Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

UCB Annual Report 2016

Feb 23, 2017

4017_10-k_2017-02-23_056ff51e-9588-4cb2-ba3a-63be4879ea0d.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

{# SEO P0-1: filing HTML is rendered server-side so Googlebot sees the full text without executing JS or following an iframe to a Disallow'd CDN path. The content has already been sanitized through filings.seo.sanitize_filing_html. #}

2016 JAARVERSLAG

2016 FEITEN IN CIJFERS

2 586 000

PATIËNTEN gebruiken onze belangrijkste geneesmiddelen in 78 landen

4 HOOFD PRODUCTEN

Cimzia®, Vimpat®, Neupro® en Keppra® 81% van de netto-omzet

1 NIEUW PRODUCT

Briviact® in epilepsie voor partieel beginnende aanvallen

1020 MILJOEN O&O KOSTEN

24% van onze opbrengsten 10 nieuwe moleculen

7563 WERKNEMERS in 38 landen

4,2 MILJARD OMZET 1 031 miljoen REBITDA

3,19 KERN-WPA

UCB IN HET KORT

Alles wat we doen start met één simpele vraag:

"Hoe zal dit waarde creëren voor mensen die met een ernstige ziekte leven?"

Patiënten wachten op oplossingen voor hun gezondheidsproblemen.

De ambitie van UCB is om de door patiënten verkozen biotech leider te zijn, die waarde creëert voor miljoenen patiënten, terwijl het ondertussen duurzame waarde voor de belanghebbenden en waarde voor de aandeelhouders levert.

Onze activiteiten en prestaties naar deze ambities toe worden weerspiegeld in meerdere verslagen en updates. Bezoek onze website www.ucb.com voor meer gedetailleerde informatie over UCB, met inbegrip van onze MVO-verslagen, het corporate governance charter en onze gedragscode.

Dank u voor uw aandacht en feedback – we kijken uit naar onze verdere dialoog met u! Aarzel niet ons te contacteren: [email protected]

INHOUDSTAFEL

2016 FEITEN IN CIJFERS 2
UCB IN HET KORT 3
01. BRIEF AAN DE
BELANGHEBBENDEN
6
02. MANAGEMENT VERSLAG
VAN DE RAAD VAN BESTUUR
29
1. VERKLARING INZAKE
DEUGDELIJK BESTUUR
30
2. OVERZICHT VAN
DE BEDRIJFS
PRESTATIES
64
03. GECONSOLIDEERDE
JAARREKENING
77
04. TOELICHTINGEN
BIJ DE GECONSOLIDEERDE
JAARREKENING
85
05. VERANTWOORDELIJK
HEIDSVERKLARING
157
06. VERSLAG VAN
DE COMMISSARIS
159
07. VERKORTE STATUTAIRE
JAARREKENING
VAN UCB NV
161
08. WOORDENLIJST 164

UCB EEN GLOBALE SPELER

AANWEZIG IN 38 LANDEN, MET EEN ROBUUST NETWERK VAN PARTNERS

ONDERZOEKSCENTRA BRAINE-L'ALLEUD – België SLOUGH – Verenigd Koninkrijk

2

5

4

ONTWIKKELING HUBS RTP NORTH CAROLINA – VS MONHEIM – Duitsland BRUSSEL – België TOKYO – Japan SHANGHAI – China

PRODUCTIEFABRIEKEN BRAINE-L'ALLEUD – België BULLE – Zwitserland SAITAMA – Japan ZHUHAI – China

Na de oprichting in 1928, is UCB voortdurend geëvolueerd om de uitdagingen en opportuniteiten van een steeds veranderende wereld. Vandaag is UCB is een innovatiegedreven wereldwijd actief biofarmaceutisch bedrijf actief op het gebied van onderzoek, ontwikkeling, productie, verkoop en distributie van biofarmaceutische geneesmiddelen om waarde voor patiënten te creëren door het verbeteren van hun leven, en daarmee waarde creëren voor de onderneming, zijn aandeelhouders en de maatschappij in het algemeen.

VERENIGDE STATEN EUROPA

  • Rode Kruis Vereniging in China • Wereldgezondheidsorganisatie

01. BRIEF AAN DE BELANGHEBBENDEN

Geachte aandeelhouders, partners, medewerkers en iedereen die leeft met een ernstige ziekte,

De ambitie van UCB is om de door patiënten verkozen biotech leider te zijn, die waarde creëert voor miljoenen patiënten, terwijl het ondertussen duurzame groei van de vennootschap levert en duurzame waarde voor de aandeelhouders.

Onze strategie vereist innovatie, focus en flexibiliteit, en bijgevolg een evolutie naar een geïntegreerd business model met "biotech karakteristieken", wat een invloed heeft op elk deel van onze waardeketen. Ons operationeel model van patiënt naar wetenschap, van wetenschap naar oplossing, en van oplossing naar patiënt, is gebouwd op het begrijpen van de noden van patiënten om zo aansprekende waardevolle voorstellen aan te leveren.

Bij UCB zijn we onze Patiënt Waarde Strategie steeds verder aan het implementeren. In een omgeving van druk op middelen voor gezondheidszorg, een toenemende betrokkenheid van patiënten in hun eigen gezondheidszorg en het potentieel van wetenschappelijke en technologische innovatie, zal de gezondheidszorg in zijn geheel verschuiven naar de erkenning van echte differentiatie, resultaatgerichtheid en toegevoegde waarde.

Wij leveren zeer gedifferentieerde oplossingen voor specifieke doel-groepen, strevend naar een unieke ervaring voor elke patiënt.

Onze Patiënt Waarde Strategie gaat verder dan de prijs-kost discussie, en geeft een verschuiving weer van gerichtheid op volume naar waarde creatie voor de patiënt en het streven naar duurzame patiënten waarde resultaten op lange termijn.

OM DEZE DOELEN TE BEREIKEN:

  • Integreren we de inzichten van patiënten en focussen op waarde voor patiënten bij elke stap in onze waardeketen, van onderzoek tot commercialisering;

  • Focussen we op specifieke patiëntenpopulaties binnen onze huidige therapeutische gebieden: immunologie, neurologie en osteologie.

  • Bouwen we aan onze wetenschappelijke mogelijkheden op en aan netwerken om onze competitieve innovatieve sterktes te verbeteren.

  • Brengen we innovatieve activa buiten onze kernfocus naar buiten via samenwerkingen, om nieuwe royaltyinkomsten op middellange termijn te creëeren. Dit noemen we de "biotech karakteristieken" van onze strategie. Voorbeelden uit het verleden zijn de royalty's voor een behandeling tegen een overactieve blaas. In de toekomst zouden dit royaltyinkomsten voor CMC544 kunnen zijn, een nieuwe potentiële kankerbehandeling uit ons onderzoek die momenteel wordt onderzocht door de regulatoren.

  • Blijven we onze patiënten waarde cultuur koesteren en bevorderen om de uitvoering van onze strategie te verzekeren.

BRIEF AAN DE BELANGHEBBENDEN

Kenichiro, heeft reumatoïde artritis

LaKeisha, heeft epilepsie

Vivienne, heeft osteoporose

We gaan verder op ons groeipad met onze drie strategische fases:

VANDAAG ZIJN WE IN DE FASE VAN GROEI EN VOORBEREIDING:

  • We blijven het positieve momentum vasthouden voor Cimzia®, Vimpat®, Neupro® en het nieuw gelanceerde Briviact®;
  • we bereiden zorgvuldig de lancering voor van Evenity™ (romosozumab), als een baanbrekende behandeling voor mensen die leven met osteoporose;
  • we blijven onze vroege pijplijn verbreden.

DE FASE VAN VERSNELLING EN UITBREIDING ZAL VOLGEN

  • We versnellen de introductie van Briviact® en Evenity™ terwijl we het potentieel van Cimzia®, Vimpat® en Neupro® maximaliseren;
  • we blijven investeren in O&O en benadrukken de focus op innovatie;
  • we versterken onze financiële en strategische flexibiliteit en ontvangen royaltyinkomsten van activa buiten onze kern focus.

TIJDENS DE FASE VAN DOORBRAAK EN LEIDING

  • Compenseren we het verlies van exclusiviteit voor Cimzia®, Vimpat® en Neupro® door blijvende groei van Briviact® en Evenity™;
  • introduceren we succesvol nieuwe baanbrekende producten en versnellen onze groei.

Onze recente prestaties bevestigen onze ambitie. UCB blijft groeien boven het industriegemiddelde, met financiële resultaten die UCB toelaten om de door patiënten verkozen biotech leider te worden met een gezond evenwicht tussen winstgevendheid op korte termijn en duurzame groei op lange termijn.

In 2016, en als deel van de fase van Groei en Voorbereiding, bereikten we een verdere groei van 20% voor Cimzia®, Vimpat® en Neupro® tot € 2,4 miljard netto-omzet. Of beter gezegd: we hebben het leven van 823 000 patiënten die leven met ernstige neurologische en immunologische aandoeningen beïnvloedt, 31% meer dan bij de start van de groeifase twee jaar geleden. Dit weerspiegelt ook de verdere uitbreiding van onze oplossingen die we bieden aan patiënten met Vimpat® in Japan, Cimzia® door de AutoClicks® voorgevulde pen in de EU, en de lancering van Briviact® voor 13 000 patiënten met epilepsie in Europa en Noord-Amerika.

Samen met onze partner Amgen hebben we wetenschappelijke presentaties gezien over de positieve resultaten van het fase 3 programma met Evenity™ voor de behandeling van osteoporose en de indiening in de VS en Japan. Samen brengen we Evenity™ naar mensen met osteoporose met een hoge kans op breuken.

Momenteel is onze vroege klinische pijplijn de breedste in de geschiedenis van de vennootschap: ze omvat 10 verschillende nieuwe moleculen. We hebben activa die focussen op specifieke patiënten binnen immunologie en neurologie, maar ook innovatieve activa buiten onze kernfocus met potentieel voor samenwerkingen.

In 2016 bereikten we een groei van 8% opbrengsten tot € 4,2 miljard, waarvan € 3,9 miljard netto-omzet, een stijging met 10%. Deze groei werd gedreven door producten in onze kernfocus in neurologie en immunologie. Onze onderliggende winstgevendheid – recurrente EBITDA* – verbeterde tot € 1,0 miljard, een groei van 26%. Dit vertegenwoordigt een ratio ten opzichte van opbrengsten van 25%, tegenover 21% in 2015. De nettowinst die kan worden toegekend aan de aandeelhouders van UCB bedroeg € 520 miljoen, wat zich ook weerspiegelt in kernwinst per aandeel van € 3,19. We zijn verheugd dat we onze financiële doelstellingen voor 2016 gehaald hebben. We haalden eveneens ons doel van een recurrente EBITDA* tot netto schuld ratio van 1:1 – twee jaar vroeger dan verwacht. De Raad van bestuur stelt een bruto dividend voor van € 1,15 per aandeel, tegenover € 1,10 per aandeel in 2015, wat de voortdurende verbetering van de opbrengst basis weergeeft.

2017 is opnieuw een jaar voor "Groei en Voorbereiding", waarin we niet alleen verder willen groeien naar onze piekomzet van tenminste €3,1 miljard gecombineerde netto-omzet voor Cimzia®, Vimpat® en Neupro® tegen 2020. We zullen ook samen met onze partner, onder voorbehoud van regelvende goedkeuring, Evenity™ voorbereiden en lanceren in de VS tegen einde 2017 en later in Japan en de EU.

Ondersteund door de groei van Cimzia®, Vimpat® en Neupro®, de verdere lancering van Briviact© en de substantiële Keppra® franchise, mikken we op opbrengsten tussen € 4,25 en 4,35 miljard in 2017. Terwijl we ons doel van een recurrente EBITDA* ratio van 30% in 2018 voor ogen houden, verwachten we een recurrente EBITDA tussen € 1,15 en 1,20 miljard in 2017, hetgeen een kernwinst per aandeel tussen €3,70 en €4,00 vertegenwoordigt.

Aan al onze werknemers, de Raad van bestuur, aandeelhouders, partners, collega's en de mensen die leven met ernstige ziekten: hartelijk dank voor uw blijvende steun, uw aanmoedigingen, uw creatieve uitdagingen en inspiratie.

2016 was een jaar dat we ons zullen blijven herinneren: de wereld rondom ons is enorm veranderd. We waren getuige van natuurrampen, terroristische aanslagen, de opkomst van het populisme en vraagtekens over de toekomst van de Europese Unie – leidend tot minder stabiliteit en meer onzekerheid. Het is dus geen verrassing dat veranderingen in de gezondheidszorg over de hele wereld versneld zijn en de druk is toegenomen. Deze externe veranderingen zijn ook weergegeven in onze strategie. We zullen de culturele en organisatorische verandering in onze vennootschap blijven voortzetten, om te verzekeren dat we klaar zijn voor de toekomst, met hoog gedifferentieerde geneesmiddelen die duurzame waarde brengen voor patiënten en belanghebbenden, met inbegrip van onze aandeelhouders. De Patiënt Waarde Strategie is de juiste aanpak om deze uitdagingen aan te pakken. We hebben nog een lange weg te gaan, terwijl we gedurende dit jaar belangrijke vooruitgang hebben gemaakt – bedankt om onze reis met ons verder te zetten.

Hoogachtend,

Jean-Christophe Tellier Chief Executive Officer

Gerhard Mayr Voorzitter

februari 2017 * EBITDA: terugkerende inkomsten vóór interesten, belastingen, afschrijvingen en aflossingen

2016 MIJLPALEN

JANUARI

Cimzia®: succesvolle FDA inspectie van de productiefabriek in Bulle (Zwitserland)

Vimpat® indiening in epilepsie: PA – monotherapie (EU)

Briviact® goedkeuring in epilepsie: PA – aanvullende therapie (EU) UCB tekent een transactie met Merus Labs

Het geneesmiddel voorbij: schepping van een app, CimpleTrack™, die helpt patiënten met reumatoïde artritis hun behandelingservaring te volgen

APRIL

Evenity™ (romosozumab): voorstelling van de fase 3 studie STRUCTURE tijdens de ENDO vergadering

FEBRUARI

E Keppra® goedkeuring in epilepsie: PGTCA – aanvullende therapie (Japan)

Briviact® goedkeuring in epilepsie: PA – aanvullende therapie (VS)

Evenity™ (romosozumab): toplineresultaten voor FRAME in fase 3

Pascale Richetta trad UCB als Patient Value Unit Head – Bone

Afstoting van de fabriek in Shannon (Ierland)

UCB sluit zich aan bij de grote farmaceutische bedrijven in het consortium "Critical path for Parkinson's"

MAART

Cimzia®:

  • in juveniele idiopathische artritis
  • Toplineresultaten voor EXXELERATE in fase 4

  • Toplineresultaten voor CRADLE in fase 4

Evenity™ (romosozumab): toplineresultaten voor BRIDGE in fase 3

UCB7665: start van thrombocytopenie

UCB1332: fase 1 resultaten

Terugbetaling van € 300 miljoen eeuwigdurende achtergestelde obligaties

UCB 20 jaar in China

UCB en Baylor College of Medicine lanceren een strategische alliantie

Seletalisib: start van de fase 1b in geactiveerd PI3 kinase delta syndroom

Afstoting van de nitraatfranchise in China

Het geneesmiddel voorbij: UCB lanceert UCBCares®, één klantgericht toegangspunt voor medische informatie

Briviact® lancering in epilepsie: PA – aanvullende therapie (VS)

bimekizumab: voorstelling van de fase 1b studie tijdens EULAR

dapirolizumab pegol: start van fase 2b in systemische lupus erythematosus

UCB4144/VR942: resultaten voor de fase 1 studie in astma

Sheryl, UCB

JULI

Vimpat® goedkeuring in epilepsie: PA – aanvullende therapie (Japan)

Evenity™ (romosozumab): indiening in osteoporose bij postmenopauzale vrouwen (VS)

UCB7858: start fase 1

UCB6352 uitgelicentiëerd aan Syndax Pharmaceuticals

Afstoting van de nitraatfranchise in Rusland en Oekraine

AUGUSTUS

Cimzia®:

  • indiening in juveniele idiopathische artritis (VS)

  • fase 3 resultaten in reumatoïde artritis (China)

Vimpat®:

  • indiening in epilepsie: PA – monotherapie (Japan)

  • Amerikaanse arrondissementsrechtbank bevestigt geldigheid van octrooi

Evenity™ is de handelsnaam van romosozumab die voorlopig door de Amerikaanse Food & Drug Administration (FDA) en het European Medicines

Agency (EMA) werd goedgekeurd. PA: partieel beginnende aanvallen, of focale aanvallen PGTCA: primaire, gegeneraliseerde tonische-clonische aanvallen CHMP: European Medicines Agency's (EMA's) Committee

for Medicinal Products for Human Use

Voor meer informatie, verwijzen wij u naar de R&D-update (p. 66-67)

SEPTEMBER

Evenity™

  • (romosozumab): > publicatie van fase 3 studie FRAME in de New England Journal of Medicine
  • > voorstelling van fase 3 studie FRAME tijdens ASBMR vergadering

bimekizumab: start van fase 2b in psoriasis

Het geneesmiddel voorbij: Cimzia® AutoClicks® voorgevulde pen – CHMP positief advies (EU)

OKTOBER

Cimzia®: voorstelling van fase 4 studie CRADLE tijdens ACG vergadering

bimekizumab:

  • > start van fase 2b in artritis psoriatica
  • > start van fase 2b in ankyloserende spondylitis

UCB 20 jaar in in Zwitserland

Het geneesmiddel voorbij: UCB bestuurt innovatieve "conciergediensten" voor patiënten (VS)

NOVEMBER

Cimzia®: publicatie EXXELERATE in The Lancet

Evenity™ (romosozumab): voorstelling van fase 3 studie BRIDGE tijdens ACR vergadering

Venlafaxine ER: afstoting aan Osmotica

Zyrtec® viert zijn 30ste verjaardag

Vimpat® goedkeuring in epilepsie: PA – monotherapie (EU)

Evenity™ (romosozumab): indiening in osteoporose (Japan)

Raad van bestuur: benoeming van nieuwe leden

Terugbetaling van de institutionele obligatie ter waarde van € 500 miljoen

Oprichting van UCB Ventures Fund om externe innovatie te ondersteunen

UCB VANDAAG FASE VAN GROEI

Cimzia®

Bereikt meer dan 98000 patiënten, in 62 landen

Ziekte van Crohn > Reumatoïde artritis

  • Artritis psoriatica > Axiale spondyloartritis/

  • ankyloserende spondylitis

Astellas (Japan) > Dermira (psoriasis)

Verstrijken van octrooi 2024 (VS & EU)

Goedkeuring > AutoClicks® voorgevulde pen (EU)

Indiening > Juveniele idiopathische artritis (VS – aug 2016)

Fase 3 > Reumatoïde artritis

  • (China aug 2016) > Psoriasis (jan 2017)
  • Niet radiografische

(tegen 2020)

axiale spondyloartritis (VS – 2018)

1 307 miljoen netto-omzet ≥ 1,5 miljard verwachte piekverkoop

Vimpat®

Bereikt meer dan 404000 patiënten, in 58 landen

Partieel beginnende epileptische aanvallen (PA)

Daiichi Sankyo (Japan)

Verstrijken van octrooi 2022 (VS & EU)

Goedkeuring

  • Epilepsie PA aanvullende therapie (AT) (Japan – juli 2016)

  • Epilepsie PA –

  • monotherapie
  • (EU december 2016)

Indiening

  • Epilepsie PA AT (China – juli 2015)

  • Epilepsie PA pediatrie –

  • AT (EU augustus 2016)
  • Epilepsie PA monotherapie (Japan – augustus 2016)

  • Epilepsie PA pediatrie –

AT (VS – januari 2017)

  • Fase 3 > Epilepsie PA pediatrie –
  • AT (K2 2017) > Epilepsie PGTCA –
  • AT (2019)

814 miljoen netto-omzet ≥1,2 miljard verwachte piekverkoop (tegen 2020)

Bereikt meer dan
321000
patiënten, in
53 landen

Ziekte van Parkinson > Rusteloze benensyndroom

Otsuka (Japan)

Indiening > Ziekte van Parkinson (China – aug 2015)

verwachte piekverkoop (tegen 2020)

Keppra®

Bereikt meer dan 1,75 miljoen patiënten, in meer dan 60 landen

Goedkeuring > Epilepsie PGTCA – aanvullende therapie (Japan – feb 2016)

Epilepsie PA > Epilepsie PGTCA > Epilepsie myoclonische aanvallen

Otsuka (Japan)

  • Exclusiviteit > Japan – tot 2018 > VS – 2008 > Europa – 2010
  • AT: aanvullende therapie
  • PA: partieel beginnende aanvallen
  • PGTCA: primaire, gegeneraliseerde tonische-clonische aanvallen
  • Voor meer informatie, verwijzen wij u naar de O&O-update (p. 66-67)

UCB MORGEN FASE VAN UITBREIDING

In een uitdagende omgeving, onze pijplijn legt de basis voor duurzame groei van UCB op lange termijn. Om een pijplijn die echt een verschil in het leven van mensen te creëren, moeten we blijven focussen op onze belangrijkste troeven: onze expertise op het gebied van neurologie en auto-immuunziekten, en onze expertise op het gebied van kleine en grote moleculen.

Briviact® (brivaracetam)

Evenity™ (romosozumab)

75 miljoen

mensen1

Bereikt meer dan 13 000 patiënten, in

12 landen

Epilepsie partieel beginnende aanvallen (PA)

Verstrijken van octrooi 2026 (VS & EU)

Goedkeuring

  • Epilepsie PA aanvullende therapie (EU – jan 2016)

  • Epilepsie PA aanvullende therapie (VS – feb 2016) Indiening

Indiening

Epilepsie PA – monotherapie (VS – jan 2017)

18 miljoen netto-omzet

≥ 450 miljoen piekverkoop (tegen 2026)

Osteoporose

Amgen

Verstrijken van octrooi 2026 (VS & EU)

  • Osteoporose in postmenopauzale vrouwen met hoog risico op breuken (VS – jul 2016)

  • Osteoporose met hoog risico op breuken (Japan – dec 2016)

Fase 3

Post-menopauzale vrouwen (ARCH)

Studies

  • STRUCTURE (sep 2015)

  • FRAME (feb 2016)

  • BRIDGE (maart 2016)

  • ARCH (K2 2017)

Voor meer informatie, verwijzen wij u naar de O&O-update (p. 66-67)

Evenity™ is de handelsnaam van romosozumab die voorlopig door de Amerikaanse Food & Drug Administration (FDA) en het European Medicines Agency (EMA) werd goedgekeurd.

PA: partieel beginnende aanvallen, ook gekend als focale aanvallen 1 Geschat aantal gediagnosticeerde gevallen van osteoporose in de VS, Europa en Japan; WHO 2007 – WHO wetenschappelijke groep voor de evaluatie van osteoporose op niveau van primaire gezondheidszorg

UCB MORGEN FASE VAN DOORBRAAK

* Fase 2b resultaten in psoriasis worden in K3 2017 verwacht Fase 2b resultaten in artritis psoriatica fase 2b worden in K3 2018 verwacht Fase 2b resultaten in ankyloserende spondylitis worden in K3 2018 verwacht

O&O MIJLPALEN

2017
S1
2017
S2
2018
2019
Evenity™
(romosozumab)
osteoporose in
post-menopauzale
vrouwen (ARCH)
fase 3 resultaten
bimekizumab
psoriasis
fase 2b resultaten
Cimzia®
Vimpat®
niet radiografische axiale
epilepsie PGTC
spondyloartritis (VS)
aanvullende therapie
fase 3 resultaten
fase 3 resultaten
A
Cimzia®
psoriasis
fase 3 resultaten
(januari 2017)
UCB7665
immune
thrombocytopenie
fase 2a resultaten
dapirolizumab
pegol
systemische lupus
erythematosus
fase 2b resultaten
bimekizumab
samen met Cimzia®
reumatoïde artritis
fase 2a resultaten
UCB4144/VR942
astma
start fase 2a
bimekizumab
artritis psoriatica
fase 2b resultaten
Vimpat®
epilepsie PA
pediatrische AT
fase 3 resultaten
seletalisib
Sjögren syndroom
fase 2a resultaten
bimekizumab
ankyloserende
spondylitis
fase 2b resultaten
UCB0942
zeer resistente epilepsie
fase 2a resultaten
(februari 2017)
Immunologie
Neurologie
Osteologie
Voor meer informatie, verwijzen wij u naar de O&O-update (p. 66-67)
Evenity™ is de handelsnaam van romosozumab die voorlopig door de Amerikaanse Food
& Drug Administration (FDA) en het European Medicines Agency (EMA) werd goedgekeurd.
PA: partieel beginnende aanvallen
AT: aanvullende therapie
PGTC
A: primaire, gegeneraliseerde tonische-clonische aanvallen

RISICOBEHEER VOOR EEN TOEGEVOEGDE WAARDE BIJ UCB

UCB streeft naar de creatie van superieure waarde voor patiënten door

besluiten te nemen, bewust van de risico's.

Overzicht en visie

In de farmaceutische industrie is risico altijd onafscheidelijk verbonden met het bedrijf en van velerlei aard. Bij UCB erkennen we dat het cruciaal is voor ons succes om excellentie in risicobeheer te implementeren, niet alleen om externe en interne bedreigingen te beheren, maar ook om opportuniteiten te herkennen en er gezamenlijk van te profiteren. Dit vermogen om risico's te overwegen – positief en negatief – en om bewust van het risico eerder dan beperkt door risico beslissingen te nemen bij de planning en uitvoering van de patiënt waarde strategieën noemen wij "Risk2Value".

Kader en governance

In 2016 werd het "Risk2Value" comité opgericht. Het comité bestaat uit belangrijke vertegenwoordigers van alle gebieden van het bedrijf, met verbinding naar hun respectievelijke leidinggevende teams en uitvoerende leden. Het comité beoordeelt en reageert op operationele, strategische en opkomende onzekerheden (risico's), zowel intern als extern, die de strategische doelstellingen van UCB kunnen beïnvloeden. Bedrijfsniveau's worden gemeten op één of meerdere wijzen:

  • Impact op de financiële veronderstellingen die de korte en lange termijn prognoses van UCB bevatten (Financiële Impact Schaal)
  • Impact op het vertrouwen van de regelgevende autoriteiten of van degenen die op ons rekenen; en het welzijn van onze medewerkers en gemeenschappen (Reputatie & Welzijn Impact Schaal)
  • Impact op de waarde die wij aan onze patiënten bieden (Patient Waarde Impact Schaal)

Toezicht

Het Risk2Value comité is sterk verbonden met de Raad van bestuur/auditcomité en het Uitvoerend comité van UCB om te verzekeren dat de geïdentificeerde risico's inderdaad de top risico's van UCB weergeven, en dat de reacties in lijn zijn met de risicobereidheid van het Uitvoerend comité. Het Uitvoerend comité herziet regelmatig de top risico's met de leiding van het Risico naar Waarde comité en stemt met hem de communicatie af van de top risico's naar de Raad van bestuur en het auditcomité.

Alle UCB top risico's zijn toegewezen aan een lid van het Uitvoerend comité, en dat lid is ervoor verantwoordelijk. De Globale Interne Audit functie is belast met de onafhankelijke en regelmatige controle en validatie van het risicobeheerssysteem binnen UCB. Daarnaast heeft de Globale Interne Audit functie als opdracht om, in overleg met de Business, te beslissen over maatregelen om vastgestelde risico's op bedrijfsniveau aan te pakken.

In onze inspanningen om zowel waarde voor onze patiënten te beschermen als te creëren, blijft UCB de risico's van de hele onderneming beoordelen en beantwoorden. Deze kunnen een breed gamma van risico's omvatten: van verstoringen in de bevoorrading en naleving van nieuwe regelgeving, tot valutamarkt onzekerheden. De weergegeven risico's vertegenwoordigen onze top onzekerheden voor 2017.

CONCURRENTIE VAN BIOSIMILAIRE PRODUCTEN

Biosimilaire nieuwkomers, de adoptie ervan en de impact op de markt stijgen, met een complex samenspel van, 1) het kader opgelegd door betalers en regulatoren, 2) het gedrag van belanghebbenden, 3) productie en commercialiseringsmogelijkheden en, 4) antwoorden van concurrenten. UCB ondersteunt de toenemende toegang tot biologische producten voor patiënten die er baat kunnen bij hebben.

DRUK EN VERANDERINGEN IN PRIJSZETTING & TOEGANKELIJKHEID

Met de kost voor gezondheidszorg en farmaceutische kosten die hoog op de agenda van de belangrijkste markten staan, is er aanhoudende druk voor kostenbeheersing maatregelen, hoewel er veel onzekerheid blijft over hoe deze zal evolueren. Toch blijven de betalende instanties benadrukken dat zij innovatie voor onvervulde behoeften willen blijven financiëren.

UCB'S ANTWOORD

UCB blijft een strategie van differentiatie nastreven als innovatief bedrijf met een waarde-gerichte pijplijn en merken die aantoonbaar superieure resultaten voor de patiënt bieden tegen een competitieve totale zorgkost per eenheid.

UCB bindt en innoveert op een proactieven mannier met patiënten en ecosysteem betrokkenen om toegang tot waardevol zorgbeleid, oplossingen en prijs/toegang mechanismen te verzekeren. Dit is gebaseerd op een afgestemd zicht op de noden van de patiënt, het systeem en de maatschappij, en de bewezen waarde van onze zeer gedifferentieerde oplossingen.

CYBERVEILIGHEID

De bedreigingen vanuit het cyberlandschap evolueren snel en de complexiteit ervan neemt toe. Het gaat om een potentiële diefstal van data of corrupte data, en operationele verstoringen.

UCB beheert deze steeds veranderende dreiging met een uitgebreid beveiligingsprogramma bestaand uit een sterk governance-proces om passende beveiligingsmaatregelen te verzekeren, beschermende maatregelen om beveiligingsincidenten te voorkomen en herstelprocessen om de impact in geval van inbreuken te beperken.

INTELLECTUELE EIGENDOM

Intellectuele eigendomsrechten (IP) zijn essentieel om innovatie te ondersteunen in snel evoluerende O&O paradigma's en een politiek uitdagende omgeving. UCB moet zijn intellectuele eigendomsrechten beschermen, zich proactief bewust zijn van het competitieve landschap en deelnemen aan externe beleidsdebatten rond intellectuele eigendom en toegang.

UCB ontwikkelt haar IP-strategieën op alle niveau's van innovatie en past deze aan indien nodig. We blijven onze proactieve bewustzijn van de competitieve landschap verbeteren en nemen deel aan externe politieke besprekingen rond IP.

UCB PERSONEEL

7563

WERKNEMERS WERELDWIJD per 31 december 2016 2012: 9 048 werknemers

De betrokkenheid, deskundigheid, doorzettingsvermogen en compliance van onze collega's zijn essentieel voor ons succes.

50%
VROUWEN – MANNEN
2012: 47/53
50%
MANAGERS
50%
VERKOPERS
30%
KADERLEDEN
19%
TEC
HNISCHE OPERATORS
Véronique, UCB 8%
IS JONGER
DAN 30
2012: 12%
24%
IS OUDER DAN 50
2012: 19%
39%
VERVOEGDE UCB IN
DE LAATSTE
3 JAAR
2012: 37%
34%
WERKT AL MEER
DAN
10 JAAR VOOR UCB
2012: 28%
Anne, UCB 11%
MEDEW
ERK
ERS
PER ACTIVITEIT
13%
Administratie
60% Marketing & Verkoop
O&O

Elk jaar krijgen alle medewerkers de unieke kans om hun mening te geven door middel van een wereldwijd Werknemer Engagement Onderzoek, "UCB Voices". In 2016, deelden 87% van de werknemers hun opinie over verschillende aspecten van onze werkomgeving. Dit onderzoek stelt ons in staat om onze sterke punten als bedrijf te identificeren, maar ook de punten waar we ons nog kunnen verbeteren.

2012: 76%

2012: NIET BESCHIKBAAR

2012: 78%

2012: 73%

87% DENKT DAT UCB EEN MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORDELIJKE ONDERNEMING IS

2012: NIET BESCHIKBAAR

26% België 12% China 9% Internationale markten 6% Zwitserland 9% Rest van Europa 2% Brazilië 8% Verenigd Koninkrijk 5% Japan 8% Duitsland

Een cultuuromslag kost tijd; vandaar werd 2012 gebruikt voor benchmarking doeleinden.

Verdere informatie over werknemers is beschikbaar in de CSR/Sustainability Report op: www.ucb.com/our-company/csr

IMMUNOLOGIE Cimzia® brengt waarde naar patiënten

BEREIKT MEER DAN 98 000 PATIËNTEN MET IMMUNOLOGISCHE AANDOENINGEN

INDIENING

juveniele idiopathische artritis (VS – augustus 2016)

RESULTATEN

  • EXXELERATE (maart 2016)

  • CRADLE (maart 2016)

  • CRIB (januari 2017)

  • juveniele idiopathische artritis fase 3 (maart 2016)

  • reumatoïde artritis fase 3 (China – augustus 2016)

  • psoriasis fase 3 (januari 2017)

HET GENEESMIDDEL VOORBIJ

AutoClick® voorgevulde pen (EU – september 2016)

€ 1 307 MILJOEN NETTO-OMZET

Sinds de eerste goedkeuring in 2008 hebben meer en meer patiënten die leven met inflammatoire TNF-geremedieerde ziekten zoals reumatoïde artritis, psoriatische artritis, spondylitis ankylopoetica en de ziekte van Crohn, voordeel gehaald uit Cimzia® (certolizumab pegol). In een competitieve omgeving streeft Cimzia® ernaar om zijn toegevoegde waarde te tonen in specifieke patiëntenpopulaties waar het een echt verschil kan maken, met opmerkelijke vooruitgang in 2016.

In maart 2016 toonden de resultaten van een fase 3 programma aan dat Cimzia® een mogelijke behandeling is voor kinderen tussen 2 en 18 jaar, levend met juveniele idiopathische artritis, een vorm van reumatoïde artritis. Een paar maanden later heeft UCB de data ingediend bij de gezondheidsdiensten van de VS.

EXXELERATE was de eerste fase 4 studie ooit die rechtstreeks de superioriteit bestudeerde tussen twee anti-TNF middelen, Cimzia® en Humira® (adalimumab), in reumatoïde artritis, wat de pionier aanpak van UCB benadrukt. Hoewel superioriteit niet werd bereikt, toonde de studie wel aan dat er geen statistisch duidelijk verschil was tussen beide behandelingen op vlak van hun werkzaamheid op korte termijn (na 12 weken) en op lange termijn (na 2 jaar). Bij de patiënten die eerst niet reageerden op hetzij Cimzia®, hetzij Humira®, reageerde meer dan de helft wel wanneer ze overgingen op het andere geneesmiddel.

UCB maakt Cimzia® steeds toegankelijker voor patiënten en streeft ernaar om die patiënten te bedienen die er het meest baat bij hebben. UCB heeft twee belangrijke fase 4 studies gedaan, CRIB en CRADLE, bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd. CRADLE is de eerste vooruitstrevende studie die specifiek onderzoekt in welke mate Cimzia® wordt doorgegeven van het plasma van de moeder naar borstvoeding. CRIB is een studie ontworpen om de overdracht van Cimzia® via de placenta van zwangere moeders naar hun pasgeboren kinderen te evalueren. Beide studies werden voltooid en haalden positieve resultaten; indiening bij de gezondheidsdiensten is gepland voor 2017. UCB zet zich in voor het genereren van meer gegevens voor specifieke patiënten, zoals vrouwen in de vruchtbare leeftijd.

Omdat tot 30% van de mensen die leven met psoriasis later artritis psoriatica1 ontwikkelen, was psoriasis een logische volgende stap voor UCB. In 2016 en januari 2017 heeft UCB met zijn partner Dermira positieve topline resultaten bekendgemaakt voor drie fase 3 studies voor Cimzia® als behandeling voor psoriasis. Het indienen van marketing aanvragen bij de regelgevende autoriteiten wordt in het derde kwartaal van 2017 verwacht.

Onze O&O programma's zijn uitgetekend om Cimzia® te differentiëren en te zorgen voor een beter begrip van de klinische waarde ervan voor mensen die leven met immunologische aandoeningen, professionele zorgverleners en zorgbetalers. De brede portfolio van gegevens die we hebben verzameld voor Cimzia® tijdens het jaar en over de goedgekeurde indicaties benadrukt het potentieel van Cimzia® om patiënten te helpen, om het te differentiëren van andere behandelingsmogelijkheden en om competitief te zijn in de markt.

1 International Federation of Psoriasis Associations. Bezocht op 10 februari 2017 op http://www.worldpsoriasisday.com/web/page.aspx?refid=130

Voor meer informatie, zie het Cimzia® overzicht (p. 14) en de O&O update (agina's 66 & 67).

NEUROLOGIE

Epilepsie: 3 behandelingsmogelijkheden om te voldoen aan behoeften van patiënten

BEREIKT MEER DAN 2 167 000 PATIËNTEN MET EPILEPSIE

GOEDKEURINGEN

  • Briviact® epilepsie: PA – aanvullende therapie (EU – januari 2016/VS – februari 2016)

  • E Keppra® epilepsie: PGTCA (Japan – februari 2016)

  • Vimpat® epilepsie: PA

  • aanvullende therapie (Japan – juli 2016)
  • monotherapie (EU – december 2016)

€ 1 555 MILJOEN NETTO-OMZET

  • Vimpat®: € 814 miljoen

  • Keppra®: € 724 miljoen

  • Briviact®: € 18 miljoen

Epilepsie is een van de meest voorkomende ernstige neurologische aandoeningen. Er bestaan vele verschillende types van epilepsie maar de belangrijkste karakteristiek is de terugkerende aanvallen die te wijten zijn aan korte verstoringen in de elektrische functies van de hersenen. De keuze van behandeling moet zorgvuldig afgestemd worden op elke patiënt en het type aanval. UCB heeft een grote bijdrage geleverd aan de verbetering van de epilepsiezorg, door verschillende behandelingsopties te brengen naar patiënten en professionele zorgverleners: Keppra®, Vimpat® en Briviact®.

Keppra® (levetiracetam) is een breed spectrum epilepsiemedicijn voor het eerst op de markt gebracht in 2000. Dankzij zijn bewezen werkzaamheid en gunstige verdraagbaarheidsprofiel in epilepsie, is Keppra® een betrouwbare therapeutische optie voor patiënten die pas gediagnosticeerd werden. Keppra® blijft waarde creëren en bereikt meer en meer patiënten in Japan, China en Brazilië.

Vimpat® (lacosamide) biedt een uniek werkingsmechanisme om volwassen patiënten met partieel beginnende aanvallen te behandelen. Om de juiste behandeling op maat van de juiste individuele patiënt te maken, hebben professionele zorgverleners de keuze om Vimpat® te gebruiken als aanvullende therapie of als monotherapie dankzij zijn gekende werkzaamheid en verdraagbaarheidsprofiel. De goedkeuring van Vimpat® als aanvullende therapie in Japan verruimt de therapeutische opties voor de Japanse volwassen epileptische patiënten.

Briviact® (brivaracetam) is UCB's laatste toevoeging aan de epilepsie portfolio voor volwassen patiënten die nog steeds last van ongecontroleerde partiële aanvallen hebben ondanks hun huidige therapie. Briviact® kan werkzaam zijn vanaf het begin. Patiënten krijgen een therapeutische dosis op dag 1. Dosistitratie is niet vereist bij het starten van de behandeling, zodat ze hun normale leven niet moeten opgeven. Briviact® is sinds begin 2016 beschikbaar voor patiënten in een aantal Europese landen, in Canada en de Verenigde Staten. In januari 2017, minder dan een jaar na de lancering, kondigde UCB de indiening aan voor Briviact® als monotherapie bij de behandeling van partieel beginnende aanvallen bij volwassen in de Verenigde Staten.

UCB biedt momenteel drie gedifferentieerde behandelingen voor patiënten met epilepsie en blijft het onderzoek richten op belangrijke onvervulde behoeften bij epilepsie, met name resistente epilepsie en de evolutie van de ziekte.

PA: partieel beginnende aanvallen, of focale aanvallen

PGTCA: primaire, gegeneraliseerde tonische-clonische aanvallen

Voor meer informatie, verwijzen wij u naar de Keppra®, Vimpat® of Briviact® overzichten (pagina's 14-17) en de O&O update (pagina's 66 & 67).

OSTEOLOGIE Evenity™ komt dichter bij patiënten

1 VROUW OP 3 EN 1 MAN OP 5 BOVEN 50 JAAR LOOPT RISICO OP EEN BREUK VERZOORZAAKT DOOR OSTEOPOROSE1

INDIENINGEN > VS (juli 2016) > Canada (augustus 2016) > Japan (december 2016)

FASE 3 RESULTATEN

  • FRAME (februari 2016)

  • BRIDGE (maart 2016)

  • ARCH (K2 2017)

Onze beenderen ondergaan voortdurende veranderingen: sommige cellen zijn verantwoordelijk voor het aanmaken van bot, terwijl anderen deze afbreken. Osteoporose is in wezen een onevenwicht in het systeem: het lichaam breekt bot sneller en in grotere mate af dan dat het nieuw bot aanmaakt om het tekort te vervangen. De microstructuur en dichtheid van het bot wordt verminderd, waardoor beenderen poreus en breekbaar worden, en het risico van een fragiliteitsfractuur aanzienlijk verhoogt.

Een fragiliteitsfractuur is vaak het eerste teken van osteoporose. Daarom moet de eerste breuk als een belangrijk noodsignaal worden beschouwd. Daarna zouden patiënten en hun arts osteoporose moeten bespreken, om te bepalen of ze therapie nodig hebben om het risico op bijkomende fracturen te verminderen. De huidige behandelingsopties kunnen grofweg in twee categorieën worden verdeeld: antiresorptieve middelen (die botresorptie remmen) en botvormende middelen (die botvorming stimuleren). Evenity™ (romosozumab) is een monoklonaal antilichaam dat het sclerostine eiwit bindt en remt, waardoor het een dubbel effect op het bot heeft, zowel een verhoging van botvorming als een afname van botafbraak. Dit dubbel effect differentieert ons geneesmiddel van andere behandelingen op het gebied van osteologie.

In februari, kondigden wij positieve topline resultaten aan van de FRAME studie. Deze toonde aan dat post-menopauzale vrouwen met osteoporose behandeld met Evenity™ significant minder nieuwe wervel (ruggengraat) fracturen hadden dan vrouwen die alleen met calcium en vitamine D behandeld werden. Klinische fracturen (een samenstelling van niet-wervelbreuken en symptomatische wervelbreuken) werden ook verminderd, allemaal binnen 12 maanden.

In maart heeft de BRIDGE studie, die gericht is op mannelijke patiënten met osteoporose, positieve topline resultaten gerapporteerd die een significante toename tonen van de botmineraaldichtheid in de lumbale wervelkolom, heup en de femurhals na 12 maanden bij mannen met osteoporose behandeld met Evenity™, vergeleken met patiënten die placebo kregen.

In 2017 verwachten we de resultaten van ARCH die het effect vergelijkt van enerzijds Evenity™ gevolgd door alendronate en anderzijds alendronate alleen bij post-menopauzale vrouwen met osteoporose – een actieve vergelijkende studie zoals nog nooit eerder uitgevoerd. Deze studie zal gedetailleerde gegevens geven over de impact van Evenity™ op het risico op botbreuken in vergelijking met een actieve comparator, alendronate.

De voltooide studies zijn zeer belangrijke mijlpalen en vormden de basis voor de indiening in de Verenigde Staten, Canada en Japan. In Europa zal de indiening op alle studies gebaseerd zijn, met inbegrip van ARCH. Al met al zijn we zeker op de goede weg om een significant verschil te maken voor patiënten die leven met osteoporose en een hoog risico van fragiliteitsfractuur hebben.

Evenity™ is de handelsnaam van romosozumab die voorlopig goedgekeurd is door de U.S. Food & Drug Administration (FDA) en de European Medicines Agency (EMA).

1 International Osteoporosis Foundation. "Facts and Statistics" Evaluatie op 10 februari 2017 op www.iofbonehealth.org/facts-statistics#category-16

Voor meer informatie, verwijzen we naar de Evenity™ overzicht pagina (p. 17) en de O&O update (pagina's 66 & 67).

O&O Voorbereiding van de doorbraak

MEER DAN 8 000 PATIËNTEN ZIJN IN 104 KLINISCHE STUDIES BETROKKEN

O&O MIJLPALEN

  • dapirolizumab pegol: start fase 2b in lupus (juni 2016)

  • bimekizumab: start fase 2b in

  • psoriasis (september 2016)
  • artritis psoriatica (oktober 2016) • ankyloserende spondylitis
  • (oktober 2016)
  • UCB7665: start fase 2 in immune thrombocytopenie (maart 2016)

  • seletalisib: start fase 1 in APDS (mei 2016)

  • UCB1332: fase 1 resultaten (maart 2016)

  • UCB4144/VR942: fase 1 resultaten (juni 2016)

  • UCB7858: start fase 1 (juli 2016)

Bij UCB focussen wij op baanbrekende innovatieve oplossingen met als bedoeling nieuwe hoog gediversifieerde oplossingen te ontdekken die het leven van patiënten significant gaan beïnvloeden.

Alles begint en eindigt met de patiënten. We contacteren hen om hun inzichten te vergelijken, wat ons leidt naar een dieper begrip van hun behoeften. Vervolgens verbinden wij onze wetenschappelijke uitmuntendheid gebruik makend van onze interne wetenschappelijke expertise, onze gepatenteerde technologische platformen en externe netwerken van internationaal beroemde wetenschappers en academici, om de volgende generatie van doorbraakkandidaten te identificeren. Bovendien werken we, bouwend op recente vooruitgang in menselijke biologie, genetica en biomarkers, aan nieuwe manieren om op wetenschappelijke wijze patiëntenpopulaties in te delen, zodat we beter kunnen voorspellen welke patiënten zullen reageren op onze geneesmiddelen.

UCB past de aanbevelingen van CTTI* toe om mechanismen te ontwikkelen voor de implementatie van strategieën om de patiënt te betrekken tijdens de levenscyclus van de ontwikkeling van een geneesmiddel. Het resultaat hiervan is dat UCB een strategische visie heeft ontwikkeld om samen te werken met patiënten bij elke stap van het klinische ontwikkelingsproces om hun behoeften te identificeren en er de nodige lessen uit te trekken voor het uittekenen van studies en operaties. Voor de implementatie van deze processen was een culturele verandering nodig naar het centraal plaatsen van de patiënt en het leveren van waarde voor patiënten. Onder het nieuw model waarbij de patiënt centraal staat, is er een strategische visie, die rekening houdt met alle mogelijkheden om patiënten te betrekken, een focus op het identificeren van echte en bruikbare inzichten van patiënten, de bedoeling om waarde te brengen voor patiënten, en een appreciatie voor patiënten als gewaardeerde partners.

Sleutel tot succes voor onze pijplijn is de focus en discipline om alleen verder te gaan met oplossingen waarin UCB de leiding kan nemen. We tekenen zorgvuldig onze klinische testen uit en bepalen duidelijke mijlpalen en beslissingspunten om het voor ons mogelijk te maken snel onleefbare opties te beëindigen en middelen te herschikken binnen onze pijplijn. Als een kandidaat geneesmiddel niet past binnen onze therapeutische gebieden, werken we samen met bedrijven die de specifieke know-how en middelen hebben om het potentieel van het actief te maximaliseren. Deze aanpak maakt het mogelijk om snel veelbelovende moleculen in innovatieve therapieën voor patiënten om te zetten.

We zoeken naar sterke signalen, positief of negatief, zodat we een geïnformeerde beslissing kunnen maken over de toekenning van onze middelen.

* CTTI: "Clinical Trials Transformation Initiative" dat door de Duke universiteit werd gelanceerd. Voor meer informatie, verwijzen we naar de UCB pijplijn (pagina 16) en de O&O update (pagina's 66 & 67).

FINANCIËLE PRESTATIES

€ miljoen 2012* 2013 2014 2015
OPBRENGSTEN 3 462 3 133 3 344 3 876 4 178
Cimzia®, Vimpat® en Neupro®
gecombineerde omzet
934 1 187 1 468 2 020 2 422
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten 861 886 928 1 037 1 020
Ratio onderzoeks- en ontwikkelingskosten/
opbrengsten
25% 28% 28% 27% 24%
RECURRENTE EBITDA 684 536 609 821 1 031
Ratio recurrente EBITDA/opbrengsten 20% 17% 18% 21% 25%
Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 249 160 209 623 520
Winst per aandeel
(€ per niet-verwaterd aandeel)
2.10 1.24 1.69 2.17 3.19
Netto-schuld 1 766 1 998 1 611 921 838
Ratio netto schuld/recurrente EBITDA 2.58 3.73 2.65 1.12 0.81
Kasstroom uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 355 267 537 204 726
Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) 221 344 161 146 138

* Financiële data van 2012 omvatten nog Kremers Urban, dat in 2015 werd afgestoten.

EBITDA: Bedrijfsresultaat voor interesten, belastingen, bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen

FINANCIËLE DOELSTELLINGEN

2016 OPBRENGSTEN € 4,0-4,1 MILJARD

2016 RECURRENTE EBITDA € 970-1 010 MILJOEN

2016 KERN-WPA € 2,90-3,20

RATIO NETTO SCHULD/ RECURRENTE EBITDA

1:1 IN 2018

RATIO RECURRENTE EBITDA/ OPBRENGSTEN 30% IN 2018

CIMZIA®, VIMPAT®, NEUPRO® GECOMBINEERDE PIEKVERKOPEN

≥ € 3,1 MILJARD IN 2020

2016 RESULTATEN

2016 opbrengsten stegen met 8% tot € 4 178 miljoen. Netto-omzet steeg tot € 3 858 miljoen (+10%). Deze groei is het gevolg van de voortdurende prestaties van de kernproducten Cimzia®, Vimpat® en Neupro®, ondersteund door de lancering van Briviact® en de relatief stabiele Keppra® franchise.

Recurrente EBITDA groeide met 26% tot € 1 031 miljoen, wat de duurzame groei van de netto-omzet weergeeft en een voortgezette lager dan evenredige groei van de bedrijfskosten. We hebben € 1 020 miljoen aan onderzoek en ontwikkeling uitgegeven; dit is 24% van de opbrengsten – wat meer is dan het gemiddelde in de sector van 20%.

De kernwinst per aandeel steeg tot € 3,19 op basis van 188 miljoen uitstaande aandelen; tegen € 2,17 per aandeel op basis van 192 miljoen uitstaande aandelen vorig jaar.

Per eind 2016 daalde de netto schuld naar € 838 miljoen. De netto schuld versus recurrente EBITDA ratio voor 2016 eindigde op 0,8. Bijgevolg haalde UCB zijn doelstelling op middellange termijn van 1:1 twee jaar sneller dan voorzien.

Om onze doelstelling inzake concurrentiële rentabiliteit te bereiken en om op hetzelfde niveau van onze concurrenten te komen, verwachten we dat de wereldwijde netto omzetstijging van Cimzia®, Vimpat®, Neupro® en Briviact®, de continu verbeterende herverdeling van middelen en strak kostenmanagement de ratio recurrente EBITDA/ opbrengsten zal verbeteren en verhogen tot 30%. In 2016 steeg de recurrente EBITDA/opbrengsten ratio tot 25%, tegenover 21% in 2015.

In 2010 gaf UCB volgende verwachtingen voor de piekverkopen van haar recent geïntroduceerde geneesmiddelen: ten minste € 1,5 miljard voor Cimzia®, ten minste € 1,2 miljard voor Vimpat® en ten minste € 400 miljoen voor Neupro®.

In 2016 haalden deze drie producten samen een netto-omzet van € 2,4 miljard. We zijn bijgevolg goed op schema om deze doelstellingen te halen.

MANAGEMENT VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR

VERKLARING INZAKE DEUGDELIJK BESTUUR 1.

OVERZICHT VAN DE BEDRIJFSPRESTATIES 2.

VERKLARING INZAKE 1. DEUGDELIJK BESTUUR

Als een vennootschap met hoofdzetel in België die de hoogste normen inzake deugdelijk bestuur nastreeft, heeft de Raad van bestuur (de "Raad") van UCB NV (hierna "UCB") in oktober 2005 het Corporate Governance Charter (het "Charter") aangenomen, zoals vereist door de Belgische Corporate Governance Code (eerste versie, 2004). Zoals vereist door artikel 96, 1, 1° van het Wetboek van vennootschappen, volgt UCB de "Belgische Corporate Governance Code 2009" (hierna "de Corporate Governance Code") als haar referentiecode, rekening houdend met het specifieke internationale karakter van UCB1

Het Charter is beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com/investors/UCB-governance) en beschrijft de belangrijkste aspecten van het deugdelijk bestuur van UCB, inclusief de bestuursstructuur en het intern reglement van de Raad, zijn comités en het Uitvoerend comité, en van de aandeelhoudersvergaderingen. Het Corporate Governance Charter wordt gedurende het jaar regelmatig bijgewerkt en jaarlijks herzien door de Raad om in overeenstemming te zijn met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, de Corporate Governance Code en de interpretatie ervan.

In overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code, voorzien de volgende pagina's feitelijke informatie over het deugdelijk bestuur van UCB. Het verslag bevat een overzicht van de wijzigingen op het vlak van het deugdelijk bestuur binnen UCB en van relevante gebeurtenissen die in de loop van 2016 hebben plaatsgevonden, zoals wijzigingen in UCB's kapitaal- of aandeelhoudersstructuur, de wijzigingen aan UCB's bestuur en aan de samenstelling van de Raad en zijn comités, de belangrijkste kenmerken van UCB's interne controle- en risicobeheerssystemen, en het remuneratieverslag. Verder verschaft het verslag, indien nodig, bijkomende informatie over de eventuele afwijkingen van de Corporate Governance Code.

1 De "Belgische Corporate Governance Code 2009" is beschikbaar op de website van de Corporate Governance Commissie (http://www.corporategovernancecommittee.be)

BESTUURDERS EN COMMISSARIS SITUATIE OP 1 JANUARI 2017

RAAD VAN BESTUUR

  • Gerhard Mayr, Voorzitter

  • Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter

  • Jean-Christophe Tellier, Uitvoerend bestuurder & CEO

  • Alice Dautry, bestuurder

  • Kay Davies, bestuurder

  • Albrecht De Graeve, bestuurder

  • Harriet Edelman, bestuurder

  • Pierre L. Gurdjian, bestuurder

  • Charles-Antoine Janssen, bestuurder

  • Cyril Janssen, bestuurder

  • Norman J. Ornstein, bestuurder

  • Cédric van Rijckevorsel, bestuurder

  • Ulf Wiinberg, bestuurder

SECRETARIS VAN DE RAAD VAN BESTUUR

Xavier Michel, Vice-President & Secretaris-Generaal

COMMISSARIS

PwC Bedrijfsrevisoren BV CVBA, met als vaste vertegenwoordiger SC SPRL Romain Seffer, vertegenwoordigd door Dhr. Romain Seffer, bedrijfsrevisor.

EREBESTUURDERS

  • Mark Eyskens, erevoorzitter

  • Georges Jacobs de Hagen, erevoorzitter

  • Karel Boone, erevoorzitter

  • Daniel Janssen, erevicevoorzitter

  • Prins Lorenz van België

  • Alan Blinken

  • Arnoud de Pret

  • Michel Didisheim

  • Roch Doliveux

  • Peter Fellner

  • Guy Keutgen

  • Jean-Pierre Kinet

  • Paul Etienne Maes

  • Tom McKillop

  • Gaëtan van de Werve

  • Jean-Louis Vanherweghem

  • Bridget van Rijckevorsel

EREVOORZITTERS VAN HET UITVOEREND COMITÉ

  • Daniel Janssen

  • Paul Etienne Maes

  • Georges Jacobs de Hagen

  • Roch Doliveux

RAAD VAN BESTUUR

Gerhard Mayr

Voorzitter van de Raad

1946 – Oostenrijker

UCB RAAD VAN BESTUUR

  • Lid sinds 2005

  • Voorzitter van de Raad sinds 2012

  • Einde mandaat: 2017

ERVARING

Meer dan 30 jaar wereldwijde operationele ervaring in de farmaceutische sector bij Eli Lily, en ervaring in andere industrieën en banken door versschillende bestuursmandaten

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

Lid van de Raad van bestuur van Almirall SA

Evelyn du Monceau Vicevoorzitter van de Raad (2006)

1950 – Belg

UCB RAAD VAN BESTUUR

  • Lid sinds 1984

  • Vice Voorzitter van de Raad sinds 2006

  • Voorzitter van het Governance, benoemings- en remuneratiecomité sinds 2006

  • Einde mandaat: 2019

ERVARING

Meer dan 30 jaar in de industriële sector, via verscheidene bestuursmandaten, en in holdingvennootschappen

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

  • Lid van de Raad van bestuur van Financière de Tubize SA

  • Lid van de Raad van bestuur van Solvay SA

  • Lid van het vergoedingscomité en het benoemingscomité van Solvay SA

Jean-Christophe Tellier Uitvoerend bestuurder

1959 – Frans

UCB RAAD VAN BESTUUR > Lid sinds 2014

ERVARING

Meer dan 25 jaar in de farmaceutische sector, bij Ipsen en Novartis waar hij verscheidene hogere uitvoerende functies bekleedde

  • Lid van de Raad van bestuur van BIO

  • Lid van de Raad van bestuur van EFPIA

  • Voorzitter van de Innovation Board Sponsored Committee (EFPIA) > Lid van de Raad van PhRMA

  • Lid van de Raad van bestuur van WELBIO

RAAD VAN BESTUUR

  • 13 leden

  • 54% onafhankelijk

  • 31% vrouwen

  • mandaat van 4 jaar

  • leeftijdsgrens is 70

AUDITCOMITÉ

  • 3 leden

  • 66% onafhankelijk (waaronder de Voorzitter)

GOVERNANCE, BENOEMINGS-

EN REMUNERATIECOMITÉ

  • 3 leden

  • 66% onafhankelijk

WETENSCHAPPELIJK COMITÉ

  • 2 leden

  • 100% onafhankelijk

ONAFHANKELIJKHEID VAN BESTUURDERS

Een bestuurder kwalificeert als onafhankelijk indien hij of zij voldoet aan alle vereisten opgelegd door het Wetboek van vennootschappen, het Corporate Governance Charter en de Corporate Governance Code, die verzekeren dat hij of zij geen zakelijke of andere relaties met de UCB groep heeft die zijn/haar onafhankelijk oordeel zou kunnen in het gedrang brengen.

Alice Dautry

Onafhankelijk bestuurder

1950 – Franse

UCB RAAD VAN BESTUUR

  • Lid sinds 2015

  • Lid van het wetenschappelijk comité sinds 2015

  • Einde mandaat: 2019

ERVARING

Meer dan 30 jaar in het wetenschappelijk domein, voornamelijk bij het Instituut Pasteur waarvan ze voorzitter was (2005-2013)

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

  • Lid van de Board of Trustees van het Institute of Science and Technology (Oostenrijk)

  • Lid van de raad van toezicht van KLM

Kay Davies Onafhankelijk bestuurder

1951 – Britse

UCB RAAD VAN BESTUUR

  • Lid sinds 2014

  • Lid van het wetenschappelijk comité sinds 2014

  • Einde mandaat: 2018

ERVARING

Meer dan 20 jaar in wetenschappelijk onderzoek aan de universiteit van Oxford.

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

  • Bestuurder van Biotech Growth Trust

  • Bestuurder van Genome England

  • Vice Voorzitter van Wellcome Trust

Albrecht De Graeve

Onafhankelijk bestuurder

1955 – Belg

UCB RAAD VAN BESTUUR

  • Lid sinds 2010

  • Lid van het auditcomité sinds 2010

  • en Voorzitter sinds 2015
  • Einde mandaat: 2017

ERVARING

Meer dan 30 jaar ervaring op globaal niveau in diverse industriële sectoren (Alcatel, VRT en Bekaert)

  • Voorzitter van de Raad van bestuur van Bekaert NV

  • Voorzitter van de Raad van bestuur van Telenet NV

  • Voorzitter van de Raad van bestuur van Sibelco NV

RAAD VAN BESTUUR

Harriet Edelman

Onafhankelijk bestuurder

1956 – Amerikaanse

UCB RAAD VAN BESTUUR

  • Lid sinds 2012

  • Lid van het Governance, benoemings-

  • en remuneratiecomité sinds 2015
  • Einde mandaat: 2017 (vrijwillig ontslag)

ERVARING

Meer dan 30 jaar in consumentengoederen en banken met hoge kaderfuncties in wereldwijde operaties, marketing en technologie. Nu bij Emigrant Bank

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

  • Vicevoorzitter van Emigrant Bank

  • Lid van de Raad van bestuur van

  • Brinker International, Inc. > Lid van de Board of Trustees van Bucknell University
  • Lid van de Board of Trustees van New York Blood Center

Cyril Janssen

bestuurder

1971 – Belg

UCB RAAD VAN BESTUUR

  • Lid sinds 2015

  • Einde mandaat: 2019

ERVARING

Meer dan 20 jaar in project management en ondersteuning van KMO's, via verschillende bestuursmandaten, fondsen en holdingvennootschappen

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

  • Lid van de Raad van bestuur

  • van Financière de Tubize SA
  • Lid van de Raad van bestuur van Financière Eric Janssen

Pierre L. Gurdjian

Onafhankelijk bestuurder

1961 – Belg

UCB BOARD

  • Lid sinds 2016

  • Lid van het Governance, benoemings- en remuneratie comité sinds 2016

  • Einde mandaat: 2020

ERVARING

Senior Partner bij McKinsey and Co. waar hij bijna drie decennia actief was en Senior professional in Filantropie en Opvoeding

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

Voorzitter van de Raad van bestuur van de Université Libre de Bruxelles

Cédric van Rijckevorsel

bestuurder

1970 – Belg

UCB RAAD VAN BESTUUR

Lid sinds 2014 > Einde mandaat: 2018

ERVARING

Meer dan 20 jaar in de bankenen financiële sector, hoofdzakelijk bij IDS Capital

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

  • Lid van de Raad van bestuur van Financière de Tubize SA

  • Lid van de Raad van bestuur van Barnfin SA

  • Dagelijks bestuurder en stichter van IDS Capital (Zwitserland en VK)

Charles-Antoine Janssen Bestuurder

1971 – Belg

UCB RAAD VAN BESTUUR

  • Lid sinds 2012

  • Lid van het auditcomité sinds 2015

  • Einde mandaat: 2020

ERVARING

Meer dan 20 jaar ervaring in operaties, met inbegrip van UCB waar hij verschillende leidinggevende posities bekleedde, en vandaag het beheer van private equity activiteiten en van investeringen met sociale impact

  • Lid van de Raad van bestuur van Financière de Tubize SA

  • Managing partner bij Kois Invest > Mede-oprichter, lid van de Raad van bestuur en lid van de Adviesraad

  • van meerdere private vennootschappen, organisaties zonder winstoogmerk en private equity fondsen

Norman J. Ornstein

Onafhankelijk bestuurder

1948 – Amerikaan

UCB RAAD VAN BESTUUR

Lid sinds 2008

Einde mandaat: 2019

ERVARING

Meer dan 40 jaar als professor en analist van Amerikaanse politiek en beleid

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

Voorzitter van Campaign Legal Center (VS)

Ulf Wiinberg

Onafhankelijk bestuurder

1958 – Deens

UCB RAAD VAN BESTUUR

  • Lid sinds 2016

  • Lid van het auditcomité sinds 2016

  • Einde mandaat: 2020

ERVARING

Bijna 20 jaar in hogere leidinggevende functies in farmaceutische ondernemingen en in gezondheidszorgindustrie organisaties

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

  • Voorzitter van de Raad van bestuur van Avillion

  • Voorzitter van de Raad van bestuur van Hansa Medical

  • Lid van de Raad van bestuur van Alfa Laval

  • Lid van de Raad van bestuur van Agenus

Biografieën van de bestuurders zijn beschikbaar op http://www.ucb.com/investors/UCB-Governance

AANDEELHOUDERS STRUCTUUR 2016

Sinds 13 maart 2014 bedraagt het kapitaal van UCB € 583 516 974, verdeeld in 194 505 658 gewone aandelen zonder vermelding van nominale waarde, met een gemiddeld aantal van 188 miljoen uitstaande aandelen.

Op basis van de transparantieverklaringen en andere meldingen ontvangen van grote aandeelhouders, kan de aandeelhoudersstructuur van UCB samengevat worden als volgt per 31 december 2016:

In lijn met het lange termijn dividendbeleid van UCB beveelt de Raad van bestuur een brutodividend aan van € 1,15 (2015: € 1,10). Als dit dividend wordt goedgekeurd door de Algemene Vergadering op 27 april 2017 zal het netto dividend van € 0,805 per aandeel betaalbaar zijn vanaf 3 mei 2017 tegen afgifte van coupon nummer 20.

UITVOEREND COMITÉ

Jean-Christophe Tellier

Chief Executive Officer Voorzitter van het Uitvoerend comité

1959 – Frans

VERVOEGDE UCB IN 2011 Benoemd tot CEO in 2015

ERVARING

Meer dan 25 jaar in de farmaceutische sector, bij Ipsen en Novartis waar hij verscheidene hogere uitvoerende functies bekleedde.

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

  • Lid van de Raad van bestuur van BIO

  • Lid van de Raad van bestuur van EFPIA

  • Voorzitter van de Innovation Board Sponsored Committee (EFPIA)

  • Lid van de Raad van bestuur van PhRMA

  • Lid van de Raad van bestuur van WELBIO

Ismail Kola

Executive Vice President New Medicines™ Head en Chief Scientific Officer

1957 – Amerikaans/Australisch

VERVOEGDE UCB IN 2009

Benoemd in 2009

ERVARING

Doctor in de geneeskunde met meer dan 25 jaar ervaring in de farmaceutische ontwikkelingssector bij Schering-Plough, Merck en Pharmacia waar hij verscheidene hogere uitvoerende posities bekleedde. Daarvoor 15 jaar in academies waar hij nog steeds professor is bij belangrijke academische instituten zoals Oxford, Cambridge, Washington, St. Louis, Karolinska, Monash.

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

Lid van de Raad van bestuur van Athersys, Inc.

Emmanuel Caeymaex

Executive Vice President Immunology Patient Value Unit Head

1969 – Belg

VERVOEGDE UCB IN 1994 Benoemd in 2015

ERVARING

Meer dan 20 jaar ervaring in biofarmaceutische marketing en verkoop, algemeen bestuur en het leiden van wereldwijde projecten

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

Lid van de Raad van bestuur van Dermira, Inc.

Iris Löw-Friedrich

Executive Vice President Chief Medical Officer en Head of Development & Medical Patent Value Practices

1960 – Duitse

VERVOEGDE UCB IN 2006

Benoemd in 2008

ERVARING

Arts, gecertifieerd in de interne geneeskunde, met meer dan 20 jaar ervaring in de ontwikkeling van geneesmiddelen, met hogere uitvoerende posities bij Hoechst, Aventis, BASF Pharma/Knoll, Abbott en Schwarz Pharma

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

  • Lid van de Supervisory Board van Fresenius SE & Co KGaA

  • Voorzitter van de Raad van bestuur van TransCelerate

  • Lid van de Supervisory Board van Evotec AG

Fabrice Enderlin

Executive Vice President Chief Talent Officer

1965 – Frans

VERVOEGDE UCB IN 2008 Benoemd in 2008

ERVARING

25 jaar in HR ervaring in de farmaceutische sector

GEEN EXTERNE MANDATEN

Mark McDade

Executive Vice President Chief Operating Officer

1955 – Amerikaan

VERVOEGDE UCB IN 2008

Benoemd in 2008. Met pensioen gegaan in december 2016

ERVARING

Diverse verantwoordelijkheden met inbegrip van de ontwikkeling en lancering van dieren gezondheidsproducten, biotech start-ups, het afsluiten van uitgebreide en volledige deals in licentiering en M&A, en het oprichten/ beheren van publiek verhandelde biotech vennootschappen gebaseerd in de VS

  • Voorzitter van de Raad van bestuur van Aimmune Therapeutics

  • Lid van de Raad van bestuur van Dermira, Inc.

  • Lid van de Raad van bestuur van Five Prime Therapeutics

Pascale Richetta

Executive Vice President Bone Patient Value Unit Head

1959 – Franse

VERVOEGDE UCB IN 2016 Benoemd in 2016

ERVARING

Meer dan 20 jaar ervaring in de farma en biotech industrie bij Ipsen, GSK, Abbott en Abbvie

BELANGRIJKSTE EXTERNE MANDATEN

Lid van de Raad van bestuur van Capio

Anna S. Richo

Executive Vice President General Counsel

1960 – Amerikaanse

VERVOEGDE UCB IN 2012 Benoemd in 2012

ERVARING

Meer dan 25 jaar in biofarmaceutische en medische apparatuur bij Amgen en Baxter Healtcare Corp., waar ze verschillende hogere uitvoerende posities bekleedde.

GEEN EXTERNE MANDATEN

UITVOEREND COMITÉ

Bharat Tewarie

Executive Vice President Chief Marketing Officer

1961 – Nederlands

VERVOEGDE UCB IN 2015 Benoemd in 2015

ERVARING

Arts, met meer dan 25 jaar ervaring in farma en biotech industrie bij Boehringer Ingelheim, F. Hoffman La Roche, Merck Serono en EMD Serono in verschillende hogere uitvoerende posities in Nederland, Duitsland, Zwitserland en de VS.

GEEN EXTERNE MANDATEN

Detlef Thielgen

Executive Vice President Chief Financial Officer

1960 – Duits

VERVOEGDE UCB IN 2006 Benoemd in 2007

ERVARING

Meer dan 25 jaar in de farmaceutische sector bij Schwarz Pharma en UCB waar hij verscheidene hogere uitvoerende functies bekleedde

GEEN EXTERNE MANDATEN

Jeff Wren

Executive Vice President Neurology Patient Value Unit Head

1963 – Amerikaan

VERVOEGDE UCB IN 2010 Benoemd in 2015

ERVARING

Meer dan 25 jaar in de farmaceutische sector, bij Sepracor (nu Sunovian) en TAP Pharmaceuticals, in hogere posities die gingen over verkoop, marketing en gereguleerde markten

GEEN EXTERNE MANDATEN

1.1 | KAPITAAL EN AANDELEN

1.1.1 | KAPITAAL

In 2016 is het kapitaal van UCB niet gewijzigd. Op 31 december 2016 bedroeg het € 583 516 974, vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen.

1.1.2 | AANDELEN

Sinds 13 maart 2014 wordt het aandelenkapitaal van UCB vertegenwoordigd door 194 505 658 volledig volgestorte aandelen (hierna "UCB aandelen"). De UCBaandelen zijn, naar keuze van de aandeelhouder, op naam of gedematerialiseerd, overeenkomstig het Belgische Wetboek van vennootschappen.

Op grond van de Belgische Wet van 14 december 2005 werden aandelen aan toonder geleidelijk afgeschaft, wat leidde tot hun omzetting in effecten op naam of gedematerialiseerde effecten vanaf 1 januari 2014 en hun complete afschaffing op het einde van 2015.

Op 1 januari 2014 werden de UCB aandelen aan toonder automatisch en van rechtswege in gedematerialiseerde aandelen omgezet. UCB moest deze in zijn naam op zijn effectenrekening inschrijven. Het verwierf hierdoor echter niet de hoedanigheid van eigenaar: UCB houdt deze effecten immers aan namens de onbekende eigenaars. De rechten verbonden aan deze niet-opgeëiste aandelen aan toonder – zoals de dividendrechten, het recht om deel te nemen aan en te stemmen op de algemene vergadering, en het voorkeurrecht bij kapitaalverhoging – zijn geschorst sinds 1 januari 2014 en dit totdat de rechthebbenden tijdig de inschrijving van hun UCB-aandelen in hun eigen naam hadden verkregen dan wel tot de verplichte verkoop van de niet-opgeëiste aandelen aan toonder.

Zoals opgelegd door de hierboven genoemde Wet van 14 december 2005, heeft UCB vanaf 1 januari 2015 alle niet-opgeëiste aandelen aan toonder op Euronext Brussels te koop aangeboden. UCB heeft deze verplichte verkoop aangekondigd op 7 mei 2015, in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving. Nadat de niet-opgeëiste aandelen aan toonder werden verkocht, heeft UCB de netto-opbrengst ervan bij de Deposito- en Consignatiekas gestort op 23 juni 2015. Vanaf dat moment komt UCB niet langer tussen in het proces. Vanaf 1 januari 2016 hebben de rechtmatige eigenaars van de onderliggende aandelen het recht om bij de Deposito- en Consignatiekas de terugbetaling te vorderen van de netto-opbrengst van de verkoop van hun aandelen aan toonder, op voorwaarde dat zij op geldige wijze hun hoedanigheid van rechthebbende kunnen aantonen. De Wet van 14 december 2005 bepaalt dat vanaf 1 januari 2016 dergelijke terugbetaling is onderworpen aan een boete van 10% van de verkoopopbrengst van de onderliggende aandelen aan toonder per begonnen jaar achterstand. Meer details over het dematerialisering- en omzettingproces zijn beschikbaar op de website van UCB (http://www.ucb.com/investors/governance/shareholdersinformation).

UCB aandelen op naam worden ingeschreven in UCB's register van aandelen op naam.

Alle UCB aandelen zijn toegelaten tot de notering en verhandeling op Euronext Brussel.

1.1.3 | EIGEN AANDELEN

In overeenstemming met artikel 12, §2 van de statuten van UCB, heeft de buitengewone algemene vergadering van donderdag 28 april 2016 beslist om de Raad van bestuur voor een nieuwe periode van 2 jaar (en 2 maanden) die afloopt op 30 juni 2018, te machtigen om op of buiten de beurs, door aankoop, omruiling, inbreng of om het even welke andere wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, tot 10% van het totale aantal UCB aandelen te verwerven, berekend op de datum van elke verwerving, tegen een prijs of een tegenwaarde per aandeel gelijk aan maximaal de hoogste koers van het UCB aandeel op Euronext Brussel op de datum van de verwerving en minimaal 1 euro, onverminderd artikel 208 van het Koninklijk Besluit van 31 januari 2001. UCB NV mag, samen met zijn directe of indirecte dochtervennootschappen, evenals personen die handelen in hun eigen naam maar voor rekening van UCB of zijn directe of indirecte dochtervennootschappen, als gevolg van dergelijke verkrijging(en) niet meer dan 10% van het totaal aantal aandelen uitgegeven door UCB verwerven, berekend op het moment van de relevante verwerving. De machtiging die aan de Raad van bestuur werd verleend, is ook van toepassing op alle verwervingen van UCBaandelen, direct dan wel indirect, door de rechtstreekse dochtervennootschappen van UCB in de zin van artikel 627 van het Wetboek van vennootschappen. Deze machtiging vervangt de vorige machtiging voor een periode van 2 jaar, verleend door de buitengewone algemene vergadering van 24 april 2014. Elke vervreemding van eigen aandelen door UCB of haar rechtstreekse dochtervennootschappen zal in voorkomend geval worden uitgevoerd op basis van de machtiging verleend aan de Raad van bestuur opgenomen in artikel 12 in fine van de statuten.

In 2016 heeft UCB NV 36 945 UCB aandelen verworven van UCB Fipar SA en 928 677 UCB aandelen overgedragen. Op 31 december 2016 was UCB NV eigenaar van 4 079 536 UCB effecten die, indien uitgeoefend, 2,10% van het totale aantal UCB aandelen vertegenwoordigen. Deze deelneming van UCB effecten bestaat uit 3 079 536 aandelen en 1 000 000 gelijkgestelde financiële instrumenten (uitstaande opties).

UCB Fipar SA, een onrechtstreekse dochtervennootschap van UCB, heeft 700 000 UCB aandelen verworven en 193 183 UCB aandelen vervreemd in 2016. Op 31 december 2016 was UCB Fipar SA eigenaar van 3 183 826 UCB-effecten die, indien uitgeoefend, 1,64% van het totale aantal UCB-aandelen vertegenwoordigen. Deze deelneming van UCB effecten bestaat uit 2 748 826 aandelen en 435 000 gelijkgestelde financiële instrumenten (uitstaande opties).

De UCB aandelen werden verworven door UCB en UCB Fipar SA onder meer om deels de verplichtingen van UCB in te dekken die voortvloeien uit de aandelenoptieplannen, aandelentoekenningsplannen en aandelenprestatieplannen voor werknemers. Een aantal van deze aandelen werd daarna overgedragen naar andere UCB verbonden vennootschappen in de loop van 2016, uitsluitend om deze te leveren aan werknemers van deze andere verbonden vennootschappen. Aangezien deze aandelen allemaal geleverd zijn aan in aanmerking komende werknemers, houdt geen enkele van deze andere verbonden vennootschappen nog UCB aandelen

aan op 31 december 2016. Voor meer details verwijzen we naar Toelichting 24.3 "Eigen aandelen".

1.1.4 | TOEGESTAAN KAPITAAL

De buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 28 april 2016 besloot om de Raad van bestuur te machtigen (en om de statuten overeenkomstig te wijzigen) om gedurende 2 jaar het kapitaal in één of meer malen te verhogen, onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, en dit binnen de wettelijke grenzen,

  • (i) met maximaal 5% van het kapitaal op het moment dat de raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten (al dan niet ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen);
  • ii. met maximaal 10% van het kapitaal op het moment dat de raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders niet wordt beperkt of uitgesloten.

Het totale bedrag waarmee de raad het kapitaal kan verhogen door een combinatie van de machtigingen zoals bepaald onder (i) en (ii), is in ieder geval beperkt tot maximaal 10% van het kapitaal op het moment dat de raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging.

De raad is bovendien uitdrukkelijk gemachtigd om deze machtiging te gebruiken, binnen de beperkingen zoals bepaald onder (i) en (ii) hierboven, voor de volgende verrichtingen:

    1. een kapitaalverhoging of de uitgifte van converteerbare obligaties of van warranten waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of uitgesloten;
    1. een kapitaalverhoging of de uitgift van converteerbare obligaties waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of uitgesloten ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen;
    1. een kapitaalverhoging door omzetting van reserves.

Een dergelijke kapitaalverhoging kan om het even welke vorm aannemen, met inbegrip van, maar zonder beperking tot, een inbreng in geld of in natura, met of zonder uitgiftepremie, door omzetting van reserves en/ ofuitgiftepremies en/of overgedragen winst, voor zover maximaal door de wet is toegestaan.

Elke beslissing van de raad om gebruik te maken van deze machtiging vereist een meerderheid van 75%.

De raad heeft de bevoegdheid om, met recht van indeplaatsstelling, de statuten te wijzigen om daarin de kapitaalverhogingen weer te geven die het gevolg zijn van de uitoefening van deze machtiging.

1.2 | AANDEELHOUDERS EN AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR

1.2.1 | REFERENTIEAANDEELHOUDER

De grootste aandeelhouder van UCB is Financière de Tubize SA (hierna ook de "Referentieaandeelhouder" of "Tubize" genoemd), een Belgische vennootschap waarvan de aandelen toegelaten zijn tot de verhandeling op Euronext Brussel.

Op basis van de transparantiekennisgevingen ontvangen door Tubize en, in voorkomend geval, recentere publieke informatie, kan de aandeelhouderstructuur van Tubize op 31 december 2016 samengevat worden als volgt:

OVERLEG BUITEN OVERLEG TOTAAL
STEMRECHTEN % STEMRECHTEN % STEMRECHTEN %
Financière Eric Janssen SPRL 8 525 014 19,14% 1 988 800 4,46% 10 513 814 23,60%
Daniel Janssen 5 881 677 13,20% - - 5 881 677 13,20%
Altaï Invest SA 4 969 795 11,16% 11 500 0,03% 4 981 295 11,18%
Barnfin SA 3 899 833 8,75% - - 3 899 833 8,75%
Jean van Rijckevorsel 7 744 0,02% - - 7 744 0,02%
Totaal stemrechten gehouden
door de referentieaandeelhouders
23 284 063 52,27% 2 000 300 4,49% 25 284 363 56,76%
Andere aandeelhouders - - 19 264 235 43,24% 19 264 235 43,24%
Totaal stemrechten 23 284 063 52,27% 21 264 535 47,73% 44 548 598 100,00%

Altaï Invest SA wordt gecontroleerd door Evelyn du Monceau, geboren Evelyn Janssen. Barnfin SA wordt gecontroleerd door Bridget van Rijckevorsel, geboren Paule Bridget Janssen.

De referentieaandeelhouders van Tubize, behorend tot de familie Janssen, handelen in onderling overleg, d.w.z. zij hebben een aandeelhoudersovereenkomst gesloten

aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van Tubize te voeren en aangaande het bezit, de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende effecten, conform artikel 3, §1, 13°, a), b) en c) van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en artikel 3, §1, 5°, a) en b) van de Wet op de openbare overnamebiedingen.

1.2.2 | TRANSPARANTIEKENNISGEVINGEN

In de loop van 2016 heeft UCB de volgende transparantiekennisgevingen ontvangen:

Op vrijdag 8 januari 2016 heeft UCB een transparantiekennisgeving verzonden aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten ("FSMA"), met een jaarlijkse bijwerking van de transacties in UCB aandelen door UCB en haar indirecte dochtervennootschap UCB Fipar SA.

UCB ontving transparantiekennisgevingen van Wellington Management Group LLP, gedateerd respectievelijk op 17 augustus (zoals gewijzigd op 22 augustus), 5 september, 7 september, 14 september, 21 september, 4 oktober, 19 oktober, 29 november, 22 december en 27 december 2017. De laatste kennisgeving ontvangen in 2016 verklaarde dat Wellington Management Group LLP, rekening houdend met de participaties aangehouden door verbonden vennootschappen, op 23 december 2016 5 814 498 UCB aandelen met stemrecht aanhield, die 2,99% vertegenwoordigen van het totaal aantal aandelen uitgegeven door UCB.

UCB ontving transparantiekennisgevingen van BlackRock Inc., gedateerd respectievelijk op 2 november, 3 november, 14 november, 1 december, 2 december, 12 december, 15 december en 30 december 2016. De laatste kennisgeving gedateerd in 2016 verklaarde dat BlackRock Inc., rekening houdend met de participaties van verbonden vennootschappen, op 29 december 2016 5 923 369 UCB aandelen met stemrecht aanhield, die 3,05% vertegenwoordigen van het totale aantal aandelen uitgegeven door UCB.

1.2.3 | RELATIES MET EN TUSSEN AANDEELHOUDERS

Wij verwijzen u naar Toelichting 40.2 voor een overzicht van de relaties tussen UCB en haar aandeelhouders. Verder is UCB niet op de hoogte van overeenkomsten tussen zijn aandeelhouders, uitgezonderd de informatie hieronder vermeld.

Wat zijn deelneming in UCB betreft, handelt Tubize in onderling overleg met Schwarz, d.w.z. zij hebben een akkoord gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van UCB te voeren en aangaande het bezit, de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende effecten (conform artikel 3, §1, 13°, b) en c) van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en artikel 3, §1, 5°, b) van de Wet op de openbare overnamebiedingen).

Op 22 november 2007, 11 december 2007 en 28 december 2007 ontving UCB een kennisgeving van §respectievelijk Financière de Tubize SA, Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG en UCB Fipar SA in toepassing van artikel°74, §7 van de Wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. Op 25 augustus 2016 ontving UCB, in uitvoering van artikel 74, §8 van de Wet op de openbare overnamebiedingen, een bijgewerkte kennisgeving van Tubize en Schwarz (deze kennisgeving is beschikbaar op de website van UCB), waarin wordt verklaard dat:

  • Tubize en Schwarz in onderling overleg handelen;

  • sinds 31 juli 2015, Tubize 1 706 981 UCB aandelen heeft verworven;

  • Tubize 68 076 981 UCB aandelen aanhield op 31 juli 2016 op een totaal aantal van 194 505 658 (d.w.z. 35,00%);

  • Schwarz 2 471 404 UCB aandelen aanhield op 31 juli 2016 op een totaal aantal van 194 505 658 (d.w.z. 1,27%).

Na de transparantiekennisgeving van Tubize en Schwarz ontvangen op 18 december 2015, houden Tubize en Schwarz nu samen 36,27% van het totale aantal UCB aandelen.

1.2.4 | AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR

Naast de kennisgevingen hierboven vermeld onder 1.2.2 en 1.2.3 en de kennisgevingen ontvangen in voorgaande jaren vanwege The Capital Group Companies, Inc. en Vanguard Health Care Fund verwerkt in de tabel hieronder, houden ook UCB en zijn dochtervennootschappen UCB aandelen aan.

De overige UCB aandelen zijn in handen van het publiek.

Op de volgende pagina vindt u een bijgewerkt overzicht van de aandeelhoudersstructuur van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten), op basis van het aandelenregister van UCB, de transparantiekennisgevingen ontvangen in uitvoering van de Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, de kennisgeving ontvangen in uitvoering van artikel 74, §8 van de Wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, de kennisgevingen aan de FSMA in uitvoering van de Wet van 2 augustus 2002 op het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en, in voorkomend geval, recentere publieke bekendmakingen (situatie op 31 december 2016):

Situatie op 31 december 2016 SITUATIE OP*

ITUATIE OP*
Kapitaal € 13 maart 2014
13 maart 2014
Financière de Tubize SA ("Tubize")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 68 076 981 35,00% 18 december 2015
("Schwarz")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 2 471 404 1,27% 13 maart 2014
Tubize + Schwarz3
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 70 548 385 36,27%
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 3 079 536 1,58% 30 december 2016
Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 1 000 000 0,51% 17 november 2015
Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 0 0,00% 18 december 2015
TOTAAL 4 079 536 2,10%
UCB Fipar SA
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 2 748 826 1,41% 30 december 2016
Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 435 000 0,22% 3 juni 2015
Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 0 0,00% 18 december 2015
TOTAAL 3 183 826 1,64%
UCB NV + UCB Fipar SA2 7 263 362 3,73%
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 5 828 362 3,00%
Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 1 435 000 0,74%
Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 0 0,00%
118 128 911 60,73%
The Capital Group Companies Inc.
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 19 462 506 10,01% 13 november 2015
Vanguard Health Care Fund
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 9 741 353 5,01% 28 oktober 2014
BlackRock, Inc.
Totaal aantal stemrechten
UCB NV
Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG
Free float4 (stemrechtverlenende effecten (aandelen))
583 516 974
194 505 658

(Alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totaal aantal stemrechten).

1 Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6 van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen die, indien uitgeoefend, bijkomende stemrechten verlenen, d.w.z. effecten, opties, futures, swaps, rentetermijnovereenkomsten en alle andere derivatenovereenkomsten m.b.t. bestaande stemrechtverlenende effecten die hun houder het recht verlenen om, uitsluitend op eigen initiatief van de houder, zulke stemrechtverlenende effecten te verwerven, in uitvoering van een overeenkomst die bindend is onder de toepasselijke wetgeving.

2 UCB NV controleert onrechtstreeks UCB Fipar SA | artikel 6, §5, 2° en artikel 9, §3, 2° van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.

3 Tubize en Schwarz hebben verklaard in onderling overleg te handelen | artikel 6, §4 en artikel 9, §3, 3° van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.

4 Free float zijn de UCB aandelen die niet gehouden worden door de Referentieaandeelhouder (Tubize), Schwarz, UCB NV of UCB Fipar SA. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met stemrechtverlenende effecten (aandelen) gehouden door deze entiteiten, gelijkgestelde financiële instrumenten worden uitgesloten.

1.2.5 | ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS

In overeenstemming met de statuten, vindt de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders plaats op de laatste donderdag van april om 11.00u MET. In 2017 zal dit zijn op 27 april.

De regels aangaande de agenda, de procedure voor het bijeenroepen van vergaderingen, toelating tot de vergaderingen, de procedure voor het uitoefenen van stemrechten en andere details kan men vinden in de statuten en in het Corporate Governance Charter, die beschikbaar zijn op de UCB website (http://www.ucb.com/ investors/governance/principles-codes-and-guidelines).

1.3 | RAAD EN COMITES VAN DE RAAD

1.3.1 | RAAD VAN BESTUUR

SAMENSTELLING VAN DE RAAD EN ONAFHANKELIJKE BESTUURDERS

Sinds de algemene vergadering van 28 april 2016 is de Raad samengesteld als volgt:

VOOR
HET EERST
BENOEMD TOT
BESTUURDER
EINDE
MANDAAT
ONAF
HANKELIJK
BESTUURDER
Gerhard Mayr, Voorzitter 2005 2017
Evelyn du Monceau,
Vicevoorzitter
1984 2019
Jean-Christophe Tellier,
Uitvoerend bestuurder
& CEO
2014 2018
Alice Dautry 2015 2019 x
Kay Davies 2014 2018 x
Albrecht De Graeve 2010 2017 x
Harriet Edelman 2012 2017 x
Pierre L. Gurdjian, 2016 2020 x
Charles-Antoine Janssen 2012 2020
Cyril Janssen 2015 2019
Norman J. Ornstein 2008 2019 x
Cédric van Rijckevorsel 2014 2018
Ulf Wiinberg 2016 2020 x

Pierre Gurdjian en Ulf Wiinberg werden benoemd tot Onafhankelijke bestuurders tijdens de Algemene Vergadering van 28 april 2016. Tegelijkertijd liep het mandaat af van Tom McKillop als Onafhankelijk bestuurder en dit werd niet hernieuwd, omdat Tom McKillop de leeftijdsgrens had bereikt. De mandaten van Harriet Edelman (Onafhankelijk bestuurder) en Charles-Antoine Janssen werden hernieuwd voor een nieuwe termijn van 4 jaar.

Alice Dautry, Kay Davies, Albrecht De Graeve, Harriet Edelman, Pierre Gurdjian, Norman J.Ornstein en Ulf Wiinberg kwalificeren allemaal als Onafhankelijk bestuurder en voldoen aan alle onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code.

Evelyn du Monceau, Charles-Antoine Janssen, Cyril Janssen en Cédric van Rijckevorsel zijn vertegenwoordigers van de Referentieaandeelhouder en zij kunnen bijgevolg niet kwalificeren als Onafhankelijk bestuurder.

Het mandaat van Albrecht De Graeve zal aflopen op de Algemene Vergadering van 27 april 2017. Gerhard Mayr, voorzitter van de Raad, zal de leeftijdsgrens bereiken tegen de Algemene Vergadering van 27 april 2017, en bijgevolg zal zijn mandaat aflopen op 27 april 2017. Harriet Edelman, wiens mandaat werd hernieuwd in 2016, heeft besloten om persoonlijke redenen terug te treden als Onafhankelijk bestuurder met ingang op de Algemene Vergadering van 27 april 2017.

Rekening houdend met het voorgaande, en op advies van het GNCC, zal de Raad aan de Algemene Vergadering van 27 april 2017 voorstellen om:

  • Viviane Monges te benoemen als Onafhankelijk bestuurder voor een mandaat van vier jaar;

  • het mandaat van Albrecht De Graeve als Onafhankelijk bestuurder te hernieuwen voor een termijn van vier jaar;

  • Roch Doliveux te benoemen als bestuurder voor een mandaat van vier jaar.

Volgens de informatie verstrekt aan de Vennootschap, voldoen Viviane Monges en Albrecht De Graeve beiden aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden opgelegd door artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code. Onder voorbehoud van goedkeuring van de hierboven vermelde herbenoeming en benoemingen door de Algemene Vergadering van 27 april 2017 en na beslissing van de Raad op advies van het GNCC, zal Evelyn du Monceau Gerhard Mayr vervangen als Voorzitter van de Raad en Pierre Gurdjian, Onafhankelijk bestuurder, zal Vicevoorzitter van de Raad worden. Kay Davies, Onafhankelijk bestuurder, zal Harriet Edelman vervangen als lid van het GNCC. De samenstelling van de andere speciale comité van de Raad (Auditcomité en Wetenschappelijk comité) zal niet veranderen.

Als gevolg van de hierboven vermelde benoemingen en herbenoeming, zal de Raad nog steeds samengesteld zijn uit een meerderheid van Onafhankelijke, nietuitvoerende bestuurders in 2017. Jean-Christophe Tellier is de enige uitvoerende bestuurder (CEO). Het GNCC en het Auditcomité zullen ook nog steeds samengesteld zijn uit een meerderheid van Onafhankelijke bestuurders. Bovendien zal het Auditcomité nog steeds voorgezeten worden door Albrecht De Graeve, Onafhankelijk bestuurder.

De Raad van bestuur van UCB is samengesteld uit een derde vrouwen, zoals vereist door artikel 518bis §§ 1 van het Wetboek van vennootschappen1 .

In toepassing van artikel 96, §2, 6° van het Wetboek van vennootschappen bevestigt UCB eveneens dat wanneer vervangingen of benoemingen voor de Raad worden overwogen, UCB, via zijn Raad en zijn governance, benoemings- & remuneratiecomité ("GNCC"), rekening houdt met de versterking van de genderdiversiteit binnen de Raad, wat het systematisch zoeken naar senior vrouwelijke profielen inhoudt, die een toegevoegde waarde kunnen hebben voor de Raad. De benoeming van Viviane Monges ter vervanging van Harriet Edelman evenals de benoeming van Evelyn du Monceau tot Voorzitter van de Raad zijn een duidelijk signaal van de inzet van de Raad van UCB om gender diversiteit te verzekeren. In het bijzonder zal Evelyn du Monceau een van de weinige vrouwen zijn die de Raad van bestuur van een Belgische vennootschap voorzitten waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op Euronext Brussel.

De Raad is en zal nog steeds samengesteld zijn uit 4 vrouwen op een totaal van 13 leden. In overeenstemming met artikel 518bis § 1 van het Wetboek van vennootschappen die het vereiste minimumaantal bestuurders van het andere geslacht vastlegt op een derde (d.i. vrouwen in het geval van UCB), moet dit minimumaantal afgerond worden naar het dichtstbijzijnde gehele getal (13/3 = 4,33, het dichtstbijzijnde gehele getal is bijgevolg 4).

WERKING VAN DE RAAD

In 2016 kwam de Raad zes keer samen. De aanwezigheidsgraad van zijn leden was als volgt:

Gerhard Mayr, Voorzitter 100%
Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter 100%
Jean-Christophe Tellier,Uitvoerend bestuurder 100%
Alice Dautry 100%
Kay Davies 100%
Albrecht De Graeve 83%
Harriet Edelman 83%
Pierre L. Gurdjian* 100%
Charles-Antoine Janssen 100%
Cyril Janssen 100%
Tom McKillop** 100%
Norman J. Ornstein 83%
Cédric van Rijckevorsel 100%
Ulf Wiinberg* 100%

* Vanaf 28 april 2016 (benoeming door de Algemene Vergadering van 28 april 2016) ** tot 28 april 2016

Naast de voorziene vergaderingen had de Raad ook een buitengewone vergadering en één beslissing bij eenparig schriftelijk akkoord om te beslissen over dringende of belangrijke zaken. Gedurende het jaar had de Raad ook meerdere telefonische conferenties om geïnformeerd of ge-update te worden over belangrijke projecten of zaken. Alle leden van de Raad waren aanwezig of vertegenwoordigd tijdens deze telefonische conferenties of vergaderingen.

In 2016 betroffen de belangrijkste besprekingen, beoordelingen en beslissingen van de Raad: de strategie van UCB, de verslagen van het auditcomité, van het wetenschappelijk comité en van het GNCC, deugdelijk bestuur en de (re)organisatie van UCB, risico en risicobeheersing (met inbegrip van de nieuwe "Risk2Value aanpak"), opvolgingsplanning, interne herstructurering, de benoemingen voorbehouden aan de Raad, het beleid inzake verloning en Lange Termijn Incentives Plannen, de jaarrekeningen en rapportering, bedrijfsontwikkeling en M&A projecten, inclusief maar niet beperkt tot O&O-contracten, investeringen, afstotingen, financiële en commerciële samenwerkingen, licentieovereenkomsten, evenals de rapporten en voorstellen van besluit aan de Algemene Vergadering zoals bekendgemaakt in de oproepingen tot de Algemene Vergadering in overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen.

Er waren in 2016 geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen, en een lid van de Raad die tot een belangenconflict aanleiding zouden kunnen geven, met uitzondering van het vermelde in sectie 1.9 hieronder.

In 2016 heeft de Raad een introductieprogramma georganiseerd voor zijn nieuwe bestuurders over de organisatie en de activiteiten van UCB alsook over de verschillende expertisedomeinen nodig in een biofarmaceutische onderneming.

Sinds 2014, en twee keer per jaar (de vergaderingen in juli en december) houdt de Raad ook een bijzondere sessie waarbij het uitvoerend lid (de CEO) niet aanwezig is.

EVALUATIE VAN DE RAAD

In overeenstemming met zijn Charter (sectie 3.5) moet de Raad een (interne) evaluatie doen op regelmatige basis en minstens om de twee jaar. In 2015 deed de Raad een volledige interne evaluatie van de Raad, waarvan de resultaten werden geanalyseerd in de eerste helft van 2016. Passende actie werd ondernomen om de belangrijkste resultaten van de evaluatie te implementeren.

Gezien de vele wijzigingen in de samenstelling van de Raad en zijn gespecialiseerd comités, met inbegrip van de wijzigingen die in 2017 zullen doorgevoerd worden, werd nog een evaluatie van de Raad georganiseerd in 2016, met focus op de diversiteit en profielen van de leden van de Raad, de organisatie van de vergaderingen en de communicatie van relevante informatie aan de Raad buiten de vergaderingen. De bestuurders zijn verheugd met de manier waarop de Raad functioneert. Er werden enkele suggesties gemaakt voor verdere verbetering of voor de successieplanning, waarmee rekening zal worden gehouden voor implementatie vanaf 2017.

1.3.2 | COMITÉS VAN DE RAAD

AUDITCOMITE

De Raad heeft een auditcomité opgezet waarvan de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen, de Corporate Governance Code en het Charter. Het is samengesteld uit een meerderheid van Onafhankelijk bestuurders, allemaal nietuitvoerende bestuurders, en wordt voorgezeten door Albrecht De Graeve, die zelf ook een Onafhankelijk bestuurder is. Alle leden hebben de nodige deskundigheid in audit en boekhouding zoals vereist door artikel 526bis van het Wetboek van vennootschappen.

EINDE
MANDAAT
ONAFHANKELIJK
BESTUURDER
AANWEZIG
HEIDSGRAAD
Albrecht De Graeve
Voorzitter en
Onafhankelijk bestuurder
2017 x 100%
Charles-Antoine Janssen,
Bestuurder
2020 100%
Ulf Wiinberg,
Onafhankelijk Bestuurder
2020 x 100%

Het auditcomité vergaderde vier keer in 2016. Elk auditcomité ging gepaard met een besloten sessie met enkel de interne auditors en de commissaris, zonder de aanwezigheid van het management. Indien nodig werden de vergaderingen van het auditcomité, al dan niet deels, bijgewoond door de commissaris.

De vergaderingen van het auditcomité werden ook bijgewoond door Detlef Thielgen (Executive Vice President & Chief Financial Officer), Doug Gingerella (Senior Vice President Global Internal Audit/M&A) en Xavier Michel (Vice President & Secretary General), die optreedt als secretaris van de vergadering.

De vergaderingen werden ook deels bijgewoond op regelmatige basis door Jean-Christophe Tellier (CEO), Raf Remijsen (Head of Treasury & Risk Management) voor onderwerpen die verband hielden met treasury en risicobeheer; Thomas Debeys (Head of Tax) voor

ontwikkelingen op fiscaal gebied; Caroline Vancoillie (Chief Accountant Officer) voor boekhoudkundige aspecten; Anna Richo (Executive Vice President & General Counsel) voor geschillen en risicobeheer, Aaron Bartlone (Senior Vice President Corporate QA HSE & Patient Safety) voor risicobeheer, Véronique Gendarme (Head of Global Benefits) voor pensioen gerelateerde zaken en Cristina Bautista (Senior Director Global Internal Audit) voor zaken betreffende de interne audit van de UCB Groep wereldwijd. Het auditcomité had ook een bijzondere bijeenkomst die zich richtte op cybersecurity en dgitale oplossingen met Herman De Prins (Head of IT).

In 2016, en overeenkomstig zijn intern reglement (zie het Charter dat beschikbaar is op de website van UCB), hield het auditcomité toezicht op het financiële verslaggevingsproces (met inbegrip van de jaarrekeningen), de systemen voor interne controle en risicobeheer van UCB alsook hun doeltreffendheid, de interne audit alsook de doeltreffendheid daarvan, het audit plan en de hieruit voortkomende resultaten, de wettelijke controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarverslagen, en de onafhankelijkheid van de commissaris, met inbegrip van de verlening van bijkomende diensten aan UCB waarvoor het auditcomité de vergoedingen beoordeelde en goedkeurde. Daarnaast werkte het auditcomité aan het updaten van de Externe Auditor Policy om deze in lijn te brengen met de nieuwe Europese en Belgische wetgeving en beoordeelde het auditcomité bedrijfsherstructureringsprojecten, risicomanagement (met inbegrip van cyber en IT risico's, beoordeling van geschillen en belastingen, alsook het in kaart brengen van alle risico's voor de UCB Groep wereldwijd en het beleid hieromtrent), de waardeverminderingen en eigenvermogenswaarde van dochtervennootschappen, pensioenplannen en -verplichtingen, nieuwe IFRS-regels en andere nieuwe fiscale of boekhoudkundige behandelingen, alsook de tevredenheidsonderzoeken van de commissaris.

GOVERNANCE, BENOEMINGS- & REMUNERATIECOMITÉ

De Raad richtte een governance, benoemings- & remuneratiecomité ("GNCC") op, waarvan de samenstelling, de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code.

De huidige samenstelling van het GNCC is als volgt:

EINDE
MANDAAT
ONAFHANKELIJK
BESTUURDER
AANWEZIG
HEIDSGRAAD
Evelyn du Monceau,
Voorzitter
2019 100%
Harriet Edelman,
Onafhankelijk bestuurder
2017 x 100%
Pierre L. Gurdjian,
Onafhankelijk bestuurder
2020 x 100%

Na de Algemene Vergadering van 2017 zal Kay Davies Harriet Edelman vervangen als Onafhankelijk bestuurder in het GNCC.

Een meerderheid van de leden van het GNCC voldoet aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code. Alle leden hebben de nodige deskundigheid en ervaring op het gebied van remuneratiebeleid zoals vereist door artikel 526quater, § 2 van het Belgische Wetboek van vennootschappen.

Het GNCC vergaderde vier keer in 2016. De vergaderingen van het comité werden bijgewoond door Jean‑Christophe Tellier (CEO), behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden, en door Fabrice Enderlin (Chief Talent Officer), die optreedt als secretaris van het GNCC, behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden of op de remuneratie van de CEO. Het comité werd ook op regelmatige basis bijgewoond door de Voorzitter van de Raad, Gerhard Mayr.

In 2016, en overeenkomstig zijn intern reglement (zie het Charter dat beschikbaar is op de website van UCB), beoordeelde het GNCC de benoemingsvoorstellen die ter goedkeuring aan de Raad werden voorgelegd (voor de Raad, het Uitvoerend comité en senior management posities), de prestaties van de leden van het Uitvoerend comité en hun bezoldiging. Het deed ook voorstellen en beoordeelde de opvolgingsplanning van de leden van de Raad, het Uitvoerend comité en senior executives. Het beoordeelde en deed relevante voorstellen of aanbevelingen aan de Raad over de toekomstige samenstelling van de Raad, die effectief zal worden na de Algemene Vergadering van 27 april 2017. Het beoordeelde het remuneratiebeleid en de lange-termijn incentives toe te kennen aan het management (inclusief de CEO) alsook de prestatiecriteria waaraan deze incentives zijn gekoppeld, en legde deze ter goedkeuring voor aan de Raad. Het GNCC maakte een algehele beoordeling van het deugdelijk bestuur binnen UCB, en stelde voor de Raad een jaarlijks verslag op over deugdelijk bestuur. Het zorgde ook voor de opvolging van de resultaten van de evaluatie van de Raad die werd uitgevoerd in 2015. Het werd ook betrokken in de doorlichting van de Raad uitgevoerd in 2016.

WETENSCHAPPELIJK COMITÉ

Het wetenschappelijk comité staat de Raad bij in zijn beoordeling van de kwaliteit van UCB's O&O en de concurrentiële positie hiervan. Het wetenschappelijk comité is samengesteld uit leden die wetenschappelijke en medische expertise hebben, en die momenteel allen onafhankelijk zijn.

EINDE
MANDAAT
ONAFHANKELIJK
BESTUURDER
AANWEZIG
HEIDSGRAAD
Kay Davies,
Voorzitter
2018 x 100%
Alice Dautry 2019 x 100%

Het wetenschappelijk comité vergaderde drie keer in 2016.

De leden van het wetenschappelijk comité vergaderen regelmatig met Ismail Kola, New Medicines Patient Value Unit Head & Chief Scientific Officer. De leden van het wetenschappelijk comité zijn ook nauw betrokken bij de activiteiten van de Wetenschappelijke Adviesraad van UCB, die is samengesteld uit externe gereputeerde wetenschappelijke medische deskundigen. De Wetenschappelijke Adviesraad werd in september 2005 door het Uitvoerend comité opgericht om de O&O activiteiten van UCB kritisch op te volgen, wetenschappelijk nazicht en strategische input te geven over de beste manier om UCB te positioneren als een succesvolle leider in biofarmaceutica en om het Uitvoerend comité te adviseren over strategische keuzes op het gebied van het vroege stadium van O&O en O&O technologie. Het wetenschappelijk comité

brengt verslag uit aan de Raad over de beoordeling van de Wetenschappelijke Adviesraad wat UCB's onderzoeksactiviteiten en strategische oriëntatie betreft.

1.3.3 | UITVOEREND COMITÉ

SAMENSTELLING EN WERKING VAN HET UITVOEREND COMITÉ

Met ingang van 1 februari 2016 was de samenstelling van het Uitvoerend comité als volgt:

  • Jean-Christophe Tellier, CEO en Voorzitter van het Uitvoerend comité

  • Emmanuel Caeymaex, Immunology Patient Value Unit Head

  • Fabrice Enderlin, Chief Talent Officer

  • Ismail Kola, New Medicines Patient Value Head en Chief Scientific Officer

  • Iris Löw-Friedrich, Chief Medical Officer

  • Mark McDade, Head of Patient Value Operations

  • Pascale Richetta, Bone Disorders Patient Value Unit Head

  • Anna Richo, General Counsel

  • Bharat Tewarie, Chief Marketing Officer

  • Detlef Thielgen, Chief Financial Officer

  • Jeff Wren, Neurology Patient Value Unit Head

Mark McDade, Head of Patient Value Operations, is met pensioen gegaan en heeft UCB verlaten op 31 december 2016.

Vanaf 1 januari 2017 hebben Bharat Tewarie en Detlef Thielgen de afdeling Patient Value Operations ad interim geleid. Vanaf 1 maart 2017 werd Charl van Zyl benoemd om Mark McDade te vervangen als Head of Patient Value Operations.

Het Uitvoerend comité vergaderde twee tot drie dagen per maand in 2016.

In 2016 waren er geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen, en een lid van het Uitvoerend comité.

1.4 | VERSLAG OVER HET BEZOLDIGINGSBELEID

Het verslag over het bezoldigingsbeleid beschrijft de filosofie en principes inzake bezoldiging voor de uitvoerende en de niet-uitvoerende bestuurders van UCB. Het omschrijft hoe hun bezoldiging wordt bepaald op basis van de individuele en van de bedrijfsprestaties.

Het GNCC kijkt toe op het bezoldigingsbeleid en -plannen van de uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders. De taken en verantwoordelijkheden van het Comité worden nader toegelicht in het Corporate Governance Charter dat door onze Raad van bestuur werd goedgekeurd.

BEZOLDIGING VOOR NIET-UITVOERENDE BESTUURDERS

De Leden van de Raad van bestuur van UCB worden voor hun diensten vergoed op basis van een bezoldigingsplan via contanten. De hoogte van de bezoldiging is gebaseerd op marktanalyses die rekening houden met de bezoldiging van de leden van de Raden van bestuur van vergelijkbare Europese biofarmaceutische ondernemingen.

De bezoldiging van de leden van de Raad bestaat uit een vaste jaarlijkse vergoeding voor hun bijdrage aan de Raad en aan het comité dewelke kan variëren op grond van een specifiek mandaat. Leden van de Raad ontvangen tevens een vergoeding per bijgewoonde vergadering met uitzondering van de Voorzitter van de Raad die enkel een vaste jaarlijkse vergoeding ontvangt. De jaarlijkse bezoldiging wordt pro-rata uitbetaald op grond van het aantal maanden in dienst als actief lid van de Raad gedurende het kalenderjaar. Er worden geen lange-termijnincentives of andere vormen van variabele bezoldiging toegekend. Een aanpassing van de bezoldigingen werd goedgekeurd tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering van 25 april 2013. De bezoldigingsniveaus van de leden van de Raad van bestuur van UCB zijn als volgt:

JAARLIJKSE VERGOEDING

  • Voorzitter van de Raad € 210 000

  • Vicevoorzitter– € 105 000

  • Bestuurders € 70 000

PRESENTIEGELD RAAD VAN BESTUUR

  • Voorzitter van de Raad geen presentiegeld (maakt deel uit van de jaarlijkse bezoldiging)

  • Vicevoorzitter €1 500 per bijeenkomst

  • Bestuurders € 1 000 per bijeenkomst

AUDIT COMITÉ/WETENSCHAPPELIJK COMITÉ (JAARLIJKSE EMOLUMENTEN – GEEN PRESENTIEGELD)

  • Voorzitter van de comités € 30 000

  • Leden van de comités € 20 000

GOVERNANCE, BENOEMINGS- EN REMUNERATIE COMITE (JAARLIJKSE EMOLUMENTEN – GEEN PRESENTIEGELD)

  • Voorzitter van het comité € 20 000

  • Leden van het comité € 15 000

In 2016 was bij toepassing van deze regels de totale bezoldiging van de leden van Raad, inbegrepen de bezoldigingen voor de comités, als volgt:

> Gerhard Mayr, Voorzitter € 216 667
> Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter € 134 000
> Jean-Christophe Tellier,
Uitvoerend bestuurder & CEO € 76 000
> Alice Dautry € 96 000
> Kay Davies € 106 000
> Albrecht De Graeve € 105 000
> Harriet Edelman € 90 000
> Pierre L. Gurdjian* € 60 667
> Charles-Antoine Janssen € 96 000
> Cyril Janssen € 76 000
> Tom McKillop** € 30 333
> Norman J. Ornstein € 75 000
> Cédric van Rijckevorsel € 76 000
> Ulf Wiinberg* € 64 000

* Vanaf 28 april 2016 (benoemd door de algemene vergadering van 28 april 2016)

** Tot 28 april 2016

1.4.1 | UCB'S VERLONINGSPRINCIPES

UCB is een globale biopharma onderneming die zich focust op het creëren van waarde voor patiënten met neurologische en immunologische aandoeningen. Om ons te helpen onze doelen te bereiken moeten we sterk gemotiveerde talenten van wereldniveau aantrekken. Talenten die samen streven naar het creëren van de hoogst mogelijke en meest duurzame waarde voor de patiënten. Onze bezoldigingsplannen zijn bedoeld om uitstekende prestaties en innovatie te steunen en te vergoeden. Ons wereldwijd bezoldigingsbeleid is opgebouwd rond de volgende principes:

  • een sterke motivatie creëren om onze bedrijfsstrategie, en daarmee onze patiëntgerichte doelen, te realiseren;

  • de bezoldiging van het management team afstemmen op de individuele bijdrage en het algemene succes van UCB;

  • aanhoudende sterke resultaten en gedrag volgens onze patiëntgerichte principes erkennen en vergoeden;

  • een verloningsprogramma redelijk en billijk is, in overeenstemming met de marktpraktijken;

  • het mogelijk maakt dat UCB de beste talenten aantrekt, motiveert en behoudt.

Om te verzekeren dat de bezoldiging de performantie op een gepast wijze reflecteert, is de variabele bezoldiging de belangrijkste component van de totale bezoldiging van ons Uitvoerend comité. De variabele bezoldigingsprogramma's van UCB zijn nauw verbonden met zowel de bedrijfsresultaten als met de individuele resultaten beiden op korte en op lange termijn. Zo creëren we een evenwicht tussen de financiële resultaten, de bedrijfsduurzaamheid en de waardecreatie voor onze belanghebbenden.

1.4.2 | HET BEZOLDIGINGSBELEID VOOR HET MANAGEMENT TEAM VAN UCB

Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend comité is vastgelegd door de Raad van bestuur op basis van de aanbevelingen door het GNCC. Het GNCC komt minstens twee maal per jaar samen om:

  • na te gaan welke marktfactoren een invloed hebben op de huidige en toekomstige bezoldigingspraktijken;

  • de doelmatigheid van ons bezoldigingsbeleid te toetsen met het oog op het erkennen van prestatie en de gepaste evolutie van de plannen te bepalen;

  • de financiële doelstellingen van de verschillende prestatiegerelateerde bezoldigingsprogramma's te beoordelen;

  • het niveau van de bezoldigingen van het management team van UCB te bepalen in functie van hun rol, competenties en prestatie.

Het GNCC moet ervoor zorgen dat de totale bezoldigingsprogramma's toepasselijk op de leden van het Uitvoerend comité, inclusief aandelen gerelateerde incentives, pensioenplannen en andere voordelen, redelijk en passend zijn om leden van het Uitvoerend comité aan te trekken, te behouden en te motiveren.

1.4.3 | VERKLARING OVER HET GEVOERDE BEZOLDIGINGSBELEID: BEZOLDIGING VOOR UITVOERENDE BESTUURDERS

Dit gedeelte beschrijft de positioneringsstrategie van UCB tegenover de competitieve markt. Het bevat tevens een overzicht van ons bezoldigingsbeleid voor bestuurders, de doelstellingen van de verschillende bezoldigingscomponenten en het verband tussen bezoldiging en prestatie.

MARKTANALYSE VOOR ONS REWARD PROGRAMMA

In lijn met onze Globale Bezoldigingsprincipes, moet het bezoldigingspakket van het management team redelijk zijn naar bedrijfseconomische maatstaven. Bovendien moet het afgestemd zijn op de gangbare praktijken in gelijkaardige internationale biofarmaceutische ondernemingen. Het GNCC onderzoekt regelmatig de gepaste mix en het gepaste niveau van bezoldigingen in contanten en in aandelen voor de leden van het management team op basis van de aanbevelingen van het "Talent & Company Reputation departement". Deze aanbevelingen worden onderzocht met onze onafhankelijke beloningsconsultant, Willis Towers Watson, teneinde het competitieve niveau van onze totale directe bezoldiging te verzekeren rekening houdend met markttrends in onze sector. Gewoonlijk wordt er om de twee jaar een individuele marktanalyse gevoerd om de competitiviteit van de totale directe bezoldigingscomponenten van iedere lid van het management team te analyseren. De analyse bestaat uit twee hoofdelementen:

  • een vaste bezoldigingselement: het basissalaris

  • een variabel bezoldigingselement: bestaande uit een bonus in contanten en lange-termijnincentives.

De CEO en het Uitvoerend comité beogen een totale directe bezoldiging mix als volgt:

UCB vergelijkt haar totale bezoldiging voor haar management team met een welbepaalde referentiegroep van internationale biofarmaceutische bedrijven (bedrijven met farmaceutische en/of biotechnologische activiteiten). In de marktanalyse focussen we op vergelijkbare ondernemingen in Europa en de VS. De vennootschappen van onze referentiegroep hebben verschillende groottes en therapeutische domeinen. We beogen vergelijkbare ondernemingen die volledig geïntegreerde biofarmaceutische bedrijven zijn die optreden in een complexe omgeving gericht op onderzoek, ontwikkeling en commercialisering. Waar mogelijk, wensen wij ook vennootschappen op te nemen die concurrenten zijn

in hetzelfde therapeutische domein. Alhoewel we vennootschappen beogen die ruimschoots de grootte van UCB reflecteren, is de grootte van de vennootschap niet de belangrijkste factor aangezien er een regressie analyse gehanteerd wordt om de gegevens aan te passen aan de grootte van UCB.

De samenstelling van de bezoldiging referentiegroep wordt regelmatig nagekeken en wordt aangepast wanneer aangewezen, bijvoorbeeld wanneer consolidatie verrichtingen ertoe leiden dat de referentiegroep gereduceerd wordt onder een aanvaardbaar niveau voor een robuuste marktanalyse.

UCB wenst zich te positioneren op de marktmediaan van deze referentiegroep voor alle elementen van de totale directe bezoldiging. Het reële vergoedingsniveau van elke persoon wordt bepaald overeenstemmend met hun ervaring ten opzichte van de marktanalyse en rekening houdend met hun invloed op de bedrijfsresultaten.

BEZOLDIGINGSCOMPONENTEN EN RESULTAAT GEBONDEN BEZOLDIGING

Ons bezoldigingsprogramma vergoedt het management team voor haar verantwoordelijkheden, vaardigheden alsook de individuele en de bedrijfsprestaties. Voor zowel de korte-termijn (bonus) als de lange-termijnincentives, worden de resultaten afgezet tegen de doelen zoals vastgesteld door de Raad. Gedurende de prestatieperiode worden de resultaten regelmatig getoetst en op het moment van de definitieve verwerving of van uitbetaling worden de finale resultaten gevalideerd door het financieel departement waarna ze definitief goedgekeurd worden door het auditcomité van de Raad.

De totale directe bezoldiging (basissalaris, bonus en lange-termijnincentives) is heel variabel en afhankelijk van de individuele en bedrijfsprestaties, zoals geïllustreerd hieronder. Een bonus is enkel verschuldigd voorzover een aanvaardbaar niveau van bedrijfs- en individuele prestatie is bereikt. Om een 100% bonus te krijgen, moet een eerlijk maar ambitieus doel bereikt worden en enkel met zeer uitzonderlijke vennootschaps- en individuele prestaties kan het hoogste niveau van bonus uitbetaling bereikt worden. De impact van de bezoldiging voor de prestatie kan als volgt geïllustreerd worden voor de CEO en wordt meer gedetailleerd beschreven verder in dit deel:

Theoretische bezoldigingsopportuniteit van de CEO

Naast het basissalaris en de resultaat gebonden incentives heeft ons management team recht op een aantal vergoedingen en voordelen. De bezoldigingsstructuur is conform de marktpraktijken inzake de bezoldiging en stemt volledig overeen met de Belgische wetgeving inzake corporate governance en met de Europese regelgeving inzake bezoldiging van de leden van het management team.

Het GNCC maakt voorstellen aan de Raad van bestuur betreffende de vergoedingen voor de CEO. De voorstellen van de CEO betreffende de bezoldiging van de andere leden van het Uitvoerend comité worden ter goedkeuring voorgelegd aan het GNCC.

Hieronder beschrijven we hoe elke component bepaald wordt en hoe prestatie in rekening wordt genomen voor de variabele loon componenten.

VASTE COMPONENT: BASISSALARIS

Het beoogde basissalaris wordt bepaald op basis van de specifieke verantwoordelijkheden van de functie en van het mediaan niveau van basissalaris die de markt gewoonlijk bereid is te betalen voor een gelijkaardige rol. Het effectieve basissalaris van het individu hangt af van de mate van zijn/haar invloed op de resultaten en van hun niveau van kennis en ervaring. De evolutie van het basissalaris is afhankelijk van het niveau van duurzame prestaties van het individu en van de evolutie van de marktanalyse. Jaarlijkse verhogingen zijn grotendeels in lijn met de gemiddelde salaris evolutie van een grotere groep medewerkers in de betrokken regio.

VARIABELE BELONING COMPONENTEN

De beoogde variabele bezoldigingsniveaus (bonus en lange-termijn incentives) wordt vastgelegd rekening houdend met het mediaan marktniveau van onze vergelijkingsgroep. Op deze beoogde niveaus worden de performantie coëfficiënten toegepast dewelke rekening houden met de bedrijfsprestaties, de individuele prestaties alsook het individuele gedrag en een holistische overweging van de lange-termijn waardecreatie voor de patiënt.

VARIABELE BEZOLDIGING: BONUS

De bonus in contanten is ontworpen om werknemers te bezoldigen voor de behaalde resultaten van de onderneming en het individu over een tijdspanne van één jaar. De beoogde variabele bezoldiging is gebonden aan een dubbele prestatiecoëfficiënt, zijnde de bedrijfs -en de individuele prestatiecoëfficiënt. Dit mechanisme garandeert een sterke band tussen individuele bijdrage en bedrijfsresultaten, die onderling afhankelijk zijn. De berekeningswijze levert aanzienlijke waarde wanneer zowel de bedrijfsresultaten als de persoonlijke prestaties uitstekend zijn. Daartegenover, bij een lager niveau van bedrijfsresultaten en/of van individuele performantie dan verwacht, resulteert dit in een belangrijke vermindering van de bezoldiging.

UCB hanteert de Terugkerende Inkomsten vóór Interesten, Belasting, Afschrijvingen en Aflossingen ("REBITDA") als indicator voor korte termijn bedrijfsresultaten voor haar management team en voor een grotere groep medewerkers. De bedrijfsresultatencoëfficiënt is gedefinieerd als een percentage van de behaalde REBITDA vergeleken met het budget, tegen vaste wisselkoersen, vertaald in een uitbetalingscurve die verzekert dat enkel een aanvaardbaar niveau van prestatie beloond wordt. De uitbetalingscurve is zo opgesteld dat er een uitbetaling mogelijk is tussen 0% en 150%. Een minimaal vereist prestatieniveau is bepaald. Indien het behaalde resultaat lager is, wordt een bedrijfsresultatencoëfficiënt van 0% gehanteerd voor het hoger management. Met dit mechanisme van dubbele coëfficiënt, resulteert een 0% bedrijfsresultatencoëfficiënt in het verdwijnen van de bonusuitbetaling ongeacht de persoonlijke prestatie.

Het individuele prestatie coëfficiënt ("IPM") wordt bepaald rekening houdend met de mate waarin de jaarlijkse objectieven gerealiseerd werden alsook het gedrag getoond door het individu vergeleken met de Patient Value principes van UCB. Nogmaals, de IPM kan variëren van 0% tot maximum 175% bij zeer uitzonderlijke prestaties.

De objectieven van de CEO worden door het GNCC ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van bestuur. Het GNCC legt de individuele prestatie coëfficiënt van de CEO, gebaseerd op de prestatie-evaluatie op het einde van het jaar, ter goedkeuring voor aan de Raad van bestuur. De CEO legt de individuele prestatie coëfficiënt van de andere leden van het Uitvoerend comité ter goedkeuring voor aan het GNCC. In de beoordeling van individuele prestaties van de CEO, onderzoekt het GNCC zowel de behaalde financiële en kwantitatieve objectieven als van de nietfinanciële aspecten.

Voor de CEO en het Uitvoerend comité behelst dit tevens de mate waarin de doelstellingen uitgevoerd zijn met respect van de Patient Value principes van UCB en met de leiderschapsstijl die verwacht wordt. Hieronder worden de criteria opgesomd die voor ieder lid van het Uitvoerend comité worden geëvalueerd:

  • Specifieke bedrijfsdoelstellingen

  • Strategische bijdrage en visie

  • Leiderschap

  • Teambijdrage in het Uitvoerend comité

  • Impact

De doelstelling voor de bonus werd vastgelegd op 90% van het basissalaris voor de CEO en op 65% van het basissalaris voor de andere leden van het Uitvoerend comité, dit in lijn met de marktpraktijk.

Ieder lid van het management team heeft de mogelijkheid de doelen te overtreffen, wanneer zowel de bedrijfsprestaties als zijn individuele prestatie uitstekend zijn. Of omgekeerd een verminderde uitbetaling te krijgen wanneer de bedrijfsprestaties en/of zijn individuele prestatie niet het verwachte niveau bereiken.

VARIABELE BEZOLDIGING: LANGE-TERMIJNINCENTIVES (LTI)

Om lange-termijn resultaten te garanderen, bestaat onze bezoldigingspraktijk voor het Hoger Management erin om een aanzienlijk gedeelte van de aandelen gerelateerde bezoldiging te verbinden aan financiële en niet-financiële strategische bedrijfsdoelen op middellange en lange termijn. Het lange-termijnincentives programma wordt getoetst aan de gangbare praktijken bij Europese biofarmaceutische ondernemingen. Het bestaat uit drie delen: een aandelenoptieplan, een aandelentoekenningsplan (toekenning van gratis aandelen – stock award) en een aandelenprestatieplan "performance shares". De Raad bepaalt naar eigen inzicht de mogelijkheid tot deelname aan de lange-termijnincentive plannen.

De referentiewaarde van de lange-termijnincentives wordt uitgedrukt als een percentage van het basissalaris. Het beoogde doel aan lange-termijnincentives vertegenwoordigt 140% van het basissalaris van de CEO (ten opzichte van 120% in het verleden teneinde rekening te houden met de ontwikkelingen op de competitieve markt) en 80% van het basissalaris voor de andere leden van het Uitvoerend comité. De effectieve toekenning wordt bepaald in functie van individuele prestatie, waarbij zowel korte termijn realisaties als de impact op lange-termijn waardecreatie in rekening wordt genomen. De resulterende waarde wordt vertaald in een aantal lange-termijnincentives, gebruik makend van de binomiale waarde van ieder LTIinstrument, en verdeeld onder de lange-termijnincentive plannen op grond van de volgende verdeling:

AANDELENOPTIES

Het Aandelenoptieplan geeft de mogelijkheid aan de begunstigde om een UCB aandeel te kopen tegen een bepaalde prijs na afloop van een bepaalde wachttijd. De wachttijd bedraagt doorgaans drie jaar, te rekenen vanaf de toekenningsdatum, maar kan langer uitvallen afhankelijk van lokale wetgevingen. Na afloop van de wachttijd, worden aandelenopties uitgeoefend wanneer de prijs van het aandeel hoger ligt dan de uitoefenprijs en het management team wordt bijgevolg aangemoedigd om de prijs van het aandeel gedurende de wachttijd te doen stijgen. In de Verenigde Staten worden geen aandelenopties, maar wel "Stock Appreciation Rights" toegekend. Ze volgen dezelfde regels inzake uitoefenbaarheid als het aandelenoptieplan maar in plaats van een levering in aandelen, worden ze geleverd in een contant bedrag gelijk aan de waardestijging van de UCB aandelen. Alle aandelenopties en Stock Appreciation Rights vervallen op hun tiende verjaardag na toekenningsdatum. De uitoefenprijs wordt vastgelegd op de toekenningsdatum, zonder verdere korting op de prijs van het onderliggende UCB aandeel. Voor leden van het management team die een Belgisch contract hebben zijn, op het moment van de toekenning, belastingen verschuldigd op de onderliggende waarde van de opties.

TOEKENNING VAN GRATIS AANDELEN

In het Aandelentoekenningsplan worden voorwaardelijke rechten toegekend op gewone UCB-aandelen voor zover men in dienst blijft van UCB tot drie jaar na de datum van toekenning. De wachttijd (vestingperiode) duurt drie jaar vanaf de datum van toekenning. Het management team wordt aangemoedigd om de prijs van het aandeel gedurende de wachttijd te doen stijgen met het oog op een hogere waarde van hun gratis aandelen op het moment van de definitieve verwerving. Afhankelijk van de lokale wetgeving, kunnen in bepaalde landen de gratis aandelen ook worden geleverd in de vorm van "fictieve aandelen" (waarbij de waarde gebaseerd is op de evolutie van de prijs van het aandeel maar waarbij de levering in cash gebeurt op een voorafbepaalde definitieve verwervingsdatum).

AANDELENPRESTATIEPLAN

Het Aandelenprestatieplan heeft tot doel het hoger management te vergoeden voor specifieke doelstellingen in overeenstemming met de strategische prioriteiten van het bedrijf. Prestatieaandelen zijn toekenning van gewone UCB aandelen aan het Hoger Management waarvoor, alvorens over te gaan tot uitbetaling, vooraf bepaalde doelen gebonden aan het hele bedrijf moeten zijn bereikt. De voorwaarden voor uitbetaling worden op het moment van de toekenning bepaald door de Raad van bestuur op initiatief van het GNCC. De maatstaven die gebruikt worden in dit plan, moeten strategisch relevant zijn voor de vennootschap en de belanghebbenden terwijl ze onder de invloed en controle zijn van het management team (binnen het gezichtsveld). Ze moeten ook meetbaar zijn tijdens de tijdshorizon van het plan.

De wachttijd duurt drie jaar. Het aantal toegekende aandelen wordt aangepast op het einde van de wachttijd in verhouding met de mate waarin de bedrijfsgebonden doelstellingen bereikt werden. Indien de bereikte resultaten van de onderneming onder een bepaalde grens uitvallen of indien de begunstigde de onderneming verlaat vóór de definitieve verwerving, worden geen aandelen geleverd. De maximale uitbetaling bedraagt 150% van de oorspronkelijke toekenning en is verschuldigd indien de resultaten aanzienlijk hoger zijn dan de oorspronkelijke doestellingen. De doelen worden vastgelegd op een niveau dat voldoende hoog is en de maximum uitbetaling is gebonden aan een prestatie die kan beschouwd worden als uitzonderlijk. De toekenning van 2016 was gebonden aan de volgende prestatie criteria die moeten gemeten worden aan het einde van 2018:

  • Relatieve opbrengststijging 35%

  • Cashflow omrekeningskoers 35%

  • Bereiken van de beoogde mijlpalen voor de producten in de pijplijn – 20%

  • Het bereiken van een bepaald niveau van engagement van de medewerkers van UCB – 10%

De keuze van de prestatie criteria weerspiegelt de groei en de financiële gezondheid van UCB terwijl het de vooruitgang van de gedifferentieerde pijplijn met zeer geëngageerde medewerkers vergoedt. De prestatie criteria worden regelmatig geëvalueerd teneinde ze zo veel mogelijk te laten samenlopen met de prioriteiten van het bedrijf. Dezelfde prestatie criteria zullen gehanteerd worden in het 2017 plan.

In bepaalde landen kan de bezoldiging ook worden toegekend in de vorm van fictieve aandelen, afhankelijk van de lokale wetgeving.

AANDELENAANKOOPPLAN VOOR DE MEDEWERKERS (ENKEL VOOR DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA)

Het aandelenaankoopplan geeft aan de medewerkers de mogelijkheid om gewone UCB aandelen te kopen met een korting van 15%. Het plan werd ingevoerd met het oog op het verder doen overstemmen van de belangen van de medewerkers met de belangen van de aandeelhouders van UCB.

PENSIOENEN

Daar het Uitvoerend comité een internationaal karakter heeft, nemen de leden ervan deel in de pensioenregelingen toepasselijk in het land waar ze onder contract staan. Elke regeling varieert overeenkomstig de lokale markt en wettelijke omgeving. Alle vaste prestatieplannen bij UCB zijn, in de mate van het mogelijke, afgesloten of niet-toegankelijk voor nieuwe deelnemers. Bijgevolg treden nieuwe leden van het Uitvoerend comité automatisch toe tot vaste bijdrageplannen of cash balance plannen.

België

De leden van het Uitvoerend comité nemen deel aan een pensioenregeling van het type cash balance dat volledig gefinancierd wordt door UCB. De uitkering op pensioengerechtigde leeftijd is gelijk aan de kapitalisatie tegen een gewaarborgd rendementspercentage van de jaarlijkse bijdragen die de werkgever heeft betaald terwijl de begunstigde aangesloten was bij het plan. De bijdrage van UCB bedraagt 9,15% van het jaarlijks basissalaris en de beoogde bonus. UCB biedt ook een gewaarborgd jaarrendement van 2,5% verhoogd met de Belgische gezondheidsindex (met een minimum gedefinieerd door de Belgische wetgeving en een maximum van 6%).

De leden van het Uitvoerend comité zijn ook aangesloten bij het aanvullend vaste bijdrageplan voor het hoger management van UCB. De bijdragen tot dit plan zijn tweeledig:

  • een bijdrage van de onderneming die berust op de werkelijke bedrijfsresultaten zoals die door de Raad worden vastgelegd en;

  • een bijdrage van de onderneming ten belope van 10% van het basisjaarsalaris.

De CEO neemt deel aan dezelfde plannen als de andere leden van het Uitvoerend comité die in België gebaseerd zijn.

Verenigde Staten

Leden nemen deel aan het pensioenspaarplan van UCB. Dit plan bestaat uit een gekwalificeerd en een ongekwalificeerd deel. De totale bijdrage van UCB aan het plan varieert van 3,5% tot 9% van het basisjaarsalaris op basis van de leeftijd. Stortingen tot het maximaal door de "Internal Revenue Services" ("IRS") toegelaten bedrag worden gestort in het gekwalificeerd deel van het plan. Bijdragen boven het maximumbedrag bepaald door de IRS worden gestort in het ongekwalificeerd deel.

De leden van het Uitvoerend comité kunnen ook deelnemen aan een uitgestelde bezoldigingsregeling die volledig door de werknemers wordt gefinancierd. Deelnemers storten bijdragen op individuele basis en kunnen salaris en/of bonus uitstellen.

Duitsland

De leden van het Uitvoerend comité onder Duits contract worden gedekt door een gesloten vaste prestatieplan. In deze regeling worden uitkeringen toegezegd bij pensionering, arbeidsongeschiktheid en overlijden. De uitkeringen bij pensionering en arbeidsongeschiktheid bedragen 50% van het laatste basisjaarsalaris voorafgaand aan de pensionering of de arbeidsongeschiktheid.

ANDERE BEZOLDIGINGSCOMPONENTEN

Leden van het Uitvoerend comité nemen tevens deel aan een internationale ziekteverzekeringsplan en aan een levensverzekeringsplan bestemd voor het hoger management. De leden van het Uitvoerend comité genieten ook bepaalde voordelen zoals een bedrijfswagen en andere voordelen in natura. Al die elementen worden hierna beschreven onder "Bezoldiging van de CEO en van het Uitvoerend comité". Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend comité wordt uitvoerig toegelicht in het "Corporate Governance Charter" van UCB (zie punt 5.4) dat geraadpleegd kan worden op de website van UCB.

OPZEGGINGSREGELINGEN

Gelet op het internationaal karakter van ons Uitvoerend comité evenals de spreiding van onze uiteenlopende activiteiten over verschillende geografische gebieden, worden de arbeidsovereenkomsten van onze leden beheerst door verschillende rechtsstelsels.

Bovendien werden de contracten voor sommige leden van het Uitvoerend comité (Emmanuel Caeymaex, Fabrice Enderlin, Ismail Kola, Iris Löw-Friedrich en Detlef Thielgen) getekend voor de inwerkingtreding van de Belgische Wet op het deugdelijk bestuur van 6 april 2010 die het niveau van opzeggingsvergoedingen beperkt.

In de loop van 2014 werd een Belgisch dienstenovereenkomst opgemaakt voor Jean-Christophe Tellier met een opzeggingsregeling die vergelijkbaar is met de regeling die in voege was onder zijn vroeger Amerikaans arbeidscontract, zijnde een forfaitair bedrag overeenstemmend met 18 maanden basissalaris verhoogd met de werkelijk gemiddeld bonus die hij ontvangen heeft tijdens de 3 voorgaande jaren indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst of in geval van wijziging in controle van UCB.

Ismail Kola heeft een Belgische arbeidsovereenkomst en heeft conform een beding in die overeenkomst recht op een vertrekpremie van 18 maanden basissalaris en bonus indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst. Ingeval van een wijziging in de controle van UCB, zou deze uitkering overeenstemmen met 24 maanden basissalaris plus bonus.

Fabrice Enderlin, Detlef Thielgen en Emmanuel Caeymaex hebben geen specifieke opzeggingsregeling in hun Belgisch contract. In geval van onvrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zullen de lokale arbeidswetgeving en gebruiken van toepassing zijn.

Bharat Tewarie en Pascale Richetta hebben een Belgische arbeidsovereenkomst en ze hebben ieder conform een beding in die overeenkomst recht op een vertrekpremie van 12 maanden basissalaris en bonus indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst of in geval van wijziging in controle van UCB.

Iris Löw-Friedrich heeft een Duitse arbeidsovereenkomst waarin een opzeggingstermijn is bedongen van ten minste zes maanden en een ontslagvergoeding van één jaar basissalaris plus bonus.

Mark McDade heeft beslist UCB te verlaten omwille van pensionering eind 2016. Zijn arbeidsovereenkomst bevatte een clausule die voorzag in een opzeggingsvergoeding van 18 maanden basissalaris en bonus in geval van onvrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door het bedrijf of in geval van wijziging in de controle.

Anna Richo heeft een Amerikaanse arbeidsovereenkomst waarin een clausule is opgenomen die voorziet in een ontslaguitkering gelijk aan 18 maanden basissalaris plus bonus bij gedwongen ontslag door de onderneming of als gevolg van een wijziging in de controle van UCB.

Jeff Wren die een Amerikaanse arbeidsovereenkomst heeft, heeft een beding in die overeenkomst die hem recht geeft op een vertrekpremie van 12 maanden basissalaris indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst.

1.4.4 | BEZOLDIGINGSBELEID VANAF 2017

Het GNCC volgt nog steeds nauwgezet het Hoger Management Bezoldigingsbeleid op. De globale competitiviteit van de variabele bezoldiging zal geanalyseerd worden maar momenteel zijn er geen wijzigingen gepland in 2017.

1.4.5 | BEZOLDIGING VAN DE CEO EN VAN HET UITVOEREND COMITÉ

De bezoldiging van de CEO is, zoals hierboven vermeld, samengesteld uit zijn basissalaris, korte- en langetermijnincentives, evenals andere vergoedingen en voordelen. Hij heeft tevens ook recht op de bestuurdersbezoldigingen als lid van de Raad van bestuur van UCB NV. De bezoldigingen rechtstreeks of onrechtstreeks aan de CEO toegekend door UCB of enige andere vennootschap van de groep in 2016, bedraagt:

  • Basissalaris: € 987 000;

  • Korte-termijnincentive (bonus) betaald in 2017 en verbonden aan het boekjaar 2016: € 1 226 409;

  • Lange-termijnincentives (aantal UCB aandelen en opties): zie hieronder;

  • Andere componenten van de bezoldiging, zoals de pensioenbijdragen, de verzekeringsdekking en monetaire waarde van andere voordelen: € 525 561, waarvan € 330 768 het bedrag is van de pensioenbijdrage (op grond van "service kost").

De totale bezoldiging van de CEO (basissalaris + bonus + LTI) voor 2016 bedraagt € 3 729 542 (met uitsluiting van de bijdragen tot het pensioenplan en andere voordelen).

ANDERE LEDEN VAN HET UITVOEREND COMITÉ

Hieronder vindt u de bezoldigingen die de leden van het Uitvoerend comité verdiend hebben in 2016 op grond van de periode die effectief gepresteerd werd als lid van het Uitvoerend comité (zie hierboven sectie "Samenstelling van het Uitvoerend comité").

De bezoldiging en andere voordelen direct en indirect toegekend op een globale basis door de vennootschap of door enige dochtervennootschap van de groep aan alle andere leden van het Uitvoerend comité in 2016 bedraagt:

  • Basissalarissen (verdiend in 2016): € 5 692 899;

  • Korte-termijnincentive (bonus), betaald in 2017 en betreffende het boekjaar 2016: € 3 966 668;

  • Lange-termijnincentive (aantal UCB aandelen en opties): zie hieronder;

  • Andere componenten van de bezoldiging, zoals de pensioenbijdragen, de verzekeringsdekking en monetaire waarde van andere voordelen: € 3 965 016, waarvan € 3 011 705 het bedrag is van de pensioenbijdrage (op grond van "service kost").

De totale bezoldiging van het Uitvoerend comité (basissalaris + bonus + LTI) bedraagt in 2016: € 17 714 097 (met uitsluiting van de pensioenbijdragen en andere voordelen).

AANDELEN
OPTIES1
BINOMIALE
WAARDE
AANDELEN
OPTIES2
GRATIS
AANDELEN3
BINOMIALE
WAARDE
GRATIS
AANDELEN4
PRESTATIE
AANDELEN5
BINOMIALE
WAARDE
PRESTATIE
AANDELEN6
TOTALE
BINOMIALE
WAARDE LTI7
Jean-Christophe Tellier 38 792 458 134 9 488 529 146 19 660 528 854 1 516 133
Emmanuel Caeymaex 9 904 116 966 2 423 135 131 5 020 135 038 387 135
Fabrice Enderlin 13 259 156 589 3 243 180 862 6 720 180 768 518 219
Ismail Kola(8) 15 039 177 611 13 678 762 822 7 622 205 032 1 145 464
Iris Löw-Friedrich(9) 14 401 170 076 8 522 475 272 7 298 196 316 841 664
Mark McDade 16 507 194 948 4 038 225 199 8 366 225 045 645 192
Pascale Richetta(10) 10 219 120 686 32 499 1 812 469 5 179 139 315 2 072 471
Anna Richo(12) 16 656 196 707 4 074 227 207 8 442 227 090 651 004
Bharat Tewarie 9 511 112 325 2 326 129 721 4 820 129 658 371 704
Detlef Thielgen(11) 15 092 178 237 11 191 624 122 7 649 205 758 1 008 117
Jeff Wren(13) 10 581 124 962 2 588 144 333 5 363 144 265 413 559

IN 2016 TOEGEKENDE LANGE-TERMIJNINCENTIVES (LTI'S)

1 Aantal rechten om één UCB-aandeel te kopen tegen een prijs van € 67,24 tussen 1 januari 2020 en 31 maart 2026 (tussen 1 april 2019 en 31 maart 2026 voor Iris Löw-Friedrich, Anna Richo en Jeff Wren)

2 De aandelenopties toegekend in 2016 hebben een waarde van € 11,81 zoals berekend overeenkomstig de binomiale methode (zoals gedefinieerd door Willis Towers Watson). 3 Aantal UCB-aandelen (of fictieve aandelen) dat gratis geleverd wordt na een wachttijd van drie jaar voorzover de begunstigde nog in dienst is bij UCB

4 De gratis aandelen toegekend in 2016 hebben een waarde van € 55,77 zoals berekend overeenkomstig de binomiale methode (zoals gedefinieerd door Willis Towers Watson). 5 Aantal UCB aandelen (of fictieve aandelen) dat gratis geleverd wordt na een wachttijd van drie jaar voorzover de deelnemer nog in dienst is bij UCB en mits de

prestatievoorwaarden voldaan werden

6 De prestatieaandelen toegekend in 2016 hebben een waarde van € 26,90 zoals berekend overeenkomstig de binomiale methode (zoals gedefinieerd door Willis Towers Watson) 7 Binomiale waarde: een objectieve techniek om lange-termijnincentives te waarderen waarbij een eerlijke waarde van de prijs van het aandeel wordt bepaald over de looptijd van een lange-termijnincentive

8 Ismail Kola kreeg 10 000 fictieve UCB aandelen toegewezen op 1 april 2016 bovenop de normale toekenning van 1 april 2016.

9 Iris Löw-Friedrich kreeg een bijzondere erkenning toekenning van 5 000 UCB aandelen op 1 april 2016 bovenop de normale toekenning van 1 april 2016.

10 Pascale Richetta kreeg een toekenning van 30 000 UCB aandelen ten hoofde van indiensttredingspremie.

11 Detlef Thielgen kreeg een bijzondere erkenning toekenning van 7 500 UCB aandelen op 1 april 2016 bovenop de normale toekenning van 1 april 2016.

12 In het kader van het VS Aandelenaankoopplan, heeft Anna Richo in de loop van 2016 UCB aandelen gekocht, waarvan 15% (hetzij een bedrag van € 3 073) werd gefinancierd door UCB.

13 In het kader van het VS Aandelenaankoopplan, heeft Jeff Wren in de loop van 2016 UCB aandelen gekocht, waarvan 15% (hetzij een bedrag van € 3 139) werd gefinancierd door UCB.

IN 2016 VERWORVEN LANGE-TERMIJNINCENTIVES

Hieronder bevindt zich een tabel met de lange-termijnincentives toegekend tijdens de voorbije jaren aan de leden van het Uitvoerend comité (opgenomen in de vorige jaarverslagen) en die verworven werden tijdens het kalenderjaar 2016 (niet te vermeerderen met de hoger vermelde tabel die lange-termijnincentive toekenningen van 2016 weergeeft).

AANDELENOPTIES TOEKENNING VAN
GRATIS AANDELEN
PRESTATIEAANDELEN
AANTAL
DEFINITIEF VER
WORVEN (NIET
UITGEOEFEND)1-2
AANTAL UIT
GEOEFEND3
AANTAL
DEFINITIEF
VERWORVEN
TOTALE
WAARDE BIJ
DEFINITIEVE
VERWERVING4
TOTAAL
AANTAL
VERWORVEN
AANDELEN
AANDELEN
VERWORVEN (% VAN
DE TOEGEKENDE
AANDELEN)5
TOTALE WAARDE
BIJ DEFINITIEVE
VERWERVING
Jean-Christophe Tellier 11 272 2 772 185 946 5 602 85% 319 415
Emmanuel Caeymaex 4 500 4 600 1 477 99 077 2 985 85% 170 199
Fabrice Enderlin 15 000 2 993 200 770 6 049 85% 344 902
Ismail Kola 15 000 3 000 14 564 976 953 9 224 85% 525 934
Iris Löw-Friedrich 13 397 3 295 221 029 6 658 85% 379 626
Mark McDade(6) 15 214 75 214 13 121 826 222 26 777 85% 1 609 630
Pascale Richetta 85%
Anna Richo 19 476 4 790 321 313 9 680 85% 551 934
Bharat Tewarie(7) 4 000 277 880
Detlef Thielgen 15 000 15 000 3 665 245 848 7 407 85% 422 332
Jeff Wren(8) 12 078 12 970 1 003 128 6 003 85% 342 279

1 Pascale Richetta en Bharat Tewarie zijn voor UCB beginnen werken na de 2012 LTI toekenning.

2 De aandelenopties toegekend aan Iris Löw-Friedrich op 1 april 2013 zijn uitoefenbaar sinds 1 april 2016 en hebben een uitoefenprijs van € 49,80. De stock appreciation rights toegekend aan Anna Richo, Mark McDade, Jeff Wren en Jean-Christophe Tellier op 1 april 2013 werden uitoefenbaar op 1 april 2016 en hebben een uitoefenprijs van € 49,80. De aandelenopties toegekend aan Detlef Thielgen, Ismail Kola, Emmanuel Caeymaex en Fabrice Enderlin op 1 april 2012 werden uitoefenbaar op 1 januari 2016 en hebben een uitoefenprijs van € 32,36.

3 Emmanuel Caeymaex heeft aandelenopties uitgeoefend die hem werden toegekend op 1 april 2011 (uitoefenprijs van € 26,72) en op 1 april 2012 (uitoefenprijs van € 32,36). Detlef Thielgen heeft aandelenopties uitgeoefend die hem werden toegekend op 1 april 2007 met een uitoefenprijs van € 43,57. Ismail Kola heeft aandelenopties uitgeoefend die hem werden toegekend op 1 april 2010 (met een uitoefenprijs van € 31,62). Mark McDade heeft aandelenopties uitgeoefend die hem werden toegekend op 1 april 2008 (uitoefenprijs van € 22,01), 1 april 2009 (uitoefenprijs van € 22,19), 1 april 2010 (uitoefenprijs van € 31,62), 1 april 2011 (uitoefenprijs van € 26,80), 1 april 2012 (uitoefenprijs van € 32,36) en op 1 april 2013 (uitoefenprijs van € 49,80),

4 Bij de definitieve verwerving van 1 april 2016 had het UCB-aandeel een waarde van € 67,08, zijnde de marktwaarde van het aandeel dat geleverd werd op de datum van definitieve verwerving, en overeenstemmende met het gemiddelde van de laagste en hoogste prijs van het UCB-aandeel op die datum.

5 De Prestatieaandelen toegekend in 2013 werden uitbetaald aan 85% op grond van de resultaten bereikt in 2015 ten opzichte van de prestatievoorwaarden bepaald bij toekenning. 6 Mark McDade heeft UCB verlaten omwille van pensionering einde 2016. In overeenstemming met het Gratis Aandelen Plan en met het Aandelenprestatieplan zijn alle gratis aandelen die hem werden toegekend en die nog niet definitief verworven waren, geleverd op zijn laatste werkdag bij UCB. 28 596 gratis aandelen werden hem geleverd met een waarde van € 61,33, zijnde de marktwaarde van het aandeel die geleverd werden op de datum van definitieve verwerving, en overeenstemmende met het gemiddelde van de laagste en hoogste prijs van het UCB-aandeel op die datum.

7 Bharat Tewarie kreeg een toekenning van 4 000 UCB aandelen ten hoofde van indiensttredingspremie. Deze gratis aandelen werden definitief verworven op 16 maart 2016 tegen een waarde van € 69,47, zijnde de marktwaarde van het aandeel dat geleverd werd op de datum van definitieve verwerving, overeenstemmend met het gemiddelde van de laagste en hoogste prijs van het UCB aandeel op die datum.

8 Jeff Wren kreeg een bijzondere erkenning toekenning van 10 000 gratis aandelen op 1 februari 2013. Deze gratis aandelen werden verworven op 1 februari 2016 tegen een waarde van € 80,39, zijnde de marktwaarde van het aandeel dat geleverd werd op de datum van definitieve verwerving, overeenstemmend met het gemiddelde van de laagste en hoogste prijs van het UCB aandeel op die datum.

LANGE-TERMIJNINCENTIVES (LTI'S) TOEKENNINGEN IN 2017

Het beleid van UCB bestaat erin om een aantal lange-termijn incentives toe te kennen op grond van de individuele prestaties tijdens het prestatiejaar alsook om rekening te houden met de individuele impact op waardecreatie op lange termijn. De toekenning gebeurt op 1 april volgend op de afsluiting van het prestatiejaar. De grootte van de toekenning is gebaseerd op de waardering en de aandelenkoers zoals gedefinieerd in de policy. De feitelijke grootte van de toekenning is slechts geweten op 1 april, gebaseerd op de prijs van het aandeel op die dag. Hieronder kan je het aantal opties en aandelen vinden die toegekend worden op 1 april 2017. De resulterende waarde zal in het jaarverslag 2017 gepubliceerd worden.

AANDELENOPTIES 2017 GRATIS AANDELEN 2017 PRESTATIEAANDELEN 2017
Jean-Christophe Tellier 39 273 10 804 22 355
Emmanuel Caeymaex 10 822 2 977 6 160
Fabrice Enderlin 0 0 0
Ismail Kola 14 203 13 907 8 085
Iris Löw-Friedrich 12 554 3 453 7 146
Pascale Richetta 12 180 3 351 6 933
Anna Richo 17 823 4 902 10 144
Bharat Tewarie 9 989 2 748 5 686
Detlef Thielgen 14 252 3 921 8 113
Charl Van Zyl 10 270 2 825 5 846
Jeff Wren 11 469 3 155 6 528

1.5 | BELANGRIJKSTE KENMERKEN VAN DE INTERNE CONTROLE EN RISICOBEHEERSSYSTEMEN VAN UCB

1.5.1 | INTERNE CONTROLE

De Raad is het bestuursorgaan van UCB en leidt UCB als een ondernemer, en is verantwoordelijk voor het goedkeuren van de strategie en doelstellingen van de vennootschap. Dit omvat de ontwikkeling, implementatie en handhaving van een voorzichtig en effectief systeem van interne controles, zoals hieronder verder beschreven, maar ook risicobeheer processen zoals verder beschreven in 1.5.2 hieronder.

Het auditcomité staat de Raad bij in zijn opdracht van toezicht op de interne controle en risicobeheer processen opgesteld door het management van UCB en de UCB Groep in zijn geheel, op de doeltreffendheid van de algemene interne controleprocessen van UCB, het globale proces van financiële verslaggeving, de commissaris en de Globale Interne Audit afdeling en de doeltreffendheid daarvan.

Het management van UCB staat in voor de ontwikkeling en handhaving van passende interne controles om redelijke zekerheid te bieden betreffende de verwezenlijking van de doelstellingen inzake de betrouwbaarheid van de financiële informatie, de naleving van toepasselijke wet- en regelgeving en de uitvoering van interne controleprocessen binnen UCB (controleomgeving, risico/controle systeem en toezicht), en dit op de meest doeltreffende manier. Op het interne controles proces wordt wereldwijd toegezien door de Interne Audit afdeling op geautomatiseerde wijze voor toegang tot systemen en splitsing van taken, het uitvoeren van testen op zelfcontrole beoordelingen, en het toezien op permanente controles. Er werden informatiesystemen ontwikkeld om de lange-termijndoelstellingen van UCB te ondersteunen. Deze worden beheerd door een professioneel informatie management personeelsteam.

Als een belangrijk onderdeel van het interne controlesysteem van het management, herbekijkt UCB jaarlijks zijn zakenplan en bereidt een gedetailleerd jaarlijks budget voor elk boekjaar voor, dat wordt beoordeeld en goedgekeurd door de Raad. Een management rapporteringssysteem werd opgezet, dat de bedrijfsleiding zicht geeft op financiële en operationele prestatieindicatoren. Maandelijks worden interne financiële verslagen voorbereid om elk belangrijk onderdeel van de activiteiten te dekken. Afwijkingen ten opzichte van het plan of van vroegere verwachtingen worden geanalyseerd, verklaard en er wordt tijdig op gereageerd. Naast de regelmatige beraadslagingen van de Raad, komt ook het Uitvoerend comité minstens maandelijks samen om de prestaties te bespreken waarbij, indien nodig, over specifieke projecten wordt overlegd.

De Globale Interne Audit afdeling functie verleent, op een onafhankelijke en objectieve manier, diensten die tot doel hebben de interne controleomgeving en activiteiten van UCB te evalueren en te verbeteren en hun toegevoegde waarde te vergroten, door middel

van een systematische en gedisciplineerde benadering van de evaluatie en aanbevelingen tot verbetering van de processen van UCB inzake bestuur, compliance, interne controle en risicobeheer.

De Globale Interne Audit afdeling implementeert een Audit Plan bestaande uit financiële, compliance en operationele audits en beoordelingen. Dit Plan werd beoordeeld en goedgekeurd door het auditcomité en omvat de relevante bedrijfsactiviteiten van UCB. Het programma omvat onafhankelijke beoordelingen van de interne controleen risicobeheerssystemen. De bevindingen en de status van de gerelateerde corrigerende maatregelen worden regelmatig schriftelijk aan het Uitvoerend comité gemeld, en er wordt minstens wee keer per jaar schriftelijk aan het auditcomité gerapporteerd over de status van de voltooiing van het auditplan alsook over een samenvatting van de bevindingen en corrigerende maatregelen.

UCB nam formele procedures aan voor de interne controle aangaande financiële rapportering, waarnaar wordt gerefereerd als de Transparantie Richtlijn Procedure. Deze procedure is erop gericht het risico van selectieve openbaarmaking te beperken; draagt ertoe bij dat de bekendmaking door UCB van alle belangrijke informatie aan haar beleggers, schuldeisers en toezichthouders precies, volledig en tijdig gebeurd en de toestand van UCB correct weergeeft; en draagt ertoe bij adequate openbaarmaking te garanderen van belangrijke financiële en niet-financiële informatie en belangrijke gebeurtenissen, transacties en risico's.

Het proces bestaat uit een aantal onderdelen. Bepaalde personen op sleutelposities in het interne controleproces, waaronder alle leden van het Uitvoerend comité, dienen schriftelijk te verklaren dat ze de vereisten van UCB inzake financiële rapportering begrijpen en hebben nageleefd, inclusief het verschaffen van redelijke zekerheid betreffende de efficiëntie en effectiviteit van de activiteiten, de betrouwbaarheid van financiële informatie en naleving van de wet- en regelgeving. Om te verzekeren dat zij de uitgebreide waaier aan potentiële problemen kunnen inschatten, wordt hen een gedetailleerde checklist bezorgd om in te vullen, die hen kan helpen bij hun verklaring. Verder wordt een gedetailleerde, wereldwijde beoordeling uitgevoerd van de verkoop, kredieten, vorderingen, voorraden, overlopende rekeningen, voorzieningen, reserves en betalingen. De financiële directeurs/ vertegenwoordigers van alle individuele entiteiten dienen daarnaast schriftelijk te bevestigen dat hun financiële rapportering in deze domeinen op betrouwbare gegevens is gesteund en dat hun resultaten correct zijn weergegeven overeenkomstig de geldende vereisten.

Deze procedures worden gecoördineerd door de Globale Interne Audit afdeling vóór de vrijgave van de halfjaar- en jaarresultaten. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met het Chief Accounting Office alsook met de financiële en juridische afdeling en de commissaris. Gepaste opvolging wordt gegeven aan elk potentieel probleem en eventuele wijzigingen aan de gerapporteerde financiële informatie of openbaarmakingen worden geëvalueerd.

De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met de CEO en CFO, en nadien met het auditcomité, voorafgaand aan de bekendmaking van de rekeningen.

1.5.2 | RISICOBEHEER

Een globaal risicobeheerbeleid, van toepassing op de hele UCB Groep en zijn dochtervennootschappen wereldwijd, beschrijft het engagement van UCB om doorheen de UCB Groep een doeltreffend risicobeheerssysteem te hebben met het oog op de maximale beperking van de blootstelling aan risico's die de bedrijfsdoelstellingen van UCB kunnen bedreigen.

De Raad keurt de strategie en de doelstellingen van de UCB Groep goed en ziet toe op de ontwikkeling, de implementatie en de uitvoering van het risicobeheerssysteem van de UCB Groep en de controle erop.

De Raad wordt in zijn opdracht van risicobeoordeling en risicobeheer bijgestaan door het auditcomité. Het auditcomité onderzoekt op regelmatige basis de gebieden waar risico's een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie en reputatie van de UCB Groep. Het auditcomité controleert het algemene risicobeheerssysteem van UCB.

De "Risk2Value Table" is samengesteld uit leden van het senior management van alle bedrijfsfuncties, en rapporteert aan het Uitvoerend comité. Het levert strategisch leiderschap ter ondersteuning van het proces van de evaluatie van risico's op bedrijfsniveau en het proces voor vaststellen van prioriteiten. Dat proces stuurt het opstellen van plannen tot matiging van de risico's in alle geledingen van UCB, en wordt ondersteund door een bedrijfsrisicobeheerssysteem dat de reële of potentiële risico's of blootstelling daaraan op doeltreffende wijze beoordeelt, rapporteert en beheert. De belangrijkste risico's binnen de organisatie worden opgevolgd door een lid van het Uitvoerend comité, om te zorgen voor de nodige toerekenbaarheid en prioriteit.

De "Head of Entreprise Risk Management" bezorgt regelmatige status updates rechtstreeks aan het Uitvoerend comité, en op regelmatige basis eveneens aan het auditcomité en de Raad. Het Uitvoerend comité is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de strategie en doelstellingen inzake risicobeheer, terwijl de Globale Interne Audit afdeling belast is met de onafhankelijke en regelmatige controle en goedkeuring van het risicobeheerproces binnen UCB en, in overleg met de Business afdelingen, met het nemen van maatregelen om de geëvalueerde risico's te matigen en te controleren.

1.6 | PERSOONLIJKE BELEGGINGSTRANSACTIES EN VERHANDELING VAN UCB-AANDELEN

De Raad heeft een "Dealing Code" aangenomen om handel met voorkennis en marktmisbruik te voorkomen, in het bijzonder tijdens de periodes voorafgaand aan de publicatie van resultaten of informatie die de prijs van UCB effecten zou kunnen beïnvloeden, of, in voorkomend geval, de prijs van effecten uitgegeven door een derde partij-vennootschap.

In 2016 werd een nieuwe "Dealing Code" goedgekeurd door de Raad, om de regels van de nieuwe EU Verordening Nr.596/2014 over Marktmisbruik, Richtlijn 2014/57/EU over strafsancties voor marktmisbruik en de Belgische Wet van 2 augustus 2002 over het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, zoals gewijzigd door de Wet van 27 juni 2016, die van kracht werd op 3 juli 2016.

De "Dealing Code" omvat regels voor bestuurders, het uitvoerend management en werknemers op sleutelposities, die verbieden om UCB aandelen of andere financiële instrumenten verbonden met het UCB aandeel te verhandelen tijdens een bepaalde periode vóór de bekendmaking van haar financiële resultaten (zogenaamde "gesloten periodes"). Verder verbiedt deze de verhandeling van UCB aandelen of andere gerelateerde effecten aan personen die voorkennis bezitten of weldra zouden kunnen bezitten.

De Raad heeft Anna Richo (Executive Vice President & General Counsel) en Xavier Michel (Vice President & Secretaris-Generaal) aangeduid als Insider Trading Compliance Officers. Zij zijn elk individueel bevoegd. Hun taken en verantwoordelijkheden worden bepaald in de "Dealing Code".

In overeenstemming met de "Dealing Code" heeft de vennootschap de lijst vastgelegd van personen met leidinggevende verantwoordelijkheid (bestuurders en leden van het Uitvoerend comité) en de lijst van personen op sleutelposities, die de Insider Trading Compliance Officers vooraf moeten informeren en goedkeuring moeten krijgen voor de transacties in UCB aandelen en verbonden effecten die ze willen uitvoeren voor eigen rekening. Transacties in effecten van de vennootschap door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid of door personen nauw met hen verbonden, moeten ook gemeld worden aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA), de Belgische toezichthouder op de markten. De procedure voor dergelijke rapportering en de plichten eraan verbonden zijn ook opgenomen in de "Dealing Code".

De "Dealing Code" is beschikbaar op de UCB website: www.ucb.com/investors/UCB-Governance.

1.7 | EXTERNE AUDIT

De algemene vergadering van 30 april 2015 heeft het mandaat van PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren (hierna "PwC") als commissaris van UCB hernieuwd voor de wettelijke periode van drie (3) jaar. De vaste vertegenwoordiger aangeduid door PwC voor UCB in België is SC SPRL Romain Seffer, vertegenwoordigd door Dhr. Romain Seffer, bedrijfsrevisor.

PwC werd benoemd tot commissaris in de dochtervennootschappen van de UCB Groep wereldwijd.

In 2016 betaalde UCB de volgende vergoedingen aan zijn commissaris:

2016 – Actueel CONTROLE VAN DE
(GECONSOLIDEERDE)
JAARREKENING (€)
ANDERE
CONTROLE
OPDRACHTEN (€)
BELASTINGADVIES
OPDRACHTEN (€)
ANDERE
OPDRACHTEN BUITEN
DE CONTROLE VAN DE
(GECONSOLIDEERDE)
JAARREKENING (€)
TOTAAL
PwC Belgium
(Commissaris)
665 842 106 200 0 307 734 1 079 776
PwC andere verbonden
netwerken
1 473 984 135 066 65 859 255 525 1 930 434
Totaal 2 139 826 241 266 65 859 563 259 3 010 210

1.8 | INLICHTINGEN VEREIST OP GROND VAN ARTIKEL 34 VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 14 NOVEMBER 2007

De volgende elementen kunnen een invloed hebben in het geval van een openbaar overnamebod:

1.8.1 | KAPITAALSTRUCTUUR VAN UCB, MET VERMELDING VAN DE VERSCHILLENDE SOORTEN AANDELEN EN, VOOR ELKE SOORT AANDELEN, VAN DE RECHTEN EN PLICHTEN DIE ERAAN VERBONDEN ZIJN EN HET PERCENTAGE VAN HET GEPLAATSTE KAPITAAL DAT ERDOOR WORDT VERTEGENWOORDIGD OP ZATERDAG 31 DECEMBER 2016

Sinds 13 maart 2014 bedraagt het kapitaal van UCB € 583 516 974, vertegenwoordigd door 194 505 658 volledig volgestorte aandelen zonder nominale waarde. Aan alle UCB aandelen zijn dezelfde rechten verbonden. Er zijn geen verschillende soorten van UCB aandelen (zie deel 1.1.2).

1.8.2 | WETTELIJKE OF STATUTAIRE BEPERKINGEN OP DE OVERDRACHT VAN EFFECTEN

Beperkingen op de overdracht van effecten zijn enkel van toepassing op niet volledig volgestorte aandelen, overeenkomstig artikel 11 van de statuten van UCB (hierna de "Statuten"), dat bepaalt als volgt:

("…)

b) Elke eigenaar van niet volledig volgestorte aandelen die de algeheelheid of een deel van zijn effekten wenst af te staan zal zijn voornemen bij een ter post aangetekende brief aan de Raad van bestuur betekenen, waarbij hij de naam van de kandidaat overnemer, het aantal te koop gestelde effekten, de prijs en de voorwaarden van de geplande afstand aangeeft.

De Raad van bestuur zal, op dezelfde wijze, zich tegen deze afstand kunnen verzetten binnen de maand van deze betekening door een andere kandidaat koper aan de kandidaat verkoper voor te stellen. De door de raad voorgestelde kandidaat zal over een recht van voorkoop beschikken op de te koop gestelde effekten tenzij de kandidaat verkoper, binnen de vijftien dagen, verkiest aan de afstand te verzaken.

Het recht van voorkoop zal worden uitgeoefend tegen een eenheidsprijs gelijk aan de laagste van de twee zoals hierna bepaalde bedragen:

  • > de gemiddelde sluitingskoers van het gewoon UCB aandeel op de "continumarkt" op Euronext Brussels van de dertig open beursdagen die de betekening waarvan sprake in voorgaande alinea voorafgaan, verminderd met het nog te volstorten bedrag;
  • > de eenheidsprijs aangeboden door de kandidaatovernemer.

Voormelde bekendmaking door de Raad van bestuur zal gelden als betekening van de uitoefening van het recht van voorkoop, in naam en voor rekening van de door de raad voorgestelde kandidaat koper. De prijs zal betaalbaar zijn binnen de maand van deze betekening, onverminderd de door de kandidaat overnemer gunstigere aangeboden voorwaarden.

c) Bij gebrek voor de raad zich binnen de maand van de betekening, waarvan sprake in de eerste alinea sub b), uit te spreken, zal de afstand in voordeel van de kandidaat overnemer kunnen plaatsvinden, aan voorwaarden die minstens gelijk zijn aan deze bepaald in gezegde betekening.

(…")

Vandaag de dag is het kapitaal van UCB volledig volgestort.

1.8.3 | HOUDERS VAN EFFECTEN WAARAAN BIJZONDERE ZEGGENSCHAPSRECHTEN ZIJN VERBONDEN, EN EEN BESCHRIJVING VAN DEZE RECHTEN

Er zijn geen dergelijke effecten.

1.8.4 | MECHANISME VOOR DE CONTROLE VAN ENIG AANDELENPLAN VOOR WERK-NEMERS WANNEER DE ZEGGENSCHAPS-RECHTEN NIET RECHTSTREEKS DOOR DE WERKNEMERS WORDEN UITGEOEFEND

Er is geen dergelijk systeem.

1.8.5 | WETTELIJKE OF STATUTAIRE BEPERKINGEN VAN DE UITOEFENING VAN HET STEMRECHT

De bestaande UCB-aandelen verlenen de houders ervan stemrecht op de algemene vergadering.

Overeenkomstig artikel 38 van de statuten, zijn de volgende beperkingen van toepassing:

"Ieder aandeel geeft recht op één stem.

Elke natuurlijke of rechtspersoon die, onder bezwarende titel, stemverlenende effecten, die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen, zou verwerven of erop inschrijven, zal binnen de wettelijke termijnen het aantal verworven of ingeschreven effecten moeten aangeven alsmede het volledig aantal effecten die hij reeds bezit, wanneer dit totaal aantal drie percent van de totale stemrechten die, voor elke eventuele herleiding, op een algemene vergadering kunnen worden uitgeoefend, overschrijdt. Hetzelfde zal gelden telkens de persoon die gehouden is tot voormelde oorspronkelijke kennisgeving, zijn stemkracht zal verhogen tot 5%, 7,5%, 10% en vervolgens tot iedere veelvoud van 5% van het totaal aantal stemrechten zoals hierboven gedefinieerd of wanneer, als gevolg van een overdracht van effecten, zijn stemkracht onder één van de hiervoor bedoelde drempels zakt. Dezelfde kennisgevingverplichtingen zijn van toepassing op effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten indien zij de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst (dit wil zeggen een overeenkomst die krachtens het toepasselijke recht bindend is), reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven. Opdat de kennisgevingverplichtingen toepassing zouden vinden, moet de houder, al dan niet op termijn, hetzij het onvoorwaardelijke recht hebben om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven hetzij naar eigen goeddunken gebruik kunnen maken van zijn recht om dergelijke stemrechtverlenende effecten al dan niet te verwerven. Indien het recht van de houder om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven enkel afhangt van een gebeurtenis die de houder vermag te doen plaatshebben of te verhinderen wordt dit recht als onvoorwaardelijk beschouwd. Deze verklaringen zullen gebeuren in de gevallen en overeenkomstig de modaliteiten voorzien in de geldende wetgeving betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn

toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Het niet eerbiedigen van huidige statutaire bepaling zal kunnen worden bestraft overeenkomstig artikel 516 van het Wetboek van vennootschappen. Niemand kan op de algemene vergadering aan de stemming deelnemen voor meer stemrechten dan degene verbonden aan aandelen waarvan hij, overeenkomstig voorgaande alinea, het bezit ter kennis heeft gegeven, minstens twintig dagen voor de datum van de vergadering."

De stemrechten verbonden aan de UCB aandelen aangehouden door UCB of haar directe of indirecte dochtervennootschappen zijn van rechtswege geschorst.

1.8.6 | AANDEELHOUDERSOVEREENKOMSTEN DIE BEKEND ZIJN BIJ UCB EN AANLEIDING KUNNEN GEVEN TOT BEPERKING VAN DE OVERDRACHT VAN EFFECTEN EN/OF VAN DE UITOEFENING VAN STEMRECHTEN

Met uitzondering van de onderling overleg overeenkomst tussen Tubize en Schwarz, zoals hierboven vermeld, heeft UCB geen weet van overeenkomsten die aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en/of van de uitoefening van het stemrecht.

1.8.7A | REGELS VOOR DE BENOEMING EN VERVANGING VAN LEDEN VAN DE RAAD

De Statuten bepalen:

"De vennootschap wordt bestuurd door een Raad van bestuur bestaande uit ten minste drie leden, al dan niet aandeelhouders, die voor vier jaar worden benoemd door de algemene vergadering, die ze te allen tijde kan ontslaan. De uittredende bestuurders zijn herkiesbaar. De opdracht der niet herkozen uittredende bestuurders eindigt onmiddellijk na de gewone algemene vergadering. De algemene vergadering bepaalt de vaste of veranderlijke vergoedingen van de bestuurders en het bedrag van hun zitpenningen, onder de algemene kosten te boeken." De algemene vergadering beslist bij gewone meerderheid over deze aangelegenheden. De regels betreffende de samenstelling van de Raad van bestuur worden uitvoerig beschreven in onderdeel 3.2 van het Corporate Governance Charter:

("…)

SAMENSTELLING VAN DE RAAD VAN BESTUUR

SAMENSTELLING

De Raad is van mening dat een aantal 10 tot 15 leden aangewezen is met het oog op een efficiënte besluitvorming enerzijds en de bijdrage van ervaring en kennis op verschillende gebieden anderzijds. Een dergelijk aantal maakt het ook mogelijk om de samenstelling van de Raad zonder grote mate van ontwrichting te wijzigen. Dat sluit in grote mate aan bij de wetgeving en bij de statuten van UCB, die bepalen dat de Raad uit minstens drie leden moet bestaan. De algemene vergadering beslist over het aantal bestuurders, op voorstel van de Raad.

Een grote meerderheid van de leden van de Raad zijn nietuitvoerende bestuurders.

De curricula vitæ van de bestuurders en van de kandidaatbestuurders kunnen worden geraadpleegd op de website van UCB (www.ucb.com). Deze curricula vitæ vermelden ook de bestuursmandaten die elk lid van de Raad in andere beursgenoteerde vennootschappen uitoefent.

BENOEMING VAN BESTUURDERS

De bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering, op voorstel van de Raad en op aanbeveling van het GNCC.

Wanneer de Raad kandidaten aan de algemene vergadering voorstelt, houdt hij in het bijzonder rekening met volgende criteria:

  • een grote meerderheid van de bestuurders zijn niet-uitvoerende bestuurders;

  • minstens drie niet-uitvoerende bestuurders voldoen aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door de wet en de Raad;

  • geen enkele individuele bestuurder of een groep van bestuurders kunnen de besluitvorming domineren;

  • de samenstelling van de Raad garandeert verscheidenheid en inbreng van ervaring, kennis en kunde die vereist is voor het succes van UCB als globale biofarmaceutische onderneming;

  • kandidaten zijn volledig beschikbaar om hun functies uit te oefenen en oefenen niet meer dan vijf bestuursmandaten uit in genoteerde vennootschappen. Het GNCC verzamelt informatie in, die de Raad in staat stelt om zich ervan te verzekeren dat de voornoemde criteria vervuld zijn op het ogenblik van de (her)benoemingen en tijdens de duur van het mandaat.

Voor elke nieuwe benoeming van een bestuurder voert het GNCC een beoordeling uit van reeds aanwezige en vereiste vaardigheden, en kennis en ervaring in de Raad. Het profiel van de ideale kandidaat wordt opgemaakt op basis van die beoordeling en aan de Raad voorgesteld voor bespreking en definitieve vaststelling.

Eens het profiel is vastgesteld, selecteert het GNCC kandidaten die voldoen aan het profiel, en dit in overleg met de leden van de Raad (inclusief de voorzitter van het Uitvoerend comité) en eventueel met behulp van een wervingsbureau.

Het GNCC doet de aanbeveling van de uiteindelijke kandidaat aan de Raad. De Raad beslist over de voorstellen die aan de aandeelhouders ter goedkeuring zullen worden voorgelegd.

Wat de benoeming van een vertegenwoordiger van de referentieaandeelhouder binnen de Raad betreft, zal de vicevoorzitter de kandidaat gekozen door de referentieaandeelhouder aan de Raad voorstellen na overleg met het GNCC en in dialoog met de overige leden van de Raad.

DUUR VAN DE MANDATEN EN LEEFTIJDSGRENS

Bestuurders worden door de algemene vergadering benoemd voor een termijn van vier jaar, en zij kunnen worden herbenoemd. Daarnaast werd een leeftijdsgrens van 70 jaar vastgelegd. Een bestuurder zal zijn/haar mandaat ter beschikking stellen op de dag van de algemene vergadering die volgt op zijn/haar 70e verjaardag. De Raad mag uitzonderingen voorstellen op deze regel.

PROCEDURE VOOR (HER)BENOEMING

De Raad stuurt het proces voor de (her)benoeming van bestuurders, en streeft naar een optimaal niveau van vaardigheden en ervaring binnen UCB en haar Raad.

De voorstellen voor benoeming, vernieuwing, ontslag of eventuele pensionering van een bestuurder worden onderzocht door de Raad, op basis van een aanbeveling door het GNCC. Het GNCC beoordeelt alle bestuurders die kandidaat zijn voor herbenoeming bij de volgende algemene vergadering voor wat betreft hun toewijding en doeltreffendheid, waarna aan de Raad een aanbeveling met betrekking tot hun herbenoeming wordt gedaan.

Speciale aandacht wordt gegeven aan de evaluatie van de Voorzitter van de Raad en de Voorzitters van de comités van de Raad.

De evaluatie wordt uitgevoerd door de voorzitter van de Raad en de voorzitter van het GNCC, die samenzitten met elke bestuurder in hun hoedanigheid van bestuurder en, in voorkomend geval, in hun hoedanigheid van voorzitter of lid van een comité van de Raad. Wat de voorzitter van de Raad betreft, wordt de evaluatie uitgevoerd door de voorzitter van het GNCC en een senior onafhankelijk bestuurder; wat de voorzitter van het GNCC betreft, wordt de evaluatie uitgevoerd door de voorzitter van de Raad en een senior onafhankelijk bestuurder. Deze sessies verlopen aan de hand van een vragenlijst en behandelen de rol van de bestuurder in het bestuur van UCB en de doeltreffendheid van de Raad, en hoe hij/zij zijn/haar toewijding, inbreng en constructieve deelname aan de beraadslaging en besluitvorming evalueren.

Het GNCC ontvangt feedback, dat op zijn beurt rapporteert aan de Raad en aanbevelingen maakt aangaande de voorgestelde herbenoemingen.

De Raad legt zijn voorstellen betreffende de (her)benoeming, ontslag of eventuele terugtreding van bestuurders voor aan de algemene vergadering. Die voorstellen worden meegedeeld aan de algemene vergadering als onderdeel van de agenda van de betreffende algemene vergadering.

De algemene vergadering beslist over deze voorstellen van de Raad bij gewone meerderheid.

Wanneer een plaats van bestuurder openvalt, heeft de Raad het recht om voorlopig in de vacature te voorzien. In dat geval zal de algemene vergadering in haar eerstvolgende bijeenkomst de definitieve benoeming doen.

De benoemingsvoorstellen vermelden of de kandidaat al of niet wordt voorgedragen als uitvoerend bestuurder, bepalen de voorgestelde duur van het mandaat (die, in overeenstemming met de statuten, niet meer dan vier jaar bedraagt) en delen mee waar alle nuttige inlichtingen over de beroepsbekwaamheden van de kandidaat alsook diens belangrijkste functies en bestuursmandaten kunnen worden bekomen of geraadpleegd.

De Raad deelt ook mee of de kandidaat al of niet voldoet aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden, in het bijzonder die bepaald in artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, zoals het feit dat een bestuurder, om in aanmerking te komen als onafhankelijk bestuurder, niet meer dan drie opeenvolgende mandaten mag hebben uitgeoefend (met een maximum van twaalf jaar). Indien de kandidaat aan de criteria beantwoordt, dan zal de aan de algemene vergadering worden voorgesteld om de onafhankelijkheid te erkennen. De voorstellen tot benoeming zijn beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com).

(…")

Het Charter bepaalt bijkomend dat een bestuurder als onafhankelijk kwalificeert als hij of zij geen zakelijke of andere relaties met de UCB groep heeft die zijn/ haar onafhankelijk oordeel zou kunnen in het gedrang brengen. Bij de beoordeling van dit criterium houdt de Raad rekening met een betekenisvolle status als afnemer, leverancier of aandeelhouder van de UCB groep op een individuele basis.

1.8.7B | REGELS VOOR DE WIJZIGING VAN DE STATUTEN VAN UCB

De regels met betrekking tot statutenwijzigingen worden bepaald door het Wetboek van vennootschappen.

De beslissing om de statuten te wijzigen, moet genomen worden door de algemene vergadering, in principe met een meerderheid van 75% van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat tenminste 50% van het maatschappelijk kapitaal tegenwoordig of vertegenwoordigd is op de vergadering.

Indien op de eerste buitengewone algemene vergadering het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, dan kan een tweede buitengewone algemene vergadering worden bijeengeroepen. Deze kan dan beslissen ongeacht het door de aanwezige aandeelhouders vertegenwoordigde deel van het kapitaal.

In uitzonderlijke omstandigheden (bijvoorbeeld wijziging van het doel van de vennootschap, wijziging van rechten verbonden aan effecten) kunnen bijkomende aanwezigheids- en stemquora vereisten van toepassing zijn.

1.8.8 | BEVOEGDHEDEN VAN DE RAAD, IN HET BIJZONDER WAT DE MOGELIJKHEID TOT UITGIFTE OF INKOOP VAN AANDELEN BETREFT

De bevoegdheden van de Raad zijn deze bepaald door het Wetboek van vennootschappen en door de statuten.

Het intern reglement van de Raad en de verantwoordelijkheden die de Raad aan zichzelf heeft voorbehouden, worden als volgt beschreven in het "Corporate Governance Charter":

("…)

De Raad is het bestuursorgaan van UCB.

De Raad heeft de bevoegdheid om beslissingen te nemen over alle aangelegenheden behoudens die waarvoor volgens de wet alleen de algemene vergadering bevoegd is. De Raad vormt een college.

De rol en verantwoordelijkheden en de werking van de Raad worden bepaald door de statuten van UCB en het intern reglement van de Raad en zijn comités, zoals beschreven in dit Charter.

Van de aangelegenheden waarover de Raad op grond van de wet kan beslissen, heeft de Raad kerngebieden voor zichzelf voorbehouden en ruime bevoegdheden aan een Uitvoerend comité gedelegeerd (zie punt 5).

De Raad koos ervoor om geen directiecomité in de zin van artikel 524bis van het Wetboek van vennootschappen op te richten, aangezien hij verkoos om noch de bevoegdheden die de wet hem toekende, noch de algemene vertegenwoordiging van UCB permanent te delegeren.

De rol van de Raad bestaat erin om UCB als een ondernemer te leiden binnen een kader van voorzichtige en doeltreffende controles die het mogelijk maken risico's te beoordelen en te beheren. De Raad bepaalt de strategische doelstellingen van UCB, ziet erop toe dat het nodige financieel en menselijk kapitaal voorhanden is opdat UCB deze doelstellingen kan verwezenlijken en beoordeelt de prestaties van het management. De Raad bepaalt de waarden en normen van UCB en zorgt ervoor dat haar verplichtingen ten opzichte van haar aandeelhouders en anderen worden begrepen en nagekomen. Hij neemt collegiale verantwoordelijkheid op voor een degelijke uitoefening van zijn taak en bevoegdheden.

De bevoegdheden die de Raad voor zichzelf heeft voorbehouden, betreffen hoofdzakelijk het volgende, en de Raad ontvangt dan ook alle nodige informatie in verband met elk van hen:

  • 1. Bepaling van de missie, waarden en strategie, risicotolerantie en voornaamste beleidslijnen van UCB;
  • 2. Monitoring van:
  • de prestaties van het management en de implementatie door het management van de strategie van UCB,

  • de doeltreffendheid van de comités van de Raad,

  • de prestaties van de commissaris;

  • 3. Benoeming of ontslag:
  • onder zijn leden, van de voorzitter van de Raad, na een raadpleging van alle leden van de Raad door de Voorzitter van het governance, benoemings- & remuneratiecomité ("GNCC"),

  • onder zijn leden, van de Voorzitters en leden van het auditcomité en van het GNCC, en van de leden van het wetenschappelijk comité,

  • van de Voorzitter van het Uitvoerend comité, op voorstel van het GNCC,

  • van leden van het Uitvoerend comité, op voorstel van het GNCC en op aanbeveling van de voorzitter van het Uitvoerend comité,

  • van personen in belangrijke externe organen of van personen buiten UCB die UCB vertegenwoordigen bij bepaalde dochtervennootschappen, op aanbeveling van de voorzitter van het Uitvoerend comité,

  • evaluatie van de planning van de opvolging van de Voorzitter van het Uitvoerend comité en van de overige leden van het Uitvoerend comité, op voorstel van het GNCC;

  • 4. Goedkeuring, benoeming of ontslag van senior executives, op aanbeveling van de Voorzitter van het Uitvoerend comité;
  • 5. Verzekering van de integriteit en tijdige bekendmaking van de financiële informatie van de UCB Groep en UCB en van belangrijke financiële en niet-financiële informatie aan aandeelhouders en financiële markten;
  • 6. Goedkeuring van het kader van interne controle en risicobeheer, opgezet door het uitvoerend management en gecontroleerd door de interne audit met directe toegang tot het auditcomité;
  • 7. Voorbereiding van de algemene vergadering van aandeelhouders en van de voorstellen van besluit;
  • 8. Structuur van het uitvoerend management en algemene organisatie van UCB (en van de UCB Groep);
  • 9. Goedkeuring van het jaarlijkse budget (met inbegrip van het investeringsbudget en het O&O-programma) en van elke verhoging van het jaarlijkse budget (investeringsbudget en O&O-programma inbegrepen);
  • 10. Operaties op lange termijn of belangrijke financiële operaties;
  • 11. De oprichting, vestiging, sluiting, instelling of overbrenging van dochtervennootschappen, bijkantoren, productielocaties of grote afdelingen waarvan de waarde € 50 miljoen overschrijdt;
  • 12. Toekenning, fusie, verwerving, verdeling, aankoop, verkoop of verpanding van activa (andere dan de activa waarnaar wordt verwezen onder nr. 13 hieronder), instrumenten en aandelen, kapitaal- en met kapitaal gelijkgestelde investeringen, nemen en verlenen van licenties met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten en productdesinvesteringen, joint ventures, als de waarde € 20 miljoen overstijgt en derde partijen betrokken zijn;
  • 13. Aankoop, verkoop of verpanding van onroerende goederen voor een waarde van meer dan € 50 miljoen, en huurovereenkomsten van meer dan negen jaar wanneer huurgeld en lasten cumulatief meer dan € 20 miljoen bedragen;
  • 14. Algemene voorwaarden van plannen voor de toekenning van aandelen en aandelenopties aan werknemers;
  • 15. Op de hoogte gehouden worden, op het eind van elk halfjaar, van de liefdadigheidsgiften van meer dan € 10 000 per jaar, per begunstigde;
  • 16. Op verzoek van de voorzitter van het Uitvoerend comité kan de Raad ook worden verzocht om zich

uit te spreken indien er afwijkende meningen bestaan tussen een meerderheid van de leden van het Uitvoerend comité en zijn voorzitter.

(…")

Zoals beschreven onder sectie 1.1.4 hierboven, heeft de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 28 april 2016 besloten om de Raad van bestuur te machtigen (en om de statuten overeenkomstig te wijzigen) om gedurende 2 jaar het kapitaal in één of meer malen te verhogen, onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, en dit binnen de wettelijke grenzen,

  • i. met maximaal 5% van het kapitaal op het moment dat de raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten (al dan niet ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen);
  • ii. met maximaal 10% van het kapitaal op het moment dat de raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders niet wordt beperkt of uitgesloten. Het totale bedrag waarmee de raad het kapitaal kan verhogen door een combinatie van de machtigingen zoals bepaald onder (i) en (ii), is in ieder geval beperkt tot maximaal 10% van het kapitaal op het moment dat de raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging.

De raad is bovendien uitdrukkelijk gemachtigd om deze machtiging te gebruiken, binnen de beperkingen zoals bepaald onder (i) en (ii) hierboven, voor de volgende verrichtingen:

    1. een kapitaalverhoging of de uitgifte van converteerbare obligaties of van warranten waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of uitgesloten;
    1. een kapitaalverhoging of de uitgift van converteerbare obligaties waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of uitgesloten ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen;
    1. een kapitaalverhoging door omzetting van reserves.

Een dergelijke kapitaalverhoging kan om het even welke vorm aannemen, met inbegrip van, maar zonder beperking tot, een inbreng in geld of in natura, met of zonder uitgiftepremie, door omzetting van reserves en/ of uitgiftepremies en/of overgedragen winst, voor zover maximaal door de wet is toegestaan.

Elke beslissing van de raad om gebruik te maken van deze machtiging vereist een meerderheid van 75%.

De raad heeft de bevoegdheid om, met recht van indeplaatsstelling, de statuten te wijzigen om daarin de kapitaalverhogingen weer te geven die het gevolg zijn van de uitoefening van deze machtiging.

  • 1.8.9 | BELANGRIJKE OVEREENKOMSTEN WAARBIJ UCB PARTIJ IS EN DIE IN WERKING TREDEN, WIJZIGINGEN ONDERGAAN OF AFLOPEN IN GEVAL VAN EEN WIJZIGING VAN CONTROLE OVER UCB NA EEN OPENBAAR OVERNAME-BOD, EVENALS DE GEVOLGEN DAARVAN, BEHALVE INDIEN ZIJ ZODANIG VAN AARD ZIJN DAT OPENBAARMAKING ERVAN UCB ERNSTIG ZOU SCHADEN; DEZE AFWIJKENDE REGELING IS NIET VAN TOEPASSING INDIEN DE EMITTENT SPECIFIEK VERPLICHT IS TOT OPENBAARMAKING VAN DERGELIJKE INFORMATIE OP GROND VAN ANDERE WETTELIJKE VEREISTEN
  • Kredietovereenkomst ter waarde van € 1 miljard tussen onder meer UCB NV, BNP Paribas Fortis NV (vroeger Fortis Bank NV), CommerzBank AG, ING Bank NV en Mizuho Bank Ltd., als "coordinating bookrunners", Bank of America Merrill Lynch International Limited, The Bank of Tokyo-Mitsubishi UFJ Ltd., Barclays Bank PLC, BNP Paribas Fortis NV (vroeger Fortis Bank NV), Commerzbank AG, Credit Agricole Corporate and Investment Bank (Belgisch bijkantoor), ING Bank NV, Intesa Sanpaolo S.P.A., KBC Bank NV, Mizuho Bank Ltd., The Royal Bank of Scotland PLC (Belgisch bijkantoor) (vroeger ABN AMRO Bank NV, Belgisch bijkantoor) en Sumitomo Mitsui Banking Corporation, als "mandated lead arrangers" en Banco Santander SA (Londens bijkantoor), Deutsche Bank Luxembourg SA, DNB Bank ASA en Société Générale als "lead arrangers", van 14 november 2009 (zoals gewijzigd op 30 november 2010, op 7 oktober 2011 en op 9 januari 2014), waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van 24 april 2014, op grond waarvan elke kredietverstrekker in bepaalde omstandigheden zijn verplichtingen kan opzeggen en terugbetaling van zijn aandeel in de kredieten kan opeisen, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen hieronder, in geval van een wijziging van de controle over UCB NV.

  • Euro Medium Term Note Program van 5 maart 2013, met een laatste bijwerking van de basis prospectus op 10 maart 2015, ter waarde van € 3 miljard (het "EMTN Programma"). Clausule 5 (e) (i) bepaalt dat, voor die Notes uitgegeven onder het EMTN Programma waarin een "controlewijziging 'put" clausule is opgenomen in de finale voorwaarden, elke houder van dergelijke Note, ingevolge een wijziging van de controle over UCB NV, het recht heeft om de terugbetaling van die Note te eisen door uitoefening van het "controlewijziging 'put" recht. Deze controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd op de algemene vergaderingen van 25 april 2013, 24 april 2014, 30 april 2015 en 28 april 2016. De volgende Notes werden uitgegeven onder het EMTN Programma door UCB NV, en zijn onderworpen aan de hierboven beschreven controlewijzigingsclausule:

  • publiek geplaatste obligatielening met vervaldag op 27 maart 2020, ter waarde van € 250 miljoen met vastrentende coupon van 3,75%, uitgegeven op 27 maart 2013;

  • bij institutionelen geplaatste obligatielening met vervaldag op 4 januari 2021, ter waarde van € 350 miljoen met vastrentende coupon van 4,125%, uitgegeven op 4 oktober 2013;

  • bij institutionelen privaat geplaatste obligatielening met vervaldag op 28 november 2019, ter waarde van € 55 miljoen met vastrentende coupon van 3,292%, uitgegeven op 28 november 2013;
  • bij institutionelen privaat geplaatste obligatielening met vervaldag op 17 december 2019, ter waarde van € 20 miljoen met vastrentende coupon van 3,284%, uitgegeven op 10 december 2013;
  • bij institutionelen geplaatste obligatielening met vervaldag op 2 april 2022, ter waarde van € 350 miljoen met vastrentende coupon van 1,875%, uitgegeven op 2 april 2015.

In overeenstemming met artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen werd de hierboven beschreven controlewijzigingsclausule voorzien in het EMTN Programma van 6 maart 2013 goedgekeurd door de algemene vergaderingen van 25 april 2013, 24 april 2014, 30 april 2015 en 28 april 2016, met betrekking tot Notes die in het kader van het EMTN Programma zouden worden uitgegeven binnen de 12 maanden volgend op de Algemene Vergaderingen van respectievelijk 25 april 2013, 24 april 2014 , 30 april 2015 en 28 april 2016, waarop een dergelijke controlewijzigingsclausule van toepassing zou zijn.

Een gelijkaardige goedkeuring zal worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van 27 april 2017 met betrekking tot Notes die in het kader van het EMTN Programma zouden worden uitgegeven van 27 april 2017 tot en met 27 april 2018, en waarop een dergelijke controlewijzigingsclausule van toepassing zou zijn.

  • Publiek geplaatste ongedekte niet-achtergestelde obligatielening van UCB NV met vervaldag op 2 oktober 2023, ter waarde van € 175 717 000 met vastrentende coupon van 5,125%, uitgegeven op 2 oktober 2013, die bepaalt dat bij wijziging van controle (zoals gedefinieerd in de voorwaarden) de obligatiehouders de terugbetaling kunnen eisen van de emittent. Deze controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van 24 april 2014.

  • Kredietovereenkomst ter waarde van € 150 miljoen tussen UCB Lux SA als ontlener, UCB NV als promotor en garant, en de Europese Investeringsbank ("EIB") van 9 mei 2012, zoals gewijzigd, herbevestigd en overgedragen aan UCB NV als ontlener op 20 oktober 2016, met ingang op 21 november 2016, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van 26 april 2012.

  • Kredietovereenkomst ter waarde van € 100 miljoen tussen UCB Lux als ontlener, UCB NV als promotor en garant en de EIB van 15 april 2013, zoals gewijzigd, herbevestigd en overgedragen aan UCB NV als ontlener op 20 oktober 2016, met ingang op 24 oktober 2016, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van 25 april 2013.

  • Kredietovereenkomst ter waarde van € 75 miljoen/ US\$ 100 miljoen tussen UCB NV als ontlener en de EIB van 16 juni 2014, zoals gewijzigd en herbevestigd op 20 oktober 2016, met ingang op 21 oktober 2016, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van 24 april 2014, op grond waarvan, in bepaalde omstandigheden, het krediet, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, onmiddellijk opeisbaar wordt – naar goeddunken van de EIB – bij wijziging van controle over UCB NV.

  • Co-development overeenkomst met de EIB ter waarde van € 75 miljoen, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van 24 april 2014, op grond waarvan de EIB de overeenkomst kan beëindigen bij wijziging van controle over UCB NV en waarbij UCB NV gehouden zal zijn tot betaling van een beëindigingsvergoeding, die, afhankelijk van de omstandigheden, gelijk kan zijn aan het volledige, een gedeelte of een verhoogd bedrag (beperkt tot 110%) van het krediet verkregen van de EIB.

  • Kredietovereenkomst ter waarde van € 150 miljoen tussen UCB NV als ontlener en de EIB van 15 december 2015, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de Algemene

Vergadering van 28 april 2016, en op grond waarvan, in bepaalde omstandigheden, het krediet, inclusief de toe te rekenen interest en alle andere toe te rekenen en uitstaande bedragen, onmiddellijk opeisbaar en betaalbaar konden worden – naar goeddunken van de EIB – bij een wijziging van controle over UCB NV. De uiterste beschikbaarheidsdatum van dit krediet was 15 december 2016 en UCB NV heeft dit krediet niet opgetrokken.

De aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van UCB, waaronder UCB jaarlijks aandelen toekent aan bepaalde werknemers op basis van rang en prestatiecriteria, worden volgens de regels van beide plannen definitief verworven na drie jaar, op voorwaarde dat de begunstigde doorlopend in dienst blijft bij de UCB Groep. Zij worden ook definitief verworven bij een wijziging van controle of fusie.

De controlewijzigingsclausules opgenomen in de overeenkomsten met de leden van het Uitvoerend comité, zoals verder beschreven in het remuneratieverslag (punt 1.4.3).

1.8.10 | TUSSEN UCB EN HAAR BESTUURDERS OF WERKNEMERS GESLOTEN OVEREENKOMSTEN DIE VERGOEDINGEN VOORZIEN WANNEER, NAAR AANLEIDING VAN EEN OPENBAAR OVERNAMEBOD, DE BESTUURDERS ONTSLAG NEMEN OF ZONDER GELDIGE REDEN MOETEN AFVLOEIEN OF DE TEWERKSTELLING VAN DE WERKNEMERS WORDT BEËINDIGD

Voor meer informatie, zie sectie 1.4.3 inzake de belangrijkste contractuele voorwaarden voor de aanwervings- en ontslagregelingen van de CEO en de leden van het Uitvoerend comité. Er zijn geen andere overeenkomsten die voorzien in specifieke vergoedingen voor de leden van de Raad in het geval van beëindiging naar aanleiding van een openbaar overnamebod.

Naast de leden van het Uitvoerend comité aangeduid in punt 1.4.3, genieten drie werknemers in de Verenigde Staten en één werknemer buiten de Verenigde Staten van een controlewijzigingsclausule die hun beëindigingsvergoeding garandeert als de tewerkstelling van de werknemer eindigt naar aanleiding van een openbaar overnamebod.

1.9 | TOEPASSING VAN ARTIKEL 523 VAN HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN

UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE RAAD VAN 25 FEBRUARI 2016

De Raad paste artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen toe op 25 februari 2016 in verband met de beslissingen met betrekking tot remuneratie van de CEO, de prestatiebonus en lange termijn incentives (relevant uittreksel uit de notulen van de vergadering):

("…)

Voorafgaand aan enige beraadslaging of beslissing door de Raad van bestuur in verband met de goedkeuring van de bonus van de CEO gebaseerd op de prestaties in 2015, het basissalaris van de CEO voor 2016, en de LTI toekenning aan de CEO voor 2016 (aandelenopties, toekenning van aandelen en prestatieaandelen), alsook de goedkeuring van de 2015 bonus uitbetaling en definitieve verwerving van LTI en van de 2016 LTI plannen, criteria en toekenningen, deelde J.-C. Tellier mee dat hij een rechtstreeks of onrechtstreeks financieel belang had bij

de implementatie van deze beslissingen. Overeenkomstig artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen verliet hij de vergadering van de Raad van bestuur teneinde niet deel te nemen aan de beraadslaging en stemming over deze beslissingen. De Raad stelde vast dat artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen van toepassing was op deze verrichtingen.

(…)

BONUS UITBETALING GEBASEERD OP RESULTATEN VAN DE VENNOOTSCHAP IN 2015/DEFINITIEVE VERWERVING VAN LTI EN DOELSTELLINGEN VOOR 2016

Beslissing: Na onderzoek keurde de Raad over het algemeen de aanbevelingen goed van het governance, benoemings- en remuneratiecomité ("GNCC"), met betrekking tot (i) de uitbetaling van de 2015 bonus gebaseerd op de resultaten in 2015 (REBITDA), (ii) de REBITDA doelstelling voor de uitbetaling

van de 2016 bonus en (iii) de criteria gebruikt voor het Prestatieaandelenplan 2016-2018 (uitbetaling in 2019). Verder bevestigde de Raad de definitieve verwerving (en volledige uitbetaling) van het 2013-2015 Prestatieaandelenplan en de definitieve verwerving van de toekenning van aandelen onder het 2013-2015 plan.

UCB LANGE TERMIJN INCENTIVES TOEGEKEND IN 2016

Beslissing: Op aanbeveling van het GNCC keurde de Raad unaniem de volgende lange Termijn Incentive plannen goed, en hun belangrijkste voorwaarden:

UCB Aandelenoptieplan 2016: uitgifte van 840 000 aandelenopties (doel + 15% om rekening te houden met differentiatie in functie van prestaties) in 2016 (in principe op 1 april 2016) voor ongeveer 350 werknemers (zonder rekening te houden met werknemers die in dienst zouden treden of zouden worden gepromoveerd tot een niveau dat in aanmerking komt voor een toekenning tussen 1 januari 2016 en 1 april 2016);

De uitoefenprijs van deze opties zal gelijk zijn aan het laagste van (i) de gemiddelde slotkoers gedurende 30 kalenderdagen voorafgaand aan het aanbod (van 2 tot 31 maart 2016) or (ii) de slotkoers op de dag voorafgaand aan het aanbod (31 maart 2016).

UCB zal een andere uitoefenprijs bepalen voor de begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist om van een verminderde belasting te kunnen genieten.

De aandelenopties zullen uitoefenbaar zijn na een periode van drie jaar vanaf de datum van aanbod, behalve in landen waar dat niet toegestaan is of minder gunstig is.

  • Toekenningen van aandelen en Prestatieaandelen 2016-2018: toekenning van een initieel bedrag van 1 004 000 aandelen waarvan:

  • waarvan een geschat aantal van 846 000 aandelen aan de werknemers die daarvoor in aanmerking komen, namelijk ongeveer 1 500 personen (met uitsluiting van nieuw aangeworven en gepromoveerde werknemers tot en met 1 april 2015), volgens de toekenningscriteria van toepassing op de betrokkenen (doel + 15% om rekening te houden met differentiatie in functie van prestaties). Deze kosteloze aandelen worden enkel toegewezen op voorwaarde dat de betrokkene werknemers drie jaar na de toekenning nog steeds tewerkgesteld zijn binnen de UCB groep;
  • waarvan een geschat aantal van 158 000 aan hoger kaderpersoneel die in aanmerking komen voor het Prestatieaandelenplan, hetzij ongeveer 56 personen, volgens de toekenningscriteria van toepassing op de betrokkenen. De levering van deze kosteloze aandelen zal gebeuren na een verwervingsperiode ("vesting period") van drie jaar en het aantal effectief toegekende aandelen zal tussen 0% en 150% van het initieel toegekende aantal kunnen variëren, afhankelijk van de mate waarin de op het ogenblik van de toekenning door de Raad van bestuur van UCB NV's vastgestelde prestatiedoeleinden werden bereikt.

  • Er werd erkend dat de financiële impact van de toekenning van opties door de vennootschap gelinkt is aan het verschil tussen de aankoopprijs van eigen aandelen door de vennootschap en de verkoopprijs van dezelfde aandelen aan de begunstigde op het moment van de uitoefening van de opties. Voor de toegekende aandelen en de prestatieaandelen komt de financiële impact overeen met de waarde van de UCB aandelen op het moment van de definitieve verwerving.

  • de diverse LTI plannen werden goedgekeurd, inclusief een wijziging van de regels inzake definitieve verwerving van aandelen en prestatieaandelen in geval van pensionering, ziekte of invaliditeit.

  • De Raad besliste verder om alle machten toe te kennen aan de leden van het Uitvoerend comité, met twee samen handelend en met recht van indeplaatsstelling, om alles toe doen wat noodzakelijk, vereist of nuttig is om de bovenvermelde beslissingen uit te voeren en te implementeren, met inbegrip van de finalisering van alle benodigde documentatie en de voorwaarden en modaliteiten van de plannen en incentives.

VERGOEDING EN LTI VOOR DE CEO

Beslissing: Op aanbeveling van het GNCC keurde de Raad unaniem het volgende goed:

  • > CEO basissalaris vanaf 1 maart 2016: € 996 400 (tegenover € 940 000 in 2015), hetzij een verhoging met 6%;
  • > CEO bonus betaling in 2016 (prestaties 2015): € 1 210 626;
  • > lange termijn incentives 2016 voor de CEO:
  • aandelenopties: 38 792 (definitieve verwerving na 3 jaar en 8 maanden),
  • toekenning van aandelen: 9 488 (definitieve verwerving na 3 jaar),
  • prestatieaandelen: 19 660 (definitieve verwerving na 3 jaar).

(…")

De Raad paste artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen eveneens toe op 27 juli 2016 in het kader van de herziening van de vergoeding van de CEO (relevant uittreksel uit de notulen van de vergadering):

("…)

Het verslag van het GNCC bevatte een aanbeveling aan de Raad over een verhoging van het LTI streefniveau voor de CEO. Voorafgaand aan enige beraadslaging of beslissing door de Raad van bestuur over dit agendapunt, deelde Jean-Christophe Tellier mee dat hij een rechtstreeks financieel belang had bij de implementatie van deze beslissing. Overeenkomstig artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen verliet deze bestuurder de vergadering teneinde niet deel te nemen aan de discussie binnen de Raad over dit onderwerp, noch aan de beraadslaging en beslissing van de Raad. De Raad van bestuur stelde vast dat voornoemd artikel 523 van toepassing was op dit agendapunt.

Het vergelijkend onderzoek toonde aan (...). Bijgevolg raadde het GNCC aan om het LTI streefdoel te verhogen tot 140% van het basissalaris. De financiële gevolgen voor de vennootschap van dergelijke verhoging is bijgevolg een potentiële stijging van de relevante LTI kosten met 20%.

Beslissing: De Raad keurde unaniem het voorstel van het GNCC goed om het LTI streefdoel voor de CEO te verhogen van 120% van zijn basisloon tot 140%.

(…")

Artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen werd eveneens toegepast naar aanleiding van de beslissing van de Raad van 14 december 2016 over de aanstelling van een nieuwe Voorzitter en Vice Voorzitter van de Raad en voor de vervanging in het GNCC, aangezien een specifieke vergoeding verbonden is aan deze functies (relevant uittreksel uit de notulen van de vergadering):

("…)

Voorafgaand aan enige beraadslaging of beslissing door de Raad van bestuur over de aanbeveling van het GNCC om Evelyn du Monceau aan te stellen tot Voorzitter van de Raad en P. Gurdjian tot Vice Voorzitter van de Raad, deelden dezen beiden mee dat zij een belangenconflict hadden bij de implementatie van deze beslissingen die hen respectievelijk aanbelangden, en bijgevolg verlieten zij de vergadering om niet deel te nemen aan de beraadslaging en stemming over hun respectievelijke aanstellingen. De Raad erkende dat artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen van toepassing was op dit agendapunt.

Beslissing: Na kennisname van de beëindiging van het mandaat van Gerhard Mayr als bestuurder en Voorzitter van de Raad van bestuur van UCB NV met ingang onmiddellijk na de Gewone Algemene Vergadering van 27 april 2017, die de Raad heeft aanvaard, heeft de Raad unaniem besloten, op aanbeveling van het GNCC:

  • om Evelyn du Monceau, momenteel Vice Voorzitter van de Raad van UCB aan te stellen tot Voorzitter van de Raad van bestuur van UCB NV, met ingang onmiddellijk na de Gewone Algemene Vergadering van 27 april 2017; Evelyn du Monceau zal ook Voorzitter van het GNCC blijven; en

  • om Pierre Gurdjian, Onafhankelijk bestuurder, aan te stellen tot Vice Voorzitter van de Raad van bestuur van UCB NV, eveneens met ingang onmiddellijk na de Gewone Algemene Vergadering van 27 april 2017.

(…)

Voorafgaand aan enige beraadslaging of beslissing van de Raad met betrekking tot de aanbeveling van het GNCC aan de Raad om Kay Davies aan te stellen tot lid van het GNCC, verklaarde zij dat zij een belangenconflict had bij de implementatie van de beslissing, en bijgevolg trok zij zich terug uit de vergadering om niet deel te nemen aan de beraadslaging en stemming door de Raad over deze aanstelling. De Raad erkende dat artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen van toepassing was op dit agendapunt.

Beslissing: De Raad besliste unaniem om de aanstelling van Kay Davies als onafhankelijk lid van het GNCC goed te keuren, met ingang vanaf de Gewone Algemene Vergadering van 27 april 2017.

(…")

1.10 | TOEPASSING VAN ARTIKEL 96, §§ 2, 2° VAN HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN (AFWIJKINGEN VAN DE CODE)

Bepaling 2.9 (richtlijn): de Secretaris van de Raad van bestuur rapporteert aan de General Counsel in plaats van aan de Voorzitter van de Raad van bestuur, aangezien het Corporate secretariaat, geleid door de Secretaris van de Raad van bestuur, deel uitmaakt van de juridische dienst binnen UCB. In overeenstemming met het Corporate Governance Charter kunnen de leden van de Raad echter individueel een beroep doen op de assistentie van de Secretaris voor alle materies die verband houden met de Raad of de vennootschap.

OVERZICHT VAN DE 2.BEDRIJFSPRESTATIES

2.1 | BELANGRIJKSTE HOOGTEPUNTEN

  • 2016 opbrengsten stegen met 8% tot € 4 178 miljoen. Netto-omzet steeg tot € 3 858 miljoen (+10%). Deze groei is het gevolg van de voortdurende prestaties van de kernproducten Cimzia®, Vimpat® en Neupro®, ondersteund door de lancering van Briviact® en de relatief stabiele Keppra® franchise. Royalty-inkomsten en -vergoedingen daalden tot € 125 miljoen, voornamelijk door het verstrijken van patenten en afstotingen. Overige opbrengsten stegen tot € 195 miljoen voornamelijk door het hoger volume aan contractproductie, waar lagere mijlpaal- en andere betalingen tegenover stonden.

  • Recurrente EBITDA groeide met 26% tot € 1 031 miljoen, wat de duurzame groei van de netto-omzet weergeeft en een voortgezette lagere proportionele groei van de bedrijfskosten.

  • Winst kwam uit op € 542 miljoen, tegenover € 674 miljoen in 2015, waarvan € 520 miljoen toerekenbaar is aan de aandeelhouders van UCB, tegenover € 623 miljoen in 2015. De cijfers van 2015 bevatten de meerwaarde als gevolg van het afstoten van Kremers Urban.

  • Kern-WPA steeg van € 2,17 in 2015 naar € 3,19.

ACTUEEL1 VERSCHIL
€ miljoen 2016 2015 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CW2
Opbrengsten 4 178 3 876 8% 7%
Netto-omzet 3 858 3 512 10% 9%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 125 176 -29% -24%
Overige opbrengsten 195 188 4% 5%
Brutowinst 2 976 2 719 9% 8%
Marketing- en verkoopkosten -940 -904 4% 5%
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -1 020 -1 037 -2% 0%
Algemene en administratiekosten -184 -192 -5% -3%
Overige bedrijfsopbrengsten/uitgaven (-) -36 -9 > 100% > 100%
Recurrente EBIT (REBIT) 796 577 38% 27%
Niet-recurrente baten/lasten (-) 80 -55 > 100% > 100%
EBIT (operationele winst) 876 522 68% 55%
Netto financiële lasten -112 -96 16% 17%
Winst voor belastingen 764 426 79% 63%
Winstbelastingen -199 -111 79% 63%
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 565 315 79% 63%
Wenst/verlies (-) uit beëindige bedrijfsactiviteiten -23 359 > -100% > -100%
Winst 542 674 -20% -27%
Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 520 623 -17% -25%
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 22 51 -56% -56%
Recurrente EBITDA 1 031 821 26% 18%
Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) 138 146 -5%
Netto financiële schuld 838 921 -9%
Netto kasstroom uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 726 204 >100%
Gewogen gemiddeld aantal aandelen (niet-verwaterd) miljoen 188 192 -2%
Winst per aandeel (€ per gewogen gemiddeld
aandeel – niet-verwaterd)
2,76 3,25 -15% -23%
Kernwinst per aandeel (€ per gewogen gemiddeld
aantal aandelen – niet-verwaterd)
3,19 2.17 47% 36%

Dit overzicht van de bedrijfsprestaties is gebaseerd op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingsgroep UCB, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen. De afzonderlijke statutaire jaarrekening van UCB NV, opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen, evenals het verslag van de Raad van bestuur aan de algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris, zullen binnen de statutaire termijnen neergelegd worden bij de Nationale Bank van België en zijn verkrijgbaar op aanvraag of via onze website.

Wijziging van de reikwijdte: Als gevolg van de afstoting van de activiteiten Films (in september 2004), Surface Specialities (in februari 2005) en Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. (in november 2015), rapporteert UCB de resultaten van deze activiteiten als deel van de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.

  1. Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de bedrijfsprestaties niet gelijk is aan de weergegeven som

2 CW: constante wisselkoersen

Recurrente en niet-recurrente posten: Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven ("nietrecurrente" posten). Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst),wordt ook "recurrente EBIT" (rEBIT of recurrente operationele winst) opgenomen, die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de onderneming weerspiegelt. De recurrente EBIT is gelijk aan de lijn "operationele winst vóór bijzondere waardeverminderingen van activa, herstructurering en overige baten en lasten" die in de geconsolideerde jaarrekening gerapporteerd wordt.

Kern-WPA is de kern-nettowinst, of de nettowinst die kan worden toegerekend aan UCB aandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van beëindigde activiteiten, en de netto afschrijvingen verbonden aan omzet, per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.

2.2. | BELANGRIJKSTE GEBEURTENISSEN IN 20161

Er hebben zich een aantal belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of zullen beïnvloeden:

BELANGRIJKE OVEREENKOMSTEN / INITIATIEVEN

  • UCB stootte zijn nitraatactiviteiten af aan geselecteerde partijen: in januari 2016 stootte UCB drie cardiovasculaire producten af van zijn gevestigde merken portfolio naar Merus Labs International Inc. (Canada). De transactie betreft de nitraatproducten verkocht in Europa en geselecteerde markten en bedroeg € 92 miljoen. In mei 2016 verkocht UCB zijn nitraatfranchise in China aan het Chinese bedrijf Jilin Yinglian Biopharmaceutical en zijn financiële partner PAG Asia. De transactie bedroeg € 60 miljoen. In juli 2016 stootte UCB haar overige nitraatactiviteiten in Rusland en Oekraïne af.

  • UCB sloot een overeenkomst af met Avara Pharmaceuticals Services om de productie site van UCB in Shannon, Ierland af te stoten in februari 2016.

  • UCB heeft zijn schuldgraad verlaagd: in maart 2016 oefende UCB haar optie uit om de € 300 miljoen eeuwigdurende achtergestelde obligaties af te lossen. Deze eeuwigdurende achtergestelde obligaties waren uitgegeven in 2011 aan 99,499% en boden beleggers een jaarlijkse coupon van 7,75% gedurende de eerste vijf jaar. In december 2016 verviel de institutionele obligatie ter waarde van € 500 miljoen. Ook deze werd terugbetaald. Deze niet-achtergestelde obligaties waren uitgegeven in december 2009 aan 99,635% met een jaarlijkse coupon van 5,75%.

  • In juli 2016 heeft UCB een licentie voor UCB6352 gegeven aan Syndax Pharmaceuticals om het antilichaam te ontwikkelen. Men verwacht dat het getest zal worden in klinische proeven in oncologie.

  • De District Rechtbank van Delaware heeft in augustus 2016 de geldigheid van het Amerikaanse octrooi RE38,551 met betrekking tot Vimpat® (lacosamide), het anti-epilepsie geneesmiddel van UCB, bevestigd. Tegen de beslissing van de District Rechtbank loopt momenteel een beroep voor het Federale Hof van Beroep.

  • In november 2016 heeft UCB venlafaxine ER, voor de behandeling van depressie en angststoornissen en beschikbaar op de Amerikaanse markt, afgestoten naar Osmotica Pharmaceuticals Corp. (Marietta, GA), voor een bedrag van € 102 miljoen.

UPDATE OVER REGELGEVING EN VOORUITGANG VAN DE PIJPLIJN

NEUROLOGIE

Briviact® (brivaracetam) werd als aanvullende therapie bij de behandeling van partieel beginnende 1

aanvallen bij patiënten met epilepsie van 16 jaar en ouder goedgekeurd in de EU in januari en in de VS in februari 2016. Het kreeg een geneesmiddelenclassificatie van de Amerikaanse "Drug Enforcement Administration" (DEA) in mei 2016. Briviact® is nu verkrijgbaar voor patiënten met epilepsie in de EU en Noord-Amerika. In januari 2017 heeft UCB een aanvullende aanvraag voor nieuw geneesmiddel bij de Amerikaanse autoriteiten ingediend voor Briviact® als monotherapie bij de behandeling van partieel beginnende aanvallen bij patiënten met epilepsie van 16 jaar en ouder.

  • In juli 2016 keurde de Japanse regelgevende autoriteiten Vimpat® (lacosamide) goed als aanvullende therapie bij de behandeling van partieel beginnende aanvallen bij volwassen patiënten met epilepsie. In augustus werd Vimpat® in Japan ingediend voor goedkeuring als monotherapie bij de behandeling van partieel beginnende aanvallen. In augustus werd Vimpat® in de EU ingediend voor goedkeuring als aanvullende therapie en monotherapie voor partieel beginnende aanvallen bij kinderen (ouder dan 4 jaar). In december heeft de Europese Commissie een uitbreiding van de licentie goedgekeurd voor Vimpat® voor gebruik als monotherapie bij de behandeling van partieel beginnende aanvallen bij volwassen en puber patiënten met epilepsie, na de indiening in januari 2016.

  • In februari 2016 keurde de Japanse regelgevende autoriteiten E Keppra® (levetiracetam) goed als aanvullende therapie voor primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen (PGTCA).

  • De fase 2a studie met UCB0942 in ontwikkeling voor zeer resistente epileptische patiënten bij wie reeds vier anti-epilepsie geneesmiddelen geen verbetering hebben gegeven en die ten minste vier aanvallen per week hebben – heeft positieve top-line resultaten aangetoond en zal verder ontwikkeld worden.

Alle overige klinische ontwikkelingsprogramma's verlopen zoals gepland.

IMMUNOLOGIE

In maart 2016 meldde UCB top-line resultaten van EXXELERATE, het eerste vergelijkende superioriteitsonderzoek tussen twee behandelingen in de anti-TNF-groep, waarbij Cimzia® (certolizumab pegol) plus methotrexate (MTX) werd vergeleken met Humira® (adalimumab) plus MTX bij volwassen patiënten met matig ernstige tot ernstige reumatoïde artritis die niet goed reageren op MTX. De primaire eindpunten voor superioriteit werden niet bereikt, aangezien de resultaten van Cimzia® en Humira® in getallen uitgedrukt vergelijkbaar waren. Dit onderzoek was opgezet als behandelmethode in overeenstemming met de kernprincipes van de "behandeltot-doel" richtlijnen, die pleiten voor het vroegtijdig evalueren van de respons en het bewerkstelligen van een wijziging in de behandeling van patiënten die na drie maanden geen respons vertonen. In augustus heeft de Amerikaanse "Food and Drug Administration" (FDA) de

Vanaf 1 januari 2016 tot en met datum van publicatie van dit rapport.

indiening van UCB aanvaard voor een nieuwe indicatie voor Cimzia® om juveniele reumatoïde artritis (JRA) te behandelen. Ook in augustus heeft UCB positieve topline resultaten bekend gemaakt voor RAPID-C, een fase 3 studie die Cimzia® in reumatoïde artritis evalueert in China. In september werd de AutoClicks® voorgevulde pen goedgekeurd voor de Europese Unie als een nieuwe toedieningsoptie voor patiënten behandeld met Cimzia®.

  • In oktober en december 2016 hebben UCB en zijn partner Dermira positieve top-line resultaten aangekondigd voor CIMPASI-2 en CIMPASI-1, twee fase 3, multicentrische, placebo gecontroleerde klinische studies ter evaluatie van de werkzaamheid en veiligheid van Cimzia® bij volwassen patiënten met matige-tot-ernstige chronische plaque psoriasis. Deze studies werden afgesloten in januari 2017 met de aankondiging van positieve top-line resultaten van CIMPACT, een fase 3, multicentrische, placebo gecontroleerde en actief gecontroleerde klinische studie ter evaluatie van de werkzaamheid en veiligheid van Cimzia®. De indiening van handelsvergunning aanvragen op basis van deze drie fase 3 studies bij de regelgevende autoriteiten worden in het derde kwartaal van 2017 verwacht. UCB blijft de wetenschap en de uitbreiding van de beschikbaarheid van gegevens bevorderen, die waardevolle informatie brengt aan vrouwen met een auto-immuunziekte die van plan zijn om een gezin te stichten. Dit uit zich in twee fase 4 studies, CRADLE en CRIB, die recent werden afgesloten en positieve resultaten opleverden. Tijdens het vierde kwartaal van 2016 heeft UCB tijdens verschillende wetenschappelijke congressen de positieve resultaten van een multicentrische studie ter evaluatie van de concentratie van Cimzia® in rijpe moedermelk van zogende moeders voorgesteld (CRADLE). In januari 2017 heeft de tweede multicentrische studie ter evaluatie van de overbrenging van Cimzia® van moeder naar kind door de placenta (CRIB) positieve top-line resultaten getoond. Deze resultaten zullen tijdens een volgende wetenschappelijke vergadering voorgesteld worden. Deze resultaten versterken eerdere gegevens over vrouwen behandeld met Cimzia® tijdens de zwangerschap en het effect op hun pasgeboren kinderen, en zal aan de regelgevende instanties worden overgemaakt in het tweede kwartaal van 2017.

  • In maart 2016 startte UCB7665 een fase 2 "proof-ofconcept (POC)" studie bij patiënten met idiopatische trombocytopenische purpura (ITP). De eerste top-line resultaten worden in het derde kwartaal van 2017 verwacht.

  • In mei 2016 startte seletalisib een fase 1b studie in geactiveerd PI3 kinase delta syndroom (APDS), een zeldzaam voorkomende oorzaak van immunodeficiëntie. De fase 2a studie in patiënten die lijden aan het syndroom van Sjogren (pSS) is lopend en de eerste resultaten worden tegen het einde van 2017 verwacht.

  • In juni 2016 werd een fase 1 studie succesvol afgerond met UCB4144/VR942, een immunogemoduleerd geïnhaleerd biologisch product voor patiënten met ongecontroleerde astma, ontwikkeld in samenwerking met Vectura. Het gegenereerde datapakket ondersteunt de verdere ontwikkeling van UCB4144/VR942 en de voortgang naar fase 2 die in 2017 wordt verwacht.

  • In juni 2016 begon het fase 2b programma voor dapirolizumab pegol, een anti-CD40L gepegyleerde Fab voor systemische lupus erythematosus ontwikkeld samen met Biogen. Deze studie met verschillende dosissen streeft ernaar om ongeveer 160 patiënten in te schrijven voor 12 maanden. De eerste resultaten worden verwacht in de tweede helft van 2018.

  • In juni presenteerde UCB positieve resultaten van een fase 1b studie bij patiënten met psoriatische artritis (PsA) tijdens het Annual European Congress of Rheumatology (EULAR) voor bimekizumab, een experimenteel gehumaniseerd IgG1-monoklonaal antilichaam dat speciaal ontwikkeld is om op krachtige en selectieve wijze de biologische functie te neutraliseren van zowel IL-17A als IL-17F, twee nauw verbonden proinflammatoire cytokines. IL-17A en IL-17F zijn beiden belangrijke bronnen van chronische ontsteking in veel ernstige huid- en gewrichtsziekten. UCB startte het fase 2b programma voor bimekizumab in verschillende indicaties: in psoriasis (augustus 2016 – de eerste resultaten worden in het derde kwartaal van 2017 verwacht), en in psoriatische artritis en ankyloserende spondylitis (oktober 2016 – voor beide worden de eerste resultaten verwacht in het derde kwartaal van 2018).

  • In juli begon fase 1 van UCB7858 voor de potentiële behandeling van auto-inflammatoire ziekten.

Alle overige klinische ontwikkelingsprogramma's verlopen zoals gepland.

OSTEOLOGIE

  • In februari hebben UCB en Amgen positieve topline resultaten aangekondigd van een fase 3 studie die Evenity™ (romosozumab) evalueerde voor de behandeling van osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met een verhoogd risico op fracturen. (FRAME), die de co-primaire eindpunten heeft gehaald, nl. een vermindering van nieuwe wervelbreuken na 12 en 24 maanden hebben gehaald.

  • UCB en Amgen kondigden in maart ook positieve top-line resultaten aan van een fase 3 studie die Evenity™ evalueert in osteoporose bij mannen (BRIDGE). Deze studie heeft de primaire eindpunten gehaald om de minerale dichtheid van het bot van de lumbale wervelkolom op 12 maanden te verhogen.

  • In juli hebben UCB en Amgen de biologische licentieaanvraag voor Evenity™ ingediend bij de Amerikaanse autoriteiten. Deze werd in september aanvaard voor onderzoek. De nieuw geneesmiddel indiening voor Evenity ™ werd ook voorgelegd aan Health Canada in de tweede helft van 2016.

  • In december hebben UCB en Amgen een aanvraag tot goedkeuring ingediend om Evenity™ op de markt te brengen voor de behandeling van osteoporose bij patiënten met een verhoogd risico op fracturen bij het Japanse Agentschap voor Geneesmiddelen en Medische Hulpmiddelen. Evenity™ wordt ontwikkeld samen met Amgen wereldwijd, en samen met Astellas in Japan.

2.3 | NETTO-OMZET PER PRODUCT

De totale netto-omzet steeg in 2016 naar € 3 858 miljoen, 10% meer dan vorig jaar of +9% meer bij constante wisselkoersen (CW).

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2016 2015 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Immunologie/Cimzia® 1 307 1 083 21% 21%
Neurologie
Vimpat® 814 679 20% 20%
Keppra® 724 737 -2% -2%
Briviact® 18 n.v.t. n.v.t.
Neupro® 302 258 17% 18%
Gevestigde merken
Zyrtec® 140 147 -4% -4%
Xyzal® 107 117 -8% -5%
venlafaxine ER 90 90 -1% -1%
Nootropil® 46 52 -10% -4%
Andere producten 329 432 -24% -22%
Netto-omzet vóór afdekkingen 3 877 3 594 8% 9%
Bepaalde afdekkingen heringedeeld
volgens netto-omzet
-19 -82 -77%
Totale netto-omzet 3 858 3 512 10% 9%

KERNPRODUCTEN

De netto-omzet van Cimzia® (certolizumab pegol) verhoogde tot € 1,3 miljard (+21%), gedreven door duurzame groei in alle markten waar Cimzia® beschikbaar is voor patiënten die leven met inflammatoire TNFgemedieerde ziekten.

De netto-omzet van Vimpat® (lacosamide) steeg tot € 814 miljoen (+20%), wat duurzame groei aantoont in alle markten waar Vimpat® beschikbaar is voor mensen die leven met epilepsie, Japanse patiënten inbegrepen (sinds september 2016).

Keppra® (levetiracetam), ook voor epilepsie, haalde een netto-omzet van € 724 miljoen (-2%). De verdere post-exclusiviteit erosie in de VS en Europa werd bijna volledig gecompenseerd door de groei in Japan en internationale markten.

De epilepsie franchise van UCB wordt versterkt door de eerste lanceringen van Briviact® (brivaracetam) in de EU sinds januari en in Noord-Amerika sinds juni 2016, en rapporteert een netto-omzet van € 18 miljoen.

Neupro® (rotigotine), de pleister voor de ziekte van Parkinson en het rusteloze-benensyndroom, haalde een netto-omzet van € 302 miljoen (+17%), voornamelijk door de duurzame groei in Europa en de sterke groei in Japan en internationale markten.

GEVESTIGDE MERKEN

Voor Zyrtec® (cetirizine, inclusief Zyrtec®-D/Cirrus®) en Xyzal® (levocetirizine), beide tegen allergieën, daalde de netto-omzet tot € 140 miljoen (-4%) en € 107 miljoen (-8%) respectievelijk, door de generische concurrentie.

Venlafaxine ER (venlafaxinehydrochloride met verlengde afgifte) voor de behandeling van depressie en angststoornissen haalde een netto-omzet van € 90 miljoen (-1%). Dit product werd afgestoten in november 2016.

Nootropil® (piracetam), voor cognitieve stoornissen, boekte een netto-omzet van € 46 miljoen, een vermindering van 10% door verplichte prijsverminderingen en afstotingen.

Andere producten: De netto-omzet voor de andere gevestigde merken verminderde met 24% tot € 329 miljoen door verplichte prijsverminderingen, generische concurrentie en afstotingen.

Bepaalde afdekkingen heringedeeld volgens nettoomzet leidden tot een verlies van € 19 miljoen, wat het resultaat weergeeft van de transactie afdekkingen van UCB, die moeten erkend worden in de nettoomzet lijn in overeenstemming met IFRS. Deze houden vooral verband met Amerikaanse dollar, Japanse yen, Britse pond en Zwitserse frank.

2.4 | NETTO-OMZET PER GEOGRAFISCH GEBIED

ACTUEEL VERSCHIL – ACTUELE
WISSELKOERSEN
VERSCHIL – CONSTANTE
WISSELKOERSEN (CW)
€ miljoen 2016 2015 € MILJOEN % € MILJOEN %
Netto-omzet VS 1 851 1 694 157 9% 152 9%
Cimzia® 838 713 124 17% 122 17%
Vimpat® 617 513 104 20% 103 20%
Keppra® 215 254 -38 -15% -39 -15%
Neupro® 83 79 4 5% 4 5%
Briviact® 11 11 n.v.t. 11 n.v.t.
Gevestigde merken
venlafaxine ER 89 90 -1 -1% -1 -1%
Overige -2 46 -48 > -100% -48 > -100%
Netto-omzet Europa 1 256 1 203 53 4% 73 6%
Cimzia® 351 296 55 19% 63 21%
Keppra® 242 250 -9 -3% -6 -2%
Neupro® 167 150 17 11% 19 13%
Vimpat® 155 134 21 15% 22 17%
Briviact® 7 7 n.v.t. 7 n.v.t.
Gevestigde merken
Zyrtec® 64 67 -4 -5% -2 -3%
Xyzal® 34 36 -2 -5% -2 -4%
Nootropil® 22 24 -2 -9% -2 -8%
Overige 215 246 -30 -12% -26 -11%
Netto-omzet Japan 268 207 60 29% 42 20%
E Keppra® 104 79 25 31% 14 17%
Neupro® 39 19 20 > 100% 20 > 100%
Cimzia® 34 10 24 > 100% 20 > 100%
Vimpat® 5 5 n.v.t. 4 n.v.t.
Gevestigde merken
Xyzal® 48 53 -5 -9% -4 -7%
Zyrtec® 37 46 -9 -19% -12 -27%
Overige 1 1 0 -16% 0 -25%
Netto-omzet internationale markten 502 490 12 3% 40 8%
Keppra® 162 154 9 6% 19 12%
Cimzia® 84 64 20 31% 23 36%
Vimpat® 37 32 5 15% 6 20%
Neupro® 13 10 3 24% 3 29%
Briviact® 0 0 n.v.t. 0 n.v.t.
Gevestigde merken
Zyrtec® (inclusief Cirrus®) 39 31 9 28% 11 35%
Nootropil® 24 27 -3 -11% 0 -1%
Xyzal®
Overige
22
120
23
149
0
-29
-2%
-19%
2
-23
7%
-16%
Netto-omzet vóór afdekkingen 3 877 3 594 282 8% 307 9%
Bepaalde afdekkingen
heringedeeld volgens netto-omzet
-19 -82 63 -77%
Totale netto-omzet 3 858 3 512 346 10% 307 9%

Voor meer details, verwijzen wij u naar Toelichting 5

De door UCB gerapporteerde netto-omzet in de VS bedroeg € 1 851 miljoen (+9%). Deze werd gedreven door de kernproducten, die de daling van gevestigde merken compenseerden. De netto-omzet van Cimzia® steeg met 17% tot € 838 miljoen. Vimpat® steeg met 20% tot € 617 miljoen en de netto-omzet van Neupro® bedroeg € 83 miljoen (+5%). Briviact® werd geïntroduceerd in het midden van 2016 en haalde een netto-omzet van € 11 miljoen. De franchise voor Keppra® daalde tot € 215 miljoen (-15%) door voorraadeffecten in 2015 die zich niet opnieuw voordeden in 2016, in lijn met de verwachtingen. Venlafaxine ER had een netto-omzet van € 89 miljoen tot het werd afgestoten in november 2016. De netto-omzet van de andere producten haalde € -2 miljoen, in vergelijking met € 46 miljoen in 2015, door verplichte prijsdalingen en reserves voor rabatten en geretourneerde producten.

De netto-omzet in Europa haalde € 1 256 miljoen (+4%), gedreven door de voortdurende duurzame groei van Cimzia® (€ 351 miljoen; +19%), Vimpat® (€ 155 miljoen; +15%) en Neupro® (€ 167 miljoen; +11%) en de lancering van Briviact® (€ 7 miljoen). De netto-omzet van Keppra® bereikte € 242 miljoen, (-3%) door verplichte prijsverminderingen en generische concurrentie. Gevestigde merken daalde, voornamelijk als gevolg van verplichte prijsdalingen en generische concurrentie.

De netto-omzet in Japan bedroeg € 268 miljoen, een stijging met 29%, gedreven door duurzame vraag in de markt. De netto-omzet van Cimzia® bedroeg € 34 miljoen (tegenover € 10 miljoen, partner: Astellas). Vimpat® werd geïntroduceerd in september 2016 en haalde een nettoomzet van € 5 miljoen (partner: Daiichi Sankyo). De nettoomzet van Neupro® bedroeg € 39 miljoen (tegenover € 19 miljoen in 2015), terwijl E Keppra® € 104 miljoen genereerde (+31%). De partner van UCB in Japan voor beide producten is Otsuka. De allergiefranchise (Zyrtec® en Xyzal®) bleef dalen als gevolg van verlies van exclusiviteit en generische concurrentie.

De netto-omzet van internationale markten bedroeg € 502 miljoen (+3%) gedreven door de duurzame groei van Cimzia®, Vimpat®, Neupro® en ook Keppra®. Briviact® werd geïntroduceerd in Canada.

Bepaalde afdekkingen heringedeeld voor verkoopwaren € 19 miljoen negatief, en geven UCB's transactie afdekkingen weer die erkend moeten worden in de netto-omzet lijn in overeenstemming met IFRS.

2.5 | ROYALTYINKOMSTEN EN -VERGOEDINGEN

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2016 2015 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Biotechnologische IE 75 96 -22% -13%
Zyrtec® VS 27 27 -2% -2%
Toviaz® 18 23 -22% -22%
Overige 5 30 -83% -83%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 125 176 -29% -24%

In 2016 stegen de royaltyinkomsten en -vergoedingen tot € 125 miljoen (-29%).

In overeenkomst met de biotechnologische Intellectuele Eigendom (IE) uitgaven, daalden ook de biotechnologische inkomsten door het verstrijken van patenten.

De ontvangen royalties voor Zyrtec® in de VS bleven min of meer stabiel.

De franchise royalties betaald door Pfizer voor Toviaz® (fesoterodine), de behandeling voor een overactieve blaas, daalden en geven de prestaties weer van de franchise in de markt.

Andere royalty-inkomsten en -vergoedingen waren lager als gevolg van het afstoten van in licentie gegeven producten in 2015.

2.6 | OVERIGE OPBRENGSTEN

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2016 2015 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Opbrengsten uit contractproductie 119 44 > 100% > 100%
Product winstdeling 19 23 -18% -18%
Samenwerkingen in Japan 12 63 -81% -81%
Samenwerkingen in China 9 20 -53% -52%
Overige 36 38 -5% -5%
Overige opbrengsten 195 188 4% 5%

Overige opbrengsten stegen tot € 195 miljoen (+4%) door het hoger volume aan contractproductie, waar lagere mijlpaal- en andere betalingen tegenover stonden doordat er zich geen bijzondere gebeurtenissen voordeden.

Omzet uit contractproductie steeg van € 44 miljoen tot € 119 miljoen, omdat het contractproductie omvat van de nitraten na de productafstoting in 2016 (zie "Belangrijkste gebeurtenissen in 2016" van dit verslag).

De winstdelingsovereenkomsten voor Provas® en Xyzal® leverden een opbrengst van € 19 miljoen op (-18%), vooral gedreven door de levenscyclus van deze producten.

Onze samenwerkingsactiviteiten in Japan omvatten de samenwerking met Otsuka voor E Keppra® en Neupro®, met Astellas voor Cimzia® en met Daiichy Sankyo voor

Vimpat®. De opbrengsten daalden van € 63 miljoen naar € 12 miljoen. 2015 werd positief beïnvloed door de mijlpaalbetaling voor de indiening van Vimpat® in Japan.

Onze samenwerkingen in China omvatten de marktrechten voor UCB's allergie franchise en de opbrengst bereikte € 9 miljoen (-53%), voornamelijk als gevolg van betalingen in verband met de overdracht van de marketing rechten in 2015.

De "overige" opbrengsten bedroegen € 36 miljoen (-5%) en omvatten mijlpaalbetalingen en andere betalingen van onze O&O-partners.

2.7. BRUTOWINST
------------------- --
ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2016 2015 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Opbrengsten 4 178 3 876 8% 7%
Netto-omzet 3 858 3 512 10% 9%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 125 176 -29% -24%
Overige opbrengsten 195 188 4% 5%
Kostprijs van de omzet -1 202 -1 158 4% 5%
Kostprijs van de omzet voor producten en diensten -852 -776 10% 10%
Royaltylasten -224 -244 -8% -6%
Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van
immateriële activa
-126 -137 -8% -7%
Brutowinst 2 976 2 719 9% 8%

In 2016, bereikte de brutowinst € 2 976 miljoen, een verhoging van +9%, als gevolg van de netto-omzetgroei en een verbeterde productmix. De kernproducten Cimzia®, Vimpat® en Neupro® vertegenwoordigen nu 62% van de totale netto-omzet van UCB, in vergelijking met 56% in 2015. De brutomarge verbeterde tot 71% (2015: 70%).

De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van aan de omzet gekoppelde immateriële activa:

De kostprijs van omzet voor producten en diensten steeg met 10% tot € 852 miljoen.

Royaltylasten daalden van € 244 miljoen naar € 224 miljoen vanwege biotechnologische IP royaltylasten die werden beïnvloed door aflopende patenten eind december 2015. Royaltylasten voor producten op de markt, voornamelijk Cimzia® en Vimpat®, bleven stijgen door de groei van beide producten.

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2016 2015 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Biotechnologische IE 1 -28 > -100% > -100%
Overige -225 -216 4% 7%
Royaltylasten -224 -244 -8% -6%

Afschrijving van de aan omzet gekoppelde immateriële activa: Onder IFRS 3 "Bedrijfscombinaties" heeft UCB op zijn balans een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa staan, die verband houden met de overnames van Celltech en Schwarz Pharma (lopend onderzoek en ontwikkeling, productiekennis, royaltystromen,

handelsbenamingen enz.). De afschrijvingen van immateriële activa voor de reeds op de markt gebrachte producten, daalden tot € 126 miljoen tegenover € 137 miljoen in 2015, en werd vooral gedreven door afstotingen uit de gevestigde merken portefeuille.

2.8 | RECURRENTE EBIT EN RECURRENTE EBITDA

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2016 2015 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Opbrengsten 4 178 3 876 8% 7%
Netto-omzet 3 858 3 512 10% 9%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 125 176 -29% -24%
Overige opbrengsten 195 188 4% 5%
Brutowinst 2 976 2 719 9% 8%
Marketing- en verkoopkosten -940 -904 4% 5%
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -1 020 -1 037 -2% 0%
Algemene en administratiekosten -184 -192 -5% -3%
Overige bedrijfsopbrengsten/uitgaven (-) -36 -9 > 100% > 100%
Totale operationele lasten -2 180 -2 142 2% 3%
Recurrente EBIT (rEBIT) 796 577 38% 27%
Plus: afschrijvingen van immateriële activa 169 170 0% 1%
Plus: Waardeverminderingen 66 74 -11% -9%
Recurrente EBITDA (rEBITDA) 1 031 821 26% 18%

De bedrijfskosten, die de marketing- en verkoopkosten, de kosten voor onderzoek en ontwikkeling, de algemene en administratiekosten en andere bedrijfsopbrengsten/ lasten omvatten, bedroegen € 2 180 miljoen (+2%), en weerspiegelen:

  • 4% meer marketing- en verkoopkosten, voor € 940 miljoen. Terwijl de verdere groei van Cimzia®, Vimpat® en Neupro® synergiën en meer efficiëntie toeliet, heeft UCB Briviact® geïntroduceerd in de EU en de VS sinds januari en juni 2016, respectievelijk;

  • 2% minder onderzoeks- en ontwikkelingskosten, voor € 1 020 miljoen. De vooruitgang in de late fasepijplijn van klinische ontwikkeling – namelijk het fase 3 programma voor Evenity™ (romosozumab) en de start van het fase 2b klinisch ontwikkelingsprogramma voor bimekizumab (oktober 2016) leidde tot licht lagere O&O kosten in 2016, in vergelijking met 2015. De O&O ratio (als percentage van omzet) voor 2016 was 24%, tegenover 27% in 2015;

  • 5% lager algemene en administratieve kosten voor € 184 miljoen, dankzij strakke kostenbeheersing en voortdurende verbeteringen;

Overige bedrijfslasten voor € 36 miljoen, tegenover € 9 miljoen in 2015, te verklaren door een verlaging in ontvangen toekenningen, vervanging van software en provisies gerelateerd aan contract productie.

Recurrente EBIT steeg tot € 796 miljoen, een stijging met 38% ten opzichte van 2015:

  • Totale afschrijvingen van immateriële activa (product gerelateerde en andere) bleven ongewijzigd op € 169 miljoen;

  • Waardverminderingen daalden naar € 66 miljoen (-11%). De waardeverminderingen omvatten € 10 miljoen gerelateerd aan voorfinanciering van kapitaaluitgaven zoals voorzien in de overeenkomst tussen UCB en Lonza voor de productie door Lonza van gepegyleerde actieve bulkproducten op basis van antilichaamfragmenten. Deze werden erkend in de kostprijs van verkochte goederen, en worden opnieuw toegevoegd voor de berekening van recurrente EBITDA.

Recurrente EBITDA bereikte € 1 031 miljoen, tegenover € 821 miljoen (+26%), gedreven door de hogere brutowinst en de slechts zeer beperkte stijging van de bedrijfskosten in 2016. De recurrente EBITDA ratio (in percentage van omzet) steeg tot 25%, tegenover 21% in 2015.

2.9. | WINST

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2016 2015 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Recurrente EBIT 796 577 38% 27%
Kosten van bijzondere waardeverminderingen -12 -88 -86% -85%
Reorganisatiekosten -33 -27 25% 25%
Meerwaarden op afstotingen 171 139 23% 23%
Overige niet-recurrente baten/lasten (-) -46 -79 -66% -65%
Totale niet-recurrente baten/lasten (-) 80 -55 > 100% > 100%
EBIT (operationele winst) 876 522 68% 55%
Netto financiële kosten -112 -96 16% 17%
Resultaat van verbonden ondernemingen -0 -0 > 100% > 100%
Winst voor belastingen 764 426 79% 63%
Winstbelastingen -199 -111 79% 63%
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 564 315 79% 63%
Winst/verlies (-) uit beëindigden
bedrijfsactiviteiten
-23 359 > -100% > -100%
Winst 542 674 -20% -27%
Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 520 623 -17% -25%
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 22 51 -56% -56%
Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 520 623 -17% -25%
Kern-winst toerekenbaar aan aandeelhouders
van UCB
600 417 44% 34%
Gewogen gemiddeld aantal aandelen (miljoen) 188 192 -2%
Kern-WPA toerekenbaar aan aandeelhouders
van UCB (€)
3,19 2,17 47% 36%

De totale niet-recurrente baten/lasten bedroegen € 80 miljoen baten vóór belastingen, tegenover € 55 miljoen lasten vóór belastingen in 2015. Belangrijkste reden voor deze baten is de meerwaarde (€ 171 miljoen) door het afstoten van de UCB gevestigde merken nitraten en het afstoten van venlafaxine ER in de VS (zie "2016 belangrijkste gebeurtenissen" sectie). De niet recurrente elementen voor 2015 omvatten de meerwaarde van het afstoten van UCB's gevestigde merken in India, bijzondere waardeverminderingen op immateriële vaste activa verbonden aan een fase 3 project (epratuzumab) en andere immateriële activa, een afschrijving op verkochte materiële activa, herstructureringskosten en overige uitgaven met betrekking tot geschillen.

De netto financiële lasten stegen tot € 112 miljoen ten opzichte van € 96 miljoen, als gevolg van de waardevermindering (€ 28 miljoen) van de Lannett warranten ontvangen uit hoofde van de verkoop van Kremers Urban in 2015.

De winstbelastingen bedroegen € 199 miljoen, tegenover € 111 miljoen in 2015. De gemiddelde effectieve aanslagvoet op recurrente activiteiten bedroeg 26% in 2016, in vergelijking met 24% in 2015. De effectieve aanslagvoet is gestegen in 2016 in vergelijking met vorig jaar na een interne reorganisatie die leidde tot het niet langer opnemen van fiscale verliezen.

Winst/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten leidde tot een verlies van € 23 miljoen, tegenover een winst van € 359 miljoen in 2015, hetgeen de afstoting respectievelijk de activiteiten van Kremers Urban weergeeft. In november 2015 werd de verkoop van Kremers Urban, de dochteronderneming van UCB gespecialiseerd in generische geneesmiddelen in de VS, aan Lannett met succes afgesloten.

De winst van de Groep bedroeg € 542 miljoen, tegenover € 674 miljoen, waarvan € 520 miljoen kan worden toegerekend aan de aandeelhouders van UCB en € 22 miljoen aan minderheidsbelangen. Voor 2015 werd de winst positief beïnvloed door het afstoten van Kremers Urban, wat leidde tot een winst van € 674 miljoen, waarvan € 623 miljoen toerekenbaar was aan de aandeelhouders van UCB en € 51 miljoen aan minderheidsbelangen.

2.10 | KERN-WPA

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2016 2015 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Winst 542 674 -20% -27%
Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 520 623 -17% -25%
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 22 51 -56% -56%
Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 520 623 -17% -25%
Totale niet-recurrente baten (-)/lasten -80 55 > 100% > 100%
Winstbelasting op niet-recurrente lasten (-)/baten 15 -4 > 100% > 100%
Financiële éénmalige baten (-)/lasten 23 2 > 100% > 100%
Winstbelasting op financiële éénmalige baten/lasten (-) -1 0 n.v.t. n.v.t.
Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 23 -359 > 100% > 100%
Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van
immateriële activa
126 137 -8% -7%
Winstbelasting op afschrijvingen van immateriële
activa gerelateerd aan omzet
-26 -37 29% 29%
Kern-winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 600 417 44% 34%
Gewogen gemiddeld aantal aandelen (miljoen) 188 192 -2%
Kern-WPA toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB (€) 3,19 2,17 47% 36%

De winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB, gecorrigeerd voor het effect na belastingen van nietrecurrente elementen, financiële eenmalige posten, de bijdragen na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten en de netto afschrijving van immateriële activa die verband houden met verkoop, geeft aanleiding tot een kern nettowinst toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB van 600 miljoen (+44%), wat leidt tot een kern winst per aandeel (WPA) van € 3,19 per aandeel, ten opzichte van € 2,17 in 2015, op een niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen van respectievelijk 188 miljoen en 192 miljoen.

2.11. | KAPITAALUITGAVEN

De kapitaaluitgaven voor materiële vaste activa voort vloeiend uit de biofarmaceutische activiteiten van UCB bedroegen € 108 miljoen in 2016 (2015: € 71 miljoen). De kapitaaluitgaven voor materiële vaste activa hielden in 2016 vooral verband met IT hardware en andere vaste activa.

In 2016 werd voor € 30 miljoen aan immateriële vaste activa verworven (2015: € 75 miljoen) voor software ontwikkelingen en licentieafspraken.

Bovendien heeft UCB, zoals bepaald in de overeenkomst tussen UCB en Lonza voor de productie door Lonza van gepegyleerde actieve bulkproducten op basis van antilichaamfragmenten, deelgenomen in de voorfinanciering van de betreffende kapitaaluitgaven. De afschrijvingskosten op deze investering zijn opgenomen in de kosten van verkochte goederen en werden weer toegevoegd met het oog op de berekening van de recurrente EBITDA.

2.12. | BALANS

De immateriële activa daalden met € 180 miljoen van € 1 055 miljoen per 31 december 2015 tot € 875 miljoen op 31 december 2016. Dit omvat de lopende afschrijvingen op immateriële activa (€ 159 miljoen), de afstoting van immateriële activa uit de nitratenactiviteiten, deels gecompenseerd door toevoegingen in het kader van licentieafspraken, software en geactiveerde in aanmerking komende software-ontwikkelingskosten.

De goodwill steeg lichtjes van € 5 164 miljoen per 31 december 2015 naar € 5 178 miljoen als gevolg van de sterkere Amerikaanse dollar, gecompenseerd door een zwakkere Britse pond in vergelijking met december 2015.

Overige vaste activa daalden met € 71 miljoen, vooral gedreven door een toename van de uitgestelde belastingvorderingen en de toename in materiële vaste activa, ruim gecompenseerd door de terugbetaling van de U S\$ 200 miljoen Lannett obligaties.

Vaste activa daalden van € 2 838 miljoen op 31 december 2015 naar € 2 331 miljoen op 31 december 2016, als gevolg van licht verhoogd werkkapitaal en de cash bewegingen, met inbegrip van de terugbetalingen van obligaties, de betaling van belastingen naar aanleiding van de verkoop van Kremers Urban in 2015 en de ontvangen cash naar aanleiding van de verkoop van niet -kernactiva.

Het eigen vermogen van UCB bedraagt € 5 477 miljoen, een daling van € 69 miljoen tussen 31 december 2015 en 31 december 2016. De voornaamste wijzigingen komen voort uit de nettowinst na minderheidsbelangen (€ 520 miljoen), beïnvloed door de U S \$ en £ omrekenings verschillen (€ 50 miljoen), gecompenseerd door

de dividenduitkering (€ 212 miljoen), personeelsvoordelen (€ 89 miljoen) en de terugbetaling van het hybride kapitaal (€ 300 miljoen).

De langlopende verplichtingen daalden met € 32 miljoen tot € 2 317 miljoen.

De kortlopende verplichtingen bedroegen € 2 418 miljoen, een daling met € 643 miljoen, te danken aan een daling van de inkomstenbelastingen naar aanleiding van het afstoten van Kremers Urban in 2015 en de terugbetaling van kortlopende leningen en obligaties.

De netto schuld daalde met € 83 miljoen van € 921 miljoen per eind december 2015 naar € 838 miljoen per eind december 2016, vooral als gevolg van de onderliggende rentabiliteit, de verkoop van niet-kern activa en de terugbetaling van de Lannett obligaties, gecompenseerd door de dividendbetaling op de 2015 resultaten, de terugbetalingen van obligaties en de betaling van belastingen naar aanleiding van de verkoop van Kremers Urban in 2015. De netto schuld versus recurrente EBITDA ratio voor 2016 eindigde op 0,8 tegenover 1,12 in 2015. Bijgevolg haalde UCB zijn doelstelling op middellange termijn van 1:1 twee jaar sneller dan voorzien.

2.13 | KASSTROOMOVERZICHT

De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstroom wordt beïnvloed door de volgende elementen:

  • De kasstroom uit bedrijfsactiviteiten bedroeg € 427 miljoen, waarvan € 726 miljoen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten, in vergelijking met € 204 miljoen in 2015. De onderliggende rentabiliteit en de verbetering van het werkkapitaal werd tenietgedaan door de betaalde belastingen naar aanleiding van de verkoop van Kremers Urban.

  • De kasstroom uit investeringsactiviteiten toonde een instroom van € 317 miljoen in 2016, waarvan € 133 miljoen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten, in vergelijking met € 19 miljoen in 2015. De afstoting van niet-kernproducten van de gevestigde merken portfolio (vooral nitraten en venlafaxine ER) genereerde € 273 miljoen en Lannett betaalde de US\$ 200 miljoen uitstaande ongedekte lening van hogere rang terug, gecompenseerd door de investering in materiële en immateriële activa.

  • De kasstroom uit financieringsactiviteiten toonde een uitstroom van € 1 267 miljoen, wat de uitkering van het dividend aan de aandeelhouders van UCB en de houders van de eeuwigdurende achtergestelde obligaties omvat (€ 231 miljoen), de terugbetaling van de eeuwigdurende achtergestelde obligatie (€ 300 miljoen) en van de ongedekte lening van hogere rang (€ 500 miljoen), de verwerving van eigen aandelen (€ 49 miljoen) en de terugbetaling van leningen op korte termijn (€ 107 miljoen).

2.14 | VOORUITZICHTEN VOOR 2017

Voor 2017 verwacht UCB een voortgezette de stijgende groei van zijn kernproducten die de onderneming verder ontplooit. UCB gaat ook vooruitgang boeken in zijn ontwikkelingspijplijn om potentiële nieuwe oplossingen aan patiënten te kunnen aanbieden.

De rapportering van de omzet voor 2017 is beïnvloed door de afstotingen van producten in 2016 en door IFRS 15, en zal naar verwachting ongeveer € 4,25- 4,35 miljard bereiken.

De recurrente EBITDA zal naar verwachting stijgen tot ongeveer € 1,15 - 1,2 miljard. Bijgevolg wordt verwacht dat de kern-winst per aandeel zal uitkomen tussen € 3,70 en € 4,00 op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van 188 miljoen.

De cijfers voor de vooruitzichten voor 2017 zoals hierboven vermeld, werden op dezelfde basis berekend als de werkelijke cijfers voor 2016, zoals eerder vermeld in dit overzicht van de bedrijfsprestaties en in de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2016 en 2015, met uitzondering van het volgende:

  • De veronderstellingen voor de vooruitzichten voor 2017 houden conservatief rekening met het te verwachten beperkend effect op omzet van de implementatie van IFRS 15;

  • Lagere netto-omzet voor gevestigde merken als gevolg van de afstotingen in 2016 (nitraten, venlafaxine ER).

GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

GECONSOLIDEERDE WINST- EN VERLIESREKENING

GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN

GECONSOLIDEERDE BALANS

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT 4.

GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN

1 | GECONSOLIDEERDE WINST- EN VERLIESREKENING

Voor het boekjaar eindigend op 31 december TOELICHTING 2016 2015
€ miljoen
VOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITEN
Netto-omzet 5 3 858 3 512
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 125 176
Overige opbrengsten 7 195 188
Opbrengsten 4 178 3 876
Kostprijs van de omzet -1 202 -1 157
Brutowinst 2 976 2 719
Marketing- en verkoopkosten -940 -904
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -1 020 -1 037
Algemene en administratiekosten -184 -192
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 10 -36 -9
Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, 796 577
reorganisatiekosten en overige baten en lasten
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 11 -12 -88
Reorganisatiekosten 12 -33 -27
Overige baten/lasten (-) 13 125 60
Operationele winst 876 522
Financiële opbrengsten 14 62 34
Financiële kosten 14 -174 -130
Aandeel in het verlies van geassocieerde deelnemingen -0 -0
Winst vóór belastingen 764 426
Winstbelastingen 15 -199 -111
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 565 315
BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN
Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 6 -23 359
WINST 542 674
Toerekenbaar aan:
Aandeelhouders van UCB NV 520 623
Minderheidsbelangen 22 51
GEWONE WINST PER AANDEEL (€)
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 37 2.88 1.38
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 37 -0.12 1.87
Totale gewone winst per aandeel 2.76 3.25
VERWATERDE WINST PER AANDEEL (€)
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 37 2.88 1.38
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 37 -0.12 1.87
Totale verwaterde winst per aandeel 2.76 3.25

2 | GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN

Voor het boekjaar eindigend op 31 december TOELICHTING 2016 2015
€ miljoen
WINST VAN DE PERIODE 542 674
Niet-gerealiseerde resultaten
Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies
in latere perioden:
- Nettowinst/-verlies (-) op de voor verkoop beschikbare financiële activa -1 30
- Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten -53 303
- Effectief gedeelte van winst/verlies (-) op kasstroomafdekkingen -17 12
- Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde
resultaten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in
latere perioden
13 0
Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies
in latere perioden:
- Herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde
pensioenrechten
30 -107 13
- Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde
resultaten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in
latere perioden
18 17
Niet-gerealiseerde resultaten voor de periode na belastingen -147 375
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode,
na belastingen
395 1 049
Toerekenbaar aan:
Aandeelhouders van UCB NV 376 1 015
Minderheidsbelangen 19 34
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode,
na belastingen
395 1 049

3 | GECONSOLIDEERDE BALANS

TOELICHTING 2016 2015
€ miljoen
ACTIVA
Vaste activa
Immateriële activa 17 875 1 055
Goodwill 18 5 178 5 164
Materiële vaste activa 19 678 651
Uitgestelde belastingvorderingen 29 953 843
Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 20 197 405
Totaal vaste activa 7 881 8 118
Vlottende activa
Voorraden 21 578 566
Handelsvorderingen en overige vorderingen 22 884 836
Te ontvangen belastingen 5 19
Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 20 86 54
Geldmiddelen en kasequivalenten 23 761 1 285
Activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassifieerd 6.2 17 78
als aangehouden voor verkoop
Totaal vlottende activa 2 331 2 838
Totaal activa 10 212 10 956
EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen
Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 24 5 584 5 672
Minderheidsbelangen 20.6 -107 -126
Totaal eigen vermogen 5 477 5 546
Langlopende verplichtingen
Leningen 26 331 349
Obligaties 27 1 243 1 236
Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 28 94 117
Uitgestelde belastingverplichtingen 29 10 48
Personeelsbeloningen 30 479 417
Voorzieningen 31 105 76
Handels- en overige verplichtingen 32 55 106
Totaal langlopende verplichtingen 2 317 2 349
Kortlopende verplichtingen
Leningen 26 27 117
Obligaties 27 0 506
Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 28 142 131
Voorzieningen 31 61 66
Handels- en overige verplichtingen 32 1 860 1 688
Te betalen belastingen 33 328 553
Verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd 6.2 0 0
als aangehouden voor verkoop
Totaal kortlopende verplichtingen 2 418 3 061
Totaal verplichtingen 4 735 5 410
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 10 212 10 956

4. | GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

Voor het boekjaar eindigend op 31 december TOELICHTING 2016 2015
€ miljoen
Jaarwinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 520 623
Minderheidsbelangen 22 50
Aanpassing voor winst(-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 6 23 -359
Aanpassing voor niet-geldelijke transacties 34 216 313
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten 34 199 111
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings
en financieringsactiviteiten
34 -129 -59
Wijzigingen in het werkkapitaal 34 46 83
Aandelen-swaps 34 0 -190
Ontvangen rente 14 17 5
Kasstromen uit operationele activiteiten 914 577
Betaalde belastingen gedurende de periode -487 -331
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit operationele activiteiten:
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 726 204
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -299 42
NETTO KASSTROMEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN 427 246
Verwerving van materiële vaste activa 19 -108 -71
Verwerving van immateriële activa 17 -30 -75
Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen 0 -2
Verwerving van overige investeringen -2 -1
Subtotaal verwervingen -140 -150
Ontvangsten uit verkoop van immateriële activa 2 41
Ontvangsten uit verkoop van materiële vaste activa 2 4
Ontvangsten uit verkoop van dochterondernemingen,
na aftrek van overgedragen geldmiddelen
6 191 880
Ontvangsten uit verkoop van andere bedrijfsactiviteiten, na aftrek van overgedragen geldmiddelen 260 106
Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen 2 8
Ontvangen dividenden 0 0
Subtotaal ontvangsten uit verkopen 457 1 039
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit investeringsactiviteiten:
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 133 19
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 184 870
NETTO KASSTROMEN UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN 317 889
Terugbetaling van eeuwigdurende achtergestelde obligatie 24.2 -300 0
Ontvangsten uit uitgifte van obligaties 27.3 0 346
Terugbetaling van obligaties (-) 27.3 -500 0
Ontvangsten uit leningen 26 0 153
Terugbetalingen van leningen (-) 26 -107 -424
Terugbetaling van financiële leaseverplichtingen -1 -3
Inkoop (-)/vervreemding van eigen aandelen 24 -49 -122
Uitgekeerde dividenden aan aandeelhouders van UCB,
na aftrek van dividenden betaald op eigen aandelen
38, 24.2 -231 -225
Betaalde rente 14 -79 -91
Netto kasstromen uit financieringsactiviteiten
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten -1 267 -366
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
NETTO KASSTROMEN UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN -1 267 -366
NETTO TOENAME/AFNAME (-) VAN GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten
-523
-408
769
-143
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -115 912
NETTO GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN AAN HET BEGIN VAN DE PERIODE 1 277 507
Effect van wisselkoersschommelingen 2 1
NETTO GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN AAN HET EINDE VAN DE PERIODE 756 1 277

5 | GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN

2016 – € MILJOEN TOEREKENBAAR AAN AANDEELHOUDERS VAN UCB NV
en uitgiftepremies
Aandelenkapitaal
Hybride kapitaal Eigen aandelen Overgedragen
resultaat
Overige reserves omrekenings­
Cumulatieve
verschillen
financiële activa
Voor verkoop
beschikbare
afdekkingen
Kasstroom
Totaal Minderheids
belangen
Totaal eigen
vermogen
Balans per 1 januari 2016 2 614 295 -295 2 915 -66 182 43 -16 5 672 -126 5 546
Winst van de periode 520 520 22 542
Niet
-gerealiseerde resultaten
van de periode
-89 -50
1

4
-144
3
-147
Totaal gerealiseerde en
niet-gerealiseerde resultaten
520 -89 -50 -1 -4 376 19 395
Dividenden (Toelichting 38) -207 -207 -207
Op aadelen gebaseerde betalingen
(Toelichting 25)
52 52 52
Overboeking tussen reserves 5 16 -12
9
0 0
Eigen aandelen (Toelichting 24)
4

4

4
Terugbetaling van kapitaal -300 -300 -300
Dividend aan aandeelhouders
van eeuwigdurende achtergestelde
obligaties (Toelichting 24)

5

5

5
Balans per 31 december 2016 2 614 0 -283 3 263 -164 132 42 -20 5 584 -107 5 477
2015 – € MILJOEN TOEREKENBAAR AAN AANDEELHOUDERS VAN UCB NV
en uitgiftepremies
Aandelenkapitaal
Hybride kapitaal Eigen aandelen Overgedragen
resultaat
Overige reserves omrekenings­
Cumulatieve
verschillen
Voor verkoop
investeringen
beschikbare
afdekkingen
Kasstroom
Totaal Minderheids
belangen
Totaal eigen
vermogen
Balans per 1 januari 2015 2 614 295 -173 2 515 -96 -138 13 -28 5 002 -160 4 842
Winst van de periode 623 623 51 674
Niet
-gerealiseerde resultaten
van de periode
30 320 30 12 392 -17 375
Totaal gerealiseerde en
niet-gerealiseerde resultaten
623 30 320 30 12 1 015 34 1 049
Dividenden (Toelichting 38) -202 -202 -202
Op aadelen gebaseerde betalingen
(Toelichting 25)
39 39 39
Overboeking tussen reserves 37 -37 0 0
Eigen aandelen (Toelichting 24) -159 -159 -159
Dividend aan aandeelhouders
van eeuwigdurende achtergestelde
obligaties (Toelichting 24)
-23 -23 -23
Balans per 31 december 2015 2 614 295 -295 2 915 -66 182 43 -16 5 672 -126 5 546

04.

TOELICHTINGEN BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING


1.
Algemene informatie ––––––––––––––––––––––– 86
2. Overzicht van de belangrijkste
grondslagen voor
financiële verslaggeving––––––––––––––––––––
86

3.
Kritische beoordelingen en
boekhoudkundige schattingen ––––––––––
100
4. Financieel risicobeheer ––––––––––––––––––– 102

5.
Gesegmenteerde informatie ––––––––––––– 109
6. Beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa
van een groep activa die wordt
afgestoten, geclassificeerd als
aangehouden voor verkoop ––––––––––––––111

7.
Overige opbrengsten –––––––––––––––––––––––112
8. Operationele kosten volgens aard –––––––112

9.
Kosten voor personeelsbeloningen –––––113
10. Overige bedrijfsbaten/-lasten ––––––––––––113
11. Bijzondere waardevermindering
van niet-financiële activa–––––––––––––––––––113
12. Reorganisatiekosten ––––––––––––––––––––––––113
13. Overige baten/lasten –––––––––––––––––––––––114
14. Financiële opbrengsten en kosten––––––––114
15. Winstbelastingen (-)/tegoeden––––––––––––115
16. Componenten van niet-gerealiseerde
resultaten ––––––––––––––––––––––––––––––––––––116
17. Immateriële activa ––––––––––––––––––––––––––116
18. Goodwill ––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 118
19. Materiële vaste activa ––––––––––––––––––––– 119
20. Financiële en overige activa ––––––––––––– 120
21. Voorraden ––––––––––––––––––––––––––––––––––– 122
22. Handelsvorderingen
en overige vorderingen –––––––––––––––––––
122
23. Geldmiddelen en kasequivalenten –––––– 123
24. Kapitaal en reserves ––––––––––––––––––––––– 124
25. Op aandelen gebaseerde betalingen ––– 125
26. Leningen –––––––––––––––––––––––––––––––––––– 129
27. Obligaties –––––––––––––––––––––––––––––––––––– 130
28. Overige financiële verplichtingen ––––––––131
29. Uitgestelde belastingvorderingen
en -verplichtingen –––––––––––––––––––––––––
132
30. Personeelsbeloningen –––––––––––––––––––– 133
31. Voorzieningen –––––––––––––––––––––––––––––– 137
32. Handels- en overige verplichtingen –––– 138
33. Te betalen belastingen –––––––––––––––––––– 139
34. Toelichting bij het geconsolideerde
kasstroomoverzicht ––––––––––––––––––––––––
140
35. Financiële instrumenten per categorie ––141
36. Afgeleide financiële instrumenten –––––– 142
37. Winst per aandeel ––––––––––––––––––––––––– 144
38. Dividend per aandeel ––––––––––––––––––––– 144
39. Verbintenissen en voorwaardelijke
gebeurtenissen –––––––––––––––––––––––––––––
145
40. Transacties met verbonden partijen –––– 148
41. Gebeurtenissen na balansdatum –––––––––151
42. UCB-ondernemingen (volledig
geconsolideerd) –––––––––––––––––––––––––––––151

1. ALGEMENE INFORMATIE

UCB NV (UCB of "de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in drie therapeutische gebieden namelijk neurologie, immunologie en osteologie.

De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2016 omvat de Vennootschap en haar dochterondernemingen. Binnen de Groep hebben UCB Pharma NV en UCB S.R.O, beiden 100 % dochterondernemingen, bijkantoren, respectievelijk in het VK en Slovakije, die geïntegreerd zijn in hun rekeningen.

UCB NV, de moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap die in België opgericht en gevestigd is.

De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te B-1070 Brussel, België. UCB NV is genoteerd op de beurs Euronext Brussel.

De Raad van bestuur heeft deze geconsolideerde jaarrekening en statutaire jaarrekening van UCB NV goedgekeurd voor publicatie op 22 februari 2017. De aandeelhouders zullen verzocht worden de statutaire jaarrekening van UCB NV goed te keuren op de algemene vergadering van 27 april 2017.

2. OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGGEVING

De voornaamste grondslagen die toegepast werden om deze geconsolideerde jaarrekening op te stellen, worden hierna uiteengezet. Deze grondslagen werden consequent toegepast voor alle weergegeven jaren, tenzij anders vermeld.

2.1 | GRONDSLAG VOOR DE OPSTELLING

De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRSnormen) en interpretaties gepubliceerd door de IFRS Interpretatiecommissie (IFRS IC) zoals deze goedgekeurd werden door de Europese Unie per 31 december 2016.

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van het historische kostprijsmodel, met dien verstande dat bepaalde posten, waaronder voor verkoop beschikbare financiële activa, afgeleide financiële instrumenten en de verplichtingen voor in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties, tegen reële waarde worden weergegeven.

Voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met de IFRS-normen zijn bepaalde kritische schattingen nodig. Het vereist tevens dat de directie haar beoordelingsvermogen gebruikt in de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. De domeinen die een hoger niveau van beoordeling of complexiteit met zich meebrengen, of domeinen waarin de veronderstellingen en schattingen belangrijk zijn voor de geconsolideerde jaarrekening, worden in Toelichting 3 verduidelijkt.

2.2 | WIJZIGINGEN IN DE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGGEVING EN TOELICHTINGEN

Bepaalde wijzigingen aan bestaande standaarden en jaarlijkse verbeteringen aan standaarden zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2016. De Groep diende echter haar grondslagen voor financiële verslaggeving niet aan te passen en diende ook geen retroactieve aanpassingen te doen ten gevolge

van de toepassing van deze wijzigingen en verbeteringen aan de standaarden.

2.3 | NIEUWE STANDAARDEN EN WIJZIGINGEN AAN STANDAARDEN DIE NOG NIET WERDEN TOEGEPAST

Bepaalde nieuwe standaarden en wijzigingen aan bestaande standaarden werden gepubliceerd door de IASB maar zijn nog niet verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2016, en werden niet vervroegd toegepast door de Groep.

  • IFRS 9, "Financiële instrumenten" (ingangsdatum: 1 januari 2018), behandelt de classificatie, waardering en het niet langer in de balans opnemen van financiële activa en financiële verplichtingen en voert nieuwe regels in voor hedge accounting. De volledige versie van IFRS 9 werd uitgegeven in juli 2014 en vervangt de leidraad in IAS 39 met betrekking tot de classificatie en waardering van financiële instrumenten. In IFRS 9 blijft het gemengde waarderingsmodel in vereenvoudigde vorm behouden en worden drie primaire waarderingscategorieën voor financiële activa vastgesteld: geamortiseerde kostprijs, reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten en reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. In de norm wordt een nieuw model voor verwachte kredietverliezen geïntroduceerd ter vervanging van het in IAS 39 gebruikte model voor opgelopen verliezen. Voor financiële verplichtingen zijn er geen wijzigingen wat betreft classificatie en waardering, behalve dat voor verplichtingen die tegen reële waarde worden gewaardeerd de wijziging van de reële waarde ingevolge het eigen kredietrisico wordt opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten in plaats van in de winst- en verliesrekening. IFRS 9 versoepelt de eisen voor afdekkingseffectiviteit door vervanging van de "bright line"-effectiviteitstest voor afdekkingen. De Groep onderzoekt momenteel de volledige impact van IFRS 9.

  • IFRS 15, "Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten" (ingangsdatum: 1 januari 2018), bepaalt dat

een entiteit opbrengsten zodanig moet erkennen dat daaruit blijkt dat het bedrag voor de overdracht van de aan klanten toegezegde goederen of diensten een weerspiegeling is van de vergoeding waarop de entiteit recht meent te hebben in ruil voor die goederen of diensten. De norm voorziet specifiek in vijf stappen om de opbrengsten te erkennen:

    1. Identificeer het (de) contract(en) met een klant;
    1. Identificeer de prestatieverplichtingen in het contract;
    1. Bepaal de transactieprijs;
    1. Allocatie van de transactieprijs aan de prestatieverplichtingen in het contract;
    1. Erkenning van de opbrengsten wanneer (of als) de entiteit een prestatieverplichting vervult, d.w.z. wanneer de "zeggenschap" over de goederen of diensten met betrekking tot de specifieke prestatieverplichting wordt overgedragen aan de klant.

Teneinde de impact van de implementatie van de nieuwe standaard voor opbrengsten op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep in te schatten, werden onderstaande acties ondernomen in 2016:

  • Er werden IFRS 15 opleidingssessies georganiseerd voor alle financiële verantwoordelijken en er werd een checklist uitgewerkt met 20 vragen met betrekking tot de toepasselijkheid van bepaalde specifieke situaties voor elk van de 5 stappen van het opbrengstenerkenningsproces onder IFRS 15;
  • Alle financiële verantwoordelijken hebben de checklist ingevuld na overleg met het lokale management verantwoordelijk voor contract- en prijsbeheer, commercialisatie en distributie via groothandels, toelevering, compliance, budgetbeheer en planning en alle andere verantwoordelijken die betrokken zijn bij de verkoopcyclus, indien dit nodig bleek;
  • De antwoorden die in de checklists werden gegeven, de verdere opvolging, bespreking en analyse ervan leidden tot een eerste inschatting van de impact van IFRS 15.

Een meer gedetailleerde inschatting, inclusief een kwantitatieve impactanalyse van de nieuwe standaard voor opbrengsten zal gedurende de eerste maanden van 2017 gefinaliseerd worden.

Wat de opbrengsten uit licentieovereenkomsten betreft, werden ook IFRS 15 opleidingssessies georganiseerd voor alle dochterondernemingen die intellectuele eigendommen bezitten. Momenteel wordt er voor elke belangrijke licentieovereenkomst een gedetailleerde analyse uitgevoerd teneinde de impact in te schatten.

Op basis van een eerste inschatting van de impact van IFRS 15, wordt verwacht dat volgende punten wellicht een impact zullen hebben op de erkenning van opbrengsten:

  • Classificatie van commissies: bepaalde commissies die momenteel opgenomen worden onder "Marketing- en verkoopkosten" zullen onder IFRS 15 geclassificeerd moeten worden onder "Netto-omzet" aangezien deze beschouwd zullen moeten worden als deel uitmakend van de variabele transactieprijs;
  • Classificatie van bedragen betaald aan overheidsinstanties: de Groep is momenteel de huidige classificatie hiervan aan het bekijken;
  • Het erkennen van opbrengsten uit licentieovereenkomsten onder "Overige opbrengsten": de toepassing van de specifieke richtlijnen in IFRS 15 met betrekking tot licenties zal een impact hebben op het tijdstip en de bedragen die als opbrengsten erkend worden

voor licentieovereenkomsten. Een verdere analyse van alle belangrijke licentieovereenkomsten dient nog uitgevoerd te worden teneinde de volledige impact te kunnen inschatten.

Alhoewel de Groep op dit moment nog niet in staat is om een gedetailleerde kwantitatieve impact te geven van de nieuwe standaard voor opbrengsten op haar geconsolideerde jaarrekening, wordt verwacht dat opbrengsten zullen dalen. Gedurende de volgende maanden zal een meer gedetailleerde inschatting worden gemaakt. De Groep verwacht een vervroegde toepassing van de nieuwe standaard voor opbrengsten in 2017 en zal, op basis van de resultaten van de gedetailleerde analyse, nog beslissen of een volledig retrospectieve of aangepast retrospectieve benadering zal toegepast worden.

IFRS 16, "Leaseovereenkomsten" (ingangsdatum: 1 januari 2019), behandelt de opname, waardering, presentatie en informatieverschaffing van leaseovereenkomsten. Volgens de nieuwe standaard moet de leasingnemer alle leaseovereenkomsten in de balans opnemen, met uitzondering van korte termijn leasecontracten (looptijd van 12 maanden of minder) en leasecontracten met een lage waarde. Lessor-accounting blijft grotendeels ongewijzigd ten opzichte van IAS 17 en het onderscheid tussen operationele en financiële lease wordt behouden in dit geval. De Groep onderzoekt momenteel nog de volledige impact van deze norm.

Er zijn geen andere standaarden of wijzigingen aan bestaande standaarden die nog niet van kracht zijn en waarvan verwacht kan worden dat ze een materiële impact hebben op de Groep in de huidige of toekomstige rapporteringsperiodes en op voorziene toekomstige transacties.

2.4 | CONSOLIDATIE

2.4.1 | DOCHTERONDERNEMINGEN

Dochterondernemingen zijn alle entiteiten (waaronder gestructureerde entiteiten) waarover de Groep zeggenschap heeft. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit wanneer de Groep blootgesteld is aan, of recht heeft op, variabele inkomsten van de entiteit en de mogelijkheid heeft om haar macht over de entiteit uit te oefenen teneinde de hoogte van de variabele inkomsten te beïnvloeden. Dochterondernemingen worden volledig geconsolideerd vanaf de datum waarop de zeggenschap aan de Groep wordt overgedragen. Ze worden gedeconsolideerd vanaf de datum waarop die zeggenschap eindigt.

Bedrijfscombinaties worden door de Groep administratief verwerkt volgens de overnamemethode. De waarde die wordt overgedragen voor de overname van een dochteronderneming is gelijk aan de som van de reële waarden van de overgedragen activa, de aangegane verbintenissen en de deelnemingen die door de Groep worden uitgegeven. De waarde die wordt overgedragen omvat de reële waarde van om het even welke actiefof passiefpost die voortvloeit uit een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst. Overnamegerelateerde kosten worden geboekt in de winst- en verliesrekening naarmate ze worden opgelopen. In een bedrijfscombinatie verworven identificeerbare activa en aangegane verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Voor elke overname boekt de Groep enig minderheidsbelang in de overgenomen

partij tegen reële waarde of tegen het evenredige deel in de netto activa van de overgenomen partij.

Voorwaardelijke vergoedingen die door de Groep moeten worden overgedragen, worden geboekt tegen reële waarde op de overnamedatum. Latere wijzigingen van de reële waarde van de voorwaardelijke vergoedingen die verondersteld worden een actief of verplichting te zijn, worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Voorwaardelijke vergoedingen geclassificeerd als eigen vermogen worden niet opnieuw gewaardeerd, en de daaropvolgende afwikkeling wordt verwerkt binnen eigen vermogen.

Goodwill wordt initieel gewaardeerd als het positieve verschil tussen enerzijds het totaal van de overgedragen vergoedingen en de reële waarde van minderheidsbelangen en anderzijds de netto verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen. Indien deze vergoeding minder is dan de reële waarde van de netto-activa van de overgenomen dochteronderneming, dan wordt het verschil in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Intragroepstransacties, intragroepssaldi en nietgerealiseerde winsten op transacties tussen groepsmaatschappijen worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig, zijn de grondslagen voor de financiële verslaggeving van dochterondernemingen gewijzigd om consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen te verzekeren.

2.4.2 | WIJZIGINGEN IN DE EIGENDOMSBELANGEN IN DOCHTERONDERNEMINGEN ZONDER WIJZIGING VAN ZEGGENSCHAP

De Groep beschouwt transacties met minderheidsbelangen, die niet resulteren in een verlies van zeggenschap, als transacties met aandeelhouders van de Groep. Voor aankopen van minderheidsbelangen wordt het verschil tussen de prijs die betaald werd en het overeenstemmende verworven aandeel tegen de boekwaarde van de netto-activa van de dochteronderneming opgenomen in het eigen vermogen. Ook winst of verlies uit de verkoop aan minderheidsbelangen wordt opgenomen in het eigen vermogen.

2.4.3 | VERKOOP VAN DOCHTERONDERNEMINGEN

Wanneer de Groep niet langer de controle heeft, wordt een eventueel behouden belang in de entiteit geherwaardeerd tegen reële waarde, en wordt het verschil met de boekwaarde in resultaat geboekt. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een geassocieerde deelneming, joint venture of financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de resultatenrekening.

2.4.4 | GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN

Geassocieerde deelnemingen zijn bedrijven waarop de Groep een invloed van betekenis heeft maar waarover de Groep geen zeggenschap heeft. Dit zal in het algemeen het geval zijn wanneer de Groep tussen 20% en 50% van de stemrechten bezit. Investeringen in geassocieerde deelnemingen worden geboekt in overeenstemming met de vermogensmutatiemethode en initieel opgenomen tegen kostprijs. De boekwaarde wordt vermeerderd of

verminderd, voor het opnemen van het aandeel van de investeerder, na de overnamedatum, in de winst of het verlies van de entiteit waarin is geïnvesteerd. De investeringen van de Groep in geassocieerde deelnemingen omvatten de goodwill die bij de overname werd geïdentificeerd.

Wanneer de Groep stopt met het boeken van een deelneming onder de vermogensmutatiemethode ten gevolge van een verlies van invloed van betekenis, wordt het eventueel behouden belang in deze deelneming geherwaardeerd tegen reële waarde waarbij het verschil met de boekwaarde in resultaat wordt geboekt. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de resultatenrekening.

Indien het eigendomsbelang in een geassocieerde deelneming wordt gereduceerd maar een invloed van betekenis behouden blijft, wordt slechts een evenredig gedeelte van de eerder in niet-gerealiseerde resultaten geboekte bedragen overgeboekt naar de resultatenrekening.

Het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming na de overname wordt geboekt in de winst- en verliesrekening en haar aandeel in de bewegingen van de niet-gerealiseerde resultaten wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten, met een overeenkomstige aanpassing van de boekwaarde van de investering. De cumulatieve bewegingen na de overname worden geboekt tegenover de boekwaarde van de investering. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming haar belangen in de geassocieerde deelneming evenaart of overschrijdt, inclusief andere ongedekte vorderingen, boekt de Groep geen verdere verliezen, behalve als ze verplichtingen heeft opgelopen of betalingen heeft verricht in naam van de geassocieerde deelneming.

De boekwaarde van de geassocieerde deelnemingen wordt onderzocht op bijzondere waardeverminderingen in overeenstemming met de richtlijnen zoals beschreven in toelichting 2.10. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen de Groep en haar geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep in de geassocieerde deelnemingen. Nietgerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig zijn de grondslagen voor de financiële verslaggeving van geassocieerde deelnemingen gewijzigd om de consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen voor financiële verslaggeving te verzekeren.

Verwateringswinsten en -verliezen uit investeringen in geassocieerde deelnemingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt.

2.4.5 | BELANGEN IN GEZAMENLIJKE ACTIVITEITEN

Een gezamenlijke activiteit is een gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen, of de joint operators die gezamenlijke zeggenschap hebben over de overeenkomst, rechten hebben op de activa, en verplichtingen hebben ten aanzien van de passiva, met betrekking tot

de overeenkomst. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afgesproken delen van de zeggenschap over een overeenkomst en bestaat slechts wanneer beslissingen over relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de zeggenschap delen.

Bij het verrichten van handelingen in het kader van gezamenlijke activiteiten boekt de Groep met betrekking tot haar belang in een gezamenlijke activiteit:

  • haar activa, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijk aangehouden activa;

  • haar verplichtingen, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijk aangegane verplichtingen;

  • haar opbrengsten uit de verkoop van haar aandeel in de output van de gezamenlijke activiteiten;

  • haar aandeel in de opbrengsten uit de verkoop van de output van de gezamenlijke activiteiten;

  • haar kosten, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijke kosten.

Wanneer een entiteit van de Groep transacties verricht met een gezamenlijke activiteit waarbij die entiteit joint operator is, wordt de Groep geacht de transacties te verrichten met de andere partijen bij de gezamenlijke activiteit en worden uit de transacties voortvloeiende winsten en verliezen slechts opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep ten belope van de belangen van de andere partijen in de gezamenlijke activiteit.

2.5 | GESEGMENTEERDE INFORMATIE

De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluit vormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat U CB als één enkel segment opereert.

2.6 | OMREKENING VAN VREEMDE VALUTA

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening werden de volgende belangrijke wisselkoersen gebruikt:

SLOTKOERS GEMIDDELDE KOERS
2016 2015 2016 2015
US\$ 1.055 1.087 1.106 1.109
JPY 123.040 130.610 120.054 134.228
GBP 0.854 0.737 0.817 0.726
CHF 1.073 1.086 1.090 1.067

Slotkoersen zijn de spotkoersen op 31 december 2016 en 31 december 2015.

2.6.1 | FUNCTIONELE EN PRESENTATIEVALUTA

De posten in de enkelvoudige jaarrekeningen van elk van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd met behulp van de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in euro (€), zijnde de functionele valuta van de Vennootschap en de presentatievaluta van de Groep.

2.6.2 | TRANSACTIES EN SALDI

Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta aan de hand van de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Wisselkoerswinsten en -verliezen die voortvloeien uit de afwikkeling van dergelijke transacties en uit de omrekening van monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta uitgedrukt zijn aan het einde van het jaar, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen onder Financiële opbrengsten of Financiële kosten, behalve wanneer het gaat om bedragen die worden uitgesteld in niet-gerealiseerde resultaten, zoals kwalificerende kasstroomafdekkingen en kwalificerende afdekkingen van netto-investeringen of wanneer deze toe te schrijven zijn aan een deel van de netto-investering in een buitenlandse activiteit.

Veranderingen in de reële waarde van monetaire activa uitgedrukt in vreemde valuta die geclassificeerd zijn als voor verkoop beschikbare financiële activa, worden gedifferentieerd op basis van de omrekeningsverschillen die voortvloeien uit wijzigingen in de geamortiseerde kostprijs van de activa en andere wijzigingen in de boekwaarde van de activa. Omrekeningsverschillen verbonden aan wijzigingen in de geamortiseerde kostprijs, worden opgenomen in de winst- en verliesrekening en andere wijzigingen in de boekwaarde worden in nietgerealiseerde resultaten geboekt.

Niet-monetaire posten die gewaardeerd worden aan reële waarde en uitgedrukt zijn in vreemde valuta worden omgerekend aan de hand van de wisselkoersen op de datum waarop de reële waarde werd bepaald. Wisselkoersverschillen op deze activa en verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde worden opgenomen als onderdeel van de toename of afname van de reële waarde. Zo worden wisselkoersverschillen op niet-monetaire activa zoals aandelen die geclassificeerd zijn als voor verkoop beschikbare financiële activa opgenomen in nietgerealiseerde resultaten.

2.6.3 | GROEPSVENNOOTSCHAPPEN

De resultaten en de financiële positie van alle entiteiten van de Groep (waarvan geen enkele een valuta van een hyperinflatoire economie heeft) die een functionele valuta hebben die verschilt van de presentatievaluta, worden als volgt naar de presentatievaluta omgerekend:

  • de activa en passiva voor elke gepresenteerde balans worden omgerekend aan de slotkoers op balansdatum;

  • de opbrengsten en kosten voor elke winst- en verliesrekening worden omgerekend aan de gemiddelde wisselkoersen (tenzij dit gemiddelde geen redelijke benadering is van het cumulatief effect van de koersen die van kracht zijn op de transactiedata; in dat geval worden de opbrengsten en de kosten omgerekend aan de koersen op de transactiedata); en

  • alle daaruit voortvloeiende wisselkoersverschillen worden geboekt in niet-gerealiseerde resultaten (vermeld als "cumulatieve omrekeningsverschillen").

Voor de consolidatie worden wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de netto-investering in buitenlandse bedrijfsactiviteiten en van leningen en andere valuta-instrumenten die bedoeld zijn als afdekkingen van dergelijke investeringen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten. Wanneer buitenlandse bedrijfsactiviteiten gedeeltelijk of volledig worden vervreemd of verkocht, worden de wisselkoersverschillen die geboekt werden

in het eigen vermogen, in de winst- en verliesrekening opgenomen als een winst of verlies op de verkoop.

Goodwill en reële waarde-aanpassingen bij de overname van een buitenlandse entiteit worden behandeld als activa en passiva van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers omgerekend.

2.7 | OPBRENGSTEN

Opbrengsten worden erkend wanneer het waarschijnlijk is dat toekomstige economische voordelen die aan de transactie verbonden zijn, naar de entiteit zullen vloeien en deze voordelen betrouwbaar gewaardeerd kunnen worden. Het bedrag van de opbrengsten wordt pas geacht op betrouwbare wijze te kunnen worden gewaardeerd wanneer alle onzekerheden met betrekking tot de verkoop zijn opgelost.

Opbrengsten vertegenwoordigen de reële waarde van de ontvangen en te ontvangen vergoeding voor de verkoop van goederen bij de normale uitoefening van de activiteiten van de Groep. De opbrengsten worden weergegeven exclusief btw, retours, rabatten, handelskortingen en kortingen in verband met "Medicaid" en "Medicare" in de Verenigde Staten en soortgelijke programma's in andere landen.

2.7.1 | NETTO-OMZET

Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden erkend wanneer:

  • de belangrijkste risico's en voordelen inzake de eigendom van goederen aan de koper zijn overgedragen;

  • de Groep over de verkochte goederen geen feitelijke zeggenschap of voortdurende betrokkenheid die gewoonlijk met het eigendomsrecht gepaard gaat, behoudt;

  • het bedrag van de opbrengsten betrouwbaar bepaald kan worden;

  • het waarschijnlijk is dat de economische voordelen met betrekking tot de transactie naar de entiteit zullen vloeien; en

  • de reeds gemaakte of nog te maken kosten met betrekking tot de transactie betrouwbaar gewaardeerd kunnen worden.

Schattingen van verwachte retours, terugstortingen aan overheidsinstellingen, groothandelaars, "managed care" bedrijven en andere klanten worden in mindering gebracht van de opbrengsten op het moment dat de gerelateerde opbrengsten geboekt worden, of wanneer de incentives aangeboden worden.

Dergelijke schattingen worden berekend op basis van historische ervaring en de specifieke bepalingen in de individuele overeenkomsten.

2.7.2 | ROYALTYINKOMSTEN

Royalty's worden opgenomen volgens het toerekeningsbeginsel in overeenstemming met de inhoud van de betrokken overeenkomst.

2.7.3 | OVERIGE OPBRENGSTEN

De overige opbrengsten omvatten opbrengsten uit licentie- en winstdelingsovereenkomsten, evenals opbrengsten uit contractproductieovereenkomsten. Overige opbrengsten worden erkend naarmate ze worden verworven of naarmate de daarmee verbonden dienst wordt verleend.

De Groep ontvangt van derden vooruit-, mijlpaal- en andere soortgelijke betalingen in verband met de verkoop of het in licentie geven van producten. Opbrengsten met betrekking tot prestatiemijlpalen worden geboekt op basis van het bereiken van de mijlpaalgebeurtenis als de gebeurtenis substantieel is, objectief te bepalen is en een belangrijk punt uitmaakt in de ontwikkelingscyclus van het farmaceutische product. Vooruitbetalingen en licentierechten waarvoor er latere prestaties zijn, worden aanvankelijk opgenomen als uitgestelde opbrengsten en worden als opbrengsten geboekt wanneer ze verworven worden over de periode van de ontwikkelingssamenwerking of de productieverplichting.

2.7.4 | RENTEBATEN

Rente wordt proportioneel met de tijd opgenomen, rekening houdend met het effectieve rendement van het actief.

2.7.5 | DIVIDENDINKOMSTEN

Dividenden worden opgenomen op het moment dat de aandeelhouder het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.

2.8 | KOSTPRIJS VAN DE OMZET

De kostprijs van de omzet omvat voornamelijk de directe productiekosten, de daarmee verband houdende indirecte productiekosten en de afschrijvingen van de gerelateerde immateriële activa, alsook verleende diensten. Opstartkosten worden als kosten opgenomen op het moment dat ze gemaakt worden. Royaltylasten die rechtstreeks verband houden met verkochte goederen worden opgenomen in "kostprijs van verkochte goederen".

2.9 | ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

2.9.1 | INTERN GEGENEREERDE IMMATERIËLE ACTIVA – UITGAVEN VOOR ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

Alle interne onderzoekskosten worden als lasten opgenomen naarmate ze gemaakt worden. Interne ontwikkelingskosten worden enkel geactiveerd als ze voldoen aan de opnamecriteria van IAS 38 "Immateriële activa". Vanwege de lange ontwikkelingsperiodes en aanzienlijke onzekerheden in verband met de ontwikkeling van nieuwe producten (zoals de risico's met betrekking tot het resultaat van klinische proeven alsook de kans op officiële goedkeuring) werd geconcludeerd dat de interne ontwikkelingskosten van de Groep over het algemeen niet in aanmerking komen voor activering als immateriële activa. Op 31 december 2016 voldeden geen interne ontwikkelingskosten aan de opnamecriteria behalve de ontwikkelingskosten met betrekking tot medische apparaten.

2.9.2 | VERWORVEN IMMATERIËLE ACTIVA

Betalingen voor de verwerving van lopende onderzoeksen ontwikkelingsprojecten via licentieovereenkomsten, bedrijfscombinaties of afzonderlijke aankopen van activa worden als immateriële activa geactiveerd, op voorwaarde dat deze afzonderlijk identificeerbaar zijn, door de Groep gecontroleerd worden en naar verwachting toekomstige economische voordelen zullen opleveren. Vermits afzonderlijk verworven onderzoeks- en ontwikkelingsactiva steeds geacht worden te voldoen aan het waarschijnlijkheidscriterium van IAS 38 en het bedrag van de betalingen betrouwbaar kan worden bepaald, worden vooruitbetalingen en mijlpaalbetalingen aan derden voor farmaceutische producten of compounds waarvoor de goedkeuring om deze op de markt te brengen nog niet door de regelgevende instanties verleend werd, geboekt als immateriële activa. Ze worden lineair afgeschreven over hun geschatte levensduur zodra deze goedkeuring verkregen wordt.

2.10 | BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VAN NIET-FINANCIËLE ACTIVA

Op elke verslagdatum beoordeelt de Groep de boekwaarde van haar immateriële activa, goodwill, materiële vaste activa en geassocieerde deelnemingen om na te gaan of er aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering bestaan. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat om de omvang van het bijzonder waardeverminderingsverlies te bepalen. Ongeacht of er al dan niet aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering zijn, vindt jaarlijks een evaluatie plaats van de nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en van de goodwill. Deze activa worden niet afgeschreven. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt geboekt voor het bedrag waarmee de boekwaarde van het actief zijn realiseerbare waarde overtreft.

Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde van een individueel actief te schatten, schat de Groep de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid (KGE) waartoe het actief behoort. De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de reële waarde verminderd met de kosten voor de verkoop en de bedrijfswaarde. Om de bedrijfswaarde te bepalen, hanteert de Groep schattingen van toekomstige kasstromen die door het actief of de kasstroomgenererende eenheid worden gegenereerd, waarbij ze dezelfde methoden volgt die worden gebruikt bij de initiële waardering van het actief of de kasstroomgenererende eenheid en zich baseert op de plannen van elke bedrijfsactiviteit op middellange termijn. De geschatte kasstromen worden verdisconteerd op basis van een passende rentevoet, die de huidige marktevaluaties van de tijdswaarde van geld weerspiegelen, en de risico's die inherent zijn aan het actief of de kasstroomgenererende eenheid.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa". Voor niet-financiële activa, andere dan de goodwill, die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, wordt op elke verslagdatum beoordeeld of een terugname van het bijzonder waardeverminderingsverlies noodzakelijk is. De terugname van de bijzondere waardevermindering

wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt enkel teruggenomen voor zover de boekwaarde van het actief niet hoger ligt dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na aftrek van de afschrijvingen, indien er geen bijzonder waardeverminderingsverlies was geboekt. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden nooit teruggenomen.

Immateriële activa worden product per product (d.w.z. per compound) of in voorkomend geval per indicatie, beoordeeld voor een bijzondere waardevermindering.

2.11 | REORGANISATIEKOSTEN, OVERIGE BATEN EN LASTEN

De uitgaven die door de Groep worden gedaan met het oog op een betere positionering om het hoofd te bieden aan de economische omgeving waarin ze opereert, zijn in de winst- en verliesrekening als "reorganisatiekosten" opgenomen.

De minderwaarden en meerwaarden uit de verkoop van immateriële activa, andere dan activa in ontwikkelingsfase, of materiële vaste activa, en verhogingen of terugnemingen van voorzieningen voor geschillen, andere dan belastinggeschillen of geschillen met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als 'overige baten en lasten'.

2.12 | WINSTBELASTINGEN

De belastingkost voor de periode omvat de verschuldigde en uitgestelde winstbelastingen. Belastingkosten worden geboekt in de winst- en verliesrekening, behalve wanneer ze betrekking hebben op posten die opgenomen zijn in de niet-gerealiseerde resultaten of direct in het eigen vermogen. Indien bepaalde bedragen opgenomen worden in de nietgerealiseerde resultaten of in het eigen vermogen, wordt de belasting erop eveneens geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten of, desgevallend, direct in het eigen vermogen.

Voor de grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt verwezen naar toelichting 2.13.2 onder "Overheidssubsidies".

De over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting wordt berekend op basis van de fiscale wetgeving die van kracht is of wezenlijk van kracht is op de balansdatum in de landen waar de dochterondernemingen van de Vennootschap actief zijn en belastbare winsten genereren.

De verschuldigde en terug te vorderen winstbelastingen worden gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om deze te compenseren en de intentie bestaat om het saldo op netto basis af te handelen of om de belastingvorderingen en –schulden gelijktijdig te realiseren.

De uitgestelde winstbelasting wordt, volgens de balansmethode, erkend op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de geconsolideerde jaarrekening en de overeenkomstige fiscale waarde die bij de berekening van de belastbare winst wordt gebruikt.

De uitgestelde belastingverplichtingen worden doorgaans geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen, en uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst

fiscale winsten beschikbaar zullen zijn die aangewend kunnen worden voor het verrekenen van aftrekbare tijdelijke verschillen, overgedragen belastingkredieten en overgedragen verliezen. Uitgestelde winstbelastingen worden niet erkend indien zij ontstaan bij de eerste boeking van goodwill of uit de eerste boeking van een actief of een verplichting in een transactie (andere dan bij een bedrijfscombinatie) die op het ogenblik van de transactie noch de boekhoudkundige winst, noch de belastbare winst beïnvloedt.

De boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen wordt op elke balansdatum beoordeeld en wordt verlaagd in zoverre het niet langer waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winsten beschikbaar zullen zijn om het mogelijk te maken het voordeel van die uitgestelde belastingvordering geheel of gedeeltelijk aan te wenden.

Uitgestelde winstbelasting wordt berekend tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn in de periode waarin de verplichting afgewikkeld wordt of de vordering gerealiseerd wordt. De Groep houdt enkel rekening met fiscale wetgeving die wezenlijk van kracht is bij de raming van het bedrag van de uitgestelde winstbelastingen dat erkend dient te worden. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden niet verdisconteerd.

Er worden geen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen erkend voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en fiscale waarde van investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten indien de Vennootschap in staat is om het tijdstip van de tegenboeking van de tijdelijke verschillen te controleren en een tegenboeking van de verschillen in de nabije toekomst onwaarschijnlijk is.

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden alleen gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde en terug te vorderen winstbelasting te compenseren en indien de uitgestelde belastingen betrekking hebben op dezelfde belastbare entiteit en dezelfde belastingautoriteit.

2.13 | OVERHEIDSSUBSIDIES

Overheidssubsidies worden erkend tegen reële waarde indien er een redelijke zekerheid bestaat dat deze subsidies ontvangen zullen worden en dat de Groep zal voldoen aan alle voorwaarden die eraan verbonden zijn.

2.13.1 | TERUGVORDERBARE VOORSCHOTTEN ONTVANGEN VAN DE OVERHEID

De Groep ontvangt contante betalingen van de overheid om hiermee bepaalde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gedeeltelijk te financieren. De betalingen ontvangen van de overheid dienen door de Groep terugbetaald te worden indien zij beslist om de resultaten van de onderzoeksfase van het betreffende project verder te exploiteren en commercialiseren. Indien de Groep beslist om niet verder te gaan met de resultaten van de onderzoeksfase, dienen de ontvangen voorschotten niet terugbetaald te worden. In dit geval dienen de rechten op de onderzoeksresultaten overgedragen te worden aan de overheid. Wanneer de Groep deze voorschotten ontvangt, worden deze opgenomen onder de langlopende verplichtingen. Alleen wanneer er voldoende zekerheid bestaat dat de Groep deze voorschotten niet zal moeten terugbetalen, worden deze voorschotten als overheidssubsidies erkend en opgenomen in "Overige bedrijfsbaten". Meer bepaald is dit op het ogenblik dat de overheid de ontvangst van de onderzoeksresultaten bevestigt alsook hun akkoord met de beslissing van de Groep om niet verder te gaan met het onderzoek.

2.13.2 | BELASTINGKREDIET VOOR O&O

Het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt beschouwd als een overheidssubsidie voor investeringen in vaste activa indien er geen bijkomende relevante voorwaarden moeten voldaan worden die niet direct gerelateerd zijn aan deze activa. Het belastingkrediet wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening evenredig met de kosten die het krediet beoogt te compenseren. Indien het belastingkrediet ontvangen werd om onderzoeks- en ontwikkelingskosten die niet worden geactiveerd, te compenseren, wordt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling opgenomen in de winsten verliesrekening op het zelfde moment en in mindering van de betreffende onderzoeks- en ontwikkelingskosten opgenomen onder "Onderzoeks- en ontwikkelingskosten". Indien het belastingkrediet ontvangen werd om afschrijvingen op immateriële activa zoals bv. licenties te compenseren, wordt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling erkend in de winst- en verliesrekening over de (resterende) gebruiksduur van het actief en opgenomen onder "Overige bedrijfsbaten".

Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat niet kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt als een uitgestelde belastingvordering geboekt. Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt in mindering gebracht van de schuld voor te betalen belastingen. Indien het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling niet terugbetaalbaar is door de fiscale autoriteiten, wordt de recupereerbaarheid van de uitgestelde belastingvordering op regelmatige basis beoordeeld net zoals voor de andere uitgestelde belastingvorderingen.

2.14 | IMMATERIËLE ACTIVA

2.14.1 | PATENTEN, LICENTIES, HANDELSMERKEN EN OVERIGE IMMATERIËLE ACTIVA

Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa (gezamenlijk "immateriële activa" genoemd) worden opgenomen tegen historische kostprijs. Immateriële activa die zijn verworven door een bedrijfscombinatie worden geboekt tegen de reële waarde op de verwervingsdatum.

Immateriële activa (behalve goodwill) worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer de wettelijke goedkeuring verkregen is). De geschatte gebruiksduur is gebaseerd op de kortste van enerzijds de economische gebruiksduur (gewoonlijk tussen 5 en 20 jaar) en anderzijds de looptijd van het contract. Immateriële activa (behalve goodwill) worden geacht een bepaalde economische gebruiksduur te hebben. Bijgevolg zijn er geen immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur geïdentificeerd.

2.14.2 | COMPUTERSOFTWARE

Verworven licenties voor computersoftware worden geactiveerd op basis van de kostprijs die betaald werd voor de verwerving en ingebruikstelling van de specifieke software. Deze kosten worden lineair afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur (3 tot 5 jaar).

2.15 | GOODWILL

Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen en vertegenwoordigt het verschil tussen de overgedragen vergoeding en de belangen van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen onderneming en de reële waarde van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming. Goodwill wordt aanvankelijk opgenomen als een actief tegen kostprijs en wordt daarna gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Goodwill die voortvloeit uit de overname van dochterondernemingen wordt apart in de balans opgenomen, terwijl goodwill die ontstaat door de overname van geassocieerde deelnemingen, wordt opgenomen in de investering in geassocieerde deelnemingen.

UCB is werkzaam in één segment en heeft bijgevolg één kasstroomgenererende eenheid voor de test op bijzondere waardeverminderingen.

Aangezien goodwill geacht wordt een onbepaalde gebruiksduur te hebben, wordt deze jaarlijks en telkens wanneer er een indicatie voor een bijzondere waardevermindering is, getoetst op bijzondere waardeverminderingen door het vergelijken van de boekwaarde met de realiseerbare waarde. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid kleiner is dan de boekwaarde van de eenheid, wordt het bijzonder waardeverminderingsverlies eerst toegewezen aan de goodwill van de kasstroomgenererende eenheid en wordt het vervolgens op een evenredige basis aan de andere activa van de eenheid toegewezen op basis van de boekwaarde van elk actief in de eenheid. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden niet teruggenomen.

Bij de verkoop van een dochteronderneming of geassocieerde deelneming wordt het toe te rekenen bedrag van de goodwill opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies uit de verkoop van de entiteit.

Indien de reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen de kostprijs van de bedrijfscombinatie overschrijdt, wordt het positieve verschil dat na herbeoordeling overblijft direct in de winst- en verliesrekening opgenomen.

2.16 | MATERIËLE VASTE ACTIVA

Alle materiële vaste activa worden geboekt tegen kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen, behalve materiële vaste activa in aanbouw die geboekt worden tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De kosten omvatten alle rechtstreeks toerekenbare kosten om het actief gebruiksklaar te maken voor zijn beoogde gebruik.

Aangekochte software die integraal deel uitmaakt van de functionaliteit van de betreffende uitrusting wordt als onderdeel van die uitrusting geactiveerd.

Financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerkend komend actief, worden geactiveerd als onderdeel van de kostprijs van dat actief.

Kosten na eerste opname worden enkel opgenomen in de boekwaarde van het actief of als afzonderlijk actief

erkend, naargelang het geval, wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die hieraan verbonden zijn naar de Groep zullen vloeien en wanneer de kostprijs ervan op een betrouwbare wijze kan worden bepaald. Alle overige kosten voor herstel en onderhoud worden als lasten opgenomen wanneer ze zich voordoen.

Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode om de kosten van activa, uitgezonderd terreinen en vaste activa in aanbouw, toe te kennen aan hun restwaarde over hun geschatte gebruiksduur. De afschrijving begint wanneer het actief gebruiksklaar is. Terreinen worden niet afgeschreven.

De restwaarde en de gebruiksduur van een actief worden ten minste aan het eind van elk boekjaar opnieuw bekeken en indien de verwachtingen afwijken van de vorige schattingen, wordt (worden) de wijziging(en) administratief verwerkt als (een) schattingswijziging(en) in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten.

De volgende gebruiksduren zijn van toepassing op de voornaamste categorieën van materiële vaste activa:

> gebouwen 20-33 jaar
> machines 7-15 jaar
> laboratoriummateriaal 7 jaar
> prototypemateriaal 3 jaar
> meubilair 7 jaar
> voertuigen 5-7 jaar
> computermateriaal 3 jaar

onder financiële leases aangehouden activa levensduur van de activa of (indien korter) leasetermijn

Winst en verlies uit verkopen worden bepaald op basis van de vergelijking tussen de ontvangsten uit de verkoop en de boekwaarde, en worden in de winst- en verliesrekening onder "overige baten en lasten" geboekt.

Vastgoedbeleggingen betreffen terreinen en gebouwen die aangehouden worden om huuropbrengsten te genereren. Deze activa worden aanvankelijk geboekt tegen kostprijs en worden afgeschreven op een lineaire basis over hun geschatte gebruiksduur. De onderliggende gebruiksduur komt overeen met die van materiële vaste activa die aangewend worden voor eigen gebruik. Gezien het geringe bedrag van vastgoedbeleggingen, worden deze niet afzonderlijk op de balans vermeld.

2.17 | LEASES

Leaseovereenkomsten worden als financiële leases geclassificeerd wanneer de contractuele bepalingen van de leaseovereenkomst nagenoeg alle risico's en voordelen verbonden aan de eigendom overdragen aan de leasingnemer. Alle overige leaseovereenkomsten worden als operationele leases geclassificeerd.

2.17.1 | FINANCIËLE LEASES

Onder financiële leases aangehouden activa worden als activa van de Groep opgenomen tegen de laagste waarde van hun reële waarde en de contante waarde van de minimale leasebetalingen verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen. De overeenkomstige verplichting ten opzichte van de leasinggever wordt in de balans opgenomen onder de verplichtingen uit hoofde van financiële leases.

Leasebetalingen worden verdeeld tussen de financieringskosten en de vermindering van de leaseverplichting om te komen tot een constante rente op het resterende saldo van de verplichting. Financieringskosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Het af te schrijven bedrag van een geleased actief wordt stelselmatig aan elke verslagperiode toegerekend tijdens de periode van het verwachte gebruik, op een systematische basis die consistent is met de afschrijvingsgrondslagen die de Groep toepast op af te schrijven activa in eigendom.

Indien het redelijk zeker is dat de Groep aan het einde van de leaseperiode de eigendom zal verkrijgen, is de periode van het verwachte gebruik de gebruiksduur van het actief; zo niet wordt het actief afgeschreven over de leaseperiode, of over de gebruiksduur, indien deze korter is dan de leaseperiode.

2.17.2 | OPERATIONELE LEASES

Leasebetalingen op grond van een operationele lease worden lineair in de winst- en verliesrekening opgenomen over de looptijd van de betrokken leaseovereenkomst. Ontvangen en te ontvangen voordelen als incentive om een operationele lease aan te gaan, worden eveneens lineair gespreid over de leaseperiode.

2.18 | FINANCIËLE ACTIVA

2.18.1 | CLASSIFICATIE

De Groep classificeert haar financiële activa in de volgende categorieën: tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, leningen en vorderingen, en voor verkoop beschikbare financiële activa. De classificatie hangt af van de doeleinden waarvoor de financiële activa zijn verworven.

De directie bepaalt de classificatie van haar financiële activa bij de eerste opname.

2.18.2 | FINANCIËLE ACTIVA TEGEN REËLE WAARDE MET VERWERKING VAN WAARDEVERANDERINGEN IN DE WINST-EN VERLIESREKENING

Een instrument wordt geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winsten verliesrekening als het aangehouden wordt voor handelsdoeleinden of als het als dusdanig aangemerkt is bij de eerste opname. Financiële activa worden geboekt tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening als de Groep dergelijke investeringen beheert en beslissingen neemt over verkoop of aankoop, gebaseerd op hun reële waarde, in overeenstemming met het beleid van de Groep aangaande het beheer van financiële marktrisico's. Ook afgeleide financiële instrumenten worden geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden behalve indien ze aangemerkt zijn als afdekkingsinstrument.

2.18.3 | LENINGEN EN VORDERINGEN

Leningen en vorderingen zijn niet-afgeleide financiële activa met vaste of bepaalbare betalingen die niet op een actieve markt genoteerd zijn. Ze worden opgenomen onder vlottende activa, behalve voor looptijden van meer dan 12 maanden na de balansdatum. Deze worden als vaste activa geboekt.

2.18.4 | VOOR VERKOOP BESCHIKBARE FINANCIËLE ACTIVA

Voor verkoop beschikbare financiële activa zijn nietafgeleide financiële activa die in deze categorie zijn aangemerkt of die in geen enkele andere categorie zijn geclassificeerd. Ze zijn opgenomen onder de vaste activa, behalve wanneer de directie van plan is de investering te verkopen binnen de 12 maanden na de balansdatum.

2.18.5 | OPNAME EN WAARDERING

Geregelde aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de transactiedatum – de datum waarop de Groep zich verbindt tot de aankoop of verkoop van het actief. Investeringen worden oorspronkelijk opgenomen tegen de reële waarde plus transactiekosten voor alle financiële activa die niet tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden geboekt. Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden oorspronkelijk geboekt tegen reële waarde en de transactiekosten worden in de winst- en verliesrekening als lasten opgenomen. Financiële activa worden niet langer opgenomen in de balans als de rechten om kasstromen uit de investeringen te ontvangen, vervallen zijn of zijn overgedragen, en de Groep alle risico's en voordelen verbonden aan de eigendom hoofdzakelijk heeft overgedragen. Voor verkoop beschikbare financiële activa en financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden na eerste opname tegen reële waarde geboekt. Leningen en vorderingen worden tegen de geamortiseerde kostprijs gewaardeerd, op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De reële waarde van genoteerde beleggingen is gebaseerd op de huidige biedkoersen. Als de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), bepaalt de Groep de reële waarde door middel van waarderingstechnieken.

Winsten of verliezen ten gevolge van veranderingen in de reële waarde van de financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winsten verliesrekening, worden in de winst- en verliesrekening geboekt in de periode waarin ze ontstaan, terwijl winsten of verliezen ten gevolge van veranderingen in de reële waarde van voor verkoop beschikbare financiële activa rechtstreeks in niet-gerealiseerde resultaten worden geboekt met uitzondering van de wisselkoersverschillen met betrekking tot wijzigingen in de geamortiseerde kostprijs van monetaire effecten dewelke erkend worden in de winst- en verliesrekening. Bij verkoop/bijzondere waardevermindering van voor verkoop beschikbare financiële activa worden eventuele cumulatieve winsten of verliezen die zijn uitgesteld in eigen vermogen, overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.

2.19 | BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VAN FINANCIËLE ACTIVA

2.19.1 | ACTIVA GEWAARDEERD TEGEN GEAMORTISEERDE KOSTPRIJS

Op het einde van elke verslagperiode beoordeelt de Groep of er objectieve aanwijzingen zijn van een bijzondere waardevermindering van een financieel actief of een groep van financiële activa. Een financieel actief of een groep van financiële activa is in waarde verminderd en bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgelopen indien er objectieve aanwijzingen zijn van een bijzondere waardevermindering als gevolg van één of meerdere gebeurtenissen die zijn opgetreden na de initiële opname van het actief (een "tot verlies leidende gebeurtenis") en deze tot verlies leidende gebeurtenis (of gebeurtenissen) een impact heeft op de geraamde toekomstige kasstromen van het financieel actief of groep van financiële activa die op betrouwbare wijze kan worden ingeschat.

De criteria die de Groep gebruikt om vast te stellen dat er objectieve aanwijzingen zijn van een bijzonder waardeverminderingsverlies omvatten:

  • belangrijke financiële problemen van de emittent of schuldenaar;

  • contractbreuk, zoals een in gebreke blijven of achterstalligheid bij de betalingen van interesten of kapitaal;

  • de Groep die om economische of juridische redenen in verband met de financiële moeilijkheden van de kredietnemer, de kredietnemer een toegeving verleent die de leninggever anders niet zou overwegen;

  • ingeval het waarschijnlijk wordt dat de kredietnemer het faillissement zal aanvragen of enige andere financiële reorganisatie zal doorvoeren;

  • het verdwijnen van een actieve markt voor dat financieel actief wegens financiële problemen; of

  • waarneembare informatie die aangeeft dat er een meetbare vermindering is in de geschatte toekomstige kasstromen.

De Groep onderzoekt eerst of er objectieve aanwijzingen zijn van een bijzondere waardevermindering. Voor leningen en vorderingen wordt het bedrag van het verlies gemeten als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen (met uitzondering van toekomstige kredietverliezen die nog niet werden opgelopen), verdisconteerd tegen de bij aanvang berekende effectieve rentevoet. De boekwaarde van het actief wordt verminderd en het bedrag van het verlies wordt erkend in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. Indien een lening een variabele rentevoet heeft, is de disconteringsvoet voor het waarderen van een eventueel waardeverminderingsverlies gelijk aan de effectieve korte termijn rentevoet zoals bepaald in het contract. Indien het praktisch gezien meer opportuun is, mag de Groep de waardevermindering bepalen op basis van de reële waarde van een instrument gebruikmakende van de waarneembare marktprijs.

Indien, in een volgende periode, het bedrag van het waardeverminderingsverlies daalt en deze daling op een objectieve wijze in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die is opgetreden na de erkenning van de waardevermindering (zoals een verbetering in de kredietbeoordeling van de schuldenaar), wordt de terugname van het voorheen opgenomen waardeverminderingsverlies erkend in de geconsolideerde winst- en verliesrekening.

2.19.2 | ACTIVA GECLASSIFICEERD ALS BESCHIKBAAR VOOR VERKOOP

Op het einde van elke verslagperiode beoordeelt de Groep of er objectieve aanwijzingen zijn van een bijzondere waardevermindering van een financieel actief of een groep van financiële activa. Voor schuldinstrumenten maakt de Groep gebruik van de hierboven beschreven criteria.

Indien, in een latere periode, de reële waarde van een schuldinstrument dat geclassificeerd is als beschikbaar voor verkoop, toeneemt en de toename objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na opname van het bijzonder waardeverminderingsverlies in de winst- en verliesrekening, dient het bijzonder waardeverminderingsverlies te worden teruggenomen via de geconsolideerde winst- en verliesrekening.

In het geval van beleggingen in aandelen die als beschikbaar voor verkoop geclassificeerd zijn, wordt een beduidende of aanhoudende daling van de reële waarde van het aandeel tot onder zijn kostprijs beschouwd als een indicatie dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Als dergelijk bewijs bestaat voor voor verkoop beschikbare financiële activa, wordt het gecumuleerde verlies – berekend als het verschil tussen de aankoopprijs en de huidige reële waarde, na aftrek van enig bijzonder waardeverminderingsverlies op dat financieel actief dat voorheen erkend werd in de winst- en verliesrekening – uit het eigen vermogen verwijderd en opgenomen in de winsten verliesrekening. Waardeverminderingsverliezen die erkend werden in de geconsolideerde winst- en verliesrekening op beleggingen in aandelen worden niet teruggenomen via de geconsolideerde winst- en verliesrekening.

2.20 | AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN EN AFDEKKINGSACTIVITEITEN

De Groep maakt gebruikt van afgeleide financiële instrumenten om haar blootstelling aan valuta- en renterisico's die voortvloeien uit haar operationele, financierings- en investeringsactiviteiten af te dekken. De Groep voert geen speculatieve transacties uit.

Afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname geboekt tegen reële waarde en toerekenbare transactiekosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als ze zich voordoen. Afgeleide financiële instrumenten worden daarna geherwaardeerd tegen reële waarde.

De Groep houdt ook rekening met het kredietrisico en het risico van wanprestatie in haar waarderingstechnieken, wat zorgt voor een verwaarloosbare impact op de waardering van derivaten als gevolg van wijzigingen in de credit- of debetmarge gerealiseerd op tegenpartijen waarmee financiële markttransacties afgesloten worden.

De methode voor het erkennen van de daaruit voortvloeiende winsten of verliezen hangt af van het feit of het afgeleide financiële instrument als een afdekkinginstrument is aangemerkt, en zo ja, van de aard van de afgedekte post. De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen, reële-waardeafdekkingen of afdekkingen van netto-investeringen.

De Groep documenteert bij het afsluiten van de transactie de relatie tussen het afdekkinginstrument en de afgedekte posten, alsook haar doelstellingen en strategie inzake risicobeheer waarvoor de verschillende afdekkingstransacties werden aangegaan. De Groep documenteert eveneens haar beoordeling, zowel bij het afsluiten van de afdekkingstransactie alsook op een continue basis, of de in afdekkingstransacties gebruikte afgeleide financiële instrumenten zeer effectief zijn wat betreft het compenseren van veranderingen in de reële waarde of kasstromen van afgedekte posities.

De volledige reële waarde van een afgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie meer dan 12 maanden bedraagt, en als vlottend actief of kortlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie minder dan 12 maanden bedraagt.

In contract besloten afgeleide financiële instrumenten worden van het basiscontract gescheiden en afzonderlijk geboekt indien de economische kenmerken en risico's van het basiscontract en van het in contract besloten afgeleide financiële instrument niet nauw met elkaar verbonden zijn, een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in contract besloten afgeleide financieel instrument zou beantwoorden aan de definitie van een afgeleid financieel instrument, en indien het gecombineerde instrument niet tegen reële waarde in de winst- en verliesrekening wordt geboekt.

2.20.1 | KASSTROOMAFDEKKINGEN

Het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, wordt opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder "Financiële opbrengsten/Financiële kosten".

De gecumuleerde bedragen opgenomen in nietgerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de winsten verliesrekening wanneer de afgedekte post de winst- en verliesrekening beïnvloedt op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winst- en verliesrekening heeft beïnvloed. Als de kasstroomafdekking van een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie leidt tot de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, dan worden de daarmee verband houdende winsten of verliezen op het voorheen in het eigen vermogen erkende afgeleide financieel instrument opgenomen in de initiële waardering van het actief of de verplichting wanneer het actief of de verplichting wordt erkend. Indien de kasstroomafdekking van een verwachte toekomstige transactie later resulteert in de opname van een financieel actief of een financiële verplichting, worden de daarmee verband houdende winsten of verliezen die direct in het eigen vermogen opgenomen werden, overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in dezelfde periode of perioden waarin het verworven actief of de aangegane verplichting de winst- en verliesrekening beïnvloedt.

Een kasstroomafdekkingsrelatie wordt prospectief stopgezet wanneer de effectiviteitstest voor de afdekking faalt, wanneer het afdekkingsinstrument verkocht, beëindigd of uitgeoefend wordt, wanneer de directie de aanmerking als afdekkingsinstrument herroept, of wanneer de verwachte toekomstige transacties niet langer zeer waarschijnlijk zijn. Wanneer een voorspelde transactie niet langer zeer waarschijnlijk is, maar nog verwacht wordt zich voor te doen, blijven afdekkingwinsten en -verliezen die eerder naar het eigen vermogen werden uitgesteld, in het eigen vermogen opgenomen tot de transactie winst of verlies veroorzaakt.

Zodra verwacht wordt dat de verwachte toekomstige transactie zich niet meer zal voordoen, wordt elke winst of verlies onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.

2.20.2 | REËLE-WAARDEAFDEKKINGEN

Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als reëlewaardeafdekkingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt onder "Financiële opbrengsten/Financiële kosten", samen met eventuele wijzigingen in de reële waarde van het afgedekte actief of de afgedekte verplichting die aan het afgedekte risico toegerekend kunnen worden.

2.20.3 | AFDEKKINGEN VAN NETTO-INVESTERINGEN

Afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten worden geboekt op vergelijkbare wijze met kasstroomafdekkingen. Elke winst of elk verlies op het afdekkinginstrument met betrekking tot het effectieve gedeelte van de afdekking wordt opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve gedeelte wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder "Financiële opbrengsten/Financiële kosten". De in het eigen vermogen geaccumuleerde winsten en verliezen worden naar de winst- en verliesrekening overgeboekt wanneer de buitenlandse bedrijfsactiviteit gedeeltelijk wordt afgestoten of wordt verkocht.

2.20.4 | AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN DIE NIET IN AANMERKING KOMEN VOOR HEDGE ACCOUNTING

Bepaalde afgeleide financiële instrumenten kwalificeren niet voor hedge accounting. Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die niet kwalificeren voor hedge accounting worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening geboekt onder "Financiële opbrengsten/Financiële kosten".

2.21 | VOORRADEN

Grondstoffen, verbruiksproducten, goederen die aangekocht werden voor doorverkoop, goederen in bewerking en afgewerkte goederen worden gewaardeerd tegen de kostprijs of de netto realiseerbare waarde als die lager is.

De kostprijs wordt bepaald aan de hand van de gewogen gemiddelde kostenmethode. De kostprijs van goederen in bewerking en afgewerkte goederen omvat alle kosten voor de verwerking en andere kosten die gemaakt worden om de voorraden naar hun huidige locatie en in hun huidige toestand te brengen. De bewerkingskosten omvatten de productiekosten en de gerelateerde vaste en variabele indirecte productiekosten (inclusief de afschrijvingskosten).

De netto realiseerbare waarde vertegenwoordigt de geschatte verkoopprijs verminderd met alle geschatte afwerkingskosten en de nog te maken kosten voor marketing, verkoop en distributie.

2.22 | HANDELSVORDERINGEN

Handelsvorderingen worden bij eerste opname geboekt tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode na aftrek van een voorziening voor bijzondere waardeverminderingen.

2.23 | GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

Ten behoeve van de presentatie in het Geconsolideerd Kasstroomoverzicht omvatten geldmiddelen en kasequivalenten contanten, direct opvraagbare deposito's en overige kortlopende, uiterst liquide beleggingen met originele looptijden van drie maanden of minder die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen, en voorschotten in rekening-courant. Voorschotten in rekening-courant worden opgenomen onder de leningen onder kortlopende verplichtingen in de balans.

2.24 | VASTE ACTIVA (OF GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN) AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP EN BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN

Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de Vennootschap die ofwel afgestoten is, ofwel geclassificeerd is als aangehouden voor verkoop. Het moet ofwel een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, ofwel deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht.

Intragroepstransacties tussen voortgezette en beëindigde bedrijfsactiviteiten worden geëlimineerd tegenover de voortgezette bedrijfsactiviteiten.

Vaste activa of een groep activa die wordt afgestoten, worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en een verkoop als zeer waarschijnlijk wordt beschouwd. Vaste activa en groepen activa die worden afgestoten, worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door hun voortgezette gebruik. Bijzondere waardeverminderingsverliezen bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop worden in de winst- en verliesrekening geboekt. Vaste activa die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop worden niet afgeschreven.

2.25 | AANDELENKAPITAAL

2.25.1 | GEWONE AANDELEN

Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen. Bijkomende kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen of opties worden in mindering van de ontvangen bedragen in het eigen vermogen gepresenteerd, na aftrek van belastingen. De Vennootschap heeft geen preferente aandelen of verplicht aflosbare preferente aandelen uitgegeven.

2.25.2 | EIGEN AANDELEN

Wanneer een onderneming van de Groep aandelen van de Vennootschap koopt (eigen aandelen) wordt de betaalde som, inclusief de toerekenbare directe kosten (na aftrek van winstbelastingen) in mindering gebracht van het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap tot de aandelen geannuleerd of verkocht zijn. Wanneer dergelijke aandelen later worden verkocht, wordt elke ontvangen vergoeding, na aftrek van de rechtstreeks toerekenbare bijkomende transactiekosten en het gerelateerde winstbelastingseffect, opgenomen in het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap.

2.25.3 | HYBRIDE KAPITAAL

De achtergestelde obligatieleningen met een eeuwigdurende looptijd uitgegeven door de Vennootschap in 2011, voldoen aan de voorwaarden van een eigenvermogensinstrument zoals gedefinieerd onder IAS 32 "Financiële instrumenten": Presentatie en worden bijgevolg opgenomen als "Hybride kapitaal" hetgeen deel uitmaakt van het eigen vermogen van de Groep.

De rentelasten op deze obligatieleningen worden weergegeven als dividenden aan aandeelhouders in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen.

2.26 | OBLIGATIES EN LENINGEN

Obligaties, leningen en voorschotten in rekening-courant worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde, na aftrek van de opgelopen transactiekosten, en worden vervolgens gewaardeerd tegen hun geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieve rentemethode. Verschillen tussen de ontvangsten (na aftrek van transactiekosten) en de afwikkeling of aflossing van leningen worden erkend over de looptijd van de leningen, overeenkomstig de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep.

Leningen worden geclassificeerd als kortlopende verplichtingen, behalve wanneer de Groep een onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting voor ten minste 12 maanden na de balansdatum uit te stellen.

2.27 | SAMENGESTELDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN

Door de Groep uitgegeven samengestelde financiële instrumenten omvatten converteerbare obligaties die in gewone aandelen kunnen worden omgezet naar keuze van de emittent. Het aantal uit te geven aandelen varieert niet met veranderingen in hun reële waarde. Gelet op de optie van de emittent om in contanten af te lossen, werden dergelijke converteerbare obligaties in het verleden opgesplitst in een schuld- en een derivaatcomponent.

Bij eerste opname van de obligatie, werd de reële waarde van de schuldcomponent bepaald op basis van de actuele waarde van de contractueel vastgestelde kasstromen verdisconteerd op basis van de interestvoet die op dat moment werd toegepast door de markt op instrumenten met een vergelijkbare kredietwaardigheid en die nagenoeg dezelfde kasstromen opleveren, onder dezelfde voorwaarden, maar zonder de conversieoptie.

Na de eerste opname wordt de schuldcomponent gewaardeerd op basis van de geamortiseerde kostprijs, met gebruik van de effectieve rentemethode.

Het resterende deel van de ontvangen bedragen werd toegewezen aan de conversieoptie en opgenomen onder "overige derivaten". Na de eerste opname werd de derivaatcomponent gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle winsten en verliezen bij herwaardering werden opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Als gevolg van een beslissing van de Raad van bestuur in 2010, om de rechten van UCB met betrekking tot de optie om in contanten af te wikkelen, in te trekken, werd de derivaatcomponent geherclassificeerd naar het eigen vermogen, op basis van de reële waarde op de dag van deze beslissing. De eigen-vermogenscomponent werd overgeboekt naar uitgiftepremies op het ogenblik van de conversie van de resterende converteerbare obligaties in 2014.

Transactiekosten die rechtstreeks aan de obligatie-emissie zijn toe te rekenen en bijkomende kosten vertegenwoordigen, worden in de berekening van de geamortiseerde kostprijs opgenomen, met gebruik van de effectieve rentemethode, en worden via de winst- en verliesrekening over de levensduur van het instrument afgeschreven.

2.28 | HANDELSSCHULDEN

Handelsschulden worden bij eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode.

2.29 | PERSONEELSBELONINGEN

2.29.1 | PENSIOENVERPLICHTINGEN

De Groep kent verschillende vergoedingen na uitdiensttreding toe, waaronder zowel toegezegdpensioenregelingen als toegezegde bijdragenregelingen.

Een toegezegde bijdragenregeling is een pensioenplan waarbij de Groep vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit en geen wettelijke of feitelijke verplichting heeft om bijkomende bijdragen te betalen indien het fonds over onvoldoende middelen zou beschikken om aan alle werknemers de voordelen te betalen die resulteren uit het dienstverband van de werknemer in de lopende periode en in voorgaande perioden. Verplichtingen voor bijdragen aan toegezegde bijdragenregelingen worden als kosten voor personeelsvergoedingen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening opgenomen wanneer ze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde bijdragen worden als een actief geboekt voor zover deze terugbetaalbaar zijn in contanten of tot een vermindering van toekomstige betalingen zullen leiden. Toegezegd-pensioenregelingen bepalen een bedrag voor pensioenuitkering dat een werknemer bij pensionering zal ontvangen, meestal op basis van één of meer factoren, zoals leeftijd, aantal dienstjaren en loon. De verplichting, opgenomen in de geconsolideerde balans, met betrekking tot de toegezegd-pensioenregelingen, is de contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. Een eventueel surplus dat voortvloeit uit deze berekening wordt beperkt tot de contante waarde van eventuele economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verminderingen van toekomstige bijdragen aan de regeling.

De bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt berekend door onafhankelijke actuarissen volgens de 'projected unit credit'-methode. Een volledige actuariële waardering op basis van bijgewerkte personeelsgegevens wordt ten minste om de drie jaar uitgevoerd. Daarnaast is een volledige actuariële waardering eveneens vereist indien de nettoschommeling in de balans van het ene jaar op het andere meer dan 10% bedraagt als gevolg van omstandigheden met betrekking tot de regeling (significante wijzigingen in lidmaatschap, wijzigingen in de regeling enz.). In jaren waar een volledige actuariële waardering niet vereist is, worden prognoses ("roll-forwards" genoemd) gebruikt op basis van het voorgaande jaar met bijgewerkte veronderstellingen (disconteringsvoet, loonsverhoging, verloop). Voor deze roll-forwardwaarderingen worden de gegevens van de individuele werknemers gebruikt van de laatste volledige waarderingsdatum, rekening houdend met veronderstellingen op het vlak van loonsverhogingen en mogelijk verloop. Bij alle waarderingen worden de verplichtingen gewaardeerd op de toepasselijke balansdatum en de marktwaarde van de pensioenfondsbeleggingen wordt eveneens op deze datum gerapporteerd, onafhankelijk van het feit of het een volledige of een roll-forwardwaardering betreft.

De contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt bepaald door de geschatte toekomstige kasuitstromen te verdisconteren op basis van de marktrendementen van hoogwaardige ondernemingsobligaties waarvan de looptijd consistent is met de looptijd van de verplichtingen van de Groep en waarvan de valuta dezelfde is als die waarin de beloningen verwacht worden te zullen worden betaald.

Herwaarderingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen, de impact van de limiet op activa (indien van toepassing) en het rendement op fondsbeleggingen (excl. rente) worden onmiddellijk opgenomen in de balans samen met een tenlasteneming of creditering van niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin deze zich voordoen. Herwaarderingen die opgenomen zijn in niet-gerealiseerde resultaten worden nooit naar de winst- en verliesrekening overgeboekt. De entiteit kan deze in niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedragen evenwel overboeken binnen het eigen vermogen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt als winst of verlies in de periode van de wijziging van de regeling. Nettorente wordt berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettoverplichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. De kosten voor toegezegde pensioenrechten worden onderverdeeld in drie categorieën:

  • aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, winsten en verliezen op inperkingen en afwikkelingen;

  • netto rentekosten of -inkomsten;

  • herwaardering.

De Groep neemt de eerste twee componenten van de kosten voor toegezegde pensioenen op onder de personeelskosten in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening (in de operationele kosten volgens aard). Netto rentekosten of -inkomsten worden opgenomen als onderdeel van de operationele winst. Winsten en verliezen als gevolg van inperkingen worden opgenomen als pensioenkosten van verstreken diensttijd. Herwaarderingen worden geboekt onder de niet-gerealiseerde resultaten.

2.29.2 | OVERIGE VERGOEDINGEN NA UITDIENSTTREDING

Sommige ondernemingen van de Groep verlenen hun gepensioneerden medische zorgverlening na uitdiensttreding. De nettoverplichting van de Groep is het bedrag van toekomstige beloningen die werknemers hebben verdiend in ruil voor hun dienstverband in de lopende en voorgaande perioden. De verwachte kosten van deze beloningen worden erkend over de periode van tewerkstelling, op basis van dezelfde methodologie als deze die gebruikt wordt voor de toegezegd-pensioenregelingen.

2.29.3 | ONTSLAGVERGOEDINGEN

Ontslagvergoedingen zijn verschuldigd wanneer het dienstverband van een werknemer wordt beëindigd vóór de normale pensioendatum, of wanneer een werknemer in ruil voor deze vergoedingen vrijwillig ontslag aanvaardt. De Groep neemt ontslagvergoedingen op wanneer ze zich aantoonbaar heeft verbonden tot hetzij de beëindiging van het dienstverband van huidige werknemers volgens een gedetailleerd formeel plan zonder de mogelijkheid dat het plan ingetrokken wordt, hetzij de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod dat aan de werknemers gedaan werd om vrijwillig ontslag te stimuleren. Vergoedingen die na meer dan 12 maanden na de balansdatum invorderbaar worden, worden naar hun contante waarde verdisconteerd.

2.29.4 | OVERIGE LANGE-TERMIJNPERSONEELSBELONINGEN

De verplichtingen voor jubileumpremies en beloningen voor het in dienst zijn gedurende een lange periode worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige betalingen met betrekking tot diensten verstrekt door werknemers tot op het einde van de verslagperiode, gebruik makend van de "projected unit credit"-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met verwachte toekomstige loonsverhogingen, ervaringen inzake personeelsverloop en dienstverleningsperioden. Verwachte toekomstige betalingen worden verdisconteerd op basis van de marktrendementen van hoogwaardige ondernemingsobligaties waarvan de looptijd en de valuta zo nauw mogelijk overeenkomen met deze van de geschatte toekomstige kasuitstromen. Herwaarderingen ten gevolge van ervaringsaanpassingen en wijzigingen in actuariële veronderstellingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.

2.29.5 | WINSTDELING EN BONUSREGELINGEN

De Groep neemt een verplichting en een last op voor bonussen en winstdeling op basis van een formule waarbij de winst die toewijsbaar is aan de aandeelhouders van de Vennootschap, na bepaalde correcties, in aanmerking genomen wordt. De Groep neemt een voorziening op indien ze daar contractueel toe verplicht is of indien zij door bestendig gevolgde gedragslijnen in het verleden een feitelijke verplichting gecreëerd heeft, en er een betrouwbare schatting van de verplichting gemaakt kan worden.

2.29.6 | OP AANDELEN GEBASEERDE BETALINGEN

De Groep beheert verschillende in eigen-vermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen als beloning voor de werknemers.

De reële waarde van de diensten die worden ontvangen van de werknemers in ruil voor de toekenning van aandelenopties, wordt als last opgenomen. Het totaal bedrag dat wordt opgenomen in kosten, wordt bepaald door verwijzing naar de reële waarde van de toegekende aandelenopties, waarbij geen rekening wordt gehouden

met de impact van eventuele voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde voorwaarden die niet marktgerelateerd zijn (bijvoorbeeld rentabiliteit, gedurende een bepaalde tijd in dienst blijven bij de entiteit). Voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde voorwaarden die niet marktgerelateerd zijn, worden opgenomen in de veronderstellingen over het aantal opties dat verwacht wordt onvoorwaardelijk te worden. Het totale bedrag van de kost wordt opgenomen over de wachtperiode, hetgeen de periode is gedurende dewelke alle bepaalde "vesting conditions" moeten worden vervuld.

De reële waarde van het aandelenoptieplan wordt bepaald op de toekenningsdatum volgens het waarderingsmodel van Black & Scholes, dat rekening houdt met de verwachte looptijd en het annuleringspercentage van de opties. Op elke balansdatum herziet de entiteit haar schattingen van het aantal opties dat naar verwachting onvoorwaardelijk zal worden. Ze neemt de impact van de herziening van de oorspronkelijke schattingen desgevallend op in de winst- en verliesrekening, met een overeenkomstige aanpassing in het eigen vermogen.

De ontvangen bedragen worden, na aftrek van eventuele direct toerekenbare transactiekosten, gecrediteerd in het aandelenkapitaal (nominale waarde) en in de uitgiftepremie wanneer de opties uitgeoefend worden. De reële waarde van het bedrag dat betaalbaar is aan werknemers op basis van "share appreciation rights", fantoomaandelenoptieplannen, fantoomaandelentoekenningsplannen en fantoomprestatieaandelenplannen die in geldmiddelen worden afgewikkeld, wordt geboekt als een last, met een overeenstemmende verhoging van de verplichtingen over de periode gedurende dewelke de werknemers onvoorwaardelijk recht krijgen op de betaling. De verplichting wordt geherwaardeerd op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling.

Alle wijzigingen in de reële waarde van de verplichtingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als personeelskosten.

2.30 | VOORZIENINGEN

Voorzieningen worden in de balans opgenomen wanneer:

  • er een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting is als gevolg van een gebeurtenis in het verleden;

  • het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen omvatten, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen; en

  • het bedrag van de verplichting betrouwbaar geschat kan worden.

Het bedrag dat als voorziening opgenomen wordt, is de beste schatting van de vereiste uitgaven om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting vereist zullen zijn om de verplichting af te wikkelen, aan de hand van een disconteringsvoet die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico's die inherent zijn aan de verplichting. De verhoging van de voorziening vanwege het verstrijken van tijd wordt als rentelast geboekt.

Een voorziening voor reorganisatiekosten wordt geboekt wanneer de Groep een gedetailleerd formeel plan heeft en ze bij de betrokkenen een geldige verwachting gewekt heeft dat ze de reorganisatie zal doorvoeren door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijkste kenmerken ervan aan de betrokkenen mee te delen.

3. KRITISCHE BEOORDELINGEN EN BOEKHOUDKUNDIGE SCHATTINGEN

Schattingen en beoordelingen worden voortdurend geëvalueerd en zijn gebaseerd op historische ervaring en andere factoren, inclusief de verwachtingen betreffende toekomstige gebeurtenissen die redelijk worden geacht gezien de omstandigheden.

3.1 | KRITISCHE BEOORDELINGEN BIJ DE TOEPASSING VAN DE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGGEVING VAN DE GROEP

OPBRENGSTENERKENNING

De activiteit van de Groep is van dusdanige aard dat veel verkooptransacties geen eenvoudige structuur hebben. Verkoopovereenkomsten kunnen bestaan uit verschillende overeenkomsten die zich tegelijk of op verschillende tijdstippen voordoen. De Groep is ook betrokken partij bij licentieverleningsovereenkomsten die gepaard kunnen gaan met vooruitbetalingen en mijlpaalbetalingen die over verschillende jaren gespreid kunnen zijn en gepaard gaan met bepaalde toekomstige verplichtingen. De opbrengsten worden enkel erkend wanneer de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van goederen zijn overgedragen en wanneer de Groep over de verkochte goederen niet de feitelijke zeggenschap of effectieve controle behoudt of wanneer de verplichtingen vervuld zijn. Dit kan ertoe leiden dat de kasontvangsten aanvankelijk geboekt worden als uitgestelde opbrengsten en dan overgeboekt worden naar het resultaat in de volgende verslagperiodes op basis van de diverse voorwaarden die in de overeenkomst vermeld worden.

BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN

Bedrijfsactiviteiten die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop of die verkocht werden, worden gepresenteerd als beëindigde bedrijfsactiviteiten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening indien de bedrijfsactiviteiten een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht. De inschatting van wat een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit is, gebeurt geval per geval en hangt af van de grootte van de bedrijfsactiviteiten in termen van opbrengsten, brutowinst of totale waarde van activa en verplichtingen in vergelijking met de totale bedrijfsactiviteiten van de Groep.

3.2 | KRITISCHE BOEKHOUDKUNDIGE SCHATTINGEN EN VERONDERSTELLINGEN

De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie, vereist dat de directie schattingen en veronderstellingen maakt die invloed hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen, de toelichting van voorwaardelijke

activa en verplichtingen op de datum van de jaarrekening en de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten tijdens de verslagperiode.

De directie baseert haar schattingen op ervaring en cijfers uit het verleden evenals verscheidene andere veronderstellingen die worden geacht redelijk te zijn in de gegeven omstandigheden, waarvan de resultaten de basis vormen voor de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten die mogelijks niet onmiddellijk blijken uit andere bronnen. De werkelijke resultaten zullen per definitie afwijken van deze schattingen. Schattingen en veronderstellingen worden periodiek herzien en de effecten van herzieningen worden in de jaarrekening weerspiegeld in de periode waarin ze geacht worden noodzakelijk te zijn.

3.2.1 | OMZETREDUCTIES

De Groep heeft accruals geboekt voor verwachte verkoopretours, terugvorderingen (charge-backs) en andere rabatten, inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate" en "Federal Medicare" in de Verenigde Staten en gelijksoortige rabatten in andere landen. Dergelijke schattingen zijn gebaseerd op analyses van bestaande contractuele verplichtingen of wetgevingen, historische trends en op de ervaring van de Groep. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de accruals die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties. In het algemeen worden de kortingen, rabatten en andere verminderingen die op de factuur worden vermeld in de winst- en verliesrekening opgenomen als een onmiddellijke vermindering van de bruto-omzet. De verkoopretours, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat en in de balans in de toepasselijke accrualrekening gepresenteerd, en afgetrokken van de omzet.

3.2.2. | IMMATERIËLE ACTIVA EN GOODWILL

De Groep heeft immateriële activa met een boekwaarde van € 875 miljoen (Toelichting 17) en goodwill met een boekwaarde van € 5 178 miljoen (Toelichting 18). De immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer ze goedgekeurd zijn door de regelgevende instanties).

De directie schat dat de economische gebruiksduur voor verworven lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten gelijk is aan de periode dat deze producten genieten van de patentbescherming of de exclusiviteit van gegevens. Voor de immateriële activa die verworven worden door een bedrijfscombinatie en die producten

bevatten die gecommercialiseerd worden maar waarvoor geen patentbescherming of exclusiviteit van gegevens bestaat, schat de directie dat de economische gebruiksduur gelijk is aan de periode waarin deze producten substantieel alle geldelijke bijdragen zullen realiseren.

Deze immateriële activa en goodwill worden regelmatig getoetst op bijzondere waardeverminderingen en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er eventueel van een bijzondere waardevermindering sprake is. De nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en goodwill worden minstens jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen.

Om te beoordelen of er sprake is van enige bijzondere waardevermindering, gebeuren de schattingen op basis van de verwachte toekomstige kasstromen uit het gebruik van deze activa en hun eventuele verkoop. Deze geraamde kasstromen worden dan aangepast aan de contante waarde, met toepassing van een gepaste disconteringsvoet die de risico's en onzekerheden die gepaard gaan met de geraamde kasstromen weerspiegelt.

De werkelijke resultaten kunnen sterk afwijken van dergelijke schattingen van verdisconteerde toekomstige kasstromen. Factoren zoals de opkomst of afwezigheid van concurrentie, technische veroudering of rechten die lager liggen dan verwacht, kunnen leiden tot een verkorting van de economische gebruiksduur en tot bijzondere waardeverminderingen.

De Groep paste de volgende basisveronderstellingen toe voor de berekening van de "bedrijfswaarde", die vereist is voor de test op bijzondere waardeverminderingen van immateriële activa en goodwill op het einde van het jaar:

  • groeiratio voor de eindwaarde 3,0%

  • disconteringsvoet met betrekking tot goodwill en immateriële activa voor verkochte producten 7,0%

  • disconteringsvoet met betrekking tot immateriële activa gerelateerd aan pijplijnproducten 13,0%

Omdat de kasstromen ook rekening houden met de belastinguitgaven wordt een disconteringsvoet na belastingen gebruikt in de testen op bijzondere waardeverminderingen.

De directie is van mening dat het gebruik van de disconteringsvoet na belastingen overeenstemt met de resultaten van het gebruik van een disconteringsvoet vóór belastingen toegepast op kasstromen vóór belastingen.

3.2.3 | MILIEUVOORZIENINGEN

De Groep heeft voorzieningen voor kosten voor milieusanering die toegelicht worden in Toelichting 31. De belangrijkste elementen van de milieuvoorzieningen betreffen de kosten om vervuilde sites volledig te saneren en opnieuw in te richten en om vervuiling op sommige andere sites te behandelen, vooral diegene die verband houden met de afgestoten chemische en filmactiviteiten van de Groep. Toekomstige kosten voor milieusanering worden beïnvloed

door een aantal onzekerheden, waaronder de ontdekking van aangetaste sites (waarvan men voorheen niet wist dat ze aangetast waren), de methode en omvang van het milieuherstel, het percentage van vervuiling dat aan de Groep toe te schrijven is en de financiële capaciteiten van de andere mogelijk verantwoordelijke partijen. Gezien de moeilijkheden die inherent zijn aan het inschatten van de verplichtingen op dit gebied, kan niet worden gegarandeerd dat er geen extra kosten zullen zijn naast de momenteel reeds voorziene bedragen. De impact van de milieuherstelmaatregelen op

de resultaten van de bedrijfsactiviteiten kan niet voorspeld worden vanwege de onzekerheid betreffende het bedrag en de timing van toekomstige uitgaven en de resultaten van toekomstige activiteiten. Indien dergelijke wijzigingen zich zouden voordoen, kan dit een impact hebben in de toekomst op de in de balans geboekte voorzieningen.

3.2.4 | PERSONEELSBELONINGEN

De Groep heeft momenteel een groot aantal toegezegdpensioenregelingen, die uiteengezet worden in Toelichting 30. De berekening van de activa of verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is gebaseerd op statistische en actuariële veronderstellingen. Dit is in het bijzonder het geval voor de contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten die beïnvloed wordt door veronderstellingen met betrekking tot de discontovoeten die gebruikt worden om tot de contante waarde van toekomstige pensioenverplichtingen te komen en veronderstellingen over toekomstige stijgingen van salarissen en beloningen.

Verder maakt de Groep gebruik van statistische veronderstellingen inzake toekomstige terugtrekkingen van deelnemers uit de regelingen en schattingen inzake de levensverwachting. De gebruikte actuariële veronderstellingen kunnen sterk verschillen van de werkelijke resultaten vanwege wijzigingen in de markt- en economische omstandigheden, een hoger of lager personeelsverloop, langere of kortere levensverwachting van deelnemers en andere wijzigingen in de geëvalueerde factoren.

Deze verschillen zouden een invloed kunnen hebben op de activa of verplichtingen die in de toekomst in de balans zullen worden geboekt.

3.2.5 | BELASTINGPOSITIES

De Groep is actief in meerdere jurisdicties waar vaak een complexe juridische en fiscale regelgeving van toepassing is. De posities met betrekking tot de inkomstenbelasting worden als gefundeerd beschouwd door de Groep en zijn bedoeld om uitdagingen door de fiscus te weerstaan. Het wordt evenwel aanvaard dat sommige posities onzeker zijn en interpretaties bevatten van complexe fiscale wetgeving alsook transfer pricing overwegingen, die zouden betwist kunnen worden door de fiscus. De groep beoordeelt deze posities afzonderlijk zonder compensatie tussen of aggregatie van de verschillende posities en dit op een regelmatige basis gebruik makend van alle beschikbare informatie (wetgeving, jurisprudentie, regelgeving en gevestigde praktijken). Een verplichting wordt opgenomen voor elk item waarvoor het onwaarschijnlijk is dat de positie kan standhouden bij onderzoek door de fiscale autoriteiten op basis van alle relevante informatie. De verplichting wordt door de Groep berekend als zijnde de beste inschatting van de te betalen belastingen die de Groep verwacht te moeten betalen op basis van de beste inschatting door de Groep van de meest waarschijnlijke uitkomst van dergelijke onderzoeken. Deze inschattingen zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die bestaan op het einde van de verslagperiode. De belastingverplichting en kost inzake winstbelastingen bevatten boetes en nalatigheidsinteresten die voortvloeien uit fiscale geschillen.

De Groep heeft een netto uitgestelde belastingvordering van € 943 miljoen erkend (Toelichting 29). De opname van uitgestelde belastingvorderingen is gebaseerd op de vraag of het waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn in de toekomst waartegen de

terugboeking van tijdelijke verschillen kan worden afgezet. Indien de tijdelijke verschillen betrekking hebben op verliezen, wordt de beschikbaarheid van de verliezen die moeten verrekend worden ten opzichte van de voorspelde belastbare winst ook in rekening genomen.

Belangrijke elementen die het management heeft beoordeeld bevatten de erkenning op de balans van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot verliezen in jurisdicties waar verliezen werden gemaakt in voorgaande perioden, maar waar nu winsten worden gemaakt en waarvan verwacht wordt dat er ook in de nabije toekomst winsten zullen worden gemaakt. In dergelijke gevallen heeft het management de beste inschatting gemaakt van de juiste waarde van deze activa hetgeen de inschatting omvat van de lengte van de toekomstige periode die gebruikt dient te worden voor dergelijke beoordelingen. Deze beoordelingen worden gemaakt geval per geval maar deze periode overschrijdt over het algemeen niet de periode van 5 jaar.

Verschillen in de verwachte belastbare winst en de werkelijke winstgevendheid of een verlaging van de verwachte toekomstige belastbare winsten zouden de uitgestelde belastingvorderingen die in toekomstige perioden worden erkend, kunnen beïnvloeden.

Er werden geen materiële uitgestelde belastingvorderingen erkend voor entiteiten die momenteel nog steeds verlieslatend zijn.

De Groep heeft ook belangrijke boekhoudkundige schattingen en beoordelingen gemaakt met betrekking tot belastingverplichtingen gerelateerd aan controles die aan de gang zijn in Spanje, de Verenigde Staten, Duitsland en Italië. De Groep werkt constructief mee met de fiscale autoriteiten en de relevante vertegenwoordigers van de overheid. Waar nodig worden consultants en juridische adviseurs geraadpleegd om opinies te bekomen over fiscale wetgeving en principes.

4. FINANCIEEL RISICOBEHEER

De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico's die voortvloeien uit haar onderliggende activiteiten en bedrijfsfinancieringsactiviteiten.

Deze financiële risico's bestaan uit marktrisico's (waaronder valutarisico's, renterisico's en prijsrisico's), kredietrisico's en liquiditeitsrisico's.

Deze toelichting geeft informatie over de mate waarin de Groep aan de voornoemde risico's is blootgesteld, over de grondslagen en de procedures van de Groep om deze risico's te beheren en over het kapitaalbeheer van de Groep. Risicobeheer wordt uitgevoerd door de afdeling Financieel Beheer van de Groep volgens beleidslijnen die door het Financial Risk Management Committee (FRMC) zijn goedgekeurd.

De financieel directeur en de hoofden van de afdelingen Boekhouding, Rapportering & Consolidatie, Financieel Beheer, Interne Audit, Belastingen en Financiën & Risico maken allen deel uit van dit FRMC. Het FRMC is verantwoordelijk voor:

  • de analyse van de resultaten van de risicobeoordeling van UCB;

  • de goedkeuring van de aanbevolen strategieën voor risicobeheer;

  • het toezicht op de naleving van beleid voor het beheer van de financiële marktrisico's;

  • de goedkeuring van beleidswijzigingen; en

  • de verslaggeving aan het Auditcomité.

De beleidslijnen die het FRMC voor het financieel risicobeheer van de Groep heeft bepaald, moeten identificatie en analyse van de risico's voor de Groep mogelijk maken, om de gepaste limieten en controles van de risico's te bepalen, toezicht te houden op de risico's en te zorgen dat de limieten nageleefd worden. Het FRMC herziet de beleidslijnen voor het risicobeheer om de zes maanden om deze aan eventuele wijzigingen in de marktvoorwaarden en de activiteiten van de Groep aan te passen.

4.1 | MARKTRISICO

Het marktrisico is het risico dat veranderingen in de marktprijzen, zoals wisselkoersen, rentevoeten en beurskoersen, de winst- en verliesrekening van de Groep of de waarde van de door haar aangehouden financiële instrumenten zouden beïnvloeden. Het doel van het marktrisicobeheer is blootstelling aan dergelijke risico's te beheren en in de hand te houden. De Groep legt financiële derivaten aan en gaat ook financiële verplichtingen aan om het marktrisico te beheren. Waar mogelijk, streeft de Groep ernaar hedge accounting te gebruiken om volatiliteit in de winst- en verliesrekening te beheren. De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve doeleinden.

4.1.1 | VALUTARISICO

De Groep is over de hele wereld actief en is blootgesteld aan schommelingen in vreemde valuta's die invloed hebben op haar in euro uitgedrukte nettowinst en financiële positie. De Groep beheert actief haar posities in vreemde valuta's en sluit, indien van toepassing, transacties af die gericht zijn op het behoud van de waarde van activa en verwachte transacties. De Groep gebruikt termijncontracten, valutaopties en cross-currency swaps (waarbij verschillende valuta's betrokken zijn) ter afdekking van bepaalde valutastromen en financieringstransacties waartoe zij zich heeft verbonden of die zij verwacht.

De instrumenten die gekocht worden ter afdekking van blootstelling aan transacties luiden voornamelijk in Amerikaanse dollar, Brits pond, Japanse yen en Zwitserse frank, d.w.z. de valuta's waarin de Groep haar grootste risico's loopt. Het beleid van de Groep voor financieel risicobeheer bestaat erin verwachte kasstromen uit verkoop, royalty's of uit opbrengsten door verleende licenties voor minimaal 6 tot maximaal 26 maanden af te dekken, voor zover er geen natuurlijke afdekkingen bestaan.

De Groep heeft bepaalde investeringen in bedrijfsactiviteiten in het buitenland, waarvan de netto-activa blootgesteld zijn aan het risico van de omrekeningsverschillen van vreemde valuta's.

De omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van in vreemde valuta uitgedrukte jaarrekeningen van

buitenlandse dochterondernemingen van de Groep alsook van gelijkgestelde netto-investeringsposities in buitenlandse activiteiten worden weergegeven als cumulatieve omrekeningsverschillen in het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen van de Groep.

4.1.2 | EFFECT VAN KOERSSCHOMMELINGEN

Per 31 december 2016 zou de impact op het eigen vermogen en op de winst na belastingen over het jaar als volgt geweest zijn indien de euro met 10 % was versterkt of verzwakt ten opzichte van de volgende valuta's, met behoud van alle andere variabelen:

€ miljoen WIJZIGING IN
WISSELKOERS
VERSTEVIGING/
VERZWAKKING (-) EUR
IMPACT OP EIGEN
VERMOGEN:
VERLIES (-)/WINST
IMPACT OP WINST- EN
VERLIESREKENING
VERLIES (-)/WINST
Op 31 december 2016
USD +10% -118 1
-10% 144 -1
GBP +10% -45 2
-10% 55 -2
CHF +10% -55 -4
-10% 67 4
JPY +10% 15 2
-10% -18 -3
€ miljoen WIJZIGING IN
WISSELKOERS
VERSTEVIGING/
VERZWAKKING (-) EUR
IMPACT OP EIGEN
VERMOGEN:
VERLIES (-)/WINST
IMPACT OP WINST- EN
VERLIESREKENING
VERLIES (-)/WINST
Op 31 december 2015
USD +10% -146 -11
-10% 180 12
GBP +10% -56 3
-10% 68 -4
CHF +10% -55 -1
-10% 68 2

De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve doeleinden.

4.1.3 | RENTEVOETRISICO

Rentevoetwijzigingen kunnen leiden tot variaties in renteopbrengsten en -kosten die voortvloeien uit rentedragende activa en verplichtingen. Daarnaast kunnen ze invloed hebben op de reële waarde van bepaalde financiële activa, verplichtingen en instrumenten, zoals beschreven in het volgende onderdeel over het marktrisico van financiële activa. De rentevoeten op de belangrijkste schuldinstrumenten van de Groep zijn zowel vast als variabel, zoals beschreven in Toelichtingen 26 en 27. De Groep maakt gebruik van rentevoetderivaten om het rentevoetrisico te beheren, zoals beschreven in Toelichting 36.

De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten (renteswaps) als afdekkinginstrumenten, onder reële waardeafdekkingen, tegen vastrentende financiële activa en verplichtingen. Zowel de afgeleide financiële instrumenten als de afgedekte posten zijn geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winsten verliesrekening.

In 2016 werden alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan verplichtingen van de Groep met variabele rentevoet geboekt in het eigen vermogen volgens IAS 39.

4.1.4 | EFFECT VAN WIJZIGINGEN IN DE RENTEVOETEN

Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou het eigen vermogen met € 3 miljoen hebben verhoogd (2015: € 5 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou het eigen vermogen met € 3 miljoen hebben doen dalen (2015: € 5 miljoen).

Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou de winst- en verliesrekening met € 0 miljoen hebben verhoogd (2015: € 0 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou winst- en verliesrekening met € 0 miljoen hebben doen dalen (2015: € 0 miljoen).

4.1.5 | OVERIGE RISICO'S IN VERBAND MET DE MARKTPRIJS

Wijzigingen in de reële waarde van bepaalde financiële activa en afgeleide financiële instrumenten kunnen het nettoresultaat of de financiële positie van de Groep beïnvloeden. Langlopende financiële activa, indien van toepassing, worden voor contractuele doeleinden aangehouden, en verhandelbare effecten worden hoofdzakelijk omwille van regelgeving aangehouden. Het risico van waardeverlies wordt beheerd door beoordelingen te maken alvorens over te gaan tot investering, en door continue opvolging van de prestaties van de investeringen en hun risicoprofiel.

Investeringen in aandelen, obligaties, schuldpapieren en overige vastrentende waardepapieren worden gedaan op basis van richtlijnen met betrekking tot liquiditeit en kredietbeoordeling.

Zaken die aan marktprijsrisico's onderhevig zijn, zijn eerder immaterieel en derhalve wordt verondersteld dat de impact op het eigen vermogen of de winsten verliesrekening van een redelijke wijziging in dit marktprijsrisico te verwaarlozen is.

Zoals in 2015, verwierf de Groep in de loop van 2016 eigen aandelen, dewelke in het eigen vermogen werden geboekt.

4.2 | KREDIETRISICO

Kredietrisico ontstaat uit de mogelijkheid dat de tegenpartij in een transactie mogelijk niet in staat of niet bereid is aan haar verplichtingen te voldoen, waardoor de Groep een financieel verlies lijdt. Handelsvorderingen zijn onderworpen aan een beleid van actief risicobeheer, waarbij de nadruk ligt op de inschatting van de risico's die verbonden zijn aan specifieke landen, de beschikbaarheid van krediet, lopende kredietbeoordeling en klantencontroleprocedures. Onder de handelsvorderingen zijn er bepaalde concentraties van kredietrisico's van de tegenpartij, in het bijzonder in de Verenigde Staten, door de verkoop via groothandelaars (Toelichting 22). Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid‑Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten.

In de Verenigde Staten en China (sinds 2014) heeft de Groep een financieringsovereenkomst voor handelsvorderingen afgesloten waardoor deze niet langer in de balans dienen opgenomen te worden. Conform de algemene voorwaarden van de overeenkomst, behoudt UCB geen enkel risico van niet-betaling of laattijdig betalingsrisico met betrekking tot de overgedragen handelsvorderingen.

De blootstelling van andere financiële activa aan kredietrisico's wordt beheerd door het beleid van de Groep om kredietposities te beperken tot hoogwaardige tegenpartijen, kredietratings regelmatig te evalueren en voor elke individuele tegenpartij bepaalde limieten vast te leggen. De criteria die zijn vastgelegd door de Groepsthesaurie voor het investeringsbeleid zijn gebaseerd op langetermijnkredietbeoordelingen die algemeen worden beschouwd als zijnde van hoge kwaliteit en op een 5-jarige "Credit Default Swap"-koers.

Waar het aangewezen is om het risico te beperken, worden met de respectieve tegenpartijen salderingsovereenkomsten ("netting") afgesloten op grond van een ISDA-raamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association). De maximale blootstelling aan kredietrisico's die voortvloeien uit financiële activiteiten, salderingsovereenkomsten buiten beschouwing gelaten, is gelijk aan de boekwaarde van financiële activa plus de positieve reële waarde van derivaten.

4.3 | LIQUIDITEITSRISICO

Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet in staat zal zijn om haar financiële verplichtingen na te komen op de vervaldag. De aanpak van de Groep voor liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te zorgen dat zij altijd over voldoende liquide middelen beschikt om haar verplichtingen op de vervaldag na te komen, in normale omstandigheden, zonder onaanvaardbare verliezen te lijden en zonder risico van aantasting van de reputatie van de Groep.

De Groep houdt voldoende reserves van geldmiddelen en onmiddellijk realiseerbare verhandelbare effecten aan om op elk moment aan haar liquiditeitsbehoeften te kunnen voldoen. Daarnaast beschikt de Groep over bepaalde ongebruikte doorlopende bevestigde kredietfaciliteiten.

Op de balansdatum heeft de Groep de volgende liquiditeitsbronnen beschikbaar:

  • geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 23): € 761 miljoen (2015: € 1 285 miljoen)

  • verhandelbare effecten zonder aandelenkarakter (Toelichting 20): € 3 miljoen (2015: € 3 miljoen)

  • ongebruikte kredietfaciliteiten en niet-opgenomen beschikbaar bedrag onder financieringscontract (Toelichting 26): € 85 miljoen (2015: € 235 miljoen)

  • ongebruikte doorlopende kredietfaciliteiten (Toelichting 26): € 1 miljard (2015: € 1 miljard): de bestaande toegezegde gesyndiceerde doorlopende kredietfaciliteit van de Groep, vervallend in 2021, werd per eind 2016 nog niet opgenomen.

De onderstaande tabel geeft een analyse van de contractuele vervaldagen van de financiële verplichtingen van de Groep. Ze zijn geclassificeerd volgens de resterende looptijd op de balansdatum tot de contractuele vervaldag, met uitzondering van impact van saldering. De hieronder vermelde bedragen met betrekking tot de financiële derivaten zijn een indicatie van de niet-geactualiseerde contractuele kasstromen.

TOE
-
CONTRAC
-
TUELE
MINDER
DAN
TUSSEN 1 TUSSEN 2 MEER DAN
€ miljoen LICHTING TOTAAL KASSTROMEN 1 JAAR EN 2 JAAR EN 5 JAAR 5 JAAR
Op 31 december 2016
Bankleningen en andere langetermijnleningen 26 338 338 12 0 326 0
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 26 8 8 8 0 0 0
Verplichtingen uit hoofde van financiële leases 26 7 7 2 2 3 0
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2023 27 192 239 9 9 27 194
Institutionele euro-obligatie
met vervaldatum in 2022
27 350 389 7 7 20 355
Institutionele euro-obligatie
met vervaldatum in 2021
27 370 422 14 14 394 0
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2020 27 256 288 9 9 210 0
EMTN programma met vervaldatum in 2019 27 75 82 2 2 78 0
Handels- en overige verplichtingen 27 1 915 1 915 1 860 30 23 2
Voorschotten in rekening-courant 26 5 5 5 0 0 0
Renteswaps 74 74 12 14 38 10
Termijncontracten voor afdekkingsdoeleinden
Uitgaand 3 559 3 559 3 559 0 0 0
Inkomend 3 518 3 518 3 518 0 0 0
Termijncontracten en overige financiële
derivaten tegen reële waarde met verwerking
van waardeveranderingen in de winst
en verliesrekening
Uitgaand 1 255 1 255 1 127 128 0 0
Inkomend 1 235 1 235 1 109 126 0 0
TOE
-
CONTRAC
-
TUELE
MINDER
DAN
TUSSEN 1 TUSSEN 2 MEER DAN
€ miljoen LICHTING TOTAAL KASSTROMEN 1 JAAR EN 2 JAAR EN 5 JAAR 5 JAAR
Op 31 december 2015
Bankleningen en andere langetermijnleningen 26 437 437 95 0 250 92
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 26 12 12 12 0 0 0
Verplichtingen uit hoofde van financiële leases 26 9 9 2 1 5 1
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2023 27 189 248 9 9 27 203
Institutionele euro-obligatie
met vervaldatum in 2022
27 346 396 7 7 20 362
Institutionele euro-obligatie
met vervaldatum in 2021
27 369 436 14 14 43 365
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2020 27 257 297 9 9 279 0
EMTN programma met vervaldatum in 2019 27 75 85 3 3 79 0
Institutionele euro-obligatie
met vervaldatum in 2016
27 506 529 529 0 0 0
Handels- en overige verplichtingen 32 1 794 1 794 1 688 40 61 5
Voorschotten in rekening-courant 26 8 8 8 0 0 0
Renteswaps 47 47 3 6 25 12
Termijncontracten voor afdekkingsdoeleinden
Uitgaand 2 688 2 688 2 654 34 0 0
Inkomend 2 632 2 632 2 599 33 0 0
Termijncontracten en overige financiële
derivaten tegen reële waarde met verwerking
van waardeveranderingen in de winst- en
verliesrekening
Uitgaand 2 512 2 512 2 512 0 0 0
Inkomend 2 505 2 505 2 505 0 0 0

4.4 | KAPITAALRISICOBEHEER

Het beleid van de Groep aangaande het kapitaalrisicobeheer bestaat erin de continuïteit van de Groep als "going concern" veilig te stellen om aandeelhouders verder rendement te bieden en patiënten voordelen te blijven bieden, en de

externe schuld van de Groep verder te verminderen om tot een kapitaalstructuur te komen die vergelijkbaar is met die van anderen in de sector.

€ miljoen 2016 2015
Totale leningen (Toelichting 26) 358 466
Obligaties (Toelichting 27) 1 243 1 742
Min: geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 23), voor verkoop beschikbare obligaties -764 -1 288
(Toelichting 20) en in pand gegeven contanten met betrekking tot de financiële leaseverplichting
Netto-schuld 838 921
Totaal eigen vermogen 5 477 5 546
Totaal financieel kapitaal 6 315 6 467
Gearing ratio 13% 14%

4.5 | SCHATTING VAN REËLE WAARDE

De reële waarde van financiële instrumenten die worden verhandeld op actieve markten (zoals voor verkoop beschikbare financiële activa) is gebaseerd op de beurskoersen op de balansdatum.

De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald door middel van beproefde waarderingstechnieken zoals optieprijsstellingsmodellen en geschatte contante waarden van kasstromen. De Groep gebruikt verschillende methodes en maakt veronderstellingen die gebaseerd zijn op de marktomstandigheden en krediet- en verzuimrisico's op elke balansdatum.

Voor langetermijnschulden worden marktnoteringen gebruikt. Voor de overige financiële instrumenten worden andere methodes gebruikt om de reële waarde te bepalen, zoals waardeberekening op basis van contante waarde van verwachte kasstromen. De reële waarde van de renteswaps is berekend als de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van het termijncontract wordt bepaald op grond van de contante waarde van de omgewisselde bedragen van de vreemde valuta, tegen de actuele koers op de balansdatum.

De boekwaarde min de voorziening voor bijzondere waardevermindering van handelsvorderingen en de boekwaarde van handelsschulden wordt verondersteld de reële waarde te benaderen. De reële waarde van financiële verplichtingen die in de toelichting wordt opgenomen, wordt bepaald door middel van het verdisconteren van de toekomstige contractuele kasstromen tegen de huidige marktrentevoeten waarover de Groep beschikt voor soortgelijke financiële instrumenten.

4.5.1 | HIËRARCHIE VAN DE REËLE WAARDE

IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de reële waarde waarderingen volgens de volgende hiërarchie:

  • Niveau 1 Genoteerde (niet aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa en verplichtingen;

  • Niveau 2 Andere technieken waarvan alle inputs die een aanzienlijk effect hebben op de geboekte reële waarde, waarneembaar zijn, hetzij direct, hetzij indirect;

  • Niveau 3 Technieken die inputs gebruiken die een aanzienlijk effect op de geboekte reële waarde hebben die niet op observeerbare marktgegevens zijn gebaseerd.

Alle toegelichte reële waarde waarderingen zijn recurrente reële waarde waarderingen.

4.5.2 | FINANCIËLE ACTIVA TEGEN REËLE WAARDE

€ miljoen NIVEAU 1 NIVEAU 2 NIVEAU 3 TOTAAL
31 december 2016
Financiële activa
Voor verkoop beschikbare financiële activa (Toelichting 20)
Genoteerde aandelen 64 0 0 64
Genoteerde schuldinstrumenten 3 0 0 3
Afgeleide financiële activa (Toelichting 36)
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 10 0 10
Termijncontracten – reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
0 37 0 37
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 0 0 0
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
0 61 0 61
Andere financiële activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten)
(Toelichting 20)
Warranten 0 0 0 0

€ miljoen NIVEAU 1 NIVEAU 2 NIVEAU 3 TOTAAL
31 december 2015
Financiële activa
Voor verkoop beschikbare financiële activa (Toelichting 20)
Genoteerde aandelen 64 0 0 64
Genoteerde schuldinstrumenten 3 0 0 3
Afgeleide financiële activa (Toelichting 36)
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 10 0 10
Termijncontracten – reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
0 19 0 19
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 0 0 0
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
0 55 0 55
Andere financiële activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten)
(Toelichting 20)
Warranten 0 29 0 29

4.5.3 | FINANCIËLE VERPLICHTINGEN TEGEN REËLE WAARDE

€ miljoen NIVEAU 1 NIVEAU 2 NIVEAU 3 TOTAAL
31 december 2016
Financiële verplichtingen
Afgeleide financiële passiva (Toelichting 36)
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 51 0 51
Termijncontracten – reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
0 50 0 51
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 2 0 2
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
0 6 0 6
Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële
instrumenten) (Toelichting 28)
Warranten 0 0 127 127
€ miljoen NIVEAU 1 NIVEAU 2 NIVEAU 3 TOTAAL
31 december 2015
Financiële verplichtingen
Afgeleide financiële passiva (Toelichting 36)
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 25 0 25
Termijncontracten – reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
0 51 0 51
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 3 0 3
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
0 7 0 7
Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële
instrumenten) (Toelichting 28)
Warranten 0 0 162 162

In het boekjaar dat werd afgesloten op 31 december 2016 hebben er geen overboekingen plaatsgevonden tussen niveau 1 en niveau 2 van de reële waarde waarderingen en geen overboekingen van of naar niveau 3 van de reële waarde waarderingen.

Waarderingstechnieken voor de reële-waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële waarde-hiërarchie gebruiken ofwel de "verdisconteerde cash flow" of de "Black en Scholes" methode (alleen voor vreemde valuta-opties) en publiek beschikbare marktinformatie.

De reële waarde van de warranten ontvangen naar aanleiding van de verkoop van Kremers Urban Pharmaceuticals Inc.("KU") (Toelichting 6) werd bepaald op basis van de "Black en Scholes" methode. De warranten werden gewaardeerd op € 29 miljoen per 31 december 2015. Ten gevolge van de dalende aandelenprijs van Lannett Company Inc., werd in 2016 een waardevermindering geboekt op deze warranten teneinde de netto boekwaarde van deze warranten terug te brengen tot € 0 (Toelichting 14).

De reële waarde van de door een dochteronderneming uitgegeven warranten wordt bepaald via een modelberekening van de verdisconteerde netto contante waarde van de geschatte kasuitstromen. Er is geen wijziging gebeurd in de waarderingstechnieken in vergelijking met vorig jaar. De waardering wordt voorbereid door de financiële afdeling op maandelijkse basis en nagekeken door het Uitvoerend Comité.

De waarde van de warranten is gebaseerd op de winstgevendheid van de dochteronderneming en de belangrijkste veronderstellingen in het waarderingsmodel omvatten niet observeerbare inputs voor verwachte netto-omzet, mijlpaalgebeurtenissen en disconteringsvoet. De gebruikte disconteringsvoet is 8,2%. Een stijging/daling in netto-omzet met 10% zou leiden tot een stijging/daling van de reële waarde van de warranten met 0% (2015: 1%). Een daling/stijging van de disconteringsvoet met 1% zou leiden tot een stijging/daling van de reële waarde van de warranten met 2% (2015: 2%). De wijziging in reële waarde, erkend in de winst- en verliesrekening, bedraagt € 8 miljoen (2015: € 19 miljoen) en is opgenomen in overige financiële kosten (Toelichting 14).

De volgende tabel laat de wijzigingen zien voor niveau 3-instrumenten.

€ miljoen WARRANTEN TOTAAL
1 januari 2015 183 183
Contante aankoop van extra warranten 0 0
Contante afwikkeling van warranten -60 -60
Effect van wijzigingen in de reële waarde opgenomen in de winst- en verliesrekening 19 19
Effect van wisselkoerswijzigingen 20 20
31 december 2015 162 162
Contante aankoop van extra warranten 0 0
Contante afwikkeling van warranten -46 -46
Effect van wijzigingen in de reële waarde opgenomen in de winst- en verliesrekening 8 8
Effect van wisselkoerswijzigingen 3 3
31 december 2016 127 127

4.6 | SALDERING VAN FINANCIËLE ACTIVA EN FINANCIËLE VERPLICHTINGEN

Hoewel de Groep posten heeft die onderhevig zijn aan een afdwingbare master netting- of soortgelijke overeenkomst worden de financiële activa en financiële verplichtingen bruto in de balans opgenomen aangezien niet aan de eisen is voldaan om ze netto op te nemen. De onderstaande reconciliaties hebben betrekking op de posten die onderhevig zijn aan een afdwingbare master netting- of soortgelijke overeenkomst en die niet op een netto basis zijn opgenomen in de balans.

De onderstaande tabel laat financiële activa zien die onderhevig zijn aan afdwingbare master netting-overeenkomsten.

GERELATEERDE NIET OP DE BALANS
VERREKENDE POSTEN
€ miljoen BRUTO FINANCIËLE
ACTIVA OP DE BALANS
FINANCIËLE
INSTRUMENTEN
ONTVANGEN
ZEKERHEDEN
NETTOBEDRAGEN
31 december 2016
Derivaten 108 55 0 53
Overige 0 0 0 0
Totaal 108 55 0 53

De onderstaande tabel laat financiële verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare master netting-overeenkomsten.

BRUTO FINANCIËLE GERELATEERDE NIET OP DE BALANS
VERREKENDE POSTEN
€ miljoen VERPLICHTINGEN OP
DE BALANS
FINANCIËLE
INSTRUMENTEN
ONTVANGEN
ZEKERHEDEN
NETTOBEDRAGEN
31 december 2016
Derivaten 109 55 0 54
Overige 0 0 0 0
Totaal 109 55 0 54

Met de respectieve tegenpartijen zijn salderingsovereenkomsten ("netting") afgesloten op grond van een ISDAraamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association) die de saldering van de financiële activa en financiële verplichtingen toelaat. Dit is van toepassing op de reële waarde-afwikkeling in geval van niet betaling, maar geldt niet op de afsluitdatum 31 december 2016.

De onderstaande tabel laat financiële activa zien die onderhevig zijn aan afdwingbare master netting-overeenkomsten.

GERELATEERDE NIET OP DE BALANS
VERREKENDE POSTEN
€ miljoen BRUTO FINANCIËLE
ACTIVA OP DE BALANS
FINANCIËLE
INSTRUMENTEN
ONTVANGEN
ZEKERHEDEN
NETTOBEDRAGEN
31 december 2015
Derivaten 84 49 0 35
Overige 0 0 0 0
Totaal 84 49 0 35

De onderstaande tabel laat financiële verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare master netting-overeenkomsten.

BRUTO FINANCIËLE GERELATEERDE NIET OP DE BALANS
VERREKENDE POSTEN
€ miljoen VERPLICHTINGEN OP
DE BALANS
FINANCIËLE
INSTRUMENTEN
ONTVANGEN
ZEKERHEDEN
NETTOBEDRAGEN
31 december 2015
Derivaten 86 49 0 37
Overige 0 0 0 0
Totaal 86 49 0 37

5. GESEGMENTEERDE INFORMATIE

De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica.

Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen,

en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert.

Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de netto-omzet per product, de geografische markten en de opbrengsten afkomstig van de belangrijkste klanten:

5.1 | OMZET PER PRODUCT

De netto-omzet bestaat uit:

€ miljoen 2016 2015
Cimzia® 1 307 1 083
Vimpat® 814 679
Keppra® (inclusief Keppra® XR) 724 737
Neupro® 302 258
Zyrtec® (inclusief Zyrtec-D®/Cirrus®) 140 147
Xyzal® 107 117
Venlafaxine XR 90 90
Nootropil® 46 52
Briviact® 18 52
Overige producten 329 431
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet -19 -82
Totale netto-omzet 3 858 3 512

5.2 | GEOGRAFISCHE INFORMATIE

De onderstaande tabel geeft de omzet weer in elke geografische markt waar zich klanten bevinden:

€ miljoen 2016 2015
VS 1 851 1 694
Europa – overige (met uitzondering van België) 328 324
Duitsland 290 247
Japan 268 207
Spanje 162 152
Frankrijk (inclusief Franse gebieden) 161 155
Italië 154 154
China 150 143
VK en Ierland 129 135
België 33 35
Brazilië
1
32 26
1
Andere landen
319 322
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet -19 -82
Totale netto-omzet 3 858 3 512

1 De term "Opkomende markten" wordt niet langer gebruikt voor geografische gebieden. Vergelijkende cijfers voor 2015 werden geherclassificeerd.

De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich bevinden:

€ miljoen 2016 2015
Zwitserland 300 302
België 269 223
VK en Ierland 45 50
VS 29 28
China 13 15
Japan 13 10
Duitsland 3 19
Brazilië
1
2 1
Andere landen
1
4 3
Totaal 678 651

1 De term "Opkomende markten" wordt niet langer gebruikt voor geografische gebieden. Vergelijkende cijfers voor 2015 werden geherclassificeerd.

5.3 | INFORMATIE OVER BELANGRIJKE KLANTEN

UCB heeft 1 klant die individueel meer dan 16% van de totale netto-omzet vertegenwoordigt op het einde van 2016.

In de VS vertegenwoordigde de verkoop aan 3 groothandelaars ongeveer 83% van de omzet in de VS (2015: 81%).

6. BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN EN ACTIVA VAN EEN GROEP ACTIVA DIE WORDT AFGESTOTEN, GECLASSIFICEERD ALS AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP

6.1 | BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN

Op 2 september 2015 heeft UCB een overeenkomst afgesloten met Lannett Company, Inc. ("Lannett") voor de verkoop van haar Amerikaanse dochteronderneming gespecialiseerd in generische geneesmiddelen, Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. ("KU"). De verkoop werd afgesloten op 25 november 2015.

Het verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten voor 2016 omvat een verlies van € 16 miljoen voor aanpassingen van opbrengsten en bijkomende transactiekosten ten gevolge van de verkoop van KU, alsook een bijkomende belastingkost van € 8 miljoen op de winst resulterend uit de verkoop van KU. Onder beëindigde bedrijfsactiviteiten wordt ook de gedeeltelijke tegenboeking van voorzieningen met betrekking tot de voormalige folie- en chemische

activiteiten opgenomen voor een bedrag van € 1 miljoen. De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten voor 2015 bevat de activiteiten van KU voor de periode tot 25 november 2015 alsook de winst op de verkoop van KU.

De kasstromen van beëindigde bedrijfsactiviteiten worden afzonderlijk vermeld in het kasstroomoverzicht. De totale kasstroom gegenereerd uit de verkoop van KU bedraagt € 880 miljoen (ontvangen in 2015, na aftrek van verkochte geldmiddelen) en € 184 miljoen (terugbetaling door Lannett van de uitstaande ongedekte lening van hogere rangorde in juni 2016 (Toelichting 20.3)), gecompenseerd door € 261 miljoen betaalde belastingen op de winst op de verkoop en € 29 miljoen aanpassingen van opbrengsten en transactiekosten. In 2016 werden ook belastingen voor een bedrag van € 9 miljoen op de activiteiten van KU voor 2015 betaald.

Winst van huidig en voorgaand jaar uit beëindigde bedrijfsactiviteiten met betrekking tot KU:

€ miljoen 2016 2015
Netto-omzet - 249
Royaltyinkomsten en -vergoedingen - 1
Overige opbrengsten - 20
Opbrengsten - 270
Kostprijs van de omzet - -162
Brutowinst - 108
Marketing- en verkoopkosten - -10
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten - -26
Algemene en administratiekosten - -5
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) - -2
Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten
en overige baten en -lasten - 65
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa - 0
Reorganisatiekosten - -9
Overige baten/lasten (-) - 0
Operationele winst - 56
Financiële opbrengsten - 0
Financiële kosten - 0
Winst/verlies (-) vóór belastingen - 56
Winstbelastingen (-)/tegoeden - -19
Winst/verlies (-) na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten - 37
Winst op de verkoop van KU na belastingen -24 322
Winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten (toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB) -24 359

6.2 | ACTIVA EN VERPLICHTINGEN VAN EEN GROEP ACTIVA DIE WORDT AFGESTOTEN, GECLASSIFICEERD ALS AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP

De activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per 31 december 2016 hebben betrekking op de gebouwen van de vestiging in Monheim in Duitsland. In 2016 besloot UCB om de gebouwen van deze vestiging te verkopen en om een overeenkomst af te sluiten om het gedeelte dat momenteel door UCB wordt gebruikt, terug te leasen. Onderhandelingen met een koper waren aan de gang op jaareinde. Er werd geen waardeverminderingsverlies geboekt op deze activa.

De activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop op 31 december 2015 bevatten de productievestiging, voorraad reserveonderdelen en voorraad producten in Shannon (€ 7 miljoen) alsook de immateriële activa en voorraad met betrekking tot de nitratenactiviteit in Europa, Turkije, Zuid-Korea en Mexico (€ 71 miljoen). Een bijzonder waardeverminderingsverlies voor een totaal bedrag van € 36 miljoen was erkend op de productievestiging in Shannon alsook op de voorraad reserveonderdelen.

Details van de activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per 31 december 2016 en 2015 zijn als volgt:

€ miljoen 2016 2015
Immateriële activa - 67
Goodwill - -
Materiële vaste activa 16 0
Overige - -
Voorraden 1 11
Handelsvorderingen en overige vorderingen - -
Geldmiddelen - -
Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 17 78
Voorzieningen - -
Overige - -
Handels- en overige verplichtingen - -
Verplichtingen die verband houden met activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop - -
Netto-activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 17 78

7. OVERIGE OPBRENGSTEN

€ miljoen 2016 2015
Opbrengsten gegenereerd uit winstdelingsovereenkomsten 19 23
Vooruitbetalingen, mijlpaalbetalingen en terugbetalingen 57 123
Opbrengsten uit contractproductie 119 42
Totaal overige opbrengsten 195 188

De opbrengsten uit winstdelingsovereenkomsten hebben voornamelijk betrekking op de volgende posten:

opbrengsten uit de gezamenlijke promotie van Provas™, Jalra® en Icandra® in Duitsland met Novartis. Jalra/ Icandra werd uit de markt teruggetrokken. UCB ontving in 2016 echter nog steeds inkomsten voor de producten die nog in het distributiekanaal aanwezig waren.

In de loop van 2016 ontving UCB mijlpaalbetalingen en terugbetalingen van verschillende partijen, voornamelijk van:

  • Sanofi, voor samenwerking en ontwikkeling van innovatieve anti-inflammatoire kleine moleculen;

  • Otsuka, voor de gezamenlijke ontwikkeling van E Keppra® in Japan;

  • Daiichi Sankyo, voor Vimpat® in Japan;

  • Biogen, voor multiple sclerose en hemofilie therapieën in Azië;

  • Samenwerkingsovereenkomsten in China omvatten de marktrechten voor UCB's allergiefranchise.

De opbrengsten uit contractproductieactiviteiten houden voornamelijk verband met de loonfabricageovereenkomsten die in 2016 werden afgesloten na de verkoop van de nitratenactiviteit, en in 2009 met GSK.

8. OPERATIONELE KOSTEN VOLGENS AARD

De onderstaande tabel toont een aantal kostenitems die in de winst- en verliesrekening werden geboekt met een classificatie op basis van hun aard binnen de Groep:

€ miljoen TOELICHTING 2016 2015
Kosten voor personeelsbeloningen 9 1 092 1 129
Afschrijving van materiële vaste activa 19 73 76
Afschrijving van immateriële activa 17 159 176
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa (netto) 11 12 88
Totaal 1 336 1 469

9. KOSTEN VOOR PERSONEELSBELONINGEN

€ miljoen TOELICHTING 2016 2015
Lonen en salarissen 696 680
Kosten voor sociale zekerheid 96 119
Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegd-pensioenregelingen 30 60 53
Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegde bijdragenregelingen 99 25
Op aandelen gebaseerde betalingen aan werknemers en bestuurders 25 26 83
Verzekering 40 43
Overige personeelsbeloningen 75 126
Totaal kosten voor personeelsbeloningen 1 092 1 129

De totale kosten voor personeelsbeloningen worden toegerekend aan functionele lijnen binnen de winsten verliesrekening. De overige personeelsbeloningen bestaan voornamelijk uit ontslagvergoedingen, afvloeiingsregelingen en uitkeringen voor langdurige/ tijdelijke arbeidsongeschiktheid.

Aantal werknemers per 31 december 2016 2015
Met uurloon 8 417
Met maandloon 3 354 3 170
Directie 4 201 4 201
Totaal 7 563 7 788

Meer informatie over vergoedingen na uitdiensttreding en op aandelen gebaseerde betalingen vindt u in Toelichtingen 25 en 30.

10. OVERIGE BEDRIJFSBATEN/-LASTEN

De overige bedrijfsbaten/-lasten (-) bedroegen € -36 miljoen (2015: € -9 miljoen) en bestaan voornamelijk uit de afschrijving van niet-productiegerelateerde immateriële activa ten bedrage van € 0 miljoen (2015: € -1 miljoen); de wijzigingen in voorzieningen van € -13 miljoen (2015: € -3 miljoen) voornamelijk met betrekking tot loonfabricageovereenkomsten; de waardevermindering op handelsvorderingen van

€ -2 miljoen (2015: € -1 miljoen); de terugbetaling door derden van ontwikkelingskosten opgelopen door de Groep van € 3 miljoen (2015: € 2 miljoen); ontvangen subsidies van € 15 miljoen (2015: € 20 miljoen), overige kosten die verband houden met de extra heffingen op de vergoeding van Amerikaanse merkgeneesmiddelen op voorschrift in de VS van € -29 miljoen (2015: € -26 miljoen).

11. BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VAN NIET-FINANCIËLE ACTIVA

Een beoordeling van de realiseerbare waarden van de activa van de Groep resulteerde in de boeking van bijzondere waardeverminderingsverliezen ten bedrage van € 12 miljoen (2015: € 88 miljoen).

Er werd een bijzonder waardeverminderingsverlies van €12 miljoen erkend met betrekking tot de immateriële activa pre-klinische moleculen in oncologie (2015: € 53 miljoen voornamelijk gerelateerd aan het immaterieel actief epratuzumab).

In 2016 bedraagt het bijzonder waardeverminderingsverlies op materiële vaste activa van de Groep € 0 miljoen (2015: waardevermindering van € 35 miljoen voornamelijk voor de Ierse productiefaciliteit).

Geen redelijkerwijs mogelijke wijziging in één van de basisveronderstellingen waarop het management zich heeft gebaseerd voor de bepaling van de realiseerbare waarde van de activa zou aanleiding kunnen geven tot een boekwaarde die zijn realiseerbare waarde overschrijdt.

12. REORGANISATIEKOSTEN

De reorganisatiekosten voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2016 bedragen € 33 miljoen (2015: € 27 miljoen) en hebben betrekking op nieuwe organisatiemodellen. In 2015 hadden de reorganisatiekosten voornamelijk betrekking op reorganisatie en optimalisatie.

13. OVERIGE BATEN/LASTEN

De totale overige baten/lasten vertegenwoordigden een baat van € 125 miljoen (2015: baat van € 60 miljoen) en omvatten de volgende posten:

  • de overige baten bedragen € 171 miljoen in 2016 tegenover € 139 miljoen in 2015 en houden hoofdzakelijk verband met:

  • de verkoop van de nitratenactiviteit (cardiovasculaire producten) aan Merus Labs International Inc. voor een totale transactieprijs van € 92 miljoen, de Chinese franchise werd verkocht aan Jilin Yinglian Biopharmaceuticals en zijn financiële partner PAG Asia voor een totale transactieprijs van € 60 miljoen, en de verkoop van de nitraten in Rusland en Oekraïne;
  • de verkoop van venlafaxine ER, voor de behandeling van depressie en angststoornissen en beschikbaar op de Amerikaanse markt, aan Osmotica Pharmaceuticals Corp. voor een totale transactieprijs van € 102 miljoen.
  • de overige lasten bedroegen € 46 miljoen (2015: € 79 miljoen) in 2016 en houden hoofdzakelijk verband met:

  • een voorziening van € 17 miljoen met betrekking tot Distilbène in Frankrijk (Toelichting 31);
  • juridische kosten in verband met intellectuele eigendom.

14. FINANCIËLE OPBRENGSTEN EN KOSTEN

De netto financiële kosten voor het jaar bedroegen € 112 miljoen (2015: € 96 miljoen). Het detail van de financiële kosten en financiële opbrengsten is als volgt:

FINANCIËLE KOSTEN

€ miljoen 2016 2015
Rentekosten van:
Particuliere obligaties -25 -18
Institutionele euro-obligaties -44 -51
Overige leningen -18 -16
Rentederivaten 0 0
Financiële kosten op financiële leases 0 -1
Waardevermindering op aandelen en overige financiële activa -21 0
Waardevermindering op langetermijnleningen 0 0
Nettoverlies op rentederivaten -7 6
Nettoverliezen op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten 0 -19
Nettoverliezen uit wisselkoersverschillen -44 0
Overige netto financiële opbrengsten/kosten(-) -15 -25
Totaal financiële kosten -174 -130

FINANCIËLE OPBRENGSTEN

€ miljoen 2016 2015
Rentebaten:
Op bankdeposito's 18 0
Op rentederivaten 15 6
Nettowinst op rentederivaten 0 6
Nettowinst op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten 29 0
Nettowinst uit wisselkoersverschillen 0 22
Totaal financiële opbrengsten 62 34

De overige netto financiële opbrengsten/kosten bevatten € 8 miljoen kosten die verband houden met de verandering in reële waarde van de warranten verbonden aan de gestructureerde entiteit Edev S.à.r.l. (€ -19 miljoen in 2015) (Toelichting 4.5.3).

De waardevermindering op aandelen en overige financiële

activa in 2016 houdt voornamelijk verband met de reëlewaardeverliezen en waardeverminderingsverliezen op de warrant ontvangen naar aanleiding van de verkoop van KU voor een bedrag van € 29 miljoen (Toelichting 20.3) gecompenseerd door een winst op de verkoop van aandelen voor een bedrag van € 7 miljoen.

15. WINSTBELASTINGEN (-)/TEGOEDEN

€ miljoen 2016 2015
Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting -284 -135
Uitgestelde winstbelasting 85 24
Totale winstbelastingen (-) / tegoeden -199 -111

De Groep is actief in verschillende landen en is bijgevolg onderworpen aan winstbelastingen in veel verschillende fiscale jurisdicties.

De kost uit hoofde van winstbelastingen op de winst van de Groep vóór belastingen verschilt als volgt van het theoretische bedrag dat tot stand zou komen bij gebruik van het gewogen gemiddelde belastingtarief dat van toepassing is op de winsten (verliezen) van de geconsolideerde ondernemingen.

De winstbelastingen die erkend werden in de winst- en verliesrekening kunnen als volgt worden gedetailleerd:

€ miljoen 2016 2015
Winst voor belastingen 764 426
Winstbelastingen(-) berekend op basis van lokale belastingpercentages
die van toepassing zijn in de respectievelijke landen
-175 -106
Theoretisch belastingpercentage 23% 25%
Erkende winstbelasting voor de periode -284 -135
Erkende uitgestelde winstbelasting 85 24
Totale winstbelastingen -199 -111
Effectief belastingpercentage 26,0% 25,9%
Verschil tussen theoretische en erkende winstbelastingen -24 -6
Verworpen uitgaven -44 -69
Niet-belastbare inkomsten 30 52
Daling/Stijging (-) in verplichtingen voor onzekere belastingposities 8 47
Effect van het gebruik gedurende de periode van voorheen niet erkende
belastingtegoeden en verliezen
24 7
Belastingtegoeden 23 32
Wijziging in belastingpercentages ten gevolge van een transfer van activa binnen de groep 0 -25
Wijziging in belastingpercentages 5 -4
Effect van de tegenboeking van voorheen erkende uitgestelde belastingvorderingen op
fiscale verliezen
-87 -61
Aanpassingen aan de winstbelasting voor de periode gerelateerd aan voorgaande jaren 2 48
Aanpassingen aan de uitgestelde winstbelasting gerelateerd aan voorgaande jaren 59 -57
Netto-effect van voorheen niet erkende uitgestelde belastingvorderingen en
niet-erkenning van uitgestelde belastingvorderingen voor huidig boekjaar
-39 37
Bronbelasting -4 -8
Overige belastingen -1 -5
Totaal verschil tussen theoretische en erkende winstbelastingen -24 -6

Het theoretische belastingpercentage is licht gedaald in vergelijking met voorgaand jaar als gevolg van de daling van de belastingpercentages in een aantal jurisdicties waarin UCB opereert.

Het effectief belastingpercentage van 26% is in lijn met voorgaand jaar. De voornaamste drijfveren voor het belastingpercentage zijn een vermindering ten gevolge van aanpassingen gerelateerd aan voorgaande jaren als een gevolg van de beëindiging van belastingcontroles in belangrijke jurisdicties en het gebruik van voorheen niet erkende fiscale verliezen en belastingtegoeden. Anderzijds is het belastingpercentage gestegen als gevolg van verliezen die tijdens de periode werden gegenereerd maar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd erkend.

De daling in verplichtingen voor onzekere belastingposities was te wijten aan het afsluiten of verder inschatten van lopende belastingcontroles. De Groep heeft ook pro-actief onzekere belasingposities toegelicht aan de

fiscale autoriteiten zonder hierbij de toepassing van enige correctie of boete te activeren. Dit resulteerde in de terugname van de verplichtingen.

FACTOREN DIE DE KOST VOOR WINSTBELASTINGEN IN DE TOEKOMST ZULLEN BEÏNVLOEDEN

De Groep is op de hoogte van verschillende factoren die het toekomstige effectieve belastingpercentage van de Groep zouden kunnen beïnvloeden, meer bepaald de mix van winsten en verliezen tussen de verschillende landen waarin de Groep actief is, het bedrag van niet erkende verliezen die in de toekomst op de balans kunnen worden gebracht alsook het resultaat van toekomstige belastingcontroles.

Wijzigingen in de fiscale wetgeving in jurisdicties waarin de Groep actief is alsook de impact van internationale fiscale regelgeving zoals de aanbevelingen van de OESO inzake belastingerosie en winstverschuiving (BEPS) kunnen een

belangrijke impact hebben. Naar aanleiding van de aan de gang zijnde implementatie van het BEPS kader in de landen waar UCB actief is, is de Groep voortdurend haar fiscale positie aan het bekijken voor deze landen met het oog op het begrijpen van de risico's op dubbele belasting, en effecten op de belastingpercentages, fiscale stimulansen, en de boekwaarde van de uitgestelde belastingen.

Bedrijfsherstructureringen, acquisities en desinvesteringen, toekomstige planning evenals de wijzigingen in fiscale wetgeving kunnen ook gevolgen hebben voor de toekomstige kost voor winstbelastingen van de Groep.

De Groep heeft vooral aandacht voor het volgende:

  • VK: Introductie van regels met betrekking tot het beperkt gebruik van fiscale verliezen Management schat dat € 86 miljoen uitgestelde belastingvorderingen op fiscale verliezen niet langer in de balans kunnen opgenomen worden in het fiscale jaar 2017 als de wet wordt aangenomen in zijn huidige vorm.

  • België: De nieuwe wet op de innovatie-aftrek werd goedgekeurd. Management schat dat de impact voor UCB in vergelijking met het vorige regime van aftrek voor octrooi-inkomsten minimaal is indien het totale voordeel van de maatregel wordt beschouwd. Daarnaast heeft de Belgische regering haar voornemen aangekondigd om de vennootschapsbelasting substantieel te hervormen met mogelijke wijzigingen in het nominale tarief van de vennootschapsbelasting en regels voor het beperken van fiscale verliezen. UCB volgt het politieke en wetgevingsproces van nabij op.

  • VS: Management blijft de ontwikkelingen van de vennootschapsbelasting in de VS nauwlettend opvolgen om elke mogelijke impact voor UCB te begrijpen.

De fiscale omgeving waarbinnen UCB actief is, zou belangrijke wijzigingen kunnen ondergaan in het fiscale jaar 2017 en dit zou een impact kunnen hebben op de fiscale positie van de Groep en bijgevolg op het effectief belastingpercentage voor de periode.

16. COMPONENTEN VAN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN

€ miljoen 1 JANUARI
2015
BEWEGINGEN
VAN 2015 NA
BELASTINGEN
31 DECEMBER
2015
BEWEGINGEN
VAN 2016 NA
BELASTINGEN
31 DECEMBER
2016
Posten die overgeboekt kunnen worden naar
de winst of het verlies in latere perioden:
-154 362 208 -55 153
Cumulatieve omrekeningsverschillen -138 320 182 -50 132
Voor verkoop beschikbare financiële activa 12 30 42 -1 41
Kasstroomafdekkingen -28 12 -16 -4 -20
Posten die nooit worden overgeboekt naar
de winst of het verlies in latere perioden:
-294 30 -264 -89 -353
Herwaardering van de brutoverplichting uit
hoofde van toegezegde pensioenrechten
-294 30 -264 -89 -353
Totaal niet-gerealiseerde resultaten
toerekenbaar aan aandeelhouders
-448 392 -56 -144 -200

17. IMMATERIËLE ACTIVA

2016 HANDELSMERKEN,
PATENTEN,
€ miljoen LICENTIES OVERIGE TOTAAL
Bruto-boekwaarde per 1 januari 2 397 387 2 784
Verwervingen 17 54 71
Afstotingen -32 -15 -47
Overboeking van de ene rubriek naar een andere -17 -33 -50
Verkopen -31 0 -31
Effect van wisselkoerswijzigingen -56 3 -53
Bruto-boekwaarde per 31 december 2 278 396 2 674
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen per 1 januari
-1 468 -261 -1 729
Afschrijvingen voor het jaar -111 -48 -159
Afstotingen 29 10 39
Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen
in de winst- en verliesrekening
-12 0 -12
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 12 -12 0
Verkopen 18 0 18
Effect van wisselkoerswijzigingen 43 1 44
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen per 31 december
-1 489 -310 -1 799
Netto-boekwaarde per 31 december 789 86 875
2015 HANDELSMERKEN,
€ miljoen PATENTEN,
LICENTIES
OVERIGE TOTAAL
Bruto-boekwaarde per 1 januari 2 535 301 2 836
Verwervingen 8 64 72
Afstotingen -31 -1 -32
Overboeking van de ene rubriek naar een andere -88 20 -68
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop -136 0 -136
Effect van wisselkoerswijzigingen 109 3 112
Bruto-boekwaarde per 31 december 2 397 387 2 784
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen per 1 januari
-1 459 -158 -1 617
Afschrijvingen voor het jaar -142 -34 -176
Afstotingen 32 1 33
Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen
in de winst- en verliesrekening
-23 -30 -53
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 123 -36 87
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop 69 0 69
Effect van wisselkoerswijzigingen -68 -4 -72
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen per 31 december
-1 468 -261 -1 729
Netto-boekwaarde per 31 december 929 126 1 055

De Groep schrijft alle immateriële activa af zodra ze in gebruik worden genomen. De afschrijving van immateriële activa wordt toegeschreven aan de kostprijs van de omzet voor alle immateriële activa die verband houden met compounds. De afschrijvingen met betrekking tot software worden toegeschreven aan de functies die deze software gebruiken.

Het merendeel van de immateriële activa van de Groep is uit vorige overnames voortgekomen. In 2016 verwierf de Groep immateriële activa voor een totaal van € 71 miljoen (2015: € 72 miljoen). Deze verwervingen betreffen aangegane licentieovereenkomsten, software en in aanmerking komende geactiveerde softwareontwikkelingskosten en bevat eveneens de derde mijlpaalbetaling betaald door UCB aan Dermira voor een bedrag van € 11 miljoen met betrekking tot het klinische fase 3-programma dat de werkzaamheid en veiligheid evalueert van CIMZIA® bij volwassen patiënten met matigetot-ernstige chronische plaque psoriasis.

UCB verkocht de nitratenproducten in 2016. Immateriële activa met betrekking tot deze producten voor de activiteiten in China, Rusland en Oekraïne werden bijgevolg verkocht in 2016, met een totale nettoboekwaarde van € 13 miljoen.

In de loop van het jaar erkende de Groep bijzondere waardeverminderingen voor een totaal bedrag van € 12 miljoen (2015: € 53 miljoen) voornamelijk met betrekking tot pre-klinische moleculen in oncologie. De bijzondere waardeverminderingen worden nader omschreven in Toelichting 11 en zijn in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa".

Overige immateriële activa omvatten vooral lopende ontwikkelingsprojecten. Deze activa worden pas afgeschreven zodra ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z wanneer de goedkeuring van de regelgevende instanties verkregen is) en overgeboekt naar de rubriek licenties. Overige immateriële activa omvatten ook software en andere immateriële activa.

18. GOODWILL

€ miljoen 2016 2015
Saldo per 1 januari 5 164 4 882
Verwervingen 0 0
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop 0 0
Effect van wisselkoerswijzigingen 14 282
Netto-boekwaarde per 31 december 5 178 5 164

De Groep controleert de goodwill elk jaar op bijzondere waardeverminderingen of vaker als er aanwijzingen zijn dat er mogelijks een bijzondere waardevermindering zou moeten geboekt worden op de goodwill. Bij het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen functioneert de Groep als één segment, Biofarmaceutische producten, met één enkele kasstroomgenererende eenheid (cash generating unit of CGU) die het laagste niveau vertegenwoordigt waarop de goodwill wordt gemonitord.

Het realiseerbare bedrag van de kasstroomgenererende eenheid wordt bepaald op basis van de bedrijfswaardeberekeningen, en de methodologie die toegepast werd voor het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen is dezelfde als deze die in 2015 werd toegepast.

BELANGRIJKSTE VERONDERSTELLINGEN

Deze berekeningen steunen op kasstroomprognoses op basis van de financiële gegevens die aan de grondslag liggen van het door het management goedgekeurde strategisch plan en die een periode van 10 jaar bestrijken. Gezien de aard van de sector worden de langetermijnprognoses gebruikt om de passende levenscycli van producten volledig te modelleren op basis van de verstrijkdatum van het patent en het therapeutische gebied. Deze langetermijnprognoses, gebaseerd op de resultaten uit het verleden en de verwachtingen van het management inzake marktontwikkelingen, worden aangepast voor specifieke risico's en omvatten:

  • de omzetgroeipercentages van pas geïntroduceerde producten;

  • de waarschijnlijkheid dat nieuwe producten en/of indicaties de commercialiseringsfase halen;

  • de slaagkansen van toekomstige productlanceringen en de verwachte data daarvan;

  • de erosie-effecten na het verstrijken van octrooien.

In vergelijking met 2015 waren er geen beduidende veranderingen in deze belangrijkste veronderstellingen.

Kasstromen van na de geplande prognosetermijn (eindwaarde) worden geëxtrapoleerd met behulp van een geschat groeipercentage van 3 % (2015: 3%). Dit groeicijfer is niet hoger dan het gemiddelde groeipercentage op lange termijn voor de desbetreffende gebieden waarin de CGU actief is.

De meeste inkomsten en uitgaven van de Groep worden geboekt in EUR- en USD-landen. De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt bij het opstellen van de toekomstige kasstromen:

PROGNOSES
OVER 10 JAAR
2015
USD 1,11 - 1,28 1,09 - 1,26
GBP 0,81 - 0,87 0,73 - 0,78
JPY 130 130
CHF 1,09 - 1,02 1,05 - 1,01

Uitgaande van de risicovrije kortetermijnrente LIBOR op 6 maanden en de langetermijnrente op generieke EUoverheidsobligaties op 20 jaar (2015: 10 jaar), worden de toegepaste disconteringsvoeten bepaald op basis van de gewogen gemiddelde kapitaalkost voor DCF-modellen, inclusief de benchmark op 20 jaar (2015: 10 jaar) voor de kosten van het eigen en het vreemd vermogen, aangepast voor de specifieke activa en landenrisico's die gepaard gaan met de CGU. Gelet op de aard van de sector, heeft de Groep een disconteringsvoet toegepast van 7% (2015: 8,92%) voor in de handel verkrijgbare producten en van 13,0 % (2015: 13,0%) voor pijplijnproducten. In de handel verkrijgbare producten zijn producten die verkocht worden op de markt per jaareinde. Deze bevatten onze producten Cimzia®, Vimpat®, Neupro®, Keppra®, Briviact® en andere producten (Zyrtec®, Xyzal® en overige). Pijplijnproducten zijn producten die nog niet verkocht worden op de markt per jaareinde (bv. romosozumab/Evenity™). Voor pijplijnproducten wordt een andere disconteringsvoet gebruikt aangezien de risico's met betrekking tot deze producten hoger zijn dan voor de producten die reeds op de markt zijn. De disconteringsvoeten worden minstens één keer per jaar herzien.

Aangezien de kasstromen pas na belasting worden opgenomen in de berekening van de bedrijfswaarde van de CGU, wordt een disconteringsvoet na belasting gebruikt om consistent te blijven. Het gebruik van de disconteringsvoet na winstbelasting benadert het resultaat van het gebruik van een tarief vóór belasting toegepast op kasstromen vóór belasting. Er werd een belastingvoet gehanteerd van 28 % (2015: 28%).

GEVOELIGHEIDSANALYSE

Op basis van wat hierboven werd beschreven, heeft het management geoordeeld dat geen enkele redelijke verandering in om het even welke belangrijke veronderstelling voor het bepalen van de realiseerbare waarde ertoe zou leiden dat de boekwaarde van de CGU wezenlijk hoger zou worden dan zijn realiseerbare waarde. Ter informatie: de gevoeligheidsanalyse die gebruik maakt van een groeipercentage van 0% gecombineerd met een disconteringsvoet onder de 10,5% geeft geen aanleiding tot een bijzondere waardevermindering van de goodwill.

19. MATERIËLE VASTE ACTIVA

2016
€ miljoen
TERREIN EN INSTALLATIES KANTOOR-
INRICHTING,
COMPUTER
UITRUSTING,
VOERTUIGEN
ACTIVA IN
GEBOUWEN EN MACHINES EN ANDERE OPBOUW TOTAAL
Bruto-boekwaarde per 1 januari 624 871 116 41 1 652
Verwervingen 2 11 3 54 70
Afstotingen 0 -6 -2 0 -8
Overboeking van de ene rubriek naar een andere -65 -87 -3 -10 -165
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop -16 0 0 0 -16
Effect van wisselkoerswijzigingen -3 -5 -2 0 -10
Bruto-boekwaarde per 31 december 542 784 112 85 1 523
Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari -336 -555 -101 -9 -1 001
Afschrijvingen voor het jaar -22 -44 -7 0 -73
Bijzonder waardeverminderingsverlies 0 0 0 0 0
Afstotingen 0 5 2 0 7
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 67 134 6 7 214
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop 0 0 0 0 0
Effect van wisselkoerswijzigingen 3 3 2 0 8
Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december -288 -457 -98 -2 -845
Netto-boekwaarde per 31 december 254 327 14 83 678
2015 KANTOOR
INRICHTING,
€ miljoen TERREIN EN
GEBOUWEN
INSTALLATIES
EN MACHINES
COMPUTER-
UITRUSTING,
VOERTUIGEN
EN ANDERE
ACTIVA IN
OPBOUW
TOTAAL
Bruto-boekwaarde per 1 januari 578 809 126 49 1 562
Verwervingen 2 12 3 44 61
Afstotingen -7 -12 -3 0 -22
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 22 26 -14 -53 -19
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop 0 0 0 0 0
Effect van wisselkoerswijzigingen 29 36 4 1 70
Bruto-boekwaarde per 31 december 624 871 116 41 1 652
Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari -282 -499 -93 -2 -876
Afschrijvingen voor het jaar -25 -44 -8 0 -76
Bijzonder waardeverminderingsverlies -22 -5 0 -7 -34
Afstotingen 4 10 3 0 17
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 0 0 0 0 0
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop 0 0 0 0 0
Effect van wisselkoerswijzigingen -11 -17 -3 0 -31
Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december -336 -555 -101 -9 -1001
Netto-boekwaarde per 31 december 288 316 15 32 651

Er zijn geen eigendomsbeperkingen op de materiële vaste activa en er zijn evenmin materiële vaste activa in onderpand gegeven ter dekking van schulden.

In 2016 verwierf de Groep materiële vaste activa voor een totaal bedrag van € 70 miljoen (2015: € 61 miljoen). Deze verwervingen hebben voornamelijk betrekking op IT hardware en overige installaties en uitrustingen.

Gedurende het jaar heeft de Groep bijzondere waardeverminderingsverliezen erkend voor een totaal bedrag van € 0 miljoen (2015: bijzondere waardevermindering van € 34 miljoen).

GEKAPITALISEERDE FINANCIERINGSKOSTEN

Tijdens de 12 maanden van 2016 liepen de gekapitaliseerde financieringskosten op tot € 0 miljoen (2015: € 0 miljoen).

GELEASEDE ACTIVA

UCB leaset gebouwen en kantooruitrustingen in het kader van een aantal financiële leaseovereenkomsten. De boekwaarde van de geleasede gebouwen bedraagt € 45 miljoen (2015: € 45 miljoen).

20. FINANCIËLE EN OVERIGE ACTIVA

20.1 | FINANCIËLE EN OVERIGE VASTE ACTIVA

€ miljoen 2016 2015
Voor verkoop beschikbare financiële activa (zie hieronder)* 67 67
Investeringen in geassocieerde ondernemingen 6 5
Deposito's in contanten 9 6
Ongedekte obligaties in eerste rang gerelateerd aan de verkoop van KU 0 184
Warrant ontvangen naar aanleiding van de verkoop van KU 0 29
Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) 62 50
Restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland 23 23
Overige financiële activa 30 41
Financiële en overige vaste activa 197 405

20.2 | FINANCIËLE EN OVERIGE VLOTTENDE ACTIVA

€ miljoen 2016 2015
Materiaal voor klinische tests 38 19
Voor verkoop beschikbare financiële activa 0 0
Toegestane leningen aan derde partijen 2 1
Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) 46 34
Financiële en overige vlottende activa 86 54

20.3 | VOOR VERKOOP BESCHIKBARE FINANCIËLE ACTIVA

De voor verkoop beschikbare financiële activa zoals opgenomen onder de vaste en vlottende activa omvatten het volgende:

€ miljoen 2016 2015
Aandelen* 64 64
Schuldinstrumenten 3 3
Voor verkoop beschikbare financiële activa 67 67

De evolutie van de boekwaarde van de voor verkoop beschikbare financiële activa is als volgt samengesteld:

2016 2015
€ miljoen AANDELEN SCHULD
INSTRUMENTEN
AANDELEN SCHULD
INSTRUMENTEN
Per 1 januari 64 3 38 2
Verwervingen 2 0 3 1
Verkopen 0 0 -7 0
Herwaardering met verwerking van waardeveranderingen
in het eigen vermogen
-2 0 30 0
Winst/verlies (-) overgeboekt uit eigen vermogen
naar de winst- en verliesrekening
0 0 0 0
Bijzondere waardevermindering 0 0 0 0
Per 31 december 64 3 64 3

* Investeringen in geassocieerde deelnemingen werden op een afzonderlijke lijn gepresenteerd.

Voor de financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs, benadert de boekwaarde de reëele waarde.

De Groep heeft beleggingen in beursgenoteerde schuldinstrumenten, hoofdzakelijk uitgegeven door Europese overheden en door enkele financiële instellingen. Deze obligaties werden geclassificeerd als beschikbaar voor verkoop en worden gewaardeerd tegen de reële waarde. De reële waarde van de beursgenoteerde

schuldinstrumenten wordt bepaald aan de hand van de gepubliceerde koersen in een actieve markt. Er zijn geen financiële activa die vervallen zijn op het einde van het jaar. De aandelen omvatten voornamelijk de investeringen in Wilex en Dermira Inc die geclassificeerd werden als voor verkoop beschikbare financiële activa, aangezien UCB geen invloed van betekenis heeft. Deze investeringen worden gewaardeerd tegen reële waarde.

De stijging is gerelateerd aan een investering in Lumos Pharma Inc. (3,6%).

Eind 2016 bedroeg het belang van UCB in Wilex en Dermira respectievelijk 8,75% en 5,16% (2015: 10,59% en 6,14%).

De uitstaande ongedekte obligatie in eerste rang ten aanzien van Lannett Company Inc. die de Groep ontving naar aanleiding van de verkoop van KU in november 2015 voor een bedrag van € 184 miljoen, werd terugbetaald in juni 2016.

Ten gevolge van de dalende aandelenprijs van Lannett Company Inc., werd in 2016 een waardevermindering geboekt op de warranten ontvangen naar aanleiding van de verkoop van Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. ("KU") teneinde de netto boekwaarde van deze warranten terug te brengen tot € 0 (2015: € 29 miljoen).

20.4 | INVESTERINGEN IN GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN

In 2014 deed de Groep een investering in Berrylium Discovery Corporation, een onderneming in de VS. Deze investering wordt beschouwd als een investering in een geassocieerde deelneming en wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, omdat UCB een invloed van betekenis heeft via haar aandelenbelang (27%) en positie in de Raad van bestuur. Het aandeel van de Groep in de winst van de geassocieerde deelneming voor 2016 bedraagt € 0 miljoen en er zijn geen niet-gerealiseerde resultaten verbonden aan de investering van de Groep in deze geassocieerde deelneming. Deze investering is opgenomen in de financiële en overige vaste activa in de balans.

20.5 | GEZAMENLIJKE ACTIVITEITEN

Er werden geen gezamenlijke activiteiten aangegaan door de Groep in 2016.

20.6 | DOCHTERONDERNEMINGEN MET MATERIËLE MINDERHEIDSBELANGEN

De geaccumuleerde minderheidsbelangen bedragen € -107 miljoen op 31 december 2016 en hebben betrekking op Edev S.à.r.l. ("Edev"). Er zijn geen dividenden betaald aan minderheidsbelangen noch in 2016 noch in 2015.

Het in Luxemburg gevestigde Edev is volledig eigendom van de minderheidsbelangen en het overzicht van de financiële informatie in de onderstaande tabellen is gebaseerd op de financiële situatie voor eliminatie van de intragroepstransacties.

Samenvatting van de balans

€ miljoen 2016 2015
Vaste activa 0 0
Vlottende activa 21 36
Totaal activa 21 36
Langlopende verplichtingen 87 108
Kortlopende verplichtingen 40 54
Totaal verplichtingen 127 162
Minderheidsbelangen -106 -126

Samenvatting van de winst- en verliesrekening

€ miljoen 2016 2015
Opbrengsten 30 70
Kosten -8 -19
Winst (verlies) toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 22 51
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde winst (verlies) toewijsbaar
aan de minderheidsbelangen
19 34

Samenvatting van het kasstroomoverzicht

€ miljoen 2016 2015
Netto kasinstroom (uitstroom) uit operationele activiteiten 0 -12
Netto kasinstroom (uitstroom) uit investeringsactiviteiten 0 0
Netto kasinstroom (uitstroom) uit financieringsactiviteiten 0 0
Netto kasinstroom (uitstroom) 0 -12

21. VOORRADEN

€ miljoen 2016 2015
Grond- en hulpstoffen 80 76
Goederen in bewerking 437 349
Afgewerkte producten 50 132
Goederen aangekocht voor doorverkoop 11 9
Voorraden 578 566

De kostprijs van de voorraden die zijn opgenomen als kost in "kostprijs van de omzet" bedroeg € 731 miljoen (2015: € 625 miljoen). Er zijn geen voorraden als onderpand gegeven, noch zijn er voorraden die geboekt zijn tegen hun netto realiseerbare waarde. De waardeverminderingen op voorraden bedroegen € 15 miljoen in 2016

(2015: € 16 miljoen) en zijn opgenomen in de "kostprijs van de omzet". De totale voorraad steeg met € 12 miljoen. Er was een stijging in de voorraad Cimzia®, Keppra® en Vimpat®. De verkopen van de nitratenproducten en Venlafaxine zorgden daarentegen voor een daling in de voorraad van deze producten.

22. HANDELSVORDERINGEN EN OVERIGE VORDERINGEN

€ miljoen 2016 2015
Handelsvorderingen 636 548
Min: provisie voor waardeverminderingen -6 -6
Handelsvorderingen – netto 630 542
Te ontvangen BTW 57 51
Te ontvangen interesten 10 12
Vooruitbetaalde onkosten 71 52
Nog te ontvangen inkomsten 7 8
Overige vorderingen 80 127
Te ontvangen royalty's 29 44
Handelsvorderingen en overige vorderingen 884 836

De boekwaarde van handelsvorderingen en overige vorderingen benadert hun reële waarde. Met betrekking tot handelsvorderingen wordt de reële waarde geacht overeen te komen met de boekwaarde verminderd met de voorziening voor waardeverminderingen, en voor alle andere vorderingen benadert de boekwaarde de reële waarde, gezien de korte looptijd van deze bedragen.

Er bestaat enige concentratie van kredietrisico bij de handelsvorderingen. Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten. De Groep werkt samen met specifieke groothandelaars in bepaalde landen. De grootste uitstaande handelsvordering op één klant eind 2016 was 13% (2015: 17%) namelijk op McKesson Corp. U.S..

De ouderdomsanalyse van de handelsvorderingen van de Groep per jaareinde is als volgt:

2016 2015
€ miljoen BRUTO
BOEKWAARDE
WAARDEVER
MINDERINGEN
BRUTO
BOEKWAARDE
WAARDEVER
MINDERINGEN
Niet vervallen 598 0 504 0
Vervallen – minder dan één maand 20 -1 8 -1
Vervallen – langer dan een maand en niet langer dan drie maanden 10 0 16 0
Vervallen – langer dan drie maanden en niet langer dan zes maanden 2 0 8 0
Vervallen – langer dan zes maanden en niet langer dan één jaar 1 -1 3 0
Vervallen – langer dan één jaar 5 -4 9 -5
Totaal 636 -6 548 -6

Op basis van historische percentages van wanbetaling, meent de Groep dat er geen voorziening voor waardeverminderingen nodig is voor handelsvorderingen die nog niet vervallen zijn. Dit betreft 94% (2015: 92%) van het uitstaande saldo op de balansdatum.

De bewegingen in de voorziening voor waardeverminderingen op handelsvorderingen worden hieronder vermeld:

€ miljoen 2016 2015
Saldo per 1 januari -6 -7
Waardeverminderingsverliezen opgenomen in de winst- en verliesrekening -1 -1
Benutting/afname van provisie voor waardeverminderingen 1 2
Effect van wisselkoerswijzigingen 0 0
Balans per 31 december -6 -6

De overige categorieën binnen handels- en overige vorderingen bevatten geen activa die een waardevermindering hebben ondergaan.

De boekwaarden van de handels- en overige vorderingen van de Groep zijn in de volgende valuta's uitgedrukt:

€ miljoen 2016 2015
EUR 287 301
USD 305 253
JPY 33 11
GBP 62 117
CNY 41 24
CHF 23 24
KRW 9 12
Andere valuta's 124 94
Handelsvorderingen en overige vorderingen 884 836

De maximale blootstelling aan kredietrisico op de rapporteringsdatum is de reële waarde van elke categorie van vorderingen zoals hierboven vermeld.

De Groep houdt geen enkel onderpand als zekerheid aan.

23. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

€ miljoen 2016 2015
Korte-termijndeposito's 541 1 036
Banktegoed en beschikbaar saldo 220 249
Geldmiddelen en kasequivalenten (uitgezonderd voorschotten in rekening-courant) 761 1 285

Geldmiddelen en korte-termijndeposito's van € 25 miljoen worden aangehouden in landen met beperkende regelgeving inzake kapitaalexport uit het land andere dan deze via gewone dividenden, zoals China, India, Korea en Thailand. Omdat Edev volledig eigendom is van minderheidsbelangen, is het kassaldo van € 0,1 miljoen beperkt tot het gebruik voor het vereffenen van haar eigen verplichtingen.

Voor het kasstroomoverzicht bestaan de geldmiddelen en kasequivalenten uit het volgende:

€ miljoen 2016 2015
Geldmiddelen en kasequivalenten 761 1 285
Voorschotten in rekening-courant (Toelichting 26) -5 -8
Geldmiddelen en kasequivalenten opgenomen in activa aangehouden voor verkoop 0 0
Voorschotten in rekening-courant opgenomen onder verplichtingen van een groep 0 0
activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop
Geldmiddelen en kasequivalenten zoals gerapporteerd in het kasstroomoverzicht 756 1 277

24.1 | AANDELENKAPITAAL EN UITGIFTEPREMIES

Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 584 miljoen (2015: € 584 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen (2015: 194 505 658 aandelen). De aandelen van de Vennootschap hebben geen nominale waarde. Op grond van de Belgische Wet van 14 december 2005 werden aandelen aan toonder geleidelijk afgeschaft, wat leidde tot hun omzetting in effecten op naam of gedematerialiseerde effecten vanaf 1 januari 2014 en hun complete afschaffing op het einde van 2015. Per 31 december 2016 waren er 68 104 491 aandelen op naam en 126 401 167 gedematerialiseerde aandelen. Houders van UCB-aandelen hebben recht op dividenden, zoals vastgesteld, en op één stem per aandeel op de Algemene Aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap. Er is geen maatschappelijk niet-geplaatst kapitaal.

Op 31 december 2016 bedroegen de uitgiftepremies € 2 030 miljoen (2015: € 2 030 miljoen).

24.2 | HYBRIDE KAPITAAL

Op 18 maart 2016 oefende UCB N.V. haar recht uit om de € 300 miljoen eeuwigdurende achtergestelde obligaties ("de obligaties") af te lossen, die uitgegeven waren tegen 99,499% en die de beleggers een jaarlijkse coupon van 7,75% boden gedurende de eerste vijf jaar.

Deze obligaties waren genoteerd op de beurs van Luxemburg en werden beschouwd als een eigenvermogensinstrument onder IAS 32. Bijgevolg werden de rentekosten geboekt als dividenden aan aandeelhouders. In het overgedragen resultaat werd een bedrag van € 5 miljoen opgenomen als dividend aan aandeelhouders van de eeuwigdurende achtergestelde obligaties voor de periode van 1 januari tot 18 maart 2016. Eventuele transactiekosten werden in mindering gebracht van het hybride kapitaal, rekening houdend met belastingeffecten.

24.3 | INGEKOCHTE EIGEN AANDELEN

De Groep verwierf, via UCB NV en UCB Fipar NV, 700 000 eigen aandelen (2015: 4 510 000) voor een totaal bedrag van € 49 miljoen (2015: € 202 miljoen) en transfereerde 1 121 860 eigen aandelen (2015: 1 731 267) voor een totaal bedrag van € 61 miljoen (2015: € 83 miljoen) (netto transfer van 421,860 eigen aandelen voor een netto bedrag van € 12 miljoen).

In 2016 verwierf of verkocht de Groep geen eigen aandelen als gevolg van aandelenruiltransacties (2015: 4 290 000 verworven en 1 200 000 verkocht).

De Groep behield 5 828 362 eigen aandelen (waarvan geen gerelateerd aan aandelenruiltransacties) op 31 december 2016 (2015: 6 250 222 waarvan geen gerelateerd aan aandelenruiltransacties). Deze eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de uitoefening van aandelenopties en de toekenning van aandelen aan de leden van de Raad van bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers.

In het lopende jaar werden geen callopties op UCBaandelen aangekocht (2015: 1 435 000) en werden geen callopties uitgeoefend (2015: 4 160 000), samen leidend tot € 0 miljoen impact op het eigen vermogen (2015: € 2,5 miljoen).

24.4 | OVERIGE RESERVES

De overige reserves bedragen € -164 miljoen (2015: € -65 miljoen) en omvatten de volgende items:

  • de IFRS-acquisitiemeerwaarde die werd gerealiseerd tijdens de Schwarz Pharma-bedrijfscombinatie voor € 232 miljoen (2015: € 232 miljoen);

  • de herwaardering van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten voor een bedrag van € -362 miljoen (2015: € -264 miljoen);

  • de aankoop van de resterende 25% minderheidsbelangen in Schwarz Pharma Zuhai Ltd. voor € -11 miljoen (2015: € -11 miljoen); en

  • de aankoop van de resterende 30% minderheidsbelangen in Meizler Biopharma voor € -23 miljoen (2015: € -23 miljoen). UCB verwierf 51% van de aandelen van Meizler Biopharma (vervolgens "Meizler UCB" genaamd) in 2012. Bij de koopovereenkomst werd een putoptie toegekend aan de verkopende aandeelhouders en aan UCB werd een calloptie toegekend op de overblijvende aandelen. In 2013 werden wijzigingen aangebracht aan de originele aankoopovereenkomst waarbij het procentuele belang van UCB werd aangepast naar 70% en de bepalingen van de put- en callopties werden aangepast. In 2014 verwierf UCB het resterende belang van 30% in de gewone en preferente aandelen van Meizler UCB. Na voltooiing van deze transactie in 2014 zijn er geen uitstaande put- en callopties meer.

24.5 | CUMULATIEVE OMREKENINGSVERSCHILLEN

De reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigt de cumulatieve valuta-omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro gebruiken. De reserve omvat ook de niet gerealiseerde gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekking van netto-investeringen.

25. OP AANDELEN GEBASEERDE BETALINGEN

De Groep beheert verschillende in eigen-vermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen waaronder een aandelenoptieplan, een "Share Appreciation Rightsplan" (recht op de meerwaarde op de aandelen), een aandelentoekenningsplan, en een prestatieaandelenplan om de personeelsleden voor geleverde diensten te belonen.

Het aandelenoptieplan, het aandelentoekenningsplan en het prestatieaandelenplan worden in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkeld, terwijl het "Share Appreciation Rights-plan" in geld afgewikkeld wordt. Naast deze plannen hanteert de Groep ook aandelenaankoopplannen voor werknemers in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten alsook "fantoomaandelenplannen". De kosten die opgelopen worden voor deze plannen zijn niet materieel.

25.1 | AANDELENOPTIEPLAN EN SHARE APPRECIATION RIGHTS-PLAN

Het Comité van Bezoldigingen kende opties op aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend comité, de Senior Executives en de hogere kaders van de UCB-Groep. De uitoefenprijs van de in het kader van deze plannen toegekende opties is gelijk aan de laagste van de volgende twee waarden:

  • het gemiddelde van de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext te Brussel tijdens de periode van 30 dagen vóór het aanbod; of

  • de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext te Brussel op de dag vóór de toekenning.

Een aangepaste uitoefenprijs wordt vastgelegd voor die begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist om van een verminderde belasting te kunnen genieten. De opties worden uitoefenbaar na een wachtperiode van drie jaar, behalve voor de rechthebbende werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een langere wachttijd vereist om van een lager belastingtarief te kunnen genieten. Wanneer een werknemer de Groep verlaat, vervallen zijn/haar opties gewoonlijk na zes maanden. Bij overlijden of pensioen van een werknemer of in het geval van onvrijwillig ontslag wanneer er bij de toekenning belastingen werden betaald, blijven de opties verworven. De Groep is niet verplicht om de opties terug te kopen of te vereffenen in geld.

De opties hebben geen "reload"-kenmerken en zijn niet overdraagbaar (behalve bij overlijden).

Het "Share Appreciation Rights-plan" heeft dezelfde kenmerken als het aandelenoptieplan, behalve dat het voor UCB-werknemers in de Verenigde Staten bestemd is. Dit plan wordt afgewikkeld in geldmiddelen.

25.2 | AANDELENTOEKENNINGSPLAN

Het Comité van Bezoldigingen kende gratis aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend comité, de Senior Executives en de hogere en middenkaders van de UCB-Groep. Aan de aandelen die gratis toegekend werden, zijn voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode verbonden waarbij de begunstigden verplicht zijn om drie jaar in dienst te blijven na de toekenningsdatum. De toegekende aandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk onvoorwaardelijk worden. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.

25.3 | PRESTATIEAANDELENPLAN

Het Comité van Bezoldigingen kende prestatieaandelen toe aan de leden van het Uitvoerend comité en Senior Executives die een uitzonderlijke prestatie leverden. De prestatieaandelen zijn gebonden aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in dienst moet blijven (de wachtperiode), alsook aan de vervulling van bepaalde prestatiegerelateerde voorwaarden inzake het bedrijf.

De prestatieaandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk onvoorwaardelijk worden. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.

25.4 | FANTOOMAANDELENOPTIE-, -AANDELENTOEKENNINGS- EN -PRESTATIEAANDELENPLANNEN

De Groep heeft ook plannen voor fantoomaandelenopties, fantoomaandelentoekenningen en fantoomprestatieaandelen (collectief "fantoomaandelenplannen" genoemd). Deze "fantoomaandelenplannen" worden toegekend aan bepaalde personeelsleden die een arbeidscontract hebben bij bepaalde verbonden ondernemingen van de Groep en die onder dezelfde regels vallen als de aandelenoptie-, aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van de Groep, behalve wat de afwikkeling ervan aangaat. Op 31 december 2016 waren er 103 deelnemers (2015: 42) voor deze plannen en de kost voor deze op aandelen gebaseerde betalingsplannen is immaterieel.

25.5 | AANDELENAANKOOPPLANNEN VOOR WERKNEMERS IN DE VS

Dit plan is bedoeld om werknemers van met UCB verbonden ondernemingen in de Verenigde Staten de kans te bieden gewone aandelen van de Groep te kopen. Aandelen worden gekocht met een korting van 15% die wordt gefinancierd door UCB. Werknemers sparen een bepaald percentage van hun salaris door looninhouding en de aandelen worden aangekocht met de bijdragen van de werknemer, na belastingen. De aandelen worden aangehouden door een onafhankelijke bankinstelling op een rekening op naam van de medewerker.

De beperking op deelname van de werknemers aan dit plan is als volgt:

  • tussen 1% en 10% van de vergoeding van elke deelnemer;

  • maximaal US\$ 25 000 per jaar per deelnemer;

  • maximaal US\$ 5 miljoen in totaal in eigendom van Amerikaanse werknemers in alle vormen van aandelenplannen over een voortschrijdende periode van 12 maanden.

Op 31 december 2016 had het plan 541 deelnemers (2015: 546). Er zijn geen specifieke vesting conditions en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel.

25.6 | AANDELENPLAN IN HET VERENIGD KONINKRIJK

Het is de doelstelling van deze regeling om het bezit van UCB-aandelen door werknemers in het Verenigd Koninkrijk aan te moedigen. Deelnemers sparen een

bepaald deel van hun salaris via looninhoudingen en UCB biedt één gratis aandeel voor elke 5 aandelen die iedere deelnemer koopt. De aandelen worden aangehouden op een rekening op naam van de medewerker door een onafhankelijke vennootschap die optreedt als trustinstelling. Werknemersbijdragen aan het plan zijn beperkt tot het laagste van volgende bedragen:

10% van de vergoeding van elke deelnemer;

maximaal GBP 1 500 per jaar per deelnemer.

Op 31 december 2016 had het plan 172 deelnemers (2015: 133) en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel.

25.7 | KOST VOOR OP AANDELEN GEBASEERDE BETALINGEN

De totale kost voor op aandelen gebaseerde betalingen van de Groep bedroeg € 26 miljoen (2015: € 83 miljoen), en is als volgt opgenomen in de relevante functionele lijnen in de winst- en verliesrekening:

€ miljoen 2016 2015
Kostprijs van de omzet 2 5
Marketing- en verkoopkosten 14 42
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten 5 18
Algemene en administratiekosten 5 18
Overige bedrijfslasten - -
Totale operationele kosten 26 83
waarvan in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkeld:
Aandelenoptieplannen 7 11
Aandelentoekenningsplannen 37 22
Prestatieaandelenplan 8 6
waarvan afgewikkeld in geldmiddelen:
"Share Appreciation Rights"-plan -29 37
Fantoomaandelenoptie-, -aandelentoekennings- en -prestatieaandelenplannen 3 7

25.8 | AANDELENOPTIEPLANNEN

De bewegingen in het aantal uitstaande aandelenopties en hun bijhorende gewogen gemiddelde uitoefenprijs per 31 december zijn:

2016 2015
GEWOGEN
GEMIDDELDE
REËLE WAARDE (€)
GEWOGEN
GEMIDDELDE
UITOEFENPRIJS (€)
AANTAL
AANDELENOPTIES
GEWOGEN
GEMIDDELDE
REËLE WAARDE (€)
GEWOGEN
GEMIDDELDE
UITOEFENPRIJS (€)
AANTAL
AANDELENOPTIES
Uitstaand per 1 januari 9,40 41,30 5 858 395 8,84 37,02 7 158 066
+ nieuwe opties toegekend 11,62 67,23 502 213 11,26 67,35 517 026
(-) opgegeven opties 11,07 58,62 50 706 10,95 45,96 166 877
(-) uitgeoefende opties 8,91 36,90 971 794 7,34 30,04 1 614 801
(-) vervallen opties 7,70 40,16 25 879 6,75 37,33 35 019
Uitstaand per 31 december 9,66 44,40 5 312 229 9,40 41,30 5 858 395
Aantal volledig onvoorwaardelijk
geworden opties:
Per 1 januari 2 418 789 2 225 231
Per 31 december 3 326 315 2 418 789

Per 31 december 2016 zijn de vervaldata en uitoefenprijzen van de uitstaande aandelenopties als volgt:

LAATSTE DATUM VAN UITOEFENING UITOEFENPRIJZEN (€) AANTAL AANDELENOPTIES
31 maart 2017 [43,57
- 44,13]
170 412
31 maart 2018 [22,01
- 25,73]
148 280
31 maart 2019 [21,38
- 22,75]
187 700
31 maart 2020 31,62 328 836
31 maart 2021 [25,32
- 26,80]
561 200
31 maart 2022 32,36 1 104 529
31 maart 2023 [48,69
- 49,80]
1 327 550
31 maart 2024 58,12 490 944
31 maart 2025 67,35 498 555
31 maart 2026 67,23 494 223
Totaal uitstaand 5 312 229

De reële waarde wordt berekend aan de hand van het Black & Scholes-waarderingsmodel.

De volatiliteit werd voornamelijk bepaald op basis van de historisch waargenomen aandelenkoersen van UCB over de laatste vijf jaar. De waarschijnlijkheid van een vervroegde uitoefening wordt weergegeven in de verwachte looptijd van de opties. Het verwachte percentage voor opgegeven aandelenopties is gebaseerd op het werkelijke personeelsverloop in de categorieën die in aanmerking komen voor compensatie door aandelenopties.

De belangrijkste veronderstellingen die gehanteerd werden bij de waardering van de reële waarde van de aandelenopties toegekend in 2016 en 2015 zijn:

2016 2015
Aandelenprijs op toekenningsdatum 67,81 67,35
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs 67,23 67,35
Verwachte volatiliteit % 24,81 23,23
Verwachte looptijd van de opties jaren 5 5
Verwachte dividendopbrengst % 1,62 1,57
Risicovrije rentevoet % -0,28 0,33
Verwacht jaarlijks percentage voor opgegeven aandelenopties % 7,00 7,00

25.9 | "SHARE APPRECIATION RIGHTS" (SAR'S)-PLAN

De bewegingen van de SAR's en de variabelen die gebruikt werden in het waarderingsmodel per 31 december 2016 zijn in de onderstaande tabel terug te vinden. De reële waarde van de SAR's op de toekenningsdatum wordt bepaald aan de hand van het Black & Scholes-model. De reële waarde van de verplichting wordt geherwaardeerd op elke rapporteringsdatum.

2016 2015
Uitstaande rechten per 1 januari 1 593 275 2 001 963
+ nieuwe rechten toegekend 172 719 173 266
(-) opgegeven rechten 42 637 121 254
(-) uitgeoefende rechten 399 431 459 700
(-) vervallen rechten 3 000 1 000
Uitstaande rechten per 31 december 1 320 926 1 593 275
De significante veronderstellingen die gehanteerd werden voor
de waardering van de reële waarde van de "share appreciation
rights" zijn:
Aandelenprijs op jaareinde 60,91 83,23
Uitoefenprijs 67,23 67,35
Verwachte volatiliteit % 24,14 23,99
Verwachte looptijd van de opties jaren 5 5
Verwachte dividendopbrengst % 1,81 1,27
Risicovrije rentevoet % -0,40 0,03
Verwacht jaarlijks percentage voor
opgegeven aandelenopties
% 7 7

25.10 | AANDELENTOEKENNINGSPLANNEN

De kost voor de op aandelen gebaseerde betalingen met betrekking tot deze aandelentoekenningsplannen wordt gespreid over de wachtperiode van drie jaar.

De begunstigden hebben geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode. De evolutie in het aantal uitstaande toegekende aandelen per 31 december is als volgt:

2016 2015
AANTAL
AANDELEN
GEWOGEN GEMIDDELDE
REËLE WAARDE (€)
AANTAL
AANDELEN
GEWOGEN GEMIDDELDE
REËLE WAARDE (€)
Uitstaand per 1 januari 1 346 175 62,16 860 430 54,85
+ nieuwe toegekende aandelen 736 579 67,81 707 168 67,35
(-) opgegeven toegekende aandelen 113 702 64,11 97 245 61,24
(-) definitief verworven en
uitgekeerde toegekende aandelen
118 562 54,88 124 178 41,71
Uitstaand per 31 december 1 850 490 64,76 1 346 175 62,16

25.11 | PRESTATIEAANDELENPLAN

De evolutie in het aantal uitstaande prestatieaandelen per 31 december is als volgt:

2016 2015
AANTAL
AANDELEN
GEWOGEN GEMIDDELDE
REËLE WAARDE (€)
AANTAL
AANDELEN
GEWOGEN GEMIDDELDE
REËLE WAARDE (€)
Uitstaand per 1 januari 355 881 58,12 355 873 50,06
+ nieuwe toegekende
prestatieaandelen
122 708 65,58 96 593 67,35
(-) opgegeven prestatieaandelen 36 981 56,88 51 185 38,84
(-) definitief verworven
prestatieaandelen
118 747 51,81 45 400 36,57
Uitstaand per 31 december 322 861 63,92 355 881 58,12

25.12 | TOEGEKENDE OPTIES VÓÓR 7 NOVEMBER 2002

Overeenkomstig de overgangsbepalingen van IFRS 2 worden opties die vóór 7 november 2002 werden toegekend en op 1 januari 2005 nog niet definitief verworven waren, niet via de winst- en verliesrekening afgeschreven.

Sinds 1 januari 2016 zijn er geen dergelijke uitstaaande opties of warranten meer.

2016 2015
AANTAL AANDELEN GEWOGEN GEMIDDELDE
UITOEFENPRIJS (€)
AANTAL AANDELEN GEWOGEN GEMIDDELDE
UITOEFENPRIJS (€)
Uitstaand per 1 januari - - 29 300 40,34
(-) opgegeven opties - - - -
(-) uitgeoefende opties - - 14 700 41,68
(-) vervallen opties - - 14 600 38,99
Uitstaand per 31 december - - - -

De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt: 26. LENINGEN

€ miljoen 2016 2015
Langlopend
Bankleningen 326 342
Overige langetermijnleningen 0 0
Financiële leases 5 7
Totaal langlopende leningen 331 349
Kortlopend
Voorschotten in rekening-courant 5 8
Kortlopende component van bankleningen 12 95
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 8 12
Financiële leases 2 2
Totaal kortlopende leningen 27 117
Totaal leningen 358 466

26.1 | LENINGEN

Op 31 december 2016 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep gelijk aan 3,00% (2015: 3,53%) vóór afdekking. Betalingen van variabele rente zijn aan aangemerkte kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan aangemerkte reële waarde-afdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 2,31% (2015: 3,06%) na hedging. De vergoedingen die betaald werden voor de regeling van de obligaties (Toelichting 27) en de gewijzigde faciliteitsovereenkomst worden afgeschreven over de levensduur van de instrumenten.

Waar dit onder hedge accounting van toepassing is, wordt de reële waarde van de langlopende leningen bepaald op basis van de actuele waarde van de betalingen van de schuldinstrumenten, aan de hand van de toepasselijke rentecurve en de kredietspread van UCB voor de verschillende valuta's.

Aangezien de bankleningen een variabele rentevoet dragen die om de zes maanden wordt bijgewerkt, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële waarde. Wat de kortlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden aangezien het effect van de verdiscontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd.

UCB heeft de gesyndiceerde leningsovereenkomst van € 1 miljard die op de balansdatum 9 januari 2020 vervalt, niet aangesproken (2015: € 0 miljoen) UCB heeft de gesyndiceerde doorlopende kredietfaciliteit van € 1 miljard die op 9 januari 2021 vervalt, na een aangepaste en verlengde faciliteitsovereenkomst per 9 januari 2014, niet aangesproken (2014: € 0 miljoen).

De Groep beschikt over bepaalde bindende en nietbindende bilaterale financieringsovereenkomsten. In dit verband werd een totaal bedrag van € 85 miljoen niet opgenomen op het einde van 2016.

Raadpleeg Toelichting 4.3 voor de analyse van de looptijden van de leningen van de Groep (uitgezonderd overige financiële verplichtingen).

De boekwaarden van de leningen van de Groep zijn in de volgende valuta's uitgedrukt:

€ miljoen 2016 2015
EUR 243 345
USD 95 92
Overige 0 0
Totale rentedragende leningen per valuta 338 437
Voorschotten in rekening-courant – USD 4 4
Voorschotten in rekening-courant – overige 1 4
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen – EUR 0 0
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen – overige 8 12
Financiële leaseverplichtingen – EUR 7 9
Totaal leningen 358 466

26.2 | FINANCIËLE LEASEVERPLICHTINGEN – MINIMALE LEASEBETALINGEN

€ miljoen 2016 2015
Verschuldigde bedragen onder financiële leases
1 jaar of minder 2 2
1-2 jaar 2 1
2-5 jaar 3 5
Langer dan 5 jaar 0 1
Actuele waarde van verplichtingen uit hoofde van financiële leaseovereenkomsten 7 9
Min: bedrag verschuldigd binnen 12 maanden 2 2
Bedrag verschuldigd na 12 maanden 5 7

De directie gaat ervan uit dat de boekwaarde van de financiële leaseverplichtingen van de Groep hun reële waarde benadert.

27. OBLIGATIES

De boekwaarde en reële waarde van obligaties zijn als volgt:

BOEKWAARDE REËLE WAARDE
€ miljoen COUPONRENTE EINDVERVALDAG 2016 2015 2016 2015
Particuliere obligatie 5,125% 2023 192 189 215 210
Institutionele euro-obligatie 1,875% 2022 350 346 358 350
Institutionele euro-obligatie 4,125% 2021 370 369 394 392
Particuliere obligatie 3,750% 2020 256 257 273 271
EMTN programma1 3,284% 2019 20 20 20 20
EMTN programma1 3,292% 2019 55 55 55 55
Institutionele euro-obligatie 5,750% 2016 0 506 0 525
Totaal obligaties 1 243 1 742 1 315 1 823
waarvan:
Langlopend 1 243 1 236 1 315 1 298
Kortlopend 0 506 0 525

1 De reële waarde van het EMTN-programma kan niet nauwkeurig worden bepaald door de beperkte liquiditeit in secundair markthandelen voor dit programma, en is voor rapporteringsdoeleinden vervangen door de boekwaarde.

27.1 | PARTICULIERE OBLIGATIES

> MET VERVALDATUM IN 2023

In oktober 2009 voltooide UCB een openbare emissie van obligaties met een vaste couponrente ter waarde van € 750 miljoen, met een couponrendement en een effectieve rentevoet van 5,75 % per jaar, die bedoeld is voor particuliere beleggers.

In september 2013 deed UCB een onvoorwaardelijk openbaar ruilaanbod voor maximaal € 250 miljoen van de € 750 miljoen particuliere obligaties die in november 2014 afliepen en die een bruto-coupon van 5,75% hadden. Bestaande obligatiehouders kregen de kans om hun bestaande obligaties om te wisselen voor nieuw uitgegeven obligaties die in oktober 2023 vervallen in een ruilverhouding van 1 tot 1. Deze obligaties dragen een couponrendement van 5,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,398% per jaar bedraagt.

Op het einde van de ruilperiode werden 175 717 bestaande obligaties voor omwisseling aangeboden, goed voor een nominaal bedrag van € 176 miljoen. De 175 717 nieuwe obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven en zijn genoteerd op Euronext te Brussel. De bestaande obligaties die in het kader van het omruilaanbod omgewisseld werden, zijn door UCB geannuleerd. De 574 283 uitstaande particuliere obligaties zijn vervallen en afgelost in november 2014.

> MET VERVALDATUM IN 2020

In maart 2013 rondde UCB een emissie van € 250 miljoen aan obligaties af in de vorm van een openbare aanbieding aan particuliere beleggers in België in het kader van haar EMTN-Programma. De obligaties werden uitgegeven tegen 101,875% van de nominale waarde. De particuliere obligatie heeft een coupon van 3,75% per jaar een effectief rendement van 3,444% per jaar. De obligaties noteren op de gereglementeerde markt Euronext Brussel.

27.2 | INSTITUTIONELE EURO-OBLIGATIE

> MET VERVALDATUM IN 2016

In december 2009 voltooide UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde ter waarde van € 500 miljoen, die in 2016 afliepen en bedoeld waren voor institutionele beleggers. Deze obligaties werden uitgegeven tegen 99,635% van de nominale waarde en zijn tegen 100% van de hoofdsom afgelost op 10 december 2016. Deze obligaties hadden een couponrendement van 5,75% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,8150% per jaar bedroeg. De obligaties waren genoteerd op de beurs van Luxemburg.

> MET VERVALDATUM IN 2021

In september 2013 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 350 miljoen, die in 2021 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN-programma. Deze obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven tegen 99,944% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 4,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 4,317% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel.

> MET VERVALDATUM IN 2022

In april 2015 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 350 miljoen, die in april 2022 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN-programma. Deze obligaties zijn in april 2015 uitgegeven tegen 99,877% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 1,875% per jaar, terwijl het effectief rendement 2,073% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel.

27.3 | EMTN-PROGRAMMA

> MET VERVALDATUM IN 2019

In november 2013 heeft UCB voor € 55 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,292% per jaar en een effectief rendement van 3,384% per jaar. De notes zijn genoteerd op Euronext te Brussel.

> MET VERVALDATUM IN 2019

In december 2013 heeft UCB voor € 20 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,284% per jaar en een effectief rendement van 3,356% per jaar. De notes zijn genoteerd op Euronext te Brussel.

27.4 | REËLE-WAARDEAFDEKKING

De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als reële-waardeafdekkingen van de particuliere obligaties en de institutionele euro-obligaties. De wijziging in de boekwaarde van de obligaties is volledig te wijten aan de wijziging in de reële waarde van het gehedged deel van de obligaties, en wordt nagenoeg volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van het corresponderende afgeleide financiële instrument.

28. OVERIGE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN

BOEKWAARDE REËLE WAARDE
€ miljoen 2016 2015 2016 2015
Langlopend
Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) 7 9 7 9
Overige financiële verplichtingen 87 108 87 108
Totaal langlopende overige financiële verplichtingen 94 117 94 117
Kortlopend
Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) 102 77 102 77
Overige financiële verplichtingen 40 54 40 54
Totaal kortlopende overige financiële verplichtingen 142 131 142 131
Totaal overige financiële verplichtingen 236 248 236 248

De overige financiële verplichtingen bevatten een verplichting van € 127 miljoen (2015: € 162 miljoen) voortvloeiend uit de uitgifte van warranten aan de aandeelhouders van Edev Sàrl (Toelichting 4.5.3).

29. UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN

29.1 | OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN

€ miljoen 2016 2015
Immateriële activa -111 -144
Materiële vaste activa -18 -9
Voorraden 251 190
Handelsvorderingen en overige vorderingen 54 60
Personeelsbeloningen 72 88
Voorzieningen 39 26
Overige kortetermijnverplichtingen -264 -526
Ongebruikte fiscale verliezen 593 832
Ongebruikte belastingtegoeden 327 278
Totaal netto uitgestelde belastingvorderingen/verplichtingen(-) 943 795

In totaal werden uitgestelde belastingvorderingen ten belope van € 943 miljoen geboekt per 31 december 2016. Op basis van het niveau van voorgaande belastbare winsten en geprojecteerde toekomstige fiscale winsten over de perioden waarin verrekenbare tijdelijke verschillen naar verwachting zullen worden tegengeboekt, is de Groep van mening dat het waarschijnlijk is dat de voordelen van de geboekte uitgestelde belastingvorderingen zullen worden gerealiseerd.

De Groep zag een algemene stijging van de erkende uitgestelde belastingvorderingen. Dit is voornamelijk het gevolg van een stijging in uitgestelde belastingvorderingen op voorraden en belastingkredieten voor O&O. De totale uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot belastingkredieten voor O&O per jaareinde bedragen € 324 miljoen (2015: € 267 miljoen). Deze zullen effectief resulteren in een belastingvoordeel in cash in toekomstige periodes.

Een stijging in de uitgestelde belastingvorderingen op rabatten in de VS en een interne eenmalige reorganisatie veroorzaakten een neerwaarts effect op uitgestelde belastingverplichtingen en -vorderingen op respectievelijk overige kortetermijnverplichtingen en ongebruikte fiscale verliezen.

UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN OP VERLIEZEN

Een uitgestelde belastingvordering van € 593 miljoen (2015: € 832 miljoen) werd erkend met betrekking tot overgedragen fiscale verliezen voor een totaal bedrag van € 2,19 miljard (2015: € 2,94 miljard) aangezien de Groep besloten heeft dat de relevante entiteiten belastbare winsten zullen blijven genereren in de voorzienbare toekomst tegenover dewelke deze verliezen kunnen worden afgezet. Deze verliezen hebben zich voorgedaan in een aantal jurisdicties waarin UCB opereert en vervallen niet. In deze periode werden bijkomende eerder nieterkende fiscale verliezen en belastingtegoeden erkend, omdat dochterondernemingen in België, Duitsland en het VK, die historisch gezien verliezen genereerden, een stijgende winstgevendheid hebben aangetoond alsook bewijzen voor het genereren van een voldoende niveau van toekomstige belastbare winsten om de erkenning van deze activa te rechtvaardigen. Om de beschikbaarheid van de toekomstige belastbare winsten in te schatten, werd gebruik gemaakt van niet-verdisconteerde prognoses. Zoals vermeld in Toelichting 15 is de Groep momenteel de impact aan het bekijken van de aangekondigde

belastinghervorming in het VK aangezien dit een aanzienlijke impact zou kunnen hebben op de uitgestelde belastingen ten gevolge van wijzigingen in het belastingpercentage en/of de introductie van regels met betrekking tot het beperkt gebruik van fiscale verliezen. De Groep houdt ook toezicht op een aantal belangrijke jurisdicties waar het voornemen werd geuit om het belastingsysteem te hervormen.

29.2 | ONGEBRUIKTE FISCALE VERLIEZEN

Per 31 december 2016 had de Groep € 1 709 miljoen (2015: € 2 123 miljoen) aan bruto ongebruikte fiscale verliezen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering is opgenomen in de balans. Deze overdraagbare fiscale verliezen hebben geen vervaldatum. Op basis van de huidige prognoses en de huidige wetgeving zal de meerderheid van deze verliezen volledig gebruikt worden binnen 10 jaar maar er werd besloten om voorlopig geen uitgestelde belastingvordering te erkennen voor deze verliezen gezien het langetermijnkarakter van deze prognoses.

29.3 | TIJDELIJKE VERSCHILLEN WAARVOOR GEEN UITGESTELDE BELASTINGEN ERKEND WERDEN

Uitgestelde belastingvorderingen worden erkend voor tijdelijke verschillen die inkomsten vertegenwoordigen die waarschijnlijk in de nabije toekomst gerealiseerd zullen worden. Uitgestelde belastingvorderingen van € 684 miljoen (2015: € 490 miljoen) voor niet opgenomen belastingkredieten en immateriële activa werden niet erkend omwille van de onzekerheid omtrent de terugvordering.

Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen ontstaan bij investeringen in dochterondernemingen. De niet-erkende uitgestelde belastingverplichtingen bedragen ongeveer € 14 miljoen (2015: € 9 miljoen).

Er bestaat een aanvullende niet-erkende uitgestelde belastingverplichting van € 456 miljoen (2015: € 478 miljoen) met betrekking tot een interne reorganisatie die plaats vond in 2014. De belastingverplichting zal alleen worden verwezenlijkt bij verkoop van het relevante actief, een gebeurtenis die door UCB wordt gecontroleerd en waarvoor geen plannen in de nabije toekomst zijn.

29.4 | DIRECT IN HET EIGEN VERMOGEN OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGEN

€ miljoen 2016 2015
Uitgestelde belasting erkend in niet-gerealiseerde resultaten 13 36
Effectief gedeelte van de wijzigingen in reële waarde van kasstroomafdekkingen 13 0
Uitgestelde belastingen erkend in het eigen vermogen 26 36

30. PERSONEELSBELONINGEN

De meeste werknemers zijn gedekt door pensioenplannen die door bedrijven van de Groep financieel ondersteund worden. De aard van dergelijke regelingen is afhankelijk van wettelijke voorschriften, fiscale vereisten en economische omstandigheden van de landen waarin de werknemers tewerkgesteld zijn. De Groep beheert zowel toegezegde bijdragenregelingen als toegezegd-pensioenregelingen.

30.1 | TOEGEZEGDE BIJDRAGENREGELINGEN

Regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding worden geclassificeerd als "toegezegde bijdragenregelingen" als de Groep vaste bijdragen betaalt in een apart fonds of aan een onafhankelijke financiële instelling en verder geen wettelijke of feitelijke verplichting heeft om bijkomende bijdragen te betalen. Bijgevolg worden er geen activa of verplichtingen opgenomen in de balans van de Groep met betrekking tot dergelijke regelingen, met uitzondering van de gewone vooruitbetalingen en de toe te rekenen bijdragen. Aangezien UCB bij wet verplicht is om een bepaald minimaal rendement te garanderen op de werknemers- en werkgeversbijdragen voor de Belgische toegezegde bijdragenregelingen, dienen deze regelingen beschouwd te worden als toegezegd-pensioenregelingen. Indien betrouwbare schattingen kunnen gemaakt worden voor materiële regelingen, worden deze gewaardeerd onder IAS 19 op basis van de 'projected unit credit'-methode. Deze regelingen worden samen met de resultaten voor de andere toegezegd-pensioenregelingen weergegeven. De berekeningen vanaf 2015 houden rekening met de wijziging in de Belgische wetgeving die ingevoerd werd in december 2015 waarbij de gegarandeerde interest gewijzigd werd.

30.2 | TOEGEZEGD-PENSIOENREGELINGEN

De Groep beheert verscheidene toegezegdpensioenregelingen. De toegekende voordelen omvatten voornamelijk pensioenvoordelen, jubileumpremies en ontslagvergoedingen. De voordelen worden toegekend volgens de lokale marktpraktijken en regelgeving.

Deze regelingen zijn ofwel niet-gefinancierd ofwel gefinancierd via externe pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Bij (gedeeltelijk) gefinancierde regelingen worden de fondsbeleggingen afzonderlijk aangehouden in fondsen die door de trustees beheerd worden. Indien een regeling niet-gefinancierd is, met name voor de belangrijkste toegezegd-pensioenplannen in Duitsland, wordt voor de pensioenverplichting een verplichting opgenomen in de balans van de Groep. Voor gefinancierde regelingen is de Groep aansprakelijk voor

het negatieve verschil tussen de reële waarde van de fondsbeleggingen en de contante waarde van de bruto verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Bijgevolg wordt in de geconsolideerde balans van de Groep een verplichting (of een actief indien de regeling overgefinancierd is) opgenomen. Alle belangrijke regelingen worden jaarlijks beoordeeld door onafhankelijke actuarissen.

Sinds 2008 analyseert de Groep de waarde van de risico's in haar balans en winst- en verliesrekening die verbonden zijn met haar toegezegd-pensioenplannen. Het beoogde risiconiveau met betrekking tot de risicomaatstaven voor een geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening over één jaar worden jaarlijks vastgelegd op basis van door UCB bepaalde risicotolerantiedrempels.

Voor UCB zijn de belangrijkste risico's verbonden aan de toegezegd-pensioenplannen de disconteringsvoet, de inflatie en de levensverwachting. De belangrijkste risico's zijn deze met betrekking tot regelingen in het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en de VS. Voor de regelingen in België wordt de levensverwachting niet als een risico beschouwd, vermits pensioenen er worden uitgekeerd als een forfaitaire vergoeding of geëxternaliseerd worden vóór ze worden betaald als een annuïteit.

De voorbije jaren heeft UCB verschillende projecten uitgevoerd om de risicofactoren te verlagen.

In het VK werd de buy-in gefinaliseerd voor drie van de vier pensioenregelingen door de voordelen van alle deelnemers aan de regelingen te verzekeren bij een verzekeringsmaatschappij. Bovendien werd één van deze drie regelingen, bekend als het 'British Pension Scheme' in het VK volledig uitgekocht op 1 oktober 2015. UCB heeft bijgevolg geen verplichtingen meer tegenover de deelnemers aan deze regeling.

Het "Pension and Insurance Scheme" van Celltech in het Verenigd Koninkrijk concentreert zich sinds 2012 op een geleidelijke risicovermindering gaande van een toewijzing van 50% groei/50% obligaties naar een toewijzing van 10% groei/90% obligaties. De toewijzing groei/obligaties is momenteel rond 35%/65%.

Tenslotte heeft UCB, als onderdeel van haar strategie om de risico's te verminderen, besloten om het afwikkelingsproces van de toegezegd-pensioenregeling in de VS op te starten door een forfaitair bedrag aan de deelnemers van deze regeling aan te bieden en de overblijvende verplichtingen over te dragen aan een verzekeringsmaatschappij.

Voor de Belgische pensioenregelingen blijft de focus op een diversificatie van de fondsbeleggingen. In 2015 heeft het Belgische pensioencomité de "Global Investment Solution" van Mercer toegepast teneinde de diversificatie in het type van fondsbeleggingen en aangestelde beleggingsbeheerders te verbeteren maar tegelijkertijd toch ook een nauwgezette controle op de risico's te behouden.

Het in de geconsolideerde balans opgenomen bedrag dat voortvloeit uit de verplichtingen van de Groep met betrekking tot haar toegezegd-pensioenregelingen is als volgt:

€ miljoen 2016 2015
Contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten 1 124 966
Reële waarde van fondsbeleggingen 675 615
Tekort/overschot (-) voor gefinancierde plannen 449 351
Impact van de limiet op activa 1 1
Netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten 450 352
Plus: Verplichting met betrekking tot in geldmiddelen afgewikkelde,
op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting 25)
29 65
Totale verplichtingen voor personeelsbeloningen 479 417
waarvan:
Gedeelte opgenomen als langlopende verplichtingen 479 417
Gedeelte opgenomen als vaste activa 0 0

80% van de netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten heeft betrekking op toegezegdpensioenplannen in België, Duitsland en Zwitserland.

De evolutie in de contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten in het lopende jaar is als volgt:

€ miljoen 2016 2015
Per 1 januari 966 1 086
Aan het huidig dienstjaar toegerekende pensioenkosten 48 48
Rentekosten 25 28
Herwaarderingswinst (-)/verlies
Effect van wijzigingen in demografische veronderstellingen 29 5
Effect van wijzigingen in financiële veronderstellingen 133 -50
Effect van ervaringsaanpassingen -4 4
Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst (-)/verlies op afwikkelingen - -5
Effect van wisselkoerswijzigingen -41 38
Pensioenbetalingen uit het plan -24 -30
Pensioenbetalingen door de werkgever -5 -6
Betalingen uit afwikkelingen - -149
Bijdragen door deelnemers 2 2
Wijziging van de scope - -
Overige -5 -5
Per 31 december 1 124 966

De evolutie in de reële waarde van de fondsbeleggingen in het lopende jaar is als volgt:

€ miljoen 2016 2015
Per 1 januari 615 705
Renteopbrengsten 17 20
Herwaarderingswinst/verlies (-)
Rendement op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) 48 -31
Wijzigingen in de limiet op activa (excl. renteopbrengsten) - -
Effect van wisselkoerswijzigingen -36 33
Bijdragen door deelnemers 2 2
Werkgeversbijdragen 60 74
Pensioenbetalingen uit het plan -24 -30
Betalingen uit afwikkelingen - -149
Betaalde onkosten, belastingen en premies -7 -9
Wijziging van de scope - -
Per 31 december 675 615

De reële waarde van de fondsbeleggingen bedraagt € 675 miljoen (2015: € 615 miljoen), goed voor 60% (2015: 64% van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Het totale tekort van € 449 miljoen

(2015: € 351 miljoen) zal naar verwachting weggewerkt worden over de geschatte resterende gemiddelde duur van het dienstverband van het huidige lidmaatschap.

De bedragen die zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van deze toegezegd-pensioenplannen zijn de volgende:

€ miljoen 2016 2015
Totaal aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, (incl. pensioenkosten
van verstreken diensttijd en winst (-)/verlies uit afwikkelingen)
48 43
Netto rentekosten 8 8
Herwaardering van andere langetermijnpersoneelsbeloningen 1 -2
Administratiekosten en belastingen 3 4
Componenten van kosten voor toegezegde pensioenen die zijn geboekt
in de winst- en verliesrekening
60 53
Herwaarderingswinst (-)/verlies
Effect van wijzigingen in demografische veronderstellingen 27 5
Effect van wijzigingen in financiële veronderstellingen 132 -50
Effect van ervaringsaanpassingen -4 5
Rendement op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) -48 31
Wijzigingen in de limiet op activa (excl. renteopbrengsten) - -4
Componenten van kosten voor toegezegde pensioenen die zijn geboekt
in niet-gerealiseerde resultaten
107 -13
Totale componenten van kosten voor toegezegde pensioenen 167 40

De totale aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de netto rentekosten, de herwaardering van andere lange-termijnpersoneelsbeloningen, administratiekosten en belastingen voor het jaar zijn opgenomen onder de kosten voor personeelsbeloningen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. 84% van de kosten voor toegezegde pensioenen die opgenomen zijn in de winsten verliesrekening hebben betrekking op toegezegdpensioenregelingen in België, Duitsland en Zwitserland. De herwaardering van de netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten is opgenomen in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten als onderdeel van de nietgerealiseerde resultaten.

De opsplitsing van de geboekte kosten over de functionele lijnen is als volgt:

€ miljoen 2016 2015
Kostprijs van de omzet 15 11
Marketing- en verkoopkosten 8 7
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten 28 20
Algemene en administratiekosten 9 15
Overige baten en lasten - -
Totaal 60 53

Het reële rendement op de fondsbeleggingen bedraagt € 48 miljoen (2015: € -31 miljoen), en het reële rendement op restitutierechten bedraagt € 0 miljoen (2015: € 0 miljoen).

De voornaamste categorieën van fondsbeleggingen op het einde van de rapporteringsperiode zijn als volgt:

€ miljoen 2016 2015
Geldmiddelen en kasequivalenten 50 7
Eigen-vermogensinstrumenten 126 127
Europa 46 42
Verenigde Staten 35 36
Rest van de wereld 45 49
Schuldinstrumenten 163 199
Bedrijfsobligaties 41 27
Overheidsobligaties 60 31
Overige 62 141
Vastgoed 8 7
In aanmerking komende verzekeringscontracten 162 146
Beleggingsfondsen 151 123
Overige 15 6
Totaal 675 615

Nagenoeg alle aandelen en schuldinstrumenten beschikken over beurskoersen in actieve markten. Vastgoed kan gerangschikt worden als niveau 3-instrument op basis van de definities in IFRS 13, "Waardering tegen reële waarde".

De in de fondsen aangehouden activa bevatten geen directe beleggingen in aandelen van UCB, noch in onroerend goed of andere activa die gebruikt worden door de Groep, al kan het wel zijn dat UCB-aandelen deel uit maken van de investeringen in beleggingsfondsen. De voornaamste gewogen gemiddelde actuariële veronderstellingen die zijn gebruikt, zijn als volgt:

EUROZONE VERENIGD KONINKRIJK VERENIGDE STATEN OVERIGE
2016 2015 2016 2015 2016 2015 2016 2015
Disconteringsvoet 1,70% 2,20% 2,68% 3,75% 4,00% 4,25% 0,55% 0,95%
Inflatie 1,75% 1,75% 3,50% 3,20% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Belangrijke actuariële veronderstellingen voor de bepaling van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten zijn de disconteringsvoet en de inflatie. De volgende gevoeligheidsanalyses werden bepaald op basis van redelijkerwijze mogelijke fluctuaties in de veronderstellingen die zich voordoen op het einde van de rapporteringsperiode.

  • Als de disconteringsvoet 50 basispunten hoger (lager) zou zijn, dan zouden de bruto verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten dalen met € 88 miljoen (stijgen met € 86 miljoen) als alle overige veronderstellingen constant zouden blijven.

  • Als het inflatiepercentage zou stijgen (dalen) met 25 basispunten, dan zouden de bruto verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten stijgen met € 39 miljoen (dalen met € 34 miljoen) als alle overige veronderstellingen constant zouden blijven.

De cijfers zoals boven vermeld houden geen rekening met eventuele onderlinge relaties tussen de veronderstellingen, met name tussen de disconteringsvoet, verwachte loonsverhogingen en inflatiepercentages.

De dochterondernemingen van de Groep moeten de verwachte verdiende pensioenrechten op jaarbasis financieren. De financiering is doorgaans gebaseerd op lokale actuariële vereisten en in dit kader wordt de disconteringsvoet bepaald op basis van een risicovrije interestvoet. Onderfinanciering in verband met verstreken diensttijd wordt voldaan door het opzetten van herstelplannen en beleggingsstrategieën op basis van de demografische evolutie voor het plan, de juiste periodes voor de aflossing van verplichtingen voor verstreken diensttijd, verwachte loonsverhogingen en de financiële mogelijkheden van de plaatselijke onderneming.

De gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenregelingen op het einde van de rapporteringsperiode bedraagt 16,38 jaar (2015: 15,55 jaar). Dit cijfer kan verder worden uitgesplitst in een gemiddelde duur voor volgende regio's:

  • Eurozone: 15,13 jaar (2015: 13,60 jaar);

  • VK: 18,85 jaar (2015: 19,11 jaar);

  • VS: 16,39 jaar (2015: 11,44 jaar);

  • Overige: 20,52 jaar (2015: 19,06 jaar).

De Groep verwacht in de loop van het volgende boekjaar een bijdrage te doen van € 48 miljoen aan de toegezegdpensioenregelingen.

Om de drie jaar wordt een studie uitgevoerd waarin activa en passiva tegen elkaar afgewogen worden. Hierin worden de beleggingsstrategieën geanalyseerd in het licht van risico-en-rendementsprofielen. Een dergelijke studie werd ook in 2016 uitgevoerd. Deze studie resulteerde in een kleine herschikking van de activa.

Bij het bepalen van een langetermijnstrategie voor de pensioenplannen, houdt het beleggingscomité rekening met enkele door de Groep gedefinieerde basisprincipes zoals:

  • een goed evenwicht tussen het bijdrageniveau dat aanvaardbaar is voor UCB en het niveau van het beleggingsrisico dat aan de verplichtingen verbonden is;

  • de volatiliteit verminderen door een diversificatie van de beleggingen; en

  • het niveau van het beleggingsrisico dient af te hangen van de financiële situatie van de regelingen en hun schuldpositie.

31. VOORZIENINGEN

De wijzigingen in de voorzieningen worden hieronder weergegeven:

€ miljoen MILIEU HERSTRUCTURERING OVERIGE TOTAAL
Op 1 januari 2016 22 28 92 142
Bedrijfscombinaties - - - -
Ontstaan in het jaar - 18 50 68
Tegenboeking ongebruikte bedragen -2 -2 -5 -9
Overboeking van de ene rubriek naar een andere - -4 - -4
Effect van wisselkoerswijzigingen - -2 1 -1
Gebruikt in het jaar - -12 -18 -30
Overboeking naar activa aangehouden voor
verkoop
- - - -
Op 31 december 2016 20 26 120 166
Langlopend gedeelte 13 5 87 105
Kortlopend gedeelte 7 21 33 61
Totale voorzieningen 20 26 120 166

31.1 | MILIEUVOORZIENINGEN

UCB heeft bepaalde milieuverplichtingen behouden die verband hielden met de overname van Schwarz Pharma en het afstoten van Films en Surface Specialties in het verleden. Dit laatste heeft betrekking op de afgestoten vestigingen waarvoor UCB volledig verantwoordelijk is gebleven, in overeenstemming met de contractuele bepalingen die zijn overeengekomen met Cytec Industries Inc. In 2016 werd een gedeelte van de milieuvoorzieningen met betrekking tot de folieactiviteiten tegengeboekt.

31.2 | REORGANISATIEVOORZIENINGEN

De provisies voor reorganisatie die in 2016 werden aangelegd hebben betrekking op verdere optimalisatie en reorganisatie, voornamelijk in Duitsland en Zuid-Europa, terwijl het gebruik van de voorzieningen vooral betrekking heeft op O&O en andere afvloeiingskosten.

31.3 | OVERIGE VOORZIENINGEN

Overige voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op:

  • voorzieningen voor rechtszaken die voornamelijk voorzieningen omvatten voor geschillen waar UCB of een dochteronderneming gedagvaard wordt voor claims van voormalige werknemers van UCB.

  • voorzieningen voor productaansprakelijkheid die betrekking hebben op de risico's die gepaard gaan met de normale bedrijfsvoering en waarvoor de Groep aansprakelijk kan worden gesteld door de verkoop van dit soort geneesmiddelen. In 2016 werd een bijkomende voorziening van € 19 miljoen aangelegd met betrekking tot Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep. UCB is momenteel gedaagde in verschillende productaansprakelijkheidsrechtszaken in Frankrijk. De eisers in deze rechtszaken beweren dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène genomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijke letsels hebben opgelopen. De voorziening vertegenwoordigt het bedrag van geschatte toekomstige kasuitstromen die de dekking van de productaansprakelijkheidsverzekering overschrijden (Toelichting 13, Toelichting 39.4). De voorziening werd verdisconteerd op basis van een disconteringsvoet van 0,95%. Indien de disconteringsvoet 25 basispunten hoger (lager) zou zijn, zou de voorziening dalen (stijgen) met € 2 miljoen;

  • een voorziening gerelateerd aan de verkoop van de fabriek in Shannon (€ 11 miljoen);

  • een voorziening met betrekking tot loonfabricageovereenkomsten (€ 10 miljoen).

Er wordt met betrekking tot de bovenvermelde risico's een evaluatie gemaakt samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vak-experts.

32. HANDELS- EN OVERIGE VERPLICHTINGEN

32.1 | HANDELS- EN OVERIGE VERPLICHTINGEN

€ miljoen 2016 2015
Langlopende verplichtingen gerelateerd aan projectfinanciering1 33 72
Overige schulden1 22 34
Totaal langlopende handels- en overige verplichtingen 55 106

32.2 | KORTLOPENDE HANDELS- EN OVERIGE VERPLICHTINGEN

€ miljoen 2016 2015
Handelsschulden1 274 225
Te ontvangen facturen1 135 117
Te betalen belastingen, andere dan winstbelastingen 76 77
Lonen en socialezekerheidsbijdragen 152 165
Overige schulden1 49 53
Kortlopende verplichtingen gerelateerd aan projectfinanciering1 48 59
Uitgestelde inkomsten in verband met samenwerkingsovereenkomsten1 33 79
Overige uitgestelde inkomsten 73 71
Te betalen royalty's 69 99
Dividend aan aandeelhouders van eeuwigdurende achtergestelde obligatie 0 18
Te betalen rabatten en kortingen 616 433
Gelopen interesten 32 33
Overige toe te rekenen kosten 303 259
Totaal kortlopende handels- en overige verplichtingen 1 860 1 688

De gerapporteerde bedragen voor 2015 werden geherclassificeerd volgens de presentatie van handels- en overige verplichtingen in 2016

De handels- en overige verplichtingen worden grotendeels geclassificeerd als kortlopend en bijgevolg worden de boekwaarden van de totale handels- en overige verplichtingen verondersteld een redelijke benadering te zijn van hun reële waarde.

"Te betalen rabatten en kortingen" bevatten rabatten, terugvorderingen (charge-backs), kortingen en accruals voor verwachte verkoopretours met betrekking tot producten die verkocht werden in de VS aan verschillende klanten die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma's inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate", "Federal Medicare" en andere. De verkoopretouren en omzetreducties worden geboekt in dezelfde periode als de onderliggende verkopen als een vermindering van de omzet.

De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de accruals die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening

wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties. De accruals worden beoordeeld en regelmatig aangepast gelet op de contractuele en wettelijke verplichtingen, historische trends, ervaring uit het verleden en verwachte marktomstandigheden. Alle retouren, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat, afgetrokken van de omzet en in de toepasselijke accrualrekening op de balans gepresenteerd. De schatting voor toekomstige retouren van producten is gebaseerd op verschillende factoren zoals onder andere historische retourpercentages, vervaldatum per product, retourpercentage per afgesloten batch, effectief verwerkte retouren alsook alle andere specifiek geïdentificeerde verwachte retouren ten gevolge van gekende factoren zoals verlies van exclusiviteit van patent, terugroepingen van producten en stopzettingen of een veranderende competitieve omgeving. Aanpassingen aan deze accruals kunnen noodzakelijk zijn in de toekomst gebaseerd op herziene schattingen betreffende onze veronderstellingen, hetgeen een impact zou hebben op het geconsolideerd resultaat uit onze bedrijfsactiviteiten. De verplichting voor verkoopretouren en reducties in de VS die opgenomen is als onderdeel van de verplichting voor te betalen rabatten en kortingen bedraagt € 540 miljoen per 31 december 2016 (31 december 2015: € 396 miljoen).

33. TE BETALEN BELASTINGEN

Te betalen belastingen omvatten verplichtingen voor onzekere belastingposities voor een bedrag van € 231 miljoen (2015: € 232 miljoen). Verplichtingen voor onzekere belastingposities worden erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een ingenomen standpunt inzake belastingen wellicht niet kan worden gehandhaafd indien dit door de fiscale autoriteiten zou worden betwist. Deze beoordeling wordt voor elke verplichting afzonderlijk gedaan en de resulterende verplichting is de beste inschatting van de Groep van het verwachte risico in het geval van een betwisting door de fiscus. Zie Toelichting 3.2.5. voor meer gedetailleerde informatie inzake de inschatting door de Groep van onzekere belastingposities.

UCB wordt geconfronteerd met een aantal controles in landen over de hele wereld. De punten die ter discussie staan, zijn in sommige gevallen complex en deze controles kunnen een aantal jaren aanslepen alvorens ze opgelost zijn of alvorens tot een vaststaande beslissing kan gekomen worden omtrent de bijkomende verplichtingen. Elke verplichting die in deze context wordt geboekt, wordt door de Groep berekend als zijnde de beste inschatting

van de te betalen belastingen die de Groep verwacht te moeten betalen op basis van de beste inschatting door de Groep van de meest waarschijnlijke uitkomst van dergelijke onderzoeken.

Globaal gezien zijn de verplichtingen voor onzekere belastingposities stabiel gebleven in 2016. Er was een daling van € 8 miljoen in 2016 van de verplichtingen met betrekking tot voortgezette bedrijfsactiviteiten. Dit is voornamelijk te wijten aan het afsluiten van bepaalde belastingcontroles of het verstrijken van de verjaringstermijn. Bovendien werden sommige onzekere belastingposities proactief toegelicht door de Groep zonder hierbij de toepassing van enige correctie of boete te activeren. Een verplichting voor een onzekere belastingpositie met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten ten belope van € 7 miljoen werd erkend in de periode.

De Groep verwacht dat de huidige belastingcontroles waarvoor de belangrijkste verplichtingen voor onzekere belastingposities werden geboekt, zouden moeten afgewikkeld zijn of tenminste een duidelijke indicatie van het resultaat bekend zou moeten zijn in de loop van 2017.

34. TOELICHTING BIJ HET GECONSOLIDEERDE KASSTROOMOVERZICHT

Het kasstroomoverzicht geeft de operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten weer.

UCB past de indirecte methode toe voor de operationele kasstromen. Het nettoresultaat is aangepast voor:

  • de effecten van niet-geldelijke transacties zoals afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingsverliezen, provisies, waarderingen tegen reële waarde enz., alsook de wijzigingen inzake werkkapitaal;

  • opbrengsten en kosten die verband houden met kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten.

Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2016 hebben betrekking op de waardevermindering op de warrant ontvangen van Lannett voor € 28 miljoen (Toelichting 20.3) en belastingkredieten voor O&O voor een bedrag van € 65 miljoen waarvoor het cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden.

Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2015 hebben betrekking op de verkoop van KU. De ontvangen vergoeding bevatte niet-geldelijke items. UCB ontving ongedekte obligaties in eerste rang voor een totaal bedrag van US\$ 200 miljoen alsook warranten die UCB toelaten om 2,5 miljoen aandelen van Lannett aan te kopen.

€ miljoen TOELICHTING 2016 2015
Aanpassing voor niet-geldelijke transacties 216 313
Afschrijvingen 8, 19, 17 232 250
Bijzondere waardeverminderingsverliezen/terugname (-) 8, 11 41 88
Kost voor in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen
gebaseerde betalingen
31 3
Overige niet-geldelijke transacties in de winst- en verliesrekening -65 -49
Als gevolg van de toepassing van IAS 39 14 -11 13
Niet-gerealiseerde wisselkoerswinst (-)/verlies -11 -65
Wijziging in voorzieningen en personeelsbeloningen -13 61
Voorraadwijzigingen en voorzieningen voor dubieuze debiteuren 12 11
Aanpassing voor posten afzonderlijk te vermelden onder kasstromen
uit operationele activiteiten
199 111
Belastingkost voor de periode uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 15 199 111
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings
en financieringsactiviteiten
-129 -59
Winst (-)/verlies uit de verkoop van vaste activa -183 -139
Opbrengsten uit (-)/kosten van dividenden 0 0
Renteopbrengsten (-)/-kosten 54 80
Wijzigingen in het werkkapitaal
Voorraadbewegingen per geconsolideerde balans -12 -19
Handels- en overige vorderingen en andere activa, bewegingen
per geconsolideerde balans
-54 -58
Handels- en overige schulden, beweging per geconsolideerde balans 151 229
Aandelenruil 0 -190
Zoals opgenomen in de geconsolideerde balans en gecorrigeerd met: 85 -38
Niet-geldelijke posten1 -54 -143
Wijzigingen in voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren
afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit operationele activiteiten
-6 -11
Wijzigingen in te ontvangen/te betalen intresten afzonderlijk vermeld onder
kasstromen uit operationele activiteiten
0 2
Wijzigingen in te ontvangen dividenden afzonderlijk vermeld onder
kasstromen uit investeringsactiviteiten
0 0
Wijzigingen in te betalen dividenden afzonderlijk vermeld onder kasstromen
uit financieringsactiviteiten
23 23
Wijziging in netto werkkapitaal vermeld
onder kasstromen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
0 0
Aanpassingen voor de omrekening van vreemde valuta -2 60
Zoals opgenomen in het geconsolideerd kasstroomoverzicht 46 -107

1 Niet-geldelijke posten houden hoofdzakelijk verband met transfers van de ene rubriek naar de andere, met niet-geldelijke bewegingen die verband houden met een nieuwe waardering van een geassocieerde deelneming in een vreemde munt en andere bewegingen die verband houden met toevoegingen aan/verwijderingen uit de consolidatiekring of met fusies van entiteiten.

35. FINANCIËLE INSTRUMENTEN PER CATEGORIE

€ miljoen
31 december 2016
Activa zoals opgenomen in de balans
TOELICHTING LENINGEN EN
VORDERINGEN
FINANCIËLE
ACTIVA
TEGEN REËLE
WAARDE VIA
WINST EN
VERLIES
AFGELEIDE
FINANCIËLE
INSTRUMENTEN
GEBRUIKT VOOR
KASSTROOM
AFDEKKINGEN
VOOR
VERKOOP
BESCHIKBAAR
TOTAAL
Financiële en overige activa (exclusief
afgeleide financiële instrumenten en
geassocieerde deelnemingen)
20 102 0 0 67 169
Afgeleide financiële activa 36 0 98 10 0 108
Handelsvorderingen en overige vorderingen
(inclusief vooruitbetaalde kosten)
22 884 0 0 0 884
Geldmiddelen en kasequivalenten 23 761 0 0 0 761
Totaal 1 747 98 10 67 1 922
€ miljoen
31 december 2016
Passiva zoals opgenomen in de balans
TOELICHTING PASSIVA
TEGEN REËLE
WAARDE VIA
WINST EN
VERLIES
AFGELEIDE
FINANCIËLE
INSTRUMENTEN
GEBRUIKT VOOR
KASSTROOM
AFDEKKINGEN
OVERIGE
FINANCIËLE
VERPLICHTIN
GEN TEGEN GE
AMORTISEERDE
KOSTPRIJS
TOTAAL
Leningen 26 0 0 358 358
Obligaties 27 0 0 1 243 1 243
Afgeleide financiële passiva 36 56 53 0 109
Handels- en overige verplichtingen 32 0 0 1 915 1 915
Andere financiële verplichtingen
(exclusief afgeleide financiële instrumenten)
28 127 0 0 127
Totaal 183 53 3 516 3 752
€ miljoen
31 december 2015
Activa zoals opgenomen in de balans
TOELICHTING LENINGEN EN
VORDERINGEN
FINANCIËLE
ACTIVA
TEGEN REËLE
WAARDE VIA
WINST EN
VERLIES
AFGELEIDE
FINANCIËLE
INSTRUMENTEN
GEBRUIKT VOOR
KASSTROOM
AFDEKKINGEN
VOOR
VERKOOP
BESCHIKBAAR
TOTAAL
Financiële en overige activa (exclusief
afgeleide financiële instrumenten
en geassocieerde deelnemingen)
20 274 29 0 67 370
Afgeleide financiële activa 36 0 74 10 0 84
Handelsvorderingen en overige vorderingen
(inclusief vooruitbetaalde kosten)
22 836 0 0 0 836
Geldmiddelen en kasequivalenten 23 1 285 0 0 0 1 285
Totaal 2 395 103 10 67 2 575
€ miljoen
31 december 2015
Passiva zoals opgenomen in de balans
TOELICHTING PASSIVA
TEGEN REËLE
WAARDE VIA
WINST EN
VERLIES
AFGELEIDE
FINANCIËLE
INSTRUMENTEN
GEBRUIKT VOOR
KASSTROOM
AFDEKKINGEN
OVERIGE
FINANCIËLE
VERPLICHTIN
GEN TEGEN GE
AMORTISEERDE
KOSTPRIJS
TOTAAL
Leningen 26 0 0 466 466
Obligaties 27 0 0 1 742 1 742
Afgeleide financiële passiva 36 58 28 0 86
Handels- en overige verplichtingen 32 0 0 1 794 1 794
Andere financiële verplichtingen
(exclusief afgeleide financiële instrumenten)
28 162 0 0 162
Totaal 220 28 4 002 4 250

36. AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN

ACTIVA PASSIVA
€ miljoen 2016 2015 2016 2015
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 10 10 51 25
Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking
van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
37 19 50 51
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 0 2 3
Rentederivaten – reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening
61 55 6 7
Totaal 108 84 109 86
waarvan:
Langlopend – (Toelichtingen 20 en 28) 62 50 7 9
Kortlopend – (Toelichtingen 20 en 28) 46 34 102 77

De volledige reële waarde van een afgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als een vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd van het gehedgede item meer dan 12 maanden bedraagt, en als een vlottend actief of kortlopende verplichting als de looptijd van het gehedgede item minder dan 12 maanden bedraagt.

De kasstroomafdekkingen die door de Groep werden uitgevoerd, werden als bijzonder effectief beoordeeld en in 2016 werd een netto niet-gerealiseerd verlies van € 17 miljoen (2015: netto niet-gerealiseerde winst

van € 12 miljoen) na uitgestelde belasting opgenomen in het eigen vermogen aangaande deze transacties. Deze winsten/verliezen zullen in de winst- en verliesrekening worden geboekt in de periode waarin de gehedgede verwachte transacties de winst- en verliesrekening beïnvloeden.

Het niet-effectieve deel dat in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen en dat ontstaat bij kasstroomafdekkingen, bedraagt € 0 miljoen (2015: € 0 miljoen).

36.1 | WISSELKOERSDERIVATEN

Het beleid van de Groep met betrekking tot het gebruik van financiële derivatencontracten wordt beschreven in Toelichting 4 "Financieel risicobeheer".

De Groep heeft verschillende valutatermijncontracten afgesloten om een deel van de zeer waarschijnlijke toekomstige omzet en royaltyinkomsten, die voor 2017 en 2018 worden verwacht, af te dekken.

De reële waarden van de valutaderivatencontracten zijn als volgt:

ACTIVA PASSIVA
€ miljoen 2016 2015 2016 2015
USD 18 9 67 44
GBP 19 7 22 13
JPY 7 1 4 9
CHF 2 2 1 5
RUB 0 3 1 0
Andere valuta's 2 7 6 5
Totaal valutaderivaten 47 29 101 76

De looptijdanalyse voor de valutaderivaten wordt hieronder vermeld:

€ miljoen 2016 2015
1 jaar of minder -55 -47
1-5 jaar 1 0
Langer dan 5 jaar 0 0
Totaal valutaderivaten – netto activa/netto passiva (-) -54 -47

De volgende tabel toont de opsplitsing van de valutaderivaten per uitdrukkingsvaluta (verkochte valuta weergave) per 31 december 2016:

Notionele bedragen in
€ miljoen
USD GBP EUR JPY CHF OVERIGE
VALUTA'S
TOTAAL
Futures 1 281 672 929 245 42 314 3 483
Valutaswaps 989 178 654 73 203 105 2 202
Optie/collar 0 0 0 0 0 0 0
Totaal 2 270 850 1 583 318 245 419 5 685

36.2 | RENTEDERIVATEN

De Groep gebruikt verschillende rentederivaten om haar blootstelling aan de wijzigende rentevoeten op haar leningen te beheren. De data voor de prijsherzieningen en de afschrijvingskenmerken komen overeen met die van de vastrentende obligaties. De uitstaande rentederivaten zijn als volgt:

CONTRACTTYPE NOMINALE
WAARDE VAN
CONTRACTEN
(MILJOEN)
GEMIDDELDE RENTEVOET
(BETALEND (-)/
ONTVANGEND (+))
MARGE IN
PUNTEN
(BETALEND (-)/
ONTVANGEND
(+))
VOOR PERIODE VAN/TOT VARIABELE
RENTEOPBRENGSTEN
IRS EUR 150 -0,87% 21 -08 -12 21 -08 -17 EURIBOR 3 Maanden
IRS EUR 200 1,53% 04 -10 -13 04 -01 -21 -EURIBOR 3 Maanden
IRS EUR 150 1,59% 04 -10 -13 04 -01 -21 -EURIBOR 3 Maanden
IRS EUR 250 1,36% 27 -11 -13 27 -03 -20 -EURIBOR 3 Maanden
IRS EUR 175 1,91% 27 -11 -13 02 -10 -23 -EURIBOR 3 Maanden
IRS EUR 150 -1,12% 27 -03 -14 27 -03 -20 EURIBOR 3 Maanden
IRS USD 100 -1,97% 20 -11 -14 22 -11 -21 USD LIBOR 3 Maanden
IRS EUR 100 0,44% 17 -12 -15 02 -04 -22 -EURIBOR 6 Maanden
IRS EUR 100 0,45% 17 -12 -15 02 -04 -22 -EURIBOR 6 Maanden
CCIRS USD 230 -USD LIBOR 3 Maanden -0,16% 27 -11 -13 02 -10 -23 EURIBOR 3 Maanden
CCIRS EUR 205 USD LIBOR 3 Maanden 0,45% 03 -10 -16 02 -10 -23 -EURIBOR 3 Maanden

36.3 | AFDEKKING VAN NETTO-INVESTERINGEN IN EEN BUITENLANDSE ENTITEIT

Alle niet-gerealiseerde gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekking van nettoinvesteringen worden opgenomen in Cumulatieve Omrekeningsverschillen. Deze niet-gerealiseerde winsten en verliezen zullen in het eigen vermogen geboekt blijven en zullen alleen in de winst- en verliesrekening opgenomen worden als de Groep de onderliggende activa niet meer in bezit heeft.

37.1 | GEWONE WINST PER AANDEEL

2016 2015
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 2,88 1,38
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -0,12 1,87
Gewone winst per aandeel 2,76 3,25

De gewone winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop, met uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden.

37.2 | VERWATERDE WINST PER AANDEEL

2016 2015
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 2,88 1,38
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -0,12 1,87
Verwaterde winst per aandeel 2,76 3,25

37.3 | WINST

De berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel die toerekenbaar is aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij is gebaseerd op de volgende gegevens:

GEWOON

€ miljoen 2016 2015
Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toerekenbaar
aan aandeelhouders van UCB NV
543 264
Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -23 359
Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV 520 623

VERWATERD

€ miljoen 2016 2015
Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toerekenbaar
aan aandeelhouders van UCB NV
543 264
Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -23 359
Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV 520 623

37.4 | AANTAL AANDELEN

In duizenden aandelen 2016 2015
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel 188 365 192 082
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterde winst per aandeel 188 365 192 082

38. DIVIDEND PER AANDEEL

De in 2016 en 2015 uitgekeerde bruto-dividenden bedroegen respectievelijk € 210 miljoen (€ 1,10 per aandeel) en € 205 miljoen (€ 1,06 per aandeel).

Een dividend voor het afgelopen jaar dat eindigde op 31 december 2016 van € 1,15 per aandeel, goed voor een totaal dividend van € 220 miljoen, moet

voorgesteld worden tijdens de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering op 27 april 2017.

Overeenkomstig IAS 10, Gebeurtenissen na balansdatum, is het voorgestelde dividend niet als een verplichting geboekt op het einde van het jaar.

39.1 | OPERATIONELE LEASEVERBINTENISSEN

De toekomstige totale minimale leasebetalingen onder niet-opzegbare operationele leases zijn als volgt:

€ miljoen 2016 2015
Minder dan 1 jaar 25 19
Tussen 1 en 5 jaar 72 69
Langer dan 5 jaar 7 10
Totaal 104 98

De Groep heeft een aantal niet-opzegbare operationele leases die voornamelijk verband houden met bedrijfswagens en kantoorinrichting.

De leaseovereenkomsten bestrijken een initiële periode van 3 tot 5 jaar. De leasebetalingen worden jaarlijks

verhoogd om de markthuurprijzen te weerspiegelen. Geen van de leaseovereenkomsten omvat voorwaardelijke huurgelden. In 2016 werd € 39 miljoen (2015: € 44 miljoen) als kost voor operationele leases opgenomen in de winsten verliesrekening.

39.2 | KAPITAAL- EN OVERIGE VERBINTENISSEN

Per 31 december 2016 heeft de Groep zich verbonden om € 69 miljoen (2015: € 40 miljoen) te besteden voornamelijk met betrekking tot kapitaalinvesteringen om de capaciteit van de fabriek in Bulle uit te breiden en de installatie van een nieuwe assemblagelijn in België.

UCB sloot een aantal ontwikkelingsovereenkomsten op lange termijn af met verschillende farmaceutische bedrijven, bedrijven die klinische studies uitvoeren en financiële investeerders. Zulke samenwerkingsovereenkomsten kunnen mijlpaalbetalingen omvatten die afhankelijk zijn van succesvolle klinische ontwikkelingen

of van het behalen van specifieke verkoopdoelstellingen. Onderstaande tabel geeft de maxima aan die betaald zouden worden als alle mijlpalen – hoewel dit erg onwaarschijnlijk is – zouden worden gerealiseerd. Deze cijfers zijn exclusief royaltybetalingen die gebaseerd zijn op de verkochte eenheden en bedragen die reeds werden voorzien voor reeds behaalde mijlpalen. De bedragen zijn niet aangepast voor risico's, noch verdisconteerd, en de timing van de betalingen is gebaseerd op de op dit ogenblik beste inschattingen van de Groep omtrent de realisatie van de betreffende mijlpalen.

€ miljoen 2016 2015
1 jaar of minder 76 70
1-5 jaar 170 227
Langer dan 5 jaar 776 748
Totaal 1 022 1 045

UCB heeft verschillende overeenkomsten gesloten met contractproductie-organisaties voor het leveren van haar producten. De uitstaande verbintenissen ten aanzien van deze contractproductie-organisaties bedragen € 390 miljoen eind 2016.

Als onderdeel van de innovatiestrategie van UCB, heeft UCB een risicokapitaalfonds opgericht, UCB Ventures. Het fonds is voornamelijk bedoeld om het innovatieecosysteem van UCB meer ruimte te geven, een betere kijk op nieuwe technologieën, producten, platformen en kanalen te creëren om UCB's bestaande activiteiten uit te breiden of aan te vullen, netwerken en strategische relaties te ontwikkelen in de risicokapitaal-investeerdersgemeenschap met het oog op het identificeren van opportuniteiten die UCB anders niet zou zien. In dit kader heeft UCB zich in 2016 verbonden om bepaalde investeringen te doen voor een totaal bedrag van US\$ 20 miljoen waarvan US\$ 10 miljoen betrekking heeft op een investering in

een risicokapitaalfonds en US\$ 10 miljoen op een directe investering in de voorgestelde publieke aandelenemissie door Arix Bioscience plc.

39.3 | WAARBORGEN

De garanties die in de loop van de normale bedrijfsvoering ontstaan, zullen naar verwachting niet resulteren in enige wezenlijke financiële verliezen.

39.4 | VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN

De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen, claims en onderzoeken. De lopende zaken kunnen leiden tot verplichtingen, burgerlijke en strafrechtelijke boetes, verlies van productexclusiviteit en andere kosten, boetes en onkosten die verbonden zijn aan bevindingen die strijdig zijn met UCB's belangen. Mogelijke kasuitstromen

gereflecteerd in een voorziening kunnen geheel of gedeeltelijk gecompenseerd worden door een verzekering in bepaalde gevallen. UCB heeft geen voorzieningen aangelegd voor mogelijke schadegevallen voor bepaalde bijkomende juridische claims tegen onze dochterondernemingen indien UCB momenteel van mening is dat een betaling ofwel niet waarschijnlijk is of niet betrouwbaar kan worden ingeschat.

1. | ZAKEN BETREFFENDE INTELLECTUELE EIGENDOM (GESELECTEERDE ZAKEN) Vimpat®

  • Delaware District Court rechtszaak: In juni 2013 diende UCB een aanklacht in bij het District Court van Delaware tegen 16 beklaagden, die goedkeuring wilden verkrijgen van hun generische versies van Vimpat®. De beklaagden dienden paragraaf IV certificaten in, die onder meer de geldigheid van het RE38,551 ('551) Vimpat® patent betwistten. Op 12 augustus 2016 oordeelde rechter Stark ten gunste van UCB en handhaafde de geldigheid van het patent. De beklaagden hebben beroep aangetekend bij het Hof van Beroep op federaal niveau.

  • Tussen Partijen Beoordeling (TPB): In november 2015 diende Argentum Pharmaceuticals een verzoekschrift in voor een TPB voor het Patent- en Merkenbureau van de VS (US Patent and Trademark Office – USPTO) en voor de Patent Onderzoek en Beroep Raad (Patent Trial and Appeal Board – PTAB), om het Vimpat® '551 patent ongeldig te laten verklaren. In mei 2016 voerde de PTAB hun beoordeling uit. Mylan, Breckenridgde en Alembic hebben zich aangesloten bij de TPB. Een mondelinge hoorzitting werd gehouden op 24 januari 2017. Er wordt een uitspraak verwacht uiterlijk op 23 mei 2017.

  • Ex Parte heronderzoek: In maart 2016 diende Argentum Pharmaceuticals een verzoekschrift in voor een ex parte heronderzoek voor de Patent Onderzoek en Beroep Raad (Patent Trial and Appeal Board – PTAB), om het Vimpat® '551 patent ongeldig te laten verklaren. Op 16 juni 2016 verklaarde de USPTO het verzoek tot heronderzoek ontvankelijk. Op 7 december 2016 maakte het USPTO zijn eerste niet-finale bevindingen bekend. Op 24 januari 2017 verdaagde de USPTO het onderzoek, in afwachting van het resultaat van de TPB hierboven vermeld.

  • Accord VK rechtszaak: In juli 2016 diende Accord Healthcare een verzoekschrift in voor het High Court in het Verenigd Koninkrijk, om een verklaring van ongeldigheid en terugtrekking te vragen van het Europees patent (UK) 0 888 829, dat lacosamide bekendmaakt en claimt. De rechtszaak is gepland voor september 2017.

  • Zydus II Delaware District Court rechtszaak: In oktober 2016 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Zydus Pharmaceuticals, die goedkeuring wilde verkrijgen van zijn tweede generische versie van Vimpat®. De beklaagde diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van het '551 Vimpat® patent betwist. Zydus was een beklaagde in de originele Vimpat® rechtszaak hierboven vermeld. Zydus diende een verzoekschrift in om deze rechtszaak te verdagen in afwachting van het resultaat van de Vimpat® rechtszaak hierboven vermeld, de hangende TPB en het verdaagde heronderzoek.

Neupro®

> Watson Delaware District Court rechtszaak:

  • In augustus 2014 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Watson Pharmaceuticals, die goedkeuring wilde verkrijgen van zijn generische versie van Neupro®. Watson diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Neupro® betwist. De rechtszaak is gepland voor juni 2017.
  • Zydus Delaware District Court rechtszaak: In november 2016 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Zydus Pharmaceuticals, die goedkeuring wilde verkrijgen van zijn generische versie van Neupro®. Zydus diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Neupro® betwist. De zaak is hangende.

Toviaz®

Mylan Delaware District Court rechtszaak:

In november 2015 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Mylan Pharmaceuticals, die goedkeuring wilde verkrijgen van zijn generische versie van Toviaz®. Mylan diende een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Toviaz® betwist. In de Verenigde Staten wordt Toviaz® verdeeld door Pfizer. Op 26 januari 2017 oordeelde rechter Sleet ten gunste van Pfizer/UCB en handhaafde de geldigheid van alle patenten opgenomen in het Orange Book. We wachten momenteel af of Mylan beroep zal aantekenen tegen deze uitspraak.

Mylan Tussen Partijen Beoordeling (TPB):

In januari 2016 diende Mylan Pharmaceuticals een verzoekschrift in voor een TPB voor het Patent- en Merkenbureau van de VS (US Patent and Trademark Office – USPTO), om alle in het Orange Book opgesomde patenten in verband met Toviaz® ongeldig te laten verklaren. In juli 2016 voerde de Patent Onderzoek en Beroep Raad (Patent Trial and Appeal Board – PTAB) zijn onderzoek uit. Alembic, Torrent en Amerigan sloten zich aan bij het verzoekschrift. Er wordt een uitspraak verwacht uiterlijk op 20 juli 2017.

Torrent Delaware District Court rechtszaak:

In februari 2017 diende UCB een klacht in bij het District Court van Delaware tegen Torrent Pharmaceuticals Ltd. En Torrent Pharma Inc., die goedkeuring wilden verkrijgen van hun generische versie van Toviaz®. Torrent diende te laat een paragraaf IV certificaat in, dat onder meer de geldigheid van bepaalde patenten in verband met Toviaz® betwist. In de Verenigde Staten wordt Toviaz® verdeeld door Pfizer. Deze zaak is hangende. In juni 2013 spande UCB zijn eerste rechtszaak aan om de geldigheid van bepaalde Toviaz® patenten te verdedigen, tegen negen generische bedrijven, en op 20 april 2016 oordeelde rechter Sleet ten gunste van Pfizer/UCB en handhaafde de geldigheid van alle patenten opgenomen in het Orange Book. Geen enkele verweerder tekende beroep aan tegen de uitspraak. De tweede rechtszaak die UCB aanspande om bepaalde Toviaz® patenten te verdedigen was de Mylan rechtszaak die hierboven wordt beschreven, waarbij rechter Sleet opnieuw ten gunste van Pfizer/UCB oordeelde op 26 januari 2017.

Adair Patent rechtszaak – Chugai:

Op 14 december 2016 diende Chugai Pharmaceuticals een verzoekschrift in bij het Patent Court van het Verenigd Koninkrijk, om bevestiging te krijgen dat hun product Actemra® UCB's US Patent 7,556,771 niet schendt. De zaak is hangende.

2. | PRODUCTAANSPRAKELIJKHEIDSZAKEN

Reglan productaansprakelijkheidsrechtzaak

UCB blijft verweerder in iets minder dan 4500 Reglan® productaansprakelijkheidsrechtszaken. De rechtszaken werden grotendeels geconsolideerd in drie verschillende jurisdicties, met name Philadelphia, San Francisco, en New Brunswick. Elk geschil betreft claims voor letsels als gevolg van het vermeende nalaten te waarschuwen voor het risico geassocieerd met het gebruik van metoclopramide gedurende meer dan 12 weken. Het merendeel van de gevallen betreft vermeende letsels opgelopen als gevolg van het gebruik van generische metoclopramide. Er zijn momenteel geen rechtszaken gepland voor 2017. Alhoewel de Vennootschap van mening is dat ze een verdediging ten gronde heeft tegenover deze claims, en om de kosten en afleiding van een rechtszaak te voorkomen, heeft zij een vertrouwelijke Master dadingsovereenkomst gesloten die een kader schept waarbinnen alle claims tegen de Vennootschap worden opgelost voor een bedrag dat binnen de grenzen ligt van de bestaande verzekeringsdekking van de Vennootschap. De schikking is onderworpen aan voldoende deelname door de eisers zoals bepaald door de Vennootschap naar eigen goeddunken. Er wordt verwacht dat alle grote jurisdicties een gezamenlijke overeenkomst zullen afsluiten in februari 2017, die zal leiden tot het terugtrekken van bijna alle zaken. Dit zal leiden tot de uitbetaling door de verzekeringsmaatschappij van de fondsen van de dading. De Vennootschap voorziet dat de schikking afgerond zal worden in het vierde kwartaal van 2017.

Distilbène productaansprakelijkheidsrechtzaak – Frankrijk

Entiteiten van de UCB Groep zijn genoemd als verweerders in verschillende productaansprakelijkheid rechtszaken in Frankrijk. De eisers in deze rechtszaken beweren dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep, ingenomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijke letsels hebben opgelopen. De Groep heeft een productaansprakelijkheidsverzekering maar gezien deze dekking door de verzekering onvoldoende zal zijn, heeft de Groep een provisie aangelegd van € 69 miljoen met betrekking tot deze zaak (Toelichting 13 en 31.3).

3. | ONDERZOEKEN

Procureur-generaal van New York – Medicaid kortingen

Op 22 juni 2015 ontving de Vennootschap een dagvaarding van het kantoor van de procureur-generaal van New York, de Medicaid Fraud Control Unit ("NYAG"), op zoek naar documenten in verband met vermeende onderbetaling van Medicaid kortingen voor bepaalde perioden tussen 2002 en 2005. De Vennootschap verleent haar volledige medewerking aan de NYAG.

Zuidelijk district van New York – Pharmacy Benefit Managers en Cimzia®

In maart 2016 ontving de Vennootschap een burgerlijke

onderzoeksaanvraag (Civil Investigative Demand – CID) van de Civil Frauds Unit van het kantoor van de VS procureur in het zuidelijke district van New York. De CID vraagt de Vennootschap om alle contracten (vanaf januari 2006 tot en met vandaag) tussen de Vennootschap en elke Pharmacy Benefit Manager (PBM) over Cimzia® te identificeren en te verstrekken, met inbegrip van alle documenten die nodig zijn om alle diensten geleverd door een PBM evenals alle betalingen aan een PBM aan te tonen. In augustus 2016 werden alle gevraagde documenten overhandigd aan de overheid. De Vennootschap werkt samen met het kantoor van de VS procureur in reactie op de bezorgde CID.

4. | OVERIGE ZAKEN

Rechtszaak met betrekking tot verkochte activiteiten – Desmopressin

In oktober 2008 diende Apotex Inc. een klacht in tegen UCB, Lonza Braine S.A. en S&D Chemicals (Canada) Ltd. bij het Superior Court van Ontario in Toronto, Ontario, Canada, voor contractbreuk en om schadevergoeding te verkrijgen voor de beweerde niet-levering van het geneesmiddel desmopressin aan Apotex. UCB stootte dit geneesmiddel af als onderdeel van zijn Bioproducten business aan Lonza in 2006. Lonza diende een tegenclaim in tegen UCB en S&D Chemicals, UCB diende een tegenclaim in tegen Lonza en S&D Chemicals, en S&D Chemicals diende een tegenclaim in tegen UCB en Lonza. De rechtszaak is gepland voor september 2017.

Ahrens ERISA rechtszaak

In februari 2015 werd er een klacht ingediend bij het Amerikaanse District Court voor het noordelijke district van Georgia, waarin UCB Holdings Inc., UCB Inc. Defined Benefit Pension Plan, en het administratieve comité van het UCB Inc. Defined Benefit Pension Plan als verweerders werden gedaagd. De klacht zoekt een collectieve vordering (class action) status en stelt claims te verdedigen voor bepaalde pensioenvoordelen namens bepaalde huidige en voormalige werknemers van UCB, Inc. die voorheen werkzaam waren bij twee verschillende voorgaande ondernemingen die in de jaren 90 door UCB, Inc. zijn verworven. Op 6 januari 2016 heeft de rechtbank UCB's verzoek tot afwijzing van vijf van de tien claims in deze zaak toegekend. De zaak werd bemiddeld in augustus 2016 en op 9 februari 2017 heeft de rechtbank het verzoek tot voorafgaande goedkeuring toegestaan voor de dading. Er zal een bericht worden gestuurd naar de leden van de collectieve vordering tegen 13 maart 2017, en de hoorzitting over het verzoek tot definitieve goedkeuring van de dading is gepland op 19 mei 2017.

5. | AFGESLOTEN JURIDISCHE ZAKEN

Desitin rechtszaak

UCB Pharma NV (UCB) was een verweerder in een proces aangespannen door Desitin Arzneimittel GmbH (Desitin), aanhangig bij de arrondissementsrechtbank van Hamburg (Duitsland). Desitin eiste een schadevergoeding voor de beweerde schade die het zou hebben geleden naar aanleiding van de tenuitvoerlegging van een rechterlijk bevel verkregen door UCB tegen Desitin's handelsmerk "Kepmini", dat later werd ingetrokken. Desitin eiste een schadevergoeding voor een bedrag van € 10 miljoen. Een verdere hoorzitting werd gehouden op 10 november 2016 en de rechtbank spoorde daarna de partijen opnieuw aan om te beginnen onderhandelen over een dading. Er werd

een dading afgesloten op 22 december 2016, waarbij UCB een bedrag van € 1,8 miljoen moest betalen aan Desitin tot eind januari 2017, dat werd opgenomen in de financiële resultaten voor 2016. De zaak is nu afgesloten.

Medical Research Council (MRC)

UCB was een verweerder in een proces aangespannen door de Medical Research Council (MRC), dat voorzien was om begin mei 2016 van start te gaan bij de High Court of Justice, Chancery Division in Londen (Verenigd Koninkrijk).

Het geschil werd met succes opgelost voorafgaand het proces door middel van een onderling overeengekomen dading door de partijen onder voorwaarden die zeer gunstig waren voor UCB. Alle vorderingen werden ingetrokken en de procedure werd afgesloten.

Het wordt niet verwacht dat er enige materiële verplichtingen zullen ontstaan uit de voorwaardelijke verplichtingen andere dan deze voorzien in Toelichting 31 (2015: geen materiële verplichtingen).

40.TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN

40.1 | VERKOPEN EN DIENSTEN BINNEN DE GROEP

Gedurende de boekjaren afgesloten op zaterdag 31 december 2016 en 2015 werden alle transacties binnen de UCB-Groep uitgevoerd op basis van beoordelingen van wederzijds economisch voordeel van de betrokken partijen, en werden de toepasselijke voorwaarden vastgesteld in overeenstemming met criteria van marktconforme onderhandelingen en eerlijk handelen, en met het oog op de creatie van waarde voor de gehele UCB-Groep. De voorwaarden die van toepassing waren op transacties binnen de UCB-Groep waren gelijkaardig aan de voorwaarden die van toepassing waren op transacties met derde partijen.

Met betrekking tot de verkoop van tussentijdse en afgewerkte producten gingen deze criteria gepaard met het principe van de verhoging van de productiekosten van elke partij met een onafhankelijk vastgestelde winstmarge. Met betrekking tot de diensten die geleverd werden binnen de UCB-Groep gingen deze criteria vergezeld van het principe van voldoende vergoedingen om de kosten te dekken die door elke partij werden gemaakt en een marktconforme winstmarge. De binnen de UCB-Groep uitgevoerde transacties vormen standaardtransacties voor een biofarmaceutische groep. Deze transacties omvatten de aankoop en verkoop van tussentijdse en afgewerkte medische producten, deposito's en leningen voor verbonden ondernemingen van de UCB-Groep, alsook gecentraliseerde functies en activiteiten van de UCB-Groep om de operaties te optimaliseren door middel van schaalen synergievoordelen.

40.2 | FINANCIËLE TRANSACTIES MET ANDERE VERBONDEN PARTIJEN DAN VERBONDEN ONDERNEMINGEN VAN UCB NV

In 2016 zijn er geen financiële transacties geweest met andere verbonden partijen dan de verbonden ondernemingen van UCB NV.

40.3 | VERGOEDINGEN VAN MANAGERS OP SLEUTELPOSITIES

De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening voor de leden van de Raad van bestuur en het Uitvoerend comité, voor het jaargedeelte waarin ze hun mandaat uitoefenden.

€ miljoen 2016 2015
Kortetermijnpersoneelsbeloningen 13 12
Ontslagvergoedingen 0 0
Vergoedingen na uitdiensttreding 4 3
Op aandelen gebaseerde betalingen 10 7
Totale vergoedingen van managers op sleutelposities 26 22

Kortetermijnpersoneelsbeloningen omvatten lonen (inclusief socialezekerheidsbijdragen), tijdens het jaar verdiende bonussen, autoleasing en andere vergoedingen indien van toepassing. Op aandelen gebaseerde betalingen omvatten de afschrijving over de wachtperiode van de reële waarde van toegekende aandeelbewijzen en omvatten ook aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen zoals in Toelichting 25 nader

wordt uitgelegd. De ontslagvergoedingen omvatten alle gecompenseerde bedragen, waaronder voordelen in natura en uitgestelde vergoedingen. Er zijn door de Vennootschap of door een dochteronderneming van de Groep geen leningen toegekend aan een bestuurder of kaderlid van de Groep en er zijn evenmin garanties in die zin gegeven.

40.4 | AANDEELHOUDERS EN AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR

De grootste aandeelhouder van UCB is Financière de Tubize SA (hierna ook de "Referentieaandeelhouder" of "Tubize" genoemd), een Belgische vennootschap waarvan de aandelen toegelaten zijn tot de verhandeling op Euronext Brussel.

Op basis van de transparantiekennisgevingen ontvangen door Tubize en, in voorkomend geval, recentere publieke informatie, kan de aandeelhouderstructuur van Tubize samengevat worden als volgt:

OVERLEG BUITEN OVERLEG
STEMRECHTEN % STEMRECHTEN % STEMRECHTEN %
Financière Eric Janssen SPRL 8 525 014 19,14% 1 988 800 4,46% 10 513 814 23,60%
Daniel Janssen 5 881 677 13,20% - - 5 881 677 13,20%
Altaï Invest SA 4 969 795 11,16% 11 500 0,03% 4 981 295 11,18%
Barnfin SA 3 899 833 8,75% - - 3 899 833 8,75%
Jean van Rijckevorsel 7 744 0,02% - - 7 744 0,02%
Totaal stemrechten
gehouden door de
referentieaandeelhouders
23 284 063 52,27% 2 000 300 4,49% 25 284 363 56,76%
Andere aandeelhouders - - 19 264 235 43,24% 19 264 235 43,24%
Totaal stemrechten 23 284 063 52,27% 21 264 535 47,73% 44 548 598 100,00%

Altaï Invest SA wordt gecontroleerd door

Evelyn du Monceau, geboren Evelyn Janssen. Barnfin SA wordt gecontroleerd door Bridget van Rijckevorsel, geboren Paule Bridget Janssen.

De referentieaandeelhouders van Tubize, behorend tot de familie Janssen, handelen in onderling overleg, d.w.z. zij hebben een aandeelhoudersovereenkomst gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van Tubize te voeren en aangaande het bezit, de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende effecten, conform artikel 3, §1, 13°, a), b) en c) van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en artikel 3, §1, 5°, a) en b) van de Wet op de openbare overnamebiedingen.

Wat zijn deelneming in UCB betreft, handelt Tubize in onderling overleg met Schwarz, d.w.z. zij hebben een akkoord gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van UCB te voeren en aangaande het bezit, de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende effecten (conform artikel 3, §1, 13°, b) en c) van de Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en artikel 3, §1, 5°, b) van de Wet op de openbare overnamebiedingen).

Financière de Tubize SA en Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG houden gezamelijk 36,27% aan van het totale aantal UCB-aandelen.

UCB en haar dochtervennootschappen houden ook UCB aandelen aan (zie hierna voor een overzicht van hun deelnemingen per 31 december 2016).

De overige UCB aandelen zijn in handen van het publiek.

Hieronder wordt een geüpdatet overzicht gegeven van de aandeelhoudersstructuur van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten) op basis van de transparantiekennisgevingen ontvangen in toepassing van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (situatie op 31 december 2016):

CONTROLERENDE EN BELANGRIJKSTE AANDEELHOUDERS VAN UCB PER 31 DECEMBER 2016

Situatie op 31 december 2016 SITUATIE OP
Kapitaal €
Totaal aantal stemrechten
583 516 974
194 505 658
13 maart 2014
13 maart 2014
1 Financière de Tubize SA ("Tubize")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 68 076 981 35,00% 18 december 2015
2 Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG
("Schwarz")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 2 471 404 1,27% 13 maart 2014
Tubize + Schwarz3
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 70 548 385 36,27%
3 UCB NV
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 3 079 536 1,58% 30 december 2016
Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 1 000 000 0,51% 17 november 2015
Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 0 0,00% 18 december 2015
TOTAAL 4 079 536 2,10%
4 UCB Fipar SA
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 2 748 826 1,41% 30 december 2016
Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 435 000 0,22% 3 juni 2015
Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 0 0,00% 18 december 2015
TOTAAL 3 183 826 1,64%
UCB NV + UCB Fipar SA2 7 263 362 3,73%
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 5 828 362 3,00%
Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 1 435 000 0,74%
Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 0 0,00%
Free float4 (stemrechtverlenende effecten (aandelen)) 118 128 911 60,73%
5 The Capital Group Companies Inc.
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 19 462 506 10,01% 13 november 2015
6 Vanguard Health Care Fund
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 9 741 353 5,01% 28 oktober 2014
7 BlackRock Inc.
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 5 923 369 3,05% 29 december 2016

(Alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totaal aantal stemrechten).

1 Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6 van het Koninklijk Besluit van 14 februari 2008 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen die, indien uitgeoefend, bijkomende stemrechten verlenen, d.w.z. effecten, opties, futures, swaps, rentetermijnovereenkomsten en andere derivatenovereenkomsten m.b.t. bestaande stemrechtverlenende effecten die hun houder het recht verlenen om, uitsluitend op eigen initiatief van de houder, zulke stemrechtverlenende effecten te verwerven, in uitvoering van een overeenkomst die bindend is onder de toepasselijke wetgeving.

2 UCB NV controleert onrechtstreeks UCB Fipar SA | artikel 6, §5, 2° en artikel 9, §3, 2° of the law on the disclosure of large "shareholdings")

3 Tubize en Schwarz hebben verklaard in onderling overleg te handelen | artikel 6, §4 en artikel 9, §3, 3° of the law on the disclosure of large "shareholdings")

4 Free float zijn de UCB aandelen die niet gehouden worden door de Referentieaandeelhouder (Tubize), Schwarz, UCB NV of UCB Fipar SA. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met stemrechtverlenende effecten (aandelen), gelijkgestelde financiële instrumenten worden uitgesloten.

41. GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

  • Januari/februari 2017 Als onderdeel van haar innovatiestrategie heeft UCB zich verbonden om bijkomend US\$ 20 miljoen te investeren in risicokapitaalfondsen die investeren in innovatieve bedrijven werkzaam in de sector van biowetenschappen en gezondheidszorg.
  • Februari 2017 Als gevolg van de goedkeuring van Xyzal® Allergy 24H door het US Food and Drug Administration Agentschap als zonder voorschrift verkrijgbare behandeling voor de verlichting van

symptomen die gepaard gaan met seizoensgebonden allergieën en allergieën die zich het hele jaar door voordoen, heeft UCB recht op gegarandeerde betalingen voor een totaal bedrag van US\$ 75 miljoen te betalen over 10 jaar door Chattem Inc, een onderneming van de Sanofi-groep, als gevolg van een licentieovereenkomst met betrekking tot Xyzal zonder voorschrift in de VS die afgesloten werd in 2015. Deze licentieovereenkomst was gesloten in het kader van de strategie van UCB om haar niet-kernactiviteiten te licentiëren aan derden.

42. UCB-ONDERNEMINGEN (VOLLEDIG GECONSOLIDEERD)

NAAM EN MAATSCHAPPELIJKE ZETEL HOLDING MOEDERMAATSCHAPPIJ
AUSTRALIË
UCB Australia Pty. Ltd. – Level 1, 1155 Malvern Road – 3144 Malvern, Victoria 100% UCB NV
BELGIË
UCB Fipar NV – Researchdreef, 60 – 1070 Brussel (BE0403.198.811) 100% UCB Belgium NV
UCB Biopharma SPRL – Researchdreef, 60 – 1070 Brussel (BE0543.573.053) 100% UCB Pharma NV
UCB Belgium NV – Researchdreef, 60 – 1070 Brussel (BE0402.040.254) 100% UCB Pharma NV
UCB Pharma NV – Researchdreef, 60 – 1070 Brussel (BE0403.096.168) 100% UCB NV
Sifar NV – Researchdreef, 60 – 1070 Brussel (BE0453.612.580) 100% UCB Finance NV
UCB Ventures NV – Researchdreef, 60 – 1070 Brussel (BE0667 816 096) 100% UCB NV
UCB Ventures Belgium NV – Researchdreef, 60 – 1070 Brussel (BE0668 388 891) 100% UCB Ventures NV
BRAZILIË
UCB Farma Brasil Ltda – Alameda Araguaia 3833 (part) Tamboré – Barueri –
CEP:06455-000 Sao Paulo 100% UCB NV
UCB Biopharma SA – Alameda Araguaia 3833 Tamboré – Barueri – 100% UCB Farma Brasil Ltda
CEP:06455-000 Sao Paulo
BULGARIJE
UCB Bulgaria EOOD – 15, Lyubata Str., Fl. 4 apt. 10-11, Lozenetz, Sofia 1407 100% UCB NV
CANADA
UCB Canada Inc. – 2060 Winston Park Drive, Suite 401 – ON L6H5R7 Oakville 100% UCB Holdings Inc.
CHINA
UCB Trading (Shanghai) Co Ltd. – Suite 317, 439 No.1 Fu Te Xi Yi Road, Shanghai 100% UCB NV
(Waigaoqiao Free Trade Zone)
UCB Pharma (Hong Kong) Ltd. – Unit 3713-18,37F, Tower 1, Millenium City 5,
388 Kwun Tong Road, Kwun Tong, Kowloon, Hong Kong
100% UCB Pharma GmbH
UCB Pharma (Zhuhai) Company Ltd. – Section A., Workshop, No.3 Science & Technology
05th Road, Innovation Coast, National Hi-Tech Industrial Development Zone – Zhuhai 100% UCB Pharma GmbH
Guangdong Province
DENEMARKEN
UCB Nordic AS – Arne Jacobsen Alle 15 – 2300 Copenhagen 100% UCB Finance NV
NAAM EN MAATSCHAPPELIJKE ZETEL HOLDING MOEDERMAATSCHAPPIJ
DUITSLAND
UCB Pharma GmbH – Alfred-Nobel-Strasse, 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB GmbH
UCB GmbH – Alfred-Nobel-Strasse, 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Finance NV
UCB BioSciences GmbH – Alfred-Nobel-Strasse, 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Pharma GmbH
Sanol GmbH – Alfred-Nobel-Strasse, 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Pharma GmbH
UCB Innere Medizin GmbH – Alfred-Nobel-Strasse, 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Pharma GmbH
UCB Primary Care GmbH – Alfred-Nobel-Strasse, 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Pharma GmbH
FINLAND
UCB Pharma Oy (Finland) – Itsehallintokuja 6 – 02600 Espoo 100% UCB Finance NV
FRANKRIJK
UCB Pharma SA – Défense Ouest 420, rue d'Estienne d'Orves – 92700 Colombes 100% UCB NV
GRIEKENLAND
UCB A.E. – 63 Agiou Dimitriou Street – 17456 Alimos – Athens 100% UCB NV
HONGARIJE
UCB Hungary Ltd. – Obuda Gate Building Arpád Fejedelem ùtja 26-28, 1023 Budapest 100% UCB NV
IERLAND
UCB (Pharma) Ireland Ltd. – United Drug House, Magna Drive, Magna Business Park,
City West Road – Dublin 24
100% UCB NV
UCB Manufacturing Ireland Ltd. – Shannon Industrial Estate – Shannon, County Clare 100% UCB NV
UCB Biopharma Ireland Ltd.2
– Shannon Industrial Estate – Shannon, County Clare
100% UCB Biopharma BVBA
INDIË
UCB India Private Ltd. – 504, Peninsula Corporate Park, Ganpatrao Kadam Marg,
Lower Parel – 400 013 Mumbai 100% UCB NV
Uni-Mediflex Private Ltd. – 504, Peninsula Corporate Park, Ganpatrao Kadam Marg, 100% UCB NV
Lower Parel – 400 013 Mumbai
ITALIË
UCB Pharma SpA – Via Varesina 162 – 20166 Milano 100% UCB NV
JAPAN
UCB Japan Co Ltd. – Shinjuku Grand Tower, 8-17-1 Nishi-Shinjuku 160-0023 Shinjuku, 100% UCB NV
Tokyo
LUXEMBURG
Edev S.à r.l. – Rue Eugène Ruppert, 5C – 2453 Luxembourg 0% niet van toepassing
Phase III Development Company S.à r.l. – avenue de la Gare, 41 – 1611 Luxembourg 0% niet van toepassing.
UCB Lux SA3
A – Rue Eugène Ruppert, 12 – 2453 Luxembourg
100% UCB NV
MALEISIË
UCB Trading (Malaysia) Sdn. Bhd. – Level 21, Suite 21.01, The Gardens South Tower, 100% UCB NV
Mid Valley City, Lingkaran Syed Putra, 59200 Kuala Lumpur
MEXICO
UCB de Mexico SA de C.V. – Homero #440, 7fl Col. Chapultepec Morales –
11570 Mexico D.F.
100% UCB NV
Vedim SA de C.V. – Homero #440, 7fl Col. Chapultepec Morales – 11570 Mexico D.F. 100% Sifar NV
NAAM EN MAATSCHAPPELIJKE ZETEL HOLDING MOEDERMAATSCHAPPIJ
NEDERLAND
UCB Finance NV – Lage Mosten 33 – 4822 NK Breda 100% UCB NV
UCB Pharma B.V. (Netherlands) – Lage Mosten 33 – 4822 NK Breda 100% UCB Finance NV
NOORWEGEN
UCB Pharma A.S. – Grini Naeringspark 8b – 1361 Osteras, Baerum 100% UCB Finance NV
OEKRAÏNE
UCB Ukraine LLC – 19 Grygoriya Skovorody Str., Business –
center "Podol Plaza" – 04070 Kiev 100% UCB Pharma GmbH
OOSTENRIJK
UCB Pharma Gesellschaft m.b.H. – Twin Tower, Wienerbergstrasse 11/12a, 1110 Wien 100% UCB Finance NV
POLEN
Vedim Sp. z.o.o. – Ul. Kruczkowskiego 8 – 00-380 Warszawa 100% Sifar NV
UCB Pharma Sp. z.o.o. – Ul. Kruczkowskiego 8 – 00-380 Warszawa 100% UCB NV
PORTUGAL
UCB Pharma (Produtos Farmaceuticos) Lda – Rua Victor Câmara, Edifício Q 60,
D. Maria I, Piso 1, Fracção D, Quinta da Fonte, 2770-229 Paço de Arcos 100% Vedim Pharma NV
ROEMENIË
UCB Pharma Romania S.R.L. – 40-44 Banu Antonache, 4th fl., district 1, 011665 Bucharest 100% UCB NV
RUSLAND
UCB Pharma LLC – Shturvaluaya 5 bldg 1 – 125364 Moscow 100% UCB NV
UCB Pharma Logistics LLC– Perevedenovky pereulok 13 bldg 21 – 105082 Moscow 100% UCB NV
SINGAPORE
UCB Trading (SG) Pte. Ltd. – 8 Marina Boulevard #05-02, Marina Bay
Financial Centre Tower 1, 18981 Singapore 100% UCB NV
SPANJE
Vedim Pharma SA – Plaza de Manuel Gómez Moreno, s/n, Edificio Bronce, 5th floor – 100% UCB NV
28020 Madrid
UCB Pharma SA – Plaza de Manuel Gómez Moreno, s/n, Edificio Bronce, 5th floor –
28020 Madrid
100% Vedim Pharma NV
TAIWAN
UCB Pharmaceuticals (Taiwan) Ltd. – 10 F., No.287, Sec.3, Nanjing E. Road,
Songshan Dist. – 10595 Taipei 100% UCB NV
THAILAND
UCB Trading (Thailand) Ltd. – 98 Sathorn Square, 37/F, Room 3780, North Sathorn Road,
Khwaeng Silom, Khet Bangrak – 10500 Bangkok 100% UCB NV
TSJECHISCHE REPUBLIEK
UCB S.R.O. – Thámova 13 – 186 00 Praha 100% UCB NV
TURKIJE
UCB Pharma A.S. – Palladium Tower, Barbaros Mah., Kardelen Sok. No.2, Kat.24/80 –
37746 Istanbul 100% UCB NV
NAAM EN MAATSCHAPPELIJKE ZETEL HOLDING MOEDERMAATSCHAPPIJ
VERENIGD KONINKRIJK
UCB Fipar Ltd., subs. of UCB Inc. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB Inc.
Fipar U.K. Ltd., subs of UCB Fipar Ltd. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB Fipar Ltd.
UCB (Investments) Ltd. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB NV
Celltech Group Ltd. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB (Investments) Ltd.
Celltech R&D Ltd. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd.
UCB Ireland3
– 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire
100% UCB Lux SA
Celltech Ltd. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd.
Darwin Discovery Ltd. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd.
UCB Pharma Ltd. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd.
International Medication Systems (U.K.) Ltd.1
– 208 Bath Road –
SL1 3WE Slough, Berkshire
100% UCB Pharma GmbH
Schwarz Pharma Ltd. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd.
VERENIGDE STATEN
UCB Holdings Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street –
19801 Wilmington, Delaware
100% UCB Finance NV
Fipar U.S. Inc.2
– Corporation Trust Center, 1209 Orange Street –
19801 Wilmington, Delaware
100% Fipar U.K. Ltd.
UCB Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Holdings Inc.
UCB Biosciences Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street –
19801 Wilmington, Delaware
100% UCB Inc.
UCB Pharco Inc.2
– 300 Delaware Avenue 9th floor – 19801 Wilmington, Delaware
100% UCB Inc.
Celltech U.S. LLC2
– Corporation Trust Center, 1209 Orange Street –
19801 Wilmington Delaware
100% Celltech Group Ltd.
UCB Manufacturing Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street –
19801 Wilmington, Delaware
100% UCB Inc.
UCB Technologies Inc. – C T Corporation System, 111 Eight Avenue, NY, 10011 New York 100% UCB Manufacturing Inc.
Upstate Pharma LLC – C T Corporation System, 111 Eight Avenue, NY, 10011 New York 100% UCB Inc.
ZUID-KOREA
Korea UCB Co Ltd. – 5th Floor Grace tower 127 Teheran-ro (Yeoksam -dong),
Gangnam – gu, 135-911 Seoul
100% UCB NV
ZWEDEN
UCB Pharma AB (Sweden) – Stureplan 4C 4 van – 11435 Stockholm 100% UCB Finance NV
ZWITSERLAND
UCB Farchim SA (A.G. – Ltd.) – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements SA
UCB Investissements SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Finance NV
Doutors Réassurance SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements SA
UCB-Pharma AG – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements SA
Medeva Pharma Suisse SA – Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements SA

UCB Medical Devices SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements SA

1 De aandelen in IMS werden verkocht op 1 augustus 2016. De resultaten van IMS zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor 2015 en 2016 (tot en met 31 juli 2016).

2 Deze ondernemingen werden gefusioneerd met andere ondernemingen van de Groep en zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor 2015 en 2016 (tot de effectieve datum van fusie).

3 UCB Lux SA en UCB Ireland werden vereffend respectievelijk op 30 december 2016 en 16 november 2016. Deze ondernemingen werden opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor 2015 en 2016 (tot de datum van hun vereffening).

VERANTWOORDELIJKHEIDS-VERKLARING

Wij bevestigen hierbij dat, voor zover wij weten, de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2016, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen (International Financial Reporting Standards), zoals aangenomen door de Europese Unie, en met de wettelijke verplichtingen die in België van toepassing zijn, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, passiva, financiële positie en winst of verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, en dat het verslag van de Raad van bestuur een reëel overzicht geeft van de ontwikkeling en prestaties van het bedrijf en de positie van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden die zij verwachten.

Ondertekend door Jean-Christophe Tellier (CEO) en Detlef Thielgen (CFO) namens de Raad van bestuur.

VERSLAG VAN DE STATUTAIRE COMMISSARIS

Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van aandeelhouders over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2016

Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening en tevens de vereiste bijkomende verklaring. De geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2016 en de geconsolideerde winst-en-verliesrekening, de geconsolideerde overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht voor het boekjaar afgesloten op die datum, evenals een toelichting die een overzicht van de voornaamste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing bevat.

VERSLAG OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING – OORDEEL ZONDER VOORBEHOUD

Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van UCB NV ("de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt EUR 10.212 miljoen en de geconsolideerde winst-enverliesrekening toont een winst van het boekjaar (toegekend aan aandeelhouders) van EUR 520 miljoen.

Verantwoordelijkheid van de Raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening

De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne beheersing die de Raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Verantwoordelijkheid van de commissaris

Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals deze in België werden aangenomen. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controleinformatie over de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, met inbegrip van diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne beheersing van de Groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen door de Vennootschap van de geconsolideerde jaarrekening, die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op

het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van door de Raad van bestuur gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening als geheel.

Wij hebben van de Raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controleinformatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel zonder voorbehoud te baseren.

Oordeel zonder voorbehoud

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening weergegeven op bladzijden 77 tot 155, een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep op 31 december 2016 evenals van haar geconsolideerde resultaten en geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

VERSLAG BETREFFENDE OVERIGE DOOR WET- EN REGELGEVING GESTELDE EISEN

De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag van de Raad van bestuur over de geconsolideerde jaarrekening.

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en reglementaire verplichtin-gen na te gaan. Op grond hiervan sluiten wij de volgende bijkomende verklaring in die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen:

• Het jaarverslag van de Raad van bestuur over de geconsolideerde jaarrekening weergegeven op bladzijden 29 tot 75 behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.

Brussel, 22 februari 2017

De commissaris PwC Bedrijfsrevisoren bcvba vertegenwoordigd door

Romain Seffer* Registered Auditor

* Romain Seffer BV BVBA Lid van de Raad van bestuur, vertegenwoordigd door zijn vaste vertegenwoordiger, Romain Seffer

VERKORTE STATUTAIRE JAARREKENING VAN UCB NV

1. INLEIDING

Overeenkomstig het Belgische Wetboek van Vennootschappen, is er besloten om een verkorte versie van de statutaire jaarrekening van UCB NV te presenteren.

De statutaire jaarrekening van UCB NV wordt opgesteld volgens de Belgische algemeen aanvaarde boekhoudprincipes (Belgische GAAP).

Er dient opgemerkt dat enkel de hierboven weergegeven geconsolideerde jaarrekening een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van de UCB Groep.

De statutaire Commissaris heeft een verklaring zonder voorbehoud afgeleverd en bevestigd dat de nietgeconsolideerde jaarrekening van UCB NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2016 een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de

resultaten van UCB NV en overeenstemt met alle wettelijke en reglementaire bepalingen.

Overeenkomstig de wettelijke bepalingen zal deze enkelvoudige jaarrekening, samen met het managementverslag van de Raad van bestuur aan de algemene houdersvergadering en het verslag van de commissaris ingediend worden bij de Nationale Bank van België binnen de statutaire termijnen.

Deze documenten zijn beschikbaar op onze website www.ucb.com of op eenvoudig verzoek aan:

UCB NV Corporate Communication Researchdreef, 60 B-1070 Brussel (België)

2. BALANS

€ miljoen PER 31 DECEMBER 2016 PER 31 DECEMBER 2015
ACTIVA
Oprichtingskosten 16 21
Immateriële activa 0 0
Materiële vaste activa 8 8
Financiële activa 4 783 7 727
Vaste activa 4 807 7 755
Vorderingen op meer dan 1 jaar 2 145 1 049
Vorderingen op ten hoogste 1 jaar 634 46
Korte-termijninvesteringen 153 201
Banktegoed en beschikbaar saldo 29 93
Over te dragen kosten en toe te rekenen opbrengsten 234 20
Vlottende activa 3 195 1 409
Totaal activa 8 002 9 164
VERPLICHTINGEN
Kapitaal 584 584
Uitgiftepremie 1 999 1 999
Reserves 2 992 3 023
Overgedragen winst 161 191
Eigen vermogen 5 736 5 797
Voorzieningen 48 56
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 48 56
Schulden op meer dan 1 jaar 1 527 1 310
Schulden op ten hoogste 1 jaar 601 1 923
Toe te rekenen kosten en over te dragen opbrengsten 90 78
Totaal schulden 2 218 3 311
Totaal passiva 8 002 9 164

3. WINST- EN VERLIESREKENING

€ miljoen PER 31 DECEMBER
2016
PER 31 DECEMBER
2015
Bedrijfsopbrengsten 71 91
Bedrijfskosten -118 -151
Bedrijfsresultaat -47 -60
Financiële opbrengsten 473 388
Financiële kosten -264 -155
Financieel resultaat 209 233
Winst voor belastingen 162 173
Winstbelastingen -1 -1
Te bestemmen winst van het boekjaar 161 172

Naar aanleiding van het Koninklijk Besluit van 18 december 2015 tot omzetting van de Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde

ondernemingsvormen, tot wijziging van het KB van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen, worden de uitzonderlijke resultaten nu opgenomen onder het bedrijfsresultaat of het financieel resultaat afhankelijk van de aard van de bedragen.

4. WINSTBESTEMMINGSREKENING

€ miljoen PER 31 DECEMBER PER 31 DECEMBER
2016 2015
Te bestemmen winst van het boekjaar 161 172
Overgedragen winst van het vorige boekjaar 0 19
Te bestemmen winst 161 191
Aan de wettelijke reserve 0 0
Aan overige reserves 0 0
Onttrekking aan aandelenkapitaal en reserves 59 19
Aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies 0 0
Aan de reserves 59 19
Toevoeging aan het kapitaal en de reserves 0 0
Over te dragen winst 0 0
Over te dragen resultaat 0 0
Dividenden -220 -210
Uit te keren winst -220 -210
Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, € 1,15 € 1,10
zal het brutodividend worden bepaald op:
Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, en € 0,805 € 0,803
rekening houdend met de fiscale regelgeving, zal het totale nettodividend
na belasting per aandeel worden bepaald op:

De activiteiten van UCB NV genereerden in 2016 een nettowinst van € 161 miljoen na belastingen. Het bedrag dat beschikbaar is voor uitkering bedraagt € 161 miljoen.

Het geplaatst kapitaal van UCB NV wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen zonder nominale waarde per 31 december 2016.

Op 4 januari 2017 bezit UCB NV 3 079 536 eigen aandelen om te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de toegekende aandelen die aan de Raad van bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden.

De Raad van bestuur stelt voor om een bruto-dividend van € 1,15 per aandeel uit te keren. Als dit dividendvoorstel is goedgekeurd door de Algemene Vergadering

op 27 april 2017 zal het netto dividend van € 0,805 per aandeel betaalbaar zijn vanaf woensdag 3 mei 2017 tegen afgifte van coupon nummer 20. De aandelen ingekocht door UCB NV hebben geen recht op een dividend. Per 4 januari 2017 hebben de houders van 191 426 122 UCBaandelen recht op een dividend, hetgeen een totale uitkering vertegenwoordigt van € 220 miljoen. Dit bedrag kan wijzigen afhankelijk van het aantal UCBaandelen in handen van UCB NV op de datum waarop het dividend wordt goedgekeurd. De Raad van bestuur zal het aantal UCB-aandelen waarvoor een dividend betaalbaar is, meedelen tijdens de Algemene Vergadering en zal het totaalbedrag dat moet uitgekeerd worden ter goedkeuring voorleggen. De jaarrekening van 2016 zal dienovereenkomstig worden aangepast.

5. OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE GRONDSLAGEN VOOR DE FINANCIËLE VERSLAGGEVING

De Raad van bestuur heeft de volgende beslissingen genomen in overeenstemming met Artikel 28 van het Koninklijk Besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Belgische Wetboek van Vennootschappen.

5.1 | IMMATERIËLE ACTIVA

Onderzoeks- en ontwikkelingskosten worden geboekt als immateriële activa tegen hun aankoopprijs of kostprijs. Deze geactiveerde kosten worden volledig afgeschreven binnen het jaar, maar het verschil tussen het eigenlijke bedrag dat tijdens het jaar werd afgeschreven en het geactiveerde brutobedrag wordt verwerkt als een terugboeking van afschrijvingen op uitzonderlijke opbrengsten.

Deze kosten worden lineair afgeschreven tegen een percentage van 33,33% over een afschrijvingstermijn van drie jaar op prorata temporis-basis. De aankoopprijs van patenten, licenties en soortgelijke items wordt afgeschreven ofwel op basis van een zorgvuldige beoordeling van de economische levensduur van dergelijke immateriële activa, of tegen een minimaal afschrijvingspercentage dat overeenstemt met het percentage dat wordt gehanteerd door de activa die voor het patent of proces vereist zijn, of binnen een vaste afschrijvingstermijn van minstens vijf jaar op prorata temporis-basis.

5.2 | MATERIËLE VASTE ACTIVA

Materiële vaste activa die werden gekocht van derden zijn tegen aankoopprijs opgenomen in de activa van de balans; activa die door het bedrijf zelf geproduceerd worden, zijn gewaardeerd tegen hun kostprijs. De aankoop- of kostprijs wordt prorata temporis lineair afgeschreven. De volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages worden toegepast:

> Administratieve gebouwen 3 %
> Industriële gebouwen 5 %
> Uitrusting/gereedschap 15 %
> Meubilair en kantoorbenodigdheden 15 %
> Voertuigen 20 %
> Computerapparatuur en kantoorbenodigdheden 33,3 %
> Prototypemateriaal 33,3 %

5.3 | FINANCIËLE ACTIVA

Deelnemingen worden gewaardeerd in overeenstemming met het belang dat in het eigen vermogen van de onderneming in kwestie aangehouden wordt. Deelnemingen die niet opgenomen zijn in de consolidatiekring worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde. Telkens er een permanent verlies in waarde geconstateerd wordt bij de jaarlijkse waardering, wordt er een specifieke waardevermindering geboekt.

5.4 | VORDERINGEN EN SCHULDEN

Die worden tegen hun boekwaarde weergegeven. Er wordt een afschrijving op vorderingen geboekt indien de terugbetaling op de vervaldatum geheel of gedeeltelijk onzeker of twijfelachtig is.

5.5 | ACTIVA EN VERBINTENISSEN IN VREEMDE VALUTA'S

Transacties in vreemde munteenheden worden verwerkt tegen de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Niet-monetaire activa en passiva (materiële en immateriële activa, participaties) die in een vreemde munt uitgedrukt zijn, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva die uitgedrukt zijn in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum. Gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen worden erkend in de resultatenrekening.

5.6 | VOORZIENINGEN

Alle risico's die de onderneming loopt, maken het voorwerp uit van voorzieningen die elk jaar herzien worden aan de hand van de principes van voorzichtigheid, goede trouw en oprechtheid. Voorzieningen worden tegen de normale waarde geboekt.

5.7 | VREEMDE VALUTA'S

Afgeleide financiële instrumenten worden geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, tenzij het afgeleide financiële instrument geen compenserende tegenpost heeft in de enkelvoudige jaarrekening. In dit geval zal het afgeleide financiële instrument alleen in de toelichting opgenomen worden als een buiten-balans verplichting en bijgevolg geen impact hebben op de balans en/of de winst- en verliesrekening. Het bedrag dat toegelicht wordt als buiten-balans verplichting zal in lijn zijn met de IFRS-methodologie. Bovendien zal het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, geclassificeerd worden op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening of de balans waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winst- en verliesrekening beïnvloedt of resulteert in de erkenning van een nietfinancieel actief of een niet-financiële verplichting.

5.8 | REËLE WAARDE-AANPASSINGEN OP VERWORVEN LENINGEN

Leningen die zijn verworven, worden opgenomen in de balans tegen nominale waarde. Alle verschillen tussen de nominale waarde en de aanschaffingswaarde worden erkend op een overlopende rekening en opgenomen in de winst- en verliesrekening prorata temporis op een lineaire basis over de resterende looptijd van de leningen.

CW Constante wisselkoersen

EBIT (EARNINGS BEFORE INTEREST AND TAXES)/ WINST VÓÓR RENTE EN BELASTINGEN

Operationele winst zoals vermeld in de geconsolideerde jaarrekening

EMA/EUROPEAN MEDICINES AGENCY

Instantie die verantwoordelijk is voor de beoordeling van geneesmiddelen ter bescherming en bevordering van de gezondheid van mens en dier. www.emea.europa.eu

FDA/U.S. FOOD AND DRUG ADMINISTRATION

Agentschap binnen het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid en Human Services dat verantwoordelijk is voor de bescherming en bevordering van de gezondheid van de natie. www.fda.gov

FINANCIËLE ÉÉNMALIGE POSTEN

Winsten en verliezen voortvloeiend uit de verkoop van financiële vaste activa (andere dan afgeleide financiële instrumenten en restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen) alsook bijzondere waardeverminderingsverliezen op deze financiële vaste activa worden beschouwd als financiële eenmalige posten

GEVESTIGDE MERKEN

Portfolio van 150 geneesmiddelen van hoge kwaliteit die niet langer beschermd zijn door een patent, met bewezen waarde voor patiënten en dokters gedurende vele jaren

GEWOGEN GEMIDDELDE AANTAL GEWONE AANDELEN

Aantal uitstaande gewone aandelen aan het begin van de periode, aangepast voor het aantal aandelen ingekocht of uitgegeven gedurende de periode, vermenigvuldigd met een tijdswegingsfactor

KERN-WPA/KERN-WINST PER AANDEEL

Winst die kan worden toegerekend aan UCB aandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële eenmalige posten, éénmalige winstbelastingen, de bijdrage na belasting van beëindigde bedrijfsactiviteiten, en de netto-afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet, gedeeld door het niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen

KU

Kremers Urban, farmaceutische vennootschap in de VS, gespecialiseerd in generische geneesmiddelen

NETTO DIVIDEND

Het bedrag dat een aandeelhouder van UCB zal ontvangen na aftrek van de Belgische roerende voorheffing, die momenteel 30% bedraagt. Lagere tarieven voor roerende voorheffing kunnen van toepassing zijn voor bepaalde categorieën van beleggers.

NETTO FINANCIËLE SCHULD

Langlopende en kortlopende leningen, obligaties en voorschotten in rekening-courant verminderd met voor verkoop beschikbare obligaties, in pand gegeven contanten met betrekking tot financiële leaseovereenkomsten, geldmiddelen en kasequivalenten

nr AxSpA

Niet radiografische axiale spondyloartritis

PA

Partieel beginnende aanvallen, ook gekend als focale aanvallen

PGTCA

Primaire, gegeneraliseerde tonischeclonische aanvallen

PMDA/PHARMACEUTICALS AND MEDICAL DEVICES AGENCY

Japanse regelgevende autoriteit belast met de bescherming van de gezondheid van de bevolking door het verzekeren van de veiligheid, efficiëntie en kwaliteit van geneesmiddelen en medische toestellen. http://www.pmda.go.jp/english/

RECURRENTE EBIT (REBIT)

Operationele winst gecorrigeerd voor bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten

RECURRENTE EBITDA (REBITDA/Recurring Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization charges)

Operationele winst gecorrigeerd voor afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten en lasten

WERKKAPITAAL

Omvat voorraden, handelsvorderingen en overige vorderingen en handelsschulden en overige schulden, verplicht binnen en na meer dan 12 maanden

WPA Winst per aandeel

Financiële kalender 2017

24 april T ussentijds verslag (eerste 3 maanden van 2017)
  • 27 april Algemene vergadering van aandeelhouders
  • 27 juli Financiële resultaten over de eerste 6 maanden van 2017

20 oktober Tussentijds verslag (9 maanden van 2017)

Toekomstgerichte verklaringen

Dit jaarverslag bevat toekomstgerichte verklaringen met inbegrip van maar niet beperkt tot verklaringen met de woorden "gelooft", "verwacht", "veronderstelt", "is van plan", "streeft naar", "schat", "kan", "zal", "verder gaan met" en vergelijkbare uitdrukkingen. Deze toekomstgerichte verklaringen zijn gebaseerd op bestaande plannen, ramingen en overtuigingen van het management. Per definitie bieden dergelijke toekomstgerichte verklaringen geen garantie op resultaten in de toekomst en zijn ze onderhevig aan bekende en onbekende risico's, onzekerheden en veronderstellingen die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten, de financiële toestand, het rendement of de prestaties van UCB, of de resultaten van de sector, beduidend afwijken van eventuele toekomstige resultaten, rendementen of prestaties die expliciet of impliciet door de toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt in dit jaarverslag.

Belangrijke factoren die tot dergelijke verschillen zouden kunnen leiden zijn onder meer: wijzigingen in de algemene economische, zakelijke en concurrentiële situatie, het mislopen van de vereiste reglementaire goedkeuringen of het niet tegen aanvaardbare voorwaarden kunnen verkrijgen ervan, kosten in verband met onderzoek en ontwikkeling, wijzigingen in de vooruitzichten van producten die in de pijplijn zitten of door UCB ontwikkeld worden, gevolgen van toekomstige gerechtelijke uitspraken of onderzoeken door de overheid, claims in verband met productaansprakelijkheid, aanvechting van de patentbescherming van producten of kandidaat-producten, wijzigingen in de wetgeving, wisselkoersschommelingen, wijzigingen of onzekerheden in de belastingwetgeving of de handhaving van deze wetten en het aanwerven en behouden van het personeel. Er is geen enkele garantie dat kandidaat-producten in de pijplijn goedgekeurd zullen worden als product of dat er nieuwe indicaties voor bestaande producten ontwikkeld en goedgekeurd zullen worden. Producten of potentiële producten die het onderwerp zijn van samenwerkingen, joint ventures of licentiesamenwerkingen kunnen onderhevig zijn aan verschillen tussen de partners. UCB of anderen kunnen ook problemen ontdekken met betrekking tot de veiligheid, de bijwerkingen of met de productie van haar producten nadat deze op de markt gebracht zijn. Bovendien kunnen de verkoopcijfers beïnvloed worden door nationale en internationale tendensen op het gebied van kostenbeheersing in de gezondheidszorg en het terugbetalingsbeleid opgelegd door derde betalers, evenals door de wetgeving die de prijs en de terugbetaling van biofarmaceutica beïnvloedt.

Gezien deze onzekerheden wordt het publiek ervoor gewaarschuwd geen overmatig vertrouwen te hechten aan dergelijke toekomstgerichte verklaringen. De toekomstgerichte verklaringen gelden slechts op de datum van dit jaarverslag. UCB wijst uitdrukkelijk elke verplichting af om toekomstgerichte verklaringen in dit jaarverslag bij te werken om enige wijziging van haar verwachtingen aangaande de toekomstgerichte verklaringen weer te geven, noch voor enige wijziging van de gebeurtenissen, voorwaarden of omstandigheden waarop deze toekomstgerichte verklaringen gebaseerd zijn, tenzij een dergelijke verklaring volgens de geldende wetten en reglementen verplicht is.

Taal van het verslag

Volgens de Belgische wet moet UCB haar jaarverslag in het Frans en het Nederlands publiceren. UCB heeft ook een Engelse versie van dit jaarverslag.

Beschikbaarheid van het verslag

Het jaarverslag als zodanig is beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com). Andere informatie op de website van UCB of op andere websites, maakt geen deel uit van dit jaarverslag.

Contacten

Investor Relations

Antje Witte, Investor Relations Tel.: +32 2 559 9414 E-mail: [email protected] [email protected]

Communicatie

France Nivelle, VP Global Communication and Change Support Tel.: +32 2 559 9178 E-mail: [email protected]

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Dirk Teuwen,

VP Corporate Societal Responsibility Tel.: +32 2 559 9161 E-mail: [email protected] [email protected]