongebruikte belastingtegoeden 620 0 0 54 - 47 0 0 - 2 625
Totaal netto uitgestelde belastingvorderingen/verplichtingen(-) 379 5 0 54 60 - 8 16 12 518
€ miljoen 2021 Overname/Afstotingen Wisselkoers-wijzigingen op overname Aanpassing O&O Beweging van het jaar Niet-gerealiseerde resultaten - Kasstroom-afdekkingen Niet-gerealiseerde resultaten - Pensioenen Effect van wisselkoers-wijzigingen 2022
Immateriële activa - 531 - 400 7 0 42 0 0 - 33 - 915
Materiële vaste activa - 18 0 0 0 - 2 0 0 - 1 - 21
Voorraden 367 3 0 0 - 22 0 0 0 348
Handelsvorderingen en overige vorderingen 56 0 0 0 - 19 0 0 - 4 33
Personeelsbeloningen 34 0 0 0 - 8 0 - 13 - 1 12
Voorzieningen 4 0 0 0 - 2 0 0 0 2
Overige korte-termijnverplichtingen - 55 4 0 0 185 - 13 0 3 124
Netto lease-activa/-verplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Ongebruikte fiscale verliezen 166 183 - 4 0 - 170 0 0 1 176
Ongebruikte belastingtegoeden 479 24 0 28 88 0 0 1 620
Totaal netto uitgestelde belastingvorderingen/verplichtingen(-) 501 - 186 3 28 92 - 13 - 13 - 33 379

In totaal werden uitgestelde belastingvorderingen ten belope van € 518 miljoen geboekt per 31 december 2023. Op basis van het niveau van voorgaande belastbare winsten en geprojecteerde toekomstige fiscale winsten over de perioden waarin verrekenbare tijdelijke verschillen naar verwachting zullen worden tegengeboekt, is de Groep van mening dat het waarschijnlijk is dat de voordelen van de geboekte uitgestelde belastingvorderingen zullen worden gerealiseerd. In overeenstemming met de toepasselijke richtlijnen is een redelijke waarderingsperiode en benadering (rekening houdend met de functie en het risicoprofiel van de betrokken belastbare entiteit) geëvalueerd om uitgestelde belastingposities te erkennen. De Groep zag een toename van de uitgestelde belastingvordering, samen met een daling van de uitgestelde belastingverplichtingen, wat resulteerde in een netto-toename van de uitgestelde belastingvorderingen. Dit is het gevolg van de volgende punten:

Aanwending en herwaardering:overgedragen fiscale verliezen zijn verrekend met de belastbare winst in belangrijke entiteiten en er zijn bijkomende belastingvoordelen opgenomen op basis van het niveau van de verwachte toekomstige belastbare winsten. Bovendien werd een uitgestelde belastingverplichting op recaptiveringsverliezen volledig teruggedraaid.

Belastingkrediet voor O&O: ontvangen terugbetaling versus verdere opbouw van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot belastingkrediet voor O&O naar aanleiding van O&O-investeringen. Er werden bijkomende belastingvoordelen opgenomen voor belastingattributen in België, Duitsland, Zwitserland en de VS. Andere posten zijn een gevolg van de bewegingen op de balans-posten van UCB (zoals voorraad, financiële instrumenten en immateriële activa), van de herbeoordeling naar aanleiding van wijzigingen in de belastingwetgeving en van de herbeoordeling van uitgestelde belastingbalansen uitgedrukt in een vreemde munt.

Belastinghervormingen
De impact van wijzigingen in belastingpercentages, voornamelijk in het VK, werden beoordeeld door het management en, waar van toepassing, werden de uitgestelde belastingbalansen geherwaardeerd. UCB valt onder de toepassing van de Pillar 2 internationale belastinghervorming, die in de meeste rechtsgebieden waarin de Groep actief is, van kracht is of wezenlijk van kracht is voor het boekjaar van de Groep dat op 1 januari 2024 begint. Hierbij wordt verwezen naar Toelichting 3.3 van de jaarrekening van UCB voor meer informatie over de impact van de standaardbepalingen van Pillar 2.

Uitgestelde belastingvorderingen op belastingkredieten
De groep heeft uitgestelde belastingvorderingen erkend op belastingkredieten. De totale uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot belastingkredieten voor O&O per jaareinde bedragen € 538 miljoen (2022: € 512 miljoen). Deze zullen resulteren in een belastingvoordeel in cash in de toekomst. Andere belastingkredieten ten bedrage van € 87 miljoen hebben betrekking op de in België beschikbare aftrek voor ontvangen dividenden, de renteaftrek in Duitsland, een eenmalig belastingkrediet in Zwitserland en de uitgestelde belastingvordering als gevolg van de Amerikaanse regelgeving van 2022 inzake de kapitalisatie van O&O-uitgaven.

Uitgestelde belastingvorderingen op verliezen
UCB heeft een substantiële aanwending van overgedragen fiscale verliezen gekend, gedeeltelijk gecompenseerd door een afname van uitgestelde belastingverplichtingen. Een uitgestelde belastingvordering van € 197 miljoen (2022: € 176 miljoen) werd erkend met betrekking tot overgedragen fiscale verliezen voor een totaal bedrag van € 858 miljoen (2022: € 798 miljoen) aangezien de Groep besloten heeft dat de relevante entiteiten belastbare winsten zullen genereren in de voorzienbare toekomst tegenover dewelke deze verliezen kunnen worden afgezet en omdat de prognoses betrouwbaar worden geacht, rekening houdend met het profiel van de betrokken entiteiten en de mogelijke beperkingen die beschikbaar zouden kunnen zijn. Deze verliezen hebben zich voorgedaan in jurisdicties waarin UCB opereert en vervallen niet. In overeenstemming met de geldende richtlijnen heeft de Groep een uitgestelde belastingvordering opgenomen op een deel van de fiscaal overdraagbare verliezen en de ongebruikte verrekenbare innovatie-aftrek in handen van de belangrijkste IE-eigenaar van de Groep in België. Rekening houdend met de functie en het risicoprofiel van deze entiteit heeft het management een diepgaande kwalitatieve en kwantitatieve analyse uitgevoerd ter ondersteuning van een gedeeltelijke (voor risico gecorrigeerde) erkenning van uitgestelde belastingvorderingen. Op basis van de vele reglementaire goedkeuringen op belangrijke markten voor nieuwe gelanceerde activa, is het waarschijnlijk dat er belastbare winst beschikbaar zal zijn volgens de langetermijnprognose-oefening van UCB om met de bestaande belastingattributen te compenseren in de volgende 3 boekjaren. Er werden in deze periode geen bijkomende eerder niet-erkende belastingtegoeden opgenomen.# Om de beschikbaarheid van de toekomstige belastbare winsten in te schatten, werd gebruik gemaakt van niet-verdiscon-teerde prognoses.

32.2 Ongebruikte fiscale verliezen

Per 31 december 2023 had de Groep ook € 5 078 miljoen (2022: € 4 143 mil-joen) aan bruto ongebruikte fiscale verliezen en verrekenbare innovatie-aftrek waarvoor geen uitgestelde belastingvordering is opgenomen in de balans. Gebaseerd op de huidige wetgeving vervallen deze belastingvoordelen niet. Op basis van de huidige prognoses en de huidige wetgeving wordt verwacht dat het merendeel van deze belastingvoordelen binnen de komende 10 jaar volledig zal worden benut.

32.3 Tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering of -verplichting erkend werd

Uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt op tijdelijke overgedragen verschillen die inkomsten vertegenwoordigen die waarschijnlijk in de nabije toekomst gerealiseerd zullen worden. Uitgestelde belastingvorderingen ten belope van € 98 miljoen bruto / € 42 miljoen netto (2022: € 84 miljoen bruto / € 21 miljoen netto) met betrekking tot de DBI-aftrek en immateriële activa werden niet erkend omwille van de onzekerheid omtrent de terugvordering. Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen ontstaan bij investeringen in dochteron-dernemingen, aangezien er een 100% participatievrijstelling beschikbaar is voor inkomende dividenden. Er bestaat een aanvullende niet-erkende uitgestelde belastingverplichting van € 15 miljoen (2022: € 54 miljoen) met betrekking tot een interne reorganisatie die plaatsvond in 2014. De belastingverplichting zal alleen worden verwezen-lijkt bij verkoop van het relevante actief, een gebeurtenis die door UCB wordt gecontroleerd en waarvoor geen concrete plannen in de nabije toekomst zijn.

32.4 Direct in niet-gerealiseerde resultaten erkende uitgestelde winstbelastingen

€ miljoen 2023 2022
Uitgestelde belastingen op pensioenen 16 -13
Uitgestelde belasting op winsten op reële waarde van financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) 0 4
Uitgestelde belastingen op effectief gedeelte van de wijzigingen in reële waarde van kasstroomafdekkingen -8 -17
Uitgestelde winstbelastingen direct erkend in niet-gerealiseerde resultaten 8 -26
256 257

UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

33. Personeelsbeloningen

De meeste werknemers zijn gedekt door pensioenplannen die door bedrijven van de Groep financieel ondersteund worden. De aard van dergelijke regelingen is afhankelijk van de wettelijke voorschriften en fiscale vereisten van de landen waarin de werknemers tewerkgesteld zijn. De Groep beheert zowel toegezegde-bijdragenregelingen als toegezegd-pensioenregelingen.

33.1 Toegezegde bijdragenregelingen

Regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding worden geclassificeerd als “toegezegde-bijdragenregelingen” als de Groep vaste bijdragen betaalt in een apart fonds of aan een onafhankelijke financiële instelling en verder geen wettelijke of uitdrukkelijke verplich-tingen heeft om bijkomende bijdragen te betalen. Daarom worden er in de balans van de Groep geen activa of passiva opgenomen met betrekking tot dergelijke regelingen, afgezien van gewone vooruitbe-talingen en de toe te rekenen bijdragen. UCB is bij wet verplicht om een bepaald minimaal rendement te garanderen op de werknemers- en werkgeversbijdragen voor de Belgische toegezegde bijdragenre-gelingen. Bijgevolg dienen deze regelingen beschouwd te worden als toegezegd-pensioenregelingen. Indien betrouwbare schattingen kunnen gemaakt worden voor materiële regelingen, worden deze gewaardeerd onder IAS 19 op basis van de ‘projected unit credit’-me-thode. Deze regelingen worden samen met de resultaten voor de andere toegezegd-pensioenregelingen weergegeven.

33.2 Toegezegd-pensioenregelingen

De Groep beheert verscheidene toegezegd-pensioenregelingen. De toegekende voordelen omvatten voornamelijk pensioenvoordelen en jubileumpremies. De voordelen worden toegekend volgens de lokale marktpraktijken en regelgeving. Deze regelingen zijn ofwel niet-gefinancierd ofwel gefinancierd via externe pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Bij (gedeeltelijk) gefinancierde regelingen worden de fondsbeleggingen afzonderlijk aangehouden in fondsen die door de trustees beheerd worden. Indien een regeling niet-gefinancierd is, met name voor de belangrijkste toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland, wordt voor de pensioenverplichting een verplichting opgenomen in de balans van de Groep. Voor gefinancierde regelingen is de Groep aansprakelijk voor het negatieve verschil tussen de reële waarde van de fondsbeleg-gingen en de contante waarde van de bruto verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Bijgevolg wordt in de geconsoli-deerde balans van de Groep een verplichting (of een actief indien de regeling overgefinancierd is) opgenomen. Alle belangrijke regelingen worden jaarlijks beoordeeld door onafhankelijke actuarissen. Voor UCB zijn de belangrijkste risico’s verbonden aan de toege-zegd-pensioenplannen de disconteringsvoet, de inflatie en de levens-verwachting. De belangrijkste risico’s zijn deze met betrekking tot regelingen in België, Zwitserland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Voor de regelingen in België wordt de levensverwachting niet als een risico beschouwd, vermits pensioenen er worden uitgekeerd als een forfaitair bedrag of geëxternaliseerd worden vóór ze worden betaald als een annuïteit. In het kader van haar globaal risicobeheer voert UCB jaarlijks een glo-bale risicoanalyse uit voor de toegezegd-pensioenregelingen in haar belangrijkste landen (België, Zwitserland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) en beoordeelt zij het risico van verslechtering van de finan-ciële positie rekening houdend met de “Value-at-Risk”. In het VK, voor het “Celltech Pension and Insurance Scheme”, ligt de focus op het verminderen van de risico’s met betrekking tot de inves-teringen om zo zelfvoorzienend te worden. Om de disconterings- en inflatierisico’s beter te beheren, heeft het plan in de loop der jaren ook de afdekking van zowel rente- als inflatierisico’s geleidelijk verhoogd tot ongeveer 90%. In België heeft UCB alle Belgische toegezegd-pensioenregelingen en kassaldopensioenplannen gesloten voor nieuwkomers van-af 31 december 2019 en een nieuw kassaldopensioenplan ingevoerd met ingangsdatum van 1 januari 2020 met het wettelijk vereiste gegarandeerde rendement. De nadruk blijft liggen op de diversificatie van de activa en beleggingsbeheerders, waarbij het risico nauwlettend in het oog wordt gehouden. Het in de geconsolideerde balans opgenomen bedrag dat voortvloeit uit de verplichtingen van de Groep met betrekking tot haar toege-zegd-pensioenregelingen is als volgt:

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten 1 100 906
Reële waarde van fondsbeleggingen -889 -759
Tekort voor gefinancierde plannen 211 147
Netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten 211 147
Plus: Verplichting met betrekking tot in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen 28 16
Totale verplichtingen uit personeelsbeloningen 227 161
waarvan: Gedeelte opgenomen als langlopende verplichtingen 227 162
Gedeelte opgenomen als vaste activa 0 0
256 257

Geïntegreerd jaarverslag 2023

97% van de netto verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioen-rechten heeft betrekking op toegezegd-pensioenplannen in België, Duitsland, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. De evolutie in de contante waarde van de bruto verplichting uit hoof-de van toegezegde pensioenrechten in het lopende jaar is als volgt:

€ miljoen 2023 2022
Per 1 januari 906 1 230
Aan het huidig dienstjaar toegerekende pensioenkosten 47 66
Rentekosten 35 15
Herwaarderingswinst (-)/verlies: Effect van wijzigingen in demografische veronderstellingen -3 -1
Effect van wijzigingen in financiële veronderstellingen 100 -404
Effect van ervaringsaanpassingen 34 48
Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst (-)/verlies op afwikkelingen 0 -1
Effect van wisselkoerswijzigingen 14 -5
Pensioenbetalingen uit het plan -24 -38
Pensioenbetalingen door de werkgever -5 -4
Bijdragen door deelnemers 5 4
Overige -9 -4
Per 31 december 1 100 906

De evolutie in de reële waarde van de fondsbeleggingen in het lopende jaar is als volgt:

€ miljoen 2023 2022
Per 1 januari 759 941
Renteopbrengsten 31 12
Herwaarderingswinst/verlies (-) Rendement op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) 29 -211
Effect van wisselkoerswijzigingen 12 -5
Bijdragen door deelnemers 5 4
Werkgeversbijdragen 93 67
Pensioenbetalingen uit het plan -29 -42
Betaalde onkosten, belastingen en premies -11 -7
Per 31 december 889 759
258 259

UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

De reële waarde van de fondsbeleggingen bedraagt € 889 miljoen (2022: € 759 miljoen), goed voor 81% (2022: 84%) van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Het totale tekort van € 211 miljoen (2022: € 147 miljoen) zal naar verwachting weggewerkt worden over de geschatte resterende gemiddelde duur van het dienstverband van het huidige lidmaatschap.# De bedragen die zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van deze toegezegd-pensioenplan-nen zijn de volgende:
€ miljoen | 2023 | 2022
---|---|---
Totaal aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, (inclusief pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst (-)/verlies uit afwikkelingen) | 47 | 65
Netto rentekosten | 3 | 3
Herwaardering van andere lange-termijnpersoneelsbeloningen | 1 | - 2
Administratiekosten en belastingen | 2 | 2
Componenten van kosten voor toegezegde pensioenen die zijn geboekt in de winst- en verliesrekening | 53 | 68
Herwaarderingswinst (-)/verlies | |
Effect van wijzigingen in demografische veronderstellingen | - 3 | - 1
Effect van wijzigingen in financiële veronderstellingen | 99 | - 402
Effect van ervaringsaanpassingen | 34 | 48
Rendement op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) | - 29 | 211
Componenten van kosten voor toegezegde pensioenen die zijn geboekt in niet-gerealiseerde resultaten | 101 | - 144
Totale componenten van kosten voor toegezegde pensioenen | 154 | - 76

De totale aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de netto rentekosten, de herwaardering van andere lange-termijnpersoneels-beloningen, administratiekosten en belastingen voor het jaar zijn opgenomen onder de kosten voor personeelsbeloningen in de ge-consolideerde winst- en verliesrekening. 78% van de kosten voor toe-gezegde pensioenen die zijn opgenomen in de winst- en verliesreke-ning hebben betrekking op toegezegd-pensioenregelingen in België en het Verenigd Koninkrijk. De herwaardering van de netto verplichting uit hoofde van toegekende pensioenrechten is opgenomen in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten als onderdeel van de niet-gerealiseerde resultaten. De totale herwaarderingen resulteerden in een verlies van € 101 miljoen in 2023 in vergelijking met een winst van € 144 miljoen in 2022. Het verlies in 2023 is voornamelijk het gevolg van een daling van de discon-teringsvoeten, gedeeltelijk gecompenseerd door een hoger rendement op fondsbeleggingen. De winst in 2022 is voornamelijk het gevolg van een hoger rendement op fondsbeleggingen en een stijging van de disconteringsvoeten. Het reële rendement op de fondsbeleggingen bedraagt € 29 miljoen (2022: € 211 miljoen), en het reële rendement op restitutierechten bedraagt € 0 miljoen (2022: € 0 miljoen).

De opsplitsing van de geboekte kosten over de functionelelijnen is als volgt:
€ miljoen | 2023 | 2022
---|---|---
Kostprijs van de omzet | 17 | 21
Marketing- en verkoopkosten | 6 | 7
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 19 | 25
Algemene en administratiekosten | 11 | 14
Overige baten en lasten | 0 | - 1
Totaal | 53 | 68

258 259
Geïntegreerd jaarverslag 2023

De voornaamste categorieën van fondsbeleggingen op het einde van de verslagperiode zijn als volgt:
€ miljoen | 2023 | 2022
---|---|---
Geldmiddelen en kasequivalenten | 24 | 12
Eigen-vermogensinstrumenten | 263 | 222
Europa | 58 | 50
VS | 61 | 55
Rest van de wereld | 144 | 117
Schuldinstrumenten | 296 | 273
Bedrijfsobligaties | 77 | 86
Overheidsobligaties | 45 | 42
Overige | 174 | 145
Vastgoed | 51 | 38
In aanmerking komende verzekeringscontracten | 89 | 91
Beleggingsfondsen | 159 | 119
Overige | 7 | 2
Totaal | 889 | 757

Nagenoeg alle aandelen en schuldinstrumenten beschikken over beurskoersen in actieve markten. Vastgoed kan gerangschikt worden als niveau 3-instrument op basis van de definities in IFRS 13, Waarde-ring tegen reële waarde. De in de fondsen aangehouden activa bevatten geen directe beleg-gingen in aandelen van de UCB Groep, noch in onroerend goed of andere activa die gebruikt worden door de Groep, al kan het wel zijn dat UCB-aandelen deel uit maken van de investeringen in beleggings-fondsen.

De voornaamste gewogen gemiddelde actuariële veronder-stellingen die zijn gebruikt, zijn als volgt:

Eurozone VK Overige
Percentage %
2023 2022 2023
Disconteringsvoet 3.33 4.15
Inflatie 2.00 2.00

Belangrijke actuariële veronderstellingen voor de bepaling van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten zijn de disconteringsvoet en de inflatie. De volgende gevoeligheidsanalyses werden bepaald op basis van redelijkerwijze mogelijke fluctuaties in de veronderstellingen die zich voordoen op het einde van de verslagperiode. Als de disconteringsvoet 50 basispunten hoger (lager) zou zijn, dan zou de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten dalen met € 69 miljoen (stijgen met € 77 miljoen) als alle overige veron-derstellingen constant zouden blijven. Als het inflatiepercentage zou stijgen (dalen) met 25 basispunten, dan zou de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten stijgen met € 18 miljoen (dalen met € 34 miljoen) als alle overige veron-derstellingen constant zouden blijven. De cijfers zoals boven vermeld houden geen rekening met even-tuele onderlinge relaties tussen de veronderstellingen, met name tussen de disconteringsvoet, verwachte loonsverhogingen en inflatiepercentages.

De dochterondernemingen van de Groep moeten de verwachte verdiende pensioenrechten op jaarbasis financieren. De financie-ring is doorgaans gebaseerd op lokale actuariële vereisten en in dit kader wordt de disconteringsvoet bepaald op basis van een risico-vrije interestvoet. Onderfinanciering in verband met verstreken diensttijd wordt voldaan door het opzetten van herstelplannen en beleggingsstrategieën reke-ning houdend met de aansprakelijkheidsprofielen, de juiste periodes voor de aflossing van verplichtingen voor verstreken diensttijd, lokale regelgeving en de financiële mogelijkheden van de onderneming.

De gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenregelingen op het einde van de rapporteringsperiode bedraagt 13,80 jaar (2022: 15,80 jaar). Dit cijfer kan verder worden uitgesplitst in een gemiddelde duur voor volgende regio’s: Eurozone: 12,20 jaar (2022: 11,60 jaar); Verenigd Koninkrijk: 15,30 jaar (2022: 17,50 jaar); Andere regio’s: 17,70 jaar (2022: 15,60 jaar). De Groep verwacht in de loop van het volgende boekjaar een bijdrage te doen van € 98 miljoen aan de toegezegd-pensioenregelingen. Om de drie jaar wordt een “ALM” (asset-liability management)-studie uitgevoerd. In die studies worden beleggingsstrategieën geanalyseerd in het licht van risico- en rendementsprofielen om een strategische beleggingstoewijzing vast te stellen of te valideren. In Zwitserland werd een dergelijke studie uitgevoerd in 2023. Deze studie resulteerde in een kleine aanpassing van de portfolio van de activa. In België wordt een ALM-studie uitgevoerd in 2024.

260 261
UCB | Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

Bij het bepalen van een langetermijnstrategie voor de pensioenplan-nen, houdt het beleggingscomité rekening met enkele door de Groep gedefinieerde basisprincipes zoals: een goed evenwicht tussen het bijdrageniveau dat aanvaardbaar is voor UCB en het niveau van het beleggingsrisico dat aan de verplich-tingen verbonden is: vermindering van de volatiliteit door een diversificatie van de beleggingen; het niveau van het beleggingsrisico dient af te hangen van de financië-le situatie van de regelingen en hun schuldpositie; en verzekering van de naleving van plaatselijke financieringsvoorschriften, indien van toepassing.

34. Voorzieningen

De wijzigingen in voorzieningen worden hieronder weergegeven:
€ miljoen | Milieu | Herstructurering | Overige | Totaal
---|---|---|---|---
Per 1 januari 2023 | 15 | 14 | 332 | 361
Ontstaan in het jaar | 8 | 4 | 86 | 98
Tegenboeking ongebruikte bedragen | 0 | - 1 | - 54 | - 55
Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 0 | 0 | 4 | 4
Effect van wisselkoerswijzigingen | 0 | 0 | - 1 | - 1
Gebruikt in het jaar | - 1 | - 10 | - 11 | - 22
Per 31 december 2023 | 22 | 7 | 356 | 385
Langlopend gedeelte | 22 | 0 | 190 | 212
Kortlopend gedeelte | 0 | 7 | 166 | 173
Totale voorzieningen | 22 | 7 | 356 | 385

34.1 Milieuvoorzieningen

UCB heeft bepaalde milieuverplichtingen behouden die verband hiel-den met het afstoten van Films (2004) en vestigingen waarover UCB de volle verantwoordelijkheid heeft behouden, in overeenstemming met de contractuele voorwaarden. De toename van de milieuvoorzie-ningen in 2023 is hoofdzakelijk het gevolg van extra bedragen voor het saneren van grond in België in verband met stopgezette activiteiten. Een deel van de voorzieningen werd gebruikt om de werkelijk opgelo-pen kosten in 2023 te dekken.

34.2 Reorganisatievoorzieningen

De voorzieningen voor reorganisatie die in 2023 werden aangelegd, hebben betrekking op verdere optimalisatie van de bedrijfsmodellen. Het gebruik van de voorzieningen heeft vooral betrekking op eerdere reorganisaties in Europa.

34.3 Overige voorzieningen

Overige voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op: voorzieningen voor rechtszaken die voornamelijk voorzieningen omvatten voor geschillen waar UCB of een dochteronderneming gedagvaard wordt voor claims van voormalige werknemers van UCB; voorzieningen voor productaansprakelijkheid die betrekking hebben op de risico’s die gepaard gaan met de normale bedrijfsvoering en waarvoor de Groep aansprakelijk kan worden gesteld door de verkoop van dit soort geneesmiddelen. UCB is momenteel gedaagde in verschillende productaansprakelijkheidsrechtzaken in Frankrijk met betrekking tot Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep. De eisers in deze rechtszaken voeren aan dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène genomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijke letsel hebben opgelopen (zie Toelichting 43.3). De voorziening met betrekking tot Distilbène daalde met € 5 miljoen tot een totaal van € 113 miljoen (2022: daling met € 6 miljoen tot een totaal van € 118 miljoen) om de netto geschatte toekomstige kasuitstromen weer te geven. De voorziening werd verdisconteerd op basis van een disconteringsvoet van 2,30% (2022: 2,96%).# 35. Handels- en overige verplichtingen

€ miljoen 2023 2022
Overige schulden 98 119
Totaal langlopende handels- en overige verplichtingen 98 119
€ miljoen 2023 2022
Handelsschulden 537 573
Te ontvangen facturen 49 50
Te betalen belastingen, andere dan winstbelastingen 20 15
Lonen en sociale zekerheidsbijdragen 320 274
Overige schulden 80 203
Uitgestelde inkomsten in verband met ontwikkelingsovereenkomsten 146 193
Overige uitgestelde inkomsten 9 8
Te betalen royalty’s 33 29
Te betalen rabatten/kortingen en overige omzetreducties 873 899
Gelopen interesten 37 34
Overige toe te rekenen kosten 209 214
Totaal kortlopende handels- en overige verplichtingen 2.313 2.492

De handels- en overige verplichtingen worden grotendeels geclassificeerd als kortlopend en bijgevolg worden de boekwaarden van de totale handels- en overige verplichtingen verondersteld een redelijke benadering te zijn van hun reële waarde.

“Te betalen rabatten/kortingen en overige omzetreducties” bevatten rabatten, terugvorderingen (chargebacks), kortingen en voorzieningen voor verwachte verkoopretouren met betrekking tot producten die verkocht werden in de VS aan verschillende klanten die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma’s inclusief de programma’s “Medicaid Drug Rebate”, “Federal Medicare” en andere.

De verkoopretouren en omzetreducties worden geboekt in dezelfde periode als de onderliggende verkopen als een vermindering van de omzet. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de voorzieningen die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties.

De voorzieningen worden beoordeeld en regelmatig aangepast gelet op de contractuele en wettelijke verplichtingen, historische trends, ervaring uit het verleden en verwachte marktomstandigheden. Alle retouren, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat, afgetrokken van de omzet en in de toepasselijke voorzieningsrekening op de balans gepresenteerd.

De schatting voor toekomstige retouren van producten is gebaseerd op verschillende factoren zoals onder andere historische retourpercentages, vervaldatum per product, retourpercentage per afgesloten batch, effectief verwerkte retouren alsook alle andere specifiek geïdentificeerde verwachte retouren ten gevolge van gekende factoren zoals verlies van exclusiviteit van patent, terugroepingen van producten en stopzettingen of een veranderende competitieve omgeving. Aanpassingen aan deze voorzieningen kunnen noodzakelijk zijn in de toekomst gebaseerd op herwerkte schattingen betreffende onze veronderstellingen, hetgeen een impact zou hebben op het geconsolideerd resultaat uit onze bedrijfsactiviteiten.

De verplichting voor verkoopretouren en reducties in de VS die opgenomen is als onderdeel van de verplichting voor te betalen rabatten en kortingen bedraagt € 703 miljoen per 31 december 2023 (31 december 2022: € 726 miljoen).

De overige schulden in 2022 omvatten een bedrag van € 135 miljoen voor de betaling van het Voorwaardelijk Waarderecht van US$ 2 per aandeel aan de voormalige aandeelhouders van Zogenix Inc, dat op 7 maart 2022 door UCB werd overgenomen, alsook aan de houders van de converteerbare obligaties van Zogenix, aangezien deze allemaal werden geconverteerd na de afsluiting van de overname (zie Toelichting 8 en 45).

36. Te betalen belastingen

Te betalen belastingen omvatten verplichtingen voor onzekere belastingposities voor een bedrag van € 91 miljoen (2022: € 145 miljoen). Het saldo van de onzekere belastingposities is in de loop van 2023 afgenomen en bestaat uit de (gedeeltelijke) terugname van enkele risico’s in belangrijke landen, gedeeltelijk gecompenseerd door de herwaardering van bestaande en het opzetten van nieuwe onzekere belastingposities.

Verplichtingen voor onzekere belastingposities worden erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een ingenomen belastingpositie moeilijk of niet houdbaar is als deze wordt aangevochten door de belastingautoriteiten en nadat alle rechtsmiddelen zijn uitgeput. De terug te vorderen belastingen omvatten vorderingen voor belastingvermindering ingevolge Onderlinge Overleg/Arbitrage-procedures voor een bedrag van € 22 miljoen (2022: € 27 miljoen).

Activa voor belastingvermindering ingevolge Onderlinge Overleg/Arbitrageprocedures worden alleen erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat overeenkomstige aanpassingen zullen worden toegestaan volgens de Onderlinge Overleg/Arbitrageprocedures in één of meerdere rechtsgebieden. De beoordeling voor zowel onzekere belastingposities als de overeenkomstige aanpassingen wordt berekend op basis van de meest waarschijnlijk uitkomst (voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting) of de verwachte waarde (voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting en verrekenprijzen), waar van toepassing, en in overeenkomst met IFRIC 23. Zie Toelichting 4.2.5 voor meer gedetailleerde informatie inzake de inschatting door de Groep van onzekere belastingposities.

Op netto-basis heeft de Groep een voorziening van € 69 miljoen (2022: € 119 miljoen) aangelegd voor onzekere belastingposities en onderneemt zij de nodige procedures om belastingvermindering zeker te stellen waar mogelijk. UCB wordt geconfronteerd met belastingcontroles in een aantal landen waar zij activiteiten heeft. De punten die ter discussie staan, zijn in sommige gevallen complex en dergelijke controles kunnen een aantal jaren aanslepen alvorens ze opgelost zijn. De Groep volgt de verplichtingen voor onzekere belastingposities die eind 2023 erkend werden, strikt op alsook of deze de status van lopende belastingcontroles weergeven.

37. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht geeft de operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten weer. UCB past de indirecte methode toe voor de operationele kasstromen. De nettowinst is aangepast voor: de effecten van niet-geldelijke transacties zoals afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingsverliezen, voorzieningen, waarderingen tegen reële waarde enz., alsook de wijzigingen inzake werkkapitaal; opbrengsten en kosten die verband houden met kasstromen uit investerings- of financieringsactiviteiten.

Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2023 hebben voornamelijk betrekking op belastingkredieten (€ 153 miljoen) waarvoor het cash-voordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden. Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2022 hebben voornamelijk betrekking op verworven werkkapitaal uit overnames (€ 65 miljoen) en belastingkredieten (€ 117 miljoen) waarvoor het cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden.

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Aanpassing voor niet-geldelijke transacties 485 752
Afschrijvingen 11, 22, 20 691
Kosten van bijzondere waardevermindering/terugname (-) 11, 14 6
Kost voor in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen geba-seerde betalingen 17 -
Overige niet-geldelijke transacties in de winst- en verliesrekening - 153
Als gevolg van de toepassing van IFRS 9 17 -
(Niet-)gerealiseerde wisselkoerswinst (-)/verlies - 7
Wijziging in voorzieningen en personeelsbeloningen - 20
Voorraadwijzigingen en voorzieningen voor dubieuze debiteuren - 29
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten 98 91
Belastingkost voor de periode uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 18 98
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten 143 58
Winst(-)/verlies uit de verkoop van vaste activa 26 -
Renteopbrengsten (-) / -kosten 117 59
Wijzigingen in het werkkapitaal
Voorraadbewegingen per geconsolideerde balans - 124
Handels- en overige vorderingen en andere activabeweging per geconsolideerde balans - 96
Handels- en overige schulden, beweging per geconsolideerde balans - 88
Zoals opgenomen in de geconsolideerde balans en gecorrigeerd met: - 308
Niet-geldelijke posten1 14 88
Wijzigingen in voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit operationele activiteiten 29 -
Aanpassingen voor de omrekening van vreemde valuta 38 -
Zoals opgenomen in het geconsolideerd kasstroomoverzicht - 227

38. Financiële instrumenten per categorie

31 december 2023

€ miljoen Toelichting Activa tegen geamortiseerde kostprijs Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen via winst en verlies (FVPL) Activa gebruikt voor hedging Activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) Totaal
Financiële en overige activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten en geassocieerde deelnemingen) 23 184 0 0 190 374
Afgeleide financiële activa 39 0 19 58 0 77
Handelsvorderingen en overige vorderingen(inclusief vooruitbetaalde kosten) 25 1.220 0 0 0 1.220
Geldmiddelen en kasequivalenten 26 861 0 0 0 861
Totaal 2.265 19 58 190 2.532

31 december 2023

€ miljoen Toelichting Verplichtingen aan reële waarde via winst en verlies (FVPL) Verplichtingen gebruikt voor hedging Verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs Totaal
Leningen 29 0 0 2.141 2.141
Obligaties 30 - 50 947 897
Afgeleide financiële verplichtingen 39 62 23 0 85
Handels- en overige verplichtingen 35 0 0 2.411 2.411
Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) 31 0 0 0 0
Totaal 12 23 5.499 5.534

31 december 2022

€ miljoen Toelichting Activa tegen geamortiseerde kostprijs Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen via winst en verlies (FVPL) Activa gebruikt voor hedging Activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) Totaal
Financiële en overige activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten en geassocieerde deelnemingen) 23 255 0 0 181 436
Afgeleide financiële activa 39 0 29 123 0 152
Handelsvorderingen en overige vorderingen(inclusief vooruitbetaalde kosten) 25 1.051 0 0 0 1.051
Geldmiddelen en kasequivalenten 26 899 0 0 0 899
Totaal 2.205 29 123 181 2.538

31 december 2022

€ miljoen Toelichting Verplichtingen aan reële waarde via winst en verlies (FVPL) Verplichtingen gebruikt voor hedging Verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs Totaal
Leningen 29 0 0 2.177 2.177
Obligaties 30 - 99 822 723
Afgeleide financiële verplichtingen 39 153 64 0 217
Handels- en overige verplichtingen 35 0 0 2.611 2.611
Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) 31 - 1 0 -1
Totaal 53 64 5.610 5.727

39. Afgeleide financiële instrumenten

Activa Verplichtingen
€ miljoen Toelichting
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 38
Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 7
Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen 1
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 19
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening 12
Totaal
waarvan: Langlopend 23, 31
Kortlopend 23, 31

De volledige reële waarde van een afdekkingsderivaat wordt geclassificeerd als een vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd meer dan 12 maanden bedraagt, en als een vlottend actief of kortlopende verplichting als de looptijd minder dan 12 maanden bedraagt. De kasstroomafdekkingen die door de Groep werden uitgevoerd, werden als bijzonder effectief beoordeeld en in 2023 werd een netto niet-gerealiseerde winst van € 63 miljoen (2022: netto niet-gerealiseerde winst van € 53 miljoen) na uitgestelde belasting opgenomen in het eigen vermogen aangaande deze transacties. Deze winsten/verliezen zullen naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt in de periode waarin de afgedekte verwachte toekomstige transacties de winst of het verlies beïnvloeden. Het niet-effectieve deel dat in de winst-en-verliesrekening wordt opgenomen en dat ontstaat bij kasstroomafdekkingen, bedraagt € 0 miljoen (zowel in 2023 als in 2022).

39.1 Wisselkoersderivaten

Het beleid van de Groep met betrekking tot het gebruik van financiële derivatencontracten wordt beschreven in Toelichting 5“Financieelrisicobeheer”. De Groep heeft verschillende valutatermijncontracten afgesloten om een deel van de zeer waarschijnlijke toekomstige omzet en royaltyinkomsten, die voor 2022 en 2023 werden verwacht, af te dekken. De reële waarden van de derivatencontracten op vreemde valuta’s is als volgt:

Activa

€ miljoen 2023 2022
USD 25 63
GBP 0 0
JPY 7 6
CHF 0 0
Andere valuta’s 14 41
Totaal valutaderivaten 46 110

Verplichtingen

€ miljoen 2023 2022
USD 3 52
GBP 0 0
JPY 1 6
CHF 0 0
Andere valuta’s 18 64
Totaal valutaderivaten 22 122

De looptijdanalyse voor de valutaderivaten wordt hieronder vermeld:

€ miljoen 2023 2022
1 jaar of minder 25 -11
1– 5 jaar 0 0
Langer dan 5 jaar 0 0
**Totaal valutaderivaten – netto activa/netto verplichtingen (-) ** 25 -11

De volgende tabel toont de opsplitsing van de valutaderivaten per uitdrukkingsvaluta (verkochte valuta weergave) per 31 december 2023:

Notionele bedragen in € miljoen USD GBP EUR JPY CHF Andere valuta’s Totaal
Termijncontracten 206 38 196 8 0 16 464
Valutaswaps 1 530 36 1 490 185 3.521
Optie/collar 0 0 0 0 0 0 0
Totaal 1.736 74 1.686 193 31 265 3.985

39.2 Rentederivaten

De Groep gebruikt verschillende rentederivaten om haar blootstelling aan de wijzigende rentevoeten op haar leningen te beheren. De data voor de prijsherzieningen en de afschrijvingskenmerken komen overeen met die van de vastrentende obligaties en variabelrentende notes. De uitstaande rentederivaten zijn als volgt:

Contract-type Voor perioden van tot Te ontvangen valuta Te ontvangen notionele waarde Te ontvangen tarief Te betalen valuta Te betalen notionele waarde Te betalen tarief
IRS 1 apr 2021 – 1 okt 2027 EUR 150 -0,25% EUR 150 EURIBOR 6M
IRS 30 mrt 2021 – 30 mrt 2028 EUR 500 -0,22% EUR 500 EURIBOR 6M
IRS 21 nov 2023 – 21 nov 2029 EUR 300 3,02% EUR 300 EURIBOR 3M
IRS 3 jan 2023 – 2 jan 2025 USD 300 SOFR USD 300 4,52%
IRS 8 juni 2022 – 10 mrt 2025 USD 200 SOFR USD 200 2,07%
IRS 8 dec 2022 – 8 dec 2025 USD 200 SOFR USD 200 4,18%
IRS 8 jul 2022 – 9 mrt 2026 USD 200 SOFR USD 200 2,96%
IRS 8 dec 2023 – 8 dec 2026 USD 375 SOFR USD 375 4,22%
IRS 8 jul 2022 – 8 mrt 2027 USD 200 SOFR USD 200 1,84%

39.3 Afdekking van netto-investeringen in een buitenlandse entiteit

Alle niet-gerealiseerde gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekkingen van netto-investeringen worden opgenomen in Cumulatieve Omrekeningsverschillen. Deze niet-gerealiseerde winsten en verliezen zullen in het eigen vermogen geboekt blijven en zullen alleen in de winst- en verliesrekening opgenomen worden als de Groep de onderliggende activa niet meer in bezit heeft.

40. Leaseovereenkomsten

40.1 Bedragen opgenomen in de balans

De balans geeft de volgende bedragen weer met betrekking tot leaseovereenkomsten:

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Gebouwen 22 107 118
Installaties en machines 22 15 1
Kantooruitrusting en voertuigen 22 57 41
Totaal gebruiksrechten van activa 179 160
Langlopend 29 118 100
Kortlopend 29 42 41
Totaal leaseverplichtingen 160 141

De verwerving van gebruiksrechten van activa gedurende boekjaar 2023 bedroeg € 68 miljoen. Per 31 december 2023 zijn er geen verplichtingen voor gegarandeerde restwaarde inbegrepen in de leaseverplichtingen. Per 31 december 2023 waren er geen leaseverbintenissen voor nog niet begonnen leases.

40.2 Bedragen opgenomen in de winst- en verliesrekening

De winst- en verliesrekening geeft de volgende bedragen weer met betrekking tot leaseovereenkomsten:

€ miljoen Toelichting 2023 2022
Afschrijvingskosten van gebruiksrechten van activa 22 52 48
Gebouwen 22 29 27
Installaties en machines 22 1 1
Kantooruitrusting en voertuigen 22 22 21
Rentekosten (opgenomen onder financiële kosten) 17 5 4
Kosten in verband met kortlopende leaseovereenkomsten 3 3 3
Kosten in verband met leaseovereenkomsten voor activa met geringe waarde die geen kortlopende leaseovereenkomsten zijn 10 10 10
Totale kosten met betrekking tot leaseovereenkomsten 70 65

De totale kasuitstroom voor leaseovereenkomsten in 2023 bedroeg € 45 miljoen. In 2023 waren er geen materiële opbrengsten uit onderverhuring.

41. Winst per aandeel

41.1 Gewone winst per aandeel

2023 2022
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 1,81 2,21
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0,00 -0,01
Gewone winst per aandeel 1,81 2,20

De gewone winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop, met uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden.

41.2 Verwaterde winst per aandeel

2023 2022
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 1,76 2,15
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0,00 -0,01
Verwaterde winst per aandeel 1,76 2,14

Verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop gedurende het jaar, met uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden, gecorrigeerd voor het aantal potentiële gewone aandelen met verwateringseffect die gekoppeld zijn aan de uitgifte van aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen.# 41.3 Winst

De berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel die toerekenbaar is aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij is gebaseerd op de volgende gegevens:

Basis € miljoen 2023 2022
Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV 343 420
Winst (-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 - 2
Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV 343 418
Verwaterd € miljoen 2023 2022
Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV 343 420
Winst (-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 - 2
Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV 343 418

41.4 Aantal aandelen

In duizend aandelen 2023 2022
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel 189 690 189 619
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterde winst per aandeel 195 190 194 834

42. Dividend per aandeel

De bruto-dividenden uitgekeerd in 2023 (voor het jaar dat eindigde op 31 december 2022) en 2022 (voor het jaar dat eindigde op 31 december 2021) bedroegen respectievelijk € 252 miljoen (€ 1,33 per aandeel) en € 247 miljoen (€ 1,30 per aandeel). Een dividend voor het afgelopen jaar dat eindigde op 31 december 2023 van € 1,36 per aandeel, goed voor een totaal dividend van € 258 miljoen, zal voorgesteld worden tijdens de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering op 25 april 2024. Overeenkomstig IAS 10, Gebeurtenissen na de verslagperiode, is het voorgestelde dividend niet als een verplichting geboekt op het einde van het jaar.

43. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen

43.1 Kapitaal- en overige verbintenissen

Op 31 december 2023 heeft de Groep zich ertoe verbonden om € 146 miljoen te besteden (2022: € 120 miljoen), voornamelijk met betrekking tot verwachte kapitaalinvesteringen voor de nieuwe fabriek voor gentherapie, de nieuwe biologische productie-eenheid, de nieuwe campus in het VK, laboratorium- en overige apparatuur. De Groep sloot een aantal ontwikkelingsovereenkomsten op lange termijn af met verschillende farmaceutische bedrijven, universiteiten en financiële investeerders. Zulke samenwerkingsovereenkomsten kunnen mijlpaalbetalingen omvatten die afhankelijk zijn van succesvolle klinische ontwikkelingen of van het behalen van specifieke verkoopdoelstellingen. Op 31 december 2023 bedroeg het maximum-bedrag dat betaald zou worden als alle toekomstige mijlpalen zouden worden gerealiseerd, exclusief variabele royaltybetalingen die gebaseerd zijn op de verkochte eenheden en bedragen die reeds werden voorzien voor reeds behaalde mijlpalen maar nog niet verschuldigd zijn, € 1 303 miljoen op niet-verdisconteerde basis en niet aangepast voor risico’s.

€ miljoen 2023 2022
Minder dan 1 jaar 18 43
Tussen 1 en 5 jaar 485 508
Langer dan 5 jaar 799 852
Totaal 1 303 1 404

UCB heeft verschillende overeenkomsten gesloten met contractproductie-organisaties voor het leveren van haar producten. De uitstaande verbintenissen ten aanzien van deze contractproductie-organisaties bedragen € 991 miljoen eind 2023 tot 2033 (2022: € 589 miljoen tot 2032). Bovendien heeft UCB een uitstaande verbintenis voor de reservering van productiecapaciteit van € 25 miljoen per eind 2023. Als onderdeel van de innovatiestrategie van UCB, heeft UCB een risicokapitaalfonds opgericht, UCB Ventures. Het fonds is voornamelijk bedoeld om het innovatie-ecosysteem van UCB meer ruimte te geven, een betere kijk op nieuwe technologieën, producten, platformen en kanalen te creëren om UCB’s bestaande activiteiten uit te breiden of aan te vullen, netwerken en strategische relaties te ontwikkelen in de risicokapitaal-investeerdersgemeenschap met het oog op het identificeren van opportuniteiten die UCB anders niet zou zien. In dit kader heeft UCB eind 2023 uitstaande verbintenissen voor een totaal bedrag van € 22 miljoen met betrekking tot risicokapitaalinvesteringen.

43.2 Waarborgen

De garanties die in de loop van de normale bedrijfsvoering ontstaan, zullen naar verwachting niet resulteren in materiële financiële verliezen.

43.3 Voorwaardelijke verplichtingen

De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen, claims en onderzoeken. De lopende zaken kunnen leiden tot aansprakelijkheden, burgerlijke en strafrechtelijke boetes, verlies van productexclusiviteit en andere kosten, boetes en uitgaven die verbonden zijn aan uitkomsten die strijdig zijn met de belangen van UCB. Potentiële kasuitstromen die weergegeven worden in een voorziening kunnen, in bepaalde gevallen, geheel of gedeeltelijk gedekt worden door een verzekering. UCB heeft geen voorzieningen aangelegd voor mogelijke schadegevallen voor bijkomende juridische claims tegen onze dochterondernemingen waar UCB van mening is dat een betaling ofwel niet waarschijnlijk is of niet betrouwbaar kan worden ingeschat.

1. Zaken betreffende intellectuele eigendom (geselecteerde zaken)

Wij beschermen met kracht onze octrooiportefeuille en ons vermogen om geneesmiddelen naar patiënten te brengen waar en wanneer wij dat nodig achten. Bijgevolg is UCB als eisende partij betrokken bij verschillende geschillen in verschillende rechtsgebieden in de VS en Europa.

NEUPRO®

Verenigde Staten

In 2022 spande UCB een rechtszaak aan tegen Mylan om twee octrooien voor NEUPRO®af te dwingen, met een schorsing van 30 maanden als gevolg. Naar verwachting zal de rechtszaak in de loop van het tweede kwartaal van 2024 plaatsvinden.

Europa

In 2018 hebben Mylan en Luye getracht het NEUPRO®-herformuleringpatent ongeldig te laten verklaren. De rechter besliste in het voordeel van UCB. Luye ging in beroep. Mylan zag af van haar recht op hoger beroep. In oktober 2022 heeft het hof van beroep geoordeeld in het voordeel van UCB. Eind 2022 behandelde de Europese kamer van beroep de zaak over het NEUPRO®-polymorfoctrooi van UCB, waarbij het octrooi ongeldig werd verklaard. UCB ging in beroep tegen de uitspraak. Luye verkreeg goedkeuring op nationaal niveau voor haar “de-sign-around”-product via de gedecentraliseerde procedure in Duitsland, Frankrijk, Nederland en Spanje. Luye lanceerde haar generieke product in Duitsland in december 2023. Luye vecht het herformulerings-octrooi van UCB op nationaal niveau aan in Oostenrijk, het VK, Portugal en Nederland.

BRIVIACT®

Verenigde Staten

In 2021 hebben acht producenten van generieke geneesmiddelen een verkorte aanvraag voor een nieuw geneesmiddel (Abbreviated New Drug Application (ANDA)) ingediend met betrekking tot een BRIVIACT®-octrooi. UCB diende bij de federale rechtbank van Delaware klachten in tegen alle 8 bedrijven. Vervolgens staakte een van de ondernemingen haar betwisting van ons octrooi en werden schikkingen getroffen met vier gedaagden. Na een rechtszaak in november 2022 tegen de overige 3 gedaagden was de rechtbank van oordeel dat het octrooi van UCB geldig is en door de gedaagden werd geschonden. De uitspraak bevestigt de geldigheid van het octrooi tot de vervaldatum van 21 februari 2026.

NAYZILAM®

Verenigde Staten

In 2021 heeft Cipla een ANDA ingediend waarin de geldigheid van bepaalde NAYZILAM®-octrooien wordt aangevochten. UCB heeft daarop een rechtszaak aangespannen tegen Cipla. Cipla heeft een inbreuk vanwege UCB op haar ANDA aangevoerd. De rechtszaak vond plaats in oktober 2023. Een uitspraak wordt verwacht in 2024.

FINTEPLA®

Verenigde Staten

In 2021 hebben twee producenten van generieke geneesmiddelen (Apotex en Lupin) ANDA’s ingediend om de geldigheid van bepaalde FINTEPLA®-octrooien aan te vechten. Zogenix, Inc., nu in handen van UCB, heeft rechtszaken tegen beide bedrijven aangespannen. In november 2023 werden schikkingen getroffen met beide gedaagden.

EVENITY®

Duitsland

In 2023 spande OssiFi-Mab LLC een rechtszaak aan tegen UCB Pharma S.A., UCB Pharma GmbH en Amgen waarin het aanvoerde dat EVENITY®inbreuk maakt op een Europees octrooi. UCB verdedigt de rechtszaak in Duitsland. UCB heeft ook oppositie ingesteld bij het Europees Octrooibureau om het octrooi van OssiFi-Mab ongeldig te verklaren en heeft een nietigheidsvordering ingesteld in Nederland met betrekking tot het Nederlandse deel van het octrooi van OssiFi-Mab.

2. Productaansprakelijkheidszaken

Distilbène productaansprakelijkheidsrechtzaak – Frankrijk

Entiteiten van de UCB Groep zijn genoemd als verweerders in verschillende productaansprakelijkheidsrechtszaken in Frankrijk. De eisers in deze rechtszaken voeren aan dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep, ingenomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijk letsel hebben opgelopen. De Groep heeft een productaansprakelijkheidsverzekering, maar de dekking daarvan zal waarschijnlijk onvoldoende zijn. De Groep heeft daarom een voorziening aangelegd (zie Toelichting 34 in het jaarverslag over 2023).

Opioïdenrechtszaak:

UCB, Inc. (“UCB”) is opgeroepen als gedaagde in vijftien rechtszaken in verband met de nationale opioïdenrechtszaak in de Verenigde Staten.# 3. Onderzoeken

Cimzia®-onderzoek

In maart 2019 ontving UCB, Inc. een vraag om burgerrechtelijk on-derzoek (Civil Investigative Demand) van het Amerikaanse Ministerie van Justitie (Department of Justice – DOJ) en een dagvaarding van het bureau van de Inspecteur-Generaal (Office of Inspector General – OIG) binnen het Ministerie van Volksgezondheid en Human Services, die beiden documenten opvroegen met met betrekking tot de verkoop- en marketingpraktijken en prijsstelling voor Cimzia®, respectievelijk in de periodes van 2011 tot op heden en van 2008 tot op heden. In maart 2020 werd UCB ervan op de hoogte gebracht dat het DOJ het door zijn kantoor in Georgia ingestelde onderzoek opschortte. De Vennootschap verleent haar volledige medewerking aan het Ministerie van Justitie en het OIG.

4. 340B-programma voor de prijsstelling van geneesmiddelen

In december 2021 en juli 2023 heeft UCB haar beleid betreffende “sectie 340B contractapotheken” bijgewerkt. UCB zal niet langer producten met 340B-korting leveren aan bepaalde apotheken die een contract hebben met gedekte entiteiten die deelnemen aan het 340B-programma voor de prijsstelling van geneesmiddelen. UCB steunt het 340B-programma ten volle en zet zich in om de toegang tot de geneesmiddelen van UCB te verzekeren voor kwetsbare en minderbedeelde bevolkingsgroepen. UCB zal tegen de 340B-prijs aangekochte producten blijven leveren aan alle onder de regeling vallende entiteiten en federaal gesubsidieerde entiteiten. Voor niet-fe-deraal gesubsidieerde entiteiten zonder interne apotheek zal UCB de aanwijzing toestaan van één enkele contractapotheek die in aanmer-king komt om producten met 340B-korting te ontvangen.

In juni 2022 ontving UCB een brief van de Amerikaanse Department of Health and Human Services, Health Resources and Services Administration (HRSA), waarin deze laatste meldde dat ons bijgewerk-te 340B-beleid in strijd is met de wet, wat kan leiden tot civielrechtelijke boetes als we het niet wijzigen. Indien de HRSA een procedure tegen UCB zou beginnen op basis van de brief, zou een negatief resultaat daarin een wezenlijk nadelig effect kunnen hebben op de activiteiten, bedrijfsresultaten, kasstroom, vooruitzichten en financiële toestand van UCB. In overeenstemming met de uitspraken van verschillende fe-derale districtsrechtbanken, evenals één hof van beroep, is UCB echter van mening dat haar 340B-beleid in overeenstemming is met de wet. Om er zeker van te zijn dat het beleid van UCB in overeenstemming is met de 340B-wet, spande UCB in september 2022 een rechtszaak aan tegen HRSA. De rechtbank schortte de zaak op in afwachting van de uitkomst van een hoger beroep tegen een uitspraak van een federale districtsrechtbank waarin twee andere fabrikanten de brieven van HRSA met betrekking tot hun beleid betreffende 340B-contractapo-theken aanvochten.

44. Transacties met verbonden partijen

44.1 Verkopen en diensten binnen de groep

Gedurende de boekjaren afgesloten op 31 december 2023 en 2022 werden alle transacties binnen de UCB Groep uitgevoerd op basis van beoordelingen van wederzijds economisch voordeel van de betrok-ken partijen, en werden de toepasselijke voorwaarden vastgesteld in overeenstemming met criteria van marktconforme onderhandelingen en eerlijk handelen, en met het oog op de creatie van waarde voor de gehele UCB Groep. De voorwaarden die van toepassing waren op transacties binnen de UCB Groep waren gelijkaardig aan de voorwaar-den die van toepassing waren op transacties met derde partijen. Met betrekking tot de verkoop van tussentijdse en afgewerkte produc-ten gingen deze criteria gepaard met het principe van de verhoging van de productiekosten van elke partij met een onafhankelijk vastge-stelde winstmarge. Met betrekking tot de diensten die geleverd wer-den binnen de UCB Groep gingen deze criteria vergezeld van het prin-cipe van voldoende vergoedingen om de kosten te dekken die door elke partij werden gemaakt en een marktconforme winstmarge. De binnen de UCB Groep uitgevoerde transacties vormen standaardtrans- acties voor een biofarmaceutische groep. Deze transacties omvatten de aankoop en verkoop van tussentijdse en afgewerkte medische producten, deposito’s en leningen voor verbonden ondernemingen van de UCB Groep, alsook gecentraliseerde functies en activiteiten van de UCB Groep om de operaties te optimaliseren.

44.2 Financiële transacties met andere verbonden partijen dan verbonden ondernemingen van UCB NV

In 2023 zijn er geen financiële transacties geweest met andere verbon-den partijen dan de verbonden ondernemingen van UCB NV.

44.3 Vergoedingen van managers op sleutelposities

De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winst- en ver-liesrekening voor de leden van de Raad van bestuur en het Uitvoerend Comité, voor het jaargedeelte waarin ze hun mandaat uitoefenden.

2023 2022
Korte-termijnpersoneelsbeloningen 18 16
Vergoedingen na uitdiensttreding 2 3
Op aandelen gebaseerde betalingen 8 8
Totale vergoedingen van managers op sleutelposities 28 27

Korte-termijnpersoneelsbeloningen omvatten lonen (inclusief socia-lezekerheidsbijdragen), tijdens het jaar verdiende bonussen, auto-leasing en andere vergoedingen indien van toepassing. Op aandelen gebaseerde betalingen omvatten de afschrijving over de wachtperiode van de reële waarde van toegekende aandeelbewijzen en omvatten ook aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen zoals in Toelichting28nader wordt uitgelegd. Er zijn door de Vennootschap of door een dochteronderneming van de Groep geen leningen toege-kend aan een bestuurder of kaderlid van de Groep en er zijn evenmin garanties in die zin gegeven.

44.4 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur

De grootste aandeelhouder van UCB is Financière de Tubize SA (hierna ook de “Referentieaandeelhouder” of “Tubize” genoemd), een Belgisch beursgenoteerd bedrijf op Euronext Brussel. Op basis van de recentste publieke informatie bezat Tubize 70 090 611 UCB-aandelen op een totaal van 194 505 658 (d.w.z. 36,04%) op 31 december 2023 en was haar aandeelhouderstructuur als volgt:

In onderling overleg Buiten onderling overleg Totaal
Stemrechten % Stemrechten % %
FEJ SRL 8 525 014 19,15% 1 988 800 4,47% 10 513 814 23,62%
Daniel Janssen 5 881 677 13,21% 0 0,00% 5 881 677 13,21%
Altaï Invest SA 4 969 795 11,16% 40 205 0,09% 5 010 000 11,26%
Barnfin SA 3 903 835 8,77% 0 0,00% 3 903 835 8,77%
Jean van Rijckevorsel 11 744 0,03% 0 0,00% 11 744 0,03%
Totaal stemrechten gehouden door de referentieaandeelhouders 23 292 065 52,33% 2 029 005 4,56% 25 321 070 56,89%
Andere aandeelhouders 0 0,00% 19 191 528 43,11% 19 191 528 43,11%
Totaal stemrechten 23 292 065 52,33% 21 220 533 47,67% 44 512 598 100,00%

Altaï Invest SA wordt gecontroleerd door Evelyn du Monceau, geboren Evelyn Janssen. Barnfin SA wordt gecontroleerd door Bridget van Rijckevorsel, geboren Paule Bridget Janssen. De referentieaandeelhouders van Tubize, behorend tot de familie Janssen, handelen in onderling overleg, d.w.z. zij hebben een aandeel-houdersovereenkomst gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschap-pelijk beleid ten aanzien van Tubize te voeren en aangaande het bezit, de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende effecten, conform artikel 3, §1, 13°, a), b) en c) van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en artikel 3, §1, 5°, a) en b) van de Wet op de openbare overnamebiedingen.

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de grote aandeelhouders van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten) op basis van de transparantieverklaringen ontvangen in toepassing van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (situatie op 31 december 2023):

UCB houdt ook UCB-aandelen aan (zie hierna voor een overzicht van haar deelnemingen per 31 december 2023). De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek.

Controlerende en belangrijkste aandeelhouders van UCB per 31 december 2023
De percentages zijn berekend op basis van het huidige totale aantal stemrechten

Situatie per 31 december 2023 Aandelenkapitaal(€) Datum Totaal aantal stemrechten (noemer) Datum
Aandelenkapitaal € 583 516 974 13 maart 2014 194 505 658 13 maart 2014
1 Financière de Tubize SA (“Tubize”) stemrechtverlenende effecten (aandelen) 70 090 611 31 juli 2023
2 UCB NV stemrechtverlenende effecten (aandelen) 4 729 089 31 december 2023
gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 0 6 maart 2017
gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 0 18 december 2015
Totaal 4 729 089 2,43%
Free float2(effecten waaraan stemrechten zijn verbonden (aande-len)) 119 685 958 61,53%
3 Wellington Management Group LLP stemrechtverlenende effecten (aandelen) 14 548 260 17 november 2023 7,48%
4 BlackRock, Inc. stemrechtverlenende effecten (aandelen) 9 412 691 13 januari 2020 4,84%
5 FMR LLC stemrechtverlenende effecten (aandelen) 8 502 358 19 mei 2023 4,37%

45. Gebeurtenissen na de balansdatum

Er hebben zich na het einde van de verslagperiode geen belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die een impact zouden kunnen hebben op de geconsolideerde jaarrekening van UCB.# Geïntegreerd jaarverslag 2023

46. UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd)

Naam en maatschappelijke zetel Aandelen Meerderheidsaandeelhouder
Armenië
Nile AI LLC² – 15 Nar Dos, 1st Lane – Yerevan 100% Nile AI, Inc.
Australië
UCB Australia Pty. Ltd. – Level 1, 1155 Malvern Road – 3144 Malvern, Victoria 100% UCB NV
Engage Therapeutics Australia Pty. Ltd. Level 1, 1155 Malvern Road – 3144 Malvern, Victoria 100% Engage Therapeutics, Inc.
Oostenrijk
UCB Pharma Gesellschaft m.b.H. – Twin Tower, Wienerbergstrasse 11/12a, 1100 Wenen 100% UCB Pharma NV
België
UCB Fipar SA – Researchdreef, 60 – 1070 Brussel (BE0403.198.811) 100% UCB Belgium NV
UCB Biopharma SRL – Researchdreef, 60 – 1070 Brussel (BE0543.573.053) 100% UCB Pharma NV
UCB Belgium SA – Researchdreef, 60 – 1070 Brussel (BE0402.040.254) 100% UCB Pharma NV
UCB Pharma SA – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0403.096.168) 100% UCB NV
Sifar SA – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0453.612.580) 100% UCB Pharma NV
UCB Ventures SA – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0667 816 096) 100% UCB NV
UCB Ventures Belgium SA – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0668 388 891) 100% UCB Ventures SA
Brazilië
UCB Biopharma Ltda – Av. Presidente Juscelino Kubitschek, nº 1327, 5° andar, Condomi-nio Edificio Intemacional Plaza II – CEP: 04543-011 Sao Paulo 100% UCB NV
Bulgarije
UCB Bulgaria EOOD – 2B Srebarna street, fl. 9, office 8B, Lozenetz, Sofia 1407 100% UCB NV
Canada
UCB Canada Inc. – 2201 Bristol Circle, Suite 602 – ON L6H0J8 Oakville 100% UCB Holdings Inc.
China
UCB Trading (Shanghai) Co Ltd – Suite 317, 439 No.1 Fu Te Road West, Sjanghai (Pilot Free Trade Zone) 100% UCB NV
UCB Pharma (Hong Kong) Ltd – Rooms 156 & 157, 20/F, Cityplaza Three, 14 Taikoo Wan Road, Tai Koo, Hongkong 100% UCB Pharma GmbH
UCB Pharma (Zhuhai) Company Ltd – Section A., Workshop, No.3 Science & Technology 05th Road, Innovation Coast, National Hi-Tech Industrial Development Zone – Zhuhai Guangdong Province 100% UCB Pharma GmbH
Tsjechische republiek
UCB S.R.O. – Jankovcova 1518 / 2 – 170 00 Praha 7 100% UCB NV
Denemarken
UCB Nordic AS – Edvard Thomsens Vej 14, 7 – 2300 Kopenhagen 100% UCB Pharma NV
Finland
UCB Pharma Oy Finland – Bertel Jungin aukio 5, 6.krs – 02600 Espoo 100% UCB Pharma NV
Frankrijk
UCB Pharma SA – Défense Ouest 420, rue d’Estienne d’Orves – 92700 Colombes 100% UCB NV
Duitsland
UCB Pharma GmbH – Rolf-Schwarz-Schütte Platz 1 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB GmbH
UCB GmbH – Rolf-Schwarz-Schütte Platz 1 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Pharma NV
UCB BioSciences GmbH – Rolf-Schwarz-Schütte Platz 1 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Pharma GmbH
Cosmix Verwaltungs GmbH, in liquidatie¹– Alfred-Nobel-Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% Ra Pharmaceuticals, Inc.
Zogenix GmbH³ – Altheimer Eck 6 – 80331 Munich 100% UCB Pharma GmbH
Griekenland
UCB A.E. – 63 Agiou Dimitriou Street – 17456 Alimos – Athene 100% UCB NV
Hongarije
UCB Hungary Ltd – Obuda Gate Building Arpád Fejedelem ùtja 26-28 – 1023 Boedapest 100% UCB NV
Indië
UCB India Private Ltd – Building No. – P3, Unit No. – 103, 1st Floor, Prithvi Complex, Kalher Pipe Line, Kalher, Bhiwandi, Thane, 421302 Maharashtra 100% UCB NV
Ierland
UCB (Pharma) Ireland Ltd – United Drug House Magna Drive, Magna Business Park, City West Road – Dublin 24 100% UCB NV
UCB Manufacturing Ireland Ltd – United Drug House Magna Drive, Magna Business Park, City West Road – Dublin 24 100% UCB NV
Zogenix ROI Limited – Trinity House, Charleston Road – Ranelagh, Dublin 6, D06 C8X4 100% Zogenix International Limited
Italië
UCB Pharma SpA – Via Varesina 162 – 20156 Milaan 100% UCB NV
Zogenix S.r.l.¹– Via Varesina 162 – 20156 Milaan 100% Zogenix International Limited
Japan
UCB Japan Co Ltd – Shinjuku Grand Tower, 8-17-1 Nishi-Shinjuku 160-0023 Shinjuku, Tokio 100% UCB NV
Mexico
UCB de Mexico SA de C.V. – Calzada Mariano Escobedo 595, Piso 3, Oficina 03/100, Colonia Rincón del Bosque, Bosque de Chapultepec I sección, Alcaldía Miguel Hidalgo, 11589 Mexico D.F. 100% UCB NV
Nederland
UCB Pharma B.V. (Netherlands) – Hoge Mosten 2 – 4822 NH Breda 100% UCB Pharma NV
Noorwegen
UCB Pharma A.S. – Haakon VIIs gate 6 – 0161 Oslo 100% UCB Pharma NV
Polen
Vedim Sp. z.o.o. – Ul. L. Kruczkowskiego, 8, 00-380 Warschau 100% UCB NV
UCB Pharma Sp. z.o.o. – Ul. L. Kruczkowskiego, 8, 00-380 Warschau 100% UCB NV
Portugal
UCB Pharma (Produtos Farmaceuticos) Lda - Rua do Silval, nº 37, piso 1, S1.3, 2780-373 Oeiras 100% UCB NV
Roemenië
UCB Pharma Romania S.R.L. 165 Calea Floreasca, One Tower Building, 3rd Floor, 1st district, Boekarest 14459 100% UCB NV
Rusland
UCB Pharma LLC – Shturvaluaya 5 bldg 1 – 125364 Moskou 100% UCB NV
UCB Pharma Logistics LLC – 1st Krasnogvardeyskiy proezd 15, floor 13, office 2, room 35, premises 1 – 123100 Moskou 100% UCB NV
Zuid-Korea
UCB Korea Co Ltd. – 4th Fl., A+ Asset Tower, 369 Gangnam-daero, Seocho-gu, 06621 Seoel 100% UCB NV
Spanje
UCB Pharma SA – Plaza de Manuel Gómez Moreno, s/n, Edificio Bronce, 5e verd. – 28020 Madrid 100% UCB NV
Zogenix Espana S.L³ – Calle Jose Ortega y Gasset 22-24, 3e verd. – 28006 Madrid 100% UCB Pharma SA (ES)
Zweden
UCB Pharma AB (Sweden) – Master Samuelsgatan 60 – 111 21 Stockholm 100% UCB Pharma NV
Zwitserland
UCB Farchim SA (A.G.-Ltd.) ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Pharma NV
Doutors Réassurance SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Farchim SA
UCB-Pharma AG – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Farchim SA
UCB Medical Devices SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Farchim SA
Taiwan
UCB Pharmaceuticals (Taiwan) Ltd – 12F.-2, No.88, Dunhua N. Rd., Songshan Dist, 10551 Taipei 100% UCB NV
Turkije
UCB Pharma A.S. – Palladium Tower, Barbaros Mah., Kardelen Sok. No.2, Kat.24/80, -34746 Istanboel 100% UCB NV
VK
UCB (Investments) Ltd – 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE 100% UCB NV
Celltech Group Ltd – 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE 100% UCB (Investments) Ltd
Celltech R&D Ltd – 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE 100% Celltech Group Ltd
Darwin Discovery Ltd ²– 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE 100% Celltech Group Ltd
UCB Pharma Ltd – 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE 100% Celltech Group Ltd
Zogenix Europe Limited– 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE 100% Zogenix, Inc.
Zogenix International Limited – The Pearce Building West Street, Maidenhead, Berkshire SL6 1RL 100% Zogenix Europe Limited
Oekraïne
UCB Ukraine LLC – 19 Grygoriya Skovorody Str., Business – center ”Podol Plaza” – 04070 Kiyv 100% UCB Pharma GmbH
VS
UCB Holdings Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Pharma NV
UCB Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Holdings Inc.
UCB Biosciences Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Inc.
UCB Manufacturing Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Inc.
Ra Pharmaceuticals, Inc. Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Holdings Inc.
Engage Therapeutics, Inc. Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Holdings Inc.
Nile Al, Inc.⁴– Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Holdings Inc.
Zogenix, Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Biosciences Inc.
Zogenix MDS, Inc.³– Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware 100% Zogenix, Inc.

1 Cosmix Verwaltungs GmbH is in liquidatie per 1 januari 2022.
2 Nile AI, LLC en Darwin Discovery Ltd zijn respectievelijk ontbonden op 29 augustus 2023 en 2 januari 2024, en zijn opgenomen in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening voor 2023 tot aan de ontbinding.
3 Zogenix Espana S.L., Zogenix GmbH, Zogenix MDS, Inc en Nile AI, Inc. zijn respectievelijk gefusioneerd met UCB Pharma S.A. in Spanje op 5 oktober 2023, UCB Pharma GmbH op 31 oktober 2023, Zogenix, Inc. op 1 november 2023 en NAI Acquisition Corp. op 6 december 2023 en zijn opgenomen in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening voor 2023 tot aan de fusie.
4 Nile AI, Inc. (U.S.) is verkocht op 6 december 2023 en is opgenomen in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening voor 2022 en 2023 tot aan de verkoop.# Verantwoordelijkheidsverklaring

We bevestigen hierbij dat, voor zover we weten, de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2023, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen (International Financial Reporting Standards), zoals aangenomen door de Europese Unie en met de wettelijke verplichtingen die in België van toepassing zijn, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, passiva, financiële positie en winst of verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen en dat het verslag van de Raad van bestuur een reëel overzicht geeft van de ontwikkeling en prestaties van het bedrijf en de positie van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico’s en onzekerheden die ze verwachten.

Ondertekend door Jean-Christophe Tellier (CEO) en Sandrine Dufour (CFO)
In naam van de Raad van bestuur.

5. Verslag van de commissaris

Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van aandeelhouders over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2023

In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van UCB NV (de “Vennootschap”) en haar filialen (samen “de Groep”), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.

Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 29 april 2021, overeenkomstig het voorstel van de raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2023. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap gedurende drie opeenvolgende jaren uitgevoerd.

Verslag over de geconsolideerde jaarrekening

Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2023 omvat, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

Deze geconsolideerde jaarrekening vertoont een totaal van de geconsolideerde balans van € 15 539 miljoen en de geconsolideerde winst- en verliesrekening sluit af met een winst van het boekjaar (toegekend aan aandeelhouders) van € 343 miljoen.

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep per 31 december 2023, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

Basis voor het oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA’s) zoals van toepassing in België. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie “Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.

Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle- informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Kernpunten van de controle

Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.

Aanzienlijke beoordelingen en inschattingen van verkoopkortingen, rabatten en verkoopretouren die zijn opgenomen in de Verenigde Staten (VS)

Zie Toelichtingen 3.7.1, 4.2.1 en 35

Beschrijving van het kernpunt van de controle

In de VS verkoopt de UCB Groep producten aan verschillende klanten die deel uitmaken van commerciële en overheidscontractuele regelingen of andere terugbetalings- programma’s (Medicaid, Medicare of een gelijkaardig schema). Dit proces leidt tot belangrijke aanpassingen van de bruto-omzet in de vorm van verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en verkoopretouren. We hebben dit punt als een kernpunt van onze controle opgenomen omdat aanzienlijke bedragen van deze niet-afgewikkelde aanpassingen op het einde van het boekjaar als voorziening geboekt worden op de balans. Het proces voor het bepalen van deze voorzieningen is complex en is afhankelijk van contractvoorwaarden en regelgeving, evenals prognoses van verkoopvolumes per kanaal en inschattingen van verwachte retouren van producten. Zoals vermeld in Toelichting 35, bedraagt de voorziening op 31 december 2023 € 703 miljoen (€ 726 miljoen op 31 december 2022).

Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle

Onze testen waren gericht op de voorzieningen voor verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en productretouren die aan het einde van het jaar zijn opgenomen, aangezien het proces voor deze voorzieningen gebruik maakt van grote hoeveelheden gegevens met betrekking tot verkoopvolumes en kortingen uit meerdere bronnen die, samengenomen, een aanzienlijke beoordeling vereisen door het management in een complexe Amerikaanse gezondheidszorgomgeving. We hebben de berekeningen van het management van de voorzieningen voor verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en productretouren verkregen en de inputs in de berekening van de voorzieningen getest.

We hebben de volgende procedures uitgevoerd:

  • We hebben de volledigheid en nauwkeurigheid van de voorzieningen beoordeeld door het proces dat door het management wordt toegepast, hetwelke wordt gebruikt om de saldi aan het einde van het jaar te berekenen en vast te leggen, te begrijpen en te testen.
  • We hebben de wiskundige nauwkeurigheid van de saldi aan het einde van het jaar getest en de bedragen vergeleken met onze eigen, onafhankelijk verwachtingen (inhoudelijke analyse). Onze onafhankelijke verwachtingen werden ontwikkeld op basis van verkoopcijfers, ontvangen historische kortingsfacturen, aangepast voor huidige volumes, kortingspercentages zoals opgenomen in verkoopcontracten en overeenkomsten met derde partijen en gecorrigeerd voor bedrijfs- of industriespecifieke factoren.
  • We hebben de belangrijkste beoordelingen en veronderstellingen aangaande de analyse beoordeeld en we hebben andere bekende factoren, zoals generieke deelnemers en overheidsinformatie en wettelijke of regelgevende informatie, in aanmerking genomen.
  • We hebben de veronderstellingen beoordeeld die worden gebruikt om de standaard vertragingstijden voor commerciële kortingen, Medicare-kortingen, Medicaid-kortingen, contante kortingen, terugvorderingen en retouren te bepalen.
  • We onderzochten declaraties van derden en externe gegevens, we bemonsterde kortings- en terugvorderingsfacturen ontvangen na jaareinde en we hebben de inschattingen van het management beoordeeld aangaande de aanwezige voorraad in de verschillende kanalen.
  • Wij hebben een vergelijking gemaakt met soortgelijke ondernemingen (beursgenoteerd en niet-beursgenoteerd).
  • We hebben terugkijktests uitgevoerd die de opgebouwde voorzieningen in vorige perioden vergeleken met de feitelijke kortingen, terugvorderingen, rabatten of ontvangen retouren om de historische nauwkeurigheid van het management te testen bij het berekenen van deze voorzieningen.

Bij het bepalen van de geschiktheid van het beleid voor de erkenning van opbrengsten in overeenstemming met IFRS 15, zoals toegepast door het management, met betrekking tot het berekenen van verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en productretouren krachtens contractuele en wettelijke vereisten, is er ruimte voor beoordeling.

We hebben geen materiële verschillen geïdentificeerd tussen onze onafhankelijke verwachtingen en de voorzieningen en we vonden de beoordelingen van het management redelijk. Bovendien zijn de toegepaste grondslagen consistent, in alle materiële opzichten, met IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie.

Boekwaarde van goodwill en immateriële activa

Zie Toelichtingen 3.10, 3.14, 3.15, 4.2, 14, 20 en 21

Beschrijving van het kernpunt van de controle

De UCB Groep heeft voor € 4 232 miljoen immateriële activa (31 december 2022 – € 4 816 miljoen), bestaande uit belangrijke licenties, patenten en verworven handelsmerken en € 5 254 miljoen aan goodwill op 31 december 2023 (31 december 2022 – € 5 340 miljoen). De boekwaarde van de goodwill en immateriële activa zijn afhankelijk van toekomstige kasstromen en wanneer deze kasstromen niet voldoen aan de verwachtingen van de Groep, bestaat het risico dat de activa een bijzondere waardevermindering moeten ondergaan.# Verklaring van de onafhankelijke commissaris

Belangrijkste controlepunten

De door de Groep uitgevoerde analyse van bijzondere waardeverminderingen bevatten een aantal belangrijke beoordelingen en veronderstellingen, waaronder omzetgroei, het succes van nieuwe productintroducties, vervaldata voor octrooien, winstmarges, eindwaarden en disconteringsvoet. Wijzigingen in deze veronderstellingen kunnen leiden tot een wijziging in de boekwaarde van immateriële activa en goodwill. Op basis hiervan hebben we dit punt als een kernpunt van onze controle opgenomen.

Zoals in Toelichting 21 vermeld heeft de Groep één kasstroomgenererende eenheid (“CGU”), Biopharmaceuticals, voor het testen van de goodwill op bijzondere waardeverminderingen.

Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle

We hebben de analyses van de UCB Groep voor de evaluatie van bijzondere waardeverminderingen verkregen en de volgende procedures uitgevoerd:

  • We hebben de redelijkheid van de methodologie en de belangrijkste veronderstellingen getest, met inbegrip van winst- en kasstroomgroei, eindwaarden, de impact van het verstrijken van octrooien, prijseffecten, potentiële productveroudering, de waarschijnlijkheid van succes voor pijplijnproducten en de selectie van disconteringsvoeten.
  • Wij hebben de onderbouwing van de veronderstellingen door het management beoordeeld, waaronder een vergelijking van de relevante veronderstellingen met prognoses uit de sector en economische prognoses. Daarbij hebben wij samengewerkt met onze interne waarderingsspecialisten.
  • We hebben ook het proces geëvalueerd ter voorbereiding van het strategisch plan van de Groep dat werd goedgekeurd door de raad van bestuur van UCB.
  • We hebben de gevoeligheidsanalyses van het management verkregen en geëvalueerd om de impact van redelijkerwijs mogelijke veranderingen in de belangrijkste veronderstellingen vast te stellen en we hebben onze eigen onafhankelijke gevoeligheidsberekeningen uitgevoerd om de neerwaartse veranderingen in de modellen van het management te kwantificeren die vereist zijn om tot een bijzondere waardevermindering te leiden.
  • Wij hebben ook de redelijkheid van de voorspelde verdisconteerde kasstromen beoordeeld door ze te vergelijken met de marktkapitalisatie van de Groep.

De beoordeling door het management van de realiseerbare waarde van de activa van de Groep heeft niet geleid tot de opname van bijzondere waardeververminderingsverliezen in 2023 (zie Toelichting 14). AAls gevolg van onze werkzaamheden, hebben wij vastgesteld dat de hoogte van de waardevermindering passend is. Verder hebben wij geconstateerd dat de beoordelingen van het management werden onderbouwd door redelijke veronderstellingen die onredelijke negatieve veranderingen zouden vereisen voordat een materiele waardevermindering noodzakelijk was.

Met betrekking tot de CGU Biopharmaceuticals hebben we bevestigd dat dit het laagste niveau is waarop het management goodwill voor interne doeleinden controleert, dat het consistent is met de manier waarop de resultaten en de financiële positie van de Groep worden gerapporteerd aan het directiecomité en de raad van bestuur en dat het aldus voldoet aan IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie.

Opname van uitgestelde belastingvorderingen en onzekere belastingposities

Zie Toelichtingen 3.12, 4.2.5, 32 en 36

Beschrijving van het kernpunt van de controle

De UCB Groep heeft aanzienlijke fiscale verliezen uit vroegere en huidige bedrijfsresultaten. Er bestaat een inherente onzekerheid bij het beoordelen van zowel de beschikbaarheid van verliezen en belastingkredieten als bij het voorspellen van toekomstige belastbare winsten, wat de mate bepaalt waarin uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen. Bovendien kunnen de beschikbaarheid en het bedrag van de fiscale verliezen en belastingkredieten worden beïnvloed door lopende belastingcontroles.

Op 31 december 2023, heeft de Groep € 518 miljoen aan uitgestelde belastingvorderingen erkend (31 december 2022 – € 379 miljoen). Het proces voor het bepalen van uitgestelde belastingvorderingen is complex en vereist een aanzienlijke mate van oordeelsvorming. Dit zijn de redenen waarom de opname van uitgestelde belastingvorderingen in onze controle belangrijk wordt geacht.

De groep is actief in een complexe, multinationale belastingomgeving en er zijn openstaande belasting- en verrekenprijzenaangelegenheden met belastingautoriteiten. Oordeel is vereist bij het bepalen van verplichtingen die vereist zijn met betrekking tot onzekere belastingposities. Daarom worden ook de voorzieningen voor onzekere belastingposities als een kernpunt van de controle beschouwd.

Op 31 december 2023, heeft de Groep verplichtingen opgenomen van € 91 miljoen met betrekking tot onzekere belastingposities (31 december 2022 – € 145 miljoen). Schulden met betrekking tot onzekere belastingposities worden geboekt wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een ingenomen belastingpositie moeilijk of niet houdbaar is als deze wordt aangevochten door de belastingautoriteiten en nadat alle rechtsmiddelen zijn uitgeput.

Aangaande onzekere belastingposities heeft de Groep een provisie voor terug te vorderen belastingen geboekt door toepassing van de Regeling Onderling Overleg en dit voor een bedrag van € 22 miljoen (31 december 2022 – € 27 miljoen). De belastingvorderingen geboekt onder activa als gevolg van de Regeling Onderling Overleg worden geboekt wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een Regeling Onderling Overleg een gelijkaardige aanpassing voorziet in één of meerdere rechtsgebieden. Dit betekent dat de Groep, op netto-basis, een voorziening heeft geboekt van € 69 miljoen (31 december 2022 – € 109 miljoen) ter dekking van onzekere belastingposities.

Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle

  • Wij hebben de geschiktheid van de belangrijkste veronderstellingen en inschattingen van het management geëvalueerd, met name de waarschijnlijkheid om voldoende toekomstige belastbare winsten te genereren ter ondersteuning van de opname van uitgestelde belastingvorderingen.
  • We evalueerden de mogelijke effecten van belastingcontroles op de beschikbaarheid van fiscale verliezen en belastingvoordelen (en de noodzaak om een verplichting voor onzekere belastingposities te erkennen, indien dit noodzakelijk wordt geacht).
  • We hebben gekeken naar de status van recente en lopende belastingcontroles, de uitkomsten van eerdere controles, de oordelende posities ingenomen in belastingaangiften en inschattingen van het lopende jaar en ontwikkelingen in de belastingomgeving.
  • Samen met onze eigen specialisten op het vlak van internationale belastingen hebben we de correspondentie met de relevante belastingautoriteiten en bepaalde externe belastingadviezen beoordeeld en geëvalueerd.
  • Op basis van deze informatie hebben we de veronderstellingen geanalyseerd en beoordeeld dewelke het management heeft gebruikt om belastingverplichtingen te bepalen.
  • We besluiten dat de voorzieningen voor onzekere belastingposities werden bepaald in overeenstemming met IFRIC 23.
  • Wij hebben beoordeeld of de informatieverstrekking door de UCB Groep over de gevoeligheid van de erkenning van uitgestelde belastingvorderingen voor redelijke mogelijke veranderingen in belangrijke veronderstellingen, de bijbehorende inherente risico’s en de toelichtingen met betrekking tot belasting- en onzekere belastingposities weerspiegelt.

Naar aanleiding van ons werk hebben we vastgesteld dat de conclusies van het management met betrekking tot de opname van uitgestelde belastingvorderingen en de recupereerbaarheid passend zijn. We hebben ook vastgesteld dat de verplichtingen voor onzekere belastingposities en de bijbehorende toelichtingen aanvaardbaar zijn.

Lopende rechtszaken, claims en onderzoeken door regelgevende instanties

Zie Toelichtingen 3.28, 4.2.3, 34 en 43

Beschrijving van het kernpunt van de controle

De farmaceutische industrie is een sterk gereguleerde sector, die het inherente risico voor rechtszaken, claims en onderzoeken door regelgevende instanties verhoogt. De UCB Groep is betrokken bij een aantal juridische acties, waaronder productaansprakelijkheid, commerciële geschillen en onderzoeken door regelgevende instanties, die een belangrijke invloed kunnen hebben op de jaarrekening.

De Groep voldoet aan de vereisten van IAS 37 voor het evalueren en boeken van voorzieningen voor bepaalde risico’s. Het boeken van een voorziening of een voorwaardelijke verplichting ter dekking van het juridisch risico vereist van nature het gebruik van een professioneel oordeel omdat het moeilijk is de uitkomst van geschillen die kunnen ontstaan, in te schatten. Gezien de aard van de lopende procedures tegen de Groep en het gebruik van ramingen bij het bepalen van de voorzieningen, beschouwen wij de lopende geschillen, vorderingen en reglementaire onderzoeken als een essentiële audit aangelegenheid.

Op 31 december 2023, beschikte de Groep over voorzieningen voor € 384 miljoen (31 december 2022 – € 361 miljoen) onder meer met betrekking tot feitelijke juridische acties die tegen de Groep werden ingesteld en worden deze voorzieningen in Toelichting 34 uiteengezet, evenals de vermelding van voorwaardelijke verplichtingen in Toelichting 43 met betrekking tot lopende onderzoeken door regelgevende instanties of juridische claims waarbij de bestuurders menen dat zij een goede verdediging hebben tegen de claims.

Zoals uiteengezet in Toelichting 34 en 43, is de Groep betrokken bij diverse gevallen van productaansprakelijkheid met betrekking tot het product Distilbène. Deze voorziening bedroeg € 118 miljoen op 31 december 2022 en bedraagt € 113 miljoen op 31 december 2023.

Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle

  • We hebben actuele of lopende juridische claims en claims van regelgevende instanties besproken met de General Counsel van de Groep om de status van elke zaak te begrijpen.# Verklaring van de onafhankelijke commissaris

Verklaring over de controle van de geconsolideerde jaarrekening

Onze controlewerkzaamheden waren gericht op het volgende: We bespraken feitelijke of hangende juridische en regelgevende claims met de General Counsel van de Groep om ons begrip van de status van elke zaak bij te werken. Wij hebben onze eigen verwachting van de waarschijnlijke uitkomst vastgesteld en het voorziene bedrag (bijv. Distilbène) inhoudelijk getoetst door de bij de bepaling van de voorziening gebruikte veronderstellingen te evalueren aan de hand van besprekingen en door te verwijzen naar de feitelijke (vergelijkbare) rechterlijke uitspraken, naar beschikbare documentatie zoals correspondentie met externe juridische adviseurs en door onafhankelijke bevestigingen te verkrijgen van de externe juridische adviseurs. Wij hebben de volledigheid van de wettelijke en reglementaire materies nagegaan door navraag te doen bij de General Counsel van de Groep en door het lezen van de notulen van de vergaderingen van het directiecomité en de raad van bestuur, en hebben geen andere wettelijke materies kunnen vaststellen die ons nog niet bekend gemaakt waren. We evalueerden de veronderstellingen met betrekking tot de waardering van de voorziening in verband met de Distilbène productaansprakelijkheid van € 113 miljoen (31 december 2022 – € 118 miljoen) aan de hand van de werkelijke gerechtelijke uitspraken voor afgesloten Distilbène zaken en het effect van nieuw opgestarte zaken in de loop van 2022. We hebben de gebruikte veronderstellingen besproken met het management van UCB en beoordeeld. Onze testen hebben geen afwijkingen van materieel belang in de opgenomen voorzieningen geïdentificeerd. Wij hebben geconstateerd dat in de context van de jaarrekening van de Groep de beoordelingen door het management en de geboekte voorzieningen redelijk zijn en dat de toelichtingen met betrekking tot juridische en regelgevende zaken, voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen in Toelichting 34 en 43 in overeenstemming waren met de vereisten van IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie.

284

Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.

Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening

Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.

Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen.

Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle- informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
  • het concluderen of de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controleinformatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
  • het verkrijgen van voldoende en geschikte controle- informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening.

Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.

Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle. Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.

285

Geïntegreerd jaarverslag 2023

Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen

Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het verslag over de geconsolideerde jaarrekening, het verslag van niet-financiële informatie gehecht aan het jaarverslag, en de andere informatie opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening.

Verantwoordelijkheden van de commissaris

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het verslag van de geconsolideerde jaarrekening, het verslag van niet-financiële informatie gehecht aan het jaarverslag, en de andere informatie opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.# Aspecten betreffende het verslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie opgenomen in het verslag over de geconsolideerde jaarrekening

Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het verslag, zijn wij van oordeel dat dit verslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, en is dit verslag opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.

De op grond van artikel 3:32, §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen vereiste nietfinanciële informatie werd opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening (UCB Groep Geïntegreerd Jaarverslag 2023). Deze niet- financiële informatie bevat de informatie vereist krachtens artikel 3:32, §2 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, en stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening van hetzelfde jaar. De Vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet- financiële informatie gebaseerd op de GRI (Global Reporting Initiative) normen. Overeenkomstig artikel 3:80, §1, 5° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met de vermelde GRI normen.

Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid

Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep. De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.

European Single Electronic Format (ESEF)

Wij hebben ook, overeenkomstig de ontwerp norm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”).

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEFformaat (hierna “geconsolideerde financiële overzichten”) opgenomen in het jaarlijks financieel verslag. Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening. Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde financiële overzichten opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van het Groep per 31 december 2023 in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.

Andere vermeldingen

Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.

Brussels, 27 februari 2024

Mazars Bedrijfsrevisoren BV
Commissaris
Vertegenwoordigd door Anton NUTTENS
Bedrijfsrevisor

286 287

UCB | Verkorte statutaire jaarrekening van UCB NV

6. Verkorte statutaire jaarrekening van UCB NV

6.1 Inleiding

Overeenkomstig het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, is er besloten om een ingekorte versie van de statutaire jaarrekening van UCB NV te presenteren. De statutaire jaarrekening van UCB NV wordt opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen. Er dient opgemerkt dat enkel de hierboven weergegeven geconsolideerde jaarrekening een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van de UCB Groep.

De statutaire commissaris heeft een verklaring zonder voorbehoud afgeleverd en bevestigd dat de niet- geconsolideerde jaarrekening van UCB NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2023 een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van UCB NV en overeenstemt met alle wettelijke en reglementaire bepalingen.

Overeenkomstig de wetgeving zullen deze afzonderlijke jaarrekeningen, samen met het managementverslag van de Raad van bestuur aan de algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris ingediend worden bij de Nationale Bank van België binnen de statutaire termijnen.

Deze documenten zijn beschikbaar op onze website www.ucb.com of op eenvoudig verzoek aan:

UCB NV
Corporate Communication
Researchdreef 60
B-1070 Brussel (België)

286 287

Geïntegreerd jaarverslag 2023

6.2 Balans

€ miljoen 2023 2022
Activa
Oprichtingskosten 6 6
Immateriële activa 0 0
Materiële vaste activa 39 40
Financiële activa 9 392 9 397
Vaste activa 9 437 9 443
Vorderingen op meer dan 1 jaar 2 975 2 966
Vorderingen op ten hoogste 1 jaar 88 15
Korte-termijn investeringen 457 457
Banktegoed en beschikbaar saldo 39 14
Overlopende rekeningen en nog te
ontvangen inkomsten 69 91
Vlottende activa 3 628 3 542
Totaal activa 13 065 12 985
Verplichtingen
Kapitaal 584 584
Uitgiftepremie 2 000 2 000
Reserves 6 254 6 254
Overgedragen winst 91 76
Eigen vermogen 8 929 8 913
Voorzieningen 21 25
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 21 25
Schulden op meer dan 1 jaar 3 650 3 356
Schulden op ten hoogste 1 jaar 353 596
Toe te rekenen kosten en over te
dragen opbrengsten 112 95
Kortlopende verplichtingen 4 115 4 047
Totaal verplichtingen 13 065 12 985

288 289

UCB | Verkorte statutaire jaarrekening van UCB NV

6.3 Winst- en verliesrekening

€ miljoen 2023 2022
Bedrijfsopbrengsten 67 121
Bedrijfskosten - 111 - 140
Bedrijfsresultaat - 44 - 19
Financiële opbrengsten 552 361
Financiële kosten - 232 - 130
Financieel resultaat 320 231
Winst vóór belastingen 276 212
Winstbelastingen - 2 - 2
Te bestemmen winst van het boekjaar 274 210

6.4 Winstbestemmingsrekening

€ miljoen 2023 2022
Te bestemmen winst van het boekjaar 274 210
Overgedragen winst van het vorige
boekjaar 76 118
Te bestemmen winst 350 328
Overboeking naar kapitaal en
reserves 0 0
Over te dragen winst 92 76
Over te dragen resultaat 92 76
Dividenden 258 252
Uit te keren winst 258 252

Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, zal het bruto dividend worden bepaald op: € 1,36 € 1,33

Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, en rekening houdend met de fiscale regelgeving, zal het totale netto dividend na belasting per aandeel worden vastgesteld op: € 0,952 € 0,931

De activiteiten van UCB NV genereerden in 2023 financiële inkomsten ten belope van € 345 miljoen die afkomstig zijn van financiële vaste activa in verbonden ondernemingen. De nettowinst komt uit op € 274 miljoen na belastingen. Het bedrag dat beschikbaar is voor uitkering bedraagt € 350 miljoen, met inbegrip van € 76 miljoen overgedragen winst van vorig jaar.

Het geplaatst kapitaal van UCB NV wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen zonder nominale waarde per 31 december 2023. Per 31 december 2023 bezit UCB NV 4 729 089 eigen aandelen om te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de toegekende aandelen die aan de Raad van bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden.

Het voorstel van de Raad van bestuur tot uitbetaling van een bruto dividend van € 1,36 per aandeel. Als dit dividendvoorstel wordt goedgekeurd door de Algemene vergadering op 25 april 2024 zal het netto dividend van € 0,952 per aandeel betaalbaar zijn per 30 april 2024 tegen afgifte van coupon nummer 27. De aandelen ingekocht door UCB NV hebben geen recht op een dividend.

Per 31 december 2023 hebben de houders van de 189 776 569 UCB-aandelen recht op een dividend, goed voor een totale uitkering van € 258 miljoen. Dit bedrag kan wijzigen afhankelijk van het aantal UCB-aandelen in handen van UCB NV op de datum waarop het dividend wordt goedgekeurd. De Raad van bestuur zal het aantal UCB-aandelen waarvoor een dividend betaalbaar is meedelen tijdens de algemene vergadering en zal het totaalbedrag dat moet uitgekeerd worden ter goedkeuring voorleggen. De jaarrekening van 2023 zal dienovereenkomstig worden aangepast.

288 289

Geïntegreerd jaarverslag 2023

6.5 Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving

De Raad van bestuur heeft de volgende beslissingen genomen in overeenstemming met Artikel 3:6 van het Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.

6.5.1 Materiële vaste activa

Materiële vaste activa die werden gekocht van derden zijn tegen aankoopprijs opgenomen in de activa van de balans; activa die door het bedrijf zelf geproduceerd worden, zijn gewaardeerd tegen hun kostprijs. De aankoop- of kostprijs wordt “prorata temporis” lineair afgeschreven.# 6.5.1 Afschrijvingen

De volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages werden toegepast:

  • Administratieve gebouwen: 3%
  • Industriële gebouwen: 5%
  • Gereedschap: 15%
  • Meubilair en kantoorbenodigdheden: 15%
  • Voertuigen: 20%
  • Computerapparatuur en kantoorbenodigdheden: 33,30%
  • Prototypemateriaal: 33,30%

6.5.2 Financiële activa

UCB deelnemingen werden gewaardeerd in overeenstemming met het deel dat werd aangehouden in het eigen vermogen van de betrokken UCB bedrijven. Aandelen die geen deel uitmaken van de UCB-bedrijven worden gewaardeerd tegen kostprijs. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt wanneer de waardering een permanent verlies in realiseerbare waarde laat zien.

6.5.3 Vorderingen en schulden

Die worden tegen hun boekwaarde weergegeven. Er wordt een afschrijving op vorderingen geboekt indien de terugbetaling op de vervaldatum geheel of gedeeltelijk onzeker of twijfelachtig is.

6.5.4 Activa en verbintenissen in vreemde valuta’s

Transacties in vreemde munteenheden worden verwerkt tegen de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Niet-monetaire activa en passiva (materiële en immateriële activa, participaties) die in een vreemde munt uitgedrukt zijn, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva die uitgedrukt zijn in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum. Gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen worden erkend in de winst- en verliesrekening.

6.5.5 Voorzieningen

Alle risico’s die de onderneming loopt, maken het voorwerp uit van voorzieningen die elk jaar herzien worden aan de hand van de principes van voorzichtigheid, goede trouw en oprechtheid. Voorzieningen worden tegen de normale waarde geboekt.

6.5.6 Vreemde valuta’s

Afgeleide financiële instrumenten worden geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, tenzij het afgeleide financiële instrument geen compenserende tegenpost heeft in de enkelvoudige jaarrekening. In dit geval zal het afgeleide financiële instrument alleen in de toelichting opgenomen worden als een buiten-balans verplichting en bijgevolg geen impact hebben op de balans en/of de winst- en verliesrekening. Het bedrag dat toegelicht wordt als buiten-balans verplichting zal in lijn zijn met de IFRS-methodologie. Bovendien zal het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, geclassificeerd worden op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening of de balans waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winst- en verliesrekening beïnvloedt of resulteert in de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting.

6.5.7 Reële waarde-aanpassingen op leningen die worden overgenomen

Leningen die zijn overgenomen, worden erkend in de balans tegen nominale waarde. Alle verschillen tussen de nominale waarde en de aanschaffingswaarde worden erkend op een overlopende rekening en opgenomen in de winst- en verliesrekening pro rata temporis op een lineaire basis over de resterende looptijd van de leningen.


SASB Referentie verslag

SASB
Veiligheid van deelnemers aan klinische proeven HC-BP-210a
1 Per regio bespreken van het beheerproces om de kwaliteit en de veiligheid van de patiënt tijdens klinische proeven te waarborgen Patiëntveiligheid Productkwaliteit
2 Aantal inspecties met betrekking tot het beheer van klinische proeven en geneesmiddelenbewaking die resulteerden in: (1) vrijwillige remediëring van entiteit of (2) regelgevende of administratieve acties tegen de entiteit Productkwaliteit
3 Totaal bedrag van geldelijke verliezen als gevolg van juridische procedures in verband met klinische proeven in ontwikkelingslanden
Materiële regelingen zijn opgenomen in Toelichting 34. Voorzieningen.
Toegang tot geneesmiddelen HC-BP-240a
1 Beschrijving van acties en initiatieven ter bevordering van de toegang tot gezondheidsproducten voor prioritaire ziekten en in prioritaire landen, zoals gedefinieerd door de Access to Medicine Index Toegang tot geneesmiddelen Gelijke toegang tot geneesmiddelen Veerkracht van het gezondheidssysteem
2 Lijst van producten op de List of Prequalified Medicinal Products van de WHO als deel van haar Prequalification of Medicines Programme (PQP)
UCB heeft geen producten in de List of Prequalified Medicinal Products van de WHO
Betaalbaarheid en prijsstelling HC-BP-240b
2 Procentuele wijziging in: (1) gewogen gemiddelde catalogusprijs en (2) gewogen gemiddelde nettoprijs in de productportefeuille vergeleken met vorig jaar Gelijke toegang tot geneesmiddelen
3 Procentuele wijziging in: (1) catalogusprijs en (2) nettoprijs van product met grootste stijging ten opzichte van vorige verslagperiode Gelijke toegang tot geneesmiddelen
Veiligheid van geneesmiddelen HC-BP-250a
1 Producten opgenomen in openbare databases voor medische productveiligheid of waarschuwingen voor ongewenste voorvallen Beschikbaar op FDA Adverse Event Reporting System (FAERS ), het EU EudraVigilance- systeem en VigiBase van de WHO
2 Aantal sterfgevallen die verband houden met producten Beschikbaar op FDA Adverse Event Reporting System (FAERS) en het Europese EudraVigilance-systeem (deze twee databases bevatten over het algemeen dezelfde gevallen).
3 (1) Aantal terugroepacties, (2) totaal aantal teruggeroepen eenheden Productkwaliteit
4 Totaal aantal producten aanvaard voor terugname, hergebruik of verwijdering
UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB- boekhoudstandaarden
5 Aantal handhavingsmaatregelen van de FDA naar aanleiding van overtredingen van huidige goede productiepraktijken (good manufacturing practices, GMP), per type UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB- boekhoudstandaarden

Geïntegreerd jaarverslag 2023

Referentie verslag
Namaakgeneesmiddelen HC-BP-260a
1 Beschrijving van de methoden en technologieën die worden gebruikt om de traceerbaarheid van producten in de hele toeleveringsketen te handhaven en namaak te voorkomen UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB- boekhoudstandaarden
2 Bespreking van het proces om klanten en zakenpartners te waarschuwen voor potentiële of bekende risico’s in verband met namaakproducten UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB- boekhoudstandaarden
3 Aantal acties dat heeft geleid tot invallen, inbeslagnemingen, arrestaties en/of indiening van strafrechtelijke vervolging in verband met namaakproducten UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB- boekhoudstandaarden
Ethische marketing HC-BP-270a
1 Totaal bedrag van geldelijke verliezen als gevolg van juridische procedures in verband met valse marketingclaims Materiële regelingen zijn opgenomen in Toelichting 34. Voorzieningen
2 Beschrijving van de ethische code voor het promoten van off- label gebruik van producten Verantwoorde verkoop en marketing
Werving, ontwikkeling en behoud van werknemers HC-BP-330a
1 Bespreking van inspanningen voor de werving en het behoud van talent voor wetenschappers en onderzoeks- en ontwikkelingspersoneel Ontwikkeling van werknemers
2 (1) Vrijwillig en (2) onvrijwillig verloop voor: (a) kaderleden/senior managers, (b) mid-level managers, (c) professionals, en (d) alle anderen Ontwikkeling van werknemers
Beheer van de toeleveringsketen HC-BP-430a
1 Percentage van: (1) de faciliteiten van de entiteit en (2) faciliteiten van Tier I-leveranciers die deelnemen aan het Rx-360 International Pharmaceutical Supply Chain Consortium auditprogramma of gelijkwaardige auditprogramma’s van derden voor de integriteit van de toeleveringsketen en de ingrediënten UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB- boekhoudstandaarden
Bedrijfsethiek HC-BP-510a
1 Totaal bedrag van geldelijke verliezen als gevolg van juridische procedures in verband met corruptie en omkoping Materiële regelingen zijn opgenomen in Toelichting 34. Voorzieningen
2 Beschrijving van de ethische code inzake interacties met professionals in de gezondheidszorg Verantwoorde verkoop en marketing
Activiteiten in cijfers HC-BP-000
A Aantal behandelde patiënten Brief aan belanghebbenden
B Aantal geneesmiddelen (1) in portfolio en (2) in onderzoek en ontwikkeling (fasen 1 tot en met 3) www.ucb.com/our-products Klinische ontwikkelingspijplijn van UCB

Assurance rapport met beperkte mate van zekerheid van de onafhankelijke auditor

Assurance rapport met beperkte mate van zekerheid van de onafhankelijke auditor met betrekking tot de informatie over het onderzoeksobject van het geîntegreerd jaarverslag 2023

ucb sa

Ter attentie van de Raad van Bestuur van UCB SA

Dit rapport is opgesteld in overeenstemming met de voorwaarden opgenomen in onze opdrachtbrief gedateerd op 24 oktober 2023 (de “Overeenkomst”), waarbij we werden aangesteld om een onafhankelijk assurance rapport met beperkte mate van zekerheid uit te brengen met betrekking tot duurzaamheidsprestatie-indicatoren, aangeduid door middel van een Griekse kleine letter beta (β), van het Geïntegreerd Jaarverslag voor het jaar afgesloten op 31 december 2023 (het “Verslag”).

Verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van UCB SA (“de Vennootschap”) is verantwoordelijk voor het opstellen en presenteren van de informatie en gegevens van de duurzaamheidsprestatie-indicatoren voor het jaar 2023, aangeduid door middel van een Griekse kleine letter beta (β), van het Verslag van UCB SA (de “Informatie Over Het Onderzoeksobject”), in overeenstemming met de criteria die in het Verslag beschreven staan (de “Criteria”).# Responsibility of the Board of Directors

This responsibility includes the selection and application of the most appropriate methods for preparing the Information About the Subject of the Investigation, as well as the reliability of the underlying information and the use of assumptions and estimates for the preparation of individual sustainability disclosures, which are reasonable under the circumstances. Furthermore, the Board of Directors is also responsible for the design, implementation, and maintenance of the systems and processes that the Board of Directors deems necessary to enable the preparation of the Information About the Subject of the Investigation without material misstatements due to fraud or error.

Responsibility of the Independent Auditor

Our responsibility is to form an independent conclusion regarding the Information About the Subject of the Investigation, based on the work performed by us and the supporting information obtained. We have performed our work in accordance with International Standard on Assurance Engagements 3000 (Revised) “Assurance Engagements other than Audits or Reviews of Historical Financial Information” (ISAE 3000), issued by the International Auditing and Assurance Standards Board. This standard requires that we comply with ethical requirements and plan and perform the engagement to obtain limited assurance or that nothing has come to our attention that leads us to believe that the information about the Information About the Subject of the Investigation has not been prepared in accordance with the Criteria in all material respects. In a limited assurance engagement, the work performed is smaller in scope than in a reasonable assurance engagement. Accordingly, the level of assurance obtained in a limited assurance engagement is substantially lower than the level of assurance that would be obtained if a reasonable assurance engagement had been performed. The choice of the work performed depends on our professional judgment and our assessment of the risk of misstatement in the Information About the Subject of the Investigation in accordance with the Criteria. The totality of the work performed by us included, among other procedures:

  • Assessing and testing the design and operation of the systems and processes used for the collection, analysis, aggregation, and validation of data, including the calculation and estimation methods used for the Information About the Subject of the Investigation for the year ended December 31, 2023, of the Report;
  • Interviewing responsible personnel;
  • Inspecting, on a limited test basis, internal and external documents;
  • Performing an analytical review of the data and trends in the information submitted for consolidation;
  • Considering the disclosure and presentation of the Information About the Subject of the Investigation.

The scope of our work is limited to assurance on the sustainability performance indicators for the year 2023, indicated by a lowercase Greek letter beta (ß) in the Report. Our assurance does not extend to information relating to prior periods or to any other information included in the Report. With regard to the performance indicator 'Time to Access Index', our procedures include assessing the current year's performance against median industry time to access ("TTA") benchmarks. These TTA benchmarks, as calculated by IQVIA, are stated in the Report (‘Appendix Measures of access to medicines’) and are outside the scope of our assurance engagement.

292

293

Integrated Annual Report 2023

Our Independence and Quality Management System

We have complied with the independence and other ethical requirements of the International Code of Ethics for Professional Accountants as issued by the International Ethics Standards Board for Accountants (IESBA), as well as the Belgian legal requirements regarding the independence of the statutory auditor, and more specifically the rules contained in articles 12, 13, 14, 16, 20, 28, and 29 of the Law of December 7, 2016, on the organization of the profession and public oversight of statutory auditors. Our firm applies International Standard on Quality Management No. 1, a quality management for firms that perform audits and reviews of financial statements and other assurance-related engagements, and accordingly maintains a comprehensive quality management system, including (documented) policies and procedures relating to compliance with ethical requirements, professional standards, and applicable legal and regulatory requirements.

Conclusion

Based on the work performed and the evidence obtained, nothing has come to our attention that leads us to believe that the Information About the Subject of the Investigation included in your Report for the year ended December 31, 2023, has not been prepared, in all material respects, in accordance with the Criteria.

Other ESG-Related Information

The other information comprises all ESG-related information in the Report other than the Information About the Subject of the Investigation and our assurance report. The directors are responsible for the other ESG-related information. As explained above, our assurance conclusion does not extend to the other ESG-related information and therefore we do not provide any form of assurance on it. In connection with our assurance of the Information About the Subject of the Investigation, it is our responsibility to read the other ESG-related information and consider whether the other ESG-related information is materially inconsistent with the Information About the Subject of the Investigation or our knowledge obtained during the assurance engagement, or otherwise appears to contain a material misstatement of fact. If we identify an apparent material inconsistency or material misstatement of fact, we are required to perform work to conclude whether there is a material misstatement in the Information About the Subject of the Investigation or a material misstatement in the other information, and to take appropriate action in the circumstances.

Restriction on the Use and Distribution of Our Report

Our report is intended solely for use by the Company, with respect to the Report for the year ended December 31, 2023, and may not be used for any other purpose. We are not responsible or liable for this report or for the conclusions we have drawn with respect to any third party.

Diegem, February 27, 2024

PwC Bedrijfsrevisoren BV
Represented by Marc Daelman
1 Partner

1 Marc Daelman BV, director, represented by its permanent representative Marc Daelman

Accounting for Value 2023

UCB

U.S. Sustainable Access and Pricing Transparency Report

UCB

294

295

Integrated Annual Report 2023

At UCB, people are at the heart of all that we do. We consider the person, not just the disease, and the people who care for them. Our continued work embodies what UCB stands for – that we are inspired by patients, driven by science. Delivering these solutions draws on our scientific expertise, our deep understanding of disease biology, and our consideration of people’s lived experience with severe diseases so we can provide differentiated treatments and solutions. The U.S. healthcare ecosystem continues to evolve – stakeholder consolidation amongst pharmacy benefit managers, insurers, hospitals, and physicians is an ongoing trend while the policy landscape changes. The implementation of the Inflation Reduction Act and other proposed legislation present new potential barriers to access and threatens innovation. Finally, ongoing abuse of the 340B Program and tools to limit the patient support offered by manufacturers also presents challenges. These factors together mean the need for collaboration among UCB and our stakeholders, including patients, is more acute than ever. As such, we are committed to providing information to stakeholders about how we account for the value of our medicines as well as outlining the actions we have taken to build a more resilient system together.

This report includes:

  • How we are leading efforts to achieve sustainable access, i.e., affordable and equitable access in the U.S. healthcare system
  • How we deliver affordable access and account for value, including when pricing our medicines
  • Policy reform opportunities to build a resilient system together

Letter from Our Leaders

This Report by the Numbers

74 064 Number of patients served by UCB patient assistance programs in 2023
30% of eligible UCB clinical studies implemented Decentralized Clinical Trial model or a remote element
51.5% Portion of UCB gross sales provided to payers as rebates, discounts, and fees in 2023
0.4% Change in net prices for 2023 (cross portfolio)
US$ 2.8 billion 2023 rebates, discounts, and fees provided by UCB to supply chain stakeholders, including private and public payers Mark Morgan
President and Head of U.S. Operations and Payer Value Strategy Patty Fritz
Vice President and Head of U.S. Corporate Affairs

This commitment is why we continuously innovate and invest beyond medications to accelerate discoveries, help the value chain work better, and improve the patient journey to provide affordable and equitable access for all patients who need our medicines in a way that is viable for society, our investors, and UCB. Now in its third year, the UCB U.S.# Sustainable Access and Pricing Transparency Report

Sustainable Access and Pricing Transparency Report comes after an exciting year delivering on innovation at UCB. We had three U.S. FDA approvals for novel medicines for the treatment of rare neurological diseases and immunological diseases, as part of numerous other approvals and launches from UCB around the world.

UCB | Accounting for Value 296

Access Vision, Strategies, Goals, and Governance

Leading Efforts to Achieve Sustainable Access in the U.S. Healthcare System

With three new U.S. FDA approvals this year for novel medicines for the treatment of rare neurological diseases and immunological diseases, UCB is poised to meet the individual needs of multiple patient communities in the U.S. through our unique portfolio of medicines and solutions. As we deliver these medicines to patients, we are committed to making our medicines as accessible as possible in ways that are viable for people impacted by severe diseases, for UCB, and for society. UCB works with stakeholders throughout the value chain to promote affordable and equitable access to care.

Despite ongoing efforts, barriers to sustainable access still exist within our current healthcare system:

  • Patients are not always able to access or afford the best medicines available for their unique conditions.
  • The system does not always recognize the value of innovative medicines for specific patients.

Systemic health inequities add barriers that significantly impact the health, social, and economic wellbeing of people and communities. At UCB, we believe we cannot achieve the best impact without improving health equity. We are working together with stakeholders throughout the healthcare system to address critical gaps in care caused by health inequities.

  • Deliver unique outcomes that help specific patients achieve their goals
  • Provide patients the best individual experience
  • Ensure access to all those who need these solutions in a way which is viable for patients, society, and UCB

Innovation | Value-Based Care | Affordable Access

297 | Geïntegreerd jaarverslag 2023

Sustainable Performance

At UCB, we are defined by our purpose: we create value for patients now and into the future. We see sustainability as a core requirement to enable us to continue bringing differentiated solutions to people who need them. We are committed to improving access to these solutions for all patients who need them in a way that is viable for UCB, our shareholders, and society. We work to ensure participants in UCB clinical trials are reflective of the populations who will ultimately benefit from our innovations. Our continued commitment to scientific innovation is why we reinvest around 30% of our revenue each year in research and development globally, building and strengthening a portfolio of solutions where our expertise can drive innovation to address the needs of the people we serve.

Strategy

Patient Affordability and Transparency

UCB makes information on our pricing and affordability available to patients. We provide accurate information on list price or wholesale acquisition cost (WAC), expected out-of-pocket costs across a range of coverage channels, as well as patient assistance information on our website at: UCB-USA.com/affordability.

Through our actions, we are dedicated to the continued evolution of an equitable public policy environment that recognizes and rewards innovation, encourages value-based care, and promotes affordable access to medicines for patients.

About UCB in the United States

  • 1,784 U.S. employees in 2023
  • US$1.1 billion (2023 U.S. economic footprint¹)
  • More than 125 active clinical studies
  • 7 UCB Offices across 5 communities maintaining sites in Georgia, Massachusetts, North Carolina, Washington, and Washington, D.C.

¹ Inclusive of the 2022 Zogenix, Inc. acquisition.

UCB | Accounting for Value 298

Our purpose is to create value for patients. Now and into the future.

Our Areas of Focus

  • Our People
  • Neurology
  • Sustainability as business approach
  • 90+ year scientific heritage
  • Immunology

  • >3.2M Patients use our medicines around the world

  • 36 Countries
  • 9K Employees
  • 1928

Our goal is to address the unmet needs of people living with a range of complex conditions, with a primary focus on neurological and immunological diseases, no matter how big or small the patient population. Receiving approvals for three new medicines in 2023 reflects a culmination of years of work and our commitment to continuously improving the standard of care across severe diseases:

  • In rare disease, including myasthenia gravis, we aim to solve the challenge of lived experiences one individual patient at a time with tailored and unique approaches. We consider the person, not just the disease, and the people who care for them.
  • In immunology, our ambition is to bring ‘best-in-disease’ treatment options to the community to enable more patients to achieve disease remission and to slow disease progression in people with moderate to severe diseases.

We continue to develop and deliver impactful solutions to support patient populations including those living with psoriasis, psoriatic arthritis, axial spondylarthritis, rheumatoid arthritis, epilepsy, myasthenia gravis, rare syndromes like Lennox-Gastaut and Dravet, and osteoporosis with continued research in gene therapy and development efforts in diseases such as hidradenitis suppurativa, ultra-rare mitochondrial disease, juvenile idiopathic arthritis, and systemic lupus.

For Additional Information on UCB, Visit:

  • U.S. Public Policy Platform
  • UCBCares Patient and Provider Resources
  • Affordability Information
  • Sustainability as Our Business Approach
  • U.S. Innovation
  • Diversity, Equity, and Inclusion at UCB

UCB-USA.com

“At UCB, we are committed to creating treatments that empower people living with severe disease to achieve their own goals and live their best possible lives. That’s why we create tailored patient support programs designed to help patients with access, affordability, and treatment support throughout their treatment journeys.”

Camille Lee, Head of U.S. Immunology

299 | Geïntegreerd jaarverslag 2023

One way we do this is through our commitment to working with stakeholders throughout the value chain to promote affordable and equitable access to care for people living with severe diseases. As part of this commitment, we support the patient community in advancing policies designed to remove impediments to providers’ ability to prescribe the most appropriate therapy and that preserve manufacturers’ ability to provide assistance for patients who cannot afford needed medicines. We know we need to listen and learn from the patient community in order to best address their needs. When it comes to the broader U.S. healthcare system, the policy environment plays a role in supporting innovation and value. Unfortunately, recent policies continue to create challenges for affordability and insurance benefit design, which can negatively impact patients and society. We believe the healthcare system needs to evolve further to serve patients better, including taking a closer look at how medicines make their way from researchers and manufacturers through the entire U.S. drug value chain to identify reforms that will improve access and affordability while allowing for continued innovation to bring improved treatments to people living with severe diseases.

Prioritizing our commitment to ensuring patients can access needed medications in this environment while maintaining a pricing model that supports innovation, UCB developed and implemented a set of foundational pricing principles in 2019 that tie price to value. As part of UCB’s pricing principles, net prices generally do not increase each year by more than the Consumer Price Index for All Urban Consumers (CPI-U), a metric that represents the percent change over time of the price of specific goods and services in the U.S. Any increase in price is tied to the value UCB’s products bring to patients and society. Exceptional net price increases above CPI-U are linked to meaningful increase in patient or societal value. The CPI-U baseline is determined by a combination of Bureau of Labor Statistics data and Federal Open Market Committee (FOMC) forecasts.

Sustainable Access for Patients

Delivering Affordable and Equitable Access for Patients While Accounting for Value

We recognize that value comes in many forms, including those which cannot be measured in financial terms alone. We aim to apply a principled, evidence-based approach when pricing our medicines, consistent with the value our solutions create for society, patients, and the healthcare system. Our goal is to enable affordable access to our medicines for all people who need them, in a way that is mutually viable for patients and their caregivers, society, and UCB. To respond to specific needs to optimize patients’ experiences, we offer comprehensive support services to help patients and their caregivers who may face barriers to accessing or affording needed medicines.

“Every stakeholder within the value chain has a role to play in ensuring access. It is our responsibility as innovators to engage payers and decision makers early – where possible – to find ways to ensure that our innovative treatments, once discovered and developed, are delivered in a way that is accessible for the right patients and viable for people impacted by severe diseases, for UCB, and for society.”

Mark Morgan, President and Head of U.S. Operations and Payer Value Strategy

UCB | Accounting for Value 300

Patient Support

People are at the heart of all that we do. We offer assistance programs that aim to help patients achieve their best lives, beyond their disease needs. For patients prescribed one of our medicines, we provide tailored patient support programs that offer a suite of tools, programs, and resources designed to help patients with access, affordability, and treatment support throughout their treatment journeys.# UCB | Accounting for Value

Patients are paired with dedicated coordinators who offer additional support. Our other key assistance programs include:

## UCBCares

Patients should never feel alone or left with unanswered questions about medications they have been prescribed. UCBCares is a dedicated service providing support to patients, caregivers, and healthcare professionals throughout the treatment journey. When contacting UCBCares, patients and their families interact with specialists who are caring, ready to listen, and prepared to help. The UCBCares team can be reached online or by phone at 1-844-599-CARE (2273) to help with questions about UCB products, clinical trials, or our assistance programs.

“At UCB, we know our past breakthroughs are only a prologue to our future. We will continue to reimagine the holistic care for those living with epilepsy and rare epilepsy syndromes, leveraging today’s expertise for a better tomorrow.”

Brad Chapman, Head, U.S. Epilepsy and Rare Syndromes

301

Geïntegreerd jaarverslag 2023

## Figure 1 – Patients Benefiting from UCB Assistance Programs

2019 2020 2021 2022 2023
Patients Benefiting from UCB Assistance Programs (including PAP and Co-Pay) 72,803 84,754 100,214 95,583 74,102¹

¹ UCB’s assistance programs – including the patient assistance program and co-pay assistance – have helped over 74,000 patients in 2023. UCB also works to ensure our medicines are accessible to those who need them by considering patient out-of-pocket costs when negotiating formulary access with payers and offering patient assistance programs for uninsured or underinsured patients. For future launches, we use an internal pricing framework to continue ensuring that our pricing reflects the value our medicines provide to specific populations with unmet needs.

“While we have delivered on our ambition to create a UCB Rare Disease Portfolio, we still continue the dialogue by asking a simple question — how do we create patient value? — because it is how we show up for patients that make up the moments that matter to them.”

Kimberly Moran, Ph.D., Head of U.S. Rare Disease

## UCB Portfolio Pricing for Sustainable Value – 2019-2023

We strive to promote a healthcare system that provides affordable, and equitable access for all patients who need our medicines. Guided by our pricing principles, we follow a value-based pricing approach to support access to our medicines. As a reflection of our principles, our cross-portfolio net prices have decreased five years in a row. Simultaneously, our average discount rate increased by 2.6 percentage points, with UCB’s 2023 discounts hitting an all-time high of 51.5%. That means UCB decreased our cross-portfolio list prices by over half as part of negotiations with health insurers and statutorily required government discounts. We provided US$ 2.8 billion in rebates, discounts, and fees to private payers and government programs as well as providers, distributors, and others. The rebates, discounts, and fees paid by UCB reflect the misaligned incentives in our current U.S. value chain that prioritize robust concessions from manufacturers to payers. However, we provide these discounts or rebates to payers and pharmacy benefit managers (PBMs) to support and improve access for patients who need and would benefit from our medicines. The portion of discounts UCB pays to Medicaid (16%) reflects the supplemental rebates that states negotiate directly with manufacturers. Medicaid discounts along with discounts from Medicare programs (19%), and other public insurance programs, results in 36% of all discounts going towards programs critical to many older and low-income Americans.

302

UCB | Accounting for Value

In the current U.S. healthcare system, rebates and discounts should translate to lower cost-sharing and greater affordability for patients. Unfortunately, discounts and rebates are not always used by payers to decrease out-of-pocket costs for patients. More can be done to ensure these discounts are passed to patients at the pharmacy counter. Despite the constraints of the current system, we aim to create value for patients by providing them with access to medicines that help them take back control in their lives, whatever that means for them.

## Figure 2 – UCB U.S. Product Portfolio Pricing

% Change, 2019-2023

2 Annual percent change vs. prior year was calculated at a product level and weighted across the company’s U.S. Product Portfolio

3 Represents the year-over-year change in the average list price or wholesale acquisition cost (WAC)

4 Represents the year-over-year change in average net price, which is WAC less rebates, discounts and returns, as provided by UCB Finance

5 Weighted average annual discount is calculated by dividing the sum of annual rebates, discounts and returns by annual gross sales

Data Note: Rebates, discounts, and returns are estimated by the company and methodologies used may differ from those used by other companies. This data is not audited and should be read in conjunction with the company’s filings with the Financial Services and Markets Authority (FSMA). UCB implemented its pricing principles and the realization took place between 2019 and 2020, which is reflected in the data.

6 Based on December monthly data aggregated for U.S. marketed products (briviac t™ (brivaracetam), Cimzia™ (certolizumab), Fintepla™ (fenfluramine), Nayzilam™ (midazolam), Neupro® (rotigotine), and Vimpat® (lacosamide)). Nayzilam’s first full year on the market was 2020.

7 In 2023, UCB switched to an external source for patient numbers to facilitate auditability. 2023 patient numbers and year-over-year comparisons in this document are calculated using the Moving Annual Total (MAT) patients (Estimated Actual Treated) at the end of Q3/2023 as provided by IQVIA.

2019 2020 2021 2022 2023
U.S. Product Portfolio % Change vs. Prior Year 2
List Price Change ³ (WAC) 6.4% 4.9% 4.0% 6.3% 5.7%
Net Price Change ⁴ 3.6% -2.5% -2.3% -3.3% 0.4%
U.S. Product Portfolio Avg. Discount ⁵ (%) 39.4% 42.2% 45.2% 48.9% 51.5%

## Figure 3 – Patients Benefiting from UCB Products in the U.S.

2019 2020 2021 2022 2023
U.S. Patients Served by UCB Products ⁷ 321,986 334,942 417,834 312,403 310,602

UCB works within the current system, providing robust negotiated rebates and discounts, to ensure that patients have access to needed medications, while simultaneously endeavoring to positively change that system to improve patient affordability of all medicines.

303

Geïntegreerd jaarverslag 2023

# UCB Perspectives

Discovering new solutions propels patient care forward. At UCB, we work every day to discover and deliver differentiated solutions to give people impacted by severe diseases more options that help them live the best life they can, whatever that means for them. We strive to undertake initiatives beyond medicines to accelerate discoveries, help the value chain work better, and improve the patient journey.

UCB understands regular engagement with the people who benefit from our medicines, healthcare professionals, advocacy, and professional organizations is an important aspect of our work to advance policies that support value-driven care and help people living with severe diseases. Our ambition is to continuously innovate to develop unique solutions that create the best individual experience for patients. This also means ensuring access for all who need these solutions, in a way which is viable for UCB, for patients, for communities, and for society. Our work to build a coalition with patient advocates and healthcare professionals to transform the policy and access landscape for patients with hidradenitis suppurativa and partnering with the myasthenia gravis (MG) community to listen and elevate the voices of those impacted fuels innovation and programs that make a tangible difference for patient and their families.

## Collaborating with Patient Communities

## Value-Driven Care

“Innovation in healthcare is not just about developing new treatments or technologies, but also about understanding patients’ needs. When we promote a healthcare system that supports value-based care, we are recognizing and responding to a person’s unique needs so they can enjoy the moments that matter most.”

Patty Fritz, Head of U.S. Corporate Affairs

304

UCB | Accounting for Value

## Health Equity

At UCB, we understand we have an important role to play in helping to close care gaps impacting historically excluded and disenfranchised populations. We believe that health equity is achieved when every person can attain their best health potential, and no one is disadvantaged from achieving this potential because of social position or other socially determined circumstances. One place where we see a critical gap is in dermatology diagnosis, treatment, and general care. Specifically, the prevalence of psoriasis may actually be higher in people of color. Not only does this impact diagnosis, but it also affects the types of treatments offered, access to those treatments, and most importantly, the patient’s quality of life. We are partnering with key stakeholders in the dermatology community to build a clinical trial infrastructure that addresses health disparities and closes the gap in clinical trial diversity to better reflect the intended treatment population.

“To achieve health equity, we must understand the care journey, including social determinants of health that exacerbate health inequity and prevent people from achieving the best possible health outcomes. A healthcare system that supports sustainable, affordable, and equitable access is one that tackles the important issues impacting health equity.”

Patty Fritz, Head of U.S. Corporate Affairs

Women living with chronic diseases may encounter challenges related to the management of their disease and their medication — including whether to continue or stop treatment during their reproductive health journey.# UCB | Accounting for Value 305

UCB launched a global commission named BRIDGE (Better Research, Information and Data Generation for Empowerment) to advance practical and action-oriented solutions to overcome information gaps that affect women’s health. BRIDGE is a voluntary, multidisciplinary group of physicians, researchers, patients, and women’s health advocates working to empower women with chronic diseases with evidence-based, accessible information to make shared decisions about their treatment during their reproductive health journey.

We are encouraged by the redesign of the Medicare Part D cost- sharing structure contained in the Inflation Reduction Act. We hope that the changes will lower Medicare beneficiaries’ out- of-pocket costs, and the option allowing patients to “smooth” large costs over the benefit year will assist patients in affording their medicines. This change is the first step toward helping patients manage out-of-pocket costs and may improve access to necessary treatments. UCB is hopeful that additional changes are on the horizon:

  • Oftentimes, medicines are valued by PBMs based on the discounts offered by manufacturers rather than the potential benefits a medicine provides. However, patients still do not benefit from negotiated discounts for prescription drugs. Often, patients’ cost-sharing at the pharmacy counter is based on the full list price, rather than the negotiated, or net, price insurers pay. Basing patient cost on negotiated, rather than list, prices would meaningfully lower patient out-of- pocket costs.
  • Patients should have access to a range of affordable, quality health plan options that permit patient assistance from manufacturers and offer robust patient protections. To that end, UCB supports policy reforms that require co-pay assistance from manufacturers to count toward a patient’s deductible and out-of-pocket maximum (e.g., co-pay accumulator and maximizer bans), or at least limit the use of those programs. We also want to ensure patient health plans provide formulary access to innovative, specialty medicines. We have come so far – developing treatments that have transformed the standard of care for patients with rare conditions and diseases. However, excluding specialty medicines from covered benefits can be detrimental to patients.

Health System and Societal Value

Building a Sustainable, Value-Driven System Together

The U.S. health system is highly complex, and achieving broad, systemic change is hard. When our public policy environment supports innovation and value-based care, patients, and the entire healthcare system benefit. At the same time, policies, like some of those included in the Inflation Reduction Act, fall short on improving affordability and protecting innovation. We won’t stop innovating, but stifling competition that fosters more choices and lowers costs for patients is a harmful policy approach. While some changes will improve affordability – like an annual cap on what seniors pay for medicines – there are more changes that would help improve both affordability and access we would like to see. This includes sharing rebates at the pharmacy counter and eliminating the deductible in Part D. To build a resilient health system for the future, we need solutions that span the system and stakeholders. UCB is helping to drive that kind of change through transparency on current access and affordability challenges to facilitate critical conversations to move our healthcare system forward in ways that serve people living with severe diseases better.

Improving Patient Affordability

We are committed to working across the healthcare ecosystem – with patients, payers, providers, caregivers, and policymakers – to explore a broad range of value-driven contracting and financing approaches that more clearly connect price to value and support smarter spending in the healthcare ecosystem, while ensuring that patients can access and afford the next generation of transformative medicines.

UCB | Accounting for Value 306

Preserving the Provider-Patient Relationship

UCB supports healthcare providers’ ability to choose the best medicine for an individual patient’s treatment needs and goals while minimizing unnecessary administrative burdens or treatment restrictions (such as prior authorization procedures). As part of this commitment, we actively advocate to advance policies designed to remove impediments to providers’ ability to prescribe the most appropriate therapy and that preserve manufacturers’ ability to provide assistance for patients who cannot afford needed medicines.

Of particular concern is step therapy, a mechanism used by payers to require patients to “step through” or “try and fail” on one or more treatments before getting access to the most appropriate treatment, as determined by the patient and their healthcare provider. We join with patient communities in actively supporting policy reforms to address step therapy, including the federal and state-level step therapy override legislation. Within individual states, UCB has also piloted a program to create resources to educate and assist providers when navigating step therapy override processes to help enable patient access to the most appropriate therapy.

We also oppose policies that penalize eligible patients for accessing manufacturer assistance in affording their medicines and join with the community in advocating for the elimination of or limitations on co-pay accumulator and maximizer policies. UCB is engaged at both the state and federal levels to advocate for policies that curb the use of both co-pay accumulator and maximizer programs in federally-regulated health plans.

At UCB, we remain dedicated to the continued evolution of a public policy environment that preserves patient-provider shared decision-making and simultaneously recognizes and rewards innovation and encourages value-based care while promoting affordable access to medicines for patients.

“There’s a lot going on around the country and in Congress to try to address some of these issues. And it’s great that the patient community is working together to make sure this is happening, and it’s also great to have the support of pharmaceutical companies.”

Carl Schmid, Executive Director, HIV+Hepatitis Policy Institute

UCB | Bijlage Maatstaven toegang tot geneesmiddelen 307

Bijlage Maatstaven toegang tot geneesmiddelen

Dit document geeft informatie en details over de methodologie, de reikwijdte en de gegevensbronnen die UCB gebruikt om de twee maatstaven van toegang tot geneesmiddelen te berekenen. Deze maatstaven gebruiken we om onze prestaties op dit gebied te meten: de Access Coverage Performance Index (ACP) en de Time to Access Index (TTA).

1. Reikwijdte:

a. Landen

Alle landen waar UCB actief is, d.w.z. waar er commerciële en markttoegangsactiviteiten zijn. Het gaat in totaal om 35 landen uit 3 grote regio’s (EU, IM, VS) waar we actief zijn. Enkele bijzonderheden om op te merken:

  • Voor het Verenigd Koninkrijk hebben we ons verder verdiept in 3 landen: Engeland, Schotland en Wales, omdat elk land zijn eigen processen heeft voor het vergoeden van geneesmiddelen. Dit impliceert ook een andere timing voor het verkrijgen van de vergoeding.
  • Om de prestaties van Access KPI’s te meten, hebben we Canada, Brazilië en Mexico opgesplitst in publieke en private kanalen. De producten zijn meestal sneller beschikbaar op de private markt dan op de publieke, en elk kanaal heeft een ander proces en andere instellingen voor vergoedingen. Bovendien verschilt de populatie die gedekt wordt door publieke en private verzekeringen. Andere markten maken geen onderscheid tussen publieke en private kanalen en geven de voorkeur aan één enkel prijs- en vergoedingsproces.
  • Om de prestaties van Access KPI’s in het geval van de VS te meten, hebben we deze opgesplitst in 5 kanalen. Elk kanaal heeft zijn eigen prijs- en vergoedingsprocedures en dekt verschillende patiëntsegmenten.
  • De enige landen die zijn uitgesloten zijn India en Oekraïne, omdat er voor beide markten geen lokaal Pricing & Access team is voor vergoedings- en prijsonderhandelingen.

UCB | Bijlage Maatstaven toegang tot geneesmiddelen 308

De onderstaande tabel geeft de verdeling van de reikwijdte weer:

Landen Kanalen
Verenigd Koninkrijk (landen worden afzonderlijk gemeten: Engeland, Schotland, Wales) Openbaar
Mexico Publiek, Privaat
Canada Publiek, Privaat
Brazilië Publiek, Privaat
Verenigde Staten 5 kanalen voor verschillende vergoedings- en toegangstrajecten voor patiënten (voor verschillende particuliere en publieke toegangstrajecten, zoals particuliere verzekeringen, Medicare, Medicaid)
Australië Publiek
België Publiek
Bulgarije Publiek
China Publiek
Denemarken Publiek
Duitsland Publiek
Finland Publiek
Frankrijk Publiek
Griekenland Publiek
Hongarije Publiek
Hongkong Publiek
Ierland Publiek
Italië Publiek
Japan Publiek
Kalkoen Publiek
Korea Publiek
Luxemburg Publiek
Nederland Publiek
Noorwegen Publiek
Oostenrijk Publiek
Polen Publiek
Portugal Publiek
Roemenië Publiek
Rusland Publiek
Slowakije Publiek
Spanje Publiek
Taiwan Publiek
Tsjechië Publiek
Zweden Publiek
Zwitserland Publiek

UCB | Bijlage Maatstaven toegang tot geneesmiddelen 309

b. Producten en indicaties

De reikwijdte van de Access KPI’s omvat alle geneesmiddelen en indicatiecombinaties van UCB. Dit wordt bepaald door de inclusiecriteria:

i) de markttoelating van het product door regionale of nationale autoriteiten (zoals de EMA voor Europa, FDA voor de VS of PMDA voor Japan);

ii) UCB is de houder van de markttoelating voor dat specifieke land.

De onderstaande tabel geeft de lijst van producten en indicaties weer die binnen de reikwijdte van beide KPI’s vallen.# Product Indicatie
* BIMZELX ®
* Axiale spondyloartritis
* Artritis psoriatica
* Plaque psoriasis
* BRIVIACT ®
* Partiële aanvallen (toevoeging 1 , volwassenen)
* Partiële aanvallen (toevoeging, 2-4-jarigen)
* Partiële aanvallen (toevoeging, 4-16 jaar)
* CIMZIA ®
* Axiale spondyloartritis
* Ziekte van Crohn
* Niet-radiografische axiale spondyloartritis
* Artritis psoriatica
* Plaque psoriasis
* EVENITY ®
* Postmenopauzale osteoporose
* FINTEPLA ®
* Syndroom van Dravet
* Syndroom van Lennox-Gastaut
* VIMPAT ® (alleen voor Japan, aangezien andere landen de exclusiviteit hebben verloren)
* Primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen
* Partiële aanvallen (monotherapie, volwassenen)
* Partiële aanvallen (toevoeging, 4-16-jarigen)
* Partiële aanvallen (monotherapie, 4-16 jaar)
* RYSTIGGO ®
* Gegeneraliseerde myasthenia gravis
* NAYZILAM ® (alleen goedgekeurd in de VS)
* Epilepsie

1 Adjunctieve therapie. Om prioriteit te geven aan het verzamelen en analyseren van prestatiegegevens voor onze toekomstige lanceringen, sluiten we enkele producten en indicaties uit waarvoor we al volledige toegang hadden in landen waar we actief zijn. Daarom volgen we de gegevens voor de onderstaande producten niet:
* KEPPRA ® en NEUPRO ® : worden beschouwd als historische activa, waarop voor het grootste deel van de wereld geen patent meer rust. We zijn van mening dat deze producten vandaag de dag breed toegankelijk zijn en voldoen aan de behoeften van patiënten dankzij beschikbare oplossingen op de markt. Deze worden daarom niet specifiek gemeten als onderdeel van de performance-indicator, die sinds 2021 in wezen de toegangsprestaties volgt voor nieuwe marktlanceringen.
* CIMZIA ® : voor de indicatie artritis psoriatica (alleen opgenomen in de beoordeling voor de VS, het VK en niet-Europese landen) en de indicatie ankyloserende spondylitis. Om historische redenen met betrekking tot de beschikbaarheid van gegevens kan UCB de toegang tot alle markten voor die twee indicaties nog niet nauwkeurig opvolgen. Voor reumatoïde artritis achten we dit product op dit moment breed toegankelijk voor deze indicatie en tot nu toe hebben we nog niet de volledige dataset kunnen verzamelen om dit te bevestigen.

UCB | Bijlage Maatstaven toegang tot geneesmiddelen 310

2. Methodologie:

a. Hoe worden de KPI’s gemeten?

De volgende voorwaarden gelden voor zowel de ACP als de TTA:

i. Handelsvergunning: We houden rekening met de gepubliceerde besluiten van gezondheidsautoriteiten van het land of de regio die beoordeeld wordt, bijv. de EMA (European Medicines Agency) voor Europa, Swissmedic voor Zwitserland, de FDA (Food & Drug Administration) voor de VS, enz.

ii. Vergoeding: We houden rekening met de definitie van “beschikbaarheid” van brancheverenigingen zoals gebruikt in de methodologie om de “TTA-benchmarks” voor de industrie te evalueren. In de meeste gevallen wordt dit beschouwd als de gepubliceerde beslissing voor opname in de positieve lijst (bv. - voor België is een geneesmiddel beschikbaar als het vermeld staat op de officiële website van het INAMI-RIZIV als definitieve vergoeding of als tijdelijke vergoeding (code T) onder een Managed Entry Agreement). Voor de exacte datum van de vergoeding houden we rekening met de definitie van “tijd tot beschikbaarheid” zoals gebruikt in de methodologie om de “TTA-benchmarks” van de sector te evalueren.

De volgende voorwaarden zijn alleen van toepassing op de Access Coverage Performance Index:

i. Access Coverage Performance: verwijst naar het aandeel van UCB-producten/indicaties die een onderhandelde vergoedingslijst of een onderhandeld programma voor beheerde toegang hebben bereikt in een bepaalde markt waarop wij actief zijn, waardoor patiënten toegang krijgen tot en kunnen profiteren van de oplossingen van UCB. We definiëren “Access” Coverage als via onderhandelingen vergoede toegang tot het geneesmiddel, ongeacht eventuele beperkingen die worden toegepast om consistent te kunnen meten en de verschillende producten en landen te kunnen vergelijken. Beperkingen kunnen voornamelijk verband houden met: een kleinere populatie dan de populatie die beschreven staat op het etiket van het product waarvoor ze vergoed zouden kunnen worden of de aanbeveling om het product te gebruiken als tweede of latere keuze van behandeling. We definiëren “No Access” Coverage als toegang tot het geneesmiddel dat niet wordt vergoed. De term “programma voor beheerde toegang” verwijst naar alle mechanismen waarin een product kan worden gebruikt voordat het op de markt wordt toegelaten en vergoed. Het geeft het proces aan waarbij de arts een aanvraag doet voor een product van een farmaceutisch bedrijf en uiteindelijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Het dekt de behoefte aan eenvoudiger toegang tot geneesmiddelen die wachten op goedkeuring en vergoeding. Dit is een praktijk die vooral voorkomt bij weesgeneesmiddelen, omdat er voor dergelijke ziekten geen alternatieve oplossingen beschikbaar zijn totdat de vergoeding is verkregen. In onze methodologie met betrekking tot de programma’s voor beheerde toegang zijn er 3 voorwaarden waaraan ze moeten voldoen om ervan uit te gaan dat het product toegang heeft in het land:
i) Het programma moet actief zijn en wordt pas meegeteld na markttoelating;
ii) Er moet een derde partij zijn (bv. een ziekenhuis) die de behandeling van de patiënt dekt (noch de patiënt, noch UCB dekken de behandeling); en
iii) Er mag geen limiet zijn voor het aantal patiënten dat zich kan inschrijven voor het programma.

ii. Formule voor Access Performance Coverage:
Index = Totaal aantal onderhandelde vergoedingsoverzichten en onderhandelde programma’s voor beheerde toegang bereikt voor elk product/indicatie in elk land / Totaal aantal producten/ indicaties in elk land dat een handelsvergunning heeft (raadpleeg de reikwijdte-sectie hierboven voor landen en producten/ indicaties en de berekeningsmethodologie voor KPI’s hieronder).

iii. Wat is inbegrepen en wat is uitgesloten in de performance-indicator:

Berekeningsmethode voor KPI’s

Meegenomen
Alle onderstaande categorieën worden meegenomen in de berekening. Alleen de categorie Toegang heeft invloed op de performance-indicator:
• Toegang: Prijsstelling en vergoedingsnotering of opening van programma’s voor beheerde toegang op nationaal of subnationaal niveau in de landen waar UCB actief is.
• In afwachting: Als de voorbereiding voor indiening nog niet is begonnen, of indiening in voorbereiding is of als het dossier is ingediend.
• Niet gepland: Als UCB de beslissing heeft genomen om niet voor vergoeding te gaan, of als de beslissing om wel voor vergoeding te gaan nog niet is genomen.
• Afgewezen: Als de autoriteiten geen toegang verlenen.
Niet meegenomen
• LOE: Alle producten die hun patentbescherming in een bepaald land hebben verloren, zijn verwijderd omdat ervan wordt uitgegaan dat dergelijke producten op grote schaal beschikbaar komen als gevolg van de introductie van generieke producten en prijsverlagingen.
• Uitgevoerd door Amgen: Voor EVENITY ® houden we geen rekening met de prestaties in de landen waar Amgen de vergoedings- en commercialiseringsactiviteiten uitvoert, aangezien UCB niet betrokken is bij enige activiteit om het product op die locaties op de markt te brengen.
• Niet wettelijk goedgekeurd: Producten die nog geen markttoelating hebben gekregen (wettelijk goedgekeurd), worden uitgesloten van de berekeningen.

311 Geïntegreerd jaarverslag 2023

iv. Nationale versus subnationale aanpak: Door verschillen in gezondheidsecosystemen is toegang niet altijd gedefinieerd op nationaal niveau. In verschillende landen garandeert een nationale vergoeding geen toegang voor patiënten omdat verschillende regionale autoriteiten of andere entiteiten zoals ziekenfondsen, ziekenhuisgroepen, ziekenhuizen, enz. verdere onderhandelingen over prijsstelling en vergoeding vragen en de macht hebben om beperkingen op te leggen aan het gebruik van een geneesmiddel. Daarom vinden we dat voor die landen de toegang op subnationaal niveau moet worden gemeten.

Landen waar we toegang meten op subnationaal niveau:

v. Variaties in gegevensbronnen:
* Groot-Brittannië en Spanje: We hebben een partnerschap met een derde partij genaamd “Value Base” die de identificatie van toegangsstatus ondersteunt en helpt bij het verzamelen van bewijs met betrekking tot toegang voor onze producten. Het partnerschap richt zich op subnationale gegevens voor het Verenigd Koninkrijk en Spanje.
* Specifiek voor Spanje: voor subnationale calculatie plaque psoriasis-indicatie BIMZELX ® , we beschouwen ook interne verkoopgegevens als een proxy om toegang op ziekenhuisniveau te identificeren in aanvulling op de aanwezigheid van formularium.
* Canada: We vertrouwen op gegevens van een derde partij genaamd “MAPOL” om de toegang tot een privaat kanaal te verifiëren.
* VS: We vertrouwen op gegevens van een derde partij genaamd “MMIT” om de toegang op kanaalniveau te verifiëren.

vi. De roll-upbenadering (d.w.z. de 66%-regel voor “roll up”)

Nationaal
Voor de landen die alleen op nationaal niveau toegang hebben, wordt de Access Coverage door de landen verstrekt op het moment dat de kwartaalgegevens worden verzameld. We definiëren “Access” Coverage als via onderhandelingen vergoede toegang tot het geneesmiddel, ongeacht eventuele beperkingen die worden toegepast om consistent te kunnen meten en de verschillende producten en landen te kunnen vergelijken en vanwege de beschikbaarheid van gegevens. We houden rekening met de definitie van “beschikbaarheid” van brancheverenigingen zoals gebruikt in de methodologie om de “TTA-benchmarks” voor de industrie te evalueren (zie relevante informatie in de “Methodologie voor het bepalen van de Time to Access (TTA) benchmarks voor de industrie”). In de meeste gevallen wordt dit beschouwd als het gepubliceerde besluit voor opname in de positieve lijst.# Subnationaal

Voor de landen die naast nationale toegang ook toegang hebben op subnationaal niveau, hebben we een andere methodologie om de status “toegang”/”geen toegang” te berekenen, aangezien het toegangsniveau op elke DMU in aanmerking moet worden genomen en moet worden opgeteld. We beoordelen elke DMU op toegang of geen toegang. Als bewijs van toegang beschouwen we de opname van een product in het ziekenhuisformularium of een bestaand contract. Voor alle DMU’s die toegang hebben, tellen we hun gewichten op: als de som groter is dan of gelijk is aan 66%, beschouwen we de toegang voor dat product / die indicatie als verleend voor de markt.

EU IM Italië Hongkong Nederland Brazilië Spanje Canada VK (Schotland, Wales, Engeland) VS

Voor deze landen, voor elk product en elke indicatie wordt subnationale toegang gedefinieerd op DMU-niveau (Decision Making Unit). Het type DMU’s (bijv. regio’s, ziekenhuizen, ziekenfondsen) kan per land en product verschillen, afhankelijk van het lokale gezondheidssysteem van een land. De DMU’s worden gewogen aan de hand van bevolkingsgegevens of patiëntgegevens die overeenkomen met de DMU. Voor de weging worden gegevens gebruikt van officiële overheids- of gezondheidsstatistieken. We beoordelen of elke DMU toegang of geen toegang heeft. We beschouwen de opname van een product in het ziekenhuisformularium of een bestaand contract als bewijs. Er kunnen zich gevallen voordoen waarin subnationale gegevens niet onmiddellijk beschikbaar zijn in de maanden na het bereiken van een nationale prijs- of vergoedingsnotering. In dit geval gaan we uit van een periode van 6 maanden waarin we een “voorwaardelijke toegang” beschouwen totdat er subnationale gegevens beschikbaar zijn. Als er tijdens deze periode gegevens beschikbaar zijn, schakelen we over naar Subnationale toegangsmeting. Als er na 6 maanden geen gegevens beschikbaar zijn, gaan we ervan uit dat de toegang niet is bereikt (voor de Access Coverage Performance KPI).

UCB | Bijlage Maatstaven toegang tot geneesmiddelen 312

De volgende voorwaarden zijn specifiek voor Time to Access Index:

i. De Time to Access (tijd tot toegang) verwijst naar het aantal dagen dat een land nodig heeft om van de markttoelating van een geneesmiddel over te gaan tot het verkrijgen van een onderhandelde vergoedingslijst (nationaal niveau) voor dat geneesmiddel of tot een onderhandeld programma voor beheerde toegang. Time to Access wordt gemeten voor de landen waar UCB aanwezig is, wat betekent dat het lokale Pricing & Access-team verantwoordelijk is voor de onderhandelingen over vergoeding en prijs. De KPI volgt de tijd tussen de vergunning voor het in de handel brengen en de beslissing van de betalers om dekking en vergoeding te bieden voor nieuwe UCB-geneesmiddelen - gemeten ten opzichte van de mediane tijd tot vergoeding in de individuele markten waar UCB actief is. Om UCB in staat te stellen de tijdige toegang van haar geneesmiddelen voor patiënten bij te houden, werd een reeks onafhankelijk verkregen Time to Access (TTA) benchmarks voor de sector gebruikt als de externe benchmarks voor evaluatie. Deze onafhankelijk verkregen TTA-sectorbenchmarks, opgesteld door IQVIA Ltd. op verzoek en op aanwijzing van UCB, met behulp van de methodologie en gegevensbronnen die worden beschreven in de “Methodologie voor het bepalen van Time to Access (TTA) sectorbenchmarks”, vertegenwoordigen een maatstaf voor het mediane aantal dagen van markttoelating tot publieke vergoeding, en deze worden afzonderlijk bepaald voor elk land waar UCB actief is. IQVIA verzamelt en evalueert deze “TTA benchmarks” voor UCB en werkt deze jaarlijks bij. In het geval van een programma voor beheerde toegang wordt de datum van toegang beschouwd als de datum van de eerste patiënt die zich inschrijft voor het programma. Hetzelfde geldt voor de ACP-meting: er moet aan 3 voorwaarden voldaan zijn om toegang voor het product in het land te overwegen: i) Het programma moet actief zijn en wordt pas meegeteld na markttoelating; ii) Er moet een derde partij zijn (bv. een ziekenhuis) die de behandeling van de patiënt dekt (noch de patiënt noch UCB dekken het); iii) Er mag geen limiet zijn voor het aantal patiënten dat zich inschrijft in het programma.

ii. Formule voor Time to Access Index = # landen die tijdig goedkeuring hebben gekregen voor prijsstelling en vergoeding of een programma voor beheerde toegang binnen het jaar (ten opzichte van “TTA-benchmarks” uit de sector) / # landen waarvan werd verwacht dat ze binnen het jaar goedkeuring zouden krijgen voor prijsstelling en vergoeding (zoals geïdentificeerd met behulp van de “TTA-benchmarks” uit de sector) * 100

iii. Aannames en/of afwijkingen van de ‘standaard’ benadering:
* Duitsland: DMU’s bestaan in de vorm van ziekenfondsen en KV’s in Duitsland, en hebben een sturende functie op het niveau van toegang. We hebben de performance in Duitsland gemeten volgens de benadering van toegang op nationaal niveau, aangezien artsen geneesmiddelen mogen voorschrijven na goedkeuring van nationale vergoeding.
* Italië: In Italië bestaan DMU’s in de vorm van ziekenhuizen die de regionale richtlijnen volgen. Er is geen bewijs beschikbaar om toegang op ziekenhuisniveau aan te tonen. Daarom hebben we Italië gemeten volgens het regionale toegangsniveau, dat representatief is voor de subnationale toegang en waarvoor bewijs van toegang beschikbaar is.
* Spanje: In Spanje bestaan DMU’s in de vorm van ziekenhuizen die deel uitmaken van regio’s. Sommige regio’s hebben een gecentraliseerde rol en de ziekenhuizen in die regio’s volgen de regionale richtlijnen. In dit geval meten we de subnationale toegang op het niveau van de gecentraliseerde regio. Voor de ziekenhuizen die onafhankelijk van de regio beslissen (ook wel ‘gedecentraliseerde regio’s’ genoemd), meten we de toegang op ziekenhuisniveau.
* Taiwan: In Taiwan bestaan DMU’s in de vorm van ziekenhuizen waarvoor het niet haalbaar is om officieel toegangsbewijs te verkrijgen. Patiënten mogen elk ziekenhuis zonder beperkingen bezoeken, wat betekent dat zelfs als een ziekenhuis toegang heeft, we die als toegang voor het hele land beschouwen. Gezien deze kenmerken van de lokale markt hebben we de prestaties in Taiwan gemeten aan de hand van het nationale toegangsniveau.
* Nederland: In Nederland bestaan DMU’s in de vorm van ziekenhuizen. We hebben de toegang tot de indicaties van CIMZIA ® op subnationaal niveau gemeten, rekening houdend met dezelfde ziekenhuizen en hetzelfde gewicht als voor de indicatie plaque psoriasis van CIMZIA ® , gezien het gebrek aan patiëntengegevens om een afzonderlijk gewicht voor elk van de indicaties af te leiden.

313 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Methodology for determining Time to Access (TTA) industry benchmarks

Introduction

To enable UCB to track timely access of its medicines to patients, a set of independently sourced Time to Access (TTA) industry benchmarks has been used as the external industry benchmarks for evaluation. These independently sourced TTA industry benchmarks, prepared by IQVIA Ltd. at UCB’s request and direction, using the methodology and data sources detailed below, represent a measure of the median number of days from market authorization to public reimbursement, and these are separately determined for each country where UCB is operating (except for countries where the regulatory or reimbursement environment mean that this benchmark cannot be identified). These TTA industry benchmarks were determined across two specific product cohorts:

  • Non-orphan, non-oncology products
  • Orphan, non-oncology products

UCB has determined that these TTA industry benchmarks are a suitable metric for it to use in conjunction with observed reimbursement outcomes for its own products in order to calculate UCB’s 2023 TTA indices across the period from Q4 2023-Q3 2024.

Inclusion criteria

Human medicines with EMA authorization between 2018-2021 within the non-orphan, non-oncology, and the orphan non- oncology cohorts were included in the analysis to determine these TTA industry benchmarks. Products across all ATC codes (except K [Hospital Solutions], V [Various] & T [Diagnostics]) were included in the assessment. Generic, biosimilar, vaccine and new formulations were excluded from the analysis. Based on the inclusion criteria agreed with UCB, 78 products in the non-orphan non-oncology and 44 products in the orphan non-oncology cohorts were included in the TTA industry benchmark analysis. The same set of products were used across all markets to ensure consistency in the TTA industry benchmark analysis.

Methodology for determining TTA industry benchmarks

For each product, the time between local marketing authorization/EMA approval date and reimbursement date was calculated. Median time to access was then calculated within the two product cohorts to generate the TTA industry benchmarks for each of the countries in which UCB is currently operating. The median time to access has been used, rather than the mean, as it is generally considered that this measure provides a more stable and robust measure of the local time to access, due to it being less impacted by outliers in the data (i.e. products with a time to access which is significantly higher or lower than generally seen in that country). The following sections highlight the specificities of the methodology used to calculate TTA industry benchmarks for EU and ex-EU markets.

Methodology for determining TTA benchmarks in European countries

For European countries in scope (including England, Scotland, Russia, Turkey, and Switzerland), TTA industry benchmarks were assessed by leveraging the latest EFPIA Patient W.A.I.T. Indicator 2022 Survey (published Apr 2023) 1 . The survey covers products with EMA approval between 2018 to 2021, where time to access was collected as of 5th January 2023.The reimbursement dates used in the EFPIA Patient W.A.I.T Indicator were collected from EFPIA member associations, who collect information from official sources, member companies and/ or IQVIA sales data. For Switzerland, Turkey and Russia, local marketing authorization dates were used to calculate TTA industry benchmarks instead of EMA approval dates (used for all other countries). In the rare cases where no 2022 data was available, the EFPIA Patient W.A.I.T. Indicator 2021 Survey (published Jul 2022) 2 was used instead (in the case of Russia for non-orphan, non- oncology and orphan, non-oncology cohorts, and in Turkey for the orphan, non-oncology cohort). 1 https://www.efpia.eu/media/s 4 qf 1 eqo/efpia_patient_wait_indicator_final_report.pdf 2 https://www.efpia.eu/media/ 676539 /efpia-patient-wait-indicator_update-july -2022 _final.pdf

UCB | Bijlage Maatstaven toegang tot geneesmiddelen 314

Methodology for determining TTA benchmarks in ex-European countries

For ex-European countries in scope (i.e., Australia, Canada, Japan, South Korea, USA, China, Hong Kong, Taiwan, Mexico and Brazil), local market authorization and reimbursement status/ date were collected by IQVIA through secondary research of publicly available sources (often provided by local government departments in each country) and analysis of IQVIA data (where publicly available data was not sufficient to identify the reimbursement date). See the below table for more details on the source of data for each country.

1 https://fifarma.org/wp-content/uploads/ 2022 / 12 /FIFARMA-WAIT-Indicator -2022 _Report_vFinal -30 SEP 2022-4 .pdf

Note: The information upon which the TTA industry benchmarks have been determined was gathered from a wide variety of data sources. Reasonable efforts were employed in the collection and collating of these data to quality check the accuracy and completeness of the information in accordance with the IQVIA Information Services Published Specifications.

Source of data used for determining TTA benchmarks in ex-European markets

For USA, as the reimbursement environment is unique and patient access typically occurs very shortly after FDA approval, the time from FDA approval to first sale identified from IQVIA MIDAS ® sales data was used as a proxy for the time to availability. Due to limited accessibility of individual time to availability data in Mexico, the TTA industry benchmarks were estimated by triangulating between EFPIA Patient W.A.I.T. Indicator 2022 Survey and FIFARMA Patients W.A.I.T. Indicator 2022 Survey 1 .

315 Geïntegreerd jaarverslag 2023

TTA industry benchmarks Non-orphan non-oncology (median no. of days) Orphan non-oncology (median no. of days)
European countries
Austria 342 104
Belgium 502 587
Bulgaria 595 858
Czech 402 591
Denmark 108 207
Finland 348 304
France 373 667
Germany 55 45
Greece 1005 398
Hungary 462 369
Ireland 351 968
Italy 391 501
Luxemburg 410 395
Netherlands 214 393
Norway 289 620
Poland 680 737
Portugal 553 856
Romania 839 817
Russia 222 186
Slovakia 570 892
Spain 503 713
Sweden 159 524
Switzerland 105 368
Turkey 346 461
England 320 388
Scotland 331 420
Wales 3 320 388
Ex-European countries
Australia 232 373
Canada 584 819
Japan 78 62
South Korea 259 615
USA 36 37
China 323 524
Hong Kong 294 504
Taiwan 430 525
Brazil 721 590
Mexico 497 406

3 Wales is not specifically covered in the EFPIA Patient W.A.I.T. Indicator surveys, but as the guidance from NICE applies in both England and Wales (and must be followed by NHS Wales), and an independent assessment from AWMSG only occurs in exceptional circumstances, the England benchmark is used for Wales.

UCB | Bijlage Maatstaven toegang tot geneesmiddelen 316

Abbreviation

  • ATC: Anatomical Therapeutic Chemical
  • AWMSG: All Wales Medicines Strategy Group
  • EFPIA: European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations
  • EMA: European Medicine Agency
  • NICE: National Institute for Health and Care Excellence
  • TTA: Time to Access
  • WAIT: Waiting to Access Innovative Therapies

Definition

  • Availability: Inclusion of a centrally approved medicine on the public reimbursement list in a country
  • Time to Access: The time to access is the number of days between marketing authorization and the date of access to patients in each country (for most, this is the point at which products gain access to the reimbursement list)

317 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Woordenlijst

  • ACP (Access Coverage Performance): verwijst naar het aandeel van UCB-producten/indicaties die een onderhandelde vergoedingslijst of een onderhandeld programma voor beheerde toegang hebben bereikt in een bepaalde markt waarop wij actief zijn, waardoor patiënten toegang krijgen tot en kunnen profiteren van de oplossingen van UCB.
  • Aangepaste EBIT: Operationele winst gecorrigeerd voor bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten
  • Aangepaste EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization charges): operationele winst gecorrigeerd voor amortisatie, afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en andere bijzondere baten en lasten.
  • Aangepaste brutowinst: Brutowinst zonder afschrijving van immateriële vaste activa gerelateerd aan de omzet.
  • ALM: Afstemming activa/passiva
  • CW: Constante wisselkoersen
  • CO2e: Koolstofdioxide-equivalent
  • Kern-WPA/Kernwinst per aandeel: Winst toekomend aan de aandeelhouders van UCB, aangepast voor de impact na belasting van reorganisatiekosten, bijzondere waardeverminderingen, overige baten en lasten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van beëindigde bedrijfsactiviteiten, en de netto afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet, per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen
  • Kernproducten: BIMZELX ®, BRIVIACT ®, CIMZIA ®, EVENITY ®, FINTEPLA ®, KEPPRA ®, NAYZILAM ®, RYSTIGGO ®, VIMPAT ® en ZILBRYSQ ®
  • CGU (Cash generating unit): Kasstroomgenererende eenheid
  • DG&I: Diversiteit, gelijkheid en inclusie
  • DTA (Deferred tax asset): Uitgestelde belastingvordering
  • EBIT/Operationele winst: Operationele winst zoals vermeld in de geconsolideerde jaarrekening
  • EMA/Europees Geneesmiddelenbureau: Instantie die verantwoordelijk is voor de beoordeling van geneesmiddelen ter bescherming en bevordering van de gezondheid van mens en dier. www.ema.europa.eu
  • WPA: Winst per aandeel
  • Gevestigde merken: Portfolio van 150 geneesmiddelen van hoge kwaliteit die niet langer beschermd zijn door een patent, met bewezen waarde voor patiënten en artsen gedurende vele jaren
  • Gelijkwaardigheid: Gelijkwaardigheid betekent dat alle medewerkers eerlijke kansen krijgen voor ontwikkeling, vooruitgang, vergoeding en beloning in functie van hun aspiraties
  • Extra-financieel: “Extra-financieel” is de door UCB gebruikte term voor informatie die gewoonlijk als “niet-financieel” wordt aangeduid
  • FDA/ Food and Drug Administration in de VS: Agentschap binnen het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid en Human Services dat verantwoordelijk is voor de bescherming en bevordering van de gezondheid van het volk www.fda.gov
  • FVOCI (Fair value through other comprehensive income): Reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten
  • Financiële activa tegen reële waarde door de winst-en-verliesrekening: Financiële activa die vervolgens worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
  • Financiële activa tegen reële waarde via de niet- gerealiseerde resultaten: Financiële activa die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking via de niet-gerealiseerde resultaten
  • Financiële eenmalige posten: Winsten en verliezen voortvloeiend uit de verkoop van financiële vaste activa (andere dan afgeleide financiële instrumenten en restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen) alsook bijzondere waardeverminderingsverliezen op deze financiële vaste activa worden beschouwd als financiële eenmalige posten

UCB 318

  • HSWB (Health, Safety and Wellbeing): Gezondheid, veiligheid en welzijn van UCB werknemers
  • LTI (Long-Term Incentives): Lange-termijnincentives zijn gericht op het motiveren en behouden van belangrijk talent gedurende een periode van minimaal 3 jaar. Ze stemmen de beloningen van medewerkers af op de bedrijfs- en patiëntdoelen en zorgen voor meer financiële voordelen naarmate het bedrijf groeit. Bij UCB omvat dit toegekende aandelen, aandelenopties en prestatieaandelen.
  • NCI (Non-controlling interest): Minderheidsbelangen
  • Netto financiële schuld: Langlopende en kortlopende leningen, obligaties en voorschotten in rekening-courant verminderd met voor verkoop beschikbare obligaties, in pand gegeven contanten met betrekking tot financiële leaseovereenkomsten, geldmiddelen en kasequivalenten
  • OCI (Other comprehensive income): Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
  • Weesgeneesmiddel: Een geneesmiddel gebruikt tegen zeldzame ziekten
  • Patiëntaantal: Ook wel mensen genoemd die toegang hebben gehad tot onze oplossingen e.a. In 2023 schakelde UCB over op een externe bron voor patiëntaantallen om de controleerbaarheid te vergemakkelijken. Patiëntaantallen in 2023 en vergelijkingen tussen jaren in dit document zijn berekend aan de hand van het voortschrijdend jaartotaal aan patiënten (schatting werkelijk behandeld) aan het einde van Q3 / 2023, zoals aangeleverd door IQVIA, tenzij anders vermeld.
  • PBM: Pharmacy Benefit Manager
  • PMDA/Pharmaceuticals and Medical Devices Agency: Japanse regelgevende autoriteit belast met de bescherming van de gezondheid van de bevolking door het verzekeren van de veiligheid, efficiëntie en kwaliteit van geneesmiddelen en medische apparatuur. www.pmda.go.jp
  • PSP (Performance Share Plan): Het prestatieaandelenplan dat gewone UCB-aandelen toekent aan in aanmerking komende kaderleden. De toekenningen worden drie jaar na toekenning definitief verworven, in afwachting van bepaalde voorwaarden, waaronder het voldoen aan vooraf vastgestelde bedrijfsbrede doelstellingen.

319 Geïntegreerd jaarverslag 2023# SASB/Sustainability Accounting Standards Board

SASB is een organisatie die boekhoudstandaarden voor duurzaamheid ontwikkelt en onderhoudt voor beursgenoteerde bedrijven om investeerders te voorzien van beslissingsrelevante informatie over financieel belangrijke duurzaamheidskwesties. Vanaf augustus 2022 heeft de International Sustainability Standards Board (ISSB) van de IFRS Foundation de verantwoordelijkheid voor de SASB-standaarden overgenomen.

SBTi (Science Based Targets initiative)

Het Science Based Targets initiative (SBTi) is een gezamenlijk initiatief van de Verenigde Naties, het Carbon Disclosure Project, het World Resources Institute en het Wereld Natuur Fonds (WNF). Het ondersteunt organisaties bij het vaststellen van klimaatdoelstellingen in lijn met de COP21 klimaattop in Parijs.

TTA (Time to Access)

TTA (tijd tot toegang) verwijst naar het aantal dagen dat een land nodig heeft om van de markttoelating van een geneesmiddel over te gaan tot het verkrijgen van een onderhandelde vergoedingslijst (nationaal niveau) voor dat geneesmiddel of tot een onderhandeld programma voor beheerde toegang.

Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen

Aantal uitstaande gewone aandelen aan het begin van een bepaalde periode, gecorrigeerd voor het aantal aandelen dat is teruggekocht of uitgegeven gedurende de periode, vermenigvuldigd met een tijdfactor.

Werkkapitaal

Omvat voorraden, handelsvorderingen en overige vorderingen en handelsschulden en overige schulden, verplicht binnen en na 12 maanden.

319 Geïntegreerd jaarverslag 2023

Verklaring over de toekomst

Geïntegreerd jaarverslag

Dit geïntegreerd jaarverslag bevat toekomstgerichte verklaringen met inbegrip van maar niet beperkt tot verklaringen met de woorden “gelooft”, “verwacht”, “veronderstelt”, “is van plan”, “streeft naar”, “schat”, “kan”, “zal”, en “verder” en vergelijkbare uitdrukkingen. Deze toekomstgerichte verklaringen zijn gebaseerd op bestaande plannen, ramingen en overtuigingen van het management. Alle uitspraken, behalve uitspraken die historische feiten inhouden, zijn uitspraken die beschouwd dienen te worden als toekomstgerichte verklaringen, met inbegrip van ramingen van inkomsten, operationele marges, kapitaaluitgaven, contanten, andere financiële informatie, de verwachte juridische, politieke, reglementaire of klinische resultaten en andere soortgelijke ramingen en resultaten.

Per definitie bieden dergelijke toekomstgerichte verklaringen geen garantie op resultaten in de toekomst en zijn ze onderhevig aan bekende en onbekende risico’s, onzekerheden en veronderstellingen die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten, de financiële toestand, het rendement of de prestaties van UCB, of de resultaten van de sector, beduidend afwijken van eventuele toekomstige resultaten, rendementen of prestaties die expliciet of impliciet door de toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt in dit geïntegreerd jaarverslag.

Belangrijke factoren die tot dergelijke verschillen zouden kunnen leiden, omvatten, maar zijn niet beperkt tot: de wereldwijde verspreiding en impact van pandemieën, oorlogen, veranderingen in de algemene economische, bedrijfs- en concurrentieomstandigheden, het onvermogen om de nodige reglementaire goedkeuringen te verkrijgen of om ze te verkrijgen tegen aanvaardbare voorwaarden of binnen het verwachte tijdsbestek, kosten verbonden aan onderzoek en ontwikkeling, veranderingen in de vooruitzichten voor producten in de pijplijn of in ontwikkeling bij UCB, effecten van toekomstige rechterlijke uitspraken of overheidsonderzoeken, veiligheids-, kwaliteits-, gegevensintegriteits- of fabricageproblemen; potentiële of daadwerkelijke inbreuken op de beveiliging en privacy van gegevens, of verstoringen van onze informatietechnologiesystemen, productaansprakelijkheidsclaims, betwisting van octrooibescherming voor producten of productkandidaten, concurrentie van andere producten, waaronder biosimilars, veranderingen in wetten of voorschriften, wisselkoersschommelingen, veranderingen of onzekerheden in belastingwetten of de administratie van dergelijke wetten, en werving en behoud van haar werknemers.

Er is geen garantie dat nieuwe productkandidaten in de pijplijn worden ontdekt of geïdentificeerd, of dat nieuwe indicaties voor bestaande producten worden ontwikkeld en goedgekeurd. De overgang van concept naar commercieel product is onzeker; preklinische resultaten garanderen geen veiligheid en werkzaamheid van kandidaat-producten bij mensen. Tot nu toe kan de complexiteit van het menselijk lichaam niet worden gereproduceerd in computermodellen, celcultuursystemen of diermodellen. De tijdsduur om klinische proeven te voltooien en om goedkeuring van de regelgevende instanties voor productmarketing te krijgen, heeft in het verleden gevarieerd en UCB verwacht in de toekomst soortgelijke onvoorspelbaarheid.

Producten of potentiële producten die het onderwerp zijn van partnerschappen, joint ventures of licentiesamenwerkingen kunnen onderhevig zijn aan geschillen tussen de partners of kunnen niet zo veilig, effectief of commercieel succesvol blijken te zijn als UCB aan het begin van een dergelijk partnerschap had gedacht. De inspanningen van UCB om andere producten of bedrijven te verwerven en om de activiteiten van dergelijke overgenomen bedrijven te integreren, zijn mogelijk niet zo succesvol als UCB op het moment van acquisitie wellicht heeft gedacht.

UCB of anderen kunnen ook problemen ontdekken met betrekking tot de veiligheid, de bijwerkingen of met de productie van haar producten en/of apparaten nadat deze op de markt gebracht zijn. De ontdekking van significante problemen met een product vergelijkbaar met een van de producten van UCB dat betrekking heeft op een hele klasse producten, kan een wezenlijk nadelig effect hebben op de verkoop van de hele klasse van getroffen producten. Bovendien kunnen de verkoopcijfers worden beïnvloed door internationale en binnenlandse trends in georganiseerde zorg en kostenbeheersing in de gezondheidszorg, waaronder prijsdruk, politieke en publieke gedetailleerde controle, patronen of praktijken van klanten en voorschrijvers, en het vergoedingsbeleid opgelegd door externe betalers evenals wetgeving van invloed op activiteiten en resultaten van biofarmaceutische prijzen en vergoedingen. Tenslotte zou een storing, cyberaanval of inbreuk op de informatiebeveiliging de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de gegevens en systemen van UCB in gevaar kunnen brengen.

Gezien deze onzekerheden wordt het publiek ervoor gewaarschuwd geen overmatig vertrouwen te hechten aan dergelijke toekomstgerichte verklaringen. Deze toekomstgerichte verklaringen gelden enkel op de publicatiedatum van dit geïntegreerd jaarverslag, en houden geen rekening met mogelijke gevolgen van de evoluerende conflicten, oorlogen, pandemieën of andere tegenslagen, tenzij anders is aangegeven. Het bedrijf blijft de ontwikkeling nauwgezet volgen om het financiële belang van deze gebeurtenissen, al naargelang het geval, voor UCB te beoordelen. UCB wijst uitdrukkelijk elke verplichting af om toekomstgerichte verklaringen in dit geïntegreerd jaarverslag bij te werken, hetzij om de feitelijke resultaten te bevestigen, hetzij om enige verandering in haar toekomstgerichte verklaringen met betrekking daartoe of enige verandering in gebeurtenissen, omstandigheden of omstandigheden te rapporteren of weer te geven waarop een dergelijke verklaring is gebaseerd, tenzij een dergelijke verklaring vereist is op grond van toepasselijke wet en regelgeving.

UCB 320

Taal van het verslag

In overeenstemming met de Belgische wet moet UCB haar geïntegreerde jaarverslag in het Frans en het Nederlands opstellen. UCB heeft ook een Engelse versie van dit verslag.

Beschikbaarheid van het geïntegreerde jaarverslag

Het geïntegreerde jaarverslag is beschikbaar op de investor- website van UCB ( www.ucb.com/investors ). Andere informatie op de website van UCB of op een andere website maakt geen deel uit van dit geïntegreerde jaarverslag.

Financiële kalender

  • 25 april 2024 Jaarlijkse algemene vergadering
  • 25 juli 2024 financiële resultaten over het eerste halfjaar van 2024

Contact

  • Investeerdersrelaties
  • Communicatie
    • Gwendoline Ornigg
    • Head of Global Communication
    • Tel.: +32 2 559 9626
    • E-mail: [email protected]
  • Maatschappelijk verantwoord ondernemen
    • Veronique Toully
    • Head of Sustainability, Corporate Affairs and Enterprise Risk Management
    • Tel.: +32 2 559 9229
    • E-mail: [email protected]

UCB NV
Allée de la Recherche 60 - 1070 Brussel, België
Tel: +32 2 559 99 99 – Fax:+32 2 559 99 00
BTW BE0403.053.608
www.ucb.com

© 2024 UCB SA, België. Alle rechten voorbehouden.

321 Geïntegreerd jaarverslag 2023 ucb.com

Item UCB:IssuedCapitalAndSharePremiumMember UCB:IssuedCapitalAndSharePremiumMember UCB:IssuedCapitalAndSharePremiumMember ifrs-full:TreasurySharesMember ifrs-full:TreasurySharesMember ifrs-full:TreasurySharesMember ifrs-full:RetainedEarningsMember ifrs-full:RetainedEarningsMember ifrs-full:RetainedEarningsMember ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember
Period Start Date 2023-01-01 2023-01-01 2023-01-01 2023-01-01 2023-01-01
Period End Date 2023-12-31 2023-12-31 2023-12-31 2023-12-31 2023-12-31
2023-12-31 2022-12-31 2023-12-31 2022-12-31 2023-12-31 2022-12-31 2023-12-31 2022-12-31 2023-12-31

For the year ended December 31, 2023

Description 2023-01-01 2023-12-31
ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember
ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember
ReserveOfCashFlowHedgesMember
EquityAttributableToOwnersOfParentMember
NoncontrollingInterestsMember

For the year ended December 31, 2022

Description 2022-01-01 2022-12-31
ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember
ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember
ReserveOfCashFlowHedgesMember
EquityAttributableToOwnersOfParentMember
NoncontrollingInterestsMember

For the year ended December 31, 2021

Description 2021-12-31 2022-01-01 2022-12-31
UCB:IssuedCapitalAndSharePremiumMember
ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember
ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember
ReserveOfCashFlowHedgesMember
EquityAttributableToOwnersOfParentMember
NoncontrollingInterestsMember

Note: The provided input appears to contain some data that is not fully structured or easily interpretable into a standard financial statement format without further context or clarification on the meaning of "Member" and the numerical codes. The table above is constructed based on the discernible elements.

Currency: EUR
Unit: shares