AI assistant
UCB — Annual Report 2020
Feb 25, 2021
4017_10-k_2021-02-25_84f703c2-b7c5-4475-ba88-03e9db2c6fac.pdf
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Amber, heeft psoriasis
GEÏNTEGREERD JAARVERSLAG 2020
AANPASSEN VOOR BETERE ZORG
GEÏNTEGREERD JAARVERSLAG 2020
AANPASSEN VOOR BETERE ZORG
Welkom in ons Geïntegreerd Jaarverslag 2020!
Ons Geïntegreerd jaarverslag 2020 – Aanpassen voor Betere Zorg – heeft tot doel om alle geïnteresseerde belanghebbenden te voorzien van de best mogelijke informatie over hoe UCB waarde voor patiënten met ernstige ziekten creëert en hoe we zorgen voor onze medewerkers, voor gemeenschappen en voor onze planeet, nu en in de toekomst.
Over dit verslag
Dit Geïntegreerd Jaarverslag 2020 bevat het management verslag in overeenstemming met artikel 12 van het Koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt. Alle informatie die moet worden opgenomen in een dergelijk beheersverslag overeenkomstig de artikelen 3:6 en 3:32 van het Belgisch Wetboek van vennootschappen en verenigingen (d.w.z. Verklaring Inzake Deugdelijk Bestuur – inclusief het bezoldigingsbeleid – Overzicht van de bedrijfsprestaties en UCB's verklaring over extrafinanciële1 informatie) wordt gerapporteerd doorheen alle verschillende secties van dit Geïntegreerd Jaarverslag. Dit Geïntegreerd jaarverslag en de materialiteitsbeoordeling zijn opgesteld overeenkomstig de Global Reporting Standards kernoptie en extra-financiële informatie wordt gecontroleerd door een derde partij.
1 'Extra-financieel' is de term gebruikt door UCB voor informatie waarnaar doorgaans gerefereerd wordt als 'niet-financieel'.
Index
| Belangrijke cijfers | 6 |
|---|---|
| UCB in een notendop | 8 |
| Brief aan onze belanghebbenden | 11 |
| Ons doel | 16 |
| Wie we zijn | 17 |
| Waar we staan | 18 |
| Hoe we werken | 20 |
| Onze ambitie voor patiënten | 20 |
| Duurzaamheid is onze bedrijfsaanpak | 22 |
| Digitale bedrijfstransformatie | 25 |
| Hoogtepunten | 26 |
| Onze prestaties | 27 |
| Zorg voor patiënten | 28 |
| Zorg in tijden van COVID-19 | 31 |
| Innoveren voor patiënten met ernstige ziekten | 33 |
| Ziektedomeinen en oplossingen | 36 |
| Toegang bieden tot onze oplossingen | 40 |
| Samenwerken voor betere zorg | 43 |
| Zorgen voor onze mensen | 48 |
| Stronger together, stronger than ever | 51 |
| Onze werkwijzen evolueren | 54 |
| Veiligheid, gezondheid en welzijn | 56 |
| Diversiteit, gelijkheid en inclusie | 59 |
| Leren en ontwikkelen | 62 |
| Zorgen voor gemeenschappen | 66 |
| Lokale initiatieven in antwoord op COVID-19 |
70 |
| Wereldwijde COVID-19-samenwerkingen | 71 |
| Lancering van het UCB Community Health Fund | 72 |
| Epilepsiezorg verbeteren in Afrika en Azië | 74 |
| Zorgen voor de planeet | 78 |
| De weg naar 2030 | 82 |
| Vooruitgang op onze Groene Doelstellingen | 83 |
| Koolstofneutraal tegen 2030 | 84 |
| Onze wateronttrekking verminderen | 85 |
| Onze afvalproductie verminderen | 86 |
| Betrokkenheid van medewerkers | 86 |
Ons deugdelijk bestuur 88
1. Zakelijk gedrag 91
| 1.1 Verantwoord Zakelijk Gedrag | 91 |
|---|---|
| 1.2 Anti-Omkoping en Anticorruptie (AOAC) | 91 |
| 1.3 Mensenrechten | 92 |
| 1.4. Promoten en omarmen van ethisch gedrag | 92 |
| 1.5 Productverantwoordelijkheid | 92 |
| 1.6 Veiligheid van patiënten en geneesmiddelen | 93 |
| 2. Risicobeheer | 94 |
| 2.1 Onze aanpak van risicobeheer | 94 |
| 2.2 Proces en kader | 94 |
| 2.3 Toprisico's 2020 | 94 |
| 2.4 Milieu- en sociale risico's | 97 |
| 3. Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur | 100 |
| 3.1 Reikwijdte van de rapportering | 100 |
| 3.2 Kapitaal en aandelen | 100 |
| 3.3 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur | 102 |
| 3.4 Raad van bestuur en comités van de Raad | 105 |
| 3.5 Uitvoerend Comité | 115 |
| 3.6 Diversiteit op niveau van de Raad en | |
| het Uitvoerend Comité | 120 |
| 3.7 Verslag over het bezoldigingsbeleid | 124 |
| 3.8 Belangrijkste kenmerken van interne controle | |
| en risicobeheersystemen van UCB | 149 |
| 3.9 Persoonlijke beleggingstransacties en handel in | |
| UCB-aandelen | 150 |
| 3.10 Externe controle | 151 |
| 3.11 Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van | |
| het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 | 152 |
| 3.12 Belangenconflicten – Toepassing van artikel 7:96 van | |
| het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen | 157 |
| 3.13 "Pas toe of leg uit"-principe (toepassing van artikel | |
| 3:6 §2, sectie 2 van het WVV) | 158 |
| Onze Jaarrekening | 160 |
|---|---|
| 1. Overzicht van de bedrijfsprestaties | 162 |
| 2. Geconsolideerde jaarrekening | 178 |
| 3. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening | 184 |
| 4. Verantwoordelijkheidsverklaring | 266 |
| 5. Verslag van de commissaris | 267 |
| 6. Verkorte statutaire jaarrekening van UCB NV | 274 |
| Gegevens en rapportage | 278 |
| Medewerkers data | 280 |
| Milieugegevens | 285 |
| GRI-normen | 288 |
| Onafhankelijke beperkt betrouwbaarheidsverklaring | |
| rapport over duurzaamheid 2020 van UCB | 298 |
| Verklarende woordenlijst | 300 |
| Verklaring over de toekomst Geïntegreerd Jaarverslag | 302 |
| Taal van het verslag | 303 |
| Beschikbaarheid van het Geïntegreerd Jaarverslag | 303 |
| Financiële kalender | 303 |
Contact 303
Belangrijke cijfers


UCB-medewerkers wereldwijd
50% vrouwen / 50% mannen
vermindering in CO2 -uitstoot 2019: -35%

Een positieve impact op 3,5 miljoen patiënten in 2020
UCB focuste op het volgen van de VN Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen

UCB in een notendop
We hebben als doel om mensen met ernstige ziektes de vrijheid te bieden om het best mogelijke leven te leiden, terwijl we ook waarde creëren voor de maatschappij.
UCB in een notendop
"Voor mij gaat Betere Zorg over het erkennen dat elke patiëntenervaring uniek is."
Evelyn du Monceau, Voorzitster van de Raad van bestuur.
Brief aan onze belanghebbenden
Geachte patiënten, collega's, aandeelhouders en vertegenwoordigers van de gemeenschappen waar we werken en die we dienen,
Bij UCB start alles wat we doen met één simpele vraag: "Hoe zal dit waarde creëren voor mensen die met ernstige ziekten leven, nu en in de toekomst?" Dit was nog nooit zo belangrijk als in 2020 – een jaar dat ons allemaal herinnerde aan de grootse dingen die onze industrie kan verwezenlijken als we samenwerken om gedeelde, wereldwijde gezondheidsuitdagingen aan te pakken.
Als we terugkijken op de voorbije twaalf maanden, zijn we tegelijk ongelooflijk fier op de veerkracht, het aanpassingsvermogen en de voortdurende toewijding die UCB collega's, partners en aandeelhouders toonden door te verzekeren dat, ondanks de uitdagingen gecreëerd door de COVID-19-pandemie, ons engagement tegenover patiënten nooit wankelde, terwijl onze wil om elkaar en onze bredere gemeenschappen te steunen een topprioriteit bleef. Daarom willen we het Geïntegreerd Jaarverslag van dit jaar openen met elk van jullie te bedanken, die dit mogelijk hebben gemaakt. De verwezenlijkingen die in de volgende bladzijden worden opgelijst – zowel voor mensen met een ernstige ziekte , voor onze medewerkers, voor gemeenschappen of voor de planeet – waren niet mogelijk zonder jullie.
Het thema van het rapport van dit jaar – Aanpassen voor Betere Zorg – vat de realiteit van een jaar vol disruptie en onzekerheid samen, waarin we allemaal vele lessen leerden over onze industrie en nadachten over de rol die UCB kan spelen in de bredere wereld. We hebben veel nagedacht over hoe we bij UCB betere gezondheidsinnovatoren, betere bedrijfsleiders en betere collega's kunnen zijn. En het belangrijkste van alles, beseften we dat we kunnen – en moeten – aanpassen en heruitvinden hoe we werken op veel verschillende vlakken, om nieuwe opportuniteiten te grijpen voor toekomstige waardecreatie.
Wat we bereikt hebben
In 2020 werden mensen die al leven met de complexiteit van ernstige ziekten met meer uitdagingen geconfronteerd dan ooit tevoren, waaronder zorgen over toegang tot zorg en economische uitdagingen. Tijdens de pandemie bleef UCB gefocust op het geruststellen van patiënten en het zorgen voor nieuwe bronnen van ondersteuning, terwijl ze steeds tijdig en ononderbroken de oplossingen bleef leveren die ze nodig hadden. Hierdoor konden we een positieve impact maken op meer dan 3,5 miljoen patiëntenlevens in 2020.
Ondanks de uitdagingen die COVID-19 creëerde, bleef UCB in 2020 werken aan de bedrijfsgroei en behaalde een sterk financieel resultaat. In 2020 bedroegen de opbrengsten € 5,3 miljard (+9%, +8% CW) en de netto-omzet steeg met 8% tot € 5,1 miljard (+7% CW), aangedreven door de duurzame groei van de belangrijkste producten van UCB.
Onderliggende rentabiliteit (aangepaste EBITDA) bereikte € 1,4 miljard (+1%, -4% CW), wat de hogere investeringen in de toekomst van UCB weerspiegelt, met name productlanceringen en productontwikkeling. Kernwinst per aandeel bedroeg € 5,36 tegenover € 5,20 in 2019. In lijn met deze prestaties stelt de Raad van bestuur van UCB een dividend voor van € 1,27 per aandeel (bruto), +2%
We bleven waarde creëren voor patiënten en zetten onze pijplijn van mogelijke oplossingen voor ernstige ziektes verder, we breidden onze mogelijkheden uit door te investeren in de allernieuwste wetenschappelijke platformen en medische vooruitgang, en maakten verder progressie in onze digitale transformatie. Onze rijke ontwikkelingspijplijn, inclusief vijf late stadiumproducten, toont aan dat we in staat zijn om vooruitgang te blijven boeken.
bimekizumab (IL17A/F)
psoriasis artritis psoriatica axiale spondyloartritis hidradenitis suppurativa
zilucoplan (C5) myasthenia gravis. IMNM1
rozanolixizumab (FcRn) myasthenia gravis. immune thrombocytopenie
dapirolizumab pegol (CD40L) systemische lupus erythematosus
Staccato® alprazolam actieve epileptische aanval
2020 kende ook verschillende belangrijke hoogtepunten wat betreft toekomstige groei en lanceringen.
- Cimzia® (certolizumab pegol) werd goedgekeurd door de Japanse gezondheidsautoriteit voor de behandeling van plaque psoriasis, artritis psoriatica, psoriasis pustulosa en psoriasis erythrodermie waarvoor bestaande behandelmethodes onvoldoende effectief zijn. Dit maakt van Cimzia® de eerste Fc-vrije, gePEGyleerde anti-TNF behandeloptie dat nu beschikbaar is voor deze patiënten in Japan.
- We verkregen nieuwe goedkeuringen voor Vimpat® (lacosamide) in de VS, Europa en Japan als aanvullende therapie in de behandeling van primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen (PGTCS) bij patiënten van vier jaar en ouder.
- Onze Fase 3-studie BE RADIANT, waarbij bimekizumab wordt vergeleken met secukinumab voor de behandeling van volwassenen met matige-tot-ernstige chronische plaque psoriasis, voldeed aan de primaire en alle secundaire eindpunten voldaan, en toonde grotere werkzaamheid dan secukinumab.
- De Amerikaanse voedsel- en geneesmiddelenadministratie (FDA) en het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) hebben
1 IMNM: immuun gemedieerde necrotizerende myopathie de indieningen van de marketingaanvraag voor bimekizumab aanvaard voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige plaque psoriasis.
We hebben eveneens de overname van Ra Pharmaceuticals, Inc. met succes afgerond, zodat Ra Pharma nu een volledige dochteronderneming van UCB is. Dit versterkt onze mogelijke leiderspositie om de behandelingsopties voor mensen met myasthenia gravis en andere zeldzame ziekten te verbeteren. Even groot nieuws is onze overname van Handl Therapeutics BV, een snelgroeiend bedrijf actief in transformatieve gentherapie gevestigd in Leuven, België, en onze nieuwe samenwerking met Lacerta Therapeutics, een klinisch stadium gentherapiebedrijf gevestigd in de VS. Samen zullen ze helpen om de ambities van UCB in gentherapie te versnellen. We hebben ook Engage Therapeutics, Inc. overgenomen, een klinisch stadium farmaceutisch bedrijf dat Staccato® Alprazolam ontwikkelt voor de snelle beëindiging van epileptische aanvallen. Dit product combineert de Staccato® toedieningsmethode met het gevestigde benzodiazepine alprazolam. We starten het Fase 3-programma op in de tweede helft van 2021.
2020 was een jaar van significante vooruitgang in het creëren van waarde voor collega's, voor gemeenschappen en voor de planeet, als onderdeel van ons engagement voor duurzaamheid als onze bedrijfsaanpak.
We werkten om te verzekeren dat elke medewerker zich gesteund voelde tijdens de COVID-19-pandemie – door hun gezondheid en veiligheid voorop te stellen door hen de middelen te geven die ze nodig hadden om onzekerheid weg te nemen. Dit omvatte mentale gezondheidsmiddelen, hulpmiddelen voor medewerkers die instonden voor hun familie en thuisonderwijs, en specifieke fondsen voor mensen die ernstige en ongewone moeilijkheden ervoeren als gevolg van de pandemie.
Als onderdeel van onze bredere doelstelling om een positieve werkomgeving
voor alle werknemers te bevorderen, hebben we onze ambitie en ons uitvoeringsmodel op het gebied van gezondheid, veiligheid en welzijn (HSWB) verder ontwikkeld, met inbegrip van de lancering van een nieuwe HSWB-index die ons een overkoepelend beeld zal geven van onze prestaties en impact in de toekomst.
We hebben ook op verschillende fronten samengewerkt met lokale gemeenschappen die zwaar zijn getroffen door de pandemie. Zo stelden we bijvoorbeeld onze expertise en faciliteiten beschikbaar voor overheden en gezondheidsdiensten in België om de virustesten en -monitoring te verhogen.
Wereldwijd hebben we een eenmalig budget van € 1,5 miljard gespendeerd om overal gemeenschappen bij te staan met zowel financiële als giften in natura van broodnodige voorraden. We werkten ook samen met andere farmaceutische bedrijven en academici om veelbelovende therapeutische kandidaten voor COVID-19 en verwante symptomen te identificeren en te versnellen, als partner van de COVID R&D Alliance en we traden toe tot COVID Moonshot om de ontwikkeling van een medicijn tegen COVID te versnellen.
In 2020 werd eveneens ons wereldwijd UCB Community Health Fund gelanceerd. Hoewel dit een project is op langere termijn, ligt de initiële focus van het Fonds op het begrijpen en verminderen van de middellange- en langetermijnimpact van de COVID-19-pandemie op het fysieke, mentale en sociale welzijn van kwetsbare populaties.
2020 herinnerde ons eraan hoezeer menselijke gezondheid en de gezondheid van de planeet verstrengeld zijn. Daarom blijven we werken om onze impact op het milieu tot het minimum te herleiden en om de gezondheid van onze planeet te beschermen. We werken naar ambitieuze milieudoelstellingen om CO2-uitstoot te beperken en CO-neutraal te worden voor de activiteiten waar we controle over hebben, om onze leveranciers te ondersteunen in hun eigen duurzaamheidsbeleid en om waterverbruik en afvalproductie te verminderen.

aan hun gemeenschappen
Acties van UCB tijdens de COVID-19-pandemie
Onze vooruitgang naar deze doelstellingen in 2020 toont zich in de aanzienlijke uitbreiding van de reikwijdte van onze belangrijkste milieuprestatie-indicatoren, de lancering van diverse lokale en wereldwijde initiatieven om onze groene doelstellingen in onze activiteiten en in onze waardeketens te verankeren en het betrekken van leveranciers en organisaties voor contractproductie bij het bepalen van hun ambitieuze klimaatdoelstellingen. Onze blijvende inzet om onze milieu-impact te verminderen is essentieel om ons te helpen bijdragen aan een gezondere maatschappij in het algemeen.
Een vooruitblik
Hoewel de pandemie zeker disruptief is geweest, leidde ze ook tot verdere reflectie en experimenteren over hoe we onze manieren van werken kunnen aanpassen in de toekomst, om nog beter onze ambities te bereiken voor al onze belanghebbenden. Dit was vooral het geval voor de bedrijfsbrede digitale bedrijfstransformatie van UCB, die al begonnen was voor de pandemie, maar versneld werd door COVID-19. We geloven sterk dat we door digitale transformatie de kracht van wetenschappelijke innovatie kunnen versterken om duurzame waarde te creëren en verzekeren dat patiënten kunnen leven zoals ze willen.
Aanpassen aan de uitdagingen van de toekomst betekent ook dat we het juiste leiderschap hebben om ons daar te brengen. Op de Algemene vergadering van aandeelhouders in april 2021 zullen we twee nieuwe en ervaren leiders voorstellen om het roer over te nemen van de Raad van bestuur van UCB. Stefan Oschmann, momenteel Voorzitter van de Raad van bestuur en CEO van Merck KGaA en een leider met uitstekende strategische bedrijfservaring in life sciences, zal de rol van Voorzitter van de UCB Raad van bestuur opnemen en Fiona du Monceau, een ervaren leider met meer dan 20 jaar ervaring in de farmaceutische sector zal met hem samenwerken als Vice-Voorzitster. Voor 2021 streven we naar een totale omzet van € 5,45 – 5,65 miljard en een onderliggende rentabiliteit van 27,28% van de totale omzet. Op langere termijn, tegen 2025 streven we ernaar om de leiding te hebben in specifieke patiëntenpopulaties, waarbij we waarde creëren voor mensen die leven met partieel beginnende/focale epileptische aanvallen, artritis psoriatica, breuken gerelateerd aan osteoporose, myasthenia gravis en voor subpopulaties van vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Voor 2025 verwachten we opbrengsten van € 6 miljard en onderliggende rentabiliteit van begin tot midden dertig. We kunnen enkel succesvol zijn als we waarde creëren voor al onze belanghebbenden, inclusief medewerkers, gemeenschappen en de planeet waar we allemaal wonen. Hier leest u meer over onze vooruitgang en plannen voor de toekomst hieromtrent.
Veel van de uitdagingen die we vorig jaar aangingen, blijven actueel in 2021, aangezien de wereld nog steeds in de greep is van COVID-19. Hoewel, dankzij toegewijde onderzoekers, gezondheidsprofessionals en maatschappelijke middenveldorganisaties is er nu hoop in de vorm van verschillende vaccins en behandelingen. Als we daarom naar de toekomst kijken, hoe ver die nu ook lijkt, hopen we dat we gesterkt zijn door de lessen die we leerden van en onze reflecties op 2020. Samen geloven we sterk dat we ons zullen blijven aanpassen en groeien, om betere zorg te geven aan iedereen die het nodig heeft, nu en in de toekomst.
Jean-Christophe Tellier, Chief Executive Officer Evelyn du Monceau, Voorzitster van de Raad van bestuur.
Februari 2021
Bedankt, Evelyn!
| "In 2021 moeten we ook afscheid nemen van onze gerespecteerde en geliefde Evelyn du |
|---|
| Monceau, die in april zal aftreden als huidig Voorzitster van de UCB Raad van bestuur na vier |
| jaar voorzitterschap en meer dan 35 jaar lid van de Raad van bestuur. Als één van de weinige |
| vrouwen die de Raad van bestuur van een Belgisch beursgenoteerde bedrijf op Euronext Brussel |
| voorzitten, heeft Evelyn altijd een onverminderd engagement getoond om te streven naar betere |
| zorg en behandelingsoplossingen voor patiënten met onvervulde noden. We zijn bijzonder |
| dankbaar voor de manier waarop ze heeft bijgedragen om UCB te leiden in haar transformatie en |
| groei. En we wensen haar het allerbeste voor het volgende hoofdstuk in haar leven." |
Jean-Christophe, Chief Executive Officer UCB
Lessen uit een leven bij UCB: Evelyn in gesprek met Jean-Christophe
Jean-Christophe: Evelyn, vanuit je standpunt als Voorzitster van de Raad van bestuur van UCB, wat betekent Betere Zorg voor jou? Evelyn: Bij UCB willen we de beste mogelijke zorg voorzien voor patiënten. In de laatste 90 jaar hebben we een ongelooflijke transformatie gekend om het biofarmaceutisch bedrijf te worden dat je vandaag ziet. We zijn geëvolueerd en we hebben ons aangepast – maar we zijn altijd trouw gebleven aan onze kernwaarden en aan ons verlangen om te begrijpen hoe patiënten nu echt leven; wat de kleinste moeilijkheden zijn waar ze mee moeten afrekenen en hoe we hen kunnen helpen om het leven te leiden dat ze willen. Zo gaan we verder dan gewoon medicijnen ontwikkelen, we creëren oplossingen op maat die echt een verschil maken voor de patiënt.
Daarom draait betere zorg voor mij om het erkennen dat de ervaring van elke patiënt uniek is, terwijl we ook begrijpen dat hoe zij leven met hun ziekte niet alleen hen raakt, maar ook een bredere impact heeft op hun families, vrienden en gemeenschappen.
Bij UCB doen we ons best om dit holistische begrip van gezondheidszorg te integreren in de oplossingen die we ontwikkelen. Dit is mogelijk dankzij het nauwe contact dat we opbouwen en behouden met patiënten. Als we denken aan de ziekten die we willen behandelen, leggen we onmiddellijk een link met verhalen en gezichten van echte mensen. Daarvoor staan we 's morgens op. Het geeft ongelooflijk veel zin aan ons werk en creëert tegelijkertijd enorm veel vreugde als we betere oplossingen ontwikkelen om patiënten te behandelen.
Wat zijn de belangrijkste veranderingen die jij hebt gezien in hoe UCB impact heeft op het leven van patiënten? Hoe zie je dit evolueren in de toekomst?
Sinds UCB actief is in farma, was ons leiderschap gefocust op het vervullen van patiëntenbehoeften boven alles. Doorheen de jaren werd dit weerspiegeld in onze passie voor wetenschap, alsook onze significante, en soms riskante investeringen, voornamelijk in onderzoek en ontwikkeling. Om te leiden in gezondheidszorg, moet je beslissingen nemen die de bouwstenen vormen voor toekomstig succes, zelfs als je niet onmiddellijk resultaten ziet.
We richten ons meer en meer op specifieke patiëntenpopulaties die momenteel geen toegang tot oplossingen hebben of enkel tot oplossingen die niet beantwoorden aan hun noden. De steeds persoonlijkere aanpak wordt ondersteund door de snelheid van wetenschappelijke ontwikkeling, die patiënten, zorgverleners en professionele gezondheidswerkers een grotere controle en keuze geeft in behandelings- en zorgopties.
Maar het vraagt ook een holistisch begrip van gezondheidszorg dat geworteld is in een grondig begrip van de patiëntenervaring, naast de kijk van de professionele gezondheidswerkers, verstrekkers en betalers. Ik denk dat we in de toekomst meer gepersonaliseerde behandelings- en zorgopties zullen zien met toestellen en data die gebruikt worden om het lopende werk van zorgverleners te ondersteunen en permanent maar efficiënt met patiënten in verbinding te staan.
Hoe creëert UCB waarde voor de maatschappij als geheel?
Als bedrijf maak je deel uit van de wereld, je staat niet alleen, en je moet ervoor zorgen dat elke belanghebbende in je omgeving positieve impact voelt van hoe je je bedrijf leidt. Als we ons werk goed doen, creëren we niet alleen waarde voor de patiënt, maar ook voor onze medewerkers, voor de gemeenschappen waar we actief zijn en voor de aandeelhouders die ons in staat stellen onze langetermijnambities na te streven.
Dat maakt ook deel uit van het erfgoed en de geschiedenis van UCB. We zijn altijd een bedrijf geweest dat sterk geëngageerd is om de lokale doelen te steunen en gericht op het maken van een positieve impact voor lokale gemeenschappen. En zelfs nu we onze voetafdruk hebben verruimd buiten België, is dat een belangrijke focus gebleven; waar we ook zijn, we proberen altijd om deel te nemen aan de wereld rond ons.
Op welke verwezenlijkingen of beslissingen waarvan je getuige was of waar je op toezag, ben je het meest trots tijdens je periode bij UCB? Ik ben bijzonder fier op hoe UCB en de farmaceutische industrie als geheel is opgestaan om een antwoord te bieden aan COVID-19. Zo hebben we bijvoorbeeld een aantal activiteiten stopgezet die lucratiever zouden zijn voor de bottomline van het bedrijf, om prioriteit te geven aan wat moest gebeuren voor het bredere goed van de maatschappij. Er was een echte geest van solidariteit op alle niveaus van het bedrijf: de Raad van bestuur, het Uitvoerend Comité en individuele medewerkers wilden allemaal een zinvolle impact maken. Een voorbeeld van hoe dit gebeurde was door de steun die we verleend hebben aan de Belgische testcapaciteit, waarbij veel medewerkers vrijwillig hebben geholpen om het testlab te bemannen.
Een van de belangrijkste beslissingen die we ooit hebben genomen, is het bepalen van het langetermijndoel voor ons bedrijf: waarde creëren voor patiënten, nu en in de toekomst, door duidelijk gedifferentieerde oplossingen met unieke resultaten te ontwikkelen. Dit doel is als een Poolster voor elke nieuwkomer bij UCB.
Maar het is niet één beslissing die ons heeft gebracht waar we vandaag staan; het was een opvolging van kleinere, maar consistente keuzes en beslissingen, elk genomen met ons doel voor ogen, die onze vooruitgang mogelijk hebben gemaakt. Een voorbeeld hiervan is de doorlopende investering in onderzoek en ontwikkeling (O&O) die we verder hebben gezet, zelfs in moeilijke tijden, precies omdat we onze langetermijnvisie niet wilden opgeven.
Die langetermijnaanpak hanteren vereist een bepaald type van visionair

en bescheiden leiderschap. Dat is iets wat ik zie bij al onze leiders bij UCB – en vooral bij jou, Jean-Christophe – en daarom voelt het goed om nu een stap opzij te zetten. Met Stefan Oschmann als nieuwe Voorzitter van de Raad van bestuur en Fiona du Monceau als de volgende Vice-Voorzitster, weet ik dat UCB in goede handen is en goed uitgerust om verder te gaan dan ooit tevoren.
Diversiteit, gelijkheid en inclusie (DE&I) zijn de sleutel tot het succes van UCB. Hoe heb jij dit engagement zien evolueren doorheen de jaren?
Een bedrijf is, in de eerste en voornaamste plaats, haar mensen. Zonder de juiste mensen zal je niet ver geraken, al heb je de beste ideeën ter wereld. Diversiteit in al zijn vormen cultiveren bij onze medewerkers – van diversiteit in denken, ervaring en achtergrond, tot cultuur, leeftijd, nationaliteit, ras of gender – is essentieel zodat we dingen in een nieuw licht kunnen zien en permanent de lat hoger kunnen leggen op vlak van prestaties. Als ons doel is om waarde te creëren voor patiënten en de bredere samenleving op een holistische manier, moeten we garanderen dat dit weerspiegeld wordt in ons personeel, zodat we alle belanghebbenden beter kunnen dienen. Er is altijd ruimte voor verbetering op dit vlak, maar ik denk dat we in de juiste richting gaan.
Als vrouw die is opgeklommen tot het niveau van een Raad van bestuur in je carrière, welke raad heb je voor andere vrouwen die een leiderschapsrol willen opnemen?
Zoals gezegd gaat diversiteit veel breder dan enkel gendergelijkheid of vrouwelijke vertegenwoordiging. Maar vanuit mijn eigen perspectief is mijn advies voor opkomende vrouwelijke leiders dat ze zichzelf moeten zijn en vertrouwen hebben. Je kan veel meer dan je misschien denkt, dus durf hoog te mikken. Een goede mentor vinden kan hiervoor een wereld van verschil maken, omdat je een rolmodel hebt wiens voorbeeld je kan volgen.
Wat zal je het meest missen van UCB?
Niets evenaart het gevoel dat je kan hebben als je na jaren van onderzoek en ontwikkeling een oplossing naar patiënten kan brengen, waarvan je ziet dat die een echt, tastbaar verschil maakt voor hun levens; dan voel je alleen maar immense vreugde. Dat zal ik het meeste missen, samen met alle geweldige mensen waarmee ik heb mogen werken.
En waar kijk je naar uit om meer mee bezig te zijn nu?
Ik kijk er vooral naar uit om meer tijd met mijn familie door te brengen. Maar ik hoop mij ook te kunnen engageren rond drie van mijn passies: onderwijs, ondernemerschap en waardecreatie op lange termijn bij familiebedrijven. Die drie zijn sterk met elkaar verbonden. Leren kan en zou leuk moeten zijn en het opent zoveel mogelijkheden. In dezelfde geest zouden we de ondernemersmentaliteit moeten creëren, zodat mogelijke ondernemers niet bang zijn om risico's te nemen of nieuwe dingen te proberen, zelfs als ze af en toe falen op hun weg naar succes. Bedrijven worden gecreëerd door ondernemers, maar voor hen moet ook met passie, toewijding en veerkracht voor gezorgd worden, zodat ze kunnen groeien en zich aanpassen aan een wereld in permanente verandering.
Ons doel
We creëren waarde voor patiënten nu en in de toekomst.
Bij UCB willen we mensen met ernstige ziekten de vrijheid geven om hun beste leven te leiden. We werken op een duurzame manier voor de patiënten die onze oplossingen nodig hebben, voor onze medewerkers, voor de bredere maatschappij, inclusief lokale gemeenschappen, onze aandeelhouders en voor de planeet. Met meer dan 90 jaar achter ons, kijken we naar de toekomst.

Wie we zijn
Een wereldwijd biofarmaceutisch bedrijf. Geïnspireerd door patiënten. Gedreven door Wetenschap.
Bij UCB zijn we toegewijd aan het brengen van innovatieve oplossingen om te voorzien in belangrijke onvervulde behoeften voor mensen met ernstige chronische ziekten.
Waar we staan

Brussel • HK • Kantoor
België
Braine-l'Alleud • Productie • Onderzoek • Ontwikkeling
Monheim • Kantoor • Ontwikkeling
Duitsland
UCB heeft filialen in
Rest van de wereld
Ukraine, Zuid-Korea
Australië, Brazilië, Canada, Hong Kong, India, Mexico, Rusland, Taiwan, Turkije,
€
47 M
2 595 Medewerkers (31% van wereldwijd)
54% Mannen 46% Vrouwen
€ 339 M
475 Medewerkers (5.6% van wereldwijd)
39% Mannen 61% Vrouwen
• ISO14001 gecertificeerd • OHSAS 18001 gecertificeerd • 100% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
Shanghai • Kantoor • Ontwikkeling
China
Tokio • Kantoor • Ontwikkeling
Japan
Saitama • Productie
Zhuhai • Productie
€ 403 M
682 Medewerkers (8% van wereldwijd) 46% Mannen 54% Vrouwen
(8% van de netto-omzet)
€ 108 M
461 Medewerkers (5.5% van wereldwijd)
41% Mannen 59% Vrouwen
€ 379 M
521 Medewerkers (6.2% van wereldwijd)
78% Mannen 22% Vrouwen
(Saitama)
(Saitama)
(8% van de netto-omzet)
• ISO14001 gecertificeerd
• 100% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
• OHSAS 18001 gecertificeerd
(Zhuhai)
(2% van de netto-omzet) • ISO14001 gecertificeerd • OHSAS 18001 gecertificeerd • 46% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
(7% van de netto-omzet) • ISO14001 gecertificeerd • OHSAS 18001 gecertificeerd • 100% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
(1% van de netto-omzet)
1 Reikwijdte van rapportering: dit getal vertegenwoordigt alle vaste actieve UCB-werknemers. Studenten, stagiairs, trainees, medewerkers die afwezig zijn en contractuelen worden niet opgenomen in de personeelsgegevens.

Slough • Kantoor • Onderzoek • Ontwikkeling
Bulle • Kantoor • Productie
Atlanta, GA • Kantoor
VS
1 586 Medewerkers (19% van wereldwijd)
43% Mannen
56% Vrouwen 2 759 M
(55% van de netto-omzet)
• ISO14001 gecertificeerd • OHSAS 18001 gecertificeerd • 100% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
Wereldwijde netto-omzet exclusief afdekking
713 Medewerkers (8.5% van wereldwijd) 37% Mannen 63% Vrouwen
€
Bulgarije, Denemarken, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije,
Boston, MA • Onderzoek
Raleigh, NC • Ontwikkeling
Seattle, WA • Onderzoek
UCB heeft filialen in
Rest van Europa
Spanje, Tsjechië en Zweden
Zwitserland
€
127 M
808 Medewerkers (9.6% van wereldwijd)
46% Mannen 54% Vrouwen
• ISO14001 gecertificeerd • OHSAS 18001 gecertificeerd • 100% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
(3% van de netto-omzet)
€ 817 M
(16% van de netto-omzet)
€ 44 M
530 Medewerkers (6,3% van wereldwijd)
63% Mannen 37% Vrouwen
(1% van de netto-omzet) • ISO14001 gecertificeerd • OHSAS 18001 gecertificeerd • 100% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
VK
Hoe we werken
Onze ambitie voor patiënten
We hebben een fundamentele toewijding om mensen met ernstige ziekten, hun verzorgers en hun families hun beste leven te laten leiden. We innoveren voortdurend om gedifferentieerde oplossingen te bieden met unieke resultaten die specifieke patiënten helpen hun levensdoelen te bereiken en die voor hen de beste individuele ervaring creëren. Dit betekent ook toegang garanderen voor iedereen die deze oplossingen nodig heeft, op een manier die leefbaar is voor patiënten, de samenleving en UCB.
Onze ambitie voor patiënten

Om onze ambitie voor patiënten te verwezenlijken, moeten we de juiste voorwaarden scheppen voor onze werknemers, de gemeenschappen waarin we actief zijn en al onze belanghebbenden, waaronder onze aandeelhouders. We erkennen ook de essentiële link tussen menselijke gezondheid en de gezondheid van onze planeet, en we nemen actie om onze milieuvoetafdruk te minimaliseren.
Levens verbeteren van patiënten met ernstige ziekten en algemeen gezondere gemeenschappen bevorderen is een inspanning die een bedrijf niet alleen aankan. Daarom werken we samen met een brede waaier aan belanghebbenden, van andere bedrijven tot academische en onderzoeksinstellingen, om onze ambitie voor patiënten waar te maken.
We creëren waarde voor patiënten nu en in de toekomst.
Onze Patiëntenwaardestrategie stuurt de prestaties van UCB aan. We stellen patiënten en hun individuele ervaringen centraal in alles wat we doen – van ontdekking tot ontwikkeling tot levering. We benutten deze inzichten om onze wetenschap te informeren en nieuwe en gedifferentieerde oplossingen te ontwikkelen voor specifieke patiëntenpopulaties.
Het operationele model van UCB plaatst de patiënt centraal in onze activiteiten en beslissingen

Ons doel is om tegen 2025 leider te zijn in vijf specifieke patiëntenpopulaties:
-
- Patiënten met partieel beginnende /focale epileptische aanvallen
-
- Patiënten met artritis psoriatica
-
- Vrouwen in de vruchtbare leeftijd met immuno-inflammatie en/of epilepsie
-
- Patiënten die lijden aan breuken gerelateerd aan osteoporose
-
- Patiënten met myasthenia gravis
Om dat te bereiken focussen we op drie strategische leidraden:
Patiënten en innovatie centraal blijven stellen in onze activiteiten
Om waarde te creëren voor patiënten moeten we onze aandacht blijven richten op de onvervulde behoeften van patiënten en doorgaan met het ontwikkelen en investeren in geavanceerde wetenschappelijke platformen en medische vooruitgang.
Verbonden blijven met de wereld en waarde creëren voor de maatschappij
We omarmen de laatste medische wetenschap alsook technologische vooruitgang zoals artificiële intelligentie, om de evoluerende maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Ons onderzoek en onze partnerschappen zijn cruciaal om de belofte van deze ontwikkelingen waar te maken.
Ons leiderschap en onze capaciteiten als hefboom gebruiken
We bouwen verder op onze geschiedenis en expertise in immunologie en neurologie door ons leiderschap en onze strategische capaciteiten uit te breiden in nieuwe domeinen en door onze patiëntgerichte cultuur verder te cultiveren.
Onze aanpak op dit doel te bereiken is verdeeld in drie fasen:
- "Groeien en Voorbereiden" van 2014-2018
- "Versnellen en Uitbreiden" van 2019-2021
- "Doorbreken en Leiden" van 2022-2025
2020 was halfweg de tweede fase en de globale strategie. Bij het naderen van 2025 zijn we enthousiast over een aantal aankomende ontwikkelingen die ons dichter bij ons doel zullen brengen, terwijl we verdergaan met het creëren van waarde voor patiënten, nu en in de toekomst.
Duurzaamheid is onze bedrijfsaanpak
We worden geleid door de sterke overtuiging dat we onze impact kunnen verdiepen door uitdagingen aan te gaan die op het kruispunt liggen van onze Patiëntenwaarde Strategie en bredere maatschappelijke belangen. In 2019 werd duurzaamheid gedefinieerd als een strategische leidraad voor UCB. We hebben een uitgebreide materialiteitsbeoordeling uitgevoerd om na te gaan hoe wij onze maatschappelijke bijdragen het best kunnen maximaliseren en er tegelijk voor kunnen zorgen dat we onze activiteiten met succes blijven ontwikkelen. Lees meer over de methodologie en het proces dat werd toegepast bij deze beoordeling in het 2019 Geïntegreerd Jaarverslag
In lijn met de bevindingen van deze oefening, gebruiken we onze
expertise om duurzaamheid te integreren in onze bedrijfsaanpak en maatschappelijke gezondheid te verbeteren met een focus op onze vier prioriteiten:
- Wetenschappelijke innovatie
- Toegang tot geneesmiddelen
- Veiligheid, gezondheid en welzijn van medewerkers
- De gezondheid van de planeet
We bouwen ook op twee fundamentele punten:
- Diversiteit, gelijkheid en inclusie opnemen doorheen onze bedrijfsvoering.
- Naleven van ethische principes van transparantie, respect en integriteit.
Duurzaamheid is onze bedrijfsaanpak


Wetenschappelijke innovatie
We ontwerpen, ontwikkelen en leveren gedierentieerde oplossingen die specifieke patiënten helpen om hun levensdoelen te realiseren en bijdragen aan het aanpakken van maatschappelijke gezondheidsuitdagingen.

Toegang tot geneesmiddelen
In de landen waar we actief zijn, zijn we gefocust om te verzekeren dat alle patiënten die onze geneesmiddelen nodig hebben, er toegang toe hebben op een manier die leefbaar is voor patiënten, de maatschappij en UCB.
In lage- en middeninkomenslanden ontwikkelen we een sociale bedrijfsaanpak om toegang te geven tot kwaliteitszorg en geneesmiddelen aan mensen met epilepsie.
Gezondheid van de planeet
We dragen bij aan de overgang naar een koolstofarme en groene economie om de planeet te beschermen.

Veiligheid, gezondheid en welzijn van medewerkers We streven ernaar om een werkomgeving en -klimaat
te bevorderen waar mensen blij, gezonden veilig zijn, en zich kunnen ontwikkelen. We doen dit door de juiste voorwaarden te creëren voor collega's om baat te hebben bij de laatste nieuwe, impactvolle programma's. We willen ook bijzondere aandacht te schenken aan collega's die getroen worden door ernstige ziekten, zowel als patiënt als zorgverlener.
Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie
We willen een cultuur inspireren van inclusie door gelijke kansen te bieden aan alle medewerkers, verscheidenheid van talenten te omarmen en diversiteit van ideeën en ervaring te benutten.
Ethische bedrijfspraktijken
We creëren een omgeving die ethisch-gedrag drijft en beschermen daarbij duurzame bedrijfsprestaties.
In 2020 hebben we vooruitgang geboekt op onze weg naar maatschappelijke impact.
We ontwikkelden nieuwe extra-financiële key-performance indicators (KPI's) en startten met de rapportering over onze prestaties in relatie met toegang tot geneesmiddelen en gezondheid, veiligheid en welzijn van medewerkers, naast het rapporteren van vooruitgang over onze doelen inzake de gezondheid van de planeet. We zullen onze aanpak tot prestatiemeting blijven verfijnen om onze positieve bijdragen aan de maatschappij te maximaliseren naast ons bedrijfssucces. Lees hier meer over onze rapporteringsstandaarden en naleven van de Global Reporting Index GRI).
UCB werkt met het Science Based Target Initiatief om te verzekeren dat we onze doelen rond klimaatverandering halen om onze activiteiten CO-neutraal te maken tegen 2030. U kan meer lezen over deze inspanningen in het hoofdstuk Zorg voor de Planeet van dit verslag. Dit project is een gedeeld initiatief van de Verenigde Naties, het Carbon Disclosure Project, het World Resources Institute en WWF. Het ondersteunt organisaties om klimaatdoelstellingen te bepalen die in lijn zijn met de COP21-klimaattop in Parijs.
In 2020 hebben we ook een beheerskader voor duurzaamheid ingesteld, bestaande uit twee organen. Het Beheerscomité Duurzaamheid is een intern initiatief om vooruitgang te monitoren op onze weg, terwijl de Externe Adviesraad Duurzaamheid zes externe experts samenbrengt om een blik van buitenaf te bieden op onze aanpak. Hierover leest u meer in het hoofdstuk Deugdelijk Bestuur van dit verslag.
Onze inzet om zaken te doen en tegelijk sociale en milieu-impact te creëren, betreft ons volledige bedrijf en is verweven met onze dagelijkse bedrijfsactiviteiten. Met dit in het achterhoofd, engageren we collega's op alle niveaus in dialogen en discussies over hoe we kunnen verzekeren dat onze bedrijfsverplichtingen en maatschappelijke prioriteiten convergeren.
We zijn sterk geëngageerd om onze rol te spelen in het behalen van de VN Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) in samenwerking met alle relevante partners. De 17 SDG's zijn de kern om een duurzame toekomst te bereiken voor iedereen, zoals bepaald in de 2030 Agenda voor Duurzame Ontwikkeling van de VN.
We geloven dat we het meest impact kunnen hebben door te focussen op twee van deze SDG's.

We hebben ook impact op andere SDG's door onze bedrijfsdoelen en -activiteiten. Om onze algemene bijdrage aan de 2030 Verenigde Naties-agenda voor Duurzame Ontwikkeling beter te begrijpen, kan u onze GRI-tabellen bekijken volgens de SDG's.
Sinds 2020 is UCB ook deelnemer in de Global Compact van de Verenigde Naties (VN), een vrijwillig initiatief van meer dan 12 400 bedrijven waarvan de CEO's hebben toegezegd dat ze universele duurzaamheidsprincipes zullen implementeren en stappen zullen zetten om de SDG's te behalen. De Tien Principes van de Global Compact van de Verenigde Naties gaan over mensenrechten, arbeid, milieu en anti-corruptie. UCB heeft zich geëngageerd1 om de VN Global Compact en zijn principes te integreren in de strategie, cultuur en dagelijkse activiteiten van ons bedrijf en om zich te engageren in samenwerkingsprojecten die de bredere ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties vooruithelpen, in het bijzonder de SDG's.
1 UCB Engagementsverklaring voor de Tien Principes van het Global Compact van de Verenigde Naties over mensenrechten, arbeid, milieu en anti-corruptie, op datum van 18 december 2020: https://ungc-production.s3.us-west-2.amazonaws.com/commitment_letters/142894/original/Guterres_Antonio_-_United_Nations_-_December_18_2020.pdf?1609837715
Digitale bedrijfstransformatie
UCB erkent dat het gebruik van technologie in ons bedrijf geen keuze is, maar eerder een noodzaak om onze bedrijfsprestaties te verbeteren en nieuwe waardevoorstellen te produceren. Door digitale transformatie kunnen we de kracht van wetenschappelijke innovatie versterken om duurzame waarde te creëren en te verzekeren dat patiënten kunnen leven zoals ze willen.
Zelfs voor de COVID-19-pandemie, veranderde digitale technologie al hoe patiënten zorg ervaren, hoe professionele zorgverleners geneeskunde beoefenen en hoe bedrijven zoals UCB oplossingen ontwikkelen en op de markt brengen.
Met dit in het achterhoofd werd digitale bedrijfstransformatie een strategische prioriteit voor UCB, om ons in staat te stellen verbeterde prestaties te leveren en nieuwe manieren van zaken doen te ontdekken, steeds met als doel waarde te creëren voor patiënten, nu en in de toekomst. Veel van onze digitaliseringsactiviteiten werden versneld door COVID-19 en de lessen van deze versnelling zullen beïnvloeden hoe we ons voorbereiden op de toekomst. De digitale bedrijfstransformatie van UCB is een bedrijfsbrede strategische prioriteit, die alle werknemers op elk niveau betreft.
Digitale bedrijfstransformatie bij UCB komt in twee vormen:
- Digitalisering van onze kernbusiness om gevestigde manieren van werken eenvoudiger en efficiënter te maken.
- Digitale transformatie d.w.z. technologie gebruiken om nieuwe bedrijfsprocessen, -cultuur en klantenervaringen te creëren om tegemoet te komen aan veranderende bedrijfsen maatschappelijke vereisten.
Door te focussen op beide domeinen kunnen we elk aspect van ons bedrijf herdenken, vooral hoe we nieuwe oplossingen vormgeven en nieuwe platformen creëren, van ontdekking, tot ontwikkeling tot levering. Om onze digitale bedrijfstransformatie succesvol te bereiken, investeren we in verschillende stimuli die ons toelaten wendbaar, experimenteel en aanpasbaar te blijven. Deze zijn:
- Data. Wij willen een datacentrische cultuur tot stand brengen waarin iedereen verantwoordelijk is voor gegevens, waarin de besluitvorming wordt onderbouwd en waarin de ondernemingsbrede empowerment, samenwerking en informatie-uitwisseling worden bevorderd.
- Capaciteiten. Om ons gebruik van nieuwe technologieën te optimaliseren, zijn we bezig met het bijscholen, omscholen en aanwerven van nieuw talent in het hele bedrijf – van datawetenschappers en ingenieurs, tot IT-architecten, gebruikservaringsdesigners (UX) en projectleiders voor de platformen. Dit wordt ondersteund door gerichte leer- en ontwikkelingsprogramma's, praktische ervaringsgerichte opleiding, rotatieprogramma's en het aanwerven van talent/ samenwerkingsoplossingen.
- Cultuur en Mentaliteit. Onze digitale bedrijfstransformatie succesvol doorvoeren hangt evenveel af van de mentaliteitswijziging en cultuur van onze bedrijf als van de investering in nieuwe infrastructuren, technologie en kennis. Dit betekent dat gangbare barrières, zoals silo's en hiërarchieën, moeten worden overwonnen en dat de nadruk moet liggen op klantgerichtheid, wendbaarheid, risicowaardedenken, aanpassingsvermogen en groeimindset, transversale samenwerking en externe connectiviteit.
UCB is bezig met de transformatie van zijn volledig klinisch ontwikkelingsproces van een sequentie van activiteiten naar een volledig geïntegreerd proces waarbij gebruik wordt gemaakt van technologie en data. Elk aspect van klinische ontwikkeling, van het klinische studieontwerp, haalbaarheidsstudie en identificatie van de klinische site, tot patiëntenwerving, gegevensverzameling, data-analyses en rapportering ondergaan een belangrijke innovatie. Een hoeksteen van dit proces is ons end-to-end automatiseringsprogramma voor klinische studies, dat het leveren van elke klinische studie wil versnellen, de kosten beperken en de consistentie en kwaliteit verhogen. Dit is mogelijk dankzij een intern ontwikkeld IT-platform, waar gegevensstandaarden en digitale klinische ontwerpinhoud (d.w.z. input voor verschillende studiedocumenten) de basis vormen voor interoperabiliteit en digitalisering vanaf de ontwerpfase van de klinische studie.
Hoogtepunten
UCB. rondde de overname van Ra Pharmaceuticals, Inc. met succes af, zodat Ra Pharma nu een volledige dochteronderneming van UCB is. Dit versterkt onze mogelijke leiderspositie om de behandelingsopties voor mensen met myasthenia gravis en andere zeldzame ziekten te verbeteren.
Ferring Pharmaceuticals Roche en Genentech
UCB en Ferring Pharmaceuticals hebben een copromotieakkoord gesloten om de voorgevulde injectiespuitformulering Cimzia® (certolizumab pegol) te commercialiseren in de Verenigde Staten voor de behandeling van de ziekte van Crohn.
Cimzia® (certolizumab pegol) werd goedgekeurd door de Japanse gezondheidsdiensten voor de behandeling van plaque psoriasis, artritis psoriatica, psoriasis pustulosa en psoriasis erythrodermie waarvoor bestaande behandelmethodes onvoldoende effectief zijn. Dit maakt van Cimzia® de eerste Fcvrije, gePEGyleerde anti-TNF behandeloptie die nu beschikbaar is voor deze patiënten in Japan.
Fase 3-studie BE RADIANT, waarbij bimekizumab wordt vergeleken met secukinumab voor de behandeling van volwassenen met matige-tot-ernstige chronische plaque psoriasis, voldeed aan de primaire eindpunten.
De Amerikaanse voedsel- en geneesmiddelenadministratie (FDA) en het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) hebben de indieningen van de marketingaanvraag voor bimekizumab aanvaard voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige plaque psoriasis.
Ra Pharma Engage Therapeutics: Staccato® Alprazolam
UCB. nam Engage Therapeutics, Inc. over, een klinisch stadium farmaceutisch bedrijf dat Staccato® Alprazolam ontwikkelt voor de snelle beëindiging van epileptische aanvallen. Dit product combineert de Staccato® toedieningsmethode met het gevestigde benzodiazepine alprazolam.
UCB kondigde een akkoord aan om een wereldwijde exclusieve licentieovereenkomst te sluiten met Roche en Genentech, een lid van de Roche Group, voor de globale ontwikkeling en commercialisering van bepranemab (UCB0107) in de ziekte van Alzheimer (AD).
Cimzia® beschikbaar voor Japanse patiënten Handl Therapeutics en Lacerta Therapeutics
UCB neemt Handl Therapeutics BV over, een snelgroeiend bedrijf actief in transformatieve gentherapie, gevestigd in Leuven, België en startte een nieuwe samenwerking op met Lacerta Therapeutics, een klinisch stadium gentherapiebedrijf gevestigd in de VS. Samen zullen ze helpen om de ambities van UCB in gentherapie te versnellen.
Veelbelovende vooruitgang voor bimekizumab De patiëntenpopulatie voor Vimpat® wordt uitgebreid
We verkregen nieuwe goedkeuringen voor Vimpat® (lacosamide) in de VS, Europa en Japan als aanvullende therapie in de behandeling van primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen (PGTCS) bij patiënten van vier jaar en ouder. In januari 2019 werd Vimpat® orale oplossing goedgekeurd in Japan voor de aanvullende behandeling van partieel beginnende aanvallen bij epilepsiepatiënten vanaf 4 jaar.
Onze prestaties
Ondanks de uitdagingen die gecreëerd werden door de COVID-19-pandemie, zet UCB de bedrijfsgroei verder op een duurzame manier, met een sterke financiële prestatie in 2020, investeringen in onderzoek en ontwikkeling en het boeken van vooruitgang in onze engagementen tegenover de maatschappij.
Prestatiegegevens
| 2018 | 2019 | 2020 | |
|---|---|---|---|
| Financiële Prestaties | |||
| Voortdurende groei | |||
| Opbrengsten (€ miljoen) | 4 632 | 4 913 | 5 347 |
| Ratio aangepaste EBITDA/opbrengsten | 30% | 29% | 27% |
| Ratio onderzoeks- en ontwikkelingskosten/ opbrengsten | 25% | 26% | 29% |
| Extra-financiële Prestaties | |||
| Waarde voor Patiënten | |||
| # middelen in pijplijn | 10 | 7 | 12 |
| Toegangsprestatie1 | |||
| Terugbetaling voor alle patiënten binnen het wettelijk label | niet van toepassing |
niet van toepassing |
30% |
| Terugbetaling voor bepaalde, maar niet alle patiënten binnen het wettelijk label | niet van toepassing |
niet van toepassing |
54% |
| Geen terugbetaling of terugbetaling is in behandeling | niet van toepassing |
niet van toepassing |
16% |
| Waarde voor Medewerkers | |||
| Gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindex2 | niet van toepassing |
niet van toepassing |
78,4% |
| Genderdiversiteit | |||
| % Vrouw/man [geheel bedrijf] | 49%/51% | 50%/50% | 50%/50% |
| % Vrouw/man [directieniveau] | 29%/71% | 33%/67% | 34%/66% |
| % Vrouw/man [raad] | 31%/69% | 38%/62% | 38%/62% |
| Waarde voor de Planeet3 | |||
| Absolute vermindering in Co-uitstoot voor activiteiten die we rechtstreeks controleren4 | -30% | -35% | -60% |
| Verminderde afvalproductie | -24% | -32% | -38% |
| Verminderde wateronttrekking | -1% | -27% | -30% |
De financiële en extra-financiële gegevens worden gerapporteerd voor de periode 1 januari – 31 december. Financiële gegevens worden halfjaarlijks gerapporteerd en extra-financiële gegevens worden jaarlijks gerapporteerd. Het laatste UCB Geïntegreerd Jaarverslag werd gepubliceerd op 20 februari 2020.
1 In 2020 hebben we onze toegangsprestatie in 14 landen gemeten (België, China, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Italië, Japan, Nederland, Noorwegen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten (Medicaid, Medicare en Commerciële verzekering) en Zweden voor vier producten (Briviact®, Cimzia®, Evenity®, en Vimpat®). Reikwijdte van analyse en rapportering wordt verhoogd in 2021.
2 In 2020 heeft UCB onze ambitie en ons uitvoeringsmodel verder ontwikkeld op het gebied van gezondheid, veiligheid en welzijn (HSWB), met inbegrip van de lancering van een nieuwe HSWBindex die ons een overkoepelend beeld zal geven van onze prestaties en impact. Het aanvangspunt hier vermeld zal dienen als maatstaf om de impact van alle toekomstige HSWB-programma's of -initiatieven te meten die zullen worden opgestart vanaf 2021.
3 Milieugegevens worden vergeleken met ons uitgangspunt in het jaar 2015.
4 Lopende Co2-berekening voor onze indirecte impact (aankoop van goederen en diensten). Op basis van het bestede bedrag en het type leveranciers (diensten, grondstoffen, accommodaties, enz.) passen we een CO2-emissiefactor toe (behalve voor zakenreizen, wagenpark, CMO's en energie van vestigingen, waar we het werkelijke verbruik van fossiele brandstoffen gebruiken in plaats van de bestedingen). We zijn reeds gestart met de evaluatie van ongeveer de helft van onze leveranciers inzake hun Co-maturiteit (van "geen berekening van voetafdruk" tot "engagement tot COneutraliteit).
Zorg voor patiënten
We plaatsen patiënten en hun individuele ervaringen centraal in alles wat we doen – van het ontwikkelen van gedifferentieerde oplossingen voor specifieke patiëntenpopulaties tot het verzekeren van toegang voor iedereen die ze nodig heeft.

Onze ambitie voor patiënten

In lijn met ons doel, is UCB toegewijd om mensen met ernstige ziekten, hun verzorgers en hun families hun beste leven te laten leiden. We innoveren voortdurend om gedifferentieerde oplossingen te bieden met unieke resultaten die specifieke patiënten helpen hun levensdoelen te bereiken en die voor hen de beste individuele ervaring creëren. Dit betekent ook toegang garanderen voor iedereen die deze oplossingen nodig heeft, op een manier die leefbaar is voor patiënten, de samenleving en UCB, nu en in de toekomst.

Zorg in tijden van COVID-19
Acties van UCB tijdens de COVID-19-pandemie

Communiceren met zorg
Doorheen dit jaar namen we stappen om tijdige, duidelijke en gemakkelijk beschikbare informatie te voorzien voor patiënten over de impact die COVID-19 op onze activiteiten had, de stappen die we zetten om deze effecten te temperen en alle mogelijke gevolgen op hun toegang tot geneesmiddelen en behandelingen. We bleven nauw in contact met patiëntenbelangenorganisaties en professionele zorgverleners om te verzekeren dat ze over de informatie beschikten die nodig was om patiënten gerust te stellen.
Patiënten veilig houden
In maart namen we de moeilijke beslissing om nieuwe patiëntenrekrutering te pauzeren in lopende klinische studies en om de lancering van alle nieuwe studies uit te stellen. Onze voorgaande inspanningen inzake implementatie van technologische transformatie maakte het mogelijk om op afstand geselecteerde proeven verder te zetten, dankzij bestaande telegezondheidsplatformen, elektronische instemmingsprocedures en reeds vastgelegde huisbezoeken door professionele zorgverleners. Deze gedecentraliseerde aanpak van klinische studies zorgde ervoor dat bestaande deelnemende patiënten in lopende studies veilig en gerustgesteld waren, en nam tegelijk de druk op artsen en eerstelijns medisch personeel weg, die begrijpelijkerwijs andere prioriteiten hadden. De werving voor klinische testen en nieuwe studies zijn intussen heropgestart, en we blijven de impact van COVID-19 op deze activiteiten opvolgen en staan steeds klaar om aan te passen of te onderbreken indien nodig.
Toeleveringsketen verzekeren
aan hun gemeenschappen
Onze interne ontwikkelings- en productiemogelijkheden en ons externe netwerk bestrijken samen het volledige spectrum van activiteiten op het gebied van Chemie, Productie en Besturing (CPB) voor kleine en grote moleculen – van het proces, de analyse, de formulering, het apparaat en de verpakking tot preklinische, klinische en commerciële productie van geneesmiddelen, alsook de productie van het geneesmiddelproduct, vulling en afwerking, assemblage en verpakking van apparaten. Deze activiteiten worden uitgevoerd op al onze sites en bij geselecteerde partners en contractproductie-organisaties (CMO's).
We hebben wereldwijd distributiecentra voor rechtstreekse distributie van de meeste van onze commerciële en klinische producten. We maken hierbij ook gebruik van externe distributeurs om de distributie aan te vullen. Via onze wereldwijde supply chain-organisatie zorgen we voor end-to-end toezicht op de levering – van inkoop van grondstoffen tot levering in alle landen waar UCB rechtstreeks levert.
Van bij het begin van de uitbraak heeft UCB continu de situatie opgevolgd inzake elke mogelijke impact op de levering van onze medicijnen wereldwijd, door onze cycli te versnellen, onze strategische buffer aan te spreken waar nodig en belangrijke materialen via verschillende kanalen naar ons globaal productie- en leveringsnetwerk te brengen om de impact van elke mogelijke onderbreking door de pandemie voor te zijn en te temperen. We zijn fier dat we de continuïteit van de levering van onze producten aan patiënten en ons netwerk van leveranciers hebben kunnen verzekeren dankzij de inspanningen van collega's en partners wereldwijd.
Financiële steun voor patiënten
In landen waar patiënten bijkomende financiële ondersteuning nodig hadden om de kosten van onze geneesmiddelen te dekken, werden onze Patiënten Assistentie Programma's (PAP's) uitgebreid om hen in deze uitzonderlijke omstandigheden te helpen en te verzekeren dat patiënten die onze geneesmiddelen kregen voorgeschreven deze konden blijven verkrijgen zonder onderbreking. In de VS hebben we ons bestaande PAP uitgebreid om patiënten die in aanmerking kwamen en impact ervoeren van COVID-19 en hebben we de aanmelding bespoedigd om de ononderbroken toegang tot UCB-geneesmiddelen te helpen waarborgen. Dit helpt patiënten die moeilijkheden ervaren om medicijnen te betalen door jobverlies, verlof of verlies van verzekeringsdekking. U leest meer over onze inspanningen in de sectie Toegang bieden tot onze oplossingen van dit hoofdstuk.
Onze rol spelen in het breder antwoord
We gebruikten onze expertise en middelen en zetten basisonderzoek en behandelingsontwikkeling voor COVID-19 verder in samenwerking met verschillende onderzoekers en overheden. We werkten met overheidsagentschappen en de gemeenschap van gezondheidszorg om te bepalen of een van onze beschikbare of experimentele therapieën effectief zou kunnen worden gebruikt om gehospitaliseerde patiënten met COVID-19 te helpen. En we boden onze expertise en middelen aan om de lokale testcapaciteiten te vergroten in landen waar we de vereiste voorzieningen hadden. U kan meer lezen over deze samenwerkingen en initiatieven in de sectie Samenwerken voor Betere Zorg van dit hoofdstuk.
Patiëntenzorg digitaliseren
Hoewel 2020 ongetwijfeld uitdagend was, bood het ons ook nieuwe en soms onverwachte opportuniteiten om innovatie in zorg en behandeling verder te zetten. We bleven digitaal gedreven vooruitgang in een aantal patiëntkritische gebieden verderzetten, van nieuwe overnames en samenwerkingen tot lopende voorlichting rond zeldzame ziekten of de onvervulde noden van patiënten in immunologie en neurologie. We waren bijvoorbeeld ook het eerste farmaceutisch bedrijf om toe te treden tot het COVID Moonshot crowdsourcing initiatief, waarbij we onze wetenschappelijke expertise combineren met artificiële intelligentie (AI) om molecules te identificeren die de replicatie in het SARS-CoV-2 virus tegengaan. U kan meer lezen over dit initiatief in het hoofdstuk Zorg voor Gemeenschappen van dit verslag.
Verhaal in de schijnwerpers: UCBCares tijdens COVID-19
UCBCares is een toegewijde dienst die ondersteuning biedt aan patiënten en professionele zorgverleners tijdens de behandeling. Er zijn teams beschikbaar om richting te geven over specifieke behandelopties, eender welke vraag te beantwoorden over UCB-geneesmiddelen en relevante middelen en ondersteuning te bieden.
Na de uitbraak van COVID-19 werd deze ondersteuningsdienst een levenslijn voor vele patiënten. Na een gespecialiseerde opleiding waren de UCBCares-teams 24/7 beschikbaar om in te spelen op de behoeften van zowel patiënten als professionele zorgverleners, door een doeltreffende, nauwkeurige, informatieve, geruststellende en vooral empathische reactie te bieden op de toegenomen bezorgdheid, met name in verband met de continuïteit van de geneesmiddelenvoorziening en de immuniteitsonderdrukking van geneesmiddelen.
Vragen van patiënten en professionele zorgverleners (PZV's) werden doorgestuurd naar de UCBCares webpagina, die 50 procent meer bezoekers telde tijdens de piek in virusbesmettingen van maart- april. UCBCares Europa verstuurde meer dan 2 200 gepersonaliseerde e-mails in 15 landen, met belangrijke informatie voor patiënten en gezondheidswerkers. In de VS ging UCBCares met honderden patiënten in gesprek over vragen gerelateerd aan COVID doorheen het jaar
De UCBCares teams bleven een sleutelrol spelen in het beantwoorden van vragen over de speciale programma's die door UCB aangekondigd werden om te verzekeren dat patiënten de geneesmiddelen die ze nodig hebben blijven verkrijgen, hoezeer ze geïmpacteerd zijn door de crisis. Ze blijven standby om updates te geven, vragen te beantwoorden en informatie te verstrekken over maatregelen die we nemen om patiënten die leven met ernstige, chronische ziekten te ondersteunen tijdens en na de crisis.
Innoveren voor patiënten met ernstige ziekten
Waarom we innoveren
UCB's aanpak van wetenschappelijke innovatie is een belangrijk domein van onze duurzaamheidsaanpak en onderstreept onze toewijding om een positieve impact te maken voor mensen die leven met ernstige ziektes. In lijn met de VN SDG#3, die als doel heeft om gezonde levens te verzekeren en welzijn voor iedereen te promoten, werken we om waarde te creëren voor patiënten, nu en in de toekomst – en door dit te doen, bij te dragen aan de bredere gezondheid en welzijn van onze gemeenschappen voor de komende generaties.
Door te focussen op de ontwikkeling van gedifferentieerde oplossingen voor specifieke patiëntenpopulaties, ongeacht hun grootte, zetten we zichtbare stappen vooruit om te evolueren van symptomatische behandeling naar ziekteverandering, en uiteindelijk naar genezing voor ernstige chronische ziekten. Om dit doel te bereiken, blijven we ons richten op de onvervulde noden van patiënten en het uitbreiden van onze capaciteiten door te investeren in de allernieuwste wetenschappelijke platformen en medische vooruitgang.
De weg naar gedifferentieerde oplossingen voor specifieke patiënten begint al vroeg in het onderzoek en de ontwikkeling. Ons onderzoeksproces is gebaseerd op sterke wetenschap. We streven ernaar de evoluerende kennis te begrijpen die ten grondslag ligt aan de biologie van ziekten en deze te combineren met baanbrekende technologieën en platformen om nieuwe therapieën te ontwikkelen.
Risico's gerelateerd aan innovatie worden opgenomen in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
Waar we innoveren
We beschikken over ontdekkings-, onderzoeks- en ontwikkelingsfaciliteiten van wereldklasse en herinvesteren meer dan een kwart van onze opbrengsten in onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten (O&O) wereldwijd.
- Onze Onderzoekscampus in Braine-l'Alleud, net buiten Brussel in België, is de hub voor de productie en expertise in onderzoek en ontwikkeling, voornamelijk voor wat betreft biologicals en oplossingen voor neurologische ziekten.
- Onze vestiging in Slough in het VK focust op onderzoek en ontwikkeling voor immunologietherapieën.
- In 2020 kochten we een nieuwe campus in Windlesham, Surrey voor de activiteiten van UCB in het VK. Van zodra deze vestiging operationeel is in 2024, zal zij baanbrekend onderzoek en ontwikkeling, vroegtijdige productie en commercialisering van geneesmiddelen ondersteunen. Dit weerspiegelt het engagement van UCB om het VK als een van haar drie globale hubs voor onderzoek te behouden, naast België en de VS, ondanks het vertrek van het VK uit de Europese Unie.
- In de VS telt de O&O-hub van UCB in Boston, die opende in 2017, intussen meer dan 125 mensen die ons werk vooruitdrijven inclusief gerichte proteïnedegradatie, proteïnebiochemie en structurele biologie om ons te helpen nieuwe geneesmiddelen te ontdekken met als doel nieuwe patiëntenpopulaties te behandelen met ernstige neurodegeneratieve en immunologische ziekten.

"Voor mij betekent Betere Zorg dat dokters tijd nemen om te luisteren naar mijn bezorgdheden en naar het volledige plaatje kijken."
Amber, heeft psoriasis
Hoe we innoveren met anderen
Naast onze eigen O&O-inspanningen, zijn we steeds op zoek om samenwerkingen op te zetten die voortbouwen op onze wetenschap, waardoor we onze bestaande capaciteiten kunnen overstijgen en verder kunnen gaan in onze focus op specifieke patiëntenpopulaties. We verbreden onze expertise in chemie, biologie en gentherapie door samen te werken met andere biotechnologische en farmaceutische bedrijven, naast academische en onderzoeksorganisaties. In 2020 vonden meerdere boeiende ontwikkelingen plaats hieromtrent.
Zo breidde de aanwezigheid van UCB in de regio van Boston significant uit in april, toen we de afronding van onze overname van Ra Pharmaceuticals, Inc. aankondigden, een klinisch stadium biofarmaceutisch bedrijf gevestigd in Cambridge, Massachusetts. Ra Pharma is nu een volledige dochteronderneming van UCB. De overname verhoogt ons leiderschap in de ontwikkeling van oplossingen voor myasthenia gravis, een chonische neuromusculaire aandoening, door het Fase 3-medicijn zilucoplan, een peptide inhibitor van complement component 5 (C5) momenteel in Fase 3, toe te voegen aan de pijplijn van UCB, naast rozanolixizumab, UCB's antilichaam dat zich richt op FcRn, eveneens in Fase 3. Zilucoplan is een nieuwe experimentele molecule die ook wordt geëvalueerd als behandeling voor andere degeneratieve ziekten.
Dit werd in juni gevolgd door de overname van Engage Therapeutics,
een klinisch stadium farmaceutisch bedrijf dat Staccato® Alprazolam ontwikkelt voor de snelle beëindiging van epileptische aanvallen. Dit product combineert de Staccato® toedieningsmethode met het gevestigde benzodiazepine alprazolam. UCB ontwikkelt momenteel een klinisch programma om het gebruik ervan te onderzoeken als eenmalige reddingstherapie bij epileptische aanvallen in de ambulante omgeving.
In een dynamische wereld met veel nieuwe grenzen in wetenschap en technologie, omarmen we de nieuwste medische wetenschap. Daarom kondigden we eveneens de overname aan van Handl Therapeutics BV, een snelgroeiend bedrijf in transformatieve gentherapie, gevestigd in Leuven, België en een nieuwe samenwerking met Lacerta Therapeutics, een klinisch stadium bedrijf in gentherapie gevestigd in de VS. Dit zal ons helpen om de realisatie van onze ambities te versnellen in gentherapie, die het potentieel heeft om een fundamentele verandering te brengen in hoe ziekten behandeld worden, door ons van een behandeling naar ziekteverandering te brengen, en uiteindelijk tot een remedie.
We lanceerden een samenwerking met Roche om een antilichaambehandeling te ontwikkelen voor mensen die leven met de ziekte van Alzheimer, waarbij we Roche en haar dochteronderneming Genentech een exclusieve, wereldwijde licentie geven op UCB's bepranemab (UCB0107), een innovatieve antilichaambehandeling voor de ziekte. Roche en Genentech hebben een diepgaande en brede expertise, capaciteit en kennis in de behandeling van de ziekte van Alzheimer en deze samenwerking kan mensen die leven met de ziekte een nieuwe behandeloptie geven.

Ziektedomeinen en oplossingen
Het doel van UCB is om de onvervulde noden van patiënten die met een waaier van ernstige ziekten leven aan te pakken. In 2020 hebben we de ontwikkeling en aflevering van nieuwe oplossingen verdergezet om verschillende specifieke patiëntenpopulaties te ondersteunen in de volgende ziektedomeinen.
Psoriasis
Bij UCB zijn we toegewijd om de discussie, het begrip en de behandeling van dermatologische aandoeningen vooruit te helpen. We proberen de onvervulde noden van patiënten die leven met chronische inflammatoire huidaandoeningen te begrijpen en aan te pakken, bijvoorbeeld met effectievere, gemakkelijke behandelopties, betere toegang tot behandeling en uiteindelijk een gezondere huid.
Een van deze aandoeningen is psoriasis, een vaak voorkomende, inflammatoire aandoening met symptomen die vooral de huid aantasten, zoals rode vlekken of een huid bedekt met zilverachtige schilfers, gebarsten, bloedende huid of ernstige jeuk en putjes in de nagels. De aandoening komt in verschillende vormen, maar plaque psoriasis is de meest voorkomende, ongeveer 80 tot 90 procent van alle gevallen. Verschillende andere ernstige ziekten werden gelinkt aan psoriasis, waaronder diabetes, hartaandoeningen en artritis psoriatica, een chronische ziekte die ontsteking, zwelling en gewrichtspijn veroorzaakt.1
Vanwege de zichtbare en fysiek slopende aspecten eist psoriasis vaak een emotionele tol van patiënten, wat zelfbewustzijn, frustratie, vermoeidheid, depressie en zelfs zelfmoordgedachten veroorzaakt.2 Aangezien onderzoek de ernstige, systemische effecten van psoriasis blijft aantonen, zijn er nu nieuwe onderzoeksbenaderingen nodig om de gezondheid en het leven van psoriasispatiënten te verbeteren – en UCB bleef in dit opzicht in 2020 vooruitgang boeken.
In januari 2020 werd Cimzia® (certolizumab pegol), het biologisch agentium van UCB, goedgekeurd door de Japanse gezondheidsautoriteiten3 voor de behandeling van plaque psoriasis, artritis psoriatica, psoriasis pustulosa en psoriasis erythrodermie waarvoor bestaande behandelmethodes onvoldoende effectief zijn. De goedkeuring maakt van Cimzia® de eerste Fc-vrije, gePEGyleerde anti-TNF behandeloptie dat nu beschikbaar is voor deze patiënten in Japan.
In september kondigden we met trots aan dat zowel de Amerikaanse voedsel- en geneesmiddelenadministratie (FDA) en het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) de indieningen van de marketingaanvraag voor bimekizumab aanvaard hebben voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige plaque psoriasis, als gevolg van de positieve resultaten van drie Fase 3-studies.4 Bovendien vergeleek de Fase 3-studie BE RADIANT UCB's experimentele molecule bimekizumab met secukinumab voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige plaque psoriasis en behaalde de primaire eindpunten. Deze studies ondersteunen de mogelijke waarde van bimekizumab voor snelle, volledige en duurzame huidklaring, indien goedgekeurd door de gezondheidauthoriteiten.
Reumatoïde artritis (RA)
Reumatoïde artritis (RA) is een progressieve zieke die chronische gewrichtsontstekingen veroorzaakt en vooral bij vrouwen voorkomt.
In Europa is Cimzia®(certolizumab pegol) het biologisch geneesmiddel UCB in combinatie met methotrexaat (MTX) aangegeven voor de behandeling voor matige tot ernstige actieve reumatoïde artritis bij volwassen patiënten wanneer het antwoord op ziekteveranderende antireumatische medicijnen (DMARD's), inclusief MTX, inadequaat is geweest. Cimzia® kan toegediend worden als monotherapie in geval van intolerantie voor MTX of wanneer voortgezette behandeling met MTX ongepast is. Cimzia® in combinatie met MTX is ook aangewezen voor de behandeling van ernstige, actieve en progressieve reumatoïde artritis bij volwassenen die voorheen niet behandeld werden met MTX of andere DMARD's. Het is aangetoond dat Cimzia®, in combinatie met MTX, de progressie van de gewrichtsschade, gemeten op röntgenfoto's, vermindert en de lichamelijke functie verbetert.
Cimzia® is in de Verenigde Staten aangegeven voor de behandeling van volwassenen met matig tot ernstig actieve reumatoïde artritis.
Onze vooruitgang op het gebied van RA maakt deel uit van onze bredere, voortdurende inspanningen om patiënten te ondersteunen die leven met een reeks chronische ontstekingsaandoeningen, waaronder axiale spondyloartritis (axSpA) en artritis psoriatica (PsA). We blijven werken aan het ontwikkelen van gedifferentieerde oplossingen voor dergelijke ziekten, om te helpen de levenskwaliteit van de patiënten te verbeteren in de komende jaren.
3 https://www.ucb.com/stories-media/Press-Releases/article/CIMZIA-certolizumab-pegol-now-Available-for-Patients-in-Japan-living-with-Multiple-Psoriatic-Diseases
1 Wilson, F. C., Icen, M., Crowson, C. S., McEvoy, M. T., Gabriel, S. E., & Kremers, H. M. (2009). Incidence and clinical predictors of artritis psoriatica in patients with psoriasis: a population-based study. Arthritis Rheum, 61(2), 233-239. doi:10.1002/art.24172
2 Bhosle M. Quality of life in patients with psoriasis. Health Qual Life Outcomes. 2006, 4 35. Online publicatie 6 juni 2006.
4 https://www.ucb.com/stories-media/Press-Releases/article/UCB-Achieves-Important-Regulatory-Milestone-for-Bimekizumab
Epilepsie
In 2020 werkten we verder aan ons leiderschap in epilepsie. Het bestaande productportfolio van UCB voor het beheer van epilepsiesymptomen omvat Keppra®, Vimpat®, Briviact® en Nayzilam® (enkel in de VS)
Het is onze ambitie om specifieke patiëntenpopulaties met epilepsie een gevarieerde set van gedifferentieerde oplossingen te bieden gebaseerd op geneesmiddelen en versterkt door technologie. Met de ervaringen en resultaten die we mogelijk maken, streven we ernaar patiënten vandaag van hun symptomen te bevrijden en morgen antiepileptogene opties aan te bieden, zodat ieder van hen het leven kan leiden dat ze willen. Onze recente overname van Engage Therapeutics, een klinisch stadium farmaceutisch bedrijf dat Staccato® Alprazolam ontwikkelt voor de snelle beëindiging van epileptische aanvallen, zal deze inspanningen verder ondersteunen.
Wereldwijd leven miljoenen mensen met epilepsie5 , een aandoening die gekenmerkt wordt door terugkerende aanvallen. Ongeveer de helft van de mensen met nieuw vastgestelde diagnose van epilepsie worden aanvalvrij met hun eerste epilepsiemedicijn, maar ongeveer een derde van de mensen met epilepsie leeft verder met ongecontroleerde aanvallen omdat er geen beschikbare behandeling is die volledig werkt voor hen.
Het doel van een behandeling is om patiënten en zo normaal mogelijk leven te laten leiden, zonder aanvallen en met minimale of geen neveneffecten, maar de keuze van de behandeling moet voorzichtig bepaald worden op maat van elke patiënt en hun type aanval. In de komende jaren stellen we ons als doel om de detectie, het beheer en de behandeling van epileptische aanvallen te verbeteren met een aanbod dat digitale technologie integreert met input van de patiënt om de klinische beslissingen te leiden.
We behaalden een aantal mijlpalen rond epilepsie in 2020, die ons allemaal in staat stellen om waarde te blijven leveren voor patiënten die met deze aandoening leven en om oplossingen te ontwikkelen voor onvervulde noden in de epilepsiegemeenschap.
- In 2020 werd Nayzilam® (midazolam) Neusspray CIV verder uitgerold in de VS, de eerste nasale reddingsbehandeling voor epileptische aanvalclusters in de VS.
- In december keurde het Chinese Centrum voor Medicijnevaluatie (CME) de monotherapie-indicatie goed bij patiënten met partieel beginnende aanvallen (POS) voor de Keppra® (levetiracetam) injectie, voor intraveneus gebruik.
- In augustus deelden we resultaten van onze Fase 3-studie voor Vimpat® (lacosamide), die aantoonden dat een adjuvante behandeling met lacosamide bij patiënten van 4 jaar en ouder met idiopathische gegeneraliseerde epilepsie leidden tot een significant lager risico op het ontwikkelen van tweede primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen en een significant hogere bevrijdingsgraad van deze aanvallen.6
- In november keurde de Amerikaanse Voedsel- en Geneesmiddelenadministratie (FDA) Vimpat® goed als adjuvante therapie in de behandeling van primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen (PGTCS) bij patiënten met epilepsie van 4 jaar en ouder. Dit zijn de ernstigste aanvallen, die een groot risico betekenen voor de gezondheid en het welzijn van patiënten die eraan lijden. De FDA keurde eveneens het gebruik van Vimpat® IV goed bij pediatrische patiënten van 4 jaar en ouder met partieel beginnende aanvallen (POS) of primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen.
- In december keurden het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) en het Japanse Ministerie van Gezondheid, Werk & Welvaart (MHLW) Vimpat® goed als adjuvante therapie in de behandeling van primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen bij volwassenen, adolescenten en kinderen vanaf 4 jaar met idiopathische gegeneraliseerde epilepsie.
- In maart kondigde UCB aan dat de Fase 2b-studie van padsevonil bij medicijn-resistente epilepsiepatiënten er niet in geslaagd was om een significante impact aan te tonen. Hoewel het product over het algemeen goed verdragen werd en veilig was, leidde verdere data-analyse UCB ertoe om het programma te beëindigen omdat het niet voldoende voordeel bood aan patiënten die leven met epilepsie tegenover het product dat werd gebruikt bij bestaande anti-epilepsiebehandelingen.
5 Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) Factsheet over Epilepsie, gepubliceerd op 20 juni 2019, geconsulteerd op 30 november 2020 via https://www.who.int/en/news-room/ fact-sheets/detail/epilepsy
6 Vossler DG, Knake S, O'Brien TJ On behalf of the SP0982 co-investigators, et al then Efficacy and safety of adjunctive lacosamide in the treatment of primary generalised tonic-clonic seizures: a double-blind, randomised, placebo-controlled trial then Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry 2020;91:1067-1075
Osteoporose
Een aandoening die disproportioneel meer vrouwen treft is osteoporose, gekenmerkt door een lage botmassa en verslechtering van de microarchitectuur van het bot. Dit maakt het bot zwak en breekbaar en verhoogt het risico op breuken. UCB is toegewijd om oplossingen te bieden die de levens van patiënten die met deze ziekte leven te verbeteren. Door te investeren in behandelingen en therapieën, maar ook in botonderzoek, innovatie, post-fractuurzorg en opleiding, kunnen we collectief oplossingen brengen die een positieve impact hebben op patiëntenlevens.
In 2020 voerde UCB een onderzoek bij bijna 1 000 vrouwen1 ouder dan 60 om hun ervaringen met osteoporose beter te begrijpen – en de resultaten suggereerden dat velen (65 procent) vinden dat de aandoening verwaarloosd wordt. 85 procent van de respondenten van het onderzoek waren het er eveneens over eens dat de gezondheidsdiensten meer zouden moeten doen om prioriteit te geven aan osteoporose, waarbij velen speculeerden dat de aandoening meer prioriteit zou krijgen als deze ook jongere mensen zou treffen.
Deze bevindingen geven ook bezorgdheden weer van gezondheidswerkers: uit een ander onderzoek van UCB2 , gepubliceerd door botspecialisten en ook uitgevoerd in 2020, bleek dat 66 procent osteoporose als een verwaarloosde aandoening beschouwt, terwijl slechts 10 procent van de specialisten van mening is dat osteoporose en botbreuken door verzwakking momenteel een voldoende hoge prioriteit krijgen van hun lokale gezondheidsinstantie.
Evenity®3 (romosozumab), een botvormend monoklonaal antilichaam voor de behandeling van osteoporose, kende zijn eerste Europese lancering in maart 2020. Evenity® is gezamenlijk ontwikkeld en gezamenlijk gecommercialiseerd door UCB en Amgen.
Myasthenia gravis (MG)
Myasthenia gravis (MG) is een zeldzame, chronische, auto-immune, neuromusculaire aandoening waar het immuunsysteem van het lichaam zich verkeerdelijk richt op de verbinding tussen de zenuwen en de spieren. Bij mensen die leven met MG antwoorden willekeurige spieren niet goed op de signalen die de hersenen uitsturen. De voornaamste symptomen zijn extreme spierzwakte en vermoeidheid.
Bovendien verergert de ernst van de spierzwakte na verloop van tijd, wat 'spiervermoeibaarheid' wordt genoemd, en in zeldzame gevallen kan de zwakte levensbedreigend zijn, wanneer mensen het vermogen verliezen om te slikken of te ademen. Aangezien de eigenlijke symptomen van MG breed variëren, ervaren individuen de ziekte op een heel persoonlijke manier, wat ernstige onzekerheid kan veroorzaken.4
Als onderdeel van onze voortdurende toewijding aan patiëntenpopulaties die onvoldoende geholpen worden, blijft UCB behandelingen onderzoeken die patiënten kunnen ondersteunen die leven met myasthenia gravis. Zilucoplan is een kleine peptide inhibitor van complement component 5 (C5) die we ontwikkelen voor de behandeling van MG, momenteel in Fase 3. Ook in onze pijplijn zit rozanolixizumab, het experimenteel gehumaniseerd monoklonaal igG-antilichaam, dat zich ook in Fase 3 bevindt.
Systemische lupus erythematosus (SLE)
Systemische lupus erythematosus (SLE), ook bekend als lupus, is een ernstige, levensveranderende chronische auto-immuunziekte die voorkomt wanneer het immuunsysteem van het lichaam de eigen gezonde weefsels en organen aantast. Een ontsteking veroorzaakt door SLE kan veel verschillende lichaamssystemen aantasten, inclusief de huid, gewrichten, nieren, bloedcellen, hersenen, hart en longen. Het leidt vaak tot onomkeerbare schade aan orgaanfuncties. SLE wordt vaak gekenmerkt door episodes bekend als opflakkeringen, wanneer tekenen en symptomen verergeren, en remissies, wanneer de ziektesymptomen opnieuw verbeteren of zelfs verdwijnen. De ziekte kan echter ook consistent actief zijn.5 De geneesmiddelen die momenteel beschikbaar zijn voor SLE bieden vaak slechts een gedeeltelijke verbetering. Ze worden vaak geassocieerd aan significante neveneffecten en kunnen na een tijd hun effectiviteit verliezen.
UCB investeert al verschillende jaren in het ontwikkelen van oplossingen voor lupus en 2020 kende verschillende ontwikkelingen op dit vlak. In maart 2020 hebben UCB en haar partner Biogen de eerste patiënten aan het Fase 3-programma met een nieuw geneesmiddel, dapirolizumab pegol, toegevoegd bij patiënten met actieve systemische lupus erythematosus (SLE) ondanks de standaard zorgbehandeling. De eerste hoofdresultaten worden verwacht in 2024.
3 Goedgekeurd in de EU, Israël, Hong Kong, Macau en Zwitserland voor behandeling van ernstige osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met hoog risico op fracturen. Goedgekeurd in de VS, Canada, Taiwan, VAE, Thailand, Qatar en Brazilië voor de behandeling van osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met hoog risico op fracturen. Goedgekeurd in Japan en Zuid-Korea voor de behandeling van osteoporose van vrouwen en mannen met hoog risico op fracturen. Goedgekeurd in Australië voor de behandeling van osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met een hoog risico op fracturen en als een behandeling om botmassa te verhogen bij mannen met osteoporose met een hoog risico op fracturen.
4 https://www.ucb.com/disease-areas/Myasthenia-gravis
1 https://www.ucb.com/patients/magazine/detail/article/Osteoporosis-patients-believe-their-condition-is-neglected
2 https://www.ucb.com/stories-media/press-releases/article/Experts-consider-osteoporosis-to-be-a-silent-epidemic-which-is-neglected-and-under-addressed-according-to-new-survey-releasedtoday
5 https://www.ucb.com/disease-areas/Lupus
Onze pijplijn
psoriasis
zilucoplan (C5)
IMNM

IMNM: Immuun Gemedieerde Necrotizerende Myopathie
Zilucoplan bij COVID-gerelateerde ARDS door de Universiteit Gent (België), medical Research Council (VK) & COMMUNITY Trial (VS) Zilucoplan bij amyotrofische laterale sclerose (ALS) door HEALY ALS Platform Trial
* In partnerschap met Biogen
thauopathieën
6 projecten
Toegang bieden tot onze oplossingen
Ons doel is dat tegen 2030 alle patiënten die onze geneesmiddelen nodig hebben in landen waar we actief zijn, hiertoe toegang zullen hebben.
In lijn met duurzaamheid als onze bedrijfsaanpak, en ons engagement voor VN SDG #3 (gezonde levens verzekeren en welzijn bevorderen voor iedereen op alle leeftijden), werken we in de landen waar we actief zijn om toegang tot onze oplossingen mogelijk te maken voor alle patiënten die ze nodig hebben, op een manier die leefbaar is voor patiënten, de maatschappij en UCB. Bovendien focussen we op het verbeteren van toegang tot kwaliteitszorg en -geneesmiddelen voor mensen met epilepsie in landen met lage en gemiddelde inkomens1 . We erkennen dat er veel uitdagingen kunnen zijn die toegang tot geneesmiddelen kunnen verhinderen, inclusief de duurtijd om nieuwe geneesmiddelen beschikbaar te stellen op een markt, terugbetalingspraktijken en betaalbaarheid.
We focussen op de onvervulde noden van patiënten en op de vroegtijdige identificatie van de juiste patiënten die baat kunnen hebben bij onze geneesmiddelen.
Wij streven ernaar de billijke toegang voor patiënten te verbeteren door de toegang tot onze oplossingen tijdig veilig te stellen, de vooruitgang inzake toegang en betaalbaarheid te meten en de waarde van geneesmiddelen voor patiënten, gezondheidszorgsystemen en de samenleving beter aan te tonen. UCB wil deel uitmaken van de oplossing voor billijke toegang aan de hand van ontwikkeling en implementatie van innovatieve, gedifferentieerde oplossingen die aantoonbare waarde bieden aan patiënten – en hun leven nu en in de toekomst verbeteren.
Op basis hiervan hebben we toegang gedefinieerd als de mogelijkheid van een patiënt om het geneesmiddel dat ze nodig hebben tijdig te verkrijgen.
Risico's gerelateerd aan toegang worden opgenomen in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
De juiste patiënten vroegtijdig identificeren
Identificeren welke patiënten toegang nodig hebben tot onze geneesmiddelen is een belangrijke overweging voor patiënten met onvervulde noden en belangrijke externe belanghebbenden in de gezondheidszorgsector. Wanneer we toegang verzekeren tot onze oplossingen, willen we vertrouwen hebben dat we geen patiënten achterlaten die er baat bij zouden hebben.
belangrijke vragen overwogen en aangepakt zijn wanneer we onze klinische studies opbouwen en onze geneesmiddelen ontwikkelen.
- Hebben we de onvervulde noden die gezien werden bij de patiëntenpopulaties waar we op mikken geïdentificeerd en volledig begrepen?
- Capteren we de populaties die het meest baat hebben in onze klinische studies?
Tijdig toegang verzekeren
In bepaalde markten kan de tijd die nodig is om een nieuw geneesmiddel terug te betalen significante vertragingen veroorzaken in toegang voor patiënten tot deze nieuwe therapieën. UCB werkt aan een snellere afhandeling van deze toegangsprocessen voor geneesmiddelen van UCB dan het gemiddelde in de sector, in een poging om ervoor te zorgen dat patiënten tijdig toegang hebben tot onze oplossingen. In landen als de VS steunen wij beleid dat een tijdige beoordeling van en toegang tot nieuwe geneesmiddelen voor patiënten aanmoedigt en verzetten wij ons tegen beleid dat de toegang voor patiënten zou kunnen vertragen.
IQVIA, een leider in data, technologisch en geavanceerde analyse in gezondheidszorg, berekende de gemiddelde tijd die de industrie nodig heeft om deze terugbetalingsstappen te voltooien, waarbij ze bouwen op hun werk met EFPIA (Europese Federatie voor Farmaceutische Industrieën en Verenigingen) in hun WAIT-onderzoek (EFPIA Patiënt W.A.I.T. Indicator 2019 Survey, 2020 IQVIA). UCB werkte samen met IQVIA om deze analyse uit te breiden naar alle landen waar UCB actief is, om een referentie te bepalen die UCB wil overschrijden. UCB engageert zich eveneens om deze maatstaf elk jaar bij te werken, aangezien we weten dat de toegangsomgeving constant verandert.
Vooruitgang meten in toegankelijkheid en betaalbaarheid
Om onze toegangsdoelstelling te kunnen bereiken, is het belangrijk voor ons om te weten hoe we vandaag presteren. In 2020 hebben we on onderzoek rond toegangsprestatie versterkt voor onze belangrijkste geneesmiddelen. Deze analyse ging van start met een eerste beschouwing van 14 landen (België, China, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Italië, Japan, Nederland, Noorwegen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten [Medicaid, Medicare en Commerciële verzekering] en Zweden) voor vier producten (Briviact®, Cimzia®, Evenity®, and Vimpat®).
Als deel van dit engagement werken we om te verzekeren dat deze
1 Voor het fiscaal jaar 2021 en in overeenstemming met Wereldbank. Volgens de berekeningsmethoden van Atlas worden economieën met een laag inkomen gedefinieerd als economieën met een BNI per hoofd van de bevolking van USD 1 035 of minder in 2019; economieën met een laaggemiddeld inkomen hebben een BNI per hoofd van de bevolking tussen USD 1 036 en USD 4 045; economieën met een hooggemiddeld inkomen hebben een bni per hoofd van de bevolking tussen USD 4 046 en USD 12 535; economieën met een hoog inkomen hebben een bni per hoofd van de bevolking van USD 12 536 of meer.
Met de basislijn die voor deze landen is vastgesteld en waarover in ons prestatiegedeelte wordt gerapporteerd, werken wij aan een betere toegang voor patiënten die onze geneesmiddelen nodig hebben. We engageren ons om toegang te verlenen aan al deze patiënten tegen 2030 en zo zal onze prestatie elk jaar geëvalueerd en vrijgegeven worden en vergeleken met onze basislijn van het vorige jaar om te verzekeren dat we op schema zitten om onze engagementen na te komen.
Ter ondersteuning van onze inzet voor toegang, is betaalbaarheidsinformatie voor de producten van UCB in de VS beschikbaar voor patiënten en alle belanghebbenden op onze website. Bovendien hebben we dit jaar ons bestaande Patiënten Assistentie Programma (PAP) uitgebreid om in aanmerking komende patiënten die impact ervoeren door COVID-19 te helpen door te verzekeren dat ze ononderbroken toegang kosteloos toegang krijgen tot hun geneesmiddelen. Deze wijziging helpt patiënten die moeilijkheden ervaren om geneesmiddelen van UCB te betalen door jobverlies, ziekteverlof of verlies van verzekeringsdekking. We nemen ook deel aan verschillende bijkomende programma's met als doel het helpen van mensen die impact ervaren door de pandemie hun noodzakelijke therapie te blijven volgen.
In 2020 bleef onze nettoprijsverandering (na kortingen) in de VS in lijn met inflatie met een gemiddelde van 0,4% in het productportfolio van de VS (wijziging van de lijstprijs was gemiddeld 5%). Op productniveau was de grootste enkelvoudige percentagewijziging een verhoging van 7% van de lijstprijs en een netto prijswijziging van 0,5% van 2019 tegenover 2020.
Ondersteunen van betere erkenning van de waarde van geneesmiddelen.
Wij blijven ervoor pleiten dat de samenleving de waarde van geneesmiddelen beter erkent en de toegang tot geneesmiddelen maximaliseert, waarbij een evenwicht moet worden gevonden tussen de betaalbaarheid voor de patiënt en voor het land. We nemen een waardegedreven aanpak door de waarde te bepalen voor specifieke patiënten, de maatschappij en gecapteerd in de markt van de gezondheidszorg. Deze aanpak houdt het beschouwen van de patiënten met onvervulde noden in die baat kunnen hebben bij onze therapieën en het focussen op aantoonbare waarde voor deze patiënten, wat hun levens verbetert vandaag en in de toekomst. Voor nieuwe lanceringen zullen we deze aanpak blijven gebruiken om onze contracten te onderbouwen, gekoppeld aan bewijsmateriaal dat wij genereren.
Bij het bevorderen van een omgeving waarin waarde wordt beloond en voortdurende innovatie wordt aangemoedigd, zetten wij ons in om ervoor te zorgen dat de stem van de patiënt en bewijsmateriaal uit de medische praktijk (BMP) worden opgenomen in kwaliteitsmaatregelen voor de gezondheidszorg en waardebeoordelingen.
Om de toegang tot de geneesmiddelen van UCB voor patiënten in de VS te helpen verbeteren, wil UCB waardegebaseerde contracten (WBC's) aangaan die achter de bewezen resultaten staan van de geneesmiddelen van UCB en de toegang en betaalbaarheid verbeteren. Dit is een hoeksteen voor de wijze waarop wij WBC's evalueren en blijft een strategische noodzaak om tot deze regelingen te besluiten. Onze WBC's zijn ontworpen om positieve resultaten te versterken voor patiënten en waarde te leveren voor het Amerikaanse gezondheidszorgsysteem, waarbij een waaier aan prestatie-indicatoren gebruikt wordt om hun impact te evalueren. UCB heeft meerdere WBC's lopen, waaronder overeenkomsten met invloedrijke regionale en nationale zorgbetalers en Medicaid op het gebied van epilepsie en chronische inflammatoire aandoeningen.
Hoewel de structuren van deze contracten kunnen variëren omdat ze gecocreëerd zijn om een antwoord te bieden aan de unieke noden van de patiëntenpopulatie en de mogelijkheden op vlak van data van een specifieke zorgbetaler, blijven we gericht op het bieden van patiëntgerichte oplossingen en betaalbare toegang voor patiënten tot het juiste geneesmiddel op het juiste moment. Aangezien BMP een belangrijk element is om waarde te berekenen, heeft UCB ook een akkoord met Aetion aangekondigd, een leider in BMP om het genereren van bewijs te versterken om WBC's te laten vooruitgaan. Dankzij de analysecapaciteiten van Aetion kunnen we snel reageren op vragen van betalers over de doeltreffendheid en de waarde die onze producten genereren: zo zijn we nu in staat om relevante analyses binnen twee tot drie weken met zorgbetalers te delen, in plaats van de drie tot vier maanden die voorheen nodig waren. Als onderdeel van onze digitale bedrijfstransformatie geloven we dat partnerschappen als dit onze capaciteiten vooruit zullen helpen om sneller onvervulde patiëntennoden te kunnen analyseren en evalueren.
Verbeteren van toegang tot kwaliteitszorg en -geneesmiddelen voor patiënten met epilepsie in landen met lage en gemiddelde inkomens.
Voortbouwend op de ervaring die wij hebben opgedaan met onze lopende gemeenschapsprojecten in Afrika en Azië, hebben wij in 2020 een toekomstgericht kader bepaald voor toegang en behandeling voor patiënten met epilepsie in landen met een lage en gemiddelde inkomens. Vanaf nu zullen we onze inspanningen inzake innovatie en partnerschappen toespitsen op nieuwe waardeketen- en ondernemingsmodellen en in 2021 starten met de implementatie van een sociale ondernemingsaanpak, met de focus op twee eerste pilootprojecten in India en Rwanda. We zullen verslag uitbrengen over de eerste vooruitgang van deze nieuwe aanpak bij UCB tegen eind 2021.
UCB blijft focussen op het ontwikkelen en implementeren van innovatieve, gedifferentieerde oplossingen die aantoonbare waarde leveren aan patiënten – en gezondheidszorgsystemen wereldwijd – waarbij we levens verbeteren nu en in de toekomst.
"In ons centrum, gaat Betere Zorg over een holistische aanpak om het volledige patiëntentraject te verbeteren."
Dr. Ng, King's College
Samenwerken voor betere zorg
We zijn ervan overtuigd dat we door het opbouwen en onderhouden van belangrijke partnerschappen met belanghebbenden onze belofte kunnen waarmaken om waarde te creëren voor patiënten, nu en in de toekomst. Dit is ook ingekapseld in ons engagement tegenover Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling #17 Partnerschap voor de Doelstellingen – die onze collaboratieve aanpak bij heel UCB onderstreept.
Betere zorg en behandelingen voor patiënten leveren is een ambitie die een alleenstaand bedrijf ver overstijgt, en samenwerken met gelijkgestemde bedrijven, organisaties en verenigingen is kritisch om onze impact uit te breiden, zowel voor patiënten die onze hulp het meest nodig hebben, als voor de bredere gemeenschappen waarin we werken en leven. Hiertoe ging UCB een aantal nieuwe partnerschappen aan in 2020, inclusief in het domein van digitale transformatie – die het ons allemaal mogelijk maken om onze innovatieve capaciteiten te vergroten en te verbreden.
De toekomst van de zorg digitaliseren
We gingen een nieuw project aan met doc.ai, een bedrijfsplatform voor artificiële intelligentie (AI) om een digitaal gezondheidsonderzoek voor patiënten met myasthenia gravis te lanceren. Onze samenwerking met doc.ai, die startte met een initieel pilootonderzoek van 10 weken waarbij informatie verzameld werd van patiënten met MG via een app,wil smartphones gebruiken om stem- en gezichtspatronen te herkennen bij mensen met MG om een AI-model te bouwen dat biomarkerhandtekeningen linkt aan klinische symptomen. Het gebruik van AI, dat een consistentere, preciezere en frequentere lezing kan verzekeren van symptomen dan mogelijk is door enkel menselijke observatie, zal onderzoekers wereldwijd helpen om de symptomen van deze complexe ziekte beter te begrijpen, identificeren en onderscheiden, en verbeterde behandelingen te ontwikkelen.
"Het begrip verbeteren, vanuit het perspectief van de patiënt, over de dagelijkse ervaring van leven met myasthenia gravis is dringend nodig. Enkel dan kunnen we focusen op het verbeteren van individuele resultaten en ervaringen."
Chris, Head of Mission, Rare Diseases, UCB
Intussen geeft onze samenwerking met het netwerk voor gezondheidsonderzoek TriNetX ons toegang tot een wereldwijde bron van elektronische gezondheidsdossiers (EGD), na goedkeuring en controle. We kunnen nu geïntegreerde gezondheidsdata van miljoenen patiënten bijna in real-time analyseren, inclusief patiënten met uiterst zeldzame ziekten; preciezere voorspellingen en realistische klinische onderzoeksplannen maken en leveren; en testen efficiënter en goedkoper laten verlopen door plaatsen te identificeren waar voldoende patiënten zijn.
Academische samenwerkingen
UCB blijft investeren in therapieën en behandelingen voor de ziekte van Parkinson, de op een na meest voorkomende neurodegeneratieve ziekte, die zes miljoen mensen wereldwijd treft.1 Momenteel is er een gebrek aan delicate, objectieve en kwantitatieve diagnostische metingen van het relevante functioneel vermogen, die nochtans essentieel zijn voor een nauwkeurige diagnose en opvolging. Om deze uitdagingen aan te pakken, heeft UCB het onderzoek QUantification In Parkinsonism (OxQUIP) van de Universiteit van Oxford ondersteund, dat als doel heeft om manieren te ontwikkelen om accuraat neurologische aandoeningen te meten aan de hand van precieze metingen van subtiele abnormaliteiten in de timing, snelheid en coördinatie van een aantal bewegingen bij patiënten in verschillende stadia van progressie.
In de VS werkt UCB ook samen met verschillende onderzoeksinstellingen, bijvoorbeeld om de huidige stand van zaken van epilepsie en zorg beter te begrijpen. In 2020 hield dit een samenwerking in met Arizona State University (ASU) om onderzoek te lanceren over de potentiële correlatie tussen Sociale Determinanten van Gezondheid (SDG) – de omstandigheden waarin mensen worden geboren, opgroeien, leven, werken en oud worden – en epilepsieresultaten op gemeenschapsniveau. We hopen dat de bevindingen van het onderzoek zullen helpen om nieuwe deuren te openen om patiënten te ondersteunen naar toegang tot de gepaste behandelingen. UCB ondersteunt ook de Indiana University's School of Nursing in hun onderzoek naar de huidige stand van zaken van voorlichtingsmateriaal dat gebruikt wordt in Amerikaanse spoedafdelingen en epilepsieklinieken, om nieuw-gediagnosticeerde patiënten te helpen beter hun weg te vinden in de zorg en het pad te effenen voor vernieuwde hulpmiddelen voor epilepsiepatiënten die getest kunnen worden in de omgeving van spoedafdelingen.
We gingen een boeiende meerjarige samenwerking aan met Stanford Medicine als onderdeel van onze digitale bedrijfstransformatie, om unieke oplossingen te ontwikkelen die klinische, echte wereld- en andere datasets combineren – samen met de vereiste expertise – om te identificeren welke patiënten het best zullen reageren en uiteindelijk, betere patiëntenresultaten te leveren. Het eerste project zal focussen op hidradenitis suppurativa (HS), ook bekend als acne inversa, een immunologische huidziekte. UCB en Stanford Medicine zijn van plan digitale fenotypering, computationele ontdekking van pathogene mechanismen, en de ziektelast en maatschappelijke ervaring te onderzoeken voor mensen die leven met ernstige ziekten zoals HS. Door de klinische en echte-levendata en wetenschappelijke innovatie van UCB en Stanford te combineren, kunnen we duurzame waarde creëren voor patiënten.
We werden ook lid van Capture the Fracture, een nieuwe samenwerking tussen UCB, de International Osteoporosis Foundation (IOF), Amgen en de Universiteit van Oxford om de wereldwijde last op de volksgezondheid van botbreuken ten gevolge van osteoporose te verlagen. Geschat wordt dat meer dan 200 miljoen mensen wereldwijd2 lijden aan deze degeneratieve botaandoening, wat leidt tot een schatting van een breuk om de drie seconden3 . Capture the Fracture, dat oorspronkelijk werd gelanceerd door de IOF, helpt om proactief coördinatieprogramma's rond post-fractuurzorg (PFZ) te implementeren in ziekenhuizen en gezondheidszorgsystemen om patiënten te helpen om opeenvolgende breuken te voorkomen. Dit wereldwijde partnerschap zal zich richten op belangrijke regio, waaronder Azië-Pacific, Latijns-Amerika, het Midden-Oosten en Europa, met als einddoel het aantal heup- en wervelfracturen te verminderen.
In 2020 lanceerde UCB een nieuwe wereldwijde campagne om bewustwording te creëren rond de onvervulde noden van vrouwen die leven met chronische ontstekingsziekten. De wereldberoemde Grand Slam-tenniskampioene Caroline Wozniacki werkte samen met UCB als gezicht van de campagne met de titel Advantage Hers.
Als hoogst gerangschikte atlete bij wie de diagnose reumatoïde artritis is gesteld terwijl ze nog professioneel tennist, weet Caroline uit eerste hand hoe moeilijk het is om dagelijks met een chronische ziekte te leven, en welke gevolgen een te late diagnose kan hebben. Geïnspireerd door Carolines eigen ervaringen reikt de campagne Advantage Hers vrouwen hulpmiddelen aan die ze nodig hebben om hun eigen behandelings- en beheerplan op te bouwen samen met hun professionele zorgverlener en zich gesterkt voelen om een actievere rol op te nemen in hun zorg.

"Ik wil verbinding maken met zo veel mogelijk vrouwen met chronische ontstekingsziekten over de hele wereld. Samen kunnen we elkaar steunen om de bovenhand te nemen over onze aandoeningen – een kleine
overwinning per keer."
Caroline Wozniacki, Grand Slam-winnares
3 International Osteoporosis Foundation. Capture The Fracture – A global campaign to break the fragility fracture cycle
2 Reginster JY, Burlet N. Osteoporosis: A still increasing prevalence. Bone 2006;38 (2 Suppl 1):S4-S9
(oktober 2012). http://share.iofbonehealth.org/WOD/2012/report/WOD12-Report.pdf. Bezocht op 11 maart 2020.
Betrokkenheid bij belangenorganisaties


UCB is lid van verschillende industriële verenigingen wereldwijd, waaronder de Internationale Federatie van Farmaceutische Fabrikanten & Verenigingen waarvan Jean-Christophe Tellier, de Chief Executive Officer van UCB en Voorzitter van het Uitvoerend Comité, Voorzitter is. We zijn eveneens lid van de Europese Federatie van Farmaceutische Industrieën en Verenigingen, de Farmaceutisch Onderzoek en Fabrikanten van Amerika in de VS, de Biotechnology Innovation Organization in de VS, het op O&O gebaseerde Farmaceutische Associatiecomité (RDPAC, China), en Japan Pharmaceutical Manufacturers Association (JPMA, Japan).
UCB is ook lid van verschillende lokale kamers van koophandel, belangenorganisaties in de gezondheidszorg, en initiatieven voor duurzame ontwikkeling, en is vertegenwoordigd in de raad van verschillende Belgische handelsverenigingen en -organisaties.
UCB neemt ook deel aan verschillende andere internationale en regionale verenigingen die belanghebbenden samenbrengt om samen te werken aan belangrijke onderwerpen waar we onze expertise kunnen brengen en leren van anderen, om oplossingen te bieden aan de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen. Dit omvat organisaties zoals:

Als deel van ons breder engagement bij VN SDG #3 om gezonde levens te verzekeren en welzijn te promoten voor alle leeftijden, maken we deel uit van Access Accelerated, een wereldwijd initiaitef om niet-overdraagbare ziekten (NOZ's) aan te pakken.

UCB maakt deel uit van "the Shift" en werkt aan het co-creëren van duurzame bedrijfsmodellen in België.

UCB is een van de 21 bedrijven die samenwerken aan een efficiënte, effectieve en hoogwaardige levering van nieuwe geneesmiddelen

We werken samen om de productintegriteit en transparantie in de toeleveringsketen met TAPA te waarborgen

UCB maakt deel uit van PFMD bij hun missie om samen met patiënten de toekomst van de gezondheidszorg te definiëren.

UCB investeert in het baanbrekende AMR Actiefonds, een initiatief van de farmaceutische industrie dat is ontwikkeld in samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie, de Europese Investeringsbank en het Wellcome Trust om een duurzame pijplijn van nieuwe antibiotica te verzekeren.

UCB is het enige biofarmaceutisch bedrijf dat momenteel vertegenwoordigd is in de raad van het Innovation and Value Initiative (IVI), een organisatie die zich wijdt aan de vooruitgang van de wetenschap en het verbeteren van de praktijk rond waarde-evaluatie in de Amerikaanse gezondheidszorg.


UCB ondersteunt het Center for Global Health Innovation, een organisatie die is ontstaan uit de fusie van de belangrijkste organisaties voor wereldwijde gezondheidszorg en biowetenschappen in de Amerikaanse staat Georgia. Ze vertegenwoordigt meer dan 250 organisaties en richt zich op het katalyseren van samenwerking, innovatie en coördinatie binnen het wereldwijde ecosysteem van de gezondheidszorg, gezondheidstechnologie en biowetenschappen.
UCB is lid van de Amerikaanse National Pharmaceutical Council (NPC), een onderzoeksorganisatie voor gezondheidsbeleid die zich inzet voor de vooruitgang van goed bewijs en wetenschap, en voor de bevordering van een omgeving die medische innovatie ondersteunt.

Zorgen voor onze mensen
De cultuur creëren waarin UCB collega's openbloeien, en zorgen voor elkaar, is essentieel om onze patiëntenwaarde ambitie waar te maken en om bredere maatschappelijke waarde te genereren.

"Bij UCB leggen we de lat steeds hoger en innoveren we voor de patiënten die we dienen en om de onvervulde noden van mensen met vormen van psoriasis aan te pakken."
Rhonda, Head of Dermatology V.S., UCB.
Stronger together, stronger than ever
Onze ambitie voor patiënten

Om onze ambitie waar te maken om mensen met ernstige ziekten het leven te laten leiden dat ze willen, moeten we de voorwaarden creëren voor alle UCB-medewerkers om open te bloeien. Dit is eveneens fundamenteel om duurzame bedrijfsgroei te realiseren voor UCB, naast het genereren van bredere maatschappelijke waarde.
Sociale risico's worden opgenomen in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
Medewerkers per regio

Gedurende 2020 en in de onzekerheid veroorzaakt door de COVID-19 crisis, stelde UCB zich tot doel om te verzekeren dat alle medewerkers zich steeds veilig en ondersteund voelden, en zorgde er ook voor dat ze konden blijven werken om het leven van patiënten te verbeteren en een positieve invloed uit te oefenen op de samenleving in haar geheel.
Naarmate de COVID-19-pandemie zich verder ontwikkelde, hebben we in maart 2020 een reisverbod ingesteld en alle medewerkers die thuis konden werken, verzocht dit te doen, en hun richtlijnen en informatie te geven over hoe ze zo veilig mogelijk konden blijven. Voor medewerkers die onmogelijk van thuis konden werken, hebben we strikte voorzorgsmaatregelen op vlak van gezondheid en veiligheid geïmplementeerd in alle vestigingen van UCB, inclusief grondige en frequentere reiniging en ontsmetting van werkplekken en voortdurend naleven van de richtlijnen voor sociaal distancing.
Dankzij ons flexwerkbeleid, onze IT-infrastructuur en ons ondersteuningsprogramma voor het welzijn van medewerkers, konden de collega's blijven werken om de blijvende levering van onze geneesmiddelen te waarborgen, zowel van thuis als in de productie en onderzoekscentra. We blijven de situatie opvolgen en passen onze ondersteuning voor medewerkers aan waar nodig. We hebben onze leiders ook uitgerust om zich bewust te zijn van de impact van COVID-19 op hun teamleden en om zorgzaam voor hen te zijn, met aandacht voor individuele situaties.
Als farmaceutisch bedrijf erkennen we de unieke expertise en ervaring van onze collega's en hun mogelijkheid om een belangrijke rol te spelen in de strijd tegen COVID-19. Hiertoe hebben we ook vrijwilligerswerk gefaciliteerd voor medisch opgeleid personeel van UCB die hun lokale teams in gezondheidzorg wensten te ondersteunen.
Organisatiemodel


Onze werkwijzen evolueren
2020 toonde aan dat we in omstandigheden kunnen werken die we ons nooit ingebeeld hadden – we zijn wendbaarder, werken meer samen en zijn innovatiever. Desondanks waren we in staat om trouw te blijven aan onze waarden van transparantie, respect en integriteit doorheen de organisatie.
Al onze collega's toonden een opmerkelijke veerkracht en aanpassingvermogen doorheen 2020 en we implementeerden verschillende programma's rond welzijn en ondersteuning om medewerkers te helpen zich aan te passen aan de nieuwe manieren van werken. Het ging onder meer om middelen voor de geestelijke gezondheid, hulpmiddelen voor medewerkers om hun gezin te beheren en thuis les te geven, hulpfondsen voor mensen die ernstige en ongewone moeilijkheden ondervonden als gevolg van de pandemie, en opleidingen op afstand in persoonlijk energiebeheer en ergonomische richtlijnen voor thuiswerk. We gaven alle medewerkers van UCB eveneens vrije dagen om vrijwilligerswerk te kunnen doen in hun gemeenschappen en implementeerden ook een bedrijfsbrede 'disconnection day', waarbij al onze mensen een extra dag rust kregen van de professionele beproevingen en om burn-out te vermijden.
Voor de pandemie was UCB onze manieren van werken al aan het transformeren, maar COVID-19 dwong ons om kritischer en creatiever te kijken naar hoe we onze medewerkers beter kunnen ondersteunen, gebaseerd op een groter bewustzijn van de bijzonder verschillende realiteiten waarmee we allemaal te maken hebben. UCB begrijpt dat we waarschijnlijk in een hybride werkmodel zullen blijven in de toekomst en bekijkt hoe dit werkt voor medewerkers die allemaal anders functioneren, zowel op het terrein, in het lab, in een kantoor als in een productievestiging. Onze nieuwe manier van werken na de pandemie zal niet one-size-fits-all zijn – maar we zullen innovatie, samenwerking en co-creatie mogelijk blijven maken, besluitvorming en authentieke discussies binnen en tussen teams aanmoedigen, en alle medewerkers ondersteunen om zich te allen tijde te concentreren op de waarde en impact van hun werk.
Inzichten van medewerkers integreren
In maart-april 2020 voerden we onze eerste volledige versie van UCB Voices sinds 2017 uit, die een respons van 76% opleverde. Dit bevestigde een sterk engagement van onze werknemers en vertrouwen in onze toekomst, ondanks de ontwikkelende pandemie.
Betrokkenheid

87% van de respondenten sprak een sterk vertrouwen uit in de beloftevolle toekomst van UCB
Innovatie
84% van de respondenten ging akkoord met het feit dat UCB innovatie aanmoedigt om patiëntenwaarde te brengen
Onze tweede enquête van 2020 ging specifiek over de impact van COVID-19 op medewerkers. We vroegen medewerkers overal ter wereld om na te denken en hun inzichten en ervaringen van 2020 te delen, voornamelijk rond hoe hun productiviteit werd geïmpacteerd door thuiswerken en het type werkomgeving waar ze baat bij zouden hebben in de toekomst.
11% Fysieke werkplek
21% Telewerk

Waardevolle inzichten uit de COVID-19-bevraging
De meerderheid van de collega's die de vragenlijst beantwoordden (79%) bevestigden dat ze ofwel niet voelen dat hun productiviteit werd geïmpacteerd (32%) of enkel weinig (24%) tot matig (23%). Hoewel dit een positieve bevinding is, beseffen we dat de collega's die voelen dat thuiswerken hun productiviteit sterk (11%) tot zelfs heel sterk (5%) heeft geïmpacteerd, nood hebben aan verdere ondersteuning.
Deze inzichten zullen ons, samen met onze bredere lessen die we trekken uit 2020, leiden bij het creëren van een gastvrije werkomgeving waar alle medewerkers waarde voor patiënten kunnen creëren door hun werk, op de manier die het beste aansluit bij hun individuele behoeften.
Veiligheid, gezondheid en welzijn
Een werkomgeving en klimaat scheppen waar mensen blij, gezond en veilig zijn en kunnen openbloeien, is een belangrijk aspect van onze aanpak rond duurzaamheid en fundamenteel om ervoor te zorgen dat we ons engagement kunnen nakomen tegenover VN SDG #3 (gezonde levens verzekeren en welzijn promoten voor iedereen op elke leeftijd). We doen dit door de juiste voorwaarden te creëren zodat collega's kunnen genieten van de laatste nieuwe, impactvolle programma's. We willen ook bijzondere aandacht schenken aan collega's die getroffen worden door ernstige ziekten, zowel als patiënt als zorgverlener.
Door te bouwen op onze ervaring en bestaande programma's voor het promoten van het fysieke, mentale en sociale welzijn van medewerkers, hebben we in 2020 een leveringsmodel gebouwd voor alle initiatieven rond gezondheid, veiligheid en welzijn, waardoor we intentioneel kunnen zijn in het tegemoetkomen aan de noden van al onze medewerkers op een holistische manier.
Parallel en om te verzekeren dat onze programma's concrete resultaten opleveren, ontwikkelden we een index rond gezondheid, veiligheid en welzijn (HSWB) die ons een overkoepelend zicht geeft op onze prestaties en impact. Deze index drukt de huidige prestatie uit als een percentage tegenover het doel en bestaat uit twee grote indicatoren: de indicator voor de prestatie rond veiligheid1 en de gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindicator. Dit laatste wordt berekend op basis van de resultaten van de wereldwijde bevraging over gezondheid, veiligheid en welzijn en specifieke maatstaven zoals het percentage medewerkers dat toegang heeft tot een bijstandsprogramma voor medewerkers, het percentage medewerkers dat toegang heeft tot
Gezondheid, veiligheid en welzijn


Mentaal welzijn Ik ben in staat om mijn gedachten, emoties en acties

Doel & Groei
Ik ben vervuld met wat ik elke dag doe en heb de kans continu te ontwikkelen

Ik ben veilig, in goede gezondheid en heb energie

1 Percentage verzuimgevallen (GRI- 403-9) sportfaciliteiten ter plaatse of een gesubsidieerd lidmaatschap, het bevorderingspercentage en de mate van betrokkenheid bij persoonlijke ontwikkelingsplannen.
Een basislijn van 78,4% werd bepaald aan het einde van 2020 (Inbegrepen in de sectie 'Onze prestatie' van dit verslag). We erkennen dat de COVID-19-pandemie een effect kan gehad hebben op bepaalde componenten van de index. Dit zal dienen als maatstaf om de impact van alle toekomstige HSWB-programma's of -initiatieven te meten die zullen worden opgestart in 2021.
Focussen op fysieke veiligheid op het werk
In 2020 heeft UCB ons programma voor gezondheid en veiligheid op het werk verder ontwikkeld. Wij hebben de implementatie van ons wereldwijde Safety Beyond Zero-programma verdergezet, dat uit drie bouwstenen bestaat: veiligheidsfundamenten, veiligheidsbeheerssystemen en veiligheidsdenken. Aangezien onze installaties en hoogtechnologische uitrusting nu meer en meer veilig zijn door het ontwerp en aangezien gezondheids- en veiligheidsbeheerssystemen en -procedures op 80% van onze industriële sites ISO 45001-gecertificeerd zijn (d.w.z. Bulle, Slough, Saitama en Zhuhai), bleven we focussen op het vergroten van ons veiligheidsdenken en het verlagen van het risicotolerantieniveau.
Voortbouwend op de herziening en aanscherping van onze operationele en engineeringnormen in verband met verscheidene risicovolle of potentieel levensveranderende activiteiten die in 2019 zijn uitgevoerd, zijn we begonnen met de (her)opleiding van collega's die bij dergelijke activiteiten betrokken zijn, hetzij als verantwoordelijke, hetzij als uitvoerder, met behulp van een nieuw opleidingsconcept dat gericht is op de daadwerkelijke uitvoering van de activiteit en de daaropvolgende coaching.
Als onderdeel van deze opleiding werden "levensreddende" regels bepaald en gepromoot voor bepaalde activiteiten, waaronder werken op hoogte, blootstelling aan schadelijke energieën, het betreden van besloten ruimten, het mechanisch heffen van zware lasten, en het opslaan en hanteren van chemicaliën.
Levensreddende regels

Daarnaast organiseerden we workshops "Visible Felt Safety Leadership", gefaciliteerd door een externe leverancier, voor de Supply en Technology Solutions Leadership Teams en voor operationele managers in de vestiging in Braine l'Alleud (België). In 2021 zullen workshops georganiseerd worden in alle andere industriële vestigingen van UCB.
Onze volgende stappen zullen bestaan uit het lanceren van een globaal bewustmakings- en opleidingsprogramma rond veilig rijden, de verdere uitrol van het Safety Beyond Zero-programma (met een hernieuwde focus op industriële hygiëne en preventie van spier- en skeletaandoeningen) en de evaluatie van de (gedrags-)veiligheidsmaturiteit in onze productievestigingen.
En andere mijlpaal gerelateerd aan veiligheid die we behaalden in 2020, was de start van de werken om onze Onderzoekscampus in Brainel'Alleud te transformeren, gekenmerkt door verschillende simultane bouwprojecten. Er werd een stevig bestuursmodel geïnstalleerd om de activiteiten te coördineren en de veiligheid te garanderen van al wie ter plaatse werkt, zowel UCB-werknemers, contractanten als bezoekers. Wat de prestaties betreft, werd de frequentiegraad van incidenten met verloren tijd (Lost Time Incident Rate), als onderdeel van de gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindex, voor 2020 berekend op 1,6 incidenten met meer dan één dag afwezigheid per miljoen gewerkte uren. De Ernstgraad voor verloren tijd (Lost Time Severity Rate) werd berekend op 0,009 dagen verloren per 1 000 gewerkte uren. In 2020 stelde UCB als doel om de levensveranderende ongelukken in haar vestigingen te verminderen met 10%, tot 12 dergelijke incidenten per jaar. Het aantal levensveranderende ongelukken met verzuim werd in 2020 teruggebracht tot 5. De cijfers over frequentiegraad, totaal aantal en ernstgraad werden voorverzekerd door de externe auditor.
In 2020 (voor het zevende jaar op rij) waren er geen sterfgevallen door werkgerelateerde ongevallen bij UCB. UCB heeft geen activiteiten waarbij medewerkers een verhoogd risico of een verhoogde blootstelling aan beroepsziekten hebben.
Risico's gelinkt aan de gezondheid, veiligheid en welzijn van de medewerkers worden opgenomen in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
Diversiteit, gelijkheid en inclusie
Ons engagement inzake diversiteit, gelijkheid en inclusie (DE&I) is het fundament van onze duurzaamheidsaanpak. Dit betekent een cultuur inspireren van inclusie door gelijke kansen te bieden aan alle medewerkers, verscheidenheid van talenten omarmen en diversiteit van ideeën en ervaring gebruiken om waarde te creëren voor patiënten, nu en in de toekomst. Bij UCB definiëren we diversiteit als de collectieve rijkdom van de medewerkers hun unieke achtergrond, leven en culturele ervaringen en de diversiteit van ideeën die dit meebrengt. Gelijkheid betekent het verzekeren dat alle medewerkers faire kansen krijgen voor ontwikkeling, vooruitgang, vergoeding en beloning in functie van hun aspiraties. Inclusie, ten slotte, betekent het respecteren van individuele verschillen en de voordelen grijpen die dit biedt om grotere impact en waarde in ons werk te hebben.
Werknemersgroep per gender

We willen een DE&I mindset instellen op alle niveaus, diverse teams bouwen en de competentie van onze leiders om inclusief te leiden vergroten, door onbewuste vooroordelen te adresseren, micro-agressie, ongelijkheden en stereotypen aan te pakken, en nieuw inclusief gedrag aan te moedigen. We streven er ook naar om een inclusieve werkplek voor alle medewerkers te verzekeren door barrières weg te nemen voor vooruitgang, gelijkheid te garanderen in vergoeding en beloning, en door onze talent-piiplijn te bouwen door inclusief talent management. In landen waar meer dan 150 mensen werkzaam zijn, d.w.z. China, Duitsland, Japan, Mexico, Zwitserland, het VK en de VS, is 86% van het leiderschapsteam afkomstig uit het land zelf (85% vorig jaar) en is de verdeling tussen vrouwen en mannen respectievelijk 40% en 60%. Meer informatie over diversiteit op het niveau van de Raad en het Uitvoerend Comité van UCB vindt u in het hoofdstuk Ons Deugdelijk Bestuur van dit verslag.
Risico's gerelateerd aan diversiteit, gelijkheid en inclusie worden opgenomen in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
Ons DE&I-traject verderzetten
In 2020 rolden we verschillende fundamentele DE&I-initiatieven uit. De leiders van UCB hebben een uitgebreid opleidingsprogramma gevolgd om onbewuste vooroordelen aan te pakken en inclusieve teams en leiderschap te promoten. We streven er ook naar om te verzekeren dat DE&I ingebed is in onze aanwervingsstrategie en -processen. Hiertoe zijn onze Internationale Talent Acquisition teams in de EU, de VS en China gestart met een Inclusief Leercurriculum en hebben we een driejarenplan opgemaakt om onze DE&I-aanpak inzake rekrutering te definiëren. Andere belangrijke processen, inclusief verloningsprocessen zijn geëvolueerd om DE&I te integreren specifiek als een manier om systeemongelijkheden te verminderen. In 2020 hield dit het ontwikkelen van een consistente methodologie in om loongelijkheid te evalueren.
Verbinden met zorg
De employee resource groups (ERG's) van UCB zijn belangrijke platforms voor discussies geleid door medewerkers over specifieke gender-, leeftijds- en minderheidsgerelateerde onderwerpen. In 2020 werden twee nieuwe lokale ERG's gecreëerd om de internationale kloven en barrières te overbruggen voor medewerkers met andere etniciteiten en achtergronden. In een jaar waarin de wereldwijde Black Lives Matter-protesten nog meer aandacht vestigden op de systemische aard van raciale onrechtvaardigheden en ongelijkheden in veel landen, wilde UCB ervoor zorgen dat onze DE&I-initiatieven tegemoetkwamen aan hun verwachtingen en behoeften, vooral voor ondervertegenwoordigde werknemers.
UCB BEING (Black Employee Interconnecting Network Group) is een van deze nieuwe ERG's, opgericht om de rekrutering, de retentie, de betrokkenheid, de professionele ontwikkeling en de vooruitgang van Zwarte medewerkers te ondersteunen. Door de discussie aan te zwengelen rond ideeën en thema's die bijzonder relevant zijn voor de zwarte gemeenschap, probeert BEING sociale, culturele en werkplekgerelateerde kwesties aan te pakken die een impact hebben op onze organisatie en de biofarmaceutische industrie in haar geheel. En hoewel de groep is bedoeld om de zwarte gemeenschap bij UCB te vertegenwoordigen, wil de groep een inclusieve omgeving bieden aan alle medewerkers van elke achtergrond die aangemoedigd worden om lid te worden, te netwerken en deel te nemen.
"We richten ons op het intern vooruithelpen van de DE&I-ruimte en werken aan een billijke behandeling van verschillende etnische en raciale groepen binnen UCB."
Trenton, Agility Enablement Lead en Oprichter/Voorzitter van UCB BEING.
Vorig jaar werd ook RAIZ opgericht, een groep die gewijd is aan het ondersteunen en samenbrengen van de vele Latijns-Amerikaanse en Latino medewerkers bij UCB, en patiënten. Deze gemeenschap, waarvan de naam is afgeleid van het Spaanse woord voor "wortel', richt zich op de rekrutering van Latijns-Amerikaanse en Latino mensen, carrièreontwikkeling en vooruitgang en het aanpakken van onvervulde noden van Latijns-Amerikaanse en Latino patiënten. Hun algemene doel is om te verzekeren dat alle medewerkers en patiënten zich vertegenwoordigd en verbonden voelen naarmate zij groeien in hun relatie met UCB.
"Met de huidige gebeurtenissen is het belangrijk voor onze medewerkers om zich verbonden te voelen. Naarmate UCB zich ontwikkelt, moeten ook onze inspanningen op het gebied van diversiteit, gelijkheid en inclusie dat doen. Ik heb het geluk gehad om het leven te ervaren door vele culturele lenzen en deze groep maakt het mogelijk voor anderen om dat ook te doen."
Alicia, District Sales Lead en Mede-Oprichtster UCB RAIZ.
in 2020 heeft de groep Women in Leadership, die tot doel heeft alle vrouwen bij UCB te helpen hun professionele doelstellingen te realiseren en de impact van UCB op de samenleving te versterken, verschillende nieuwe hoofdstukken verwelkomd en onze Youngsters-gemeenschap is generatieoverschrijdende networking en samenwerking blijven aanmoedigen bij het verwelkomen van nieuwe jonge professionele starters.
In 2020 vierden we ook de eerste verjaardag van UCB+, ons netwerk voor LGBTQ+-medewerkers. Deze groep wil een open, inclusieve en veilige omgeving voor de LGBTQ+-medewerkers en bondgenoten creëren bij UCB, waar iedereen zich gelijk en gewaardeerd voelt, ongeacht hun seksuele geaardheid en genderuitdrukking. Dit jaar nam UCB+ deel aan een aantal virtuele evenementen, inclusief de recente virtuele Georgia Diversity Council Unity Summit en een virtueel happy hour voor leden om te discussiëren over het belang van de group, de groeiende betrokkenheid en de geschiedenis van LGTBQ+.
Verhaal in de schijnwerpers: Vrouwen in Wetenschap
UCB engageert zich om een cultuur te creëren op de werkplek die innovatie onder al onze medewerkers aanmoedigt. We richten ons voornamelijk op onze rol om vrouwen die in wetenschap, technologie, wiskunde en engineering (STEM) werken op te tillen en als rolmodel te gebruiken, om een meer diverse bron van innovatoren, onderzoekers en uitvinders te creëren – en we zijn fier om veel vrouwelijke wetenschappers in dienst te hebben die hard werken om wetenschap vooruit te helpen en waarde te creëren voor patiënten. Hier zijn enkele van hun verhalen.
Cierra, Senior Research Scientist
Cierra wist al op jonge leeftijd dat ze wetenschapper wilde worden, en volgde eerst een opleiding chemie voor ze de farmaceutische industrie binnenkwam. Hier ontdekte ze dat haar werkethos en expertise het geheim voor succes was, ongeacht haar gender.
Cierra startte bij UCB in 2019 in een proteïnezuiveringsteam en heeft sindsdien bijgedragen aan verschillende doelprojectteams die werken aan het ontwikkelen van een nieuwe kleine-molecule en biologische therapieën.
"Vrouw zijn heeft me nooit tegengehouden of bang gemaakt om kansen te grijpen, zelfs niet wanneer niemand er uitziet zoals ik."
Yuan, Senior Principal Scientist
Aan de universiteit, waar minder dan een vierde van haar studiegenoten vrouwen waren, ontdekte Yuan haar passie voor data science en de mogelijke toepassingen voor gezondheidszorg. Ze wijzigde haar major van computerwetenschappen naar data science en computationele biowetenschappen.
Yuan werkt nu bij UCB op data-analyse om biologische inzichten te verkrijgen en nieuwe toepassingsmethoden te ontwikkelen voor therapieën.
"Ik was goed in coderen, maar ik vroeg mij constant af 'Wat kan dit voor goeds doen? Waar kan dit op toegepast worden?' Ik wou die kennis opdoen en toepassen op andere wetenschap."
Nikita, Research Scientist II
Nikita was gefascineerd door biologie nadat ze over nieren had geleerd tijdens een les wetenschappen in het secundair. Daardoor volgde ze universitaire studies in moleculaire biologie en regeneratieve geneeskunde voor ze startte in de industrie, waar ze nu deel uitmaakt van het functioneel genomicateam van UCB.
Ondanks het feit dat ze soms de enige vrouw aan tafel is, weigert ze dat dit haar tegenhoudt om het woord te nemen en haar ambities te realiseren.
"Je kan je hele carrière hopen dat je iets zal ontdekken dat baanbrekend werk zal worden. Het kan moeilijk worden, maar je moet doorzetten omdat dat de droom is van elke wetenschapper – de wereld veranderen."
Leren en ontwikkelen
Een leercultuur cultiveren
Wij geloven dat het voortdurende vermogen van UCB om zich aan te passen en te evolueren van cruciaal belang is om het succes van ons bedrijf op lange termijn mogelijk te maken. Leren en ontwikkeling zouden daarom een dagelijks kernaspect moeten zijn van het professioneel leven van alle UCB collega's.
In 2020 lanceerden we een globale campagne over leren, met als doel het cultiveren van een cultuur van levenslang leren, reflectie en delen van kennis doorheen de hele organisatie. Onze focus op mentaliteitsverandering en het bijbrengen van het idee bij alle medewerkers, ongeacht hun anciënniteit, afdeling of expertisegebied, dat er altijd meer te leren valt, dat er altijd ruimte is voor zelfverbetering en dat er altijd een nieuwe kans is dat deze lessen ons kunnen helpen waarde te creëren voor patiënten.
Inspanningen om de leercultuur bij UCB te transformeren worden vanuit de top van onze organisatie bepleit, met leiderschapsteams die zelf de gelegenheid aangrijpen om hun bestaande vaardigheden op te frissen of nieuwe te leren. In partnerschap met IMD Business School in Zwitserland hebben we verschillende leiderschapsprogramma's ontwikkeld om onze leiders te helpen hun strategische en leiderschapsvaardigheden aan te scherpen. Drie cohorten zijn al 'afgestudeerd' in het programma, en een andere groep beëindigt de opleiding in maart 2021. Er is een specifiek "strategische intentie"-programma ontwikkeld, dat in december 2020 van start is gegaan voor onze senior leiders. Dit zal lopen tot mei 2021.
In 2020 ontving 98% van onze medewerkers regelmatig prestatiebeoordelingen en 84% van onze medewerkers ontvingen regelmatig carrièreontwikkelingsbeoordelingen.
In 2020 investeerde UCB meer dan € 15 miljoen in leer- en ontwikkelingsprogramma's, inhoud, technologieën en diensten om ons engagement om talenten te laten groeien en persoonlijke ontwikkeling te bevorderen, waar te maken.
Bij UCB geloven we dat onze bedrijfsbelangen in overeenstemming kunnen en moeten zijn met bredere maatschappelijke en milieunoden. Om ons op deze weg verder te helpen, zijn we begonnen met een cyclus van webinars onder de naam #imagine, die medewerkers in staat stellen om met gerenommeerde deskundigen in gesprek te gaan en na te denken over belangrijke maatschappelijke uitdagingen, zoals dierenwelzijn en het verband met de gezondheid van mens en milieu, de maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven en de waarde van zorg. Door medewerkers de kans te geven om nieuwe perspectieven aan te nemen in hun denken, kunnen we samen werken om globale systemen opnieuw vorm te geven voor een betere toekomst.


Véronique, Head of Sustainability bij UCB, en Professor Jean-Philippe Pierron, filosoof en professor in levensfilosofie, geneeskunde en zorg aan de Université de Bourgogne, Frankrijk, tijdens het derde #imagine webinar "Putting the care in healthcare" dat plaatsvond op 9 september 2020.
De sterk gespecialiseerde aard van onze industrie zorgt voor een competitieve talentenmarkt. Daarom is het aantrekken, ontwikkelen en behouden van toptalent in onderzoek en ontwikkeling cruciaal. Hiervoor namen we in 2020 verschillende gerelateerde initiatieven binnen de teams Development Solutions en Early Solutions van UCB.
- Het Graduate Development Program in Global Clinical Development verwelkomt medische afgestudeerden bij UCB, zodat ze kunnen voortbouwen op hun academische kennis en in een rotatiesysteem praktijkervaring kunnen opdoen. Door samen te werken met verschillende teams na elkaar, leveren de deelnemers van het programma een concrete bijdrage aan onze bedrijfsdoelstellingen, en zetten ze tegelijk de eerste belangrijke stappen in hun professionele loopbaan binnen de farmaceutische industrie.
- Jobrotaties tussen verschillende rollen zijn open voor alle medewerkers binnen Development Solutions. Dit wordt momenteel vrij informeel georganiseerd, met medewerkers die aangemoedigd worden om te bekijken welke delen van onze business ze willen ontdekken of welke expertise ze verder willen ontwikkelen met dergelijke rotatie.
| "Ik kreeg de kans om zes maanden mee |
|---|
| te draaien in het Patient Value Quality |
| Assurance (PVQA)-team om mijn kennis |
| over processen rond patiëntenwaarde te |
| vergroten via PVQA-activiteiten. Ik werkte aan |
| verschillende projecten, elk met hun eigen |
| uitdagingen en lessen. Het was een prachtig |
| avontuur en een heel leerrijke ervaring! Dit |
| type opleiding is erg waardevol!" |
Maite, PV Learning Excellence Manager, Rotatie in PVQA, PV Quality Compliance
- Om de professionele ontwikkeling van de collega's binnen Early Solutions verder te zetten, lanceerden we een reeks webinars die inzichten bieden in verschillende aspecten van het ontdekken van nieuwe medicijnen bij UCB. Het doel van de reeks is om collega's te helpen om nieuwe gebieden van professionele interesse te verkennen. Sinds april 2020 werden 44 lezingen georganiseerd over uiteenlopende onderwerpen zoals de therapeutische gebieden van UCB, de ontdekking en engineering van antilichamen, structurele biologie, ontdekking van kleine moleculen, gentherapie, gegevenswetenschap en aspecten van ontwikkelingswetenschap met betrekking tot veiligheid en farmacologie.
- Erkenning van individuele en teambijdragen aan onze bredere bedrijfsdoelstellingen helpt het moreel te verhogen en toptalent te behouden. Om de wetenschappelijke initiatieven van onze collega's te vieren, werd in 2020 de eerste editie van de Early Solutions Science Awards georganiseerd, waarbij collega's verzocht werden om elkaar te nomineren in negen verschillende categorieën, waaronder "Beste praktische labvaardigheden", "Beste publicatie", en "Beste vooruitgang naar patiëntenwaarde".
Nieuw talent voeden
In 2020 lanceerden we eveneens een nieuwe waardepropositie voor de werkgever (EVP), gericht op het aantrekken van het talent dat we nodig hebben om onze ambities voor patiënten, gemeenschappen en de planeet als geheel te kunnen blijven waarmaken. De campagne "Make Your Mark for Patiënts" licht toe hoe een carrière bij UCB de kans geeft aan medewerkers om verder te gaan in innovatie voor patiënten en cocreatie van de oplossingen van morgen, met een focus op de mens en geëngageerd om een zorgcultuur te creëren, zowel binnen als buiten het bedrijf. Deze principes waren ook de leidraad voor onze algemene aanpak in talentacquisitie en -retentie in 2020.
Op basis van de nieuwe EVP werd een brandingcampagne opgezet rond twee boodschappen aan potentiële kandidaten die de nadruk leggen op UCB's engagement voor wetenschap en zorg: "Our Hearts Change Lives – Ons Hart Verandert Levens" en "Our Minds Change Lives – Onze Geest Verandert Levens". Deze werden begin 2021 gelanceerd met een volledige rebranding van de UCB Careers site.
In 2020 hebben de rekruteringsteams 1 436 mensen aangeworven, wat ons totaal aantal medewerkers op 8 371 brengt. Door de uitdagingen gecreëerd door COVID-19, verliep de meerderheid van deze aanwervingen volledig virtueel, zonder mensen persoonlijk te ontmoeten. Alle gebruikelijke procedures, van interview tot onboarding, opleiding en eerste interacties met collega's, gebeurden volledig op afstand – wat een ingrijpende verandering betekende tegenover onze gebruikelijke aanpak. Virtuele aanwerving toonde tijdens het proces echter zijn doeltreffendheid: de tijd om iemand aan te werven was in 2020 korter dan in voorgaande jaren en dankzij virtuele onboarding- en oriëntatiesessies konden nieuwe collega's een positieve eerste start bij UCB maken en zich welkom voelen in hun nieuwe teams, ondanks de huidige omstandigheden.
De lichting van 2020 verwelkomen – virtueel
Naast de virtuele onboarding van alle nieuwe aanwervingen, verwelkomden we ook studenten in het allereerste virtuele stageprogramma van UCB. UCB-stagiairs spelen een vitale rol in de ondersteuning van onze missie om waarde te creëren voor patiënten door deel te nemen aan bedrijfsbrede projecten, terwijl ze hun inzicht in de biofarmaceutische industrie verdiepen, hun leiderschapsvaardigheden ontwikkelen, en vitale professionele netwerken opbouwen. Maar onze lichting van 2020 stond voor de extra uitdaging om zich aan te passen aan telewerk, nieuwe collega's te ontmoeten via een computerscherm en virtuele oriëntatie- en opleidingssessies te volgen.
Nieuwe medewerkers per regio



Zorgen voor gemeenschappen
We willen een positieve impact maken voor de lokale gemeenschappen waar we leven en werken en tegelijk onze rol spelen in het verbeteren van wereldwijde gezondheid.

"Betere Zorg gaat over de patiënt centraal stellen. Dit betekent hoogkwalitatieve zorg en innovatieve oplossingen toegankelijk maken voor iedereen, gepersonaliseerde geneesmiddelen promoten en de communicatie tussen patiënt en arts verbeteren."
Philippe Podlubnai, Epicura ziekenhuis
Bij UCB geloven we dat zorgen voor de gemeenschappen waar we leven en werken een belangrijke component is van ons voortdurend bedrijfssucces. We zijn toegewijd om niet alleen een positieve impact te maken op de levens van mensen met ernstige ziekten, maar ook
breder, op maatschappelijke gezondheid, voor de komende generaties. Zo kunnen we echt ons doel beleven van het creëren van waarde voor patiënten, nu en in de toekomst.

COVID-19 betekende een enorme belasting voor de gezondheidszorg en de samenleving in het algemeen. In 2020 traden we naar voor om naast de ondersteuning van patiënten en onze medewerkers ook onze expertise en middelen ter beschikking te stellen van lokale gemeenschappen die te maken hadden met de impact van de pandemie. We bundelden ook de krachten op internationaal niveau om het globale antwoord op deze uitzonderlijke gezondheidscrisis vooruit te helpen. Onze inspanningen omvatten het boosten van lokale testcapaciteit, doneren van beschermende kleiding, ontsmettingsmiddel en financiering via lokale teams en de betalingen aan onze meest blootgestelde leveranciers versnellen. Onze productieteams produceerden meer dan 20 ton hydroalcoholische gel voor collega's, overheden en lokale gemeenschappen. We werkten om wereldwijde onderzoeksprojecten te faciliteren en creëerden en lanceerden het UCB Community Health Fund om de noden van de meest kwetsbaren te begrijpen en aan te pakken.
Lokale initiatieven in antwoord op COVID-19
UCB stelde haar expertise en faciliteiten beschikbaar voor overheiden en gezondheidsdiensten tijdens de crisis om het testen en opvolging van het virus te helpen opdrijven. In België werkten we nauw samen met lokale overheden als onderdeel van een task force aangekondigd door de Staatssecretaris Philippe De Backer om de testcapaciteit van het land te verhogen, door COVID-19-testen uit te voeren in onze vestiging in Braine-l'Alleud. In totaal voerden we ongeveer 100 000 testen uit tussen april en oktober 2020. In het VK leverden onze teams materiaal aan de overheidslabs van het VK om screening op te drijven.
Aan het begin van de pandemie wijdde UCB een eenmalig budget van € 1,5 miljoen om gemeenschappen in nood bij te staan met donaties – financieel en materieel zoals hydroalcoholische gel, maskers, beschermingsschilden en ander beschermingsmateriaal. Deze middelen richtten zich op het faciliteren van patiëntentoegang tot zorg en een maximale samenwerking met de overheden om het risico van COVID-19 te beperken. Tegen eind 2020 bedroeg de totale bijdrage aan lokale organisaties meer dan € 1,3 miljoen.
Een groot deel van de geldsteun werd gebruikt voor de aankoop van beschermend materiaal voor professionele zorgverleners en eerstelijnswerkers in een aantal landen zoals Australië, Canada, Mexico, Spanje, Japan, de VS en andere.
Er werden ook donaties gebruikt om het opzetten van nieuwe COVID-19 ziekenhuisbedden en veldhospitalen te financieren, of om te helpen om bestaande ziekenhuizen hun faciliteiten aan te passen waar nodig. In Lombardije, Italië, droeg UCB bij aan het opzetten van een pop-up-ziekenhuis dat specifiek uitgerust was voor de verzorging van COVID-19-patiënten. In Brazilië doneerden we aan het Santa Marcelina Ziekenhuis met gelijkaardig gerichte financiering en in Mexico steunden we het partnerschap tussen het Mexicaanse Rode Kruis en het Nationaal Instituut voor Ademhalingsziekten (INER). We hebben ondersteuning geboden aan verschillende Spaanse en Britse ziekenhuizen bij het ontwikkelen van een distributiekanaal van geneesmiddelen om ziekenhuisbezoeken te beperken, en middelen geschonken om patiëntenzorg op afstand te ondersteunen.
We gebruikten de fondsen ook om overheidsinitiatieven te steunen rond medisch onderzoek en innovatie, zoals het Global Health Crisis Coordination Center in de VS, dat giften ontving om hun inspanningen verder te zetten om de publieke gezondheidsorganisaties te helpen met het oplossingen van de uitdagingen rond COVID-19. Er gingen ook middelen naar organisaties die een daling van de giften kenden door de crisis en meer middelen nodig hadden om hun activiteiten verder te zetten of te herstarten. In de VS schonken we bijvoorbeeld extra kantoormateriaal aan leraren wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM) die na de lockdown terug naar hun klas gingen, als onderdeel van onze voortdurende inspanningen om STEM-opleidingen te steunen en de pipeline van toekomstig onderzoekstalen te versterken.
Ten slotte, boden we onze kleinere leveranciers versnelde betalingen waar nodig, omdat we ons bewust zijn van de impact van deze crisis op micro- en kleinere ondernemingen binnen onze gemeenschappen, en engageerden we ons om onze betalingstermijnen te verkorten voor nieuwe bestellingen.
Wereldwijde COVID-19 samenwerkingen
Als lid van de COVID R&D Alliance werkten we samen met andere farmaceutische bedrijven en academici om therapeutische kandidaten voor COVID-19 en aanverwante symptomen te identificeren en versnellen. In deze context bundelden we de krachten met andere industriële spelers om een aangepaste klinische test te lanceren – het was de eerste keer dat de industrie op die manier samenwerkte. De COMMUNITY Test (COVID-19 Meervoudige Agentia en Modulatoren Eenheid van Industrieleden) maakt een waaier van verschillende therapieën mogelijk, waaronder zilucoplan van UCB, een experimenteel geneesmiddel dat de overactivering kan verminderen van het immuunsysteem wat bijdraagt tot het acute ademhalingsstoornissyndroom ARDS, om te bestuderen bij gehospitaliseerde COVID-19-patiënten. Door hand in hand te werken met onze collega's, hopen we zorgteams snel te kunnen voorzien van experimentele therapieën om patiënten te helpen die getroffen worden door COVID-19.
De schaal van de COVID-19-pandemie vereist een globaal, collectief antwoord – en UCB heeft daar haar rol in gespeeld. Dit hield ook een deelname aan COVID Moonshot in, een ambitieus gecrowdsourced initiatief met de biofarmaceutische industrie, de academische wereld, technologiebedrijven en individuele mensen die samenwerken om de ontwikkeling van een anti-COVID-19 middel te versnellen. UCB was het eerste farmaceutisch bedrijf dat deelnam aan dit initiaitef, met vrijwillige inzet van medewerkers op het gebied van Medicinale Chemie, CADD (computer-aided drug design – computergesteund geneesmiddelontwerp) en IT om nieuwe ideeën voor geneesmiddelontwerpen voor te dragen en prioriteiten vast te stellen voor meer dan 13 000 crowdsourcedinzendingen.
Een belangrijke steunpilaar van onze aanpak was het gebruik van artificiële intelligentie (AI) om moleculen te identificeren die replicatie voorkomen bij het COVID-19 virus. Het genereren van initiële geneesmiddelontwerpen met gebruikmaking van door UCB ontwikkelde technologie vereist echter een aanzienlijke hoeveelheid rekenkracht. Daarom contacteerden we Microsoft met een verzoek om steun via hun AI for Health subsidieprogramma.
"Ik voel me bevoorrecht dat ik deel mag uitmaken van een echt wereldwijd team dat op korte termijn werd samengebracht en zo hard heeft gewerkt om het Moonshot project van de grond te krijgen. Ik ben fier dat UCB onze expertise kan bijdragen aan dergelijk belangrijk project met het potentieel om zo veel mensen wereldwijd te helpen."
Mark, Principal Scientist, CADD (computer-aided drug design), UCB
Lancering van het UCB Community Health Fund
Bij UCB geloven we dat het onze verantwoordelijkheid is om niet alleen waarde te creëren voor patiënten die met ernstige ziekten leven, maar ook om onze rol te spelen in het creëren van gezondere, sterkere en veerkrachtigere gemeenschappen in het algemeen. Daarom lanceerden we het UCB Community Health Fund om ongelijkheid inzake gezondheid aan te pakken bij kwetsbare populaties.
Het Fonds, opgericht door UCB en beheerd door de Koning Boudewijnstichting, werd opgestart in juli 2020 met als initieel doel het begrijpen en verlagen van de middellange en langetermijnimpact van de COVID-19-pandemie op het fysieke, mentale en sociale welzijn van de meest kwetsbare leden van onze samenleving. Dit omvat raciale en etnische minderheden, kinderen, ouderen, minder gegoeden, mensen die geen verzekering hebben of onderverzekerd zijn en mensen met medische aandoeningen buiten de gewoonlijke focus van UCB. Deze bevolkingsgroepen hebben vaak gezondheidsproblemen die verergerd worden door een ontoereikende toegang tot de gezondheidszorg.
Met dit Fonds willen we lokale organisaties en projecten helpen die actief zijn in de ondersteuning van deze populaties, en tegelijk de onderliggende redenen van zulke ongelijkheden aanpakken, en problemen oplossen die we niet kunnen behandelen in onze kernactiviteit. Hiertoe zal het Fonds bijdragen leveren aan organisaties die actief zijn in twee domeinen:
- Ondersteuning: ontwerpen, implementeren en evalueren van impactgedreven projecten en initiatieven om de gezondheid van kwetsbare groepen te verbeteren.
- Onderzoek: sociaal-wetenschappelijk en/of medisch onderzoek verrichten buiten de traditionele therapeutische gebieden van UCB, waarbij de nadruk ligt op de impact van noodsituaties zoals de COVID-19-crisis op de gezondheid en het welzijn van kwetsbare groepen.
Het Fonds werd gelanceerd met een initiële gift van € 3 miljoen van UCB. Sinds oktober 2020 had het Fonds meer dan € 4 miljoen ter beschikking om projecten te financieren in relevante domeinen. Meer informatie over de specifieke financiering en selectiecriteria vindt u hier.
Het UCB Community Health Fund sloot haar eerste oproep voor projecten af eind september 2020. In totaal werden 170 aanvragen voor ondersteuningsprojecten en 43 aanvragen voor onderzoeksprojecten ontvangen uit verschillende landen waar UCB actief is.
Het beheerscomité van het Fonds (beheerd door de Koning Boudewijnstichting) benoemde onafhankelijke selectiecomités met een ruime geografische vertegenwoordiging om te helpen bij de selectie van projecten en het toekennen van het financieringsbedrag. In totaal ontvingen 44 ondersteuningsprojecten en 6 onderzoeksprojecten een bedrag van € 2 440 000.
De voor steun geselecteerde projecten hebben betrekking op een reeks uitdagingen waarmee jongeren worden geconfronteerd, van kwesties zoals geestelijke gezondheid of dakloosheid tot specifieke steun voor subgroepen zoals jonge vluchtelingen, jongeren met een handicap of jongeren die te maken hebben gehad met huiselijk geweld, misbruik of uitbuiting. Twee van de begunstigden van het Fonds zijn TADA (België) en Durham Public Schools (V.S.):
Een tweede projectoproep is gepland in 2021.
Als onderdeel van ons engagement om duidelijk en transparant te zijn over de inspanningen van het UCB Community Health Fund, zullen we regelmatig communiceren over de impact en draagwijdte van de filantropie van het Fonds. We erkennen ook dat de lokale noden waarschijnlijk zullen evolueren met de tijd en kunnen verschillen van plaats tot plaats, en we zullen waar nodig onze fondsenwerving en financieringsaanpak aanpassen om een maximale impact te verzekeren voor de gezondheid en het welzijn van kwetsbare mensen.
Hoe ons steunen
Indien u wenst bij te dragen aan het werk van het UCB Community Health Fund, kunt u online giften doen in België, Canada, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Luxemburg, Nederland, Roemenië, Spanje, Zwitserland en de VS. Voor andere landen en andere betalingsmethoden voor alle landen, kunt u terecht op de webpagina van het UCB Community Health Fund. Overschrijving is ook mogelijk en wordt aangeraden voor hogere giften.
Kwetsbare tieners ondersteunen met TADA

TADA (afkorting voor ToekomstATELIERdelAvenir) is een netwerk dat burgers, de maatschappij en bedrijven samenbrengt in Brussel, België, om de meest sociaal-kwetsbare tieners van de stad te helpen om hun academische, professionele en persoonlijke vaardigheden te ontwikkelen.
TADA ondersteunt momenteel meer dan 1 300 tieners in Brussel en biedt toegang tot workshops tijdens het weekend en praktische sessies met professionals uit allerlei sectoren en industrieën, die jonge mensen aanmoedingen om hun eigen vaardigheden en interesses te ontdekken. Het einddoel van TADA is het overbruggen van de ongelijkheid op onderwijsgebied, het terugdringen van het aantal voortijdige schoolverlaters in sociaaleconomisch achtergestelde gemeenschappen en het begeleiden van jongeren naar verder onderwijs, opleiding of werk.
Jonge mensen met een kwetsbare of achtergestelde achtergrond werden bijzonder getroffen door COVID-19. Veel van deze tieners missen middelen of materiaal om effectief te leren van thuis als de school gesloten is, en opgesloten zitten in hun huizen heeft een tol geëist van hun mentaal en fysiek welzijn.
De middelen van het UCB Community Health Fund zullen specifiek gebruikt worden voor het ondersteunen van het alumninetwerk van TADA – 'TADA For Life'. Dit heeft tot doel om verbinding te behouden met jongeren tussen 14 en 20 jaar die drie jaar coaching hebben gevolgd bij TADA en die rolmodellen willen worden voor toekomstige generaties en voor hun bredere gemeenschappen. Een toegewijd Alumni-Team is beschikbaar om deze groep te ondersteunen, met verdere coaching en advies, vooral bij sollicitaties of academische begeleiding.
"Het kantoor van UCB in Brussel is gevestigd op een steenworp van een van onze weekendscholen, wat het een echt lokaal partnerschap maakt. Met de steun van UCB kunnen we honderden jongeren coachen en vechten tegen leerongelijkheden."
Digitale gelijkheid versnellen bij Durham Public Schools

Digitale gelijkheid versnellen is een gemeenschapsbrede inspanning in Durham, North Carolina (VS). De Durham Public Schools Foundation (DPSF) is een onafhankelijke non-profit organisatie die werkt om een ecosysteem te creëren dat digitale gelijkheid bevordert voor de 33 000 leerlingen aan de openbare school van de stad. Het doel van dit programma is een om innovatieve, transformatieve omgeving te creëren waar alle studenten succesvol kunnen zijn en openbloeien.
De sluiting van scholen door COVID-19 heeft de reeds lang bestaande ongelijkheid op het gebied van onderwijs en toegang tot digitaal en afstandsonderwijs aan het licht gebracht en scherp gesteld, met name voor Zwarte en Latinoleerlingen, leerlingen die Engels leren, leerlingen met leermoeilijkheden en leerlingen met een laag inkomen. Het initiatief 'Versnelling van de digitale gelijkheid' wil een onmiddellijke en langetermijnimpact op de gemeenschap hebben door de overgang naar een nieuwe leeromgeving te versnellen en de voorwaarden te scheppen waaronder elke leerling kan slagen.
De steun van het UCB Community Health Fund wordt gebruikt in kritische delen van het initiatief, waaronder het creëren en onderhouden van bewaakte, ondersteunende academische omgevingen voor leerlingen die een veilige plek nodig hebben voor afstandsonderwijs, IT-ondersteuning en -middelen, voortdurende behoeften van leerlingen aan apparatuur en connectiviteit, en opleiding van docenten gericht op digitaal leren en afstandsonderwijs. Dit zal verder leerverlies en hogere schooluitvalpercentages helpen voorkomen en is een sleutelcomponent voor een billijk herstel van de stad na de COVID-crisis.
"We hebben de verschillende manieren gezien waarop de pandemie de reeds lang bestaande ongelijkheden heeft blootgelegd en scherp gesteld en we zijn zo dankbaar voor het partnerschap met UCB op dit kritische moment. Deze investering in de gemeenschap versnelt de omschakeling naar een nieuwe leeromgeving voor leerlingen, families en opvoeders en is onderdeel van het verzekeren van een billijk herstel voor iedereen in Durham."
Magan Gonzales-Smith, Executive Director, Durham Public Schools Foundation
TADA
Epilepsiezorg verbeteren in Afrika en Azië
Afrika en Azië
Afrika en Azië
Rwanda Mozambique Oeganda Madagaskar
China Myanmar
Democratische Republiek Congo

Als onderdeel van ons engagement voor gezondere maatschappijen, bleven we in 2020 werken aan het verbeteren van toegang tot kwaliteitszorg voor personen die leven met epilepsie in lage- en gemiddelde loonlanden.
In veel dergelijke landen blijft toegang tot een kwalitatieve epilepsiediagnose, behandeling en zorg een complexe uitdaging en dragen een gebrek aan gekwalificeerde professionele zorgverleners en beperkt bewustzijn rond de ziekte bij aan de armoede, het stigma en de sociale uitsluiting van patiënten.
We hebben zeven lopende projecten in Afrika en Azië die inclusieve epilepsievoorlichting voor zorgverstrekkers willen vooruithelpen, bewustwordingsprogramma's over epilepsie als chronische ziekte verhogen in de gemeenschap, toegang tot diagnose en behandeling verbeteren en capaciteit bouwen voor de volgende generatie lokale onderzoekers en neurologen aan de hand van toegang tot opleiding. Twee initiatieven, Fracarita België Rwanda en Fracarita België Democratische Republiek Congo worden ondersteund door het UCB Societal Responsibility Fund, dat opgestart werd door UCB en beheerd wordt door de Koning Boudewijnstichting (KBS). Voortbouwend op de ervaring uit deze lopende projecten hebben we een toekomstige aanpak gedefinieerd die zich toespitst op innovatie en partnerschapinspanningen voor nieuwe modellen rond waardeketen en bedrijfsvoering. We zullen starten met de implementatie van een sociaal bedrijf in 2021, toegespitst op twee eerste piloten in India en Rwanda en we zullen verslag uitbrengen over de voortgang rond deze nieuwe aanpak bij UCB tegen eind 2021.
China
Begin 2020 heeft het fase II-programma "Regenboogbrug – Hoop en Zorg voor Kinderen en Families met Epilepsie", dat wordt uitgevoerd door Project HOPE en het Shanghai Kinderziekenhuis, een reeks video's ontwikkeld voor professionele zorgverleners en voor de gezinnen van patiënten, waarin verschillende onderwerpen met betrekking tot epilepsie aan bod komen. Die werden gepubliceerd op specifieke WeChat-platformen. Er werd wetenschappelijke ondersteuning geboden door de Chinese Associatie Tegen Epilepsie, het Neurologiecomité van China, de Chinese Kindergeneeskundige Vereniging, de Chinese Medische Associatie en 14 bijbehorende universitaire ziekenhuizen. Intussen ging ons partnerschap in China, met het Business Development Center van het Chinese Rode Kruis, het laatste jaar in. Ondanks de impact van COVID-19, bleef het geïntegreerde model voor epilepsiezorg in de stad Zigong (provincie Sichuan) de vroegtijdige opsporing, snelle doorverwijzing, adequate diagnose en behandelingskeuzes faciliteren voor mensen die met epilepsie leven. Tot nu toe kregen meer dan 4 500 personen met epilepsie geïntegreerde epilepsiezorg via dit model.
Bovendien is de evaluatie van het effect van de opleiding tot dorpsdokter in Yunnan door de universiteit van Peking, de University of North Carolina en Stanford-University voltooid en zijn de bevindingen gepubliceerd in verschillende internationale tijdschriften.
Democratische Republiek Congo
In 2020 bleef het partnerschap van UCB met Fracarita Belgium het neuropsychiatrisch centrum in Lubumbashi ondersteunen, hoewel activiteiten online plaatsvonden door COVID-19.
Twee neurologen bieden voltijds ondersteuning aan epilepsiepatiënten die het ziekenhuis of de mobiele klinieken bezoeken, waardoor ze een diagnose kunnen stellen en deze individuen op een betaalbare en duurzame manier kunnen behandelen.
Tegelijk begon een arts aan zijn derde jaar neurologie aan de Cheikh Anta Diop Universiteit in Dakar (Senegal), terwijl een andere arts aan zijn eerste jaar begon.
Madagaskar
2020 was het vierde jaar van ons partnerschap met Humanity and Inclusion om het 'Anjaratsara-initiatief te ondersteunen in de districten Boeny en Analanjirofo. Dit jaar werd de integratie van een aanpak voor het beheer van epilepsie op verschillende niveaus van het gezondheidssysteem voltooid, waardoor mensen met epilepsie in het programma voor persoonlijke sociale begeleiding (PSA) permanent lokaal worden gevolgd en bijgestaan, ondanks de verstoring door COVID-19.
Het landteam van Humanity and Inclusion heeft ook zijn kennis, vaardigheden en veldpersoneel ter beschikking gesteld van de gezondheidsautoriteiten van Madagaskar om de epidemie het hoofd te bieden, en blijft zich inzetten om de toegang tot medicijnen voor mensen met epilepsie te handhaven.
Myanmar
In 2020 zette het Myanmar Epilepsy Initiative verschillende bewustmakingsactiviteiten voor de epilepsiegemeenschap en de opleiding van zorgverleners voor het derde jaar verder, onder de vlag van het Nationaal Kader voor Epilepsiezorg, gesteund door de Wereldgezondheidsorganisate (WHO) en gefinancierd door UCB.
Hoewel neurologen werden uitgedaagd door de impact van COVID-19 op kwetsbare gemeenschappen, zorgde de voortdurende inzet van de WHO en het Myanmarese Ministerie van Gezondheid en Sport om de inspanningen op te voeren, voor toegankelijke, betaalbare en kwaliteitsvolle zorg. Tot nu toe nemen zo'n 60 dorpen in vijf staten en regio's deel aan het programma, wat betekent dat mensen met epilepsie toegang kunnen krijgen tot hoogwaardige epilepsiezorg zonder financieel in de problemen te komen.
Rwanda
Ondanks de beperkingen die de COVID-19-pandemie oplegde, boekte ons partnerschap met Fracarita Belgium significante vooruitgang.
- In oktober begonnen twee Rwandese artsen aan hun vierde jaar neurologie aan de Cheikh Anta Diop Universiteit in Dakar (Senegal), terwijl een andere arts aan haar derde jaar begon.
- Een doctoraatsonderzoek over epilepsie en depressie als comorbiditeiten in het Ndera Neuropsychiatrisch Ziekenhuis, onder supervisie van de afdeling Neurologie van de Universiteit Gent (België) en de Universiteit van Rwanda, is de eindfase ingegaan.
- Op lokaal vlak heeft een grotere betrokkenheid van de gezondheidswerkers van de gemeenschap geholpen om mensen die met epilepsie leven te mobiliseren om een diagnose te zoeken.
Oeganda
Dankzij financiering van UCB startte the Duke Medicine, Global Neurosurgery and Neurology (DGNN) departement van Duke University (Durham, V.S.) een vierde jaar neurologische activiteiten in Oeganda. Het globale doel van dit partnerschap is het uitbreiden van behandelingscapaciteit door het opleiden van artsen en door het oprichten van uitstekende epilepsiecentra in Oeganda.
In de schijnwerpers: Fidele Sebara, Hoofd Neurologie, CARAES Neuropsychiatrisch Ziekenhuis, Ndera, Rwanda

Fidele Sebara is hoofd neurologie in het CARAES Neuropsychiatrisch ziekenhuis in Rwanda. Als hij terugkijkt op zijn vijftien jaar ambtstermijn, herinnert Fidele zich dat, toen hij naar Rwanda terugkeerde na zijn studies neurologie, hij ontdekte dat er nog een pak werd gedaan moest worden op vlak van verhogen van bewustzijn en begrijpen van epilepsie. Maar hij ziet ook dat er dingen geëvolueerd zijn de laatste jaren, deels dankzij de langetermijnsamenwerking tussen UCB en Fracarita België. "We konden de kennis van de overheid over epilepsie verbeteren. Overheden begrijpen de ziekte nu en werken goed samen met ons om patiënten beter te behandelen."
Fidele is bijzonder opgetogen over het feit dat een neurologieopleiding, ontwikkeld in partnerschap met Universiteit Gent, binnenkort beschikbaar zal zijn aan de Universiteit van Rwanda. "Voor mij voelt dit als de grootste verwezenlijking", zegt hij. "Studenten worden nu opgeleid in Dakar met financiering van UCB, maar binnenkort kunnen we in Rwanda zelf een neurologieopleiding aanbieden." Dit opent zoveel meer mogelijkheden voor mensen om het vakgebied van de neurologie te betreden en meer patiënten te helpen."
In 2020 behandelden het neuropsychiatrisch ziekenhuis CARAES, het Referral Hospital van Ruhengeri, het gezondheidscentrum van Gikonko en het neuropsychiatrisch ziekenhuis van Butare ongeveer 3 000 patiënten met epilepsie, dankzij de steun van UCB voor logistiek en opleiding, en de schenking van geneesmiddelen.
Zorgen voor de planeet
Menselijke gezondheid en de gezondheid van onze planeet zijn sterk verweven. We verminderen onze milieuvoetafdruk in onze bedrijfsactiviteiten en operaties en denken daarbij zowel aan de huidige als de toekomstige generaties.

" Een antwoord bieden op het huidige klimaat en de biodiversiteit is cruciaal om naar een inclusievere maatschappij te evolueren. Door Beter Zorg te dragen voor het milieu kunnen we uiteindelijk helpen om ook betere zorg te bieden voor alle mensen."
Antoine Geerinckx, CO2Logic


Het doel van UCB is om waarde te creëren voor patiënten nu en in de toekomst, en om dit te verwezenlijken bepalen we een bedrijfsaanpak op lange termijn met zowel de huidige als de toekomstige generaties in het achterhoofd. Dit betekent dat we ons uiterste best doen om onze impact op het milieu tot het minimum te herleiden en om de gezondheid van onze planeet te beschermen. We achten dit essentieel om ons breder doel te behalen: alle patiënten te helpen het leven te leiden dat ze willen en werken naar gezondere gemeenschappen in de landen waar we actief zijn. Onze inspanningen op dit vlak onderstrepen eveneens ons engagement tegenover VN SDG #3: gezonde levens verzekeren en welzijn promoten voor alle leeftijden.
Onze benadering houdt rekening met de totale voetafdruk van de onderneming, maar ook met de voetafdruk van elke oplossing die wij op de markt brengen, om te begrijpen en aan te pakken hoe alle activa tot onze milieuvoetafdruk bijdragen en hoe wij stappen kunnen ondernemen om deze impact dienovereenkomstig te verkleinen.
Milieurisico's worden opgenomen in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
"Bij UCB draagt elk team zijn steentje bij, door verlaging na te streven en het groene bewustzijn te verbeteren, om ieders bijdrage te bevorderen, onze faciliteiten, processen en bevoorrading te verbeteren, alsook groene criteria te integreren en te verheffen in onze besluitvorming."
Jacques, Head of Manufacturing, Engineering and HSE, UCB
De weg naar 2030
We streven ernaar de milieuvoetafdruk van onze zakelijke en operationele activiteiten zo klein mogelijk te maken. Daarom hebben we ambitieuze, absolute doelen bepaald voor het verlagen van onze milieu-impact tegen 2030:

Vooruitgang op onze Groene Doelstellingen
In de laatste jaren heeft UCB deelgenomen aan verschillende lokale en globale initiatieven om onze doelstellingen te verankeren in onze activiteiten en doorheen onze waardeketens. In 2020 waren dit onder andere:
- Het verkrijgen van onze eerste BREEAM certificering voor 'groen gebouw' (zeer goed) voor het nieuwe restaurant in onze vestiging van Braine-l'Alleud, België. UCB engageert zich om het niveau BREEAM 'Uitstekend' te behalen voor al haar nieuwe gebouwen of significant gerenoveerde gebouwen en faciliteiten. Voor productiegebouwen streven we ernaar om ten minste het BREEAM-niveau "zeer goed" te behalen (of gelijkwaardig in het LEED-certificatiekader voor de VS en Azië).
- Het opstarten van een AIR to OCEAN programma om te helpen de ecologische voetafdruk: van zowel onze grondstoffen als afgewerkte producten te verlagen.
- De ontvangst van de European Carton Excellence Gold Award voor ons Vials Packaging platform voor materiaals voor klinische testen (CTS).
- Toetreden tot de nieuw opgerichte Belgische Alliantie voor Klimaatactie (BACA), met als doel het gebruik van Science-Based Targets te promoten.
- Progressief omschakelen van fossiel gas naar biogas.
In 2020 hebben we de omvang van onze kernprestatie-indicatoren significant uitgebreid. De energiegegevens en overeenkomstige 'scope 1' CO2 -emissiegegevens omvatten nu het gehele wereldwijde wagenpark van UCB, terwijl de 'scope 3' CO2 -emissiegegevens ook de voetafdruk van UCB's wereldwijde toeleveringsketen omvatten. Bovendien werden ook gegevens gerapporteerd voor "activiteiten gerelateerd aan brandstof en energie" en zakenreizen per vliegtuig (scope 3)1 .
Deze initiatieven hebben bijgedragen aan de lopende vooruitgang die gemaakt werd sinds we onze maatstaf bepaald hebben in 2015. Sindsdien hebben we een vermindering van 19% in energieverbruik gezien, een vermindering van 30% in wateronttrekking en 38% daling in onze afvalproductie. Onze uitstoot van broeikasgassen (BKG) gerelateerd aan activiteiten die we rechtstreeks controleren werd teruggedrongen met 60% in vergelijking met onze maatstafjaar (2015), rekening gehouden met het feit dat COVID-19 een belangrijke impact had op de uitstoot van broeikasgassen door minder wagenverkeer en minder zakenreizen per vliegtuig.
Dit plaatst ons in een sterke positie om uitstoot van BKG verder af te bouwen voor activiteiten die we rechtstreeks controleren en om onze ambitie waar te maken om koolstofneutraal te zijn tegen 2030. Aangezien alle gestelde doelstellingen absoluut zijn, zullen echter blijvende inspanningen nodig blijven in de volgende tien jaar om dit resultaat te garanderen, vooral gezien de verwachte groei en kritische internationalisering van onze activiteiten in de komende jaren.

1 Gegevens rond "brandstof en activiteiten gerelateerd aan energie" en zakenreizen per vliegtuig (scope 3) werden vooraf verzekerd met als doel om volledig verzekerd te zijn in 2021.
Koolstofneutraal tegen 2030
We zijn toegewijd om koolstofneutraal te zijn tegen 2030 voor de activiteiten die we rechtstreeks controleren. Dit zal behaald worden door onze uitstoot te verminderen en te compenseren wat we op korte termijn niet kunnen verminderen. We besteden 80% van onze inspanningen aan de vermindering van onze uitstoot van BKG en 20% aan compensatieprogramma's voor BKG.
Onze doelstelling inzake koolstofneutraliteit houdt het volgende in:
- Onze scope 1-uitstoot, afkomstig uit gas en brandstof die worden verbruikt als energiebron op UCB-sites en door het wagenpark van UCB.
- Onze scope 2-uitstoot, afkomstig van elektriciteit die wordt verbruikt als energiebron op UCB-locaties.
- Deel van onze scope 3 uitstoot; inclusief uitstoot gerelateerd aan brandstof en energie veroorzaakt door activiteiten uitgevoerd op UCB-sites, door de distributie en gebruik van UCB-producten of door zakenreizen en woon-werkverkeer van medewerkers.
Onze strategie is om:
- Ons energieverbruik te optimaliseren door onze activiteiten energiezuiniger te maken.
- Uitstoot van broeikasgassen te verlagen door het verhogen van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (op procentuele basis).
- Elke BKG-uitstoot compenseren die we niet op de korte termijn kunnen verminderen (toepassing van het bovengenoemde 80/20-principe).
- Gedragswijziging mobiliseren bij medewerkers door middel van interne bewustwordingscampagnes over energieverbruik en koolstofuitstoot.
Om ons engagement tegenover het Science-Based Targets-initiatief te steunen, hebben we de reikwijdte van onze rapportering uitgebreid en ons engagement om onze volledige waardeketen te dekken versterkt door onze leveranciers en contractproductie-organisaties te contacteren en ons partners te verzoeken om ook ambitieuze klimaatdoelstellingen te bepalen. Onze doel is om 60% van onze externe partners, op basis van uitstoot, te engageren om ambitieuze doelstellingen voor het verminderen van BKG op te stellen tegen 2025. Tot dusver zijn we in gesprek met 300 leveranciers over ambities inzake CO2 -vermindering, om hen mee op ons pad te nemen.
Door een partnerschap te sluiten met EcoVadis en het Pharma Supply Chain Initiatie (PSCI), hebben we tot dusver 100 leveranciers geëvalueerd op hun duurzaamheidsprestatie, om te verzekeren dat ze overeenkomen aan het verwachtingsniveau dat bepaald is in de Gedragscode voor Leveranciers die we ontwikkelden en deelden in 2020. We zullen gesprekken verderzetten met bijkomende belanghebbenden in 2021, als onderdeel van onze voortdurende inspanningen om een algemeen duurzamere waardeketen te creëren.
Op weg om energiezuiniger te worden
In 2020 hebben we verschillende energiebesparende initiatieven geïmplementeerd in onze vestigingen in Bulle (Zwitserland) en Brainel'Alleud (België). Deze hebben geleid tot een herhaalde energiebesparing van 20 984 gigajoule, wat ongeveer 3 % van UCB's scope 1- en scope 2-energieverbruik bedraagt. Deze prestaties dragen bij aan de eerdere reducties van ons energieverbruik gerealiseerd door de verkoop van de sites in Seymour (VS) en Shannon (Ierland) in 2015 en 2016, en de verkoop van onze site in Monheim (Duitsland) in 2019.
Scope 1-CO2 -uitstoot door ons wagenpark werd verminderd met 29% in vergelijking met 2019 en zakenreizen per vliegtuig gelinkt aan scope 3-CO2 -uitstoot genereerde net 5 909 ton aan CO2 -uitstoot, een daling van 87% met 2019. Dit wordt vooral uitgelegd door de enorme daling in zakenreizen door de huidige COVID-19-pandemie.
Bovendien werd uitstoot veroorzaakt door brandstof en activiteiten gerelateerd aan energie en aan onze Global Supply Chain verminderd met 46%, en respectievelijk 13% (tegenover het referentiepunt van 2015).
Hernieuwbare energie gebruiken
De afgelopen jaren concentreerde UCB zich op het opwekken van de elektriciteit die verbruikt wordt op de sites en de vestigingen uit hernieuwbare bronnen zoals wind, zon, waterkracht en biomassa. Het percentage elektriciteit wereldwijd afkomstig van hernieuwbare bronnen is gestegen tot 95% in 2020, vergeleken met 59% in ons referentiejaar 2015.
Bovendien heeft UCB geïnvesteerd in zonnepanelen die zijn geïnstalleerd op de sites in Bulle (Zwitserland), Braine l'Alleud (België) en Brussel (België). De drie zonneparken produceerden in 2020 3 042 gigajoule aan elektriciteit (0,4% van het wereldwijde energieverbruik van UCB).
We zijn ook gestart met de geleidelijke vervanging van het gebruik van natuurlijk gas door gas uit hernieuwbare bronnen, zoals biomethaan gewonnen uit afval. In 2020 werd 20% van het natuurlijk gas dat verbruikt wordt in onze productiesites in Braine-l'Alleud en Bulle vervangen door biomethaan, wat de CO2 -uitstoot terugdringt met 3 959 ton.
Compenseren voor onze uitstoot
Hoewel onze belangrijkste focus ligt op het terugdringen van onze uitstoot van BKG, zullen we de uitstoot die we niet op korte termijn kunnen verminderen moeten compenseren. Daarom is UCB sinds 2017 een partnerschap aangegaan met CO2 Logic en WeForest voor herbebossings en milieubeschermingsprojecten.
In 2020 zetten we de herbebossingsinspanningen verder in het Virunga Park in de Democratische Republiek Congo en het Desa'a Forest in Noord-Ethiopië, ondanks uitdagingen die gecreëerd werden door de huidige COVID-19-crisis en lokale politieke instabiliteit. Onze ambitie is om tegen 2030 een oppervlakte van 22 000 ha te herstellen.
Naast de CO2 -sekwestratie creëren dergelijke projecten ook werkgelegenheid op lange termijn voor de plaatselijke bevolking, waardoor deze haar levensomstandigheden kan verbeteren.

Onze wateronttrekking verminderen
Ons doel is op wateronttrekking met 20% te verminderen tegen 2030,vergeleken met het referentiepunt van 2015. Aangezien onze pijplijn voor onderzoek en ontwikkeling verschillende antilichamen bevat die werken met processen die veel water verbruiken, is dit extreem ambitieus. Hoe dan ook is onze wateronttrekking met 30% verminderd in 2020 (vergeleken met 2015). Deze vermindering werd gedeeltelijk bereikt dankzij de strategische afstoting van productielocaties in Seymour (VS), Shannon (Ierland) en Monheim (Duitsland). In 2020 hebben we ook waterbesparende projecten geïmplementeerd, wat resulteerde in een terugkerende besparing van 12 793 m3 water.
In overeenstemming met GRI-standaard 303 hebben we details bijgevoegd over de onttrekking van vers en ander water, naast data over wateronttrekking in gevoelige gebieden. We hebben gebieden met waternood geïdentificeerd op basis van de Water Risico-Atlas, zoals gepubliceerd in de Aqueduct Database van het World Resource Institute. Stressgebieden die weerhouden werden zijn deze met een waterstress-score van "Hoog" of "Bijzonder Hoog" (waaronder de UCB-locaties in Braine, Slough, Brussel (HQ), Polanco, Shanghai, São Paulo en Moskou).
Onze afvalproductie verminderen
UCB stelde een absoluut doel om afvalproductie tegen 2030 met 25% te verminderen, vergeleken met de uitgangswaarde in 2015. In 2020 zijn we er wereldwijd in geslaagd om 96% van ons afval te hergebruiken, voornamelijk door middel van het terugwinnen van afval als brandstof voor energieopwekking en de terugwinning en regeneratie van oplosmiddelen. Dit percentage van teruggewonnen afval is een lichte stijging in vergelijking met de uitgangswaarde van 95% in 2015.
Betrokkenheid van medewerkers
In heel UCB dragen collega's bij tot het verwezenlijken van onze groene ambities en het beschermen van de gezondheid van de planeet. In onze globale netwerk hebben UCB-medewerkers multifunctionele Groene Teams gevormd. Dit zijn groepen gemotiveerde collega's die graag milieu-initiatieven promoten en vooruithelpen, waaronder recyclage en initiatieven rond afval- en watervermindering. Tien Groene Teams zijn actief in 6 verschillende UCB vestigingen: Brussel en Braine-l'Alleud (België), Monheim (Duitsland), Slough (VK), Atlanta (VS) en Colombes (Frankrijk).
In 2020 vierden we Wereld Milieudag door Chris Goodall, een journalist gespecialiseerd in energietransitie, uit te nodigen om de virtuele Global Green Planet Townhall-vergadering van UCB toe te spreken. Hij deelde zijn inzichten met meer dan 600 UCB-collega's over hoe grote bedrijven kunnen bijdragen aan het concretiseren van de energietransitie.
Ondanks de uitdagingen die COVID-19 creëerde, werden wereldwijd bijkomende milieu-initiatieven georganiseerd, van de Green Planet Days georganiseerd in Bulle (Zwitserland) en activiteiten die gecoördineerd werden door het nieuwste Groene Team in Colombes (Frankrijk) om lokale herbebossing door onze collega's in Malvem (Australië) te ondersteunen, na de verwoestende Australische bosbranden van begin 2020.
Onze milieuprestatie
| 2015 (referentiejaar) |
2018 | 2019 | 2020 | Verschil 2020/2015 |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Bereik (% werknemers) | 86% | 90% | 89% | 88% | 2% |
| Energie (megajoule)1 | 1 137 502 | 1 061 723 | 1 018 240 | 916 421 | -19% |
| Elektriciteit uit hernieuwbare bronnen | 59% | 92% | 94% | 95% | 46% |
| CO2-uitstoot (ton) | 170 172 | 132 398 | 123 315 | 68 532 | -60% |
| Scope 1 – Directe CO2-uitstoot3 | 56 353 | 41 571 | 40 312 | 30 647 | -46% |
| Scope 2 – (Markt-gebaseerde) indirecte CO2- uitstoot |
28 108 | 5 818 | 3 655 | 3 167 | -89% |
| Scope 2 – (Locatie-gebaseerde) indirecte CO2- uitstoot |
20 703 | 18 414 | 18 345 | Niet van toepassing |
|
| Scope 3 – Andere indirecte broeikasgassen (BKG) uitstoot4 |
85 711 | 85 009 | 79 348 | 34 718 | -60% |
| Water (m3 ) |
804 360 | 799 469 | 590 867 | 559 670 | -30% |
| Afval (ton) | 9 745 | 6 970 | 6 605 | 6 014 | -38% |
| Teruggewonnen afval | 95% | 92% | 91% | 96% | 1% |
1 Totaal energieverbruik werd herberekend om ook het wagenpark van UCB bij te voegen.
2 Co2 -uitstoot werd herberekend, zodat deze ook de uitstoot door het wagenpark (gewaarborgd), globale bevoorradingsketen (gewaarborgd), activiteiten gelinkt aan energie en brandstof
(voorverzekerd) en zakenreizen per vliegtuig (voorverzekerd) bevat. 3 CO2 -uitstoot van scope 1 werd herberekend, zodat deze ook de uitstoot door het wagenpark (gewaarborgd), globale bevoorradingsketen (gewaarborgd),activiteiten gelinkt aan energie en brandstof (voorverzekerd) en zakenreizen per vliegtuig (voorverzekerd) bevat.
4 Scope- 3-uitstoot werd herberekend, zodat deze de uitstoot door globale bevoorradingsketen (gewaarborgd),activiteiten gelinkt aan energie en brandstof (voorverzekerd) en zakenreizen per vliegtuig (voorverzekerd).
Ons deugdelijk bestuur
Zakendoen op een verantwoorde manier die ethisch gedrag stimuleert, is van fundamenteel belang voor ons voortdurende succes en voor het nakomen van onze beloften aan onze belanghebbenden.

Als biofarmaceutisch bedrijf worden wij geconfronteerd met een uitdagende en steeds evoluerende zakelijke en juridische omgeving.
Zakendoen op een verantwoorde manier is fundamenteel voor UCB's kernwaarden, en ethische bedrijfspraktijken zijn de basis van onze duurzaamheidsaanpak. Wij hebben een sterke cultuur van integriteit, met beleid en procedures die ervoor zorgen dat de hoogste ethische standaarden worden toegepast doorheen de waardeketen van de vennootschap, met inbegrip van de basisprincipes die regelen hoe de organisatie werkt, hoe beslissingen worden genomen en hoe risico's worden beperkt.
Het bestuur van UCB is gebaseerd op een "monistische" structuur. Dit betekent dat de vennootschap wordt beheerd door een Raad van bestuur en wordt geleid door een Uitvoerend Comité, waarvan de respectievelijke functies en verantwoordelijkheden duidelijk zijn gedefinieerd in overeenstemming met de statuten van de vennootschap en het Corporate Governance Charter van UCB (het "Charter"). De taken en verantwoordelijkheden die aan het Uitvoerend Comité worden gedelegeerd, worden vastgesteld door de Raad van bestuur.
De Raad van bestuur is het bestuursorgaan van UCB.
De rol van de Raad is om duurzame waarde creatie na te streven door de strategie van het bedrijf te bepalen en effectief, ondernemend, verantwoord en ethisch leiderschap op te zetten, binnen een kader van voorzichtige en effectieve controles waarmee risico's kunnen worden beoordeeld en beheerd. De Raad bepaalt de strategische doelen van UCB, ziet erop toe dat de nodige financiële en menselijke middelen voorhanden zijn opdat UCB haar doelstellingen kan halen en beoordeelt de prestaties van de onderneming. De Raad ontwikkelt een inclusieve benadering die de legitieme belangen en verwachtingen van alle belanghebbenden in evenwicht brengt en die de waarden en normen van UCB bepaalt. Hij neemt collegiale verantwoordelijkheid op voor een goede uitoefening van zijn taken en bevoegdheden. De Raad zorgt ervoor dat de cultuur van de vennootschap de realisatie van haar strategie ondersteunt en dat zij aanspoort tot verantwoord en ethisch gedrag.

Ga voor meer informatie naar de sectie Raad van bestuur en comités van de Raad van dit verslag.
1. Zakelijk gedrag
1.1 Verantwoord Zakelijk Gedrag
UCB streeft ernaar om de juiste dingen op de juiste manier te doen; dit betekent dat we ethisch denken integreren in ons besluitvormingsproces, terwijl we integer handelen in alle zakelijke transacties en effectieve systemen en controles instellen om naleving van alle voor ons bedrijf relevante verplichtingen te waarborgen. UCB werkt in gecontroleerde omgevingen onder toezicht, waar de waarden, het beleid en de procedures van UCB worden toegepast en ingebed in de cultuur.
De UCB Gedragscode is ons beleid dat de kernwaarden van UCB weerspiegelt, waaronder verantwoording en integriteit. De Code schetst de algemene principes van zakelijk gedrag die van UCB-collega's en partners over de hele wereld worden verwacht. Hij is beschikbaar in 14 talen en op de externe bedrijfswebsite van UCB (www.ucb.com). Werknemers en consultants moeten een verplichte training volgen over de UCB-gedragscode, die is opgenomen in het trainingsplan van elke werknemer/consultant. Ook van derde partijen wordt verwacht dat zij de principes van de Gedragscode erkennen en naleven, en waar nodig zijn deze eveneens in hun juridische overeenkomsten met UCB opgenomen. Alle contracten bevatten een link naar de UCB Gedragscode en een clausule van toetreding tot de beginselen van de UCB Gedragscode, met inbegrip van die in verband met antiomkoping, anticorruptie en mensenrechten.
In 2020 hebben in totaal 8 034 UCB-werknemers de training over de Gedragscode gevolgd, wat een globaal voltooiingspercentage van 95% oplevert. Deze omvatten:
- 4 807 UCB-werknemers in de EU, met een voltooiingspercentage van 95%
- 1 658 werknemers in de VS, met een voltooiingspercentage van 99%
- 1 559 werknemers in internationale markten, met een voltooiingspercentage van 92%
Concurrentie en Antitrust
UCB blijft zich inzetten voor volledige naleving van alle wetten en regelgeving met betrekking tot concurrentiebeperkend, antitrust- of monopoliegedrag. UCB was in 2020 niet betrokken bij juridische acties of onderzoeken onder dergelijke wetten.
1.2 Anti-Omkoping en Anticorruptie (AOAC)
De UCB Gedragscode omvat onder meer de kernprincipes en gedrag gericht op het verminderen van de risico's met betrekking tot omkoping en corruptie, evenals schending van de mensenrechten. Gezien de aard van onze activiteiten, identificeerde UCB onze betrokkenheid met de belanghebbenden in de gezondheidszorg als het primaire anti-omkomping en anticorruptie (AOAC) risicogebied. Over de AOAC risico's wordt gerapporteerd in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
Een speciale AOAC-training is ontwikkeld en toegewezen aan de werknemers die het meest zijn blootgesteld. Dit leverde een wereldwijd voltooiingspercentage op van 97%, waarvan 97% voor de EU, 99% voor de VS, en 96% voor internationale markten.
Naast de Gedragscode zijn principes, processen en controles van kracht, ingebed in UCB's Beleid voor Zakelijke Naleving en procedures met betrekking tot de betrokkenheid van belanghebbenden in de gezondheidszorg. UCB blijft haar nalevingsprogramma bevorderen op basis van gestructureerde risicobeoordeling. Elementen van het UCB-nalevingsprogramma omvatten automatisering van besturings- en detectiesystemen, voortdurende training en communicatie, toezicht en controle, evenals onderzoek naar en oplossing van vermoed wangedrag.
Onze ethiek- en nalevingsstrategie omvat het waarborgen van een open omgeving waar onze werknemers de ruimte en het vertrouwen hebben om een vermeende inbreuk op de naleving of andere bezorgdheden te melden. Medewerkers worden aangemoedigd om vermoede nietnaleving of wangedrag te melden aan hun leidinggevende of hun primaire contacten binnen de afdelingen Legal, Ethics & Compliance of HR. Wanneer dit geen optie is, biedt UCB een vertrouwelijke, gratis meldlijn (bekend als de Integrity Line™), die 24 uur per dag, 365 dagen per jaar, en in 58 talen beschikbaar is voor online meldingen en meer dan 200 taalopties voor telefonische meldingen. Informatie die via dit forum wordt ontvangen, wordt als gevoelig behandeld en op prioritaire basis onderzocht voor passende corrigerende maatregelen. UCB heeft ook een niet-vergeldingsbeleid om personen te beschermen die zorgen uiten.
In 2020 werd slechts 1 geval in verband met AOAC vastgesteld en onderzocht. De beschuldiging werd gegrond verklaard en het onderzoek in deze zaak leidde tot tuchtmaatregelen.
Als een essentieel onderdeel van UCB's algemene interne controleomgeving en -structuur, biedt UCB Global Interne Audit onafhankelijke, objectieve verzekeringsactiviteiten die zijn ontworpen om de interne controle en activiteiten van UCB te evalueren en te verbeteren, inclusief om te zorgen voor naleving van toepasselijke wetten, regels, voorschriften en onze Gedragscode. De Interne Audit-afdeling controleert periodiek de wereldwijde activiteiten van UCB op potentiële risico's met betrekking tot deze gebieden in overeenstemming met een vastgesteld rotatieschema of op basis van problemen indien van toepassing. Ze houden toezicht, handhaven en volgen continu alle bevindingen op die gelinkt zijn aan naleving.
1.3 Mensenrechten
UCB en haar collega's zijn verplicht om alle van toepassing zijnde wetten na te leven en de mensenrechten te respecteren en met de nodige aandacht te handelen om te voorkomen dat ze inbreuk maken op de rechten van anderen, zoals uitgedrukt door het Internationaal Statuut van de Rechten van de Mens en de beginselen die zijn uiteengezet in de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie over Fundamentele Beginselen en Rechten op het Werk. UCB respecteert de mensenrechten van haar werknemers en zorgt ervoor dat haar werknemers met waardigheid en respect worden behandeld. UCB verwacht hetzelfde gedrag van consultants en anderen die namens UCB optreden. Het respecteren van de mensenrechten is de verantwoordelijkheid van eenieder. UCB-collega's moeten hun leidinggevende op de hoogte brengen of via de hotline/helpline of de UCB Integrity Line™ melding maken van nadelige gevolgen waarbij het bedrijf, collega's of aannemers betrokken zijn. Over de mensenrechtenrisico's wordt gerapporteerd in de sectie Risicobeheer van dit verslag.
UCB is vastbesloten om invloed uit te oefenen op het gebied van mensenrechten en de nodige stappen te ondernemen om hoge ethische normen voor arbeid en eerlijke behandeling van mensen te bevorderen en aan te moedigen. Wij hanteren een nultolerantiebenadering voor elke vorm van mensenrechtenschendingen, inclusief moderne slavernij. UCB publiceert elk jaar haar verklaring over moderne slavernij volgens de Britse Wet op de Moderne Slavernij.
Gezien de aard van onze activiteiten, houdt UCB toezicht op onze relaties met derden, aangezien dit het gebied is waar risico's in verband met mensenrechten het meest waarschijnlijk zijn. Deze derden omvatten onze toeleveringsketens (d.w.z. inkoop van goederen en diensten) en uitzendkrachten, en met name in landen waar wij actief zijn die als een hoger risico kunnen worden beschouwd. Onze Gedragscode, een robuust zorgvuldigheidseisenproces en controles door ons Interne Audit team zijn erop gericht deze risico's te beperken.
Tot op heden is er geen melding gemaakt van een inbreuk op de mensenrechten door UCB of haar leveranciers.
1.4. Promoten en omarmen van ethisch gedrag
Vanaf 2018 ontwikkelde en stelde UCB richtlijnen vast voor "ethische besluitvorming" ("EDM – Ethical Decision Making"). De EDM-richtlijnen zijn een reeks praktische hulpmiddelen en gedraging dat collega's in staat stellen om (1) een ethisch dilemma te identificeren; (2) de impact van hun keuzes op belanghebbenden te onderzoeken, niet beperkt tot de onmiddellijke impact, maar rekening houdend met de impact en de perceptie in de tijd en voor toekomstige generaties; en (3) collega's te betrekken bij gesprekken om ethische dilemma's op te lossen. Deze richtlijnen zijn uitgerold onder de UCB-leiders in 2018 en toegepast bij ethische dilemma's in de loop van 2019. Bewustmaking in de bredere UCB-organisatie werd voortgezet en werd ondersteund door verschillende communicatie- en hulpmiddelen (video's, zaakbesprekingen enz.) in 2020. Wij zijn ons bewust van het belang van onze beslissingen terwijl wij geconfronteerd worden met dilemma's die verder gaan dan ethiek en als onderdeel van onze Patiëntenwaarde Strategie, en daarom zijn de EDM-instrumenten geëvolueerd naar "Decision Dilemma"-tools (DDT), waarmee hun relevantie en gebruik vergroot wordt om onze middellange en langetermijnstrategie te ondersteunen.
UCB-leiders en -medewerkers worden aangemoedigd om transparant hun dilemma's te delen en deze op te lossen. Deze dilemma's worden in UCB-verband breed gedeeld, wat verder aantoont hoe wij onze UCB-waarden hanteren.
UCB-collega's kunnen meldingen van bezorgdheid of wangedrag op een van de volgende manieren indienen: (1) rechtstreeks aan hun chef of leidinggevende, (2) aan Ethics & Compliance, (3) aan hun plaatselijk Talent afdeling, of (4) aan de afdeling Juridische Zaken, naar gelang van het geval. Bovendien onderhoudt UCB de UCB Integrity Line™ waar personen meldingen kunnen indienen. De UCB Integrity Line™ bestaat uit een vertrouwelijke beveiligde website en gratis telefoonnummers die beheerd worden door een onafhankelijk extern agentschap. De Integrity Line™ is 24 uur per dag, 365 dagen per jaar en in 58 talen beschikbaar voor online-meldingen en in meer dan 200 talen voor telefonische meldingen. UCB beschikt over procedures voor het melden van zorgen en wangedrag, mechanismen voor het vastleggen van meldingen, en het behandelen en onderzoeken van meldingen.
1.5 Productverantwoordelijkheid
UCB neemt de veiligheid van onze producten serieus en heeft een intern proces om toezicht te houden op de beoordeling van veiligheidsinformatie voor geneesmiddelen die UCB ontwikkelt en voor onze kernproducten. Het Global Labelling Comité beoordeelt de etikettering van alle UCB-geneesmiddelen.
Dit comité zorgt ervoor dat de etikettering:
-
- voldoet aan de nationale voorschriften voor geneesmiddelen met betrekking tot veiligheid, werkzaamheid en kwaliteit van geneesmiddelen, evenals de nauwkeurigheid van de productinformatie die op grond van hun regelgeving wordt verstrekt,
-
- op gepaste en begrijpelijke wijze informatie over geneesmiddelen en het veiligheidsprofiel voor patiënten en artsen weerspiegelt; en
-
- in het productieland identiek is voor patiënten en artsen als in landen waarnaar hetzelfde medicijn wordt geëxporteerd.
Bovendien promoot UCB alleen geneesmiddelen die in overeenstemming zijn met de wetten, voorschriften en industriegedragslijnen die van toepassing zijn op dat land. Er is toezicht dat de promotie van geneesmiddelen accuraat, eerlijk en objectief is, aan de hoogste ethische normen voldoet en in overeenstemming is met de lokale wettelijke vereisten. Claims moeten de nieuwste, actuele wetenschappelijke bewijsverklaringen weerspiegelen en mogen niet dubbelzinnig zijn. Reclame, persberichten en wetenschappelijke mededelingen met betrekking tot onze verbindingen, producten en ziektes worden voorgelegd aan de globale of lokale comités, waarvan de leden vakkundig zijn opgeleid. UCB verkoopt geen producten die op een bepaalde markt zijn verboden. Alle UCB-producten voldoen aan de wettelijke en veiligheidseisen voor geneesmiddelen.
UCB houdt zich aan alle toepasselijke nationale wetten, voorschriften en industriegedragslijnen zoals afgeleid uit de WHO-Ethische Criteria voor Geneesmiddelenbevordering, en onder meer ook aan de Richtlijnen van het Europees Parlement en de Raad betreffende de Gemeenschapscode betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, en van EFPIA, IFPMA en PhRMA.
UCB heeft interne processen gedefinieerd om te reageren op elk ongevraagd verzoek om medische informatie.
1.6 Veiligheid van patiënten en geneesmiddelen
Alle producten van UCB zijn onderworpen aan een doorlopende baten-risicobeoordeling om ervoor te zorgen dat productetikettering en veiligheidsinformatie up-to-date wordt gehouden.
Een cruciale verplichting is het monitoren van het veiligheidsprofiel van onze producten, zowel in ontwikkeling als op de markt. Net als andere biofarmaceutische bedrijven ontvangt UCB elk jaar duizenden meldingen van bijwerkingen. Deze rapporten worden samen met andere interne en externe gegevens (bijv. wetenschappelijke literatuur, externe databases, enz.) geanalyseerd en beoordeeld door onze veiligheidsteams om mogelijke veiligheidsproblemen met onze geneesmiddelen te identificeren. Deze beoordelingen, in de context van de bewezen of verwachte werkzaamheid en de evolutie van de alternatieve zorgstandaard, zorgen ervoor dat het baten-risicoprofiel van onze geneesmiddelen actueel is, duidelijk wordt gecommuniceerd en dat passende maatregelen worden genomen om mogelijke risico's voor patiënten te minimaliseren. Al deze baten-risicobeoordelingen worden regelmatig geëvalueerd door de multidisciplinaire Benefit-Risk Raad, (d.w.z. jaarlijks of om het jaar, afhankelijk van het risiconiveau van de producten).
De Benefit-Risk Raad brengt ook het Global Labelling Comité op de hoogte om ervoor te zorgen dat de vereiste etiketwijzigingen tijdig worden doorgevoerd. De Benefit-Risk Raad wordt voorgezeten door de Chief Medical Officer (lid van het Uitvoerend Comité). In 2020 werd 100% van de producten die moesten worden beoordeeld, beoordeeld door de Benefit-Risk Raad. In overeenstemming met de voorschriften verstrekt UCB aan de gezondheidsdiensten informatie over afzonderlijke meldingen van bijwerkingen, periodieke overzichtsrapporten en de baten-risicobeoordelingen.
UCB vereist dat een training over de Verplichte Veiligheidsrapportage elke twee jaar door alle medewerkers en voor nieuwkomers binnen twee maanden na de aanwerving wordt voltooid. De bedrijfsdrempel om aan deze eis te voldoen is in het algemeen 90% opgeleiden per bedrijf (de laatste maatregel was 95%) en 95% opgeleid voor functies met een meer directe geneesmiddelenbewakingsactiviteit. Deze verwachtingen gelden ook voor strategische partners. 100% compliance is niet mogelijk vanwege afwezigheid, ziekte en teamwisselingen met systeemupdates. In landen waar UCB aanwezig is, is 24/7 toegang tot gekwalificeerd veiligheidspersoneel beschikbaar om dringende verzoeken om ondersteuning van zorgverleners met betrekking tot goedgekeurde producten te beantwoorden.
Het is de verantwoordelijkheid van UCB om betrouwbare en veilige geneesmiddelen aan onze patiënten te leveren en Global Quality Processes and Governance bewaakt dit belangrijke doel. Deze processen zijn ontworpen om de best mogelijke productkwaliteit, veiligheid en therapeutische voordelen voor patiënten te garanderen. De efficiëntie van de processen en de naleving van de regelgeving worden periodiek beoordeeld en gecontroleerd via het auditprogramma van het Quality Departement van UCB. Er waren in 2020 geen gevallen van niet-naleving van de regelgeving inzake gezondheid en veiligheid van producten en vrijwillige codes. Indien risico's worden vastgesteld, worden passende preventieve en corrigerende maatregelen geïmplementeerd.
UCB heeft in 2020 geen terugroepacties van de FDA gehad, noch zijn er wereldwijd producten teruggeroepen. Er zijn ook geen handhavingsmaatregelen door de FDA genomen in verband met de huidige goede fabricagepraktijken (cGMP).
2. Risicobeheer
2.1 Onze aanpak van risicobeheer
Binnen Enterprise Risk Management bij UCB behouden we onze toewijding aan onze doelstelling en onze Patiëntenwaarde Strategie en proberen we nieuwe manieren te vinden om een steeds veranderlijkere, complexere en dubbelzinnige omgeving te beheren en te benutten.
Voortbouwend op de solide basis van het risicokader en het bestuursplatform van UCB, heeft risicobeheer boeiende kansen gehad om onze impact in 2020 en daarna te vergroten.
Onze verbinding met de strategie versterken en onze risicolens uitbreiden
Enterprise Risk Management is ondergebracht in het Global Legal Affairs team, waardoor de leden van de Enterprise Risk Management groep het transversale karakter van de juridische functie volledig kunnen benutten.
Onder deze structuur heeft UCB de interfaces tussen strategie, Enterprise Risk Management en zakelijke belanghebbenden verbeterd voor een meer flexibele en waardetoevoegende aanpak. Bovendien hebben we ons begrip van onzekerheid vergroot, zowel vanuit onze interne context als door opkomende risico's die voortvloeien uit de externe omgeving.
2.2 Proces en kader
Door in contact te treden met de belangrijkste vertegenwoordigers van alle operationele, functionele en strategische bedrijfsgebieden, worden risico's geïdentificeerd en beoordeeld vanuit elk bedrijfsonderdeel en zijn leiderschapsteam. Daarnaast wordt een "top-down/outside-in" -beoordeling uitgevoerd om een holistisch risicoprofiel te voltooien.
Om de impact te maximaliseren, zijn toprisico's verbonden met de strategische prioriteiten. Een goed begrip van zowel hoe het risico evolueert als hoe goed UCB is voorbereid om erop te reageren, wordt gecommuniceerd met en besproken met zowel ons Uitvoerend Comité als onze Raad van bestuur. Omdat de risico's waarmee wij geconfronteerd worden evolueren, is onze aanpak van het beheer van die risico's dynamisch, zodat nieuwe of gewijzigde risico's in de loop van het jaar kunnen worden beoordeeld en opnieuw geëvalueerd.
Bestuur en toezicht
UCB blijft aantonen dat ze zich inzet voor het beheren van onzekerheid door aan de top verantwoordelijkheid te creëren en het ondernemen van actie door de bedrijfsonderdelen te stimuleren. Elk toprisico is eigendom van een lid van het Uitvoerend Comité. Dat lid is verantwoordelijk voor het begrijpen van de aard van het risico en het mogelijk maken van onze reactie daarop.
2.3 Toprisico's 2020
Door de gevolgen van COVID-19 zijn een aantal risico's bespoedigd, en wij hebben deze dimensie in onze risicoanalyse geïntegreerd. Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) – ook bekend als "Brexit" – is ook opgenomen in onze risicoanalyse, maar wordt niet beschouwd als een risico op ondernemingsniveau. Ondanks deze twee ontwikkelingen zijn wij dan ook tot de conclusie gekomen dat ons algemene risicoprofiel stabiel blijft.
Wij behouden een sterke verbondenheid met onze Raad van bestuur/ Auditcomité en brengen hun feedback over risico terug in de organisatie. De Global Internal Audit-functie is verantwoordelijk voor het onafhankelijk en regelmatig beoordelen van de toprisico's en het ondersteunen van de bedrijfsfuncties bij hun risicorespons. De geïllustreerde risico's zijn een weergave van de belangrijkste risico's die werden geïdentificeerd en beheerd in 2020.
TOPRISICO'S GEÏDENTIFICEERD UCB'S ANTWOORD
Concurrentie van biosimilaire en generische geneesmiddelen en nieuwe medicijnklassen
Biosimilaire en generische nieuwkomers en hun marktimpact nemen wereldwijd toe. Tegelijkertijd draagt de lancering van nieuwe klassen van op biologische gebaseerde geneesmiddelen bij aan de rijke complexiteit van de biologische markt.
UCB ondersteunt toenemende innovatie en toegang tot biologische producten door te investeren in superieure algemene waardeproposities in doelpatiëntenpopulaties. Voorts hebben wij onze portefeuille gediversifieerd en er gentherapie en andere innoverende oplossingen in opgenomen.
Als een innovatief bedrijf bieden we superieure patiëntresultaten tegen concurrerende zorgkosten, beïnvloed door een diepgaand inzicht in de behoeften van patiënten en belanghebbenden.
Intensiteit van opeenvolgende productintroducties
UCB heeft sterke pijplijnresultaten opgeleverd, terwijl we blijven streven naar, en investeren in, sterk gedifferentieerde geneesmiddelen die zich richten op de behoeften van vastomlijnde populaties. Onze volgende reeks nieuwe oplossingen zouden snel achter elkaar kunnen komen, waardoor er behoefte is aan duidelijke waardeberichten en lanceringswendbaarheid.
UCB past haar capaciteiten en opnieuw toegewezen middelen en talenten op een wendbare manier aan om het lanceringssucces in een snel veranderende omgeving te optimaliseren.
Leiderschap en capaciteiten zullen blijven evolueren in overeenstemming met onze Patiëntenwaarde Strategie met de ontwikkeling van een innovatief en adaptief vermogen van alle leiders en teams.
Wisselkoersvolatiliteit
De inkomsten van UCB zijn onderhevig aan wisselkoersschommelingen als gevolg van het wereldwijde
karakter van haar activiteiten. De netto-omzet in de VS was goed voor 55% van de totale gerapporteerde netto-omzet in 2020. Productie, onderzoek en ontwikkeling en overige bedrijfslasten werden hoofdzakelijk in Euro, Pond Sterling en Zwitserse Frank gemaakt. Bijgevolg zijn de resultaten en kasstromen van UCB blootgesteld aan volatiliteit in vreemde valuta, voornamelijk aan de afschrijving van de Amerikaanse Dollar, en in mindere mate aan de depreciatie van de Japanse Yen en de appreciatie van de Zwitserse Frank en het Pond Sterling ten opzichte van de Euro.
De financiële risico's van de UCB Groep worden centraal beheerd. Het beleid voor het beheer van financiële risico's van de Groep is opgesteld om de netto vreemde valutablootstellingen van de UCB Groep te identificeren en om de verwachte kasstromen in vreemde valuta af te dekken gedurende een periode van minimaal zes maanden en maximaal 26 maanden. Bovendien wordt de valutasamenstelling van de activa en passiva van de groep nauwlettend gevolgd. Voor meer informatie zie Toelichting 4.
Wereldwijde prijsstelling en toegangsuitdagingen
Farmaceutische prijzen worden nog steeds kritisch bekeken, met wereldwijde betalers, zowel overheid als particulieren, die op zoek zijn naar middelen om de kosten te verlagen. Strategieën voor uitbetalers omvatten neerwaartse prijsdruk, kortingsoverwegingen, toename van de out-of-pocket kosten voor patiënten en toegangsbeperkingen.
Wijzigingen in toegang tot Medicare en andere veranderingen in de houding van de Amerikaanse overheid kunnen het vermogen van UCB verhinderen om de benodigde diensten en oplossingen aan te bieden aan onze patiënten.
UCB werkt actief samen met verenigingen van betalers en de industrie om de beste toegang voor patiënten te bieden en tegelijkertijd duurzame oplossingen te promoten die wereldwijd een belangrijk verschil maken.
Onze comités op uitvoerend en leidinggevend niveau volgen het ecosysteem van het Amerikaanse beleid en engageren zich ervoor om onze visie, namelijk een verschil maken voor mensen met een ernstige ziekte, te blijven waarmaken.
Cyberveiligheid/big data en kunstmatige intelligentie
Onze wereld is in toenemende mate afhankelijk van het evoluerende digitale landschap om de doelen van vandaag te bereiken en nieuwe paradigma's voor de toekomst te creëren. Cyberveiligheid en gegevensprivacy in alle vormen zijn van het grootste belang voor UCB, omdat inbreuken en verstoringen reputatieschade, financiële en operationele schade kunnen veroorzaken. Kunstmatige intelligentie (KI) verandert de manier waarop we leven en communiceren. Met de ervaring die UCB al heeft opgedaan in de KI-ruimte, onderzoeken we voortdurend hoe dit een rol kan spelen in het leven van onze patiënten en in onze manier van zakendoen.
UCB heeft een veelzijdige strategie voor cyberveiligheid en gegevensbeheer, samen met actieve programma's voor de juiste preventie-, detectie- en responscontroles. Dit omvat continue monitoring en analyse, detectie van, en reactie op, indringingsincidenten, beveiligingstesten en bewustmakingstrainingen en campagnes voor gebruikers. Bovendien bouwt UCB een Cybercrisisprogramma dat ons in staat stelt om grote beveiligingsincidenten (bijvoorbeeld datalekken of malware) goed af te handelen. Twee pogingen tot gegevenslekken werden door UCB als verwerkingsverantwoordelijke aangemeld bij de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit, zoals vereist door artikel 33 van de AVG. Geen van de aan de toezichthoudende autoriteit gerapporteerde incidenten met persoonsgegevens leidde echter tot een hoog risico voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen.
UCB heeft robuuste procesprocedures en controles opgesteld om te blijven voldoen aan de AVG-wetgeving. Bovendien werken we samen met toezichthouders om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen terwijl dit dynamische gebied blijft evolueren. Ethische beoordelingen vormen een integraal onderdeel van elk relevant KIproject bij UCB.
Intellectuele eigendom
Intellectuele Eigendomsrechten (IE) zijn essentieel om innovatie te bevorderen van steeds complexere wetenschap en snel evoluerende patiënten noden. Moeilijkheden bij het verkrijgen en verdedigen van octrooien die waardevolle innovatie beschermen, komen vaak voor. In een politiek uitdagende omgeving is de publieke perceptie van IE vaak negatief en verkeerd begrepen.
UCB verplicht zich om IE selectief te maken, te onderhouden en te verdedigen wanneer er sprake is van kerninnovatie en wanneer dit een echte patiënten- en maatschappelijke meerwaarde heeft. Wij zijn ons proactief bewust van het competitieve landschap rond onze programma's. UCB bevordert een verandering in de algemene kijk op IE, innovatie en toegang door actieve betrokkenheid van het overheidsbeleid en het bevorderen van risicodeling met andere belanghebbenden in de gezondheidszorg.
We verdedigen onze belangrijkste octrooien actief, zoals bijvoorbeeld in onze zaken met betrekking tot Vimpat®, Briviact® en Neupro®. Voor meer informatie, bezoek de sectie onvoorziene uitgaven van dit rapport.
2.4 Milieu- en sociale risico's
De risico's op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur worden samen met de strategische en bedrijfsrisico's beheerd in ons Enterprise Risk Management-proces en ons bestuur, zoals hierboven beschreven. Deze risico's worden daarom geïdentificeerd en beheerd volgens het beleid en de procedures van de respectieve bedrijfsactiviteiten en geëscaleerd volgens het proces voor bedrijfsrisicobeheer. Milieu-, sociale en bestuurs-risico's worden niet onder de bovenstaande toprisico's van het bedrijf vermeld, als zij de voor het toprisico bepaalde
drempel niet bereikten. In dat geval worden de risico's beheerd op het niveau van de bedrijfsfuncties en het team.
UCB heeft in 2019 prioritaire gebieden en fundamentele thema's voor onze duurzaamheidsaanpak vastgesteld. Onze risico's en risicobeperkingsstrategieën gerelateerd aan wetenschappelijke innovatie en toegang tot geneesmiddelen zijn hierboven uiteengezet. Naast deze risico's wordt hieronder een overzicht gegeven van sociale, milieu- en bestuursrisico's:
RISICO'S GEÏDENTIFICEERD UCB'S ANTWOORD / BELEID
Sociale Risico's en Processen
In een zeer gespecialiseerde industrie met een competitieve talentmarkt is het voornaamste sociale en werknemersrisico het aantrekken en behouden van belangrijke leiderschapsprofielen. Dit omvat het risico van het niet kunnen bieden van adequate nalevingstraining aan werknemers, niet in staat zijn om een gezonde en veilige omgeving (meer bepaald in de context van COVID-19) te bieden waar het welzijn van werknemers onvoldoende wordt ondersteund of gepromoot, of waar gevaren op de werkplek niet worden beheerd of onvoldoende worden beschreven. Deze risico's kunnen leiden tot een verlies van collectief vermogen, wat de operationele efficiëntie en strategie-implementatie kan beïnvloeden, wat kan leiden tot suboptimale resultaten en/ of veiligheidsincidenten of suboptimale gezondheid van werknemers, zowel fysiek als mentaal
De afdeling Talent beheert het personeelsbeleid en het beleid wordt continu verbeterd door verschillende processen, waaronder:
- Robuuste jaarlijkse HR-processen om kansen voor talentontwikkeling te optimaliseren, inclusief besprekingen over de ontwikkeling van werknemers met voldoende en doorlopende leermogelijkheden voor werknemers; voortdurende beoordelingen van werknemersprestaties, inclusief een articulatie van verwachte waarden en gedragingen,
- Regelmatige evaluatie van het totale beloningsaanbod om te zorgen voor een evenwichtige, competitieve vergoeding om resultaten te stimuleren die in lijn zijn met de bedrijfsstrategie en om ervoor te zorgen dat de werknemer en zijn gezin voldoende worden gedekt tijdens belangrijke levensgebeurtenissen,
- Periodieke medewerkerbetrokkenheidsenquêtes die UCB en haar leiderschap toelaat om te antwoorden op de feedback van medewerkers over hun werkervaring,
- Werkpraktijken in lijn met de gegevensprivacy-vereisten (AVG),
- UCB heeft ook verschillende gezondheids-, welzijns- en veiligheidsbeleidsmaatregelen ingevoerd in het kader van ons duurzaamheidsengagement, met inbegrip van de lancering van een nieuwe gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindex, en beleidsmaatregelen voor werken op afstand en flexibel werken.
Resultaten
De resultaten van de sociale en medewerkers beleidslijnen bevatten:
- Vermindering en beperking van sociale en medewerkers risico's,
- Personeel dat in lijn met de gedefinieerde bedrijfswaarden werkt, wat leidt tot een gezonde bedrijfscultuur waar medewerkers kunnen gedijen en naar hun beste behoren presteren,
- Verhoogde betrokkenheid van de medewerkers, resulterend in grotere discretionaire inspanningen en duurzame tewerkstelling,
- Voortdurende ontwikkeling en behoud van UCB-talent, wat leidt tot een grotere organisatorische mogelijkheden, versnelde innovatie en competitieve voordelen en uitmuntendheid,
- Verhoogd begrip van de zakelijke en nalevings-en transparantieomgeving, resulterend in verhoogd ethisch en nalevingsgedrag en praktijken,
- Veilige en gezonde medewerkers die kunnen werken in een positieve werkomgeving; en
- Focus op het leveren van UCB's Patiëntenwaarde Strategie, met de verzekering dat zij, en hun gezinnen, goed gedekt zijn in het geval van ziekte, handicap, overlijden en pensioen.
RISICO'S GEÏDENTIFICEERD UCB'S ANTWOORD / BELEID
Milieurisico's en Processen
UCB heeft bepaalde risico's geïdentificeerd die verband houden met de aard van onze productie, levering en bedrijfsactiviteiten. Afgezien van het risico om lokaal bodemof waterverontreiniging te veroorzaken die zou kunnen voortvloeien uit haar industriële activiteiten, erkende UCB dat klimaatverandering, en meer in het bijzonder de daarmee samenhangende huidige en toekomstige wettelijke vereisten en de versnelde overgang naar een koolstofarme economie, wereldwijd een negatieve invloed kunnen hebben op de nalevingsstatus van UCB en waardeketen, indien niet stevig aangepakt.
UCB heeft een robuuste milieuambitie gedefinieerd en een strategie en beleid ontwikkeld om onze ecologische voetafdruk en impact te minimaliseren, zowel op de korte als op de lange termijn. Het antwoord van UCB op de geïdentificeerde milieurisico's omvat:
- Vaststellen van ambitieuze en absolute doelstellingen voor het verminderen van onze lokale en mondiale milieu-impact tegen 2030.
- Evalueren van de milieu-impact per activum, zodat wij volledig kunnen begrijpen en aan de orde kunnen stellen hoe elk activum bijdraagt tot onze milieu-voetafdruk en hoe wij stappen kunnen ondernemen om die impact dienovereenkomstig te verminderen.
- Besteden van 80% van onze inspanningen aan het verminderen van onze broeikasgasemissies en 20% aan broeikasgascompensatieprogramma's voor alle emissies die wij op korte termijn niet kunnen verminderen.
- Partnerschap met leveranciers en contract manufacturingorganisaties zodat onze partners ook ambitieuze klimaatdoelen definiëren.
- Prioriteit voor hernieuwbare bronnen zoals wind, zon, waterkracht en biomassa voor de elektriciteit die nodig is om onze vestigingen en faciliteiten te laten draaien.
- Regelmatige evaluatie van processen voor het lokaliseren van mogelijkheden tot prestatieverbetering op het gebied van energiebesparing, waterbesparing en terugwinning van afval.
Resultaten
De resultaten van het milieubeleid omvatten:
- Kaderen en integreren van criteria voor milieubesluitvorming in de besluitvormingsorganen en het bestuur van de vennootschap.
- Interne bewustmakingscampagnes over energieverbruik en koolstofemissies.
- Sterke positie om de broeikasgasemissies te blijven verminderen bij activiteiten die wij rechtstreeks controleren en om onze ambitie te verwezenlijken om tegen 2030 koolstofneutraal te zijn.
- Leveranciers beoordeeld op hun duurzaamheidsprestaties en afspraken met leveranciers over CO2 -reductieambities.
- Terugkerende energiebesparingen in onze vestigingen en verhoging van het percentage elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.
- Geleidelijke overschakeling van onze fossiele gasvoorziening op biogas.
- Verminderde wateronttrekking, hoewel onze onderzoeks- en ontwikkelingspijplijn verscheidene antilichamen omvat waarvoor waterintensieve productieprocessen nodig zijn.
- Terugwinnen van afval als brandstof voor energieopwekking en de terugwinning en regeneratie van oplosmiddelen.
RISICO'S GEÏDENTIFICEERD UCB'S ANTWOORD / BELEID
Anti-Omkoping en Anticorruptie
In overeenstemming met onze duurzaamheidsaanpak verbindt UCB zich ertoe zaken te doen volgens de hoogste ethische normen en alle vormen van omkoping en corruptie zijn verboden. Dit omvat het aanbieden, toezeggen, toestaan of verstrekken van iets van waarde (direct of indirect) aan een klant, zakenpartner, verkoper of andere derde om aan te zetten tot of te belonen voor het ongeoorloofd uitvoeren van een activiteit die verband houdt met ons bedrijf. Dit omvat interacties met overheidsambtenaren of personen in de particuliere sector.
Omkoping en afpersing zijn overal illegaal, en UCB en haar collega's onthouden zich daarvan. Dat omvat het ontvangen van steekpenningen waardoor een UCB-collega zijn of haar loyaliteitsplicht jegens UCB zou schenden of zou kunnen schenden.
Alle UCB-collega's moeten zich houden aan alle toepasselijke anti-omkopingswetten wereldwijd. Schendingen van deze wetten kunnen niet alleen leiden tot zakelijke verliezen, maar ook tot zware strafrechtelijke en civielrechtelijke straffen voor UCB en de betrokken personen.
Resultaten
De beleidsmaatregelen inzake omkoping en corruptie en de lopende controles en onderzoeken van de afdeling Ethics and Compliance hebben een beperkt aantal problemen aan het licht gebracht en die zijn gecorrigeerd met de nodige bijbehorende tuchtmaatregelen. Er zijn geen systemische of wijdverspreide problemen vastgesteld.
Mensenrechten
UCB verbindt zich ertoe zaken te doen volgens de hoogste ethische normen en de mensenrechten te eerbiedigen bij alles wat wij doen. UCB respecteert de mensenrechten van haar werknemers en zorgt ervoor dat haar werknemers met waardigheid en respect worden behandeld.
RISICO'S GEÏDENTIFICEERD UCB'S ANTWOORD / BELEID
UCB en haar collega's zijn verplicht om alle van toepassing zijnde wetten na te leven en de mensenrechten te respecteren en met de nodige voortvarendheid te handelen om te voorkomen dat ze inbreuk maken op de rechten van anderen, zoals uitgedrukt door het Internationaal Statuut van de Rechten van de Mens en de beginselen die zijn uiteengezet in de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie over Fundamentele Beginselen en Rechten op het Werk. UCB verwacht hetzelfde gedrag van consultants en anderen die namens UCB optreden. Het respecteren van de mensenrechten is de verantwoordelijkheid van eenieder.
Resultaten
UCB-collega's dienen hun leidinggevende op de hoogte te brengen of via de hotline/helpline of de UCB Integrity Line™ melding te maken van nadelige gevolgen waarbij het bedrijf, collega's of aannemers betrokken zijn. Er zijn geen systemische of wijdverspreide problemen vastgesteld.
3. Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur
3.1 Reikwijdte van de rapportering
Als een Belgisch bedrijf genoteerd op Euronext Brussel, dat de hoogste normen inzake deugdelijk bestuur nastreeft, is UCB NV ("UCB") door de Belgische wet (het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen4 of het "WVV") verplicht de Belgische Corporate Governance Code 20205 of de "Code 2020" toe te passen (die beide zijn op 1 januari 2020 in werking zijn getreden).
De Code 2020 vervangt de vorige versies van 2004 en 2009. Net als de 2009 versie is de Code 2020 gebaseerd op het principe "pas toe of leg uit". Het Belgische vennootschapsrecht en de Belgische Corporate Governance Code, zowel in hun vroegere als in hun huidige versies, verplichten UCB ertoe om een Corporate Governance Charter aan te nemen en te publiceren, en om jaarlijks een Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur op te nemen in het (Geïntegreerd) Jaarverslag.
De Raad van bestuur van UCB (de "Raad") heeft sinds 2005 een Corporate Governance Charter (het "Charter") vastgesteld. Het beschrijft de belangrijkste aspecten van deugdelijk bestuur binnen UCB, met inbegrip van de bestuursstructuur, het intern reglement van de Raad, zijn comités en het Uitvoerend Comité, en de regels die van toepassing zijn op aandeelhoudersvergaderingen. Het Charter wordt regelmatig bijgewerkt en jaarlijks herzien door de Raad om in overeenstemming te zijn met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, de relevante Corporate Governance Code, internationale standaarden en de evolutie van UCB. De laatste versie van het Charter is beschikbaar op de website van UCB.
Zoals vereist door het WVV en de Code 2020 publiceert UCB ook elk jaar een Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur als deel van het jaarverslag, dat alle informatie bevat vereist door de wet, beschrijft hoe de Code 2020 werd toegepast in het laatste boekjaar en, indien van toepassing, toelicht geeft bij afwijkingen op de bepalingen van deze Code (toepassing van de "pas toe of leg uit"-benadering). Deze sectie van het Geïntegreerd Jaarverslag vormt de Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur voor het jaar 2020.
3.2 Kapitaal en aandelen
3.2.1 Kapitaal
In 2020 is het kapitaal van UCB niet gewijzigd. Op 31 december 2020 bedroeg het kapitaal € 583 516 974, vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen.
3.2.2 Aandelen
Het aandelenkapitaal van UCB wordt sinds 13 maart 2014 vertegenwoordigd door 194 505 658 volledig volgestorte aandelen ("UCB-aandelen"). UCB-aandelen zijn, naar keuze van de aandeelhouder, op naam of gedematerialiseerd, in overeenstemming met het WVV.
Ingevolge de Wet van 14 december 2005 werden aandelen aan toonder geleidelijk afgeschaft, wat leidde tot hun omzetting in effecten op naam of gedematerialiseerde effecten vanaf 1 januari 2014, een verplichte verkoop van uitstaande aandelen aan toonder door de Vennootschap in juni 2015 en hun complete afschaffing op het einde van 2015.
Vanaf 1 januari 2016 hebben de rechtmatige eigenaars van niet opgeëiste aandelen aan toonder het recht om bij de Deposito- en Consignatiekas de terugbetaling te vorderen van hun deel in de nettoopbrengst van de verplichte verkoop van hun aandelen, op voorwaarde dat zij op geldige wijze hun hoedanigheid van rechthebbende kunnen aantonen en mits een boete van 10% van de verkoopopbrengst van de onderliggende aandelen aan toonder per begonnen jaar. Meer details zijn beschikbaar op de website van UCB.
UCB-aandelen op naam worden ingeschreven in UCB's register van aandelen op naam. Alle UCB-aandelen zijn toegelaten tot de notering en verhandeling op Euronext Brussel.
3.2.3 Eigen aandelen
In overeenstemming met artikel 12 van de statuten van UCB (de "Statuten"), heeft de buitengewone algemene vergadering van 30 april 2020 beslist om de machtiging aan de Raad van bestuur te hernieuwen, voor een periode van 2 jaar die aanvangt op 1 juli 2020 en die afloopt op 30 juni 2022, om op of buiten de beurs, door aankoop, omruiling, inbreng of om het even welke andere wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, tot 10% van het totale aantal aandelen van de Vennootschap te verwerven, berekend op de datum van elke verwerving, tegen een prijs of een tegenwaarde per aandeel die (i) niet hoger kan zijn dan de hoogste koers van het aandeel van de Vennootschap op Euronext Brussel op de datum van de verwerving en (ii) niet lager dan een (1) euro, zonder afbreuk te doen aan artikel 8:5 van het Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen
5 De "Belgische Corporate Governance Code 2020" is beschikbaar op de website van de Corporate Governance Commissie.
4 De wet van 23 maart 2019, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 4 april 2019, voerde het Wetboek van vennootschappen en verenigingen in, die het bestaande wetboek van vennootschappen verving en waarvan de dwingende bepalingen in werking traden voor bestaande vennootschappen vanaf 1 januari 2020. UCB heeft het WVV in haar Statuten opgenomen tijdens de algemene vergadering van 30 april 2020.
en verenigingen. De Vennootschap mag, samen met haar directe of indirecte dochtervennootschappen, evenals personen die handelen in hun eigen naam maar voor rekening van de Vennootschap of haar directe of indirecte dochtervennootschappen, als gevolg van dergelijke verkrijging(en) niet meer dan 10% van het totaal aantal aandelen uitgegeven door de Vennootschap verwerven, berekend op het moment van de relevante verwerving. Deze machtiging dekt ook elke verwerving van aandelen van de Vennootschap, direct of indirect, door de directe dochterondernemingen van de Vennootschap, overeenkomstig artikel 7:221 van het WVV. De machtiging die door de buitengewone algemene vergadering van de vennootschap op 26 april 2018 werd verleend, bleef geldig tot en met 30 juni 2020.
In 2020 heeft UCB NV 5 301 306 UCB-aandelen verworven en 1 570 764 UCB-aandelen overgedragen. Op 31 december 2020 was UCB NV eigenaar van 5 480 222 UCB-aandelen, die 2,82% van het totale aantal UCBaandelen vertegenwoordigen. Ze hield geen andere UCB-effecten aan.
UCB Fipar SA, een indirecte dochteronderneming van UCB, heeft in 2020 geen UCB-aandelen verworven en 4 101 306 UCB-aandelen verkocht (verkocht aan UCB NV via 2 kruistransacties). Op 31 december 2020 hield UCB Fipar SA geen UCB-aandelen of andere UCB-effecten aan.
De UCB-aandelen werden verworven door UCB NV om de verplichtingen van UCB in te dekken die voortvloeien uit de aandelenoptieplannen, aandelentoekenningsplannen en prestatieaandelenplannen voor werknemers. Een aantal van deze aandelen werd daarna overgedragen aan andere met UCB verbonden vennootschappen in de loop van 2020, uitsluitend om deze te leveren aan werknemers van deze andere verbonden vennootschappen. Aangezien deze aandelen allemaal geleverd zijn aan de in aanmerking komende werknemers, houdt geen enkele van deze andere verbonden vennootschappen nog UCB-aandelen aan op 31 december 2020. Voor meer details verwijzen we naar Toelichting 27.2 Eigen aandelen.
3.2.4 Toegestaan kapitaal
De buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2020 besloot om de Raad te machtigen (en om de Statuten overeenkomstig te wijzigen) om gedurende een periode van 2 jaar het kapitaal in één of meer malen te verhogen, onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, en dit binnen de grenzen van het WVV,
-
met maximaal 5% van het kapitaal berekend op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten (al dan niet ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen);
-
met maximaal 10% van het kapitaal berekend op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders niet wordt beperkt of uitgesloten.
Het totale bedrag waarmee de Raad het kapitaal kan verhogen door een combinatie van de machtigingen zoals bepaald onder (i) en (ii), is in ieder geval beperkt tot maximaal 10% van het kapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging.
De Raad is bovendien uitdrukkelijk gemachtigd om deze machtiging te gebruiken, binnen de beperkingen zoals bepaald onder (i) en (ii) hierboven, voor de volgende verrichtingen:
-
- een kapitaalverhoging of de uitgifte van converteerbare obligaties of van warranten waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of uitgesloten,
-
- een kapitaalverhoging of de uitgifte van converteerbare obligaties of inschrijvingsrechten waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of uitgesloten ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen; en
-
- een kapitaalverhoging door omzetting van reserves.
Een dergelijke kapitaalverhoging kan om het even welke vorm aannemen, met inbegrip van, maar zonder beperking tot, een inbreng in geld of in natura, met of zonder uitgiftepremie, met uitgifte van aandelen beneden, boven of aan fractiewaarde, door omzetting van reserves en/of uitgiftepremies en/of overgedragen winst, voor zover maximaal door de Wet is toegestaan.
Elke beslissing van de Raad om gebruik te maken van deze machtiging vereist een meerderheid van 75%.
De Raad heeft de bevoegdheid, met recht van indeplaatsstelling, om de Statuten te wijzigen om daarin de kapitaalverhogingen weer te geven die het gevolg zijn van de uitoefening van deze machtiging.
Het WVV laat niet toe om gebruik te maken van deze machtiging vanaf het ogenblik dat de Vennootschap op de hoogte werd gebracht over een openbaar overnamebod door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten ('FSMA').
3.3 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
3.3.1 Referentieaandeelhouder
De grootste aandeelhouder van UCB NV is Financière de Tubize SA (hierna ook de "Referentieaandeelhouder" of "Tubize" genoemd), een Belgische vennootschap genoteerd op Euronext Brussel. Tubize bezit 68 076 981 UCB-aandelen op een totaal van 194 505 658 (d.i. 35,00%) op 31 december 2020.
Op basis van de transparantiekennisgevingen ontvangen door Tubize en, in voorkomend geval, recentere publieke informatie, kan de aandeelhouderstructuur van Tubize op 31 december 2020 samengevat worden als volgt:
| In onderling overleg | Buiten onderling overleg | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stemrechten | % | Stemrechten | % | Stemrechten | % | |
| FEJ SRL | 8 525 014 | 19,15% | 1 988 800 | 4,47% | 10 513 814 | 23,62% |
| Daniel Janssen | 5 881 677 | 13,21% | 0 | 0,00% | 5 881 677 | 13,21% |
| Altaï Invest SA | 4 969 795 | 11,16% | 26 468 | 0,06% | 4 996 263 | 11,22% |
| Barnfin SA | 3 903 835 | 8,77% | 0 | 0,00% | 3 903 835 | 8,77% |
| Jean van Rijckevorsel | 11 744 | 0,03% | 0 | 0,00% | 11 744 | 0,03% |
| Totaal stemrechten gehouden door de referentieaandeelhouders |
23 292 065 | 52,33% | 2 015 268 | 4,53% | 25 307 333 | 56,85% |
| Andere aandeelhouders | 0 | 0,00% | 19 205 265 | 43,15% | 19 205 265 | 43,15% |
| Totaal stemrechten | 23 292 065 | 52,33% | 21 220 533 | 47,67% | 44 512 598 | 100,00% |
Altaï Invest SA wordt gecontroleerd door Evelyn du Monceau, geboren Evelyn Janssen. Barnfin SA wordt gecontroleerd door Bridget van Rijckevorsel, geboren Bridget Janssen.
De aandeelhouders van Tubize die behoren tot de familie Janssen, handelen in onderling overleg, d.w.z. zij hebben een aandeelhoudersovereenkomst gesloten waarvan de belangrijkste kenmerken hierna zijn weergegeven, gebaseerd op publiek beschikbare informatie:
- Het doel van het onderling overleg is om via Financière de Tubize SA de stabiliteit van de aandeelhoudersstructuur van UCB te verzekeren, met het oog op de industriële ontwikkeling ervan op lange termijn. In dit perspectief beoogt het om het doorslaggevend belang van de familie in de aandeelhoudersstructuur van Financière de Tubize SA te bewaren.
- De partijen bij het onderling overleg consulteren elkaar over de beslissingen die genomen moeten worden op de aandeelhoudersvergadering van Financière de Tubize SA, en ze proberen, voor zover als mogelijk, een consensus te bereiken. Ze zorgen ervoor dat ze voldoende vertegenwoordigd zijn in de Raad van bestuur van Financière de Tubize SA. Binnen deze Raad en via
hun vertegenwoordigers in de Raad van bestuur van UCB, consulteren zij elkaar over belangrijke strategische beslissingen die UCB aangaan, en proberen zij, voor zoveel als mogelijk, een consensus te bereiken.
• De partijen informeren elkaar vooraleer zij overgaan tot een belangrijke aankoop- of verkoopoperatie van aandelen van Financière de Tubize SA. Er zijn ook voorkooprechten en rechten van herverkoop voorzien binnen de familie.
Overeenkomstig regel 8.7 van de Code 2020 "moet de Raad van bestuur overleggen of het passend is dat de vennootschap een relatieovereenkomst sluit met de belangrijke aandeelhouder of de aandeelhouder met zeggenschap". De Raad is van oordeel dat er momenteel geen nood is om een relatieovereenkomst op te stellen. Het Corporate Governance Charter van UCB, de huidige samenstelling van de Raad van bestuur en de regels van het WVV bieden een voldoende duidelijk kader aan de Raad van bestuur en de referentieaandeelhouder. Bovendien is de Referentieaandeelhouder van UCB zelf een beursgenoteerde vennootschap en als zodanig onderworpen aan uitgebreide openbaarmakingsverplichtingen.
Al deze kennisgevingen kan u vinden op de website van UCB.
3.3.2 Transparantieverklaringen
In de loop van 2020 heeft UCB de volgende transparantieverklaringen ontvangen:
Op 20 januari 2020 heeft UCB een transparantieverklaring verzonden aan de FSMA, die voorzag in een jaarlijkse bijwerking over de transacties in UCB-aandelen en gelijkgestelde financiële instrumenten door UCB NV en haar indirecte dochtervennootschap UCB Fipar SA, en bevestigde dat UCB NV's bezit van UCB-aandelen de laagste drempel van 3% had onderschreden (samen met UCB Fipar SA).
UCB kreeg transparantieverklaringen van BlackRock, Inc., respectievelijk gedateerd op 2 januari, 8 januari en 14 januari 2020. De laatste verklaring gedateerd op 14 januari 2020 meldde dat BlackRock, Inc. vanaf 13 januari 2020, rekening houdend met de participaties van verbonden vennootschappen, 9 412 691 UCB-aandelen met stemrecht aanhield, die 4,84% vertegenwoordigen van het totale aantal aandelen uitgegeven door UCB, en 140 713 gelijkgestelde financiële instrumenten, die 0,07% van het totale aantal aandelen uitgegeven door UCB vertegenwoordigen.
UCB kreeg transparantieverklaringen van FMR LLC, gedateerd op 16 juli en 28 juli 2020. De laatste verklaring, gedateerd op 28 juli 2020, meldde dat FMR LLC vanaf 27 juli 2020, rekening houdend met de participaties aangehouden door verbonden vennootschappen, 7 060 944 UCBaandelen met stemrecht aanhield, die 3,63% vertegenwoordigen van het totaal aantal aandelen uitgegeven door UCB.
3.3.3 Relaties met en tussen aandeelhouders
Wij verwijzen u naar Toelichting 44.4 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur, voor een overzicht van de relaties tussen UCB en zijn aandeelhouders.
UCB heeft verklaringen ontvangen overeenkomstig artikel 74, §7, van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, van Financière de Tubize SA, Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG en UCB Fipar SA, respectievelijk op 22 november 2007, 11 december 2007 en 28 december 2007.
Op 25 augustus 2020 ontving UCB een bijgewerkte verklaring in toepassing van artikel 74, §8 van de wet op openbare overnamebiedingen van Tubize (beschikbaar op de website van UCB), waarin Tubize verklaarde dat het sinds 31 juli 2019 geen UCB-aandelen verwierf.
3.3.4 Aandeelhoudersstructuur
Naast de verklaringen hierboven vermeld onder 3.3.2 en 3.3.3, houdt UCB NV ook UCB-aandelen aan (zie boven – eigen aandelen). De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek.
Hieronder vindt u een bijgewerkt overzicht van de aandeelhoudersstructuur van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten), op basis van het aandelenregister van UCB, de transparantieverklaringen ontvangen in uitvoering van de Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, de kennisgeving ontvangen in uitvoering van artikel 74, §8 van de Wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, de kennisgevingen aan de FSMA in uitvoering van de Wet van 2 augustus 2002 op het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en, in voorkomend geval, recentere publieke bekendmakingen (situatie op 31 december 2020):
Aandeelhoudersstructuur van UCB NV
| Laatste wijziging: | 31 december 2020 | Situatie per | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelenkapitaal | € 583 516 974 | 13 maart 2014 | |||
| Totaal aantal stemrechten (= noemer) | 194 505 658 | ||||
| 1 | Financière de Tubize SA ("Tubize") | ||||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 68 076 981 | 35,00% | 19 januari 2018 | ||
| 2 | UCB NV | ||||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 5 480 222 | 2,82% | 31 december 2020 | ||
| gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 | 0 | 0,00% | 6 maart 2017 | ||
| gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 | 0 | 0,00% | 18 december 2015 | ||
| Totaal | 5 480 222 | 2,82% | |||
| Free float2 (stemrechtverlenende effecten (aandelen)) | 120 948 455 | 62,18% | |||
| 3 | Wellington Management Group LLP | ||||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 15 575 749 | 8,01% | 1 oktober 2019 | ||
| 4 | BlackRock, Inc. | ||||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 9 412 691 | 4,84% | 13 januari 2020 | ||
| 5 | FMR LLC | ||||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 7 060 944 | 3,63% | 27 juli 2020 |
(alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totale aantal stemrechten)
1 Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6, §6, van het Koninklijk Besluit van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.
2 Free float zijn de UCB-aandelen die niet gehouden worden door de Referentieaandeelhouder (Tubize) en UCB NV. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met stemrechtverlenende effecten (aandelen) gehouden door deze entiteiten, gelijkgestelde financiële instrumenten worden uitgesloten.
In lijn met het lange-termijn dividendbeleid van UCB stelt de Raad een bruto dividend voor van € 1,27 per aandeel (2019: € 1,24). Als het dividend wordt goedgekeurd door de algemene vergadering op 29 april 2021 zal het netto dividend van € 0,889 per aandeel betaalbaar zijn vanaf 4 mei 2021 tegen afgifte van coupon nummer 24.
3.3.5 Algemene vergadering van aandeelhouders
In overeenstemming met de statuten, vindt de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders plaats op de laatste donderdag van april om 11.00u. In 2021 is dit op 29 april.
De regels aangaande de agenda, de procedure voor het bijeenroepen van vergaderingen, toelating tot de vergaderingen, de procedure voor het uitoefenen van stemrecht en andere details kan men vinden in de Statuten en in het Charter, die beschikbaar zijn op de website van UCB.
3.4 Raad van bestuur en comités van de Raad
Het bestuur van UCB is gebaseerd op een "monistische" structuur. Dit betekent dat de onderneming wordt beheerd door een Raad van bestuur en wordt geleid door een Uitvoerend Comité, waarvan de respectievelijke functies en verantwoordelijkheden hierna zijn gedefinieerd, in overeenstemming met de Statuten van de Vennootschap en het Charter. De Raad koos niet voor een "duale" structuur, die is gebaseerd op een afzonderlijke Raad van toezicht en een Raad van beheer. De Raad nam hierbij in overweging dat het huidige systeem een passend evenwicht van bevoegdheden voorziet tussen de Raad en het management, en de samenstelling van de Raad in overeenstemming is met de aandeelhoudersstructuur van UCB. De Raad wilde eveneens niet op permanente wijze de bevoegdheden toegekend door de wet aan de Raad in de huidige monistische structuur delegeren aan het management, noch de algemene vertegenwoordiging van UCB. De Raad zal zijn bestuursstructuur tenminste elke 5 jaar herbekijken. De laatste herziening gebeurde door de Raad in oktober 2019.
3.4.1 Raad van bestuur
Samenstelling van de Raad en onafhankelijk bestuurders
Sinds de algemene vergadering van 30 april 2020 is de Raad van bestuur samengesteld als volgt:

Evelyn du Monceau Voorzitster van de Raad 1950 – Belgische
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 1984
- Voorzitster van de Raad sinds 2017
- Vice-voorzitster van de Raad van 2006 tot 2017
- Voorzitster van het Governance, Benoemings- en Remuneratiecomité sinds 2006 • Einde mandaat: 2023
Ervaring
Meer dan 30 jaar in de industriële sector, via verscheidene bestuursmandaten, en in holdings
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Raad van bestuur van Financière de Tubize SA*
- Lid van de Raad van bestuur van Solvay SA*
- Lid van het vergoedingscomité en het benoemingscomité van Solvay SA

Pierre L. Gurdjian Vice-voorzitter van de Raad 1961 – Belg
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2016
- Lid van het Governance, Benoemings- en Remuneratiecomité sinds 2016
- Einde mandaat: 2024
Ervaring
Senior Partner bij McKinsey and Co. waar hij bijna drie decennia actief was en senior professional in de domeinen Filantropie en Onderwijs
Belangrijkste externe mandaten
- Voorzitter van de Raad van bestuur van de Université Libre de Bruxelles
- Lid van de Raad van bestuur van Lhoist

Jean-Christophe Tellier Chief Executive Officer 1959 – Frans
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2014
- Einde mandaat: 2022
Ervaring
Meer dan 30 jaar in de farmaceutische sector, bij Ipsen en Novartis waar hij verscheidene senior uitvoerende functies bekleedde in verschillende delen van de wereld
Belangrijkste externe mandaten
- Voorzitter van BCR (Biopharmaceutical CEOs Roundtable)
- Voorzitter van IFPMA (International Federation of Pharmaceutical Manufacturers & Associations)
- Lid van de Raad van bestuur van de European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations (EFPIA)
- Vice-voorzitter van de Innovation Board Sponsored Committee (EFPIA)
- Lid van de Raad van bestuur van PhRMA (Pharmaceutical Research and Manufacturers of America)
- Lid van de Raad van bestuur van WELBIO (Walloon Institute for Life Lead Sciences)

UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2019
- Einde mandaat: 2023
Ervaring
Meer dan 30 jaar ervaring als leidinggevende in de gezondheidszorg met bewezen resultaten als senior leidinggevende in de 3 sectoren van private, publieke en overheidsdiensten
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Raad van bestuur van Tabula Rasa Healthcare Inc.
- Lid van de Raad van bestuur van Voluntis S.A.*
- Lid van de Raad van bestuur van GNS Healthcare
- Lid van de Raad van bestuur van Cambia Health Solutions
Jan Berger Onafhankelijk bestuurder 1957 – Amerikaanse

Alice Dautry Onafhankelijk bestuurder 1950 – Franse
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2015
- Lid van het Wetenschappelijk Comité sinds 2015
- Einde mandaat: 2023 (afgetreden per 31 december 2020, na het bereiken van de leeftijdsgrens)
Ervaring
Meer dan 30 jaar in de wetenschap, voornamelijk bij het Instituut Pasteur waarvan zij voorzitster was (2005-2013)
Belangrijkste externe mandaten
• Lid van de Board of Trustees van het Institute of Science and Technology (Oostenrijk)

Kay Davies Onafhankelijk bestuurder 1951 – Britse
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2014
- Voorzitster van het Wetenschappelijk
- Comité sinds 2014 • Lid van het Governance, Benoemings- en
- Remuneratiecomité sinds 2017
- Einde mandaat: 2022
Ervaring
Meer dan 20 jaar in wetenschappelijk onderzoek aan de universiteit van Oxford
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Raad van bestuur van Biotech Growth Trust*
- Bestuurder van Genome Research Ltd
- Lid van de Wetenschappelijke Adviesraad van Sarepta Therapeutics
- Lid van de Raad van bestuur van Oxford Biomedica*

UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2010
- Lid (sinds 2010) en Voorzitter (sinds 2015) van het Auditcomité
- Einde mandaat: 2021
Ervaring
Meer dan 30 jaar ervaring op globaal niveau in diverse industriële sectoren (Alcatel, VRT en Bekaert)
Belangrijkste externe mandaten
- Voorzitter van de Raad van bestuur van Telenet Group Holding NV*
- Voorzitter van de Raad van bestuur van Sibelco NV
Albrecht De Graeve Onafhankelijk bestuurder 1955 – Belg

Roch Doliveux Bestuurder 1956 – Frans
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2017
- Einde mandaat: 2021
Ervaring
Meer dan 30 jaar ervaring in de farmaceutische sector, waarvan 10 jaar als UCB's Chief Executive Officer en Voorzitter van het Uitvoerend Comité
Belangrijkste externe mandaten
- Voorzitter van het GLG Healthcare Instituut
- Voorzitter van de Raad van bestuur van de Pierre Fabre Groep
- Voorzitter van het Caring Entrepreneurship Fund (Koning Boudewijnstichting)
- Lid van de Raad van bestuur van Stryker Corporation*
- Voorzitter van de Raad van bestuur van Oxford Biomedica PLC*

UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2012
- Lid van het
- Auditcomité sinds 2015 • Einde mandaat: 2024
Ervaring
Meer dan 20 jaar ervaring in operaties, met inbegrip van UCB waar hij verschillende leidinggevende posities bekleedde. Vandaag beheert hij private equity activiteiten en investeringen met sociale impact
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Raad van bestuur van Financière de Tubize SA*
- Managing partner bij Kois Invest
- Medeoprichter, bestuurslid, CIO en IC-lid van verscheidene Kois impactfondsen en aanverwante privébedrijven
Charles-Antoine Janssen Bestuurder 1971 – Belg

UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2015
- Einde mandaat: 2023
Ervaring
Met meer dan 20 jaar ervaring als onafhankelijk adviseur heeft Cyril mandaten gehad in zowel de audiovisuele als niet-gouvernementele sector. Als sterke pleitbezorger voor het welzijn van kinderen, lag de focus van Cyril de voorbije 10 jaar op investeren in initiatieven met een sterke maatschappelijke impact en die gericht zijn op het leven gemakkelijker maken voor gezinnen
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Raad van bestuur van Financière de Tubize SA*
- Lid van de Raad van bestuur van FEJ SRL
- Lid van het Steering Committee van het Caring Entrepreneurship Fund (Koning Boudewijnstichting)
Cyril Janssen Bestuurder 1971 – Belg

Viviane Monges Onafhankelijk bestuurder 1963 – Frans
UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2017
- Lid van het Auditcomité sinds 2018
- Einde mandaat: 2021
Ervaring
30 jaar in financiële functies, voornamelijk in de farmaceutische sector (Wyeth, Novartis, Galderma, Nestlé)
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Raad van bestuur van Novo Holdings
- Lid van de Raad van bestuur van Idorsia*
- Lid van de Raad van bestuur van Voluntis S.A.*
- Lid van de Raad van bestuur van DBV Technologies*

UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2014
- Einde mandaat: 2022
Ervaring
Meer dan 20 jaar in de banken- en financiële sector, hoofdzakelijk bij IDS Capital
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Raad van bestuur van Financière de Tubize SA*
- Lid van de Raad van bestuur van Barnfin SA
- Dagelijks bestuurder en stichter van IDS Capital (Zwitserland en VK)
Cédric van Rijckevorsel Bestuurder 1970 – Belg

UCB Bestuursmandaat
- Lid sinds 2016
- Lid van het Auditcomité sinds 2016
- Einde mandaat: 2024
Ervaring
Bijna 20 jaar in hogere leidinggevende functies in farmaceutische ondernemingen en organisaties in de gezondheidszorg
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Raad van bestuur van Alfa Laval AB*
- Lid van de Raad van bestuur van Agenus Inc.*
- Voorzitter van de Raad van bestuur van Hansa Medical*
- CEO van X-Vax Technology, Inc
Ulf Wiinberg Onafhankelijk bestuurder 1958 – Deen/Zweed
De secretaris van de Raad is Xavier Michel (Group Secretary General).
De rol en de verantwoordelijkheden van de secretaris van de Raad worden beschreven in het Charter.
Tijdens de algemene vergadering van 30 april 2020 werden de mandaten van Charles-Antoine Janssen, Pierre Gurdjian (onafhankelijk bestuurder) en Ulf Wiinberg (onafhankelijk bestuurder) verlengd voor een termijn van 4 jaar.
Alice Dautry, Kay Davies, Albrecht De Graeve, Viviane Monges, Pierre Gurdjian, Jan Berger en Ulf Wiinberg kwalificeren allemaal als onafhankelijk bestuurder en voldoen aan alle onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door de Code 2020 en de Raad.
Evelyn du Monceau, Charles-Antoine Janssen, Cyril Janssen en Cédric van Rijckevorsel zijn vertegenwoordigers van de Referentieaandeelhouder
Mandaten van bestuursleden in andere beursgenoteerde bedrijven zijn gemarkeerd met een *
en zij kunnen bijgevolg niet kwalificeren als onafhankelijk bestuurder. Roch Doliveux was CEO van UCB van 2005 tot 31 december 2014. Hij heeft ook een lang ambtstermijn in de Raad van bestuur van UCB en om deze redenen kwalificeert hij niet als onafhankelijk bestuurder in de zin van de Code 2020.
Bijgevolg was de Raad in 2020 samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijk bestuurders.
De mandaten van Albrecht De Graeve, Viviane Monges en Roch Doliveux zullen aflopen op de algemene vergadering van 29 april 2021 (algemene vergadering van 2021). Roch Doliveux deelde de Raad mee dat hij zich om persoonlijke redenen niet kandidaat zal stellen voor een verdere verlenging van zijn mandaat en dat hij de Raad en UCB dus zal verlaten op het einde van de termijn van zijn huidig mandaat (d.w.z. de AV 2021).
Alice Dautry bereikte de leeftijdsgrens na de algemene vergadering van 2020 en heeft aanvaard om in de Raad van UCB te blijven tot haar opvolger haar kon vervangen, d.w.z. tot en met 31 december 2020. Per 1 januari 2021 werd Alice Dautry vervangen door Susan Gasser, die door de Raad bij coöptatie werd benoemd voor de periode van 1 januari 2021 tot 29 april 2021. Zij vervangt Alice Dautry ook als lid van het Wetenschappelijk Comité van de Raad. De benoeming van Susan Gasser werd aan de Raad aanbevolen door zijn Governance, Benoemings- & Remuneratiecomité ("GNCC"), dat de opvolgingsplanning en de zoektocht beheert in overeenstemming met het Charter. Wanneer in de loop van het mandaat een plaats van bestuurder vrijkomt, heeft de Raad het recht om de vacature door coöptatie in te vullen, overeenkomstig de regels van het WVV en de Statuten van de Vennootschap, maar de coöptatie moet door de volgende algemene vergadering bekrachtigd worden. De Raad zal daarom op 29 april 2021 aan de algemene vergadering vragen om de coöptatie van Susan Gasser voor die periode te bekrachtigen, en zal daarna ook aan de algemene vergadering voorstellen om haar benoeming goed te keuren voor een volledig mandaat van 4 jaar, te beginnen op de datum van genoemde algemene vergadering (29 april 2021) tot de algemene vergadering van 2025. Susan Gasser kwalificeert als onafhankelijk bestuurder overeenkomstig de onafhankelijkheidscriteria van de Code 2020. Als haar benoeming door de algemene vergadering van 2021 wordt bekrachtigd, blijft zij lid van het Wetenschappelijk Comité van de Raad. Een curriculum vitae van Susan Gasser is beschikbaar op de website van UCB.
Kay Davies zal enkele dagen voor de AV 2021 de leeftijdsgrens bereiken. Gezien het vrijwillig vertrek van Alice Dautry heeft de Raad besloten om, overeenkomstig regel 3.2.4 van het Charter, een uitzondering te maken op de leeftijdsgrens voor bestuurders om Kay Davies toe te staan haar huidig mandaat tot het einde van haar termijn (d.w.z. de AV van 28 april 2022) voort te zetten, om de continuïteit in het Wetenschappelijk Comité te verzekeren en een passende inwerkperiode voor Susan Gasser in dit comité mogelijk te maken. Kay Davies zal ook lid van het GNCC blijven tot het einde van haar huidige mandaat.
Aangezien Evelyn du Monceau, de huidige voorzitster van de Raad, in de loop van 2020 ook de leeftijdsgrens bereikte, zal zij ontslag nemen uit de Raad met onmiddellijke ingang na de sluiting van de AV 2021.
Naast de hierboven vermelde benoeming van Susan Gasser, en op aanbeveling van het GNCC (belast met de opvolgingsplanning en het zoeken naar kandidaten voor de Raad), zal de Raad aan de AV van 29 april 2021 voorstellen:
- Stefan Oschmann te benoemen als onafhankelijk bestuurder voor een mandaat van 4 jaar (tot de AV van 2025). Stefan Oschmann voldoet aan alle criteria om te kwalificeren als onafhankelijk bestuurder, overeenkomstig de criteria bepaald door de Code 2020 en de Raad. Als Stefan Oschmann verkozen wordt door de AV 2021, zal hij voorzitter van de Raad worden, ter vervanging van mevrouw Evelyn du Monceau, en lid van het GNCC.
- Mevrouw Fiona du Monceau te benoemen als bestuurder voor een mandaat van 4 jaar (tot de AV van 2025). Indien zij wordt verkozen door de algemene vergadering 2021, zal zij vice-voorzitster van de Raad worden, ter vervanging van Pierre Gurdjian, die in de Raad zal blijven als onafhankelijk bestuurder voor de rest van zijn mandaat. Zij wordt ook de voorzitster van het GNCC. Fiona du Monceau is een
vertegenwoordiger van de Referentieaandeelhouder en komt niet in aanmerking als onafhankelijk bestuurder overeenkomstig de criteria van de Code 2020.
- Jonathan Peacock te benoemen als onafhankelijk bestuurder voor een mandaat van 4 jaar (tot de algemene vergadering van 2025). Jonathan Peacock voldoet aan alle criteria van de Code 2020 en de Raad om in aanmerking te komen als onafhankelijk bestuurder. Indien hij door de algemene vergadering van 2021 verkozen wordt, zal Jonathan Peacock voorzitter van het Auditcomité worden, ter vervanging van Albrecht De Graeve.
- Het mandaat van Albrecht De Graeve als bestuurder te verlengen voor een termijn van 4 jaar (tot de AV van 2025). Albrecht De Graeve zal enkel kwalificeren als onafhankelijk bestuurder tijdens het eerste jaar van zijn hernieuwd mandaat van 4 jaar (tot de AV van 2025). Overeenkomstig de regels van de Code 2020 kwalificeren niet-uitvoerende bestuurders als onafhankelijk als hun totale ambtstermijn niet meer dan 12 jaar bedraagt. Albrecht De Graeve werd voor de eerste keer als onafhankelijk bestuurder benoemd op de algemene vergadering van 29 april 2010 en kan dus maar voor 1 bijkomend jaar als onafhankelijk bestuurder kwalificeren, tot de AV van 2022. Indien hij herkozen wordt, zal Albrecht De Graeve nog één jaar (tot de AV van april 2022) als onafhankelijk lid van het Auditcomité aanblijven. Vanaf de AV van 2022 tot het einde van zijn mandaat (2025) zal Albrecht De Graeve niet-onafhankelijk lid van de Raad blijven en zal hij geen lid meer zijn van het Auditcomité. In het kader van het algemene opvolgingsplan is de Raad van oordeel, gezien zijn sleutelrol als voorzitter van het Auditcomité sinds 2015, dat het belangrijk is Albrecht De Graeve nog een jaar langer te behouden als onafhankelijk lid van de Raad en van het Auditcomité, om een vlotte overgang en opvolging te verzekeren in een jaar van kritieke veranderingen in het bestuur van de Vennootschap: verandering van de voorzitter en vice-voorzitster van de Raad (respectievelijk Stefan Oschmann en Fiona du Monceau), van de voorzitter van het Auditcomité (Jonathan Peacock) en voorzitster van het GNCC (Fiona du Monceau), alsook een verandering van commissaris (het proces voor de verandering van de commissaris is in 2018 gestart en werd uitgevoerd onder toezicht van het Auditcomité – zie hieronder voor meer details). Daarom wordt het van essentieel belang geacht de continuïteit in het Auditcomité te verzekeren met de aanwezigheid van Albrecht De Graeve in dergelijk overgangsjaar. Na 2022 zal Albrecht De Graeve zijn ervaring en waardevolle bijdrage aan de Raad blijven leveren als nietonafhankelijk/niet-uitvoerend lid.
- Het mandaat van Viviane Monges als onafhankelijk lid van de Raad te verlengen voor een termijn van 4 jaar (tot de AV van 2025). Viviane Monges voldoet aan alle criteria van de Code 2020 en de Raad om te kwalificeren als onafhankelijk bestuurder. Indien haar mandaat door de AV van 2021 verlengd wordt, zal Viviane Monges onafhankelijk lid van het Auditcomité blijven.
Na bevestiging van de bovenvermelde herbenoemingen door de algemene vergadering van 29 april 2021, en in overeenstemming met het Charter, zal de Raad samengesteld blijven uit een meerderheid van onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders. Alle bijzondere comités van de Raad zullen ook nog steeds samengesteld zijn uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders (Auditcomité: Jonathan Peacock (voorzitter & onafhankelijk), Albrecht De Graeve (onafhankelijk tot AV van 2022), Viviane Monges (onafhankelijk) en Charles-Antoine Janssen (niet onafhankelijk); GNCC: Fiona du Monceau (voorzitster en niet onafhankelijk), Stefan Oschmann (onafhankelijk), Pierre Gurdjian (onafhankelijk) en Kay Davies (onafhankelijk); Wetenschappelijk comité: Kay Davis (voorzitster en onafhankelijk) en Susan Gasser (onafhankelijk)). Jean-Christophe Tellier is de enige uitvoerend bestuurder (CEO) in de Raad.
Rekening houdend met het vertrek van Evelyn du Monceau, Alice Dautry en Roch Doliveux, en indien alle bovenvermelde mandaten door de AV 2021 worden goedgekeurd, zal het totaal aantal leden van de Raad verhogen van 13 naar 14 leden, wat binnen de maximumgrens ligt die momenteel in het Charter is vastgelegd. Deze toename moet zorgen voor een soepele overgang, continuïteit en opvolgingsplanning in jaren van belangrijke veranderingen in de samenstelling van de Raad. 9 van de 14 leden zullen onafhankelijk zijn (8 vanaf april 2022).
De Raad van bestuur van UCB was in 2020 samengesteld uit 5 vrouwen op een totaal van 13 leden, m.a.w. meer dan het minimum opgelegd door artikel 7:86 van het WVV.
Na de voorgestelde wijzigingen in de samenstelling van de Raad zoals hierboven vermeld, en indien goedgekeurd door de AV 2021, zal de Raad bestaan uit 5 vrouwen op 14 leden (35%), wat in overeenstemming blijft met de genderdiversiteitsvereiste van artikel 7:86 van het WVV.
Werking van de Raad
In 2020 kwam de Raad zes keer samen voor zijn periodieke vergaderingen, met inbegrip van zijn jaarlijkse strategische meeting (oktober). Door de COVID-19-pandemie, en met uitzondering van zijn vergadering van februari 2020, werden alle vergaderingen per videoconferentie gehouden, wat volgens de Belgische wet en de Statuten van de Vennootschap is toegestaan. De aanwezigheidsgraad van zijn leden op zijn periodieke vergaderingen was als volgt:
| Evelyn du Monceau, Voorzitster | 100% |
|---|---|
| Pierre L. Gurdjian, Vice-voorzitter | 100% |
| Jean-Christophe Tellier, Uitvoerend bestuurder | 100% |
| Jan Berger | 100% |
| Alice Dautry | 100% |
| Kay Davies | 100% |
| Albrecht De Graeve | 100% |
| Roch Doliveux | 100% |
| Charles-Antoine Janssen | 100% |
| Cyril Janssen | 100% |
| Viviane Monges | 100% |
| Cédric van Rijckevorsel | 100% |
| Ulf Wiinberg | 100% |
Naast de periodieke vergaderingen is de Raad ook verscheidene malen via kortere ad hoc videoconferenties bijeengekomen om besluiten te nemen over specifieke projecten of aangelegenheden (begin april om het effect van de COVID-19-pandemie te beoordelen, in mei om de overname van Engage Therapeutics goed te keuren en in september om de aankoop van een nieuwe vestiging voor zijn activiteiten in het VK goed te keuren).
In de loop van het jaar, zowel om de Raad voortdurend te betrekken bij de uitvoering van de strategie in de bijzondere context van de COVID-19-pandemie, en om zijn strategische raadsvergadering van oktober voor te bereiden, heeft de Raad verscheidene informele zittingen gehouden over specifieke thema's of aangelegenheden, zoals de digitale transformatie, de evolutie van de omgeving in de VS en de voorbereiding voor de lancering van UCB's late-fase pijplijn. De Raad heeft ook bij één gelegenheid gebruik gemaakt van de schriftelijke procedure (om te beslissen over de voorwaarden en de uitzonderlijke vorm van de algemene vergadering van 2020 in het licht van het verbod op fysieke vergaderingen waartoe de Belgische regering had besloten om de COVID-19-pandemie te bestrijden). Tijdens de COVID-19-pandemie werd de Raad ook globaal en wekelijks op de hoogte gehouden van de situatie (via een speciaal rapporteringsproces).
De Raad heeft in 2020 voornamelijk besprekingen gevoerd, evaluaties verricht en besluiten genomen over de volgende items:
- De strategie van UCB en het algemene toezicht op de uitvoering ervan door het management, met inbegrip van ESG-aangelegenheden en de integratie van duurzaamheid in de algemene ambitie en activiteiten van de Vennootschap, de innovatiestrategie op lange termijn, en de productiecapaciteit.
- De prestaties van de Vennootschap en het toezicht op het effect van de COVID-19-pandemie op de prestaties en op de algemene bedrijfsvoering en activiteiten van de Vennootschap.
- De vorderingen van de initiatieven van de Vennootschap, in het kader van haar duurzaamheidsengagement en maatschappelijke bijdrage in het kader van de COVID-19 pandemie.
- De strategische M&A projecten (met inbegrip van de afronding van de overname van Ra Pharmaceuticals, de overname van Engage Therapeutics, het partnerschap met Roche in de ziekte van Alzheimer, de overname van Handl Therapeutics BV in gentherapie).
- Opvolgingsplanning voor de Raad.
- IT en cyberveiligheid.
- Digitale bedrijfstransformatie en evolutie van het Go-to-Market-model.
- Voorbereiding van de lancering voor de late-fase pijplijnproducten.
- Toewijzing van middelen en geld en de begroting.
- Via het GNCC, de uitvoering van de Tweede Richtlijn betreffende de rechten van aandeelhouders, de Code 2020 en het WVV, met de nadruk op het Verslag over de bezoldiging en het Bezoldigingsbeleid.
- Enterprise Risk Management.
UCB heeft haar duurzaamheidsstrategie ingebed in haar totale UCBstrategie zoals gedefinieerd door de Raad, op voorstel van het Uitvoerend Comité. Het Head of Sustainability (Hoofd van Duurzaamheid) rapporteert rechtstreeks aan de CEO. In termen van bestuur heeft de vennootschap op managementniveau een Sustainability Governance Committee (duurzaamheid stuurcomité) opgericht, samen met een External Sustainability Advisory Board (Adviesraad voor duurzaamheid), die bestaat uit een diverse groep van externe internationale deskundigen op het gebied van duurzaamheid, die de duurzaamheidsdimensie van de UCB-strategie en -resultaten kunnen inspireren, ter discussie stellen en een perspectief van buitenaf kunnen bieden. Leden van de Raad hebben toegang tot de vergaderingen van de External Sustainability Advisory Board. Op dit moment zijn de externe leden van deze adviesraad Elhadj As Sy (voorzitter Kofi Annan Foundation), Sandrine Dixson-Declève (co-voorzitster Club van Rome), Charlotte Ersbøll (trustee Forum for the Future), Teresa Fogelberg (voormalig adjunct-hoofddirecteur GRI), Hannah Jones (voorzitster Nike Valiant Labs) en Bright Simons (oprichter en voorzitter mPedigree).
Het globale overzicht over de IT-strategie en cyberveiligheid maakt deel uit van de missie van de Raad. Elk jaar hebben de Raad en het Auditcomité in het bijzonder specifieke sessies gewijd aan IT en cyberveiligheidstrategieën en -operaties. Digitale transformatie en strategie zijn ook volledig ingebed in de totale strategie van UCB zoals gedefinieerd door de Raad, op voorstel van het Uitvoerend Comité.
Er waren in 2020 geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen, en een lid van de Raad die tot een belangenconflict aanleiding zouden kunnen geven, met uitzondering van het vermelde in sectie 3.12.
Er was dit jaar geen specifiek inductieprogramma voor de Raad aangezien er geen nieuwe bestuurder werd aangesteld in 2020. Zoals hierboven vermeld, bleef het management tijdens het jaar contact houden met de Raad om vragen te beantwoorden of nog om een degelijke opvolging en begrip van de activiteiten van UCB en de omgeving te verzekeren.
Sinds 2014, en twee keer per jaar (de vergaderingen in juli en december) houdt de Raad ook een bijzondere sessie waarbij het uitvoerend lid (de CEO) niet aanwezig is.
Evaluatie van de Raad
In overeenstemming met zijn Charter (sectie 3.5) moet de Raad een (interne) evaluatie doen op regelmatige basis en minstens om de twee jaar. De laatste beoordeling is in 2019 uitgevoerd door een externe consultant en er is verslag over uitgebracht in het Geïntegreerd Jaarverslag 2019.
Erebestuurders
De Raad heeft de volgende bestuurders benoemd als erebestuurders:
- Karel Boone, Erevoorzitter
- Mark Eyskens, Erevoorzitter
- Georges Jacobs de Hagen, Erevoorzitter
- Daniel Janssen, Erevicevoorzitter
- Gerhard Mayr, Erevoorzitter
- Prins Lorenz van België
- Alan Blinken
- Arnoud de Pret
- Peter Fellner
- Guy Keutgen
- Jean-Pierre Kinet
- Tom McKillop
- Gaëtan van de Werve
- Jean-Louis Vanherweghem
- Bridget van Rijckevorsel
- Norman J. Ornstein
De Raad heeft ook Alice Dautry voorgedragen als erebestuurder van UCB met ingang van 1 januari 2021.
3.4.2 Comités van de Raad
Auditcomité
De Raad heeft een Auditcomité opgezet waarvan de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het WVV, de Code 2020, en het Charter. Het is samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijk bestuurders, alle maal niet-uitvoerende bestuurders, en wordt voorgezeten door Albrecht De Graeve, zelf ook een onafhankelijk bestuurder. Alle leden beschikken over de deskundigheid op het gebied van audit en boekhouding zoals vereist door artikel 7:99 van het WVV.
| Einde mandaat |
Onaf hankelijk bestuurder |
Aanwezig heidsgraad |
|
|---|---|---|---|
| Albrecht De Graeve, Voorzitter |
2021 | x | 100% |
| Charles-Antoine Janssen | 2024 | 100% | |
| Viviane Monges | 2021 | x | 100% |
| Ulf Wiinberg | 2024 | x | 75% |
Het Auditcomité vergaderde vier keer in 2020. Elke vergadering van het Auditcomité ging gepaard met een besloten sessie met enkel de interne auditors en de commissaris, zonder dat het management aanwezig was. Indien nodig werden de vergaderingen van het Auditcomité, al dan niet deels, bijgewoond door de commissaris. Door de COVID-19-pandemie vonden de vergaderingen van het GNCC plaats per videoconferentie, behalve de vergadering van februari die fysiek werd bijgewoond.
De vergaderingen van het Auditcomité werden ook bijgewoond door Detlef Thielgen (voormalig EVP – Chief Financial Officer & Corporate Development), Sandrine Dufour (vanaf juli 2020) (EVP – Chief Financial Officer & Corporate Development), Doug Gingerella (Global Internal Audit) en Xavier Michel (Group Secretary General), die optreedt als secretaris van het Auditcomité.
Deels werden de vergaderingen werden ook op regelmatige basis bijgewoond door Jean-Christophe Tellier (CEO), Evelyn du Monceau (Voorzitster van de Raad) en andere leden van het management of personeel afhankelijk van het onderwerp (boekhouding, belastingen, risico's, pensioenen, kwaliteit, IT enz.).
In 2020, en overeenkomstig zijn intern reglement (zie het Charter dat beschikbaar is op de website van UCB), hield het Auditcomité toezicht op het financiële verslaggevingsproces (met inbegrip van de jaarrekeningen), de systemen voor interne controle en risicobeheer van UCB alsook de doeltreffendheid daarvan, de interne audit alsook de doeltreffendheid daarvan, het audit plan en de hieruit voortkomende resultaten, de wettelijke controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarverslagen, het nazicht en het toezicht op de pensioenschema's en verplichtingen, en de onafhankelijkheid van de commissaris, met inbegrip van de verlening van bijkomende diensten aan UCB waarvoor het Auditcomité de vergoedingen beoordeelde en goedkeurde. Het Auditcomité focuste ook op de verplichte rotatie van de commissaris en het toezicht op de procedure voor de benoeming van een nieuwe commissaris door de AV 2021. Ook de cyberveiligheid en IT-controles worden nauwlettend in het oog gehouden. Risico's in verband met de COVID-19-pandemie en de mogelijke gevolgen voor de activiteiten en de financiën van UCB stonden ook op de agenda van het Auditcomité in 2020.
Governance, Benoemings- & Remuneratiecomité
De Raad richtte een Governance, Benoemings- & Remuneratiecomité ("GNCC") op, waarvan de samenstelling, de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het WVV, de Code 2020 en het Charter. De huidige samenstelling van het GNCC is als volgt:
| Einde mandaat |
Onaf hankelijk bestuurder |
Aanwezig heidsgraad |
|
|---|---|---|---|
| Evelyn du Monceau, Voorzitster |
2023 | 100% | |
| Kay Davies | 2022 | x | 100% |
| Pierre L. Gurdjian | 2024 | x | 100% |
Het GNCC vergaderde vijf keer in 2020. De vergaderingen van het comité werden bijgewoond door Jean-Christophe Tellier (CEO), behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden, en door Jean-Luc Fleurial (Head of Talent & Company Reputation), die optreedt als secretaris van het GNCC, behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden of op de remuneratie van de CEO. In verband met de COVID-19-pandemie vonden de vergaderingen van het GNCC plaats per videoconferentie, behalve de vergadering van februari die in persoon werd bijgewoond.
In 2020, en overeenkomstig zijn intern reglement (zie het Charter dat beschikbaar is op de website van UCB), beoordeelde het GNCC de benoemingsvoorstellen die ter goedkeuring aan de Raad werden voorgelegd (voor het Uitvoerend Comité en senior management posities), de prestaties van de leden van het Uitvoerend Comité en hun bezoldiging. Het deed ook voorstellen en beoordeelde de opvolgingsplanning van de leden van de Raad, het Uitvoerend Comité en senior executives. Dit jaar ging de aandacht vooral uit naar de opvolging van de voorzitter en de vice-voorzitter en naar een wijziging van de voorzitter van het Auditcomité. Het beoordeelde en deed relevante voorstellen of aanbevelingen aan de Raad over de toekomstige samenstelling van de Raad en van zijn comités, die effectief zal worden na goedkeuring door de algemene vergadering van 29 april 2021 (zie hierboven voor de voorgestelde besluiten). We merken op dat de Raad, wat de opvolging van de voorzit(s)ter betreft en op aanbeveling van het GNCC, een speciaal (uitgebreid) comité heeft aangesteld met als enige opdracht het proces in verband met de opvolging van de voorzit(s)ter te leiden en te controleren, om een proces te verzekeren dat inclusiever en representatiever zou zijn voor de verschillende standpunten binnen de Raad. Dit ad-hoc comité bestond uit zes personen, waaronder drie leden die geen vertegenwoordigers van de Referentieaandeelhouder waren (Albrecht De Graeve, Roch Doliveux en Kay Davies) en drie leden die wel vertegenwoordigers van de Referentieaandeelhouder waren (Charles-Antoine Janssen, Cyril Janssen en Evelyn du Monceau).
Het GNCC heeft het hele jaar bijzondere aandacht gehad voor de reactie van UCB op de COVID-19-pandemie, met inbegrip van de bijdrage van UCB aan de samenleving in zijn geheel, diverse gemeenschappen, patiënten en werknemers.
Het GNCC focuste ook op de uitvoering van de Tweede Richtlijn betreffende de rechten van aandeelhouders, het nieuwe WVV en de Code 2020, met nadruk op aangelegenheden in verband met bezoldiging (Bezoldigingsbeleid en het Verslag over de bezoldiging).
Het beoordeelde het bezoldigingsbeleid, de lange-termijnincentives toe te kennen aan het management (inclusief de CEO) alsook de prestatiecriteria waaraan deze incentives zijn gekoppeld, en legde deze ter goedkeuring voor aan de Raad.
Het GNCC heeft ook kwesties van deugdelijk bestuur van dichtbij opgevolgd.
Een meerderheid van de leden van het GNCC is onafhankelijk en voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van de Code 2020 en van de Raad. Alle leden hebben de nodige deskundigheid en expertise op het gebied van het remuneratiebeleid zoals vereist door artikel 7:100, §2 van het WVV.
Wetenschappelijk Comité
Het Wetenschappelijk Comité staat de Raad bij in zijn beoordeling van de kwaliteit van UCB's O&O wetenschap en de concurrentiële positie hiervan. Het Wetenschappelijk Comité is samengesteld uit leden die wetenschappelijke en medische expertise hebben, en die momenteel allen onafhankelijk zijn (en zullen blijven).
| Einde mandaat |
Onaf hankelijk bestuurder |
Aanwezig heidsgraad |
|
|---|---|---|---|
| Kay Davies, Voorzitster | 2022 | x | 100% |
| Alice Dautry* | 2023 | x | 100% |
*teruggetreden met ingang van 31 december 2020
Ze vergaderen regelmatig met Dhaval Patel, EVP & Chief Scientific Officer. De leden van het Wetenschappelijk Comité zijn ook nauw betrokken bij de activiteiten van UCB's Wetenschappelijke Adviesraad, samengesteld uit externe gereputeerde medisch-wetenschappelijke experts (doorgaans 3 vergaderingen per jaar). De Wetenschappelijke Adviesraad, samengesteld uit ad hoc experts, zal wetenschappelijk nazicht en strategische input geven over de beste manier om UCB te positioneren als een robuustere leider en drijvende kracht in de biofarmaceutische sector en om het Uitvoerend Comité te adviseren over strategische keuzes op het gebied van het vroege stadium van O&O. Het Wetenschappelijk Comité brengt verslag uit aan de Raad over het oordeel van de Wetenschappelijke Adviesraad over UCB's onderzoeksactiviteiten en strategische oriëntatie.
In de loop van 2020 zijn de vergaderingen van de Wetenschappelijke Adviesraad virtueel voortgezet door de COVID-19-pandemie, en de belangrijkste opinieleiders bleven zeer betrokken bij de besprekingen en evaluaties. De leden van het Wetenschappelijk Comité hebben deelgenomen aan een volledige "fysieke" vergadering om de portefeuille te overzien, gehouden in januari 2020. Gedurende het hele jaar bleven de leden van het Wetenschappelijk Comité regelmatig bijeenkomen met Dhaval Patel, UCB's Chief Scientific Officer, om voortdurend betrokken te blijven bij en dialoog te hebben over de wetenschap en de vroege pijplijn. Er is ook veel aandacht besteed aan de strategie in gentherapie.
3.5 Uitvoerend Comité
Samenstelling van het Uitvoerend Comité
Zoals aangekondigd in juli 2019, heeft UCB haar organisatie en werkwijzen aangepast om te zorgen voor meer wendbaarheid en transversale samenwerking in de hele organisatie. Deze evolutie is ook weerspiegeld in de samenstelling van het Uitvoerend Comité van UCB, dat in 2020 kleiner werd, met meer transversale rollen over grenzen van business en regio's heen, en meer gefocust op de kernactiviteiten van de vennootschap.
Nadat Jeff Wren en Bharat Tewarie het Uitvoerend Comité in het vierde kwartaal van 2019 hadden verlaten, zijn Alexander Moscho en Pascale Richetta in januari 2020 teruggetreden. De voormalige CFO van de vennootschap, Detlef Thielgen, is eind april 2020 uit het Uitvoerend Comité teruggetreden. Hij is per 1 juli 2020 vervangen door Sandrine Dufour. Tijdens de interim-periode (van eind april tot 1 juli 2020) werd de CFO-functie ad interim uitgeoefend door Jean-Christophe Tellier, CEO.
Sinds 1 juli 2020 is het Uitvoerend Comité als volgt samengesteld:
- Jean-Christophe Tellier: Chief Executive Officer & Voorzitter van het Uitvoerend Comité
- Dhaval Patel: Executive Vice President Chief Scientific Officer
- Iris Löw-Friedrich: Executive Vice President Chief Medical Officer
- Charl van Zyl: Executive Vice President Neurology Solutions & Head of EU/International
- Emmanuel Caeymaex: Executive Vice President Immunology Solutions & Head of US
- Kirsten Lund-Jurgensen: Executive Vice President Supply & Technology Solutions
- Jean-Luc Fleurial: Executive Vice President Chief Human Resources Officer
- Sandrine Dufour: Executive Vice President & Chief Financial Officer
- Bill Silbey: Executive Vice President General Counsel


Jean-Christophe Tellier Chief Executive Officer 1959 – Frans
Vervoegde UCB in 2011
- Benoemd in 2011
- Benoemd tot CEO in 2015
Belangrijkste externe mandaten
- Voorzitter van BCR (Biopharmaceutical CEOs Roundtable)
- Voorzitter van IFPMA (International Federation of Pharmaceutical Manufacturers & Associations)
- Lid van de Raad van bestuur van de European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations (EFPIA)
- Vice-voorzitter van de Innovation Board Sponsored Committee (EFPIA)
- Lid van de Raad van bestuur van PhRMA (Pharmaceutical Research and Manufacturers of America)
- Lid van de Raad van bestuur van WELBIO (Walloon Institute for Life Lead Sciences)
Ervaring
Meer dan 30 jaar in de farmaceutische sector, bij Ipsen en Novartis waar hij verscheidene senior uitvoerende functies bekleedde in verschillende delen van de wereld

Vervoegde UCB in 2017
• Benoemd in 2017
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Raad van bestuur van Anokion
- Lid van de Raad van bestuur van Priothera
- Lid van de Raad van bestuur van Quell Therapeutics
- Klinische Professor in de Geneeskunde aan de Universiteit van North Carolina
Ervaring
Meer dan 30 jaar ervaring in O&O en in immunologie, meer in het bijzonder bij Novartis en in de academische wereld bij het Duke University Medical Center en de Universiteit van North Carolina
Executive Vice President & Chief Scientific Officer 1961 – Amerikaan
Dhaval Patel

Iris Löw-Friedrich Executive Vice President & Chief Medical Officer 1960 – Duitse
Vervoegde UCB in 2006
• Benoemd in 2008
Belangrijkste externe mandaten
- Lid van de Supervisory Board van Evotec AG
- Lid van de Supervisory Board van Fresenius SE & Co KGaA
- Lid van de Raad van bestuur van TransCelerate
- Lid van de Raad van bestuur van PhRMA Foundation
- Lid van de Raad van bestuur van MAPS (Medical Affairs Professional Society)
Ervaring
Arts, gecertifieerd in interne geneeskunde, met meer dan 20 jaar ervaring in ontwikkeling van geneesmiddelen, met senior uitvoerende posities bij Hoechst, Aventis, BASF Pharma/Knoll, Abbott en Schwarz Pharma

Vervoegde UCB in 2017
• Benoemd in 2017
Geen externe mandaten
Ervaring
Bijna 20 jaar ervaring in de gezondheidszorg waardeketen, inclusief bedrijfsontwikkeling en licentiëring, productie, marketing en verkoop en onderzoek en klinische ontwikkeling
Charl van Zyl Executive Vice President Neurology Solutions & Head of EU/International 1967 – Brit/Zuid-Afrikaan

Vervoegde UCB in 1994
• Benoemd in 2015
Belangrijkste externe mandaten
• Lid van de Raad van bestuur van BIO (Biotechnology Innovation Organization)
Ervaring
25 jaar brede ervaring in biofarmaceutische commercialisatie, ontwikkeling en algemeen management, over de hele wereld
Emmanuel Caeymaex Executive Vice President Immunology Solutions & Head of U.S. 1969 – Belg

Kirsten Lund-Jurgensen Executive Vice President, Supply & Technology Solutions 1959 – Duitse
Vervoegde UCB in 2019
• Benoemd in 2019
Geen externe mandaten
Ervaring
Apotheker, met meer dan 33 jaar ervaring in productie en bevoorrading van farmaceutische producten, met senior uitvoerende posities bij SmithKline Beecham en Pfizer in Duitsland, Australië en de VS.

Vervoegde UCB in 2017
• Benoemd in 2017
Geen externe mandaten
Ervaring
Meer dan 20 jaar ervaring in het bouwen en implementeren van talentstrategieën in verschillende regio's en bedrijven, voornamelijk bij Procter&Gamble en Bristol Myers Squibb
Jean-Luc Fleurial Executive Vice President & Chief Human Resources Officer 1965 – Frans

Vervoegde UCB in juli 2020
• Benoemd in juli 2020
Externe mandaten
• Lid van de Raad van bestuur van WPP
Ervaring
Meer dan 25 jaar ervaring in financiën, M&A, strategie, digitale transformatie in de telecom- en mediasector met senior leidinggevende posities bij Vivendi, SFR en Proximus
Sandrine Dufour Executive Vice President & Chief Financial Officer 1966 – Franse

Bill Silbey Executive Vice President & General Counsel 1959 – Amerikaan
Vervoegde UCB in 2011
• Benoemd in 2019
Geen externe mandaten
Ervaring
Meer dan 35 jaar ervaring in biofarmaceutische juridische zaken, fusies en overnames, business ontwikkeling en venture capital activiteiten, ook als partner bij verschillende advocatenkantoren in de VS
Xavier Michel, Group Secretary General, treedt op als secretaris van het Uitvoerend Comité, en verzekert zo de link tussen de Raad van bestuur, het Uitvoerend Comité en de bredere organisatie.
Werking van het Uitvoerend Comité
Het Uitvoerend Comité kwam bijeen op regelmatige basis, gemiddeld 1 tot 2 dagen per maand in 2020.
In 2020 waren er geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen, en een lid van het Uitvoerend Comité.
De werking, competenties en delegatie van bevoegdheden van het Uitvoerend Comité worden verder beschreven in het Charter.
Erevoorzitters van het Uitvoerend Comité
De volgende personen werden benoemd tot erevoorzitters van het Uitvoerend Comité:
- Roch Doliveux
- Georges Jacobs de Hagen
- Daniel Janssen
3.6 Diversiteit op niveau van de Raad en het Uitvoerend Comité
Deze sectie bevat alle informatie vereist door de artikelen 3:32, §2 en 3:6, §2, 6° van het WVV.
Diversiteit op het niveau van de Raad van bestuur en het Uitvoerend Comité maakt deel uit van de algemene ambitie van UCB inzake diversiteit, gelijkheid en inclusie, zoals beschreven in de sectie Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie van dit verslag en waarnaar uitdrukkelijk wordt verwezen.
Diversiteit op niveau van de Raad van bestuur
Voor de Raad van bestuur werden alle Belgische wettelijke vereisten nageleefd en deze werden ook geïntegreerd in het proces voor rekrutering en benoeming van de Raad. Wanneer er vervangingen of benoemingen voor de Raad worden overwogen, houdt UCB systematisch rekening met het verbeteren van de geslachtsdiversiteit binnen de Raad.
De Raad bestaat momenteel uit 13 leden, waarvan 5 vrouwen en 8 mannen, met 5 verschillende nationaliteiten (zie ook hierboven). Ook in 2020 werd de Raad voorgezeten door een vrouw.
Na de algemene vergadering gehouden op 30 april 2020, kunnen de kenmerken inzake diversiteit van de Raad visueel voorgesteld worden als volgt:


2 <12 Gemiddeld: 6,5 Ambtstermijn in jaar 1 >12 Ambtstermijn in jaar
7 <8 13 leden
3 <4



Diversiteit op niveau van het Uitvoerend Comité
Voor onze functies van Uitvoerend Comité bekijken we onze talenten vanuit een diversiteitsperspectief, om een robuust en divers successieplan te verzekeren, en alle aanbevelingen naar toekomstige samenstelling toe worden strikt op deze basis gedaan. In het algemeen en met betrekking tot de opvolgingsplanning voor UCB-leiders in verband met diversiteit, ligt de nadruk op het simuleren van scenario's voor genderbalans en het zorgen voor een gebalanceerde pool van senior leiders, die zijn blootgesteld aan diverse professionele en culturele ervaringen. De leden van het Uitvoerend Comité zijn ook samen met andere leiders begonnen aan een meerstappenprogramma om onbewuste vooroordelen aan te pakken en inclusieve teams en leiderschap te ontwikkelen. In het algemeen zijn de belangrijkste HRprocessen (onder meer op het gebied van aanwerving en beloning) herzien om ervoor te zorgen dat de DG&I-beginselen in de processen en systemen zijn verankerd.
Vandaag komen UCB's leidinggevenden uit gevarieerde opleidingen en een multidisciplinaire professionele achtergrond. Vanaf juli 2020 bestaat het comité uit 9 leden, waarvan 3 vrouwen en 6 mannen, met 5 verschillende nationaliteiten.
Op het einde van 2020 kunnen de kenmerken inzake diversiteit voor het Uitvoerend Comité visueel voorgesteld worden als volgt:
Nationaliteit

Geslacht

De grootte van het Uitvoerend Comité is bedoeld om te focussen op de kernactiviteiten van de vennootschap, om UCB toe te laten haar Patiëntenwaarde Strategie verder te ontwikkelen.
Vandaag de dag is onze aanpak niet om diversiteit, gelijkheid en inclusie te formaliseren in een reeks beleidsmaatregelen, maar om actief een cultuur en praktijk van diversiteit, kansengelijkheid en inclusie te promoten.
Indien u meer wilt lezen over diversiteit, gelijkheid en inclusie in het algemeen bij UCB, bezoek dan de sectie Diversiteit, gelijkheid en inclusie.


3.7 Verslag over de bezoldiging
Bij UCB hebben we een fundamentele toewijding aan mensen die met een ernstige ziekte leven, hun zorgverleners en hun families, om hen in staat te stellen hun beste leven te leiden. We werken op een manier die duurzaam is voor de patiënten die onze oplossingen nodig hebben, voor onze werknemers, en voor de samenleving in bredere zin, met inbegrip van lokale gemeenschappen, onze aandeelhouders en de planeet. Wij moeten voortdurend innoveren om gedifferentieerde oplossingen te bieden met unieke resultaten die specifieke patiënten helpen hun levensdoelen te bereiken en die voor hen de beste individuele ervaring creëren. Dit betekent ook toegang garanderen voor iedereen die deze oplossingen nodig heeft, op een manier die haalbaar is voor patiënten, de samenleving en UCB.
Ons beloningsaanbod is bedoeld om getalenteerde mensen aan te trekken, te ontwikkelen en te behouden die ons kunnen helpen om te navigeren in een steeds complexere, dynamische en wereldwijde gezondheidszorgomgeving. Onze prioriteit is om in onze beloningen de sterke culturele basis te weerspiegelen die al onze collega's delen, om de waarde te helpen stimuleren die wij voor onze belanghebbenden willen creëren en tegelijkertijd een werkomgeving te bevorderen waarin onze mensen kunnen gedijen door gelukkig, gezond en veilig te zijn.
In dit verslag blikken wij terug op 2020 en staan wij stil bij de vraag hoe onze prestaties, met inbegrip van onze vooruitgang op het gebied van duurzaamheid, van invloed zijn geweest op de beloning van de directieleden, waarbij wij ook de context van de uitzonderlijke gebeurtenissen van vorig jaar in aanmerking nemen.
Hoogtepunten van de prestaties in 2020
In 2020 heeft UCB verdere vooruitgang geboekt in de richting van ons doel van 2025 om toonaangevend te zijn in specifieke patiëntengroepen, door ons te concentreren op onze strategische kernvereisten: patiënten en innovatie centraal houden in onze activiteiten; verbonden blijven met de wereld en waarde genereren voor de samenleving; en ons leiderschap en onze capaciteiten benutten.
Ondanks de uitdagingen die de aanhoudende COVID-19-pandemie met zich meebrengt, blijft UCB op duurzame wijze groeien. Wij hebben in 2020 een sterke financiële prestatie neergezet, terwijl wij ook investeerden in onderzoek en ontwikkeling en vooruitgang boekten in onze verbintenissen ten aanzien van de samenleving. Enkele van onze belangrijkste verwezenlijkingen in het afgelopen jaar zijn:
• Aanhoudende financiële prestaties met inkomsten die in 2020 € 5,3 miljard bedroegen, een stijging met 9% (+8% tegen constante wisselkoersen (CW)) in vergelijking met het voorgaande jaar. De netto-omzet steeg tot € 5,1 miljard, een verhoging van 8% (+7% CW)
- Deze gedegen groei, die vooral te danken is aan de aanhoudende groei van de kernproducten van UCB, heeft zowel de door UCB in februari 2020 vastgestelde financiële verwachtingen als de intern bepaalde streefcijfers overtroffen, vooral wanneer de uitdagende context in aanmerking wordt genomen.
- Ter vergelijking: de aangepaste EBITDA is niet in hetzelfde jaar-op-jaar tempo gegroeid als de inkomsten (+1%; -4% CW), aangezien er hogere uitgaven waren voor onderzoek en ontwikkeling wegens toevoegingen aan de pijplijn en vooruitgang in de pijplijn, en hogere marketing- en verkoopkosten wegens lanceringen en activiteiten die deze lanceringen voorafgingen, zoals verwacht en in overeenstemming met de bedrijfsverwachtingen. Deze kosten werden gedeeltelijk gecompenseerd door overige positieve bedrijfsbaten, bijvoorbeeld uit de samenwerking in het kader van Evenity, en over het geheel genomen werden de interne doelstellingen overtroffen.
- De winst daalde van € 817 miljoen euro naar € 761 miljoen euro (-7%; -14% CW), voornamelijk als gevolg van overnamekosten. Na correctie voor deze elementen, die in de berekening van de kernwinst per aandeel tot uiting komen, overtrof de onderneming zowel de verwachtingen als de interne doelstellingen.
- De voltooiing van de overname van Ra Pharmaceuticals, Inc., waardoor ons leiderschap in de verbetering van de behandelingsmogelijkheden voor patiënten met myasthenia gravis en andere zeldzame ziekten, nog groter wordt.
- Overname van Engage Therapeutics, Inc., een farmaceutisch bedrijf actief in het klinische stadium, dat Staccato® Alprazolam ontwikkelt voor de snelle beëindiging van epileptische aanvallen.
- De overname van Handl Therapeutics BV, een snel groeiend en transformatief gentherapiebedrijf gevestigd in Leuven, België; en het aangaan van een nieuwe samenwerking met Lacerta Therapeutics, een in de VS gevestigd gentherapiebedrijf actief in het klinische stadium, om de ambities van UCB op het gebied van gentherapie te versnellen.
- Verdere versterking van duurzaamheid als onze zakelijke aanpak, door te concentreren op vier prioritaire gebieden om de maatschappelijke gezondheid in het algemeen te verbeteren door wetenschappelijke innovatie, toegang tot geneesmiddelen, gezondheid, veiligheid en welzijn van de werknemers, en bescherming van de gezondheid van de planeet, terwijl we daarnaast twee fundamentele onderwerpen versterken (het verankeren van diversiteit, gelijkheid en inclusie in ons hele bedrijf, en het naleven van de ethische beginselen van transparantie, respect en integriteit). Dit omvatte ook de creatie van een nieuw kader voor ons duurzaamheidsbestuur.
- Versnellen van onze digitale bedrijfstransformatie in het hele bedrijf om de kracht van wetenschappelijke innovatie te versterken en ervoor te zorgen dat patiënten hun leven te volle kunnen leiden.
Bij onze beslissingen over de bezoldiging van de CEO en het Uitvoerend Comité hebben we de volgende factoren in aanmerking genomen:
- De prestaties van de vennootschap ten opzichte van zowel korte- als langetermijn doelstellingen.
- De individuele en collectieve bijdrage van het team.
- Externe marktkrachten.
- Onze beloningsfilosofie, zoals toegepast op het bredere personeelsbestand.
Wij hebben met verschillende van onze institutionele beleggers en met volmacht adviseurs overlegd om inzicht te krijgen in hun specifieke prioriteiten en om hun feedback te vragen over geplande beleidswijzigingen. Hoewel zowel ons Verslag over de bezoldiging (86,78% stemmen voor) als ons Bezoldigingsbeleid (93,96% stemmen voor) met een meerderheid van stemmen zijn aangenomen, hebben wij de feedback uit deze besprekingen verwerkt in ons bezoldigingsbeleid voor 2021 en in dit verslag. De voorgestelde wijzigingen zijn samengevat in de sectie "bezoldigingsbeleid vanaf 2021" hierna.
Resultaten bezoldigingsbeleid 2020
Alle met 2020 verband houdende beslissingen over remuneratie zijn genomen in overeenstemming met ons goedgekeurde bezoldigingsbeleid. De belangrijkste aanbevelingen van het Governance, Nomination and Compensation Committee (GNCC) aan de Raad van UCB waren de volgende:
- De jaarlijkse bonusuitkeringen werden bepaald op basis van de prestaties ten opzichte van de doelstellingen en de beoordeling door het GNCC van het prestatieniveau van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité. Dit heeft geleid tot een bonusuitbetaling boven de doelstelling. Met name voor de CEO lag de totale uitbetaling ook boven de doelstelling (zie verder voor meer details). Het GNCC en de Raad zijn van mening dat deze bonusuitkeringen de algemene prestaties van 2020 op passende wijze weerspiegelen.
- De definitieve verwerving van het prestatieaandelenplan was gebaseerd op het bereiken van verscheidene vooraf bepaalde maatstaven: Mijlpalen in de O&O-pijplijn; omzettingspercentage van cashflow; relatieve inkomstengroei over drie jaar; en niveau van werknemersbetrokkenheid. Dit resulteerde in een totaal niveau van definitieve verwerving van 111% bij een maximale potentiële uitbetaling van 150% van de doelstelling. Bovendien werden aandelenopties en aandelentoekenningen definitief verworven zoals hieronder beschreven.
Het GNCC heeft bij de aanbeveling van het salaris, de bonus en de LTI-uitkering aan de Raad, na een volledige beoordeling van de prestaties op alle relevante maatstaven, niet afgeweken van het bezoldigingsbeleid voor 2020.
Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend Comité en de niet-uitvoerende Bestuurders van UCB werd op 18 februari 2020 herzien en gevalideerd door het GNCC en op 19 februari 2020 goedgekeurd door de Raad van bestuur. Het beleid werd goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2020 en werd van kracht per 1 januari 2020.
Bezoldigingsbeleid vanaf 2021
In het kader van ons duurzaamheidsengagement om de ethische beginselen van transparantie, respect en integriteit na te leven, maken wij meer bekend over onze doelstellingen en KPI's in verband met variabele beloning, zowel in ons Verslag over de bezoldiging als in ons Bezoldigingsbeleid voor 2021. Hoewel we gevoelige, concurrerende informatie tegen elkaar moeten afwegen, zien we dit als een kans om onze strategische aandachtsgebieden beter voor het voetlicht te brengen en onze belanghebbenden beter te laten begrijpen hoe ons bezoldigingsbeleid de bedrijfsstrategie weerspiegelt en eraan bijdraagt.
In het kader van deze uitgebreidere informatieverstrekking delen wij ook onze referentiegroep voor bezoldiging, om een extra context te bieden voor onze algemene loonontwikkeling.
Voorts zijn wij momenteel bezig met de invoering van aandeelhoudersrichtlijnen voor onze CEO en de leden van het Uitvoerend Comité, om beter aan te sluiten bij de evoluerende bestuurseisen en om de bestaande praktijken formeel te versterken.
Ten slotte voeren wij ook terugvorderingsbepalingen in voor onze CEO en het Uitvoerend Comité om tegemoet te komen aan de toenemende wettelijke vereisten en om aan te tonen hoeveel belang wij hechten aan de integriteit van onze jaarrekeningen en de stimulansen voor het topmanagement.
Aan de algemene vergadering van aandeelhouders van 29 april 2021 wordt een wijziging van de jaarlijkse vergoeding van de voorzitter van de Raad voorgesteld, waardoor deze vergoeding van € 240 000 naar € 330 000 zou stijgen. Deze vergoeding is inclusief eventuele deelname aan comités van de Raad.
De voorgestelde hogere beloning komt overeen met een niveau dat dichter ligt bij het (regressieve) mediane niveau van onze Europese biofarmaceutische referentiegroep UCB, zoals bekendgemaakt in het Verslag over de bezoldiging voor 2020.
Een herzien bezoldigingsbeleid waarin dergelijke wijzigingen zijn opgenomen, zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de algemene vergadering van aandeelhouders van 29 april 2021.
Bezoldigingsbeleid in 2020
1. Totale bezoldiging Uitvoerend Comité
Het totale bezoldigingspakket van de leden van het Uitvoerend Comité bestaat uit de volgende elementen, die hierna verder worden toegelicht:
Totale bezoldiging Uitvoerend Comité

In de totale bezoldiging ligt de nadruk sterk op de totale directe bezoldiging (basissalaris plus bonus en lange-termijnincentives). De totale directe bezoldigingsmix geeft meer gewicht aan viarabele elementen indien de doelstellingen worden behaald.

De beoogde mix van totale directe bezoldiging voor de CEO en het Uitvoerend Comité is als volgt:
De impact van de prestaties op de bezoldiging kan als volgt geïllustreerd worden voor de CEO en wordt hieronder meer gedetailleerd beschreven.

2. Referentiegroep en competitieve positionering
UCB verwijst in de eerste plaats naar een Europese referentiegroep voor de vergelijking van het loonbeleid en de loonbeslissingen (zie hieronder). Een afzonderlijke Amerikaanse referentiegroep wordt gehandhaafd om een goed inzicht in deze specifieke markt te verzekeren, gezien het internationale karakter van ons Uitvoerend Comité, maar is niet de referentie voor ons loonbeleid, bijvoorbeeld bij het bepalen van de bonus- en LTI-doelstellingsniveaus.
Beide groepen omvatten internationale biofarmaceutische (farmaceutische en/of biotechnologische) bedrijven waarmee UCB concurreert om talent. Deze bedrijven hebben verschillende groottes en therapeutische domeinen.
Wij geven prioriteit aan volledig geïntegreerde, gelijkaardige biofarmaceutische bedrijven die optreden in een complexe, door onderzoek gestuurde omgeving en die zowel ontwikkelings- als commercialiseringscapaciteiten hebben. Waar mogelijk, wensen wij ook bedrijven op te nemen die concurrenten zijn in dezelfde therapeutische domeinen.
Terwijl we ondernemingen beogen die grofweg de grootte van UCB reflecteren, is de grootte van de onderneming niet de belangrijkste factor, gezien de beperkte aard van deze groep. Regressie-analyse wordt derhalve in voorkomend geval gebruikt om de marktgegevens aan te passen aan de omvang van UCB. De samenstelling van de bezoldigingsreferentiegroep wordt regelmatig nagekeken en wordt aangepast wanneer nodig, bijvoorbeeld wanneer consolidatie verrichtingen naar een minder robuuste marktanalyse leiden.
UCB wenst zich competitief te positioneren op de marktmediaan van deze referentiegroep voor alle elementen van de totale directe bezoldiging (basissalaris + variabele bezoldiging). De bonus en LTIstreefniveaus worden getoetst aan het Europees biofarmaceutisch niveau. Het reële vergoedingsniveau van elke persoon wordt bepaald overeenkomstig de ervaring van de persoon in vergelijking met de referentie en rekening houdend met zijn impact op de bedrijfsresultaten.
| Europese referentiegroep | ||
|---|---|---|
| Almirall | Leo Pharma A/S | |
| AstraZeneca PLC | Merck KGaA | |
| Bayer AG | Novartis AG | |
| Chiesi Farmaceutici S.p.A. | Novo Nordisk A/S | |
| GlaxoSmithKline PLC | Recordati S.p.A. | |
| H. Lundbeck A/S | Roche Holding AG | |
| Ipsen SA | Sanofi SA |
3. Bezoldigingscomponenten Uitvoerend Comité
| Loonelement – vaste bezoldiging | Beschrijving |
|---|---|
| Basissalaris | Het basissalaris wordt bepaald op basis van de specifieke verantwoordelijkheden van de functie en van het mediaanniveau van basissalaris in de markt voor gelijkaardige rollen. Er wordt ook rekening gehouden met de invloed van het individu op het bedrijf en met zijn/haar niveau van kennis en ervaring. |
| Bezoldigingen | Alle bestuurdersbezoldigingen die aan uitvoerend bestuurders worden betaald, komen bovenop de bezoldiging die zij als uitvoerend bestuurder ontvangen. Dit is alleen van toepassing op de CEO. De bestuurdersbezoldigingen zijn sinds 2019 niet gewijzigd, maar werden voorheen afzonderlijk vermeld in het gedeelte over de vergoedingen van de bestuurders in ons Verslag over de bezoldiging en niet samen met de totale bezoldiging van de CEO. |
| Overige bezoldiging | Leden van het Uitvoerend Comité ontvangen bezoldigingen die in overeenstemming zijn met het bezoldigingsbeleid van UCB, waaronder deelname aan een gezondheidsplan, een levensverzekering voor kaderleden en leden van het Uitvoerend Comité kunnen ook extra voordelen in natura krijgen, in overeenstemming met ons standaardbeleid inzake globale mobiliteit. Deze bedragen kunnen van jaar tot jaar variëren, maar worden hier vermeld omdat zij steeds terugkomen. |
| Loonelement – variabele bezoldiging | Beschrijving | |
|---|---|---|
| Bonus | ||
| Variabele bezoldiging is gebonden aan een dubbele prestatiecoëfficiënt aan de hand waarvan het bereiken van bedrijfs- en individuele doelstellingen wordt beloond. De doelstelling voor de bonus werd vastgelegd op 90% van het basissalaris voor de CEO en op 65% van het basissalaris voor de andere leden van het Uitvoerend Comité. De totale mogelijke bonus is beperkt tot 175% van de doelstelling voor de CEO en het Uitvoerend Comité. |
Bedrijfsdoelstellingen Om de focus op inkomstengroei maar ook op onderliggende rentabiliteit aan te moedigen, beschouwt UCB de jaarlijkse aangepaste winst voor belastingen, rente en afschrijvingen (Adjusted Earnings Before Interest Tax Depreciation and Amortization, "aangepaste EBITDA") als een gedeelde prestatiemaatstaf op korte termijn voor de CEO en het Uitvoerend Comité, alsook voor het bredere personeelsbestand, in het kader van het bonusplan. Deze doelstelling wordt voor de hele onderneming bepaald en wordt vertaald in een uitbetalingscurve die ervoor zorgt dat alleen een aanvaardbaar prestatieniveau wordt beloond. De filosofie is dat aangepaste EBITDA, als een maatstaf voor de onderliggende rentabiliteit van UCB, ervoor zorgt dat het algemene bonusplan zichzelf financiert en collectieve inspanningen in de hele organisatie beloont. Voor prestaties tussen de aangegeven uitbetalingsniveaus wordt lineaire interpolatie toegepast om de uitbetaling te bepalen: |
|
| Aangepaste EBITDA vs. doelstelling | Uitbetaling vs. doelstelling | |
| <85% | 0% | |
| 85% | 30% | |
| 93% | 90% | |
| 100% | 100% | |
| 106% | 110% | |
| 113% | 150% |
Bonus
Individuele doelstellingen
De individuele doelstellingen worden bepaald volgens de mate waarin de jaarlijkse doelstellingen bereikt zijn, en volgens het gedrag dat het individu vertoont met betrekking tot de beginselen van UCB op het gebied van patiëntenwaarde.
De individuele doelstellingen van de CEO vertegenwoordigen hoofdzakelijk de algemene bedrijfsdoelstellingen, die zowel financiële als extra-financiële prioriteiten omvatten. De individuele doelstellingen van de CEO kunnen worden samengevat in de volgende categorieën, die de waarde vertegenwoordigen die UCB voor alle belanghebbenden wil creëren. Er is geen specifieke weging per categorie vastgesteld, omdat wij van mening zijn dat prestaties op een holistische en kwalitatieve manier moeten worden gemeten, waarbij rekening wordt gehouden met de impact op korte termijn en de algemene duurzaamheid van de onderneming op lange termijn. Het GNCC en de Raad houden rekening met alle relevante elementen om tot de individuele prestatiecoëfficiënt te komen:
| Prestatiemaatstaf | Waardecreatie |
|---|---|
| Financiële prioriteiten | Duurzaamheid is onze zakelijke aanpak. Onze financiële gezondheid is de sleutel tot onze algemene duurzaamheid en ons vermogen om waarde te blijven creëren voor patiënten, onze werknemers en de samenleving in het algemeen, nu en in de toekomst. Wij zijn er sterk op gericht de volgende financiële doelstellingen te verwezenlijken: • Opbrengsten • Prioriteiten in verband met winstgevendheid • Netto-omzet over onze gehele productportfolio • Kasstroomgeneratie |
| Extra-financiële prioriteiten | Waarde voor patiënten – een pijplijn van gedifferentieerde oplossingen uitbouwen en de toegang voor patiënten tot deze oplossingen verbeteren Waarde voor onze mensen – een werkomgeving bevorderen waarin onze mensen kunnen groeien door zich gelukkig, gezond en veilig te voelen Waarde voor de planeet – UCB omvormen tot een koolstofarme en groene economie Overige – prioriteiten die meerdere van de bovenstaande omvatten, zoals maatschappelijke waarde of andere strategische doelen van het bedrijf en persoonlijke ontwikkelingsdoelen. |
De overige doelstellingen van het Uitvoerend Comité zijn afgeleid van dezelfde doelstellingen en gewogen naar gelang van hun specifieke invloedssfeer. UCB verankert momenteel haar duurzaamheidsdoelstellingen in de doelstellingen van het volledige Uitvoerend Comité. Naarmate wij meer ervaring opdoen met deze doelstellingen en KPI's, is het onze bedoeling deze te integreren in onze bedrijfsdoelstellingen om onze collectieve inzet te illustreren.
| Loonelement – variabele bezoldiging | Beschrijving |
|---|---|
| Lange-termijnincentives | |
| Het LTI-programma is een incentive programma met twee niveaus, dat omvat: Een aandelenoptieplan dat (30%) van de LTI-toekenning vertegenwoordigt en een prestatieaandelenplan voor (70%). Het beoogde doel aan LTI's vertegenwoordigde 140% van het basissalaris van de CEO en 80% van het basissalaris van de andere leden van het Uitvoerend Comité. |
De feitelijke LTI-toekenning wordt van jaar tot jaar aangepast, rekening houdend met individuele prestaties uit het verleden als maatstaf voor toekomstige impact en waardecreatie, en met andere factoren zoals marktpremies voor bepaalde functies. De waarde van de toegekende LTI's wordt vertaald in een aantal lange-termijnincentives, rekening houdend met de binomiale waarde van elke toekenning. De feitelijke toekenning kan tot 150% van de doelstelling bedragen (d.w.z. tot 210% van het huidige basissalaris voor de CEO en 120% van het basissalaris voor de andere leden van het Uitvoerend Comité) op het ogenblik van de vaststelling van de toekenning. |
| Aandelenopties | |
| Ons optieplan heeft een minimale toekenningsperiode van drie jaar. Vanaf het moment van definitieve verwerving kan de begunstigde de optie uitoefenen tot 10 jaar na de datum van toekenning. |
De evolutie van de aandelenkoers bepaalt de realiseerbare waarde van het lange termijnincentiveplan. UCB faciliteert niet het aangaan van derivatencontracten in verband met de aandelenopties, noch dekken wij het daaraan verbonden risico af, aangezien dit niet in overeenstemming is met het doel van de aandelenopties. Voor in België gevestigde begunstigden kunnen de in april 2020 toegekende opties niet worden uitgeoefend vóór 1 januari 2024, en ook niet later dan 31 maart 2030. Voor in andere landen gevestigde begunstigden kunnen de in april 2020 toegekende opties niet vóór 1 april 2023 worden uitgeoefend, en ook niet na 31 maart 2030. |
| Prestatieaandelen | |
| Voor prestatieaandelen geldt een definitieve verwervingsperiode van drie jaar en zij worden definitief verworven indien vooraf bepaalde ondernemingsdoelstellingen worden gehaald. |
De hoogte van de toekenning van 2020 was gebaseerd op onze prestaties ten opzichte van twee prestatiecriteria: Aangepaste Cumulatieve Operationele Cashflow en Samengestelde Omzetgroei, beide gewogen aan 50%. Deze criteria garanderen een sterke focus op groei en duurzaamheid, zodat wij kunnen blijven investeren in innovatieve oplossingen voor patiënten Het aantal toegekende aandelen wordt aan het einde van de prestatieperiode aangepast op basis van de prestaties van de vennootschap ten opzichte van de bij de toekenning bepaalde doelstellingen. Indien de bedrijfsresultaten onder een bepaalde grens uitvallen of indien de begunstigde de onderneming verlaat vóór de datum van definitieve verwerving, worden geen aandelen geleverd. Het maximale niveau van definitieve verwerving is 150% van de oorspronkelijke toekenning indien de resultaten de doelstellingen aanzienlijk overtreffen. |
| Salariselement – Buitengewone posten en pensioen |
Beschrijving |
|---|---|
| Buitengewone posten | Eventuele éénmalige bezoldigingen voor 2020, zoals indiensttredingspremies of ontslagvergoedingen, worden verder gerapporteerd in dit Verslag over de bezoldiging en uitgewerkt in ons Bezoldigingsbeleid. |
| De vennootschap kan bijvoorbeeld beslissen om aan nieuwe leden van het Uitvoerend Comité een "indiensttredingspremie" toe te kennen in de vorm van geld of aandelen. Dit is geen automatische praktijk en er wordt rekening gehouden met verschillende factoren, zoals verliezen die de betrokkene anders zou lijden bij het verlaten van een andere werkgever of andere negatieve cashflow-effecten. Eventuele indiensttredingspremies worden door het GNCC beraadslaagd en goedgekeurd. |
|
| Pensioen | De CEO neemt deel aan een pensioenplan van het type cash balance dat volledig gefinancierd wordt door UCB en aan het aanvullend vaste bijdrageplan voor het hoger management van UCB. De andere leden van het Uitvoerend Comité nemen elk deel aan de pensioenplannen van hun land van overeenkomst; de in België gevestigde begunstigden nemen deel aan dezelfde plannen als de CEO. |
4. Overige beleidsvoorzieningen
Terugvorderings- en malusbepalingen
Gezien de onzekerheden rond de geldigheid en de relevantie van terugvorderingsclausules naar Belgisch recht, had UCB geen terugvorderingsbepalingen in haar programma's voor variabele bezoldiging voor 2020.
Zie de inleiding van dit Verslag over de bezoldiging voor de wijzigingen in het Bezoldigingsbeleid voor 2021 met betrekking tot de terugvorderingsen malusbepalingen.
Aandeelhoudersrichtlijnen
Gezien het feit dat de mix van LTI bestaat uit prestatieaandelen die alleen definitief worden verworven na het behalen van strikte prestatiedoelen, en aandelenopties, die van nature lange-termijn instrumenten zijn, vereiste UCB in 2020 niet dat de CEO of de leden van het Uitvoerend Comité een minimum aantal aandelen zouden bezitten. Het gewicht van LTI in onze totale loonmix leidt ertoe dat onze leden van het Uitvoerend Comité op elk moment een belangrijk belang hebben in niet-definitief verworven (en definitief verworven) LTI.
Zie de inleiding van dit Verslag over de bezoldiging voor de wijzigingen in het Bezoldigingsbeleid voor 2021 met betrekking tot de richtlijnen voor het aanhouden van aandelen.
Opzeggingsregelingen
Gelet op het internationaal karakter van ons Uitvoerend Comité evenals de spreiding van onze uiteenlopende activiteiten over verschillende geografische gebieden, worden de arbeidsovereenkomsten van onze leden beheerst door verschillende rechtsstelsels.
• In de loop van 2014 werd een Belgisch dienstenovereenkomst opgemaakt voor Jean-Christophe Tellier die de opzeggingsregeling behield vergelijkbaar met de regeling die in voege was onder zijn vroeger Amerikaans arbeidscontract, zijnde een forfaitair bedrag overeenstemmend met 18 maanden basissalaris verhoogd met de werkelijke gemiddelde bonus die hij ontvangen heeft tijdens de drie voorgaande jaren indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst of in geval van wijziging in controle van UCB.
- De contracten voor verschillende leden van het Uitvoerend Comité (Emmanuel Caeymaex, Iris Löw-Friedrich en Detlef Thielgen) werden getekend vóór de inwerkingtreding van de Belgische Wet op het deugdelijk bestuur van 6 april 2010 die het niveau van ontslagvergoedingen beperkt.
- Emmanuel Caeymaex heeft geen specifieke opzeggingsregeling in zijn Belgisch contract. In geval van onvrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zijn de lokale arbeidswetgeving en gebruiken van toepassing. Hetzelfde gold voor Detlef Thielgen, die de organisatie in 2020 heeft verlaten en op wie de hieronder beschreven statutaire bepalingen van toepassing waren.
- Jean-Luc Fleurial, Sandrine Dufour, Dhaval Patel en Charl van Zyl hebben Belgische arbeidsovereenkomsten met een opzeggingsclausule die hen recht geeft op een ontslaguitkering van 12 maanden basissalaris en bonus indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst of in geval van wijziging in controle van UCB. Hetzelfde gold voor Pascale Richetta die de organisatie in 2020 heeft verlaten.
- Iris Löw-Friedrich heeft een Duitse arbeidsovereenkomst waarin een opzeggingstermijn is bedongen van zes maanden en een ontslagvergoeding van één jaar basissalaris plus bonus. Dezelfde voorwaarden golden voor Alexander Moscho, die de organisatie in 2020 heeft verlaten.
- Kirsten Lund-Jurgensen en Bill Silbey hebben een Amerikaanse arbeidsovereenkomst en hebben elk een beding in die overeenkomst die voorziet in een ontslaguitkering van 12 maanden basissalaris en bonus indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst of indien er een wijziging in de controle over UCB plaatsvindt.
5. Niet-uitvoerende bestuurders
De hoogte van de vergoeding van de Raad van bestuur wordt regelmatig geëvalueerd, zowel in vergelijking met Europese vergelijkbare ondernemingen als met ondernemingen die op de referentie-index van Euronext Brussel (BEL 20) genoteerd zijn. Gegevens van vergelijkbare ondernemingen vormen de voornaamste referentie, gezien onze behoefte om deskundigen met een grondige kennis van onze sector aan te trekken. De mediaan niveaus van deze referentiegroep zijn het doelwit.
Overeenkomstig de beleidsbepalingen hebben niet-uitvoerende bestuurders recht op de volgende vergoedingen:
| Raad | Comité – jaarlijkse emolumenten |
Overige | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Jaarlijkse bezoldiging |
Presentiegeld | Audit | Wetenschappelijk | GNCC | Reisvergoeding |
| Voorzitter | € 240 000 | - | € 33 500 | € 33 500 | € 22 500 | |
| Vice-voorzitter | € 120 000 | € 1 500 | ||||
| Bestuurders | € 80 000 | € 1 000 | € 22 500 | € 22 500 | € 17 000 | |
| Speciale reiskostenvergoeding |
€ 7 500 |
Overeenkomstig het beleid ontvangen niet-uitvoerende leden van de Raad van bestuur geen variabele of aan aandelen verbonden bezoldiging, op grond van het standpunt dat het bezit van aandelen een belangenconflict kan creëren voor mandaten op lange termijn, en hebben zij geen recht op voordelen. Leden van de Raad van bestuur die woonachtig zijn in een land waar het tijdszoneverschil met België vijf uur of meer bedraagt, krijgen een speciale reiskostenvergoeding.
Uitkomst bezoldiging 2020 van de CEO en van de leden van het Uitvoerend Comité
1. Totale bezoldiging Samenvatting
In navolging van de nieuwe rapporteringsnormen, wordt hieronder een overzicht gegeven van de totale bezoldiging van onze CEO en de leden van het Uitvoerend Comité:
| 1 – Vaste bezoldiging | 2 – Variabele bezoldiging | 3 – Buitengewone posten |
4 – Pensioen kosten |
5 – Totale bezoldiging |
Verhouding tussen vaste en variabele bezoldiging |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam begunstigde |
Variabel op | Vast | Variabel | |||||||
| Basissalaris | Bezoldi gingen |
Overige bezoldigingen |
Variabel op 1 jaar (Bonus) |
meerdere jaren (LTI) |
(1 + 4) / (5 – 3) |
2 / (5 -3) | ||||
| Jean Christophe Tellier – CEO |
€1 137 683 | € 86 000 | € 1 370 958 | € 1 508 485 | €2 358 199 | € - | € 371 422 | € 6 832 747 | 43% | 57% |
| Andere leden van het Uitvoerend Comité |
€4 528 443 | € - | €2 873 879 | €3 075 441 | €4 501 278 | € 8 664 548 | €2 267 983 | € 25 911 572 | 56% | 44% |
In vergelijking met het Verslag over de bezoldiging voor 2019 bedraagt de totale directe vergoeding van de CEO (basissalaris + bonus + LTI) voor 2020 € 5 004 367 (exclusief pensioenbijdragen en andere voordelen), tegenover € 4 739 275 in 2019. De totale vergoeding van het Uitvoerend Comité (basissalaris + bonus + LTI) voor 2020 bedraagt:€ 12 105 162 (exclusief pensioenbijdragen en andere voordelen), tegenover € 19 566 387 in 2019.
A. Vaste bezoldiging Totale bezoldiging Uitvoerend Comité

+
Variabele bezoldiging
+
Variabel op meerdere jaren (LTI)
Pensioenkosten
Variabel op 1 jaar (bonus)
Buitengewone posten
Vaste bezoldiging
Totale bezoldiging
Basissalaris
De tabel hieronder toont het basissalaris voor 2020 van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité:
| Naam begunstigde | 2020 |
|---|---|
| Jean-Christophe Tellier – CEO | € 1 137 683 |
| Andere leden van het Uitvoerend Comité |
€ 4 528 443 |
Het salaris van de CEO evolueerde met 3% volgens de waargenomen marktbewegingen en in lijn met de algemene salarisbewegingen van het bredere personeelsbestand. Totale bezoldiging Uitvoerend Comité Vaste bezoldiging
Bezoldigingen
De Chief Executive Officer heeft ook recht op de bestuurdersbezoldiging als lid van de Raad van bestuur van UCB NV. Voor 2020 bedroegen deze bezoldigingen € 86 000 (€ 80 000 aan jaarlijkse bezoldigingen en € 6 000 aan presentiegeld). Basissalaris Bezoldigingen Overige
B. Variabele bezoldiging
De bestuurdersbezoldigingen zijn sinds 2019 niet gewijzigd, maar werden afzonderlijk vermeld in het gedeelte over de vergoedingen van de bestuurders in ons Verslag over de bezoldiging en niet samen met de totale bezoldiging van de CEO.
Overige bezoldiging
Verzekeringen, evenals uitkeringen die verschuldigd zijn overeenkomstig ons standaard Globaal Mobiliteitsbeleid en ons bezoldigingsbeleid, worden opgenomen onder "andere voordelen".
De impact van de COVID-19-pandemie heeft ertoe geleid dat UCB in 2020 uitzonderlijke kosten opliep, die verband hielden met ons standaard Globaal Mobiliteitsbeleid. Hoewel deze kosten niet resulteerden in extra nettoloon, vormden zij toch een uitzonderlijke kost voor de onderneming en worden zij derhalve gerapporteerd als een voordeel in natura.
Voor de CEO vertegenwoordigden deze andere voordelen een bedrag van € 1 370 958, terwijl dit voor de andere leden van het Uitvoerend Comité neerkwam op een totaalbedrag van € 2 873 879.
bezoldiging
Totale bezoldiging

+
Bonus ("Variabel op 1 jaar") 2020 prestaties ten opzichte van doelstellingen
De verwezenlijking van prestatiedoelstellingen werd gemeten tijdens de periode die begon op 1 januari 2020 en eindigde op 31 december 2020. In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid worden bedrijfsdoelstellingen bepaald door het percentage van de behaalde aangepaste EBITDA vergeleken met het budget, tegen constante wisselkoersen. Aangezien de doelstelling voor 2020 werd overschreden, ligt de prestatiecoëfficiënt van de Vennootschap boven de doelstelling. Buitengewone posten
Het uitbetalingsniveau voor de individuele doelstellingen voor de CEO werden door het GNCC aan de Raad voorgesteld op basis van
Pensioenkosten de prestatie-evaluatie op het einde van de cyclus, zoals hieronder samengevat in de belangrijkste prioritaire gebieden voor 2020. Het resultaat voor 2020 is als volgt:
| De bonus van de CEO | Doel % van basissalaris |
|---|---|
| Jean-Christophe Tellier | 90% |
| Werkelijk % van basissalaris | Werkelijk bedrag |
| 133% | € 1 508 485 |
| Prestatiemaatstaf | Prestaties van de CEO in 2020 op de belangrijkste prioritaire gebieden |
|---|---|
| Financiële prioriteiten | UCB bleef op duurzame wijze groeien en zette sterke financiële prestaties neer, hoofdzakelijk boven onze verwachtingen en intern gedefinieerde doelstellingen, terwijl het zwaar investeerde in innovatie en O&O. |
| Ondanks de uitdagingen als gevolg van de aanhoudende COVID-19-pandemie konden wij onze productlevering grotendeels voortzetten en onze oplossingen blijven leveren aan de patiënten die ze nodig hebben. |
|
| Dankzij aanzienlijke verbeteringen in flexibele, op feiten gebaseerde herschikking van middelen in de hele organisatie, konden wij onze veerkracht versterken. |
|
| Onze opbrengsten, netto-omzet van producten, aangepaste EBITDA, nettowinst en cash conversie graad overtroffen in het algemeen de intern bepaalde doelstellingen (zie de inleiding bij het Verslag over de bezoldiging voor meer details). |
|
| Waarde voor patiënten | Verrijken van de pijplijn door nieuwe middelen in bestaande en nieuwe populaties te brengen • Ra Pharma werd succesvol geïntegreerd en verhoogde ons vermogen om patiënten met myasthenia gravis en andere zeldzame ziekten te helpen • De vroege pijplijn werd versterkt door de levering van verscheidene nieuwe kandidaten uit het onderzoek en verschillende activa in een vroeg stadium vorderden naar POC, wat de aanhoudende groei op lange termijn ondersteunt. |
| Vergroten van ons vermogen om differentiatie aan te tonen • Alle mijlpalen van Fase 3 voor psoriasis met succes voltooid en superioriteit aangetoond ten opzichte van standaard zorg in vergelijking met bimekizumab |
|
| Verhogen van duurzame waarde voor de patiënt door betaalbare toegang en aandacht voor onvervulde behoeften van de patiënt. • Sterke stijging van de netto-promotorscore voor patiënten, toename van het aantal patiënten dat wordt geholpen volgens de doelstellingen en matige toename van de toegang voor patiënten in de EU • Verbeterde hulpprogramma's voor patiënten in de VS door uitbreiding van ons ondersteuningsniveau • Betaalbaarheid opgenomen als essentieel element van alle prijsstellings- en contractstrategieën om meer patiënten te bereiken • Meer mogelijkheden en bereidheid om op waarde gebaseerde overeenkomsten te sluiten • Verscheidene indicatie-uitbreidingen goedgekeurd, bijvoorbeeld de goedkeuring van Vimpat voor uitgebreid pediatrisch gebruik in de EU en de VS |
|
| Vooruitgang boeken met de belangrijkste troeven op het gebied van kwaliteit, duurzaamheid en tijdigheid • De mijlpalen in digitale bedrijfstransformatie zijn volgens plan of eerder dan gepland gevorderd. Dit heeft innovatie in de klinische ontwikkeling mogelijk gemaakt, waardoor de cycli zijn versneld en de ervaring van de patiënt is verbeterd. • In Europa, APAC en de VS werd vooruitgang geboekt met efficiënte commercialisering via meerdere kanalen, aangezien de vraag naar virtuele, digitale kanalen toenam in een tijd waarin de toegang tot klanten beperkt was. |
|
| Uitbreiden naar nieuwe patiëntengroepen door gebruik te maken van nieuwe wetenschappelijke technologieën • De overname van Handl Therapeutics en de samenwerking met Lacerta Therapeutics hebben onze mogelijkheden op het gebied van gentherapie verder versterkt. • Verscheidene transformatieprojecten die nu zijn ingebed in de bedrijfsstrategie, waarbij onze innovatiecapaciteiten op het gebied van digitale gezondheid worden uitgebouwd |
|
| Evenity© naar patiënten in Europa brengen • Goede vooruitgang in alle regio's. Ondanks enkele tegenslagen in Europa als gevolg van de effecten van COVID-19, werd Evenity in de tweede helft van 2020 winstgevend voor UCB, waardoor verdere investeringen in patiëntwaarde-activiteiten mogelijk werden. |
| Waarde voor onze medewerkers |
Verder ontwikkelen van onze strategische capaciteiten, onze competenties inzake menselijk leiderschap en verhogen van onze teamdynamiek • Versnelde ontwikkeling van onze strategische capaciteiten, zoals een patiëntgerichte lanceringsvoorbereiding, een flexibele organisatie, digitale en datageletterdheid, dermatologie en patiëntenervaring • Programma voor leiderschapsontwikkeling vernieuwd en met succes gelanceerd Voortgaan met onze ambities op het gebied van diversiteit, gelijkheid en inclusie om onze impact te vergroten • Een duidelijke en actiegerichte diversiteitsambitie ontwikkeld, vooruitgang geboekt met ons leerplan voor een inclusieve mentaliteit en een basismethodologie ontwikkeld voor het meten van |
|---|---|
| loongelijkheid. Een hoog niveau van betrokkenheid behouden terwijl we nieuwe capaciteiten opbouwen en onze talentenpool versterken • UCB Voices, onze betrokkenheidsenquête in de gehele onderneming, uitgevoerd op het hoogtepunt van de COVID-19-crisis, toonde een zeer geëngageerd personeelsbestand dat er trots op is voor UCB te werken. Het niveau van duurzaam engagement bij UCB is, in vergelijking met benchmarks, vergelijkbaar met de best presterende ondernemingen die in de enquête aan bod komen (uitgevoerd door een onafhankelijke, toonaangevende wereldwijde aanbieder van enquêtes). • Wij zijn erin geslaagd om in 2020 nieuwe talenten aan te trekken ter voorbereiding van onze komende prioriteiten en hebben een recordaantal nieuwe medewerkers verwelkomd (>1 300), ondanks de uitdagingen waarmee we door COVID-19 werden geconfronteerd. |
|
| Verwezenlijken van onze doelstellingen op het gebied van gezondheid, veiligheid en welzijn • Verminderd aantal mensen die tijdens het werk letsel oplopen (hoewel gehaald, was dit moeilijk te vergelijken in de context van COVID-19) • Onderzoek in het hele bedrijf om een basislijn vast te stellen voor het meten van gezondheid, veiligheid en welzijn om toekomstige vooruitgang te kunnen volgen |
|
| Waarde voor de planeet |
In het kader van onze groene doelstelling voor 2030 om de koolstofemissies met 35% terug te dringen, de afvalproductie met 25% en het waterverbruik met 20% te verminderen, hebben we voor alle doelstellingen vooruitgang geboekt ten opzichte van het plan voor 2020. Hoewel een deel hiervan toe te schrijven was aan het effect van COVID-19, werden, wanneer dit effect gecorrigeerd werd, de doelstellingen toch behaald of ruimschoots overtroffen. , waterverbruik, Een robuuste methodologie werd ontwikkeld om onze ecologische voetafdruk (CO2 afval) voor elk nieuw bedrijfsmiddel tot een minimum te beperken. |
| Andere doelen | Implementatie van ons intern inzet- en communicatieplan voor duurzaamheid als zakelijke aanpak en start van een bezinning binnen de gehele onderneming over de rol die wij moeten spelen bij de aanpak van bredere maatschappelijke uitdagingen. Ons kader voor duurzaamheidsbestuur werd versterkt door de oprichting van een Sustainability Governance Committee en een External Sustainability Advisory Board die rechtstreeks in verbinding staan met de leden van het Uitvoerend Comité van UCB. Lancering van het UCB Community Health Fund, om verschillen in gezondheidstoestand onder kwetsbare bevolkingsgroepen aan te pakken, met inbegrip van de afronding van de eerste oproep tot het indienen van projecten. |
In het algemeen, menen wij dat uitstekende vooruitgang is geboekt met onze verbintenis om waarde te creëren voor patiënten, onze mensen, aandeelhouders en de samenleving. Niet alleen is vooruitgang geboekt ten opzichte van de doelstellingen, ook de aanpak van de uitdagingen in verband met COVID-19 is lovenswaardig, waarbij de patiënt, de werknemer en de samenleving centraal stonden in al onze acties.
De CEO heeft individuele prestatiecoëfficiënten voor elk van de andere leden van het Uitvoerend Comité voorgelegd aan het GNCC ter overweging vóór de goedkeuring door de Raad. De totale waarde van de aan het Uitvoerend Comité uitgekeerde bonussen in geld bedroeg € 3 075 441.
LTI ("Variabel op meerdere jaren")
In 2020 kregen de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité een LTI-toekenning tussen de LTI-doelstelling en de maximale beleidswaarde.
A) Toekenning in 2020
De onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal aandelenopties en prestatieaandelen dat in 2020 is toegekend:
| Aandelenopties | Prestatieaandelen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam begunstigde |
Aantal toege kende aande lenopties |
Datum van definitieve verwerving |
Uitoe fenprijs1 |
Binomia le waarde per eenheid2 |
Binomia le waarde bij toe kenning |
Aantal toege kende prestatie aandelen |
Datum van de finitieve verwer ving |
Binomia le waarde per eenheid2 |
Binomiale waarde bij toeken ning |
Totale binomiale waarde bij toeken ning |
| Jean-Christophe Tellier – CEO |
40 214 | 01/jan/24 | 76,21 | 19,04 | € 765 675 | 27 024 | 01/apr/23 | 58,93 | € 1 592 524 | €2 358 199 |
| Emmanuel Caeymaex |
10 966 | 01/jan/24 | 76,21 | 19,04 | € 208 793 | 7 369 | 01/apr/23 | 58,93 | € 434 255 | € 643 048 |
| Jean-Luc Fleurial | 8 695 | 01/jan/24 | 76,21 | 19,04 | € 165 553 | 5 843 | 01/apr/23 | 58,93 | € 344 328 | € 509 881 |
| Iris Löw Friedrich |
11 775 | 01/apr/23 | 76,21 | 19,04 | € 224 196 | 7 913 | 01/apr/23 | 58,93 | € 466 313 | € 690 509 |
| Kirsten Lund Jurgensen |
8 617 | 01/apr/23 | 79 | 19,04 | € 164 068 | 5 791 | 01/apr/23 | 58,93 | € 341 264 | € 505 331 |
| Dhaval Patel | 13 328 | 01/jan/24 | 76,21 | 19,04 | € 253 765 | 8 957 | 01/apr/23 | 58,93 | € 527 836 | € 781 601 |
| Bill Silbey | 10 858 | 01/apr/23 | 79 | 19,04 | € 206 736 | 7 297 | 01/apr/23 | 58,93 | € 430 012 | € 636 749 |
| Charl van Zyl | 12 520 | 01/jan/24 | 76,21 | 19,04 | € 238 381 | 8 413 | 01/apr/23 | 58,93 | € 495 778 | € 734 159 |
1 Gemiddelde van de slotkoersen tussen 2 maart en 31 maart van het jaar of slotkoers van 31 maart zoals bepaald door de Belgische of andere relevante wetgeving 2 Binomiale waarde: een objectieve techniek om lange-termijnincentives te waarderen waarbij een eerlijke waarde van de prijs van het aandeel wordt bepaald over de looptijd van een lange-termijnincentive
Sandrine Dufour werd in juli 2020 benoemd na de toekenningsdatum en kwam daarom niet in aanmerking voor deelname aan de 2020 LTI-plannen.
B) Definitieve verwerving van LTI's in 2020
Onderstaande tabel geeft een gedetailleerd overzicht van het aantal aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen die in voorgaande jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité werden toegekend (opgenomen in de vorige jaarverslagen) en die in het kalenderjaar 2020 definitief zijn verworven (niet samen te voegen met de informatie in de bovenstaande tabel die de in 2020 toegekende lange-termijnincentives gedetailleerd weergeeft):
| Aandelenopties | Toegekende aandelen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam begunstigde |
Toekennings datum1 |
Datum van definitieve verwerving |
Aantal definitief ver worven (niet uitgeoefend) |
Uitoefenprijs | Datum van toekenning2 |
Datum van definitieve verwerving |
Aantal definitief verworven |
Marktwaar de van de aandelen bij definitieve verwerving3 |
Totale waarde bij definitieve verwerving |
|
| Jean-Christophe Tellier – CEO |
01/apr/16 | 01/jan/20 | 38 792 | 67,24 | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 10 804 | 80,23 | € 866 805 | |
| Emmanuel Caeymaex |
01/apr/16 | 01/jan/20 | 9 904 | 67,24 | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 2 977 | 80,23 | € 238 845 | |
| Jean-Luc Fleurial | 01/sep/17 | 01/sep/20 | 1 500 | 99,48 | € 149 220 | |||||
| Iris Löw-Friedrich | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 12 554 | 70,26 | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 3 453 | 77,22 | € 266 641 | |
| Kirsten Lund-Jurgensen |
01/aug/19 | 01/aug/20 | 7 000 | 110,35 | € 772 450 | |||||
| Dhaval Patel | 01/okt/17 | 01/okt/20 | 10 000 | 97,85 | € 978 500 | |||||
| Pascale Richetta | 01/apr/16 | 01/jan/20 | 10 219 | 67,24 | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 3 351 | 80,23 | € 268 851 | |
| Bill Silbey | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 2 154 | 72,71 | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 592 | 80,23 | € 47 496 | |
| Detlef Thielgen | 01/apr/16 | 01/jan/20 | 15 092 | 67,24 | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 3 921 | 80,23 | € 314 582 | |
| Charl van Zyl | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 2 825 | 80,23 | € 226 650 |
| Prestatieaandelen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam begunstigde |
Datum van toekenning2 |
Datum van definitieve verwerving |
Prestatie periode |
Totaal aantal aandelen definitief verworven |
Definitief verworven % |
Marktwaar de van de aandelen bij definitieve verwerving3 |
Totale waarde bij definitieve verwerving |
|
| Jean-Christophe Tellier – CEO |
01/apr/17 | 01/apr/20 | 2017-2019 | 24 814 | 111% | 80,23 | € 1 990 827 | |
| Emmanuel Caeymaex |
01/apr/17 | 01/apr/20 | 2017-2019 | 6 838 | 111% | 80,23 | € 548 613 | |
| Jean-Luc Fleurial | ||||||||
| Iris Löw-Friedrich | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 2017-2019 | 7 932 | 111% | 77,22 | € 612 509 | |
| Kirsten Lund-Jurgensen |
||||||||
| Dhaval Patel | ||||||||
| Pascale Richetta | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 2017-2019 | 7 696 | 111% | 80,23 | € 617 450 | |
| Bill Silbey | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 2017-2019 | 1 361 | 111% | 80,23 | € 109 193 | |
| Detlef Thielgen | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 2017-2019 | 9 005 | 111% | 80,23 | € 722 471 | |
| Charl van Zyl | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 2017-2019 | 6 489 | 111% | 80,23 | € 520 612 |
1 Jean-Luc Fleurial, Dhaval Patel en Charl van Zyl vervoegden UCB na de LTI-toekenning van 2016. Kirsten Lund-Jurgensen trad in dienst bij UCB na de LTI-toekenning van 2017. Alexander Moscho heeft UCB verlaten voordat enige LTI in zijn voordeel definitief werden verworven in 2020.
2 Jean-Luc Fleurial, Kirsten Lund-Jurgensen en Dhaval Patel vervoegden UCB na de LTI-toekenning van 2017. Alexander Moscho heeft UCB verlaten voordat enige LTI in zijn voordeel definitief werden verworven in 2020.
3 Marktwaarde van het UCB-aandeel op de datum waarop het definitief wordt verworven, gedefinieerd als het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op die datum, tenzij anders bepaald door de lokale wetgeving.
De prestatieaandelen die in 2020 definitief werden verworven, hebben betrekking op de toekenning van 2017. De definitieve verwerving van die toegekende prestatieaandelen was afhankelijk van de prestaties gedurende drie jaar op basis van de volgende criteria:
- Cashflow omrekeningskoers (35%)
- Relatieve opbrengststijging (35%)
- Bereiken van de beoogde mijlpalen voor de producten in de pijplijn (20%)
- Het bereiken van een bepaald niveau van engagement van de medewerkers van UCB (10%)
Op basis van de prestaties ten aanzien van elk van de doelstellingen, was het aantal aandelen dat definitief werd verworven, gelijk aan 111% van het streefaantal van het voorwaardelijk toegekende aandelen, omdat de prestaties ten opzichte van elk van de vier prestatiecriteria van het plan gelijk aan of beter dan de doelstelling waren.
C) LTI vervallen in 2020
Onderstaande tabel geeft een gedetailleerd overzicht van het aantal aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen die in voorgaande jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité werden toegekend en die in 2020 zijn vervallen:
| Naam | Datum van toekenning |
Aantal vervallen aandelen |
Vervaldatum | |
|---|---|---|---|---|
| Alexander Moscho | Aandelenopties – 2018 | 01/apr/18 | 8 647 | 31/jan/20 |
| Aandelenopties – 2019 | 01/apr/19 | 8 922 | 31/jan/20 | |
| Prestatieaandelen – 2018 | 01/apr/18 | 4 009 | 31/jan/20 | |
| Prestatieaandelen – 2019 | 01/apr/19 | 6 245 | 31/jan/20 | |
| Pascale Richetta | Prestatieaandelen – 2018 | 01/apr/18 | 6 069 | 15/apr/20 |
| Prestatieaandelen – 2019 | 01/apr/19 | 7 489 | 15/apr/20 | |
| Detlef Thielgen | Prestatieaandelen – 2018 | 01/apr/18 | 7 032 | 10/apr/20 |
| Prestatieaandelen – 2019 | 01/apr/19 | 7 759 | 10/apr/20 | |
| Alexander Moscho | Toegekende aandelen – bij indiensttreding |
01/okt/17 | 3 000 | 31/jan/20 |
| Toegekende aandelen – 2018 | 01/apr/18 | 2 428 | 31/jan/20 | |
| Pascale Richetta | Toegekende aandelen – 2018 | 01/apr/18 | 3 675 | 15/apr/20 |
| Detlef Thielgen | Toegekende aandelen – 2018 | 01/apr/18 | 4 258 | 10/apr/20 |
bezoldiging
Totale bezoldiging
Totale bezoldiging
C. Buitengewone posten

Variabel op 1 jaar (bonus)
Basissalaris Bezoldigingen Overige
+
Variabele bezoldiging
+
Vaste bezoldiging
Totale bezoldiging Uitvoerend Comité
Ontslagvergoedingen
Alexander Moscho, Pascale Richetta en Detlef Thielgen verlieten UCB in 2020. De dadingovereenkomsten werden aan de Raad voorgesteld door het GNCC, dat ze onderzocht en tot de conclusie kwam dat ze in overeenstemming waren met hun contractuele regelingen en met UCB's praktijk voor leden van het Uitvoerend Comité.
- Alexander Moscho heeft UCB op 31 januari 2020 verlaten en Pascale Richetta is op 31 januari 2020 uit het Uitvoerend Comité getreden en heeft UCB op 15 april 2020 verlaten. Dadingovereenkomsten werden gesloten overeenkomstig de toepasselijke arbeidswetgeving en in overeenstemming met hun arbeidsovereenkomsten (d.w.z. opzegvergoedingen van niet meer dan 12 maanden basissalaris en bonus).
- Detlef Thielgen heeft UCB op 10 april 2020 verlaten. Zijn Belgische arbeidsovereenkomst werd beëindigd overeenkomstig de Belgische arbeidsrechtelijke bepalingen, hetgeen resulteerde in een opzeggingsvergoeding. De berekeningsgrondslag van de vergoeding bestaat uit een vaste vergoeding, een variabele vergoeding (bonus en lange-termijnincentives), en andere vergoedingselementen die verband houden met zijn Belgisch contract en waarbij rekening wordt gehouden met zijn 31 jaar anciënniteit bij de onderneming. De Duitse arbeidsovereenkomst werd opgezegd volgens de bepalingen van het Duitse arbeidsrecht, wat resulteerde in een wettelijke opzeggingstermijn. (bonus) Buitengewone posten
Het totaalbedrag van de opzegvergoedingen voor 2020 bedraagt € 6 861 668.
Indiensttredingspremies
Bij haar aanstelling is aan Sandrine Dufour een contante indiensttredingpremie van € 600 000 en 12 000 in cash te leveren toetredingsaandelen toegekend. Zowel de aandelentoekenning als de contante indiensttredingspremie waren uitzonderlijke, eenmalige toekenningen die gedaan werden om concurrerend te zijn, om de verliezen te compenseren die zij had geleden bij haar vertrek bij haar vorige werkgever en om ervoor te zorgen dat zij bij UCB zou blijven tot haar UCB LTI-plan definitief verworven zou worden.
De contante indiensttredingspremie is volledig terugbetaalbaar indien zij UCB vrijwillig verlaat binnen de eerste twee jaar van haar tewerkstelling. De indiensttredingpremie in de vorm van in cash te leveren aandelen, die op de toekenningsdatum gewaardeerd worden op € 1 202 880, zullen in drie gelijke tranches van 4 000 aandelen definitief worden verworven, mits de betrokkene in dienst is op elk van de definitieve verwervingsdata in 2021, 2022, en 2023. Basissalaris Bezoldigingen Overige bezoldiging
Pensioenkosten
Variabel op meerdere jaren (LTI)
Sandrine Dufour komt per april 2021 in aanmerking voor deelname aan het LTI-plan van UCB; aangezien zowel de aandelenopties als de prestatieaandelen in ons LTI-plan onderworpen zijn aan een definitieve verwervingsperiode ("cliff-vesting") van minimaal drie jaar, zal Sandrine Dufour niet in aanmerking komen voor het definitief verwerven van LTI vanuit de reguliere plannen van UCB in diezelfde periode waarin de indiensttredingpremie in de vorm van in cash te leveren aandelen definitief verworven worden. + Variabel op 1 jaar Variabel op meerdere jaren (LTI) Variabele bezoldiging
D. Pensioenkosten +

| Naam begunstigde – Functie | Pensioenkosten | ||
|---|---|---|---|
| Jean-Christophe Tellier – CEO | € 371 422 | ||
| Andere leden van het Uitvoerend Comité |
€ 2 267 983 |
E. Vergelijking van de bezoldiging van de CEO en het Uitvoerend Comité
Bezoldiging van het Uitvoerend Comité, de werknemers en de bedrijfsresultaten over 5 jaar
De onderstaande tabel is een samenvatting van de evolutie van de totale bezoldiging van onze CEO, het Uitvoerend Comité en onze gemiddelde werknemer en vergeleken met de bedrijfsresultaten over de voorbije vijf jaar, hier weergegeven door de jaarlijkse groei van de inkomsten en aangepaste EBITDA.
| 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Bezoldiging van de CEO* | €4 331 103 | €5 275 994 | €5 308 237 | €5 813 173 | € 6 832 748 |
| Verandering jaar op jaar | 21,8% | 0,6% | 9,5% | 17,5% | |
| Bezoldiging van de leden van het Uitvoerend Comité ** |
€ 21 679 113 | € 25 150 536 | € 20 605 133 | €24 788 507 | € 19 049 904 |
| Verandering jaar op jaar | 16,0% | -18,1% | 20,3% | -23,2% | |
| Bedrijfsprestaties | |||||
| Inkomsten (verandering jaar op jaar) | |||||
| bij reële koersen | 7% | 9% | 2% | 6% | 9% |
| bij constante wisselkoersen | 6% | 11% | 5% | 7% | 8% |
| Aangepaste EBITDA (verandering jaar op jaar) |
|||||
| bij reële koersen | 26% | 33% | 2% | 2% | 1% |
| bij constante wisselkoersen | 18% | 34% | 5% | 11% | -4% |
| Totale bezoldiging van de werknemers (in miljoen EUR) |
€ 996 | € 1 079 | € 1 057 | € 1 166 | € 1 180 |
| FTE | 7 579 | 7 368 | 7 304 | 7 429 | 7 899 |
| Gemiddelde kosten per VTE (IFRS) | € 131 412 | € 146 439 | € 144 725 | € 157 361 | € 149 392 |
| Verandering jaar op jaar | 11,43% | -1,17% | 8,73% | -5,06% |
* Vergoedingen voor de Raad van bestuur worden gerapporteerd als deel van de totale bezoldiging van de CEO** De bezoldiging van de CEO voor 2020 omvat de uitzonderlijke post die wordt vermeld in het gedeelte "andere voordelen" hierboven
** De samenstelling van het Uitvoerend Comité is de afgelopen jaren gewijzigd.
Wij merken op dat opzegvergoedingen niet in de vergoeding van het Uitvoerend Comité zijn opgenomen, wegens hun éénmalig karakter.
De gemiddelde bezoldiging van de medewerkers wordt berekend op basis van de werkelijke salaris- en uitkeringskosten van de werknemers (exclusief werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid en CEO bezoldiging), gedeeld door het aantal werknemers, op jaarbasis.
Totale bezoldiging van CEO tegenover de laagst bezoldigde werknemer
De onderstaande tabel toont een vergelijking van de bezoldiging van onze CEO (in €) voor 2020 met de bezoldiging van de laagstbetaalde voltijdse werknemer van UCB NV (in €) voor 2020. De bezoldiging omvat een vaste en een variabele bezoldiging, alsmede personeelsbeloningen, exclusief werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid.
| 2020 | |
|---|---|
| Verhouding van de totale bezoldiging van de CEO tegenover laagst bezoldigde werknemer | 1:126 |
F. Op aandelen gebaseerde bezoldiging van de CEO en het Uitvoerend Comité
De onderstaande tabellen geven een overzicht van het begin- en eindsaldo, alsook van de bewegingen in het jaar van de op aandelen gebaseerde bezoldiging voor elk van de leden van het Uitvoerend Comité (zowel huidige als voormalige).
| De voornaamste voorwaarden van de aandelenoptieplannen | Informatie over het afgesloten boekjaar | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam begunstigde | Specificatie van het plan |
Toekenningsdatum | Datum van definitieve verwerving |
Uitoefenperiode | Uitoefenprijs | Beginsaldo | In het jaar | Eindsaldo | |||||
| aandelenopties aan het begin Uitstaande van het jaar |
Aantal | Waarde | Aantal | Waarde1 | Uitgeoefende aandelenopties |
Niet-definitief aandelenopties verworven |
uitgeoefende aandelenopties verworven Definitief maar niet |
||||||
| 01/apr/12 | 01/apr/15 | 7 jaar | 32,36 | 12 000 | |||||||||
| Stock appreciation rights |
01/apr/13 | 01/apr/16 | 7 jaar | 49,80 | 11 272 | 11 272 | |||||||
| 01/apr/14 | 01/apr/17 | 7 jaar | 58,12 | 30 656 | 30 656 | ||||||||
| 01/apr/15 | 01/jan/19 | 6,75 jaar | 67,35 | 46 800 | 20 000 | 26 800 | |||||||
| Jean-Christophe Tellier – CEO |
01/apr/16 | 01/jan/20 | 6,75 jaar | 67,24 | 38 792 | 38 792 | 154 780 | 38 792 | |||||
| 01/apr/17 | 01/jan/21 | 6,75 jaar | 70,26 | 39 273 | 39 273 | ||||||||
| Aandelenopties | 01/apr/18 | 01/jan/22 | 6,75 jaar | 66,18 | 44 741 | 44 741 | |||||||
| 01/apr/19 | 01/jan/23 | 6,75 jaar | 76,09 | 39 623 | 39 623 | ||||||||
| 01/apr/20 | 01/jan/24 | 6,75 jaar | 76,21 | 40 214 | 765 675 | 40 214 | |||||||
| 01/apr/13 | 01/jan/17 | 6,75 jaar | 48,69 | 3 000 | 3 000 | ||||||||
| 01/apr/14 | 01/jan/18 | 6,75 jaar | 58,12 | 5 745 | 1 000 | 4 745 | |||||||
| 01/apr/15 | 01/jan/19 | 6,75 jaar | 67,35 | 9 191 | 9 191 | ||||||||
| Emmanuel Caeymaex | 01/apr/16 | 01/jan/20 | 6,75 jaar | 67,24 | 9 904 | 9 904 | 39 517 | 9 904 | |||||
| Aandelenopties | 01/apr/17 | 01/jan/21 | 6,75 jaar | 70,26 | 10 822 | 10 822 | |||||||
| 01/apr/18 | 01/jan/22 | 6,75 jaar | 66,18 | 11 741 | 11 741 | ||||||||
| 01/apr/19 | 01/jan/23 | 6,75 jaar | 76,09 | 10 499 | 10 499 | ||||||||
| 01/apr/20 | 01/jan/24 | 6,75 jaar | 76,21 | 10 966 | 208 793 | 10 966 | |||||||
| 01/apr/18 | 01/jan/22 | 6,75 jaar | 66,18 | 7 519 | 7 519 | ||||||||
| Jean-Luc Fleurial | Aandelenopties | 01/apr/19 | 01/jan/23 | 6,75 jaar | 76,09 | 8 405 | 8 405 | ||||||
| 01/apr/20 | 01/jan/24 | 6,75 jaar | 76,21 | 8 695 | 165 553 | 8 695 | |||||||
| 01/apr/11 | 01/apr/14 | 7 jaar | 26,72 | 15 000 | 15 000 | 0 | |||||||
| 01/apr/12 | 01/apr/15 | 7 jaar | 32,36 | 15 000 | 5 000 | 10 000 | |||||||
| 01/apr/13 | 01/apr/16 | 7 jaar | 48,69 | 13 397 | 13 397 | ||||||||
| 01/apr/14 | 01/apr/17 | 7 jaar | 58,12 | 15 666 | 15 666 | ||||||||
| Iris Loew-Friedrich | Aandelenopties | 01/apr/15 | 01/apr/18 | 7 jaar | 67,35 | 15 521 | 15 521 | ||||||
| 01/apr/16 | 01/apr/19 | 7 jaar | 67,24 | 14 401 | 14 401 | ||||||||
| 01/apr/17 | 01/apr/20 | 7 jaar | 70,26 | 12 554 | 12 554 | 125 163 | 12 554 | ||||||
| 01/apr/18 | 01/apr/21 | 7 jaar | 66,18 | 14 472 | 14 472 | ||||||||
| 01/apr/19 | 01/apr/22 | 7 jaar | 76,09 | 10 739 | 10 739 | ||||||||
| 01/apr/20 | 01/apr/23 | 7 jaar | 76,21 | 11 775 | 224 196 | 11 775 |
1 Het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op de datum waarop de opties definitief worden verworven, verminderd met de uitoefenprijs maal het aantal aandelenopties
| De voornaamste voorwaarden van de aandelenoptieplannen | Informatie over het afgesloten boekjaar | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam begunstigde | Specificatie van het plan |
Toekenningsdatum | Datum van definitieve verwerving |
Uitoefenperiode | Uitoefenprijs | Beginsaldo | In het jaar | Eindsaldo | |||||
| aandelenopties aan het begin Uitstaande van het jaar |
Aantal | Waarde | Aantal | Waarde1 | Uitgeoefende aandelenopties |
Niet-definitief aandelenopties verworven |
uitgeoefende aandelenopties verworven Definitief maar niet |
||||||
| Kirsten Lund-Jurgensen | Stock appreciation rights | 01/apr/20 | 01/apr/23 | 7 jaar | 79,00 | 0 | 8 617 | 164 068 | 0 | 0 | 8 617 | ||
| 01/apr/18 | 01/jan/22 | 6,75 jaar | 66,18 | 15 273 | 15 273 | ||||||||
| Dhaval Patel | Aandelenopties | 01/apr/19 | 01/jan/23 | 6,75 jaar | 76,09 | 14 142 | 14 142 | ||||||
| 01/apr/20 | 01/jan/24 | 6,75 jaar | 76,21 | 13 328 | 253 765 | 13 328 | |||||||
| 01/apr/16 | 01/apr/19 | 7 jaar | 67,24 | 2 126 | 2 126 | 0 | |||||||
| 01/apr/17 | 01/apr/20 | 7 jaar | 72,71 | 2 154 | 2 154 | 16 198 | 2 154 | 0 | |||||
| Bill Silbey | Stock appreciation rights | 01/apr/18 | 01/apr/21 | 7 jaar | 66,18 | 1 966 | 1 966 | ||||||
| 01/apr/19 | 01/apr/22 | 7 jaar | 76,56 | 8 947 | 8 947 | ||||||||
| 01/apr/20 | 01/apr/23 | 7 jaar | 79,00 | 10 858 | 206 736 | 10 858 | |||||||
| 01/apr/17 | 01/jan/21 | 6,75 jaar | 70,26 | 10 270 | 10 270 | ||||||||
| 01/apr/18 | 01/jan/22 | 6,75 jaar | 66,18 | 13 929 | 13 929 | ||||||||
| Charl van Zyl | Aandelenopties | 01/apr/19 | 01/jan/23 | 6,75 jaar | 76,09 | 12 336 | 12 336 | ||||||
| 01/apr/20 | 01/jan/24 | 6,75 jaar | 76,21 | 12 520 | 238 381 | 12 520 | |||||||
| 01/apr/16 | 01/jan/20 | 6,75 jaar | 67,24 | 10 219 | 10 219 | 40 774 | 10 219 | 0 | |||||
| Pascale Richetta | Aandelenopties | 01/apr/17 | 01/jan/21 | 6,75 jaar | 70,26 | 12 180 | 12 180 | ||||||
| 01/apr/18 | 01/jan/22 | 6,75 jaar | 66,18 | 13 088 | 13 088 | ||||||||
| 01/apr/19 | 01/jan/23 | 6,75 jaar | 76,09 | 10 700 | 10 700 | ||||||||
| 01/apr/13 | 01/jan/17 | 6,75 jaar | 48,69 | 14 904 | 14 904 | ||||||||
| 01/apr/14 | 01/jan/18 | 6,75 jaar | 58,12 | 17 785 | 17 785 | ||||||||
| 01/apr/15 | 01/jan/19 | 6,75 jaar | 67,35 | 17 621 | 17 621 | ||||||||
| Detlef Thielgen | Aandelenopties | 01/apr/16 | 01/jan/20 | 6,75 jaar | 67,24 | 15 092 | 15 092 | 60 217 | 15 092 | ||||
| 01/apr/17 | 01/jan/21 | 6,75 jaar | 70,26 | 14 252 | 14 252 | ||||||||
| 01/apr/18 | 01/jan/22 | 6,75 jaar | 66,18 | 15 166 | 15 166 | ||||||||
| 01/apr/19 | 01/jan/23 | 6,75 jaar | 76,09 | 11 084 | 11 084 |
verworven, verminderd met de uitoefenprijs maal het aantal aandelenopties
| 01/aug/20 01/sep/20 01/aug/21 01/aug/22 01/apr/20 01/apr/20 01/apr/20 01/apr/21 01/apr/21 01/apr/21 01/apr/21 01/jul/22 01/jul/23 01/jul/21 Datum van definitieve verwerving Datum van toekenning 01/sep/17 01/aug/19 01/aug/19 01/aug/19 01/apr/17 01/apr/18 01/apr/17 01/apr/18 01/apr/18 01/apr/17 01/apr/18 01/jul/20 01/jul/20 01/jul/20 Toekenning van in cash te leveren Toekenning van in cash te leveren Specificatie van het Toegekende aandelen Toegekende aandelen Toegekende aandelen Toegekende aandelen Toegekende aandelen Toegekende aandelen aandelen aandelen plan Jean-Christophe Tellier – CEO Kirsten Lund-Jurgensen Naam begunstigde Emmanuel Caeymaex Iris Loew-Friedrich2 Jean-Luc Fleurial Sandrine Dufour |
begin van het toegekende aandelen – Uitstaande Beginsaldo 10 804 12 561 2 977 jaar |
Toegekende aandelen Aantal |
In het jaar | Eindsaldo | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| aandelen | Definitief verworven toegekende | ||||||
| Waarde | Aantal | Waarde1 | Niet-definitief toegekende verworven aandelen |
||||
| 10 804 | 866 805 | 0 | |||||
| 12 561 | |||||||
| 2 977 | 238 845 | ||||||
| 3 296 | 3 296 | ||||||
| 4 000 | 400 960 | 4 000 | |||||
| 4 000 | 400 960 | 4 000 | |||||
| 4 000 | 400 960 | 4 000 | |||||
| 1 500 | 1 500 | 149 220 | |||||
| 2 111 | 2 111 | ||||||
| 3 453 | 3 453 | 266 641 | |||||
| 4 063 | 4 063 | ||||||
| 7 000 | 7 000 | 772 450 | 0 | ||||
| 7 000 | 7 000 | ||||||
| 7 000 | 7 000 | ||||||
| 01/apr/21 01/apr/18 |
4 288 | 4 288 | |||||
| 01/okt/20 01/okt/17 Toekenning van in cash te leveren Dhaval Patel |
10 000 | 10 000 | 978 500 | ||||
| 01/okt/21 01/okt/17 aandelen |
15 000 | 15 000 | |||||
| 01/apr/20 01/apr/17 Toegekende aandelen Bill Silbey |
592 | 592 | 47 496 | 0 | |||
| 01/apr/21 01/apr/18 |
552 | 552 | |||||
| 01/apr/20 01/apr/17 Toegekende aandelen Charl van Zyl |
2 825 | 2 825 | 226 650 | 0 | |||
| 01/apr/21 01/apr/18 |
3 911 | 3 911 | |||||
| 01/apr/20 01/apr/17 Toegekende aandelen Detlef Thielgen |
3 921 | 3 921 | 314 582 | ||||
| 01/apr/20 01/apr/17 Toegekende aandelen Pascale Richetta3 |
3 351 | 3 351 | 259 166 |
2 De waardering is gebaseerd op de laagste koers op de datum van definitieve verwerving 3 De waardering is gebaseerd op de openingskoers op de datum van definitieve verwerving
| De belangrijkste voorwaarden van de prestatieaandelenplannen | Informatie over het afgesloten boekjaar | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam begunstigde | Specificatie van het plan | Prestatieperiode | toekenning Datum van |
Datum van definitieve |
Beginsaldo | In het jaar | Eindsaldo | |||
| verwerving | prestatieaan Uitstaande |
Toegekende aandelen | Definitief verworven aandelen | Afhankelijk van |
||||||
| delen – begin van het jaar |
Aantal | Waarde | Aantal | Waarde1 | prestatiecriteria verworven definitief – niet |
|||||
| 2017-2019 | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 22 355 | 24 814 | 1 990 827 | |||||
| 2018-2020 | 01/apr/18 | 01/apr/21 | 20 745 | 20 745 | ||||||
| Jean-Christophe Tellier – CEO | Prestatieaandelen | 2019-2021 | 01/apr/19 | 01/apr/22 | 27 735 | 27 735 | ||||
| 2020-2022 | 01/apr/20 | 01/apr/23 | 27 024 | 1 592 524 | 27 024 | |||||
| 2017-2019 | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 6 160 | 6 838 | 548 613 | |||||
| Prestatieaandelen | 2018-2020 | 01/apr/18 | 01/apr/21 | 5 444 | 5 444 | |||||
| Emmanuel Caeymaex | 2019-2021 | 01/apr/19 | 01/apr/22 | 7 349 | 7 349 | |||||
| 2020-2022 | 01/apr/20 | 01/apr/23 | 7 369 | 434 255 | 7 369 | |||||
| 2018-2020 | 01/apr/18 | 01/apr/21 | 3 486 | 3 486 | ||||||
| Jean-Luc Fleurial | Prestatieaandelen | 2019-2021 | 01/apr/19 | 01/apr/22 | 5 883 | 5 883 | ||||
| 2020-2022 | 01/apr/20 | 01/apr/23 | 5 843 | 344 328 | 5 843 | |||||
| 2017-2019 | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 7 146 | 7 932 | 612 509 | |||||
| Iris Loew-Friedrich2 | Prestatieaandelen | 2018-2020 | 01/apr/18 | 01/apr/21 | 6 710 | 6 710 | ||||
| 2019-2021 | 01/apr/19 | 01/apr/22 | 7 517 | 7 517 | ||||||
| 2020-2022 | 01/apr/20 | 01/apr/23 | 7 913 | 466 313 | 7 913 | |||||
| Kirsten Lund-Jurgensen | Prestatieaandelen | 2020-2022 | 01/apr/20 | 01/apr/23 | 5 791 | 341 264 | 5 791 | |||
| 2018-2020 | 01/apr/18 | 01/apr/21 | 7 082 | 7 082 | ||||||
| Prestatieaandelen | 2019-2021 | 01/apr/19 | 01/apr/22 | 9 899 | 9 899 | |||||
| 2020-2022 | 01/apr/20 | 01/apr/23 | 8 957 | 527 836 | 8 957 | |||||
| Dhaval Patel | 2019-2022 | 01/okt/19 | 01/okt/22 | 7 000 | 7 000 | |||||
| prestatieaandelen In cash te leveren |
2019-2023 | 01/okt/19 | 01/okt/23 | 7 000 | 7 000 | |||||
| 2019-2024 | 01/okt/19 | 01/okt/24 | 7 000 | 7 000 | ||||||
| Pascale Richetta3 | Prestatieaandelen | 2017-2019 | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 6 933 | 7 696 | 595 209 | |||
| 2017-2019 | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 1 226 | 1 361 | 109 193 | 0 | ||||
| Prestatieaandelen | 2018-2020 | 01/apr/18 | 01/apr/21 | 911 | 911 | |||||
| Bill Silbey | 2019-2021 | 01/apr/19 | 01/apr/22 | 6 263 | 6 263 | |||||
| 2020-2022 | 01/apr/20 | 01/apr/23 | 7 297 | 430 012 | 7 297 | |||||
| Detlef Thielgen | Prestatieaandelen | 2017-2019 | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 8 113 | 9 005 | 722 471 | |||
| 2017-2019 | 01/apr/17 | 01/apr/20 | 5 846 | 6 489 | 520 612 | 0 | ||||
| Charl van Zyl | Prestatieaandelen | 2018-2020 | 01/apr/18 | 01/apr/21 | 6 459 | 6 459 | ||||
| 2019-2021 | 01/apr/19 | 01/apr/22 | 8 635 | 8 635 | ||||||
| 2020-2022 | 01/apr/20 | 01/apr/23 | 8 413 | 495 778 | 8 413 |
1 Het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op de datum waarop het aandeel definitief wordt verworven
2 De waardering is gebaseerd op de lage koers op de datum van definitieve verwerving
3 De waardering is gebaseerd op de openingskoers op de datum van definitieve verwerving
Bezoldiging van niet-uitvoerende bestuurders voor 2020
De volgende tabel geeft een overzicht van de bezoldiging die elke niet-uitvoerend bestuurder in 2020 heeft ontvangen. Dit omvat de vaste jaarlijkse vergoeding voor leden van de Raad van bestuur en de comités, het presentiegeld per vergadering van de Raad en de eventueel betaalde reiskostenvergoedingen.
| Raad van bestuur | Comité – jaarlijkse emolumenten (vaste vergoeding) | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vaste vergoeding |
Presentiegeld | Audit | Wetenschap pelijk |
GNCC | Reis vergoeding |
||
| Evelyn du Monceau | € 240 000 | € 22 500 | € 262 500 | ||||
| Pierre Gurdjian | € 120 000 | € 9 000 | € 17 000 | € 146 000 | |||
| Jan Berger | € 80 000 | € 6 000 | € 7 500 | € 93 500 | |||
| Alice Dautry | € 80 000 | € 6 000 | € 22 500 | € 108 500 | |||
| Kay Davies | € 80 000 | € 6 000 | € 33 500 | € 17 000 | € 136 500 | ||
| Albrecht De Graeve | € 80 000 | € 6 000 | € 33 500 | € 119 500 | |||
| Roch Doliveux | € 80 000 | € 6 000 | € 86 000 | ||||
| Charles-Antoine Janssen | € 80 000 | € 6 000 | € 22 500 | € 108 500 | |||
| Cyril Janssen | € 80 000 | € 6 000 | € 86 000 | ||||
| Viviane Monges | € 80 000 | € 6 000 | € 22 500 | € 108 500 | |||
| Cédric van Rijckevorsel | € 80 000 | € 6 000 | € 86 000 | ||||
| Ulf Wiinberg | € 80 000 | € 6 000 | € 22 500 | € 7 500 | € 116 000 | ||
| Totaal | €1 160 000 | € 69 000 | € 101 000 | € 56 000 | € 56 500 | € 15 000 | € 1 457 500 |
De bezoldigingen die de CEO ontvangt als lid van de Raad van bestuur van UCB NV zijn opgenomen in sectie 5 onder Bezoldigingsbeleid in 2020.
3.8 Belangrijkste kenmerken van interne controle- en risicobeheersystemen van UCB
3.8.1 Interne controle
Als bestuursorgaan van UCB leidt de Raad UCB als een ondernemer, en is hij verantwoordelijk voor het goedkeuren van de strategie en doelstellingen van de vennootschap. Dit omvat het toezicht op de ontwikkeling, implementatie en handhaving van een voorzichtig en effectief systeem van interne controles, zoals hieronder verder beschreven, maar ook risicobeheerprocessen zoals verder beschreven in 3.8.2 hieronder.
Het Auditcomité staat de Raad bij in zijn opdracht van toezicht op de interne controle- en risicobeheerprocessen opgesteld door het management van UCB en de UCB Groep in haar geheel, op de doeltreffendheid van de algemene interne controleprocessen van UCB, het globale proces van financiële verslaggeving, de commissaris (met inbegrip van zijn benoemingsprocedure), en de Global Interne Audit-afdeling en de doeltreffendheid daarvan.
Het management van UCB staat in voor de ontwikkeling en handhaving van passende interne controles om redelijke zekerheid te bieden over de verwezenlijking van de doelstellingen inzake de betrouwbaarheid van de financiële informatie, de naleving van toepasselijke wet- en regelgeving en de uitvoering van interne controleprocessen binnen UCB (controleomgeving, risico/controle systeem en toezicht), en dit op de meest doeltreffende manier. Op het interne-controleproces wordt wereldwijd toegezien door de Interne Audit-afdeling op geautomatiseerde wijze voor toegang tot systemen en splitsing van taken, het uitvoeren van testen op zelfcontrole beoordelingen, en het toezien op permanente controles. Er werden informatiesystemen ontwikkeld om de doelstellingen van UCB op lange termijn te ondersteunen, die beheerd worden door een professioneel Information Management team.
Als een belangrijk onderdeel van het interne controlesysteem van het management, herbekijkt UCB jaarlijks haar business plan en bereidt ze een gedetailleerd jaarlijks budget voor elk boekjaar voor, dat wordt beoordeeld en goedgekeurd door de Raad. Een managementrapporteringssysteem werd opgezet, dat de bedrijfsleiding zicht geeft op financiële en operationele prestatie-indicatoren. Maandelijks worden door de bedrijfsleiding financiële verslagen voorbereid om elk belangrijk onderdeel van de activiteiten af te dekken. Afwijkingen ten opzichte van het plan of van vroegere verwachtingen worden geanalyseerd, verklaard en er wordt tijdig op gereageerd. Naast de regelmatige beraadslagingen van de Raad, komt ook het Uitvoerend Comité minstens maandelijks samen om de prestaties te bespreken, waarbij, indien nodig, over specifieke projecten wordt overlegd.
De Global Interne Audit-functie verleent op een onafhankelijke en objectieve manier diensten die tot doel hebben de interne controleomgeving en activiteiten van UCB te evalueren, hun toegevoegde waarde te vergroten en te verbeteren, door middel van een systematische en gedisciplineerde benadering van de evaluatie en aanbevelingen tot verbetering van de processen van UCB inzake bestuur, compliance, interne controle en risicobeheer.
De Global Interne Audit-groep implementeert een Audit Plan bestaande uit financiële, compliance en operationele audits en beoordelingen. Dit Plan werd beoordeeld en goedgekeurd door het Auditcomité en omvat de relevante bedrijfsactiviteiten van UCB. Het programma omvat onafhankelijke beoordelingen van de interne controle- en risicobeheerssystemen. De bevindingen en de status van de gerelateerde corrigerende maatregelen worden regelmatig schriftelijk aan het Uitvoerend Comité gemeld, en er wordt minstens twee keer per jaar schriftelijk aan het Auditcomité gerapporteerd over de status van de voltooiing van het auditplan alsook over een samenvatting van de bevindingen en corrigerende maatregelen.
UCB nam formele procedures aan voor de interne controle aangaande financiële rapportering, waaraan wordt gerefereerd als de "Transparantie Richtlijn Procedure". Deze procedure is erop gericht het risico van selectieve openbaarmaking te beperken; draagt ertoe bij dat de bekendmaking door UCB van alle belangrijke informatie aan haar beleggers, schuldeisers en toezichthouders precies, volledig en tijdig gebeurt en de toestand van UCB correct weergeeft; en draagt ertoe bij adequate openbaarmaking te garanderen van belangrijke financiële en niet-financiële informatie en belangrijke gebeurtenissen, transacties en risico's.
Het proces bestaat uit een aantal onderdelen. Bepaalde personen op sleutelposities in het interne controleproces, waaronder alle leden van het Uitvoerend comité, dienen schriftelijk te verklaren dat ze de vereisten van UCB inzake financiële rapportering begrijpen en hebben nageleefd, inclusief het verschaffen van redelijke zekerheid betreffende de efficiëntie en doeltreffendheid van de activiteiten, de betrouwbaarheid van financiële informatie en naleving van de wet- en regelgeving. Om te verzekeren dat zij de uitgebreide waaier aan potentiële problemen kunnen inschatten, wordt hen een gedetailleerde checklist bezorgd om in te vullen, die hen kan helpen bij hun verklaring. Verder wordt een gedetailleerde, wereldwijde beoordeling uitgevoerd van verkopen, kredieten en daaraan verbonden bruto-naar-netto rekeningen, vorderingen, handelsvoorraden, overlopende rekeningen, voorzieningen, reserves en betalingen. De financiële directeurs/vertegenwoordigers van alle afzonderlijke juridische entiteiten dienen daarnaast schriftelijk te bevestigen dat hun financiële rapportering in deze domeinen op betrouwbare gegevens is gesteund en dat hun resultaten correct zijn weergegeven overeenkomstig de geldende vereisten.
Deze procedures worden gecoördineerd door de Global Interne Auditafdeling vóór de vrijgave van de halfjaar- en jaarresultaten. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met het Chief Accounting Office alsook met de financiële en juridische departementen en de commissaris. Gepaste opvolging wordt gegeven aan elk potentieel probleem en eventuele wijzigingen aan de gerapporteerde financiële informatie of openbaarmakingen worden geëvalueerd. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met de CEO en CFO, en nadien met het Auditcomité, voorafgaand aan de bekendmaking van de rekeningen.
3.8.2 Risicobeheer
De volledige UCB Groep en al haar dochtervennootschappen wereldwijd zijn toegewijd om een effectief risicobeheersysteem te voorzien, om de dreigingen te minimaliseren die een impact kunnen hebben op onze mogelijkheid om onze strategische plannen en doelstellingen te verwezenlijken.
Daarom heeft de UCB Groep de volgende risicobeheer praktijken aangenomen:
Een globaal risicobeheerbeleid, van toepassing op de hele UCB Groep en haar wereldwijde dochtervennootschappen, beschrijft het engagement van UCB om doorheen de UCB Groep een doeltreffend risicobeheersysteem te voorzien en beschrijft het kader en het design voor het beheren van de belangrijkste risico's bij UCB.
De Raad keurt de strategie en de doelstellingen van de UCB Groep goed en ziet toe op de ontwikkeling, de implementatie en de controle op het risicobeheersysteem van de UCB Groep. De Raad wordt in zijn opdracht van risicobeoordeling en risicobeheer bijgestaan door het Auditcomité. Het Auditcomité onderzoekt op regelmatige basis de gebieden waar risico's een grote impact zouden kunnen hebben op de financiële situatie en reputatie van de UCB Groep. Het Auditcomité controleert het algemene risicobeheersysteem van UCB.
Het Uitvoerend Comité is verantwoordelijk voor de implementatie van de risicobeheerstrategie en -doelstellingen, en voor het verdedigen van de prioritisering, controle en toezicht op de risico's die kritiek zijn voor UCB's succes. De Global Interne Audit-functie is belast met de onafhankelijke en regelmatige controle en validatie van het risicobeheersysteem binnen UCB. Daarnaast heeft de Global Interne Audit-functie als opdracht om, in overleg met de business, te beslissen over maatregelen om vastgestelde risico's aan te pakken en te controleren.
Het "Head of Enterprise Risk Management" bezorgt regelmatige status updates rechtstreeks aan het Uitvoerend Comité, en op regelmatige basis eveneens aan het Auditcomité en de Raad. De Risk2Value Table en de Strategic Risk Council, samengesteld uit leden van het senior management van alle bedrijfsfuncties, levert strategisch leiderschap ter ondersteuning van het proces van de evaluatie van risico's op bedrijfsniveau en het proces voor vaststellen van prioriteiten, en wordt ondersteund door een Enterprise Risk Management dat de reële of potentiële risico's of blootstelling daaraan op doeltreffende wijze beoordeelt, rapporteert en beheert. De bronnen van risicoinformatie omvatten de beoordeling van de bedrijfsfuncties (bottomup), de inbreng van de leiding (top-down) en de externe context van de organisatie (outside-in). De belangrijkste risico's binnen de organisatie worden elk opgevolgd door een lid van het Uitvoerend Comité, om te zorgen voor de nodige toerekenbaarheid en prioriteit. De Enterprise Risk Management groep licht op permanente basis zijn bestuursstructuur en engagement met belanghebbenden door, om te zorgen dat robuuste doorlichtingen, prioritisering en antwoorden worden verkregen.
Indien u meer wilt leren over de belangrijkste risico's en over milieu gerelateerde en sociale risico's, bezoek dan de sectie Risicobeheer. Voor meer informatie over financiële risico's, bezoek de financiële Toelichting 5.
3.9 Persoonlijke beleggingstransacties en handel in UCB-aandelen
De Raad heeft een "Dealing Code" aangenomen om handel met voorkennis en marktmisbruik te voorkomen, in het bijzonder tijdens de periodes voorafgaand aan de publicatie van resultaten of informatie die de prijs van UCB effecten zou kunnen beïnvloeden, of, in voorkomend geval, de prijs van effecten uitgegeven door een derde partij-vennootschap.
In 2016 werd een nieuwe Dealing Code goedgekeurd door de Raad om de regels te reflecteren van EU Verordening nr. 596/2014 over Marktmisbruik, Richtlijn 2014/57/EU over strafsancties voor marktmisbruik en de Belgische Wet van 2 augustus 2002 over het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, zoals gewijzigd door de Wet van 27 juni 2016, die van kracht werd op 3 juli 2016. In 2017 herbekeek UCB de Dealing Code en werkte deze bij om deze nieuwe wetgeving weer te geven en overwegingen met betrekking tot ethiek op te nemen in overeenstemming met onze Patiëntenwaarde Strategie. In 2019 werden enkele praktische zaken aangepast in de Dealing Code.
De Dealing Code omvat regels voor bestuurders, het uitvoerend management en werknemers op sleutelposities, die verbieden om UCB-aandelen of andere financiële instrumenten verbonden met het UCB-aandeel te verhandelen tijdens een bepaalde periode vóór de bekendmaking van haar financiële resultaten (zogenaamde "gesloten periodes"). Verder verbiedt deze aan personen die voorkennis bezitten of weldra zouden kunnen bezitten om te handelen in UCB-aandelen of andere gerelateerde effecten.
De Raad heeft de Group General Counsel (Bill Silbey) en de Group Secretary General (Xavier Michel) aangeduid als Insider Trading Compliance Officers. Hun taken en verantwoordelijkheden worden in de Dealing Code bepaald.
In overeenstemming met de Dealing Code heeft de Vennootschap de lijst vastgelegd van personen met leidinggevende verantwoordelijkheid (bestuurders en leden van het Uitvoerend Comité) en de lijst van personen op sleutelposities, die de Insider Trading Compliance Officer(s) vooraf moeten informeren en goedkeuring moeten krijgen voor de transacties in UCB-aandelen en verbonden effecten die ze willen uitvoeren voor eigen rekening. Transacties in effecten van de Vennootschap door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid of door personen nauw met hen verbonden, moeten ook gemeld worden aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA), de Belgische toezichthouder op de markten. De procedure voor dergelijke rapportering en de verplichtingen die hieraan verbonden zijn, zijn ook opgenomen in de Dealing Code van UCB. De Dealing Code is beschikbaar op de website van UCB.
3.10 Externe controle
De algemene vergadering van 26 april 2018 heeft het mandaat van PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren BV CVBA als statutaire commissaris van UCB hernieuwd voor de wettelijke termijn van 3 jaar. De vaste vertegenwoordiger aangeduid door PwC voor UCB in België is Dhr. Romain Seffer.
PwC werd benoemd tot statutaire commissaris in bijna alle dochtervennootschappen van de UCB Groep wereldwijd.
In 2020 betaalde UCB de volgende vergoedingen aan haar commissaris:
| Controle | Andere controle opdrachten |
Belastingadvies opdrachten |
Andere opdrachten buiten de controle |
Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| PwC (België – commissaris) | € 769 635 | € 128 905 | € 164 826 | €1 063 366 | |
| PwC andere verbonden netwerken |
€ 1 532 444 | € 13 953 | € 88 216 | € 183 527 | € 1 818 140 |
| Totaal | €2 302 079 | € 142 858 | € 88 216 | € 348 353 | €2 881 506 |
Het mandaat van PwC zal eindigen op de AV van 2021. Door toepassing van de Europese en Belgische verplichte roulatieregels die van toepassing zijn op de commissaris, is PwC niet langer beschikbaar voor herverkiezing als externe commissaris. Bijgevolg heeft UCB, om te voldoen aan de onafhankelijkheidsregels die van toepassing zijn op de benoeming van een nieuwe externe commissaris en in overeenstemming met de toepasselijke Europese (Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang) en de Belgische wetgeving (met inbegrip van de relevante bepalingen van het WVV), vanaf 2018 een proces gevoerd om een nieuwe externe commissaris te selecteren voor het auditmandaat dat begint met het boekjaar 2021. Het Auditcomité was algemeen verantwoordelijk voor de selectieprocedure en keek erop toe dat dit op eerlijke wijze verliep. Daartoe werd, overeenkomstig de toepasselijke regelgeving, een aanbestedingsprocedure met verzoek om voorstellen (Request for Proposal – RFP) gevolgd onder toezicht van het Auditcomité. Er werden ook procedures ingesteld om de onafhankelijkheid van de geselecteerde kandidaten te vrijwaren gedurende de twee jaar die voorafgaan aan hun formele benoeming, overeenkomstig de toepasselijke onafhankelijkheidsregels. Als resultaat van dit uitgebreide proces werd het auditkantoor Mazars Bedrijfsrevisoren – Réviseurs d'Entreprises CVBA/SCRL, vertegenwoordigd door de heer Anton Nuttens ("Mazars") geselecteerd als de meest geschikte kandidaat. Op aanbeveling van zijn Auditcomité en na goedkeuring door de ondernemingsraad van de vennootschap, zal de Raad dan ook aan de AV van 29 april 2021 de benoeming van Mazars als commissaris voorstellen voor een mandaat van 3 jaar (wettelijke termijn).
3.11 Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007
3.11.1 Kapitaalstructuur van UCB, met vermelding van de verschillende soorten aandelen en, voor elke soort aandelen, van de rechten en plichten die eraan verbonden zijn en het percentage van het geplaatste kapitaal dat erdoor wordt vertegenwoordigd op 31 december 2020
Vanaf 13 maart 2014 bedraagt het kapitaal van UCB € 583 516 974, vertegenwoordigd door 194 505 658 volledig volgestorte aandelen zonder nominale waarde. Aan alle UCB-aandelen zijn dezelfde rechten verbonden.
Er zijn geen verschillende soorten van UCB-aandelen (zie sectie 3.2.2).
3.11.2 Wettelijke of statutaire beperkingen op de overdracht van effecten
Beperkingen op de overdracht van effecten zijn enkel van toepassing op niet volledig volgestorte aandelen, overeenkomstig artikel 11 van de statuten van UCB (de "Statuten"), en wel als volgt:
("…)
B) Elke aandeelhouder van niet volledig volgestorte aandelen die de algemeenheid of een deel van zijn effecten wenst af te staan zal zijn voornemen bij een ter post aangetekende brief aan de raad van bestuur betekenen, waarbij hij de naam van de kandidaat-overnemer, het aantal te koop gestelde effecten, de prijs en de voorwaarden van de geplande afstand aangeeft.
De Raad van Bestuur kan zich per aangetekende brief binnen een maand na deze kennisgeving tegen deze verkoop verzetten, door aan de verkopende aandeelhouder een andere kandidaat als koper voor te stellen. De door de Raad voorgestelde kandidaat zal over een recht van voorkoop beschikken op de te koop gestelde effecten tenzij de kandidaat verkoper, binnen de vijftien dagen, verkiest aan de afstand te verzaken.
Het recht van voorkoop zal worden uitgeoefend tegen een eenheidsprijs gelijk aan de laagste van de twee zoals hierna bepaalde bedragen:
- De gemiddelde sluitingskoers van het gewoon UCB aandeel op de "continumarkt" op Euronext Brussels van de dertig open beursdagen die de betekening waarvan sprake in voorgaande alinea voorafgaan, verminderd met het nog te volstorten bedrag;
- De eenheidsprijs aangeboden door de kandidaatovernemer.
Voormelde kennisgeving door de Raad van bestuur zal gelden als kennisgeving van de uitoefening van het recht van voorkoop, in naam en voor rekening van de door de Raad voorgestelde kandidaat-overnemer. De prijs zal betaalbaar zijn binnen de maand van deze kennisgeving, onverminderd de door de kandidaat-overnemer gunstigere aangeboden voorwaarden.
C) Indien de Raad van bestuur niet antwoord binnen de maand van de kennisgeving, op de kennisgeving waarvan sprake in de eerste alinea van subsectie b), zal de verkoop in voordeel van de kandidaatovernemer kunnen plaatsvinden, aan voorwaarden die minstens gelijk zijn aan deze bepaald in gezegde kennisgeving.
(…")
Op dit moment is het kapitaal van UCB volledig volgestort.
3.11.3 Houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden, en een beschrijving van deze rechten
Er zijn geen dergelijke effecten.
3.11.4 Mechanisme voor de controle van enig aandelenplan voor werknemers wanneer de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend Er is geen dergelijk systeem.
3.11.5 Wettelijke of statutaire beperkingen van de uitoefening van het stemrecht
De bestaande UCB-aandelen verlenen de houders ervan stemrecht op de algemene vergadering.
Overeenkomstig artikel 38 van de statuten, zijn de volgende beperkingen van toepassing:
"Ieder aandeel geeft recht op één stem. Iedere persoon of entiteit die aandelen, al dan niet op naam, in het kapitaal van de vennootschap verwerft of erop intekent, waaraan stemrecht is verbonden, zal verplicht zijn binnen de door de wet voorgeschreven termijn het aantal verworven of ingeschreven aandelen aan te geven, samen met het totale aantal aandelen dat hij bezit, wanneer dat aantal in totaal meer bedraagt dan een aandeel van 3% van het totale aantal stemrechten dat, vóór een eventuele vermindering, in een algemene vergadering kan worden uitgeoefend. Dezelfde procedure zal moeten worden gevolgd telkens wanneer de persoon die verplicht is de bovenvermelde initiële verklaring af te leggen, zijn stemrecht verhoogt tot 5%, 7,5%, 10% en vervolgens voor elke bijkomende 5% van de totale stemrechten die hij zoals hierboven bepaald heeft verworven, of wanneer zijn stemrecht na de verkoop van aandelen daalt tot onder één van de bovenvermelde limieten. Dezelfde kennisgevingverplichtingen zijn van toepassing op effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten indien zij de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst (dit wil zeggen een overeenkomst die krachtens het toepasselijke recht bindend is), reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven. Opdat de kennisgevingverplichtingen toepassing zouden vinden, moet de houder, al dan niet op termijn, hetzij het onvoorwaardelijke recht hebben om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven hetzij naar eigen goeddunken gebruik kunnen maken van zijn recht om dergelijke stemrechtverlenende effecten al dan niet te verwerven. Indien het recht van de houder om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven enkel afhangt van een gebeurtenis die de houder vermag te doen plaatshebben of te verhinderen wordt dit recht als onvoorwaardelijk beschouwd. Deze verklaringen zullen gebeuren in de gevallen en overeenkomstig de modaliteiten voorzien in de geldende wetgeving betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Niet-naleving van deze wettelijke verplichting zal kunnen worden bestraft op de wijze bepaald in de toepasselijke artikelen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
Niemand kan op de algemene vergadering aan de stemming deelnemen voor meer stemrechten dan degene verbonden aan aandelen waarvan hij/zij, overeenkomstig voorgaande alinea, het bezit ter kennis heeft gegeven, minstens twintig dagen voor de datum van de vergadering."
Het stemrecht verbonden aan UCB-aandelen die UCB of haar rechtstreekse of onrechtstreekse dochtervennootschappen aanhouden, wordt van rechtswege geschorst.
3.11.6 Aandeelhoudersovereenkomsten die bekend zijn bij UCB en aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en/of van de uitoefening van stemrechten
UCB heeft geen kennis van de inhoud van schriftelijke overeenkomsten die zouden kunnen leiden tot beperkingen op de overdracht van haar effecten en/of de uitoefening van stemrechten.
3.11.7 A. Regels voor de benoeming en vervanging van leden van de Raad
De statuten bepalen:
"De vennootschap wordt bestuurd door een Raad van bestuur van ten minste drie leden, al dan niet aandeelhouders, die door de algemene vergadering worden benoemd voor een termijn die ten laatste eindigt aan het einde van de vierde jaarlijkse algemene vergadering volgend op de datum waarop hun benoeming is ingegaan. De algemene vergadering kan te allen tijde, zonder opgave van redenen en met onmiddellijke ingang, een einde maken aan het mandaat van iedere bestuurder.
De uittredende bestuurders zijn herverkiesbaar. De opdracht der niet herkozen uittredende bestuurders eindigt onmiddellijk na de gewone algemene vergadering.
De algemene vergadering bepaalt de vaste of variabele bezoldiging van de bestuurders en het bedrag van hun presentiegeld, te boeken ten laste van de bedrijfskosten."
De algemene vergadering beslist bij gewone meerderheid over deze aangelegenheden.
De regels betreffende de samenstelling van de Raad van bestuur worden uitvoerig beschreven in sectie 3.2 van het Charter als volgt:
Samenstelling van de Raad van bestuur
"De Raad is van mening dat een aantal van 10 tot 15 leden aangewezen is met het oog op een efficiënte besluitvorming enerzijds en de bijdrage van ervaring en kennis op verschillende gebieden anderzijds. Een dergelijk aantal maakt het ook mogelijk om de samenstelling van de Raad zonder grote mate van ontwrichting te wijzigen. Dit gaat verder dan de wetgeving en de statuten van UCB, die bepalen dat de Raad uit minstens drie leden moet bestaan. De algemene vergadering beslist over het aantal bestuurders, op voorstel van de Raad.
Een grote meerderheid van de leden van de Raad zijn niet-uitvoerende bestuurders. De curricula vitae van de bestuurders en van de kandidaatbestuurders kunnen worden geraadpleegd op de website van UCB (www. ucb.com). Deze curricula vitae vermelden ook de bestuursmandaten die elk lid van de Raad in andere beursgenoteerde vennootschappen uitoefent."
Benoeming van bestuurders (sectie 3.2.2 van het Charter)
"De bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering, op voorstel van de Raad en op aanbeveling van het GNCC.
Wanneer de Raad kandidaten aan de algemene vergadering voorstelt, houdt hij in het bijzonder rekening met volgende criteria:
- een grote meerderheid van de bestuurders zijn nietuitvoerende bestuurders;
- ten minste drie niet-uitvoerende bestuurders zijn onafhankelijk overeenkomstig de algemene wettelijke definitie, de criteria van de Code 2020 en de door de Raad vastgestelde criteria;
- geen enkele individuele bestuurder of een groep van bestuurders kan de besluitvorming domineren;
- de samenstelling van de Raad garandeert diversiteit van vaardigheden, achtergrond, leeftijd en geslacht, en draagt bij tot de ervaring, kennis en bekwaamheid die vereist zijn voor de gespecialiseerde internationale activiteiten van UCB; en
- kandidaten zijn volledig beschikbaar om hun functies uit te oefenen en oefenen niet meer dan vijf bestuursmandaten uit in beursgenoteerde bedrijf. Wijzigingen in hun andere relevante verbintenissen en hun nieuwe verbintenissen buiten de Vennootschap moeten worden gemeld aan de Voorzitter van de Raad en de Secretaris van de Vennootschap wanneer zij zich voordoen.
Het GNCC verzamelt informatie, die de Raad in staat stelt om zich ervan te verzekeren dat de voornoemde criteria vervuld zijn op het ogenblik van de (her)benoemingen en tijdens de duur van het mandaat.
Voor elke nieuwe benoeming van een bestuurder voert het GNCC een beoordeling uit van reeds aanwezige en vereiste vaardigheden, en kennis en ervaring in de Raad. Het profiel van de ideale kandidaat wordt opgemaakt op basis van die beoordeling en aan de Raad voorgesteld voor bespreking en definitieve vaststelling.
Eens het profiel is vastgesteld, selecteert het GNCC kandidaten die voldoen aan het profiel, en dit in overleg met de leden van de Raad (inclusief de voorzitter van het Uitvoerend Comité) en eventueel met behulp van een wervingsbureau. Het GNCC doet de aanbeveling van de uiteindelijke kandidaat aan de Raad. Bij het doen van een dergelijke aanbeveling wordt relevante informatie aan de Raad verstrekt (zoals een curriculum vitae, een beoordeling, een lijst van de beklede functies en, indien van toepassing, alle noodzakelijke informatie over de onafhankelijkheid van de kandidaat).
De Raad beslist over de voorstellen die aan de aandeelhouders ter goedkeuring zullen worden voorgelegd."
Duur van de mandaten en leeftijdsgrens
"Bestuurders worden door de algemene vergadering benoemd voor een termijn van maximaal vier jaar, en zij kunnen worden herbenoemd.
Daarnaast werd een leeftijdsgrens van 70 jaar vastgelegd. Een bestuurder zal zijn/haar mandaat ter beschikking stellen op de dag van de algemene vergadering die volgt op zijn/haar 70ste verjaardag. De Raad mag uitzonderingen voorstellen op die regel."
Procedure voor de benoeming en de verlenging van mandaten
"Het proces van benoeming en herverkiezing van Bestuurders wordt geleid door het GNCC, dat aanbevelingen doet aan de Raad en ernaar streeft om een optimaal niveau van bekwaamheden en ervaring binnen UCB en haar Raad te handhaven.
De Raad beoordeelt de voorstellen tot (her)benoeming, ontslag en eventuele terugtreding van een bestuurder, op aanbeveling van het GNCC.
Het GNCC beoordeelt alle bestuurders die kandidaat zijn voor herbenoeming bij de volgende algemene vergadering, voor wat betreft hun toewijding en doeltreffendheid, waarna aan de Raad een aanbeveling met betrekking tot hun herbenoeming wordt gedaan. Speciale aandacht wordt gegeven aan de evaluatie van de Voorzitster van de Raad en de Voorzitters van de comités van de Raad.
De evaluatie wordt uitgevoerd door de Voorzitster van het GNCC en de Vice-voorzitter van de Raad of een ander lid van het GNCC, die samenzitten met elke bestuurder in hun hoedanigheid van bestuurder en, in voorkomend geval, in hun hoedanigheid van Voorzitter of lid van een comité van de Raad. De Voorzitter van de Raad en het GNCC wordt beoordeeld door de Vice-voorzitter van de Raad en een senior onafhankelijk bestuurder. Deze sessies verlopen aan de hand van een vragenlijst en behandelen de rol van de bestuurder in het bestuur van UCB en de doeltreffendheid van de Raad, en onder meer hoe zij hun toewijding, inbreng en constructieve deelname aan de beraadslaging en besluitvorming evalueren.
Feedback wordt bezorgd aan het GNCC, dat op zijn beurt rapporteert aan de Raad en aanbevelingen maakt aangaande de voorgestelde herbenoemingen.
De Raad legt zijn voorstellen betreffende benoemingen, herbenoemingen, ontslag of eventuele terugtreding van bestuurders voor aan de algemene vergadering. Deze voorstellen worden meegedeeld aan de algemene vergadering als onderdeel van de agenda van de betreffende algemene vergadering.
De algemene vergadering van aandeelhouders besluit over elk voorstel tot benoeming van bestuurders afzonderlijk en de voorstellen van de Raad op dit gebied worden aangenomen met een meerderheid van de stemmen.
Wanneer een plaats van bestuurder openvalt, heeft de Raad het recht om voorlopig in de vacature te voorzien, waarbij het zijn beslissing kan laten bekrachtigen door de eerstvolgende algemene vergadering.
De Raad ziet erop toe dat er een opvolgingsplanning voor de leden van de Raad bestaat.
De benoemingsvoorstellen vermelden of de kandidaat al of niet wordt voorgedragen als uitvoerend bestuurder, bepalen de voorgestelde duur van het mandaat (d.i. niet meer dan vier jaar, in overeenstemming met de statuten) en delen mee waar alle nuttige informatie over de professionele kwalificaties van de kandidaat, alsook diens belangrijkste functies en bestuursmandaten kunnen worden bekomen of geraadpleegd.
De Raad geeft ook aan of de kandidaat voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van het WVV en Code 2020, zoals het feit dat een bestuurder, om als "onafhankelijk" te worden gekwalificeerd, geen mandaat van meer dan twaalf jaar mag uitoefenen als nietuitvoerend lid van de Raad. Er zal aan de algemene vergadering worden voorgesteld om de onafhankelijkheid te bekrachtigen.
Deze bepalingen zijn ook van toepassing op voorstellen voor benoemingen die uitgaan van aandeelhouders.
De voorstellen voor benoeming zijn beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com)."
Het Charter bepaalt bijkomend dat een bestuurder als onafhankelijk kwalificeert als hij of zij geen zakelijke of andere relaties met de UCB Groep heeft die zijn/haar onafhankelijk oordeel zou kunnen in het gedrang brengen. Bij de beoordeling van dit criterium houdt de Raad rekening met een betekenisvolle status als afnemer, leverancier of aandeelhouder van de UCB Groep op een individuele basis.
3.11.7. B. Regels voor de wijziging van de statuten van UCB
De regels met betrekking tot statutenwijzigingen worden bepaald door het WVV.
De beslissing om de Statuten te wijzigen, moet genomen worden door de algemene vergadering, in principe met een meerderheid van 75% van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat tenminste 50% van het maatschappelijk kapitaal tegenwoordig of vertegenwoordigd is op de vergadering.
Indien op de eerste buitengewone algemene vergadering het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, dan kan een tweede buitengewone algemene vergadering worden bijeengeroepen, die kan beslissen zonder aanwezigheidsquorum.
In uitzonderlijke omstandigheden (bijvoorbeeld wijziging van het doel van de vennootschap, wijziging van rechten verbonden aan effecten) kunnen bijkomende aanwezigheids- en stemquora vereisten van toepassing zijn.
3.11.8 Bevoegdheden van de Raad van bestuur, in het bijzonder wat de mogelijkheid tot uitgifte of inkoop van aandelen betreft
Machten van de Raad van bestuur
De Raad is het bestuursorgaan van UCB. De Raad heeft de bevoegdheid om alle beslissingen te nemen over alle aangelegenheden die de Wet niet uitdrukkelijk toewijst aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
De Raad heeft de verantwoordelijkheid voor bepaalde belangrijke gebieden voor zichzelf voorbehouden, en heeft zijn overige bevoegdheden gedelegeerd aan een Uitvoerend Comité (zoals verder gedetailleerd in het Charter). In alle zaken waarin hij uitsluitend bevoegd is, werkt de Raad nauw samen met het Uitvoerend Comité, dat in het bijzonder verantwoordelijk is voor de voorbereiding van het merendeel van de voorstellen tot beslissing door de Raad.
Machtigingen van de Raad tot uitgifte of inkoop van aandelen
De buitengewone algemene vergadering van 30 april 2020 besloot om de machtigingen van de Raad te hernieuwen (zie ook hierboven):
- om gedurende een nieuwe periode van 2 jaar het kapitaal in één of meer malen te verhogen (en om de statuten overeenkomstig te wijzigen), onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, en dit binnen de grenzen en onder de voorwaarden zoals hierboven uiteengezet onder de sectie 3.2.4 Toegestaan kapitaal, en
- om gedurende een nieuwe periode van 2 jaar die ingaat op 1 juli 2020 en die afloopt op 30 juni 2022, direct of indirect, op of buiten de beurs, door middel van aankoop, ruil, inbreng of op enige andere wijze, tot 10% van het totaal aantal aandelen van de Vennootschap te verwerven, berekend op de dag van elke verwerving, binnen de grenzen en onder de voorwaarden zoals hierboven uiteengezet onder 3.2.3 Eigen aandelen. De vorige machtiging van de Raad die door de buitengewone algemene vergadering op 26 april 2018 werd verleend, bleef geldig tot en met 30 juni 2020.
3.11.9 Belangrijke overeenkomsten waarbij UCB partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over UCB na een openbaar overnamebod, evenals de gevolgen daarvan, behalve indien zij zodanig van aard zijn dat openbaarmaking ervan UCB ernstig zou schaden; deze afwijkende regeling is niet van toepassing indien UCB specifiek verplicht is om dergelijke informatie openbaar te maken op grond van andere wettelijke vereisten
- Kredietovereenkomst ter waarde van € 1 miljard tussen, onder meer, UCB SA/NV, BNP Paribas Fortis SA/NV, Commerzbank Aktiengesellschaft, Filiale Luxemburg, ING Belgium SA/NV en Mizuho Bank Europe N.V. als "coordinating bookrunners", Banco Santander, S.A., Paris Branch, Bank of America Merrill Lynch International Limited, The Bank of Tokyo-Mitsubishi UFJ, Ltd., Paris Branch, Barclays Bank PLC, BNP Paribas Fortis SA/NV, Commerzbank Aktiengesellschaft, filiale Luxemburg, Crédit Agricole Corporate en Investment Bank, Belgian Branch, ING Belgium SA/NV, Intesa SanPaolo Bank Luxembourg S.A, Amsterdam branch, KBC Bank NV, Mizuho Bank Europe N.V., Sumitomo Mitsui Banking Corporation en The Royal Bank of Scotland PLC, als "mandated lead arrangers", en Wells Fargo Bank International Unlimited Company als "lead arranger", van 14 november 2009 (zoals gewijzigd en herwerkt op 30 november 2010, op 7 oktober 2011, op 9 januari 2014, op 9 januari 2018 en voor het laatst op 5 december 2019), waarvan de controlewijzigingsclausule voor het laatst werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 30 april 2020, volgens welke alle kredietverstrekkers in bepaalde omstandigheden hun verbintenissen kunnen opzeggen en de terugbetaling kunnen eisen van hun participaties in de leningen, samen met de vervallen interesten en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, ten gevolge van een wijziging van de controle over UCB SA/NV.
- Euro Medium Term Note Program van 6 maart 2013, met een laatste bijwerking van de basis prospectus op 22 oktober 2019, ter waarde van € 3 miljard (het "EMTN Programma"). Clausule 5(e)(i) bepaalt dat, voor die Notes uitgegeven onder het EMTN Programma waarin een 'controlewijziging put recht' is opgenomen in de finale voorwaarden, elke houder van dergelijke Note, ingevolge een wijziging van de controle over UCB NV, het recht heeft om de terugbetaling van die Note te eisen door uitoefening van een dergelijk 'put'-recht. De volgende obligaties werden uitgegeven onder het EMTN Programma door UCB NV en zijn/waren onderworpen aan de hierboven beschreven controlewijzigingsclausule:
- Bij institutionelen geplaatste obligatielening met vervaldag op 4 januari 2021, ter waarde van € 350 miljoen met vastrentende coupon van 4,125%, uitgegeven op 4 oktober 2013;
- Bij institutionelen geplaatste obligatielening met vervaldag op 2 april 2022, ter waarde van € 350 miljoen met vastrentende coupon van 1,875%, uitgegeven op 2 april 2015;
- Privaat geplaatste obligatielening met vervaldag op 1 oktober 2027, ter waarde van € 150 miljoen met vastrentende coupon van 1,000%, uitgegeven op 1 oktober 2020.
In overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV is de hoger beschreven controlewijzigingsclausule waarin het EMTN-programma van 6 maart 2013 voorziet, goedgekeurd door de algemene vergaderingen van 25 april 2013, 24 april 2014, 30 april 2015, 28 april 2016, 27 april 2017, 26 april 2018, 25 april 2019 en 30 april 2020 met betrekking tot alle series van Notes die in het kader van het EMTN-programma zouden worden uitgegeven binnen de 12 maanden na die respectieve algemene vergaderingen en waarop dergelijke controlewijziging van toepassing is verklaard. Een gelijkaardige goedkeuring in overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV zal worden voorgelegd aan de algemene vergadering van 29 april 2021 met betrekking tot Notes die onder het EMTN Programma zouden uitgegeven worden van 29 april 2021 tot en met 28 april 2022, en waarop een dergelijke controlewijzigingsclausule desgevallend van toepassing zou gemaakt worden.
- Publiek geplaatste ongedekte niet-achtergestelde obligatielening van UCB SA/NV uitgegeven op 2 oktober 2013, met vervaldag op 2 oktober 2023 ter waarde van € 175 717 000 met vastrentende coupon van 5,125%, die bepaalt dat bij wijziging van controle (zoals gedefinieerd in de voorwaarden van het aanbod) de obligatiehouders de terugbetaling van de obligaties kunnen eisen van de emittent. Deze controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 24 april 2014.
- Kredietovereenkomst ter waarde van € 75 miljoen/USD 100 miljoen tussen UCB NV als ontlener en de EIB van 16 juni 2014, zoals gewijzigd en herwerkt op 20 oktober 2016, met ingang op 21 oktober 2016, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 24 april 2014, op grond waarvan, in bepaalde omstandigheden, het krediet, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, onmiddellijk opeisbaar wordt – naar goeddunken van de EIB – bij wijziging van controle over UCB NV.
- Co-development overeenkomst met de EIB ter waarde van € 75 miljoen, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 24 april 2014, op grond waarvan de EIB de overeenkomst kan beëindigen bij wijziging van controle over UCB NV en waarbij UCB NV gehouden zal zijn tot betaling van een opzegvergoeding, die, afhankelijk van de omstandigheden, gelijk kan zijn aan het volledige, een gedeelte of een verhoogd bedrag (beperkt tot 110%) van het krediet verkregen van de EIB.
- Een Kredietovereenkomst met vaste termijn ter waarde van US\$ 2 070 miljoen tussen, onder meer, UCB NV en Biopharma SRL, als ontleners, en BNP Paribas Fortis SA/NV en Bank of America Merrill Lynch International Designated Activity Company als "bookrunners" van 10 oktober 2019, met een controlewijzigingsclausule, waaronder alle leners, in bepaalde omstandigheden, hun toezeggingen kunnen annuleren en terugbetaling van hun aandeel in de lening kunnen opeisen, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, bij wijziging van controle over UCB NV. In overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV heeft de algemene vergadering van 30 april 2020 deze controlewijzigingsclausule goedgekeurd.
- De aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van UCB, waaronder UCB jaarlijks aandelen toekent aan bepaalde werknemers op basis van graad en prestatiecriteria, worden volgens de regels van beide plannen definitief verworven na drie jaar, op voorwaarde dat de begunstigde doorlopend in dienst blijft bij de UCB Groep. Zij worden ook definitief verworven bij een wijziging van controle of fusie. De algemene vergadering van 25 april 2019 heeft deze controlewijzigingsclausule goedgekeurd in alle bestaande en toekomstige UCB LTI plannen. Op 31 december 2020 staat het volgende aantal toegekende aandelen en prestatieaandelen uit:
- 2 581 866 toegekende aandelen, waarvan er 737 869 definitief verworven zullen worden in 2021;
- 419 460 prestatieaandelen, waarvan er 87 251 definitief verworven zullen worden in 2021.
De controlewijzigingsclausules opgenomen in de overeenkomsten met leden van het Uitvoerend Comité, zoals verder beschreven in het Verslag over de bezoldiging (sectie 3.7).
3.11.10 Overeenkomsten tussen UCB en zijn bestuurders of werknemers die vergoedingen voorzien wanneer de bestuurders ontslag nemen of zonder geldige reden moeten afvloeien, of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt als gevolg van een openbaar overnamebod
Voor meer informatie, zie sectie 3.7 van het Verslag over de bezoldiging over de belangrijkste contractuele voorwaarden inzake aanwervings- en ontslagregelingen van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité. Er zijn geen andere overeenkomsten die voorzien in specifieke vergoedingen voor de leden van de Raad in het geval van beëindiging naar aanleiding van een openbaar overnamebod.
Naast de leden van het Uitvoerend Comité aangeduid in sectie 3.7, geniet op het einde van 2020 één werknemer buiten de Verenigde Staten van een controlewijzigingsclausule die zijn opzegvergoeding garandeert als de tewerkstelling van de werknemer eindigt naar aanleiding van een openbaar overnamebod.
3.12 Belangenconflicten – Toepassing van artikel 7:96 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE RAAD VAN 19 FEBRUARI 2020
De Raad paste artikel 7:96 van het WVV toe op 19 februari 2020, in verband met de beslissingen over de vergoeding van de CEO, de prestatiebonus en lange termijn incentives (relevant uittreksel uit de notulen van de vergadering)
("…)
Voorafgaand aan elke beraadslaging of beslissing van de Raad van bestuur betreffende de goedkeuring van de uitbetaling van de bonus voor 2019, de onvoorwaardelijke LTI en de LTI-plannen voor 2020, de toekenningsvoorwaarden en de toekenningen, de goedkeuring van de CEO-bonus op basis van de prestaties van 2019, het basissalaris van de CEO voor 2020 en de LTI-toekenning van de CEO voor 2020 (met inbegrip van aandelenopties, stock awards en prestatieaandelen), heeft J.-C. Tellier verklaard dat hij een rechtstreeks financieel belang heeft bij de uitvoering van die beslissingen (punten 5.1 tot en met 5.3). In overeenstemming met art. 7:96 van het WVV, trok hij zich terug uit de vergadering van de Raad van bestuur om niet deel te nemen aan de beraadslaging en stemming met betrekking tot deze kwesties. De Raad van bestuur heeft vastgesteld dat art. 7:96 van het WVV van toepassing was op deze verrichtingen. Jean-Luc Fleurial verliet de zaal eveneens voor er werd beraadslaagd of beslist over deze kwesties.
5.1. Bedrijfsresultaten 2019, bonusuitbetaling, definitieve verwerving van LTI en 2020-doelstellingen
Beslissing: Na beoordeling BESLOOT de Raad unaniem om de aanbevelingen van het Governance, Nominatie en Compensatie Comité ("GNCC") goed te keuren met betrekking tot (i) de uitbetaling van de bonus voor 2019 (Corporate Performance Multiplier of "CPM") op basis van de jaarresultaten van 2019 (aangepaste EBITDA), (ii) de aangepaste EBITDA-doelstelling voor de uitbetaling van de bonus voor 2020 en (iii) de gebruikte maatstaven voor het prestatieaandelenplan 2020-2022 (uitbetaling 2023). Voorts heeft de Raad zijn goedkeuring verleend aan de definitieve verwerving (en de totale uitbetaling) in 2020 met betrekking tot het prestatieaandelenplan 2017-2019, alsook aan de definitieve verwerving van aandelen onder het aandelentoekenningsplan 2017-2019 (uitbetaling 2020).
De Raad BESLOOT voorts een uitzonderlijke extra bonus van € 3,5 miljoen goed te keuren (bovenop het budget) om rekening te houden met een uitdagend jaar voor de werknemers met de evolutie van PVS, met veel vertrekkende werknemers en onzekerheid, in combinatie met solide resultaten voor de prestaties op korte termijn en verscheidene andere belangrijke successen die niet volledig in de CPM tot uiting komen. Het extra budget wordt niet opgenomen in het aangepaste EBITDA-cijfer voor de CPM-berekening hierboven (maar wel in de algemene resultaten).
5.2 UCB lange-termijnincentives toegekend in 2020
Beslissing: Op aanbeveling van het GNCC heeft de Raad unaniem BESLOTEN de volgende lange-termijnincentiveplannen en de belangrijkste bepalingen en voorwaarden daarvan goed te keuren:
- UCB-aandelenoptieplan 2020: Uitgifte van 718 000 aandelenopties, in principe op 1 april 2020 behoudens uitzonderlijke omstandigheden, voor ongeveer 415 werknemers (werknemers die tussen 1 januari 2020 en 1 april 2020 zijn aangeworven of bevorderd tot een in aanmerking komend niveau niet in aanmerking genomen).De uitoefenprijs van deze opties zal gelijk zijn aan het lagere van (i) het gemiddelde van de slotkoers over de 30 kalenderdagen voorafgaand aan het aanbod (d.i. in principe van 1 tot 31 maart 2020) of (ii) de slotkoers op de dag voorafgaand aan het aanbod (in principe 31 maart 2020). UCB zal een andere uitoefenprijs bepalen voor die begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist. De aandelenopties hebben een definitieve verwervingsperiode van drie jaar vanaf de datum van toekenning, behalve in landen waar dat niet toegestaan is of minder gunstig is.
- Toegekende aandelen en prestatieaandelen ("PSP") 2020 – 2022: Toekenning van een initieel aantal van 1 361 000 aandelen waarvan:
- o een geschat aantal van 802 000 aandelen (aandelen) aan in aanmerking komende werknemers, namelijk aan ongeveer 1 961 werknemers (met uitzondering van nieuw aangeworven medewerkers en gepromoveerde werknemers tot en met 1 april 2020), volgens de toepasselijke toewijzingscriteria. Deze gratis aandelen zullen worden toegewezen als en wanneer de in aanmerking komende werknemers nog steeds in dienst zijn bij de UCB Groep 3 jaar na de toekenning van deze gratis aandelen;
- o een geschat aantal van 204 000 aandelen aan het hoger management voor het Prestatieaandelenplan 2020, namelijk aan ongeveer 139 personen, volgens de toepasselijke toewijzingscriteria. Deze aandelen zullen worden geleverd na een definitieve verwervingsperiode van 3 jaar en het werkelijk toegekende aantal aandelen zal variëren van 0% tot 150% van het aantal oorspronkelijk toegekende aandelen, afhankelijk van de mate waarin de prestatiecriteria zoals vastgesteld door de Raad van UCB NV op het moment van de toekenning werden behaald;
o uitzonderlijk voor 2020, een geraamde overgangstoelage van 355 000 aandelen die aan bepaalde werknemers zal worden toegekend, als gevolg van een aanpassing van het LTI-beleid aan de marktpraktijk. Deze eenmalige toekenning is bedoeld voor werknemers die bij vergelijking van het oude en het nieuwe beloningsbeleid op lange termijn een vermindering van de toekenningswaarde ondervinden. Deze bijkomende gratis aandelen zullen in 2020 worden toegekend en zullen tussen 2023 en 2025 in 3 afnemende tranches definitief worden verworven, indien de in aanmerking komende werknemers op de respectieve jaarlijkse definitieve verwervingsdata nog in dienst zijn binnen de UCB Groep.
Bij de geraamde cijfers onder (i) en (ii) is geen rekening gehouden met werknemers die tussen 1 januari 2020 en 1 april 2020 zijn aangeworven of bevorderd tot een in aanmerking komend niveau.
- Het werd erkend dat de financiële impact van de toekenning van opties voor de Vennootschap gekoppeld is aan het verschil tussen de aankoopprijs van eigen aandelen door de Vennootschap (of de aandelenprijs op de datum van definitieve verwerving voor plannen die in geld worden afgehandeld) enerzijds en de uitoefenprijs van de opties betaald aan de Vennootschap door de begunstigde bij uitoefening van de opties anderzijds. Voor de toegekende aandelen en de prestatieaandelen komt de financiële impact overeen met de waarde van UCB-aandelen op het moment van verwerving door de Vennootschap met het oog op de levering, of op het moment van definitieve verwerving voor plannen die in geld afgehandeld worden.
- De Raad besliste verder om alle machten te delegeren aan de leden van het Uitvoerend Comité, met twee samen handelend en met recht tot indeplaatsstelling, om alles te doen wat nodig, vereist of nuttig is om de bovenstaande beslissingen uit te voeren, inclusief de afronding van alle vereiste documentatie, de daadwerkelijke beslissing tot toekenning en de definitieve voorwaarden en modaliteiten van de plannen en incentives.
5.3 Vergoeding CEO en LTI
Beslissing: Op aanbeveling van het GNCC heeft de Raad met eenparigheid van stemmen de volgende vergoeding voor de prestaties van de CEO goedgekeurd:
- CEO basissalaris per 01.03.2020: € 1 143 233 (tegenover € 1 109 935 in 2019);
- Betaling van de bonus van de CEO voor 2020 (prestaties 2019): € 1 368 750;
- LTI 2020 voor de CEO:
- aandelenopties: 40 214 (definitieve verwerving na 3 jaar en 9 maanden);
- prestatieaandelen: 27 024 (definitieve verwerving na 3 jaar).
Hoewel er geen sprake is van een belangenconflict in de zin van 7:96 van het WVV, kan ook worden opgemerkt dat Evelyn du Monceau zich heeft teruggetrokken uit de beraadslagingen en stemmingen van de Raad in verband met de benoeming van Fiona du Monceau. Jean-Christophe Tellier heeft zich eveneens teruggetrokken uit de bespreking en stemming over zijn voorgestelde benoeming in belangrijke externe organen (IFPMA en BCR).
(…")
3.13 "Pas toe of leg uit"-principe (toepassing van artikel 3:6 §2, sectie 2 van het WVV)
In het Verslag over de bezoldiging (zie hierboven) wordt uitgelegd hoe sectie 7 van de Code 2020 wordt toegepast. Het beleid van UCB met betrekking tot de vergoeding van de Raad wijkt af van de regels in deze sectie voor zover de niet-uitvoerende leden van de Raad van bestuur van UCB niet in aandelen worden vergoed (regel 7.6 van de Code 2020).
Onze Jaarrekening
Onze financiële ambities bereiken gaat hand in hand met onze focus op duurzaamheid. In 2020 hebben we onze groei voortgezet en sterke financiële prestaties neergezet.
1. Overzicht van de bedrijfsprestaties
1.1 Kerncijfers
| Actueel¹ | Verschil | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2020 | 2019 | Actuele wisselkoersen |
CW2 | |
| Opbrengsten | 5 347 | 4 913 | 9% | 8% | |
| Netto-omzet | 5 052 | 4 680 | 8% | 7% | |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 96 | 78 | 22% | 25% | |
| Overige opbrengsten | 199 | 155 | 28% | 29% | |
| Brutowinst | 3 984 | 3 645 | 9% | 8% | |
| Marketing- en verkoopkosten | -1 221 | -1 108 | 10% | 12% | |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -1 569 | -1 272 | 23% | 24% | |
| Algemene en administratiekosten | -196 | -195 | 1% | 2% | |
| Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) | 95 | 48 | 98% | 100% | |
| Aangepaste (recurrente) EBIT | 1 093 | 1 118 | -2% | -8% | |
| Bijzondere waardevermindering, reorganisatiekosten en overige baten/-lasten (-) |
-122 | -50 | >100% | >100% | |
| EBIT (operationele winst) | 971 | 1 068 | -9% | -14% | |
| Netto financiële lasten | -93 | -107 | -13% | -12% | |
| Aandeel in winst/verlies (-) van geassocieerde deelnemingen | 2 | -1 | >-100% | >-100% | |
| Winst vóór belastingen | 880 | 960 | -8% | -14% | |
| Winstbelastingen | -119 | -146 | -19% | -16% | |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 761 | 814 | -7% | -14% | |
| Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 2 | -94% | -94% | |
| Winst | 761 | 817 | -7% | -14% | |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 732 | 792 | -7% | -15% | |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 29 | 25 | 16% | 18% | |
| Aangepaste (recurrente) EBITDA | 1 441 | 1 431 | 1% | -4% | |
| Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) | 349 | 294 | 19% | ||
| Netto financiële kaspositie / schuld (-) | -1 411 | 12 | >100% | ||
| Netto kasstroom uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 1 081 | 893 | 21% | ||
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd (miljoen) |
189 | 187 | 1% | ||
| Winst per aandeel (WPA) (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd) |
3.87 | 4.23 | -8% | 16% | |
| Kernwinst per aandeel (Kern-WPA) (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd) |
5.36 | 5.20 | 3% | -2% |
1 Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de bedrijfsprestaties niet gelijk is aan de weergegeven som.. 2 CW: constante wisselkoersen zonder afdekkingen.
- De opbrengsten in 2020 stegen met 9% tot € 5 347 miljoen (+8% aan constante wisselkoersen (CW)). De netto-omzet bedroeg € 5 052 miljoen, een verhoging van 8% (+7% CW). De nettoomzet vóór "aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet" steeg met 5% (+7% CW). Deze groei is het gevolg van de voortdurende groei van de kernproducten van UCB. Royaltyinkomsten en -vergoedingen bedroegen € 96 miljoen, overige opbrengsten bedroegen € 199 miljoen.
- Aangepaste (recurrente) EBITDA werd gedreven door hogere marketing- en verkoopkosten – door lanceringen en activiteiten ter voorbereiding van lancering – hogere onderzoeks- en ontwikkelingskosten – door toevoegingen aan de pijplijn en de vooruitgang van de pijplijn – gecompenseerd door positieve overige bedrijfsbaten dankzij samenwerkingen, en bereikte € 1 441 miljoen (+1%; -4% CW).
- De winst daalde van € 817 miljoen, naar € 761 miljoen ( -7%; -14% CW), waarvan € 732 miljoen kan worden toegerekend aan de aandeelhouders van UCB en € 29 miljoen aan minderheidsbelangen.
- De kernwinst per aandeel bereikte € 5,36 (tegenover € 5,20 in 2019) op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van € 189 miljoen.
Dit overzicht van de bedrijfsprestaties is gebaseerd op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingsgroep UCB, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen. De afzonderlijke statutaire jaarrekening van UCB NV, opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen, evenals het verslag van de Raad van bestuur aan de Algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris, zullen binnen de statutaire termijnen neergelegd worden bij de Nationale Bank van België en zijn verkrijgbaar op aanvraag of via onze website.
Wijziging van de reikwijdte: Als gevolg van de afstoting van de activiteiten Films (september 2004), Surface Specialties (februari 2005) en Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. (November 2015), rapporteert UCB de resultaten van deze activiteiten als deel van de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.
Reorganisatiekosten, bijzondere waardevermindering en overige baten/lasten (-): Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven (posten "reorganisatiekosten, bijzondere waardevermindering en overige baten/lasten").
Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst), wordt ook "aangepaste (recurrente) EBIT" (onderliggende operationele winst) opgenomen, die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de onderneming weerspiegelt. De aangepaste (recurrente) EBIT is gelijk aan de regel "operationele winst vóór bijzondere waardeverminderingen van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten" die in de geconsolideerde jaarrekening gerapporteerd wordt. In overeenstemming met de ESMA-richtlijnen inzake Alternatieve Prestatiemaatstaven werd "recurrente EBITDA" hernoemd tot "aangepaste EBITDA". De berekeningsmethode blijft ongewijzigd.
Kern-WPA is de kern-winst, of de winst toerekenbaar aan UCB aandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van reorganisatiekosten, bijzondere waardeverminderingen, overige baten en lasten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van beëindigde activiteiten, en de netto afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet, per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.
1.2 Belangrijkste gebeurtenissen
Er hebben zich verschillende belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of zullen beïnvloeden:
Impact van de COVID-19-pandemie
Bij UCB richten we onze acties op het ondersteunen van onze partners in de samenleving. Onze collega's en de patiënten die we dienen zijn onze eerste prioriteit. We zijn ook bezorgd over de impact van de pandemie op onze gemeenschappen. Daarom hebben we prioriteit gegeven aan bijstand voor onze medewerkers, patiënten en onze gemeenschappen door:
- Te verzekeren dat onze medewerkers veilig zijn en financieel ondersteund worden.
- Patiënten in het hart te dragen met als prioriteit de beschikbaarheid en toegang tot hun UCB-medicijnen,
- Onze lokale gemeenschappen te helpen met gerichte financiële steun en donaties in natura en bijdragen aan het opschalen van de lokale diagnostische testmogelijkheden,
- Verlengde betalingstermijnen te geven aan bepaalde verkopers,
- De krachten te bundelen voor een wereldwijd antwoord door onze wetenschappelijke deskundigheid in te zetten om bij te dragen aan onderzoeksprojecten over de hele wereld. We erkennen het langetermijneffect van de pandemie en hebben een wereldwijd fonds opgericht om het langetermijneffect van COVID-19 op de gezondheid van kwetsbare bevolkingsgroepen te begrijpen en aan te pakken.
Deze initiatieven hadden geen materiële impact op onze financiële situatie.
UCB zal maatregelen blijven nemen om de gezondheid van haar medewerkers en belanghebbenden overal ter wereld, voornamelijk haar patiënten, te beschermen, terwijl zij zich blijft richten op het verzekeren van bedrijfskritische activiteiten.
UCB overweegt niet om steunmaatregelen van de overheid aan te vragen. UCB is niet van plan opnieuw te onderhandelen over belangrijke contracten.
Voor de huidige impact op de resultaten, financiële toestand en kasstromen (liquiditeitspositie en liquiditeitsrisicomanagementstrategie), de impact op de opbrengsten, verwijzen we naar Toelichting 2 van dit financieel rapport.
Aangezien de verwachte toekomstige impact van de COVID-19 pandemie op de resultaten, financiële toestand en kasstromen als laag wordt beoordeeld, worden geen bijzondere of bijkomende noodmaatregelen gepland om de verwachte toekomstige impact van deze pandemie te beperken.
Onze bestaande risicobeheerprocessen zijn uitgebreid en daarom werden geen materiële niet aangepakte risico's of onzekerheden geïdentificeerd vergeleken met degene vermeld in de Risicobeheer sectie van het Geïntegreerd Jaarverslag 2020.
1.2.1 Belangrijke overeenkomsten / initiatieven
April 2020 – Afsluiting van de overname van Ra Pharma
In oktober 2019 kondigde UCB het akkoord aan rond de overname van Ra Pharmaceuticals. Op 2 april 2020 kondigde UCB aan dat de overname van Ra Pharmaceuticals, Inc. met succes was afgerond en dat Ra Pharma nu een volledige dochteronderneming van UCB is. De voormalige aandeelhouders van Ra Pharma ontvingen bij sluiting van de overeenkomst USD 48 in geldmiddelen per aandeel (ongeveer USD 2,3 miljard / € 2,1 miljard). De totale waarde van de transactie bedraagt ongeveer USD 2,0 miljard / € 1,9 miljard (na aftrek van de geldmiddelen van Ra Pharma).
Deze overname zou het leiderschapspotentieel van UCB in myasthenia gravis moeten versterken door zilucoplan, een peptidenremmer van aanvullingscomponent 5 (C5), momenteel in Fase 3, aan UCB's pijplijn toe te voegen naast UCB's rozanolixizumab, een antilichaam dat zich richt op FcRn, ook in Fase 3. Zilucoplan is een nieuwe onderzoeksmolecule die ook geëvalueerd wordt in andere complement-gemedieerde ziekten waaronder amyotrofische laterale sclerose (ALS) en immuun-gemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM). UCB zal zilucoplan ontwikkelen en, indien goedgekeurd, wereldwijd op de markt brengen, wat de groei van het bedrijf zal versnellen en diversifiëren. De overname van Ra Pharma zal ook UCB's innovatiecapaciteiten op lange termijn versnellen door de toevoeging van het technologieplatform ExtremeDiversity™ van Ra Pharma.
Van de overname wordt verwacht dat ze de Kern-WPA zal doen groeien vanaf 2024 en versnelde groei van top- en bottom-line voor UCB vanaf 2024.
Juni 2020 – UCB neemt Engage Therapeutics over: Staccato® Alprazolam.
Engage Therapeutics, Inc. (Summit, N.J. (V.S.)) is een farmaceutisch bedrijf voor klinische testen dat Staccato® Alprazolam ontwikkelt voor de snelle beëindiging van een actieve epileptische aanval, dat werd overgenomen voor US\$ 125 miljoen in geldmiddelen (onderworpen aan bepaalde aanpassingen) en tot een bedrag van US\$ 145 miljoen in verdere mogelijke mijlpaalbetalingen gelinkt aan klinische ontwikkeling, indiening en lancering van Staccato® Alprazolam.
Staccato® Alprazolam is een onderzoeksmedicijn (Fase 2b) dat ontworpen is om als eenmalige reddingstherapie bij een epileptische aanval te gebruiken en combineert de Staccato® toedieningstechnologie met alprazolam, een benzodiazepine. Het is een kleine handbediende inhalator voor een gemakkelijke toediening van alprazolam met een enkele normale ademhaling dat mogelijks een manier biedt aan mensen met epilepsie en hun zorgverleners om een actieve aanval te stoppen. Het Staccato®
systeem verstuift snel alprazolam om een aerosol te vormen met een partikelgrootte bestemd voor toediening diep in de longen, om een snel, systemisch effect te produceren.
Engage Therapeutics heeft wereldwijde rechten verkregen voor Staccato® Alprazolam in 2017 onder een licentieakkoord met Alexza Pharmaceuticals Inc., Mountain View, CA (V.S.). Gelinkt aan deze overname heeft UCB ook een bijgewerkte licentie- en gerelateerde commerciële leveringsovereenkomst gesloten met Alexza, op grond waarvan de partijen zullen blijven samenwerken aan de ontwikkeling en commercialisering van Staccato® Alprazolam.
Juli 2020 – UCB en Ferring Pharmaceuticals Inc. hebben een overeenkomst voor co-promotie gesloten
UCB en Ferring Pharmaceuticals Inc. hebben een overeenkomst voor co-promotie gesloten om de voorgevulde injectiespuit formulering Cimzia® (certolizumab pegol) te commercialiseren in de V.S. voor de behandeling van de ziekte van Crohn (CD). Ferring zal de marketing en verkoop en verantwoordelijkheid voor medische zaken op het terrein overnemen. UCB blijft verantwoordelijk voor alle productgerelateerde activiteiten, inclusief de erkenning van de opbrengsten. UCB blijft de gelyofiliseerde formulering van Cimzia® promoten en commercialiseren voor alle indicaties alsook de voorgevulde injectiespuit formulering voor de indicaties in reumatologie en dermatologie.
Juli 2020 – UCB kondigde een akkoord aan met Roche en Genentech
UCB kondigde een akkoord aan om een wereldwijde exclusieve licentieovereenkomst te sluiten met Roche en Genentech, een lid van de Roche Group, voor de globale ontwikkeling en commercialisering van bepranemab (UCB0107) bij de ziekte van Alzheimer (AD). Bepranemab is een onderzoeksmedicijn met monoklonaal antilichaam dat door UCB ontwikkeld wordt als mogelijke behandeling voor patiënten met thauopathieën zoals progressieve supranucleaire palsie (PSP) en de ziekte van Alzheimer.
UCB geeft een exclusieve wereldwijde licentie aan Roche en Genentech om bepranemab te ontwikkelen en commercialiseren voor AD. In ruil ontvangt UCB een initiële voorafbetaling van USD 120 miljoen. UCB zal een proof-of-conceptstudie voor AD financieren en uitvoeren en zodra de resultaten van die studie beschikbaar zijn, heeft Genentech het recht om de ontwikkeling voort te zetten of de volledige rechten aan UCB terug te geven. Na Genentech's beslissing om de klinische ontwikkeling verder te zetten, zal UCB in aanmerking komen voor een verdere potentiële kostenterugbetaling, het ontvangen van ontwikkelings- en verkoopsmijlpaalbetalingen, alsook royalty's. De totale potentiële vergoeding benadert USD 2 miljard, bij ontvangst van bepaalde goedkeuringen van regulatoren en als aan bepaalde klinische en verkoopsmijlpalen wordt voldaan.
Oktober 2020 – UCB koopt een nieuwe campus aan voor haar activiteiten in het V.K.
UCB koopt een nieuwe campus gevestigd in Windlesham, Surrey, voor haar activiteiten in het V.K., waar geavanceerd onderzoek en ontwikkeling, vroegtijdige productie en commercialisering van medicijnen wordt ondergebracht. De aankoop weerspiegelt het engagement van UCB om het V.K. als een van haar drie globale hubs voor onderzoek en ontwikkeling te behouden, naast België en de V.S. UCB's geprojecteerde investering in het V.K, inclusief deze site, zal meer dan GBP 1 miljard bedragen gespreid over vijf jaar en de transitie naar de nieuwe faciliteit zal meer dan 650 hoogwaardige jobs ondersteunen in wetenschappelijk onderzoek, translationele geneeskunde, klinische ontwikkeling, vroegtijdige productie en commerciële rollen.
November 2020 – UCB neemt Handl Therapeutics over
UCB neemt Handl Therapeutics over, een snelgroeiend bedrijf actief in transformatieve gentherapie, gevestigd in Leuven, België en sluit een nieuwe overeenkomst met Lacerta Therapeutics, een klinisch stadium gentherapiebedrijf in Florida, V.S. De nieuwe overname en samenwerking zullen dienen om UCB's ambitie in gentherapie te versnellen.
Handl Therapeutics BV werd opgericht in 2019 en heeft een visie om de kracht van ziekteveranderende in vivo gentherapie te gebruiken om complexe neurodegeneratieve ziekten door middel van AAV capsidetechnologie te behandelen. Handl Therapeutics werkt op een bijzonder collaboratieve manier en heeft een sterk internationaal netwerk opgebouwd om toegang te verkrijgen tot globale kennis en expertise. Hiervoor combineert het de allernieuwste technologieplatformen en wetenschappelijke vooruitgang van KU Leuven (België), Centrum voor Toegepast Medisch Onderzoek (CIMA – Universidad de Navarra, Spanje), Universiteit van Chili (Chili) en King's College London (V.K.) om onvervulde medische behoeften aan te pakken. Het Handl Therapeutics team blijft gevestigd in Leuven, België en zal zeer nauw samenwerken met de internationale onderzoeksteams van UCB.
De nieuwe samenwerking met Lacerta Therapeutics onderstreept UCB's strategische focus op gentherapie om de Patiëntenwaarde Ambitie te volbrengen. Deze transacties bouwen verder op de strategische overname van Element Genomics Inc. (overgenomen in 2018) die de genomica- en epigenomica-onderzoeksplatformen van UCB versterkten en zo helpen bij de identificatie van nieuwe geneesmiddelendoelen.
Lacerta Therapeutics werd opgericht in 2017 en is een spin-off van de Universiteit van Florida, met als missie het beschikbaar maken van therapieën gebaseerd op AAV voor alle patiënten met zeldzame en neurologische aandoeningen. De onderzoekssamenwerking en licentieovereenkomst met UCB zal focussen op een centraal zenuwstelselziekte (CNS) met een hoge onvervulde nood. Lacerta Therapeutics zal onderzoek, preklinische activiteiten en de procesontwikkeling van vroegtijdige productie leiden, terwijl UCB studies zal doen voor een nieuw experimenteel medicijn, productie en klinische ontwikkeling. Deze nieuwe samenwerking zorgt ervoor dat UCB toegang krijgt tot de expertise van Lacerta Therapeutics in AAVgebaseerde CNS gerichte gentherapieën, wat UCB's mogelijkheid versterkt om effectieve behandelingen te produceren voor neurodegeneratieve ziekten.
1.2.2 Update over regelgeving en vooruitgang van de pijplijn
Update over regelgeving
Januari 2020 – Cimzia® (certolizumab pegol) werd goedgekeurd door de Japanse gezondheidsdiensten voor de behandeling van plaque psoriasis, artritis psoriatica, psoriasis pustulosa en psoriasis erythrodermie waarvoor bestaande behandelmethodes onvoldoende effectief zijn. De goedkeuring maakt van Cimzia® de eerste Fc-vrije, gePEGyleerde anti-TNF behandeloptie dat nu beschikbaar is voor deze patiënten in Japan.
Tijdens het eerste kwartaal van 2020 is Vimpat® (lacosamide), voor de aanvullende behandeling van primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen (PGTCS) bij studiedeelnemers van 4 jaar en ouder, ingediend bij de regelgevende instanties in de V.S. de EU en Japan. In oktober 2020 heeft het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) een positief advies uitgebracht over een uitbreiding van de vergunning voor het anti-epilepticum Vimpat® als aanvullende therapie bij de behandeling van primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen bij volwassenen, adolescenten en kinderen vanaf 4 jaar met idiopathische gegeneraliseerde epilepsie – goedgekeurd in de Europese Unie in december 2020. In november 2020 heeft de Amerikaanse voedsel- en geneesmiddelenadministratie (FDA) Vimpat® goedgekeurd als aanvullende therapie in de behandeling van primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen (PGTCS) bij patiënten van vier jaar en ouder en VIMPAT injectie voor intraveneus gebruik bij kinderen van vier jaar en ouder.
September 2020 – De Amerikaanse voedsel- en geneesmiddelenadministratie (FDA) en het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) hebben de indieningen van de marketingaanvraag voor bimekizumab aanvaard voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige plaque psoriasis.
Vooruitgang van de pijplijn
In maart 2020 heeft de zich ontwikkelende COVID-19-pandemie UCB ertoe gebracht de rekrutering van nieuwe patiënten te onderbreken voor lopende klinische studies en de start van alle nieuwe studies uit te stellen. Vanaf eind mei 2020 is UCB begonnen met het heropstarten van de rekrutering voor klinische studies, inclusief de start van nieuwe studies, op klinische testlocaties die voldoen aan de herstartcriteria. Dit heeft geleid tot wat vertragingen van de klinische studies van UCB.
De update van de tijdlijn voor het klinisch ontwikkelingsprogramma van UCB, met daarbij de update over de regelgeving en vooruitgang van de pijplijn vanaf 1 januari 2020 tot de publicatiedatum van dit verslag wordt hieronder weergegeven. UCB zal de impact van COVID-19 op alle lopende klinische studies blijven monitoren en zal waar nodig veranderingen doorvoeren.
Onze pijplijn

Bimekizumab
In september 2020 hebben de Amerikaanse voedsel- en geneesmiddelenadministratie (FDA) en het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) de indieningen van de marketingaanvraag voor bimekizumab aanvaard voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige plaque psoriasis. Deze geaccepteerde indiening wordt ondersteund door een omvangrijk datapakket inclusief 3 Fase 3-studies die superioriteit van bimekizumab aantonen tegenover placebo. Stelara® (ustekinumab) en Humira® (adalimumab), in het bekomen van een klaring van de huid op week 16.
In juli 2020 heeft de Fase 3-studie BE RADIANT, waarbij bimekizumab tegenover Cosentyx® (secukinumab) werd geëvalueerd voor de behandeling van volwassenen met matigetot-ernstige chronische plaque psoriasis, aan alle co-primaire en gerangschikte secundaire eindpunten voldaan, en een significant grotere werkzaamheid dan secukinumab behaald.
De Fase 3-programma's binnen artritis psoriatica (PsA) en spondylitis ankylopoetica (AS) zijn lopende met eerste resultaten te verwachten in K4 2021.
Op basis van de positieve proof-of-concept studie in februari 2020, besliste UCB om over te gaan tot een laat stadium van ontwikkeling met bimekizumab ook bij matige tot ernstige hidradenitis suppurativa (HS), een ernstige huidinfectieziekte, die voornamelijk voorkomt bij vrouwen (Fase 3-programma BE HEARD). De eerste hoofdresultaten worden verwacht in de eerste helft van 2023.
Zilucoplan
Met de succesvolle afronding van de overname van Ra Pharma in april 2020 werd zilucoplan toegevoegd aan de pijplijn van UCB. Zilucoplan is een peptidenremmer van aanvullingscomponent 5 (C5) momenteel in Fase 3 bij algemene myasthenia gravis (gMG). De eerste resultaten worden verwacht in K4 2021 en momenteel in Fase 2a voor immuungemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM), waar de eerste resultaten verwacht worden in de eerste helft van 2021.
Zilucoplan wordt ook onderzocht bij amyotrofe laterale sclerose (ALS) door HEALY ALS Test Platform en bij COVIDgerelateerde ARDS (acuut ademnood syndroom) door de Universiteit van Gent (België), de Medical Research Council (V.K) en door COMMUNITY, een wereldwijd test-platform voor gehospitaliseerde patiënten met COVID-19, door COVID-19 R&D Alliance (Amgen Inc., Takeda Pharmaceutical Co. Ltd. en UCB).
Rozanolixizumab: UCB focust haar middelen op nieuwe patiëntenpopulaties met auto-antilichaam gemedieerde neuro-inflammatie en grote onvervulde medische behoefte. Met deze patiënten die mogelijks kunnen voordeel hebben bij rozanolixizumab, bereidt UCB de start van twee klinische programma's al voor tijdens 2021 – naast de lopende Fase 3-studies in gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) en immune thrombocytopenie (ITP). Mensen die leven met chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie (CIDP) zijn een heterogene en complexe patiëntenpopulatie, waarvan ongeveer slechts 30% detecteerbare antilichamen hebben. Hoewel de Fase 2a-studie bij CIDP-patiënten de uitvoering van een bevestigende klinische studie ondersteunt, heeft UCB besloten om prioriteit te geven aan auto-antilichaam gemedieerde neuro-inflammatie-indicaties boven CIDP.
Dapirolizumab pegol: in augustus 2020 hebben UCB en haar partner Biogen de eerste patiënten toegevoegd aan het Fase 3-programma met dapirolizumab pegol bij patiënten met actieve systemische lupus erythematosus (SLE) ondanks de standaard zorgbehandeling. De eerste hoofdresultaten worden verwacht in de eerste helft van 2024.
Staccato® Alprazolam werd toegevoegd aan de UCB pijplijn door de overname van Engage Therapeutics en is ontworpen om gebruikt te worden als eenmalige reddingstherapie bij een epileptische aanval waarbij de Staccato® toedieningstechnologie gecombineerd wordt met alprazolam, een benzodiazepine. Verwacht wordt dat het Fase 3-programma in de tweede helft van 2021 van start gaat.
Bepranemab (UCB0107): de start van een Fase 2-studie bij de ziekte van Alzheimer (AD) is gepland voor midden 2021 volgens het samenwerkingsakkoord met Roche/Genentech. Hierdoor kan het potentieel van bepranemab bij een tau-gemedieerde ziekte geëvalueerd worden en kunnen vervolgens opties onderzocht worden bij verschillende tauopathiëenpopulaties, waaronder progressieve supranucleaire parese (PSP).
Padsevonil – Eerste resultaten van ARISE (NCT03373383); de eerste van twee adequate en sterk gecontroleerde studies, die de efficiëntie en veiligheid van padsevonil onderzocht voor de behandeling van observeerbare focaal beginnende aanvallen bij volwassenen met geneesmiddelresistente epilepsie bereikte geen statistische significantie voor een van de primaire eindpunten. Padsevonil werd algemeen goed verdragen en het veiligheidsprofiel was consistent met dat wat in vorige studies werd gezien. Verdere analyse van de data leidde UCB tot de beslissing om het padsevonil programma stop te zetten omdat het onvoldoende voordeel bood voor personen met epilepsie tegenover bestaande anti-epilepsie behandelingsopties.
Alle overige klinische ontwikkelingsprogramma's verlopen zoals gepland.
1.3 Netto-omzet per product
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2020 | 2019 | Actuele wissel koersen |
CW |
| Cimzia® | 1 799 | 1 712 | 5% | 7% |
| Vimpat® | 1 451 | 1 322 | 10% | 12% |
| Keppra® (inclusief Keppra® XR / E Keppra®) | 788 | 770 | 2% | 5% |
| Neupro® | 311 | 319 | -2% | -1% |
| Briviact® | 288 | 221 | 31% | 33% |
| Nayzilam® | 26 | 0 | N/A | N/A |
| Evenity® | 2 | 0 | N/A | N/A |
| Gevestigde merken | 358 | 440 | -19% | -16% |
| Netto-omzet vóór hedging | 5 023 | 4 784 | 5% | 7% |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet |
29 | -104 | >-100% | |
| Totale netto-omzet | 5 052 | 4 680 | 8% | 7% |
De totale netto-omzet steeg in 2020 naar € 5 052 miljoen, 8% meer dan vorig jaar of +7% meer bij constante wisselkoersen (CW; +8% bij CW en na aanpassing door afstoting). De nettoomzet vóór "aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet" steeg met 5% (+7% CW).
De groei in 2020 werd gedreven door het veerkrachtige UCB product portfolio – ondanks de pandemie – dat het bedrijf deed groeien.
Twee medicijnen werden toegevoegd aan het UCB portfolio:
- In december 2019 lanceerde UCB Nayzilam® (midazolam) NeussprayCIV, de eerste en enige nasale reddingsbehandeling voor epilepsieaanvallen in de V.S.
- Vanaf maart 2020 kende Evenity® (romosozumab) zijn eerste Europese lanceringen in pandemie-omstandigheden voor de behandeling van ernstige osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met een hoog risico op breuken.
Kernproducten
Cimzia® (certolizumab pegol), voor patiënten met inflammatoire TNF-gemedieerde aandoeningen, bereikte een netto-omzet van € 1 799 miljoen (+5%; +7% CW), aangedreven door aanhoudende groei in de V.S. en een stabiele netto-omzet in Europa, wat de concurentielandschap weerspiegelt. De sterkste bijdragers aan groei waren nieuwe patiëntenpopulaties in psoriasis en artritis psoriatica, die een lichte daling van 1% overcompenseerde in de grootste patiëntenpopulatie, reumatoïde artritis, voornamelijk door andere behandelingsopties.
Vimpat® (lacosamide) blijft meer en meer mensen met epilepsie bereiken, wat tot uiting komt in een sterke groei in alle regio's, ondanks de pandemie. De netto-omzet bedroeg € 1 451 miljoen, een verhoging van +10% (+12% CW).
Keppra® (levetiracetam), beschikbaar voor mensen die leven met epilepsie, behaalde een netto-omzet van € 788 miljoen (+2%; +5% CW). De voortdurende generische concurrentie in de V.S. werd gecompenseerd door herstel van een lokale, eenmalige kortingaanpassing in Europa en aanhoudende groei op internationale markten, waar het UCB-team in Japan in oktober de verdeling van E Keppra® overnam van partner Otsuka.
Briviact® (brivaracetam), beschikbaar voor mensen met epilepsie, bereikte een netto-omzet van € 288 miljoen, een stijging van 31% (+33% CW). Dit wordt gedreven door een sterke groei in alle regio's waar Briviact® beschikbaar is voor patiënten. Briviact® heeft een andere werkingswijze dan Vimpat® en onderscheidt zich van Keppra®.
Neupro® (rotigotine), de patch voor de ziekte van Parkinson en het rustelozebenensyndroom, kende een netto-omzet van € 311 miljoen (-2%; -1% CW), bijna stabiel in een competitieve marktomgeving.
Nayzilam® (midazolam) NeussprayCIV, de eerste nasale reddingsbehandeling voor epilepsieaanvallen in de V.S. Is succesvol gelanceerd sinds december 2019, ondanks de pandemie, en bereikte een netto-omzet van € 26 miljoen.
Evenity® (romosozumab) werd voor het eerst gelanceerd in Europa in maart 2020 voor de behandeling van ernstige osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met hoog risico op breuken en kende een netto-omzet van € 2 miljoen, geïmpacteerd door de pandemie die het bereiken van nieuwe patiëntenpopulaties aanzienlijk bemoeilijkt. Evenity® werd wereldwijd succesvol gelanceerd door Amgen, Astellas en UCB sinds 2019, met netto-omzet buiten Europa gerapporteerd door de partners.
Netto-omzet per product

Gevestigde merken
Netto-omzet van gevestigde merken daalde met 19% tot € 358 miljoen, na aanpassing door afstotingen (vooral in Europa) was de daling 13% (-10% CW), wat de maturiteit van het portfolio en impact van generische concurrentie weerspiegelt.
Belangrijkste deel van het portfolio zijn de allergieproducten van UCB: Zyrtec® (cetirizine), inclusief Zyrtec®-D / Cirrus®) en Xyzal® (levocetirizine), toonden allebei een daling door maturiteit en generische concurrentie.
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar nettoomzet hadden een positieve impact van € 29 miljoen (tegenover € 104 miljoen negatieve impact in 2019) en geven UCB's transactionele indekkingsactiviteiten weer die erkend moeten worden in "netto-omzet" in overeenstemming met IFRS. Deze houden vooral verband met de Amerikaanse dollar, de Japanse yen, het Britse pond en de Zwitserse frank.
1.4 Netto-omzet per geografisch gebied
| Actueel | Verschil – actuele wisselkoersen |
Verschil – constante wisselkoersen (CW) |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2020 | 2019 | € miljoen | % | € miljoen | % |
| Netto-omzet in de VS | 2 759 | 2 546 | 213 | 8% | 265 | 10% |
| Cimzia® | 1 174 | 1 088 | 86 | 8% | 108 | 10% |
| Vimpat® | 1 072 | 1 001 | 71 | 7% | 91 | 9% |
| Keppra® | 167 | 189 | -22 | -12% | -19 | -10% |
| Briviact® | 220 | 170 | 50 | 30% | 54 | 32% |
| Neupro® | 98 | 97 | 1 | 1% | 3 | 3% |
| Nayzilam® | 26 | 0 | 27 | n.v.t. | 27 | n.v.t. |
| Gevestigde merken | 2 | 1 | 1 | -577% | 1 | -586% |
| Netto-omzet in Europa | 1 374 | 1 332 | 42 | 3% | 46 | 3% |
| Cimzia® | 431 | 429 | 2 | 0% | 4 | 1% |
| Keppra® | 223 | 196 | 28 | 14% | 28 | 14% |
| Vimpat® | 263 | 236 | 28 | 12% | 28 | 12% |
| Neupro® | 168 | 170 | -2 | -1% | - 2 | -1% |
| Briviact® | 60 | 45 | 15 | 33% | 15 | 33% |
| Evenity® | 2 | 0 | 2 | n.v.t. | 2 | n.v.t. |
| Gevestigde merken | 227 | 256 | -31 | -12% | -29 | -11% |
| Netto-omzet op internationale markten | 889 | 906 | -17 | -2% | 31 | 3% |
| Keppra® | 398 | 385 | 13 | 3% | 27 | 7% |
| Cimzia® | 194 | 194 | 0 | 0% | 17 | 8% |
| Vimpat® | 115 | 86 | 30 | 35% | 33 | 39% |
| Neupro® | 45 | 52 | -7 | -13% | -6 | -11% |
| Briviact® | 8 | 6 | 3 | 45% | 3 | 51% |
| Gevestigde merken | 129 | 183 | -54 | -29% | -43 | -23% |
| Netto-omzet vóór hedging | 5 023 | 4 784 | 239 | 5% | 342 | 7% |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet |
29 | -104 | 132 | >-100% | ||
| Totale netto-omzet | 5 052 | 4 680 | 372 | 8% | 342 | 7% |
De netto-omzet in de VS steeg tot € 2 759 miljoen (+8%; +10% CW). Dit werd gedreven door de sterke groei van Cimzia®, Vimpat® en Briviact® en ondersteund door de lancering van Nayzilam®. Terwijl Neupro® goed standhoudt in een concurrentiële omgeving, weerspiegelt de netto-omzet van Keppra® de generische concurrentie.
Netto-omzet in Europa bereikte € 1 374 miljoen, een stijging van 3% (+3% CW), na aanpassing door afstotingen van gevestigde merken was de stijging 5%, dankzij de dubbelcijferige groei van Vimpat® en Briviact®. Keppra® kende ook een dubbelcijferige groei nadat het herstelde van een lokale eenmalige kortingsaanpassing in de eerste helft van 2019. Cimzia® was stabiel in een vergrotende markt. Evenity® werd voor het eerst gelanceerd in maart, tijdens de COVID-19-pandemie, en kent € 2 miljoen netto-omzet.
Netto-omzet

Netto-omzet in de internationale markten bedroeg € 889 miljoen (-2%, +3% CW). De kernproducten haalden een gecombineerde netto-omzet van € 760 miljoen (+5%), wat 86% van de netto-omzet van UCB in deze regio vertegenwoordigt. Dit werd gecompenseerd door de impact van generische concurrentie en afstotingen binnen het gevestigde merkenportfolio.
• Met € 379 miljoen vertegenwoordigt Japan de grootste markt en tekende een groei op van 3% (+3% CW), waar Keppra® een netto-omzet van € 211 miljoen (+19%) kende en Vimpat® klom tot € 60 miljoen (+46%) als grootste producten en zo de daling overcompenseren die gezien wordt bij de allergieproducten door hun maturiteit en de generische concurrentie. Sinds 1 oktober 2020 nam het gevestigde, wendbare UCB team de distributie van E Keppra® over van partner Otsuka.
• De netto-omzet in China, de op één na grootste markt in deze regio, bedroeg € 108 miljoen (-22%; -21% CW), als gevolg van de afstotingen en de impact van COVID-19. Na aanpassing van de afstotingen, bedroeg de daling 18% CW.
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar nettoomzet hadden een positieve impact van € 29 miljoen (tegenover € 104 miljoen negatieve impact in 2019) en geven UCB's transactionele indekkingsactiviteiten weer die erkend moeten worden in "netto-omzet" in overeenstemming met IFRS. Deze houden vooral verband met de Amerikaanse dollar, de Japanse yen, het Britse pond en de Zwitserse frank.
1.5 Royaltyinkomsten en -vergoedingen
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2020 | 2019 | Actuele wissel koersen |
CW |
| Biotechnologische IE | 60 | 38 | 57% | 60% |
| Toviaz® | 18 | 19 | -3% | 0% |
| Overige | 18 | 22 | -19% | -18% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 96 | 78 | 22% | 24% |
In 2020 bereikten royaltyinkomsten en -vergoedingen € 96 miljoen tegenover € 78 miljoen.
De biotechnologische IE inkomsten profiteerden van een eenmalige royalty terwijl andere royalties op verkochte producten die gebruik maken van UCB's intellectuele eigendom inzake antilichamen stabiel bleven.
De franchiseroyalties betaald door Pfizer voor Toviaz® (fesoterodine), de behandeling voor een overactieve blaas, bleven stabiel.
1.6 Overige opbrengsten
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2020 | 2019 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Opbrengsten uit contractproductie | 152 | 109 | 39% | 39% |
| Samenwerkingen in Japan | 6 | 20 | -71% | -71% |
| Overige | 41 | 26 | 59% | 66% |
| Overige opbrengsten | 199 | 155 | 28% | 29% |
Overige opbrengsten stegen tot € 199 miljoen of met (+28%).
Omzet uit contractproductie steeg tot € 152 miljoen van € 109 miljoen aangezien afstotingen leidden tot hogere activiteit voor contractproductie.
De samenwerkingsactiviteiten in Japan (Otsuka voor E Keppra® en Neupro®, Daiichi Sankyo voor Vimpat® en Astellas voor Cimzia®) bereikten een totaal van € 6 miljoen tegenover € 20 miljoen, wat de verkoopmijlpaalbetaling ontvangen voor E Keppra® in 2019 weerspiegelt. Het UCB team nam de distributie van E Keppra® over van partner Otsuka in oktober 2020.
"Overige" opbrengsten bedroegen € 41 miljoen dankzij de mijlpaal- en andere betalingen van O&O partners en licentiepartners, inclusief Biogen voor de co-ontwikkeling van dapirolizumab pegol en de nieuwe samenwerking met Roche en Genentech voor de wereldwijde ontwikkeling en commercialisering van bepranemab.
1.7 Brutowinst
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2020 | 2019 | Actuele | CER |
| Opbrengsten | 5 347 | 4 913 | wisselkoersen 9% |
8% |
| Netto- omzet | 5 052 | 4 680 | 8% | 7% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 96 | 78 | 22% | 24% |
| Overige opbrengsten | 199 | 155 | 28% | 29% |
| Kostprijs van de omzet | -1 363 | -1 268 | 7% | 8% |
| Kostprijs van de omzet voor producten en diensten | -869 | -816 | 7% | 7% |
| Royaltylasten | -315 | -298 | 5% | 8% |
| Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet | -179 | -154 | 16% | 17% |
| Brutowinst | 3 984 | 3 645 | 9% | 8% |
In 2020 bedroeg de brutowinst € 3 984 miljoen – en een licht verbeterde brutomarge van 75% tegenover 74% in 2019.
De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van aan de omzet gerelateerde immateriële activa:
- De kostprijs van de omzet voor producten en diensten steeg tot € 869 miljoen – en stijgt iets trager dan de nettoomzet.
- Royaltylasten stegen tot € 315 miljoen en stijgen iets trager dan de netto-omzet.
- Afschrijving van de immateriële activa gerelateerd aan omzet: Onder IFRS 3 heeft UCB op zijn balans een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa staan, die verband houden met overnames (lopend onderzoek en ontwikkeling, productiekennis, royaltystromen, handelsbenamingen, enz.). De afschrijvingskosten van de immateriële activa waarvoor al producten zijn gelanceerd, stegen tot € 179 miljoen mede als een gevolg van de lanceringen van nieuwe indicaties voor Cimzia® en de lancering van Nayzilam®.
1.8 Aangepaste EBIT en aangepaste EBITDA
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2020 | 2019 | Actuele wisselkoersen |
CER |
| Opbrengsten | 5 347 | 4 913 | 9% | 8% |
| Netto- omzet | 5 052 | 4 680 | 8% | 7% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 96 | 78 | 22% | 24% |
| Overige opbrengsten | 199 | 155 | 28% | 29% |
| Brutowinst | 3 984 | 3 645 | 9% | 8% |
| Marketing- en verkoopkosten | -1 221 | -1 108 | 10% | 12% |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -1 569 | -1 272 | 23% | 24% |
| Algemene en administratiekosten | -196 | -195 | 1% | 2% |
| Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) | 95 | 48 | >100% | >100% |
| Totale bedrijfskosten | -2 891 | -2 527 | 14% | 16% |
| Aangepaste (recurrente) EBIT | 1 093 | 1 118 | -2% | -8% |
| Plus: Afschrijving van immateriële activa | 215 | 190 | 13% | 14% |
| Plus: Afschrijving van materiële vaste activa | 133 | 123 | 8% | 8% |
| Aangepaste (recurrente) EBITDA | 1 441 | 1 431 | 1% | -4% |
De bedrijfskosten, die de marketing- en verkoopkosten, de kosten voor onderzoek en ontwikkeling, de algemene en administratiekosten en overige bedrijfsbaten/-lasten omvatten, bedroegen € 2 891 miljoen en weerspiegelen digitale bedrijfstransformatie, toegenomen marketing- en verkoopkosten, alsook hogere onderzoeks- en ontwikkelingskosten. De totale bedrijfskosten in verhouding tot de opbrengsten (bedrijfskosten-ratio) stegen naar 54% na 50% in 2019 en omvatten het volgende:
- 10% hogere marketing- en verkoopkosten van € 1 221 miljoen, gedreven door lanceringen en pre-launch activiteiten: Cimzia® voor niet-radiografische axiale spondyloartritis in de V.S. en de lanceringen in China en Japan, Nayzilam® in de V.S., Evenity® in Europa alsook lanceringsvoorbereidingen voor bimekizumab voor mensen met psoriasis, zilucoplan en rozanolixizumab bij myasthenia gravis.
- 23% hogere onderzoeks- en ontwikkelingskosten van € 1 569 bevatten voor het eerst de O&O kosten voor het overgenomen Ra Pharma en Engage Therapeutics alsook onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's van Handl Therapeutics (zie 1.2. Belangrijkste gebeurtenissen). Eveneens inbegrepen zijn de stopzettingskosten (€ 54 miljoen) met betrekking tot de stopzetting van het project padsevonil bij focaal beginnende aanvallen (zie 1.2. Belangrijkste gebeurtenissen). De lopende hoge investeringen in de pijplijn van UCB omvatten vijf activa in een laat stadium, met inbegrip van uitgaven in verband met digitale transformatie voor een betere patiënten ervaring en een snellere ontwikkelingstijd. Licht lagere O&O uitgaven door de pauze in de rekrutering gelinkt aan de pandemie in de eerste helft van 2020 werden gecompenseerd door hogere kosten gelinkt aan de pandemie voor de veiligheid van de patiënten en om de rekrutering van patiënten te verzekeren in de tweede helft van het jaar. Dus bereikte de O&O ratio 29% in 2020, tegenover 26% in 2019.
- Met +1% bijna stabiele algemene en administratiekosten van € 196 miljoen, die de lagere kosten weerspiegelen door de COVID-19-pandemie gecompenseerd met digitale
bedrijfstransformatie-activiteiten en de bijdrage tot het UCB fonds (€ 5 miljoen) gerelateerd aan de COVID-19 pandemie.
• Overige bedrijfsbaten verdubbelden tot € 95 miljoen, na € 48 miljoen in 2019 gedreven door opbrengsten van € 96 miljoen met betrekking tot de commercialisering van Evenity® in samenwerking met Amgen, na opbrengsten van € 8 miljoen in 2019, die vooral de UCB marketing- en verkoopkosten en de onderzoeks- en ontwikkelingskosten compenseren. Het aandeel van UCB in de totale Evenity® bijdrage heeft voor het eerst tot positieve verdiensten geleid. In 2019 waren de "overige" bedrijfsbaten geïmpacteerd door eenmalige positieve bijdragen van investeringstoelagen, de afstoting van de campus in Duitsland en de vrijgave van BTW voorzieningen.
Door de hogere bedrijfskosten, daalde de aangepaste (recurrente) EBIT met 2% tot € 1 093 miljoen, vergeleken met € 1 118 miljoen in 2019.
- De totale afschrijvingen van immateriële activa (productgerelateerde en andere) bedroegen € 215 miljoen; voornamelijk gedreven door de lancering van Nayzilam® in het najaar van 2019.
- De afschrijvingen van materiële vaste activa bedroegen € 133 miljoen tegenover € 123 miljoen.
Aangepaste (recurrente) EBITDA (Bedrijfsresultaat voor interesten, belastingen, bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen) bedroeg € 1 441 miljoen na € 1 431 miljoen (+1%, -4% CW), gedreven door voortgezette omzetgroei en hogere werkingskosten, die de investeringen in de toekomst van UCB weerspiegelen, namelijk in productlanceringen en klinische ontwikkeling. De aangepaste (recurrente) EBITDA ratio voor 2020 (als percentage van de opbrengsten) bedroeg 27%, tegenover 29% in 2019. In overeenstemming met de ESMA-richtlijnen inzake Alternatieve Prestatiemaatstaven werd "recurrente EBITDA" hernoemd tot "aangepaste EBITDA". De berekeningsmethode blijft ongewijzigd.
1.9 Nettowinst
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2020 | 2019 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Aangepaste (recurrente) EBIT | 1 093 | 1 118 | -2% | -8% |
| Kosten voor bijzondere waardeverminderingen | 0 | -2 | -100% | -101% |
| Reorganisatiekosten | -20 | -47 | -57% | -57% |
| Nettowinst op afstotingen | 53 | 41 | 28% | 28% |
| Overige baten/lasten (-) | -155 | -42 | >100% | >100% |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten/lasten (-) |
-122 | -50 | >100% | >100% |
| EBIT (operationele winst) | 971 | 1 068 | -9% | -14% |
| Netto financiële kosten (-) | -93 | -107 | -13% | -12% |
| Resultaat van geassocieerde deelnemingen | 2 | -1 | >-100% | >-100% |
| Winst vóór belastingen | 880 | 960 | -8% | -14% |
| Winstbelastingen | -119 | -146 | -19% | -16% |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 761 | 814 | -7% | -14% |
| Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 2 | -94% | -94% |
| Winst | 761 | 817 | -7% | -14% |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 732 | 792 | -7% | -15% |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 29 | 25 | 16% | 18% |
| Nettowinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 732 | 792 | -7% | -15% |
Het totaal voor bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten/lasten (-) bedroeg € 122 miljoen kosten (na een kost van € 50 miljoen in 2019) en omvat kosten gelinkt aan de overnames (zie 1.2.Belangrijkste gebeurtenissen), reorganisatiekosten en verhoging van provisie voor productaansprakelijkheid, gecompenseerd door inkomsten uit de winst op de afstoting van niet-kernproducten.
De netto financiële kosten daalden van € 107 miljoen in 2019 naar € 93 miljoen, dankzij de lagere afdekkingskosten, verlaging van te betalen rente door de terugbetaalde obligatie in maart 2020, gecompenseerd met hogere rentekosten door de schuldfinanciering van de overname van Ra Pharma.
Winstbelastingen bedroegen € 119 miljoen tegenover € 146 miljoen in 2019. Het gemiddeld effectief belastingpercentage bedroeg 13%, in vergelijking met 15% in 2019.
De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten bedroeg € 0 miljoen tegenover € 2 miljoen.
De winst van de Groep bedroeg € 761 miljoen (tegenover € 817 miljoen), waarvan € 732 miljoen kan worden toegerekend aan de aandeelhouders van UCB en € 29 miljoen aan minderheidsbelangen. Voor 2019 behaalde UCB een winst van € 817 miljoen, waarvan € 792 miljoen toerekenbaar was aan aandeelhouders van UCB en € 25 miljoen aan minderheidsbelangen.
1.10 Kern-WPA
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| Actuele | ||||
| € miljoen | 2020 | 2019 | wisselkoersen | CW |
| Profit | 761 | 817 | -7% | -14% |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 732 | 792 | -7% | -15% |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 29 | 25 | 16% | 18% |
| Nettowinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB |
732 | 792 | -7% | -15% |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten (-) / lasten |
122 | 50 | >100% | >100% |
| Winstbelasting op bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige lasten / tegoed (-) |
-3 | -1 | >100% | >100% |
| Winst (-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | -2 | -94% | -94% |
| Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet | 179 | 154 | 16% | 17% |
| Winstbelasting op afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet |
-15 | -17 | -14% | -14% |
| Kernwinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 1 015 | 974 | 4% | -3% |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen (miljoen) | 189 | 187 | 1% | |
| Kern-WPA toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB (€) |
5.36 | 5.20 | 3% | -2% |
De winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB, gecorrigeerd voor het effect na belastingen van aan te passen elementen, financiële eenmalige posten, de bijdragen na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten en de netto afschrijving van immateriële activa gerelateerd aan omzet, geeft aanleiding tot een kernwinst toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB van € 1 015 miljoen (4%), wat leidt tot een kern-winst per aandeel (WPA) van € 5,36, ten opzichte van € 5,20 in 2019, op een niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen van 189 miljoen (+1%).
1.11 Kapitaaluitgaven
In 2020 bedroegen de kapitaaluitgaven voor materiële vaste activa voortvloeiend uit de biofarmaceutische activiteiten van UCB € 256 miljoen (2019: € 99 miljoen) en hebben vooral betrekking op de nieuwe campus site in het V.K en de Bioplant in België.
De verwerving van immateriële vaste activa bedroeg € 93 miljoen in 2020 (2019: € 195 miljoen) en heeft betrekking op software-aankopen, geactiveerde in aanmerking komende ontwikkelingskosten en mijlpaalbetalingen.
Bovendien heeft UCB, zoals bepaald in de overeenkomst tussen UCB en Lonza voor de productie door Lonza van gepegyleerde actieve bulkproducten op basis van antilichaamfragmenten, deelgenomen in de voorfinanciering van de gerelateerde kapitaaluitgaven. De afschrijvingskosten op deze investering zijn opgenomen in de kostprijs van de omzet en zijn weer toegevoegd met het oog op de berekening van de aangepaste EBITDA.
1.12 Balans
De immateriële activa stegen met € 2 134 miljoen van € 839 miljoen per 31 december 2019 tot € 2 973 miljoen op 31 december 2020. Dit omvat tevens de overname van Ra Pharma en Engage Therapeutics, software en in aanmerking komende ontwikkelingskosten, gedeeltelijk gecompenseerd door de lopende afschrijving van de immateriële activa.
Goodwill voor een bedrag van € 4 964 miljoen, daalde met € 95 miljoen, als gevolg van de overname van Ra Pharmaceuticals, gecompenseerd door een zwakkere USD en GBP in vergelijking met december 2019.
Overige vaste activa daalden met € 88 miljoen gedreven door de aankoop van een nieuwe campus voor de activiteiten in het V.K., gebruiksrechten van activa en de Bioplant in Braine (België), gecompenseerd door lopende afschrijvingen van de materiële vaste activa en een daling in uitgestelde belastingvorderingen gerelateerd aan betalingen van belastingkredieten voor O&O, verschillen in timing en een gedeeltelijke erkenning van verliezen.
De vlottende activa stegen van € 3 295 miljoen op 31 december 2019 tot € 3 582 miljoen op 31 december 2020 en zijn gerelateerd aan hogere handelsvorderingen na een sterke netto-omzet in K4 2020, een hogere commerciële voorraad en voorafbetalingen voor klinische testen om de toekomst voor te bereiden. Het eigen vermogen van UCB bedraagt € 7 272 miljoen, een toename van € 263 miljoen tussen 31 december 2019 en 31 december 2020. De belangrijkste wijzigingen vloeien voort uit de nettowinst na minderheidsbelangen (€ 732 miljoen), de kasstroomafdekkingen (€ 61 miljoen), gecompenseerd door de dividendbetalingen (€ -235 miljoen), de verwerving van eigen aandelen (€ -82 miljoen) en de omrekeningsverschillen van de Amerikaanse dollar en het Britse pond (€ -314 miljoen).
De langlopende verplichtingen bedragen € 3 233 miljoen, een stijging van € 1 555 miljoen, hogere financiële schuld na de overname van Ra Pharma, uitgestelde belastingen, gecompenseerd door de overdracht van obligaties en bankleningen naar kortlopende verplichtingen.
De kortlopende verplichtingen bedragen € 2 814 miljoen, € 420 miljoen hoger, voornamelijk als gevolg van de overdracht van obligaties uit langlopende verplichtingen en hogere handelsverplichtingen.
De netto financiële schuld van € -1 411 miljoen per eind december 2020 vergeleken met de netto financiële kaspositie van € 12 miljoen per eind december 2019 heeft voornamelijk betrekking op de onderliggende netto rentabiliteit, gecompenseerd door de overname van Ra Pharmaceuticals Inc. en Engage Therapeutics Inc., de betaling van dividenden op het resultaat van 2019 en de verwerving van eigen aandelen. De netto schuld ten opzichte van de aangepaste (recurrente) EBITDA-ratio voor 2020 bedraagt 0,98.
1.13 Kasstroomoverzicht
De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstromen wordt beïnvloed door de volgende elementen:
- De kasstroom uit voortgezette bedrijfsactiviteiten bedroeg € 1 081 miljoen, in vergelijking met € 893 miljoen in 2019. De kasinstroom komt voort uit de onderliggende netto winstgevendheid, uitgestelde winst, hogere uitstaande verplichtingen in het laatste kwartaal, gecompenseerd met hogere commerciële voorraad, hogere vorderingen na een sterk K4 2020.
- Kasstroom uit investeringsactiviteiten toonde een uitstroom van € 2 228 miljoen, vergeleken met € 235 miljoen in 2019 en bevat de overname in contanten van Ra Pharma Inc. en Engage Therapeutics Inc. (€ 1 986 miljoen), kapitaaluitgaven (€ 349 miljoen), gecompenseerd door de verkoop van niet-kernactiva en investeringen (€ 114 miljoen).
- Kasstroom uit financieringsactiviteiten kende een instroom van € 1 177 miljoen en omvat de ontvangsten uit leningen vooral gerelateerd aan de overname van Ra Pharma (€ 1 895 miljoen), ontvangsten uit uitgegeven note (€ 150 miljoen) gecompenseerd door het dividend betaald aan de UCB aandeelhouders (€ -235 miljoen), de aankoop van eigen aandelen (€ -106 miljoen), het vervallen van de in 2013 uitgegeven particuliere obligatie (€ 250 miljoen) en rentebetalingen.
1.14 Vooruitzichten voor 2021
Voor 2021 streeft UCB naar een omzet tussen € 5,45 en 5,65 miljard – dankzij de huidige groei van kernproducten en het bedienen van nieuwe patiëntenpopulaties, ondanks de heersende pandemie. UCB zal haar pijplijn in een laat stadium van ontwikkeling blijven verderzetten en de komende lanceringen voorbereiden om potentiële nieuwe oplossingen voor patiënten te bieden.
Onderliggende rentabiliteit, aangepaste EBITDA, wordt verwacht tussen 27 – 28% van de opbrengsten, wat de hoge O&O en marketing & verkoop investeringsniveaus weerspiegelt. Bijgevolg wordt verwacht dat de kernwinst per aandeel (kern-WPA) zal uitkomen tussen € 5,60 en € 6,10, op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van 189 miljoen.
Op basis van UCB's huidige beoordeling van de COVID 19 pandemie, blijft UCB vertrouwen hebben in de fundamentele onderliggende vraag naar haar producten en haar vooruitzichten voor groei op lange termijn. UCB zal de evoluerende COVID-19 pandemie nauwgezet blijven volgen om mogelijke uitdagingen op korte en middellange termijn te beoordelen.
De hierboven genoemde cijfers voor de vooruitzichten voor 2021 werden berekend op dezelfde basis als de werkelijke cijfers voor 2020.
Chapter 1 | ipsum quas ario
2. Geconsolideerde jaarrekening
2.1 Geconsolideerde winst- en verliesrekening
Voor het boekjaar eindigend op 31 december
| € miljoen | Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Voortgezette bedrijfsactiviteiten | |||
| Netto-omzet | 6 | 5 052 | 4 680 |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 96 | 78 | |
| Overige opbrengsten | 10 | 199 | 155 |
| Opbrengsten | 5 347 | 4 913 | |
| Kostprijs van de omzet | -1 363 | -1 268 | |
| Brutowinst | 3 984 | 3 645 | |
| Marketing- en verkoopkosten | -1 221 | -1 108 | |
| Onderzoeks-en ontwikkelingskosten | -1 569 | -1 272 | |
| Algemene en administratiekosten | -196 | -195 | |
| Overige bedrijfsbaren/-lasten (-) | 13 | 95 | 48 |
| Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten |
1 093 | 1 118 | |
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa | 14 | 0 | -2 |
| Reorganisatiekosten | 15 | -20 | -47 |
| Overige baten/lasten (-) | 16 | -102 | -1 |
| Operationele winst | 971 | 1 068 | |
| Financiële opbrengsten | 17 | 14 | 18 |
| Financiële kosten | 17 | -107 | -125 |
| Aandeel in winst/verlies (-) van geassocieerde deelnemingen | 2 | -1 | |
| Winst vóór belastingen | 880 | 960 | |
| Winstbelastingen | 18 | -119 | -146 |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 761 | 814 | |
| Beëindigde bedrijfsactiviteiten | |||
| Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 9 | 0 | 2 |
| Winst | 761 | 817 | |
| Toerekenbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van UCB NV | 732 | 792 | |
| Minderheidsbelangen | 29 | 25 | |
| Gewone winst per aandeel (€) | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 41 | 3.87 | 4.22 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 41 | 0 | 0.01 |
| Totale gewone winst per aandeel | 3.87 | 4.23 | |
| Verwaterde winst per aandeel (€) | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 41 | 3.77 | 4.091 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 41 | 0 | 0.01 |
| Totale verwaterde winst per aandeel | 3.77 | 4.101 |
1 Berekening van verwaterde winst per aandeel werd herzien in 2020 (zie Toelichting 41). Vergelijkende cijfers voor 2019 werden aangepast.
2.2 Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en
niet-gerealiseerde resultaten
Voor het boekjaar eindigend op 31 december
| € miljoen | Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Winst van de periode | 761 | 817 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten | |||
| Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere | |||
| perioden: | |||
| Netto-winst/verlies (-) op financiële activa (FVOCI) | 27 | 14 | |
| Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten | -314 | 96 | |
| Effectief gedeelte van winst/verlies (-) op kasstroomafdekkingen | 84 | 36 | |
| Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde | |||
| resultaten die overgeboekt kunnen worden naar winst of verlies in latere | -23 | 19 | |
| perioden | |||
| Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere | |||
| perioden: | |||
| Herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde | 33 | -26 | 28 |
| pensioenrechten | |||
| Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde | |||
| resultaten die nooit worden overgeboekt naar winst of verlies in latere | 2 | 1 | |
| perioden | |||
| Niet-gerealiseerde resultaten voor de periode na belastingen | -250 | 194 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen |
511 | 1 011 | |
| Toerekenbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van UCB NV | 482 | 986 | |
| Minderheidsbelangen | 29 | 25 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen |
511 | 1 011 |
2.3 Geconsolideerde balans
Voor het boekjaar eindigend op 31 december
| € miljoen | Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Activa | |||
| Vaste activa | |||
| Immateriële activa | 20 | 2 973 | 839 |
| Goodwill | 21 | 4 964 | 5 059 |
| Materiële vaste activa | 22 | 1 035 | 840 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 32 | 605 | 873 |
| Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) | 23 | 160 | 175 |
| Totaal vaste activa | 9 737 | 7 786 | |
| Vlottende activa | |||
| Voorraden | 24 | 854 | 780 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 25 | 1 031 | 950 |
| Te ontvangen belastingen | 36 | 48 | 59 |
| Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) | 23 | 310 | 163 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 26 | 1 336 | 1 293 |
| Activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassifieerd als aangehouden voor verkoop |
9.2 | 3 | 50 |
| Totaal vlottende activa | 3 582 | 3 295 | |
| Totaal activa | 13 319 | 11 081 | |
| Eigen vermogen en verplichtingen | |||
| Eigen vermogen | |||
| Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 27 | 7 271 | 7 039 |
| Minderheidsbelangen | 23.6 | 1 | -30 |
| Totaal eigen vermogen | 7 272 | 7 009 | |
| Langlopende verplichtingen | |||
| Leningen | 29 | 1 629 | 79 |
| Obligaties | 30 | 687 | 896 |
| Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële | 31 | 3 | 1 |
| instrumenten) | |||
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 32 | 168 | 51 |
| Personeelsbeloningen | 33 | 402 | 382 |
| Voorzieningen | 34 | 165 | 146 |
| Handels- en overige verplichtingen | 35 | 91 | 32 |
| Te betalen belastingen | 36 | 88 | 91 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 3 233 | 1 678 | |
| Kortlopende verplichtingen | |||
| Leningen | 29 | 81 | 56 |
| Obligaties | 30 | 350 | 250 |
| Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële | 31 | 86 | 70 |
| instrumenten) Voorzieningen |
34 | 80 | 72 |
| Handels- en overige verplichtingen | 35 | 2 138 | 1 856 |
| Te betalen belastingen | 36 | 79 | 81 |
| Verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als | |||
| aangehouden voor verkoop | 9.2 | 0 | 9 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 2 814 | 2 394 | |
| Totaal verplichtingen | 6 047 | 4 072 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 13 319 | 11 081 |
2.4 Geconsolideerd kasstroomoverzicht
Voor het boekjaar eindigend op 31 december
| € miljoen | Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Jaarwinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 732 | 792 | |
| Minderheidsbelangen | 29 | 25 | |
| Aanpassing voor winst(-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 9 | 0 | -1 |
| Aanpassing voor winst(-)/verlies uit geassocieerde deelnemingen | -2 | 1 | |
| Aanpassing voor niet-geldelijke transacties | 37 | 297 | 231 |
| Aanpassing voor posten apart te vermelden onder kasstromen uit | |||
| operationele activiteiten | 37 | 119 | 144 |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en | 37 | 2 | -7 |
| financieringsactiviteiten | |||
| Wijzigingen in het werkkapitaal | 37 | 221 | -232 |
| Aanpassing werkkapitaal gerelateerd aan overnames | 8 | -263 | 0 |
| Ontvangen rente | 17 | 17 | 18 |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 1 153 | 971 | |
| Betaalde belastingen gedurende de periode | -72 | -89 | |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit operationele activiteiten: | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 1 081 | 893 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | -11 | |
| Netto kasstromen uit operationele activiteiten | 1 081 | 882 | |
| Verwerving van materiële vaste activa | 22 | -256 | -99 |
| Verwerving van immateriële activa | 20 | -93 | -195 |
| Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven | -1 986 | 0 | |
| geldmiddelen | |||
| Verwerving van overige investeringen | -7 | -20 | |
| Subtotaal verwervingen | -2 342 | -314 | |
| Ontvangsten uit verkoop van materiële vaste activa | 1 | 31 | |
| Ontvangsten uit verkoop van andere bedrijfsactiviteiten, na aftrek van overgedragen geldmiddelen |
75 | 41 | |
| Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen | 38 | 7 | |
| Subtotaal ontvangsten | 114 | 79 | |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit investeringsactiviteiten: | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | -2 228 | -235 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit investeringsactiviteiten: | -2 228 | -235 | |
| Ontvangsten uit uitgegeven note | 30.3 | 150 | 0 |
| Terugbetaling van obligaties (-) | 30.3 | -250 | -75 |
| Ontvangsten uit leningen | 29 | 1 895 | 0 |
| Terugbetalingen van leningen (-) | 29 | -166 | -118 |
| Terugbetaling van leaseverplichtingen | 29 | -41 | -48 |
| Inkoop (-) van eigen aandelen | 27 | -106 | -77 |
| Uitgekeerde dividenden aan aandeelhouders van UCB, na aftrek van dividenden | |||
| betaald op eigen aandelen | 27.2, 42 | -235 | -228 |
| Betaalde rente | 17 | -70 | -59 |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit financieringsactiviteiten | |||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 1 177 | -605 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit financieringsactiviteiten | 1 177 | -605 | |
| Netto toename / afname (-) van geldmiddelen en kasequivalenten | 30 | 42 | |
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 30 | 53 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | -11 | |
| Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van de periode | 1 288 | 1 237 | |
| Effect van wisselkoersschommelingen | -15 | 9 | |
| Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode | 1 303 | 1 288 |
2.5 Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen
| 2020 | Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Aandelen kapitaal en uitgifte premies |
Eigen aandelen |
Overgedragen resultaat |
Overige reserves |
Cumula tieve om rekenings verschillen |
Financiële activa aan reële waarde via niet-ge realiseerde resultaten (FVOCI)I |
Kasstroom -afdekkingen |
Totaal | Minder heids belangen |
Totaal eigen vermogen |
| Balans per 1 januari 2020 | 2 614 | -377 | 4 964 | -117 | -58 | 9 | 4 | 7 039 | -30 | 7 009 |
| Winst van de periode | — | — | 732 | — | — | — | — | 732 | 29 | 761 |
| Niet-gerealiseerde resultaten van de periode |
— | — | — | -24 | -314 | 27 | 61 | -250 | — | -250 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten |
— | — | 732 | -24 | -314 | 27 | 61 | 482 | 29 | 511 |
| Dividenden (Toelichting 42) |
— | — | -235 | — | — | — | — | -235 | — | -235 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting 28) |
— | — | 70 | — | — | — | — | 70 | — | 70 |
| Overboeking tussen reserves | — | 66 | -66 | — | — | — | — | — | — | — |
| Eigen aandelen (Toelichting 27) |
— | -82 | — | — | — | — | — | -82 | — | -82 |
| Overboeking tussen niet gerealiseerde resultaten en reserves |
— | — | — | -2 | — | 2 | — | — | — | — |
| Overboeking van minderheidsbelangen naar overgedragen resultaat toerekenbaar aan aandeelhouders |
— | — | -2 | — | — | — | — | -2 | 2 | — |
| Balans per 31 december 2020 | 2 614 | -393 | 5 463 | -144 | -372 | 38 | 65 | 7 271 | 1 | 7 272 |
| 2019 | Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Aandelen kapitaal en uitgifte premies |
Eigen aandelen |
Over gedragen resultaat |
Overige reserves |
Cumulatieve omreke ningsver schillen |
Financiële activa aan reële waarde via niet-ge realiseerde resultaten (FVOCI) |
Kasstroom -afdekkingen |
Totaal | Minder heids belangen |
Totaal eigen vermogen |
| Balans per 1 januari 2019 | 2 614 | -342 | 4 394 | -146 | -154 | -5 | -51 | 6 310 | -55 | 6 255 |
| Winst van de periode | — | — | 792 | — | — | — | — | 792 | 25 | 817 |
| Niet-gerealiseerde resultaten van de periode |
— | — | — | 29 | 96 | 14 | 55 | 194 | — | 194 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten |
— | — | 792 | 29 | 96 | 14 | 55 | 986 | 25 | 1 011 |
| Dividenden (Toelichting 42) | — | — | -228 | — | — | — | — | -228 | — | -228 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting 28) |
— | — | 58 | — | — | — | — | 58 | — | 58 |
| Overboeking tussen reserves | — | 52 | -52 | — | — | — | — | — | — | — |
| Eigen aandelen (Toelichting 27) | — | -87 | — | — | — | — | — | -87 | — | -87 |
| Balans per 31 december 2019 | 2 614 | -377 | 4 964 | -117 | -58 | 9 | 4 | 7 039 | -30 | 7 009 |
Hoofdstuk 7 | Onze Jaarrekening
3. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
| 1. | Algemene informatie | 185 |
|---|---|---|
| 2. | Huidige en verwachte impact van de COVID-19-situatie op de financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB |
185 |
| 3. | Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving |
186 |
| 4. | Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen |
199 |
| 5. | Financieel risicobeheer | 204 |
| 6. | Gesegmenteerde informatie | 212 |
| 7. | Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten |
213 |
| 8. | Bedrijfscombinatie | 216 |
| 9. | Beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop |
218 |
| 10. | Overige opbrengsten | 218 |
| 11. | Bedrijfskosten volgens aard | 219 |
| 12. | Kosten voor personeelsbeloningen | 219 |
| 13. | Overige bedrijfsbaten/-lasten | 220 |
| 14. | Bijzondere waardevermindering van niet financiële activa |
220 |
| 15. | Reorganisatiekosten | 220 |
| 16. | Overige baten/lasten | 220 |
| 17. | Financiële opbrengsten en financiële lasten | 221 |
| 18. | Winstbelastingen (-)/tegoeden | 222 |
| 19. | Componenten van niet-gerealiseerde resultaten (inclusief minderheidsbelangen) |
223 |
| 20. | Immateriële activa | 224 |
| 21. | Goodwill | 225 |
| 22. | Materiële vaste activa | 226 |
| 23. | Financiële en overige activa | 228 |
|---|---|---|
| 24. | Voorraden | 230 |
| 25. | Handelsvorderingen en overige vorderingen | 231 |
| 26. | Geldmiddelen en kasequivalenten | 232 |
| 27. | Kapitaal en reserves | 233 |
| 28. | Op aandelen gebaseerde betalingen | 233 |
| 29. | Leningen | 238 |
| 30. | Obligaties | 239 |
| 31. | Overige financiële verplichtingen | 240 |
| 32. | Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen |
241 |
| 33. | Personeelsbeloningen | 242 |
| 34. | Voorzieningen | 247 |
| 35. | Handels- en overige verplichtingen | 248 |
| 36. | Te betalen belastingen | 249 |
| 37. | Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht |
249 |
| 38. | Financiële instrumenten per categorie | 250 |
| 39. | Afgeleide financiële instrumenten | 252 |
| 40. | Leaseovereenkomsten | 254 |
| 41. | Winst per aandeel | 255 |
| 42. | Dividend per aandeel | 256 |
| 43. | Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen |
257 |
| 44. | Transacties met verbonden partijen | 259 |
| 45. | Gebeurtenissen na de balansdatum | 261 |
| 46. | UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd) | 261 |
1. Algemene informatie
UCB NV (UCB of "de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in twee belangrijke therapeutische gebieden, neurologie en immunologie.
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2020 omvat de Vennootschap en haar dochterbedrijven. Binnen de Groep hebben UCB Pharma NV, UCB S.R.O. en UCB Inc., allemaal 100% dochterondernemingen, bijkantoren, respectievelijk in het VK, Slovakije en Puerto Rico, die geïntegreerd zijn in hun rekeningen. UCB Biopharma SRL heeft op 12 november 2020 een nieuw bijkantoor in het VK opgericht. Het bijkantoor is operationeel vanaf 1 januari 2021.
UCB NV, de moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap die in België opgericht en gevestigd is.
De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te B-1070 Brussel, België. UCB NV is genoteerd op de beurs Euronext Brussels.
De Raad van bestuur heeft deze geconsolideerde jaarrekening en statutaire jaarrekening van UCB NV goedgekeurd voor publicatie op 25 februari 2021. De aandeelhouders zullen verzocht worden de statutaire jaarrekening van UCB NV goed te keuren op de algemene vergadering van 29 april 2021.
2. Huidige en verwachte impact van de COVID-19 situatie op de financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB
UCB heeft maatregelen genomen om de gezondheid en het welzijn van haar medewerkers en andere belangrijke belanghebbenden, met name haar patiënten, te beschermen, terwijl zij zich blijft richten op het verzekeren van bedrijfskritische activiteiten.
De directe impact van de COVID-19-pandemie op de financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB is beperkt gebleven.
De inkomsten van de UCB Groep werden beïnvloed door een tragere groei van nieuwe patiënten die UCB's geneesmiddelen gebruiken.
Er hebben zich geen verstoringen in de toeleveringsketens en/ of de productie voorgedaan. UCB heeft haar toeleveringsketen nauwlettend in de gaten gehouden voor de mogelijke impact op de aanvoer van haar geneesmiddelen over de hele wereld. UCB houdt strategische buffervoorraden aan en maakt gebruik van multi-sourcing voor belangrijke materialen in haar wereldwijde toeleveringsketen om de impact te beperken van onderbrekingen in de toelevering als gevolg van gebeurtenissen zoals de huidige uitbraak van het coronavirus. Het wereldwijde productie- en distributienetwerk van UCB is volledig operationeel gebleven en staat voortdurend in contact met haar wereldwijde netwerk van belangrijke leveranciers, productiepartners en distributeurs om potentiële risico's te identificeren en passende maatregelen te nemen om eventuele verstoringen te voorkomen. Er worden momenteel geen onderbrekingen in de levering van de producten van UCB verwacht. Naarmate deze wereldwijde situatie zich ontwikkelt, zal UCB de nodige stappen blijven ondernemen om de betrouwbare levering van haar geneesmiddelen veilig te stellen.
In maart heeft de zich ontwikkelende COVID-19-pandemie UCB ertoe gebracht de rekrutering van nieuwe patiënten in lopende klinische studies te onderbreken en de start van alle nieuwe studies uit te stellen. Dit heeft geleid tot enige vertraging van de klinische studies van UCB. Per eind mei 2020 is UCB begonnen met het opnieuw starten van de rekrutering voor klinische studies, inclusief de start van nieuwe studies, op klinische testlocaties die voldoen aan de herstartcriteria. De bijgewerkte tijdlijnen voor het klinisch ontwikkelingsprogramma van UCB zijn te vinden in het Overzicht van de bedrijfsprestaties onder 1.2 Belangrijke gebeurtenissen.
UCB zal de impact van COVID-19 op alle lopende klinische studies blijven monitoren en zal waar nodig veranderingen doorvoeren.
UCB heeft geen enkele verlichtings- of ondersteuningsmaatregel van de overheid of andere openbare instellingen aangevraagd. De COVID-19-situatie heeft de uitgaven voor de inkomstenbelastingen van UCB niet substantieel beïnvloed, maar UCB houdt voortdurend toezicht op mogelijke gevolgen.
UCB heeft niet genoten van COVID-19-gerelateerde huurconcessies. De wijzigingen van de IASB in IFRS 16 hebben derhalve geen gevolgen voor de boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten.
UCB heeft beoordeeld dat de COVID-19-situatie op dit moment geen indicatie heeft gegeven dat een actief mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan en is daarom tot de conclusie gekomen dat geen van de indicatoren voor bijzondere waardevermindering in IAS 36 in werking zijn getreden. Er is geen significant risico van materiële aanpassing van de boekwaarde van activa en verplichtingen ontstaan als gevolg van de COVID-19 pandemie.
UCB gebruikt een matrix om de voorziening voor levenslang verwachte kredietverliezen te bepalen. Als er echter een indicatie of aanwijzing van bijzondere waardevermindering is voor een specifieke vordering, zal een bijzondere waardevermindering worden opgenomen voor het bedrag van de levenslang verwachte kredietverliezen. In de raming van de verwachte kredietverliezen is rekening gehouden met toekomstgerichte informatie en de assumpties die gebruikt worden in het model voor het bepalen van de verwachte kredietverliezen zijn in de loop van de verslagperiode niet wezenlijk gewijzigd. Tot dusver zijn er geen aanwijzingen dat de COVID-19-pandemie gevolgen zal hebben voor de levenslange verwachte kredietverliezen op de vorderingen. Er is geen bijzondere waardevermindering voor specifieke vorderingen als gevolg van de pandemie geboekt.
De COVID-19-pandemie heeft geen grote invloed gehad op de liquiditeitspositie van de UCB Groep. De strategie voor het beheer van het liquiditeitsrisico is adequaat en gepast en is niet gewijzigd, en het was niet nodig om de dividenduitkering in 2020 te annuleren of te verminderen.
UCB heeft ook haar kredietrisicobeheerpraktijken niet gewijzigd wegens de COVID-19-pandemie.
De financiële risico's worden beschreven in Toelichting 5 en zijn niet materieel beïnvloed door de COVID-19-situatie. De toegang van UCB tot financiering onder haar bestaande kredietfaciliteiten werd niet beïnvloed door COVID-19. Er hebben zich in de verslagperiode geen wijzigingen voorgedaan in de bestaande voorwaarden van leningen of andere financiële verplichtingen.
Het vermogen van UCB om haar continuïteit te handhaven wordt niet in twijfel getrokken.
3. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving
De voornaamste grondslagen die toegepast werden om deze geconsolideerde jaarrekening op te stellen, worden hierna uiteengezet. Deze grondslagen werden consequent toegepast voor alle weergegeven jaren, tenzij anders vermeld.
3.1 Grondslag voor de opstelling
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS-normen) en interpretaties gepubliceerd door de IFRS Interpretatiecommissie (IFRS IC) zoals deze goedgekeurd werden door de Europese Unie per 31 december 2020.
Voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met de IFRS-normen zijn bepaalde kritische schattingen nodig. Het vereist tevens dat de directie haar beoordelingsvermogen gebruikt in de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. De domeinen die een hoger niveau van beoordeling of complexiteit met zich meebrengen, of domeinen waarin de veronderstellingen en schattingen belangrijk zijn voor de geconsolideerde jaarrekening, worden in Toelichting 4 verduidelijkt.
3.2 Nieuwe en verbeterde standaarden aangenomen door de Groep
Bepaalde wijzigingen aan standaarden zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2020. De Groep diende echter haar grondslagen voor financiële verslaggeving niet aan te passen en diende ook geen retroactieve aanpassingen te doen ten gevolge van de toepassing van deze wijzigingen en verbeteringen aan de standaarden. De wijzigingen in IFRS 3 Bedrijfscombinaties – Definitie van een bedrijf werden door UCB toegepast bij de beoordeling of de overnames gedaan in 2020 (zie Toelichting 8) moeten worden beschouwd als overnames van een bedrijf. Het resultaat van deze beoordelingen is onder de gewijzigde richtlijnen niet anders geweest. UCB heeft besloten om de optionele concentratietest niet uit te voeren die is toegestaan onder de gewijzigde richtlijnen.
UCB heeft de vrijstellingen toegepast zoals voorzien in de wijzigingen aan IFRS 9 Financiële instrumenten en IFRS 7 Financiële instrumenten: toelichtingen – Rentebenchmarkhervorming op haar renteswaps (kasstroomafdekkingen) met een actueel nominaal bedrag van USD 1 470 miljoen en renteswaps (reëlewaardeafdekkingen) met een nominaal bedrag van EUR 725 miljoen. Zoals voorzien in de wijzigingen, is UCB ervan uitgegaan dat de rentevoet waarop de afgedekte kasstromen gebaseerd zijn (USD LIBOR en/of EURIBOR), niet verandert als gevolg van de hervorming. Wanneer de afgedekte kasstromen als gevolg van IBOR-hervorming zouden veranderen, zal dit er dus niet toe leiden dat de test met betrekking tot 'zeer waarschijnlijk' niet wordt doorstaan. Bovendien gaat UCB uit, zoals bepaald in de wijzigingen, van een minimale ineffectiviteit als gevolg van veranderingen in de kasstromen als gevolg van de IBORhervorming. Hierdoor wordt de economische relatie tussen de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument niet beïnvloed. Voor de reële-waardeafdekkingen van vastrentende schulden heeft UCB de vrijstelling toegepast die is voorzien in de wijziging van IFRS 9 met betrekking tot het feit dat de risicocomponent alleen afzonderlijk identificeerbaar hoeft te zijn bij de eerste aanmerking van de afdekking. De overgang naar de nieuwe referentietarieven van de benchmarks is het voorwerp van een multidisciplinair project, dat tot doel heeft de veranderingen van de systemen, processen en waarderingsmodellen te bestrijken en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de bestaande afdekkingen en de onderliggende "fallback languages" voor de blootstelling op elkaar afgestemd blijven. Verwacht wordt dat het operationeel zal zijn tegen de termijnen van de respectieve hervormingen (eind 2021).
3.3 Nieuwe standaarden en wijzigingen aan standaarden die nog niet werden toegepast
Er zijn geen andere standaarden of wijzigingen of verbeteringen aan bestaande standaarden die door de IASB zijn uitgevaardigd die nog niet van kracht zijn en waarvan verwacht kan worden dat ze een materiële impact op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep hebben.
3.4 Consolidatie
3.4.1 Dochterondernemingen
Dochterondernemingen zijn alle entiteiten (waaronder gestructureerde entiteiten) waarover de Groep zeggenschap heeft. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit wanneer de Groep blootgesteld is aan, of recht heeft op, variabele inkomsten van de entiteit en de mogelijkheid heeft om haar macht over de entiteit uit te oefenen teneinde de hoogte van de variabele inkomsten te beïnvloeden. Dochterondernemingen worden volledig geconsolideerd vanaf de datum waarop de zeggenschap aan de Groep wordt overgedragen. Ze worden gedeconsolideerd vanaf de datum waarop die zeggenschap eindigt. Bedrijfscombinaties worden door de Groep administratief verwerkt volgens de overnamemethode. De waarde die wordt overgedragen voor de overname van een dochteronderneming is gelijk aan de som van de reële waarden van de overgedragen activa, de aangegane verbintenissen en de deelnemingen die door de Groep worden uitgegeven. De waarde die wordt overgedragen omvat de reële waarde van om het even welke actief- of passiefpost die voortvloeit uit een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst. Overnamegerelateerde kosten worden geboekt in de winsten verliesrekening naarmate ze worden opgelopen. In een bedrijfscombinatie verworven identificeerbare activa en aangegane verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Voor elke overname boekt de Groep enig minderheidsbelang in de overgenomen partij tegen reële waarde of tegen het evenredige deel in de netto activa van de overgenomen partij.
Voorwaardelijke vergoedingen die door de Groep moeten worden overgedragen, worden geboekt tegen reële waarde op de overnamedatum. Latere wijzigingen van de reële waarde van de voorwaardelijke vergoedingen die verondersteld worden een actief of verplichting te zijn, worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Voorwaardelijke vergoedingen geclassificeerd als eigen vermogen worden niet opnieuw gewaardeerd, en de daaropvolgende afwikkeling wordt verwerkt binnen eigen vermogen.
Goodwill wordt initieel gewaardeerd als het positieve verschil tussen enerzijds het totaal van de overgedragen vergoedingen en de reële waarde van minderheidsbelangen en anderzijds de netto verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen. Indien deze vergoeding minder is dan de reële waarde van de netto-activa van de overgenomen dochteronderneming, dan wordt het verschil in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Intragroepstransacties, intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten op transacties tussen groepsmaatschappijen worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig, zijn de grondslagen voor financiële verslaggeving van dochterondernemingen gewijzigd om consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen te verzekeren.
3.4.2 Wijzigingen in de eigendomsbelangen in dochterondernemingen zonder wijziging van zeggenschap
De Groep beschouwt transacties met minderheidsbelangen, die niet resulteren in een verlies van zeggenschap, als transacties met aandeelhouders van de Groep. Voor aankopen van minderheidsbelangen wordt het verschil tussen de prijs die betaald werd en het overeenstemmende verworven aandeel tegen de boekwaarde van de netto-activa van de dochteronderneming opgenomen in het eigen vermogen. Ook winst of verlies uit de verkoop aan minderheidsbelangen wordt opgenomen in het eigen vermogen.
3.4.3 Verkoop van dochterondernemingen
Wanneer de Groep niet langer de controle heeft, wordt een eventueel behouden belang in de entiteit geherwaardeerd tegen reële waarde, en wordt het verschil met de boekwaarde in de winst- en verliesrekening opgenomen. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een geassocieerde deelneming, joint venture of financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.
3.4.4 Geassocieerde deelnemingen
Geassocieerde deelnemingen zijn bedrijven waarop de Groep een invloed van betekenis heeft maar waarover de Groep geen zeggenschap heeft. Dit zal in het algemeen het geval zijn wanneer de Groep tussen 20% en 50% van de stemrechten bezit. Investeringen in geassocieerde deelnemingen worden geboekt in overeenstemming met de vermogensmutatiemethode en initieel opgenomen tegen kostprijs. De boekwaarde wordt vermeerderd of verminderd, voor het opnemen van het aandeel van de investeerder, na de overnamedatum, in de winst of het verlies van de entiteit waarin is geïnvesteerd. De investeringen van de Groep in geassocieerde deelnemingen omvatten goodwill die bij de overname werd geïdentificeerd.
Wanneer de Groep stopt met het boeken van een deelneming onder de vermogensmutatiemethode ten gevolge van een verlies van invloed van betekenis, wordt het eventueel behouden belang in deze deelneming geherwaardeerd tegen reële waarde waarbij het verschil met de boekwaarde in de winst- en verliesrekening wordt geboekt. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.
Indien het eigendomsbelang in een geassocieerde deelneming wordt gereduceerd maar een invloed van betekenis behouden blijft, wordt slechts een evenredig gedeelte van de eerder in nietgerealiseerde resultaten geboekte bedragen overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.
Het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming na de overname wordt geboekt in de winst- en verliesrekening en haar aandeel in de bewegingen van de nietgerealiseerde resultaten wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten, met een overeenkomstige aanpassing van de boekwaarde van de investering. De cumulatieve bewegingen na de overname worden geboekt tegenover de boekwaarde van de investering. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming haar belangen in de geassocieerde deelneming evenaart of overschrijdt, inclusief andere ongedekte vorderingen, boekt de Groep geen verdere verliezen, behalve als ze verplichtingen heeft opgelopen of betalingen heeft verricht in naam van de geassocieerde deelneming.
De boekwaarde van de geassocieerde deelnemingen wordt onderzocht op bijzondere waardeverminderingen in overeenstemming met de richtlijnen zoals beschreven in Toelichting 3.10. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen de Groep en haar geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep in de geassocieerde deelnemingen. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig zijn de grondslagen voor de financiële verslaggeving van geassocieerde deelnemingen gewijzigd om de consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen voor financiële verslaggeving te verzekeren.
Verwateringswinsten en -verliezen uit investeringen in geassocieerde deelnemingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt.
3.4.5 Belangen in gezamenlijke activiteiten
Een gezamenlijke activiteit is een gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen, of de joint operators die gezamenlijke zeggenschap hebben over de overeenkomst, rechten hebben op de activa, en verplichtingen hebben ten aanzien van de passiva, met betrekking tot de overeenkomst. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afgesproken delen van de zeggenschap over een overeenkomst en bestaat slechts wanneer beslissingen over relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de zeggenschap delen.
Bij het verrichten van activiteiten op grond van gezamenlijke activiteiten boekt de Groep met betrekking tot haar belang in een gezamenlijke activiteit:
- haar activa, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijk aangehouden activa;
- haar verplichtingen, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijk aangegane verplichtingen;
- haar opbrengsten uit de verkoop van haar aandeel in de output van de gezamenlijke activiteiten;
- haar aandeel in de opbrengsten uit de verkoop van de output van de gezamenlijke activiteiten;
- haar kosten, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijke kosten.
Wanneer een entiteit van de Groep transacties verricht met een gezamenlijke activiteit waarbij die entiteit joint operator is, wordt de Groep geacht de transacties te verrichten met de andere partijen bij de gezamenlijke activiteit en worden uit de transacties voortvloeiende winsten en verliezen slechts opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep ten belope van de belangen van de andere partijen in de gezamenlijke activiteit.
3.5 Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één bedrijfssegment, nl. biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert.
3.6 Omrekening van vreemde valuta
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening werden de volgende belangrijke wisselkoersen gebruikt:
| Gemiddelde koers | Gemiddelde koers | |||
|---|---|---|---|---|
| 2020 | 2019 | 2020 | 2019 | |
| US\$ | 1,223 | 1,123 | 1,140 | 1,119 |
| JPY | 126 280 | 121 960 | 121 762 | 121 993 |
| GBP | 0,896 | 0,847 | 0,889 | 0,877 |
| CHF | 1,082 | 1,085 | 1,070 | 1,112 |
De slotkoersen zijn de spotkoersen op 31 december 2020 en 31 december 2019.
3.6.1 Functionele en presentatievaluta
De posten in de enkelvoudige jaarrekening van elk van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd met behulp van de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in euro (€), zijnde de functionele valuta van de Vennootschap en de presentatievaluta van de Groep.
3.6.2 Transacties en saldi
Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta aan de hand van de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Wisselkoerswinsten en -verliezen die voortvloeien uit de afwikkeling van dergelijke transacties en uit de omrekening van monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta uitgedrukt zijn aan het einde van het jaar, worden in de winsten verliesrekening opgenomen onder Financiële opbrengsten of Financiële kosten (Toelichting 17), behalve wanneer het gaat om bedragen die worden uitgesteld in niet-gerealiseerde resultaten, zoals kwalificerende kasstroomafdekkingen en kwalificerende afdekkingen van netto-investeringen of wanneer deze toe te schrijven zijn aan een deel van de netto-investering in een buitenlandse activiteit.
Wisselkoersverschillen op monetaire financiële activa in vreemde valuta die aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden gewaardeerd, worden deels in de winst- en verliesrekening en deels in niet-gerealiseerde resultaten opgenomen. Voor het erkennen van wisselkoerswinsten en -verliezen overeenkomstig IAS 21 worden de activa behandeld alsof ze aangehouden worden aan geamortiseerde kostprijs in de vreemde valuta. Bijgevolg worden wisselkoersverschillen op de geamortiseerde kostprijs en voortvloeiend uit veranderingen in de geamortiseerde kostprijs (zoals rente berekend volgens de effectieverentemethode en bijzondere waardeverminderingsverliezen) in de winst- en verliesrekening opgenomen. Alle andere winsten en verliezen (d.w.z. veranderingen in de reële waarde, met inbegrip van wisselkoersverschillen daarop) worden opgenomen in nietgerealiseerde resultaten.
Wisselkoersverschillen op een in vreemde valuta uitgedrukt niet-monetair financieel actief gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten als deel van de toename of afname van de reële-waarde.
3.6.3 Groepsvennootschappen
De resultaten en de financiële positie van alle entiteiten van de Groep (waarvan geen enkele een valuta van een hyperinflatoire economie heeft) die een functionele valuta hebben die verschilt van de presentatievaluta, worden als volgt naar de presentatievaluta omgerekend:
- de activa en passiva voor elke gepresenteerde balans worden omgerekend aan de slotkoers op de datum van die balans;
- de opbrengsten en kosten voor elke winst- en verliesrekening worden omgerekend aan de gemiddelde wisselkoersen (tenzij dit gemiddelde geen redelijke benadering is van het cumulatief effect van de koersen die van kracht zijn op de transactiedata; in dat geval worden de opbrengsten en de kosten omgerekend aan de koersen op de transactiedata); en
- alle daaruit voortvloeiende wisselkoersverschillen worden geboekt in niet-gerealiseerde resultaten (vermeld als "cumulatieve omrekeningsverschillen").
Voor de consolidatie worden wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de netto-investering in buitenlandse bedrijfsactiviteiten en van leningen en andere valutainstrumenten die bedoeld zijn als afdekkingen van dergelijke investeringen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten. Wanneer buitenlandse bedrijfsactiviteiten gedeeltelijk of volledig worden vervreemd of verkocht, worden de wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen vermogen, in de winst- en verliesrekening opgenomen als een winst of verlies op de verkoop.
Goodwill en reële waarde-aanpassingen bij de overname van een buitenlandse entiteit worden behandeld als activa en passiva van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers omgerekend.
3.7 Opbrengsten
Opbrengsten worden erkend als de zeggenschap over een goed of dienst wordt overgedragen aan een klant.
3.7.1 Netto-omzet
Netto-omzet omvat de opbrengsten die erkend worden als gevolg van de overdracht van zeggenschap over goederen aan de klant.
Het bedrag van de erkende opbrengsten is het bedrag dat werd toegewezen aan de prestatieverplichting die vervuld werd met inachtname van de variabele vergoeding. Het geraamde bedrag van de variabele vergoeding wordt opgenomen in de transactieprijs voor zover dat het zeer waarschijnlijk is dat er zich geen significante tegenboeking zal voordoen in het bedrag van de erkende cumulatieve opbrengsten zodra de onzekerheid verbonden aan de variabele vergoeding vervolgens opgelost is. De variabele vergoeding die in de transactieprijs is opgenomen, heeft betrekking op verkoopretouren, rabatten, commerciële kortingen en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (chargebacks) toegekend aan verschillende klanten en die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma's, inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate", "Federal Medicare" in de VS en andere alsook op de extra heffingen op de vergoeding van Amerikaanse merkgeneesmiddelen op voorschrift in de VS. Een verplichting wordt erkend voor verwachte verkoopretouren, rabatten, commerciële kortingen en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (chargebacks) of andere terugbetalingen die direct of indirect worden gedaan ten aanzien van klanten met betrekking tot de gerealiseerde verkopen tot het einde van de verslagperiode. De betalingsvoorwaarden kunnen verschillend zijn van contract tot contract maar er wordt geacht dat er geen financieringselement aanwezig is. Bijgevolg wordt de transactieprijs niet aangepast voor de effecten van een significante financieringscomponent. Zodra de zeggenschap over de producten is overgedragen aan de klant wordt een vordering erkend aangezien dit het tijdstip is waarop de vergoeding onvoorwaardelijk is, aangezien enkel het verstrijken van de tijd nog vereist is voordat de betaling verschuldigd is.
De transactieprijs wordt aangepast voor elke te betalen vergoeding aan de klant (direct of indirect) die economisch gelinkt is aan de opbrengsten uit een contract aangegaan met een klant tenzij een betaling wordt gedaan voor onderscheiden diensten ontvangen van de klant. In het laatste geval wordt de reële waarde van de ontvangen diensten geraamd en opgenomen onder de marketingen verkoopkosten.
Het bedrag van de variabele vergoeding wordt geraamd op basis van historische ervaring en de specifieke bepalingen in de individuele overeenkomsten.
De netto-omzet wordt weergegeven exclusief btw, andere omzet-gerelateerde belastingen of enige andere bedragen die worden geïnd voor rekening van derden, zoals de overheid of overheidsinstellingen.
3.7.2 Royaltyinkomsten
Royalty's gebaseerd op omzet die voortvloeien uit het in licentie geven van intellectuele eigendom worden erkend als de daaropvolgende onderliggende verkopen plaatsvinden op voorwaarde dat de prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is op dat moment.
3.7.3 Overige opbrengsten
De overige opbrengsten omvatten opbrengsten uit licentieen winstdelingsovereenkomsten, evenals opbrengsten uit contractproductie overeenkomsten. De onderliggende prestatieverplichtingen kunnen vervuld zijn op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de specifieke situatie.
Voor de prestatieverplichtingen die vervuld worden over een bepaalde periode, worden de opbrengsten erkend gebaseerd op een patroon dat het best de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant reflecteert. Gewoonlijk wordt deze vooruitgang gemeten op basis van een input-methode waarbij de opgelopen kosten en uren in verhouding tot het totaal van de verwachte op te lopen kosten en uren gebruikt wordt als een basis.
Elke variabele vergoeding die beloofd werd in ruil voor een licentie of intellectuele eigendom en die gebaseerd is op het bereiken van bepaalde omzetdoelen wordt op dezelfde manier geboekt als de royalty's gebaseerd op omzet. Dit is namelijk op het moment dat de gerelateerde verkopen plaatsvinden op voorwaarde dat de betreffende prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is.
Elke variabele vergoeding zoals een ontwikkelingsmijlpaalbetaling die beloofd werd in ruil voor ontwikkelingsactiviteiten of intellectuele eigendom die in licentie werd gegeven, wordt enkel opgenomen in de transactieprijs zodra het zeer waarschijnlijk is dat de gerelateerde mijlpaal zal worden behaald, hetgeen dan resulteert in een inhalingsbeweging van opbrengsten op dat moment voor alle prestaties tot op dat moment.
Vooruitbetalingen of licentierechten waarvoor er navolgende prestatieverplichtingen zijn, worden aanvankelijk opgenomen als uitgestelde opbrengsten en worden als opbrengsten erkend wanneer de prestatieverplichtingen vervuld zijn over de periode van de ontwikkelingssamenwerking of de productieverplichting.
3.7.4 Rentebaten
Rente wordt proportioneel met de tijd opgenomen, rekening houdend met het effectieve rendement van het actief.
3.7.5 Dividendinkomsten
Dividenden worden opgenomen op het moment dat de aandeelhouder het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.
3.8 Kostprijs van de omzet
De kostprijs van de omzet omvat voornamelijk de directe productiekosten, de daarmee verband houdende indirecte productiekosten en de afschrijvingen van de gerelateerde immateriële activa, alsook verleende diensten. Opstartkosten worden als kosten opgenomen op het moment dat ze gemaakt worden. Royaltylasten die rechtstreeks verband houden met verkochte goederen worden opgenomen in "kostprijs van verkochte goederen".
3.9 Onderzoek en ontwikkeling
3.9.1 Intern gegenereerde immateriële activa, uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling
Alle interne onderzoekskosten worden als lasten opgenomen naarmate ze gemaakt worden. Interne ontwikkelingskosten worden enkel geactiveerd als ze voldoen aan de opnamecriteria van IAS 38 "Immateriële activa". Vanwege de lange ontwikkelingsperiodes en aanzienlijke onzekerheden in verband met de ontwikkeling van nieuwe producten (zoals de risico's met betrekking tot het resultaat van klinische proeven alsook de kans op officiële goedkeuring) werd geconcludeerd dat de interne ontwikkelingskosten van de Groep over het algemeen niet in aanmerking komen voor activering als immateriële activa. Op 31 december 2020 voldeden geen interne ontwikkelingskosten aan de opnamecriteria.
3.9.2 Verworven immateriële activa
Betalingen voor de verwerving van lopende onderzoeksen ontwikkelingsprojecten via licentieovereenkomsten, bedrijfscombinaties of afzonderlijke aankopen van activa worden als immateriële activa geactiveerd, op voorwaarde dat deze afzonderlijk identificeerbaar zijn, door de Groep gecontroleerd worden en naar verwachting toekomstige economische voordelen zullen opleveren. Vermits afzonderlijk verworven onderzoeks- en ontwikkelingsactiva steeds geacht worden te voldoen aan het waarschijnlijkheidscriterium van IAS 38 en het bedrag van de betalingen betrouwbaar kan worden bepaald, worden vooruitbetalingen en mijlpaalbetalingen aan derden voor farmaceutische producten of compounds waarvoor de goedkeuring om deze op de markt te brengen nog niet door de regelgevende instanties verleend werd, geboekt als immateriële activa. Ze worden lineair afgeschreven over hun geschatte levensduur zodra de producten gecommercialiseerd worden.
3.10 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa
Op elke verslagdatum beoordeelt de Groep de boekwaarde van haar immateriële activa, goodwill, materiële vaste activa en geassocieerde deelnemingen om na te gaan of er aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering bestaan. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat om de omvang van het bijzonder waardeverminderingsverlies te bepalen. Ongeacht of er al dan niet aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering zijn, vindt jaarlijks een evaluatie plaats van de nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en van de goodwill. Deze activa worden niet afgeschreven. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt geboekt voor het bedrag waarmee de boekwaarde van het actief zijn realiseerbare waarde overtreft.
Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde van een individueel actief te schatten, schat de Groep de realiseerbare waarde van de kasstroomgegenererende eenheid (KGE) waartoe het actief behoort. De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de reële waarde verminderd met de kosten voor de verkoop en de bedrijfswaarde. Om de bedrijfswaarde te bepalen, hanteert de Groep schattingen van toekomstige kasstromen die door het actief of de kasstroomgenererende eenheid worden gegenereerd, waarbij ze dezelfde methoden volgt die worden gebruikt bij de initiële waardering van het actief of de kasstroomgenererende eenheid en zich baseert op de plannen van elke bedrijfsactiviteit op middellange termijn. De geschatte kasstromen worden verdisconteerd op basis van een passende rentevoet, die de huidige marktevaluaties van de tijdswaarde van geld weerspiegelen, en de risico's die inherent zijn aan het actief of de kasstroomgenererende eenheid.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa". Voor niet-financiële activa, andere dan de goodwill, die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, wordt op elke verslagdatum beoordeeld of een terugname van het bijzonder waardeverminderingsverlies noodzakelijk is. De terugname van de bijzondere waardevermindering wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt enkel teruggenomen voor zover de boekwaarde van het actief niet hoger ligt dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na aftrek van de afschrijvingen, indien er geen bijzonder waardeverminderingsverlies was geboekt. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden nooit teruggenomen.
Immateriële activa worden product per product (d.w.z. per compound) of in voorkomend geval per indicatie, beoordeeld voor een bijzondere waardevermindering.
3.11 Reorganisatiekosten, overige baten en lasten
De uitgaven die door de Groep worden gedaan met het oog op een betere positionering om het hoofd te bieden aan de economische omgeving waarin ze opereert, zijn in de winst- en verliesrekening als "reorganisatiekosten" opgenomen.
De minderwaarden en meerwaarden uit de verkoop van immateriële activa, andere dan activa in ontwikkelingsfase, of materiële vaste activa, en verhogingen of terugnemingen van voorzieningen voor geschillen, andere dan belastinggeschillen of geschillen met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als 'overige baten en lasten'.
3.12 Winstbelastingen
De belastingkost voor de periode omvat de verschuldigde en uitgestelde winstbelastingen. Belastingkosten worden geboekt in de winst- en verliesrekening, behalve wanneer ze betrekking hebben op posten die opgenomen zijn in de niet-gerealiseerde resultaten of direct in het eigen vermogen. Indien bepaalde bedragen opgenomen worden in de niet-gerealiseerde resultaten of in het eigen vermogen, wordt de belasting erop eveneens geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten of, desgevallend, direct in het eigen vermogen.
Voor de grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt verwezen naar Toelichting 3.13.2 onder Overheidssubsidies.
De over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting wordt berekend op basis van de fiscale wetgeving die van kracht is of wezenlijk van kracht is op de balansdatum in de landen waar de dochterondernemingen van de Vennootschap actief zijn en belastbare winsten genereren.
De verschuldigde en terug te vorderen winstbelastingen worden gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om deze te compenseren en de intentie bestaat om het saldo op netto basis af te handelen of om de belastingvorderingen en -schulden gelijktijdig te realiseren.
De uitgestelde winstbelasting wordt, volgens de balansmethode, erkend op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de geconsolideerde jaarrekening en de overeenkomstige fiscale waarde die bij de berekening van de belastbare winst wordt gebruikt.
De uitgestelde belastingverplichtingen worden doorgaans geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen, en uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst fiscale winsten beschikbaar zullen zijn die aangewend kunnen worden voor het verrekenen van aftrekbare tijdelijke verschillen, overgedragen belastingkredieten en overgedragen verliezen. Uitgestelde winstbelastingen worden niet erkend indien zij ontstaan bij de eerste boeking van goodwill of uit de eerste boeking van een actief of een verplichting in een transactie (andere dan bij een bedrijfscombinatie) die op het ogenblik van de transactie noch de boekhoudkundige winst, noch de belastbare winst beïnvloedt.
De boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen wordt op elke balansdatum beoordeeld en wordt verlaagd in zoverre het niet langer waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winsten beschikbaar zullen zijn om het mogelijk te maken het voordeel van die uitgestelde belastingvordering geheel of gedeeltelijk aan te wenden.
Uitgestelde winstbelasting wordt berekend tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn in de periode waarin de verplichting afgewikkeld wordt of de vordering gerealiseerd wordt. De Groep houdt enkel rekening met fiscale wetgeving die wezenlijk van kracht is bij de raming van het bedrag van de uitgestelde winstbelastingen dat erkend dient te worden. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden niet verdisconteerd.
Er worden geen uitgestelde belastingverplichting en -vorderingen erkend voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en fiscale waarde van investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten indien de Vennootschap in staat is om het tijdstip van de tegenboeking van de tijdelijke verschillen te controleren en een tegenboeking van de verschillen in de nabije toekomst onwaarschijnlijk is.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden alleen gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde en terug te vorderen winstbelasting te compenseren en indien de uitgestelde winstbelastingen betrekking hebben op dezelfde belastbare entiteit en dezelfde belastingautoriteit.
3.13 Overheidssubsidies
Overheidssubsidies worden erkend tegen reële waarde indien er een redelijke zekerheid bestaat dat deze subsidies ontvangen zullen worden en dat de Groep zal voldoen aan alle voorwaarden die eraan verbonden zijn.
3.13.1 Terugvorderbare voorschotten ontvangen van de overheid
De Groep ontvangt contante betalingen van de overheid om hiermee bepaalde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gedeeltelijk te financieren. De betalingen ontvangen van de overheid dienen door de Groep terugbetaald te worden indien zij beslist om de resultaten van de onderzoeksfase van het betreffende project verder te exploiteren en commercialiseren. Indien de Groep beslist om niet verder te gaan met de resultaten van de onderzoeksfase, dienen de ontvangen voorschotten niet terugbetaald te worden. In dit geval dienen de rechten op de onderzoeksresultaten overgedragen te worden aan de overheid. Wanneer de Groep deze voorschotten ontvangt, worden deze opgenomen onder de langlopende verplichtingen. Alleen wanneer er voldoende zekerheid bestaat dat de Groep deze voorschotten niet zal moeten terugbetalen, worden deze voorschotten als overheidssubsidies erkend en opgenomen in "Overige bedrijfsbaten". Meer bepaald is dit op het ogenblik dat de overheid de ontvangst van de onderzoeksresultaten bevestigt alsook hun akkoord met de beslissing van de Groep om niet verder te gaan met het onderzoek.
3.13.2 Belastingkrediet voor O&O
Het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt beschouwd als een overheidssubsidie voor investeringen in vaste activa indien er geen bijkomende relevante voorwaarden moeten voldaan worden die niet direct gerelateerd zijn aan deze activa. Het belastingkrediet wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening evenredig met de kosten die het krediet beoogt te compenseren. Indien het belastingkrediet ontvangen werd om onderzoeks- en ontwikkelingskosten die niet worden geactiveerd, te compenseren, wordt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling opgenomen in de winst- en verliesrekening op het zelfde moment en in mindering van de betreffende onderzoeksen ontwikkelingskosten opgenomen onder "onderzoeks- en ontwikkelingskosten". Indien het belastingkrediet ontvangen werd om afschrijvingen op immateriële activa zoals bv. licenties te compenseren, wordt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling erkend in de winst- en verliesrekening over de (resterende) gebruiksduur van het actief en opgenomen onder "Overige bedrijfsbaten".
Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat niet kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt als een uitgestelde belastingvordering geboekt. In dit geval kan het belastingkrediet voor O&O ofwel (i) worden ontvangen in de vorm van een teruggave van belastingen in contanten na de wettelijk voorgeschreven wachttijd, ofwel (ii) worden verrekend met toekomstige belastbare inkomsten. Indien het belastingkrediet voor O&O niet terugbetaalbaar is door de belastingautoriteiten, wordt de recupereerbaarheid van de uitgestelde belastingvordering op regelmatige basis geëvalueerd net zoals voor de andere uitgestelde belastingvorderingen. Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt in mindering gebracht van de schuld voor te betalen belastingen.
3.14 Immateriële activa
3.14.1 Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa
Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa (gezamenlijk "immateriële activa" genoemd) worden opgenomen tegen historische kostprijs. Immateriële activa die zijn verworven door een bedrijfscombinatie worden geboekt tegen de reële waarde op de overnamedatum.
Immateriële activa (behalve goodwill) worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. In het geval van een licentie gerelateerd aan een compound of een product, wanneer het product (dat de compound bevat) voor het eerst gecommercialiseerd wordt). De geschatte gebruiksduur is gebaseerd op de kortste van enerzijds de economische gebruiksduur (gewoonlijk tussen 5 en 20 jaar) en anderzijds de looptijd van het contract. Immateriële activa (met uitzondering van goodwill) worden geacht een bepaalde economische gebruiksduur te hebben. Bijgevolg zijn er geen immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur geïdentificeerd.
3.14.2 Computersoftware
Verworven licenties voor computersoftware worden geactiveerd op basis van de kostprijs die betaald werd voor de verwerving en ingebruikstelling van de specifieke software. Deze kosten worden lineair afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur (3 tot 5 jaar).
3.15 Goodwill
Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen en vertegenwoordigt het verschil tussen de overgedragen vergoeding en de belangen van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen onderneming en de reële waarde van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming.
Goodwill wordt aanvankelijk opgenomen als een actief tegen kostprijs en wordt daarna gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Goodwill die voortvloeit uit de overname van dochterondernemingen wordt apart in de balans opgenomen, terwijl goodwill die ontstaat door de overname van geassocieerde deelnemingen, wordt opgenomen in de investering in geassocieerde deelnemingen.
UCB is werkzaam in één segment en heeft bijgevolg één kasstroomgenererende eenheid voor de test op bijzondere waardeverminderingen.
Aangezien goodwill geacht wordt een onbepaalde gebruiksduur te hebben, wordt deze jaarlijks en telkens wanneer er een indicatie voor een bijzondere waardevermindering is, getoetst op bijzondere waardeverminderingen door het vergelijken van de boekwaarde met de realiseerbare waarde. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid kleiner is dan de boekwaarde van de eenheid, wordt het bijzonder waardeverminderingsverlies eerst toegewezen aan de goodwill van de kasstroomgenererende eenheid en wordt het vervolgens op een evenredige basis aan de andere activa van de eenheid toegewezen op basis van de boekwaarde van elk actief in de eenheid. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden niet teruggenomen.
Bij afstoting van een dochteronderneming of geassocieerde deelneming wordt het toe te rekenen bedrag van de goodwill opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies uit de afstoting van de entiteit.
Indien de reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen de kostprijs van de bedrijfscombinatie overschrijdt, wordt het positieve verschil dat na herbeoordeling overblijft direct in de winst- en verliesrekening opgenomen.
3.16 Materiële vaste activa
Alle materiële vaste activa worden geboekt tegen kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen, behalve materiële vaste activa in aanbouw die geboekt worden tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
De kosten omvatten alle rechtstreeks toerekenbare kosten om het actief gebruiksklaar te maken voor zijn beoogde gebruik.
Aangekochte software die integraal deel uitmaakt van de functionaliteit van de betreffende uitrusting wordt als onderdeel van die uitrusting geactiveerd.
Financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerkend komend actief, worden geactiveerd als onderdeel van de kostprijs van dat actief.
Kosten na eerste opname worden enkel opgenomen in de boekwaarde van het actief of als afzonderlijk actief erkend, naargelang het geval, wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die hieraan verbonden zijn naar de Groep zullen vloeien en wanneer de kostprijs ervan op een betrouwbare wijze kan worden bepaald. Alle overige kosten voor herstel en onderhoud worden als lasten opgenomen wanneer ze zich voordoen.
Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode om de kosten van activa, uitgezonderd terreinen en vaste activa in aanbouw, toe te kennen aan hun restwaarde over hun geschatte gebruiksduur. De afschrijving begint wanneer het actief gebruiksklaar is. Terreinen worden niet afgeschreven.
De restwaarde en de gebruiksduur van een actief worden ten minste aan het eind van elk boekjaar opnieuw bekeken en indien de verwachtingen afwijken van de vorige schattingen, wordt (worden) de wijziging(en) administratief verwerkt als (een) schattingswijziging(en) in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten.
De volgende gebruiksduren zijn van toepassing op de voornaamste categorieën van materiële vaste activa:
| Gebouwen | 20–33 jaar |
|---|---|
| Machinepark | 7 – 15 jaar |
| Laboratoriummateriaal | 7 jaar |
| Prototypemateriaal | 3 jaar |
| Meubilair | 7 jaar |
| Voertuigen | 5 – 7 jaar |
| Computermateriaal | 3 jaar |
| Gebruiksrechten van activa | Levensduur van de activa of indien korter, de leasetermijn |
Winst en verlies uit verkopen worden bepaald op basis van de vergelijking tussen de ontvangsten uit de verkoop en de boekwaarde, en worden in de winst- en verliesrekening onder "overige baten en lasten" geboekt.
Vastgoedbeleggingen betreffen terreinen en gebouwen die aangehouden worden om huuropbrengsten te genereren. Deze activa worden aanvankelijk geboekt tegen kostprijs en worden afgeschreven op een lineaire basis over hun geschatte gebruiksduur. De onderliggende gebruiksduur komt overeen met die van materiële vaste activa die aangewend worden voor eigen gebruik. Gezien het geringe bedrag van vastgoedbeleggingen, worden deze niet afzonderlijk op de balans vermeld.
3.17 Leaseovereenkomsten
De Groep huurt verschillende gebouwen, uitrustingen en wagens en de huurovereenkomsten worden meestal afgesloten voor een vaste korte- of lange-termijn periode. De huurvoorwaarden worden op een individuele basis onderhandeld en omvatten een breed scala van verschillende algemene voorwaarden. De leaseovereenkomsten leggen geen convenanten op maar de geleasede activa mogen niet gebruikt worden als zekerheid voor leningsdoeleinden.
Leaseovereenkomsten worden opgenomen als een gebruiksrecht van activa en overeenkomstige verplichting op de datum waarop het geleasede actief beschikbaar is voor gebruik door de Groep. Elke leasebetaling wordt opgesplitst in enerzijds de terugbetaling van de verplichting en anderzijds een financiële kost. De financiële kost wordt toegerekend aan de winst- en verliesrekening over de periode van de leaseovereenkomst zodat een constante periodieke interestvoet wordt gegenereerd op het uitstaand saldo van de verplichting voor elke periode. Het gebruiksrecht van activa wordt lineair afgeschreven over het kortste van de gebruiksduur van het actief of de leaseperiode.
De activa en verplichtingen voortvloeiend uit een leaseovereenkomst worden aanvankelijk gewaardeerd op basis van een contante waarde. Leaseverplichtingen omvatten de netto contante waarde van de volgende leasebetalingen:
- vaste betalingen (inclusief in wezen vaste betalingen), verminderd met alle te ontvangen huurvoordelen;
- variabele leasebetalingen die gebaseerd zijn op een index of een tarief.
Er zijn geen leaseovereenkomsten waarvoor de Groep verwacht een bepaald bedrag te moeten betalen als gegarandeerde restwaarde of om een aankoopoptie uit te oefenen waarbij het redelijk zeker is dat de Groep deze optie zal uitoefenen of enige schadevergoeding zou moeten betalen voor het beëindigen van de leaseovereenkomst ingeval de leasetermijn het uitoefenen van deze optie reflecteert.
De leasebetalingen worden verdisconteerd aan de marginale rentevoet van de Groep, aangezien het niet mogelijk was de impliciete rentevoet van de lease te bepalen.
Gebruiksrechten van activa worden gewaardeerd aan kostprijs die het volgende omvat:
- het bedrag van de oorspronkelijke waardering van de leaseverplichting;
- leasebetalingen gedaan op het moment van of voor de aanvangsdatum;
- initiële directe kosten (behalve voor de leaseovereenkomsten die al bestonden op overgangsdatum), en
- herstelkosten.
Gebruiksrechten van activa worden opgenomen als onderdeel van de materiële vaste activa en leaseverplichtingen als onderdeel van de leningen in de balans. Alle leasebetalingen die vervallen binnen 12 maanden worden als kortlopende verplichtingen geclassificeerd. Alle leasebetalingen die vervallen na minstens 12 maanden na balansdatum worden als langlopende verplichtingen geclassificeerd.
Betalingen voor korte-termijn leaseovereenkomsten en leaseovereenkomsten voor activa met geringe waarde worden op een lineaire basis erkend als een kost in de winsten verliesrekening. Korte-termijn leaseovereenkomsten zijn leaseovereenkomsten met een leasetermijn van 12 maanden of minder. Activa met geringe waarde omvatten voornamelijk IT-materiaal (laptops, tablets, mobiele telefoons, pc's) en klein kantoormaterieel en meubilair.
Sommige leaseovereenkomsten voor wagens bevatten variabele leasebetalingen. Het betreft leaseovereenkomsten voor wagens die een finale huuraanpassingsclausule bevatten: bij het beëindigen van de leaseovereenkomst wordt een definitieve afrekening opgemaakt om de finale huuraanpassing te bepalen. Deze finale huuraanpassing is een huurbetaling (of terugbetaling) die het werkelijk gebruik van de geleasede wagen reflecteert. Dit finale bedrag is niet gekend bij aanvang van de leaseovereenkomst. Het bedrag van de huuraanpassing is geen gespecifieerd bedrag maar hangt af van gekende factoren zoals de maandelijkse afschrijving en de initiële aanschaffingskost en verschillende factoren die niet gekend zijn bij aanvang van de leaseovereenkomst, zoals kilometerstand, staat van het voertuig, slijtage, schade, geografie van de operatie, verwijderingskanaal en andere factoren. Al deze factoren samen vertegenwoordigen in het algemeen het "gebruik" van het voertuig. Betalingen die variëren afhankelijk van het gebruik van het onderliggend actief en meer bepaald van de kilometerstand van het voertuig zijn variabele leasebetalingen. De finale huuraanpassing wordt erkend als een kost, of ingeval het een terugbetaling betreft, als een vermindering van de kost wanneer gerealiseerd.
In een aantal leaseovereenkomsten voor gebouwen en wagens, aangegaan door de Groep, zijn opties om contracten te verlengen opgenomen. Deze voorwaarden worden gebruikt om de operationele flexibiliteit bij het beheer van contracten te maximaliseren. De aangehouden opties om contracten te verlengen kunnen alleen door de Groep worden uitgeoefend en niet door de respectieve leasinggever.
Er zijn geen belangrijke leaseovereenkomsten waarbij de Groep leasinggever is.
3.18 Financiële activa: investeringen 3.18.1 Classificatie
De Groep classificeert haar financiële activa in de volgende categorieën: deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (FVPL), deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI), deze die aan geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd. De classificatie hangt af van de manier waarop de Groep de financiële activa beheert (businessmodel) en van de contractuele voorwaarden van de kasstromen.
De investeringen zijn opgenomen onder de vaste activa, behalve wanneer de directie van plan is de investering te verkopen binnen de 12 maanden na de balansdatum.
Geregelde aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de transactiedatum – de datum waarop de Groep zich verbindt tot de aankoop of verkoop van het actief. Financiële activa worden niet langer opgenomen in de balans als de rechten om kasstromen uit de investeringen te ontvangen, vervallen zijn of zijn overgedragen, en de Groep alle risico's en voordelen verbonden aan de eigendom hoofdzakelijk heeft overgedragen.
Voor activa gewaardeerd tegen reële waarde, zullen winsten en verliezen opgenomen worden in de winst- en verliesrekening of in niet-gerealiseerde resultaten. Voor investeringen in eigenvermogensinstrumenten die niet aangehouden worden voor handelsdoeleinden, zal dit afhangen van het feit of de Groep bij eerste opname een onherroepelijke keuze heeft gemaakt om het eigenvermogensinstrument te boeken als financieel actief gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten.
3.18.2 Waardering
Bij de eerste opname waardeert de Groep een financieel actief tegen zijn reële waarde plus transactiekosten die direct toe te rekenen zijn aan de aanschaffing van het financieel actief, in geval het een financieel actief betreft dat niet gewaardeerd wordt tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Transactiekosten voor financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden opgenomen als kost in de winst- en verliesrekening.
Financiële activa met in contract besloten afgeleide financiële instrumenten worden in hun geheel beschouwd voor het bepalen of hun kasstromen enkel de betaling van hoofdsom en rente betreffen.
Schuldinstrumenten
De Groep heeft momenteel geen investeringen in schuldinstrumenten.
Eigen-vermogensinstrumenten
De Groep waardeert alle eigen-vermogensinstrumenten na eerste opname tegen reële waarde. Ingeval de directie van de Groep ervoor gekozen heeft om de winsten en verliezen ten gevolge van de wijzigingen in reële waarde op eigenvermogensinstrumenten te tonen in de niet-gerealiseerde resultaten, is er geen herclassificatie na eerste opname van winsten en verliezen door wijzigingen in reële waarde naar de winst- en verliesrekening op het ogenblik dat de investering niet langer wordt opgenomen in de balans. Dividenden afkomstig van dergelijke investeringen blijven opgenomen in de winst- en verliesrekening onder financiële opbrengsten op het moment dat de Groep het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.
Bijzondere waardeverminderingsverliezen (en terugname van bijzondere waardeverminderingsverliezen) op eigenvermogensinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden niet afzonderlijk van de andere wijzigingen in de reële waarde gerapporteerd.
Alle wijzigingen in de reële waarde van de financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als financiële opbrengsten/kosten.
De reële waarde van genoteerde beleggingen is gebaseerd op de huidige biedkoersen. Als de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), bepaalt de Groep de reële waarde door middel van waarderingstechnieken.
3.19 Afgeleide financiële instrumenten en afdekkingsactiviteiten
De Groep maakt gebruikt van afgeleide financiële instrumenten om haar blootstelling aan valuta- en renterisico's die voortvloeien uit haar operationele, financierings- en investeringsactiviteiten af te dekken. De Groep voert geen speculatieve transacties uit.
Afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname geboekt tegen reële waarde en toerekenbare transactiekosten worden in de winst- en verliesrekening geboekt als ze zich voordoen. Afgeleide financiële instrumenten worden daarna geherwaardeerd tegen reële waarde.
De Groep houdt ook rekening met het kredietrisico en het risico van wanprestatie in haar waarderingstechnieken, wat zorgt voor een verwaarloosbare impact op de waardering van derivaten als gevolg van wijzigingen in de credit- of debetmarge gerealiseerd op tegenpartijen waarmee financiële markttransacties afgesloten worden.
De methode voor het erkennen van de daaruit voortvloeiende winsten of verliezen hangt af van het feit of het afgeleide financiële instrument als een afdekkingsinstrument is aangemerkt, en zo ja, van de aard van de afgedekte post. De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen, reëlewaardeafdekkingen of afdekkingen van netto-investeringen.
De Groep documenteert bij het afsluiten van de transactie de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie, alsook haar doelstellingen en strategie inzake risicobeheer waarvoor de verschillende afdekkingstransacties werden aangegaan. De Groep past deze beoordeling aan wanneer nodig bijvoorbeeld wanneer de afdekkingsratio opnieuw wordt geëvalueerd of wanneer de analyse van de oorzaken van afdekkingsineffectiviteit wordt aangepast.
De volledige reële waarde van een afgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie meer dan 12 maanden bedraagt, en als vlottend actief of kortlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie minder dan 12 maanden bedraagt.
In contract besloten afgeleide financiële instrumenten bij financiële verplichtingen worden van het basiscontract gescheiden en afzonderlijk geboekt indien de economische kenmerken en risico's van het basiscontract en van het in contract besloten afgeleide financiële instrument niet nauw met elkaar verbonden zijn, een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in contract besloten afgeleide financieel instrument zou beantwoorden aan de definitie van een afgeleid financieel instrument, en indien het gecombineerde instrument niet tegen reële waarde in de winst- en verliesrekening wordt geboekt.
3.19.1 Kasstroomafdekkingen
Het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, wordt opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder "Financiële opbrengsten/Financiële kosten".
Wanneer optiecontracten worden gebruikt om een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie af te dekken, merkt de Groep enkel de intrinsieke waarde van de opties aan als afdekkingsinstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijzigingen in de intrinsieke waarde van de opties worden erkend in niet-gerealiseerde resultaten. De wijzigingen in de tijdswaarde van de opties die betrekking hebben op de afgedekte positie (gealigneerde tijdswaarde) worden ook erkend in niet-gerealiseerde resultaten. Deze zullen worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten/kosten) zodra de afgedekte transactie de winst- en verliesrekening beïnvloedt (in het geval van transactiegerelateerde afdekkingen) of over de periode van de afdekking (in het geval van tijdsperiodegerelateerde afdekkingen).
Wanneer termijncontracten worden gebruikt om verwachte toekomstige transacties af te dekken, merkt de Groep over het algemeen enkel de wijziging in reële waarde van het termijncontract met betrekking tot de spot component aan als afdekkingsinstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten worden erkend in niet-gerealiseerde resultaten. De wijzigingen in de forward component van het contract dat betrekking heeft op de afgedekte positie (gealigneerde forward component) wordt erkend in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten/kosten).
Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in intrinsieke waarde van de opties of met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten geaccumuleerd in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in de periode dat de afgedekte positie de winst- en verliesrekening beïnvloedt op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winsten verliesrekening heeft beïnvloed. Als de kasstroomafdekking van een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie leidt tot de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, dan worden de daarmee verband houdende winsten of verliezen op het voorheen in de niet-gerealiseerde resultaten erkende afgeleide financieel instrument opgenomen in de initiële waardering van het actief of de verplichting wanneer het actief of de verplichting wordt erkend.
Wanneer termijncontracten en financiële instrumenten met vreemde valuta basis spreads worden gebruikt in afdekkingen beslist de Groep voor elke afdekkingsrelatie afzonderlijk of de wijzigingen in de valuta basis spreads geboekt worden zoals de tijdswaarde van opties of deze wijzigingen in waarde opgenomen worden in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten/ kosten).
Wanneer een afdekkingsinstrument vervalt, verkocht wordt of beëindigd wordt, of wanneer een afdekking niet langer aan de criteria voor hedge accounting beantwoordt, wordt de geaccumuleerde uitgestelde winst of verlies in niet-gerealiseerde resultaten op dat moment behouden in niet-gerealiseerde resultaten tot de verwachte toekomstige transactie plaats vindt, resulterend in de erkenning van een niet-financieel actief of nietfinanciële verplichting. Zodra verwacht wordt dat een verwachte toekomstige transactie zich niet meer zal voordoen, worden de geaccumuleerde winsten of verliezen opgenomen onder nietgerealiseerde resultaten onmiddellijk overgeboekt naar de winsten verliesrekening (financiële opbrengsten/kosten).
3.19.2 Reële-waarde-afdekkingen
Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als reëlewaardeafdekkingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt onder "Financiële opbrengsten/Financiële kosten", samen met eventuele wijzigingen in de reële waarde van het afgedekte actief of de afgedekte verplichting die aan het afgedekte risico toegerekend kunnen worden.
3.19.3 Afdekking van netto-investeringen
Afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten worden geboekt op vergelijkbare wijze met kasstroomafdekkingen. Elke winst of elk verlies op het afdekkingsinstrument met betrekking tot het effectieve gedeelte van de afdekking wordt opgenomen in de cumulatieve omrekeningsverschillenreserve. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve gedeelte wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder "Financiële opbrengsten/Financiële kosten". De in het eigen vermogen geaccumuleerde winsten en verliezen worden naar de winsten verliesrekening overgeboekt wanneer de buitenlandse bedrijfsactiviteit gedeeltelijk wordt afgestoten of wordt verkocht.
3.19.4 Afgeleide financiële instrumenten die niet in aanmerking komen voor hedge accounting
Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die niet kwalificeren voor hedge accounting worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening geboekt onder "Financiële opbrengsten/Financiële kosten".
3.20 Voorraden
Grondstoffen, verbruiksproducten, goederen die aangekocht werden voor doorverkoop, goederen in bewerking en afgewerkte goederen worden gewaardeerd tegen de kostprijs of de netto realiseerbare waarde als die lager is.
De kostprijs wordt bepaald aan de hand van de gewogen gemiddelde kostenmethode. De kostprijs van goederen in bewerking en afgewerkte goederen omvat alle kosten voor de verwerking en andere kosten die gemaakt worden om de voorraden naar hun huidige locatie en in hun huidige toestand te brengen. De bewerkingskosten omvatten de productiekosten en de gerelateerde vaste en variabele indirecte productiekosten (inclusief afschrijvingskosten).
De netto realiseerbare waarde vertegenwoordigt de geschatte verkoopprijs verminderd met alle geschatte afwerkingskosten en de nog te maken kosten voor marketing, verkoop en distributie.
Materialen voor klinische proeven zijn werkzame stoffen en ontwikkelingsbenodigdheden die worden gebruikt bij O&Oactiviteiten. Aangezien deze niet worden gebruikt om in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening te worden verkocht, voldoen zij niet aan de definitie van voorraden. Deze worden echter in de balans gepresenteerd als andere vlottende activa, aangezien de materialen voor klinische proeven voldoen aan de definitie van een actief, aangezien het waarschijnlijk is dat zij zullen resulteren in toekomstige economische voordelen voor de Groep en aangezien hun kostprijs of waarde op betrouwbare wijze kan worden gemeten.
3.21 Handelsvorderingen
Handelsvorderingen worden bij eerste opname geboekt tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode na aftrek van een voorziening voor verwachte kredietverliezen.
Voor het bepalen van de verwachte kredietverliezen, past de Groep de vereenvoudigde benadering toe die is toegestaan door IFRS 9, die vereist dat levenslange verliezen worden opgenomen vanaf de eerste opname van de vorderingen. De Groep identificeerde 2 categorieën handelsvorderingen: vorderingen op particuliere klanten en vorderingen op klanten in de publieke sector. Voor elk van deze categorieën maakt de Groep gebruik van een matrix om de voorziening voor levenslang verwachte kredietverliezen te bepalen.
In geval er een indicatie of aanwijzing van bijzondere waardevermindering is voor een specifieke vordering, zal een bijzondere waardevermindering worden opgenomen voor het bedrag van de levenslang verwachte kredietverliezen.
Voor alle vorderingen die gedekt zijn door een kredietverzekering of door een factoringovereenkomst zonder verhaal, zullen de levenslang verwachte kredietverliezen worden berekend rekening houdend met deze dekking.
3.22 Geldmiddelen en kasequivalenten
Ten behoeve van de presentatie in het Geconsolideerd Kasstroomoverzicht omvatten geldmiddelen en kasequivalenten contanten, direct opvraagbare deposito's en overige kortlopende, uiterst liquide beleggingen met originele looptijden van drie maanden of minder die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen, en voorschotten in rekening-courant. Voorschotten in rekening-courant worden opgenomen onder de leningen onder kortlopende verplichtingen in de balans.
3.23 Vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten
Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de Vennootschap die ofwel afgestoten is, ofwel geclassificeerd is als aangehouden voor verkoop. Het moet ofwel een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, ofwel deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht.
Vaste activa of een groep activa die wordt afgestoten, worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en een verkoop als zeer waarschijnlijk wordt beschouwd. Vaste activa en groepen activa die worden afgestoten, worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door hun voortgezette gebruik. Bijzondere waardeverminderingsverliezen bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop worden in de winst- en verliesrekening geboekt. Vaste activa die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop worden niet afgeschreven.
3.24 Aandelenkapitaal
3.24.1 Gewone aandelen
Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen. Bijkomende kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen of opties worden in mindering van de ontvangen bedragen in het eigen vermogen gepresenteerd, na aftrek van belastingen. De Vennootschap heeft geen preferente aandelen of verplicht aflosbare preferente aandelen uitgegeven.
3.24.2 Eigen aandelen
Wanneer een onderneming van de Groep aandelen van de Vennootschap koopt (eigen aandelen) wordt de betaalde som, inclusief de toerekenbare directe kosten (na aftrek van winstbelastingen) in mindering gebracht van het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap tot de aandelen geannuleerd of verkocht zijn. Wanneer dergelijke aandelen later worden verkocht, wordt elke ontvangen vergoeding, na aftrek van de rechtstreeks toerekenbare bijkomende transactiekosten en het gerelateerde winstbelastingseffect, opgenomen in het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap.
3.25 Obligaties en leningen
Obligaties, leningen en voorschotten in rekening-courant worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde, na aftrek van de opgelopen transactiekosten, en worden vervolgens gewaardeerd tegen hun geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieve rentemethode. Verschillen tussen de ontvangsten (na aftrek van transactiekosten) en de afwikkeling of aflossing van leningen worden erkend over de looptijd van de leningen, overeenkomstig de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep.
Leningen worden geclassificeerd als kortlopende verplichtingen, behalve wanneer de Groep een onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting voor ten minste 12 maanden na de balansdatum uit te stellen.
3.26 Handelsschulden
Handelsschulden worden bij eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode.
3.27 Personeelsbeloningen
3.27.1 Pensioenverplichtingen
De Groep kent verschillende vergoedingen na uitdiensttreding toe, waaronder zowel toegezegd pensioenregelingen als toegezegde-bijdragenregelingen.
Een toegezegde bijdragenregeling is een pensioenplan waarbij de Groep vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit en geen wettelijke of feitelijke verplichting heeft om bijkomende bijdragen te betalen indien het fonds over onvoldoende middelen zou beschikken om aan alle werknemers de voordelen te betalen die resulteren uit het dienstverband van de werknemer in de lopende periode en in voorgaande perioden. Verplichtingen voor bijdragen aan toegezegde bijdragenregelingen worden als kosten voor personeelsvergoedingen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening opgenomen wanneer ze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde bijdragen worden als een actief geboekt voor zover deze terugbetaalbaar zijn in contanten of tot een vermindering van toekomstige betalingen zullen leiden.
Toegezegd-pensioenregelingen bepalen een bedrag voor pensioenuitkering dat een werknemer bij pensionering zal ontvangen, meestal op basis van één of meer factoren, zoals leeftijd, aantal dienstjaren en loon. De verplichting, opgenomen in de geconsolideerde balans, met betrekking tot de toegezegd-pensioenregelingen, is de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. Een eventueel surplus dat voortvloeit uit deze berekening wordt beperkt tot de contante waarde van eventuele economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verminderingen van toekomstige bijdragen aan de regeling.
De brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt berekend door onafhankelijke actuarissen volgens de 'projected unit credit'-methode. Een volledige actuariële waardering op basis van bijgewerkte personeelsgegevens wordt ten minste om de drie jaar uitgevoerd. Daarnaast is een volledige actuariële waardering eveneens vereist indien de nettoschommeling in de balans van het ene jaar op het andere meer dan 10% bedraagt als gevolg van omstandigheden met betrekking tot de regeling (significante wijzigingen in lidmaatschap, wijzigingen in de regeling enz.). In jaren waar een volledige actuariële waardering niet vereist is, worden prognoses ("roll-forwards" genoemd) gebruikt op basis van het voorgaande jaar met bijgewerkte veronderstellingen (disconteringsvoet, loonsverhoging, verloop). Voor deze roll-forwardwaarderingen worden de gegevens van de individuele werknemers gebruikt van de laatste volledige waarderingsdatum, rekening houdend met veronderstellingen op het vlak van loonsverhogingen en mogelijk verloop.
Bij alle waarderingen worden de verplichtingen gewaardeerd op de toepasselijke balansdatum en de marktwaarde van de pensioenfondsbeleggingen wordt eveneens op deze datum gerapporteerd, onafhankelijk van het feit of het een volledige of een roll-forwardwaardering betreft.
De contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt bepaald door de geschatte toekomstige kasuitstromen te verdisconteren op basis van de marktrendementen van hoogwaardige ondernemingsobligaties waarvan de looptijd consistent is met de looptijd van de verplichtingen van de Groep en waarvan de valuta dezelfde is als die waarin de beloningen verwacht worden te zullen worden betaald.
Herwaarderingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen, de impact van de limiet op activa (indien van toepassing) en het rendement op fondsbeleggingen (excl. rente) worden onmiddellijk opgenomen in de balans samen met een tenlasteneming of creditering van niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin deze zich voordoen. Herwaarderingen die opgenomen zijn in niet-gerealiseerde resultaten worden nooit naar de winst- en verliesrekening overgeboekt. De entiteit kan deze in niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedragen evenwel overboeken binnen het eigen vermogen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt in de winst- en verliesrekening in de periode van de wijziging van de regeling. Nettorente wordt berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettoverplichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. De kosten voor toegezegde pensioenrechten worden onderverdeeld in drie categorieën:
- aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, winsten en verliezen op inperkingen en afwikkelingen;
- netto rentekosten of -inkomsten;
- herwaardering.
De Groep neemt de eerste twee componenten van de kosten voor toegezegde pensioenen op onder de personeelskosten in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening (in de operationele kosten volgens aard). Netto rentekosten of -inkomsten worden opgenomen als onderdeel van de operationele winst. Winsten en verliezen als gevolg van inperkingen worden opgenomen als pensioenkosten van verstreken diensttijd. Herwaarderingen worden geboekt onder de niet-gerealiseerde resultaten.
3.27.2 Overige vergoedingen na uitdiensttreding
Sommige ondernemingen van de Groep verlenen hun gepensioneerden medische zorgverlening na uitdiensttreding. De nettoverplichting van de Groep is het bedrag van toekomstige beloningen die werknemers hebben verdiend in ruil voor hun dienstverband in de lopende en voorgaande perioden. De verwachte kosten van deze beloningen worden erkend over de periode van tewerkstelling, op basis van dezelfde methodologie als deze die gebruikt wordt voor de toegezegdpensioenregelingen.
3.27.3 Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn verschuldigd wanneer het dienstverband van een werknemer wordt beëindigd vóór de normale pensioendatum, of wanneer een werknemer in ruil voor deze vergoedingen vrijwillig ontslag aanvaardt. De Groep neemt ontslagvergoedingen op wanneer ze zich aantoonbaar heeft verbonden tot hetzij de beëindiging van het dienstverband van huidige werknemers volgens een gedetailleerd formeel plan zonder de mogelijkheid dat het plan ingetrokken wordt, hetzij de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod dat aan de werknemers gedaan werd om vrijwillig ontslag te stimuleren. Vergoedingen die na meer dan 12 maanden na de balansdatum invorderbaar worden, worden naar hun contante waarde verdisconteerd.
3.27.4 Overige lange-termijnpersoneelsbeloningen
De verplichtingen voor jubileumpremies en beloningen voor het in dienst zijn gedurende een lange periode worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige betalingen met betrekking tot diensten verstrekt door werknemers tot op het einde van de verslagperiode, gebruik makend van de "projected unit credit"-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met verwachte toekomstige loonsverhogingen, ervaringen inzake personeelsverloop en dienstverleningsperioden. De verwachte toekomstige betalingen worden verdisconteerd op basis van de marktrendementen van hoogwaardige bedrijfsobligaties waarvan de looptijd en de valuta zo nauw mogelijk aansluiten bij deze van de geraamde toekomstige kasuitstromen. Herwaarderingen ten gevolge van ervaringsaanpassingen en wijzigingen in actuariële veronderstellingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
3.27.5 Winstdeling en bonusregelingen
De Groep neemt een verplichting en een last op voor bonussen en winstdeling op basis van een formule waarbij de winst die toewijsbaar is aan de aandeelhouders van de Vennootschap, na bepaalde correcties, in aanmerking genomen wordt. De Groep neemt een voorziening op wanneer een betrouwbare schatting van de verplichting kan worden gemaakt, aangezien er een gangbare praktijk bestaat voor het betalen van bonussen en winstdelingen die een feitelijke verplichting heeft gecreëerd.
3.27.6 Op aandelen gebaseerde betalingen
De Groep beheert verschillende in eigen-vermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen als beloning voor de werknemers.
De reële waarde van de diensten die worden ontvangen van de werknemers in ruil voor de toekenning van aandelenopties, wordt als last opgenomen. Het totaal bedrag dat wordt opgenomen in kosten, wordt bepaald door verwijzing naar de reële waarde van de toegekende aandelenopties, waarbij geen rekening wordt gehouden met de impact van eventuele voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde toekenningsvoorwaarden die niet marktgerelateerd zijn (bijvoorbeeld winstgevendheid, gedurende een bepaalde tijd in dienst blijven bij de entiteit).
Toekenningsvoorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde voorwaarden die niet marktgerelateerd zijn, worden opgenomen in de veronderstellingen over het aantal opties dat verwacht wordt onvoorwaardelijk te worden. Het totale bedrag van de kost wordt opgenomen over de wachtperiode, hetgeen de periode is gedurende dewelke alle bepaalde toekenningsvoorwaarden moeten worden vervuld.
De reële waarde van het aandelenoptieplan wordt bepaald op de toekenningsdatum volgens het waarderingsmodel van Black & Scholes, dat rekening houdt met de verwachte looptijd en het annuleringspercentage van de opties. Op elke balansdatum herziet de entiteit haar schattingen van het aantal opties dat naar verwachting onvoorwaardelijk zal worden. Ze neemt de impact van de herziening op de oorspronkelijke schattingen desgevallend op in de winst- en verliesrekening, met een overeenkomstige aanpassing in het eigen vermogen.
De ontvangen bedragen worden, na aftrek van eventuele direct toerekenbare transactiekosten, gecrediteerd in het aandelenkapitaal (nominale waarde) en in de uitgiftepremie wanneer de opties uitgeoefend worden. De reële waarde van het bedrag dat betaalbaar is aan werknemers op basis van "share appreciation rights", fantoomaandelenoptieplannen, fantoomaandelentoekenningsplannen en fantoomprestatieaandelenplannen die in geldmiddelen worden afgewikkeld, wordt geboekt als een last, met een overeenstemmende verhoging van de verplichtingen over de periode gedurende dewelke de werknemers onvoorwaardelijk recht krijgen op de betaling. De verplichting wordt geherwaardeerd op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling.
Alle wijzigingen in de reële waarde van de verplichtingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als personeelskosten.
3.28 Voorzieningen
Voorzieningen worden opgenomen in de balans wanneer:
- er een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting is als gevolg van een gebeurtenis in het verleden;
- het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen omvatten, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen; en
- het bedrag van de verplichting betrouwbaar geschat kan worden.
Het bedrag dat als voorziening opgenomen wordt, de beste schatting is van de vereiste uitgaven om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting vereist zullen zijn om de verplichting af te wikkelen, aan de hand van een disconteringsvoet die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico's die inherent zijn aan de verplichting. De verhoging van de voorziening vanwege het verstrijken van tijd wordt als rentelast geboekt.
Een voorziening voor reorganisatiekosten wordt geboekt wanneer de Groep een gedetailleerd formeel plan heeft en ze bij de betrokkenen een geldige verwachting gewekt heeft dat ze de reorganisatie zal doorvoeren door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijkste kenmerken ervan aan de betrokkenen mee te delen.
Milieuvoorzieningen vloeien hoofdzakelijk voort uit wettelijke contractuele verplichtingen. Voor meer informatie over deze milieu- en andere voorzieningen verwijzen wij naar Toelichting 34.
4. Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen
Schattingen en beoordelingen worden doorlopend geëvalueerd en zijn gestoeld op historische ervaring en andere factoren, inclusief de verwachtingen betreffende toekomstige gebeurtenissen die redelijk worden geacht gezien de omstandigheden.
4.1 Kritische beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep Opbrengstenerkenning
De Groep is betrokken partij bij licentieverleningsovereenkomsten die gepaard kunnen gaan met vooruitbetalingen, ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet en royalty's die zich verspreid over verschillende jaren kunnen voordoen en bepaalde toekomstige contractuele verplichtingen kunnen inhouden. Voor alle licentieverleningsovereenkomsten waarbij een licentie wordt toegekend samen met andere goederen en diensten, maakt de Groep eerst een beoordeling over het feit of de licentie al dan niet beschouwd dient te worden als een afzonderlijke prestatieverplichting of niet. Indien het toekennen van de licentie beschouwd wordt als een afzonderlijke prestatieverplichting, worden de opbrengsten met betrekking tot de overdracht van de licentie erkend op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de aard van de licentie. Opbrengsten worden enkel gespreid over een bepaalde periode indien de Groep ontwikkelings-, productie- of andere activiteiten uitvoert die een significante impact hebben op de getransfereerde intellectuele eigendom, waarbij de licentiehouder wordt blootgesteld aan de effecten van deze activiteiten, indien deze activiteiten geen afzonderlijke dienst vertegenwoordigen. Indien de Groep van oordeel is dat deze voorwaarden niet vervuld zijn, worden de opbrengsten die resulteren uit licentieverleningsovereenkomsten erkend op het ogenblik dat de zeggenschap over de licentie getransfereerd wordt.
Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend en ingeval de input-methode als de beste methode wordt beschouwd om de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant weer te geven, kan enige beoordeling nodig zijn bij de toepassing van deze methode, met name bij het inschatten van de totale op te lopen kosten en uren. In dit geval gebruikt de Groep haar beste schatting op basis van ervaringen uit het verleden en actuele kennis en vooruitgang van de te verstrekken dienst. Schattingen worden op continue basis opnieuw beoordeeld. Gezien de activiteiten van de Groep, biedt de input-methode in de meeste gevallen de meest getrouwe weergave van de overdracht van de dienst aan de klant.
Voor licenties die gebundeld worden met andere diensten (zoals bijvoorbeeld ontwikkelings- of productiediensten) zal de Groep een beoordeling maken over het feit of de gecombineerde prestatieverplichting vervuld wordt op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode. Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend, zal de Groep beoordelen over welke periode de diensten worden verstrekt. De Groep zal ook een beoordeling maken bij het toewijzen van de verschillende componenten van de transactieprijs aan de verschillende prestatieverplichtingen in geval er, naast de overdracht van de licentie, ook andere prestatieverplichtingen in de licentieverleningsovereenkomst opgenomen zijn.
Opbrengstenerkenning voor licentieverleningsovereenkomsten is bijgevolg gebaseerd op de specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan elke licentieverleningsovereenkomst. Dit kan ertoe leiden dat kasontvangsten aanvankelijk geboekt worden als contractuele verplichtingen en dan overgeboekt worden naar de opbrengsten in de volgende verslagperiodes op basis van de diverse voorwaarden die in de overeenkomst vermeld worden.
Beëindigde bedrijfsactiviteiten
Bedrijfsactiviteiten die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop of die verkocht werden, worden gepresenteerd als beëindigde bedrijfsactiviteiten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening indien de bedrijfsactiviteiten een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht. De inschatting van wat een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit is, gebeurt geval per geval en hangt af van de grootte van de bedrijfsactiviteiten in termen van opbrengsten, brutowinst of totale waarde van activa en verplichtingen in vergelijking met de totale bedrijfsactiviteiten van de Groep.
Leaseovereenkomsten
Voor het bepalen van de leasetermijn houdt het management rekening met alle feiten en omstandigheden die een economisch voordeel inhouden bij het uitoefenen van een optie om een contract te verlengen of te beëindigen. De beoordeling wordt herzien indien zich een belangrijke gebeurtenis of een significante wijziging in de omstandigheden voordoet die een invloed kan hebben op deze beoordeling. Gedurende het huidige boekjaar was er geen materiële financiële impact als een gevolg van de herziening van leasetermijnen om het effect van het uitoefenen van opties om een contract te verlengen of te beëindigen, weer te geven.
4.2 Kritische boekhoudkundige schattingen en veronderstellingen
De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie, vereist dat de directie schattingen en veronderstellingen maakt die invloed hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen, de toelichting van voorwaardelijke activa en verplichtingen op de datum van de jaarrekening en de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten tijdens de verslagperiode.
De directie baseert haar schattingen op ervaring en cijfers uit het verleden evenals verscheidene andere veronderstellingen die worden geacht redelijk te zijn in de gegeven omstandigheden, waarvan de resultaten de basis vormen voor de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten die mogelijks niet onmiddellijk blijken uit andere bronnen. De werkelijke resultaten zullen per definitie afwijken van deze schattingen. Schattingen en veronderstellingen worden periodiek herzien en de effecten van herzieningen worden in de jaarrekening weerspiegeld in de periode waarin ze geacht worden noodzakelijk te zijn.
4.2.1 Omzetreducties
De Groep heeft accruals geboekt voor verwachte verkoopretouren, terugvorderingen (charge-backs) en andere rabatten, inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate" en "Federal Medicare" in de Verenigde Staten en gelijksoortige rabatten in andere landen. Dergelijke schattingen zijn gebaseerd op analyses van bestaande contractuele verplichtingen of wetgevingen, historische trends en op de ervaring van de Groep. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen.
Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de accruals die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties. In het algemeen worden de kortingen, rabatten en andere verminderingen die op de factuur worden vermeld in de winst- en verliesrekening opgenomen als een onmiddellijke vermindering van de bruto-omzet. De verkoopretouren, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat en in de balans in de toepasselijke accrualrekening gepresenteerd, en afgetrokken van de omzet.
Alle omzetreducties worden beschouwd als deel uitmakend van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs. Het bedrag van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs wordt zo bepaald dat de totale transactieprijs de prijs is die door het management wordt ingeschat als zijnde niet onderworpen aan beperkingen.
4.2.2 Immateriële activa en goodwill
De Groep heeft immateriële activa met een boekwaarde van € 2 973 miljoen (Toelichting 20) en goodwill met een boekwaarde van € 4 964 miljoen (Toelichting 21). De immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. bij de start van de commercialisering van de gerelateerde producten).
De directie schat dat de economische gebruiksduur voor verworven lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten gelijk is aan de periode dat deze producten genieten van de patentbescherming of de exclusiviteit van gegevens. Voor de immateriële activa die verworven worden door een bedrijfscombinatie en die producten bevatten die gecommercialiseerd worden maar waarvoor geen patentbescherming of exclusiviteit van gegevens bestaat, schat de directie dat de economische gebruiksduur gelijk is aan de periode waarin deze producten substantieel alle geldelijke bijdragen zullen realiseren.
Deze immateriële activa en goodwill worden regelmatig getoetst op bijzondere waardeverminderingen en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er eventueel van een bijzondere waardevermindering sprake is. De nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en goodwill worden minstens jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen.
Om te beoordelen of er sprake is van enige bijzondere waardevermindering, gebeuren de schattingen op basis van de verwachte toekomstige kasstromen uit het gebruik van deze activa en hun eventuele verkoop. Deze geraamde kasstromen worden dan aangepast aan de contante waarde, met toepassing van een gepaste disconteringsvoet die de risico's en onzekerheden die gepaard gaan met de geraamde kasstromen weerspiegelt.
De werkelijke resultaten kunnen sterk afwijken van dergelijke schattingen van verdisconteerde toekomstige kasstromen. Factoren zoals de opkomst of afwezigheid van concurrentie, technische veroudering of rechten die lager liggen dan verwacht, kunnen leiden tot een verkorting van de economische gebruiksduur en tot bijzondere waardeverminderingen.
De Groep paste de volgende basisveronderstellingen toe voor de berekening van de "bedrijfswaarde", die vereist is voor de test op bijzondere waardeverminderingen van immateriële activa en goodwill op het einde van het jaar:
| Groeiratio voor de eindwaarde | 2,0% |
|---|---|
| Disconteringsvoet met betrekking tot goodwill en Immateriële activa voor verkochte producten |
5,93% |
| Disconteringsvoet met betrekking tot immateriële activa gerelateerd aan pijplijnproducten |
12,5% |
Omdat de kasstromen ook rekening houden met de belastinguitgaven wordt een disconteringsvoet na belastingen gebruikt in de testen op bijzondere waardeverminderingen.
De directie is van mening dat het gebruik van de disconteringsvoet na belastingen overeenstemt met de resultaten van het gebruik van een disconteringsvoet vóór belastingen toegepast op kasstromen vóór belastingen.
4.2.3 Milieuvoorzieningen
De Groep heeft voorzieningen voor kosten voor milieusanering aangelegd die beschreven staan in Toelichting 34. De belangrijkste elementen van de milieuvoorzieningen betreffen de kosten om vervuilde sites volledig te saneren en opnieuw in te richten en om vervuiling op sommige andere sites te behandelen, vooral diegene die verband houden met de afgestoten chemische en filmactiviteiten van de Groep.
Toekomstige kosten voor milieusanering worden beïnvloed door een aantal onzekerheden, waaronder de ontdekking van aangetaste sites (waarvan men voorheen niet wist dat ze aangetast waren), de methode en omvang van het milieuherstel, het percentage van vervuiling dat aan de Groep toe te schrijven is en de financiële capaciteiten van de andere mogelijk verantwoordelijke partijen. Gezien de moeilijkheden die inherent zijn aan het inschatten van de verplichtingen op dit gebied, kan niet worden gegarandeerd dat er geen extra kosten zullen zijn naast de momenteel reeds voorziene bedragen. De impact van de milieuherstelmaatregelen op de resultaten van de bedrijfsactiviteiten kan niet voorspeld worden vanwege de onzekerheid betreffende het bedrag en de timing van toekomstige uitgaven en de resultaten van toekomstige activiteiten. Indien dergelijke wijzigingen zich zouden voordoen, kan dit een impact hebben in de toekomst op de in de balans geboekte voorzieningen.
4.2.4 Personeelsbeloningen
De Groep heeft momenteel talrijke toegezegd-pensioenregelingen die beschreven staan in Toelichting 33. De berekening van de activa of verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is gebaseerd op statistische en actuariële veronderstellingen. Dit is in het bijzonder het geval voor de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten die beïnvloed wordt door veronderstellingen met betrekking tot de discontovoeten die gebruikt worden om tot de contante waarde van toekomstige pensioenverplichtingen te komen en veronderstellingen over toekomstige stijgingen van salarissen en beloningen.
Verder maakt de Groep gebruik van statistische veronderstellingen inzake toekomstige terugtrekkingen van deelnemers uit de regelingen en schattingen inzake de levensverwachting. De gebruikte actuariële veronderstellingen kunnen sterk verschillen van de werkelijke resultaten vanwege wijzigingen in de markt- en economische omstandigheden, een hoger of lager personeelsverloop, langere of kortere levensverwachting van deelnemers en andere wijzigingen in de geëvalueerde factoren.
Deze verschillen zouden een invloed kunnen hebben op de activa of verplichtingen die in de toekomst in de balans zullen worden geboekt.
4.2.5 Belastingposities
De Groep is actief in meerdere jurisdicties waar vaak een complexe juridische en fiscale regelgeving van toepassing is. De Groep werkt constructief mee met de fiscale autoriteiten. Waar nodig worden consultants en juridische adviseurs geraadpleegd om opinies te bekomen over fiscale wetgeving en principes. De posities met betrekking tot de inkomstenbelasting worden als gefundeerd beschouwd door de Groep en zijn bedoeld om uitdagingen door de fiscus te weerstaan. Het wordt evenwel erkend dat sommige posities onzeker zijn en interpretaties bevatten van complexe fiscale wetgeving alsook transfer pricing overwegingen, die zouden betwist kunnen worden door de fiscus. De Groep beoordeelt deze posities op basis van technische aspecten en dit op een regelmatige basis gebruik makend van alle beschikbare informatie (wetgeving, jurisprudentie, regelgeving, gevestigde praktijken, gezaghebbende doctrine, alsook op basis van de huidige staat van besprekingen met de fiscale autoriteiten, waar van toepassing).
Een verplichting wordt opgenomen voor elk item waarvoor het onwaarschijnlijk is dat de positie kan standhouden bij onderzoek door de fiscale autoriteiten en na gebruik van alle rechtsmiddelen om de positie voor de rechtbank te verdedigen, op basis van alle relevante informatie. De verplichting wordt berekend als zijnde de meest waarschijnlijke uitkomst voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting of de verwachte waarde voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting en verrekenprijzen, afhankelijk van welke methode verwacht wordt een betere voorspelling te geven van de uitkomst van elke onzekere belastingpositie, met het oog op het weergeven van de waarschijnlijkheid dat een aanpassing bij onderzoek wordt erkend. Deze inschattingen zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die bestaan op het einde van de verslagperiode. De belastingverplichting en kost inzake winstbelastingen bevatten boetes en nalatigheidsinteresten die voortvloeien uit fiscale geschillen.
Een vordering voor aanpassingen naar aanleiding van een belastingcontrole wordt erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht, op basis van de technische aspecten van de fiscale zaak, dat een Onderling Overleg of Arbitrageprocedure kan voorzien in een overeenkomstige aanpassing in één of meerdere rechtsgebieden. De vordering wordt berekend als de verwachte waarde (in verband met kwesties inzake verrekenprijzen) van de recupereerbaarheid in de vennootschapsbelasting in de betreffende jurisdictie na voltooiing van het Onderling Overleg of Arbitrageprocedure.
De Groep heeft een netto uitgestelde belastingvordering van € 437 miljoen erkend (Toelichting 32). De opname van uitgestelde belastingvorderingen is gebaseerd op de vraag of het waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn in de toekomst waartegen de terugboeking van tijdelijke verschillen kan worden afgezet. Indien de tijdelijke verschillen betrekking hebben op verliezen of overdraagbare belastingattributen (zoals innovatieaftrek), wordt de beschikbaarheid van voldoende verwachte belastbare winsten om met de belastingattributen te compenseren, ook in overweging genomen.
Belangrijke elementen die het management heeft beoordeeld bevatten de erkenning op de balans van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot verliezen in jurisdicties waar verliezen werden gemaakt in voorgaande perioden, maar waar nu winsten worden gemaakt en waarvan verwacht wordt dat er ook in de nabije toekomst winsten zullen worden gemaakt. In dergelijke gevallen heeft het management de beste inschatting gemaakt van de juiste waarde van deze activa hetgeen de inschatting omvat van de lengte van de toekomstige periode die gebruikt dient te worden voor dergelijke beoordelingen. Deze beoordelingen worden geval per geval gemaakt rekening houdend met de oorsprong en aard van de verwachte inkomsten, gebaseerd op de functionele profielen van de betrokken entiteiten, en dit entiteit per entiteit, maar deze periode overschrijdt in de meeste gevallen niet de periode van vijf jaar. Verschillen in de verwachte belastbare winst en de werkelijke winstgevendheid of een verlaging van de verwachte toekomstige belastbare winsten zouden de uitgestelde belastingvorderingen die in toekomstige perioden worden erkend, kunnen beïnvloeden.
Er werden geen materiële uitgestelde belastingvorderingen erkend voor entiteiten die momenteel nog steeds verlieslatend zijn of die hun belastingattributen niet gebruiken.
4.2.6 Waardering van immateriële activa en gerelateerde uitgestelde belastingen verworven in bedrijfscombinaties
Activa die zijn geïdentificeerd als gevolg van een bedrijfscombinatie worden gewaardeerd met inachtneming van het concept van het hoogste en beste gebruik, overeenkomstig IFRS 13, Waardering tegen reële waarde, en IFRS 3, Bedrijfscombinaties, vanuit het oogpunt van een marktdeelnemer.
Om de bestaande lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten te waarderen op de effectieve datum van de bedrijfscombinatie, wordt de "multi-period excess earnings" methode gebruikt, een variante van de inkomstenbenadering die de waarde van een immaterieel actief raamt op basis van de contante waarde van de incrementele kasstromen na belastingen (of "excess earnings") die enkel aan het immaterieel actief kunnen worden toegeschreven. Als basis voor deze waardering wordt gebruik gemaakt van door de directie opgestelde prospectieve financiële informatie voor de verwachte inkomsten in verband met de lopende onderzoeksen ontwikkelingsproducten. Deze prospectieve financiële informatie heeft meer bepaald betrekking op inkomsten, kosten van verkochte goederen, onderzoeks- en ontwikkelingskosten, distributie-, verkoops- en marketinguitgaven, algemene en administratieve kosten en waarschijnlijkheid van technisch en regelgevend succes (Probability of Technical and Regulatory Success, PTRS) die specifiek zijn voor de lopende onderzoeksen ontwikkelingsproducten. De vaststelling van deze PTRS is gebaseerd op benchmarks en interne analyse.
Andere hypothesen hebben betrekking op de belastingvoet en het belastingafschrijvingsvoordeel, de gebruiksduur en de disconteringsvoet. De reële waarde van de lopende onderzoeksen ontwikkelingsproducten wordt beschouwd als af te schrijven voor inkomstenbelastingdoeleinden vanuit het standpunt van een marktdeelnemer. De contante waarde van het belastingvoordeel uit de afschrijving van de activa wordt opgeteld bij de contante waarde van de incrementele kasstromen na belastingen om te komen tot de aangegeven waarde van de lopende onderzoeksen ontwikkelingsproducten. De omvang van de disconteringsvoet die op de verwachte kasstromen wordt toegepast, houdt verband met het waargenomen risico van de investering en de huidige kapitaalkosten. De gebruikte disconteringsvoet is een raming van de gewogen gemiddelde kapitaalkost.
Alle prospectieve financiële informatie, PTRS en andere aannames worden per geval beoordeeld, rekening houdend met alle specifieke omstandigheden.
De werkelijke uitkomsten kunnen sterk afwijken van dergelijke veronderstellingen en kunnen van invloed zijn op de waarde van de immateriële activa en de daarmee samenhangende uitgestelde belastingen in toekomstige perioden. Ten minste eenmaal per jaar en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er een bijzondere waardevermindering zou kunnen bestaan, wordt er een test op bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd. Zie ook Toelichting 4.2.2 Immateriële activa en goodwill.
4.2.7 Beoordeling van de zeggenschap over een investering ingeval meer dan 50% van de aandelen in handen is van minderheidsbelangen.
Om te beoordelen of UCB al dan niet zeggenschap heeft over een investering ingeval meer dan 50% van de aandelen in handen is van minderheidsbelangen, worden alle contractuele regelingen tussen UCB en de investering in overweging genomen, alsook de opzet en het doel van de investering, de bevoegdheid om de relevante activiteiten van de investering te sturen, de contractuele risicodeling alsook de macht van UCB ten opzichte van de minderheidsbelangen om het rendement van de investering te beïnvloeden.
5. Financieel risicobeheer
De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico's die voortvloeien uit haar onderliggende activiteiten en bedrijfsfinancieringsactiviteiten. Deze financiële risico's bestaan uit marktrisico's (waaronder valutarisico's, renterisico's en prijsrisico's), kredietrisico's en liquiditeitsrisico's.
Deze toelichting geeft informatie over de blootstelling van de Groep aan en het beheer van de bovengenoemde risico's en over het kapitaalbeheer van de Groep.
5.1 Marktrisico
Het marktrisico is het risico dat veranderingen in de marktprijzen, zoals wisselkoersen, rentevoeten en beurskoersen, de winst- en verliesrekening van de Groep of de waarde van haar activa en verplichtingen zouden beïnvloeden. Het doel van het marktrisicobeheer is blootstelling aan dergelijke risico's te beheren en in de hand te houden. De Groep legt financiële derivaten aan en gaat ook financiële verplichtingen aan, of houdt financiële activa aan, om het marktrisico te beheren. Waar mogelijk, streeft de Groep ernaar hedge accounting te gebruiken om volatiliteit in de winst- en verliesrekening te beheren. De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve doeleinden.
5.1.1 Valutarisico
De Groep is over de hele wereld actief en is blootgesteld aan schommelingen in vreemde valuta's die invloed hebben op haar in euro uitgedrukte nettowinst en financiële positie. De Groep beheert actief haar posities in vreemde valuta's en sluit, indien van toepassing, transacties af die gericht zijn op het behoud van de waarde van bestaande activa en verplichtingen, alsook verwachte transacties. De Groep gebruikt termijncontracten, valutaopties en cross-currency swaps ter afdekking van bepaalde deviezenstromen en financieringstransacties waartoe zij zich heeft verbonden of die zij verwacht.
De instrumenten die gekocht worden ter afdekking van blootstelling aan transacties noteren voornamelijk in Amerikaanse dollar, Brits pond, Japanse yen en Zwitserse frank, d.w.z. de valuta's waarin de Groep haar grootste risico's loopt. Het beleid van de Groep voor financieel risicobeheer bestaat erin om de impact af te dekken van de omzetting van activa en verplichtingen in vreemde valuta naar de functionele valuta van de relevante dochterondernemingen, alsook om de impact af te dekken van koersschommelingen op de verwachte kasstromen van de Groep in vreemde valuta, en dit voor minimaal 6 maanden tot maximaal 26 maanden.
De Groep heeft bepaalde investeringen in bedrijfsactiviteiten in het buitenland, waarvan de netto-activa blootgesteld zijn aan het risico van de omrekeningsverschillen van vreemde valuta's.
De omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van in vreemde valuta uitgedrukte jaarrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen van de Groep alsook van gelijkgestelde netto-investeringsposities in buitenlandse activiteiten en afdekkingen van netto-investeringen worden weergegeven als cumulatieve omrekeningsverschillen in het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen van de Groep.
5.1.2 Effect van koersschommelingen
Per 31 december 2020 zou de impact op het eigen vermogen en op de winst na belastingen over het jaar als volgt geweest zijn indien de euro met 10% was versterkt of verzwakt ten opzichte van de volgende valuta's, met behoud van alle andere variabelen, gebaseerd op de uitstaande saldi voor de valuta en afdekkingsinstrumenten op die datum:
5.1.3 Rentevoetrisico
Rentevoetwijzigingen kunnen leiden tot variaties in renteopbrengsten en -kosten die voortvloeien uit rentedragende activa en verplichtingen. Daarnaast kunnen ze invloed hebben op de reële waarde van bepaalde financiële activa, verplichtingen en instrumenten, zoals beschreven in het volgende onderdeel over het marktrisico van financiële activa. De rentevoeten op
| Per 31 december 2020 | Wijziging in wissel | Impact op eigen | Impact op winst |
|---|---|---|---|
| koers. Versteviging/ | vermogen: Verlies | en verliesrekening: | |
| € miljoen | verzwakking (-) EUR | (-)/winst | Verlies (-)/winst |
| +10% | 135 | 39 | |
| US\$ | -10% | -165 | -48 |
| +10% | -11 | 0 | |
| GBP | -10% | 13 | -1 |
| +10% | -57 | 1 | |
| CHF | -10% | 69 | -2 |
| +10% | 10 | 1 | |
| JPY | -10% | -13 | -1 |
| Per 31 december 2019 € miljoen |
Wijziging in wissel koers. Versteviging/ verzwakking (-) EUR |
Impact op eigen vermogen: Verlies (-)/winst |
Impact op winst- en verliesrekening: Verlies (-)/winst |
|---|---|---|---|
| +10% | -75 | -15 | |
| US\$ | -10% | 172 | 18 |
| +10% | -45 | 1 | |
| GBP | -10% | 56 | -1 |
| +10% | -63 | 0 | |
| CHF | -10% | 77 | 0 |
| +10% | 15 | 3 | |
| JPY | -10% | -18 | -4 |
de belangrijkste schuldinstrumenten van de Groep is zowel vast als variabel, zoals beschreven in Toelichting 29 en 30. De Groep maakt gebruik van rentevoetderivaten om het rentevoetrisico te beheren, zoals beschreven in Toelichting 39.
De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten (renteswaps) als afdekkingsinstrumenten, onder reële-waardeafdekkingen, tegen vastrentende financiële activa en verplichtingen. Zowel de afgeleide financiële instrumenten als de afgedekte positie zijn geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winsten verliesrekening.
In 2020 werden alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan verplichtingen van de Groep met variabele rentevoet geboekt in het eigen vermogen volgens IFRS 9.
5.1.4 Effect van wijzigingen in de rentevoeten
Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou het eigen vermogen met € 10 miljoen hebben verhoogd (2019: € 0 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou het eigen vermogen met € 11 miljoen hebben doen dalen (2019: € 0 miljoen).
Een verhoging of verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou geen impact gehad hebben op de winsten verliesrekening (2019: € 0 miljoen).
Alle rentevoetafdekkingen worden onder IFRS9 aangemerkt als kasstroomafdekkingen of reële waarde afdekkingen en bijgevolg wordt, behalve in geval van minimale afdekkingsinefficiëntie, het resultaat van een verandering in de rentevoetcurve geboekt via het eigen vermogen, respectievelijk gecompenseerd door de herwaardering via de winst-en-verliesrekening van de afgedekte positie.
Het betreft hier allemaal berekeningen vóór belastingen.
5.1.5 Overige risico's in verband met de marktprijs
Wijzigingen in de reële waarde van bepaalde financiële activa en afgeleide financiële instrumenten kunnen het nettoresultaat of de financiële positie van de Groep beïnvloeden. Langlopende financiële activa, indien van toepassing, worden voor contractuele doeleinden aangehouden, en verhandelbare effecten worden hoofdzakelijk omwille van regelgeving aangehouden. Het risico van waardeverlies wordt beheerd door beoordelingen te maken alvorens over te gaan tot investering, en door continue opvolging van de prestaties van de investeringen en wijzigingen in hun risicoprofiel.
Investeringen in aandelen, obligaties, schuldpapieren en overige vastrentende waardepapieren worden gedaan op basis van richtlijnen met betrekking tot liquiditeit en kredietbeoordeling.
De bedragen die aan marktprijsrisico's onderhevig zijn, zijn eerder onbeduidend en daarom wordt aangenomen dat de invloed op het eigen vermogen of op de winst- en verliesrekening van een redelijke verandering van dit marktprijsrisico verwaarloosbaar is.
Zoals in 2019, verwierf de Groep in de loop van 2020 eigen aandelen, dewelke in het eigen vermogen werden geboekt.
5.2 Kredietrisico
Kredietrisico ontstaat uit de mogelijkheid dat de tegenpartij in een transactie mogelijk niet in staat of niet bereid is aan haar verplichtingen te voldoen, waardoor de Groep een financieel verlies lijdt. Handelsvorderingen zijn onderworpen aan een beleid van actief risicobeheer, waarbij de nadruk ligt op de inschatting van de risico's die verbonden zijn aan specifieke landen, de beschikbaarheid van krediet, lopende kredietbeoordeling en klantencontroleprocedures. Onder de handelsvorderingen zijn er bepaalde concentraties van kredietrisico's van tegenpartijen, met name in de Verenigde Staten, vanwege de verkoop via groothandelaars (Toelichting 25).
Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten.
In de Verenigde Staten heeft de Groep een financieringsovereenkomst voor handelsvorderingen afgesloten waardoor deze niet langer in de balans dienen opgenomen te worden. Conform de algemene voorwaarden van de overeenkomst, behoudt UCB geen enkel risico van niet-betaling of laattijdig betalingsrisico met betrekking tot de overgedragen handelsvorderingen.
De blootstelling van andere financiële activa aan kredietrisico's wordt beheerd door het beleid van de Groep om kredietposities te beperken tot hoogwaardige tegenpartijen, kredietratings regelmatig te evalueren en voor elke individuele tegenpartij bepaalde limieten vast te leggen. De criteria die zijn vastgelegd door de Groepsthesaurie voor het investeringsbeleid zijn gebaseerd op langetermijnkredietbeoordelingen die algemeen worden beschouwd als zijnde van hoge kwaliteit en op een 5-jarige "Credit Default Swap"-koers.
Waar het aangewezen is om het risico te beperken, worden met de respectieve tegenpartijen salderingsovereenkomsten afgesloten op grond van een ISDA-raamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association). De maximale blootstelling aan kredietrisico's die voortvloeien uit financiële activiteiten, salderingsovereenkomsten buiten beschouwing gelaten, is gelijk aan de boekwaarde van financiële activa plus de positieve reële waarde van derivaten.
5.3 Liquiditeitsrisico
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet in staat zal zijn om haar financiële verplichtingen na te komen op de vervaldag. De aanpak van de Groep voor liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te zorgen dat zij altijd over voldoende liquide middelen beschikt om haar verplichtingen op de vervaldag na te komen, in normale omstandigheden, zonder onaanvaardbare verliezen te lijden en zonder risico van aantasting van de reputatie van de Groep.
De Groep houdt voldoende reserves van geldmiddelen en onmiddellijk realiseerbare verhandelbare effecten aan om op elk moment aan haar liquiditeitsbehoeften te kunnen voldoen. Daarnaast beschikt de Groep over bepaalde ongebruikte doorlopende bevestigde kredietfaciliteiten.
Op de balansdatum heeft de Groep de volgende liquiditeitsbronnen beschikbaar:
- geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 26): € 1 336 miljoen (2019: € 1 293 miljoen)
- ongebruikte kredietfaciliteiten en niet-opgenomen beschikbaar bedrag onder financieringscontract (Toelichting 29): € 47 miljoen (2019: € 55 miljoen), lineair degressief afgebouwd sinds 2016 tot 2025
- ongebruikte doorlopende kredietfaciliteiten (Toelichting 29): € 1 miljard (2019: € 1 miljard); de bestaande toegezegde gesyndiceerde doorlopende kredietfaciliteit van de Groep van € 1 miljard, vervallend in 2025, werd per eind 2020 nog niet opgenomen
De onderstaande tabel geeft een analyse van de contractuele vervaldagen van de financiële verplichtingen van de Groep. Ze zijn geclassificeerd volgens de resterende looptijd op de balansdatum tot de contractuele vervaldag, met uitzondering van impact van saldering. De hieronder vermelde bedragen met betrekking tot de financiële derivaten zijn een indicatie van de niet-geactualiseerde contractuele kasstromen.
| € miljoen | Toelichting | Totaal | Contractuele kasstromen |
Minder dan 1 jaar |
Tussen 1 en 2 jaar |
Tussen 2 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bankleningen en andere langetermijnleningen | 29 | 1 567 | 1 567 | 13 | 0 | 1 554 | 0 |
| Schuldpapier en andere kortetermijnleningen | 29 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leaseverplichtingen | 29 | 110 | 126 | 35 | 27 | 33 | 31 |
| Uitgegeven note met vervaldatum in 2027 | 30 | 150 | 162 | 2 | 2 | 5 | 153 |
| Particuliere obligatie met vervaldatum in 2023 | 30 | 186 | 203 | 9 | 9 | 185 | 0 |
| Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2022 |
30 | 351 | 364 | 7 | 7 | 350 | 0 |
| Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2021 |
30 | 350 | 364 | 14 | 350 | 0 | 0 |
| Particuliere obligatie met vervaldatum in 2020 | 30 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| EMTN programma met vervaldatum in 2019 | 30 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Handels- en overige verplichtingen | 35 | 2 229 | 2 229 | 2 138 | 12 | 71 | 8 |
| Voorschotten in rekening-courant | 29 | 33 | 33 | 33 | 0 | 0 | 0 |
| Renteswaps | 20 | 20 | 11 | 5 | 4 | 0 | |
| Termijncontracten en andere afgeleide financiële instrumenten die worden gebruikt voor afdekkingsdoeleinden |
|||||||
| Uitgaand | 2 924 | 2 924 | 2 924 | 0 | 0 | 0 | |
| Inkomend | 2 998 | 2 998 | 2 998 | 0 | 0 | 0 | |
| Termijncontracten en andere afgeleide financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveran deringen in de winst- en verliesrekening |
|||||||
| Uitgaand | 1 623 | 1 623 | 1 623 | 0 | 0 | 0 | |
| Inkomend | 1 583 | 1 583 | 1 583 | 0 | 0 | 0 |
Per 31 december 2020
| Per 31 december 2019 | ||
|---|---|---|
| € miljoen | Toelichting | Totaal | Contractuele kasstromen |
Minder dan 1 jaar |
Tussen 1 en 2 jaar |
Tussen 2 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bankleningen en andere langetermijnleningen | 29 | 31 | 31 | 17 | 14 | 0 | 0 |
| Schuldpapier en andere kortetermijnleningen | 29 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leaseverplichtingen | 29 | 99 | 106 | 35 | 23 | 27 | 21 |
| Particuliere obligatie met vervaldatum in 2023 | 30 | 189 | 212 | 9 | 9 | 194 | 0 |
| Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2022 |
30 | 352 | 371 | 7 | 7 | 357 | 0 |
| Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2021 |
30 | 355 | 378 | 14 | 364 | 0 | 0 |
| Particuliere obligatie met vervaldatum in 2020 | 30 | 250 | 259 | 259 | 0 | 0 | 0 |
| EMTN programma met vervaldatum in 2019 | 30 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Handels- en overige verplichtingen | 35 | 1 888 | 1 888 | 1 856 | 9 | 10 | 13 |
| Voorschotten in rekening-courant | 29 | 5 | 5 | 5 | 0 | 0 | 0 |
| Renteswaps | 38 | 38 | 15 | 12 | 11 | 0 | |
| ermijncontracten en andere afgeleide financiële instrumenten die worden gebruikt voor afdekkingsdoeleinden |
|||||||
| Uitgaand | 3 919 | 3 919 | 3 919 | 0 | 0 | 0 | |
| Inkomend | 3 876 | 3 876 | 3 876 | 0 | 0 | 0 | |
| Termijncontracten en andere afgeleide financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveran deringen in de winst- en verliesrekening |
|||||||
| Uitgaand | 1 236 | 1 236 | 1 236 | 0 | 0 | 0 | |
| Inkomend | 1 236 | 1 236 | 1 236 | 0 | 0 | 0 |
5.4 Kapitaalrisicobeheer
Het beleid van de Groep aangaande het kapitaalrisicobeheer bestaat erin de continuïteit van de Groep als "going concern" veilig te stellen om aandeelhouders verder rendement te bieden en patiënten voordelen te blijven bieden, en de externe schuld van de Groep verder te verminderen om tot een kapitaalstructuur te komen die vergelijkbaar is met die van anderen in de sector.
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Totale leningen (Toelichting 29) | 1 710 | 135 |
| Obligaties (Toelichting 30) | 1 037 | 1 146 |
| Min: geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 26) | -1 336 | -1 293 |
| Netto financiële schuld / kaspositie (-) | 1 411 | -12 |
| Totaal eigen vermogen | 7 272 | 7 009 |
| Totaal financieel kapitaal | 8 683 | 6 997 |
| Gearing ratio | 16% | 0% |
5.5 Schatting van reële waarde
De reële waarde van financiële instrumenten die worden verhandeld op actieve markten (zoals financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten) is gebaseerd op de beurskoersen op de balansdatum.
De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald door middel van beproefde waarderingstechnieken zoals optieprijsstellingsmodellen en geschatte contante waarden van kasstromen. De Groep gebruikt verschillende methodes en maakt veronderstellingen die gebaseerd zijn op de marktomstandigheden en krediet- en verzuimrisico's op elke balansdatum.
Voor langetermijnschulden worden marktnoteringen gebruikt. Voor de overige financiële instrumenten worden andere methodes gebruikt om de reële waarde te bepalen, zoals waardeberekening op basis van contante waarde van verwachte kasstromen. De reële waarde van de renteswaps is berekend als de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van het termijncontract wordt bepaald op grond van de contante waarde van de omgewisselde bedragen van de vreemde valuta, tegen de actuele koers op de balansdatum.
De boekwaarde min de voorziening voor bijzondere waardevermindering van handelsvorderingen en de boekwaarde van handelsschulden wordt verondersteld de reële waarde te benaderen. De reële waarde van financiële verplichtingen die in de toelichting wordt opgenomen, wordt bepaald door middel van het verdisconteren van de toekomstige contractuele kasstromen tegen de huidige marktrentevoeten waarover de Groep beschikt voor soortgelijke financiële instrumenten.
5.5.1 Hiërarchie van de reële waarde
IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de reële waarde waarderingen volgens de volgende hiërarchie:
- Niveau 1 Genoteerde (niet aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa en verplichtingen;
- Niveau 2 Andere technieken waarvan alle inputs die een aanzienlijk effect hebben op de geboekte reële waarde, waarneembaar zijn, hetzij direct, hetzij indirect;
- Niveau 3: technieken die inputs gebruiken die een aanzienlijk effect op de geboekte reële waarde hebben die niet op observeerbare marktgegevens zijn gebaseerd.
Alle toegelichte reële waarde waarderingen zijn recurrente reële waarde waarderingen.
5.5.2 Financiële activa tegen reële waarde
31 december 2020
| € miljoen | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Financiële activa | ||||
| Financiële activa aan reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) (Toelichting 23) |
||||
| Genoteerde aandelen | 115 | 0 | 0 | 115 |
| Genoteerde schuldinstrumenten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afgeleide financiële activa (Toelichting 39) | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 86 | 0 | 86 |
| Termijncontracten – reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 37 | 0 | 37 |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 15 | 0 | 15 |
| Andere financiële activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten) (Toelichting 23) |
31 december 2019
| € miljoen | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Financiële activa | ||||
| Financiële activa aan reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) (Toelichting 23) |
||||
| Genoteerde aandelen | 106 | 0 | 0 | 106 |
| Genoteerde schuldinstrumenten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afgeleide financiële activa (Toelichting 39) | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 9 | 0 | 9 |
| Termijncontracten – reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 13 | 0 | 13 |
| Valutaopties – afdekkingen van netto-investeringen | 0 | 2 | 0 | 2 |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 26 | 0 | 26 |
| Andere financiële activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten) (Toelichting 23) |
5.5.3 Financiële verplichtingen tegen reële waarde
31 december 2020
| € miljoen | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Financiële verplichtingen | ||||
| Afgeleide financiële activa (Toelichting 39) | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Termijncontracten – reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 81 | 0 | 81 |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 4 | 0 | 4 |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 0 | 0 | 0 |
| Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide finan ciële instrumenten) (Toelichting 31) |
||||
| Warranten | 0 | 0 | 0 | 0 |
31 december 2019
| € miljoen | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Financiële verplichtingen | ||||
| Afgeleide financiële activa (Toelichting 39) | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 30 | 0 | 30 |
| Termijncontracten – reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 11 | 0 | 11 |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 1 | 0 | 1 |
| Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide finan ciële instrumenten) (Toelichting 31) |
||||
| Warranten | 0 | 0 | 29 | 29 |
In het boekjaar dat werd afgesloten op 31 december 2020 hebben er geen overboekingen plaatsgevonden tussen niveau 1 en niveau 2 van de reële waarde waarderingen en geen overboekingen van of naar niveau 3 van de reële waarde waarderingen.
Waarderingstechnieken voor de reële-waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële waarde-hiërarchie gebruiken ofwel de "verdisconteerde cash flow" of de "Black & Scholes" methode (alleen voor vreemde valuta-opties) en publiek beschikbare marktinformatie.
De reële waarde van de door een dochteronderneming uitgegeven warranten wordt bepaald via een modelberekening van de verdisconteerde netto contante waarde van de geschatte kasuitstromen. Op 31 december 2020 waren alle bedragen betaald en is de waarde tot nul teruggebracht. De wijziging in reële waarde, erkend in de winst- en verliesrekening, bedraagt € 1 miljoen (2019: € 4 miljoen) en is opgenomen in overige financiële kosten (Toelichting 17).
De volgende tabel laat de wijzigingen zien voor niveau 3-instrumenten:
| € miljoen | Warranten | Totaal |
|---|---|---|
| 1 januari 2019 | 55 | 55 |
| Contante aankoop van extra warranten | 0 | 0 |
| Contante afwikkeling van warranten | -31 | -31 |
| Effect van wijzigingen in de reële waarde opgenomen in de winst- en verliesrekening | 4 | 4 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 2 | 2 |
| 31 december 2019 | 29 | 29 |
| Contante aankoop van extra warranten | 0 | 0 |
| Contante afwikkeling van warranten | -30 | -30 |
| Effect van wijzigingen in de reële waarde opgenomen in de winst- en verliesrekening | 1 | 1 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 0 | 0 |
| 31 december 2020 | 0 | 0 |
5.6 Saldering van financiële activa en financiële verplichtingen
Hoewel de Groep posten heeft die onderhevig zijn aan een afdwingbare salderings- of soortgelijke raamovereenkomst worden de financiële activa en financiële verplichtingen bruto in de balans opgenomen als niet aan de eisen is voldaan om ze netto op te nemen. De onderstaande reconciliaties hebben betrekking op de posten die onderhevig zijn aan een afdwingbare salderingsof soortgelijke raamovereenkomst en die niet op een netto basis zijn opgenomen in de balans.
De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare salderingsraamovereenkomsten:
| Gerelateerde niet op de balans verrekende posten |
||||
|---|---|---|---|---|
| 31 december 2020 € miljoen |
Bruto financiële activa op de balans |
Financiële instrumenten |
Ontvangen zekerheden |
Nettobedragen |
| Derivaten | 138 | 57 | 0 | 81 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 138 | 57 | 0 | 81 |
| Gerelateerde niet op de balans verrekende posten |
||||
|---|---|---|---|---|
| 31 december 2020 € miljoen |
Bruto financiële activa op de balans |
Financiële instrumenten |
Ontvangen zekerheden |
Nettobedragen |
| Derivaten | 89 | 57 | 0 | 32 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 89 | 57 | 0 | 32 |
Met de respectieve tegenpartijen zijn ISDA-raamovereenkomsten (International Swaps and Derivatives Association) afgesloten die de compensatie van financiële activa en passiva mogelijk maken. Dit is van toepassing op de reële waarde-afwikkeling in geval van niet betaling, maar geldt niet op de afsluitdatum 31 december 2020.
De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare salderingsraamovereenkomsten:
| Gerelateerde niet op de balans verrekende posten |
||||
|---|---|---|---|---|
| 31 december 2019 € miljoen |
Bruto financiële activa op de balans |
Financiële instrumenten |
Ontvangen zekerheden |
Nettobedragen |
| Derivaten | 50 | 18 | 0 | 32 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 50 | 18 | 0 | 32 |
| Gerelateerde niet op de balans verrekende posten |
||||
|---|---|---|---|---|
| 31 december 2019 € miljoen |
Bruto financiële activa op de balans |
Financiële instrumenten |
Ontvangen zekerheden |
Nettobedragen |
| Derivaten | 42 | 18 | 0 | 24 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 42 | 18 | 0 | 24 |
6. Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één bedrijfssegment, nl. biofarmaceutica.
nemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert.
Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend Comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen, en wijzen middelen toe op onder
Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de netto-omzet per product, de geografische markten en de opbrengsten afkomstig van de belangrijkste klanten.
6.1 Omzet per product
De netto-omzet bestaat uit:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Cimzia® | 1 799 | 1 712 |
| Vimpat® | 1 451 | 1 322 |
| Keppra® (inclusief Keppra® XR) | 788 | 770 |
| Neupro® | 311 | 319 |
| Briviact® | 288 | 221 |
| Xyzal® | 74 | 101 |
| Zyrtec® (inclusief Zyrtec-D®/Cirrus®) | 75 | 89 |
| Overige producten | 237 | 250 |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet | 29 | -104 |
| Totale netto-omzet | 5 052 | 4 680 |
6.2 Geografische informatie
De onderstaande tabel toont de netto-omzet in elke geografische markt waar de klanten zich bevinden:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| VS | 2 759 | 2 546 |
| Japan | 379 | 368 |
| Duitsland | 339 | 333 |
| Europa – overige (met uitzondering van België) | 330 | 332 |
| Spanje | 192 | 189 |
| Frankrijk (inclusief Franse gebieden) | 164 | 171 |
| Italië | 154 | 150 |
| VK en Ierland | 148 | 115 |
| China | 108 | 139 |
| België | 47 | 42 |
| Andere landen | 403 | 399 |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet | 29 | -104 |
| Totale netto-omzet | 5 052 | 4 680 |
De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich bevinden:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| België | 434 | 337 |
| Zwitserland | 262 | 283 |
| VK en Ierland | 163 | 65 |
| VS | 80 | 57 |
| Japan | 24 | 26 |
| China | 23 | 22 |
| Duitsland | 22 | 21 |
| Andere landen | 27 | 29 |
| Totaal | 1 035 | 840 |
6.3 Informatie over belangrijke klanten
UCB heeft 3 klanten die individueel meer dan 10% van de totale netto-omzet vertegenwoordigen voor 2020 en 2019:
- Cardinal Health, VS, waarvoor de netto-omzet 2020 € 674 miljoen bedraagt (13% van de totale netto-omzet) (2019: € 610 miljoen, 13% van de netto-omzet)
- Mckesson, VS, waarvoor de netto-omzet 2020 € 803 miljoen bedraagt (16% van de totale netto-omzet) (2019: € 774 miljoen, 17% van de netto-omzet)
- Amerisourcebergen Corp, VS, waarvoor de netto-omzet 2020 € 617 miljoen bedraagt (12% van de totale netto-omzet) (2019: € 550 miljoen, 12% van de netto-omzet)
7. Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten
De Groep heeft volgende bedragen erkend met betrekking tot opbrengsten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten | 5 327 | 4 895 |
| Opbrengsten uit overeenkomsten waarbij risico's en voordelen worden gedeeld | 18 | |
| Totale omzet | 4 913 |
7.1 Uitsplitsing van opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten
| Actueel | Timing van de opbrengstenerkenning | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | 2019 | ||||||
| € miljoen | 2020 | 2019 | Op een bepaald moment in de tijd |
Over een bepaalde periode |
Op een bepaald moment in de tijd |
Over een bepaalde periode |
|
| Netto-omzet VS | 2 759 | 2 546 | 2 759 | 0 | 2 546 | 0 | |
| Cimzia® | 1 174 | 1 088 | 1 174 | 0 | 1 088 | 0 | |
| Vimpat® | 1 072 | 1 001 | 1 072 | 0 | 1 001 | 0 | |
| Keppra® | 167 | 189 | 167 | 0 | 189 | 0 | |
| Briviact® | 220 | 170 | 220 | 0 | 170 | 0 | |
| Nayzilam® | 26 | 1 | 26 | 0 | 1 | 0 | |
| Neupro® | 98 | 97 | 98 | 0 | 97 | 0 | |
| Gevestigde merken | 1 | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | |
| Netto-omzet Europa | 1 374 | 1 332 | 1 374 | 0 | 1 332 | 0 | |
| Cimzia® | 431 | 429 | 431 | 0 | 429 | 0 | |
| Keppra® | 223 | 196 | 223 | 0 | 196 | 0 | |
| Vimpat® | 263 | 236 | 263 | 0 | 236 | 0 | |
| Neupro® | 168 | 170 | 168 | 0 | 170 | 0 | |
| Briviact® | 60 | 45 | 60 | 0 | 45 | 0 | |
| Evenity® | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | |
| Gevestigde merken | 226 | 256 | 226 | 0 | 256 | 0 | |
| Netto-omzet internationale markten | 889 | 906 | 889 | 0 | 906 | 0 | |
| Keppra® | 398 | 385 | 398 | 0 | 385 | 0 | |
| Cimzia® | 194 | 194 | 194 | 0 | 194 | 0 | |
| Vimpat® | 115 | 86 | 115 | 0 | 86 | 0 | |
| Neupro® | 45 | 52 | 45 | 0 | 52 | 0 | |
| Evenity® | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Gevestigde merken | 129 | 183 | 129 | 0 | 183 | 0 | |
| Netto-omzet vóór hedging | 5 023 | 4 784 | 5 023 | 0 | 4 784 | 0 | |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet |
29 | -104 | 29 | 0 | -104 | 0 | |
| Totale netto-omzet | 5 052 | 4 680 | 5 052 | 0 | 4 680 | 0 | |
| Royalty-inkomsten en -vergoedingen | 96 | 78 | 96 | 0 | 78 | 0 | |
| Opbrengsten uit contractproductie | 152 | 109 | 152 | 0 | 109 | 0 | |
| Inkomsten uit licentieovereenkomsten (voor uitbetalingen, ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet) |
20 | 24 | 10 | 10 | 11 | 13 | |
| Opbrengsten voortvloeiend uit diensten & overige leveringen |
7 | 4 | 2 | 5 | 3 | 1 | |
| Totaal overige opbrengsten | 179 | 137 | 164 | 15 | 123 | 14 | |
| Totaal opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten |
5 327 | 4 895 | 5 311 | 16 | 4 881 | 14 |
7.2 Contractuele activa en verplichtingen
De Groep heeft de volgende opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen erkend:
| € miljoen | Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Contractuele verplichtingen die voortvloeien uit licentieovereenkomsten | |||
| Langlopend | 35 | 2 | 2 |
| Kortlopend | 35 | 99 | 7 |
| Totale opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen | 101 | 9 |
De Groep heeft geen opbrengstgerelateerde contractuele activa.
De opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen hebben betrekking op nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten met Otsuka, Genentech, GSK en Pfizer (zie hieronder). Deze verplichtingen zijn voornamelijk toegenomen wegens de nieuwe ontwikkelings- en licentieovereenkomst die in de loop van het jaar tussen UCB en Genentech Inc. werd gesloten.
De volgende tabel toont hoeveel van de opbrengsten die in de huidige verslagperiode werden erkend, opgenomen was in het saldo van contractuele verplichtingen aan het begin van de periode en hoeveel van de opbrengsten betrekking heeft op prestatieverplichtingen die in voorgaande perioden werden vervuld.
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Erkende opbrengsten opgenomen in het saldo van contractuele verplichtingen aan het begin van de periode |
6 | 13 |
| Opbrengsten resulterend uit licentieovereenkomsten | 6 | 13 |
| Erkende opbrengsten met betrekking tot prestatieverplichtingen die in voorgaande perioden werden vervuld |
136 | 107 |
| Omzet van producten | 34 | 20 |
| Opbrengsten resulterend uit licentieovereenkomsten | 102 | 87 |
De volgende tabel toont nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten:
| € miljoen | Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Totaal bedrag van de transactieprijs toegewezen aan ontwikkelingsovereen komsten die op 31 december gedeeltelijk of volledig onvervuld zijn |
35 | 99 | 3 |
| Ontvangen vooruitbetalingen voor licentieovereenkomsten die erkend worden in opbrengsten naarmate de prestatieverplichtingen worden vervuld over de periode |
35 | 2 | 6 |
| Nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentie overeenkomsten |
101 | 9 |
Het management verwacht dat 17% van de transactieprijs die toegewezen is aan de onvervulde ontwikkelingsovereenkomsten per 31 december 2020, erkend zal worden in de opbrengsten in de volgende rapporteringsperiode. Naar schatting zal 40% in 2022 worden opgenomen en de resterende 43% in de boekjaren 2021 tot en met 2026. De bedragen die hierboven werden opgenomen, omvatten geen variabele vergoeding die beperkt is. De prestatieverplichtingen die nog vervuld dienen te worden, betreffen ontwikkelingsactiviteiten die in de komende jaren zullen worden uitgevoerd (€ 99 miljoen), evenals het verlenen van toegang tot intellectuele eigendomsrechten waarvan de Groep eigenaar is (€ 2 miljoen).
Alle andere ontwikkelings-, productie- of overige dienstenovereenkomsten gelden voor een periode van een jaar of korter of worden gefactureerd op basis van de gepresteerde tijd. Zoals toegestaan onder IFRS 15, wordt de transactieprijs die is toegewezen aan deze onvervulde overeenkomsten niet toegelicht.
Er werden geen activa erkend voor gemaakte kosten om een contract na te komen.
8. Bedrijfscombinatie
8.1 Overname van Ra Pharmaceuticals Inc.
Op 10 oktober 2019 kondigde UCB aan een overeenkomst te hebben bereikt waarbij UCB 100% van de uitstaande aandelen zou kopen en overnemen van Ra Pharmaceuticals Inc, een Amerikaans biofarmaceutisch bedrijf in klinische fase, gevestigd in Cambridge, Massachusetts.
Op 2 april 2020 kondigde UCB de succesvolle overname aan van Ra Pharma, nu een volledige dochteronderneming van UCB, voor een totale transactiewaarde van US\$ 2,3 miljard in contanten op basis van US\$ 48 in contanten per Ra Pharma-aandeel en rekening houdend met de geldmiddelen van Ra Pharma en de verrekening van de overnamegerelateerde kosten.
Door Ra Pharma over te nemen, heeft UCB haar neurologieportefeuille versterkt door zilucoplan toe te voegen, een Fase 3 onderzoeksmolecule in myasthenia gravis (MG). Zilucoplan wordt in een vroeg stadium ook onderzocht voor andere complement-gemedieerde ziekten, waaronder amyotrofe laterale sclerose (ALS) en immuun-gemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM). De overname van Ra Pharma zal ook de wetenschappelijke expertise van UCB verbreden, aangezien UCB toegang kreeg tot Ra Pharma's baanbrekende macrocyclische peptidechemieplatform. Tenslotte zal de overname de aanwezigheid van UCB op het gebied van O&O in de VS versterken.
De investering vertegenwoordigt een bedrag van USD 2 miljard (na aftrek van de geldmiddelen van Ra Pharma) op basis van USD 48 in contanten per Ra Pharma-aandeel; UCB heeft de toewijzing van de aankoopprijs afgerond. Onderstaande tabel toont de finale bedragen voor de verworven netto-activa en goodwill. De goodwill vertegenwoordigt verwachte synergiën met UCB's biotech onderzoeksactiviteiten alsook de ervaren werknemers. Het wordt niet verwacht dat de goodwill fiscaal aftrekbaar is. Aanpassingen als gevolg van de initiële toewijzing van de aankoopprijs hebben voornamelijk betrekking op de opname van het immaterieel actief zilucoplan en de daarmee verband houdende uitgestelde belastingen. Voor de waardering van het immaterieel actief zilucoplan is een disconteringsvoet van 12,5% gebruikt. De geraamde kasstromen werden in aanmerking genomen voor een periode van 26 jaar. Er werden geen materiële vorderingen overgenomen als onderdeel van de bedrijfscombinatie. Er werden geen voorwaardelijke verplichtingen geïdentificeerd. Er werden kosten met betrekking tot de overname voor een bedrag van € 95 miljoen opgenomen onder Overige Lasten in de periode eindigend op 31 december 2020. Er zijn geen opbrengsten opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor de rapporteringsperiode sinds de overname. Afgezien van de transactiekosten is het verlies van Ra Pharma dat in de geconsolideerde winst- en verliesrekening is opgenomen voor de rapporteringsperiode sinds de overname, niet materieel. De bedragen van de opbrengsten en het verlies voor Ra Pharma in de veronderstelling dat de overnamedatum 1 januari 2020 zou zijn geweest, zouden niet materieel verschillen van wat nu in de geconsolideerde winst- en verliesrekening is opgenomen sinds 2 april 2020.
| € miljoen | Initiële openings balans |
Aanpassingen als gevolg van de initi ële toewijzing van de aankoopprijs |
Aangepaste openingsbalans |
|---|---|---|---|
| Totale aankoopprijs | 2 095 | 0 | 2 095 |
| Betaalde vergoeding in cash | 2 095 | 2 095 | |
| Opgenomen bedrag voor identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen |
44 | 1 890 | 1 934 |
| Vaste activa | |||
| Immateriële activa | 2 273 | 2 273 | |
| Materiële vaste activa (incl. ROU-activa*) | 15 | 7 | 22 |
| Vlottende activa | |||
| Geldmiddelen | 217 | 217 | |
| Andere vlottende activa | 9 | 4 | 13 |
| Langlopende verplichtingen | |||
| Uitgestelde winstbelasting | 384 | 384 | |
| Leaseverplichtingen | 12 | 4 | 16 |
| Kortlopende verplichtingen | 185 | 6 | 191 |
| Goodwill | 2 051 | -1 890 | 161 |
* ROU-activa = gebruiksrecht van activa
8.2 Overname van Engage Therapeutics Inc.
Op 5 juni 2020 heeft UCB Engage Therapeutics Inc. overgenomen. Engage is een klein, particulier bedrijf, opgericht door ouders met kinderen met epilepsie, dat een nieuwe therapeutische oplossing heeft ontwikkeld voor patiënten met epilepsie – Staccato® Alprazolam. Staccato® Alprazolam is een klein, eenmalig te gebruiken, niet-invasief, handinhalatie-apparaat dat alprazolam toedient met een enkele, normale ademhaling. Dit geneesmiddel in Fase 2b-ontwikkeling is speciaal bedoeld voor de behandeling van een thans totaal onvervulde behoefte: snelle beëindiging van een aanhoudende langdurige epileptische aanval (binnen 30 sec – 2 min) zonder dat deze binnen twee uur terugkeert.
De toevoeging van Staccato® Alprazolam aan de epilepsieportefeuille van UCB betekent dat, zodra dit geneesmiddel is goedgekeurd, UCB het potentieel heeft om een snelle beëindiging van de epileptische aanval op aanvraag te leveren voor 20-30% van de patiënten met epilepsie. Bovendien kan het product worden gebruikt in verband met technologie voor het opsporen/ voorspellen van aanvallen.
UCB Holdings Inc. verwierf 100% van de aandelen van Engage. De aankoopprijs voor deze aandelen bestaat uit een betaling bij het afsluiten van de overeenkomst (US\$ 125 miljoen) gecorrigeerd voor nettoschuld en transactiekosten en mijlpaalbetalingen voor een totaalbedrag van US\$ 145 miljoen. Deze betalingen zijn afhankelijk van toekomstige mijlpalen. De reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding is geraamd op € 88 miljoen. De reële waarde houdt rekening met de veronderstelde waarschijnlijkheid en timing van het bereiken van de mijlpalen van de overeenkomst. Er waren geen aanpassingen nodig aan deze schatting sedert de datum van overname. De totale verplichting aan de slotkoers wordt gepresenteerd onder de langlopende 'Handels- en overige verplichtingen' voor een bedrag van € 61 miljoen en onder de kortlopende 'Handels- en overige verplichtingen' voor een bedrag van € 20 miljoen. Bij de overname werd door UCB een bedrag van € 3 miljoen betaald om de nettoschuld en de transactiekosten van Engage af te wikkelen. Deze betaling kan niet worden beschouwd als onderdeel van de vergoeding die is overgedragen aan de verkopers in ruil voor controle over Engage in overeenstemming met de bepalingen in IFRS 3 Bedrijfscombinaties. UCB heeft de toewijzing van de aankoopprijs gefinaliseerd. Onderstaande tabel toont de initiële bedragen voor de overgenomen netto-activa. Er is geen goodwill erkend. Aanpassingen als gevolg van de initiële toerekening van de aankoopprijs hebben voornamelijk betrekking op de opname van het immaterieel actief Staccato® Alprazolam en de daarmee verband houdende uitgestelde belastingen. Er werden geen materiële vorderingen overgenomen als onderdeel van de bedrijfscombinatie. Er werden geen voorwaardelijke verplichtingen geïdentificeerd. Er werden kosten met betrekking tot de overname voor een bedrag van € 4 miljoen opgenomen onder Overige Lasten in de periode eindigend op 31 december 2020. Er zijn geen opbrengsten opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor de rapporteringsperiode sinds de overname. Het verlies van Engage dat in de geconsolideerde winst- en verliesrekening is opgenomen voor de rapporteringsperiode sinds de overname, is niet materieel. De bedragen van de opbrengsten en het verlies voor Engage in de veronderstelling dat de overnamedatum 1 januari 2020 zou zijn geweest, zouden niet materieel verschillen van wat nu in de geconsolideerde winst- en verliesrekening is opgenomen sinds 5 juni 2020.
| € miljoen | Initiële openings balans |
Aanpassingen als gevolg van de toewijzing van de aankoopprijs |
Aangepaste openingsbalans |
|---|---|---|---|
| Totale investeringswaarde | 196 | 0 | 196 |
| Betaalde vergoeding in cash | 106 | 106 | |
| Bedrag gestort op borgrekening | 2 | 2 | |
| Voorwaardelijke vergoeding | 88 | 88 | |
| Opgenomen bedragen voor identificeerbare activa en ver plichtingen |
-3 | 199 | 196 |
| Vaste activa | |||
| Immateriële activa | 246 | 246 | |
| Vlottende activa | 12 | 12 | |
| Langlopende verplichtingen | |||
| Uitgestelde winstbelasting | 47 | 47 | |
| Kortlopende verplichtingen | 15 | 15 | |
| Goodwill | 199 | -199 | 0 |
9. Beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop
9.1 Beëindigde bedrijfsactiviteiten
Voor 2020 bedraagt de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten € 0 miljoen. De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten van € 2 miljoen voor 2019 heeft voornamelijk betrekking op een winst resulterend uit de schikking van claims in verband met de verkoop van UCB's Amerikaanse dochteronderneming gespecialiseerd in generieke geneesmiddelen, Kremers Urban Pharmaceuticals Inc, in 2015.
De kasstromen van beëindigde bedrijfsactiviteiten worden afzonderlijk vermeld in het kasstroomoverzicht. In 2019 was er een kasuitstroom voor een totaalbedrag van € 11 miljoen, gedeeltelijk gerelateerd aan de afwikkeling van een claim met betrekking tot de activiteiten van KU (€ 8 miljoen) en gedeeltelijk gerelateerd aan betalingen voor milieusanering met betrekking tot de voormalige folie- en chemische activiteiten (€ 3 miljoen).
9.2 Activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop De activa en verplichtingen van een groep activa die wordt
afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop op 31 december 2020 hebben voornamelijk betrekking op de afstoting van niet-kernproducten uit de gevestigde merken portfolio. Aangezien niet alle marktvergunningen reeds aan de koper zijn overgedragen, is UCB in sommige landen nog steeds eigenaar van de voorraden voor deze afgestoten niet-kernproducten van gevestigde merken. Er werd geen afwaardering geboekt op deze voorraad.
De activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per 31 december 2019 hebben voornamelijk betrekking op de afstoting van niet-kernproducten uit de gevestigde merken portfolio. De activa bestaan voornamelijk uit intellectuele eigendom en voorraad. Verplichtingen betreffen uitgestelde belastingverplichtingen.
Details van de activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per 31 december 2020 en 2019:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Immateriële activa | 0 | 35 |
| Voorraden | 3 | 15 |
| Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop | 3 | 50 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 0 | 9 |
| Verplichtingen die verband houden met activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop | 0 | 9 |
| Netto-activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop | 3 | 41 |
10. Overige opbrengsten
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Vooruitbetalingen, mijlpaalbetalingen en terugbetalingen | 48 | 46 |
| Opbrengsten uit contractproductie | 152 | 109 |
| Totaal overige opbrengsten | 200 | 155 |
In de loop van 2020 ontving UCB mijlpaalbetalingen en terugbetalingen van verschillende partijen, voornamelijk van:
- Otsuka, voor de gezamenlijke ontwikkeling van E Keppra® en Neupro® in Japan. Het UCB-team nam in oktober 2020 de distributie van E Keppra® over van partner Otsuka;
- Daiichi Sankyo voor Vimpat® in Japan;
- Astellas voor Cimzia® in Japan;
- Biogen voor de gezamenlijke ontwikkeling van antilichaam dapirolizumab pegol;
- R-Pharm voor olokizumab in België;
- Roche en Genentech voor de wereldwijde ontwikkeling en commercialisering van bepranemab;
De opbrengsten uit contractproductieactiviteiten houden voornamelijk verband met het afsluiten van loonfabricageovereenkomsten na de afstoting van gevestigde merken.
11. Operationele volgens aard
De onderstaande tabel toont een aantal kostenitems die in de winst- en verliesrekening worden geboekt met een classificatie op basis van hun aard binnen de Groep:
| € miljoen | Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Kosten voor personeelsbeloningen | 12 | 1 316 | 1 293 |
| Afschrijvingen van materiële vaste activa | 22 | 139 | 123 |
| Afschrijving van immateriële activa | 20 | 215 | 190 |
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa (netto) | 14 | 0 | 2 |
| Totaal | 1 670 | 1 608 |
12. Kosten voor personeelsbeloningen
| € miljoen | Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 904 | 862 | |
| Kosten voor sociale zekerheid | 136 | 124 | |
| Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegd-pensioenregelingen | 33 | 65 | 60 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegde bijdragenregelingen | 46 | 48 | |
| Op aandelen gebaseerde betalingen aan werknemers en bestuurders | 28 | 81 | 69 |
| Verzekering | 31 | 71 | |
| Overige personeelsbeloningen | 53 | 59 | |
| Totaal kosten voor personeelsbeloningen | 1 316 | 1 293 |
De totale kosten voor personeelsbeloningen worden toegerekend aan functionele lijnen binnen de winst- en verliesrekening. De overige personeelsbeloningen bestaan voornamelijk uit ontslagvergoedingen, afvloeiingsregelingen en uitkeringen voor langdurige/tijdelijke arbeidsongeschiktheid.
Aantal werknemers per 31 december
| 2020 | 2019 | |
|---|---|---|
| Met uurloon | 0 | 0 |
| Met maandloon | 2 986 | 2 891 |
| Directie | 5 423 | 4 715 |
| Totaal | 8 409 | 7 606 |
Meer informatie over vergoedingen na uitdiensttreding en op aandelen gebaseerde betalingen vindt u in Toelichtingen 28 en 33.
13. Overige bedrijfsbaten/-lasten
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Voorzieningen | -15 | 15 |
| Waardevermindering op handelsvorderingen | -4 | -4 |
| Winst/verlies (-) uit de verkoop van vaste activa | -3 | 7 |
| Terugbetaling door derden van ontwikkelingskosten | 5 | 4 |
| Ontvangen overheidssubsidies | 18 | 15 |
| Samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling en commercialisering van Evenity™ | 96 | 8 |
| Overige baten/lasten (-) | -2 | 3 |
| Totaal overige bedrijfsbaten/-lasten (-) | 95 | 48 |
Het resultaat van de samenwerkingsovereenkomst met Amgen voor de ontwikkeling en commercialisering van Evenity™ bedroeg € 96 miljoen baten (in vergelijking met € 8 miljoen baten in 2019). Alle doorrekeningen van kosten voor ontwikkeling en commercialisering naar/van Amgen worden geclassificeerd als overige bedrijfsbaten/lasten. Het equivalent totale netto doorrekeningen per 31 december 2020 bestaat uit € 98 miljoen marketing- en verkoopbaten (€ 14 miljoen in 2019) en € -2 miljoen ontwikkelingskosten (€ -6 miljoen in 2019).
De voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op BTW risico's en risico's gelinkt aan de recupereerbaarheid van subsidies.
14. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa
Een beoordeling van de realiseerbare waarden van de activa van de Groep heeft niet geresulteerd in de boeking van bijzondere waardeverminderingsverliezen in 2020 (2019: € 2 miljoen, met betrekking tot het micro RNA targeting platform verworven van
In 2020 werden geen bijzondere waardeverminderingsverliezen geboekt voor materiële vaste activa van de Groep (2019: € 0 miljoen).
Geen redelijkerwijs mogelijke wijziging in één van de basisveronderstellingen waarop het management zich heeft gebaseerd voor de bepaling van de realiseerbare waarde van de activa zou aanleiding kunnen geven tot een boekwaarde die zijn realiseerbare waarde overschrijdt.
15. Reorganisatiekosten
De reorganisatiekosten voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 bedragen € 20 miljoen (2019: € 47 miljoen) en hebben betrekking op nieuwe organisatiemodellen en bedrijfsstopzetting. De opgenomen voorzieningen voor herstructurering zoals gedefinieerd in IAS 37.70 voldoen aan de criteria van IAS 37.72.
16. Overige baten/lasten
De totale overige baten/lasten vertegenwoordigden lasten van € 102 miljoen (2019: baten van € 1 miljoen) en omvatten de volgende posten:
- Nettowinst op afstotingen: € 53 miljoen in 2020. € 16 miljoen heeft betrekking op de afstoting van de Niferex® (ijzersupplement)-franchise in China (€ 41 miljoen in 2019 met betrekking tot de verkoop van Innere Medizin en de afstoting van niet-kernproducten uit de gevestigde merken portfolio) en € 37 miljoen heeft betrekking op de verkoop van Alprostadil in Duitsland.
- € 155 miljoen in 2020, voornamelijk gerelateerd aan kosten voor de overname van Ra Pharma (€ 95 miljoen), de voorziening voor Distilbène en juridische kosten met betrekking tot intellectuele eigendom (2019: € 59 miljoen en voornamelijk gerelateerd aan juridische kosten met betrekking tot intellectuele eigendom en de Distilbène voorziening).
Beryllium LLC).
17. Financiële opbrengsten en financiële kosten
De netto financiële kosten voor het jaar bedroegen € 93 miljoen (2019: € 107 miljoen). Het detail van de financiële kosten en financiële opbrengsten is als volgt:
De overige netto financiële opbrengsten/kosten bevatten € 1 miljoen kosten die verband houden met de verandering in reële waarde van de warranten verbonden aan de gestructureerde entiteit Edev S.à.r.l. (€ -4 miljoen in 2019) (Toelichting 5.5.3.).
Financiële kosten
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Rentekosten van: | ||
| Particuliere obligaties | -18 | -25 |
| Institutionele euro-obligaties | -15 | -17 |
| Overige leningen | -31 | -15 |
| Financiële kosten op leaseovereenkomsten | -4 | -3 |
| Nettoverliezen op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten | -31 | 0 |
| Nettoverliezen uit wisselkoersverschillen | -7 | -59 |
| Overige netto financiële opbrengsten/kosten (-) | -1 | -6 |
| Totaal financiële kosten | -107 | -125 |
Financiële opbrengsten
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Rentebaten: | ||
| op bankdeposito's | 1 | 1 |
| op rentederivaten | 13 | 16 |
| Nettowinst op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten | 0 | 1 |
| Totaal financiële opbrengsten | 14 | 18 |
18. Winstbelastingen (-)/tegoeden
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting | -198 | -225 |
| Uitgestelde winstbelasting | 79 | 80 |
| Totale winstbelastingen (-)/tegoeden | -119 | -146 |
De Groep is actief in verschillende landen en is bijgevolg onderworpen aan winstbelastingen in veel verschillende fiscale jurisdicties.
De kost uit hoofde van winstbelastingen op de winst van de Groep vóór belastingen verschilt van het theoretische bedrag dat tot stand zou komen bij gebruik van het gewogen gemiddelde belastingtarief dat van toepassing is op de winsten (verliezen) van de geconsolideerde ondernemingen.
De winstbelastingen die erkend werden in de winst- en verliesrekening kunnen als volgt worden gedetailleerd:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Theoretisch belastingpercentage | 21% | 22% |
| Winstbelastingen (-) berekend op basis van lokale belastingpercentages die van toepassing zijn in de respectievelijke landen |
-181 | -210 |
| Theoretisch belastingpercentage | 21% | 22% |
| Erkende winstbelasting voor de periode | -198 | -225 |
| Erkende uitgestelde winstbelasting | 79 | 80 |
| Totale winstbelastingen | -119 | -146 |
| Effectief belastingpercentage | 13% | 15% |
| Verschil tussen theoretische en erkende winstbelastingen | 62 | 64 |
| Verworpen uitgaven | -35 | -28 |
| Niet-belastbare inkomsten | 1 | 19 |
| Stijging(-)/daling in verplichtingen voor onzekere belastingposities | -3 | -53 |
| Effect van het gebruik gedurende de periode van voorheen niet erkende belastingtegoeden en verliezen |
0 | 3 |
| Belastingtegoeden | 108 | 89 |
| Wijziging in belastingpercentages | -1 | 42 |
| Effect van de tegenboeking van voorheen erkende uitgestelde belastingvorderingen op fiscale verliezen |
0 | 0 |
| Aanpassingen aan de winstbelasting voor de periode gerelateerd aan voorgaande jaren | 8 | 17 |
| Aanpassingen aan de uitgestelde winstbelasting gerelateerd aan voorgaande jaren | 9 | 6 |
| Netto-effect van voorheen niet erkende uitgestelde belastingvorderingen en niet-erkenning van uitgestelde belastingvorderingen voor huidig boekjaar |
-30 | -38 |
| Bronbelasting | 1 | -2 |
| Overige belastingen | 6 | 9 |
| Totaal verschil tussen theoretische en erkende winstbelastingen | 62 | 64 |
* DTA = uitgestelde belastingvordering (deferred tax asset)
Het theoretische belastingpercentage bleef stabiel in vergelijking met vorig jaar.
Het effectief belastingpercentage van 13% is iets lager dan voorgaand jaar en is samengesteld uit een kost voor wat betreft de winstbelasting die over de verslagperiode verschuldigd is en een tegoed voor wat betreft de uitgestelde winstbelasting. De voornaamste drijfveren voor dit belastingpercentage kunnen als volgt worden samengevat:
Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting
- De toenemende impact van fiscale stimulansen voornamelijk met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling in belangrijke jurisdicties.
- Kosten in verband met UCB's overnames in het huidige jaar die niet als fiscaal aftrekbaar worden beschouwd.
- De belastingimpact van bepaalde eenmalige IP- of juridische reorganisaties in het lopende jaar en in voorgaande jaren.
Uitgestelde winstbelasting
- Hoewel minder uitgesproken door de toename van de winstgevendheid van UCB, was er een stijging van het belastingpercentage met betrekking tot de bewegingen van de uitgestelde belastingsaldi en verrekenbare innovatie-aftrek die UCB tijdens de periode heeft gegenereerd maar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering kon worden erkend.
- Impact van de toepassing van het nieuwe groepsbijdrageregime naar Belgisch belastingrecht.
- Erkenning van bijkomende uitgestelde belastingvorderingen op belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling die verrekend zullen worden ten opzichte van toekomstige belastbare inkomsten.
Factoren die de kost voor winstbelastingen in de toekomst zullen beïnvloeden
De Groep is op de hoogte van verschillende factoren die het toekomstige effectieve belastingpercentage van de Groep zouden kunnen beïnvloeden, meer bepaald de mix van winsten en verliezen tussen de verschillende landen waarin de Groep actief is, het bedrag van niet erkende verliezen en andere belastingattributen die in de toekomst erkend kunnen worden als een uitgesteld belastingvordering op de balans alsook het resultaat van lopende en toekomstige belastingcontroles.
Bedrijfsherstructureringen, acquisities, desinvesteringen en overige transacties kunnen ook gevolgen hebben voor de toekomstige kost voor winstbelastingen van de Groep.
Wijzigingen in de fiscale wetgeving in jurisdicties waarin de Groep actief is alsook de impact van internationale fiscale regelgeving kunnen ook een belangrijke impact hebben. UCB volgt van nabij en neemt deel aan de besprekingen over de initiatieven van de OESO inzake de fiscale uitdagingen die voortvloeien uit de digitalisering van de economie. Ook EU-initiatieven zoals de Gemeenschappelijke Geconsolideerde Heffingsgrondslag voor de Vennootschapsbelasting (CCCTB) en het onlangs aangekondigde Fiscale Actieplan worden op de voet gevolgd.
Naast de OESO- en EU-ontwikkelingen volgt UCB van nabij de fiscale ontwikkelingen in die jurisdicties waar UCB een substantiële aanwezigheid heeft op het gebied van omzet of O&O, zoals de VS (nieuw presidentschap), België (nieuwe regering) en het VK (Brexit).
De fiscale situatie van UCB wordt momenteel niet noemenswaardig beïnvloed door de COVID 19-situatie, maar gezien het ongekende karakter ervan, vindt een voortdurende beoordeling plaats.
19. Componenten van niet-gerealiseerde resultaten (inclusief minderheidsbelangen)
| € miljoen | 1 januari 2019 | Bewegingen van 2019 na belastingen |
31 december 2019 |
Bewegingen van 2020 na belastingen |
31 december 2020 |
|---|---|---|---|---|---|
| Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst- en verliesrekening in latere perioden: |
-211 | 165 | -45 | -226 | -271 |
| Cumulatieve omrekeningsverschillen | -154 | 96 | -58 | -314 | -372 |
| Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI)1 |
-6 | 14 | 9 | 27 | 36 |
| Kasstroomafdekkingen | -51 | 55 | 4 | 61 | 65 |
| Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in latere perioden |
-335 | 29 | -306 | -24 | -330 |
| Herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten |
-335 | 29 | -306 | -24 | -330 |
| Totaal niet-gerealiseerde resultaten toerekenbaar aan aandeelhouders |
-546 | 194 | -351 | -250 | -601 |
1 FVOCI = reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten
20. Immateriële activa
| 2020 | Handelsmerken, patenten, |
||
|---|---|---|---|
| € miljoen | licenties | Overige | Totaal |
| Bruto-boekwaarde per 1 januari | 2 760 | 397 | 3 157 |
| Verwervingen | 54 | 20 | 74 |
| Afstotingen | -6 | -5 | -11 |
| Bedrijfscombinaties | 2 519 | 0 | 2 519 |
| Wisselkoerswijzigingen op bedrijfscombinaties | -110 | 0 | -110 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 0 | 40 | 40 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -257 | -3 | -260 |
| Bruto-boekwaarde per 31 december | 4 960 | 449 | 5 409 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en | -2 050 | -268 | -2 318 |
| bijzondere waardeverminderingsverliezen per 1 januari | |||
| Afschrijvingen voor het jaar | -180 | -35 | -215 |
| Afstotingen | 3 | 3 | 6 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen | 0 | 0 | 0 |
| in de winst- en verliesrekening | |||
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 0 | 0 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 89 | 2 | 91 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december |
-2 138 | -298 | -2 436 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 2 822 | 151 | 2 973 |
| 2019 | Handelsmerken, patenten, |
||
|---|---|---|---|
| € miljoen | licenties | Overige | Totaal |
| Bruto-boekwaarde per 1 januari | 2 737 | 358 | 3 095 |
| Verwervingen | 149 | 24 | 173 |
| Afstotingen | -25 | -3 | -28 |
| Bedrijfscombinaties | 1 | 0 | 1 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 0 | 17 | 17 |
| Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop | -147 | 0 | -147 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 45 | 1 | 46 |
| Bruto-boekwaarde per 31 december | 2 760 | 397 | 3 157 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderings verliezen per 1 januari |
-1 992 | -233 | -2 225 |
| Afschrijvingen voor het jaar | -155 | -35 | -190 |
| Afstotingen | 25 | 1 | 26 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen in de winst- en verlies rekening |
-1 | 0 | -1 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 0 | 0 | 0 |
| Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop | 112 | 0 | 112 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -39 | -1 | -40 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverlie zen per 31 december |
-2 050 | -268 | -2 318 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 710 | 129 | 839 |
De Groep schrijft alle immateriële activa af zodra ze in gebruik worden genomen. De afschrijving van immateriële activa wordt toegeschreven aan de kostprijs van de omzet voor alle immateriële activa die verband houden met compounds. De afschrijvingen met betrekking tot software worden toegeschreven aan de functies die deze software gebruiken.
Het merendeel van de immateriële activa van de Groep is uit vorige overnames voortgekomen. In 2020 verwierf de Groep immateriële activa voor een totaal van € 74 miljoen (2019: € 173 miljoen). Deze verwervingen komen voort uit aangegane licentieovereenkomsten, software en in aanmerking komende geactiveerde ontwikkelingskosten, en hebben hoofdzakelijk betrekking op mijlpalen voor Cimzia® (€ 13 miljoen), terugkoopvergoeding voor Keppra® Japan aan Otsuka (€ 15 miljoen) en € 12 miljoen geactiveerde externe ontwikkelingskosten voor studies uitgevoerd na goedkeuring door de regelgevende instanties.
UCB erkende immateriële activa voor een bedrag van € 2 519 miljoen uit bedrijfscombinaties (zie Toelichting 8).
Afstotingen in 2020 hadden hoofdzakelijk betrekking op de afstoting van de Alprostadil-licentie. Afstotingen in 2019 hadden hoofdzakelijk betrekking op een oude licentie die niet langer werd gebruikt.
In de loop van het jaar erkende de Groep bijzondere waardeverminderingen voor een totaalbedrag van € 0 miljoen (2019: € 1 miljoen). De bijzondere waardeverminderingen worden nader omschreven in Toelichting 14 en zijn in de winsten verliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa".
Overige immateriële activa omvatten vooral software en lopende ontwikkelingsprojecten. Deze activa worden pas afgeschreven zodra ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer de betreffende producten voor het eerst gecommercialiseerd worden) en overgeboekt naar de rubriek licenties.
21. Goodwill
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Netto-boekwaarde per 1 januari | 5 059 | 4 970 |
| Overname | 161 | 13 |
| Wisselkoerswijzigingen op overname | -8 | 0 |
| Andere bewegingen | 0 | 1 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -248 | 75 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 4 964 | 5 059 |
De Groep controleert de goodwill elk jaar op bijzondere waardeverminderingen of vaker als er aanwijzingen zijn dat er mogelijks een bijzondere waardevermindering zou moeten geboekt worden op de goodwill. Bij het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen functioneert de Groep als één segment, biofarmaceutische producten, met één enkele kasstroomgenererende eenheid (KGE) die het laagste niveau vertegenwoordigt waarop de goodwill wordt gemonitord.
Het realiseerbare bedrag van de kasstroomgenererende eenheid wordt bepaald op basis van de bedrijfswaardeberekeningen, en de methodologie die toegepast werd voor het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen is dezelfde als deze die in 2019 werd toegepast.
Basisveronderstellingen
Deze berekeningen steunen op kasstroomprognoses op basis van de financiële gegevens die aan de grondslag liggen van het door het management en raad van bestuur goedgekeurde strategisch plan en die een periode van 10 jaar bestrijken. Gezien de aard van de sector worden de langetermijnprognoses gebruikt om de passende levenscycli van producten volledig te modelleren op basis van de verstrijkdatum van het patent en het therapeutische gebied. Deze langetermijnprognoses, gebaseerd op de resultaten uit het verleden en de verwachtingen van het management inzake marktontwikkelingen, worden aangepast voor specifieke risico's en omvatten:
- de omzetgroeipercentages van pas geïntroduceerde producten;
- de waarschijnlijkheid dat nieuwe producten en/of indicaties de commercialiseringsfase halen;
- de slaagkansen van toekomstige productlanceringen en de verwachte data daarvan;
- de erosie-effecten na het verstrijken van octrooien.
In vergelijking met 2019 zijn de basisveronderstellingen aangepast, rekening houdend met de laatste ontwikkelingen op het gebied van de kansen op succes en de erosie na het verstrijken van octrooien.
Voor de berekeningen van de "bedrijfswaarde" vereist voor de test op bijzondere waardeverminderingen, werd een discontovoet van 5,93% gebruikt voor verhandelde producten, en een discontovoet van 12,5% voor pijplijnproducten.
Rekening houdend met de huidige marktontwikkelingen worden de kasstromen van na de geplande prognosetermijn (eindwaarde) geëxtrapoleerd met behulp van een geschat groeipercentage van 2%, vergeleken met 3% in 2019. Dit groeicijfer is niet hoger dan het gemiddelde groeipercentage op lange termijn voor de desbetreffende gebieden waarin de CGU actief is.
De meeste inkomsten en uitgaven van de Groep worden geboekt in EUR- en USD-landen. De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt bij het opstellen van de toekomstige kasstromen:
| Prognoses over 10 jaar |
2019 | |
|---|---|---|
| US\$ | 1,21 – 1,29 | 1,16 – 1,23 |
| GBP | 0,87 – 1,06 | 0,87 – 1,04 |
| JPY | 119 – 130 | 112 – 130 |
| CHF | 1,06 – 1,08 | 1,07 – 1,12 |
Uitgaande van de risicovrije kortetermijnrente LIBOR EUR op 6 maanden en de langetermijnrente op generieke EU-overheidsobligaties op 20 jaar (2019: 20 jaar), worden de toegepaste disconteringsvoeten bepaald op basis van de gewogen gemiddelde kapitaalkost voor DCF-modellen, inclusief de benchmark op 20 jaar (2019: 20 jaar) voor de kosten van het eigen en het vreemd vermogen, aangepast voor de specifieke activa en landenrisico's die gepaard gaan met de CGU. Gelet op de aard van de sector, heeft de Groep een disconteringsvoet toegepast van 5,93% (2019: 6,54%) voor in de handel verkrijgbare producten en van 12,5% (2019: 13,0%) voor pijplijnproducten.
In de handel verkrijgbare producten zijn producten die verkocht worden op de markt per jaareinde. Deze bevatten onze producten Cimzia®, Vimpat®, Neupro®, Keppra®, Briviact®, Evenity®, Nayzilam® en andere producten (Zyrtec®, Xyzal® en overige). Pijplijnproducten zijn producten die nog niet verkocht worden op de markt per jaareinde (bv. bimekizumab, rozanolixizumab). Voor pijplijnproducten wordt een andere disconteringsvoet gebruikt aangezien de risico's met betrekking tot deze producten hoger zijn dan voor de producten die reeds op de markt zijn. De disconteringsvoeten worden minstens één keer per jaar herzien.
Aangezien de kasstromen pas na belasting worden opgenomen in de berekening van de bedrijfswaarde van de CGU, wordt een disconteringsvoet na belasting gebruikt om consistent te blijven.
Het gebruik van de disconteringsvoet na winstbelasting benadert het resultaat van het gebruik van een tarief vóór belasting toegepast op kasstromen vóór belasting. Er werd een belastingvoet gehanteerd van 20% (2019: 20%).
Gevoeligheidsanalyse
Op basis van wat hierboven werd beschreven, heeft het management geoordeeld dat geen enkele redelijke verandering in om het even welke basisveronderstelling voor het bepalen van de realiseerbare waarde ertoe zou leiden dat de boekwaarde van de CGU wezenlijk hoger zou worden dan zijn realiseerbare waarde. Ter informatie: de gevoeligheidsanalyse die gebruik maakt van een groeipercentage van 0% gecombineerd met een disconteringsvoet onder de 15% geeft geen aanleiding tot een bijzondere waardevermindering van de goodwill.
| Kantoorinrichting, | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | computeruitrus | ||||
| Terrein en | Installaties en | ting, voertuigen | Activa | ||
| € miljoen | gebouwen | machines | en andere | in aanbouw | Totaal |
| Bruto-boekwaarde per 1 januari | 608 | 854 | 166 | 152 | 1 780 |
| Verwervingen | 122 | 18 | 34 | 194 | 368 |
| Bedrijfscombinaties | 21 | 6 | 1 | 0 | 28 |
| Afstotingen | -13 | -1 | -30 | -1 | -45 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere |
14 | 41 | 3 | -98 | -40 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -15 | -7 | -5 | -3 | -30 |
| Bruto-boekwaarde per 31 december | 737 | 911 | 169 | 244 | 2 061 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari |
-320 | -499 | -121 | 0 | -940 |
| Afschrijvingslasten voor het jaar | -44 | -66 | -29 | 0 | -139 |
| Afstotingen | 13 | 1 | 29 | 0 | 43 |
| Bedrijfscombinaties | -2 | -4 | 0 | 0 | -6 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 7 | 6 | 3 | 0 | 16 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december |
-346 | -562 | -118 | 0 | -1 026 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 391 | 349 | 51 | 244 | 1 035 |
22. Materiële vaste activa
| 2019 € miljoen |
Terrein en gebouwen |
Installaties en machines |
Kantoorinrichting, computeruitrus ting, voertuigen en andere |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Bruto-boekwaarde per 1 januari | 582 | 885 | 170 | 109 | 1 746 |
| Verwervingen | 28 | 20 | 22 | 96 | 166 |
| Afstotingen | -28 | -88 | -34 | -2 | -152 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere |
11 | 18 | 6 | -52 | -17 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 15 | 19 | 2 | 1 | 37 |
| Bruto-boekwaarde per 31 december | 608 | 854 | 166 | 152 | 1 780 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari |
-294 | -518 | -127 | -2 | -941 |
| Afschrijvingslasten voor het jaar | -43 | -56 | -24 | 0 | -123 |
| Afstotingen | 24 | 86 | 32 | 2 | 144 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -7 | -11 | -2 | 0 | -20 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december |
-320 | -499 | -121 | 0 | -940 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 288 | 355 | 45 | 152 | 840 |
Er zijn geen eigendomsbeperkingen op de materiële vaste activa en er zijn evenmin materiële vaste activa in onderpand gegeven ter dekking van schulden.
In 2020 verwierf de Groep materiële vaste activa voor een totaalbedrag van € 368 miljoen (2019: € 166 miljoen). Deze verwervingen omvatten gebruiksrechten van activa voor een bedrag van € 45 miljoen (2019: € 40 miljoen), € 122 miljoen aan terreinen en gebouwen, voornamelijk in verband met de aankoop van de nieuwe campussite in het Verenigd Koninkrijk.€ 67 miljoen heeft betrekking op de Bioplant op de site in Braine gerapporteerd onder activa in aanbouw. Materiële vaste activa met een netto-boekwaarde van € 22 miljoen werden geboekt bij de overname van Ra Pharmaceuticals Inc (zie Toelichting 8). Andere verwervingen hebben betrekking op de vernieuwing van de kantooromgeving, de faciliteiten in gebouwen en IT-hardware.
Gedurende het jaar heeft de Groep geen bijzondere waardeverminderingsverliezen erkend (2019: bijzondere waardevermindering van € 0 miljoen.
De afschrijvingskosten voor de periode bedroegen € 139 miljoen (2019: € 123 miljoen) en omvatten de afschrijvingen op gebruiksrechten van activa (€ 43 miljoen).
Gekapitaliseerde financieringskosten
Er werden geen financieringskosten gekapitaliseerd in 2020 (2019: € 0 miljoen).
23. Financiële en overige activa
23.1 Financiële en overige vaste activa
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (excl. afgeleide financiële instrumenten) (zie Toelichting 23.3) |
85 | 81 |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen | 0 | 2 |
| Deposito's in contanten | 12 | 12 |
| Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 39) | 15 | 26 |
| Restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland | 23 | 23 |
| Overige financiële activa | 25 | 30 |
| Financiële en overige vaste activa | 160 | 175 |
23.2 Financiële en overige vlottende activa
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Materiaal voor klinische tests | 156 | 114 |
| Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (excl. afgeleide financiële instrumenten) (zie Toelichting 23.3) |
30 | 25 |
| Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 39) | 124 | 24 |
| Financiële en overige vlottende activa | 310 | 163 |
23.3 Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) (excl. afgeleide financiële instrumenten)
De courante, niet-courante en voor verkoop beschikbare financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (met uitzondering van afgeleide financiële instrumenten) omvatten het volgende:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Aandelen | 115 | 106 |
| Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (excl. afgeleide financiële instrumenten) |
115 | 106 |
De evolutie in de boekwaarde van de financiële activa tegen FVOCI (met uitzondering van afgeleide financiële instrumenten) is als volgt samengesteld:
| 2020 | 2019 | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Aandelen | Schuldinstrumenten | Aandelen | Schuldinstrumenten |
| Per 1 januari | 106 | 0 | 69 | 0 |
| Verwervingen | 18 | 0 | 30 | 0 |
| Afstotingen | -27 | 0 | -7 | 0 |
| Winsten/verliezen(-) op reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten |
14 | 0 | 14 | 0 |
| Herclassificatie van geassocieerde deelnemingen (incl. winst op reële waarde) |
4 | 0 | 0 | 0 |
| Per 31 december | 115 | 0 | 106 | 0 |
Voor meer informatie over de afgeleide financiële instrumenten waarvan de reële-waardeveranderingen via niet-gerealiseerde resultaten worden verwerkt, verwijzen wij naar Toelichting 39.
Voor de financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs, benadert de boekwaarde de reële waarde.
De Groep heeft geen investeringen in schuldinstrumenten.
De aandelen omvatten voornamelijk de investeringen in Heidelberg Pharma AG, Syndesi Therapeutics SA, ExeVir Bio BV en investeringen door UCB Ventures die geclassificeerd werden als financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI). Deze investeringen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Alle winsten en verliezen ten gevolge van wijzigingen in reële waarde worden getoond in de nietgerealiseerde resultaten.
Per eind 2020 bedroeg het belang van UCB in Heidelberg Pharma, Syndesi Therapeutics SA en ExeVir Bio BV respectievelijk 3,65%, 16,45% en 16,52% (op een volledig verwaterde basis) (2019: 4,02%, 18,1%, en 0%). Aangezien UCB geen invloed van betekenis heeft in deze ondernemingen, worden deze eigen-vermogensinstrumenten geclassificeerd als financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten.
De verwerving van financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten gedurende het jaar omvatten € 8 miljoen aan investeringen gedaan door UCB Ventures, het risicokapitaalfonds van UCB, evenals een investering van € 4 miljoen in ExeVir Bio BV. De deelneming in Syndesi Therapeutics SA werd geherclassificeerd van investering in geassocieerde deelneming naar financieel actief aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten, aangezien de deelneming van UCB verminderd werd en geoordeeld werd dat UCB haar invloed van betekenis verloren heeft.
De winsten op de reële waarde die via de niet-gerealiseerde resultaten gaan, hebben voornamelijk betrekking op de waardestijging van UCB's participatie in Heidelberg Pharma AG (€ 5 miljoen) en van investeringen van het risicokapitaalfonds van UCB (€ 8 miljoen).
De financiële vlottende activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (€ 30 miljoen) hebben betrekking op definitief verworven lange-termijnincentives toegekend aan werknemers. Deze worden in bewaring gehouden voor rekening van de relevante deelnemers op een afzonderlijke effectenrekening van UCB. Er is een overeenkomstige verplichting opgenomen onder Overige verplichtingen (Toelichting 35). Aangezien deze aandelen worden aangehouden voor rekening van de betrokken deelnemers en niet voor rekening van UCB, worden ze niet behandeld als eigen aandelen in overeenstemming met IAS 32.33.
23.4 Investeringen in geassocieerde deelnemingen
In december 2017 heeft de Groep een investering gedaan in Syndesi Therapeutics SA, een Belgisch bedrijf. Deze investering werd beschouwd als een investering in een geassocieerde deelneming en werd opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, omdat UCB een invloed van betekenis heeft via haar aandelenbelang en aanwezigheid in de Raad van bestuur. In mei 2020 werd het aandeel van de Groep verminderd tot 16,25% en werd geoordeeld dat de Groep haar belangrijke invloed verloren had. Daarom werd de investering geherclassificeerd als een financieel actief aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI). Het verschil tussen de boekwaarde van de investering op de datum waarop de vermogensmutatiemethode werd stopgezet (€ 2 miljoen) en de reële waarde van het behouden belang (€ 4 miljoen) werd in de winst- en verliesrekening opgenomen als onderdeel van het aandeel in de winst van geassocieerde deelnemingen.
23.5 Gezamenlijke activiteiten
Er werden geen gezamenlijke activiteiten aangegaan door de Groep in 2020.
23.6 Dochterondernemingen met materiële minderheidsbelangen
De geaccumuleerde minderheidsbelangen bedragen per 31 december 2020 € 1 miljoen en hebben betrekking op Edev S.à.r.l. ("Edev"). Er zijn geen dividenden betaald aan minderheidsbelangen noch in 2020 noch in 2019.
Het in Luxemburg gevestigde Edev is volledig eigendom van minderheidsbelangen. Het overzicht van de financiële informatie voor minderheidsbelangen is opgenomen in onderstaande tabellen en is gebaseerd op de financiële situatie voor eliminatie van de intragroepstransacties.
| Samenvatting van de balans | ||
|---|---|---|
| ---------------------------- | -- | -- |
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Vaste activa | 0 | 0 |
| Vlottende activa | 1 | 5 |
| Totaal activa | 1 | 5 |
| Langlopende verplichtingen | 0 | 6 |
| Kortlopende verplichtingen | 0 | 29 |
| Totaal verplichtingen | 0 | 35 |
| Minderheidsbelangen | 1 | -30 |
Samenvatting van de winst- en verliesrekening
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Opbrengsten | 30 | 30 |
| Kosten | -1 | -5 |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 29 | 25 |
| Minderheidsbelangen | 29 | 25 |
Samenvatting van het kasstroomoverzicht
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Netto kasinstroom (uitstroom) uit operationele activiteiten | 0 | -1 |
| Netto kasinstroom (uitstroom) uit investeringsactiviteiten | 0 | 0 |
| Netto kasinstroom (uitstroom) uit financieringsactiviteiten | 0 | 6 |
| Netto kasinstroom (uitstroom) | 0 | 5 |
24. Voorraden
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 98 | 98 |
| Goederen in bewerking | 577 | 538 |
| Afgewerkte producten | 181 | 145 |
| Goederen aangekocht voor doorverkoop | -1 | 0 |
| Voorraden | 854 | 780 |
De kostprijs van de voorraden die zijn opgenomen als kost in "kostprijs van de omzet" bedroeg € 701 miljoen (2019: € 672 miljoen). Er zijn geen voorraden als onderpand gegeven, noch zijn er voorraden die geboekt zijn tegen hun netto realiseerbare waarde. De waardeverminderingen op voorraden bedroegen € 16 miljoen in 2020 (2019: € 9 miljoen) en zijn opgenomen in de kostprijs van de omzet. De totale voorraad steeg met € 74 miljoen en hield verband met de toename van de kernproducten.
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 758 | 700 |
| Min: provisie voor waardeverminderingen | -16 | -14 |
| Handelsvorderingen – netto | 742 | 686 |
| Te ontvangen BTW | 38 | 40 |
| Te ontvangen interesten | 9 | 12 |
| Vooruitbetaalde onkosten | 140 | 129 |
| Nog te ontvangen inkomsten | 0 | 0 |
| Overige vorderingen | 84 | 62 |
| Te ontvangen royalty's | 18 | 21 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 1 031 | 950 |
25. Handelsvorderingen en overige vorderingen
De boekwaarde van handelsvorderingen en overige vorderingen benadert hun reële waarde. Met betrekking tot handelsvorderingen wordt de reële waarde geacht overeen te komen met de boekwaarde verminderd met de voorziening voor waardeverminderingen, en voor alle andere vorderingen benadert de boekwaarde de reële waarde, gezien de korte looptijd van deze bedragen.
Er bestaat enige concentratie van kredietrisico bij de handelsvorderingen. Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten. De Groep werkt samen met specifieke groothandelaars in bepaalde landen. De grootste uitstaande handelsvordering op één klant in 2020 is 14% (2019: 15%) namelijk op McKesson Corp. U.S.
De ouderdomsanalyse van de handelsvorderingen van de Groep per jaareinde is als volgt:
| 2020 | 2019 | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Bruto boekwaarde |
Waarde verminderingen |
Bruto boekwaarde |
Waarde verminderingen |
| Niet vervallen | 682 | 0 | 678 | 0 |
| Vervallen – minder dan één maand | 51 | 0 | 7 | 0 |
| Vervallen – langer dan een maand en niet langer dan drie maan den |
9 | -3 | 3 | 0 |
| Vervallen – langer dan drie maanden en niet langer dan zes maanden |
4 | 0 | 4 | 0 |
| Vervallen – langer dan zes maanden en niet langer dan één jaar | 3 | -8 | 1 | -5 |
| Vervallen – langer dan één jaar | 9 | -5 | 7 | -9 |
| Totaal | 758 | -16 | 700 | -14 |
Op basis van historische percentages van wanbetaling, meent de Groep dat er geen voorziening voor waardeverminderingen nodig is voor handelsvorderingen die nog niet vervallen zijn. Dit betreft 91% (2019: 96%) van het uitstaande saldo op de balansdatum.
De bewegingen in de voorziening voor waardeverminderingen op handelsvorderingen worden hieronder vermeld:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | -14 | -9 |
| Bijzondere waardevermindering opgenomen in de winst- en verliesrekening | -7 | -4 |
| Benutting/afname van provisie voor waardeverminderingen | 3 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 2 | -1 |
| Saldo per 31 december | -16 | -14 |
De overige categorieën binnen handels- en overige vorderingen bevatten geen activa die een waardevermindering hebben ondergaan.
De boekwaarden van de handels- en overige vorderingen van de Groep zijn in de volgende valuta's uitgedrukt:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| EUR | 327 | 296 |
| US\$ | 382 | 359 |
| JPY | 120 | 66 |
| GBP | 45 | 57 |
| CNY | 37 | 39 |
| CHF | 15 | 14 |
| KRW | 8 | 9 |
| Andere valuta's | 97 | 110 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 1 031 | 950 |
De maximale blootstelling aan kredietrisico op de rapporteringsdatum is de reële waarde van elke categorie van vorderingen zoals hierboven vermeld.
De Groep houdt geen enkel onderpand als zekerheid aan.
26. Geldmiddelen en kasequivalenten
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Korte-termijndeposito's | 674 | 964 |
| Banktegoed en beschikbaar saldo | 662 | 329 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten (uitgezonderd voorschotten in rekening-courant) | 1 336 | 1 293 |
Geldmiddelen en korte-termijndeposito's van € 20 miljoen worden aangehouden in landen met beperkende regelgeving inzake kapitaalexport uit het land andere dan deze via gewone dividenden, zoals Brazilië, China, India, Zuid-Korea en Thailand.
Ten behoeve van de presentatie in het Geconsolideerd Kasstroomoverzicht omvatten geldmiddelen en kasequivalenten contanten, direct opvraagbare deposito's en overige kortlopende, uiterst liquide beleggingen met originele looptijden van drie maanden of minder die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen, en voorschotten in rekening-courant. Voorschotten in rekening-courant worden opgenomen onder de leningen onder kortlopende verplichtingen in de balans.
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1 336 | 1 293 |
| Voorschotten in rekening-courant (Toelichting 29) | -33 | -5 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten (uitgezonderd voorschotten in rekening-courant) | 1 303 | 1 288 |
27. Kapitaal en reserves
27.1 Aandelenkapitaal en uitgiftepremies
Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 584 miljoen (2019: € 584 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen (2019: 194 505 658 aandelen). De aandelen van de Vennootschap hebben geen nominale waarde. Per 31 december 2019 waren er 68 872 180 aandelen op naam en 125 633 478 gedematerialiseerde aandelen. Houders van UCB-aandelen hebben recht op dividenden, zoals vastgesteld, en op één stem per aandeel op de algemene aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap. Er is geen maatschappelijk niet-geplaatst kapitaal.
Op 31 december 2020 bedroegen de uitgiftepremies € 2 030 miljoen (2019: € 2 030 miljoen).
27.2 Ingekochte eigen aandelen
De Groep verwierf, via UCB NV, 1 200 000 eigen aandelen (2019: 1 085 000 via UCB NV en UCB Fipar SA) voor een totaalbedrag van € 106 miljoen (2019: € 77 miljoen) en transfereerde 1 570 764 eigen aandelen (2019: 759 546) voor een totaalbedrag van € 85 miljoen (2019: € 36 miljoen). Netto-transfer van 370 764 eigen aandelen voor een nettobedrag van € 21 miljoen.
In 2020 verwierf of verkocht de Groep geen eigen aandelen in het kader van aandelenruiltransacties.
(2019: 0 verworven en 0 verkocht). De Groep behield 5 480 222 eigen aandelen (waarvan geen gerelateerd aan aandelenruiltransacties) op 31 december 2020 (2019: 5 922 638). Deze eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de uitoefening van aandelenopties en de toekenning van prestatieaandelen aan de leden van het Uitvoerend Comité en aan bepaalde categorieën van werknemers.
In het lopende jaar werden geen callopties op UCB-aandelen aangekocht (2019: 0) en werden er geen callopties uitgeoefend (2019: 0). Op 31 december 2020 hield de Groep geen opties aan op UCB-aandelen (31 december 2019: 0).
27.3 Overige reserves
De overige reserves bedragen € -144 miljoen (2019: € -117 miljoen) waarbij de wijziging betrekking heeft op de herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten voor € -24 miljoen, waardoor de totale herwaarderingswaarde uitkomt op € -339 miljoen (2019: € -315 miljoen) en overdracht van reële-waardeverlies met betrekking tot financiële activa aan reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten naar de overige reserves (€ -2 miljoen).
27.4 Cumulatieve omrekeningsverschillen
De reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigt de cumulatieve valuta-omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro gebruiken. De reserve omvat ook de niet gerealiseerde gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekking van netto-investeringen.
28. Op aandelen gebaseerde betalingen
De Groep beheert verschillende in eigen-vermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde op aandelen gebaseerde betalingen, waaronder een aandelenoptieplan, een "Stock Appreciation Rights"-plan (recht op de meerwaarde op de aandelen), een aandelentoekenningsplan en een prestatieaandelenplan om werknemers te vergoeden voor geleverde diensten.
Het aandelenoptieplan, het aandelentoekenningsplan en het prestatieaandelenplan worden in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkeld, terwijl het "Stock Appreciation Rights"-plan in geld afgewikkeld wordt. Naast deze plannen hanteert de Groep ook aandelenaankoopplannen voor werknemers in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten alsook "fantoomaandelenplannen". De kosten die opgelopen worden voor deze plannen zijn niet materieel.
28.1 Aandelenoptieplan en "Stock Appreciation Rights"-plan
Het Governance, benoemings- en remuneratiecomité ("GNCC") kende opties op aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior Executives en de hogere kaders van de UCB Groep. De uitoefenprijs van de in het kader van deze plannen toegekende opties is gelijk aan de laagste van de volgende twee waarden:
- het gemiddelde van de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext te Brussel tijdens de periode van 30 dagen vóór het aanbod; of
- de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext te Brussel op de dag vóór de toekenning.
Een aangepaste uitoefenprijs wordt vastgelegd voor die begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist om van een verminderde belasting te kunnen genieten. De opties worden uitoefenbaar na een wachtperiode van drie jaar, behalve voor de rechthebbende werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een langere wachttijd vereist om van een lager belastingtarief te kunnen genieten. Wanneer een werknemer de Groep verlaat, vervallen zijn/ haar opties gewoonlijk na zes maanden. Bij overlijden of pensioen van een werknemer of in het geval van onvrijwillig ontslag wanneer er bij de toekenning belastingen werden betaald, blijven de opties verworven. De Groep is niet verplicht om de opties terug te kopen of te vereffenen in geld.
De opties zijn niet overdraagbaar (behalve bij overlijden).
Het "Stock Appreciation Rights"(SARs)-plan heeft dezelfde kenmerken als het aandelenoptieplan, behalve dat het voor UCBwerknemers in de Verenigde Staten bestemd is. Dit plan wordt afgewikkeld in geldmiddelen.
28.2 Aandelentoekenningsplan
Het "GNCC" kende gratis aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior Executives en de hogere en middenkaders van de UCB Groep. Aan de aandelen die gratis toegekend werden, zijn voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode verbonden waarbij de begunstigden verplicht zijn om drie jaar in dienst te blijven na de toekenningsdatum. De toegekende aandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk onvoorwaardelijk worden. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.
28.3 Prestatieaandelenplan
Het "GNCC" kende prestatieaandelen toe aan de Senior Executives voor specifieke doelstellingen in overeenstemming met de strategische prioriteiten van het bedrijf. De prestatieaandelen zijn gebonden aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in dienst moet blijven (de toekenningsperiode) om de prestatieaandelen definitief te verwerven en het aantal toegekende aandelen wordt aangepast op het einde van de toekenningsperiode op basis van de prestaties van het bedrijf ten opzichte van haar doelstellingen.
De prestatieaandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk onvoorwaardelijk worden. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.
28.4 Fantoomaandelenoptie-, -aandelentoekenningsen -prestatieaandelenplannen
De Groep heeft ook plannen voor fantoomaandelenopties, fantoomaandelentoekenningen en fantoomprestatieaandelen (collectief "fantoomaandelenplannen" genoemd). Deze "fantoomaandelenplannen" worden toegekend aan bepaalde personeelsleden die een arbeidscontract hebben bij bepaalde verbonden ondernemingen van de Groep en die onder dezelfde regels vallen als de aandelenoptie-, aandelentoekenningsen prestatieaandelenplannen van de Groep, behalve wat de afwikkeling ervan aangaat. Per 31 december 2020 waren er 665 deelnemers (2019: 220) voor deze plannen en de kost voor deze op aandelen gebaseerde betalingsplannen is immaterieel.
28.5 Aandelenaankoopplan voor Noord-Amerikaanse werknemers.
Dit plan is bedoeld om werknemers van met UCB verbonden ondernemingen in Noord Amerika de kans te bieden gewone aandelen van de Groep te kopen. Aandelen worden gekocht met een korting van 15% die wordt gefinancierd door UCB. Werknemers sparen een bepaald percentage van hun salaris door looninhouding en de aandelen worden aangekocht met de bijdragen van de werknemer, na belastingen. De aandelen worden aangehouden door een onafhankelijke bankinstelling op een rekening op naam van de medewerker.
De beperking op deelname van de werknemers aan dit plan is als volgt:
- tussen 1% en 10% van de vergoeding van elke deelnemer;
- USD 25 000 per jaar per deelnemer;
- maximaal USD 10 miljoen in totaal in eigendom van Noord-Amerikaanse werknemers in alle vormen van aandelenplannen over een voortschrijdende periode van 12 maanden.
Per 31 december 2020 had het plan 819 deelnemers (2019: 632). Er zijn geen specifieke toekenningsvoorwaarden en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel.
28.6 Aandelenplan in het Verenigd Koninkrijk
Het is de doelstelling van deze regeling om het bezit van UCB-aandelen door werknemers in het Verenigd Koninkrijk aan te moedigen. Deelnemers sparen een bepaald deel van hun salaris via looninhoudingen en UCB biedt één gratis aandeel voor elke 5 aandelen die iedere deelnemer koopt. De aandelen worden aangehouden op een rekening op naam van de medewerker door een onafhankelijke vennootschap die optreedt als trustinstelling. Werknemersbijdragen aan het plan zijn beperkt tot het laagste van volgende bedragen:
- 10% van de vergoeding van elke deelnemer;
- GBP 1 800 per jaar per deelnemer.
Per 31 december 2020 had het plan 360 deelnemers (2019: 254) en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel.
28.7 Kost voor op aandelen gebaseerde betalingen
De totale kost voor op aandelen gebaseerde betalingen van de Groep bedroeg € 81 miljoen (2019: € 69 miljoen), en is als volgt opgenomen in de relevante functionele lijnen in de winst- en verliesrekening:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Kostprijs van de omzet | 5 | 3 |
| Marketing- en verkoopkosten | 41 | 38 |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 15 | 14 |
| Algemene en administratiekosten | 20 | 14 |
| Overige bedrijfslasten | 0 | 0 |
| Totale operationele kosten | 81 | 69 |
| waarvan in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkeld: | ||
| Aandelenoptieplannen | 8 | 7 |
| Aandelentoekenningsplannen | 62 | 51 |
| Prestatieaandelenplan | 8 | 8 |
| waarvan afgewikkeld in geldmiddelen: | ||
| "Stock Appreciation Rights"-plan | 1 | 4 |
| Fantoomaandelenoptie-, aandelentoekennings- en -prestatieaandelenplannen | 4 | 2 |
28.8 Aandelenoptieplannen
De bewegingen in het aantal uitstaande aandelenopties en hun bijhorende gewogen gemiddelde uitoefenprijs per 31 december zijn:
| 2020 | 2019 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Gewogen gemiddelde reële waarde (€) |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (€) |
Aantal aan delenopties |
Gewogen gemiddelde reële waarde (€) |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (€) |
Aantal aande lenopties |
| Uitstaand per 1 januari | 10,73 | 57,07 | 4 241 720 | 10,53 | 52,95 | 4 197 434 |
| '+ nieuwe opties toegekend | 17,44 | 76,26 | 430 410 | 10,73 | 76,10 | 518 216 |
| (-) Opgegeven opties | 13,18 | 69,75 | 71 030 | 11,69 | 69,43 | 52 795 |
| (-) uitgeoefende opties | 9,83 | 46,12 | 1 247 746 | 8,75 | 38,14 | 405 935 |
| (-) vervallen opties | 7,90 | 31,62 | 12 300 | 5,38 | 21,38 | 15 200 |
| Uitstaand per 31 december | 12,44 | 63,50 | 3 341 054 | 10,73 | 57,07 | 4 241 720 |
| Aantal volledig onvoorwaardelijk geworden opties: |
||||||
| Per 1 januari | 2 414 922 | 2 362 106 | ||||
| Per 31 december | 1 320 368 | 2 414 922 |
Per 31 december 2020 zijn de vervaldata en uitoefenprijzen van de uitstaande aandelenopties als volgt:
| Laatste datum van uitoefening | Uitoefenprijzen (€) | Aantal aandelenopties |
|---|---|---|
| 31 maart 2021 | [25,32 – 26,80] | 118 600 |
| 31 maart 2022 | 32,36 | 274 800 |
| 31 maart 2023 | [48,69 – 49,80] | 517 519 |
| 31 maart 2024 | 58,12 | 644 656 |
| 31 maart 2025 | 67,35 | 330 817 |
| 31 maart 2026 | 67,24 | 406 860 |
| 31 maart 2027 | [70,26 – 72,71] | 436 224 |
| 31 maart 2028 | 66,18 | 467 561 |
| 31 maart 2029 | [76,09 – 76,56] | 536 792 |
| 31 maart 2030 | [76,21 - 79] | 425 814 |
| Totaal uitstaand | 3 341 054 |
De reële waarde wordt berekend aan de hand van het Black & Scholes-waarderingsmodel.
verwachte opgegeven percentage is gebaseerd op het werkelijke personeelsverloop in de categorieën die in aanmerking komen voor compensatie door aandelenopties.
De volatiliteit werd voornamelijk bepaald op basis van de historisch waargenomen aandelenkoersen van UCB over de laatste vijf jaar. De waarschijnlijkheid van een vervroegde uitoefening wordt weergegeven in de verwachte looptijd van de opties. Het
De belangrijkste veronderstellingen die gehanteerd werden bij de waardering van de reële waarde van de aandelenopties toegekend in 2020 en 2019 zijn:
| 2020 | 2019 | ||
|---|---|---|---|
| Aandelenprijs op toekenningsdatum | € | 81,36 | 77,78 |
| Gewogen gemiddelde uitoefenprijs | € | 76,26 | 76,10 |
| Verwachte volatiliteit | % | 27,41 | 25,49 |
| Verwachte looptijd van de opties | Jaren | 5,00 | 5,00 |
| Verwachte dividendopbrengst | % | 1,52 | 1,56 |
| Risicovrije rentevoet | % | -0,27 | -0,17 |
| Verwacht jaarlijks percentage voor opgegeven aandelenopties | % | 7,00 | 7,00 |
28.9 Stock Appreciation Rights (SARs)-plan
De bewegingen van de SARs en de variabelen die gebruikt werden in het waarderingsmodel per 31 december 2020 zijn in de onderstaande tabel terug te vinden.
De reële waarde van de SARs op de toekenningsdatum wordt bepaald aan de hand van het Black & Scholes-model. De reële waarde van de verplichting wordt geherwaardeerd op elke rapporteringsdatum.
| 2020 | 2019 | ||
|---|---|---|---|
| Uitstaande rechten per 1 januari | 988 959 | 976 960 | |
| + nieuwe rechten toegekend | 202 586 | 161 493 | |
| (-) opgegeven rechten | 97 977 | 51 176 | |
| (-) uitgeoefende rechten | 333 388 | 98 318 | |
| (-) vervallen rechten | 3 500 | 0 | |
| Uitstaande rechten per 31 december | 756 680 | 988 959 | |
| De significante veronderstellingen die gehanteerd werden voor de waardering van de reële waarde van de "Stock Appreciation Rights" zijn: |
|||
| Aandelenprijs op jaareinde | € | 84,48 | 70,90 |
| Uitoefenprijs | € | 79,00 | 76,56 |
| Verwachte volatiliteit | % | 28,67 | 25,64 |
| Verwachte looptijd van de opties | Jaren | 5,00 | 5,00 |
| Verwachte dividendopbrengst | % | 1,47 | 1,71 |
| Risicovrije rentevoet | % | -0,68 | -0,32 |
| Verwacht jaarlijks percentage voor opgegeven aandelenopties | % | 7,00 | 7,00 |
28.10 Aandelentoekenningsplan
De kost voor de op aandelen gebaseerde betalingen met betrekking tot deze aandelentoekenningsplannen wordt gespreid over de wachtperiode van drie jaar.
De begunstigden hebben geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode. De evolutie in het aantal uitstaande toegekende aandelen per 31 december is als volgt:
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Aantal aandelen | Gewogen gemid delde reële waarde (€) |
Gewogen gemid Aantal aandelen delde reële waarde |
||
| Uitstaand per 1 januari | 2 153 706 | 72,18 | 2 081 529 | 68,60 | |
| + nieuwe toegekende aandelen | 1 147 623 | 81,93 | 860 515 | 77,51 | |
| (-) opgegeven toegekende aandelen | 189 063 | 73,73 | 203 476 | 70,67 | |
| (-) definitief verworven en uitgekeerde toege kende aandelen |
631 741 | 72,48 | 584 862 | 67,77 | |
| Uitstaand per 31 december | 2 480 525 | 76,49 | 2 153 706 | 72,18 |
28.11 Prestatieaandelenplan
De evolutie in het aantal uitstaande prestatieaandelen per 31 december is als volgt:
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Aantal aandelen | Gewogen gemid delde reële waarde (€) |
Aantal aandelen | Gewogen gemid delde reële waarde (€) |
|
| Uitstaand per 1 januari | 398 419 | 72,63 | 366 875 | 68,84 | |
| + nieuwe toegekende prestatieaandelen | 205 540 | 80,92 | 166 556 | 77,75 | |
| (-) opgegeven prestatieaandelen | 96 365 | 72,89 | 56 018 | 69,56 | |
| (-) definitief verworven prestatieaandelen | 111 721 | 72,54 | 78 994 | 67,95 | |
| Uitstaand per 31 december | 395 873 | 76,91 | 398 419 | 72,63 |
29. Leningen
De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt:
| Kasstromen | Niet-contante wijzigingen | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2019 | Uit finan cierings activiteiten |
Toename/ Afname van geld middelen |
Transfer van lang lopend naar kort lopend |
Wissel koers wijzigingen |
Overige | 2020 |
| Langlopend | |||||||
| Bankleningen | 18 | 1 733 | 0 | 0 | -197 | 0 | 1 554 |
| Overige langetermijnleningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leaseovereenkomsten | 61 | -31 | 0 | 0 | -4 | 49 | 75 |
| Totaal langlopende leningen | 79 | 1 702 | 0 | 0 | -201 | 49 | 1 629 |
| Kortlopend | |||||||
| Voorschotten in rekening-courant | 5 | 0 | 30 | 0 | -2 | 0 | 33 |
| Kortlopende component van bank leningen |
13 | -4 | 0 | 0 | -1 | 5 | 13 |
| Schuldpapier en andere kortetermijn leningen |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leaseovereenkomsten | 38 | -10 | 0 | 0 | -2 | 9 | 35 |
| Totaal kortlopende leningen | 56 | -14 | 30 | 0 | -5 | 14 | 81 |
| Totaal leningen | 135 | 1 688 | 30 | 0 | -206 | 63 | 1 710 |
Op 31 december 2020 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep gelijk aan 1,84% (2019: 3,49%) vóór hedging. Betalingen van variabele rente zijn aan aangemerkte kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan aangemerkte reële-waardeafdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 1,54% (2019: 2,33%) na hedging. De vergoedingen die betaald werden voor de regeling van de obligaties (Toelichting 30) en de gewijzigde faciliteitsovereenkomst worden afgeschreven over de levensduur van de instrumenten.
Waar dit onder hedge accounting van toepassing is, wordt de reële waarde van de langlopende leningen bepaald op basis van de contante waarde van de betalingen van de schuldinstrumenten, aan de hand van de toepasselijke rentecurve en de kredietspread van UCB voor de verschillende valuta's.
Aangezien de bankleningen een variabele rentevoet dragen die om de zes maanden wordt bijgewerkt, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële waarde.
Wat de kortlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden aangezien het effect van de verdiscontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd.
Op 9 januari 2018 heeft de Groep een hernieuwbare kredietfaciliteit van € 1 miljard, toen met een vervaldag op 9 januari 2021, gewijzigd en verlengd naar een hernieuwbare kredietfaciliteit van € 1 miljard die vervalt in 2023 (inclusief de optie om verdere verlengingen van de vervaldag met twee bijkomende jaren aan te vragen). In december 2019 verlengde de Groep de vervaldag van de kredietfaciliteit tot 9 januari 2025 (waarna er geen verdere optie tot verlenging meer is). Per 31 december 2020 waren er geen uitstaande bedragen onder de hernieuwbare kredietfaciliteit (2019: € 0 miljoen).
Op 10 oktober 2019 heeft de Groep een bulletkredietfaciliteit van USD 2,1 miljard met een vervaldatum in 2025 afgesloten, voor de financiering van de verwerving van Ra Pharma.
Per 31 december 2020 was er een uitstaand bedrag van USD 1,9 miljard onder deze kredietfaciliteit (2019: € 0 miljoen).
De Groep beschikt over bepaalde bindende en niet-bindende bilaterale financieringsovereenkomsten. In dit verband werd voor de bindende bilaterale overeenkomst een totaalbedrag van € 47 miljoen niet opgenomen op het einde van 2020 (2019: € 55 miljoen).
Raadpleeg Toelichting 5.3 voor de analyse van de looptijden van de leningen van de Groep (uitgezonderd overige financiële verplichtingen)
De boekwaarden van de leningen van de Groep zijn in de volgende valuta's uitgedrukt:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| US\$ | 1 634 | 57 |
| EUR | 39 | 36 |
| GBP | 13 | 19 |
| CNY | 7 | 5 |
| JPY | 3 | 4 |
| Overige | 14 | 14 |
| Totaal leningen | 1 710 | 135 |
30. Obligaties
De boekwaarde en reële waarde van obligaties zijn als volgt:
| Boekwaarde | Reële waarde | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Coupon rente |
Vervaldag | 2019 | Kasstromen | Reële waarde aanpassin gen |
Andere bewegingen |
2020 | 2019 | 2020 |
| Particuliere obligatie | 5,125% | 2023 | 189 | 0 | -2 | 0 | 186 | 204 | 197 |
| Institutionele euro-obligatie |
1,875% | 2022 | 352 | 0 | -2 | 1 | 351 | 361 | 357 |
| Institutionele euro-obligatie |
4,125% | 2021 | 355 | 0 | -6 | 1 | 350 | 363 | 350 |
| Particuliere obligatie | 3,750% | 2020 | 250 | 0 | 0 | -250 | 0 | 252 | 0 |
| EMTN Note1 | 1,000% | 2027 | 0 | 0 | 0 | 150 | 150 | 0 | 151 |
| Totaal obligaties | 1 146 | 0 | -10 | 99 | 1 037 | 1 180 | 1 055 | ||
| waarvan: | |||||||||
| Langlopend | 896 | 0 | -10 | -199 | 687 | 928 | 705 | ||
| Kortlopend | 250 | 0 | 0 | 101 | 350 | 252 | 350 | ||
| Derivaten gebruikt voor hedging |
-23 | 0 | 10 | 0 | -14 | ||||
| waarvan: | |||||||||
| Vaste activa (-) | -23 | 0 | 10 | 0 | -14 | ||||
| Vlottende activa (-) | -1 | 0 | 1 | 0 | 0 | ||||
| Langlopende verplichtingen (+) |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Kortlopende verplichtingen (+) |
1 | 0 | -1 | 0 | 0 |
1 EMTN: Euro Medium Term Note. De reële waarde van het EMTN-programma kan niet nauwkeurig worden bepaald door de beperkte liquiditeit in secundair markthandelen voor dit programma, en is voor rapporteringsdoeleinden vervangen door de boekwaarde.
30.1 Particuliere obligaties
Met vervaldatum in 2020:
In maart 2020 heeft UCB de € 250 miljoen particuliere obligaties volledig terugbetaald.
Met vervaldatum in 2023:
In oktober 2009 voltooide UCB een openbare emissie van obligaties met een vaste couponrente ter waarde van € 750 miljoen, met een couponrendement en een effectieve rentevoet van 5,75 % per jaar, die bedoeld is voor particuliere beleggers.
In september 2013 deed UCB een onvoorwaardelijk openbaar ruilaanbod voor maximaal € 250 miljoen van de € 750 miljoen aan particuliere obligaties die in november 2014 afliepen en die een brutocoupon van 5,75% hadden. Bestaande obligatiehouders kregen de kans om hun bestaande obligaties om te wisselen voor nieuw uitgegeven obligaties die in oktober 2023 vervallen in een ruilverhouding van 1 tot 1. Deze obligaties dragen een couponrendement van 5,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,398% per jaar bedraagt.
Op het einde van de ruilperiode werden 175 717 bestaande obligaties voor omwisseling aangeboden, goed voor een nominaal bedrag van € 176 miljoen.
De 175 717 nieuwe obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven en zijn genoteerd op Euronext te Brussel. De bestaande obligaties die in het kader van het omruilaanbod omgewisseld werden, zijn door UCB geannuleerd. De 574 283 uitstaande particuliere obligaties zijn vervallen en afgelost in november 2014.
30.2 Institutionele euro-obligatie
Met vervaldatum in 2021:
In september 2013 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 350 miljoen, die in 2021
31. Overige financiële verplichtingen
aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN-programma. Deze obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven tegen 99,944% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 4,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 4,317% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel.
Met vervaldatum in 2022:
In april 2015 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 350 miljoen, die in april 2022 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN-programma. Deze obligaties zijn in april 2015 uitgegeven tegen 99,877% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 1,875% per jaar, terwijl het effectief rendement 2,073% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel.
30.3 EMTN-programma
Met vervaldatum in 2027:
In oktober 2020 heeft UCB voor € 150 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2027. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes dragen een couponrendement van 1,00% per jaar, terwijl het effectief rendement 1,0298% per jaar bedraagt. De notes zijn genoteerd op Euronext Brussel.
30.4 Reële waarde afdekking
De Groep wijst financiële derivaten onder reële-waardeafdekkingen toe aan de particuliere obligaties en de institutionele euro-obligaties. De wijziging in de boekwaarde van de obligaties is volledig te wijten aan de wijziging in de reële waarde van het afgedekte deel van de obligaties, en wordt nagenoeg volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van het corresponderende afgeleide financiële instrument.
| Boekwaarde | Reële waarde | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2020 | 2019 | 2020 | 2019 |
| Langlopend | ||||
| Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 38) |
3 | 1 | 3 | 1 |
| Overige financiële verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal langlopende overige financiële ver plichtingen |
3 | 1 | 3 | 1 |
| Kortlopend | ||||
| Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 38) |
86 | 41 | 86 | 41 |
| Overige financiële verplichtingen | 0 | 29 | 0 | 29 |
| Totaal kortlopende overige financiële ver plichtingen |
86 | 70 | 86 | 70 |
| Totaal overige financiële verplichtingen | 89 | 71 | 89 | 71 |
De overige financiële verplichtingen bevatten een verplichting van € 0 miljoen (2019: € 29 miljoen) voortvloeiend uit de uitgifte van warranten aan de aandeelhouders van Edev Sàrl (Toelichting 5.5.3).
32. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen
32.1 Opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen
| € miljoen | 2019 | Overnames/ Afstotingen |
Wisselkoers wijzigingen op overnames |
Aanpassing O&O |
Beweging van het jaar |
Niet gerealiseerde resultaten - Kasstroom afdekkingen |
Niet gerealiseerde resultaten - Pensioenen |
Effect van wisselkoers wijzigingen |
2020 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële activa | -33 | -563 | 25 | 0 | 27 | 0 | 0 | 0 | -508 |
| Materiële vaste activa | -18 | 0 | 0 | -1 | 0 | 0 | 0 | -19 | |
| Voorraden | 274 | 0 | 0 | 82 | 0 | 0 | -3 | 353 | |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen |
58 | 0 | 0 | -6 | 0 | 0 | 0 | 52 | |
| Personeelsbeloningen | 44 | 0 | 0 | 5 | 0 | 2 | -5 | 46 | |
| Voorzieningen | 6 | 0 | 0 | 3 | 0 | 0 | 0 | 9 | |
| Overige korte-termijnverplich tingen |
-203 | 0 | 0 | 57 | -23 | 0 | -6 | -175 | |
| Netto lease-activa/-verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | 1 | |
| Ongebruikte fiscale verliezen | 239 | 132 | -7 | 0 | -113 | 0 | 0 | -10 | 241 |
| Ongebruikte belastingtegoeden | 455 | 0 | -38 | 23 | 0 | 0 | -3 | 437 | |
| Totaal netto uitgestelde belastingvor deringen/verplichtingen(-) |
822 | -431 | 18 | -38 | 78 | -23 | 2 | 9 | 437 |
| € miljoen | 2018 | Overnames/ Afstotingen |
Wisselkoers wijzigingen op overnames |
Aanpassing O&O |
Beweging van het jaar |
Niet gerealiseerde resultaten - Kasstroom afdekkingen |
Niet gerealiseerde resultaten - Pensioenen |
Effect van wissel koers wijzigingen |
2019 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële activa | -52 | 0 | 0 | 0 | 19 | 0 | 0 | 0 | -33 |
| Materiële vaste activa | -21 | 0 | 0 | 0 | 3 | 0 | 0 | 0 | -18 |
| Voorraden | 200 | 0 | 0 | 0 | 74 | 0 | 0 | 0 | 274 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen |
36 | 0 | 0 | 0 | 22 | 0 | 0 | 0 | 58 |
| Personeelsbeloningen | 48 | 0 | 0 | 0 | -5 | 0 | 1 | 0 | 44 |
| Voorzieningen | 3 | 0 | 0 | 0 | 3 | 0 | 0 | 0 | 6 |
| Overige korte-termijn verplichtingen |
-222 | 0 | 0 | 0 | 38 | -19 | 0 | 0 | -203 |
| Netto lease-activa/-verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ongebruikte fiscale verliezen | 291 | 0 | 0 | 0 | -58 | 0 | 0 | 6 | 239 |
| Ongebruikte belastingtegoeden | 438 | 0 | 0 | 26 | -9 | 0 | 0 | 0 | 455 |
| Totaal netto uitgestelde belasting vorderingen/verplichtingen(-) |
721 | 0 | 0 | 26 | 78 | -19 | 1 | 6 | 822 |
In totaal werden uitgestelde belastingvorderingen ten belope van € 437 miljoen geboekt per 31 december 2020. Op basis van het niveau van voorgaande belastbare winsten en geprojecteerde toekomstige fiscale winsten over de perioden waarin verrekenbare tijdelijke verschillen naar verwachting zullen worden tegengeboekt, is de Groep van mening dat het waarschijnlijk is dat de voordelen van de geboekte uitgestelde belastingvorderingen zullen worden gerealiseerd.
De Groep zag een afname van de uitgestelde belastingvorderingen als een toename van het saldo van de uitgestelde belastingverplichting. Dit is het gevolg van de volgende punten:
• Toewijzing van de aankoopprijs voor overnames: opname van
uitgestelde belastingverplichtingen op verworven activa als gevolg van de toewijzing van de aankoopprijs.
- Uitgestelde belastingvorderingen op verliezen: aanzienlijk gebruik van overgedragen fiscale verliezen ten opzichte van belastbare winst in belangrijke entiteiten, wat gedeeltelijk gecompenseerd wordt door de opname van nieuwe uitgestelde belastingvorderingen op verliezen ten gevolge van de overname van Ra Pharmaceuticals Inc en Engage Therapeutics Inc. In lijn met vorige jaren wordt het gebruik van verliezen ook gedeeltelijk gecompenseerd door een vermindering van de uitgestelde belastingverplichting op recaptiveringsverliezen.
- Belastingkrediet voor O&O: Terugbetaling van belastingkrediet voor O&O ontvangen versus verdere opbouw van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot belastingkredieten voor O&O na O&O-investeringen.
Andere posten zijn een gevolg van de bewegingen op de balansposten van UCB en van de herbeoordeling naar aanleiding van wijzigingen in de belastingwetgeving.
Belastinghervormingen
De impact van wijzigingen in belastingwetgeving en belastingvoet, voornamelijk in Zwitserland, werden beoordeeld door het management en, waar van toepassing, werden de uitgestelde belastingbalansen geherwaardeerd.
Belastingkrediet voor O&O
De groep heeft hogere uitgestelde belastingvorderingen erkend op belastingkredieten. De totale uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot belastingkredieten voor O&O per jaareinde bedragen € 405 miljoen (2019: € 439 miljoen). Deze zullen effectief resulteren in een belastingvoordeel in cash in toekomstige periodes. Er werden ook overige belastingkredieten geboekt voor een bedrag van € 32 miljoen.
Uitgestelde belastingvorderingen op verliezen
UCB heeft zowel een substantiële aanwending van overgedragen fiscale verliezen gekend, gedeeltelijk gecompenseerd door een afname van uitgestelde belastingverplichtingen, als een stijging van de overgedragen fiscale verliezen als gevolg van de overname van Ra Pharmaceuticals Inc en Engage Therapeutics Inc. Een uitgestelde belastingvordering van € 241 miljoen (2019: € 239 miljoen) werd erkend met betrekking tot overgedragen fiscale verliezen voor een totaalbedrag van € 1,06 miljard (2019: € 1,09 miljard) aangezien de Groep besloten heeft dat de relevante entiteiten belastbare winsten zullen genereren in de voorzienbare toekomst tegenover dewelke deze verliezen kunnen worden afgezet en gezien de prognoses betrouwbaar worden geacht, rekening houdend met het profiel van de betrokken entiteiten en de mogelijke beperkingen die van toepassing zouden kunnen zijn. Deze verliezen hebben zich voorgedaan in jurisdicties waarin UCB opereert en vervallen niet. Er werden in deze periode geen bijkomende eerder niet-erkende fiscale verliezen en belastingtegoeden opgenomen. Om de beschikbaarheid van de toekomstige belastbare winsten in te schatten, werd gebruik gemaakt van niet-verdisconteerde prognoses.
32.2 Ongebruikte fiscale verliezen
Per 31 december 2020 had de Groep ook € 2 844 miljoen (2019: € 2 792 miljoen) aan bruto ongebruikte fiscale verliezen en verrekenbare innovatie-aftrek waarvoor geen uitgestelde belastingvordering is opgenomen in de balans. Deze belastingattributen hebben geen vervaldatum.
Op basis van de huidige prognoses en de huidige wetgeving zal de meerderheid van deze belastingattributen volledig gebruikt worden binnen 10 jaar maar er werd besloten om voorlopig geen uitgestelde belastingvordering te erkennen voor deze verliezen gezien het onzekere karakter van deze prognoses.
32.3 Tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgesteld belastingvordering of -verplichting erkend werd
Uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt op tijdelijke overgedragen verschillen die inkomsten vertegenwoordigen die waarschijnlijk in de nabije toekomst gerealiseerd zullen worden. Uitgestelde belastingvorderingen ten belope van (bruto) € 312 miljoen/ netto € 78 miljoen (2019: bruto € 360 miljoen/netto € 90 miljoen) met betrekking tot de DBI-aftrek en immateriële activa zijn niet opgenomen gezien het onzekere karakter van de inning.
Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen ontstaan bij investeringen in dochterondernemingen, aangezien er een 100% participatievrijstelling beschikbaar is voor inkomende dividenden.
Er bestaat een aanvullende niet-erkende uitgestelde belastingverplichting van € 115 miljoen (2019: € 176 miljoen) met betrekking tot een interne reorganisatie die plaatsvond in 2014. De belastingverplichting zal alleen worden verwezenlijkt bij verkoop van het relevante actief, een gebeurtenis die door UCB wordt gecontroleerd en waarvoor geen concrete plannen in de nabije toekomst zijn.
32.4 Direct in niet-gerealiseerde resultaten erkende uitgestelde winstbelastingen
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingen op pensioenen | 2 | 1 |
| Uitgestelde belastingen op effectief gedeelte van de wijzigingen in reële waarde van kasstroom afdekkingen |
-23 | -19 |
| Uitgestelde winstbelastingen direct erkend in niet-gerealiseerde resultaten | -21 | -18 |
33. Personeelsbeloningen
De meeste werknemers zijn gedekt door pensioenplannen die door bedrijven van de Groep financieel ondersteund worden. De aard van dergelijke regelingen is afhankelijk van wettelijke voorschriften, fiscale vereisten en economische omstandigheden van de landen waarin de werknemers tewerkgesteld zijn. De Groep beheert zowel toegezegde-bijdragenregelingen als toegezegdpensioenregelingen.
33.1 Toegezegde bijdragenregelingen
Regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding worden geclassificeerd als 'toegezegde bijdragenregelingen' als de Groep vaste bijdragen betaalt in een apart fonds of aan een onafhankelijke financiële instelling en verder geen wettelijke of uitdrukkelijke verplichtingen heeft om bijkomende bijdragen te betalen. Daarom worden er in de balans van de Groep geen activa of passiva opgenomen met betrekking tot dergelijke regelingen, afgezien van gewone vooruitbetalingen en de toe te rekenen bijdragen. UCB is bij wet verplicht om een bepaald minimaal rendement te garanderen op de werknemers- en werkgeversbijdragen voor de Belgische toegezegde bijdragenregelingen. Bijgevolg dienen deze regelingen beschouwd te worden als toegezegd-pensioenregelingen. Indien betrouwbare schattingen kunnen gemaakt worden voor materiële regelingen, worden deze gewaardeerd onder IAS 19 op basis van de 'projected unit credit'-methode. Deze regelingen worden samen met de resultaten voor de andere toegezegdpensioenregelingen weergegeven.
33.2 Toegezegd-pensioenregelingen
De Groep beheert verscheidene toegezegd-pensioenregelingen. De toegekende voordelen omvatten voornamelijk pensioenvoordelen en jubileumpremies. De voordelen worden toegekend volgens de lokale marktpraktijken en regelgeving. Deze regelingen zijn ofwel niet-gefinancierd ofwel gefinancierd
via externe pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Bij (gedeeltelijk) gefinancierde regelingen worden de fondsbeleggingen afzonderlijk aangehouden in fondsen die door de trustees beheerd worden. Indien een regeling niet-gefinancierd is, met name voor de belangrijkste toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland, wordt voor de pensioenverplichting een verplichting opgenomen in de balans van de Groep. Voor gefinancierde regelingen is de Groep aansprakelijk voor het negatieve verschil tussen de reële waarde van de fondsbeleggingen en de contante waarde van de bruto verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten.
Bijgevolg wordt in de geconsolideerde balans van de Groep een verplichting (of een actief indien de regeling overgefinancierd is) opgenomen. Alle belangrijke regelingen worden jaarlijks beoordeeld door onafhankelijke actuarissen.
De Groep analyseert de waarde van de risico's in haar balans en winst- en verliesrekening die verbonden zijn met haar toegezegdpensioenplannen. Het beoogde risiconiveau met betrekking tot de risicomaatstaven voor een geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening over één jaar worden jaarlijks vastgelegd op basis van door UCB bepaalde risicotolerantiedrempels.
Voor UCB zijn de belangrijkste risico's verbonden aan de toegezegd-pensioenplannen de disconteringsvoet, de inflatie en de levensverwachting. De belangrijkste risico's zijn deze met betrekking tot regelingen in België, Zwitserland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Voor de regelingen in België wordt de levensverwachting niet als een risico beschouwd, vermits pensioenen er worden uitgekeerd als een forfaitair bedrag of geëxternaliseerd worden vóór ze worden betaald als een annuïteit.
De voorbije jaren heeft UCB verschillende projecten uitgevoerd om de risicofactoren te verlagen.
- In het Verenigd Koninkrijk werd de buy-out gefinaliseerd voor drie van de vier pensioenregelingen door de voordelen van alle deelnemers aan de regelingen te verzekeren bij een verzekeringsmaatschappij. UCB heeft bijgevolg geen verplichtingen meer tegenover de deelnemers aan deze drie regelingen. Het overblijvende plan, het "Pension and Insurance Scheme" van Celltech in het Verenigd Koninkrijk concentreert zich sinds 2012 op een geleidelijke risicovermindering gaande van een toewijzing van 50% groei/50% obligaties naar een toewijzing van 10% groei/90% obligaties. De toewijzing groei/obligaties is momenteel rond 30%/70%.
- In België heeft UCB een strategie voor risicovermindering geïmplementeerd door alle Belgische toegezegd-pensioenregelingen en kassaldopensioenplannen te sluiten voor nieuwkomers vanaf 31 december 2019 en door een nieuwkassaldopensioenplan in te voeren met ingangsdatum van 1 januari 2020 met het wettelijk vereiste gegarandeerde rendement. De nadruk blijft liggen op de diversificatie van de activa en beleggingsbeheerders, waarbij het risico nauwlettend in het oog wordt gehouden.
Het in de geconsolideerde balans opgenomen bedrag dat voortvloeit uit de verplichtingen van de Groep met betrekking tot haar toegezegd-pensioenregelingen is als volgt:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten | 1 196 | 1 076 |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | -816 | -715 |
| Tekort voor gefinancierde plannen | 380 | 361 |
| Impact van de limiet op activa | 1 | 1 |
| Netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten | 381 | 362 |
| Plus: Verplichting met betrekking tot in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting 27) |
21 | 20 |
| Totale verplichtingen uit personeelsbeloningen | 402 | 382 |
| waarvan: | ||
| Gedeelte opgenomen als langlopende verplichtingen | 402 | 382 |
| Gedeelte opgenomen als vaste activa | 0 | 0 |
88% van de netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten heeft betrekking op toegezegd-pensioenplannen in België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
De evolutie in de contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten in het lopende jaar is als volgt:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 1 076 | 996 |
| Aan het huidig dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 58 | 58 |
| Rentekosten | 14 | 20 |
| Herwaarderingswinst(-)/verlies | ||
| Effect van wijzigingen in demografische veronderstellingen | 1 | -14 |
| Effect van wijzigingen in financiële veronderstellingen | 76 | 30 |
| Effect van ervaringsaanpassingen | 14 | 3 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst (-)/verlies op afwikkelingen | 1 | -2 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -16 | 20 |
| Pensioenbetalingen uit het plan | -19 | -26 |
| Pensioenbetalingen door de werkgever | -5 | -5 |
| Betalingen uit afwikkelingen | 0 | 0 |
| Bijdragen door deelnemers | 3 | 3 |
| Overige | -7 | -7 |
| Per 31 december | 1 196 | 1 076 |
De evolutie in de reële waarde van de fondsbeleggingen in het lopende jaar is als volgt:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 715 | 600 |
| Renteopbrengsten | 10 | 14 |
| Herwaarderingswinst(-)/verlies | ||
| Rendement op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) | 64 | 51 |
| Wijzigingen in de limiet op activa (excl. renteopbrengsten) | 0 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | -15 | 16 |
| Bijdragen door deelnemers | 3 | 3 |
| Werkgeversbijdragen | 70 | 71 |
| Pensioenbetalingen uit het plan | -23 | -31 |
| Betalingen uit afwikkelingen | 0 | 0 |
| Betaalde onkosten, belastingen en premies | -8 | -9 |
| Per 31 december | 816 | 715 |
De reële waarde van de fondsbeleggingen bedraagt € 816 miljoen (2019: € 715 miljoen), goed voor 68% (2019: 66%) van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Het totale tekort van € 380 miljoen (2019: € 361 miljoen) zal naar verwachting weggewerkt worden over de geschatte resterende gemiddelde duur van het dienstverband van het huidige lidmaatschap.
De bedragen die zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van deze toegezegd-pensioenplannen zijn de volgende:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Totaal aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, (incl. pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst (-)/verlies uit afwikkelingen) |
59 | 56 |
| Netto rentekosten | 4 | 7 |
| Herwaardering van andere lange-termijnpersoneelsbeloningen | 1 | -4 |
| Administratiekosten en belastingen | 1 | 1 |
| Componenten van kosten voor toegezegde pensioenen die zijn geboekt in de winst- en verliesrekening |
65 | 60 |
| Herwaarderingswinst (-)/verlies | ||
| Effect van wijzigingen in demografische veronderstellingen | 1 | -13 |
| Effect van wijzigingen in financiële veronderstellingen | 76 | 33 |
| Effect van ervaringsaanpassingen | 13 | 3 |
| Rendement op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) | -63 | -51 |
| Wijzigingen in de limiet op activa (excl. renteopbrengsten) | -1 | 0 |
| Componenten van kosten voor toegezegde pensioenen die zijn geboekt in niet-gereali seerde resultaten |
26 | -28 |
| Totale componenten van kosten voor toegezegde pensioenen | 91 | 32 |
De totale aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de netto rentekosten, de herwaardering van andere lange-termijnpersoneelsbeloningen, administratiekosten en belastingen voor het jaar zijn opgenomen onder de kosten voor personeelsbeloningen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. 81% van de kosten voor toegezegde pensioenen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening hebben betrekking op toegezegd-pensioenregelingen in België en het Verenigd Koninkrijk. De herwaardering van de netto verplichting uit hoofde van toegekende pensioenrechten is opgenomen in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde
en niet-gerealiseerde resultaten als onderdeel van de niet-gerealiseerde resultaten. De totale herwaarderingen resulteerden in een verlies van € 26 miljoen in 2020 in vergelijking met een winst van € 28 miljoen in 2019. Het verlies in 2020 is voornamelijk het gevolg van een verdere daling van de disconteringsvoeten, die gedeeltelijk wordt gecompenseerd door een hoger rendement op fondsbeleggingen. De winst in 2019 is voornamelijk het gevolg van een hoger rendement op fondsbeleggingen en wijzigingen in de aannames rond salarisverhogingen, gecompenseerd door een afname in de disconteringsvoeten.
De opsplitsing van de geboekte kosten over de functionele lijnen is als volgt:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Kostprijs van de omzet | 19 | 16 |
| Marketing- en verkoopkosten | 7 | 7 |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 23 | 22 |
| Algemene en administratiekosten | 16 | 15 |
| Totaal | 65 | 60 |
Het reële rendement op de fondsbeleggingen bedraagt € 64 miljoen (2019: € 51 miljoen), en het reële rendement op restitutierechten bedraagt € 1 miljoen (2019: € 0 miljoen).
De voornaamste categorieën van fondsbeleggingen op het einde van de verslagperiode zijn als volgt:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 12 | 15 |
| Eigen-vermogensinstrumenten | 226 | 173 |
| Europa | 60 | 52 |
| VS | 36 | 13 |
| Rest van de wereld | 130 | 108 |
| Schuldinstrumenten | 295 | 240 |
| Bedrijfsobligaties | 147 | 79 |
| Overheidsobligaties | 41 | 41 |
| Overige | 107 | 120 |
| Vastgoed | 13 | 17 |
| In aanmerking komende verzekeringscontracten | 103 | 96 |
| Beleggingsfondsen | 153 | 156 |
| Overige | 14 | 18 |
| Totaal | 816 | 715 |
Nagenoeg alle aandelen en schuldinstrumenten beschikken over beurskoersen in actieve markten. Vastgoed kan gerangschikt worden als niveau 3-instrument op basis van de definities in IFRS 13, Waardering tegen reële waarde.
De in de fondsen aangehouden activa bevatten geen directe beleggingen in aandelen van de UCB Groep, noch in onroerend goed of andere activa die gebruikt worden door de Groep, al kan het wel zijn dat UCB-aandelen deel uit maken van de investeringen in beleggingsfondsen. De voornaamste gewogen gemiddelde actuariële veronderstellingen die zijn gebruikt, zijn als volgt:
| Eurozone | VK | Overige | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | 2019 | 2020 | 2019 | 2020 | 2019 | |
| Disconteringsvoet | 0,90% | 1,26% | 1,40% | 2,05% | 0,02% | 0,16% |
| Inflatie | 1,75% | 1,75% | 2,80% | 3,00% | N.v.t. | N.v.t. |
Belangrijke actuariële veronderstellingen voor de bepaling van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten zijn de disconteringsvoet en de inflatie. De volgende gevoeligheidsanalyses werden bepaald op basis van redelijkerwijze mogelijke fluctuaties in de veronderstellingen die zich voordoen op het einde van de verslagperiode.
- Als de disconteringsvoet 50 basispunten hoger (lager) zou zijn, dan zouden de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten dalen met € 94 miljoen (stijgen met € 104 miljoen) als alle overige veronderstellingen constant zouden blijven.
- Als het inflatiepercentage zou stijgen (dalen) met 25 basispunten, dan zou de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten stijgen met € 22 miljoen (dalen met € 21 miljoen) als alle overige veronderstellingen constant zouden blijven.
De cijfers zoals boven vermeld houden geen rekening met eventuele onderlinge relaties tussen de veronderstellingen, met name tussen de disconteringsvoet, verwachte loonsverhogingen en inflatiepercentages.
De dochterondernemingen van de Groep moeten de verwachte verdiende pensioenrechten op jaarbasis financieren. De financiering is doorgaans gebaseerd op lokale actuariële vereisten en in dit kader wordt de disconteringsvoet bepaald op basis van een risicovrije interestvoet.
Onderfinanciering in verband met verstreken diensttijd wordt voldaan door het opzetten van herstelplannen en beleggingsstrategieën op basis van de demografische evolutie voor het plan, de juiste periodes voor de aflossing van verplichtingen voor verstreken diensttijd, verwachte loonsverhogingen en de financiële mogelijkheden van de plaatselijke onderneming.
De gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenregelingen op het einde van de rapporteringsperiode bedraagt 16,60 jaar (2019: 16,22 jaar). Dit cijfer kan verder worden uitgesplitst in een gemiddelde duur voor volgende regio's:
- Eurozone: 14,50 jaar (2019: 14,55 jaar);
- VK: 19,90 jaar (2019: 18,48 jaar);
- Overige: 20,40 jaar (2019: 19,73 jaar).
De Groep verwacht in de loop van het volgende boekjaar een bijdrage te doen van € 71 miljoen aan de toegezegd-pensioenregelingen.
Om de drie jaar wordt een studie uitgevoerd waarin activa en passiva tegen elkaar afgewogen worden. Hierin worden de beleggingsstrategieën geanalyseerd in het licht van risico- en
rendementsprofielen. Een dergelijke studie werd in 2018 in Zwitserland uitgevoerd. In België werd de meest recente studie uitgevoerd in 2019.
Bij het bepalen van een langetermijnstrategie voor de pensioenplannen, houdt het beleggingscomité rekening met enkele door de Groep gedefinieerde basisprincipes zoals:
- een goed evenwicht tussen het bijdrageniveau dat aanvaardbaar is voor UCB en het niveau van het beleggingsrisico dat aan de verplichtingen verbonden is;
- de volatiliteit verminderen door een diversificatie van de beleg gingen; en
- het niveau van het beleggingsrisico dient af te hangen van de financiële situatie van de regelingen en hun schuldpositie.
34. Voorzieningen
De wijzigingen in voorzieningen worden hieronder weergegeven:
| € miljoen | Milieu | Herstructurering | Overige | 2020 |
|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2020 | 16 | 25 | 177 | 218 |
| Ontstaan in het jaar | 0 | 8 | 75 | 83 |
| Tegenboeking ongebruikte bedragen | 0 | 0 | -8 | -8 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 0 | 0 | -3 | -3 |
| Gebruikt in het jaar | -1 | -23 | -21 | -45 |
| Per 31 december 2020 | 15 | 10 | 220 | 245 |
| Langlopend gedeelte | 14 | 0 | 151 | 165 |
| Kortlopend gedeelte | 1 | 10 | 69 | 80 |
| Totale voorzieningen | 15 | 10 | 220 | 245 |
34.1 Milieuvoorzieningen
UCB heeft bepaalde milieuverplichtingen behouden die verband hielden met het afstoten van Films (2004) en Surface Specialties (2006). Deze verplichtingen hebben te maken met de afgestoten vestigingen waarover UCB de volle verantwoordelijkheid heeft behouden, in overeenstemming met de contractuele voorwaarden. In 2020 is een deel van die milieuvoorziening gebruikt.
34.2 Reorganisatievoorzieningen
De voorzieningen voor reorganisatie die in 2020 werden aangelegd, hebben betrekking op verdere optimalisatie van de bedrijfsmodellen. Het gebruik van de voorzieningen heeft vooral betrekking op eerdere reorganisaties in Europa.
34.3 Overige voorzieningen
Overige voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op:
- voorzieningen voor rechtszaken die voornamelijk voorzieningen omvatten voor geschillen waar UCB of een dochteronderneming gedagvaard wordt voor claims van voormalige werknemers van UCB;
- voorzieningen voor productaansprakelijkheid die betrekking hebben op de risico's die gepaard gaan met de normale bedrijfsvoe-
ring en waarvoor de Groep aansprakelijk kan worden gesteld door de verkoop van dit soort geneesmiddelen. UCB is momenteel gedaagde in verschillende productaansprakelijkheidsrechtzaken in Frankrijk met betrekking tot Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep. De eisers in deze rechtszaken beweren dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène genomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijke letsel hebben opgelopen (zie Toelichting 43.3). De voorziening met betrekking tot Distilbène steeg met € 21 miljoen tot een totaal van € 133 miljoen (2019: stijging met € 13 miljoen tot een totaal van € 112 miljoen) om de netto geschatte toekomstige kasuitstromen weer te geven. De voorziening werd verdisconteerd op basis van een disconteringsvoet van -0,34% (2019: 0,07%). Indien de disconteringsvoet 25 basispunten lager zou zijn, zou de voorziening met € 3 miljoen toenemen, aan een disconteringsvoet van 0% zou de voorziening met € 4 miljoen afnemen;
- voorzieningen voor herstelkosten voor geleasede gebouwen als gevolg van de toepassing van IFRS 16 (€ 10 miljoen) (2019: € 10 miljoen) (zie Toelichting 40);
- voorzieningen met betrekking tot de recupereerbaarheid van te ontvangen belastingen, andere dan winstbelastingen.
Er wordt met betrekking tot de bovenvermelde risico's een evaluatie gemaakt samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vak-experts.
35. Handels- en overige verplichtingen
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Overige schulden | 91 | 32 |
| Totaal langlopende handels- en overige verplichtingen | 91 | 32 |
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Handelsschulden | 513 | 403 |
| Te ontvangen facturen | 86 | 100 |
| Te betalen belastingen, andere dan winstbelastingen | 23 | 43 |
| Lonen en socialezekerheidsbijdragen | 229 | 198 |
| Overige schulden | 69 | 66 |
| Uitgestelde inkomsten in verband met ontwikkelingsovereenkomsten | 98 | 3 |
| Overige uitgestelde inkomsten | 24 | 35 |
| Te betalen royalty's | 80 | 105 |
| Te betalen rabatten/kortingen en overige omzetreducties | 717 | 673 |
| Gelopen interesten | 28 | 32 |
| Overige toe te rekenen kosten | 271 | 198 |
| Totaal langlopende handels- en overige verplichtingen | 2 138 | 1 856 |
De toename van € 60 miljoen in langlopende handels- en overige verplichtingen is het gevolg van de overname van Engage Therapeutics Inc. (zie Toelichting 8)
De handels- en overige verplichtingen worden grotendeels geclassificeerd als kortlopend en bijgevolg worden de boekwaarden van de totale handels- en overige verplichtingen verondersteld een redelijke benadering te zijn van hun reële waarde.
"Te betalen rabatten/kortingen en overige omzetreducties" bevatten rabatten, terugvorderingen (chargebacks), kortingen en accruals voor verwachte verkoopretouren met betrekking tot producten die verkocht werden in de VS aan verschillende klanten die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma's inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate", "Federal Medicare" en andere. De verkoopretouren en omzetreducties worden geboekt in dezelfde periode als de onderliggende verkopen als een vermindering van de omzet.
De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving.
Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de accruals die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties.
De accruals worden beoordeeld en regelmatig aangepast gelet op de contractuele en wettelijke verplichtingen, historische trends, ervaring uit het verleden en verwachte marktomstandigheden.
Alle retouren, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat, afgetrokken van de omzet en in de toepasselijke accrualrekening op de balans gepresenteerd. De schatting voor toekomstige retouren van producten is gebaseerd op verschillende factoren zoals onder andere historische retourpercentages, vervaldatum per product, retourpercentage per afgesloten batch, effectief verwerkte retouren alsook alle andere specifiek geïdentificeerde verwachte retouren ten gevolge van gekende factoren zoals verlies van exclusiviteit van patent, terugroepingen van producten en stopzettingen of een veranderende competitieve omgeving. Aanpassingen aan deze accruals kunnen noodzakelijk zijn in de toekomst gebaseerd op herwerkte schattingen betreffende onze veronderstellingen, hetgeen een impact zou hebben op het geconsolideerd resultaat uit onze bedrijfsactiviteiten. De verplichting voor verkoopretouren en reducties in de VS die opgenomen is als onderdeel van de verplichting voor te betalen rabatten en kortingen bedraagt € 554 miljoen per 31 december 2020 (31 december 2019: € 549 miljoen).
36. Te betalen belastingen
Te betalen belastingen omvatten verplichtingen voor onzekere belastingposities voor een bedrag van € 155 miljoen (2019: € 145 miljoen). In 2020 was er een netto-toename van verplichtingen ingevolge herwaardering en prognose van bestaande belastingrisico's, tegenboeking van belastingrisico's op basis van het verstrijken van de verjaringstermijn en opname van nieuwe verplichtingen, allen op basis van de technische aspecten van de fiscale zaken en de status van de besprekingen met de fiscale autoriteiten bij belastingcontrole (waar van toepassing). Verplichtingen voor onzekere belastingposities worden erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een ingenomen belastingpositie moeilijk of niet houdbaar is als deze wordt aangevochten door de belastingautoriteiten en nadat alle rechtsmiddelen zijn uitgeput.
UCB heeft vorderingen erkend voor belastingvermindering ingevolge Onderlinge Overleg / Arbitrageprocedures voor een bedrag van € 25 miljoen (2019: € 18 miljoen). Activa voor belastingvermindering ingevolge Onderlinge Overleg / Arbitrageprocedures worden alleen erkend als het waarschijnlijk wordt geacht dat overeenkomstige aanpassingen zullen worden toegestaan volgens de Onderlinge Overleg / Arbitrageprocedures in één of meerdere rechtsgebieden. De beoordeling voor zowel onzekere belastingposities als de overeenkomstige aanpassingen wordt berekend op basis van de meest waarschijnlijk uitkomst (voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting) of de verwachte waarde (voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting en verrekenprijzen), waar van toepassing, en in overeenkomst met IFRIC 23. Zie Toelichting 4.2.5 voor meer gedetailleerde informatie inzake de inschatting door de Groep van onzekere belastingposities. Dit betekent dat de Groep, op netto-basis, een voorziening van € 130 miljoen (2019: € 127 miljoen) heeft aangelegd voor onzekere belastingposities en de nodige procedures onderneemt om belastingvermindering zeker te stellen waar mogelijk.
UCB wordt geconfronteerd met belastingcontroles in een aantal landen waar het activiteiten heeft. De punten die ter discussie staan, zijn in sommige gevallen complex en dergelijke controles kunnen een aantal jaren aanslepen alvorens ze opgelost zijn. De Groep volgt de verplichtingen voor onzekere belastingposities die eind 2020 erkend werden, en ook de status van lopende belastingcontroles weergeven, strikt op.
37. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht geeft de operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten weer.
UCB past de indirecte methode toe voor de operationele kasstromen. Het nettoresultaat is aangepast voor:
• de effecten van niet-geldelijke transacties zoals afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingsverliezen, provisies, waarderingen tegen reële waarde enz., alsook de wijzigingen inzake werkkapitaal; • opbrengsten en kosten die verband houden met kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten. Belangrijke nietgeldelijke transacties voor 2020 hebben voornamelijk betrekking op verworven werkkapitaal uit overnames (€ 263 miljoen) en belastingkredieten (€ 81 miljoen) waarvoor het cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden.
Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2019 hebben voornamelijk betrekking of belastingkredieten (€ 69 miljoen) waarvoor het cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden.
| € miljoen | Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Aanpassing voor niet-geldelijke transacties | 297 | 231 | |
| Afschrijvingen | 10, 22, 20 | 354 | 313 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen/terugname (-) | 10, 14 | 0 | 1 |
| Kost voor in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen |
4 | 6 | |
| Overige niet-geldelijke transacties in de winst- en verliesrekening | -79 | -68 | |
| Als gevolg van de toepassing van IFRS 9 | 17 | 31 | -1 |
| Niet-gerealiseerde wisselkoerswinst (-)/verlies | -40 | -9 | |
| Wijziging in voorzieningen en personeelsbeloningen | 29 | -6 | |
| Voorraadwijzigingen en voorzieningen voor dubieuze debiteuren | -2 | -5 | |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten | 119 | 144 | |
| Belastingkost voor de periode uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 18 | 119 | 145 |
| Belastingkost voor de periode uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | -1 | |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten |
2 | -7 | |
| Winst(-)/verlies uit de verkoop van vaste activa | -50 | -48 | |
| Renteopbrengsten (-)/-kosten | 52 | 41 | |
| Wijzigingen in het werkkapitaal | |||
| Voorraadbewegingen per geconsolideerde balans | -74 | -134 | |
| Handels- en overige vorderingen en andere activabeweging per geconsolideerde balans | -105 | -147 | |
| Handels- en overige schulden, beweging per geconsolideerde balans | 258 | 60 | |
| Zoals opgenomen in de geconsolideerde balans en gecorrigeerd met: | 79 | -221 | |
| Niet-geldelijke posten | 98 | -15 | |
| Wijzigingen in voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit operationele activiteiten |
2 | 5 | |
| Aanpassingen voor de omrekening van vreemde valuta | 42 | -1 | |
| Zoals opgenomen in het geconsolideerd kasstroomoverzicht | 221 | -232 |
1 Niet-geldelijke posten houden hoofdzakelijk verband met transfers van de ene rubriek naar de andere, met niet-geldelijke bewegingen die verband houden met de toekenning van aandelen.
38. Financiële instrumenten per categorie
| 31 december 2020 € miljoen |
Toelichting | Activa tegen geamorti seerde kost prijs |
Financiële activa tegen reële waarde via winst en verlies (FVPL) |
Activa gebruikt voor hedging |
Activa aan reële waarde met ver werking van waardever anderingen in niet-ge realiseerde resultaten (FVOCI) |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Activa zoals opgenomen in de balans | ||||||
| Financiële en overige activa (exclu sief afgeleide financiële instrumenten en geassocieerde deelnemingen) |
23 | 217 | 0 | 0 | 115 | 332 |
| Afgeleide financiële activa | 39 | 0 | 52 | 86 | 0 | 138 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen (inclusief vooruitbetaalde kosten) |
25 | 1 031 | 0 | 0 | 0 | 1 031 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 26 | 1 336 | 0 | 0 | 0 | 1 336 |
| Totaal | 2 584 | 52 | 86 | 115 | 2 837 |
31 december 2020
| € miljoen | Toelichting | Passiva tegen reële waarde via winst en ver lies (FVPL) |
Passiva gebruikt voor hedging |
Passiva tegen gea mortiseerde kostprijs |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Passiva zoals opgenomen in de balans | |||||
| Leningen | 29 | 0 | 0 | 1 710 | 1 710 |
| Obligaties | 30 | 14 | 0 | 1 023 | 1 037 |
| Afgeleide financiële passiva | 39 | 81 | 9 | 0 | 90 |
| Handels- en overige verplichtingen | 35 | 0 | 0 | 2 229 | 2 229 |
| Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) |
31 | -1 | 0 | 0 | -1 |
| Totaal | 94 | 9 | 4 962 | 5 065 |
31 december 2019
| € miljoen | Toelichting | Activa tegen geamorti seerde kost prijs |
Financiële activa tegen reële waarde via winst en verlies (FVPL) |
Activa gebruikt voor hedging |
Activa aan reële waarde met ver werking van waardever anderingen in niet-ge realiseerde resultaten (FVOCI) |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Activa zoals opgenomen in de balans | ||||||
| Financiële en overige activa (exclu sief afgeleide financiële instrumenten en geassocieerde deelnemingen) |
23 | 180 | 0 | 0 | 106 | 286 |
| Afgeleide financiële activa | 39 | 0 | 39 | 11 | 0 | 50 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen (inclusief vooruitbetaalde kosten) |
25 | 950 | 0 | 0 | 0 | 950 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 26 | 1 293 | 0 | 0 | 0 | 1 293 |
| Totaal | 2 423 | 39 | 11 | 106 | 2 579 |
31 december 2019
| € miljoen | Toelichting | Passiva tegen reële waarde via winst en verlies (FVPL) |
Passiva gebruikt voor hedging |
Passiva tegen gea mortiseerde kostprijs |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Passiva zoals opgenomen in de balans | |||||
| Leningen | 29 | 0 | 0 | 135 | 135 |
| Obligaties | 30 | 23 | 0 | 1 123 | 1 146 |
| Afgeleide financiële passiva | 39 | 12 | 30 | 0 | 42 |
| Handels- en overige verplichtingen | 35 | 0 | 0 | 1 888 | 1 888 |
| Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) |
31 | 29 | 0 | 0 | 29 |
| Totaal | 64 | 30 | 3 146 | 3 240 |
39. Afgeleide financiële instrumenten
| Activa | Passiva | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2020 | 2019 | 2020 | 2019 | ||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen |
86 | 9 | 5 | 30 | ||
| Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
37 | 13 | 81 | 11 | ||
| Valutaopties – afdekkingen van netto-investeringen |
0 | 2 | 0 | 0 | ||
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 0 | 4 | 0 | ||
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
15 | 26 | 0 | 1 | ||
| Totaal | 138 | 50 | 90 | 42 | ||
| waarvan: | ||||||
| Langlopend – (Toelichtingen 23 en 31) | 15 | 26 | 3 | 1 | ||
| Kortlopend – (Toelichtingen 23 en 31) | 123 | 24 | 87 | 41 |
De volledige reële waarde van een afgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als een vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie meer dan 12 maanden bedraagt, en als een vlottend actief of kortlopende verplichting als de looptijd van de afgedekte positie minder dan 12 maanden bedraagt.
De kasstroomafdekkingen die door de Groep werden uitgevoerd, werden als bijzonder effectief beoordeeld en in 2020 werd een netto niet-gerealiseerde winst van € 61 miljoen (2019: netto nietgerealiseerd verlies van € 55 miljoen) na uitgestelde belasting opgenomen in het eigen vermogen aangaande deze transacties. Deze winsten/verliezen zullen naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt in de periode waarin de afgedekte verwachte toekomstige transacties de winst of het verlies beïnvloeden.
Het niet-effectieve deel dat in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen en dat ontstaat bij kasstroomafdekkingen, bedraagt € 0 miljoen (2019: € 0 miljoen).
39.1 Wisselkoersderivaten
Het beleid van de Groep met betrekking tot het gebruik van financiële derivatencontracten wordt beschreven in Toelichting 5 "Financieel risicobeheer".
De Groep heeft verschillende valutatermijncontracten afgesloten om een deel van de zeer waarschijnlijke toekomstige omzet en royaltyinkomsten, die voor 2020 en 2021 worden verwacht, af te dekken.
De reële waarden van de derivatencontracten op vreemde valuta's is als volgt:
| Activa | Passiva | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2020 | 2019 | 2020 | 2019 | |
| US\$ | 112 | 14 | 78 | 35 | |
| GBP | 1 | 3 | 2 | 0 | |
| JPY | 7 | 2 | 0 | 3 | |
| CHF | 0 | 4 | 2 | 0 | |
| RUB | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Andere valuta's | 3 | 1 | 3 | 3 | |
| Totaal valutaderivaten | 123 | 24 | 85 | 41 |
De looptijdanalyse voor de valutaderivaten wordt hieronder vermeld:
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| 1 jaar of minder | 38 | -17 |
| 1–5 jaar | 0 | 0 |
| Langer dan 5 jaar | 0 | 0 |
| Totaal valutaderivaten – netto activa/netto passiva (-) | 38 | -17 |
De volgende tabel toont de opsplitsing van de valutaderivaten per uitdrukkingsvaluta (verkochte valuta weergave) per 31 december 2020:
| Notionele bedragen in € miljoen | US\$ | GBP | EUR | JPY | CHF | Andere valuta's |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Futures | 224 | 0 | 564 | 22 | 3 | 178 | 991 |
| Valutaswaps | 1 703 | 159 | 1 219 | 361 | 8 | 107 | 3 557 |
| Optie/collar | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 1 927 | 159 | 1 783 | 383 | 11 | 285 | 4 548 |
39.2 Rentederivaten
De Groep gebruikt verschillende rentederivaten om haar blootstelling aan de wijzigende rentevoeten op haar leningen te beheren. De data voor de prijsherzieningen en de afschrijvingskenmerken komen overeen met die van de vastrentende obligaties. De uitstaande rentederivaten zijn als volgt:
| Gemiddelde rentevoet |
Voor perioden | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nominale waarde van con |
(- is betalend/ | Marge in punten (- is betalend/ |
Variabele renteop | |||
| Contracttype IRS |
tracten (miljoen) € 200 |
+ is ontvangend) 1,53% |
+ is ontvangend) | van 4 okt 2013 |
tot 4 jan 2021 |
brengsten -EURIBOR 3 mnd |
| IRS | € 150 | 1,59% | 4 okt 2013 | 4 jan 2021 | -EURIBOR 3 mnd | |
| IRS | € 175 |
1,91% | 27 nov 2013 | 2 okt 2023 | -EURIBOR 3 mnd | |
| IRS | US\$ 100 | -1,97% | 20 nov 2014 | 22 nov 2021 | USD LIBOR 3 mnd | |
| IRS | € 100 | 0,44% | 17 dec 2015 | 2 apr 2022 | -EURIBOR 6 mnd | |
| IRS | € 100 | 0,45% | 17 dec 2015 | 2 apr 2022 | -EURIBOR 6 mnd | |
| CCIRS | US\$ 230 | -USD LIBOR 3 mnd |
-0,16% | 27 nov 2013 | 2 okt 2023 | EURIBOR 3 mnd |
| CCIRS | € 205 | USD LIBOR 3 mnd |
0,45% | 2 apr 2016 | 2 okt 2023 | -EURIBOR 3 mnd |
| IRS | US\$ 150 | -0,55% | 2 jul 2020 | 3 jul 2023 | USD LIBOR 3 mnd | |
| IRS | US\$ 150 | -0,56% | 2 jul 2020 | 3 jul 2023 | USD LIBOR 3 mnd | |
| IRS | US\$ 150 | -0,56% | 2 jul 2020 | 3 jul 2023 | USD LIBOR 3 mnd | |
| IRS | US\$ 200 | -0,35% | 2 jul 2020 | 2 jul 2021 | USD LIBOR 3 mnd | |
| IRS | US\$ 200 | -0,34% | 2 jul 2020 | 2 jul 2021 | USD LIBOR 3 mnd | |
| IRS | US\$ 200 | -0,35% | 2 jul 2020 | 2 jul 2021 | USD LIBOR 3 mnd | |
| IRS | US\$ 100 | -0,34% | 2 jul 2020 | 2 jul 2021 | USD LIBOR 3 mnd | |
| IRS | US\$ 100 | -0,37% | 2 jul 2020 | 2 jul 2021 | USD LIBOR 3 mnd |
39.3 Afdekking van netto-investeringen in een buitenlandse entiteit
Alle niet-gerealiseerde gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekking van netto-investeringen worden opgenomen in Cumulatieve Omrekeningsverschillen.
40. Leaseovereenkomsten
40.1 Bedragen opgenomen in de balans
De balans geeft de volgende bedragen weer met betrekking tot leaseovereenkomsten:
| € miljoen | Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Gebouwen | 22 | 93 | 93 |
| Installaties en machines | 22 | 1 | 2 |
| Kantooruitrusting en voertuigen | 22 | 35 | 26 |
| Totaal gebruiksrechten van activa | 129 | 121 | |
| Langlopend | 29 | 75 | 61 |
| Kortlopend | 29 | 35 | 38 |
| Totaal leaseverplichtingen | 110 | 99 |
De verwerving van gebruiksrechten van activa gedurende boekjaar 2020 bedroeg € 45 miljoen.
Per 31 december 2020 zijn er geen verplichtingen voor gegarandeerde restwaarde inbegrepen in de leaseverplichtingen.
Op 31 december 2020 bedroegen de leaseverbintenissen voor nog niet begonnen leases € 14 miljoen.
40.2 Bedragen opgenomen in de winst- en verliesrekening
De winst- en verliesrekening geeft de volgende bedragen weer met betrekking tot leaseovereenkomsten:
| € miljoen | Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Afschrijvingskosten op gebruiksrechten van activa | 22 | 48 | 44 |
| Gebouwen | 22 | 28 | 28 |
| Installaties en machines | 22 | 1 | 1 |
| Kantooruitrusting en voertuigen | 22 | 19 | 15 |
| Rentekosten (opgenomen onder financiële kosten) | 17 | 3 | 3 |
| Kosten in verband met kortlopende leaseovereenkomsten | 3 | 6 | |
| Kosten in verband met leaseovereenkomsten voor activa met geringe waarde die geen kortlopende leaseovereenkomsten zijn |
7 | 6 | |
| Kosten/inkomsten (-) in verband met variabele leasebetalingen die niet in de leaseverplichtingen zijn opgenomen |
0 | -1 | |
| Totale kosten met betrekking tot leaseovereenkomsten | 61 | 58 |
De totale kasuitstroom voor leaseovereenkomsten in 2020 bedroeg € 41 miljoen. In 2020 waren er geen materiële opbrengsten uit onderverhuring.
Deze niet-gerealiseerde winsten en verliezen zullen in het eigen vermogen geboekt blijven en zullen alleen in de winst- en verliesrekening opgenomen worden als de Groep de onderliggende activa niet meer in bezit heeft.
41. Winst per aandeel
41.1 Gewone winst per aandeel
| € | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 3,87 | 4,22 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0,01 |
| Gewone winst per aandeel | 3,87 | 4,23 |
De gewone winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop, met uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden.
41.2 Verwaterde winst per aandeel
| € | 2020 | 20191 |
|---|---|---|
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 3,77 | 4,09 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0,01 |
| Verwaterde winst per aandeel | 3,77 | 4,10 |
1 De berekening van de verwaterde winst per aandeel is in 2020 gewijzigd ten opzichte van 2019 om te corrigeren voor het verwateringseffect van potentiële gewone aandelen. Vanaf 2020 wordt de verwaterde winst per aandeel berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop gedurende het jaar, met uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden, gecorrigeerd voor het aantal potentiële gewone aandelen met verwateringseffect die gekoppeld zijn aan de uitgifte van aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen. De vergelijkende bedragen voor 2019 zijn herwerkt.
Het aantal potentiële gewone aandelen met verwateringseffect, wordt berekend op basis van het gemiddelde aantal tijdens de verslagperiode uitstaande aandelenopties als het verschil tussen de gemiddelde marktprijs van gewone aandelen tijdens de verslagperiode en de gewogen gemiddelde uitoefenprijs van de aandelenopties, en op basis van het gemiddelde aantal tijdens de verslagperiode uitstaande toegekende aandelen en prestatieaandelen. Aandelenopties hebben alleen een verwaterend effect wanneer de gemiddelde marktprijs boven de uitoefenprijs ligt (aandelenopties zijn "in the money").
Voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel , waren er geen correctie-elementen voor de winst die aan de aandeelhouders van de Vennootschap kan worden toegerekend.
41.3 Winst
De berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel die toerekenbaar is aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij is gebaseerd op de volgende gegevens:
Gewone winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV |
732 | 789 |
| Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 2 |
| Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | 732 | 792 |
Verwaterde winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV |
732 | 789 |
| Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 2 |
| Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | 732 | 792 |
41.4 Aantal aandelen
| In duizend aandelen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel | 189 035 | 187 217 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterde winst per aandeel | 194 245 | 192 952 |
42. Dividend per aandeel
De bruto-dividenden uitgekeerd in 2020 (voor het jaar dat eindigde op 31 december 2019) en 2019 (voor het jaar dat eindigde op 31 december 2018) bedroegen respectievelijk € 239 miljoen (€ 1,24 per aandeel) en € 233 miljoen (€ 1,21 per aandeel).
Een dividend voor het afgelopen jaar dat eindigde op 31 december 2020 van € 1,27 per aandeel, goed voor een totaal dividend van € 240 miljoen, zal voorgesteld worden tijdens de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering op 29 april 2020.
Overeenkomstig IAS 10, Gebeurtenissen na de verslagperiode, is het voorgestelde dividend niet als een verplichting geboekt op het einde van het jaar.
43. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen
43.1 Kapitaal- en overige verbintenissen
Op 31 december 2020 heeft de Groep zich verbonden om € 150 miljoen (2019: € 62 miljoen) te besteden voornamelijk met betrekking tot verwachte kapitaalinvesteringen voor de nieuwe biologische productie-eenheid, de nieuwe fabriek voor gentherapie en laboratoriumapparatuur op de Braine-locatie.
UCB sloot een aantal ontwikkelingsovereenkomsten op lange termijn af met verschillende farmaceutische bedrijven, bedrijven die klinische studies uitvoeren en financiële investeerders. Zulke samenwerkingsovereenkomsten kunnen mijlpaalbetalingen omvatten die afhankelijk zijn van succesvolle klinische ontwikkelingen of van het behalen van specifieke verkoopdoelstellingen. Onderstaande tabel geeft de maxima aan die betaald zouden worden als alle mijlpalen – hoewel dit erg onwaarschijnlijk is – zouden worden gerealiseerd. Deze cijfers zijn exclusief variabele royaltybetalingen die gebaseerd zijn op de verkochte eenheden en bedragen die reeds werden voorzien voor reeds behaalde mijlpalen. De bedragen zijn niet aangepast voor risico's, noch verdisconteerd, en de timing van de betalingen is gebaseerd op de op dit ogenblik beste inschattingen van de Groep omtrent de realisatie van de betreffende mijlpalen.
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Minder dan 1 jaar | 147 | 29 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 492 | 171 |
| Langer dan 5 jaar | 781 | 642 |
| Totaal | 1 420 | 842 |
UCB heeft verschillende overeenkomsten gesloten met contractproductie-organisaties voor het leveren van haar producten. De uitstaande verbintenissen ten aanzien van deze contractproductie-organisaties bedragen € 536 miljoen eind 2020. (2019: € 482 miljoen).
Als onderdeel van de innovatiestrategie van UCB, heeft UCB een risicokapitaalfonds opgericht, UCB Ventures. Het fonds is voornamelijk bedoeld om het innovatie-ecosysteem van UCB meer ruimte te geven, een betere kijk op nieuwe technologieën, producten, platformen en kanalen te creëren om UCB's bestaande activiteiten uit te breiden of aan te vullen, netwerken en strategische relaties te ontwikkelen in de risicokapitaal-investeerdersgemeenschap met het oog op het identificeren van opportuniteiten die UCB anders niet zou zien. In dit kader heeft UCB eind-2020 uitstaande verbintenissen voor een totaal bedrag van USD 18 miljoen met betrekking tot investeringen in risicokapitaalfondsen.
43.2 Waarborgen
De garanties die in de loop van de normale bedrijfsvoering ontstaan, zullen naar verwachting niet resulteren in enige wezenlijke financiële verliezen.
43.3 Voorwaardelijke verplichtingen
De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen, claims en onderzoeken. De lopende zaken kunnen leiden tot verplichtingen, burgerlijke en strafrechtelijke boetes, verlies van productexclusiviteit en andere kosten, boetes en onkosten die verbonden zijn aan bevindingen die strijdig zijn met UCB's belangen. Mogelijke kasuitstromen gereflecteerd in een voorziening kunnen, in bepaalde gevallen, geheel of gedeeltelijk gecompenseerd worden door een verzekering. UCB heeft geen voorzieningen aangelegd voor mogelijke schadegevallen voor bepaalde bijkomende juridische claims tegen onze dochterondernemingen aangezien als UCB momenteel van mening is dat een betaling ofwel niet waarschijnlijk is ofwel niet betrouwbaar kan worden ingeschat.
- Zaken betreffende intellectuele eigendom (geselecteerde zaken) Wij beschermen met kracht onze octrooiportefeuille en ons vermogen om geneesmiddelen naar de patiënten te brengen wanneer wij dat nodig achten. Bijgevolg is UCB betrokken bij verschillende rechtszaken als eiser in verschillende rechtsgebieden in de V.S. en Europa, met inbegrip van rechtszaken in verband met Vimpat®, Neupro®, Xyzal®, Briviact® en bimekizumab.
Vimpat®
- Spanje: Zoals eerder gemeld, heeft een lokaal generiek bedrijf, Normon, het octrooi aangevochten. UCB won het proces in eerste aanleg voor de rechtbank van Barcelona en het octrooi werd gehandhaafd. Normon tekende beroep aan in juli 2020. Een beslissing in beroep wordt eind 2021 of begin 2022 verwacht.
- Duitsland: Uitvinderscompensatiegeschil waarbij twee voormalige uitvinders van Schwarz drie klachten tegen UCB hebben ingediend, waarin zij aanvoeren dat de overdracht van rechten onder de Toviaz formuleringsoctrooien ongeldig is en dat daarom royalty's van Pfizer aan hen moeten worden betaald.
Neupro®
- Verenigde Staten: Na de succesvolle handhaving van het basisformuleringsoctrooi voor Neupro® tegen Actavis, probeert UCB nu tegen Actavis een herformulering patent te handhaven dat in 2019 is verleend. Het herformulering patent heeft betrekking op de stabilisering van de Neupro-patch, die noodzakelijk was nadat Neupro® in 2008 in de VS van de markt was gehaald wegens kristalvorming in de patch. Het proces vond plaats in een federale rechtbank in Delaware in 2020. Verwacht wordt dat begin tot medio 2021 een besluit wordt genomen.
- Europa: In 2018 hebben Mylan, Inc en Luye verzet aangetekend tegen het in Europa verleende de herformulering patent voor Neupro®. De eerste hoorzitting vond plaats in januari 2021. Er werd in het voordeel van UCB beslist.
Briviact®
• Verenigde Staten: De Briviact Patent Term Extension (PTE)-aanvraag voor het samengestelde patent op brivaracetam werd onlangs toegekend en zal in februari 2026 aflopen. Momenteel hebben 8 generieke generische bedrijven ANDA's ingediend. UCB heeft tegen alle 8 ANDA-indieners een klachten ingediend bij de federale rechtbank in Delaware.
Bimekizumab
- Europa Oppositie: Een Europees patent dat onlangs aan Genentech is verleend, heeft betrekking op IL-17A/F-antilichamen. UCB heeft verzet aangetekend bij het Europees Octrooibureau (EOB). Er is nog geen hoorzittingsdatum gepland. De grootouder van dit Genentech-octrooi werd door het EOB herroepen.
- Europa Procesvoering in de EU: UCB heeft in het Verenigd Koninkrijk, Nederland, België en Zwitserland ook vorderingen tot herroeping en niet-inbreuk ingesteld tegen het hierboven vermelde EU-octrooi van Genentech. In Italië heeft UCB een vordering ingesteld tot verklaring van niet-inbreuk.
2. Productaansprakelijkheidszaken
Distilbène productaansprakelijkheidsrechtzaak – Frankrijk
• Franse entiteiten van de UCB Groep zijn genoemd als verweerders in verschillende productaansprakelijkheidsrechtszaken in Frankrijk. De eisers in deze rechtszaken beweren dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep, ingenomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijk letsel hebben opgelopen. De Groep heeft een productaansprakelijkheidsverzekering maar deze dekking door de verzekering zal waarschijnlijk onvoldoende zijn. De Groep heeft een provisie aangelegd (zie Toelichting 34).
Opioïden rechtszaak:
UCB, Inc. ("UCB") is genoemd als verweerder in rechtszaken in dertien deelstaten en op federaal niveau in verband met de nationale opioïden rechtszaak in de Verenigde Staten. De rechtszaak begon enkele jaren geleden, toen aanklagers – voornamelijk van deelstaten en plaatselijke besturen – een rechtszaak startten tegen producenten, farmaceuten en verdelers van opioïden, bewerend dat: (1) producenten in onderling overleg werkten om een vals marketingschema in stand te houden, door de veiligheid en efficiëntie te overschatten en de risico's te onderschatten, van langdurig gebruik van opioïden voor chronische pijn; en (2) alle verweerders er niet in slaagden om misbruik te voorkomen, en verdachte bestellingen te monitoren, rapporteren en voorkomen. Eisers stellen vorderingen in voor openbare overlast, RICO, civiele samenzwering, nalatigheid, fraude/frauduleuze misleiding, strikte productaansprakelijkheid en diverse staat-specifieke eisen.
In december 2017 heeft het Judicial Panel on Multidistrict Litigation een multidistrict litigation (MDL) opgezet in het Northern District of Ohio om de zaken te behandelen die bij federale rechtbanken aanhangig zijn. Op dit moment zijn er ongeveer 2 800 zaken aanhangig bij de MDL.
In het voorjaar van 2018 werd UCB genoemd in twee opioïdenzaken – één aangespannen door een Arkansas-gemeente in de staatsrechtbank van Arkansas, en één vermeende class action aangespannen door derde-betalers in het zuidelijke district van Alabama. UCB werd in januari 2019 uit de rechtszaak in Arkansas ontslagen, nadat de rechtbank had geconcludeerd dat de aantijgingen tegen haar onvoldoende waren om de persoonlijke bevoegdheid van de rechtbank vast te stellen. De zaak Alabama is vervolgens overgedragen aan de MDL, waar het is gebleven.
In maart 2019 hebben vier Kentucky-eisers hun klachten gewijzigd om UCB als gedaagde toe te voegen. Drie van deze zaken werden ingediend door ziekenhuis aanklagers en de vierde werd ingediend namens Clay County, Kentucky. Deze gevallen zijn in de MDL gebleven.
In juli 2019 hebben acht Utah-counties hun aanklachten gewijzigd, waarbij UCB en andere opioïdenfabrikanten als gedaagde zijn toegevoegd. Deze acties werden geconsolideerd in de derde districtsrechtbank van Summit County, Utah, waar ze nog steeds in behandeling zijn, terwijl UCB probeert om de zaken te laten seponeren.
Bovendien werd een UCB-contractfabrikant, Unither, genoemd in vier MDL-zaken, die allemaal zijn opgeschort. Tot de eisers behoren een ziekenhuis, twee gemeenten in Puerto Rico en een county in Missouri. UCB heeft bepaalde vrijwaringsverplichtingen tegenover Unither.
Geen van de aanklachten bevat specifieke beschuldigingen tegen UCB. De enige directe beschuldiging die werd gemaakt tegen UCB, is dat het opioïden vervaardigt, op de markt brengt en verdeelt in de VS. Terwijl één product werd geïdentificeerd in één aanklacht, zijn er geen andere verwijzingen naar enig product van UCB in een van de andere klachten.
Het totale marktaandeel van UCB voor opioïdenproducten bleef gedurende de gehele betrokken periode laag. Gedurende de periode 2006-2012 had UCB een marktaandeel van 0,2% in de nationale producentenmarkt voor hydrocodone en oxycodone pillen.
3. Onderzoeken
- Cimzia® onderzoek: In maart 2019 ontving UCB, Inc. een vraag om burgerrechtelijk onderzoek (Civil Investigative Demand) van het Amerikaanse Ministerie van Justitie (Department of Justice - DOJ) en een dagvaarding van het bureau van de Inspecteur-Generaal (Office of Inspector General - OIG) binnen het Ministerie van Volksgezondheid en Human Services, die beiden documenten opvroegen met betrekking tot de verkoop- en marketingpraktijken en prijsstelling voor Cimzia®, respectievelijk in de periodes van 2011 tot op heden en van 2008 tot op heden. Op 27 maart 2020 werd UCB ervan op de hoogte gebracht dat het DOJ het door zijn kantoor in Georgia ingestelde onderzoek opschortte. De Vennootschap verleent haar volledige medewerking aan het Ministerie van Justitie en het OIG.
- Cimzia®-onderzoek van het California Department of Insurance (CDI): Op 28 december 2020 nam het CDI contact op met onze externe raadsman betreffende een onderzoek dat het uitvoert naar UCB, Inc. in verband met: (1) de terugbetalingsaanwijzingen voor artsen met betrekking tot Cimzia® gevriesdroogd poeder; en (2) de relaties van UCB met bepaalde groepsinkooporganisaties. De Vennootschap verleent haar volledige medewerking aan het CDI.
- BRIVIACT® onderzoek: In November 2019 ontving UCB, Inc. een vraag om burgerrechtelijk onderzoek van het DOJ om informatie over Briviact® voor de periode van 2011 tot dan. De Vennootschap verleent haar volledige medewerking aan het DOJ.
4. Overige zaken
• Cimzia® CIMplicity®-rechtszaak: In maart 2018 werd UCB, Inc. aangeklaagd, bewerend dat sinds 2011 het CIMplicity® programma van Cimzia®, namelijk de verpleegsters opleidingsdiensten en vergoedingsdiensten door een UCBleverancier, in strijd is met federale en deelstaat wetgeving tegen valse vorderingen en anti-smeergeld voorschriften. In december 2018 heeft het Ministerie van Justitie (DOJ) de zaak ingetrokken. Het Hof verwierp het verzoek. In juli 2019 ging het DOJ in beroep tegen de weigering om haar verzoek in te trekken bij het Zevende Circuit Hof van Beroep. In augustus 2020 besliste het Hof van Beroep in het voordeel van DOJ, wat resulteerde in de verwerping van de zaak. Op 10 februari 2021 diende de aanbrenger een verzoekschrift voor certoriari in bij het Amerikaanse Hooggerechtshof.
5. Afgesloten juridische zaken
• Vimpat® - Accord en Teva Duitse rechtszaak: In het derde kwartaal van 2017 dienden Accord Healthcare en Teva een vordering tot nietigverklaring in bij het Duitse octrooigerecht om het Duitse deel van het Europese Vimpat®-octrooi (SBC) ongeldig te verklaren. Accord heeft haar beroep ingetrokken. Teva gaat verder met haar acties tegen het SBC. Na een hoorzitting in het federale Patent Court op 12 september 2019 heeft het panel de geldigheid bevestigd van het SBC. Teva kon beroep instellen tegen deze beslissing tot 17 februari 2020. Er is geen beroep ingesteld, hetgeen betekent dat de uitspraak over de geldigheid definitief is geworden en dat de procedure is beëindigd.
• Xyzal®: UCB was betrokken in een rechtszaak met Apotex rond de Xyzal® orale formulering. Het octrooi op Xyzal orale oplossing verstrijkt in oktober 2027. Apotex heeft bij het United States Patent and Trademark Office (USPTO) een verzoek ingediend tot nietigverklaring van het octrooi op de formulering van Xyzal®. De licentiehouder van UCB, Chattam, wees zijn recht om in een geding te worden betrokken af. Bijgevolg oefende UCB haar recht uit om haar octrooi te verdedigen. In juni besliste het USPTO in het voordeel van UCB. Apotex heeft besloten niet in beroep te gaan tegen de beslissing.
Het wordt niet verwacht dat er enige materiële verplichtingen zullen ontstaan uit de voorwaardelijke verplichtingen andere dan deze die zijn voorzien (zie Toelichting 34).
44. Transacties met verbonden partijen
44.1 Transacties met verbonden partijen
Gedurende de boekjaren afgesloten op 31 december 2020 en 2019 werden alle transacties binnen de UCB Groep uitgevoerd op basis van beoordelingen van wederzijds economisch voordeel van de betrokken partijen, en werden de toepasselijke voorwaarden vastgesteld in overeenstemming met criteria van marktconforme onderhandelingen en eerlijk handelen, en met het oog op de creatie van waarde voor de gehele UCB Groep. De voorwaarden die van toepassing waren op transacties binnen de UCB Groep waren gelijkaardig aan de voorwaarden die van toepassing waren op transacties met derde partijen.
Met betrekking tot de verkoop van tussentijdse en afgewerkte pro-
ducten gingen deze criteria gepaard met het principe van de verhoging van de productiekosten van elke partij met een onafhankelijk vastgestelde winstmarge. Met betrekking tot de diensten die geleverd werden binnen de UCB Groep gingen deze criteria vergezeld van het principe van voldoende vergoedingen om de kosten te dekken die door elke partij werden gemaakt en een marktconforme winstmarge. De binnen de UCB Groep uitgevoerde transacties vormen standaardtransacties voor een biofarmaceutische groep. Deze transacties omvatten de aankoop en verkoop van tussentijdse en afgewerkte medische producten, deposito's en leningen voor verbonden ondernemingen van de UCB Groep, alsook gecentraliseerde functies en activiteiten van de UCB Groep om de operaties te optimaliseren.
44.2 Financiële transacties met andere verbonden partijen dan verbonden ondernemingen van UCB NV
In 2020 zijn er geen financiële transacties geweest met andere verbonden partijen dan de verbonden ondernemingen van UCB NV.
44.3 Vergoedingen van managers op sleutelposities
De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening voor de leden van de Raad van bestuur en het Uitvoerend Comité, voor het jaargedeelte waarin ze hun mandaat uitoefenden.
| 2020 | 2019 | |
|---|---|---|
| Korte-termijnpersoneelsbeloningen | 18 | 18 |
| Ontslagvergoedingen | 7 | 2 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | 3 | 4 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | 8 | 11 |
| Totale vergoedingen van managers op sleutelposities | 36 | 35 |
Korte-termijnpersoneelsbeloningen omvatten lonen (incl. socialezekerheidsbijdragen), tijdens het jaar verdiende bonussen, autoleasing en andere vergoedingen indien van toepassing. Op aandelen gebaseerde betalingen omvatten de afschrijving over de wachttijd van de reële waarde van toegekende aandeelbewijzen en omvatten ook aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen zoals in Toelichting 28 nader wordt uitgelegd. De ontslagvergoedingen omvatten alle gecompenseerde bedragen, waaronder voordelen in natura en uitgestelde vergoedingen. Er zijn door de Vennootschap of door een dochteronderneming van de Groep geen leningen toegekend aan een bestuurder of kaderlid van de Groep en er zijn evenmin garanties in die zin gegeven.
44.4 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
De grootste aandeelhouder van UCB is Financière de Tubize SA (hierna ook de "Referentieaandeelhouder" of "Tubize" genoemd), een Belgisch beursgenoteerde bedrijf op Euronext Brussel. Tubize bezit 68 076 981 UCB-aandelen op een totaal van 194 505 658 (d.i. 35,00%) op 31 december 2020.
Op basis van de transparantiekennisgevingen ontvangen door Tubize en, in voorkomend geval, recentere publieke informatie, kan de aandeelhouderstructuur van Tubize op 31 december 2020 samengevat worden als volgt:
| Stemrechten in onderling overleg |
% | Externe stemrechten in onderling overleg |
% | Totaal Stemrechten |
% | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| FEJ SRL | 8 525 014 | 19,15 | 1 988 800 | 4,47 | 10 513 814 | 23,62 |
| Daniel Janssen | 5 881 677 | 13,21 | 0 | 0,00 | 5 881 677 | 13,21 |
| Altaï Invest SA | 4 969 795 | 11,16 | 26 468 | 0,06 | 4 996 263 | 11,22 |
| Barnfin SA | 3 903 835 | 8,77 | 0 | 0,00 | 3 903 835 | 8.77 |
| Jean van Rijckevorsel | 11 744 | 0,03 | 0 | 0,00 | 11 744 | 0,03 |
| Totaal stemrechten gehouden door | ||||||
| 23 292 065 | 52,33 | 2 015 268 | 4,53 | 25 307 333 | 56,85 | |
| de referentieaandeelhouders | ||||||
| Andere aandeelhouders | 0 | 0,00 | 19 205 265 | 43,15 | 19 205 265 | 43,15 |
| Totaal stemrechten | 23 292 065 | 52,33 | 21 220 533 | 47,67 | 44 512 598 | 100,00 |
Altaï Invest SA wordt gecontroleerd door Evelyn du Monceau, geboren Evelyn Janssen. Barnfin SA wordt gecontroleerd door Bridget van Rijckevorsel, geboren Paule Bridget Janssen.
De referentieaandeelhouders van Tubize, behorend tot de familie Janssen, handelen in onderling overleg, d.w.z. zij hebben een aandeelhoudersovereenkomst gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van Tubize te voeren en aangaande het bezit, de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende effecten, conform artikel 3, §1, 13°, a), b) en c) van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en artikel 3, §1, 5°, a) en b) van de Wet op de openbare overnamebiedingen.
UCB houdt ook UCB-aandelen aan (zie hierna voor een overzicht van haar deelnemingen per 31 december 2020). De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek.
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de grote aandeelhouders van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten) op basis van de transparantieverklaringen ontvangen in toepassing van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (situatie op 31 december 2020):
Controlerende en belangrijkste aandeelhouders van UCB per 31 december 2020
Situatie per 31 december 2020
| Aandelenkapitaal € | € 583 516 974 | 13 maart 2014 | ||
|---|---|---|---|---|
| Totaal aantal stemrechten | 194 505 658 | 13 maart 2014 | ||
| 1 | Financière de Tubize SA | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 68 076 981 | 35,00% | 19 januari 2018 | |
| 2 | UCB NV | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 5 480 222 | 2,82% | 31 december 2020 | |
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 | 0 | 0,00% | 6 maart 2017 | |
| Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 | 0 | 0,00% | 31 december 2015 | |
| Totaal | 5 480 222 | 2,82% | ||
| Free float2 (effecten waaraan stemrechten zijn ver bonden (aandelen)) |
120 948 455 | 62,18% | ||
| 3 | Wellington Management Group LLP | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 15 575 749 | 8,01% | 1 oktober 2019 | |
| 4 | BlackRock, Inc. | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 9 412 691 | 4,84% | 13 januari 2020 | |
| 5 | FMR LLC | |||
| Stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 7 060 944 | 3,63% | 27 juli 2020 |
(alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totale aantal stemrechten)
1 Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6, §6, van het Koninklijk Besluit van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.
2 Free float zijn de UCB-aandelen die niet gehouden worden door de Referentieaandeelhouder (Tubize) en UCB NV. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met stemrechtverlenende effecten (aandelen) gehouden door deze entiteiten, gelijkgestelde financiële instrumenten worden uitgesloten.
45. Gebeurtenissen na de balansdatum
Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum geweest.
46. UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd)
| Water en afvalwater | Holding | Controlerende partner | ||
|---|---|---|---|---|
| AUSTRALIË | ||||
| UCB Australia Pty. Ltd. – Level 1, 1155 Malvern Road – 3144 Malvern, Victoria |
100% | UCB NV | ||
| BELGIË | ||||
| UCB Fipar SA – Allée de la Recherche, 60 – 1070 Brussel (BE0403.198.811) |
100% | UCB Belgium NV | ||
| UCB Biopharma SRL – Allée de la Recherche, 60 – 1070 Brussel (BE0543.573.053) |
100% | UCB Pharma NV | ||
| UCB Belgium SA – Allée de la Recherche, 60 – 1070 Brussel (BE0402.040.254) |
100% | UCB Pharma NV | ||
| UCB Pharma SA – Allée de la Recherche, 60 – 1070 Brussel (BE0403.096.168) |
100% | UCB NV | ||
| Sifar SA – Allée de la Recherche, 60 – 1070 Brussel (BE0453.612.580) |
100% | UCB Pharma NV | ||
| UCB Ventures SA – Allée de la Recherche, 60 – 1070 Brussel (BE0667.816.096) |
100% | UCB NV | ||
| UCB Ventures Belgium SA – Allée de la Recherche, 60 – 1070 Brussel (BE0668.388.891) |
100% | UCB Ventures SA |
| Handl Therapeutics BV – Cardenberch 1 – 3000 Leuven (BE0735.503.488) |
100% | UCB Biopharma SRL |
|---|---|---|
| BRAZILIË | ||
| UCB Biopharma Ltda – Av. Presidente Juscelino Kubitschek, nº 1327, 5° andar, Condominio Edificio Intemacional Plaza II – CEP: 04543-011 Sao Paulo |
100% | UCB NV |
| BULGARIJE | ||
| UCB Bulgaria EOOD – 2B Srebarna street, fl. 9, office 8B, Lozenetz, Sofia 1407 |
100% | UCB NV |
| CANADA | ||
| UCB Canada Inc. – 2201 Bristol Circle, Suite 602 – ON L6H0J8 Oakville |
100% | UCB Holdings Inc. |
| CHINA | ||
| UCB Trading (Shanghai) Co Ltd – Suite 317, 439 No.1 Fu Te Road West, Sjanghai (Pilot Free Trade Zone) |
100% | UCB NV |
| UCB Pharma (Hong Kong) Ltd – Rooms 156 & 157, 20/F, Cityplaza Three, 14 Taikoo Wan Road, Tai Koo, Hongkong |
100% | UCB Pharma GmbH |
| UCB Pharma (Zhuhai) Company Ltd – Section A., Workshop, No.3 Science & Technology 05th Road, Innovation Coast, National Hi-Tech Industrial Development Zone – Zhuhai Guangdong Province |
100% | UCB Pharma GmbH |
| DENEMARKEN | ||
| UCB Nordic AS – Edvard Thomsens Vej 14, 7 – 2300 Kopenhagen | 100% | UCB Pharma NV |
| DUITSLAND | ||
| UCB Pharma GmbH – Alfred-Nobel-Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein |
100% | UCB GmbH |
| UCB GmbH – Alfred Nobel Strasse, 10 – 40789 Monheim am Rhein |
100% | UCB Pharma NV |
| UCB BioSciences GmbH – Alfred-Nobel-Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein |
100% | UCB Pharma GmbH |
| FINLAND | ||
| UCB Pharma Oy Finland – Bertel Jungin aukio 5, 6.krs – 02600 Espoo |
100% | UCB Pharma NV |
| FRANKRIJK | ||
| UCB Pharma SA – Défense Ouest 420, rue d'Estienne d'Orves – 92700 Colombes |
100% | UCB NV |
| GRIEKENLAND | ||
| UCB A.E. – 63 Agiou Dimitriou Street – 17456 Alimos – Athene | 100% | UCB NV |
| HONGARIJE | ||
| UCB Hungary Ltd – Obuda Gate Building Arpád Fejedelem ùtja 26-28 – 1023 Boedapest |
100% | UCB NV |
| IERLAND | ||
| UCB (Pharma) Ireland Ltd – United Drug House Magna Drive, Magna Business Park, City West Road – Dublin 24 |
100% | UCB NV |
| UCB Manufacturing Ireland Ltd – Shannon Industrial Estate – Shannon, County Clare |
100% | UCB NV |
| INDIË | ||
| UCB India Private Ltd – Building No. - P3, Unit No. - 103, 1st Floor, Prithvi Complex, Kalher Pipe Line, Kalher, Bhiwandi, Thane, 421302 Maharashtra |
100% | UCB NV |
| Uni-Mediflex Private Ltd – Building No. - P3, Unit No. - 103, 1st Floor, Prithvi Complex, Kalher Pipe Line, Kalher, Bhiwandi, Thane, 421302 Maharashtra |
100% | UCB NV |
|---|---|---|
| ITALIË | ||
| UCB Pharma SpA – Via Varesina 162 – 20156 Milaan | 100% | UCB NV |
| JAPAN | ||
| UCB Japan Co Ltd – Shinjuku Grand Tower, 8-17-1 Nishi-Shinjuku 160-0023 Shinjuku, Tokio |
100% | UCB NV |
| LUXEMBURG | ||
| Edev Sàrl – Rue Eugène Ruppert, 5C – 2453 Luxemburg | 0% | N.v.t. |
| MALEISIË | ||
| UCB Trading (Malaysia) Sdn. Bhd.2 – Level 21, Suite 21.01, The Gardens South Tower, Mid Valley City, Lingkaran Syed Putra, 59200 Kuala Lumpur |
100% | UCB NV |
| MEXICO | ||
| UCB de Mexico SA de C.V. – Calzada Mariano Escobedo 595, Piso 3, Oficina 03/100, Colonia Rincón del Bosque, Bosque de Chapultepec I sección, Alcaldía Miguel Hidalgo, 11589 Mexico D.F. |
100% | UCB NV |
| Vedim SA de C.V. – Calzada Mariano Escobedo 595, Piso 3, Oficina 03/100, Colonia Rincón del Bosque, Bosque de Chapultepec I sección, Alcaldía Miguel Hidalgo, 11589 Mexico D.F. |
100% | Sifar NV |
| NEDERLAND | ||
| UCB Finance N.V.1 – Hoge Mosten 2 – 4822 NH Breda |
100% | UCB NV |
| UCB Pharma B.V. (Netherlands) – Hoge Mosten 2 – 4822 NH Breda |
100% | UCB Pharma NV |
| NOORWEGEN | ||
| UCB Pharma A.S. – Haakon VIIs gate 6 – 0161 Oslo | 100% | UCB Pharma NV |
| OEKRAÏNE | ||
| UCB Ukraine LLC – 19 Grygoriya Skovorody Str., Business – cen ter "Podol Plaza" – 04070 Kiev |
100% | UCB Pharma NV |
| OOSTENRIJK | ||
| UCB Pharma Gesellschaft m.b.H. – Twin Tower, Wienerbergstrasse 11/12a, 1100 Wenen |
100% | UCB Pharma NV |
| POLEN | ||
| Vedim Sp. z.o.o. – Ul. L. Kruczkowskiego, 8, 00-380 Warschau | 100% | Sifar NV |
| UCB Pharma Sp. z.o.o. – Ul. L. Kruczkowskiego, 8, 00-380 Warschau |
100% | UCB NV |
| PORTUGAL | ||
| UCB Pharma (Produtos Farmaceuticos) Lda – Estrada de Paço de Arcos, 58, 2770-130 Paço de Arcos |
100% | UCB NV |
| ROEMENIË | ||
| UCB Pharma Romania S.R.L. – 40-44 Banu Antonache, 4th fl., district 1 – 011665 Boekarest |
100% | UCB NV |
| RUSLAND | |||
|---|---|---|---|
| UCB Pharma LLC – Shturvaluaya 5 bldg 1 – 125364 Moskou | 100% | UCB NV | |
| UCB Pharma Logistics LLC – 1st Krasnogvardeyskiy proezd 15, floor 13, office 2, room 35, premises 1 – 123100 Moskou |
100% | UCB NV | |
| SPANJE | |||
| UCB Pharma SA – Plaza de Manuel Gómez Moreno, s/n, Edificio Bronce, 5th floor – 28020 Madrid |
100% | UCB NV | |
| TAIWAN | |||
| UCB Pharmaceuticals (Taiwan) Ltd – 12F.-2, No.88, Dunhua N. Rd., Songshan Dist, 10551 Taipei |
100% | UCB NV | |
| THAILAND | |||
| UCB Trading (Thailand) Ltd – No. 984/79 PM Riverside Condominium, 25th fl., Rama 3 Road, Kwaeng Bang Phong Pang, Khet Yannawa – 10500 Bangkok |
100% | UCB NV | |
| TSJECHISCHE REPUBLIEK | |||
| UCB S.R.O. – Thámova 289/13 – 186 00 Praag 8 | 100% | UCB NV | |
| TURKIJE | |||
| UCB Pharma A.S. – Palladium Tower, Barbaros Mah., Kardelen Sok. No.2, Kat.24/80, 34746 Istanboel |
100% | UCB NV | |
| VK | |||
| UCB (Investments) Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire |
100% | UCB NV | |
| Celltech Group Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire | 100% | UCB (Investments) Ltd | |
| Celltech R&D Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire | 100% | Celltech Group Ltd | |
| Darwin Discovery Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire |
100% | Celltech Group Ltd | |
| UCB Pharma Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire | 100% | Celltech Group Ltd | |
| Schwarz Pharma Ltd, in liquidatie – Hill House 1, Little New Street – EC4A 3TR Londen |
100% | Celltech Group Ltd | |
| VS | |||
| UCB Holdings Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Pharma NV | |
| UCB Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Holdings Inc. | |
| UCB Biosciences Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Inc. | |
| UCB Manufacturing Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Inc. | |
| Beryllium Discovery Corp. – 3 Preston Court – 01730 Bedford, Massachusetts |
100% | UCB Biosciences Inc. | |
| The RNA Medicines Company Inc. – 2711 Centerville Road, Suite 400 – 19808 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Biosciences Inc. | |
| Element Genomics Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Biosciences Inc. | |
| Pharmaceuticals, Inc.3 – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Holdings Inc. | |
| Engage Therapeutics, Inc.3 – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Holdings Inc. | |
| Alden Health, Inc.3 – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Holdings Inc. |
| ZUID-KOREA | |||
|---|---|---|---|
| UCB Korea Co Ltd. – 4th Fl., A+ Asset Tower, 369 Gangnam daero, Seocho-gu, 06621 Seoel |
100% | UCB NV | |
| ZWEDEN | |||
| UCB Pharma AB (Sweden) – Master Samuelsgatan 60 – 111 21 Stockholm |
100% | UCB Pharma NV | |
| ZWITSERLAND | |||
| UCB Farchim SA (A.G. – Ltd.) – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle |
100% | UCB Pharma NV | |
| Doutors Réassurance SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle |
100% | UCB Farchim SA | |
| UCB-Pharma AG – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle |
100% | UCB Farchim SA | |
| UCB Medical Devices SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle |
100% | UCB Farchim SA |
1 UCB Finance N.V. werd op 7 december 2020 in vereffening gesteld.
2 Liquidatie van UCB Trading (Malaysia) Sdn. Bhd. zal in het eerste kwartaal van 2021 worden gesloten. Deze onderneming is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening voor 2019 en 2020.
3 Nieuwe ondernemingen werden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van UCB: Ra Pharmaceuticals, Inc. per 2 april 2020; Engage Therapeutics Inc. per 5 juni 2020 en Alden Health, Inc. per 22 juni 2020 (oprichtingsdatum).
4. Verantwoordelijkheidsverklaring
Wij bevestigen hierbij dat, voor zover wij weten, de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2020, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen (International Financial Reporting Standards), zoals aangenomen door de Europese Unie, en met de wettelijke verplichtingen die in België van toepassing zijn, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, passiva, financiële positie en winst of verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, en dat het verslag van de Raad van bestuur een reëel overzicht geeft van de ontwikkeling en prestaties van het bedrijf en de positie van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden die zij verwachten.
Ondertekend door Jean-Christophe Tellier (CEO) en Sandrine Dufour (CFO), namens de Raad van bestuur.
5. Verslag van de commissaris
UCB NV
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van aandeelhouders over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020
24 februari 2021
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van aandeelhouders van UCB NV over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van UCB NV (de "Vennootschap") en haar filialen (samen "de Groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 25 april 2018, overeenkomstig het voorstel van de raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap aangevat vóór 1990.
Verslag over de geconsolideerde jaarrekening
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2020 omvat, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Deze geconsolideerde jaarrekening vertoont een totaal van de geconsolideerde balans van EUR 13.319 miljoen en de geconsolideerde winst- en verliesrekening sluit af met een winst van het boekjaar (toegekend aan aandeelhouders) van EUR 732 miljoen.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep per 31 december 2020, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controleinformatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Kernpunten van de controle
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Aanzienlijke beoordelingen en inschattingen van verkoopkortingen, rabatten en verkoopretouren die zijn opgenomen in de Verenigde Staten (VS) (zie Toelichtingen 3.7.1, 4.2.1 en 35).
Beschrijving van het kernpunt van de controle
In de VS verkoopt de UCB Groep producten aan verschillende klanten die deel uitmaken van commerciële en overheidscontractuele regelingen of andere terugbetalingsprogramma's (Medicaid, Medicare of een gelijkaardig schema). Dit proces leidt tot belangrijke aanpassingen van de bruto-omzet in de vorm van verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en verkoopretouren. We hebben dit punt als een kernpunt van onze controle opgenomen omdat aanzienlijke bedragen van deze niet-afgewikkelde aanpassingen op het einde van het boekjaar als voorziening geboekt worden op de balans. Het proces voor het bepalen van deze voorzieningen is complex en is afhankelijk van contractvoorwaarden en regelgeving, evenals prognoses van verkoopvolumes per kanaal en inschattingen van verwachte retouren van producten. Zoals vermeld in Toelichting 35 bedraagt de voorziening op 31 december 2020 EUR 554 miljoen (EUR 549 miljoen op 31 december 2019).
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle
Onze testen waren gericht op de voorzieningen voor verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en productretouren die aan het einde van het jaar zijn opgenomen, aangezien het proces voor deze voorzieningen gebruik maakt van grote hoeveelheden gegevens met betrekking tot verkoopvolumes en kortingen uit meerdere bronnen die, samengenomen, een aanzienlijke beoordeling vereisen door het management in een complexe Amerikaanse gezondheidszorgomgeving.
We hebben de berekeningen van het management van de voorzieningen voor verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en productretouren verkregen en de inputs in de berekening van de voorzieningen getest. We hebben de volgende procedures uitgevoerd:
- We hebben de volledigheid en nauwkeurigheid van de voorzieningen beoordeeld door het proces dat door het management wordt toegepast, hetwelke wordt gebruikt om de saldi aan het einde van het jaar te berekenen en vast te leggen, te begrijpen en te testen.
- We hebben de wiskundige nauwkeurigheid van de saldi aan het einde van het jaar getest en de bedragen vergeleken met onze eigen, onafhankelijk verwachtingen (inhoudelijke analyse). Onze onafhankelijke verwachtingen werden ontwikkeld op basis van verkoopcijfers, ontvangen historische kortingsfacturen, aangepast voor huidige volumes, kortingspercentages zoals opgenomen in verkoopcontracten en overeenkomsten met derde partijen en gecorrigeerd voor bedrijfs- of industriespecifieke factoren.
- We hebben de belangrijkste beoordelingen en veronderstellingen aangaande de analyse beoordeeld en we hebben andere bekende factoren, zoals generieke deelnemers en overheidsinformatie en wettelijke of regelgevende informatie, in aanmerking genomen. We hebben de veronderstellingen beoordeeld die worden gebruikt om de standaard vertragingstijden voor commerciële kortingen, Medicare-kortingen, Medicaidkortingen, contante kortingen, terugvorderingen en retouren te bepalen.
- We onderzochten declaraties van derden en gegevens zoals externe gegevens, we bemonsterde kortings- en terugvorderingsfacturen ontvangen na jaareinde en we hebben de inschattingen van het management beoordeeld
aangaande de aanwezige voorraad in de verschillende kanalen.
• We hebben terugkijktests uitgevoerd die de opgebouwde voorzieningen in vorige perioden vergeleken met de feitelijke kortingen, terugvorderingen, rabatten of ontvangen retouren om de historische nauwkeurigheid van het management te testen bij het berekenen van deze voorzieningen.
Bij het bepalen van de geschiktheid van het beleid voor de erkenning van opbrengsten in overeenstemming met IFRS 15, zoals toegepast door het management, met betrekking tot het berekenen van verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en productretouren krachtens contractuele en wettelijke vereisten, is er ruimte voor beoordeling. We hebben geen materiële verschillen geïdentificeerd tussen onze onafhankelijke verwachtingen en de voorzieningen en we vonden de beoordelingen van het management redelijk. Bovendien zijn de toegepaste grondslagen consistent, in alle materiële opzichten, met IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie.
Boekwaarde van goodwill en immateriële activa (zie Toelichtingen 3.10, 3.14, 3.15, 4.2.2, 14, 20 en 21)
Beschrijving van het kernpunt van de controle
De UCB Groep heeft voor EUR 2.973 miljoen immateriële activa (31 december 2019 – EUR 839 miljoen), bestaande uit belangrijke licenties, patenten en verworven handelsmerken. De toename van de immateriële vaste activa wordt voornamelijk verklaard door de overnames van Ra Pharmaceuticals en Engage Therapeutics (Toelichting 8). Daarnaast heeft de Groep EUR 4.964 miljoen aan goodwill op 31 december 2020 (31 december 2019 – EUR 5.059 miljoen).
De boekwaarde van de goodwill en immateriële activa zijn afhankelijk van toekomstige kasstromen en wanneer deze kasstromen niet voldoen aan de verwachtingen van de Groep, bestaat het risico dat de activa een bijzondere waardevermindering moeten ondergaan. De door de Groep uitgevoerde analyse van bijzondere waardeverminderingen bevatten een aantal belangrijke beoordelingen en veronderstellingen, waaronder omzetgroei, het succes van nieuwe productintroducties, vervaldata voor octrooien, winstmarges, eindwaarden en disconteringsvoet. Wijzigingen in deze veronderstellingen kunnen leiden tot een wijziging in de boekwaarde van immateriële activa en goodwill. Op basis hiervan hebben we dit punt als een kernpunt van onze controle opgenomen.
De Groep heeft één kasstroomgenererende eenheid ("CGU"), Biopharmaceuticals, voor het testen van de goodwill op bijzondere waardeverminderingen.
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle
We hebben de analyse van waardevermindering van de UCB Groep verkregen en de redelijkheid van de methodologie en de belangrijkste veronderstellingen getest, inclusief winst- en kasstroomgroei, eindwaarden, de impact van het vervallen van octrooien, prijseffecten, mogelijke productveroudering, de kans op succes voor pijplijnproducten en de selectie van disconteringsvoeten. We hebben de onderbouw van de veronderstellingen van het management beoordeeld, inclusief het vergelijken van relevante veronderstellingen met de industriespecifieke en economische voorspellingen. Daarbij werkten we samen met onze interne waarderingsspecialisten. We hebben ook het proces geëvalueerd met betrekking tot het opstellen van het strategisch plan van de Groep dat werd goedgekeurd door de raad van bestuur van UCB.
We hebben de gevoeligheidsanalyses van het management verkregen en geëvalueerd om de impact van redelijke mogelijke wijzigingen in de belangrijkste veronderstellingen vast te stellen en we hebben onze eigen onafhankelijke gevoeligheidsberekeningen uitgevoerd om de neerwaartse wijzigingen in de modellen te kwantificeren die vereist zijn om te resulteren in een bijzondere waardevermindering. We hebben ook de redelijkheid van de voorspelde verdisconteerde kasstromen beoordeeld door deze te vergelijken met de marktkapitalisatie van de Groep.
De beoordeling door het management van de realiseerbare waarde van de activa van de Groep heeft niet geleid tot de opname van bijzondere waardeverminderingsverliezen in 2020 (zie Toelichting 14). Als gevolg van onze werkzaamheden, hebben wij vastgesteld dat de hoogte van de waardevermindering passend is. Verder hebben wij geconstateerd dat de beoordelingen van het management werden onderbouwd door redelijke veronderstellingen die onredelijke negatieve veranderingen zouden vereisen voordat een materiele waardevermindering noodzakelijk was.
Met betrekking tot de CGU Biopharmaceuticals hebben we bevestigd dat dit het laagste niveau is waarop het management goodwill voor interne doeleinden controleert, dat het consistent is met de manier waarop de resultaten en de financiële positie van de Groep worden gerapporteerd aan het directiecomité en de raad van bestuur en dat het aldus voldoet aan IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie.
Opname van uitgestelde belastingvorderingen en onzekere belastingposities (zie Toelichtingen 3.12, 4.2.5, 32 en 36)
Beschrijving van het kernpunt van de controle
De UCB Groep heeft aanzienlijke fiscale verliezen uit het verleden. Er bestaat een inherente onzekerheid bij het beoordelen van zowel de beschikbaarheid van verliezen en belastingkredieten als bij het voorspellen van toekomstige belastbare winsten, wat de mate bepaalt waarin uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen. Bovendien kunnen de beschikbaarheid en het bedrag van de fiscale verliezen en belastingkredieten worden beïnvloed door lopende belastingcontroles. Op 31 december 2020, heeft de Groep EUR 605 miljoen aan uitgestelde belastingvorderingen erkend (31 december 2019 – EUR 873 miljoen). Het proces voor het bepalen van uitgestelde belastingvorderingen is complex en vereist een aanzienlijke mate van oordeelsvorming. Dit zijn de redenen waarom de opname van uitgestelde belastingvorderingen in onze controle belangrijk wordt geacht.
De groep is actief in een complexe, multinationale belastingomgeving en er zijn openstaande belasting- en verrekenprijzenaangelegenheden met belastingautoriteiten. Oordeel is vereist bij het bepalen van verplichtingen die vereist zijn met betrekking tot onzekere belastingposities. Daarom worden ook de voorzieningen voor onzekere belastingposities als een kernpunt van de controle beschouwd. Op 31 december 2020, heeft de Groep verplichtingen opgenomen van EUR 155 miljoen met betrekking tot onzekere belastingposities (31 december 2019 – EUR 145 miljoen). De stijging in verplichtingen voor onzekere belastingposities wordt vooral verklaard door de herwaardering van bestaande fiscale risico's gecompenseerd door het afsluiten van bepaalde belastingcontroles. Schulden met betrekking tot onzekere belastingposities worden geboekt wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een ingenomen belastingpositie moeilijk of niet houdbaar is als deze wordt aangevochten door de belastingautoriteiten en nadat alle rechtsmiddelen zijn uitgeput. Aangaande onzekere belastingposities heeft de Groep een provisie voor terug te vorderen belastingen geboekt door toepassing van de Regeling Onderling Overleg en dit voor een bedrag van EUR 25 miljoen (31 december 2019 – EUR 18 miljoen). De belastingvorderingen geboekt onder activa als gevolg van de Regeling Onderling Overleg worden geboekt wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een Regeling Onderling Overleg een gelijkaardige aanpassing voorziet in één of meerdere rechtsgebieden. Dit betekent dat de Groep, op netto-basis, een voorziening heeft geboekt van EUR 130 miljoen (31 december 2019 – 127 miljoen) ter dekking van onzekere belastingposities.
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle
Wij hebben de geschiktheid van de belangrijkste veronderstellingen en inschattingen van het management geëvalueerd, met name de waarschijnlijkheid om voldoende toekomstige belastbare winsten te genereren ter ondersteuning van de opname van uitgestelde belastingvorderingen.
We evalueerden de mogelijke effecten van belastingcontroles op de beschikbaarheid van fiscale verliezen en belastingvoordelen (en de noodzaak om een verplichting voor onzekere belastingposities te erkennen, indien dit noodzakelijk wordt geacht).
We hebben gekeken naar de status van recente en lopende belastingcontroles, de uitkomsten van eerdere controles, de oordelende posities ingenomen in belastingaangiften en inschattingen van het lopende jaar en ontwikkelingen in de belastingomgeving.
Samen met onze eigen specialisten op het vlak van internationale belastingen hebben we de correspondentie met de relevante belastingautoriteiten en bepaalde externe belastingadviezen beoordeeld en geëvalueerd. Op basis van deze informatie hebben we de veronderstellingen geanalyseerd en beoordeeld dewelke het management heeft gebruikt om belastingverplichtingen te bepalen. We besluiten dat de voorzieningen voor onzekere belastingposities werden bepaald in overeenstemming met IFRIC 23.
Wij hebben beoordeeld of de informatieverstrekking door de UCB Groep over de gevoeligheid van de erkenning van uitgestelde belastingvorderingen voor redelijke mogelijke veranderingen in belangrijke veronderstellingen, de bijbehorende inherente risico's en de toelichtingen met betrekking tot belasting- en onzekere belastingposities weerspiegelt.
Naar aanleiding van ons werk hebben we vastgesteld dat de conclusies van het management met betrekking tot de opname van uitgestelde belastingvorderingen en de recupereerbaarheid passend zijn. We hebben ook vastgesteld dat de verplichtingen voor onzekere belastingposities en de bijbehorende toelichtingen aanvaardbaar zijn.
Lopende rechtszaken, claims en onderzoeken door regelgevende instanties (zie Toelichtingen 3.28, 4.2.3, 34 en 43)
Beschrijving van het kernpunt van de controle
De farmaceutische industrie is een sterk gereguleerde sector, die het inherente risico voor rechtszaken, claims en onderzoeken door regelgevende instanties verhoogt. De UCB Groep is betrokken bij een aantal juridische acties, waaronder productaansprakelijkheid, commerciële geschillen en onderzoeken door regelgevende instanties, die een belangrijke invloed kunnen hebben op de jaarrekening.
We concentreerden ons op dit gebied omdat de uitkomst van dergelijke juridische acties onzeker is en de posities ingenomen door het management gebaseerd zijn op de toepassing van belangrijke beoordelingen en inschattingen. Dienovereenkomstig kunnen onverwachte nadelige resultaten van dergelijke juridische acties een wezenlijke invloed hebben op de gerapporteerde winst en de balanspositie of toekomstige kasstromen van de Groep.
Op 31 december 2020, beschikte de Groep over voorzieningen voor EUR 245 miljoen (31 december 2019 – EUR 218 miljoen) onder meer met betrekking tot feitelijke juridische acties die tegen de Groep werden ingesteld en worden deze voorzieningen in Toelichting 34 uiteengezet, evenals de vermelding van voorwaardelijke verplichtingen in Toelichting 43 met betrekking tot lopende onderzoeken door regelgevende instanties of juridische claims waarbij de bestuurders menen dat zij een goede verdediging hebben tegen de claims.
Zoals uiteengezet in Toelichting 34 en 43, is de Groep betrokken bij diverse gevallen van productaansprakelijkheid met betrekking tot het product Distilbène. In 2015 werd een voorziening opgenomen voor EUR 50 miljoen die overeenstemt met de verwachte toekomstige kasstromen die de verzekeringsdekking overschrijden en die als een aanzienlijke inschatting wordt beschouwd. Deze voorziening bedroeg EUR 112 miljoen op 31 december 2019 en werd verder verhoogd tot EUR 133 miljoen op 31 december 2020.
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle
We hebben actuele of lopende juridische claims en claims van regelgevende instanties besproken met de General Counsel van de Groep om de status van elke zaak te begrijpen.
We hebben onze eigen verwachtingen van de waarschijnlijke uitkomst vastgesteld en het voorziene bedrag (bijv. Distilbène) inhoudelijk getest door de veronderstellingen, die zijn gebruikt om de voorziening te bepalen, te beoordelen door middel van bespreking en verwijzing naar de uitgesproken (vergelijkbare) vonnissen, en op basis van beschikbare documentatie zoals correspondentie met en het verkrijgen van onafhankelijke bevestigingen van de externe juridische adviseurs.
We hebben de volledigheid van de juridische en regelgevende zaken onderzocht door middel van bespreking met de General Counsel van de Groep en door het lezen van notulen van vergaderingen van het directiecomité en de raad van bestuur en hebben geen andere juridische zaken geïdentificeerd die ons nog niet waren bekendgemaakt.
Wij hebben de veronderstellingen met betrekking tot de waardering van de voorziening van EUR 133 miljoen (31 december 2019 – EUR 112 miljoen) voor het Distilbène product beoordeeld op basis van de uitgesproken vonnissen voor gesloten Distilbènezaken en het effect van nieuw ingeleide zaken in de loop van 2020. We hebben deze besproken met het management en de gebruikte veronderstellingen beoordeeld.
Onze testen hebben geen afwijkingen van materieel belang in de opgenomen voorzieningen geïdentificeerd. Wij hebben geconstateerd dat in de context van de jaarrekening van de Groep de beoordelingen door het management en de geboekte voorzieningen redelijk zijn en dat de toelichtingen met betrekking tot juridische en regelgevende zaken, voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen in Toelichting 34 en 43 in overeenstemming waren met de vereisten van IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie.
Ra Pharmaceuticals, Inc overname (zie Toelichting 8.1)
Beschrijving van het kernpunt van de controle
Op 2 april 2020 kondigde UCB aan dat de overname van Ra Pharmaceuticals, Inc. (Ra Pharma) met succes was afgerond en dat Ra Pharma nu een volledige dochteronderneming van UCB is. Deze overname resulteerde in een bedrijfscombinatie onder IFRS 3. De voormalige aandeelhouders van Ra Pharma ontvingen bij sluiting van de overeenkomst USD 48 in geldmiddelen per Ra Pharma aandeel, wat resulteerde in een totale betaalde vergoeding van EUR 2.095 miljoen, of EUR 1.878 miljoen na aftrek van de geldmiddelen van Ra Pharma (geconverteerd van USD op datum van overname).
De toewijzing van de aankoopprijs werd voltooid door UCB met de steun van een deskundige van het management. De belangrijkste posten resulterend uit de toewijziging van de aankoopprijs, omgezet van USD op de overnamedatum, omvatten het immaterieel actief Zilucoplan (EUR 2.273 miljoen), een goodwill (EUR 161 miljoen), een uitgestelde belastingverplichting op het immateriële actief en uitgestelde belastingvorderingen op geïdentificeerde belastingvoordelen die voortvloeien uit de overname (resulterend in een netto uitgestelde belastingverplichting van EUR 384 miljoen).
We identificeerden de overname van Ra Pharmaceuticals Inc als een kernpunt van de controle, omdat de waardering van de reële waarde van zijn goodwill, immateriële activa en uitgestelde belastingen gebaseerd is op belangrijke beoordelingen en schattingen, waaronder verwachte kasstromen, omzetgroei, het succes van de lancering van Zilucoplan in verschillende indicaties, vervaldatums van octrooien, winstmarges en discontovoet. Veranderingen in deze veronderstellingen kunnen leiden tot een verandering in de reële waarde van goodwill, immateriële activa en uitgestelde belastingen.
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle
We hebben de volgende procedures uitgevoerd met betrekking tot de overname:
- Identificatie en inspectie van de belangrijkste documenten, voorwaarden en condities van de transactie (due diligencerapporten, resultaten van klinische proeven, overeenkomsten en contracten) en van het overgenomen bedrijf (historische financiële overzichten, SEC-deponeringen, aandelenoptieplannen,…), inclusief navraag bij de vorige auditor;
- Auditprocedures met betrekking tot de openingsbalans van Ra Pharma op de overnamedatum en de integratie ervan in UCB-systemen;
- Beoordeling van de afdekkingsdocumentatie in relatie tot de financiering van de overname;
- Beoordeling van de boekhoudkundige verwerking van de overname in overeenstemming met IFRS, en van de daarmee verband houdende toelichtingen.
We hebben de toewijziging van de aankoopprijs van de UCB Groep verkregen en de redelijkheid van de waarderingsbenaderingen en -methoden getest, evenals de belangrijkste veronderstellingen, inclusief winst- en kasstroomprojecties, de impact van het vervallen van octrooien, prijsimpact, de kans op succes voor de indicaties van Zilucoplan en de selectie van de discontovoet. We hebben de onderbouwing van de aannames door het management beoordeeld, inclusief het vergelijken van relevante aannames met industriële en economische voorspellingen. Hierbij werkten we samen met onze interne We hebben de gevoeligheidsanalyses van het management verkregen en geëvalueerd op basis van tal van factoren, zoals indicaties penetratie, kans op succes, prijspremies, kortingen, formuleringen met verlengde releases, incrementele concurrenten of tijdlijn van lanceringen.
We hebben de veronderstellingen van het management met betrekking tot het waarderingspercentage van de uitgestelde belastingverplichting geëvalueerd en de opnamecriteria van uitgestelde belastingvorderingen beoordeeld in overeenstemming met IFRS.
Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden achten wij de oordeelsvormingen van het management redelijk en hebben wij geen afwijkingen van materieel belang geïdentificeerd. We hebben ook de geschiktheid geëvalueerd van de toelichtingen in Toelichting 8.1 die we passend achtten.
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
- het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controleinformatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
- het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
- het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
- het concluderen of de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen.
Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
- het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
- het verkrijgen van voldoende en geschikte controleinformatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het verslag over de geconsolideerde jaarrekening, het verslag van niet-financiële informatie gehecht aan het jaarverslag, en de andere informatie opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het verslag van de geconsolideerde jaarrekening, het verslag van niet-financiële informatie gehecht aan het jaarverslag, en de andere informatie opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het verslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie opgenomen in het verslag over de geconsolideerde jaarrekening
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het verslag, zijn wij van oordeel dat dit verslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, en is dit verslag opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.
De op grond van artikel 3:32, §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen vereiste niet-financiële informatie werd opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening (UCB Groep Geïntegreerd Jaarverslag 2020). Deze niet-financiële informatie bevat de informatie vereist krachtens artikel 3:32, §2 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, en stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening van hetzelfde jaar. De Vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze nietfinanciële informatie gebaseerd op de GRI (Global Reporting Initiative) normen. Overeenkomstig artikel 3:80, §1, 5° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met de vermelde GRI normen.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
- Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
- De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Andere vermeldingen
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Sint-Stevens-Woluwe, 24 februari 2021
De commissaris PwC Bedrijfsrevisoren BV Vertegenwoordigd door
Romain Seffer Bedrijfsrevisor
6. Verkorte statutaire jaarrekening van UCB NV
6.1 Inleiding
Overeenkomstig het Belgische Wetboek van Vennootschappen is er besloten om een ingekorte versie van de statutaire jaarrekening van UCB NV te presenteren.
De statutaire jaarrekening van UCB NV wordt opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen.
Er dient opgemerkt dat enkel de hierboven weergegeven geconsolideerde jaarrekening een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van de UCB Groep.
De statutaire commissaris heeft een verklaring zonder voorbehoud afgeleverd en bevestigd dat de niet-geconsolideerde jaarrekening van UCB NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van UCB NV en overeenstemt met alle wettelijke en reglementaire bepalingen.
Overeenkomstig de wetgeving zullen deze afzonderlijke jaarrekeningen, samen met het managementverslag van de Raad van bestuur aan de algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de revisor ingediend worden bij de Nationale Bank van België binnen de statutaire termijnen.
Deze documenten zijn beschikbaar op onze website www.ucb. com of op eenvoudig verzoek aan:
UCB NV Corporate Communication Researchdreef 60 B-1070 Brussel (België)
6.2 Balans
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Oprichtingskosten | 6 | 9 |
| Immateriële activa | 1 | 1 |
| Materiële vaste activa | 32 | 27 |
| Financiële activa | 8 776 | 4 438 |
| Vaste activa | 8 815 | 4 475 |
| Vorderingen op meer dan 1 jaar | 1 341 | 894 |
| Vorderingen op ten hoogste 1 jaar | 637 | 1 248 |
| Korte-termijninvesteringen | 483 | 98 |
| Banktegoed en beschikbaar saldo | 16 | 21 |
| Overlopende rekeningen en nog te ontvangen inkomsten | 98 | 132 |
| Vlottende activa | 2 576 | 2 393 |
| Totaal activa | 11 390 | 6 867 |
| Verplichtingen | ||
| Kapitaal | 584 | 584 |
| Uitgiftepremie | 2 000 | 1 999 |
| Reserves | 6 254 | 2 754 |
| Overgedragen winst | 52 | 2 |
| Eigen vermogen | 8 889 | 5 339 |
| Voorzieningen | 26 | 41 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 26 | 41 |
| Schulden op meer dan 1 jaar | 1 392 | 894 |
| Schulden op ten hoogste 1 jaar | 983 | 552 |
| Toe te rekenen kosten en over te dragen opbrengsten | 101 | 41 |
| Kortlopende verplichtingen | 2 475 | 1 487 |
| Totaal verplichtingen | 11 390 | 6 867 |
6.3 Winst- en verliesrekening
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 113 | 70 |
| Bedrijfskosten | -128 | -119 |
| Bedrijfsresultaat | -15 | -49 |
| Financiële opbrengsten | 3 894 | 379 |
| Financiële kosten | -89 | -87 |
| Financieel resultaat | 3 805 | 292 |
| Winst vóór winstbelastingen | 3 790 | 242 |
| Winstbelastingen | 0 | 0 |
| Te bestemmen winst van het boekjaar | 3 790 | 242 |
6.4 Winstbestemmingsrekening
| € miljoen | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Te bestemmen winst van het boekjaar | 3 790 | 242 |
| Overgedragen winst van het vorige boekjaar | 2 | 0 |
| Te bestemmen winst | 3 792 | 242 |
| Aan de wettelijke reserve | 0 | 0 |
| Aan overige reserves | 0 | 0 |
| Onttrekking aan aandelenkapitaal en reserves | 3 500 | 0 |
| Aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies | 0 | 0 |
| Van de reserves | 3 500 | 0 |
| Toevoeging aan eigen vermogen en reserves | 52 | 0 |
| Over te dragen winst | 3 | 2 |
| Over te dragen resultaat | 3 | 2 |
| Dividenden | -240 | -240 |
| Uit te keren winst | -240 | -240 |
| Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, zal het bruto dividend | € 1,27 | € 1,24 |
| worden bepaald op: | ||
| Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, en rekening houdend met de | € 0,889 | € 0,868 |
| fiscale regelgeving, zal het totale netto dividend na belasting per aandeel worden bepaald op: |
De activiteiten van UCB NV genereerden in 2020 financiële inkomsten ten belope van € 3 792 miljoen die afkomstig zijn van financiële vaste activa in verbonden ondernemingen. De nettowinst komt uit op € 3 790 miljoen na belastingen. Het bedrag dat beschikbaar is voor uitkering bedraagt € 3 792 miljoen, met inbegrip van € 2 miljoen overgedragen winst van vorig jaar.
Het geplaatst kapitaal van UCB NV wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen zonder nominale waarde per 31 december 2020.
Op 31 december 2020 bezit UCB NV 5 480 222 eigen aandelen om te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de toegekende aandelen die aan de Raad van bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden.
Het voorstel van de Raad van bestuur tot uitbetaling van een bruto dividend van € 1,27 per aandeel. Als dit dividendvoorstel wordt goedgekeurd door de algemene vergadering op 29 april 2021 zal het netto dividend van € 0,889 per aandeel betaalbaar zijn per 4 mei 2021 tegen afgifte van coupon nummer 24. De aandelen ingekocht door UCB NV hebben geen recht op een dividend.
Per 31 december 2020 is het bruto-dividend betaalbaar aan de houders van de 189 025 436 UCB-aandelen, of een totale uitkering van € 240 miljoen. Dit bedrag kan wijzigen afhankelijk van het aantal UCB-aandelen in handen van UCB NV op de datum waarop het dividend wordt goedgekeurd. De Raad van bestuur zal het aantal UCB-aandelen waarvoor een dividend betaalbaar is meedelen tijdens de algemene vergadering en zal het totaalbedrag dat moet uitgekeerd worden ter goedkeuring voorleggen. De jaarrekening van 2020 zal dienovereenkomstig worden aangepast.
6.5 Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving
De Raad van bestuur heeft de volgende beslissingen genomen in overeenstemming met Artikel 28 van het Koninklijk Besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Belgische Wetboek van vennootschappen.
6.5.1 Materiële vaste activa
Materiële vaste activa die werden gekocht van derden zijn tegen aankoopprijs opgenomen in de activa van de balans; activa die door het bedrijf zelf geproduceerd worden, zijn gewaardeerd tegen hun kostprijs. De aankoop- of kostprijs wordt "prorata temporis" lineair afgeschreven. De volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages werden toegepast:
| Administratieve gebouwen | 3% |
|---|---|
| Industriële gebouwen | 5% |
| Gereedschap | 15% |
| Meubilair en kantoorbenodigdheden | 15% |
| Voertuigen | 20% |
| Computerapparatuur en kantoorbenodigdheden | 33,3% |
| Prototypemateriaal | 33,3% |
6.5.2 Financiële activa
UCB deelnemingen werden gewaardeerd in overeenstemming met het deel dat werd aangehouden in het eigen vermogen van de betrokken UCB bedrijven.
Aandelen die geen deel uitmaken van de UCB-bedrijven worden gewaardeerd tegen kostprijs. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt wanneer de waardering een permanent verlies in realiseerbare waarde laat zien.
6.5.3 Vorderingen en schulden
Die worden tegen hun boekwaarde weergegeven. Er wordt een afschrijving op vorderingen geboekt indien de terugbetaling op de vervaldatum geheel of gedeeltelijk onzeker of twijfelachtig is.
6.5.4 Activa en verbintenissen in vreemde valuta's
Transacties in vreemde munteenheden worden verwerkt tegen de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum.
Niet-monetaire activa en passiva (materiële en immateriële activa, participaties) die in een vreemde munt uitgedrukt zijn, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva die uitgedrukt zijn in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum. Gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen worden erkend in de winst- en verliesrekening.
6.5.5 Voorzieningen
Alle risico's die de onderneming loopt, maken het voorwerp uit van voorzieningen die elk jaar herzien worden aan de hand van de principes van voorzichtigheid, goede trouw en oprechtheid. Voorzieningen worden tegen de normale waarde geboekt.
6.5.6 Vreemde valuta's
Afgeleide financiële instrumenten worden geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winsten verliesrekening, tenzij het afgeleide financiële instrument geen compenserende tegenpost heeft in de enkelvoudige jaarrekening. In dit geval zal het afgeleide financiële instrument alleen in de toelichting opgenomen worden als een buitenbalans verplichting en bijgevolg geen impact hebben op de balans en/of de winst- en verliesrekening. Het bedrag dat toegelicht wordt als buiten-balans verplichting zal in lijn zijn met de IFRS-methodologie. Bovendien zal het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, geclassificeerd worden op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening of de balans waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winst- en verliesrekening beïnvloedt of resulteert in de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting.
6.5.7 Reële waarde-aanpassingen op verworven leningen
Leningen die zijn verworven, worden opgenomen in de balans tegen nominale waarde. Alle verschillen tussen de nominale waarde en de aanschaffingswaarde worden erkend op een overlopende rekening en opgenomen in de winst- en verliesrekening prorata temporis op een lineaire basis over de resterende looptijd van de leningen.
Gegevens en rapportage
Medewerkers data
Patiëntenwaarde Pijlers
| Patiëntenwaarde (Patient Value – PV) Oplossingen | 7 596 |
|---|---|
| PV Early Solutions | 723 |
| PV Development Solutions | 1 061 |
| PV Immunology Solutions | 1 262 |
| PV Neurology Solutions | 2 111 |
| PV Supply & Technology Solutions | 2 439 |
| Patiëntenwaarde Ondersteunende Functies | 773 |
| PV Corporate Development and Finance | 386 |
| PV Legal and Risk | 148 |
| PV Talent and Company Reputation | 227 |
| CEO-office | 14 |
| Totaal | 8 371 |
Vaste en tijdelijke contracten per geslacht
| 2020 | 2019 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrouwen Mannen Totaal |
Vrouwen | Mannen | Totaal | |||
| Tijdelijk contract | 248 | 204 | 452 | 243 | 203 | 446 |
| Vast contract | 3 964 | 3 955 | 7 919 | 3 568 | 3 592 | 7 160 |
| Totaal | 4 212 | 4 159 | 8 371 | 3 811 | 3 795 | 7 606 |
Vaste en tijdelijke contracten per regio
| 2020 | 2019 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europa | Interna tionale markten |
VS | Totaal | Europa | Interna tionale markten |
VS | Totaal | |
| Tijdelijk contract | 98 | 354 | - | 452 | 101 | 345 | – | 446 |
| Vast contract | 5 023 | 1 310 | 1 586 | 7 919 | 4 482 | 1 275 | 1 403 | 7 160 |
| Totaal | 5 121 | 1 664 | 1 586 | 8 371 | 4 583 | 1 620 | 1 403 | 7 606 |
Deeltijdse en voltijdse contracten per geslacht
| 2020 | 2019 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrou wen |
Mannen | Totaal | Vrouwen | Mannen | Totaal | |
| Deeltijds contract | 446 | 105 | 551 | 402 | 95 | 497 |
| Voltijds contract | 3 766 | 4 054 | 7 820 | 3 409 | 3 700 | 7 109 |
| Totaal | 4 212 | 4 159 | 8 371 | 3 811 | 3 795 | 7 606 |
Medewerkers per regio en per geslacht
| 2020 | 2019 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrou wen |
Mannen | Totaal | Vrouwen | Mannen | Totaal | |
| Europa | 2 559 | 2 562 | 5 121 | 2 268 | 2 315 | 4 583 |
| België | 1 189 | 1 406 | 2 595 | 1 059 | 1 259 | 2 318 |
| Duitsland | 291 | 184 | 475 | 267 | 175 | 442 |
| VK | 435 | 373 | 808 | 378 | 336 | 714 |
| Zwitserland | 198 | 332 | 530 | 189 | 320 | 509 |
| Rest van Europa | 446 | 267 | 713 | 375 | 225 | 600 |
| Internationale markten (IM) | 756 | 908 | 1 664 | 745 | 875 | 1 620 |
| China | 273 | 188 | 461 | 264 | 183 | 447 |
| Japan | 116 | 405 | 521 | 104 | 365 | 469 |
| Rest van IM | 367 | 315 | 682 | 377 | 327 | 704 |
| VS | 897 | 689 | 1 586 | 798 | 605 | 1 403 |
| Eindtotaal | 4 212 | 4 159 | 8 371 | 3 811 | 3 795 | 7 606 |
Medewerkers per subgroep en leeftijdsgroep, vrouwen
| 2020 | 2019 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | |
| Administratie/ ondersteuning |
48 | 286 | 188 | 522 | 54 | 278 | 177 | 509 |
| Hoger kader | 1 | 13 | 33 | 47 | – | 14 | 35 | 49 |
| Kader/professionelen | 186 | 1 895 | 681 | 2 762 | 160 | 1 643 | 563 | 2 366 |
| Verkoopspersoneel | 53 | 516 | 230 | 799 | 54 | 556 | 194 | 804 |
| Technisch personeel | 18 | 50 | 14 | 82 | 23 | 47 | 13 | 83 |
| Totaal | 306 | 2 760 | 1 146 | 4 212 | 291 | 2 538 | 982 | 3 811 |
Medewerkers per subgroep en leeftijdsgroep, mannen
| 2020 | 2019 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | |
| Administratie/ondersteuning | 53 | 175 | 109 | 337 | 42 | 158 | 106 | 306 |
| Hoger kader | 32 | 61 | 93 | – | 38 | 63 | 101 | |
| Kader/professionelen | 107 | 1 611 | 800 | 2 518 | 91 | 1 445 | 675 | 2 211 |
| Verkoopspersoneel | 70 | 511 | 267 | 848 | 52 | 538 | 234 | 824 |
| Technisch personeel | 30 | 251 | 82 | 363 | 31 | 244 | 78 | 353 |
| Totaal | 260 | 2 580 | 1 319 | 4 159 | 216 | 2 423 | 1 156 | 3 795 |
Nieuwe medewerkers per regio
| 2020 | 2019 | |
|---|---|---|
| Europa | 825 | 569 |
| België | 395 | 279 |
| Duitsland | 61 | 44 |
| VK | 159 | 130 |
| Zwitserland | 57 | 55 |
| Rest van Europa | 153 | 61 |
| Internationale markten (IM) | 282 | 261 |
| China | 118 | 75 |
| Japan | 93 | 106 |
| Rest van IM | 71 | 80 |
| VS | 329 | 239 |
| Eindtotaal | 1 436 | 1 069 |
Nieuwe medewerkers per regio en leeftijdsgroep, vrouwen
| 2020 | 2019 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | |
| Europa | 68 | 297 | 72 | 437 | 70 | 198 | 35 | 303 |
| België | 36 | 131 | 18 | 185 | 36 | 86 | 16 | 138 |
| Duitsland | 1 | 26 | 12 | 39 | 2 | 21 | 2 | 25 |
| VK | 15 | 62 | 16 | 93 | 21 | 44 | 7 | 72 |
| Zwitserland | 9 | 14 | 23 | 6 | 15 | 2 | 23 | |
| Rest van Europa | 7 | 64 | 26 | 97 | 5 | 32 | 8 | 45 |
| Internationale | ||||||||
| markten (IM) | 43 | 82 | 9 | 134 | 25 | 93 | 9 | 127 |
| China | 37 | 28 | 1 | 66 | 9 | 38 | – | 47 |
| Japan | 1 | 18 | 5 | 24 | 5 | 12 | 5 | 22 |
| Rest van IM | 5 | 36 | 3 | 44 | 11 | 43 | 4 | 58 |
| VS | 16 | 117 | 49 | 182 | 9 | 102 | 35 | 146 |
| Eindtotaal | 127 | 496 | 130 | 753 | 104 | 393 | 79 | 576 |
Nieuwe medewerkers per regio en leeftijdsgroep, mannen
| 2020 | 2019 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | |
| Europa | 60 | 265 | 63 | 388 | 62 | 179 | 25 | 266 |
| België | 43 | 145 | 22 | 210 | 36 | 96 | 9 | 141 |
| Duitsland | 1 | 11 | 10 | 22 | 4 | 13 | 2 | 19 |
| VK | 8 | 44 | 14 | 66 | 13 | 37 | 8 | 58 |
| Zwitserland | 5 | 25 | 4 | 34 | 9 | 20 | 3 | 32 |
| Rest van Europa | 3 | 40 | 13 | 56 | – | 13 | 3 | 16 |
| Internationale markten (IM) |
44 | 84 | 20 | 148 | 17 | 105 | 12 | 134 |
| China | 39 | 12 | 1 | 52 | 10 | 18 | – | 28 |
| Japan | 4 | 51 | 14 | 69 | 4 | 70 | 10 | 84 |
| Rest van IM | 1 | 21 | 5 | 27 | 3 | 17 | 2 | 22 |
| VS | 10 | 96 | 41 | 147 | 8 | 62 | 23 | 93 |
| Eindtotaal | 114 | 445 | 124 | 683 | 87 | 346 | 60 | 493 |
Verloop per regio
| 2020 | 2019 | |
|---|---|---|
| Europa | 272 | 350 |
| België | 118 | 147 |
| Duitsland | 19 | 46 |
| VK | 58 | 59 |
| Zwitserland | 34 | 46 |
| Rest van Europa | 43 | 52 |
| Internationale markten (IM) | 230 | 440 |
| China | 104 | 273 |
| Japan | 35 | 47 |
| Rest van IM | 91 | 120 |
| VS | 145 | 154 |
| Eindtotaal | 647 | 944 |
Verloop per regio en leeftijdsgroep, vrouwen
| 2020 | 2019 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | |
| Europa | 16 | 75 | 45 | 136 | 20 | 98 | 41 | 159 |
| België | 6 | 27 | 24 | 57 | 7 | 41 | 17 | 65 |
| Duitsland | 3 | 5 | 8 | 2 | 14 | 9 | 25 | |
| VK | 4 | 20 | 6 | 30 | 3 | 17 | 4 | 24 |
| Zwitserland | 5 | 8 | 13 | 7 | 6 | 3 | 16 | |
| Rest van Europa | 1 | 17 | 10 | 28 | 1 | 20 | 8 | 29 |
| Internationale | ||||||||
| markten (IM) | 17 | 92 | 8 | 117 | 42 | 182 | 14 | 238 |
| China | 11 | 44 | 3 | 58 | 37 | 114 | 2 | 153 |
| Japan | 7 | 7 | 2 | 10 | 2 | 14 | ||
| Rest van IM | 6 | 41 | 5 | 52 | 3 | 58 | 10 | 71 |
| VS | 4 | 46 | 32 | 82 | 4 | 36 | 21 | 61 |
| Eindtotaal | 37 | 213 | 85 | 335 | 66 | 316 | 76 | 458 |
Verloop per regio en leeftijdsgroep, mannen
| 2020 | 2019 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | ≤ 29j | 30-49j | ≥ 50j | Totaal | |
| Europa | 9 | 84 | 43 | 136 | 14 | 108 | 69 | 191 |
| België | 3 | 33 | 25 | 61 | 6 | 40 | 36 | 82 |
| Duitsland | 5 | 6 | 11 | 1 | 10 | 10 | 21 | |
| VK | 3 | 18 | 7 | 28 | 3 | 25 | 7 | 35 |
| Zwitserland | 3 | 18 | 21 | 3 | 22 | 5 | 30 | |
| Rest van Europa | 10 | 5 | 15 | 1 | 11 | 11 | 23 | |
| Internationale markten (IM) |
14 | 82 | 17 | 113 | 24 | 154 | 24 | 202 |
| China | 11 | 34 | 1 | 46 | 21 | 97 | 2 | 120 |
| Japan | 2 | 17 | 9 | 28 | – | 20 | 13 | 33 |
| Rest van IM | 1 | 31 | 7 | 39 | 3 | 37 | 9 | 49 |
| VS | 5 | 30 | 28 | 63 | 5 | 51 | 37 | 93 |
| Eindtotaal | 28 | 196 | 88 | 312 | 43 | 313 | 130 | 486 |
Omzet
| 2020 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Vrijwillig | Onvrijwillig | |||
| Administratie/ondersteunend personeel | 2,92 | 2,36 | ||
| Hoger kader | 6,29 | 8,18 | ||
| Kader/professionelen | 5,73 | 1,61 | ||
| Verkoopspersoneel | 7,14 | 4,96 | ||
| Technisch personeel | 4,65 | 1,69 | ||
| Totaal omloopfactor | 5,69 | 2,49 |
Nalevingspercentages verplichte opleidingen
| Gedragscode | Verplichte veiligheids rapportage |
Gegevens bescherming bij UCB |
Bewustzijn van malware |
Bewustzijn van phishing |
Anti Omkoping en Anticorruptie |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Publiek | Alle | Alle | Alle | Alle | Alle | Geselecteerde |
| medewerkers | medewerkers | medewerkers | medewerkers | medewerkers | medewerkers | |
| Frequentie | Elk jaar | Elke 2 jaar | Elke 2 jaar | Elke 2 jaar | Elke 2 jaar | Elke 2 jaar |
| Nalevingspercentage 2020 |
95% | 95% | 97% | 100% | 100% | 97% |
| Nalevingspercentage 2019 | 96% | 95% | 92% | 96% | 96% | 97% |
Milieugegevens
Milieuvoetafdruk vooruitgang
| 2015 | Verschil | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| (referentiejaar) | 2018 | 2019 | 2020 | 2020/2015 | |
| Bereik (% werknemers) | 86% | 90% | 89% | 88% | 2% |
| Energie (megajoules) | 1 137 502 | 1 061 723 | 1 018 240 | 916 421 | -19% |
| Elektriciteit van hernieuwbare bronnen | 59% | 92% | 94% | 95% | 46% |
| CO2-emissies (ton) | 170 172 | 132 398 | 123 315 | 68 532 | -60% |
| Scope 1 – Directe CO2 -emissies |
56 353 | 41 571 | 40 312 | 30 647 | -46% |
| Scope 2 – Indirecte CO2 -emissies |
|||||
| (markt gebaseerd) | 28 108 | 5 818 | 3 655 | 3 167 | -89% |
| Scope 2 – Indirecte COs -emissies |
|||||
| (locatie gebaseerd) | 20 703 | 18 414 | 18 345 | N.v.t. | |
| Scope 3 – Andere indirecte broeikasgassenemissies | 85 711 | 85 009 | 79 348 | 34 718 | -60% |
| Water (m3) | 804 360 | 799 469 | 590 867 | 559 670 | -30% |
| Afval (ton) | 9 745 | 6 970 | 6 605 | 6 014 | -38% |
| Teruggewonnen afval | 95% | 92% | 91% | 96% | 1% |
Energieverbruik
| 2015 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| GRI-indicator | Definitie | Eenheid | (referentiejaar) | 2020 Actueel | Verschil (%) | |
| Totaal | Totaal energieverbruik | Gigajoules | 1 137 502 | 916 421 | -19% | |
| Gas 302-1 |
Gasverbruik | Gigajoules | 652 584 | 426 094 | -35% | |
| Stookolie | Verbruik stookolie | Gigajoules | 12 956 | 13 600 | 5% | |
| Brandstof voor | Brandstofverbruik utilitaire | |||||
| voertuigen | voertuigen | Gigajoules | 158 | 138 | -13% | |
| Brandstofverbruik wagenpark | Gigajoules | 293 152 | 169 789 | -43% | ||
| Elektriciteit | Elektriciteitsverbruik | Gigajoules | 471 804 | 306 800 | -35% | |
| 302-4 | Energie bespaard | 6 743 | 20 984 | |||
| Bespaarde | door besparingen en | Gigajoules | 311% | |||
| energie | efficiëntieverbeteringen |
Koolstofvoetafdruk
| Eenheid | 2015 | 2020 Actueel | Verschil (%) | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| GRI-indicator | Definitie | (referentiejaar) | ||||
| 305-1 | Directe CO2- emissies – Scope 1 |
Elektriciteit | Ton CO2 | 0 | 0 | N.v.t. |
| Gas | Ton CO2 | 36 610 | 19 717 | -46% | ||
| Brandstof | Ton CO2 | 973 | 844 | -13% | ||
| Wagenpark | 18 770 | 10 086 | -46% | |||
| 305-2 | Indirecte CO2-emissies – Scope 2 |
Elektriciteit | ||||
| (markt gebaseerd) | Ton CO2 | 28 108 | 3 167 | -89% | ||
| Elektriciteit | ||||||
| (locatie gebaseerd) | Ton CO2 | N.v.t. | 18 345 | N.v.t. | ||
| Gas | Ton CO2 | 0 | 0 | N.v.t. | ||
| Brandstof | Ton CO2 | 0 | 0 | N.v.t. | ||
| Andere | Zakenreizen per vliegtuig | Ton CO2 | 46 734 | 5 909 | -87% | |
| 305-3 | indirecte | Wereldwijde toeleveringsketen | Ton CO2 | 23 319 | 20 299 | -13% |
| broeikasgas emissies – Scope 3 |
Activiteiten in verband met energie en brandstoffen |
Ton CO2 | 15 658 | 8 510 | -46% |
Waterverbruik
| 2015 | 2020 Actueel | Verschil (%) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (Referentiejaar) | ||||||||
| Eenheid | Alle gebieden | Alle | Gebieden | Alle gebie | ||||
| gebieden | met wa | den | ||||||
| GRI-indicator | Definitie | terstress | ||||||
| Totaal water | m3 | 804 360 | 559 670 | 314 130 | -30% | |||
| Water | Zoet water | m3 | N.v.t. | 559 670 | 314 130 | N.v.t. | ||
| Ander water | m3 | N.v.t. | 0 | 0 | N.v.t. | |||
| Oppervlakte | ||||||||
| water | m3 | 110 643 | 15 390 | 0 | -86% | |||
| Zoet water | m3 | N.v.t. | 15 390 | 0 | N.v.t. | |||
| 303-3 | Ander water | m3 | N.v.t. | 0 | 0 | N.v.t. | ||
| Grondwater | m3 | 69 290 | 70 882 | 70 882 | 2% | |||
| Zoet water | m3 | N.v.t. | 70 882 | 70 882 | N.v.t. | |||
| Ander water | m3 | N.v.t. | 0 | 0 | N.v.t. | |||
| Water van | ||||||||
| derden | m3 | 624 427 | 473 398 | 243 248 | -24% | |||
| Zoet water | m3 | N.v.t. | 473 398 | 243 248 | N.v.t. | |||
| Ander water | m3 | N.v.t. | 0 | 0 | N.v.t. |
Afvalproductie
| Eenheid | 2015 | 2020 Actueel | Verschil (%) | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| GRI-indicator | Definitie | (referentiejaar) | ||||
| Totaal gewicht aan afval | Ton | 9 745 | 6 014 | -38% | ||
| Totaal gewicht aan afval dat niet wordt hergebruikt |
Ton | 520 | 268 | -48% | ||
| Totaal gewicht aan afval dat wordt hergebruikt |
Ton | 9 255 | 5 746 | -38% | ||
| Subtotalen | Ton | |||||
| 306-2 | Afval verwijdering |
Subtotaal afval dat hoofdzake lijk als brandstof of een ander middel voor energieopwekking wordt hergebruikt (EU afvalterugwinningscode R1) |
Ton | 2 919 | 1 821 | -38% |
| Subtotaal afval dat wordt terug gewonnen door terugwinning of regeneratie van oplosmidde len (EU-afvalterugwinningscode R2) |
Ton | 2 839 | 2 066 | -27% | ||
| Subtotaal afval dat wordt terug gewonnen door hergebruik/ terugwinning van organische stoffen die niet als oplosmiddel worden gebruikt (EU-afval terugwinningscode R3) |
Ton | 1 604 | 1 160 | -28% | ||
| Subtotaal afval dat wordt teruggewonnen door herge bruik/terugwinning van andere anorganische materialen dan metalen (EU-afvalterugwinning R5) |
Ton | 1 790 | 485 | -73% | ||
| Subtotaal afval hergebruikt volgens andere methoden (EU-afvalhergebruikscodes R4, R6 en R9) |
Ton | 74 | 213 | 289% | ||
| Totaalaantal | Aantal | 0 | 0 | N.v.t. | ||
| 306-3 | en volume van belangrijke lekken |
Volume | Ton | 0 | 0 | N.v.t. |
| 306-4 | Gevaarlijk afval |
Gevaarlijke afval zoals gede finieerd door de plaatselijk geldende voorschriften |
Ton | 6 455 | 3 691 | -43% |
| Niet-gevaarlijk afval |
Ander vast afval (met uitzonde ring van emissies en afvalwater) |
Ton | 3 291 | 2 323 | -29% |
GRI-normen
Organisatieprofiel
| Openbaarmaking | Externe waarborging | Referentie verslag | SDG | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 102-01 | Naam van de organisatie | ● | Reikwijdte van rapportering | ||
| 102-02 | Activiteiten, merken, producten en diensten | ● | Ons doel Ziektegebieden en oplossingen |
||
| 102-03 | Locatie van het hoofdkantoor | ● | Wie zijn wij? | ||
| 102-04 | Locatie van de activiteiten | ● | β | Waar zijn wij? | |
| 102-05 | Eigendomsbelangen en rechtsvorm | ● | Kapitaal en aandelen Aandeelhouders en aandeel houdersstructuur |
||
| 102-06 | Actieve markten | ● | β | Wie zijn wij? | |
| Omvang van de organisatie | |||||
| Totaal aantal werknemers | ● | β | Samen sterker, sterker dan ooit | ||
| Totaal aantal activiteiten | ● | β | Wie zijn wij? | ||
| Netto-omzet (voor organisaties uit de particuliere | |||||
| 102-07 | sector) of netto-opbrengsten (voor organisaties uit de publieke sector) |
● | β | Onze prestaties | |
| Totale kapitalisatie (voor organisaties uit de particuliere sector) uitgesplitst in schuld en eigen vermogen |
● | β | Jaarrekening | ||
| Hoeveelheid van de geleverde producten of diensten. |
● | Brief aan belanghebbenden Ziektegebieden en oplossingen |
|||
| Informatie over werknemers en andere werkers | |||||
| Totaal aantal werknemers per arbeidscontract (vast en tijdelijk), per geslacht |
● | β | Medewerkers data | ||
| Totaal aantal werknemers per arbeidscontract (vast en tijdelijk), per regio |
● | β | Medewerkers data | ||
| Totaal aantal werknemers naar type werk (voltijds en deeltijds) per geslacht |
● | β | Medewerkers data | ||
| 102-08 | Of een aanzienlijk deel van de activiteiten van de organisatie wordt uitgevoerd door werkers die geen werknemer zijn. Indien van toepassing, een beschrijving van de aard en omvang van het werk dat wordt uitgevoerd door werkers die geen werknemer zijn. |
● | β | Medewerkers data Waar zijn wij? |
|
| Eventuele significante variaties in de aantallen die in de Toelichtingen a, b en c (zoals seizoensgebonden variaties in de toeristische of agrarische sector) worden gerapporteerd. |
● | Geen significante verschillen | |||
| Een toelichting op de wijze waarop de gegevens zijn samengesteld, met inbegrip van eventuele veronderstellingen |
● | β | Wie zijn wij? | ||
| 102-09 | Toeleveringsketen | ● | Beveiliging van de toeleverings keten |
||
| 102-10 | Significante veranderingen in de organisatie en haar toeleveringsketen |
● | Beveiliging van de toeleverings keten |
||
| 102-11 | Voorzorgsbeginsel of -aanpak | ● | Risicobeheer |
| 102-12 | Externe initiatieven | ● | Samenwerken aan betere zorg COVID-19-samenwerkingsver banden |
|
|---|---|---|---|---|
| 102-13 | Lidmaatschap in verenigingen | ● | Samenwerken aan betere zorg |
Strategie
| Openbaarmaking | Externe waarborging | Referentie verslag | SDG | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 102-14 | Verklaring van senior beslisser | ● | Brief aan belanghebbenden | ||
| 102-15 | Belangrijkste effecten, risico's en kansen | ● | Risicobeheer |
Ethiek en integriteit
| Openbaarmaking | Externe waarborging | Referentie verslag | SDG | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 102-16 | Waarden, principes, standaarden en gedragsnormen |
● | β | Hoe wij werken Zakelijk gedrag |
|
| 102-17 | Mechanismen voor advies en bezorgdheden over ethiek |
● | Promoten en omarmen van ethisch gedrag |
Deugdelijk bestuur
| Openbaarmaking | Externe waarborging | Referentie verslag | SDG | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 102-18 | Structuur deugdelijk bestuur | ● | β | Ons deugdelijk bestuur Raad van bestuur en comités van de Raad |
|
| 102-20 | Verantwoordelijkheid op uitvoerend niveau voor economische, milieu- en sociale onderwerpen |
● | Duurzaamheid is onze zakelijke aanpak Raad van bestuur en comités van de Raad Uitvoerend Comité |
||
| 102-21 | Raadpleging van belanghebbenden over economische, milieu- en sociale onderwerpen |
● | Onze materialiteitsbeoordeling voor 2019 Duurzaamheid is onze zakelijke aanpak |
||
| 102-22 | Samenstelling van het hoogste bestuurslichaam en zijn comités |
● | Raad van bestuur en comités van de Raad |
||
| 102-23 | Voorzitter van het hoogste bestuurslichaam | ● | Raad van bestuur en comités van de Raad |
Deugdelijk bestuur
| 102-24 | Benoeming en selectie van het hoogste bestuurslichaam |
◖ | Raad van bestuur en comités van de Raad |
|---|---|---|---|
| 102-26 | Rol van het hoogste bestuurslichaam bij de vaststelling van het doel, de waarden en de strategie |
◖ | Uitvoerend Comité |
| 102-30 | Doeltreffendheid van risicobeheerprocessen | ● | Risicobeheer |
| 102-32 | Rol van het hoogste bestuurslichaam in de duurzaamheidsrapportage |
● | Duurzaamheid is onze zakelijke aanpak |
| 102-35 | Bezoldigingsbeleid | ◖ | Verslag over het bezoldigingsbeleid |
| 102-40 | Lijst van groepen belanghebbenden | ● | Duurzaamheid is onze zakelijke aanpak Samenwerken aan betere zorg Onze 2019 materialiteitsbeoordeling |
| 102-41 | Collectieve arbeidsovereenkomsten | ◖ | Collectieve arbeidsovereen komsten zijn specifiek per land |
Betrokkenheid van de belanghebbenden
| Openbaarmaking | Externe waarborging | Referentie verslag | SDG | |
|---|---|---|---|---|
| 102-42 | Het identificeren en selecteren van belanghebbenden |
● | Duurzaamheid is onze zakelijke aanpak Samenwerken aan betere zorg Onze materialiteitsbeoordeling voor 2019 |
|
| 102-43 | Benadering van belanghebbendenbetrokkenheid | ● | Duurzaamheid is onze zakelijke aanpak Samenwerken aan betere zorg Onze 2019 materialiteitsbeoordeling |
|
| 102-44 | Belangrijkste onderwerpen en aandachtspunten die onder de aandacht zijn gebracht |
● | Duurzaamheid is onze zakelijke aanpak Samenwerken aan betere zorg Onze 2019 materialiteitsbeoordeling |
Rapportageprincipes
| Openbaarmaking | Externe waarborging | Referentie verslag | SDG | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 102-45 | Entiteiten opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening |
● | Jaarrekening | ||
| 102-46 | Definiëren van de inhoud van het verslag en de grenzen van de onderwerpen |
● | Duurzaamheid is onze zakelijke aanpak Onze 2019 materialiteitsbeoordeling |
||
| 102-47 | Lijst van materiële onderwerpen | ● | Duurzaamheid is onze zakelijke aanpak |
||
| 102-48 | Herformulering van informatie (d.w.z. organisatiemodel) |
● | Innoveren met patiënten met een ernstige ziekte |
||
| 102-49 | Verandering in de rapportage | ● | Geen wijzigingen in materiële onderwerpen |
||
| 102-50 | Verslagperiode | ● | β | Onze prestaties | |
| 102-51 | Datum van het meest recente verslag | ● | β | Onze prestaties | |
| 102-52 | Rapportagecyclus | ● | β | Onze prestaties |
Rapportageprincipes
| 102-53 | Contactpunt voor vragen over het rapport | ● | β | Contacten | |
|---|---|---|---|---|---|
| 102-54 | Vorderingen uit hoofde van rapportage in overeenstemming met de GRI-normen |
● | β | Over dit verslag | |
| 102-55 | GRI-inhoud index | ● | β | GRI-normen | |
| 102-56 | Waarborgingsverklaring | ● | β | Betrouwbaarheidsverklaring |
Economische aspecten
| Openbaarmaking | Externe waarborging | Referentie verslag | SDG | ||
|---|---|---|---|---|---|
| GRI 201: Economische aspecten | |||||
| 201-01 | Rechtstreekse gegenereerde en verdeelde economische waarde |
● | β | Jaarrekening | |
| 201-03 | Verplichtingen uit hoofde van toegezegd pensioenregelingen en andere pensioenregelingen |
● | β | Jaarrekening | |
| GRI 202: Aanwezigheid op de markt | |||||
| 202-02 | Aandeel van het topmanagement dat wordt aangeworven uit de lokale gemeenschap |
● | Diversiteit, gelijkheid en inclusie | ||
| GRI 205: Anticorruptie | |||||
| 205-01 | Operaties beoordeeld op risico's in verband met corruptie |
◖ | Anti-Omkoping en Anticorruptie | ||
| 205-02 | Communicatie en opleiding over anticorruptiebeleid en -procedures Totaal aantal en percentage van de leden van het bestuurslichaam waaraan het anticorruptiebeleid en de procedures van de organisatie zijn gecommuniceerd, uitgesplitst per regio. Totaal aantal en percentage medewerkers aan wie het anticorruptiebeleid en de procedures van de organisatie zijn gecommuniceerd, uitgesplitst naar werknemerscategorie en regio. Het totale aantal en het percentage zakelijke partners aan wie het anticorruptiebeleid en de procedures van de organisatie zijn gecommuniceerd, uitgesplitst naar type zakelijke partner en regio. Beschrijf of het anticorruptiebeleid en de procedures van de organisatie zijn gecommuniceerd aan andere personen of organisaties |
◖ | Geen openbaarmaking Geen openbaarmaking Geen openbaarmaking |
||
| Totaal aantal en percentage van de leden van het bestuurslichaam die een opleiding over corruptiebestrijding hebben ontvangen, uitgesplitst naar regio |
Geen openbaarmaking | ||||
| Totaal aantal en percentage werknemers dat een opleiding over corruptiebestrijding heeft gevolgd, uitgesplitst naar werknemerscategorie en regio |
◖ | β | Anti-Omkoping en Anticorruptie | ||
| 205-03 | Bevestigde gevallen van corruptie en genomen maatregelen |
◖ | Anti-Omkoping en Anticorruptie |
Milieu
| Openbaarmaking | Externe waarborging | Referentie verslag | SDG | ||
|---|---|---|---|---|---|
| GRI 302: Energie | |||||
| 103-1 | Verklaring van het materiële onderwerp en de afbakening ervan |
● | Zorgen voor de planeet Energie-efficiënter worden |
||
| 103-2 | De managementbenadering en zijn componenten |
● | Zorgen voor de planeet Energie-efficiënter worden |
||
| 103-3 | Evaluatie van de managementbenadering | ● | Zorgen voor de planeet Energie-efficiënter worden |
||
| 302-1 | Energieverbruik binnen de organisatie | ● | β | Zorgen voor de planeet Energie-efficiënter worden |
|
| 302-4 | Vermindering van het energieverbruik | ● | Zorgen voor de planeet Energie-efficiënter worden |
||
| GRI 303: Water en afvalwater | |||||
| 103-1 | Verklaring van het materiële onderwerp en de afbakening ervan |
● | Zorgen voor de planeet Verminderen van onze wateronttrekking |
||
| 103-2 | De managementbenadering en de elementen ervan |
● | Zorgen voor de planeet Verminderen van onze wateronttrekking |
||
| 103-3 | Evaluatie van de managementbenadering | ● | Zorgen voor de planeet Verminderen van onze wateronttrekking |
||
| 303-1 | Interacties met water als een gedeelde hulpbron | ● | Zorgen voor de planeet Verminderen van onze wateronttrekking |
3, 6, 12 | |
| 303-3 | Wateronttrekking | ● | β | Zorgen voor de planeet Verminderen van onze wateronttrekking |
|
| GRI 305: Emissies | |||||
| 103-1 | Verklaring van het belangrijk onderwerp en de afbakening ervan |
● | Zorgen voor de planeet Koolstofneutraal tegen 2030 |
Milieu
| 103-2 | De managementbenadering en de elementen ervan |
● | Zorgen voor de planeet Koolstofneutraal tegen 2030 |
||
|---|---|---|---|---|---|
| 103-3 | Evaluatie van de managementbenadering | ● | Zorgen voor de planeet Koolstofneutraal tegen 2030 |
||
| 305-1 | Directe (Scope 1) broeikasgasemissies | ● | β | Koolstofneutraal tegen 2030 | |
| 305-2 | Energie indirecte (Scope 2) broeikasgasemissies | ● | β | Koolstofneutraal tegen 2030 | |
| 305-3 | Andere indirecte (Scope 3) broeikasgasemissies | ◖ | Koolstofneutraal tegen 2030 | ||
| GRI 306: Afvalwater en afval | |||||
| 103-1 | Verklaring van het materiële onderwerp en de afbakening ervan |
● | Zorgen voor de planeet Vermindering van onze afvalproductie |
||
| 103-2 | De managementbenadering en de elementen ervan |
● | Zorgen voor de planeet Vermindering van onze afvalproductie |
||
| 103-3 | Evaluatie van de managementbenadering | ● | Zorgen voor de planeet Vermindering van onze afvalproductie |
||
| 306-2 | Afval per soort en verwijderingsmethode | ● | β | Milieugegevens | |
| 306-3 | Aanzienlijke lekkages | ● | β | Milieugegevens |
Milieu
| 306-4 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Transport van gevaarlijk afval | ● | β | Milieugegevens |
Sociaal
| Openbaarmaking | Externe waarborging | Referentie verslag | SDG | ||
|---|---|---|---|---|---|
| GRI 401: Werkgelegenheid | |||||
| 401-1 | Nieuwe medewerkers en verloop van medewerkers |
● | β | Medewerkers data Leren en ontwikkeling Waar zijn wij? |
|
| GRI 403: Gezondheid en veiligheid op het werk | |||||
| 403-1 | Systeem voor het beheer van gezondheid en veiligheid op het werk |
● | Gezondheid, veiligheid en welzijn |
||
| 403-2 | Identificatie van gevaren, risicobeoordeling en onderzoek naar incidenten |
● | Gezondheid, veiligheid en welzijn |
||
| 403-3 | Diensten voor gezondheid op het werk | ● | Gezondheid, veiligheid en welzijn |
||
| 403-4 | Participatie, raadpleging en communicatie van werknemers inzake gezondheid en veiligheid op het werk |
● | Gezondheid, veiligheid en welzijn |
||
| 403-5 | Training van werknemers inzake gezondheid en veiligheid op het werk |
◖ | Gezondheid, veiligheid en welzijn |
||
| 403-6 | Bevordering van de gezondheid van werknemers | ◖ | Gezondheid, veiligheid en welzijn |
||
| 403-7 | Preventie en beperking van gevolgen voor gezondheid en veiligheid op het werk die rechtstreeks verband houden met zakelijke relaties |
◖ | Gezondheid, veiligheid en welzijn |
||
| 403-8 | Werknemers die onder een beheerssysteem voor gezondheid en veiligheid op het werk vallen |
● | Gezondheid, veiligheid en welzijn |
||
| 403-9 | Werkgerelateerd letsel | ● | Gezondheid, veiligheid en welzijn |
Sociaal
| GRI 404: Opleiding en educatie | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 404-3 | Percentage werknemers dat regelmatig prestatie en loopbaanontwikkelingsbeoordelingen ontvangt |
◖ | Leren en ontwikkeling Waar zijn wij? |
||
| GRI 405: Diversiteit en gelijke kansen | |||||
| 405-1 | Diversiteit van bestuursorganen en medewerkers | ● | β | Diversiteit, gelijkheid en inclusie Ons deugdelijk bestuur |
|
| GRI 408: Kinderarbeid | |||||
| 408-1 | Operaties en leveranciers met een aanzienlijk | ◖ | Mensenrechten | ||
| risico op incidenten met kinderarbeid | |||||
| GRI 412: Beoordeling van de mensenrechten Training van werknemers over mensenrechtenbeleid of -procedures Totaal aantal uren dat in de verslagperiode is |
◖ | Verantwoord Zakelijk Gedrag Medewerkers data |
|||
| 412-2 | besteed aan opleiding over mensenrechtenbeleid of procedures met betrekking tot aspecten van mensenrechten die relevant zijn voor de bedrijfsvoering |
Geen openbaarmaking. | |||
| Percentage medewerkers dat tijdens de verslagperiode is opgeleid in mensenrechtenbeleid of -procedures met betrekking tot aspecten van mensenrechten die relevant zijn voor de bedrijfsvoering |
● | β | Verantwoord Zakelijk Gedrag Medewerkers data |
||
| GRI 413: Lokale gemeenschappen | |||||
| 413-1 | Activiteiten met betrokkenheid van de lokale gemeenschap, effectbeoordelingen en ontwikkelingsprogramma's |
● | Zorgen voor de gemeenschap | ||
| GRI 416: Gezondheid en veiligheid van de klant | |||||
| 416-1 | Beoordeling van de gezondheids- en veiligheidseffecten van product- en dienstencategorieën |
● | Veiligheid van patiënten en geneesmiddelen |
||
| 416-2 | Incidenten van niet-naleving met betrekking tot de gezondheids- en veiligheidseffecten van producten en diensten |
● | Veiligheid van patiënten en geneesmiddelen |
Sociaal
| GRI 417: Marketing en bijsluiters | ||
|---|---|---|
| 417-1 | Vereisten voor product- en dienstinformatie en etikettering |
◖ Productverantwoordelijkheid |
| GRI 418: Privacy van de klant | ||
| 418-1 | Gestaafde klachten over inbreuken op de privacy van klanten en verlies van klantgegevens |
● Toprisico's in 2020 |
| GRI 501: Betrokkenheid van medewerkers | ||
| 501-1 | Percentage collega's die deelnemen aan UCB Voices |
Inzichten van werknemers ● integreren |
| 501-2 | Percentage collega's dat de verplichte trainingsprogramma's afrondt |
● Medewerkers data |
| GRI 601: Innovatie | ||
| 103-1 | Verklaring van het belangrijk onderwerp en de afbakening ervan |
Innoveren voor patiënten met ● een ernstige ziekte |
| 103-2 | De managementbenadering en de elementen ervan |
Innoveren voor patiënten met ● een ernstige ziekte |
| 103-3 | Evaluatie van de managementbenadering | Innoveren voor patiënten met ● een ernstige ziekte |
| 601-1 | Percentage van de omzet geïnvesteerd in O&O | Onze prestaties ● |
| 601-2 | Aantal activa in pijplijn (FIH, label) | Onze prestaties ● Onze pijplijn |
| GRI 701: Toegang tot Geneesmiddelen | ||
| 103-1 | Verklaring van het belangrijk onderwerp en de afbakening ervan |
Toegang bieden tot onze ● oplossingen |
| 103-2 | De managementbenadering en de elementen ervan |
Toegang bieden tot onze ● oplossingen |
| 103-3 | Evaluatie van de managementbenadering | Toegang bieden tot onze ● oplossingen |
| 701-1 | Toegangsprestaties | Onze prestaties ● Toegang bieden tot onze oplossingen |
| GRI 801: Gezondheid en welzijn 2019 | ||
| 103-1 | Verklaring van het belangrijk onderwerp en de afbakening ervan |
Gezondheid, veiligheid en ● welzijn |
| 103-2 | De managementbenadering en de elementen ervan |
Gezondheid, veiligheid en ● welzijn |
| 103-3 | Evaluatie van de managementbenadering | Gezondheid, veiligheid en ● welzijn |
| 801-1 | Gezondheids- en welzijnsindex | Onze prestaties Gezondheid, veiligheid en ● welzijn |
Hoofdstuk 8 | Gegevens en rapportage
Onafhankelijke beperkt betrouwbaarheidsverklaring rapport over duurzaamheid 2020 van UCB
Dit rapport is opgesteld in overeenstemming met de voorwaarden opgenomen in onze opdrachtbrief, voor een periode van drie jaar, gedateerd 22 oktober 2018, waarbij we werden aangesteld om een onafhankelijke beperkte betrouwbaarheidsverklaring uit te brengen met betrekking tot geselecteerde duurzaamheidsgegevens, aangegeven door middel van een kleine Griekse letter bèta (3), van het Geïntegreerd Verslag voor het jaar afgesloten op 31 december 2020 (het "Verslag").
De verantwoordelijkheid van de bestuurders
De bestuurders van UCB NV ("de Vennootschap") zijn verantwoordelijk voor het opstellen en presenteren van de geselecteerde duurzaamheidsgegevens voor het jaar 2020, aangegeven door middel van een kleine Griekse letter bèta (3), van het Verslag van UCB en haar dochtermaatschappijen, alsook voor de verklaring dat het Verslag is opgesteld in overeenstemming met de vereisten van het "Global Reporting Initiative" ("GRI")-normen – Core (de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek"), in overeenstemming met de criteria die in het Verslag beschreven staan en met de aanbevelingen van GRI Standards (de "Criteria").
Deze verantwoordelijkheid behelst de selectie en toepassing van de geschikte methoden voor het voorbereiden van de Informatie Over Het Object Van Onderzoek, het garanderen van de betrouwbaarheid van onderliggende gegevens en voor het gebruik van veronderstellingen en inschattingen van individuele openbaarmakingen over duurzaamheid die gezien de omstandigheden als redelijk kunnen worden beschouwd. Daarnaast behelst de verantwoordelijkheid van de bestuurders het ontwerpen, het implementeren en het onderhouden van systemen en processen die relevant zijn bij het opstellen van de Informatie Over Het Object Van Onderzoek, die geen afwijkingen van materieel belang die het gevolg zijn van fraude of fouten bevatten.
Onze onafhankelijkheid en kwaliteitsbewaking
Wij hebben voldaan aan de wettelijke vereisten met betrekking tot de onafhankelijkheid van de revisor, in het bijzonder in overeenstemming met de regels die zijn vastgelegd in de artikelen 12, 13, 14, 16, 20, 28 en 29 van de Belgische wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van accountant en van het openbaar toezicht op bedrijfsrevisoren, en aan de vereisten op het vlak van onafhankelijkheid en andere ethische kwesties van de gedragscode voor professionele accountants uitgegeven door de International Ethics Standards Board for Accountants (IESBA), die is gebaseerd op de fundamentele principes van integriteit, objectiviteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, vertrouwelijkheid en professioneel gedrag.
Ons bedrijf gebruikt de International Standard on Quality Control 1 en heeft daarom een uitgebreid kwaliteitsbewakingssysteem met gedocumenteerde beleidslijnen en procedures voor het naleven van ethische vereisten, beroepsnormen en toepasselijke wettelijke vereisten en vereisten van regelgevende instanties.
Verantwoordelijkheden van de revisor
Onze verantwoordelijkheid bestaat erin een onafhankelijke conclusie te formuleren over de Informatie Over Het Object Van Onderzoek op basis van de procedures die wij hebben uitgevoerd en het bewijsmateriaal dat wij hebben verkregen. Onze betrouwbaarheidsverklaring is voorbereid volgens de voorwaarden van onze opdrachtovereenkomst.
Wij hebben onze werkzaamheden verricht in overeenstemming met de International Standard on Assurance Engagements (ISAE) 3000 (herwerkt) "Assurance Engagements other than Audits or Reviews of Historical Financial Information". Deze standaard schrijft voor dat we voldoen aan de ethische vereisten en dat we de opdracht plannen en uitvoeren om een beperkte mate van zekerheid te verkrijgen of er zaken onder onze aandacht zijn gekomen die ertoe leiden dat wij van mening zijn dat de Informatie Over Het Object Van Onderzoek niet in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoet aan de Criteria.
Bij een opdracht voor een beperkte betrouwbaarheidsverklaring zijn de procedures voor het verzamelen van bewijsmateriaal beperkter dan bij een opdracht met een redelijke mate van zekerheid, en wordt derhalve minder zekerheid verkregen dan bij een opdracht met een redelijke mate van zekerheid. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de revisor, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico's van afwijkingen van materieel belang in de Informatie Over Het Object Van Onderzoek met betrekking tot de Criteria. Ons werk bestond uit de volgende procedures:
- het beoordelen en testen van het ontwerp en de werking van de systemen en processen die worden gebruikt voor het inzamelen, vergelijken, consolideren en valideren van informatie, met inbegrip van de methoden gebruikt om de Informatie Over Het Object Van Onderzoek te berekenen en in te schatten vanaf en voor het jaar eindigend op 31 december 2020, zoals weergegeven in het rapport;
- het uitvoeren van interviews met verantwoordelijken, inclusief bezoeken ter plaatse;
- het inspecteren van interne en externe documenten.
Ons werk was beperkt tot assurance over de geselecteerde duurzaamheidsgegevens voor het jaar 2020 gemarkeerd met een Griekse kleine letter bèta (ẞ) in het Verslag van UCB en haar dochterondernemingen en de verklaring dat haar verslaggeving voldoet aan de vereisten van de Global Reporting Initiative (GRI)-normen – Core (de "Informatie Over Het Object Van Onderzoek"). Onze zekerheid heeft geen betrekking op informatie over vroegere perioden of op andere in het verslag opgenomen informatie.
Conclusie
Op basis van onze opdracht voor een beperkte betrouwbaarheidsverklaring is niets onder onze aandacht gekomen wat ons laat vermoeden dat de geselecteerde duurzaamheidsgegevens voor het jaar 2020, aangegeven door middel van een kleine Griekse letter bèta (3) in het geïntegreerd verslag voor 2020 van UCB, alsook de verklaring van UCB dat dit rapport voldoet aan de GRI-normen – Core vereisten, niet in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de Criteria.
Beperking op het Gebruik en Verspreiding van onze Verklaring
Onze verklaring is uitsluitend bedoeld voor gebruik door het bedrijf, in verband met hun rapport over duurzaamheid vanaf en voor het jaar eindigend op 31 december 2020 en mag voor geen enkel ander doel worden gebruikt. Wij accepteren of aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid of zorgplicht jegens een andere partij aan wie dit rapport kan worden getoond of in wiens handen het kan komen.
Sint-Stevens Woluwe, 24 februari 2021
PwC Bedrijfsrevisoren BV Vertegenwoordigd door
Marc Daelman Bedrijfsrevisor
Verklarende woordenlijst
Aangepaste (recurrente) EBIT
Operationele winst gecorrigeerd voor bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten
Aangepaste (recurrente) EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization charges)
Operationele winst gecorrigeerd voor afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten en lasten.
ALM
Afstemming activa/passiva
CW
Constante wisselkoersen
Kern-WPA/Kernwinst per aandeel
Winst die toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB is, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële eenmalige posten, éénmalige winstbelastingen, de bijdrage na belasting van beëindigde bedrijfsactiviteiten, en de netto-afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet, gedeeld door het niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen.
Kernproducten
Cimzia®, Vimpat®, Keppra®, Briviact® en Neupro®
CGU
Kasstroomgenererende eenheid
CPM/Corporate Performance Multiplier
De bedrijfsresultatencoëfficiënt is een van de twee vermenigvuldigers die de bonusuitbetaling definiëren. Deze is gebaseerd op het behalen van de bedrijfsdoelwitten door de vennootschap.
DTA
Uitgestelde belastingvordering
EBIT/Operationele winst
Operationele winst zoals vermeld in de geconsolideerde jaarrekening
EMA/Europees Geneesmiddelenbureau
Instantie die verantwoordelijk is voor de beoordeling van geneesmiddelen ter bescherming en bevordering van de gezondheid van mens en dier. www.emea.europa.eu
WPA
Winst per aandeel
Gevestigde merken
Portfolio van 150 geneesmiddelen van hoge kwaliteit die niet langer beschermd zijn door een patent, met bewezen waarde voor patiënten en dokters gedurende vele jaren
Niet-financieel
"Niet-financieel" is de door UCB gebruikte term voor informatie die gewoonlijk als "niet-financieel" wordt aangeduid
FDA/VS FOOD AND DRUG ADMINISTRATION
Agentschap binnen het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid en Human Services dat verantwoordelijk is voor de bescherming en bevordering van de gezondheid van de natie (www.fda.gov)
FVOCI
Financiële activa aan reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten
Financiële activa aan reële waarde via nietgerealiseerde resultaten (FVPL)
Financiële activa die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI)
Financiële activa die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking via de niet-gerealiseerde resultaten
Financiële éénmalige posten
Winsten en verliezen voortvloeiend uit de verkoop van financiële vaste activa (andere dan afgeleide financiële instrumenten en restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen) alsook bijzondere waardeverminderingsverliezen op deze financiële vaste activa worden beschouwd als financiële eenmalige posten.
FRMC
Financial Risk Management Committee
Wereldwijd rapporteringsinitiatief (Global Reporting Initiative)
Een internationale onafhankelijke normeringsorganisatie die bedrijven, overheden en andere organisaties helpt om de belangrijkste sociale, milieu- en governance-aspecten die door interne en externe belanghebbenden aan de orde worden gesteld, te begrijpen en te rapporteren
IPM/Individuele prestatie coëfficiënt
De individuele prestatiecoëfficiënt is een van de twee vermenigvuldigers die de bonusuitbetaling definiëren. Deze beschouwt een combinatie van individuele behaalde resultaten en gedemonstreerd gedrag.
KU
Kremers Urban, farmaceutische vennootschap in de VS, gespecialiseerd in generische geneesmiddelen. Afgestoten in november 2015
LTI
Lange-termijnincentives zijn gericht op het motiveren en behouden van sleuteltalent gedurende een periode van minimaal 3 jaar. Ze stemmen de beloningen van medewerkers af op de bedrijfs- en patiëntdoelen en zorgen voor meer financiële voordelen naarmate het bedrijf groeit. Bij UCB omvat dit toegekende aandelen, aandelenopties en prestatieaandelen.
NCI
Minderheidsbelangen
Netto dividend
Het bedrag dat een aandeelhouder van UCB zal ontvangen na aftrek van de Belgische roerende voorheffing, die momenteel 30% bedraagt. Lagere tarieven voor roerende voorheffing kunnen van toepassing zijn voor bepaalde categorieën van beleggers.
Netto financiële schuld
Langlopende en kortlopende leningen, obligaties en voorschotten in rekening-courant verminderd met voor verkoop beschikbare obligaties, in pand gegeven contanten met betrekking tot financiële leaseovereenkomsten, geldmiddelen en kasequivalenten
OCI
Niet-gerealiseerde resultaten
PBM
Pharmacy Benefit Manager.
PGTCA
Primaire gegeneraliseerde tonische-clonische aanvallen PMDA/Pharmaceuticals and Medical Devices Agency Japanse regelgevende instanties belast met de bescherming van de gezondheid van de bevolking door het verzekeren van de veiligheid, efficiëntie en kwaliteit van geneesmiddelen en medische toestellen. http://www.pmda.go.jp/english
PA
Partieel beginnende aanvallen, ook bekend als focale aanvallen
Prestatie-aandelenplan
Prestatieaandelenplan. Het prestatieaandelenplan dat gewone UCB-aandelen toekent aan in aanmerking komende kaderleden. De toekenningen worden drie jaar na toekenning definitief verworven, in afwachting van bepaalde voorwaarden, waaronder het voldoen aan vooraf vastgestelde bedrijfsbrede doelstellingen.
ROU-activum
gebruiksrechten van activa
SBTi – Science Based Targets-initiatief
Het Science Based Targets-initiatief (SBTi) is een gezamenlijk initiatief van de Verenigde Naties, het Carbon Disclosure Project, het World Resources Institute en het World Wide Fund for Nature (WWF). Het ondersteunt organisaties bij het vaststellen van klimaatdoelstellingen in lijn met de COP21 klimaattop in Parijs.
Doelstellingen voor duurzame ontwikkeling
Verzameling van 17 mondiale doelstellingen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties zijn vastgesteld en die zijn gedefinieerd als een oproep tot actie om een einde te maken aan armoede, de planeet te beschermen en ervoor te zorgen dat alle mensen vrede en welvaart genieten
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen
Aantal uitstaande gewone aandelen aan het begin van de periode, aangepast voor het aantal aandelen ingekocht of uitgegeven in de periode, vermenigvuldigd met een tijdfactor
Werkkapitaal
Omvat voorraden, handelsvorderingen en overige vorderingen en handelsschulden en overige schulden, verplicht binnen en na 12 maanden.
Verklaring over de toekomst Geïntegreerd Jaarverslag
Dit Geïntegreerd Jaarverslag bevat toekomstgerichte verklaringen met inbegrip van maar niet beperkt tot verklaringen met de woorden "gelooft", "verwacht", "veronderstelt", "is van plan", "streeft naar", "schat", "kan", "zal", en "verder" en vergelijkbare uitdrukkingen. Deze toekomstgerichte verklaringen zijn gebaseerd op bestaande plannen, ramingen en overtuigingen van het management. Alle uitspraken, behalve uitspraken die historische feiten inhouden, zijn uitspraken die beschouwd dienen te worden als toekomstgerichte verklaringen, met inbegrip van ramingen van inkomsten, operationele marges, kapitaaluitgaven, contanten, andere financiële informatie, de verwachte juridische, politieke, reglementaire of klinische resultaten en andere soortgelijke ramingen en resultaten. Per definitie bieden dergelijke toekomstgerichte verklaringen geen garantie op resultaten in de toekomst en zijn ze onderhevig aan bekende en onbekende risico's, onzekerheden en veronderstellingen die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten, de financiële toestand, het rendement of de prestaties van UCB, of de resultaten van de sector, beduidend afwijken van eventuele toekomstige resultaten, rendementen of prestaties die expliciet of impliciet door de toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt in dit Geïntegreerd Jaarverslag.
Belangrijke factoren die tot dergelijke verschillen zouden kunnen leiden, omvatten, maar zijn niet beperkt tot: de wereldwijde verspreiding en impact van COVID-19, veranderingen in de algemene economische, bedrijfs- en concurrentieomstandigheden, het onvermogen om de nodige reglementaire goedkeuringen te verkrijgen of om ze te verkrijgen tegen aanvaardbare voorwaarden of binnen de verwachte timing, kosten verbonden aan onderzoek en ontwikkeling, veranderingen in de vooruitzichten voor producten in de pijplijn of in ontwikkeling bij UCB, effecten van toekomstige rechterlijke uitspraken of overheidsonderzoeken, veiligheids-, kwaliteits-, gegevensintegriteits- of fabricageproblemen; potentiële of daadwerkelijke inbreuken op de beveiliging en privacy van gegevens, of verstoringen van onze informatietechnologiesystemen, productaansprakelijkheidsclaims, betwisting van octrooibescherming voor producten of productkandidaten, concurrentie van andere producten, waaronder biosimilars, veranderingen in wetten of voorschriften, wisselkoersschommelingen, veranderingen of onzekerheden in belastingwetten of de administratie van dergelijke wetten, en aanwerving en behoud van haar werknemers. Er is geen garantie dat nieuwe productkandidaten in de pijplijn worden ontdekt of geïdentificeerd, of dat nieuwe indicaties voor bestaande producten worden ontwikkeld en goedgekeurd. De vooruitgang van concept naar commercieel product is onzeker; preklinische resultaten garanderen geen veiligheid en werkzaamheid van kandidaat-producten bij mensen. Tot nu toe kan de complexiteit van het menselijk lichaam niet worden gereproduceerd in computermodellen, celcultuursystemen of diermodellen. De tijdsduur om klinische proeven te voltooien en om goedkeuring van de regelgevende instanties voor productmarketing te krijgen, heeft in het verleden gevarieerd en UCB verwacht in de toekomst soortgelijke onvoorspelbaarheid. Producten of potentiële producten die het onderwerp zijn van partnerschappen, joint ventures of licentiesamenwerkingen kunnen onderhevig zijn aan geschillen tussen de partners of kunnen niet zo veilig, effectief of commercieel succesvol blijken te zijn als UCB aan het begin van een dergelijk partnerschap had gedacht. De inspanningen van UCB om andere producten of bedrijven te verwerven en om de activiteiten van dergelijke overgenomen bedrijven te integreren, zijn mogelijk niet zo succesvol als UCB op het moment van acquisitie wellicht heeft gedacht. UCB of anderen kunnen ook problemen ontdekken met betrekking tot de veiligheid, de bijwerkingen of met de productie van haar producten en/of apparaten nadat deze op de markt gebracht zijn. De ontdekking van significante problemen met een product vergelijkbaar met een van de producten van UCB dat betrekking heeft op een hele klasse producten, kan een wezenlijk nadelig effect hebben op de verkoop van de hele klasse van getroffen producten. Bovendien kunnen de verkoopcijfers worden beïnvloed door internationale en binnenlandse trends in georganiseerde zorg en kostenbeheersing in de gezondheidszorg, waaronder prijsdruk, politieke en publieke gedetailleerde controle, patronen of praktijken van klanten en voorschrijvers, en het vergoedingsbeleid opgelegd door externe betalers evenals wetgeving van invloed op activiteiten en resultaten van biofarmaceutische prijzen en vergoedingen. Er kan geen garantie worden gegeven dat de in dit Geïntegreerd Jaarverslag potentieel beschreven onderzoeksof goedgekeurde producten zullen worden aangeboden of goedgekeurd voor verkoop of voor enige aanvullende indicaties of etikettering op enige markt of op een bepaald tijdstip, noch kan er enige garantie zijn dat dergelijke producten zal in de toekomst commercieel succesvol zijn of blijven. Tenslotte zou een storing, cyberaanval of inbreuk op de informatiebeveiliging de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de gegevens en systemen van UCB in gevaar kunnen brengen.
Gezien deze onzekerheden wordt het publiek ervoor gewaarschuwd geen overmatig vertrouwen te hechten aan dergelijke toekomstgerichte verklaringen. Deze toekomstgerichte verklaringen gelden enkel op de datum van dit Geïntegreerd Jaarverslag, en houden geen rekening met mogelijke gevolgen van de evoluerende COVID-19-pandemie, tenzij anders aangegeven. UCB blijft de ontwikkeling nauwlettend volgen om de financiële betekenis van deze pandemie voor UCB te beoordelen.
Taal van het verslag
Volgens de Belgische wet moet UCB haar Geïntegreerd Jaarverslag in het Frans en het Nederlands publiceren. UCB heeft ook een Engelse versie van dit verslag
Contact
Taal van het verslag
Financiële kalender
ïntegreerd Jaarverslag
Beschikbaarheid van het Ge-
De in dit Geïntegreerd Jaarverslag vervatte informatie vormt geen aanbod tot verkopen of uitnodiging tot formuleren van een aanbod tot kopen van om het even welke effecten en er is geen sprake van aanbod, verzoek of verkoop van effecten in om het even welke jurisdictie waar een dergelijk aanbod, verzoek of verkoop onwettig zou zijn vóór de registratie of kwalificatie volgens de effectenwetgeving van deze jurisdictie.
UCB wijst uitdrukkelijk elke verplichting af om toekomstgerichte verklaringen in dit Geïntegreerd Jaarverslag bij te werken, hetzij om de feitelijke resultaten te bevestigen, hetzij om enige verandering in haar toekomstgerichte verklaringen met betrekking daartoe of enige verandering in gebeurtenissen, omstandigheden of omstandigheden te rapporteren of weer te geven. waarop een dergelijke verklaring is gebaseerd, tenzij een dergelijke verklaring vereist is op grond van toepasselijke wet- en regelgeving.
Beschikbaarheid van het Geïntegreerd Jaarverslag
Het Geïntegreerd Jaarverslag is beschikbaar op de investor website van UCB (https://www.ucb.com/investors). Andere informatie op de website van UCB of op andere websites, maakt geen deel uit dit Geïntegreerd Jaarverslag
Financiële kalender
- 29 april 2021 Algemene vergadering van aandeelhouders
- 29 juli 2021 Financiële resultaten over de eerste 6 maanden van 2021
Contact
Relaties met beleggers
Antje Witte Head of Investor Relations Tel.: +32 2 559 9414 E-mail: [email protected] [email protected]
Communicatie
Gwendoline Ornigg Head of Global Communication Tel.: +32 2 559 9626 E-mail: [email protected]
Duurzaamheid
Veronique Toully Head of Sustainability Tel.: +32 2 559 9229 E-mail: [email protected]
UCB NV
Researchdreef, 60 1070 Brussel, België Tel.: +32.2.559.99.99 – Fax: +32.2.559.99.00 BTW BE0403.053.608
www.ucb.com
© 2021 UCB NV, België. Alle rechten voorbehouden.

UCB.COM