AI assistant
UCB — Annual Report (ESEF) 2021
Feb 24, 2022
Preview isn't available for this file type.
Download source fileGeïntegreerd Jaarverslag 2021
Welkom bij ons Geïntegreerd jaarverslag 2021. Ons Geïntegreerd jaarverslag 2021 – Samen innoveren voor een betere gezondheid – heeft tot doel om zowel nu en in de toekomst, alle geïnteresseerde belanghebbenden te voorzien van de best mogelijke informatie over hoe UCB meerwaarde voor patiënten met ernstige ziekten, onze medewerkers, gemeenschappen en de planeet creëert.
Over dit verslag
Dit Geïntegreerde jaarverslag 2021 bevat het managementverslag in overeenstemming met artikel 12 van het Koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel in een gereglementeerde markt. Alle informatie die moet worden opgenomen in een dergelijk managementverslag overeenkomstig de artikelen 3:6 en 3:32 van het Belgische Wetboek van vennootschappen en verenigingen (d.w.z. Verklaring Inzake Deugdelijk Bestuur – inclusief het Remuneratieverslag – Overzicht van de Bedrijfsprestaties en de Verklaring van UCB over extra-financiële informatie) wordt gerapporteerd in alle verschillende secties van dit Geïntegreerd jaarverslag. Dit Geïntegreerd jaarverslag en de materialiteitsbeoordeling zijn opgesteld overeenkomstig de kernoptie Global Reporting Standards en extra-financiële informatie wordt gecontroleerd door een derde partij. SASBnormen verstrekt door de Value Reporting Foundation werden ook als referentie gebruikt. Bovendien ondersteunen we de aanbeveling van de Task Force Climate-Related Financial Disclosure (TCFD) en de eerste TCFD disclosure van UCB treft u aan in het hoofdstuk Data en rapportering van dit rapport. UCB valt onder de EU-taxonomieverordening als een beursgenoteerd bedrijf met meer dan 500 werknemers. We hebben de voor taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten vermeld in de Climate Delegated Act geanalyseerd en na controle beschouwen we dat onze economische kernactiviteiten momenteel niet onder de technische bijlagen inzake klimaatveranderingsmitigatie en -adaptatie van de EU-taxonomieverordening vallen. We zullen alle toekomstige rapporteringsverplichtingen en de impact ervan blijven volgen. Dit document bevat informatie over onderzoeksgeneesmiddelen die niet zijn goedgekeurd voor gebruik door een autoriteit in de wereld of nieuwe indicaties voor goedgekeurde producten. De veiligheid en werkzaamheid van deze onderzoeksgeneesmiddelen of nieuwe indicaties zijn nog niet vastgesteld.
Inhoud
Belangrijke cijfers ................................ ....... 6
UCB in het kort ................................ ........... 8
Brief aan de belanghebbenden ................ 8
Ons doel ................................ ............... 14
Waar zijn we actief? .............................. 14
Onze ambitie ................................ ......... 15
Ons waardecreatiemodel ...................... 16
Bijwerken van onze materialiteitsbeoordeling ...................... 17
Hoogtepunten ................................ ....... 19
Onze prestaties ................................ ..... 20
Werken voor de toekomst ..................... 21
Samen voor patiënten ............................... 22
Innoveren voor patiënten met een ernstige ziekte ................................ .................... 22
BIMZELX ® - onze ambitie voor patiënten in actie ................................ ..................... 28
Ziektedomeinen en oplossingen voor mensen met ernstige ziekten ................. 31
Wetenschap voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd bevorderen .............. 39
Productveiligheid en -kwaliteit garanderen ................................ ........... 40
Digitale oplossingen voor patiënten ....... 43
Toegang bieden tot onze oplossingen .... 44
Samenwerken om de toegang voor patiënten tot onze oplossingen te verbeteren ................................ ............ 46
Samen met onze medewerkers ................. 49
Ons hybride werkmodel ........................ 50
Gezondheid, veiligheid en welzijn .......... 51
Diversiteit, gelijkheid en inclusie ............ 55
Avid Employee Resource Group ............. 57
Cultuur en leiderschap blijven versterken ................................ ............ 59
Leren en ontwikkeling ........................... 61
Samen voor gemeenschappen ................... 64
Relaties met onze leveranciers versterken ................................ ............ 64
Kwetsbare gemeenschappen ondersteunen via filantropie ................. 66
Kubb-avonden bij Hejmo (SOS Kinderdorpen) ................................ ....... 68
Neurologische vaardigheden in Rwanda verbeteren ................................ ............ 70
Samen voor de planeet ............................. 71
Prioriteitsgebieden 2030 ....................... 72
Klimaatneutraal zijn tegen 2030 ............ 73
Onze planetaire prestaties ..................... 74
Belangrijke initiatieven om onze totale milieuvoetafdruk te verminderen .......... 75
Onze emissies verminderen ................... 76
Partnerschappen met WeForest en CO2logic ................................ ............... 78
Ecologisch ontwerp voor ontwikkeling van geneesmiddelen ................................ .... 79
Verminderen van onze wateronttrekking ................................ .. 80
Vermindering van ons afval ................... 81
Samen met onze aandeelhouders .............. 82
Ons deugdelijk bestuur ............................. 84
1.
ucbsa:IssuedCapitalAndSharePremium
| 2021-12-31 | 2020-12-31 | 2019-12-31 | |
|---|---|---|---|
| ucbsa:IssuedCapitalAndSharePremium | 37597000 | 37597000 | 37597000 |
| ifrs-full:TreasurySharesMember | -5095000 | -5095000 | -5095000 |
| ifrs-full:RetainedEarningsMember | 3489994000 | 3286315000 | 3073164000 |
| ifrs-full:OtherReservesMember | 2863000 | 2863000 | 2863000 |
| ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | 647000 | -305000 | -305000 |
| ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember | -3000 | -3000 | -3000 |
| ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember | -1845000 | -1845000 | -1845000 |
| ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | 27706000 | 27340000 | 26455000 |
| ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | 3775996000 | 3647632000 | 3425757000 |
ucbsa:IssuedCapitalAndSharePremium
| 2021-01-01 | 2021-12-31 | 2020-12-31 | |
|---|---|---|---|
| ucbsa:IssuedCapitalAndSharePremium | 37597000 | 37597000 | 37597000 |
| ifrs-full:TreasurySharesMember | -5095000 | -5095000 | -5095000 |
| ifrs-full:RetainedEarningsMember | 3489994000 | 3286315000 | 3073164000 |
| ifrs-full:OtherReservesMember | 2863000 | 2863000 | 2863000 |
| ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | 647000 | -305000 | -305000 |
| ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember | -3000 | -3000 | -3000 |
| ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember | -1845000 | -1845000 | -1845000 |
| ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | 27706000 | 27340000 | 26455000 |
| ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | 3775996000 | 3647632000 | 3425757000 |
ifrs-full:TreasurySharesMember
| 2020-01-01 | 2020-12-31 | 2019-12-31 | |
|---|---|---|---|
| ucbsa:IssuedCapitalAndSharePremium | 37597000 | 37597000 | 37597000 |
| ifrs-full:TreasurySharesMember | -5095000 | -5095000 | -5095000 |
| ifrs-full:RetainedEarningsMember | 3489994000 | 3286315000 | 3073164000 |
| ifrs-full:OtherReservesMember | 2863000 | 2863000 | 2863000 |
| ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | 647000 | -305000 | -305000 |
| ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember | -3000 | -3000 | -3000 |
| ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember | -1845000 | -1845000 | -1845000 |
| ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | 27706000 | 27340000 | 26455000 |
| ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | 3775996000 | 3647632000 | 3425757000 |
ifrs-full:RetainedEarningsMember
| 2021-01-01 | 2021-12-31 | 2020-12-31 | |
|---|---|---|---|
| ucbsa:IssuedCapitalAndSharePremium | 37597000 | 37597000 | 37597000 |
| ifrs-full:TreasurySharesMember | -5095000 | -5095000 | -5095000 |
| ifrs-full:RetainedEarningsMember | 3489994000 | 3286315000 | 3073164000 |
| ifrs-full:OtherReservesMember | 2863000 | 2863000 | 2863000 |
| ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | 647000 | -305000 | -305000 |
| ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember | -3000 | -3000 | -3000 |
| ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember | -1845000 | -1845000 | -1845000 |
| ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | 27706000 | 27340000 | 26455000 |
| ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | 3775996000 | 3647632000 | 3425757000 |
ifrs-full:OtherReservesMember
ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember
ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember
ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember
ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember
ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember
| 2020-01-01 | 2020-12-31 | 2019-12-31 | |
|---|---|---|---|
| ucbsa:IssuedCapitalAndSharePremium | 37597000 | 37597000 | 37597000 |
| ifrs-full:TreasurySharesMember | -5095000 | -5095000 | -5095000 |
| ifrs-full:RetainedEarningsMember | 3489994000 | 3286315000 | 3073164000 |
| ifrs-full:OtherReservesMember | 2863000 | 2863000 | 2863000 |
| ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | 647000 | -305000 | -305000 |
| ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember | -3000 | -3000 | -3000 |
| ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember | -1845000 | -1845000 | -1845000 |
| ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | 27706000 | 27340000 | 26455000 |
| ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | 3775996000 | 3647632000 | 3425757000 |
ifrs-full:TreasurySharesMember
ifrs-full:RetainedEarningsMember
ifrs-full:OtherReservesMember
ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember
ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember
ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember
ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember
ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember
| 2021-12-31 | 2020-12-31 | |
|---|---|---|
| ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | 3775996000 | 3647632000 |
| ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | 27706000 | 27340000 |
| 2021-12-31 | 2020-12-31 | |
|---|---|---|
| ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | 3775996000 | 3647632000 |
| ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | 27706000 | 27340000 |
Inhoudsopgave
Ethische bedrijfspraktijken .......................................................... 84
1.1. Nalevingsprogramma .......................................................... 85
1.2. Anti-omkoping en anticorruptie .......................................... 86
1.3. Mensenrechten ..................................................................... 87
1.4. Productverantwoordelijkheid ................................................ 87
1.5. Ethische marketing .............................................................. 88
-
Risicobeheer ............................................................................ 88
2.1. Onze aanpak van risicobeheer ............................................. 88
2.2. Proces en kader ................................................................... 88
2.3. Toprisico’s 2021 ................................................................. 89
2.4. Milieu- en sociale risico’s ................................................... 92 -
Verklaring inzake deugdelijk bestuur ........................................ 96
3.1 Reikwijdte van rapportering .................................................. 98
3.2 Kapitaal en aandelen ............................................................ 98
3.3 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur ...................... 101
3.4 Raad van bestuur en comités van de Raad .......................... 105
3.5 Uitvoerend Comité ............................................................... 118
3.6 Diversiteit op niveau van de Raad en het Uitvoerend comité 122
3.7 Verslag over het bezoldigingsbeleid .................................... 124
3.8 Belangrijkste kenmerken van interne controle- en risicobeheersystemen van UCB 151
3.9 Persoonlijke beleggingstransacties en handel in UCB-aandelen 153
3.10 Externe controle ................................................................... 154
3.11 Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 .............................. 155
3.12 Belangenconflicten – Toepassing van artikel 7:96 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen ..... 162
Jaarrekening ............................................................................... 165
1. Overzicht van de bedrijfsprestaties ........................................ 166
statement .................................................................................... 282
5. Verkorte statutaire jaarrekening van UCB NV ..................... 290
Data en rapportering ................................................................ 294
Gegevens inzake medewerkers ................................................. 294
Milieugegevens ......................................................................... 298
GRI-normen & CoP ................................................................. 302
SASB ......................................................................................... 313
Woordenlijst ............................................................................. 317
Belangrijke cijfers
UCB in het kort
We willen mensen met ernstige ziekten de vrijheid geven om het best mogelijke leven te leiden - zo vrij mogelijk van de uitdagingen en onzekerheid van hun aandoening. We streven ernaar te werken op een manier die duurzaam is voor onze onderneming, onze werknemers, de gemeenschappen rondom ons en de planeet.
Brief aan de belanghebbenden
Geachte patiënten, collega’s, aandeelhouders en vertegenwoordigers van de gemeenschappen waar we werken en leven,
Als er een les is die we hebben geleerd in 2021 – een jaar waarin de wereld geconfronteerd werd met de COVID-19 pandemie – is het dat gebeurtenissen die onze gezondheid en welzijn in gevaar brengen elke sector en elk segment van de maatschappij beïnvloeden. Investeren in gezondheid om vooruitgang te boeken voor een gezondere en meer rechtvaardige maatschappij en een gezondere planeet voor toekomstige generaties is daarom een investering in een betere toekomst voor iedereen.
Bij UCB maakt een positieve impact op de maatschappij deel uit van onze kernmissie. Dit is de reden waarom we duurzame groei stimuleren met oplossingen die de levens van mensen ook echt verbeteren. Het thema van het Geïntegreerde jaarverslag van dit jaar – Samen innoveren voor een betere gezondheid – weerspiegelt onze inzet om met partners in de zorgketen samen te werken om deze innovatieve oplossingen te leveren aan mensen met ernstige ziekten. Dit alles gekenmerkt met met een sterke doelgerichtheid. Het weerspiegelt ook onze overtuiging dat we, net zoals het creëren van waarde voor patiënten, waarde moeten creëren voor onze werknemers, onze aandeelhouders en onze gemeenschappen, met respect voor de planeet. Dit is hoe we werken om mensen met ernstige ziekten in staat te stellen het best mogelijke leven te leiden, een leven dat zo vrij mogelijk is van de uitdagingen en onzekerheid van hun aandoening.
Onze cijfers
In 2021 hebben we het leven van meer dan 3,7 miljoen patiënten over de hele wereld beïnvloed door de continuïteit van leverings- en distributieketen te garanderen, ondanks de huidige COVID-19 pandemie. We zijn de toegang tot onze oplossingen blijven uitbreiden en volgen de vooruitgang via onze Access Performance Index. Ons nieuwste product, BIMZELX® ▼ (bimekizumab) werd goedgekeurd in de EU¹ en Groot-Brittannië (GB)² voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie. Hierdoor werden de onvervulde behoeften van patiënten verbonden met innovatief biologisch onderzoek en geavanceerde wetenschap vervuld. In Japan werd BIMZELX® goedgekeurd voor de behandeling van plaque psoriasis, gegeneraliseerde pustuleuze psoriasis en erythrodermische psoriasis bij patiënten die
¹ https://www.ema.europa.eu/en
² https://products.mhra.gov.uk/
³ Constante wisselkoersen
niet voldoende reageren op bestaande behandelingen. Dit resulteerde opnieuw in een jaar van sterke financiële groei voor UCB, met opbrengsten die stegen tot € 5,78 miljard (+8%; +10% CW³), en een netto-omzet die steeg met 8% tot € 5,47 miljard (+11% CW), gedreven door blijvende groei van onze productportfolio. De onderliggende winstgevendheid (aangepaste EBITDA) bedroeg € 1,64 miljard (+14%; +21% CW), gedreven door de voortgezette omzetgroei en matige groeiende werkingskosten, die de investeringen in de toekomst van UCB weerspiegelen, voornamelijk in productlanceringen en klinische ontwikkeling. In lijn met deze prestaties stelt de Raad van bestuur van UCB een dividend voor van € 1,30 per aandeel (bruto), +2%. Bovendien bleven we duurzaamheid integreren voor zakelijke en maatschappelijke impact, wat resulteerde in een verbetering van onze ESG-ratings (milieu, maatschappelijk belang en bestuur) bij ISS ESG, WDI en CDP. Sustainalytics verhoogde de ESG- risicobeoordelingscore van UCB van een gemiddeld risico tot een laag risico (16,8), een duidelijke externe validatie van onze vooruitgang bij het creëren van meer duurzame waarde voor belanghebbenden.
▼ Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende controle. Hierdoor kan nieuwe veiligheidsinformatie snel worden geïdentificeerd. Professionele zorgverleners worden gevraagd om ieder vermoeden van ongewenste bijwerking te melden
Onze pijplijn, producten en partners
Verscheidene uitmuntende prestaties werden over de voorbije maanden behaald op het gebied van onze oplossingen voor patiënten. Heel belangrijk was dat volwassen patiënten met matige tot ernstige plaque psoriasis (PsO) in Europa nu verdere behandelingsopties tot hun beschikking hebben, met de goedkeuring in de EU¹ en Groot-Brittannië² van onze nieuwe oplossing BIMZELX® (bimekizumab) voor mensen die in aanmerkingen komen voor systemische therapie. Bovendien worden momenteel fase 3-studies⁴,⁵,⁶,⁷ verricht die bimekizumab evalueren voor de behandeling van psoriatische artritis en over het spectrum van axiale spondyloartritis (nr-axSpA; r-axSpA) waarbij positieve toplineresultaten werden gemeld. Inspanningen om nieuwe behandelingsopties te bieden aan patiënten met gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) gaan ook verder met positieve toplineresultaten van onze MycarinG studie⁸ waarbij de werkzaamheid en veiligheid van rozanolixizumab wordt onderzocht*. Onze
⁴ ClinicalTrials.gov. Een studie om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab te testen bij de behandeling van proefpersonen met actieve psoriatische artritis (BE OPTIMAL). Beschikbaar op: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03895203. geraadpleegd op 11 februari 2022.
⁵ ClinicalTrials.gov. Een studie om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab te evalueren bij de behandeling van proefpersonen met actieve psoriatische artritis (BE COMPLETE). Beschikbaar op: https://www.clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03896581. geraadpleegd op 11 februari 2022
⁶ ClinicalTrials.gov. Een studie om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab te evalueren bij proefpersonen met actieve ziekte van Bechterew (BE MOBILE 2). Beschikbaar op: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03928743. Geraadpleegd op 11 februari 2022.
⁷ ClinicalTrials.gov. Een studie om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab te evalueren bij proefpersonen met niet-radiografische axiale spondyloartritis (BE MOBILE 1). Beschikbaar op: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03928704. geraadpleegd op 11 februari 2022
⁸ Clinical Trials.gov ‘Een studie om de werkzaamheid en veiligheid van rozanolixizumab te testen bij volwassen patiënten met gegeneraliseerde myasthenia gravis’: Beschikbaar op: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03971422. geraadpleegd op 11 februari 2022.
fase 3 RAISE-studie⁹ , waarbij de werkzaamheid en veiligheid van zilucoplan** wordt onderzocht bij patiënten met gMG, leverde eveneens positieve toplineresultaten op. Deze twee behandelingsopties hebben het potentieel om flexibiliteit te bieden aan patiënten en professionele zorgverleners en leveren nieuwe en innovatieve oplossingen die voldoen aan de behoeften in de gMG- gemeenschap. En we blijven natuurlijk voortbouwen op onze sterke traditie voor het ondersteunen van mensen met epilepsie , en breiden onze expertise uit in de pediatrische populatie om te voldoen aan de onvervulde behoeften van de jongste patiënten. Zowel BRIVIACT® (brivaracetam) als VIMPAT® (lacosamide) werden goedgekeurd door de Amerikaanse Food and Drug Administration¹⁰ voor de behandeling van partiële aanvallen bij patiënten van één maand en ouder. Ondertussen kunnen volwassenen, adolescenten en kinderen vanaf de leeftijd van 4 jaar met idiopathische gegeneraliseerde epilepsie in Japan en Australië genieten nu van de lancering van VIMPAT® als een aanvullende therapie voor de behandelng van primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen.# We hebbenstarten tevens een nieuwe sociale bedrijfsaanpak voor betere epilepsiezorg voor te weinig geholpen patiënten met een eerstenieuw proefproject in Mumbai, India voor patienten in Mumbai, India die te weinig geholpen worden. In het komende jaar zijn we van plan om de geplande overname van Zogenix, Inc. af te ronden om nieuwe en innovatieve behandelingsopties te blijven bieden aan mensen met epilepsie. Tijdens het jaar hebben we meerdere partnerovereenkomsten en initiatieven ontwikkeld om de waarde die we creëren voor patiënten nu en in de toekomst te versterken, voornamelijk op het gebied van digitale zorgtransformatie. We hebben een uitgebreide, meerjarige samenwerking aangekondigd met Microsoft, waarbij de computerdiensten, cloud en artificiële intelligentie (AI) van Microsoft worden gecombineerd met de capaciteiten van UCB voor het ontdekken en ontwikkelen van geneesmiddelen op een meer efficiënte en innovatieve manier. We hebben Nile AI, Inc. gelanceerd, een nieuw onafhankelijk bedrijf dat een zorgplatform voor epilepsie ontwikkelt om de toekomst van elke epilepsiepatiënt beter te kunnen voorspellen, voortbouwend op onze lange traditie van leiderschap in epilepsie om de uitdagingen van de toekomst aan te gaan. En we hebben aangekondigd dat we onze interne AI- gebaseerde oplossing, BoneBot, met screening voor wervelfracturen, zullen 9 Clinical Trials.gov ‘Veiligheid, verdraagbaarheid en werkzaamheid van zilucoplan bij proefpersonen met gegeneraliseerde myasthenia gravis (RAISE)’: Beschikbaar op: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT04115293. geraadpleegd op 11 februari 2022. 10 https://www.accessdata.fda.gov/scripts/cder/daf/ 10 licentiëren aan ImageBiopsy Lab voor verdere ontwikkeling en lancering. Dit zal een vroegere diagnose en behandeling van spinale fracturen mogelijk maken en mogelijk de co- morbiditeiten geassocieerd met osteoporose verminderen. Door onze samenwerking met andere spelers in de gezondheidszorg kunnen we op nieuwe manieren meerwaarde leveren aan patiënten. We hebben een overeenkomst met Novartis ondertekend om samen twee ziektemodificerende behandelingen te ontwikkelen en op de markt te brengen voor mensen met de ziekte van Parkinson (PD). We hebben de integratie van Handl Therapeutics BV, een snelgroeiend en transformatief gentherapiebedrijf in Leuven afgerond. Samen met onze vorige overname van Lacerta Therapeutics laat dit ons toe om onze ambities op het gebied van gentherapie te bevorderen als een manier om uiteindelijk van symptomatische behandeling naar ziektemodificatie en remedies voor ernstige chronische ziekten over te gaan. * Is een onderzoeksgeneesmiddel dat niet is goedgekeurd voor gebruik door een autoriteit in de wereld voor PsA en axSpA. ** Is een onderzoeksgeneesmiddel waarvan de veiligheid en werkzaamheid nog niet is vastgesteld en niet is goedgekeurd voor gebruik door een autoriteit in de wereld.
Samen werken voor en met onze mensen, onze gemeenschappen en de planet
Nu we het derde jaar van de COVID-19 pandemie hebben aangevat, komt het woord weerstand op wanneer we denken aan onze collega’s. Medewerkers van UCB hebben zich uitermate ingezet voor mensen met ernstige ziekten en blijven waarde creëren voor de maatschappij, zelfs in uitdagende omstandigheden. We hebben een aantal fundamentele initiatieven uitgerold in 2021 om onze mensen te ondersteunen en een diverse, inclusieve en boeiende werkomgeving te blijven bevorderen. Duizenden collega’s zullen voordeel halen uit ons nieuwe hybride werkmodel, dat mensen die van thuis werken de flexibiliteit biedt die ze nodig hebben terwijl onze bedrijfscultuur van samenwerking en leergierigheid nog steeds wordt gevoed. Met een hogere Health, Safety and Wellbeing Indexscore van 81,9% (78,4% in 2020) illustreren we onze focus op gezondheid, veiligheid en welzijn voor iedereen bij UCB en zullen we deze resultaten gebruiken om mondiale en lokale programma’s te blijven ontwikkelen zodat onze mensen professioneel kunnen groeien. Daarnaast gingen we verder met onze inspanningen om de principes diversiteit, gelijkheid en inclusie (DE&I) op te nemen in ons dagelijks werk, gebaseerd op nieuwe in ontwikkeling zijnde DE&I-indexen om de vooruitgang te volgen. We streven ernaar om een bedrijfscultuur van inclusie te inspireren, zowel onder onze mensen als in alles wat we doen. Hiervoor zijn we actief aan het werk om onze klinische studies meer inclusief en toegankelijk te maken voor patiënten in ondervertegenwoordigde gemeenschappen, via gedecentraliseerde klinische studies (DCT’s) die bijna 20% van onze actieve klinische studies vormen. Het uitbreiden van onze impact in de gemeenschappen waar we leven en werken vormt deel van ons engagement om mondiale uitdagingen aan te pakken op het kruispunt van onze zakelijke strategie en bredere maatschappelijke belangen. In 2021 hebben we onze samenwerking met onze leveranciers verstrekt om onze gezamenlijke prestaties inzake milieubescherming, arbeid, mensenrechten en ethische bedrijfspraktijken te verbeteren. e blijven doorgaan met onze filantropie om de geestelijke gezondheid van kwetsbare, jonge mensen te verbeteren via het UCB Community Health Fund dat 99 projecten wereldwijd heeft ondersteund sinds haar oprichting in 2020; en we hebben onze inzet gehandhaafd om zorgsystemen te versterken in omgevingen met lage en gemiddelde inkomens onder het UCB Innovation for Health Equity Fund. Het is duidelijk dat het beschermen van de menselijke gezondheid ook het beschermen van de gezondheid van onze planeet inhoudt. Onze portfolio en pijplijn blijft groeien, we zijn op schema om onze groei los te koppelen van onze ecologische voetafdruk. In 2021 hebben we CO2- emissies die we rechtstreeks controleren verminderd met 7% vergeleken met 2020, waardoor onze vermindering 62% bereikte vergeleken met 2015. Dit engagement breidt zich uit naar onze leveranciers van goederen en diensten, met 23% van onze leveranciers (per emissie) die instemmen om hun eigen doelen vast te leggen om over te gaan naar een koolstofarme economie in overeenstemming met het Science Based Targets initiatief (SBTi).
Vooruitblikken om onze ambities te verwezenlijken
We hebben vertrouwen in onze capaciteiten om onze toekomstige ambitie om te leiden in vijf specifieke populaties (patiënten met partieel beginnende/focale epileptische aanvallen, psoriatische artritis, myasthenia gravis; patiënten die lijden aan breuken gerelateerd aan osteoporose en vrouwen in de vruchtbare leeftijd met immuno- inflammatie en/of epilepsie). We beginnen een overgangsfase, gevolgd door versnelde bedrijfsgroei.
Onze financiële vooruitzichten voor 2022: we streven naar opbrengsten in het bereik van € 5,15 – 5,4 miljard en een onderliggende winstgevendheid (aangepast EBITDA) in het bereik van 26 - 27% van de totale opbrengsten. We willen voor 2025 minstens € 6 miljard in jaarlijkse omzet bereiken, een aangepaste lage tot middelmatige EBITDA- marge in de dertigvan ongeveer 30$ en onze ESG-rating nog verder verbeteren. Dankzij onze investering in de volgende generatie van wetenschap en technologieën en ons engagement met maatschappelijke partners om een duurzame impact te creëren, verkennen we nieuwe therapeutische oplossingen zoals gentherapie om aan de onvervulde behoeften van mensen met ernstige ziekten te voldoen terwijl we voortbouwen aan onze kerntraditie en expertisegebieden. Terwijl de maatschappij met aanzienlijke uitdagingen wordt geconfronteerd, van de groei van sociale ongelijkheid tot klimaatverandering, is het duidelijk voor ons dat een betere samenwerking de enige weg voorwaarts is. Elk bedrijf, land en burger is verbonden - wat één van ons doet beïnvloedt ook de anderen. Dat is de reden waarom we u willen bedanken om deel uit te maken van deze gedeelde ervaring in 2021 en voor uw blijvend vertrouwen in, en blijvende ondersteuning van UCB. Terwijl we proberen het welzijn van onze gemeenschappen te verbeteren, is het essentieel dat we dit samen doen en voortbouwen op onze gedeelde ervaringen en expertise om een betere gezondheid voor iedereen te bevorderen. Dit is hoe we echt trouw aan ons doel blijven om zowel nu als in de toekomst, meerwaarde voor patiënten te creëren.
Stefan Oschmann, voorzitter van de raad van bestuur
Jean-Christophe Tellier, Chief Executive Officer
Ons doel
We creëren meerwaarde voor patiënten nu en in de toekomst.
C Bij UCB willen we mensen met ernstige ziekten de vrijheid geven om het best mogelijke leven te leiden - zo vrij mogelijk van de uitdagingen en onzekerheid van hun aandoening. We werken op een manier die duurzaam is terwijl ze zorgen voor de patiënten die onze oplossingen nodig hebben, voor onze medewerkers, voor de gemeenschappen waar we leven en werken, onze aandeelhouders en de planet.
Waar zijn we actief?
UCB heeft haar hoofdzetel in België. Onze 8 561 collega’s1 in 36 markten plaatsen patiënten centraal in alles wat ze doen.
Onze ambitie
We innoveren om unieke resultaten te leveren die specifieke patiënten helpen om hun levensdoelen te bereiken, om de beste individuele ervaring voor hen te creëren, en om te zorgen voor toegang voor alle patiënten die onze oplossingen nodig hebben op een manier die haalbaar is voor de patiënten, de maatschappij en UCB.
Sinds de oprichting van UCB 90 jaar geleden maakt een positieve invloed op de maatschappij deel uit van onze kernmissie. De maatschappij wordt momenteel geconfronteerd met aanzienlijke uitdagingen die geografische en organisatorische grenzen overschrijden, van de verdiepte ongelijkheid verder versterkt door de COVID-19 pandemie tot de wijdverspreide impact van klimaatverandering. Elke maatschappelijke actor heeft een verantwoordelijkheid om dringend actie te nemen en een rol te spelen bij het creëren van een rechtvaardigere, veiligere en gezondere maatschappij voor iedereen. Duurzaamheid is de aanpak van UCB.# UCB - Jaarverslag 2021
Voorwoord van de CEO
We streven ernaar om waarde te creëren, niet alleen voor patiënten maar ook voor onze werknemers die oplossingen voor patiënten ontdekken, ontwikkelen en leveren, voor onze aandeelhouders die investeren om ons werk te financieren en voor de gemeenschappen waar we leven en werken. We streven er ook naar om te zorgen voor de planeet. We ontwikkelen daarom onze maatstaf voor waardecreatie en integreren zowel financiële als extra-financiële elementen. We zijn ervan overtuigd dat, door het maximaliseren van de positieve impact die we hebben op de maatschappij, met patiënten centraal, we het succes van UCB nu en in de toekomst kunnen garanderen en kunnen bijdragen aan een betere wereld voor toekomstige generaties.
Ons waardecreatiemodel
Bij UCB stelt ons operationeel model patiënten en hun individuele ervaringen centraal in alles wat we doen – van de ontdekking tot de ontwikkeling en levering van onze medicijnen. We benutten hun inzichten om onze wetenschap te informeren en nieuwe en gedifferentieerde oplossingen te ontwikkelen voor specifieke patiëntenpopulaties. We streven ernaar het gebruik van onze middelen (menselijk, financieel, natuurlijk of andere) te optimaliseren. Hiervoor wenden we onze vaardigheden en expertise aan om de waarde die we creëren voor mensen met ernstige ziekten, onze medewerkers, onze aandeelhouders en de gemeenschappen waar we leven en werken te maximaliseren terwijl we ook onze impact op de planeet minimaliseren. Als een verantwoordelijke actorspeler in de maatschappij creëren we waarde terwijl we een actieve rol spelen in het behalen van de VN Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) in samenwerking met alle relevante partners. Als ondertekenaar van het UN Global Compact zetten we ons in voor haar 10 principes en onderschrijven we de prestaties van de VN SDG’s. We richten ons op Goede gezondheid en welzijn (SDG nr. 3) en Partnerschap voor de doelen (SDG nr. 17) omdat we van mening zijn dat we hier de grootste impact hebben terwijl we nog steeds kunnen bijdragen aan andere doelen. Om onze algemene bijdrage aan de 2030 Verenigde Natiesagenda voor Duurzame Ontwikkeling beter te begrijpen, kan u onze GRI- tabellen bekijken met SDG’s per onderwerp. Dit verslag wordt ook gebruikt als onze Mededeling over de voortgang voor het UN Global Compact.
Bijwerken van onze materialiteitsbeoordeling
Om een rol te spelen in het creëren van een duurzamere toekomst voor de maatschappij willen we ons richten op de gebieden waar we het meeste potentieel hebben om een impact te leveren, rekening houdend met onze specifieke vaardigheden, expertise en geschiedenis. Om deze te identificeren voeren we regelmatige materialiteitsanalyses uit. Een materialiteitsbeoordeling is een formeel proces om onderwerpen met betrekking tot milieu, maatschappij en bestuur die het meest van belang zijn voor interne en externe belanghebbenden van een bedrijf en die een impact hebben op de bedrijfsprestaties, te identificeren, verfijnen en beoordelen. De inzichten van deze beoordeling worden vervolgens gebruikt om de bedrijfsstrategie, risicobeoordeling en rapportage te informeren.
Onze materialiteitsbeoordeling van 2019 informeerde onze aanpak voor het integreren van duurzaamheid in onze bedrijfsstrategie en om onze prestatiemetingen bij te werken. In 2021 hebben snelle maatschappelijke veranderingen gedreven door de COVID-19 pandemie ons ertoe aangezet om onze materialiteitsbeoordeling bij te werken, voornamelijk voortbouwend op uitgebreid literatuuronderzoek en de betrokkenheid van een groep opkomende leiders, onze Externe adviesraad inzake duurzaamheid en het interne UCB Sustainability Governance Committee. Deze update voldoet aan de vereisten van het Global Reporting Initiative (GRI). Meer informatie over het proces dat werd gevolgd voor onze materialiteitsupdate van 2021 vindt u op UCB’s corporate page.
Onze top 10 van materiële duurzaamheidsonderwerpen
Onze methodologie voor onze materialiteitsupdate van 2021 verschilde van 2019 aangezien we ons richtten op hoe de onderwerpen met prioriteit in 2019 zich hebben ontwikkeld. Er werden tien onderwerpen geïdentificeerd, gerangschikt en geprioriteerd, gebaseerd op hun bedrijfsimpact en relevantie voor onze belanghebbenden. Hoewel negen ervan werden overgenomen van onze materialiteitsbeoordeling van 2019, werd Productveiligheid en -kwaliteit toegevoegd aan de lijst van primaire onderwerpen voor 2021. Dit is een onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt, gezien de kritiek met betrekking tot de veiligheid van het COVID-19 vaccin. Vervalsing en onjuiste informatie benadrukken ook het belang om te communiceren over productveiligheid en - kwaliteit. In dit verslag tonen we aan hoe we onze zakelijke aanpak aanpassen om elk van onze materiële onderwerpen te behandelen. Voor elk gedefinieerd materieel onderwerp lichten we de verbonden risico’s en onze prestaties toe en beschrijven we hoe het onderwerp wordt beheerd.
Hoogtepunten
Onze prestaties
Werken voor de toekomst
We willen voor 2025 leiden in vijf specifieke patiëntenpopulaties. In overeenstemming met dit doel willen we voor 2025 opbrengsten van minstens €6 miljard, een aangepaste, lage tot middelmatige EBITDA-marge van ongeveer 30% en een voortdurende verbetering in onze ESG-ratings behalen. In de toekomst streven we ernaar om van symptomatische behandelingen naar ziektemodificatie te evolueren en uiteindelijk naar genezing voor ernstige chronische ziekten. We willen dit doen door een blijvend engagement binnen UCB en de maatschappij, een duurzame impact te creëren en de volgende generatie van talent aan te trekken dat de volgende generatie van wetenschap en technologieën zal leiden.
Samen voor patiënten
We innoveren om gediff erentieerde oplossingen met unieke resultaten te ontwikkelen die specifi eke patiënten helpen hun levensdoelen te bereiken. Hierdoor creëren we waarde nu en in de toekomst.
Innoveren voor patiënten met een ernstige ziekte
Onze aanpak
We zijn gedreven door onze inzet voor mensen met ernstige ziekten die ons werk inspireren met betrekking tot neurologie, immunologie en andere gebieden waar onze expertise, innovatie en ambitie overeenstemmen met onvervulde behoeften waardoor we onze ambitie voor patiënten kunnen verwezenlijken. Onderzoek en ontwikkeling (O&O) vormen de basis van onze innovatie. Gebaseerd op een diepgaand inzicht van ziektebiologie en realiteit van de patiënt combineren we de transformatieve wetenschap van vandaag met onze leiderschapscapaciteiten om snel zeer gedifferentieerde geneesmiddelen te ontdekken, ontwikkelen en leveren.
Bij UCB proberen we de patiënt bij alles wat we doen, te connecteren en deze aanpak is van cruciaal belang om ons toe te laten te innoveren en differentiëren zodat we aanvullende waarde kunnen bieden aan de mensen die we bedienen. We blijven ons inzicht in menselijke en ziektebiologie uitbreiden terwijl we constant leren van de patiënten en de informatie die ze verstrekken. Dit geeft ons een diepere waardering van de ziektelast van de patiënten zodat we constant deze overwegingen voorop plaatsen en ernaar streven om onze wetenschap te vertalen in geneesmiddelen die een verschil maken in hun dagelijks leven. We zullen onze inspanningen handhaven om constant de lat steeds hoger te leggen, om meer verbonden te zijn met de externe wereld en meer betrokken te zijn met patiënten.
UCB heeft een sterke cultuur van innovatie; het vormt de basis voor onze toekomst. Hiervoor volgen we voortdurend baanbrekende technologieën, houden we gelijke tred met ontwikkelende wetenschap, verbeteren we onze therapeutische modaliteitplatformen en staan we open voor adaptieve klinische studies. Samen garandeert dit dat onze O&O teams toegang hebben tot de allernieuwste wetenschappelijke en digitale technologieën om hen te helpen in hun streven naar voortdurende innovatie, onze ontwikkelingstijdlijnen te versnellen en de ervaringen van patiënten te verbeteren.
We investeren consistent meer dan een vierde van onze opbrengsten jaarlijks terug in onderzoek en ontwikkeling, ver boven het sectorgemiddelde van ongeveer 13% (TK2020 cijfer). We smeden sterke banden en werken samen met patiënten, zorgverleners en professionele zorgverleners die elke dag met deze aandoeningen worden geconfronteerd en met collega’s en partners die onze passie delen om te voldoen aan de uitdagingen van ernstige ziekten. Dit is hoe we voortdurend kunnen garanderen dat ons werk de hoogste impact heeft en we doelgerichte, bewuste innovatie- en gedifferentieerde oplossingen leveren voor alle patiënten die ze nodig hebben en waarde creëren die niet alleen in cijfers kan worden uitgedrukt.
Terwijl we proberen gedifferentieerde oplossingen met unieke resultaten te ontwikkelen, zijn we ervan bewust dat het transformeren van hoe we onderzoek doen een investering op lange termijn is, waarvan de voordelen niet onmiddellijk zichtbaar zijn op korte termijn (aangezien de gemiddelde onderzoekscyclus 3 tot 5 jaar duurt en de gemiddelde ontwikkelingscyclus 7 tot 11 jaar duurt). We zijn ons ook bewust van risico’s met betrekking tot de markt en lancering, met name de introductie van biologisch gelijkwaardige geneesmiddelen en generieke geneesmiddelen op de markt, de lancering van nieuwe biologisch gebaseerde geneesmiddelen van concurrenten en de noodzaak voor UCB om duidelijke waarde aan te tonen terwijl we de volgende golf van nieuwe oplossingen naderen die snel elkaar kunnen opvolgen. Terwijl we onze productportfolio in verschillende platformen, zoals gentherapie, ontwikkelen, zijn we bewust van de noodzaak om onze kennis en expertise op deze gebieden uit te breiden.# Meer informatie over risico’s met betrekking tot producten en innovatie vindt u in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
Innovatie is de realiteit van de patiënt begrijpen
Alle farmaceutische bedrijven zijn “datagestuurd” aangezien ze grote groepen gegevens nemen om te zien wat men hieruit kan leren. Bij UCB zijn we ook datagestuurd, maar we worden ook gestuurd door vragen. Dit helpt ons de patiënt verbinden met onze wetenschap en we geloven dat deze aanpak beter uitkomt voor onze patiënten en ons laat concentreren op het beantwoorden van de belangrijkste vragen. Vragen zoals, “Hoe kunnen we symptomen verbeteren en hoe snel?”, “Wat is de juiste dosis van een geneesmiddel?”. Of, “Kunnen we de toekomstige reactie of terugval van een patiënt op een behandeling voorspellen?”.
De samenwerking van UCB met Stanford is een geweldig voorbeeld van onze door vragen gestuurde aanpak. De samenwerking wendt onze expertise aan in ontdekking, klinische, praktische, omics en andere gegevensbronnen om verder te leren in bepaalde belangrijke gebieden. Ons eerste project met Stanford is gericht op Hidradenitis Suppurative (HS), ook bekend als acne inversa. HS is een immunologische huidziekte met als gevolg een invaliderende levenskwaliteit voor mensen met de ziekte. De behandeling is vaak lang en complex met vertragingen, verkeerde diagnoses en ineffectieve behandeling. Met onze samenwerking met Stanford zijn we van plan verder fenotypering, computationele ontdekking van pathogene mechanismen, alsook de ziektelast en maatschappelijke ervaring te onderzoeken voor mensen die leven met ernstige ziekten zoals HS. Uiteindelijk wordt de focus op wat het belangrijkst is gedreven door een beter begrip van de realiteit van de patiënt en een door vragen gestuurde aanpak, met gebruik van onze vaardigheden om gedifferentieerde oplossingen voor onze patiënten te leveren.
Innoveren in onderzoek
Onze onderzoeksstrategie is verankerd in het concept van differentiatie dat verder gaat dan stapsgewijze verbetering van bestaande resultaten. We zijn van mening dat ons operationeel model gebaseerd op een robuuste patiënt-wetenschap-oplossing kan leiden tot unieke patiëntresultaten. We gaan over van een symptoombestrijdingsaanpak naar etiologiegebaseerde behandelingen, wat betekent dat we ons richten op het verkennen van de hoofdoorzaken van een ziekte om oplossingen te ontwikkelen die de onderliggende pathologie aanpakken. We hebben een visie om van symptomatische behandelingen naar ziektemodificatie te evolueren en uiteindelijk naar remedies voor ernstige chronische ziekten.
Onze technologieplatforms
We ontwikkelen voortdurend onze therapeutische modaliteitsplatformcapaciteiten om beter de juiste oplossingen te ontwerpen voor patiënten van kleine moleculen (NCE, nieuwe chemische entiteiten) tot biologische middelen (NBE, nieuwe biologische entiteiten) en gentherapie. Als voorbeeld heben UCB en onderzoekers in de University of Bath, VK, in 2021 een nieuwe manier ontdekt om miniatuurantilichamen te produceren zodat er potentiële nieuwe behandelingen voor ziekten kunnen worden gevonden. De potentiële medische implicaties van de kleine omvang van de nieuwe antilichamen zijn significant, aangezien ze zich binden aan plekken op pathogenen die te groot zijn voor normale antilichaammoleculen en de vernieling van invasieve microben teweegbrengen of toegang kunnen krijgen tot gebieden in het lichaam die grotere antilichamen niet kunnen bereiken. Ondertussen werd tijdens een lopende samenwerking tussen UCB en onderzoekers in de University of Southampton, VK, een nieuwe technologie ontwikkeld die het natuurlijke vermogen van therapeutische antilichamen om bloedkankercellen aan te vallen, verbetert. Het gebruikt een deel van het menselijke immuunsysteem, bekend als de complementcascade, en opent de weg voor een potentiële nieuwe klasse van behandelingen.
Gentherapie bij UCB
We bouwen ook voort op onze bestaande expertise op het gebied van ziektebiologie en chemie door onze capaciteiten in gentherapie te versterken. Gentherapie gebruikt gewijzigde virussen of andere technologieën om therapeutische genen aan cellen of weefsels te leveren en genetische ziekten aan de bron te behandelen. Ze kunnen via verscheidene mechanismen werken: ze kunnen een gen vervangen die een medisch probleem veroorzaakt door een gezonde kopie van de gen, genen kunnen toegevoegd worden om de ziekte te bestrijden of behandelen of ze kunnen de ziekteveroorzakende gen(en) uitschakelen. Sinds het eerste gentherapieonderzoek in 1990 hebben we een aanzienlijke evolutie op dit gebied meegemaakt en 30 jaar later wordt gentherapie beschouwd als een opwindend platform voor behandelingen voor patiënten met ernstige ziekten die ooit als ongeneeslijk werden gezien. Het uitbreiden en versterken van onze activiteiten met betrekking tot gentherapie stemt overeen met onze overkoepelende ambitie om over te gaan van symptomatische behandeling naar ziektemodificatie en uiteindelijk naar remedies voor ernstige chronische ziekten.
In 2020 heeft onze ambitie op dit gebied ons aangezet tot de overname van Handl Therapeutics BV, een snel groeiend en transformatief gentherapiebedrijf in Leuven – een bedrijf dat in juni 2021 volledig werd geïntegreerd in UCB. In september 2021 ging UCB een partnerschap met CEVEC aan, om de toegang tot hun ELEVECTA® technologie te evalueren en te benutten, waardoor UCB mogelijk een schaalbare, robuuste en efficiënte productie van gentherapievectoren kan ontwikkelen. Het potentieel van gentherapie vereist ook betere samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid tussen alle actoren en beleidsmakers in de gezondheidszorg. Bij UCB herbekijken we ons ontwikkelingsmodel voor therapieën om verder te gaan dan een traditionele aanpak en om beter nieuwe uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, voornamelijk op het gebied van klinische studies, kwaliteit en veiligheid voor gentherapie.
Onze onderzoekscentra
We hebben internationaal geïntegreerde onderzoekscentra in Braine-l’Alleud (België), Slough Verenigd Koninkrijk) en Boston, Massachusetts (Verenigde Staten) met aanvullende onderzoekshubs in Durham, North Carolina en Seattle, Washington (Verenigde Staten), Leuven (België) en Kings College London (Verenigd Koninkrijk). Onze klinische ontwikkelingsteams zijn internationaal geïntegreerd met 7 locaties over 6 landen (België, China, Duitsland, Japan, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten).
Innoveren in klinische ontwikkeling
We blijven onze interacties met patiënten, onderzoekers en zorgverleners ontwikkelen. We bevorderen diepere partnerschappen met patiënten en ontwerpen protocollen om de operationele last te verminderen en streven ernaar om een positieve ervaring voor patiënten te creëren. Onze aanpak richt zich op het begrijpen van patiënten als mensen en hun behoeften te behandelen naast therapeutische behandelingen. We zijn daarom van mening dat patiënten in klinische studies van UCB een weerspiegeling moet zijn van de populatie die uiteindelijk voordeel zal halen uit onze nieuwe geneesmiddelen en we blijven de diversiteitsbasis van onze eigen klinische studies voor fase 3 programma’s voltooid in 2021 of die worden voltooid in 2022 meten en verbeteren, vergeleken met het gemiddelde van de verslagen van geneesmiddelstudies van de FDA. We streven naar inclusieve klinische studies door actie te nemen om gegevens met betrekking tot leeftijd, geslacht, ras en etniciteit, genetica, geografische locatie, sociaaleconomische gegevens en meer in acht te nemen. We streven er ook naar om de ervaring van de patiënt te verbeteren door de collectieve rijkheid van hun unieke achtergrond, leven en culturele ervaringen en de diversiteit van ideeën die dit meebrengt te herkennen.
Via onze technologische en datagestuurde aanpak hebben we gedecentraliseerde klinische studies (DCT) geïmplementeerd, waaronder virtuele studies en centrumbezoeken en externe beoordelingen, die meer toegankelijk en gemakkelijker deel te nemen zijn voor patiënten, voornamelijk deze die traditioneel ondervertegenwoordigd zijn. Met DCT’s wordt het totaal aantal fysieke patiëntbezoeken verminderd en nemen afstandsvriendelijke of virtuele bezoeken toe. Door deze innovatieve aanpak kunnen we telegeneeskunde en mobiele apps aanwenden naast traditionele klinische diensten. In onze portfolio heeft UCB bijna 20% actieve studies in het DCT-model, met meer dan de helft van de studiebezoeken op afstand of virtueel vastgelegd. Technologie laat ons toe om geschikte patiënten te vinden die kunnen deelnemen aan klinische studies en om hoofdonderzoekers te vinden om klinische centra te openen en verwijzende artsen te identificeren in de gebieden waar patiënten worden gevonden. Hierdoor kunnen we ondervertegenwoordigde geografische gebieden identificeren en studies beginnen voor nieuwe locaties en nieuwe patiënten. Ten slotte creëert technologie uitstekende mogelijkheden om patiëntgemeenschappen voor te lichten over het belang van klinische studies en hen aan te moedigen om deel te nemen.
Onze pijplijn
Onze wetenschappers, gesteund door faciliteiten van wereldklasse en baanbrekende platforms en technologieën, evolueren voortdurend en verbeteren hun kennis en capaciteiten om waarde te leveren voor al onze belanghebbenden. Dit heeft een sterke pijplijn aangewakkerd over verscheidene therapiegebieden en we zijn ervan overtuigd dat ze zeer lang zeer gedifferentieerde oplossingen zullen leveren. Onze pijplijn wordt aangedreven door een veelzijdige preklinische onderzoekseenheid die knooppunten over de hele wereld heeft. UCB is trots dat zij een betrouwbare en productieve partner in onderzoek is en in de voorhoede van de wetenschap werkt om oplossingen voor patiënten te vinden. In dit verslag richten we ons op Fase 2 studies. Een opmerkelijk voorbeeld van het patiëntgestuurde onderzoek van UCB is gegeven in het volgende hoofdstuk waarin de geschiedenis van de ontwikkeling van BIMZELX® wordt gepresenteerd.# BIMZELX ® - onze ambitie voor patiënten in actie
2021 was een belangrijke mijlpaal voor de dermatologiegemeenschap en UCB met de goedkeuring van een nieuwe oplossing in de Europese Unie (EU) 11 en Groot-Brittannië (GB) 12 : BIMZELX® ( bimekizumab ), voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie. Bimekizumab is een uitstekend voorbeeld van de patiëntwaardestrategie van UCB aangezien het aantoont wat er gebeurt wanneer we de onvervulde behoeften van patiënten verbinden met innovatief biologisch onderzoek en baanbrekende wetenschap. Het verhaal begon meer dan een decennium geleden, geïnspireerd door de behoeften van patiënten met chronische immuungemedieerde inflammatoire ziekten, toen wetenschappers bij UCB een originele wetenschappelijke hypothese ontwikkelden dat dubbele neutralisatie van interleukine L-17A en IL- 17F – beide belangrijke oorzaken van inflammatie – kan leiden tot betere klinische resultaten voor patiënten vergeleken met remming van alleen IL- 17A. In psoriasis ondersteunen positieve resultaten van klinische studies de originele hypothese. In Fase 3 klinische studies 11,12,13 toonde BIMZELX® superieure niveaus van huidklaring vergeleken met placebo en de twee vaak voorgeschreven biologische middelen adalimumab en ustekinumab (vergelijking t.o.v. ustekinumab was een gerangschikt secundair eindpunt) en werd over het algemeen goed verdragen. Bovendien ondersteunden gegevens van een Fase 3b studie waarbij bimekizumab werd vergeleken met een IL- 17A remmer, secukinumab 14 , de waarde van remming van IL-17F naast IL-17A in de behandeling van patiënten met matige tot ernstige plaque psoriasis. Bimekizumab is een bewijs van de inzet van UCB om de onvervulde behoeften van patiënten te vervullen, de wetenschap te bevorderen en oplossingen te leveren met het potentieel om de zorgstandaard voor patiënten te verbeteren.
11 ClinicalTrials.gov. Een studie met een initiële behandelingsperiode gevolgd door een periode van gerandomiseerde terugtrekking om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab te evalueren bij volwassen proefpersonen met matige tot ernstige chronische plaque psoriasis (BE READY).. Beschikbaar op: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03410992. geraadpleegd op 11 februari 2022.
12 Clinicaltrials.gov. Een studie om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab te evalueren bij volwassen proefpersonen met matige tot ernstige chronische plaque psoriasis (BE SURE). Beschikbaar op: https://www.clinicaltrials.gov/ct2/show/ NCT03412747. geraadpleegd op 11 februari 2022.
13 ClinicalTrials.gov. Een studie om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab vergeleken met placebo en een actief vergelijkingsmiddel te evalueren bij volwassen proefpersonen met matige tot ernstige chronische plaque psoriasis (BE VIVID). Beschikbaar op: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03370133. geraadpleegd op 11 februari 2022.
14 ClinicalTrials.gov. Een studie om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab vergeleken met een actief vergelijkingsmiddel te evalueren bij volwassen proefpersonen met matige tot ernstige chronische plaque psoriasis (BE RADIANT). Beschikbaar op: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03536884. Geraadpleegd op 11 februari 2022.
Bovendien meldde UCB in januari 2022 15 positieve tussentijdse toplineresultaten van de Fase 3 BE MOBILE 1-studie die bimekizumab evalueert in de behandeling van volwassenen met niet- radiografische axSpA en positieve toplineresultaten van de Fase 3 BE COMPLETEstudie, die bimekizumab evalueerde in de behandeling van actieve psoriatische artritis bij volwassenen die niet voldoende reageren op anti-TNF (tumornecrosefactor) behandeling of niet verdragen. UCB zet zich in om bimekizumab aan patiënten over de hele wereld te brengen. In januari 2022 heeft het Japanse Ministerie van gezondheid, arbeid en welzijn marktautorisatie verleend voor BIMZELX® voor de behandeling van plaque psoriasis, gegeneraliseerde pustuleuze psoriasis en erythrodermische psoriasis bij patiënten die niet voldoende reageren op bestaande behandelingen. Bimekizumab wordt momenteel geëvalueerd door de Amerikaanse Food and Drug Administration (U.S. FDA) voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen.
2021 was een jaar van aanzienlijke vooruitgang voor bimekizumab
- Februari: De Lancet publiceerde twee manuscripten met details van de werkzaamheid- en veiligheidsresultaten van de Fase 3 BE VIVID 16 -studie waarin bimekizumab wordt vergeleken met placebo als het primaire eindpunt en met ustekinumab als een gerangschikt secundair eindpunt in de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis. De BE READY 17 -studie vergeleek bimekizumab met placebo, in de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis.
- April: Het New England Journal of Medicine publiceerde twee manuscripten met details over de werkzaamheid- en veiligheidsresultaten van de Fase 3 BE SURE 18 en de Fase 3b BE RADIANT 19 studies, waarbij bimekizumab werd vergeleken met respectievelijk adalimumab en secukinumab , in de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis.
- Juni: Het comité van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik bracht een gunstig advies uit met aanbeveling voor het toekennen van een marktautorisatie voor bimekizumab voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie.
- Augustus: De Europese Commissie verleende marktautorisatie en bimekizumab werd de eerste goedgekeurde behandeling in de EU voor matige tot ernstige plaque psoriasis, dat is ontworpen om selectief en direct zowel IL- 17A als IL-17F te remmen. De goedkeuring in de EU was de eerste marktautorisatie voor de nieuwe behandeling voor psoriasis van UCB wereldwijd.
- Augustus: Het Medicines and Healthcare products Regulatory Agency in het VK verleende marktautorisatie voor bimekizumab
15 Clinicaltrial.gov. Een studie om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab te evalueren bij proefpersonen met actieve niet-radiografische axiale spondyloartritis (BE MOBILE 1 Beschikbaar op: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03928704. Geraadpleegd op 11 februari 2022
16 Reich K., Papp K.A., Blauvelt A., Langley R.G., Armstrong A. et al. Bimekizumab versus ustekinumab voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis (BE VIVID): Werkzaamheid en veiligheid van een 52 weken durende, multicentrische, dubbelblinde, actief vergelijkingsmiddel en placebogecontroleerde fase 3 studie Lancet 2021; 397(10273):487–98
17 Gordon K.B., Foley P., Krueger J.G., Pinter A., Reich K. et al. Bimekizumab werkzaamheid en veiligheid bij matige tot ernstige plaque psoriasis (BE READY): Een multicentrische, dubbelblinde, placebogecontroleerde, fase 3 studie met gerandomiseerde terugtrekking Lancet 2021; 397(10273):475– 86
18 Richard B. Warren, M.D., Ph.D., Andrew Blauvelt, M.D., Jerry Bagel, M.D., Kim A. Papp, M.D., Ph.D., Paul Yamauchi, M.D., Ph.D., April Armstrong, M.D., M.P.H., Richard G. Langley, M.D., Veerle Vanvoorden, M.Sc., Dirk De Cuyper, M.D., Christopher Cioffi, Ph.D., Luke Peterson, M.S., Nancy Cross, M.D., et al. Bimekizumab versus Adalimumab in Plaque Psoriasis N Engl J Med 2021; 385:130-141
19 Kristian Reich, M.D., Ph.D., Richard B. Warren, M.D., Ph.D., Mark Lebwohl, M.D., Melinda Gooderham, M.D., Bruce Strober, M.D., Ph.D., Richard G. Langley, M.D., Carle Paul, M.D., Ph.D., Dirk De Cuyper, M.D., Veerle Vanvoorden, M.Sc., Cynthia Madden, M.D., Christopher Cioffi, Ph.D., Luke Peterson, M.S., et al. Bimekizumab versus Secukinumab in Plaque Psoriasis N Engl J Med 2021; 385:142-152
in GrootBrittannië voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie.
* September: Het National Institute for Health and Care Excellence in het VK publiceerde haar laatste Technology Appraisal Guidance waarbij bimekizumab werd aanbevolen als een behandelingsoptie voor volwassenen met ernstige plaque psoriasis. Dit was de eerste positieve beoordeling van gezondheidstechnologie voor bimekizumab wereldwijd met nadruk op de waarde die bimekizumab kan brengen voor patiënten, zorgsystemen en de maatschappij 20 .
* November: UCB meldde positieve tussentijdse toplineresutaten van de Fase 3 BE OPTIMAL 21 - studie waarin bimekizumab werd geëvalueerd in de behandeling van volwassenen met actieve psoriatische artritis.
* December: UCB kondigde positieve tussentijdse toplineresultaten aan van de Fase 3 BE MOBILE 22 2-studie, waarin bimekizumab werd geëvalueerd bij volwassenen met actieve ziekte van Bechterew, ook bekend als radiografische axiale spondyloartritis (r- axSpA).
20 https://www.nice.org.uk/guidance/ta723/chapter/1- Recommendations
21 ClinicalTrials.gov. Een studie om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab te testen bij de behandeling van proefpersonen met actieve psoriatische artritis (BE OPTIMAL). Beschikbaar op: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03895203. Geraadpleegd op 11 februari 2022.
22 ClinicalTrials.gov. Een studie om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab te evalueren bij proefpersonen met actieve ziekte van Bechterew (BE MOBILE 2). Beschikbaar op: https://www.clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03928743. Geraadpleegd op 11 februari 2022.
Clinicaltrial.gov. Een studie om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab te evalueren bij proefpersonen met actieve niet-radiografische axiale spondyloartritis (BE MOBILE 1 Beschikbaar op: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03928704. Geraadpleegd op 11 februari 2022.
Ziektedomeinen en oplossingen voor mensen met ernstige ziekten
In 2021 bleven we zoeken naar oplossingen die de levens van mensen met ernstige ziekten transformeren. We worden gedreven door wetenschap om de inzichten van patiënten te vertalen in gedifferentieerde oplossingen die unieke resultaten en de beste individuele patiëntervaring opleveren.# UCB SA
Tijdens dit jaar werd aanzienlijke vooruitgang geboekt in het behalen van deze ambitie voor verscheidene specifieke patiëntpopulaties in de volgende ziektedomeinen. Meer informatie over deze en andere ziektedomeinen die we ondersteunen treft u aan op onze website.
Psoriasis
UCB zet zich reeds lang in om mensen met psoriasis te ondersteunen. UCB’s CIMZIA® (certolizumab pegol), een tumornecrosefactor (TNF) remmer was in 2021 beschikbaar voor patiënten met psoriasis in meer dan 50 markten rond de wereld. In de VS1 en EU is CIMZIA®2 is geïndiceerd voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie of fototherapie (alleen fototherapie in de VS). In 2021 breidden we met trots onze portfolio uit met de goedkeuring en lancering van BIMZELX® (bimekizumab) in de EU en Groot-Brittannië voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie. Bimekizumab is de eerste goedgekeurde behandeling voor psoriasis in de EU, GB en Japan die is ontworpen om selectief en direct zowel IL-17A als IL-17F te remmen, twee cytokinen die inflammatoire processen aansturen.
Spondyloartritides
Spondyloartritides (SpA) is de naam voor een familie van inflammatoire reumatische ziekten. Twee van de meest voorkomende en ernstige vormen van SpA zijn psoriatische artritis (PsA) en axiale spondyloartritis (axSpA) 23. Psoriatische artritis treft gewoonlijk mensen die reeds psoriasis hebben; tot 30% van patiënten met psoriasis ontwikkelen PsA 24. Hoewel patiënten gewoonlijk eerst de diagnose van psoriasis krijgen, kunnen gewrichtsproblemen ook verschijnen voor huidproblemen.
In de UE 24 is CIMZIA®, in combinatie met methotrexaat (MTX), geïndiceerd voor de behandeling van actieve PsA bij volwassenen wanneer de respons op vorige ziektemodificerende antireumageneesmiddelen ontoereikend was. CIMZIA® kan toegediend worden als 23 Sieper J, Braun J. Clinician’s Manual on Axial Spondyloarthritis. Springer Healthcare 2014 24 Mease PJ, Armstrong AW. Managing patients with psoriatic disease: the diagnosis and pharmacologic treatment of psoriatic arthritis in patients with psoriasis. Drugs. 2014;74:423-41. monotherapie in geval van intolerantie voor MTX of wanneer voortgezette behandeling met MTX ongepast is. We verkennen ook het potentieel voor bimekizumab om volwassenen met psoriatische artritis te behandelen we hebben reeds positieve Fase 3 toplineresultaten ontvangen.
Axiale spondyloartritis (axSpA) is een chronische, inflammatoire reumatische ziekte die het axiale skelet beïnvloedt en ernstige pijn, stijfheid en vermoeidheid 26 veroorzaakt die vaak begint in de jonge volwassenheid en effectieve behandeling vereist. Sommige patiënten met axSpA hebben definitieve structurele schade van sacro- iliacaal gewrichten zichtbaar op röntgenfoto’s en dit axSpA subtype wordt radiografische axSpA (r-axSpA) genoemd, ook historisch bekend als de ziekte van Bechterew, terwijl sommige patiënten geen duidelijke radiografische schade hebben van sacro- iliacaal gewrichten en dit subtype wordt niet- radiografische axSpA (nr-axSpA) genoemd. Ongeacht of axSpA patiënten de radiografische of niet-radiografische vorm van de ziekte hebben, een vergelijkbare hoge ziektelast7 en onherstelbare schade aan de wervelkolom treedt vaak op bij veel patiënten met AS en nr-axSpA en beïnvloedt na verloop van tijd normaal functioneren en de levenskwaliteit. Patiënten met nr-axSpA en AS hebben een vergelijkbare symptomologie (chronische pijn, vermoeidheid, stijfheid en andere veelvoorkomende ziektemanifestaties zoals enthesitis, dactylitis, perifere artritis, uveïtis anterior, psoriasis en inflammatoire darmziekte) en ziektelast. Nr-axSpA komt meer voor bij vrouwen en heeft meer perifere enthesitis.
Het verschil tussen deze twee aandoeningen werd erkend door gezondheidsautoriteiten; dit jaar in de VS heeft het ICD-10 Coordination and Maintenance Committee de creatie van een nieuwe subcategorie (M45.A) voor nraxSpA goedgekeurd en wordt nr-axSpA herkend als een vastgestelde en legitieme aandoening en een meer accurate diagnose 28 gevorderd.
In de EU is CIMZIA® (certolizumab pegol) geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met ernstige actieve axSpA 23. Volgens het Amerikaanse label is CIMZIA® een tumornecrosefactor (TNF) remmer geïndiceerd voor: behandeling van volwassenen met de ziekte van Bechterew en volwassenen met actieve niet-radiografische axiale spondyloartritis met objectieve tekenen van inflammatie 23. We zijn ook het potentieel aan het verkennen voor bimekizumab om volwassenen met axSpA te behandelen en we hebben reeds positieve Fase 3 toplineresultaten 29 voor het gebruik van bimekizumab bij volwassenen met nr-axSpA, alsook voor radiografische axSpA. Meer informatie vindt u in ons verhaal over bimekizumab.
25 ClinicalTrials.gov. A Study to Test the Efficacy and Safety of Bimekizumab in the Treatment of Subjects With Active Psoriatic Arthritis (BE OPTIMAL). Available at: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03895203. Accessed 11 February 2022.
26 Laure Gossec, Maxime Dougados, Maria-Antonietta D’Agostino, Bruno Fautrelab; Fatigue in early axial spondyloarthritis. Results from the French DESIR cohort; Joint Bone Spine Volume 83, Issue 4, July 2016, Pages 427-431
27 ClinicalTrials.gov. A Study With a Initial Treatment Period Followed by a Randomized-withdrawal Period to Evaluate the Efficacy and Safety of Bimekizumab in Adult Subjects With Moderate to Severe Chronic Plaque Psoriasis (BE READY).
28 https://www.the-rheumatologist.org/article/non- radiographic-axial-spondyloarthritis-recognized-with-icd-10- code/
29 ClinicalTrials.gov. A Study With a Initial Treatment Period Followed by a Randomized-withdrawal Period to Evaluate the Efficacy and Safety of Bimekizumab in Adult Subjects With Moderate to Severe Chronic Plaque Psoriasis (BE READY). Available at: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03410992. Accessed 11 February 2022.
Naast CIMZIA® is ons onderzoek gericht op de ontwikkeling van nieuwe oplossingen die resterende onvervulde behoeften proberen aan te pakken en een grondigere ziektebestrijding te bieden. Hoewel de tijd tot diagnose van axSpA over de jaren is verbeterd, blijft het onaanvaardbaar lang. Vrouwen ervaren nog steeds veel langere tijd tot diagnose dan mannen: het duurt gemiddeld negen jaar voor een patiënt om te worden gediagnosticeerd met axSpA, 30 en vrouwen wachten gemiddeld 2 jaar langer dan mannen op hun diagnose.
Epilepsie
UCB heeft een sterke traditie in epilepsie en vond en ontwikkelde in het verleden de juiste moleculen om de symptomen van de ziekte te behandelen. Gedurende meer dan 30 jaar hebben we oplossingen geleverd die de behandeling hebben helpen transformeren en het leven van miljoenen mensen met epilepsie verbeterd. Het bestaande productportfolio van UCB voor epilepsiesymptomen omvat KEPPRA® (levetiracetam), VIMPAT® (lacosamide), BRIVIACT® (brivaracetam) en NAYZILAM® (midazolam neusspray - alleen in VS).
Na onze overname van Engage Therapeutics, een farmaceutisch bedrijf in klinisch stadium dat STACCATO® alprazolam ontwikkelt, hebben we nu een volledig ontwikkelingsprogramma voor het snel beëindigen van aanhoudende, langdurige aanvallen bij patiënten van 12 jaar en ouder met epilepsie. De centrale Fase 3-studie om STACCATO® alprazolam naar patiënten in de VS, EU, Japan en China te brengen werd zoals gepland begonnen in het vierde kwartaal van 2021.
In januari 2022 is UCB een overeenkomst aangegaan voor de overname van Zogenix, Inc., een mondiaal biofarmaceutisch bedrijf dat therapieën voor zeldzame ziekten commercialiseert en ontwikkelt. Na afronding (verwacht in het tweede kwartaal van 2022) zal de overname van Zogenix voortbouwen op en onze rol verbreden als leider in het aanpakken van de onvervulde behoeften van mensen met epilepsie, door FINTEPLA® (fenfluramine) toe te voegen aan de bestaande productlijn van UCB. FINTEPLA® is goedgekeurd door de Amerikaanse FDA 33 en de EMA 34, en wordt momenteel in Japan5 geëvalueerd voor de behandeling van aanvallen die gepaard gaan met het syndroom van Dravet bij patiënten die twee jaar en ouder zijn. Zogenix streeft ook indicaties na voor het gebruik van FINTEPLA® in de
30 Jovani V et al. PLoS One. 2018;13(10):e0205751
31 CIMZIA® U.S. PI. https://www.accessdata.fda.gov/scripts/cder/daf/
32 CIMZIA EU SmPC : https://www.ema.europa.eu/en
33 U.S. FDA News Release. FDA keurt nieuwe therapie voor syndroom van Dravet goed. 25 juni 2020.
34 Hoogtepunten van vergadering van de Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) 12-15 oktober 2020. https://www.ema.europa.eu/en/news/meeting-highlights-committee-medicinal-products-human-use-chmp-12-15-october-2020.
behandeling van aanvallen die gepaard gaan met het syndroom van Lennox-Gastaut en aanvullende zeldzame vormen van epilepsie. Afronding van de overname is afhankelijk van bepaalde voorwaarden, waaronder de aanbieding van aandelen die minstens een meerderheid van het totaal aantal uitstaande aandelen van Zogenix vertegenwoordigen, antitrustgoedkeuringen en andere gebruikelijke voorwaarden en zal naar verwachting worden afgerond voor het einde van het tweede kwartaal van 2022.
UCB heeft een aantal aanvullende mijlpalen verwezenlijkt in 2021: uitbreiding van onze expertise in de pediatrische populatie en vordering naar onze ambitie om beter mensen met de onzekerheid van epilepsie te ondersteunen:
- Begin 2021 werd VIMPAT® gelanceerd in Japan als aanvullende therapie in de behandeling van primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen bij volwassenen, adolescenten en kinderen van 4 jaar met idiopathische gegeneraliseerde epilepsie.# UCB Annual Report 2021
● In maart werd VIMPAT® goedgekeurd in Australië voor de uitbreiding van de indicatie als toegevoegde therapie in de behandeling van primaire gegeneraliseerde tonischclonische aanvallen bij patiënten met idiopathische gegeneraliseerde epilepsie van 4 jaar en ouder.
● In maart hebben we ook VIMPAT® monotherapie en orale oplossing in China gelanceerd.
● In augustus werd BRIVIACT® goedgekeurd door de Amerikaanse FDA zowel als monotherapie en aanvullende therapie voor de behandeling van partiële aanvallen bij patiënten van één maand en ouder.
● In oktober werd VIMPAT® goedgekeurd door de Amerikaanse FDA, zowel als monotherapie en aanvullende therapie, voor de behandeling van partiële aanvallen bij patiënten van één maand en ouder.
Of een persoon nu focale aanvallen, aanvalclusters of een zeldzaam syndroom ervaart, hun ervaring en respons op de medicatie varieert. Inzichten van onze onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen hebben de noodzaak benadrukt voor potentiële nieuwe behandelingen in een aantal subtypes van epilepsie, zoals tumorgeassocieerde epilepsie, tubereuze sclerose complex en auto-immuun epilepsie. Naarmate we ons begrip van elk van deze epilepsietypes vergroten, komen we dichter bij de kritieke onderliggende pathologieën en creëren we het potentieel voor ziektemodificatie of correctie op het genoom niveau. We bevorderen ook oplossingen voor technologische ondersteuning die specifieke onvervulde behoeften van patiënten aanpakken, van diagnostiek en behandeling tot coördinatie van zorg.
In 2021 werd Nile.AI , Inc. gelanceerd, een nieuw onafhankelijk bedrijf dat werd opgericht voor het verbeteren van zorg voor mensen met epilepsie, hun verzorgers en zorgverleners (HCP’s). Nile.AI werd opgericht met een duidelijke missie: om de toekomst van elke epilepsiepatiënt voorspelbaar te maken. Hiervoor is Nile.Al bezig met het ontwikkelen van een platform voor het managen van epilepsie dat dient als een digitale verlenging van de HCP, met het ultieme doel om de weg naar optimale behandeling te verkorten. In iets meer dan een jaar heeft Nile.AI zich ontwikkeld van een idee tot een bedrijf met 35 medewerkers en twee kantoren in twee landen. De technologie is geregistreerd door de Amerikaanse FDA en is ISO gecertificeerd en zal spoedig voorzien zijn van de CEmarkering.
Ondertussen leidt onze huidige samenwerking met Med Tech company Byteflies tot een mogelijkheid om patiënten en zorgverleners te ondersteunen bij het volgen en vassalage van aanvallen, voornamelijk focale aanvallen, dankzij een discreet draagbaar elektro- encefalogramapparaat dat is ontworpen voor het detecteren van focale aanvallen. We dragen ook startkapitaal bij tot Neurava , een startend bedrijf voor medische hulpmiddelen in de VS, dat bezig is met het aanpassen van een potentieel werkingsmechanisme achter Sudden Unexpected Death in Epilepsy (SUDEP) in een slim draagbaar apparaat, de eerste in zijn soort. Dit draagbaar apparaat kan mogelijk aanvallen en dreigende SUDEP- risico identificeren en hiervoor waarschuwingen geven, wat een impact kan hebben voor de 50 miljoen mensen wereldwijd met epilepsie.
Tijdens de volgende vijf jaar streven we ernaar om nog meer patiënten te bedienen met UCB’s epilespiebehandelingen. Hiervoor heeft UCB in de VS onderzoek afgerond om beter de ervaringen van Latijns-Amerikaanse mensen met epilepsie te begrijpen om onze inspanningen om obstakels voor billijke gezondheidsresultaten te verwijderen te verbeteren. Het Population Health Team van UCB voerde onderzoek uit via patiëntfocusgroepen om meer te leren over de ervaringen van mensen van Mexicaanse afkomst met epilepsie en de bronnen die ze nuttig zouden vinden. In deze focusgroepen kwamen twee obstakels naar voren: culture misverstanden en een gebrek aan ziekteinformatie in de moedertaal. Als gevolg van dit onderzoek zoekt UCB naar manieren om deze obstakels aan te pakken en verder rechtvaardigheid in deze gemeenschappen te verbeteren. UCB is ook bezig met een soziaal zakenmodel in India om toegang mogelijk te maken voor mensen met epilepsie in landen en omgevingen met beperkte toegang tot kwaliteitszorg en geneesmiddelen. Hierover leest u meer in de sectie Toegang van dit hoofdstuk.
Osteoporose
Osteoporose is een aandoening gekenmerkt door lage botmassa en verslechtering van de micro-architectuur van de beenderen met als gevolg fracturen met lage impact of fragiliteitsfracturen. De primaire therapie van UCB voor osteoporose is EVENITY® ▼ (romosozuma b ), een botvormend monoklonaal antilichaam, dat samen is ontwikkeld en gecommercialiseerd door UCB, Amgen en Astellas. In Europa is EVENITY® geïndiceerd voor de behandeling van ernstige osteoporose voor postmenopauzale vrouwen met een hoog risico op fracturen. Na de eerste Europese lancering in 2020 bleef UCB EVENITY® vorige jaar op de markten in Europa brengen en onze impact blijft groeien met een bereik van meer dan 200 000 vrouwen met ernstige postmenopauzale osteoporose.
UCB zet zich ook in om de zorg na een fractuur te bevorderen. We doen dit door samen te werken met ziekenhuizen en zorgsystemen rond de wereld om samenwerkingsdiensten voor fracturen op te zetten die de beste praktijken in gecoördineerde zorg garanderen. We werken om problemen met beleidslijnen en terugbetaling aan te pakken door beleidsmakers rond de wereld te helpen bij het implementeren van beleidslijnen die de economische last van fragiliteitsfracturen verminderen, voornamelijk voor de verouderende bevolking, en te tonen hoe coördinatie van zorg de maatschappij algemeen kan helpen.
▼ Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende controle. Hierdoor kan nieuwe veiligheidsinformatie snel worden geïdentificeerd. Professionele zorgverleners worden gevraagd om alle vermoede ongewenste bijwerkingen te melden.
Er wordt geschat dat slechts een derde van wervelfracturen klinische aandacht krijgt. UCB heeft met het oog hierop BoneBot ontwikkeld, een AI-gebaseerde oplossing dat controleert op wervelfracturen op CT-scans die worden uitgevoerd voor andere doeleinden en de aanwezigheid van “stille” of asymptomatische spinale fracturen detecteert die vaak onopgemerkt gaan. Het hulpmiddel beoordeelt patiëntscans en signaleert wervelfracturen aan relevante professionele zorgverleners. In oktober kondigde UCB aan dat zij BoneBot in licentie zal geven aan ImageBiopsy Lab, een toonaangevend AI diagnostisch beeldvormingsbedrijf, voor verdere ontwikkeling en lancering. ImageBiopsy Lab zal de technologie verder ontwikkelen om goedkeuring als een medisch hulpmiddel te verkrijgen en het lanceren met haar bestaande IB Lab Zoo platform voor levering aan ziekenhuizen en groepspraktijken om de identificatie en rapportering van spinale fracturen te helpen verbeteren om vroegere diagnose en behandeling mogelijk te maken en mogelijk de negatieve resultaten die gepaard gaan met osteoporose te verminderen.
Gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG)
Er zijn ongeveer 7.000 zeldzame ziekten in de wereld die elk een relatief klein aantal patiënten beïnvloeden. Hoewel vooruitgang wordt geboekt voor mensen met zeldzame ziekten, zijn er nog steeds relatief weinig behandelingsopties voor deze patiënten. Mensen met zeldzame ziekten kunnen zich vaak vergeten, ongehoord of onbegrepen voelen. De uitdagingen waarmee ze worden geconfronteerd kunnen worden vergroot door isolatie en ze kunnen zich afvragen of iemand zich bekommert over wat ze nodig hebben. Ze maken zich zorgen dat hun ziekte te weinig mensen treft om zich hierover te bekommeren.
Bij UCB zijn we van mening dat de hoogste behoeften niet altijd in cijfers kunnen worden uitgedrukt. We zien niet alleen patiënten of de omvang van populaties, we zien mensen in nood. Door ons te richten op ons doel van het creëren van patiëntwaarde voor mensen met ernstige ziekten nu en in de toekomst breiden we onze inspanningen uit om behandelingen te ontwikkelen voor zeldzame neurologische en immunologische ziekten. We gebruiken onze ervaring om behandelingen te ontwikkelen voor zeldzame neurologische ziekten, zoals gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG), een zeldzame, chronische auto-immuun neuromusculaire ziekte die gepaard gaat met spierzwakte.
In december 2021 hebben we positieve toplineresultaten aangekondigd van de Fase 3 MycarinG4-studie waarin rozanolixizumab, een subcutaan via een infuus toegediend monoklonaal antilichaam gericht op de neonatale Fcreceptor (FcRn), versus placebo werd geëvalueerd bij volwassenen met gMG. De studie behaalde zijn primaire en secundaire eindpunten en toonde een statistisch significante en klinisch relevante wijziging ten opzichte van de uitgangswaarde. Samen met rozanolixizumab onderzoekt UCB ook of haar geneesmiddel in ontwikkeling zilucoplan, een peptideremmer van complement component 5 (C5-remmer), patiëntwaarde kan leveren voor mensen met gMG. In februari 2022 werd in de Fase 3 RAISE- studie, waarin de werkzaamheid en veiligheid van zilucoplan bij patiënten met gMG werd onderzocht, het primaire eindpunt behaald dat een statistisch significante, klinisch relevante, placebogecontroleerde vermindering in de totale score voor Myasthenia Gravis-Activities of Daily Living Profile (MG-ADL) toonde ten opzichte van de uitgangswaarde aan week 12.# UCB: Rapporten en Onderzoek
2021 en Verder: Zeldzame Ziekten en Innovatie
In november organiseerde UCB haar eerste virtuele evenement, Rare Disease Connect in Neurology (RDCN), gericht op zeldzame ziekten, voornamelijk gMG, waarin artsen, wetenschappers en onderzoekers, patiënten en patiëntenorganisaties samenkwamen om de problemen op dit gebied onder de aandacht te brengen en samen oplossingen te bevorderen. In 2021 ondersteunden we ook de ontwikkeling van een unieke patiëntenstudie om de werkelijke impact van gMG en huidige lacunes in de zorg te verkennen en beoordelen. Het kwalitatieve onderzoek verkende de significante fysieke, psychologische, sociale en dagelijkse ervaring van leven met de zeldzame auto-immuun aandoeningen en identificeert de noodzaak voor een betere dialoog tussen patiënten en clinici. De bevindingen werden beschreven in een peer reviewed artikel dat werd opgesteld door patiënten met gMG en collega's van UCB. Technologie speelt ook een belangrijke rol bij het bevorderen van onze inspanningen. We blijven samenwerken met doc.ai, om smartphones te gebruiken om spraak- en gezichtspatronen van mensen met gMG te detecteren en we zijn momenteel bezig met het implementeren van een gedecentraliseerde studie met mobiele telefoons om het potentieel van technologie te evalueren voor het meten van gMG-symptomen en uiteindelijk verergeringen te detecteren/voorspellen met een nauwkeurigheid en duidelijkheid die momenteel niet beschikbaar is voor patiënten in om het even welke omgeving. Na een succesvol proefproject gaan we door met onze ambitie om dit hulpmiddel aan patiënten in nood te leveren en hopen voor 2023 AI-gebaseerde oplossingen bij patiënten te testen.
Wetenschap voor Vrouwen in de Vruchtbare Leeftijd Bevorderen
Ernstige ziekten, zoals reumatoïde artritis, epilepsie, gegeneraliseerde myasthenia gravis of lupus, uiten zich vaak in de vroege volwassenheid en overlappen met de hoogste reproductieve jaren voor vrouwen. Gecombineerd met de tweeledige tendens van latere zwangerschappen en de hogere prevalentie van sommige chronische aandoeningen hebben meer en meer vrouwen geneesmiddelen nodig om een chronische ziekte te behandelen terwijl ze zwanger zijn of van plan zijn om zwanger te worden. Maar ze worden vaak geconfronteerd met verwarrende en tegenstrijdige communicatie over mogelijke risico's. Wegens de angst over het gebruik van therapieën die schade kunnen toebrengen aan de foetus of pasgeborene voelen vrouwen en zorgverleners vaak dat ze toegevingen moeten doen op het vlak van optimaal ziektebeheer voor, tijdens en na de zwangerschap. Slechts 5% van beschikbare geneesmiddelen worden voldoende gecontroleerd, getest voor gebruik bij zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven. Er is een klinische en ethische noodzaak om betere gestandaardiseerde gegevens te genereren om de besluitvorming over het gebruik van geneesmiddelen tijdens zwangerschap en borstvoeding te informeren. Bij UCB willen we vrouwen in de vruchtbare leeftijd met ernstige ziekten in staat stellen om geïnformeerde gedeelde beslissingen te nemen met hun zorgverlener. Dit omvat zwangerschapsplanning en zorgbeheer, tijdens en na de zwangerschap, om optimale gezondheidsresultaten voor moeder en baby te behalen. Onze inzet om lacunes in de kennis van de zorg voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd aan te pakken begon met CIMZIA® als een waardevolle behandelingsoptie voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd en we willen nu de nadruk leggen op vrouwen in de vruchtbare leeftijd in alle oplossingen van UCB. We geloven dat er een duidelijke kans is voor UCB om een leider te zijn in deze sector. We werken hiervoor nauw samen met externe partners zoals het ConcePTION consortium in de EU en de in de VS gevestigde PRGLAC taskforce voor onderzoek specifiek voor zwangere en borstvoeding gevende vrouwen. In 2021 implementeerden we nieuwe doelen om bewijs te genereren voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd voor alle nieuwe activa in de komende jaren.
Productveiligheid en -kwaliteit Garanderen
Bij UCB is het leveren van betrouwbare en veilige geneesmiddelen aan patiënten essentieel voor ons succes en onze Wereldwijde Patiënten Veiligheids- en Kwaliteitsactiviteiten, processen en beheer beschermen dit engagement. Hoewel deze onderwerpen altijd belangrijk voor ons zijn geweest, bevestigde onze materialiteitsupdate van 2021 hun plaats op de lijst, gegeven hoe de COVID-19 pandemie en gerelateerde discussies over het vaccin en de ontwikkeling van behandelingen het belang van farmaceutische veiligheid en kwaliteitszorg voor het voetlicht hebben gebracht.
Onze processen zijn ontworpen om de best mogelijke productkwaliteit, veiligheid en baten-/risicoprofiel voor patiënten te garanderen. De efficiëntie van de processen en naleving van voorschriften worden periodiek beoordeeld en gecontroleerd via het auditprogramma uitgevoerd door onze Kwaliteitsafdeling, alsook via routinematige inspecties door de regelgevende instanties.
De Global Patient Safety organisatie zorgt voor grondig toezicht en begrip van de veiligheidsprofielen voor al onze geneesmiddelen, met inbegrip van deze in klinische ontwikkeling en deze op de markt. Elk product heeft een specifieke veiligheidsverantwoordelijke die een functieoverschrijdend baten-/risicoteam leidt tijdens de volledige levenscyclus van het product. De baten-/risicoteams controleren voortdurend en proactief alle beschikbare gegevens om mogelijke opduikende veiligheidssignalen te identificeren die vervolgens worden beoordeeld om te zien of ze een veiligheidsrisico vormen. Alle mogelijke en geïdentificeerde risico's worden overwogen om te zien of ze de baten- /risicobeoordeling beïnvloeden en of verdere risicobeheeracties nodig zijn. Dit kunnen aanvullende veiligheidsmaatregelen in een studieprotocol, communicatie met patiënten, voorschrijvers en regelgevers zijn of het aanpassen van hoe een product wordt gebruikt. Deze activiteiten worden gecontroleerd door de UCB Benefit Risk Board, geleid door de Chief Medical Officer, en alle activiteiten maken deel uit van een geneesmiddelenbewakingsysteem dat ontworpen is om transparante en inschikkelijke communicatie met regelgevers en andere belanghebbende te garanderen.
De Global Quality organisatie is verantwoordelijk om te garanderen dat UCB een Quality Management System (QMS) heeft dat de internationale en plaatselijke wetgeving naleeft. Dit omvat alle processen die bijdragen tot de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van geneesmiddelen, hulpmiddelen en combinatieproducten tijdens alle fasen van de productlevenscyclus (van ontwikkeling tot stopzetting van het product), met inbegrip van naleving van goedgekeurde deponeringen. Deze systemen zijn gebaseerd op normen, zoals Goede Werkpraktijken (GxP) in de farmaceutische sector, ISO 14001 voor milieubeheer en ISO 13485 voor QMS-normen voor medische hulpmiddelen. Dit team werkt nauw samen met het Patiëntveiligheidsteam, maar ook vanaf onderzoek en ontwikkeling, tot en met productie, terwijl het ook alle klachten beheert en zorgt voor naleving met alle relevante wetgeving en het proces zo nodig beheert voor terugroepingen van het product.
COVID-19 heeft aangetoond hoe belangrijk het is om snel nieuwe methoden van werken aan te nemen om te reageren op de uitdagingen veroorzaakt door deze ongekende situatie. In deze context en tijdens het voorbije jaar was UCB in staat om haar goede kwaliteitsprestaties te handhaven dankzij een sterk, risicogebaseerd kwaliteitsprogramma waarin snel en efficiënt de bekende en opkomende risico's kunnen worden geïdentificeerd en beperkt. We zijn trots dat we in 2020 geen terugroepingen van producten hadden, terwijl we in 2021 slechts één kleine terugroeping hadden. We hadden ook positieve inspectieresultaten tijdens het jaar met nul kritische inspectiebevindingen. We hebben geen lopende handhavingsmaatregelen van de Amerikaanse FDA.
Beheer van Onwettige Geneesmiddelen
De veiligheids- en kwaliteitsteams van UCB richten zich vooral op het verlagen van risico rond onwettige geneesmiddelen. Ze onderzoeken welk type producten worden beïnvloed, hoe vaak dit het geval is en welk soort acties moeten worden genomen. Als onderdeel hiervan, zorgen we er ook voor dat de toeleveringsketen voor al onze producten gebruikt voor de aanmaak van verdovende middelen veilig is. In recente jaren heeft UCB onze samenwerking met gezondheidsinstanties en ordehandhaving versterkt om voorvallen te melden en informatie uit te wisselen.# De groeiende kennis over dit onderwerp resulteerde in een systematische melding van de waargenomen voorvallen door onze lokale vestigingen en partners, samen met de aangevraagde onderzoeken door de autoriteiten. Een bestuursraad komt periodiek samen en een jaarlijks verslag wordt verstrekt aan het management. Het handhaven van de hoogste ethische en nalevingsnormen, voornamelijk met betrekking tot productmarketing, vormt ook een belangrijk onderdeel van het werk van onze kwaliteits- en veiligheidsteams. Dit omvat een robuuste auditstrategie, met inbegrip van aanvullende risico’s en mogelijkheden inzake digitale technologie. Gezien de hogere kwetsbaarheid van farmaceutische bedrijven voor kwaadaardige cyberaanvallen is het essentieel om de continuïteit van het bedrijf en leveranciers te garanderen als een dergelijke aanval zich voordoet zodat we onze producten kunnen blijven verdelen waar ze nodig zijn. Frequente, nauwkeurige en transparante rapportering inzake veiligheid en kwaliteit is essentieel voor UCB om alle belanghebbenden in onze waardeketen, van patiënten en zorgverleners tot regelgevers en investeerders, gerust te stellen. We zetten ons in om een open en eerlijke communicatie te handhaven rond de robuuste processen die we hebben ingesteld voor baten- /risicotoezicht en risicobeheer. UCB heeft effectieve bewaking- en controlesystemen ontwikkeld, waaronder interne en externe audits, en gebruikt deze voor procesprestaties en productkwaliteit. UCB organiseert regelmatige inspecties door mondiale regelgevende instanties van onze productiefaciliteiten, alsook inspecties in gebieden zoals onze marketingvestigingen en klinische ruimten.
Digitale oplossingen voor patiënten
Via de digitale bedrijfstransformatie van UCB benadrukken we de kracht van wetenschappelijke innovatie om patiëntenzorg te verbeteren. Met een onderzoeksproces gebaseerd op geavanceerde wetenschap gecombineerd met baanbrekende technologieën krijgen we een dieper begrip van onze patiënten en leveren we de juiste oplossingen wanneer en waar ze nodig zijn, met inbegrip van oplossingen die verder gaan dan geneesmiddelen.
In januari 2021 werd ons Digital Care Transformation (DCTx) team officieel opgericht met de ambitie om digitale zorgoplossingen te ontwikkelen die patiënten ontmoeten waar ze zich bevinden en specifiek de echte problemen waarmee ze dagelijks worden geconfronteerd, aan te pakken. Meer informatie over verschillende DCTx initiatieven vindt u in de sectie Ziektegebieden en oplossingen van dit hoofdstuk.
We hebben ook de digitalisering van onze ‘go-to-market’ activiteiten bevorderd om op ieder moment meer persoonlijke en responsieve ondersteuning te bieden aan patiënten en professionele zorgverleners. In 2021 zijn we een flexibele analysegestuurde aanpak met meerdere kanalen gestart om professionele zorgverleners te betrekken in onze belangrijke markten.
Samenwerken met de juiste partners is belangrijk om het potentieel van technologie te maximaliseren. In februari 2021 kondigden we een uitgebreide samenwerking met Microsoft aan, na het werk dat we samen deden als onderdeel van het 2020 COVID- 19 Moonshot project. Onze nieuwe, meerjarige samenwerking bouwt voort op dit werk en streeft ernaar de computerdiensten, cloud en kunstmatige intelligentie (AI) van Microsoft te combineren met de capaciteiten van UCB voor het ontdekken en ontwikkelen van geneesmiddelen op een meer efficiënte en innovatieve manier. De samenwerking met Microsoft zal de wetenschappers, deskundigen en onderzoekspartners van UCB aanvullen in elk onderdeel van geneesmiddelontwikkeling en leveringswaardeketen door diverse onderzoeksinformatie en Al-modellen samen met menselijke expertise en creativiteit te benutten.
Naarmate we verder technologie in onze aanpak integreren, nemen we ook stappen om gerelateerde risico’s te verminderen, zoals cyberdreigingen of datainbreuken, die reputatie-, financiële en operationele schade kan veroorzaken, en houden we ook rekening met de implicaties van meer gebruik van Al in de oplossingen die we ontwikkelen. Over technologiegerelateerde risico’s wordt gerapporteerd in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
Toegang bieden tot onze oplossingen
Ons doel is om tegen 2030 ervoor te zorgen dat patienten -in de landen waar we actief zijn- die onze geneesmiddelen nodig hebben, daar ook toegang toe hebben. Bovendien proberen we toegang tot kwaliteitszorg en -geneesmiddelen te verbeteren via ons sociaal zakelijk model voor mensen met epilepsie in landen met lage en gemiddelde inkomens.
We erkennen dat er veel uitdagingen kunnen zijn die toegang tot geneesmiddelen kunnen verhinderen, inclusief de duurtijd om nieuwe geneesmiddelen beschikbaar te stellen op een markt, terugbetaling en betaalbaarheid. We houden ook rekening met de diversiteit van mondiale zorgsystemen, gezondheidsbeleidslijnen en financieringsmethoden en hoe deze de toegang voor patiënten beïnvloeden. We werken om toegang tot onze oplossingen voor patiënten mogelijk te maken op een manier die haalbaar is voor patiënten, de maatschappij en UCB. Door nauw samen te werken met zorgsystemen en - betalers om de juiste kaders voor terugbetaling en prijsstelling in te stellen, en de waarde van de geneesmiddelen van UCB voor deze patiënten aan te tonen, kunnen we de resultaten en ervaring voor patiënten verbeteren.
Wat betreft risico’s in verband met het verbeteren van toegang voor patiënten die onze oplossingen nodig hebben, weten we dat farmaceutische prijzen wereldwijd van alle kanten kritisch worden bekeken, waardoor ons vermogen om onze oplossingen te leveren aan deze die ze nodig hebben op een manier die haalbaar en duurzaam is voor patiënten, de maatschappij en UCB kan worden verhinderd. Over specifieke risico’s in verband met toegang wordt gerapporteerd in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
Hoe we de beschikbaarheid en toegang tot onze oplossingen meten alsook onze 2021 resultaat hieromtrent
Om onze toegangsdoelstelling te bereiken, is het belangrijk voor ons om te weten hoe we presteren. We zetten ons in om onze prestaties elk jaar, vergeleken met de waarde van het vorige jaar, te beoordelen en bekend te maken .
Access Performance Index
Onze Access Performance Index houdt rekening met drie mogelijke manieren van toegang tot geneesmiddelen in elk van de landen waarin we actief zijn. De drie categorieën vertegenwoordigen de manier van toegang tot onze geneesmiddelen (met uitzondering van NEUPRO® [rotigotine]), in de landen waarin we actief zijn, ten opzichte van hun wettelijk etiket (bijv. EMA-etiket).
- “Terugbetaald voor iedereen” omvat voor elk geneesmiddel de landen met onbeperkte toegang tot het wettelijk etiket op nationaal niveau of met onbeperkte toegang in minstens 66% van sub- nationale gebieden (provincies, landen, enz) wanneer beoordeling op sub-nationaal niveau relevant is.
- “Terugbetaald voor sommigen” omvat voor elk geneesmiddel de landen met beperkte toegang ten opzichte van het wettelijk etiket of met toegang in minder dan 66% van sub-nationale gebieden wanneer toegang wordt beoordeeld op sub-nationaal niveau.
- “Geen terugbetaling” omvat alle andere terugbetalingssituaties: geweigerd, aangevraagd, niet gepland.
In 2021 hebben we respectievelijk de onbeperkte toegang en beperkte toegang met 1% verbeterd in de landen waarin we actief zijn, voornamelijk gedreven door positieve beslissingen inzake terugbetaling voor EVENITY® in een omgeving met uitdagende toegang. Het is belangrijk om op te merken dat we in 2021 zijn begonnen met toegang tot BIMZELX®, dat niet was opgenomen in onze uitgangswaarde van 2020 en daarom ook niet in de gemelde verbetering. Een nieuwe uitgangswaarde is aan het einde van 2021 ingesteld, waarin 18 extra landen 48 (in totaal 32 landen beoordeeld in de Access Performance Index), 2 extra producten (BIMZELX® en NAYZILAM®) en alle nieuwe indicaties zijn opgenomen die in de periode zijn goedgekeurd. Alle indicaties waarvan in 2022 is of zal verstreken zijn, zijn uit deze uitgangswaarde verwijderd. Onze nieuwe uitgangswaarde toont dat we 30% onbeperkte toegang en 38% beperkte toegang hebben behaald. Dit zal de nieuwe basis zijn voor de beoordeling van onze prestaties in 2022, met publicatie van de definitieve resultaten in ons volgende jaarverslag .
Tijd tot toegang index
Voor een nieuw gelanceerde oplossing volgen we ook de tijd die verstrijkt tussen de marktautorisatie en de beslissing van een betaler om toegang en terugbetaling van een nieuw geneesmiddel te bieden, aangezien dit een impact heeft op patiënten die nieuwe behandelingsopties nodig hebben. We hebben de mediane tijd voor onze sector geïdentificeerd om terugbetaling te verkrijgen voor hun therapieën in alle markten waarin UCB actief is en referenties vastgesteld. Hierdoor zullen we onszelf kunnen meten ten opzichte van onze sectorgenoten en duidelijk in kaart kunnen brengen waar we nog kunnen verbeteren. 2022 zal het eerste jaar zijn waarvoor we rapporteren.
UCB-prijzen in de VS.
We houden ook rekening met hoe zorgsystemen verschillen; sommige worden gefinancierd door private verzekeringsplannen, door de overheid gefinancierde zorgsystemen of direct door de patiënten zelf. Voor patiënten met gedeeltelijk of volledig zelf gefinancierde gezondheidszorg kan persoonlijke betaalbaarheid hun toegang tot belangrijke geneesmiddelen beperken. Als we deze verschillen begrijpen, kunnen we oplossingen ontwikkelen die de financiële last die gepaard gaat met het gebruik van een geneesmiddel van UCB vermindert. Ter ondersteuning van onze inzet voor toegang, is betaalbaarheidsinformatie voor de producten van UCB in de VS beschikbaar voor patiënten en alle belanghebbenden op onze website, met inbegrip van informatie over hulpprogramma’s voor patiënten. In 2021 was de nettoprijswijziging in de VS (na kortingen en rabatten) gemiddeld -4,0% in de Amerikaanse productportfolio (wijziging catalogusprijs gemiddeld 4,1%).# UCB Annual Report 2021
UCB in het kort
UCB wordt gedreven door een diepgaand begrip van onze patiënten. We ontdekken en ontwikkelen innovatieve oplossingen voor mensen met ernstige ziekten, met name in de neurologie en immunologie. Onze doelstelling is om de levens van patiënten te transformeren, nu en in de toekomst.
Onze inkomsten in 2021 werden gedreven door onze belangrijkste producten, waaronder VIMPAT®, BRIVIACT®, ZYNECTO®, KEPIVITA®, FINTEGRA®, REVOLADE®, SYMBESSA®, XEMBIFY® en BYLVAY®. VIMPAT® is een van onze grootste producten, een medicijn voor de behandeling van epilepsie. BRIVIACT® is ook een medicijn voor epilepsie en ZYNECTO® is een medicijn voor de behandeling van multiple sclerose.
Operationele en financiële vooruitgang
Omzet
Onze netto-omzet voor 2021 bedroeg €5,7 miljard, een stijging van 4% ten opzichte van 2020. Deze groei werd voornamelijk gedreven door onze producten voor epilepsie, die een omzetstijging van 7% lieten zien en €2,7 miljard bedroegen. Onze producten voor immunologie hadden ook een sterk jaar, met een omzetstijging van 6% tot €1,7 miljard.
Winstgevendheid
Onze brutowinst voor 2021 steeg met 5% tot €3,9 miljard. Onze bedrijfskosten bleven beheerst, met een stijging van 3% tot €2,5 miljard. Als gevolg hiervan steeg onze winst voor rente, belastingen en afschrijvingen (EBITDA) met 7% tot €1,4 miljard.
Investeringen
We hebben in 2021 aanzienlijk geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling, met een uitgaven van €1,1 miljard. Deze investeringen zijn gericht op de ontwikkeling van nieuwe behandelingen voor neurologische en immunologische ziekten.
Belangrijkste producten
VIMPAT®
VIMPAT® is een van onze belangrijkste producten en wordt gebruikt voor de behandeling van epilepsie. De netto-omzet van VIMPAT® steeg in 2021 met 8% tot €1,5 miljard. Dit werd gedreven door een toename van het marktaandeel en de introductie van nieuwe formuleringen.
BRIVIACT®
BRIVIACT® is een ander belangrijk product voor de behandeling van epilepsie. De netto-omzet van BRIVIACT® steeg in 2021 met 6% tot €1,2 miljard. Dit werd gedreven door een toename van het marktaandeel en de uitbreiding naar nieuwe markten.
ZYNECTO®
ZYNECTO® is een medicijn voor de behandeling van multiple sclerose. De netto-omzet van ZYNECTO® steeg in 2021 met 5% tot €0,9 miljard. Dit werd gedreven door een toename van het marktaandeel en de introductie van nieuwe formuleringen.
Prijsstrategie
Op productniveau was de grootste enkelvoudige percentagewijziging een verhoging van 4,9% van de lijstprijs en een netto prijswijziging van 2,9% van 2020 tegenover 2021. Dit weerspiegelt de aanzienlijke rabatten en kortingen die we bieden op de markt om ervoor te zorgen dat patiënten toegang hebben tot de geneesmiddelen van UCB. Als onderdeel van de prijsprincipes van UCB stijgen de jaarlijkse nettoprijzen gewoonlijk niet meer dan de CPI-U, een cijfer dat de procentuele wijziging van de prijs van specifieke goederen en diensten in de VS weergeeft. Elke prijsstijging is gekoppeld aan de waarde die de producten van UCB bieden voor patiënten, belanghebbenden en de maatschappij. Uitzonderlijke nettoprijsstijgingen boven de CPI-U zijn gekoppeld aan een betekenisvolle toename in de waarde voor de patiënt of de maatschappij. De CPI-U uitgangswaarde wordt bepaald op basis van een combinatie van gegevens van het Bureau of Labor Statistics data en vooruitzichten van het Federal Open Market Committee.
Australië, Bulgarije, Canada, Tsjechië, Griekenland, Hongkong, Hongarije, Ierland, Korea, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Rusland, Slowakije, Taiwan, Turkije en Zwitserland.
Bijvoorbeeld, nieuwe gegevens of verbeteringen die gunstig zijn voor bestaande of nieuwe patiëntpopulaties.
Samenwerken om de toegang voor patiënten tot onze oplossingen te verbeteren
Patiënten centraal stellen in de waardebeoordelingen
Over de hele wereld willen externe betalers, waaronder zorgprogramma's van de overheid en private verzekeringsplannen, de werkzaamheid, voordelen en risico’s en kosten van elk geneesmiddel begrijpen. Hun beoordelingsmethode drijft beslissingen inzake terugbetaling aan en kan hen aanzetten om beperkingen voor toegang of gebruik van een geneesmiddel te implementeren. Met goed gestructureerde waardebeoordelingen kunnen alle belanghebbenden informatie synthetiseren of genereren die toegang en terugbetaling voor behandelingen die voldoen aan de voorkeuren, behandelingsdoelen van patiënten, en behoeften van het zorgsysteem mogelijk maken. We hebben in 2021 onze Waardebeoordelingsprincipes gestart aangezien waardebeoordeling een onderwerp is dat wereldwijd steeds belangrijker wordt en we zullen blijven werken om ervoor te zorgen dat we onze patiënten het best van dienst zijn. Naarmate zorgsystemen zich ontwikkelen, worden systematische kaders voor het meten en beoordelen van waarde steeds belangrijker. UCB heeft dit herkend en ontwikkelde een brede reeks van principes om toekomstig beleid aan te sturen en het gebruik van waardebeoordelingskaders om duurzame toegang mogelijk te maken. Deze principes zullen worden gebruikt om onze inzet op het gebied van waardebeoordeling te beoordelen en vorm te geven, met inbegrip van onze proactieve positionering en externe inzet voor waardebeoordeling. Deze principes zullen onze aanpak versterken naarmate we ons leiderschap benadrukken en andere belanghebbenden betrekken om een consensus te bereiken over toekomstige waarde - en op resultaten gebaseerde betalingsmodellen.
De principes zijn:
* Waardebeoordelingsmiddelen moeten patiëntgericht zijn.
* Waardebeoordelingskaders moeten transparant en aanpasbaar zijn voor verschillende omstandigheden (bijv., weesgeneesmiddelen).
* Waardebeoordelingen moeten gericht zijn op alle aspecten en perspectieven van gezondheidszorg.
* Waardebeoordelingskaders moeten gevalideerd zijn, kunnen worden gerepliceerd, collegiaal getoetst zijn, tijdig rigoureuze methodologieën gebruiken, meerdere belanghebbenden omvatten tijdens de ontwikkeling ervan en zo nodig worden herzien (bijv., wanneer nieuwe normen, methoden, klinische gegevens, etc. beschikbaar worden).
* Waardebeoordelingsmiddelen moeten een brede waaier van hoogkwalitatief bewijs gebruiken en streven naar digitale transformatie om de toepasselijkheid in besluitvorming te verhogen.
* Geen enkel waardebeoordelingskader mag het laatste woord hebben over waarde in de VS.
* Waardebeoordelingsmethoden en processen moeten beter zijn afgestemd op populaties die gewoonlijk ondervertegenwoordigd zijn in onderzoek en ongelijkheden op gezondheidsgebied aansturen.
We lanceerden tezelfdertijd een U.S. Voices on Value- reeks ter herkenning van de behoefte om een kritische conversatie te hebben over waarde en hoe we dit beter kunnen afstemmen zodat patiënten betaalbare, duurzame toegang hebben. We verwelkomen een diverse groep belanghebbenden die hun mening over waarde bespreken en hoe we een beter zorgsysteem kunnen creëren met onderwerpen zoals waardegebaseerde contracten, waardegebaseerde beoordeling, duurzaamheid, gelijkheid en ongelijkheid op gezondheidsgebied en meer.
Toegang van innovatie tot lancering integreren
Toegang voor patiënten tot onze geneesmiddelen begrijpen begint vroeg in de ontwikkelingslevenscyclus. Het belang van beoordeling van betaalbaarheid, toegang en terugbetaling voor patiënten wordt beter begrepen tijdens de ontwikkelingslevenscyclus en zorgen voor relevante eindpunten in onze klinische studies om toegang voor patiënten mogelijk te maken en waar nodig te voldoen aan de eisen van betalers vormt een wezenlijk onderdeel van onze aanpak voor onderzoek en ontwikkeling.
Access+, ons nieuw beheerd toegangsprogramma
UCB heeft onlangs een nieuw beheerd toegangsprogramma gecreëerd, Access+. Onze aanpak is om toegang te bieden voor onze behandelingen via een standaardmechanisme voor de ontvangst, controle, beslissing, beheer en het afronden van ongevraagde verzoeken en activiteiten in verband met het leveren van onderzoeksproducten of producten die zijn goedgekeurd door minstens één belangrijke regelgevende instantie.
Toegang voor onderbediende populaties verbeteren
Om ons toegangsdoel in omgevingen met lage en middelmatige inkomens te behalen heeft UCB een nieuwe sociale zakelijke aanpak ingesteld om epilepsiezorg te verbeteren voor onderbediende patiënten op een manier die na verloop van tijd financieel duurzaam is. In de VS willen we voortbouwen op ons werk voor gelijkheid op gezondheidsgebied door nieuwe sociale zakelijke aanpakken te ontwikkelen om het hoofd te bieden aan ongelijkheden in gezondheidszorg in de gemeenschappen rond ons. Hoewel we ons in de vroege ontwikkelingsfasen bevinden, zullen we een “Innovatie-hub” model gebruiken om nieuwe aanpakken te creëren en onderbediende en gemarginaliseerde gemeenschappen betrekken om oplossingen te bieden die een ontwerpstrategie gericht op mensen gebruiken.
In Mumbai, India, een steeds groeiende stad van meer dan 20 miljoen mensen waarvan ernaar verluidt 144.000 epilepsie hebben, hebben we een blauwdruk ontwikkeld voor een sociaal bedrijf dat als proefproject zal worden gelanceerd. Het doel is om blijvende belemmeringen voor behandeling aan te pakken, van lage ziektebewustwording en bestaand stigma rond epilepsie tot beperkte capaciteit in de zorgsystemen en beperkte beschikbaarheid en betaalbaarheid van behandelingen. Terwijl we dit proefproject uitvoeren, houden we nauwgezet rekening met de gerelateerde risico’s veroorzaakt door de blijvende impact van COVID-19, alsook de noodzaak om een sterke organisatiestructuur te vestigen om met succes het sociale zakelijke model uit te rollen. We maken ook gebruik van de innovatiecapaciteiten van UCB met partners uit verschillende sectoren, waaronder samenwerking met Boston University om onafhankelijk onze inspanningen te meten (samen met de Public Health Foundation India). Dit is hoe we volgens ons een echt verschil kunnen maken om de lacune in behandelingen te helpen sluiten.
- Mumbai, India Population (2022) - Population Stat
- Santhosh NS, Sinha S, Satishchandra P. Epilepsy: Indian perspective. Ann Indian Acad Neurol 2014;17, Suppl S1:3-11
Samen met onze medewerkers
We worden sterker door onze cultuur van samenwerking en leergierigheid. Onze diverse perspectieven en achtergronden monden uit in een gemeenschappelijk doel om waarde te leveren voor patiënten en de gemeenschap als een geheel. Bij UCB waarderen en koesteren we diverse perspectieven en achtergronden en tonen we respect en zorg voor elkaar. We zijn sterker door onze cultuur van innovatie en samenwerking waardoor we waarde kunnen creëren voor patiënten, voor elkaar en voor de maatschappij als een geheel.
In 2021 bleven we prioriteit geven aan zorg en het welzijn van onze medewerkers in tijden van de onzekerheid door de huidige pandemie. We begonnen geleidelijk een hybride werkmodel uit te rollen voor collega’s om thuis te kunnen werken en we ondersteunen nog steeds onze medewerkers om zich aan te passen aan de uitdagingen van hybride of telewerk via een reeks initiatieven. We boeken vooruitgang bij het opnemen van duurzaamheid in de werving, prestaties, beloning en ontwikkeling van medewerkers, maar we zijn ons bewust van gerelateerde risico’s zoals meerverhoogde onzekerheid in verband met lange projecttijdlijnen en budgettaire beperkingen. Over verdere risico’s wordt gerapporteerd in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
Ons hybride werkmodel
Op basis van informatie verkregen tijdens het eerste jaar van de pandemie zijn we in maart 2021 begonnen met een hybride werkmodel in landen waar de huidige COVID-19 situatie dit toeliet. Het hybride werkmodel werd volledig uitgerold in september, samen met een draaiboek ontworpen door medewerkers voor medewerkers om beter te begrijpen wat dit model voor hen betekent. Ons hybride werkmodel laat minstens 40% fysieke aanwezigheid op kantoor en tot 60% telewerk op maandelijkse basis toe. Onze ambitie is om de mogelijkheden van technologie aan te wenden om banden en momenten te koesteren die van belang zijn, terwijl we ook meer flexibiliteit bieden naarmate meer collega’s kunnen terugkeren naar hun werk.# Gezondheid, veiligheid en welzijn
Het werkmodel van UCB voor onze gezondheid en welzijn initiatieven (HSWB) is gericht op het uitgebreid vervullen van de behoeften van medewerkers, rekening houdend met het feit dat er geen uniforme aanpak bestaat en terwijl speciale aandacht wordt besteed aan collega’s die getroffen zijn door ernstige ziekten als patiënten of zorgverleners. Het werkmodel heeft vijf belangrijke pijlers:
In 2021 bleef de pandemie het welzijn van medewerkers beïnvloeden. We hebben onze activiteiten afgestemd om gerelateerde uitdagingen aan te pakken, zoals vermoeidheid, ergonomie en aanpassen aan een hybride werkmodel. We bleven ondertussen beroepsgezondheidsprogramma’s aanbieden voor collega’s die werden blootgesteld aan mogelijke beroepsrisico’s. Andere risico’s dan deze direct gerelateerd aan onderzoek en productie waren ook het onderwerp van specifieke initiatieven om hun impact op onze medewerkers te verminderen, zoals een internationaal rijveiligheidsprogramma dat werd aangevat om de verkeersrisico’s van onze collega’s te verminderen waarmee ze worden geconfronteerd als ze hun wagen beroepsmatig gebruiken. Over de andere sociale risico's wordt gerapporteerd in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
Hoe we gezondheid, veiligheid en welzijn en onze prestaties van 2021 evalueren
UCB heeft een HSWB-index in het leven geroepen om onze HSWB-inspanningen en -prestaties te meten. Deze index drukt onze prestatie uit als een percentage tegenover het doel met twee grote indicatoren: de indicator voor de prestatie rond veiligheid en de gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindicator. Met de index kunnen we focusgebieden identificeren bij het selecteren van internationale en plaatselijke programma’s en zijn we bewust dat de ervaringen van onze medewerkers verschillen naargelang hun geografische locatie.
De indicator voor de prestatie rond veiligheid wordt gemeten met gebruik van het verzuim- ongevalpercentage (LTIR, lost time incident rate), dat rekening houdt met verzuimongevallen, d.w.z. ongevallen waarbij minstens één dag verloren gaat. Dit maakt 30% van de HSWBindex uit. De resterende 70% bestaat uit de HSWBindicator die resultaten van onze jaarlijkse internationale HSWB-enquête en meetcriteria van medewerkers combineert, zoals hulpprogramma voor medewerkers, promotiepercentage en engagement in persoonlijk ontwikkelingsplan.
Onze internationale enquête inzake gezondheid, veiligheid en welzijn voor 2021 werd in november begonnen. De resultaten van de enquête tonen opnieuw de invloed van de pandemie aan op het welzijn van onze collega’s. We zagen een kleine daling, tussen 2 en 3%, in de score voor “Fysiek welzijn” en “interactie met zorg”. Vergeleken met de cijfers van vorig jaar door verschillende initiatieven op het gebied van geestelijk welzijn en de opname van gezondheid, veiligheid en welzijn in de persoonlijke ontwikkelingsplannen van medewerkers, was de daling in “Geestelijk welzijn” en “Doel en groei” beperkt tot gemiddeld 1,5%. Ondanks deze kleine verminderingen in een deel van de score vermeld hierboven steeg de Gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindex van 78,4% in 2020 tot 81,9% in 2021. Deze toename is gedeeltelijk te wijten aan het feit dat meer collega’s toegang hebben tot een hulpprogramma voor medewerkers (momenteel 96%) en gesubsidieerde sportactiviteiten (87%), naast de toename voor “Sociaal welzijn” en sterke veiligheidsprestaties.
Het aantal verzuimongevallen (1,22%) en registreerbare ongevallen (2,05%) daalde met respectievelijk 25% en 10%, vergeleken met 2020 52 . Dankzij dit resultaat zijn we op schema om ons veiligheidsprestatiedoel te behalen met als gevolg een indicator voor prestaties rond veiligheid van 100%. Gebaseerd op het resultaat van de index zullen we ons plan voor internationale en plaatselijke HSWB- activiteiten in 2022 aanpassen.
Welzijn op het werk
Gebaseerd op resultaten van onze HSWB-enquête van 2020 hebben we ons in 2021 gericht op:
- Ervaring van medewerkers door het traject van de medewerker van werving tot uittreding in kaart te brengen en alle momenten te identificeren die van belang zijn en hun link met onze HSWB-strategie
- HWSB integreren in de persoonlijke ontwikkelingsplannen van medewerkers
- Medewerkers betrekken over de hele wereld om bewustzijn te garanderen over onze ambitie, werkmodel en strategie
- Ons HSWB-platform versterken als een centraal punt waar collega’s toegang hebben tot bronnen om hun eigen HSWB te ondersteunen
Bovendien hebben we samen met het Mentally Fit Institute and Mental Health UK, een organisatie die toeziet op verschillende liefdadigheidsinstellingen voor geestelijke gezondheid in het VK, 24 internationale webinars over 12 verschillende onderwerpen georganiseerd waaronder: omgaan met stress, stress-signalen herkennen, gesprekken over welzijn beheren en zelfzorg. Op 7 oktober vierden we onze eerste internationale dag voor de geestelijke gezondheid met “het stigma rond geestelijke gezondheid doorbreken” als centraal thema. Verschillende plaatselijke werkgroepen werden opgericht om plaatselijke HSWB-initiatieven te lanceren en ondersteunen. Voorbeelden zijn o.a. de lancering van een belofte en plan voor geestelijk welzijn in het VK, een serie over kennis van financieel welzijn in China en workshops over voeding voor nachtarbeiders in Zwitserland. In de VS bleven we verdergaan met het noodfonds voor medewerkers en UCB verstrekte een brede waaier van welzijnsbronnen en is nationaal erkend als een ontvanger van de 2021 Cigna WellBeing Award. Ten slotte moedigden we alle landen die momenteel niet het hulpprogramma voor medewerkers aanbieden, een initiatief waarbij collega’s hulp kunnen vragen van een psycholoog voor persoonlijke en werkgerelateerde problemen, om dit te doen.
Gezondheid en veiligheid op het werk
Gezondheid en veiligheid op het werk is een fundamenteel aspect van HSWB bij UCB. In 2021 bleef ons Safety Beyond Zero bedrijfsprogramma het programma voor gezondheid en veiligheid op het werk van UCB ondersteunen, met de focus op drie hoofdpijlers: veiligheid als mentaliteit, veiligheidsprincipes en veiligheidsbeheersystemen.
De pijler veiligheid als mentaliteit was gericht op zichtbaar-gevoeld veiligheidsleiderschap. Meer dan 300 leidinggevenden uit vestigingen en levering- en technologieoplossingen in België, Zwitserland, het VK, China en Japan volgden workshops over veiligheidsleiderschap. De gedragslijnen van zichtbaar-gevoelde veiligheidsleiderschap voor managers en medewerkers werden over de hele organisatie verspreid. Een veiligheidsherkenningsprogramma werd gestart om collega’s en teams te erkennen die zich extra inspanden voor veiligheid en een “Go 5 For Safety”- initiatief werd gelanceerd om ondersteunend materiaal te bieden over het onderwerp veiligheid op het werk tijdens andere veiligheidsmomenten.
De pijler veiligheidsprincipes is specifiek gericht op twaalf activiteiten die kunnen leiden tot ernstige of zelfs fatale letsels. Deze omvatten hoogtewerk, apparatuur voor potentieel explosieve omgevingen, krappe ruimtes en omgaan met chemische stoffen. De drie sleutelstrategieën om deze ongevallen te vermijden zijn: intrinsiek veilige installaties en apparatuur ontwerpen, duidelijke en robuuste werkprocedures verstrekken en ervoor zorgen dat men is opgeleid met de juiste competenties om veilig hun taken uit te voeren.
In de pijler veiligheidsbeheer werd een bedrijfsnorm ontwikkeld voor identificatie, beoordeling, evaluatie en beperking van risico’s voor de gehele organisatie. De maturiteitsbeoordeling voor veiligheid werd getest met het doel om rekening te houden met de lessen geleerd van vestigingen over de gehele organisatie wereldwijd.
Op 28 april vierde UCB World Day for Safety and Health at Work door zich te richten op Ergonomie en de Preventie van Musculoskeletale Aandoeningen (MSD). Dit was een kans om te herinneren dat het creëren van waarde voor patiënten, nu en in de toekomst, begint met zorg te dragen voor onszelf. Collega’s over de hele wereld grepen de kans om specifieke activiteiten te organiseren, zoals webinars, online opleidingscursussen en zelfs persoonlijke gesprekken, terwijl hygiënische voorschriften werden gerespecteerd, alsook het ontwikkelen van specifieke communicatie, podcasts en animatiefilms om het onderwerp te benadrukken. Ten slotte, ter ondersteuning van het Global Occupational Hygiene Program van UCB, hebben onze collega’s van plaatselijke HSE-afdelingen in productielocaties plaatselijke bewakingsprogramma’s ingesteld om de blootstelling van medewerkers aan specifieke gevaren te evalueren en controleren. Kwalitatieve en kwantitatieve beoordelingen werden tijdens het jaar uitgevoerd met betrekking tot blootstelling aan specifieke chemische stoffen en fysieke gevaren .
Diversiteit, gelijkheid en inclusie
Bij UCB streven we ernaar om diversiteit, gelijkheid en inclusie op te nemen in al onze zakelijke activiteiten. De verscheidenheid aan ideeën, ervaring en persoonlijke achtergrond die onze collega’s naar hun werk brengen wordt gevoeld in de waarde die we leveren aan patiënten, aangezien het bevorderen van een boeiende en inclusieve omgeving waar collega’s zich gewaardeerd en gerespecteerd voelen hen hun hoogste potentieel laat bereiken. We maken grote vorderingen om diversiteit, gelijkheid en inclusie in elk niveau van de organisatie op te nemen. Dit is vooral belangrijk gezien de introductie van het hybride werkmodel: hoewel dit meer flexibiliteit biedt voor onze collega’s, kan dit ook exclusie of ongelijkheid veroorzaken als er niet juist mee wordt omgegaan.
52 Beide percentages zijn berekend per miljoen gewerkte uren. Voor China, India, Polen, Canada, Korea, Saitama (Japan), Bulgarije, VK, Brazilië, Zwitserland en Turkije zijn zowel medewerkers van UCB en medewerkers die direct onder toezicht van UCB werken opgenomen. Voor alle andere landen en locaties zijn alleen medewerkers van UCB opgenomen# Risicobeheer - Sociale Risico's
Over de andere sociale risico's wordt gerapporteerd in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
Onze vooruitgang op het gebied van diversiteit, gelijkheid en inclusie meten
In 2021 benaderden we diversiteit, gelijkheid en inclusie vanuit een perspectief gebaseerd op bewijs en boekten we vooruitgang in het opstellen van indexen voor gelijkheid en inclusie en het bevorderen van onze inspanningen op dit gebied, niet alleen voor diverse vertegenwoordiging, maar ook in onze processen, systemen en beleidslijnen. Onze algemene ambitie betreffende diversiteit is om minstens een genderevenwicht van 40/60 in hoger management te verkrijgen, een vertegenwoordiging van gekleurde mensen om de plaatselijke demografie en de wereldwijde werkbevolking te weerspiegelen en de meerdere generaties van de wereldwijde werkbevolking weer te geven. Op het gebied van gelijkheid blijven we ons richten op het bieden van vergelijkbare loopbaankansen aan verschillende geslachtsgroepen en etniciteitsgroepen. Ten slotte wordt onze inclusie gemeten via een gelijkheids- en inclusie enquête voor medewerkers om ons twee dimensies te helpen evalueren: gevoel van veiligheid (gebaseerd op psychologische veiligheid in teams, psychologische veiligheid met leiders, micro-agressies) en transparantie en objectiviteit in het proces (gebaseerd op beslissingen inzake talent en salaris).
We zijn van plan om in de nabije toekomst een uitgebreide uitgangswaarde voor deze 3 indexen te publiceren en jaarlijks onze prestaties bekend te maken. We streven er ook naar om een inclusieve werkplek voor alle medewerkers te verzekeren door barrières weg te nemen voor vooruitgang, gelijkheid te garanderen in vergoeding en beloning, en door onze talent-pijplijn te bouwen door inclusief talent management.
In landen waar meer dan 150 mensen werkzaam zijn, d.w.z. China, Duitsland, Japan, Frankrijk, Zwitserland, het VK en de VS, is 85% van het leiderschapsteam afkomstig uit het land zelf (86% vorig jaar) en is de verdeling tussen vrouwen en mannen respectievelijk 41% en 59%. Meer informatie over diversiteit op het niveau van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité van UCB vindt u in het hoofdstuk Ons Deugdelijk Bestuur van dit verslag.
Focus op wat belangrijk is
In 2021 gingen we door met verscheidene belangrijke initiatieven. Deze omvatten het inclusieve leerprogramma dat collega's aanspoort rekening te houden met een aantal gedragslijnen waaronder respect voor anderen, openheid van geest, leergierigheid, culturele competentie, vriendelijkheid en empathie. Dit programma was het voorbije jaar een van de centrale programma's voor diversiteit, gelijkheid en inclusie bij UCB, beginnend met de opleiding onbewuste vooringenomenheid. Aan het einde van 2021 hadden meer dan 1.500 collega's dit inclusieve leerprogramma gevolgd. We hebben onze inspanningen ook gericht op het vormen van diverse teams en het uitrusten van leiders om inclusief en met empathie te leiden zodat ze zo nodig moedige gesprekken kunnen houden met hun teamleden.
Samen verbinden
Dit jaar hebben we onze capaciteiten uitgebreid via onze Employees Resource Groups (ERG’s) en de belangrijke rol aangetoond dat deze spelen in het betrekken en ondersteunen van medewerkers van verschillende etniciteiten en achtergronden. De totale lidmaatschap van onze ERG-gemeenschappen groeide met 61%, met ongeveer 1.800 medewerkers die nu betrokken zijn bij deze initiatieven. Dit maakt 21% van het personeelsbestand uit. Er zijn momenteel 8 ERG’s, waarvan er drie nieuw zijn in 2021.
Een nieuwe ERG, Avid, streeft ernaar om een veilige, bevredigende en empathische omgeving te creëren voor collega's van UCB met een gezondheidsaandoening of een handicap of collega's die zorgverleners voor deze personen zijn. In 2021 werd ook ACES opgericht, een groep die zich toewijdt aan het ondersteunen en verenigen van Aziatische collega's van UCB over de hele wereld, met een missie om culturele diversiteit en de professionele ontwikkeling van zijn leden te bevorderen. Ondertussen ontwikkelde zich de Youngsters ERG, voortbouwend op gegevens die aangeven dat tot vijf generaties in een team kunnen bestaan, door zijn doel te vernieuwen en zich opnieuw te richten op een multigenerationele ERG onder de nieuwe naam Emerge. Het is belangrijk op te merken dat, hoewel verscheidene ERG’s zijn gestart in de VS, de evolutie van ERG’s bij UCB een bredere expansie omvat in zowel nationale als internationale markten voor 2022 en daarna.
Hieronder is een lijst van de Employee Resource Groups die momenteel actief zijn bij UCB:
- ACES: Aziaten die zich inzetten voor uitmuntendheid en succes
- Avid: Collega's van UCB met een gezondheidsaandoening, een handicap of die een zorgverlener zijn
- B.E.I.N.G.: Black Employee Interconnecting Network Group
- EMERGE (voorheen Youngsters): Generationele ERG
- RAÍZ: Latijns-amerikaanse en spaanse collega's
- UCB+: LGBTQ+ collega's
- UNITED FOR VETERANS: Veteranen en voorstanders van veteranen
- WiL: Vrouwen in leiderschap
Avid Employee Resource Group
Ongeveer 15% van de wereldbevolking heeft een handicap. In 2020 toonde een interne enquête dat onze collega's die zorgverleners zijn het laagste gevoel van welzijn hadden. Deze bevindingen, gecombineerd met een groeiend bewustzijn van de specifieke behoeften van collega's met handicaps, leidde tot de creatie van Avid, een ERG voor collega's met een handicap of een chronische, acute, zichtbare, onzichtbare, fysieke of geestelijke aandoening, alsook zorgverleners of een andere collega die wenst deel te nemen. Avid heeft momenteel 275 leden en het doel is om al deze personen een stem te geven. We weten dat collega's, als lid van een groep zoals Avid, kunnen worden geholpen bij het realiseren dat er anderen zijn die dezelfde ervaring hebben, zelfs als ze niet voelen dat ze hun eigen zorgen kunnen delen. We zijn hier om inclusiviteit te helpen groeien, om meer gelijkheid te creëren en een zorgzame, empathische omgeving op te bouwen. Kortom, we zorgen ervoor dat alle mensen kunnen gedijen.
Samen plaatselijk
Naast internationale, bedrijfsbrede initiatieven voor diversiteit, gelijkheid en inclusiviteit namen in 2021 de plaatselijke activiteiten hiervoor toe. In de VS implementeerden we een opleiding over moedige conversaties om de systemische aard van rassenonrechtvaardigheid en -ongelijkheden te behandelen. In andere markten, dankzij de acties van vijf plaatselijke raden voor diversiteit, gelijkheid en inclusiviteit (VK, Duitsland, VS, Zwitserland en Japan) namen een aantal initiatieven in tempo toe en we verwachten dat meer plaatselijke raden in 2022 zullen worden gecreëerd.
Cultuur en leiderschap blijven versterken
De strategie van UCB bouwt voort op onze sterke basis om “Geïnspireerd door patiënten” te worden. Gedreven door Wetenschap”. De culturele component van onze strategie is gericht op het aanmoedigen van elk van de medewerkers van UCB om verantwoordelijk te zijn voor het creëren van betekenisvolle waarde voor patiënten door te blijven focussen op de creatie van waarde en ernaar streven om een positieve impact te hebben in alles wat we doen terwijl we de grenzen van innovatie blijven verleggen. Om samen onze gedeelde ambitie te realiseren, moeten collega's van UCB voortdurend leren, ontwikkelen en zich aanpassen om klaar te zijn om interne en externe uitdagingen aan te gaan. Er wordt gelet op het ontwikkelen van de authenticiteit, het aanpasvermogen en weerstandvermogen van onze leiders en, meer recent, hun vermogen om op verschillende niveaus te denken.
Hoe we de evolutie van cultuur en leiderschap evalueren
In 2021 voerden we een enquête met betrekking tot cultuur en leiderschap uit om de evolutie van cultuur en leiderschap over de laatste paar jaar bij UCB te meten. Dit werd gedaan via workshops, interviews en crowdsourcing-informatie van leiders binnen de organisatie, waarbij de resultaten toonden dat ons verwachte gedrag zeer goed gekend is en opgenomen is in het bedrijf als het leidend beginsel van onze cultuur. Topline-feedback van de enquête toonde onze sterke punten, aandachtsgebieden en komende onderwerpen. Deze resultaten dienen als basis om verder na te denken over hoe onze cultuur en leiderschap zal evolueren om onze volgende strategische fase te ondersteunen. Een organisatiebreed competentiekader werd in 2021 ontwikkeld om meer duidelijkheid te bieden over de verwachte prestaties en een duidelijke link te creëren tussen individuele en organisatorische prestaties. In een tijdperk van flexibel werken is het essentieel dat we kunnen blijven voordeel halen uit onze sterke punten en crossfunctioneel kunnen werken.
Voortbouwen op onze leercultuur
In 2021 ontving 96% van onze medewerkers regelmatig prestatiebeoordelingen en 82% van onze medewerkers ontvingen regelmatig carrièreontwikkelingsbeoordelingen. Om in verbinding komen te staan buiten ons bedrijf en op de hoogte te blijven van huidige maatschappelijke trends en uitdagingen, bleven we in 2021 opinieleiders uitnodigen om gesprekken te houden onder de #imagine webinar reeks die ook beschikbaar is voor het algemene publiek. De #imagine webinars zijn belangrijk voor alle collega's van UCB aangezien we, om waarde en een positieve impact op het leven van patiënten te creëren, onze ambitie voor patiënten moeten voorstellen met belangrijke maatschappelijke uitdagingen in gedachten en een diep begrip van de context rond ons ontwikkelen. Door deze verschillende elementen te verbinden wordt ons vermogen versterkt om nieuwe aanpakken te bedenken voor waardecreatie en te zorgen voor sterke prestaties en een succesvolle toekomst voor UCB. We hebben experts uitgenodigd die extern inzicht en verschillende perspectieven hebben verschaft om ons te helpen nadenken over alternatieve manieren voor waardecreatie, over onderwerpen zoals systeemdenken in gezondheidszorg, intersectionaliteit, welzijn in een digitaal tijdperk en de oorzaken voor vertrouwen in vaccins en terughoudendheid.# Focus op cultuur in de hele organisatie
Tijdens het uitbreiden van het succes van de leiderschapsprogramma’s die we vorig jaar uitvoerden met het international International Institute for Management Development (IMD) in Zwitserland, bleven leiders in 2021 hun strategische en leiderschapsvaardigheden ontwikkelen via een reeks workshops. UCB bleef dit programma verwezenlijken met nieuwe modules in de laatste voorbereidingsfasen. Deze aanvullende modules zullen in 2022 worden uitgerold naar het leiderschap. Ten slotte, om op gepaste wijze nieuwkomers te verwelkomen die zich tijdens de pandemie aansloten bij UCB, werd een virtuele introductiemodule ontwikkeld waarin elementen zoals de visie, cultuur en het leiderschap van UCB zijn opgenomen. We hebben ook een cultuurinfusieboek opgesteld om discussies teweeg te brengen en workshops te ontwikkelen, waarbij iedereen wordt teruggebracht naar een basisniveau voor het begrip van onze cultuur, dat samenwerking en leergierigheid centraal stelt.
Leren en ontwikkeling
Bij UCB werken we voortdurend om de kloof te dichten tussen huidige en toekomstige capaciteiten om ervoor te zorgen dat we gediff erentieerde oplossingen kunnen leveren voor patiënten met ernstige ziekten. In 2021 boekten we belangrijke vooruitgang op het gebied van capaciteitsplanning. Door een “top-down” en “bottomup” benadering te nemen, kwam een breed perspectief van de capaciteitskloof naar voren die ons toeliet om onze aandachtsgebieden te defi niëren en ervoor te zorgen dat we niemand achterlieten.
Ons personeelsbestand voorbereiden op de toekomst
De recente lancering van BIMZELX® gecombineerd met de rijkheid van de pijplijn in laat stadium van UCB heeft een gerichte inspanning veroorzaakt om onze capaciteit voor uitmuntende lancering te vergroten. De aanpak vertrouwde op strategische capaciteitsplanning en “build/buy/borrow”- methodologieën en was grotendeels succesvol dankzij een goed geanticipeerd en georganiseerd leer- en ontwikkelingsprogramma en talentacquisitie. Naast uitstekende lanceringscapaciteiten, ligt onze focus op onze Digitale bedrijfstransformatie en op capaciteiten inzake zeldzame ziekten en we verwachten dat we ons in de komende jaren zullen richten op internationale capaciteiten inzake gentherapie. Ten slotte ontwerpen we organisatorische behendigheid als een capaciteit die zich ontwikkelt over de hele organisatie en brengen bestaande inspanningen in overeenstemming om ze te versnellen en aan te passen om te voldoen aan maatschappelijke behoeften, wijzigingen en onverwachte situaties.
De sterk gespecialiseerde aard van onze industrie zorgt voor een competitieve talentenmarkt. Daarom is het aantrekken, ontwikkelen en behouden van Onderzoek & Ontwikkeling toptalent cruciaal. Hiervoor hebben we verscheidene gerelateerde initiatieven in 2021 uitgerold, specifi ek gericht op O&O professionals:
- Financiering van een reeks interne en externe PhD’s in de volgende academische instellingen in het VK en EU: de universiteiten van Oxford en Cambridge, King’s College London, University College London, Queen Mary University of London, Birkbeck University of London, universiteiten van Edinburgh, Leicester, Liverpool, Manchester, Bristol, en Bath, alsook de universiteit van Maastricht en KU Leuven.
- Uitnodigen van een aantal gastsprekers om met jonge professionals te spreken, waaronder including motivational speaker John O’Leary, auteur van ”On Fire” en “In Awe”.
- Functieroulatie tussen verschillende rollen blijven bieden aan medewerkers die werken in Development Solutions, zodat ze hun professionele ervaring kunnen uitbreiden en kunnen samenwerken in verschillende afdelingen.
- De invoering van een sponsorschapprogramma tussen leidinggevenden van UCB en jonge medewerkers om opkomend talent te ontwikkelen.
Vroege carrièreprogramma
Het aantrekken van het juiste talent met de juiste vaardigheden en expertise is essentieel voor UCB om onze ambitie te realiseren. Om toekomstige leiders te ontwikkelen werd in 2021 het Vroege carrièreprogramma gecreëerd om verscheidene initiatieven te ontwikkelen en reeds begonnen initiatieven te verbeteren. Dit omvat een reeks instapopties voor recent afgestudeerden, waaronder een tweejarig programma bestaande uit drie rotaties van acht maanden in internationale UCB-hubs. In 2021 werkten we ook samen met verscheidene Belgische universiteiten, zoals de universiteit van Bergen, KU Leuven en de Vrije Universiteit Brussel op het gebied van digitale productie en technologie. We hebben 21 partnerschappen opgesteld met universiteiten en gelijkgestemde organisaties en onze aanwezigheid versterkt op internationale carrièrebeurzen, inzichtdagen en lezingen, waarin UCB en Vroege Carrières was vertegenwoordigd voor een publiek van bijna 39 000 ‘jong talent’. In de VS hebben we ons stageprogramma voortgezet dat vorige jaar 100% virtueel was.
Onze vooruitgang voor talentacquisitie meten
Tijdens het voorbije jaar werd een nieuw Candidate Relationship Management tool (CRM) geïmplementeerd om de sollicitaties van kandidaten te beheren en meten op de carrièresite van UCB, waardoor het beheer van gehele carrièrecampagnes kon worden geïmplementeerd en gevolgd. In 2021 werd onze carrièresite 836 216 keer bezocht en werden 33 457 sollicitaties beheerd ten opzichte van onze 1 147 externe aanwervingen. . Onze inzet voor een door inzicht geleide wervingsstrategie werd in december 2021 herkend toen het UCB Talentteam de LinkedIn Talent Insights Award kreeg voor bedrijven met hoofdkantoor in België. De prijs erkent bedrijven die LinkedIn Talent Insights gebruikt om geïnformeerde talentbeslissingen te nemen met realtime inzicht .
Samen voor gemeenschappen
Bij UCB weten we dat de uitdagingen waarmee de wereld wordt geconfronteerd, van klimaatverandering tot toenemende ongelijkheden, onlosmakelijk verbonden zijn. We pakken internationale uitdagingen aan die zich op het kruispunt van onze zakelijke strategie en bredere maatschappelijke belangen bevinden, in het bijzonder wanneer deze aanleunen bij onze expertise. We proberen ook mensen te ondersteunen die in de gemeenschappen wonen waarin we actief zijn, door onze plaatselijke connecties te vergroten en ongelijkheden op het vlak van gezondheid in kwetsbare groepen aan te pakken.
Relaties met onze leveranciers versterken
Continuïteit van de toeleverings- en distributieketens garanderen
Onze interne ontwikkelings- en productiemogelijkheden en ons externe netwerk bestrijken samen het volledige activiteitenspectrum op het gebied van Chemie, Productie en Besturing (CPB) voor kleine en grote moleculen – van proces-, analyse-, formulering-, apparaat- en verpakkingsontwikkeling tot preklinische, klinische en commerciële werkzame stof, evenals de productie van het geneesmiddel, vulling en afwerking, hulpmiddelassemblage en verpakking. Deze activiteiten worden uitgevoerd op al onze sites en bij geselecteerde partners en contractproductie- organisaties (CMO’s). We hebben wereldwijd distributiecentra voor rechtstreekse distributie van de meeste van onze commerciële en klinische producten. We maken hierbij ook gebruik van externe distributeurs. Via onze wereldwijde supply chain-organisatie zorgen we voor end-to-end toezicht op de levering - dit van inkoop van grondstoffen tot levering in elk van de landen waar UCB rechtstreeks levert.
Samenwerken met onze leveranciers voor een betere maatschappelijke impact
Met een gemeenschappelijk doel om een maatschappelijke impact te hebben, zet UCB zich in om haar leveranciers de informatie te verstrekken die essentieel is voor samen succesvol te zijn. We hebben reeds een actieplan voor het opvolgen van de naleving door leveranciers met betrekking tot onderwerpen zoals ethische werkmethodes, mensenrechten, ethiek en diversiteit, gelijkheid en inclusie en we werken samen met onze leveranciers om onze gezamenlijke prestaties te verbeteren. UCB blijft EcoVadis gebruiken als haar partner om onze leveranciers te beoordelen op het vlak van milieubescherming, arbeids- en mensenrechten en ethische zakelijke praktijken. In 2021 verhoogde UCB het aantal leveranciers in de audit voor duurzaamheidsprestaties van EcoVadis tot 229 leveranciers, 30% van onze uitgaven. Deze groep omvat strategische leveranciers, contractuele producerende organisaties (CPO’s) en contractonderzoeksorganisaties . We werken samen met RiskMethods , een risicobeheersoftware voor toevoerketens die mogelijke risico’s identificeert in onze toevoerketen op het gebied van arbeidspraktijken en mensenrechten, eerlijke zakelijke praktijken, ethiek en milieu-impact.
Onze risicobeheeraanpak werd in 2021 ook opnieuw beoordeeld om toekomstige risico’s op te nemen, waaronder natuurlijke gevaren ennatuurrampenen waterschaarste voor onze strategische leveranciers, naast volatiliteit in de vraag, overmatige nationale voorraadopbouw en, in verband hiermee, exporten transportbeperkingen.
In het kader van het Science Based Targets initiative (SBTi) verbindt UCB zich ook toteen doel inzake leveranciersbetrokkenheid; minstens 60% van onze scope 3 broeikasgasemissies (GHG) door externe partners voor 2025 te dekken. Om dit doel te bereiken stellen we een jaarlijks plan op om ons te richten op belangrijke leveranciers die we willen beïnvloeden. In 2021 voerdeorganiseerde UCB speciale digitale evenementen uit voor bepaalde categorieën van leveranciers om te bespreken hoe ze kunnen bijdragen tot het verminderen van hun voetafdruk. Voor CPO’s hebben we diepere betrokkenheidsactiviteiten en gesprekken. Raadpleeg voor meer informatie over hoe leveranciers van UCB worden aangemoedigd om hun eigen klimaatdoelen te bereiken de sectie Onze emissies verminderen in het hoofdstuk Samen voor de planeet. Ten slotte streven we ernaar zakelijke partners te betrekken om ethische, sociale en milieuprestaties in onze toeleveringsketen te verbeteren.# UCB
UCB heeft zich verenigd met andere farmaceutische bedrijven als onderdeel van het Pharmaceutical Supply Chain Initiative (PSCI), dat ernaar streeft om sociale, gezondheids-, veiligheids- en milieuresultaten te bevorderen in de gemeenschappen waarin we kopen. We zijn van mening dat, door kennis en expertise te delen, leden van dit initiatief meer effectief verandering in de wereld kunnen teweegbrengen dan elke organisatie afzonderlijk.
Kwetsbare gemeenschappen ondersteunen via filantropie
Bij UCB gaat onze verantwoordelijkheid verder dan de impact die we kunnen creëren via onze zakelijke aanpak. We kunnen een verschil maken in de wereld rond ons via gerichte filantropische bijdragen, waarvoor we samenwerken met deskundige organisaties om de grootste impact op drie belangrijke gebieden te leveren:
Wetenschap inspireren voor betere gezondheid
In de VS is “Wetenschap inspireren voor betere gezondheid” een belangrijke focus van onze fi lantropische inspanningen. Ondanks de vooruitgang in recente jaren weerspiegelt het aantal mensen actief in STEM vandaag niet de Amerikaanse bevolking met betrekking tot geslacht, ras en etniciteit. Om deze kloof aan te pakken zocht UCB kansen STEM om onderwijskansen te ondersteunen in de gemeenschappen waar UCB een kantoor heeft. Via een combinatie van proactieve toenadering en bestaande contacten droeg UCB bij tot 18 plaatselijke organisaties om STEM-educatie te ondersteunen met een speciale focus op basis en secundair onderwijs en onderbediende populaties. Als voorbeeld ondersteunde UCB BioBuilder, in Boston, VS. BioBuilder heeft een veelomvattende aanpak voor het opkomende gebied van synthetische biologie en biedt programma’s voor jonge studenten en hun leraars om biologie en techniek op te nemen via praktische lessen en clubactiviteiten. UCB steunt de kosten van de BioBuilder Apprenticeship Challenge, een pre-professionele ervaring voor middelbare scholieren in Boston om hen voor te bereiden op zomerstages in life science bedrijven. Om gemeenschappen te bereiken buiten onze kantoren kregen ook medewerkers van UCB op locatie de kans om een gemeenschapsgerichte STEM- organisatie in hun plaatselijk gebied te nomineren om aanvullende subsidies te krijgen en zo verder onze impact te vergroten.
Gemeenschappen inspireren voor betere gezondheid
In 2020 werd het UCB Community Health Fund opgericht als reactie op de COVID-19 pandemie om ongelijkheden op het gebied van gezondheid in kwetsbare populaties aan te pakken. Het fonds, dat wordt beheerd door de Koning Boudewijnstichting in België, heeft een holistische visie op de term “gezondheid”, dat ook fysiek en psychosociaal welzijn omvat. Het doel van het fonds is deze populaties te ondersteunen door subsidies te verstrekken aan organisaties die impactgestuurde projecten ontwerpen, implementeren en evalueren en organisaties die sociale wetenschaps- en/of medische onderzoeksprojecten nastreven buiten de traditionele therapeutische gebieden van UCB. Hiervoor hebben we in 2021 een tweede oproep voor projecten gelanceerd die zich richten op de geestelijke gezondheid van kwetsbare jonge mensen (15-24 jaar oud). Voor deze tweede oproep voor projecten ontving het fonds 145 aanvragen van organisaties en projecten die op positieve wijze de geestelijke gezondheid van jonge mensen beïnvloeden. Hierdoor hebben we bijgedragen tot in totaal 49 organisaties en projecten en subsidies tussen €30 000 (USD 36 000) en €50 000 (USD60 000) elk gegeven. Sinds zijn oprichting in 2020 heeft het fonds €4,5 miljoen aan 99 projecten wereldwijd gedistribueerd.
Kubb-avonden bij Hejmo (SOS Kinderdorpen)
In 2021 ondersteunde het Community Health Fund van UCB Hejmo, een project van SOS Kinderdorpen. Hejmo is een opvangtehuis in Leuven dat onderdak biedt aan maximaal negen alleenstaande minderjarige vluchtelingen, waar ze de vrede, veiligheid en begeleiding kunnen vinden die ze nodig hebben om een nieuw leven in België uit te bouwen. Elke week in de zomer organiseert Hejmo Kubbavonden: evenementen die de jonge mensen bij Hejmo samenbrengen met een aantal uitgenodigde gasten. De avonden vinden plaats in de tuin waar Kubb, een bowlingspel, plezier en ontspanning biedt. De jonge mensen zijn volledig verantwoordelijk voor het organiseren van de Kubb-avonden: van het samenstellen van de teams tot koken voor hun gasten en ervoor zorgen dat alles vlot verloopt. Terwijl ze samen spreken en eten, leren ze vele mensen en organisaties kennen. Op deze manier bouwen ze een groot sociaal netwerk. De avonden geven de jonge mensen ook de kans om samen elkaars wereld te ontdekken, solidariteit onder de gasten te genereren en hun sociale vaardigheden te verbeteren.
Toegang tot betere gezondheid inspireren
Het Societal Responsibility Fund van UCB werd in 2014 gezamenlijk gelanceerd door UCB en de Koning Boudewijnstichting met het doel om de levenskwaliteit en toegang tot neurologische zorg te verbeteren voor personen met epilepsie in omgevingen met lage en middelmatige inkomens. In 2021 hebben we het fonds ontwikkeld om zich te richten op filantropische inspanningen voor het versterken van zorgsystemen onder het recent hernoemde Innovation for Health Equity Fund van UCB. We blijven ernaar streven om de behandelingskloof in neurologie- en epilepsiezorg te verkleinen voor de armste patiëntpopulaties. Onze filantropische aanpak vult ons werk aan om sociale bedrijven op te richten die voldoen aan de behoeften van epilepsiepatiënten in omgevingen met lage en middelmatige inkomens. Meer informatie hierover vindt u in de sectie Toegang van het hoofdstuk Samen voor patiënten. In de voorbije jaren heeft UCB ook een aantal projecten in Afrika en Azië op verschillende manieren ondersteund. Deze omvatten activiteiten zoals voorlichting van zorgverleners over epilepsie, ziektebewustwonheid vergroten, toegang tot diensten zoals diagnostische diensten verbeteren en opleiding van onderzoekers en neurologen van de volgende generatie. Ze werden uitgevoerd met partners zoals Duke University, Project Hope, WHO, Fracarita Belgium, Handicap International en anderen. Als een programma werd uitgesteld wegens onderbrekingen veroorzaakt door COVID-19, heeft UCB ingestemd om het programma in 2022 te verlengen.
Neurologische vaardigheden in Rwanda verbeteren
Het Innovation for Health Equity Fund van UCB biedt hulp aan de Universiteit Gent in België om een Neurologie Masters-leerprogramma te ontwikkelen met de University of Rwanda. Het curriculum is wetenschappelijk goedgekeurd. In dit nieuwe traject nemen artsen in opleiding deel aan een plaatselijk leerprogramma in plaats van in het buitenland te studeren. Het einddoel van dit nieuw binnenlands leer- en opleidingsprogramma is om 16 nieuwe neurologen te hebben in het land na het programma. We hopen dat dit zal bijdragen tot het vormen van een regionaal neurologisch centrum van excellentie dat beter de onvervulde behoeften van mensen met epilepsie in Rawanda en in omgevende landen kan vervullen.
Samen voor de planeet
We bekijken onze zakelijke activiteiten op lange termijn. We streven ernaar onze groei te ontkoppelen van onze milieuvoetafdruk zodat we de planeet kunnen beschermen voor toekomstige generaties. Het is nu duidelijker dan ooit dat het beschermen van de menselijke gezondheid ook het beschermen van de gezondheid van onze planeet inhoudt. Bij UCB streven we ernaar om zo milieuvriendelijk mogelijk oplossingen te ontwikkelen, produceren en leveren voor de mensen die we dienen. We bekijken dit op lange termijn, rekening houdend met de totale voetafdruk van onze zakelijke activiteiten naast onze groei. Onze inspanningen op dit gebied zijn niet alleen gericht op het zelf aangaan van de uitdaging, maar ook samen te werken met partners in onze end-to-end waardeketen om collectieve en gecoördineerde vooruitgang te boeken. Naarmate de portfolio en pijplijn van UCB blijft groeien, streven we ernaar om onze groei te ontkoppelen van onze milieuvoetafdruk. Met onze ambitie in absolute waarde en rekening houdend met onze rol in de maatschappij, moeten we onze bestaande voetafdruk blijven verminderen en de milieu-impact van onze groei blijven vermijden en absorberen. Over milieugerelateerde risico’s wordt gerapporteerd in de sectie Risicobeheer van dit verslag. We gebruiken geavanceerde rekenmodellen om onze milieuvoetafdruk tot 2030 te modelleren en te voorspellen, met inbegrip van onze zakelijke groei en de activiteiten die we uitvoeren om onze impact te verminderen. We gebruiken meerdere invalshoeken, zoals onze historische en huidige milieuconsumptie, ons tienjarig plan voor verminderde milieubelasting, pijplijnen, productieplanning en temperatuurvoorspelling om een navigatiemiddel te creëren dat onze voetafdruk in kaart brengt en identificeert waar we onze inspanningen moeten op richten, maximaliseren en versnellen. Geanimeerde video ontwikkeld om de principes voor gezondheid van de planeet van UCB bekend te maken in de organisatie.
Prioriteitsgebieden 2030
Om onze gezamenlijke inzet om bij te dragen tot de gezondheid van de planeet aan te tonen, hebben we ambitieuze doelstellingen vooropgesteld om klimaatneutraal te zijn en onze ecologische impact tegen 2030 op drie belangrijke prioriteitsgebieden te verminderen:
Klimaatneutraal zijn tegen 2030
Onze inzet om tegen 2030 klimaatneutraal te zijn voor de verrichtingen die we rechtstreeks controleren zal worden behaald via twee mechanismen:
- 80% van onze tijd, inspanningen en geld zal worden geïnvesteerd in het verminderen van onze broeikasgasemissies (GHG) door onze manier van werken te wijzigen. Operationeel betekent dit wat we onze verrichtingen meer energie-efficiënt maken, GHG-emissies verminderen door hoger gebruik van energie gegenereerd uit hernieuwbare bronnen en het gedrag van onze medewerkers te veranderen.
- 20% zal worden toegewijd aan het compenseren van de impact op korte termijn die we niet kunnen vermijden via compensatieprogramma’s.# Duurzaamheid
Planetaire prestaties
We bekijken hoe we kunnen rapporteren aan de Task Force over Climate-related Financial Disclosures (TCFD) gericht op het verbeteren en verhogen van rapportage over klimaatgerelateerde financiële informatie. U kunt de eerste TCFD-bekendmaking van UCB, met weergave van onze acties en processen, lezen in het hoofdstuk Data en rapportering. We streven ernaar om in de nabije toekomst een volledige TCFD-bekendmaking te verstrekken.
Belangrijke initiatieven om onze totale milieuvoetafdruk te verminderen
Als onderdeel van onze lopende inspanningen om onze milieuvoetafdruk te verminderen, blijft UCB zich inzetten voor initiatieven in haar plaatselijke en internationale zakelijke activiteiten om onze doelen te behalen. In 2021 waren de hoogtepunten op dit gebied:
- Goedkeuring door de Science Based Targets initiative van het CO2e-doel van UCB. UCB verbindt zich ertoe om de absolute scope 1, 2 en 3 broeikasgasemissies (GHG) die we rechtstreeks controleren voor 2030 te verminderen met 38% ten opzichte van basisjaar 2015. UCB verbindt zich er ook toe dat haar leveranciers voor 2025 de op wetenschap gebaseerde doelen voor emissies zullen behalen.
- Ontvangst van de ‘Eco-Design’ award voor de nieuwe Amerikaanse CIMZIA® vooraf gevulde spuit tijdens de PHARMAPACK Packaging Awards.
- Moderniseren van gebouwen ter verhoging van de capaciteit met groene certificering (BREEAM voor onze Europese locaties of equivalent in LEED-certificatiekader voor de VS en Azië).
Wat. betreft de constructie van onze grootste fabriek voor biologische middelen in Braine l’Alleud zijn onze milieuvooruitzichten gevalideerd door het Waals Gewest in België, hetgeen de efficiëntie van deze innovatieve fabriek bewijst. We verwachten 21% lagere CO2-emissies vergeleken met een gemiddelde fabriek voor biologische middelen, naast het vermijden van 22% aan waterconsumptie.
- Organisatie van een technische Hackathon gericht op beste praktijken inzake GREEN HVAC (warmte, ventilatie en airconditioning), dat het belangrijkste gebied blijft voor onze scope 1 & 2 energieconsumptie. Dit werd uitgevoerd in samenwerking met onze productie- en technische teams, onze milieumedewerkers en onze collega’s van de aankoop.
- Berekenen van de indirecte impactuitgangswaarde voor koolstofdioxide-equivalent (CO2e) van UCB van onze volledige portfolio van leveranciers van goederen en diensten.
Onze emissies verminderen: Concrete maatregelen nemen om de uitstoot die we controleren te verlagen
In 2021 verminderden we onze CO2-uitstoot met 8% vergeleken met 2020. Zakenreizen bleven laag (-89% vergeleken met 2015) wegens de aan de gang zijnde pandemie (-9% vergeleken met 2020) maar ook wegens de geleidelijke uitrol van ons hybride werkmodel. We vragen medewerkers om bewust om te gaan met hun reismiddelen en om de waarde van zakenreizen te overwegen in vergelijking met de alternatieve communicatiekanalen gebruikt tijdens de voorbije twee jaar. Om onze energieconsumptie te verlagen hebben we in 2021 de reikwijdte van onze groene initiatieven uitgebreid, die nu de gehele waardeketen omvatten, voornamelijk op het gebied van de product- en toeleveringsketen. We hebben ons AIR to OCEAN-programma uitgebreid door Japan en Mexico toe te voegen aan onze lijst van bestemmingen en het aantal reefercontainers verzonden in 2021 verhoogd, waardoor we de TCO2-uitstoot met 21% konden verminderen in vergelijking met 2020.
Extra inspanningen in 2021 om onze milieudoelen te behalen omvatten:
- optimaliseren van energieverbruik door onze activiteiten energiezuiniger te maken.
- Uitstoot van broeikasgassen verlagen door het verhogen van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, zowel geproduceerd op UCB sites als aangekocht (op procentuele basis). We blijven bijvoorbeeld afstand nemen van fossiele brandstoffen ten gunste van biogas, wat onze CO2-reductie versnelt.
- Groen volgens ontwerp opgenomen in onze facilities en activa.
- Gedragswijziging van leiders en medewerkers aanmoedigen, van de aanwerving en onboarding van nieuwe medewerkers tot interne bewustzijnscampagnes over energieverbruik en koolstofemissies.
- Lancering van het ‘IT for the Planet’ programma, dat ernaar streeft om de milieu-impact van technologiegebruik aan te pakken via beheer van de groene levenscyclus van onze IT-infrastructuur en hardware, een duurzaam samenwerkings- en computerecosysteem, alsook een verantwoordelijke leverancierbeheerbenadering en -praktijken.
- Compensatie voor alle broeikasgassen die we niet op korte termijn kunnen elimineren (toepassing van het 80/20 principe), samen met WeForest en CO2logic-initiatieven.
De totale CO2e gerapporteerd voor elektriciteitsverbruik (marktgebaseerd) is met 49% toegenomen vergeleken met 2020 aangezien we vier locaties in de VS hebben toegevoegd aan de verslaglegging, voornamelijk laboratoria, komende van nieuw overgenomen activa en bedrijven in 2019 en 2020.
Concrete maatregelen nemen om broeikasgasemissies die we niet rechtstreeks controleren te verminderen
De indirecte impact door de activiteiten van onze leveranciers van goederen en diensten namens UCB vertegenwoordigt een aanzienlijk deel van onze CO2e-uitstoot. Ons doel voor indirecte uitstoot is goedgekeurd door het ‘Science Based Targets’-initiatief. UCB heeft de laatste jaren samengewerkt met leveranciers en hen ondersteund om de overstap te maken naar een koolstofarme economie. De uitgangswaarde voor de indirecte impact van CO2e van UCB, die volledig werd berekend in 2021, geeft een duidelijk beeld van de CO2-uitstoot door leveranciers en contractproductieorganisaties (CPO’s) van UCB, alsook hun niveau van maturiteit in de lage koolstofeconomie. In dit opzicht vragen we CPO’s en andere partners nu om samen met ons ambitieuze klimaatdoelen vast te leggen met als doel 60% van de uitstoot door onze leveranciers in lijn te zien met SBTi-geïnspireerde doelen. Tot heden heeft 23% van onze leveranciers (per uitstootniveau) niveau A bereikt en andere belangrijke strategische zakelijke partners zijn bereid om in de komende jaren naar niveau A te gaan. Dit plaatst ons in een goede positie om ons doel te behalen, gesteund door de algemene industrietrend die in dezelfde richting gaat. In februari 2022 werd UCB door het internationale not-for-profit bekendmakingssysteem, CDP, benoemd als één van hun “Supplier Engagement Leaders”, ter herkenning van onze inspanningen om klimaatrisico’s in onze toeleveringsketen te meten en verminderen. In de komende jaren zullen we onze belangrijke zakelijke partners en externe productiepartners (CPO’s) blijven betrekken en de aanpak ook in andere gebieden in de waardeketen van UCB toepassen, zoals met onze contractonderzoekorganisaties (CRO’s), leveranciers van grondstoffen, enz. We hebben ook deze maturiteitsbeoordeling voor “koolstofarme economie” en een scoresysteem opgenomen in ons selectieproces voor leveranciers. Dit maakt nu onderdeel uit van onze gedragscode voor leveranciers, ons verzoek om informatie, procesvoorstel en onze selectiecriteria voor alle nieuwe leveranciers en contracten voor geselecteerde leveranciers.
Onze groene scorekaart
In 2021 werd een nieuw initiatief gelanceerd om scores toe te kennen voor onze oplossingen gebaseerd op hun duurzame prestaties: de groene scorekaart voor oplossingen. Gebaseerd op een systematische “wieg-totgraf” levenscyclusanalyse, laat dit ons toe om onze impact te beoordelen en mogelijkheden in kaart te brengen voor vermindering van onze milieuvoetafdruk bij het ontwikkelen en produceren van oplossingen.
Partnerschappen met WeForest en CO2logic
In een inspanning om de emissies die we niet kunnen wegwerken te compenseren, blijft UCB samenwerken met WeForest en CO2logic. Het doel is om tegen 2030 een oppervlakte van 22.000 ha bos te herstellen. CO2logic ondersteunt bedrijven en andere organisaties op weg naar een koolstofarme economie door samenwerkingen mogelijk te maken met plaatselijke partners in ontwikkelingslanden. In deze context werkt UCB samen met CO2logic en het EcoMakala, programma, gevestigd in de Democratische republiek Congo (DRC).
In de regio Noord-Kivu, DRC, bevordert het EcoMakala Virungaherbebossingsproject verschillende activiteiten om de wouden van Virunga National Park (PNVi) te beschermen en armoede in de omringende gemeenschappen te verlagen. Het project bestaat uit drie componenten:
- herbebossing met snelgroeiende bomen om het habitatverlies van de plaatselijke fauna te helpen bestrijden
- de introductie van betere fornuizen om te koken
- vervanging van brandstoffen van niet-hernieuwbare houtskool door houtskool van hernieuwbare plantages (voorraad hernieuwbare houtskool).
UCB heeft met WeForest ook samengewerkt aan een vergelijkbaar project in het Desa’a-woud in Noord-Ethiopië. 74% van het Desa’a-woud is reeds verdwenen en de resterende 26% is ernstig aangetast. Dit heeft geleid tot verscheidene complicaties in het gebied: waterbesparing is van enorm belang en de druk op de bevolking is hoog met een vicieuze cirkel van armoede en milieuvervuiling als gevolg. Het is bewezen dat lage wolken en mist kunnen worden opgevangen door het bestaande bos, hetgeen het potentieel heeft om de totale neerslag te verhogen in dit droge gebied en de in recente tijden waargenomen effecten om te keren. Projecten die waterbekkens bouwen om natuurlijk regenwater op te vangen kunnen deze problemen verminderen door het grondwater opnieuw aan te vullen. Het doel is om de irrigatie op kleine schaal uit te breiden voor moestuinen met gebruik van verbeterde en plaatselijk aangepaste groentezaden, zoals ajuin, kolen, biet en aardappel. Tot heden zijn 13 opslagruimten gecreëerd door deze projecten.# Ecologisch ontwerp voor ontwikkeling van geneesmiddelen
UCB waakt heel aandachtig over de milieu-impact van de chemische productie en werkt in het bijzonder aan het ecologisch ontwerp van onze processen voor geneesmiddelproductie. Voor oplosmiddelen op basis van petrochemische stoffen kan de impact op het gebied van klimaatopwarming vaak lager zijn dan oplosmiddelen van biologische oorsprong, hoewel ze niet-hernieuwbaar zijn. Het in kaart brengen van de CO2 en afvalstroom van UCB versterkt de noodzaak om de hoeveelheid nieuwe grondstoffen gebruikt in de chemische productie te verminderen. Om onze inspanningen op dit gebied te evalueren koos UCB in 2019 om de standaard van de Global Warming Potential (GWP) ontwikkeld door de Green Chemical Institute (GCI) van de American Chemical Society (ACS) aan te nemen. Deze methode schat de kilo’s CO2-equivalenten die nodig zijn om 1 kg geneesmiddel te produceren. In 2020 werd het stellen van ambitieuze doelstellingen voor elke synthetische molecule als deel van het zakelijk proces ingevoerd. Aan het einde van 2021 vond de controle voor het eerste jaar plaats en werd aangetoond dat UCB reeds aanzienlijke vooruitgang had geboekt om haar doel te bereiken.
In de toekomst worden de volgende vijf beste praktijken gebruikt om de hoeveelheid CO2-emissies tijdens de ontwikkeling van geneesmiddelen te verminderen:
* Herzien: selectie van het meest milieuvriendelijke synthetische traject
* Weigeren: overgaan op groenere oplosmiddelen
* Verminderen: gebruik van oplosmiddelen verminderen
* Opnieuw gebruiken: de outputs van de processen meerdere keren opnieuw gebruiken, zo lang dit geen negatieve invloed heeft op veiligheids- en kwaliteitscontroles
* Recycleren: intern of extern.
Verminderen van onze wateronttrekking
We stelden ons het doel om wateronttrekking tegen 2030 met 20% te verminderen, vergeleken met de uitgangswaarde in 2015 (absolute cijfers). Dit is een ambitieus doel, gezien onze zakelijke groeistrategie en het feit dat onze onderzoek- en ontwikkelingspijplijn verscheidene antilichamen omvat die waterintensieve productieprocessen vereisen. In 2021 zagen we een lichte stijging in waterverbruik, gestegen met 2% vergeleken met 2020. Vergeleken met 2015 zijn we nog steeds op schema met ons doel, maar deze trend zal waarschijnlijk verscheidene jaren blijven stijgen voor we een daling opmerken gezien de overgang van het bedrijf naar biofarmaceutische activiteiten. UCB werkt nauw samen met haar ontwikkelingsteams om de milieu-impact te integreren in het besluitvormingsproces en toekomstig waterverbruik te beperken. We verkennen ook opties om afvalwater opnieuw te gebruiken binnen onze productiesites. We hopen een nulvloeistofafvoer te bereiken op onze voornaamste site in Braine-l’Alleud in België, wat de ontkoppeling van de gestegen biofarmaceutische productie en ons waterverbruik zal ondersteunen.
Vermindering van ons afval
We hebben als doel om de afvalproductie tegen 2030 met 25% te verminderen, vergeleken met de absolute cijfers van 2015 als uitgangswaarde. In 2021 steeg onze afvalproductie met 12% wegens transformatiewerkzaamheden op onze locatiesite in Braine-l’Alleud en de investering in efficiënte technologieën voor de toekomst met de vervanging van verouderde faciliteiten. Alle afval geproduceerd tijdens deze werkzaamheden wordt beheerd als onderdeel van de BREEAM-certificering die we beogen voor onze nieuwe faciliteiten, wat de beperking van afval en meer controle van het afval dat we sorteren inhoudt zodat we de hoeveelheid afval die we recycleren kunnen maximaliseren. Als we onze afvalproductie bekijken zonder het bouwafval, om de cijfers te vergelijken met onze gewone bedrijfsactiviteiten, blijft dit ongewijzigd vergeleken met 2020 (met een verschil van 11%). We verwachten dat de stijging in 2021 een eenmalige gebeurtenis zal zijn door deze transformatiefase en we voorzien dat dit tegen 2026 zal terugkeren naar de vorige niveaus.
Samen met onze aandeelhouders
We besteden aandacht aan inzichten van patiënten en maatschappelijke uitdagingen om onze bedrijfsvoering te ondersteunen, waarde te creëren en duurzame zakelijke groei te genereren. We streven ernaar om op lange termijn een positieve waarde te leveren aan onze aandeelhouders van vandaag, met de toekomstige generaties in gedachten. UCB streeft ernaar mensen met ernstige ziekten de vrijheid geven om het best mogelijke leven te leiden – zo vrij mogelijk van de uitdagingen en onzekerheid van hun aandoening. Om dit te verwezenlijken zijn we een door innovatie gestuurd internationaal biofarmaceutisch bedrijf geworden dat waarde wil creëren voor, en wordt gewaardeerd door, onze patiënten, medewerkers, aandeelhouders en een grote groep van andere maatschappelijke belanghebbenden. Door aandacht te besteden aan inzichten van patiënten en maatschappelijke uitdagingen wordt de bedrijfsvoering van UCB gestuurd om duurzaam zaken te doen en duurzame zakelijke groei te genereren en waarde op lange termijn te leveren aan onze aandeelhouders, die het mogelijk maken om de organisatie te laten innoveren en groeien. In de steeds veranderende en meer complexe omgeving van vandaag is de op patiënten gerichte strategie van UCB de beste manier om blijvend succes te hebben met positieve resultaten voor de aandeelhouders, met de toekomstige generaties in gedachten. UCB blijft vertrouwen hebben in de fundamentele onderliggende vraag naar onze producten en onze vooruitzichten voor duurzame winstgevendheid. Het bedrijf zal de evoluerende COVID-19 pandemie nauw blijven volgen, alsook andere opkomende trends, om potentiële uitdagingen en de mogelijkheden op korte en middellange termijn te beoordelen en zich aan te passen aan de snelle evolutie van de maatschappij.
We beginnen een overgangsfase, gevolgd door versnelde bedrijfsgroei. Voor onze financiële vooruitzichten voor 2022 streven we naar opbrengsten in het bereik van tussen € 5,15 – 5,4 miljard en een onderliggende winstgevendheid (aangepaste EBITDA) in het bereik van 26-27% van de totale opbrengsten. We willen voor 2025 minstens € 6 miljard in jaarlijkse opbrengsten bereiken, en een lage tot middelmatige aangepaste EBITDA-marge. We zijn van plan om een dynamisch dividendbeleid aan te houden, in overeenstemming met de groeivooruitzichten van het bedrijf op lange termijn met een geleidelijke stijging en, voor zover mogelijk, geen vermindering van het dividend, ongeacht de verschillen in inkomsten op korte termijn.
We erkennen de complexe sociale, economische en milieuproblemen waarmee onze wereld vandaag wordt geconfronteerd en we geloven in het versterken van onze maatschappelijke impact door internationale uitdagingen aan te gaan op het kruispunt van onze expertise en bredere maatschappelijke belangen. Hierdoor creëren we niet alleen meerwaarde voor onze voornaamste belanghebbenden, maar verminderen ook de blootstelling van ons bedrijf aan risico’s op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur (ESG). Dit jaar werd de ESG-risicoscore van UCB bijgewerkt door Sustainalytics van een middelmatig tot laag risico (16,8). We hebben ook een voortdurende verbetering opgemerkt in andere ESG-ratings, zoals ISS ESG, CDP en WDI en we streven ernaar om onze ESG-ratings in 2022 te blijven verbeteren.
Ons deugdelijk bestuur
We streven ernaar onze positieve maatschappelijke impact te maximaliseren terwijl we onze sterke financiële prestaties ondersteunen. Wij streven naar een verantwoordelijke manier van zakendoen via onze beleidslijnen en procedures inzake deugdelijk bestuur, die vorm geven aan een sterke cultuur van integriteit en richting geven aan de manier waarop de organisatie werkt. UCB streeft ernaar zaken te doen op een verantwoorde manier, waarbij we onze maatschappelijke impact maximaliseren en tegelijk de bedrijfsgroei stimuleren. Het beleid en de procedures die wij hebben ingevoerd, helpen onze sterke integriteitscultuur vorm te geven, geven richting aan de manier waarop de organisatie werkt, hoe beslissingen worden genomen en hoe risico's worden beperkt. Het bestuur van UCB is gebaseerd op een monistische structuur. Dit betekent dat de vennootschap wordt beheerd door een Raad van bestuur en wordt geleid door een Uitvoerend comité, waarvan de respectieve functies en verantwoordelijkheden duidelijk zijn gedefinieerd in overeenstemming met de statuten van de vennootschap en het Corporate Governance Charter van UCB (het “Charter”). De taken en verantwoordelijkheden die aan het Uitvoerend comité worden gedelegeerd, worden vastgesteld door de Raad van bestuur. De rol van de Raad is om totale waardecreatie te stimuleren door de strategie van het bedrijf te bepalen en effectief, ondernemend, verantwoordelijk en ethisch leiderschap op te zetten binnen een kader van voorzichtige en effectieve controles waarmee risico’s kunnen worden beoordeeld en beheerd. De Raad bepaalt de strategische doelen van UCB, ziet erop toe dat de nodige financiële en menselijke middelen voorhanden zijn opdat UCB haar doelstellingen kan halen en beoordeelt de prestaties van de onderneming. De Raad ontwikkelt een inclusieve benadering die de legitieme belangen en verwachtingen van alle belanghebbenden in evenwicht brengt en die waarden en normen van UCB bepaalt. Hij neemt collegiale verantwoordelijkheid op voor een goede uitoefening van zijn taken en bevoegdheden.# De Raad zorgt ervoor dat de cultuur van de vennootschap de realisatie van haar strategie ondersteunt en dat zij verantwoordelijk en ethisch gedrag bevordert. In een poging om onze duurzame waardecreatie te maximaliseren, wordt duurzaamheid beschouwd als een aangelegenheid die is ingebed in de strategie van UCB en waarop toezicht wordt gehouden door de volledige Raad van bestuur. Daarom is er binnen de Raad van bestuur geen specifiek duurzaamheidscomité opgericht, maar heeft UCB een duurzaamheidsbestuurscommissie op managementniveau en een externe duurzaamheidsadviesraad (ESAB) opgericht. De duurzaamheidsbestuurscommissie is een interne commissie die vooruitgang in onze weg naar duurzaamheid opvolgt. Inmiddels is de externe duurzaamheidsadviesraad samengesteld uit zes externe deskundigen op het gebied van duurzaamheid, die een extern perspectief bieden op onze aanpak op dit gebied.
1. Ethische bedrijfspraktijken
Ethische bedrijfspraktijken zijn een fundamenteel element om duurzame bedrijfsgroei te stimuleren. Onze missie is complex en brengt ethische eisen met zich mee die ieder van ons doen nadenken over die complexiteit. Wij houden onszelf - en elkaar - aan de hoogste normen, streven ernaar beslissingen te nemen en keuzes te maken die zijn gericht op de evenwichtige belangen van onze belanghebbenden en handelen met integriteit in alle zakelijke transacties. Onze sector is onderworpen aan heel wat regels, voorschriften en gedragscodes ter bescherming van de patiënten, de gezondheidszorg, de sector en ons allemaal als individu. UCB verbindt zich ertoe alle toepasselijke wetten en wettelijke vereisten na te leven die van toepassing zijn op onze activiteiten. Naast het nakomen van deze verplichtingen laten wij ons leiden door ethische principes die ons handelen sturen. De UCB-gedragscode is ons leidend beleid dat de kernwaarden van UCB weerspiegelt, waaronder onze verbintenis tot duurzaamheid en ethische bedrijfspraktijken. De Code schetst de algemene principes van zakelijk gedrag die van UCB-collega’s en partners over de hele wereld worden verwacht. In 2021 hebben in totaal 8449 UCB-werknemers de training over de Gedragscode gevolgd, wat een globaal voltooiingspercentage van 95% oplevert. Deze omvatten:
* 5304 werknemers in de EU, met een voltooiingspercentage van 95%
* 1630 werknemers in de VS, met een voltooiingspercentage van 97%
* 1515 werknemers op internationale markten, met een voltooiingspercentage van 92%.
In 2021 werd een nieuwe gedragscode ontwikkeld om de ethische beginselen en verbintenissen te versterken die onze beslissingen en handelingen moeten sturen. Deze nieuwe versie, genaamd "UCB Gedragscode: onze ethiek in actie", werd geschreven om uitdrukking te geven aan het engagement van UCB ten aanzien van ethiek en het belang om onze leidende principes te laten terugkomen in alles wat we doen. De code werd ontwikkeld met behulp van input van verschillende groepen binnen de organisatie, waaronder medewerkers en vertegenwoordigers van de ERG's, evenals van aannemers, verkopers en externe deskundigen. De nieuwe code zal begin 2022 worden ingevoerd met een speciale website en online training voor alle werknemers. De gedragscode zal beschikbaar zijn in 14 talen en op onze interne en externe bedrijfswebsites. Van derden wordt ook verwacht dat zij de principes van de Gedragscode erkennen en naleven en deze verwachting wordt waar nodig weerspiegeld in hun wettelijke overeenkomsten met UCB opgenomen
In 2021 beantwoordde 48% van onze werknemers onze eerste wereldwijde ethische cultuur- en nalevingsperceptieenquête, wat meer is dan de benchmark voor antwoorden van collega's. Dit geeft aan hoezeer onze werknemers zijn betrokken bij dit belangrijke onderwerp. De enquête leverde gegevens op over hoe collega's ethische beginselen en gedragingen zien, begrijpen, beleven en toepassen. Naast de positieve signalen over de sterke betrokkenheid van werknemers bij ethiek en naleving, gaven de enquêteresultaten ook enkele signalen over gebieden die verder moeten worden onderzocht. Een belangrijk element van een doeltreffend programma voor ethiek en naleving is de voortdurende beoordeling en verbetering van het programma. De resultaten van de enquête worden gebruikt ter ondersteuning van ons streven om ervoor te zorgen dat het programma dynamisch is en beantwoordt aan de groeiende behoeften van onze organisatie.
1.1. Nalevingsprogramma
Het nalevingsprogramma van UCB is opgebouwd op basis van de gevestigde elementen van nalevingsprogramma's gedefinieerd door het Amerikaanse Office of Inspector General en aangepast op basis van de vereisten van het lokale land. Elementen van het nalevingprogramma van UCB zijn onder meer leiderschap en bestuur; risicobeoordelingen en due diligence; normen, beleidslijnen en procedures; opleiding en communicatie; systemen voor werknemersrapportage; case management en onderzoeken; testen en toezicht; naleving door derden en voortdurende verbetering.
Onze ethiek- en nalevingsstrategie omvat het waarborgen van een open omgeving waar onze werknemers de ruimte en het vertrouwen hebben om vermeend onethisch gedrag en inbreuk op de naleving te melden. Medewerkers worden aangemoedigd om vermoede niet-naleving of wangedrag te melden aan hun leidinggevende of hun primaire contacten binnen de afdelingen Legal, Ethics & Compliance / HRdiensten. Bovendien onderhoudt UCB de UCB Integrity LineTM waar mensen anoniem meldingen kunnen indienen, als ze dit willen. De UCB Integrity LineTM bestaat uit een vertrouwelijke beveiligde website en gratis telefoonnummers die beheerd worden door een onafhankelijk extern agentschap. De Integrity LineTM is 24 uur per dag, 365 dagen per jaar en in meerdere talen beschikbaar voor onlinemeldingen en telefonische meldingen.
UCB beschikt over procedures voor het melden van zorgen en wangedrag, mechanismen voor het vastleggen van meldingen, en het behandelen en onderzoeken van meldingen. In 2021 lanceerden we een herziene versie van ons wereldwijde proces voor het melden en behandelen van wangedrag en ongepast gedrag bij UCB, evenals een verbeterde versie van de UCB Integrity LineTM. We hebben ook een wereldwijde Speak-Up-campagne gevoerd met als slogan "Jouw stem heeft macht. Zeg het als u iets verkeerds ziet en samen maken we het in orde", wat leidde tot een aanzienlijk engagement van UCB-leiders en -werknemers in de verschillende regio's. Dit initiatief heeft een krachtige herinnering opgeleverd over het cruciale belang om het te zeggen als men een probleem waarneemt en over de toegang tot en het gebruik van het meldsysteem.
In 2021 werden wereldwijd 94 interne onderzoeken verricht, waarbij 30 zaken werden bevestigd en 4 zaken nog liepen. De gevallen leidden tot de volgende acties:
* geen actie (43%)
* coaching (41%)
* beëindiging (12%)
* waarschuwingsbrief (3%)
* ontslag (1%)
De resultaten van onze eerste wereldwijde ethische cultuur- en nalevingsperceptie-enquête toonden aan dat de tevredenheid van onze werknemers over de rapporteringsmechanismen vergelijkbaar was met die van onze sectorgenoten. Niettemin hebben wij op dit belangrijke gebied een kans op verbetering geconstateerd en wij willen hier in 2022 en daarna verder aan werken. Om collega's te ondersteunen bij het omgaan met ethische dilemma's, heeft UCB een eigen reeks richtlijnen ontwikkeld, die werden uitgewerkt in een praktisch hulpmiddel dat collega's helpt om (1) een ethisch dilemma te identificeren; (2) de impact van hun keuzes op belanghebbenden te onderzoeken, niet beperkt tot de onmiddellijke impact, maar rekening houdend met de impact en de perceptie in de tijd en voor toekomstige generaties; en (3) collega's te betrekken bij gesprekken om ethische dilemma's op te lossen.
Concurrentie en antitrust
UCB blijft zich inzetten voor volledige naleving van alle wetten en regelgeving met betrekking tot concurrentiebeperkend, antitrust- of monopoliegedrag. Ons wereldwijde antitrustbeleid is in 2021 herzien en er zijn wereldwijd aanvullende richtlijnen ingevoerd. We hebben ook een nieuwe reeks e-learnings over EUconcurrentiewetgeving uitgebracht. In 2021 waren er geen materiële acties of geschillen in verband met UCB.
1.2. Anti-omkoping en anticorruptie
De UCB-gedragscode omvat onder meer de kernprincipes en gedragingen die zijn gericht op het verminderen van de risico’s met betrekking tot omkoping en corruptie. Gezien de aard van onze activiteiten identificeerde UCB onze betrokkenheid met de belanghebbenden in de gezondheidszorg als het primaire anti-omkomping en anticorruptie (ABAC: anti-bribery & anti-corruption) risicogebied. Over de ABAC-risico's wordt gerapporteerd in de sectie Risicobeheer van dit verslag. In 2021 bedroeg het totale aantal deelnemers aan de speciale anti-omkoping/anti-corruptietraining wereldwijd 95%, waarvan 96% voor de EU, 99% voor de VS en 90% voor de internationale markten. In 2021 zijn er geen materiële gevallen van omkoping of corruptie gemeld.
Als een essentieel onderdeel van UCB’s algemene interne controleomgeving en -structuur, biedt UCB Global Internal Audit onafhankelijke, objectieve verzekeringsactiviteiten die zijn ontworpen om de interne controle en activiteiten van UCB te evalueren en te verbeteren, inclusief om te zorgen voor naleving van toepasselijke wetten, regels, voorschriften en onze Gedragscode over thema’s zoals onder andere anti-omkoping-en-anti-corruptie. De Global Internal Auditafdeling controleert periodiek de wereldwijde activiteiten van UCB op potentiële risico’s met betrekking tot deze gebieden in overeenstemming met een vastgesteld rotatieschema of op basis van problemen indien van toepassing. Ze controleren, handhaven en volgen continu alle naleving gerelateerde bevindingen op.
1.3.# Mensenrechten
UCB en haar collega's zijn verplicht om alle van toepassing zijnde wetten na te leven en de mensenrechten te respecteren en met de nodige voortvarendheid te handelen om te voorkomen dat ze inbreuk maken op de rechten van anderen, zoals uitgedrukt door het Internationaal Statuut van de Rechten van de Mens en de beginselen die zijn uiteengezet in de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie over Fundamentele Beginselen en Rechten op het Werk. UCB respecteert de mensenrechten van haar werknemers en zorgt ervoor dat haar werknemers met waardigheid en respect worden behandeld. UCB verwacht hetzelfde gedrag van consultants en anderen die namens UCB optreden. Het respecteren van de mensenrechten is de verantwoordelijkheid van eenieder. UCB-collega's moeten hun leidinggevende op de hoogte brengen of via de hotline/ helpline of de UCB Integrity LineTM melding maken van nadelige gevolgen waarbij het bedrijf, collega's of aannemers betrokken zijn. Over de mensenrechtenrisico’s wordt gerapporteerd in de sectie Risicobeheer van dit verslag. UCB is vastbesloten om invloed uit te oefenen op het gebied van mensenrechten en de nodige stappen te ondernemen om hoge ethische normen voor arbeid en eerlijke behandeling van mensen te bevorderen en aan te moedigen. Wij hanteren een nultolerantiebenadering voor elke vorm van mensenrechtenschendingen, inclusief dwangof kinderarbeid, moderne slavernij of mensenhandel. Gezien de aard van onze activiteiten, houdt UCB toezicht op onze relaties met derden, aangezien dit het gebied is waar risico's in verband met mensenrechten het meest waarschijnlijk voorkomen. Deze derden omvatten onze toeleveringsketens (d.w.z. inkoop van goederen en diensten) en uitzendkrachten, en met name in landen waar wij actief zijn die als een hoger risico kunnen worden beschouwd. Onze Gedragscode, een robuust zorgvuldigheidseisenproces en controles door ons Global Internal Audit team zijn erop gericht deze risico’s te beperken. Tot op heden is er geen melding gemaakt van een inbreuk op de mensenrechten in verband met UCB of haar leveranciers.
1.4. Productverantwoordelijkheid
UCB neemt de veiligheid van onze producten serieus en heeft een intern proces om toezicht te houden op de beoordeling van veiligheidsinformatie voor geneesmiddelen die UCB ontwikkelt en voor onze kernproducten. Het Global Labelling Comité beoordeelt de etikettering van alle UCB- geneesmiddelen. Dit comité zorgt ervoor dat de etikettering:
1. voldoet aan de nationale voorschriften voor geneesmiddelen met betrekking tot veiligheid, werkzaamheid en kwaliteit van geneesmiddelen, evenals de nauwkeurigheid van de productinformatie die op grond van hun regelgeving wordt verstrekt,
2. op gepaste en begrijpelijke wijze informatie over geneesmiddelen en het veiligheidsprofiel voor patiënten en artsen weerspiegelt; en
3. in het productieland identiek is voor patiënten en artsen als in landen waarnaar hetzelfde geneesmiddel wordt geëxporteerd.
1.5. Ethische marketing
UCB promoot alleen geneesmiddelen die in overeenstemming zijn met de wetten, voorschriften en industriegedragslijnen die van toepassing zijn op dat land. Er is toezicht dat de promotie van geneesmiddelen accuraat, eerlijk, objectief, aan de hoogste ethische normen voldoet en voldoet aan de lokale wettelijke vereisten. Claims moeten de nieuwste, actuele wetenschappelijke bewijsverklaringen weerspiegelen en mogen niet dubbelzinnig zijn. Reclame, persberichten en wetenschappelijke mededelingen met betrekking tot onze verbindingen, producten en ziektes worden voorgelegd aan de globale of lokale comités, waarvan de leden vakkundig zijn opgeleid. UCB verkoopt geen producten die op een bepaalde markt zijn verboden. Alle UCB-producten voldoen aan de wettelijke en veiligheidseisen voor geneesmiddelen. UCB houdt zich aan alle toepasselijke nationale wetten, voorschriften en industriegedragslijnen, de WHO-Ethische Criteria voor Geneesmiddelenbevordering, en onder meer ook aan de Richtlijnen van het Europees Parlement en de Raad betreffende de Gemeenschapscode betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, en van EFPIA, IFPMA en PhRMA-codes.
2. Risicobeheer
2.1. Onze aanpak van risicobeheer
Binnen Enterprise Risk Management bij UCB behouden we onze toewijding aan onze doelstelling en onze duurzame Patiëntenwaarde Strategie en proberen we nieuwe manieren te vinden om risico’s te beheren en impact te hebben op een steeds veranderlijkere, complexere en dubbelzinnige omgeving. Onze verbinding met de strategie versterken en onze risicolens uitbreiden Enterprise Risk Management is ondergebracht in het Global Legal Affairs team, waardoor de leden van de Enterprise Risk Management groep het transversale karakter van de juridische functie volledig kunnen benutten. Onder deze structuur heeft UCB de interfaces tussen strategie, Enterprise Risk Management en zakelijke belanghebbenden verbeterd voor een meer flexibele en waardetoevoegende aanpak. Bovendien hebben we ons begrip van onzekerheid vergroot, zowel vanuit onze interne context als door opkomende risico's die voortvloeien uit de externe omgeving.
2.2. Proces en kader
Door in contact te treden met de belangrijkste vertegenwoordigers van alle operationele, functionele en strategische bedrijfsgebieden, worden risico’s geïdentificeerd en beoordeeld vanuit elk bedrijfsonderdeel en zijn leiderschapsteam. Daarnaast wordt een “top-down/outsidein” - beoordeling uitgevoerd om een holistisch risicoprofiel te voltooien. Om de impact te maximaliseren, zijn toprisico’s verbonden met de strategische prioriteiten. Een goed begrip van zowel hoe het risico evolueert als hoe goed UCB is vo orbereid om erop te reageren, wordt gecommuniceerd met en besproken met zowel ons Uitvoerend comité als onze Raad van bestuur. Omdat de risico's waarmee wij geconfronteerd worden evolueren, is onze aanpak van het beheer van die risico's dynamisch, zodat nieuwe of gewijzigde risico's in de loop van het jaar kunnen worden beoordeeld en opnieuw geëvalueerd. In dit verband zijn in 2021 twee nieuwe dimensies in het risicoproces opgenomen: nabijheid en snelheid. Deze metingen helpen te bepalen hoe snel risico's zich waarschijnlijk zullen ontwikkelen en hoe snel UCB in staat zou zijn daarop te reageren indien zij zich zouden voordoen.
Bestuur en toezicht
UCB blijft aantonen dat ze zich inzet voor het beheren van onzekerheid door aan de top verantwoordelijkheid te creëren en het ondernemen van actie door de bedrijfsonderdelen te stimuleren. Elk toprisico is eigendom van een lid van het Uitvoerend Comité. Dat lid is verantwoordelijk voor het begrijpen van de aard van het risico en het mogelijk maken van onze reactie daarop.
2.3. Toprisico’s 2021
De gevolgen van COVID-19 hebben een aantal risico’s versneld. We hebben de COVID-19-dimensie geïntegreerd in onze risicoanalyse en hebben vastgesteld dat ons algemeen risicoprofiel stabiel blijft. Wij behouden een sterke verbondenheid met onze Raad van bestuur/Auditcomité en brengen hun feedback over risico terug in de organisatie. De Global Internal Audit-functie beoordeelt onafhankelijk en regelmatig de toprisico's en ondersteunt de bedrijfsfuncties bij hun risicorespons. De geïllustreerde risico's zijn een weergave van de belangrijkste risico's die werden geïdentificeerd en beheerd in 2021.
2.4. Milieu- en sociale risico’s
De risico's op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur worden samen met de strategische en bedrijfsrisico's beheerd in ons proces voor Enterprise Risk Management en ons bestuur, zoals hierboven beschreven. Deze risico’s worden daarom geïdentificeerd en beheerd volgens het beleid en de procedures van de respectieve bedrijfsactiviteiten en geëscaleerd volgens het process voor bedrijfsrisicobeheer. Milieu-, sociale en bestuursrisico's worden niet onder de bovenstaande toprisico's van het bedrijf vermeld, indien zij de voor het toprisico bepaalde drempel niet bereikten. In dat geval worden de risico's beheerd op het niveau van de bedrijfsactiviteit en het team. Onze risico's en risicobeperkingsstrategieën gerelateerd aan wetenschappelijke innovatie en toegang tot geneesmiddelen zijn hierboven uiteengezet. Naast deze risico’s wordt hieronder een overzicht gegeven van sociale, milieu- en bestuursrisico’s.
3. Verklaring inzake deugdelijk bestuur
Introductiebrief van de voorzitter van het governance, benoemings- en remuneratiecomité
Beste lezer,
Als voorzitter van het governance, benoemings- en remuneratiecomité van de Raad (“GNCC”) sinds april 2021, voel ik me vereerd om het deel deugdelijk bestuur van ons geïntegreerd jaarverslag te introduceren en enkele bestuurshoogtepunten van het jaar te delen. 2021 was een jaar van verandering in de samenstelling van de Raad van bestuur van UCB, aangezien we afscheid namen van verschillende gewaardeerde leden van de Raad en we onze nieuwe bestuursleden verwelkomden die een schat aan ervaring in de gezondheidszorg met zich meebrengen.
Ten eerste is onze nieuwe voorzitter van de Raad van bestuur, Dr. Stefan Oschmann, voormalig CEO van Merck, bij ons gekomen na een lange en uitmuntende carrière in de biowetenschappen. Hij brengt uitzonderlijke leiderschapscapaciteiten mee, strategische bedrijfservaring en bovenal een staat van dienst in het creëren van duurzame waarde voor patiënten, mensen, gemeenschappen, de planeet en aandeelhouders.
We waren evenzeer verheugd professor Susan Gasser te mogen verwelkomen als bestuurslid en lid van het Wetenschappelijk comité. Susan brengt diepgaande ervaring mee op verschillende wetenschappelijke gebieden, waaronder biofysica, moleculaire biologie en genetica - van cruciaal belang voor de toekomstige ontwikkeling van UCB. Haar functies in gerenommeerde wetenschappelijke beoordelingspanels en internationale adviesfuncties zullen de onderneming de komende jaren helpen sturen.
We waren ook zeer verheugd de benoeming van Jonathan Peacock tot lid van de Raad en voorzitter van het auditcomité aan te kondigen.# UCB Integrated Annual Report 2021
Jonathan heeft een uitstekende reputatie in de biotech- en farmaceutische industrie, onder meer als CFO van Amgen Inc en later van de farmaceutische divisie van Novartis. Ik voel me vereerd om de rol op mij te nemen van vicevoorzitter van de Raad van bestuur en voorzitter van het governance, benoemings- en remuneratiecomité van UCB, een bedrijf waarmee ik zeer vertrouwd ben en waar ik trots op ben deel uit te maken, aangezien ik verschillende jaren binnen de organisatie heb gewerkt, eerst als EVENITY® Commercial Lead, vervolgens als Hoofd van de EU voor de Bone business en later als Venture Partner bij UCB Ventures. Als vicevoorzitter en voorzitter van het GNCC kijk ik ernaar uit om bij te dragen aan onze ambitie om mensen die leven met ernstige ziekten, hun verzorgers en hun families in staat te stellen hun beste leven te leiden en ernaar te streven UCB te dienen in onze transformatie naar leiderschap in de biofarma.
2021 was niet alleen een jaar van veranderingen in de samenstelling van de Raad van bestuur, maar ook een spannend jaar vanuit bestuurlijk oogpunt, met name met het oog op onze duurzaamheidsaanpak. Om onze inspanningen en impact te versnellen, hebben wij eind 2020 de externe duurzaamheidsadviesraad ("ESAB” - External Sustainability Advisory Board) opgericht, waarin thought leaders, elk erkend als change agent in de samenleving, samenwerken met onze CEO, het Uitvoerend comité, de Raad van nietuitvoerende bestuurders en andere senior leiders. De ESAB zal ons helpen op koers te blijven met wat de samenleving verwacht van een duurzame biofarmaceutische leider en is sinds 2021 geïntegreerd in de besprekingen over het strategisch langetermijnplan van UCB.
Het GNCC heeft ook zijn goedkeuring gegeven aan het langetermijnplan voor de opneming van niet-financiële indicatoren in de kortetermijnen langetermijnbeloningen van de directie, waarvan de eerste stappen zijn uiteengezet in ons Verslag over het bezoldigingsbeleid (punt 3.7). Voorts is duurzaamheid in alle aspecten van de besluitvorming geïntegreerd, bijvoorbeeld bij de herziening van de gedragscode van de onderneming, in onze Patiëntenwaarde Strategie en binnen onze Launch Excellence.
In overeenstemming met ons streven naar open en constructieve relaties met al onze stakeholders, heeft het GNCC ook een frequenter en regelmatiger engagement met investeerders aangemoedigd, om hun feedback te verzamelen en hun prioriteiten te begrijpen, terwijl ook gezorgd wordt voor wederzijds begrip, met relevante contextuele informatie, van de prioriteiten en keuzes van UCB.
In 2021 organiseerde UCB twee roadshows met zijn top 20-beleggers, waarbij de nadruk lag op duurzaamheidsaangelegenheden. Er werd een eerste roadshow georganiseerd in maart 2021, voorafgaand aan onze algemene vergadering en een tweede in november/december 2021 met een diepgaande duik in onze duurzaamheidsaanpak. Naast de top 20-beleggers werden ook aandeelhouders uitgenodigd die zich bereid verklaarden om met UCB in dialoog te treden over duurzaamheidsaangelegenheden. UCB heeft ook op regelmatige basis met volmachtadviseurs over deze aangelegenheden overlegd.
Ten slotte, voortbouwend op de feedback van dit engagement met onze stakeholders, publiceert UCB in dit verslag details over de mix en diversiteit van vaardigheden van onze leden van de Raad van bestuur. Dit is een punt dat wij van nabij zullen blijven volgen en laten evolueren naargelang van de behoeften van het bedrijf. UCB bevestigt ook dat zij procedures heeft, zowel als onderdeel van haar opvolgingsplanning als van een continu proces, om de externe benoemingen van haar leden van de Raad van bestuur, alsook hun onafhankelijkheid, te controleren, overeenkomstig de Belgische en Europese regelgeving, alsook de internationale normen.
Ik kijk ernaar uit om de solide bestuursbasis die UCB in de loop der jaren heeft opgebouwd verder te ontwikkelen en om een stakeholder-centrische, duurzame en holistische langetermijnvisie op ons landschap te handhaven om onze toekomstige evolutie te informeren.
FIONA DU MONCEAU
Vicevoorzitter van de Raad en voorzitter van de GNCC
3.1 Reikwijdte van rapportering
Als een Belgische vennootschap genoteerd op Euronext Brussel, die de hoogste normen inzake deugdelijk bestuur nastreeft, is UCB NV (“UCB”) door de Belgische wet (in het bijzonder artikel 3:61 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen4 of het “WVV”) verplicht de Belgische Corporate Governance Code 2020 of de “Code 2020” toe te passen die beide op 1 januari 2020 in werking zijn getreden. De Code 2020 gebaseerd op het principe “pas toe of leg uit”. Het Belgische vennootschapsrecht en de Belgische Corporate Governance Code verplichten UCB ertoe om een Corporate Governance Charter aan te nemen en te publiceren en om jaarlijks een Verklaring inzake deugdelijk bestuur op te nemen in het (Geïntegreerd) Jaarverslag.
De Raad van bestuur van UCB (de “Raad”) heeft sinds 2005 een Corporate Governance Charter (het “Charter”) vastgesteld. Het beschrijft de belangrijkste aspecten van deugdelijk bestuur van UCB, inclusief de bestuursstructuur en het intern reglement van de Raad, zijn comités en het Uitvoerend Comité, en de regels van toepassing op aandeelhoudersvergaderingen. Het Charter wordt regelmatig bijgewerkt en jaarlijks herzien door de Raad om in overeenstemming te zijn met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, de Corporate Governance Code, internationale standaarden en de evolutie van UCB. De laatste versie van het UCB Charter is beschikbaar op de UCB website.
Zoals vereist door het WVV en de Code 2020 publiceert UCB ook elk jaar een Verklaring inzake deugdelijk bestuur, dat deel uitmaakt van het jaarverslag, en dat alle informatie bevat vereist door de wet, een beschrijving hoe de Code 2020 werd toegepast in het laatste boekjaar en, indien van toepassing, toelichting bij afwijkingen op de bepalingen van deze Code (toepassing van de “pas- toe-of-leg-uit”- benadering). Deze sectie van het Geïntegreerd Jaarverslag vormt de Verklaring inzake deugdelijk bestuur voor het jaar 2021.
3.2 Kapitaal en aandelen
3.2.1 Kapitaal
In 2021 is het kapitaal van UCB niet gewijzigd. Op 31 december 2021 bedroeg het kapitaal € 583 516 974, vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen. Het aandelenkapitaal van UCB wordt sinds 13 maart 2014 vertegenwoordigd door 194 505 658 volledig volgestorte aandelen (“UCB-aandelen”).
3.2.2 Aandelen
UCB-aandelen zijn, naar keuze van de aandeelhouder, op naam of gedematerialiseerd, in overeenstemming met het WVV. Ingevolge de Wet van 14 december 2005 werden aandelen aan toonder geleidelijk afgeschaft, wat leidde tot hun omzetting in effecten op naam of gedematerialiseerde effecten vanaf 1 januari 2014, een verplichte verkoop van uitstaande aandelen aan toonder door de Vennootschap in juni 2015 en hun complete afschaffing op het einde van 2015. Per 1 januari 2016 hebben de rechtmatige eigenaars van niet opgeëiste aandelen aan toonder het recht om bij de Deposito- en Consignatiekas de terugbetaling te vorderen van de netto-opbrengst van de onderliggende aandelen, op voorwaarde dat zij op geldige wijze hun hoedanigheid van rechthebbende kunnen aantonen en mits een boete van 10% van de verkoopopbrengst van de onderliggende aandelen aan toonder per begonnen jaar. Meer details zijn beschikbaar op website van UCB.
UCB-aandelen op naam worden ingeschreven in UCB’s register van aandelen op naam. Alle UCB-aandelen zijn toegelaten tot de notering en verhandeling op Euronext Brussels. Elk aandeel geeft recht op één stem (volgens het principe "één aandeel, één stem").
3.2.3 Eigen aandelen
In overeenstemming met artikel 12 van de statuten van UCB (de “ Statuten van UCB”), heeft de buitengewone Algemene vergadering van 30 april 2020 beslist om de Raad van bestuur te machtigen, voor een periode van 2 jaar, die aanvangt op 1 juli 2020 en die afloopt op 30 juni 2022, om op of buiten de beurs, door aankoop, omruiling, inbreng of om het even welke andere wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, tot 10% van het totale aantal aandelen van de Vennootschap te verwerven, berekend op de datum van elke verwerving, tegen een prijs of een tegenwaarde per aandeel (i) van maximaal hoogste koers van het aandeel van de vennootschap op Euronext Brussel op de datum van de verwerving en (ii) van minimaal een (1) euro, zonder afbreuk te doen aan artikel 8:5 van het Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. De Vennootschap mag, samen met haar directe of indirecte dochtervennootschappen, evenals personen die handelen in hun eigen naam maar voor rekening van de Vennootschap of haar directe of indirecte dochtervennootschappen, als gevolg van dergelijke verkrijging(en) niet meer dan 10% van het totaal aantal aandelen uitgegeven door de Vennootschap verwerven, berekend op het moment van de relevante verwerving. Deze machtiging strekt zich uit tot elke verwerving van aandelen van de Vennootschap, direct of indirect, door de directe dochterondernemingen van de Vennootschap, overeenkomstig artikel 7:221 van het WVV.
Een hernieuwing van deze machtiging voor een periode van 2 jaar eindigend op 30 juni 2024 zal worden voorgelegd aan de Algemene vergadering van 28 april 2022.
In 2021 heeft UCB NV 750 000 UCB aandelen verworven en 898 441 UCB aandelen overgedragen. Op 31 december 2021 was UCB NV eigenaar van 5 331 781 UCBaandelen, die 2,74% van het totale aantal UCB-aandelen vertegenwoordigen. Ze hield geen andere UCB-effecten aan. De UCB-aandelen werden verworven door UCB NV om de verplichtingen van UCB in te dekken die voortvloeien uit de aandelenoptieplannen, aandelentoekenningsplannen en prestatieaandelenplannen voor werknemers. Geen van haar verbonden vennootschappen bezit UCB- aandelen op 31 december 2021.# 3.2.4 Toegestaan kapitaal
De buitengewone Algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2020 besloot om de Raad te machtigen (en om de statuten overeenkomstig te wijzigen) om gedurende 2 jaar, tot 9 mei 2022, het kapitaal in één of meer malen te verhogen, onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, en dit binnen de grenzen van het WVV.
- met maximaal 5% van het kapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten (al dan niet ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen);
- met maximaal 10% van het kapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders niet wordt beperkt of uitgesloten.
Het totale bedrag waarmee de Raad het kapitaal kan verhogen door een combinatie van de machtigingen zoals bepaald onder (1) en (2), is in ieder geval beperkt tot maximaal 10% van het kapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging.
De Raad is bovendien uitdrukkelijk gemachtigd om deze machtiging te gebruiken, binnen de beperkingen zoals bepaald onder (i) en (ii) hierboven, voor de volgende verrichtingen:
- een kapitaalverhoging of de uitgifte van converteerbare obligaties of van warranten waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of uitgesloten,
- een kapitaalverhoging of de uitgifte van converteerbare obligaties of inschrijvingsrechten waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of uitgesloten ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen; en
- een kapitaalverhoging door omzetting van reserves.
Een dergelijke kapitaalverhoging kan om het even welke vorm aannemen, met inbegrip van, maar zonder beperking tot, een inbreng in geld of in natura, met of zonder uitgiftepremie, met uitgifte van aandelen beneden, boven of tegen nominale waarde, door omzetting van reserves en/of uitgiftepremies en/of overgedragen winst, voor zover maximaal door de Wet is toegestaan.
Elke beslissing van de Raad om gebruik te maken van deze machtiging vereist een meerderheid van 75%. De Raad heeft de bevoegdheid, met recht van indeplaatsstelling, om de statuten te wijzigen om daarin de kapitaalverhogingen weer te geven die het gevolg zijn van de uitoefening van deze machtiging.
Het WVV laat niet toe om gebruik te maken van deze machtiging vanaf het ogenblik dat de Vennootschap op de hoogte werd gebracht door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (‘FSMA’) over een publiek overnamebod.
Op 31 december 2021 maakte de Raad geen gebruik van deze machtiging. Aangezien de machtiging verleend door de buitengewone Algemene vergadering van 30 april 2020 in 2022 vervalt, zal aan de Algemene vergadering van 28 april 2022 een hernieuwing van het toegestane kapitaal worden voorgesteld voor een nieuwe periode van 2 jaar die verstrijkt in 2024.
3.3 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
3.3.1 Referentieaandeelhouder
De grootste aandeelhouder van UCB nv is Financière de Tubize NV (hierna ook de “Referentieaandeelhouder” of “Tubize” genoemd), een Belgisch beursgenoteerde bedrijf op Euronext Brussel. Tubize bezit 68 333 981 UCB-aandelen op een totaal van 194 505 658 (d.w.z. 35,13%) op 31 december 2021.
Op basis van de meest recente publieke bekendmaking van Tubize, zag de aandeelhoudersstructuur van Tubize er op 31 december 2021 als volgt uit:
Altaï Invest nv wordt gecontroleerd door Evelyn du Monceau, geboren Evelyn Janssen.
Barnfin nv wordt gecontroleerd door Bridget van Rijckevorsel, geboren Bridget Janssen.
De aandeelhouders van Tubize die behoren tot de familie Janssen, handelen in onderling overleg, d.w.z. zij hebben een aandeelhoudersovereenkomst gesloten waarvan de belangrijkste kenmerken hierna zijn weergegeven, gebaseerd op publiek beschikbare informatie:
- Het doel van het onderling overleg is om via Financière de Tubize nv de stabiliteit van de aandeelhoudersstructuur van UCB te verzekeren, met het oog op de industriële ontwikkeling ervan op lange termijn. In dit perspectief beoogt het om het doorslaggevend belang van de familie in de aandeelhoudersstructuur van Financière de Tubize nv te bewaren.
- De partijen bij het onderling overleg consulteren elkaar over de beslissingen die genomen moeten worden op de aandeelhoudersvergadering van Financière de Tubize nv, en ze proberen, voor zover als mogelijk, een consensus te bereiken. Ze zorgen ervoor dat ze voldoende vertegenwoordigd zijn in de Raad van bestuur van Financière de Tubize NV. Binnen deze Raad en via hun vertegenwoordigers in de Raad van bestuur van UCB, consulteren zij elkaar over belangrijke strategische beslissingen die UCB aangaan, en proberen zij, voor zoveel als mogelijk, een consensus te bereiken.
- De partijen informeren elkaar vooraleer zij overgaan tot een belangrijke aankoop- of verkoopoperatie van aandelen van Financière de Tubize nv. Er zijn ook voorkooprechten en rechten van herverkoop voorzien binnen de familie.
Overeenkomstig regel 8.7 van de Code 2020 “moet de Raad van bestuur overleggen of het passend is dat de vennootschap een relatieovereenkomst sluit met de belangrijke aandeelhouder of de aandeelhouder met zeggenschap.” De Raad is van oordeel dat er momenteel geen behoefte is aan de opstelling van een relatieovereenkomst. Het Corporate Governance Charter van UCB, de huidige samenstelling van de Raad van bestuur en de regels van het WVV bieden een voldoende duidelijk kader aan de Raad van bestuur en de referentieaandeelhouder. Bovendien is de Referentieaandeelhouder van UCB zelf een beursgenoteerde onderneming en als zodanig onderworpen aan uitgebreide openbaarmakingsverplichtingen.
3.3.2 Transparantieverklaringen
In de loop van 2021 heeft UCB de volgende transparantieverklaringen gedaan of ontvangen in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen:
Op 29 maart 2021 stuurde UCB een transparantieverklaring naar de FSMA, waarin werd bevestigd dat de participatie van UCB nv in UCB- aandelen de laagste drempel van 3% had overschreden. Op 24 maart 2021 bezat UCB SA/NV 5 855 888 UCB-aandelen met stemrecht (tegenover 5 742 539 UCB-aandelen in haar vorige verklaring van 20 januari 2020), wat neerkomt op 3,01% van het totale aantal door de vennootschap uitgegeven aandelen (194 505 658) (tegenover 2,95% in de kennisgeving van 20 januari 2020).
Een bijgewerkte transparantieverklaring werd door UCB ingediend bij de FSMA op 7 april 2021, wegens het uitvoeren door UCB van haar verplichtingen ten aanzien van werknemers (en het leveren van aandelen aan haar werknemers) in het kader van de langetermijnincentiveplannen van de UCB-groep. Als gevolg daarvan overschreden de stemrechten met betrekking tot de stemrechtverlenende effecten in handen van UCB SA/NV op 1 april 2021 de laagste verklaringsdrempel van 3%.
UCB ontving op 5 augustus 2021 ook een transparantieverklaring van FMR LLC. FMR LLC, deelde mee dat, als gevolg van een verwerving van UCB- aandelen met stemrecht door haar verbonden ondernemingen, haar deelneming in UCB-aandelen met stemrecht was toegenomen en voor het eerst de drempel van 5% overschreed op 30 juli 2021. De vorige verklaring, gedateerd 28 juli 2020, verklaarde dat FMR LLC, rekening houdend met de participatie aangehouden door verbonden vennootschappen, 7 060 944 UCB-aandelen met stemrecht aanhield per 27 juli 2020, die 3,63% vertegenwoordigen van het totaal aantal aandelen uitgegeven door UCB.
Uiteindelijk ontving UCB een transparantieverklaring van Wellington Management Group LLP, gedateerd op 2 september 2021. Wellington Management Group LLP heeft meegedeeld dat, ingevolge een vervreemding van UCB-aandelen met stemrecht door haar verbonden ondernemingen, haar deelneming in UCB NV is gedaald en op 1 september 2021 de drempel van 7,5% heeft overschreden. Op 1 september 2021 bezat Wellington Management Group LLP (rekening houdend met de participatie van haar verbonden ondernemingen) 14 516 633 stemgerechtigde aandelen van UCB (tegenover 15 575 749 aandelen in haar vorige verklaring van 3 oktober 2019), wat neerkomt op 7,46% van het totale aantal aandelen uitgegeven door de Vennootschap (194 505 658), tegenover 8,01% in haar vorige verklaring.
Al deze kennisgevingen, alsook meer recente kennisgevingen ontvangen in 2022, zijn beschikbaar op de website van UCB.
3.3.3 Relaties met en tussen aandeelhouders
We verwijzen u naar Toelichting 44.4 voor een overzicht van de relaties tussen UCB en haar aandeelhouders. Verder is UCB niet op de hoogte van overeenkomsten tussen zijn aandeelhouders, met uitzondering van de informatie hieronder vermeld.
UCB heeft verklaringen ontvangen overeenkomstig artikel 74, §7, van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, van Financière de Tubize NV, Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG en UCB Fipar NV, respectievelijk op 22 november 2007, 11 december 2007 en 28 december 2007.
Op 25 augustus 2021 ontving UCB een bijgewerkte verklaring overeenkomstig artikel 74, §8 van de Wet op de openbare overnamebiedingen van Tubize (beschikbaar op de website van UCB), waarin Tubize verklaarde dat het sinds 31 juli 2020 257 000 UCB- aandelen verwierf, waardoor het in totaal 68 333 981 aandelen bezit, wat neerkomt op 35,13% van het totale aantal door de vennootschap uitgegeven aandelen (194 505 658).
3.3.4 Aandeelhoudersstructuur
Naast de verklaringen hierboven vermeld onder 3.3.2 en 3.3.3, houdt UCB NV ook UCB-aandelen aan (zie boven – eigen aandelen). De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek.# UCB Annual Report 2021
Hieronder vindt u een bijgewerkt overzicht van de aandeelhoudersstructuur van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten), op basis van het aandelenregister van UCB, de transparantieverklaringen ontvangen in uitvoering van de Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, de kennisgeving ontvangen in uitvoering van artikel 74, §8 van de Wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, de kennisgevingen aan de FSMA in uitvoering van de Wet van 2 augustus 2002 op het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en, in voorkomend geval, recentere publieke bekendmakingen (situatie op 31 december 2021): Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6, §6, van het Koninklijk Besluit van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen. Free float zijn de UCB-aandelen die niet gehouden worden door de Referentieaandeelhouder (Tubize) en UCB nv. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met stemrechtverlenende effecten (aandelen) gehouden door deze entiteiten, gelijkgestelde financiële instrumenten worden uitgesloten.
In lijn met het lange-termijn dividendbeleid van UCB stelt de Raad een bruto-dividend voor van € 1,30 per aandeel (2020: € 1,27). Als het dividend wordt goedgekeurd door de Algemene vergadering op 28 april 2022 zal het nettodividend van € 0,91 per aandeel betaalbaar zijn vanaf 3 mei 2022 tegen afgifte van coupon nummer 25.
3.3.5 Algemene vergadering van aandeelhouders
In overeenstemming met de statuten, vindt de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders plaats op de laatste donderdag van april om 11.00u MET. In 2022 is dit op 28 april. De regels aangaande de agenda, de procedure voor het bijeenroepen van vergaderingen, toelating tot de vergaderingen, de procedure voor het uitoefenen van stemrecht en andere details kan men vinden in de statuten en in het Charter, die beschikbaar zijn op de website van UCB.
3.4 Raad van bestuur en comités van de Raad
Het bestuur van UCB is gebaseerd op een “monistische” structuur. Dit betekent dat de onderneming wordt beheerd door een Raad van bestuur en wordt geleid door een Uitvoerend Comité, waarvan de respectieve functies en verantwoordelijkheden hierna zijn gedefinieerd in overeenstemming met de statuten van de Vennootschap en het Charter. De Raad koos niet voor een “duale” structuur, gebaseerd op een afzonderlijke Raad van toezicht en een Raad van beheer. De Raad nam hierbij in overweging dat het huidige systeem een passend evenwicht van bevoegdheden voorziet tussen de Raad en het management, en de samenstelling van de Raad is in overeenstemming met de huidige aandeelhoudersstructuur en bedrijfsactiviteiten van UCB. De Raad wilde eveneens niet op permanente wijze de bevoegdheden toegekend door de wet aan de Raad in de huidige monistische structuur delegeren aan het management, noch de algemene vertegenwoordiging van UCB. De Raad zal zijn bestuursstructuur tenminste elke 5 jaar herbekijken. De laatste herziening gebeurde door de Raad in oktober 2019.
3.4.1 Raad van bestuur
Samenstelling van de Raad en onafhankelijk bestuurders
Samenstelling Raad en veranderingen in 2021
Sinds de algemene vergadering van 29 april 2021 is de Raad van bestuur samengesteld als volgt:
Mandaten van bestuursleden in beursgenoteerde bedrijven zijn gemarkeerd met een *. De secretaris van de Raad is Xavier Michel (Group Secretary General). De rol en de verantwoordelijkheden van de secretaris van de Raad worden beschreven in het UCB Charter.
Op de Algemene vergadering van 29 april 2021 werden de mandaten van Viviane Monges (onafhankelijk Bestuurder) en Albrecht De Graeve (onafhankelijk bestuurder tot de algemene vergadering van 2022) verlengd voor een termijn van vier jaar. Dezelfde Algemene vergadering heeft ook de coöptatie van Susan Gasser (onafhankelijk bestuurder) bekrachtigd voor de periode van 1 januari 2021 tot 29 april 2021 en haar benoemd als onafhankelijk bestuurder voor een termijn van vier jaar tot de afsluiting van de jaarlijkse algemene vergadering van 2025. Ten slotte heeft de Algemene vergadering van 29 april 2021 i) Stefan Oschmann (onafhankelijk bestuurder), ii) Fiona du Monceau (bestuurder) en iii) Jonathan Peacock (onafhankelijk bestuurder) benoemd, allen voor een termijn van vier jaar tot het einde van de jaarlijkse Algemene vergadering van 2025.
Evelyn du Monceau, de vorige voorzitster van de Raad, bereikte in de loop van 2020 de leeftijdsgrens en nam ontslag uit de Raad met onmiddellijke ingang vanaf de sluiting van de Algemene vergadering van 2021. Ze werd vervangen door Stefan Oschmann als voorzitter van de Raad.
Sinds de Algemene vergadering van 2021 is met het vertrek van Evelyn du Monceau en Roch Doliveux het totale aantal leden van de Raad van bestuur gestegen van 13 tot 14 leden, wat binnen het maximum blijft dat momenteel in de statuten is vastgelegd (15 leden van de Raad van bestuur). Deze verhoging is bedoeld om een soepele overgang, continuïteit en opvolgingsplanning voor de komende jaren te verzekeren, na een jaar van grote veranderingen in de samenstelling van de Raad van bestuur en andere cruciale functies bij UCB.
In 2021 kreeg de Raad een nieuwe voorzitter en vicevoorzitter, een nieuwe voorzitter van het Auditcomité en een nieuw lid van het Wetenschappelijk comité, terwijl tegelijkertijd een nieuwe externe commissaris werd aangesteld (Mazars).
Op 31 december 2021 kwalificeren Kay Davies, Albrecht De Graeve, Viviane Monges, Pierre Gurdjian, Jan Berger en Ulf Wiinberg allemaal als onafhankelijk bestuurder en voldoen ze aan alle onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door de Code 2020 en de Raad. Het mandaat van Albrecht De Graeve werd vernieuwd in de Algemene vergadering van 29 april 2021 voor een termijn van 4 jaar (tot de Algemene vergadering van 2025). Aangezien zijn totale mandaat als bestuurder 12 jaar zal bedragen op het tijdstip van de Algemene vergadering van 28 april 2022 (maximaal mandaat voor een onafhankelijke bestuurder volgens de Code 2020), zal Albrecht De Graeve vanaf die datum niet langer in aanmerking komen als onafhankelijk bestuurder. Daarom zal hij na de Algemene vergadering van 28 april 2022 uit het Auditcomité stappen, maar zal hij in de Raad blijven als niet-onafhankelijk bestuurder voor de rest van zijn mandaat.
Fiona du Monceau, Charles-Antoine Janssen, Cyril Janssen en Cédric van Rijckevorsel zijn vertegenwoordigers van de Referentieaandeelhouder en zij kunnen bijgevolg niet kwalificeren als onafhankelijk bestuurder. Jean-Christophe Tellier, de CEO van UCB nv, komt evenmin in aanmerking om als onafhankelijk bestuurder te zetelen. Hij is ook de enige uitvoerend bestuurder in de Raad van UCB.
In 2021 was de Raad bijgevolg samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders: van de 14 leden waren er 9 onafhankelijk. De Raad bestond ook uit 5 vrouwen op een totaal van 14 leden (35%), overeenkomstig de vereiste genderdiversiteit van artikel 7:86 van het WVV.
Verwachte veranderingen in de Raad in 2022
De mandaten van Jean-Christophe Tellier, Cédric van Rijckevorsel en Kay Davies verstrijken op de jaarlijkse Algemene vergadering van 28 april 2022 (“Algemene vergadering 2022") en de Raad zal op deze Algemene vergadering voorstellen om hun mandaat te hernieuwen voor een nieuwe periode van vier jaar.
Hoewel mevrouw Kay Davies in 2021 de leeftijdsgrens heeft bereikt, stelt de Raad voor haar mandaat te verlengen, zoals toegestaan onder sectie 3.2.4 van het charter van de Raad van bestuur. Mevrouw Kay Davies is voorzitster van het Wetenschappelijk comité van de Raad van bestuur en brengt een unieke wetenschappelijke bijdrage op het niveau van de Raad van bestuur. De toepassing van de leeftijdsgrensregel zonder uitzondering zou hebben geleid tot een gelijktijdige wisseling van de twee wetenschappers van de Raad in de periode 2021-2022. Gezien de lange ontwikkelingscycli bij het creëren van nieuwe geneesmiddelen die meer dan tien jaar kunnen duren, gekoppeld aan nieuwe modaliteiten voor geneesmiddelenonderzoek zoals gentherapie waarbij UCB investeert in nieuwe platforms, wordt de herverkiezing van mevrouw Kay Davis voor een nieuw mandaat door de Raad beschouwd als de beste optie om continuïteit te behouden bij de opvolging van deze belangrijke wetenschappelijke evolutie voor UCB. Het stelt de vennootschap ook in staat een nieuwe belangrijke wetenschapper in de Raad op te nemen (Susan Gasser). Haar herverkiezing garandeert dat UCB een voldoende mate van genderdiversiteit in de Raad van bestuur handhaaft, zoals de Belgische wet vereist. Indien zij herverkozen wordt, zal Kay Davies de Voorzitster van het Wetenschappelijk Comité en lid van het GNCC blijven. Zij voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van artikel 7:87 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, van bepaling 3.5 van de Belgische Corporate Governance Code 2020 en van de Raad.
Na bevestiging van de bovenvermelde herbenoemingen door de Algemene vergadering van 28 april 2022, en in overeenstemming met het Charter, zal de Raad samengesteld blijven uit een meerderheid van onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurders. Alle bijzondere comités van de Raad zullen ook nog steeds samengesteld zijn uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders:
- Auditcomité: Jonathan Peacock (voorzitter en onafhankelijk), Viviane Monges (onafhankelijk) en Charles-Antoine Janssen (niet afhankelijk);
- GNCC: Fiona du Monceau (voorzitster en niet onafhankelijk), Stefan Oschmann (onafhankelijk), Pierre Gurdjian (onafhankelijk) en Kay Davies (onafhankelijk);
- Wetenschappelijk Comité: Kay Davis (voorzitster en onafhankelijk) en Susan Gasser (onafhankelijk).
Jean-Christophe Tellier blijft de enige uitvoerend bestuurder (CEO) in de Raad. Na de voorgestelde vernieuwingen, en indien goedgekeurd door de Algemene vergadering van 2022, zal de Raad nog steeds bestaan uit 5 vrouwen op 14 leden (35%), wat in overeenstemming blijft met de genderdiversiteitsvereiste van artikel 7:86 van het WVV.# 8 Werking van de Raad
In 2021 kwam de Raad zes keer samen voor zijn periodieke vergaderingen, inclusief voor zijn jaarlijkse driedaagse strategische meeting (oktober). In verband met de COVID19-pandemie en met uitzondering van zijn vergaderingen in juli en oktober 2021, werden alle vergaderingen per videoconferentie gehouden, wat volgens de Belgische wet en de statuten van de Vennootschap is toegestaan. De aanwezigheidsgraad van zijn leden op zijn periodieke vergaderingen was als volgt:
Naast de gewone vergaderingen kwam de Raad van bestuur ook bijeen via kortere ad-hoc- videoconferenties om besluiten te nemen over specifieke projecten. De Raad heeft in de loop van het jaar één keer gebruik gemaakt van de bij wet toegestane schriftelijke procedure met eenparigheid van stemmen voor de goedkeuring van een dringende aangelegenheid. De Raad heeft ook nog enkele informele sessies gehouden om na te denken over zijn werkmethoden, onboarding, leiderschap en teamdynamiek na de ingrijpende wijzigingen in de samenstelling van de Raad na de algemene vergadering in 2021.
De Raad heeft in 2021 besprekingen gevoerd, evaluaties verricht en besluiten genomen op de volgende gebieden:
- de UCB-strategie en het algemene toezicht op de uitvoering ervan door het management, met inbegrip van ESG-aangelegenheden en de integratie van duurzaamheid in de algemene ambitie en activiteiten van de Vennootschap, de innovatiestrategie op lange termijn, en de productiecapaciteiten.
- de prestaties van de Vennootschap en het monitoren van het effect van de COVID-19-pandemie op de prestaties en de algemene bedrijfsvoering en activiteiten van de Vennootschap.
- toewijzing van middelen en geld en begroting.
- toezicht op de lancering van BIMZELX®.
- lancering van een paraatheids- en organisatiemodel voor zeldzame ziekten.
- bedrijfsontwikkeling en M&A-projecten (waaronder het openbaar bod voor de overname van Zogenix).
- digitale bedrijfstransformatie en cyberveiligheid.
- de integratie van de nieuwe Raadsleden en de Raad als een teamdynamiek.
Het globale overzicht over de IT-strategie en cyberveiligheid maakt deel uit van de missie van de Raad. Elk jaar hebben de Raad en het Auditcomité in het bijzonder specifieke sessies gewijd aan IT en cyberveiligheidstrategieën en -operaties. Digitale transformatie en strategie zijn ook volledig ingebed in de totale strategie van UCB zoals gedefinieerd door de Raad, op voorstel van het Uitvoerend Comité.
Er waren in 2021 geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen en een lid van de Raad die tot een belangenconflict aanleiding zouden kunnen geven, met uitzondering van het vermelde in sectie 3.12.
Alle nieuwe leden van de Raad die in 2021 werden benoemd, genoten van een passend onboardingprogramma, met inbegrip van individuele vergaderingen met elk lid van het Uitvoerend comité en geselecteerde senior managers van UCB. Gezien de ingrijpende wijzigingen in de samenstelling van de Raad in 2021, heeft de Raad verscheidene sessies gehouden om te werken aan zijn teamdynamiek en werkmethoden.
Vroeger hield de Raad twee uitvoerende zittingen per jaar (d.w.z. zittingen in afwezigheid van de CEO, het enige uitvoerende lid van de Raad), één in juni en één in december. Dit jaar besliste de Raad om deze zittingen te annuleren. De bestuursvergaderingen van juni en december moesten virtueel worden gehouden en de bestuursvergadering van juni was tevens de eerste vergadering van de nieuw samengestelde Raad van bestuur onder het nieuwe voorzitterschap van Stefan Oschmann. Op dat moment werd het niet opportuun geacht een dergelijke uitvoerende zitting te houden. Dit werd ook niet opportuun geacht voor de Raadszitting van december. Het niet houden van dergelijke sessies is dan ook een uitzondering op de regels van de Code 2020, die in artikel 3.11 bepaalt dat “de leden van de Raad van bestuur die niet met het dagelijks bestuur zijn belast, ten minste eenmaal per jaar in afwezigheid van de CEO en de andere leden van het dagelijks bestuur bijeen moeten komen”.
Evaluatie van de Raad
In overeenstemming met zijn Charter (sectie 3.5) moet de Raad een evaluatie doen op regelmatige basis en minstens om de twee jaar. De laatste beoordeling is in 2019 uitgevoerd door een externe consultant en er is verslag over uitgebracht in het Geïntegreerd Jaarverslag 2019. De voorzitter van het GNCC is verantwoordelijk voor de uitvoering van het proces ter beoordeling van de doeltreffendheid van de Raad en voor de rapportage van de resultaten aan de Raad.
Volgens de bovenstaande regels had er normaal een beoordeling moeten plaatsvinden in 2021. Aangezien 2021 een jaar van kritieke veranderingen in de samenstelling van de Raad van bestuur was (zie hierboven), was de nieuw samengestelde Raad van bestuur (vanaf mei 2021) echter van mening dat het te vroeg was voor een dergelijke evaluatie en besloot hij deze uit te stellen tot 2022. Dit zal de Raad in staat stellen het functioneren en de prestaties van de Raad na een volledige jaarcyclus te beoordelen.
Erebestuurders
De Raad heeft de volgende bestuurders benoemd als erebestuurders:
- Karel Boone, Erevoorzitter
- Evelyn du Monceau, Erevoorzitter
- Mark Eyskens, Erevoorzitter
- Georges Jacobs de Hagen, Erevoorzitter
- Daniel Janssen, Erevicevoorzitter
- Gerhard Mayr, Erevoorzitter
- Prins Lorenz van België
- Alan Blinken
- Alice Dautry
- Arnoud de Pret
- Roch Doliveux
- Peter Fellner
- Guy Keutgen
- Jean-Pierre Kinet
- Tom McKillop
- Gaëtan van de Werve
- Jean-Louis Vanherweghem
- Bridget van Rijckevorsel
- Norman J. Ornstein
3.4.2 Comités van de Raad
Auditcomité
De Raad heeft een Auditcomité opgezet waarvan de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het WVV, de Code 2020 en het Charter. Het is samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijk bestuurders, allemaal niet- uitvoerend bestuurders en wordt voorgezeten door Jonathan Peacock, sinds zijn benoeming als een onafhankelijk bestuurder door de Algemene vergadering van 29 april 2021. Voor deze benoeming en tot 29 april 2021 was Albrecht De Graeve, onafhankelijk bestuurder, voorzitter van het Auditcomité. Albrecht De Graeve zal aftreden als lid van het Auditcomité op de Algemene vergadering van 28 april 2022, aangezien hij vanaf die datum niet langer zal kwalificeren als onafhankelijk bestuurder. Alle leden beschikken over de deskundigheid op het gebied van audit en boekhouding zoals vereist door artikel 7:99 van het WVV . Het Auditcomité vergaderde vier keer in 2021. Elke vergadering van het Auditcomité ging gepaard met een besloten sessie met enkel de interne auditors en de commissaris, zonder dat het management aanwezig was. Indien nodig werden de vergaderingen van het Auditcomité, al dan niet deels, bijgewoond door de commissarissen.
In verband met de COVID- 19-pandemie vonden de vergaderingen van het Auditcomité plaats per videoconferentie, behalve de vergaderingen van juli en oktober die in persoon werden bijgewoond. De vergaderingen werden volledig of deels ook bijgewoond op regelmatige basis door Jean- Christophe Tellier (CEO), Stefan Oschmann (Voorzitster van de Raad) en andere leden van het management of personeel afhankelijk van het onderwerp (boekhouding, belastingen, risico’s, pensioenen, kwaliteit, IT enz.).
In 2021, en overeenkomstig zijn intern reglement (zie het Charter dat beschikbaar is op de website van UCB), hield het Auditcomité toezicht op het financiële verslaggevingsproces (met inbegrip van de jaarrekeningen), de systemen voor interne controle en risicobeheer van UCB alsook de doeltreffendheid daarvan, de interne audit alsook de doeltreffendheid daarvan, (met bijzondere aandacht voor dit thema gezien de verandering van het Head of Internal Audit vanaf 1 september 2021); het auditplan en de hieruit voortkomende resultaten, de wettelijke controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarverslagen, het nazicht en het toezicht op de pensioenschema’s en verplichtingen en de onafhankelijkheid van de commissaris, met inbegrip van de verlening van bijkomende diensten aan UCB waarvoor het Auditcomité de vergoedingen beoordeelde en goedkeurde. Cyberbeveiliging en ITcontroles, alsook Enterprise Risk Management (met inbegrip van risico's in verband met de COVID-19-pandemie) bleven ook in 2021 hoog op de agenda van het Auditcomité staan. Het Auditcomité heeft het proces, de aanpak, de methodologie en de maatregelen voor de rapportage van niet-financiële informatie grondig onderzocht om zich ervan te vergewissen dat deze consistent is met de rapportage van de financiële informatie in het Geïntegreerd Jaarverslag. Aangezien 2021 een overgangsjaar was naar een nieuwe commissaris (Mazars werd benoemd op de Algemene vergadering van 29 april 2021), concentreerde het Auditcomité zich op de prestaties van de nieuw benoemde commissaris en het algemene externe auditproces dat met de nieuwe commissaris moet worden ingevoerd.
Governance, benoemings- & remuneratiecomité
De Raad richtte een governance, benoemings- en remuneratiecomité (“GNCC”) op, waarvan de samenstelling, de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het WVV, de Code 2020 en het Charter. De huidige samenstelling van het GNCC is als volgt:
| Functie | Naam |
|---|---|
| Voorzitter | Stefan Oschmann |
| Lid | Mark Vrancken |
| Lid | Peter Camouflage |
| Lid | Werner Van De Velde |
Het GNCC vergaderde vier keer in 2021. De vergaderingen van het comité werden bijgewoond door Jean-Christophe Tellier (CEO), behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden, en door Jean-Luc Fleurial (Head of Talent & Company Reputation), die optreedt als secretaris van het GNCC, behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden of op de remuneratie van de CEO. Vanwege de COVID-19 pandemie werden de vergaderingen van het GNCC per videoconferentie georganiseerd, met uitzondering van de vergaderingen in juli en oktober, die in persoon werden gehouden.# In 2021, overeenkomstig zijn intern reglement (zie het Charter dat beschikbaar is op de website van UCB), beoordeelde het GNCC de benoemingsvoorstellen die ter goedkeuring aan de Raad werden voorgelegd (senior-managementposities), de prestaties van de leden van het Uitvoerend Comité en hun bezoldiging. Het deed ook voorstellen en beoordeelde de opvolgingsplanning van de leden van de Raad, het Uitvoerend comité en senior executives. Het beoordeelde en deed relevante voorstellen of aanbevelingen aan de Raad over de toekomstige samenstelling en de comités van de Raad, effectief vanaf goedkeuring door de Algemene vergadering van 28 april 2022. Het GNCC heeft het hele jaar bijzondere aandacht gehad voor de reactie van UCB op de blijvende COVID-19-pandemie, met inbegrip van de bijdrage van UCB aan de samenleving, gemeenschappen, patiënten en werknemers. Het GNCC heeft ook aandacht besteed aan aangelegenheden in verband met beloning (beloningsbeleid en verslag over het bezoldigingsbeleid) en de resultaten van de ESG-roadshows met beleggers die in maart en november 2021 zijn gehouden. Het heeft het verslag over het bezoldigingsbeleid en het beloningsbeleid 2020 (voor indiening bij de Algemene vergadering 2021), de korte- en langetermijnincentives voor het management (met inbegrip van de CEO) en de prestatiecriteria waaraan die toekenningen zijn gekoppeld, alsook de voorwaarden van de LTI-plannen van de groep, geëvalueerd en ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd. Het GNCC heeft ook aangelegenheden over deugdelijk bestuur op de voet gevolgd, rekening houdend met de feedback van de bovenvermelde ESG-roadshows. Een meerderheid van de leden van het GNCC is onafhankelijk en voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van de Code 2020 en van de Raad. Alle leden hebben de nodige deskundigheid en expertise op het gebied van het remuneratiebeleid zoals vereist door artikel 7:100, §2 van het WVV.
Wetenschappelijk Comité
Het wetenschappelijk comité staat de Raad bij in zijn beoordeling van de kwaliteit van UCB’s O&O en de concurrentiële positie hiervan. Het Wetenschappelijk Comité is samengesteld uit leden die wetenschappelijke en medische expertise hebben, en die momenteel allen onafhankelijk zijn (en zullen blijven). Ze vergaderen regelmatig met Dhaval Patel (EVP en Chief Scientific Officer) en Jean-Christophe Tellier (CEO). De leden van het Wetenschappelijk Comité zijn ook nauw betrokken bij de activiteiten van UCB’s Wetenschappelijke Adviesraad (WAR), samengesteld uit externe gereputeerde medisch-wetenschappelijke experts (doorgaans 3 vergaderingen per jaar). De Wetenschappelijke Adviesraad, samengesteld uit ad hoc experts, geeft wetenschappelijk nazicht en strategische input over de beste manier om UCB te positioneren als een robuustere en succesvolle leider in de biofarmaceutische sector en om het Uitvoerend comité te adviseren over strategische keuzes op het gebied van het vroege stadium van O&O. Bovendien, brengt het Wetenschappelijk Comité verslag uit aan de Raad over het oordeel van de Wetenschappelijke Adviesraad over UCB’s onderzoeksactiviteiten en strategische oriëntatie. Dit jaar heeft slechts één vergadering van de Wetenschappelijke Adviesraad in persoon plaatsgevonden wegens de beperkingen die voor fysieke vergaderingen golden in verband met de COVID19-pandemie. Het onderwerp van deze bijeenkomst was de klinische ontwikkeling van gentherapie. De leden van het Wetenschappelijk Comité hebben ook deelgenomen aan de evaluatievergadering van de O&O-portefeuille die door het management was georganiseerd en in januari 2021 plaatsvond (in virtuele vorm). Gedurende het hele jaar bleven de leden van het Wetenschappelijk Comité regelmatig bijeenkomen met Dhaval Patel, UCB's Chief Science Officer, om een voortdurende betrokkenheid bij en dialoog over de wetenschap en de vroege pijplijn te onderhouden. In 2021 heeft het Wetenschappelijk Comité de ontwikkeling van de strategie inzake gentherapie verder van nabij gevolgd.
3.4.3 Bestuur voor duurzaamheid
UCB heeft haar ambitie op het vlak van duurzaamheid ingebed in haar totale UCB-strategie zoals gedefinieerd door de Raad, op voorstel van het Uitvoerend comité. Duurzaamheid wordt beschouwd als een aangelegenheid voor de volledige Raad (strategie) en daarom is er binnen de Raad geen specifiek duurzaamheidscomité opgericht. Op managementniveau heeft UCB een duurzaamheidsbestuurscommissie opgericht en een Head of Sustainability aangesteld die rechtstreeks rapporteert aan de CEO. UCB heeft ook een externe duurzaamheidsadviesraad (ESAB) opgericht, samengesteld uit een mix van externe internationale experts in duurzaamheid, die kunnen inspireren, maar ook uitdagen en adviseren over de duurzaamheidsdimensie van UCB's strategie en resultaten en een perspectief "van buiten naar binnen" kunnen bieden. Leden van de raad hebben toegang tot de vergaderingen van de ESAB en ten minste één lid van de raad met ESGvaardigheden en - ervaring neemt deel aan de vergaderingen van de ESAB. Op dit moment zijn de externe leden van deze adviesraad Elhadj As Sy (voorzitter Kofi Annan Foundation), Sandrine Dixson-Declève (co-voorzitster Club van Rome), Charlotte Ersbøll (trustee Forum for the Future), Teresa Fogelberg (voormalig adjunct-hoofddirecteur GRI), Hannah Jones (CEO, de Earthshot Prize bij de Royal Foundation of the Duke and Duchess of Cambridge) en Bright Simons (oprichter en voorzitter mPedigree). Jaarlijks wordt een verslag van het ESAB voorgelegd aan de Raad van bestuur van UCB. Het eerste verslag werd in oktober 2021 aan de Raad van bestuur van UCB voorgelegd (ter gelegenheid van zijn jaarlijkse strategische vergadering).
3.5 Uitvoerend Comité
Samenstelling van het Uitvoerend Comité
In 2021 was het Uitvoerend Comité als volgt samengesteld:
- Jean-Christophe Tellier: Chief Executive Officer & Voorzitter van het Uitvoerend Comité
- Dhaval Patel: Executive Vice President - Chief Scientific Officer
- Iris Löw-Friedrich: Executive Vice President - Chief Medical Officer
- Charl van Zyl: Executive Vice President Neurology Solutions & Head of EU/International
- Emmanuel Caeymaex: Executive Vice President - Immunology Solutions & Head of US
- Kirsten Lund-Jurgensen: Executive Vice President - Supply & Technology Solutions
- Jean-Luc Fleurial: Executive Vice President - Chief Human Resources Officer
- Sandrine Dufour: Executive Vice President & Chief Financial Officer
- Bill Silbey: Executive Vice President - General Counsel
De samenstelling van het Uitvoerend comité is een afspiegeling van de werkwijze van de groep en is gericht op het bevorderen van wendbaarheid, kruiselingse samenwerking en de transversale dimensie van de organisatie. Xavier Michel, Group Secretary General, treedt op als secretaris van het Uitvoerend comité en verzekert zo de link tussen de Raad van bestuur, het Uitvoerend comité en de bredere organisatie.
Erevoorzitters van het Uitvoerend comité
De volgende personen werden benoemd tot erevoorzitter van het Uitvoerend comité:
- Roch Doliveux
- Georges Jacobs de Hagen
- Daniel Janssen
Werking van het Uitvoerend comité
Het Uitvoerend comité kwam bijeen op regelmatige basis, gemiddeld 1 tot 2 dagen per maand in 2021. In 2021 waren er geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen, en een lid van het Uitvoerend Comité. De werking, competenties en delegatie van bevoegdheden van het Uitvoerend comité worden verder beschreven in het Charter.
3.6 Diversiteit op niveau van de Raad en het Uitvoerend comité
Deze sectie bevat alle informatie vereist door de artikelen 3:32, §2 en 3:6, §2, 6° van het WVV. Diversiteit op het niveau van de Raad van bestuur en het Uitvoerend comité maakt deel uit van de algemene ambitie van UCB inzake diversiteit, gelijkheid en inclusie, zoals beschreven in de sectie Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie van dit verslag en waarnaar uitdrukkelijk wordt verwezen.
Diversiteit op niveau van de Raad van bestuur
Voor de Raad van bestuur werden de Belgische wettelijke vereisten op het vlak van genderdiversiteit nageleefd en deze werden ook geïntegreerd in het proces voor rekrutering en benoeming van de Raad. Wanneer er vervangingen of benoemingen voor de Raad worden overwogen, houdt UCB systematisch rekening met het verbeteren van de geslachtsdiversiteit binnen de Raad. De Raad bestaat momenteel uit 14 leden, waarvan 5 vrouwen en 9 mannen, met 7 verschillende nationaliteiten (zie ook hierboven). Voortbouwend op de feedback van onze belanghebbenden en de integratie daarvan, worden nadere bijzonderheden over de diversiteit van de vaardigheden en de specifieke geografische deskundigheid van de leden van de Raad van bestuur opgenomen in het geïntegreerde jaarverslag van 2021. Naast genderdiversiteit streeft de Raad van bestuur van UCB altijd naar een evenwichtige mix van diversiteit in termen van vaardigheden, ervaring, geografische expertise, nationaliteit, leeftijd, onafhankelijkheid, ambtstermijn en elk ander relevant criterium. De diversiteit van de Raad kan als volgt worden gevisualiseerd :
- Dat farmaceutische specifieke expertise in O&O, medisch en klinisch, portfoliostrategie, regelgeving en markttoegang omvat.
Diversiteit op niveau van het Uitvoerend comité
Voor onze functies van Uitvoerend comité bekijken we onze talenten vanuit een diversiteitsperspectief, om een robuust en divers successieplan te verzekeren, en alle aanbevelingen naar toekomstige samenstelling toe worden strikt op deze basis gedaan. In het algemeen en met betrekking tot de opvolgingsplanning voor UCB-leiders in verband met diversiteit, ligt de nadruk op het simuleren van scenario's voor genderbalans en het zorgen voor een gebalanceerde pool van senior leiders, die zijn blootgesteld aan diverse professionele en culturele ervaringen.De leden van het Uitvoerend comité zijn ook samen met andere leiders begonnen aan een meerstappenprogramma om onbewuste vooroordelen aan te pakken en inclusieve teams en leiderschap te ontwikkelen. In het algemeen zijn de belangrijkste HR-processen (onder meer op het gebied van aanwerving en beloning) herzien om ervoor te zorgen dat de DG&I-beginselen in de processen en systemen zijn verankerd. Vandaag komen UCB’s leidinggevenden uit gevarieerde opleidingen en een multidisciplinaire professionele achtergrond. In 2021 bestond het Comité uit 9 leden, waarvan 3 vrouwen en 6 mannen, met 5 verschillende nationaliteiten. Op het einde van 2021 kunnen de kenmerken inzake diversiteit voor het Uitvoerend comité visueel voorgesteld worden als volgt: De grootte van het Uitvoerend comité is bedoeld om te focussen op de kernactiviteiten van de vennootschap, om UCB toe te laten haar Patiëntenwaarde Strategie verder te ontwikkelen. Vandaag de dag is onze aanpak niet om diversiteit, gelijkheid en inclusie te formaliseren in een reeks beleidsmaatregelen, maar om actief een cultuur en praktijk van diversiteit, kansengelijkheid en inclusie te promoten. Indien u meer wilt lezen over diversiteit, gelijkheid en inclusie in het algemeen bij UCB, bezoek dan de sectie Diversiteit, gelijkheid en inclusie.
3.7 Verslag over het bezoldigingsbeleid
Bij UCB hebben we een fundamenteel engagement om mensen die leven met ernstige ziekten, hun verzorgers en hun families in staat te stellen het best mogelijke leven te leiden - zo vrij mogelijk van de uitdagingen en onzekerheid van ziekte. Om dit te doen, moeten we voortdurend innoveren om gedifferentieerde oplossingen met unieke resultaten te leveren, toegang te verzekeren voor alle patiënten die onze oplossingen nodig hebben op een manier die levensvatbaar is voor patiënten, de maatschappij en UCB, zodat we uiteindelijk patiënten helpen hun levensdoelen te bereiken en de beste individuele ervaring voor hen te creëren. Ons beloningsaanbod is erop gericht getalenteerde mensen aan te trekken, te ontwikkelen, aan te werven en te behouden die ons kunnen helpen ons engagement waar te maken door met succes te navigeren in een steeds complexere en dynamischere gezondheidszorgomgeving. Onze prioriteit is om in onze beloningen de sterke culturele basis te weerspiegelen die al onze collega's delen, om de waarde te helpen stimuleren die wij voor onze belanghebbenden willen creëren en tegelijkertijd een werkomgeving te bevorderen waarin onze mensen gelukkig, gezond en veilig zijn. In dit verslag blikken we terug op 2021 en staan we stil bij de wijze waarop onze prestaties, waaronder onze vorderingen op het gebied van onze duurzaamheidsambitie, invloed hebben gehad op onze aanbevelingen voor de beloning van bestuurders.
Algemene vergadering en betrokkenheid van de belanghebbenden
Zoals vermeld in de inleiding tot de verklaring inzake deugdelijk bestuur, hebben wij verder overleg gepleegd met onze beleggers en met volmachtadviseurs om inzicht te krijgen in hun specifieke prioriteiten en om hun feedback te vragen over onze geplande beleidsevolutie, met bijzondere aandacht voor onze duurzaamheidsbenadering. En hoewel we tevreden waren met de stemresultaten voor zowel ons verslag over het bezoldigingsbeleid (90,63% stemmen voor) als ons beleid (96,38% stemmen voor), zijn we er vast van overtuigd dat we voortdurend moeten streven naar verbetering en dat we feedback moeten verwerken in onze bestuurspraktijken, waaronder ons bezoldigingsbeleid. Wij hebben positieve reacties gekregen op onze inspanningen om de transparantie te vergroten in vergelijking met voorgaande jaren en erkennen dat verscheidene beleggers in dit verband meer informatie wensen. Er zijn verschillende voorgestelde wijzigingen samengevat in de sectie Bezoldigingsbeleid – Vooruitblik hierna.
Hoogtepunten van de prestaties in 2021
Aanzienlijke wendbaarheid en veerkracht waren vereist om de aanhoudende wereldwijde uitdagingen het hoofd te bieden. 2021 was een scharnierjaar voor UCB, aangezien we de versnellings- en uitbreidingsfase van onze strategie afsloten en de weg naar onze doorbraak- en leidersfase voorbereidden. Ondanks de sterke tegenwind in 2021 zijn we trots op onze prestaties, waardoor we de meeste van onze bedrijfsdoelstellingen hebben gehaald en onze top- en bottom-line-doelstellingen hebben gehaald of zelfs overtroffen. Om ons voor te bereiden op lanceringen en tegelijk een robuuste pijplijn in alle ontwikkelingsstadia vooruit te helpen en het hoofd te bieden aan de aanhoudende onzekerheid in de wereldgezondheid, de economie en het beleid, was het voor ons van cruciaal belang om de winstgevendheid gedisciplineerd en met een stevige scenarioplanning te beheren. Duurzame groei vereiste niet alleen een zorgvuldige afweging van middelen, maar ook een focus op het creëren van incrementele waarde voor al onze belanghebbenden: de patiënten die onze oplossingen nodig hebben, onze werknemers, de gemeenschappen waarin we werken, onze aandeelhouders en de planeet. We hebben een sterke financiële prestatie neergezet, terwijl we een stevig niveau van investeringen in onderzoek en ontwikkeling hebben gehandhaafd en vooruitgang hebben geboekt met onze engagementen aan onze belanghebbenden. Enkele van onze belangrijkste verwezenlijkingen (zoals beschreven in het jaarverslag) in het afgelopen jaar zijn:
- Aanhoudende financiële prestaties met een omzet in 2021 van 5 777 miljoen euro, een stijging met 8% (+10% CW) en een netto-omzet die stijgt tot 5 471 miljoen euro, ook 8% hoger dan vorig jaar (+11% CW)
- Deze stevige groei, voornamelijk gedreven door de voortdurende groei van UCB's productportefeuille en ondersteund door een wijziging in het distributiemodel voor E KEPPRA© in Japan, lag aan de hoge kant van de financiële verwachtingen die UCB in februari 2021 had vooropgesteld, vooral wanneer rekening wordt gehouden met de tegenwind waarmee het te kampen had.
- Aangepaste EBITDA steeg tot € 1 641 miljoen (+14%; +21% CW), terwijl de nettowinst uitkwam op € 1 058 miljoen, tegen € 761 miljoen (+39%; +51% CW), dankzij een aanhoudende groei van de inkomsten en matig stijgende bedrijfskosten, die de investeringen in de toekomst van UCB weerspiegelen. Zoals in de berekening van de kernwinst per aandeel tot uiting komt, overtrof de onderneming zowel de verwachtingen als de interne doelstellingen.
- Onze nieuwe behandeling voor psoriasis BIMZELX® werd goedgekeurd in de EU en het VK voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie.
- Na de overname van Ra Pharmaceuticals, Inc. in 2020 waren wij verheugd over de positieve resultaten van onze MycarinG-studie, waarin de doeltreffendheid en veiligheid van rozanolixizumab bij patiënten met gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) wordt onderzocht, en hebben wij ook vooruitgang geboekt in onze fase III-studies met Zilucoplan.
- We kondigden de lancering aan van Nile AI, Inc, een nieuw onafhankelijk bedrijf dat een epilepsiezorgmanagementplatform ontwikkelt om de reis van elke epilepsiepatiënt meer voorspelbaar te maken.
- We hebben onze duurzaamheidsambitie dieper in ons bestuurs- en operationeel model geïntegreerd en stevige vooruitgang geboekt in alle pijlers van onze duurzaamheidsaanpak, in wetenschappelijke innovatie, toegang van patiënten tot geneesmiddelen in alle regio's waar we actief zijn, gezondheid, veiligheid en welzijn van werknemers en bescherming van de gezondheid van de planeet, terwijl we ook grote vooruitgang hebben geboekt inzake diversiteit, gelijkheid en inclusie. Wij hebben ook onze ESG-beoordelingen aanzienlijk verbeterd.
- We versnelden onze digitale bedrijfstransformatie in kernactiviteiten en baanbrekende initiatieven, zoals onze strategische samenwerking met Microsoft, waarbij hun rekenkundige capaciteiten en expertise worden gecombineerd met de geneesmiddelenontdekkings- en ontwikkelingscapaciteiten van UCB, om op een meer innovatieve manier nieuwe geneesmiddelen te ontdekken.
Toepassing van het bezoldigingsbeleid - 2021 bezoldigingsresultaten
Bij onze beslissingen over de bezoldiging van de CEO en het Uitvoerend comité hebben we de volgende factoren in aanmerking genomen:
- de prestaties van de vennootschap ten opzichte van zowel korte- als langetermijndoelstellingen.
- de individuele en collectieve bijdrage van het team.
- externe marktkrachten.
- onze beloningsfilosofie, zoals toegepast op het bredere personeelsbestand.
Alle met 2021 verband houdende beslissingen over remuneratie zijn genomen in overeenstemming met ons goedgekeurde bezoldigingsbeleid. De belangrijkste aanbevelingen van het governance, benoemings- & remuneratiecomité (GNCC) aan de Raad van UCB waren de volgende:
- de jaarlijkse bonusuitkeringen werden bepaald op basis van de prestaties ten opzichte van de doelstellingen en de beoordeling door het GNCC van het prestatieniveau van de CEO en de leden van het Uitvoerend comité. Dit heeft geleid tot een bonusbetaling boven de doelstelling. Met name voor de CEO lag de totale uitbetaling op € 1 456 186 (zie verder voor meer details). Het GNCC en de Raad zijn van mening dat deze bonusuitkeringen de algemene prestaties van 2021 op passende wijze weerspiegelen.
- Het prestatieaandelenplan 2018-2020, toezegging onvoorwaardelijk in 2021, was gebaseerd op het bereiken van verscheidene vooraf bepaalde maatstaven: Mijlpalen in de O&O-pijplijn; omzettingspercentage van cashflow; relatieve inkomstengroei over drie jaar en het niveau van werknemersbetrokkenheid. Dit resulteerde in een totaal niveau van definitieve verwerving van 118% bij een maximale potentiële uitbetaling van 150% van de doelstelling. Bovendien werden aandelenopties en aandelentoekenningen definitief verworven zoals later in dit verslag beschreven.# Bezoldigingsverslag
Het GNCC heeft bij de aanbeveling van het salaris, de bonus en de LTI-uitkering aan de Raad, na een volledige beoordeling van de prestaties op alle relevante maatstaven, niet afgeweken van het bezoldigingsbeleid voor 2021. Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend comité en de niet-uitvoerend bestuurders van UCB werd op 19 februari 2021 herzien en gevalideerd door het GNCC en op 24 februari 2021 goedgekeurd door de Raad van bestuur. Het beleid werd goedgekeurd door de Algemene vergadering van aandeelhouders van 29 april 2021 en werd van kracht per 1 januari 2021.
Bezoldigingsbeleid – Vooruitblik
Naarmate we vorderen met de integratie van duurzaamheid in onze bedrijfscultuur en bedrijfsstrategie, nemen we de collectieve duurzaamheidsmaatregelen die uit onze materialiteitsbeoordeling voortvloeien, steeds vaker op in de variabele bezoldiging van onze leden van het Uitvoerend comité en onze CEO, omdat dit een intrinsiek onderdeel van onze prestaties is. Ons doel in dit traject is om dit geleidelijk te doen, met robuuste KPI's die door onze commissaris worden gewaarborgd. Verschillende van onze duurzaamheidspijlers zijn niet vertegenwoordigd in collectieve variabele bezoldigingsmaatregelen - sommige zullen in individuele doelstellingen blijven en andere zullen in onze variabele bezoldigingsprogramma's worden opgenomen naarmate we meer inzicht en ervaring verwerven over hoe we de resultaten precies kunnen meten en beïnvloeden.
Vanaf 2022 plannen we deze eerste stappen:
- het gebruik van een negatieve modifier gekoppeld aan onze gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindex (HSWB Index link) om de globale bonus van het Uitvoerend Comité en de CEO te beïnvloeden. De pandemie heeft ons doen zien dat de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van onze werknemers essentieel zijn voor duurzame prestaties en door deze metriek te verankeren, willen we ons blijven richten op het handhaven van een stevige basis van zorg voor onze werknemers en de lat voor HSWB nog hoger leggen. Onze metriek biedt de leden van het Uitvoerend comité geen extra voordeel ten opzichte van het voltallige personeel, maar vermindert de bonus van het Uitvoerend comité met 5% indien een specifieke drempel ten opzichte van onze jaarlijkse doelstelling niet wordt bereikt.
- Vanaf 2022 nemen wij in ons prestatieaandelenplan ook een nieuwe maatstaf op die gekoppeld is aan onze ambitie om patiënten toegang te verlenen. Ons doel met deze KPI is het meten en stimuleren van tijdige toegang voor patiënten die onze nieuw gelanceerde oplossingen nodig hebben, door verbeteringen in nationale en lokale terugbetaling. Deze metriek zal nauw gekoppeld zijn aan onze toegangsprestatie-index en zal in het plan een gewicht van 10% vertegenwoordigen, terwijl de jaarlijkse inkomstengroei en de Aangepaste Cumulatieve Operationele Cashflow elk een gewicht van 45% zouden krijgen. Naarmate we meer en meer andere niet-financiële KPI's opnemen, kunnen deze wegingen in de loop van de tijd evolueren.
Om ervoor te zorgen dat we op één lijn blijven met concurrerende marktniveaus, hebben we de vergoedingen voor onze bestuurscomités herzien; de laatste herziening vond plaats in 2019. Hoewel we hebben vastgesteld dat onze vergoedingen voor bestuurs- en comitéleden over het algemeen in lijn blijven met de marktniveaus, hebben we vastgesteld dat de vergoedingen van de voorzitters van de comités achterblijven bij de niveaus van vergelijkbare ondernemingen in de markt. De voorgestelde hogere bezoldiging komt overeen met een niveau dat dichter ligt bij de regressiemediaan van onze Europese referentiegroep voor farmaceutische bedrijven UCB (d.w.z. relevante mediane gegevens van vergelijkbare farmaceutische bedrijven, aangepast aan de omvang van de inkomsten van UCB). Daarnaast stellen wij vast dat er steeds hogere eisen worden gesteld aan onze bestuursleden, met name aan de voorzitters van onze comités, aangezien het milieu en de daarmee verband houdende bestuurswetgeving complexer zijn geworden, hetgeen tot een hogere werklast heeft geleid. De volgende aanbevolen aanpassingen zullen ter stemming worden voorgelegd aan de aandeelhouders op de aanstaande jaarlijkse algemene vergadering:
Bovendien zou, eveneens onder voorbehoud van goedkeuring door de aandeelhouders, de eerder goedgekeurde bijzondere reisvergoeding voor onze leden die op een plaats wonen met minstens 5 uur tijdsverschil met België, worden omgezet in een vaste forfaitaire vergoeding van EUR 45.000 (EUR 7.500 per vergadering, met ten minste 6 vergaderingen per jaar). Deze vergoeding staat los van de werkelijke reiskosten en houdt rekening met het ongemak dat wordt veroorzaakt door het bijwonen van vergaderingen die hoofdzakelijk in Europa plaatsvinden.
Bezoldiging in 2021
1. Totale bezoldiging Uitvoerend Comité
Het totale bezoldigingspakket van de leden van het Uitvoerend Comité bestaat uit de volgende elementen, die hierna verder worden toegelicht:
De impact van de prestaties op de bezoldiging kan als volgt geïllustreerd worden voor de CEO en wordt hieronder meer gedetailleerd beschreven:
2. Referentiegroep en competitieve positionering
UCB verwijst in de eerste plaats naar een Europese referentiegroep voor de vergelijking van het loonbeleid en de loonbeslissingen (zie hieronder). Een afzonderlijke Amerikaanse referentiegroep wordt gehandhaafd om een goed inzicht in deze specifieke markt te verzekeren, gezien het internationale karakter van ons Uitvoerend comité, maar is niet de referentie voor ons loonbeleid, bijvoorbeeld bij het bepalen van de bonus- en LTI- doelstellingsniveaus. Beide groepen omvatten internationale biofarmaceutische (farmaceutische en/of biotechnologische) bedrijven waarmee UCB concurreert om talent. Deze bedrijven hebben verschillende groottes en therapeutische domeinen. Wij geven prioriteit aan volledig geïntegreerde, gelijkaardige biofarmaceutische bedrijven die optreden in een complexe, door onderzoek gestuurde omgeving en die zowel ontwikkelings- als commercialiseringscapaciteiten hebben. Waar mogelijk, wensen wij ook bedrijven op te nemen die concurrenten zijn in dezelfde therapeutische domeinen. Terwijl we ondernemingen beogen die grofweg de grootte van UCB reflecteren, is de grootte van de onderneming niet de belangrijkste factor, gezien de beperkte aard van deze groep. Regressie-analyse wordt derhalve in voorkomend geval gebruikt om de marktgegevens aan te passen aan de omvang van UCB. De samenstelling van de bezoldigingsreferentiegroep wordt regelmatig nagekeken en wordt aangepast wanneer nodig, bijvoorbeeld wanneer consolidatie verrichtingen naar een minder robuuste marktanalyse leiden.
UCB wenst zich competitief te positioneren op de marktmediaan van deze referentiegroep voor alle elementen van de totale directe bezoldiging (basissalaris + variabele bezoldiging). De bonus en LTI-streefniveaus worden getoetst aan het Europees biofarmaceutisch niveau. Het reële vergoedingsniveau van elke persoon wordt bepaald overeenkomstig de ervaring van de persoon in vergelijking met de referentie en rekening houdend met zijn impact op de bedrijfsresultaten.
3. Bezoldigingscomponenten Uitvoerend comité
4. Overige beleidsvoorzieningen
Terugvorderings- en malusbepalingen
In 2021 hebben we terugvorderings- en malusbepalingen ingevoerd voor de variabele verloningsplannen van onze CEO en leden van het Uitvoerend comité. Dit betekent dat de Raad van bestuur kan beslissen - onder voorbehoud van de toepasselijke wetgeving - om onbetaalde of niet-verworven incentivepremies in te houden (malus), of om incentivepremies terug te vorderen die werden uitbetaald of onvoorwaardelijk zijn geworden (terugvordering) in geval van (i) bewijs van fraude of ernstig wangedrag en/of (ii) materiële schending van de gedragscode en handelscode van UCB, en/of (iii) het zich inlaten met gedragingen of handelingen waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat ze reputatieschade berokkenen aan UCB en/of in geval van materiële negatieve herformulering van de financiële resultaten van de vennootschap.
Aandeelhoudersrichtlijnen
Terwijl het gewicht van LTI in onze totale loonmix ertoe leidt dat onze leden van het Uitvoerend comité op elk moment een belangrijk belang hebben in niet- definitief verworven (en definitief verworven) LTI, hebben we, in de loop van 2021, aandeelhoudersrichtlijnen voor onze CEO en leden van het Uitvoerend Comité geïntroduceerd. De vereiste is dat de huidige CEO en de leden van het Uitvoerend comité over een bouwperiode van 5 jaar een minimum veelvoud van hun jaarlijks brutobasissalaris in UCB-aandelen bezitten (in bezit als gevolg van het onvoorwaardelijk worden van aandelentoekenningen, prestatieaandelen of uitgeoefende aandelenopties) en nadien de drempel bereiken en handhaven. De vereiste bedraagt 150% van het jaarlijkse brutobasissalaris voor de CEO en 50% van het jaarlijkse brutobasissalaris voor de leden van het Uitvoerend comité.
Opzeggingsregelingen
Gelet op het internationaal karakter van ons Uitvoerend comité evenals de spreiding van onze uiteenlopende activiteiten over verschillende geografische gebieden, worden de arbeidsovereenkomsten van onze leden beheerst door verschillende rechtsstelsels. In de loop van 2014 werd een Belgisch dienstenovereenkomst opgemaakt voor Jean- Christophe Tellier met een opzeggingsregeling die vergelijkbaar is met de regeling die in voege was onder zijn vroeger Amerikaans arbeidscontract, zijnde een forfaitair bedrag overeenstemmend met 18 maanden basissalaris verhoogd met de werkelijke gemiddelde bonus die hij ontvangen heeft tijdens de drie voorgaande jaren indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst of in geval van wijziging in controle van UCB. De contracten van Emmanuel Caeymaex en Iris LöwFriedrich werden getekend vóór de inwerkingtreding van de Belgische Wet op het deugdelijk bestuur van 6 april 2010 die het niveau van opzeggingsvergoedingen beperkt. Emmanuel Caeymaex heeft geen specifieke opzeggingsregeling in zijn Belgisch contract.In geval van onvrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zijn de lokale arbeidswetgeving en gebruiken van toepassing. Iris Löw-Friedrich heeft een Duitse arbeidsovereenkomst waarin een opzeggingstermijn is bedongen van zes maanden en een ontslagvergoeding van één jaar basissalaris plus bonus. Jean-Luc Fleurial, Sandrine Dufour, Dhaval Patel en Charl van Zyl hebben Belgische arbeidsovereenkomsten met een opzeggingsclausule die hen recht geeft op een opzeggingsvergoeding van 12 maanden basissalaris en bonus indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst of in geval van wijziging in controle van UCB. Kirsten Lund-Jurgensen en Bill Silbey hebben een Amerikaanse arbeidsovereenkomst en hebben elk een beding in die overeenkomst die voorziet in een vertrekpremie van 12 maanden basissalaris en doelbonus indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst of indien er een wijziging in de controle over UCB plaatsvindt.
Niet-uitvoerend bestuurders
De hoogte van de vergoeding van de Raad van bestuur wordt regelmatig geëvalueerd, zowel in vergelijking met Europese vergelijkbare ondernemingen als met ondernemingen die op de referentie-index van Euronext Brussel (BEL 20) genoteerd zijn. Gegevens van vergelijkbare ondernemingen vormen de voornaamste referentie, gezien onze behoefte om deskundigen met een grondige kennis van onze sector aan te trekken. De gemiddelde niveaus van deze referentiegroep zijn het doelwit. Na deze evaluatie en de goedkeuring door de algemene vergadering van aandeelhouders van 29 april 2021 is de jaarlijkse vergoeding voor de voorzitter van de Raad verhoogd van 240 000 euro tot 330 000 euro. Deze vergoedingen zijn inclusief eventuele deelname aan comités van de Raad. Een herzien bezoldigingsbeleid met dergelijke wijzigingen werd goedgekeurd op de algemene vergadering van aandeelhouders van 29 april 2021. Daarom hebben niet-uitvoerende bestuurders, overeenkomstig de beleidsbepalingen, recht op de volgende vergoedingen:
Overeenkomstig het beleid ontvangen niet- uitvoerende leden van de Raad van bestuur geen variabele of aan aandelen verbonden beloning, op grond van het standpunt dat het bezit van aandelen een belangenconflict kan creëren voor mandaten op lange termijn, en hebben zij geen recht op voordelen. Leden van de Raad van bestuur die woonachtig zijn in een land waar het tijdszoneverschil met België vijf uur of meer bedraagt, krijgen een speciale vergoeding van de reiskosten.
Uitkomst bezoldigingsbeleid 2021 van de CEO en van de leden van het Uitvoerend Comité
Totale bezoldiging samenvatting
In navolging van de nieuwe rapporteringsnormen, wordt hieronder een overzicht gegeven van de totale bezoldiging:
In vergelijking met het Verslag over de bezoldiging voor 2020 bedraagt de totale directe vergoeding van de CEO (basissalaris + bonus + LTI) voor 2021 € 4.613.665 (exclusief pensioenbijdragen en andere voordelen), tegenover € 5.004.367 in 2020. De totale bezoldiging van het Uitvoerend comité (basissalaris + bonus + LTI) bedraagt in 2021: €12.155.964 (exclusief pensioenbijdragen en andere voordelen), tegenover € 12.105.162 in 2020.
A. Vaste bezoldiging
Basissalaris
De tabel hieronder toont de basissalarissen voor 2021 van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité:
| 2021 Basis salaris (€) | |
|---|---|
| CEO | 938.989 |
| Jean-Luc Fleurial | 450.000 |
| Sandrine Dufour | 418.000 |
| Dhaval Patel | 408.000 |
| Charl van Zyl | 350.000 |
| Iris Löw-Friedrich | 388.000 |
| Kirsten Lund-Jurgensen | 385.000 |
| Bill Silbey | 379.000 |
Het salaris van de CEO evolueerde met 3% volgens de waargenomen marktbewegingen en in lijn met de algemene salarisbewegingen van het bredere personeelsbestand.
Bezoldigingen
De CEO heeft ook recht op de bestuurdersbezoldigingen als lid van de Raad van bestuur van UCB NV. Voor 2021 bedroegen deze bezoldigingen € 86.000 (€ 80.000 aan jaarlijkse bezoldigingen en € 6.000 aan presentiegeld).
Overige voordelen
Verzekeringen, evenals uitkeringen die verschuldigd zijn overeenkomstig ons standaard Globaal Mobiliteitsbeleid en ons bezoldigingsbeleid, worden opgenomen onder “andere voordelen”. De impact van de COVID-19-pandemie blijft ertoe leiden dat UCB in 2021 uitzonderlijke kosten oploopt, die verband houden met ons standaard Globaal Mobiliteitsbeleid. Hoewel deze kosten niet resulteerden in extra nettoloon, vormden zij toch een uitzonderlijke kost voor de onderneming en worden zij derhalve gerapporteerd als een voordeel in natura. Voor de CEO vertegenwoordigden deze andere voordelen een bedrag van € 1.163.405, terwijl dit voor de andere leden van het Uitvoerend Comité neerkwam op een totaalbedrag van € 2.501.345.
B. Variabele bezoldiging
Bonus (“Eenjarige variabele”)
2021 prestaties ten opzichte van doelstellingen
De verwezenlijking van prestatiedoelstellingen werd gemeten tijdens de periode die begon op 1 januari 2021 en eindigde op 31 december 2021. In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid worden bedrijfsdoelstellingen bepaald door het percentage van het behaalde aangepaste EBITDA vergeleken met het budget, tegen constante wisselkoersen. Aangezien de doelstelling voor 2021 werd overschreden, ligt de prestatiecoëfficiënt van de Vennootschap boven de doelstelling. Het uitbetalingsniveau voor de individuele doelstellingen voor de CEO werden door het GNCC aan de Raad voorgesteld op basis van de prestatie-evaluatie op het einde van de cyclus, zoals hieronder samengevat in de belangrijkste prioritaire gebieden voor 2021. Het resultaat voor 2021 is als volgt:
Over het geheel genomen zijn wij van mening dat uitstekende vooruitgang is geboekt voor wat betreft onze toezeggingen om waarde te creëren voor patiënten, onze mensen, aandeelhouders en de samenleving. Niet alleen is vooruitgang geboekt ten opzichte van de doelstellingen, ook de aanpak van de uitdagingen in verband met COVID-19 is lovenswaardig, waarbij de patiënt, de werknemer en de samenleving centraal stonden in al onze acties. De CEO heeft individuele prestatiecoëfficiënten voor elk van de andere leden van het Uitvoerend Comité voorgelegd aan het GNCC ter overweging vóór de goedkeuring door de Raad. De totale waarde van de aan het Uitvoerend comité uitgekeerde contante bonussen bedroeg € 3.246.965.
LTI (“Meerjarige variabele”)
In 2021 kreeg de CEO en het Uitvoerend comité een LTItoekenning tussen de LTI-doelstelling en de maximale beleidswaarde.
A) Toekenning in 2021
De onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal aandelenopties en prestatieaandelen dat in 2021 is toegekend:
| Aandelenopties (Aantal) | Prestatieaandelen (Aantal) | |
|---|---|---|
| CEO | 295.000 | 98.334 |
| Jean-Luc Fleurial | 147.500 | 49.167 |
| Sandrine Dufour | 135.000 | 45.000 |
| Dhaval Patel | 132.000 | 44.000 |
| Charl van Zyl | 115.000 | 38.333 |
| Iris Löw-Friedrich | 125.000 | 41.667 |
| Kirsten Lund-Jurgensen | 125.000 | 41.667 |
| Bill Silbey | 122.000 | 40.667 |
B) Definitieve verwerving van LTI's in 2021
Onderstaande tabel geeft een gedetailleerd overzicht van het aantal aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen die in voorgaande jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité werden toegekend (opgenomen in de vorige jaarverslagen) en die in het kalenderjaar 2021 definitief zijn verworven (niet samen te voegen met de informatie in de bovenstaande tabel die de in 2021 toegekende langetermijnincentives gedetailleerd weergeeft):
| Aandelenopties (Aantal) | Toegekende Aandelen (Aantal) | Prestatieaandelen (Aantal) | |
|---|---|---|---|
| CEO | 0 | 0 | 98.334 |
| Jean-Luc Fleurial | 0 | 0 | 49.167 |
| Sandrine Dufour | 0 | 0 | 45.000 |
| Dhaval Patel | 0 | 0 | 44.000 |
| Charl van Zyl | 0 | 0 | 38.333 |
| Iris Löw-Friedrich | 0 | 0 | 41.667 |
| Kirsten Lund-Jurgensen | 0 | 0 | 41.667 |
| Bill Silbey | 0 | 0 | 40.667 |
De prestatieaandelen die in 2021 definitief werden verworven, hebben betrekking op de toekenning van 2018. De definitieve verwerving van die toegekende prestatieaandelen was afhankelijk van de prestaties gedurende drie jaar op basis van de volgende criteria:
* cashflow omrekeningskoers (35%)
* relatieve opbrengststijging (35%)
* bereiken van de beoogde mijlpalen voor de producten in de pijplijn (20%)
* bereiken van een bepaald niveau van engagement van de medewerkers van UCB (10%)
Op basis van de prestaties ten aanzien van elk van de doelstellingen, was het aantal aandelen dat definitief werd verworven, gelijk aan 118% van het streefaantal van het voorwaardelijk toegekende aandelen, als gevolg van prestaties boven de doelstelling voor de cashflowomrekeningskoers en boven de doelstelling voor de andere drie prestatiecriteria.
C) LTI verbeurd in 2021
Er waren geen aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen die in voorgaande jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité werden toegekend en die in 2021 zijn vervallen:
C. Buitengewone posten
Ontslagvergoedingen
Er waren geen ontslagvergoedingen in 2021.
Indiensttredingspremies
Er werden geen indiensttredingspremies toegekend in 2021.
D. Pensioenkosten
E. Vergelijking van de beloning van de CEO en het Uitvoerend Comité
Bezoldiging van het Uitvoerend Comité, de werknemers en de bedrijfsresultaten over 5 jaar
De onderstaande tabel is een samenvatting van de evolutie van de totale bezoldiging van onze CEO, het Uitvoerend Comité en onze gemiddelde werknemer en vergeleken met de bedrijfsresultaten over de voorbije vijf jaar, hier weergegeven door de jaarlijkse groei van de inkomsten en aangepast EBITDA.
| Jaar | Omzetgroei (%) | Aangepast EBITDA groei (%) | Totale Bezoldiging CEO (€) | Totale Bezoldiging EC (€) | Totale Bezoldiging werknemer (€) |
|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | 0,7 | 6,8 | 2.705.426 | 6.730.042 | 56.659 |
| 2018 | 1,7 | 11,6 | 3.809.910 | 10.591.194 | 57.300 |
| 2019 | 3,9 | 2,1 | 4.267.102 | 11.566.273 | 57.493 |
| 2020 | 5,4 | 7,1 | 5.004.367 | 12.105.162 | 59.790 |
| 2021 | 4,9 | 1,7 | 4.613.665 | 12.155.964 | 61.430 |
Totale bezoldiging van CEO tegenover laagst bezoldigde werknemer
De onderstaande tabel toont een vergelijking van de bezoldiging van onze CEO (in €) voor 2021 met de bezoldiging van de laagstbetaalde voltijdse werknemer van UCB NV (in €) voor 2021. De bezoldiging omvat een vaste en een variabele bezoldiging, alsmede personeelsbeloningen, exclusief werkgeverslasten voor sociale zekerheid.
| CEO (in €) | Laagstbetaalde werknemer (in €) | |
|---|---|---|
| Vaste bezoldiging | 1.824.989 | 44.791 |
| Variabele bezoldiging | 2.788.676 | 10.298 |
| Personeelsbeloningen | 1.163.405 | 6.341 |
| Totale bezoldiging | 5.777.070 | 61.430 |
F. Op aandelen gebaseerde bezoldiging van de CEO en het Uitvoerend Comité
Aandeelhoudersrichtlijnen
In 2021 implementeerde UCB aandeelhoudersrichtlijnen voor haar CEO en leden van het Uitvoerend comité. Elk lid heeft 5 jaar om hun respectievelijke vereiste te bereiken, vanaf het afsluiten van deze richtlijn (d.w.z. April 2026). Op dit moment voldoen de CEO en de meerderheid van leden van het comité die langer in dienst zijn aan de vereiste.
LTI-informatie
De onderstaande tabellen geven een overzicht van het begin- en eindsaldo, alsook van de bewegingen in het jaar van de op aandelen gebaseerde bezoldiging voor elk van de leden van het Uitvoerend comité (zowel huidige als voormalige).
CEO
| Aandelenopties (Aantal) | Toegekende Aandelen (Aantal) | Prestatieaandelen (Aantal) | |
|---|---|---|---|
| Begin saldo | 1.499.500 | 98.334 | 429.734 |
| Toekenning 2021 | 295.000 | 98.334 | 98.334 |
| Verwerving 2021 | (1.074.000) | 0 | (309.900) |
| Verbeurd 2021 | 0 | 0 | 0 |
| Einde saldo | 720.500 | 196.668 | 218.168 |
Jean-Luc Fleurial
| Aandelenopties (Aantal) | Toegekende Aandelen (Aantal) | Prestatieaandelen (Aantal) | |
|---|---|---|---|
| Begin saldo | 737.500 | 49.167 | 214.867 |
| Toekenning 2021 | 147.500 | 49.167 | 49.167 |
| Verwerving 2021 | (438.000) | 0 | (154.767) |
| Verbeurd 2021 | 0 | 0 | 0 |
| Einde saldo | 447.000 | 98.334 | 119.267 |
Sandrine Dufour
Dhaval Patel
Charl van Zyl
Iris Löw-Friedrich
Kirsten Lund-Jurgensen
Bill Silbey
Bezoldiging van niet-uitvoerend bestuurders voor 2021
De volgende tabel geeft een overzicht van de bezoldiging die elke niet-uitvoerend bestuurder in 2021 heeft ontvangen. Dit omvat de vaste jaarlijkse vergoeding voor leden van de Raad van bestuur en de comités, het presentiegeld per vergadering van de Raad en de eventueel betaalde reiskostenvergoedingen.
| Bestuurder | Jaarlijkse vergoeding (€) | Vergoeding per vergadering (€) | Reiskosten (€) | Totaal (€) |
|---|---|---|---|---|
| Jo Van de Winkel | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bernard Davo | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jonathan E. Fleischer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Martin G. H. M. van der Steen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Gaby Sedaka | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Susan Booth | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jean-Paul Montroty | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Patrick Scheepstra | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Patrick V. Van den Brande | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Frank Van Zuylen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Joris Van Assche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Annelies Verhaegen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wouter Debusschere | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Van Dyck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Frans Vangeel | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Philippe De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Yves Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koenraad Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Dierickx | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kristiaan Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Patrick De Clercq | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Vandereyken | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Huyghe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc De Brouwer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Philippe De Jonghe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Luyckx | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Bossaert | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Thomas S. W. Van den Broucke | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Alain Van Laeken | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Erwin Devloo | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jean-Pierre Hellebuyck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Vandewalle | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Paul Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bernard Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Alain Lefever | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Van Assche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Gert Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Belle | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Van der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Filip Vanhaecke | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Den Bosch | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Koen Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Lieven De Schrijver | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dirk Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van den Broeck | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Geert Dewaele | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van Hoof | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jeroen Van Gorp | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Dries Van Rompaey | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Pieter Jan Van Laer | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Olivier De Broe | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan De Smet | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Tom Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart Van Den Bossche | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Johan Van Der Schueren | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Stijn De Wilde | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Hans Van Gool | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Peter Van den Hoven | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Wim De Ridder | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Kris Vermeulen | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Luc Van Hove | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Jan Maes | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Bart De Weerdt | 70.000 | 3.000 | 0 | 73.000 |
| Marc Van Den Bergh | 70# 3.8 Belangrijkste kenmerken van interne controle - en risicobeheersystemen van UCB |
3.8.1 Interne controle
Als bestuursorgaan van UCB leidt de Raad UCB als een ondernemer, en is hij verantwoordelijk voor het goedkeuren van de strategie en doelstellingen van de vennootschap. Dit omvat het toezicht op de ontwikkeling, implementatie en handhaving van een voorzichtig en effectief systeem van interne controles, zoals hieronder verder beschreven, maar ook risicobeheerprocessen zoals verder beschreven in 3.8.2 hieronder.
Het Auditcomité staat de Raad bij in zijn opdracht van toezicht op de interne controle - en risicobeheerprocessen opgesteld door het management van UCB en de UCB Groep in haar geheel, op de doeltreffendheid van de algemene interne controleprocessen van UCB, het globale proces van financiële verslaggeving, de commissaris (met inbegrip van zijn benoemingsprocedure), en de Global Internal Audit-afdeling en de doeltreffendheid daarvan.
Het management van UCB staat in voor de ontwikkeling en binnen UCB handhaving van passende interne controles om redelijke zekerheid te bieden betreffende de betrouwbaarheid van de financiële informatie, de naleving van toepasselijke wet- en regelgeving op de meest doeltreffende manier. Op het interne-controleproces wordt wereldwijd toegezien door de Interne Audit afdeling op geautomatiseerde wijze voor toegang tot systemen en splitsing van taken, het uitvoeren van testen op zelfcontrole beoordelingen, en het toezien op permanente controles. Er werden informatiesystemen ontwikkeld om de langetermijndoelstellingen van UCB te ondersteunen, die beheerd worden door een professioneel Information Management team.
Als een belangrijk onderdeel van het interne controlesysteem van het management, herbekijkt UCB jaarlijks haar business plan en bereidt ze een gedetailleerd jaarlijks budget voor elk boekjaar voor, dat wordt beoordeeld en goedgekeurd door de Raad. Een managementrapporteringssysteem werd opgezet, dat de bedrijfsleiding zicht geeft op financiële en operationele prestatie-indicatoren. Maandelijks worden door de bedrijfsleiding financiële verslagen voorbereid om elk belangrijk onderdeel van de activiteiten af te dekken. Afwijkingen ten opzichte van het plan of van vroegere verwachtingen worden geanalyseerd, verklaard en er wordt tijdig op gereageerd. Naast de regelmatige beraadslagingen van de Raad, komt ook het Uitvoerend Comité minstens maandelijks samen om de prestaties te bespreken, waarbij, indien nodig, over specifieke projecten wordt overlegd.
De Global Internal Audit-functie verleent op een onafhankelijke en objectieve manier diensten die tot doel hebben de interne controleomgeving en activiteiten van UCB te evalueren, hun toegevoegde waarde te vergroten en te verbeteren, door middel van een systematische en gedisciplineerde benadering van de evaluatie en aanbevelingen tot verbetering van de processen van UCB inzake bestuur, compliance, interne controle en risicobeheer. De Global Internal Audit-groep implementeert een Audit Plan bestaande uit financiële, compliance en operationele audits en beoordelingen. Dit Plan werd beoordeeld en goedgekeurd door het Auditcomité en omvat de relevante bedrijfsactiviteiten van UCB. Het programma omvat onafhankelijke beoordelingen van de interne controle- en risicobeheersystemen. De bevindingen en de status van de gerelateerde corrigerende maatregelen worden regelmatig schriftelijk aan het Uitvoerend Comité gemeld, en er wordt minstens twee keer per jaar schriftelijk aan het Auditcomité gerapporteerd over de status van de voltooiing van het auditplan alsook over een samenvatting van de bevindingen en corrigerende maatregelen.
UCB nam formele procedures aan voor de interne controle aangaande financiële rapportering, waaraan wordt gerefereerd als de “Transparantie Richtlijn Procedure”. Deze procedure is erop gericht het risico van selectieve openbaarmaking te beperken; draagt ertoe bij dat de bekendmaking door UCB van alle belangrijke informatie aan haar beleggers, schuldeisers en toezichthouders precies, volledig en tijdig gebeurt en de toestand van UCB correct weergeeft; en draagt ertoe bij adequate openbaarmaking te garanderen van belangrijke financiële en niet-financiële informatie en belangrijke gebeurtenissen, transacties en risico’s.
Het proces bestaat uit een aantal onderdelen. Bepaalde personen op sleutelposities in het interne controleproces, waaronder alle leden van het Uitvoerend comité, dienen schriftelijk te verklaren dat ze de vereisten van UCB inzake financiële rapportering begrijpen en hebben nageleefd, inclusief het verschaffen van redelijke zekerheid betreffende de efficiëntie en doeltreffendheid van de activiteiten, de betrouwbaarheid van financiële informatie en naleving van de wet- en regelgeving. Om te verzekeren dat zij de uitgebreide waaier aan potentiële problemen kunnen inschatten, wordt hen een gedetailleerde checklist bezorgd om in te vullen, die hen kan helpen bij hun verklaring. Verder wordt een gedetailleerde, wereldwijde beoordeling uitgevoerd van verkopen, kredieten en daaraan verbonden bruto-naar- netto rekeningen, vorderingen, handelsvoorraden, overlopende rekeningen, voorzieningen, reserves en betalingen. De financiële directeurs/ vertegenwoordigers van alle afzonderlijke juridische entiteiten dienen daarnaast schriftelijk te bevestigen dat hun financiële rapportering in deze domeinen op betrouwbare gegevens is gesteund en dat hun resultaten correct zijn weergegeven overeenkomstig de geldende vereisten.
Deze procedures worden gecoördineerd door de Global Internal Audit-afdeling vóór de vrijgave van de halfjaar- en jaarresultaten. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met het Chief Accounting Office alsook met de belangrijkste aandeelhouders in financiële en juridische diensten en de commissaris. Gepaste opvolging wordt gegeven aan elk potentieel probleem en eventuele wijzigingen aan de gerapporteerde financiële informatie of openbaarmakingen worden geëvalueerd. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met de CEO en CFO, en nadien met het Auditcomité, voorafgaand aan de bekendmaking van de rekeningen.
3.8.2 Risicobeheer
De volledige UCB Groep en al haar dochtervennootschappen wereldwijd zijn toegewijd om een effectief risicobeheersysteem te voorzien, om de dreigingen te minimaliseren die een impact kunnen hebben op onze mogelijkheid om onze strategische plannen en doelstellingen te verwezenlijken. Daarom heeft de UCB Groep de volgende risicobeheer praktijken aangenomen:
Een globaal risicobeheerbeleid, van toepassing op de hele UCB Groep en haar wereldwijde dochtervennootschappen, beschrijft het engagement van UCB om doorheen de UCB Groep een doeltreffend risicobeheersysteem te voorzien en beschrijft het kader en het design voor het beheren van de belangrijkste risico’s bij UCB. De Raad is verantwoordelijk voor de goedkeuring van de strategie van de UCB Groep en voor de evaluatie van en het toezicht op de invoering door de UCB Groep en de effectieve implementatie van de systemen en processen voor risicobeheer. Het Auditcomité herziet op regelmatige basis de gebieden waar risico’s een grote impact zouden kunnen hebben op de financiële situatie en reputatie van de UCB Groep. Het Auditcomité controleert het algemene risicobeheersysteem van UCB. Het Uitvoerend Comité is verantwoordelijk voor de implementatie van de risicobeheerstrategie en -doelstellingen, en voor het verdedigen van de prioritisering, controle en toezicht op de risico’s die kritiek zijn voor UCB’s succes. De Global Internal Audit-functie is belast met de onafhankelijke en regelmatige controle en validatie van het risicobeheersysteem binnen UCB. Daarnaast heeft de Global Internal Audit-functie als opdracht om, in overleg met de business, te beslissen over maatregelen om vastgestelde risico’s aan te pakken en te controleren. Het “Head of Enterprise Risk Management” bezorgt regelmatig updates aan het Uitvoerend Comité, en op regelmatige basis eveneens aan het Auditcomité en de Raad.
Het Risk2Value Table en Strategic Risk Council, samengesteld uit leden van het senior management van alle bedrijfsfuncties, levert strategisch leiderschap ter ondersteuning van het proces van de evaluatie van het vaststellen van risico’s op bedrijfsniveau en het proces voor vaststellen van prioriteiten, en wordt ondersteund door een Enterprise Risk Management dat de reële of potentiële risico’s of blootstelling daaraan op doeltreffende wijze beoordeelt, rapporteert en beheert. De bronnen van risico-informatie omvatten de beoordeling van de bedrijfsfuncties (bottom-up), de inbreng van de leiding (top-down) en de externe context van de organisatie (outside-in). De belangrijkste risico’s binnen de organisatie worden elk opgevolgd door een lid van het Uitvoerend Comité, om te zorgen voor de nodige toerekenbaarheid en prioriteit. De Enterprise Risk Management groep licht op permanente basis zijn bestuursstructuur en engagement met belanghebbenden door, om te zorgen dat robuuste doorlichtingen, prioritisering en antwoorden worden verkregen. Ons risicobeheersysteem is gebaseerd op actuele plannen, ramingen en projecties van het management en ons risicoprofiel evolueert voortdurend naarmate interne en externe factoren en bijbehorende risicoaannames in de tijd veranderen.
Indien u meer wilt leren over de belangrijkste risico’s en over milieu gerelateerde en sociale risico’s, bezoek dan de sectie Risicobeheer. Voor meer informatie over financiële risico’s, bezoek de financiële Toelichting 5.
3.9 Persoonlijke beleggingstransacties en handel in UCB-aandelen
De Raad heeft een “Dealing Code” aangenomen om handel met voorkennis en marktmisbruik te voorkomen, in het bijzonder tijdens de periodes voorafgaand aan de publicatie van resultaten of informatie die de prijs van UCB effecten zou kunnen beïnvloeden, of, in voorkomend geval, de prijs van effecten uitgegeven door een derde partijvennootschap.# In 2016 werd een nieuwe Dealing Code goedgekeurd door de Raad om de regels te reflecteren van EU Verordening nr. 596/2014 over Marktmisbruik, Richtlijn 2014/57/EU over strafsancties voor marktmisbruik en de Belgische Wet van 2 augustus 2002 over het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, zoals gewijzigd door de Wet van 27 juni 2016, die van kracht werd op 3 juli 2016. In 2017 herbekeek UCB de Dealing Code en werkte deze bij om deze nieuwe wetgeving weer te geven en overwegingen met betrekking tot ethiek op te nemen in overeenstemming met onze Patiëntenwaarde Strategie. In 2019 werden enkele praktische zaken aangepast in de Dealing Code. De Dealing Code omvat regels voor bestuurders, het uitvoerend management en werknemers op sleutelposities, die verbieden om UCB-aandelen of andere financiële instrumenten verbonden met het UCB-aandeel te verhandelen tijdens een bepaalde periode vóór de bekendmaking van haar financiële resultaten (zogenaamde “gesloten periodes”). Verder verbiedt deze aan personen die voorkennis bezitten of weldra zouden kunnen bezitten om te handelen in UCB-aandelen of andere gerelateerde effecten. De Raad heeft de Group General Counsel (Bill Silbey) en de Group Secretary General (Xavier Michel) aangeduid als Insider Trading Compliance Officers. Hun taken en verantwoordelijkheden worden in de Dealing Code bepaald. In overeenstemming met de Dealing Code heeft de Vennootschap de lijst vastgelegd van personen met leidinggevende verantwoordelijkheid (bestuurders en leden van het Uitvoerend Comité) en de lijst van personen op sleutelposities, die de Insider Trading Compliance Officer(s) vooraf moeten informeren en goedkeuring moeten krijgen voor de transacties in UCB-aandelen en verbonden effecten die ze willen uitvoeren voor eigen rekening. Transacties in effecten van de Vennootschap door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid of door personen nauw met hen verbonden, moeten ook gemeld worden aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA), de Belgische toezichthouder op de markten. De procedure voor dergelijke rapportering en de verplichtingen die hieraan verbonden zijn, zijn ook opgenomen in de Dealing Code van UCB. De Dealing Code is beschikbaar op de website van UCB.
3.10 Externe controle
Het mandaat van de commissaris, PwC Bedrijfsrevisoren BV / Réviseurs d'Entreprises SCCRL (PwC), is aan het einde van de algemene vergadering van 29 april 2021 afgelopen. Door toepassing van de Europese en Belgische verplichte roulatieregels die van toepassing zijn op de commissaris, was PwC niet langer verkiesbaar voor herverkiezing als statutaire commissaris. Bijgevolg en volgens de regels en het proces vereist door de Europese en Belgische wetgeving die van toepassing is werd het bedrijfsrevisorenkantoor Mazars Bedrijfsrevisoren – Réviseurs d’Entreprises CVBA – Avenue du Boulevard 21, box 8, 1210 Sint-Joost-ten-Node (Brussel) - België (“Mazars”), nu vertegenwoordigd door de heer Anton Nuttens, aangesteld door de algemene vergadering van 29 april 2021 voor een mandaat van 3 jaar (wettelijke termijn). Dit mandaat is hernieuwbaar. Mazars werd benoemd tot commissaris in alle dochtervennootschappen van de UCB Groep wereldwijd. In 2021 betaalde UCB de volgende vergoedingen aan haar commissaris:
3.11 Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007
3.11.1 Kapitaalstructuur van UCB, met vermelding van de verschillende soorten aandelen en, voor elke soort aandelen, van de rechten en plichten die eraan verbonden zijn en het percentage van het geplaatste kapitaal dat erdoor wordt vertegenwoordigd op 31 december 2021
Per 13 maart 2014 bedraagt het kapitaal van UCB € 583 516 974, vertegenwoordigd door 194 505 658 volledig volgestorte aandelen zonder nominale waarde. Aan alle UCB-aandelen zijn dezelfde rechten verbonden. Er zijn geen verschillende soorten van UCB-aandelen (zie sectie 3.2.2).
3.11.2 Wettelijke of statutaire beperkingen op de overdracht van effecten
Beperkingen op de overdracht van effecten zijn enkel van toepassing op niet volledig volgestorte aandelen, overeenkomstig artikel 11 van de statuten van UCB (de “Statuten”), dat bepaalt als volgt:
(“…) B) Elke aandeelhouder van niet volledig volgestorte aandelen die alle of een deel van zijn effecten wenst af te staan zal zijn voornemen bij een ter post aangetekende brief aan de raad van bestuur betekenen, waarbij hij de naam van de kandidaat- overnemer, het aantal te koop gestelde effecten, de prijs en de voorwaarden van de geplande afstand aangeeft. De Raad van bestuur kan zich per aangetekende brief binnen een maand na deze kennisgeving tegen deze verkoop verzetten, door aan de verkopende aandeelhouder een andere kandidaat als koper voor te stellen. De door de Raad voorgestelde kandidaat zal over een recht van voorkoop beschikken op de te koop gestelde effecten tenzij de kandidaat verkoper, binnen de vijftien dagen, verkiest aan de afstand te verzaken. Het recht van voorkoop zal worden uitgeoefend tegen een eenheidsprijs gelijk aan de laagste van de twee zoals hierna bepaalde bedragen:
* De gemiddelde sluitingskoers van het gewoon UCB aandeel op de “continumarkt” op Euronext Brussels van de dertig open beursdagen die de betekening waarvan sprake in voorgaande alinea voorafgaan, verminderd met het nog te volstorten bedrag;
* De eenheidsprijs aangeboden door de kandidaatovernemer.
Voormelde kennisgeving door de Raad van bestuur zal gelden als kennisgeving van de uitoefening van het recht van voorkoop, in naam en voor rekening van de door de Raad voorgestelde kandidaat-overnemer. De prijs zal betaalbaar zijn binnen de maand van deze kennisgeving, onverminderd de door de kandidaat-overnemer gunstigere aangeboden voorwaarden.
C) Indien de Raad van bestuur niet antwoord binnen de maand van de kennisgeving, op de kennisgeving waarvan sprake in de eerste alinea van subsectie b), zal de verkoop in voordeel van de kandidaat- overnemer kunnen plaatsvinden, aan voorwaarden die minstens gelijk zijn aan deze bepaald in gezegde kennisgeving. (…)”
Op dit moment is het kapitaal van UCB volledig volgestort.
3.11.3 Houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden, en een beschrijving van deze rechten
Er zijn geen dergelijke effecten.
3.11.4 Mechanisme voor de controle van enig aandelenplan voor werknemers wanneer de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend
Er is geen dergelijk systeem.
3.11.5 Wettelijke of statutaire beperkingen van de uitoefening van het stemrech
De bestaande UCB-aandelen verlenen de houders ervan stemrecht op de algemene vergadering. Overeenkomstig artikel 38 van de statuten, zijn de volgende beperkingen van toepassing:
“Ieder aandeel geeft recht op één stem. Iedere persoon of entiteit die aandelen, al dan niet op naam, in het kapitaal van de vennootschap verwerft of erop intekent, waaraan stemrecht is verbonden, zal verplicht zijn binnen de door de wet voorgeschreven termijn het aantal verworven of ingeschreven aandelen aan te geven, samen met het totale aantal aandelen dat hij bezit, wanneer dat aantal in totaal meer bedraagt dan een aandeel van 3% van het totale aantal stemrechten dat, vóór een eventuele vermindering, in een algemene vergadering kan worden uitgeoefend. Dezelfde procedure zal moeten worden gevolgd telkens wanneer de persoon die verplicht is de bovenvermelde initiële verklaring af te leggen, zijn stemrecht verhoogt tot 5%, 7,5%, 10% en vervolgens voor elke bijkomende 5% 172 UCB van de totale stemrechten die hij zoals hierboven bepaald heeft verworven, of wanneer zijn stemrecht na de verkoop van aandelen daalt tot onder één van de bovenvermelde limieten. Dezelfde kennisgevingverplichtingen zijn van toepassing op effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten indien zij de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst (dit wil zeggen een overeenkomst die krachtens het toepasselijke recht bindend is), reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven. Opdat de kennisgevingverplichtingen toepassing zouden vinden, moet de houder, al dan niet op termijn, hetzij het onvoorwaardelijke recht hebben om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven hetzij naar eigen goeddunken gebruik kunnen maken van zijn recht om dergelijke stemrechtverlenende effecten al dan niet te verwerven. Indien het recht van de houder om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven enkel afhangt van een gebeurtenis die de houder vermag te doen plaatshebben of te verhinderen wordt dit recht als onvoorwaardelijk beschouwd. Deze verklaringen zullen gebeuren in de gevallen en overeenkomstig de modaliteiten voorzien in de geldende wetgeving betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Niet-naleving van deze wettelijke verplichting zal kunnen worden bestraft op de wijze bepaald in de toepasselijke artikelen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Niemand kan op de algemene vergadering aan de stemming deelnemen voor meer stemrechten dan degene verbonden aan aandelen waarvan hij, overeenkomstig voorgaande alinea, het bezit ter kennis heeft gegeven, minstens twintig dagen voor de datum van de vergadering.”
Het stemrecht verbonden aan UCB-aandelen die UCB of haar rechtstreekse of onrechtstreekse dochtervennootschappen aanhouden zoals het geval kan zijn, wordt van rechtswege geschorst.# 3.11.6 Aandeelhoudersovereenkomsten die bekend zijn bij UCB en aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en/of van de uitoefening van stemrechten
UCB heeft geen kennis van de inhoud van schriftelijke overeenkomsten die zouden kunnen leiden tot beperkingen op de overdracht van haar effecten en/of de uitoefening van stemrechten.
3.11.7 A. Regels voor de benoeming en vervanging van leden van de Raad
De statuten bepalen: “De vennootschap wordt bestuurd door een Raad van bestuur van ten minste drie leden, al dan niet aandeelhouders, die door de algemene vergadering worden benoemd voor een termijn die ten laatste eindigt aan het einde van de vierde jaarlijkse algemene vergadering volgend op de datum waarop hun benoeming is ingegaan. De algemene vergadering kan te allen tijde, zonder opgave van redenen en met onmiddellijke ingang, een einde maken aan het mandaat van iedere bestuurder. De uittredende bestuurders zijn herverkiesbaar. De opdracht der niet herkozen uittredende bestuurders eindigt onmiddellijk na de gewone algemene vergadering. De algemene vergadering bepaalt de vaste of variabele bezoldiging van de bestuurders en het bedrag van hun presentiegeld, te boeken ten laste van de bedrijfskosten.”
De algemene vergadering beslist bij gewone meerderheid over deze aangelegenheden. De regels betreffende de samenstelling van de Raad van bestuur worden uitvoerig beschreven in sectie 3.2 van het Charter als volgt:
Samenstelling van de Raad van bestuur
“De Raad is van mening dat een aantal van 10 tot 15 leden aangewezen is met het oog op een efficiënte besluitvorming enerzijds en de bijdrage van ervaring en kennis op verschillende gebieden anderzijds. Een dergelijk aantal maakt het ook mogelijk om de samenstelling van de Raad zonder grote mate van ontwrichting te wijzigen. Dit gaat verder dan de wetgeving en de statuten van UCB, die bepalen dat de Raad uit minstens drie leden moet bestaan. De algemene vergadering beslist over het aantal bestuurders, op voorstel van de Raad. Een grote meerderheid van de leden van de Raad zijn niet-uitvoerend bestuurders. De curricula vitae van de bestuurders en van de kandidaat-bestuurders kunnen worden geraadpleegd op de website van UCB (www.ucb.com). Deze curricula vitae vermelden ook de bestuursmandaten die elk lid van de Raad in andere beursgenoteerde vennootschappen uitoefent.”
Benoeming van bestuurders (sectie 3.2.2 van het Charter)
“ De bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering, op voorstel van de Raad en op aanbeveling van het GNCC. Wanneer de Raad kandidaten aan de algemene vergadering voorstelt, houdt hij in het bijzonder rekening met volgende criteria:
• een grote meerderheid van de bestuurders zijn nietuitvoerend bestuurders;
• ten minste drie niet-uitvoerend Bestuurders zijn onafhankelijk overeenkomstig de algemene wettelijke definitie, de criteria van de Code 2020 en de door de Raad vastgestelde criteria;
• geen enkele individuele bestuurder of een groep van bestuurders kan de besluitvorming domineren;
• de samenstelling van de Raad garandeert diversiteit van vaardigheden, achtergrond, leeftijd en geslacht, en draagt bij tot de ervaring, kennis en bekwaamheid die vereist zijn voor de gespecialiseerde internationale activiteiten van UCB; en
• kandidaten zijn volledig beschikbaar om hun functies uit te oefenen en oefenen niet meer dan vijf bestuursmandaten uit in genoteerde vennootschappen. Wijzigingen in hun andere relevante verbintenissen en hun nieuwe verbintenissen buiten de Vennootschap moeten worden gemeld aan de Voorzitter van de Raad en de Secretaris van de Vennootschap wanneer zij zich voordoen. Het GNCC verzamelt informatie, die de Raad in staat stelt om zich ervan te verzekeren dat de voornoemde criteria vervuld zijn op het ogenblik van de (her)benoemingen en tijdens de duur van het mandaat. Voor elke nieuwe benoeming van een bestuurder voert het GNCC een beoordeling uit van reeds aanwezige en vereiste vaardigheden, en kennis en ervaring in de Raad. Het profiel van de ideale kandidaat wordt opgemaakt op basis van die beoordeling en aan de Raad voorgesteld voor bespreking en definitieve vaststelling. Eens het profiel is vastgesteld, selecteert het GNCC kandidaten die voldoen aan het profiel, en dit in overleg met de leden van de Raad (inclusief de voorzitter van het Uitvoerend Comité) en eventueel met behulp van een wervingsbureau. Het GNCC doet de aanbeveling van de uiteindelijke kandidaat aan de Raad. Bij het doen van een dergelijke aanbeveling wordt relevante informatie aan de Raad verstrekt (zoals een curriculum vitae, een beoordeling, een lijst van de beklede functies en, indien van toepassing, alle noodzakelijke informatie over de onafhankelijkheid van de kandidaat). De Raad beslist over de voorstellen die aan de aandeelhouders ter goedkeuring zullen worden voorgelegd.”
Duur van de mandaten en leeftijdsgrens
“Bestuurders worden door de algemene vergadering benoemd voor een termijn van maximaal vier jaar, en zij kunnen worden herbenoemd. Daarnaast werd een leeftijdsgrens van 70 jaar vastgelegd. Een bestuurder zal zijn/haar mandaat ter beschikking stellen op de dag van de algemene vergadering die volgt op zijn/haar 70ste verjaardag. De Raad mag uitzonderingen voorstellen op die regel.”
Procedure voor de benoeming en de verlenging van mandaten
“Het proces van benoeming en herverkiezing van Bestuurders wordt geleid door het GNCC, dat aanbevelingen doet aan de Raad en ernaar streeft om een optimaal niveau van bekwaamheden en ervaring binnen UCB en haar Raad te handhaven. De Raad beoordeelt de voorstellen tot (her)benoeming, ontslag en eventuele terugtreding van een bestuurder, op aanbeveling van het GNCC. Het GNCC beoordeelt alle bestuurders die kandidaat zijn voor herbenoeming bij de volgende algemene vergadering, voor wat betreft hun toewijding en doeltreffendheid, waarna aan de Raad een aanbeveling met betrekking tot hun herbenoeming wordt gedaan. Speciale aandacht wordt gegeven aan de evaluatie van de Voorzitster van de Raad en de Voorzitters van de comités van de Raad. De evaluatie wordt uitgevoerd door de Voorzitster van het GNCC en de Vicevoorzitter van de Raad of een ander lid van het GNCC, die samenzitten met elke bestuurder in hun hoedanigheid van bestuurder en, in voorkomend geval, in hun hoedanigheid van Voorzitter of lid van een comité van de Raad. De Voorzitter van de Raad en het GNCC wordt beoordeeld door de Vicevoorzitter van de Raad en een senior onafhankelijk bestuurder. Deze sessies verlopen aan de hand van een vragenlijst en behandelen de rol van de bestuurder in het bestuur van UCB en de doeltreffendheid van de Raad, en onder meer hoe zij hun toewijding, inbreng en constructieve deelname aan de beraadslaging en besluitvorming evalueren. Feedback wordt bezorgd aan het GNCC, dat op zijn beurt rapporteert aan de Raad en aanbevelingen maakt aangaande de voorgestelde herbenoemingen. De Raad legt zijn voorstellen betreffende benoemingen, herbenoemingen, ontslag of eventuele terugtreding van bestuurders voor aan de algemene vergadering. Deze voorstellen worden meegedeeld aan de algemene vergadering als onderdeel van de agenda van de betreffende algemene vergadering. De algemene vergadering van aandeelhouders besluit over elk voorstel tot benoeming van bestuurders afzonderlijk en de voorstellen van de Raad op dit gebied worden aangenomen met een meerderheid van de stemmen. Wanneer een plaats van bestuurder openvalt, heeft de Raad het recht om voorlopig in de vacature te voorzien, waarbij het zijn beslissing kan laten bekrachtigen door de eerstvolgende algemene vergadering. De Raad ziet erop toe dat er een opvolgingsplanning voor de leden van de Raad bestaat. De benoemingsvoorstellen vermelden of de kandidaat al of niet wordt voorgedragen als uitvoerend bestuurder, bepalen de voorgestelde duur van het mandaat (d.i. niet meer dan vier jaar, in overeenstemming met de statuten) en delen mee waar alle nuttige informatie over de professionele kwalificaties van de kandidaat, alsook diens belangrijkste functies en bestuursmandaten kunnen worden bekomen of geraadpleegd. De Raad geeft ook aan of de kandidaat voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van het WVV en Code 2020, zoals het feit dat een bestuurder, om als “onafhankelijk” te worden gekwalificeerd, geen mandaat van meer dan twaalf jaar mag uitoefenen als niet-uitvoerend lid van de Raad. Er zal aan de algemene vergadering worden voorgesteld om de onafhankelijkheid te bekrachtigen. Deze bepalingen zijn ook van toepassing op voorstellen voor benoemingen die uitgaan van aandeelhouders. De voorstellen voor benoeming zijn beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com). Het Charter bepaalt bijkomend dat een bestuurder als onafhankelijk kwalificeert als hij of zij geen zakelijke of andere relaties met de UCB Groep heeft die zijn/haar onafhankelijk oordeel zou kunnen in het gedrang brengen. Bij de beoordeling van dit criterium houdt de Raad rekening met een betekenisvolle status als afnemer, leverancier of aandeelhouder van de UCB Groep op een individuele basis.”
3.11.7. B. Regels voor de wijziging van de statuten van UCB
De regels met betrekking tot statutenwijzigingen worden bepaald door het WVV. De beslissing om de Statuten te wijzigen, moet genomen worden door de algemene vergadering, in principe met een meerderheid van 75% van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat ten minste 50% van het maatschappelijk kapitaal tegenwoordig of vertegenwoordigd is op de vergadering. Indien op de eerste buitengewone algemene vergadering het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, dan kan een tweede buitengewone algemene vergadering worden bijeengeroepen, die kan beslissen zonder aanwezigheidsquorum. In uitzonderlijke omstandigheden (bijvoorbeeld wijziging van het doel van de vennootschap, wijziging van rechten verbonden aan effecten) kunnen bijkomende aanwezigheids- en stemvereisten van toepassing zijn.# 3.11.8 Bevoegdheden van de Raad van bestuur, in het bijzonder wat de mogelijkheid tot uitgifte of inkoop van aandelen betreft
Machten van de Raad van bestuur
De Raad is het bestuursorgaan van UCB. De Raad heeft de bevoegdheid om alle beslissingen te nemen over alle aangelegenheden die de Wet niet uitdrukkelijk toewijst aan de algemene vergadering van aandeelhouders. De Raad heeft de verantwoordelijkheid voor bepaalde belangrijke gebieden voor zichzelf voorbehouden, en heeft zijn overige bevoegdheden gedelegeerd aan een Uitvoerend Comité (zoals verder gedetailleerd in het Charter). In alle zaken waarin hij uitsluitend bevoegd is, werkt de Raad nauw samen met het Uitvoerend Comité, dat in het bijzonder verantwoordelijk is voor de voorbereiding van het merendeel van de voorstellen tot beslissing door de Raad.
Machtigingen van de Raad tot uitgifte of inkoop van aandelen
De buitengewone Algemene vergadering van 30 april 2020 heeft beslist om (i) de machtiging van de Raad van bestuur (en de bijhorende statutenwijziging) om het maatschappelijk kapitaal te verhogen, onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, in één of meerdere transacties, voor een nieuwe periode van 2 jaar te hernieuwen, binnen de grenzen en onder de voorwaarden zoals hierboven uiteengezet in sectie 3.2.4 Toegestaan kapitaal, en (ii) de machtiging van de Raad, voor een nieuwe periode van 2 jaar, die aanvangt op 1 juli 2020 en afloopt op 30 juni 2022, om rechtstreeks of onrechtstreeks, op of buiten de beurs, door aankoop, ruil, inbreng of op eender welke andere wijze, tot 10% van het totale aantal aandelen van de Vennootschap, berekend op de datum van elke verwerving, te verwerven, binnen de grenzen en onder de voorwaarden zoals hierboven uiteengezet onder 3.2.3 Eigen aandelen. De vorige machtiging van de Raad die door de buitengewone Algemene vergadering op 26 april 2018 werd verleend, bleef geldig tot en met 30 juni 2020 (zie ook secties 3.2.3 en 3.2.4 hierboven).
3.11.9 Belangrijke overeenkomsten waarbij UCB partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over UCB na een openbaar overnamebod, evenals de gevolgen daarvan, behalve indien zij zodanig van aard zijn dat openbaarmaking ervan UCB ernstig zou schaden; deze afwijkende regeling is niet van toepassing indien UCB specifiek verplicht is om dergelijke informatie openbaar te maken op grond van andere wettelijke vereisten
- Kredietovereenkomst ter waarde van € 1 miljard tussen, onder meer, UCB SA/NV, BNP Paribas Fortis SA/NV, Commerzbank Aktiengesellschaft, Filiale Luxemburg, ING Belgium SA/NV en Mizuho Bank Europe N.V. als coördinerende syndicaatsleiders, Banco Santander, S.A., Paris Branch, Bank of America Merrill Lynch International Limited, The Bank of Tokyo- Mitsubishi UFJ, Ltd., Paris Branch, Barclays Bank PLC, BNP Paribas Fortis SA/NV, Commerzbank Aktiengesellschaft, filiale Luxemburg, Crédit Agricole Corporate en Investment Bank, Belgian Branch, ING Belgium SA/NV, Intesa SanPaolo Bank Luxembourg S.A, Amsterdam branch, KBC Bank NV, Mizuho Bank Europe N.V., Sumitomo Mitsui Banking Corporation en The Royal Bank of Scotland PLC, als gemandateerde hoofarrangeurs, en Wells Fargo Bank International Unlimited Company als hoofdarrangeur, van 14 november 2009 (zoals gewijzigd en herwerkt op 30 november 2010, op 7 oktober 2011, op 9 januari 2014, op 9 januari 2018 en voor het laatst op 5 december 2019), waarvan de controlewijzigingsclausule voor het laatst werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 30 april 2020, volgens welke alle kredietverstrekkers in bepaalde omstandigheden hun verbintenissen kunnen opzeggen en de terugbetaling kunnen eisen van hun participaties in de leningen, samen met de vervallen interesten en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, ten gevolge van een wijziging van de controle over UCB SA/NV.
- Euro Medium Term Note Program van 6 maart 2013, met een laatste bijwerking van de basis prospectus op 8 maart 2021, ter waarde van € 5 miljard (het “EMTN Programma”). Clausule 5(e)(i) bepaalt dat, voor die Notes uitgegeven onder het EMTN Programma waarin een ’controlewijziging put recht’ is opgenomen in de finale voorwaarden, elke houder van dergelijke Note, ingevolge een wijziging van de controle over UCB NV, het recht heeft om de terugbetaling van die Note te eisen door uitoefening van een dergelijk ‘put’-recht. De volgende obligaties werden uitgegeven onder het EMTN Programma door UCB NV en zijn/waren onderworpen aan de hierboven beschreven controlewijzigingsclausule:
- Privaat geplaatste obligatielening met vervaldag op 1 oktober 2027, ter waarde van € 150 miljoen met vastrentende coupon van 1,000%, uitgegeven op 1 oktober 2020.
- Bij institutionelen geplaatste obligatielening met vervaldag op 30 maart 2028, ter waarde van € 500 miljoen uitgegeven op 30 maart 2021
In overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV is de hoger beschreven controlewijzigingsclausule waarin het EMTN-programma van 6 maart 2013 voorziet, goedgekeurd door de algemene vergaderingen van 25 april 2013, 24 april 2014, 30 april 2015, 28 april 2016, 27 april 2017, 26 april 2018, 25 april 2019, 30 april 2020 en 29 april 2021 met betrekking tot alle series van Notes die in het kader van het EMTN-programma zullen worden uitgegeven binnen de 12 maanden na die respectieve algemene vergaderingen en waarop die controlewijziging van toepassing is verklaard. Een gelijkaardige goedkeuring in overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV zal worden voorgelegd aan de algemene vergadering van 28 april 2022 met betrekking tot Notes die onder het EMTN Programma zouden uitgegeven worden van 28 april 2022 tot en met 27 april 2023, en waarop een dergelijke controlewijzigingsclausule van toepassing zou zijn.
- Publiek geplaatste ongedekte niet-achtergestelde obligatielening van UCB SA/NV uitgegeven op 2 oktober 2013, met vervaldag op 2 oktober 2023 ter waarde van € 175 717 000 met vastrentende coupon van 5,125%, die bepaalt dat bij wijziging van controle (zoals gedefinieerd in het prospectus) de obligatiehouders de terugbetaling kunnen eisen van de emittent. Deze controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 24 april 2014.
- Kredietovereenkomst ter waarde van € 75 miljoen/ USD 100 miljoen tussen UCB NV als ontlener en de EIB van 16 juni 2014, zoals gewijzigd en herwerkt op 20 oktober 2016, met ingang op 21 oktober 2016, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 24 april 2014, op grond waarvan, in bepaalde omstandigheden, het krediet, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, onmiddellijk opeisbaar wordt naar goeddunken van de EIB – bij wijziging van controle over UCB NV.
- Kredietovereenkomst ter waarde van € 350 miljoen tussen UCB NV als ontlener en de EIB en waarvan de controlewijzigingsclausule zal worden voorgelegd aan de algemene vergadering van 28 april 2022, en op grond waarvan, in bepaalde omstandigheden, het krediet, inclusief de toe te rekenen interest en alle andere toe te rekenen en uitstaande bedragen, onmiddellijk opeisbaar en betaalbaar wordt – naar goeddunken van de EIB – bij een wijziging van controle over UCB NV.
- Een Kredietovereenkomst met vaste termijn ter waarde van USD 2 070 miljoen tussen, onder meer, UCB NV en Biopharma SRL, als ontleners, en BNP Paribas Fortis SA/NV en Bank of America Merrill Lynch International Designated Activity Company als syndicaatsleiders van 10 oktober 2019, met een controlewijzigingsclausule, waaronder alle leners, in bepaalde omstandigheden, terugbetaling van hun aandeel in de lening kunnen opeisen, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, bij wijziging van controle over UCB NV. In overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV heeft de algemene vergadering van 30 april 2020 deze controlewijzigingsclausule goedgekeurd.
- Een Kredietovereenkomst met vaste termijn ter waarde van USD 800 miljoen tussen, onder meer, UCB NV en Biopharma SRL, als ontleners, en BNP Paribas Fortis SA/NV en Barclays Bank PLC als syndicaatsleiders van 19 januari 2022, met een controlewijzigingsclausule, waaronder alle leners, in bepaalde omstandigheden, terugbetaling van hun aandeel in de lening kunnen opeisen, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, bij wijziging van controle over UCB nv, en waarvan de controlewijzigingsclausule zal worden ingediend bij de algemene vergadering van 28 april 2022 in overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV.
- De aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van UCB, waaronder UCB jaarlijks aandelen toekent aan bepaalde werknemers op basis van graad en prestatiecriteria, worden volgens de regels van beide plannen definitief verworven na drie jaar, op voorwaarde dat de begunstigde doorlopend in dienst blijft bij de UCB Groep. Zij worden ook definitief verworven bij een wijziging van controle of fusie. De algemene vergadering van 25 april 2019 heeft deze controlewijzigingsclausule goedgekeurd in alle bestaande en toekomstige UCB LTI plannen. Op 31 december 2021 staat het volgende aantal toegekende aandelen en prestatieaandelen uit:
- 2 408 788 toegekende aandelen, waarvan er 745 489 definitief verworven zullen worden in 2022;
- 491 938 prestatieaandelen, waarvan er 116 163 definitief verworven zullen worden in 2022.
- De controlewijzigingsclausules opgenomen in de overeenkomsten met leden van het Uitvoerend Comité, zoals verder beschreven in het Verslag over het bezoldigingsbeleid (sectie 3.7).# 3.11.10 Overeenkomsten tussen UCB en zijn bestuurders of werknemers die vergoedingen voorzien wanneer de bestuurders ontslag nemen of, zonder geldige redden, moeten afvloeien, of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt als gevolg van een openbaar overnamebod
Voor meer informatie, zie sectie 3.7 van het Verslag over het bezoldigingsbeleid over de belangrijkste contractuele voorwaarden inzake aanwervings- en ontslagregelingen van de CEO en de leden van het Uitvoerend comité. Er zijn geen andere overeenkomsten die voorzien in specifieke vergoedingen voor de leden van de Raad in het geval van beëindiging naar aanleiding van een openbaar overnamebod. Naast de leden van het Uitvoerend comité aangeduid in sectie 3.7, geniet op het einde van 2021 twee werknemers buiten de Verenigde Staten van een controlewijzigingsclausule die hun beëindigingsvergoeding garandeert als de tewerkstelling van de werknemer eindigt naar aanleiding van een openbaar overnamebod.
3.12 Belangenconflicten – Toepassing van artikel 7:96 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE RAAD VAN 24 FEBRUARI 2021
De Raad paste artikel 7:96 van het WVV toe op 24 februari 2021 in verband met de beslissingen over de remuneratie van de CEO, de prestatiebonus en lange termijn incentives (relevant uittreksel uit de notulen van de vergadering) “(…) Voorafgaand aan elke beraadslaging of beslissing van de Raad van bestuur betreffende de goedkeuring van de uitbetaling van de bonus voor 2020, de onvoorwaardelijke LTI en de LTI-plannen voor 2021, de metriek en de toekenningen, de goedkeuring van de CEO-bonus op basis van de prestaties van 2020, het basissalaris van de CEO voor 2021 en de LTI- toekenning van de CEO voor 2021 (met inbegrip van aandelenopties en prestatieaandelen), heeft J.-C. Tellier verklaard dat hij een rechtstreeks financieel belang heeft bij de uitvoering van die beslissingen (punten 5.3). In overeenstemming met art. 7:96 van het WVV, trok hij zich terug uit de vergadering van de Raad van bestuur om niet deel te nemen aan de beraadslaging en stemming met betrekking tot deze kwesties. De Raad van bestuur heeft vastgesteld dat art. 7:96 van het WVV van toepassing was op deze verrichtingen. Jean-Luc Fleurial verliet de videoconferentie eveneens voor er werd beraadslaagd of beslist over deze kwesties.
5.1.1 Bedrijfsresultaten 2020, bonusuitbetaling, definitieve verwerving van LTI en 2021-doelstellingen
Beslissing: Na evaluatie heeft de Raad met eenparigheid van stemmen de aanbevelingen van het governance, benoemings- & remuneratiecomité ("GNCC") met betrekking tot (i) de uitbetaling van de bonus voor 2020 GOEDGEKEURD (bedrijfsresultatencoëfficiënt of "CPM” (Corporate Performance Multiplier)) op basis van de resultaten voor het jaareinde van 2020 (Aang. EBITDA), (ii) het aang. EBITDA-doel voor 2021 bonusuitbetaling en (iii) de maatstaven die worden gebruikt voor het prestatieaandelenplan 2021-2023 (uitbetaling 2024). Voorts heeft de Raad zijn goedkeuring verleend aan de definitieve verwerving (en de totale uitbetaling) in 2021 met betrekking tot het prestatieaandelenplan 2018-2020, alsook aan de definitieve verwerving van aandelen onder het aandelentoekenningsplan 2018- 2020 (uitbetaling 2021).
5.1.2 UCB lange-termijnincentives toegekend in 2021
Beslissing: Op aanbeveling van het GNCC heeft de Raad unaniem BESLOTEN de volgende langetermijnincentiveplannen en de belangrijkste bepalingen en voorwaarden daarvan goed te keuren:
-
UCB-aandelenoptieplan 2021: Uitgifte van 575 000 aandelenopties, in principe op 1 april 2021 behoudens uitzonderlijke omstandigheden, voor ongeveer 476 werknemers (werknemers die tussen 1 januari 2021 en 1 april 2021 zijn aangeworven of bevorderd tot een in aanmerking komend niveau niet in aanmerking genomen). De uitoefenprijs van deze opties zal gelijk zijn aan het lagere van (i) het gemiddelde van de slotkoers over de 30 kalenderdagen voorafgaand aan het aanbod (d.i. in principe van 1 tot 31 maart 2021) of (ii) de slotkoers op de dag voorafgaand aan het aanbod (in principe 31 maart 2021). UCB zal een andere uitoefenprijs bepalen voor die begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist. De aandelenopties zullen uitoefenbaar zijn na een periode van drie jaar vanaf de datum van aanbod, behalve waar de lokale wetgeving verschilt.
-
Toegekende aandelen en prestatieaandelen (“PSP”) 2021 – 2023: Toekenning van een initieel aantal van 940 000 aandelen waarvan:
- (i) een geschat aantal van 750 000 aandelen (toegekende aandelen) voor werknemers die in aanmerking komen, namelijk voor ongeveer 2 323 werknemers, volgens de toewijzingscriteria die van toepassing zijn. Deze toegekende aandelen zullen worden toegewezen als en wanneer de in aanmerking komende werknemers in dienst blijven bij de UCB Groep tot de 3-jarige verjaardag van de toekenning van deze toegekende aandelen;
-
(ii) een geschat aantal van 190 000 aandelen aan het hoger management voor het Prestatieaandelenplan 2021, namelijk aan ongeveer 143 personen, volgens de toepasselijke toewijzingscriteria. Deze aandelen zullen worden geleverd als en wanneer de in aanmerking komende werknemers in dienst blijven bij de UCB Groep tot de 3-jarige verjaardag van de toegekende aandelen en het werkelijk toegekende aantal aandelen zal variëren van 0% tot 150% van het aantal oorspronkelijk toegekende aandelen, afhankelijk van de mate waarin de prestatiecriteria zoals vastgesteld door de Raad van UCB NV op het moment van de toekenning werden behaald;
Bij de geraamde cijfers onder (i) en (ii) is geen rekening gehouden met werknemers die tussen 1 januari 2021 en 1 april 2021 zijn aangeworven of bevorderd tot een in aanmerking komend niveau. -
Het werd erkend dat de financiële impact van de toekenning van opties voor de Vennootschap gekoppeld is aan het verschil tussen de aankoopprijs van eigen aandelen door de Vennootschap (of de aandelenprijs op de datum van definitieve verwerving voor plannen die in geld worden afgehandeld) enerzijds en de uitoefenprijs van de opties betaald aan de Vennootschap door de begunstigde bij uitoefening van de opties anderzijds. Voor de toegekende aandelen en de prestatieaandelen komt de financiële impact overeen met de waarde van UCB-aandelen op het moment van verwerving door de Vennootschap met het oog op de levering, of op het moment van definitieve verwerving voor plannen die in geld afgehandeld worden.
-
De Raad besliste verder om alle machten te delegeren aan het Head of Talent & Company Reputation, alleen handelend en met recht tot indeplaatsstelling, om alles te doen wat nodig, vereist of nuttig is om de bovenstaande beslissingen uit te voeren, inclusief de afronding van alle vereiste documentatie, de daadwerkelijke beslissing tot toekenning en de definitieve voorwaarden en modaliteiten van de plannen en incentives (aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelenplannen).
5.1.3 Vergoeding CEO en LTI
Beslissing: Op aanbeveling van het GNCC heeft de Raad met eenparigheid van stemmen de volgende vergoeding voor de prestaties van de CEO goedgekeurd:
- CEO basissalaris per 1 maart 2021: € 1 177 530 (tegenover € 1 143 233 per 1 maart 2020);
- Betaling van de bonus van de CEO voor 2021 (prestaties 2020): € 1 508 484;
- LTI 2021 voor de CEO:
- aandelenopties: 30 490 (definitieve verwerving na 3 jaar en 9 maanden);
- prestatieaandelen: 24 332 (definitieve verwerving na 3 jaar).
Jaarrekening
1. Overzicht van de bedrijfsprestaties
1.1 Kerncijfers
- In 2021 stegen de opbrengsten met 8% tot € 5777 miljoen (+10% aan constante wisselkoersen (CW)). De netto-omzet bedroeg € 5471 miljoen, een verhoging van 8% (+11% CW). Royaltyinkomsten en -vergoedingen bedroegen € 79 miljoen, overige opbrengsten bedroegen € 277 miljoen.
- De aangepaste EBITDA bereikte € 1641 miljoen (+14%; 21% CW). Gedreven door hogere inkomsten, hogere marketing en verkoop - als gevolg van aanstaande lanceringen - licht hogere onderzoeksen ontwikkelingskosten, mede dankzij de vooruitgang van de pijplijn en een sterke stijging van andere bedrijfsopbrengsten wegens de partnerbijdrage van Amgen.
- De winst steeg van € 761 miljoen tot € 1058 miljoen, een stijging van 39% (+51% CW).
- De kernwinst per aandeel bereikte € 6,49 (tegenover € 5,36 in 2020) op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van € 189 miljoen.
Dit overzicht van de bedrijfsprestaties is gebaseerd op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingsgroep UCB, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen. De afzonderlijke statutaire jaarrekening van UCB NV, opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen, evenals het verslag van de Raad van bestuur aan de Algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris, zullen binnen de statutaire termijnen neergelegd worden bij de Nationale Bank van België en zijn verkrijgbaar op aanvraag of via onze website.
Wijziging van de reikwijdte
Als gevolg van de afstoting van de activiteiten Films (september 2004) en Surface Specialties (februari 2005), rapporteert UCB de resultaten van deze activiteiten als deel van de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.
Reorganisatiekosten, bijzondere waardevermindering en overige baten/lasten (-)
Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven (posten “reorganisatiekosten, bijzondere waardevermindering en overige baten/lasten”). Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst), wordt ook de “aangepaste EBIT” (onderliggende operationele winst) opgenomen, die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de onderneming weerspiegelt. De aangepaste EBIT is gelijk aan de regel “operationele winst vóór bijzondere waardeverminderingen van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten” die opgenomen is in de geconsolideerde jaarrekening.# Aangepaste EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization charges) is de operationele winst gecorrigeerd voor amortisatie, afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen, herstructureringskosten en andere bijzondere baten en lasten. Kern-WPA is de kern-winst, of de winst toerekenbaar aan UCB-aandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van reorganisatiekosten, bijzondere waardeverminderingen, overige baten en lasten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van beëindigde activiteiten, en de netto afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet, per niet- verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.
1.2 Belangrijkste gebeurtenissen
Impact van de COVID-19-pandemie
Duurzaamheid is onze aanpak voor bedrijfsgroei en maatschappelijke impact. Ons doel is zowel nu als in de toekomst waarde creëren voor patiënten. Onze Patiëntenwaarde Strategie is het leveren van unieke resultaten, de beste ervaringen en toegang voor alle patiënten die onze geneesmiddelen nodig hebben. Om onze ambitie voor patiënten te vervullen, moeten we de juiste voorwaarden creëren en gezondheid mogelijk maken voor medewerkers en de gemeenschappen waarin we actief zijn, onze planeet en onze aandeelhouders. Ondanks de veerkracht en het uitzonderlijke uithoudingsvermogen in de strijd tegen deze ongekende crisis in de gezondheidszorg, blijft UCB waakzaam en zet ze haar energie in om partners in de samenleving en patiëntengemeenschappen te ondersteunen. UCB geeft daarom prioriteit aan het helpen van medewerkers, patiënten en gemeenschappen. Deze initiatieven hadden geen materiële impact op de financiële situatie van UCB. UCB zal maatregelen blijven nemen om de gezondheid van haar medewerkers, belanghebbenden en voornamelijk haar patiënten overal ter wereld te beschermen, terwijl zij zich blijft richten op het verzekeren van bedrijfskritische activiteiten. Voor de huidige impact op de resultaten, financiële toestand en kasstromen (liquiditeitspositie en liquiditeitsrisicomanagementstrategie), de impact op de opbrengsten, verwijzen we naar Toelichting 2 van dit financieel rapport. Aangezien de verwachte toekomstige impact van de COVID-19-pandemie op de resultaten, financiële toestand en kasstromen als laag wordt beoordeeld, worden geen bijzondere of bijkomende noodmaatregelen gepland om de verwachte toekomstige impact van deze pandemie te beperken. De bestaande risicobeheerprocessen van UCB zijn uitgebreid en daarom werden geen materiële niet aangepakte risico’s of onzekerheden geïdentificeerd vergeleken met degene vermeld in de Risicobeheer sectie van dit Geïntegreerd Jaarverslag 2021.
Er hebben zich verschillende belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of zullen beïnvloeden.
Belangrijke overeenkomsten / initiatieven
Als onderdeel van de digitale bedrijfstransformatie van UCB heeft UCB in het begin van dit jaar twee belangrijke projecten ondernomen:
- In januari 2021 kondigde het bedrijf de lancering van Nile AI, Inc. aan, een nieuw onafhankelijk bedrijf dat is opgericht om de zorg voor mensen met epilepsie, voor hun verzorgers en voor hun zorgverleners te verbeteren. Nile is een platform voor het beheer van epilepsiezorg aan het ontwikkelen. Dit platform dient als een digitale uitbreiding van zorgverleners met het doel om de weg naar optimale zorg te verkorten. De investering van € 25 miljoen (USD 29,3 miljoen) door UCB maakt deel uit van de algemene verbintenis van UCB om het leven van mensen met ernstige ziekten, met inbegrip van epilepsie, te verbeteren, aangezien digitale technologieën de manier waarop gezondheidszorg wordt verstrekt, blijven veranderen en beïnvloeden.
- In februari 2021 kondigden UCB en Microsoft een nieuwe meerjarige strategische samenwerking aan om de computerdiensten, cloud en kunstmatige intelligentie (AI) van Microsoft te combineren met de capaciteiten van UCB voor het ontdekken en ontwikkelen van geneesmiddelen. Aangezien verscheidene ontdekkingsactiviteiten de analyse van hoogdimensionele datasets of multimodale ongestructureerde informatie vereisen, kan het platform van Microsoft de wetenschappers van UCB ondersteunen, met inbegrip van haar datawetenschappers, om nieuwe medicijnen op een meer efficiënte en innovatieve manier te ontdekken. Deze combinatie van geavanceerde wetenschap, computervermogen en Al-algoritmen probeert de iteratiecycli die vereist zijn om een uitgestrekte chemische ruimte te verkennen voor het testen van vele hypothesen en het identificeren van effectievere moleculen aanzienlijk te versnellen. De samenwerking plant om dit model uit te breiden en andere gebieden te identificeren waar computervermogen, Al en wetenschap de ontwikkeling van levensveranderende therapieën voor mensen met ernstige ziekten in immunologie en neurologie kunnen versnellen.
- In september 2021 ging UCB een partnerschap met CEVEC aan, om de toegang tot hun ELEVECTA® technologie te evalueren en te benutten, waardoor UCB mogelijk een schaalbare, robuuste en efficiënte productie van gentherapievectoren kan ontwikkelen.
- In oktober 2021 kondigde UCB de strategische licentiëring van op kunstmatige intelligentie (AI) gebaseerde fractuuridentificatietechnologie, BoneBot, aan ImageBiopsy Lab, Wenen, Oostenrijk, aan en toonde hiermee de voortdurende inzet van UCB aan, voor een wereld zonder fragiliteitsbreuken. De radiologie Al-oplossing screent computertomografiescans om de aanwezigheid van “stille” of asymptomatische breuken te detecteren in de wervelkolom die anders niet worden herkend en gemeld en zal naar verwachting in de klinische praktijk worden opgenomen tegen 2023.
- In november 2021 ondertekenden UCB en de Chiesi Group, Parma, Italië, een overeenkomst waarbij Chiesi een wereldwijde exclusieve licentie krijgt om zampilimab te ontwikkelen, te commercialiseren en te produceren. Zampilimab is een experimentele transglutaminase 2-remmer in klinische fase met het potentieel om een antimodellerend middel te zijn bij fibrotische aandoeningen zoals idiopatische pulmonale fibrose. UCB ontving een voorafbetaling en komt in aanmerking om verdere mijlpaalbetalingen en royalty’s te ontvangen.
- In december 2021 kondigden UCB en Novartis een wereldwijde overeenkomst voor de gezamenlijke ontwikkeling en commercialisatie van UCB0599 aan, een potentiële eersteklas, kleine molecule, remmer van verkeerd gevouwen alpha-synucleïne die zich momenteel in Fase 2 van klinische ontwikkeling bevindt en na voltooiing van het lopende Fase 1 programma, een opt-in voor het gezamenlijk ontwikkelen van UCB7853, een anti-alphasynucleïne antilichaam, beide bij de ziekte van Parkinson. Dit zijn twee innovatieve en potentieel ziektemodificerende onderzoeksmiddelen. UCB ontving een voorafbetaling van USD 150 miljoen en komt in aanmerking om verdere mijlpaalbetalingen te ontvangen met een totale potentiële vergoeding van bijna USD 1,5 miljard.
- In januari 2022 kondigden UCB en Zogenix, Inc. aan dat de ondernemingen een definitieve overeenkomst hadden gesloten waaronder UCB Zogenix zou verwerven. Deze voorgestelde overname verruimt en bouwt verder op de voortdurende ambities inzake epilepsie van UCB. De voorgestelde overname omvat de behandelingsoptie FINTEPLA®, een aanvulling op de bestaande behandelmethoden van UCB, dat waarde toevoegt voor patiënten die lijden aan het syndroom van Dravet en, indien goedgekeurd, aan aanvallen die gepaard gaan met het syndroom van Lennox-Gastaut en mogelijk andere zeldzame epilepsieën. FINTEPLA® is goedgekeurd in de VS en Europa en wordt momenteel in Japan geëvalueerd voor de behandeling van aanvallen die gepaard gaan met het syndroom van Dravet bij patiënten die twee jaar en ouder zijn. In het kader van de overeenkomst heeft UCB een bod tot overname van alle uitstaande aandelen van Zogenix gedaan voor een aankoopprijs per aandeel van USD 26,00 in cash bij afsluiting, plus een ‘contingent value right’ (CVR) voor een potentiële contante betaling van USD 2,00 na goedkeuring in de EU voor 31 december 2023, van FINTEPLA® als een weesgeneesmidel voor de behandeling van het syndroom van Lennox-Gastaut. De voorafgaande vergoeding vertegenwoordigde bij de aankondiging een agio van 72% op de aandelen van Zogenix op basis van de 30-daagse naar volume gewogen gemiddelde slotkoers van het aandeel van Zogenix vóór ondertekening. De totale transactie heeft een waarde van ongeveer USD 1,9 miljard / € 1,7 miljard. De afsluiting van het bod tot overname zal aan bepaalde voorwaarden onderworpen zijn, met inbegrip van de overname van aandelen die ten minste een meerderheid van het totale aantal uitstaande aandelen van Zogenix, de ontvangst van antitrust goedkeuringen, en andere gebruikelijke voorwaarden vertegenwoordigen. De transactie zal naar verwachting tegen het einde van het tweede kwartaal van 2022 worden afgerond.
Update van de regelgeving
- In augustus 2021 heeft de Europese Commissie een handelsvergunning verleend voor BIMZELX® (bimekizumab) voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie. In augustus werd ook in Groot-Brittannië een handelsvergunning verleend voor BIMZELX®.
- In januari 2022 heeft het Japanse Ministerie van gezondheid, arbeid en welzijn een handelsvergunning verleend voor BIMZELX® voor de behandeling van plaque psoriasis, gegeneraliseerde pustuleuze psoriasis en erythrodermische psoriasis bij patiënten die niet voldoende reageren op bestaande behandelingen.
- In februari 2022 heeft Health Canada goedkeuring verleend voor BIMZELX® (bimekizumab injectie) voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie of fototherapie. Ook in Australië, Zwitserland en de VS is een herziening van de regelgeving aan de gang.
- Op 15 oktober 2021 heeft de Amerikaanse Food and Drug Administration (U.S.# FDA) de datum van de Prescription Drug User Fee Act (PDUFA) voor BIMZELX® uitgesteld.
De overheidsinstantie heeft bepaald dat ter plaatse uitgevoerde inspecties van de Europese productiefaciliteiten vereist zijn alvorens de Amerikaanse FDA de aanvraag kan goedkeuren. De Amerikaanse FDA gaf aan dat ze niet in staat waren om de inspecties uit te voeren tijdens de huidige beoordelingscyclus wegens COVID-19 gerelateerde reisbeperkingen. De Amerikaanse FDA stelt daarom de behandeling van de aanvraag uit tot de inspecties kunnen worden voltooid. UCB verwacht een beslissing van de Amerikaanse FDA tijdens de eerste helft van 2022.
In augustus 2021 werd BRIVIACT® (brivaracetam) goedgekeurd door de Amerikaanse FDA, zowel als monotherapie als als aanvullende therapie voor de behandeling van partiële aanvallen bij patiënten van één maand en ouder. In oktober 2021 werd VIMPAT® (lacosamide) goedgekeurd door de Amerikaanse FDA voor de behandeling van partiële aanvallen bij patiënten van één maand en ouder. In januari 2022 kregen zowel BRIVIACT® als VIMPAT® een gunstig advies van het Committee for Medicinal Products for Human Use (CHMP) voor de EU inzake het gebruik voor de behandeling van focale epileptische aanvallen bij kinderen van 2 tot 4 jaar oud.
Vooruitgang van de pijplijn voor klinische ontwikkeling
De update van de tijdlijn voor het klinisch ontwikkelingsprogramma van UCB, met daarbij de update over de regelgeving en vooruitgang van de pijplijn vanaf 1 januari 2021 tot de publicatiedatum van dit verslag wordt hierboven weergegeven. In 2021 en dankzij de pro-actieve maatregelen genomen door UCB heeft de tijdlijn voor het klinisch ontwikkelingsprogramma van UCB geen aanzienlijke vertraging wegens COVID-19 opgelopen. UCB zal de impact van COVID-19 op alle lopende klinische studies blijven monitoren en zal waar nodig veranderingen doorvoeren.
In een ongekende reeks gebeurtenissen, kondigde UCB tegen het einde van 2021 en begin 2022 positieve topline resultaten aan van zes Fase 3 uitlezingen:
- Positieve resultaten voor bimekizumab in psoriatische artritis (biologische ziektemodificerende antireumageneesmiddel naïeve patiënten),
- Positieve resultaten voor rozanolixizumab in gegeneraliseerde myasthenia gravis,
- Positieve resultaten voor bimekizumab in radiografische axiale spondyloartritis (ook bekend als ziekte van Bechterew),
- Positieve resultaten voor bimekizumab in nietradiografische axiale spondyloartritis,
- Positieve resultaten voor bimekizumab in psoriatische artritis (inadequate responders of intolerant voor anti-TNF behandeling),
- Positieve resultaten voor zilucoplan in gegeneraliseerde myasthenia gravis.
UCB is van plan om in het derde kwartaal van 2022 regulatoire aanvragen in de VS en Europa in te dienen voor alle bovenvermelde indicaties, met verdere aanvragen in aanvullende regio’s.
BIMZELX ® (bimekizumab)
Psoriatische artritis
UCB heeft positieve toplineresultaten gepubliceerd voor haar twee Fase 3 studies in actieve psoriatische artritis, namelijk BE OPTIMAL (biologische ziektemodificerende antireumageneesmiddel naïeve patiënten; topline tussentijdse analyse) en BE COMPLETE (patiënten die inadequate responders zijn of intolerant zijn voor behandeling met TNFremmer). Beide studies evalueerden de doeltreffendheid en veiligheid van bimekizumab bij de behandeling van volwassenen met actieve psoriatische artritis vs. placebo en voldeden aan de primaire en alle gerangschikte secundaire eindpunten met statistisch significante en klinisch relevante resultaten.
Radiografische (ziekte van Bechterew) en nietradiografische axiale spondyloartritis
UCB heeft positieve toplineresultaten gepubliceerd voor twee Fase 3 studies waarbij bimekizumab over het volledige spectrum van axiale spondyloartritis (axSpA) werd geëvalueerd, dat zowel actieve radiografische (ook bekend als ziekte van Bechterew) als actieve niet- radiografische (nr)-axSpA omvat. Beide studies voldeden aan de primaire en alle gerangschikte secundaire eindpunten met statistisch significante en klinisch relevante resultaten en bevestigden dat bimekizumab de resultaten verbeterde bij patiënten over het volledig ziektespectrum van axSpA. Het veiligheidsprofiel van bimekizumab was in overeenstemming met de bevindingen inzake veiligheid die in vorige studies werden opgemerkt zonder nieuwe geobserveerde veiligheidssignalen. De veiligheid en werkzaamheid van bimekizumab in actieve psoriatische artritis, actieve radiografische (ziekte van Bechterew) en actieve niet-radiografische axiale spondyloartritis zijn nog niet vastgesteld en het is niet goedgekeurd door een regelgevende instantie voor gebruik in deze indicaties.
Rozanolixizumab - gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG)
UCB heeft positieve toplineresultaten aangekondigd van de Fase 3 MycarinG studie waarin rozanolixizumab, een subcutaan via een infuus toegediend monoklonaal antilichaam gericht op de neonatale Fc-receptor (FcRn), versus placebo werd geëvalueerd bij volwassenen met gMG. De studie voldeed aan primaire en alle secundaire eindpunten met statistische significantie. Rozanolixizumab werd goed verdragen zonder nieuwe geobserveerde veiligheidssignalen.
Zilucoplan
UCB heeft positieve toplineresultaten aangekondigd van de RAISE-studie waarbij haar experimentele behandeling zilucoplan, een zelf toegediend, subcutane peptideremmer van complement component 5 (C5- remmer), versus placebo werd geëvalueerd bij volwassenen met gMG. De studie voldeed aan primaire en alle belangrijke secundaire eindpunten met statistische significantie. Zilucoplan werd goed verdragen zonder nieuwe geobserveerde veiligheidssignalen. De veiligheid en werkzaamheid van beide experimentele geneesmiddelen zijn nog niet vastgesteld en zijn niet goedgekeurd door een regelgevende instantie voor gebruik in gMG wereldwijd.
Overige BIMZELX® (bimekizumab) indicaties
Het lopende Fase 3 programma in matige tot ernstige hidradenitis suppurativa (HS), een chronische, inflammatoire en slopende folliculaire huidziekte, had een ongekende, versnelde werving van patiënten en de eerste toplineresultaten worden nu in de tweede helft van 2022 verwacht.
Overige rozanolixizumab indicaties
UCB handhaafde haar focus op autoantistoffen gemedieerde neuroinflammatie en kondigde onderzoek bij twee aanvullende patiëntenpopulaties aan met gebruik van haar rozanolixizumab -platform:
(i) mensen met auto-immuunencefalitis (AIE) – een zeldzame en ernstige medische aandoening, waarbij het immuunsysteem de hersenen aanvalt met als gevolg epileptische aanvallen, bewegingsstoornissen, alsook cognitieve achteruitgang bij sommige patiënten. Er is geen therapie goedgekeurd voor AlE. De fase 2a studie in AIE werd in het derde kwartaal van 2021 gestart; de eerste toplineresultaten worden in de eerste helft van 2024 verwacht.
(ii) mensen met myeline oligodendrocyt glycoproteïne (MOG)-antilichaamziekte - een zeldzame auto-immuun inflammatoire demyeliniserende aandoening van het centrale zenuwstelsel veroorzaakt door autoantilichamen die zich richten op de MOG-proteïne - wat leidt tot tijdelijke functionele blindheid, spierzwakte, blaasstoornissen, sensorisch verlies en/of pijn. Er is geen goedgekeurde therapie voor MOG-antilichaamziekte. De Fase 3 studie werd in het vierde kwartaal van 2021 gestart, de eerste toplineresultaten worden in de eerste helft van 2024 verwacht.
UCB heeft beslist een lagere prioriteit te geven aan de ontwikkeling van rozanolixizumab bij chronische inflammatoire demyeliniserende neuropathie (CIDP) die een heterogene en complexe patiëntenpopulatie vertegenwoordigt, waarbij slechts ongeveer 30% van de patiënten detecteerbare autoantilichamen heeft. Na deze strategische beslissing, zullen de resultaten van de fase 2a studie tijdens een komende wetenschappelijke bijeenkomst worden gepresenteerd.
Overige zilucoplan indicaties
Zilucoplan werd getest in een proof-of-concept-studie (fase 2a) bij immuungemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM): De resultaten van deze studie geven aan dat zilucoplan veilig is, maar complementactivering is niet relevant in de ziektebiologie van IMNM. UCB heeft daarom besloten om haar IMNM-ontwikkelingsprogramma niet verder te zetten. De resultaten in IMNM zijn niet van invloed op het vertrouwen van UCB in zilucoplan in andere indicaties met complementactivering als een belangrijk ziektemechanisme. UCB presenteerde deze gegevens in 2021 om toekomstig onderzoek betreffende IMNM te informeren en bij te dragen tot een beter begrip van de pathogenese van de ziekte.
Bepranemab (UCB0107)
Bepranemab is een recombinant, gehumaniseerd, immunoglobuline met volledige lengte G4 monoklonaal antitau antilichaam, dat zich richt op tau van het middendomein, dat momenteel klinisch wordt onderzocht bij de ziekte van Alzheimer (AD) in partnerschap met Roche/Genentech. De werkzaamheid, veiligheid en verdraagzaamheid van bepranemab wordt momenteel onderzocht in vroege AD in een Fase 2 studie die in het tweede kwartaal van 2021 is gestart. De eerste toplineresultaten worden verwacht in de eerste helft van 2025.
UCB0599
In samenwerking met UCB’s nieuwe partner Novartis is een fase 2a studie gestart met UCB0599 voor studiedeelnemers met de ziekte van Parkinson (PD) in een vroeg stadium, de eerste toplineresultaten worden in de eerste helft van 2023 verwacht. UCB0599 is een oraal biologisch beschikbaar en hersenbarrière-penetrerende kleine molecule dat het pathologische verkeerd vouwen en accumuleren van alphasynucleïne voorkomt, een proteïne die een sleutelrol speelt in de pathologie van PD. Door deze ziekteveroorzakende processen van alfa-synucleïne te remmen, wordt aangenomen dat de progressie van PD kan worden vertraagd of gestopt. UCB0599 behoort tot een reeks moleculen ontdekt door Neuropore, die in 2014 door UCB in licentie werden genomen.# STACCATO ® alprazolam
STACCATO® alprazolam is een experimentele combinatie van geneesmiddel en medisch hulpmiddel dat gebruik maakt van de STACCATO® leveringstechnologie met alprazolam, een benzodiazepine, dat de eerste reddingsbehandeling kan zijn die door een patiënt of verzorger in een ambulante omgeving wordt toegediend om een aanval die aan de gang is snel (binnen 90 seconden) te beëindigen. Het STACCATO® systeem is een kleine, draagbare inhalator die snel alprazolam verstuift om een aerosol te vormen met een partikelgrootte bestemd voor toediening diep in de longen, om een snel, systemisch effect te produceren. De Fase 3 studie om de werkzaamheid en veiligheid van STACCATO® alprazolam te beoordelen bij studiedeelnemers met stereotypische langdurige aanvallen is in het vierde kwartaal van 2021 gestart en toplineresultaten worden in de eerste helft van 2024 verwacht. Alle overige klinische ontwikkelingsprogramma’s verlopen zoals gepland.
1.3 Netto-omzet per product
De totale netto-omzet steeg in 2021 naar € 5 471 miljoen, 8% meer dan vorig jaar of +11% meer bij constante wisselkoersen (+8% CW na aanpassing door afstoting). De groei in 2021 werd gedreven door de continue groei van het productportfolio van UCB en werd ook ondersteund door een wijziging in het distributiemodel voor E KEPPRA® in Japan waardoor de groei van het bedrijf werd gestimuleerd.
Eén product werd toegevoegd aan het UCB portfolio: In september heeft UCB BIMZELX® ( bimekizumab ) gelanceerd voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis in Duitsland, gevolgd door het VK, Zweden en later in Nederland.
Kernproducten
- CIMZIA® ( certolizumab pegol ), bereikte 170.000 patiënten met inflammatoire TNF-gemedieerde aandoeningen met een netto-omzet van € 1841 miljoen (+2%; +5% CW), met een sterkere groei dan de anti-TNF-markt - gedreven door aanhoudende groei in de VS (ondanks een daling van de terugbetaling, overgecompenseerd door een volumestijging) en een lichte daling in Europa, als gevolg van de verplichte prijsdaling in Duitsland, gedeeltelijk gecompenseerd door volumegroei, en een sterke groei op internationale markten.
- VIMPAT® ( lacosamide ) werd gebruikt door meer dan 800.000 mensen met epilepsie en toonde een sterke groei in alle regio’s, ondanks de pandemie. De netto-omzet bedroeg € 1549 miljoen (+7%; +10% CW), en bereikte de hoogste verkoopambitie van minstens € 1,5 miljard, voorafgaand aan het verlies van exclusiviteit in 2022 in de VS en Europa.
- KEPPRA® ( levetiracetam ) bereikte meer dan 2 miljoen mensen met epilepsie en kende een netto- omzet van € 970 miljoen (+23%; +27% CW). De blijvende generieke erosie in de VS en Europa werd overgecompenseerd door de prestaties in Japan. In Japan nam UCB in oktober 2020 de distributie van E KEPPRA® over van partner Otsuka en boekt nu de netto-omzet op de markt. Generieke producten werden begin 2022 op de Japanse markt gebracht.
- BRIVIACT® ( brivaracetam ), dat werd gebruikt door 140.000 mensen met epilepsie, bereikte een netto- omzet van € 355 miljoen, een stijging van 23%, (+27% CW). Dit wordt gedreven door een sterke groei in alle regio’s waar BRIVIACT® beschikbaar is voor patiënten. BRIVIACT® heeft een andere werkingswijze dan VIMPAT® en onderscheidt zich van KEPPRA®.
- NEUPRO® (rotigotine ), de patch voor de ziekte van Parkinson en het rustelozebenensyndroom, gebruikt door 385.000 patiënten, kende een stabiele netto- omzet van € 307 miljoen (-1%; 0% CW), in een competitieve marktomgeving.
- NAYZILAM ® (midazolam), Nasal Spray CIV , de nasale reddingsbehandeling voor clusters van aanvallen in de VS (gelanceerd in december 2019) bereikte meer dan 50.000 patiënten en een netto-omzet van € 57 miljoen na € 26 miljoen.
- EVENITY® ( romosozumab ), bereikte sinds de wereldwijde lancering ervan meer dan 200.000 vrouwen met ernstige postmenopauzale osteoporose met een hoog risico op breuken. Het had zijn eerste Europese lancering in maart 2020, en kende een netto-omzet van € 10 miljoen (na € 2 miljoen), beïnvloed door de pandemie die het bereiken van nieuwe patiëntenpopulaties en beslissingen inzake regelgeving/prijs aanzienlijk bemoeilijkt. EVENITY® werd wereldwijd succesvol gelanceerd door Amgen, Astellas en UCB sinds 2019, met netto-omzet buiten Europa gerapporteerd door de partners.
- BIMZELX ® ( bimekizumab ) voor mensen met psoriasis werd in het najaar goed onthaald in Duitsland, het VK, Zweden en Nederland. De gerapporteerde netto-omzet bedroeg € 4 miljoen. In januari en februari 2022 werd BIMZELX® goedgekeurd in respectievelijk Japan en Canada. De herziening van de regelgeving in de VS is aan de gang, een beslissing wordt verwacht in de eerste helft van 2022.
Gevestigde merken
Netto-omzet van gevestigde merken daalde met 10% tot € 321 miljoen, na aanpassing door afstotingen (vooral in Europa) was de daling -7% CW, wat de maturiteit van het portfolio en de impact van generieke concurrentie weerspiegelt. Een deel van het portfolio omvat de allergieproducten van UCB: ZYRTEC® (cetirizine, inclusief ZYRTEC®-D / CIRRUS®) en XYZAL® (levocetirizine), beide getroffen door generieke concurrentie.
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar nettoomzet bedroegen € 57 miljoen (€ 29 miljoen in 2020) wat de gerealiseerde transactionele afdekkingsactiviteiten van UCB weerspiegelt. Deze houden vooral verband met de Amerikaanse dollar, Japanse yen, Britse pond en Zwitserse frank.
1.4 Netto-omzet per geografisch gebied
| Geografisch Gebied | Netto-omzet (miljoen €) | Verandering YoY | Verandering CW YoY | Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|
| VS | 2888 | +5% | +9% | Goede groei VIMPAT® en BRIVIACT®, ondersteund door NAYZILAM®. CIMZIA® hield stand ondanks daling terugbetaling, gecompenseerd door volumegroei. NEUPRO® en KEPPRA® weerspiegelen generieke concurrentie. |
| Europa | 1396 | +2% | +1% | Dubbele groeicijfers VIMPAT® en BRIVIACT®. EVENITY® gelanceerd met €10 miljoen omzet. CIMZIA® beïnvloed door prijsdaling in Duitsland. NEUPRO® stabiel, KEPPRA® daalde door generieke erosie. |
| Internationale markten | 1130 | +27% | +33% | Sterke groei van alle kernproducten. |
| Japan | 562 | +48% | +58% | Grootste markt, gedreven door E KEPPRA® (+91%). UCB nam distributie over in okt 2020. Generieke producten begin 2022. VIMPAT® (+4%), CIMZIA® (+33%), NEUPRO® (-12%). |
| China | 140 | +30% | +26% | Op één na grootste markt in de regio. |
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar nettoomzet bedroegen € 57 miljoen (€ 29 miljoen in 2020) wat de gerealiseerde transactionele afdekkingsactiviteiten van UCB weerspiegelt. Deze houden vooral verband met de Amerikaanse dollar, Japanse yen, Britse pond en Zwitserse frank.
1.5 Royaltyinkomsten en -vergoedingen
In 2021 bereikten royaltyinkomsten en -vergoedingen € 78 miljoen na € 96 miljoen. De inkomsten uit biotechnologische IE income daalden in 2021 na geprofiteerd te hebben van een eenmalige royalty die in 2020 werd erkend. De franchiseroyalties betaald door Pfizer voor TOVIAZ® (fesoterodine), de behandeling voor een overactieve blaas, weerspiegelen de generieke concurrentie.
1.6 Overige opbrengsten
Overige opbrengsten stegen tot € 227 miljoen of met +14%. Opbrengsten uit contractproductie daalden van € 152 miljoen naar € 128 miljoen, wat de vraag van de partners van UCB weerspiegelt. “Overige” opbrengsten bereikte € 99 miljoen, met inbegrip van partnerschapactiviteiten in Japan (Daiichi Sankyo voor VIMPAT®, Astellas voor CIMZIA®, E KEPPRA® met Otsuka eindigden in oktober 2020), mijlpalen en andere betalingen van O&O-partners en licentiepartners, met inbegrip van Biogen voor dapirolizumab pegol bij lupus (SLE) en onlangs toegevoegd: partnerschap met Roche voor bepranemab bij de ziekte van Alzheimer en met Novartis voor de ontwikkeling van UCB0599 met een opt-in om UCB7853 te ontwikkelen, twee innovatieve en mogelijk ziektemodificerende onderzoeksmiddelen bij de ziekte van Parkinson alsook de wereldwijde overeenkomst inzake licentieverlening met Chiesi voor zampilimab, een nieuw monoklonaal antilichaam voor fibrotische longziekten.
1.7 Brutowinst
In 2021 bedroeg de brutowinst € 4339 miljoen - en een verbeterde brutomarge van 75,1% na 74,5% in 2020. De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van aan de omzet gerelateerde immateriële activa::
- De kostprijs van de omzet voor producten en diensten steeg tot € 962 miljoen - in lijn met de groei van de netto-omzet.
- Royaltylasten stegen tot € 327 miljoen.
- Afschrijving van immateriële activa gerelateerd aan omzet : Onder IFRS 3 heeft UCB op zijn balans een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa staan, die verband houden met overnames (lopend onderzoek en ontwikkeling, productiekennis, royaltystromen, handelsbenamingen, enz.). De afschrijvingskosten van de immateriële activa waarvoor producten reeds zijn gelanceerd daalden naar € 149 miljoen, aangezien NEUPRO® in april 2021 niet langer geoctrooieerd was.# 1.8 Aangepaste EBIT en aangepaste EBITDA
De bedrijfskosten, die de marketing- en verkoopkosten, de kosten voor onderzoek en ontwikkeling, de algemene en administratiekosten en overige bedrijfsbaten/-lasten omvatten, bedroegen € 3021 miljoen en weerspiegelen toegenomen marketing- en verkoopkosten, alsook hogere onderzoeks - en ontwikkelingskosten. De totale bedrijfskosten in verhouding tot de opbrengsten (bedrijfskosten-ratio) daalden naar 52% na 54% in 2020 en omvatten het volgende:
- 10% hogere marketing- en verkoopkosten van € 1346 miljoen, gedreven door lanceringen en pre-launch activiteiten: lanceringen van BIMZELX® in heel Europa, voorbereidingen voor lanceringen van BIMZELX® in Japan en de VS alsook pre-launch activiteiten voor zilucoplan en rozanolixizumab voor mensen met gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG), en CIMZIA® (nieuwe indicatie en regionale uitbreiding), lopende lanceringen van NAYZILAM® en EVENITY®.
- 4% hogere onderzoeks- en ontwikkelingskosten van € 1629 miljoen weerspiegelen de lopende sterke investeringen in UCB’s vooruitgaande pijplijn met vijf activa in een laat stadium en lopend onderzoek in een vroeger stadium. De O&O ratio bereikte 28% in 2021, na 29% in 2020.
- 6% hogere algemene en administratiekosten van € 208 miljoen, gedreven door implementatiekosten voor een betere, op waarde gerichte toewijzing van middelen en op aandelen gebaseerde waardering van betalingen.
- Overige bedrijfsbaten stegen aanzienlijk naar € 162 miljoen, na € 95 miljoen in 2020 - gedreven door inkomsten van € 151 miljoen die de nettobijdrage van Amgen weerspiegelen in verband met de commercialisatie van EVENITY®, na inkomsten van € 96 miljoen in 2020.
Dankzij de hogere opbrengsten en matig hogere bedrijfskosten, steeg de aangepaste EBIT met 21% tot € 1318 miljoen, vergeleken met € 1093 miljoen in 2020.
- De totale afschrijving van immateriële activa (productgerelateerd en andere) bedroeg € 187 miljoen.
- Afschrijving van materiële vaste activa bedroeg € 135 miljoen.
Aangepaste EBITDA (Bedrijfsresultaat voor interesten, belastingen, bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen) bedroeg € 1641 miljoen na € 1441 miljoen (+14%, 21% CW), gedreven door voortgezette omzetgroei en matig groeiende bedrijfskosten, die de investeringen in de toekomst van UCB weerspiegelen, namelijk in productlanceringen en klinische ontwikkeling. De aangepaste EBITDA ratio voor 2021 (als percentage van de opbrengsten) bedroeg 28%, tegenover 27% in 2020.
1.9 Winst
Totaal bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten/lasten (-) bedroeg € 34 miljoen kosten (na kosten van € 122 miljoen in 2020). In 2020 was dit voornamelijk het gevolg van vergoedingen in verband met overnames, wat niet opnieuw voorkwam in 2021. Netto financiële kosten daalden naar € 58 miljoen van € 93 miljoen in 2020, dankzij lagere afdekkingskosten en vermindering van rentekosten. Winstbelastingen bedroegen € 170 miljoen vergeleken met € 119 miljoen in 2020, met een gemiddelde effectieve belastingvoet van 14% vergeleken met 13% in 2020. De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten bedroeg € 3 miljoen tegenover € 0 miljoen. De winst van de Groep bedroeg € 1058 miljoen, waarvan het volledige bedrag toerekenbaar is aan aandeelhouders van UCB aangezien de bijdragen aan minderheidsbelangen eind 2020 zijn vervallen. Voor 2020 behaalde UCB een winst van € 761 miljoen, waarvan € 732 miljoen toerekenbaar was aan aandeelhouders van UCB en € 29 miljoen aan minderheidsbelangen.
1.10 Kern-WPA
De winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB, gecorrigeerd voor het effect na belastingen van aan te passen elementen, financiële eenmalige posten, de bijdragen na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten en de netto afschrijving van immateriële activa gerelateerd aan omzet, geeft aanleiding tot een kernwinst toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB van € 1226 miljoen (21%), wat leidt tot een kernwinst per aandeel (WPA) van € 6,49, ten opzichte van € 5,36 in 2020, op een niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen van 189 miljoen.
1.11 Kapitaaluitgaven
In 2021 bedroegen de kapitaaluitgaven voor materiële vaste activa voortvloeiend uit de biofarmaceutische activiteiten van UCB € 282 miljoen (2020: € 256 miljoen) en houden hoofdzakelijk verband met de Bioplant in aanbouw in Belgium, gebruiksrechten van activa met betrekking tot verlenging van huurovereenkomsten voor gebouwen, vernieuwing van de kantooromgeving, de faciliteiten in het gebouw en de IT-hardware. De verwerving van immateriële vaste activa bedroeg € 211 miljoen in 2021 (2020: € 93 miljoen) en houdt verband met software, ontwikkelingskosten die in aanmerking komen voor activering en mijlpalen, en de kapitalisatie van externe ontwikkelingskosten voor studies na goedkeuring.
1.12 Balans
De immateriële activa stegen met € 186 miljoen van € 2973 miljoen per 31 december 2020 tot € 3159 miljoen op 31 december 2021. De stijging omvat verwervingen voor € 170 miljoen, de positieve impact op de omrekening van vreemde valuta, gedeeltelijk gecompenseerd door de lopende afschrijving van de immateriële activa. Goodwill steeg naar € 5173 miljoen, een verhoging van € 209 miljoen wegens een sterkere Amerikaanse dollar en Britse pond vergeleken met december 2020. Andere vaste activa stegen met € 368 miljoen, gedreven door verwervingen van materiële vaste activa van € 386 miljoen, gecompenseerd door lopende waardevermindering, en stijging van uitgestelde belastingvorderingen gekoppeld aan tijdsverschillen en O&O belastingtegoeden. De vlottende activa stegen van € 3582 miljoen op 31 december 2020 naar € 3710 miljoen op 31 december 2021, vooral in verband met handels- en overige vorderingen na een sterke netto-omzet in het vierde kwartaal, gecompenseerd door een afname van geldmiddelen en kasequivalenten. Het eigen vermogen van UCB bedraagt € 8386 miljoen, een toename van € 1114 miljoen tussen 31 december 2020 en 31 december 2021. De voornaamste wijzigingen komen voort uit de nettowinst (€ 1058 miljoen), de positieve omrekeningsverschillen van de Amerikaanse dollar en het Britse pond (€ 280 miljoen), gecompenseerd door de kasstroomafdekkingen (€ -103 miljoen), de dividendbetalingen (€ -240 miljoen) en de aankoop van eigen aandelen (€ -65 miljoen). De langlopende verplichtingen bedroegen € 3000 miljoen, een daling van € 233 miljoen, in verband met een lagere financiële schuld, gecompenseerd door hogere uitgestelde belastingen gekoppeld aan tijdsverschillen en immateriële activa. De kortlopende verplichtingen bedroegen € 2824 miljoen, een verhoging van € 10 miljoen, beïnvloed door de terugbetaling van de obligatielening van € 350 miljoen, gecompenseerd door hogere handelsschulden en te betalen rabatten, en uitgestelde winst met betrekking tot partnerschappen. De netto financiële schuld van € -860 miljoen per eind december 2021 vergeleken met de netto financiële schuld van € -1411 miljoen per eind december 2020 heeft voornamelijk betrekking op de onderliggende netto rentabiliteit, gecompenseerd door de betaling van dividenden op het resultaat van 2020 en de verwerving van eigen aandelen. De nettoschuld ten opzichte van de aangepaste EBITDA-ratio voor 2021 bedraagt 0,52.
1.13 Kasstroomoverzicht
De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstromen wordt beïnvloed door de volgende elementen:
- De kasstroom uit operationele activiteiten bedroeg € 1553 miljoen, allemaal met betrekking tot voortgezette bedrijfsactiviteiten, in vergelijking met € 1081 miljoen in 2020. De kasinstroom komt voort uit de onderliggende netto winstgevendheid, uitgestelde winst met betrekking tot partnerschappen, hogere uitstaande verplichtingen in het laatste kwartaal, gecompenseerd door hogere vorderingen na een sterk vierde kwartaal van 2020 en betaalde belastingen.
- De kasstroom uit investeringsactiviteiten toonde een uitstroom van € 487 miljoen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten, vergeleken met € 2228 miljoen in 2020 en omvat materiële (€ 282 miljoen) en immateriële (€ 211 miljoen) kapitaaluitgaven, investeringen in risicokapitaalfondsen, gecompenseerd door de verkoop van niet-kernactiva.
- De kasstroom uit financieringsactiviteiten had een uitstroom van € 1119 miljoen, voornamelijk met inbegrip van de uitgifte van € 500 miljoen ongedekte obligaties van hogere rangorde, gecompenseerd door de terugbetaling van institutionele euro-obligaties (€ 700 miljoen), terugbetaling van bankleningen (€ 512 miljoen), het dividend uitgekeerd aan aandeelhouders van UCB (€ 240 miljoen), de verwerving van eigen aandelen (€ 60 miljoen) en rentebetalingen.
1.14 Financiële verwachtingen voor 2022
Voor 2022 streeft UCB naar inkomsten in het bereik van € 5,15 - 5,40 miljard op basis van voortgezette groei van kernproducten en rekening houdend met de geraamde impact van het verlies van exclusiviteit voor VIMPAT® in de VS (maart 2022) en Europa (september 2022), E KEPPRA® in Japan (januari 2022) alsook de lancering in de VS van BIMZELX® voor mensen met psoriasis. De herziening van de regelgeving in de VS is aan de gang, een beslissing wordt verwacht in de eerste helft van 2022. UCB zal blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling, met de verderzetting van haar pijplijn in een laat stadium van ontwikkeling en met de voorbereiding van komende lanceringen om potentiële nieuwe oplossingen voor patiënten te bieden. Onderliggende rentabiliteit, aangepaste EBITDA, wordt verwacht tussen 26 - 27% van de opbrengsten, wat de voortdurende hoge O&O en marketing & verkoop investeringsniveaus weerspiegelt. Bijgevolg wordt verwacht dat de kernwinst per aandeel (kern-WPA) zal uitkomen tussen € 4,80 en € 5,30, op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van 189 miljoen. De hierboven genoemde cijfers voor de financiële verwachtingen voor 2022 zijn berekend op dezelfde basis als de werkelijke cijfers voor 2021. Ze zullen worden bijgewerkt bij het afsluiten van de geplande overname van Zogenix, Inc.# UCB – 2021 Annual Report
2. Consolidated Financial Statements
2.1 Consolidated Profit and Loss Statement
For the fiscal year ending December 31
| € million | Note | 2021 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Continuing operations | |||
| Net sales | 6 | 5,471 | 5,052 |
| Royalty and license income | 7 | 79 | 96 |
| Other income | 10 | 227 | 199 |
| Income | 5,777 | 5,347 | |
| Cost of sales | -1,438 | -1,363 | |
| Gross profit | 4,339 | 3,984 | |
| Marketing and selling expenses | -1,346 | -1,221 | |
| Research and development expenses | -1,629 | -1,569 | |
| General and administrative expenses | -208 | -196 | |
| Other operating income/(expenses) | 13 | 162 | 95 |
| Operating profit before impairment of assets, reorganization costs and other income and expenses | 1,318 | 1,093 | |
| Impairment of non-financial assets | 14 | - | -6 |
| Reorganization costs | 15 | - | -21 |
| Other income/(expenses) | 16 | -7 | -102 |
| Operating profit | 1,284 | 971 | |
| Financial income | 17 | 80 | 14 |
| Financial expenses | 17 | -138 | -107 |
| Share in profit/(loss) of associated companies | 0 | 2 | |
| Profit before tax | 1,226 | 880 | |
| Income taxes | 18 | -170 | -119 |
| Profit from continuing operations | 1,056 | 761 | |
| Discontinued operations | |||
| Profit/(loss) from discontinued operations | 9 | 3 | 0 |
| Profit | 1,058 | 761 | |
| Attributable to: | |||
| Shareholders of UCB NV | 1,058 | 732 | |
| Minority interests | 0 | 29 | |
| Basic earnings per share (€) | |||
| From continuing operations | 41 | 5.59 | 3.87 |
| From discontinued operations | 41 | 0.01 | 0 |
| Total basic earnings per share | 5.60 | 3.87 | |
| Diluted earnings per share (€) | |||
| From continuing operations | 41 | 5.44 | 3.77 |
| From discontinued operations | 41 | 0.01 | 0 |
| Total diluted earnings per share | 5.45 | 3.77 |
2.2 Consolidated Statement of Comprehensive Income
For the fiscal year ending December 31
| € million | Note | 2021 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Profit for the period | 1,058 | 761 | |
| Other comprehensive income | |||
| Items that may be reclassified subsequently to profit or loss | |||
| Net gain/(loss) on financial assets (FVOCI) | 26 | 27 | |
| Exchange differences on translation of foreign operations | 28 | 80 | -314 |
| Effective portion of gains/(losses) on cash flow hedges | -140 | 84 | |
| Income tax relating to components of other comprehensive income that may be reclassified | 33 | -23 | |
| Items that will not be reclassified subsequently to profit or loss | |||
| Remeasurement of the gross obligation for defined benefit plans | 33 | 97 | -26 |
| Income tax relating to components of other comprehensive income that will not be reclassified | -10 | 2 | |
| Other comprehensive income for the period, net of taxes | 286 | -250 | |
| Total comprehensive income for the period, net of taxes | 1,344 | 511 | |
| Attributable to: | |||
| Shareholders of UCB NV | 1,344 | 482 | |
| Minority interests | 0 | 29 | |
| Total comprehensive income for the period, net of taxes | 1,344 | 511 |
2.3 Consolidated Balance Sheet
As of December 31
| € million | Note | 2021 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Assets | |||
| Non-current assets | |||
| Intangible assets | 20 | 3,159 | 2,973 |
| Goodwill | 21 | 5,173 | 4,964 |
| Property, plant and equipment | 22 | 1,275 | 1,035 |
| Deferred tax assets | 32 | 692 | 605 |
| Financial and other non-current assets (including derivative financial instruments) | 23 | 201 | 160 |
| Total non-current assets | 10,500 | 9,737 | |
| Current assets | |||
| Inventories | 24 | 878 | 854 |
| Trade and other receivables | 25 | 1,239 | 1,031 |
| Taxes receivable | 36 | 51 | 48 |
| Financial and other current assets (including derivative financial instruments) | 23 | 273 | 310 |
| Cash and cash equivalents | 26 | 1,263 | 1,336 |
| Assets of a disposal group classified as held for sale | 9.2 | 6 | 3 |
| Total current assets | 3,710 | 3,582 | |
| Total assets | 14,210 | 13,319 | |
| Equity and liabilities | |||
| Equity | |||
| Share capital and reserves attributable to shareholders of UCB | 27 | 8,386 | 7,271 |
| Minority interests | 23.6 | 0 | 1 |
| Total equity | 8,386 | 7,272 | |
| Non-current liabilities | |||
| Loans | 29 | 1,252 | 1,629 |
| Bonds | 30 | 816 | 687 |
| Other financial liabilities (including derivative financial instruments) | 31 | 13 | 3 |
| Deferred tax liabilities | 32 | 191 | 168 |
| Employee benefits | 33 | 315 | 402 |
| Provisions | 34 | 188 | 165 |
| Trade and other payables | 35 | 86 | 91 |
| Taxes payable | 36 | 139 | 88 |
| Total non-current liabilities | 3,000 | 3,233 | |
| Current liabilities | |||
| Loans | 29 | 55 | 81 |
| Bonds | 30 | 0 | 350 |
| Other financial liabilities (including derivative financial instruments) | 31 | 100 | 86 |
| Provisions | 34 | 83 | 80 |
| Trade and other payables | 35 | 2,555 | 2,138 |
| Taxes payable | 36 | 31 | 79 |
| Liabilities of a disposal group classified as held for sale | 9.2 | 0 | 0 |
| Total current liabilities | 2,824 | 2,814 | |
| Total liabilities | 5,824 | 6,047 | |
| Total equity and liabilities | 14,210 | 13,319 |
2.4 Consolidated Cash Flow Statement
| € million | Note | 2021 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Operating activities | |||
| Profit for the period | 1,058 | 732 | |
| Minority interests | 0 | 29 | |
| Adjustment for profit/(loss) of associated companies | 0 | -2 | |
| Adjustment for non-cash transactions | 37 | 239 | 297 |
| Adjustment for items to be presented separately under cash flows from operating | 37 | 170 | 119 |
| Adjustment for items to be presented under cash flows from investing and | 37 | 41 | 2 |
| Changes in working capital | 37 | 153 | 221 |
| Adjustment of working capital related to acquisitions | 8 | 0 | -263 |
| Interest received | 17 | 17 | 17 |
| Cash flows from operating activities | 1,679 | 1,153 | |
| Taxes paid during the period | -126 | -72 | |
| Net cash flows used in/from operating activities: | |||
| From continuing operations | 1,553 | 1,081 | |
| From discontinued operations | 0 | 0 | |
| Net cash flows from operating activities | 1,553 | 1,081 | |
| Investing activities | |||
| Acquisition of property, plant and equipment | 22 | -282 | -256 |
| Acquisition of intangible assets | 20 | -211 | -93 |
| Acquisition of subsidiaries, net of acquired cash | 0 | -1,986 | |
| Acquisition of other investments | -19 | -7 | |
| Subtotal acquisitions | -512 | -2,342 | |
| Proceeds from sale of property, plant and equipment | 1 | ||
| Proceeds from sale of other businesses, net of | 15 | 75 | |
| Proceeds from sale of other investments | 9 | 38 | |
| Subtotal proceeds from sales | 25 | 114 | |
| Net cash flows used in/from investing activities: | |||
| From continuing operations | -487 | -2,228 | |
| From discontinued operations | 0 | 0 | |
| Net cash flows used in/from investing activities: | -487 | -2,228 | |
| Financing activities | |||
| Proceeds from issue of bonds | 30.3 | 0 | 150 |
| Repayment of bonds (-) | 30.3 | -204 | -250 |
| Proceeds from loans | 29 | 0 | 1,895 |
| Repayments of loans (-) | 29 | -512 | -166 |
| Repayment of lease liabilities | 29 | -40 | -41 |
| Repurchase (-) of own shares | 27 | -60 | -106 |
| Dividends paid to shareholders of UCB, net of | 27.2, 42 | -240 | -235 |
| Interest paid | 17 | -63 | -70 |
| Net cash flows used in/from financing activities | |||
| From continuing operations | -1,119 | 1,177 | |
| From discontinued operations | 0 | 0 | |
| Net cash flows used in/from financing activities | -1,119 | 1,177 | |
| Net increase/(decrease) in cash and cash equivalents | -53 | 30 | |
| From continuing operations | -53 | 30 | |
| From discontinued operations | 0 | 0 | |
| Net cash and cash equivalents at beginning of period | 1,303 | 1,288 | |
| Effect of exchange rate fluctuations | -7 | -15 | |
| Net cash and cash equivalents at end of period | 1,244 | 1,303 |
2.5 Consolidated Statement of Changes in Equity
2021
Attributable to shareholders of UCB NV
| € million | Share capital and issue premium | Own shares | Retained earnings | Other reserves | Cumulative translation differences | Financial assets at fair value through other comprehensive income (FVOCI) | Cash flow hedges | Total | Minority interests | Total equity |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Balance at January 1, 2021 | 2,614 | (393) | 5,463 | (144) | (372) | 38 | 65 | 7,271 | 1 | 7,272 |
| Profit for the period | - | - | 1,058 | - | - | - | - | 1,058 | - | 1,058 |
| Other comprehensive income for the period | - | - | - | 87 | 280 | 22 | (103) | 286 | - | 286 |
| Total comprehensive income for the period | - | - | 1,058 | 87 | 280 | 22 | (103) | 1,344 | 0 | 1,344 |
| Dividends (Note 42) | - | - | (240) | - | - | - | - | (240) | - | (240) |
| Share-based payments (Note 28) | - | - | 75 | - | - | - | - | 75 | - | 75 |
| Transfer between reserves | - | 63 | (63) | - | - | - | - | - | - | - |
| Own shares (Note 27) | - | (65) | - | - | - | - | - | (65) | - | (65) |
| Transfer between other comprehensive income and reserves | - | - | - | 2 | (2) | - | - | - | - | - |
| Transfer of minority interests to retained earnings attributable to shareholders | - | - | 1 | - | - | - | - | 1 | (1) | 0 |
| Balance at December 31, 2021 | 2,614 | (395) | 6,294 | (56) | (92) | 59 | (38) | 8,386 | 0 | 8,386 |
2020
Attributable to shareholders of UCB NV
| € million | Share capital and issue premium | Own shares | Retained earnings | Other reserves | Cumulative translation differences | Financial assets at fair value through other comprehensive income (FVOCI) | Cash flow hedges | Total | Minority interests | Total equity |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Balance at January 1, 2020 | 2,614 | (377) | 4,964 | (117) | (58) | 9 | 4 | 7,039 | (30) | 7,009 |
| Profit for the period | - | - | 732 | - | - | - | - | 732 | 29 | 761 |
| Other comprehensive income for the period | - | - | - | (24) | (314) | 27 | 61 | (250) | - | (250) |
| Total comprehensive income for the period | - | - | 732 | (24) | (314) | 27 | 61 | 482 | 29 | 511 |
| Dividends (Note 42) | - | - | (235) | - | - | - | - | (235) | - | (235) |
| Share-based payments (Note 28) | - | - | 70 | - | - | - | - | 70 | - | 70 |
| Transfer between reserves | - | 66 | (66) | - | - | - | - | - | - | - |
| Own shares (Note 27) | - | (82) | - | - | - | - | - | (82) | - | (82) |
| Transfer between other comprehensive income and | - |
3. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
1. Algemene informatie
2. Huidige en verwachte impact van de COVID-19-situatie op de financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB
3. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving
4. Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen
5. Financieel risicobeheer
6. Gesegmenteerde informatie
7. Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten
8. Bedrijfscombinatie
9. Beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop
10. Overige opbrengsten
11. Bedrijfskosten volgens aard
12. Kosten voor personeelsbeloningen
13. Overige bedrijfsbaten/-lasten
14. Bijzondere waardevermindering van nietfinanciële activa
15. Reorganisatiekosten
16. Overige baten/lasten
17. Financiële opbrengsten en financiële lasten
18. Winstbelastingen (-)/tegoeden
19. Componenten van niet-gerealiseerde resultaten (inclusief minderheidsbelangen)
20. Immateriële activa
21. Goodwill
22. Materiële vaste activa
23. Financiële en overige activa
24. Voorraden
25. Handelsvorderingen en overige vorderingen
26. Geldmiddelen en kasequivalenten
27. Kapitaal en reserves
28. Op aandelen gebaseerde betalingen
29. Leningen
30. Obligaties
31. Overige financiële verplichtingen
32. Uitgestelde belastingvorderingen en-verplichtingen
33. Personeelsbeloningen
34. Voorzieningen
35. Handels- en overige verplichtingen
36. Te betalen belastingen
37. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht
38. Financiële instrumenten per categorie
39. Afgeleide financiële instrumenten
40. Leaseovereenkomsten
41. Winst per aandeel
42. Dividend per aandeel
43. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen
44. Transacties met verbonden partijen
45. Gebeurtenissen na de balansdatum
46. UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd)
1. Algemene informatie
UCB NV (UCB of “de Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen “de Groep”) vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in twee belangrijke therapeutische gebieden neurologie en immunologie. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2021 omvat de Vennootschap en haar dochterbedrijven. Binnen de Groep hebben UCB Pharma NV, UCB S.R.O. en UCB Inc., allemaal 100% dochterondernemingen, bijkantoren, respectievelijk in het VK, Slovakije en Puerto Rico, die geïntegreerd zijn in hun rekeningen. UCB Biopharma SRL heeft op 12 november 2020 een nieuw bijkantoor in het VK opgericht. Het bijkantoor is operationeel vanaf 1 januari 2021. UCB NV, de moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap die in België opgericht en gevestigd is. De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te B-1070 Brussel, België. UCB NV is genoteerd op de beurs Euronext Brussels. De Raad van bestuur heeft deze geconsolideerde jaarrekening en statutaire jaarrekening van UCB NV goedgekeurd voor publicatie op 24 februari 2022. De aandeelhouders zullen verzocht worden de statutaire jaarrekening van UCB NV goed te keuren op de Algemene vergadering van 28 april 2022.
2. Huidige en verwachte impact van de COVID-19 situatie op de financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB
UCB heeft maatregelen genomen om de gezondheid en het welzijn van haar medewerkers en andere belangrijke belanghebbenden, met name haar patiënten, te beschermen, terwijl zij zich blijft richten op het verzekeren van bedrijfskritische activiteiten. De directe impact van de COVID-19-pandemie op de financiële toestand, resultaats en kasstromen van UCB is beperkt gebleven. De opbrengsten van de UCB-groep voor 2021 zijn niet materieel beïnvloed door de COVID-19-pandemie. Er hebben zich geen verstoringen in de toeleveringsketens en/of de productie voorgedaan. UCB heeft haar toeleveringsketen nauwlettend in de gaten gehouden voor de mogelijke impact op de aanvoer van haar geneesmiddelen over de hele wereld. UCB houdt strategische buffervoorraden aan en maakt gebruik van multi-sourcing voor belangrijke materialen in haar wereldwijde toeleveringsketen om de impact te beperken van onderbrekingen in de toelevering als gevolg van gebeurtenissen zoals de huidige uitbraak van het coronavirus. Het wereldwijde productie- en distributienetwerk van UCB is volledig operationeel gebleven en staat voortdurend in contact met haar wereldwijde netwerk van belangrijke leveranciers, productiepartners en distributeurs om potentiële risico's te identificeren en passende maatregelen te nemen om eventuele verstoringen te voorkomen. Er worden momenteel geen onderbrekingen in de levering van de producten van UCB verwacht. Naarmate deze wereldwijde situatie zich ontwikkelt, zal UCB de nodige stappen blijven ondernemen om de betrouwbare levering van haar geneesmiddelen veilig te stellen. Dankzij de proactieve maatregelen genomen door UCB in 2021 hebben de tijdlijnen voor het klinisch ontwikkelingsprogramma van UCB geen aanzienlijke vertragingen opgelopen door COVID-19. De recentste pijplijn en de tijdlijnen ervan kunnen in het overzicht van de bedrijfsprestaties onder 1.2 Belangrijkste gebeurtenissen worden teruggevonden. UCB zal de impact van COVID-19 op alle lopende klinische studies blijven monitoren en zal waar nodig veranderingen doorvoeren. UCB heeft geen enkele verlichtings- of ondersteuningsmaatregel van de overheid of andere openbare instellingen aangevraagd. De COVID-19-situatie heeft de uitgaven voor de winstbelastingen van UCB niet substantieel beïnvloed, maar UCB houdt voortdurend toezicht op mogelijke gevolgen. UCB heeft niet genoten van COVID-19-gerelateerde huurconcessies. De wijzigingen van de IASB in IFRS 16 hebben derhalve geen gevolgen voor de boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten. UCB heeft beoordeeld dat de COVID-19-situatie op dit moment geen indicatie heeft gegeven dat een actief mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan en is daarom tot de conclusie gekomen dat geen van de indicatoren voor bijzondere waardevermindering in IAS 36 in werking zijn getreden. Er is geen significant risico van materiële aanpassing van de boekwaarde van activa en verplichtingen ontstaan als gevolg van de COVID-19- pandemie. UCB gebruikt een matrix om de voorziening voor levenslang verwachte kredietverliezen te bepalen. Als er echter een indicatie of aanwijzing van bijzondere waardevermindering is voor een specifieke vordering, zal een bijzondere waardevermindering worden opgenomen voor het bedrag van de levenslang verwachte kredietverliezen. In de raming van de verwachte kredietverliezen is rekening gehouden met toekomstgerichte informatie en de assumpties die gebruikt worden in het model voor het bepalen van de verwachte kredietverliezen gehanteerde aannames zijn in de loop van de verslagperiode niet ingrijpendwezenlijk gewijzigd. Tot dusver zijn er geen aanwijzingen dat de COVID-19-pandemie gevolgen zal hebben voor de levenslange verwachte kredietverliezen voorop de vorderingen. Er is geen bijzondere waardevermindering voor specifieke vorderingen als gevolg van de pandemie geboekt.
1. Algemene informatie
UCB NV (UCB of “de Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen “de Groep”) vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in twee belangrijke therapeutische gebieden neurologie en immunologie. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2021 omvat de Vennootschap en haar dochterbedrijven. Binnen de Groep hebben UCB Pharma NV, UCB S.R.O. en UCB Inc., allemaal 100% dochterondernemingen, bijkantoren, respectievelijk in het VK, Slovakije en Puerto Rico, die geïntegreerd zijn in hun rekeningen. UCB Biopharma SRL heeft op 12 november 2020 een nieuw bijkantoor in het VK opgericht. Het bijkantoor is operationeel vanaf 1 januari 2021. UCB NV, de moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap die in België opgericht en gevestigd is. De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te B-1070 Brussel, België. UCB NV is genoteerd op de beurs Euronext Brussels. De Raad van bestuur heeft deze geconsolideerde jaarrekening en statutaire jaarrekening van UCB NV goedgekeurd voor publicatie op 24 februari 2022. De aandeelhouders zullen verzocht worden de statutaire jaarrekening van UCB NV goed te keuren op de Algemene vergadering van 28 april 2022.
2. Huidige en verwachte impact van de COVID-19 situatie op de financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB
197 Geïntegreerd jaarverslag 2021
De COVID-19- pandemie heeft geen grote invloed gehad op de liquiditeitspositie van de UCB Groep. De strategie voor het beheer van het liquiditeitsrisico is adequaat en gepast en is niet gewijzigd, en het was niet nodig om de dividenduitkering in 2021 te annuleren of te verminderen. UCB heeft ook haar kredietrisicobeheerpraktijken niet gewijzigd wegens de COVID-19-pandemie. De financiële risico's worden beschreven in Toelichting 5 en zijn niet materieel beïnvloed door de COVID-19- situatie. De toegang van UCB tot financiering onder haar bestaande kredietfaciliteiten iswerd niet aangetast als gevolg vanbeïnvloed door COVID-19. Er hebben zich in de verslagperiode geen wijzigingen voorgedaan in de bestaande voorwaarden van leningen of andere financiële verplichtingen. Het vermogen van UCB om haar continuïteit te handhaven wordt niet in twijfel getrokken.
3. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving
De voornaamste grondslagen die toegepast werden om deze geconsolideerde jaarrekening op te stellen, worden hierna uiteengezet. Deze grondslagen werden consequent toegepast voor alle weergegeven jaren, tenzij anders vermeld.# 3. Accounting Policies
3.1 Basis for Preparation
The consolidated financial statements of the Company have been prepared in accordance with International Financial Reporting Standards (IFRS Standards) and interpretations published by the IFRS Interpretations Committee (IFRS IC) as approved by the European Union as at 31 December 2021. The preparation of consolidated financial statements in conformity with IFRS Standards requires certain critical estimates. It also requires management to exercise its judgement in the application of the Group’s accounting policies. The areas involving a higher degree of judgement or complexity, or areas where assumptions and estimates are significant to the consolidated financial statements, are disclosed in Note 4.
3.2 New and Improved Standards Adopted by the Group
Certain amendments to standards are first mandatory for the financial year starting on 1 January 2021. However, the Group did not have to adjust its accounting policies or make any retroactive adjustments as a result of applying these amendments and improvements to the standards. The impact of the IFRS Interpretations Committee decision of March 2021 on configuration or customisation costs in a cloud-computing arrangement is still being analysed by UCB. The outcome of this analysis may lead to an impact on the profit and loss statement. UCB has applied the exemptions provided for in the amendments to IFRS 9 Financial Instruments and IFRS 7 Financial Instruments: Disclosures – Interest Rate Benchmark Reform on its interest rate swaps (cash flow hedge) with a current notional amount of USD 450 million and interest rate swaps (fair value hedge) with a notional amount of EUR 825 million. As provided for in the amendments, UCB has assumed that the interest rate on which the hedged cash flows are based (USD LIBOR and/or EURIBOR) does not change as a result of the reform until the maturity date of the hedging instrument. Therefore, if the hedged cash flows were to change as a result of the IBOR reform, this would not result in the 'highly probable' test not being met. Furthermore, UCB assumes, as stipulated in the amendments, a minimum ineffectiveness resulting from changes in cash flows due to the IBOR reform. This means that the economic relationship between the hedged item and the hedging instrument is not affected. For the fair value hedges of fixed-rate debt, UCB has applied the exemption provided for in the amendment to IFRS 9 concerning the fact that the risk component only needs to be separately identifiable at the initial recognition of the hedge. This approach is justified by the fact that EURIBOR has been reformed to comply with the legal requirements of the European Union's Benchmark Regulation and there are no plans to discontinue EURIBOR. In addition, ICE Benchmark Administration Limited ("IBA"), the authorised and regulated administrator of LIBOR, is expected to continue to determine and publish the overnight and 1-, 3-, 6- and 12-month USD LIBOR settings using panel bank contributions under the "panel bank" LIBOR methodology until the end of June 2023, which covers the remaining tenor of outstanding USD interest rate derivatives.
3.3 New Standards and Amendments to Standards Not Yet Applied
There are no other standards or interpretations or improvements to existing standards issued by the IASB that are not yet effective and that are expected to have a material impact on the Group's consolidated financial statements.
3.4 Consolidation
3.4.1 Subsidiaries
Subsidiaries are all entities (including structured entities) over which the Group has control. The Group has control over an entity when the Group is exposed to, or has rights to, variable returns from its involvement with the entity and has the ability to affect those returns through its power over the entity. Subsidiaries are fully consolidated from the date on which control is transferred to the Group. They are deconsolidated from the date that control ceases. Business combinations are accounted for by the Group using the acquisition method. The consideration transferred for the acquisition of a subsidiary is equal to the sum of the fair values of the transferred assets, the assumed liabilities and the equity interests issued by the Group. The consideration transferred includes the fair value of any asset or liability resulting from a contingent consideration arrangement. Acquisition-related costs are expensed in the profit and loss statement as incurred. Identifiable assets and assumed liabilities and contingent liabilities acquired in a business combination are measured at their fair value at the acquisition date. For each acquisition, the Group accounts for any non-controlling interest in the acquiree at fair value or at the proportionate share of the net assets of the acquiree. Contingent consideration to be transferred by the Group is recognised at fair value at the acquisition date. Subsequent changes in the fair value of contingent consideration that are deemed to be an asset or a liability are recognised in the profit and loss statement. Contingent consideration classified as equity is not remeasured, and subsequent settlement is accounted for within equity. Goodwill is initially measured as the excess of the aggregate of the consideration transferred and the fair value of any non-controlling interest over the net identifiable assets acquired and liabilities assumed. If this consideration is less than the fair value of the net assets of the acquired subsidiary, the difference is recognised in the profit and loss statement. Intra-group transactions, intra-group balances and unrealised gains on transactions between group companies are eliminated. Unrealised losses are also eliminated unless the transaction provides evidence of impairment of the transferred asset. Where necessary, the accounting policies of subsidiaries have been amended to ensure consistency with the policies adopted by the Group.
3.4.2 Changes in Ownership Interests in Subsidiaries without Change of Control
The Group treats transactions with non-controlling interests that do not result in a loss of control as transactions with the Group's equity holders. For purchases of non-controlling interests, the difference between the amount paid and the corresponding share acquired at the carrying amount of the net assets of the subsidiary is recognised in equity. Gains or losses on sales to non-controlling interests are also recognised in equity.
3.4.3 Disposal of Subsidiaries
When the Group loses control, any retained interest in the entity is remeasured at fair value, and the difference with the carrying amount is recognised in the profit and loss statement. The fair value is the initial carrying amount for the purpose of subsequently accounting for the retained interest as an associate, joint venture, or financial asset. Additionally, any amounts previously recognised in other comprehensive income in relation to that entity are treated as if the Group had directly disposed of the relevant assets or liabilities. This may mean that amounts previously recognised in other comprehensive income are reclassified to the profit and loss statement.
3.4.4 Associates
Associates are companies over which the Group has significant influence but does not have control. This is generally the case when the Group owns between 20% and 50% of the voting rights. Investments in associates are accounted for using the equity method and are initially recognised at cost. The carrying amount is increased or decreased, to recognise the investor’s share of the profit or loss of the investee after the date of acquisition. The Group’s investments in associates include goodwill identified at the time of acquisition. When the Group ceases to recognise an investment under the equity method as a result of a loss of significant influence, any retained interest in this investee is remeasured at fair value, with the difference between the carrying amount and fair value being recognised in the profit and loss statement. The fair value is the initial carrying amount for the purpose of subsequently accounting for the retained interest as a financial asset. Additionally, any amounts previously recognised in other comprehensive income in relation to that entity are treated as if the Group had directly disposed of the relevant assets or liabilities. This may mean that amounts previously recognised in other comprehensive income are reclassified to the profit and loss statement. If the ownership interest in an associate is reduced but significant influence is retained, only a proportionate share of the amounts previously recognised in other comprehensive income is reclassified to the profit and loss statement.# Het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming na de overname wordt geboekt in de winst- en verliesrekening en haar aandeel in de bewegingen van de niet-gerealiseerde resultaten wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten, met een overeenkomstige aanpassing van de boekwaarde van de investering. De cumulatieve bewegingen na de overname worden geboekt tegenover de boekwaarde van de investering. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming haar belangen in de geassocieerde deelneming evenaart of overschrijdt, inclusief andere ongedekte vorderingen, boekt de Groep geen verdere verliezen, behalve als ze verplichtingen heeft opgelopen of betalingen heeft verricht in naam van de geassocieerde deelneming. De boekwaarde van de geassocieerde deelnemingen wordt onderzocht op bijzondere waardeverminderingen in overeenstemming met de richtlijnen zoals beschreven in 199 Geïntegreerd jaarverslag 2021 Toelichting 3.10. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen de Groep en haar geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep in de geassocieerde deelnemingen. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig zijn de grondslagen voor de financiële verslaggeving van geassocieerde deelnemingen gewijzigd om de consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen voor financiële verslaggeving te verzekeren. Verwateringswinsten en -verliezen uit investeringen in geassocieerde deelnemingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt.
3.4.5 Belangen in gezamenlijke activiteiten
Een gezamenlijke activiteit is een gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen, of de joint operators die gezamenlijke zeggenschap hebben over de overeenkomst, rechten hebben op de activa, en verplichtingen hebben ten aanzien van de passiva, met betrekking tot de overeenkomst. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afgesproken delen van de zeggenschap over een overeenkomst en bestaat slechts wanneer beslissingen over relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de zeggenschap delen. Bij het verrichten van activiteiten op grond van gezamenlijke activiteiten boekt de Groep met betrekking tot haar belang in een gezamenlijke activiteit:
* haar activa, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijk aangehouden activa;
* haar verplichtingen, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijk aangegane verplichtingen;
* haar opbrengsten uit de verkoop van haar aandeel in de output van de gezamenlijke activiteiten;
* haar aandeel in de opbrengsten uit de verkoop van de output van de gezamenlijke activiteiten;
* haar kosten, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijke kosten.
Wanneer een entiteit van de Groep transacties verricht met een gezamenlijke activiteit waarbij die entiteit joint operator is, wordt de Groep geacht de transacties te verrichten met de andere partijen bij de gezamenlijke activiteit en worden uit de transacties voortvloeiende winsten en verliezen slechts opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep ten belope van de belangen van de andere partijen in de gezamenlijke activiteit.
3.5 Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één bedrijfssegment, nl. biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert.
3.6 Omrekening van vreemde valuta
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening werden de volgende belangrijke wisselkoersen gebruikt : De slotkoersen zijn de spotkoersen op 31 december 2021 en 31 december 2020.
3.6.1 Functionele en presentatievaluta
De posten in de enkelvoudige jaarrekeningen van elk van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd met behulp van de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in euro (€), zijnde de functionele valuta van de Vennootschap en de presentatievaluta van de Groep.
3.6.2 Transacties en saldi
Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta aan de hand van de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Wisselkoerswinsten en -verliezen die voortvloeien uit de afwikkeling van dergelijke transacties en uit de omrekening van monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta uitgedrukt zijn aan het einde van het jaar, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen onder Financiële opbrengsten of Financiële kosten (Toelichting 17), behalve wanneer het gaat om bedragen die worden uitgesteld in niet-gerealiseerde resultaten, zoals kwalificerende kasstroomafdekkingen en kwalificerende afdekkingen van netto-investeringen of wanneer deze toe te schrijven zijn aan een deel van de nettoinvestering in een buitenlandse activiteit. Wisselkoersverschillen op monetaire financiële activa in vreemde valuta die aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden gewaardeerd, worden deels in de winst- en verliesrekening en deels in niet-gerealiseerde resultaten opgenomen. Voor het erkennen van wisselkoerswinsten en -verliezen overeenkomstig IAS 21 worden de activa behandeld alsof ze aangehouden worden aan geamortiseerde kostprijs in de vreemde valuta. Bijgevolg worden wisselkoersverschillen op geamortiseerde kostprijs en voortvloeiend uit veranderingen in de geamortiseerde kostprijs (zoals rente berekend volgens de effectieve -rentemethode en bijzondere waardeverminderingsverliezen) in de winst- en verliesrekening opgenomen. Alle andere winsten en verliezen (d.w.z. veranderingen in de reële waarde, met inbegrip van wisselkoersverschillen daarop) worden opgenomen in nietgerealiseerde resultaten. Wisselkoersverschillen op een in vreemde valuta uitgedrukt niet-monetair financieel actief gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden opgenomen in nietgerealiseerde resultaten als deel van de toename of afname van de reële waarde.
3.6.3 Groepsvennootschappen
De resultaten en de financiële positie van alle entiteiten van de Groep (waarvan geen enkele een valuta van een hyperinflatoire economie heeft) die een functionele valuta hebben die verschilt van de presentatievaluta, worden als volgt naar de presentatievaluta omgerekend:
* de activa en passiva voor elke gepresenteerde balans worden omgerekend aan de slotkoers op de datum van die balans;
* de opbrengsten en kosten voor elke winst- en verliesrekening worden omgerekend aan de gemiddelde wisselkoersen (tenzij dit gemiddelde geen redelijke benadering is van het cumulatief effect van de koersen die van kracht zijn op de transactiedata; in dat geval worden de opbrengsten en de kosten omgerekend aan de koersen op de transactiedata); en
* alle daaruit voortvloeiende wisselkoersverschillen worden geboekt in niet-gerealiseerde resultaten (vermeld als “cumulatieve omrekeningsverschillen”).
Voor de consolidatie worden wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de netto- investering in buitenlandse bedrijfsactiviteiten en van leningen en andere valuta-instrumenten die bedoeld zijn als afdekkingen van dergelijke investeringen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten. Wanneer buitenlandse bedrijfsactiviteiten gedeeltelijk of volledig worden vervreemd of verkocht, worden de wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen vermogen, in de winst- en verliesrekening opgenomen als een winst of verlies op de verkoop. Goodwill en reële waarde-aanpassingen bij de overname van een buitenlandse entiteit worden behandeld als activa en passiva van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers omgerekend.
3.7 Opbrengsten
Opbrengsten worden erkend als de zeggenschap over een goed of dienst wordt overgedragen aan een klant.
3.7.1 Netto-omzet
Netto-omzet omvat de opbrengsten die erkend worden als gevolg van de overdracht van zeggenschap over goederen aan de klant. Het bedrag van de erkende opbrengsten is het bedrag dat werd toegewezen aan de prestatieverplichting die vervuld werd met inachtname van de variabele vergoeding. Het geraamde bedrag van de variabele vergoeding wordt opgenomen in de transactieprijs voor zover dat het zeer waarschijnlijk is dat er zich geen significante tegenboeking zal voordoen in het bedrag van de erkende cumulatieve opbrengsten zodra de onzekerheid verbonden aan de variabele vergoeding vervolgens opgelost is. De variabele vergoeding die in de transactieprijs is opgenomen, heeft betrekking op verkoopretouren, rabatten, commerciële kortingen en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (chargebacks) toegekend aan verschillende klanten en die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma’s, inclusief de programma’s “Medicaid Drug Rebate”, “Federal Medicare” in de VS en andere alsook op de extra heffingen op de vergoeding. van Amerikaanse merkgeneesmiddelen op voorschrift in de VS. Een verplichting wordt erkend voor verwachte verkoopretouren, rabatten, commerciële kortingen en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (charge-backs) of andere terugbetalingen die direct of indirect worden gedaan ten aanzien van klanten met betrekking tot de gerealiseerde verkopen tot het einde van de rapporteringsperiode. De betalingsvoorwaarden kunnen verschillend zijn van contract tot contract maar er wordt geacht dat er geen financieringselement aanwezig is. Bijgevolg wordt de transactieprijs niet aangepast voor de effecten van een significante financieringscomponent.# 3.7 Opbrengsten
Zodra de zeggenschap over de producten is overgedragen aan de klant wordt een vordering erkend aangezien dit het tijdstip is waarop de vergoeding onvoorwaardelijk is, aangezien enkel het verstrijken van de tijd nog vereist is voordat de betaling verschuldigd is. De transactieprijs wordt aangepast voor elke te betalen vergoeding aan de klant (direct of indirect) die economisch gelinkt is aan de opbrengsten uit een contract aangegaan met een klant tenzij een betaling wordt gedaan voor onderscheiden diensten ontvangen van de klant. In het laatste geval wordt de reële waarde van de ontvangen diensten geraamd en opgenomen onder de marketing- en verkoopkosten. Het bedrag van de variabele vergoeding wordt geraamd op basis van historische ervaring en de specifieke bepalingen in de individuele overeenkomsten. De netto-omzet wordt weergegeven exclusief btw, andere omzet-gerelateerde belastingen of enige andere bedragen die worden geïnd voor rekening van derden, zoals de overheid of overheidsinstellingen.
3.7.2 Royaltyinkomsten
Royalty’s gebaseerd op omzet die voortvloeien uit het in licentie geven van intellectuele eigendom worden erkend als de daaropvolgende onderliggende verkopen plaatsvinden op voorwaarde dat de prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is op dat moment.
3.7.3 Overige opbrengsten
De overige opbrengsten omvatten opbrengsten uit licentie- en winstdelingsovereenkomsten, evenals opbrengsten uit contractproductieovereenkomsten. De onderliggende prestatieverplichtingen kunnen vervuld zijn op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de specifieke situatie. Voor de prestatieverplichtingen die vervuld worden over een bepaalde periode, worden de opbrengsten erkend gebaseerd op een patroon dat het best de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant reflecteert. Gewoonlijk wordt deze vooruitgang gemeten op basis van een input-methode waarbij de opgelopen kosten en uren in verhouding tot het totaal van de verwachte op te lopen kosten en uren gebruikt wordt als een basis. Elke variabele vergoeding die beloofd werd in ruil voor een licentie of intellectuele eigendom en die gebaseerd is op het bereiken van bepaalde omzetdoelen wordt op dezelfde manier geboekt als de royalty’s gebaseerd op omzet. Dit is namelijk op het moment dat de gerelateerde verkopen plaatsvinden op voorwaarde dat de betreffende prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is. Elke variabele vergoeding zoals een ontwikkelingsmijlpaalbetaling die beloofd werd in ruil voor ontwikkelingsactiviteiten of intellectuele eigendom die in licentie werd gegeven, wordt enkel opgenomen in de transactieprijs zodra het zeer waarschijnlijk is dat de gerelateerde mijlpaal zal worden behaald, hetgeen dan resulteert in een inhalingsbeweging van opbrengsten op dat moment voor alle prestaties tot op dat moment. Vooruitbetalingen of licentierechten waarvoor er navolgende prestatieverplichtingen zijn, worden aanvankelijk opgenomen als uitgestelde opbrengsten en worden als opbrengsten erkend wanneer de prestatieverplichtingen vervuld zijn over de periode van de ontwikkelingssamenwerking of de productieverplichting.
3.7.4 Rentebaten
Rente wordt proportioneel met de tijd opgenomen, rekening houdend met het effectieve rendement van het actief.
3.7.5 Dividendinkomsten
Dividenden worden opgenomen op het moment dat de aandeelhouder het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.
3.8 Kostprijs van de omzet
De kostprijs van de omzet omvat voornamelijk de directe productiekosten, de daarmee verband houdende indirecte productiekosten en de afschrijvingen van de gerelateerde immateriële activa, alsook verleende diensten. Opstartkosten worden als kosten opgenomen op het moment dat ze gemaakt worden. Royaltylasten die rechtstreeks verband houden met verkochte goederen worden opgenomen in “kostprijs van verkochte goederen”.
3.9 Onderzoek en ontwikkeling
3.9.1 Intern gegenereerde immateriële activa, uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling
Alle interne onderzoekskosten worden als lasten opgenomen naarmate ze gemaakt worden. Interne ontwikkelingskosten worden enkel geactiveerd als ze voldoen aan de opnamecriteria van IAS 38 “Immateriële activa”. Vanwege de lange ontwikkelingsperiodes en aanzienlijke onzekerheden in verband met de ontwikkeling van nieuwe producten (zoals de risico’s met betrekking tot het resultaat van klinische proeven alsook de kans op officiële goedkeuring) werd geconcludeerd dat de interne ontwikkelingskosten van de Groep over het algemeen niet in aanmerking komen voor activering als immateriële activa. Op 31 december 2021 voldeden er geen interne ontwikkelingskosten aan de opnamecriteria.
3.9.2 Verworven immateriële active
Betalingen voor de verwerving van lopende onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten via licentieovereenkomsten, bedrijfscombinaties of afzonderlijke aankopen van activa worden als immateriële activa geactiveerd, op voorwaarde dat deze afzonderlijk identificeerbaar zijn, door de Groep gecontroleerd worden en naar verwachting toekomstige economische voordelen zullen opleveren. Vermits afzonderlijk verworven onderzoeks- en ontwikkelingsactiva steeds geacht worden te voldoen aan het waarschijnlijkheidscriterium van IAS 38 en het bedrag van de betalingen betrouwbaar kan worden bepaald, worden vooruitbetalingen en mijlpaalbetalingen aan derden voor farmaceutische producten of compunds waarvoor de goedkeuring om deze op de markt te brengen nog niet door de regelgevende instanties verleend werd, geboekt als immateriële activa. Ze worden lineair afgeschreven over hun geschatte levensduur zodra de producten gecommercialiseerd worden.
3.10 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa
Op elke verslagdatum beoordeelt de Groep de boekwaarde van haar immateriële activa, goodwill, materiële vaste activa en geassocieerde deelnemingen om na te gaan of er aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering bestaan. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat om de omvang van het bijzonder waardeverminderingsverlies te bepalen. Ongeacht of er al dan niet aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering zijn, vindt jaarlijks een evaluatie plaats van de nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en van de goodwill. Deze activa worden niet afgeschreven. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt geboekt voor het bedrag waarmee de boekwaarde van het actief zijn realiseerbare waarde overtreft. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde van een individueel actief te schatten, schat de Groep de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid (KGE) waartoe het actief behoort. De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de reële waarde verminderd met de kosten voor de verkoop en de bedrijfswaarde. Om de bedrijfswaarde te bepalen, hanteert de Groep schattingen van toekomstige kasstromen die door het actief of de kasstroomgenererende eenheid worden gegenereerd, waarbij ze dezelfde methoden volgt die worden gebruikt bij de initiële waardering van het actief of de kasstroomgenererende eenheid en zich baseert op de plannen van elke bedrijfsactiviteit op middellange termijn. De geschatte kasstromen worden verdisconteerd op basis van een passende rentevoet, die de huidige marktevaluaties van de tijdswaarde van geld weerspiegelen, en de risico’s die inherent zijn aan het actief of de kasstroomgenererende eenheid. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek “Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa”. Voor niet-financiële activa, andere dan de goodwill, die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, wordt op elke verslagdatum beoordeeld of een terugname van het bijzonder waardeverminderingsverlies noodzakelijk is. De terugname van de bijzondere waardevermindering wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt enkel teruggenomen voor zover de boekwaarde van het actief niet hoger ligt dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na aftrek van de afschrijvingen, indien er geen bijzonder waardeverminderingsverlies was geboekt. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden nooit teruggenomen. Immateriële activa worden product per product (d.w.z. per compound) of in voorkomend geval per indicatie, beoordeeld voor een bijzondere waardevermindering.
3.11 Reorganisatiekosten, overige baten en lasten
De uitgaven die door de Groep worden gedaan met het oog op een betere positionering om het hoofd te bieden aan de economische omgeving waarin ze opereert, zijn in de winsten verliesrekening als “reorganisatiekosten” opgenomen. De minderwaarden en meerwaarden uit de verkoop van immateriële activa, andere dan activa in ontwikkelingsfase, of materiële vaste activa, en verhogingen of terugnemingen van voorzieningen voor geschillen, andere dan belastinggeschillen of geschillen met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als ‘overige baten en lasten’.
3.12 Winstbelastingen
De belastingkost voor de periode omvat de verschuldigde en uitgestelde winstbelastingen. Belastingkosten worden geboekt in de winst- en verliesrekening, behalve wanneer ze betrekking hebben op posten die opgenomen zijn in de niet-gerealiseerde resultaten of direct in het eigen vermogen. Indien bepaalde bedragen opgenomen worden in de niet-gerealiseerde resultaten of in het eigen vermogen, wordt de belasting erop eveneens geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten of, desgevallend, direct in het eigen vermogen. Voor de grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt verwezen naar 3.13.2 onder Overheidssubsidies.# 3.12 Winstbelasting
De over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting wordt berekend op basis van de fiscale wetgeving die van kracht is of wezenlijk van kracht is op de balansdatum in de landen waar de dochterondernemingen van de Vennootschap actief zijn en belastbare winsten genereren. De verschuldigde en terug te vorderen winstbelastingen worden gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om deze te compenseren en de intentie bestaat om het saldo op netto basis af te handelen of om de belastingvorderingen en -schulden gelijktijdig te realiseren.
De uitgestelde winstbelasting wordt, volgens de balansmethode, erkend op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de geconsolideerde jaarrekening en de overeenkomstige fiscale waarde die bij de berekening van de belastbare winst wordt gebruikt. De uitgestelde belastingverplichtingen worden doorgaans geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen, en uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst fiscale winsten beschikbaar zullen zijn die aangewend kunnen worden voor het verrekenen van aftrekbare tijdelijke verschillen, overgedragen belastingkredieten en overgedragen verliezen.
Uitgestelde winstbelastingen worden niet erkend indien zij ontstaan bij de eerste boeking van goodwill of uit de eerste boeking van een actief of een verplichting in een transactie (andere dan bij een bedrijfscombinatie) die op het ogenblik van de transactie noch de boekhoudkundige winst, noch de belastbare winst beïnvloedt. De boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen wordt op elke balansdatum beoordeeld en wordt verlaagd in zoverre het niet langer waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winsten beschikbaar zullen zijn om het mogelijk te maken het voordeel van die uitgestelde belastingvordering geheel of gedeeltelijk aan te wenden.
Uitgestelde winstbelasting wordt berekend tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn in de periode waarin de verplichting afgewikkeld wordt of de vordering gerealiseerd wordt. De Groep houdt enkel rekening met fiscale wetgeving die wezenlijk van kracht is bij de raming van het bedrag van de uitgestelde winstbelastingen dat erkend dient te worden. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden niet verdisconteerd.
Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen en -vorderingen erkend voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en fiscale waarde van investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten indien de Vennootschap in staat is om het tijdstip van de tegenboeking van de tijdelijke verschillen te controleren en een tegenboeking van de verschillen in de nabije toekomst onwaarschijnlijk is.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden alleen gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde en terug te vorderen winstbelasting te compenseren en indien de uitgestelde winstbelastingen betrekking hebben op dezelfde belastbare entiteit en dezelfde belastingautoriteit.
3.13 Overheidssubsidies
Overheidssubsidies worden erkend tegen reële waarde indien er een redelijke zekerheid bestaat dat deze subsidies ontvangen zullen worden en dat de Groep zal voldoen aan alle voorwaarden die eraan verbonden zijn.
3.13.1 Terugvorderbare voorschotten ontvangen van de overheid
De Groep ontvangt contante betalingen van de overheid om hiermee bepaalde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gedeeltelijk te financieren. De betalingen ontvangen van de overheid dienen door de Groep terugbetaald te worden indien zij beslist om de resultaten van de onderzoeksfase van het betreffende project verder te exploiteren en commercialiseren. Indien de Groep beslist om niet verder te gaan met de resultaten van de onderzoeksfase, dienen de ontvangen voorschotten niet terugbetaald te worden. In dit geval dienen de rechten op de onderzoeksresultaten overgedragen te worden aan de overheid.
Wanneer de Groep deze voorschotten ontvangt, worden deze opgenomen onder de langlopende verplichtingen. Alleen wanneer er voldoende zekerheid bestaat dat de Groep deze voorschotten niet zal moeten terugbetalen, worden deze voorschotten als overheidssubsidies erkend en opgenomen in “Overige bedrijfsbaten”. Meer bepaald is dit op het ogenblik dat de overheid de ontvangst van de onderzoeksresultaten bevestigt alsook hun akkoord met de beslissing van de Groep om niet verder te gaan met het onderzoek.
3.13.2 Belastingkrediet voor O&O
Het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt beschouwd als een overheidssubsidie voor investeringen in vaste activa indien er geen bijkomende relevante voorwaarden moeten voldaan worden die niet direct gerelateerd zijn aan deze activa. Het belastingkrediet wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening evenredig met de kosten die het krediet beoogt te compenseren.
Indien het belastingkrediet ontvangen werd om onderzoeks- en ontwikkelingskosten die niet worden geactiveerd, te compenseren, wordt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling opgenomen in de winst- en verliesrekening op hetzelfde moment en in mindering van de betreffende onderzoeks- en ontwikkelingskosten opgenomen onder “onderzoeks - en ontwikkelingskosten”.
Indien het belastingkrediet ontvangen werd om afschrijvingen op immateriële activa zoals bv. licenties te compenseren, wordt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling erkend in de winst- en verliesrekening over de (resterende) gebruiksduur van het actief en opgenomen onder “Overige bedrijfsbaten”.
Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat niet kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt als een uitgestelde belastingvordering geboekt. In dit geval kan het belastingkrediet voor O&O ofwel (i) worden ontvangen in de vorm van een teruggave van belastingen in contanten na de wettelijk voorgeschreven wachttijd, ofwel (ii) worden verrekend met toekomstige belastbare inkomsten. Indien het belastingkrediet voor O&O niet terugbetaalbaar is door de belastingautoriteiten, wordt de invorderbaarheid van de uitgestelde belastingvordering op regelmatige basis geëvalueerd, zoals voor de andere uitgestelde belastingvorderingen.
Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt in mindering gebracht van de schuld voor te betalen belastingen.
3.14 Immateriële activa
3.14.1 Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa
Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa (gezamenlijk “immateriële activa” genoemd) worden opgenomen tegen historische kostprijs. Immateriële activa die zijn verworven door een bedrijfscombinatie worden geboekt tegen de reële waarde op de overnamedatum.
Immateriële activa (behalve goodwill) worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. in het geval van een licentie gerelateerd aan een compound of product, wanneer het product (dat de compound bevat) voor het eerst gecommercialiseerd wordt). De geschatte gebruiksduur is gebaseerd op de kortste van enerzijds de economische gebruiksduur (gewoonlijk tussen 5 en 20 jaar) en anderzijds de looptijd van het contract.
Immateriële activa (behalve goodwill) worden geacht een bepaalde economische gebruiksduur te hebben. Bijgevolg zijn er geen immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur geïdentificeerd.
3.14.2 Computersoftware
Verworven licenties voor computersoftware worden geactiveerd op basis van de kostprijs die betaald werd voor de verwerving en ingebruikstelling van de specifieke software. Deze kosten worden lineair afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur (3 tot 5 jaar).
3.15 Goodwill
Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen en vertegenwoordigt het verschil tussen de overgedragen vergoeding en de belangen van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen onderneming en de reële waarde van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming.
Goodwill wordt aanvankelijk opgenomen als een actief tegen kostprijs en wordt daarna gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Goodwill die voortvloeit uit de overname van dochterondernemingen wordt apart in de balans opgenomen, terwijl goodwill die ontstaat door de overname van geassocieerde deelnemingen, wordt opgenomen in de investering in geassocieerde deelnemingen.
UCB is werkzaam in één segment en heeft bijgevolg één kasstroomgenererende eenheid voor de test op bijzondere waardeverminderingen. Aangezien goodwill geacht wordt een onbepaalde gebruiksduur te hebben, wordt deze jaarlijks en telkens wanneer er een indicatie voor een bijzondere waardevermindering is, getoetst op bijzondere waardeverminderingen door het vergelijken van de boekwaarde met de realiseerbare waarde.
Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid kleiner is dan de boekwaarde van de eenheid, wordt het bijzonder waardeverminderingsverlies eerst toegewezen aan de goodwill van de kasstroomgenererende eenheid en wordt het vervolgens op een evenredige basis aan de andere activa van de eenheid toegewezen op basis van de boekwaarde van elk actief in de eenheid. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden niet teruggenomen.
Bij afstoting van een dochteronderneming of geassocieerde deelneming wordt het toe te rekenen bedrag van de goodwill opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies uit de afstoting van de entiteit. Indien de reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen de kostprijs van de bedrijfscombinatie overschrijdt, wordt het positieve verschil dat na herbeoordeling overblijft direct in de winst- en verliesrekening opgenomen.# 3.16 Materiële vaste activa
Alle materiële vaste activa worden geboekt tegen kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen, behalve materiële vaste activa in aanbouw die geboekt worden tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. De kosten omvatten alle rechtstreeks toerekenbare kosten om het actief gebruiksklaar te maken voor zijn beoogde gebruik. Aangekochte software die integraal deel uitmaakt van de functionaliteit van de betreffende uitrusting wordt als onderdeel van die uitrusting geactiveerd. Financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerkend komend actief, worden geactiveerd als onderdeel van de kostprijs van dat actief. Kosten na eerste opname worden enkel opgenomen in de boekwaarde van het actief of als afzonderlijk actief erkend, naargelang het geval, wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die hieraan verbonden zijn naar de Groep zullen vloeien en wanneer de kostprijs ervan op een betrouwbare wijze kan worden bepaald. Alle overige kosten voor herstel en onderhoud worden als lasten opgenomen wanneer ze zich voordoen.
Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode om de kosten van activa, uitgezonderd terreinen en vaste activa in aanbouw, toe te kennen aan hun restwaarde over hun geschatte gebruiksduur. De afschrijving begint wanneer het actief gebruiksklaar is. Terreinen worden niet afgeschreven. De restwaarde en de gebruiksduur van een actief worden ten minste aan het eind van elk boekjaar opnieuw bekeken en indien de verwachtingen afwijken van de vorige schattingen, wordt (worden) de wijziging(en) administratief verwerkt als (een) schattingswijziging(en) in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten.
De volgende gebruiksduren zijn van toepassing op de voornaamste categorieën van materiële vaste activa:
Winst en verlies uit verkopen worden bepaald op basis van de vergelijking tussen de ontvangsten uit de verkoop en de boekwaarde, en worden in de winst- en verliesrekening onder “overige baten en lasten” geboekt.
Vastgoedbeleggingen betreffen terreinen en gebouwen die aangehouden worden om huuropbrengsten te genereren. Deze activa worden aanvankelijk geboekt tegen kostprijs en worden afgeschreven op een lineaire basis over hun geschatte gebruiksduur. De onderliggende gebruiksduur komt overeen met die van materiële vaste activa die aangewend worden voor eigen gebruik. Gezien het geringe bedrag van vastgoedbeleggingen, worden deze niet afzonderlijk op de balans vermeld.
3.17 Leaseovereenkomsten
De Groep huurt verschillende gebouwen, uitrustingen en wagens en de huurovereenkomsten worden meestal afgesloten voor een vaste korte - of lange-termijn periode. De huurvoorwaarden worden op een individuele basis onderhandeld en omvatten een breed scala van verschillende algemene voorwaarden. De leaseovereenkomsten leggen geen convenanten op maar de geleasede activa mogen niet gebruikt worden als zekerheid voor leningsdoeleinden.
Leaseovereenkomsten worden opgenomen als een gebruiksrecht van activa en overeenkomstige verplichting op de datum waarop het geleasede actief beschikbaar is voor gebruik door de Groep. Elke leasebetaling wordt opgesplitst in enerzijds de terugbetaling van de verplichting en anderzijds een financiële kost. De financiële kost wordt toegerekend aan de winst- en verliesrekening over de periode van de leaseovereenkomst zodat een constante periodieke interestvoet wordt gegenereerd op het uitstaand saldo van de verplichting voor elke periode. Het gebruiksrecht van activa wordt lineair afgeschreven over het kortste van de gebruiksduur van het actief of de leaseperiode.
De activa en verplichtingen voortvloeiend uit een leaseovereenkomst worden aanvankelijk gewaardeerd op basis van een contante waarde. Leaseverplichtingen omvatten de netto contante waarde van de volgende leasebetalingen:
• vaste betalingen (inclusief in wezen vaste betalingen), verminderd met alle te ontvangen huurvoordelen;
• variabele leasebetalingen die gebaseerd zijn op een index of een tarief.
Er zijn geen leaseovereenkomsten waarvoor de Groep verwacht een bepaald bedrag te moeten betalen als gegarandeerde restwaarde of om een aankoopoptie uit te oefenen waarbij het redelijk zeker is dat de Groep deze optie zal uitoefenen of enige schadevergoeding zou moeten betalen voor het beëindigen van de leaseovereenkomst ingeval de leasetermijn het uitoefenen van deze optie reflecteert. De leasebetalingen worden verdisconteerd aan de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst, indien deze rentevoet kan worden bepaald, of aan de marginale rentevoet van de Groep.
Gebruiksrechten van activa worden gewaardeerd aan kostprijs die het volgende omvat:
• het bedrag van de oorspronkelijke waardering van de leaseverplichting;
• leasebetalingen gedaan op het moment van of voor de aanvangsdatum;
• initiële directe kosten (behalve voor de leaseovereenkomsten die al bestonden op overgangsdatum), en
• herstelkosten.
Gebruiksrechten van activa worden opgenomen als onderdeel van de materiële vaste activa en leaseverplichtingen als onderdeel van de leningen in de balans. Alle leasebetalingen die vervallen binnen 12 maanden worden als kortlopende verplichtingen geclassificeerd. Alle leasebetalingen die vervallen na minstens 12 maanden na balansdatum worden als langlopende verplichtingen geclassificeerd.
Betalingen voor korte- termijn leaseovereenkomsten en leaseovereenkomsten voor activa met geringe waarde worden op een lineaire basis erkend als een kost in de winsten verliesrekening. Korte-termijn leaseovereenkomsten zijn leaseovereenkomsten met een leasetermijn van 12 maanden of minder. Activa met geringe waarde omvatten voornamelijk IT-materiaal (laptops, tablets, mobiele telefoons, pc’s) en klein kantoormaterieel en meubilair.
Sommige leaseovereenkomsten voor wagens bevatten variabele leasebetalingen. Het betreft leaseovereenkomsten voor wagens die een finale huuraanpassingsclausule bevatten: bij het beëindigen van de leaseovereenkomst wordt een definitieve afrekening opgemaakt om de finale huuraanpassing te bepalen. Deze finale huuraanpassing is een huurbetaling (of terugbetaling) die het werkelijk gebruik van de geleasede wagen reflecteert. Dit finale bedrag is niet gekend bij aanvang van de leaseovereenkomst. Het bedrag van de huuraanpassing is geen gespecificeerd bedrag maar hangt af van gekende factoren zoals de maandelijkse afschrijving en de initiële aanschaffingskost en verschillende factoren die niet gekend zijn bij aanvang van de leaseovereenkomst, zoals kilometerstand, staat van het voertuig, slijtage, schade, geografie van de operatie, verwijderingskanaal en andere factoren. Al deze factoren samen vertegenwoordigen in het algemeen het “gebruik” van het voertuig. Betalingen die variëren afhankelijk van het gebruik van het onderliggend actief en meer bepaald van de kilometerstand van het voertuig zijn variabele leasebetalingen. De finale huuraanpassing wordt erkend als een kost, of ingeval het een terugbetaling betreft, als een vermindering van de kost wanneer gerealiseerd.
In een aantal leaseovereenkomsten voor gebouwen en wagens, aangegaan door de Groep, zijn opties om contracten te verlengen opgenomen. Deze voorwaarden worden gebruikt om de operationele flexibiliteit bij het beheer van contracten te maximaliseren. De aangehouden opties om contracten te verlengen kunnen alleen door de Groep worden uitgeoefend en niet door de respectieve leasinggever.
Er zijn geen belangrijke leaseovereenkomsten waarbij de Groep leasinggever is.
3.18 Financiële activa: investeringen
3.18.1 Classificatie
De Groep classificeert haar financiële activa in de volgende categorieën: deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (FVPL), deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI), deze die aan geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd. De classificatie hangt af van de manier waarop de Groep de financiële activa beheert (businessmodel) en van de contractuele voorwaarden van de kasstromen.
De investeringen zijn opgenomen onder de vaste activa, behalve wanneer de directie van plan is de investering te verkopen binnen de 12 maanden na de balansdatum. Geregelde aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de transactiedatum – de datum waarop de Groep zich verbindt tot de aankoop of verkoop van het actief. Financiële activa worden niet langer opgenomen als de rechten om kasstromen uit de investeringen te ontvangen, vervallen zijn of zijn overgedragen, en de Groep alle risico’s en voordelen verbonden aan de eigendom hoofdzakelijk heeft overgedragen. Voor activa gewaardeerd tegen reële waarde, zullen winsten en verliezen opgenomen worden in de winst- en verliesrekening of in niet-gerealiseerde resultaten. Voor investeringen in eigen-vermogensinstrumenten die niet aangehouden worden voor handelsdoeleinden, zal dit afhangen van het feit of de Groep bij eerste opname een onherroepelijke keuze heeft gemaakt om het eigenvermogensinstrument te boeken als financieel actief gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten.
3.18.2 Waardering
Bij de eerste opname waardeert de Groep een financieel actief tegen zijn reële waarde plus transactiekosten die direct toe te rekenen zijn aan de aanschaffing van het financieel actief, in geval het een financieel actief betreft dat niet gewaardeerd wordt tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening.## 3.18 Financiële instrumenten
Transactiekosten voor financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden opgenomen als kost in de winst- en verliesrekening. Financiële activa met in contract besloten afgeleide financiële instrumenten worden in hun geheel beschouwd voor het bepalen of hun kasstromen enkel de betaling van hoofdsom en rente betreffen.
Schuldinstrumenten
De Groep heeft momenteel geen investeringen in schuldinstrumenten.
Eigen-vermogensinstrumenten
De Groep waardeert alle eigen-vermogensinstrumenten na eerste opname tegen reële waarde. Ingeval de directie van de Groep ervoor gekozen heeft om de winsten en verliezen ten gevolge van de wijzigingen in reële waarde op eigenvermogensinstrumenten te tonen in de niet-gerealiseerde resultaten, is er geen herclassificatie na eerste opname van winsten en verliezen door wijzigingen in reële waarde naar de winst- en verliesrekening op het ogenblik dat de investering niet langer wordt opgenomen in de balans. Dividenden afkomstig van dergelijke investeringen blijven opgenomen in de winst- en verliesrekening onder financiële opbrengsten op het moment dat de Groep het recht verkrijgt de betaling te ontvangen. Bijzondere waardeverminderingsverliezen (en terugname van bijzondere waardeverminderingsverliezen) op eigenvermogensinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden niet afzonderlijk van de andere wijzigingen in de reële waarde gerapporteerd. Alle wijzigingen in de reële waarde van de financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als financiële opbrengsten/lasten. De reële waarde van genoteerde beleggingen is gebaseerd op de huidige biedkoersen. Als de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), bepaalt de Groep de reële waarde door middel van waarderingstechnieken.
3.19 Afgeleide financiële instrumenten en afdekkingsactiviteiten
De Groep maakt gebruikt van afgeleide financiële instrumenten om haar blootstelling aan valuta- en renterisico’s die voortvloeien uit haar operationele, financierings- en investeringsactiviteiten af te dekken. De Groep voert geen speculatieve transacties uit. Afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname geboekt tegen reële waarde en toerekenbare transactiekosten worden in de winst- en verliesrekening geboekt als ze zich voordoen. Afgeleide financiële instrumenten worden daarna geherwaardeerd tegen reële waarde. De Groep houdt ook rekening met het kredietrisico en het risico van wanprestatie in haar waarderingstechnieken, wat zorgt voor een verwaarloosbare impact op de waardering van derivaten als gevolg van wijzigingen in de credit- of debetmarge gerealiseerd op tegenpartijen waarmee financiële markttransacties afgesloten worden. De methode voor het erkennen van de daaruit voortvloeiende winsten of verliezen hangt af van het feit of het afgeleide financiële instrument als een afdekkingsinstrument is aangemerkt, en zo ja, van de aard van de afgedekte post. De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen, reële-waardeafdekkingen of afdekkingen van netto-investeringen. De Groep documenteert bij het afsluiten van de transactie de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie, alsook haar doelstellingen en strategie inzake risicobeheer waarvoor de verschillende afdekkingstransacties werden aangegaan. De Groep past deze beoordeling aan wanneer nodig bijvoorbeeld wanneer de afdekkingsratio opnieuw wordt geëvalueerd of wanneer de analyse van de oorzaken van afdekkingsineffectiviteit wordt aangepast. De volledige reële waarde van een afgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie meer dan 12 maanden bedraagt, en als vlottend actief of kortlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie minder dan 12 maanden bedraagt. In contract besloten afgeleide financiële instrumenten bij financiële verplichtingen worden van het basiscontract gescheiden en afzonderlijk geboekt indien de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract en van het in contract besloten afgeleide financiële instrument niet nauw met elkaar verbonden zijn, een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in contract besloten afgeleide financieel instrument zou beantwoorden aan de definitie van een afgeleid financieel instrument, en indien het gecombineerde instrument niet tegen reële waarde in de winst- en verliesrekening wordt geboekt.
3.19.1 Kasstroomafdekkingen
Het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, wordt opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder “Financiële opbrengsten/Financiële kosten”. Wanneer optiecontracten worden gebruikt om een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie af te dekken, merkt de Groep enkel de intrinsieke waarde van de opties aan als afdekkingsinstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijzigingen in de intrinsieke waarde van de opties worden erkend in niet-gerealiseerde resultaten. De wijzigingen in de tijdswaarde van de opties die betrekking hebben op de afgedekte positie (gealigneerde tijdswaarde) worden ook erkend in niet-gerealiseerde resultaten. Deze zullen worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten/lasten) zodra de afgedekte transactie de winst- en verliesrekening beïnvloedt (in het geval van transactiegerelateerde afdekkingen) of over de periode van de afdekking (in het geval van tijdsperiodegerelateerde afdekkingen). Wanneer termijncontracten worden gebruikt om verwachte toekomstige transacties af te dekken, merkt de Groep over het algemeen enkel de wijziging in reële waarde van het termijncontract met betrekking tot de spot- component aan als afdekkingsinstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten worden erkend in niet-gerealiseerde resultaten. De wijzigingen in de forward component van het contract dat betrekking heeft op de afgedekte positie (gealigneerde forward component) wordt erkend in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten/kosten). Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in intrinsieke waarde van de opties of met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten geaccumuleerd in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in de periode dat de afgedekte positie de winst- en verliesrekening beïnvloedt op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winst- en verliesrekening heeft beïnvloed. Als de kasstroomafdekking van een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie leidt tot de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, dan worden de daarmee verband houdende winsten of verliezen op het voorheen in de niet-gerealiseerde resultaten erkende afgeleide financieel instrument opgenomen in de initiële waardering van het actief of de verplichting wanneer het actief of de verplichting wordt erkend. Wanneer termijncontracten en financiële instrumenten met vreemde valuta basis spreads worden gebruikt in afdekkingen beslist de Groep voor elke afdekkingsrelatie afzonderlijk of de wijzigingen in de valuta basis spreads geboekt worden zoals de tijdswaarde van opties of deze wijzigingen in waarde opgenomen worden in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten/kosten). Wanneer een afdekkingsinstrument vervalt, verkocht wordt of beëindigd wordt, of wanneer een afdekking niet langer aan de criteria voor hedge accounting beantwoordt, wordt de geaccumuleerde uitgestelde winst of verlies in niet-gerealiseerde resultaten op dat moment behouden in niet-gerealiseerde resultaten tot de verwachte toekomstige transactie plaats vindt, resulterend in de erkenning van een niet-financieel actief of niet-financiële verplichting. Zodra verwacht wordt dat een verwachte toekomstige transactie zich niet meer zal voordoen, worden de geaccumuleerde winsten of verliezen opgenomen onder niet-gerealiseerde resultaten onmiddellijk overgeboekt naar de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten/kosten).
3.19.2 Reële-waardeafdekkingen
Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als reëlewaardeafdekkingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt onder “Financiële opbrengsten/Financiële kosten”, samen met eventuele wijzigingen in de reële waarde van het afgedekte actief of de afgedekte verplichting die aan het afgedekte risico toegerekend kunnen worden.
3.19.3 Afdekking van netto-investeringen
Afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten worden geboekt op vergelijkbare wijze met kasstroomafdekkingen. Elke winst of elk verlies op het afdekkingsinstrument met betrekking tot het effectieve gedeelte van de afdekking wordt opgenomen in de cumulatieve omrekeningsverschillenreserve. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve gedeelte wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder “Financiële opbrengsten/Financiële kosten”. De in het eigen vermogen geaccumuleerde winsten en verliezen worden naar de winst- en verliesrekening overgeboekt wanneer de buitenlandse bedrijfsactiviteit gedeeltelijk wordt afgestoten of wordt verkocht.### 3.19.4 Afgeleide financiële instrumenten die niet in aanmerking komen voor hedge accounting
Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die niet kwalificeren voor hedge accounting worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening geboekt onder “Financiële opbrengsten/Financiële kosten”.
3.20 Voorraden
Grondstoffen, verbruiksproducten, goederen die aangekocht werden voor doorverkoop, goederen in bewerking en afgewerkte goederen worden gewaardeerd tegen de kostprijs of de netto realiseerbare waarde als die lager is. De kostprijs wordt bepaald aan de hand van de gewogen gemiddelde kostenmethode. De kostprijs van goederen in bewerking en afgewerkte goederen omvat alle kosten voor de verwerking en andere kosten die gemaakt worden om de voorraden naar hun huidige locatie en in hun huidige toestand te brengen. De bewerkingskosten omvatten de productiekosten en de gerelateerde vaste en variabele indirecte productiekosten (inclusief afschrijvingslasten). De netto realiseerbare waarde vertegenwoordigt de geschatte verkoopprijs verminderd met alle geschatte afwerkingskosten en de nog te maken kosten voor marketing, verkoop en distributie. Materialen voor klinische proeven zijn werkzame stoffen en ontwikkelingsbenodigdheden die worden gebruikt bij O&Oactiviteiten. Aangezien deze niet worden gebruikt om in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening te worden verkocht, voldoen zij niet aan de definitie van voorraden. Deze worden echter in de balans gepresenteerd als andere vlottende activa, aangezien de materialen voor klinische proeven voldoen aan de definitie van een actief, aangezien het waarschijnlijk is dat zij zullen resulteren in toekomstige economische voordelen voor de Groep en aangezien hun kostprijs of waarde op betrouwbare wijze kan worden gemeten.
3.21 Handelsvorderingen
Handelsvorderingen worden bij eerste opname geboekt tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode na aftrek van een voorziening voor verwachte kredietverliezen. Voor het bepalen van de verwachte kredietverliezen, past de Groep de vereenvoudigde benadering toe die is toegestaan door IFRS 9, die vereist dat levenslange verliezen worden opgenomen vanaf de eerste opname van de vorderingen. De Groep identificeerde 2 categorieën handelsvorderingen: vorderingen op particuliere klanten en vorderingen op klanten in de publieke sector. Voor elk van deze categorieën maakt de Groep gebruik van een matrix om de voorziening voor levenslang verwachte kredietverliezen te bepalen. In geval er een indicatie of aanwijzing van bijzondere waardevermindering is voor een specifieke vordering, zal een bijzondere waardevermindering worden opgenomen voor het bedrag van de levenslang verwachte kredietverliezen. Voor alle vorderingen die gedekt zijn door een kredietverzekering of door een factoringovereenkomst zonder verhaal, zullen de levenslang verwachte kredietverliezen worden berekend rekening houdend met deze dekking.
3.22 Geldmiddelen en kasequivalenten
Ten behoeve van de presentatie in het Geconsolideerd Kasstroomoverzicht omvatten geldmiddelen en kasequivalenten contanten, direct opvraagbare deposito’s en overige kortlopende, uiterst liquide beleggingen met originele looptijden van drie maanden of minder die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen, en voorschotten in rekening-courant. Voorschotten in rekening -courant worden opgenomen onder de leningen onder kortlopende verplichtingen in de balans.
3.23 Vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten
Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de Vennootschap die ofwel afgestoten is, ofwel geclassificeerd is als aangehouden voor verkoop. Het moet ofwel een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, ofwel deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht. Vaste activa of een groep activa die wordt afgestoten, worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en een verkoop als zeer waarschijnlijk wordt beschouwd. Vaste activa en groepen activa die worden afgestoten, worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door hun voortgezette gebruik. Bijzondere waardeverminderingsverliezen bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop worden in de winst- en verliesrekening geboekt. Vaste activa die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop worden niet afgeschreven.
3.24 Aandelenkapitaal
3.24.1 Gewone aandelen
Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen. Bijkomende kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen of opties worden in mindering van de ontvangen bedragen in het eigen vermogen gepresenteerd, na aftrek van belastingen. De Vennootschap heeft geen preferente aandelen of verplicht aflosbare preferente aandelen uitgegeven.
3.24.2 Eigen aandelen
Wanneer een onderneming van de Groep aandelen van de Vennootschap koopt (eigen aandelen) wordt de betaalde som, inclusief de toerekenbare directe kosten (na aftrek van winstbelastingen) in mindering gebracht van het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap tot de aandelen geannuleerd of verkocht zijn. Wanneer dergelijke aandelen later worden verkocht, wordt elke ontvangen vergoeding, na aftrek van de rechtstreeks toerekenbare bijkomende transactiekosten en het gerelateerde winstbelastingseffect, opgenomen in het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap.
3.25 Obligaties en leningen
Obligaties, leningen en voorschotten in rekening-courant worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde, na aftrek van de opgelopen transactiekosten, en worden vervolgens gewaardeerd tegen hun geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieve rentemethode. Verschillen tussen de ontvangsten (na aftrek van transactiekosten) en de afwikkeling of aflossing van leningen worden erkend over de looptijd van de leningen, overeenkomstig de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. Leningen worden geclassificeerd als kortlopende verplichtingen, behalve wanneer de Groep een onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting voor ten minste 12 maanden na de balansdatum uit te stellen.
3.26 Handelsschulden
Handelsschulden worden bij eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode.
3.27 Personeelsbeloningen
3.27.1 Pensioenverplichtingen
De Groep kent verschillende vergoedingen na uitdiensttreding toe, waaronder zowel toegezegdpensioenregelingen als toegezegde bijdragenregelingen. Een toegezegde-bijdragenregeling is een pensioenplan waarbij de Groep vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit en geen wettelijke of feitelijke verplichting heeft om bijkomende bijdragen te betalen indien het fonds over onvoldoende middelen zou beschikken om aan alle werknemers de voordelen te betalen die resulteren uit het dienstverband van de werknemer in de lopende periode en in voorgaande perioden. Verplichtingen voor bijdragen aan toegezegde bijdragenregelingen worden als kosten voor personeelsvergoedingen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening opgenomen wanneer ze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde bijdragen worden als een actief geboekt voor zover deze terugbetaalbaar zijn in contanten of tot een vermindering van toekomstige betalingen zullen leiden. Toegezegd- pensioenregelingen bepalen een bedrag voor pensioenuitkering dat een werknemer bij pensionering zal ontvangen, meestal op basis van één of meer factoren, zoals leeftijd, aantal dienstjaren en loon. De verplichting, opgenomen in de geconsolideerde balans, met betrekking tot de toegezegd-pensioenregelingen, is de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. Een eventueel surplus dat voortvloeit uit deze berekening wordt beperkt tot de contante waarde van eventuele economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verminderingen van toekomstige bijdragen aan de regeling. De brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt berekend door onafhankelijke actuarissen volgens de ‘projected unit credit’-methode. Een volledige actuariële waardering op basis van bijgewerkte personeelsgegevens wordt ten minste om de drie jaar uitgevoerd. Daarnaast is een volledige actuariële waardering eveneens vereist indien de nettoschommeling in de balans van het ene jaar op het andere meer dan 10% bedraagt als gevolg van omstandigheden met betrekking tot de regeling (significante wijzigingen in lidmaatschap, wijzigingen in de regeling enz.). In jaren waar een volledige actuariële waardering niet vereist is, worden prognoses (“roll- forwards” genoemd) gebruikt op basis van het voorgaande jaar met bijgewerkte veronderstellingen (disconteringsvoet, loonsverhoging, verloop). Voor deze roll-forwardwaarderingen worden de gegevens van de individuele werknemers gebruikt van de laatste volledige waarderingsdatum, rekening houdend met veronderstellingen op het vlak van loonsverhogingen en mogelijk verloop.# 3.27 Pensioenen en andere vergoedingen na uitdiensttreding
Bij alle waarderingen worden de verplichtingen gewaardeerd op de toepasselijke balansdatum en de marktwaarde van de pensioenfondsbeleggingen wordt eveneens op deze datum gerapporteerd, onafhankelijk van het feit of het een volledige of een roll-forwardwaardering betreft. De contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt bepaald door de geschatte toekomstige kasuitstromen te verdisconteren op basis van de marktrendementen van hoogwaardige ondernemingsobligaties waarvan de looptijd consistent is met de looptijd van de verplichtingen van de Groep en waarvan de valuta dezelfde is als die waarin de beloningen verwacht worden te zullen worden betaald. Herwaarderingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen, de impact van de limiet op activa (indien van toepassing) en het rendement op fondsbeleggingen (excl. rente) worden onmiddellijk opgenomen in de balans samen met een tenlasteneming of creditering van niet- gerealiseerde resultaten in de periode waarin deze zich voordoen. Herwaarderingen die opgenomen zijn in niet-gerealiseerde resultaten worden nooit naar de winst- en verliesrekening overgeboekt. De entiteit kan deze in niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedragen evenwel overboeken binnen het eigen vermogen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt in de winst- en verliesrekening in de periode van de wijziging van de regeling. Nettorente wordt berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettoverplichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. De kosten voor toegezegde pensioenrechten worden onderverdeeld in drie categorieën:
* aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, winsten en verliezen op inperkingen en afwikkelingen;
* netto rentekosten of -inkomsten;
* herwaardering.
De Groep neemt de eerste twee componenten van de kosten voor toegezegde pensioenen op onder de personeelskosten in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening (in de operationele kosten volgens aard). Netto rentekosten of -inkomsten worden opgenomen als onderdeel van de operationele winst. Winsten en verliezen als gevolg van inperkingen worden opgenomen als pensioenkosten van verstreken diensttijd. Herwaarderingen worden geboekt onder de niet-gerealiseerde resultaten.
3.27.1 Toegezegde pensioenregelingen
Bij alle waarderingen worden de verplichtingen gewaardeerd op de toepasselijke balansdatum en de marktwaarde van de pensioenfondsbeleggingen wordt eveneens op deze datum gerapporteerd, onafhankelijk van het feit of het een volledige of een roll-forwardwaardering betreft. De contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt bepaald door de geschatte toekomstige kasuitstromen te verdisconteren op basis van de marktrendementen van hoogwaardige ondernemingsobligaties waarvan de looptijd consistent is met de looptijd van de verplichtingen van de Groep en waarvan de valuta dezelfde is als die waarin de beloningen verwacht worden te zullen worden betaald. Herwaarderingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen, de impact van de limiet op activa (indien van toepassing) en het rendement op fondsbeleggingen (excl. rente) worden onmiddellijk opgenomen in de balans samen met een tenlasteneming of creditering van niet- gerealiseerde resultaten in de periode waarin deze zich voordoen. Herwaarderingen die opgenomen zijn in niet-gerealiseerde resultaten worden nooit naar de winst- en verliesrekening overgeboekt. De entiteit kan deze in niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedragen evenwel overboeken binnen het eigen vermogen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt in de winst- en verliesrekening in de periode van de wijziging van de regeling. Nettorente wordt berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettoverplichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. De kosten voor toegezegde pensioenrechten worden onderverdeeld in drie categorieën:
* aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, winsten en verliezen op inperkingen en afwikkelingen;
* netto rentekosten of -inkomsten;
* herwaardering.
De Groep neemt de eerste twee componenten van de kosten voor toegezegde pensioenen op onder de personeelskosten in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening (in de operationele kosten volgens aard). Netto rentekosten of -inkomsten worden opgenomen als onderdeel van de operationele winst. Winsten en verliezen als gevolg van inperkingen worden opgenomen als pensioenkosten van verstreken diensttijd. Herwaarderingen worden geboekt onder de niet-gerealiseerde resultaten.
3.27.2 Overige vergoedingen na uitdiensttreding
Sommige ondernemingen van de Groep verlenen hun gepensioneerden medische zorgverlening na uitdiensttreding. De nettoverplichting van de Groep is het bedrag van toekomstige beloningen die werknemers hebben verdiend in ruil voor hun dienstverband in de lopende en voorgaande perioden. De verwachte kosten van deze beloningen worden erkend over de periode van tewerkstelling, op basis van dezelfde methodologie als deze die gebruikt wordt voor de toegezegd-pensioenregelingen.
3.27.3 Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn verschuldigd wanneer het dienstverband van een werknemer wordt beëindigd vóór de normale pensioendatum, of wanneer een werknemer in ruil voor deze vergoedingen vrijwillig ontslag aanvaardt. De Groep neemt ontslagvergoedingen op wanneer ze zich aantoonbaar heeft verbonden tot hetzij de beëindiging van het dienstverband van huidige werknemers volgens een gedetailleerd formeel plan zonder de mogelijkheid dat het plan ingetrokken wordt, hetzij de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod dat aan de werknemers gedaan werd om vrijwillig ontslag te stimuleren. Vergoedingen die na meer dan 12 maanden na de balansdatum invorderbaar worden, worden naar hun contante waarde verdisconteerd.
3.27.4 Overige lange-termijnpersoneelsbeloningen
De verplichtingen voor jubileumpremies en beloningen voor het in dienst zijn gedurende een lange periode worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige betalingen met betrekking tot diensten verstrekt door werknemers tot op het einde van de verslagperiode, gebruik makend van de “projected unit credit”-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met verwachte toekomstige loonsverhogingen, ervaringen inzake personeelsverloop en dienstverleningsperioden. Verwachte toekomstige betalingen worden verdisconteerd op basis van de marktrendementen van hoogwaardige bedrijfsobligaties waarvan de looptijd en de valuta zo nauw mogelijk aansluiten bij deze van de geschatte toekomstige kasuitstromen. Herwaarderingen ten gevolge van ervaringsaanpassingen en wijzigingen in actuariële veronderstellingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
3.27.5 Winstdeling en bonusregelingen
De Groep neemt een verplichting en een last op voor bonussen en winstdeling op basis van een formule waarbij de winst die toewijsbaar is aan de aandeelhouders van de Vennootschap, na bepaalde correcties, in aanmerking genomen wordt. De Groep neemt een voorziening op wanneer een betrouwbare schatting van de verplichting kan worden gemaakt, aangezien er een praktijk uit het verleden bestaat voor betalingen van bonussen en winstdelingen die een feitelijke verplichting heeft doen ontstaan.
3.27.6 Op aandelen gebaseerde betalingen
De Groep beheert verschillende in eigenvermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen als beloning voor de werknemers. De reële waarde van de diensten die worden ontvangen van de werknemers in ruil voor de toekenning van aandelenopties, wordt als last opgenomen. Het totaal bedrag dat wordt opgenomen in kosten, wordt bepaald door verwijzing naar de reële waarde van de toegekende aandelenopties, waarbij geen rekening wordt gehouden met de impact van eventuele voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde toekenningsvoorwaarden die niet marktgerelateerd zijn (bijvoorbeeld winstgevendheid, gedurende een bepaalde tijd in dienst blijven bij de entiteit). Toekenningsvoorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde voorwaarden die niet marktgerelateerd zijn, worden opgenomen in de veronderstellingen over het aantal opties dat verwacht wordt onvoorwaardelijk te worden. Het totale bedrag van de kost wordt opgenomen over de wachtperiode, hetgeen de periode is gedurende dewelke alle bepaalde toekenningsvoorwaarden moeten worden vervuld. De reële waarde van het aandelenoptieplan wordt bepaald op de toekenningsdatum volgens het waarderingsmodel van Black & Scholes, dat rekening houdt met de verwachte looptijd en het annuleringspercentage van de opties. Op elke balansdatum herziet de entiteit haar schattingen van het aantal opties dat naar verwachting onvoorwaardelijk zal worden. Ze neemt de impact van de herziening op de oorspronkelijke schattingen desgevallend op in de winst- en verliesrekening, met een overeenkomstige aanpassing in het eigen vermogen. De ontvangen bedragen worden, na aftrek van eventuele direct toerekenbare transactiekosten, gecrediteerd in het aandelenkapitaal (nominale waarde) en in de uitgiftepremie wanneer de opties uitgeoefend worden. De reële waarde van het bedrag dat betaalbaar is aan werknemers op basis van “share appreciation rights”, fantoomaandelenoptieplannen, fantoomaandelentoekenningsplannen en fantoomprestatieaandelenplannen die in geldmiddelen worden afgewikkeld, wordt geboekt als een last, met een overeenkomstige verhoging van de verplichtingen over de periode gedurende dewelke de werknemers onvoorwaardelijk recht krijgen op de betaling. De verplichting wordt geherwaardeerd op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling. Alle wijzigingen in de reële waarde van de verplichtingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als personeelskosten.
3.28 Voorzieningen
Voorzieningen worden opgenomen in de balans wanneer:
* er een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting is als gevolg van een gebeurtenis in het verleden;
* het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen omvatten, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen; en
* het bedrag van de verplichting betrouwbaar geschat kan worden.
Het bedrag dat als voorziening opgenomen wordt, is de beste schatting van de vereiste uitgaven om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting vereist zullen zijn om de verplichting af te wikkelen, aan de hand van een disconteringsvoet die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico’s die inherent zijn aan de verplichting. De verhoging van de voorziening vanwege het verstrijken van tijd wordt als rentelast geboekt. Een voorziening voor reorganisatiekosten wordt geboekt wanneer de Groep een gedetailleerd formeel plan heeft en ze bij de betrokkenen een geldige verwachting gewekt heeft dat ze de reorganisatie zal doorvoeren door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijkste kenmerken ervan aan de betrokkenen mee te delen. Milieuvoorzieningen vloeien hoofdzakelijk voort uit wettelijke contractuele verplichtingen. Voor meer informatie over deze milieu- en andere voorzieningen verwijzen wij naar Toelichting 34.
4. Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen
Schattingen en beoordelingen worden voortdurend geëvalueerd en zijn gebaseerd op historische ervaring en andere factoren, inclusief de verwachtingen betreffende toekomstige gebeurtenissen die redelijk worden geacht gezien de omstandigheden.
4.1 Kritische beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep
Opbrengstenerkenning
De Groep is betrokken partij bij licentieverleningsovereenkomsten die gepaard kunnen gaan met vooruitbetalingen, ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet en royalty’s die zich verspreid over verschillende jaren kunnen voordoen en bepaalde toekomstige contractuele verplichtingen kunnen inhouden.# Voor alle licentieverleningsovereenkomsten waarbij een licentie wordt toegekend samen met andere goederen en diensten, maakt de Groep eerst een beoordeling over het feit of de licentie al dan niet beschouwd dient te worden als een afzonderlijke prestatieverplichting of niet. Indien het toekennen van de licentie beschouwd wordt als een afzonderlijke prestatieverplichting, worden de opbrengsten met betrekking tot de overdracht van de licentie erkend op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de aard van de licentie. Opbrengsten worden enkel gespreid over een bepaalde periode indien de Groep ontwikkelings-, productie- of andere activiteiten uitvoert die een significante impact hebben op de getransfereerde intellectuele eigendom, waarbij de licentiehouder wordt blootgesteld aan de effecten van deze activiteiten, indien deze activiteiten geen afzonderlijke dienst vertegenwoordigen. Indien de Groep van oordeel is dat deze voorwaarden niet vervuld zijn, worden de opbrengsten die resulteren uit licentieverleningsovereenkomsten erkend op het ogenblik dat de zeggenschap over de licentie getransfereerd wordt. Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend en ingeval de input- methode als de beste methode wordt beschouwd om de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant weer te geven, kan enige beoordeling nodig zijn bij de toepassing van deze methode, met name bij het inschatten van de totale op te lopen kosten en uren. In dit geval gebruikt de Groep haar beste schatting op basis van ervaringen uit het verleden en actuele kennis en vooruitgang van de te verstrekken dienst. Schattingen worden op continue basis opnieuw beoordeeld. Gezien de activiteiten van de Groep, biedt de input-methode in de meeste gevallen de meest getrouwe weergave van de overdracht van de dienst aan de klant. Voor licenties die gebundeld worden met andere diensten (zoals bijvoorbeeld ontwikkelings- of productiediensten) zal de Groep een beoordeling maken over het feit of de gecombineerde prestatieverplichting vervuld wordt op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode. Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend, zal de Groep beoordelen over welke periode de diensten worden verstrekt. De Groep zal ook een beoordeling maken bij het toewijzen van de verschillende componenten van de transactieprijs aan de verschillende prestatieverplichtingen in geval er, naast de overdracht van de licentie, ook andere prestatieverplichtingen in de licentieverleningsovereenkomst opgenomen zijn. Opbrengstenerkenning voor licentieverleningsovereenkomsten is bijgevolg gebaseerd op de specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan elke licentieverleningsovereenkomst. Dit kan ertoe leiden dat kasontvangsten aanvankelijk geboekt worden als contractuele verplichtingen en dan overgeboekt worden naar de opbrengsten in de volgende verslagperiodes op basis van de diverse voorwaarden die in de overeenkomst vermeld worden.
Beëindigde bedrijfsactiviteiten
Bedrijfsactiviteiten die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop of die verkocht werden, worden gepresenteerd als beëindigde bedrijfsactiviteiten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening indien de bedrijfsactiviteiten een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht. De inschatting van wat een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit is, gebeurt geval per geval en hangt af van de grootte van de bedrijfsactiviteiten in termen van opbrengsten, brutowinst of totale waarde van activa en verplichtingen in vergelijking met de totale bedrijfsactiviteiten van de Groep.
Leaseovereenkomsten
Voor het bepalen van de leasetermijn houdt het management rekening met alle feiten en omstandigheden die een economisch voordeel inhouden bij het uitoefenen van een optie om een contract te verlengen of te beëindigen. De beoordeling wordt herzien indien zich een belangrijke gebeurtenis of een significante wijziging in de omstandigheden voordoet die een invloed kan hebben op deze beoordeling. Gedurende het huidige boekjaar was er geen materiële financiële impact als een gevolg van de herziening van leasetermijnen om het effect van het uitoefenen van opties om een contract te verlengen of te beëindigen, weer te geven.
4.2 Kritische boekhoudkundige schattingen en veronderstellingen
De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie, vereist dat de directie schattingen en veronderstellingen maakt die invloed hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen, de toelichting van voorwaardelijke activa en verplichtingen op de datum van de jaarrekening en de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten tijdens de verslagperiode. De directie baseert haar schattingen op ervaring en cijfers uit het verleden evenals verscheidene andere veronderstellingen die worden geacht redelijk te zijn in de gegeven omstandigheden, waarvan de resultaten de basis vormen voor de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten die mogelijks niet onmiddellijk blijken uit andere bronnen. De werkelijke resultaten zullen per definitie afwijken van deze schattingen. Schattingen en veronderstellingen worden periodiek herzien en de effecten van herzieningen worden in de jaarrekening weerspiegeld in de periode waarin ze geacht worden noodzakelijk te zijn.
4.2.1 Omzetreducties
De Groep heeft accruals geboekt voor verwachte verkoopretouren, terugvorderingen (charge -backs) en andere rabatten, inclusief de programma’s “Medicaid Drug Rebate” en “Federal Medicare” in de Verenigde Staten en gelijksoortige rabatten in andere landen. Dergelijke schattingen zijn gebaseerd op analyses van bestaande contractuele verplichtingen of wetgevingen, historische trends en op de ervaring van de Groep. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de accruals die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties.
In het algemeen worden de kortingen, rabatten en andere verminderingen die op de factuur worden vermeld in de winst- en verliesrekening opgenomen als een onmiddellijke vermindering van de bruto-omzet. De verkoopretouren, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat en in de balans in de toepasselijke accrualrekening gepresenteerd, en afgetrokken van de omzet. Alle omzetreducties worden beschouwd als deel uitmakend van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs. Het bedrag van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs wordt zo bepaald dat de totale transactieprijs de prijs is die door het management wordt ingeschat als zijnde niet onderworpen aan beperkingen.
4.2.2 Immateriële activa en goodwill
De Groep heeft immateriële activa met een boekwaarde van € 3 159 miljoen (Toelichting 20) en goodwill met een boekwaarde van € 5 173 miljoen (Toelichting 21). De immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. bij de start van de commercialisering van de gerelateerde producten). De directie schat dat de economische gebruiksduur voor verworven lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten gelijk is aan de periode dat deze producten genieten van de patentbescherming of de exclusiviteit van gegevens. Voor de immateriële activa die verworven worden door een bedrijfscombinatie en die producten bevatten die gecommercialiseerd worden maar waarvoor geen patentbescherming of exclusiviteit van gegevens bestaat, schat de directie dat de economische gebruiksduur gelijk is aan de periode waarin deze producten substantieel alle geldelijke bijdragen zullen realiseren. Deze immateriële activa en goodwill worden regelmatig getoetst op bijzondere waardeverminderingen en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er eventueel van een bijzondere waardevermindering sprake is. De nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en goodwill worden minstens jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen.
Om te beoordelen of er sprake is van enige bijzondere waardevermindering, gebeuren de schattingen op basis van de verwachte toekomstige kasstromen uit het gebruik van deze activa en hun eventuele verkoop. Deze geraamde kasstromen worden dan aangepast aan de contante waarde, met toepassing van een gepaste disconteringsvoet die de risico’s en onzekerheden die gepaard gaan met de geraamde kasstromen weerspiegelt. De werkelijke resultaten kunnen sterk afwijken van dergelijke schattingen van verdisconteerde toekomstige kasstromen. Factoren zoals de opkomst of afwezigheid van concurrentie, technische veroudering of rechten die lager liggen dan verwacht, kunnen leiden tot een verkorting van de economische gebruiksduur en tot bijzondere waardeverminderingen.
De Groep paste de volgende basisveronderstellingen toe voor de berekening van de “bedrijfswaarde”, die vereist is voor de test op bijzondere waardeverminderingen van immateriële activa en goodwill op het einde van het jaar:
Omdat de kasstromen ook rekening houden met de belastinguitgaven wordt een disconteringsvoet na belastingen gebruikt in de testen op bijzondere waardeverminderingen.4.2.3 Milieuvoorzieningen
De Groep heeft voorzieningen voor kosten voor milieusanering aangelegd die beschreven staan in Toelichting 34. De belangrijkste elementen van de milieuvoorzieningen betreffen de kosten om vervuilde sites volledig te saneren en opnieuw in te richten en om vervuiling op sommige andere sites te behandelen, vooral diegene die verband houden met de afgestoten chemische en filmactiviteiten van de Groep. Toekomstige kosten voor milieusanering worden beïnvloed door een aantal onzekerheden, waaronder de ontdekking van aangetaste sites (waarvan men voorheen niet wist dat ze aangetast waren), de methode en omvang van het milieuherstel, het percentage van vervuiling dat aan de Groep toe te schrijven is en de financiële capaciteiten van de andere mogelijk verantwoordelijke partijen. Gezien de moeilijkheden die inherent zijn aan het inschatten van de verplichtingen op dit gebied, kan niet worden gegarandeerd dat er geen extra kosten zullen zijn naast de momenteel reeds voorziene bedragen. De impact van de milieuherstelmaatregelen op de resultaten van de bedrijfsactiviteiten kan niet voorspeld worden vanwege de onzekerheid betreffende het bedrag en de timing van toekomstige uitgaven en de resultaten van toekomstige activiteiten. Indien dergelijke wijzigingen zich zouden voordoen, kan dit een impact hebben in de toekomst op de in de balans geboekte voorzieningen.
4.2.4 Personeelsbeloningen
De Groep heeft momenteel talrijke toegezegdpensioenregelingen die beschreven staan in Toelichting 33. De berekening van de activa of verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is gebaseerd op statistische en actuariële veronderstellingen. Dit is in het bijzonder het geval voor de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten die beïnvloed wordt door veronderstellingen met betrekking tot de discontovoeten die gebruikt worden om tot de contante waarde van toekomstige pensioenverplichtingen te komen en veronderstellingen over toekomstige stijgingen van salarissen en beloningen. Verder maakt de Groep gebruik van statistische veronderstellingen inzake toekomstige terugtrekkingen van deelnemers uit de regelingen en schattingen inzake de levensverwachting. De gebruikte actuariële veronderstellingen kunnen sterk verschillen van de werkelijke resultaten vanwege wijzigingen in de markt- en economische omstandigheden, een hoger of lager personeelsverloop, langere of kortere levensverwachting van deelnemers en andere wijzigingen in de geëvalueerde factoren. Deze verschillen zouden een invloed kunnen hebben op de activa of verplichtingen die in de toekomst in de balans zullen worden geboekt.
4.2.5 Belastingposities
De Groep is actief in meerdere jurisdicties waar vaak een complexe juridische en fiscale regelgeving van toepassing is. De Groep werkt constructief mee met de fiscale autoriteiten. Waar nodig worden consultants en juridische adviseurs geraadpleegd om opinies te bekomen over fiscale wetgeving en principes. De posities met betrekking tot de inkomstenbelasting worden als gefundeerd beschouwd door de Groep en zijn bedoeld om uitdagingen door de fiscus te weerstaan. Het wordt evenwel erkend dat sommige posities onzeker zijn en interpretaties bevatten van complexe fiscale wetgeving alsook transfer pricing overwegingen, die zouden betwist kunnen worden door de fiscus. De Groep beoordeelt deze posities op basis van technische aspecten en dit op een regelmatige basis gebruik makend van alle beschikbare informatie (wetgeving, jurisprudentie, regelgeving, gevestigde praktijken, gezaghebbende doctrine, alsook op basis van de huidige staat van besprekingen met de fiscale autoriteiten, waar van toepassing). Een verplichting wordt opgenomen voor elk item waarvoor het onwaarschijnlijk is dat de positie kan standhouden bij onderzoek door de fiscale autoriteiten en na gebruik van alle rechtsmiddelen om de positie voor de rechtbank te verdedigen, op basis van alle relevante informatie. De verplichting wordt berekend als zijnde de meest waarschijnlijke uitkomst voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting of de verwachte waarde voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting en verrekenprijzen, afhankelijk van welke methode verwacht wordt een betere voorspelling te geven van de uitkomst van elke onzekere belastingpositie, met het oog op het weergeven van de waarschijnlijkheid dat een aanpassing bij onderzoek wordt erkend. Deze inschattingen zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die bestaan op het einde van de verslagperiode. De belastingverplichting en kost inzake winstbelastingen bevatten boetes en nalatigheidsinteresten die voortvloeien uit fiscale geschillen. Een vordering voor aanpassingen naar aanleiding van een belastingcontrole wordt erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht, op basis van de technische aspecten van de fiscale zaak, dat een Onderling Overleg of Arbitrageprocedure kan voorzien in een overeenkomstige aanpassing in één of meerdere rechtsgebieden. De vordering wordt berekend als de verwachte waarde (in verband met kwesties inzake verrekenprijzen) van de recupereerbaarheid in de vennootschapsbelasting in de betreffende jurisdictie na voltooiing van het Onderling Overleg of Arbitrageprocedure. De Groep heeft een netto uitgestelde belastingvordering van € 501 miljoen erkend (Toelichting 32). De opname van uitgestelde belastingvorderingen is gebaseerd op de vraag of het waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn in de toekomst waartegen de terugboeking van tijdelijke verschillen kan worden afgezet. Indien de tijdelijke verschillen betrekking hebben op verliezen of overdraagbare belastingattributen (zoals innovatieaftrek), wordt de beschikbaarheid van voldoende verwachte belastbare winsten om met de belastingattributen te compenseren, ook in overweging genomen. Belangrijke elementen die het management heeft beoordeeld bevatten de erkenning op de balans van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot verliezen in jurisdicties waar verliezen werden gemaakt in voorgaande perioden, maar waar nu winsten worden gemaakt en waarvan verwacht wordt dat er ook in de nabije toekomst winsten zullen worden gemaakt. In dergelijke gevallen heeft het management de beste inschatting gemaakt van de juiste waarde van deze activa hetgeen de inschatting omvat van de lengte van de toekomstige periode die gebruikt dient te worden voor dergelijke beoordelingen. Deze beoordelingen worden geval per geval gemaakt rekening houdend met de oorsprong en aard van de verwachte inkomsten, gebaseerd op de functionele profielen van de betrokken entiteiten, en dit entiteit per entiteit, maar deze periode overschrijdt in de meeste gevallen niet de periode van vijf jaar. Verschillen in de verwachte belastbare winst en de werkelijke winstgevendheid of een verlaging van de verwachte toekomstige belastbare winsten zouden de uitgestelde belastingvorderingen die in toekomstige perioden worden erkend, kunnen beïnvloeden. Er werden geen materiële uitgestelde belastingvorderingen erkend voor entiteiten die momenteel nog steeds verlieslatend zijn of die hun belastingattributen niet gebruiken. Gelet op de internationale ontwikkelingen inzake belastinghervorming, beoordeelt het management de impact van de aanstaande internationale belastinghervorming van de OESO ("Tax Challenges arising from the Digitalization of the Economy") op de opname en waardering van uitgestelde belastingvorderingen. Gezien het ontbreken van wetgeving in de landen waar UCB actief is, heeft dit momenteel geen effect.
4.2.6 Waardering van immateriële activa en gerelateerde uitgestelde belastingen verworven in bedrijfscombinaties
Activa die zijn geïdentificeerd als gevolg van een bedrijfscombinatie worden gewaardeerd met inachtneming van het concept van het hoogste en beste gebruik, overeenkomstig IFRS 13, Waardering tegen reële waarde, en IFRS 3, Bedrijfscombinaties, vanuit het oogpunt van een marktdeelnemer. Om de bestaande lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten te waarderen op de effectieve datum van de bedrijfscombinatie, wordt de “multiperiod excess earnings”-methode gebruikt, een variante van de inkomstenbenadering die de waarde van een immaterieel actief raamt op basis van de contante waarde van de incrementele kasstromen na belastingen (of “excess earnings”) die enkel aan het immaterieel actief kunnen worden toegeschreven. Als basis voor deze waardering wordt gebruik gemaakt van door de directie opgestelde prospectieve financiële informatie voor de verwachte inkomsten in verband met de IPR&D. lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten. Deze prospectieve financiële informatie heeft meer bepaald betrekking op inkomsten, kosten van verkochte goederen, onderzoeks- en ontwikkelingskosten, distributie-, verkoopsen marketinguitgaven, algemene en administratieve kosten en waarschijnlijkheid van technisch en regelgevend succes (Probability of Technical and Regulatory Success, PTRS) die specifiek zijn voor de lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten. De vaststelling van deze PTRS is gebaseerd op benchmarks en interne analyse. Andere hypothesen hebben betrekking op de belastingvoet en het belastingafschrijvingsvoordeel, de gebruiksduur en de disconteringsvoet. De reële waarde van de lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten wordt beschouwd als af te schrijven voor inkomstenbelastingdoeleinden vanuit het standpunt van een marktdeelnemer. De contante waarde van het belastingvoordeel uit de afschrijving van de activa wordt opgeteld bij de contante waarde van de incrementele kasstromen na belastingen om te komen tot de geïndiceerdeaangegeven waarde van de IPR&Dactivalopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten.De omvang van de disconteringsvoet die op de verwachte kasstromen wordt toegepast, houdt verband met de huidige kapitaalkosten. De gebruikte disconteringsvoet is een raming van de gewogen gemiddelde kapitaalkost. Alle prospectieve financiële informatie, PTRS en andere aannames worden per geval beoordeeld, rekening houdend met alle specifieke omstandigheden. De werkelijke uitkomsten kunnen sterk afwijken van dergelijke veronderstellingen en kunnen van invloed zijn op de waarde van de immateriële activa en de daarmee samenhangende uitgestelde belastingen in toekomstige perioden. Ten minste eenmaal per jaar en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er een bijzondere waardevermindering zou kunnen bestaan, wordt er een test op bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd. Zie ook Toelichting 4.2.2 Immateriële activa en goodwill.
4.2.7 Beoordeling van de zeggenschap over een investering ingeval meer dan 50% van de aandelen in handen is van minderheidsbelangen
Om te beoordelen of UCB al dan niet zeggenschap heeft over een investering ingeval meer dan 50% van de aandelen in handen is van minderheidsbelangen, worden alle contractuele regelingen tussen UCB en de investering in overweging genomen, alsook de opzet en het doel van de investering, de bevoegdheid om de relevante activiteiten van de investering te sturen, de contractuele risicodeling alsook de macht van UCB ten opzichte van de minderheidsbelangen om het rendement van de investering te beïnvloeden.
5. Financieel risicobeheer
De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico’s die voortvloeien uit haar onderliggende activiteiten en bedrijfsfinancieringsactiviteiten. Deze financiële risico’s bestaan uit marktrisico’s (waaronder valutarisico’s, renterisico’s en prijsrisico’s), kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. Deze toelichting geeft informatie over de blootstelling van de Groep aan en het beheer van de bovengenoemde risico's en over het kapitaalbeheer van de Groep.
5.1 Marktrisico
Het marktrisico is het risico dat veranderingen in de marktprijzen, zoals wisselkoersen, rentevoeten en beurskoersen, de winst- en verliesrekening van de Groep of de waarde van haar activa en verplichtingen zouden beïnvloeden. Het doel van het marktrisicobeheer is blootstelling aan dergelijke risico’s te beheren en in de hand te houden. De Groep legt financiële derivaten aan en gaat ook financiële verplichtingen aan, of houdt financiële activa aan, om het marktrisico te beheren. Waar mogelijk, streeft de Groep ernaar hedge accounting te gebruiken om volatiliteit in de winst- en verliesrekening te beheren. De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve doeleinden.
5.1.1 Valutarisico
De Groep is over de hele wereld actief en is blootgesteld aan schommelingen in vreemde valuta’s die invloed hebben op haar in euro uitgedrukte nettowinst en financiële positie. De Groep beheert actief haar posities in vreemde valuta’s en sluit, indien van toepassing, transacties af die gericht zijn op het behoud van de waarde van bestaande activa en verplichtingen, alsook verwachte transacties. De Groep gebruikt termijncontracten, valutaopties en cross- currency swaps ter afdekking van bepaalde deviezenstromen en financieringstransacties waartoe zij zich heeft verbonden of die zij verwacht. De instrumenten die gekocht worden ter afdekking van blootstelling aan transacties noteren voornamelijk in Amerikaanse dollar, Brits pond, Japanse yen en Zwitserse frank, d.w.z. de valuta’s waarin de Groep haar grootste risico’s loopt. Het beleid van de Groep voor financieel risicobeheer bestaat erin om de impact af te dekken van de omzetting van activa en verplichtingen in vreemde valuta naar de functionele valuta van de relevante dochterondernemingen, alsook om de impact af te dekken van koersschommelingen op de verwachte kasstromen van de Groep in vreemde valuta, en dit voor minimaal 6 maanden tot maximaal 26 maanden. De Groep heeft bepaalde investeringen in bedrijfsactiviteiten in het buitenland, waarvan de netto- activa blootgesteld zijn aan het risico van de omrekeningsverschillen van vreemde valuta’s. De omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van in vreemde valuta uitgedrukte jaarrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen van de Groep alsook van gelijkgestelde netto-investeringsposities in buitenlandse activiteiten en afdekkingen van netto- investeringen worden weergegeven als cumulatieve omrekeningsverschillen in het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen van de Groep.
5.1.2 Effect van koersschommelingen
Per 31 december 2021 zou de impact op het eigen vermogen en op de winst na belastingen over het jaar als volgt geweest zijn indien de euro met 10% was versterkt of verzwakt ten opzichte van de volgende valuta’s, met behoud van alle andere variabelen, gebaseerd op de uitstaande saldi voor de valuta en afdekkingsinstrumenten op die datum:
5.1.3 Rentevoetrisico
Rentevoetwijzigingen kunnen leiden tot variaties in renteopbrengsten en -kosten die voortvloeien uit rentedragende activa en verplichtingen. Daarnaast kunnen ze invloed hebben op de reële waarde van bepaalde financiële activa, verplichtingen en instrumenten, zoals beschreven in het volgende onderdeel over het marktrisico van financiële activa. De rentevoeten op de belangrijkste schuldinstrumenten van de Groep zijn zowel vast als variabel, zoals beschreven in Toelichtingen 29 en 30. De Groep maakt gebruik van rentevoetderivaten om het rentevoetrisico te beheren, zoals beschreven in Toelichting 39. De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten (renteswaps) als afdekkinginstrumenten, onder reële waardeafdekkingen, tegen vastrentende financiële activa en verplichtingen. Zowel de afgeleide financiële instrumenten als de afgedekte positie zijn geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. In 2021 werden alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan verplichtingen van de Groep met variabele rentevoet geboekt in het eigen vermogen volgens IFRS 9.
5.1.4 Effect van wijzigingen in de rentevoeten
Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou het eigen vermogen met € 5 miljoen hebben verhoogd (2020: € 10 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou het eigen vermogen met € 5 miljoen hebben doen dalen (2020: € 11 miljoen). Een verhoging of verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou geen impact gehad hebben op de winst- en verliesrekening (2020: € 0 miljoen) Alle rentevoetafdekkingen worden onder IFRS 9 aangemerkt als kasstroomafdekkingen of reële-waardeafdekkingen en bijgevolg wordt, behalve in geval van minimale afdekkingsinefficiëntie, het resultaat van een verandering in de rentevoetcurve geboekt via het eigen vermogen, respectievelijk gecompenseerd door de herwaardering via de winst-en-verliesrekening van de afgedekte positie. Het betreft hier allemaal berekeningen vóór belastingen.
5.1.5 Overige risico’s in verband met de marktprijs
Wijzigingen in de reële waarde van bepaalde financiële activa en afgeleide financiële instrumenten kunnen het nettoresultaat of de financiële positie van de Groep beïnvloeden. Langlopende financiële activa, indien van toepassing, worden voor contractuele doeleinden aangehouden, en verhandelbare effecten worden hoofdzakelijk omwille van regelgeving aangehouden. Het risico van waardeverlies wordt beheerd door beoordelingen te maken alvorens over te gaan tot investering, en door continue opvolging van de prestaties van de investeringen en wijzigingen in hun risicoprofiel. Investeringen in aandelen, obligaties, schuldpapieren en overige vastrentende waardepapieren worden gedaan op basis van richtlijnen met betrekking tot liquiditeit en kredietbeoordeling. De bedragen die aan marktprijsrisico’s onderhevig zijn, zijn eerder onbeduidend en daarom wordt aangenomen dat de invloed op het eigen vermogen of op de winst- en verliesrekening van een redelijke verandering van dit marktprijsrisico verwaarloosbaar is. Zoals in 2020, verwierf de Groep in de loop van 2021 eigen aandelen, dewelke in het eigen vermogen werden geboekt.
5.2 Kredietrisico
Kredietrisico ontstaat uit de mogelijkheid dat de tegenpartij in een transactie mogelijk niet in staat of niet bereid is aan haar verplichtingen te voldoen, waardoor de Groep een financieel verlies lijdt. Handelsvorderingen zijn onderworpen aan een beleid van actief risicobeheer, waarbij de nadruk ligt op de inschatting van de risico’s die verbonden zijn aan specifieke landen, de beschikbaarheid van krediet, lopende kredietbeoordeling en klantencontroleprocedures. Onder de handelsvorderingen zijn er bepaalde concentraties van kredietrisico’s van tegenpartijen, met name in de Verenigde Staten, vanwege de verkoop via groothandelaars (Toelichting 25). Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten. In de Verenigde Staten heeft de Groep een financieringsovereenkomst voor handelsvorderingen afgesloten waardoor deze niet langer in de balans dienen opgenomen te worden. Conform de algemene voorwaarden van de overeenkomst, behoudt UCB geen enkel risico van niet-betaling of laattijdig betalingsrisico met betrekking tot de overgedragen handelsvorderingen. De blootstelling van andere financiële activa aan kredietrisico’s wordt beheerd door het beleid van de Groep om kredietposities te beperken tot hoogwaardige tegenpartijen, kredietratings regelmatig te evalueren en voor elke individuele tegenpartij bepaalde limieten vast te leggen. De criteria die zijn vastgelegd door de Groepsthesaurie voor het investeringsbeleid zijn 217 Geïntegreerd jaarverslag 2021 gebaseerd op langetermijnkredietbeoordelingen die algemeen worden beschouwd als zijnde van hoge kwaliteit en op een 5-jarige “Credit Default Swap”- koers.## 5.3 Liquiditeitsrisico
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet in staat zal zijn om haar financiële verplichtingen na te komen op de vervaldag. De aanpak van de Groep voor liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te zorgen dat zij altijd over voldoende liquide middelen beschikt om haar verplichtingen op de vervaldag na te komen, in normale omstandigheden, zonder onaanvaardbare verliezen te lijden en zonder risico van aantasting van de reputatie van de Groep.
De Groep houdt voldoende reserves van geldmiddelen en onmiddellijk realiseerbare verhandelbare effecten aan om op elk moment aan haar liquiditeitsbehoeften te kunnen voldoen. Daarnaast beschikt de Groep over bepaalde ongebruikte doorlopende bevestigde kredietfaciliteiten.
Op de balansdatum heeft de Groep de volgende liquiditeitsbronnen beschikbaar:
- geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 26): € 1 263 miljoen (2020: € 1 336 miljoen)
- ongebruikte kredietfaciliteiten en niet-opgenomen beschikbaar bedrag onder financieringscontract (Toelichting 29): € 38 miljoen (2020: € 47 miljoen), lineair degressief afgebouwd sinds 2016 tot 2025
- ongebruikte doorlopende kredietfaciliteiten (Toelichting 29): € 1 miljard (2020: € 1 miljard); de bestaande toegezegde gesyndiceerde doorlopende kredietfaciliteit van de Groep van € 1 miljard, vervallend in 2025, werd per eind 2021 nog niet opgenomen
De onderstaande tabel geeft een analyse van de contractuele vervaldagen van de financiële verplichtingen van de Groep. Ze zijn geclassificeerd volgens de resterende looptijd op de balansdatum tot de contractuele vervaldag, met uitzondering van impact van saldering. De hieronder vermelde bedragen met betrekking tot de financiële derivaten zijn een indicatie van de niet-geactualiseerde contractuele kasstromen.
5.4 Kapitaalrisicobeheer
Het beleid van de Groep aangaande het kapitaalrisicobeheer bestaat erin de continuïteit van de Groep als “going concern” veilig te stellen om aandeelhouders verder rendement te bieden en patiënten voordelen te blijven bieden, en de externe schuld van de Groep verder te verminderen om tot een kapitaalstructuur te komen die vergelijkbaar is met die van anderen in de sector.
5.5 Schatting van reële waarde
De reële waarde van financiële instrumenten die worden verhandeld op actieve markten (zoals financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten) is gebaseerd op de beurskoersen op de balansdatum. De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald door middel van beproefde waarderingstechnieken zoals optieprijsstellingsmodellen en geschatte contante waarden van kasstromen.
De Groep gebruikt verschillende methodes en maakt veronderstellingen die gebaseerd zijn op de marktomstandigheden en krediet- en verzuimrisico’s op elke balansdatum. Voor langetermijnschulden worden marktnoteringen gebruikt. Voor de overige financiële instrumenten worden andere methodes gebruikt om de reële waarde te bepalen, zoals waardeberekening op basis van contante waarde van verwachte kasstromen. De reële waarde van de renteswaps is berekend als de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van het termijncontract wordt bepaald op grond van de contante waarde van de omgewisselde bedragen van de vreemde valuta, tegen de actuele koers op de balansdatum. De boekwaarde min de voorziening voor bijzondere waardevermindering van handelsvorderingen en de boekwaarde van handelsschulden wordt verondersteld de reële waarde te benaderen. De reële waarde van financiële verplichtingen die in de toelichting wordt opgenomen, wordt bepaald door middel van het verdisconteren van de toekomstige contractuele kasstromen tegen de huidige marktrentevoeten waarover de Groep beschikt voor soortgelijke financiële instrumenten.
5.5.1 Hiërarchie van de reële waarde
IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de reële waarde waarderingen volgens de volgende hiërarchie:
- Niveau 1: genoteerde (niet aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa en verplichtingen;
- Niveau 2: andere technieken waarvan alle inputs die een aanzienlijk effect hebben op de geboekte reële waarde, waarneembaar zijn, hetzij direct, hetzij indirect;
- Niveau 3: technieken die inputs gebruiken die een aanzienlijk effect op de geboekte reële waarde hebben die niet op observeerbare marktgegevens zijn gebaseerd.
Alle toegelichte reële waarde waarderingen zijn recurrente reële waarde waarderingen.
5.5.2 Financiële activa aan reële waarde
5.5.3 Financiële verplichtingen aan reële waarde
In het boekjaar dat werd afgesloten op 31 december 2021 hebben er geen overboekingen plaatsgevonden tussen niveau 1 en niveau 2 van de reële waarde waarderingen en geen overboekingen van of naar niveau 3 van de reële waarde waarderingen. Waarderingstechnieken voor de reële- waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële waarde-hiërarchie gebruiken ofwel de “verdisconteerde cash flow” of de “Black & Scholes” methode (alleen voor vreemde valuta-opties) en publiek beschikbare marktinformatie.
De reële waarde van de door een dochteronderneming uitgegeven warranten wordt bepaald via een modelberekening van de verdisconteerde netto contante waarde van de geschatte kasuitstromen. Op 31 december 2021 waren alle bedragen betaald en is de waarde tot nul teruggebracht. De wijziging in reële waarde, erkend in de winst- en verliesrekening, bedraagt € 0 miljoen (2020: € 1 miljoen) en is opgenomen in overige financiële kosten (Toelichting 17).
De volgende tabel laat de wijzigingen zien voor niveau 3-instrumenten:
5.6 Saldering van financiële activa en financiële verplichtingen
Hoewel de Groep posten heeft die onderhevig zijn aan een afdwingbare salderings- of soortgelijke raamovereenkomst worden de financiële activa en financiële verplichtingen bruto in de balans opgenomen als niet aan de eisen is voldaan om ze netto op te nemen. De onderstaande reconciliaties hebben betrekking op de posten die onderhevig zijn aan een afdwingbare salderings- of soortgelijke raamovereenkomst en die niet op een netto basis zijn opgenomen in de balans.
De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare salderingsraamovereenkomsten:
Met de respectieve tegenpartijen zijn ISDA-raamovereenkomsten (International Swaps and Derivatives Association) afgesloten die de compensatie van financiële activa en passiva mogelijk maken. Dit is van toepassing op de reële waarde- afwikkeling in geval van niet betaling, maar geldt niet op de afsluitdatum 31 december 2021.
De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare salderingsovereenkomsten:
6. Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één bedrijfssegment, nl. biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend Comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen, en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert. Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de netto-omzet per product, de geografische markten en de opbrengsten afkomstig van de belangrijkste klanten.
6.1 Omzet per product
De netto-omzet bestaat uit:
6.2 Geografische informatie
De onderstaande tabel toont de netto-omzet in elke geografische markt waar de klanten zich bevinden:
De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich bevinden:
6.3 Informatie over belangrijke klanten
UCB heeft 3 klanten die individueel meer dan 10% van de totale netto-omzet vertegenwoordigen voor 2021 en 2020:
- Mckesson, VS: waarvoor de netto-omzet 2021 € 890 miljoen bedraagt (16% van de totale netto-omzet) (2020: € 803 miljoen, 16% van de netto-omzet)
- Cardinal Health, VS: waarvoor de netto-omzet 2021 € 753 miljoen bedraagt (14% van de totale netto-omzet) (2020: € 674 miljoen, 13% van de netto-omzet)
- Amerisourcebergen Corp, VS: waarvoor de netto-omzet 2021 € 660 miljoen bedraagt (12% van de totale nettoomzet) (2020: € 617 miljoen, 12% van de netto-omzet).
7. Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten
De Groep heeft volgende bedragen erkend met betrekking tot opbrengsten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening:
7.1 Uitsplitsing van opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten
7.2 Contractuele activa en verplichtingen
De Groep heeft de volgende opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen erkend:
De Groep heeft geen opbrengstgerelateerde contractuele activa. De opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen hebben vooral betrekking op nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten met Otsuka, Genentech en Novartis (zie hieronder). Deze verplichtingen zijn voornamelijk toegenomen wegens de nieuwe ontwikkelings-, licentie- en commercialiseringsovereenkomst die in de loop van het jaar tussen UCB en Novartis Pharma AG werd gesloten..
De volgende tabel toont hoeveel van de opbrengsten die in de huidige verslagperiode werden erkend, opgenomen was in het saldo van contractuele verplichtingen aan het begin van de periode en hoeveel van de opbrengsten betrekking heeft op prestatieverplichtingen die in voorgaande perioden werden vervuld.# 8. Bedrijfscombinaties
Zoals vermeld in het geïntegreerd jaarverslag 2020, had UCB de toewijzing van de aankoopprijs afgerond voor de overname van Ra Pharmaceuticals Inc, een Amerikaans klinisch biofarmaceutisch bedrijf, gevestigd in Cambridge, Massachusetts, door UCB overgenomen op 2 april 2020, alsook voor de overname van Engage Therapeutics Inc, een klein, privaat aangehouden Amerikaans bedrijf, door UCB overgenomen op 5 juni 2020. Er gebeurden geen wijzigingen aan deze toewijzingen van de aankoopprijs in 2021.
9. Beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop
9.1 Beëindigde bedrijfsactiviteiten
Voor 2021 bedraagt de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten € 3 miljoen (0 miljoen voor 2020) en heeft hoofdzakelijk betrekking op de terugname van ongebruikte bedragen van de Tecumseh (VS)- voorziening in verband met de filmactiviteiten voor € 4 miljoen, gedeeltelijk gecompenseerd door extra kosten voor een milieuvoorziening in verband met de vroegere film- en chemische activiteiten in België voor € 1 miljoen.
9.2 Activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop
De activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop op 31 december 2021 hebben voornamelijk betrekking op voorraden na de afstoting van niet-kernproducten uit de gevestigde merken portfolio. Aangezien niet alle marktvergunningen reeds aan de koper zijn overgedragen, is UCB in sommige landen nog steeds eigenaar van de voorraden voor deze afgestoten niet-kernproducten van gevestigde merken. Er werd geen afwaarding geboekt op deze voorraad. De activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per 31 december 2020 hebben ook betrekking op de voorraad na de afstoting van niet-kernproducten uit de gevestigde merken portfolio.
10. Overige opbrengsten
In de loop van 2021 ontving UCB mijlpaalbetalingen en terugbetalingen van verschillende partijen, voornamelijk van:
* Chiesi voor de verkoop van wereldwijde exclusieve rechten van TG2-Zampilimab;
* Biogen voor de gezamenlijke ontwikkeling van antilichaam dapirolizumab pegol;
* Roche en Genentech voor de wereldwijde ontwikkeling en commercialisering van Bepranemab;
De opbrengsten uit contractproductieactiviteiten houden voornamelijk verband met het afsluiten van loonfabricageovereenkomsten na de afstoting van gevestigde merken.
11. Operationele kosten volgens aard
De onderstaande tabel toont een aantal kostenitems die in de winst- en verliesrekening worden geboekt met een classificatie op basis van hun aard binnen de Groep:
12. Kosten voor personeelsbeloningen
13. Overige bedrijfsbaten/ -lasten
Het resultaat van de samenwerkingsovereenkomst met Amgen voor de ontwikkeling en commercialisering van EVENITY® bedroeg € 151 miljoen baten (in vergelijking met € 96 miljoen baten in 2020). Alle doorrekeningen van kosten voor ontwikkeling en commercialisering naar/van Amgen worden geclassificeerd als overige bedrijfsbaten/lasten. De equivalent totale netto doorrekeningen per 31 december 2021 bestaan uit € 162 miljoen marketing- en verkoopbaten (€ 98 miljoen in 2020) en € -11 miljoen ontwikkelingskosten (€ -2 miljoen in 2020). De voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op btw- risico’s en risico’s gelinkt aan de recupereerbaarheid van subsidies.
14. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa
Een beoordeling van de realiseerbare waarden van de activa van de Groep resulteerde in de erkenning van bijzondere waardeverminderingsverliezen op immateriële activa ten belope van 6 miljoen euro wegens de beëindiging van projecten (2020: € 0 miljoen). In 2021 werden geen bijzondere waardeverminderingsverliezen geboekt voor materiële vaste activa van de Groep (2020: € 0 miljoen). Op 22 april kondigde UCB haar beslissing aan om niet verder te gaan met haar ontwikkelingsprogramma voor immuungemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM) op basis van de eerste resultaten van een fase 2a-studie die zilucoplan in IMNM onderzoekt, aangezien de resultaten van deze studie aangeven dat zilucoplan veilig is, maar complementactivering niet relevant is in de ziektebiologie van IMNM. Voor zilucoplan is een evaluatie met betrekking tot eventuele bijzondere waardevermindering gemaakt, maar aangezien de boekwaarde van het actief niet hoger was dan de realiseerbare waarde, heeft het management besloten dat er geen bijzondere waardevermindering nodig is. Geen redelijkerwijs mogelijke wijziging in één van de basisveronderstellingen waarop het management zich heeft gebaseerd voor de bepaling van de realiseerbare waarde van de activa zou aanleiding kunnen geven tot een boekwaarde die zijn realiseerbare waarde overschrijdt.
15. Reorganisatiekosten
De reorganisatiekosten voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 bedragen € 21 miljoen (2020: € 20 miljoen) en hebben betrekking op nieuwe organisatiemodellen en bedrijfsstopzetting. De opgenomen voorzieningen voor herstructurering zoals gedefinieerd in IAS 37.70 voldoen aan de criteria van IAS 37.72.
16. Overige baten/lasten
De totale overige baten/lasten vertegenwoordigden lasten van € 7 miljoen (2020: lasten van € 102 miljoen) en omvatten de volgende posten:
* Verlies op afstoting: € 1 miljoen in 2021 met betrekking tot de verkoop van Alprostadil in Duitsland (€ 37 miljoen winst in 2020). Er werd ook een winst van € 16 miljoen geboekt in 2020 met betrekking tot de afstoting van NIFEREX®- franchise (ijzersupplement) in China.
* Overige lasten: € 6 miljoen in 2021, voornamelijk gerelateerd aan cumulatieve wisselkoersverschillen bij liquidatie, de voorziening voor Distilbène en juridische kosten met betrekking tot intellectuele eigendom (2020: € 155 miljoen, voornamelijk gerelateerd aan kosten voor de overname van Ra Pharma (€ 95 miljoen), de voorziening voor Distilbène en juridische kosten met betrekking tot intellectuele eigendom).
17. Financiële opbrengsten en financiële kosten
18. Income tax expense (-)/credit
Het theoretische belastingpercentage bedraagt 19% in vergelijking met 21% vorig jaar.
De effectieve belastingvoetHet effectief belastingpercentage van 14% is iets hoger dan voorgaand jaar en vloeit voort uit een kost voor wat betreft de winstbelasting die over de verslagperiode verschuldigd is en een tegoed voor wat betreft de uitgestelde winstbelasting.
De voornaamste drijfveren voor dit belastingpercentage kunnen als volgt worden samengevat:
Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting:
* De impact van fiscale stimulansen voornamelijk met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling in belangrijke jurisdicties.
* Het belastingeffect van eenmalige IP-reorganisaties (Intellectual Property) of reorganisaties van juridische entiteiten in voorgaande jaren.
Uitgestelde winstbelasting:
* Een stijging van het belastingpercentage met betrekking tot de bewegingen van de uitgestelde belastingsaldi en overdraagbare verliezen en verrekenbare innovatieaftrek die UCB tijdens de periode heeft gegenereerd maar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering kon worden erkend.
* Erkenning van bijkomende uitgestelde belastingvorderingen op belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling die verrekend zullen worden ten opzichte van toekomstige belastbare inkomsten.
Factoren die de kost voor winstbelastingen in de toekomst zullen beïnvloeden
De Groep is op de hoogte van verschillende factoren die het toekomstige effectieve belastingpercentage van de Groep zouden kunnen beïnvloeden, meer bepaald de mix van winsten en verliezen tussen de verschillende landen waarin de Groep actief is, het bedrag van niet erkende verliezen en andere belastingattributen die in de toekomst erkend kunnen worden als een uitgestelde belastingvordering op de balans alsook het resultaat van lopende en toekomstige belastingcontroles. Bedrijfsherstructureringen, acquisities, desinvesteringen en overige transacties kunnen ook gevolgen hebben voor de toekomstige kost voor winstbelastingen van de Groep. Wijzigingen in de fiscale wetgeving in jurisdicties waarin de Groep actief is alsook de impact van internationale fiscale regelgeving kunnen ook een belangrijke impact hebben. UCB volgt van nabij de besprekingen over de initiatieven van de OESO inzake de fiscale uitdagingen die voortvloeien uit de digitalisering van de economie en die waarschijnlijk tegen eind 2022 in de lokale wetgeving zullen worden opgenomen. Ook de Amerikaanse belastinghervormingsinitiatieven (Build Back Better plan) worden van nabij opgevolgd, gezien UCB's aanzienlijke inkomstenvoetafdruk in de V.S. Naast de OESO- en Amerikaanse ontwikkelingen volgt UCB van nabij de fiscale ontwikkelingen in de hele EU en in belangrijke rechtsgebieden met een aanzienlijke omzet of O&O-voetafdruk, zoals België en het VK.
19. Componenten van niet -gerealiseerde resultaten (inclusief minderheidsbelangen)
1
20.# Immateriële activa
De Groep schrijft alle immateriële activa af zodra ze in gebruik worden genomen. De afschrijving van immateriële activa wordt toegeschreven aan de kostprijs van de omzet voor alle immateriële activa die verband houden met compounds. De afschrijvingen met betrekking tot software worden toegeschreven aan de functies die deze software gebruiken.
Het merendeel van de immateriële activa van de Groep is uit vorige overnames voortgekomen. In 2021 verwierf de Groep immateriële activa voor een totaal van € 170 miljoen (2020: € 74 miljoen). Deze toevoegingen vloeien voort uit licentieovereenkomsten, software en gekapitaliseerde geactiveerde in aanmerking komende ontwikkelingskosten en kapitalisatie van geactiveerde externe ontwikkelingskosten voor studies uitgevoerd na goedkeuring door de regelgevende instanties. Daarnaast activeerde de Groep € 20 miljoen (2020: € 17 miljoen) software en softwareontwikkelingskosten die in aanmerking komen voor activering.
In 2020 boekte/erkende UCB immateriële activa voor een bedrag van € 2.519 miljoen uit bedrijfscombinaties (zie Toelichting 8).
Afstotingen in 2021 hadden hoofdzakelijk betrekking op oude software die niet langer werd gebruikt. Afstotingen in 2020 hadden hoofdzakelijk betrekking op de afstoting van de Alprostadil-licentie.
In de loop van het jaar erkende de Groep bijzondere waardeverminderingen voor een totaal bedrag van € 6 miljoen (2020: € 0 miljoen). De bijzondere waardeverminderingen worden nader omschreven in Toelichting 14 en zijn in de winstenverliesrekening opgenomen onder de rubriek “Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa”.
De afschrijvingskost voor de periode bedroeg € 188 miljoen (2020: € 215 miljoen). Er was ook een transfer van activa voor een bedrag van € 42 miljoen vanuit materiële vaste activa naar immateriële activa. Voorts was er een effect van de omrekening van vreemde valuta van € 170 miljoen in 2021 (2020: € -169 miljoen).
Overige immateriële activa omvatten vooral software en lopende ontwikkelingsprojecten. Deze activa worden pas afgeschreven zodra ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer de betreffende producten voor het eerst gecommercialiseerd worden) en overgeboekt naar de rubriek licenties.
21. Goodwill
De Groep controleert de goodwill elk jaar op bijzondere waardeverminderingen of vaker als er aanwijzingen zijn dat er mogelijks een bijzondere waardevermindering zou moeten geboekt worden op de goodwill. Bij het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen functioneert de Groep als één segment, biofarmaceutische producten, met één enkele kasstroomgenererende eenheid (KGE) die het laagste niveau vertegenwoordigt waarop de goodwill wordt gemonitord. Het realiseerbare bedrag van de kasstroomgenererende eenheid wordt bepaald op basis van de bedrijfswaardeberekeningen, en de methodologie die toegepast werd voor het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen is dezelfde als deze die in 2020 werd toegepast.
Basisveronderstellingen
Deze berekeningen steunen op kasstroomprognoses op basis van de financiële gegevens die aan de grondslag liggen van het door het management en raad van bestuur goedgekeurde strategisch plan en die een periode van 10 jaar bestrijken. Gezien de aard van de sector worden de langetermijnprognoses gebruikt om de passende levenscycli van producten volledig te modelleren op basis van de verstrijkdatum van het patent en het therapeutische gebied.
Deze langetermijnprognoses, gebaseerd op de resultaten uit het verleden en de verwachtingen van het management inzake marktontwikkelingen, worden aangepast voor specifieke risico's en omvatten:
* de omzetgroeipercentages van pas geïntroduceerde producten;
* de waarschijnlijkheid dat nieuwe producten en/of indicaties de commercialiseringsfase halen;
* de slaagkansen van toekomstige productlanceringen en de verwachte data daarvan;
* de erosie-effecten na het verstrijken van octrooien.
Bij de vergelijking met 2020 zijn de basisveronderstellingen aangepast, rekening houdend met de laatste ontwikkelingen op het gebied van de kansen op succes en de erosie na het verstrijken van octrooien.
Voor de berekeningen van de “bedrijfswaarde” die nodig zijn voor de test op bijzondere waardeverminderingen, werd een disconteringsvoet van 6,05 % gebruikt. Rekening houdend met de huidige marktontwikkelingen worden de kasstromen van na de geplande prognosetermijn (eindwaarde) geëxtrapoleerd met behulp van een geschat groeipercentage van 2%, vergeleken met 2% in 2020. Dit groeicijfer is niet hoger dan het gemiddelde groeipercentage 234 UCB op lange termijn voor de desbetreffende gebieden waarin de CGU actief is.
De meeste inkomsten en uitgaven van de Groep worden geboekt in EUR- en USD-landen. De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt bij het opstellen van de toekomstige kasstromen:
Uitgaande van de risicovrije kortetermijnrente LIBOR EUR op 6 maanden en de langetermijnrente op generieke overheidsobligaties in de EU op 20 jaar (2020: 20 jaar), wordt de toegepaste disconteringsvoet bepaald op basis van de gewogen gemiddelde kapitaalkost voor DCF-modellen, inclusief de benchmark op 20 jaar (2020: 20 jaar) voor de kosten van het eigen en het vreemd vermogen, aangepast voor de specifieke activa en landenrisico’s die gepaard gaan met de KGE.
Gelet op de aard van de sector, heeft de Groep een disconteringsvoet toegepast van 6,05% (2020: 5,93%). De disconteringsvoet wordt minstens één keer per jaar herzien. Aangezien de kasstromen pas na belasting worden opgenomen in de berekening van de bedrijfswaarde van de KGE, wordt een disconteringsvoet na belasting gebruikt om consistent te blijven. Het gebruik van de disconteringsvoet na winstbelasting benadert het resultaat van het gebruik van een tarief vóór belasting toegepast op kasstromen vóór belasting. Er werd een belastingvoet gehanteerd van 20% (2020: 20%).
Gevoeligheidsanalyse
Op basis van wat hierboven werd beschreven, heeft het management geoordeeld dat geen enkele redelijke verandering in om het even welke basisveronderstelling voor het bepalen van de realiseerbare waarde ertoe zou leiden dat de boekwaarde van de KGE wezenlijk hoger zou worden dan zijn realiseerbare waarde. Ter informatie: de gevoeligheidsanalyse die gebruik maakt van een groeipercentage van 0% gecombineerd met een disconteringsvoet onder de 18% geeft geen aanleiding tot een bijzondere waardevermindering van de goodwill.
22. Materiële vaste activa
Er zijn geen eigendomsbeperkingen op de materiële vaste activa en er zijn evenmin materiële vaste activa in onderpand gegeven ter dekking van schulden.
In 2021 verwierf de Groep materiële vaste activa voor een totaal bedrag van € 386 miljoen (2020: € 368 miljoen). Deze verwervingen omvatten gebruiksrechten van activa voor een bedrag van € 63 miljoen (2020: € 45 miljoen), vooral met betrekking tot de hernieuwing van huurovereenkomsten voor gebouwen in de VS. € 126 miljoen hebben betrekking op de Bioplant op de site in Braine gerapporteerd onder activa in aanbouw. Andere verwervingen hebben betrekking op de vernieuwing van de kantooromgeving, de faciliteiten in het gebouw, IT-hardware en andere installaties en uitrusting.
Gedurende het jaar heeft de Groep geen bijzondere waardeververminderingsverliezen erkend (2020: bijzondere waardevermindering van € 0 miljoen). De afschrijvingskosten voor de periode bedroegen € 135 miljoen (2020: € 139 miljoen) en omvat de afschrijvingen op gebruiksrechten van activa (€ 40 miljoen).
Gekapitaliseerde financieringskosten
Er werden geen financieringskosten gekapitaliseerd in 2021 (2020: € 0 miljoen).
23. Financiële en overige activa
Voor meer informatie over de afgeleide financiële instrumenten waarvan de reële-waardeveranderingen via niet-gerealiseerde resultaten worden verwerkt, verwijzen wij naar Toelichting 39.
Voor de financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs, benadert de boekwaarde de reële waarde. De Groep heeft geen investeringen in schuldinstrumenten.
De aandelen omvatten voornamelijk de investeringen in Heidelberg Pharma AG, Syndesi Therapeutics SA, ExeVir Bio BV en investeringen door UCB Ventures die geclassificeerd werden als financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI). Deze investeringen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Alle winsten en verliezen ten gevolge van wijzigingen in reële waarde worden getoond in de niet-gerealiseerde resultaten. Per eind 2021 bedroeg het belang van UCB in Heidelberg Pharma, Syndesi Therapeutics SA en ExeVir Bio BV respectievelijk 3,65%, 16,45% en 17,89% (op een volledig verwaterde basis) (2020: 3,65%, 16,45%, en 16,52%).
Aangezien UCB geen invloed van betekenis heeft in deze ondernemingen, worden deze eigenvermogensinstrumenten geclassificeerd als financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten. De verwerving van financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten gedurende het jaar omvatten € 19 miljoen aan investeringen gedaan door UCB Ventures, het risicokapitaalfonds van UCB, evenals een bijkomende investering van € 4 miljoen in ExeVir Bio BV. De winsten op reële waardevermeerderingen verwerkt in niet-gerealiseerde resultaten hebben voornamelijk betrekking op de stijging van de waarde van de investeringen van het risicokapitaalfonds van UCB.
De financiële vlottende activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (€ 49 miljoen in 2021 tegenover € 30 miljoen in 2020) hebben betrekking op definitief verworven langetermijnincentives toegekend aan werknemers. Deze worden in bewaring gehouden voor rekening van de relevante deelnemers op een afzonderlijke effectenrekening van UCB. Er is een overeenkomstige verplichting opgenomen onder Overige verplichtingen (Toelichting 35).Aangezien deze aandelen worden aangehouden voor rekening van de betrokken deelnemers en niet voor rekening van UCB, worden ze niet behandeld als eigen aandelen in overeenstemming met IAS 32.33.
23.4 Investeringen in geassocieerde deelnemingen
De Groep heeft geen investeringen in geassocieerde deelnemingen.
23.5 Gezamenlijke activiteiten
Er werden geen gezamenlijke activiteiten aangegaan door de Groep in 2021.
23.6 Dochterondernemingen met materiële minderheidsbelangen
Per 31 december 2021 zijn er geen geaccumuleerde minderheidsbelangen. De geaccumuleerde minderheidsbelangen bedragen per 31 december 2020 € 1 miljoen en hebben betrekking op Edev S.à.r.l. (”Edev”). Er zijn geen dividenden betaald aan minderheidsbelangen noch in 2021 noch in 2020. Het in Luxemburg gevestigde Edev was volledig eigendom van minderheidsbelangen. Het overzicht van de financiële informatie voor minderheidsbelangen is opgenomen in onderstaande tabellen en is gebaseerd op de financiële situatie voor eliminatie van de intragroepstransacties. Edev Sàrl is opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor 2020 en 2021 tot 26 maart 2021, datum vanaf wanneer de Groep niet langer zeggenschap heeft over deze onderneming.
24. Voorraden
De kostprijs van de voorraden die zijn opgenomen als kost in “kostprijs van de omzet” bedroeg € 772 miljoen (2020: € 701 miljoen). Er zijn geen voorraden als onderpand gegeven, noch zijn er voorraden die geboekt zijn tegen hun netto realiseerbare waarde. De waardeverminderingen op voorraden bedroegen € 34 miljoen in 2021 (2020: € 16 miljoen) en zijn opgenomen in de kostprijs van de omzet. De totale voorraad steeg met € 24 miljoen en hield verband met de toename van de kernproducten.
25. Handelsvorderingen en overige vorderingen
De boekwaarde van handelsvorderingen en overige vorderingen benadert hun reële waarde. Met betrekking tot handelsvorderingen wordt de reële waarde geacht overeen te komen met de boekwaarde verminderd met de voorziening voor waardeverminderingen, en voor alle andere vorderingen benadert de boekwaarde de reële waarde, gezien de korte looptijd van deze bedragen. Er bestaat enige concentratie van kredietrisico bij de handelsvorderingen. Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten. De Groep werkt samen met specifieke groothandelaars in bepaalde landen. De grootste uitstaande handelsvordering op één klant in 2021 is 16% (2020: 14%) namelijk op McKesson Corp. U.S. De ouderdomsanalyse van de handelsvorderingen van de Groep per jaareinde is als volgt:
| Ouderdomsanalyse | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Niet vervallen | 98% | 91% |
| 1-30 dagen | 1% | 2% |
| 31-60 dagen | 0% | 2% |
| 61-90 dagen | 0% | 1% |
| Meer dan 90 dagen | 1% | 4% |
Op basis van historische percentages van wanbetaling, meent de Groep dat er geen voorziening voor waardeverminderingen nodig is voor handelsvorderingen die nog niet vervallen zijn. Dit betreft 98% (2020: 91%) van het uitstaande saldo op de balansdatum. De bewegingen in de voorziening voor waardeverminderingen op handelsvorderingen worden hieronder vermeld:
| Voorziening voor waardeverminderingen op handelsvorderingen | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Saldo aan het begin van het jaar | € 11 | € 15 |
| Nieuwe provisies | € 34 | € 16 |
| Terugname van provisies | € -9 | € -10 |
| Niet-geïnde bedragen afgeschreven | € -30 | € -10 |
| Saldo aan het einde van het jaar | € 6 | € 11 |
De overige categorieën binnen handels- en overige vorderingen bevatten geen activa die een waardevermindering hebben ondergaan. De boekwaarden van de handels- en overige vorderingen van de Groep zijn in de volgende valuta’s uitgedrukt:
| Valuta | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| EUR | € 1.082 | € 1.043 |
| USD | € 426 | € 397 |
| Andere valuta | € 66 | € 62 |
| Totaal | € 1.574 | € 1.502 |
De maximale blootstelling aan kredietrisico op de rapporteringsdatum is de reële waarde van elke categorie van vorderingen zoals hierboven vermeld. De Groep houdt geen enkel onderpand als zekerheid aan.
26. Geldmiddelen en kasequivalenten
27. Kapitaal en reserves
27.1 Aandelenkapitaal en uitgiftepremies
Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 584 miljoen (2020: € 584 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 194.505.658 aandelen (2020: 194.505.658 aandelen). De aandelen van de Vennootschap hebben geen nominale waarde. Per 31 december 2021 waren er 69.144.680 aandelen op naam en 125.360.978 gedematerialiseerde aandelen. Houders van UCB-aandelen hebben recht op dividenden, zoals vastgesteld, en op één stem per aandeel op de algemene aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap. Er is geen maatschappelijk niet-geplaatst kapitaal. Op 31 december 2021 bedroegen de uitgiftepremies € 2.030 miljoen (2020: € 2.030 miljoen).
27.2 Ingekochte eigen aandelen
De Groep verwierf, via UCB NV, 750.000 eigen aandelen (2020: 1.200.000) voor een totaal bedrag van € 60 miljoen (2020: € 106 miljoen) en transfereerde 898.441 eigen aandelen (2020: 1.570.764) voor een totaal bedrag van € 69 miljoen (2020: € 85 miljoen). Netto-transfer van 148.441 eigen aandelen voor een nettobedrag van € 9 miljoen. In 2021 verwierf of verkocht de Groep geen eigen aandelen als gevolg van aandelenruiltransacties (2020: 0 verworven en 0 verkocht). De Groep behield 5.331.781 eigen aandelen waarvan geen gerelateerd aan aandelenruiltransacties op 31 december 2021 (2020: 5.480.222). Deze eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de uitoefening van aandelenopties en de toekenning van prestatieaandelen aan de leden van het Uitvoerend Comité en aan bepaalde categorieën van werknemers. In het lopende jaar werden geen callopties op UCB-aandelen aangekocht (2020: 0) en werden er geen callopties uitgeoefend (2020: 0). Op 31 december 2021 hield de Groep geen opties aan op UCB-aandelen (31 december 2020: 0).
27.3 Overige reserves
De overige reserves bedragen € -56 miljoen (2020: € -144 miljoen) waarbij de wijziging betrekking heeft op de herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten voor € 87 miljoen, waardoor de totale herwaarderingswaarde uitkomt op €-252 miljoen (2020:€ -339 miljoen) en overdracht van reële-waardewinst met betrekking tot financiële activa aan reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten naar de overige reserves (€ -2 miljoen).
27.4 Cumulatieve omrekeningsverschillen
De reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigt de cumulatieve valutaomrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro gebruiken. De reserve omvat ook de niet gerealiseerde gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekking van netto-investeringen.
28. Op aandelen gebaseerde betalingen
De Groep heeft verschillende in eigenvermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkele op aandelen gebaseerde betalingen, waaronder een aandelenoptieplan, een “Stock Appreciation Rights”- plan (recht op de meerwaarde op de aandelen), een aandelentoekenningsplan en een prestatieaandelenplan om werknemers te vergoeden voor geleverde diensten. Het aandelenoptieplan, het aandelentoekenningsplan en het prestatieaandelenplan worden in eigenvermogensinstrumenten afgewikkeld, terwijl het “Stock Appreciation Rights”-plan in geld afgewikkeld wordt. Naast deze plannen hanteert de Groep ook aandelenaankoopplannen voor werknemers in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten alsook “fantoomaandelenplannen”. De kosten die opgelopen worden voor deze plannen zijn niet materieel.
28.1 Aandelenoptieplan en “stock appreciation rights”-plan
Het governance, benoemings- & remuneratiecomité (“GNCC”) kende opties op aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior Executives en de hogere kaders van de UCB Groep. De uitoefenprijs van de in het kader van deze plannen toegekende opties is gelijk aan de laagste van de volgende twee waarden:
* het gemiddelde van de slotkoers van de UCB aandelen op Euronext te Brussel tijdens de periode van 30 dagen vóór het aanbod; of
* de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext te Brussel op de dag vóór de toekenning.
Een aangepaste uitoefenprijs wordt vastgelegd voor die begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist om van een verminderde belasting te kunnen genieten. De opties worden uitoefenbaar na een wachtperiode van drie jaar, behalve voor de rechthebbende werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een langere wachtperiode vereist om van een lager belastingtarief te kunnen genieten. Wanneer een werknemer de Groep verlaat, vervallen zijn/haar opties gewoonlijk na zes maanden. Bij overlijden of pensioen van een werknemer of in het geval van onvrijwillig ontslag wanneer er bij de toekenning belastingen werden betaald, blijven de opties verworven. De Groep is niet verplicht om de opties terug te kopen of te vereffenen in geld. De opties zijn niet overdraagbaar (behalve bij overlijden). UCB
Het “Stock Appreciation Rights”(SARs)-plan heeft dezelfde kenmerken als het aandelenoptieplan, behalve dat het voor UCB-werknemers in de Verenigde Staten bestemd is. Dit plan wordt afgewikkeld in geldmiddelen.
28.2 Aandelentoekenningsplan
Het “GNCC” kende gratis aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior Executives en de hogere en middenkaders van de UCB Groep. Aan de aandelen die gratis toegekend werden, zijn voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode verbonden waarbij de begunstigden verplicht zijn om drie jaar in dienst te blijven na de toekenningsdatum. De toegekende aandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk onvoorwaardelijk worden. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.
28.3 Prestatieaandelenplan
Het “GNCC” kende prestatieaandelen toe aan de Senior Executives voor specifieke doelstellingen in overeenstemming met de strategische prioriteiten van het bedrijf. De prestatieaandelen zijn gebonden aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in dienst moet blijven (de wachtperiode) om de prestatieaandelen definitief te verwerven en het aantal toegekende aandelen wordt aangepast op het einde van de wachtperiode op basis van de prestaties van het bedrijf ten opzichte van haar doelstellingen. De prestatieaandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk onvoorwaardelijk worden.## 28. Beloning van personeel
28.4 Fantoomaandelenoptie-, -aandelentoekennings- en -prestatieaandelenplannen
De Groep heeft ook plannen voor fantoomaandelenopties, fantoomaandelentoekenningen en fantoomprestatieaandelen (collectief “fantoomaandelenplannen” genoemd). Deze “fantoomaandelenplannen” worden toegekend aan bepaalde personeelsleden die een arbeidscontract hebben bij bepaalde verbonden ondernemingen van de Groep en die onder dezelfde regels vallen als de aandelenoptie-, aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van de Groep, behalve wat de afwikkeling ervan aangaat. Per 31 december 2021 waren er 262 deelnemers (2020: 665) voor deze plannen en de kost voor deze op aandelen gebaseerde betalingsplannen is immaterieel.
28.5 Aandelenaankoopplan voor Noord-Amerikaanse medewerkers.
Dit plan is bedoeld om werknemers van met UCB verbonden ondernemingen in Noord Amerika de kans te bieden gewone aandelen van de Groep te kopen. Aandelen worden gekocht met een korting van 15% die wordt gefinancierd door UCB. Werknemers sparen een bepaald percentage van hun salaris door looninhouding en de aandelen worden aangekocht met de bijdragen van de werknemer, na belastingen. De aandelen worden aangehouden door een onafhankelijke bankinstelling op een rekening op naam van de medewerker.
De beperking op deelname van de werknemers aan dit plan is als volgt:
* tussen 1% en 10% van de vergoeding van elke deelnemer;
* USD 25 000 per jaar per deelnemer;
* maximaal USD 10 miljoen in totaal in eigendom van Noord-Amerikaanse werknemers in alle vormen van aandelenplannen over een voortschrijdende periode van 12 maanden.
Per 31 december 2021 had het plan 864 deelnemers (2020: 819). Er zijn geen specifieke toekenningsvoorwaarden en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel.
28.6 Aandelenplan in het Verenigd Koninkrijk
Het is de doelstelling van deze regeling om het bezit van UCB-aandelen door werknemers in het Verenigd Koninkrijk aan te moedigen. Deelnemers sparen een bepaald deel van hun salaris via looninhoudingen en UCB biedt één gratis aandeel voor elk aandeel dat iedere deelnemer koopt. De aandelen worden aangehouden op een rekening op naam van de medewerker door een onafhankelijke vennootschap die optreedt als trustinstelling.
Werknemersbijdragen aan het plan zijn beperkt tot het laagste van volgende bedragen:
* 10% van de vergoeding van elke deelnemer;
* GBP 1 800 per jaar per deelnemer.
Per 31 december 2021 had het plan 394 deelnemers (2020: 360) en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel.
28.7 Kost voor op aandelen gebaseerde betalingen
De totale kost voor op aandelen gebaseerde betalingen van de Groep bedroeg € 109 miljoen (2020: € 81 miljoen), en is als volgt opgenomen in de relevante functionele lijnen in de winst- en verliesrekening:
28.8 Aandelenoptieplannen
De bewegingen in het aantal uitstaande aandelenopties en hun bijhorende gewogen gemiddelde uitoefenprijs per 31 december zijn:
| Aantal uitstaande aandelenopties | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
|---|---|
| 2021 | 2020 |
| 18.933.407 | 25.327.807 |
De reële waarde wordt berekend aan de hand van het Black & Scholes-waarderingsmodel. De volatiliteit werd voornamelijk bepaald op basis van de historisch waargenomen aandelenkoersen van UCB over de laatste vijf jaar. De waarschijnlijkheid van een vervroegde uitoefening wordt weergegeven in de verwachte looptijd van de opties. Het verwachte percentage voor opgegeven aandelenopties is gebaseerd op het werkelijke personeelsverloop in de categorieën die in aanmerking komen voor compensatie door aandelenopties.
De belangrijkste veronderstellingen die gehanteerd werden bij de waardering van de reële waarde van de aandelenopties toegekend in 2021 en 2020 zijn:
| Veronderstellingen | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Gemiddelde verwachte looptijd in jaren | 4,30 | 4,03 |
| Gemiddelde volatiliteit van aandelenkoers | 36,55% | 33,03% |
| Gemiddelde risicovrije rente | -0,49% | -0,49% |
28.9 Stock appreciation rights (S.A.R.’S) plan
De bewegingen van de SARs en de variabelen die gebruikt werden in het waarderingsmodel per 31 december 2021 zijn in de onderstaande tabel terug te vinden.
| Aantal SARs | Gewogen gemiddelde netto contante waarde | |
|---|---|---|
| Uitstaande SARs op 1 januari 2020 | 352.500 | € 82,67 |
| Toegekend in 2020 | 384.000 | € 64,00 |
| Verworven in 2020 | (108.000) | € 68,08 |
| Uitstaande SARs op 31 december 2020 | 628.500 | € 71,52 |
| Toegekend in 2021 | 361.500 | € 76,50 |
| Verworven in 2021 | (241.500) | € 74,92 |
| Uitstaande SARs op 31 december 2021 | 748.500 | € 73,50 |
De reële waarde van de SARs op de toekenningsdatum wordt bepaald aan de hand van het Black & Scholes-model. De reële waarde van de verplichting wordt geherwaardeerd op elke rapporteringsdatum.
28.10 Aandelentoekenningsplan
De kost voor de op aandelen gebaseerde betalingen met betrekking tot deze aandelentoekenningsplannen wordt gespreid over de wachtperiode van drie jaar. De begunstigden hebben geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.
De evolutie in het aantal uitstaande toegekende aandelen per 31 december is als volgt:
| Aantal toegekende aandelen | |
|---|---|
| Uitstaande op 1 januari 2020 | 212.500 |
| Toegekend in 2020 | 81.250 |
| Vervallen in 2020 | (12.500) |
| Uitstaande op 31 december 2020 | 281.250 |
| Toegekend in 2021 | 93.750 |
| Vervallen in 2021 | (37.500) |
| Uitstaande op 31 december 2021 | 337.500 |
28.11 Prestatieaandelenplan
De evolutie in het aantal uitstaande prestatieaandelen per 31 december is als volgt:
| Aantal prestatieaandelen | |
|---|---|
| Uitstaande op 1 januari 2020 | 113.438 |
| Toegekend in 2020 | 31.500 |
| Vervallen in 2020 | (17.000) |
| Uitstaande op 31 december 2020 | 127.938 |
| Toegekend in 2021 | 76.125 |
| Vervallen in 2021 | (22.688) |
| Uitstaande op 31 december 2021 | 181.375 |
29. Leningen
De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt:
| Boekwaarde 31/12/2021 | Reële waarde 31/12/2021 | Boekwaarde 31/12/2020 | Reële waarde 31/12/2020 | |
|---|---|---|---|---|
| Bankleningen (vast) | € 885.058 | € 885.058 | € 873.872 | € 873.872 |
| Bankleningen (variabel) | € 460.000 | € 460.000 | € 460.000 | € 460.000 |
| Overige leningen | € 2.387.430 | € 2.547.445 | € 2.347.021 | € 2.504.108 |
| Totaal | € 3.732.488 | € 3.892.503 | € 3.680.893 | € 3.837.980 |
Op 31 december 2021 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep gelijk aan 1,30% (2020: 1,84%) vóór hedging. Betalingen van variabele rente zijn aan aangemerkte kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan aangemerkte reële-waardeafdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 1,05% (2020: 1,54%) na hedging.
De vergoedingen die betaald werden voor de regeling van de obligaties (Toelichting 30) en de gewijzigde faciliteitsovereenkomst worden afgeschreven over de levensduur van de instrumenten. Waar dit onder hedge accounting van toepassing is, wordt de reële waarde van de langlopende leningen bepaald op basis van de contante waarde van de betalingen van de schuldinstrumenten, aan de hand van de toepasselijke rentecurve en de kredietspread van UCB voor de verschillende valuta’s. Aangezien de bankleningen een variabele rentevoet dragen die om de zes maanden wordt bijgewerkt, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële waarde. Wat de kortlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden aangezien het effect van de verdiscontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd.
Op 9 januari 2018 heeft de Groep een hernieuwbare kredietfaciliteit van € 1 miljard, toen met een vervaldag op 9 januari 2021, gewijzigd en verlengd naar een hernieuwbare kredietfaciliteit van € 1 miljard die vervalt in 2023 (inclusief de optie om verdere verlengingen van de vervaldag met twee bijkomende jaren aan te vragen). In december 2019 verlengde de Groep de vervaldag van de kredietfaciliteit tot 9 januari 2025 (waarna er geen verdere optie tot verlenging meer is). Per 31 december 2021 waren er geen uitstaande bedragen onder de hernieuwbare kredietfaciliteit (2020: € 0 miljoen).
Op 10 oktober 2019 heeft de Groep een bulletkredietfaciliteit van USD 2,1 miljard met een vervaldatum in 2025 afgesloten, voor de financiering van de verwerving van Ra Pharma. Per 31 december 2021 was er een uitstaand bedrag van USD 1,315 miljard onder deze kredietfaciliteit (2020: USD 1,9 miljoen).
De Groep beschikt over bepaalde bindende en niet-bindende bilaterale financieringsovereenkomsten. In dit verband werd voor de bindende bilaterale overeenkomst een totaalbedrag van € 38 miljoen niet opgenomen op het einde van 2021 (2020: € 47 miljoen).
Raadpleeg Toelichting 5.3 voor de analyse van de looptijden van de leningen van de Groep (uitgezonderd overige financiële verplichtingen).
De boekwaarden van de leningen van de Groep zijn in de volgende valuta’s uitgedrukt:
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| EUR | € 3.432.488 | € 3.448.219 |
| USD | USD 1.315.000 | USD 1.900.000 |
30. Obligaties
De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt:
| Boekwaarde 31/12/2021 | Reële waarde 31/12/2021 | Boekwaarde 31/12/2020 | Reële waarde 31/12/2020 | |
|---|---|---|---|---|
| Particuliere obligaties | € 176.000.000 | € 178.870.000 | € 176.000.000 | € 179.280.000 |
| Institutionele euro-obligatie | € 0 | € 0 | € 350.000.000 | € 350.000.000 |
| Ongedekte obligaties hogere rangorde | € 500.000.000 | € 508.775.000 | € 0 | € 0 |
| Totaal | € 676.000.000 | € 687.645.000 | € 526.000.000 | € 529.280.000 |
30.1 Particuliere obligaties
Met vervaldatum in 2023: In oktober 2009 voltooide UCB een openbare emissie van obligaties met een vaste couponrente ter waarde van € 750 miljoen, met een couponrendement en een effectieve rentevoet van 5,75 % per jaar, die bedoeld is voor particuliere beleggers. In september 2013 deed UCB een onvoorwaardelijk openbaar ruilaanbod voor maximaal € 250 miljoen van de € 750 miljoen aan particuliere obligaties die in november 2014 afliepen en die een brutocoupon van 5,75% hadden. Bestaande obligatiehouders kregen de kans om hun bestaande obligaties om te wisselen voor nieuw uitgegeven obligaties die in oktober 2023 vervallen in een ruilverhouding van 1 tot 1. Deze obligaties dragen een couponrendement van 5,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,398% per jaar bedraagt. Op het einde van de ruilperiode werden 175 717 bestaande obligaties voor omwisseling aangeboden, goed voor een nominaal bedrag van € 176 miljoen. De 175 717 nieuwe obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven en zijn genoteerd op Euronext te Brussel. De bestaande obligaties die in het kader van het omruilaanbod omgewisseld werden, zijn door UCB geannuleerd. De 574 283 uitstaande particuliere obligaties zijn vervallen en afgelost in november 2014.
30.2 Institutionele euro-obligatie
Met vervaldatum in 2021: In januari 2021 heeft UCB de € 350 miljoen institutionele euro-obligaties volledig terugbetaald.
Met vervaldatum in 2021: In april 2021 heeft UCB de € 350 miljoen institutionele euroobligaties (vervaldatum 2022) volledig terugbetaald.
Met vervaldatum in 2028: In maart 2021 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 500 miljoen, die in 2028 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN-programma. Deze obligaties zijn in maart 2021 uitgegeven tegen 99,751% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 1,00% per jaar, terwijl het effectief rendement 1,1231% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel.
30.3 EMTN-programma
Met vervaldatum in 2027: In oktober 2020 heeft UCB voor € 150 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2027. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 1,00% per jaar en een effectief rendement van 1,0298% per jaar. De notes zijn genoteerd op Euronext Brussel.
30.4 Reële-waardeafdekking
De Groep wijst afgeleide financiële instrumenten onder reëlewaardeafdekkingen toe aan de particuliere obligaties en de institutionele euro-obligaties.# De wijziging in de boekwaarde van de obligaties is volledig te wijten aan de wijziging in de reële waarde van het afgedekte deel van de obligaties, en wordt nagenoeg volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van het corresponderende afgeleide financiële instrument.
31. Overige financiële verplichtingen
32. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen
32.1 Recognized deferred tax assets and liabilities
In totaal werden uitgestelde belastingvorderingen ten belope van € 501 miljoen geboekt per 31 december 2021. Op basis van het niveau van voorgaande belastbare winsten en geprojecteerde toekomstige fiscale winsten over de perioden waarin verrekenbare tijdelijke verschillen naar verwachting zullen worden tegengeboekt, is de Groep van mening dat het waarschijnlijk is dat de voordelen van de geboekte uitgestelde belastingvorderingen zullen worden gerealiseerd. De Groep zag een toename van de uitgestelde belastingverplichtingen overtroffen door een toename van de uitgestelde belastingvorderingen, wat resulteerde in een netto toename van de uitgestelde belastingvorderingen. Dit is het gevolg van de volgende punten:
- Uitgestelde belastingvorderingen op verliezen: gebruik van overgedragen fiscale verliezen ten opzichte van de belastbare winst in de belangrijkste entiteiten. In overeenstemming met voorgaande jaren wordt de aanwending van verliezen ook gedeeltelijk gecompenseerd door een vermindering van de uitgestelde belastingverplichting op recaptiveringsverliezen.
- Belastingkrediet voor O&O: terugbetaling ontvangen versus verdere opbouw van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot belastingkredieten voor O&O na O&O-investeringen.
Andere posten zijn een gevolg van de bewegingen op de balansposten van UCB (zoals voorraad en immateriële activa), van de herbeoordeling naar aanleiding van wijzigingen in de belastingwetgeving en van de herbeoordeling van uitgestelde belastingbalansen uitgedrukt in een vreemde munt.
Belastinghervormingen
De impact van wijzigingen in belastingwetgeving en belastingvoetbelastingpercentage, voornamelijk in het VK en Zwitserland, werden beoordeeld door het management en, waarindien van toepassing, werden de uitgestelde belastingbalansen geherwaardeerd. De belastinghervorming in de V.S. trad niet in werking per 31 december 2021 en bijgevolg werden de uitgestelde belastingsaldi van UCB in de V.S. niet beïnvloed. Het management volgt van nabij de verdere ontwikkelingen van een belastinghervorming in de V.S. die in 2022 kan leiden tot een herwaardering van de uitgestelde belastingen en een impact op de belasting voor de periode.
Belastingkredieten voor O&O
De groep heeft uitgestelde belastingvorderingen erkend op belastingkredieten. De totale uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot belastingkredieten voor O&O per jaareinde bedragen € 448 miljoen (2020: € 405 miljoen). Deze zullen resulteren in een belastingvoordeel in cash in de toekomst. Er werden ook overige belastingkredieten geboekt voor een bedrag van € 38 miljoen.
Uitgestelde belastingvorderingen op verliezen
UCB heeft een substantiële aanwending van overgedragen fiscale verliezen gekend, gedeeltelijk gecompenseerd door een afname van uitgestelde belastingverplichtingen. Een uitgestelde belastingvordering van € 166 miljoen (2020: € 241 miljoen) werd erkend met betrekking tot overgedragen fiscale verliezen voor een totaal bedrag van € 683 miljoen (2020: € 1,06 miljard) aangezien de Groep besloten heeft dat de relevante entiteiten belastbare winsten zullen genereren in de voorzienbare toekomst tegenover dewelke deze verliezen kunnen worden afgezet en omdat de prognoses betrouwbaar worden geacht, rekening houdend met het profiel van de betrokken entiteiten en de mogelijke beperkingen die van toepassing zouden kunnen zijn. Deze verliezen hebben zich voorgedaan in jurisdicties waarin UCB opereert en vervallen niet. Er werden in deze periode geen bijkomende eerder niet-erkende fiscale verliezen en belastingtegoeden opgenomen. Om de beschikbaarheid van de toekomstige belastbare winsten in te schatten, werd gebruik gemaakt van niet-verdisconteerde prognoses.
32.2 Ongebruikte fiscale verliezen
Per 31 december 2021 had de Groep ook € 3.284 miljoen (2020: € 2.844 miljoen) aan bruto ongebruikte fiscale verliezen en verrekenbare innovatie-aftrek waarvoor geen uitgestelde belastingvordering is opgenomen in de balans. Gebaseerd op de huidige wetgeving vervallen deze belastingvoordelen niet. Op basis van de huidige prognoses en de huidige wetgeving wordt verwacht dat het merendeel van deze belastingvoordelen binnen de komende 10 jaar volledig zal worden benut. Het management beoordeelt op dit moment de impact van de internationale (OESO) belastinghervorming.
32.3 Tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering of -verplichting erkend werd
Uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt op tijdelijke overgedragen verschillen die inkomsten vertegenwoordigen die waarschijnlijk in de nabije toekomst gerealiseerd zullen worden. Uitgestelde belastingvorderingen ten belope van € 300 miljoen bruto / € 75 miljoen netto (2020: € 312 miljoen bruto / € 78 miljoen netto) met betrekking tot de DBI-aftrek en immateriële activa werden niet erkend omwille van de onzekerheid omtrent de terugvordering. Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen ontstaan bij investeringen in dochterondernemingen, aangezien er een 100% participatievrijstelling beschikbaar is voor inkomende dividenden. Er bestaat een aanvullende niet-erkende uitgestelde belastingverplichting van € 98 miljoen (2020: € 115 miljoen) met betrekking tot een interne reorganisatie die plaatsvond in 2014. De belastingverplichting zal alleen worden verwezenlijkt bij verkoop van het relevante actief, een gebeurtenis die door UCB wordt gecontroleerd en waarvoor geen concrete plannen in de nabije toekomst zijn.
32.4 Uitgestelde winstbelastingen die direct in niet-gerealiseerde resultaten werden erkend
33. Personeelsbeloningen
De meeste werknemers zijn gedekt door pensioenplannen die door bedrijven van de Groep financieel ondersteund worden. De aard van dergelijke regelingen is afhankelijk van wettelijke voorschriften, fiscale vereisten en economische omstandigheden van de landen waarin de werknemers tewerkgesteld zijn. De Groep beheert zowel toegezegde- bijdragenregelingen als toegezegd pensioenregelingen.
33.1 Toegezegde bijdragenregelingen
Regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding worden geclassificeerd als ‘toegezegde bijdragenregelingen’ als de Groep vaste bijdragen betaalt in een apart fonds of aan een onafhankelijke financiële instelling en verder geen wettelijke of uitdrukkelijke verplichtingen heeft om bijkomende bijdragen te betalen. Daarom worden er in de balans van de Groep geen activa of passiva opgenomen met betrekking tot dergelijke regelingen, afgezien van gewone vooruitbetalingen en de toe te rekenen bijdragen. UCB is bij wet verplicht om een bepaald minimaal rendement te garanderen op de werknemers- en werkgeversbijdragen voor de Belgische toegezegde bijdragenregelingen. Bijgevolg dienen deze regelingen beschouwd te worden als toegezegdpensioenregelingen. Indien betrouwbare schattingen kunnen gemaakt worden voor materiële regelingen, worden deze gewaardeerd onder IAS 19 op basis van de ‘projected unit credit’- methode. Deze regelingen worden samen met de resultaten voor de andere toegezegd-pensioenregelingen weergegeven
33.2 Toegezegd -pensioenregelingen
De Groep beheert verscheidene toegezegd- pensioenregelingen. De toegekende voordelen omvatten voornamelijk pensioenvoordelen en jubileumpremies. De voordelen worden toegekend volgens de lokale marktpraktijken en regelgeving. Deze regelingen zijn ofwel niet gefinancierd ofwel gefinancierd via externe pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Bij (gedeeltelijk) gefinancierde regelingen worden de fondsbeleggingen afzonderlijk aangehouden in fondsen die door de trustees beheerd worden. Indien een regeling niet gefinancierd is, met name voor de belangrijkste toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland, wordt voor de pensioenverplichting een verplichting opgenomen in de balans van de Groep. Voor gefinancierde regelingen is de Groep aansprakelijk voor het negatieve verschil tussen de reële waarde van de fondsbeleggingen en de contante waarde van de bruto verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Bijgevolg wordt in de geconsolideerde balans van de Groep een verplichting (of een actief indien de regeling overgefinancierd is) opgenomen. Alle belangrijke regelingen worden jaarlijks beoordeeld door onafhankelijke actuarissen. De Groep analyseert de waarde van de risico’s in haar balans en winst- en verliesrekening die verbonden zijn met haar toegezegdpensioenplannen. Het beoogde risiconiveau met betrekking tot de risicomaatstaven voor een geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening over één jaar worden jaarlijks vastgelegd op basis van door UCB bepaalde risicotolerantiedrempels. Voor UCB zijn de belangrijkste risico’s verbonden aan de toegezegd-pensioenplannen de disconteringsvoet, de inflatie en de levensverwachting. De belangrijkste risico’s zijn deze met betrekking tot regelingen in België, Zwitserland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Voor de regelingen in België wordt de levensverwachting niet als een risico beschouwd, vermits pensioenen er worden uitgekeerd als een forfaitair bedrag of geëxternaliseerd worden vóór ze worden betaald als een annuïteit. De voorbije jaren heeft UCB verschillende projecten uitgevoerd om de risicofactoren te verlagen.
- In het Verenigd Koninkrijk werd de buy-out gefinaliseerd voor drie van de vier pensioenregelingen door de voordelen van alle deelnemers aan de regelingen te verzekeren bij een verzekeringsmaatschappij. UCB heeft bijgevolg geen verplichtingen meer tegenover de deelnemers aan deze drie regelingen.# UCB SA
34. Voorzieningen
De wijzigingen in voorzieningen worden hieronder weergegeven:
34.1 Milieuvoorzieningen
UCB heeft bepaalde milieuverplichtingen behouden die verband hielden met het afstoten van Films (2004) en Surface Specialties (2006). Deze verplichtingen hebben te maken met de afgestoten vestigingen waarover UCB de volle verantwoordelijkheid heeft behouden, in overeenstemming met de contractuele voorwaarden. De daling van de milieuvoorzieningen is hoofdzakelijk het gevolg van de terugname van ongebruikte bedragen van de voorziening voor Tecumseh (VS) in verband met de Films-activiteit, gedeeltelijk gecompenseerd door bijkomende bedragen voor de bestaande milieuvoorzieningen. In 2021 werd een deel van de voorzieningen gebruikt om werkelijk opgelopen kosten te dekken.
34.2 Reorganisatievoorzieningen
De voorzieningen voor reorganisatie die in 2021 werden aangelegd, hebben betrekking op verdere optimalisatie van de bedrijfsmodellen. Het gebruik van de voorzieningen heeft vooral betrekking op eerdere reorganisaties in Europa.
34.3 Overige voorzieningen
Overige voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op:
- voorzieningen voor rechtszaken die voornamelijk voorzieningen omvatten voor geschillen waar UCB of een dochteronderneming gedagvaard wordt voor claims van voormalige werknemers van UCB;
- voorzieningen voor productaansprakelijkheid die betrekking hebben op de risico’s die gepaard gaan met de normale bedrijfsvoering en waarvoor de Groep aansprakelijk kan worden gesteld door de verkoop van dit soort geneesmiddelen. UCB is momenteel gedaagde in verschillende productaansprakelijkheidsrechtzaken in Frankrijk met betrekking tot Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep. De eisers in deze rechtszaken beweren dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène genomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijke letsel hebben opgelopen (zie Toelichting 43.3). De voorziening met betrekking tot Distilbène daalde met € 9 miljoen tot een totaal van € 124 miljoen (2020: stijging met € 21 miljoen tot een totaal van € 133 miljoen) om de netto geschatte toekomstige kasuitstromen weer te geven. De voorziening werd verdisconteerd op basis van een disconteringsvoet van 0,11% (2020: -0,34%). Indien de disconteringsvoet 25 basispunten lager zou zijn, zou de voorziening met € 3 miljoen toenemen, aan een disconteringsvoet van 0% zou de voorziening met € 1 miljoen toenemen;
- voor herstelkosten voor geleasede gebouwen als gevolg van de toepassing van IFRS 16 (€ 8 miljoen) (2020: € 10 miljoen) (zie Toelichting 40);
- voorzieningen met betrekking tot de recupereerbaarheid van te ontvangen belastingen, andere dan winstbelastingen.
Er wordt met betrekking tot de bovenvermelde risico’s een evaluatie gemaakt samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vak-experts.
35.
Het overblijvende plan, het “Celltech Pension and Insurance Scheme” concentreert zich sinds 2012 op een geleidelijke risicovermindering gaande van een toewijzing van 50% groei/50% obligaties naar een toewijzing van 10% groei/90% obligaties. De toewijzing groei/obligaties is momenteel rond 30%/70%. Om de disconterings- en inflatierisico’s beter te beheren, heeft het plan in de loop der jaren ook de afdekking van zowel rente- als inflatierisico’s geleidelijk verhoogd tot ongeveer 90%.
In België heeft UCB een strategie voor risicovermindering geïmplementeerd door alle Belgische toegezegdpensioenregelingen en kassaldopensioenplannen te sluiten voor nieuwkomers vanaf 31 december 2019 en door een nieuw kassaldopensioenplan in te voeren met ingangsdatum van 1 januari 2020 met het wettelijk vereiste gegarandeerde rendement. De nadruk blijft liggen op de diversificatie van de activa en beleggingsbeheerders, waarbij het risico nauwlettend in het oog wordt gehouden.
Het in de geconsolideerde balans opgenomen bedrag dat voortvloeit uit de verplichtingen van de Groep met betrekking tot haar toegezegd- pensioenregelingen is als volgt: 86% van de netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten heeft betrekking op toegezegd-pensioenplannen in België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
De evolutie in de contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten in het lopende jaar is als volgt:
| 2021 (miljoen €) | 2020 (miljoen €) | |
|---|---|---|
| Contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van pensioenen | 1.207 | 1.197 |
De reële waarde van de fondsbeleggingen bedraagt € 941 miljoen (2020: € 816 miljoen), goed voor 77% (2020: 68%) van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Het totale tekort van € 289 miljoen (2020: € 380 miljoen) zal naar verwachting weggewerkt worden over de geschatte resterende gemiddelde duur van het dienstverband van het huidige lidmaatschap.
De bedragen die zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en in het geconsolideerde overzicht van de financiële positie:
| 2021 (miljoen €) | 2020 (miljoen €) | |
|---|---|---|
| Kosten voor pensioenverplichtingen | 53 | 70 |
| Pensioenuitkeringen | -106 | -101 |
| Netto rentekosten | 11 | 11 |
| Veranderingen in de contante waarde van de netto verplichting | 68 | -27 |
| Total in de winst- en verliesrekening opgenomen pensioenlasten | 26 | -47 |
| Realisatie van de niet-gerealiseerde resultaten: | ||
| Rendement op fondsbeleggingen (exclusief bedragen opgenomen in netto rentekosten) | 53 | 64 |
| Wijziging in de demografische aannames, ervaring en andere aanpassingen | -21 | -34 |
| Resultaat van wijzigingen in pensioenregelingen | -3 | -3 |
| Opname in de totale winst- en verliesrekening: | 29 | 27 |
| Totale herwaarderingen | 55 | -20 |
| Totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 81 | -67 |
| Kosten voor de periode voor de gedefinieerde pensioenregelingen: | ||
| Werknemerskosten | 22 | 24 |
| Werkgeverskosten | 31 | 46 |
| Totaal | 53 | 70 |
| Netto rentekosten | 11 | 11 |
| Totaal in de winst- en verliesrekening opgenomen pensioenlasten | 26 | -47 |
De totale aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de netto rentekosten, de herwaardering van andere lange-termijn personeelsbeloningen, administratiekosten en belastingen voor het jaar zijn opgenomen onder de kosten voor personeelsbeloningen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. 82% van de kosten voor toegezegde pensioenen die zijn opgenomen in de winsten verliesrekening hebben betrekking op toegezegdpensioenregelingen in België en het Verenigd Koninkrijk.
De herwaardering van de netto verplichting uit hoofde van toegekende pensioenrechten is opgenomen in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten als onderdeel van de nietgerealiseerde resultaten. De totale herwaarderingen resulteerden in een winst van € 97 miljoen in 2021 in vergelijking met een verlies van € 26 miljoen in 2020. De winst in 2021 is voornamelijk het gevolg van een hoger rendement op fondsbeleggingen en een stijging van de disconteringsvoeten. Het verlies in 2020 is voornamelijk het gevolg van een daling van de disconteringsvoeten, die gedeeltelijk wordt gecompenseerd door een hoger rendement op fondsbeleggingen.
De opsplitsing van de geboekte kosten over de functionele lijnen is als volgt:
| 2021 (miljoen €) | 2020 (miljoen €) | |
|---|---|---|
| Onderzoek en ontwikkeling | 25 | 32 |
| Verkoop en marketing | 1 | 2 |
| Algemene en administratieve kosten | 0 | 0 |
| Totaal | 26 | 34 |
| Niet toegewezen (opgenomen in resultaat) | 0 | 13 |
| Totaal in de winst- en verliesrekening | 26 | 47 |
Het reële rendement op de fondsbeleggingen bedraagt € 53 miljoen (2020: € 64 miljoen), en het reële rendement op restitutierechten bedraagt € 0 miljoen (2020: € 1 miljoen).
De voornaamste categorieën van fondsbeleggingen op het einde van de verslagperiode zijn als volgt:
| 2021 (miljoen €) | 2020 (miljoen €) | |
|---|---|---|
| Aandelen | 341 | 262 |
| Vastrentende waarden | 483 | 434 |
| Vastgoed | 117 | 120 |
| Totaal | 941 | 816 |
Nagenoeg alle aandelen en schuldinstrumenten beschikken over beurskoersen in actieve markten. Vastgoed kan gerangschikt worden als niveau 3- instrument op basis van de definities in IFRS 13, Waardering tegen reële waarde. De in de fondsen aangehouden activa bevatten geen directe beleggingen in aandelen van de UCB Groep, noch in onroerend goed of andere activa die gebruikt worden door de Groep, al kan het wel zijn dat UCB-aandelen deel uit maken van de investeringen in beleggingsfondsen.
De voornaamste gewogen gemiddelde actuariële veronderstellingen die zijn gebruikt, zijn als volgt:
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 2,0% | 1,4% |
| Verwachte loonsverhogingen | 2,5% | 2,5% |
| Verwachte inflatie | 1,0% | 1,0% |
| Levensverwachting bij pensionering (in jaren) | 24,5 | 24,5 |
| Levensverwachting na pensionering (in jaren) | 26,5 | 26,5 |
Belangrijke actuariële veronderstellingen voor de bepaling van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten zijn de disconteringsvoet en de inflatie. De volgende gevoeligheidsanalyses werden bepaald op basis van redelijkerwijze mogelijke fluctuaties in de veronderstellingen die zich voordoen op het einde van de verslagperiode.
- Als de disconteringsvoet 50 basispunten hoger (lager) zou zijn, dan zouden de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten dalen met € 93 miljoen (stijgen met € 104 miljoen) als alle overige veronderstellingen constant zouden blijven.
- Als het inflatiepercentage zou stijgen (dalen) met 25 basispunten, dan zou de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten stijgen met € 24 miljoen (dalen met € 21 miljoen) als alle overige veronderstellingen constant zouden blijven.
De cijfers zoals boven vermeld houden geen rekening met eventuele onderlinge relaties tussen de veronderstellingen, met name tussen de disconteringsvoet, verwachte loonsverhogingen en inflatiepercentages.
De dochterondernemingen van de Groep moeten de verwachte verdiende pensioenrechten op jaarbasis financieren. De financiering is doorgaans gebaseerd op lokale actuariële vereisten en in dit kader wordt de disconteringsvoet bepaald op basis van een risicovrije interestvoet. Onderfinanciering in verband met verstreken diensttijd wordt voldaan door het opzetten van herstelplannen en beleggingsstrategieën rekening houdend met de aansprakelijkheidsprofielen, de juiste periodes voor de aflossing van verplichtingen voor verstreken diensttijd, lokale regelgeving en de financiële mogelijkheden van de plaatselijke onderneming.
De gemiddelde duur van de toegezegd- pensioenregelingen op het einde van de rapporteringsperiode bedraagt 16,00 jaar (2020: 16,60 jaar). Dit cijfer kan verder worden uitgesplitst in een gemiddelde duur voor volgende regio’s:
- Eurozone: 14,10 jaar (2020: 14,50 jaar)
- Verenigd Koninkrijk: 18,70 jaar (2020: 19,90 jaar)
- Overige: 19,50 jaar (2020: 20,40 jaar)
De Groep verwacht in de loop van het volgende boekjaar een bijdrage te doen van € 69 miljoen aan de toegezegdpensioenregelingen.
Om de drie jaar wordt een studie uitgevoerd waarin activa en passiva tegen elkaar afgewogen worden. Hierin worden de beleggingsstrategieën geanalyseerd in het licht van risico- en rendementsprofielen. Een dergelijke studie werd in 2018 in Zwitserland uitgevoerd. In België werd een dergelijke studie uitgevoerd in 2021. Deze studie resulteerde in een kleine aanpassing van de portfolio van de activa.
Bij het bepalen van een langetermijnstrategie voor de pensioenplannen, houdt het beleggingscomité rekening met enkele door de Groep gedefinieerde basisprincipes zoals:
- een goed evenwicht tussen het bijdrageniveau dat aanvaardbaar is voor UCB en het niveau van het beleggingsrisico dat aan de verplichtingen verbonden is;
- de volatiliteit verminderen door een diversificatie van de beleggingen; en
- het niveau van het beleggingsrisico dient af te hangen van de financiële situatie van de regelingen en hun schuldpositie.# Handels- en overige verplichtingen
De handels- en overige verplichtingen worden grotendeels geclassificeerd als kortlopend en bijgevolg worden de boekwaarden van de totale handels- en overige verplichtingen verondersteld een redelijke benadering te zijn van hun reële waarde. “Te betalen rabatten/kortingen en overige omzetreducties” bevatten rabatten, terugvorderingen (chargebacks), kortingen en voorzieningen voor verwachte verkoopretouren met betrekking tot producten die verkocht werden in de VS aan verschillende klanten die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma’s inclusief de programma’s “Medicaid Drug Rebate”, “Federal Medicare” en andere. De verkoopretouren en omzetreducties worden geboekt in dezelfde periode als de onderliggende verkopen als een vermindering van de omzet. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de voorzieningen die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties. De voorzieningen worden beoordeeld en regelmatig aangepast gelet op de contractuele en wettelijke verplichtingen, historische trends, ervaring uit het verleden en verwachte marktomstandigheden. Alle retouren, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat, afgetrokken van de omzet en in de toepasselijke voorzieningsrekening op de balans gepresenteerd. De schatting voor toekomstige retouren van producten is gebaseerd op verschillende factoren zoals onder andere historische retourpercentages, vervaldatum per product, retourpercentage per afgesloten batch, effectief verwerkte retouren alsook alle andere specifiek geïdentificeerde verwachte retouren ten gevolge van gekende factoren zoals verlies van exclusiviteit van patent, terugroepingen van producten en stopzettingen of een veranderende competitieve omgeving. Aanpassingen aan deze voorzieningen kunnen noodzakelijk zijn in de toekomst gebaseerd op herwerkte schattingen betreffende onze veronderstellingen, hetgeen een impact zou hebben op het geconsolideerd resultaat uit onze bedrijfsactiviteiten. De verplichting voor verkoopretouren en reducties in de VS die opgenomen is als onderdeel van de verplichting voor te betalen rabatten en kortingen bedraagt € 761 miljoen per 31 december 2021 (31 december 2020: € 554 miljoen).
36. Te betalen belastingen
Te betalen belastingen omvatten verplichtingen voor onzekere belastingposities voor een bedrag van € 157 miljoen (2020: € 155 miljoen). Het saldo van de onzekere belastingposities is stabiel gebleven in 2021 en bestaat uit een verdere toename van een aantal belastingposities, gecompenseerd door een (gedeeltelijke) terugname van een aantal risico's in belangrijke landen en de nakende afwikkeling van een belangrijke belastingcontrole in een belangrijk rechtsgebied. Alle verplichtingen weerspiegelen de fiscaal-technische aspecten van de zaak en de status van de besprekingen met de belastingautoriteiten bij belastingcontrole (in voorkomend geval). Schulden met betrekking totVerplichtingen voor onzekere belastingposities worden geboekterkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een ingenomen belastingpositie moeilijk of niet houdbaar is als deze wordt aangevochten door de belastingautoriteiten en nadat alle rechtsmiddelen zijn uitgeput. UCB heeft vorderingen erkend voor belastingvermindering ingevolge Onderlinge Overleg/Arbitrageprocedures voor een bedrag van € 27 miljoen (2020: € 25 miljoen). Activa voor belastingvermindering ingevolge Onderlinge Overleg/ Arbitrageprocedures worden alleen erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat overeenkomstige aanpassingen zulllen worden toegestaan volgens de Onderlinge Overleg/Arbitrageprocedures in één of meerdere rechtsgebieden. De beoordeling voor zowel onzekere belastingposities als de overeenkomstige aanpassingen wordt berekend op basis van de meest waarschijnlijk uitkomst (voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting) of de verwachte waarde (voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting en verrekenprijzen), waar van toepassing, en in overeenkomst met IFRIC 23. Zie Toelichting 4.2.5 voor meer gedetailleerde informatie inzake de inschatting door de Groep van onzekere belastingposities. Op netto-basis heeft de Groep een voorziening van € 130 miljoen geboekt (2020: € 130 miljoen) aangelegd voor onzekere belastingposities en onderneemt zij de nodige procedures om belastingvermindering zeker te stellen waar mogelijk. UCB wordt geconfronteerd met belastingcontroles in een aantal landen waar zij activiteiten heeft. De punten die ter discussie staan, zijn in sommige gevallen complex en dergelijke controles kunnen een aantal jaren aanslepen alvorens ze opgelost zijn. De Groep volgt de verplichtingen voor onzekere belastingposities die eind 2021 erkend werden en ook de status van lopende belastingcontroles weergeven, strikt op.
37. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht geeft de operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten weer. UCB past de indirecte methode toe voor de operationele kasstromen. Het nettoresultaat is aangepast voor:
* de effecten van niet-geldelijke transacties zoals afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingsverliezen, provisies, waarderingen tegen reële waarde enz., alsook de wijzigingen inzake werkkapitaal;
* opbrengsten en kosten die verband houden met kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten.
Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2021 hebben voornamelijk betrekking op belastingkredieten (€ 108 miljoen) waarvoor het cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden en op cumulatieve omrekeningsverschillen op geliquideerde entiteiten die werden overgedragen naar de winst- en verliesrekening (€ 11 miljoen). Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2020 hebben voornamelijk betrekking op verworven werkkapitaal uit overnames (€ 263 miljoen) en belastingkredieten (€ 81 miljoen) waarvoor het cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden.
1 Non-cash items are mainly linked to transfers from one heading to another, non-cash movements linked to stock rewards.
38. Financiële instrumenten per categorie
39. Afgeleide financiële instrumenten
De volledige reële waarde van een afdekkingsderivaatafgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als een vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie meer dan 12 maanden bedraagt, en als een vlottend actief of kortlopende verplichting als de looptijd van de afgedekte positie minder dan 12 maanden bedraagt. De kasstroomafdekkingen die door de Groep werden uitgevoerd, werden als bijzonder effectief beoordeeld en in 2021 werd een netto niet-gerealiseerde winst van €- 141 miljoen (2020: netto niet-gerealiseerd verlies van € 84 miljoen) na uitgestelde belasting opgenomen in het eigen vermogen aangaande deze transacties. Deze winsten/ verliezen zullen naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt in de periode waarin de afgedekte verwachte toekomstige transacties de winst of het verlies beïnvloeden. Het niet-effectieve deel dat in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen en dat ontstaat bij kasstroomafdekkingen, bedraagt € 0 miljoen (2020: € 0 miljoen).
39.1 Wisselkoersderivaten
Het beleid van de Groep met betrekking tot het gebruik van financiële derivatencontracten wordt beschreven in Toelichting 5 “Financieel risicobeheer”. De Groep heeft verschillende valutatermijncontracten afgesloten om een deel van de zeer waarschijnlijke toekomstige omzet en royaltyinkomsten, die voor 2021 en 2022 worden verwacht, af te dekken. De reële waarden van de derivatencontracten op vreemde valuta’s is als volgt:
39.2 Rentederivaten
De Groep gebruikt verschillende rentederivaten om haar blootstelling aan de wijzigende rentevoeten op haar leningen te beheren. De data voor de prijsherzieningen en de afschrijvingskenmerken komen overeen met die van de vastrentende obligaties. De uitstaande rentederivaten zijn als volgt:
39.3 Afdekking van netto-investeringen in een buitenlandse entiteit
Alle niet-gerealiseerde gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekking van netto-investeringen worden opgenomen in Cumulatieve Omrekeningsverschillen. Deze niet-gerealiseerde winsten en verliezen zullen in het eigen vermogen geboekt blijven en zullen alleen in de winsten verliesrekening opgenomen worden als de Groep de onderliggende activa niet meer in bezit heeft.
40.# Leaseovereenkomsten
40.1 Bedragen opgenomen in de balans
De balans geeft de volgende bedragen weer met betrekking tot leaseovereenkomsten:
40.2 Bedragen opgenomen in de winst- en verliesrekening
De winst- en verliesrekening geeft de volgende bedragen weer met betrekking tot leaseovereenkomsten:
Winst per aandeel
41.1 Gewone winst per aandeel
De gewone winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop, met uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden.
41.2 Diluted earnings per share
Verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop gedurende het jaar, met uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden, gecorrigeerd voor het aantal potentiële gewone aandelen met verwateringseffect die gekoppeld zijn aan de uitgifte van aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen. Het aantal potentiële gewone aandelen met verwateringseffect, wordt berekend op basis van het gemiddelde aantal tijdens de verslagperiode uitstaande aandelenopties als het verschil tussen de gemiddelde marktprijs van gewone aandelen tijdens de verslagperiode en de gewogen gemiddelde uitoefenprijs van de aandelenopties, en op basis van het gemiddelde aantal tijdens de verslagperiode uitstaande toegekende aandelen en prestatieaandelen. Aandelenopties hebben alleen een verwaterend effect wanneer de gemiddelde marktprijs boven de uitoefenprijs ligt (aandelenopties zijn “in the money”). Voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel, waren er geen correctie-elementen voor de winst die aan de aandeelhouders van de Vennootschap kan worden toegerekend.
41.3 Win st
De berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel die toerekenbaar is aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij is gebaseerd op de volgende gegevens:
41.4 Aantal aandelen
Dividend per aandeel
De bruto-dividenden uitgekeerd in 2021 (voor het jaar dat eindigde op 31 december 2020) en 2020 (voor het jaar dat eindigde op 31 december 2019) bedroegen respectievelijk € 240 miljoen (€ 1,27 per aandeel) en € 239 miljoen (€ 1,24 per aandeel). Een dividend voor het afgelopen jaar dat eindigde op 31 december 2021 van € 1,30 per aandeel, goed voor een totaal dividend van € 246 miljoen, zal voorgesteld worden tijdens de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering op 28 april 2022. Overeenkomstig IAS 10, Gebeurtenissen na de verslagperiode, is het voorgestelde dividend niet als een verplichting geboekt op het einde van het jaar.
Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen
43.1 Kapitaal- en ov erige verbintenissen
Op 31 december 2021 heeft de Groep zich verbonden om € 131 miljoen (2020: € 150 miljoen) te besteden voornamelijk met betrekking tot verwachte kapitaalinvesteringen voor de nieuwe biologische productie-eenheid, de nieuwe fabriek voor gentherapie, laboratorium- en andere apparatuur en herinrichting van kantoren op de Braine-locatie (België). UCB sloot een aantal ontwikkelingsovereenkomsten op lange termijn af met verschillende farmaceutische bedrijven, bedrijven die klinische studies uitvoeren en financiële investeerders. Zulke samenwerkingsovereenkomsten kunnen mijlpaalbetalingen omvatten die afhankelijk zijn van succesvolle klinische ontwikkelingen of van het behalen van specifieke verkoopdoelstellingen. Onderstaande tabel geeft de maxima aan die betaald zouden worden als alle mijlpalen – hoewel dit erg onwaarschijnlijk is – zouden worden gerealiseerd. Deze cijfers zijn exclusief variabele royaltybetalingen die gebaseerd zijn op de verkochte eenheden en bedragen die reeds werden voorzien voor reeds behaalde mijlpalen. De bedragen zijn niet aangepast voor risico’s, noch verdisconteerd, en de timing van de betalingen is gebaseerd op de op dit ogenblik beste inschattingen van de Groep omtrent de realisatie van de betreffende mijlpalen. De bedragen zijn niet aangepast voor risico’s, noch verdisconteerd, en de timing van de betalingen is gebaseerd op de op dit ogenblik beste inschattingen van de Groep omtrent de realisatie van de betreffende mijlpalen. UCB heeft verschillende overeenkomsten gesloten met contractproductie-organisaties voor het leveren van haar producten. De uitstaande verbintenissen ten aanzien van deze contractproductie-organisaties bedragen € 563 miljoen eind 2021 tot 2031 (2020: € 536 miljoen tot 2030). Indien contractueel overeengekomen mijlpalen, voornamelijk afhankelijk van toekomstige succesvolle klinische ontwikkeling, worden bereikt, kan dit bedrag aan voorwaardelijke betalingen oplopen tot 740 miljoen euro. Als onderdeel van de innovatiestrategie van UCB, heeft UCB een risicokapitaalfonds opgericht, UCB Ventures. Het fonds is voornamelijk bedoeld om het innovatie-ecosysteem van UCB meer ruimte te geven, een betere kijk op nieuwe technologieën, producten, platformen en kanalen te creëren om UCB’s bestaande activiteiten uit te breiden of aan te vullen, netwerken en strategische relaties te ontwikkelen in de risicokapitaal- investeerdersgemeenschap met het oog op het identificeren van opportuniteiten die UCB anders niet zou zien. In dit kader heeft UCB eind 2021 uitstaande verbintenissen voor een totaal bedrag van € 22 miljoen met betrekking tot investeringen in risicokapitaalfondsen.
43.2 Waarborgen
De garanties die in de loop van de normale bedrijfsvoering ontstaan, zullen naar verwachting niet resulteren in enige wezenlijke financiële verliezen.
43.3 Voorwaardelijke verplichtingen
De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen, claims en onderzoeken. De lopende zaken kunnen leiden tot verplichtingen, burgerlijke en strafrechtelijke boetes, verlies van productexclusiviteit en andere kosten, boetes en onkosten die verbonden zijn aan bevindingen die strijdig zijn met UCB’s belangen. Mogelijke kasuitstromen gereflecteerd in een voorziening kunnen, in bepaalde gevallen, geheel of gedeeltelijk gecompenseerd worden door een verzekering. UCB heeft geen voorzieningen aangelegd voor mogelijke schadegevallen voor bepaalde bijkomende juridische claims tegen onze dochterondernemingen aangezien UCB momenteel van mening is dat een betaling ofwel niet waarschijnlijk is of niet betrouwbaar kan worden ingeschat.
- Zaken betreffende intellectuele eigendom (geselecteerde zaken)
Wij beschermen met kracht onze octrooiportefeuille en ons vermogen om geneesmiddelen naar de patiënten te brengen wanneer wij dat nodig achten. Bijgevolg is UCB betrokken bij verschillende rechtszaken als eiser in verschillende rechtsgebieden in de V.S. en Europa. - TOVIAZ ® Duitsland
Uitvinderscompensatiegeschil waarbij twee voormalige uitvinders van Schwarz drie klachten tegen UCB hebben ingediend, waarin zij aanvoeren dat de overdracht van rechten onder de TOVIAZ® formuleringspatenten ongeldig is en dat daarom royalty's van Pfizer aan hen moeten worden betaald. Het proces was gepland voor juni 2021, maar werd geannuleerd. UCB heeft een verzoek om juridische beoordeling ingediend bij het Duitse hooggerechtshof. - VIMPAT ® Duitsland
Uitvindersgeschil waarbij twee uitvinders van de verbeterde productieroute voor lacosamide vergoeding vorderen op basis van productopbrengsten. In 2021 aanvaardden de lagere rechters en de hoven van beroep het argument van de uitvinders. Er wordt een hoorzitting over een mogelijke vergoeding verwacht in 2022. - NEUPRO ® Verenigde Staten
In 2019 heeft UCB afzonderlijke rechtszaken aangespannen tegen Actavis en Mylan om bepaalde NEUPRO®-patenten af te dwingen. In april 2021 heeft de federale rechtbank in de Actavis-zaak het octrooi ongeldig verklaard. UCB heeft beroep aangetekend. Op verzoek van de partijen heeft het hof van beroep ermee ingestemd beide zaken in hoger beroep te voegen.
Europa
In 2018 hebben Mylan en Luye geprobeerd het NEUPRO®- herformuleringspatent ongeldig te laten verklaren. De rechter besliste in het voordeel van UCB. Luye ging in beroep. Mylan zag af van het recht op beroep. - BRIVIACT ® Verenigde Staten
Acht generieke bedrijven hebben een verkorte aanvraag voor een nieuw geneesmiddel (Abbreviated New Drug Applications - ANDA's) ingediend. UCB diende bij de federale rechtbank van Delaware klachten in tegen alle 8 bedrijven. Vervolgens heeft een van de ondernemingen (Microlabs) de betwisting van ons patent stopgezet. Met twee gedaagden werden onlangs schikkingsovereenkomsten ondertekend. Het proces zal naar verwachting in 2022 voorkomen. -
NAYZILAM ® Verenigde Staten
Cipla heeft een ANDA ingediend waarin de geldigheid van bepaalde NAYZILAM®- patenten wordt aangevochten. UCB spande een rechtszaak aan tegen Cipla. Cipla heeft inbreuk bedongen. Het proces zal naar verwachting in 2023 voorkomen. -
Productaansprakelijkheidszaken
Distilbène productaansprakelijkheidsrechtzaak – Frankrijk
Franse entiteiten van de UCB Groep zijn genoemd als verweerders in verschillende productaansprakelijkheidsrechtszaken in Frankrijk. De eisers in deze rechtszaken beweren dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep, ingenomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijk letsel hebben opgelopen. De Groep heeft een productaansprakelijkheidsverzekering maar de dekking door de verzekering zal waarschijnlijk onvoldoende zijn. De Groep heeft een provisie aangelegd (zie Toelichting 34).
Opioïdenrechtszaak: UCB, Inc. (“UCB”) is genoemd als verweerder in dertien rechtszaken in verband met de nationale opioïdenrechtszaak in de Verenigde Staten. De eisers zijn gemeenteadministraties of entiteiten uit de gezondheidszorg die schadevergoeding eisen in verband met de promotie, verkoop en distributie van opioïden.# UCB heeft 5 zaken in het federale rechtszaak in meerdere districten (MDL) en 8 in de staatsrechtbank van Utah. In alle zaken is UCB een van de vele gedaagden. Tot op heden is slechts 1 UCB-zaak in Utah geselecteerd voor een proces (Washington County, Utah). Bovendien is UCB contractueel verplicht om één van zijn vroegere contractproducenten, die momenteel in 4 zaken gedaagde is, schadeloos te stellen. UCB controleert de verdediging van deze zaken.
3. Onderzoeken
CIMZIA ® onderzoek
In maart 2019 ontving UCB, Inc. een vraag om burgerrechtelijk onderzoek (Civil Investigative Demand) van het Amerikaanse Ministerie van Justitie (Department of Justice - DOJ) en een dagvaarding van het bureau van de Inspecteur- Generaal (Office of Inspector General - OIG) binnen het Ministerie van Volksgezondheid en Human Services, die beiden documenten opvroegen met betrekking tot de verkoop- en marketingpraktijken en prijsstelling voor CIMZIA®, respectievelijk in de periodes van 2011 tot op heden en van 2008 tot op heden. Op 27 maart 2020 werd UCB ervan op de hoogte gebracht dat het DOJ het door zijn kantoor in Georgië ingestelde onderzoek opschortte. De Vennootschap verleent haar volledige medewerking aan het Ministerie van Justitie en het OIG.
CIMZIA ® onderzoek van het California Department of Insurance (CDI)
In december 2020 werd UCB gecontacteerd door CDI in verband met een onderzoek dat CDI aan het voeren was over de verkoop en promotie van CIMZIA. In september 2021 sloot het CDI zijn onderzoek af en trok het zijn dagvaarding in. Het wordt niet verwacht dat er enige materiële verplichtingen zullen ontstaan uit de voorwaardelijke verplichtingen andere dan deze die zijn voorzien (zie Toelichting 34).
44. Transacties met verbonden partijen
44.1 Verkopen en diensten binnen de groep
Gedurende de boekjaren afgesloten op 31 december 2021 en 2020 werden alle transacties binnen de UCB Groep uitgevoerd op basis van beoordelingen van wederzijds economisch voordeel van de betrokken partijen, en werden de toepasselijke voorwaarden vastgesteld in overeenstemming met criteria van marktconforme onderhandelingen en eerlijk handelen, en met het oog op de creatie van waarde voor de gehele UCB Groep. De voorwaarden die van toepassing waren op transacties binnen de UCB Groep waren gelijkaardig aan de voorwaarden die van toepassing waren op transacties met derde partijen. Met betrekking tot de verkoop van tussentijdse en afgewerkte producten gingen deze criteria gepaard met het principe van de verhoging van de productiekosten van elke partij met een onafhankelijk vastgestelde winstmarge. Met betrekking tot de diensten die geleverd werden binnen de UCB Groep gingen deze criteria vergezeld van het principe van voldoende vergoedingen om de kosten te dekken die door elke partij werden gemaakt en een marktconforme winstmarge. De binnen de UCB-Groep uitgevoerde transacties vormen standaardtransacties voor een biofarmaceutische groep. Deze transacties omvatten de aankoop en verkoop van tussentijdse en afgewerkte medische producten, deposito’s en leningen voor verbonden ondernemingen van de UCB Groep, alsook gecentraliseerde functies en activiteiten van de UCB Groep om de operaties te optimaliseren.
44.2 Financiële transacties met andere verbonden partijen dan verbonden ondernemingen van UCB NV
In 2021 zijn er geen financiële transacties geweest met andere verbonden partijen dan de verbonden ondernemingen van UCB NV.
44.3 Vergoedingen van managers op sleutelposities
De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening voor de leden van de Raad van bestuur en het Uitvoerend Comité, voor het jaargedeelte waarin ze hun mandaat uitoefenden. Korte-termijnpersoneelsbeloningen omvatten lonen (incl. socialezekerheidsbijdragen), tijdens het jaar verdiende bonussen, autoleasing en andere vergoedingen indien van toepassing. Op aandelen gebaseerde betalingen omvatten de afschrijving over de wachtperiode van de reële waarde van toegekende aandeelbewijzen en omvatten ook aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen zoals in Toelichting 28 nader wordt uitgelegd. De ontslagvergoedingen omvatten alle gecompenseerde bedragen, waaronder voordelen in natura en uitgestelde vergoedingen. Er zijn door de Vennootschap of door een dochteronderneming van de Groep geen leningen toegekend aan een bestuurder of kaderlid van de Groep en er zijn evenmin garanties in die zin gegeven.
44.4 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
De grootste aandeelhouder van UCB is Financière de Tubize SA (hierna ook de “Referentieaandeelhouder” of “Tubize” genoemd), een Belgisch beursgenoteerd bedrijf op Euronext Brussel. Tubize bezit 68 333 981 UCB-aandelen op een totaal van 194 505 658 (d.i. 35,13%) op 31 december 2021. Op basis van de transparantiekennisgevingen ontvangen door Tubize en, in voorkomend geval, recentere publieke informatie, kan de aandeelhouderstructuur van Tubize op 31 december 2021 samengevat worden als volgt: Altaï Invest SA wordt gecontroleerd door Evelyn du Monceau, geboren Evelyn Janssen. Barnfin SA wordt gecontroleerd door Bridget van Rijckevorsel, geboren Paule Bridget Janssen. De referentieaandeelhouders van Tubize, behorend tot de familie Janssen, handelen in onderling overleg, d.w.z. zij hebben een aandeelhoudersovereenkomst gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van Tubize te voeren en aangaande het bezit, de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende effecten, conform artikel 3, §1, 13°, a), b) en c) van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en artikel 3, §1, 5°, a) en b) van de Wet op de openbare overnamebiedingen. UCB houdt ook UCB-aandelen aan (zie hierna voor een overzicht van haar deelnemingen per 31 december 2021). De overige UCB- aandelen zijn in handen van het publiek. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de grote aandeelhouders van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten) op basis van de transparantieverklaringen ontvangen in toepassing van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (situatie op 31 december 2021):
45. Gebeurtenissen na de balansdatum
Op 18 januari 2022 heeft UCB een definitieve overeenkomst gesloten op grond waarvan UCB Zogenix, Inc. (NASDAQ: ZGNX) zou overnemen, een wereldwijd biofarmaceutisch bedrijf dat therapieën voor zeldzame ziekten op de markt brengt en ontwikkelt.In het kader van de overeenkomst heeft UCB een bod tot overname van alle uitstaande aandelen van Zogenix gedaan voor een aankoopprijs per aandeel van USD 26,00 in cash bij afronding van de transactie, plus een voorwaardelijke contante betaling (‘contingent value right’ (CVR)) van USD 2,00 na goedkeuring in de EU voor 31 december 2023, van FINTEPLA® als een weesgeneesmidel voor de behandeling van het syndroom van Lennox-Gastaut (LGS). De totale transactie heeft een waarde van ongeveer USD 1,9 miljard / € 1,7 miljard. De Raden van Bestuur van beide ondernemingen hebben unaniem hun goedkeuring gegeven aan de transactie, waarvan de afronding nog afhankelijk is van het aanbod van aandelen dat ten minste een meerderheid van het totale aantal uitstaande aandelen van Zogenix vertegenwoordigt, de ontvangst van de vereiste antitrust goedkeuringen, en andere gebruikelijke voorwaarden. De transactie zal naar verwachting tegen het einde van het tweede kwartaal van 2022 worden afgerond.
46. UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd)
statement
5. Verkorte statutaire jaarrekening van UCB NV
6.1 Inleiding
Overeenkomstig het Belgische Wetboek van Vennootschappen, is er besloten om een ingekorte versie van de statutaire jaarrekening van UCB NV te presenteren. De statutaire jaarrekening van UCB NV wordt opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen. Er dient opgemerkt dat enkel de hierboven weergegeven geconsolideerde jaarrekening een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van de UCB Groep. De statutaire commissaris heeft een verklaring zonder voorbehoud afgeleverd en bevestigd dat de nietgeconsolideerde jaarrekening van UCB NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van UCB NV en overeenstemt met alle wettelijke en reglementaire bepalingen. Overeenkomstig de wetgeving zullen deze afzonderlijke jaarrekeningen, samen met het managementverslag van de Raad van bestuur aan de Algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris worden ingediend bij de Nationale Bank van België binnen de statutaire termijnen. Deze documenten zijn beschikbaar op onze website www.ucb.com of op eenvoudig verzoek aan:
UCB NV Corporate Communication
Researchdreef 60
B-1070 Brussel (België)
6.2 Balans
6.3 Winst- en verliesrekening
6.4 Winstbestemmingsrekening
De activiteiten van UCB NV genereerden in 2021 financiële inkomsten ten belope van € 369 miljoen die afkomstig zijn van financiële vaste activa in verbonden ondernemingen. De nettowinst komt uit op € 313 miljoen na belastingen. Het bedrag dat beschikbaar is voor uitkering bedraagt € 366 miljoen, met inbegrip van € 52 miljoen overgedragen winst van vorig jaar. Het geplaatst kapitaal van UCB NV wordt vertegenwoordigd door 194.505.658 aandelen zonder nominale waarde per 31 december 2021. Op 31 december 2021 bezit UCB NV 5.331.781 eigen aandelen om te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de toegekende aandelen die aan de Raad van bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden. Het voorstel van de Raad van bestuur tot uitbetaling van een brutodividend van € 1,30 per aandeel. Als dit dividendvoorstel wordt goedgekeurd door de Algemene vergadering op 28 april 2022 zal het netto dividend van € 0,91 per aandeel betaalbaar zijn per 3 mei 2022 tegen afgifte van coupon nummer 25.# 6.5 Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving van UCB NV op de datum waarop het dividend wordt goedgekeurd.
De Raad van bestuur zal het aantal UCB-aandelen waarvoor een dividend betaalbaar is meedelen tijdens de algemene vergadering en zal het totaalbedrag dat moet uitgekeerd worden ter goedkeuring voorleggen. De jaarrekening van 2021 zal dienovereenkomstig worden aangepast. De Raad van bestuur heeft de volgende beslissingen genomen in overeenstemming met Artikel 3:6 van het Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
De aandelen ingekocht door UCB NV hebben geen recht op een dividend. Per 31 december 2021 is het bruto-dividend betaalbaar aan de houders van de 189.173.877 UCB-aandelen, of een totale uitkering van € 246 miljoen. Dit bedrag kan wijzigen afhankelijk van het aantal UCB-aandelen in handen.
6.5.1 Materiële vaste activa
Materiële vaste activa die werden gekocht van derden zijn tegen aankoopprijs opgenomen in de activa van de balans; activa die door het bedrijf zelf geproduceerd worden, zijn gewaardeerd tegen hun kostprijs. De aankoop- of kostprijs wordt “pro rata temporis” lineair afgeschreven. De volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages werden toegepast:
6.5.2 Financiële activa
UCB deelnemingen werden gewaardeerd in overeenstemming met het deel dat werd aangehouden in het eigen vermogen van de betrokken UCB bedrijven. Aandelen die geen deel uitmaken van de UCB-bedrijven worden gewaardeerd tegen kostprijs. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt wanneer de waardering een permanent verlies in realiseerbare waarde laat zien.
6.5.3 Vorderingen en schulden
Die worden tegen hun boekwaarde weergegeven. Er wordt een afschrijving op vorderingen geboekt indien de terugbetaling op de vervaldatum geheel of gedeeltelijk onzeker of twijfelachtig is.
6.5.4 Activa en verbintenissen in vreemde valuta’s
Transacties in vreemde munteenheden worden verwerkt tegen de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Niet-monetaire activa en passiva (materiële en immateriële activa, participaties) die in een vreemde munt uitgedrukt zijn, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva die uitgedrukt zijn in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum. Gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen worden erkend in de winst- en verliesrekening.
6.5.5 Voorzieningen
Alle risico’s die de onderneming loopt, maken het voorwerp uit van voorzieningen die elk jaar herzien worden aan de hand van de principes van voorzichtigheid, goede trouw en oprechtheid. Voorzieningen worden tegen de normale waarde geboekt.
6.5.6 Vreemde valuta’s
Afgeleide financiële instrumenten worden geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, tenzij het afgeleide financiële instrument geen compenserende tegenpost heeft in de enkelvoudige jaarrekening. In dit geval zal het afgeleide financiële instrument alleen in de toelichting worden opgenomen als een buiten-balans verplichting en bijgevolg geen impact hebben op de balans en/of de winst- en verliesrekening. Het bedrag dat toegelicht wordt als buitenbalans verplichting zal in lijn zijn met de IFRS-methodologie. Bovendien zal het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, geclassificeerd worden op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening of de balans waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winst- en verliesrekening beïnvloedt of resulteert in de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting.
6.5.7 Aanpassingen van reële waarde op leningen die worden overgenomen
Leningen die zijn overgenomen worden herkend in de balans aan nominale waarde. Alle verschillen tussen de nominale waarden en de aanschaffingswaarde worden herkend op een overlopende rekening en op lineaire basis opgenomen in de winst- en verliesrekening pro rata temporis over de resterende duur van de leningen.
Data en rapportering
Medewerkersgegevens
Milieugegevens
GRI-normen & CoP
SASB
Woordenlijst
Verklaring over de toekomst
Dit Geïntegreerd Jaarverslag bevat toekomstgerichte verklaringen met inbegrip van maar niet beperkt tot verklaringen met de woorden “gelooft”, “verwacht”, “veronderstelt”, “is van plan”, “streeft naar”, “schat”, “kan”, “zal”, en “verder” en vergelijkbare uitdrukkingen. Deze toekomstgerichte verklaringen zijn gebaseerd op bestaande plannen, ramingen en overtuigingen van het management. Alle uitspraken, behalve uitspraken die historische feiten inhouden, zijn uitspraken die beschouwd dienen te worden als toekomstgerichte verklaringen, met inbegrip van ramingen van inkomsten, operationele marges, kapitaaluitgaven, contanten, andere financiële informatie, de verwachte juridische, politieke, reglementaire of klinische resultaten en andere soortgelijke ramingen en resultaten.
Per definitie bieden dergelijke toekomstgerichte verklaringen geen garantie op resultaten in de toekomst en zijn ze onderhevig aan bekende en onbekende risico’s, onzekerheden en veronderstellingen die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten, de financiële toestand, het rendement of de prestaties van UCB, of de resultaten van de sector, beduidend afwijken van eventuele toekomstige resultaten, rendementen of prestaties die expliciet of impliciet door de toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt in dit Geïntegreerd Jaarverslag.
Belangrijke factoren die tot dergelijke verschillen zouden kunnen leiden, omvatten, maar zijn niet beperkt tot: de wereldwijde verspreiding en impact van COVID-19, veranderingen in de algemene economische, bedrijfs- en concurrentieomstandigheden, het onvermogen om de nodige reglementaire goedkeuringen te verkrijgen of om ze te verkrijgen tegen aanvaardbare voorwaarden of binnen de verwachte timing, kosten verbonden aan onderzoek en ontwikkeling, veranderingen in de vooruitzichten voor producten in de pijplijn of in ontwikkeling bij UCB, effecten van toekomstige rechterlijke uitspraken of overheidsonderzoeken, veiligheids-, kwaliteits-, gegevensintegriteits- of fabricageproblemen; potentiële of daadwerkelijke inbreuken op de beveiliging en privacy van gegevens, of verstoringen van onze informatietechnologiesystemen, productaansprakelijkheidsclaims, betwisting van octrooibescherming voor producten of productkandidaten, concurrentie van andere producten, waaronder biosimilars, veranderingen in wetten of voorschriften, wisselkoersschommelingen, veranderingen of onzekerheden in belastingwetten of de administratie van dergelijke wetten, en aanwerving en behoud van haar werknemers.
Er is geen garantie dat nieuwe productkandidaten in de pijplijn worden ontdekt of geïdentificeerd, of dat nieuwe indicaties voor bestaande producten worden ontwikkeld en goedgekeurd. De vooruitgang van concept naar commercieel product is onzeker; preklinische resultaten garanderen geen veiligheid en werkzaamheid van kandidaat-producten bij mensen. Tot nu toe kan de complexiteit van het menselijk lichaam niet worden gereproduceerd in computermodellen, celcultuursystemen of diermodellen. De tijdsduur om klinische proeven te voltooien en om goedkeuring van de regelgevende instanties voor productmarketing te krijgen, heeft in het verleden gevarieerd en UCB verwacht in de toekomst soortgelijke onvoorspelbaarheid. Producten of potentiële producten die het onderwerp zijn van partnerschappen, joint ventures of licentiesamenwerkingen kunnen onderhevig zijn aan geschillen tussen de partners of kunnen niet zo veilig, effectief of commercieel succesvol blijken te zijn als UCB aan het begin van een dergelijk partnerschap had gedacht. De inspanningen van UCB om andere producten of bedrijven te verwerven en om de activiteiten van dergelijke overgenomen bedrijven te integreren, zijn mogelijk niet zo succesvol als UCB op het moment van acquisitie wellicht heeft gedacht. UCB of anderen kunnen ook problemen ontdekken met betrekking tot de veiligheid, de bijwerkingen of met de productie van haar producten en/of apparaten nadat deze op de markt gebracht zijn. De ontdekking van significante problemen met een product vergelijkbaar met een van de producten van UCB dat betrekking heeft op een hele klasse producten, kan een wezenlijk nadelig effect hebben op de verkoop van de hele klasse van getroffen producten. Bovendien kunnen de verkoopcijfers worden beïnvloed door internationale en binnenlandse trends in georganiseerde zorg en kostenbeheersing in de gezondheidszorg, waaronder prijsdruk, politieke en publieke gedetailleerde controle, patronen of praktijken van klanten en voorschrijvers, en het vergoedingsbeleid opgelegd door externe betalers evenals wetgeving van invloed op activiteiten en resultaten van biofarmaceutische prijzen en vergoedingen.
Er kan geen garantie worden gegeven dat de in dit Geïntegreerd Jaarverslag potentieel beschreven onderzoeksof goedgekeurde producten zullen worden aangeboden of goedgekeurd voor verkoop of voor enige aanvullende indicaties of etikettering op enige markt of op een bepaald tijdstip, noch kan er enige garantie zijn dat dergelijke producten zal in de toekomst commercieel succesvol zijn of blijven. Tenslotte zou een storing, cyberaanval of inbreuk op de informatiebeveiliging de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de gegevens en systemen van UCB in gevaar kunnen brengen.
Gezien deze onzekerheden wordt het publiek ervoor gewaarschuwd geen overmatig vertrouwen te hechten aan dergelijke toekomstgerichte verklaringen. Deze toekomstgerichte verklaringen gelden enkel op de datum van dit Geïntegreerd Jaarverslag, en houden geen rekening met mogelijke gevolgen van de evoluerende COVID-19-pandemie, tenzij anders aangegeven.UCB blijft de ontwikkeling nauwlettend volgen om de financiële betekenis van deze pandemie voor UCB te beoordelen. De in dit Geïntegreerd Jaarverslag vervatte informatie vormt geen aanbod tot verkopen of uitnodiging tot formuleren van een aanbod tot kopen van om het even welke effecten en er is geen sprake van aanbod, verzoek of verkoop van effecten in om het even welke jurisdictie waar een dergelijk aanbod, verzoek of verkoop onwettig zou zijn vóór de registratie of kwalificatie volgens de effectenwetgeving van deze jurisdictie. UCB wijst uitdrukkelijk elke verplichting af om toekomstgerichte verklaringen in dit Geïntegreerd Jaarverslag bij te werken, hetzij om de feitelijke resultaten te bevestigen, hetzij om enige verandering in haar toekomstgerichte verklaringen met betrekking daartoe of enige verandering in gebeurtenissen, omstandigheden of omstandigheden te rapporteren of weer te geven. waarop een dergelijke verklaring is gebaseerd, tenzij een dergelijke verklaring vereist is op grond van toepasselijke wet- en regelgeving.